â J
urn MIJBEU HSÃEÃEfi
uch ige Onder rich ting en
getrnkken uit het leven
van m;
Yf.. . , rv f 1 O â
\ LLCTli0quot;i U§£cS y wcLcL^CL ~J / UcLT⢠cv..
Vrij naar het Fransch bewerkt
T I.V. -A- GOF'JPElISrS,
Pastoor ie Nieuwveen.
Tweede verbeterde Druk.
Amstéudam. â G. BORG. ^
fern
V»k|64
LESSEN MIJNER MOEDER.
STOOMDRUK. - EDUARO IJDO. - LEIOEN.
A
Lessen mijner goeder. '
T
-g BIC 3--
GODVRUCHTIGE ONDERRICHTINGEN
j GETROKKEN UIT HET LEVEN
van de
(SMezftciiiyste SÃCcvcic^d ST^-az-ia.
Vjij vaar het Fjansch bewerkt
door
H. J. A. COPPENS,
Pastoor te Niemvveen. TWEEDE VERBETERDE DRUK.
4 ÃJlurgtechs Vereeniglof
UI KuCHT p
V wnumm«r Sibhothssfe: cOOv
T
Amsterdam â G. BORG 1896.
4
i
IMPRIMATUR.
IJmuiden, H. J. BORGHOLS,
die 3 Dec. 1895. Libr. Cens.
VOORWOORD
V-A-HST ODEHNT EEKSTEKT XJRXJK;-
Dit boekje wordt den kind et'en van Maria ootmoedig aangeboden. In hoofdzaak is het eene vrije bewerking van het bekende werkje: L'Imitation de la Sainte Vierge sur le modèle de limitation de Je'sus-Christ, doch gewijzigd naar hetgeen ik uit de Heilige Schriftuur en godvruchtige schrijvers over de verschillende onderwerpen heb bijeengebracht. Ook zij?i er eenige godvruchtige oefeningen en gebeden aan toegevoegd.
Storte mi de Heilige eti Onbevlekt Ontvan-ge?i Moedermaagd, aan wier voeten ik mijnen â neder igen arbeid neder leg, over dit werkje haren moederlijken zegen uit, opdat het moge strekken tot hare eer en tot geestelijk heil harer kinderen.
H. J. A. COPPENS, Pr.
Haarlem, 21 Mei 1893.
Deze tweede uitgaaf is opnieuw herzien, hier en daar veranderd en naar ik hoop verbeterd, en voor het gebruik gemakkelijker gemaakt.
Nieuwveen, i Nov. 1895.
H. J. A. COPPENS, Past.
inSTIEiOXJID.
Hoofdstuk I.
Bladz.
Over de navolging der deugden van Maria i
Hoofdstuk II.
Over de hooge waarde der heiligmakende
genade.............4
Hoofdstuk m.
Over de zorg om in volmaaktheid toe te
nemen.............11
Hoofdstuk IV.
Men moet zich vroegtijdig en geheel aan
God geven...........14
Hoofdstuk V.
Over het voordeelige en zoete der eenzaamheid ............21
Hoofdstuk VI.
Over de keus van een levensstaat . . .25 Hoofdstuk VII.
Over de zuiverheid. . . .....29
Hoofdstuk VIII.
Over de ware grootheid.......37
Hoofdstuk IX.
Over de nederigheid........41
Hoofdstuk X.
Over het Geloof.................52
INHOUD.
Hoofdstuk XI.
Bladz.
Over het verlangen naar de H. Communie 58
Hoofdstuk XII.
Over de geestelijke dorheid.....64
Hoofdstuk XIII.
Over de naastenliefde.......67
Hoofdstuk XIV.
Over Gods grootheid en barmhartigheid 72
Hoofdstuk XV.
Over de dankbaarheid voor Gods wel
daden.............79
Hoofdstuk XVI.
Over de bezoeken.........82
Hoofdstuk XVII.
Over de gesprekken........85
Hoofdstuk XVIII.
Over de ware vriendschap.....92
Hoofdstuk XIX.
Over het vertrouwen op de Goddelijke
Voorzienigheid.........96
Hoofdstuk XX.
Over de gehoorzaamheid......100
Hoofdstuk XXI.
Over het geluk der armen . lt; . . .104 Hoofdstuk XXII.
Over de vrijwillige armoede.....109
Hoofdstuk XXIII.
Over de liefde voor de armen . . . .112
VIII
INHOUD.
Hoofdstuk XXIV.
Bladz.
Over de noodzakelijkheid en het nut der meditatie...........116
HooWstuk XXV.
Over het goede voorbeeld......122
Hoofdstuk XXVI.
Over de waarde der vernedering . . .127
Hoofdstuk XXVII.
Over de liefde tot God in de offers, welke Hij somtijds van ons vraagt. . . .131
Hoofdstuk XXVIII.
Over de ondoorgrondelijke leiding der Goddelijke Voorzienigheid.....135
Hoofdstuk XXIX.
Over den ijver in den dienst van God. 140
Hoofdstuk XXX.
Over het ongeluk van Jesus door de zonde te verliezen.........144
Hoofdstuk XXXI.
Over het groote middel der volharding 148
Hoofdstuk XXXII.
Over de vereeniging der ziel met God . 152 Hoofdstuk XXXIII.
Over de plichten van staat.....156
Hoofdstuk XXXIV.
. Over het geluk van een godvruchtig huisgezin...........161
IX
X INHOUD.
Hoofdstuk XXXV.
Bladz,
Over de liefde der kinderen tot hunne ouders............165
Hoofdstuk XXXVI.
Over de kracht des gebeds . . â . .170
Hoofdstuk XXXVII.
Over de vereeniging van deugd met wel
levendheid ...........176
Hoofdstuk XXXVIII.
Over de ijdelheid van den lof der
menschen...........179
Hoofdstuk XXXIX.
Over de zachtmoedigheid......182
Hoofdstuk XL.
Over de kenteekenen der ware heiligheid 187
Hoofdstuk XLI.
Over de vereeniging van ons lijden met
het lijden van Jesus.......191
Hoofdstuk XLII.
Over de onderwerping van onzen wil aan
den wil van God........197
Hoofdstuk XLIII.
Over het geduld.........204
Hoofdstuk XLIV.
God bestemt dikwijls de grootste smarten voor Zijne meest getrouwe dienaren . 209 'Hoofdstuk XLV.
Over den moed en standvastigheid in het lijden.............213
INHOU3. XI
Hoofdstuk XLVI.
Bladz.
Over de liefde tot onze vijanden . . .217
Hoofdstuk XLVII.
Over het geluk van den Heiligen Joannes, aan wien Maria door Jesus tot moeder werd gegeven.....221
Hoofdstuk XLVIII.
Over het deelnemen in het lijden onzer bloedverwanten en vrienden .... 225
Hoofdstuk XLIX.
Over de gelatenheid in het lijden, als God ons Zijnen troost schijnt te weigeren. 231
Hoofdstuk L.
Over het verlangen naar den Hemel. . 235
Hoofdstuk LI.
Over de genade van den H. Geest . . 239
Hoofdstuk LIL Over den ijver voor de eer van God en het heil der zielen........242
Hoofdstuk LUI.
Over de voorbereiding tot den dood. . 247
Hoofdstuk LIV.
Over de zoetheid van den dood des rechtvaardigen ...........252
Hoofdstuk LV.
Over de liefde Gods........258
Hoofdstuk LVI.
Over het loon des Hemels.....260
inhoud.
Hoofdstuk LVTT.
Bladz.
Over de glorie van Maria in den Hemel 268
Hoofdstuk LVIII.
Over de gelijkvormigheid van Jesus en
Maria.............274
Hoofdstuk LIX.
Over de liefde tot Maria......278
Hoofdstuk LX.
Over den ijver om de vereering van Maria ook bij anderen te bevorderen . . . 282
Hoofdstuk LXI.
Over de aanroeping van de H. Maagd . 285
Hoofdstuk LXII.
Over de vereering van den Heiligen Joseph 291
Godvruchtige Oefeningen en Gebeden.
Christelijke levensregel.......296
Gebeden onder de Heilige Mis .... 302 Gebeden vóór de Heilige Communie. . 315 Gebeden na de Heilige Communie . .321
Gebeden onder het Lof.......327
Litanie van den zoeten naam van Jesus 333 Litanie tot Jesus in het Allerheiligste
Sacrament des Altaars......336
Litanie tot het Allerheiligste Hart van
Jesus.............340
Litanie ter eere van de Heilige Maagd
Maria.............344
Litanie ^er eere van het H. Hart van
Maria. . . ,.........347
Litanie tot den Heiligen Joseph . . â 350
xii
bessen mijner Moeder.
HOOFDSTUK I.
OVER DÃ NAVOLGING DER DEUGDEN VAN SI ARIA,
Zalicj die mijne wegen heivaren; zalig de man, die mij hoort, ') en acht geeft op de voorbeelden van deugd, welke ik gegeven heb.
Deze woorden legt de H. Kerk Maria in den mond, om ons aan te sporen, het aardsche leven van die Koningin dor Heiligen te overwegen, en wat wij in haar bewonderen , na te volgen.
Zalig inderdaad die Maria navolgt; want die Maria navolgt, volgt ook Jesus na, den koning en het hoogste toonbeeld aller deugden.
Het leven van Maria is eene les voor allen. Men leert er hoe men zich moet gedragen in voorspoed en tegenspoed, in het gebed en ouder den arbeid, bij eerbe-wjjzen en vernederingen.
') Prov. VIII. 32, 04.
Nooit, wel is waar, zullen wij de volmaaktheid bereiken, welke Maria aan al hare handelingen wist te geven ; doch die het meest Maria tracht na te volgen, is het meest volmaakt.
Allen, die liet verlangen koesteren Maria te dienen, moeten hun leven naar dat verheven voorbeeld inrichten.
Stellen wij ons voor den geest haar levendig Geloof, bereidwillige gehoorzaamheid, diepe nederigheid, standvastige trouw, zuivere meening en edelmoedige liefde.
Wie onzer kan niet, door Gods genade geholpen, het voornemen maken haar voorbeeld na te volgen door de beoefening liarer vele deugden 'i
Zonder die navolging is onze liefde voor Maria gering, en kunnen wij geen groote blijken harer machtige bescherming verwachten.
Wij bidden wel dagelijks ter harer eer; wij dragen het scapulier en den Rozenkrans als uitwendig teeken onzer toewijding; wij zijn wellicht leden eener Congregatie of Broederschap, die haar bijzonder zijn toegewijd; â dat alles kan haar aanmoedigen om voor ons genade ter zaligheid te vragen. Maar als onze godsvrucht zich niet uitstrekt tot de navolging harer deugden, zal zij ons niet ter zaligheid brengen.
De Philistijnen hadden de Ark des Ver-
bonds in bezit gekregen, en sierden haar niet kostbare geschenken ; maar wijl zij nog altijd hunne afgoden beminden , was de Ark voor hen tooli geen bron van zegening.
Is het niet billijk dat, als men Maria bemint, men ook voor haar doet, wat men voor vrienden doet? Die ware vrienden heeft, tracht zich aan hen gelijk temaken in karakter en hunne goede eigenschappen over te nemen.
Uit die gelijkheid komt do eenheid des harten voort; waar die geljjkheid niet bestaat , is ook geen ware vriendschap.
Kan een hart, dat nederig, knisch, onderworpen aai den heiligen wil van God en ijverig voor Zijn eer is, zich in liefde vereenigcn met oen wellustig en hoogmoedig hart, met een hart dat zich niet aan Gods wil onderwerpt en geen ijver bezit voor Zijne glorie?
Met meer recht dan de H. Paulus, roept Maria ons toe: iceest mijne navolgers gelijk ik het van Christus hen. ') Als gij mijne kinderen zijt, vervult u dan met den geest uwer Moeder.
De quot;geest der kinderen van Maria moet gelijk zijn aan dien hunner Moeder, een geest van liefde, een geest van vrede, oen geest quot; van versterving, een geest van vrees en liefde Gods.
!) 1 Cor. IV, 16.
Heilige Maria, van nu af wil ik u in alles mijne liefde toonen door het navolgen uwer deugden. Dat is de volmaaktste eer die ik u bewijzen, het grootste blijk van liefde dat ik u geven kan.
HOOFDSTUK II.
OVER DE UOOGE WAARDE DER HEILIG-MAKENDE GENADE.
Maria was van het eerste oogenblik van haar bestaan, vrij van de smet der erfzonde ; dat is: zij is outvaugen in de genade en vriendschap met God.
Wij allen zijn bij ons intreden in de wereld kinderen van gramschap ') Bij het leven des lichaams vinden wij gelijkertijd den dood der ziel. Maria alleen is door een bijzonder voorrecht van Gods liefde de wereld ingetreden als het meesterstuk der genade, even rein en even zuiver als de eerste mensch uit Gods hand was voortgekomen.
Jesus wilde niet, dat de tempel, waarin Hij wonen moest, de minste smet zon dragen. De eer van den Zoon vorderde, dat de Moeder zelfs niet één oogenblik slavin van den duivel zou zijn.
x) Kphes. II, 3.
En welke waarde hechtte Maria aan deze buitengewone gunst ? Zij was in hare oogen, wat de wijsheid was voor Salomon: de bron van alle yoed.
De Heer bezat mij in het begin Zijner wegen.1) Ziedaar, wat zij meer waardeerde dan alle kronen der aarde. Met nog veel meer voorrechten was Maria begunstigd; maar de Onbevlekte Ontvangenis was haar kostbaarder dan alle anderen : want dat voorrecht maakte haar het heiligste en reinste schepsel.
Geheel haar leven was ook een voortdurend getuigenis harer dankbaarheid aan God voor die onschatbare weldaad, welke aan niemand anders, zelfs niet aan de grootste heiligen is geschonken.
Maar de heiligmakende genade, welke Maria bezat van het eerste oogenblik harer Ontvangenis, is ook aan ons geschonken , toen het water des Doopsels over ons werd uitgestort.
Door die genade kregen wij het recht God onzen Vader en Jesus Christus onzen Broeder te noemen. Wij werden erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. quot;) de Hemel is ons erfdeel geworden.
Begrijpen wij al de verhevenheid dier schitterende voorrechten? Maar begrijpen
') Prov. Vill, 22.
a) Rom. Ylü, -17.
- 6 â
wij ook de verplichting die zij ons opleggen ?
Hoe weinige Christenen denken daaraan ! Hoe weinigen trachten door een heilig leven aan hunne verhevene waardigheid te beantwoorden!
Hoe weinigen geven zich eenige moeite om de reinheid, zuiverheid en liefde dei-kinderen Gods, dat kleed der onschuld tc bewaren.
Men zoekt eene valsche glorie in de genietingen dezer wereld , 011 door een dwaas wanbegrip geeft men in zijne gedachten de laatste plaats aan de genade, die inderdaad alleen onze achting verdient.
Men roemt er op een telg te zijn van een naar de wereld luisterrijk geslacht, en beijvert zich die afkomst niet onwaardig te zijn, en men vreest niet door een ongeregeld en vleeschelijk leven te ontaarden van een geheel geestelijk en goddelijk geslacht.
Men maakt vet'tooniiig met eene jjdele onafhankelijkheid, en men schaamt zich niet, door een schandelijk verbond met don duivel, zich onder zijne heerschappij te stellen, zijn kleed aan te nemen en zich opnieuw aan zijne slavernij, waarin men het ongeluk had geboren te worden, te verpanden.
Met gretigheid loopt men het good en erfdeel der wereld na, en men verwaar-
~ 7 â
loost on veracht, om zoo te spreken, liet eeuwige erfdeel der hemelsche goederen.
Ondankbare en ongelukkige slachtoffers der zonde, verhardt uwe harten niet tegen de stem van God, die n roept! ')
Een tweede doopsel blijft u nog over. De genade om wederom als kind van God te worden aangenomen, vindt gij in het Heilig Sacrament der Biecht.
Neemt daartoe vol vertrouwen en oprecht uwe toevlucht. Uwe Hemelsche Vader verlangt niets liever dan u Zijne vriendschap weer te geven. Maar doet het spoedig. Weldra zult gij het wellicht niet meer kunnen.
Reine en onbevlekte Maagd, bid voor ons om op te houden zondaren te zijn, en nimmermeer te worden. Maak ons besluit standvastig, om het onbesefbare verlies, dat wij ons zeiven door de zonden veroorzaakt hebben, te herstellen.
Uwe hulp zal ons de genade verkrijgen om weer geheel in de vriendschap van God te worden opgenomen, en zoo zullen wij, na Jesus uwen Zoon, u. Heilige Maagd, kunnen loven en zegenen als de hrotb onzer zaligheid.
Maria, in Gods genade ontvangen, zonder eenige smet van zonde, zonder
') Ps. XC1V, 8.
- 8 â
eenige neiging zelfs tot zoude, was niet, gelijk wij, onderworpen aan de vrees van in zonde te zullen vallen.
Men zou evenwel bij de overweging van haar heilig leven zeggen, dat zij evenals wij, ja zelfs nog moer daarvoor te vreezen had.
Altijd waakte zij over haar hart, alsof de schepselen zich van hare genegenheid hadden kunnen meester maken. Zij waakte vooral over hare woorden, alsof zij hare lippen niet kon vertrouwen.
Met al de voorrechten der onschuld begenadigd, wilde zij altijd leven in boetvaardigheid.
Maar wij, ofschoon omringd door vleiende en bedriegelijke vijanden, die er alleen op uit zjjn onze natuurlijke zwakheid tot val te brengen, wij vreezen niet, wij waken niet. Wij weten, dat wij de zwakheid zelve zijn, en toch wagen wij ons dikwijls in gelegenheden, die den sterksten kunnen doen vallen.
Als de zwakheid overmoedig wordt, verdient zij dan niet haar steun te verliezen ?
Wij dragen den schat quot;der genade in hrooze vaten '), die breken kunnen, als wij er het minst aan denken.
Hoevele vijanden zoeken ons dien schat te ontrooven'
') II Cor. IV, 7.
â 9 â
Zij zijn in ons, onder ons en rondom ons.
In ons hebben wij ongeregelde en niet genoeg beheersohte havtstochten; onder ons den geest der duisternis; rondom ons eene bedorven wereld.
Als een fakkel, die niet geheel is uit-gebluscht, kunnen onze hartstochten altijd ontvlammen en brand veroorzaken.
Al waren wij, als de H. Paulus, tot den derde)i Hemel opgenomen, toch zouden wij moeten vreezen met de weerspannige engelen weer naar den ' diepsten afgrond te worden uitgeworpen.
Tevergeefs rekent men op de oprechtheid van goede meening, _ op de kracht van goede voornemens. Eéne gevaarlijke gelegenheid is genoeg om het gebouw der deugd, dat wij reeds hadden opgetrokken, plotseling in puin te doen vallen.
Eén enkele blik deed David de vriendschap met God verliezen. Eéne Dalila kon een Samson overwinnen.
De heiligste woestijnbewoners , die jaren lang aan de bekoringen weerstand hadden geboden als onwrikbare zuilen aan de stormen , heeft men op eenmaal zien vallen.
Op den weg der deugd staat de eene dag niet voor den anderen in; en eene ziel, die zich verheugen mag in Gods goedgunstigheid, kan om eene enkele ongetrouwheid verworpen worden.
â 10 â
Die op zijne goede Toornemens rekent, maar niet genoeg over zich zeiven waakt, zal spoedig ontrouw worden.
Die een stormachtige zee, vol klippen, wil bevaren, zonder de noodige voorzorg te nemen , kan er staat op maken spoedig schipbreuk te lijden.
Moeielijk voorzeker is het, geheel het leven door altijd over zijne neigingen te waken en ze te bestrijden. Maar het Rijk der Hemelen lijdt geweld, en de geweld.ujen nemen het in. ') Niemand is heilig geworden zonder waakzaamheid, zonder strijd.
Mijn God, doorsteek mijn vleesch met Uwe trees. 2) De vrees zal mij waakzaam maken, en de waakzaamheid mij het geluk verwerven van zegevierend uit den strijd te komen.
Doe mij goed begrijpen, dat de genade, die ons Uwe vrienden en kinderen maakt, het eenige is, waarvoor ik zorgen, en het eenige, waarvan ik het verlies betreuren moet.
Had ik nooit dien kostbaren schat verloren , dan zou ik mij in dit leven veel verdriet bespaard, en voor het andere vele verdiensten vergaderd hebben.
Arm en ellendig is ieder, die U niet tot vriend heeft; maar hoogstgelukkig zal ik zijn, als ik trouw blijf aan mijn vast besluit van liever alles te lijden, dan mij
') Mat. XI, 12. 2) I's. CXVUl, 120.
nogmaals aan het gevaar bloot te stellen Uwe genade te verliezen.
Als ik dien schat getrouw bewaar, zult Gij wonen in mijn ziel, haar bezitten door Uwe tegenwoordigheid, verlichten door Uwe wijsheid, ondersteunen door Uwe kracht, haar voortdurend bewijzen Uwer liefde geven en zelf zult Gjj mijn loon wezen in tijd en eeuwigheid.
HOOFDSTUK HL
OVER UE ZORG OM IN VOLMAAKTHEID TOE TE XKMEX.
De Dienaar. Van het eerste oogenblik uwer Ontvangenis, Heilige Maagd, hadt gij de volheid der genade ontvangen; maar het was u niet genoeg dien kostbaren schat in vrede te bezitten: geheel uw leven hebt gij zorg gedragen ze vruchtbaar te maken. En de genade, die voortgang maakt waar zjj medewerking vindt, vermeerderde zich dagelijks in u. Gij waart een welbeploegde grond , waarin quot;het geringste zaadje honderdvoudige vruchten voortbracht. In heiligheid waart gij geboren ; maar de heiligheid behoorde niet tot uwe natuur: echter door uwe mede-
- 12 â
werking en zorgen is zij u als natuurlijk geworden,
Gij bebt als een boom takken uitgeschoten; naar alle kanten liebt gij ze uitgespreid , takken van eer en genade. 1)
Maria. Mijn kind, als gij de genade, die u vriend eu kind van God, tempel van den Heiligen Geest, broeder en mede-erfgeuaam van Jesus maakt, in u wilt doen vermeerderen, vlucht dan de wereld , bemin het gebed, ontvang de HH. Sacramenten en beoefen de deugden, die aan uwen staat eigen zijn. En het beste middel om de heiligmakende en blijvende genade te vermeerderen is de getrouwheid aan de dadelijke genade.
Luister naar de stem, die inwendig tot u spreekt, en laat u geleiden door hare ingevingen. Jloe meer gij naar die stem luistert, des te meer onderricht zij u; naarmate gij vooruitgaat, leert zjj u verder en rasscher voort te streven.
Gelijk God weleer in de woestijn voor de kinderen van Israël het Manna liet regenen tot voedsel des liohaams, zoo geeft Hij aan Zijne geestelijke kinderen inwendige kracht om hunne ziel tegen de bekoringen te versterken.
De Israëlieten werden gevoed met het
') Eccli XXIV, '22.
â 13
Manua, totdat zij in liet beloofde land gekomen waren. Gods uitverkorenen eten het Levend Brood, totdat zij van hunne lichamen ontbonden, in het land der levenden komen.
Velen, die eenigen tijd het pad der deugd bewandeld hebben, blijven stilstaan , tevreden over den weg, dien zij hebben afgelegd. Maar de genade zegt nimmer: het is genoeg.
Anderen verbeelden zich genoeg te doen als zij niet slecht worden. Maar dit is niet genoeg. Die goed is , moet dagelijks trachten beter te worden.
Menigeen zal op den dag des oordeels zich verwonderen met schuld voor Gods rechtvaardigheid beladen te zijn, wijl hij de middelen om heilig te worden niet heeft aangewend.
-Niet voortgaan op den weg der deugd is achteruitgaan; niet winnen is verliezen.
Als men zich perken stelt in den dienst van God, stelt llij ze aan Zijne weldaden.
Hoe meer gij uzelven aan Hem wegschenkt, des te vrijgeviger en grootmoediger wordt Hij voor u, reeds in dit leven.
Hoe weinig gij in do wereld ook bezitten moogt, altijd hebt gij genoeg. Maar genade kunt gij nooit genoeg hebben.
Een dienaar, die de goederen, hem door zijn meester toevertrouwd, verwaarloosd laat liggen, wordt gestraft, en wat hem
was toevertrouwd, wordt hem outiiomen. 1)
Sta dan op, mijn kind, uit de traag-lieid, die u den dood kan veroorzaken. Tracht den tijd, dien gij verloren hebt, te herstellen.
Zeg nimmer, dat gij u tevreden stelt met de laatste plaats in het huis uws Vaders. Die zoo spreekt, stelt zich bloot geen plaats te zullen bekomen.
De Dien aak. U Maria, machtige Beschermster , help mij het leven, dat mij door God geschonken is om Hem ie dienen en te beminnen, heilig door te brengen. Help mij eene heerlijkheid verdienen, die ik, ofschoon door de genade geholpen, tocli niet kan bereiken zonder mijne medewerking. Eene heerlijkheid, die grooter zal wezen, naarmate ik meer ijver zal hebben aan den dag gelegd.
HOOFDSTUK IV.
men moet zich vroegtijdig kx geheel aan god geven.
Hoor, dochter, en zie, en neiy uivaar; en vergeet uw volk en uws vaders huis. En de
') Mat. XXV. '28.
â 15 â
Koning sal he hagen scheppen in uwe schoonheid: want Hij is de TIeer uw God. 1)
Maria luisterde vroegtjidig naar de goddelijke stem, die haar tot afzondering riep, en verliet reeds in prille jeugd het vaderlijk huis om zich in den tempel aan God toe te wijcien.
Niets was in staat haar tegen te houden , noch haar teedere leeftijd, noch de zwakheid des lichaams, noch de liefde harer ouders.
Alles wat het offer van een hart, dat niets anders zoekt, niets anders bemint dan God, kan tegenhouden, bedroeft dat hart, omdat het zijn geluk uitstelt.
In de eenzaamheid des tempels volbracht Maria zoo volmaakt mogelijk alle bezigheden , die haar naar leeftijd en krachten werden opgelegd. J)en overigen tijd besteedde zij aan gebed en overweging.
Daardoor heeft zjj zich die buitengewone genade, die God haar had voorbereid, waardig geqiaakt.
Hoe heerlijk zijn uwe schreden, o Koningsdochter! 2)
Uw voorbeeld zal worden nagevolgd.
Na U zullen maagden zonder tal zich met vreugde en blijdschap aanbieden en opgeleid worden tot den tempel des Konings. 3)
1) Ps. XLIV. 11, 12. ») Cant. VU, 1. 3) Ps. XLIV, 16.
Dat offer, dat Godgewijde Maagden zullen brengen van hare jeugd, haar hart, hare vrijheid, van geheel zich zeiven, zal een volkomen eerbewijs zijn aan Gods oneindige Majesteit. Een eerbewijs; maar ook een bron van zegeningen, waarmede Hij hare ziel geheel haar leven door zal overladen.
Iloe bedriegen zich die meenen, dat de jeugdige leeftijd te vroeg is voor de beoefening der deugd.
Maria en de Heiligen hebben ondervonden hoe goed het voor den mensch is, als hij het juk des Heeren van zijne jeugd af gedragen heeft. ')
Zou men God niet beleedigen, als men Hem slechts do ellendige laatste dagen geeft van een leven, dat ons alleen gegeven is om geheel in Zijnen dienst te worden besteed ?
Wolk offer brengt men aan God, als men gewacht heeft Hem te dienen, totdat ons voor de wereldsehe genoegens noch krachten noch middelen zijn overgebleven ?
Met reden mag men vreezen, dat men het juk des Heeren zeer ongeduldig zal dragen, als ineu eerst dan besloten is het op te nemen, wanneer men vermoeid is van het juk der wereld.
Men geeft voor, dat men zich aan God
') Thren. Ill, 27.
zal geveu, als men ouder is geworden; maar zal men den leeftijd, dien men hoopt, bereiken? Of, als men dien bereikt, zal men zoo gemakkelijk als men meent, daartoe overgaan ?
De ondervinding leert, dat een rijper leeftijd wel geleerder, maar niet altijd wijzer maakt.
âHeer, Heer :ïoe ons open'' 1), riepen do dwaze maagden ; maar zij kwamen te laat, en klopten vergeefs aan de deur. Die slechts den ouderdom aan God wil wijden, komt even als zij met een lamp zonder olie, en zal do deur gesloten vinden.
Gelukkig, die zich van zijn eerste jeugd af voorbereidt om :e verschijnen voor den oppersten Rechter, die rekenschap van lederen leeftijd zal vragen.
Die het begin zijns levens niet aan God geeft, heeft te vreezen, dat God hem tot straf spoedig het einde zal laten zien.
O mijn God, hoe langen tijd heb ik laten voorbijgaan zonder U to beminnen. Ik moest er ontroostbaar over wezen; hij toch die zich gemakkelijk daarover zou troosten, zou daardoor toonen , dat hij nog niet begonnen was U te beminnen. Ware ik nog in de jaren mijner kindsheid, mijn geest en hart, mijne gedachten en genegenheden , alles in mij zou geheel voor U zijn!
') Mat. XXV, li.
2
â 18 â
Ik dank U voor do groote barmhartig-neid, die Gij 7iiij betoond hebt, door mij, toen ik den tijd misbruikte om U te belee-digen, in het leven te sparen.
Met de hulp Uwer genade, die ik smee-kend iuroep, zal ik U dienen tot mijn laatsten snik en met zooveel te meer ijver, als ik te laat begonnen ben.
De Dienaak. li. Maagd, Gij hebt u niet alleen vroegtijdig aan God gegeven, maar ook het off er, dat gij Hem bracht was zonder voorbehoud en onverdeeld.
Gij hebt Hem, om geen anderen wil te kennen dan den Zijnen , geheel uwe vrijheid opgeofferd.
Geen andere voldoening zocht gij in de wereld dan Hem te behagen, geen ander genoegen , dan u ter Zijner liefde van alle genoegen te berooven.
Nooit zjjt gij daarin ontrouw geworden. Gij bewandeldet standvastig de wegen, die God u aanwees, en maaktet alle dagen nieuwe vorderingen.
Uw voorbeeld veroordeelt mijne onstandvastigheid en zwakken moed in 'den dienst van God.
Ik schaam mij over mijn gedrag. God, die altijd dezelfde voor mij is, verdient ook altijd van mij dezelfde toewijding, dezelfde getrouwheid.
~ 19 â
Maria. Waarom, mijn kind, hebt gij u teruggetrokken, j\a zoo goed begonnen te zijn? Is God niet heden e.ven grootmoedig, even beminnelijk als vroeger?
Staat gij niet altijd tot Hem in dezelfde verhouding? Zijt gjj den eenen tijd niet even afhankelijk van Hem als den anderen ? Is de verplichting om Hem geheel toe te behooreu niet ten allen tijde even groot ?
Hoe ouder gij wordt in jaren, hoe talrijker worden ook Gods weldaden. Daarmede moet uwe dankbaarheid toenemen, en bijgevolg ook uwe getrouwheid.
God alleen hoeft uw hart geschapen en voor Zich alleen. H j moot er dus de eenige Heer van zyn.
Hij heeft niet gezegd: Leen Mij uw hart; maar: yeef Mij uw hart 1).
Getrouw aan die stem hebt gij hot Hem toegewijd. Met welk recht hebt gij het weer teruggenomen ? De wereld verdient niet, dat wij haar eenig deel in onze genegenheid geven; en voor God is het eene groote beleediging Hem zulk een mededingster te geven.
Gij zegt, dat gij het als het grootste ongeluk zult beschouwen niet tot Gods vrienden te behooren , maar welk een vriend is in de oogen van dien naijverigen God 2) een zwakke en laffe vriend?
!) Pi-ov. XXIII. 26. 2) Deut. IV. 24.
-- 20 â
Uw God acht het voor u niet te -veel Zich geheel aau u te geren; wees gij dan ook de Zijne. Geef u geheel aan Hem, en alles zult gij bij Hem vinden.
De [wereld en wat van de wereld is, is niets, voor wien God alles is.
De Dienaar. In mijne zwakheid, H. Maagd, heb ik sterke en krachtige genade noodig om uit uwe onderrichtingen vrucht te trekken, en uwe wegen te bewandelen.
Vraag voor mij, bid ik u, de noodige hulp en laat het voorbeeld van uwen ijver mij bemoedigen.
Zou ik, na zooveel onstandvastigheid, na zooveel ontrouw, mijn hart nog aan Jesus durven aanbieden? Maar een ver-morseld en rouwmoedig hart, en uwe voorspraak bluscht Zijn toorn, hoe fel die ook ontstoken is.
Moeder van barmhartigheid, gevvaardig u mij met God te verzoenen. Moge de Goddelijke Zaligmaker op uwe bede mijn hart zóó met Zijne genade vervullen, dat ik in Zijnen dienst noch verdeeldheid , noch zwakheid kenne en geen ander verlangen koestere dan naar Hem!
â 21 â
HOOFDSTUK V.
OVER HET VOOIlDBELlOli EN ZOETE DEK EENZAAMHEID.
De Dienaar. Wat rustige en heldere dagen moet gij, H. Maagd, in den tempel hebben doorgebracht!
In vrede en rust genoot gij de gemeenzaamheid niet God, en een luisterrijker, Hem nog waardiger Tempel hebt gij Hem daar voorbereid.
De gedachte aan Gods tegenwoordigheid hield uw geest voortdurend bezig. Onverpoosd waart gij in beschouwing van Zijne grootheid en volmaaktheden.
De Welbeminde was geheel de uwe eu gij waart (jeheel de Zijne. AI wat de wereld rijk en schoon kan aanbieden, was nietig in uwe oogen.
Maria. Inderdaad, mijn kind, eene ziel in de eenzaamheid , verwijderd van de wereld en hare zorgen , beleeft gelukkige dagen.
Zij houdt zich met God alleen bezig, alsof er buiten God en haar niets anders op aarde bestaat.
Haar geest is altijd ingetogen om naar
â 22 â
Gods stem te luisteren, en niets onderbreekt de stem haars harten, die onophoudelijk tot Hem roept.
Zij vindt in die korte en dikwert herhaalde woorden; Gij zijt de God mijns harten '), al hare glorie , al haren rijkdom , al haar genoegen. . ,
Als de Bruid van het Hooglied m de schaduw van haren welbeminde neergezeten '2), denkt zij met modelijden aan de moeite, welke de menschen zich geven om groot en rijk te worden. Zij begrijpt niet, dat men iets anders kan liefhebben, dan wat
zij bemint.
Wat er in de wereld omgaat, boezemt haar weinig belang in. Hij, dien zij bemint, is altijd wat Hij geweest is, en zal altijd blijven wat Hij is, even heilig, even beminnelijk. In die gedachte vindt zij altijd
nieuwe vreugd.
Als God aan eene ziel Zijne goddelijke inspraken wil geven en tot haar hart spreken geleidt Hij haar in de eenzaamheid ).
Vraag Hem, mijn kind, dien geest van afzondering, dien geest van ingetogenheid, welken de Heiligen hadden. Houd u van de wereld af, en verschijn er alleen , wanneer het noodzakelijk is.
En als de noodzakelijkheid u dringt o
') Ps. LXXII, 26. 2) Cant. II, 3.
Osee 11, H.
m
â 23 â
onder de menschen te komen, wees dan als de duif, die gedwongen werd Noó's ark te verlaten , maar weldra wederkeerde, omdat zij daar buiten geen plaats vond om te rusten.
Als de bij den honig uit de bloemen heeft vergaderd, vliegt zij terug naar haren korf, om de vrucht van haren arbeid niet te verliezen.
Do reukwerken behouden hunnen geur, als men de vaas slechts voor een enkel oogenblik opent, maar dc geur gaat verloren, als de vaas lang openstaat.
In een tuin bloeien de rozen , maar langs den weg- worden zij vertreden.
Als gij do wereld niet mot zorg vlucht, zult gij u weldra tot haar getrokken gevoelen : 011 als gij eenmaal in de dingen dezer wereld smaak krijgt, zult gij geen smaak meer vinden in hetgeen van God is.
De Bruid van het Hooglied zocht haren Welbeminde 'midden in de straten van Jerusalem, doch vond Hom niet.
Moet gij niet erkennen, dat gij zelden van de menschen zijt teruggekeerd zonder u voor God schuldiger gemaakt te hebben ? Die met gerustheid in het openbaar verschijnen wil, moet de eenzaamheid beminnen. In de eenzaamheid leert men hoe men te midden der wereld spreken en handelen moet.
Het afgezonderd leven is een der krach-
â 24 â
tigste middelen om do onschuld te bewaren. Niets verzwakt de deugd zoozeer als het druk verkeer met de raenschen. Kan men eene besmettelijke lucht, als die der wereld, inademen, zonder zelf besmet te worden ? Trek u dan dikwijls in de eenzaamheid terug om eene zuivere lucht te genieten.
Heilige kluizenaars hebben verzekerd, dat zij nooit beter in staat waren vertrouwelijk met God om te gaan, dan sedert zij zich van de zaken en gezelschappen der wereld verwijderd hadden.
Mijn kind. God vindt er vermaak in met u te zijn, vindt gij er dan ook uw vermaak in met Hem te wezen, en nergens zult gij Hem gemakkeljjker vinden dan in de eenzaamheid.
In de eenzaamheid zult gij Hem met meer vrijheid uwe innerlijke gedachten kunnen openbaren, Hem gemakkelijker uwe begeerten mededeelen en de vrijmoedigheid gemeten van een eerbiedig vertrouwen.
In de eenzaamheid zult gij in uwen geest gemakkelijker gedachten opwekken, die uw lijden zullen verzachten, uwe vrees verbannen, uwe twijfelingen ophelderen en u den zekeren weg toonen om u in alles met wijsheid te gedragen.
In de eenzaamheid eindelijk zal God in uw hart Zijn geheimvolle stem doen
â 25 â
hooren; Hij zal eene taal met u spreken, welke alleen door Zijne vrienden wordt gehoord, en die in uwe ziel waarheden zal inprenten, waarvan de kennis alleen uit Zjjne liefde kan voortkomen.
HOOFDSTUK VL
OVEIl DE KEUS VAN EEN LEVENSSTAAT.
Maria had van hare teederste jeugd niets anders gezocht, niets anders bemind dan God, en verdiende daardoor alle zegeningen , die haar tot den staat, waartoe zij was uitverkoren, moesten voorbereiden.
Alle menschen zijn tot zekeren staat geroepen. Maar om in dien staat gelukkig te zijn is de bijzondere leiding der Goddelijke Voorzienigheid noodig, welke, vóór men zicli een bepaalden levensstaat uitkiest , nederig van God moet worden afgesmeekt.
Kan een jong mensch verwachten, dat God hem in die keus helpen zal, als hij alleen de dwaze indrukken zijner verbeelding of ontwakende hartstochten volgt ?
De Goddelijke Voorzienigheid deedMaria, door haar huwelijk met den H. Joseph, de kostbaarste vruchten inoogsten van de deugden, die zij getrouw beoefend had.
- 26 â
Had de wereld raad mogen geven om het lot vau Maria met eenen bruidegom te verbinden, dan zon de keus zeker gevallen zijn op een rijken met vele talenten begaafden man. Weinig zou er gelet ziju om haar een deugdzamen man te geven, een man, die van zijne jeugd af in de vrees des Heeren geleefd had. Daarop let de wereld niet.
Eigenbelang, bloot menschelijke beweegredenen zijn dikwijls de grondslag van een huwelijk. Meestal hebben de goederen der fortuin veel meer invloed op de beslissing dan godsvrucht en deugd.
Tijdelijke belangen behoeven wel niet altijd over het hoofd te worden gezien; want ook het tijdelijke kan waarde hebben voor het eeuwige; doch geld alleen maakt niet gelukkig.
Vanwaar zoovele ongelukkige huwelijken zonder liefde, zonder eensgezindheid, waar man en vrouw elkander tot last en dikwijls tot ergernis zijn?
God laat dit dikwijls toe als een straf, wijl zij Zijne hulp niet hebben ingeroepen bij de keus, waarin men zonder Zijne goddelijke leiding nooit goed kan slagen.
God laat dit toe, omdat zij in hunne jeugd zoo weinig zorg hebben gehad om door de beoefening der deugd zich Zijne bescherming waardig te maken.
â 27 â
Slechts op oen welbestede jeugd kan een gelukkig eu heilig huwelijk volgen.
De keus der ouders van Maria, of beter , de keus van God vestigde zich op den H. Joseph, een rechtvaardig man '), dat is: den deugzaamston, die op aarde was, den waardigsten bruidegom van zulk eene bruid.
Nimmer was een huwelijk gelukkiger; nimmer waren twee harten meer verblijd met elkander verbonden te zijn. Weikleed zou den vrede hunner harten verstoren ? Maria en Joseph waren in den levensstaat, waarin God hen wilde.
Velen zijn ontevreden in hunnen staat; zij lijden voel; dikwijls doen zij nog anderen lijden , en waarom ? Omdat zij een staat hebben aangenomen, waarin God hen niet wilde.
Op hen zijn de woorden van den Profeet Isaias van toepassing: Wee U, afvallige kinderen, die plannen hebt heraamd, maar zonder Mij 2).
De genade der roeping is eene hoogst-gewichtige genade, die ontelbaar vele anderen in zich sluit. Die niet getrouw is aan die genade, kan ook de anderen niet verwachten.
De keus van den levensstaat geschiedt,
â¢) Mat. 1. 19. 2) Isaias XXX. 1.
â 28 â
gelijk gezegd is, door eone bijzondere leiding der Voorzieuigheid van God; maalais meu er uiet om bidt, of er vrijwillig van afwijkt, vervalt men in eene algemeene leiding der Voorzienigheid, die slechts algemeene genade medebrengt. Met die algemeene genade kan men wel zalig worden, maar moeielijk; en met reden mag men vreezen, dat men niet zal zalig worden.
Raadpleegt dan en bidt den Heer, gij allen, die over een levensstaat denkt. Zegt met den Profeet: Doe mij, o Heer, den weg hennen, dien ik bewandelen moet ').
Leeft tevens zóó, dat God in u niet iemand ziet, die Zijne zorgen onwaardig is.
Zoo de wil van God u niet duidelijk bekend is, neemt dan raad met diegenen , die bij u Gods plaats bekleeden; Hij zal hen verlichten in hetgeen gij te doen hebt.
Toen Jesus Sanlus op den weg naar Damascus ter aarde wierp, openbaarde Hij hem niet de plannen, die Hij mot hem voorhad ; doch zond hem tot Ananias , die ze hem zou mededeelen.
Raadpleegt uwen biechtvader, uwe ouders eu voogden, gelijk het uw plicht is; doch weest op uwe hoede voor hen, die meer
M Ps, CXLil, 8,
â 29 â
naar den geest der wereld, dan naar den geest van God leven.
Aeemt eindelijk dat besluit, dat gij op het laatste oogenblik van uw leven wen-sehen zoudt genomen te hebben.
HOOFDSTUK VIL
OVER DE ZülVEEHEIU.
loen de Lugel aan Maria de blijde boodschap bracht, dat zij de Moeder van Grod zou worden, verklaarde hij haar niet, hoe dat hemelsch voorrecht met de belofte van maagdelijke zuiverheid, welke zij had afgelegd, kon worden overeengebracht, en Maria gaf nog niet hare toestemming.|
De maagdelijke zuiverheid was haar meer waard dan de waardigheid van Moeder Gods.
Maar: wees niet Maria '). Juist om uwe zuiverheid zal God, die alleen uit eene Maagd wil geboren worden, in uwen schoot nederdalen!
Eerst nadat Maria uit de woorden des Engels begrepen had, dat Zij door Moeder Gods te worden, niets te vreezeu zou hebben voor hare zuiverheid, gaf zij hare toe-
') Luc. I. 30,
- 30 â
stemming: 7Ae de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord ').
O kostbare deugd, hoe lofwaardig en dierbaar moet gij ons zijn, daar toch door ii de Verlosser der wereld ons geschonken is, en de reinste aller schepselen u hooger gesteld heeft dan het Goddelijke Moederschap !
Gelukkig de maagden, wier sieraad gij zijt. In eeuwigheid zullen zij het buitengewone voorrecht genieten het Lcon te vol-qen, waar het gaat 2).
De Prins der Apostelen heeft groote voorrechten genoten; maar Jesus liet alleen den leerling, die Maagd was , in het laatste Avondmaal aan Zijne borst rusten.
Jesus vertrouwde aan Petrus de zorg voor Zijne kerk toe; maar aan Joannes, die om zijne zuiverheid den eeretitel verwierf van âden leerling, dien Jesus liefhad,quot; gaf Hij de zorg voor Zijne Moeder.
De maagdelijke zuiverheid op aarde beoefend, is het beeld van het leven der Zaligen in den Hemel; zij verwerft ons eene verdienste, die zelfs de Engelen niet hebben kunnen.
Gij, die do ondeugd, welke tegen de zuiverheid ingaat, als een licht te vergeven natuurlijke zwakheid beschouwt,
i) Luc. I. 38. 3) Apoc. XIV. 4.
â 31 â
herinnert u, dat er maar weinig ondeugden zijn, die minder vergeven en zwaarder gestraft worden.
De zonde van onkuischheid verdrijft den geest van God, die, volgens de H. Schrift, niet woont in den vleeschelijken memch ').
De onkuischheid verblindt ons. Men begint met kleine onwelvoegelijkheden en wil er het kwaad niet van inzien. Men stelt zich zeiven gerust en vervalt ongemerkt tot grooter kwaad. En ook dan tracht men de stem des gewetens te ver-dooven, en maakt zich voor zijnen eigen toestand blind.
Een profeet des Hoeren was er noodig, eer David na zijn overspel de grootheid zijner misdaad inzag en er aan dacht boetvaardigheid te doen.
De onkuischheid voert van kwaad tot erger. Salomon, zoovele jaren lang een wonder van wijsheid, werd aan het einde zijner dagen, toen hij zich aan ontucht overgaf, een afgodendienaar.
Onze ledematen zijn de tempel van den Heiligen Geest, die in ons woont 2). Onkuischheid in een Christen is dus de gruwel dei-verwoesting in de heilige plaats 3).
O Jesus, Bruidegom der Maagden, die U eene Maagd tot Moeder hebt verkoren,
â¢) Gen. VI. 3. 1 Cor. VI. 19. ') Mat. XXIV. 15.
ââ
â 32 â
stort mij eeue teedere liefde voor de zuiverheid iu, en een grooteu, ja den grootsten afschrik voor de ondeugd, die de zuiverheid onzer zielen wegrooft. Ik weet, dat ik niet in zuiverheid kan leven zonder Gods bijzondere (jenade '). Die deugd gaat boven de krachten der gewone natuur.
Die genade vraag ik U om de zuiverheid, welke Maria zoo aangenaam in Uwe oogeu gemaakt en haar het voorrecht verworven heeft ü tot Zoon te hebben.
Ik vraag ze U, lieve Jesus, om de liefde van zoovele duizende maagden, die zich op aarde door niets hebben laten bekoren, dan door de bekoorlijkheden van haren Goddelijken Bruidegom.
Maria bevond zich met den Engel alleen, zonder getuige. Dat was haar genoeg om van heilige vrees bevangen te worden.
Gij zult een Zoon haren, zeide haar de Engel, en Zijnen naam Jesus noemen2). Meuwe reden van bezorgdheid voor Maria.
Zij twijfelt niet, of wat haar door den Engel wordt verkondigd, mogelijk is; want niets is onmogelijk hij God 3). Zij onderzoekt alleen naar de wijze, waarop het Geheim zal worden vervuld: Hoe zal dit geschieden, wijl ik yeen man heken? *)
') Sap. Vilt. 21. 2) Luc. I. 31.
3) Luc. I. 37. ') Luc. I. 34.
â 33 â
Hoe bescheiden is de vraag; hoe voorzichtig ! Zij zegt niet meer dan noodig is.
Daaraan kan men gemakkelijk eeue ziel erkennen, die de zuiverheid als een schat beschouwt.
De zuiverheid vreest, als een teêre bloem, den minsten tocht. Ãén enkele blik, één enkel woord doet haar ontstellen. Eene maagd , die de waarde der zuiverheid goed kent, vreest zelfs de verwijderde gelegenheid om die deugd te kwetsen.
Vleiende woorden, hoffelijke beleefdheden , zelfs gesprekken, die onschuldig schijnen, doen haar op hare hoede zijn en hare waakzame oplettendheid verdubbelen.
Maar als men zoo voorzichtig moet wezen om de kuischheid ongeschonden te bewaren, kuunon er dan nog kuische zielen op aarde gevonden worden ?
Ja, velen! Maar alleen door Gods genade, die smeekend van God moot worden afgebeden.
Geef mij, o Jesus, dat mijn grootste zorg zij, de gevaarlijke vermaken, welke Uwe heilige wet veroordeelt, te ontvluchten. Laat de vrees voor de eeuwige vlammen , welke Gij voor de onkuischen hebt ontstoken, mjj altijd bezielen.
Blusch in mijn hart den gloed naar zinnelijk genoegen en geef mij den smaak der hemelsche geneugten.
3
â 34 â
Bevrijd mij, smeek ik IJ, van de kwellende bekoringen, die mij zoo dikwijls, zelfs onder mijne geestelijke oefeningen, overvallen. En mocht het U behagen mij die bekoringen te laten, geef mij dan, o Goddelijke Zaligmaker, kracht en genade om ze te bestrijden, opdat ik U in dien strijd de blijken kunne geven mijner zuivere liefde.
Door hot voorrecht der Onbevlekte Ontvangenis was Maria niet aan bekoringen tot zonde onderhevig. Toch ontstelde zij bij liet zien van den Engel, die haar iu mannelijke gestalte verscheen.
De Engel groette haar. Aanstonds dacht Maria wat dit voor eene groetenis mocht wezen ').
Het ware te wenschen, dat men, om de deugd van zuiverheid te bewaren, even zorgzaam was, als men is om er den uiterlijken schijn van te bewaren. Om uiterlijk fatsoen te houden worden alle voorzorgen genomen, maar om de innerlijke deugd te beveiligen is men vaak weinig bezorgd.
Zijn niet de ledigheid, een weekelijk leven, gevaarlijke lectuur, al te vrije gemeenzaamheid voor velen eene oorzaak van val geweest?
i) Luc. I. 29.
â 35 -
Eeue maagd, die gaarue geprezen wordt, zal niet laug ouverschillig blij veu voor den persoon, welke haar prijst.
Vele Christelijke maagdon gaan dikwijls zonder eenige vrees met personen om, die volstrekt geen engelen zijn.
Zij beweren voorzichtig genoeg te zijn, om in geen gevaar te komen; maar laten zij wèl bedenken, dat de duivel er altijd des te meer op bedacht is haar te verderven , naarmate zij er te minder voor vreezen.
Voor de zuiverheid is overal te vreezen, maar daar vooral, waar men niet genoeg bevreesd is. Die het gevaar bemint, zal er in vergaan ]).
Men tracht het zich te ontveinzen, dat men de gevaren bemint; maar dat men ze inderdaad bemint, blijkt wel hieruit, dat men ze voor anderen niet alleen , maar ook voor zich zeiven wil verbergen.
Wij zijn allen van het zelfde leem gemaakt. Ons kan hetzelfde gebeuren, wat zoovele anderen geschied is, die van hunne zwakheid de treurigste ondervinding hebben opgedaan.
Hoewel men op de hulp der genade moet rekenen, mag men zich toch nimmer vrijwillig aan gevaar blootstellen; want die hulp is slechts toegezegd aan die
') Eccli 111 : 27.
â 36 â
zonder hunne schuld in bekoring gebracht worden.
Al zoudt gij vele jaren lang op den y ij and der zuiverheid overwinningen behaald hebben, meen daarom niet, dat gij onoverwinnelijk zijt. Houd niet op uzelven te mistrouwen en altijd van uwe zwakheid overtuigd te zijn.
Vermijd gevaarlijke gelegenheden, die zich overal kunnen voordoen, en door den duivel worden vermeerderd; dan zal God u ook sterkte geven in die gelegenheden, welke gij niet voorzien kunt, of waar groote kracht noodig is om te kunnen overwinnen.
Als een sterke, gewapend, zijn hof helvaart, is hetgeen hij hezit in vrede;1) zoo ook stelt hij , die zijn hart met voorzichtigheid wapent, zijne deugd in veiligheid.
Bewaar u zeiven voor lichtzinnige vrienden; wees zedig in uwe gedachten, in uwe blikken, in uwe woorden, in uwe kleeding en handelingen, opdat gij die deugd van zuiverheid, die ons tot de dierbaarste kinderen van Maria maakt, ongeschonden moogt bewaren.
Heilige Maagd en Moeder Gods, verkrijg mij dat mistrouwen op mij zeiven, dié voorzichtigheid \in mijnen omgang, die versterving mijner zinnen, die mij
') Luc. XI : 21.
â 37 â
om de zuiverheid te bewaren zoo noo-dig zijn.
o Mijne Meesteres, o mijne Moeder, ik offer mij geheel aan u op, en om u mjjne toewijding te toonen, wijd ik u heden raijue oogen, mijiie ooreu, mijn mond, mijn hart, mijzelven geheel en al. Wijl ik dan de uwe hen, o goede Moeder, bewaar mij, verdedig mij als uw bezit en uw eigendom.
HOOFDSTUK VIII.
OVER DK WARE GROOTHEID.
Er is een groot verschil tussehen de grootheid der wereld en de grootheid, welke uit de genade voortkomt.
Groote schatten, trotsche paleizen, ontelbare dienaren verkondigen de grootheid der wereld. Verachting van de wereld, afschrik van de zonde, eu liefde tot God doen de grootheid van den rechtvaardige kennen.
De ware glorie, de ware verdienste van den mensch bestaat in de ureeze Gods en het onderhouden Zijner geboden; want dit is de qeheele mensch '),
*) Eccl. XU, 13.
- 38
De Engel, door God tot Maria gezonden , sprak tot haar: IFees gegroet, gij vol van genade, de Heer is met U '). Kon hij hoogeren lof van die Maagd verkonden ? Voorzeker, neen , want alle lof van Engelen en menschen komt aan diegene toe, van wie gezegd kan worden: Gij hebt genade hij God gevonden, gij zijt aangenaam in Zijne oogen.
Ten tijde dat de Engel de blijde boodschap bracht, waren keizer Augustus en koning Herodes op den troon gezeten. Men gaf hun kwistig de namen van Groot, Machtig, Edelmoedig. Maar wat waren zij voor God?
De jonge Maagd, in het stille Nazareth verborgen, was oneindig meer de hoogste lofprijzing waardig.
God heeft Zichzelven voorbehouden de waarde te schatten en de schoonheid te bewonderen der zielen. De waarde van den mensch hangt af, niet van de achting der menschen, maar van wat zijne ziel waard is in de oogen van God.
Al kleedt het lichaam zich in plechtgewaad , en al bekoort het door zijne vormen aller oogen, als de ziel niet rein en vlekkeloos is, is de geheelo mensch een gruwel in het oog van God.
Zoo menig edel hart en vroom gemoed
i) Luc. 1, 28.
â 39 â
blijft door de menschen onopgemerkt; zoo menige ziel schittert voor de oogen van God, terwijl het lichaam gehuld is in het kleed der armen, of ten prooi gegeren aan bespotting en onteering.
Wat zijn de helden, welke de wereld bewondert, in vergelijking van de helden des Geloofs, die doof de beoefening der deuc/d tot heiligen zijn gevormd ?
Die heerscht over zijne ziel, is yrooter dan een verwinnaar van steden ') Moeie-lijker is het zich zeiven te overwinnen, dan o]) anderen de overwinniug te behalen.
Een ware Christen moet niet beschouwd worden als een held, die zijn heldenmoed aan een gunstig oogenblik te danken heeft, of als een held van éénen dag; â een ware Christen is een held gedurende heel zijn leven.
Velen, die met doodsgevaar spotten en hun leven in ongelijken strijd verachten , sidderen voor een glimlach, voor een spottend woord, voor de minachting eener dwaze wereld, en zijn lafhartig genoeg tegen hun geweten te handelen, om eene beleedigiug te ontgaan. Maar de Christenheld strijdt voor waarheid en deugd , voor plicht en gebod. Zijn moed behoeft niet opgewekt te worden door gramschap, niet
l) Prov. XVI : 32.
â 40 â
aangevuurd door toejuiching en bewondering der wereld; hij is krachtig genoeg om minachting en bespotting, hoon en smaad onbezweken te dragen. De Christelijke held is grooter dan de machtigste koning en de grootste veroveraars; hij overwint alles, ook zijn eigene hartstochten , en niets kan hem scheiden van de liefde des Heeren.
Is er wel grootere eer dan God te dienen en Hem toetebehooren ? God dienen is heerschen!
De H. Schrift geeft aan Abraham, Mozes en David, de grootste mannen die op aarde zijn geweest, den naam van: Dienaren Gods. Deze titel is de hoogste lof, of beter, allo anderen zijn daarbij niet te vergelijken.
Want de waardigheid van Dienaar Gods overtreft de waardigheid van koningen en vorsten, gelijk God Zelf boven koningen en vorsten verheven is.
Onsterfelijke Koning van Hemel en aarde, voor U ben ik gemaakt, voor U alleen! Kan men U kennen zonder de waardigheid Uwer Dienaren hoog te achten ?
Is het geen glorie voor den mensch, nietig schepsel in zichzelven, naar de eer te mogen mededingen van U te dienen en te beminnen ?
Geef mij de genade wel te mogen be-
â 41 â
grijpen, dat iemand, die als Maria, iu een stil en verborgen leven, Uwen wil volbrengt, en U in zijne gewone en dagelijksche plichten getrouw dient, roemrijker en groo-ter werken doet, dan de overwinnaar, wiens daden in den dienst der blinde en dwaze wereld roemrijk en groot geacht worden.
