ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

r / • / t

i - ■ .; / GODVRUCHTIGE . },

lEFENINGEN EN GEZANGEN'

TER EEK.E VAN DE /? . quot; 1 . •

Allerheiligste Maagd Maria.

BIJZONDER TEN D.ENSTE DER LEDEN VAN DE

tirtit lettel

WAARBIJ GEVOKGD ZIJN KENIGE

Gr E Z A. I\ Cx r] ,

IN GEBRUIK BIJ DE

AARTSBROEDERSCHAP DER H. FAMILIE.

Vermeerderde en verbeterde uitgave.

(Ten voordeele der Broederschap.)

Bibliotheek ^3

B. L E N F R I N G.

AMSTERDAM, Haarlemmerstraat 119, over de R. K. Kerk. 1897.

Liturgischs VereeHging Aartsbisdom UTR'-CH T Volgnummer

ocr page 4

BISSCHOPPELIJKE GOEDKEURING.

Wij veroorlooven hij dezen de vernieuwde beke7id-making der Breve van Z. H. Paus Benedictus XIV, van den 26 November 1754, houdende verleening van geestelijken gunsten aan. de Broederschap onder den titel van de Zalige Maagd Maria van Kevelaar, in de Parochiekerk van den H. Augustinus (genaamd de Posthoorn ), te Amsterdam; en wij keuren tevens goed, met voorbehoud evenwel van al het bepaalde in de Constitutie van Paus Clemens VIII Qujecumque, van den 7 December 1604. de Statuten dezer Broederschap op bi. () en 10 hierachter volgende.

Warmond, i FRANCISCUS JACOBUS,

8 October 1S53. Bisschop van Haarlem.

Aan de bepalingen der wet, het eigendomsrecht betreffende, is bij deze uitgave door ons voldaan.

ocr page 5

Voor lang reeds bestond te Amsterdam eene Broederschap van de zalige Maagd Maria van Kevelaar

geheeten, waarvan de talrijke leden, onder de bescher-niing van de Moeder des Heeren, vele werken van godsvrucht en van liefde gewoon waren te oefenen.

Van het jaar 1692 af heeft de Broederschap zonder onderbreking jaarlijks te Kevelaar haar Votief kaars van 100 oude ponden geofferd. Doch eerst sedert het jaar 17^, trok er 's jaarlijks eene talrijke Processie dier Broederschaps-leden van Amsterdam naar Kevelaar, om te dezer plaatse, waar de barmhartige God op de voorbede van Maria zoovc.l gunsten verleende, voor zich en de ganse he Broederschap openlijk en eenparig hare moederlijke voorspraak te gaan vragen. Nog duurt die aloude godsvrucht voort. Ter meerdere bekendwording en deelneming mogen we hier, met goedkeuring onzer Geestelijke Overheid, de voordeden en voorwaarden dier Broederschap den geloovigen te dezer stede in herinnering brengen.

Voordeden.

Aan deze Broederschap namelijk heeft Paus Bene-dictus XIV, in het XVe jaar zijner regeering, den 26 November van het jaar 1754, blijkens de autentieke Breve, berustende in de H. Augustinuskerk, genaamd de Posthoorn, thans in de Parochiale kerk van O. L. V. Onb. Ontv., vele gunsten en voordeelen verleend.

ocr page 6

6

J Daar er, ( zoo luidt de aanhef van dit stuk,) naar » wij vernomen hebben, in de parochie-kerk van den s H. Augustinus te Amsterdam, in het diocees van s Haarlem, eene vrome en godvruchtige Broederschap 5 bestaat, onder den titel van de Zalige Maagd van j Kevelaar, welker medebroederen en medezusteren s zeer vele werken van godsvrucht en liefde gewoon » zijn of voornemens zijn te oefenen, zoo verleenen n wij, opdat dergelijke Broederschap zich dag aan dag » moge uitbreiden. . . . goedgunstiglijk aan alle geloo-» vigen, die aan gezegde Broederschap zullen deelne-j men ;

» Een vollen Aflaat op den eersten dag hunner » intrede, als zij rouwmoedig gebiecht en de H. Com-» munie zullen ontvangen hebben ; alsmede

» Een vollen Aflaat voor wie in genoemde Broe-gt;gt; derschap ingeschreven zijn en ingeschreven worden, » in het uur van hunnen dood, als zij rouwmoedig » gebiecht en de H. Communie zullen ontvangen heb-» ben, of, zoo zij dit niet kunnen, ten minste rouw-tgt; moedig den naam van Jesus met den mond, als zij » kunnen, of anders godvruchtig met het hart zullen » aangeroepen hebben.quot;

Ook verleende Z. H. een vollen aflaat, jaarlijks te verdienen in bovengemelde kerk, op den voornaam-sten feestdag der Broederschap, welke bepaald is op den 8 September, het geboortefeest der H. Maagd en Moeder Gods Maria aan alle leden, die rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd, genoemde kerk tusschen de eerste vespers en zonneondergang van dien dag godvruchtig bezocht en daar naar de gewone meening van Z. H. vrome gebeden zullen gestort hebben.

ocr page 7

7

Eij deze volle aflaten heeft dezelfde Paus nog toe-ges'.aan een aflaat van zeven jaren en zeven maal veertig dagen, te verdienen op iéder der vier onderstaande Zondagen, door alle leden, die met een op-reclt berouw gebiecht en godvruchtig gecommuniceerd, de Broederschaps-kerk bezocht, en aldaar naar de meening van Z. H. zullen gebeden hebben, namelijk op

Den eersten Zondag na het feest van de Openbaring des Heeren;

Den eersten Zondag na Pinksteren ;

Den Zondag na het Feest van Maria-ten-Hemel-opneming, en

Den Zondag na het Feest van Allerheiligen.

Buitendien verleent Z. H. zestig dagen aflaat aan de Broederschaps-leden, zoo dikwerf zij de Missen en andere H. Diensten, die in gezegde Broederschaps-kerk geschieden, zullen bijgewoond hebben ;

Of zoo dikwerf zij in openbare of bijzondere vergaderingen der Broederschap, op wat plaats ook te houden, zullen tegenwoordig geweest zijn ;

Of die armen zullen geherbergd hebben ;

Of die vrede tusschen vijanden gemaakt zullen hebben, of'doen maken, of hiervoor zorg gehad hebben;

Of die de lichamen van afgestorvene leden der Broederschap, of ook van anderen, ter begraafplaatse begeleid hebben;

Of die Processiën, welke ook, met instemming der geestelijke overheid geschiedende, of die het H. Sacrament, als het naar zieken, of waarheen elders, of

ocr page 8

8

hoe ook, wordt gedragen, vergezeld zullen hebberi, of, bij beletsel hiervan, op het daartoe gegeven tecken van de klok, ééns het Onze Vader en Wees gegroet zullen gebeden hebben;

Of die voor de zielen der overledene medebroeders en zusters vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet zullen gebeden hebben ;

Of die eenige afgedwaalden op den weg der zaligheid teruggebracht,

Of aan onwetenden de Geboden Gods en wat ter zaligheid strekt zullen geleerd.

Of eenig ander werk van godsvrucht of var liefde zullen geoefend hebben. — Voor iedere beoefening van elk dezer dezer opgenoemde werken verleent Z. H. telken keer zestig dagen aflaat aan de leden der Broederschap van de zalige Maagd Maria van Kevelaar.

Daarenboven kunnen de Broederschaps-leden te Kevelaar zelf deelachtig worden aan de aflaten daar ter plaatse den godvruchtigen pelgrims verleend, i)

Voorts zijn aan deze Broederschap, onder de hier achter te melden voorwaarden, nog de volgende voordeden verbonden ;

Wanneer een der leden sterft, worden er 10 H. Missen tot lafenis zijner ziel opgedragen, waarvan 2 H. Missen in de Broederschapskerk zullen opgedragen worden.

l) De Amsterdamsche Processie is gewoonlijk omtrent het Feest van Maria-Bezoeking (2 Juli) te Kevelaar; de dag der afreize wordt, telken jare, tijdig aan de leden bekend gemaakt.

ocr page 9

9

Gedurende de bedevaart van Amsterdam naar Kevelaar worden in de kerken, waar de Pelgrims hunne vrome oefeningen houden alsmede te Kevelaar in de kapel, drie achtereenvolgende jaren, de namen dier overledenen afgelezen en er wordt bijzonder voor hen gebeden.

Dan bidt men ook voor al de afgestorvenen der Broederschap, alsook voor de levende leden en voor de weldoeners der Kevelaarsche Processie.

Tijdens den Pelgrimstocht worden in de Broeder-schaps-kerk twee H. Missen in de heen- en twee in de terugreize voor de leden opgedragen.

Jaarlijks wordt in genoemde kerk op den Zondag onder het Oktaaf van Maria-Geboorte, den hoofd-feest-dag der Broederschap, te half elf ure, eene plechtige Hoogmis opgedragen voor de levende Leden der Broederschap en voor de Weldoeners der Processie naar Kevelaar. De feestdag wordt gesloten met een plechtig Lof, waaronder predikatie en processie. Jaarlijks worden op een der eerste dagen van November in de Broederschapskerk, vier stille H. H. Missen en een plechtige Requiem opgedragen voor al de overledene leden ; wier namen drie jaren achtereen voor de requiemmis worden afgelezen.

Voorwaarden.

Ter tegemoetkoming voor de noodzakelijke uitgaven betaalt een ieder op den dag zijner inschrijving ƒ i.— waaraan eene bijdrage naar welgevallen wordt toegevoegd voor de groote offerkaars te Kevelaar.

ocr page 10

10

's Jaarlijks geschiede dit zelfde, indien men deel wil hebben aan de H. offeranden hierboven vermeld, en aan de verdere H. Diensten, welke voor de levende en afgestorvene leden der Broederschap worden opgedragen.

Men kan zich laten inschrijven bij den Pastoor der Broederschaps-kerk, of bij een der Broedermeesters, hieronder genoemd.

L. E. JANSEN, Pastoor Directeur.

H. L. SONDAAL, Secretaris.

W. K. WEENINK, Penningmeester.

Th. W. HEGGER.

Th. J. G. BRUSEKER.

J. J. JAGERMANN.

Amsterdam, ii Juni 1897.

ocr page 11

volgens het Roomsche Kerkgebruik.

Antiph. ; In den weg des Vredes.

Gezegend zij de Heer, de God van Israël omdat Hij Zijn volk bezocht en verlossing te weeg heeft gebracht.

En Hij heeft ons een hoorn des heils opgericht in het

huts van Zijnen dienaar David,

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige Profeten, die er van alle tijden geweest zijn, Dat Hij ons verlossen zoude van onze vijanden, en uit

de hand van allen^ die ons haten. Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen, en te

gedenken Zijn heilig verbond.

Den eed, dien Hij onzen Vader Abraham gezworen

heeft: dat Hij ons geven zoude.

Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost, Hem

zonder vreezen dienen zouden,

In heiligheid en gerechtigheid voor Zijn aanschijn, alle onze dagen.

En gij, kind! zult een profeet des Allerhoogsten genoemd worden, want gij zult voor het aanschijn des Heeren gaan om Zijne wegen te bereiden.

Om Zijn volk de kennis der zaligheid te geven, tot vergeving hunner zonden.

ocr page 12

12

Door de grooie barmhartigheid van onzen God, door

welke Hij ons bezocht heeft, komende van boven, Om degenen, die in de duisternissen en in de schaduwt

des doods zitten, te verlichten,

Om onze voeten te richten naar den weg des vredes, Eere zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest:

Gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen ! Amen.

Heer! verhoor mijn gebed!

En mijn geroep home tot U De almogende en barmhartige Heer besture onzen weg in vrede en voorspoed; en de Engel Raphael geleide ons op den weg, opdat wij in vrede, gezondheid en blijdschap tot de onzen mogen wederkeeren.

Heer! wees ons genadig!

Christus, wees ons genadig!

Onze Vader, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

v. Maak uwe dienaars zalig,

a. Mijn God, die in U hopen.

v. Zend ons. Heer! hulp uit de heilige plaats, a. En uit Sion bescherm ons.

v. Heer! wees ons een sterke toren.

a. Tegen onzen vijand.

v. Dat de vijand geen overhand op ons verkrijge ; a. Eti dat de zoon der boosheid ons geen nadeel toe-brenge.

v. Gezegend zij de Heer ten allen tijde.

a. De Heer onzer zaligheid make onze reis voorspoedig.

v, Heer toon ons uwe wegen;

a. En leer ons uwe paden.

v. Opdat onze wegen bestuurd worden,

a. Om uwe gerechtigheid te bewaren.

ocr page 13

13

v. De kromme wegen zullen recht worden,

a. En de ongebaande effen;

v. De Heer heeft zijne Engelen bevolen,

a. Dat zij u zouden bewaren in al uwe wegen.

v. De Heer zij met u lieden,

a. En met uwen Geest.

GEBED.

O God', die de kinderen van Israël droogvoets dooi' het midden der zee hebt doen gaan, en aan de drie Wijzen door eene ster den weg hebt aangetoond, wij bidden U, geef ons eene voorspoedige reis' en bedaard weder, opdat wij, onder het geleide van Uwen Engel, tot de plaats, waar wij naar toe gaan, en vervolgens tot de haven der eeuwige Zaligheid gelukkig mogen geraken. O God, die Uwen dienaar Abraham uit het Chcildcciiivsclic lenici vcflost c?i op cilic de ivcgcti zijiicf omzwerving ongeschonden bewaard held. wij bidden U. dat Gij U ook gewaardiget ons te behoeden. Wees ons, o Heer. i/i onzen uittocht een beschermer* op den weg eene vertroosting, in hitte eene verkoeling, in regen en koude eene dekking, in vermoeidheid een wagen, in ie-genspoed eene hulp in glibberigheid een vaste steun, in schipbreuk een haven, opdat wij onder Uw geleide gelukkig komen mogen werwaarts wij gaan, en vervol-ison^cr hindernissen weer terug mogen keer en. li ij oidden U, Heer. verhoor onze verzuchtingen, en bestuur den weg Uwer dienaren in het genot Uws heils, opdat wij tusschen al de wisselvalligheden zoo wel van den weg, als van het leven, altoos door Uwe hulp beschermd mogen worden.

Geef, bidden wij U, almachtige God! dat Uw huisgezin den weg der zaligheid insla, en door het opvolgen der vermaningen van den zaligen Voorlooper Johan-

ocr page 14

14

nes gerake tot Hem, dien hij voorzegd heeft, dat is: tot Jesus Christus Uwen Zoon, onzen Heer, die met Ü leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwigheid. Amen.

v. Laat ons in vrede voortgaan.

a. In den naam des Heer en. Amen.

DAGELIJKSCHE

I.

Des morgens i Rozenkrans voor eene goede Reis.

5 maal het Onze Vader en Weesgegroet, opdat Go a ieder van ons gelieve te verkenen datgene, waarom wij deze reis aanvaard hebben, indien het ons zalig is.

(Ieder denke hier aan zijne intentïén,)

5 maal het Onze Vader en Wees gegroet, voor alle levende weldoeners van onze Processie.

5 maal het Onze Vader en Wees gegroet, voor al onze achtergeblevene vrienden, die zich in onze gebeden hebben aanbevolen.

ocr page 15

15

11.

Des middags i Rozenkrans voor de geloovige sie-len.

5 maal het Onze Vader en Wees gegroet, voor de overledene Broeders en Zusters onzer Broederschap.

5 -maal het Onze Vider en IVees gegroet, voor alle overledene weldoeners van onze Processie.

in.

Des avonds i Rozenkrans voor Zijne Hciligheia en het welzijn van de geheele H. Kerk.

5 maal het Onze Vider en Wees gegroet, tot dankbaarheid, dat God ons door de voorspraak van Maria heeft bewaard en opdat Hij ons nog verder gelieve te bewaren; 5 maal het Onze Vader en M^ees gegroet voor al de levende Broeders en Zusters onzer Broederschap, en voor allen die bij onze Processie zijn, opdat God hen allen door de voorspraak van Maria gelieve te bewaren.

5 maal het Onze Vader en IVees gegroet, voor hen, die onze gebeden verzocht hebben en ons gemeenschappelijk zijn aanbevolen.

ocr page 16

16

• IV.

Nog wordt er gebeden voor Zijne Heiligheid den Paus, den Bisschop van Haarlem, de Hoogere Geestelijke Overheid van ons land, de Geestelijkheid van de stad onzer woning, onze Biechtvaders, e7i een Rozenhoedje voor allen, die om bijzondere omstandigheden onze gebeden verzocht hebben.

Wijze om den Rozenkrans te lezen en de 15 Mysteriën te overdenken.

DE VIJF BLIJDE MYSTERIËN.

voor Maandag, Dinsdag en Zaterdag.

Als men bidt: Gezegend is de vrucht mvs Lichaams Jezus, daarbij te voegen ; dien gij van den Heiligen Geest ontvangen hebt; Heilige Maria! Moeder Gods, bid voor ons, enz.

Aan het tweede.

Dien gij, Elisabeth bezoekende, gedragen hebt; Heilige Maria ! enz.

Aan het derde.

Dien gij. Maagd blijvende, gebaard hebt; Heilige Maria ! enz.

Aan het vierde.

Dien gij in den Tempel opgeofferd hebt; Heilige Maria ! enz.

ocr page 17

17

Aan hei vijfde.

Dien gij in het midden der leeraren gevonden hebt; H. Maria ! enz.

DE VIJF DROEVIGE MYSTERIËN.

voor Woensdag en Vkijdag.

Aan het eerste Tientic.

Jezus, die voor ons water en bloed gezweet heeft; H. Maria ! enz.

Aan het tweede.

Die voor ons gegeeseld is; H. Maria! enz.

Aan het derde.

Die voor ons met doornen gekroond is; H. Maria! enz.

Aan het vierde.

Die voor ons Zijn kruis gedragen heeft; H. Maria! enz.

Aan het vijfde.

Die voor ons gekruist en gestorven is; H. Maria' enz.

DE VIJF GLORIERIJKE MYSTERIËN.

voor Zondag en Donderdag.

Aan het eerste Tientje.

Die voor ons verrezen is; H. Maria! enz.

Aan het tweede.

