ocr page 1

Â¥ 3

Th. ¥. Kern pen.

OVER V/ KG. in GE 11

en

ocr page 2
ocr page 3

.

ocr page 4
ocr page 5

s. streefla^jd

0 F. M.

ocr page 6
ocr page 7
ocr page 8
ocr page 9

A AN I1EN GOD VRUCHT TGEN LEZEK

Doze vertaalde Overwegingen en Gebeden (het, menigmaal onderbroken werk van verloren oogen-blikken) bied ik u met het vaste vertrouwen aan, dat. ze uwer ziel behagelijk en voordeelig zullen wezen. Vóór méér dan vier eeuwen schreef ze de wereldberoemde Augustijner kloosterling, wiens jNavolging van Christus een ieder kent, onopgemerkt en vergeten in een onzer vaderlandsche heiligdommen, in het St. Agnietenbergklooster, niet

ocr page 10

IV

verre van Zwolle gelegen. In dit godgewijd gesticht. dat er zich liefelijk op eene hoogte verhief ter plaatse waar de Vecht en de IJssel tezamenvloeijen, en een blij uitzigt gaf op het stroomgebied, de genoemde stad en hare omstreken, ontsliep in 1471 de vrome schrijver in vrede in omstreeks 92-jarigen ouderdom. De beminde naam van Thojnas van Kempen neemt vooruit reeds voor dezen zijnen arbeid in, welke ook die goede verwachting wel niet. zal te leur stellen. Immers we hebben hier de innige zielsgedachten van een godvruchtig kloosterling, gansch aan de wereld gestorven en in alles geheel en alleen voor God levend; wiens eenvoudige en zalvende welsprekendheid daarbij zoo groot was, dat er velen van zeer verre kwamen, om door zijne zacht-maar dieproerende predikingen en vermaningen gesticht te worden. Vol van de liefde Gods, was hij ook vol van de liefde tot de naasten en altoos bereid, ter hunner opwekking, ook bij toevallige gelegenheden, openlijk het woord te voeren; wat hij echter nooit deed dan na eerst eenigen tijd aan de overdenking

ocr page 11

V

zijner stof te hebben besteed. In de kerk en bij het uitoefenen zijner geestelijke verrigtingen was hij louter godsvrucht. Als hij zong, waren met zijn hart tevens zijne oogen ten hemel geheven, en alleen met de voeten nog scheen hij aan deze aarde te raken, zooals hij daar altijd regtop in het koor stond, nooit met armen of rug tegen iets aanleunend. Voor de godsdienstoefeningen, hetzij bij dag of bij nacht, was hij gewoonlijk de eerste in de kerk, en de laatste die zich verwijderde. Het ging hem bijzonder ter harte, dat alle dienst üods altijd waardig volbragt, de kerk naar betamen gesierd werd, en alles op die heilige plaats met de grootste ingetogenheid geschiedde. Altoos in zich zeiven gekeerd , was hij altoos met God bezig. Sprak men soms in zijn bijzijn van tijdelijke aangelegenheden, dan zweeg hij als iemand -die er niets van wist en er gansch vreemd aan was. Enkel dan wanneer het uiten zijner meening van blijkbaar algemeen nut koude wezen, legde hij die met de nederigste bescheidenheid bloot. Doch vroeg men hem naar hoogere dingen; was er

ocr page 12

VI

sprake van God, de H. Schrift, de eeuwige belangen der zaligheid, dan verhief zich zijne liefelijke stem , en uit de volle bron van zijn hemelrein hart stroomden de heilrijke lessen in overvloed als van zelve voort.

Hoe zou zulk een schrijver zich niet weerspiegelen in al wat hij te boek stelde. Er is dan ook iets eigenaardig aantrekkelijks en opwekkelijks in de hier u aangeboden hoogst eenvoudige, en meeren-deels zeer zin- en leerrijke toespraken en overwegingen. De liefelijke, vriendelijke toon vol hemelsehe zalving, die er u al aanstonds uit toespreekt, verplaatst u oogenbükkelijk met den vromen overweger, al zijt ge ook in de wereld, buiten het gedruisch dier wereld, waar hij zooverre boven verheven staat; en gij verlangt als hij in de eenzaamheid, zoo begeerlijk voor de ziel die God zoekt, met Hem alleen, gansoh alleen te spreken. De godvruchtige schrijver leefde onafgebroken, dit bemerkt men spoedig, in een. gemeenzaam verkeer met zijnen Schepper en Verlosser, en is met de geheimenissen van zijn leven en lijden innig vertrouwd. Daarom stelt hij u die

ocr page 13

VII

ook zoo gansch aanschouwelijk voor, alsof gij cr zelf bij tcgemvoordig waart, en houdt hij cr op aau dat gij altijd zóó zult doeu of gij wezenlijk en werkelijk al wat gij overweegt van nabij met eigen oog zaagt omgaan, zoodat gij u van die heilige gebeurtenissen gansch laat doordringen, uwe aandoeningen er door wekken, uwe goede voornemens en bepaalde besluiten er door aangeven en vormen. Hij wil, dat gij naar den indruk van het overwogene de toepassing zélf maakt, en hij stipt ze deshalve gewoonlijk slechts even of soms in 't geheel niet aan.

Let eens wél, godvruohlige Lezer, enziewataan-spraaklooze eenvoudigheid, wat ootmoedige welgemeendheid en innigheid hier overal heerschen. Hij is bij al die overwogen gebeurtenissen aanwezig met evenveel eerbiedigheid als vertrouwelijkheid, en laat zijne aandoeningen altoos stemmen naar den aard zeiven der feestgeheimenissen door hem bijgewoond; zoodat hij bijv. met 'sHeeren geboorte zich van vreugde laat overstroomen, en voor de zalige Moedermaagd, welke hij zoo kinderlijk lief had, de

ocr page 14

vni

blijdste gelukwcnschen vindt; of zich bij Jesus'lijden cn wonden, waaraan hij zulk eene teederc godsvrucht toedroeg, van de diepste smart laat doordringen; of weder bij 's Heeren blijde verrijzenis heel de natuur met zich i;i nieuw leven cn gejuich doet opstaan en de hooge feestvreugde verkondigen. Zijne overweging is altoos vol gepast gevoel, dikwerf aller-teederst en-verteederendst (IV, 1 vv.; IX ,1; XX, 1G, enz.); veelal kinderlijk, eene enkele maal welligt voor dezen of genen óverkinderlijk, als bijv. waar hij in 't laatste gedeelte dor VIquot; overweging sommige diensten aan het Heilig Huisgezin aanbiedt, of (VII, 6) het goddelijk Kind wenseht te omhelzen, of (XVII, en vooral XIX, 3) een hem anders weinig eigen overdragielijk gebruik der H. Schrift en wonderlijke toepassing van het vijfde punt maakt. Bij de groote lofverheifingen, in de XXIquot; overweging en elders aan het H. Kruis gebragt, begrijpt een ieder van zelf, dat niet het heilig kruishout of kruisteeken alleen, maar het gansche Kruisgeheim bedoeld is.

In die treffende wisseling van gevoel, hetwelk nooit

ocr page 15

neerslaat, heerscht altoos eene weldadige rustigheid en kalmte, welke vriendelijk troosten en opwekken. Als de vrome kloosterling de lioofdge-beurtenissen van Jesus' lijden met zulk eene dankbare liefde eenvoudig achter elkaar nagaat, mot eene enkele opmerking er tusschen in, dan grijpt dit van lieverlede diep in de ziel, en roert somwijlen tot weenens toe. Maar dan in het goddelijk bloed dat er vloeit, en met de tranen die er aan hart. en oog ontspringen, komt er een reinigende, verfrisschendc genadedauw over de meewarige ziel, welke niet door een neerslaand gevoel verb-okcii of neergebogen, maar door den zonneblik der liefde in Jesus'smartelijk oog opgebeurd en versterkt wordt. Al wat ge er overwogen of opgemerkt vindt, 't is even hartelijk en welgemeend. De schrijver roept niet o! en aeh! helaas! als de gemoedsstemming er niet toe dringt: in zijne blanke openhartigheid heefl hij er niet aan gedacht, dat men menigwerf onder den overvloed van dergelijke uitroepen juist het gebrek zelf aan gevoel heeft zoeken te verbergen.

ocr page 16

X

DiczeUde opregte, innige welgemeeudlieid zal men wedervinden waar hij minder tol, het. gevoel spreekt, en meer overtuigt, overreedt, af- of aanraadt. Daar vooral treft men bij allen eenvoud veel rijpheid van gedachte en diepte van zin aan, soms bij wijze van tegenstellingen, soms in den vorm van kernspreuken (als XVI), of als erkende beginselen en regelen van het geestelijke leven voorgedragen. Let eens bijv. op de even goedhartige als grondige overreding tot een vruchtbaar doorbrengen van den vastetijd (XI); op de zoo eenvoudige als dringende overtuiging tot dankbaarheid (XXIII, 4). 't Is alles vol van eene ons aantrekkende en zacht meevoerende aanminnigheid, alles van een paradijsgeur van liefelijkheid doorademd; deels zeker daaraan toe te schrijven, dat onze godvreezende kloosterling, zoo geheel van den geest der H. Schriften en der Kerkvaderen doortrokken, dit ook van zeifin zijne woorden en overdenkingen wedergeeft; deels mede aan dat stille, der wereld onttogen leven, aan die hoogere, gewijde atmosfeer, waarin hij zich van

ocr page 17

XI

jougs af aan tot op dien hoogen ouderdom bewogen heeft. Hij gevoelt zich zoo ten volle gelukkig in zijne volstrekte afzondering, gedurig door hem geprezen en aanbevolen; altoos is hij met het voorwerp zijner liefde en begeerige overdenking bezig. //In een Hoekje Met een Boekje!// - dat is zijne spreuk, dat zijn lust en zijn leven. En die geliefde eenzaamheid, waar de prikkels der stilte de ziel nog te meer opvoeren tot God, werd evenmin dooiden geregelden handenarbeid gestoord, als door de ordelijke kerk- en koordienst bij nacht en bij dag onderbroken. Hetzij toch de nimmer ledige kloosterling gewijde boeken overschreef, of zelf godvruchtige werken zamenstelde; hetzij hij te middernacht in 't koor met zoovele medebroeders zijne stem in naam der heele aarde en der gansche Kerk statig en langzaam deed opklimmen tot aller God en Heer: immer verwijlde ziine reine zie! met al hare gedachten, begeerten en bewegingen bij haren Welbeminde; want hij had van de geheimzinnige Bruid in 't Hooglied, en van de maagdelijke Agnes,

ocr page 18

xn

die hij bijzonder vereerde en beminde, vroegtijdig geleerd, altoos en overal den goddelijken Bruidegom te zien staan en naar diens liemelsohe stem te luisteren. In zulk een midden van schier boven-aardsche rustigheid en stilte, waar hij altoos opgeruimd in ademde, in die kalme kloostercel door geen togt van driften verontrust, waar hij niettemin zich al dieper en dieper van 's menschen broosheid en nietigheid doordrong, en daarom altoos waakte en bad om niet te vallen in dc bekoring: in dat hoogere leven deed hij, onder de hem van boven toestralende genade, op zijne onsterfelijke geschriften den bekoorlijken weerglans afschijnen diens helderen hemels, daiir over het bergklooster van de H. Agnes op de aarde als nedergedaald, waar de engelen van omhoog zoo dikwerf hunne zangen met de zonen der aarde, doch niet viin deze aarde, kwamen vereenigen.