Laat de voortrefielijkheid, de eer van Uwen dienst aan mijne gewone daden een adel, grootmoedigheid en standvastigheid geven, den Heer, welken ik dien, volkomen waardig!
HOOFDSTUK IX.
over de nederigheid.
Maria. Mijn kind, ik wil u een geheim leeren om van God groote genade te verkrijgen ; en dat is: acht uzelven die genade altijd onwaardig.
God geeft Zijne genade aan de nederi-gen In een hart, dat vol is van zichzelf, vindt God geen plaats voor Zijne liefdegaven.
De Dienaar. â Koningin der Heiligen,
') Jac. IV : 6.
â 42
gij hebt ous daarin een voorbeeld gegeven , dat ons een bron van wijze lessen is. Om te weten hoe nederig gij over uzelve dacht, hebben wij slechts uw gedrag bij het bezoek van den Engel te overwegen.
De Engel boodschapte u, dat gjj Moeder Gods zoudt worden, en gij begreept niet, hoe God zich kon verwaardigen voor die hooge waardigheid Zijne oogen op U te vestigen.
De gedachte aan eeue verheffing zoo ver boven de natuur, maakte u het bezoek des Engels zelfs eenigzins verdacht; en op het. oogenblik, dat de Zoon van God in uwen schoot nederdaalde, dacht gij er alleen aan u ten diepste te vernederen. Bij al de eeretitels, waarop gij om uwe waardigheid recht hadt, noemt gij u slechts ^dienstmaagd des Heer en.quot;
Nieuwe Eva, hoe verschilt gij van de eerste Eva! Hoogmoed deed Eva al hare voorrechten verliezen. Nederigheid werd u de bron der rijkste gunsten.
Om c/roote dingen aan u te doen ') heeft de Machtige niet op natuurlijke gaven of aanzien van geboorte gelet, maar alleen op de gevoelens uwer nederigheid.
Geen wonder, dat de Zoon van God, die Zich, door mensch te worden, ten
l) l.uc. 1 : 40.
â 43 â
uiterste kwam veruedereu, groote voorliefde had voor de nederiglieid.
Het betaamde, dat Hij haar tot Moeder verkoos, die door de diepste nederigheid de hoogste waardigheid verdiende.
Maria. Mijn kind, in de oogen van God, niet in de oogen der menschen , heeft hij de meeste verdiensten, die meent ze niet te hebben, al heeft hij er nog zooveel.
Op wien, vraagt God, zal ik mijne onyen vestigen dan op den arme '), dat is, die nederig van harte is?
Leert van Mij, zegt Jesns, dat ik zachtmoedig en nederig van harte hen 2)
God verlaat die zich verheffen, en komt den nederigen nabij.
Om hunnen hoogmoed zijn zoovelen arm en van de goederen der genade ontbloot.
Indien zij er zich op toelegden, zich-zelveu te kennen, dan zouden zij tot nederigheid komen, en de nederigheid zou herstellen, wat door hoogmoed verloren is gegaan.
Pharao is met heel zijn leger in de -Roode Zee omgekomen; Adam en Eva zijn uit het Paradijs verjaagd; Lucifer en zijn aanhang zijn uit den Hemel neer-gestooten , tot straf hunner hoovaardigheid.
') Isaias LXV1 ; '2. ') Mat. XI : '29.
â 44 â
Heer, wees mijner indachtig, als Gij in Uw Rijk gekomen zult zijn, sprak de nederige en rouwmoedige moordenaar; en de genade van Jesus volgde: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij zijn in het paradijs ').
De nederige Tollenaar, die van verre in den Tempel staande, zijne oogen niet tot den Hemel durfde opslaan, maar op zijne borst klopte en bad; God, wees mij zondaar genadig 2), ging gerechtvaardigd naar zijn huis; terwijl het gebed van den trotschen Phariseeër door God verstoeten werd.
Wees ledig van uzelven, mijn kind, eu God zal u met Zijne genade vervullen. Erken, dat gij uit u zelveu niets zijt dan ellende, want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren 3).
Als gij nederig zijt, zal God zich van u bedienen tot Zijne glorie. Hij vertrouwt de zorg voor Zijne glorie slechts toe aan die ze niet willen wegrooven of' met Hem deelen.
Mijn kind, wanneer gij genade van God ontvangen hebt, denk dan nederig en dankbaar, hoe goed God is om den geringsten Zijner dienaren zoo te begunstigen.
â ) Luc. XXIU ; 42. 43. ') Luc. XV11I, 13.
3) Gen. lil : 10.
Schrijf u zeiveu niets too, uooh bet goede dat gij bezit, noch het goede dat gij beoefent.
Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? Maar als gij het ontvangen hebt, ivat roemt gij dan, alsof gij het niet ontvangen hebt? ')
Zelfs als gij zoo getrouw mogelijk aan de genade beantwoordt, blijf u dan toch herinneren, dat gij zonder Gods hulp niet getrouw kunt blijven, en dat God door uwe trouw te loouen. Zijn eigene en niet uwe gaven kroont.
Draag altijd deze drie gedachten in u om: God is alles, en ik ben niets; God bezit alles, en ik heb uit mij zeiven niets; God kan alles en ik kan niets zonder Zijne genade. Dan zult gij, ofschoon gij niets zijt, uiets bezit, en niets kunt, toch groot wezen in de oogen van God. Hij zal in uwe nederigheid behagen scheppen en u met den rijkdom Zijner genade begunstigen.
De woorden, welke de Engel tot Maria sprak, kwamen met de gedachte, die zij van zich zelve had, geenzins overeen.
Hare ziel werd met heilige vrees bevangen ; zij meende, dat wat zij voor hare oogen zag gebeuren, slechts zinsbedrog
') 1 Cor. IV, 7.
_ 46 â
was of oon strik, wclkon do duivel haar spande.
Do Engel zeide; gezegend zijl gij onder de vrouwen. Zij achtte zich de minste van allen ; hoo kon zij begrijpen, dat zulk een lof haar kon worden toegebracht?
Do Engel vervolgde: Gij hebt genade hij God gevonden. Zoo zij hare toestemming gaf, zou zij Gods Moedor worden.
Bij de gedachte aan die hoogo verheffing , boog Maria hot hoofd in nederigheid en achtte zich gelukkig de dienstmaagd des Heeren te wezen.
ó Gij die er op uit zijt roem na te jagen, leert van Maria waar gij dien vinden kunt.
Do ware en echte roem bestaat in zich gering te maken. Zoo oordeelt God, want er staat geschreven: die onder u de minste is, die is de meeste
Die roem is niet alleen echt, maar ook zeker. Memand zal ze u betwisten , niemand ze u ontrooven.
Mot u als don minsten te gedragen, zult gij de meeste worden; want do overtuiging , dat gij uit u zeiven niets zijt en niets kunt, zal u opliofi'en tot God, Dien Gij als den Gever aller goede gaven kent.
Dan zult gij ook met grooter vertrouwen
') Luc. IX ; 48.
â 47 â
op Gods almacht mogen rekenen, die er behagen in vindt den zwakken te versterken.
Daarenboven zal de nederigheid u vrijwaren voor laaghartigheid, waartoe naijver en hoogmoed vervoeren.
Bestaat er wel laaghartiger meusch, dan die zich door hartstocht naar grootheid laat beheerschen, of volstrekt geprezen wil worden ?
De nederigheid zal u onafhankelijk maken van menschclijk opzicht en dwaze inbeeldingen der menschen, zoodat gjj met den Apostel zeggen kunt: Er is mij weinig aan gelegen, dat ik door a geoordeeld irord. Die mij oordeelt, is de Heer ').
Zij zal n voor eerbewijzen der wereld onverschillig maken, wijl gij de ijdelheid en dikwijls ook de dwaasheid er van zult inzien.
Zij zal u er toe brengen, u niet met den naaste te nieten, maar hem te eeren , en zonder afgunst hem in rang of stand boven u verheven te zien.
Sommigen zien in de nederigheid iets onteerends, wijl zij alleen op het uiterlijke letten, en zich door den schijn laten leiden; en toch is zij de deugd, welke het meest geschikt is om edele en grootmoedige harten te vormen.
') I Cor. IV, 3, 4.
â 48 â
Van alle deugden geeft de nederigheid het meest . vastheid aan den geest, en sterkte aan de ziel. Maar bovenal geeft zij de schoonste gelijkenis met onzen Zaligmaker Jesus Christus, die de oorsprong is van alle ware grootheid en waren roem.
Nooit is de mensch meer verheven en roemwaardig, dan wanneer hij dit goddelijk voorbeeld ti-acht na te volgen, en nooit komt hij liet meer nabij, dan wanneer hij nederig is, en, als hem vernedering wordt aangedaan , ook de vernedering liefheeft.
Jesus was nederig. Hij beminde de vernedering , omdat Hij wist hoezeer Hij daardoor Zijnen Vader verheerlijkte.
Juist op de oogenblikken van Jesus' vernederingen werd Zijn lof verkondigd. Bij Zijne geboorte zongen de Engelen: Glorie zij God in dm hooge 1), en bij Zijn doopsel klonk de stem des Hemelschen Vaders: Dese is Mijn welbeminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb ^1).
Als gij nederig zijt als Jesus, zal God ook door u verheerlijkt worden. Is er iets roemvollers dan glorie te brengen aan God?
Koningin des Hemels, in wie zoo bijzonder het woord des Heeren toepassing vond :
') Lue. II, U. ') Mat. UI. \1,
- 49 â
die zich vernedert, zal verheven worden 1)7 verkrijg mij de genade, die ik noodig heb om mijnen hoogmoed te onderdrukken en geheel en al uit te roeien.
Helaas, tot nu toe heb ik slechts den schijn van nederigheid gehad; en voor het oog der wereld, die, hoe bedorven ook, den hoovaardige veracht, heb ik geveinsd die deugd te bezitten.
Maar verwerf mij eene oprechte nederigheid, die mij in de overtuiging mijner zwakheid naar uw voorbeeld alles doet terugbrengen naar God , alles verwachten van God, in alles afhankelijk zijn van God, en mij de liefde waardig maakt van God , die de eenige bron is van ware grootheid en waren roem.
De Engel, die door God tot Maria was gezonden, had haar den hoogsten lof gegeven en geboodschapt, dat zij Moeder Gods zou worden: doch aan niemand openbaarde Maria wat de Engel haar gezegd had.
Niemand zag haar zich toonen, of uiterlijk handelen als de Moeder van den Messias. Zij gedroeg zich uiterlijk als eene gewone vrouw.
Hoe groot hare genegenheid ook was voor haren bruidegom, den H. Joseph,
*) Luc. XVIII. 14.
4
- 50 â
hoe vertrouwlijk zij ook met hem omging: zij sprak er geen woord over.
Later, toen zij hare nicht Elisabeth ging bezoeken, vond zij déze reeds dooiden Heiligen Geest ingelicht: Wat geluk geschiedt mij, sprak Elisabeth, dat de Moeder mijns Heeren tot mij komt? ') Maar Maria maakte daarvan geen gebruik om haar nader in te lichten. Zij liet het openbaren van die verheven geheimen geheel aan God over. Voor zich zelve kende zij geen ander doel dan de nederigheid standvastig te bewaren.
Zoo moet men voor de oogen der men-schen verbergen, wat men voor de oogen van God is, en van Zijne goedheid ontvangt.
Eene verborgen deugd is altijd in veiligheid. God alleen komt het toe haar bekend te maken.
Die zijn schat in het openbaar tentoonstelt , loopt gevaar hem te verliezen. Do rijkste kleuren verbleeken, als zjj aan het zonnelicht worden blootgepteld.
De geest van God deelt zich mede in stilte en wil dat alles geheim zij tusschen Hem en de bevoorrechte ziel.
Eén enkel mensch onder duizenden uitgekozen s) kan en moet met uwe geestelijke schatten bekend zijn, om u te leeren er
*) Luc. I ; 43. ') Eccl. VU : 29.
â 51 â
een goed gebruik van te maken. Hij bekleedt bij u de plaats van God om u op den weg der zaligheid en volmaaktheid te geleiden.
Maar wees voor alle anderen niet meer dan wat welopgevoede en deugdzame menschen zijn. Wees nederig, zedig, minzaam , altijd opgeruimd en blijmoedig; doch laat het innerlijke voor hen verborgen blijven.
Laat men u zelfs aanzien vooi- iemand, die weinig van het godsdienstige leven weet, of u anders beoordeelen dan gij zijt: het zal voor u een geluk zijn, wijl het de genade van God verborgen houdt.
God wil, dan men met ijver Zijne wegen bewandele: docli het is geen gering voordeel, dat men dat in stilte mag doen.
Sommigen, die geheel bijzondere voorrechten van God ontvangen hadden , zijn verloren gegaan, omdat zij er te veel op gedacht en er eene ijdele glorie in gezocht hebben. Zij lieten hunne gaven bewonderen door anderen, die er niet mede bekend moesten wezen.
Als zij de gemoedsstemming der II.Maagd gehad hadden, zou de geest van nederigheid, die altijd goddelijk licht verspreidt, hun een heilzaam mistrouwen gegeven, en hen op de listen van den geest van hoogmoed opmerkzaam gemaakt hebben.
Nooit genoeg kan men op zijn hoede
â 48 â
Van alle deugden geeft de nederigheid het meest . vastheid aan den geest, en sterkte aan de ziel. Maar bovenal geeft zij de schoonste gelijkenis met onzen Zaligmaker .Tesus Christus, die de oorsprong is van alle ware grootheid en waren roem.
Nooit is de mensch meer verheven en roemwaardig , dan wanneer hij dit goddelijk voorbeeld tracht na te volgen, en nooit komt hij het meer nabij, dan wanneer hij nederig is, en, als hem vernedering wordt aangedaan , ook de vernedering liefheeft.
Jesus was nederig. Hij beminde de vernedering , omdat Hij wist hoezeer Hij daardoor Zijnen Vader verheerlijkte.
Juist op de oogenblikken van Jesus' vernederingen werd Zijn lof verkondigd. Bij Zijne geboorte zongen de Engelen: Glorie zij God in den hooge 1), en bij Zijn doopsel klonk de stem des Hemelschen Vaders: Deze is Mijn welbeminde Zoon, in toien Ik mijn ivelhehagen heb 2).
Als gij nederig zijt als Jesus, zal God ook door u verheerlijkt worden. Is er iets roemvollers dan glorie te brengen aan God?
Koningin des Hemels, in wie zoo bijzonder het woord des Heeren toepassing vond :
') Luc. II. 14. ') Mat. III. IT,'
- 49 â
die zich vernedert, zal verheven worden verkrijg mij de genade, die ik noodig heb om mijuen hoogmoed te onderdrukken en geheel en al uit te roeien.
Helaas, tot nu toe heb ik slechts den schijn van nederigheid gehad; en voor het oog der wereld, die, hoe bedorven ook, den hoovaardige veracht, heb ik geveinsd die deugd te bezitten.
Maar verwerf mij eene oprechte nederigheid , die mij in de overtuiging mijner zwakheid naar uw voorbeeld alles doet terugbrengen naar God , alles verwachten van God, in alles afhankelijk zijn van God, en mij de liefde waardig maakt van God , die de eenige bron is van ware grootheid en waren roem.
De Engel, die door God tot Maria was gezonden, had haar den hoogsten lof gegeven en geboodschapt, dat zij Moeder Gods zou worden: doch aan niemaud openbaarde Maria wat de Engel haar gezegd had.
Niemand zag haar zich toonen, of uiterlijk handelen als de Moeder van den Messias. Zij gedroeg zich uiterlijk als eene gewone vrouw.
Hoe groot hare genegenheid ook was voor haren bruidegom, den H. Joseph,
') Luc. XVIII. 14.
4
- 50 â
hoe vertrouwlijk zij ook met hem omging: zij sprak er geen woord over.
Later, toen zij hare nicht Elisabeth ging bezoeken, vond zij déze reeds door den Heiligen Geest ingelicht: Wat gelnk geschiedt mij, sprak Elisabeth, dat de Moeder mijns Heeren tof mij komt ? ') Maar Maria maakte daarvan geen gebruik om haar nader in te lichten. Zij liet het openbaren van die verheven geheimen geheel aan God over. Voor zich zelve kende zij geen ander doel dan de nederigheid standvastig te bewaren.
Zoo moet men voor de oogen der men-schen verbergen, wat men voor de oogen van God is, en van Zijne goedheid ontvangt.
Eene verborgen deugd is altijd in veiligheid. God alleen komt het toe haar bekend te maken.
Die zijn schat in het openbaar tentoonstelt , loopt gevaar hem te verliezen. De rijkste kleuren verbleeken, als zij aan het zonnelicht worden blootgepteld.
De geest van God deelt zich mede in stilte en wil dat alles geheim zij tusschen Hem en de bevoorrechte ziel.
Ee'n enkel menscli onder duizenden uitgekozen 3) kan en moet met uwe geestelijke schatten bekend zijn, om u te leereu er
') Luc. I : 43. ') Eccl. VII : 29.
oen goed gebruik van te maken. Hij bekleedt bij u do plaats van God om u op den weg der zaligheid en volmaaktheid te geleiden.
Maar wees voor alle anderen niet meer dan wat welopgevoede en deugdzame menschen zijn. Wees nederig, zedig, minzaam , altijd opgeruimd on blijmoedig; doch laat het innerlijke voor hen verborgen blijven.
Laat men u zelfs aanzien voor iemand, die weinig van lier godsdienstige leven weet, of' u anders beoordeelen dan gij zijt; het zal voor u een geluk zijn, wijl het de genade van God verborgen houdt.
God wil, dan men met ijver Zijne wogen bewandele : doch het is geen gering voordeel, dat men dat in stilte mag doen.
Sommigen, die geheel bijzondere voorrechten van God ontvangen hadden , zijn verloren gegaan, omdat zij er te vee! op gedacht en er eene ijdele glorie in gezocht hebben. Zij lieten hunne gaven bewonderen door anderen, die er niet mede bekend moesten wezen.
Als zij de gemoedsstemming der H.Maagd gehad hadden, zou de geest van nederigheid, die altijd goddelijk licht verspreidt, hun een heilzaam mistrouwen gegeven, en hen op de listen van den geest van hoogmoed opmerkzaam gemaakt hebben.
Nooit genoeg kan meu op zyn hoede
â 52 â
zijn om zich in het geestelijk leven niet te bedriegen; vooral wanneer men buitengewone wegen volgt.
Wat kostbare en heraelsche drank is, kan door te weinig voorzichtigheid doode-lijk vergif worden.
Men heeft altijd opgemerkt, dat een waarlijk] [godvruchtige ziel er voor tarug-schrikt, en al hare onderwerping aan Gods wil noodig heeft, als God soms toelaat , dat eene bijzondere genade, waarmede Hij haar bevoorrecht heeft, openbaar bekend wordt.
HOOFDSTUK X.
OVER HET GELOOF.
Maria; zegt het H. Evangelie,
bij zich zelve, wat de Engel tot haar sprak. Die overdenking kwam uit hare nederigheid voort. maar ook uit de voorzichtigheid van haar geloof.
De Engel der duisternis vertoont zich somtijds als een Engel des lichts, en de geest der dwaling bootst niet zelden do stem van den geest der waarheid na.
Daarom ondervroeg zij den Engel eu wachtte zijn antwoord, om te zien of het met de voorspellingen der profeten over
deu Messias, en met de leer van den godsdienst zon overeenkomen.
Zoodra de Engel echter het antwoord had gegeven, was het haar genoeg, en erkende zij daarin het woord van God Zeiven.
De voorzichtigheid is] met (de onderwerping aan het H. Geloof nietjalleen niet in strijd; zij regelt en bestuurt haar zelfs. Do voorzichtigheid opent ons de oogen om zekerheid te hebben van de Openbaring; maar na die zekerheid verkregen te hebben , komt de onderwerping de oogen weder sluiten.
Wilt niet allen yeest qelooven 'j.
Stelregel is: van alles wat betreffende den godsdienst gezegd wordt, wil ik alleen gelooven, wat God heeft geopenbaard en ons te gelooven voorstelt door Zijne kerk , die de zuil en grondvest der waarheid is 2).
De middelen om de Openbaring te kennen heeft God ons gegeven. Maar als de Openbaring eenmaal zeker is, al kwam dan een Engel, om mij iets anders te leeren, dan wat zij mij leert, hij zou veroordeeld wezen 3).
Wat de Kerk mij leert, geloof ik, omdat zij mij niets leert dan wat God heeft
') I Joan. IV, 1. 2) i Timoth. Ill, 15.
3) Gal. I, 8.
â 54 â
geopenbaard. Eu wat is zekerder dan wat de Waarheid zelve zegt ?
Even oumogehjk kan ik mij daarin bedriegen , als God Ziehzelven of mij kan bedriegen.
Zonder redelijken grond iets als het woord van God aan te nemen is groote dwaasheid; â eene dwaasheid van heidenen en helaas ook van vele Christenen.
Maar met redelijken grond iets als het woord van God gelooven , kan niet anders dan hoogo wijsheid wezen.
De waarheden, door God geopenbaard, met een vast geloof aannemen, is deel hebben aan de onfeilbaarheid van God Zeiven, en het onderzoek naar geloofsgeheimen , zooals Maria het deed, maakt ons in hot geloof onwankelbaar.
Velen echter doen dat onderzoek met verkeerde bedoeling, om namelijk de dwalingen, welke zij beminnen, te kunnen volhouden, en niet om te leeren, wat zij gelooven en beminnen moeten.
Zij zoeken niet, de waarheid te vinden en er zich aan te honden; maar de waarheid, die zij niet verdragen kunnen, in twijfel te trekken.
Er is hun weinig aan gelegen te weten, wat zij te gelooven en hoe zij te leven hebben; hun onderzoek bedoelt alleen om zonder gewetensangst in zonde te kunnen voortleven.
â 55 â
Want het geloof wordt dan alleen betwijfeld , wanneer het voor het schuldig-geweten lastig begint te worden. Niemand bijvoorbeeld zal twijfelen aan het bestaan der hel, of hij heeft er belang bij, dat er geen hel zou bestaan.
Meer worden de ougeloovigeu verontrust door de heiligheid des Geloofs, dan door iiet ondoorgrondelijke der geloofsgeheimen. Men moet of zijnen hartstocht verzaken, öf zonder ophouden de knaging des gewetens verduren. Geen wonder derhalve als hij, die het niet oprecht met God meent, er ten laatste tóe komt om niet meer te gelooveu of aan alles te twijfelen, behalve aan het , eigen zondig leven.
Zoodra Maria zeker was, dat God dooiden Engel tot haar gesproken had, geloofde zij vast, dat alles wat de Engel haar had geboodschapt, vervuld zou worden , en zij geloofde hot zonder te trachten het te begrijpen.
Zjj vroeg geen teeken van den Hemel, gelijk Achaz; zij twijfelde niet gelijk Zacharias; zjj vroeg niet meer: Hoe zal dit geschieden? Hoe zal het kind, waarvan ik Moeder zal worden, de wereld verlossen ? Welk Rijk zal Hij vestigen ? Dergelijke vragen vernam de Engel niet.
Geen verder onderzoek, geen nieuwsgierigheid , welke alleen aan zwakke zielen
â 56 â
eigen is. Onmiddellijk onderwerpt zij haren geest aan het juk des Geloofs.
Verneder u naar haar voorbeeld, o mijn ziel, en onderwerp uw verstand aan de waarheden , die uw begrip te boven gaan.
Zoek niet de geheinen des Geloofs te begrijpen. Als het mogelijk was ze te begrijpen, zouden zij geene geheimen meer zijn. Het is n genoeg te weten, dat zij waar zijn.
Als gij het H. Geloof, dat ze u leert, beschouwt in al zijne kenteekenen, waardoor het in de wereld ingang heeft gevonden , kunt gij niet anders dan overtuigd van hunne waarheid zijn.
Die geheimen, ik erken het, zijn onbegrijpelijk ; maar het Geloof zou zijne verdienste verliezen, als de menschelijke rede ze kon verklaren. Zalkj, die niet qe-zien, en toch geloofd hebben ')
Alles in de natuur, van de sterren des uitspansels tot het kleinste spruitje, is voor u een geheim. En als gij de geheimen dei-natuur niet eens begrijpen kunt, zoudt gij dan Gods geheimen willen doorgronden?
Het zwakke licht van den menscheljjken geest moet men niet vergelijken bij de almacht en werken van een onbegnjpelij-ken en oneindigen God.
*) Joan, XX ; 29.
- 57 â
Zou God zijn, wie Hij is, als wij iu staat waren geheel Zijn wezen te doorgronden ?
Gelooven wat de oogen niet zien, ge-looven wat het verstand niet begrijpt, is aan de Opperste Waarheid volmaakte hulde brengen.
Niet door het licht mijner rede, ó mijn God, maar door het stralend zonnelicht des Geloofs wil ik mij in mijn oordeel laten leiden.
Gij vraagt niet alleen het offer van mijn hart, maar ook van mijnen geest, die zich aan liet Geloof moet onderwerpen.
Eens hoop ik iu den Hemel te komen, waar alles zich ongesluierd aan mij zal vertoonen ; maar zelfs daar, in don Hemel, zal ik noch Uwe volmaaktheden, noch Uwe werken geheel begrijpen, wijl Gij altijd oneindig zijt, en ik altijd eindig blijven zal.
Ik geloof, Heer, help mijn ongeloof. ') Vermeerde)- ons geloof. 2)
Het Geloof heeft de meusch niet uit zich zeiven, het is eeno gave Gods; en als ik er oprecht om bid, kunt Gij, die de bron van alle gaven zijt, ze mij niet weigeren.
Ik bid U er om door de voorspraak van Maria, die om de onderwerping en de
Marc. IX ; 23. 1) Luc. XVU ; 5.
â 58 -
verdienste van haar geloof in zich zckj volbracht worden wat haar van den Heer gezegd ivus ').
Geef mjj een levendig en algeheel geloof, dat niet twijfelt, niets uitzondert. Twijfelen is niet gelooven , en één geloofspunt uitzonderen, is alles verwerpen.
Geef mij een geloof door de liefde bezield, om volgens de waarheden des Ge-loofs te leven; Een geloof, gelijk de Apostel zegt, dat door de liefde werkt. 2)
Ik smeek U niet om de wonderen, door het geloof der Heiligen gewrocht ; maar om het Geloof, dat hen tot Heiligen gemaakt heeft.
HOOFDSTUK XI.
over het verlangen naar de h. communie.
Maria. Mijn kind, liet geheim dat gij hebt overwogen, kan u nog moer leeren , waaraan gij niet denkt.
De Dienaar. Koningin des Hemels, ge-waardig u mij te onderrichten. Spreek, uw dienaar luistert 3)
') Luc. I : 45. quot;J Gal. V : 6. â¢) I Reg. Ill: 9.
â 59 â
Maria. Eer ik het bezoek van den Engel ontving; had ik dikwijls op hot voorbeeld der heiligen van Israël gebeden : Dauwt, hemelen! van hoven; wolken! regent den rechtvaardige; doch nooit had ik kunnen denken , dat ik de Maagd zou zijn, die aan do wereld den Zaligmaker geven zou.
Toen ik zeker was, dat ik tot Zijne Mooder was verkoren , o mijn kind, welke heilige gevoelens vervulden mijn hart en welke vreugd doorstroomde mij, toen ik mijn God in mijnen suhoot mocht dragon !
En diezelfde God, die Zich door Zijue menschwording zoo innig met mij ver-eonigde, verlangt Zich ook met u te vereenigen in de H. Communie.
Do H. Communie, dat wil zeggen de vereeniging tusschen Jesus en de ziel , is het grootste, het heiligste, het barmhar-tigste, he( liefdevolste, dat ooit bestaan kan, na de vereeniging der Godheid met de Menschheid in de menschwording van Gods Zoon.
De H. Communie is de leerschool aller deugden , de voorsmaak van het geluk en de vreugde des Hemels.
Zij trekt alles aan, wat rein is en rein wil blijven ; wat liefderijk is en liefderijker wil worden; â alles wat gevoel heeft voor wat schoon, goed, edel en goddelijk is.
- 60 â
Gelukkig-, mijn kind , die dikwijls mogen communiceeren, en die het einde huns levens zien voorafgegaan door vele dagen, door waardige II. Communie geheiligd.
Een deugdzame ziel bemint de H. Communie, omdat Jesus Zelf haar uitnoodigt: Komt en eet mijn brood en drinkt den wijn, dien Ik u gemengd, heh ') Komt allen tot Mij, die zwoegt en beladen zijt, en Ik zal U verkwikken. -)
Zij bemint de H. Communie, omdat zij weet dat elke Communie haar tot God verheft, eu dat de ware grootheid , waarnaar zij tracht, in God alleen te vinden is. ^Hoe nader de ziel bij God komt, des te hooger verheft zij zich , en wanneer if zij God meer nabij, dan in de H. Communie ? II: leef, ik nu niet, maar Christus leeft in mij. s)
Zij bemint de H. Communie, omdat zij hare ziel verrijkt met de kostbaarste genaden. De H. Communie boezemt ootmoed in , beschermt de zuiverheid , maakt zachtmoedig; door haar wordt het Geloof levendiger, de Hoop sterker, do Liefde vuriger en edelmoediger.
De H. Communie maakt de ziel tot bruid van Jesus in het kleed der onschuld inet schitterende schoonheid versierd; â zij
â 61 â
maakt haar koningin met deugden gekroond en door den glans der gaven van den H. Geest omgeven; â zij maakt haar boven alles en in alles kind van God.
Zij bemint de H. Communie, omdat zij haar al de schatten der wetenschap mededeelt, die het hemelsche doet verstaan en beminnen. De H. Communie is een bron van licht en kracht, van wijzen vtad en zuivere meening, en bovenal een bron van troost. Want Jesus is het ware licht, dat ieder mensch verlicht
Maar mijn kind, ondanks de teedere uitnoodiging van 'Jesus om Hem in de H. Communie te ontvangen, ondanks de schatten van genaden, die Hij u daarin wil mededeelen, geeft gij toch al te weinig aan die goddelijke stem gehoor. Yan waar die nalatigheid?
Lnister toch niet, mijn kind, naar ijdele voorwendsels, die traagheid en valsche nederigheid u influisteren om u van de Heilige Tafel verwijderd te houden.
Gij wendt vrees en eerbied voor; maar vrees en eerbied moeten ondergeschikt blijven aan de^liefde; â zij mogen alleen dienen om de liefde te versterken.
Als gij u uit schijnbaren eerbied van de H. Communie terug houdt, berooft gij
!) Joan. I : f).
- 62 â
Jesus van het genoegen met u te zijn; en Zijne wellust is met de kinderen der menschen te wezen ').
üvve fouten en zonden, zegt gij, zijn te menigvuldig.
Maar, mijn kind, de H. Communie is een dagelijksch brood; moogt gij er dan een jaarlijksch brood van maken ? Zondigt gij dikwijls, neem dan ook dikwijls het goddelijk geneesmiddel tegen de zonde. Zijt gij ziek naar do ziel, komt dan tot den geneesheer der zielen. Als duisternissen u omringen, waarom ziet gij dan niet op naar do zou en haar licht?
Grij onthoudt u van de H. Communie, omdat gij u onwaardig acht; maar wanneer zult gij haar ooit waardig wezen?
Tracht slechts zooveel gij kunt haar waardig te worden, dan zal Jesus altijd gaarne tot u komen.
Erken, mijn kind, dat uwe H. Communiën alleen daarom zeldzaam zijn , omdat gij tegen de moeite opziet.
Gij zijt bevreesd voor het godsdienstige leven, dat voor de veelvuldige H. Communie van u gevorderd wordt. Inderdaad, het kostbaar bruiloftskleed der heilig-makende genade moet u sieren, als gij ter bruiloft komt; maar volmaakte deugd wordt niet gevorderd.
') Prov. VIII : 31.
Jesus roept immers in het H. Evangelie de zwakken en zieken, de urmen en blinden aan Zijn feestmaal.
Eeue volmaakte heiligheid zou voor de H. Communie zeker te wenschen zijn; maar Jesus eischt die niet.
Was zij noodzakelijk, dan zouden, ondanks alle uitnoodigingen van Jesus, slechts zeer weinigen tot de H. Tafel mogen naderen.
Volmaakte deugd behoort niet tot dc voorbereiding tot de H. Communie, maar zal er de vrucht van wezen.
Laat dus nooit de li. Communie uit lauwheid of traagheid achterwege; maar nader steeds met eene oprechte erkenning uwer onwaardigheid, en vooral met eene groote zuiverheid des harten of minstens met een vast besluit er naar te trachten ; dan zal uwe H. Communie goed wezen
Communiceer dus dikwijls, mijn kind, zoo dikwijls uw geestelijke leidsman het u veroorlooft, om kracht en voedsel aan uwe ziel te geven, den waren geest van godsvrucht in u op te wekken, u meer en meer van zonden en kwade gewoonten te zuiveren, en standvastig op den weg der deugd te kunnen volharden: Jesus is de weg, en de ivaarheid en het leven ').
') Joan. XIV : 6.
â 64 â HOOFDSTUK XII.
over de geestelijke dorheid.
De Diesaar. O Maria, die na Jesus mijn toevlucht en raad zijt, ik dank u voor de onderrichtingen, welke gij mij gegeven hebt.
Maar H. Maagd, ondanks alle zorgen om bij de H. Communie in mij die vurige godsvrucht op te wekken, die het ontvangen van 's Heereu Vleesch en Bloed mij moet inboezemen, blijft toch dikwijls mijn geest dor en mijn hart koud.
Maria. Mijn kind, als uwe ziel bij de H. Communie dor is, verneder u dan en beken, dat gij het om uwe ongetrouwheid verdient.
Meermalen beproeft God zijne vrienden door hun den gevoeliyen troost te ontnemen. Moet hij de ziel, die zich vurig aan Zijnen dienst heeft toegewijd, niet gewoon maken om Hem te beminnen, en niet slechts de vreugde en troost, die Hij schenkt ? Moet de ziel, die Gods oneindige volmaaktheden kent en zoo levendig Zijne goedheid ondervindt. Hem niet meer dienen uit dankbaarheid dan uit eigenbelang? Daarom trekt God zich somtijds als
â 65 -
het ware van eene ziel terug, om hare standvastigheid en liefde te beproeven.
Die geestelijke dorheid is als een nacht. De oogen der ziel schijnen als door een sluier bedekt, de geest vindt niet wat haar boeit, het hart gevoelt niet, en wat bij andere liefde en godsvrucht wekt, wekt bij haar verveling.
Maar die geestelijke dorheid, hoe onaangenaam ook voor uwe ziel, is u niet toerekenbaar. Laat u dus nimmer ontmoedigen.
Gevoelige godsvrucht is niet noodzakelijk voor de H. Communie; want een hart kan oprecht en geheel voor God zijn, en toch geen smaak vinden in het godsdienstige.
Velen, die met ijver den weg der volmaaktheid bewandelen, worden door God met dorheid beproefd.
De zoete en aangename devotie is op zich zelve geen deugd; zij kan zelfs, als men er zich aan zou hechten, nadeelig-
7 O
zijn.
Den Goddelijken Bruidegom is niet onbekend wat voor Zijne bruiden dienstig is. Aan de eene geeft Hij zoetheid en vertroosting, aan do andere weigert Hij ze om redenen, die men niet doorgronden, maar aanbidden moet.
Eene lauwe en zorgelooze ziel mag niet rekenen op Jesus' liefdegaven; doch mag
- 66 â
eeue trouwe en ijverige ziel zich bedroe-Yen , als zij in de geestelijke dorheid gelegenheid vindt hare trouw aan Jesus te toonen ?
Vrees niet, dat gij om uwe dorheid van God verworpen zult worden. Doe eenvoudig alles ter Zijner eer; laat geen enkel gebed of' geestelijke oefening achter; sleep u desnoods naar het gebed , de meditatie of H. Communie; onderwerp u aan Gods wil, en verontrust u niet.
Vele Heiligen waren langen tijd in geestelijke dorheid als door God verlaten. Zij leerden daardoor geduldig te zijn, raede-Ijjden met auderen te hebben en geene vermetele gedachten over zich zeiven te voeden.
Mijn kind, meer door uw Geloof dan door uw gevoel moet gij tot God gaan. Ga krachtig tegen uwe dorheid in en tracht aan God in alles te behagen.
De geestelijke dorheid moet wel onderscheiden worden van de geestelijke lauwheid of traagheid. Deze laatste doet ons ouze plichten verzaken en maken ons schuldig voor God; de eerste echter doet ons onze plichten vervullen, zelfs tegen onzen natuurlijken zin, en is dus een bron van groote verdiensten.
Wees dus bij geestelijke dorheid tevreden en geduldig en tracht er geeste-
â 67 â
lijk voordeel mede te doen en aan Gods genade te beantwoorden.
Verleent God u weldra de genade van gevoelige godsvrucht, dan zal een heerlijk zonnelicht het nachtelijk duister uwer ziel verdrijven; do weg, dien gij te volgen hebt, zal u duidelijk zijn afgebakend; uwe ziel zal weten waar zij gaat, en de liefde zal haar vleugelen geven , om op te vliegen naar volmaakte deugd en ware heiligheid.
Maar nogmaals, bedrieg u niet: gevoelige troosf staat nog niet gelijk met deugd.
De Dienaah. In alles, H. Maagd, zal ik mij aan den wil van God onderwerpen.
Geeft Hij mij gevoelige godsvrucht, Zijn Naam zij gezegend: maar denzelfden lof en dank zal ik Hem brengen, als Hij ze mij weigert. Ik zoek geen anderen troost dan Hom getrouw te zijn.
HOOFDSTUK-XII1.
ovek de naastenliefde.
De Dienaar. H. Maagd, niet zonder heilig doel hebt gij de eenzaamheid van Nazareth verlaten, en u over het ge-hergfe hegeven. Do geest der liefde bezielde u.
G« â
Zoodra de Engel u den gezegeuden staat van uwe nicht Elisabeth had bekend gemaakt, gingt gij op om haar te bezoeken.
Gij gaat met spoed.1) De inspraken des Heiligen Greestes vorderen onmiddelijke bereidvaardigheid ze uit te voeren.
De bergen beletten u niet. Met moed en kloekheid vervult de liefde hare plichten.
Gij verlaat den zoeten vrede uwer afzondering ; want de liefde heeft hare rechten , waarvoor de lust naar eigen godsvrucht moet wijken.
Uw liefde is standvastig. Drie maanden blijft gij Elisabeth uwe liefde en zorgen wijden.
Maria. Als gij God lief hebt, mijn kind, zult gij ook den naaste liefhebben, voor wien Hij van den Hemel neergedaald ea mensch geworden is en Zijn leven aan het kruis gegeven heeft.
God wil het! moet dit woord alleen niet voldoende zijn? Als gij God bemint, moet gij dan niet willen wat Hij wil? Moet gij niet alles doen, wat Hij verlangt ?
Gij zult uw evennaaste liefhebben als u gelven 2).
Het gebod is duidelijk, in juiste woor-
1
Luc. 1, 30. 2) Mat. XIX : 10.
â 69 -
den vervat, voor geen dubbelzinnigheid vatbaar.
Het gebod is eeüyowrö»/ : het beantwoordt zoo volkomen aan de behoefte om te beminnen, door God in ons hart gelegd; maar door de zonde wordt de vervulling-van dit gebod dikwijls moeielijk, en eischt somtijds veel opoffering en zelfverloochening.
Jesus verklaarde dit gebod uitdrukkelijk tot Zijn gebod: Dit is Mus yehod, dat (jij eUunder liefhehf '). PI ij stelde het tot ken-teeken Zijner ware leerlingen; Hieraan, sprak Hij, zullen allen weten, dat (jij Mijne leerlingen zijt, als gij liefde voor elkander heht-). En die naastenliefde, die goed en barmhartig maakt, is groot er dan alle brand- en zoenoffers 3).
De naastenliefde is de bijzondere genade, welke Jesus vóór Zijn lijden aan den Vader voor ons vroeg: Laten zij één zijn, gelijk Wij. 4) Zij is het kort begrip der geheele Christelijke wet, zoodat hij, die de liefde bewaart, de geheele wet onderhoudt.
De naastenliefde is u dus ten strengste opgelegd. Maar hoe moet gij die beoefenen ?
Jesus zeide tot Zijne leerlingen : Bemint
!) Joan. XV, 12. 2) Joan. XIII, 35.
3) Marc. XII, 33. Joan. XYil, 2'2.
- 66 â
eeue trouwe en ijverige ziel zicli bedroeven , als zij in de geestelijke dorheid gelegenheid vindt hare trouw aan Jesus te toonen ?
Vrees niet, dat gij om uwe dorheid van God verworpen zult worden. Doe eenvoudig alles ter Zijner eer; laat geen enkel gebed of geestelijke oefening achter; sleep u desnoods naar het gebed , de meditatie of H. Communie; onderwerp u aan Gods wil, en verontrust u niet.
Vele Heiligen waren langen tijd in geestelijke dorheid als door God verlaten. Zij leerden daardoor geduldig te zijn, mede-Ijjden mot anderen te hebben en geene vermetele gedachten over zich zeiven te voeden.
Mijn kind, racer door uw Geloof dan door uw gevoel moet gij tot God gaan. Ga krachtig tegen uwe dorheid in en tracht aan God in alles te behagen.
De geestelijke dorheid moet wel onderscheiden worden van de geestelijke lauwheid of traagheid. Deze laatste doet ons onze plichten verzaken en maken ons schuldig voor God; de eerste echter doet ons onze plichten vervullen, zelfs tegen onzen natuurlijken zin, en is dus een bron van groote verdiensten.
Wees dus bij geestelijke dorheid tevreden en geduldig en tracht er geeste-
â 67 â
lijk voordeel mede te doen en aan Gods genade te beantwoorden.
Verleent God u weldra de genade vau gevoelige godsvrucht , dan zal een heerlijk zonnelicht het nachtelijk duister uwer ziel verdrijven; de weg, dien gij te volgen hebt, zal u duidelijk zijn afgebakend; uwe ziel zal weten waar zij gaat, en de liefde zal haar vleugelen geven . om op te vliegen naar volmaakte deugd en ware heiligheid.
Maar nogmaals, bedrieg u niet: yevoe-lige troost staat nog niet gelijk mei deugd.
De Dienaar. Iu alles, H. Maagd, zal ik mij aan den wil van God onderwerpen.
Geeft Hij mij gevoelige godsvrucht, Zijn Naam zij gezegend; maar denzelfden lof en dank zal ik Hem brengen, als Hij ze mij weigert. Ik zoek geen anderen troost dan Hem getrouw te zijn.
HOOFDSTUK-XIII.
OVER DE NAASTENLIEFDE.
üe Diesaak. H. Maagd, niet zonder heilig doel hebt gij de eenzaamheid van Nazareth verlaten, en u over het ge-hergte hegeven. Do geest der liefde bezielde u.
68 -
Zoodni de Engel u den gezegenden staat van uwe nicht Elisabeth had bekend gemaakt, gingt gij op om haar te bezoeken.
Gij gaat met spoed. 1) De inspraken des Heiligen Greestes vorderen onmiddelijke bereidvaardigheid ze uit te voeren.
De bergen beletten u niet. Met moed en kloekheid vervult de liefde hare plichten.
Gij verlaat den zoeten vrede uwer afzondering ; want de liefde heeft hare rechten , waarvoor de lust naar eigen godsvrucht moet wijken.
Uw liefde is standvastig. Drie maanden blijft gij Elisabeth uwe liefde en zorgen wijden.
Maria. Als gij God lief hebt, mijn kind, zult gij ook den naaste liefhebben, voor wien Hij van den Hemel neergedaald en mensch geworden is en Zijn leven aan het kruis gegeven hoeft.
God wil het! moet dit woord alleen niet voldoende zijn? Als gij God bemint, moet gij dan niet willen wat Hij wil? Moet gij niet alles doen , wat Hij verlangt ?
Gij zult uw evennaaste liefhebhen als u zeiven 2).
Het gebod is duidelijk, in juiste woor-
1
Luc. 1, 39, 3) Mat. XIX : 10.
â 69 â
den vervat, voor geen dubbelzinnigheid vatbaar.
Het gebod is eenvoudig; het beantwoordt zoo volkomen aan de behoefte om te beminnen , door God in ons hart gelegd; maar door de zonde wordt de vervulling van dit gebod dikwijls moeielijk, en eischt somtijds veel opoffering en zelfverloochening.
Jesus verklaarde dit gebod uitdrukkelijk tot Zijn gebod : Dit is Mijn yehod, dat gij ellcander liefheht '). Hij stolde hot tot ken-teeken Zijner ware leerlingen: Hieraan, sprak Hij, zullen allen weten, dat gij Mijne leerlingen zijt, als gij liefde voor elkander heht'1). En die naastenliefde, dio goed en barmhartig maakt, is groot er dan alle brand- en zoenoffers ;i).
De naastenliefde is de bijzondere genade, welke Jesus vóór Zijn lijdon aan deu Vader voor ons vroeg: Laten zij één zijn, gelijk Wij. '') /ij is het kort begrip dor geheele Christelijke wet, zoodat hij, die do liefde bewaart, do geheele wet onderhoudt.
De naastenliefde is u dus ton strengste opgelegd. Maar hoe moet gij die beoefenen ?
Jesus zeide tot Zijne leerlingen : Bemint
') Joan. XV, 12. 2) Joan. Mil, 35.
8) Marc. XII, 33. 4) Joan. XVII, 22.
â 70 â
elkander, yelijh Ik u hel) liefgehad. Do liefde van Jesus is dus het toonbeeld uwer liefde.
Jesus' liefde \vas edel moedig. Hij heeft alles voor ons opgeofferd , tot den laatsten druppel van Zijn bloed.
Zij was algemeen en strekte zich tot allen, rechtvaardigen en zondaren, uit.
Zij was geduldig. Hij leed van booswichten en van zijne grootste vrienden, zonder klacht.
Zij was zachtmoedig en welwillend, zelfs voor Judas den verrader.
Zij was mild en schonk in alles overvloedig geestelijke en tijdelijke gunsten.
Ook uwe liefde moet derhalve edelmoedig, algemeen, geduldig, zachtmoedig, welwillend eu mild zijn.
Geef den naasten al wat gij geven kunt, de gaven van uw hart door hen te troosten in hun lijden 5 de gaven van uwen geest door hun goeden raad te geven ; uwe stoffelijke gaven door aalmoezen en onderstand.
Zie in don naaste niet den niensch, maar God, wiens beeld en gelijkenis hij is, en zonder niemand, zelfs niet uw vijand, van uwe liefde uit. Als meu den naaste alleen naar diens verdiensten en goede eigenschappen wil helpen, zal men maar zelden de naastenliefde beoefenen.
Vergeef gaarne aan allen wat zij tegen
â Ti
ll misdoen ; vergeld geeu kwaad met kwaad , maar overwin het kwade door het yoede ').
Wees altjjd liefdevol en onraiddelijk tot liefdediensten bereid. Uitstel doet altijd eenigc verdiensten verliezen. Let niet op de offers, die van u gevraagd worden, maar op hetgeen de naaste noodig heeft.
Uwe liefde zij zoo overvloedig mogelijk. Zich zonder reden in liefdediensten voor den naaste beperken, is veeleer den plicht der liefde verzaken, dan vervullen.
Leg u vooral toe op liefdewerken, die u zelf eenige moeite en zelfverloochening kosten; doe ze persoonlijk en laat ze in den regel niet door anderen in uwen naam doen.
Jesus beeft u dit geleerd. Hij zond geen Engelen van den Hemel om u te verlossen, maar kwam Zelf op aarde en onderging voor u do grootste smarten.
Broeders, zoo vermaant de H. Paulus, al spreek ik de talen der meiisehen en Engelen, zoo ik de liefde niet heb, ben ik geworden als een geluidgevend metaal of een klinkende schel. En al heb ik de prophetie-gave en keu ik alle geheimen en bezit ik alle wetenschap, en al heb ik alle geloof, zoodat ik bergen kan verzetten, zoo ik de liefde niet heb, ben ik niets. En al deel ik mijne bezittingen uit tot
l) Rom. XU : 21.
â 72 â
voedsel voor de anneu, en al lever ik mijn lichaam over om te branden , zoo ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lijdzaam, zij is goedertieren; de liefde benijdt niet, zij handelt niet onbescheiden , zij is niet opgeblazen, zjj is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niet, zij wordt niet toornig, zjj denkt geen kwaad, zij verheugt zich niet over de onrechtvaardigheid , maar verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer ').
HOOFDSTUK XIV.
OVER GODS GROOTHEID EN BARMHARTIGHEID.
Hoor, mijne ziel, hoe Maria in heilige vervoering de grootheid van God verheerlijkt; vereenig uwe lofzangen met de hare.
Verhef met haar den Heer, den Machtige, die yroote wonderwerken doet, Wiens Naam heilig is, en den lof van heel de aarde verdient.
Hij heeft de kracht van zijnen arm nit-gewerkt; die hoogmoedig waren in de gedachte huns harten, heeft Hij verstrooid
') 1 Cor. Xlll ; 1â8.
â 73 â
Hij heeft de machtigen van den troon ye-stooten en de nederigen verheven. Hongerig en heeft Hij met goederen vervuld, en de rijken ledig weggezonden ;).
Wien komt die lof eu verheerlijking' toe, tenzij alleen aan God!
De grootheid des menschen is beperkt, geleend en onstandvastig. Zij gaat zoo licht ten ouder. Zij hangt af van onze wispelturige ideeën en is dikwijls slechts eene dwaze inbeelding.
Maar groot is de Heer en allen lof waardig, en Zijne grootheid l,-ent geen grenzen 1}.
De grootheid der koni.agen eindigt met hun leven. Hunne nagedachtenis vergaat met gedruisch; maar de Heer blijft in eeuwigheid2). Uwe glorie, o God, wordt niet ingekort, noch door de grenzen der aarde, noch door de perken van den tijd.
Waarop kunnen de menschen roemen? Al wat zjj kunnen en bezitten , hebben zij van U. Niets kunnen zij zonder U; en Gij kunt alles zonder hen.
Gij alleen zijt groot uit Uzelven. Geen andere macht hebt Gij noodig om Uwen wil te volvoeren. Willen en doen is voor U gelijk.
Alle volmaaktheden der zichtbare en onzichtbare schepping bezit Gij onbegrensd
1
') Luc. I, 46, en vlg, 2) rs_ CXLIV. 3.
2
Ps. IX. 7, 8.
- 74 â
en zonder de minste onvolmaaktheid. Gij zijt de Volmaaktheid in al hare volheid.
De grooten dezer wereld verdienen onze achting, wijl zij het beeld van Uwe grootheid zijn, en een deel van Uwe macht aan hen is toevertrouwd. Maar wat zijn zij in betrekking tot U? Stof en uoch, gelijk de anderen.
Heer, God der Heerscharen, wie is aan U gelijk? ') Gij alleen verdient de aanbidding van Hemel en aarde, omdat Gij alleen in alles, altijd en overal groot zjjt!
Groot in uwe werken, zoo in de kleine als in de wonderbaarste; in de bloemen des velds, in de sterren des uitspansels.
Groot in wijsheid en macht, rechtvaardigheid en goedheid.
Wie zal de macht des Heer en eer-melden ? 2)
Ik beken mijne onmacht. Maar die bekentenis is U tot eer; want daardoor breng ik eer aan Uwe oneindige grootheid, die boven allen lof en onuitsprekelijk is.
De Dienaak. Hoe zoet en aangenaam is mij uwe stem , o gezegende Moeder van Jesus, als ik u de barmhartigheid des Heeren hoor verkondigen in denzelf'den lofzang, die Zijne grootheid vermeldt.
') Ps. LXXXVIU, 9. 2) Ps. CV. 2.
â 75 â
Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht voor die Hem vreezen 1).
Maria. Mijn kind, nooit slaat Hij de zondaren in Zjjuen toorn, nooit doet Hij hen Zijne straffen gevoelen, of eerst beproeft Hij, hen door weldadige liefde tot betere gedachten te brengen en voor Zich te winnen.
De ondankbaarheid en ontrouw van Zijn uitverkoren volk Israël hebben de bron Zijner goedheid niet kunnen uitdrogen. Met vaderlijke liefde heeft lljj hun altijd de schatten Zijner barmhartigheid geopend.
Hij had Abraham en zijn nageslacht eenen Verlosser beloofd; doch de Joden waren die genade niet waardig. Toch hield Hij Zijne belofte.
De Verlosser kwam, en de menschcn hebben de liefde, die Hij voor hen had, niet kunnen loochenen.
Aan alle ongelukkigen reikte Hij eene behulpzame hand; Hij genas de zieken, wekte dooden weder ten leven op, en al de liefde van Zijn Goddelijk Hart stortte Hij uit in zielenijver voor de bekeering der zondaren.
Maar met verdriet en grievend leed des harten zag Hij Zich toch verlaten. Zoovele
') Luc. 1, 50.
â 76 â
oudaukbaren gaven aan eeue valsche vrijheid de voorkeur boven de kostbare vrijheid der kindereu Gods.
In de overmaat Zijner onuitputtelijke liefde beklom Hij het kruis, en stortte er den laatsten druppel van Zijn Goddelijk bloed.
De menschen zagen Hem in dien staat; zij aanschouwdeu Hem zonder ontroering; hoofdschuddende zijn zij voorbijgegaan.
En toch verdelgt Hij ze niet in Zijne gramschap; maar onophoudelijk roept de stem van Zijn bloed om genade en barmhartigheid voor allen.
Mijn kind, hoe schoon wordt u de oneindige barmhartigheid van Jesus, Zijne liefde om de zondaren af te wachten, en Zijne goedheid om ze in genade aan te nemen, afgebeeld in de gelijkenis van den verloren zoon!
De verloren zoon was eigenzinnig en ondankbaar geweest, en had alle zijne bezittingen moedwillig verkwist; hij had zijnen vader onteerd door zijn schandelijk gedrag en bedroefd door zijne afdwalingen; hij droeg nog de sporen zijner losbandigheid in de verscheurde kleederen en het uitgeteerd gelaat. Maar hjj kwam terug en vernederde zich voor zijnen vader en sprak rouwmoedig : Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u, ik hen niet waardig uw
-â¢77 â
zoon fjenoemd te worden Eu toen hij nog yer af was, zag hem reeds zijn vader en werd door medelijden bewogen, en toesnellend viel hij zijn zoon om den hals en kuste hem; hij gaf hem het beste kleed, een ring aan zyne hand en schoenen aan de voeten; het gemeste kalf liet hij brengen en slachten, en er werd maaltijd gehouden en feest gevierd, want de zoon, die dood was, herleefde weder, en die verloren was, was weergevonden!
Hoe menige zondaar is door die gelijkenis tot in het diepst zijner ziel ontroerd geworden; hoe menige afgedwaalde, die hoorde dat hij in Jesas zulk een vader vindt, is uit de diepte zijner ellende opgestaan , om in den schoot van Gods barmhartigheid vergiffenis te vinden !
De Dienaar. Ach, ook ik, Ifeilige Moeder, heb zwaar gezondigd in mijn leven en de genade en liefde van Jesus roekeloos verloren. Ik heb de ijdelheid der wereld nagejaagd en mijn geluk gezocht in de genieting van het kwaad. Maar als een afgedwaald schaap ben ik door den Goeden Herder tot den schaapstal teruggevoerd. Hij heeft mij op zijne schouderen genomen en gedragen, alsof 11 y bevreesd was, dat ik te vermoeid zou zijn om weer te keeren.
') Luc. XV: 21.
Zal ik ooit dien dag vergeten, waarop die teedere Vader mij, verloren kind, zag terugkomen , mij als omarmde , met Zijne tranen besproeide en aan het hart drukte.
Hoe goed is God! Bij het zien van een oprecht vermorzeld en vernederd hart vergeet Hij dat Hij rechter is, en toont zich alleen als Vader.
H. Maagd, Moeder van den God der Barmhartigheid, aan wier voorspraak ik mijne bekeering te danken heb, verkrijg mij de genade om op den weg der deugd standvastig te volharden.
Uwe liefde voor mij zal toch niet minder wezen dan mijn vertrouwen in u ? De vijand mijner zaligheid zal toch niet meer vermogen om mij te verderven, dan gij om mij te redden ?
Gedenk , ó Goedertierene Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die zijne toevlucht tot u nam, uwen bijstand verzocht , uwe voorspraak inriep, door u is verlaten geworden.
Verwerf voor uw kind levendig berouw over het verledene, volkomen getrouwheid voor het tegenwoordige, en onwankelbare volharding voor de toekomst; dan zal ik eenmaal in den Hemel de barmhartigheid des Heeren maar ook uwe goedheid in eeuwigheid loven. ')
V Ps. LXXXV1I1, 2.
â 79 â
HOOFDSTUK XV.
OVER DE DANKBAARHEID VOOR GODS WELDADEN.
Oneindig goede God, uit dankbaarheid voor alle tijdelijke en geestelijke gunsten, welke Gij mij geheel mijn leven liebt geschonken , offer ik U de dankbaarheid op, welke Maria U betoonde, toen zij het huis van Zacharias en Elisabeth binnentrad.
Elisabeth gaf Maria den meest verdienden lof: Gezegend zijl gij onder de vrouiven en gezegend is de vrucht uws lichaams ]). Maar Maria wilde dat Elisabeth haar, die de weldaden ontvangen had, zou vergeten om alleen aan den Weldoener te denken.
Alle schepselen had zij wel met zich willen vereenigeu , om U , ó God , voor die hemelsche voorrechten te zegenen.
Zij kende geen hooger geluk dan dat God, om Zijne groote barmhartigheid te tooneu , oj} de geringheid Zijner dienstmaagd had neergezien 2).