Die voor ons ten Hemel gevaren is; H. Maria! enz.

ocr page 18

18

Aan het derde.

Die ons den Heiligen Geest gezonden heeft ? tï» Maria ! enz.

Aan het vierde.

Die u in den Hemel opgenomen heeft; H. Maria! enz.

Aan het vijfde.

Die u boven alle Engelen en Heiligen gekroond heeft; H. Maria ! enz.

GEZANGEN. Het Onze Vader.

U, God ! ons aller Vader,

Die in den Hemel zijt,

U loven wij te gader,

In Uwen lof verblijd.

Geheiligd moet steeds wezen Bij ons Uw heil'ge Naam;

Hij zij door ons geprezen:

Maak ons daartoe bekwaam,

Laat ons, o God ! toekomen Uw rijk, het loon der deugd.

Alwaar Gij aan de vromen Zult schenken d' eeuw'ge vreugd.

Uw wil geschiede op aarde Als bij U, onverlet;

Men houde dien in waarde Als een onbreek'bre wet.

ocr page 19

19

Wil heden ons vergunnen,

O, God! ons daag'Iijksch brood, Opdat we U dienen kunnen, Bevrijd van hongersnood.

Vergeef nu, in dit leven.

Al wat wij schuldig staan. Gelijk we een elk vergeven Wat aan ons is misdaan.

Leid ons niet in bekoring,

^ Maar weer van ons het kwaad: Keer alle deugdverstoring.

Opdat zij ons niet schaad'.

De groetenis des Engels.

Vergun dat wij U groeten,

Maria ! reine Maagd !

Gods gunst kwam U ontmoeten, Wijl gij Hem hebt behaagd.

Tot U, vol van genade. Verheffen we onze stem ;

Uw' hulp kome ons te stade Door uw gebed bij Hem.

Wil ons, o Maagd! verblijden:

..Met U is God, de Heer,

Zijn bijstand doe ons strijden Op de aard' ter Zijner eer.

Gij, die van alle vrouwen De zegenrijkste zijt.

ocr page 20

20

Bekroon toch ons betrouwen Als Helpster, t'allen tijd.

Gezegend moet Hij wezen,

Die ons verlossing bracht; Hij, Jezus, heeft genezen Het menschelijk geslacht.

Maria! Maagd! Gods Moeder! Let steeds op onzen nood; Bid Gij bij onzen Hoeder Zoo nu als in den dood.

MORGENOFFER.

Groote God, algoede Vader !

Die ons 't dierbaar leven schonkt. Vrolijk juichend gaan wij nader

Door de dankbaarheid ontvonkt.

Laat ons hart het altaar wezen Neem ons offer gunstig aan.

Eeuwig zij Uw naam geprezen Voor al 't goede ons gedaan.

Lieve Jesus, onze Hoeder!

Die Uw bloed voor ons vergoot, Zielevriend en beste Broeder!

Licht, waardoor al 't duist're vlood; Eeuwig vloei' van alle tongen

't Dankend lied van 't menschenkind Eeuwig worde Uw lof gezongen.

Daar Gij ons zoo teêr bemint.

ocr page 21

21

Heil'ge Geest! o Geest van beiden,

Die de band der liefde zijt En Uw gunst ons komt bereiden, Sedert Ge ons ten tempel wijdt. Bron van liefd' en hemelgaven.

Lof en dank voor Uw gena ! Uw vertroosting komt ons laven ; Minlijk slaat Ge Uw kind'ren ga.

God ! door wien wij zijn en leven, —

Voor de rust van dezen nacht.

Voor al 't goede aan ons gegeven Wordt U lof en dank gebracht.

Laat op nieuw uw zegen stroomen ;

Stort alom uw goedheid uit. Doe ons, pelgrims, verder 'komen Op den weg dien Ge ons ontsluit.

Laat de ijver, dien wij toonen, U, o God, behaaglijk zijn ;

Laat Uw zegen 't pogen kronen,

Dat wij U ten offer wijên. Hollands kroost trekt in uw vrede

Zoo gerust ter bedevaart; Met uw gunst werkt alles mede En er wordt veel heil vergaard.

Zegen 't zuiver, vroom bedoelen, Dat ons wenkt naar 't heilig oord ; Laat de godsvrucht niet verkoelen En versterk ons door uw woord. In die meening voort te streven Naar Maria, die ons wacht; —

ocr page 22

22

Wil daartoe Uw zegen geven,

Daarvoor zij U dank gebracht.

Lieve moeder! die wij eeren,

O ! verhoor uw minnend kroost;

't Wil een schat van deugden leeren ; —

't Snelt tot U om hulp en troost.

Wil voor ons tot Jesus treden,

Die Uw stem gehoor verleent,

Tot wij eens in 't Zalig Eden

In Zijn glorie zijn vereend.

---gt;»---

Aanroeping van den H. Geest.

Kom, Heil'ge Geest, daal in dit uur f bis.)

In onze harten neêr; ontsteek ze in liefdevuur.

Komt Gij onze oogen niet verlichten,

Dan dwalen wij van 't ware pad :

Geen mensch zoo wijs, die niet moest zwichten.

Als Gij aan zijn verstand uw licht onttrokken hadt. Kom, Heil'ge Geest, enz.

De hel alleen kon reeds ons hart vermannen.

Doch riep om hulp de list der wereld aan. En meer dan duizend strikken zijn gespannen ;

Ach ! God, help ons, opdat wij niet vergaan. Kom, Heil'ge Geest, enz.

Verlicht ons hart door Uwer Wijsheid stralen.

Dan missen wij het ware welzijn niet;

Dan in de jeugd behoed Gij ons voor dwalen.

En redt eenmaal ons einde van verdriet. Kom, heil'ge Geest, enz.

ocr page 23

23

Lied voor de Beêvaartsreis.

Wijze ; Wien Neêrlandsch Bloed.

Kom, Pelgrimschaar ! verheerlijk Haar,

Die Moeder is en Maagd; Dat lofzang en gebed zich paar';

Zij is een toevlucht in gevaar. Kom, Pelgrimschaar ! te Kevelaer Haar Moederhulp gevraagd.

De wereld !,.. zij bespotte vrij

Uw vromen kinderzin ;

De beêvaart noem' zij dweeperij ;

Maar dat die smaad u dierbaar zij, Want met Gods Eng'len eeren wij De Hemel-koningin.

Wie 't rein gemoed voor smet behoedt.

En leeft naar 's Heeren woord; Wie zuchtend om het eeuwig goed, Naar Kevelaer te beêvaart spoedt, Zijn Moeder bidt, zijn zonden boet ; Hij keert niet onverhoord.

bis. ocht

bis.

Komt, Pelgrims, komt, nu vóór den

Gods zegen afgevraagd; Dan Kevelaers kapel bezocht.

Die vaak getuige wezen mocht Van wond'ren door Zijn hand gewrocht. Bij 't beeld der Moedermaagd.

bis.

bis.

ocr page 24

24

Lied op de heenreize.

Wijze : O Beeld der Schoone.

O heiige Maagd Maria !

Wij komen hier te saam, Om met een hart vol liefde

Te loven Uwen naam.

Naar Kevelaer, o Moeder !

Trekt onze schare voort ;

Daar hebt gij, Troost der droeven Zoo menig beê verhoord.

Gij zijt de Koninginne

Van heel het hemelsch hof, En al de zaalge Koren Bezingen Uwen lof;

Bezingen, hoe uw bede

Aan Uwen Zoon behaagt. En hoe gij voor Uw kind'ren, Zijn schoonen hemel vraagt.

Gij Toevlucht onzer zielen !

t Gij staat den zondaar bij; Gij, Troost in 't aardsche lijden !

Gij maakt de droeven blij; De dooven, kreup'len, blinden.

Zij hooren, zien en gaan ;

Neen, nooit nog, trouwe Moeder! Riep men vergeeefs U aan.

Gij, reiner dan de zonne.

En blanker dan de maan ! Zie ons, zoo vol van zonden. Zie ons ontfermend aan!

ocr page 25

25

Wij gaan te beêvaart henen

Naar 't zalig Kevelaer : O, dat uw moederbede Voor onheil ons bewaar.

Wil onze schreden leiden Op onze pelgrimsbamp;an; Bied ons en onze beden Uw lieven Jesus aan; Wil Moeder ons bewaken,

Ons leiden aan uw hand, Dat wij in vrede keeren In 't dierbaar vaderland.

Lied te Kevelaer.

Wijze : AI aria's beeld.

Weest welkom, vrome leden !

In 't dierbaar Kevelaer,

Stort lofzang en gebeden,

Gelijk in vroeger jaar.

f Zie Moeder zoet en teeder!

Uw dierbre kindren weder; Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.

Hoe zoet is 't zonder schromen

Voor smaad of spotternij, Lofzingend saam te komen

In lange pelgrimsrij ! | Zie, Moeder, enz.,

ocr page 26

26

Hoe zoet is 't hier, te midden Van broed'ren zonder tal,

Hem openlijk te aanbidden, Die Heer is van 't heelal!

Hetzij we in dichte scharen, Bij loflied en gebeên,

Of zwijgend saam vergaren : Ons aller doel is één f

Gods Moeder zalig spreken Tot glorie van haar Zoon;

Haar vragen dat ze ons sraeeken Hem aanbiede op zijn troon f

Wordt straks door maagdenhanden. Ons offerlicht gebracht,

't Zal Haar ter eere branden, Bij dagen en bij nacht, f

Laat luid uw loflied schallen. Der Moedermaagd ter eer :

Het rijst ten welgevallen Van Jesus, onzen Heer. f

Laat ons godvruchtig trekken, Rondom haar bedehuis ;

En later d' optocht rekken Tot aan het Roode Kruis, f

Weest welkom, vrome leden ! In 't zoete Kevelaer;

Stort lofzang en gebeden.

Gelijk in vroeger jaar. |

ocr page 27

27

Afscheidslied aan O. L. V.

Adieu, adieu ! wij scheiden,

Adieu ! o Kevelaar!

Al trekken wij ter heide,

Wij laten 't harte daar.

Adieu, Maria! zoet,

Ontvang ons aller groet.

2. Wij keeren opgetogen En rijk begunstigd weêr.

Uw beeld blijft ons voor oogen, Onze ijver groeit steeds meer. Adieu, enz.

3. Ons hart zal 't blij vermelden. Wat vreugd hier werd gedeeld;

Hoe over heide en velden

Uw naam onze ooren streeld'! Adieu, enz.

4. Ja, die aan d'IJstroom wonen Of hooger Holland in.

Zien hunne godsvrucht kronen Door blijken Uwer min.

Adieu, enz.

5. Gesterkt door nieuwe krachten Hervatten we onze taak;

En 't ijvrig deugdbetrachten Blijft elks gewenschte zaak. Adieu, enz.

ocr page 28

28

6. En als we Uw feesten vieren Ter stede met elkaêr

Zal Godsvrucht 't hart versieren, Gelijk in Kevelaar,

Adieu, enz.

7. Komt, vormen wij op heden Als God ons 't leven spaart —

Het plan, als trouwe leden. Ter nieuwe bedevaart.

Adieu, enz.

8. Zoo keeren wij in vrede Ten goede aangespoord;

Gods zegen werke mede, Die onze bede hoort.

Adieu, enz.

9. Adieu, adieu ! wij scheiden, Adieu, 0 Kevelaar'.

En — trekken wij ter heide Met onze pelgrimschaar — Elk roepe uit vol gemoed : „ Maria ! wees gegroet! quot;

ocr page 29

29

Maria, Hulp in alle nood.

Wijze ; O vijf werelds klare lichten !

( Weinige stemmen.)

Wie kan 's werelds wee ontvluchten, Wie moet niet in tranen zuchten; Ja! 't is hier een tranendal,

Waar men immer weenen zal: Wie zal ons beschermen ?

( Allen : )

f Pelgrim ! laat, laat af van klagen, Ga Maria hulpe vragen En vertrouw ; want haar gebed Heeft zoo menigeen gered ;

Zij zal u beschermen.

Waar ik wende mijne schreden.

Naar de velden, naar de steden. Overal is 't ramp en druk.

Overal is 't ongeluk ;

Wie zal ons beschermen ?

f Pelgrim ! enz. als boven.

Ginds zijn kreup'len, lammen, blinden. Hier is ziekte en pijn te vinden; Werwaarts ik mijne oogen wend. Zie ik anders dan ellend'?....

Wie zal ons beschermen ? f

ocr page 30

30

Doet de dood geen tranen vloeien,

En ons tal van jamm'ren groeien, Zij 't ook, dat hij 't einde ons is Van des levens droefenis :

Wie zal ons beschermen ? f

Had ik rampen slechts te vreezen, O 't zou nog te dragen wezen : Ach ! de duivel briescht ook rond, Dreigt mijn ziel op eiken stond : Wie zal ons beschermen ? f

Hier door 't zondig vleesch geprikkeld.

Daar in oogenlust gewikkeld.

Ginds in 's levens hoovaardij; Nimmer van bekoring vrij :

Wie zal ons beschermen ?

Wat, wat stem gebiedt mij 't zwijgen ?

Zal ik troost en hulp verkrijgen, Als ik 't aan Maria vraag.

Zwijgend bid en niet meer klaag ? Zal hij mij beschermen ?

( Allen.)

Ja, gij kunt met vol vertrouwen.

Pelgrims ! op haar voorspraak bouwen, Want haar moederlijk gebed Heeft zoo menigeen gered :

Zij zal u beschermen.

ocr page 31

31

Smeekzang tot de Moeder der zeven Smarten.

Wijze : Stabat Alater.

O gij, droevigste aller vrouwen !

Laat ons, Moeder ! vol vertrouwen

En vol deernis tot u gaan;

Ziet ge ons met uw smart bewogen. Hebt met ons ook raededoogen; Hoor, ach hoor uw kind'ren aan

Hoor, hoor ons om de eerste smarte. Die u ging door 't moederharte,

Bij het woord van Simeon; Hoe doorgriefde u 't vreeslijk lijden, Dat uw Jesus door moest strijden, Eer Hij dood en hel verwon.

Hoor ons om de tweede smarte. Die u ging door 't moederharte, Lij den wreeden kinderdood ;

Toen gij Bethl'hem hoordet karmen, En gij, met uw Kindje in de armen, Bevend naar Egypte vloodt.

Hoor ons om de derde smarte.

Die u ging door 't moederharte,

Bij 't verliezen van uw Kind ; Dat ge eerst na drie lange dagen. Na veel vragen en veel klagen,

In den tempel wedervindt.

ocr page 32

32

Hoor ons om de vierde smarte,

Die u ging door 't moederharte,

Toen ge uw' Zoon ter dood zaagt gaan, Toen ge 'm onder 't kruishout hijgend, Afgemarteld, nederzijgend,

Smartlijk 't oog op u zaagt slaan.

Hoor ons om de vijfde smarte.

Die u ging door 't moederharte,

Toen gij onder 't kruishout stondt; Toen gij Jesus, zooveel lijdend.

En den wreeden doodkamp strijdend, Ach, geen laafnis brengen kond'.

Hoor ons om de zesde smarte.

Die u ging door 't moederharte. Als reeds alles was volbracht;

Toen ge uw' Zoon, van 't kruis genomen, In uwe armen neer zaagt komen. En aan al uw kind'ren dacht!

Hoor ons om de laatste smarte,

Die u ging door 't moederharte.

Als ge uw' Zoon begraven ziet; Als gij met betraande oogen.

Diep bewogen, neergebogen

Eenzaam, Moeder! 't graf verliet.

Moeder dan der Zeven Smarten ! Trouwe troost der droeve harten,

Sta, o sta uw kind'ren bij;

Dat we dragen al de dagen 's Levens plagen zonder klagen,

Leer ons lijden zoo als gij.

ocr page 33

33

Ach, dat ik genezing vonde Van de wonde mijner zonde

Die ik pleegde keer op keer; Ach, dat mij uw beê verwerve, Dat ik leve, dat ik sterve In de liefde van den Heer!

's Heeren Vijf Wonden.

(Kan gezongen worden bij de Kruiswegoefening.)

Wijze : O vijf Werelds.

i. Zing, mijn ziel! het vijftal wonden, Die uw God draagt voor uw zonden. Eens aan 't kruis bebloed, gehoond, 1 hans in heerlijkheid gekroond :

Heer ! ontferm U onzer.

f O Maria, Koninginne,

Moeder Gods eu Kruislieldinne!

Gij, die met uw Zoon gewond,

Onder V bloedig kruishout stondt.

Bid voor ons, Maria'.

2. Weest gegroet dan, vijftal bronnen Waar het bloed kwam uitgeronnen, Dat eens 's werelds heil beslist En haar schuld heeft uitgewischt ;

Heer ! ontferm U onzer, f O Maria, enz.

3

ocr page 34

84

'k Zie, o Jesus! hoe Ge uwe armen Tot mij uitbreidt in erbarmen, Dat ik, zondaar, vol van rouw. Trouwvol tot U vluchten zou. Heer! ontferm U onzer, f

'k Zie uw handen openscheuren, Heel het wicht uws lichaams beuren, Opgezwollen, uitgerekt,...

Mij, ja mij nog toegestrekt! f

Goede Jesus ! laat mij groeten Uw zoo diep doorboorde voeten. Ach hoe zwollen zij niet op Van den wreeden hamerklop 1 i

Als de hand U niet kon dragen. Moest de voet uw lichaam schragen. Ach hoe vlijmend was dan 't wee Dat uw scheurend vleesch doorsnêe.

Wees gegroet, doorstoken borste, Hartewond, waar ik naar dorste. Gij, o teed're Pelikaan 1 Biedt uw bloed ter laving aan. f

Open zij' ! voor mij doorstooten. Waaruit bloed en water vloten, 'k Ving reeds zoeten drop bij drop Uit uw heil'ge bronwel op. f

ocr page 35

35

9- Mocht ik dieper nog doorgronden t Eindloos lijden al dier wonden; Maatloos als uw boezempijn, Jesus! moest mijn liefde zijn.-j-

io. Goede Jesus ! door uw wonden, Zuiver mij van al mijn zonden, Handen, voeten, open zij'! Vijftal bronnen ! heiligt mij. f

11. Waarom, Heer ! ik mag 't U vragen, De aardsche wonden nog gedragen.

Nu Gij in uw rijksgebied Reeds de gloriekroon geniet?... f

12. t Is, opdat de zaalge kringen Heer, uw zegepraal bezingen,

En Gij voor het zondig kind. Bij uw Vader genade -vindt, f

13. Laat nog eenmaal mij u groeten Dierb're handen, dierb're voeten. Open wond van 's Heeren zij'' Heiligt, heiligt, heiligt mij! f '

14- Lof zij God in drie Personen, Lof zij Hem wien doornen kronen En het vijftal wonden draagt; ' Lof zij ook de Moedermaagd. ■{■

ocr page 36

36

Smeeklied voor de Overledenen.