Niettemin zijn deze overwegingen en gebeden voor alle godminnende zielen, zoowel in de wereld als daarbuiten, evenzeer geschikt. Dc enkele ver-

ocr page 19

XIII

maniugen, welke (als in XVI, en elders) meer bepaald tot kloosterlingen gerigt zijn, kan al wie in de wereld leeft voorbijgaan, of ligtelijk met. eenigc wijziging ook voor zich van toepassing maken. Zelfvolmaking toch is ons aller doel op aarde, en dos Hoeren woord: W e e s t g ij dan volmaakt gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is (Mt. V, 48), werd tot allen gesproken. Op één punt nogtans moeten we hier, ter voorkoming van alle gewetensverwarring, de aandacht vestigen: dat er namelijk in deze overwogingen, welke allen tot altoos hoogere volmaaktheid opwekken, begrijpelijkerwijs veel voorkomt wat eenvoudig als raad, niet als pligt wordt aanbevolen, en men zich diensvolgens geen pligtverzuim noch zonde moet verwijten, wanneer men dat niet altoos op die af- of aangeraden wijze volbrengt.

Gelijk verder de vrome lezer zelf ziet: de overwegingen volgen de orde van het Kerkelijk Jaar, doch een voornaam gedeelte is aan 's Heeren lijden loegewiid, waaraan wij met den godvruchtigen

ocr page 20

SIV

schrijver zeker uiet Ie veel kunnen denkon, en we ons immers eiken Vrijdag en gedurende don vastc-tijd bijzonder herinneren. Om de keuze voor do verschillende feestgetijden en behoeften te vergemakkelijken, is er aan het werkje eone uitvoerige opgave van den inhoud toegevoegd. Aan een kort punt ter overweging heeft de godminnende ziel veelal genoeg; het vlugtigo vele lezen is zeker nog geene overweging en wekt dezer heilrijke vruchten niet. Gedurig iets nieuws van gedachte of voorstelling te willen, hooge bespiegelingen na te jagen, en de eenvoudige klare waarheid met een soort van klein-achting te bejegenen - is dor welgegronde cods-vrueht niet eigen, u Dit is - zegt onze vrome schrijver (XX, 5)- de verwonderlijke beschikking Gods, dat dc zachtmoedigen en ootmoedigen vatten wat de trotschen en nieuwsgierigen niet vermogen te bereiken. Gi] ziet, hoe velen veel lezen, het hooge doorvorschen en het verhevene zoeken, maar weinig of schier geen godsvrucht tot Christus' lijden hebben.---Met veel dingen ziju zij bezig, en in

ocr page 21

XV

weinige vinden zij stichting.» — Één woord, één zucht, waarin we de stem van onzen Zielsgeliefde erkennen, is vaak genoeg, om ons hart te doen trillen van verlangst, te ontsteken in hoogere liefde tot te hooger opoffering en vereeniging. Want altoos als gij waarlijk godvruchtig op uws Heeren leven cn lijden nadenkt, staat Hij zelf aan de deur uws harten en klopt; - doch niet bij gejaagdheid en ongedurigheid, niet bij wuflen wisselzin, die zich zeiven zoekt: maar bij innig doch kalm verbeiden , bij stille rustigheid van buiten en van binnen, wordt zijne stem opgevangen, die tot diep in de ziele spreekt, en haar nu eens opspringen doet van blijde vertroosting, dan schreijen van verteedering, meegevoel en rouw, of ook weemoedig klagen van gevoelloosheid en dorheid; maar toch! zij heeft Hém vernomen dieu zij zoekt, dien zij bemint, dien zij altoos hij zich wenscht; //Trek mij, trek mij -roept zij van liefde kwijnend Hem toe - o trek mij! en wij zullen u nastreven in den geur uwer balsemen; do Koning voert m ij in

ocr page 22

XVI

zijn heiligdom! wij zullen juichen en ons verblijden in U// (Hoogl. I, 3).

't Is dan, om tot eene vruchtbare overweging tc komen, een voortreffelijke raad, dien we vóór de niet minder voortreffelijke Overwegingen over de liefde van Jesus in onze verlossing 1) gegeven vinden. » Lees dagelijks - zoo luidt het daar-(ten minste) eenige oogenblikken in deze overwegingen, hetzij in't huis des Hecren, of in uw eenzaamst woonvertrek; maar lees met oenig nadenken, met ingekeerdheid des harten, en bovenal met bepaalde toepassing op u zeiven. Het is derhalve niet noodig en zelfs niet aan te raden, dat gij gedurende den tijd. dien gij dagelijks voor deze wijze van bidden zult Irachten af te zonderen, juist telkens eene overweging (of zelfs een geheel punt) achtereen uitleest: veel beter is het langzaam voort te gaan en dikwerf stil te houden, vooral bij die plaatsen, welke u het meest opwekken en aandoen. Zoo ook hebt gij zeiven te

') Door den Eerw. P. J. Hesseveld. Tweede druk. Te Leiden, bij J. W van Leeuwen.

ocr page 23

XVII

kiezen omtrent de vele raadgevingen, die schier in elke overweging voorkomen. Daarin worden soms verschillende en vele middelen en oefeningen - ter uitroeijing van deze of gene ondeugd, kwade gewoonte of onvolmaaktheid, en tot het verkrijgen van eene of andere deugd of bijzondere genade - u aangegeven: uw voornemen of besluit heeft zich over die allen niet uit te strekken; maar gij bepaalt u bij die oefening, bij dat gebed of middel, waartoe gij u het meest voelt opgewekt, of dat gij voor u in uwe omstandigheden het best geschikt bevindt. // — 't Is dezelfde raad, welken voor de hoofdzaak de Eerwaardige Thomas van Kempen (XXIV, 5) tot een vruchtbaar overwegen van 's liee-ren lijden geeft.

Ook de vele gebeden in de overwegingen voorkomende, hebben we in den Inhoud (met bijzondere letter) aangeduid, opdat een ieder er teligter gebruik van make, doch dit insgelijks meer nadenken-der wijze; wat evenzeer herinnerd zij voor de andere waarlijk schoone gebeden deszelfden schrijvers, welke

ocr page 24

XVIII

meerendeels gansch woordelijk met opsclmft; en ai weêrgegeven, of voor een zeer kicin getal bij uittreksel, verkorting of zamenvoeging overgenomen zijn. Uit de boeken der Navolging van Christus, als genoegzaam in aller handen, werd niets ontleend.

In de vertaling is overigens het oorspronkelijke iu alles zoo getrouw doenlijk gevolgd. Alleen werd er in de volgorde, alsmede in de lijdensgeschiedenis (XXV, 10: bij Annas en Caiphas) iets verplaatst; hier en daar is er, met het oog op de lezers, een klein gedeelte uitgelaten of een weinig gewijzigd. Van de zes en dertig preken of toespraken en overwegingen !) hebben we de lc, meer eeue lange aaneenschakeling van teksten dan eene overweging, de IVe cn Vquot;, als van minder algemeen nut, en de XXIX'' als meerendeels eene herhaling van do vorige overweging, liever onvertaald gelaten. Overigens hebben we ons, behalve in blijkbare misstellingen,

') Condones et meditationes.

ocr page 25

XIX

aan du 7' uitgave van Sommalius 1) gehouden.

In later tijd is het, doch enkel op inwendige en in ons oog weinig afdoende gronden betwijfeld, of het gezegde zes en dertig-1 al we! geheel van Thomas van Kempen zei ven is. Wc hebhen ons te dezer plaatse met die vraag niet in te laten, 't Is voor den vromen lezer tamelijk onverschillig, mits hij in 't hier meegedeelde de gewenschte stichting voor zijn geestelijk leven vinde, of er soms eene enkele overweging of eenig gedeelte of gebed van eene andere hand dan den gedachten schrijver onder schuile.

Ten slotte volge hier de lof, dien een bevoegd beoordcclaar aan deze overwegingen toekent: «Deze aanminnige, wonder liefelijke overwegingen of uitstortingen van een door God verlicht hart stroomen als een heilig vuur, dat de zielen magtig ontvlamt.» - - - Of wel, men kan ze beschouwen,

1) Keulen , 1680.

2) Silbert, !iij Mooieu, Nachrichlen üher 'I'hutnas a Kempis, bi. 17'.

ocr page 26

XX

zegt hij, //als bloeijende, van 'shemels dauw besproeide kloostergaarden, in welker keurbedden geurige bloemen van allerlei kleur en vorm in on-vcnvelkbare schoonheid prijken. Sneeuwwitte leliën der reinheid, rozen van heilige liefde, blaauwe koorn-bloemen van hemclsche beschouwingen, donkere violen van nachtelijk gebed, purperkleurige passiebloemen, liefelijke Maria-roosjes, maagdenpalm en vergeetmijnieten vol rijken zin, in talloozemenigte. Geene ziel, die zich in deze bekoorlijke geestelijke lusthoven tot hare stichting, onderrigting en vertroosting gaat vermeiden, keert er zonder vrucht uit weder. //

Denk, bid ik u, godvruchtige Lezer! als gij u in die gewijde dreven iu uws Heeren bijzijn verkwikt, eene enkele maal aan hem die er u binnenleidde, en die ook u eiken morgen voor Jesus' aangezigt aan het H. Altaar zal gedachtig wezen.

Seminarie Warmond ,

op den Feestdag van den II. Josef. 1838.

ocr page 27

AAN HET GODDELIJK KIND JESTS.

MIJNE SMART IS ALTIJD VOOR MIJN OOS. *

Lief, god'lijk Kindje, klein en groot,

O nog zoo jong! en reeds ter dood

Voor ons gewijd;

't Is of Ge in heilig ongeduld ITw lijdensuur reeds wenscht vervuld En jongsten strijd.

quot; Doloi meus in conspectu men semper. Ps. XXW(I ,8. — Ouder-chrifv van hel titelplaatje.

ocr page 28

XXIÏ

Jk zie uw kinderlijk gelaat,

Waar 't smarflijk in te lezen staat,

Hoe Ge ons bemint,

Hoe Ge op het kruisaltaar reeds treedt Kn 't moordhout met uwe armpjes meet,

Ach nog een Kind!....

^ Tw handjes aan de nagels biedt -Laat, beulen! af - nog niet, nog niet!

Raakt quot;quot;t Kind niet aan!

Zijn dat dan handen, om er wreed Die ijz'ren nagels, plomp en breed,

Doorheen te slaan ?

Treed, teeder Kind! treed af, Gij lijdt Genoeg met dat Ge uw smart altijd

Voor oogen ziet.

Van d'eersten tot den laatsten stond V met uwe eerste en laatste wond

Ten offer biedt.

En toch! wat zaal'ge rustigheid. Wat glans ligt op 't gelaat verspreid

Van wondde vreugd!

Heeft daar uw verre blik misschien

ocr page 29

XXIII

U zeiven stervend reeds gezien ?

Zaagt Gij verheugd Die kostb're zielen zonder tal,

Die eens uw kruisdood zaal'gen zal ?

Ook mij, ook mij?....

Ach met een duurgekochte ziel,

Bedroefd dat zij zoo dikwerf viel,

Heb medelij'!

O lijdend Kindje! god'lijk schoon,

Daar staande op uw genadetroon,

Met blooten voet, .Met allerminnelijkst gelaat,

In uw onschuldig kindsgewaad.

Wat zijt Ge ons zoet I Rondom bestraald van glorieglans , Met hoofdje omkroond van dorenkrans.

Mijn God en lieer!

Hier werp ik mij voor U tor aard Met wie dit lezen zaamvergaiird,

Zie op ons neèr:

Vergeef ach! wat Ge om óns eens leedt, Vergeef wat onze ziel misdeed.

ocr page 30

X\1V

Kind Jesus zoet!

Zie met uw minlijk oog ons aan, Laat ongezegend ons niet gaan,

Wees, wees gegroet! Tot IJ klimt onze dank en beu.. In naam van alle Lezers meê,

Ten allen tijd:

Voor hen ook zij dit bladertal, Dat van uw liefde spreken zal, tl toegewijd.

ocr page 31

I.

OVER HET VERLAK GEN DER PROFETEN EN DE GODVRUCHTIGE VOORBEREIDING TOT DE KOMST VAN CHRISTUS.