Helaas, mijn God, voor al de blijken Uwer liefde, welke ik van U ontvangen heb, heb ik U nog nimmer oprechte dankbaarheid betoond.
') Luc. I, 42. 3, Luc. 48,
â 80 -
Alle goed ontvang ik van U; maar zoo een woord van dank mij van de lippen komt, breng ik'dat niet aan U, maar aan de menschen.
Als mijne plannen gelukken, schrijf ik den goeden uitslag aan mijne bekwaamheden, niet aan Uwe genade toe.
Maar wat ben ik vau mij zeiven, en wat kan ik uit mij zeiven vooral ten opzichte mijuer zaligheid? Toch denk ik er niet aan te bidden om Uwe hulp en U daarvoor dankbaar te zijn.
Zelf helit Gij , o God, in onze natuur een heilig plichtbesef ingeprent om voor allo goede gaven den weldoeners dank te betuigen; de dankbaarheid wordt zelfs door ougeloovigen als eene edele deugd geroemd.
Maar welken dank moet ik dan niet aan U brengen, die mij zoo boven mate in alles begunstigt ?
Ondanks mijne onwaardigheid en ontelbare zonden daalt iederen dag Uw zegen op mij neder. In al de jaren , die ik geleefd hebt, is er geen enkele dag voorbijgegaan , zonder dat Gij op bijzondere wijzo mij gevoed , bewaakt en beschermd hebt.
En hoevele geheel bijzondere gunsten hebt Gij nog aan mij, en aan mij alleen, met voorbijgaan van anderen, geschonken ; terwijl wellicht die anderen Uwe gunsten meer - waardig waren !
â 81 â
Ongelukkige zwakheid mijner ziel! wat zou er van mij worden als Uwe genade mij zou verlaten ?
Mijn God, laat nimmer onverschilligheid of ontrouw mij Uwe gunsten doen verliezen of ondankbaarheid ze doen vergeten.
Niets verlangt uw Goddelijk Hart meer dan wel te doen. Maar van alle ondeugden belet de ondankbaarheid het meest de hulp uwer barmhartigheid.
Duizendmaal heb ik verdiend geen erbarming meer te vinden; maar door overmaat van liefde hebt Gij mijn hart willen verwinnen.
Groote God, ik bied XJ geen tegenstand meer. Voortaan zal ik U geheel toebe-hooren. Gelijk ik leef alleen door U', zoo wil ik ook leven alleen voor U.
Geef mij de genade om üwe hulp altijd in te roepen en U altijd dankbaar te wezen; want geen dag gaat er in mijn leven voorbij, waarop ik de gunsten Uwer barmhartigheid niet hoognoodig heb.
6
â 82 â
HOOFDSTUK XVJ.
OVER DE BEZOEKEN.
Het voorbeeld, door Maria ons gegeven iu haar bezoek bij bare nicht Elisabeth, moet de regel van ons gedrag zijn in ons verkeer met do mensehen.
Ofschoon zij Moeder Gods was, wachtte Maria niet, totdat Elisabeth haar hot eerst zou bezoeken. De dwaze teergevoeligheid van hen, die op hunne waardigheid en stand naijverig zijn, en altijd over den voorrang twisten , was haar geheel vreerad.
Maar wat bewoog Maria om dat bezoek te brengen ?
De menschen bezoeken elkander veelal alleen uit nieuwsgierigheid, ijdelheid of eigenliefde. Maar Maria deed het om heilige redenen.
Deugdzame menschen handelen uit deugd zelfs bij bezoeken, welke de wereld slechts als wellevendheid zou beschouwen.
Godsvrucht, liefde, de eer van God richtten de schreden van Maria. Zij ging hare nicht gelukwenschen met de genade, welke God haar had gegeven en waarvan zij door den Engel was onderricht geworden.
Zij ging haar bezoeken met het doel om
haar van dienst te zijn eu zich met haai' iu heilige vriendschap nauwer te verbinden.
De godsvrucht mag ons nooit beletten de plichten van het maatschappelijk leveu te vervullen. Integendeel, zij doet ze ons door Christelijke inzichten heiligen.
Ieder oogenblik tracht zij voor ons nuttig te maken; maar daarom weert zij zooveel mogelijk lederen onnutten omgang, ieder bezoek uit louter vermaak.
Van dergelijke onnutte bezoeken geldt het woord; zoo dikwerf ik onder de men-schen geweest ben, beu ik minder mensch teruggekeerd.
De bezoeken, welke godvruchtige personen gaarne brengen, zijn die, waar zij zichzelven en anderen kunnen stichten.
Ieder ander bezoek mishaagt hun ; deugd wil bij deugd zijn. leder ander bezoek verveelt hen; want buiten zijn kring vindt niemand vermaak.
Zelfs de meest onverschillige handelingen verrichtten de Heiligeu tot eer van God, tot stichting der naasten of tot eigene volmaking. Als men hen navolgde en elkander iu dien geest ging bezoeken, zou men dan niet vele vruchten van deugd en ware godsdienstigheid uit dien maatschappelijkeu omgang trekken?
Men zou elkander tot deugd opwekken, en duizend onschuldige zoetheden smaken.
â 84 â
die aan de wereldsche meuscheu onbekend zijn.
Men zou niet terngkeeren met dat ledige, hetwelk de vervelende bezoeken der wereld in het hart laten, maar met heilige tevredenheid, dat goeden menschen eigen is.
Heb dan altijd het voorbeeld van Maria voor oogen. Verlaat zelden uwe eenzaamheid en onderhoud geen anderen omgang dan met deugdzame personen.
Verkeer weinig met jonge en vreemde lieden; zoek niet de rijken te vleien, maar voeg u bij de eenvoudigen. Dikwijls meenen wij door onze bezoeken aan anderen te behagen; terwijl wij hun door onze gebreken veeleer mishagen.
Tracht slechts door uw bezoek God te dienen en den naaste te stichten; dan zult gij den omgang, dien gij met de menscheu verplicht zijt te onderhouden, ook voor uzelven voordeelig maken.
- 85 â
HOOFDSTUK XVII.
OVER DE GESPREKKEN.
Verplaats u in den geest bij Elisabeth, toen Maria haar met haar bezoek vereerde , en overweeg de lessen van zedigheid , nederigheid , bescheidenheid en liefde , welke u daar gegeven worden.
Elisabeth groet Maria als Moeder Gods, overlaadt haar met lof en zegeningen, verheft hare grootheid en wenseht haar geluk met hare hemelsche voorrechten.
Maar Maria laat zich niet door hare waardigheid verblinden; zij brengt dien lof als geurigen wierook terug tot God, om Hem alleen te doen verheerlijken.
Zij ontkent niet, dat de Almachtir/e (jroote dingen aan haar gedaan heeft; maar zij brengt er Hem de eer van ; â en terwijl zij de Moeder is van Jesus, vergeet zij niet, dat zij ook Zijne dienstmaagd is.
Die oprecht nederig is, heeft niets van die valsche bescheidenheid, waaronder men niet zelden geheimen hoogmoed verbergt.
Hoevelen zijn er inderdaad, die den lof, welke hun wordt toegebracht, alleen verwerpen om nog hoogeren uit te lokken.
â 86 â
eu aldus de besoheidenlieid op listige wijze aan de ijdelheid dienstbaar maken!
Maria en Elisabeth onderhouden zich over Gods grootheid, barmhartigheid en goedheid, en geheel van Zijne liefde vervuld , stellen zij er al haar vermaak in, de wonderen Zijner almacht te vermelden.
Als de gaven Gods het eenig voorwerp onzer vreugde zijn, dan brengen wij ook aan Hem alleen, als den Gever van die gaven, onzen dank eu lof.
Be mond spreekt van den overvloed des harten '). Onderhoudt gjj u uitsluitend over de wereld en hare ijdelheid, dan is dit een al te zeker teeken, dat gij slechts do wereld liefhebt, en uw hart door hare valsche bekoorlijkheden wordt aangetrokken.
Zij zijn van de wereld, zegt de beminde leerling van Jesus, daarom spreken zij van de wereld, en de wereld hoort hen-). Waart gij van God, gij zoudt van God spreken, of minstens niets zeggen, wat niet volgens Gods eer is.
Waarover onderhouden zich gewoonlijk de wereldlingen? Over beuzelingen, nietigheden en geruchten; en dergelijke gesprekken noemt men nog de meest onschuldige.
Want waar men het liefst over spreekt, en waar do geest het meest behagen in
') Mat. XII, 34. 2) I Joan. IV, 5.
- 87 -
schijnt te stellen, zijn de gebreken en fouten van den naaste. Het is dikwijls, of het gesprek kwijnt, als niet de een of ander over den hekel wordt gehaald.
Wee u, kwaadsprekende tongen, die altijd scherp zijt als van eene slang, en er genoegen in schept den goeden naam van een afwezige re bezoedelen of te rooven!
Maar wee ook dengene, die er vermaak iu heeft u aan te hooren! Die het oor leent aan kwaadsprekerij, maakt zich-zelven er aan schuldig.
Indien iemand meent, dat hij godsdienstig â is, innur zijn io)ig niet heclwingt, diens godsdienst is ijdel
Al zoudt gij getrouw uwe plichten vervullen, en voor het oog der menschen aanspraak mogen maken op den naam van godsdienstig Christen, als gij geen
acht geeft op uwe tong, op uwe taal en woorden, dan maakt gij uwe godsdienstigheid zonder kracht, zonder verdienste en zonder vrucht. Gij wordt gelijk aan iemand , die met de hand tarwe in zijn akker zaait, maar het aanstonds weder met den voet vertreedt, zoodat het zaad geen vruchten kan voortbrengen.
Wees altijd behoedzaam in uw spreken. Zeg met David: Ik sal mijne wegen he-
') Jac. I, '26.
â 88 â
ival-en, om niet te zondigen door mijne tong ')⢠Spreek weinig; want die veel spreekt, toont weinig wijsheid, wijl hij zich den tijd niet gunt om over zijne woorden na te denken. Het eenmaal gesproken woord keert nimmer weder, zoodat somtijds geen honderd woorden kunnen goed maken, wat met één woord is misdreven.
Maak er u boven alles eene gewetenszaak van om nooit van iemand kwaad te spreken. Kunt gij anderen daarin niet beletten , toon dan ten minste door uw stilzwijgen , dat gij in hunne zonden geen deel wTilt nemen.
Verafschuw elk gesprek, dat de zedigheid kwetst, want onzedige woorden zijn als rondspattende vuurvonken, die groot onheil teweeg brengen. Wacht u te lachen bij taal, die de wereld geestig noemt, doch die maar al te dikwijls de taal van onzuiveren hartstocht is.
Stel er eene eer in, iemand te wezen , voor wien men zich wel wachten zal den godsdienst of de deugd aan te randen. Berisp den zondaar met heilige vrijmoedigheid ; en als gij geen middel weet om de zonden op zijne lippen tegen te houden , laat dan minstens ondubbelzinnig uw afkeer blijken.
^ Ps, XXXVIII, 2.
Wees waar in uwe verhalen, zedig en voorzichtig in uwe woorden, en Terder beleefd voor iedereen.
Onderhoud u gaarne in uwe eigene woning alleen met God, dan zult gij, als gij onder de raenschen komt, veel minder gevaar loopen.
Bid God, vóór gij in gezelschappen verschijnt, om eene ivacht aan uwen mond te stellen on denk onder het spreken aan Gods tegenwoordigheid, die u hoort en ziet.
Geef u ten laatste bij het einde van uw gesprek rekenschap, waarover gij gesproken hebt, om God te danken, als gij u hebt gedragen, gelijk het behoort, ot' u te verbeteren, als gij hebt misdreven.
De tong, hoe gevaarlijk ook in den mond van een lichtzinnige, is een wonderbare gaaf van God. Als gij er een goed gebruik van maakt, kunt gij zeer veel nut stichten ; want do tong van een verstandig en voorzichtig mensch onderwijst en bemoedigt , wekt ten goede op eu schrikt af van het kwaad. En alle goede werken, die op uw woord verricht worden, al het kwaad dat gij belet, alle edele gevoelens, die gij bij anderen opwekt, vermeerderen uwe verdiensten bij God.
Mijne Broeders, zoo vermaant ons de
*) Ps. CXL, 3.
- 90 -
H. Jacobus, iu velo diugen misdoen wij allen. Zoo iemand met spreken niet zondigt , die is een volmaakt man ; want hij kan zijn geheel lichaam in toom houden.
Als wij do paarden den toom in den mond leggen, opdat zij ons gehoorzamen, dan leiden wij ook geheel hun lichaam om.
Ziet ook de schepen, al zijn zij groot en al worden zij door do winden voortgedreven , door een klein roer worden zij omgewend, waarheen de stuurman wil. Zoo ook is de tong wel een klein lid, maar brengt groote dingen teweeg.
Ziet, hoe een klein vuur een groot bosch in brand steekt. Ook de tong is een vuur, eene wereld van boosheid. De tong is een lidmaat dat het geheele lichaam bevlekt , onzen levensloop van de geboorte af in vlam zet en zelf ontstoken wordt door do hel.
Want alle slag van wilde beesten en vogels, kruipende en andere dieren wordt getemd en is getemd door de menschelijke natuur; maar de tong is geen mensch bij machte te temmen. Zij is een rusteloos kwaad, vol doodelijk vergif. Met haar zegenen wij God en den Vader, en met haar vloeken wij de menschen, die naar Gods evenbeeld geschapen zijn; uit denzelfden mond gaat zegening en vervloeking uit.
Dit, mijne Broeders, behoort niet zoo.
Welt uit dezelfde bronader zoet en bitter water op? Kan een vijgeboom druiven voortbrengen, mijne broeders, of een wijnstok vijgen ? Zoo kan ook geen zout water zoet voortbrengen.
Wie is er wijs en verstandig onder u? Hij toone door eenen goeden levenswandel zijne daden in wijze zachtmoedigheid! Doch zoo gij bitteren naijver hebt en er twistziekte is in uwe harten, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Want zulk eene wijsheid daalt niet van boven; maar is eene aardsche, eene zinnelijke, eene duivelsehe. Waar toch naijver en twistziekte is, daar is wispelturigheid en alle booze handel. Doch de wijsheid, die van boven komt, is vooreerst zuiver, vervolgens vredelievend, bescheiden, meegaande, instemmend met de goeden, vol medelijden en goede vruchten, zij oordeelt niet en is ongeveinsd. Do vrucht van gerechtigheid wordt in vrede gezaaid door hen, die vrede stichten ').
J) Jac. 111.
â 92 â
HOOFDSTUK XVIII.
OVER DB WARE VRIENDSCHAP.
Een trouwe vriend is een sterk schild; die zulk eenen vindt, vindt een schat. Niets is te vergelijken met een oprechten vriend, en geen gewicht van goud of zilver haalt hij de kostbaarheid zijner tromv. Een toare vriend is balsem des levens en der onsterfelijkheid, en die den Heer vreezen zullen hem vinden ; die God vreest zal ook goede vriendschap hebben, omdat zijn vriend wezen zal gelijk hij is ').
Maria en Eilsabeth bieden ons een voorbeeld der volmaaktste vriendschap, welke heilig is en zuiver van alles, wat de vriendschap der menschen gewoonlijk bederft.
Door overeenkomst van karakter en godsdieustigen zin gevoelden zij zich weder-keerig tot elkander getrokken, en bewonderden in elkander de buitengewone schoonheid en voortrettelijkheid, waai'toe genade en deugd de ziel verheffen.
Zij onderhielden zich met elkander, schonken elkander onderling vertrouwen, namen samen raad, bewezen elkander
') Kccli VI, 14â17.
â 93 â
diensten; en al die bewijzen van vriendschap hadden slechts één doel: de verheerlijking van God.
Gelukkig door de vriendschap verlieten zij elkander, doch zonder op te houden elkander vurig te beminnen; want ware liefde, welke twee harten vereenigt, is aan geen veranderlijkheid onderhevig.
Een goede vriend is noodig, om in de deugd standvastig te blijven en moedig voort te gaan.
De Zaligmaker heeft door Zijn voorbeeld de vriendschap geheiligd, Hij beminde den II. Joannes, Lazarus, Martha en Maria Magdalen a.
Indien de vriendschap ten doel heeft do liefde, de godsvrucht en de deugd in ons te bevorderen, zal zij volmaakt zijn, wijl zij van God is uitgegaan, tot God wederkeert en eeuwig in God duren zal. Hoe goed immers is het op aarde te beminnen, wat men in den hemel eeuwig beminnen zal!
Een ware vriend helpt in den nood , troost in lijden, verlicht in twijfeling, leidt in zaken, behoedt voor dwaling en spoort ons door woord eu voorbeeld tot trouwe plichtsvervulling aan.
De ware vriendschap is eenvoudig in haar woorden , kent geen andere dan heilige bedoelingen , geen liefdebewijzen dan die zuiver
â 94 â
ziju, zij bemint het licht en verbergt zich niet, maar toont zich gaarne aan de men-schen; zij is eerlijk, beleefd, vol liefde, en eindigt in eene volmaakte en zuivere vereeniging des geestes die het levend beeld van de zalige vriendschap des hemels is. Want als een aangename balsem druppelt de godsvrucht vau het eene hart in het andere , en over zulke vriendschap stort God zijn .segen ten eeuwigen leven uit.
Maar vleien wij ons niet de onschuldige zoetheid der vriendschap te smaken, als wij ze niet zoeken in eene deugdzame vriendschap.
Dagelijks bedriegt men zich in de keus zijner vrienden. Slechts aan hen , wier trouw bekend is, en op wier godsdienstigheid men rekenen kan, mag men vertrouwen scheuken.
Vriendschap ontstaat somtijds heilig; maar als men niet voorzichtig is, zal de ijdole liefde er zich gemakkelijk ouder mengen, de zinnelijke liefde zal volgen en ten laatste zal de vleeschelijke liefde zich openbaren. Men weet wel, waar zulk eene liefde begint, maar niet waar zij zal eindigen.
Dikwijls schijnt de vriendschap in den beginne oprecht en levendig; maar eindigt weldra, wijl zij zonder deugd is.
Overal kan men genoeg vrienden vinden , die uitwendige teekenen van gehechtheid
â 95 â
geyou; maar meer valt vau hen niet to verwachten.
Zij blijven vrienden zoolang zij voordeel in de vriendschap zien; maar houdt dit op, dan verlaten zij ons. Zij trachten ons van ondeugden af' te houden, als do schande op hen zou kunnen terugvallen; maar geen bezwaar zien zij er in, om ons tót ondeugden te voeren , die door den godsdienst bestreden doch door de wereld begunstigd worden.
De vriendschap dezer wereld is de vijandin van God. ')
Wees dus voorzichtig in uwe keus. Let niet op schoonheid, rijkdom of talenten, maar op de deugd alleen.
Neem uw toevlucht tot hot gebed, en God zal u eenen vriend doen vinden, die u waardig is en in alles op u gelijkt. Ware vriendschap kan in zonde niet blijven duren. Als zij niet op deugd gevestigd is, ontaart zij in zinnelijkheid en ondeugd.
En als gij een waren vriend gevonden hebt, tracht dan zooveel gij kunt door uwe vriendschap goed te stichten. Waar gij goede voorbeelden geeft, zult gjj ze ook terug ontvangen-
Waardeer de liefde van uwen vriend, en schenk hem wederliefde, zooveel uw geweten n kan veroorlooven ; maar ya nooit verder.
') Jac. IV. 4.
â 96 â
Eisch niets van hem dan wat rechtvaardig en redelijk is; maar bovenal vlei hem nimmer om ook door hem gevleid te worden.
HOOrDSTUK XIX.
OVER HET VERTEOUWEN OP DE GODDE l.IJKE VOORZIENIGHEID.
Het vertrouwen op God is een der grootste eerbewijzen, die wij aan de Goddelijke volmaaktheden kunnen brengen. Hoe onbeperkter ons vertrouwen is, des te meer verheerlijken wij Hem.
Door dat vertrouwen erkennen wij Hem als onzen oppersten Heer, die alles kan, wat Hij wil, en wiens wil gelijk is aan Zijne macht. Hot is een der krachtigste middelen om vele genaden en bijzondere gunsten van den Hemel te verkrijgen.
Van die deugd heeft Maria ons schoone voorbeelden gegeven, en een der merkwaardigste is, dat Maria de zorg om haren goeden naam te bewaren geheel aan Gods quot;Voorzienigheid overliet.
Bij den bruidegom namelijk, die haar als bewaarder harer maagdelijkheid was gegeven, was eene pijnlijke onzekerheid ontstaan. Immers de H. Joseph was noch
â 97 -
door God, noch door Maria over hot Geheim der Monsohwording ingelicht. Hij wist en begreep hiervan niets en dacht er zelfs over haar heimelijk ie verlaten.
Maria toonde echter niet de minste onrust. Vol vertrouwen op God, wachtte zjj iu onderwerping het oogenblik Zijner Voorzienigheid.
Haar groot vertrouwen werd niet teleurgesteld. Een Engel des Heeren werd tot Joseph iu den slaap gezonden om hem te boodschappen: Joseph, Zoon van David, icil niet vreezen Maria uwe vrouw tot u te nemen, want wat in haar (jehoren is, is van den Heiliyen Geest. ')
Nu was zijn twijfel opgehelderd, en geheel van eerbied voor de deugd zijner bruid vervuld, aarzelde hij geen oogenblik zich onafscheidelijk met haar te verbinden.
Hoe goed is hot vertrouwen op God te stellen , en in Zijne handen al onze belangen neder te loggen!
Aan dat vertrouwen is alles beloofd: de dauw des Hemels, het vette der aarde, de goederen van tijd en eeuwigheid.
Die het vleesch stelt tot zijn arm, dat is, die niet op God maar op de menschen steunt, zal als eene hei zijn in de woestenij 2). Maar, die zijn vertrouwen stelt op den Heer,
â¢) Mat. I, 20. 2) jerem. XVII, 5, G.
â 98 ~
eu zich op Item verlaat, zal als een boom zijn, die hij de wateren geplant, naar de vochtigheid zijne wortels schiet. Zijn loof zul groen blijven, en nimmer zal hij ophouden vruchten voort te brengen
Alles wekt ons op tot yertrouweu op God; Zijuo goedheid, almacht, belofte, getrouwheid. ILij kent al onze noodwendigheden en zwakheid, en is altijd bereid ons te helpen.
Neem dan in al uwe zorgen, welke die ook mogen wezen, uwe toevlucht tot de Goddelijke Voorzienigheid.
Zegt do Zaligmaker niet: Weest niet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eteu, noch voor uw lichaam, waarmede gij u zult kleeden. Is het leven niet meer dan het voedsel, eu het lichaam niet meer dan de kleeding? Aanschouwt de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien noch maaien, noch in schuren verzamelen; eu uwe hemelsche Vader voedt ze. Zijt gij niet veel voortreffelijker dan zij ?
En wat zijt gij voor kleeding bezorgd? Beschouwt de leliën des velds, hoe zij groeien; zij arbeiden en spinnen uiei;; en toch zeg ik u, dat zelfs Salomon iu al zijne heerlijkheid niet gekleed was gelijk eene derzelven. Indien nu God het gewas des velds, dat hedeu is en morgen in den
') Jerem. XVII, 5, 0.
â 99 â
oven geworpen wordt , aldus kleedt, hoeveel te meer u, kleingeloovigeu! ')
Klaag dus niet, als God u geen troost, geen uitkomst geef;; Hij wacht slechts totdr.t gij u met vertrouwen aan Zijne voeten nederwerpt om Hem er om te vragen.
Hjj kent uwen droevigen staat; maar wil dat uwr vertrouwen Hem er over zal spreken.
o Hoe dikwijls maakt men zich ontsteld , verontrust on beangst, terwijl oene enkele oefening van vertrouwen rust cu vrede in de ziel zou instorten!
Verkeert gij in gevaar, in twijfeling of verdriet, neemt dan maatregelen, zoek middelen, vraagt raad, maar neem boven alles uw eerste toevlucht tot God. De menschen kunnen u niet helpen, dan voor zoover Gjd het hun verleent.
Werp op den Heer uwe sonj, en Rij zal u roeden'). Roep Mij aan, zegt God, 02gt; den da;/ der henauwdheid, Ik zal u redden 2).
Wanneer was ooit do toestand der Israëlieten zoo hopeloos, al toen zij, wegvluchtende voor de legers van Pharao, door de Roode Zee werden tegengehouden. Maar was de nood ten toppunt gestegen, hun vertrouwen op God bleef onwankel-
') Mat. VI, 25-30.
') Ps. L1V, 23. 2) Ps. XL1X, 15.
â 100 â
baar. Eu zio, de wateren der zee verdeelden zich en stonden als muren, om hen droogvoets te laten overtrekken.
Zoo zal God ook uw vertrouwen weten te be-loonen, zelfs niet een wonder Zijner almacht.
Als uw vertrouwen maar niet vermetel is, kan het nimmer te groot wezen. Zoo zwak de mensch uit zichzelven is, zoo sterk wordt hij door God, op wien hij vertrouwt.
Als wij daaraan altijd dachten, zouden wij ondervinden, dat Gods hulp ons dan alleen ontbreekt, als wij ons door fnis-trouwen die hulp onwaardig maken.
Zoel- eerst het Kijk Gods, zegt Christus, en Zijne, gerechtigheid, dat is: leg u eerst op deugd en godsvrucht toe, en stol op God een onbeperkt vertrouwen: en al het overige zal u worden toegeworpen ]).
HOOFDSTUK XX.
OVER DE GEHOORZAAMHEID.
Keizer Augustus, aan wien het Joodsche land was onderworpen, wilde weten, hoe uitgestrekt zijn rijksgebied was en vaardigde het bevel uit, dat ieder zich in zijne â eigene stad voor de volkstelling moest laten opsahrijven.
') Mat. VI, 33.
101 â
Maria en Joseph behoorden tot hot geslacht van David en togen daarom opwaarts naar Davids stad : Bethlehem.
Of de keizer bij dit bevel gedreven werd door eigeu belang of jjdelheid, onderzochten zij niet. Het bevel. was gegeven; dit wisten zij en onderwierpen zich.
Had Augustus Maria gekend, hij zou haar, als Assuerus eenmaal tot Esther, gezegd hebben: deze wet is niet voor u gemaakt '). Doch nu betrof' de wet haar als alle anderen. Zij gehoorzaamde dan ook als alle anderen en beter nog; want zij deed het nederig, geduldig en zonder morren.
Zij, die boven allo vrouwen der aarde was gezegend, en den kostbaarsten schat mocht dragen, den Zoon van God, de vreugde der Engelen , den Verlosser aller monscheu, zij boog het hoofd in edelmoedige en blinde gehoorzaamheid voor eenen aardschen opperheer. Meer nog, zij onderwierp zich aan eenen heidensehen keizer, die het Joodsche land alleen door geweld van wapenen had overmeesterd en het volk van God onder zijne dwingelandij deed gebukt gaan. Zij gaat op weg naar eene vreemde stad, zonder te weten, waar zij een onderkomen zou vinden.
Maar had Maria dan geen reden om
') Esther XV, 13.
â 102 â
zich bij deu keizer te verontschuldigen ? Waren hare omstandigheden niet zóó, dat een uitstel van eenige weken gewettigd kon heeten ?
Doch in het bevel van den keizer zag Maria den wil van God. Zij erkende daarin do leiding der Voorzienigheid, en onderwierp zich blindelings.
De ware gehoorzaamheid zoekt niet naar redenen. Eenvoud is haar eigenschap. Niets strijdt meer tegen den geest van gehoorzaamheid dan de voorzichtigheid des vleesches, die alles wil weten , alles onderzoeken.
Wat zou er van ondergeschiktheid terecht komen, als de bevelen der overheden aan het onderzoek der dienaren waren onderworpen ?
Al verdient soms een aardsche meester uwe gehoorzaamheid niet. God, dien hij vertegenwoordigt, verdient haar wel.
De overheid, die u beveelt, kan zich wel is waar in zijne bevelen bedriegen; maar uwe gehoorzaamheid kan nimmer dwalen, en heeft altijd groote verdienste bij God, als hot bevel maar niet met Gods wet in strijd is.
De Heiligen leeren ons, dat het verdienstelijker is geringe werken uit gehoorzaamheid te doen, dan groote uit vrije keus.
â 103 â
Do wijsheid der wereld spot met den nederigen eenvoud der gehoorzaamheid. De vleeschelijke mensch hegrijpt niet wat van den Geest Gods is '). Doch wat geeft hij, die zich in zijn oordeel naar het Evangelie richt, om het oordeel der mensehen ?
Niet elke gehoorzaamheid is verdienstelijk hij God.
Als wij alleen uit menschelijk opzicht of uit vrees gehoorzamen, dan is zij bloot natuurlijk en kan geen loon dan van de mensehen verwachten.
Om bij God verdiensten voor onze gehoorzaamheid te verwerven , moeten wij om eene bovennatuurlijke reden, dat is; om God gehoorzamen.
Maar zelfs in de gehoorzaamheid, die wij om God beoefenen, ziju dikwijls nog vele fouten en onvolmaaktheden, die hare waarde en verdiensten gedeeltelijk doen verloren gaan.
Onmiddelijk en blijmoedig gehoorzamen in hetgeen ons aangenaam is en de zinnen vleit, is veeleer zijn eigen wil dan den wil van anderen volbrengen; men geeft dan meer aan zichzelven voldoening, dan dat men gehoorzaam is.
De ware gehoorzaamheid kent geen uitstel in plichtsbetrachting, geen gemor tegen
J) I Cor. II, 14.
â 104 â
de overheid, die gebiedt; zij vraagt niet waarom er bevolen wordt, maar wat er bevolen wordt; zij volbrengt hare plichten niet om zichzelven of om de menschen, maar alleen om God, die gehoorzaamheid bevolen heeft; en zoekt geen ander loon dan het loon van God.
De H. Petrus vermaant ons: Dienaren, weest met allen eerbied aan uwe meesters onderworpen, niet alleen aan de yoede en gemakkelijke, maar ook aan de kwade ').
Gehoorzaamheid zal ons minder moeielijk vallen, als wij niet aan den mensch, dien wij gehoorzamen, maar aan God denken, om wien wij gehoorzamen.
Een gehoorzaam man, zegt de H. Geest, zal overwinning spreken;'2) dat is: zal op aarde en in den Hemel de overwinning behalen.
HOOFDSTUK XXI.
over het geluk der armen.
De Dienaar. Gewaardig n, o H. Maagd, mij de genade te verleenen in deze oogen-blikken te mogen overwegen dien vol-
') I Petr. II, 48. 2) p,.ov. XXI, '28.
â 105 -
maakten vrede, waarvan uwe ziel in den stal van Bethlehem, toen Jesus werd geboren , vervuld was.
Vermoeid en afgemat kwaamt gij met den H. Joseph te Bethlehem aan, en uw eerste zorg was een geschikte plaats te vinden, waar gij den nacht zoudt kunnen doorbrengen; want een onderkomen was u hoog noodig, daar het uur, waarop de Zaligmaker der wereld zou worden geboren, was aangebroken.
Maar helaas, de stad is overvol van vreemdelingen, geen enkele woning kan u meer opnemen. Gij gaat van huis tot huis, dwaalt van den eenen kant der stad naar den anderen om hel medelijden in te roepen, maar hoe dringend ook uw smeeken is, meedoogenloos wordt gij afgewezen.
Nogmaals waagt gij het aan enkele deuren aan te kloppen, maar vergeefs! Niemand die medelijden had met de Maagd, die op het punt stond Moeder te worden.
Ofschoon gij getuige waart, hoe ieder in weelde en genot den tijd binnen de huizen doorbracht, zwierft gij alleen met den II. Joseph, arm, vermoeid, in den kouden winternacht, en in hoogst zorgvolle omstandigheden op de straat, en waart eindelijk verplicht in eenen beestenstal uw intrek te nemen; maar toch, er was vrede in uwe ziel!
Koningin der Engelen, met blijdschap
â 106 â
ziet gij ii van arme herders omringd. Moeder van den Heer der jaargetijden, gij zijt tevreden, ofschoon gij in eenen stal ternauwernood bescimt zijt tegen de koude van den winternacht. Met vreugde schikt gij voor uw kind liet stroo in de kribbe, om het te verwarmen, en zijt in dien ellen-digen staat meer tevreden en gelukkig, dan de rijken van Bethlehem in al hun weelde.
Maria. Leer hieruit mijn kind, hoe weinig gij de goederen dezer aarde, en hoe hoog gij de armoede moet waardeeren.
Kunnen de armen zich ongelukkig noemen, als zij aan Jesus denken, die zelf geboren werd uit eene arme Moeder en neergelegd op het stroo der armen; die geheel Zijn leven iiiefs had, 'waar hij het hoofd mocht nederleggen '), en geen sterfbed heeft gehad dan het vloekhout des kruises?
Jesus koos Zijne Apostelen niet onder de rijken en geleerden, maar onder de onwetenden en armen.
Vooral aan de armen kwam Hij het Evangelie verkondigen ^, en zóó bemint Hij hen, dat Hij al wat men den armen doet, rekent als aan Hem gedaan 3).
God noemt Zich nimmer in de H. Schrif-
') Luc. IX : 58. 2) Luc. VU : '22. :1) Mat. XXV ; 40.
â 107 â
tuur den Vader der rijken, maar wel den
Vader van armen, weduwen en iveezen.
De rijken verachten dikwijls do armen; maar Jesus, die tot de rijken zegt: â Wee ui dV rijken1'x), roept de armen aan zijn feestmaal 2).
Zaliy, zegt Jesus, zijn de armen van yeest, want hun is het rijk der Hemelen3).
Do deugd van armoede bestaat niet in hot derven van tijdelijk goed; maar in do inwendige onthechting aan de goodoron dezer wereld.
Arm van geest zijn de rijken, die hun hart niet aan don rijkdom hechten; maar bovenal do schamele armen, die geen ongeregelde begeerte hebben om rijk te worden.
Arm van geest zijn de rijken, als zij hunne goederen gebruiken om Gods eer en het heil dor naasten te bevorderen, en dus van hunnen overvloed iets weten af te zonderen om wel te doen, gelijk God ook hun heeft welgedaan.
Arm van geest zijn zij, die door tegenspoed of ongeluk hunne bezittingen verloren hebbende, gewillig, christelijk en godsdienstig in do beschikking van God berusten en met den rechtvaardigen Job spreken: De Heer heeft gegeven, de Heer
') Luc. VI ; 24. 2) Luc xiV ; 21. 3) Mat. V : 3.
â 108 â
heeft genomen, de naam des Heer en zij (je-zegend ').
Arm van goest zijn zij, die iu armoede en bekrompen omstandigheden levend, zich geduldig en blijmoedig aan den wil des Heeren onderwerpen en tevreden zijn met het lot, dat de Voorzienigheid hun heeft toegedacht.
Dg armeu moeten niet, gelijk de wereld doet, hun staat als vernederend eu verachtelijk beschouwen, maar als groot en verdienstelijk. Gieen enkele arme, die geloof heeft en er naar leeft, zal met de rijken willen ruilen; want gemakkelijker gaat een kameel door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het rijk dei' hemelen 2).
De rijke vrek, van wien het evangelie spreekt, werd begaven in de hel, terwijl do arme Lazarus door de Engelen in Abrahams schoot gedragen werd ;l).
Mijn kind, als men overvloed heeft, hecht men zich zoo gemakkelijk aan de aarde; want de aarde biedt zooveel, eu dan vergeet men den Hemel. De bekoringen zijn dan hevig en de verleidingen veelvuldig. Die rijkdommen begeert, verlangt wat het meest aan zijn zaligheid kan schaden.
Die in ziju leven schatten vergadert.
i) Job I: 21. 2) XIX: 24. 3) Luc. XVI; 22.
â 109 â
kan ze bij den dood toch niet medene-mon. Plet eenigo goed, wat ons bij den dood overblijft, is do deugd; maar die niet arm van geest is, zal weinig deugd beoefenen.
HOOFDSTUK XXII.
over de vrijwillige armoede.
De Dienaar. 11. Maagd, wat was uwe armoede groot in den stal van Bethlehem ! Do menschen dachten er niet aan u te troosten of hulp te bieden, en de Herders, die uw kind kwamen aanbidden, hadden zelf niet, en konden u niets geven. Maar geen enkele klacht kwam over uwe lippen.
Waarom riept gij Josus niet te hulp? Gij, Moedor Gods, had slechts te spreken; uw Zoon zou u niet hebben kunnen weigeren , en alle Engelen zouden aanstonds tot uwen dienst gereed zijn, om u bijstand te verleeuen!
Maria. Als men Jesus bezit, is men rijk genoog. Eene ziel wier eeuig goed God is, ziet met onverschillig oog naar de goederen dezer wereld, en wil gaarne arm zijn.
â 110 â
ik zag Jesus, den Koning des Hemels, den Heer der wereld, ofschoon Hij rijk was, ami geworden, opdat de nienschen door Zijne armoede rijk zouden worden 1). Hem na te volgen was mijn eenigste streven.
Gij allen die langs den weg gaat, aanschouwt en ziet of er eene armoede is geweest als do Zijne. Gij, dochters van Sion, komt en ziet Hem inet de kroon der armoede, en lioo Hij, die in den Hemel met den Vader heorscht en met Zijn arm hemel en aarde onderstut-,, in een kribbe is neergelegd en in doeken gewonden!
Zalig de vrijwillige armen, die dit Goddelijk voorbeeld volgen en, om den rijkdom Zijner liefde en de hemelsche goederen deelachtig te worden, zich van de aardsche goederen ontdoen.
Een rijke jongeling kwam tot Jesus en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te bezitten? Jesus antwoordde: Onderhoud de geboden. En toen hij daarop zeide: dat heb ik gedaan van mijne jeugd af, wat ontbreekt mij nog? sprak Jesus: Als gij volmaakt wilt zijn, ga, verkoop wat gij hebt en geef het den armen, en gij zult een schat in den hemel hebben. En kom, volg mij 2).
Velen volgen Jesus in dien volmaakten staat; maar niet iedereen van hen is even
') II Cor. VIII, 9. 'â ) Mat. XIX 16â20.
â Ill â
ver in de volmaaktheid, die deze staat vordert. Zelfs binnen de muren van het klooster kan het hart aan kleine zaken zoo gehecht zijn, als het aan de grootste zou wezen, indien men ze bezat.
Maakt men zicli om Jesus' wil arm, als men wel niet het bezit, maar toch het gebruik der rijkdommen begeert ?
Jesus, arm in Bethlehehem, arm in Nazareth, in armoede stervend op Cal-varie, ziedaar het voorbeeld, dat de vrijwillige armen zich voor oogen moeten stellen.
Datzelfde voorbeeld moeten allo Christenen trachten na te volgen , door zich tenminste in (jeest en hart van alle schatten te onthechten.
Niet tot allen zegt de H. Geest: âVerzaakt uwe goederenquot; ; niet van allen eischt Hij dien graad van volmaaktheid; maar tot allen zegt llij: Als rijkdommen toevloeien hecht er uw hart niet aan, ') want God kan Zijn rijk niet vestigen in een hart, dat vergankelijke goederen zoekt.
Bij Zijne komst op aarde heeft Jesus zich geeu staat verkoren, die naar de wereld gelukkig was. Rijkdommen verachtte Hij. Zij moeten dus wel weinig waarde voor den hemel hebben. De woreld-sche goederen zijn bedriegelijk en schado-
') Ps. LXI, -11.
112 â
lijk. Alleen dan, als men er een goed gebruik van maakt en door milddadigheid
aan den armen er den Hemel mede weet te koopen , kunnen zij voor het geestelijk leven voordeelig zijn. Bid dikwijls, mijn kind: Geef mij, Heer, geen gebrek en geen rijkdom, maur verleen mij slechts wat voor mijn levensonderhoud noodig is ').
HOOFDSTUK XXIII.
over de liefde vook de armen.
Maria. Mijn kind, bemin de armeu. Wend blijmoedig alle middelen aan, die gij vinden kunt, om ze te hulp tekomon. Zoo zult gij u een waardig kind toonen van God, die zich in de Heilige Schriftuur uitdrukkelijk den Beschermer der armen noemt, en niet alleen de aalmoes aangeraden, maar zelfs geboden heeft aan allen, die ze geven kunnen.
De Dienaar. Uw voorbeeld H. Maagd, komt nog uw goeden raad versterken. De overlevering zegt ons, dat de rijke schatten van goud, wierook en mirre, welke de drie Koningen aan Jesus hebben opgedragen.
') Prov. XXX, 8.
113 â
door u iu den schoot der armen zijn gestort. Hoe natuurlijk zou het geweest zijn, als gij ze gebruikt hadt om uwe armoede in Bethlehem te lenigen. Maar om de gelijkenis met uwen Groddelijkeii Zoon was do armoede u dierbaar.
Uit koninklijken stam gesproten, verkoost gij vrijwillig bot leven der armoede, en steldet het boven het bezit der rijkste schatten.
Maria. Mijn kind, het beste gebruik dat men van zijn overvloed kan maken is den armen te hulp komen.
Zijt gij door God met de goederen dezer wereld gezegend, denk dan, dat de Voorzienigheid u tot haren dienaar gesteld heeft voor hen, die er van verstoken zijn.
Doe niet nis de gierigen, die hun hart voor den nood hunner broeders gesloten houden, en hen liever van gebrek zouden zien omkomen, dan iets voor hen af te zonderen.
Die den arme veracht, versmaadt diens maker. 1)
De gierigen denken er alleen aan voor dit loven schatten te vergaderen; maar het oogeublik zal komen, waarop zij van den tjjd overgaande naar de eeuwigheid, als
!) Prov. XVII, 5.
8
â 114 â
uit een diepen slaap zullen ontwaken en hunne handen le.düj vinden.1)
Vergader u (jeene schatten op aarde, waar de roest en de mot ze verteren, en de dieven ze uitgraven en stelen; maar vergader u door aalmoezen schatten in den Hemel, waar de roest en de mot 'â niet verteren, noch de dieven ze uitgraven en stelen. 2)
Volg het voetspoor van die liefdevolle en medelijdende rijken, die zicli Vaders der armen maken, en niet vreezen zich-zelven te bekrimpen om hunne aalmoezen te vermeerderen, lloevele zegeningen ontvangen zij niet reeds op aarde? Dikwijls geeft God hier beneden met woeker terug, wat de liefde in deu schoot der armen stortte. Maar schooner nog zal hun loon in den Hemel wezen. Die zich over den arme ontfermt, leent aan den Heer. 3)
Al zou men door zijne zonden de lle-melsche woontenten voor zich gesloten hebben, de aalmoes zal ze weder openen. Koop uwe zonden af door aalmoezen, zegt de Schriftuur, en uwe ongerechtigheden door barmhartigheid aan de armen. 4)
Stel u ten plicht do armen te helpen, eu luister niet naar de begeerigheid, die nooit genoeg meent te hebben.
Wees wol spaarzaam; spaarzaamheid is
1
Ps. LXXV, C. 2) Mat. VI, 19, 20.
2
3) Piov. XIX, 17. i) Dan. IV, 24.
â 115 â
niet alleen geoorloofd, maar kan zelfs plicht zijn; maar wees niet hard, niet gierig.
Die zijn oor toestopt voor het geroep der armen, zal zelf roepen en niet gehoord worden. ')
Als een arme in den nood zijn toevlucht tot ii neemt, en aan uwe deur klopt om uwen bijstand te vragen, denk dan, hoe uwe hemelgche moeder in Bethlehem te vergeefs aan zoovele deuren klopte en voor den armen Jesus geen onderkomen kon vinden. Zie in den arme hot beeld van Jesus en Maria, nn weiger uwe hulp niet.
Toen de oude Tobias meende te zullen sterven, riep hij zijn zoon en sprak tot hem: Hoor, mijn zoon, de woorden mijns monds, en log ze als een grondvest in uw hart. Heb al de dagen van uw loven God voor den geest en wees bedacht nooit in zoude toe te stemmen en de geboden van God te overtreden. Geef aalmoezen van hetgeen gij bezit, en wend uw aangezicht vau den arme niet af; want zoo zal het geschieden, dat hot aangezicht des Heeren zich niet afwendt van u.
Doe barmhartigheid naar uw vermogen. Hebt gij veel, geef overvloedig; hebt gij weinig, tracht dan ook van dat weinige bereidvaardig mede te deelen; dan legt gij u een goeden schat op tegen den dag van
') Prnv. XXF, 13.
â 116 â
nood; want de aalmoes bevrijdt van de zonde en van don dood , en zal geene ziel ten verderve laten gaan. De aalmoes zal aan allen, die ze geven, eene groote gerustheid zijn voor den Allerhoogsten God. ') Immers, zalig zijn de harmhartigen, tvant zij zullen barmhartigheid verwerven. 2)
HOOFDSTUK XXIV.
over de noodzakelijkheid en het nut dhr meditatie.
De Dienaar. Maria, Moeder des Heeren, terwijl ik mij in den geest met u bij do kribbe nederwerp om Jesus te aanbidden, bid ik u, zeg mij waarmede uwe ziel zich bezighield, als gij zoovele uren achtereen Jesus in Zijn kribbe bleeft aanschouwen.
Maria. Mijn kind, het treffend schouwspel van God, die kind geworden was, en in een kribbe nederlag, gewonden in arme doeken, was voor mij een onuitputtelijke bron van overweging.
Ik] kon niet ophouden dit groot Geheim te overdenken. Wat ik zag en hoorde
'j Tob. IV. 2â12. J) Mat. V, 7.
%
â 117 â
overwooy ih in mijn hart en hewaarde het ouuitwischbaar.
Meer nog dan de herders stond ik verbaasd over liet wonder, dat geschied was; alle krachten mijner ziel waren er mede bezig. Teederheid en liefde overstelpten mijn hart, en ik hield niet op den Almachtige lof en dank te brengen.
Wilt ook gij, mijn kind, door de groote Geheimen des Geloofs getroffen worden, dan moet gij er U ernstig mede bezighouden en ze aandachtig overwegen.
liet geloof van veie Christenen is flauw , omdat zij verzuimen hiinue ziel te voeden en te versterken door de overweging.
Hoe komt misdaad en wanorde in de wereld? Omdat men de eeuwige waarheden vergeet.
Door dikwijls Gods volmaaktheden eu de nietigheid van al het aardsche te overwegen, hebben de Heiligen zich aan de schepselen onthecht en geheel hun hart aan God gegeven.
In die heilige oefening leerden zij niets hoog te achten, dan wat groot en achtenswaardig is in de oogen van God. De overweging verwarmde liuu hart en hemelsche vlammen van liefde stegen er uit, tot God omhoog.
De meditatie immers is een licht dat ons Gods geboden duidelijk toont, en ons
â 118 â
loert, hoe zwaar zij verplichten, en hoe wij ze moeten vervullen. Zij toont het afschuwelijke der zonde, hare straften, en de ijdelheid der wereldsche zaken, om ons er van terug te houden. Zij toont de schoonheid der deugd en haar onvergankelijk loon, om ons tot het goede op te wekken.
De meditatie is eeu kracht, waardoor wij kunnen wederstaan aan de verleiding dor hartstochten, en van het kwade voorbeeld. Zij roeit de verkeerde neigingen in ons uit en sterkt ons tegen iedere bekoring.
Zonder meditatie is het bijna niet mogelijk in de deugd te volharden. Heel de aarde is verwoest, zegt de H. Geest, omdat niemand in het hart ovenveeyt. ')
Waarlijk, evenals de spijs noodzakelijk is voor het lichaam, zoo is de meditatie noodzakelijk voor do ziel. Laat dus nimmer een dag voorbijgaan zonder aan uwe ziel dat geestelijk voedsel te verschaften, om de wetenschap der Heiligen te verwerven.
Die het inwendig gebed of de meditatie verzuimt, sluit ais het ware de deur, waardoor Gods genade tot ons komt, en als men deze deur gesloten houdt, hoe zal dan die genade tot ons komen ?
Verontschuldig u niet alsof' gij yeen tijd
') Jerem. XII, li.
â 119 â
kunt vinden om te mediteeren. Als de goede wil er is, zal de tyd u niet ontbreken. Slechts ééne zaak hebt gij in het leven te doen, en dat is: de zaligheid uwer ziel bewerken. Maar als deze a niet waard is om er lederen dag eenige oogen-blikken aan te denken , maakt gij n voor God aan groote onverschilligheid schuldig. Voor uwe tijdelijke en voorbijgaande belangen vindt gij dagelijks tijds genoeg; doch zijn er wel hoogere belangen, die u meer betreffen en grootere gevolgen voor u hebben, dan de eeuwige?
Verontschuldig u niet, alsof gij niet weet, hoe men mediteeren moet. Over tal-looze nietigheden, die de nieuwsgierigheid prikkelen, weet gij soms uren lang na te denken; maar als liet er op aankomt de geloofswaarheden en de belangen uwer ziel te overwegen , beweert gij onbedreven te zijn.
Mijn kind , als gij iederen dag in Gods tegenwoordigheid overdenkt, of gij voor Hem zijt, wat gij wezen moet, of de reinheid van uw leven beantwoordt aan de reinheid Zijner leer, zult gij weldra in deugd en godsvrucht toenemen. Gelijk een portretschilder, om een goed portret te maken, zijn werk voortdurend met het origineel moet vergelijken, zoo ook moet hij, die deugdzaam leven wil, voortdurend overwegen of zijn gedrag met Gods wet overeenkomt.
120 -
Dagelijks slechts één kwartier neergeknield voor Gods Altaar of voor uw kruisbeeld in overweging van Gods grootheid, barmhartigheid, bedreigingen of beloften , zal u eene wetenschap doen verwerven, ver verheven boven alles, wat de wijzen der wereld u leeren kunnen.
Dezen leeren u alles, behalve het eenig noodige: uwe ziel zalig maken.
quot;Wat baat hot den mensch zijn geest mot alle wetenschappen der wereld verrijkt te hebben, als hij do wetenschap der Heiligen, en die Heiligen maakt, niet bezit?
In die dagelijksche gemeenschap met God, ontvangt de ziel die hemelsche lichtstralen , welke haar zoovele zaken leeren , die aan anderen onbekend blijven. Daar leert zij wat God is, wat Hij verdient, hoe men Hem moet dienen en beminnen, en hoe licht in de schaal der eeuwigheid do vreugde, grootheid en genoegens der aarde wegen.
Daar worden de groote en kleine offers gevormd en opgedragen; daar vindt men moed om ze te voltrekken, en geloof om zo te bezielen.
Daar wordt de geest der liefde vruchtbaar en krachtig. Elk liefdewerk, dat in de meditatie gerijpt is, gelukt en trekt Gods zegen. Daar vindt men zoete tranen, en boet men voor zijne zonden; daar treft
â 121 â
eu verteedert men liet hart van God, on ontlokt Hem woorden van vergeving en barmhartigheid.
Daar eindelijk loert de ziel ziehzelve kennen; zij ontdekt hare fouten eu verborgen driften; maar vindt er ook do middelen om ze allen te overwinnen.
Laat u dus, mijn kind, niet overheer-schen door tegenzin tegen die oefening. Do duivel zoekt n er van af te houden, wijl hij weet, van hoeveel belang zij voor u is. Maar hoe getrouwer gij met medi-teeren volhardt, des te aangenamer en verdienstelijker zal her, u worden.
Beproef het slechts, mijn kind, en doe het op de volgende wijze:
Zoek voor uwe medidatie den meest ge-schikten tijd, vooral don morgenstond, voor gij u aan uwen gewonen arbeid begeeft. Stel u in Gods tegenwoordigheid; vraag de hulp Zijner genade en roep mijne voorspraak in en van uwe Heilige Patronen en Engelbewaarder.
Overweeg vervolgens een bepaald Ge-loofsgeheim of bepaalde, demjd, of lees aandachtig eu ernstig in uw meditatiebook; en tracht de godvruchtige gevoelens in u op te wekken, waartoe de stof der meditatie aanleiding geeft. Maak daarna een bepaald en gemakkelijk uitvoerbaar voornemen, en bepaal ook do gelegenheden, waarbij dit voornemen zal worden volbracht.
â 122 â
Bid eindelijk God om dat voornemen te zegenen en n de genade te geven den dag heilig' door te brengen.
HOOFDSTUK XXV.
OVER HET GOEDE VOORBEELD.
De Joodsche wet bepaalde, dat eene vrouw, die moeder was geworden van eenen zoon, na veertig dagen haar offer van zuivering moest komen opdragen.
Maria, die ontvangen had van den Heiligen Geest en reine Maagd was gebleven, was zeker niet verplicht zich aan die wet te onderwerpen. Maar zou zij weigeren als eene onreine moeder te verschijnen, nadat zij haar Goddelijk Kind bij Zijne besnijdenis de gedaante van een zondaar had zien aannemen ?
Doch ook om de Joden, die met de verheven geheimen, die in haar waren voltrokken , volkomen onbekend waren, niet te ergeren, onderwierp Maria zich blijmoedig aan die vernederende wet, en gaf daarmede aan den TI. Joseph en aan ons allen een heerlijk voorbeeld van edelmoedige gehoorzaamheid.
Gelijk het kwade voorbeeld een werk
der duivels is om de zielen te verderven, zoo is het goede voorbeeld een krachtig middel om anderen tot deugd en ware godsvrucht, en zoo tot God en het eeuwig leven op te voeren.
Eleazar, een grijsaard van negentig jaren, werd door de vijanden van Gods volk naar het afgodisch altaar gesleept om oft'ervleesch te eten; doch hij weigerde manmoedig en gaf aan een glorierijken marteldood de voorkeur boven een eerloos leven. Zijne beulen echter hadden deernis met zijne grijze haren, en stelden hem voor om gewoon vleesch te eten, maar met den schijn alsof hij offervleesch at.
Een oogenblik bedacht hij zich, entoen antwoordde hij: Liever wil ik in het graf nederdalen. Want liet past onzen leeftijd niet te veinzen; vele jongelingen, meenende dat de negentigjarige Eleazar tot bet heidendom was overgegaan, konden dan door mijne veinzerij en om wille van een weinig vergankelijk leven ook zelf verleid worden ; en ik zou zoodoende schande en vloek op mijnen ouderdom laden. Want al zou ik ook van der menschen straffen nn bevrijd worden, de hand van den Almachtige zou ik noch lovend noch dood ontvluchten. Derhalve , door moedig liet leven op te offeren, zal ik mij der grijsheid waardig betoouen, eu aan de jongeren een krachtig voorbeeld achterlaten, als ik bereidvaardig en sterk
â 124
eeu eorvollen dood voor do eerwaardigste ou heiligste wetten onderga ').
Bij deze woorden veranderde het valsche medelijden der beulen in een verdubbelde woede, en zij folterden den heiligen grijsaard wreedaardig. Stervend riep hij uit: Heer, voorwaar gij weet, dat ik, die den dood had kunnen ontkomen, hevige pijnen lijd in mijn lichaam; maar naar de ziel verduur ik ze gaarne, omdat ik U vrees ^). En de martelaar ging de rust der zaligen binnen.
quot;Welke heerlijke lessen liggen in deze geschiedenis en vooral in do indrukwekkende woorden van den roemvollen grijsaard voor ons opgesloten! Aan de geslachten aller eeuwen verkondigt zijn marteldood de zegepraal van hot goede voorbeeld.
Stichtend en zalvend, opwekkend en sterkend verspreidt het goede voorbeeld als een uitgestorte kostbare balsem den heerlijksteu geur van deugd en werkende liefde.
Zalig, die den naaste door goede voorbeelden voorgaat op den weg des levens, eu hem in de duisternis door don glans zijner deugden verlicht!
Opwekkingen tot deugd doen de deugd hoogachten en beminnen; maar als bij dio opwekkingen de beoefening der deugd ge-
!) 11 Machab. VI, 23â28. -) Ibld. 30.
125
voogd wordt, zal zij dieper indruk maken en gereeder navolging vinden.
liet goede voorbeeld sticht den naaste. Zelfs ongeloovigen hebben er eerbied voor.
Het goede voorbeeld trekt aan en wekt navolging: want -woorden wekken, doch voorbeelden trekken. Het voorbeeld dor Heiligen maakt Heiligen.
Die God bemint, zoekt harten voor Hem te winnen, maar nimmer kan men dit beter doen dan door anderen met goede voorbeelden te loeren , hoe men Hem bemint.
Do Apostelen en eerste Christenen vonden in de beoefening dor deugd en Christelijke volmaaktheid geen minder krachtig middel om de wereld te bekeeren, dan in hunne prediking en mirakelen.
Laat ons dan altijd zorgen door een stichtend gedrag aan anderen ton voorbeeld te strekken. Verzuimen wij nooit iets te doen, ook al zijn [wij er niet toe verplicht, als het nalaten daarvan eone aanleiding tot ergernis zou 'kunnen wezen. Als 'de spijs mijn broeder 'ergert, zegt de H. Paulus, zal H: geen vleesch eten in eeuwigheid, om mijn broeder niet te ergeren. ')
Helaas, hoe weinig Christenen zijn door heilige voorbeelden de goede geur van Christus. 2)
quot;) 1 Cor. VIII, 13. 2) -2 Cor. 11, 15.
- 126 â
Is hot uiet, alsof de menschen iu huunon omgang elkaudei' dooi' kwade voorbeelden opzettelijk in het ongeluk -willen storten? Die des Zondags zonder reden slafelijkeii arbeid verricht, die zich openlijk onverschillig toont voor de wetten van God en de H. Kerk, die twistziek is, vloekt of zij n naaste haat toedraagt, maakt zich niet alleen voor God aan groote zonde schuldig, maar doodt ook de ziel van den broeder , die zich aan hem ergert.
