ocr page 1

'I ^TV gt;,

f ^quot;*X1gt; J .• J . ^ ^ *

-- ' v- J*s •' ■

■ • •- ( ^

■ /■■ ■'!- quot;V *

V ' ^ pc

amp;

gt;v arHl ,

^ rquot; i--r

' / '»

f x *

■^é : gt; gt;

♦ W XvJ

f T

^ ' v-

V*ïU

^Vigt;

..gt;t\ s:igt; • . v quot; -^1 V •

r'Xv ■' \ lt; - quot; A. ' quot;V r sr -J J-

•' *V- :,/ u r • lt;«.• A\ ibHquot;

sr. ■ y*v^

M «3'

^•^-3 P^T'

^ 3 quot;■

■ ^ \r gt; „ r * - V-I .quot;^Isv

4 .F quot;

s y~.

^ gt; r#

■'' quot; V v :,

■C 4

K, ■ w t

V-: ^ Sk'-. 'V i ' V

^-*quot;V

C.WT.,

: gt; /:r gt;/:J

ocr page 2
ocr page 3

...........„ A £

. V . . .. ^ . ..

m

1®

i

(K

Hare Vereering. De Devotie tot Haar en het Verhaal van Hare Verschijning te Salette.

DOOR DKN

Eem. Pater J. EERTHIER, M. S.

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT

Agt; kelijk C ECHT

COLL. tHOMAASSE

W.

|S ■||€

ocr page 4

Uitgaven van Jos. J. van Lindert, te Cuyk:

_ SIN T - A N T O NIU S.

gt; MAANDSCHRIFT voor de Vereerders van den

Jf GROOTEN WONDERDOENER VAN PADUA. ö

Onder Redactie, van eenisre Paters Minder broeder s.

Dit volksboekje verschijnt maandelijks in afleveringen

■gquot; van 24 bladzijden, waarin de lezer niet alleen nauwkeurig op 5 g

^ de hoogte gehouden wordt omtrent alles, wat met betrekking n lt;k

v tot den Heilige geschiedt of geschied is, maar ook door nuttige ;gt; lt;

gj lessen wordt aangespoord de voorbeelden van dien Heilige §' g -■g volgens vermogen na te volgen. Boeiende verhalen maken

fg het aangename met het nuttige wordt afgewisseld, zoodat het jy ^ een boekje is, dat aan een ieder, oud en jong, geleerd en

- - _ Oquot;

^ het lezen van dit boekje aantrekkelijk; terwijl voortdurend g 2.

S quot;

p g ongeleerd, in handen kan gegeven worden. Daarenboven de ^ «q

gt; '§3 geringe prijs van slechts 50 CCUt (franco per post 65 Cent) lt; ^

d :cgt; per jaargang maakt het voor een ieder zonder uitzondering ^!

mogelijk zich dit nuttig boekje aan te schaffen. g c

1-5 HET STNT-JX)SEPHSBLA1). a8'

u Weekblad mor H. Familien, Katholieke Vereenigingen en Haisgezinnea. n ■

P-'

o m Dit Weekblad staat onder de hooge bescherming van Ph £ H.H. D.D. H.H. de Bisschoppen van Roermond en's Bosch, fjf S -jj g en wordt geredigeerd door zes Eerw. Heeren Geestelijken. §

S Het „Sint-Jósephsbladquot; verstaat de kunst om het nuttige ^ £ met het aangename te vereenigen en geeft daarbij elk wat wils. g g ^ De wekelijksche kalender (waarin worden opgenomen alle fT re g feest- en heiligendagen, alle vastendagen en te verdienen » p aflaten), een lief versje, een ernstig verhaal over godsdienst ^ rjc, ■ en zedenleer, eene boeiende novelle, eene geschiedkundige p quot; g schets uit het roemrijk verleden der Kerke Gods, een korter s t;

verhaal. Kerkelijk Nieuws, ■— ziedaar ongeveer den inhoud 'nj o. 5o yan ieder nummer van Het „Sint-Josephsbladquot;. o quot;

.S Voeg daarbij, dat elke drie maanden een aantal fraaie 5 ^

ö prijzen worden verloot voor de goede oplossers van Rebussen, — ? S ^ en men zal moeten bekennen, dat èn de Redactie èn de Uitgever -r; alle krachten inspannen, om naar het woord des grijzen Op- q ^ perpriesters, Z. H. Leo XIII, voort te gaan met gezonde en 2 heilrijke leeringen onder het geloovige volk ie verspreiden.

De prijs van dit echt katholiek Zondagsblad is slechts 80 cent per jaar, franco per post bij vooruitbetaling. Voor H. Families, Congregaties en andere Vereenigingen is de prijs 52 Cent per jaar, vermeerderd met de frankeerkosten.

ocr page 5
ocr page 6

IMPRIMATUR.

Hi((tieii, 1 Jan. 1898.

L. Berkvens,

Libror. Censor.

ocr page 7
ocr page 8
ocr page 9

VAK j! No.

He geilige J^Iaagd Jïïapia.

----- . -

Hare Vereering, De Devotie tot Haar en het Verhaal van Hare Verschijning te Salette.

dooe den o

I'll*

Eerw. Pater J. BERTH IER, M. S.

ocr page 10
ocr page 11

Nlll-U4aiU.llU.U.UjI a. ;i 111411.4 wy

j[ |r

ttt r r rr r ir^i^^fFTtTtTtTnrrnTnTï k

TOEWIJDING

ien zou ik deze bladzijden opdragen, die ik voor U ga schrijven. zoo niet aan U zelf, o Heilige Maagd, Moeder van God en mijne Moeder! Aanvaard ze, als eene nederige hulde van mijne erkentelijkheid, van mijne vereering en van mijne kinderlijke liefde. Zegen ze, opdat zij U op waardige wijze doen gekend en gediend worden; en verkrijg voor hen, die ze zullen lezen, die ware devotie tot U, welke een teeken is van voorbeschikking tot de glorie des hemels.

ocr page 12
ocr page 13

@oe6fteuring

(voor de Kransclie Uitgave).

^Ü^'j Staan gaarne toe, dat het boek getiteld „De H. Maagd Maria, hare vereering, de devotie tot Haar,quot; opnieuw gedrukt, worde, te meer, daar wij het zoo geschikt achten om aan de zielen die ware en degelijke devotie tot de Heilige Maagd te schenken, die een teeken is van voorbeschikking en een onderpand der zaligheid.

Grenoble, i October 1893. F Mussel, Vic. Gen.

tyJcz'k-Cazlyiy ucm damp;n ScfWij-uer-.

''ij onderwerpen zonder voorbehoud dit werkje aan de beslissing van den Apostolischen Stoel; en wij verklaren geenszins de meening te hebben, die onfeilbare beslissing vooruit te willen loopen, door somtijds den titel van heilig of gelukzalig te geven aan personen, die achtensivaardig zijn om hunne deugden, of door den naam van mirakel te geven aar. zekere feiten die wij verhalen.

ocr page 14
ocr page 15

ORREDE.

fnze eeuw mag genoemd worden de Eeuw van Maria, quot;VLc;; waarnaar de Gelukz. Grignon van Monfort, die vurige missionaris, door Leo XIII nog niet lang geleden op onze altaren geplaatst, zoo levendig heeft verlangd. Nooit was de vereering van de verhevene Moeder van God meer dierbaar aan de ware kinderen der Kerk. En toch, terwijl de vijanden van ons geloof er woedend over zijn, of er den spot mede drijven, blijven sommige christenen onverschillig voor de schitterende blijken van devotie tot Maria, die de ware geloovigen aan den dag leggen; en deze laatsten, in de opwelling van hunne godsvrucht somtijds meer geleid door de gevoelens van hun hart dan door eene diepe kennis van de grootheden van Maria, kunnen zich niet altijd verdedigen tegen de aanvallen van de eenen en de koudheid van de anderen. Ja waarlijk, het is zooals Suarez zegt, de godsvrucht zonder de waarheid is zwak.

Een boek, dat het meesterstuk van Gods handen, de Maagd Maria, op nauwkeurige wijze deed kennen, en dat om zijne

Vo

ocr page 16

VOORREDE.

beknoptheid populair kon worden, scheen ons derhalve nuttig. Wij ondernemen dit werk des te liever, omdat men, volgens de getuigenis der Heiligen, door Maria te verheerlijken zich het eeuwige leven verzekert; en wijl men, door de zielen te brengen tot liefde jegens Maria, haar den hemel voorbereidt.

Wij weten wel, dat er vele geschriften over de Heilige Maagd bestaan; maar over zulk een onderwerp zegt men nooit genoeg, zooals de Heilige Hernardus ons getuigt. Daarbij heeft een klein boekje somtijds meer lezers dan groote werken. En daarenboven moeten alie stemmen zich niet verheffen om Haar te prijzen, die God zoo hoog heeft verheven?

Daarom zullen wij op onze wijze in deze nederige bladzijden zeggen, wat Maria is, en welke de vereering is die wij Haar moeten bewijzen, de devotie die wij tot Haar moeten hebben.

ocr page 17

EERSTE DEEL,

De H. Maagd Maria.

iets gebeurt er in den tijd, dat God niet voorzien heeft e^gjC van alle eeuwigheid. Niets wat goed en heilig is, heeft er plaats of zal er plaats hebben of Hij heeft het in zijne eeuwige raadsbesluiten beschikt. Dat is de onbetwistbare leer van den Heiligen Thomas. God heeft derhalve vaa alle eeuwigheid den val voorzien van den mensch in het aardsche paradijs, welke val de ongelukkige en schuldige nakomelingschap van Adam in de verwerping moest medesleepen ; en van alle eeuwigheid heeft Hij, in zijne barmhartigheid, beschikt en bepaald, tot Zijne meerdere glorie, de herstelling van dien val, de Verlossing van den mensch en de middelen waardoor deze herstelling en deze verlossing zouden plaats hebben. Van alle eeuwigheid heeft Hij bijgevolg vastgesteld, dat zijn aanbiddelijke Zoon op de aarde zoude komen, dat Hij een lichaam en eene ziel zoude aannemen gelijkvormig aan de onze, en dat Hij als mensch eene Moeder hebben zou.

Maria was van toen af voorbeschikt voor de hooge waardigheid van Moeder Gods, en in de plannen van God verbonden

Ij

i:

It

ocr page 18

DE H. MAAGD MARIA

aan het werk der Verlossing, het wondervol werk, dat de schepping zelve overtreft, zoover als de genade de natuur, de hemel de aarde overtreft. En omdat God de zaken op hare juiste waarde weet te schatten, volgt hieruit, dat de toekomstige Verlosser en zijne maagdelijke Moeder van alle eeuwigheid de eerste plaats hebben ingenomen in de goddelijke plannen. God heeft van alle eeuwigheid zulk eene liefde gehad voor de Moeder van zijn Zoon, dat Hij in Haar alleen meer welbehagen vond dan in alle andere schepselen. — {Bulla Tneffabilis). Zoo ook legt de Kerk Maria deze woorden van de heilige Schrift in den mond : Ik be7i voorbeschikt geweest van alle eeuwigheid, voordat de aarde bestond, voordat de afgronden gedolven waren, voordat de bergen rustten op hunne zware grondslagen, was ik mei God. Ik was tegenwoordig in zijne gedachten.

Toen de Grieken den beroemden schilder Zeuxis hadden opgedragen het portret te maken van de schoone Helena, koos hij de vijf schoonste maagden uit, die hij vinden kon, en nam van ieder het volmaakste, om het in zijn schilderstuk voor te stellen. God heeft hetzelfde gedaan; Hij heeft in Maria al de schoonheden, al de deugden vereenigd, die in de schepselen gevonden worden.

De geleerde Cornelius a Lapide zegt bij de woorden van de H. Schrift, die wij boven hebben aangehaald, dat Maria het overheerlijke kunstwerk is van God en niet het werk van een uur, van eene maand, van een jaar óf eene eeuw, maar van al de eeuwen. Al de wezens voortgekomen uit, de handen van den Schepper zijn als proefstukken en een ruw ontwerp van hetgeen Hij voorbereidde in zijne Moeder. Al de hoedanigheden, die Hij aan lt;le schepselen gegeven heeft zijn de trekken waarmede Hij Haar wilde versieren; de Engelen zijn de voorafbeelding van hare maagdelijkheid ; de Seraphijnen van hare liefde; de Cherubijnen van hare wijsheid; de hemelen van hare zuiverheid; de sterren van haren luister; de lan-

14

ocr page 19

DE H. MAAGD MARIA.

douwen van hare bekoorlijkheden ; de boomen van hare vruchten ; de dieren van hare werkkracht; de deugden van al de rechtvaardigen van de verscheidene genadegaven, waarmede de H. Maagd is verrijkt. {Corn, a Lapide in Frov. C. VIII.)

Eva, de moeder der levenden, is het beeld van de vruchtbaarheid van Maria, die, het leven schenkende aan Jezus, het leven der genade schenken zal aan de menschheid. De ark van Noë, buiten welke allen omkwamen door den zondvloed, wijst ons op Maria, door wie alleen het heil der wereld gekomen is. Het brandende braambosch, dat Mozes zag, en dat de vlammen niet konden verteren, wat beteekent dit anders dan Haar wie het vuur der driften niet deren kon ? Wat beteekent de roede van Aaron, waaruit een bloem opschiet, anders dan Maria, den waren stam van Jesse, waarop Jezus als eene goddelijke bloem ontloken is ? De vacht van Gedeon, die droog blijft, terwijl de aarde met dauw is overdekt, is het beeld van de Maagd, welke de wateren der zonden niet genaakten, terwijl zij de geheele menschheid bedolven.

Judith, Esther, die haar volk hebben gered, zijn de voorafbeeldingen van de Moeder Gods, die het gansche menschelijk geslacht van het juk van Satan zal bevrijden. En daar God wil, dat de menschen door alle eeuwen heen met hunnen Verlosser ook Haar verbeiden zullen, die Hem het leven zal schenken, leert Hij onze eerste ouders aanstonds na hunnen val Hen beiden tegelijk kennen. Tegelijk met Jezus den Verlosser, belooft Hij ook de Vrouw, die met haar maagdelijken voet den kop van het helsche serpent verpletteren zal. Van dan af zijn oog en hart der patriarchen op beiden tegelijk gevestigd. Zij verzuchten naar den Verlosser en zijne Moeder.

De Propheten verkondigen Beiden. Volgens de meeste H.H. V aders is het Maria, die Salomon bezingt in het boek der Gezangen. En Isaias openbaart een van hare voorrechten, als hij zegt: Zie, eene Maagd zal ontvangen en een Zoon ter wereld brengen; en die Zoon zal Emmanuel genoemd worden.

15

ocr page 20

DE H. MAAGD MARIA.

dat is God met ons. De heidenen zelfs bleven niet geheel onkundig van de groote geheimen, die vervuld gingen worden. Hadden de Galliërs niet langen tijd voor hare geboorte een altaar opgericht voor de Maagd, die een Kind moest ter wereld brengen en spreekt een heidensch dichter, Virgilius, in zijne gezangen niet van het rijk der Maagd ?

Terwijl de menschheid hare komst verwacht, bereidt God Haar voor. Hij kiest patriarchen uit die waardig zijn onder hare vóórzaten gerangschikt te worden ; eerst Abraham, dan Izaak, dan Jacob en onder de kinderen van Jacob Juda, en onder zijne nakomelingen David. Langen tijd daarna waren twee doorluchtige echtelieden uit deze koninklijke familie, die het geloof van Abraham en de godsvrucht van David hadden overgeërfd, in groote droefheid, omdat, na twintig jaren van eene heilige samenleving, God hun huwelijk nog niet gezegend had ; het waren Heli of Joachim, afstammeling van David door Nathan, broeder van Salomon, en Anna, eveneens afstammeling van David door Salomon. (A Lapide in L. III).

Hoewel Anna tot hoogen leeftijd gekomen was, smeekten beiden vol vertrouwen den Hemel hun een kind te schenken. Hunne wenschen werden op wonderbare wijze vervuld; en Anna door een wonder moeder geworden schonk het leven aan de Maagd Maria, aan de Onbevlekte, het volmaakste van alle schepselen.

Zij is het, die wij gaan bestudeeren. Is er na de kennis van God, van zijn goddelijken Zoon Jezus Christus, eene kennis die verhevener, schooner, aangenamer, nuttiger is dan de kennis van de Heilige Moeder ?

Laten wij dan zien wat Maria is in betrekking tot God en in betrekking tot de andere schepselen en wat Zij in zich zelve is.

ocr page 21

I Am

»jl ■ - ' quot;'-'

H §\

IS ) ï 'i',

i0,1

ii ü,;

HOOFDSTUK I.

XIarIa in l^etrekl^ing tot God.

(it is het eerste wat wij moeten beschouwen; want het verklaart alles, het maakt in dit verheven onderwerp alles duidelijk.

Het betaamde, dat de Zoon van God bij zijne menschwording eene Moeder had. Daardoor wordt inderdaad de waarachtigheid van zijn menschelijke natuur duidelijker bewezen; daardoor wordt de menschheid veredeld; zij heeft meer deel aan het geheim, dat haar moet verlossen, wij! God om het geheim te doen plaats grijpen, de toestemming afwacht van de H. Maagd. Daardoor is het, dat beide geslachten, die samengewerkt hebben tot ons verderf, ook samenwerken tot onze zaligheid, en dat wij in de orde der genade, evenals in de orde der natuur, een Vader hebben in God, wiens kinderen wij worden door de Verlossing, en eene Moeder in Maria. Daardoor ook is het, dat de Zoon Gods, kind geworden, ons meer tot zich trekt door de aanvalligheid en zelfs door de zwakheid der kindsheid, en het toonbeeld wordt van iederen leeftijd en elke deugd. God immers doet alles met eene opperste

m m

De II. Maagd Maria.

ocr page 22

18 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT GOD.

wijsheid. En daarom is wel het krachtigste bewijs, dat het betaamde, dat Hij eene Moeder had, dit, dat Hij zich eene Moeder koos in Maria.

Maria is Moeder van God. De godheid van Jezus Christus is de duidelijkste van alle waarheden. De Schismatieken en de Protestanten zeiven, zijn zij niet volslagen ongeloovig, ge-looven en belijden deze waarheid evenals de Katholieken. Jezus Christus heeft zijne godheid bevestigd. Hij heeft ze bewezen door de mirakelen, welke hebben uitgeschitterd bij zijne geboorte, in zijn leven en bij zijnen dood. 't Is daardoor, dat de wereld is bekeerd, en van het heidendom en de bar-baarschheid gebracht is tot het geloof, tot het Evangelie en tot de christelijke beschaving.

Welnu, Jezus Christus, waarlijk God en Zoon van God, mensch geworden uit liefde tot ons, heeft tot Moeder gehad de H. Maagd Maria, zooals het Evangelie ons verzekert, zooals al de geloofsbelijdenissen getuigen. Maria is dus Moeder van God.

Ongetwijfeld heeft Zij aan Jezus niet de goddelijke natuur gegeven, welke eeuwig is, evenmin als eene gewone moeder de ziel geeft aan het kind, dat zij ter wereld brengt. Maar evenals deze laatste de ware moeder is van haar kind, hoewel God de ziel van dat schepseltje heeft geschapen, zoo ook is Maria de ware Moeder van den God-mensch. Want al zijn er twee naturen in Jezus Christus, de goddelijke natuur en de menschelijke natuur, er is maar één Persoon, namelijk die van Jezus Christus, den waarachtigen, niet den aangenomen Zoon van God. En deze eenige Zoon Gods is het, die geboren is uit de Maagd Maria. Zij is derhalve wezenlijk zijne Moeder. Dat is eene waarheid van ons geloof, door de Kerk voorgehouden alle eeuwen door.

Toen de ketter Nestorius in het begin van de vijfde eeuw der Kerk deze waarheid openlijk durfde loochenen, stond al het volk van Constantinopel tegen hem op. De keken zelfs schreven

ocr page 23

DE H MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT GOD. 19

protesten tegen zijne lasteringen. De kerkvergadering van Ephese kwam bijeen om dezen ketter te veroordeelen; en op den dag, waarop de veroordeeling moest worden uitgesproken, den 2 2sten Juni 431, stond al het volk van Ephese, in afwachting van de beslissing der kerkvergadering, van af den vroegen morgen rondom de gewijde plaats, waar de Bisschoppen vergaderd waren. Zoodra men de veroordeeling van Nes-torius vernomen had, gingen eenparige kreten van instemming op uit de menigte. „Glorie zij aan God! De vijand van Christus is verslagen,quot; zoo klonken [alle stemmen. Bij het uitgaan der kerk, omringde men de Bisschoppen en men begeleidde hen met flambouwen en toortsen naar hunne woning.

De vrouwen gingen voor hen uit en brandden reukwerken op hun doortocht; de straten waren verlicht. Den volgenden dag was het feest voor de geheele stad.

Men meent, dat het in deze kerkvergadering is geweest, dat de Kerk aan het Wees Gegroet deze woorden heeft toegevoegd, door alle eeuwen over de geheele wereld herhaald: Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons. JsTestorius werd verbannen door den keizer Theodosius den Jongere; en in zijne ballingschap deed hij een val en wondde zijne rechterzijde, zijn arm en zijne hand. Hij kreeg het koudvuur in zijne wonden; de tong werd het eerst aangetast, en afgeknaagd door de wormen viel ze in stukken af, eene welverdiende straf voor de lasteringen tegen de H. Maagd uitgebraakt. Zoo stierf Nestorius.

Maria is de Moeder van God, dat wil zeggen, dat Zij aan Jezus Christus, den Zoon Gods, een gedeelte van hare zelfstandigheid geschonken heeft, welke de zelfstandigheid geworden is van de menschheid des Verlossers. Zelfs is Zij nog meer zijne Moeder dan eene gewone moeder het is van het kind, dat zij ter wereld brengt; want deze allerzuiverste Maagd heeft alleen medegewerkt aan de menschwording en de geboorte van Jezus Christus, die als mensch geen vader heeft gehad. Maria heeft Dengene gevoed, die voedsel schenkt aan al wat leeft.

ocr page 24

DE H, MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT GOD.

Maria is door haar goddelijk moederschap op de innigste wijze vereenigd met God den Zoon, die haar waarachtige Zoon wordt; en na de vereeniging van de menschelijke natuur met de goddelijke natuur in de eenheid van persoon, zooals zij heeft plaats gehad in Jezus Christus, is het onmogelijk, dat de menschelijke natuur zich nauwer met God verbinde dan door het goddelijk moederschap.

De waardigheid van Moeder van God overtreft dan alle mogelijke waardigheden; en in zekeren zin is zij oneindig, zooals de H. Thomas het leert (I qu. 25 a. 6), want de vrucht van dit goddelijk moederschap is waarlijk oneindig, namelijk God zelf; en in dit opzicht kan God niets meer doen, want niets is meer dan God; en daar men een boom kent aan zijne vruchten, berekene men, als het mogelijk is, naar den Zoon Gods, ook den Zoon geworden van Maria, welke de volmaaktheid heeft moeten zijn van zijne Moeder.

Maria, de Moeder van den Zoon Gods, is op de innigste wijze vereenigd met God den Vader. De Schepper heeft in geen enkel der schepselen, die Hem Vader noemen, zooveel macht in het werk gesteld, of zooveel gaven der natuur en der genade uitgestort als in Maria; Zij is zijne Dochter boven allen bemind, die in den tijd volgens zijne menschheid Dengene heeft voortgebracht, dien God de Vader als God heeft voortgebracht van alle eeuwigheid. Is Zij ook niet de Bruid van den H. Geest, daar het de H, Geest is, wien het Evangelie en 'de Kerk het geheim van liefde toeschrijven, dat plaats heeft gegrepen in Maria, toen Zij den \ er-losser der wereld heeft ontvangen? Het is derhalve geoorloofd te zeggen, dat er volgens het gezegde der H.H Vaders tusschen den drieëenigen God en Maria eene geheel eigenaardige verwantschap bestaat, eene meer verhevene en nadere dan eenig ander schepsel bereiken kan.

Men acht het hier beneden als een groot voorrecht, wanneer eene vrouw de dochter, de bruid en moeder is van

ocr page 25

DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT GOD, 2 1

koningen. Maar wat zijn die voorrechten van deze aarde, vergeleken bij de glorie van de Heilige Maagd, de Dochter, de Bruid en de Moeder van God! Om de grootheid van Maria te begrijpen, zou men moeten weten wat God is, de Koning der koningen, de Heerscher der heerschers. God voor wien de volkeren zijn als bestonden zij niet. Men zou het oneindige moeten begrijpen in glorie, in macht, in goedheid, in wijsheid, in rechtvaardigheid, in kennis, in alle volmaaktheden ; maar het verstand der engelen zelfs is niet bij machte God ten volle te begrijpen. Wie dan zal de grootheid van de Moeder van God kunnen begrijpen, behalve God zelf, die zich Maria tot Moeder heeft uitgekozen !

Iemand, die eene lofrede hield op Philippus, koning van Macedonië, zeide; „Om alles met één woord te zeggen: Philippus is de vader van Alexander den Grootequot;. Zoo ook kan alles, wat men van Maria zegt, deze lofspraak niet evenaren : Zij is de Moeder van God.

Uit hetgeen voorafgegaan is moet men besluiten, dat het goddelijk moederschap Maria rechten geeft op God zelf. Ongetwijfeld is God het onafhankelijk Wezen, en de Opperheer van alle schepselen en bijgevolg ook van Maria, die zich zijne nederige dienstmaagd noemde. Aan Hem alleen is elk wezen, zijne Moeder niet uitgezonderd, aanbidding verschuldigd. Maar feitelijk heeft Onze Heer gedurende zijn sterfelijk leven onderworpen willen zijn aan Maria. „O welk een mirakel, geheel onze bewondering waardig !quot; roept de H. Bernardus uit. ,,Dat God gehoorzaam is aan eene vrouw, dat is eene nederigheid zonder voorbeeld; en dat eene vrouw gebiedt over God, dat is eene verheffing zonder wedergaquot;. En is het dan niet betamelijk dat Jezus, de ware Zoon van Maria, in den hemel altijd de verlangens verhoort, van zijne Moeder ? De Heiligen vreezen ook niet de H. Maagd de Smeekende Almacht te noemen en te zeggen dat het gebed van Maria in zekeren zin gelijkt op een bevel. Salomon, koning geworden van een

ocr page 26

2 2 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT GOD.

ontelbaar volk, deed een troon oprichten naast den zijne; op dezen troon plaatste hij zijne moeder Bethsabeë, en hij zeide haar: „Vraag, moeder, alles wat gij wilt, het is mij niet geoorloofd uwe verzoeken af te wijzenquot;. Dat is de afbeelding van hetgeen onze Heer Jezus Christus gedaan heeft voor zijne Heilige Moeder. Het is de algemeene leer van de godgeleerden dat de gebeden van Maria bij God meer invloed hebben dan die van al de Engelen en al de Heiligen te zamen.

De rechten van Maria op den eerbied en de liefde van haar Zoon zijn nog minder te betwisten; het is volgens de wet der natuur dat de kinderen hen altijd beminnen en eerbiedigen, van wie zij het leven ontvingen. Door onze natuur aan te nemen heeft lt;le Zoon Gods zich onderworpen aan al de plichten, die daaruit voortvloeien; en door deze op volmaakte wijze te vervullen heeft Hij zich tot het volmaakt toonbeeld gesteld van alle deugden. Hij geeft derhalve aan Maria alle eer die aan zulk eene Moeder toekomt; Hij bemint Haar met eene grootere liefde dan alle Engelen en Heiligen te zamen. In het aanbiddelijke Hart van Jezus Christus is er, na de liefde die Hij heeft voor zijn hemelschen Vader, geene liefde gelijk aan die welke Hij Maria toedraagt.

O Maagd, zoo roept de Kerk uit, wat zijt Gij eenig en zonder wederga in het welbehagen dat onze Heer Jezus Christus in U schept!

ocr page 27

HOOFDSTUK II.

Wat JvIcTiriei is in Tjetrek:l-cing tot de sohepselen.

Ml

ÜMiï^ hebben in dit hoofdstuk te beschouwen vooreerst de betrekkingen van Maria tot de wereld in het algemeen en tot de Engelen in het bijzonder, en vervolgens vooral wat Zij is in betrekking tot de menschen.

Artikel I.

Wat Maria is in betrekking tot de schepselen in het algemeen en tot de Engelen in het bijzonder.

P) oor de Moeder te worden van den Schepper, zegt de H. Joannes Damascenus, is Maria geworden het verhevenste van alle schepselen ; en de H. Athanasius drukt nog beter dezelfde waarheid uit : Als Hij koning is die geboren is uit de H. Maagd, zegt hij, dan moet zijne Moeder in den waren en echten zin beschouwd worden als Koningin en Meesteres. Ook noemt de H. Kerk Maria de waardige Koningin der wereld, dat wil zeggen van al de schepselen. Wat den Heiligen Bernardinus van Sienne deed zeggen, dat er aan de

ocr page 28

24 DE H. MAAGD MARIA, DE KONINGIN DER WERELD.

■verheerlijkte Maagd zoovele schepselen ten dienste staan als er ten dienste staan aan de H. Drievuldigheid. Ook zien wij in alle eeuwen schitterende mirakelen, die geschieden door de aanroeping van Maria. Wanneer Maria, zooals de groote godgeleerde Suarez zegt, deze niet verricht door hare eigene macht, dan is het toch zeker dat Zij ze verkrijgt door gebed.

Maar wij moeten vooral beschouwen de betrekkingen van Maria met de Engelen en met de menschen.

Dat het goddelijk moederschap Maria heeft verheven boven alle Engelen, alle Aartsengelen, alle Seraphijnen en al de hemelgeesten, is eene waarheid van ons geloof, verklaard door het derde Concilie van Constantinopel, dat veroordeelt alwie niet belijdt dat Maria meer verheven is dan elk zichtbaar en onzichtbaar schepsel. Deze verheffing van Maria komt niet alleen door hare onvergelijkelijke waardigheid, maar ook door hare volmaaktheden en door hare verdiensten. Dit blijkt nog meer uit datgene wat wij later zullen zeggen.

Maria heerscht dus, als eene Koningin, over al de heerscharen der Engelen ; en wanneer God zich van de hoogste schepselen bedient voor de bestiering der lagere, kunnen wij dan niet besluiten dat Maria recht heeft niet alleen op de vereering, maar ook op de gehoorzaamheid van de Engelen ? Ook roept de Kerk de H. Maagd aan onder den titel van Koningin der Engelen. Een feit uit de kerkelijke geschiedenis, door Fleury verhaald, bevestigt wat wij zoo even zeiden.

Onder het pausschap van den H. Gregorius den Groote brak er te Rome eene hevige pest uit, een geesel, zoo vreeselijk als men nooit had gezien. lederen dag bezweken ontelbare personen van eiken leeftijd, van eiken stand; sommigen al niezende, anderen al geeuwende, en bijna allen zonder den tijd te hebben om tot inkeer te komen. Te vergeefs had de godvruchtige Opperpriester tot boete aangemaand, vastendagen voorgeschreven, openbare gebeden gestort. Eindelijk wendde

ocr page 29

DE H. MAAGD MARIA, DE KONINGIN DER WERELD. 25

hij zich geheel tot Maria, nam hare beeltenis door den Heiligen Lucas geschilderd en droeg deze in processie door de straten van Rome. En, o wonder ! nauwelijks was de schoone beeltenis van de Moeder Gods uit het heiligdom te voorschijn gekomen, of de ziekte hield oogenblikkelijk op, ontwijfelbaar een mirakel van God.

Op hetzelfde oogenblik zag men op den burg van Hadria-nus, sedert de Engelenburg genoemd, een engel in mensche-lijke gedaante een bloedigen degen in de scheede steken en men hoorde de hemelsche geesten het gezang van blijde erkentelijkheid ter eere van Maria aanstemmen: ,, Verheug U, Koningin des Hemels, alleluiaquot; waaraan de Opperpriester toevoegde: „Bid voor ons God, alleluia''' De Kerk heeft sedert dezen lofzang aangenomen om de Koningin des Hemels gedurende den paaschtijd, den tijd van hare vreugde, te begroeten.

Meer nog, de Engelen danken in een zeer waren zin aan Maria de bijzondere gaven en de vermeerdering van glorie, die zij ontvangen hebben bij gelegenheid van de menschwor-ding van den Zoon Gods; want Maria heeft het hare bijgedragen om aan de Engelen deze gaven en deze glorie te verschaffen, door hare toestemming in dit geheim, en door zich waardig te maken om uitgekozen te worden tot Moeder van God.

De talrijke godgeleerden, die meenen dat de Engelen geheiligd zijn met het oog op de verdiensten van Jezus Christus, gaan nog verder: zij zeggen dat de Engelen ifi denzelfden zin als de menschen aan Maria hunne heiligmaking en de volle glorie danken, die zij in den hemel genieten.

Na hetgeen wij gezegd hebben van het koningschap van Maria over de goede Engelen, is het gemakkelijk te gissen, welke hare macht is over den duivel.- Van af het begin dei-tijden heeft God voorzegd dat Zij den kop van het helsche serpent, dat is van Lucifer, den vorst der helsche geesten,

ocr page 30

26 de H. maagd maria, de koningin der wereld.

verpletteren zou. „De duivel,quot; zegt de H. Bernardus, „vertreden en verplet onder de voeten van Maria is gedwongen haar slaaf te zijn.quot; Maria is ontzagwekkend voor hem, als een leger in slagorde geschaard; en de H. Bonaventura verzekert ons, dat, evenals de dieren, die begunstigd door de duisternis rondom de huizen zwerven, wegvluchten zoodra de dageraad verschijnt, zoo ook de geesten der duisternis de vlucht nemen, zoodra Maria verschijnt. Niet alleen sidderen zij voor de H. Maagd, zoo voegt die Kerkleeraar er bij, maar de naam alleen van Maria doet hen vreezen. (H. Alphonsus, Heerlijkheden van Maria.)

De gelukzalige Grignon van Montfort geeft dezelfde gedachte terug op eene andere wijze: „God heeft,quot; zoo zegt hij, „slechts ééne vijandschap gesteld, maar eene onverzoenlijke, die duren zal tot het einde der eeuwen. Namelijk tusschen Maria zijne waardige Moeder en den duivel. Zoodat de vreeselijke vijand, die God gesteld heeft tegen Satan, is Maria. Hij heeft Haar zooveel haat ingestort tegen dien vervloekten vijand, zooveel schranderheid om de boosaardigheid van dat oude serpent te ontdekken, zooveel kracht om dien godde-loozen trotschaard te overwinnen, te vernederen en te verpletteren, dat hij Maria meer vreest dan al de Engelen en al de menschen.quot;

Artikel II.

Wat Maria is in betrekking tot de menschen.

Wij haasten ons te gaan zeggen wat Maria is voor ons. Is er wel iets, dat meer onze belangstelling gaande maakt? Dat Maria de Koningin is van de Heiligen in den hemel, dat is klaar door alles wat wij hierboven hebben ontvouwd. Ook roept haar de Kerk aan met deze woorden: Koningin der Patriarchen, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, ■ Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders_

ocr page 31

DE H. MAAGD MARIA IK BETREKKING TOT DE MENSCHEN. 27

Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen, bid voor ons. Met meer reden is Zij nog de Koningin der arme stervelingen, die nog strijden op aarde, en in het bijzonder van al de kinderen der Kerk. Men noemt Haar dan ook over de geheele wereld: „Onze Lieve Vrouw,quot; dat wil zeggen, onze Meesteres; en alle Heiligen hier beneden achtten het zich tot plicht en eer hare getrouwe dienaren te zijn.

Evenwel meer iroostend voor ons, arme ballingen, kinderen van Eva, die zuchten in dit dal van tranen, is het, dat Maria onze Moeder is, niet volgens de natuur, maar volgens de genade.

Zij is eigenlijk moeder die het leven schenkt. Welnu, er is een tweevoudig leven in ons; het natuurlijke leven, dat wij ontvingen van Eva, de eerste vrouw, en van onze moeder naar het vleesch. Dat leven gaat vergezeld van den dood onzer zielen, door de erfzonde afgescheiden van God, haar waarachtig leven. Maar er is ook een leven van genade, dat de Zaligmaker voor ons verdiend heeft door zijne geboorte, zijn lijden en dood. Dat leven maakt ons tot vrienden en kinderen van God en erfgenamen des hemels, terwijl wij, geboren tot het natuurlijk leven, kinderen waren van gramschap, veroordeeld om eeuwig gescheiden te zijn van God.

Jezus Christus is derhalve ons waarachtig leven, zooals Hij zichzelven noemt. Hij heeft het leven verdiend voor allen die gezeten zijn in de schaduw des doods; want Hij heeft zijn Bloed voor ons gestort en Hij is de Verlosser van allen. Nu dan, Maria is het, die Jezus, het Leven der menschen, aan allen geschonken heeft. Zij heeft zich waardig gemaakt zijne Moeder te zijn. Door hare gebeden en hare heiligheid heeft Zij op zekere wijze verdiend, dat de Zoon van God mensch werd en het uur van zijne komst verhaastte; Zij gaf hare toestemming tot de Menschwording, het leven aan onzen Verlosser. Zij is derhalve de Moeder van de geheele menschheid. Al de genaden der Verlossing zijn inderdaad door Maria tot

ocr page 32

28 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN.

alle menschen gekomen, tot de geloovigen en ongeloovigen, tot de zondaren en tot de rechtvaardigen, omdat door Maria de Bewerker der genade zelf gekomen is.

Ook noemt de H. Alphonsus haar de Moeder van al de vrijgekochte menschen. De ongelukkige heidenen echter zijn nog niet tot het goddelijk leven gekomen, dat aanvangt door het geloof, vermeerderd wordt door de hoop en volmaakt dooide liefde Gods. Maar alle geloovigen, alle kinderen der Kerk, die tenminste door het geloof in het goddelijk leven van Jezus deelen, hebben dien goddelijken Verlosser tot Hoofd, en tot Moeder de H. Maagd. De Kerk is inderdaad één lichaam, waarvan Jezus Christus het Hoofd is en waarvan wij de ledematen zijn.