I. Zie, Hij zal komen, de van alle volken verlangde. Agg. II, 8. — Luistert en verneemt, gij alle geloovigen en godvruchtigen! wat de boeken der profeten van Christus spreken. Want nu, in dezen zoo heiligen tijd van de komst des Ileeren, nu betaamt het, de voorspellingen over de Menschwording van Jesus Christus bijzonder te gedenken. Daarom immers wordt ons

eiken dag wat de profeten van Christus geschreven

J

ocr page 32

2

hebben, openlijk voorgelezen, opdat heel ons hart op het hooren van die stem der aloude vaderen, meer en meer in liefde tot het vleeschgeworden Woord ontstoken worde. 0 van wat een groot verlangen brandden weleer de heilige aartsvaderen en profeten bij de belofte alleen voor de toekomst ! Hoezeer zouden wij ons moeten schamen, als wij thans, nu Christus in 't vleesch verschenen is, een minder vurig verlangen hadden dan zij, die bij de bloote herinnering aan het Woord dat eenmaal vleesch zoude worden, in zulk een gloed ontstaken. Abraham, de vader aller geloovigen, juichte, dat hij den dag van Christus zou aanschouwen (Jo. VIII, 56), van wien hij in den geest had vooruitgezien, dat Hij uit zijn stam zou geboren worden. En niet weinig was hij verheugd om de zekere hoop, die hij aangaande de toekomstige geboorte van Christus ontvangen had. Evenzeer hebben ook vele andere heiligen van den ouden tijd, die het door den geest vooruitwisten,

ocr page 33

3

gedurig verlangd en vurig gewenscht, dat toch maar spoedig dat zoo groc-te geheim mogt in vervulling gaan, in welks voltrekking wij ons mogen verheugen. Zeer duidelijk toonde dit de Heer, als Hij tijdens zijne tegenwoordigheid in het vleesch, tot zijne leerlingenfzeide; Vele profeten en koningen hebben gewenscht te zien wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien. (Lc. X, 24.)

2. Wel weinig lietde derhalve schijnt hij tot Christus te hebben, die niet met zielsverlangen herdenkt, hoe goddelijk dit geheim, en wat groote weldaad het voor den mensch is, dat Christus voor ons vleesch wilde worden. Eu toch pleegt de goedertierene Verlosser gaarne aan diegenen welke over Hem hunne overwegingen houden, de genade van godvruchtigheid te verleenen, Hij, die immers in deze wereld kwam, om zegen te verspreiden. Want niet zonder zalving is de Gezalfde (Christus), en zonder zoetheid wordt Jesus niet

ocr page 34

-4

gedacht. En er is geen twijfel aan, of voor ijverige harten zullen zich rijke, grootsche en schoone stoffen ter heilige overweging opdoen, terwijl ze voor de tragen en nalatigen omsluijerd en ver-borgen blijven. Want zij zijn niet waardig Christus' geheimenissen te verstaan, »die ze niet met nederigheid en vurig verlangen zoeken. Daarom zegt lüj zelf tot zijne leerlingen: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods te kennen, maar den overigen in gelijkenissen. (Lc. VIII, 10.)

3. Doch met een magtig geweld trekt de liefde van Jesus de Hem minnende zielen tot de her-peinzing van de honigzoete woorden, uit zijnen mond voortgekomen, en tot de overdenking van de goddelijke werken, door Hem in 't vleesch volbragt; en zij hebben, om dit naar waarde te doen, aan alle tijden en oogenblikken niet eens genoeg. Want dezulken zijn gewoon, bij alle nooden en aangelegenheden tot hun geliefdsten

ocr page 35

vriend en trooster Jesus hunne loevlugt te nemen, wijl Hij de bron is aller genaden en deugden, die met zijn woord alleen en met een enkelen wenk al het wanordelijke kan vervormen. Wie nu zoo godvruchtig en ootmoedig tot Hem vlugten, ontvangen van Hem op verschillende wijzen troost, en verdienen somwijlen zeer groote verlichtingen des geestes. En hoe inniger zij zich tot Hem wenden, aan des te hooger geestverrukkingen worden zij, als Hij hen bezoekt, deelachtig.

Daarom moeten wij deze dagen van godsvrucht met bij zonderen ijver doorbrengen , en alloos eenige heilzame gedachte over de wet en de profeten, over het verlangen der oude vaderen, over de diepte der hemelsche geheimen, over de openbaring der toekomst, maar vooral echter over de vervulling aller beloften, in onze harten omdragen.

4. Dikwerf ook en dringend moeten wij bidden , dat onze innigste genegenheid tot Christus getrokken, en ons met de profeten het begrip der

ocr page 36

O

geestelijke dingen ontsloten worde. Zoo toch zullen wij in de kennis van den Zoon Gods, die voor onze zaligheid mensch is willen worden, kunnen vorderen en meer in de deugd toenemen.

Mijne ziel! wat verschooning zult gij kunnen bijbrengen, als gij zoudt verzuimen eene zoo groote genade te herdenken? Wat ook zult gij Christus eens antwoorden, indien gij niet dankbaar zoudt zijn voor die groote weldaden, waarmede Hij u boven zoovele volken en tongen bevoorregt heeft? Hoe velen zijn er geweest die Christus niet gekend, die niets van Hem gehoord hebben? Hoe velen ook die Hem versmaadden en in Hem niet wilden gelooven? Maar u is het gegeven, niet alleen te gelooven en te hooren, maar ook te lezen en te verstaan wat er van Christus geschreven en voorspeld is geworden. Wees dan God voor die betoonde weldaden dankbaar en ijverig in het beschouwen der goddelijke werken. Want voorwaar! 't is alles vol geest en waarheid, alles

ocr page 37

1

vol liefde en zoetheid, wat van Christus geschreven of gezongen wordt. Het ontbreekt niet aan stol' ter oefening der godsvrucht, noch aan tijd voor eene heilige overweging.

5. Ook zijn de boeken geopend, de onderrigtingen der heiligen verveelvuldigd, en alles is door de vaderen voor 't volbrengen der goddelijke diensten wel geregeld. Hoe kunt gij dan zeggen: ik hen niet in staat eene goede overweging te doen, daar er zooveel tot troost aller geloovigen is toebereid'? Ook deze wintertijd is zeer geschikt om de godsvrucht te oefenen en zich met God te vereenigen. Al is het ook koud, het vuur der inwendige liefde kan er toch niet door bedwongen noch uitgedoofd worden. En ook de nachten zijn langer dan naar gewoonte, en geven gelegenheid om langer te bidden en lof te zingen. Daarbij ontnemen de ruwe regenvlagen, het geweld der winden en de koude de gelegenheid om rond te dolen. Alles schijnt nu te zeggen: Een ieder blijve te huis en

ocr page 38

8

lioude zich enkel en alleen met Jesus bezie:, da» en nacht. Niemand ga de deur zijner woning uit, wijl de tijd het niet gedoogt; maar ieder viere den sabbat des geestes, en bereide den Heer van binnen eene allerschoonste verblijfplaats. Want hoe meer de uitwendige zinnen beteugeld en ver-eenigd zijn, des te vrijer wordt de geest van binnen, en des te vermogender ter beschouwing van de goddelijke dingen. Dan ontbreekt er slechts nog de genade en de kracht des H. Geestes, zonder welke ons leven behoeftig is en alle ijver, hoe groot ook, te kort schiet. Maar is er die genade-kracht bij, dan voert zij ijlings naar hooger op, en dit is den Godminnende genoeg, al zijn hem de wetenschappen vreemd. Wie nogtans in de wetenschappen ervaren is, hem is de Geest voor het goede begrip noodzakelijk, want zonder den Geest zijn alle wetenschappen ijdel, gelijk alle gebeden smakeloos.

ü. Leg u dan in een zoo heiligen tijd van de

ocr page 39

komst des Heeren op grooter godsvrucht toe; vooral van dien dag af, dat er gezongen wordt: Ü Wijsheid! enz. '), op het feest der H. Maagd Lucia. Dan moeten hart en ziel met inniger liefde tot Christus worden opgeheven, want Hij is het naar wiens komst onze Moeder de II. Kerk verzucht. Immers die uitroep wijst op het groole verlangen der heilige profeten, en te gelijk op de begeerte van alle geloovige ziel, die naar Christus' komst uitziet, alsof zij in hare smeekgebeden sprak: O goede, liefderijkste Jesus, ware en

l) Op den 17 December begint de Kerk in hare getijden door de dusgenoemde zeven groote antifonen haar heilig verlangen naar den Messias nog dringender uit te spreken. De eerste, welke hier bedoeld is, luidt; «O Wijsheid, die uit den mond des Allerhoogsten zijt voortgekomen, die alles van uiteinde tot uiteinde niet kracht bereikt en met zachtheid beschikt, kom en leer ons den weg der voorzigtigheid.» — Het feest van de H. Lucia, 'twelk thans op den 13 December valt, werd destijds dan later gevierd.

ocr page 40

10

eeuwige Wijsheid des Vaders, die ons wonderbaar hebt geschapen, kom en red ons, gevallenen, door die nog wonderbaarder orde, waarmede Gij dit besloten hebt te doen. Kom en bezoek ons in den kerker des vleesches, door geboren te worden zonder de smet des vleesches, opdat uwe uitverkorenen verlost worden, zij, thans onder het wigt der zonden neêrgebogen, en diep onder den schrik des doods gebukt. Kom eu verlicht de duisternissen der wereld, en reinig de duistere gewetens, opdat wij, aan de banden der zonden ontheven, ons in uwe erbarraint; verheuaen en, door uwe

C 0 7

genade opgerigt, in de hoop der eeuwige goederen vertroosten door U, Jesus Christus! het ware licht der ziel, uit den Vader vóór de eeuwen geboren. Amen.

ocr page 41

11

11.

HOE MEN DEN HEMELSCHEH KONING TE G EM OE T GAAN EN ONTVANGEN MOET.

4. Zegt aan de dochter van Sion: Zie uw Koning komt zachtmoedig tot u. Mt. XXI, 5. — Terwijl God weleer door de vaderen en profeten sprak, zond hij alzoo vele getuigen zijner menschwording vooruit; en schier met dezelfde woorden kondigt Hij nu aan alle geloovige ziel den tijd zijner komst aan. Zegt, spreekt Hij, aan de dochter van Sion, gij die geestelijk zijt en den geest der voorzegging hebt; — ot' wel gij die de profeten leest en de schriften kent, zegt aan de ziel, die naar mijne komst reikhalzend uitziet, dat zij de oogen des geloofs opene en wete, dat Ik dadelijk tot haar kom. Want zulk eene ziel zoek Ik, die Mij verlangt te zien en dikwerf aan Mij denkt. Haar laat Ik zeggen en

ocr page 42

12

weder zoggen, dat zij niet van verdriet vertrage maar wake, opsta en wachte. Verder bidde zij en leze mijn schrift, haar van den hemel toegezonden , verdiepe er zich dikwerf in, verkwikke en vertrooste er zich krachtig mede, totdat Ik kome, en zij houde niet op met bidden en verlangen: want Ik zal zeker komen en niet vertoeven. (Ilab. II, 3.) Lang genoeg heb Ik mijn uitblijven gerekt. Ik wilde niet plotseling komen; Ik heb evenwel vele en plegtige gezanten doen voorafgaan, en het door hen menigmalen laten aanzeggen en verkondigen, om het verlangen op te wekken en de vreugde over mijne komst te verhoogen.