IVec den mensch, door wien de ergernis komt. Het ware hem heter met een molensteen aan den hals in de diepte der zee (jeicorjien te worden. ')
Iemands tijdelijke goederen rooven is groote zonde: maar wat is dan de roof der eeuwige goederen? Die zich daaraan schuldig maakt is een handlanger des duivels. Zoo gij verloren wilt gaan, ga dan alleen; maar sleur tjeen zwakken broeder, voor wien Jesus Christus is gestorven1), vrijwillig in uwen val mede.
Vooral zij, die met gezag bekleed zijn, hebben den strengen plicht goede voorbeelden te geven, want de onderlioorigen vormen zich meestal naar hun gedrag.
Die plicht rust ook op hen, die eeni-ge waardigheid of voorrang bezitten. Toonen zij geen eerbied voor de wetten
quot;) Mat. XYI1I, 7. a) I Cor. Vill, 11.
â 127 â
van God on do H. Kerk, dan zullen zij spoedig navolgers vinden, en de zonde, waarin deze vervallen , valt op de ergernisgevers terug.
Heeft God u gezag of' voorrang gegeven, leer dan van Maria door goede voorbeelden anderen te heiligen. Dat gezag en die voorrang is een geschenk van God, en heeft geen ander dool dan Gods glorie te bevorderen.
Of raag een hooge stand of waardigheid een reden zijn om minder Christen te wezen? En hoogere verheffing is, wel beschouwd, niets anders dan een grootere verplichting.
Eene overheid, die ergernis geeft, is gelijk aan een rotsblok, dat van don berg losgerukt naar beneden stort, en ontelbare stukken in zijn vaart mede sleept; rei. a. w. de overheid, die ergenis geeft, stort niet alleen zich zeiven in het verderf, maar sleurt ook anderen in zijnen val mode.
HOOFDSTUK XXVI.
OVER DE WAARDE DER VERNEDERING.
Lieve Jesus, welke diepe vernedering was het voor Uwe Heilige Moeder om zich aan do wet der zuivering, waartoe
â 128 â
zij geenszins verplicht was, te onderwerpen. De glorie toch harer maagdelijke zuiverheid, waarop zij zoo naijverig quot;was , toen de Engel haar het Geheim dor Mensoh-wording aankondigde, werd door deze godsdienstige plechtigheid geheel verduisterd; want Maria werd gelijk gesteld niet eene gewone moeder. Maar het was haar niet onbekend, dat smaad en verachting, strijd en lijden eenmaal Uw doel zou worden; hoe kon zij anders dan met hart en ziel verlangen in alles, dus ook in vernedering , op IJ te gelijken!
Hoe meer Gij haar boven alle vrouwen hebt onderscheiden, des te dieper heeft zij zich vernederd en getracht al hare voorrechten voor het oog der wereld te verbergen.
Eene ziel, die als Maria aan God alleen zoekt te behagen, geeft weinig om de achting en den lof der menschen.
zy stelt, gelijk de profeet zegt: de ver-woiyenheid in het huis van God ') boven de pracht en heerlijkheid, waarmede do kinderen der wereld zich omgeven; want do deugd is in oenen nederigen en verworpen staat meer in veiligheid dan te midden van eer en onderscheiding.
quot;Ware deugd wil niets anders dan Gods oogen tot zich te trekken. Miskenning en
â ) Ps. LXXXIII, 11.
â 129 â
veraclifcing van den kant dor wereld doet haar niet alleen geen leed, maar maakt haar gelukkiger.
Hoe ver echter zijn wij van die ware deugd nog verwijderd! Geheel vol van ons zeiven, vinden wij het onverdragolijk met menschen om te gaan, die ons niet met alle voorkomendhoid behandelen, en met groote onderscheiding eeren. Met do uiterste voorzichtigheid verbergen wij alles, wat ons eenigszins in de achting van den naaste kan doen dalen, met groote zorg richten wij onze woorden en daden zoo in, dat alles tot onze eer moet strekken.
Welk eene teleurstelling, wanneer wij bij sommige gelegenheden minder worden opgemerkt eu aangesproken dan wij verwacht hadden! Gedurig overwegen wij bij ons zeiven , niet hoe wij de glorie Gods zullen zoeken, maar hoe wij den naaste zullen dwingen ons te bewonderen en hoog te pchten. Niets van alles wat ter onzer verheffing I dienen kan, wordt verborgen gehouden.
Wij roemen op ouzo afkomst, onze kennissen eu vrienden; wij'spreken over onze bekwaamheden, onze verdiensten en werken. Die ous vleien zijn onze vrienden; die ons de waarheid durven zeggen, rekenen wij onder onze tegenstanders. In één woord, wij aanbidden ons zei ven, en vorderen eerbied en lofprijzingen van allen !
9
- 130 â
Hoe wordt ouzo eigenliefde uiet geschokt als zij zich vernederd ziet, als onze beste bedoelingen soms ten kwade worden uitgelegd. Maar wij vergeten, dat daarom juist de vernederingen zoo heilzaam zijn.
De Heiligen dankten God voor de vernederingen , die zij mochten verduren als voor eene bijzondere genade; en er zijn er zelfs geweest, die God om groote vernederingen gebeden hebben; want meer kan men God verheerlijken door eene vernedering met gelatenheid verdragen, dan door vele gebeden en godvruchtige oefeningen.
Gods Zoon heeft Zich vernederd tot de vernietiging, de gestuite van een dienstknecht aannemend ^, ten einde ons te verlossen. Mogen wij nu door eigenliefde en hoovaardij het werk der verlossing krachteloos voor ons maken ?
O Jesus, goede Zaligmaker, geef ons door de voorspraak Uwer Heilige Moeder de genade om ouze eigenliefde te overwinnen, voorzichtig te zijn in onze gedachten, woorden en begeerten, opdat wij niet ons zeiven, maar altijd Uwe glorie zoeken. Leer ons de vernederingen beminnen , opdat wij evenals Maria aan U in alles geljjk-vormig mogen worden.
') Philip. II, 7.
â 131
HOOFDSTUK XXVII.
OVEE DE LIEFDE TOT GOD IN DE OFFERS, WELKE HIJ SOMTIJDS VAN ONS VRAAGT,
De Dienaah. De offers , welke de moeders voor hare eerstgeborenen iu den Tempel moesten opdragen, kostten haar maar weinig; een éénjarig lam en eene duif, of, als zij arm waren, twee duiven.
In uwen neder; gen staat bracht gij , Heilige Moeder, hot offer der armen.
Maar dat offer, dat gij in den Tempel kwaamt brengen, bepaalde zich niet tot die twee duiven alleen. Neen, die plechtigheid had voor u eene hoogere beteekenis en heiliger waarde. Als Moeder van don Messias, droogt gij uw Kind den Vader op als slachtoffer voor de sonde der wereld.
Eenmaal, dat wist gij, zou Hij Zijn leven voor de zaligheid der menschen geven, en door uameloos lijden en smade-lijken dood do wereld verlossen. Maar reeds in den Tempel boodt gij Hem den Vader aan, en vereenigdet uw offer met het Zijne.
Dat was het eerste oogenblik van uw lijden, dat duren zou tot den laatsten snik
â 132 â
van Jesus' leveu. Toen reeds werd uwe ziel doorstoken met dat zwaard van droefheid '), waarvan do grijze Simeon sprak, toen hij Jesus in zijne armen hield.
Jesus was uw eenige Zoon. Pas waart gij begonnen do vreugde te smaken van moeder te zijn, en moeder van zulk een kind! Maar God wilde dat offer, en aanstonds waart gij er toe bereid.
Waardige dochter van Abraham, die zijn eenigen zoon Isaac aan God ten offer brengen moest; als erfgename van zijn geloof hebt ook gij uw natuurlijk gevoel willen onderdrukken , om alleen te luisteren naar de stem van God, die u het dierbaarste ten offer vroeg.
Maria. Mijn kind, als God u iets vraagt, wees dan als ik aanstonds en edelmoedig daartoe bereid, wat hot ook moge wezen. Van ra[j vorderde Hij het offer van wat ik recht had vurig te beminnen; maar in de meeste gevallen vraagt Hij van u het offer van wat gij niet moogt beminnen en zelfs haten moet. Het afleggen van een zondige gewoonte , het vermijden van een voor u gevaarlijk gezelschap, eene versterving uwer zinnen, en dergelijken.
Die God bemint, moet iu zijne liefde
') Luc. II, 35.
â 133 â
edelmoedig zijn. Een bekrompen hart weet nauwelijks wat liefde is.
Heeft men liefde, als men niets wat moeite kost voor God wil ondernemen; of als men zich bij de minste moeielijkheid laat ontmoedigen?
De ware liefde toont zich vooral bij droefheid en strijd en een ware leerling van Jesus kent geen zwakheid.
Wilt gij uwe offers den Heer aangenaam maken, breng ze dan bereidwillig zonder te vragen, wat ze u kosten.
De wereld eischt van hare volgelingen veel zwaarder offer.s. Zij spreekt slechts, en aanstonds is men voor haar gereed. Zal God dan de eenige zijn, aan wien men niets ten offer brengt, zonder eerst te onderzoeken, of Hij niet te veel van ons vergt?
Aan de wereld, die zich alleen door grillen laat leiden, en slechts op eigenbelang bedacht is , zou men geen hart durven aanbieden, gelijk velen aan God durven opdragen. Bewijst een kind wel liefde aan zijn vader, als hij slechts voor hem doet wat streng geboden is ? Geeft eene echtge-noote blijken van oprechte liefde, als zij er zich weinig om bekommert haren man te mishagen, zoodra hare eigenliefde in spel komt? Ware liefde toont zich juist in blijmoedige offers; eu hoe meer zij geven kan, des te meer ook toil zij
â 134 â
geveu; zij tracht geheel zichzelve weg te schenken.
God wordt dus niet gediend gelijk Hij wil en waardig is, als men Hem geen hart geeft, dat volmaali en volkomen is in den wil van God.')
Verneder u dan, mijn kind, dat gij zoo lauw zijt in Zijnen dienst, en dat gij, na alles wat Hij voor u gedaan beeft, zoo weinig voor Hem over hebt.
Vallen soms de offers, die Hij van u vraagt, zwaar en moeielijk, denk dan, dat Hij later nog zwaarder offers van u kan vorderen, om het eeuwig leven te verdienen. Zonder offers geen belooning; geen verdiensten zonder strijd.
Nu vraagt Hij steeds het geringe offer van eenige versterving; maar uw geld en goed, uwe rust, uw goeden naam, uwe gezondheid, uw leven zelfs kan hij vorderen, want Hij heeft recht op alles.
Hij toch is Opperheer, en heeft dus recht te vragen wat hij wil; Hij is almachtij, wat Hij wil, zal gebeuren, al zou uw tegenstand nog zoo groot wezen; Hij is oneindig wijs, wat Hij wil, is de vrucht Zijner wijsheid, en kan slechts waardige en nuttige gevolgen voor u hebben; Hij is oneindig goed, wat Hij wil, is altijd een uitwerksel Zijner liefde.
') Colos. IV, '12.
â 135 â
Do volkomen, algeheele eu liefdevolle ouderwerping in alle omstandigheden des levens is derhalve de voorzichtigste en heiligste handelvnj ze, en verwerft n Gods gunsten hier op aarde en hot eeuwige leven in den Hemel.
HOOFDSTUK XXVIIl.
OVER DE ONDOORGRONDELIJKE LEIDING DER GODDELIJKE VOORZIENIGHEID.
Geheel onverwacht gaf God door een Engel aan den H. Joseph in den slaap bevel om met het Kind en Zijne Moeder naar Egypte te vluchten, ten einde het aan de woede van Herodes te onttrekken. Herodes namelijk, beducht voor eeuen nieuwen Koning der Joden , had het helsche plan gevormd den Zaligmaker te dooden, en liet daarom alle kinderen van het mannelijk geslacht beneden de twee jaren, in Bethlehem en omstreken, op wreedaardige wijze om het leven brengen.
Maar had God dan niet in Zijne oneindige almacht de middelen om het hart van dien koning te veranderen? Is het God niet onwaardig voor een zwakken sterveling te vluchten ?
- 136 â
Konden dan uiet ter wille van Jesus de plagen hernieuwd worden, waarmede God eertijds de Egyptenaren sloeg, om Zijn volk te redden ?
Maria echter zoekt niet het raadsbesluit van God te doorgronden. Zij denkt er alleen aan te gehoorzamen. God vordert van ons onderwerping aan Zijnen wil, hetzij wij daarvan de reden begrijpen of niet.
Zou Maria op dien langen tocht, midden door woestijnen, en in dat vreemde land, waarheen zij gezonden werd, middelen van bestaan vinden ? Zij vraagt er niet naar. Die het bevel gaf om te vluchten, is machtig genoeg om haar ook levensonderhoud te geven.
Zou zo altijd in Egypte moeten blijven ? Ook dat onderzoekt zij niet. Zij zal terug-keeren, wanneer God haar zal roepen.
God kon haar nog veel onbegrijpelijker bevelen gegeven hebben. hare ziel zou niets van haren vrede verliezen.
Waarover zou eeno ziel, die weet dat God haar geleider is, zich verontrusten ? Is er veiliger bescherming dan die dei-Voorzienigheid ?
Gij beveelt mij, Heer, mij onbekende wegen te gaan. Welnu, Uw wil zal mij verlichten en geleiden.
Waarheen ik ga, is mij onbekend; maalais ik mij door Uwe wijsheid laat geleiden, ben ik zeker geen verkeerden stap te zetten.
â 137 â
In de dikste duisternis wandel ik gerust; Gij immers zult mij niet verlaten.
Wat zou mijn eigen zwak licht mij baten op eenen weg, dien Gij Zelf mij opent, en dien Gij mij beveelt met blinde gehoorzaamheid te volgen. Als Gij gesproken hebt, moet ik handelen zonder mij zelven te hooren.
Men verlaat zich geheel op do leiding van een mensch, dien men als voorzichtig kent. Zou ik dan , als de Eeuwige Wijsheid zelve mij geleidt, reden tot mistrouwen hebben ?
Dikwijls behaagt het U, o God, door schijnbaar tegenstrijdige middelen tot Uw doel te komen; maar hoe wonderlijk Uwe plannen voor mij ook mogen wezen, het is mij genoeg ze te aanbidden. Want verder dan ik begrijpen kan, gaat Uw almacht en Uwe liefde.
Maria vertrouwde bij hare vlucht naar Egypte volkomen op de zorg en bescherming van God. Zouden Zijne oogen zich van haar en den kostbaren Schat, dien zij droeg, hebben kunnen afwenden? Neen, noch gevaarlijke schichten des clags, noch listen der duisternis had zij te vreezen. De Heer had Zijnen Engelen hevolen haar op al hare tvegen te heivaren; alle gevaar van haar af te weren en haar zoo noodig op de handen te dragen. Al was de aarde met giftige slangen en wilde dieren overdekt.
â 138 â
over adder en basilisk zou zij heen cjaan, en leemv en draak vertreden. ')
Op vele plaatsen der H. Schrift lozen wij, dat God bescherming beloofd heeft aan die op 'Hem vertrouwen.
Laat u dus niet ontmoedigen als God iets van n vordert, hoe mooieljjk het u ook moge wezen. Hoop op Hem, Hij zal u helpen.
Al zou de gehoorzaamheid aan Zijnen wil u aan de grootste ongelegenheid blootstellen, vertrouw in alles op Zijne zorgen; Zijne voorzienigheid zal u niets laten ontbroken.
Al zoudt gij u ook aan de bespotting, beleediging en vervolging van kwaadwilligen ten prooi moeten geven, verlies den moed niet: God zal ten tijde der beproeving Vw beschermer zijn 2).
Het vertrouwen op God is de zekerste waarborg Zijner bescherming. Al schijnt Hij u soms voor eenigen tijd te verlaten, ten bekwamen tijde zal Hij ü de kalmte doen wedervinden. Werp al uwe zorg op den Heer, Hij zal u voeden; Hij zal den rechtvaardige niet immer in onrust laten 3).
De bewoners van Bethulië verwachtten
') Ps. XC, 0 vlg.
â¢) I's. XXXVI, 39. 3) Ps. L1V, 23.
â 139 â
geen redding meer van den God hunner vaderen, en toch hield Hij meer dan ooit het oog Zijner Voorzienigheid op hen gevestigd, en redde de stad door de heldendeugd van Judith.
De kuische Joseph werd in al zijne beproevingen door God niet vergeten. Door ziju broeders als slaaf verkocht, onschuldig veroordeeld en in een duisteren kerker geworpen , had hij nog nimmer een ander loon voor zjjue deugd gekend, dan versmading en verdriet. Maar onverwacht werd hij verlost om tot het toppunt van eer en het hoogste gezag verheven te worden.
iSTiet altijd echter bevrjjdt de Voorzienigheid ons van allo beproeving en gevaar; niet altijd voorziet zij in onze behoeften, gelijk wij wel zouden wenschen.
Maar hetzij zij ons uit onze ongelegenheid redt, of ons er in laat blijven; hetzij zij ons op de ongerechtigheid wreekt, of toelaat, dat wij er de slachtoffers van worden, hare leiding is altijd wonderbaar.
Geeft God ons geduld in het lijden, dan verleent Hij ons daardoor dikwijls meer genade, dan wanneer Hij ons voorspoed schenkt.
Hoevele Christenen hebben bijna aan alles gebrek en zijn toch in hunnen staat zóó tevreden, alsof zij aan niets gebrek hadden. Zij zegenen de Voorzienigheid en
â 140 â
willen met de gelukkigsten der wereld niet ruilen.
Neem dus in al uwe zorgen met vertrouwen uwe toeTluclit tot God. Roep Mij aan op den dag der benauwdheid lie zal u redden ') zegt de lieer. Verlaat u op Hora. Al is Zijne hulp voor u niet zoo klaarblijkelijk eu wonderbaar, zij zal toch niet minder werkelijk eu troostend wezen.
HOODSTUK XXIX.
over den 1.7ver ijf den dienst van ood.
De Dienaar. Xadat gij , heilige Maagd, met het Goddelijk Kind en Zijnen voedstervader uit Egypte waart teruggekeerd, bleeft gij te Nazareth wonen en gaaft aan allen die u kenden, in iedere omstandigheid van uw heilig leven, verheven voorbeelden van ijverige godsvrucht. Ieder jaar, zoo meldt ons het H. Evangelie, gingi gij op naar Jerusalem om in den Tempel het Paaschfeest te vieren 2).
De verplichting om daar het Paaschfeest te vieren was eigenlijk alleen uwen Bruidegom , den Heiligen Joseph opgelegd 8).
i) Ps. XLIX. 15. ') Luc. II, 41. S) Kxod. XXlil, 17.
â 141 â
maar gij yergezeldet hem. üwe liefde tot God was te edelmoedig ora zich alleen tot strengen en noodzakelijken plicht te bepalen. Elke gelegenheid , elk middel naamt gij te baat om God uw trouweri dienst eu ware liefde te tooneu.
Maria. Mijn kind, een hart dat God bemint, verzuimt niets wat Hem behagen kan, en gevoelt zich nooit gelukkiger, dan wanneer het Hem blijken van trouw kan geven.
Zie slechts wat de wereldlingen doen om aan de wereld te behagen, en leer van hen, wat gij moet doen voor God.
Zie hun ijver en zorg. Noch moeite, noch arbeid wordt gespaard om eenig tijdelijk gewin te verkrijgen, om de gunst der menschen te winnen en zich eer en grootheid naar de wereld te verwerven. Om dat doel te bereiken aarzelen zij niet hun rust eu vrede er aan te wagen; ja zelfs het heil hunner onsterfelijke zielen wordt aan dat zondig doel roekeloos prijs, gegeven.
Onvermoeid in den dienst der wereld, achten zij zich genoeg beloond, wanneer hun eenig geld wordt toegeworpen , schoone beloften worden gegeven, of een heerlijke toekomst wordt voorgespiegeld.
Hoe weinig daarentegen hoeft men over voor God? De geringe blijken van liefde.
â 142 â
welke Hij ons vraagt, bezwaren ons dikwerf als een groote last; Zijne liefde quot;vordert van ons te veel onderwerping. Is het niet treurig, dat het voorbeeld der wereldlingen onzen ijver komt beschamen?
Mijn kind , laat u niet door de kinderen der wereld in edelmoedigheid overtreffen! Duld niet, dat de wereld door hare volgelingen met meer ijver verheerlijkt wordt, dan God door hen, die belijden Hem toe te behooren.
Gij zegt, of denkt althans uwen God te dienen, maar waar is uw ijver? IJvert gij voor God, gelijk de zondaren ijveren voor de wereld? Zijt gij onvermoeid in goede werken, in gebeden en lofzangen, in het vervullen uw'er plichten, gelijk zij onvermoeid zijn in hunne uitspattingen ? Streeft gij naar de goedkeuring, het welbehagen en de belooning Gods, zooals zij naar het welbehagen en de tevredenheid der wereld streven? Wedijvert gij met de braven naar den prijs der deugd en der volmaaktheden, zooals de boozen onderling dingen naar den eerloozen palm der goddeloosheid ? Of zouden de dienst, de liefde en de belooning van God niet kunnen opwegen tegen den dienst en de vriendschap eener zondige wereld?
Als gij God vurig liefhebt zal Zijn dienst u aangenaam en gemakkelijk vallen; nooit zal het u te veel zijn iets voor Hem ten
- 143 â
offer te brengen , want de liefde zal alles verzoeten.
Gij treurt er over, als gij de boosheid het hoofd ziet opsteken, de goddeloosheid rondom u ziet woeden en zijt bedroefd, dat God zoozeer miskend wordt. Ik keur dit volkomen goed, doch er schiet nog iets anders over te doen. Scherp uwen ijver, treur over uwe eigene traagheid en begin een wedstrijd in de deugd. Loof en prijs den Heer in al uwe gedachten, begeerten, woorden en werken even ijverig, als de goddeloozen Hem honen. Zoek het voorbeeld, de opwekkingen en de hulp dei-braven, gelijk de zondaren elkander weder-keerig zoeken en stounon in de boosheid.
Dk Diekaar. Teedere Moeder, verkrijg voor uw kind dien ijver in den dienst van God. Met schaamte beken ik, dat tot nu toe de minste moeielijkheid mij afschrikt en mijn geest in verwarring brengt. Aan de eerste bekoring van verveling en afkeer wordt aanstonds toegegeven; hot monsche-lijk opzicht houdt mij terug en belet mij dikwijls datgene te doen, waartoe do genade mij aanspoort.
Gij kent mijn zwakheid en ellende; heb medelijden met mij en laten uwe heilzame lessen iu mijn hart die vurige liefde ontsteken , waarmede de God van liefde gediend wil worden.
â 144 â
HOOFDSTUK XXX.
OVEE HET ONGELUK VAN JESUS DOOR DE ZONDE TE VERLIEZEN.
Jesus had den ouderdom van twaalf jaren bereikt, toen Maria en Joseph volgens gewoonte naar Jerusalem togen om er het Paaschfeest te vieren. Jesus vergezelde hen.
Toen het leest was afgeloopen, keerden Maria eu Joseph naar Nazareth terug; maar Jesus bleef buiten hun weten te Jerusalem achter.
Wie zal de droefheid melden, welke zich plotseling van hen meester maakte, toen zij Zijne afwezigheid bemerkten? Aanstonds keerden zij terug om Hem te zoeken, maar met een hart, overstelpt van droefheid.
Maar, lieve Jesus, het was toch de schuld niet. van Maria eu Joseph! Gij hadt U, zegt het H. Evangelie, aan hen onttrokken om de dingen Uws Hemelschen Vaders ').
O mocht ik, die U zoo dikwijls door mijne zonden verloren eu gedwongen heb U van mij te verwijderen, het ongeluk van dat verlies immer levendig beseffen.
') Luc. II, 49.
- 145 â
Maria had alleeu de lichamolijko tegenwoordigheid van Jesus verloren: zij bleef in Zijne liefde. Maar ik heb alles verloren: Zijne genade en Zijne liefde.
Kan de wereld eu hare vermaken, kan het toegeven aan mijn hartstocht, waaraan ik alles, zelfs het leven mijner ziel heb prijsgegeven, mij dat verlies vergoeden?
Gelukkig zij, van wie Jesus zich nooit verwijderd heeft, en die altijd met Jesus zijn gebleven.
Met Jesus te zijn is zoetheid eu bekoorlijkheid, teedere vriendschap, goddelijk welbehagen en hemelsoh Paradijs.
Maar van Jesus verlaten te wezen is bittere eenzaamheid, duistere nacht, de grootste verlatenheid en vervroegde straf der hel.
Die Jesus bezit, bezit een goeden schat, een goed boven alle goed. Maar die Jesus verliest, verliest alles , meer dan do gausche wereld.
Die goed is met Jesus, gaat den rijksten in geluk te boven, maar die leeft zonder Jesus is de armste van allen.
Men treurt en is outroostbaar over een tjjdelijk verlies eu meu treurt niet, als men Jesus hoeft verloren. Alleen U, o God, ons opperste eu oneindige goed, verliezen wij, de schepselen Uwer handen, zonder er door getroffen te worden.
Vader der barmhartigheden, geef Uw
10
â 146 -
kind Uw vriendschap weder; Goddelijke Bruidegom mijner ziel, laat mij deelen in Uwe liefde.
Laten de tranen, die mijne oogen ontvloeien, Uwe barmhartigheid verwerven. Zij vloeien overvloedig, omdat ik gevoel wat ik verloren heh. Afschuw heb ik van mij zeiven, als ik bedenk, dat ik door mijn eigen schuld zoo diep gevallen ben.
Vader, ik héb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik hen niet waardig Uw kind genoemd te worden; maar maak mij slechts als een Uwer dienaren ').
Jesus, mijn Zaligmaker, hergeef mij Uwe Hefde, en toon hoever die gaan kan. De felle slagen Uwer rechtvaardigheid heb ik verdiend. Straf en kastijd mij, maar geef mij de plaats terug, die ik eenmaal in Uw hart bezat.
Ontneem mij wat mij aan de wereld kan hechten, goederen en geluk , eer en goeden naam, achting en vriendschap der raen-schen ; maar laat nooit toe, dat ik U weder verlieze
O Maria, liefste Hoeder Gods, gij ziet hier voor uwe voeten een' ellendigen zondaar, eenen slaaf der hel, die tot u zijne toevlucht neemt en op u al zijn vertrouwen stelt. Ik verdien wel niet dat gij mij san-
i) Luc. XV, 18.
â 147 â
schouwt, maar ik weet, dat uw Goddelijke Zoon gestorven is om de zondaars zalig te maken en gij niets liever verlangt dan hen te helpen. O Moeder der barmhartigheid! sla uwe oogen op mijne ellende, en heb medelijden met mij. Ieder noemt u de toevlucht der zondaars, de hoop der wanho-penden, de bijstand der verlateneu. O, wees dan ook mijn bijstand! door uwe voorspraak moet gij mij zalig makeu. Om de liefde van Jesus, haast u mij te helpen; reik uwe hand aan eenen ellendige, die gebukt gaat onder den last zijner zonden, en die zich aan u aanbeveelt. Ik weet dat het u verheugt, eenen zondaar te kunnen bijstaan; kom mij dan nu te hulp, want gij kunt mij helpen. Door mijne zonden heb ik Gods genade verloren en mijne ziel in het verderf gestort; ik werp mij nu in uwe handen: maar zeg mij wat ik doen moet om mij weder met mijnen God te verzoenen; ik ben bereid alles te doen, wat Hij mij gebiedt. Ik noem tot u mijne toevlucht, o Maria! gij bidt voor zoo vele anderen, bid dan ook Jesus voor mij; zeg Hem, dat Hij mij vergeve, en Hij zal het zeker doen; zeg Hem, dat gij mijne zaligheid verlangt, en Hij zal mij zonder twijfel zalig maken. Toon aan de wereld, hoeveel goeds gij bewijst aan die op u vertrouwen.
â 148 -
HOOFDSTUK XXXI.
OVER HET GltOOTE MIDDEL IER VOLHARDISO.
De Dienaar. Zoodra gij, Heilige Moeder, de afwezigheid vau Jesus bemerkt hadt, gingt gij Hem onmiddeiijk en met droefheid ouder de nabestaanden en kennissen zoeken, en toen gij Hem niet vondt, keerdet gij naar Jerusalem terug. Eerst na drie dagen vondt gij Hem loerende in den Tempel.
Maria. Xooit genoeg, mijn kind, kunt gij uw ongeluk beseffen, als gij Jesus hebt verloren. Maar als nu de genade van Zijn Goddelijk Hart u weer in Zijne vriendschap heeft hersteld, als Zijne barmhartigheid u weer tot kind van God verheven heeft, o draag dan zorg met al den ijver, die in u is, om Jesus nimmermeer te verliezen!
De Dienaar. Leer mij , Heilige Moeder , wat ik doen moet om in Jesus1 liefde te volharden.
Maria. Mijn kind, onderzoek zorgvuldig, wat u van Jesus verwijderd heeft en hoe het gekomen is, dat gij Zijne liefde ver-
â 149 â
loren hebt, en Zijn vjjand zijt geworden.
Ieder mensch heeft in zijn hart een booze neiging, welke Hem ten verderve voert, indien zij niet bestendig wordt bestreden. Bij den eene is zij eigenzinnigheid , ingenomenheid met zichzelven, hardnekkigheid , ongehoorzaamheid; bij den andere heet zij ijdelheid, praalzucht, onmatige begeerte om te behagen, of de oogen dor menschen te boeien ; bij sommigen is zij gierigheid, onmatigheid , vadsige traagheid; bij anderen lichtgeraaktheid en gramschap.
Een ieder beproeve zich zeiven ! Vraag u dus af: wat boeit mij hot meest; wat brengt mijue begeerte het lichtst in beweging ; wat is do gewone oorzaak mijner zonden en overtredingen; en rust niet, alvorens die oorzaak gevonden en door volhardenden strijd uwe hoofdfout overwonnen te hebben.
Zijt gij misschien begonnen met traagheid in den dienst van God; met u schuldig te maken aan vele nalatigheden, die uw liefde voor Hem hebben verkoeld ? Door telkens herhaalde nalatigheid trekt men onmerkbaar een scheidsmuur tusschen Jesus en zichzelven op.
Heeft God u wellicht het offer gevraagd van zekere gehechtheid, van een te zinnelijke genegenheid, en hebt gij geweigerd dat offer te brengen ? Door zulke offers
â 150 â
te weigeren, onttrekt men zich aan de bijzondere leiding der Voorzienigheid, die ons voor verleiding en gevaarlijke gelegenheden beschermt cn behoedt.
Wees bijzonder waakzaam over uw hart. Bewaar uw hart met de meeste zonj '), en bederf het niet door iets te doen wat gij voor God niet kunt verantwoorden; immers die zijn hart bederft, bederft liet leven zijner ziel.
Wees getrouw in kleine zaken om niet in groote ontrouw te worden. Die geringe fouten versmaadt, zal langzamerhand tot groote vervallen 1).
De kleine fouten, welke gij uzelven zoo gemakkelijk vergeeft en die zoovele lauwe zielen zich gemakkelijk vergeven, verwijderen u van Jesus en Jesus van u. Zij ontnemen u wel niet geheel Gods liefde, maar verminderen haar, en maken u onverschillig; en er is geen grooter beletsel voor de genade dan onverschilligheid.
De innige gemeenschap van het hart des rechtvaardigen met het H. Hart van Jesus wordt alleen onderhouden door trouwe liefde. Voed ze voor Jesus, mijn kind, gelijk gij wenscht, dat Hij ze voor u zal voeden. Gij verlangt, dat Hij u al de rijkdommen Zijner liefde zal geven, welnu geef gij Hem dan geheel uw hart. Want
1
Prov. IV. '23. 2) Eccli XIX, 1.
â 151 â
.allo genegenheid die niet voor God of om God is, is iu zekeren zin een ontrouw jegens God en wekt Zijn naijver, en maakt ons Zijne liefde minder waardig.
De Dienaar. O Koningin des Hemels! lang ben ik een ellendige slaaf des duivels geweest, maar uu kom ik mij voor altijd aan uwen dienst toewijden; ja ik verbind mij van hedeu af om n mijn gansehe leven te eeren, en u altijd te dienen; neem mij genadig aan en verstoot mij niet. O mijne Moeder! op u heb ik al mijne hoop gesteld, van u verwacht ik al mjjn geluk. Ik loof en dank God, die mij, uit barmhartigheid alleen, dat vertrouwen op u gegeven heeft als eene groote verzekering van mijn eeuwig geluk. Helaas! enkel ben ik vroeger in zonden gevallen , omdat ik u niet aangeroepen heb; maar nu hoop ik, dat God door de verdiensten van Jesus Christus on door uwe gebeden mij vergeven heeft. Doch ik kan op nieuw de goddelijke genade verliezen; het gevaar is nog altijd hetzelfde, want mijne vijanden waken altijd. Ach, hoe vele bekoringen blijven mij uog te overwinnen! O mijne allerliefste Koningin ! sta mij bij, en gedoog niet, dat ik op nieuw een dienaar der zonde worde; bescherm mij altijd. Ik weet, dat gij mij zult helpen, zoo ik mij'maar aan u aanbeveel, en met uwen bijstand zal ik alles overwinnen;
â 152 â
maar dit juist vrees ik, dat ik zal vergeten u in de bekoringen aan te roepen , en zoo voor eeuwig verloren gaan, ó Maria! laat dit niet toe, bid ik u; verwerf mij de genade, u in al mijne bekoriugen te mogen aanroepen, altijd in de aanvallen der hel tot u mijne toevlucht nemeu en uitroepen; heli) mij, Maria, liefste Moeder! geef mij de genade der volharding!
HOOFDSTUK XXXII.
OVER DE VEUEENIGIXG DER ZIEL MET GOD.
Xa Jesus te hebben wederge vonden, keerden Maria en Joseph met het Goddelijk Kind naar Xazareth terug, en verbleven daar, totdat Josus Ziju openbare leven zou beginnen.
Graan wij in den geest het heilig Huisgezin van Xazareth binnen, om met de oogeu des Oeloofs te zien en met het hart te overwegen de verheven voorbeelden van deugd en volmaaktheid, die ons daar gegeven worden.
Maria genoot de zoete tegenwoordigheid van Josus, en was met Hem op de innigste wijze vereenigd. Haar hart, van alle aardsche genegenheid vrij , was als een hemel, waarin
â 153 â
zij den lieven Josus onuitsprekelijk teoder beminde.
Jesus is het eeuwige Woord des Vaders, door hetwelk alles gemaakt is en zonder hetwelk er niets gemaakt is van al, wat er gemaakt is. ') Al wat kostbaar, al wat schoon, zoet en beminnelijk is, is voortgekomen uit Zijne handen; al wat er jubelt en juicht in den Hemel of op aarde is gelukkig, om Jesus. Hij vormt de harten der braven, wier liefde en goedheid ons verkwikt, Hij leert den ouders hunne kinderen beminnen, Hij doot de harten der Heiligen van een hemelsch liefdevuur branden , en loont hen in den Hemel, en de Hemel is een Hemel, omdat Jesus er heerscht. Hij is de vreugde der Engelen, de hoop der Aartsvaders, het licht der Profeten. Hij geeft vrede aan allen, die van goeden wil zijn. Jesus, een welluidend gezang in ons oor, honig in onzen mond, vreugde in ons hart! Hij is do glans, het levend beeld, de eenige en eeuwige Zoon des Vaders; voor Hem buigt zich alle knie van die in den Hemel, op de aarde en onder de aarde zijn. Door matelooze barmhartigheid leert Hij ons. Zijn woord klinkt dagelijks in onze ooren, Hij spreekt tot ons hart en zoekt ons door Zijne genade. Hij is het licht onzer oogen, het heil onzer
') Joan. 1: 3.
â 154 â
ziele», de levende brou van alle geluk, de liefdevolle herder, de eenige Verlosser der wereld.
Met dien boven alles gezegenden Jesus was dan Maria op de innigste wijze verbonden !
ó Ziel die het geluk hebt Jesus te bezitten , waardeer en gevoel het heilig voorrecht , dat u geschonken is, en tracht dat geluk voor u te bestendigen.
Leg ii met alle krachten, alle vermogens en gaven - die in u zijn, er op toe om Jesus te beminnen. Geen moeite zij u daartoe te veel, geen offer u te zwaar; want dat geluk kan nooit te duur verkregen worden.
Alles wat u omringt, alles wat u aantrekt en boeit, verkondigt Gods grootheid, en wekt u op om Jesus steeds meer en hartelijker te beminnen.
De Hemelen, zoo plechtig boven uw hoofd uitgespannen, verkondigen Gods glorie De glans der sterren is een beeld Zijner Majesteit; de uitgestrektheid der zee schildert u Zijne onmetelijkheid.
Al wat in de natuur bestaat, meldt u Zijne volmaaktheden; de kleinste bloem is een meesterstuk Zijner handen, en leert u als in een open boek Gods grootheid kennen.
i) Ps. XVIII, 2.
â 155 â
Niet alleen luiten u, ook in n kimt gij overal Jesus vinden, want in Hem leven wij, en hetvegen wij ons en gijn wij 1). Hij verlicht uwen geest, beweegt uwen wil, klopt aan de deur mos harten,2) en vraagt u zoo dringend Hem uw hart te schenken ; Mijn kind, geef Mij uw hart. 3) Hjj waakt over uw loven, en beveelt aan de natuur om u het noodige te verschaffen.
Niet ver van u hebt gij Hem te zookeu. Keer in uzelven, let op Zijne tegenwoordigheid , want op velerlei wijze is Hij u nabij; nu eens door een levendig licht, dat uw hart doortintelt en tot het goede opwekt, dan weer door stille vermaningen, soms door liefdevolle verwijten over uwe lauwheid in Zijnen dienst.
Wees bedacht die verschillende werkingen der genade niet door lichtzinnigheid of afkee;1 te beletten; leg u op oefeningen toe, die u hot best tot God kunnen brengen en volbreng ze in den geest van ware godsdienstigheid.
Doe uwe dagelijksche bezigheden zooals God van u verwacht; doe ze bedaard en geduldig, en nooit met overhaasting; want overhaasting schaadt den inwendigen geest zelfs iu heilige zaken.
Wees vooral bezorgd, om nimmer, noch
!) Act XVII, 28. 2) Apoc. III. 20. 3) Prov, XX11I, 26.
â 15G â
in vrjugde nocli in droeflieid, aan don drift uws harten aanstonds toe to geven. Eene ziel, die zich gemakkelijk uitstort voor de schepselen, verliest de vereeniging met God en berooft zich zelve van de kostbaarste genade.
Laat God alleen weten wat u leed of droefheid veroorzaakt; Hij is uw Vaderen uw Vriend, in wiens hart gij met volkomen vertrouwen uw verdriet en voldoening kunt nederleggen.
Door dien vertrou wel ijken omgang met God, zult gij vooruit gaan in die heilige vereeniging, welke voor eene godvruchtige ziel het zoetst genot des levens is , eu waarin Maria tijdens haar aardsche leven het hoogste geluk gevonden heeft.
HOOFDSTUK XXXIII.
OVEK DE PLICHTEN VAN STAAT.
God vraagt zelden, dat wij Hem onze liefde zullen toonen door buitengewone en schitterende daden, lieer moet die liefde zich openbaren in standvastige getrouwheid bij het vervullen van zelfs de kleinste plichten , welke onze staat ons oplegt.
Door die getrouwheid in de dagelijksohe plichten heeft Maria zich verdiensten ver-
â 157 â
worven, welke Laar boven do Engelon hebben verheven.
Dertig jaren bleef zij met Jesus in Nazareth verborgen en al dien tijd was haar eenige zorg: haar Goddelijk kind op te voeden, het vertrouwen van haren Bruidegom te winnen, en haar huisgezin met wijsheid te bestieren.
Men moet de heiligheid of volmaaktheid niet op de eerste plaats zoeken in oefeningen , waartoe men niet verplicht is, maar in het vervullen der gewone dagelijksche plichten.
De hoogste volmaaktheid is den levensstaat, waarin men geplaatst is, lief te hebben en al de plichten er van getrouw te vervullen; want die staat is de wil van Gods Voorzienigheid. Een handwerkman, die in het zweet des aanschijns den kost verdient, â een huisvader, die bij eene eenvoudige levenswijze tevreden en zorgzaam voor zijn gezin is, bewerken niet minder hunne zaligheid dan zij, die de hoogste posten bekleeden , en de heiligste bediening uitoefenen. Zij bewerken haar zelfs dikwijls met minder gevaar.
Do boste staat voor u is niet, die u het volmaaktste toeschijnt, maar die u door God is aangewezen. Zou het geen dwaasheid zijn , op eigen manier heilig te willen worden, en niet op de wijze die God wil?
â 158 â
Men doet zijne bezigheden goed en volmaakt , als men ze doet omdat God liet wil, en sooals God het wil; want.de verdienste hangt minder af van den aard der werken, dan vau den goeden geest, waarin wij onze werken verrichten en van de overeenstemming van onzen wil met den wil van God.
Vordert God slechts geringe werken van u, en begeert gij grootere, dan is er groot gevaar, dat gij noch de eenen noch de anderen goed doet. Martha, Martha, sprak de Zaligmaker, gij zijt bekommerd en bezorgd voor reel '), maar gij bedriegt u met meer te willen doen dan Ik u vraag.
Doe alles, wat God vraagt, naar best vermogen en met evenveel ijver, alsof het iets groots ware.
Deed de sterke vrouw, die door den Heiligen Geest zoo loffelijk wordt geprezen, buitengewone dingen? Zij deed eenvoudig wat in die tijden het gewone werk der vrouwen was.
Wie zal, zegt de H. Geest, eene sterke vrouw vinden? Hare waarde is van verre, van de uiterste grenzen. Het hart haars echtgenoots vertrouwt op haar. Zij doet hem goed en geen kwaad al de dagen zijns levens. Zij zoekt naar wol en
') Luc. X, 41.
â 159 â
vlas, en arbeidt met het beleid vau hare handen. Als het nog nacht is, staat zij op, en zij geeft haren huisgenooten wat zij verworven heeft, en aan hare dienstmaagden voedsel. Zij gordt hare lendenen met kracht en maakt haren arm sterk. Zij smaakt en ziet, dat hare handel goed is; hare lamp wordt des nachts niet nit-gebluscht. Hare vingers vatten het spinnewiel. Zij opent hare hand voor den behoeftige en strekt hare palmen naar den arme uit. Zij heeft geen vrees voor haar huis wegens de koude der sneeuw, want al hare huisgenooten hebben dubbele kleederen. Zij maakt en verkoopt lijnwaad en levert den Kanaaniet gordels. Haren mond opent zij voor de wijsheid, en de wet der goedentierenheid is op hare toug. Zij geeft acht op de gangen van haar huisgezin, en eet haar brood niet in ledigheid. Hare kinderen verheffen zich en roemen haar overgelukkig; haar man staat op en prijst haar ').
Z'iet gij, dat hier geen buitengewone werken worden vermeld ? De sterke vrouw volbrengt alleen hare huiselijke plichten, en zoo ook verlangt God van u niets anders dan dat gij u eenvoudig bij uwe plichten houdt.
Naar de kerk gaau, bidden, zieken be-
') Prov. XXXI, 10â28.
â 1G0 â
zooken zijn uitmuntendo werken. Maar als gij ze doet, terwijl de plichten van uwen staat iets anders van u vorderen, volbrengt gij den wil des Heeren niet.
Men moet veel en dikwijls en volgens Gods woord altijd hidden, en niet ophouden '); maar als gij om te bidden uwe dagelijksche plichten nalaat, kan uw gebed niet aangenaam zijn aan God. Uw plicht vervullen is uw voornaamste gebed.
Hoe vele werken gaan voor den Hemel verloren, omdat zij uit eigen wil en niet uit Gods wil voortkomen. Maar welke schatten van verdiensten worden er verworven, wanneer in de werken van een gewoon en dagelijksch leven, alles hot zegel draagt van den wil des Heeren!
Menigeen , die voor het oog der menschen weinig verdienste vergadert, zal in den Hemel hoog verheven worden , wijl hij zijne plichten met stipte trouw vervuld heeft; want op den dag des oordeels zal de Heer niet zeggen: wijl gij groote dingen gedaan hebt, maar: wijl 'jij in het kleine getrouw zijt geweest, zal Ik u over veel stellen; ga binnen in de vreugde uws Heeren.1)
') Luc. XVIII. 4. Mat. XXV, 21.
â 161 â
HOOFDSTUK XXXIV.
OVEE HET OELUK VAN EEN GODVRUCHTIG HUISGEZIN.
Het heilig Huisgezin van Jesus, Maria en Joseph te Nazareth was wel waardig de blikken des Hemels tot zich te trekken; want de deugd werd er volkomen beoefend, vrede en eenheid heerscliten er, en de wanorde der hartstochten was er geheel uit verbannen.
Jesus nam toe in wijsheid, in jaren en in behayelijkheid hij God en de menschen, ') Maria hield hare oogen op Hem gevestigd als op haar voorbeeld; Joseph leerde van Moeder en Kind de heiligste deugden beoefenen.
Alles geschiedde om God en leidde tot God. De tegenwoordigheid van Jesus alleen vervulde hunne harten met zalige vreugde , de wijsheid Zijner gesprekken stortte hoogere liefde in hen uit; Zijne gehoorzame onderdanigheid vervoerde hen tot bewondering en stemde tot heiligen ootmoed.
Jesus, God van heiligheid, in geest en waarheid werdt Gij er aangebeden, en
') Luc. II, 52.
11
â 162 â
aangenaam en zoet was U de lof, die U door lien werd toegebracht!
Men kan zich de Heilige Familie niet voorstellen zonder haar geluk te benijden. Hoe zou het te wenschen wezen, dat elk Christelijk huisgezin zich naar dat uitmuntend voorbeeld richtte.
Heersehte in ieder huisgezin de liefde Gods , gelijk zij heersehte ouder het nederige dak van Maria en J oseph, dan zou men ook orde, vrede en eensgezindheid zien heerschen. Man en vrouw zouden het geluk smaken van eene heilige en schuldelooze echtvereeniging, de kinderen zouden in de vrees des Heeren worden opgevoed, de dienstboden door voorbeelden van deugd en godsdienstigheid in den goeden geest versterkt worden.
De noodlottige gevolgen van jaloerschheid en onmin zou men niet kennen; men .zou elkander niet door kwaadwilligheid ergeren.
Hoe is het leven van een godvruchtig huisgezin ?
De voorspoed strekt er niet tot verkwisting , tegenspoed wekt er geen ontevredenheid ; want in armoede en behoeftigheid, zoowel als in rijkdom en overvloed wordt God er gezegend en gedankt.
Eene wijze spaarzaamheid is er de rijkste bron van welvaart; de gierigheid blijft er even vreemd als overdaad.
â 163 â
De man is het hoofd des gezins en stelt zich voor allen verantwoordelijk. Hij moet zijn gezag handhaven zonder heerschzucht, zonder trotschheid, en de vrouw moet in eensgezindheid met den man zorgzaam waken over de gangen van het huisgezin; dan zullen beiden den troost genieten van hunne kinderen te zien opgroeien in eer en deugd, en bekwaam om zelve ook op lateren leeftijd den weg der deugd te bewandelen.
Welk goed zal daaruit niet voortspruiten voor de geheele maatschappij? Welke beminnelijke eenvoud van zeden? Welke oprechtheid, onschuld, eenheid, liefde, onderlinge stichting en wonderbare vruchten van heiligheid?
Om het huisgezin heilig in te richten moeten man en vrouw elkander oprechte liefde toedragen. Zonder die liefde wordt het huisgezin volslagen wanorde en name-looze ellende.
De man moet, als Joseph, door zijnen arbeid in het onderhoud der zijnen voorzien ; hij moet zorg dragen voor vrouw en kinderen , hen besturen met een waardig en liefdevol gezag, hunne zwakheden met medelijdende ] liefde te hulp komen, en zich zeiven 'voor het gezin weten op te offeren.
Do vrouw moet, als Maria, haren man teeder beminnen en hem onderdanig zijn,
â 164 â
gelijk Gods wet voorschrijft. Zij moet haar huis en kinderen verzorgen, en door dien arbeid evenzeer in het onderhoud behulpzaam zijn. Als vrouw en moeder moet zij zich door zachtmoedigheid weten te maken tot hetgeen zij wezen moet, namelijk het middelpunt, het hart des huisgezins, dat allen bemint en door allen bemind wordt.
De man moet gewoon zijn den tijd, die hem van den arbeid overschiet, niet bij vrienden buitenshuis door te brengen, maar binnen de gewijde muren van den huiselijken kring. Hij moet belang stellen in vrouw en kinderen , en die belangstelling door daden toonen.
De vrouw moet door voorkomende liefde den man het verblijf in huis aangenaam maken, zich stipt aan orde en tijd houden en deelnemend de zorgen des mans, zooveel zij kan, verlichten.
En mocht soms een ernstig woord van berisping of vermaning tusschen echtge-nooten noodig zijn, of eenig misnoegen zijn ontstaan, laat dan de geest van liefde spreken, die geen verwijten zoekt, maar alleen verbetering bedoelt. Doch nimmer mag dit geschieden in het bijzijn der kinderen, opdat hunne onbeperkte liefde en eerbied voor het ouderlijk gezag geen letsel bekome.
Als zoo het huisgezin is ingericht, zal men zijne dagen in vrede doorbrengen;
- 165 â
en zich den zegen van God, die de grondvest van het' huisgezin moet wezen, volkomen waardig maken.
HOOFDSTUK XXXV.
over de liefde der kinderen tot hunne ouders.
Het heilig Huisgezin van Nazareth is een toonbeeld voor allen. Maria en Joseph vervulden op volmaakte wijze hunne plichten als ouders, en het Kind Jesus was hvn onderdanig ')â¢
Welke liefelijke tafereelen komen op in onzen geest, als wij overwegen, hoe Jesus aan den schoot Zijner moeder, of in den winkel van Zijn voedstervader deel nam in hunne bezigheden, en zooveel 'Hij kon hunne zorgen verlichtte.
De geringste werken liet Hij zich welgevallen en Hij vond er genoegen in hun overal een behulpzame hand te bieden.
Maria. Groote verplichtingen zijn door God aan de ouders opgelegd; maar ook op de kinderen rusten zware plichten.
Eer uwen vader en uwe moeder, opdat
') Luc. II, 51.
â 166 â
yij lang mooijt leven op aarde. ') Zoo klonk het op den berg Sinai uit den mond van God; en opdat niemand die wet -vergeten zou, griftte Hij ze in steenen tafelen.
Mijn kind, wie gij ook zijn moogt, eer uwe ouders al de dagen uws leyens met hartelijkheid en liefde; want zij bokleeden bij u do plaats van God. Die den Heer vreest, eert zijne ouders, en dient als zijne meesters degenen, die hem hetleven schonken 2).
Uwe liefde moet hun eerbied betoonen overal en altijd en in iedere omstandigheid des levens.
Vergeet nimmer wat uw vader voor u gedaan en uwe moeder voor u geleden heeft. Na God is er niemand die meer recht op uwe dankbaarheid heeft dan zij.
Weet gij niet wat gij uwen ouders zijt verschuldigd ? Ondervraagt de dieren des velds en zij leeren het u; de vogelen des hemels en zij toonen het u aan, de visschen der zee zullen er u van verhalen 3). En die plicht van dankbaren eerbied blijft u opgelegd, zoolang uwe ouders leven en zelfs nog na hunnen dood.
Li we liefde moet hun gehoorzaamheid bewijzen : Bewaar^ mijn zoon, zegt de Heilige Geest, de geboden uws vaders en verlaat de wet uwer moeder niet. Leg ze immer in uw hart, en bind' ze om uwen hals.'Als gij gaat,
1) Exod. XX. 12. 2) Eccli III, 8. 3) Job. XII, 7, 8.
â 167 â
laten zij u vergezellen, als gij slaapt n he-sc.hntlen, en spreeht er mede hij uw ontwaken. Want dat gebod is een fakkel, en die wet een licht, en hunne tucht de weg des levens. ').
Uwe liefde moet han de zorgen vergoeden, welke zij aan u besteden. Als de jeugdige Tobias moet gij zijn : het licht hunner pogen , de staf huns ouderdoms, de troost van hun leven, de hoop hunner toekomst2).
Uwe liefde moet hen ondersteunen, dan vooral, als zij door ouderdom niet meer in staat zijn voor zich zeiven te zorgen. De plicht der naastenliefde moet allereerst bewezen worden aan die het naast aan het hart liggen.
Toen gij hulpeloos waart en alle zorgen noodig hadt, was het uwen ouders niet te veel dag en nacht over u te waken, en voor u te werken. Als nu de ouderdom hun lichaam sloopt, en hunne krachten in de zorgen voor u verteerd zijn, is het uw heilige plicht voor heu te doen, wat zij eenmaal voor u gedaan hebben.
De ouderdom kan wel is waar vele en lastige gebreken met zich brongen. De zorg voor een ouden vader of hoogbejaarde moeder kan zwaar en moeielijk vallen. Maar was uwe kindsheid ook niet lastig en vol gebreken? Waren de nachtwaken aan uwe wieg ook niet zwaar en moeielijk?
i) Prov. VI, 20â23. 2) Tob, X, 4.
â 164 â
gelijk Gods wet voorschrijft. Zij moet haar huis en kinderen verzorgen, en door dien arbeid evenzeer in het onderhoud behulpzaam zijn. Als vrouw en moeder moet zy zich door zachtmoedigheid weten te maken tot hetgeen zij wezen moet, namelijk het middelpunt, het hart des huisgezins, dat allen bemint en door allen bemind wordt.
De man moet gewoon zijn den tijd, die hem van den arbeid overschiet, niet bij vrienden buitenshuis door te brengen, maar binnen de gewijde muren van den huiselijken kring. Hij moet belang stellen in vrouw en kinderen , en die belangstelling door daden toonen.
De vrouw moet door voorkomende liefde den man het verblijf in huis aangenaam maken, zich stipt aan orde en tijd houden en deelnemend de zorgen des mans, zooveel zij kan, verlichten.
En mocht soms een ernstig woord van berisping of vermaning tusschen echtge-nooten noodig zijn, of eenig misnoegen zijn ontstaan , laat dan de geest van liefde spreken, die geen verwijten zoekt, maar alleen verbetering bedoelt. Doch nimmer mag dit geschieden in het bijzijn der kinderen, opdat hunne onbeperkte liefde en eerbied voor het ouderlijk gezag geen letsel bekome.
Als zoo het huisgezin is ingericht, zal men zijne dagen in vrede doorbrengen;
- 165 â
en zich den zegen van God, die de grondvest van hetquot; huisgezin moet wezen, volkomen waardig maken.
HOOFDSTUK XXXV.
over de liefde der kinderen tot hunne ouders.
Het heilig Huisgezin van Nazareth is een toonbeeld voor allen. Maria en Joseph vervulden op volmaakte wijze hunne plichten als ouders, en hei: Kind Jesus was hun onderdanig ')â¢
Welke liefelijke tafereelen komen op in onzen geest, als wij overwegen, hoeJesus aan den schoot Zijner moeder, of in den winkel van Zijn voedstervader deel nam in hunne bezigheden, en zooveel 'Hij kon hunne zorgen verlichtte.
De geringste werken liet Hij zich welgevallen en Hij vond er genoegen in hun overal een behulpzame hand te bieden.
Maria. Groote verplichtingen zijn door God aan de ouders opgelegd; maar ook op de kinderen rusten zware plichten.
Eer uwen vader en uwe moeder, opdat
') Luc. II, 51.
â 166 â
(jij lany mooyt leven op aarde. ') Zoo klonk het op den berg Sinai uit den mond van God; en opdat niemand die wet vergeten zou, griftte Hij ze in steenen tafelen.
Miju kind, wie gij ook zijn moogt, eer uwe ouders al de dagen uws levens met hartelijkheid eu liefde; want zij bekleeden bij u de plaats van Grod. Die den Heer vreest, eert zijne ouders, en dient als zijne meesters degenen, die hem het levenschonken 2).
Uwe liefde moet hun eerbied betoonen overal en altijd en in iedere omstandigheid des levens.
Vergeet nimmer wat uw vader voor u gedaan eu uwe moeder voor u geleden heeft. Na God is er niemand die meer recht op uwe dankbaarheid heeft dan zij.
quot;Weet gij niet wat gij uwen ouders zijt verschuldigd? Ondervraagt de dieren des velds en zij leeren het u; de vogelen des hemels en zij toonen het u aan, de visschen der zee zullen er u van verhalen 3). Eu die plicht van dankbaren eerbied blijft u opgelegd, zoolang uwe ouders loven en zelfs nog na hunnen dood.
Dwe liefde moet hun gehoorzaamheid bewijzen: Bewaar, mijn zoon, zegt de Heilige Geest, de gehoden uws vaders en verlaat de wet uwer moeder niet. Leg ze immer in uw hart, en hind ze om uwen hals.'Als gij gaat,
i) Exod. XX, 12. 2) Eecli III, 8. 3) Job. XII, 7, 8.
â 167 â
laten sij u vergezellen, als gij slaapt u beschutten, en spreekt er mede hij uw ontwaken. Want dat gebod is een fakkel, en die wet een licht, en hunne tucht de weg des levens. ').
Uwe liefde moet hun de zorgen vergoeden, welke zij aan u besteden. Als de jeugdige Tobias moet gij zijn : het licht hunner oog en , de staf huns ouderdoms, de troost van hun leven, de hoop hunner toekomst2).
Uwe liefde moet hen ondersteunen, dan vooral, als zij door ouderdom niet meer in staat zijn voor zich zeiven te zorgen. De plicht der naastenliefde moet allereerst bewezen worden aan die hot naast aan hot hart liggen.