Wijze ; O vijf Werelds.

Uit de diepe boetekolken,

Dringt de weeklacht naar de wolken Al der dooden, die dit uur Lijden in het vagevuur ;

Heer ! ontferm U hunner.

7 En gij, Moeder der genade!

Sla hun smartlijk zuchten gade, Ach, wil hun ten toevlucht zijn In hun onuitspreeHbre pijn: Bid voor hen, Maria

Aan des levens leed ontheven,

Is aan 't lichaam rust gegeven ; Maar de ziel! zij rusl niet eer Voor zij opgaat tot den Heer : Heer ! ontferm U hunner, -j- En gij, Moeder, enz.

Uit Gods ademing ontsproten.

Uit zijn leven voortgevloten, Is voor haar geen heilgenot Dan in 't blij bezit van God : Heer ! ontferm U hunner, f

Wat al smart de ziel ook drage,

Hoe de wroeging rustloos knage : Verre van haar God te zijn

Is haar de allerfelste pijn !

Heer ! ontferm U hunner, f

ocr page 37

37

Hoe doorfolterd ook van binnen, Wil zij God alleen beminnen.» — En Hem derven !.... wat gemis !.... Groot, ach ! als Gods glorie is ; Heer! ontferm U hunner, f

Of zij zuchten, smeeken, kermen. Rustloos roepen om ontfermen.

Neen ! het baat bij Gods gemis, 't Baat hun tot geen lafenis :

Heer ! ontferm U hunner, f

Zij dan, in hun onvermogen.

Klagen ons met smeekende oogen : 4 Wist gij, die op aarde zijt,

« Wist gij, wat een ziel hier lijdt! s Heer ! ontferm U hunner, f

Zij, ach! die zoo droevig klagen, 't Zijn onze ouders, kind'ren, magen, 't Is een ziel, — ach wat verwijt! — Die door ons die smarten lijdt!.... Heer ! ontferm U hunner, f

Wil, genadig. God, vergeven.

Wat zij tegen U misdreven.

Eindig, eindig hunne straf,

Wisch hun laatste smetten af: Heer! ontferm U hunner, f

Laat hen, die toch U beminden.

Laat hen nu ontferming vinden : Om het lijden van uw Zoon,

Geef hun 't lang verbeidde loon : Heer! ontferm U hunner, f

ocr page 38

38

Geef hun, die in kerkernachten,

Naar uw Vaderblik versmachten. Geef hun in uw aangezicht De eeuw'ge rust en 't eeuwig licht : Heer! ontferm U hunner, f

Pelgrims-Avondlied.

Wijze ; Heuvels, dalen, of Puer nobis.

Min-lijk-lichtend van den hoogen, Diep in 't blauw van 's hemels bogen, Ziet gij als met rnededoogen,

Goedige avondster! ons aan : Vriendlijk straalt gij altijd neder. Of 't een blik is, zoet en teeder. Dien een Moeder altijd weder, Op ons kindertal laat gaan !

Dooft de vreugdezon haar stralen. Zien wij d'avond om ons dalen. Gij gedoogt niet, dat wij dwalen.

Trouwe Ster! gij toont uw licht: 't Is ons in ons pelgrimsleven, Van den lijdensnacht omgeven. Als een straal, die uit komt zweven Van Maria's aangezicht.

Zal het laatste licht ons stralen, 's Levens avond voor ons dalen, 't Brekend oog in nacht gaan dwalen ? Hemelster! blijf voor ons staan;

ocr page 39

39

In den doodsnacht, vol verschrikken, Wil ons, Moeder! met uw blikken. Vol van liefde en licht, verkwikken :

Wenk ons, tot U op te gaan ! ---

Avondbede.

Wijze : Creator alme, en o Moeder Gods.

De zon, die onzen weg verlicht, Is weer onttogen aan 't gezicht;

Maar Christus, 's werelds licht en zon. Blijft onze toorts en zegenbron.

O Heer ! zoo eind'loos groot en goed, Die zeegnend waakt en zorgend hoedt, Schenk ons opnieuw een veil'gen nacht, Beschut ons door uw Eng'lenwacht.

O dat de slaap ons zacht verkwik'; Dat ons de vijand niet verschrikk',

Maar wij, beducht voor alle kwaad. Ontvluchten wat der zielrust schaadt.

Dat zich ons hart met U vereen', Aan zinnedrift geen toegang leen'. Dan sluim'ren wij, door niets bekoord, In uw bescherming ongestoord.

Gedenk ons. Heer, in vreugde en smart. Aan U alleen zij heel ons hart, Dat dan slechts rust en blijdschap heeft, Wanneer 't naar heil'ge liefde streeft.

ocr page 40

40

U, Vader! zij steeds lof en eer, Met Jezus, onzen God en Heer, En met den Geest, die troost bereidt. En nu en tot in eeuwigheid.

Uitnoodiging tot Maria's Lof.

Wijze ; Mijn stem, nu laat.

Komt, spoed u ! komt Maria prijzen ;

Zij is zoo groot :

Met snaar en stem haar eer bewijzen, Tot aan den dood.

f Broeders, Zusters ! zwijgt nu niet. Zwijgt Maria's grootheid niet. Maar verheft haar in uw lied. Wees gegroet, wees gegroet. Wees gegroet, Maria !

Lokt uit uw speeltuig zoete klanken !

Zij is zoo goed;

En laat uw stem haar zingend danken Met blij gemoed.

Broeders, zusters e/is. als boven.

Vlecht, maagden ! om Maria te eeren

Een leliekrans;

Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans, f

ocr page 41

41

O moeders! reeds uw zuigelingen Zijn haar gewijd :

Vrij moogt gij hare zorg bezingen : Zij waakt altijd. |

Gij vaders! hoe vermoeid van 't zwoegen, Zingt haar ter eer;

't Wordt offerand en zielsgenoegen : Wat wilt gij meer ? f

Gij jong'ling wijd uw schoonste jaren Aan deze Maagd :

Zij redt uw onschuld uit gevaren, Zoo gij 't haar vraagt, f

Als de ochtendzonne met haar stralen In 't Oosten glimt:

Zij hoore hoe tot hadr drie malen Het „ Avequot; klinkt. |

En spreidt de middagzon in 't Zuiden Haar glans en gloed.

Weer moet de bedeklok dan luiden Het „Wees gegroet.quot;

Zinkt weer het licht in 't Westen neder En daalt de nacht.

De „Engelgroetquot; verkonde weder Maria's macht, f

Wij, op deze aarde vreemdelingen.

Gaan bevend voort;

Zij leidt ons, die haar liefde zingen Naar 't vaderoord.

ocr page 42

42

Laatste Pelgrimslied.

Wijze : IVees gegroet op.

Wees nog eens, o Kruis ! gegroet, Zielverkwikkend liefdeteeken !

Dat, besproeid met godlij k bloed. Nog voor ons gena blijft smeeken ; Troostend zijt ge ons voorgegaan, Wees gegroet, o zegevaan !

Weest aan 't eind van onzen tocht, Weest gegroet, geliefde vanen !

'k Heb zoo vaak het beeld gezocht. Dat er wegdook in uw banen,

't Vriendiijk beeld, dat ons behaagt. Van de lieve Moedermaagd.

O die zoete bedevaart!

O die zangen en dat smeeken !

Dat ons ophief boven de aard, 't Smart ons dat wij 't onderbreken, Dat hier de optocht zich ontbindt En ik straks de wereld vind.

Wachten 's werelds zorgen weer, Dreige weer 't geweld der zonden :

Gij, o Moeder van den Heer ! Is de beevaart ook ontbonden, Waar de pelgritnsschare zij, Gij toch blijft uw kind'ren bij.

ocr page 43

43

Broeders! neen, 't ontga ons niet: Pelgrims zijn we heel ons leven, Hij, die 's hemels rust u biedt. Heeft als vreemd'ling hier verbleven: Goddelijke Pelgrim ! Gij,

Blijf ons, aardsche Pelgrims bij !

AAN JEZUS EER!

Wijze : Dat Je sus iecv'

Aan Jesus eer!

Zoo stijge ons dankbaar smeeken. Aan Jesus eer ! door aarde en hemelsheer! O zoete naam, die ik nimmer kan spreken, Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken. Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer !

Aan Jesus eer !

't Is 't lied der christenscharen.

Aan Jesus eer! Hem onzen God en Heer,

Die al wie trouw zich om Hem heen vergaren. Trouw in den stnjd voor zijn naam zal bewaren. Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer !

Aan Jesus eer!

Mag ook de zondaar zuchten.

Aan Jesus eer! roept hij rouwmoedig weer; De beetling, neen, heeft zijn wraak niet te duchten. Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten, Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer !

ocr page 44

44

Aan Jesus eer!

't Is 't lied van 't zielsvertrouwen, Aan Jesus eer ! zoo roepen we immer weer : Hoe langer toch wij zijne wonden beschouwen, Hoe meer ons ook onze zonden berouwen; Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer !

Aan Jesus eer !

't Is 't lied der hemelzalen,

Aan Jesus eer! is 't lied van 't Englenheer; Dat moet heel de aard', alle tongen en talen. Dat al wat is door alle eeuwen herhalen, Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer !

Aan Jesus eer!

Nog eens het aangeheven.

Aan Jesus eer ! en immer immer meer ! Aan Hem alléén zij van nu af ons leven, Aan Hem gehéél ons ten offer gegeven ! Aan Jesus eer ! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer !

Zoo blijve ons danklied stroomen, Aan Jesus eer ! voor eeuwig onzen Heer ! Hij zelf heeft ons tot de zijnen genomen.

Hij is als spijze in onze harten gekomen. Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

ocr page 45

45

Jubelzang aan Jesus' H. Hart.

Wijze ; Oostenrijksche Volkslied, of Tantum ergo.

Lof en glorie allerwegen

Rijze aan Jesus' Hart vol min ! Stroome uw jubelzang Hem tegen,

Aardsch en hemelsch Godsgezin ! Met het loflied opgestegen Van ons aller Koningin,

Snoode moedwil durft Hem honen,

Randt zijne eeuw'ge Godheid aan! Wil in Leo Hem onttronen,

En zijn zetel nederslaan.

Hem nog eens met doornen kronen, Hem met Judas weer verraan,

't Ongeloof wil 't Hart weer wonden

Dat van louter liefde brandt, En door duizend, duizend monden,

Opgespert naar allen kant, 't Zielverpestend woord verkonden, Dat geloof en onschuld bant,

Jesus' Hart ja, wil men treffen

In de Hem zoo dierb're jeugd; Hoor die helstem zich verheffen!

Weg nu met geloof en deugd ! Weg met alle plichtbeseffen!

Enkel, enkel zingeneugt!

ocr page 46

46

Wij dan, wij, en wie gelooven, Jub'len Jesus' Hart ter eer;

Maar de beê stijge ook naar boven, Brandend, vlammend immer meer : Jesus ! wie uw glorie rooven,

Om uw Hart, erbarming, Heer!

Smeekzang tot Jesus' H. Hart voor zijne Bruid, de H. Kerk.

Wijze ; Maria, wees gegroet.

Zoet Hart van Jesus ! hoor.

Hoor ons en 't hemelsch koor.

(Eenige stemmen.)

Zie, met uwe Kerk begaan.

Zie, God en Heer, haar aan.

(Allen herhalen telkens?)

Zoet Hart enz. als boven.

In vasten en geween.

Stort zij haar smeekgebeên,

Uw Bruid valt U te voet.

Gekocht U door uw bloed.

Zij die de beelt'nis draagt Der reine Moedermaagd.

ocr page 47

47

Doorgriefd is ook haar hart, Van zeven dubb'le smart.

Zij lijdt en strijdt alom Voor U, haar Bruidegom.

U is zij gansch gewijd,

U, die haar Koning zijt.

Hoe voelt zij telken stond. Wat Uw Hart heeft doorwond.

Zij staat in liefdevlam,

De Bruid van 't godlijk Lam !...

Als Gij, zoo men 't vermocht. Wordt zij ten dood gezocht.

Uw Bruid, o Zoon van God ! Uw Bruid gehoond, bespot!

U draagt zij 't achteraan. Het Kruis, haar opgelaan,

Men roept met groot misbaar Voort, vóórt nu, weg met haar!...

Hoe lang, hoe lang, o Heer! Zie op uw Bruid toch neer.

Ach, met haar smart begaan, Hoor onze Moeder aan !

Ach, om uw Hart vol min, Geef, dat uw Kerk verwin'.

Geef haar ten liefdeloon Een nieuwe gloriekroon.

rc N

SE

C/5 «f

O) ^ 5 lt; P

r-T 3

B £

!/}

o nr* ^ o

O ^

O

ocr page 48

48

Het H. Hart van Jesus ter eere.

Wijze ; Maria's beeld.

Voor Jesus' Harte zinge

Mijn ziel in mingeneugt.

Door alle wolken dringe De luide toon der vreugd.

| Mijn hart blijft Jesus minnen, 'k Zal and'ren voor Hem winnen; Jesus. o Jesus, Heer! aan U mijn hart

O Hart, voor mij gebroken

Uit louter liefdepijn,

Om mijne schuld doorstoken, Moogt gij mijn redder zijn.

| Mijn hart, enz. als boven.

Uit breede Hartkwetsure

Sprong 't water en het bloed ; Hoe rijk stroomt sinds die ure. Ons uw genadevloed, f

Heer Jesus, ééne bede.

Slechts ééne, gun ze mij.

Ruim mij een zoete stede In uw doorboorde zij', f

Dan word ik, naar de trekken.

Die 'k in uw Hart bemin. Zachtmoedig, rein van vlekken En nederig van zin. |

ocr page 49

49

Verschuilend in uw Wonde,

Vind ik mijn zielerust; In zoete en bittre stonde Veracht ik 's werelds lust. f

En als mij de oogen breken,

Zich sluitend voor den schijn. Wil ik nog stervend spreken : Heer Jesus eeuwig mijn. f

Toewijding aan Jesus' H, Hart.

Wijze ; als het Pms-lied.

Pius negen heeft gesproken.

Zeetiend op Sint Petrus' rots; 2 Wijdt u aan het wreed doorstoken, « 't Zoet geopend Harte Gods.

Godlijk Harte ! vreugd en lijden,

Heel ons harte, heel ons lot.

Alles, alles U te wijden Is ons zaligst zielsgenot.

Hart van Jesus! liefde en leven,

Ziel en lichaam, goed en bloed. Zie, wij komen alles geven,

U ter eere, ons hoogste Goed ! Ach, vermochten we ook te geven Aller hart aan U, o Heer;

Alle harten die nog bleven '

Blind, gevoelloos voor die eer!

4

ocr page 50

50

Heer! begrepen alle harten,

Kind'ren van uw reine Bruid, Welk een zegen, zonder smarten,

Zulk een offer in zich sluit!

Hart van Jesus ! hoog in glorie.

Hoor ons, neem ons offer aan ; En verleen ons uw victorie.

Daar voor U wij strijden gaan.

Hart van Jesus, Gloriezonne !

Licht ons voor, stort zegen neer, Tot wij eens ter Liefdebronne

Rusten aan uw Hart, o Heer ! Pius negen heeft gesproken, enz.

Tot het H. Hart van Jesus.

Wijze : als het Pius-lied.

Laten wij ons nederbuigen.

Werpen we ons in stof ter neer, Om onz' liefde te betuigen

't Hart van Jesus onzen Heer. Hart van onuitspreekbre waarde. Levensbron en hoogste schat. Dat voor ballingen op aarde Overvloed van troost bevat.

Hart van Jesus, vol van liefde,

Dat aan 't kruis ons harte won Toen U 't schriklijkst leed doorgriefde Dat een Godmensch lijden kon.

ocr page 51

63

Dankbaar voor uw zegeningen,

Blijven wij uw beeld omringen,

En te saam uw liefde zingen.

Die gij ons, uw kind'ren boodt. ( bis.)

En wat rampspoed ons moog' kwellen O, tot u is 't, da'c wij snellen In wier hoede wij ons stellen

Bij het leven, bij den dood. (bis.) ----

De Engel des Heeren.

Wijze : Ave, Ave, Maria.

Begroet is Maria door d'Engel geweest 5 En zij heeft ontvangen van den Heiligen Geest,

Gegroet, gegroet, gegroet, Maria, {bis.)

Ziehier 's Heeren dienstmaagd, die ned'rig Hem hoort Dat alles geschiede met mij naar uw woord.

En Vleesch is geworden het Woord, God de Zoon En 't heeft willen nemen bij ons Zijnen woon.

Bid gij voor ons. Moeder, die God hebt gebaard; Dan worden wij Christus' beloften eens waard'.

ocr page 52

64

0. L. Vr. van Het H Hart.

Wijze : Wonderschoon prachtige.

Vlek'loos bevondene.

Steeds ongeschondene,

Lieflijke Moeder van 't Goddelijk Hart! Leidster der zwervenden,

Hope der stervenden,

Toevlucht en Redster in kwelling en smart; Hoor onze beden,

Ginds in Gods Eden,

Hef er uwe oogen voor ons naar Gods troon. Moeder ! beveel ons aan 't Hart van uw Zoon.

Opperst weldadige,

Altoos genadige.

Lieflijke Moeder van 't goddelijk Hart! Wonderbaar machtige,

Wondervol krachtige,

Smeekende Almogende, noemt U Bernard. Hoor onze zangen.

Zie ons verlangen :

Ons hart te geven aan 't Hart van uw Zoon, Zijn Hart te winnen, o Moeder ! tot loon.

Liefdevol gloeiende.

Zegenrijk bloeiende.