2. Want als een groot koning ergens wil komen, moet hij met een groot verlangen ontvangen worden. Die derhalve vurig naar Mij verlangt, zal zich, bij mijne komst, te meer over mijne tegenwoordigheid verblijden. Maar die aan de wereld is overgegeven, kan naar Mij niet verlangen. Doch die

ocr page 43

allen wereldschen troost versmaadt, en, de ver-strooijingen des harten vlugtend, zich in zijn binnenst keert, het eeuwige begeert en van hef tegenwoordige walgt, hij bidt, dat de dag van mijn bezoek en het uur der komst van den Heilige der heiligen en de glorievolle tegenwoordigheid van den hemelschen Koning mogen verhaast worden en zegt: Kom, Heer! en bezoek mij in vrede, opdat ik mij voor uw aangezigt van volmaakter harte verblijde. — Kom, Gij verlangen mijns harten, Gij licht mijner oogen en mijn vrede. Gij mijne hoop en de verwachting van Israel! In U heb ik gehoopt, laat mijne verwachting niet beschaamd worden; want tot Ü heb ik mijne ziel reikhalzend opgeheven. — Aan zulk eene ziel die zoo verlangt en Mij dag aan dag zoekt, zal Ik spoedig verschijnen en Mij zeiven openbaren. Want Ik ben de Heer haar God, die in de profeten gesproken heb. En tot heden toe spreek Ik tot allen,'doch meer bijzonder tot mijne getrouwe

ocr page 44

vrienden, en allermeest tot hem die Mij meer dan de anderen genegen is, Mij eerbiediger wenscht te ontvangen en bij zich in te leiden. En nu ben Ik nabij, spreekt de Heer, nu is mijn tijd vervuld , niet langer zal Ik toeven. Ik zal mijn woord vervullen dat Ik sprak; Ik zal mijne belofte volbrengen ; het verlangen der ziel niet langer rekken : het zal thans zijn wat zij vroeg; het zal geschieden wat zij wenschte; want zie Ik zelf die sprak, zie, daar ben Ik nu!

3. Verblijd en verheug u, geloovige ziel! uw Koning komt van den hemel tot u. Hij is de Heer uw God, uw Schepper en Verlosser, lang verbeid, vurig verlangd en nu gereed le komen. Wil niet vreezen, dochter van Sion, zie uw Koning komt. (Mt. XXI,5.) Zie den hemel, van waar Hij voorttreedt, zie de wereld, welke Hij intreedt. Zie! in zijn regterhand de vurige wet '); in zijn linker rijkdom en glorie. Zie rondom

') Deut. XXX, 2. Het vuur als zinnebeeld der liefde.

ocr page 45

15

Hem engelen en aartsengelen, vóór Hem de profeten, naast Hem de apostelen, achter Hem onoptelbare koren van Heiligen- Zie hoe groot Hij is die zijne intrede doet, wien de heerschappijen te gemoet gaan en alle krachten der hemelen dienen. Zie Hij komt, de goedertieren en zachtmoedige, de arme en nederige Koning in de menschheid, Hij die het wereldal zal oordeelen in geregtigheid. Zalig de oogen, die dit zien en de werken des grooten Konings tot hunne stichting beschouwen; zij zullen er niet de praal dezer wereld in ontwaren, maar alle nederigheid en zachtmoedigheid bij de komst van zoo groot een Koning vinden. Zalig zij allen, die oogen van geestelijke kennis hebben en in het licht des ge-loots het licht der eeuwige waarheid aanschouwen.

4. Deze zigtbare wereld wordt met de oogen des vleesches ook door de ongeloovigen en heidenen gezien; maar de onzigtbare Schepper der wereld zelf wordt met de oogen des geestesdoor

iil i li i

lil II l'fifiii

: Jl

■ 'ifiic pi quot;

i; ü

i

•i H

'1

; x.

. m'

li ii

ocr page 46

IC)

hen aanschouwd, die in Christus gelooven en Hem van ganscher harte beminnen. Want in Christus gelooven, is Hem in den geest zien, - en Hem vurig beminnen, is Hem vasthouden. Zoo toch zagen Hem de heilige aartsvaders en aloude profeten, die lang te voren zijne komst voorzeiden en veel over Hom voorspelden. Immers de profeten werden weleer zieners genoemd, wijl zij Hem, dien de anderen niet kenden, vooruitzagen en den onkundigen door woorden en schriften zochten kenbaar te maken. Zoo zien ook wij Christus met den geest, wij die na zijneniensch-wording tot het geloof gekomen zijn, daar wij alles wat wij van Hem lezen of hooren diep in de ziel bew-aren, en wat door de profeten naar waarheid voorspeld en door de apostelen manmoedig bekrachtigd is belijden, loven en prijzen. Zalig dan de oogen van hen die, ofschoon zij Christus in het vleesch niet zagen, toch getrouw in Hem gelooven, Hem godvruchtig ver-

ocr page 47

17

ceren, kuisch beminnen en vurig wenschen te ontvangen.

5. Zie, onze Koning daalt van de hemelen gaan wij Hem verheugd te gemoet, en laat ons Hem met godvruchtige omhelzingen ontvangen! Dat de hemelen zich verblijden, dat is, die in hooge beschouwing verdiept zijn; dat de aarde jubele, dat is, de eenvoudigen die een werkzaam leven leiden voor het aangezigt des Heeren; waat de Heer komt, en Ilij komt cm ons te verlossen en zich voor ons te geven. Jubelt, gij bergen! den lof, en gij leeraars! dauwt de zoetigheid des Woords; dat de heuvelen vloeijen van melk en honig tot ons aller geestelijken troost. Schalt met de bazuin in Sion: dat alle slapenden gewekt, de verstrooiden bij een vergaderd, de kleinmoedi-gen versterkt, de treurigen getroost, de zwakken opgerigt worden: allen moeten te zamen komen, ieder van zijne plaats toesnellen! want de groote dag in Israel, de heilige dag des Heeren, de

ocr page 48

18

feesteliikc dag des eeuwigen Konings is genaderd. Verheug u, Jerusalem! spoedt bijeen, gij alle ge-loovigen die Jesus bemint, llera, die de vreugd is van allen die Hem liefhebben! Want niet in gedruisch, niet in zigtbare praal zal hij verschijnen; maar in den geest der minnelijkheid en zachtmoedigheid zult gij Hem in uw binnenste zien. Dat daarom alle volken, stammen en tongen zich verheugen en zich bereiden om Hem te ontvangen!

Doch gij godvruchtige ziel, dochter van Sion wier gansche streven op God is gerigt, juich gij, ja! nog meer; want tot u spreekt de Heer dooiden profeet, u inzonderheid laat Hij het weten, u roept Hij vriendschappelijk bij uwen naam, opdat gij hoort en ziet, wie Hij is die tot u komen zal. Hij, uw Koning komt tot u. Ziel uw Koning! geen aardsche, geen tijdelijke, geen sterfelijke, maar een hemelsche, eeuwige, onsterfelijke Koning. Zie! Hij komt, niet om in de

ocr page 49

19

wereld fe heerschen, maar om de wereld te verlossen door zijn bloed. Zie de Koning, niet die der Romeinen of Franken, maar de Kon ins der koningen en de Heer aller hoeren. Door Hem regeren de koningen in de wereld, en zonder Hem wordt niemand gekroond in den hemel. Do Koning des hemels is Hij, en Hij komt, niet om eenig land in bezit te nemen, maar om het koningrijk der hemelen te schenken. Wie Hem wil dienen, doet Hij met zich regeren, en al wie het versmaadt Hem te gehoorzamen, zal uit zijn rijk uitgesloten zijn. Zie uw Koning, naar wien gij verlangt, dien gij bemint, in wien gij gelooft en op wien gij hoopt! Hij is wel is waar de algemeene Koning aller schepselen; maar door de liefde is Hij zeer bijzonder de uwe, als een eigen bruidegom en gemeenzame vriend. De uwe ja! is Hij, wijl Hij voor u meer bezorgd is, u waakzamer gadeslaat, u hartelijker toegenegen en met u naauwer ver-eenigd is, zoodat gij in waarheid zeggen kunt;

ocr page 50

20

Mijn Koning en mijn God! (Ps. V, 3 en LXXXIII, 4.) Want van eeuwigheid heeft Hij u bemind, en nu daalt Hij, om u te bevrijden en te verlossen, van den hemel, van zijnen koninklijken zetel neder. Indien gij in Hem wilt roemen, dan weet ik niet, hoe gij bedroefd of mistroostig kunt worden.

6. Want Hij is de Koning en Bestuurder aller dingen, en wat Hij met magt heeft geschapen, dat regeert Hij met de hoogste wijsheid, zoodat Hij met regt Koning en Heer aller schepselen en toch, wegens de genade van bijzondere gaven, de uwe genoemd moet worden.

Van Hem hangen hemel en aarde af, en door zijn schepter wordt alle schepsel geregeerd. Aan zijne magt kan niemand weerstaan, door zijne wijsheid wordt alles beschikt. Zijne wijsheid en kracht zijn met Hem; Hij heeft alles gemaakt en aan zijne grootheid is geen einde. 0 hoe verheven en onmetelijk boven alle koningen en vorsten

ocr page 51
ocr page 52
ocr page 53

21

is Hij, van wien de profeet in zijn psalm zegt: God toch is onze Koning van eeuwen her, Hij heeft heil gewerkt in 't midden der aarde. (Ps. LXX1II, 12.) lüj komt!-niet in goud en zilver, in purper en zijde gekleed; niet op schoon uitgedoschte paarden, of met schitterende wapenen; ook niet onder geklank van bazuin en citer; maar in nederigheid en armoede, in zaclit-inoedigheid en liefde, opdat Hij eer bemind dan gevreesd worde, opdat Hij den zondaar meer tot zich trekke dan verwij dere.

7. Doch waarom komt Hijquot;? — Hij komt om zijne overgroote liefde waarmede Hij u bemind heeft; om te redden dien Hij wist verloren te zijn. Hij komt om uwe nood en berooidheid, welke veelvuldig en bovenmate groot waren. Hij komt om u van uwe zonden te verlossen en u door liet storten van zijn kostbaar bloed te reinigen. Hij komt om uwe onwetendheid te verlichten en ii den weg der waarheid te wijzen. Hij komt om

ocr page 54

22

uwe zwakheid te ondersteunen en u geduld in wederwaardigheden te leeren. Hij komt ora u van de begeerte naar het aardsche te onthechten, en tot de liefde van het hemelsche op te voeren. Hij komt om u deugden te prediken en een einde aan uwe ondeugden te maken. Hij komt om u genade in te storten en u met de zoelheid der hemelsche vertroostingen te verblijden. Hij komt om u met alle goederen te vervullen en aan alle kwaad te ontrukken. Hij komt ora u de eeuwige gelukzaligheid te schenken en tijdelijke ellende voor ons te verduren. Hij komt om u allen het zijne mede te deelen, en boven alle gaven nog zich zeiven voor eeuwig te genieten te geven. Want opdat gij u eeuwig zoudt verheugen, komt Hij om arbeid en smart op zich te nemen. Opdat gij rijk zoudt worden, komt Hij om arm te wezen. Opdat gij zoudt heerschen, komt Hij om balling te zijn. Hij komt tot den dwalende als de Weg, tot den onwetende als de Waarheid, tot den

ocr page 55

itoode als het Leven , tot den blinde als het Licht, fot den zieke als Geneesheer, tot den troostelooze als Vertrooster, tot den veroordeelde als Redder, tot den verleide als Raadgever, tot den wanhopige als Verlosser. Zie waarom Hij komt, en hoe véél Hij u door zijne heilrijke komst geschonken heett.

8. Niet een' engel, niet een' aartsengel, niet een' patriarch of profeet zond Hij, maar Hij komt zelf, de Koning der engelen en de Heer der profeten, om U te verlossen; omdat Hij het is, de Heer uw God, die u geschapen heeft. Alle koningen en profeten die vóór Hem geweest zijn, waren niet in staat, iemand uit de hand des doods te bevrijden en tot het eeuwig leven te brengen; maar Hij, de allermagtigste en verheven Koning der eeuwigheid, zal zijn volk uit de hand des doods verlossen, de boe'yen der hel verbreken en zijne uitverkorenen het paradijs binnenvoeren.

9. 0 als gij het goed begreept en zorgvuldig

ocr page 56

24

bedachl, hoe verheven en groot de majesteit van dien Koning der glorie is, gij zoudt voorwaar met de innigste liefde de poorten van uw hart ontsluiten en den Koning der eeuwige glorie bij u binnenleiden. Want met het luidst gejuich, met de grootste eer en plegtige voorbereiding behoort zoodanig en zoo groot een Koning omvangen te worden. Had u eenig aardsch koning of een zijner vorsten laten aanzeggen: Morgen zal ik tot u komen, maak mij een verblijf gereed , want ik wil bij u mijn intrek nemen: wat al zorg, meent ge, zoudt gij niet hebben, en van wat verwondering getroffen zijn! Nu zie! de Koning gelast u, van den hemel door zijne profeten tot u sprekend: Bereid u, Israel, om uwen God te gemoet te gaan, — want Ik zal komen en in uw midden wonen. (Am, IV, 12; Zach. II, 10.)