Toen gij hulpeloos waart en alle zorgen noodig hadt, was het uwen ouders niet te veel dag en nacht over u te waken, en voor ii te werken. Als nu de ouderdom hun lichaam sloopt, en hunne krachten in de zorgen voor u verteerd zijn, is het uw heilige plicht voor hen te doen, wat zij eenmaal voor u gedaan hebben.
De ouderdom kan wel is waar vele en lastige gebreken met zich brengen. De zorg voor een ouden vader of hoogbejaarde moeder kan zwaar en moeielijk vallen. Maar was uwe kindsheid ook niet lastig en vol gebroken? Waren de nachtwaken aan uwe wieg ook niet zwaar en moeielijk?
i) Pi'ov. VI, 20â23. 2) Tob. X, 4.
â 168 â
Nimmer derhalve mag- uwe liefde ver-fiauwen; want die zijnen vader verlaat, bereidt zich een kumden naam, en die zijne moeder verbittert, is van den Heer gevloekt ').
Schaam u nooit over uwe ouders, hoe ongelukkig zij ook zijn, en bedroef hen nimmer. Die zijnen vader bedroeft en zijne moeder verjaagt is schandelijk en ongelukkig 1). Het oog, dat zijnen vader bespot en zijne moeder versmaadt, zullen de raven uitpikken en jonge arenden verslinden 3).
Hoe vele ouders beleven verdriet van hunne kinderen en betreuren den dag, waarop zij hun het leven geschonken hebben.
Herinner u uit de gewijde geschiedenis , hoe vreeselijk God de wederspannige kinderen weet te straffen.
Kaïn, de eerste ongehoorzame zoon, werd door God gevloekt, Ophni en Phineës door een plotselingen dood getroffen, Absolom kwam ellendig om het leven, en in het Oud Verbond had God de wet gesteld, dat een wederspannig kind door het volk gest.eenigd moest worden'*); want gevloekt, zegt God, is die zijnen vader en moeder niet eert, en geheel het volk zal Amen, het zij zoo, zeggen 5)
Aan de vervulling van het vierde gebod heeft God Zijnen vaderlijken aegen in
1
quot;) Deut. XXI, 18, 21. 5) Deut, XXVII, 16.
â 169 -
het tijdelijke- verbonden: opdat (jij luny moogt leven op aarde.
Aan geen enkel ander gebod der tien geboden heeft God zulk eene bepaalde belooning toegevoegd. Wel een bewijs, hoe nadrukkelijk God verlangt, dat kinderen hunne ouders zullen eeren.
Wilt gij Gods zegen op u doen rusten , wilt gij u den zegen uwer ouders waardig maken, eer hen dan uit geheel uw hart.
Heil het kind, dat zich zijne ouders niet schaamt, maar hen altoos eert en bemint en hunnen ouderdom tot troost en steun verstrekt. In hem zullen de heerlijke beloften der H. Schrift vervuld worden;
Die zijnen vader eert, zal vreugde beleven aan zijne kinderen, en verhoord worden ten dage dat hij bidt; die zijnen vader eert zal lang leven. Eer uwen vader door daad en woord en in alle zachtzinnigheid, opdat van hein cle zegen op u kome en zijn zegen ten einde toe op u blijve.
De zegen des vaders maakt het huis der kinderen sterk; doch de vloek der moeder rukt de grondslagen er onder uit.
Roem niet op uws vader oneer, openbaar zijne gebreken niet; immers zijne schande strekt u niet tot eer; want 's men-schen glorie is de eerwaardigheid zijns vaders; maar een vader zonder eer is de schande des kinds.
â170 -
Mijn kind, draag zorg voor uweu vader in den ouderdom, en bedroef hem niet in zijn leven; wanneer zelfs het verstand hem begeeft, wees inschikkelijk en veracht hem niet, gij die krachtig zijt; want de weldaad, die gij uwen vader bewijst, zal niet vergeten worden ').
HOOFDSTUK XXXVI.
OVER DE KRACHT DES GEBEDS.
Op de bruiloft van Kana, waar Maria met Jesus eu Zijne leerlingen zich be-voud, ontbrak de wijn. Door do verlegenheid der jonggehuwden getroffen eu vol vertrouwen op de almacht vau haren Zoon zeide zij Hem: Zij hel/hen geen wijn ').
Deze woorden sprak zij uiet om Hem met de verlegenheid, waarin men zich bevond, bekend te maken: Maria wist., dat er voor Jesus niets verborgen kon zijn; maar hetgeen zij Hem zeide, drukte haar verzoek uit, dat Hij door Zijn goddelijke macht in den nood zou willen voorzien. Maria verzocht dat Jesus een wonder zou doen: zij mocht dit verzoeken, zoowel op grond van hetgeen zij gedu-
*) Eccli 111, 6â15. 2) joail, I|i 3,
â 171 â
rende de jaren van Zijn verborgen leven gezien en bijgewoond had, als op grond van de liefde, welke zij wist, dat Jesus haar. Zijne Moeder, toedroeg.
^God heeft Zijne genade beloofd aan allen, die er om bidden. Ofschoon al onze behoeften Hem volkomen bekend zijn en zelfs de begeerten van ons hart Hem niet zijn verborgen, wil Hij toch dat wij Hem met vertrouwen zullen vragen. Vraagt en u zul yeyeven worden ; die vraagt verkrijgt1).
Bidden is zijn hart voor God uitstorten, zijn angsten en droefheid, gevaren en begeerten in het liart van God met kinderlijk vertrouwen nederleggen en zijn nood en zwakheid klagen aan den besten der Vaders.
Bidden is de vlucht der ziel naar de bron des levens, het streven van het rusteloos hart naar zaligheid en vrede.
Bidden is dus uiet eene poging om don wil des Scheppers naar den wil des schepsels te buigen , of onze verlangens als aan God op te dringen; maar zich nederig en onderworpen ter beschikking stellen van alles wat God over ons besloten mag hebben.
Velen bidden met ijver en godsvrucht, zoo lang zij hoop hebben dat de begeerte huns harten zal worden vervuld; maar als de hemel zwijgt, als God niet spoedig
') Mat. VII 7, 8.
â 172 â
genoeg verhoort, dan staken zij hun bidden, en geven God de schuld dat hun vertrouwen vermindert en verloren gaat.
Maar als Jesus Zelf, die zonder zouden was, geheele nachten in aanhoudend gebed doorbracht, moeten dan niet veelmeer de zondaren volhardend blijven bidden?
Het leven der ziel is als het )even des lichaams. Wordt het lichaam van voedsel verstoken, dan begint het te kwijnen en is weldra uitgeput. Zoo ook de ziel. Als haar het bovennatuurlijke voedsel, dat is Gods genade, ontbreekt, dan wordt ook het leven in haar geheel uitgedoofd.
Waarom dan verzuimt gij zoo dikwijls en vergeet gij Gods genaden af te smeeken? Hij is altijd barmhartig om niemand af te wijzen, en rijk genoeg om aan allen te geven; Hij maakt u het bidden zoo gemakkelijk!
Hij vraagt u geen uitgezochte, schoone en lang overwogen gebeden, geen welsprekende taal; maar een eenvoudiy en aandachtig gebed. Met de mond, maar het hart moet bidden. Ook het gebed van Maria was kort en eenvoudiy: âzij hebben geen wijn.quot;
Eén enkel gebed: âJesus Meester, ontferm u onzer''''1) was genoeg voor Jesus, om aan tien melaatschen de gezondheid weer te geven.
1
Luc. XVII, 13.
â 173 â
Eén zucht des harten van de moeder van Samuel verwierf haar niet alleen het kind, waarom zij vroeg, maar in datzelfde kind een Profeet des Allerhoogsten, en Rechter van Israël. Anna sprak in haar hart ') en vond verhooring.
In Kana gaf Jesns aan Maria een antwoord , dat haar geen hoop op verhooring scheen te geven. Maar haar vertrouwen wankelde niet en zij verkreeg wat zij wenschte. Zoo ook moeten wij vol vertrouwen en met volharding blijven bidden. .
Overlast mishaagt den menschen en vermoeit hen; maar God wordt niet moede naar ous te luisteren.
Geeft Jesus ons in het H. Evangelie niet hiervan een treffende vergelijking? Zoo iemand uwer een vriend had, die te middernacht tot hem kwam en hem zeide: vriend, leen mij drie brooden, want een vriend van mij is van de reis tot mij gekomen , en ik heb niets om hem voor te zetten; en zoo deze van binnen aotwoordde : doe mij geen overlast aan, de deur is reeds gesloten en de kinderen en ik zijn reeds te bed, ik kan niet opstaan en ze u geven; â maar zoo de eerste bleef aanhouden met kloppen; â Ik zeg u, al zou hij ook niet opstaan en ze hem geven , omdat hij zijn vriend
i) I Reg. I, 13.
â' 174 â
is;â om ziju onbescheiden aanhouden zal hij opstaan en hem geven zooveel hij noodig heeft; â want ik zeg n , vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan.quot; ')
Maar al is ons gebed nog zoo vurig en aanhoudend, soms schijnt Jesus tot ons, evenals tot Maria, te zeggen: mijn uur is nocj niet gekomen. 2) Laat ons echter nooit don moed verliezen, maar in nederigheid den tijd van Gods erbarmen afwachten.
Die God een bepaalden tijd durft stellen om Zijne gunsten te verleenen, maakt zich die gunsten onwaardig. Men moet God â vragen niet hevelen; men moot God af wachten, niet dwingen.
Want al schijnt God ons somtijds niet te verhooren, nimmer toch blijven onze gebeden onvruchtbaar. Als wij bijvoorbeeld vragen, wat wij om onze zonden niet verdienen , of wat ons niet ter zaligheid zou strekken; of als ons gebed niet met nederigheid en onderwerping geschiedt, dan verhoort God ons niet; maar juist daardoor geeft Hij blijk van Zijne goedheid; Hij wil ons aldus tot boetvaardigheid brengen, het gevaar van onze zaligheid te verliezen afwenden en ons doon gevoelen, hoe zwak ons Tertrouwen is.
i) Luc. XI, 5â10. 2) Joan. II. 4.
â 175 â
David bail den Heer om het kind, hem uit Bethsabee geboren, te mogen behouden ; maar God ontnam het hem tot straf en boete voor zijne zonden.
Do H. Paulus smeekte God om bevrijd te worden van den prikkel des vleesches, maar werd niet verhoord ; hij ontving echter genade om te wederstaal! en groote verdiensten te verwerven.
Asa, de godvruchtige koning van Juda, vertrouwde in zijne ziekte uitsluitend op de bekwaamheid zijner geneesheeren, en had weinig vertrouwen op God ; de gezondheid werd hem niet teruggegeven.
Ook gij vraagt misschien reeds vele jaren laug van bekoringen of lichamelijke ongesteldheid bevrijd te worden; doch God be-vrijdt u er niet van. Misschien is het om uwe zonden; verootmoedig u dan en verdraag het lijden uit boetvaardigheid; âof wellicht is het lijden u heilzamer ter zaligheid dan genezing; wees dan geduldig: het lijden voert u naar den Hemel; â of misschien bidt gij met te weinig vertrouwen ; verbeter u dan en tracht in Gods beschikking te berusten als een sluimerend kind in de armen zijner moeder.
Een goed gebed verheerlijkt God; het stijgt als geurige wierook tot Hem omhoog, en wordt door de Engelen Gods ten Hemel gedragen. Toen gij met tranen beidt, sprak
â 176 â
de Eugel tot Tobias, bracht ik uw geheel tot den Heer. ')
Een goed gebed vertroost het hart, en vereenigt ons met Jesus, die bovenal een trooster der bedroefden is.
Een goed gebed verlicht. Het verdrijft de duisternis van den geest en geeft kalmte en wijsheid, om ons naar Gods beschikking te gedragen. Ieder woord is als een schild tegen de aanvallen des duivels, als een druppel balsem in een lijdend en kwijnend hart; als een gloeiende en weldadige vonk, die het hart verwarmt en gloed en leven wekt.
HOOFDSTUK XXXVII.
OVEIl DE VEEEBNIGING VAN DEUGD MET WELLEVENDHEID.
Evenals Jesus werd ook Maria door de liefde bewogen om aan de bruiloft van Kana deel te nemen.
Ongetwijfeld zou zij liever te Nazareth gebleven zijn, en de zoetheid der beschouwing hebben genoten; maar zij wilde de jonggehuwden, die haar hadden uitge-noodigd, niet door een weigering te leur stellen.
!) Tol), xa. 12.
â 177 â
De deugd is niet oiiYereenigbaar met welleTendheid. Integendeel zij wil, dat men die onderhoude, ja zelfs zij alleen doet ze heilig onderhouden.
Maar laat liet voorbeeld van Maria ons leeren op ivelke wijze deugd en wellevendheid moeten overeenkomen.
Maria was voorzichtig in hare woorden, zedig in hare blikken. De wijsheid van haar gedrag boezemde een ieder die betamelijkheid en ingetogenheid in, welke men bewaren moet te midden van zelfs de eerzaamste en onschuldigste genoegens; maar bovenal bij die vermaken, waarin gevaar gelegen kan zijn.
Men moet onderscheid maken tusschen de wetten der maatschappelijke samenleving en de wetten der ijdole eu dwaze wereld , tusschen deugdzame wellevendheid en vleiende, behaagzieke manieren. Deze laatsten worden door do deugd niet gekend dan om ze te bestrijden; de eersten onderhoudt zij zooveel zij kan, want zij hebben niets wat met Gods wet in strijd is.
Als men zich om de deugd geen enkel genoegen zou durven gunnen, zou men haar oneer aandoen, en het valsch vooroordeel wekken, alsof zij onbeschaafd, voor de samenleving ongeschikt, of minstens zonderling maakt. Ware godsvrucht' maakt niet onbeschaafd of zonderling. Zonder op te houden deugdzaam te wezen, mag men
12
â 178 â
zich volkomen naar de wetten der wellevendheid regelen ; â want de ware godsvrucht weet èn door het doel, dat zij zich voorstelt, en door de beweegreden, die haar doet handelen, de meest onverschillige daden te veredelen en te heiligen.
Evenwel moet men zich nimmer aan eenig vermaak geheel en al en met hartstocht overleveren, maar er zich slechts bescheiden toe leenen.
Gedraag u dus nooit afgetrokken of zonderling, maar zedig en voorzichtig. Een blij gelaat en opgewekt gemoed kan aan de deugd niet schaden; Zoolang er niets gesproken of gedaan wordt, wat niet geoorloofd is, kunt gij gerust aan gulle vreugd deelnemen; maar wees bedacht de reinheid uwer ziel niet te bevlekken.
Stel u bij uwe vermaken voor, alsof Jesus en Maria zich met u bevonden; hebt bij al uwe verstrooidheid, gelijk de Engel bij Tobias, de gedachte aan Gods tegenwoordigheid als een onzichtbare spijs voor het leven uwer ziel; richt uwe gedachten van tijd tot tijd naar den Hemel, en deuk aan het onuitsprekelijk genoegen der Heiligen, die zich in de eeuwige aanschouwing van Gods heerlijkheid verblijden.
Zoo zult gij u naar lichaam en ziel verkwikken, den naaste een goed voor-
â 179 â
beeld geven, en met de aardsche vermaken de geestelijke genoegen veree-nigen.
HOOFDSTUK XXXVIII.
over de ijdelheid van den lof der menschen.
De Dienaar. Ongetwijfeld, H Heilige Moeder, vervulde blijdschap uw bart, als aan Josus, in Zijn openbaar leven, eer bewezen werd; doch alleen om Hem , niet om uzelve.
Nooit zag men u uzelve verheffen, dat gij de Moeder waart van Hem , die dooiden luister Zijner wonderwerken en de verhevenheid Zijner leer, de bewondering der volken opwekte.
Hoe verschilt gij van de andere moeders, die zich gaarne in het openbaar over de verdiensten hunner kinderen verblijden en er de glorie van willen deelen!
Gij volgdet Jesus somtijds op Zijne Evangelische reizen, maar alleen om uwe ziel met Zijne wijsheid te voeden en te versterken, en niet om den roem in te oogsten, welken de menigte aan u om Jesus zou kunnen brengen.
Zoo veroordeelt gij het jagen naar den
â 180 â
roem dezor wereld, en de zucht om door de menschen geprezen te worden: â een vergif, dat zelfs onze goede werken, die wij om God verrichten, maar al te dikwijls bederft.
Maria. Mijn kind, voor dat kwaad vergif heb ik mij met Gods genade altijd bewaard.
Soli Deo gloria. God alleen komt glorie toe! Kan het schepsel zich op iets beroemen, wat het niet van (ïod ontvangen heeft?
Hoog had de Heer mij verheven door mij tot Moeder van den Messias uit te kiezen ; waarom zou ik nog de eer der wereld zoeken ?
L)ie God alleen zoekt, kent geen andere grootheid dan die van God. De eer der wereld, de hoogachting der menschen zijn in zijne oogen slechts ijdelheid en dwaasheid. IJdelheid de)' ijdelheden en alles is ijdelheid. ')
Ondervraag uw Geloof, mijn kind, ondervraag uw rede, en gij zult geen lof of eer van menschen meer begeeren; alleen do glorie, welke God Zijnen Heiligen bereidt, zal al uw verlangen uitmaken.
Maak u er niet verdrietig over, als men u vergeet en voor niets telt; maar wees verblijd. Geen zekerder weg naar den Hemel
') Eed. I, '2.
â 181 â
is er dan vernedering, in den geest van godsvrucht verdragen.
Laat aan da wereldlingen de ijdele titels en waardigheden over, waarop zij groot gaan, en bewaar voor uzelven eene duurzamer en zekerder glorie.
Vraag, als David, dikwijls aan God: wend mijne oogen af, opdat zij de ijdelheid niet zien. ')
Velen zijn verloren gegaan, omdat zij van de wereld hunnen afgod gemaakt hebben. Vermeerder het aantal der dwazen niet, die haar nog iederen dag wierook offeren.
Die de werelt dient en haren lof zoekt, wordt een slaaf der wereld. Angstig moet hij de lusten en luimen, de grillen en hartstochten der wereld opmerken en er zich naar voegen. In zijne woorden en handelingen, in zijn begeerten en genoegens is hij genoodzaakt aan de buitensporige eischen van eene bedorven wereld te voldoen. Hij zwijgt waar hij moest spreken, en spreekt, waar hij zwijgend moest blozen ; hij juicht toe wat zijn geweten afkeurt en spot met hetgeen zijne ziel hoogacht en eert. Wat hij gisteren met ingenomenheid deed, moet hij heden met minachting ver-
') Ps. CXVIII, 37.
â 182 â
waarloozen, en wat hij hier prijst, moet hij ginds laken.
Die de wereld dient, en door haar geprezen wil worden , is genoodzaakt te leven als een mensch zonder verstand en oordeel, zonder deugd, zonder geweten en overtuiging.
De Dienaar. Uw voorbeeld en heilzame lessen. Heilige Maagd, zal ik ter harte nemen. Geen andere glorie wil ik zoeken, dan die aau de navolging uwer deugden verbonden is.
Maar mijn hart is zwak en Iaat zich zoo gemakkelijk verleiden: ik roep dus uwen bijstand in. Verkrijg mij de noodige zielskracht om mij boven de eer der wereld en hare trouwelooze vleierijen te verheffen, en geen rust te zoekeu dan in God.
HOOFDSTUK XXXIX.
over de zachtmoedigheid.
De Dienaar. Heilige Maagd , die in zachtmoedigheid alle schepselen overtreft, uw gedrag tegenover de vijanden van Jesus, aan wie Hij Zijne hemelsche leer verkondigde, voor wie Hij de grootste wouderen deed, maar die Hem hardnekkig bleven
â 183 â
loochenen, leert mij, hoe ik de gebreken van anderen moet verdragen.
Gaven sommigen aan Jesus de eer die Hem toekwam, vau zoovele anderen had Hij de grootste tegenspraak te verduren.
Afgunst, laster, list en haat werden aangewend om vijanden tegen Hem op te wekken, Zijne leer te bespotten, Zijne wonderen aan den duivel toe te schrijven, en Hem zeiven in het hatelijkste daglicht te stellen.
Hoe dikwijls waart gij er getuige van! Maar op het voorbeeld van uwen Godde-lijken Zoon hac't gij altijd voor Zijne vijanden gedachten des vredes,') en met afschuw van de zonde , gevoeldet gij toch ware liefde voor den zondaar.
Welke bittere smart de beleediging van God u ook veroorzaakte, nimmer stortte uw gemoed zich uit in verwijtingen of klachten; integendeel meermalen riept gij voor hen de barmhartigheid van Jesus in.
Gij deed tegenover hen, wat gij reeds zoovele jaren ook tegenover mij gedaan hebt. Ofschoon de ougetrouwste en ondankbaarste uwer dienaren, blijft gij mij steeds uwe liefde en goedheid schenken, en verkrijgt voor mij altijd nieuwe gunsten.
Moeder van den God des vredes, verkrijg
') Jerem. XXIX : 11.
- 184 â
mij de genade. nimmer iemand door smadelijke woorden te bedroeven.
O Gij, wier naam en beeltenis don geest van zachtmoedigheid in de ziel opwekt, vraag voor mij die zachtmoedigheid, dien geest van vrede, die ons den glorievollen titel van kindoren Gods waardig maakt; opdat wij kinderen zijn van den Vader, die in den Hemel is, die Zijne Zon doet opgaan over (/oeden en lavaden: en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardig en. ')
Maria. Ik_ zal uwe voorspraak zijn, mijn kind; maar beantwoord van uwen kant ijverig aan de genade. Do genade neemt de moeielijkheid niet weg om uw heftig gemoed te bedwingen, maar helpt u om te overwinnen.
Dikwijls zal de naaste door zijn ongestadig humour, netelige eigenzinnigheid of zonderlinge manieren u tot last zijn; maar, zoo gij slechts getrouw zijt aan de genade, zal deze u uw afkeer en wrevel leeren overwinnen, om groote verdiensten te vergaderen.
Gelegenheid tot heldhaftige deugd kwam niet iederen dag bij de Heiligen voor; maar door dagelijks de gebreken van anderen mot geduld te verdragen en hun
') Mat. V, 45.
eigen wederspauuig gemoed te ouderdruk-ken, zijn zij tot de glorie gekomen.
Het leven vau den Christen is een leven van opoffering, en de naaste geeft door zijne gebreken bijna voortdurend gelegenheid de oö'ers te vermeerderen.
In vele zaken misdoen wij allen '), wij moeten dus middelen te baat nemen om onze zonden uit te wisschen. Den naaste in den geest van zachtmoedigheid te verdragen is een der krachtigste.
Ieder mensch, mijn kind, heeft zijne gebreken; on slechts hij die de minste heeft, is de volmaaktste.
Gij zult gebreken vindon in uwe broeders, en uwe broeders in u. Verbeeld u toch niet van gebreken vrij te zijn; want daardoor zoudt gij toonen de grootste van allen te hebben. Uwe broeders verdragen u, zooals gij zijt; verdraag gij dan hen, zooals zij zijn.
Met hetzelfde geduld, waarmeê gij uwe eigene u bekeude gebreken verdraagt, moet gij ook die der naasten verdragen, want hoevele uwer gebreken blijven nog voor u zeiven verborgen, terwijl zij tooi-anderen zonneklaar blijken en hinderlijk zijn. Zelfkennis is uiterst moeielijk.
Zoo lang reeds doet gij wellicht moeite om u van ééne fout te verbeteren; maar
') Jacob IH : 2.
â- 186 â
weinig heeft het gebaat. Hoe zult gij dan spoediger anderen naar uw believen verbeterd willen zien ? Klagen over den last, dien anderen u aandoen, zal u, evenmin als den naasten, beter maken.
De wereldling kent de edele schoonheid der zachtmoedigheid niet; hij noemt het lafhartigheid, om onrecht en belee-diging zwijgend te verdragen; hij roemt er op, nooit voor iemand te wijken en zich nooit ongestraft te laten beleedigen.
Maar zie eens, hoe diezelfde wereldling als verteerd wordt door ontevredenheid, ongeduld en gramschap. Meer dan aan anderen is hij zichzelven tot last, en maakt zich bij God en de menschen onver-dragelijk.
Maar die met al de kracht van den wil er zich op toelegt om Jesus meer te beminnen, te dienen en te behagen, en zijn gemoed tracht te beheerschen, zal langzamerhand geduldig, zachtmoedig, welwillend en goedaardig worden , naarmate hij zich inniger met Jesus vereenigt. liet zal hem gaan als wrange, zure vruchten, die zoet worden, naarmate zij rijper worden.
Bid veel, mijn kind, om den geest van zachtmoedigheid te verwerven; maar voeg vooral bij die gebeden het vast besluit om u in die deugd te oefenen, door uzelven te bedwingen en niet tegen een offer
- 187 â
uwer eigenliefde ter liefde vau God eu den naaste op te zien.
Wees eenvoudig van hart, geduldig bij beleedigingen, nederig bij lofbetuiging, gelaten in tegenspoed, naarstig bij [het werk, tevreden in ziekte, vurig in het gebed, en verheugd in het lijden; dan zult gij de vermaning van uwen Godde-lijken Zaligmaker ten allen tijde waardig opvolgen: Leer van mij, dat ik zachtmoedig en nederig van harte hen 1).
HOOFDSTUK XL.
OVEIt ÃE KENTEEKEXEN DEK WAKE HEILIGHEID.
Jesus was omringd van een groote menigte, aan wie Hij de leer des Evangelies verkondigde, toen eene vrouw hare stem verhief en uitriep: Zalig de schoot, die U gedragen heeft, en de horsten, die U gevoed hebben. Ja waarlijk, hernam Jesus , salig, die het woord Gods hooren en het bewaren 'j.
Jesus bedoelde daarmede, dat de hoogste volmaaktheid van Maria niet was hare waardigheid van Moeder Gods; maar
') Mat. XI, 29. -) Luc. XI, 27, 28.
â 188
hare standvastige getrouwheid in al de plichten van den Godsdienst.
Hare verdienste bestond niet in het voorrecht van het goddelijk Moederschap, dat zij onverdiend geheel en alleen van God ontvangen had; maar in'hare deugd en heiligheid, die zij zich met Gods genade had verworven.
Met wat God doet voor ons, maar wat wij doen voor God, verdient belooning.
De goede knecht, van wien het H. Evangelie spreekt 1), kreeg geen belooning, omdat hij vijf talenten had ontvangen, maar omdat hij er vijf andere mede verdiend had.
Met recht gaat gij groot op üwe waardigheid van kind van God, welke gij bij het doopsel ontvangen hebt. Maar bedenk, dat die waardigheid u geen plaats^ onder de Heiligen zal geven, als gij ze niet met een heilig leven bebt vereenigd.
Vele Heiligen hebben vervoeringen en verrukkingen der Goddelijke liefde gehad; maar daarom alleen is hun lot nog niet te benijden. Doch zij zijn ook trouw en standvastig geweest in den dienst van God, en dat moet gij trachten na' te volgen.
Een heilige roeping zal u niet baten,
') Matth. XXV,
â 189 â
als gij niet nauwgezet de plichten er van vervuld zult iebben.
Ook Judas, de verrader, had eene verheven roeping, en is toch verloren gegaan. De H. Joannes de Dooper daarentegen werd niet tot Apostel verkoren, maar bleef in nederige dienstbaarheid bij den Jordaan, waar God hem wilde; en de hoogste lof is hem door Jesus zei ven gegeven : Onder de yehorenen van vrouwen is er geen grooter opgestaan dan Joannes de Dooper ').
In de oogen der menschen moge men zonder heiligheid des levens eerbiedwaardig schijnen; in de oogen van God ismen niets dan voor zoover men heilig is.
En men is niet heilig dan voor zoover men heilige werken beoefent. Deze zijn voor ons evenals voor Jlaria de grondslag onzer glorie.
Begrijp dus wel, dat God uwe zaligheid niet aan buitengewone gaven van natuur of genade heeft verbonden; maar dat Hij u uwe zaligheid als in eigen handen heeft gegeven, en dus uwe zaligheid van u zeiven afhangt.
Buitengewone gaven zijn middelen om tot hoogere volmaaktheid te komen; en aan wien veel gegeven is, van dien zal in het oordeel veel teruggevorderd worden.
') Mat. XI, II.
â 190 â
De teekenen, waaraan gij zien kunt, of gij op den weg dor volmaaktheid vooruitgaat, zijn inwendig en uitwendig.
Inwendig: als gij in n de begeerte voelt vermeerderen om heiliger te worden; als gij dagelijks uwe neigingen, eigenliefde, lastig karakter, en zinnelijkheid tracht te bestrijden, om God volmaakter te kunnen dienen. Als gij de godsdienstige oefeningen gaarne bijwoont, en u gelukkig acht iets voor God te kunnen opofferen; als gij u niet onstelt over de dagelijksehe onvolmaaktheden, maar er u over vernedert; als gij een hard woord van berisping geduldig weet aan te nemen, en in plaats van den moed te verliezen, kalm en werkzaam uw leven voortzet.
Uitwendig zullen uwe vorderingen blijken, als gij minder klaagt over kleine onaangenaamheden; als gij minzaam, vriendelijk, voorkomend zijt en gaarne iets voor den naaste over hebt; als gij tevreden zijt met uwen staat en er prijs op stelt uwe plichten goed te vervullen. Eene heilige vreugd en tevredenheid in den dienst van God is een bewijs van oprechte deugd en heiligheid, en van Gods genade, die de ziel tot een tempel maakt van den Heiligen Geest.
Heer wie zal wonen in uwe teut, of wie zal rusten op uwen heiligen berg ? Die vlekkeloos wandelt en doet wat recht is. Die
â 191 â
waarheid spreekt in ziju hart en geen valschheid pleegt met zijne toug. Die zijnen naaste geen leed doet, en tegen zijn evennaaste geen smadelijke taal voert. In wiens oogen de booswicht nietswaardig is, maar die vereert wie den Heer vreezen. Die zijnen naaste zweert en hem niet bedriegt; die zijn geld niet leent op woeker, en geen geschenken tegen eenen onschuldigen aanneemt. Die dit doet zal niet wankelen in eeuwigheid ').
HOOFDSTUK XLI.
over de vereeniging tan ons lijden met het lijden van jesus.
Maria. Jesus beklimt Calvarië. Kom, mijn kind, Hij noodigt u uit om met Hem op te gaan. Wees standvastig in uwe liefde, en blijf uwen Zaligmaker in Zijn lijden nabij. Die Jesus waarlijk lief heeft, mag Hem in Zijne smarten niet verlaten.
Gij kunt Hem hoegenaamd geen hulp bieden; maar gij kunt deelnemen in Zijn lijden door uwe tranen met Zijn Bloed te mengen, en Hem vertroosting geven door
') Ps. XIY.
â 192 â
u bereid te tooneii allen tegenspoed, dien het Hem behagen zal u over te zenden, geduldig en lijdzaam te verdragen.
De Dieuaae. Maar, Heilige Moeder, kan men dan aan Jesus alleen liefde bewijzen door het lijden? Kan men het niet doen in kalmte en vrede?
Maria. Mijn kind, in kalmte en vrede is het zeer gemakkelijk liefde te betooneu, maar de grootheid en uitgestrektheid der liefde kan slechts beoordeeld worden bij strijd en lijden. Jesus heeft gezegd: Die niet zijn kruis draagt en Mij volyt, kan Mijn leerling niet zijn. ')
De mensch werd niet geschapen om te lijden, maar om gelukkig te zijn. Doch om zijnen opstand tegen God is de aarde gevloekt, en moet de mensch in het zweet zijn aanschijns zijn hrood eten. 2) Tot straf der zonde is hij slechts een balling op aarde, en van do wieg tot het graf aan lijden onderhevig. Schik al uwe zaken naar uwen wil, gij zult ondervinden, dat er overal en altijd, hetzij met of tegen uw wil, iets te lijden valt; overal zult ge een kruis vinden: het staat altijd voor u, en wacht u overal. Keer u naar boven.
') Luc. XIV, 27. 2) Gen. UI, 19.
â 193 â
naar beneden, naar biuuen, naar buiten , overal zult gij het ontmoeten.
Maar Jesus heeft door Zijn voorbeeld hot kruis geheiligd.
Vau hot kruis van Jesus vloeien stroo-inen van genaden over allen neder, en die het meeste het kruis van Jesus heeft liefgehad , die zich meer dan anderen mot Jesus in het lijden heeft vereenigd, ontvangt hoogere gaven van Zijne liefde, en vergadert de rijkste schatten van verdiensten.
Die dagen derhalve, waarop gij gelegenheid hebt moer voor Jesus te lijden, moet gij onder de gelukkigste uws levens rekenen.
Vele Christenen beweren Jesus uit geheel hun hart liof to hebben, maar zij missen den moed om slechts één uur met Hem in den hof van Zijnen doodsangst te waken. Met Petrus betuigen zij Hem overal tot zelfs in don dood te zullen volgen; maaide vrees voor het lijden verzwakt weldra hunne liefde; â zij volgen Jesus, maar van verre, eu komen in gevaar Hem te verloochenen.
Mijn kind, als gij Jesus bemint, moet gij ook zijn kruis liefhebben, on als gij Hom uit geheel uw hart bemint, zult gij ook uit geheel uw hart de kruisen, die Hij u overzendt, omhelzen.
Die niet als Simon van Cyrene gedwongen moet worden Jesus' kruis te dragen, die gaarne drinkt van de bittere gal, Hem
13
â 194 â
op Oalvarië aangeboden, bemint Jesus in daad en waarheid. ')
Goud en zilver worden in het vuur beproefd; maar de menschen, die aangenaam zijn aan God, in den oven van vernedering 1) en lijden. Het vuur der beproeving zuivert hen en voert hen tot volmaaktheid.
Jesus heeft in tranen Zijn dagen doorgebracht; moet gij dan voor het lijden bevreesd zijn en verlangen in vreugd te leven ?
Een waar Christen moet aan den lijdenden en stervenden Jesus gelijkvormig, 3) en met Hem aan het kruis gestorven zijn. Vrijgekocht door het kruis, moet gij het kruis beschouwen als uw erfdeel en uwe glorie.
Jesus is langs den weg der smarten Zijne glorie binnen gegaan. Moest de Christus dit niet lijden, en aldus Zijne heerlijkheid ingaan?*) vroeg Jesus aan de leerlingen van Emmaus. Noch voor mij, Zijne Moeder, noch voor iemand der Heiligen is er een andere weg. Ook gij , mijn kind, moet, zoo gij hetzelfde doel bereiken wilt, denzelfden weg des lijdens volgen.
De Dienaar. Meer dan alle Heiligen te zamen hebt gij. Heilige Maagd, Jesus liefgehad, maar daarom ook is uw lijden en
1
3) Philip. III, 10. 4) Luc. XXIY, 26.
â 195 â
uw liefde voor het lijden nameloos groot geweest!
Help mij door uwe voorspraak om mijne teergevoolig'hokl, mijne zwakheid, mijn afschrik voor het kruis te overwinnen, opdat mijn hart eu geest en alles wat in mij is aan God getuige, hoezeer ik Hem beminnen wil.
Bedroefde, smartvolle Moeder, ik wil deelnemen in uw lijden, om ook in uwe liefde te mogen deelen. Laat mij Jesus' kruis beminnen, mijne vreugde vinden in dat kruis, opdat eenmaal bij mijn sterven de gekruiste Jesus mijn sterkte en troost moge wezen.
Maria. Om bij den dood met vertrouwen het kruis te kunnen omhelzen, moet gij als dienaar van hef kruis geleefd hebben.
Bij den dood, als alles op de wereld voor u een einde gaat nemen; als gij alles, waaraan uw hart gehecht was verlaten moet, als alles, waarin gij bij uw leven kracht en sterkte zocht, u ontvalt, dan blijft alleen het kruis van Jesus u tot (roost en bemoediging over. Dan zult gij geen spijt gevoelen dikwijls met Jesus aan het kruis geweest te zijn , maar vurig wenschen altijd met Hem geleden te hebben en Hem in het lijden getrouw te zijn gevolgd.
Jesus heeft Zijn kruis liefgehad en heeft het geheiligd. Ware dienaren van Jesus
â 196 â
zijn dan ook altijd dienaren vau Zijn kruis.
Met geestdrift voor het kruis zijn tallooze Martelaren uitgegaan om den smaad en smarten van Jesus te dragen. Ontelbare belijders en Maagden hebben uit liefde voor het kruis zich zeiven vergeten om niets anders te kennen dan Jesus en Dien gekruist. ')
Aan den voet des kruises moet gij uwe angsten en kwellingen, uw lijden en droefenis nederleggen. Daar vindt gij voedsel voor uw Geloof, den grondslag uwer Hoop en bovenal de bron uwer Liefde. Daar moet gij al uwe gedachten en begeerten, werken en offers, zuchten en tranen heiligen.
Mijn kind, zijt gij ten prooi aan verachting, kwade bejegening of bloedige vervolging, verdraag het nederig en onderworpen in vereeniging met het kruis van Jesus; dan zal ik ook in u een treffend beeld van Jesus zien. Ik zal n dan nog meer beminnen , dan ik n nu bemin; omdat gij meer gelijkend op Jesus, ook een waardiger kind uwer Moeder wezen zult.
De Dienaar, ó Mijne Moeder, de gedachte, dat ik mijn kruis met Jesus on om Jesus draag, zal mij bemoedigen en troost schenken in al mijne smarten. Maar met
') I Cor. II : 2.
â 197 â
vertrouwen durf ik hopen, en smeekencl roep ik uwe barmhartigheid in, dat uwe beschermende liefde mij in het lijden nooit zal ontbreken, maar versterken en aanzetten om met moed en volharding Jesus tot Calvarië te volgen.
HOOFDSTUK XLII.
over de onderwerping van onzen wil aan den wil van god.
De Dienaar. In den droevigen toestand, waarin ik mij bevind, neem ik mijne toevlucht tot u, Troosteres der bedrukten; gewaardig u mij te leeren, hoe ik mij gedragen moet als rampen mij treffen, en mijn hart door lijden wordt beproefd.
Maria. Mijn kind, tracht altijd in u op te wekken eene volkomene overeenstemming met den wil van God, die alles regelt en beschikt tot Zijne glorie en uwe zaligheid.
Als eene beproeving u nadert of gekomen is, of voorduurt, of vermeerdert, of wederom door eene andere gevolgd wordt, geg dan en herhaal dikwijls: Mijn God,
â 198 â
Utv wil geschiede '), want een bron van vrede en troost is de volkomen overgeving' aan den heiligen wil van Grod.
Willen wat God wil is niet alleen u zonder tegenzin, maar zelfs met liefde en blijmoedig aan al de gebeurtenissen des levens onderwerpen, aan voorspoed en tegenspoed , aan gezondheid en ziekte , aan eer of verachting, aan overvloed of armoede , aan de liefde der schepselen of de verachting uwer vrienden , aan een smartvol en vergeten leven of den dood.
Willen wat God wil is li gelukkig gevoelen bij die personen, bij welke de Voorzienigheid u geplaatst heeft, hunne gebreken geduldig verdragen, nederig Tn liefdevol met hen omgaan, en er nooit tegen opzien om voor hen een offer te brengen.
Willen wat God ^vil is stil werkzaam blijven in de bediening, die u is toevertrouwd, en uwe plichten trouw vervullen. Is die taak u zwaar en moeielijk, denk dan, hoe gaarne de Engelen des Hemels, die bij God het hoogste geluk genieten, zouden nederdalen om die taak te vervullen, als God die aan hen had opgelegd.
Willen ivut God wil is iu onze godvruchtige oefeningen noch zoetheid noch
') Mat. VI, 10.
â 199 -
troost, noch voldoening zoeken, maar rustig- ons gebed , onze meditatie, onze H. Communiën verrichten in dien staat, waarin het God behaagt ons tu laten.
Mijn kind, de gedachte aan Gods wil versterkte en troostte mij in den Tempel van Jerusalem, toen de grijze Simeon mij voorspelde, dat Jesus tot een teekeu zou zijn dat zou worden tegengesproken, en een zwaard van droefheid mijne ziol zon doorsteken. Zij versterkte mij heel mijn leven en vooral op Calvarië, toen ik Jesus , hangende aan het kruis, onder de wreedste folteringen den laatsten snik zag geven. Heeft ooit eene moeder meer geleden bij het sterven van haren eenigen zoon ? En toch was ik sterk in God. en verdroeg liet wreedste zielelijden met geduld en onderwerping.
Ban dus bij tegenspoed elke andere gedachte uit uwen geest, en spreek alleen dit kort gebed; God wil hei: Zijn wil geschiede. Elke andere gedachte kan uw verdriet slechts verzwaren, en u nog meer uw ongeluk doen gevoelen.
Mijn kind, als gij zeker zijt, dat God u deze beproeving overzendt, moogt gjj dan zeggen, dat gij ze niet wilt ? Een mensch, door de wijsheid geleid, kan niets willen dan wat goed is; maar wat moet gij dan denken van den oneindigen wijzen God?
â 200 â
De zonde van hen, die u verdriet veroorzaken , kan niet door God gewild worden, maar Hij laat ze toe, om door Uw geduld en onderwerping verheerlijkt te worden.
David beschouwde Semeï, die hem op zijn vlucht voor Absolom uitschold en met steenen wierp, niet als een beleediger, maar als een werktuig van Gods rechtvaardigheid, om hem te vernederen en voor zijne zonden te doen boeten.
Jesus sprak met zijne Apostelen niet over de ondankbaarheid der Joden, die Hem den kelk des lij dens bereidden ; maar over den wil Zijns Vaders, die het zoo verordend had.
In den hof van Olijven begreep Petrus nog niet, dat een Christen, welke lijdt en verdrukt en vervolgd wordt, geen andere wapenen dan die van onderwerping en geduld gebruiken mag, en trok zijn zwaard: maar Jesus zeide tot hem: Steek me zwaard in de schede. Zal Ik den kelk, weiken de Vader mij gegeven heeft, niet drinken ? 1)
De Dienaar. Maar, lieve Moeder, mag ik dan niet bidden, dat God mij uitkomst geven en mijne smarten verlichten zal?
1
Joan. XVIII, 11.
â 201 â
Makia. Zeker, mijn kind, Jesus Zelf leert u daarvoor te bidden: Mijn vader, als het mogelijk is, laat deze kelk van mij gaan 1). Maar is het Gods wil, dat uwe smarten u niet worden ontnomen, dan moet gij ook met Jesus uitroepen; Mijn Vader, als deze kelk niet kan voorbijgaan, tenzij ik hem drinke. Uw ivil geschiede 'â¢). Ik onderwerp mij aan die smarten; Gij wilt ze, dus ook ik wil ze. Gij beveelt, ik stem toe; moet ik er onder bezwijken, ik zal mij onderwerpen; moet ik er van sterven, ik aanvaard den dood uit Uwe hand. Laat zelfs de felheid der slagen, die mij treffen, het oogenblik verhaasten, waarop ik de eeuwige zoetheid Uwer tegenwoordigheid en liefde zal gaan genieten , waar geen ramp mij meer zal dreigen, geen vrees of droefheid mij zal ontmoedigen, maar Gij mij alles in alles zijn zult.
De Dienaar. Maar, Heilige Maagd, een grooten afkeer gevoel ik van het lijden. Ik wend mij tot U, in de droefheid , waarin het gezicht van het kruis mij werpt.
Makia. Mijn kind, die natuurlijke at-keer maakt u niet schuldig in de oogen
1
Mat. XXVI, 39. *) Ibid. 42.
â 202 â
Tan God. Gij vindt er zelfs een nieuwe bron van verdiensten in, als gij altijd aan Gods Heiligen wil onderworpen blijft.
quot;Wanneer men u zegt, dat de Heiligen het lijden beminden, bedoelt men niet, dat zij het op natuurlijke wijze, maar dat zij liet om bovennatuurlijke redenen beminden.
Als menschen zuchtten en klaagden zij van smart, maar als Christenen en vrienden Gods verheugden zij zich. De natuur had afschuw van het lijden ; doch de deugd zegevierde over de natuur. Meent gij , dat mijne smarten niet ontzettend groot waren op Calvarië? Als iedere moeder lijdt bij het Ijjden van haar kind, wat moet dan niet Jesus' moeder geleden hebben, toen zij Hem van folteringen en laster verzadigd zag ?
Die de diepte mijner droefheid peilen wil, moet Jesus beminnen, gelijk ik Hem liefhad.
Jesus Zelf liet in den hof van Olijven de vrees voor het lijden en de angst des doods Zijne ziel benauwen, en biddend zuchtte Hij : Mijne ziel is bedroefd tot den dood' toe 1); en aan het kruis klaagde Hij in bittere smart: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?2) Hij
') Mat. XXVI ; 38. *) Marc. XV : 34.
wilde niet, dat Zijne Grodlieid, die aan Zijn lijden oneindige waarde gaf, Hem Zijn menschel;jk gevoel zou ontnemen.
Hij heeft oneindig veel meer geleden dan gij, mijn kind, en zijn menschelijk gevoel was geon ander dan het uwe.
Derhalve, als gij in uw lijden slechts oprecht wilt, wat God wil, maak u dan niet ongerust over hetgeen er verder in u omgaat. Naar het einde des lijdens verlangen is geen ongeduld.
Zelfs al zou door do hevigheid dei-smart uw geduld worden overwonnen, dan moogt gij u nog niet laten ontmoedigen. Een nieu .ve fout zoudt gij bij het ongeduld voegen; want die zich laat ontmoedigen , ómdat hij gevoelt, dat hij nog niet volmaakt is, is niet van eenigen hoogmoed vrij te pleiten.
Gij zijt zwak, mijn kind, God kent uwe zwakheid; gij zijt mensch eu geen engel. De mensch kan zijn leven niet doorbrengen zonder ten minste eenige lichte fouten te begaan.
Ontsnapt u dus een woord van ongeduld, vraag dan onmiddelijk aan God vergiffenis ; beloof Hem meer op uzelven te letten, vraag de hulp Zijner genade en keer tot den vrede terug. Nimmer kan eene fout beter hersteld worden dan door er zich over te vernederen.
Om heilig en volmaakt te worden, be-
â 204 â
heeft gij dus niet, gelijk sommige Heiligen gedaan hebben, om vermeerdering van uw lijden te vragen; gij moogt gerust ora verzachting en genezing bidden: doch altijd met volkomen onderwerping aan alles wat God wil. Die naar het lijden verlangt, en , als hij lijdt, nog zwaarder lijden vraagt, beoefent heldhaftige deugd en verwerft de hoogste verdienste bij God; maar heldendeugd wordt niet van iedereen gevorderd.
HOOFDSTUK XLIII.
OVER HET GEDULD,
Hoe groot moet de droefheid geweest zijn van Maria, toen zij haren Goddelijken Zoon vernederd zag tot den Man van smarten. Hij was overgeleverd aan de macht der duisternis, werd van den eenen rechterstoel naar den anderen gesleurd, mishandeld als volksverleider, en door eene woeste soldatenbende geslagen en bespuwd.
Wreed gegeeseld , met doornen 'gekroond, schuldiger gerekend dan de moordenaar en straatroover Barabbas, werd Hij ter dood veroordeeld en beladen met het kruis. De hamerslagen, die de nagelen in Zijne handen
â 205 -
en voeten dreven, weerklonken op Golgotha, en Maria zag haren Grocklelijken Zoon tus-schen twee booswichten aan het kruis omhoog geheven, ten prooi gegeven aan den spot Zijner vijanden. Zij aanschouwde, hoe Hij Zijnen stervenden blik ten hemel richtte, het hoofd boog en stierf, en hoe een ruwe krijgsknecht Hem de zijde met een lans doorstak, om zich van Zijnen dood te overtuigen.
Ja, zij zag Hem, maar Hij had r/een gestalte meer; de verachte en de minste der menschen, die de ellende kent; Hij was als een melaatsche door God geslagen en vernederd. ')
Maar bij al dat hartverscheurend wee toonde Maria moedig en heldhaftig een onbezweken geduld. Geen woord, geen klacht kwam over hare lippen. Zij stond daar als de diepbedroefde Moeder, maar in al hare droefheid groot!
Gelijk Jesus in het huis van Oaiphas Zijne Goddelijke grootheid had doen uitschitteren , door op de valsche beschuldigingen geen antwoord te geven, maar lijdend te zwijgen, zoo toonde zich Maria, zwijgend aan den voet des kruises, in al hare kracht eu koninklijke grootheid, als koningin dei-Martelaars !
gt;) Isaias LUI, 2, 4.
â 206 â
Bedroefde ziel, ziedaar uw toonbeeld! Als droefheid u noodzaakt tot spreken, doe het dan zachtmoedig en in den geest des vredes. Maar baten uwe woorden niet, of kunnen de menschen u niet helpen of troost bieden, laat dan God alleen uwe klachten hooren, en lijd als Maria zwijsend en met geduld!
Maar welk geduld? Een christelijk geduld, dat uit den geest van godsvrucht voortkomt, en niet een geduld, dat door zelfzucht of berekening wordt ingeboezemd.
Die zich onder de hand van God vernederen , en iu de slagen, die zij verduren, Gods rechtvaardigheid of barmhartigheid aanbidden, die zich het geduld van Jesus en Maria tot voorbeeld stellen, toonen zich in het lijden ware Christenen; â en zoo moet ook gij uw lijden weten te dragen.
Zoo gij uw kruis met ongeduld draagt, maakt gij liet zwaarder; want bij den last des kruises voegt gij nog de zonde van ongeduld. De weg des kruises is de weg ten Hemel. Alle Heiligen hebben dien weg bewandeld; alle rechtvaardigen op aarde gaan langs dien weg, want zij hebben vele beproevingen gt;); maar zij lijden met geduld, wijl God hun daarvoor een rijke kroon bereidt.
Hoe ongelukkig ziju degenen die onge-
') Ps. xxxm, 20.
â 207 â
duldig lijden. Wat hun ter zaligheid moest strekken, maken zij aan hunnen ondergang dienstbaar. Zij gelijken den moordenaar die, stervende aan de zijde des Zaligmakers, Hem nog lasterde aan het kruis, en van Calvarie, vanwaar het heil voor heel de wereld is uitgegaan, in de hol werd neergestort.
God, die hot Joodsche volk als den appel van Zijn oog beminde, trachtte door beproevingen en slagen de afgedwaalden op den goeden weg terug te voeren, en zond profeten om hen te vermanen, te waarschuwen , en mot de straffen des Hemels te dreigen ; maar zij wilden niet en stonden op tegen God en gaven zich aan de schandelijkste zonden over. Jerusalem, Jerusalem, zoo sprak de Zaligmaker, dat de profeten doodt en steenigt die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls hel) ik uwe kinderen willen vergaderen, gelijk eene hen hare kiekens vergadert onder hare vleugelen, en gij hebt niet gewild. Zie uw huis zal n woest gelaten worden;1) dat is, de middelen, die Ik u tot uwe heiliging gaf, zullen u ontnomen worden.
En wij, al staan wij in onze kwellingen niet op tegen God, toch morren we dikwijls over de kruisen, die Hij ons over-
') Matt. XXlü, 37, 38.
â 208 â
zendt; maar verdienen wij dan uiet, dat God, om ons te straffen, ons dat krachtig middel ter heiliging zal ontnemen ?
Hoe dikwijls vallen wij den Hemel lastig om van onze kruisen bevrijd te worden, maar wij weten niet wat wij vragen. ')
Waar zag men ooit meer vruchten van heiligheid, moer uitstekende deugd dan in de schaduw van het kruis? Door zich geduldig te gedragen, vergadert men in weinig dagen meer verdiensten dan in lange jaren door stille godsvrucht. Want zelfs in onze godsdienstige oefeningen kan nog eeuige eigenliefde en menschel ijk opzicht binnensluipen; maar door geduld en lijdzaamheid wordt de kwade natuur onderdrukt en alles aan God toegewijd.
Begeer nimmer het eene kruis boven het andere; zeg nooit: âLiever zou ik iets anders willen lijden, wat ik met meer geduld zou dragen;quot; maar wees tevreden met hetgeen God u heeft overgezonden. Elk ander kruis zou niet hot kruis zijn, dat n past. God immers weet beter dan gij, wat u noodig of nuttig is. Hij meet de kruisen af naar uwe behoeften en krachten en naar de plannen, die Hij met u voor heeft. Geen kruis is zwaarder, dan wat niet door Gods genade wordt onderstut.
') Matt. XX, 22.
â 209 â
Liefste Zaligmaker, die in Uw bitter lijden en sterven over de hevigheid of menigvuldigheid Uwer smarten nooit geklaagd, maar alles niet bijzonder geduld gedragen hebt, ik verlang U na te volgen; maar zoo bereid mijn geest is, zoo zwak is mijn vleesch; daarom bid ik U, verleen mij de genade om altijd geduldig te zijn in hetgeen ik te lijden heb. Bewaar mij van alle ongeduld en kleinmoedigheid. Laat niet toe, o Heer! dat ik mij ooit in het minste beklage; want al wat ik lijd heb ik door mijne zonden verdiend. Gij Jesus, hebt uit liefde tot mij oneindig meer geleden: waarom zou ik dit weinige niet gaarne uit liefde tot ü lijden? Geduldigste'Jesus, ontferm U mijner.
HOOFDSTUK XLIV.
GOD BESTEMT DIKWIJLS DU GROOTSTE SMARTEX VOOR ZIJKE MEEST GETROUWE DIENAREN.
Was het niet genoeg, o God, dat Maria drie en dertig jaren lang voor haren geest al het lijden zag, dat haar Goddelijk kind te verdragen zou hebben? quot;Waarom moest zij ook nog getuige zijn van Zijnen dood?
14
â 210 â
Toen Abraham zijn eenigeu zoon Isaac aan U ten offer moest brengen, spaardet Grjj de moeder. Het offer bleef haar onbekend, en zij behoefde er niet bij tegenwoordig te ziju. Hadt gij dan minder liefde en mededoogen voor Maria ?
Maar ik begrijp het, Heer! Omdat Maria de Koningin aller Heiligen moest worden, moest zij inniger dan allen doelen in de gemeenschap van het lijden '), welke Gij tusscheu Jesus en de uitverkorenen gesteld hebt.
Ik mag mij dus niet verwonderen, dat de beproevingen der rechtvaardigen vermeerderd worden, naarmate zij ü getrouwer dienen. Groote smarten zijn groote genadegaven! Gij loont hunne deugd door smarten, die hen altijd meer aan het goddelijk toonbeeld van Jesus gelijkvormig maken. Die op aarde het meest door Jesus bemind werden en inniger met Hem waren verbonden , zooals Maria, Joannes, Maria Magdalena en de heilige vrouwen, stonden op Calvarië het dichtst bij het kruis.
Een groot geluk is het inderdaad in Jesus' lijden meer bijzonder te mogen deelen. De leerling is niet hoven den Meester; maar ieder zal volmaakt zijn, als hij gelijk is aan zijnen Meesterquot;-), Jesus, onze Meester, naar wiens volmaaktheid wij
') Philip. Ill : -10. 2) Luc. VI : 40.
â 211 -
moeten streven, heeft liet grootste lijden verduurd.
Ieder Christen is eeu andere Jesus Christus. Geen Christen zal in den Hemel worden toegelaten, als zijn leven niet aan het leven van Jesus eenigermate gelijkvormig is geweest. En daarom zijn er maar weinige zielen van uitstekende deugd, die niet aan eenige harde beproeving zijn onderworpen. Omdat gij aangenaam waart aan God, sprak de Engel tot Tobias, was het nuodig, dat tegenspoed u hepvoefde1).
Hoe troostend is het, als men met Petrus van zich zeiven kan getuigen: Gij weet, Heer, dat ik u bemin;-) doch men weet nauwelijks wat het is God te beminnen, zoolang men niet geleerd heeft met Hem te lijden.
Met dat bloedige beleedigiugen, kerkers, langdurige en smartelijke ziekten noodzakelijk het deel der Heiligen op aarde moeten zijn; maar er zijn hun andere kruisen weggelegd, die, al schijnen zij zoo verschrikkelijk niet, toch niet minder dienen om hen aan zich zeiven te doen sterven. Men ziet den geweldigen strijd niet, die de zielen te voeren hebben, die God wil zuiveren en tot hoogere heiligheid brengen. Terwijl zij uiterlijk in de grootste kalmte verkeeren, stormt
') Tob. X.11. 13. 2) Joan. XXI, 15.
â 212 â
het in hun binnenste, en trotseeren zij den geweldigsten strijd tegeu hartstochten en bekoringen, verleiding der wereld, en aanvallen van den duivel, die hen kwelt en verontrust, en nimmer in vrede laat.
Maar hoe groot het lijden ook moge wezen, Gods hulp is hun steeds nabij; en hunne deugd, in den oven des lijdens beproefd , brengt hen nader tot God, en maakt hen het loon des Hemels waardig.
Hun Geloof wordt versterkt en vermeerderd, wijl zij Gods heiligen wil met altijd volmaakter onderwerping aanbidden, en Hem vereeren als een wijzen Vader, die zijne kinderen kastijdt omdat hij ze lief heep. ')
Hunne Hoop wordt altijd levendiger; want zij kennen Gods oneindige goedheid en zijn verzekerd van Zijne hulp, die hen niet ten einde toe aan de woede hunner vijanden zal overlaten. Zij worden aangemoedigd tot den strijd door de gedachte, dat de tegenwoordige kortstondige en lichte verdrukking een bovenmate uitnemende en eeuwige heerlijkheid in ons bewerkt. 2)
Hunne Liefde wordt vuriger. Alirjjd meer aan de schepselen onthecht, leven zij alleen voor Hem, die de God huns harten en hun erfdeel is, God in eeuwigheid. 3)
Te midden van vertroostingen dient men
') Hebr. XH, 6. 2) II Cor. IV, 17.8) ps. LXXII, 26.