Lieflijke Moeder van 't goddelijk -Hart! Hemelzoet minnende Alles verwinnende,

Hoe ook én duivel én wereld ons tart.

Goed, bloed en leven Wil ik u geven ;

'k Hoop te volharden door u in den strijd; Mijn hart blijv' 't Harte van Jesus gewijd!

ocr page 53

65

Hemelsch verhevene,

Maagdlijk geblevene,

Lieflijke Moeder van 't Goddelijk Hart! Zalving der lijdenden,

Sterkte der strijdenden,

Hulp der bekoorden door Satan gesard; Gij, o getrouwe.,

Machtige Vrouwe !

Leid ons ten hemel in onschuld en deugd, 't Harte van Jesus tot eeuwige vreugd !

Smeeklied voor Kerk en Paus.

Wijze : JVees gegroet op kindertoon.

Lieve-Vrouw van 't Heilig Hart,

Die we als smeekende almacht eeren.

Ach, wil door uw beê de smart

Van den Heil'gen Vader weren :

Kerk en Paus verkeert in rouw, ) .

Wees ten voorspraak, Lieve-Vrouw! )

Moeder! sta Paus Leo bij,

Om uw Pi us, die 't verkondde,

Dat Gij bleeft van smetten vrij.

Onbevlekt van Adams zonde :

't Zij niet langer, Hij onttroond, ) .

Gij^als onbevlekt gekroond. )

5

ocr page 54

66

Meerdert daaglijks Leo's smart,

Grijnzen ook de helsche machten,

Leo blijft van 't godlijk Hart,

En door u, verlossing wachten :

Schenk dan, Moeder! door uw Zoon, ) Kerk en Paus de gloriekroon. )

Niemand roept vergeefs u aan.

Droefheid zal in vreugd verkeeren,

't Uur der redding moet dra slaan,

Kerk en Paus zal triomfeeren !

Moeder! van uw wondermacht ) ^

Wordt die zegepraal verwacht. )

Gaat tot Joseph.

Wijze : IVees gegroet op kindertoon.

Gaat tot Joseph ! O hoe zoet Klinkt die toon in onze zielen !

Laat ons met een blij gemoed Voor zijn beelt'nis nederknielen;

Hem die ons als Vader leidt, ) bi^ Hem zij dit ons lied gewijd. )

U, wien Christus' Kerk vereert Als haar Leidsman en Behoeder,

U, die als Patroon regeert,

Smeeken wij voor onze Moeder

En haar waardig Opperhoofd, ) hi^ Van zijn wettig recht beroofd. )

ocr page 55

67

Bruidegom der Moedermaagd,

Hoed de jeugd op al haar wegen,

Waar haar Satans list belaagt;

Blik haar uit den hemel tegen.

Stort haar ziele, stort haar zin ) ,. Liefde voor de kuischheid in. ) ls'

Schenk aan 't oog der ouders licht, Om hun kind'ren zóó te leiden,

In 't betrachten van hun plicht.

Dat zij zich een plaats bereiden.

Waar gij met Jesus woont, ) ,.

En u hun beschermer toont. ) ls'

Aanroeping van den H. Joseph.

Wijze : Heuvels, dalen.

Zij, die wij als Moeder eeren. De onbevlekte Bruid des Heeren,

Jesus' Kerk, uw zorg vertrouwd,

Zij, o Joseph, waar men schouwt. Zij word smaadlijk uitgestooten En met laster overgoten,

Zij is, als haar Godlijk Hoofd,

Door geweld, van recht beroofd.

't Opperhoofd, de Paus en Koning Is gevangen in zijn woning !

Herdervorsten, trouw aan God,

Zuchten achter vestingslot !

Priesters worden uitgedreven.

Om in ballingschap te leven,

Of zij dragen 't zwaarste leed Trouw aan hun gezworen eed.

ocr page 56

68

Nu dan, Jesus' Voedstervader ! Treed met uwe Bruid Hem nader, Met de Moeder tot den Zoon ; Gij door Pius tot Patroon

Aan geheel de Kerk geschonken, Gij nu met die macht omblonken,

Joseph! sta uw kind'ren bij, En bid Jesus' Kerk weer vrij !

Aan Joseph eer.

Wijze ; Dat Joseph leev'.

Aan Joseph eer ! die naam doet liefde ontvonken, — die naam vervoert ons hart;

_ — ik voel mij vreugdedronken,

_ — die naam verbant de smart.

Aan Joseph eer ! Aan Joseph eer!

Aan Joseph eer! zoo juichen de Eng'lenscharen, _ — zoo juicht de sterveling; _ —. zoo juich ik aan de altaren,

— — zoo dikwerf ik daar zing Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

Aan Joseph eer! naam dien de kind'ren minnen,

— — die naam is troost in smart;

— — die naam helpt ons verwinnen;

— — aan Joseph heel ons hart. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

ocr page 57

69

Aan Joseph eer ! als droefheid mij komt plagen,

— — wat God ook mij beschikk';

— — bij nachten en bij dagen

— — tot aan mijn laatsten snik. Aan Joseph eer ! Aan Joseph eer !

En kom ik eens in 't rijk der zaligheden,

Geniet mijn ziel het alvergeldend goed.

Dan is 't uw naam, o Joseph! 't zijn uw beden, Waaraan ik dan mijn heil ook danken moet. Aan Joseph eer ! Aan Jeseph eer !

Loflied aan de H. Anna.

Wijze : IVees gegroet op kindertoon.

Moeder Anna luid en blij Moet ook u ons loflied rijzen ;

Moeder van Gods Moeder, gij,

'k Moet uw nieuwe glorie prijzen ;

Straalt er op de dochter eer, ) ^. 't Schittert op de moeder weer. )

Wonder zonder wederga !

Vlek'loos hebt gij haar ontvangen.

Door uws Heeren heilgena,

't Kind dat ge aan uw hart mocht prangen ; Anna ! ja, alleen uw kind, ) ,. Is aldus door God bemind ! ) ts'

ocr page 58

70

En ik zou niet luid en blij U in uwe Dochter prijzen !

Moet niet aller eeuwen rij 't Loflied voor u op doen rijzen ! Wie is als uw vlekloos kind, ) ^ Wie ooit heeft als zij bemind! )

Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder :

Keert, o Anna ! uw gebed Tot haar Zoon ooit vruchteloos weder? Moeder van Gods Moeder, gij, ) ^ Bid dan, Anna ! bid voor mij.

Tot den H. Engelbewaarder.

Wijze ; Vreedzaam wandelt, en Puer nobis.

U, die op de wenken dient Van den Heer der Heeren,

Zijn gezant, mijn Zielevriend.

'k Wil u dankbaar eeren.

Gij die eeuwig u verblijdt In het Godlijk Wezen,

Maar ook mijne vreugd hier zijt. Engel! wees geprezen.

Gij omzweeft mij nacht en dag. Schutsgeest, mij gegeven !

Moge ik rein, in vroom ontzag Voor uw bijzijn leven!

ocr page 59

71

Gij, ja, blijft mij onverdiend

Al uw liefde toonen ;

Laat mij, teedre Hemelvriend 1 U met liefde loonen.

Gij geleidt, verlicht, behoedt.

Trouwe gids ! mijn schreden; Gij ook sterkt mijn zwak gemoed Door uw smeekgebeden.

U, mijn Engel! roep ik aan.

Gij zult mij bevrijden; Veilig is mijn levensbaan. Wie mij ook bestrijden.

Blijf, o blijf in allen nood

Mijner u ontfermen Maar vooral, wil bij mijn dood, Wil mij dan beschermen !

Als mijn ziel aan de aarde ontgaat,

Wil mij niet begeven:

Voer haar, trouwe Toeverlaat! In het eeuwig leven.

ocr page 60

l-z

AFSCHEIDSLIED TE KEVELAER.

Wijze: Adieu, adieu.

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden. Vaarwel, o Kevelaer!

Ken zij hier langer beiden.

Nog bleef de Pelgrimsschaar.

i Maar, Moeder Gods blijf gij Uw dierbre pelgrims bij.

Ofschoon wij huiswaarts streven. Wij laten 't harte daar :

Zoo zoet is 't ons te leven In 't vriendlijk Kevelaer.

f Maar Moeder Gods ! enz.

O mocht hij, wie vermeten Durft spotten met ons lied,

O mochte hij eens weten.

Wat daar de ziel geniet, f

Wij zullen 't luid verkonden.

Te huis teruggekeerd,

Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd, f

Door onze tèmpeldreven Weerklinke 't pelgrimslied;

En neen, zoo lang wij leven,

Zwijge onze lofzang niet. f

ocr page 61

73

Moge aller hart ontgloeien,

Maria! in uw min, De godsvrucht tot: U bloeien In 't Christen huisgezin, f

Vaarwel, waarwei, wij scheiden,

O dierbaar Kevelaer!

Moog God ons hier weer leiden Te beêvaart, 't ander jaar !

En, Moeder Gods! blijf gij. Blijf uwe pelgrims bij.

■ OP ii fllfflil

voor de

GELOOVIGE ZIELEN.

O Jesus, Godes Lam !

Ach, zie de zuivringsvlam. Aanschouw der zielen pijn Die in het vaag'vuur zijn.

Jesus, Jesus!

Och, door Uw Moeder zoet. Die U, o Heer !

Ontving weleer —

Verkort der zielen boet'.

2. Maria, reine Maagd I Die God zoo hebt behaagd.

ocr page 62

74.

Ontsluit Uw moederhart En deel in hare smart.

Maria! hoor Die droeven klaagtoon aan ; Uw vroom gevoel, Voerde U tot 't doel Om tot Uw nicht te gaan.

3. Toon Uw barmhartigheid ;

Genade o Majesteit!

Voor 't boetend zielental,

Dat kermt in 't zuivringsdal.

Jesus, Jesus 1 Och, om uw Moeder, zoet!

Die 't heil der aard Ons heeft gebaard.

Verkort den tijd der boet'.

Onze Vader, enz.

4. O Maagd en Moeder, rein! Wil haar gedachtig zijn ;

Maria! leen Uw oor En treedt toch smeekend voor,

O Maria !

Gij, die uw dierbaar pand. Naar Mozes' leer, Aan God den Heer,

Eens bracht ten offerand'.

5. O Jesus, Davids Zoon! Zie neder van Uw troon;

ocr page 63

75

Der ziele bittre smart Bewege Uw minnend hart.

O Jesus zoet! Uw Moeder vraagt gehoor. Zij vond weleer Haar Liev'ling weer In Salems tempelkoor.

6. Maria ! stel het leed,

Al d' angst en 't bloedig zweet Van Jesus, uwen Zoon,

Aan 's Vaders oog ten toon.

O smeek, o smeek Door Jesus redding af. De lijdenskelk Dronk Hij voor elk.

Die zucht om Adams straf.

Onze Vader,

7. O Middelaar bij God! Om al uw hoon en spot En 't dierbaar offerbloed Treed reddend te gemoet.

Jesus Jesus!

O, voer ze in uw heil. Gij hadt dat bloed In overvloed. Bij geeselstriemen veil.

8. Maria, rijk in glans ! Smeek, bij den scherpen krans

ocr page 64

PW»

70

Om 't hoofd van Uwen Zoon, Om hulp voor 's Vaders troon.

En stel, ja stel Die diadeem Hem voor.

O, bij de kroon Van 's Vaders Zoon Verwerft gij wis gehoor.

9. Zie Jesus, onze Heer !

Op onze leden neêr,

Die reeds ontslapen zijn ;

Verkwikt hen in hun pijn.

O toon, o toon Uw minlijk aangezicht.

Geef door Uw kruis In 's Vaders huis Hun zielen 't Eeuw'ge licht.

Onze Vader, enz.

10. Maria, onze troost! Herken Uw ijvrig kroost. Dat in deez' kring weleer Zoo boogde op Uwe eer,

O, smeek gij nu Om hulp door Jesus' dood. Verwerf hun 't loon. Hetgeen uw Zoon Den goeden moord'naar bood.

iL

11. O Heiland groot in macht, Gij, die door eigen macht.

ocr page 65

77

Uit 't graf zijt opgestaan, Hoor onze bede aan: ' Wij smeeken U,

Voor 't Broêr- en Zustertal, Dat hoopvol smacht En hulp verwacht In 't somber zuivringsdal.

12. Maria! ons zoo waard, —

Door Jesus' hemelvaart Kreeg, boven voor Gods troon, Het menschdom weer een woon.

Maria ! bid —

Verkort der zielen brand;

Schenk wie nog zucht Een blijde vlucht Naar 't hemelsch vaderland.

Onze Vader, enz

13. O Jesus ! die Gods Geest Op 't heilig Pinksterfeest Op Uw Apost'len zondt. Verhoor ons in deez' stond.

O Jesus ! zend Tot troost een engel neer. Die 't kermen staakt. De boeien slaakt Van 't zielental, o Heer !

14. Maria! die vol vreugd. Tot loon van Uwe deugd

ocr page 66

78

Hoog opgenomen zijt, Zie wie omlaag nog lijdt.

O Ster ! Gij siert Den schoonen hemelboog; Smeek met ons meê, Bewerk den vreê, Voer 't zielental omhoog.

15. O Vorst, aan wiens gebied Geen Seraf de eindpaal ziet,. Gij boodt als machtig Zoon Maria ginds de kroon.

O Jesus ! zoet.

Verhoor de Moederbeê;

Ontferm U, Heer !

Zie gunstig neêr En geef de zielen vreê.

Onze Vader, enz.

Heer ! geef haar de eeuwige rust. En het Eeuwige licht verlichte haar !

GEBED.

O God ! hemelsche Vader! wij bidden U, dat Gij door het bitter lijden en sterven van Uwen lieven Zoon, door deze vijftien H.H. Mysteriën, en door de verdiensten en voorspraak van de allerheiligste Maagd Maria en van alle Heiligen de overledenen van pnze Broederschap, van onze vrienden en weldoeners, en

ocr page 67

79

alle zielen, die in het vagevuur zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid wilt doen komen ; Gij die leeft en regeert in de eeuwigheid der eeuwigheden. Amen.

Heer 1 geef hunne zielen de Eeuwige rust,

En het Eeuwige licht verlichte hen;

Dat zij rusten in vrede. Amen.

Dankzegging in den Avondstond.

Ziet ge de avondster reeds wenken Tot het lied der dankbaarheid.

Laat ons daar gehoor aan schenken; Ja! de harten zijn bered.

Reeds van de eerste morgenuren Stond de Heer ons, pelgrims, bij;

Hij wilde onzen weg besturen, —

Maakte ons door Zijn gunsten blij.

Welk een ruime schat van zegen Viel ons heden weer ten deel;

De indruk, in ons hart verkregen,

Is zoo heilrijk, — zegt zoo veel.

Opgewekt, gesticht ten goede Door den Herder die ons leidt.

Togen we onder 's Hemels hoede Voort naar 't oord, dat heil verbeidt.

Dank zij U voor Uw genade,

In dit uur, algoede God!

Gij verblijddet onze paden Door veelvuldig heilgenot.

ocr page 68

80

Dank en lof stijge op naar boven,

Door veelvuldig heilgenot.

Dank en lof stijge op naar boven,

Daar Gij zeegnend nederziet;

Immer zal ons hart TJ loven

Voor den troost, die 't hart geniet.

Wat zal 't hart U wedergeven

Voor al 't geen Ge ons hebt gedaan ?

't Zal behaaglijk voor U leven;

Neem dit schuldig offer aan.

Morgen, immer voort na dezen.

Zal er op den weg der deugd

Duurzaam grooter voortgang wezen. Starende op de hemelvreugd.

Wil al 't zwakke niet gedenken. Dat ons pogen heeft ontsierd;

Wil door Jesus bijstand schenken. Die Zijn volk zoo trouw bestiert.

Sta ons, naar Uw wijze schikking.

Rust voor 't matte lichaam toe ;

O, dan maakt ons die verkwikking Morgen weêr zoo wel te moê. —

Vriendlijk licht gij daar van verre, Bode van den stillen nacht!

Maar veel schitterender sterre Is 't, die onzen groet nog wacht.

o Maria! Hemelschoone,

Blinkend in den zonnegloed.

Dat Uw zegen bij ons wone!

Bid voor ons — en wees gegroet.

ocr page 69

81

GEBED,

om dagelijks voor het beeld der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria te bidden.

O, Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ! tot U komen wij, arme zondaren en zondaressen onze toevlucht nemen. Onze zonden en zwakheden doen ons huiveren onmiddellijk tot God te gaan, en overtuigen ons dat wij verdiend, ja duizendmaal verdiend hebben van Zijn aanschijn verstoeten te worden. Wij komen derhalve tot U en hebben met ons gevoerd velerlei noodwendigheden, zoo van ons zeiven als van anderen, geestelijke en tijdelijke. Wij knielen vóór en óm uwe beeltenis neder, ter plaatse waar Gij reeds meer dan twee eeuwen onzen voorouders en hunne naneven getoond hebt dat Gij wilt vereerd en aangeroepen zijn.

Bid voor ons, allerliefste Moeder, bij God den Vader, wiens beminnelijke dochter gij zijt; bij God den Zoon, die U niets weigeren kan, omdat Gij Zijne lieve moeder zijt en bij God den H. Geest, want Gij zijt Zijne allerheiligste bruid. Zie van uit de hoogte der hemelen op ons neder; sla geen acht op onze zonden, maar op de ziels- en lichaamssmarten, die wij zoo van ons, als van anderen met ons voeren. Uwe liefde is immers onuitputtelijk ; zij was reeds zoo groot toen Gij op aarde rondwandeldet en nu Gij in den Hemel naast den troon van God gezeten zijt is zij veel grooter en zal U gewis ook niets geweigerd worden.