Sier derhalve, om dezen gast te ontvangen, de bruidskamer van uw hart; want Hij verlangt

ocr page 57

niet slechts tot u te komen, maar ook in u le wonen en als in een bruidsvertrek zoet te rusten. Gelukkige ziel, welke verdient, dat een zoo groote gast in haar binnenste komt! Wien alle schepsel te zamen niet waardiglijk omvat, trekt zij door de begeerten barer liefde in de allerge-heimste geheimplaats, opdat zij te gelukzaliger van binnen ruste, naarmate haar niets van buiten behaagt. Ten eenenmale gelukkig is zij, tot wie de Allerhoogste, do Koning der koningen, do Heer der hemelen, gewaardigt te komen, niet om haar te oordeelen en te verschrikken, maar om haar goedertieren als eene goede bekende en bijzonder uitverkorene, te bezoeken en te troosten. Want de zachtmoedige Koning komt, om al wie in Sion treuren te bezoeken eu te troosten, en wie op aarde wonen vrede te schenken; om hel gevelde vonnis te verdagen; om vooruit barmhartigheid te vergunnen; den zondaren vergiffenis te schenken; om de rouwmoedigen aan te nemen;

ocr page 58

26

aan niemand zijne genade te weigeren, en eindelijk om allen die Hem tot hun heil verbeiden, de eeuwige glorie te verleenen. Amen.

III.

IN DEN NACHT VAN CHKISTDS' GEBOORTE;

OVER HET ZOEKEN VAN HET KINDJE JESDS.

1. Zoekt den Heer, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. is. LV, 6. —• Staat op, gij alle Christen ge-loovigen! stroomt toe naar het feest van de Geboorte des Heeren. Want de heiligste nacht is daar, waarin Jesus Christus, de Verlosser der wereld, uit de glorievolle Maagd wilde geboren worden. Staat dan allen op en waakt! bereidt uwe harten en bidt! De Heer is gekomen: komt en aanbidt!

ocr page 59

Zoekt Jesus, en gij zult Hem vinden; klopt aan de deur aan, en u zal opengedaan worden; gaat het huis binnen, en gij zult Hem zien. Onze Koning is aangekomen, Christus is ons geboren. Komt! laat ons aanbidden en voor Hem nedervallen, want Hij is het die ons gemaakt heeft. (Ps. XCIV, 0.) Komt gij engelen en aartsengelen! komt, zingt en juicht en heft lofzangen aan! Verheugt u in den Heer, gij regt-vaardigen! zingt een feest,ied aan onzen God! Verkondigt zijne werken onder de volken! De Heer is bij ons, wilt niet vreezen! God is gekomen in 't vleesch, Hij is met ons naar zijne menschheid, die nergens niet is naar zijne Godheid. Komt, kleinen en grooten, grijsaards en ouden van dagen, jongelingen en maagden! Zingt den Heer een nieuw lied: want Hij heeft wonderbare dingen gedaan. Heft harten en handen ten hemel! en boven alle gejuich verheerlijkt zijnen lof! De Heer is met ons, wilt niet droef te moede zijn. Trekt,

ocr page 60

28

gij uitverkorenen Gods ! trekt feest- en vreugde-kleederen aan; legt af de werken der duisternis en doet aan de wapenen des lichts. Als bij klarqn dag, zoo laat ons in dezen heiligen nacht waken. Dat wij ons verheugen en juichen, en feestliederen zingen voor God onzen Zaligmaker; laat ons Hem onze geloften opdragen en de hulde onzer lippen offeren. De Heer is met ons: wilt niet terugwijken, noch mismoedig worden, maar staat mannelijk vast en lofzingt Hem met blijmoedigheid.

2. Wie kan nu slapen, als de engelen in den hemel zingen, en de stemme des lofs in den hooge weerklinkt'? Wie kan nu in zijne legerstede blijven, als allen er naar haken, bij Christus te jubelen? Wie zou niet begeerig opstaan in dezen nacht, waarin alles in vreugde baadt? Verheug u derhalve en juich, dochter van Sion! jubel, Jerusalem! want heden is de ware vrede van den hemel gedaald, om wat in de hemelen en wat op aarde is tot vrede te brengen en te herstellen

ocr page 61

lieden is het ware Licht over de aarde opgegaan, om allen mensch die in Hem gelooft te verlichten. Heden is groote vreugde in Israel geschied, wijl Christus in Bethlehem geboren werd. Heden stroomt over de gansche wereld honig van den hemel af, wijl de zoetste reden aan den mond der leeraars ontvloeijen, waardoor de zwakken verkwikt, de godvruchtigen getroost, de onwetenden geleerd, de tragen opgewekt, do geloovigen aangevuurd en de ongeloovigen beschaamd worden.

3. Heden juichen de engelen, verblijden zich de aartsengelen, en alle regtvaardigen zijn in godsvrucht en geestelijke vreugd. Heden is de nacht in den dag en groote klaarheid veranderd, wijl er in de duisternis een licht is opgegaan voor degenen die regt van harte zijn : — de barmhartige en zich erbarmende Heer! Deze nacht zij eeuwig geprezen en onder de plegtige feestdagen geteld! Dat zij dien nacht verheffen, welke den dag plegen te prijzen, en alle zonen des lichts hem loven, wij!

ocr page 62

30

Christus, de Zoon Gods, het Licht van 't eeuwig Licht er in geboren is. Niet eenzaam zij deze nacht, niet verstoken van lof! Niet duister moet hij wezen, maar door het licht van boven bestraald, en in de gansche Keik moeten vele lichten ontstoken worden! Niets mag er in verzuimd wat tot diens opluistering kan strekken, maar tot het opgaan van den rijzenden dageraad dure zijn lof altoos voort. En als de dag aanlicht, danschijne de Zon der geregtigheid, welke in de harten van allen die Hem beminnen geboren is, en weder ontwake nieuwe godsvrucht in de harten van allen die het feestgetij vieren. De geheiligde dag is heden aangebroken; dat alle geloovigen zich verblijden, want de Heer heeft het eens vooruitgezegd: Er zij licht! en 't was licht!

0 waarlijk gelukzalige nacht, door de geboorte van 't ware licht bestraald en door de schitterglansen der engelen getooid, door wier lof- en jubelzangen gij te blijder wordt voor alle ge-

ocr page 63

3!

loovigeu op aarde. O waarlijk gelukzaligste nacht! klaarder dan alle nachten der wereld, gij die den tijd en het uur mogt weten, waarop de Zoon Gods uit den maagdelijken schoot voortkwam, met hef ligchaam onzer broosheid omkleed.

O heilige, ongeschonden geboorte, door maagdelijke vruchtbaarheid geschonken! 0 bovennatuurlijke vruchtbaarheid, door maagdelijke reinheid getooid, en door de hoogste Majesteit verkoren, opdat de menschelijke sterlelijkheid verlost worde! 0 gezegende en vreugdevolle geboorte, welke den vloek onzer eerste ouders in hemelschen ze^en ver-keerde en hunne droefheid in altoosdurende vreugd veranderde! Te regt is deze nacht voor alle menschen vereerenswaardig en beminnelijk, die nacht, waarin Christus wilde geboren worden om allen te verlossen.

4. Geloofd zij derhalve de heilige Drievuldigheid, door wier goedheid en raadsbesluit 's menschen waardigheid weèr hersteld, eu de arglistigheid des

ocr page 64

32

duivels bedrogen is. Ik looi' U, hemelsche Vader! die uwen geliefden Zoon ter onzer verlossing in de wereld gezonden hebt. Ik loof ü, Jesus Christus! ééngeboren Zoon Gods, die, om ons menschen Ie verlossen, onze natuur hebt aangenomen. Ik loof U, Heilige Geest! de Trooster, die alle geheimenissen onzer verlossing, van begin tot eind, glorierijk en wonderbaar hebt voltrokken. U zij oneindige lof en glorie, U eer en heerschappij zonder einde, o hoogste en eeuwige Drievuldigheid ! die ons door uwe voorzienigheid en beschikking zulk een liefelijk en plegtig feest geschonken hebt. Amen.

ocr page 65

Mbllothoc^ ^ Gonvsaïiis-' Yur^ba

OVER HET GODVRUCHTIG BEZOEKEN VAS HET PASGEBOREN KIND JESDS.

1. Hebt gij niet gezien dien mijne ziel bemint? Iloogl. III, 3. — Tot u spreek ik, gij heilige engelen! zegt mij van mijn Jesus wat gij weet. Waar is het Kindje dat ons geboren is?

(Is. IX, G.) Wijst mij dien mijne ziel bemint. Zoo gij zeiven Hem niet wijzen wilt, zegt het ten minste door hen die gij daartoe waardig acht.

Tot u spreek ik, gij herders! zegt mij van mijn Jesus wat gij weet. Waar is het Kindje dat ons geboren is? Wat heeft u de engel geboodschapt? Ik verkondig u, sprak hij, eene groote vreugde die voor al het volk zal zijn; want heden is u in de stad van David de Zaligmaker geboren, welke Christus de Heer is. (Lc. II, 10 en H.) En

3

33 IV.

ocr page 66

34

welk toeken heeft hij u gegeven? Gij zult, sprak hij, een Kind vinden, in doeken gewonden en liggend in een krib. (Aid. 12.) En wat hehben de engelen gezongen? Glorie zij God in den allerhoogste! hebben zij gezongen. En wat deedt gij dan? We gingen dadelijk in aller ijl en vol vreugde naar Bethlehem en vonden Jesus in de krib liggen. O mij, wat hoor ik! wat is het zoet en liefelijk wat ik verneem. Dat is mij al genoeg, ik wil gaan en dit Kind zien aleer ik sterf. Wacht toch even, ik ga met u mee, in één herberg zullen we allen te zamen verblijven. En gij alle engelen Gods, snelt toe en voert mij regtuit naar Christus' kribbe heen!

2. Josef en Maria! doet mij open, doet de deur mijns Beminden open, dat ik zijn woontent inga en zijne heilige voetstappen aanbidde. Alle koningen der aarde verlangden het aangezigtvan Salomo te zien en zijne wijsheid te hooren; en zie! meer dan Salomo is hier. (Mt. XII, 42.)

ocr page 67

35

Laat mij dan binnengaan, dat ik de voetbank zijner voeten kusse. Hij toch is het wien de profeten voorspeld, de engelen verkondigd en de vlugge en godvruchtige herders bezocht hebben. Hij is het dien ik zoek, dien ik bemin, dien ik verlang te zien.

3. Wat ontstelt gij, mijne ziel? Roep, vraag, klop, tot de deur u geopend worde. Ga binnen in de plaats der wonderbare woontente, tot het huis van God. (Ps. XLI, 5.) Treed vol van vertrouwen toe, en voeg u hartelijk bij het pasgeboren Kindje. Het zal u niet terugstooten of wegdrijven, maar zwijgend u toelaten en u zijne genade bewijzen. Vrees niet voor het aangezigt van een Kindje, dat in de kribbe schreit; het weent over uwe zonden, niet over zijne ongemakken. Het is immers gekomen om u te zoeken, niet om u in 't verderf te storten; het is gekomen om u vrij te maken, niet om u te binden; het is gekomen om rampen te verduren, niet om ze aan

ocr page 68

.30

te doen; het verlangt u te bevrijden, niet in den kerker te sluiten.

4. Wat ontstelt gij bij zulk een arm Kindje'? Met is God, zegt gij, en in zijne hand is magt en heerschappij. Dat is waar. Maar Hij komt immers nu niet otn te oordeelen, maar om de zonden te vergeven. Hij verleent vooruit barmhartigheid en heft de wraak op. Hij biedt genade aan en verzet de gramschap. Hij toont liefde en sluit de vreeze uit. Hij verlangt meer bemind dan gevreesd te worden.