â 213 â
God gemakkelijk, maar dikwijls uit eigenbelang. Doch in verdrukking, en als het hart vol is van bittere smart, God getrouw blijven is ware deugd en standvastige liefde !
O mijn God, dikwijls klaag ik in mijn droefheid, dat Gij mij niet bemint; maar voortaan zal ik U voor al het lijden, dat Gij mij zult overzenden, dankbaar zijn; want de tegenspoed is een gaaf Uwer liefde. Uwe getrouwste dienaars en heilige vrienden hebben grootere pijnen dan de mijnen verdragen, omdat zij meer dan ik Uwe liefde en genade waardig waren. Laat mij lijden met hot geduld en de onderwerping-der Heiligen, om meer en meer aan Jesus gelijkvormig te worden; want allen, die godvruchtig willen leven in Christus Jesus, zullen vervolgingen lijden. â¢)
HOOFDSTUK XLV.
over den moed en standvastigheid in het lijden.
De Diesaak. Bij den dood van Jesus schudde de aarde, de zon verduisterde, rotsen spleten, heel de natuur was ont-
') II Timoth. Ill, 12.
- 214 â
steld en in verwarring; maar meer Jan door al die wonderen word ik getroffen door een ander schouwspel!
Maria, smartvolle Moeder, gij staat naast liet kruis, ieder oogenblik het offer vernieuwend, dat gij den Eeuwigen Vader van Uwen lieven Zoon gebracht hebt.
Vanwaar die wonderbare kracht, die heldhaftige moed ? Iedere andere moeder zou onder zulke smarten bezwijken.
Mama. Ik had een treffend voorbeeld voor oogen; Jesus aan hot kruis! Hij sprak slechts woorden van vrede, offerde Zich op met volkomen overgeving aan den wil Zijns Vaders, en vroeg Hem, om de verdiensten van Zijn bloed, de zaligheid Zijner beulen.
Ik had de blikken op dat Goddelijk toonbeeld geslagen, en drong door tot Zijn hart en trachtte mij eigen te maken, wat daarin omging. Zoo edelmoedig gaf Hij te midden der afschuwelijke folteringen Zijn leven voor de menschen, dat ook ik niet edelmoedigheid aan God leerde op te offereu, wat ik het dierbaar ste in de wereld had: Jesus Zelvcu!
Mijn kind, ook gij zult aan den voet des kruises steun vinden in uw lijden, kracht in uwe afgematheid, moedige bereidvaardigheid in de offers, die God u vragen zal.
â 215 â
Als gij in droefheid zijt, bedelt gij troost bij de menschen; maar het duurt niet lang, of gij ondervindt, hoe spoedig hun medelijden is uitgeput.
Eerst beklagen zij u ; maar later vinden zij het vervelend, dat gij over uw lijden spreekt; uwe tegenwoordigheid wordt hun zelfs lastig. Keert gij dan tot uzelven en uwe eigene gedachten terug, dan gevoelt gij uw lijden vermeerderd, en de doorn, die u verwonde, is dieper ingedrongen.
Mijn kind, wapen u ton tijde van den strijd met het beeld van den gekruisten Jesus. Laat hot kruisbeeld in dien tijd van duisternis en stormvlagen uw eerste toevlucht zijn!
Hoe zwak uw moed ook moge wezen, hoe diep bedroefd uw hart ook zij, gij zult troost verwerven.
Hebt gij van de menschen te lijden, zie op naar hot kruis. Daar hangt de meest beleedigde Vader, de meest verachte Meester, de meest verlaten vriend, de meest vervolgde aller rechtvaardigen.
Lijdt ?gij onder de aanvallen van den duivel? Zie Jesus aan het kruis aan al zijn woede ten prooi. De gestrengheid van den Hemelschen Vader ten opzichte van Zijn welbeminden Zoon jzal de klacht op uwe lippen tegenhouden, dat Hij te streng voor u is.
â 216 â
Zeudt God u tijdelijke rampen over; wat zijn die rampen in vergelijking van wat Jesus verdragen heeft om u van de eeuwige pijneu te verlossen? Neem uw kruisbeeld in de hand, beschouw uw Jesus en roep uit; ik ben vrijgekocht door het smartvol lijden van mijn God; moet ik dan ook niet door het lijden aan mijnen Verlosser gaan gelijken?
Nog slechts weinig, mijn kind, gelijkt gij op Jesus door uwe deugden; laat ten minste het kruisbeeld u den troost geven, dat gij op Jesus gelijkt door uw lijden. ^Het kruis zij dan uw toevlucht in rampen , in verdriet, in alle bekoringen. Druk het aan uw hart, kus het met liefde, besproei het met uwe tranen, verplaats u in den geest op Calvarië, om de voeten van uwen God, die voor u lijdt en sterft, te omhelzen.
Spreek Hem over uw lijden, vereenig het met het Zijne en vraag Hem verlichting. Bezweer dien barmhartigen Zaligmaker u van Zijn kruis woorden van troost en hoop toe te spreken, en Uw lijden te verzachten ; en houd niet op, totdat Hij aan uwe ziel kalmte en vrede gegeven en u door de zalving Zijner genade gesterkt heeft.
Als gij zoo volhardt, zullen uvre tranen gedroogd, de vrede u worden teruggeschonken ; moed zal op uwe zwakheid
â 217 â
volgen, en de bitterheid des kruises zal in zoetheid worden veranderd. Of, zoo lijden u nog overblijft, zal geduld, onderwerping en liefde u worden ingestort, om met den H. Paulus te kunnen zeggen: Ik heb behagen in mijne zwakheden, in versmadingen, in nooden, in vervolgingen, in benauwdheden voor Christus; want wanneer ik zwak ben, dan hen ik sterk. ')
Verlies nimmer den moed: het lijden is als een vuur, dat al wat schadelijk in ons is, verteert; het zuivert van zonde, onderdrukt vermetelheid, verdrijft lichtzinnigheid, boezemt heilige droefheid in en haat tegen de wereld, en maakt ons het meest aan Jesus gelijkvormig.
HOOFDSTUK XLVL.
OVER DE LIEFDE ÃOT OKZE VIJANDEN.
Maria kon geen grootere vijanden hebben dan de Phariseeën, die tegen haren Zoon samengespannen en Hem ter dood veroordeeld hadden.
Maar gelijk Jesus Zijne vijanden beminde, zóó zelfs dat Hij voor hen Zijn leven gaf,
') II Cor. XII : 10.
â 218 â
sprak ook het moederhart van Maria : Vader, vergeef hun, irant zij weten niet 'wat zij doen. ')
Zij zag die onverzoenlijke vijanden zich op den uitslag hunner misdaad verheffen. Zij hoorde de vervloekingen, waarmede zij Hem overlaadden, de godslasteringen, die zij tegen Hem uitstootten.
Iedere audore moedor zou iu heilige verontwaardiging over die goddelooze heiligschenners Gods wraak hebben afgeroepen; maar Maria, de moeder van den God des vredes, was met een anderen geest bezield.
Slechts één gebed vernemen wij van Jesus aan het kruis. Hij leed voor allen, deugdzamen en zondaren; maar dat eenig gebed, dat hoorbaar van Zijne lippen vloeide, was een gebed om barmhartigheid voor Zijne vervolgers, en bewerkers van Zijn dood. En het aanbiddelijk Offerbloed, dat door de Phariseeën zoo wreed werd vergoten, bracht ook Maria, staande aan den voet des kruises, voor hunne zaligheid den Hemelschen Vader ten offer.
Hadden de Joden in de harten van Jesus en Maria beider liefde kunnen lezen, zij zouden Jesus niet zoo wreed mishandeld, maar Hem aanbeden hebben en Maria in heilige bewondering hebben vereerd. Doch
') Luc. XXIII : 34.
â 219 â
baat en opgezweepte woede maakten hun hart voor elke teedere aandoening ontoegankelijk.
Laat ons van Jesus en Maria dien geest van liefde loeren, welke ons voor onze vijanden bezielen moet.
Kan ooit eene beleediging, ons aangedaan, zoo zwaar en grievend wezen, als die van Jesus en Maria? De beleediging van Jesus was oneindig groot, maar ook die van Maria de wreedste, die men zich kan denken.
Maar met liefde vergoot Jesus Zijn bloed en offerde het den Vader op om genade voor de zondaren te vragen; en met liefde bezwoer Hem Maria de stem des hloeds van haren Zoon genadig te verhoeren.
Moet de felste haat niet worden uitge-bluscht aan den voet des kruises, waar wij Jesus en Maria voor hunne beulen zien bidden ? Het kruis is het kostbaar werktuig onzer zaligheid; maar als wij het naderen met vijandschap in het hart, roept het de wraak des Hemels en eeuwige veroordeeling over ons af.
Hier vooral moet gij opmerken, wat in Christus Jesus is, en de gevoelens van Zijn hart in u aankweeken. Wees barmhartig en versehoonend jegens anderen, gelijk Hij barmhartig en versehoonend was. Hij Zelf roept u toe: wees barmhartig gelijk
â 220 â
mo hemelsche Vader barmhartig is.') Zalig zijn de barmhartigen. want zij zullen barmhartigheid verwerven.'''-) Neen, gij moogt de overtredingen van uwen broeder niet zoo breed uitmeten ; en de misslagen, welke bij tegen u begaat, niet zoo zwart mogelijk afschilderen. Jesus kon nog verschooning vinden voor Zijn allerwreedste vijanden en onverzoenlijkste vervolgers, en zoudt gij dan niets kunnen vinden , wat de schuld des broeders lichter maakt? Schrijf de misstappen van uwen broeder toe aan onwetendheid, aan opwelling van hartstocht, waarvan hij meer het slachtoffer dan de bewerker is, of aau vergissing, overijling en onbedachtzaamheid.
Zelfs wanneer gij geen enkele reden kunt vinden, die den broeder verschoont, werp dan een blik op het kruisbeeld en zeg tot uzelven: Het is aan mij te wijten, dat ik niets ter verdediging van mijnen broeder zeggen kan. Als Jesus Zijne beulen vergeven heeft, zal ik dan mijn broeder niet vergeven ?
Aanbiddelijk hart van Jesus, Beminnelijk hart van Maria, o Harten, zoo goed voor die U het meest gegriefd hebben, stort in mijn hart den geest van Uwe edelmoedigheid. Mocht ik ooit een gevoel van afkeer
') Luc. VI, 36. 2) jjatt, V, 7,
â 221 â
of haat in mij voelen opwellen, dan zal ik mijn hart in den geest met de Uwen vereenigen, opdat het in goedheid, zachtmoedigheid en liefde aan U gelijkvormig moge worden.
HOOFDSTUK XLVII.
over hei geluk vax den heiligen
joannes, aan wien maria door jesus tot moeder werd gegeven.
De Dienaar. Al hadden alle geslachten en volken der aarde zich vereenigd aan den voet des kruises, waar Jesus stervend Zijn laatste woorden sprak, nooit zou iemand de volle beteekenis gevat en den diepen zin in het hart gevoeld hebben van dat korte, maar teedere woord van Jesus tot Zijne Moeder, waarbij Joannes haar tot zoon gegeven werd : Vrouw, ziedaar uw Zoon.
De leerlingen waren bij het begin des hjdens aanstonds gevlucht; de moed om Jesus tot den dood te volgen had hun ontbroken; maar Joannes, die om zijne reine deugd en maagdelijke onschuld de lieveling des Heeren was, was trouw gebleven in zijne liefde en met Maria opgegaan naar Calvarië.
â 222 â
Welk loon kon de Goddelijke Meester hem voor al die liefde .als kostbaar erfdeel achterlaten ? Wat was Hem dierbaar ? Waaraan was Zijn hart gehecht? Jesus vestigde Zijn stervende oogen op Maria en zeide tot Joannes: Ziedaar uwe Moeder!
Heilige Maria, reeds beminde u Joannes als een kind zijne moeder, en gij be-mindet hem zoo als nooit eene moeder haar kind liefhad; maar die woorden van Jesns waren een bevestiging, eene laatste wijding der heilige banden, die u met hem verbonden; want van dat oogenblik nam hij u als zijne moeder tot zich.
Hoe groot was het geluk van dien beminden leerling! In uwe tegenwoordigheid van diepen eerbied vervuld, bloeide de liefde en het vertrouwen in zijn hart steeds krachtiger op; hij maakte u deelgenoot van zijn lijden en strijden voor de glorie van Jesus, bij n zocht hij raad, troost en verkwikking, zich dankbaar het woord van den stervenden Meester herinnerend.
Mocht ook ik, gezegende Moeder, aan dat geluk deelachtig worden, en de eer genieten kind van Maria te zij 11; alle vernederingen zou ik er om willen verduren, en alle schatten der aarde er voor opofferen.
Maria. Mijn kind, niet Joannes alleen werd mij aan het kruis tot zoon gegeven.
â 223 â
Toen Jesus hem zeide: âZiedaar uwe Moeder'quot;, en tot mij, âZiedaar uw ^oom'% bedoelde Hij ook u eu alle Christenen.
Ik toon mij immer als de moeder der vrome en theilige zielen, de toevlucht der zondaren, do troosteres der bedrukten. In lijden en kwelling, iu gevaar en bekoring, in droefenis en verlatenheid, in ziektenen dood roepen zij mij aan mot den zoeten naam van Moeder. Dat woord sterkt den zwakke en bemoedigt den sterke. Nooit zal het sterven op do lippen der Christenen, omdat de kinderlijke liefde niet te rukken is uit het hart, en nooit zal ik ophouden te antwoorden op dien kreet van kinderlijke liefde eu vertrouwen.
Ook u, mijn kind, draag ik in mijn hart alle liefde toe, die eeuo goede moeder voor haar kind kan hebben. Hecht u aan mij als een kind aan zijne moeder, en ook gij zult het voorrecht van Joannes genieten. Doe slechts uw best om door een zuiver en heilig leven uwe Moeder te eereu, en hare liefde u waardig te maken.
De Dienaak. Heilige Moeder, mocht ik u ooit vergeten, dun worde mijne rechterhand vergeten; mijn tong kleve aan mijn gehemelte als ik u niet gedenk. ') Zou ik het geluk versmaden de Moeder van Jesus tot mijne
') Ps. CXX.XVI, 5, 6.
â 224 â
Moeder te hebben? Het zou reeds meer zijn dan ik verdien, als ik uw geringste dienstknecht mocht zijn.
Maar gij wilt mijne Moeder wezen! Welnu dan, met de grootste zielevreugd en dankbaarheid wil ik mij toonon als uw kind 1
Kind van Maria! Dien glorievollen naam stel ik boven de voortreffelijkste eeretitels der wereld.
Maria, mijne Moeder! Onwaardeerbaar voorrecht, aan Engelen niet gegeven, maar mij door Jesus' liefde geschonken!
Laat ik u met levendige dankbaarheid aannemen; laat ik u altijd met kinderlijke liefde, eerbied en vertrouwen beminnen. Wees mijn deelgenoote in vreugd en droefheid, mijn hoop en steun, mijn kracht en sterkte.
Toon dat gij mijne Moeder zijt, zelfs dan, als ik het niet verdien; want een kind, hoe ellendig en diep ook gevallen, vindt altijd liefde en vergeving bij zijne moeder. Al heeft de wereld hem verstoeten, eene moeder, hoe bedroefd ook, blijft in hare liefde trouw, en rust niet vóór zij haar kind gered en verbeterd ziet.
Laat ik u beminnen, lieve Moeder, met al de krachten mijner ziel, opdat ik u in den Hemel in alle eeuwigheid bezitten en beminnen moge.
â 225 â
HOOFDSTUK XLVIII.
OVER HUT DEELNEMEN IN HET LIJDEN ONZER BLOEDVERWANTEN EN VRIENDEN.
God beproeft ous somtijds in den persoon onzer ouders en vrienden, en do genegenheid , die wij voor hen gevoelen, doet ons hunne rampen levendig beseffen.
Hoe groot is niet de droefheid eener moeder, als zij haar kind op het bed van smarten ziet uitgestrekt; of van een vriend, die getuige is van de zware rampen, die zijnen vriend overkomen, zonder dat hij hem helpen kan.
Die droefheid is billijk en heeft niets schuldigs of veroordeel!ngswaardigs, als zij slechts aan den wil van God onderworpen blijft. Houdt zij echter op onderworpen te zijn, of stort zij zich uit in klachten tegen Gods voorzienigheid, dan wordt zij berispelijk en zondig.
Wie was ooit meer bedroefd dan Maria bij het lijden van haren Zoon, van wien ze altijd de blijken van teedere, ja Goddelijke liefde had ontvangen? Hoe dikwijls sprak zij in haar hart: Mijn Zooii, mijn
15
â 226 â
lieve Zoon, had ik mogen lijden en sterven in uwe plaats. ')
Toen de dochters van Jerusalem Jesus met het kruis beladen zagen YOorbijgaan, weenden zij over Hem; maar eene zee vau droefheid overstelpte het hart van Maria, toen zij Hem op het bloedig altaar, waar Hij sterven moest, zag uitgestrekt. Och, had zij maar eeuige verlichting iu Zijn lijden kunnen aanbrengen. Zijn van smarten neergebogen hoofd ondersteunen, of Hem in Zijnen dorst eenige lafenis scheuken! Maar niemand had medelijden met hare smart. Van alle kanten hoorde zij niets dan wild getier van haat en woede, en godslasteringen, om Hem in Zijne Goddelijke Almacht te bespotten.
Als men lijdt voor deugene dien men bemint, vindt men in het lijden eenige voldoening; maar onuitsprekelijk hard is liet, als men hem, dien men bemint, ziet lijden zonder hem te kunnen helpen.
Wat zal Maria doen in hare overstelpende smart? Zal zij ten einde toe bij Jesus blijven, of zich verwijderen om Hem niet in Zijne folteringen te zien sterven? Agar, de moeder vau Ismael, verliet haar kind om het nieste zien omkomen: Maria echter, geheel onderworpen aan den wil des Vaders , blijft staan, naast het kruis en offerde met
II. Reg. XVIII, 33.
_ 227 â
Jesus haar lijden op voor de zaligheid der wereld.
Zij blijft staan, wijl God het wil dat zij daar is, en zij zal er blijven tot dat het offer zal voltrokken zijn. Geloof, onderwerping en liefde maken haar tot een tweede slachtoffer, dat door den Hemel wordt aanvaard in vereeniging met het Goddelijk offer- van Jesus.
Leer hieruit, wie gij ook zijn moogt, liefhebbend vader, trouwe vriend, teeder echtgenoot of kind, leer uwe smart beheer-schen, als gij op het punt staat wat u dierbaar is te verliezen.
Stort vrij uw hart in tranen uit, maallaat de geest van godsvrucht uwe droefheid heiligen. Nimmer moogt gij u overgeven aan doodelijke droefheid, die allen troost weigert, gelijk zij die geen hoop hebhen. ')
Zoek troost waar die alleen te vinden is, namelijk in den Heiligen wil van God, waaraan gij u nederig moet onderwerpen. A Is wij het goede van Gods hand hebben aangenomen, waarom zouden wij het kwade niet aannemen? 2)
Bid met den koninklijken profeet: Heer, Gij kent al mijne begeerte en mijn zuchten is U niet verborgen. Mijn hart is ontsteld,
') I Thess. IY, 12. 2) Job. II. 10.
â 228 â
mijn kracht heeft mij begeven. Op U, Heer, heh ik gehoopt; Gij zult mij verhooren, Heer Mijn God. ')
Maar boven alles: Uw wil geschiede. Ik wil al wat Gij wilt en gelijk Gij het wilt.
Toen Jesus drie uren aan het kruis had gehangen, boog Hij het hoofd en stierf, ïwoe eerbiedwaardige mannen , Joseph van Ariraathea eu Mcodemus, namen het lichaam van het kruis en legden het neder in een nieuw graf. Doch na drie dagen zou Jesus verrijzen.
Hoe moeten die drie dagen Maria lang gevallen zijn!
Jesus was gestorven. Haar eeuige en geliefde Zoon was haar door den dood ontnomen. De smart van David bij den dood v an Absalom ; de klachten van Rachel hare kinderen beweenend, vermogen niet de uamelooze droefheid uit te drukken van Maria, toen zij Jesus niet meer zag en niet meer hoorde spreken.
Maar hoe zwaar haar moederhart werd beproefd eu hoe bitter zij schreide, als de heiligste en godvruchtigste aller moeders verloor zij niets van hare deugd. AVant haar geloof in Zijne verrijzenis, hare berusting in alles wat God voor Zijne glorie
') Ps. XXXVII : -10â1-1 â 10.
- 229 -
on het lieil der wereld beschikt had, waren haar steun en troost.
ö Gij, wien God beproefd door u te ontnemen wat gij zoo bevreesd waart te verliezen; gij , moeder, treurend over het verlies van uw vurig geliefd kind; gij troostelooze echtgenoote, die u vóór den tijd tot droeven weduwstaat veroordeeld ziet, zie op naar het voorbeeld , dat u door uwe hemelsche moeder wordt gegeven. Uwe tranen zijn rechtvaardig. Ook Joseph schreide op het graf van zijnen vader Jacob; en Jesus Zelf weende bij het graf van Lazarus; â maar breng als Maria uwe droefheid aan God ten oft'er en tracht in Zijnen heiligen vil te berusten.
De dood heeft onherroepelijk de banden verbroken, die u met uwe dierbaren ver-eenigden. Maar straalt de hoop niet in het verschiet om hen eenmaal weer te zien ? Leert het geloof u niet, dat de zaligen zich in Gods schoot zullen vereenigen veel volmaakter dan op aarde ?
JVij zuUen idlen eenmaal verrijzen. ') o Stralend licht van hoop en kostbaar vertrouwen , dat onze tranen droogt en ons in vrede het verlies onzer dierbaren doet dragen. Bedroef u dus niet als de anderen, die (jeen hoop hebben: ^ maar ween als Christen vol geloof, en beheersch uw smart;
i) Cor. XV : 51. 2) Thess. IV : 12.
â 230 â
immers de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen; â maar zeg- dan ook met yol vertrouwen en onderwerping: de naam des Heeren zij gezegend! x)
Daarenboven was hij, dien gij verloren hebt, uw eenig geluk op aarde? Hadt gij hem meer lief dan God, die hem heeft weggenomen? Hij was u dierbaar, maar Gods wil moet u nog dierbaarder zijn. Wellicht was uwe liefde niet goed genoeg geregeld , en waart gij al te veel aan hem gehecht. Zijn uwe tranen , zoo lang en heet geschreid, er niet de bewijzen van?
Misschien was hij u een beletsel voor volmaaktheid, of zelfs voor uwe zaligheid. Door hem dan weg te nemen, heeft God u barmhartigheid bewezen. Of misschien was de dood hem beter dan het leven. Als hij in den Heer ontslapen is, was het einde van zijn tijdelijk leven het begin zijner gelukkige eeuwigheid. Moogt gij dan klagen, dat God hem genadig hoeft gegeven, wat gij zelf ook eenmaal hoopt te ontvangen ?
Vertroost u met deze woorden, en trek dit voordeel uit uwe droefheid, dat gij in uwe gehechtheid en liefde steeds voorzichtg zijt. Slechts Hij, wiens jaren nimmer eindigen, -) is al uw gehechtheid en al uwe liefde waardig.
Bemint gij iemand met God, bemin hem ') Job. I : 21. 3) Hebr. I ; 12.
- 231 â
dan voor zoover God het wil en toelaat. Bemin hem om en in God, en laat uwe liefde tot God er nimmer onder lijden.
Als zóó uwe liefde is, en gij voor dit leven van hem scheiden moet, zult gij wel bedroefd, maar niet hopeloos en ontroostbaar wezen Uw hart zal op den dag des offers wel zuchten en uwe oogen tranen storten; maar de berusting in Gods wil zal balsem van troost en gelacenheid in uwe ziel uitstorten.
HOOFDSTUK XLIX.
over de gelatenheid in het lijden , als oob ons zijnen troost schijnt te weigeren.
De Dienaar. Verheug ü, Koningin des Hemels, omdat Hij, dien gij waardig geweest zijt in uwen schoot te dragen, en wiens dood u zooveel tranen heeft gekost , verrezen is gelijk Hij gezegd heeft. Geniet Zijne tegenwoordigheid in zalig verblijden, totdat Hij glorierijk ten Hemel zal opklimmen.
Meer, dan anderen hebt gij deelgenomen iu Zijn lijden, meer dan anderen moet gij dus ook in Zijne heerlijkheid deelen.
Welke heilige vreugde en onuitsprekelijke
â 232 â
troost vervulde uwe ziel, toen Jesus in Zijn verheerlijkt lichaam op den dag-Zijner verrijzenis aan n verscheen!
Uw lijden is nu voorbij, uwe tranen zijn gedroogd, uwehartewondis voor immer genezen.
Maeia. Ik hen, zegt God, met dengene die in droefheid is ') om hem met Mijne genade te versterken. Na storm en onweersvlagen herrijst de zon om al wat leeft door hare koesterende stralen te verkwikken, en zoo laat God troost op droefheid , zoetheid op bitterheid volgen. Ook de koninklijke Profeet ondervond die goedheid des Heeren. Nuay de menigvu Idly he id mijner smarten in mijn hart) hebben Uwe vertroostingen mijne ziel verblijd 2).
De Dienaar. Gij weet, Heilige Maagd, hoe lang ik reeds in droefheid voortleef, maar nog altijd laat de troost des Heeren zich wachten.
Maria. Mijn kind, al kunt gij dieu troost niet in u gevoelen, toch zijt gij er niet van beroofd.
Is het niet een groote troost, dat het lijden u aan Jesus gelijkvormig maakt en u den Hemel opent ?
Niet zonder bedoeling onthoudt God u dien gevoeligen troost, waarnas.r gij,ver-
') Ps. X.C. 15. =) Ps. XCIÃ. 19.
â 233 â
langt. Vele Heiligen zijn door de dorre woestijn des levens gegaan , zonder ooit een enkelen druppel van dien hemelschen dauw genoten te hebben. Verlaat u in alles op Gods Voorzienigheid. Als troost u noodig of nuttig is, zal God ze n niet laten ontbreken, maar zeker zal Zijne genade altijd met u zijn, en Zijne genade is nyenoey. ')
De Heiligen, welke dien merkbaren troost niet ontvingen , vonden er troost in. ze niet te hebben; hunne liefde werd zuiverder en meer belangeloos. Wacht nog een weinig. De belofte door Jesus gedaan aan allen die lijden, zal ook in u vervuld worden; want overvloed van alle zoetheid en oneindig verblijden bereidt ilij u in don Hemel.
Die waarlijk boetvaardig is, vindt troost in de gedachte, dat geduldig lijden het zekerste middel is om zijne zonden uit te wisschen.
Het lijdon immers verzoent met God. Het delgt de zonde uit; verandert den vloek des Heeren in zegening, Zijn toorn in tee-derheid, Zijn afkoer in liefde; het ontwapent Gods rechtvaardigheid en opent ons do schatten Zijner barmhartigheid.
Het lijden zuivert van alle vlek waarmede de ziel door de zonde is bezoedeld. Het is als een tweede doopsel, dat do zie! afwascht, zuivert en haar hare eerste schoonheid wedergeeft.
') K Cor. XII. 0.
â 234 â
Het lijden herstelt wat door de zondeu is bedor?en; het opent ons weder hel huis des Vaders, en geeft ons andermaal het recht der Kinderen Gods.
Het lijden ontbindt de banden, die den zondaar aan het aardsche en zinnelijke hechten, en geeft hem de vrijheid weder. De smart met haar verslindend vuur en nijpende foltering werkt de ziel los van het aardsche, en voert haar, vrij en gelukkig door do liefde, opwaarts tot God, in wien zij alleen haar rust en troost kan vinden.
Het lijden eindelijk hervormt de ziel door haar langs den weg der vernedering te brengen tot de kennis der oppermacht van God, tot onderwerping aan Zijnen wil en gehoorzaamheid aan Zijne bevelen.
Mijn kind, vereenig altijd uw lijden met het lijden van Jesus; laat het kruis u niet vreemd zijn! Die Mij wil volgen, zegt Jesus, verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en rolt/e Mij. ') Den moei el ijken weg van smaad, bespotting en vervolging heeft Jesus uit liefde tot u bewandeld; â Hij roept u Hem te volgen. Hij heeft u voorspeld , dat ook gij ter Zijner liefde zoudt te lijden hebben. De leerling is niet meer dan zijn meester; als zij Mij vervolgd heh-hen, zullen zij ook u vervolgen. -)
') Marc. VIII, 34. Joan. XV, 20.
â 235 â
Ziedaar voor u een bron van troost, als alle andere troost u ontbreekt. Gij lijdt als Jesus, gij lijdt met Jesus, gij lijdt voor Jesus. Hij is uv voorbeeld, Hij zal uw kracht ea sterkie wezen, en eenmaal uw zalig loon zijn in den Hemel.
Jesus aan het kruis is uw leermeester, die u geduld, onderwerping en tevredenheid leert; Hjj is uw trooster, die u herinnert aan wat Hij voor u geleden heeft, om uw lijden kostbaar en verdienstelijk te maken; HU is uw vriend, die getuige is van uw lijden en het met een eeuwig loon vergelden zal.
HOOFDSTUK L.
OVER IIRT VERLANGEN NAAR DEN HEMEL.
Toen Uwe ziel, ó Goddelijke Zaligmaker , de aarde verlaten had, om in het voorgeborchte der hel de Oudvaders te vertroosten, waren de gedachten, begeerten en genegenheden Uwer Heilige Moeder onafgebroken ten Hemel gericht.
Zij benijdde het lot der Engelen en Heiligen, die zich in de tegenwoordigheid van haren beminden Zoon verheugden en bezwoer ze U te zeggen, hoezeer zjj om Uwe afwezigheid leed.
â 236 â
Hoe zou de wereld haar kunuen behagen, of tevreden stellen? Die niets dan Jesus bemint, wil ook niets dan Jesus, en die op aarde zijn schat en rijkdom in Uwe genade en vriendschap stelt, vindt het leven een last, wijl het hem van Uwe tegenwoordigheid en zalige aanschouwing terughoudt.
O Jesus, ik verlang naar U, ik zucht en roep tot U; verhoor mijn gebed. Laat mij U in zalig verblijden eeuwig aanschouwen. I Fie zal mij vleugelen geven als de duif? ik zul vliegen en rust vinden hij U ') Waanneer zal ik komen en voor's Heeren aangezicht verschijnen?2) Zal do Bruidegom mijner ziel lang toeven? Zie, lieve Jesus, ik kom, en mijn hart roept smee-kend uit: Kom, Heer Jesus!*) Mijn hart sjjreekt tot U; mijne oogen zoeken U, naar (hv aanschijn, Heer, zal ik zuchten '').
ik gevoel, dat ik voor iets hoogers dan deze aarde beu geschapen. Dit leven gaat voorbij! Voor U, o Jesus, ben ik gemaakt om U eeuwig te bezitte.-.
Jesus, onuitputtelijke schatquot; alles ontbreekt, waar Gij ontbreekt Eeuwig Licht! alles is duister, waar Gij niet zijt. Al bezat ik al wat geschapen is, toch zou ik arm zijn, als Jesus niet de mijne is.
') Ps. LIV. 7. 2) ps, XLI. 3. *) Apoc. XXII. 20. quot;) Ps. XXVI. 8.
â 237 â
Jesus is mijn Al. Dat woord zegt en omvat alles, en wordt alleen begrepen door hen, die Jesus boven alles beminnen.
Wijke dan nit mijn hart alle liefde, die niet voor U of om U is, alle genegenheid die niet uit de genade voortkomt! Genade van Jesus, verwarm mij met het heilig vuur dier liefde.
Zoolang de tijd, waarop ik tot Gods eeuwige aanschouwing zal worden opgenomen, nog voor mij wordt uitgesteld, zal ik U, ó Jesus, met hart en ziel beminnen om den Hemel waardig te worden.
De liefde, die mij de zekere hoop geeft, U eenmaal te bezitten, zal, zoolang mijn ballingschap op aarde duurt, mijn troost en zoetheid wezen; want de liefde tot U maakt mijne feilen weder goed , zij geneest en verlicht, verdrijft droefheid en geeft vreugde en vrede, die de wereld niet geven kan.
Wanneer dan, ö Jesus, zal ik zien, wat ik nu geloof en hoop ? Haast U, ó Heer, open mij den Hemel, want mijn hart vindt geen rust tenzij het ruste in ü.
O hemelsche Koningin! die boven alle koren der Engelen de naaste bij God zjjt, ik, arme zondaar, groet u in dit tranendal, en bid u, uwe medelijdende oogen tot mij te wenden , want waar gij uwe oogen slaat, daar verspreidt gij genaden. Zie, o heilige Maagd Maria! in hoe vele en grootc ge-
- 238 â
vareu ik mij bevind vau mijne ziel, den Hemel en mijnen God te verliezen. Maar op u heb ik al mijne hoop gesteld. Ik bemin u, en zucht naar het gelukkige oogenblik van u in den Hemel te zien en te loven. O mijne Moeder! wanneer zal die zalige dag verschijnen, waarop ik aan uwe voeten zal vallen, en u, de Moeder van mijnen God eu mijne Moeder, die u zoo veel moeite gegeven hebt, om mij van het eeuwige verderf te bewaren, zal aanschouwen ? Wanneer zal ik de hand kussen, welke mij zoo dikwijls van do hel bevrijd heeft, ja, die mij zelfs, toen ik door mijne schuld verdiende vau een ieder verlaten en gehaat te zijn, met zoo vele genaden verrijkte? Mijne geliefde Koningin! hier op aarde ben ik jegens u ondankbaar geweest; maar als ik ju den Hemel zal komen, dan zal ik niet meer ondankbaar zijn, maar u, de altijddurende eeuwigheid door, zoo zeer beminnen, als het in mijne macht is; ja, dan zal ik mijne ondankbaarheid herstellen, en u zonder ophouden prijzen en danken. Ik dank God, dat Hij mij zulk groot vertrouwen in het bloed van Jesus Christus, en in u gegeven heeft. Gij moet mij van mijne zonden bevrijden; gij moet mij door uwe voorspraak licht en kracht verkrijgen om den wil Gods te vervullen; gij moet mij in den Hemel leiden. Dit alles hebben uwe getrouwe dienaars van u gehoopt, en niet
â 239 â
één is te leur gesteld geworden. Neen, ik zal mij ook niet bedriegen. O Maria! gij zult my zalig maken. Bid uwen Zoon Jesus, gelijk ik Hem nu ook bid, dat Hij, om Zijn bitter lijden, in mij dit heilige vertrouwen altijd beware en vergroote.
HOOFDSTUK LI.
OVER DE GENADE VAK DEN H. GEEST.
Jesus had beloofd den Heiligen Geest te zullen zenden. Om zich tot diens komst voor te bereiden trok Maria zich terug in de opperzaal, en vereenigde zich met de Apostelen en bloedverwanten van Jesus, en de heilige vrouwen, die Hem op Zijne reizen waren gevolgd.
In stille afzondering en gezamenlijk gebed en eensgezind van hart en wil verbeidden zij den Heiligen Geest.
Heerlijke voorbereiding om den God van liefde te ontvangen! Hoe gaarne daalt de Heilige Geest neder over vurige zielen, die Hem ver van het gedruisch en gewoel der wereld zoeken |en oprecht naar Hem verlangen
Hoe vurig verlangde vooral Maria door haar innig gebed , zuivere begeerte en ijver-
â 240 â
volle liefde naar de komst vau den Godde-lijken Geest, maar vooral, hoe krachtig moet niet hare tegenwoordigheid en haar voorbeeld allen bewogen hebben, om zich op dezelfde wijze voor te bereiden.
Maria was reeds vol van genade, maar de Heilige Geest wilde Zijne Bruid altijd meer met Zijne gaven verrijken, en niemand was meer dan zij die gunsten waardig.
Hoe overvloedig de genade van den Heiligen Geest zich ook in oene ziel uitstort, altijd kan zij meer en nieuwe gaven schenken. Haar bron is oneindig, en haar overvloed onbegrensd.
Die getrouw is aan de genade, ontvangt er veel; en die in getrouwheid volhardt, verkrijgt nog overvloediger.
ó Als wij de voortreffelijkheid dier gave Gods kenden gelijk Maria, wij zouden niets anders op aarde verlangen, niets anders begeeren, aan niets anders eenige waarde toekennen.
Hoe beschamend is dan niet de onverschilligheid van zoovelen, die weinig ijver aan den dag leggen om Gods genade te bekomen, of ze ongeschonden te bewaren.
Zijn zij even onverschillig voor de gunsten dezer wereld ?
Geen moeite sparen zij, en geen middelen laten zij onbeproefd om ze te verworven. Maar helaas , de genade Gods wordt weinig begeerd en roekeloos verloren.
- 241 â
Gebrek aan fortuin wordt tot cene schande gerekend ; maar over de geestelijke armoede schaamt men zich niet.
Met leedwezen erken ik , ó Heilige Geest, dat mijne wederspannigheid aan Uwe ingevingen mij Uwe weldaden geheel onwaardig maken. Maar ik vereenig mijn gebod met hot gebed van Maria. Gewaardig U mij te verhooren.
Vol vertrouwen roep ik tot u, Bruid van den H. Geest, en bezweer u mijne voorspraak te willen zijn. Vraag voor mij den geest van wijsheid, die mij naar de goederen des Hemels doet verlangen en afschuw inboezemt voor de bedricgelijke goederen dezer wereld; den geest van verstand en licht, die mij in dit rijk der duisternis de wegen Gods doet kennen en eeuwige waarheden leert; den geest van onderscheid en raad, die mij do strikken doet ontdekken en vermijden, welke de vijanden mijner zaligheid kunnen spannen; den geest van kracht en sterkte, die mij boven mijne zwakheid verheft, mijne hartstochten onderdrukt, den stroom van bet kwade voorbeeld wederstaat, het menschelijk opzicht trotseert, de ijdelheid der wereld met voeten treedt, en mij tegen de ongestadigheid van mijn eigen hart versterkt. Eindelijk den geest van godsvrucht en vrees des Heer en, die mij richt en bemoedigt in Zijnen dienst, in de volbrenging Zijner
16
â 242 â
wet, en mij Hem doet eeren als mijn Schepper, miju Vader, mijn Zaligmaker eu mijn Rechter.
HOOFDSTUK Lil.
over den ijver voor de eee van god en het heil der zielen.
De Dienaar. Met vreugde, Heilige Maagd, zie ik u te midden van die kleine schaar getrouwe leerlingen, die na de Hemelvaart van Jesus en de nederdaling van den Heiligen Geest, door de zorg en prediking der Apostelen zich vormde en dagelijks toenam.
Die opkomende kerk van Christus vond in u de teederste en ijverigste Moeder. Nadrukkelijk vermeldt ons de Heilige Schrift, dat uilen eensgezind volhardden in het gebed met Maria de Moeder van Jesus. 1)
De teedere liefde van uw heilig Moederhart koesterde allen; gij badt met hen en voor hen, en vormdet hunnen geest naar den geest van Jesus Christus.
Eu als de Apostelen van elkander scheidden om de wereld voor Jesus te gaan veroveren, vergezelden uwe wenscten, uw
!) Act. I, 14.
â 243 â
zegen en gebeden hen overal en hielpen hen alle moeielijidieden overwinnen, allen tegenstand en gevaar trotseeren.
Om die kinderen uwer liefde, in wier midden gij verbleeft, in geloof en deugd te bewaren, legde uw ijver er zich op toe aller vertrouwen te winnen. Nooit konden de leerlingen genoeg de liefde bewonderen, die de Moeder van Jesus hun toedroeg, den vrijen en gemakkelijken toegang dien zy tot haar hadden, de liefdevolle opmerkzaamheid , waarmede zij allen bejegende.
Vorderden uwe verheven waardigheid, uwe deugden, uwe door God ingestorte kennis aller eerbied, uwe liefdevolle goedheid wou u aller harten.
Eén enkele blik op een bedroefde geslagen, verzachtte het lijden; uwe woorden, vau goddelijk vuur ontstoken en met kracht uit den hooge omkleed, verteederden den ongevoeligste, verwarmden den lauwste, bemoedigenden den vreesachtigste en stortten den vurigste nog meer ijver in.
Werd uw hart bedroefd als de Christenen in Jerusalem door de Joden verraderljjk werden vervolgd, goddelijke troost werd u geschonken door de snelle vorderingen, welke de . Apostelen ouder de heidenen maakten; en in Ephese, waarheen gij met den H. Joannes om de vervolging uwe toevlucht hadt genomen, mocht gij zelve
â 244 â
getuige ziju, hoe hot zaad des Evangelies een rijken oogst voortbracht.
Uwe bijzondere belangstelling in de uitbreiding van het Rijk yan God op aarde, doet ons genoeg begrijpen, met welk een zielenijver uw hart vervuld was.
Koningen de)' Apostelen, verkrijg mij een vonk van dat heilig vuur, dat u voor het heil dor zielen verteerde, opdat ik door woord en daad Hem overal moge doen eeren en beminnen.
Maria. Mijn kind, uw verlangen behaagt mij! De ijver voor de glorie van God en het heil der zielen is het kenmerk van den waren christen en hem even noodzakelijk als de liefde. Die ware liefde heeft, ijvert voor het voorwerp zijner liefde.
Meen niet, dat die ijver een plicht is alleen van Apostolische mannen, die zich geroepen gevoelen de loer van Jesus te verkondigen in de bediening viin het H. Priesterschap. Geen enkele staat is er, of men kan dien ijver beoefenen, bijvoorbeeld door goede voorboclden, het geven yan goeden raad, door woorden van troost tot bedroefden en vooral door het gebed. Dikwijls toch geeft God, op het godvruchtig en vurig gebod van een eenvoudige eu nederige ziel, aan een zondaar de genade van bekeering.
Bij opgewekte en vurige godsvrucht kan
â 245 â
het verlangen in u ontstaan , om te midden van gToole gevaren aan de bekeering van heidenen te arbeiden. Dat verlangen is heilig inderdaad; maar gij kunt het niet ten uitvoer leggen, en daarom is het voor u nutteloos en vergeefsch. ^S'iet aan allen is het gegeven om de wereld en al wat dierbaar is vaarwel te zeggen en blijmoedig zich voor God en het heil der naasten op te offeren. Zulk eene roeping is slechts het voorrecht van weinigen ; maar allen hebben het iu hun macht, om in hun eigen kringen dagelijksche omgeving de glorie van God te bevorderen.
Armen en zieker, vertroosten, onwetenden leeren, kinderen in de deugd en de vrees des Heeren opvoeden, dienstboden goed voorgaan, door goede werken uwe omgeving stichten en tot het goede opwekken, zondaren vermanen en voor hunne bekeering bidden; ziedaar het veld, waar de Vader des Huisgezins u voor Zijne glorie wil zien werken.
Mijne Broeders, zegt de H. Jacobus, ') wanneer iemand uwer afgedwaald is van de waarheid , en iemand hem bekeerd lueft, die moet weten , dat wie eenen zondaar tot bekeering heeft gebracht van zijnen dwaalweg , diens ziel van den dood redden en eene menigte van zonden bedekken zal.
1) J;ic. V, 10, 20.
â 246 â
Eu ook als gij u in een gezelschap bevindt, waar de goddeloosheid den hoogen toon voert om godsvrucht, geloof en deugd te bespotten, toon dan wie gij zijt, wat gij hoogacht en met geheel uwe ziel lief-hebt; gij zult door uw moedig gedrag de vijanden des Heeren doen verstommen; velen zullen in hun hart goedkeuren wat gij voor Jesus in woord of daad doet; sommigen zullen zich schamen over hunne lafhartigheid en tot nadenken komen, en in elk geval zult gij voor de glorie van God naar best vermogen geijverd hebben.
De ware ijver voor Gods glorie bestaat hierin, dat wij Hem ook door anderen doen zogenen en beminnen.
Reken het u ten plicht, mijn kind, om door gebed, het trouw vervullen uwer plichten , liefderijken omgang en vooral door goede voorbeelden Jesus te vereeren en zorg te dragen, dat anderen door uw gedrag gesticht en aangemoedigd worden om tot Jesus liefde weer te keeren en Hem meer en beter te beminnen.
â 247 â
HOOFDSTUK LUI.
OVER DE VOORBEREIDING ÃOT DEK DOOD.
Geheel het leven van de Allerheiligste Maagd was eene onafgebroken voorbereiding tot den dood. Meer dan zestig jaren had zij iu de beoefening der goddelijke liefde doorgebracht, en hare verdiensten voor den hemel hadden haar eene glorie verworven, die de glorie van Engelen en Heiligen te zaraen onuitsprekelijk ver te boven ging.
Immers hare liefde tot God nam altijd toe en was bij haren dood zoo volmaakt, dat zij veeleer van liefde dan van natuurlijke lichaamszwakte tot het andere leven overging.
Wijd ook gij, op het voorbeeld van Maria, elk oogenblik van uw leven aan God toe. Die goed wil sterven , moet goed leven.
Immers het leven i? u niet geschonken om rijk, geëerd of toegejuicht te worden op aarde; maar om God te dienen en in Zijnen dienst de kroon der onsterfelijkheid te verwerven.
Al bezat gij al de rijkdommen der aarde,
248 â
al regeordet gij over alle volkeu dor wereld; wat blijft u over bij den dood?
Gij zult verplicht zijn alles te verlaten en alles zal u verlaten.
Het eonige, wat u overblijft, zijn do werken, die gij in uw leven voor God gedaan zult hebben.
Hoe treurig is het lot van zoovelen, die niot dan bij het einde des levens aan den dood denken, en de eeuwigheid te geinoet gaan met het wroegend verdriet van slechts eenige uren, aan do grooto zaak hunner zaligheid besteed te bobben, E)i het aantal dier dwazen is oneindig 1).
Is het niet dwaas zich tot eene reis te gaan voorbereiden, als het oogenblik van vertrok reeds is aangebroken? Zou men een misdadiger niet van de grootste dwaasheid beschuldigen, als hij tot het oogenblik , waarop hij zal veroordeeld worden, zijnen Rechter belrwdigt, of die plannen van genoegens beraamt, terwijl hij roods naar do strafplaats geleid wordt ?
De zorg des levens is niot om van het loven te genieten, maar om het leven goed te besteden en het zalig te eindigen.
Zalig do monsch, die in do laatste oogonblikkon kan zeggen; ik heb nooit mijn hart aan do aarde gehecht; ik zag de ijdelheid van de goederen dezer wereld
!) Eccl. 1, 15.
- 249 â
in, en vergat niet dat ik voor het onvergankelijke geschapen was; ik stelde mijn geluk niet in rijkdommen, het doel mijns levens niet in hot verzamelen van schatten ; in alles lette ik op hot einde en vertrouwde niet op een bloeiende jeugd, noch op de krachtige gezondheid van verderen leeftijd ; in alles heb ik God gediend.
Een. heilig leven verzoet de gedachte aan den dood, en de gedachte aan den dood wekt tot een deugdzaam leven op. Die goed geleefd heeft, sterft gerust.
Als vandaag of morgen de dag des Heeren voor u aanbrak, zoude gij dan bereid zijn voor uwen Rechter te verschijnen? Onderzoek uzclven, en vraag u af, welke boetvaardigheid gij gedaan, en welke verdiensten gij vergaderd hebt.
Gij zult voor Mijn aangezicht niet leclkj verschijnen '); zegt de Heer.
Benut de dagen, die God u nog overlaat. Den verloren tijd terug roepen kunt gij niet; maar gij kunt veel vergoeden, en alleen daartoe wordt uw leven door God verlengd.
Of gij nog lang zult leven, of binnen weinige dagen sterven, is u niet bekend; maar zeker weet gij, dat de lieer zal
i) Exod. XXIII, 15.
â 250 â
komen als een dief in den nacht, op een uur, waarop gij het niet zult denken.
Kan dus ieder uur het uur Tan uwen dood zijn, wees dan ook altijd bereid, en doordring u van de gedachte, dat de dood het beslissend oogenblik voor de eeuwigheid is.
Vraag de koningin des Hemels om God voor u te danken, dat Hij u nog tijd laat om u voor te bereiden, en bid haar om de genade er een goed gebruik van te maken.
Om heilig te sterven moet men sterven in Geloof, Hoop en Liefde. Verwek dikwijls die oefeningen om tot een zalig sterfuur te komen. Als men zich in het leven daarin niet geoefend heeft, weet mij bij het sterven ternauwernood, wat geloovon, hopen en beminnen is.
Denk iederen avond, als gij u ter ruste begeeft, dat zoovelon den laatsten nacht huns levens ingaan, en het ook voor u geen morgen meer zou kunnen worden. Beveel uwe ziel in Gods genade en zeg dikwerf met uwen Zaligmaker: âVader, in Uwe handen beveel ik mijnen geest. ')
o Maria, hoe zal mijn dood zijn? Angst en vrees overvallen mjj en ik sidder en beef, als ik aan mijne zonden en tevens
!) Luc. XXIII, 46.
â 251 â
aau Jat verschrikkelijk oogenblik denk, waarvan mijne eeuwige zaligheid afhangt. Lieve Moeder Maria, ik stel al mijne hoop in het bloed van Jesus-Christus, en in uwe voorspraak! Troosteres der bedrukten, verlaat mij niet, troost mij in dien grooten nood, waarin ik mij dan zal bevinden. Indien nu de onzekerheid of God mij vergeven heeft, het gevaar van weder in de zonden te vallen, en de gestrengheid der goddelijke rechtvaardigheid mij reeds zoo verschrikkelijk pijnigen, wat zal ik dan in mijn doodsuur niet te verduren hebben? Ach! ik ben verloren, indien gij mij niet bijstaat. Verwerf mij eene groote droefheid over mijne zonden , eene oprechte bekeering en de volharding in den dienst van God; en, als het laatste oogenblik mijns levens zal gekomen zijn, help mij dan, o Maria! in de benauwdheid, versterk mij, opdat ik niet bij de gedachte aan mijne zonden, die de duivel mij zal vertoonen, in wanhoop valle; laat mij U dan zonder ophouden aanroepen , opdat ik uwen naam en den naam uws Zoons nog op de lippen hebbe. Maria, mijne oogen zullen u in mijn doodsuur zoeken , laat mij in dien akeligen stond niet troosteloos en te vergeefs naar u omzien; sta mij uit den Hemel bij, opdat ik, van liefde tot God en tot u ontvlamd , dit leven verlate, om u gedurende de eeuwigheid in den Hemel te gaan beminnen,
â 252 â
HOOFDSTUK L1V.
over de zoetheid yan den dood des rechtvaardigen.
De Dienaar. Heilige Maagd , de vreugde waarvan uwe ziel vervuld was op het oogenblik, dat uwe ziel het liehaam ging verlaten om zich op nieuw en voor eeuwig met uwen Goddelijken Zoon te vereenigen , laat zich alleen kennen en gevoelen door hem, die Jesus' liefde voor u, en uwe liefde voor Jesus volkomen zou kunnen begrijpen.
Met kalme gerustheid gaaft gij uwe ziel aan God , alsof gij den zoetsten slaap waart ingetreden. Hoe toch zou de Maagd, die altijd aan God toebehoord, niets anders dan God bemind, geen ander geluk gekend en verlangd had dan God, voor den dood bevreesd kunnen zijn ?
Maria. Mijn kind, wanneer gij aan het einde uws levens deel wilt hebben aan de geneugten en zoetheid van mijnen dood, zoek dan niet uw geluk op aarde.
âLaat ik den dood der rechtvaardigen stervenquot; ') zoo bidden alle Christenen;
') Num. XX111, 10.
â 253 â
maar weiuigeu leven zóó, dat zij den kostbaren dood der rechtvaardigen mot gerustheid mogen verwachten. Zij donken slechts aan de aarde, en leven alsof er nimmer een scheiding is te vreezen: zij vergeten dat un/ hier cjeen blijvende woonplaats hehhen '), en voor een leven na dit leven geschapen zijn. Als gij alleen voor de aarde werkt, welke hoop kunt gij dan hebben op don Hemel ?
Jesus laat niemand den Hemel binnen om in Zijn geluk te deelen, dan die op aarde hun geluk gesteld hebben in Zijne liefde.
Hoe troostend is het voor den rechtvaardige , als hij aan hot einde van een loopbaan vol bekeringen en lijden, het go-tuigenis geniet van een kalm tn gerust geweten.
Kostbaar in de ooi/en des Heeren is de dood Zijner Heiligen. -)
Terwijl de zondaar bij den dood Jesus als een onverbiddelijken Eechter moet vreezen, snelt de rechtvaardige Hem als een Vader vol goedheid tegemoet; hij weet wel dat hij in zijn leven gezondigd heeft, misschien zelfs zwaar en dikwijls; maar hij heeft liet uur des doods niet afgewacht om boetvaardigheid te doen. Grootmoedig en gelaten brengt hij liet offer van zijn leven:
!) Hobr. XIII, 14. 2) ps. CXV, 5.
â 254 â
hij vereenigt het in den geest met het offer des kruises, en mag daarom op de barmhartigheid van Jesus hopen. Van den dag waarop hij zich tot God bekeerd heeft, heeft hij kloek en trouw gestreden. Met den H. Paulus kan hij getuigen: Ik heb den (joeden strijd gestreden, mijn loophaan volbracht, het Geloof behouden. Wat kan hij anders verwachten dan de kroon der gerechtigheid, die hem is weggelegd. ') God is zijn helper eu Verlosser; de goederen der aarde ontvallen hem, maar op deze heeft hij nooit zijn vertrouwen gesteld; de vermaken hebben voor hem een einde genomen, doch zijn hart was daaraan niet gehecht; zijne vrienden hebben hem verlaten , en staan van verre, maar God heeft hij bemind, Zijn welbehagen in alles gezocht, de Heer verlaat hem niet; zijne krachten begeven hem, maar God is zijn sterkte; zijn oogen zijn uitgedoofd, maar God is zijn licht in eeuwigheid; zijn tong-kan niet meer sproken tot de menschen, maar aan God zijn de zuchten zijns harten bekend; zijne ooren zijn doof geworden, maar zijne ziel luistert naar de stem van haren God. Laat de wereld voor hem voorbijgaan ; God die met hem is, blijft in eeuwigheid.
II ïimoth, IV, 7, 8.
â 255 â
Hoe zoet zal het u ziju, mijn kind, als gij bij het naderen van den dood met Jesus zeggen kunt: â!k verlaat de wereld en ga tot den Vader. â¢) Ik ga het erfdeel, dat mij is toegewezen, voor eeuwig in bezit nemen. Mijn Vader, ik heb ü verheerlijkt op aarde. Het werk, dat Gij mij opgedragen heht te doen, heb ik volbracht, verheerlijk mij nu! 2) Doe mij in de glorie deelen. welke Gij mij beloofd hebt.quot;
Die zijne lamp met olie gevuld houdt, dat is: die op het uur van sterven is voorbereid , is niet bevreesd te hooren: Zie de Bruidegom komt, ga uit Hem te gemoet; 3) want hij heeft Jesus in zijn leven bemind en kan zich bij den dood in die liefde niet bedriegen. Als een fakkel, die bij het uH-blusschen feller vlam uitschiet, verheft zich de liefde op het oogenblik van den dood, om zich voor eeuwig in God te verblijden.
Leef dus mijn kind in Jesus' liefde, om in Jesus' liefde te kunnen sterven.
De Dienaar. De kostbaarste aller genaden, o mijne Moeder, die ik van Gods goedheid kan hopen, is te sterven zooals gij.
Leven in de liefde, van de liefde en .door de liefde en dan sterven in de liefde
!) Joan XVI, 28. *) Joan XVII, 4, 5. 8) Mat. XXY, 6.
â 256 â
is do zoetheid van den dood des rechtvaardigen.
Maar helaas, hoe weinig volmaakt ben ik en hoe groot is nog mijne gehechtheid aan de aarde; want dit leven vind ik zoet en ik kan er niet toe komen om naar het einde te verlangen. Nauwelijks begrijp ik den weemoed van David, als hij klaagde: Ach, dat mijn ballingschap verlengd «s1), en van den Apostel, als hij verlangde ont-honden te worden. 2)
Brandden in mij slechts enkele vonken van dat liefdevuur, dat uw hart verteerde, de aarde zou mij nietig schijnen en mijn geest en hart zich verliezen in God, mijn Heil. Die Jesus bemint, wil Jesus ook bezitten. Met Paulus zou ik uitroepen: Mijn leven is Christus en sterven gewin,3)
Wat zijn de goederen der aarde voor hem, die Jesus kent en bemint? Jesns is het opperste goed, en omvat alle goederen.
Zalig is het met Jesus te zijn, dien goeden Vader, dien teederen vriend, dien liefderijken Meester, dien beminnelijken Zaligmaker.
Met Jesus te zijn, Zijne tegenwoordigheid genieten, Hem beminnen uit geheel het hart, Hem beminnen voor altijd! o Koningin des Hemels, wat kan de wereld mij aanbieden dat daarmede in vergelijking komt?
i)Ps. CXIX,5. 2) Philip. 123. 3) Philip. I, Si.
â 257 â
o Stort in mij eeu groot verlangen naar dat zalig verblijf, waar Jesus in al den luister Zijner Godheid troont, en de begeerten van Engelen en Heiligen verzadigt. Jesus alleen kan al ons verlangen bevredigen. Onthecht mij van het aardsche, ruk de banden los, die mij gebonden houden, 'opdat ik naar niets anders verlange dan naar Jesus in den Hemel.