„Dezelfde moeder,quot; zegt de gelukzalige Grignon van Mont-fort, „brengt niet ter wereld het hooid zonder de ledematen noch de ledematen zonder het hoofd. Zoo ook zijn in de orde der genade het hoofd en de ledematen geboren uit een zelfde moederquot;. Derhalve door Moeder te worden van Jezus Christus is Maria de Moeder geworden van alle geloovigen. Maar het is vooral op Cal var ië dat Zij ons in smarten gebaard heeft en dat haar goddelijke Zoon Haar ons tot Moeder geschonken heeft. Beschouwen wij eens dit tafereel zoo treffend en zoo verheven.

Het kruis is opgeheven tusschen hemel en aarde ; en Jezus, wreedaardig met handen en voeten daaraan vastgenageld, gaat het werk van de verlossing der wereld voltrekken. Zijne verschrikte leerlingen hebben de vlucht genomen ; en de Goddelijke Verlosser slaat een weinig de oogen op, door de smart en de ingetogenheid van zijn gebed gesloten ; en aan den voet van zijn kruis ziet Hij alleen zijne Moeder en den H. Joannes, den leerling, dien Hij onder allen bijzonder liefheeft; vervolgens wijst Hij met een enkel teeken van zijne oogen deze twee voorwerpen van zijne goddelijke teederheid elkander aan en zegt tot Maria: Vrouw, ziedaar uw Zoon, en daarna tot

ocr page 33

DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN. 29

den leerling : Zoon, ziedaar uwe Moeder. Welke woorden ! Het is een God die ze uitspreekt. Ontvangen wij ze met liefde en trachten wij er het geheim van te doordringen.

De H.H. Vaders, de Heiligen, de meest ervaren verklaarders van de H. Schriftuur zeggen ons dat de H. Joannes op Calvarië stond in de plaats van al de geloovigen. Het is de geheele Kerk, waarvan de H. Joannes een der steunpilaren wezen zal, die Jezus hier aantoont, door Zijne Moeder te wijzen op zijn bevoorrechten Apostel. Deze woorden beteekenen : Gij die de sterke vrouw zijt, van wie de Goddelijke Wijsheid spreekt, omdat gij mijne smarten komt deelen. Gij ziet allen, die in den loop der tijden in Mij gelooven zullen ; zij zullen allen uwe kinderen zijn ; Ik geef ze als zoodanig aan U. En gij, mijne kinderen, voor wie Ik ga sterven, zietdaar uwe Moeder ; Zij is de mijne; maar op dit oogenblik wordt Zij de uwe.

Men merke wel op, het goddelijk woord is niet zooals het menschelijk woord. De mensch spreekt ; maar zijn woord zelf heeft geene groote uitwerking. Er zijn er die veel zeggen en niet weten te handelen. Door aan een van zijns gelijken een taak toe te vertrouwen, geeft de mensch hem niet de hoedanigheden welke noodig zijn om ze te volbrengen. Maaibij God is het woord almachtig ; het werkt uit wat het be-teekent. Hij sprak en alles was geschapen. Hij roept de sterren, en zij antwoorden ; Hier zijn wij ! Een enkel woord heeft de wereld in het luchtruim geslingerd, en bevestigd op hare grondslagen.

Jezus Christus op Calvarië is het Woord, waardoor alles gemaakt is, en zonder Dat is er niets gemaakt. Wanneer Hij derhalve tot Maria zegt: „Ziedaar uwe kinderenquot; en Haar al de geloovigen aantoont ; en tot de geloovigen; „Zietdaar uwe Moederquot; en hun wijst op Maria, dan scheppen zijne woorden in het hart van Maria al de gevoelens, al de teederheid, al de grootmoedigheid van eene ware moeder ten opzichte van haar kinderen. Van af dit oogenblik wordt de Moeder van God

ocr page 34

30 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN.

onze Moeder; en de jeugdige Kerk, evenals de Kerk van alle eeuwen wendt zich tot Maria, noemt Haar Moeder ; en alle ware geloovigen verklaren Haar dat zij hare kinderen zijn.

Sedert dien tijd zijn wij geene weezen meer. Jezus verdient door zijn lijden dat wij genoemd worden en waarlijk zijn de kinderen van God, zijn hemelschen Vader, met Wien Hij ons verzoent ; wij kunnen met vertrouwen tot God zeggen : „Gij zijt mijn Vaderquot;. Dit was echter niet genoeg voor zijne liefde. Is in een huisgezin de moeder afwezig of vroegtijdig aan de kinderen ontrukt, dan blijft er eene ledige plaats, welke door niets kan worden aangevuld. God heeft de vrouw aan den huiselijken haard geplaatst, om door hare liefde en teederheid de band te zijn tusschen den vader en de kinderen, tusschen de kracht en de zwakheid.

De orde van de natuur is het beeld van de orde der genade. Het betaamt dat onze zielen, die God tot Vader hebben, ook een Moeder hebben; daarom heeft Jezus ons de zijne gegeven ; en wij kunnen ons tot Maria wenden en Haar zeggen: „Gij zijt mijne Moederquot;.

En nauwelijks is Maria bekleed met deze zending ten opzichte van ons, of Zij vervult er de verplichtingen van op de verhevenste, op de heldhaftigste wijze door toe te stemmen in den dood van haar goddelijken Zoon. De Heiligen en in het bijzonder de groote Kerkleeraar de H. Alphonsus de Liguori zeggen ons, dat de Zoon Gods niet wilde sterven zonder de toestemming te hebben van zijne Moeder. En Maria, die reeds hare toestemming had moeten geven tot het geheim der Menschwording, moest die ook geven voor het geheim der Verlossing.

Wie nu kan ons zeggen wat Haar dit offer van haar Jezus, van haar God, van haar Zoon kosten moest ? Welke teederheid dus, welke edelmoedigheid in Maria, onze ware Moeder! Wie dat niet erkent, er niet door getroffen wordt heeft geen geloof, geen hart. En Maria heeft, met Jezus op te offeren.

ocr page 35

DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN. 3 I

tegelijkertijd voor onze zaligheid, de onmetelijke droefheid die Zij gevoelde, aan God opgedragen; Zij offerde zichzelf op aan God, bereid om ook te sterven voor ons, indien het zijn wil geweest ware. Zij vereenigde alzoo hare verdiensten met de verdiensten van Jezus om voor ons de gratie en de zaligheid te verkrijgen ; en zoo baarde Zij ons in het lijden tot het goddelijk leven.

Daardoor is het dat Zij medegewerkt heeft tot onze verlossing, en onze Middelares geworden is. Onze eenige Verlosser, onze eenige Middelaar in den strengen zin is Hij, die door zijne verdiensten ons vrijgekocht heeft van de zonde en de verwerping, door zich te stellen tusschen God en de men-schen, om ze met den hemel te verzoenen. Het is eene waarheid van ons geloof dat deze eenige Verlosser en Middelaar is Jezus Christus, die aan zijn Vader een oneindigen prijs heeft aangeboden om ons vrij te koopen. Jezus is, in dezen strikten zin, alleen Verlosser en Middelaar; en Maria is vrijgekocht door Hem, en op eene uitnemende wijze, daar zij met het oog op de verdiensten van Jezus Christus is gevrijwaard van iedere smet. Maar daarom is het niet minderwaar, dat Zij door haar heilig leven, hare gebeden, wel niet in den strengen zin, maar toch in zekeren zin verdiend heeft dat de Verlosser der wereld ons uit Haar geboren werd, dat zij haren goddelijken Zoon op den Calvarieberg vrijwillig heeft opgeofferd voor het heil der wereld, dat Zij tot dat doel, gedurende haar sterfelijk leven, hare gebeden _en verdiensten aan God heeft opgedragen, dat Zij ons ook nu nog in den hemel helpt door hare machtige voorspraak als Middelares bij haren Goddelijken Zoon ; en dat Zij alzoo heeft medegewerkt, in zooverre een schgpsel dit kan, tot het werk van onze verlossing en tot ons heil.

Ons geloof leert ons dat de Heiligen voor ons bidden, en vooral de Koningin der Heiligen, onze Moeder, die door de de Kerk onze Voorspreekster wordt genoemd. Hare gebeden

ocr page 36

32 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN.

worden altijd verhoord om haar onmetelijken invloed bij God.

Toen Eustachius van St. Petrus en zijne zes gezellen zich met de sleutels van de stad Calais kwamen overgeven aan Eduard, koning van Engeland, wierp de vorst een vergramden blik op hen en gelastte dat men hen ter dood zou brengen. Doch de koningin wierp zich aan de voeten van haar gemaal en bezwoer hem met tranen, géén misbruik van zijn overwinning te maken. „O Mevrouw,quot; zeide hij,,,ik had liever dat gij elders waart. Gij dringt zoozeer aan, dat ik niet weerstaan kan. Ik schenk hun genade om uwentwilquot;. Hoe groot moet dan de invloed der Hemelkoningin niet zijn bij God !

Coriolanus woedend op Rome, zijne vaderstad, plaatste zich aan het hoofd van een vijandelijk leger, en kwam de stad belegeren, waar hij het eerste levenslicht had aanschouwd. Te vergeefs kwamen zijne medeburgers en zijne vrienden hem smeeken het beleg op te breken; maar toen Veturia, zijne moeder, zich smeekend tot hem wendde, was zijne wraakzucht ontwapend, en hij trok aanstonds af. „Welnu,quot; zegt de H. Alphonsus, na dit feit verhaald te hebben, ,,de beden der H. Maagd zijn veel krachtiger dan de beden van Veturia; zij zijn des te krachtiger omdat Jezus Christus meer erkentelijk is en zijne teedere Moeder meer bemint.quot; En hij voegt er bij, dat een enkele verzuchting van Maria meer waarde heeft bij God dan de gebeden van alle Heiligen te zamen.

Daarenboven om hare deelneming in het werk der Verlossing heeft God haar aangesteld tot uitdeelster van de genaden, die sedert die geheimvolle gebeurtenis over de zielen afvloeien. „God de Zoon,quot; zegt de gelukzalige Grignon van Montfort, „heeft aan zijne Moeder alles medegedeeld ,wat Hij door zijn leven en dood heeft verworven, zijne oneindige verdiensten en zijne bewonderenswaardige deugden. Hij heeft Haar de schat-bewaarster gemaakt van alles wat zijn Vader Hem tot erfdeel heeft geschonken. Door Haar past Hij zijne verdiensten toe

ocr page 37

DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN. 33

op Zijne ledematen en deelt Hij hun Zijne genaden mede, en geene enkele hemelsche gave is er aan de menschen geschonken, die niet door hare maagdelijke handen is gegaan. Want Gods wil is het, dat wij alles hebben door Maria. Ziedaar de gevoelens van de Kerk en de Heilige Vaders. De H. Alphon-sus en een groot getal andere Heilige Leeraren leeren dit en verdedigen deze leer, zoo verheerlijkend voor Maria en zoo vertroostend voor ons.

Wie zou durven wanhopen, die God tot Vader heeft, Jezus tot Verlosser en Middelaar, Maria tot Moeder en Voorspreekster, tot Middelares, tot Uitdeelster der genaden ? Dat de zondaar, al is hij nog zoo met zonden beladen, den moed niet verlieze. Als hij pogingen doet 0111 tot God terug te keeren en Zijne heilige Moeder aanroept, dan zal Maria voor hem barmhartigheid verwerven. Zij is de toevlucht der zondaren. Alexander de Groote zeide: „Eene enkele traan van mijne Moeder heeft vele doodvonnissen uitgewischt.quot; Dat de rechtvaardige zich verblijde; hij wordt op bijzondere wijze door Maria bemind, want hij leeft van het leven van Jezus, en het is Jezus, Wien Maria in hem bemint. Hij zal nog meer gerechtvaardigd worden, wanneer hij die heilige Moeder aanroept, die voor hem de deur des hemels wezen zal.

Dat de beproefde en gekwelde zielen den moed niet opgeven : zij hebben de teederste van alle moeders om haar te troosten en op te beuren, eene Moeder, welke de Kerk noemt de Troosteres der bedrukten en de Hulp der Christenen. Dat de zieken hopen; wanneer zij bidden tot Haar, die de Behoudenis der kranken is, dan zullen zij de gezondheid terugbekomen, wanneer deze nuttig is voor hunne zaligheid. Door Haar worden de lauwen opgewekt, Zij is de Moeder der schoone liefde; de zwakken worden ondersteund en beschermd, Zij is de Toren van David, van welke duizend schilden afhangen om ons te verdedigen. O Jezus, welke dankbaarheid zijn wij allen aan U verschuldigd, aan U, Die met Uw bloed en Uw leven

Di-: If. Maagd Maria. ^

ocr page 38

34 DE H. MAAGD MARIA IN BETREKKING TOT DE MENSCHEN.

ons allen Uwe Moeder geschonken hebt! O Maria, Gij zijt de fakkel die onze duisternissen verlicht, de dauw die onze beo-eerlijkheden uitdooft, de raad die onze twijfelingen wegneemt, het geneesmiddel dat onze wonden heelt, de balsem die onze pijnen verzacht, de troost die onze tranen opdroogt, de schat die onze armoede te gemoet komt, de haven voor hen die in gevaar zijn schipbreuk te lijden, de ladder die ons

ten hemel leidt!

ocr page 39

HOOFDSTUK III.

Wat Alaria i« in zicli zelf.

^loll vil L HUUlLlatLlK. lllUCLCll WIJ CClbt 111 UlCCLlC LlcKKcIl IlcC

leven schetsen van Maria en vervolgens de wondervolle

gaven aanwijzen van de natuur, van de genade en van de glorie, waarmede God Zijne Moeder heeft versierd.

Artikel I.

Het Leven van Maria.

'1^4. aria werd geboren, volgens eene eerbiedwaardige nieening, te Nazareth in Galilea, in het huis, dat de H. Joachim en de H. Anna bezaten, en dat zij als erfdeel achterlieten aan de H. Maagd. Het is daar waarschijnlijk, dat Anna moeder werd den 8sten December omtrent het jaar 4000 na de schepping der wereld, en zestien jaren vóór de christelijke tijdrekening. De Kerk viert de Onbevlekte Ontvangenis van Maria den 8sten December en hare Geboorte den 8sten September.

Deze feesten zijn van de meest dierbare aan de godsvrucht der Katholieken. Niets is zoo schoon als de algemeene ver-

ocr page 40

36 HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

lichting van sommige steden, van Lyon vooral, op den dag dat de Onbevlekte Ontvangenis van Maria wordt gevierd. Onverschillige christenen, somtijds zelfs ongeloovigen, nemen deel aan deze betuigingen van liefde voor de H. Maagd. De H. Kerk zelf zegt tot Maria: Uwe Geboorte, H. Maagd. Moeder van God, heeft vreugde gebracht over de geheele wereld.

Het is ongetwijfeld door eene openbaring van den hemel dat Joachim zijn gezegend kind Maria noemde. De naam van Maria wijst tegelijkertijd op de glorie, op de zending en op de onuitsprekelijke smarten van de H. Maagd. Hij beteekent inderdaad Meesteres en wij hebben gezegd, dat Maria is de Koningin van hemel en aarde. Hij beteekent ook Sterre dei-Zee. Is Maria niet inderdaad de zegenende Ster, die door haar liefelijke stralen ons geleidt door de golven van den onstui-migen oceaan der wereld naar de haven der gelukzalige eeuwigheid? Hij beteekent eindelijk Oceaan van bitterheid; want Maria is evenals Jezus alleen door het offer van Calvarie gekomen tot de glorie des hemels en de geheele vervulling van hare zending. Het is aan den voet van het kruis van Jezus, dat de Almachtige Haar vervuld heeft van bitterheid, en dat hare smart groot was als de zee. De Kerk viert den heiligen Naam van Maria op den Zondag in de octaaf van de Geboorte der H. Maagd.

Drie jaren lang ontving Maria onder het ouderlijke dak de zorgen van hare brave ouders en strekte hun tegelijkertijd tot bewondering en tot troost; maar de wereld, ook in de meest gunstige omstandigheden voor de deugd, was de grond niet waar deze vlekkelooze lelie in hare volle schoonheid moest ontluiken. Zij behoef: de schaduw van het heiligdom. Joachim en Anna hadden daarenboven, zooals eene overlevering het verhaalt, aan God beloofd, dat zij Hem geheel en al het kind zouden toewijden, dat het Hem behagen zou hun te schenken. Getrouw derhalve aan hunne belofte wilden zij Maria naar Jerusalem geleiden, zoodra Zij hunne zorgen kon ontberen.

ocr page 41

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

Niet alleen berustte Maria in het verlangen van hare ouders, maar Zij voorkwam hen zelfs door hun met aandrang te vragen, Haar naar den tempel te geleiden. Het was eene gewoonte bij de Joden een zeker getal jonge maagden in deze heilige plaats op te voeden onder de leiding van de priesters des Heeren. Men meent, dat Maria slechts drie jaren telde, toen Zij opgedragen werd in den tempel; en het is op den 21 November, dat de Kerk de gedachtenis vereeuwigt aan deze edelmoedigheid van den H. Joachim en de H. Anna en aan deze plechtigheid, waarmede Maria zich aan den Heer toewijdde. Nooit was er van af het begin der wereld een zoo rein offer aan God opgedragen.

De jonge maagden, die in den tempel woonden, verdeelden hunnen tijd in het gebed, het zingen van gewijde gezangen en het handwerk. In deze heilige bezigheden groeide Maria op in wijsheid en in jaren voor God en voor de menschen. Volgens eene oude overlevering, door Suarez aangehaald, wijdde Zij een groot gedeelte van den dag aan gewijde lectuur, aan gebed en overweging. De H. Ambrosius prijst, tegelijk met hare boetvaardigheid en haar vasten, haar ijver voor de heilige bedieningen Haar toevertrouwd.

Volgens eenige schrijvers was het tegen den leeftijd van twaalf jaren, dal Maria wees werd; Zij verloor eerst den H. Joachim en kort daarop de H. Anna, die beiden, om dichter bij hare beminde dochter te zijn, Nazareth verlaten hadden om zich te Jerusalem te vestigen. De dood van hare ouders moest Haar nog sterker hechten aan de liefde tot God alleen, aan Wien Zij hare jeugd en haar leven had toegewijd. Zij had geen ander verlangen dan altijd te blijven in de heilige schuilplaats, die haar genot uitmaakte; doch toen Zij het veertiende jaar bereikte, dachten er de priesters des Heeren over een steun te geven aan de Wees door Haar een echtgenoot te kiezen Harer waardig.

Zij weigerde eerst; immers aan God had Zij hare maagde-

37

ocr page 42

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

lijkheid toegewijd; maar toen Zij door openbaring de zeker heid had ontvangen dat hij, wien de hemel Haar als bruidegom bestemde, niet alleen hare belofte eerbiedigen zoude, maar zelfs de bewaker en de beschermer zoude wezen van hare maagdelijkheid, toen gehoorzaamde Zij en gaf Zij hare hand aan Jozef, die met Haar wedijverde in deugd en evenals Zij een nakomeling van David was. Den 23 Januari viert de Kerk deze engelachtige vereeniging, het verheven toonbeeld van de christelijke huwelijken. Moest Maria in de verschillende staten des levens hare kinderen niet leeren ze alle te heiligen? Paste het niet, dat Zij, die Moeder van God moest worden, niet beschuldigd werd van zonde, en dat geen enkel kwaad vermoeden rustte op Jezus, de gezegende vrucht van haren schoot?

Toen verliet Maria den tempel en ging zich met Jozef vestigen te Nazareth, in de kleine woning, die hare ouders Haar hadden achtergelaten. Naar dat nederig verblijf werd de Engel Gabriel door God zelf gezonden en daar begroette hij Haar met de woorden: Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met U Hij boodschapte Haar tegelijkertijd, dat Zij een Zoon zoude baren, Wien Zij den naam Jezus geven zou. Eerst aarzelde Maria, omdat Zij belofte van zuiverheid gedaan had. Doch zoodra de Engel Haar had verzekerd, dat haar goddelijk moederschap hare zuiverheid niet schaden zoude, berustte Zij in het woord van den Engel; en Zij sprak; Zie hier de dienstmaagd des fleer en, mij geschiede naar Uw woord.

Door deze toestemming van Maria werd in Haar het groote geheim der Menschwording voltrokken: „Maria ontving, door de werking van den H. Geest, en werd Moeder van God.quot; De Kerk viert dit geheim den 2Ssten Maart door het feest van Maria-Boodschap; en driemaal daags worden wij er aan herinnerd door het gelui van onze klokken, wanneer zij ons uitnoodigen tot het bidden van het Angelus.

38

ocr page 43

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

De Engel Gabriel had tegelijkertijd aan Maria medegedeeld, dat de heilige Elizabeth, hare nicht, moeder geworden was op reeds gevorderden leeftijd. De H. Elizabeth was de echtgenoote van den priester Zacharias, die, volgens sommigen, de voogd was geweest van de H. Maagd, na den dood van hare ouders. Maria vertrok naar het gebergte om hare nicht te bezoeken, om haar geluk te wenschen en haar bij te staan. In het huis van Zacharias gekomen, groette Maria Elizabeth, die, vervuld van den H. Geest, uitriep: „Van waar komt mij het geluk, dat de Moeder van mijn God zich gewaardigt mij te bezoeken ?quot; En Maria bracht de groote dingen in Haar vervuld aanstonds tot God terug en stemde den schoonen lofzang aan : Mijne ziel looft den Heer. En de H. Joannes de Doo-per, bestemd om de voorlooper van Jezus te zijn, sprong op en werd geheiligd in den schoot zijner moeder. Maria bleef drie maanden bij hare nicht, waarschijnlijk tot na de geboorte van den H. Joannes den Dooper. Den 2den Juli viert de H. Kerk het feest der Bezoeking van Maria.

Toen Maria te Nazareth was teruggekeerd, werd de H. Jozef, door de nederigheid van Maria nog onkundig gelaten van het geheim der Menschwording, weldra deswege onderricht door een Engel. En de twee heilige echtelieden leefden in gebed en heilige geestverrukking in afwachting van den beloofden Verlosser, toen het bevelschrift van keizer Augustus kwam, dat al de onderdanen van het Romeinsche rijk verplichtte hun naam te laten inschrijven in hunne vaderstad. De scepter was inderdaad ontnomen aan den stam van Juda: en Judea was schatplichtig geworden aan de Romeinen. Het was bijgevolg het tijdstip door de Profeten aangewezen voor de komst van den Messias. Jozef moest dan vertrekken met zijne echtgenoote om zich te laten inschrijven in het kleine stadje van Juda met name Bethlehem.

Toen zij daar aangekomen waren, zochten zij te vergeefs eene plaats in de herberg, en waren verplicht hun intrek te

39

ocr page 44
ocr page 45

HËT LEVEN VAN ]gt;E H, MAAGD MARIA.

nemen in een grot, die diende tot stal. Daar was het dat de H. Maagd, aangewezen door den profeet Isaïas, zonder letsel en zonder smart ter wereld bracht den lang Verwachte der volken. Dien Zij in doeken wikkelde en nederlegde in eene kribbe. De Kerk viert op den 25sten December door het Hoogfeest van Kerstmis de geboorte van onzen Heer Jezus Christus. De Engelen haastten zich aan de menschen Dengene aan te kondigen, Die Zijne glorie verborg om hen te verlossen. Toen de herders deze blijde tijding vernamen, verlieten zij hunne kudde en waren de eersten, die het goddelijk Kind kwamen aanbidden. Acht dagen later zal de kleine Jezus de eerste druppelen storten van het Bloed, dat ons moest vrijkoopen. Het feest van den isten Januari roept ons de herinnering aan dit geheim in het geheugen. Op dien dag ontving Hij den Naam, dien Hem een Engel uit den hemel had gebracht; en Hij werd Jezus genoemd, dat wil zeggen Verlosser. Met welke teederheid moet de H. Maagd dien gezegenden Naam hebben uitgesproken!

Kort daarop werden de Wijzen uit het Oosten heengeleid naar Bethlehem door den glans van eene wonderbare ster, voorspeld door den profeet Balaam, en zij aanbaden het Kind Jezus en boden Het hunne geschenken aan : goud, als aan een koning; wierook, als aan hun God; myrrhe, als aan een mensch onderworpen aan het lijden. Groot was de vreugde van Maria, toen Zij tot Jezus, den Verlosser van allen, komen zag, eerst de armen, dan de rijken; eerst de joden en vervolgens de heidenen. Het is op den 6en Januari, dat de Kerk het feest viert van Epiphanie of de openbaring, welke Jezus deed van Zijne godheid aan de heidenen in den persoon van de drie koningen.

Weldra kwam het oogenbiik, dat, volgens de wet van Mo-zes, eene vrouw voor den eersten keer moeder geworden, zich naar den tempel moest begeven voor de plechtigheden van de zuivering en de opdracht van haar pasgeborene aan den

41

ocr page 46

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

Heer. De wet der zuivering, wel is waar, was niet voor Maria, wier goddelijk moederschap reiner was geweest dan de stralen der zon ; maar dit geheim was nog onbekend, en het uur was niet gekomen om het te openbaren. Eene ongehoorzaamheid aan de wet zou een slecht voorbeeld gegeven hebben. Maria gehoorzaamde dus gaarne, en achtte zich gelukkig vernederd te worden met de gewone vrouwen. Zij begeeft zich dan naar den tempel met den H. Jozef, en Zij offert voor zich zelve twee tortelduiven, het offer van den arme en wijdt aan God haar goddelijk Kind, het slachtoffer, dat God bereid heeft voor de zonden der wereld. Het kon Maria niet onbekend wezen ; en daarenboven de grijsaard Simeon, dien Zij in den tempel ontmoet, erkent door eene goddelijke openbaring verlicht, in Jezus den Messias, den Verlosser, Dien hij verbeidde. Hij neemt het goddelijk Kind in zijne armen en roept uit: Nu laat gij, o Heer, Uw dienaar in vrede gaan, wani mijne oogen hebben Uw heil gezien ! Vervolgens wendt hij zich tot de heilige Moeder en zegt: Een zwaard vari droefheid zal door uwe ziel gaan. En Maria, deze voorspelling, die hare eerste smart was, met zich dragende, verliet Jerusalem met haar goddelijk Kind en den H. Jozef; en zij keerden terug naar Nazareth.

Den 2den Februari vieren wij het feest van de Zuivering van Maria en van de Opdracht van Jezus in den tempel.

Nauwelijks was het heilig Huisgezin te Nazareth teruggekeerd, of de H. Jozef werd door een Engel verwittigd van de gevaren, die het goddelijk Kind bedreigden. Koning Herodes had de drie Wijzen gezien bij hunne aankomst in Judea : hij had van hen vernomen, dat zij den pas geboren Koning der Joden gingen aanbidden, en vreezende, dat hij onttroond zoude worden door den Pasgeborene, Dien hij tevergeefs zocht op te sporen, had hij het besluit genomen te Bethlehem en in den geheelen omtrek al de kinderen beneden de twee jaren om het leven te brengen.

42

ocr page 47

HËT LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

Zoo zien wij dan Jozef en Maria, God alleen weet, hoe smartelijk hun dit viel, den weg inslaan der ballingschap naar Egypte, met zich dragende hun Jezus, hun eenigen schat, om Hem te onttrekken aan de woede van den dwingeland. Zij bleven in Egypte minstens vier jaren. Men meent, dat zij zich vestigden in den omtrek van Cairo; en men kan bij die stad eene kerk vinden met eene onderaardsche begraafplaats, welke volgens de overlevering het verblijf moet geweest zijn van het H. Huisgezin. Deze kerk, thans gebruikt dooide schismatieke Kopten, werd vroeger bediend door de Franciscanen.

Toen Herodes gestorven was, verwittigde de Engel weder den H. Jozef, dat er niets meer te vreezen was voor het leven van Jezus ; en Jozef bracht de H. Maagd met haar goddelij-ken Zoon naar Nazareth terug.

Dat Kind van zegening groeide intusschen op en nam toe in kracht. Het was, zooals het Evangelie zegt, vol wijsheid en de gratie van God was in Hem. Zijne ouders gingen ieder jaar naar Jerusalem om het Paaschfeest te vieren. Op een van deze reizen bleef Jezus, die zijn twaalfde jaar had bereikt, te Jerusalem, en Zijne ouders, die meenden, dat Hij met hunne kennissen vertrokken was, begaven zich op weg om terug te keeren naar Nazareth. Zij zochten Hem een geheelen dag en, daar zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jerusalem. Dat is de derde smart van Maria.

Wie zal ons zeggen, welke angsten die teedere Moeder uitstond bij het verlies van haren Zoon, die alles voor Haarwas: Gelukkig vond Zij Hem in den tempel en Zij kwam met Hem en den H. Jozef naar Nazareth, waar Jezus hun onderdanig was, en toenam in wijsheid, in jaren en behagelijkheid bij God en bij de menschen. Dit weten wij uit het Evangelie. Jozef en Maria bidden en werken in hunne nederige woning' (Jozef was een eenvoudige timmerman), Je/.us bidt en werkt met hen. Welke vrede, welke hemelsche vreugde in dat

43

ocr page 48

44 HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

bescheiden huisje, dat men thans in Lorette vereert, waar de Engelen het hebben overgebracht om het te onttrekken aan de ongeloovigen !

Daar is geene wederspannigheid ; Hij, Die het heelal bestuurt, geeft zelf het voorbeeld van gehoorzaamheid. Dat heilige huisgezin was, zegt de geleerde Cornelius a Lapide, het levende beeld van de Heilige Drievuldigheid. De hemel benijdde de aarde hare drie bewoners, inderdaad meer den hemel dan de aarde waardig. Onder hen heerschte de volmaaktste eendracht, de teederste liefde, de eerbied, de nederigheid, de godsvrucht, de dienstvaardigheid. Daar was verbannen niet alleen alle twist, maar ook de geringste schijn van alle kwaad. Gelukkig de huisgezinnen, die zich vormen naar zulk een voorbèeld!

De dood van den H. jozef, die, zooals men algemeen gelooft, voorviel, voordat de Zaligmaker Zijne prediking begon, kwam het hart van de heilige Maagd met bitterheid vervullen ; maar Zij vond toch in haar geloof eene verlichting voor hare smart; Jozef was gestorven in de armen van Jezus!

Op Zijn dertigste jaar verliet de Zaligmaker Nazareth om Zijn openbaar leven te beginnen. Het was op het verzoek van Zijne Moeder, dat Hij Zijn eerste wonder verrichtte, door water in wijn te veranderen op de bruiloft te Cana in Galilea. Beiden gingen toen naar Capharnaum, bij het meer van Tiberias, welke stad de hoofdzetel werd van de prediking des Zaligmakers. Met allen grond mogen wij veronderstellen, dat Maria, die Jozef niet meer bezat en voor wie Jezus de eenige troost was, niet lang van Hem wilde scheiden en Hem dikwijls vergezelde met de heilige vrouwen, die Hem volgens de gewoonte der Joden hunnen dienst bewezen. De oude H.H. Vaders verzekeren, dat Zij het Doopsel ontving uit de handen van den Zaligmaker zelf, voorzeker niet om in Haar de erfzonde weg te nemen, waarvan Zij bevrijd was gebleven, maar

ocr page 49

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA. 45

om het merkteeken te ontvangen van de kinderen van God en van de H. Kerk.

Zij deelde derhalve de vreugde en de droefheid van haar Zoon, voedde zich met Zijne goddelijke woorden met meer liefde nog dan Magdalena, en voorzag in Zijne behoeften. In de dagen van Zijn lijden, toen al Zijne leerlingen Hem verlieten, ontmoette Zij Hem op den weg naar Calvarië en -tond aan den voet van het kruis. De laatste druppelen vair Zijn Bloed, Zijne laatste woorden en Zijn laatsten zucht ving Zij op. Zij verliet Zijn stoffelijk overblijfsel niet, voordat men het had afgenomen van het kruis en in hare armen had neergelegd. Met welke liefde heeft Zij met kussen overladen het gelaat van den Heiland, verscheurd door de wreede doornen. Zijne handen en Zijne voeten, waaraan de nagels der beulen zoo pijnlijke wonden hadden toegebracht 1 En het graf, dat het lichaam van den Zaligmaker besloot, besloot ook het hart van Zijne Moeder.

Het is ongetwijfeld aan Maria, dat de Heiland zich aanstonds na Zijne Verrijzenis vertoonde. Maria was getuige van Zijne Hemelvaart, en ontving met de Apostelen en de leerlingen den laatsten zegen van haar goddelijken Zoon : vervolgens trok Zij zich met hen terug in de eetzaal, waar Zij met hen den H. Geest ontving.

Daarna bleef Zij bij den H. Joannes, den maagdelijken leerling, en woonde in zijn huis eerst te Jerusalem en later te Ephese. Zij was de troost, het licht, de gids der Apostelen en der eerste geloovigen in die tijden van vervolging. En het lijdt geen twijfel, of Zij heeft aan den H. Joannes eenige van de goddelijke geheimen geopenbaard, die hij in zijne gewijde geschriften heeft verhaald, en de H. Lucas moet van Haar de geheimen van de kindsheid van onzen Zaligmaker vernomen hebben. Zij verlangde echter in den hemel ver-eenigd te worden met Hem, Dien Zij alleen liefhad ; en daar het vuur van haar verlangen en van hare liefde niet besloten

ocr page 50

HET LEVEN VAN DE H. MAAGD MARIA.

kon worden in een sterfelijk lichaam, veroorzaakte dit haar zaligen dood, welke volgens de overlevering plaats had te Jerusalem in een huis in de nabijheid van de eetzaal.

Volgens een brief van den H. Dionysius den Areopagiet, leerling van tien H. Paulus, van welken brief de hedendaag-sche geschiedenis de echtheid erkent, waren bijna al de Apostelen op dat oogenblik bij Haar vergaderd en stonden Haar bij in hare laatste oogenblikken. Na haar zalig overlijden, verheerlijkten zij Haar en begroeven zelf haar eerbiedwaardig overschot. Maria was volgens eene gegronde meening twee en zeventig jaren oud, toen Zij deze aarde verliet om in den hemel weder vereenigd te worden met haar welbeminden Zoon.

Volgens de zekere overlevering van de H.H. Kerkvaders, en de getuigenis van Juvenalis, patriarch van Jerusalem, hoorde men drie dagen lang hemelsche gezangen rondom het verheerlijkte graf van de H. Maagd. Kort daarop, zooals de H. Joannes Damascenus verhaalt, kwam de heilige Apostel Thomas, die niet bij de anderen was op het oogenblik dat Maria in den Heer ontsliep, te Jerusalem en wilde nog eens het maagdelijke lichaam zien, dat den Maker des levens had gedragen. Men bracht hem bij het graf en men opende het in zijne tegenwoordigheid ; maar er was niets meer dan de doeken, waarin men het gewikkeld had, welke een zeer aange-namen geur verspreidden.

De geloovigen sloten het graf, overtuigd, dat God niet gewild had, dat het geheiligde lichaam van Maria ten prooi werd aan de ontbinding, maar het tot het leven had opgewekt en ten hemel opgenomen. Dat is ook de leer der katholieke Kerk, die de Hemelvaart van Maria feestelijk her-, denkt op den 15 Augustus.

Na dit korte verhaal van het leven van de H. Maagd blijft ons over te spreken over de gaven, waarmede de Heer Zijne heilige Moeder had versierd. Geheel de glorie van deze dochter

46

ocr page 51

wonderbare gaven van de h. maagd maria. 47

van den Koning des hemels is inwendig. Trachten wij ze te ontdekken.

Artikel II.

Wonderbare Gaven aan Maria geschonken.

M-||^aria altijd Maagd is inderdaad een groot mirakel, zegt de H. Joannes Chrysostomus ; heeft men ooit iets zoo grootsch, zoo roemwaardig ontmoet ? Zal de toekomst iets dergelijks te aanschouwen geven ? Zij heeft èn den hemel èn de aarde in grootheid overtroffen. Wat is er heiliger dan Zij? Voorzeker, onder de schepselen, zichtbare of onzichtbare, kan er niets verhevener, niets voortreffelijker zijn.quot;

En de groote paus Pius IX, roemvoller gedachtenis, gaat nog verder in zijn bulle, waarin hij de Onbevlekte Ontvangenis van Maria uitspreekt: God, zoo zegt hij, heeft Maria overladen met een overvloed van hemelsche gaven, geput uit de schatten van Zijne Godheid, veel meer dan al de hemelsche geesten en al de Heiligen, zoodat deze Maagd, geheel schoon en volmaakt, in zich zulk eene volheid van onschuld en heiligheid vertoonde, dat er na die van God geene grootere is, en ook niemand anders dan God die begrijpen kan.

Na zoo gewichtige woorden vernomen te hebben van de lippen van Jezus' Plaatsbekleeder, den tolk der goddelijke Waarheid op aarde, is het gemakkelijk de woorden der godgeleerden te begrijpen, die algemeen zeggen, dat, wanneer men slechts aan Maria niet toeschrijve, wat niet overeenkomt met een schepsel, noch de volmaaktheden, die alleen aan God toekomen, noch de vereeniging met de godheid in de eenheid des persoons, wat het voorrecht is van onzen Heer Jezus Christus, men geen gevaar loopt in overdrijving te vervallen.

Men kan Haar derhalve, zonder vrees voor dwaling, al de gaven der natuur, der genade, en der glorie toeschrijven, welke God aan al de schepselen geschonken heeft. Want het is

ocr page 52

4S DE EERSTE GR.VTIËM VAN DE H. MAAGD MARIA.

geene godvruchtige meening te denken, dat de Heer, die zoo mild is met Zijne gaven tegenover de nietigste wezens, voortgekomen uit Zijne handen, zich karig zoude getoond hebben ten opzichte van Zijne heilige Moeder, ten opzichte van de Koningin van hemel en aarde.