Spreek dan: Mijn Verlosser en mijn Zaligmaker zijt Gij, Heer mijn God! Gij zijt mij heden welkom. O Gij begeerlijk en bovenmate beminnelijk Kind! toon mij uwe barmhartigheid, wijl ik nog niet bekwaam ben uwe heerlijkheid te zien. Reik mij uwe regterhand, daar ik niet in staat ben, uwe regtvaardigheid te verdragen. Wisch door uwe oneindige liefde al mijne ongeregtigheid uit. Ik ben krank en vol onreine wonden: genees

ocr page 69

37

mijne ziel. Ik ben blind en naakt: verlicht mijne duisternissen en sier mij met ware deugden. Ik ben verdord en wankel van voet: bevochtig m'yn aangezigt met tranen en leid mijne schreden op uwe wegen. Tot U spreekt mijn hart, U zoekt mijn aangezigt; uw aangezigt. Heer Jesus! verlang ik te zien en U godvruchtig met de engelen en de herders tc bezoeken. Want Gij zijt het heil mijns aangezigts en mijn God, dien ik in waarheid boven alles beminnen moet.

5. Niemand is schooner en beminnelijker dan Gij; niemand edeler, niemand heiliger dan Gij; Gij zijt wijzer dan alle wijzen; rijker dan alle rijken; grooter dan alle grooten. ü zijn de hemelen, en IJ de aarde, de zee en al wat er in is. (Ps. LXXXVII1,12.) U is de dagen de nacht; den zomer en de lente hebt Gij geschapen (Ps. LXXIJI, 16), en alles naar vaste tijden geregeld. Gij, die in den donkeren nacht en in de winterkoude wildet geboren worden.

ocr page 70

38

O wonderbare en onuitsprekelijke liefde van mijnen God en Heer Jesus! Hij weent in eene krib, wien alle engelen loven en aanbidden in den hemel. 0 wat grooten dank ben ik schuldig te brengen aan mijn liefderijksten God, mijn Verlosser en Zaligmaker, voor mijne zaligheid geboren, die, als een arm mensch, geen herberg in een stal in 't gezelschap van dieren versmaadt! Ik heb wel niets wat lofwaardig is, doch ik draag U gaarne mijn goeden wil tot een blijk mijner liefde en dankbaarheid op. En wat nog meer'? Zal ik met de heilige engelen zingen? of uit mededoogen weenen, als ik aan de tranen van het schreijend Kindje denk? Allebeide bevalt mij; allebeide wil ik gaarne doen , én met Jesus weenen, én met de engelen Jesus loven; en dit alles wensch ik te doen ter eere Gods , en om mij voor de oogen der majesteit van Hem te vernederen, die zich zclven tot de gedaante van een klein Kindje vernederd heeft.

ocr page 71

39

V.

OVER HET VERBLIJF BIJ t)E EERWAARDIGE KRIB VAN CHRISTUS.

1. Ü hoe ontzaggelijk is deze plaats! 'tis hier niets anders dan het huis van God en de poorte des hemels. (Gen. XXVIIl, 47.) — Treed binnen, treed binnen, mijne ziel! in deze armzalige huizing des Konings. Vraag er voor heden herberging in; vestig er uwe woning; blijf bij Jesus en Maria, en vier met hen het feest van heden. Wil niet elders heengaan, maar sta hier heden of zit ootmoedig bij de krib. Het is u goed hier te zijn, en veel beter dan in de vergulde huizen der koningen te wonen. De woning in dit huisje en het gezelschap der drie personen, die er zamen in verblijven, moet u wel zeer bevallen; want niouen de wanden. om hunne schamel-jieid stuiten, de bewoners toch zijn zeer aanzienlijk

ocr page 72

40

om hun geduld en hunne deugd. Hier zult gij dan heden wonen, hier u ophouden, hier verwijlen.

2. Treed er echter wat verder binnen, en beschouw de inrigting dezer plaats naauwkeuriger. Onderzoek en zie, waar die eenvoudige krib geplaatst is, welke den Schepper der wereld, het goddelijk Kind, den hemelschen schat, den prijs der Verlossing, de vreugde der engelen en men-schen bevat. Zie, hoe de menschgeworden God in doeken ligt gewikkeld en zwijgt, hoe verborgen en allerarmst Hij in den vreemde woont, die met den Vader in den hemel alle gaven verleent. Omhels deze edele krib met armen van liefde, en bedek haar met vele kussen, en werp u vervolgens ootmoedig voor de voeten van Jesus neêr. Aanbid God hier, ween hier van godsvrucht! Hier zult gij waken, hier bidden, hier lezen, hier zingen! Hier zult gij lofspelen, hier jubelen, hier juichen met heel uw hart. Openbaar het dit Kind, zoo gij iets droevigs of drukkends hebt; leg Hem

ocr page 73

41

al uwe wenschen bloot en handel alles met Hern af. Het zoete en beminnelijke Kind zal den zacht-moedigen zijne wegen leeren en de gebeden der ootmoedigen aannemen. Hij weet de kranken te genezen en de vermorselden van harte gezond te maken en hunne wondon te verbinden, den treurenden vergeving te schenken en hen van alle lijden te verlossen. Geef Hem uw hart en vraag Hem, dat Hij er zijn allerzoetsten naam in schrijve. Geef Hem al wat gij hebt, en wees geheel de zijne en nu en voor altoos. De eeuwige en onmetelijke liefde van Jesus zal uitwerken, dat gij u zeiven verlaat en Jesus boven alles bemint.

3. Zie nu, mijne ziel! en overweeg welkeen schat van rijkdom en glorie hier is. Ik bedoel geene vergankelijke schatten noch wereldsche vreugden , maar de vleeschgeworden Wijsheid Gods, de maagdelijke Moeder Gods, den dienstvaardigen Josef en de jubelende schaar der engelen. Waarlijk! de Heer is op deze plaats, en ik raad u, volstrekt niet

ocr page 74

42

van hior te gaan Waar zult gij aantreffen wat gij hier gevonden hebt? Al zoudt gij de gansche wereld rondgaan, nergens zoudt gij zulk een gezelschap, eene zoo heilige zamenwoning, eene zoo hemelsche vergadering vinden. De heiligsten in den hemel en op aarde zijn hier vergaderd, al zijn zij ook door de wereldlingen verwaarloosd en als voor niets geacht. Want op het gansche wereldrond zijn zoodanige wonderen niet geschied, zulke zeldzame nieuwheden niet gezien en zoo zoete vreugden niet vernomen als in deze enge hut, waar Josef en Maria verblijven en hot Kind Jesus in de kribbe ligt! Hier zijn God en Mensch, Moeder en Maagd, Grijsaard en Kind vereenigd.

4. Overdenk het wel, wat die verwaardiging, die zoo groote goedertierenheid, die zoo groote lielde, die zoo groote ootmoedigheid, die zoo groote armoede, die zoo groote zoetheid, die zoo groote genade en zoo overvloedige barmhartigheid beteekenen. Doorloop alle gebeurtenissen van den

ocr page 75

43

ouden tijd welke van Christus voorspellen , en zie, hoe de getuigenis der Schrift en de godvruchtige wenschen der heilige profeten heden in vervulling gaan. Zie ook op de vrome diensten der allerzaligste Maagd Maria, en hoe groot hare vreugde is met haar goddelijk Kind, hoe verheven hare bespiegeling, den Zoon Gods uit haar geboren te zien, en vóór haar liggend in de krib. Ga en denk alles zóó na, alsof' gij er bij tegenwoordig waart. Want niet minder moet uwe genegenheid en godsvrucht zijn om te herdenken wat met der daad reeds voorbij is, dan of gij het heden voor uw oog zaagt gebeuren.

Blijve alzoo die heilige herinnering u altoos bij, en vernieuw ze alle jaren; ja, niet enkel ééns in 't jaar moet gij u aan Jesus herinneren, hoe Hij geboren werd en in de kribbe lag, maar 't worde gedurig onder uwe vrome oefeningen gemengd. Van dit Kind leert menhooge wijsheid, grootereinheid en geduld, welke genoeg zijn om uw gansche

ocr page 76

Heven te stichten. Alle handeling toch van Christus is eene onderrigting voor u, en alle lijden voor n een troost. Want Hij is voor u en al het volk ten heil en ter verlossing geworden. Hij leert u meer door voorbeelden dan door woorden; Hij overreedt u krachtiger door eigen handelingen dan •door vreemde daden.

5. Altoos zij u dan de heilige Geboorte van Christus nieuw, en nimmer ga eene zoo eerwaardige feestelijkheid zonder aandachtige overweging voorbij. Spoedt de uiterlijke vereering met den feesttijd heen, de vlijtige overdenking crvan mag toch nimmer uit uw geest wijken. Wees derhalve, mijne arme ziel! voor deze genade nooit ondankbaar jegens God, die u heden zoo zorgzaam gezocht, zoo barmhartig tot zich getrokken, zoo goedgunstig geroepen, zoo minnelijk bezocht, zoo overvloedig verblijd heeft. Want het betaamt niet, dat gij in droefheid zijt als het de geboortedag des levens is; immers alom wordt heden een dag

ocr page 77

rr

4c»

van vreugde gevierd. U is heden het Kindje Jesu-geboren, u is heden een Zoon geschonken, opdat gij met het Kindje een kind, met den arme arm, met den ootmoedige ootmoedig, met den geduldige geduldig, met den zachtmoedige zoet en zachtmoedig zoudt worden. Buig u derhalve ootmoedig voor Hem neder, onderwerp u gaarne aan Hem, opdat gij aldus moogt verdienen, eeuwig met Hem verheven te worden, die om de kleinen te vergaderen, van zijn hoogen hemelzetel afdaalde, Jesus Christus, de Zoon Gods.

0. Verzamel u nu in dit korte tijdsbestek, wat u voor uw gansche leven voordeelig kan wezen. Wie weet, of dit niet uw laatste feest op aarde is ? En mogt gij het zóó godvruchtig vieren, zóó ijverig herdenken, dat gij er een groot vertrouwen op Jesus door verkrijgt, en alzoo verdient, met Hem aan het einde des tijds tot het eeuwige feest over te gaan! En zonder twijfel zal men u streng vragen, in hoeverre gij u in uw loven aan Hem

ocr page 78

40

gelijkvormig hehl gemaakt. Daar het nu nog tijd is en de ijverige oefening nog baat, zorg dan, dat hij niet zonder vrucht voorbijga, maar ga zulk eene vriendschap met Jesns aan, dat gij eens onder zijne uitverkoren vrienden mogt erkend worden. Heeft het Christus behaagd, dit voor uw heil te doen, wees gij dan niet traag, er naauwlettend op na te denken. Christus zwijgt met den mond, maar Hij spreekt met de daad. De tong zwijgt, maar zijne teedereloden spreken; zijne nederigheid spreekt; zijne groote behoeftigheid spreekt. Ook zwijgt de allerzaligste Maagd Maria, maar de elementen zwijgen niet. Hij wordt in de krib verborgen , maar door de engelen geopenbaard. Cering en nietig schijnt Hij in doeken, maar als verheven wordt Hij in teekenen verkondigd. Herodes raakt in onrust, maar de Herders zoeken Hem op. De schriftgeleerden en Fariseën versmaden Hem, maar de drie Wijzen aanbidden Hem.