6

ocr page 70

82

Bid voor ons, dat wij ootmoedig worden, gelijk iat( Gij, Maria ! ootmoedig waart, levendig gelooven, vas- : ? kei

telijk hopen en vurig beminnen, en allengs toenemen ye:

in die deugden, welke in U op zulk eene verhevene wijze he

hebber, uitgeschenen. Verwerf voor ons geduld en onder- no

werping aan Gods H. Wil, wanneer tijdelijke rampen te

ons treffen, opdat wij de ongelegenheden van dit leven O

zoo te dragen, dat wij het eeuwige leven waardig vf

worden. oj

Waarom, allerheiligste Maagd zoudt gij toeven ons w

Uwe voorspraak te verleenen ? Is het om onze zon- v:

den ? O, zij zijn ons van harte leed wij zijn herwaarts o

gekomen om ze te betreuren. Wij verzaken en 1

verfoeien uit het binnenste onzer ziel alle de onge- o

rechtigheden en overtredingen onzer kindsheid, der e

jongelingschap en der bedaagde grijsheid. Hebben wij U vroeger te traag gediend ? Geen werk genoeg gemaakt Uwe voorspraak in te roepen ? Wij bevinden ons thans hier en zijn met die bedoeling herwaarts gekomen, om aan Uwe voeten neder te leggen en te vernieuwen het onveranderlijk besluit, om dagelijks zoo lang wij leven, iets ter Uwer eere te verrichten en bepaaldelijk de eene of andere uwer deugden na te volgen. Laat ons dan, allerliefste Moeder ' niet ongetroost van hier gaan, maar bid voor ons. Verwerf ons de gave van tranen, om onze eigene en elkanders zonden waardiglijk te beweenen. Weer van ons, door Uwe machtige voorspraak bij God, alles wat ons naar ziel en lichaam kan hinderen en verkrijg ons de genade van volharding in het goede ten einde toe.

Maar allerheiligste, allerliefste Moeder! er is één oogenblik in ons leven waarvan onze eeuwigheid afhangt, één oogenblik, waarop wij Uwe voorspraak zoo zeer noodig hebben, — dat is als ons laatste uur geslagen is en wij aan den rand der eeuwigheid geplaatst zijn. O, dan zal de duivel niets onbeproefd

ocr page 71

83

laten om ons geloof te verduisteren en te verzwakken, onze hoop te doen wankelen, onze liefde te verkoelen, bij ons sterk te doen uitkomen gehechtheid aan de vergankelijke goederen en zinnelijke genoegens van dit leven en verre op den achtergrond te doen schuiven het verlangen naar het eeuwig leven. O Maria ! in dat allergewichtigst oogenblik bidt Gij dan voor ons, dat ons geloof toch levendig, onze hoop onwankelbaar, onze liefde vurig zij ; bid voor ons dat wij recht gevoelen hoe treurig het is uitlandig te zijn van den Heer en van U ; bid voor ons dat in ons ontsta een hartelijk en kinderlijk verlangen naar den Hemel en naar U en wij eenmaal toegelaten worden om met U de Goddelijke barmhartigheden in alle eeuwigheden te bezingen. Amen.

—froSciQ**-

GEBED,

OM ZICH ZELVEN ONDER DE BESCHERMING VAN DE ALLERHEILIGSTE MAAGD EN MOEDER GGDS MARIA TE STELLEN.

O Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria! ik beveel mij heden en ten allen tijde en bijzonder in het uur van mijnen dood in Uwe moederlijke bescherming ; ik stel in Uwe handen al mijne hoop en troost, mijne benauwdheden en ellende, mijn leven en sterven, opdat door Uwe allerheiligste voorspraak en verdiensten al mijn werken mogen bestierd en geschikt worden, naar Uwen en Uws Zoons wil. Amen.

ocr page 72

84

GEBEDEN

OM DEN AFLAAT TE VERDIENEN.

VOORAFGAAND GEBED.

Almachtige, eeuwige God ! schoon ik vertrouw, door Uwe barmhartigheid van de zonde en hare eeuwige straffen ontslagen te zijn, kan ik echter niet twijfelen, of er zullen nog tijdelijke straffen voor mij overig zijn. Ook hier dan, o God ! erken ik mijne onmacht, en neem mijne toevlucht tot den onuit-putbaren schat der verdiensten van Uwen Zoon Jesus Christus en van zijne Heiligen, opdat mijn onvermogen door dezen overvloed geholpen worde. Ik ben bereid. Heer, alles te volbrengen wat noodig is, om aan deze genade deelachtig te worden. O Vader der ontfermingen ! neem dan mijne smeekingen aan, die ik met het lijden en den dood van Uwen Zoon Jesus Christus vereenig, en maak mij deelgenoot van de rijke schatten, die de Kerk hier in Uwen naam aan de geloovigen uitdeelt.

GEBED

VOOR DE VERHEFFING DER H. KERK.

Gij hebt mij, onwaardige, tot een kind Uwer Kerk gemaakt, o mijn God ' Gij hebt mij alzoo de verplichting opgelegd van haar te beminnen, en U voor haar te bidden. Gij kunt niet nalaten haar te bewaken, haar te beschermen, nadat Gij Uwen

ocr page 73

85

Zoon Jesus Christus tot haar Hoofd gesteld hebt, die haar bemind en in Zijn bloed gewasschen heeft, opdat zij zuiver, zonder rimpel of smet zoude zijn. Zij is de pilaar, de steun der waarheid, de bewaarster van Uw woord, van Uwe genade; zij is Uwe Bruid, de eenig-ste die ons tot U leiden kan. Dank zij U, genadige God ! dat gij haar aan mij tot eene moeder gegeven hebt; hecht mij steeds aan haar geloof; doe mij leerzaam en onderdanig aan hare geboden zijn ; verhoor de gebeden die zij U voor cnze behoefte opdraagt. Laat U bewegen door de tranen, die zij voor hare kinderen, die de zonde dienen, uitstort. Geef hun door Uwe barmhartigheid het leven weder. Maak de kwaden goed ; bewaar de goeden in de godvruchtigheid ; want Gij vermoogt alles, en er bestaat niets, dat U kan tegenhouden. Gij maakt zalig als Gij wilt, en niemand kan uwen wil wederstaan.

Verhoor ook de beden, die wij voor Uwe Kerk tot U storten. O bewaar haar, bestuur haar, onderhoud haar in de eendracht, in den vrede. Geef, dat Uwe waarheid, welke bij haar altijd in stand blijft, overal met volle zuiverheid geleerd, met een leerzaam hart van Uwe geloovigen aangenomen, en met krach: tegen de ongeloovigen en onkatholieken gehandhaafd en verdedigd worde. Dat de heiligheid, die zij door het bloed van Uwen Zoon Jesus Christus verkregen heeft, niet onteerd, noch besmet worde door het kwade leven van hare Bedienaars. Dat hare eenheid niet gestoord worde door verdeeldheden of tweedracht. Geef haar de blijdschap weder, die zij in hare eerste jaren genoot wanneer alle geloovigen één hart en ééne ziel waren. Geef, dat zij, gelijk zij ons allen, door één en hetzelfde Doopsel, in één en hetzelfde Geloof, onder éénen en denzelfden Heer, tot ééne en dezelfde verwachting bijeen vergadert, ook zien moge dat wij allen U met één hart en met éénen mond loven

ocr page 74

86

en verheerlijken, door Uwen Zoon onzen Heer Jesus Christus. Amen.

Onze Vader, enz.

GEBED

VOOR DE BEKEERING DER ONGELOOVIGEN EN ONKATHOUEKEN.

Wij bidden U niet, o Heer ! dat Gij Uwe gramschap over de volken zoudt uitstorten, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die uwen Naam niet aanroepen, noch dat gij het vuur uit den Hemel zoudt doen vallen op de steden en volken, die Uwen Zoon Jesus Christus weigeren aan te nemen, te erkennen en te aanbidden. Wij weten, door Uwe onderrichtingen, tot welken Geest wij behooren, wij steunen op den prijs van het bloed uvvs zoons Jesus Christus, die zich zeiven ter verlossing van allen gegeven heeft — dus bidden wij U, dat Gij degenen, die nog in de duisternissen en in de schaduwe des doods zitten, wilt verlichten en bekeeren. Geef, datjesus verkondigd worde, daar, waar Hij nog niet bekend is, zend Predikers, die niets verkondigen dan Hem alleen, naar de landen der ongeloovigen; zegen hunnen arbeid en maak U door hunne medewerking een geloovig volk, dat vlijtig zij in het oefenen van goede werken. Neem de verblindheid van het verstand en het hart der Joden weg; wasch hen in het dierbare bloed van

ocr page 75

87

Jesus, dat zij vergoten hebben. Doe degenen, die de ée'nheid Uwer kerk verscheurd hebben, wederom tot haren schoot wederkeeren, breng diegenen onder het getal Uwer kinderen terug, die de stem Uwer Kerk geweigerd hebben te hooren en nu van ons als tollenaars en heidenen moeten aangezien worden. Zij zijn onze broeders geweest: en Uw Heilige Geest vervult onze harten met bittere droefheid en gedurige smart, omdat zij het niet meer zijn. — Roep hen weder, o Heer! en geef hun eene waarachtige boetvaardigheid, opdat zij de waarheid, welke zij nu wederstaan, erkennende, uit de strikken des duivels, die hen gebonden houden, gered mogen worden. Opperste Herder, breng de verdoolde schapen wederom te recht, doe degenen, die in den schaapstal nog niet zijn, daar binnen treden , opdat spoedig bewaarheid worde, hetgeen Gij elders voorzegd hebt : En het zal ééne kudde en één Herder worden.

Onze Vader, enz.

GEBED VOOR DEN VREDE EN DE EENDRACHT DER CHRISTEN-VORSTEN.

O God van vrede, die de verdeeldheden en oorlogen op aarde toelaat, om des te vuriger dien eeuwigen en waarachtigen vrede, welke alleen in den Hemel te vinden zal zijn, te doen verlangen, geef toch den vrede aan Uwe Kerk, aan dit land en alle koninkrijken des Christendoms. Gij verbiedt ons niet, over de verdrukkingen, ellende en onheilen, die de volken door den oorlog lijden, schoon het zelfs Uwe geesels

ocr page 76

88

zijn, in Uw tegewoordigheid te zuchten. Ja, schoon ook deze rampen ons niet treffen, verplicht de liefde ons echter gevoelig te zijn over de mishandeling en vernieling onzer broederen. Het is onze plicht en een gevolg van die liefde, welke wij U schuldig zijn, te zuchten en te beven, ook bij de enkele overdenking van de wreedheden, godslasteringen, heiligschennissen, ongebondenheden en alle andere zonden, die veelal in soortgelijke tijdsomstandigheden met de grootste moedwilligheid gepleegd worden. Deze liefdeplicht, deze neiging tot godsdienst, beweegt ons. om den vrede van Ü af te smeeken. — Stort eene heerschende liefde tot den vrede denzulken in, die het zaad van tweedracht onder hunne broederen trachten uit te strooien. O God, die de meester der harten zijt, die de gemoederen der Koningen en Vorsten in Uwe handen hebt. en derwaarts wendt, waar het U belieft, beweeg hen tot vrede en eendracht. Maak dat de Koningen en Volken zich vereenigen en samenspannen om U te dienen. Geef dat, als wij den vrede van U verkregen hebben, wij dien ook wel gebruiken. Laat niet toe dat wij door onderlinge oneenigheid of door onze wederspannigheid tegen Uwe geboden in het midden van den vrede eenen gevaarlijken oorlog gaande houden. Verbrijzel de bogen, breek de zwaarden, werp de schilden weg, opdat wij in eene vreedzame rust gesteld, geene andere bezigheid op aarde hebben, als U, onzen waren God door het geloof te aanschouwen, U te loven, te beminnen, en te dienen. O Almachtige God! wees met ons; God van Jacob ! bescherm ons en maak ons zalig!

ocr page 77

89

GEBED

WAARDOOR MEN ZIJNE POGINGEN TER VERKRIJGING VAN DEN AFLAAT OPOFFERT.

Aanbiddelijke Drieënheid ! ik vertrouw thans volbracht te hebben, hetgeen ter verkrijging eener volledige kwijtschelding der straffen wordt voorgeschreven. O ! dat dit U aangenaam zij ! Dan ja ! het zal U behagen door Dengene, door wien wij alles vermogen, door Jezus onzen Heer. — Ik weet het ; ik was U dit alles, en oneindig meer schuldig; dank zij Uwer milde goedheid en onuitsprekelijke liefdadigheid , die ook de nietigste en meest verschuldigde dienstplegingen met nieuwe genade beloont. Neem dan, weldadige God ! neem v£.n mijne onwaardige hand, hetgene ik U aanbied. Vergoed het gebrekkige mijner werken door de volmaaktheid van dat offer, hetwelk Jesus Christus voor ons allen heeft opgedragen en maak dus mij (of dezen) deelachtig aan dezen vollen Aflaat. Dat Hemel en aarde U hier en in alle eeuwigheid voor deze gunst mogen loven en zegenen. Amen !

Onze Vader, enz.

DE LOFZANG :

Veni, Creator, Spiritus ! Mentes tuorum visita,

ocr page 78

94

Et si sensus deficit:

Ad firmandum cor sincerum Sola fides sufficit.

Tantum ergo Sacramentum,

Veneremur cernui,

Et antiquum documentum Novo cedat ritui.

Praestet fides supplementum Sensuum defectui.

Genitori, Genitoque Laus etjubilatio;

Salus, honor, virtus quoque,

Sit et benedictio ;

Procedenti ab utroque,

Compar sit laudatio. Amen.

Panem de coelo, pnestitisti eis, (Alleluja.)

Omne delectamentum in se habentem, (Alleluja.)

De Lofzang : U o God, loven wij.

Te Deum laudamus, te Dominum confitemur. Te seternum Patrem omnis terra veneratur.

Tibi omnes Angeli, tibi cceli et universal potes-tates.

Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voce pro-clamant ;

Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dominus Deus Sabaoth. Pleni sunt cceli et terra Majestatis glorias tuse. Te gloriosus Apostolorum Chorus;

Te Prophetarum laudabilis numerus;

Te Martyrum candidatus laudat exercitus.

Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia.

ocr page 79

95

Patrem immens» Majestatis.

Venerandum tuum verum et unicum filium.

Sanctum quoque paraclitum Spiritum.

Tu Rex gloria; Christe.

Tu Patris sempiternus es Filius.

Tu ad liberandum suscepturus hominem : non hor-ruisti Virginis uterum.

Tu devicto mortis aculeo ; aperuisti credentibus Regna Ccelorum.

Tu ad dexteram Dei sedes in gloria Patris.

Judex crederis esse venturus.

Te ergo qutesumus tuis famulis subveni, quos pre-tioso sanguine redemisti.

^Eterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.

Salvum fac populum tuum Domine ; et benedic haereditati tute.

Et rege eos; et extolle illos usque in reternum.

Per singulos dies benedicimus te,

Et laudamus nomen tuum in sasculum et in ssecu-lum steculi.

Dignare Domine, die isto sine peccato nos custo-dire.

Miserere nostri Domine ! miserere nostri.

Fiat misericordia tua Domine super nos, quem-admodum speravimus in te.

In te Domine speravi, non confundar in Eeternum.

POST HYMNUM Te Deum Laudamus.

v. Benedictus es Domine Deus patrum nos-trorum.

R. Et laudabilis, et gloriosus in saïcula.

ocr page 80

96

v. Benedicamus Patrem et Filium cum sancto Spiritu.

r. Laudemus et superexaltemus eum in saecula. v. Benedictus es Domine in ftrmamento coeli. r. Et laudabilis, et gloriosus, et superexaltatus in saecula.

v. Benedic anima mea Dominum.

r. Et noli oblivisci omnes retributiones ejus.

v. Domine exaudi orationem meam.

r. Et clamor meus ad te veniat.

v. Dominus vobiscum.

r. Et cum spiritu tuo.

oremus.

Deus, cujus misericordire non est numerus et bonitatis infinitus est thesaurus ; piissimse majestati tuae pro collatis donis gratias agimus, tuam semper clementiam exorantes : ut qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens ad pnemia futura disponas.

Deus, qui corda fidelium Sancti Spiritus illustratione docuisti : da nobis in eodem Spiritu recta sapere, et de ejus semper consolatione gaudere.

Deus, qui neminem in te sperantem nimium affligi permittis ; sed pium precibus prjestas auditum : pro postulationibus nostris, votisque susceptis gratias agimus, te piissimè deprecantes ; ut a cunctis semper muniamur adversis. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus sancti Deus, per omnia ssecula sxculorum. Amen.

ocr page 81

97

PSALM CXXIX.

Voor de Overledenen,

De profundis clamavi ad te, Domine ; Domine ex-audi vocem meam.

Fiant aures tuae intendentes; in vocem deprecationis

meae.

Si iniquitates observaveris, Domine : Domine, quis sustinebit.

Quia apud te propitiatio est, et propter legem tuam sustinui te Domine.

Sustinuit, anima mea in verbo ejus ; speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem speret'Israël in Domino.

Quia apud Dominum misericordia et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redimet Israel : ex omnibus iniquitatibus ejus.

Requiem aïternam dona eis, Domine !

Et lux perpetua luceat eis.

v. A porta inferi.

R. Erue, Domine, animas eorum.

v. Requiescant in pace.

r. Amen.

v. Domine, exaudi orationem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

v. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Deus, qui inter Apostolicos sacerdotes, famulos tuos Pontificali, seu sacerdotali fecisti dignitate vigére ;

7

ocr page 82

98

pra;sta qu;csumus ; ut eorum quoque perpetuo aggre-gentur consortio.

Deus, venias largitor, et humanse Jsalutis amator ; quaesumus clementiam tuam, ut nostras Congregationis fratres, propinquos et benefactores, qui ex hoc s;eculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire concedas.

Fidelium Deus omnium conditor et Redemptor, animabus famulorum famularumque tuarum remissio-nem cunctorum tribue peccatorum ; ut indulgentiam, quam semper optaverunt, piis supplicationibus conse-quantur. Qui vivis et regnas in saecula saeculorum. r. Amen.

v. Requiem aeternam dona eis, Domine !

r. Et lux perpetua luceat eis.

v. Requiescant in pace.

r. Amen.

AVE MARIA.

Ave! Maria, gratia plena, Dominus tecum benedicta tu in mulieribus. — Driemaal.

Et benedictus fructus ventris tui Jesus. Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis, peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

DE LOFZANG VAN MARIA.

Magnificat anima méa Dominum.

Et exultavit spiritus meus in Deo Salutari meo. Quia respexit humilitatem ancillae suae : ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.

ocr page 83

99

Quia fecit mihi magna, qui potens est : et sanctum Nomen ejus.