Maar beschouwen wij in het bijzonder de ongemeene gunsten, waarmeê Maria overladen is, en om het ordelijk te doen zullen wij ten iste bespreken de eerste gratiën van Maria ; ten 2de de vermeerdering van hare heiligmaking en hare verdiensten ; ten 3de hare deugden ; ten 4de hare glorie in den hemel.

§ I. De Eerste Gratiën van Maria.

]7)e eerste gratie, welke Maria ontvangen heeft, is de Onbe-vlekte Ontvangenis. Men weet en gevoelt het, tengevolge der zonde van onzen eersten vader, worden alle kinderen van Adam geboren in de ongenade van God en bevlekt met de erfzonde. Dat is eene waarheid van het geloof; doch die wet der vervloeking is niet gesteld voor U, o Maria, maar voor alle anderen. Ongetwijfeld moest Maria als dochter van Adam het lot deelen van de' geheele nakomelingschap der eerste schuldige vrouw ; maar van den anderen kant betaamde het niet, dat de almachtige God Haar, die Zijne woontente wezen moest, niet vrijwaarde van die smet.

Kon de Koningin der Engelen bij hare intrede in het leven minder rein zijn dan de Engelen ? Moest men den duivel het recht laten de Moeder van God te beleedigen, door Haar te herinneren, dat Zij eens zijn juk gedragen had ? . . . . Voorzeker neen. Toen God bepaalde, dat Hij zich eene Moeder koos, bepaalde Hij ook, dat Hij met Zijn almachtigen arm den algemeenen vloed des verderfs weerhouden zou, welke geen letsel mocht brengen aan de reinheid van Zijne Moeder. Wanneer de H. Geest reeds van verre Zijne Bruid, welke Hij

ocr page 53

DE EERSTE GRATIËN VAN DE H. MAAGD MARIA. 49

zoozeer lief heeft, begroet, roept Hij in verrukking uit: Gij zijl geheel schoon, 0 mijne welbeminde, en geen enkele vlek is cr in U. Gij zijl onder de andere dochicrs van Eva als de lelie te midden van de doornen ; uwe schoonheid is gelijk aan die van de maan ; uw luister aan die van de zon /

Maria is ontvangen, doch zonder vlek. Ziedaar het geloof der Kerk. De H.H. Vaders hebben om strijd dit voorrecht geprezen. Zij hebben Maria genoemd zeer rein, zeer onberispelijk, zeer onbevlekt, schooner dan de Seraphijnen. De Kerk heeft sedert vele eeuwen de Onbevlekte Ontvangenis feestelijk herdacht, en Pius IX, gehoor gevende aan het verlangen dei-Bisschoppen en der ware geloovigen, omringd door een groot getal zijner broeders in het Episcopaat, heeft den Ssten December 1854 deze onfeilbare uitspraak gedaan : „Krachtens het gezag van onzen Heer Jezus Christus, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en het onze verklaren, verkondigen en bepalen wij ; de leer, welke inhoudt, dat de allerheiligste Maagd Maria van het eerste oogenblik harer ontvangenis, door eene bijzondere genade en een bijzonder voorrecht van den Almachtigen God, ziende op de verdiensten van Jezus Christus, den Verlosser der menschheid, van alle vlek der erfschuld gevrijwaard is, is door God geopenbaard en moet derhalve door alle geloovigen vast en onwrikbaar geloofd worden.quot;

Men weet met welke geestdrift deze uitspraak werd ontvangen door geheel het geloovige volk. Overal zag men verlichting ; triomfbogen rezen op en vreugdezangen werden aangeheven. En wat wonder, als de Muzelmannen zelfs de Onbevlekte Ontvangenis van Maria gelooven en vereeren!

Maria is onbevlekt in hare Ontvangenis. Welke glorie! Dat voorrecht is eenig. Eva, de eerste maagd, was ook met de gratie bekleed bij hare intrede in het leven, maar zij had het ongeluk ze te verliezen. Jeremias en de H. Joannes de Dooper werden reeds vóór hunne geboorte geheiligd, maar

De H. Maagd Maria. « 4

ocr page 54

50 DE EERSTE GRATIËN VAN DE H. MAAGD MARIA.

toch ontvangen in de zonde; Maria alleen, rein van af het eerste oogenblik van haar bestaan, was het tot aan het einde en zal het zijn in eeuwigheid. Zoo is Zij het volmaakte beeld van God, die eeuwig heilig is.

De heiligmakende gratie was derhalve door den H. Geest aan Maria geschonken, van af het eerste oogenblik van haar bestaan. Maar welke was deze gratie ? Zij moest zoodanig zijn, dat zij geschikt was om Haar voor te bereiden tot de waardigheid van Moeder Gods; want, zooals de H. Thomas leert, aan iedereen wordt de gratie gegeven volgens den aard van den werkkring, waartoe hij geroepen is. Het algemeen gevoelen van de godgeleerden, zooals de H. Alphonsus zegt, leert ons, dat de gratie van Maria de gratie van al de Engelen en al de Heiligen te zamen overtroffen heeft; en de heilige Leeraar voegt er bij: Het is eene zeer gegronde meening. dat deze gratie zoodanig geweest is van af de Ontvangenis der Heilige Maagd.

De grondslagen van Maria's heiligheid liggen derhalve op de bergen, dat is hooger dan het toppunt van heiligheid, dat de rechtvaardigen na een leven vol van verdiensten bereiken. Men moet inderdaad hare gratie afmeten naar den aard der zending, die Zij te vervullen had. Welnu, welk een overvloed van genaden vorderde niet haar goddelijk moederschap ? En daarbij, om middelares te zijn van alle menschen, moest Zij ook meer gratiën hebben dan zij allen te zamen. „Hoe zoude Zij anders ten beste hebben kunnen spreken voor alle menschen ? Opdat een voorspreker van een vorst genade kunne verwerven voor al zijne onderdanen, is het volstrekt noodig, dat hij door hem meer bemind worde dan zij allen.quot; (Lig. over de Geboorte.)

Deze gratie bewaarde Maria gedurende den geheelen loop van haar leven voor alle dadelijke zonde. Het geloof leert ons, dat de Heilige Maagd nooit een dagelijksche zonde heeft bedreven. Eene bijzondere voorzienigheid van God, die alle

ocr page 55

DE EERSTE GRATIËN VAN DE H. MAAGD MARIA. 51

gelegenheden van zonden van Haar verwijderd hield, eene inwendige en krachtdadige genade, die haar wil versterkte, reeds van nature zoo rechtschapen, bevestigden Haar in de vriendschap van God en maakten het Haar onmogelijk te zondigen, niet volstrekt onmogelijk, want ieder schepsel kan een misslag begaan; maar het was zedelijk onmogelijk, dat Zij eene fout bedreef, zoo groot waren de liefde, die Zij haren God toedroeg, en de waakzaamheid, waarmede de goede God het hart van Zijne beminde Dochter, Zijne Bruid en Zijne Moeder bewaarde en krachtdadig ondersteunde.

Voegen wij hierbij, dat Maria bevrijd was van de kwade neiging der driften. Het vuur der begeerlijkheid, de vrucht van de erfzonde, was in Haar uitgedoofd ; van af hare Onbevlekte Ontvangenis had Zij het volmaakte gebruik van de rede en had Zij eene zoo heldere kennis van God, dat Zij zich nauw aan Hem verbond ; daarenboven was Zij, volgens het gevoelen van eenige Heiligen, geheel vrij van de bekoringen des duivels. Verscheidene Engelen waren belast met de taak Haar bij te staan, zooals verschillende schrijvers leeren en met name de H. Thomas, aartsbisschop van Valencia, wiens woorden men las in het oude officie van de Onbevlekte Ontvangenis. Men verklaart zich derhalve gemakkelijk de leer der H. Kerk, die altijd heeft geloofd, dat Maria nooit zelfs geene kleine fout bedreven heeft. Men verklaart zich ook de leer van de godgeleerden, die zeggen, dat Zij niet zondigen kon.

Evenwel dat volmaakte gebruik der rede, die neiging van Maria's wil ten goede, die overvloed van gratie en goddelij-ken bijstand, die wondervolle beveiliging en bescherming, waarvan Zij het voorwerp was, schaadden geenszins aan de volmaakte vrijheid van Maria. De heilige Maagd kon derhalve verdiensten verwerven, en wij zullen later zien in welke mate.

Stellen wij ons tevreden met nu reeds op te merken, wat Maria moet geweest zijn, toen Zij ter wereld kwam, als Zij

ocr page 56

52 DE EERSTE GRATIËN VAN DE H. MAAGD MARIA.

reeds zoovele gaven bezat bij hare Ontvangenis. De Kerk heeft reden om te zingen; Uwe geboorte, o Maagd en Moeder van God, heeft vreugde gebracht over de geheele wereld / Wat bewonderenswaardig Kind ! De Engelen des hemels bogen zich over de wieg neder om Het te beschouwen. Het lichaam was van ziekte gevrijwaard en van verrukkelijke schoonheid ; het gelaat was, volgens de getuigenis van den H. Epiphanes door Nicephorus aangehaald, volmaakt gelijkend op het gelaat, dat onze Heer Jesus Christus later hebben zou. Maar Zij is ook de Bruid van het gewijde gezang, tot wie de goddelijke Bruidegom zegt: Toon mij mv gelaat, en dat uwe stem mij in de ooren klinke; want uwe stem is zacht en uw gelaat is schoon.

Die kinderlijke schoonheid ontwikkelde zich nog met de jaren ; en een brief van den H. Dionysius, die de H. Maagd bezocht had, leert ons, dat, als die heilige niet verlicht ware geweest door het geloof, toen hij Haar zag, hij Haar voor eene godheid zoude hebben gehouden; zooveel behagelijkheid lag er in haar persoon. En die schoonheid van Maria, zegt de H. Ambrosius, stortte in allen de liefde voor de maagdelijkheid. Het waren enkel de stralen der zuiverheid van hare ziel.

„Het lijdt geen twijfel,quot; zegt de H. Thomas, „of Maria ontving, in hare heiliging, op eene uitmuntende wijze, de gaaf van wijsheid, de gaaf van wonderen en voorzegging.quot; Wanneer Zij geen gebruik maakte van de gaven der mirakelen tijdens het leven van den Zaligmaker, dan was het, opdat alle harten zich zouden wenden tot Jezus. Maar de overlevering leert ons, dat Maria, bij haar leven, in Spanje verscheen aan den heiligen Apostel Jacobus ; en dat is de oorsprong van de beroemde bedevaart van O. L. V. ter Stijl. En inderdaad, op een kolom was het, dat Maria aan dezen Apostel verscheen. De H. Maagd had, volgens getuigenis van Suarez, de gaaf der talen vóór de nederdaling van den H. Geest over de

ocr page 57

DE VERMEERDERING VAN DE GRATIE IN MARIA.

Apostelen ; en te Bethlehem kon Zij spreken met de koningen, die uit het Oosten gekomen waren naar de kribbe van Jezus.

En hoe wondervolle voorzegging was het niet, toen Maria deze woorden uitsprak: Zie, alle geslachten zullen mij zalig noemen. Zij had ook de gave der wetenschappen en de H.H. Vaders noemen Haar de Leermeesteres der Apostelen. Niemand heeft de goddelijke zaken zoo volmaakt gekend als Maria. Eenige godgeleerden zeggen zelfs, dat Zij gedurende haar leven bijwijlen bevoorrecht werd met de gelukzalige aanschouwing, dat wil zeggen, dat haar verstand bij tusschenpoozen het wezen van God aanschouwde, evenals de Gelukzaligen in den hemel.

§ II. De Vermeerdering der Gratie in Maria.

'Green enkele godgeleerde heeft durven meenen, dat de gratie van Maria van af hare Ontvangenis tot haar goddelijk moederschap niet zoude vermeerderd zijn; maar sommigen hebben gemeend, dat na de Menschwording de maat van heiligheid, die God voor Haar bestemde, haar toppunt had bereikt, zoodat zij sedert geene vermeerdering ontving. Een groot getal echter en met meer reden zegt, dat Maria, evenals het licht van de zon, dat van af hare opkomst schijnt, maar zich altijd blijft ontwikkelen tot aan den middag, toegenomen is in heiligheid tot hare kroning in den hemel.

Zij ontving eene wonderbare vermeerdering van gratiën, toen de Zoon Gods mensch werd in haren schoot door de kracht van den H. Geest; want, volgens de leer van den H. Thomas, hoe meer een wezen zijn oorsprong nadert, des te meer deelt het in de kracht daarvan. Zoo ook hoe meer men het vuur nadert, des te meer wordt men verwarmd, hoe meer men het licht nadert, des te meer wordt men verlicht: welnu, Jezus is de oorsprong en de bron van alle gratie. En kon

53

ocr page 58

54 de vermeerdering van de gratie in maria.

Maria Hem meer nabij komen dan door Zijne Moeder te worden, door Hem haar bloed mede te deelen, door Hem te dragen in haar maagdelijken schoot ? O wat overvloed van hemelsche gaven stortte niet van het Hart van Jezus over in het Hart van Maria gedurende de negen maanden, die Hij doorbracht in die levende woontente! En bleef Maria na de geboorte van Jezus niet op de innigste wijze met Hem ver-eenigd, door Hem te voeden met haar melk, Hem aan haar Hart te drukken, door niet van Hem te scheiden, zelfs niet op den berg van Calvarie ? Zij heeft derhalve de schoonste vruchten van de Verlossing van Jezus ingezameld; Zij heeft derhalve overvloedig geput uit de goddelijke bron der genade.

Daarenboven is de gratie van Maria vermeerderd door hare eigene verdiensten. En veel volmaakter is het zich te heiligen door zijne eigene verdiensten dan op eene andere wijze. God heeft derhalve deze volmaaktheid aan zijne Moeder niet geweigerd. Hooren wij hierover den gelukzaligen Grignon van Montfort; ,,De meening van Maria, zoo zegt hij, is zoo zuiver geweest, dat Zij aan God meer glorie gaf door de minste harer handelingen, bij voorbeeld, door haren arbeid aan het spinnewiel, door een steek van de naald, dan een H. Laurentius op den rooster door zijn wreeden marteldood en zelfs meer dan al de Heiligen door hunne heldhaftigste daden : Aldus heeft de H. Maagd gedurende haar verblijf hier op aarde een zoo onuitsprekelijken overvloed van gratiëa.en verdiensten verworven, dat men gemakkelijker de sterren van het firmament, de waterdruppels van de zee en de zandkorrels aan den oever zoude kunnen tellen dan hare verdiensten en hare gratiën : en heeft Zij meer glorie aan God verschaft dan alle Engelen en Heiligen Hem gegeven hebben of Hem geven zullen.quot;

De groote Kerkleeraar en trouwe dienaar van de H. Maagd Maria, de H. Alphonsus de Liguori, zal ons laten zien, in welke verhoudingen de verdiensten der H. Maagd zich vermenigvuldigden. Vele gezaghebbende godgeleerden, zoo schrijft hij, (Suarez

ocr page 59

DE VERMEERDERING VAN DE GRATIE IN MARIA. 55

in het bijzonder) zeggen, dat de ziel, die zich eene deugd heeft eigen gemaakt, (en Maria bezat ze alle, zooals we verder zullen zien) altijd eene handeling verricht van gelijken graad als de deugd, die zij bezit, telkens wanneer zij getrouw beantwoordt aan de dadelijke gratie, die zij van God ontvangt; waaruit volgt, dat zij telkens eene verdienste verwerft, gelijk aan al de verdiensten te zamen, die zij bezit, welke derhalve verdubbeld worden.

Hieruit berekene men, als men kan, den voortgang van de verdiensten van Maria, vooral als men bedenkt, dat haar geest zonder ophouden zich met God bezig hield, dat de genade altijd in Haar werkte, niet verlamd noch door de begeerlijkheid, noch door de duisternis^ der dwaling, noch door de minste ongetrouwheid.

Voegen wij er bij, dat de gratie van Maria nog vermeerderde door de Sacramenten, die Zij ontving. Het is immers zeker, dat Zij gedoopt werd; Zij ontving den H. Geest in de eetzaal met de Apostelen en ongetwijfeld ontving Zij na Pinksteren alle dagen de H. Communie. En de Sacramenten, waarvan de uitwerksels in de ziel evenredig zijn aan hare gesteltenissen, moesten in Maria, wier gesteltenissen zoo volmaakt waren, eene wonderbare vermeerdering van gratiën te weeg brengen.

Men begrijpt derhalve, dat Maria gekomen is tot de volheid der gratie; Zij was reeds tot eene zekere volheid gekomen, toen de Engel Haar als vol van gratie begroette. Zij had reeds in zekeren zin de Menschwording van Jezus Christus en het goddelijk moederschap verdiend, zooals groote godgeleerden zeggen. Maar wat moet het dan geweest zijn bij het

einde van haar loopbaan ?

/

De volheid der gratie van Maria is echter niet oneindig, want elk schepsel is eindig. Zij is ook niet gelijk aan de volheid van gratie in onzen Heer Jezus Christus, die door zich zelf in de volle beteekenis van het woord de gratie voor

ocr page 60

DE DEUGDEN VAN MARIA.

alle menschen heeft verdiend, ook voor Zijne Heilige Moeder, terwijl Maria de volheid van gratie niet heeft dan door de verdiensten van Jezus Christus, alleen door de mildheid van God ; maar niettemin heeft Zij gratie genoeg, om er alle menschen van mede te deelen, zooals de H. Thomas en de H. Alphonsus leeren.

§ III. De Deugden van Maria-

41)e bovennatuurlijke deugden worden, naar de leer van den H. Thomas, gevolgd door zoovele godgeleerden, op denzelfden tijd als de heiligmakende gratie en naar evenredigheid van deze gratie in de ziel gestort; en zij nemen toe met die gratie en in dezelfde verhouding als zij. Dit is voldoende om ons de onuitsprekelijke volmaaktheid der deugden van Maria te doen begrijpen.

Welk is haar geloof! Wat zijt Gij gelukkig geloofd te hebben, zegt Elizabeth tot Haar, want de dingen, die U door den Heer gezegd zijn, zullen vervuld worden. Het geloof van de Apostelen werd geschokt, maar het geloof van Maria nooit.

Hare hoop was zoodanig, dat Zij al de wreede beproevingen van haar lang leven doorstond, niet alleen zonder zich te be-klagen^ maar in onverstoord vertrouwen en vrede, in alles geheel overgegeven aan het goddelijk welgevallen. Hare liefde hield gelijken tred met de kennis, die Zij had van God en van de weldaden, die Zij van Hem had ontvangen. Zij alleen heeft God kunnen beminnen als haren Schepper, als haar laatste einde, en te gelijker tijd als haar Zoon, en welk een Zoon ! Ook beminde Zij Hem met eene vurige, teedere en standvastige liefde. Nooit werd het vuur uitgedoofd op het altaar van haar hart, zelfs niet gedurende den slaap, zooals vele Kerkleeraren getuigen, die op Haar de woorden van het Hooglied toepassen : Ik slaap; maar mijn hart waakt. Wat wij in het vorige hoofdstuk gezegd hebben, doet ons genoegzaam

ocr page 61

DE DELGDEN' VAN MARIA.

de liefde van Maria kennen, die Zij den menschen toedroeg.

Wat hare zedelijke deugden betreft, hoeren wijden H. Thomas : „De andere Heiligen hebben ieder in eene bijzondere deugd uitgemunt. De eene is nederig geweest, de andere bezat eene volmaakte zuiverheid ; een derde was vol barmhartigheid jegens den evenmensch ; maar de heilige Maagd kan tot voorbeeld strekken van alle deugden.quot; Men weet, dat elke zedelijke deugd, om de liefde, die hare koningin is, tot geleide te verstrekken, zich rangschikt onder de bevelen van de voorzichtigheid, de rechtvaardigheid, de sterkte of de matigheid, die als aan het hoofd staan van de andere deugden.

Welnu, de Kerk noemt Maria de voorzichtige Maagd, omdat Zij de gevaren der wereld heeft weten te vluchten, de eenzaamheid en de afzondering te beminnen, te ontstellen, zelfs wanneer de Engelen Haar onder eene menschelijke gedaante verschenen.

Welke rechtvaardigheid in Maria, hetzij ten opzichte van God, Wien de H. Maagd vereerde, beminde en zonder ophouden aanbad, gehoorzaam aan al Zijne verlangens en aan al Zijne inspraken, in de beoefening van Zijne raden, zelfs voordat de Zaligmaker ze had gepredikt, hetzij ten opzichte van hare heilige ouders, hetzij ten opzichte van Jozef, haar kui-schen Bruidegom, aan wien Zij onderworpen was als aan haar overste en wien Zij beminde als haar broeder ! Ten opzichte van allen, nooit een hard woord, geen veinzerij, geen hoogmoed ; maar oprechtheid, rechtschapenheid, welwillendheid, bereidvaardigheid tot het bewijzen van een dienst, tot het vragen van mirakelen om eenig leed weg te nemen, zooals Zij deed op de bruiloft te Cana.

De sterkte van Maria heeft zich, evenals haar geduld, getoond in de hevige smarten, die Zij geleden heeft vooral op Calvarie. Daar schitteren hare heldhaftigheid, hare grootmoedigheid, hare standvastigheid. Zij blijft staande !. .. . al

57

ocr page 62

DE DEUGDEN VAN MARIA.

lijdt Zij ook in hare ziel alles, wat Jezus lijdt in Zijn lichaam. Door aan God den Vader het leven van haar goddelijken Zoon op te offeren, offert Zij meer dan haar eigen leven. Zij is bereid zelf te sterven voor het heil der wereld ; en daarom noemt Haar dan ook de Kerk de Koningin der Martelaren.

De matigheid van Maria was zoo groot, dat het voedsel, dat Zij nam, volgens de getuigenis van den H. Ambrosius, moest strekken tot behoud van het leven en niet om eenige voldoening te schenken. Om zich van het noodzakelijke te voorzien moest Maria arbeiden. Is Zij niet de sterke vrouw, die de hand weet te slaan aan iets groots en het niet beneden zich acht de vingeren uit te steken naar de spil ? Wat is meer treffend dan de armoede van Bethlehem en van Nazareth ! Met de matigheid vereenigde zich de reinheid; en hoe zal men de reinheid schilderen van de Onbevlekte Maagd ? Daardoor, zegt de H. Ambrosius, behaagde Maria aan God, daardoor is Zij Zijne Moeder geworden.

De onbevlekte zuiverheid van Maria is eene waarheid van het geloof. Maria deed, alvorens moeder te worden, belofte van zuiverheid, eene belofte, waarvan de volmaaktheid vóór Haar zeer waarschijnlijk onbekend was, en waarvan Zij het eerste de verhevenheid heeft ingezien. Zij heeft aldus op de wereld de banier der zuiverheid verheven, onder welke zich sedert zoovele jongelingen, zoovele jonge dochters hebben geschaard, die op het voetspoor van de Onbevlekte in een lichaam van slijk eene engelachtige ziel gedragen hebben, niet alleen al de vermaken van de wereld maar zelfs alle gehechtheid aan de aarde met voeten hebben getreden en hun hart alleen hebben laten rusten op Jezus, den Bruidegom dei-Maagden en op Maria, de Wei-beminde van Jezus en van alle kuische zielen.

Ondanks de zedeloosheid van onze dagen is dat maagdelijke heer nog niet verminderd ; en naarmate Maria beter zal gekend worden, zullen de maagden zich vermenigvuldigen.

SS

ocr page 63

DE DEUGDEN VAN MARIA.

De zuiverheid is het apostolaat, dat de glorie van Jezus gaat brengen tot aan de uiterste grenzen der aarde, ten koste zelfs van het martelaarschap. De zuiverheid is het heilig Priesterschap, dat predikt, dat het offer der reine liefde opdraagt op het altaar; de zuiverheid is het die de kloosters bevolkt; zij is het die aan den huiselijken aard engelen van vrede plaatst, die door de wereld worden veracht, maar die des te dierbaarder zijn aan God.

O jeugd, die ontluikt als eene bloem in de morgenzon, o laat uwe frischheid niet verwelken door den brandenden adem van de wereld en van de driften ! Het hart omhoog, tot Jezus, tot Maria, door den H. Geest geheel schoon genoemd i Dat hij die oor en heeft om ie hoor en, hoore ! Het schepsel heeft geen waarde bij God vergeleken ; een aardsche bruidegom kan niet in aanmerking komen tegenover den hemelschen Bruidegom. Zalig zijn zij, die zuiver zijn van harte, want zij zullen God-zien l

De ontvangenis en de geboorte van den Zoon Gods, verre van letsel toe te brengen aan de maagdelijkheid van Maria, strekte slechts tot hare heiliging en bekrachtiging voor altijd; dat is een leerstuk van ons geloof. Een zonnestraal dringt door in het kristal en verlaat het weder zonder het te verbreken. Heeft Jezus, de Zon van gerechtigheid, het graf niet verlaten, waarin men Hem had neergelegd, zonder den steen af te werpen, die het sloot ? Kwam Hij niet, zonder de deuren te openen, waar zijne leerlingen waren vergaderd ? O hoe verheven geheim is de maagdelijke vruchtbaarheid van Maria, die God aan de aarde geschonken heeft ! Niets is heden in de Kerk vruchtbaarder dan de maagdelijkheid, die de wereld-lingen nutteloos achten. Zij is het, die de meeste christelijke liefdewerken voortbrengt.

De maagdelijkheid in Maria had tot beschutting de gevoeligste schaamte en de volmaakste zedigheid, en tot bewaking de diepste nederigheid. Welke eenvoud in de kleeding van

59

ocr page 64

DE DEUGDEN VAN MARIA.

de H. Maagd 1 Zij heeft er ons een denkbeeld van gegeven in onze dagen bij hare verschijning te Salette, die wij later zullen verhalen. Doch hooien wij den H. Ambrosius spreken over de zedigheid van Maria. „Niets orbeschaamds is er in haar blik, niets gewaagds in hare woorden, niets minder passends in hare handelingen. Geen ruwheid in hare bewegingen, geen verwijfdheid in haar gang, geen onbeschaafdheid in hare stem, zoodat geheel de houding van haar lichaam het beeld is van de zuiverheid van haar hart.quot;

Hare nederigheid behield niets voor zich van de gaven des Hemels. Geroepen om Moeder van God te worden, verklaart Maria, dat Zij enkel Zijne dienstmaagd is : en wanneer Elizabeth Haar geluk wenscht met hare waardigheid, dan antwoordt Zij; dat de Heer heeft nedergezien op hare geringheid. De zachtaardigheid van Maria is de trouwe gezellin van hare nederigheid. „Doorloop aandachtig de geheele geschiedenis van het Evangelie, zegt de H. Barnardus, en wanneer gij somtijds iets in Maria ontmoet wat hard is, wat zweemt naar een verwijt, eenig teeken zelfs van eene lichte verontwaardiging, vrees dan Haar te naderen; maar alles is in Haar vol goedheid, zachtaardigheid en barmhartigheid.quot;

Maria is derhalve het levende heiligdom van alle deugden, op heldhaftige wijze in beoefening gebracht. Zij is de gesloten tuin, waar alle bloemen ontluiken, zonder dat iemand ze komt ontrooven of er de frischheid aan ontnemen. Moet men zich verwonderen, dat Hij, die Zijn behagen vindt onder de leliën, toen Hij op de aarde kwam, den schoot van Maria tot troon gekozen heeft ?

De H. Maagd was niet alleen rijk in deugden; Zij bezat ook al de gaven van den H. Geest, die evenals de deugden goede en heilige hoedanigheden zijn, maar die hierin van de zedelijke deugden verschillen, dat deze genegen maken om te gehoorzamen aan de rechte rede door het geloof verlicht, terwijl de gaven van den H. Geest genegen maken om te gehoorzamen

6c

ocr page 65

DE GLORIE VAN MARIA IN DEN HEMEL.

aan de inspraken der genade ; en Maria was zoo gevolgzaam aan de ingevingen van den H. Geest, dat de Kerk Haar de getrouwe Maagd noemt.

§ IV. De Glorie van Maria in den Hemel.

verdiensten, de deugden, de getrouwheid

aan God wordt de glorie voorbereid ; en die glorie moet ge-evenredigd zijn aan de gratie en de verdiensten. De mensch zal inoogsien wat hij gezaaid heeft, zegt de H. Paulus, en verder : Geen oog heeft he/ gezien, geen oor heeft het gehoord. Het is in het hart van den mensch niet opgekomen, wat God bereid heeft voor degenen, die Hem beminnen. Als het zoo is, welke taal zal dan kunnen uitdrukken, welk verstand kunnen begrijpen, wat God bereid heeft voor zijne Moeder, die vol van gratie, van verdiensten en deugden is ?

De beschouwing, het bezit van God maakt de gelukzaligheid des hemels uit. De beschouwing van God geschiedt niet door de oogen van het lichaam, maar door de oogen van de ziel; maar aan wien vertoont zich op zoo volmaakte wijze als aan Maria dat Aanschijn, die glorie van den Vader, die al de verlangens bevredigt van hen die haar aanschouwen, er. die toch door niemand, zelfs niet door Maria, ten volle kan worden bevat ? Wie deelt op overvloediger wijze dan Maria in de rijkdommen, de volmaaktheden en de glorie van God? Wie drinkt met voller teugen aan die bron van geneugten, die de vreugde uitmaakt van het verblijf der gelukzaligen.

Zelfs het lichaam van Maria geniet reeds de glorie der Verrijzenis, geplaatst boven al de Heiligen door al de koren der Engelen heen, naast het Lichaam van den verrezen Heiland, dat als eene zon schittert aan een nieuw firmament. AVat wij na het Lichaam van Jezus in het paradijs met de meeste

6l

ocr page 66

DE GLORIE VAN MARIA IN DEN HEMEL.

verrukking zullen aanschouwen is het verheerlijkte lichaam van Maria. De schoonheid van de verheerlijkte lichamen is inderdaad de weerkaatsing van de gelukzaligheid der ziel en is daarmede geëvenredigd. Daarenboven schittert om het lichaam van Maria de drievoudige aureool, waarmede hare ziel omgeven is : die der Martelaren om hare onuitsprekelijke smarten ; die der Leeraren, wier Meesteres Zij is; en eindelijk die der Maagden, onder welke Zij de reinste is.

„Maria zingt ongetwijfeld, zegt de H. Bernardus, met de Maagden dat nieuwe lied, dat de maagdelijkheid alleen ver-raag te zingen ; Maria is zelfs de eerste om het aan te stemmen ; maar ik denk, zoo voegt hij er bij, dat Zij behalve dat gezang, dat Zij gemeen heelt met de anderen, de vreugde des hemels nog verhoogen zal door een nog schooner en welluiden-der gezang, waarvan geene enkele andere maagd waardig zal wezen de klanken uit te brengen, en dat met alle recht bestemd zal wezen voor Haar, die er alleen fier op kan zijn het leven geschonken te hebben aan een God.quot;

Gij zij! de7-halvc, o Maria, de glorie van het hemelsche Jerusalem, de vreugde van Israël, de eer van hetgeloovige volk. Gij zijt het, wie de Ziener van Pathmos, de H. Joannes, in zijn visioen beschouwde : „Een groot teeken is mij in den hemel verschenen, zegt hij, eene vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder hare voeten, en op haar hoofd eene kroon van twaalf sterren.quot; Zij was bekleed met de zon. Zij heeft den Zoon Gods, mensch geworden, de ware Zon van gerechtigheid, met haar eigen vleesch bekleed ; en deze aanbiddelijke Zoon heeft op Zijne beurt. Haar bekleed met Zijne glorie, of liever is zelf hare glorie geworden, zooals geschreven staat: De wijsheid van den Zoon is de glorie van zijne ouders. Zij heeft onder hare voeten de maan, dat wil zeggen, de onstandvastigheid en de veranderlijkheid van de mensche-lijke zaken, en hare gelukzaligheid is onveranderlijk. Zij heeft op haar hoofd eene kroon van twaalf sterren. De kroon hoort

02

ocr page 67

Verheugt U, Koningin des Hemels, Alleluja I

ocr page 68

DE GLORIE VAN MARIA IN DEN HEMEL.

toe aan de heerschers wegens hunne macht ; welnu, Maria is de Heerscheres van hemel en aarde. Zij komt toe aan de overwinnaars : welnu Maria is de Overwinnares van den duivel en van de wereld. Eindelijk, men plaatst de kroon op het hoofd van de bruiden, om de vervulling van hare verlangens en den overvloed van hare blijdschap te beduiden; welnu, Maria is de Bruid van den H. Geest, Die, op den dag van hare Opneming ten hemel, Haar heeft uitgenoodigd tot de eeuwige bruiloft. Maar alles wat wij kunnen zeggen, zelfs alles wat de gewijde boeken ons openbaren van de glorie en de gelukzaligheid van jSfaria, kan er ons geen volmaakt denkbeeld van geven ; alleen in den hemel zullen wij ze op volmaakte wijze leeren kennen.

O ! H. Maagd, wanneer de gedachte aan U voor ons zoo troostvol is op aarde, wanneer het ons zoo gelukkig maakt iets te weten van de wonderen, welke God in U heeft vervuld, wat zal het dan zijn het volle genot te smaken van uwe beschouwing in de glorie der Heiligen !

Verlangen wij derhalve naar den hemel en zeggen wij met den H. Leonardus van Porto Mauritio : „Cupio dissolvi ei esse cum Maria ; ik verlang ontbonden te worden en met Maria te zijn.quot; Dat geluk zal het onze zijn, als wij aan Maria de eer bewijzen, die Haar toekomt, als wij voor Haar, reeds hier beneden, eene ware devotie hebben; en hierover gaan wij spreken in het tweede deel.

64

ocr page 69

TWEEDE DEEL.

lgt;e Tereering van Maria.

De Devotie tot Haar.

e vereering is, volgens den H. Thomas, de eer, die men iemand bewijst om zijne uitmuntende hoedanigheden. Er is eene natuurlijke vereering, zooals die, welke men bewijst aan een vader, aan den koning ; zoo zegt men van een rechtschapen kind, dat het zijne moeder eert, als het eerbied voor haar heeft en haar bemint. Wanneer men iemand eert om de bovennatuurlijke hoedanigheden, die in hem zijn, dan is het eene godsdienstige vereering ; en van deze laatste is hier sprake.

Eigenlijk gezegd is God alleen volstrekt bovennatuurlijk, dat wil zeggen verheven boven al het geschapene en de Maker van alle andere wezens ; aan Hem alleen derhalve komt «Ie goddelijke vereering of aanbidding toe, waardoor wij Zijne opperheerschappij over alle dingen erkennen. Goddelijke eer bewijzen, sacrificiën opdragen aan een zuiver schepsel, ook aan Maria, zou eene verfoeilijke afgoderij zijn, welke de Kerk altijd heeft verafschuwd, en welke zij heeft veroordeeld in de

Di-: H. Maagd Makia. r»

ocr page 70

DE VEREERING VAN MARIA.

Collyridianen, ketters van de eerste eeuwen, die eene godheid maakten van de heilige Maagd.

Evenwel, er zijn schepselen, die op meer of minder volmaakte wijze deelen in het goddelijk leven door de heiligma-kende gratie, waarmede zij bekleed zijn. Het is eene waarheid van ons geloof, dat God zich gewaardigd heeft ons te roepen om Hem eens in den hemel van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen. Dat verheven einde gaat de krachten en de natuurlijke rechten te boven van elke natuur, die geschapen is en zelfs die geschapen zou kunnen worden ; en om het te bereiken is het noodig, dat God ons verheffe boven hetgeen ons verstand, onze wil, onze krachten vermogen, door een bijzonderen bijstand, dien Hij ons verleent in Zijne barmhartigheid en dien wij gratie noemen.

Het is niet die bijstand, welken God ons geeft om te leven en te handelen, zooals Hij dien schenkt aan de boomen om vruchten voort te brengen, aan de dieren om zich te bewegen ; maar het is een bovennatuurlijke bijstand, die ons doet trachten naar de beschouwing en het bezit van God, die ons helpt om Hem boven alles, als ons laatste einde, te beminnen. De gratie voegt derhalve bij ons natuurlijk leven een goddelijk leven, dat ons doet deelen in de natuur van God.

De Heiligen, wier gratie overvloedig geweest is, hebben derhalve recht op onzen eerbied om de verhevene bovennatuurlijke hoedanigheden, waarmede God hen bekleed heeft door de verdiensten van Jezus Christus ; want de katholieke godsdienst leert, dat geen enkele Heilige, zonder Maria uit te zonderen, de gratie heeft kunnen ontvangen, van zich te heiligen of den hemel te verdienen, op eene andere wijze dan door Jezus Christus. Zoodat, wanneer men eer bewijst aan de Heiligen, dit geschiedt terwille van datgene, wat de Zaligmaker voor hen gedaan heeft; en die eer springt terug op Jezus Christus zelf.

Zou een koning groot zijn, die rondom zich slechts die-

66

ocr page 71

DE VEREERING VAN MARIA.

naren heeft, die alle eer onwaardig zijn ? Wat den luister van een vorst verhoogt is, dat hij rondom zich ministers en raadslieden heeft, die zelf het voorwerp zijn van de achting en de vereering hunner ondergeschikten en die zich toch de getrouwe onderdanen toonen van hun koning. De verdiensten der Heiligen te ontkennen en hun de eer te weigeren, die hun toekomt, onder voorwendsel van aan Jezus Christus niets te willen ontnemen is de verdiensten van Jezus Christus zelf verkleinen en de eer, die Hem toekomt, verminderen.