7. Beschouw derhalve in Hem niet slechts het

ocr page 79

47

groote en verhevene, maar ook het kleine en geringe; want in beide naturen verschijnt Hij, de groote, boven alles lofwaardige lieer, verheven boven alle engelen , en de geringste onder de menschen. Het menschclijke is met het goddelijke, het hoogste met het diepste, het kostbare met het nietige, het heerlijke met het onaanzienlijke vereend, en dit alles te zamen moeten de ge-loovigen waardig vereeren. Daarom mogen u de doeken niet ergeren, welke de verootmoediging van den Zoon Gods verkondigen; noch de armelijke krib u hinderen, welke de Koning der koningen en de Heer der engelen zich verkozen heeft. Zie daar niet op, wat aan de oogen des vleesches als schoon voorkomt, waar wat groot geheim des heils hier omgaat. Beschouw Jesus en Maria, den Heer d'er wereld, en hare Meesteresse; zij hebben geene zorg met de wereldlingen gemeen. Hier zijn geen grootsche paleizen, maar hemel-sche vertroostingen. Hier weerklinkt geen geschal

ocr page 80

48

van bazuin of citer, maar verneemt men stemmen der hemelsche heerscharen. Och of gij het in den geest gevocldet, dat gij hij dit alles tegenwoordig waart en het nergens anders zoudet kunnen uithouden! Nu is het woord Gods digt aan uwe lippen, zoo gij het slechts met een opregt hart zoekt. Want Hij wordt in den schoot eener Moeder gevonden, die van eeuwigheid was in den schoot des Vaders. God is u nu zoo nabij geworden, dat gij Hem als een kindje vasthouden en als een sprakeloos wichtje dragen kunt. W a n ( het Woord is vlcesch geworden en heeft onder ons gewoond. (Jo. I, 14.) Zie, hoe Hij, wien heel de wereld niet omvat, arm in de kribbe ligt. En Hij die alles draagt door het woord zijner kracht, Hij wordt door zijne Moeder gedragen. Wien de Serafijnen en Cherubijnen loven. Hij wordt door eene Moeder gevoed. Wat is hiervan niet wonderbaar, wat niet beminnelijk?

8. Wat wilt gij nog meer hebben? Hoe kon

ocr page 81

49

Hij u nog nader komen, of meer nog gelijk worden. Ziedaar uw gebeente en uw vleesch: uw God is uw broeder geworden. Wie heeft ooit iets dergelijks gezien of ooit zoo iets gehoord? Wee u, als gij van Hem afwijkt, en heil u, als gij Hem van ganscher harte nadert! Treed met vertrouwen tot den troon zijner genade; want schoon Hij arm is in goed, in Hem toch zijn alle schatten der wijsheid en der kennis Gods verborgen. Bereid derhalve reine lippen, om Hem te kussen; wasch uwe oogen met tranen, om Hem te zien; reinig uwe handen, om Hem aan te raken; breid uwe armen uit, om Hem te omhelzen ; buig ootmoedig uwe knieën, om Hem te aanbidden. 0 dat gij nu eene reine rustplaats hadt, van alle kanten schoon met goud en edelgesteenten gesierd, om den voor 11 mensch en kind geworden God er in te leggen? Doch geen bewaarplaats is zoo geschikt en waardig om bet goddelijk Kind op te nemen als uw hart, maar rein van alle schuld. Want Hij verlangt geen

4

ocr page 82

50

uiterlijk versiersel, maar wat door tie uiterlijke versierselen geheimzinnig wordt aangeduid, dat is Hem zeer lief en aangenaam.

9. Doch hoe zult gij geschikt zijn, Mem waardig te ontvangen ? Gij zijt zwart en mismaakt! en Hij bovenmate schoon en welgevormd. Wat zult gij beginnen ? U van Hem verwijderen, dat is niet geraden; met ongewasschen aangezigt tot Hem toetreden, dat betaamt niet. Hoe zult gij gereinigd worden, gij die in zoovele ondeugden verstrikt zijt? — Doch wil niet te zeer vreezen noch wanhopen om uwe wonden. Het mishage u, dat gij zoo zijt. Beween de smetten der schuld! Wasch door het innigst berouw de schulden des gewetens af, en vraag van Hem de olie der barmhartigheid, verleening van volkomen kwijtschelding en herstel der verloren genade. Niet hopeloos zijt gij, al waart gij ook zeer bevlekt. Dit Kind weet het onreine te reinigen, het zwarte blank te maken, het troebele te verhelderen, het bittere zoet, het zware

ocr page 83

51

ügt te maken, al het zondige uit te roeijen, en spoedig vreugde en vrede des harten te verleenen. Hij is zóódanig, dat Hij niet besmet kan worden, Hij, door wiens aanraking zieken gezond en kranken genezen worden. Bereid Hem dan nu van binnen eene schoone krib, om Jesus, den Zoon Gods, er in neder te leggen.

VI.

O V E K DE V K E U G D E VAN DEZEN DAG EN DE (JODVECCHTIGE DIENST VAN JESUS.

1. Ik zal mij verheugen in den Heer, en juichen in God mijn Zaligmaker. Hab. Ill, 18. — 0 zoetste Jesus! o liefderijkst Kind!

ocr page 84

52

mijne vreugde en mijne kroon! Mijne ziel verlangt voor U te zingen en te jubelen. Laat mij een dag van vreugde met U doorbrengen en dezen heiligen dag aan geestelijke vreugden besteden. Al is de dag kort en de nacht uwer geboorte voorbijgaand, de stof echter ter oefening van de godsvrucht is groot en als een altoosbrandend vuur op het altaar. Ik wensch dan, dat deze dag langer, on ik godvruchtiger zij dan anders; opdat mijn ijver niet met den tijd voorbijga, maar door vlijtige overdenking vermeerderd worde. 0 dag van blijdschap ! o dag van den eeuwigen Koning! wil mij niet zoo snel verlaten, maar wees mij oorzaak lot eeuwige vreugd. 0 wanneer zal die dag komen waarop geen nacht volgt, die geen wisseling van tijden kent, maar altoos licht en altoos daagt; als God van aangezigt tot aangezigt gezien en Jesus volmaakt bemind en geloofd wordt; als van Hem de gedachte nooit meer afgetrokken en de ffenesrenheid des harten niet meer verontreinigd

ocr page 85

53

wordt; waar Hij zelf alles in allen is. Om dien dag der eeuwigheid wordf, deze tijdelijke dag gevierd; en opdat ik daar altoos met Jesus zou leven, wilde Hij zelf hier een der stervelingen zijn.

2. O Jesus, eerwaardig en hoogst beminnenswaardig ! o allerroemrijkst Kind, zoet te omhelzen, waardig dat Gij aangebeden en altoos geprezen wordt! Gij zijt mijn eenigbeminde, mij vóór allen en boven alles uitverkoren. Aan U ben ik mij geheel vepschuldigd; en wat ik er ook aan toevoegen of bij verlangen kan, 't is nog alles voor mijn wensch niet genoeg. Want gij gaat alles te boven. En wat ik ooit denken of geven kan, 't is bijkans niets en minder nog dan min. Ik weet en geloof vast, dat Gij om mijnentwille naar hier gekomen zijt, en ootmoedig om mijnentwille hier aldus nedergelegd wildet worden. Want dit alles hebt Gij gedaan om mijn eeuwig heil, en om mij te meer uwe onmetelijke liefde te doen gevoelen.

ocr page 86

54

3. O hoezeer ben ik verpligt ü te beminnen, ü te loven en te zegenen met de engelen en aartsengelen, met de Heiligen en alle menschen die van goeden wille zijn; want voor mij hebt Gij het vleeseh aangenomen en zijt Gij mensch geworden, 't Ware wel wonder als mijne gedachte ooit van U konde afdolen, en na geproefd te hebben hoe zoet Gij zijt, zich tot iets anders konde wenden.

Waarlijk, Gij zijt het verborgen Manna, dat alle zoetigheid in zich bevat en alle andere liefelijkheid overtreft. Gij zijt het paradijs der vreugde, de hof der geneugten, de bron der wijsheid, de zon der geregtigheid, het licht der wereld, de vreugde des hemels, de vrede des harten, de troost der ziel, de hoop in kwelling, de toevlugt in bekoring, de hulp in allen nood. Uwe tegenwoordigheid schenkt mij vreugde, uwe afwezigheid baart mij dikwerf droefenis. Doch dit alles is eene werking uwer liefde, die den minnaar buiten U

ocr page 87

55

geen rust laat vinden, maar hem dwingt, zich óf' in ü te verblijden, óf zoete tranen om U te weenen. Wie anders heeft mij naar hier gevoerd dan uwe liefde? En wie heeft U van den hemel getrokken en tot mij heengebogen dan uwe liefde ? 0 liefde en nogmaals liefde! hoe zoet en sterk is deze liefde! Van haar komt die magtige roep van binnen en die zoo hevige gloed, waaraan niets voldoet noch behaagt dan Jesus, de eeuwige liefde. Zij doet de wereld versmaden en alles als niets achten; zij doet het ons eigene verlaten en onder liet juk der gehoorzaamheid leven; zij doet de uencuaten des vleesches verafschuwen en brandend

O ö

naar den arbeid der boete haken; zij doet het gedruisch der wereld vlugten en in de stilte geheel alleen met God bezig zijn; zij doet aan de wereld sterven en alleen voor God leven.

4. De liefde van Jesus trekt mijn hart tot de kribbe heen, zij wil, dat ik Hem vrome dienst betoone. En wat zal ik nu voor het geliefde Kind

ocr page 88

56

doen, voor mijn Heer en God, die voor mij een klein Kindje is geworden? Hebt Gij mij noodig, Gij, vvien op uwen wenk hemel en aarde dienen ? Behoeft Gij mijne dienst niet, ik toch, ik heb behoefte aan ü, wien ik verpligt ben, naar best vermogen te dienen; daar genade en deugd mij altoos uit U moet voortspruiten, en al mijn goed van U afhangt. 0 dat ik iets U welgevalligs kondc doen! Dat zou voor mij zeer wenschelijk zijn. Heb ik U in 't vleesch niet kunnen dienen, en was ik ook niet waardig, tot zulk eene dienst te worden toegelaten: in den geest toch kan ik alles doen door de genegenheid des harten en tien ijver van een goeden wil. Want als ik in uwen naam mijne broeders dien, kan ik vele werken van godvreezendheid volbrengen, welke Gij beschouwt als aan U gedaan.

5. roch verlang ik mijne godsvrucht jegens uwe heilige kindschheid door woorden van liefde op te wekken. Zeker zal ik niet van hier gaan,

ocr page 89

57

maar hier naast U gaan zitten en van tijd to( tijd uw beminnelijk aangezigt aanschouwen, opdat ik zoo te beter mijne ellende vergete. Hier wil ik uwe geboden overdenken, en mij in de beschouwing uwer wonderen oefenen. Hier zal ik boven het aardsche verheven en tot hethemelsche opgevoerd worden. Hier zal ik de oude dagen gedenken en de eeuwige jaren in den geest houden. Hier zal ik mijne uitersten beschouwen en mijne jaren in gezucht. Hier zal ik uw aangezigt met smeekingen verzoenen en mijnen Regter verbidden. Hier zal ik uwe werken en de tallooze weldaden door U aan het menschelijk geslacht betoond, gedachtig wezen. Hier zal ik mijn hart vinden, hier wil ik mij zeiven geheel verlaten. Want het is beter dat Jesus mijn hart heeft dan dat ik het heb; met Hem toch is het in vrede, bij mij in onrust. Hier wil ik slapen, hier rusten, en mijn slaap zal zoet zijn. Hier wil ik in 't midden van den nacht opstaan, om U te loven en vergeving

ocr page 90

58

te vragen voor mijne misdaden. Vroeg wil ik tol U ontwaken en uwen naam zingen den ganschen dag door. Als ik uitga, zal ik zeggen: ik kom spoedig terug, en als ik lang vertoef, zal ik om vergiffenis vragen. Weder zal ik bidden en uw aangezigt verzoenen, en niet ophouden, U dankte zeggen. Opstaan zal ik in liooge verwondering en loven uwen honigzoeten naam, gezegend in eeuwigheid. Weder wil ik nederzitten in mijne armoede, wetende, dat ik niet w-aardig noch in staat ben, uwe zoo onuitsprekelijke goederen (e denken, zoet boven al het hegeerlijke der wereld. Vervolgens zal ik U eerbiedig aanbidden en al uwe goederen U aanbieden met den wenscb en het verlangen, dat al uwe werken U loven, schoon ze U nooit volkomen kunnen prijzen. Daarom vraag ik U, dat Gij zelf U zeiven looft; want, looft Gij U zeiven niet, dan zult Gij nooit volmaakt en naar waarde geprezen worden. Loof nu, mijne ziel, den Heer! loof, Sion, uwen God!

ocr page 91

59

loof Jesus, uwen Verlosser; en kunt gij Hem niet volmaakt loven, houd toch niet op, Hem dan ten deele, naar best vermogen te verheffen.