Maar, lieve Moeder, zal eenmaal mijn dood de dood des rechtvaardigen wezen? Zal het laatste oogenblik van mijn tijdelijk bestaan het begin ziju mijner gelukkige eeuwigheid? Zal ik Jesus, naar wien ik zuchtend verlang, niet moeten vreezen als mijn Rechter ? Want zwaar heb ik gezondigd en de ongerechtigheden zijn mij boven het hoofd gewassen ; nog voel ik in mij, hoe do aarde mij aantrekt en vleiend toelacht.
Maria. Laat hot vertrouwen op Gods barmhartigheid en mijne voorspraak u altijd bemoedigen. Hoop en vertrouw vastelijk! Jesus is uw strenge Rechter, maar ook uw goede Zaligmaker.
Bewaar in u een heilzame vrees voor het oordeel, maar laten Hoop en Liefde uwe vrees overtreffen.
Wees bevreesd, maar bemin meer. Nimmer kuut gij boter aan Jesus uwe liefde betuigen, dan door te wenschen Hem spoedig in Zijne heerlijkheid te zien, eu de aarde
17
â 258 â
te verlaten, die zoo vol is van gevaar en van al wat de reinheid des gewetens kan bevlekken.
Blijf in Jesus' liefde, vrees Zijn oordeel en hoop op Hem: dan kunt gij zeker zijn, dat Hij u bij uwen dood tegen eiken vijand zal beschermen. Ik zelve zal Zijne hulp voor u afsmeeken; want altijd waak ik over mijne kinderen, maar bijzonder in het uur van hunnen dood.
De Dienaar. Heilige Moeder, bid voor mij, opdat mijn sterven zalig zij!
HOOFDSTUK LV.
over de liefde gods.
De Dienaar. Eindelijk, Heilige Moeder, was de langgewenschte dag aangebroken, waarop uw pelgrimsreis ten einde zou loo-pen en gij voor immer met uwen Zoon zoudt worden hereenigd. De tot God omhoog geheven handen voegt gij zedig en eerbiedig te zamen, gij neemt eene rustige en waardige houding aan, een onbeschrijfelijke vreugde schetst zich op uw gelaat. Nog eens opent zich uw mond; Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiedde naar uw woord, en zacht, zonder doodstrijd, zonder
â 259 -
smart of inspanning , in zalige verrukking, geeft gij uw onbevlekte ziel in de handen des Vaders weder.
Uw dood vras een offer der goddelijke liefde. De liefde verteerde eindelijk de laatste levensvonk, ah een offer, dat zij zich voor alle eeuwen had voorbereid.
Eene ziel, zoo edelmoedig en onderworpen aan God, zoo trouw en heilig, kan niet anders dan van liefde sterven.
Zuiver en zonder smet uit Gods hand voortgekomen, hebt gij Zijn goddelijke liefde tot eenig dool verkoren. (Jw hart leefde en voedde zich met den gloed harer vlammen, die het geheel doordrongen.
Heel uw leven kendet gjj geen andere liefde. Als uwe genegenheden, gedachten, gevoelens, woorden en daden werden tot die liefde teruggebracht.
Hoe moer wij de grootheid en oneindige volmaaktheid Gods kennen eu overwegen, des te beminnelijker wordt Hij ons, en des te vuriger ontvlamt ons Zijne liefde. Maar wie der schepselen kende Hom ooit beter dan gij ?
Het hart der Heiligen was vol van liefde; maar uw hart heeft de volheid dier liefde in hare matolooze uitgestrektheid gekend, gevoeld, begrepen en in zich opgenomen.
De Seraphijnen beminnen God met onuitsprekelijke liefde, maar de gloed, die
- 260 â
hon verteert, is slechts een vonk in vergelijking' van uwe liefde.
Moeder der schoone liefde 1), gij sterft van liefde, en wij, wij leven zelfs niet in die liefde , niets doen wij om ons de liefde Gods, zelfs in liet uui-rdes doods te verzekeren.
Maria. quot;Waarmede anders moet gij u op aarde bezighouden, mijn kind, dan met het eenige, waartoe gij geschapen zijt? Gij zijt geschapen om God te dienen en te beminnen.
Hoe dwaas zijn zij, die hun hart aan andere liefde overgeven ; -alleen de liefde Gods kan u voor tijd en eeuwigheid gelukkig maken.
Mijn kind . leg die ongelukkige lafheid af, die u op den weg der goddelijke liefde tegenhoudt. Ter nauwernood zijt gij begonnen.
Vreest gij voor offers ? Zonder offers bestaat geen liefde. Liefde, die zich alleen openbaart als er niets te lijden is, is eene onbeproefde en onzekere liefde.
Bemin vaardig, moedig, bereid om liever alles te verliezen dan Gods genade te verbeuren, en liever alles te ondergaan dan een groote zonde te bedrijven,
Als eenmaal uwe ziel door die liefde is ontstoken. zal niets u onmogelijk zijn.
1
) Eccli XXIV, 24.
- 261 â
De liefde is sterk als de dood ') eu kent geen moeielijkhedeu.
Hebt gij gebreken te verbeteren, zin-nelijkheden te onderdrukken , bemin slechts en de liefde zal u spoedig heiligen.
Heb lief wat God lief heeft. Deelt, behalve God, ook een ander in uwe liefde, bemin dien dan voor zoover God het wil, en laat die liefde alleen dienen om God meer te verheerlijken. Zoo zult gij aan God in alles behagen.
Ware liefde is onverschillig voor alles wat God niet is, of niet tot God kan worden teruggebracht. Hem alleen zoekt eu wil zij in alles.
Mijn kind, onder do zachte leiding dier liefde, zult gij u altijd gelukkig gevoelen. Hoe meer gij er in leeft, des te meer zult gij er in willen leven. Zelfs in het lijden, dat gij om harentwil verduurt, zal zij uw troost, uw kracht, uw overwinning zijn.
Die liefde zij uw schat. Al lijdt gij aan alles gebrek, door haar zult gij in alles rijk wezen.
Maar vooral in het uur des doods, op dat oogenblik van schrik en verwarring voor zoovele Christenen, zal zij u met zoeten vrede vervullen, en met liet hoopvol oog ten Hemel gericht, zult gij, van de boeien des aardschen levens ontslagen,
') Cant. VIII, 0.
â 262 -
uw God te gemoet snellen, om Hem te aanschouwen, Hem te bezitten , en te genieten wat geen oor/ gezien, geen oor gehoord heeft, en wat nooit in 's menschen hart is opgekomen 1).
Geef u dus over, mijn kind, aan die goddelijke liefde, laat u door hiar in alles geleiden. Tracht alles te doen uit liefde.
De Diesaar. Heilige Moeder, Hemel-sche Maagd, op uw woord voel ik in mij een vurig verlangen om geen andere leiding te volgen dan die der goddelijke liefde.
Voor God ben ik geschapen. Hem behoort mijn hart; ik geef het Hem over, en wijd het Hem geheel toe.
Ik erken, geliefde Moeder, dat uw Goddelijke Zoon verdient door ons bemind te worden. Hij geeft u alles, wat gij verlangt ; verwerf mij daarom de genade van Hem vurig te beminnen en mijnen wil zoo nauw met Zijnen wil te vereenigen, dat niets in staat zij, mij van Hem te verwijderen. Ik zoek noch de goederen dezer wereld, noch hare eer, noch hare rijkdommen; alles wat ik verlang, is hetgeen gij mij het vurigst begeert te geven, namelijk de liefde tot God.
!) I Cor. II. 9.
â 263 â
Lieve Moeder, bid voor mij en houd niet op te bidden, tot dat gij mij in den Hemel ziet om Hem met n de gansehe eeuwigheid door te kunnen beminnen.
HOOFDSTUK LVI.
over het loon des hemels.
De Dienaar. Heilige Maagd, het graf waarin uw heilig lichaam na uwen dood werd neergelegd, zou niet lang in het bezit blijven van dien kostbaren schat. Uwe hooge waardigheid van Moeder des Heeren, de engelachtige zuiverheid van uw maagdelijk lichaam, dat Jesus eenmaal had gedragen en gevoed, het gruwzaam lijden, hetwelk dat lichaam in ver-eeniging met Jesus' lijden verduurd had, alles eischte, dat het, evenals het lichaam van Jesus, aan don schoot der aarde zou worden ontrukt, en opgenomen in het zalig verblijf, waar uwe ziel zich reeds in Gods aanschijn verblijdde.
Uwe ziel vereeuigde zich weder met het lichaam, en met heerlijke majesteit, van duizende engelen omringd, wordt gij opgenomen ten Hemel om de plaats in te nemen , u door Jesus aan Zijne rechterhand bereid.
â 264 â
Wanneer, Heilige Moeder, zal ook ik niet Engelen en Heiligen uwe glorie mogen aanschouwen en er den luister vau bewonderen ? quot;Wanneer zal ik mij met hunne bekoorlijke jubelzangen mogen ver-eenigeu, uwe verdiensten bezingen, en u al den lof, die u verschuldigd is, mogen geven ?
De hooge rang, waartoe gij in den Hemel zijt opgenomen , is niet enkel een gunst, die Jesus u heeft willen bewijzen; Hij was u dien verschuldigd voor alles, wat gij voor God gedaan en geleden hadt.
Uwe plaats in den Hemel zou zoo hoog verheveij niet zijn, als het goddelijk Moederschap in u een onvruchtbare titel geweest was; of als gij niet de volmaaktste gelijkenis gehad hadt met uwen Zoon dooide trouwe navolging Zijner deugden.
In de oogen van den God van alle heiligheid bestaat uw grootste verdienste in de heiligheid van uw eigen leven.
Maria. Mijn kind, die op aarde niet heilig geleefd heeft, zal den Hemel niet binnengaan.
Niet aan rang of waardigheid, niet aan rijkdommen of talenten verleent God den Hemel, maar aan het heilig gebruik, dat men er van maakt, en aan de verdiensten, die men er in het leven mede verworven heeft.
â 265 -
Bij God is c/een aanzien des persoons. ') Hij zal ieder naar zijne werken vergelden. 2) De zielen , die het hoogst in het Rijk der Hemelen verheven zijn , waren op aarde de deugdzaamste en volmaaktste.
God oordeelt geheel anders dan de men-schen. Deze hechten dikwijls alleen aan den uiterlijken schijn; de innerlijke waarde en ware verdiensten blijven hun verborgen.
Groote belooningen bestemt Hij voor u; maar gij moet ze verdienen. En om ze te kunnen verdienen geeft hij u voldoende genade en hulp. Gebruikt gjj die goed, dan zal Hij onfeilbaar zeker Zijne beloften vervullen. Want in het Boek des Levens schrijft Hij trouw al wat gij voor Hom doet. Zelfs een r/las water in Zijnen naam gegeven zal de belooning niet missen.1)
Hoe troostend is het voor u, mjjn kind, voor zulk een goeden, milden en vermogenden Meester te werken.
De wereld, voor welke zooveel gezwoegd wordt, loont hare dienaren slecht: zoovelen gaan lichamelijk en geestelijk in haren dienst ten onder; â maar gij kunt met den H. Paulus zeggen: âIk weet aan wien ik mij heb toevertrouwd, en ben zeker, dat Hij machtig is mijn pand. (van verdiensten) te bewaren. 2) Eeue eeuwige kroon verwacht
1
») Eph. VI. 9. 2) Kom. n, 0, 8) Mat. X, 42
2
j 11 Tim. 1, 12.
â 264 â
Wanneer, Heilige Moeder, zal ook ik met Engelen en Heiligen uwe glorie mogen aanschouwen en er den luister vau bewonderen? Wanneer zal ik mij met hunne bekoorlijke jubelzangen mogen vereenigen , uwe Terdiensten bezingen, en u al den lof, die u verschuldigd is, mogen geven ?
De hooge rang, waartoe gij in den Hemel zijt opgenomen , is niet enkel een gunst, die Jesus u heeft willen bewijzen; Hij was u dien verschuldigd voor alles, wat gij voor God gedaan en geleden hadt.
Uwe plaats in den Hemel zou zoo hoog verheveij niet zijn, als het goddelijk Moe-derschap in u een onvruchtbare titel geweest was; of als gij niet de volmaaktste gelijkenis gehad hadt met uwen Zoon dooide trouwe navolging Zijner deugden.
In de oogen van den God van alle heiligheid bestaat uw grootste verdienste in de heiligheid van uw eigen leven.
Maria. Mijn kind, die op aarde niet heilig geleefd heeft, zal den Hemel niet binnengaan.
Niet aan rang of waardigheid, niet aan rijkdommen of talenten verleent God den Hemel, maar aan het heilig gebruik, dat men er van maakt, en aan de verdiensten, die men er in het leven mede verworven heeft.
â 265 â
Bij God is yeen aanzien des persoon*. ') Hij zal ieder naar zijne werken vergelden. 1) De zielen, die het hoogst in het Rijk der Hemelen verheven zijn , waren op aarde de deugdzaamste en volmaaktste.
God oordeelt geheel anders dan de men-schen. Deze hechten dikwijls alleen aau den uiterlijken schijn; de innerlijke waarde en ware verdiensten blijven hun verborgen.
Groote belooningen bestemt Hij voor u; maar gij moet ze verdienen. En om ze te kunnen verdienen geeft hij u voldoende genade en hulp. Gebruikt gij die goed, dan zal Hij onfeilbaar zeker Zijne beloften vervullen. Want in het Boek des Levens schrijft Hij trouw al wac gij voor Hem doet. Zelfs een glas water in Zijnen naam gegeven zal de belooning niet missen.3)
Hoe troostend is het voor u, mijn kind, voor zulk een goeden, niilden en vermogenden Meester te werken.
De wereld, voor welke zooveel gezwoegd wordt, loont hare dienaren slecht: zoovelen gaan lichamelijk en geestelijk in haren dienst ten onder; â maar gij kunt met den H. Paulus zeggen : â/A; tveet aan wien ik mij heb toevertrouwd, en hen zeker, dat Hij machtig is mijn pand. (van verdiensten) te heivaren. 4) Eene eeuwige kroon verwacht
1
4) II Tim. 1, -12.
â 266 â
ik van Zijne barmhartigheid, eene kroon die luisterrijker zal zijn, naarmate ik ijveriger en getrouwer in Zijnen dienst gewerkt heb.
Onderzoek dus uzelven; vraag u af wat gij gedaan hebt en nog doet, om het u beloofde loon te winnen.
Welke zijn uwe overwinningen op den duivel, de wereld en het vleesch ? Welke uwe goede werken, uwe deugden; met andere woorden : welke verdiensten kunt gij toonen voor den rechterstoel van Grod ?
De Dienaar. Helaas, mijne Moeder, als ik denk aan het weinige, dat ik tot nu gedaan heb om het hemelsch loon te verdienen , weet ik mij van schaamte niet te bergen. Zal ik ooit het goluk hebben, met de Heiligen den lof van uwen Zoon en uwen lof te zingen? Zal ik u eenmaal in al deu luister uwer glorie mogen aanschouwen?
Maria. Ontmoedig u niet, mijn kind. Nog is het in uwe macht om verdiensten te vergaderen. De genade spreekt tot u en dringt u , wees getrouw aan hare inspraken. Bid veel, doe boete, arbeid voor God, lijd geduldig, breng offers van uw eigen wil, bewandel de voetpaden der Heiligen, en evenals zij, zult ook gij tot een gelukkig einde komen.
Laat de gedachte, dat het hemelsch geluk
â 267 -
ook voor u het loon der deugd zal wezen, u sterken in den strijd, dien gij nog te voeren zult hebben. Denk, dat gij strijdt voor eene glorie, die al wat voor ttod geleden wordt ruimschoots vergoedt; voor eene schat, die voor alle ellenden schadeloos stelt; voor eene rust, die allen arbeid loont; voor eenen troost, die alle smarten lenigt.
God alleen is groot; Hij alleen kan groote en ware belooningen geven; in de hel straft Hij als God, en in den Hemel loont Hij als God.
Miju kind, als gij in den Hemel komt, zult gij God zien, yblijk Hij is; gij zult Hem bezitten en beminnen, en nooit zal aan uw geluk een einde komen.
In den Hemel is alles genoegen zonder smart, vreugd zonder verdriet, rust zonder zorg, vrede zonder vrees. Daar is geen andere liefde, geen andere wil dan die van God. God is alles in alles. Men is er rijk, machtig en gelukkig in Hem en met Hem !
Tracht dus, mijn kind, dat heilig doel te bereiken. Zeg niet: reeds zoolang heb ik gestreden en mij zei ven overwonnen, en nog is het niet genoeg! Elke versterving, elke zucht, elk goed werk is een parel aan uwe kroon, en Jesus Zelf heeft u geleerd; die volhard sal hebben ten einde toe, zal zalig worden. ')
i) Mat. X, 22.
â 268 â
Dp; Dienaar, ó Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop! Tot u roepen wij, ballingen , kindereu van Eva, tot u smeeken wij zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan onze voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen, help ons in den strijd ten einde toe, en toon ons na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams; ó goedertierene, ó meedoogende, ö zoete Maagd Maria.
HOOFDSTUK LVII.
over de glorie van 5iaria in den hemel.
Al sprak onze tong de taal der engelen , al was ons hart vol vurige geestdrift als dat der Seraphijnen, nooit zouden wij de grootheid van Maria in den Hemel naar waarde kunnen melden. Boven elke gedachte van onzen geest, boven elke verrukking onzer ziel gaat hare lof' en heerlijkheid; want na God is zij het hoogste, en bewonderingswaardigste in genade, volmaaktheid , macht en luister.
Maria, uit wie Jesus is cjeboren, die Christus genoemd wordt '). Aan dat woord
i) Mat. I, 16.
â 269 -
voegt liet PI. Evangelie geeu verderen lof toe; liet is de vaste grondslag van al den lof, die haar gegeven kan worden.
Hare waardigheid van Moeder Gods voert haar op tot de innigste vereeuiging met God, en brengt haar de Godheid nabij. Door liet goddelijk moederschap immers onstond er tusschen God en Maria een wonderbaar en geheimvol verbond. Zij werd de dochter des Vaders , de Moeder des Zoons, de Bruid des Heiligen Geestes, op geheel bijzondere wijze , die haar alleen eigen is, en zich door geen sterveling laat vorklaren. En uit kracht van dat verbond is zij ook waarlijk koningin der wereld en koningin des Hemels.
âMaria, uit wie Jesus geboren isquot; zegt ons dus, dat Maria niemand behalve God boven zich kent.
De Engelen, dio anderen in genade en volmaaktheid overtreffen, kunnen slechts hare dienaren wezen; want verder dan de afstand van den mcnsch tot do Engelen , gaat de grootheid van Maria die der Engelen te boven.
Ja waarlijk, de grootheid van Jesus Zeiven is de maatstaf van de grootheid van Maria, want uit de voortrefi'elijklieid van deu Zoon kent men de Moeder; en zoo kunnen wij begrijpen, dat het goddelijk moederschap de bron is van alle genaden, welke over Maria zijn uitgestort,
â 270 â
vau alle voorreehten eu gunsten, waarmede zij begenadigd is.
Even waarlijk Moeder van God, als zij die ous het leven schonken onze moeders ziju, vermag zij alles bij haren Zoon. De almacht, welke God uit Zichzelven heeft, is aan Maria als voorrecht toevertrouwd. Alle genaden kan zij voor ons verkrijgen; en die er aan zou twijfelen, zou den oneindig volmaakten Zoon den smaad toewerpen, alsof Hij Zijne Moeder niet eerde.
Als Moeder (ïods is Maria ook de bewaarster eu uitdeelster der genaden , van welke Jesus do Heer is. Geen enkele genade wordt deu meusohen geschonken tenzij door hare handen.
Hare voorspraak gaat die van alle Heiligen te boveu en komt de almacht zelfs nabij; want wat God vermag door Zijne natuur, vermag ook Maria door haro moederlijke voorspraak. Smeekende Almacht is haar eeretitel.
Maria is ook koningin van Hemel en aarde, en aan die waardigheid van koniu-giu is ook eene koninklijke macht verbonden; want eene koningin die niet in staat is ongelukkigen te helpen , en blijken van koninklijke goedgunstigheid te ver-loeuen, zou vergeefs dien titel voeren.
Is Jesus onze eenige Middelaar, in zekeren zin kan die naam ook op Maria worden toegepast: want het leven, waar-
â 271 â
door Hij ons heeft vrijgekocht, is Hem door haar geschonken.
Heilige Moeder, hoe verheven is uwe waardigheid; hoe onuitsprekelijk uwe macht. De Seraphijnen kunnen haar niet doorgronden, maar staan van verwondering opgetogen. Zelve kunt gij geen woorden vinden om haar volkomen te openbaren; gij meldt ons slechts: ff ij, die machtig is, heeft groote wonderen aan mij gedaan ')â¢
Heil u, koningin des Hemels, schitterend is uw gloriekrans, want de glorie des Heeren is over u opgegaan. Zie, duisternis bedekt de aarde en nacht de volken; maar over u is do Heer neergedaald, en Zijne heerlijkheid is in u verschenen. Volken wandelen in uw licht en koningen in uwen glans. Hef uweoogen op in het rond en zie! Allen verzamelen zich en komen tot u; van verre snellen uwe zonen aan, van alle kanten verrijzen uwe dochters 2). Smeekend roepen zij uwe hulp in, want uwe bescherming is zeker en faalt nimmer; uwe bescherming is machtig en overwint alles; zij is algemeen en sluit niemand uit.
Moeder van mijn God , sta mij uit den Hemel bij met uwe groote macht. Van
') Luc. I, 49. 2) Isaias LX. iâC,
â 272 â
alle kanten dreigen mij gevaren, en de geest, die mij tot zonden wil verleiden, zweeft altijd om mij heen. Bewaar en bescherm mij als nw bezit en eigendom ge-durende heel mijn leven, maar bovenal in het uur van mijnen dood.
Heersch, Heilige Maagd , heersch eeuwig in den Hemel, heersch boven alle Heiligen !
De Patriarchen overtreft gij in trouw, de Propheten en Apostelen in ij ver, de martelaren in moed, de maagden in zuiverheid , de rechtvaardigen in nederigheid , de Engelen in gehoorzaamheid, de Seraphij-nen in liefde. Geen kroon in den Hemel is, na die van God, met de uwe te vergelijken.
Ik bewonder en vereer u op uw schitterenden troon, aan de rechterhand van â Tesus, waar gij door uwe moederlijke voorspraak de toevlucht der zondaren, de steun der rechtvaardigen , de troost der bedrukten en de hulp der Christenen zijt.
Ik zegen den Heer om de groote glorie, waartoe Hij uwe ziel heeft opgenomen, maar ook om de heerlijkheid, waarmede Hij uw lichaam heeft omkleed. Uw maagdelijk lichaam , waarin God Zelf als ii» een heiligen tempel had gewoond, verdiende die glorie; het bederf van den dood mocht daar niet binnensluipen.
- 273 â
Wie zal ooit uwe glorie melden? Als (/een ooy het gezien, geen oor het (jehoord heeft, en het nooit in 's menschen hart is opgekomen, tcat God lereid heeft voor d.ie Hem beminnen, 1) wie zal dan kunnen begrijpen wat Hij voor u, die Hem meer dan allo Heiligen te zamen hebt bemind , in den Hemel heeft weggelegd ?
Gij geniet die glorie, niet slechts om uwe verheven waardigheid, maar ook om uwe verdiensten.
He luister, u om uwe waardigheid geschonken, is eene vereering van Jesus aan Zijne Moeder; maar de luister, door uwe deugden verdiend, gaat boven alles uit, wat ooit door God als loon is toegekend.
In den Hemel bekleedt gij een geheel bijzonderen rang, en vormt er eene afzonderlijke orde. Beneden God, maar boven al wat geschapen is, schittert uwe glorie uit!
Als gij op aarde macht bezat om Jesus bevelen te geven , zoudt gij dan in den Hemel niet over Engelen en Heiligen heerschen ?
Om strijd vereeren en huldigen zij u. Zij dienen u met al de liefde van hun hart, Gods welbehagen waardig. Zij zegenen God om de voorrechten u gegeven. Juichcnde tonen van vreugde en blijdschap door-
!) I Cor. II; 9.
18
â 274 â
schallen den] Hemel, van duizende koren en reien weerklinken de lofgezangen, heel de Hemel is van verrukking opgetogen om uwe groote heerlijkheid.
0 mochten ook de harten van die nog in dit tranendal ronddolen, en slechts uit de verte naar uwe heerlijkheid opzien, u eeren en beminnen, gelijk gij het verdient en waardig zijt!
HOOFDSTUK LVIII.
OVER DE GELIJKVORMIGHEID VAN JESUS EN JFARIA.
Als wij de geboorte, het leven, den dood en de hemelsche glorie van Maria overwegen, vinden wij tusschen Jesus en Maria eene gelijkvormigheid, die wij niet dan in heilige bewondering kunnen beschouwen. Reeds van eeuwigheid was zij in de plannen en raadsbesluiten der Voorzienigheid met haren Goddelijken Zoon vereenigd; en van daar past de H. kerk op Maria die heerlijke woorden toe, waarmede de Eeuwige Wijsheid door God zeiven wordt beschreven : De Heer bezat mij in het begin Zijner wegen, eer Hij iets voortbracht van den
â 275 â
beginne af. Van eeuwigheid ben ik verordend, eer de aarde gemaakt werd. Nog waren er geen afgronden, en ik was reeds ontvangen; nog schoten geen waterbronnen op, nog waren de zware bergen niet gegrondvest: vóór de heuvelen werd ik geboren , toen Hy nog geen aarde gemaakt had, geen vloeden , geen hengsels der aarde. Toen Hij de hemelen bereidde was ik daar; toen Hij naar vaste wet den cirkel trok rondom de diepten; toen Hij het uitspansel vast maakte in de hoogte en de wellen des Oceaans afwoog; toen Hij zijn grens stelde aan de zee en aan de wateren de wet gaf hunne perken niet te overschrijden: toen Hij de grondslagen der aarde vestigde , was ik bij Hem en maakte alles, en verheugde mij dag bjj dag, spelend voor Hem altijd, spelend op de aarde. ')
De beloften en godspraken, voorafbeeldingen en zinnebeelden der oude wet, welke Jesus aankondigden, voorspelden ook in zekeren zin Maria. Was Jesus onzondig van natuur, ook Maria, door eene bijzondere genade van de erfsmet bewaard, was vrij van iedere, zelfs de minste zonde.
De algemeene wetten van lijden en dood, als straf der eerste zonde, konden haar niet treffen. Vrij van Adams schuld, was zij ook vrij van Adams straf. Dat Maria
') Prov. VIII, 22â31.
â 276 â
zich toch aan lijden eu dood heeft onderworpen , geschiedde, niet omdat zij ver-plicht was deel te nemen in de ellende van dit leven, maar omdat zij uit vrije keus afstand deed van dat voorrecht, ten einde meer gelijkvormig te worden aan haren Groddelijken Zoon, en werkend deel te nemen in onze verlossing.
Eén was zij met haren Zoon, toen zij het Woord des Vaders in haren schoot mocht dragen; één met Hem, toen zij Hem met hare borsten mocht voeden.
Dertig jaren lang verbleef Hij met haar in dezelfde woning, in dezelfde armoede, en deelde met haar het brood in het zweet des aangezichts verdiend.
In Zijn openbare leven deelde Maria zooveel zij kon den arbeid en zorgen van Jesus; en op den lijdensweg waren de folteringen van Jesus het zwaard van droefheid , dat haar moederhart doorstak.
Jesus was do geduldigste , zachtmoedigste, beminnelijkste en nederigste van allen; ook Maria was geduldig, beminnelijk, zachtmoedig en nederig boven alle vrouwen.
In Jesus vereenigden zich alle goddelijke en ongeschapene volmaaktheden; in Maria ;.ijn alle geschapen volmaaktheden zóó volkomen , dat geen enkele volmaaktheid van Engelen of Heiligen met de hare is te vergelijken. Door hare verhevene deugden is zij het levend beeld van Jesus zeiven.
â 277 â
Door eigene macht verrees Hij van den ilood; door een bijzonder voorrecht werd ook zij weder ten leven opgewekt.
Met ziel en lichaam ten Hemel opge-klommeti zit Josus aan de rechterhand des Vaders ; ook hare ziel werd met het lichaam ten Hemel opgenomen, en aan de rechterhand van Jesus is hare troon bereid.
Jesus is almachtig uit Zichzelven; Maria is alvermogend door haren Zoon. Hij is do Heer van Hemel en aarde ; zij is de koningin van Engelen en menschen.
Waar Jesns aangebeden wordt, wordt ook Maria vereerd. Geen hart wordt aan Zijne liefde toegewijd, dat niet aan haar is toe-geheiligd ; geen tempel tot Zijne glorie opgericht, waar niet hare glorie wordt gevierd. De zoete naam van Maria is onafscheidelijk vau den zoeten naam van Jesns; met hart en mond belijdt liaar iedere geloovige.
In de kerkelijke plechtigheden wordt haar lof met dien van Jesus verbonden, en de geheimen van haar teven, zoowel als die van Josus' leven, luisterrijk herdacht.
Jesus is do Koning der eeuwen, do Gever aller genade, onze Middelaar bij den Vader, de God van barmhartigheid, de God aller vertroosting en hot Licht der wereld. Maar ook Maria noemen wij met de Heilige kerk ; de koningin van aarde on hemel, Moeder der genade, onze Middelares, Moeder van barmhartia'hcid , Troosteres der bedrukten ,
â 278 â
Ster der zee, die ons door de stormen des levens de haven der zaligheid binnenleidt.
Eeuwige dank zij God om de voorrechten van zulk een Zoon aan zulk eene Moeder! Lof en eer aan Maria, vol van genade, vol van glorie, die om de gunsten, haar geschonken , de zekerste toevlucht is voor allen, die haar beminnen!
HOOFDSTUK L1X.
OVER DE LIEFDE TOT MAKIA.
Om de innerlijke waarde van iets te schatten, moet men niet onderzoeken, hoe het zich voor het oog der wereld voordoet, maar wat het is in de oogen van God. Het oordeel dor menschen kan zich bedriegen, maar Gods oordeel is onfeilbaar. Wat God lief heeft, is waarlijk beminnenswaardig, en hoe meer God het lief heeft, des te meer moeten ook wij het beminnen.
Als wij nu zien, welk eene onuitsprekelijke liefde Jesus Zijne heilige Moeder toedraagt, en hoe hoog Hij haar in den Hemel heeft verhoven, hoe groot moet dan ook niet ouze genegenheid en liefde voor Maria wezen ?
Mijne bruiden zijn zonder tal, zegt do
â 279 -
Heilige Geest, maar slechts ('éne is mijn volmaakte. 1) Die Bruid van God, zoo bjj-zonder beminó , vol van genade en liefde, moet na God over ons hart en al onze liefde heerschen.
Gods liefde gaf aan haar, om haar boven alle anderen te onderscheiden, de voortreffelijkste voorrechten. Ook onze liefde moet haar onderscheiden boven alies, wat na God onze liefde waardig kan zijn.
Zij bekleedt de eerste plaats in deu Hemel en op aarde: laat zij ook in ons hart na God de eerste plaats bezitten.
Tevergeefs zuilen wij ons vleien den Zoon te beminnen, ais wij de Moeder niet liefhebbeu, want beide zijn niet te scheiden.
De liefde die wij voor Maria gevoelen, wordt zelfs als een der zekerste teekenen beschouwd van voorbeschikking en de kostbaarste genade om ter zaligheid te komen; want nooit is het gehoord, dat een ware vereerder van Maria verloren is gegaan.
Moet ook de liefde, welke Maria ons toedraagt, ons niet tot wederliefde opwekken ? In allen nood is zij gereed te helpen, zij vertroost ons in droefheid, voorkomt onze gebeden, verdraagt onze zwakheden en vergeeft onze ondankbaarheid. Is zulk een liefde geen wederliefde waardig?
Neem dus met zorg de gelegenheden
1
Cant. VI, 7, 8.
â 280 â
waar om haar uwe liefde te toonen; laat niets in haren dienst u gering toeschijnen; want in den dienst der Moeder van God en Koningin des Homels is alles groot en voortreffelijk.
Breng haar eiken dag getrouw en zonder uitzondering het offer uwer gebeden en de eerbewijzen uws harten. Laat nooit een dag voorbijgaan zonder don Eozenkrans of minstens een gedeelte er van ter harer eer gebeden te hebben. Stel er eene glorie in tot hare kinderen te behooren.
Verhof dikwijls uw hart en geest tot deu troon harer liefde, om hare grootheid en volmaaktheid te wonderen of hare bescherming in te roepen. JJoodigt de Bedeklok u tot bidden uit, geef dan gaarne aan hare stem gehoor , en begeef u nooit ter ruste vooraleer gij door een driemaal herhaald âWees gegroetquot; uwe onschuld en uwe zuiverheid aan ilaria hebt aanbevolen.
Als gij eene kerk bezoekt waar een beeld van Maria u hare moederlijke liefde in herinnering brengt, ga het dan nimmer voorbij zonder haar te groeten en u in hare bescherming aan te bevelen.
Woon trouw de oefeningen en predikatiën bij, die in de kerk ter eere uwer Moeder worden gehouden. Een goed kind eert zijne moeder en hoort gaarne haren lof verkondigen.
Maar vereer vooral uwe Heilige Moeder
â 281 â
op de feestdagen, welke haar bijzonder ziju toegewijd. Eene Heilige Communie of het Offer des Altaars ter harer eer aan God opgedragen , zal rijke schatten van genaden en den zegen uwer Moeder over u doen nederdalen.
Zoo zult gij op waardige wijze den plicht uwer liefde tot Maria vervullen, en u de wederliefde uwer Moeder verzekeren.
Machtige Beschermster, teedere Moeder, gij leest in mijn hart mijn oprecht besluit. Ik wil getrouw zijn in uwen dienst al de dagen mijns levens; help mij hiertoe door uwe moederlijke bescherming. Ik dank God voor de liefde, die Hij mij voor u heeft ingestort. Met uwe ijverigste dienaren en dierbaarste kinderen wil ik in trouw en oprechtheid wedijveren. Help mij voort in üwe liefde, totdat mij eenmaal het geluk geschonken worde met de Engelen en Heiligen uw eeuwig lotlied in den Hemel te zingen.
â 282 â
HOOFDSTUK LX.
over den ijver om de vereering van maria ook liu andeeen te bevorderen.
Maria Mijn kind, ik ben uwe Moeder, en door mijne weldaden geef ik u daarvan voortdurend bewijzen.
Gij zijt mijn kind eu vereert mij, gij roept mij in uwe bekoringen en droefheid te hulp; gij laat mij deelen in uwe vreugde en smart; op mij is na Jesus al uwe hoop gevestigd. En zoo behoort het ook; een goed kind heeft zijne moeder lief, en laat geen gelegenheid onbenut om die liefde te betuigen.
Maar bij alles wat gij ter mijner eer en liefde doet, is er toch iets, waaraan gij al te weinig denkt.
De Dienaar. Gcwaardig u, lieve Moeder, mij dat kenbaar te maken. Al mijne plichten jegens u wil ik zoo getrouw mogelijk volbrengen.
Maria. Gij denkt er te weinig aan, mijn kind, om mijn eer en glorie ook bij anderen te bevorderen. Meermalen ziet gij uwe Moeder niet genoeg vereerd, en zelfs be-
â 283 â
leodigd, en gij doet niets om haar te verdedigen. Grelijk ik voor u ijver, zoo moest ook gij uwen ijver toonen om mij te doen eeren, verheerlijken en beminnen.
Het is niet genoeg mij, na .Tesus, uw hart te geven; gij moet ook de gelegenheden waarnemen om harten van anderen voor mij te winnen.
Zie, mijn kind, de pogingen, welke de ketterij in het werk stelt, om mijne vereering tegen te gaan, de glorie mijner maagdelijke reinheid te verdooven en het vertrouwen mijner kinderen te verzwakken. De duivel eu de wereld weten, hoe ongelukkig kinderen zijn, die geone moeder hebben, en daarom trachten zij de men-schen van mijn moederhart los te scheuren. Uwe taak moet zijn uwe Moeder, zooveel gij kunt, te verdedigen en door anderen te |:doen beminnen.
Df. Diesaar. Heilige Maagd, do hel is inderdaad altijd tegen u ontketend. De naam van Maria, zoo liefelijk en zoet voor die' u beminnen, is bij haar evenals de naam van Jesus altijd gehaat on verafschuwd.
Gij immers zijt de vrouw, welke God bedoelde, toen Hij in het Paradijs de straf des duivels uitsprak: Vijandschap zal ik stellen tusschen u m de vrouw, tmschen uw zaad en haar saad, en zij zal u den kop
â 284 â
verpletteren. 1) Alle menscheii wil de duivel verderven , en daarom tracht by ous terug te houden van tot u onze toevlucht te nemen. Hij zou zelfs, als hij kon, in onzen geest de gedachte aan uwe liefde en macht, die na God boven alles groot is, willen vernietigen.
Maar roemrijk is het voor u, Maria, dat uwe vijanden dezelfde zjj n als die van Jesus, en dat de ketterij, die zich tegen u verheft, door Jesus' leer veroordeeld wordt.
Gij zijt als de toren van David, waaraan duizend schilden hangen -). De wapenen uwer vijanden zult gij tot uw krijgstro-peeën maken. Wrekers, vol ijver en van onbezweken moed, zullen altijd worden opgewekt om uwe glorie te verdedigen. De poorten der hel zullen ook u niet over-welditjen s).
Hoe dankbaar moet ik zijn aan God voor de onverdiende genade geboren te zijn in den schoot der ware kerk, waarin ik hot geluk heb u te kennen en te beminnen.
Maar, mijne Moeder, uw mond heeft tot mij gesproken: âdie mij bemint, moet ook mijne belangen verdedigen en mijne glorie bevorderen.quot; Ik zal mijn plicht voor u vervullen. Waar do gelegenheid
') Gen. UI, 15. 2) Cant. IV, 4. *) Mat. XVI, 18.
- 285 â
zich aanbiedt, zal ik mijn nabestaanden, vrienden en kennissen tot uwe vereering-aanmoedigen, en mij dikwijls met hen over ii onderhouden. Waar veel over u gesproken wordt, verwint uwe glorie.
Eu mochten mijne woorden in hun verkoeld en onverschillig hart de u verschuldigde liefde niet kunnen opwekken, dan zal ik ton minste door mijn voorbeeld toonen, hoe men u beminnen moet.
Maar bovenal zal ik nooit toelaten, dat uwe eer in mijne tegenwoordigheid wordt aangerand. Die u niet kent, is niet waard gekend te worden, die u niet bemint kan mijn vriend niet wezen.
Ik bid den fleer om Zijne genaden in de harten aller menschen uit te storten, opdat allen, Jesus kennende en beminnende, ook u kennen en beminnen, die ons aller Moeder zyt. Van eeuwigheid vond God in u Zijn welbehagen: mogen wij allen, na Jesus, in u ons welbehagen vinden!
HOOFDSTUK LX1.
over de aanroeping van de 11. maagd.
Mauia. Mijn kind, in welke omstandigheden gij u ook bevindt, roep mij altijd
- 286 â
te hulp; ik zal uwe voorspraak wezen. Als uwe begeerten uiet strijdig zijn met de eer van God of het heil uwer ziel, ben ik altyd bereid u te verhooren. Doch vraag mij nooit iets, dan met het verlangen, dat Gods ivil altijd vervuld worde.
Vele vragen mij, ofschoon zij wel weten, dat hun wensch niet met den wil van God overeenkomt. Mogen deze verhooring verwachten?
Anderen roepen mij slechts aan voor do goederen dezer aarde; doch voor de geestelijke goederen zijn zij volkomen onverschillig. Nogtans bid ik voor hen; doclTniet om te verkrijgen wat zij verlangen, wijl dit hun schadelijk zou zijn; maar ik vraag wat niet door hen begeerd wordt, doch hun nuttig zal wezen.
Ik vraag voor hen tegenspoed, die hen aan de aarde onthecht en aan den Hemel doet denken; â ik vraag voor hen genade van bekeering, genade om deugden en verdiensten te verwerven en al wat hun geestelijk heil bevorderen kan.
Tijdelijke gunsten vraag ik slechts voor zoover er voordeeF voor de ziel in gelegen is.
Tijdelijke voorspoed kan somtijds voor de ziel zeer nadeelig zijn; want 'die in voorspoed is, loopt gevaar zijn hart aan de wereld te hechten en weinig aan de eeuwigheid te denken.
â 287 â
Vele zieken vragen mij de gezondheid weder; maar als de gezondheid niet tot hunne zaligheid strekt, dan bid ik slechts om de genaden, die zij in hunne ziekte noodig hebben.
De teederheid mag een moeder niet verblinden voor het waar geluk harer kinderen. Ik wil overal en altijd en in alles aller voorspraak bij Jesus zijn voor dit zoowel als voor het volgende leven; maar slechts wat noodig of nuttig is, niet wat zou kunnen schaden, is van mijne goedheid te verwachten.
Neem met die overtuiging in alle omstandigheden vol vertrouwen uwe toevlucht tot mij, en hoe zwaarder uwe zorgen en moeielijkheden worden, des te overvloediger moet met den naam van Jesus ook die Tan Maria van uwe lippen vloeien.
De Dienaar. Maria, heilige en beminnelijke naam, die nooit zonder vrucht wordt uitgesproken! Gelukkig die dien naam dikwijls vereert en eerbiedig aanroept. Na den naam van Jesus, die hoven alle namen â is, ') is er geen eerbiedwaardiger, zoeter en liefelijker voor het hart uwer kinderen.
Bij het hooren van uw naam hoopt de zondaar op uwe barmhartigheid, de rechtvaardige stijgt in liefde, die bekoord wordt
') Philip. 11: 9.
- 288 â
voelt zieli sterk, de bedroefde viudt troost in hot lijden.
Uw naam ó Maria, zal na den uaam van Jesus miju troost in droefheid, mijn raad in twijfelingen, mijn kracht in den strijd, mijn gids op al mijne wegen wezen.
Maria. Mijn kind, vertrouw op mij, als een kind op zijne moeder. Neem tot mij uwe toevlucht ten allen tijde, op alle plaatsen , in geestelijken en tijdelijken nood, voor ziel en lichaam.
Als gij slechts zelden tot mij komt, toont gij dan volkomen vertrouwen? Volg het voorbeeld der H. Kerk, die bijna niets van God verzoekt zonder mijne tusschenkomst. Zij wendt zich tot mij, als tot degene door wie God Zijne gaven aan Zijne kinderen uitdeelt. Doe gij evenzoo, ga tot Jesus door Zijne Moeder. Geen zekerder weg kunt gij vinden om goedgunstig te worden verhoord en tot uw doel te komen. Allen, zonder onderscheid, die op mij hun vertrouwen stellen, neem ik onder mijne moederlijke bescherming, en nooit heeft God mijn gebeden onverhoord gelaten.
Voor hoe velen heb ik niet de vergiffenis van vele en zware zouden verkregen? Zij smeekten om bescherming tegen Gods gestrenge rechtvaardigheid, en ik heb ze beschermd, totdat zij den vrede hadden weergevonden.
- 289 â
Vermetel zou hot zijn, als een zondaar, vast besloten om in zijne zonden voort te leven, toch oj) mijne bescherming zou rekenen, om er niet in testerven. Voor hem is mijne voorspraak niet.
Maar die onder het gewicht zijner ionden zucht, en de ketenen, welke hem gekluisterd houden , verbreken wil, neme vol vertrouwen zijne toevlucht tot mij; hem zal ik vergiffenis verwerven. Hij kome met gerustheid; ik zal Hem niet verstoeten, maar liefdevol ontvangen. Hij nadere; ik zal zijn hart verlichten, zijn geweten rust geven, zijn tranen drogen en zijn vertrouwen niet beschamen. Ik zal niet letten op de grootheid zijner misdaden; al waren zij rood als scharlaken, zij zullen witter ivorden dan sneeuw. ') Ik zal hom niet berispen over de wouden, die hij zichzelven geslagen heeft, maar er slechts op uit zijn die te genezen.
Ja, hij kome tot mij, en bij de eerste schrede zal ik hem reeds tegemoet snellen, hem omhelzen als mijn verloren en weder-gevonden kind , en hom als op mijne armen dragon naar de bron van Gods barmhartigheid.
De Dienaar. Moeder mijns Hoeren, bij hot hooren uwer stom gevoel ik miju moed
i) Is. I, 18.
19
â 290 â
gesterkt, en levendiger dan ooit herleeft mijn Tertrouwen op u.
Als de duif na den zondvloed brengt gij mij den olijftak des vredes. Neem mij, smook ik u , onder uwe moederlijke bescherming. Beschaamd en rouwmoedig wil ik mijn zonden en ongerechtigheden iu Jesus' bloed afwasschen. Wie zal aan mijne oogen een bron van tranen geven om dag en nacht mijne zonden te boweenen ? Liever wil ik sterven dan ze weer bedrijven.
Door de Vrucht uws lichaams hebt gij vrede gesteld tusschen God en de menschen. Geef ook dien vrede tusschen God en mij.
Machtige Maagd, Goederüerene Maagd, welken dank zal ik u brengen voor zooveel liefde , voor zooveel goedheid ? Mochten aller harten u zijn toegewijd, aller mond zich openen om u lof te geven ; de Hemel opene zich om aan de aarde toe te roepon : Eer aan Maria; en van de aarde stijge immer hot zegelied ten Hemel: Eer aan Maria, in eeuwigheid en nog meer. ')
') Mich. IV, 5.
â 291 â
HOOFDSTUK LXII.
OVER DE VEREEEING YAN DEN HEILIGEN JOSEPH.
De vereering van don Heiligen Joseph is zoo bijzonder vereenigd met de vereering van Maria, dat hij, die Joseph eert, ook hulde brengt aan haar, met wie hij in de heilige onsehuid van een maagdelijk huwelijk was verbonden. Na Maria, de Koningin van alle Heiligen, werd geen enkele Heilige zoo door God begenadigd als de Heilige Joseph.
God koos hem uit om de voedstervader en beschermer te zijn van het A'leesch-geworden Woord en de getuige en bewaarder der maagdelijke reinheid van Maria.
Hij was de priester van het ware Tabernakel om de Ark van het nieuwe Verbond te dragen. De kostbare prijs onzer zaligheid was aan zijne .zorgen toevertrouwd. Een wettig gezag over den Koning der eeuwen, onsterfelijk en onzichtbaar, aan wien alle glorie toekomt,1) oefende hij uit.
Gelijk een kind zijnen vader eert, en
') I Tim. I : 17.
- 292 â
eene echtgenoote haren man liefheeft en. gehoorzaamt, zoo eerden Jesus en Maria den H. Joseph, en waren hem in teedere liefde onderdanig.
De deugden, die wij in Maria bewonderen , de heilige voorbeelden van haar God welgevallig leven werden zoo getrouw als mogelijk was door Joseph nagevolgd. Immers echtgenooten, die elkander waardig zijn, nemen elkanders deugden over en voeren elkander door woord en voorbeeld tot hoogere heiligheid op.
Op Josephs schoot heeft het Goddelijk Kind gerust, in zijne armen en aan zijn hart is het gekoesterd.
Mot Jesus, de bron van alle genaden, en met Maria, door wie God Zijne genade uitdeelt, heeft hij zijn dagen doorgebracht; in het zweet zijns aangezichts heeft hij voor hen gewerkt en door den arbeid zijner handen hen verzorgd en gevoed.
Hoe groot derhalve moet zijne deugd, hoe rijk de schat zijner verdiensten zijn!
Willen wij door een godvruchtig en heilig leven aan Jesus en Maria behagen , laat ons dan met vertrouwen onze toe-vlucht nemen tot den H. Joseph, die in de navolging van het leven van Jesus en Maria het schoonste voorbeeld heeft gegeven.
Tot Joseph's eer heeft de II. kerk tem-
â 293 â
pels voor God opgericht en feestdagen ingesteld: en allen noodigt zij uit hem als machtigen beschermer te eeren en aan te roepen.
Den beminnelijken naam van Joseph vereenigt zij met de zoete namen van Jesus en Maria.
Hadden wij geleefd, toen Jesus en Maria te Nazareth woonden, dan zou een enkele bede tot Joseph genoeg zijn geweest, om ons alle genaden te verwerven. Maar nu hij in den Hemel veel dichter bij den troon van Gods barmhartigheid is, vermag zijne voorspraak nog veel meer.
Gaai tot Joseph! 1) welke genade gij ook moogt verlangen, op zijne voorspraak zal God ze n verleenen.
Gaat tot Joseph! Tn iederen levensstaat kunt gij op den II. Joseph een bijzonder vertrouwen stellen, wijl hij voor allen een heilig toonbeeld is.
Immers, edelen en rijken zien in hem â den man van koninklijk geslacht, den zoon van vorsten en patriarchen.
Armen huldigen hem als den handwerksman , die in hunne armoede heeft gedeeld en in kommer en zorgen het dage-lijksch brood verdienen moest.
Maagden vinden in hem een verheven
') Gen. XI.I, 55.
â 294 -
toonbeeld. De blanke lelie van zuiverheid heeft hij in een bedorven wereld onbesmet bewaard.
Gehuwden begroeten hem als het waardig hoofd van het heiligste huisgezin, aan wien de zorg voor het Kind en Zijne moeder was toevertrouwd.
Kinderen zien tot hem op als den voedstervader van Jesus en eeren hem als den leidsman hunner jeugd.
Priesters huldigen hein, omdat hij door zijne bediening het H. Priesterschap heeft voorafgebeeld. Op den dag der besnijdenis heeft hij de eerste druppels van Jesus' Goddelijk Bloed don Eeuwigen Vader opgedragen.
Kloosterlingen en die hun leven in heilige afzondering aan God hebben toegewijd , eeren den H. Joseph, die in Nazareth, ver van het gewoel der wereld, zijn leven in hemelsehen vrede en beschouwingen doorbracht, en dag aan dag zich liefderijk met Jesus en Maria mocht onderhouden.
Eindelijk, ieder godvruchtig en deugdzaam hart bemint den H. Joseph; want na Maria, heeft nimmer iemand Jesus vuriger en teederder lief gehad.
Gaat. dan tot Joseph, in alle omstandigheden van uw leven, maar bovenal om door zijne voorspraak de genade te verwerven van eenen zaligen dood. De
â 295 -
overlevering meldt, dat Joseph, na een wel volbrachten ouderdom, in de armen van Jesus en Maria zijne reine ziel aan God heeft weergegeTen, en daarom vereert de H. Kerk hem als patroon voor een goeden dood.
Moge het einde van ons leven even gelukkig en troostend zijn! Die in zijn leven de deugden van Maria en Joseph getrouw zal heijben nagevolgd, zal vooral in het uur des doods de vruchten van zijnen godsdienst plukken.
Einde.
Golvruchtige Oefeningen en Gebeiien.
CHRISTELIJKE LEVENSREGEL.
Die God op meer volmaakte wijze Jieueu wil, behoort zich een vasten levensregel te stellen, waardoor al zijne handelingen, woorden en gedachten geregeld en aan God toegewijd worden. De volgende levensregel kan wellicht velen tot geestelijk voordeel strekken.
Bepaal n des morgens een vasten tijd van opstaan; toeken u, zoodra gij gewekt wordt, met het teeken des H. kruises en verlaat onmiddelijk uwe legerstede. Kleed u zonder talmen en houd u in gedachten met God bezig, die u gedurende den nacht bewaard eu beschermd heeft.
Verricht geknield uw morgenyehed eu besteed eenigen tijd, minstens een kwartier, aan eene godvruchtige overweging, en maak daarbij een bepaald voornemen voor dien dag.
Woon, zoo gij daartoe gelegenheid hebt,
â 297 â
dagelijks de H. Mis bij, üe vruchteu vau het H. Misoffer worden op bijzondere wijze toegepast aan die bij de H. Offerande tegenwoordig zijn. Ontbreekt u echter de tijd of gelegenheid, vereenig u dan in den geest met Christus, die eiken dag voor u het offer van Zijnen dood op het H. Altaar op geestelijke wijze hernieuwt.
Indien gij een oogenblik aan eene lt;jod-vruchtige lezing kunt besteden, moet gij dit niet verzuimen. Doe het vooral op de voornaamste feestdagen, om u met den geest der H. Kerk zoo innig mogelijk te vereenigen.
Verhef gedurende den dag dikwerf uw hart tot den Hemel door korte schietgebeden, nu eens tot Jesus, dan tot Maria, dan tot de Heiligen. Vraag Gods genade en de voorspraak der Heiligen in de verschillende omstandigheden van den dag, in bekoringen, in het volbrengen uwer goede voornemens, in den strijd tegen, uwe ondeugden, enz.
Beoefen iederen dag eenige versterving Al is zij nog zoo gering, altijd zal zjj een aangenaam offer zijn aan God. Onthoud u bijvoorbeeld van een geliefkoosde spijs of drank, gebruik niets buiten uwe gewone maaltijden, stel het lozen van een brief of
â 298 â
een aangenaam bezoek eenige oogenblikkeu uit, enz. Maar wees bovenal bezorgd om uwen JieerscJwnden hartstocht te bestrijden, en door gedurige onderdrukking en versterving te overwinnen.
Doe uwe dagelijksche hezujheden ijverig en in den geest van godsvrucht. Houd u stipt aan tijd en orde, en laat niet aan anderen over, wat gij zelf behoort te doen.
Handel altijd met de zuivere meening om God te vereeren. Daarom moet gij des morgens den geheelen dag aan God toewijden en gedurende den dag, bij uwe voornaamste bezigheden die toewijding hernieuwen.
Leg u op de deugden toe, die aau uwen staat eigen zijn, zooals de gehoorzaamheid als gij nog kind zijt, de waakzame bezorgdheid als gij vader of moeder zijt, de onderdanigheid als gij dienstbaar zijt, de welwillendheid als gij in overheid zijt gesteld, het geduld en de onderwerping als gij arm of ziek zijt, de liefdadigheid als gij bemiddeld zijt. Wie meent aan God te kunnen behagen zonder do deugden van zijnen staat te beoefenen, bedriegt zichzelven en kent den geest van Jesus niet.
Vraag u dikwijls rekbusohap van het volgende:
â 299 -
Wie zijn uwe vrienden? Welke bezoeken brengt gij ? welke zijn uwe gesprekken ? aan welke vermaken neemt gij deel ? Is uw kleeding zedig eu eenvoudig? welke boeken, bladen eu geschriften leest gij ? maakt gij u schuldig aan het spreken van woorden, die misschien wel geen vloeken zijn, maar in den mond van een Christen niet passen ?
Breng dikwijls een bezoek aan Jesus in het Allerheiligste Sacrament en aan de beeltenis uwer Hemelsche Moeder, bijvoorbeeld , als gij een openstaande kerk voorbijgaat. Kniel eenige oogenblikken neder en beveel u aan in de barmhartige liefde van Jesus en Maria.
Woon ook getrouw de openbare godsdienstige oefeningen en predikatiën bij in de kerk of congregatie, waarvan gij lid mocht zijn, en tracht door uwe aandacht en godsvrucht anderen te stichten.
Bid iederen dag het Bozenkansyebed, of een gedeelte er van; drie weesgegroeten des morgens en des avonds ter eere van de Onbevlekte Ontvangenis vau Maria, om de genade van zuiverheid te bekomen en eenige gebeden, naar uwe godsvrucht u zal ingeven , tot lafenis der zielen in het vagevuur.
Verzuim nimmer uw avondgebed geknield
â 300 â
te verrichten. Onderzoek eenige oogenblik-keu uw geweten over het kwaad, dat gij gedaan, en het goede dat gij verzuimd hebt; onderzoek ook of gij het voornemen , dat gij des morgens gemaakt hebt, getrouw hebt volbracht, verwek een acte van berouw met het vaste voornemen u te verbeteren, en plaats u in die zielsgesteldheid, waarin gij gaarne zoudt bevonden worden, als gij nog in dien nacht voor Gods rechterstoel verschijnen moest.
Ontkleed u vervolgens zedig, en begeef u te rusten na u in de bescherming van Jesus, Maria en Joseph te hebben aanbevolen.
Nader op geregelden tijd, minstens ééns in de maand, tot het H. Sacrament der biecht, en kies u één bepaalden biechtvader, aan wiens leiding gij u geheel eu al moet toevertrouwen. Dikwijls eu zonder genoegzame reden van biechtvader veranderen, kan niet anders dan voor uw geestelijk heil nadeelig zijn.
Zoo dikwerf uw biechtvader het u veroorlooft , zult gij met den diepsten eerbied en grootste godsvrucht het Allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, vooral op de voornaamste feestdagen des Heeren, der Heilige Maagd , uwer Heilige Patronen en op die dagen, waarop gij in het bij-
â 301 â
zonder God voor Zyne weldaden moot danken , zooals uw geboortedag en andere gedenkwaardige dagen uws levens.
Bereid u met alle zorg tot de H. Communie voor, eii beschouw haar altijd als de gewichtigste daad uws levens. Wek levendige gevoelens in u op van geloof, hoop, liefde, nederigheid en verlangen, en wees bij uwe dankzegging indachtig, dat geen tijd meer geschikt is om buitengewone genade te verwerven dan het oogenblik, waarop Jesus in uw hart rust.
Besteed aan het einde van iedere maand eenigen tijd om u tot den dood voor te bereiden. Stel u voor don geest het oogenblik , waarop gij , op uw sterfbed uitgestrekt, gereed staat voor het oordeel Gods te verschijnen ; en is er iets dat u in dien stonde zou kunnen verontrusten, verwek dan een diep gevoeld berouw en vorm het vaste voornemen u ernstig te verbeteren.
Herlees van tijd tot tijd dezen levensregel en houd daarover oen kort onderzoek, om te zien hoe gij dien hebt nageleefd, en de God des vredes make u bereid tot alle (joed werk, opdat gij Zijnen ivil mooyt vol-hrenyen; Hij werke in u wat tcelbehagelijk is voor Hem door Jesus Christus, Wien de glorie is in de eeuwen der eeuwen, Amen. ')
i) Hebr. XIII, 20âiH.