Et misericordia ejus a progenia in progenies, tiraen-tibus eum.

Fecit potentiam in brachio suo ; dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede, et e.xaltavit humiles.

Esurientes implevit bonis, et divites dimisit inanes.

Suscepit Israel puerum suum, recordatus misericor-diae suae.

Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini ejus in saecula.

Gloria Patri, et Filio et Spiritui Sancto.

Sicut erat in principio et nunc et semper, et in saecula saeculorum. Amen.

HULDE

O Sanctissima,

O piissima,

Dulcis Virgo Maria!

Mater amata,

Intemerata.

Ora, ora pro nobis !

MISERERE MEL

Ontferm U mijner, o God! volgens Uwe groote Darmhartigheid.

En naar de menigte Uwer ontfermingen delg

Miserere mei. Deus, secundum magnum miseri-corduam tuam.

Et secundum multitu-dinem miserationum tu-


ocr page 84

100

mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en zuiver mij van mijne zonden.

Want ik ken mijne ongerechtigheid, en mijne zonden zijn altijd voor mijne oogen.

Voor U alléén heb ik gezondigd, en voor Uw aanschijn het kwaad begaan ; in uwe woorden zult Gij rechtvaardig bevonden worden, en overwinnaar zijn als Gij wordt geoordeeld.

Zie, in ongerechtigheden ben ik ontvangen, en in zonden ontving mijne moeder mij.

Want zie, Gij bemint de waarheid; het onbekende en verborgene Uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Besproei mij met hysop, en ik zal gezuiverd worden •, wasch mij en ik zal witter worden dan sneeuw.

Aan mijn gehoor zult Gij blijdschap en vreugde geven; en mijn vernederd gebeente zal van vreugde opspringen.

arum ; dele iniquitatem meam.

Amplius lava me ab iniquitate mea, et a pec-cato meo munda me.

Quoniam iniquitatem meam ego cognosco et peccatum meum contra me est semper.

Tibi soli peccavi, et malum coram te feci : ut-justificeris in sermonibus tuis, et vincas cum judi-caris.

Ecce enim in iniquita-tibus conceptus sum, et in peccatis concepit me mater mea.

Ecce enim veritatem dilexisti; incerta et occulta sapientiae tuae manifestasti mihi.

Asperges me hysopo, et mundabor; lavabis me, et super nivem dealbabor.

Auditui meo dabis gau-dium et laetitiam, et exul-tabunt ossa humiliata.


ocr page 85

101

Keer uw aangezicht van mijne zonden af en delg al mijne boosheden uit.

Schep in mij, o God ! een zuiver hart, en vernieuw den goeden geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uwen Heiligen Geest van mij niet weg.

Geef mij weder de vreugde Uwer zaligheid en versterk mij door een kloeken geest.

Den goddeloozen zal ik Uwe wegen leeren, en de goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.

Verlos mij van bloedschuld, o God! God mijner zaligheid, en mijne tong zal Uwe rechtvaardigheid verheffen.

Heer! openmijnelippen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij offeranden gewild, voorzeker zoude ik die opgedragen hebben ; in brandoffers zult Gij geen genoegen hebben.

Een bedrukte geest is eene offerande voor God;

Averte faciem tuam a peccatis meis, et omnis iniquitates meas dele.

Cor mundum crea in me. Deus, et spiritum rectum innova in visceribus meis.

Ne projicias me a facie tua, et spiritum sanctum tuum ne auferas a me.

Redde mihi lastitiam sa-lutaris tui, et spiritu prin-cipali confirma me.

Docebo iniquos vias tuas, et impü ad te convertentur.

Libera me de sanguini-bus. Deus, Deus salutis me®, et exuïtabit lingua mea justitiam tuam.

Domine, labia, mea aperies, et os meum anun-tiabit laudem tuam.

Quoniam si voluisses sacrificium, dedissem uti-que; holocaustis non de-lectaberis.

Sacrificium Deo spiritus contribulatus ; cor contri-


ocr page 86

102

een vermorzeld en vernederd hart zult Gij, o God! niet versmaden.

Handel, o Heer! naar Uwen goeden wil goeder-tierenlijk met Sion, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult Gij de offerande der gerechtigheid, de gaven en brandoffers aannemen, dan zullen zij op Uw Altaar kalveren leggen.

Glorie zij den Vader, enz.

tum et humiliatum, Deus, non despicies.

Benigne fac, Domine, in bona voluntate tua, Sion; ut aïdificentur muri Jerusalem.

Tunc acceptabis sacri-ficium justitire, oblationes, et holocausta ; tune impo-nent super altare tuum vi-tulos.

Gloria Patri.


Adoro Te.

Ik aanbid U nederig, o

verborgen God, Die onder deze gedaanten

waarlijk schuilt.

Geheel mijn hart vernedert zich voor U ; Want als ik U aanschouw, bezwijkt het geheel en al.

Wees gegroet, o Jesus, Herder der geloovigen, Vermeerder het geloof van alle Christenen.

Adoro Te devote, latens Deitas,

Qua; sub hls figuris vere latitas,

Tibi se cor meum totum subjicit.

Quia Te contemplans totum deficit.

Ave, Jesu, Pastor fide-lium.

Adauge fidem omniam in Te credentium.


ocr page 87

103

Gezicht, gevoel en smaak

bedriegen zich hier : Het gehoor alleen staaft

veilig het geloof. Ik geloof alles wat Gods Zoon ons heeft gezegd, Niets is zoo onfeilbaar als dit woord der waarheid. Wees gegroet, enz.

Aan het kruis verborg de

Godheid zich alleen. Doch hier is tevens de

menschheid verholen. Beiden breng ik toch de

hulde mijns geloofs, En smeek gelijk de moordenaar gena.

Wees gegroet, enz.

Ofschoon ik niet als Thomas Uwe wonden zie, Erken ik U evenwel als

God en Heer ;

Geef dat mijn geloof in U

steeds sterker worde. Dat mijne hoop en liefde

toenemen.

Wees gegroet, enz.

O gedachtenis van 's Hee-ren offerdood.

Visus, tactus, gustus, in Te fallitur :

Sed auditu solo tuto cre-ditur.

Credo quidquid dixit Dei Filius,

Nil hoc verbo veritatis verius.

Ave, Jesu, etc.

In cruce latebat sola Deitas.

At hic latet simul et hu-

manitas :

Ambo tamen credens atque

confitens,

Peto quod petivit latro

poenitens.

Ave, Jesu, etc.

Plagas, sicut Thomas non

intueor :

Deum tamen meum Te

confiteor,

Fac me Tibi semper magis

credere,

In Te Spem habere. Te

diligere.

Ave, Jesu, etc.

O memoriale mortis Do-mini.


ocr page 88

104

Levend brood dat ons het

leven schenkt,

Geef steeds dat mijn ziel daar immer leven put, Geef dat zij daar immer

zoetheid vindt.

Wees gegroet, enz.

Liefderijke Pelikaan, o Jesus, Heer,

Reinig mij, besmeurde ,

met uw bloed ; Een enkel druppel daarvan

is genoeg.

Om de wereld rein te was-schen van alle zonden. Wees gegroet, enz.

Jesus, dien ik verborgen

hier aanbid. Mij geworde, bid ik, waar

ik zoo naar dorst, Dat ik eenmaal U onthuld

aanschouwen moog. En in 't zien van Uwe

glorie zalig zij.

Wees gegroet, enz. Amen.

Panis vivus, vitam prses-tans homini,

Prsesta mere menti de Te vivere,

Et Te illi semper dulce sapere.

Ave, Tesu, etc.

Pie Pelicane, Jesu Domine.

Me immundum munda

Tuo sanguine,

Cujus una stilla salvum facere,

Totum mundum quit ab

omni scelere.

Ave, Jesu, etc.

Jesu, quem velatum nunc aspicio,

Oro, fiat illud quod tam sitio.

Ut, Te revelata cernens facie,

Visu sim beatus Tuag glo-rite.

Ave, Jesu, etc. Air.en.


ocr page 89

SEZAISEH,

IN GEBRUIK BIJ DE AARTSBROEDERSCHAP DER

H. FAMILIE.

Jlkria ïeiit'

Maria leev' ! Wat glans en luister meng'len

Zich in dit hart, van alle vlekken vrij !

Maria leev' ! de Koningin der Eng'len,

De Moedermaagd, het hoofd der Maagdenrij. Maria léve ! {

Met God, haar Kind ! (,.

Leve Maria 1 ( 's'

Die ons als Moeder mint. j

ocr page 90

106

Maria leev' de Dochter van den Vader !

De Moeder Gods, ook Godes heil'ge Bruid; Maria leev' ! der zielen levensader,

Naar 's Hemels wil en eeuwig raadsbesluit.

Maria leve ! enz.

Maria leev'! Zou ik haar ooit verlaten ?

'k Was liever dood en lag in 't duister graf. Wat, zonder Haar, zou mij het leven baten ?

Neen, God breke eer den draad mijns levens af. Maria leve ! enz.

Maria leev' ! Laat me in Haar liefde leven ;

Met Haar vereend, vrees ik noch dood noch pijn; De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven, Zal liefdezucht voor U, Maria I zijn.

Maria leve ! enz.

MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.

Wijze; Wees gegroet op kindertoon,

Laat ons. Moeder van den Heer! Laat ons om Uw zetel dringen,

Laat Uw kind'ren U ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen ;

't Moet weerklinken luid en blij: Moeder, onbevlekt zijt gij !

ocr page 91

107

't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken ;

't Woord door Pius' mond verkond, En Uw kind'ren, vreugdedronken Jub'len op Uw feestgetij ;

Moeder, onbevlekt zijt gij!

Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan 's werelds verste palen

Zullen met het hemelsch heer, Al Uw kind'ren 't luid herhalen : 't Woord van 't zalig Jubeltij; Moeder, onbevlekt zijt gij !

En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;

Wie, wie dank*: niet met ons meê ? Voor al 't heil dbor U ontvangen, In het zalig jubeltij :

Moeder, onbevlekt zijt gij !

Zonnezuiv're Moedermaagd ! Om de glorie U gegeven.

Hoor ook wat ons hart U vraagt: Dat we, na een schuldloos leven, Eeuwig jub'len aan uw zij'; Moeder, onbevlekt zijt gij !

ocr page 92

108

O Moeder Gods.

Eigene Zangwijze.

O, Moeder Gods! O, reinste Maagd! Naar 't voorbeeld onzer vaad'ren

Vertrouwen wij nooit vrucnteloos U smeekende te naad'ren.

Wij bidden U, o Koningin,

Wend minzaam toch Uwe oogen

Van 't glorielicht waarin Gij troont, Op ons in 't stof gebogen.

Wij zuchten in dit tranendal Van noodgevaar omgeven,

En moeten vaak in druk en smart En bange zorgen leven.

Maar Gij, o troost, o hulp in nood, Wil onzer U erbarmen,

En klem ons, voor 't gevaar beschut, In Uwe moeder-armen !

De duivel zoekt, ons ten verderf. Zijn strikken uit te zetten;

Maar Gij, o kom, wil met Uw voet Zijn helschen kop verpletten.

ocr page 93

109

De wereld tracht door schijngeluk Ons aan de deugd te onttrekken ;

Maar geef dat wij nooit onze ziel Door 't aardsche slijk bevlekken,

Het vleesch is zwak en steeds geneigd Geneugten na te jagen,

Maar bid dat wij als 't hoogst geluk God zoeken te behagen.

Maria, bid, bid Uwen Zoon,

Dat wij bij 't aardsche streven.

Van zonden vrij en rijk in deugd. Voor 's Heeren aanschijn leven.

O bid dat wij, aan 's levens end, In Jesus liefde sterven ;

En na den dood, met U vereend. Het Hemelrijk beërven.

Avondgroet tot Maria.

Eigene Zangwijze.

Maria's beeld, te midden

Van vrolijk schitt'rend licht Noodt ons te komen bidden Bij't altaar haar gesticht.

ocr page 94

110

Komt laat ons tot haar ijlen, Een kleine poos daar wijlen, Maria, {bis) Moeder zegen ons.

Wij knielen aan Uw voeten,

Neem ons genadig aan ; Ontvang onz' laatste groeten

Voor dat wij huiswaarts gaan, Dan gaan wij blij te moede. Vertrouwend op Uw hoede. Maria, enz.

We wijden U onz' harten

Voor 't goede, dat ge ons doet. In blijdschap en in smarten,

In voor- en tegenspoed, Steeds willen we LI vereeren, En Uwen roem vermeeren. Maria, enz.

Stort met Uw' moederhanden

Uw zegen op ons neêr; Verbreek des zondaars banden En breng tot God hem weêr. Ja, morgen ziet Ge ons weder, O Moeder, goed en teeder ! Maria, enz.

ocr page 95

Ill

Hulde aan Maria.

Wonderschoon prachtige, Wondergroot machtige,

Lieflijk volzalige hemelsche Vrouw !

Wie 'k mij als teeder kind, Liefdevol toe verbind.

Ja mij met ziel en met lichaam vertrouw ! Goed, bloed en leven Wil ik U geven :

Alles, ja al wat ik ben van af nu.

Geef ik met vreugde Maria aan U.

Sterren omglanzen U,

Zonnen omkranzen U,

Troostende ster in de nschtlijke vaart!

Voor de alverheerende, 't Menschdom onteerende. Zondesmet heeft U Gods Almacht bewaard, Zalige Moeder,

Jesus onz' Broeder,

Heiland en Redder van Adams geslacht. Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.

Hemelsche Koningin,

's Eeuwigen voedsterin.

Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk ! Sterkte der strijdenden Zalving der lijdenden.

Levende bron in vertroostingen rijk ! U, o getrouwe Machtige Vrouwe,

Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder! och! voer ons op zekere baan!

ocr page 96

113

Gij zijt en heil en troost,

Voor 't U steeds minnend kroost, Vorstin des hemels en Moeder van God ! Spiegel der Zuiverheid.

Bijstand der Christenheid,

Ark des verbonds en geleidster tot God ! Werp op mij neder.

Moeder zoo teeder.

Moeder ! ja werp toch Uwe oogen op mij ! Leer mij in ootmoed zoo wand'len als Gij.

In lijden geoefende Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart.

Niemand verlaat gij ooit;

Kind'ren verstoot gij nooit;

Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in 't lijden.

Sterk ons in 't scheiden,

Bid ook voor ons uwen God'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn eeuwigen troon.

Ter eere van Maria.

o Beeld der schoone liefde,

Maria, Jozefs bruid ! Gij vraagt mij wederliefde

En stort Uw gunsten uit. 'k Wil eeuwig U beminnen

o, Groote koningin!

Prent diep in hart en zinnen Mij Uw gedacht'nis in.

ocr page 97

na

O Jozefs Bruid, mijn Moeder!

Mijn troost, mijn toevluchtsoord! Uw Zoon is mijn behoeder.

Die immer U verhoort.

'k Wil eeuwig, enz.

O had ik zoo veel monden Als sterren in de lucht ;

Ik zou Uw lof verkonden Met innig zielsgenucht.

'k Wil eeuwig, enz.

O had ik zooveel zielen

Als korrels zijn op 't strand — Als immer druppels vielen, pgt;j'k Schonk ze U met milde hand. 'kj Wil eeuwig, enz.

Hoe moet ik mij beklagen

Daar ik armzalig mensch,

U zoo niet kan behagen Gelijk ik vurig wensch,

'k Wil eeuwig, enz.

Ik zal mij alle dagen

Tot Uwe vreugd en eer, Godvruchtiger gedragen.

En dienen mijnen Heer.

'k Wil eeuwig, enz.

ocr page 98

112

Gij zijt en heil en troost,

Voor 't U steeds minnend kroost, Vorstin des hemels en Moeder van God ! Spiegel der Zuiverheid.

Bijstand der Christenheid,

Ark des verbonds en geleidster tot God ! Werp op mij neder.

Moeder zoo teeder.

Moeder! ja werp toch Uwe oogen op mij ! Leer mij in ootmoed zoo wand'len als Gij.

In lijden geoefende Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart.

Niemand verlaat gij ooit;

Kind'ren verstoot gij nooit;

Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in 't lijden,

Sterk ons in 't scheiden,

Bid ook voor ons uwen God'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn eeuwigen troon.

Ter eere van Maria.

o Beeld der schoone liefde,

Maria, Jozefs bruid! Gij vraagt mij wederliefde

En stort Uw gunsten uit. 'k Wil eeuwig U beminnen

o, Groote koningin !

Prent diep in hart en zinnen Mij Uw gedacht'nis in.

ocr page 99

113

O Jozefs Bruid, mijn Moeder!

Mijn troost, mijn toevluchtsoord! Uw Zoon is mijn behoeder.

Die immer U verhoort.

'k Wil eeuwig, enz.

O had ik zoo veel monden Als sterren in de lucht ;

Ik zou Uw lof verkonden Met innig zielsgenucht.

'k Wil eeuwig, enz.

O had ik zooveel zielen

Als korrels zijn op 't strand — Als immer druppels vielen,

fAj'k Schonk ze U met milde hand. 'kjWil eeuwig, enz.

Hoe moet ik mij beklagen

Daar ik armzalig mensch,

U zoo niet kan behagen Gelijk ik vurig wensch,

'k Wil eeuwig, enz.

Ik zal mij alle dagen

Tot Uwe vreugd en eer, Godvruchtiger gedragen.

En dienen mijnen Heer.

'k Wil eeuwig, enz.

ocr page 100

114

De zinnebeeldige boomen.

De ceder, als een storm,

doet sidderen de ommestreken, Steekt trotsch zijn kruin omhoog

en schijnt voor niets beducht. Zoo sloeg ik menigmaal,

alleen door uit te spreken Maria's zoeten naam,

de duivels op de vlucht. (bis.)

De olijfboom in het veld

spreidt al zijn rijkdom open ; Wie mint de olijfboom niet,

des vredes zinnebeeld ? Ook Gij, o Moeder Gods,

verrijkt die op u hopen. Met eene zoete rust,

die Gij hun mededeelt. (bis.)