Evenals de Schepper Zijn leven en Zijne almacht minder zoude ten toon spreiden, wanneer Hij geen enkel wezen had voortgebracht, dat leven en handelen kan, en alle leven en handeling voor zich zelf had behouden ; zoo ook zou de Verlosser, wanneer Hij zich tevreden had gesteld met alleen voor ons te verdienen, de onbeperkte waarde van Zijne verdiensten minder hebben doen uitkomen dan het geval is, nu Hij, uit kracht van Zijne verdiensten zelve, aan anderen de bevoegdheid mededeelt om eveneens te verdienen en zich daardoor schitterende glorie en onuitsprekelijke eerbewijzen te verwerven. Het is derhalve op den goddelijken Verlosser zelf, dat alle vereering terugspringt, die wij aan de Heiligen bewijzen. Te recht eeren wij hen, want de gaven der genade en der glorie, welke God hun geschonken heeft, verheffen hen boven al de andere schepselen, tot eene verhevenheid, die wij slechts in het andere leven zullen begrijpen.

,.Het is duidelijk, zegt de engelachtige Leeraar, dat wij de heiligen moeten vereeren; zij zijn de ledematen van Jezus Christus, de kinderen en de vrienden van God en onze voor-sprekers bij Hem.quot; Men bewijst eene natuurlijke vereering aan de grooten dezer wereld, aan de gunstelingen der koningen ; en zouden dan de gunstelingen van den Allerhoogste, die op schitterende tronen van glorie zijn geplaatst, niet verdienen van onzen kant een godsdienstige vereering te ontvangen ?

67

ocr page 72

DE VEREERING VAN MARIA.

De Kerk slingert dan ook den banvloek op hen, die niet belijden, dat al de Heiligen moeten geëerd worden (Conc. Nic. II); en zij verklaart, dat diegenen eene groote dwaling zijn toegedaan, die beweren, dat de aanroeping der Heiligen strijdig is met de eer van Jezus Christus, onzen eenigen Middelaar. Zij leert, dat het nuttig is de Heiligen in onze gebeden aan te roepen en de toevlucht te nemen tot hunnen bijstand om weldaden van God te verkrijgen. (Trid. sess. 25.)

En als de Kerk zoo spreekt van de vereering van gewone Heiligen, wat moet het dan niet zijn met de vereering dei-Koningin van alle Heiligen, van het volmaakste schepsel Gods, wier verdiensten alleen alle verdiensten overtreffen van al de Engelen en al de Heiligen te zamen ; wat moet het dan niet zijn met de vereering der Moeder Gods, der Bruid van den H. Geest! De vereering moet geevenredigd zijn aan de verhevenheid van den persoon, wien men de vereering bewijst. Aan God, aan Jezus Christus derhalve. Wiens volmaaktheden oneindig zijn en van Wien alle schepselen, ook Maria, geheel afhankelijk zijn, zijn wij goddelijke eer en aanbidding verschuldigd.

Aan Maria, eindeloos lager geplaatst dan God, maar op wonderbare wijze verheven boven alle andere schepselen, èn door haar goddelijk moederschap èn door hare verdiensten, zijn wij eene vereering verschuldigd, die ongetwijfeld niets heeft van de eigenlijk gezegde aanbidding, maar die toch onvergelijkelijk hoog verheven is boven de vereering, die wij aan al de Engelen en al de Heiligen bewijzen. De Katholieke godgeleerdheid noemt de vereering van Maria de vereering van hyperdulia en aan de vereering die wij aan de Heiligen bewijzen, geeft zij den naam van dulia.

Als het een punt van ons geloof is, (zooals men niet betwijfelen kan, daar de Kerk het verklaard heelt,) dat de vereering en de aanroeping der Heiligen nuttig zijn voor onze zaligheid, dan is het, volgens de getuigenis van groote dienaren

68

ocr page 73

DE VEREERING VAN MARIA.

Gods en groote Leeraren der Kerk, niet genoeg te zeggen, dat de vereering van Maria nuttig en zelfs zeer nuttig is. De H. Alphonsus leert, dat de vereering van Maria zedelijker wijze gesproken noodzakelijk is ter zaligheid, dat wil zeggen, dat, zonder de toevlucht te nemen tot Haar, de zaligheid niet volstrekt onmogelijk, maar toch zeer moeilijk is. Het is in denzelfden zin dat men de volgende woorden van den gelukzaligen Grignon de Montfort moet verstaan, wiens geschriften de goedkeuring- van den H. Stoel zelf hebben mogen wegdragen.

„De devotie tot de H. Maagd, zegt die groote missionaris, moet niet gelijk gesteld worden met de devoties tot de andere Heiligen, alsof zij niet noodzakelijk ware. De geleerde en godvruchtige Suarez, van het Gezelschap van Jezus, de geleerde en godvreezende Justus Lipsius, Doctor van Leuven, en vele anderen hebben onwederlegbaar bewezen volgens de gevoelens der H.H. Vaders, onder anderen van den H. Augus-tinus, den H. Ephrem, Diaken van Edesse, den H. Cyrillus van Jerusalem, den H. Germanus van Constantinopel, den H. Joannes Damascenus, den H. Anselmus, den H. Bernardus, den 11. Bernardinus, den H. Thomas en den H. Bonaventura, dat de devotie tot de allerheiligste Maagd noodzakelijk is ter zaligheid; dat het een leeken van verwerping is, zooals zelfs Aecolampadius en eenige andere ketters erkend hebben, geene achting en liefde te hebben voor de H. Maagd ; en dat het integendeel een onfeilbaar teeken is van voorbeschikking Haar geheel en oprecht te zijn toegewijd.quot;

De gelukzalige dienaar van Maria bewijst verder, dat de ware devotie tot Maria een teeken van voorbeschikking is tot den hemel. „De gevoelens en de voorbeelden der Heiligen bevestigen het, zegt hij, de rede en de ondervinding leeren en bewijzen het. Van al de plaatsen uit de heilige Vaders en Leeraren, waarvan ik eene ruime verzameling heb gemaakt, om deze waarheid te bewijzen, haal ik alleen deze aan, om

69

ocr page 74

DE VEREERING VAN MARIA.

niet te langdradig te worden: — „U te zijn toegewijd, o Heilige Maagd, zegt de H. Joannes Damascenus, is een wapen des heils, dat God geeft aan hen, die Hij wil zalig maken.quot;

Een groot getal Heiligen en Kerkleeraars verkondigen, met den gelukzaligen Grignon van Montfort, deze leer, dat een waar dienaar van Maria niet kan verloren gaan. Maar de geluk -zalige missionaris vervolgt: „Wanneer de devotie tot Maria noodzakelijk is voor alle menschen eenvoudig om zalig te worden, dan is zij nog veel meer noodzakelijk voor hen, die tot eene bijzondere volmaaktheid geroepen zijn : en ik geloof niet, dat iemand eene innige vereeniging kan verwerven met Jezus Christus en eene volmaakte getrouwheid aan den H. Geest zonder eene nauwe vereeniging met de Allerheiligste Maagd en eene groote afhankelijkheid van haren bijstand.

„Maria alleen heeft genade gevonden bij God zonder de hulp van eenig ander schepsel. Het is door Haar alleen dat allen, die genade bij God gevonden hebben, deze genade hebben gevonden ; en het is alleen door Haar dat zij, die komen zullen, genade zullen vinden.... Aan Maria alleen heeft God gegeven de verhevenste en meest verborgen wegen der volmaaktheid te bewandelen en anderen daartoe toegang te verschaffen. Maria heeft met den H. Geest het verhevenste voortgebracht, wat ooit bestaan heelt of bestaan zal, namelijk een God-mensch (Jezus Christus); en zal bij gevolg de grootste dingen voortbrengen, die wezen zullen in de laatste tijden. De vorming van de grootste Heiligen, die leven zullen op het einde der wereld, is Haar voorbehouden, want die uitmuntende en wonderbare Maagd alleen kan, in vereeniging met den H. Geest, groote en buitengewone dingen voortbrengen.quot;

In de merkwaardige woorden, die wij zooeven hebben aan-' gehaald, geeft de gelukzalige Grignon van Montfort tot teeken van voorbeschikking niet elke vereering van de H. Maagd, maar de ware devotie tot Haar. Hij voegt er daarom bij : „Wachten wij ons wel te behooren tot het getal van de

7°

ocr page 75

DE VEREKRING VAN MARIA.

bedilzuchtige vereerders, die niets gelooven en alles bedillen; van de angstvallige vereerders, die vreezen al te veel vereering te hebben voor de H. Maagd met betrekking tot Jezus Christus ; van de uitwendige vereerders, die al hunne devotie bepalen bij uitwendige oefeningen; van de vermetele vereerders, die onder voorwendsel van hunne valsche devotie tot de 1!. Maagd voortleven in het bederf der zonde; van de onstandvastige vereerders, die uit lichtzinnigheid bij de minste verzoeking hunne oefeningen van godsvrucht veranderen of ze geheel en al achterlaten; van de schijnheilige vereerders, die de broederschappen gebruiken en de livrei van de H. Maagd dragen om voor deugdzaam door te gaan ; en eindelijk van de baatzuchtige vereerders, die alleen hunne toevlucht nemen tot de H. Maagd om bevrijd te worden van lichamelijke rampen of om tijdelijke goederen te verkrijgenquot;.

1 let is derhalve alleen de ware devotie tot Maria, die een onderpand is der zaligheid. De devotie tot Maria is eene vereering aan de Moeder van God bewezen, niet op eene lauwe en alledaagsche wijze maar met een heiligen aandrang, eene standvastige en kinderlijke liefde. Zij bestaat : ten iste in Maria te vereeren als de Moeder van God ; ten 2de in met vertrouwen tot Haar de toevlucht te nemen en ! 1 aar te beminnen, omdat Zij onze Moeder is ; ten 3de in 1 laar na te volgen, omdat Zij het toonbeeld is van alle deugd. Dit zullen wij in de drie volgende hoofdstukken nader ontvouwen.

71

ocr page 76

rrt,n^nn9fnrnrnlt;m'mjmn? !mv.

l^itiiiniiiiiininui'niiiiiniiniiiiiiiiiiiiMniiiiiiiiiiiiiiiiiiiimniiiiiiiuini:iii;iniiiMii(iiiii!iiiiiiiiimiiiiimiiiiiitiiiiimhH'

W)?ïf) lt;f) a vlt;T) #1 n f) f) f' ft f i €• m r' r) ^ jywï'f) f) t) f)« f) B c lt;rj fi *-1=1

■a=ltf#) f»rgt;» #)««)«) »gt;#)»)») ooof) ipir»)«

M^miHiiiiiiiiiiiiiliiiiiiiininiiHiiimiiiiiiiiiiiHiiiiiiiimiiiiiininiiiiiiiiiiiiiiiiiiuin 11111111n11111111111111111111iii1111.il jiirrj.

HOOFDSTUK I.

I3e Eer nan Maria verschuldigd.

aarom moeten wij Maria eeren met een heiligen aan-drang, en hoe kunnen wij Maar vereeren? Met antwoord op deze vragen zal de stof uitmaken van de twee volgende artikels.

Artikel I.

Waarom moeten wij Maria vereeren ^

ij moeten Maria vereeren, omdat Zij het uitmuntendste schepsel is van God, het meesterstuk van Zijne goddelijke handen, de onvergelijkelijke Dochter van God den Vader, de bewonderenswaardige Moeder van God den Zoon, de onbevlekte Bruid van den 11. Geest, de Koningin der Engelen en menschen, de waardige Koningin der wereld, zooals wij in het eerste gedeelte hebben uitgelegd. Ook God heeft Haar geëerd, door Maar te verrijken met wondervolle gaven, door Maar Zijne Moeder te noemen, (inderdaad aan welken Engel, aan welken Seraphijn heett Hij zulke eer bewezen ?) door Haar in den hemel te verheffen boven alles, wat God niet is.

ocr page 77

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

Ook de Engelen eeren 1 laar. Tijdens het sterfelijk leven van de H. Maagd komt een Prins van het hemelsche Hof van Godswege Haar bezoeken. Hij buigt zich voor Haar neder en zegt Haar : Wees gegroet, Maria, vol van gratie, de Heer is met u. En de heilige Kerkleeraars zeggen ons, dat de koren der Engelen in den hemel zich nederbuigen bij den naam van Maria. De duivelen zelfs bewijzen eer aan Maria, zij vreezen hare macht en durven Haar de zielen niet betwisten, die zich stellen onder hare bescherming.

De Kerk heeft Maria altijd vereerd. Volgens de getuigenis van Dionysius den Areopagiet hebben de Apostelen na haar gelukzalig overlijden om strijd de heiligheid en de grootheid van de Koningin des hemels geprezen. Volgens geloofwaardige geschiedschrijvers heeft de H. Petrus zelf eene kapel ter harer eere laten bouwen te Tripoli. De H. Jacobus vereerde Haar in Spanje op den pilaar, waarop Zij zich gewaardigde aan hem te verschijnen.

Eene godvruchtige overlevering, verhaald door het Ro-meinsch Brevier, zegt, dat eenige trouwe leerlingen van den profeet Elias, die in de eenzaamheid en het gebed leefden op den berg Carmel en in Jezus Christus den beloofden Messias erkenden, in hunne eenzaamheid, het eerst eene kapel voor de Maagd, die Zijne Moeder was, hebben gebouwd. De H. Evangelist Lucas, leerling van den H. Paulus, schilderde de beeltenis van de H. Maagd, welke nog te Rome wordt bewaard. Men ontdekt heden op de muren van de catacomben, waar de eerste christenen ten tijde van de vervolgingen zich verborgen, de beeltenissen van Maria, die onze vaderen hebben vereerd.

En zoodra de Kerk in het openbaar verschijnen mocht, heeft zij toen niet hare vereering voor de Koningin des hemels doen uitschitteren ? Is er één heilige Leeraar onder hen, wier geschriften het licht zijn van de Kerk en wier gezag geëerbiedigd moet worden zelfs door de ketters, als zij nog christenen

73

ocr page 78

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

blijven, die Maria niet heeft verheven ? Wat is er in het Oosten niet van Maria gezegd door een H. Athanasius, een Cyrillus van Alexandrie, een Chrysostomus, een Basilius, een Gregorius van Nazianze, een Epiphanius, een Joannes Damas-cenus ? En in het Westen, waren een Augustinus, een Hiero-nymus, een Ambrosius, een Gregorius de Groote, een Bernar-dus, een Anselmus, een Franciscus de Sales, een Alphonsus de Liguori minder ijverig of minder welsprekend om Maria te prijzen ?

De Kerk heeft van den beginne af ter eere van Maria plechtige feesten ingesteld ; en er zijn er, die met grond ge-looven, dat het feest van de Opneming ten hemel opklimt tot de Apostelen. Er is bijna geen feest van Onzen Heer Jezus Christus, waarbij Maria haar deel niet heeft in de Liturgie. Wie kan er zich dan over verwonderen, dat de vereering van Maria over de geheele wereld verspreid is evenals de katholieke Kerk, die ze predikt ? Er is geen enkele plaats, waar de kennis van Jezus Christus den Zoon Gods is doorgedrongen, of Maria wordt er vereerd.

Wordt haar beeld door geloovigen niet ter vereering geplaatst overal, waar een tabernakel, waar een kruisbeeld is ? Hoevele steden worden beheerscht en beschermd door een beeld van Maria I Hoevele heiligdommen zijn er voor Haar niet opgericht in alle landen der wereld en in al de tijden der Kerk I Hoevele rijken zijn Haar toegewijd I Is er een Opperherder volgens het hart van God, die Maria niet heeft verheven ? Is er eene religieuse Orde, die Haar niet eert als hare beschermster ? Onze oude ridders waren zij er niet fier op Haar hunne wapenen te wijden ? Toen Philips de Goede; hertog van Bourgonje en graaf van Vlaanderen, de orde van het Gulden Vlies instelde, welke beroemde orde slechts een en dertig ridders telde, maar allen zonder blaam en van de meest beroemden, allen door eed gehouden nooit het slagveld te verlaten dan als overwinnaars of gesneuveld of als kreis-

74

ocr page 79

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

gevangenen, plaatste hij deze onder de bescherming van Onze Lieve Vrouw van la Treille te Rijssel. Hij wilde zelfs de eerste vergadering- houden in hare kapel. Na den heiligen dienst, met veel plechtigheid en pracht gehouden, begaven zich de vorst en de ridders naar de banken der kanunniken, en daar hoorden zij de statuten lezen van de Orde, welke statuten het schoonste wetboek van eer en ridderlijke deugden waren en die aan allen voorschreven gehechtheid aan de Heilige Kerk, onwrikbaarheid in het katholieke geloof, getrouwheid aan den vorst, vriendschap onder de ridders en eer der wapenen. De vorst liet vervolgens zijn wapenheraut een geschrift voorlezen, waarin hij verklaarde zich toe te wijden aan God en aan de H. Maagd, en al de ridders uitnoo-digde zijn voorbeeld te volgen. Dezen nu beantwoordden grootmoedig aan zijne uitnoodiging : een hunner, de heer van Pons, deed zelfs de bijzondere belofte in geen enkele stad te zullen verblijven, totdat hij een Saraceen zoude gevonden hebben, dien hij man tegen man met den bijstand van Onze Lieve Vrouw zoude kunnen bestrijden. Uit liefde voor Maar zou hij nooit des Zaterdags op een bed slapen, voordat zijne belofte geheel vervuld was. Alvorens te scheiden hingen allen hun wapenschild rondom het altaar als een blijk van hunne gevoelens van eerbied voor de Allerheiligste Maagd. Zoo eindigde de eerste vergadering van het Gulden Vlies, van die beroemde orde, die in den loop van twee eeuwen honderd vier gekroonde hoofden in hare rangen telde.

Hoevele vereenigingen hebben zich geschaard onder de banier van Onze Lieve Vrouw ! Hoevele werken zijn er die hare heerlijkheden verkondigen ! Hoevele redenaars die Haar prijzen, hoevele gewijde gezangen zijn er vervaardigd en overal herhaallt;1 ter harer eer!....

Is er, na den Naam van Jezus, een naam, die meer verheerlijkt is door alle monden, dan de naam van Maria? Het kind leert van af zijne wieg hem herhaaldelijk uitspreken ;

75

ocr page 80

70 DE ÊÊR AAN MARIA VERSCHULDIGD.

de jongeling vergeet hem niet, zelfs wanneer hij het ongeluk heeft den God van zijne eerste H. Communie uit het oog te verliezen; de jonge dochter bezingt hem, de christelijke vrouw brengt hem met eerbied over de lippen in haar gebed ; en de grijsaard, wiens aangezicht reeds ter aarde neigt, verheft nog ile weenende oogen tot Maria en zijn mond zegent nog met eerbied haar verheven naam.

Dat is de vervulling van de prophetie, die Maria voor negentien eeuwen deed. Z/e, zeide Zij, alle geslachten zullen mij zalig noemen! Wie zou durven weigeren zich aan te sluiten bij dat koor van lofzangen, dat zich uit alle oorden der wereld tot den troon van Maria verheft, ontzaggelijk koor, waarin de verzuchtingen van het tranendal samensmelten met de feestgezangen van het verblijf der uitverkorenen.

O Maria, zij die U verheerlijken zullen het eeuwige leven bezitten. Wij gevoelen ons derhalve gedrongen om onze zwakke stemmen te vereenigen met die van de Engelen des hemels en van de Heiligen der aarde om U te verheffen en U te zegenen. Wij willen, zoolang als wij leven, U eeren als de Moeder van God en als onze Moeder. Nooit zullen wij ophouden uwe kinderen te zijn. De wijze zoon eert zijne ouders, zegt de H. Geest, en de dwaze strekt zijne moeder tot verdriet.

En in de eer aan Maria bewezen behoeven wij niet te vreezen voor overdrijving, mits wij Haar niet gelijk stellen met God en haar goddelijken Zoon Jezus, en wij erkennen, dat Zij alle gaven ontving van God met het oog op de verdiensten van Jezus Christus. Jezus Christus heeft inderdaad Zijne Heilige Moeder vrijgekocht, niet door Haar op te heften uit de zonden, omdat Zij nooit in zonden gevallen is, wat een punt is des geloofs; maar, Hij heelt Haar vrijgekocht op een veel verhevener wijze, door Haar te vrijwaren voor iedere zonde, voor eiken misstap.

Binnen deze grenzen kunnen wij alles ondernemen, wat ons mogelijk zal wezen, voor de glorie van Maria. Zij verdient

ocr page 81

de eer aan maria verschulnigd.

meer dan alles, wat wij kunnen doen of zelfs begrijpen. Wanneer zelfs al onze ledematen in tongen veranderden, zegt de H. Augustinus, dan zouden wij nog niet in staat zijn Maria te prijzen, zooals Zij het verdient.

Wij gaan in het volgend artikel zeggen, door welke oefe ningen wij Maria kunnen vereeren.

Artikel II.

Hoe wij Maria moeten vereeren.

moet men inwendig eene hooge achting.

een grooten eerbied hebben voor de Heilige Maagd. De wil en de handelingen van den mensch worden door het verstand geleid. Wij achten alleen wat wij kennen ; wij kennen alleen wat wij hebben bestudeerd. Om derhalve in ons de gevoelens van eerbied te weeg te brengen, die Maria op zoovele titels verdient, moet men hare grootheid en deugden overwegen en de wondervolle gaven, waarmede God Haar heeft verrijkt. Het is derhalve goed dikwijls werken te lezen, die handelen over de heerlijkheid van de Moeder Gods en het nut van eene ware devotie tot Haar. Wij kennen niets op dat gebied, wat vergeleken kan worden met de Heerlijkheden van Maria door den H. Alphonsus de Liguori.

De H. Stanislaus zocht, om eene grondige kennis van de H. Maagd op te doen, de werken, die handelen over hare volmaaktheid en hare grootheid; en hij verzamelde in geschriften voor eigen gebruik al het schoonste en treffendste, wat hij kon vinden. Om zich in de welsprekendheid te oefenen zocht hij geen ander onderwerp dan de grootheid van Haar, die hij zijne Moeder noemde, en ontwikkelde aldus geest en hart met te streven naar hare kennis en hare liefde.

Niets is heilzamer dan de predikatiën te hooren, die Maria tot onderwerp hebben. Tegenwoordig wordt in de meeste steden en zelfs tot in de kleinste dorpen gedurende de geheele

77

ocr page 82

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

maand Mei de devotie gepredikt tot Maria. Men ontbreke niet door eigen schuld aan deze godvruchtige oefeningen, die lt;ie Pausen met kostbare aflaten hebben verrijkt.

Wanneer de ziel wèl verlicht is omtrent de grootheid van de Moeder Gods, wèl doordrongen van eerbied voor de Koningin van hemel en aarde, dan barst zij uit in de verheerlijking van Haar. Zoo deed de gelukzalige Grignon van Mont-fort, die driehonderd maal daags de H. Maagd begroette en telkens door Haar een nieuwen titel van vereering te geven. Iedereen weet, dat de Kerk er toe aanspoort het hoofd te buigen, wanneer men den naam van Maria uitspreekt, evenals bij den Naam van Jezus.

De H. Stephanus, koning van Hongarië, durfde, in zijnen eerbied voor Maria, haar naam nauwelijks uitspreken ; hij noemde Haar slechts de Groote Vrouwe ; en zijne onderdanen, door zulke voorbeelden opgewekt, hadden zulken eerbied voor de Heilige Maagd, dat zij, wanneer zij Haar hoorden noemen, zich ter aarde nederbogen. 't Was dan ook door de bescherming van Maria, dat deze heilige koning eene wonderbare overwinning behaalde zonder strijd. Koenraad, keizer van Duitschland, zond een machtig leger naar Hongarije om het onder zijne macht te brengen. Aanstonds bracht de heilige koning zijne troepen op de been om zich tegenover dezen vijand te stellen ; maar omdat hij wist, dat de grootste vijanden slechts zwak zijn, wanneer zij niet door de onoverwinnelijke kracht van den arm Gods worden gesteund, wendde hij zich tot de H. Maagd om door hare tusschenkomst hulp te erlangen. „Wilt gij, zoo zeide hij tot Haar, roemvolle Maagd Maria, dat deze nieuwe spruit van het christendom in hare opkomst wordt verstikt ? Is zoo uw heilige wil, hij geschiede; maar laat niet toe, dat mijne kleinmoedigheid en mijne lafheid er de oorzaak van zijn. Zie, ik ben gereed om te strijden ; geef mij de voorzichtigheid en den moed, die mij noodig zijn om mij waardig van dezen plicht te kwijten, en wanneer ik eenige

78

ocr page 83

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

kastijding heb verdiend, wil dan goedvinden, dat ik die geheel alleen verdure en breng dit volk niet met zijn schuldigen vorst in het ongeluk.quot; Na dit gebed plaatste hij zich grootmoedig aan het hoofd van zijne troepen ; maar reeds den volgenden dag kwam een bode van wege den keizer tot zijne veldheeren om zijn volk te doen terugkeeren, zoodat onze heilige overwinnaar bleef zonder te strijden en bevrijd werd van de woede zijner vijanden, zonder , dat er noch van den eenen noch van den anderen kant bloed vergoten was. Koenraad, die feitelijk geen tegenbevel aan zijn leger gegeven had, was zeer verwonderd het te zien terugkeeren zonder iets gedaan te hebben ; maar toen hij van zijne officieren vernam, dat zij alleen waren teruggekeerd op een bevel van zijnentwege ontvangen, zag hij wel, dat God zich met deze zaak had ingelaten en dat de bode gezonden was door een grooter Meester dan hij, die Hongarije onder zijne bescherming nam.

Wanneer de beroemde stichter van de Societeit van Saint-Sulpice, Olier, door de straten van Parijs ging, dan zocht hij bij voorkeur de straten, waar het beeld van Maria was geplaatst om Haar te groeten. Hij nam nooit een nieuw kleed zonder het Haar toe te wijden.

Toen de H. Bernardus in Frankrijk en in Duitschlaud den kruistocht predikte, kwam hij eenigen tijd uitrusten in de abdij van Afflighem tusschen Vlaanderen en Brabant. In het klooster was een beeld van de Moeder Gods, dat Bernardus nooit voorbijging zonder het met eerbied te groeten. Op zekeren dag-was hij er voor nedergeknield en zeide hij : IVees gegroet, Maria, en hij hoorde het beeld, als ware het levend geworden, antwoorden : Wees gegroet, Bernardus. Slechts ongaarne dan ook verliet hij die abdij, terwijl hij er uit erkentelijkheid voor de gunst daar ontvangen een gedeelte van zijn staf achterliet. Het wonderdadige beeld werd met godsvrucht bewaard tot 1580, wanneer het door de Protestanten werd verbrijzeld.

79

ocr page 84

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

Alphonsus Rodriguez, nog niet lang geleden door Leo XIII heilig verklaard, bad op alle uren van den dag en den nacht het Wees Gegroet ter eere van Maria. Wanneer men onder de christelijke bevolking van Spanje elkander ontmoet, dan groet men elkander met de woorden : Wees gegroet, allerzuiverste Maria; en men antwoordt: Zonder zonde ontvangen.

Wanneer de H. Alphonsus het Angelns hoorde luiden, dan wierp hij zich op de knieën, zelfs op straat, en bad met vurigheid dit gebed. In sommige katholieke kantons van Zwitserland ontdekken allen het hoofd, wanneer het Angelus luidt, en bidden hetquot; zelfs midden op het marktveld. Hetzelfde kunnen wij dagelijks zien in de katholieke streken van ons vaderland. Dat in Nederland en België eene groote devotie heerscht tot O. L. V,, blijkt uit de vele Heiligdommen, die Maria daar heett, en die door de geloovigen zoo gaarne worden bezocht. Zoo kan men nooit een bezoek brengen aan de Zoete Lieve Vrouw van 's Bosch, of men vindt er geloovigen van eiken stand en eiken leeftijd in eerbiedig gebed voor haar wonderbeeld neergeknield.

De H. Casimirus, hertog van Lithauen en zoon van den koning van Polen, stelde een lofzang op ter eere van Maria. Hij begon met deze woorden : Verkondig alle da^en, mijn ziel, Maria's lof. Alle dagen herhaalde hij dien. Deze lofzang werd overgebracht in alle talen. Casimirus wilde dat hij met hem zoude rusten in het graf. En inderdaad vond men hem, toen men, honderd jaren na zijnen dood, het graf van den heiligen hertog opende.

Godvruchtige zielen scheppen er vermaak in Maria in lofzangen te prijzen. Christofïel Columbus zong het Salve Regina op het schip, waarop hij zich bevond, toen hij de nieuwe wereld ontdekte.

De gelukzalige Henricus Suzo zong des morgens in zijn hart een gezang van liefde tot Maria, evenals de vogelen bij de

So

ocr page 85

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

opkomst van de zon. Eens hoorde hij met een verrukkelijke stem antwoorden : Ziehier Maria, de ster der zee, die oprijst. Vervolgens boog zich die beminnelijke Koningin tot hem neder en zeide hem: „Hoe meer uwe ziel mij zal gezocht hebben met een kuische en bovenaardsche liefde, des te meer zult ge in den hemel heerschen vereenigd en verbonden met mijn hart.quot;

De H. Stanislaus en de H. Joannes Bergmans kozen Maria tot het geliefkoosde onderwerp van hunne gesprekken en zochten hun kinderlijken eerbied voor Haar mede te deelen aan hen, met wie zij zich onderhielden. De ijverige priesters verkondigen gaarne van den stoel der waarheid den lof van Maria. De Pater Jesuiet Salmeron zeide stervende : ,,Tot in het Paradijs! Gezegend zij het uur, waarop ik Maria heb gediend. Gezegend zijn de predikatiën, de arbeid voor Haar ondernomenquot;. De gelukzalige Bisschop Heming had de gewoonte zijne predikatiën te beginnen met den lof van Maria; hij werd er voor beloond door den dood der uitverkorenen. Het is door Maria te prediken, dat de H. Bernardinus van Sienne Italië heiligde en dat de H. Dominicus zoovele gewesten bekeerde.

Daniel O'Connel, de bevrijder van Ierland, een van de grootste redenaars van deze eeuw, de grootste volksman, hield op zekeren dag eene lofrede op Maria in tegenwoordigheid van meer dan honderd duizend personen, katholieken en protestanten. De menigte was verrukt en meende een Kerkvader te hooien, die de heerlijkheden van de Moeder Gods opsomde.

De H. Alphonsus predikte in de kerk van Foggia voor eene ontelbare schare over de machtige voorspraak van M aria. Een lichtstraal ging uit van het heeld der II. Maagd en kwam terugkaatsen op het gelaat van den Heilige. Al het volk was er getuige van en riep uit : „Ken wonder, een wonderquot; ! Allen bevalen zich onder het storten van tranen de Moeder Gods

De H. M.\a(;ü Maria. 0

Si

ocr page 86

82 DE ÉER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

aan. Verscheidene vrouwen zelfs van slecht gedrag werden door zoo diep leedwezen aangegrepen, dat zij zich zeiven kastijdden, terwijl zij riepen : „Barmhartigheid !quot; Ook wilde de heilige missionaris later, dat al de leden van zijne Congregatie voor onveranderlijken regel hadden, bij hunne missiën de preek over de Heilige Maagd nooit achter te laten. „Wij kunnen in alle waarheid getuigen, zegt hij, dat gewoonlijk geen enkele preek zooveel vrucht doet als de preeken over de barmhartigheid van Mariaquot;. Op eene andere plaats zegt de heilige Leeraar, als hij zich tot Maria wendt : „Gij weet, dat ik, gedreven door het verlangen U van alle menschen bemind te zien, zooals Gij het verdient, .... zonder ophouden in het openbaar en in het bijzonder gezocht heb U overal te doen kennen. Ik hoop aldus voort te gaan tot aan mijn laatsten ademtocht. Maar het einde van mijne pelgrimsreize nadert. Daarom heb ik alvorens te sterven aan de wereld een boek willen nalaten, dat na mij voort zal gaan met U te prijzen en anderen er toe te brengen om uwe heerlijkheden te verkondigen.quot;

Men weet met welke wetenschap en welke godsvrucht de H. Alphonsus de Liguori over Maria heeft geschreven. Daarom dan ook was het, dat Pius VII, die hem zalig verklaarde, last had gegeven drie vingers van dien heiligen Leeraar naar Rome te zenden, den duim, den wijsvinger en den ringvinger. Ziehier hoe de Opperherder zich uitdrukte. „Laat ze naar Rome komen die heilige vingeren, die zoo goed geschreven hebben voor de glorie van God, van de H. Maagd Maria en van den godsdienst.quot;

Zij die geene pen hebben om ze te wijden aan den lof van Maria, kunnen ten minste de best geschreven werken over de H. Maagd verspreiden; en zij die niet kunnen prediken, kunnen het hunne bijdragen om een priester, een missionaris op te leiden, die Maria doet gekend en geprezen worden.

Er zijn er die om de H. Maagd te vereeren zoover gaan

ocr page 87

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

dat zij hun leven Haar toewijden in een klooster, dat onder hare bescherming is gesticht. Men weet, dat Joanna van Valois, van de koninklijke familie van Frankrijk, eene geheele orde en ook hare koninklijke persoon toewijdde aan de vereering van Maria in het geheim van hare Boodschap.

Een grooter getal gaat in de broederschappen of congregaties, toegewijd aan de Moeder van God. ,,De congregaties (pf de broederschappen), vooral die van de H. Maagd, zegt de H. Alphonsus, zijn als zoovele arken van Noe, waarin de arme wereldiingen eene toevlucht vinden, tegen den vloed van verleiding en zonde, die de wereld overstroomt. Over het algemeen gesproken vindt men meer zonden in een enkel mensch, die niet in eene congregatie gaat, dan in twintig die ze bezoeken. Men vindt er inderdaad vele middelen van verdediging tegen de hel; en gebruikt er de middelen, dis noodig zijn om de gratie van God te bewaren, wat bezwaarlijk gedaan wordt door de wereldiingen buiten de congregatiesquot;.

De hertog van Popoli, die te Napels overleed in 1605, verklaarde, kort voordat hij ging sterven, dat hij aan de congregaties al de gratiën dankte, die hij van God had ontvangen. Vervolgens riep hij zijn zoon en zeide: „Mijn zoon, smeek met aandrang, dat men u opneme in de congregatie; ik heb u niets kostbaarder na te laten of aan te bevelenquot;.

Xiemand moest de hulpmiddelen ontberen, welke de broederschappen in de parochiën bieden aan hen, die er lid van zijn. Wij zullen een enkel woord zeggen over de verschillende broederschappen van de H. Maagd, in No. I en III van het Aanhangsel.

„Evenals de menschen het zich tot eer rekenen mannen te hebben, die hunne livrei dragen, zegt de H. Alphonsus, zoo ziet de H. Maagd gaarne, dat hare dienaren haar scapulier dragen.quot; En van den anderen kant moeten de kinderen van Maria niet eene heilige fierheid dat gewijde kleed dragen.

83

ocr page 88

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

Als de kinderen dezer wereld trotsch gaan op een duimbreed lint, waarmede zij gedecoreerd zijn, wat gouden of zilveren galon, dat op hunne schouders of op hun hoofdtooisel prijkt, met veel meer reden moeten de kinderen des lichts er groot op gaan de eereteekenen te dragen van de Koningin des hemels. Het scapulier heeft, alvorens tot hen te komen, eene plaats gevonden op edele en heilige borsten. Het scapulier heeft inderdaad bijna al de tronen van Europa bestegen, zelfs den Stoel van den H. Petrus.

Toen in 1622 Lodewijk XIII Montpellier belegerde, werd De Beauregard, die aan zijne zijde was, door twee kogels in de volle borst getroffen. Mij wankelde doch viel niet. Men vond de twee kogels platgedrukt op zijn scapulier. Toen de koning dit wonder zag, ging hij zich ook onverwijld met het scapulier bekleed en.

Generaal Chareton, oud-afgevaardigde en oud-senator, zeide, toen hij met twee van zijne ambtgenooten over zijne bekeering sprak : „Als gij den vrede des harten wilt terugvinden, doet dan zooals ik; ik dank mijne bekeering aan mijn scapulier, dat ik sedert den oorlog van den Krim niet opgehouden heb te dragen.quot;

Van de Pausen, die er mede bekleed zijn geweest, zullen wij alleen noemen Clemens VUL Toen deze Paus tot het opperherdersambt was verheven, wilde de dienaar, die hem van zijne cardinaalsgewaad ontdeed, hem ook van zijn scapu-per ontdoen, zeggende, dat het pauselijk kleed de waarde van alle kleederen in zich vereenigt ; maar de godvruchtige Opperherder antwoordde hem : „Laat mij Maria behouden, uit vrees dat Maria mij niet behoude.quot; Dat iedere geloovige dus het het scapulier drage, dat hij het vereere, vooral in de bekoringen, in het bijzonder gedurende den nacht. (Zie het Aanhangsel, No. III).

De medailles van de Koningin des hemels moeten eveneens schitteren op de borst van ieder vurig christen. De sol-

84

ocr page 89

DU EER AAN MARIA VI'.RSCHULDIGD.

daten moeten zich niet schamen zich er mede te wapenen op het slagveld. De veldmaarschalk Bugeaud heeft bij al zijne tochten in Afrika de medaille gedragen, welke zijne dochter hem bij het vertrek gegeven had. Eens, dat hij met zijne soldaten op expeditie gegaan was, bemerkte hij twee uren later, dat hij ze vergeten had. Hij riep aanstonds een Turksch ruiter en zeide hem ; „Vriend, ik heb mijne medaille in mijn tent gelaten ; ik kan zonder haar geen slag leveren, ik laat het leger halt houden en met het horloge in de hand verwacht ik u in een uur terug.quot; De ruiter vertrok ijlings en een uur later was hij terug. Bugeaud nam zijne medaille, vereerde ze in de tegenwoordigheid van geheel zijn generalen stat, hechtte ze aan zijn borst, en sprak met luide stem : „Nu voorwaarts, met mijne medaille ben ik nog nooit gewond.quot;

Lodewijk de Vrome, zoon van Karei den Groote, droeg altijd de beeltenis van de H. Maagd bij zich ; en zelfs te midden van het jaclitvermaak zocht hij eene eenzame plaats om haar geknield zijne vereering te bewijzen.