â 302 â
GEBEDEN ONDER DE HEILIGE MIS.
VOORBEREIDING.
Zie mij hier, o mijn God, neergeknield aan Uwe voeten om getuige te zijn van het grootste en heiligste Uwer geheimen. Ik dank U voor de weldaad der schepping, voor do genade der verlossing en voor de bijzondere genade, die Gij mij thans wilt verleenen, nu ik bij dit heilig Offer mag tegenwoordig zijn. Doordring mijn hart met heilige vrees, vervul het met diepe, zuiverende smart en ontvlam het met verkwikkende hemelsche liefde voor het verheven Offerlam, Jesus, wiens bloed tot uitdelging mijner zonden op Calvarië heeft gevloeid en die thans zich op nieuw voor do zaligheid mijner ziel gaat offeren.
Vergun mij, o Vador, in vereeniging met Uw welbeminden Zoon, U deze zuivere , vlekkeloozo offerande aan te bieden, als eene waardige hulde van aanbidding en liefde aan uwe opperste majesteit. Uit mijzelven ben ik niet in staat U te aanbidden gelijk Gij het verdient, en evenmin kan ik u verschuldigdeu dank brengen voor de weldaden, welke Gij niet ophoudt mij to bewijzen. Gedoog dan, goode Vador,
303 â
dat ik U den kelk des heils ten offer breng en mijne stem vereenig met het heilig smeeken van dat kostbaar Bloed Uws Zoons, om zoo aan U voor den troon Uwer heerlijkheid , den meest wolkomen lofzang van dank en eer te brengen.
Doch luister ook, o God en Vader, naar de stem van dat aanbiddelijk Bloed, dat U om genade en ontferming smeekt voor alle ongelukkige zondaren. Ik , de grootste zondaar van allen, heb behoefte aan ontferming en bied ü nogmaals dat kostbaar Zoenbloed aan tor vergiffenis mijner zonden. Moge dat H. Bloed mij besproeien en zuiveren, moge liet mij een kleed worden, dat al mijiio misdaden voor do oogen Uwer rechtvaardigheid bedekt.
Vergeef mij, ó Vader, ter liefde van Jesus Uwen welbeminden Zoon, in wien Gij behagen hebt, al mijne zonden, let op mijne zwakheid en ellende, denk aan jnijne armoede en geestelijke behoefte en verleen mij de genade, die ik noodig heb, om met bereidwilligheid en volharding U en Jesus te beminnen en alles te doen en te onderhouden , wat Uw heilige wet gebiedt en de zaligheid mijner ziel vereischt. Amen.
â 304 â
VAN HET BEGIN DER H. MIS TOT HET EVANGELIE.
Doordrongen van het besef mijner nietigheid en diepe ellende, belijd ik. o mijn God, dat ik onwaardig ben bij dit ontzagwekkend offer, liet heiligst en verhevenste, wat onze godsdienst bezit, tegenwoordig te zijn. Met diepe nederigheid en in vereeni-ging met Jesus, die op onbloedige wijze Zijn smartelijk lijden en sterven van Cal-varië gaat hernieuwen, waag ik het in Uwe tegenwoordigheid te verschijnen en genade en ontferming van U te verhopen. Ik vereenig mij met het kruisoffer op Golgotha, en met de gevoelens, welke Jesus hier bezielen op hot II. Altaar. Ik vereenig mij met de verhevene wenscheu en heilige verlangens, waarmede de H. onbevlekte Moeder des Heeren stond ouder het kruis en hier haren Zoon met geheel den Hemel begeleidt. O mocht ik in mijn hart kunnen overstorten de aanbidding, diepe vernedering en smartelijk lijdende liefde, die hare reine onbevlekte ziel vervulden, toen zij op den bloedigen lijdensberg hare tranen mengde met hot Bloed van haren eenigeu Zoon en door hare smart en liefde en onderwerping met haar Goddelijk Kind, één offer werd!
Mocht ik de zonde haten, gelijk Maria
â 305 -
ze haatte, toen zij zag welk lijden liet haren Jesus kostte om ze voor ons uit te boeten. Mocht ik kunnen weenen gelijk zij, toen zij haar Goddelijken Zoon aanschouwde met wouden van het hoofd tot de voeten overdekt, van smarten uitgeput, van smaadheden en ondankbaarheid oververzadigd! Mocht ik de zonde verfoeien zoo als zij ze verfoeide, toen zij bij het naderen vanden dood de oogen van haar stervend Kind zag breken en Zijn laatsten stervenskreet. Zijne laatste zuchten hoorde! â gt;Ta, mijn God, ik verfoei ze uit den grond mijns harten, ik verfoei alle fouten en gebreken, allo ondankbaarheden en overtredingen, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt. Met diep berouw en smart, maar toch ook met een vast vertrouwen geloof ik, dat Gjj mij vergiffenis wilt schenken , nu ik U het bloed mijns Zaligmakers, de smarten en de tranen van Maria tot verzoening kom aanbieden.
Vergeet Uwe rechtvaardigheid, o Heer, om mijne ellende en Uwe oneindige barmhartigheid ontfermend te gedenken. Weerhoud den arm Uwer rechtvaardigheid, en heb medelijden.
Spaar mij en handel niet met mij naar de grootheid en menigte mijner misdaden; Uw goddelijk liefdevol Hart wil liever vergeven dan straffen; meer schittert Uw glorie uit in ontferming dan in wraak, Ja Vader! Jesus heeft Zich voor Uwe ge-
'20
â 306 â
rechtigheid geslachtofferd, opdat Gij jegens mij Uwe barmhartigheid zoudt doen geldeu.
Maak mij door dit Heilig Offer deelgenoot, o God, aan de vruchten der Verlossing, waut mijn wil, mijn hart met al zijn neigingen, mijne ziel met al hare vermogens behooren U, en mijn vurigst verlangen en onwrikbaarst voornemen is, om voortaan iiet smadelijk lijden en den wree-den dood Uws Zoons nimmer meer vruchteloos voor mij te maken, en Uwe oneindige onverdiende liefde met heilige trouw en wederliefde te vergelden.
VAN HET EVANGELIE TOT DE CONSECRATIE.
Niet alleen hebt Gij, o Heer, mij 11 Verlosser en Zaligmaker, maar ook voor mij de ivey, de waarheid en het leven willen wezen. Gij wilt mij door Uw voorbeeld en Uw lessen onderrichten en mij in Uw heilig Evangelie den weg aanwijzen, die mij zeker leidt naar mijn eenig doel, mijn vaderland hier boven. Voeg bij zooveel'goedheid, waarvoor ik U met eerbied dank, nog meer genade en neig mijn hart tot de trouwe vervulling Uwer geboden. Laat de wet des Evangelies de regel worden van mijne gedachten, woorden en werken. Leer mij mijzelven verloochenen om Uwe verhevene
â 307 â
voorschriften trouw te volgen; geef dat ik miju kruis met moed en blijdschap op de schouders neme en liet pad bevvandele, dat Grij mij voorgingt op deze aarde , hot pad van lijdon, vernedering, offer en strijd, en laat mij nimmer vergeten, dat het Kruis het zinnebeeld is der vereeniging van onze harten met Uw aanbiddelijk heilig Hart.
Ik geloof, o God, alle waarheden, die Gij geopenbaard hebt, en door de H. Kerk mij te gelooven voorstelt. Al kan mijn verstand de diepte der geheimen niet doorgronden, toch onderwerp ik mij aan Uw gezag, en Uw onfeilbaar woord; mijn geest aanbidt met eerbied wat mijn verstand niet kan omvatten en mijn hart verlustigt zich in Uwe geheimen , die hoe ondoorgrondelijk ook, toch bronnen zijn van troost en hoop, van liefde en onuitsprekelijke bemoediging. Maar wat baat mij het geloof en het vasthouden aan Uwe leer, als mijne werken daarmeê strijden, en mijn gedrag niet strookt met Uwe wetten? Wat is gelooven zonder doen? Wat katholiek te heeten en niet katholiek te leven ? â 't Is spotten met Uwe goedheid. Heer, die mij , boven anderen, tot hot eenig waar geloof hebt uitverkoren. â 't Is uw gramschap opwekken voor den dag der vergelding, waarop ik rekenschap aan U, mijn rechtvaardigen Rechter, zal moeten geven. Bewaar mij, goedo God, voor zulk een
â 308 â
ongeluk. Xeeu, ik wil niet slechts katholiek , niet slechts deugdzaam heeten, maar het ook zijn in mijn gedachten en woorden , in mijn wenscheu en daden. Ondersteun mij daarom met Uwe genade, leer en help mij, mijzelven te overwinnen, allen weerzin, allo beletselen in de beoefening der deugd te boven komen ; sta mij bij met Uwe hulp en kracht, om mijne zwakke natuur, mijn bedorven hart, en alle moeielijkheden in de beoefening van Uw Evangelie te overwinnen.
o. Mocht ik bij de offergaaf, die de Priesters U heden aanbiedt, ook een waardig offer voegen â het offer eens harten, dat van heilig liefdeYuur brandt voor U, o God, die op aarde en in den Hemel alleen waardig zijt om door ons bemind te worden. Maar mijn hart is nog bezoedeld met duizend zwakheden, zonden en gebreken; zal het daarom een offer zijn Uwer waardig o God, die zelfs in de Engelen vlokken ziet? Mijn hart is koud, trotsch, liefdeloos, arm en beroofd van alle ware goederen. Maar toch, o liefdevolle Jesus, versmaad mijn hart, mijn offer niet, en bied het met Uw H. Offer aan God Uw Vader aan. Zuiver en heilig het, maak het rijk aan wart! goederen, versier het met Uw gaven, en maak het waardig oin zich te vereenigen met de jubelzangen, die de Engelen en Heiligen
â 309 â
aaiilioffeu bij Uw troou. Laat mij het Heilig, heilig, heilig herhalen; eer en glorie eu aanbidding zij God, dio heersoht in den luister dor liooge Hemelen. Heilig, heilig, heilig ook en eer en aanbidding aan ü, o God der liefde, die U vernedert on verbergt op onze altaren , die U dagelijks offert voor het heil van ondankbaren, voor de zaligheid van zondaren, voor de zaligheid van onze onverschillige zielen.
Iloor, alles zwijgt! Indrukwekkend is de stilte rondom mij. De hemel is geopend â en God gehoorzaamt aan het woord van Zijn schepsel, van Zijn Prièster â welkom, wolkom, goede Jesus, in ons midden! Gezegend die komt in den naam des Heeren â welkom â welkom lieve Jesus, bet is zoo goed bij U, zoo zalig in Uw bijzijn te verwijlen. - I)e Engelen, die met U komen, dekken hun aangezicht! Wie schetst de schoonheid der Seraphijuen , hun zangen, hun smeekingen en gebeden ! Do Krachten , de Tronen , de Machten eu alle koren van zalige geesten omgeven ü, o Jesus, onze Offeraar en Offerande. â Jesus is daar! Hoe vernedert Hij zioh - - hoe offert Hij zich voor ons zondaren - Mijn God â ik geloof iu U â ik hoop op U - ik bemin U â ach wees mij zondaar genadig!
â 310 â
YAN DE CONSECRATIE TOT HET EINDE DEK H. MIS.
Uw eigen Zoon, o God, is op het woord des Priesters van den Hemel neergedaald â Jesns, onze hoop en onze liefde, biedt zich aan Uwe rechtvaardigheid aan om Uwe wraak en onze straf' te voorkomen. De kelk des heils met Jesus' kostbaar Bloed dwingt U tot barmhartigheid en vergeving.
Verhoor, o Vader, het smeeken van Uwen Zoon, die genade en ontferming vraagt voor ons zondaren. Wasch ons rein in dat kostbaar Bloed en doe de kracht daarvan ook gevoelen in dat droevig oord van lijdon, waar ouzo dierbaren, onze broeders en zusters nog voldoen voor hunne schul-den; heb medelijden mot de zielen in het Vagevuur. Het losgeld, dat Jesus [J biedt en wij in vereeniging met den priester aan het altaar IJ bieden, is meer dan genoeg om alle zielen van hare pijnen te verlossen en naar den Hemel, het land van vreugde en vrede over te voeren. Zij kunnen niet meer bidden voor zichzelven, maar des te vuriger bidden wij ü, Vader, om Jesus Uwen Zoon, ontferm U over de lijdende zielen in het Vagevuur, vooral over diegene, voor wie dit H. Offer U wordt opgedragen en voor wie wij bijzon-
â 311 â
dor verplicht zijn te bidden. Heb medelijden met allen , voor wie men vergeet te bidden , en die U op deze aarde meer bijzonder vereerd hebben in het allerheiligste Sacrament, of die zich bijzonder hebben toegewijd aan de H. Harten van Jesus en Maria.
O goede God, dien wij onzen Vader mogen noemen, en die in waarheid voor ons een toeder en zorgvol vader zijt, gedoog dat Uw kinderen, die hier nog als ballingen rondzwerven, hunne oogen schreiend richten naar dat gelukkig vaderland , waar Gij zijt en heerscht en waar wij hopen eens met ü te zijn en in eeuwigheid te heerschen. Heersch daarom hier op aarde over onze harten, heilig in ons Uwen naam en geef dat ongeloovigen en zondaren Uwen naam leeren kennen en eerbiedigen; verder en verder strekke zich Uw rijk op aarde uit, opdat alle schepselen U kennen en beminnen! Vermeerder Uwe kennis en Uwo liefde in alle harten, zoodat geheel de wereld over, eenparig de lofzang U ter eer weerklinke: Eer zij don Vader, den Zoon en den II. Geest, gelijk het was in het begin, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Uw heilige wil, o beste en teederste der vaderen, is de grondregel van allo deugd; verleen dan aan Uwo kinderen de genade om dien wil met liefde on getrouwheid te
â 312 â
vervullen, ook dan, wanneer Gij offers vraagt of zware beproevingen ons overzendt. Geef ons ook het dagelijksch voedsel, dat wij noodig hebben, maar vooral Uw goede inspraken, Uw genade en het waardig ontvangen der TT. Sacramenten. Leer ons in de zorgen van dit leven, U en onze zielen niet te vergeten, maar mot kinderlijk vertrouwen in tijdelijke en geestelijke behoeften ons op U te verlaten.
Wij allen zijn met zonden en schuld beladen en moeten ons diep in het stof voor Uwe majesteit buigen en om ontferming en barmhartigheid smeeken. Doch onze onwaardigheid vermindert niet in ons het vertrouwen op Uwe goedheid; met een rouwvol hart herhalen wij de bede, vergeef ons onze schulden, gelijk een vader vergiffenis schenkt aan zijne kinderen en gelijk ook wij vergiffenis willen schenken aan allen, die ons beleedigden. Zet eindelijk, o Vader, de kroon op al Uwe goedheiden genade, bewaar ons voor bekoringen, ondersteun en sterk ons in den strijd, verdedig ons tegen den duivel en zijn listen, bewaar ons dezen dag en heel ons leven voor allo zonden.
O Jesus, Lam Gods, voor ons geslachtofferd op Calvarië, dat de zonden der wereld wegneemt, bepleit onze belangen bij Uwen Vader en smeek om het kostbaar Bloed, dat Gij aan het Kruis voor ons
â 313
vergoten hebt, dat Uw heraelsche Vader medelijdeu liebbe mot ouze elloude en ons gebed verboore.
O Jesus, goddelijk Offerlam, die tbaus op onbloedige wijze Uw Kruis en lijden hernieuwt en Uw bloed geheimvol stroomen doet op het altaar, ontferm U onzer; pas de verdiensten van Uw Heilig Bloed en lijden op ouze zielen toe; maak ieder onzer deelgenoot aan de verdiensten van het Kruis; maak ons rijk met de vruchten Uwer Verlossing.
O Jesus, vlekkeloos Lam, geofferd voor Uws Vaders eer en ons tot spijs ten eeuwigen leven toebereid , zuiver ouze harten, waseh ons rein in Uw aanbiddelijk Bloed, opdat wij U in ons binnenste ontvangen mogen.
O kom, beminde Jesus, mijn hoop en troost, mijn zaligheid en vreugde op deze aarde, kom ten minste op geestelijke wijze iu mijn hart. â Hoe heb ik u miskend eu weinig bemind, die tocii alleen en al mijn liefde waardig zijt! Thans leest Gij in mijn hart schaamte over mijzelven, maar toch liefde voor U en oprecht verlangen om U nimmer meer to beleedigeu. Dat alles stemt mij tot een levendig berouw en wekt de heiligste voornemens in mij op. O, voeg bij de genade des berouws, die Gij mij hebt geschonken, nog meer genade. Als een reiziger, die, vermoeid en uitgeput, dorst
â 314 -
naar rust on verkwikking, zoo verlangt mijn hart naar U, o Jcsus, mijne rust, mijne verzadiging, mijn geluk en mijne vreugde. Mijne ziel wenscht U te ontvangen, zich met U te veroenigen, en nimmer meer te scheiden van U, die het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Mocht ik heden aan uw H. Gastmaal aanzitten, mij lesschen aan de bron , die zoo zegenrijk in het Heilig Sacrament ten eeuwig loven welt. Doch hen ik thans niet waardig U heden werkelijk te ontvangen, kom, goede Jesus, kom, ik smeek het U met diepen eerbied, met geloof en hoop en liefde, met droefheid over mijne zonden, kom op een geestelijke wijze in mijn hart.
Kom tot mij met Uwe genade, stort Uw gunsten en rijkste gaven over mij uit, opdat ik U getronw blijve, en U door geen zonde beleedige en bedroeve. Maak mij waardig U spoedig werkelijk in een wel voorbereid hart te ontvangen.
' Het. H. offer is voltrokken, o Heer! Wederom heeft het vlekkeloos Offerlam, dat de wereld redde, de geheimen van Calvarië hernieuwd. Wederom heeft Jesus' kostbaar Bloed om genade en ontferming gesmeekt voor mij en allen. Wat zijt Gij goed, o Heer, oneindig goed! Waarom mij boven zooveel anderen uitverkoren om tegenwoordig te zijn bij Uw H. Offer â ik ondankbare zondaar, â ik de minste en on-
â 315 â
waardigste Uwer kinderen? â Ik dank U duizendmalen. Ik smeek U om vergiffenis voor de verstrooiing en oneerbiedigheid, waaraan ik mij in Uwe heilige tegenwoordigheid heb schuldig gemaakt. Vergeef mij, o goede Jesus, en maak mij ia Uwe barmhartigheid deelgenoot aan alle genaden en verdiensten aan het bijwonen van Uw H. Offer verbonden. â o Vader, verhoor de stem van Jesus Uwen Zoon ; zegen mij ter wille van dat H. Offer, zegen allen, die mij dierbaar zijn. Regel heden mijne gedachten, bestuur mijne woorden, leid al mijne daden, opdat alles strekke tot Uwe eer en mijne zaligheid. Moge Uw zegen mij en allen een onderpand zijn van Uwe genade in dit loven en van Uwen bijstand in het uur van onzen dood. Amen.
GEBEDEN VOOR DE HEILIGE COMMUNIE.
AANROEPING VAN DEN HEILIGEN GEEST.
o Heilige Geest, die weleer het lichaam en de ziel der gelukzalige Maagd bereiddet, om het waardige verblijf van hot Vleesch geworden Woord te wezen, stort al Uwe gaven over mij uit, en daal Zelf in mijn
â 310 â
hart neder, ten eindo hot te bereiden om denzelfden Mensch geworden God te ontvangen. Amen.
OEFENING VAX GELOOF EN OOTMOED.
Mijn God en mijn Zaligmaker Jesus Christus, eenige Zoon des Hemelschen Vaders , oorsprong en voltrekker des geloofs, Gij , die de weg , de waarheid en het leven zijt, aanbiddelijke Jesus, mijn edelmoedige Verlosser, in wien alleen onze zaligheid is; levend Brood van den hemel nedergedaald om ons voedsel te worden : niet tevreden al Uw bloed vergoten te hebben, om de menschen zalig te maken, gewaar-digt Gij U nog, door eene overmaat van liefde, ons aan Uwe heilige Tafel toe te laten , en ons daar Uw Heilig Lichaam en dierbaar Bloed te geven. Wat is dan toch de mensch, dat een zoo groote God zich gewaardigt aan hem te denken, en van hem een voorwerp Zijner zorgen en tee-derheid te maken? Maar ik zelf, wat ben ik, dan een enkele niet, en door mijne ongerechtigheden beneden liet «e/zelf? En echter, God van majesteit, hoe onwaardig ik ook ben voor U te verschijnen, komt Gij Zelf mij te gemoet, Gij noodigt mij tot Uw gastmaal, en de kostbare spijs, waarmede Gij mij wilt voeden, is wezenlijk Uw Lichaam en Uw aanbiddelijk Bloed! Wees
â 317 â
voor altoos gezegend, Vader dor barmhartigheden en God aller vertroosting, voor zulk eene uitstekende weldaad; maar geef mij. Heer, dat bruiloftskleed, de reinheid van geweten, zonder welke men niet schuldeloos aan Uwe Tafel kan nederzitten. Laat niet toe, dat ik tot diegenen behoor, die hunnen Zaligmaker nuttigen zonder hunne zaligheid te ontvangen, en die zich door het Sacrament met Uw Lichaam vereenigen , zonder zich met Uwen Geest te vereenigen door' Uwe genade. O goede Jesus! behoed mij van den dood te vinden in de bronnen des levens zelf.
OEFENING VAN BEBOUW.
O Goddelijk Lam, dat de zouden der wereld wegneemt, wisch de mijnen uit; ik verloochen ze voor Uw aanschijn. Ik verzaak uit geheel mijn hart en bovenal, de menigvuldige zonden, waaraan ik mij heb plichtig gemaakt, en ik vraag U daarvan allerootmoedigst vergiffenis. Ach! ware ik zoo gelukkig roods genoeg gezuiverd te zijn! wasch mij meer en meer, reinig mij door Uw dierbaar Bloed, dat Gij zoo edelmoedig voor allo zondaars vergoten hebt, en bereid U Zelf in mijn binnenste eeue woning, die Uwer minder onwaardig is.
â 318 â
OEFENING VAN LIEFDE.
Ik bemin U, lieer, uit geheel mijue ziel, maar maak mijne liefde vuriger; o Gij! die mij zoodanig bemint liebt, dat Gij niet alleen voor mij hebt willen lijden en sterven, maar zelfs mij bij U hebt willen inlijven, om mij gedurende do eeuwigheid aan uw verheerlijkt leven deelachtig te maken: ja, ik bemin U, o mijn God! meer dan alles op aarde, omdat geen goed met U kan vergeleken worden, en ik betuig, dat, met de hulp Uwer genade, voortaan niets in staat zal zijn om mij van Uwe liefde te scheiden.
OEFENING VAN HOOP.
Xu dan hoop ik, o mijn God, dat ik met betrouwen tot U mag naderen. Ik zal U niet alleen beschouwen als eenen vreeselijken Rechter, en wreker der zonde, maar als eenen liefdevollen Vader, die de armen tot zijne kinderen uitstrekt; als eenen geneesheer vol mededoogen, die eenen armen zieke wil genezen.
Waarom dan, mijne ziel, zijt gij verdrietig ? waarom geeft gij U aan droefheid over? Uwe zouden verschrikken u, uwe hartstochten verootmoedigen u uwe vijanden verdrukken u ; maar hoop op God, die u niet
â 319 â
verwerpt doch uwe zaligheid nog wil wezen. Gij znlt mij dan ontvangen, Heer, en ik zal in mijn hoop niet te leur gesteld worden : Gij zult mijne sterkte zijn tegen de bekoringen en de zegepraal over mijne hartstochten. Gewaardig U mijn betrouwen op U nog sterker te maken !
OEFENING VAX OPDRACHT.
Gij hebt mij bevolen, Heer, met geene ledige handen voor U te verschijnen. Ik ga U, mijne beminnelijke Jesus, ontvangen ; maar wat anders kan ik U aanbieden, dan Uwe eigene gaven, die Gij zelf mij gegeven hebt ? Ontvang dan al mijne zielsvermogens, welke ik IJ voor altijd toewijd.
Ik offer ü mijn geheugen, mijn verstand, mijnen wil op; laat ik voortaan U alleen indachtig zijn, niets weten buiten U, niets beminnen dan U ; Iaat Uw heilige wil het richtsnoer zijn van den mijnen, opdat ik niets wille, dan hetgeen Gij wilt.
OEFENING VAN VERLANGEN.
O beminnelijke Jesus! hoezeer verlang ik U te bezitten! mijne ziel kwijnt en verzucht naar U. Kom, Welbeminde van mijn hart! laat mij U zien, die mijn heil, mijn troost, mijn genoegens, mijn God, mijn al zijt! Mijn hart is bereid, en ware
â 320 â
het zoo uiot, Gij kunt liet met eeuen enkelen Uwer blikken bereiden, verteederen, ontvlammen. Kom dan, Heer Jesus, kom.
GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD, ONZEN BESCHERM-ENGEL ES GN'ZE U. PATRONES.
Heilige Maria! beminnelijke Maagd! ik smeek u, door de teodere en volmaakte liefde, die uwe ziel zoo nauw met God vereenigd heeft, verwerf mij door uwe gebeden de heilige zielsgesteldheid, die mij voor altoos met Jesus Christus moet vereenigen in de H. Communie, en verwerf mij do genade om daaruit onophoudelijk de overvloedigste vruchten te trekken.
Goede Engel! die mij tot bewaarder gegeven en hier tegenwoordig zijt, breng mijne vvenschen en zuchten voor den troon van God, en bid op dit oogenblik voor mij, opdat ik verwerve al wat mij nog ontbreekt, om mijnen Schepper on Zaligmaker waardig te ontvangen.
En ook gij, mijne Heilige Patronen, gij allen, bewoners van hot Hemelsche Vaderland, verwerft mij al de godvruchtige gevoelens, die u bezielden, toen gij hier op aarde aan het Hemelsche Gastmaal van den Bruidegom kwaamt aanzitten. Amen.
â 321 â
GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.
OEFENING VAN DANKZEGGING.
Wat zal ik U wedergeven, miju Heer en mijn God, mijn Goddelijke Zaligmaker en goede Vader, wat zal en kan ik U wedergeven voor de onschatbare weldaad en uitstekende gunst, welke Gij mij bewezen hebt? Het was ü dan niet genoeg mij uit het niet getrokken, mij vrijgekocht te hebben voor den prijs van Uw Bloed eu leven; het was ü niet genoeg mij met alle goed overladen te hebben; Gij hebt mij de bron zelve van alle goed willen schenken, door LI Zeiven aan mij te geven. Welke innige dankbaarheid beu ik U niet verschuldigd, Heer, voor zulk eene onbesefbare weldaad! Maar welke dankbetuigingen ben ik in staat U te bewijzen, die aan Uwe edelmoedigheid en teederheid jegens mij beantwoorden ?
Mijne ziel, loof den Heer; al mijne geestvermogens, vereenigt u, om Zijnen Heiligen Naam te verheerlijken en Hem eeuwige dankbaarheid te betuigen voor de uitstekende gunst, welke Hij mij zoo even heeft bewezen. Dat alle menschen en Engelen, hemel en aarde, alle schepselen
21
- 322 â
U voor mij loven en danken, o Heil mijner ziel, mijn God en mijn Al! Uwe oneindige goedheid en barmhartigheid hebben zich voor mij als uitgeput, door mij U w Lichaam, U w Bloed en geheel U Zeiven wezenlijk in dit aanbiddelijk Sacramaut te geven.
OEFENING VAN VERZOEK.
Welke genade zoudt Gij mij dan nu kunnen weigeren, na mij in U den oorsprong, den schat, de bron aller genade gegeven te hebben? Mijne onwaardigheid zou met reden mijn vertrouwen kunnen verzwakken ; maar , Heer , nu mijne ongerechtigheden en al mijne ellende dit uitstekend wonder Uwer eindelooze barmhartigheid niet hebben kunnen verhinderen, moet ik alles van Uwe goedheid verwachten. Ja, mijn Goddelijke Zaligmaker, Gij hebt U Zeiven aan mij gegeven, ik kan en moet dan alles van U hopen: ik zal derhalve in dezelfde gevoelens van Uwen godvreezenden dienaar Jacob, tot U zeggen: Ik zal U niet laten gaan, voor dat Gij mij gezegend hebt.
Ik hoop dan, met een vast betrouwen, van Uwe barmhartigheid, o mijn God! de vergeving van al mijne zonden. Een groot vertrouwen moet uit eene groote goedheid ontstaan; maar eene grenzelooze goedheid,
- 323 â
zoo als de üwe is, moet ook een grenzeloos 'vertrouwen inboezemen. In dit toI-komen vertrouwen smeek ik dan ook de almogende hulp Uwer genade af, en vraag U eene onschendbare zuiverheid, eene oprechte ootmoedigheid, eene verduldigheid zonder zwakheid, eene grenzenlooze liefde, eene onwrikbare getrouwheid , eene volharding zonder herval. Ik smeek U, maak, dat ik II nooit meer verlate; onder-steuu mij in de bekoringen en wees mijn schild tegen de aanvallen des duivels, opdat ik, zegevierend over al de vijanden mijner zaligheid, niet meer leve dan om U te beminnen en U te behagen.
oefening van goed voornemen.
Ik wijd mjj voor altoos en zonder verdeeling toe aan Uwen dienst en aan de volbrenging van Uwen heiligen wil. Ik vernieuw aan Uwe voeten de heilige beloften van mijn doopsel, welke ik het ongeluk-heb gehad zoo menigwerf te verbreken.
Ik verzaak uit geheel mijn hart aau de gevaarlijke vermaken der wereld, aan de noodlottige neigingen van het vleesch, aan alle kwade gedachten, aan alle strafwaardige werken , aan al de verleidende aanlokkingen des duivels, aan al de hoogmoedige ijdel-heden der wereld, en aan alles wat mot Uwe heilige wet in strijd is.
â 324 â
Voortaan wil ik niet meer leven ^ dan volgens Uw H. Evangelie, 'geen ander richtsnoer voor mijn leven hebben, dan Uwe woorden en voorbeelden, en ik verfoei uit den grond mijns harten alles, wat mij van TI kan verwijderen, en bijzonderlijk mijn heerschenden hartstocht, die mij reeds zoo menig werf Uwe vriendschap heeft doen verliezen. Zorgvuldig zal ik het gevaar vluchten , dat zoo dikwijls'voor mijne zwakheid noodlottig is geweest.
U wil ik voortaan alleen beminnen, wijl Gij eindeloos beminnenswaardig zijt; U wil ik boven alles verkiezen: ik wil mijnen naaste beminnen uit liefde tot U.
Maar gij'kent, lieer, mijne zwakheid; ook ik kon mijne onstandvastigheid in het goede, en [mijne neiging , om telkens van Uwe heilige wet af te wijken; ik gevoel hot juk mijner^kwade gewoonten; maar ik weet ook , dat ik alles vermag met de hulp Uwerquot; genade : weiger mij deze niet, smeek ik U nogmaals; versterk mij in de goede voornemens, welke Gij mij ingeeft; help mij om ze te volbrengen, opdat ik, na U onder den sluier van hot aanbiddelijk Sacrament ontvangen te hebben in dit leven, U love, zegene en bezitte in den luister Uwer heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
â 325 â
OEFENING VAN LIEFDE TOT DEN NAASTE.
Gij gebiedt mij alle menschen te beminnen, o mijn God! quot;Welk gebod kan zoeter zijn? Gij zijt de Vader van ons allen, en wij allen zijn Uwe kinderen, broeders onder elkander. Tk betuig U dan, dat ik hen allen bemin, zonder er een enkelen van mijne liefde uit te zonderen , en ik bemin hen om IJ te behagen, uit liefde tot U; en nu ik het geluk heb ü te bezitten, volbreng ik met des te meer vertrouwen Uw gebod, om voor elkander te bidden. O Jesus! die voo;' allen gestorven zijt, maak ieder onzer zalig ; duld niet, dat er iemand verloren ga. God van goedheid, die in Uw leven hier op aarde weldoende rondgingt, doe wel aan al Uwe kinderen. Op bijzondere wijze bid ik U dringend voor allen, welke ik U, volgens do schikkingen Uwer Voorzienigheid, meer bijzonder moet aanbevelen : mijne ouders en bloedverwanten. Zegen mijne vrienden en weldoeners, en ook hen, die mij kwaad doen of willen; ik bid U hierom in al de oprechtheid van mijn hart. Verleen aan ieder de noodige genade om tot de zaligheid te komen.
Geef aan de zondaren den geest van boetvaardigheid en de genade der bekeering ; aan de rechtvaardigen de volharding in het7goede, aan de geloovige overledenen ,
â 326 â
ou bijzonderlijk aan die, welke meerdere aanspraak op mijne gebedeu hebben, eene plaats van licht, verfrissching en vrede.
GEBED TOT DE H. MAAGD,
ONZEN BESCHERMENGEL EN ONZE PATRONEN.
Allerheiligste Maagd , Moeder Gods, duld niet, dat ik ooit het Lichaam en het Goddelijke Bloed van Uwen Welbeminden Zoon ontheilige: bid voor mij, opdat ik mijn lichaam en mijne ziel in volmaakte zuiverheid beware, in onschuld leve, en in do liefde van Jesus en de uwe sterve.
Goede Engel, gij neemt te veel deel in mijn geluk, om mij niet te helpen God voor deze groote weldaad te bedanken, en de vruchten der li. Communie eeuwigdurend te maken: ik smeek u dan voor mij te willen bidden.
En gij, mijne Heilige Patronen, alle Heiligen des Hemels, slaat uwe oogeu op mijne behoeftige en zwakke ziel; beweegt het hart van onzen God, opdat Hij Zich gewaardige haar met Zijne gaven te verrijken, hare zwakheid te ondersteunen en mij spoedig nog met eene verdubbeling van vurigheid eu liefde aan Zijne Heilige Tafel toe te laten. Verwerft mij die getrouwheid, die volharding, welke mij eindelijk den hemel openen, om eens in uw eeuwig geluk te deelen. Amen.
â 327 â
GEBEDEN ONDER HET LOF.
GEBEDEN TOT JESUS.
O Jesus, Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament; dit geloof ik vast, wijl Gij het Zelf gezegd en geopenbaard hebt. Ik aanbid U met den diepsten eerbied als mijnen Schepper, mijnen Verlosser, mijn opperste goed, mijnen Heer en mijnen God.
O Heer! zie genadig van uw heilig Altaar op mij, ellendigen zondaar, neder. Met eenen bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met betraande oogeu bid ik U, o mijn God! vergeef mij mijne zonden, zij zijn mij van harte leed; ik haat en verfoei ze ter Uwer liefde. Verwerp mij niet van Uw aanschijn; keer Uw aangezicht van mijne zonden af, wisch al mijne ongerechtigheden uit: schep in mij een zuiver hart, vernieuw den rechten geest in mijn binnenste; maak mij, naar Uw voorbeeld, nederig en ootmoedig van hart, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, geduldig in het lijden, standvastig in Uwen dienst, en in alles onderworpen aan Uwen goddelijken wil.
Steuneude op Uwe vaderlijke goedheid.
â 328 â
o miju Zaligmaker! bid ik ü ook voor allen met welke ik door de banden van den Godsdienst en der natuur vereenigd ben, zegen onzen heiligen Vader den Paus, de Bisschoppen, de Priesters; beziel hen met eeueu vurigen ijver voor Uwe glorie en met eene teedere liefde voor de schapen, welke Grij hnn toevertrouwd hebt.
Ik beveel U, Heer, mijne ouders, die zooveel voor mijn welziju gedaan hebben, dat ik het huu uooit vergelden kan, maar Gij kunt hen daarvoor loonen; ik bid U ootmoedig, geef huu alles, wat hun naar ziel of lichaam noodig is voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik ü ook voor al mijne weldoeners, vrienden en vijanden.
ó Heer! mochten toch alle menschen, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren! Geef hun daartoe Uwe genade, ontferm ü over hen, o Jesus, dien ik met het oog des geloofs in dit Heilig Sacrarneut aanschouw. Gij hebt aan het kruis voor hardnekkige zondaars gebeden, laat dat gebed ook nog voor hen, die in zoude leven, genade verwerven.
De zielen der overledenen, die nog in het vagevuur lijden, beveel ik aan Uwe goedertierendheid; vervul het vurig verlangen, dat zij hebben om Uw beminnelijk gelaat te genieten.
En om niemand in mijn gebed te vergeten, bid ik U, Heer, voor de zieken.
â 329 â
die U met ons niet kunnen komen aanbidden ; troost hen in hun lijden, sta de stervenden bij, opdat zij in Uwe liefde uit deze wereld scheiden. Eindelijk bid ik voor allen, voor wie ik verschuldigd ben te bidden; laat allen aan Uwen dierbaren zegen deelachtig worden.
Liefderijke en aanbiddelijke Jesus, mijn Zaligmaker en mijn God! die U door de vurigste en wonderbaarste liefde tot een slachtoffer in het hoogwaardigste Sacrament des Altaars gegeven hebt, hoe bedroefd moet Uw Heilig Hart niet zijn, daar Gij in de harten van do meeste menschen niets vindt dan versteendheid, ondankbaarheid en verachting! Het was U dan niet genoeg den moeielijksten en pijnlijksten weg gekozen te hebben, om onze zaligheid te bewerken ! het was niet genoeg U overgegeven te hebben aan eenen wreeden en angstigen doodstrijd, veroorzaakt door het aanschouwen onzer zonden! Gij hebt U nog aan al de versmaadheden willen blootstellen, die door de boosheid dor menschen en der hel kunnen uitgevonden worden: met een verootmoedigd hart en eene diepe droefheid vraag ik U duizendmaal vergiffenis voor al de versmadingen die Gij op Uwe altaren ontvangen hebt. Ach, mocht ik met mijne tranen bevochtigen al de plaatsen, waar Uw Hart versmaad is geworden, en waar
â 330 â
men Uwe liefde met verachting heeft beloond! ó, kon ik door verootmoediging en vernedering zoo veel heiligschennis en onteering herstellen! Mocht ik meester zijn over al de harten der menschen om ze U op te offeren en aldus eenigzins hunne vergetenheid en ongevoeligheid te vergoeden, daar zij TJ niet hebben willeu erkennen, of U gekend hebbende, U zoo weinig hebben bemind !
lieer Jesus! als ik overweeg, hoe genadig en wonderbaar Gjj hier tegenwoordig zijt in het heilig Sacrament, dan moet ik uitroepen: o Heer, hoe groot zijt Gij! Gjj zijt bij ons, in het midden van ons als een vader bij en onder zijne kindereu, als een geneesmeester bij zijne zieken; hoe teeder bemint Gij ons! Mochten toch ik en allo menschen TJ hartelijke wederliefde toedragen! Hoe ongelukkig zijn zij, die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardige Sacrament tegenwoordig zijt; verleen hun toch het licht des Geloofs, opdat zij uit hunne blindheid getrokken, tot de schoot Uwer Kerk gebracht worden, en met ons U in dit geheim aanbidden, en dus begrijpen mogen hoe gelukkig Uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig hunnen nood en zwakheden aan U, als aan hunnen vader en geneesheer, mogen klagen, vast vertrouwende, dat Gij hen niet ongetroost zult laten weggaan.
- 331 â
GEBED TOT DE H. MAAGD MARIA.
o Heilige Moeder Maria! ik weet, hoe vele genaden gij voor mij reeds verkregen hebt, en ik :de ook tevens, hoe ondankbaar ik mij jegens u heb gedragen: maar ofschoon ik geene weldaden meer verdien, wil ik echter het vertrouwen op uwe barmhartigheid, die veel grooter is dan mijne ondankbaarheid, niet verliezen. Heb medelijden met mij, mijne machtige voorspreekster ! Gij deelt alle genaden uit, die God aan ons bewijst; God heeft u zoo machtig, zoo rijk, zoo milddadig gemaakt. opdat gij ons in onze ellenden te hulp zoudt komen. O Moeder der barmhartigheid! help mij in mijnen nood. Gij neemt do ongelukkigsteu, die zich tot u wenden , onder uwe bescherming; verdedig dan ook mij, die nu tot u roep. Zog mij niet, dat het onmogelijk is mijne zaligheid te bewerken, want de grootste hindernissen worden licht overwonnen, indien gij ons verdedigt. In uwe handen stel ik dan mijne zaligheid; ik vertrouw u mijne ziel toe, gij moet ze door uwe voorspraak redden. Ik wil onder het getal uwer ijverigste dienaars zijn; verstoot mij niet; gij zoekt de ellendigen op, om hen te helpen; wil dan ook mij, armen zondaar, die tot u mijne toevlucht neem, niet verlaten. Spreek voor mij één woord aan uwen Zoon ,
â 332 â
die u toch alles geeft, waarom gij Hem bidt. Neem mij onder uwe bescherming, en ik ben tevreden ; ja, zoo gij mij bijstaat, Trees ik niets. Ik vrees dan mijne zonden niet, omdat ik weet, dat gij het kwaad, hetwelk zij mij toegebracht hebben, zult herstellen: ik vrees dan ook den duivel niet, want gij zijt machtiger dan de gansche hel; ik heb dan eindelijk ook niets te vreezen van mijnen Rechter Jesus, want één uwer gebeden stilt Zijne gramschap. Ik vrees alleen , dat ik door eigene nalatigheid vergeten zal mij aan u aan te bevelen, en zoo verloren ga, O mijne Moeder! verkrijg mij de vergiffenis van al mijne zouden, de liefde tot Jesus-Christus, de volharding, eeneu zaligen dood en eindelijk den Hemel; maar bijzonder verkrijg mij de genade om mij altijd aan u aan te bevelen. Zijn die genaden te groot voor mij , wijl ik ze niet verdien, zij zijn niet te groot voor u, die van God zoo zeer bemind wordt, dat Hij u alles geeft, wat gij wilt. Bid dan Jesus voor mij; zeg Hem, dat gij mij wilt bijstaan , en Hij zal zeker medelijden met mij hebben. Mijne Moeder! op u vertrouw ik, en in deze hoop wil ik leven en sterven. Amen. Leve Jesus! onze liefde, leve Maria 1 onze hoop.
LITANIE
VAN DEN ZOETEN NAAM JESÃS.
Heer ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
lieer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God Heraelsche Vader, ontferm U onzer.
God 'Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Jesus, Zoon van den levenden God, ontferm U onzer.
Jesus, schitterend licht des Vaders, ontferm U onzer.
Jesus, glans van het eeuwige licht, ontferm U onzer.
Jesus, koning der heerlijkheid, ontferm U onzer.
Jesus, zon der rechtvaardigheid, ontferm U onzer.
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, ontferm U onzer.
334 â
T
Beminnelijke Jesus, ontferm U onzer. Wonderbare Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, vader der toekomende eeuwen, Jesus, verkondiger van Gods verheven raad,
Allermachtigste Jesus, '
Allerverduldigste Jesus,
Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zoet en ootmoedig van harte,
Jesus, minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze liefde,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld der deugden,
Jesus , ijveraar der zielen ,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen,
Jesus, goede herder,
Jesus, waar licht,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven,
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus, koning der Patriarchen ,
Jesus, meester der Apostelen,
Josus, leeraar der Evangelisten ,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders ,
Jesus, zuiverheid der Maagder. ,
â 335 â
Jesus, kroon van alle Heiligen, ontf. F onzer. Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zouden.
Van Uwe gramschap.
Van de listen des duivels.
Van den geest van onkuischheid,
Van den eeuwigen dood.
Van de veronachtzaming Uwer inspraken. Door liet geheim Uwer heilige mensch- ® wording, 5quot;
Door Uwe geboorte, m
Door Uwe kindschheid, 3
Door Uw allergoddelijkst leven.
Door Uwen arbeid, ^
Door Uwen doodstrijd en Uw lijden, g Door Uw kruis en Uwe verlatenheid , ï® Door Uwe smarten,
Door Uwen dood en Uwe begrafenis,
Door Uwe verrijzenis.
Door Uwe hemelvaart,
Door Uwe vreugde,
Door Uwe heerlijkheid.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, J esus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
â 336 -
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt, en gij zult verkrijgen, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal opengedaan worden ; wij bidden U, verleen ons, op ons smeeken, Uwe allergoddelijkste liefde, opdat wij U uit geheel ons hart door woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden U te loven.
LITANIE
TOT JESÃS IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer. ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, g
God H. Geest. ?
H. Drievuldigheid, één God, f-
Levend Brood, dat uit den Hemel ge- 0 daald zijt, n
Verborgen God en Zaligmaker, ®
â 337 â
Tarwe der uitverkorenen , ontferm U onzer. quot;Wijn, die maagden voortbrengt,
Voedzaam Brood en vermaak der koningen,
Altijddurende offerande,
Zuivere opdracht,
Vlekkeloos Lam,
Allerzuiverste maaltijd,
Spijs der Engelen,
Verborgen hemelsch Brood,
Gedachtenis van Gods wonderen, Bovennatuurlijk Brood,
Woord, dat vleesch geworden zijnde o onder ons woont, ^
H. Hostie, S5
Gezegende drinkbeker, 3
Geheim des Geloofs , ^
Doorluchtig en hoogwaardig Sacrament, o Allerheiligste Offerande, =
Waarachtige verzoening voor levenden ®
en dooden,
Hemelsch behoedmiddel tegen de zonden, Allerheiligste gedachtenis van het lijden
des Heeren,
Wonder boven alle wonderen.
Gaaf, die alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde.
Overvloeiende bron van Gods milddadigheid ,
Allerheiligst en wonderbaar geheim, Geneesmiddel der onsterfelijkheid.
â 338 â
Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament,
ontferm U onzer.
Brood, dat door de almacht Gods zijt
yleesch geworden,
Onbloedige offerande,
Spijs en medegast,
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen
tegenwoordig zijn en dienen, S5
Teeken van genade, 3
Band van liefde , ^
Offeraar en offerande,
Geestelijke zoetheid, die in haren eigen S oorsprong gesmaakt wordt, ®
Verkwikking der heilige zielen, Versterking dergenen, die in den Heer sterven,
Pand der toekomende heerlijkheid,
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van het onwaardig nuttigen Uws Lichaams
en Bloeds, verlos ons, Heer.
Van de begeerlijkheid des vleesches. Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hoovaardij des levens, ra
Van alle gevaar der zonde, öquot;
Door het groot verlangen , dat Gij gehad ^ hebt, om dit Paaschlam met Uwe =
. CO
leerlingen te eten,
Door den diepen ootmoed , waarmede gij W de voeten Uwer leerlingen gewasschen o hebt,
Door de vurige liefde, waarmede Gij dit
339 â
heilig Sacrament hebt ingesteld, verlos ons, Heer.
Door Uw dierbaar Bloed, dat Grij ons op het altaar hebt nagelaten, verlos ons, Heer. Door de vijf wonden, die Gij in Uw allerheiligst Lichaam voor ons ontvangen hebt, verlos ons, lieer.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat het U believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren , ^
Dat het U believe ons, door eene ware belijdenis onzer zonden, tot het dik- gt wijls nuttigen dezer geestelijke spijs g* te bereiden , 3
Dat gij ons van alle ketterij, ongeloo- c* vigheid en verblindheid des harten wilt bevrijden, ®
Dat het U believe , ons aan de kostelijke gquot; en hemelsche vruchten van dit heilig 2 Sacrament deelachtig te maken, o
Dat het U believe, ons in het uur des 5 doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen.
Zoon van God,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zouden der wereld wegneemt , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , ontferm U onzer.
â 340 â
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ous.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
LAAT ONS BIDDÃN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten , wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht Uwer Verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Gij, die niet den Vader in de eenheid van den H. Geest leeft en heerscht. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
TOT HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JESÃS.
Heer , ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
â 341 â
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God.
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen Vader,
Hart van Jesus, Zoon van de Maagd Maria,
Hart van Jesus, eigene en waardige woonplaats van den Heiligen Geest, Hart van Jesus, schatkamer van de
allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Jesus, roem en vreugd der ^ Engelen,
Hart van Jesus, oneindig in majesteit, S5 Hart van Jesus, voorwerp aller liefde, = Allerootmoedigst Hart van Jesus, ^
Allerzuiverst Hart van Jesus, o
Hart van Jesus, vol van zegen en g genade, £2
Hart van Jesus, wellust van Hemel en aarde,
Hart van Jesus, licht van geheel de wereld,
Hart van Jesus, onoverwinbare sterkte
tegen onze vijanden,
Hart van Jesus, bron van alle rechtvaardigheid ,
Hart van Jesus, oorsprong van alle
goedheid en barmhartigheid.
Hart van Jesus, vol medelijden en teederheid,
â 342 â
Hart van Jesus, woonplaats aller deugden ,
ontferm U onzer,
Hart van Jesus, alle lof en eer waardig, Hart van Jesus, aan hetwelk alle aanbidding toekomt,
Hart van Jesus, oneindige afgrond van
hemelsche gaven.
Hart van Jesus, zaligheid dei'genen,
die in U hopen,
Hart van Jesus, fontein dor springende
wateren tot het eeuwige leven.
Hart van Jesus, verzoening onzer zouden,
Hart van Jesus, troost van alle be- o drukte harten, S;
Hart van Jesus, hoop dergenen, die in 2 ü sterven, -
Hart van Jesus, ons leven en onze
verrijzenis, o
Hart van Jesus, toevlucht aller zon- g daren,
Hart van Jesus, met bitterheid voor
ons vervuld.
Hart van Jesus, met versmaadheden
voor ons verzaad.
Hart van Jesus, om onze boosheden
doorwond,
Hart van Jesus, om onze zaligheid
aan het kruis gestorven,
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken ,
Hart van Jesus, levende^ heilige en
â 343 â
God behagende offerande. ontferm U onzer.
Hart van Jesus, altaar, waarop al de Heiligen geofferd worden, ontferm U onzer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. v. O Koning der heerlijkheid, Gij zult
nooit versmaden:
r. Een boetvaardig en vernederd hart.
LAAT ONS BIDDEN,
Heer Jesns-Christus, die U gewaardigd hebt aan Uwo H. Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw goddelijk Hart kenbaar te maken! geef dat wij waardig worden aan de liefde van dit allerheiligste Hart te beantwoorden, en de versmadingen , aan hetzelve door de ondankbaarheid der menschen aangedaan, door waardige dienstbewijzen te mogen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met God den Vader en den Heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
â 344 â
;L IT A NIE
TER EEKE VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Moeder van Christus.
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder, gj
Allerzuiverste Moeder, ^
Ongeschondene Moeder, §
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder, §
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
â 345 â
Lofwaardige Maagd, bid voor ons. Machtige Maagd,
Goedertiereue Maagd,
Getrouwe Maagd ,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Schoon vat van godsvrucht. Geestelijke roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des verbonds.
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin dor Martelaars,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle heiligen. Koningin zonder erfsmet ontvangen. Koningin^ van den Allerheiligsten Rozenkrans,
â 346 â
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt^ verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, verhoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer, enz.
Onze Vader, enz.
Antiph. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd! onze Vrouwe; onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon,
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods, k. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus Uwen Zoon gekend hebben, door Zijn lijden en kruis toquot; de glorie der verrijzenis gebracht worden, door den-zelfden Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
- 347 â
LITANIE
TBR EEKE VAN TIET II. HART VAN MARIA.
Heer, ontferm U ouzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U ouzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U ouzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U ouzer.
Hart van Maria, zonder erfsmet ontvangen,
bid voor ons.
Hart van Maria, ouder alle harten gezegend,
Ootmoedig Hart van Maria,
Zuherst Hart van Maria, gl
Beminnelijkst Hart van Maria,
Hart van Maria, heilige rustplaats van ^ de allerh. Drievuldigheid, t
Hart vau Maria, zeer gelijkvormig aan o het allerheiligste Hart van Jesus, £ Hart van Maria, tabernakel van God, Mensch geworden op den dag uwer boodschap.
â 348 â
Hart van Maria, met nieuwe genaden uw bezoek bij Elisabeth vervuld, voor ons.
Hart van Maria, woonplaats van Jesus, Hart van Maria, overgoten met blijdschap
in de geboorte van Jesus,
Hart van Maria, vol van bewondering
in de aanbidding der wijzen,
Hart van Maria, met het zwaard van droefheid in uwe zuivering doorstoken.
Hart van Maria, vol zorg en angst in
de vlucht naar Egypte,
Hart van Maria, bedrukt over het verlies van Jesus en weder verblijd over Zijne vinding in den tempel.
Hart van Maria, met dat van Jesus in den hof der Olijven van droefheid bevangen,
Hart van Maria, wreed verscheurd in
Zijne geeseling,
Hart van Maria, inwendig met doornen
doorstoken in Zijne kroning,
Hart van Maria, vol angst en benauwdheden in de ontmoeting van Jesus, Zijn kruis dragende,
Hart van Maria, deelende in al de pijnen
en smarten van Jesus,
Hart van Maria, mei Jesus aan het kruis genageld,
Hiirt von Maria, overstelpt van droefheid in den dood van Jesus,
â 349 â
Hart vau Maria, met O'esus in het graf
gelegd, bid voor ons.
Hart van Maria, tot de blijdschap verrezen in de verrijzenis van Jesns,
Hart van Maria, verrukt door liefde in
de verschijning van Jesns,
Hart van Maria, vau onuitsprekelijke vreugd vervuld in de hemelvaart van Jesüs,
Hart van Maria, door eenen nieuwen overvloed van genaden iu de neder-daling van den H. Geest geheiligd, pL Hart van Maria, boven alle gelukzali- lt; gen verheven op den dag uwer ten § hemel opneming, 0
Hart, van Maiia, toevlucht der zondaren, g Hart van Maria, bescherming der rechtvaardigen.
Hart van Maria, gesteld aan de rechterhand van Jesus in den Hemel,
Hart van Maria, wellust der Maagden,
Hart van Maria, troost der bedrukten
en zieken.
Hart van Maria, hoop der stervenden, Hart van Maria, blijdschap der Engelen
en Heiligen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus.
â 350 â
T. O H. Maagd, gedoog dat ik u love: it. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden. H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus-Christus, en koningin der wereld, die niemand verlaat noch verstoot, zie mij aan met een barmhartig oog, verhevene Vrouw en bekom mij bij Uwen Zoon vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, nu in den geest, met alle mogelijke liefde en lof de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwegende, hierna de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge, door onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerscht met God den Vader, iu de eenheid van den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
^LITANIE
TOT DEN HEILIGEN JOSEPH.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God llemelsch3 Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
TJ onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
â 351 â
H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagdon,
H. Joseph,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Man naar Gods hart.
Trouwe eu wijze dienaar.
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost vun Maria,
Die, om Maria met bijzondere genaden
begunstigd zijt.
Allerzuiverste in reinheid, ST.
Allernederigste in ootmoed.
Allervurigste iu liefde, c
Allerverhevenste in beschouwing, ^
Die door den li. Geest Zelveu recht- 2 vaardig zijt verklaard, f
Die in de goddelijke geheimen boven
anderen verlicht zijt geweest,
Die door den Engel in het geheim der
Menschwording onderwezen zijt.
Die met Maria, uwe bruid, naar Bethlehem zijt gereisd.
Die, in de herberg geene plaats vindende , in eenen stal uw intrek hebt genomen ,
Die waardig geacht zijt bij Christus te-wezen , toen Hij geboren en in een krib gelegd werd,
â 352 â
Die met Maria het Kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd, bid voor ons. Die, op het woord van den Engel, met Jesus en Zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht,
Die, na den dood van Herodes, met Jesus en Zijne Moeder naar het land ^ van Israël zijt wedergekeerd, £
Die het Kind Jesus, dat te Jerusalem gebleven was, met Maria, Zijne Moeder, § vol droefheid gezocht hebt.
Die Hem na drie dagen met blijdschap b gevonden hebt, zittende in het midden â der wetgeleerden,
Aan wien de Heer der hoeren op de
aarde onderdanig geweest is.
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt. Onze voorspreker, hoor ons, H. Joseph. Onze beschermer, verhoor ons, H. Joseph. In al onzen nood, help ons, H. Joseph. In al onze benauwdheden, 5quot;
gt; CD
In het uur onzes doods, ^
Door uwe allerzuiverste trouw, g
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, -01 Door al uwen arbeid en zweet, rquot;
Door al uwe deugden, ^
Door al uwe verdiensten,
Door uw eeuwig geluk, pquot;
Wij, die u als beschermer aanroepen, wij
bidden u, verhoor ons.
Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zonden wilt vragen, wij bidden u, verhoor ons.
â 353 â
Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij voor alle maagden en onge-huwden de gaaf van zuiverheid wilt verwerven,
Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen,
Dat gij voor allo vergaderingen eene ^ volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven,
Dat gij de vaders der huisgezinnen in g-het christelijk opvoeden hunner kin- s deren wilt behulpzaam wezen, c
Dat gij alle oversten in het bestuur der hun toevertrouwden wilt behulp- ® zaam zijn, 3quot;
Dat gij alle vergaderingen, die zich bijzonder ouder uwe bescherming o hebben gesteld, wilt begunstigen, y. Dat gij allen, die op uwe hulp vertrouwen, altijd en overal wilt be-schermen.
Dat gij alle geloovige zielen door uwe voorbede wilt helpen,
. Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria, wij bidden u, verhoor ons.
Heilige Joseph, wij bidden u, verhoor ons. Lam Gods, dat de zouden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
â 354 â
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Hoer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, Terhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
LAAT OSS BIDDEX.
Wij bidden U, o Heer! dat wij door do verdiensten van den Bruidegom Uwer allerheiligste Hoeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen , hetgeen wij door ons zelven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.