Wat is frisscher dan

de schaduw van de linden In 't heete van den dag

aan d' oever van een vloed ? Zoo kan ik t' allen tijd

bij U een schuilplaats vinden. Ach ! in Uw Moederhart —

daar is het alles zoet. {bis.)

De palmboom doet ons ook

aan onze Moeder denken. Doch schooner is Haar bloed,

en beter smaakt Haar fruit;

ocr page 101

115

't Is billijk dat we aan Haar

de zegepalmen schenken,

Als we uit het strijdperk treên,

bedekt met roem en buit. (bis.)

O Maagd, o schoonheid nooit volprezen, O Moeder van 't Oneindig Wezen,

Wat luister schittert van uw troon ! De Seraf aan zich zelv' onttogen.

Juicht, voor Uw grootheid neergebogen : O Koningin, wat zijt Gij schoon ! ( bis.)

Al mist, Maria ! 't aardsche duister Het schouwspel van Uw grootschen luister.

Ons koestert toch Uw liefdegloed.

Ja, de Engel roeme uwe heerlijkheden. Wij juichen, jub'len hier beneden : O Moedermaagd ! wat zijt Gij goed ! (bis.)

Dank, dank ! voor zooveel liefdedaden. Voor zooveel duizende genaden,

Gevloeid door Uwe liefdehand !

Ontvang, voor al die zegeningen,

Maria, van Uw lievelingen

Hun hart tot eeuwig onderpand. ( bis.

O Moeder! altoos even teeder,

O Zie met welbehagen neder

Op 't offer van Uw dierbaar kroost!

ocr page 102

116

Schijf in Uw hart ons aller namen,

Neem in Uw hart onz' harten samen ; Dan Moederlief! zijn wij getroost, (bis.)

Dan mogen vrij de winden tieren,

De bliksems door het luchtruim gieren

En monsters jagen door de zee ;

Vergeefs hun razen, hunne woede :

Wij zeilen onder uwe hoede.

Beveiligd naar de hemelreê. (bis.)

Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blij der stemmen.

Geschaard om uwen zegentroon.

Uw naam tot lof en God ter eere ;

Maria, Moeder van den Heere,

Wat zijt Gij goed! wat zijt Gij schoon! (bis.)

Lofzang ter eere van. dei Hu

Dat Jozef leev' !

die naam doet liefde ontvonken, Dat Jozef leev'!

die naam vervoert ons hart; Dat Jozef leev'

ik voel mij vreugde-dronken. Dat Jozef leev' !

Die naam verjaagt de smart, Dat Jozef leev'! (bis.)

ocr page 103

117

Dat Jozef leev'!

zoo zingen de eng'lenscharen, Dat Jozef leev'!

zoo zingt de sterveling, Dat Jozelf leev'!

geknield aan zijn altaren, Dat Jozef leev'!

zoo dikwijls als ik zing. Dat Jozef leev' {bis.)

Dat Jozef leev'!

naam dien de kind'ren minnen. Dat Jozef leev'!

die naam geeft steun en klem. Dat Jozef leev'!

die naam helpt ons verwinnen, Dat Jozef leev'!

ik leef en sterf met Hem ! Dat Jozef leev' ! {bis.)

Dat Jozef leev'!

als droefheid mij komt plagen. Dat Jozef leev'!

als 't gaat naar wil en schik; Dat Jozef leev'!

bij nachten en bij dagen. Dat Jozef leev'!

tot aan mijn laatsten snik. Dat Jozef leev' ! {bis.)

ocr page 104

118

Erlang ik eens het rijk der zaligheden,

Geniet mijn ziel eens 't eeuwig zalig goed. Dan is 't Uw naam, o Jozef, 't zijn uw beden, Aan wie ik deels mijn heil verdanken moet. Dat Jozef leev,! (bis.)

nwmimmi

Leev' Jozef, Voedstervader Van Jesus, onzen Heer, Wij treden biddend nader

En knielen voor U neer. Gij draagt op vaderarmen Het godlijk Jesus kind. Wil onzer U erbarmen ) ^ o Dierbre zielenvriend ! )

Richt, Jozef, onze dagen

En schik ons verder lot Naar Jesus' welbehagen En Godes Heilgebod,

Wil door Uw zorg ons geven,

o Zeek're toeverlaat.

Dat we onzen roep beleven ) ^ En heilgen onzen staat, )

Wij smeeken U te gader,

Patroon van Nederland;

Blijf, Jozef! ons tot vader,

Bewaak 't U dierbaar pand.

Blijf altoos ons behoeder

En toevlucht in den nood. Met Jesus en Zijn Moeder ) ^ Van nu tot in den nood. )

ocr page 105

119

MARIA TROOST ONS.

Moeder des Heeren!

'k Wil U vereeren.

o Troost voor 't hart,

In smart.

Beste der moed'ren;

Schenk me alle goed'ren,

Wat zijt Gij goed ) , ■

En zoet! ) *•

Gij schenkt troost aan 't bedroefd geweten,

Gij komt tot ons in angst en nood, Gij slaakt des zondaars ijz'ren keten, En redt hem dus van d' eeuw'gen dood. Moeder des Heeren, enz.

Uw zoete hand droogt af onz' tranen, Uw naam zoo zoet geneest ons wee. Ja zelfs Uw ijv'rige onderdanen

Doen blij op 't kerkhof hunne beê, Moeder des Heeren, enz.

Uw teed're ziel kan 't geenzins lijden.

Dat iemand ooit ellendig zij.

Gij komt met ons in 't sterfuur strijden, En voert tot God ons naast uw zij. Moeder des Heeren, enz.

U wijd ik dus wat me ooit moog kwellen,

U draag ik al mijn kruisen op;

'k Weet dat mij niets dan kan ontstellen, Wijl 'k zoo de bron van weemoed stop. Moeder des Heeren, enz.

ocr page 106

120

MEILIED,

Heuvels, dalen, bosschen, velden. Vloeden, wilt den lof vermelden. Doet den prijs der deugden gelden. Van -Maria's morgenschoon, (te.)

Beekjes, met het lief geklater. Van uw zilverkleurig water,

Vogeltjes met zoet geschater.

Zingt Maria 't loflied toe. {bis.)

Zingt : o Moeder-koninginne ! Schoonste Maagd en Rijksvorstinne, Maak dat ik U steeds beminne. Eer aan God, wijl Hij U schiep ! (bis.)

Gij zijt door Uw liefdestralen Eene zon der hemelzalen ;

Niets kan bij Uw reinheid halen, o Gij maan van 't hemelrijk ! {bis.)

Geur verspreidt Gij als de rozen, 't Hoogste schoon moet voor U blozen. Lelie onder vlekkeloozen,

Toonbeeld van lieftalligheid ! {bis.)

God ziet onder duizendtallen U, de ootmoedigste van allen, 't Is met eind'loos welgevallen Dat Hij op Uw schoonheid ziet. {bis.)

ocr page 107

121

Heilige Maria, Moeder,

Dochter van den Albehoeder !

Wees Uw kind'ren immer goeder. Bij Uw Jezus, bij Uw Zoon. (bis.)

éis.

DE VPtEDE ZIJ MET ONS ALLEN,

Vreedzaam wandelt ster bij ster j

Aan den blauwen hemel;

Twist en tweedracht zijn daar ver. Ver van 't krijgsgewemel.

Vreedzaam vloeit het beekje hier, i

Door de groene dalen, [ ^

En weerkaatst het sterrenvier, [ 't Breekt hun gouden stralen.

J

De aard' roept met den hemel meê, I

„ Menschen leeft in vrede, | ^

„ Och, dat niemand rust en vreê „ Met den voet vertrede 1 quot;

I

I bi:

Vreedzaam willen wij dus zijn,

En als broeders leven,

Steeds met eendracht vrolijk zijn,

Leed aan niemand geven. |

Dan zal, aan deez' beek gelijk, gt;

Stil ons leven loopen, ( ,.

Tot dat God in 't sterrenrijk | /s' Ons den hemel open'!

ocr page 108

122

DAT JESUS L.EEY'!

Dat Jesus leev' 1 Dit is de kreet des harten,

Dat Jesus leev' ! de Leeraar aller deugd.

Naam, dien ik nooit van mijn lippen laat vloeien. Zonder de liefde in mijn hart te doen gloeien. Dat Jesus leev'! ( bis.)

Dat Jesus leev'!

Dit is de kreet der dapp'ren,

Die 't trouwe volk tot zijne vanen roept; Gij, Jesus ! zijt al mijn schat, en mijn leven, 'k Volg U, waarheen ook Ge U moget begeven. Dat Jesus leev'! (bis.)

Dat Jesus leev'!

Dit is de kreet der hope Voor 't schuldig hart, dat zijne misdaad voelt. Hij zet den boetling meer moed bij en sterkte, Hij kroont het goed, dat zijn hulp in hem werkte. Dat Jesus leev'! {bis.)

Dat Jesus leev'!

Op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg.

Jesus, Uw naam, aan Uw dienaars zoo teeder. Ploft in den afgrond de duivelen neder.

Dat Jesus leev'! ( bis.)

Dat Jesus leev'!

Dit is de kreet der liefde.

God, die voor 't oog slechts brood op 't altaar schijnt; 'k Weet ; 't is alleen om mijn liefde te winnen,

ocr page 109

123

'k Wil van nu af U met warmte beminnen, Dat Jesus leev' ! {bis.)

Dat Jesus leev'!

Zijn lieve Moeder leve Ze is Moeder ook van 't uitverkoren volk Zoo ik Haar min als een kind zijne moeder, Dan min ik Jesus, Haar Zoon, mijnen Broeder! Dat Jesus leev'! {bis.)

Dat Jesus leev'!

Triomf dat zegepralend,

Die naam verwinn' wat kwaad en boosheid heet! Wijl 'k door dien naam eens den hemel moet erven. Zoo wil ik ook voor Hem leven en sterven. Dat Jezus leev' ! {bis.)

KlRSTLliD.

O held're nacht! die ver de schoonste dagen

In hoogen roem en luister overstraalt; O schoone nacht, waarin een rein behagen, En zoete vreugd in onze harten daalt, {bis.)

Een Moedermaagd, uit Juda's stam verkoren,

Vereert ons met een goddelijken schat Gods Eeuwig Woord, uit haar als mensch geboren. Verschijnt voor ons in Davids oude stad. {bis.)

ocr page 110

1 9 ±

o. d-

o Israël met uwe nageslachten,

Staak uw gezucht ; o Jakobs telg ! schep moed; De Heiland, dien uw vaders lang verwachtten. Is opgestaan uit Jesse's edel bloed, (tó.)

Maar neen ! die held tot koning ons geschonken,

Is niet vergund aan Jakob's zaad alleen;

Zoo ver als ooit de zon en sterren blonken

Wordt haast zijn rijk aan ieder volk gemeen. (6ts,)

o Vredevorst, o Koning aller vorsten !

Dat satan's rijk voor uw vermogen zwicht' ! o Heiland, laat ons hart niet langer dorsten Naar 't zoet genot van Uw genadelicht, {/'is.)

o Ja, Gods Zoon, doe de oude boosheid wijken, Voor godsdienst en voor ware zaligheid,; Dus staat Uw rijk tot heil van alle rijken,

En groeit en bloeit en praalt in eeuwigheid, (to.)

Loflied aan de Allerh. Maagd.

o Hemels koningin, 'k Zing U met hart en zin: Gegroet zijt Gij Maria!

ocr page 111

135

Wat heil heeft niet op aard De zegengroet gebaard ; Gegroet, enz.

Daarom zong wijd en zijd De Kerk ten allen tijd ; Gegroet, enz.

Geen grijsaard, man noch kind, Die niet dit woord bemint ; Gegroet, enz.

In vreugd zoo als in smart Zingt elk godvruchtig hart : Gegroet, enz.

Ja, Moeder van Gods Zoon, Wie juicht niet op dien toon : Gegroet, enz.

De hemel gaat ons voor.

Want daar zingt 't Englenkoor; Gegroet, enz.

Ja, zelfs Uws Zoons gemoed, Verheugt de vreugdegroet : Gegroet, enz.

ocr page 112

126

Die groet verzoet Zijn hart, Hoezeer ook 't kwaad Hem tart Gegroet, enz.

De smart en droefheid vlucht Zoo dikwijls ik verzucht ; Gegroet, enz.

In angst en rouw en leed — Vertroosting brengt de kreet : Gegroet, enz.

Der duiv'len woest geweld Wordt door den groet ontsteld Gegroet, enz.

De dood wordt zacht en zoet; Voor 't hart, dat stadig groet Gegroet, enz.

Is 't uur mijns doods nabij. Mijn laatste woord dan zij ; Gegroet, enz.

Geef, Moeder ! me in dien stond In mijn verstorven mond : Gegroet, enz.

Die groet zij dan een straal Van hoop op zegepraal : Gegroet, enz.

ocr page 113

127

Totdat in 'r. eeuwig goed, Mijn tong herhaal den groet ; Gegroet, enz.

Maria! wees gegroet.

Maria ! wees gegroet. ( bis.) Kom, nog een tweede maal. Kom, nog een honderdmaal, Welaan, nog duizendmaal, Neen, zonder eind of paal, Van eiken Serafijn,

Van eiken Cherubijn, Van gansch het Eng'lenkoor, 't Klinkt hee! den hemel door. Van ied'ren steen hoe klein. Van ieder korengrein.

Van 't bloempje langs den stroom. Van 't blaadje aan den boom ;

Van 't kleinste spiertje gras. Van 't diertje in 't kleinste ras ; Van heel het vog'lenheer. Van 't kleinste vischje in 't meer. Kortom, van al wat leeft. Van alles wat er zweeft. Van iedere aardsche vrucht, Van water, vuur en lucht, 'k Laat u ook kiezen vrij. Wat u behaagt in mij,

ocr page 114

128

Dan hoop ik na mijn dood, Te zingen in Uw schoot : Maria ! wees gegroet.

Dl 1111441®.

Juicht nu, blijde Sions koren,

Laat uw jubelzangen hooren.

Door het ruim der hemelwoon ! Meimaand stijgt ten bloementroon; Om de heil'ge Maagd te tooien, Wil ze blad en bloem ontplooien; Gansch natuur vereert de Maagd, Die het kleed der onschuld draagt.

Gulden Zonne, doe uw stralen Van 't azuur des hemels dalen. Bloemengeur doorzweev' den hof Tot Maria's eer en lof,

't Heilig Kind, heur roem en eere. Haar beminden Zoon en Heere, Drukt zij aan het vroom gemoed.... Moeder Gods; o wees gegroet!

Voorbeeld van de moederliefde.

Zelfs nog toen Zijn kruis U griefde, Op U staren wij met vreugd. Leidsvrouw op het pad der deugd.

ocr page 115

129

Ja, Uw vlekloos heilig leven Is ten gids aan ons gegeven,

't Zij in vrede of bangen strijd, U zij steeds ons hart gewijd.

Laat ons met een zoet verrukken, 't Schoonst gebloemt der Meimaand plukken En U met verheugden geest,

De offers biên van 't lentefeest.

Zie, wij nad'ren om te toonen,

Hoe we U, 's Heilands Moeder kroonen. Gij, die de uitverkoorne waart.

En den Redder schonkt aan de aard'

11111111 141114.

(Eefrein.)

Kind'ren van Maria,

Zingt haar lof om strijd ; 't Is de maand, uw Moeder Liefdevol gewijd.

Ziet, haar vlek'loos Harte Gloeit van moedermin Alles wil ze u schenken.

Vraagt met kinderzin.

Kind'ren van Maria, enz. {refrein.)

9

ocr page 116

130

Uit haar open handen Stroomt een zegenvloed, Dauwt de zoetste balsem In 't bedrukt gemoed. Kind'ren van Maria, enz. {refrein?)

Vraagt; gij zult verkrijgen Want de .Moedermaagd, Weigert in de .Meimaand Niets wat gij haar vraagt. Kind'ren van Maria, enz. (refrein?)

MARIA'S 1441.

O Naam ! zoo zoet in de ooren

Van wie Maria mint, O Naam ! zoo innig dierbaar. Aan 't harte van uw kind.... Geef dat uw Naam, Maria,

Steeds in mijn ziele leev. En stervend op mijn lippen Uw Naam, o Moeder, zweev'

O Naam ! die de Onbevlekte In al haar grootheid prijst, O Naam ! die op de Moeder

Der zeven smarten wijst. Geef dat, enz.

ocr page 117

131

O Naam ! die ons de liefde Der Lieve Vrouwe noemt; O Naam ! die 't alvermogen

Der Kcninginne roemt. Geef dat, enz.

O Krijgsleus in het strijden O Hulpkreet in den nood; O Onderpand der zege In leven en in dood!

Geef dat, enz.

AAN MARIA.

Wat spreiden die lichten Een heerlijken glans; Wat vormen die bloemen

Een lieflijken krans ; Wat wordt er een pracht

En een luister ontplooid, Ter eere der Vrouwe Met zonlicht getooid!

Er klinkt over de aarde Een juichtoon, een lied: Het stijgt door de wolken

In 't starrengebied ; Het dringt tot de koren Der hemelen door;

ocr page 118

132

De zaligen zingen

Ons feestlied in koor.

» Gegroet Gij, o reine, O vleklooze Maagd, Die eenig volkomen

Aan God hebt behaagd Gegroet Gij, o lelie

Van doornen omringd,quot; Zoo jubelt het hart

Dat zijn Moeder bezingt.

Tot God stijgt de juichtoon

Van lof en van dank; Om Jesus, om Hem is Die lelie zoo blank; Ons lied moge klinken

Maria ter eer;

Ons loflied verheerlijkt Haar Zoon : onzen Heer.

Allerzuiverste Moeder.

O roem en kracht der Maagden,

Des Heeren reine Bruid,

Die 's Hemels zoete vreugd zijt, En 's Hemels poort ontsluit! Gij lelie onder doornen,

Gij duive hagelwit.

Gij. bloem die in haar blad'ren ) Des levens vrucht bezit.

ocr page 119

133

O flonkerster van Jakob,

O heldre dageraad.

Voor wien de glans der sterren

Verbleekt en ondergaat!

In blanke bruiloftskleed'ren

Prijst U het hemelhof,

En 't lied der maagdenrijen ) , . Zingt eeuwig, Maagd, U lof! ) ^ ''

Zij strooien witte rozen

En leliën voor uw voet.