Frans I liet, om eene schending aan een beeld van de H. Maagd toegebracht, een ander beeld maken van zilver en droeg het zelf met groote plechtigheid, onder een vloed van tranen, naar de plaats van het geschondene.

De H. Ferdinand III, koning van Leon en Castilie, liet altijd eene beeltenis der H. Maagd voor zijn leger uitdragen. Behalve deze beeltenis, rondom welke zijne getrouwe soldaten zich schaarden, droeg de koning zelf eene kleine beeltenis op zijne borst en hij hing die aan den boog van zijn zadel, wanneer hij ten strijde trok. Daaraan was het toe te schrijven, dat hij op de Mooren de schitterendste overwinningen behaalde.

De H. Carolus Borromeus, Aartsbisschop van Milaan, liet iedere maand eene luisterrijke processie houden, waarbij eene beeltenis der H. Maagd plechtig werd rondgedragen. Hij liet zelfs in het portaal van alle parochiale kerken van zijn bisdom het beeld der Moedermaagd eene waardige plaats innemen.

ocr page 90

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

Toen de Grieksche keizer Joannes Commenes, eene groote overwinning op de Perzen had behaald, liet hij, in plaats van zelf den triomfwagen te bestijgen, er een beeld op plaatsen van de H. Maagd, aan wie hij den voorspoed van zijne wapenen toeschreef; hij zelf ging te voet met een kruis in de hand.

De beroemde Bayard, de ridder zonder vrees en zonder blaam, had altijd eene beeltenis van de Moeder Gods bij zich; nooit verliet hij zijne kamer zonder Maar op beide knieën haren zegen gevraagd te hebben; en hij kuste den grond ter harer eer.

Edelmoedige zielen, verspreidt de devotie, beelden van de H. Maagd te doen plaatsen in de parochiale kerken, op de heuvelen, die uwe woonplaats beheerschen, of in de kapellen langs den weg. Goed zou het zijn, dat in elk gezin een beeld of eene schilderij aanwezig was van Maria, minstens in het vertrek, waar men zich alle dagen vereenigt om gezamenlijk te bidden, wat eene van de heilzaamste oefeningen is. En wanneer men geene beelden van Maria kan doen plaatsen, dan kan men toch hare altaren versieren.

De H. Joanna van Valois gebruikte hare koninklijke handen, om te arbeiden aan de versiering van Maria's heiligdommen, en wijdde er al hare zorgen aan om den luister van haren eeredienst te verhoogen. De H. Rosa van Lima was slechts eene arme arbeidster. Toch had zij de gunst gevraagd en verkregen, het heiligdom van O. L. V. van den Rozenkrans te versieren, dat niet ver van hare geboortestad was gelegen. Alle dagen ging zij er bidden en dikwijls bracht zij er een bloemruiker. Door deze godvruchtige handelingen verkreeg zij verschillende mirakelen.

Andere heilige zielen offeren aan Maria, in plaats van bloemen, eene lamp of eene kaars, die branden voor hare beelden-Er is niets gemakkelijker dan alle dagen te gaan neerknielen aan den voet van een altaar van Maria, haar eenige eerbe-

86

ocr page 91

DE ÉER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

wijzing aan te bieden, als een bloemruiker, of een gebed. De H. Alphonsus heeft een boek geschreven voor de bezoeken aan de H. Maagd, waarvan men met groote vrucht gebruik kan maken, in de oogenblikken bij de goede Moeder door te brengen.

De gelukzalige Crispinus van Viterbo werd op zeer jeugdigen leeftijd op de leerschool gedaan bij een van zijne ooms, die schoenmaker was. Deze gaf hem 's Zaterdags 's avonds een klein loon. Des Zondags 's morgens lie]) het godvruchtige kind naar de markt, en kocht er een bloemruiker. „Geef mij uwe schoonste bloemen, zeide hij tot den koopman, want ik wil ze aan eene zeer voorname Vrouw aanbiedenquot;. Vervolgens ging hij ze naar een beeld van Maria brengen en bleef den geheelen morgenstond de H. Missen dienen in de kerk, die hij had uitgekozen.

De godsvrucht der Katholieken heeft, van de vroegste tijden af, den Zaterdag gewijd aan de H. Maagd. Het is op dezen dag, dat de heilige zielen de oefeningen verdubbelen, door welke zij hunne Moeder in den Hemel eeren. De H. Carolus Borromeus, de H. Alphonsus de Liguori, de H. Joannes van het Kruis, de H. Elizabeth van Portugal, de 11. Petrus Da-mianus vastten alle Zaterdagen. De H. I.odewijk spijzigde op dien dag twaalf armen en diende ze met zijne koninklijke handen. Ilij had de gunst gevraagd op een Zaterdag te sterven, en hij werd verhoord,

Eene goede biecht, alle Zaterdagen gesproken, is ontegenzeggelijk de meest geschikte oefening om Maria te eeren, die niets zoozeer verlangt van hare kinderen als de zuiverheid van geweten. Men zou, na de Absolutie ontvangen te hebben, de toewijding van zich zeiven of van zijn huisgezin aan de H. Maagd kunnen vernieuwen. Wij geven er de formule van in No. V en VI van het Aanhangsel.

De H. Alphonsus beveelt aan, zich tot de feesten van Maria voor te bereiden door een noveen, gedurende welke hij

87

ocr page 92

DE EER AAN MARIA VERSCHULDIGD.

aanraadt, iederen dag honderd of ten minste vijftig actes van liefde tot Jezus en Maria te doen, een beeld van de H. Maagd te bezoeken, eenige versterving te doen, en vooral te naderen tot de Sacramenten. De H. Elizabeth van Hongarije deed, gedurende de week, die de feesten van Maria vooraf-ging, iederen dag duizend kniebuigingen en bad telkens een Wees Gegroet.

Eindelijk, de bedevaarten naar een beroemd heiligdom van de Moeder Gods zijn ook een uitstekend middel om de Ko-

a

mngin des hemels te eeren.

De Kerk heeft altijd die godvruchtige bedevaarten begunstigd, die in onze dagen een bloei hebben bereikt, de schoonste eeuwen der Kerk waardig. Zonder te spreken van de oude pelgrimstochten, die in onzen tijd alle herleefden, hoevelen bezoeken ieder jaar de heiligdommen van Salette, van Lourdes, van Kevelaer en de vele bedevaartplaatsen van Maria in ons vaderland ! En met hoevele gunsten beloont Maria hen, die er gaan bidden ! hoevele zondaren vinden daar hunne bekeering ! hoevele zieken herkrijgen daar de gezondheid ! hoevele wankelende roepingen worden daar bevestigd ! Niets is beter, wanneer het mogelijk is, dan ieder jaar in die heilige bedeplaatsen eenige dagen van afzondering door te brengen, gedurende welke men eene generale biecht spreekt of zijne zonden op nieuw voor den geest roept.

De H. Joannes Berchmans ging van zijne jeugd af ter be devaart naar Scherpenheuvel, in de nabijheid van zijn geboortestad. Aan den voet van het beeld van Maria wijdde hij geheel zijne jeugd en geheel zijn leven aan de H. Maagd, en bad Haar om bijstand ten einde al zijne dagen te gebruiken voor de glorie van haar Zoon. Hij werd verhoord : Maria bewaarde hem voor alle klippen, en bracht hem in de So-cieteit van Jezus, waarin hij heilig overleed, op den leeftijd van twee en twintig jaren. En Leo XIII heeft hèm niet lang geleden heilisr verklaard.

88

ocr page 93

. 1

quot;tl

- .11

• •■• i

HOOFDSTUK II.

Over het Vervrouwen en de Liefde aan Maria \ ersoliuldlu:d.

Artikel I.

it II:

Vertrouwen op Maria.

jrij moeten de H. Maagd aanroepen met vertrouw en: dat 0,04^ is het onderwerp van de eerste paragraaf. In de tweede zullen wij verklaren, door welke oefeningen wij het best den bijstand van die hemelsche Voorspreekster kunnen verwerven.

•5 1. Wij moeten Maria met vertrouwen aanroepen.

. v ij gevoelen genoegzaam de behoefte, die wij hebben aan den bijstand van hier boven. Zonder de gratie zijn wij volstrekt machteloos om aan het werk der zaligheid te arbeiden. Zonder Mij, heeft de 1 leer gezegd, kunt gij niets doen, noch weinig, noch veel, zooals de H. Augustinus verklaart. Zonder den goddelijken bijstand kunnen wij zelfs den Naam van Jezus

ocr page 94

HET VERTROUWEN OP MARIA.

niet op eene verdienstelijke wijze uitspreken, zelfs geene goede gedachte in de bovennatuurlijke orde vormen. Welnu volgens de gewone orde van de Voorzienigheid wordt de gratie alleen geschonken aan het gebed.

Met gebed is derhalve noodzakelijk ter zaligheid. Zonder gebed is het onmogelijk de noodige gratiën te verkrijgen om heilig te worden en om te volharden in de vriendschap van God. De uitverkorenen zijn in den hemel, omdat zij gebeden hebben. De verdoemden zijn in de hel, omdat zij niet gebeden hebben. Wij kunnen ongetwijfeld onze gebeden onmiddellijk tot God richten, want Hij wil zelfs, dat wij Mem onzen Vader noemen, welke gezegende naam ons vertrouwen moet opwekken ; en het is Jezus Christus, Die voor ons door Zijn dood verdiend heeft. Zijne kinderen te zijn. De Kerk draagt dan ook hare gebeden aan God op door Jezus Christus, onzen Heer, onzen eenigen voornamen Middelaar.

„Wat is er, dat zulk een Zoon van zulk een Vader niet zou kunnen verkrijgen? zegt de H. Bernardus. De Zoon zal ongetwijfeld verhoord worden ter wille van den eerbied en de liefde, die Zijn Vader voor Mem heeft. Maar gij vreest misschien in Jezus Christus de goddelijke majesteit ? want door mensch te worden heeft Mij niet opgehouden God te zijn. Gij wilt een voorspreker bij I lem hebben ? Gaat tot Maria. Wij hebben een middelaar noodig bij onzen Middelaar Jezus ; en er is geen betere dan Maria. Ook Zij zal verhoord worden ter wille van den eerbied dien Zij verdient. De Zoon zal Zijne Moeder zeker verhooren, en de Vader Zijn Zoon. Mijne kinderen, zietdaar de ladder der zondaren, zietdaar de krachtigste beweegreden van mijn vertrouwen, zietdaar de oorzaak van mijne hoop.quot;

Inderdaad, Maria kan in al onze behoeften een krachtigen bijstand verleenen en Zij is bereid ons te hulp te komen. Is dat niet genoeg om ons met een vol vertrouwen tot Maar te wenden ? Maria is de Moeder van God, hebben wij gezegd :

9°

ocr page 95

HET VERTROUWEN OP MARIA.

Kan haar Zoon haar gebed afwijzen of zelf afgewezen worden door Zijn Vader? Kan Hij weigeren naar de stem van Zijne Moeder te luisteren, of kan het zijn, dat Zijn Vader niet luistert naar Hem ? Voorzeker neen. Maria is de Koningin dei-Engelen, hare gebeden hebben meer invloed op het hart van God dan die van alle hemelingen; wanneer Zij bidt, dan vereenigen zich al de Engelen en al de uitverkorenen met Haar om met Haar te bidden. Tot Haar nemen zii hunne toevlucht, wanneer zij eeuige gunsten verlangen voor hen, die zij beschermen.

„Wij wenden ons niet tot een Heilige, opdat hij voor ons tusschenbeide kome bij een anderen Heilige; want zij zijn allen van denzelfden rang: maar wij kunnen de Heiligen vragen voor ons ten beste te spreken bij Maria, die hunne Koningin en Meesteres is,quot; zegt Suarez. „Maria,quot; zoo vervolgt de H. Bernardus, „zal altijd genade vinden en wij hebben niets dan genade noodig. Zoeken wij de genade, en zoeken wij ze door Maria; want Zij vindt wat Zij zoekt, en Zij is nooit teleurgesteld in hare verwachting. God heeft in haar de volheid van alle goed gesteld. Hij heeft gewild, dat wij alles zouden hebben door Maria.quot;

„Als wij niet kunnen twijfelen aan de macht van Maria, welke reden zou dan onze menschelijke zwakheid hebben om te vreezen tot Haar te naderen? vraagt de H. Bernardus. In Haar is niets gestrengs, niets vreeswekkends ; Zij is geheel zachtaardigheid; Zij biedt aan allen de melk en de wol (van de zachtaardigheid en van hare barmhartige bescherming). Zij is alles voor allen geworden. Zij heeft met eene matelooze liefde de verplichting op zich genomen wetenden en onwetenden bij te staan ; Zij opent voor allen den schoot van hare barmhartigheid, opdat allen van hare volheid ontvangen : de gevangene zijn losprijs, de zieke zijne genezing, de bedroefden vertroosting, de zondaar vergiffenis, de rechtvaardige gratie, en de Engel zelfs vreugde. Zij onderzoekt niet naar onze verworven

91

ocr page 96

HET VERTROUWEN OP MARIA.

verdiensten ; Zij laat allen tot Haar naderen, toont zich voor allen vol welwillendheid; met een teeder mededoogen stelt Zij belang in de behoeften van allenquot;.

Hebben wij niet gezegd dat Zij voor allen, voor den ellen-digste der zondaren, voor het armste van hare kinderen eene Moeder vol teederheid en edelmoedigheid is? Kan eene moeder haar kind vergeten, en geen medelijden hebben met de vrucht van haren schoot ? Maar als eene moeder zoover ging, nooit zou Maria ons kunnen vergeten. Zij die voor ons het leven van Jezus op Calvarië heeft opgeofferd. Derhalve laten wij ons met een vurig gebed nederwerpen aan de voeten van Maria, laten wij ze omhelzen en verwijderen wij ons niet. alvorens Zij ons heeft gezegend. Te meer omdat, zooals wij met den H. Alphonsus hebben opgemerkt, de aanroeping van Maria als noodzakelijk is ter zaligheid.

Daarenboven het is Jezus Christus welgevallig, dat wij ons tot Zijne Moeder wenden, die Hij zoo gaarne ziet geëerd worden. En onze gebeden zijn altijd zoo onvolmaakt! Zij hebben groot noodig, om aanvaard te worden door God, dat zij gaan door de handen van Maria. Als wij dit beseffen en tot Maria onze toevlucht nemen, opdat Zij aan onze zwakheid tegemoet kome, dan geven wij aan onze gebeden dat kenmerk van nederigheid, die ze doet doordringen tot in den hemel, tot in het Hart van God. „Gij allen, zegt de H. Bernardus, die gevoelt, dat ge op de zee van deze wereld tusschen stormen en orkanen heendobbert, meer dan ge met vasten tred voortschrijdt op de aarde, wendt uwe oogen niet af van den glans van deze Sterre, wanneer ge niet wilt omkomen in de golven. Als de stormen der bekoringen zich verheffen, als ge de klippen der wederwaardigheden ontmoet, werpt uw blikken op de Sterre, roept Maria aan. Als ge wordt opgestuwd door de golven van hoovaardij, van eerzucht, van haat, van afgunst, vestigt het oog op de Sterre, roept Maria aan.

„Wanneer de gramschap, de hebzucht, de vermaken der

92

ocr page 97

HET VERTROUWEN OP MARIA.

zinnen het scheepje van uwe ziel bedreigen, ziet op naar Maria. Wanneer gij, ontsteld door de grootheid van uwe misdaden, beschaamd over uw zondig geweten, verschrikt door dc vrees voor het oordeel, ziet, dat de afgrond van droefheid en wanhoop zich voor u opent, denkt aan Maria. In gevaren, in beproevingen, in twijfelingen, denkt aan Maria, roept Maria aan.

^Als gij Haar vraagt, dan zult ge niet meer wanhopen : als gij aan Haar denkt, zult ge niet afdwalen; als Zij u bij de hand neemt, zult ge niet vallen ; als Zij u beschermt, zult ge niet vreezen ; als Zij u geleidt, zult ge niet moede worden, als Zij u goedgunstig is, dan zult ge veilig den eindpaal bereiken.quot;

Wanneer Maria vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn ? Een waar dienaar van Maria kan niet verloren gaan. Wie gevoelt, na deze welsprekende woorden, niet het verlangen in zich opkomen, Maria te bidden met vertrouwen, met vurigheid, met volharding ? Maria van Egypte werd na een zondig teven van zeventien jaren op wonderdadige wijze bekeerd door de H. Maagd. Om de gelegenheden van in hare ongebondenheden te hervallen te vluchten, ging zij zich verschuilen in de woestijn ; en daar nog deden de duivel en de gevolgen van hare schuldige gewoonten ruwe aanvallen. Wanneer zij gevaar liep te bezwijken, dan wierp zij zich met het aangezicht ter aarde, riep Maria te hulp en stond niet op vooraleer hare ziel werd versterkt en getroost.

De II. Alphonsus schrijft een geheel hoofdstuk, om te bewijzen, dat de H. Maagd de zielen in het vagevuur troost ei: bevrijdt ; en hij besluit met deze troostende woorden ; „Wanneer wij Haar met eene bijzondere liefde dienen, waarom kunnen wij niet hopen aanstonds na den dood in den hemel toegelaten te zullen worden, zonder in het vagevuur te komen ? . . . Wanneer wij met onze gebeden de geloovige zielen willen bijstaan, laten wij dan niet na haar in onze gebeden aan de glorievolle Maagd aan te bevelen.quot;

93

ocr page 98

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

Het is dus goed te zeggen, door welke oefeningen wij den machtigen bijstand van de Koningin des Hemels zullen verwerven, voor ons zeiven en voor hen, die ons dierbaar zijn.

S5 11. Oefeningen tot de H. Maagd.

vfèjjeze oefeningen zijn veelvuldig, zooals wij reeds in het vorige hoofdstuk hebben aangegeven, liet is niet noodzakelijk, dat een ieder ze alle verrichte; iedereen kieze die, welke het meest met zijn smaak en zijn stand overeenkomen. Maar het is noodzakelijk, dat al de ware kinderen van Maria zich een onveranderlijken regel maken van eenige oefeningen te onderhouden, waaraan zij dan standvastig getrouw moeten blijven. De lamp dooit uit, als men er geen olie meer bij doet; en zonder geregelde oefeningen houdt elke devotie op. Het is eene standvastige volhardende liefde tot Maria, die ons in ons laatste uur de eind volharding zal verzekeren. Dat men er wel de aandacht op vestige en het nooit vergete !

Het uitspreken alleen van den naam van Maria is een heilzame aanroeping. De ! leiligen kennen aan dien gezegen-den naam eene bijzondere kracht toe om den duivel af te weren en op de vlucht te drijven. Hoe toch zou de naam van de zuiverste Maagd tegelijk met de zonde op onze lippen en in onze harten kunnen zijn ? Ook hebben de ware dienaren van Maria herhaaldelijk haar naam met eene onuitsprekelijke liefde en een onbegrensd vertrouwen uitgesproken. De 11. Antonius van Padua past op dezen gezagenden naam de woorden toe, die de H. Bernardus gesproken heelt over den naam van Jezus. ,,De naam van Maria is voor mij een honigraat in den mond, een melodie in de ooren en de jubel in het hart.quot;

De H. Radegondis, echtgenoote van koning Clotarius, grifte met een puntig ijzer den naam van Maria op hare borst. Toen Pater Theodoricus Canisius den dood vernam van zijn

94

ocr page 99

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

broeder, den gelukzaligen Petrus Canisius, werd hij door ecne beroerte getroften, die hem het geheugen geheel benam : hij vergat alle woorden, uitgenomen de namen van Jezus en Maria. Gedurende de vijf jaren, dat deze toestand duurde, kon hij zijn lippen niet bewegen dan alleen om de namen van Jezus en Maria uit te spreken.

Met feest van den heiligen naam van Maria, te voren reeds in vele kerken gevierd, werd tot de geheele Kerk uitgestrekt door paus Innocentius XI, in 1683, ter herinnering aan de overwinning van Weenen. Deze stad was door 200,000 Turken en Tartaren belegerd. De geheele Christenheid werd bedreigd en in de algemeene ontsteltenis riep men overal den naam van Maria aan. Toen de stad, na eene belegering van twee maanden tot het uiterste gebracht, op het punt stond zich over te geven, verscheen Joannes Sobieski, koning van Polen, met zijn leger op de bergen. Hij woonde de H. Mis bij, die hij zelf diende. Met de armen ten hemel uitgestrekt, ontving hij de H. Communie, smeekte den priester het leger te zegenen en zeide vervolgens tot zijne soldaten : „Trekken wij naar den vijand onder de bescherming des hemels en den bijstand van Maria.quot; Het leger als geëlectriseerd werpt zich op de Turken, die verpletterd worden en wegvluchten, joannes Sobieski gaat aanstonds naar de kerk om het Te Deum te zingen en in tegenwoordigheid van allen erkent hij, dat hij de overwinning enkel verschuldigd is aan de gunst des hemels en de bescherming van Maria.

Het is in den oorlog tegen den duivel, in de bekoring, dat wij vooral den naam van Maria moeten uitspreken of ons tot Haar wenden door een vurig schietgebed. Men weet, dat het ons onmogelijk is zonder den bijstand van God in hevige bekoringen te zegevieren; en het gebed is het middel, waardoor wij dien bijstand verwerven. Het groote gebod van het gebed verplicht dus vooral, wanneer wij zwaar bekoord worden. Hieraan denkt men ongelukkigerwijze niet genoeg.

95

ocr page 100

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

Velen meenen aan alle gerechtigheid voldaan te hebben, wanneer zij 's morgens en 's avonds een gebed hebben gestort, somtijds zelfs in voortdurende verstrooidheid; en zij denken er niet aan te bidden, wanneer zij worden bekoord. Moet men zich dan verwonderen, dat zij jammerlijk tot val komen ? .. .. O ! Bidden wij toch in de bekoringen !

Maar tot wien zich te wenden, zoo niet tot Maria? Zoodra de kuikens een roofvogel bemerken, vluchten zij onder de vleugelen van hunne moeder, zoo ook moeten wij doen. „Wanneer alle menschen .... in de bekoringen altijd en aanstonds hunne toevlucht namen tot Maria, zou men dan wel ooit iemand zien vallen ? Zou men wel iemand zien verloren gaan? Degene valt en gaat verloren, die niet tot Maria zijne toevlucht neemt.quot; Aldus spreekt de H. Alphonsus.

Hieronvmus Emilianus, van eene senatoriale familie van Venetië, was een dapper legeraanvoerder, wien zijne landge-nooten belastten met de verdediging van Castelnovo. Helaas : hij werd overwonnen en krijgsgevangen gemaakt door de Duitschers, die hem in een duistere kerker wierpen. Niets in het vooruitzicht hebbende dan een spoedigen dood, herinnerde hij zich de 11. Maagd van Trevizo, die hij in zijne jeugd had aangeroepen. Hij wendde zich met vertrouwen tot Haar. Maria kwam hem zelf bezoeken in de gevangenis, opende de deuren en deed zijne ketenen afvallen. Emilianus ontsnapte en ging zijne ketenen ophangen aan het altaar van O. L. V. van Trevizo. Hij veranderde zijn leven, stichtte eene congregatie van religieuzen, die aan de verzorging van weezen hun leven wijden en stierf als een heilige. O zondaar, roep Maria aan : Solve vincla reis, maak de boeien der schuldigen los; en kom aan hare voeten de ketenen van uwe schuldige gewoonten afleggen !

Wie kent niet die korte gebeden, die men overal kan storten, dag en nacht; Zoet Hart van Maria, wees mijn heil! En : Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze

96

ocr page 101

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

toevlucht tot U nemen. Hoevele zielen zijn, door ze dikwijls uit te spreken, van een leven van zonden overgegaan tot eene volmaakte zuiverheid van geweten !

Men zal aan het einde van dit werkje eenige andere gebeden tot Maria vinden, die men met vrucht dikwijls zal herhalen. Maar . er is er geen, dat meer gebruikt, meer geheiligd is door de Kerk en door de godsvrucht der geloovigen, dan het Wees Gegroet. „Groote Heiligen, zegt de gelukzalige Grignon van Montfort, hebben geheele boeken samengesteld van de wonderen en de kracht van dit gebed om de zielen te bekeeren. Weet, dat het Wees Gegroet het schoonste van alle gebeden is na het Onze Vader. Met is de beste begroeting van Maria, die men kan uitdenken ; want het is de begroeting, die de Allerhoogste Haar door monde van den Aartsengel Gabriel toezond.

,,Het is ook door deze begroeting, dat gij ongetwijfeld haar hart zult winnen, wanneer gij ze uitspreekt, zooals het behoort. Het Wees Gegroet goed gebeden is, volgens de Heiligen, de vijand van den duivel, dien het op de vlucht drijft en de hamer, die hem verplettert; het is de heiliging van de ziel, het gezang van de uitverkorenen. Het Wees Gegroet is een hemelsche dauw, die de ziel vruchtbaar maakt; het is eene kuische en liefdevolle omhelzing, die men aan Maria geeft; het is eene bloeiende roos, die men Haar aanbiedt; het is een kostbare parel, die men Haar schenkt.quot;

Tuckwell, op het eiland Mauritius uit Engelsche protestant-sche ouders geboren, hoorde op den leeftijd van zes jaren het Wees Gegroet bidden en onthield het. Als zijne moeder het hem hoorde herhalen, deed zij er hem bitters verwijten over; maar het kind liet haar in het Evangelie zien, dat de Aartsengel Gabriel het Wees Gegroet had uitgesproken. Toen hij den leeftijd van dertien jaren had bereikt, hoorde hij eenige Protestanten in de zaal van zijne moeder hevig uitvaren tegen de vereering van de Heilige Maagd ; en het kind zocht in den

97

ocr page 102

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

bijbel het Magnificat en las hun deze woorden voor : Alle geslachten zullen mij zalig noemen. Waarom dus, zeide hij, zich te verzetten tegen hen, die Maria verheerlijken ? Toen riep de moeder uit: „Dat kind zal mij eenmaal schande aandoen ; het zal katholiek worden.quot; Hetgeen zij voorzag gebeurde, zoodra het kind vrij was. Hij wilde zijne zuster bekeeren, die moeder was van een huisgezin, maar zij verwierp zijn voorstel geheel en al ; toen echter twee van hare kinderen door de kroep waren aangetast en op het punt waren van te sterven, toen stemde zij er in toe, met haar broeder het Wees Gegroet te bidden en de twee kinderen werden genezen. Tuckwell verliet toen zijne betrekking van ambtenaar van de Engelsche douanen en ging naar Mgr. Delannoy te Aire, die hem gekend had op het eiland Bourbon, om hem te vragen de H. Priesterwijding te mogen ontvangen.

De H. Alphonsus en de H. Leonardus van Porto Mauritio raden alle geloovigen aan, iederen dag driemaal het Wees Gegroet te bidden ter eere van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, om door Haar te verkrijgen van de zonde bewaard te blijven en vooral van de zonde tegen de deugd der Engelen. Niets is voorzeker gemakkelijker. Maar de vurige dienaren van Maria stellen er zich niet mede tevreden. Zij bidden ook het rozenhoedje. De geschiedenis leert ons, dat groote generaals en zelfs groote koningen, als Lodewijk XIV, het alle dagen baden. „Men heeft altijd opgemerkt, zegt de gelukzalige Grignon van Montfort, dat zij, die het kenteeken der verwerping dragen, als al de ketters, de goddeloozen, de hoovaar-digen en de wereldlingen, het Wees Gegroet en het rozenhoedje verachten. De ketters leeren en bidden nog het Onze Vader, maar het Wees Gegroet en het rozenhoedje niet. Daar hebben ze een afkeer van, zij zouden liever een slang bij zich dragen dan een rozenkrans.

„Ook de hoovaardigen, al zijn ze katholiek, die dezelfde

98

ocr page 103

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

neigingen hebben als hun vader Lucifer, hebben slechts verachting of onverschilligheid voor het Wees Gegroet en beschouwen den rozenkrans als eene devotie, die alleen goed is voor onwetenden en voor hen, die niet lezen kunnen. Integendeel heeft men bij ondervinding opgemerkt, dat zij, die overigens groote teekenen van voorbeschikking hebben, het Wees Gegroet gaarne, met smaak en met genoegen bidden.

,,Ik weet niet, hoe dat geschiedt, noch waarom ; maar het is toch waar, ik heb geen beter middel om te weten, of iemand aan God toebehoort, dan te onderzoeken of hij gaarne het Wees Gegroet en het rozenhoedje bidt. Ik zeg; of hij het gaarne bidt; want het kan gebeuren, dat iemand in de onmogelijkheid is het te bidden; maar hij zou het gaarne doen.. . Ik smeek u derhalve met aandrang door de liefde, die ik u in Jezus en Maria toedraag .... het rozenhoedje te bidden en zelfs, als gij er den tijd toe hebt, den rozenkrans alle dagen ; en gij zult in het uur van uwen dood den dag en het uur zegenen, dat gij mij hebt geloofd.quot; Inderdaad, wanneer men dikwijls, alle dagen van zijn leven, tot de H. Maagd herhaald heeft: Bid voor ons, nu en in hei mir van onsen dood, is het dan mogelijk dat Zij ons in ons laatste uur zal verlaten en weigeren voor ons de deur des hemels te zijn?

Mgr. Dupanloup werd eens geroepen bij het ziekbed van eene jonge dame van twintig jaren, de dochter van een der voornaamste maarschalken van Frankrijk; zij ging sterven na een schoon kind te hebben ter wereld gebracht. Toen de bisschop bij haar kwam, vond hij haar in de grootste kalmte, te midden van al degenen, die haar toestand in de pijnlijkste droefheid stortte. „Denkt gij niet. Vader, zeide zij tot hem, dat ik naar den hemel zal gaan? — Ik vertrouw het zeker, antwoordde de bisschop. — En ik, hernam de zieke, ik ben er zeker van. — Hoe dat ? — Ik bid sedert vier jaren alle

99

ocr page 104

OEFENINGEN TOT DE H. MAAGD.

dagen mijn rozenhoedje. Het is onmogelijk, dat ik, na vijftig maal daags tot Maria gezegd te hebben : Bid voor ons, nu en in het uur van onzen dood. Haar niet bereid zal vinden om mij bij te staan.quot; En deze jeugdige vrouw troostte hare bejaarde ouders, bemoedigde haar ongelukkigen echtgenoot, zegende haar kind, niet zonder tranen maar toch met eene bewonderenswaardige kalmte; en te midden van de omhelzingen, die te vergeefs poogden haar te weerhouden, verliet zij al de grootheid van deze aarde om blijde den hemel in te gaan.

De H. Alphonsus Rodriguez bad zoo aanhoudend den rozenkrans, dat de koralen zijne vingeren hadden vereelt. En deze devotie werd met buitengewone gunsten door de H. Maagd beloond. Men weet, dat de Christenen van de invallen der Muzelmannen werden bevrijd door de gebeden van den rozenkrans en dat het feest van den Rozenkrans de gedachtenis aan die miraculeuse overwinning vereeuwigt. De H. Lodewijk, koning van Frankrijk, bad alle dagen het kleine officie van O. L. V. en den rozenkrans; en terwijl hij het rozenhoedje bad, knielde hij vijftig maal, wanneer hij zeide : Wees Gegroet. Zie over den rozenkrans en het rozenhoedje het Aanhangsel No. I en II.

De Litanie van O. L. V. is ook een gebed door de Kerk goedgekeurd, dat men met vrucht dikwijls zal bidden.

Hoevele leden van eene congregatie bidden alle dagen het officie van de Onbevlekte Ontvangenis! Er zijn zelfs jonge lieden in de wereld, die alle dagen het officie van O. L. V. lezen. Het is ook eene heilige oefening zevenmaal het Onze Vader en het Wees Gegroet te bidden ter eere van de zeven smarten van Maria.

Wie kent niet het treffende gebed van den H. Bernardus :

Memorare, Gedenk, o goedertierenste Maagd..... Men zal

het eveneens vinden in het Aanhangsel No. VIII met eenige andere gebeden tot Maria.

IOO

ocr page 105

de liefde tot maria.

Het is eene treffende en goede gedachte van eene menigte heilige zielen, die zich, des morgens en des avonds, voor Maria nedervverpen en Haar vragen den dag en den nacht te zegenen.

Roepen wij Maria dikwijls en met volharding aan door eenige van deze oefeningen, en Zij zal voor ons verkrijgen Haar te beminnen in dit leven en in het ander leven.

Artikel II.

De Liefde tot Maria.

quot;EDat is een zoete plicht, zooals wij zullen aantoonen in de eerste paragraaf; en in de tweede zullen wij de wijze aangeven, waarop wij dien moeten vervullen.

§ I. Wij moeten Maria beminnen.

Jt^J'et hart van den mensch is zoo gemaakt, dat het genegen is te beminnen wat schoon, wat volmaakt, wat goed is. Welk schepsel nu kan met Maria vergeleken worden in schoonheid, in volmaaktheid en in goedheid ?

Hare hemelsche bekoorlijkheden hebben den H. Geest zelf verrukt; en in de eeuwige glorie, omringd van den glans der verrezen lichamen, maakt Maria de bewondering uit van den ganscheh hemel. Arme slaven van de vergankelijke schoonheden dezer aarde, van die bloemen, die des morgens ontluiken om te verwelken door den adem van den avondwind, en vervolgens vertreden te worden in het stof der aarde, kent gij Maria niet ? O 1 vraag Haar, dat Zij zich aan u toone, zooals Zij zich getoond heeft aan de Heiligen, dat Zij u doe begrijpen, hoe bitter de liefde van deze aarde is, welke misleidingen en dikwijls welke afwijkingen zij veroorzaken, welke zuiverheid, welken vrede men vindt met Maria te beminnen;

lOI

ocr page 106

DE LIEFDE TOT MARIA.

en gij zult Haar uitkiezen tot uwe hemelsche Vriendin : en gij zult Haar uw hart schenken, opdat Zij het schenke aan Jezus,, tot Wien Zij al hare gaven en die van hare kinderen terugbrengt.

Dat Maria het meesterstuk is van Gods hand, dat Zij de volheid der volmaaktheid en heiligheid bezit, dat hebben wij breedvoerig genoeg uiteengezet in ons eerste deel. Er is dus na God niets, dat meer geschikt is om de rechtschapen zielen in verrukking te brengen ; daarom noemde de H. Bernardus Haar de roofster der harten.

Bij deze beweegreden voegt zich de goedheid van Maria voor ons en de liefde die Zij ons toedraagt. Als het waar is, zooals wij boven hebben aangetoond, dat alle gratiën komen door de handen van Maria, roepen wij dan voor den geest al de genaden, die wij ontvangen hebben sedert wij op aarde zijn : het Doopsel, eene christelijke opvoeding, de eerste Biecht, de eerste H. Communie, de dikwijls ontvangen H. Sacramenten, de goede verlangens, de heilzame gedachten, de wroeging, wanneer wij den goeden God hadden beleedigd, enz..... Ons leven is slechts een weefsel van gratiën. Vanwaar komen zij ? Ongetwijfeld van God ; want alle volmaakte gave is van hierboven en daalt af van den Vader des lichts ; maar door wien is ons dat medegedeeld ? Door Maria,

de bewaarster en de uitdeelster der hemelsche gaven.....

Moet dan hare barmhartigheid ons niet aan hare liefde boeien ?

Dikwijls zijn wij ontrouw geweest aan onzen God en aan onze Hemelsche Moeder ; en toch, Zij bemint ons nog. Zij bemint ons naar de maat van liefde, die Zij God toedraagt; want er is geene tweevoudige liefde, eene met welke men God bemint, en eene andere met welke men den evenmensch bemint; maar het is ééne en dezelfde liefde, waardoor het hart van Maria wordt verteerd èn voor God èn voor ons, omdat Zij in ons het beeld ziet van God.

102

ocr page 107

DE LIEFDE TOT MARIA.

,,AIs er dan onder al de hemelsche geesten niemand is, die God meer bemint dan Maria, zegt de H. Alphonsus, dan hebben we niemand en kunnen we niemand hebben, die na God ons meer bemint dan die teedere Moeder. Wanneer men zeHs de liefde van al de moeders voor hunne kinderen, van al de Heiligen en al de Engelen voor hunne beschermelingen te zamen neemt, dan zal al die liefde nog de liefde niet evenaren, die Maria eene enkele ziel toedraagtquot;. Dat men denke aan het offer, dat Zij voor ons gebracht heeft op Cal-varië, het offer van het leven van haar Jezus '. .. .

Het lijden des Zaligmakers, waarvan Zij de getuige is geweest, heeft Haar de waarde doen kennen van onze zielen. Men bemint meer, wat meer gekost heeft. De stervende Jezus heeft ons aan Haar toevertrouwd, en wat is er heiliger dan de laatste wil der stervenden ? En hare liefde, teeder en grootmoedig voor allen, is dit vooral voor hen, die haar getrouwe kinderen zijn. Tk bemin hen, die mij beminnen, laat Haar de heilige Kerk zeggen, ik bezit de rijkdommen, de glorie, de grooie hulpmiddelen e7i de gerechtigheid, om hen te verrijken, die mij beminnen en hmuie schatten te vermeerderen. O gij, die een hart zoekt dat bemint, die zooveel moeite hebt om het te vinden onder de schepselen, die zucht over de ondankbaarheid der menschen, over de bittere teleurstellingen, die de liefde vergezellen, welke men voor hen heeft, die de onstandvastigheid van de vriendschap dezer wereld levendig gevoelt, waarom hecht gij u niet aan Maria ?