Maar leliewit moet tanen

Voor uwer reinheid gloed. Het zwakke lied der aarde

Klink' met het Englenkoor, En dringt U, Maagd ter eere, ) , De hemelsferen door. )

O ster, ons op de baren Der wereldzee zoo blij,

Verspreid uw heldre stralen En licht ons scheepje bij.

Verdrijf de donkre wolken.

Stuur door de wilde zee.

Door klippen en door stormen ) , ^ Ons schip ter hemelreê. )

ocr page 120

134

AAN MARIA KEVELAAR,

Troosteresse der bedrukten.

Wijze : Lieve Moeder van den Heer.

Vol geloof en liefdegloed Zijn wij weer tot U gekomen Hebben wij tot U, zoo goed Onze toevlucht weer genomen,

Zie genadig op deez' schaar ) , ■ O Maria Kevelaar ! )

Ja, wij zijn tot U gesneld O, gezegendste aller vrouwen !

Om al 't geen ons hart beknelt Aan Uw voorspraak te vertrouwen. Bid, o bid voor ons te gaar ) ,. O Maria Kevelaar ! )

Duizend, duizend die in nood 't Hoofd met droeve tranen bukten.

Zochten steun aan Uwen schoot, Troosteresse der bedrukten !

En gij hielpt hen al te gaar ) ,. O Maria Kevelaar! ) ls'

Onder 't kruis, o dierbre Vrouw Zijt Ge als Moeder ons gegeven, Daarom zal geen ramp of rouw Voortaan moedloos ons doen beven. Want Uw hulp is altijd daar. ) . O Maria Kevelaar! ) ls'

ocr page 121

135

Daarom bidden, smeeken we U,

Door de macht aan U gegeven,

Troost, bescherm en help ons nu, Bid voor ons, geheel ons leven,

Sta ons bij in elk gevaar, ) ,. O Maria Kevelaar! ) 1 '

Help ons in des levens strijd Zonde en hartstocht overwinnen

Waak voor ons opdat we altijd De eeuw'ge heerlijkheid beminnen.

Voer ons door Uwe bede eens daar ) O Maria Kevelaar! ) ls'

Welkomsgroet aan Kevelaar.

Wijze : Adieu^ adieu, luij scheiden.

Gegroet niet mond en harte,

O dierbaar plekje grond.

Waar droefheid, ramp en smarte. Steeds troost en bijstand vond, Gegroet van ons te gaar, ) , • O Lieflijk Kevelaar ! )

Gegroet, o heiige stede.

Die God gezegend heeft,

Waar, op Maria's bede

Hij schat van gunsten geeft. Gegroet van ons te gaar, ) , • O dierbaar Kevelaar ! ) 1 '

ocr page 122

1

136

Met beden en gezangen

Volbrachten wij deez' tocht, En elk was vol verlangen,

Dat hij weer juichen mocht : Gegroet van ons te gaar, ) , ■ O dierbaar Kevelaar ! )

Uw naam verheugt het leven

Van al wie tot U gaan. En spoort in Hollands dreven Ons hart tot godsvrucht aan. Gegroet van ons te gaar, ) ^ O dierbaar Kevelaar ! )

O, Nu wij U aanschouwen. Neemt alle leed een keer. Want elk legt vol vertrouwen 't Hier voor Maria neer.

Gegroet van ons te gaar, ) ^ ü dierbaar Kevelaar ! )

Hoe 't hart ook wordt bewogen,

Hier wordt het leed gestuit, Want 't Godlijk alvermogen Wischt door Maria 't uit. Gegroet van ons te gaar, ) j-O dierbaar Kevelaar ! )

De vreugd is wonderdadig.

Die gij den pelgrims geeft, Omdat men hier gestadig.

ocr page 123

137

Slechts met Maria leeft. Gegroet van ons te gaar. ) . ■ O dierbaar Kevelaar! ) '

Gegroet dan in deez' stonden,

O heil'ge plek op aard,

Door duizend, duizend monden

Gezegend en vermaard. Wij groeten U te gaar, ) , • O dierbaar Kevelaar ! )

Lied ter eere van den Zaligen Petrus Canisius.

Melodie : Ooit erhalte Franz den Kaiser.

1. Zaalge Petrus, die daarboven Schittert in het Paradijs,

Gun, dat wij uw grootheid loven Op een innig vrome wijs.

efrein : Jubelkorcn

Doen wij hooren.

Luide klinke uw zegelied.

2. Gun, dat wij uw naam bezingen.

Roem der grijze Karelstad,

En ons om uw outer dringen. Rustplaats van een dierb'ren schat. Refrein ; Jubclkoren, enz.

ocr page 124

138

3- Licht van Duitscliland, Neerlands glorie, Parel van Loyola's kroon,

Wat al luister en victorie

Spreidt uw eng'lendeugd ten toon ' Refrein : Jubelkoren, enz.

4. Schrik der ketters, geeselroede.

Krijgsheld, dapper, onvervaard, Trouwe dienstknecht, nimmer moede, Steun van Christus' Kerk op aard. Refrein : Jubelkoren, enz.

5. Leer ons pal staan in gevaren

Trouw aan Christus en zijn bruid. En het rein geloof bewaren,

Dat haar „ Credo'''' in zich sluit. Refrein : Jubelkoren, enz.

6. Leer ons naar uw voorbeeld leven,

Om, geleid door uwe hand, U te volgen in de dreven Van het hemelsch Vaderland.

Refrein ; Jubelkoren, enz.

Gezangen ter eere van den H. Antonius van Padua.

1.

Wijze : O Maagd, o Schoonkcid, nooit 7'olf rezen.

t. Nu zingt met vreugdevolle harten

Des Heil'gen roem, die in uw smarten U steeds zijn hulp en voorspraak bood; Antonius, door Gods genaden. Zoo machtig in uw wonderdaden, Antonius, U roemen wij ! {bis.)

ocr page 125

139

Gij waart op aarde hoog verheven, En door Gods wondermacht omgeven. Belooning voor Uw hooge deugd. Gij wildet arm als de armste leven, Om 's Meesters voorbeeld na te streven; Antonius, U roemen wij ! {bis.)

O vreugd en glorie van uw leven; Het God'lijk Kind met glans omgeven Verscheen U lief en wonderschoon ! Ja hart aan hart met Jesus spreken, Dat doet het liefdevuur ontsteken, Antonius, U roemen wij ! {bis.)

Nu juicht ge in 's Hemels heil'ge kringen Met allen, die het Lam omringen ; Alléluja, Alleluja!

Verkrijg voor ons door uw gebeden De glorie van het hemelsch Eden; Antonius, dit smeeken wij! {bis.)

F. W. d. R.

II

Wijze : ,, O beeld der schoons liefde.quot;

Vraag smeekend, droeve Christen, Vraag redding in den nood Aan 's Heeren grooten dienaar. Die u steeds hulpe bood; De groote wonderdoener,

Bij God zoo hoog in eer,

Verwerft ontelb're gunsten. Bij Jesus onzen Heer.

ocr page 126

140

Mocht gij 't verlies beweenen, 't Verlies van goed of eer,

Nooit zult ge vruchtloos smeeken Hij geeft 't verloorne weer ! Verwerf dan door uw bede, O roem van Padua !

Dat God ons wedergeye Zijn liefde en heil-gena.

Gegoeden, rijk gezegend Met 't geen U de aarde biedt. Gedenkt uw mede-Christen, Vergeet den arme niet!

Wilt gij een gunst verwerven. Geeft dan met blij gemoed, Antonius ter eere.

Van uwen overvloed.

Deel aan uw armen broeder Van uwe goedren meê.

Eens zal dan God U loonen In d'eeuw'gen Hemelvreê ; » Hetgeen gij aan den minsten » Der mijnen hebt gedaan, » Zal, als aan Mij bewezen 3 In 't Boek des Levens staan.quot;

F. W. D.

ocr page 127

141

BLADWIJZER.

Bladz.

Voordeden................6

Voorwaarde................9

Reisgebeden................11

Dagelijksche oefeningen (conditiën, die een ieder verzocht

wordt op reis te volgen...........14

Wijze om den Rozenkrans te lezen en de 15 Mysteriën te overdenken..............16

GEZANGEN.

HET ONZE VADER.

U, God! ons aller Vader...........18

DE GROETENIS DES ENGELS.

Vergun dat wij U groeten...........19

MORGENOFFER.

Groote God ! algoede Vader !.........20

AANROEPING VAN DEN H. GEEST.

Kom, Heil'ge Geest daal in dit uur (/w.).....22

LIED VOOR DE BEÊVAARTSREIS.

Kom, Pelgrimschaar ! verheerlijk Haar.......23

Wijze : Wien Neer landsch bloed.

LIED OP DE HEENREIZE.

O heil'ge Maagd Maria !...........24

WTijze : O Beeld der schoone.

LIED TE KE VELA AR.

Weest welkom, vrome leden !.........25

Wijze : Maria's beeld.

AFSCHEIDSLIED AAN O. L. V.

Adieu, adieu ! wij scheiden...........27

ocr page 128

142

MARIA, HULP IN ALLE NOOD.

Wie kan 's werelds wee ontvluchten.......29

Wijze ; O vijf werelds klare lichten !

SMEEKZANG TOT DE MOEDER DER ZEVEN SMARTEN.

O gij, droevigste aller vrouwen!........31

Wijze : Stabat Mater.

's HEEREN VIJF WONDEN.

Zing, mijn ziel! het vijftal wonden.......33

Wijze : O vijf werelds.

SMEEKLIED VOOR DE OVERLEDENEN.

Uit de diepe boetekolken...........3^

Wijze : O vijf Werelds.

PELGRIMS-AVONDLIED.

Minlijk-lichtend van den hoogen.........3^

Wijze : Heuvels, daleit^ of Pu er nobis.

AVONDBEDE.

De zon, die onzen weg verlicht.........39

Wijze : Creator alme, en o Moeder Gods.

UITNOODIGING TOT MARIA'S LOF.

Komt, spoedt u! komt Maria prijzen.......40

Wijze : Mijn stem, nu laai.

LAATSTE PELGRIMSLIED.

Wees nog eens, o Kruis ! gegroet........42

Wijze 5 Wees gegroet op.

AAN JESUS EER !

Aan Jesus eer.....*.........43

Wijze : Dat Jesus leev\

JUBELZANG AAN JESUS' H. HART.

Lof en glorie allerwegen...........45

Wijze : Oostenrijksche Volkslied, of Tantum ergo.

SMEEKZANG TOT JESUS' H. HART, VOOR ZIJNE BRUID, DE H. KERK.

Zoet Hart van Jesus ! hoor........ . . 46

Wijze : Maria, wees gegroet.

HET H. HART VAN JESUS TER EERE.

Voor Jesus' Harte zinge............48

Wijze : Maria's beeld.

ocr page 129

143

TOEWIJDING AAN JESUS H. HART.

Pius negen heeft gesproken..........49

Wijze : als het Pius lied.

TOT HST H. HART VAN JESUS.

Laten wij ons nederbuigen...........50

Wijze : als het Pius lied.

LIEFDEGROET AAN DE H. MAAGD.

Wij groeten u, o zuiv're Maagd !........51

Wijze : Creator alme en 0 Moeder Gods.

HULDE EN BEDE AAN MARIA.

Komt! heffen wij een loflied aan........52

Wijze : Wien Neêrlandsch bloed.

LOFLIED AAN DE H. MAAGD MARIA.

Maria ! wees gegroet.............54

LIED OP MARIA'S NAAM.

Maria's naam, die 't hart verblijdt . . .....56

Wijze : Creator alme, en o Moeder Gods.

LOFGEZANG TOT MARIA.

Gij zijt des hemels Koningin..........56

SALVE REGINA.

Wees gegroet, o Koninginne !.........58

Wijze : 0 vijf werelds.

VERZUCHTINGEN TOT MARIA.

Maria! gij, die boven de Eiig'lenkoren.......59

Wijze : Maria leev'

LIED VAN DEN H. CASIMIRUS.

O Gij die troont — waar Jesus woont.......60

Wijze : 0 Moeder Gods.

HET WEES GEGROET.

Wees gegroet, gij vol genade..........61

Wijze : als Pius-lied.

SMEEKLIED li IJ MARIA'S REELD.

Als van hemelglans omtogen..........62

Wijze : Heuvels, dalen.

DE ENGEL DES HEEREN.

Begroet is Maria door d' Engel geweest......63

Wijze : Ave, Maria.

ocr page 130

144

O. L. VR. VAN HET H. HART.

Vlekloos bevondene.............^4

Wijze : Wonderschoon prachtige.

SMEEKLIED VOOR KERK EN PAUS.

Lieve-Vrouw van 't Heilig Hart.........^5

Wijze : Wees gegroet op kindertoon.

GAAT TOT JOSEPH.

Gaat tot Joseph ! O hoe zoet..........66

Wijze : Wees gegroet, op kindertoon.

AANROEPING VAN DEN H. JOSEPH.

Zij, die wij als Moeder eeren..........^7

Wijze : Heuvels, dalen

AAN JOSEPH EER.

Aan Joseph eer! die naam doet liefde ontvonken ... 68 Wijze : Dat Joseph leev .

LOFLIED AAN DE H. ANNA.

Moeder Anna! luid en blij...........^9

Wijze : Wees gegroet op kindertoon.

TOT DEN H. ENGELBEWAARDER.

U, die op de wenken dient...........7°

Wijze : Vreedzaam wandelt, en Puer nobis.

AFSCHEIDSLIED TE KEVELAAR.

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden.........72

Wijze : Adieu, adieu.

GEZANG (OP DE VIJFTIEN MYSTERIËN) VOOR DE GELOOV1GE ZIELEN.

O Jesus, Godes Lam !............73

Gebed voor de overledenen .......7«

DANKZEGGING IN DEN AVONDSTOND.

Ziet ge de avondster reeds wenken........79

Gebed om dagelijks voor het beeld der allerheiligste

Maagd en Moeder Gods te bidden.......

Gebed om zich zeiven onder de bescherming van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria te stellen . 83

ocr page 131

145

GEBEDEN OM DEN AFLAAT TE VERDIENEN.

Voorafgaand gebed.............04

Gebed voor de verheffing der H. Kerk.......84

Gebed voor de bekeering der ongeloovigen en onkatholieken. 86 Gebed voor den vrede en de eendracht der Christenvorsten . 87 Gebed waardoor men zijne pogingen ter verkrijging van

den aflaat opoffert.............89

DE LOFZANG.

Veni, creator, spiritus.............89

De Litanie van O. L. V. van Lorette.......91

DE LOFZANG VAN HET HOOGHEILIG SACRAMENT.

Pange lingua gloriosi.............93

DE LOFZANG : U O GOD LOVEN.

Te Deum Laudamus.............94

POST HIJMNUM.

Te Deum Laudamus.............95

PSALM CXXTX, VOOR DE OVERLEDENEN.

De profundis...............97

Ave Maria .... ...........98

DE LOFZANG VAN MARIA.

Magnificat................98

HULDE.

O Sanctissima...............99

MISERERE MEI.

Ontferm U mijner..............99

ADORO TE.

Ik aanbid U nederig.............102

Gezangen, in gebruik bij de Aartbroederschap der H. Familie.

MARIA LEVE !

Maria leev'! Wat glans en luister meng'len.....105

MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.

Laat ons, Moeder van den Heer!........106

Wijze : Wees gegroet op kindertoon.

ocr page 132

146

O MOEDER GODS.

O, Moeder Gods ! O, reinste Maagd!.......108

Eigene zangzuijze.

AVONDGROET TOT MARIA.

Maria's beeld, te midden............109

Eigene zangwijze.

HULDE AAN MARIA.

Wonderschoon prachtige............111

TER EE RE VAN MARIA.

O beeld der schoone liefde..........112

DE ZINNEBEELDIGE BOOMEN.

De ceder, als een storm............114

LOFZANG EN OPDRACHT AAN HET H. HART VAN MARIA.

O Maagd, o schoonheid nooit volprezen......115

LOFZANG TER EERE VAN DEN H. JOZEF.

Dat Jozef leev'!..........• . .116

JOZEF LEVE.

Leev' Jozef, Voedstervader...........118

MARIA TROOST ONS.

Moeder des Heeren.............119

MEILIED.

Heuvels, dalen, bosschen, velden.........120

DE VREDE ZIJ MET ONS ALLEN.

Vreedzaam wandelt ster bij ster........,121

DAT JEZUS LEEV'.

Dat Jezns leev'...............122

KERSTLIED.

O held're nacht, die ver de schoonste dagen.....123

LOFLIED AAN DE ALLERH. MAAGD.

O Hemels koningin....... ......124

MARIA, WEES GEGROET.

Maria, wees gegroet.............127

DE MEIMAAND.

Juicht nu, blijde Sions koren..........128

KINDEREN VAN MARIA.

Kind'ren van Maria.............129

ocr page 133

147

MARIA'S NAAM.

O Naam, zoo zoet in de ooren.........130

AAN MARIA.

Wat Spreiden die lichten...........131

ALLERZUIVERSTE MOEDER.

O roem en kracht der maagden.........132

AAN MARIA KEVELAAR.

Vol geloof en liefdegloed...........134

WELKOMSGROET AAN KEVELAAR.

Gegroet met mond en harte..........135

LIED TER EERE VAN DEN ZALIGEN PETRUS CANISIUS.

Zaalge Petrus, die daarboven..........137

Wijze : Gott er halte Franz den Kaiser.

GEZANGEN TER EERE VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADUA.

I. Nu zingt met vreugdevolle harten.......138

Wijze : O Maagd, o schoonheid nooit volprezen .

II. Vraag smeekend, droeve Christen. . . .... 139 Wijze : O beeld der schoone liefde.

ocr page 134

IMPRIMATUR.

SASsMmm» H. J. BORGHOLS.

,0 Juoii .8«. Cquot;quot;~

ocr page 135

■ p I

SBSshhI^I

■ifi .

quot;■ ■■ ^£:i' '1.

■: ■

ocr page 136
ocr page 137

9

6BPJ01BZ

BepfuA

Jf

Bepjepuoa

•i

ocr page 138