De Heiligen hebben het gedaan vóór ons, en vooral daardoor zijn zij Heiligen geworden. Zij hebben Haar de zoetste namen gegeven met eene teedere liefde. Eenigen noemden Haar Moeder en Zij is het ook; anderen hunne Bruid en hunne hemelsche Vriendin, en Zij rooft inderdaad het hart van de kuische zielen; weder anderen noemden Haar hunne Zuster. Als kind van Eva, evenals wij, is Maria inderdaad de oudste dochter van God, die onze Vader wil genoemd worden.

103

ocr page 108

DE LIEFDE TOT MARIA.

De liefde, die Zij verdient, wint het van elke liefde, ook de zuiverste en wettigste liefde van deze wereld.

Een Pater van de Societeit van Jezus, die zekeren dag met den H. Stanislaus een beeld van Maria ging bezoeken, vroeg aan den heiligen jongeling, hoezeer hij de H. Maagd beminde. De heilige antwoordde ; „Pater, wat moet ik meer zeggen ? Zij is mijne Moeder,quot; En hij sprak deze woorden met een hart zoo ontroerd, een gelaat zoo opgewekt, eene stem zoo beslist, dat men gemeend zou hebben een Engel te hooren spreken over de liefde van Maria.

Toen de H. Bernardinus van Sienne nog als jongeling in de wereld leefde, onderhield hij zich zekeren avond met eene van zijne bloedverwanten, Tobia genaamd, die bij hem de plaats van moeder innam, en zeide eensklaps tot haar : „En nu verlaat ik u om mijne Vriendin te gaan bezoeken.quot; Tobia, die de deugd van haar jeugdigen bloedverwant zeer goed kende, was toch verontrust over dit woord ; en zij nam het besluit hem van verre te volgen, om te zien, waarheen hij zijne schreden richtte. De jonge man begaf zich buiten de stad. Tobia volgde zijne voetstappen zonder zich te laten opmerken; en eindelijk vond zij niet zonder ontroering Bernardinus in eene kleine kapel, neergeknield aan de voeten van een beeld tier H. Maagd, terwijl hij Haar bad met de vurigheid van een Seraphijn. Het was Maria, wie de heilige jongeling zijne Vriendin noemde. Licht kan men begrijpen, dat in het hart van Tobia de vrees aanstonds plaats maakte voor onuitsprekelijken troost.

De H. Theresia schrijft van haar zelve deze treffende woorden : „Toen mijne moeder stierf, was ik, zooals ik me herinner, bijna twaalf jaren oud. In mijne droefheid ging ik naar een heiligdom van O. L. V. en ik wierp me aan de voeten van haar beeld. Ik bezwoer Haar onder vele tranen voortaan mijne moeder te willen zijn. Die bede van een eenvoudig en kinderlijk hart werd verhoord ; ik vond eene moe-

104

ocr page 109

, DE LIEFDE TOT MARIA.

der in de Koningin des hemels. Van dat oogenblik af heb ik me nooit aan die machtige Maagd aanbevolen, zonder op zichtbare wijze haar almachtigen bijstand te ondervinden.quot; Arme weezen, beroofd van de zorgen van haar die u het leven gaf, gij hebt meer dan anderen eene diingende behoefte Maria te beminnen en Haar te vragen u tot Moeder te zijn. Aan welke gevaren zou uwe jeugd zijn blootgesteld zonder Haar, en wat zou er van u kunnen geworden ?

ij II. Hoe moeten wij Maria beminnen

zonden te vermijden. De H. Gregorius

VII schreef aan prinses Mathilde ; „Maak een einde aan den wil van te zondigen en gij zult zien, dat Maria meer genegen is om u te beminnen dan uwe moeder naar het vleesch; ik beloof het u met zekerheid.quot; Is dat iemand beminnen, wanneer men iets doet, dat geschikt is hem de grootste droefheid te veroorzaken ? En is het niet duidelijk, dat de doodzonde, die haar goddelijken Zoon beleedigt, en ons zeiven in het verderf stort, boven alles verfoeilijk is in de oogen van die heilige Moeder ? Heeft Zij zich niet te Salette vertoond met de tranen in de oogen en in de diepste droefheid, omdat haar volk zich niet wil onderwerpen aan de wet van haar Zoon ?

Een zondaar, die slaat zoude willen blijven van de zonde, die Maria zoude aanroepen om gemakkelijker te zondigen en die, steunende op zekere oefeningen van godsvrucht tot Maria, die hij nog onderhoudt, zonde op zonde stapelt, zoude zelfs de heilige Maagd de grootste beleediging aandoen. „Wanneer een zondaar hardnekkig is, dan kan Maria hem niet beminnen, zegt de H. Alphonsus; maar, wanneer hij medegesleept door eenige drift, die hem in de slavernij der hel geketend houdt, zich aan de heilige Maagd aanbeveelt, en Haar met vertrouwen en volharding bidt hem te weerhouden van de

105

ocr page 110

DE LIEFDE TOT MARIA.

zonde, dan zal deze goede Moeder hem zonder eenigen twijfel hare alvermogende hand toereiken, hem van zijne ketenen verlossen en de zaligheid doen bereikenquot;. Het zou derhalve eene verderfelijke overdrijving zijn, te zeggen, dat alle godsvrucht tot Maria valsch is, wanneer hij, die ze beoefent, nog in zonde leeft; want het is eene dwaling, door de Kerk veroordeeld, dat alles wat een zondaar doet slecht is. Maar, van den anderen kant, men bemint Maria niet op eene volmaakte wijze, wanneer men niet vaarwel zegt aan datgene, wat Jezus Christus beleedigt, vooral wat Hem zwaar beleedigt.

De pest woedde te Tolfa en de opzichter van de aluimnij-nen werd er door aangetast. Die persoon nu had een slechten naam wat de zeden betreft. De gelukzalige Crispinus van Viterbo ging hem opzoeken: „Wanneer gij wilt, dat de H. Maagd ons geneze, zeide hij, toen hij binnenkwam, dan moet ge haar Zoon niet beleedigen ; die den Zoon beleedigt, bedroeft de Moeder.quot; De opzichter begon te weenen en beloofde zijn leven te zullen veranderen. Hij hield woord en leefde heilig, nadat de Gelukzalige hem genezen had, door over hem het kruisteeken te maken met een medaille van de H. Maagd.

O gij derhalve, die weet, welke liefde Maria, uwe Moeder, verdient, en die Haar uwe genegenheid wilt schenken, legt u aanstonds er op toe om alle gewoonte, die grootelijks schuldig is, te verzaken ; bezweert Maria u te helpen uwe ketenen te verbreken ; stelt uw hart in hare kuische handen ; wijdt aan Maria uwe genegenheid, en Zij zal ze aftrekken van hetgeen niet heilig is; en, wanneer ge eenmaal het juk van den duivel hebt afgeschud, dan zult ge tot de Heilige Maagd kunnen zeggen : Nu bemin ik U in alle waarheid, ik ben uw kind, bewaar mij en bescherm mij.

Gelukkig zij, die, om de liefde tot Maria, een grooten afkeer hebben van de wereld met hare feesten, hare ijdelheden, hare gelegenheden tot zonde, hare theaters, hare gevaarlijke

io6

ocr page 111

DE LIEFDE TOT M.VRIA.

vermaken, die zoovele zielen in het verderf storten ! Nog meer gelukkig zij, die, om Maria te behagen, hunne jeugd in veiligheid brengen in een religieusengesticht, dat Haar is toegewijd ! Daardoor plaatst men een muur tusschen zijne ziel en de gevaren van de wereld ; daardoor geeft men zich meer geheel aan de liefde van Jezus, die het einde is der liefde tot Maria.

Alexander van Halès verbaasde de wereld, in wier midden hij leefde, door zijne kennis en zijn vernuft. Hij had zich aan Maria toegewijd, en had in het geheim de belofte gedaan niets te weigeren van wat men hem vroeg uit liefde tot de Heilige Maagd. Eens ontmoette hij twee Franciscaner religieusen, die hem zeiden: ,,Uit liefde tot Maria, ga in onze Orde.quot; Alexander staat verwonderd over zulk een verzoek ; maar hij herinnert zich de belofte, die hij gedaan heeft, hij volgt hen, en hij wordt een van de beroemde leden van de Seraphijnsche Orde.

De H. Theobald van Marly was in de wereld een gevierd edelman. Niemand was behendiger in het paardrijden of in het steekspel. Hij had echter eene groote devotie tot Maria, die hem de roeping tot den religieusenstaat verwierf. Hij trad in het klooster van Vaux-de-Cernay en werd abt. Zijne devotie tot de heilige Maagd was onvergelijkelijk. Hij dacht altijd aan Haar, en alles wat hij deed en alles wat hij zeide. deed hij strekken tot hare verheerlijking. Als men boeken schreef voor het koor, wilde hij, dat men haar naam altijd schreef in roode letters Wanneer hij hem hoorde uitspreken, dan ontlokte zijn liefde hem deze schoone woorden: „Zoete Naam van de H. Maagd Maria, eerbiedwaardige Naam, gezegende Naam, onuitsprekelijke Naam, beminnelijke Naam geheel de eeuwigheid door.quot; Wanneer hij een altaar voorbijging, waar het H. Sacrament verbleef, dan zeide hij met een hart vol vreugde : „Gezegend zij Jezus Christus, de Zoon Gods, Die door Zijne geboorte in den tijd. Onze Lieve Vrouw.

io7

ocr page 112

DE LIEFDE TOT MARIA.

Zijne waardigste en roemvolste Moeder, met eene onuitsprekelijke glorie heeft vervuld.quot; Men zeide hem eens, dat er overdrijving kon bestaan in die liefde voor de H. Maagd, omdat het scheen, dat hij zijn hart verdeelde tusschen God en Haar, en dat Jezus Christus er niet het volle bezit van had. Maaibij beantwoordde deze klacht op even christelijke als bescheiden wijze: „Weet, zeide hij, dat ik Maria bemin, zooals ik Haar bemin, alleen omdat Zij de Moeder is van mijnen Heer Jezus Christus, en dat ik, a!s Zij het niet was, Haar niet meer dan de andere maagden zou beminnen. Zoo is het Jezus Christus zelf Dien ik bemin. Dien ik eer in Haar.quot; Hij voegde er bij dat hij er niet aan twijfelde, of Zij was verheven boven al de Engelen en al de uitverkorenen, en verdiende derhalve na God boven alles bemind te worden.

Ten minste vordert de liefde tot de H. Maagd, dat men dikwijls aan Haar denke. Het vergeten is het duidelijk bewijs van de onverschilligheid, en het aandenken toont de genegenheid, evenals het ademhalen en het kloppen van het hart een bewijs zijn van het leven. Het is dus van belang, dat Maria niet lang afwezig zij, noch uit ons geheugen, noch uit onzen geest, noch uit ons hart. Nochtans, daar wij weinig getroffen worden door datgene, wat niet onder onze zinnen valt, is het zeer nuttig tastbare zaken te gebruiken, om ons Maria in het geheugen te roepen. Het zou derhalve goed zijn niet alleen eene beeltenis van de H. Maagd bij zich re hebben, maar ook nog onder het oog, in het vertrek waar men studeert of werkt en zelfs in het boek dat men gebruikt. Eene medaille in de hand te houden en gedurende de slapelooze nachten met liefde te kussen, is iets wat zeer heilzaam kan wezen.

De eerbiedwaardige Pastoor van Ars, Joannes Maria Vian-ney, had in zijne jeugd een beeldje van Maria, dat hij van eene oude religieuse gekregen had. Wanneer hij op het veld arbeidde met een van zijne oudere broeders, dan wilde hij in

ioS

ocr page 113

DE LIEFDK TOT MARIA.

zijn naijver evenveel werk verrichten als de andere ; en de pogingen, die hij met dat doel aanwendde, vermoeiden hem ten zeerste. Om zijne taak te verlichten, plaatste hij zijn geliefkoosd beeldje eenige passen voor zich uit en ging met grooten ijver aan den arbeid om er dichter bij te komen. En wanneer hij het had bereikt, dan kuste hij het met liefde en bracht het verder om opnieuw te beginnen. Door deze godvruchtige vinding kwam hij er toe, zonder vermoeienis te gevoelen, evenveel te doen als zijn oudere broeder.

De H. Hedwigis, hertogin van Polen, had dikwijls een beeldje van de H. Maagd in de hand. Bij haren dood had zij het nog ; en toen zij hare schoone ziel aan God had teruggeven, hielden hare verstijfde handen het zoo sterk vast, dat men het haar niet kon ontnemen en het met haar begraven moest. Langen tijd later, toen men de overblijfselen van •de Heilige opgroef, vond men haar vleesch geheel verteerd en hare beenderen van elkaar : maar hare drie vingers, die het beeldje vasthielden, waren ongeschonden gebleven.

Waarom zouden ook wij niet de middelen gebruiken, waarvan de Heiligen zich bediend hebben, om dikwijls aan de H, Maagd te denken ? Niets is klein, wanneer het geldt Haar onze kinderlijke liefde te bewijzen. Er zijn nog andere oefeningen, door de Heiligen aangeraden, die wij moeten aanstippen : de kinderen te leeren den naam van Maria uit te spreken, aalmoezen te geven uit liefde tot Haar, en hun, aan wie men ze geeft, te verzoeken, een Wees Gegroet te bidden ter eere van de H. Maagd, niets te weigeren, dat men ons vraagt uit liefde tot Maria, nu en dan het Heilig Sacrificie tc laten opdragen tot hare eer, uit liefde tot Maria eene bijzondere vereering bewijzen aan de Heiligen, die met Haar het nauwst vereenigd waren op aarde, in het bijzonder den H. Joachim en de H. Anna, hare heilige ouders, vooral den H. Joseph, haar maagdelijken Bruidegom, van wien wij spreken zullen in het Aanhangsel Nd. X. Dat zijn alle zoovele mid-

109

ocr page 114

DE LIEFDE TOT MARIA.

delen om Maria te toonen, dat wij Haar beminnen. Maar hooren wij den gelukzaligen Grignon van Montfort:

„Ik verklaar luide, dat ik, na bijna alle boeken gelezen te hebben, die handelen over de devotie tot de Moeder van God en vertrouwelijk omgang te hebben gehad met de heiligste en geleerdste personen van deze laatste tijden, geene oefening tot de H. Maagd gekend of geleerd heb gelijk aan die, welke ik u ga mededeelen, die van eene ziel meer offers vraagt voor God, die haar meer los maakt van zich zelve en hare eigenliefde, die haar getrouw bewaart in de genade en de genade in haar, die haar op volmaakter en gemakkelijker wijze aan Jezus Christus verbindt, en eindelijk die meer verheerlijkend is voor God, meer heilzaam voor de ziel en nuttig voor den evenraensch.

„Daar geheel onze volmaaktheid bestaat in de gelijkvormigheid, de vereeniging en de toewijding aan Jezus Christus, is ontegensprekelijk deze de volmaakste van alle devoties, die ons op de volmaakste wijze gelijkvormig maakt, vereenigt en toewijdt aan dit volmaakste Toonbeeld van alle heiligheid. Welnu, daar Maria van alle schepselen het meest gelijkvormig is aan Jezus Christus, volgt hieruit, dat de toewijding aan de H. Maagd meer dan alle devoties, eene ziel aan Jezus Christus toewijdt en aan Hem gelijkvormig maakt, en dat, hoe meer eene ziel aan Maria toegewijd is, zij des te meer is toegewijd aan Jezus Christus. Daarom is eene volmaakte toewijding aan Jezus Christus niets anders dan eene volmaakte en geheele toewijding van zich zeiven aan de Allerheiligste Maagd, en deze is de devotie, welke ik u leeren wil.

„Deze devotie bestaat dus in zich geheel te schenken aan de Allerheiligste Maagd, om door Haar geheel aan Jezus Christus toe te behooren. Wij moeten Haar schenken: ten ie ons lichaam met al zijne zintuigen en ledematen; ten 2e onze ziel met al hare vermogens ; ten 3e onze uitwendige goederen, die men fortuin noemt, zoo voor het tegenwoordige als voor

I IO

ocr page 115

DE LIEFDE TOT MARIA.

de toekomst; ten 4e onze inwendige en geestelijke goederen, zooals zijn onze verdiensten, onze deugden en onze goede werken van den tijd, dien wij beleetd hebben, thans beleven en beleven zullen ; kortom, alles wat wij hebben in de orde der natuur en in de orde der genade, en alles wat wij in de toekomst zullen kunnen bezitten en dat zonder eenig voorbehoud, zelfs niet van een penning, van een haartje, van de minste goede daad, en dat voor de geheele eeuwigheid, en zonder aanspraak of hoop op eenige andere belooning voor ons offer en onze diensten, dan toe te behooren aan Jezus Christus door Haar en in Haar. ook al was deze beminnelijke Meesteres niet, zooals Zij altijd is, de vrijgevigste en de er-kentelijkste van al de schepselen.

„Daaruit volgt ten ie. Door deze devotie schenkt men aan Jezus Christus, op de volmaakste wijze, wijl het geschiedt door de handen van Maria, alles wat men Hem schenken kan, en veel meer dan door de andere devoties, waardoor men Hem toewijdt of een gedeelte van zijn tijd, of een gedeelte van zijne goede werken, of eene gedeelte van zijne voldoeningen en verstervingen. Hier wordt alles geschonken en toegewijd, tot zelfs het recht van te beschikken over zijne inwendige goederen en de voldoeningen, die men dag op dag verwerft door zijne goede werken.

„Ten 2e. Iemand, die zich vrijwillig door Maria aan Jezus Christus heeft toegewijd en opgedragen, kan niet meer beschikken over de waarde van één zijner werken ; alles wat hij lijdt, al het goed wat hij denkt, zegt en doet behoort aan Maria, opdat Zij er volgens den wil van Haar Zoon en tot Zijne meerdere glorie over beschikke, zonder dat nochtans deze afhankelijkheid op eenige wijze afbreuk doet aan de plichten van den staat, waarin men leeft voor het oogenblik en waarin men zal kunnen leven voor de toekomst; bij voorbeeld, aan de verplichtingen van een priester, die, door zijn ambt of anderszins, de waarde der voldoeningen en smeekin-

III

ocr page 116

DE LIEFDE TOT MARIA.

gen van de H. Mis op iemand in het bijzonder moet toepassen ; want men brengt dit offer niet dan volgens den wi 1 van God en de plichten van zijn staat.

„Ten 3e. Men wijdt zich tegelijkertijd toe aan de Allerheiligste Maagd en aan Jezus Christus: aan de Allerheiligste Maagd als een volmaakt middel, dat Jezus Christus heeft uitgekozen om zich met ons te vereenigen en ons met Hem: en aan Jezus Christus als ons laatste einde, Wien wij alles verschuldigd zijn wat wij zijn, als aan onzen Verlosser en onzen God. (Volgens aller gevoelen is er inderdaad niets volmaakter niets verdienstelijker, niets aangenamer aan Maria, dan Jezus Christus te beminnen en alles te doen om Hem te behagen).

„Hier zou men kunnen opmerken, dat, wijl deze devotie ons door de handen van de Allerheiligste Maagd aan Jezus Christus doet schenken de waarde van al onze goede werken, gebeden, verstervingen en aalmoezen, zij ons in de onmogelijkheid stelt van de zielen onzer ouders, vrienden en weldoeners bij te staan.

„Ik antwoord hierop ; ten ie is het niet aan te nemen, dat onze ouders, onze vrienden en weldoeners schade lijden, omdat wij ons zonder voorbehoud hebben toegewijd aan den dienst van Jezus Christus en van Zijne H. Moeder. Dit te veronderstellen zou eene beleediging zijn voor de goedheid en de macht van Jezus en Maria, die onze ouders, vrienden en weldoeners wel kunnen bijstaan door onzen kleinen geestelijken schat of op andere wijze. Ten 2e. Deze handelwijze belet niet dat men bidde voor anderen, hetzij dooden, hetzij levenden, hoewel de toepassing van onze goede werken afhangt van den wil der Allerheiligste Maaagd; integendeel, het zal er ons toe brengen om met meer vertrouwen te bidden, evenals een rijke, die al zijn goed aan een vorst zou gegeven, hebben om hem meer eer te bewijzen, met meer vertrouwen dien vorst zou smeeken een aalmoes te schenken aan een

112

ocr page 117

DE LIEFDE TOT MARIA.

van zijne vrienden, die er hem om vragen zou. liet zou zelfs een genoegen zijn voor den vorst, dat hem de gelegenheid gegeven werd om zijne erkentelijkheid te toonen aan iemand, die zich beroofd heeft om hem te kleeden, die zich verarmd heeft om hem te eeren. Men moet hetzelfde zeggen van Jezus Christus en van de H. Maagd ; zij zullen zich nooit in erkentelijkheid laten overtreffen.

„Men zou nog kunnen zeggen: Wanneer ik de H. Maagd al de waarde van mijne werken schenk, om ze toe te passen op wien Zij wil, dan zal ik misschien langen tijd moeten lijden in het Vagevuur. Deze tegenwerping, die ontstaat uit de eigenliefde en de onwetendheid van de milddadigheid van God en van Zijne H. Moeder, vernietigt zich zelve : eene vurige en grootmoedige ziel, die de belangen van God meer ter harte neemt dan de hare, die aan God alles geeft wat zij bezit, zonder voorbehoud, zoodat zij niets meer vermag, die niets verlangt dan het rijk van Jezus Christus door Zijne H. Moeder, en die zich geheel opoiïert om het te verwerven ; die edelmoedige ziel, zeg ik, zal die dan gestraft kunnen worden in de andere wereld, omdat zij milder en belangeloozer geweest is dan de andere? Verre van daar; ten opzichte van deze ziel zullen Jezus Christus en Zijne H. Moeder zeer mild zijn in dit leven en in het andere, in de orde der natuur, der genade en der glorie/'

De gelukzalige Grignon van Montfort geeft de formule van deze toewijding, die wij in het kort zullen teruggeven in het Aanhangsel No. V. Volgens de getuigenis van dien vurigen dienaar van Maria moet men wel opmerken, dat deze toewijding van geheel zijn persoon aan de H. Maagd tot vrucht heeft, te doen leven het leven van Jezus Christus, dat zij de gemakkelijkste, de veiligste, de beste weg is om Jezus te vinden. Inderdaad, Maria is slechts voor Jezus; en als wij Haar teeder, vurig beminnen dan is het slechts, omdat Zij ons helpt om Jezus te beminnen ; en het zekerste bewijs van liefde, dat De H. Maagd Maria. S

ocr page 118

DE LIEFDE TOT MARIA.

wij aan Maria kunnen geven, is doordrongen te zijn van liefde tot Jezus Christus, de leer van dien goddelijken Heiland, Zijne vermaningen, Zijne Sacramenten, Zijn li. Hart, Zijne Kerk lief te hebben.

Wanneer eene toewijding zoo algeheel als die van den gelukzaligen Grignon- van Montfort sommige zielen doet afschrikken, die te weinig edelmoedig zijn om ze uitterharte te doen, dan kunnen zij ten minste zich zeiven en hunne huisgezinnen toewijden door de formules, die wij in het Aanhangsel No. VI en VII gevoegd hebben bij die van den gelukzaligen Missionaris. Het ware wenschelijk die toewijding alle Zaterdagen te vernieuwen.

Na zijne bekeering maakte de H. Ignatius het besluit het leger vaarwel te zeggen en zich geheel aan den dienst van God te wijden. Om dit besluit onherroepelijk te maken, wilde hij het stellen onder de bescherming van Maria en, neergeknield aan de voeten van een harer beelden, wijdde hij zich voor altijd aan Haar toe en door Haar aan haar goddelijken Zoon. Kort daarop reeds ondervond de Heilige de kracht van deze toewijding. Toen hij Maria aanriep, vervolgd als hij werd door de herinneringen aan de wereld en de aanlokselen der vermaken, vertoonde zich de H. Maagd aan hem en zag hem aan met eene onuitsprekelijke liefde, en die blik van Maria drong Ignatius tot in de ziel en zuiverde hem zoodanig, dat sedert dien tijd niets meer zijn geest kwam ontstellen of zijne verbeelding besmeuren.

De gelukzalige Crispinus van Viterbo was nog slechts vijf jaren oud, toen zijne godvreezende moeder, eene eenvoudige werkster, hem naar het altaar van Maria geleidde. Zij toonde hem het beeld van Maria en zeide ; „Zie, mijn kind, dat is uwe ware Moeder; ik geef u aan Haar op dit oogen-blik, bemin Haar altijd met geheel uw hart en eer Haar als uwe eenige Meesteres.quot; Nooit vergat het kind deze woorden. Later, toen hij zijne ouders vaarwel zeide om Capucijn te

114

ocr page 119

DE LIEFDE TOT MARIA.

worden, weende zijne moeder bitter; „Waarom weent gij, zeide haar Crispinus. Hebt gij mij niet reeds op den leeftijd van vijf jaren aan God en aan de H. Maagd toegewijd ? Ik behoor mij zeiven niet meer toe. Gij moet uwe belofte volbrengen en u troosten.quot; Vervolgens overlaadde hij de hand van zijne moeder met kussen en vertrok aanstonds.

ocr page 120

HOOFDSTUK III.

Over tie jVfivolginjj; veio Alaria.

n het eerste artikel zullen wij spreken over de verplich-tingi die wij hebben de H. Maagd na te volgen, en in het tweede over de wijze, waarop wij Haar moeten navolgen.

Artikel I.

Wij moeten Maria navolgen.

m et voornaamste in elke devotie is, navolgen wat men ver-eert; en dat de devotie tot Maria zoo heilig en zoojzegenrijk is, dit komt, omdat zij de zielen heiligt, door ze gelijkvormig te maken aan de H. Maagd. Wanneer men iemand bemint, doet men dit, wijl men reeds gelijkt op dengene, dien men bemint, of tracht op hem te gelijken. En welk volmaakter voorbeeld zouden wij ons kunnen voorstellen dan deH. Maagd? Is Zij niet, zooals wij gezien hebben, het heiligdom van alle deugden? Heeft Zij ze niet alle met heldhaftigheid beoefend? Is Zij niet het getrouwste beeld van onzen Heer Jezus Christus, en na Hem, het volmaakste beeld van God ?

ocr page 121

DE NAVOLGING VAN MARIA.

Maria navolgen is dus heilig worden. Laten wij over dit onderwerp weder de onderrichtingen hooren van den gelukzaligen Grignon van Montfort, waarop wij reeds herhaaldelijk wezen; „De Heiligen, zegt hij, zijn gevormd naar Maria. Er is een groot verschil tusschen een beeld, met hamer en beitel vervaardigd en een beeld, dat in een vorm gegoten is. Het kost den beeldhouwers veel tijd en werk om op eerstgenoemde wijze een beeld te vervaardigen; maar om het een op de tweede manier te vormen, dat kost hun al weinig moeite en weinig tijd. Hij die gegoten wordt in den vorm, waarin Jezus gevormd werd, is weldra gevormd in Jezus Christus en Jezus Christus in hem.quot; OI wat schoone en ware gelijkenis! Wie zal ze begrijpen? Ik hoop gij, mijn broeder; maar denk er aan, dat men alleen in den vorm giet, wat gesmolten en vloeibaar is. Dat wil zeggen; dat gij in u den ouden Adam (de neigingen van de kwade natuur) moet vernietigen en smelten, om de nieuwe mensch te worden in Maria. De Kerk laat de H. Maagd deze woorden zeggen: Tn mij is alle hoep des levens en der deugd,.... ik ben de Moeder der schoone liefde, (van de goddelijke Jiefde), van de vrees, van de kennis {van God), van de heilige hoop.

Maria is onze Moeder; het kind moet gelijken op zijne moeder. Men verzaakt aan de verhevenheid van zijne afkomst, als men geene werken doet die afkomst waardig. Zou men een waar kind van Maria willen zijn, wanneer men hoovaar-dig is, terwijl Zij de nederigste is der schepselen; wanneer men slaaf is van de genoegens der zinnen, terwijl Zij de meest verstorven en de zuiverste Maagd is; —■ wanneer men haat draagt tegen zijn evenrnensch, terwijl Zij zelf geheel liefde is?

Zou zulk eene Moeder kinderen als de hare willen erkennen, die geen spoor dragen van hare trekken? Alleen zij dus kunnen de ware kinderen van Maria genoemd worden, die hare deugden navolgen. En zij genieten ook klaarblijkelijk de gunsten van hunne heilige Moeder. De H. Alphonsus ver-

11?

ocr page 122

il8 de navolging van maria.

zekert ons dan ook, „dat men de Heiligen moet navolgen om zekerder en overvloediger hunne gunst te verwerven; want wanneer zij zien, dat wij de deugden beoefenen, waarvan zij het voorbeeld hebben gegeven, zijn zij meer bereid om ons te helpen. Maria, de Koningin der Heiligen, is onze eerste Voorspreekster, van af het oogenblik dat Zij onze ziel aan de dwingelandij van den duivel heeft ontrukt, om ze met God te vereenigen. Zij vordert, dat die zielen er zich op toeleggen Haar na te volgen, anders zoude Zij haar niet volgens haar verlangen met hare gaven kunnen verrijken!.... Als wij Maria beminnen, moeten wij (derhalve) Haar trachten na te volgen, wijl dit de meest verheerlijkende eerbewijzing is, die wij Haar kunnen aanbieden.quot;

Zien wij nu, hoe wij Maria het best zullen navolgen.

Artikel II.

Doelmatige wijze van Maria na te volgen.

'iFOe H. Ambrosius zegt ons; „Heb voor de oogen uwer ziel, als op een tafereel afgebeeld, de maagdelijkheid en het leven van Maria, waarin de schoonheid van de deugd uit-schittert. Neem daar uw voorbeeld ; dat zal u leeren wat gij moet vluchten en wat gij moet doen.quot; Men herinnere zich de deugden van Maria, die wij op bl. 55 en volgende van dit werkje meer hebben opgenoemd dan verklaard; en men trachte ze bij elke gelegenheid na te volgen.

Daartoe is niets beter dan zich. zonder geestinspanning maar met eene kinderlijke en stille aandacht, altijd en in alles, maar vooral voor zijne voornaamste handelingen, voor te stellen, wat Maria zou hebben gedacht, gezegd, gedaan, wanneer Zij was in de omstandigheid, waarin wij ons bevinden, en op welke wijze Zij het zou gezegd of gedaan hebben. Hoe weinig wij de volmaaktheid der H. Maagd ook kennen, wij

ocr page 123

DE NAVOLGING VAN MARIA.

zullen zonder moeite te weten komen, wat wij te denken, te zeggen en te doen hebben, en de wijze, waarop wij het moeten doen.

Dit kan toegepast worden op alles; op het op.staan, het slapen gaan, de studie, den arbeid, de uitspanningen, den omgang met anderen, het eten, het bidden, kortom op alles. Maria stond aanstonds op met eene engelachtige zedigheid. Maria las niets, wat niet heilig is; en Zij las met eene aanhoudende naarstigheid en een groot verlangen om voortgang te maken op de wegen der volmaaktheid. Zij arbeidde voor God, op de innigste wijze met Hem vereenigd. Zij arbeidde met volharding, zonder morren, met vlijt. Maria nam eene onschuldige, godsdienstige ontspanning en zocht zelfs in de ontspanning iets, wat Haar nog meer tot God verhief en wat tot Zijne glorie strekte. Haar slaap was een gebed.

Maria beminde de eenzaamheid. Zij verliet die niet, dan om haar evenmensch een dienst te bewijzen, of om God te verheerlijken. Zij hield weinig omgang met de menschen ; en wanneer zich de gelegenheid aanbood, deed Zij het op zeer bescheiden wijze, altijd tot stichting en tot nut van anderen. Geene ruwheid in hare manieren ; geene trotschheid in hare spreekwijze ; geene bitterheid in het hart voor hen, die Haar deden lijtien ; geene verwijtingen, geene bitsheid in hare woorden. Bij eiken maaltijd vond Zij gelegenheid aan God verstervingen aan te bieden. Zij bad met volharding, met eene aandacht, die nooit verflauwde, met onuitsprekelijk vertrouwen, met eene innige liefde. Zij heeft de grootste smarten der wereld geleden, doch zonder eene klacht te uiten tegen de Voorzienigheid. Te midden van de tranen was Zij altijd overgegeven en onderworpen aan het welbehagen van God en daarmede volkomen tevreden. Doen wij, zooals Zij, in alles en altijd.

at wij hier op korte en eenvoudige wijze zeggen, is hetzelfde wat de groote missionnaris, Grignon van Montfort, van

II9

ocr page 124

DE NAVOLGING VAN MARIA,

Maria zegt: „In vier woorden, (men moet) al zijne werken doen door Maria, met Maria, in Maria en. voor Maria, om op volmaakte wijze door Jezus, met Jezus en voor Jezus te leven.

„Ten Ie. Men moet zijne werken doen door Maria, dat wil zeggen, dat men in alle zaken moet handelen door haren geest, die de Geest Gods is.... (Maria) werd nooit geleid door haar eigen geest, maar altijd door den Geest Gods, die zich zoo zeer van Haar meester had gemaakt, dat Hij haar eigen geest geworden was.

„Opdat de ziel zich late geleiden door dien geest van Maria, is het volgende noodig :

„Ten re. Men verzake aan zijn eigen geest, aan zijn eigen verstand en wil, alvorens iets te doen: b. v., alvorens zijn gebed te storten, de H. Mis te lezen of bij te wonen, de H. Communie te ontvangen.

„Ten 2e. Men moet zich overgeven aan den geest van Maria .... om geleid te worden op de wijze, die Zij verlangt. Men moet zich stellen en zich laten in hare maagdelijke handen, als een werktuig in de handen van een werkman.....

wat men doet in een oogenblik.....door eene enkele beweging van den wil.... met bij voorbeeld te zeggen : Ik verzaak aan mij zeiven. Ik geef mij aan U, mijne goede Moeder.

„Ten 3e. Men moet van tijd tot tijd onder zijn werk en na zijn werk diezelfde acte van opoffering en vereering hernieuwen ; en hoe meer men het doet, des te meer zal men zich heiligen.

„Ten He. Men moet zijne werken verrichten met Maria .. . dat wil zeggen, men moet bij elk werk, zien, hoe Maria het gedaan heeft. (Wij hebben dit punt hierboven verklaard).

„Ten Ille. Men moet zijne werken verrichten in Maria. Om dit te begrijpen, moet men weten: Ten ie. dat de Allerheiligste Maagd het ware paradijs is van den nieuwen Adam, Jezus Christus .... Er zijn in dit paradijs rijkdommen, schoonheden, zeldzaamheden, zoetheden, die onuitsprekelijk zijn, die

I20

ocr page 125

DE NAVOLGING VAN MARIA.

Jezus Christus er heeft achtergelaten .... ELr is in deze plaats eene volmaakt heldere lucht, eene zon zonder schaduw,.... een vuur van liefde, dat altijd brandt, waarin het ijzer, dat er in wordt geworpen, wordt omgewerkt in goud. Ten 2e. moet men nog weten, dat de H. Maagd het heiligdom is van de H. Drievuldigheid, de troon van God, de stad van God, het altaar van God, de tempel van God. O ! welke schatten, o ! welke glorie, o ! welk geluk te mogen intreden en verblijven in het hart van Maria ! Nadat men die uitmuntende genade verkregen heeft, moet men in het schoone hart van Maria met welgevallen verblijven, er uitrusten in vrede, er op steunen met vertrouwen, er zich verbergen in veiligheid, en er zich in verliezen zonder voorbehoud .... Zij die in dien geest in de H. Maagd verblijven, doen geene groote zonden ....

„Tenquot; IVe. Eindelijk moet men al zijne werken verrichten voor Maria. Want, wanneer men zich in haar dienst heeft begeven., is het billijk, dat men alles voor Haar doet, als een dienaar, als een slaaf; niet dat men Haar neemt tot het laatste einde van zijnen dienst, hetwelk Jezus Christus alleen is, maar tot zijn naaste doel, .... en het gemakkelijke doel om tot 1 lem te gaan. Evenals een goed dienaar en slaaf, moet men niet werkeloos zijn; maar men moet, gesteund door hare bescherming, groote dingen voor die doorluchtige Vorstin ondernemen en volbrengen. Men moet hare voorrechten verdedigen, wanneer men ze Haar betwist; men moet hare glorie staande houden, wanneer men die aanvalt; men moet iedereen, als men kan, trekken tot haren dienst en tot deze ware en degelijke devotie. Men moet spreken en zich luide verzetten tegen hen, die hare devotie misbruiken om haar Zoon te be-leedigen, en te gelijker tijd deze ware wijze van Haar te vereeren bevestigen. Men moet, tot belooning van deze geringe diensten, van Haar niets vergen dan de eer, toe te behooren aan eene zoo beminnelijke Vorstin en het geluk van door Haar vereenigd te zijn met Jezus, haar Zoon, met een band,

12 1

ocr page 126

DE NAVOLGING VAN MARIA.

die niet verbroken kan worden noch in den tijd, noch in de eeuwigheid..quot; (i)

BESLUIT.

Wij hebben dan onze bescheiden taak geëindigd. Wij hebben u gezegd, dierbare broeder, dierbare zuster in Maria, wat onze heilige Moeder is, en wat wij Haar verschuldigd zijn. Wanneer, zooals wij hopen, dit werkje voor u het doel bereikt heeft, dat wij ons hebben voorgesteld met het uit te geven; wanneer het u verlicht heeft omtrent de Heerlijkheden van Maria, wanneer het in uw hart gevoelens van teedere en edelmoedige liefde voor Haar heeft doen ontstaan, wanneer het u godvruchtige oefeningen heeft ingegeven, die geschikt zijn om in u de devotie tot de H. Maagd te voeden, lees het dan eenige malen, om in u de goede uitwerkselen door eene eerste lezing te weeg gebracht te verlevendigen. Vergeet het niet, wanneer gij altijd volhardt in de liefde tot Maria, is uwe zaligheid verzekerd.

Tracht ook anderen uit uwe omgeving te doen deelen in de vruchten van deze leer, door dit werkje te verspreiden. Dat het door uwe zorgen kome onder de oogen van die zondige ziel, welke door moedeloosheid in haar treurigen staat voortleeft, omdat zij niet weet, dat Maria, als zij Haar aanroept, haar de moederlijke hand zal toereiken, haar zal behoe-den voor den afgrond, waarheen zij voortschrijdt, en haar brengen zal op den weg des hemels. Dat deze nederige bladzijden door u ook tot de lauwe zielen komen, die weinig voor Maria doen; en zij zullen hun kwijnenden ijver weder aan-

(i) Zij die meer uilwijdingen verlangen over dit schoone onderwerp, zullen met vrucht lezen de verhandeling „De la vraie dévoiion a la Sainte Viergequot; van den gelukzaligen Grignon van Montfort en de „Union a Mane ' door den E. P. Giraud.

122

ocr page 127

DE NAVOLGING VAN MARIA.

123

wakkeren. Maria moet heerschen over onze harten en over de harten van hen, die ons dierbaar zijn, opdat wij op den dag die geen einde zal hebben, allen met Haar heerschen in den hemel. Amen.

Greloofd zij Jezus Cjhristu.s en 'JVCaria ^ijne tïM!aagdelijke 'jfvCoeder !

ocr page 128

3| lr-

4i i fi im r i riTi irrifiïrfm nTTTTTl

AANHANGSEL-

I. De Rozenkrans

R) e rozenkrans van den H. Dominicus bestaat uit vijftien tientjes van het Wees Gegroet, elk voorafgegaan van een Onze Vader, met de overweging van een der vijftien volgende geheimen. Blijde Gehei7nen : De Boodschap des Engels, het Bezoek bij de H. Elizabeth, de Geboorte van Jezus, de Opdracht van Jezus, de Vinding van Jezus. Droevige Geheimen: De Benauwdheid van Christus in den hof der Olijven, de Geeseling, de Kroning met Doornen, de Kruisdraging, de Kruisiging van Christus. De Glorieuze Geheimen: De Verrijzenis van Jezus, de Hemelvaart van Jezus, de Nederdaling van den H. Geest over de Apostelen, de Opneming van Maria ten hemel, de Kroning van Maria in den hemel.

Met gebed van den rozenkrans, door de H. Maagd zelf aan haar dienaar, den H. Dominicus geopenbaard, is een van de meest aanbevolen gebeden in de Kerk. Gregorius XVI heeft geschreven, dat de Rozenkra7is het wo?tderhaar werktuig is dat de zonden doet ophouden en de gratie en glorie van God herstelt. De Pausen hebben dit schoone gebed met vele aflaten verrijkt.

ocr page 129

aanhangsel. 125

II. Het Rozenhoedje.

rozenhoedje bestaat, zooals men weet, uit vijf tientjes van het ,, Wees Gegroetquot;, elk voorafgegaan van een „Otize Vaderquot; en gevolgd van het „Glorie zij den Vaderquot;.

Godvruchtige Christenen bidden alle dagen en wel bij voorkeur gezamenlijkquot; hun rozenhoedje; en men kan dit niet genoeg aanbevelen.

III. Het Scapulier.

T^)e broederschap van het Scapulier van den Berg CartneL is niet minder verspreid dan die van den Rozerikravs. Om er lid van te zijn, moet men zijn naam en voornaam later, inschrijven in de registers van de broederschap, en het scapulier van den berg Carmel ontvangen van een priester, die daartoe gemachtigd is, en het altijd dragen. De H. Maagd zelf gaf dit gewijde kleed aan den heiligen Carmeliet Simon Stock, met de stellige verzekering dat hij, die er bij zijn dood mede gekleed is, de eeuwige straffen der hel zal ontgaan; dat dit scapulier voor hem een teeken van zaligheid zal wezen, een behoedmiddel in gevaren en een onderpand van vrede. De groote Paus Benedictus XIV meent, dat men deze verschijning gerust voor waar mag houden.

In eene andere verschijning beloofde de H. Maagd aan Paus Joannes XXII, de zielen van hen, die het scapulier gedragen hebben, in het vagevuur te zullen troosten en zoo spoedig mogelijk te zulleneverlossen, vooral des Zaterdags na den dood. Dit noemt men den Sabbatijnschen of Zaterdag-schen aflaat. Om dien te verdienen moet men de kuischheid volgens zijnen staat bewaren, het klein officie van O. L. V. bidden of het kerkelijk officie lezen. Zij, die niet kunnen lezen, moeten, in plaats van het officie, al de vastendagen van de Kerk onderhouden en zich van vleeschspijzen onthouden op Woensdag en Zaterdag van elke week.

ocr page 130

AANHANGSEL.

Dat geen enkele geloovige, die zijne zaligheid ter harte neemt, zich beroove van de bijzondere bescherming van de H. Maagd, die hij zich vooral door het dragen van dit scapulier kan verzeken.

2°. Het blauwe scapulier. Dit scapulier is het rijkst aan aflaten, toepasselijk op de geloovige zielen. Het werd door Maria zelf bekend gemaakt aan de eerbiedwaardige Ursula van Benincasa, de stichteres der Theatijnen te Napels. Zij, die het ontvangen hebben van een priester die de macht heeft het op te leggen, en er mede gekleed zijn, kunnen eens daags een groot getal volle aflaten verdienen, alle toepasselijk op de geloovige zielen. Voorwaarden zijn : zesmaal het Onze Vader, zesmaal het Wees Gegroet en Glorie zij den Vader bidden ter eere van de H. Drievuldigheid en de Onbevlekte Ontvangenis, en volgens de intenties van den Paus, zonder dat het noodig is de H. Communie te ontvangen, te biechten of andere gebeden te verrichten. Men kan derhalve zeggen, dat dit scapulier een van de krachtigste middelen is om de zielen des Vagevuurs in hun lijden te verlichten.

IV. De Aartsbroederschap van O. L. V. van Salette.

J{§jet doel van deze Aartsbroederschap is: ten ie. Door de tusschenkomst van de H. Maagd de gramschap van God tegen te houden, die billijk verontwaardigd is ter oorzake van de godslasteringen en de ontheiliging van den Zondag, de veronachtzaming van het gebed, de overtreding van de wetten der Kerk, in het bijzonder van onthouding en vasten. Ten 2e. Te bidden voor de bekeering der zondaren. Ten 3e. De heiliging te bevorderen der medeleden door ze te weerhouden van bovengemelde misslagen, en door hun den ijver in te boezemen deze in hunne omgeving te doen ophouden.

Om er lid van te zijn, en de kostbare en vele aflaten te verdienen, waarmede zij door Pius IX heiliger gedachtenis is

120

ocr page 131

AANHANGSEL,

verrijkt, is liet voldoende zich te laten inschrijven in de registers van de bedevaart van Salette, en alle dagen een Onze Vader en een Wees Gegroet te bidden, waarbij men door een godvruchtig gebruik deze aanroeping voegt; Onze Lieve Vrome van Salette, Middelares der zondare7i, hid zonder ophouden voor ons, die onze toevlucht iot U nemeM.

Wij meenen, dat liet dienstig is de gebeurtenis te verhalen, die aanleiding heeft gegeven tot de oprichting van deze Aartsbroederschap.

V. Toewijding van zich zeiven aan Jezus Christus, door de handen van Maria.

(Volgens den gelukzaligen Grignon van Montfort).

C?). zeer beminnelijke en aanbiddelijke Jezus, waarlijk God en waarlijk mensch, ik ben ondankbaar en ontrouw. Ik heb de belofte geschonden, U zoo plechtig gedaan bij mijn H. Doopsel. Ik heb mijne verplichtingen geenszins vervuld. Ik verdien niet Uw kind of Uw dienaar genoemd te worden; en daar er niets in mij is, dat Uwe afwijzing en Uwe gramschap niet verdient, durf ik zeil Uw heilige en verhevene Majesteit niet meer naderen. Daarom neem ik mijne toevlucht tot de tusschenkomst van Uwe allerheiligste Moeder, die Gij mij tot Middelares bij U gegeven hebt, en krachtens dit middel hoop ik het berouw, de vergeving mijner zonden en de eeuwige zaligheid te verkrijgen.

Ik groet U dan, o Maria Onbevlekt, Koningin van hemel en aarde, aan wier heerschappij alles onderworpen is, wat beneden God is. Ik groet U, o Toevlucht der Zondaren, wier barmhartigheid aan niemand ontbreekt; vervul de verlangens, die ik heb naar de Goddelijke Wijsheid, en ontvang daarvoor de beloften en de offers, die ik U in mijne nietigheid aanbied.

Ik, N . ..., ontrouwe zondaar (-ares), hernieuw en bekrachtig vandaag in uwe handen de beloften van mijn Doopsel.

127

ocr page 132

AANHANGSEL.

Ik verzaak voor altijd aan Satan, aan zijne ijdelheden en aan zijne werken, en ik geef mij geheel aan Jezus Christus, de mensch geworden Wijsheid, om op Zijn voetspoor mijn kruis te dragen al de dagen van mijn leven. En opdat ik Hem getrouwer zij, dan ik tot nu toe was, kies ik U heden, o Maria, in tegenwoordigheid van geheel het Hemelsch Hof, tot mijne Moeder en Meesteres. Ik geef U en wijd U toe, in hoedanigheid van uw dienstknecht (-maagd), mijn lichaam en mijne ziel, mijne inwendige en uitwendige goederen, en de waarde zelfs van mijne verledene, tegenwoordige en toekomende goede werken, en geef U geheel en volkomen recht te beschikken over mij en alles wat mij toebehoort, zonder uitzondering, volgens uw welbehagen, tot meerdere glorie van God, in tijd en in eeuwigheid. Ontvang, o goedgunstige Maagd, deze geringe aanbieding van mijn dienstbaarheid. Ik verklaar, dat ik voortaan als uw ware dienaar (-ares) uwe eer wil zoeken en U gehoorzamen in alles. O bewonderenswaardige Moeder, wil mij aanbieden aan uw zeer beminden Zoon, in hoedanigheid van eeuwigen dienstknecht (-maagd), opdat Hij, Die mij door U heeft vrijgekocht, mij door U ontvange. O Moeder van barmhartigheid, bewijs mij de gunst de ware Wijsheid van Goil te verkrijgen, en mij daarvoor te plaatsen onder het getal van hen, die Gij bemint, die Gij onderricht, die Gij geleidt, die Gij bewaart en beschermt als uwe kinderen en uwe dienaren. O getrouwe Maagd, maak mij in alles een zoo volmaakten leerling, navolger (-ster) en dienstknecht (-maagd) van de mensch geworden Wijsheid, Jezus Christus, uw Zoon, dat ik door uwe tusschenkomst, op uw voorbeeld, tot de volheid van Zijne glorie in den hemel gerake. Amen.

VI. Andere Toewijding.

PT)

Bvy mijne Vorstin; O mijne Moeder! ik offer mij geheel aan U op, en ten bewijze dat ik U ben toegedaan, wijd ik U heden mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart en

128

ocr page 133

AANHANGSEL.

geheel mij zeiven. Daar ik U toebehoor, o mijne goede Moeder! bewaar mij, bescherm mij, als uw goed en uw eigendom.

Aflaat van 100 dagen ieder en dag, wanneer men dit gebed 's morgens en 's avonds bidt, met een Wees gegroet, om aan de H. Maagd de overwinning over de bekoringen, voornamelijk tegen de zuiverheid te vragen.

Een volle aflaat eens in de maand, wanneer men die gebeden gedurende eene maand bidt, mits men biechtey communiceere, eene kerk bezoeke en daar bidde ter intentie van Zijne Heiligheid,

O mijne Vorstin! O mijne Moeder! gedenk dat ik U toebehoor. Bewaar mij, bescherm mij als uw goed en uw eigendom.

Een aflaat van 40 dagen is toegevoegd aan dit gebed alleen, wanneer men het tijdens de bekoring bidt. (Pius IX, 5 Aug. iS5i.gt;

VII. Toewijding van zijn huisgezin.

gezegende en vlekkelooze Maagd, onze Koningin en onze Moeder, Toevlucht en Troost van alle ongelukkigen, met geheel mijn huisgezin, voor uwen troon neergeknield, kies ik U tot mijne Vorstin, mijne Moeder en mijne Voorspreekster bij God. Ik wijd mij voor altijd, met allen, die mij toe-behooren, aan uwen dienst; en ik bid U, o Moeder van God, ons aan te nemen onder het getal van- onze dienaren, en ons bij te staan gedurende ons leven, vooral op het oogenblik van onzen dood. O Moeder van barmhartigheid! Ik stel U aan als de Meesteres en de Bestuurster van geheel mijn huis, van mijne bloedverwanten, van mijne belangen, van al mijne zaken; gewaardig U er zorg voor te dragen, en beschik over alles volgens uw welbehagen. Zegen mij dan met geheel mijn huisgezin; en laat niet toe, dat een onzer ooit uw goddelijken Zoon beleedige.

Verdedig ons in de bekoringen, bevrijd ons van de gevaren, voorzie in onze behoeften, geef ons raad in onze twijfelingen, troost ons in de kwellingen, sta ons bij in de ziekten, en

Dii H. Maagd Maria. q

129

ocr page 134

AANHANGSEL.

vooral in de benauwdheden van den dood. Laat niet toe, dat de duivel er zich ooit op beroeme iemand onzer, die voortaan aan U zijn toegewijd, in zijne slavernij te hebben; maar zorg, dat wij naar den hemel gaan, om U te bedanken, en om onzen Verlosser, Jezus Christus, gedurende de geheele eeuwigheid te loven en te beminnen. Amen. Zoo geschiede het.

VIII. G-ebeden met aflaten.

SCHIETGEBEDEN,

die meermalen door den dag kunnen herhaald worden, vooral in cle oogenbliteLken van bekoring.

Mijn Jezus, barmhartigheid.

Aflaat van 100 dagen eiken keer, (Pius IX, 23 Sept. 1856.y

Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.

Aflaat van 300 dagen eiken keer; volle a/laat eens in de maand voor hen, die het eiken dag gebeden hebben, mits zij biechten, communiceer en, eene kerk bezoeken en daar bidden tot intentie van Zijne Heiligheid. (Pius IX, 30 Sept. 1852.^

Gebed tot de H. Maagd.

(volgens den H. Bernardus.)

edenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die zijne toevlucht nam tot uwe bescherming, uwen bijstand verzocht, uwe voorspraak inriep, door U is verlaten geworden. Bemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der maagden en mijne teedere Moeder, vlucht ik tot U, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij aan uwe voeten neder. Wil, o Moeder des Woords, mijne gebeden niet versmaden, maar gewaardig U ze gunstig aan te nemen en te verhooren. Amen.

13°

ocr page 135

IDe Versctiijning va.n O. L. Vr. van tSalette.

'yTSet was op den i9den Sept. 1846, een Zaterdag, de laat. (5^ sten quatertemperdag van September, op het uur dei-eerste Vespers van O. L. V. der Zeven Smarten, dat de H. Maagd zich gewaardigde te verschijnen aan twee jeugdige herders van de Alpen: Maximinus Giraud, twaalf jaren oud, en Melanie Calvat Mathieu, veertien jaren oud. Beiden waren geboren te Corps, een dorp van dertien honderd zielen, gelegen in het departement van Isère. Niettemin kenden zij elkander nauwelijks, want Melanie had reeds meer dan vier jaren Corps verlaten. Zij was sedert de maand Maart 1846 in dienst van Baptist Bra, in Ablandens, een gehucht van Salette; en Maximinus was sedert eenige dagen in de plaats getreden van den zieken herder van Bierre Selme, een ander grondbezitter van Ablandens.

Deze twee kinderen onderhielden zich met elkander voorden eersten keer op Vrijdag, 18 September. Des anderen daags 's Zaterdags 's morgens kwamen ze bij schoon weder, elk met de vier koeien van hunne meesters, op den berg van Blaneau.

Tegen den middag gingen zij hun middagmaal nemen op de opgedroogde bedding van eene bron, in den omtrek de kleine Fontein geheeten. Na hun dorst te hebben gelescht aan

ocr page 136

De Verschijning van O. L. V. van Salette.

ocr page 137

DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE.

de Fontein der menschen, die hooger op ontsprong, daalden zij weder af. Vervolgens legden zij hunne zakken bij de droge fontein neder, strekten zich op het gras uit, op eenige schreden van elkander, en sliepen in. Tegen half drie ontwaakt Me-lanie het eerst en roept tot haar makker. „Laat ons gaan zien, waar onze koeien zijn.quot; En de twee herders springen over de bedding van den stroom en beklimmen het bergvlak dat het dal beheerschte. Aanstonds vinden zij hunne koeien: zij liggen op het hoogste punt van den berg Gargas. Zij dalen aanstonds weder af om hunne zakjes te halen. Melanie gaat haar makker vooruit. Nauwelijks heeft zij eenige schreden gedaan, of zij staat verschrikt stil: zij ziet eensklaps vóór haar een verblindend licht, dat het dal vervult. Dat wonderbare licht schijnt het licht der zon, die toch in vollen glans schittert, plotseling te verbleeken. „Kom gauw daar naar dat licht zienquot; roept Melanie uit. En Maximinus, die eerst het licht niet had opgemerkt ziet het nu ook. De lichtbol opent zich en vertoont eene Schoone Vrouwe, met een stralenkrans omgeven, maar hare geheele houding toont eene diepe droefheid.

De Schoofie Vrouwe, zooals de herders haar noemen, is gezeten op een steen; hare voeten rusten op de droge bedding van de fontein: hare ellebogen leunen op hare knieën, en hare handen ondersteunen haar hoofd, dat als verzwaard is door droefheid.

Op dit schouwspel wordt Melanie van schrik bevangen. — „O! mijn God,quot; roept zij uit, en zij laat haar stok vallen. Ook Maximinus verschrikt en zegt tot zijne gezellin, dat zij haar stok moet vasthouden, om, als het noodig is, zich te kunnen verdedigen.

De Schoone Vrouwe staat op, kruist de armen op hare borst en met eene liefelijke stem vail hemelsche welluidendheid zegt Zij: „Komt nader, mijne kinderen, vreest niet. Ik ben hierom u eene gewichtige tijding mede te deelen.quot; De H. Maagd begeeft zich vervolgens naar de plaats, waar de kinderen

133

ocr page 138

134 DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE.

waren ingeslapen, op drie meters van de fontein, en de twee herders, door hare moederlijke woorden ten volle gerustgesteld, haasten zich Haar te gemoet te gaan. Zij komen in hare onmiddellijke nabijheid, Melanie aan hare rechter hand en Maxi-minus aan hare linker ; maar beiden vóór Haar en in het licht dat Haar omringt.

Dan spreekt de H. Maagd die woorden, die sedert over de geheele wereld zijn herhaald. Wij gaan ze verhalen, zooals de twee kinderen ze hebben overgebracht aan de afgevaardigden van den Bisschop van Grenoble, en zooals zij na de verschijning aan duizenden pelgrims op dezelfde wijze verhaald hebben.

Deze woorden zijn, wat den vorm betreft, eenvoudig als het Evangelie, en alleen zij, die de Gewijde Boeken niet gelezen hebben, zouden geërgerd kunnen wezen door den eenvoud.

„Wanneer mijn volk zich niet wil onderwerpen, zegt de Schoone Vrouwe, terwijl Haar de tranen over de wangen loo-pen, ben ik gedwongen den arm van mijn Zoon los te laten; — hij is zoo zwaar, dat ik hem niet meer kan tegenhouden. Hoelang reeds lijd ik voor u allen ! Wanneer ik wil, dat mijn Zoon u niet verlaat, ben ik verplicht Hem zonder ophouden voor u te bidden; en gij laat er u niets aan gelegen liggen. Gij kunt bidden en doen. zooveel gij wilt, nooit zult gij de moeite beloonen, die ik voor u gedaan heb.

Zij schijnt vervolgens God, die Haar zendt, te laten spreken, op de wijze der profeten: ,,Ik heb u zes dagen gegeven om te arbeiden, zegt Zij. Ik heb den zevende voor Mij behouden, en men wil hem Mij niet schenken. Dit vooral bezwaart zoozeer den arm van mijn Zoon zoowel als het lichtvaardig zweren der voerlieden, die bij alles den naam van God ijdel gebruiken. Wanneer de oogst bederft, dan is het alleen om u. Ik heb het u verleden jaar laten zien door den oogst der aardappelen, gij hebt er geen acht op geslagen. Integendeel : wanneer gij er vondt, die bedorven waren, hebt gij

ocr page 139

DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE. 135

gevloekt, en den Naam van mijn Zoon misbruikt. Zij zullen blijven bederven ; en met Kerstmis zullen er geen meer zijn.quot;

Inderdaad, in de maand December, die op de verschijning-volgde, waren er te Salette, te Corps en in de omstreken nauwelijks zooveel aardappelen als er noodig waren om bij het einde van den winter te zetten. Tot hiertoe heeft de Schoone Vrouwe Fransch gesproken ; de twee kinderen nu verstonden die taal niet, welke voor de verschijning te Corps bijna niet gesproken werd; en zij, wijl ze geen van beiden hadden school gegaan, hadden ze niet kunnen leeren. Op dit punt van het gesprek werpt Melanie een vragenden blik op Maximinus, als wilde Zij hem vragen, wat die woorden beteekenden. — Toen zeide de Schoone Vrouwe met eene moederlijke toegevendheid : „Mijne kinderen, gij verstaat het Fransch niet, ik zal het u anders zeggen.quot; Zij herhaalt in de volkstaal deze woorden: „Wanneer de oogst bederft enz.quot;, en Zij vervolgt haar gesprek, altijd in de volkstaal. Wonderlijke zaak! op denzelfden avond hebben de kinderen het eerste gedeelte van het gesprek dat zij niet verstonden, in het Fransch herhaald, de kinderen, dat wil zeggen, Maximinus, die nauwelijks in drie jaren tijd het Onze Vader en het Wees Gegroet had kunnen leeren, en Melanie, die nog maar alleen het teeken des kruises kon maken !

Ziehier de vertaling der woorden, die de H. Maagd in de volkstaal gesproken heeft; „Als ge graan hebt, dan moet ge het niet zaaien; alles wat gij zult zaaien, zullen de dieren opeten; wat er groeit, zal tot stof vergaan, wanneer gij het dorscht. Er zal een groote hongersnood komen. Voordat de hongersnood komt, zullen de kinderen, beneden zeven jaren, door stuiptrekkingen overvallen worden en in de armen van hen, die ze dragen, sterven; de anderen zullen boetvaardigheid doen door den hongersnood. De noten zullen slecht worden, en de druiven zullen verrotten.quot;

De meeste van deze profetische bedreigingen zijn vervuld,

ocr page 140

136 DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE.

op verschillende plaatsen. Wat al geesels hebben ons getroffen sedert 1846.... Na deze woorden : „De druiven zullen verrottenquot;, gaat de Schoone Vrouwe voort met luide stem te spreken. Melanie hoort haar niet meer, hoewel zij hare lippen ziet bewegen. Maximinus ontvangt een geheim in het Fransch. Een weinig later wendt de H. Maagd zich tot de kleine herderin, en Maximinus hoort Haar niet meer. Zij vertrouwt ook aan Melanie een geheim, eveneens in het Fransch en, naar het schijnt, langer dan dat van Maximinus. De kinderen hebben eene wonderlijke voorzichtigheid aan den dag gelegd, om hun geheim vijf jaren lang te bewaren; maar toen Paus Pius IX, roemrijker gedachtenis, in 1851 het verlangen had geuit het te kennen, besloten ze het op te schrijven in twee afzonderlijke brieven, verzegeld met het zegel van het bisdom van Grenoble en toevertrouwd aan twee Vicarissen generaal van dit bisdom, de hoogeerwaarde heeren Rousselot en Gerin. Zij werden op audiëntie bij den Heiligen Vader toegelaten den iSden Juli 1851. Nadat Pius IX den brief van Maximinus gelezen had, zeide hij: „Dat is wel de eenvoud van een kind.quot; Vervolgens, onder het lezen van den brief van Melanie, die langer scheen te zijn dan die van Maximinus, werd de Heilige Vader zeer bedroefd en bij het einde sprak hij deze woorden: „Dat zijn de geesels, die Frankrijk bedreigen; maar Frankrijk is niet alleen schuldig; Duitschland, Italië, geheel Europa is schuldig en verdient kastijdingen. Het is niet zonder reden, dat de Kerk strijdend wordt genoemd, en ziehier het hoofd van die Kerk.quot;

De H. Maagd vervolgde toen haar gesprek op zulke wijze, dat zij verstaan kon worden door de beide herders; „Wanneer zij zich bekeeren, zeide Zij, dan zullen de steenen en rotsblokken in hoopen graan veranderen, en de aardappelen zal men geplant vinden in den grond.quot; Dat zijn figuurlijke uitdrukkingen, die de H. Maagd gebruikt om de menschen grooten tijdelijken voorspoed aan te kondigen, wanneer zij tot

ocr page 141

DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE. 137

God terugkeeren. Dergelijke gezegden vindt men bijna op elke bladzijde in de Heilige Schrift. Zegt God zelf niet tot Mozes: „Ik zal mijn volk naar een vruchtbaar land geleiden, dat van melk en honing overvloeit!quot; — Men ziet het, de bedreigingen der H. Maagd zijn slechts voorwaardelijk en het hangt van ons af, de vervloekingen, waarvoor zij ons heeft doen vreezen, te veranderen in zegeningen. — Vervolgens wendt de Schoone Vrouwe zich weer bijzonder tot de twee herders en vraagt:. „Bidt gij goed, mijne kinderen? — O! neen. Mevrouw, bijna nooit, antwoordden beiden oprecht. — O! mijne kinderen, hernam Zij aanstonds, ge moet 's morgens en 's avonds goed bidden. Wanneer gij niet beter kunt, dan (moet ge) alleen een Onze Vader en een Wees Gegroet bidden; wanneer gij den tijd hebt, dan (moet ge) meer bidden quot; — Er gaan slechts weinige bejaarde vrouwen naar de Mis. De anderen werken 's Zondags den geheelen zomer; en des winters, wanneer zij niet weten wat te doen, gaan zij alleen naaide Mis om met den godsdienst te spotten. In den vastentijd gaan ze als honden naar de vleeschhal.quot;

Dat woord klinkt hard: maar kan men ook wel genoeg treuren over de zinnelijkheid van sommige Christenen in onze dagen?

„Hebt gij nooit bedorven graan gezien, mijne kinderen?quot; vroeg eindelijk de hemelsche Afgezante. En de twee herders antwoordden: „Neen, Mevrouw.quot; Vervolgens wendde Zij zich tot Maximinus. — „Maar gij, mijn kind, zeide Zij, gij moet het toch wel eens gezien hebben, in het land van Coin, (1) met uw vader. De eigenaar van den akker (van het graan) zeide tot uw vader; kom eens naar mijn bedorven graan zien. Gij zijt er beiden heen gegaan. Hij nam twee of drie aren in de hand, vervolgens wreef hij ze, en alles werd stof, en toen zijt gij teruggekeerd. Toen ge nog op een half uur afstands

(1) Dit is de naam van een gehuchtje van de gemeente van Corps.

ocr page 142

138 DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALËTTE.

van Corps waart, heeft uw vader u een stuk brood gegeven en u gezegd: „ziedaar mijn kind, eet dit jaar nog brood; ik weet niet, wie het volgend jaar het nog eten zal, als het graan zoo voortgaat (met bederven).

,,0 ! ja, Mevrouw, ik - herinner het mij nu, antwoordde Maxi-minus; zoo juist dacht ik er niet aan.quot; Wat is er treffender dan deze eenvoudige bijzonderheden! daar zij ons die moederlijke teederheid doen kennen, waaraan niets ontgaat, noch dat eenzame land van Coin, waar de korenaren tot stof vergaan, noch de bezorgdheid van een armen bergbewoner, die vreest geen brood te zullen hebben om het aan zijn kind te

geven!____ De H. Maagd eindigde haar gesprek met deze

woorden, in het Fransch uitgesproken: „Welaan mijne kinderen, gij zult het overbrengen aan geheel mijn volkquot;. Vervolgens verwijderde Zij zich van de twee herders en trok over de Sezia. Te midden van de bedding van deze beek is een steen, waarop Zij hare voeten scheen te laten rusten.

Zij herhaalde daar ten tweede male, zonder zich naar hen om te keeren, dezelfde woorden: „Welaan! mijne kinderen, gij zult het overbrengen aan geheel mijn volk;quot; en Zij richt zich naar den heuvel, welke de twee kinderen bestegen hadden om hunne kudde te ontdekken. Haar voeten bewegen zich niet; Zij zweeft over het gras dat Zij nauwelijks aanraakt. Als medegesleept door eene onweerstaanbare kracht, volgen de kinderen Haar; Melanie loopt haar zelfs een weinig vooruit. Maximinus is aan de linkerhand, en op twee of drie passen van de H. Maagd, die op deze wijze een afstand van acht en dertig tot veertig passen voortgaat.

Zoodra de Schoone Vrouwe op het bergvlak gekomen is, verheft Zij zich tot eene hoogte van anderhal ven meter ongeveer, blijft een oogenblik in de lucht zweven, heft Hare blikken ten hemel, wendt ze vervolgens naar de aarde in de richting van het Zuid-Oosten, dat is naar den kant van Rome. — Op dit oogenblik houden hare tranen op te vloeien; zij

ocr page 143

DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE. 139

waren niet opgedroogd gedurende het geheele gesprek — Mela-nie stond toen tegenover de H. Maagd; Maximinus aan hare rechterhand, een weinig terug.

„Toen zagen wij het hoofd niet meer, zoo zeiden de herders in hun ongekunsteld verhaal, noch de armen, noch het overige van het lichaam, Zij scheen weg te smelten.

Er bleef, zeide Maximinus, een zeer helder licht, dat ik met de hand wilde grijpen, tegelijk met de bloemen, die Zij op de voeten had; maar er was niets meer. En Melanie zeide: — Het moet eene groote Heilige zijn. En ik zeide tot haar: — Wanneer wij geweten hadden, dat het eene groote Heilige was, dan zouden wij Haar gevraagd hebben, dat zij ons mede moest nemen. — O! was Zij er nog! hernam Melanie. Wij gaven goed acht, zoo vervolgde de kleine herderin, om te zien, of wij Haar niet meer zagen. Daarna waren wij goed tevreden, en wij hebben gesproken over alles wat wij gezien hadden. Vervolgens gingen we onze koeien hoeden.quot;

Denzelfden avond reeds verhaalden de kinderen deze gebeurtenis; zij hebben ze sedert verhaald aan duizenden pelgrims, met eene oprechtheid en eene vastheid van overtuiging, die zich nooit verloochend hebben. Hun verhaal heeft zich aanstonds in geheel Frankrijk en over de geheele wereld verspreid. — De H. Maagd had hare voeten gezet in de bedding van eene bron, die op den dag der Verschijning geheel was opgedroogd, en die voor den i9den September 1846 niet vloeide, dan bij het smelten van de sneeuw of na groote regenbuien. Dat is een bewezen feit, sedert de verschijning is ze nooit opgedroogd; en de druppelen van dat water, „wo7iderwaierquot; geheeten, zijn door de godsvrucht over de geheele aarde verspreid en hebben overal wonderen verricht. Die menigvuldige gunsten worden elke maand verhaald in de Annalen van O. L. V. van Salette.

De H. Maagd droeg op het hoofd een kroon van rozen en daarop een schitterend diadeem, zooals het paste aan de

ocr page 144

140 DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE.

Koningin des hemels. Haar hoofdtooisel verborg de haren geheel en al. Een halsdoek had Maria om de borst geslagen ; aan den rand van dien doek droeg Zij een groote keten, die ongetwijfeld den last van onze zonden verbeeldde, welke op het hart van die heilige Moeder drukt. Een andere kleinere keten hing Haar öm den hals, en daaraan een kruis met Christusbeeld van verblindenden glans; aan den rechterarm van het kruis hing een nijptang en aan den linker een hamer. Maria wilde ons herinneren aan het Lijden van Jezus, waarvan het herdenken alleen voldoende moest zijn om ons heilig te maken. Het kleed der H. Maagd was geheel lichtgevend, maar eenvoudig van vorm. Zij droeg een voorschoot. Dat is de nederige Maagd van Nazareth, die aan de christe-telijke vrouwen eene les van zedigheid en eenvoudigheid geeft. De handen van de verhevene Afgezante bleven gedurende het geheele gesprek bedekt met de lange mouwen van baalkleed ; en een verblindende lichtstraal verborg haar gelaat voor Maximinus. Melanie alleen heeft die hemelsche schoonheid mogen aanschouwen, die den stempel droeg van eene diepe droefheid, en die het kind in verrukking bracht. De H. Maagd had eene hooge gestalte. Hare stem had den klank van een hemelsch gezang. „Het was alsof wij hare woorden verslonden,quot; zeiden de kleine herders.

Deze feiten, waarvan men onmogelijk de echtheid kan betwisten, zijn achtereenvolgens door drie commissies onderzocht, benoemd door den Bisschop van Grenoble, Mgr. Philibert de Bruillard. Vier jaren later, den 19 September 1851, deed deze wijze en godvreezende prelaat zijne leerstellige uitspraak, na ze onderworpen te hebben aan den Kardinaal-prefect van de heilige Congregratie der Riten, waarin hij verklaart dat de verschijning van O. L. V. van Salette ontwijfelbaar en zeker is. Van toen af heeft de Heilige Stoel de pelgrims, de Missionna-rissen van Salette, en de leden van het Aartsbroederschap, onder dien naam opgericht, met gunsten overladen. Deze

ocr page 145

DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE. 141

Aartsbroederschap telt meer dan vijfhonderd geaffilieerde broederschappen en ontelbare leden. Om te deelen in hunne gebeden is het voldoende zijn naam en voornamen in de registers van Salette te laten inschrijven.

Van af 1846 stroomden de scharen toe ; en de eerste verjaardag van de verschijning trok niet minder dan vijftig duizend bezoekers. Sedert dien tijd is het getal pelgrims gemiddeld vijf en twintig tot dertig duizend per jaar.

Een prachtige tempel, een huis met missionarissen en van religieuzen, verhieven zich op de plaatsen van de verschijning. Deze gebouwen, die men dankt aan de vrijwillige milddadigheid der Katholieke wereld, verwachten nog verbeteringen van de godsvrucht der pelgrims. Door Leo XIII, op verzoek van Mgr. Fava, verheven tot den rang der mindere basilieken, is de kerk gewijd den 2osten Augustus 1879 door Mgr. Taulinier, aartsbischop van Besangon, in tegenwoordigheid van Zijne Eminentie Kardinaal Guibert, aartsbisschop van Parijs; van Mgr. Pichenot, aartsbisschop van Chambery ; Mgr. Fava, bisschop van Grenoble; Mgr. Coton bisschop van • Valence; Mgr. Delannoy, bisschop van Aire; Mgr. Borret, bisschop van Viviers ; Mgr. Robert, bisschop van Marseille ; Mgr. Terris, bisschop van Erejus; Mgr. Mermillod, apostolisch vicaris van Geneve. Den volgenden dag kroonde Zijne Eminentie de Kardinaal Guibert, van wege Zijne Heiligheid Leo [XIII, het. beeld quot;an O. L. V, van Salette in tegenwoordigheid van dezelfde prelaten en van vijftien duizend pelgrims.

Een volle aflaat is verleend aan hen, die de kerk bezoeken, en H. Communie ontvangen en bidden volgens intentie van den Heiligen Vader. — De Missionarissen van Salette geven elk jaar drie openbare retraites, elk van vijf dagen; de eerste voor het feest van den aden Juli, de tweede, voor den isden Augustus, en de derde eindigt den igden September. — De kerk van den geheiligden berg is niet de eenige, die O. L. Vr. van Salette bezit, meer dan duizend kapellen zijn Haar

ocr page 146

142 DE VERSCHIJNING VAN O. L. V. VAN SALETTE.

over de geheele wereld toegewijd, en overal waar Zij aangeroepen wordt, strooit Zij weldaden uit. Gelukkig derhalve de zielen, die Haar raet vertrouwen bidden ; meer gelukkig nog zij, die gehoor geven aan hare onderrichtingen, die hunne tranen met de hare mengen, die zich met Haar vereenigen in een aanhoudend gebed en de beoefening der boetvaardigheid, om de gramschap van God te stillen !

Driewerf gelukkig eindelijk zij, die, niet tevreden met voor zich zeiven voordeel te trekken uit hare genadige verschijning, naar de mate van hunnen invloed, de woorden van Maria aan anderen overbrengen en hun den haat tegen de zonde, die hare tranen deed vloeien, inboezemen en vooral den haat tegen de godslastering, de ontheiliging van den Zondag, de overtreding van de vastenwet, en het verzuimen van het gebed.

3tet Hytemarare van ©. £. I'r. van Salette.

t^jedenk, o Lieve Vrouw van Salette, ware Moeder van Smarte, de tranen die Gij voor mij gestort hebt op Calvarie en bij uwe genadige verschijning; gedenk ook de moeite die Gij U altijd voor mij getroost, om mij te onttrekken aan de slagen van Gods rechtvaardigheid, en zie of Gij, na zooveel voor uw kind gedaan te hebben, het nu aan zijn lot kunt overlaten. Bemoedigd door deze troostende gedachte, kom ik mij aan uwe voeten nederwerpen, ondanks mijne ongetrouwheden en ondankbaarheden. Verwerp mijn gebed niet, o Maagd, onze Middelares, maar bekeer mij, verwerf mij de genade van Jezus boven alles te beminnen en U zeiven troost te verschaffen door een heilig leven, opdat ik U eenmaal moge aanschouwen in den Hemel. Amen.

H. Maria, bid voor ons.

ocr page 147
ocr page 148

De H. Joseph.

an men spreken over Maria, zonder een woord te zeg-gen van haar maagdelijken Bruidegom, wiens vereering, evenals die van Maria, zich meer en meer in de Kerk Gods verspreidt? „Vele menschen en zelfs vele volgens de wereld verstandige menschen, zegt de geleerde Cornelius a Lapide,, verkeeren in dwaling omtrent den H. Joseph, in wien zij slechts een eenvoudigen werkman zien. De H. Joseph was toch op aarde een man van zeer verheven waardigheid, van zeer volmaakte deugd en in de glorie des hemels is hij zeer hoog verheven en heeft een grooten invloed bij God.'

Het is wel waar, dat de H. Joseph een werkman was, en dat hij het ambacht van timmerman uitoefende, zooals men meestal gelooft; „maar hij was van de koninklijke familie van David, en van de oudsten van deze familie; en het is meer door hem dan door de heilige Maagd Maria, dat Onze Heer Jezus Christus de erfgenaam werd van den scepter van Juda.quot;

Hij was het, die het voorrecht had uitgekozen te worden tot Bruidegom van de H. Maagd. „Onvergelijkelijke waardigheid, roept Gerson uit, de Moeder van God, de Koningin der wereld, heeft zich gewaardigd u heer te noemen.quot; Maar nog

ocr page 149

DE H. JOSEPH.

meer bewonderenswaardig is het, dat Jezus Christus, de Zoon Gods, de Koning van hemel en aarde, hem vader genoemd heeft. Niet, dat hij Zijn vader was volgens het vleesch, daar het geloof ons leert, dat Maria altijd Maagd is geweest en dat Jezus Christus als mensch op aarde geen vader gehad heeft ; maar de H. Joseph was Zijn voedstervader, de bewaker van Zijne goddelijke Kindsheid; en reeds hierdoor, dat de H. Maagd Maria aan den H. Joseph, haar maagdelijken Bruidegom, toebehoorde, had Joseph een zeker recht op Jezus, den Zoon van Maria. Zoo zou de eigenaar van een akker recht hebben op den oogst, die er op rijpt, zelfs wanneer het zaad er op wonderdadige wijze door God was uitgestrooid.

De H. Franciscus van Sales geeft dezelfde gedachte met de hem eigene sierlijkheid terug; „Als eene duif eene dadel in den bek droeg en deze in een tuin liet neervallen, zou men dan niet met recht zeggen, dat de palmboom, die er uit groeit, toebehoort aan hem, wien de tuin toekomt? Welnu, wanneer de H. Geest die goddelijke dadel (Jezus Christus) heeft laten vallen in den besloten tuin van de Allerheiligste Maagd, die toebehoorde aan den H. Joseph, wie kan dan twijfelen, of die goddelijke palmboom (Jezus), die vruchten voort-hrengt, welke ter onsterfelijkheid voeden, behoort op deze wijze aan den grooten H. Joseph?quot;

Ook zegt ons het heilig Evangelie, dat Jezus onderworpen was niet alleen aan Maria, maar ook aan den H. Joseph. De waardigheid van den H. Joseph op aarde was dus zeer verheven. „Er zijn waardigheden, zegt Suarez, die tot doel hebben de heiligmaking van anderen. In deze orde bekleeden de Apostelen den eersten rang; — maar er zijn nog andere waardigheden, die volmaakter zijn in hun soort, daar zij betrekking hebben op de vereeniging van de goddelijke natuur met de menschelijke natuur in Jezus Christus, zooals klaarblijkelijk is in het goddelijk Moederschap van Maria. En

Dii PI. Maagd Maria. ja

I45

ocr page 150

DE H. JOSEPH.

de waardigheid van den H. Joseph vindt hare plaats onder deze laatste, zij overtreft dus de andere.quot; (A. Lapide).

Deze leer wordt bevestigd door het hooge gezag van Leo XIII. „De waardigheid van de Moeder Gods, zoo zegt hij, is zoo hoog, dat niets, wat geschapen is, deze kan overtreffen. Maar toch, daar de H. Joseph met de H. Maagd vereenigd is door den band des huwelijks, is het niet te betwijfelen, of hij is deze alles overtreffende waardigheid, door welke de Moeder van God alle geschapen wezens ver beneden zich laat, meer dan iemand nabij gekomen. Het huwelijk is inderdaad de nauwste van alle vereenigingen; het brengt uit zijnen aard de gemeenschap van goederen tusschen beide partijen mede.quot;

„Welnu, wanneer God iemand uitkiest om hem eene waardigheid, eene taak toe te vertrouwen, zegt de H. Thomas, dan bereidt Hij hem zoodanig voor, dat hij de gewenschte hoedanigheden heeft.quot; God heeft derhalve aan den H. Joseph, eene heiligheid gegeven, die overeenstemt met zijne verhevene waardigheid. Maar laten wij het den H. Franciscus van Sales zeggen: „Als de vorsten der aarde zooveel zorg hebben om aan hunne kinderen een leermeester te geven, die van de bekwaamsten is, en God kon zorgen, dat de leermeester van Zijn Zoon de volmaaktste mensch ter wereld was, in overeenstemming met de uitmuntende waardigheid van den Leerling, zijn glorievollen Zoon, hoe is het dan mogelijk, dat Hij dit niet gewild en gedaan zou hebben, terwijl Hij het kon?

„Het lijdt dus geen twijfel, of de H. Joseph is begiftigd met al de genaden en al de gaven, die gevorderd werden voor de taak, waarmede de eeuwige Vader hem wilde belasten, n.1. het tijdelijk en huiselijk bestier en de leiding van zijn huisgezin. Dat huisgezin bestond slechts uit drie personen, die ons het geheim der heilige en aanbiddelijke Drievuldigheid voorstellen. Niet dat er eenige gelijkenis tusschen bestaat, dan alleen wat Jezus Christus betreft, die een van de Personen der

146

ocr page 151

DE H. JOSEPH.

Allerheiligste Drievuldigheid is; want wat de anderen betreft, deze zijn schepselen. Maar toch kunnen wij ook zeggen, dat het eene drievuldigheid is op aarde, die in zekeren zin de Allerheiligste Drievuldigheid verbeeldt; Jezus, Maria en Joseph, eene drievuldigheid buitengemeen waardig geëerd en aangebeden te worden.quot; (Entret. 17.)

Ook zegt ons het Evangelie, dat de H. Joseph, toen Maria hem tot Bruidegom koos, rechtvaardig was, dat wil zeggen, dat hij alle deugden bezat. Maar hoe namen zijne deugden niet toe door de voorbeelden, door de gesprekken van de H. Maagd en de maagdelijke liefde, die hij Haar toedroeg. Wanneer een bezoek van Maria een H. Joannes den Dooper heiligde reeds voor zijne geboorte, welke wonderbare heiliging moest er dan niet teweeggebracht worden in de ziel van den H. Joseph, die dertig jaren lang, zooals men algemeen gelooft, met de heilige Maagd doorbracht!

„Hij maakte wonderbare voortgang in de volmaaktheid, zegt de H. Franciscus van Sales; en dit geschiedde door den voort-durenden omgang, dien hij had met Onze Lieve Vrouw, die alle deugden in zoo hoogen graad bezat, dat geen enkel ander schepsel die zou kunnen bereiken. Toch kwam de H. Joseph die deugden weer kort nabij. Evenals men een spiegel, blootgesteld aan de stralen der zon, deze stralen geheel ziet opvangen, en een andere spiegel, geplaatst tegenover dien, welke ze opvangt, deze stralen zoo duidelijk teruggeeft, dat men bijna niet zeggen kan, welke van de twee ze onmiddellijk van de zon ontvangt; — evenzoo was het met Onze Lieve Vrouw, die als een zuivere spiegel blootgesteld was aan de stralen der Zon van gerechtigheid, welke stralen in hare ziel alle deugden en volmaaktheden te weeg brachten, die zich zoo volmaakt terugkaatsten in den H. Joseph, dat het waarlijk den schijn had, dat hij de deugden in zoo hoogen graad bezat als de verheerlijkte Maagd zelve.quot;

Wanneer de betrekkingen, die de H. Joseph met Maria

147

ocr page 152

DE H. JOSEPH.

had, zulke uitwerking hadden tot zijne heiliging, wat moest dan de uitwerking niet zijn van de betrekkingen, die hij ongeveer dertig jaren lang had met Jezus Christus ? Men oor-deele hierover naar het woord van den H. Thomas, dat wij hierboven hebben aangehaald, dat, hoe meer een wezen zijn beginsel nabijkomt, het des te meer deelt in zijne volmaaktheden. Wie is na Maria Jezus meer nabij gekomen, en dat meer aanhoudend en gedurende langeren tijd, dan de H. Joseph ? Na dit alles verwondert men zich niet den H. Bernar-dus te hooren zeggen, dat hij zeer rein was in maagdelijkheid, zeer diep in nederigheid, zeer vurig in liefde, zeer verheven in beschouwing. En wanneer men zijne hooge waardigheid beschouwt, dan is men niet verwonderd over hetgeen Gerson zegt, wiens woorden de H. Alphonsus aanhaalt, namelijk, dat de H. Joseph reeds voor zijn geboorte werd geheiligd, bevestigd m de genade en bevrijd van de aanlokselen der begeerlijkheid.

De H. Franciscus van Sales zegt, dat de H. Joseph, „om de metgezel van Maria te zijn in hare reinheid, al de Heiligen en zelfs de Engelen en de Cherubijnen in de deugd van maagdelijkheid moest overtreffenquot; !

De heiligheid in dit leven bereidt voor tot eene geëvenre-digde glorie in het andere leven. Ook zegt de geleerde Cornelius a Lapide, evenals Suarez en de H. Franciscus van Sa-les, dat de H. Joseph bij den dood van den Zaligmaker tot het leven is opgewekt; en hij voegt er bij, steunende op het gezag van Suarez, wiens gevoelen de H. Alphonsus zeer redelijk vindt, dat de H. Joseph in den hemel hooger in glorie verheven is dan al de andere Heiligen. De H. Leonardus a Portu Mauritio durft openlijk te verkondigen : „Hij die de koningin huwt, wordt hierdoor alleen reeds koning. Op het oogenblik dat hij haar den ring aan den vinger steekt, plaatst zij hem de kroon op het hoofd. . . . Welnu, hieruit trek ik een ontegensprekelijk bewijs; Maria is de koningin der Heiligen en der Engelen, Joseph is de echtgenoot van Maria,

148

ocr page 153

DE H. JOSEPH.

derhalve is hij ook de koning der Heiligen en der Engelen. Dat de H. Joseph inderdaad boven de Engelen verheven is, blijkt uit de verschillende openbaringen, die hij door hunne tusschenkomst van den hemel ontvingquot;.

Zijne macht bij God is geëvenredigd aan zijne glorie. „Ontwijfelbaar is het, zegt de H. Bernardinus van Sienne, dat Jezus Christus de kinderlijke vertrouwelijkheid, den eerbied en de waardigheid, waarmede Hij den H. Joseph in deze wereld heeft bejegend, hem in den hemel niet weigert, maar veeleer nog op volmaaktere wijze betoont.quot;

De H. Bernardus, door den H. Alphonsus aangehaald, zegt, dat er Heiligen zijn, aan wie het gegeven is ons in enkele bijzondere gevallen bij te staan; maar dat de H. Joseph de macht heeft ons te hulp te komen in al onze behoeften en allen te verdedigen, die hunne toevlucht nemen tot Zijne bescherming. Pius IX heeft hem dan ook tot Patroon aangewezen van de geheele Kerk ; en Leo XIII geeft er ons de reden van. Hooren wij, wat hij zegt ter onderrichting van de geheele wereld en van alle tijden: „Het H. Huisgezin, dat de H. Joseph met de «'aardigheid van vader bestierde, bevatte de eerstelingen der opkomende Kerk. Evenals de H. Maagd de Moeder is van Jezus Christus, zoo is Zij ook de Moeder van alle Christenen, die Zij gebaard heeft op Kalvaria---- Jezus Christus is als de eerste der Christenen, die,

door aanneming en door Zijne verlossing. Zijne broeders zijn.

„Ziedaar de redenen, waarom de gelukzalige Patriarch de geheele Christenschaar, als hem bijzonder toevertrouwd, beschermt en de Kerk verdedigt, d. w. z. dat ontzaggelijk huisgezin bewaakt, over de geheele aarde verspreid, waarover hij, krachtens zijne roeping als Voedstervader van J. Chr., een vaderlijk gezag uitoefent.

„Het is derhalve zeer natuurlijk en den H. Joseph waardig, dat hij, evenals hij eertijds het huisgezin van Nazareth in alle behoeften ondersteunde, en op onberispelijke wijze beschermde,

149

ocr page 154

DE H. JOSEPH.

thans de Kerk van Jezus Christus beschermt en verdedigt.

„Er bestaan redenen, waarom de menschen van eiken stand en van elk rijk zich aanbevelen in de hoede van den H. Joseph. — De vaders der huisgezinnen vinden in den H. Joseph de schoonste verpersoonlijking der vaderlijke waakzaamheid en zorgvuldigheid; de echtgenooten een volmaakt voorbeeld van liefde, eendracht en echtelijke trouw ; de maagden hebben in hem tegelijkertijd het toonbeeld en den beschermer der maagdelijke reinheid. Dat de adellijken van geboorte van den H. Joseph leeren, zelfs in tegenspoed hunne waardigheid op te houden; en de rijken begrijpen uit zijne lessen, welke de goederen zijn, die zij het meest moeten verlangen en welke zij, ten koste van alle inspanning, het zekerst moeten trachten te verwerven.

„Wat de werklieden en de personen van den middelstand betreft, deze hebben als het ware een bijzonder recht met een stellig vertrouwen tot den H. Joseph hunne toevlucht te nemen ; maar tevens ook eene zekere verplichting, zich op zijne navolging toe te leggen. Immers de H. Joseph van koninklijken bloede, door den echt vereenigd met de heiligste dei-vrouwen, wordt beschouwd als de vader van Gods Zoon, en niettemin brengt hij zijn leven door met arbeiden, en voorziet door een nederig handwerk in de behoeften van zijn gezin.quot;

Hooren wij na Pius IX en Leo XIII de H. Theresia : „Ik herinner mij niet tot op dezen dag iets aan den H. Joseph gevraagd te hebben, wat hij mij niet geschonken heeft. Het zou een wondervol verhaal zijn, de ontelbare genaden op te noemen, die God mij geschonken heeft, en de gevaren, zoowel naar het lichaam als naar de ziel, waarvan Hij mij heeft bevrijd, door de tusschenkomst van dien roemrijken Heilige. Wat de andere Heiligen betreft, het schijnt, dat de Heer hun de macht heeft gegeven ons bij te staan alleen in eenige bijzondere noodzakelijkheid; maar de ondervinding leert, dat de H. Joseph ons te hulp komt in al onze behoeften, en dat

i5°

ocr page 155

DE H. JOSEPH.

het Jezus Christus behaagt ons daardoor te toonen, dat Hij, evenals Hij op aarde aan het gezag van dien grooten Heilige heeft willen onderworpen zijn, eveneens in den hemel alles doet, wat hij vraagt. Dat hebben evenals ik, bij ondervinding, andere personen gezien, die ik had aangeraden, zich aan hem aan te_ bevelen. .. . Daar ik door eene zoo langdurige ondervinding den wonderlijken invloed kende, dien de H. Joseph bij God heeft, wenschte ik er iedereen toe over te halen, om hem op eene bijzondere wijze te vereeren. Ik heb altijd gezien, dat personen, die tot hem eene ware devotie hebben, voortgang maakten in de deugd. . . . Sedert vele jaren, vraag ik hem op den dag van zijn feest een bijzondere gunst, en ik heb altijd mijne verlangens vervuld gezien. .. Ik smeek, bil de liefde van God, hen, die mij niet gelooven, er de proet van te nemen. ... Ik begrijp niet, hoe men denken kan aan de Koningin der Engelen en aan alles, wat Zij gedurende de heilige kindsheid van Jezus te lijden heeft gehad, zonder den H. Joseph dank te zeggen voor de hulp, die hij gedurende dezen tijd aan de Moeder en aan den Zoon heeft verleend.quot;

De H. Alphonsus leert ons, in de merkwaardige woorden, die wij hier aanhalen, wat wij te doen hebben om den H. Joseph te vereeren, en met welk doel wij hem vooral moeten aanroepen,

„Door de gratie van God, is er thans op de wereld geen Christen, die geen devotie heeft tot den H. Joseph; maar, onder al de anderen, ontvangen voorzeker zij de meeste gratiën, die hem meermalen en met het meeste vertrouwen aanroepen. Laten wij alzoo nimmer na, eiken dag, ja meermalen daags, ons aan den H. Joseph aan te bevelen, die toch na de H. Maagd, onder alle Heiligen het machtigst is bij God. Dragen wij hem dagelijks een bijzonder gebed op, onderhouden wij vooral zijn noveen, en verdubbelen wij onze oefeningen van godsvrucht tijdens de maand Maart, zoo bijzonder aan zijne

ocr page 156

DE H. JOSEPH.

verheerlijking toegewijd. Vragen wij naar believe; hij zal alles voor ons verkrijgen; als het ons ten minste dienstig of nuttig is ter zaligheid. Vooral echter spoor ik u aan, hem drie bijzondere . genaden te vragen, te weten: de vergiffenis uwer zonden, de liefde tot Jezus Christus en een goeden dood.

„Wat de vergeving der zonden betreft, ziehier wat ik daarvan zeg. Had een zondaar, toen Jezus Christus hier op aarde in het huis van den H. Joseph leefde, verlangd, van Hem de vergeving van zijne zonden te verkrijgen, zoude hij dan een zekerder middel hebben kunnen vinden om verhoord te worden, dan de tusschenkomst van den H. Joseph in te roepen? Willen wij derhalve ons verzoenen met God, nemen wij dan onze toevlucht tot den H. Joseph, die, thans in den hemel, nog meer door Jezus Christus bemind wordt, dan hij door Hem bemind werd hier op aarde.

„Vragen wij verder aan den H. Joseph de liefde tot Jezus Christus; want ik houd het voor zeker dat de meest bijzondere gratie, die de H. Joseph voor zijne getrouwe dienaren verkrijgt is, eene teedere liefde tot het vleesch geworden Woord; hij geniet dit voorrecht als belooning voor de innige liefde, die hij voor Jezus in deze wereld heeft gehad.

„Vragen wij hem eindelijk op de derde plaats de genade van een zaligen dood. Het is eene algemeen bekende zaak, dat de H. Joseph de Patroon is van een goeden dood, daar hij het geluk heeft gehad van te sterven in de armen van Jezus en Maria. Zijne vereerders mogen dus hopen, dat hij, met Jezus en Maria, hun in hunne laatste oogenblikken zal te hulp komen. Men kent vele voorbeelden van deze gunst.quot;

De H. Joseph heeft ook door zijne volmaakte kuischheid verdiend, voor zijne dienaren de gratie te verwerven van de kuischheid te bewaren, welke men met vrucht door zijne tusschenkomst zal afbidden. De kloosters vragen hem ook roepingen, en de tijdelijke goederen, die zij noodig hebben; want hij bestuurde het H. Huisgezin.

ocr page 157

DE H. JOSEPH.

Aanroeping van den ji. Joseph.

£ enige sc/iietgebedt n ter eere van den H. Jouph en van het H. Huisgezin, die vtcn dikzuijis gedurende den dag kan herhalen.

Zorg, o H. Joseph, dat ons leven onschuldig voorbijga en dat het altijd veilig zij onder uwe bescherming (300 dagen, eens per dag)

H. Joseph, Vriend van het H. Hart, bid voor ons! (100 dagen, eens per dag.)

Jezus, Joseph en Maria,

Ik geef U mijn hart, mija geest en mijn leven.

Jezus, Joseph en Maria,

Staat mij bij in mijn laatsten doodstrijd.

Jezus, Joseph, en Maria,

Dat ik in uw heilig gezelschap in vrede sterve.

I53

ocr page 158

Bladz.

Toewijding................7

Goedkeuring en Verklaring van den Schrijver . . , 9

Voorrede .... ............1 r

EERSTE DEEL.

De H. Maagd Maria.....................13

Hoofdstuk I. Maria in betrekking tot God. . . 17 Hoofdstuk II. Wat Maria is in betrekking tot de

schepselen.........23

Artikel I. Wat Maria is in betrekking tot de schepselen in het algemeen en tot de

Engelen in het bijzonder .... 23 Artikel II. Wat Maria is in betrekking totdemen-

schen...........26

Hoofdstuk III. Wat Maria is in zich zelf.....35

Artikel I. Leven van Maria ....... 35

Artikel II. Wonderbare Gaven aan Maria geschonken ............47

§ I. De Eerste Gratiën van Maria . 48

§ II. De Vermeerdering der Gratie in Maria. 53

§ III. De Deugden van Maria......56

§ IV. De Glorie van Maria in den Hemel . 61

TWEEDE DEEL.

De Vereering van Maria, de Devotie tot Haar . . . 65 Hoofdstuk I. De Eer aan Maria verschuldigd. . . 72

Artikel I, Waarom moeten wij Maria eeren ?. . 72 Artikel II. Hoe wij Maria moeten vereeren. . . 77

ocr page 159

inhoudstafel.

Hoofdstuk II Van het Vertrouwen en de Liefde aan

Maria verschuldigd......88

Artikel I. Vertrouwen op Maria......88

§ I. Dat wij Maria met vertrouwen moeten

aanroepen.........88

§ II. Oefeningen tot de H. Maagd ... 94

Artikel II. De Liefde tot Maria ...... 101

§ I. Wij moeten Maria beminnen . 101

§ II. Hoe moeten wij Maria beminnen? 105

Hoofdstuk III Over de navolging van Maria . . . 116

Artikel I. Wij moeten Maria navolgen. . . 116

Artikel II. Doelmatige wijze om Maria na te volgen 118

AANHANGSEL.

I. De Rozenkrans...............124

II. Het Rozenhoedje..... • • 125

III. Het Scapulier .... . . l25

IV. Aartsbroederschap van O. L. V. van Salette. 126

V. Toewijding van zich zeiven aan Jezus Christus

door de handen van Maria......127

VI. Andere toewijding..................128

VII. Toewijding van zijn huisgezin. . . .129

VIII. Gebeden met aflaten.........130

Gebed tot de H. Maagd. . .....130

De Verschijning van O. L. V. van Salette . 131

Het Memorare van O. L. V. van Salette . 142

De H. Joseph...........144

Aanroeping van den H. Joseph.....153

155

ocr page 160

ft

/f iTiTiTiTrmTn ri rmTirriTiTrrinTK

Bij denzelfden Schrijver, den Zeereerw. Pater BERTHIER, gevestigd te Grave (Noord-Brabant), zijn eveneens te bekomen :

1quot;. quot;Notre-Dame de la Salette, son Apparition, son Culte. — Squot;. Broché, avec couverture imprimee en deux couleurs, fr. 1.25.

2quot;. TJn Bouquet des plus belles Pleurs, recueil de paroles et de traits historiques remarquahles.

3°. Une Corbeille des plus belles Fleurs, autre recueil de paroles et de trails historiques remarquahles.

4°. Une Guirlande des plus belles Fleurs, autre recueil de paroles et de traits historiques remarquahles.

Chacun de ces trois dsrniers volumes 8quot;, brochés avec une couverture imprimée a deux couleurs, coute fr. 1.25, relié fr. 1.55.

5quot;. Paroles et Traits Historiques Remarquables. Ce

volume ren ferme tout le conlenu des trois volumes précédents. Squot;. Broché fr- 2.50.

6quot;. La Jeune Fille et la Vierge Chrétienne a 1'Ecole des Saints, 8e édition. Un beau volume en-Squot;, plus fort quetous les précédents, orné de 15 gravures, ene ad re me rit rouge a chaque page-

II a été traduit en alletnand, en espagnol et en anglais. Nous prions les directrices des maisons d'éducation d'en reraarquer l'ap-probation suivante :

»Nous approuvons de tout cujiir la ncuvième édition du livre inti-tulé : La jeune fille et la vierge chrétienne d l'école des Saints,

»La première partle de eet ouvrage traite des vertus que la jeune personne et la vierge chrétienne doivent pratiquer envers Dieu, en-vers les supérieurs et le proohain, et envers elles-mèmes. La deu-xième, les prémunit contre les écueils qu'elles doivent redouter et fuir et la troisième indique les moyens de pratiquer la vertu, et de surmonter les obstacles qui s'opposent a leur sanctification.

ocr page 161

II

»Ce plan embrasse les sujets les plus pratiques; et, sur chacun de ces sujets, l'auteur, Ie plus souvent, laisse parler les Pères et les Docteurs de l'Eglise ; il offre a ses lectrices les plus beaux passages des lettres et des livres, adressés aux vierpresjchrétiennes par saint Athanase, saint Rasile, saint Chrysostome, saint Ainbroise, saint Augustin, saint Jérume, saint Bernard et par d'autres saints Docteurs. A coté des paroles de ces^ saints personnages, se trou-vent des exemples empruntés jï l'histoire de l'Eglise ou a la vie des saintes les plus illustres. Choisis avec soin, ces exemples sont lus avec intérêt; et, en même temps, ils confirment et élucident le con-seil qu'ils accompagnent. Un petit traité de la vocation — sujet qui intéresse si vivement toute personne qui réflcchit — a etc ajoutó, comme appendice, a la fin du volume. L'ouvrage se termine par un reglement de vie, les offices du dimanche et des exercices de piétê entremèlés de reflexions pieuses et instructives, en sorte que ce livre peut devenir utilement le manuel des jeunes personnes et des vierges chrétiennes vivant au milieu du monde.

»Cette nouvelle édition est plus compléte encore que les précéden-tes. Les institutric.es des jeunes filles ne peuvent pas, a notre avis, leur oü'rir dé prix plus utile pour elles.

wGrenoule, ce 15 aoüt, 1801.

»MUSSEL, » Vicairc génêraV

Prix : Edition en 8°. broché, couverture imprimée a deux con-lenrs, par nnité fr. 1.50, par nombre fr. 1.20; cartonné papier de luxe, par nnité fr. i.60, par nombre fr. 1.30; relinre avoc belle toile ornée, par nnité fr. 1.80, par nombre fr. 1.40'; tranche dorée fr. 0.25 en sus.

7°. Le Livre des Petits Enfants. — 8°. Broché, fr. 1,25.

8°. La Jeune Fille et la Viergo Chrétienne a l'Ecole des Saints. Comme ce livre est appelé a étre le Manuel des Jeunes Filles, nous en avons fait une édition portative en 16°. formant un joli volume de prés de 400 pages, que nous cédons pour la propaganda a un bon marché rare. Broché: par unité fr. 1.25; relié en belle toile ornée; par nnité fr. 1.30, par nombre fr. 1.15; tranche dorée: fr. 0.25 en plus.

9°. Le Livre de Tons. — Grand en-i8n, 450 pages, orné de 24 gravures. Broché fr. 1.25, relié en belle toile fr. 1.50.

Plus de 50000 exemplaires s'en sont-ils éconlés rapidement. Un bon nombre de prétres nous ont demandé 100 exemplaires de ce livre, afin de le faire arriver dans toutes les families de leur pa-roisse.

ocr page 162

Ill

10°. Le Livre de Tous. — 4°. avec 35 gravures, pour livre de prix. Relié en percaline fr. 1.50.

11°: La Mère selon le Coour de Dieu, ou devoirs de la mère de familie a, l'égard de ses enfants- — 16°. Broché fr. 1.25, relié toile fr. 1.50.

12''. Des États de Vie Chrétienne et de la Vocation,

d'après les Docteurs de VEglise et les Théologiens. — 16°. Broché fr. 1.25, relié fr. 1.50.

13°. La Vierge Marie, son culte, la dévotion envers

Elle. — 16°. Broché fr. 0.60, relié toile fr. 1.00.

14°. La Vierge Marie, son eulte, la devotion envers Elle. — 8quot;., encadrement rouges et gravures- Broché fr. 0.75, relié fr. 1.50.

15quot;. Notre-Seigneur Jésus-Christ, ce que nous Lui devons. — Ce livre a aussi deux éditions, 16°. et 8quot;., avec gravures. Pour les deux reliées et brochées, les prix sont les tnêmes qu'au numéro précédent.

16quot;. Quelle est ma Vocation et que dois-je conseiller aux autres sur le Choix d'un État ? — 18quot;. Broché fr. 0.60, relié fr. 0.80.

17°. Neuvaine en rhonneur de Notre-Dame de la Sa-lette. — 32°. Broché fr. 0.50, relié fr. 0.75.

18°. La Notice sur l'Apparition de Notre-Dame de la Salette. — 32°. Broché fr. 0.25.

©uvrciqcs deslincs aux ilPrcfrcs seuls.

19°. fBreve Compendium Theologise Dogmaticse et Mo-ralis. — 8°., 600 pages. Broché fr. 6.C0.

20quot;. Sententise et Exempla Biblica e Veteri et Novo Tes-tamento excerpta et ordinata ad usum concionatorurn moderato-

ocr page 163

IV

rumque animarum et prcesertim juniorum clericorum seminari-orumque alumnorurn. — 32quot;. Broché fr. 1.25, relié fr. 1.50.

21quot;. Abrégé de Théologie Dogmatique et Morale, avec les notions les plus importantes de droit canon, de liturgie, de pastorale, de théologie mystique et de philosophie chrétienne. 8quot;. 840 pages. Broché fr. 6.00.

22quot;. L'Etat Religieux, son Excellence, ses Obligations, ses Privileges. A l'usage des communautés religieuses des deux sexes et des prètres qui les dirigent. — 16quot;. Broché fr. 1.25, relié fr. 1.50.

23quot;. yLe Sacerdoce, son Excellence, ses Obligations, ses Privileges. Livre de méditation et de lecture pour les prètres el les séminaristes. — 16°,, 800 pages. Broché fr, 2.50'

24quot;. tLe Pretre dans ie Ministère de la Prédieation, ou

directoire du prédicateur en chaire et au saint tribunal et re-cueil de sermons 'pour les missions, les retraites et tous les di-manches el fètes de l'année, de panégyriques et de sermons de circonstance. — 5l: édition, grand 8quot;., plus de 970 pages. Broché fr. 6.00.

25quot;. Examen de Conscience et Méthode d'Oralson, a

l'usage des prètres dans leurs retraites mensuelles et annuelles. — 18quot;. fr. 0.15.

26quot;. Sous presse (1898). Les merveilles de la Salette. 32quot;. fr. 1.50.

BEMERKINGEN : Bovenstaande prijzen zijn in francs uitgedrukt, dat is ongeveer 47'/» cent-

Van voormelde werken zijn in het Hollandsch verschenen, welke tevens voorhanden zijn bij den Uitgever Jos. J. van LINDERT te Cuyk (Noordbr ):

De H. Maagd Maria.........fl. 0.25

De Jonge Dochter en de Christelijke

Maagd in de leerschool der Heiligen . - 0.50 Het Boek voor Allen........fl, 0.50(?)

ocr page 164

De in vorenstaande lijst met een t geteekende werken zijn mede voorhanden bij den Uitgever Jos, J. vagt;' L1NDERT te Cuyk (Noordhr.), bij wien men desverkiezend ook al de overige werken kan aanvragen;

vermelde boeken

ocr page 165

Uitgaven van Jos. J. van Lindert, te Cuyk:

Meimaand der §enade-§orden

of Maria's Grootheden,

Leven en Bevoorrechte Heiligdommen,

in GODVRUCHTIGE LEZINGEN,

liooc dftcu bag bEr maanb

BEWERKT DOOR

A. B. en L. O., R. K. Pr. cn Kap.

Tweede, vermeerderde druk.

PRIJS ; In linnen Prachtband 60 ct., franco per post 67 '/o ct.

De vrij aanzienlijke Ie oplage was in eenige maanden uitverkocht en werd van vele, zelfs hooggeachte zijde, allergunstigst beoordeeld en aanbevolen. Inderdaad, men behoeft dit Meiboekje slechts te kennen, om het lief te hebben. Het bevat voor iederen dog eene korte beschrijving van Maria's Grootheden en haar leven, en de geschiedenis van eene liarer bevoorrechte Bedevaartplaatsen in Nederland of daar buiten ('s Bosch, Roermond, Uden, Handel, Aarle-Rixtel, Meerveldhoven, Omrael, Oirschot, Maastricht, Sittard-Issoudun, Scherpenheuvel, Oestrum, Kevelaar, Lourdes, Parijs, Rome, Loreto). Tot slot een kort Gebed.

Behalve deze Oefeningen (bl. 1—271) bevat het fraaie boekje (bl. 272—330) nog de Gebeden onder de H. Mis, het Lof, den Kruisweg, Biecht- en Communie-Oefeningen en vele andere zeer schoone gebeden, waardoor 't geschikt wordt, om ook buiten de Meimaand met veel devotie als gewoon kerkboek gebruikt te worden.

HET DAGELIJKS MIS HOOREN,

een Schat voor den Christen,

bewerkt naar den H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORIO en het Fransche werkje van Pater SAINT-OMER.

PRIJS 10 cent, franco per post 12 cent.

Bij getallen ter verspreiding aanmerkelijke prijsvermindering.

In dit boekje worden op voor iedereen bevattelijke wijze de volgende punten behandeld:

§ I. Voortreffelijkheid der H. Mis.

I. Jezus Christus is daarin het Slachtoffer. — 2. Jezus Christus is daarin dc voornaamste Offeraar. — 3. De H. Mis is eene gedachtenis en hernieuwing van de Offerande des Kruises. — 4. De H. Mis is de grootste gave Gods.

J II. Doeleinden der IJ. Mis.

l. Als prijsoffer, om God te eeren. — 2. Als zoenoffer, om barmhartigheid te verwerven. — 3. Als dankoffer. — 4. Als verkrijgoffer, om weldaden te verwerven.

§ III. Toepasselijke Raadgevingen.

Dagelijks, als het kan, de geheele Mis zelf geheel bijwonen, met eerbied, aandacht en godsvrucht.

Deze korte inhoud is voldoende om aan te toonen, hoe nuttig dit boekje is voor iederen Christen. Duizenden exemplaren werden dan ook reeds binnen eenige dagen na de verschijning daarvan verkocht.

ocr page 166

De in vorenstaande lijst met een f geteekende werken zijn mede voorhanden bij den Uitgever Jos, J, van LINDERT te Cuyk {Noordbi'.), bij wien men desverkiezend ook al de overige werken kan aanvragen;

gg- De uitgave van al de in dezen catalogus vermelde boeken geschiedt ten voordeele der Missiehuizen.

ocr page 167

Uitgaven van Jos. J. van Lindert, te Cuyk:

Meimaand der (Genade-§orden

of Maria's Grootheden,

Leven en Bevoorrechte Heiligdommen,

in GODVRUCHTIGE LEZINGEN,

liüDi* dVfcn bag tier niaanö JlSci,

BEWERKT DOOR

A. B. en L. O., R. K. Pr. cn Kap.

Tweede, vermeerderde druk.

PRIJS ; In linnen Prachtband óo ct., franco per post 671/2 ct.

De vrij aanzienlijke 1lt;= oplage was in eenige maanden uitverkocht en werd van vele, zelfs hooggeachte zijde, allergunstigst beoordeeld en aanbevolen. Inderdaad, men behoeft dit Meiboekje slechts te kennen, om het lief te hebben. Het bevat voor iederen dag eene korte beschrijving van Maria's Grootheden en haar leven, en de geschiedenis van eene barer bevoorrechte Bedevaartplaatsen in Nederland of daar buiten ('s Bosch, Roermond, Uden, Handel, Aarle-Rixtel, Meerveldhoven, Ommel, Oirschot, Maastricht, Sittard-Issoudun, Scherpenheuvel, Oostrum, Kevelaar, Lourdes, I'arijs, Rome, Loreto). Tot slot een kort Gebed.

Behalve deze Oefeningen (bl. I—271) bevat het fraaie boekje (bl. 272—330) nog de Gebeden onder de H. Mis, het Lof, den Kruisweg, Biecht- en Communie-Oefeningen en vele andere zeer schoone gebeden, waardoor 't geschikt wordt, om ook buiten de Meimaand met veel devotie als gewoon kerkboek gebruikt te worden.

HET DAGELIJKS MIS HOOREN,

een Schat voor den Christen,

bewerkt naar den H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORIO en het Fransche werkje van Pater SAINT-OMER.

PRIJS 10 cent, franco per post 12 cent.

P.ij getallen ter verspreiding aanmerkelijke prijsvennimiering.

In dit boekje worden op voor iedereen bevattelijke wijze de volgende punten behandeld;

§ I. Voortreffelijkheid der H. Mis.

1. Jezus Christus is daarin het Slachtoffer. — 2. Jezus Christus is daarin do voornaamste Offeraar. — 3. De H. Mis is eene gedachtenis en hernieuwing van de Offerande des Kruises. — 4, De H. Mis is de grootste gave Gods.

§ II. Doeleinden der II. Mis.

1. Als prijsoffer, om God te eeren. — 2. Als zoenoffer, om barmhartigheid te verwerven. — 3. Als dankoffer. — 4. Als verkrijgoffer, om weldaden te verwerven.

§ III. Toepasselijke Raadgevingen.

Dagelijks, als het kan, de geheele Mis zelf geheel bijwonen, met eerbied, aandacht en godsvrucht.

Deze korte inhoud is voldoende om aan te toonen, hoe nuttig dit boekje is voor iederen Christen. Duizenden exemplaren werden dan ook reeds binnen eenige dagen na de verschijning daarvan verkocht.

ocr page 168

' J^

-, ' .

t;i

Men wordt belerfd verzocht kennis té liemen van den catalogus van boekwerken aan het einde van het boekje afgedrukt.

-f ■ ,.

• cgt; ,.-4 •

*m.-u :• lt;

Snelpersdruk Jos. J. van{ Li*gt;de'rt, Cuyk.

quot;f

ocr page 169