6. Loven wil ik U, o goede Jesus, zoet en he-minnelijk Kind! heel mijn leven door; lofzingen voor mijn God zoolang ik wezen zal. Gij toch hebt mij aan uwe heilige krib genoodigd, waarin Gij U verwaardigd hebt voor mij onwaardige neder te liggen. Wie kan mij van hier wegvoeren ? Niemand, Heer Jesus! Want Gij zijt mijn ziels-gelietde, van wien ik in eeuwigheid niet wil gescheiden worden.

Ik zal dan hier blijven in de dienst mijns ileeren en mijner Meesteresse, de H. Maria, en van den H. Josef, uwen voedstervader, als er soms iets te helpen mogt wezen. Ik wil vuur ontsteken en het vlijtig aanblazen, de tafel bereiden en water aandragen. Ik wil den vloer reinigen, het huisje vegen, de reten en openingen digfmaken (egen het geweld der winden en den regen. Ik wit

ocr page 92

60

deze edele en koninklijke kribbe spreiden, het hooi en stroo er naar behooren en effen in leggen, want och! kostbare linnens zijn hier niet. Dan zal ik rozen en leliën zamelen, bloemen en kruiden aanbrengen, en deze heilige wieg versieren, die mij niet stuit als een stal, maar meer behaagt dan een keizerlijk paleis. Ik zal ook een venster openen, dat de helderheid van den dag er in schijne, en de heilige engelen er van boven invliegen en het gansche huis met zoeten jubel vervullen. De deur zal ik zorgvuldig bewaken, dat Herodes er niet inkome, om het Kind om te brengen; want ik heb op mij genomen, het trouw te behoeden, en eer ook liet ik mij dooden dan heiligschendende handen aan Hem te laten slaan. En als het noodig mogt zijn te vlugten, en Hij het zoo wil hebben, zal ik bereid zijn, ook naar Egypte mede te trekken.

7. Doch als de herders komen, zal ik hun met vreugde opendoen en hen in dit hof des hoogsten

ocr page 93

61

Konings binnenleiden. Want zij zijn het aan wie de engel dit geheim verkondigde en den weg wees om Hem te bezoeken. Godsvrucht voerde hen naar hier, en goddelijke lof begeleidde hen terug. Wanneer dan haast de heilige Wijzen uit het land van 't Oosten komen, zal ik hun vlug te gemoet gaan: het zijn zeer aanzienlijke gasten, koningen en vorsten; en als ik hen allen eerbiedig, gelijk betaamt, zal gegroet hebben, zal ik hen • uitnoodigen, dit hof binnen te treden, om het aangezigt des Konings en der Koningin te zien, wiens wonderbaar teeken aan den hemel schittert. Als zij binnentreden, zal ik ook binnengaan; als zij aanbidden, zal ik ook aanbidden; als zij offeren, zal ik mij zeiven algeheel ten offer geven; wat ik heb, dat wil ik alles den Heer ten algeheel brandoffer schenken. En keeren zij naar hun land terug, dan wil ik toch aan het hof blijven en dienen mijnen Heer, den Koning, en zijne gezegende Moeder, de altoos glorievolle Maagd

ocr page 94

62

Maria. Niemand zal mij van dit koningshof aftrekken , geen bevel, geen gezag, geen geschenk of belofte er mij van verwijderen. Hier wil ik mijn testament bepalen, hier wil ik een eeuwig verbond sluiten; hier wil ik leven, hier sterven en zal alles gedaan zijn.

8. liet behage n, bid ik u, heilige Maria, mijne Meesteresse! dat ik met alle godsvrucht en eerbied in uwe dienst zij en in de dienst van uwen Zoon, mijnen Heer. Want veel liever wil ik hier wezen en met u bedelen, dan met de koningen en vorsten der wereld in geneugten te zijn. En als 't noodig was te bedelen, zal ik dadelijk uitgaan en genoeg voor ons opgaderen. En wil niemand iets geven, dan zal ik de heilige engelen ootmoedig vragen en zij zullen ons genoeg uit den hemel aanbrengen. Want in plaats van 't aardsche brood zal ons hemelsch Manna regenen.

O Jesus, Manna des harten, dat alle zoetigheid in zich bevat, Gij zijt onze spijs en onze troost.

ocr page 95

63

De trek der godsvrucht spreekt hier, en voor den beminnende smaakt alles het best wat hier wordt toebereid.

Ook u bid ik, o eerwaardige vader Josef'! gij die zoo genoemd wordt naar de waardigheid van uwe dienst, en om hot heilig geheim te verbergen ; verwaardig u, mij tot uwe hulp toe te laten. Beveel mij iets aan te brengen tot troost van de Moeder en het Kind; ik ben tot zoodanige dienst bereid.

9. O hadde ik het geweten wanneer gij het eerst hier kwaamt: gaarne had ik met u gegaan en den os en den ezel geleid. Gaarne had ik den mantel mijner Meesteresse ot' de reistasch van den H. Josel' heel den weg door gedragen of ook een herberg bezorgd, ü ware ik toch zoo digtbij geweest, dat ik de heilige engelen had hooren zingen en mij die groote vreugde verkondigd ware! Ach hoe blij en vlug zou ik naar Bethlehem gespoed, en zoo mogelijk de herders nog vooruitgesneld zijn, dat ik alzoo het eerst mijn pasgeboren Heer

ocr page 96

04

had iTiogen zien. En indien zij tot hunne kudde terugkeerden, zou ik toch bij het goddelijk Kind gebleven zijn. Liever had ik alle schapen laten varen, dan mijn Jesus te verlaten; of' liever de gansche kudde verkocht, om daarvan mijnen Heer met zijn gezin te voeden. Maar niet allen is het gegeven, het Woord Gods in 't vleesch en zoo onschuldig in de krib gelegd te zien. Doch nu is het aan allen verkondigd en aan de gansche wereld geopenbaard; zoodat ieder die gelooven wil en zalig verlangt te worden en met opregt en rein hart dit Kind nadert, van Hem vergiffenis van al zijne zonden zal verwerven , en door zijne verleening na deze sterfelijkheid het eeuwig leven bezitten. Amen.

ocr page 97

VIL

OVER HET VERT.AKGEN VAN HET KIND JESÜS TE ZIEN EN TE OMHELZEN.

1. Toon mij uw aangezigt; dat uwe stem mij in de ooren klinke; want uwe stem is zoet, en uw aangezigt schoon, iioogl. II, 14. — Dit zijn de woorden der minnende ziel tot ü, o allerzoetste Jesus Christus! Doch ik smeek L', goed Kind, wil ook mij zondaar toestaan, deze woorden in 't verlangen mijner ziel te uiten. Wanneer toch zal ik verzadigd kunnen worden van aan U te denken en over U te spreken? Gij toch zijt het heil mijns aangezigts en mijn God. Toon mij derhalve uw aangezigt en mijne ziel zal behouden zijn. Zie, zoo dikwerf ik treurig ben, mij aan, en ontferm U mijner en mijne ziel zal getroost wezen. Gij zijt mijne hoop van mijne jeugd af aan, en tot mijn ouder-

ocr page 98

6f)

flora en grijsheid, o Heer, verlaat mij niet. (Ps. LXX, 5 en 18.) 0 hoe beminnelijk en zoet zijt Gij ons menschen geworden, voor wie Gij U verwaardigd hebt een klein Kind te worden! Want met zoodanig eene liefde trekt Gij mij tot U, en magtig boeit Gij mij in uwe aanminnigheid.

2. 0 allerzoetst en allerliefderijkst Kind Jesus! verwaardig U mij heden een weinig te troosten. Mijne ziel bemint U, wijl Gij mij het eerst bemind hebt. Want om uwe overgroote liefde en onvergelijkelijke minzaamheid, welke Gij mij hebt toegedragen, zijt Gij van gindsche verborgen hemelwoning in den kerker dezer wereld afgedaald, om mij te bezoeken en te troosten. En Gij hebt wél gedaan met te komen; en Gij hebt verwonderlijk wijs en minnelijk gedaan met op die wijze te verschijnen. Gij hebt de gestalte van het schoonste kind aangenomen, toen Gij U met dc mensche-lijke natuur bekleeddet, Gij die in de Godheid zuiver en eenvoudig zonder eenige gedaante voort-

ocr page 99

61

bestaande, alle begrip te boven gaat. Doch ik onkundige vermogt zulk eene, allen vorm te boven gaande, wezenheid niet te vatten ; daarom ü naar mij aflatend en schikkend, hebt Gij mijne natuur met U vereenigd en steldet de bekende menschen-gestalte voor oogen, om alzoo door de vermaag-schapping onzer natuur ons te grootere liefde te toonen, en ons door den zigtbaren aanblik van tien mensch tot het onzigtbare wezen der Godiieid als met de hand op te voeren.

3. 0 allerzoetste, vleeschgeworden Wijsheid Gods! hoe liefelijk en wijs lokt Gij mij door uwe beminnelijke kindschheid aan! Keer nu, o goede Jesus, uw aangezigt tot mij; verwerp mij niet van uwe dienaren; maar vergun mij uwen liefelijken aanblik, opdat mijn hart, als ik U zie, zichver-heuge en daaruit nieuwe vreugde gevoele. 0 gelukkig uur, als Gij mij met de oogen uwer goedgunstigheid aanziet en mij die vurig verlangde genade verleent; dit toch is een blijk uwer

ocr page 100

('.8

goedertierenheid en verschaft mij vertrouwen en troost. Dit ook noodigt mij uit, om toe te treden, en uwe voeten, uwe handen en gezegende lippen te kussen, ü heilige voeten van mijnen Heer Jesus Christus! klein en feeder, in de engte der kribbe omsloten, die nog eens voor mij zult wandelen en dikwerf vermoeid worden. Helaas! niet weinig koude lijdt gij, daar gij welligt geen toereikend omkleedsel hebt om u te dekken, en geen vuur om u te verwarmen. Dat zijn die teedere en beminde voeten van mijnen Heer en Zaligmaker, die nog eens aan 'l kruis met scherpe nagelen moeten doorboord worden. Dan zult gij hevig bloeden die nu geduldig groote koude verduurt. Dat zijn die voeten, geheel regt gaande om het evangelie te verkondigen, bereid een ruwen weg te betreden, bestemd om aan de wereld den weg van 't eeuwig heil te wijzen. Dat zijn die voeten van barmhartigheid en regtvaar-digheid, voor welke de Ethiopiërs nedervallen, de duivelen vlugten, koningen en vorsten aanbidden

ocr page 101

G9

zullen. Dan zullen zondaren toetreden en boete doen, ze godvruchtig kussen en vergiffenis en genade verwerven.

4. 0 beminnelijk Kind! bied mij niet enkel uwe voeten maar ook uwe handen, uw hoofd en verdere ledematen, dat ik ze kusse, zegene en love. 0 allerschoonste en allerreinste handen, zoo welgevormd, dat zij niets te veel en niets tu weinig hebben! Dat zijn dan uwe handen, Heer, welke mij geschapen en gevormd hebben en nu gekomen zijn om mij te herstellen. Zij zullen mij getrouw helpen werken en mij tegen de verscliil-lende bekoringen krachtige versterking verleenen. Zij zullen mij in het goede ondersteunen, dat ik niet bezwijke, en mij oprigten uit het kwaad, dat ik niet wanhope. Zij zullen de kleinen zegenen en aan vele zieken gezondheid schenken. Zij zullen tegen Satan strijden en al zijne magt te niet doen. Zij zullen ach! na vele jaren aan het kruis gehecht worden en dan breede beken

ocr page 102

70

van Moed uitgudsen. Zij zullen, aan 't kruis uitgerekt, voor mij smeeken, en, smartelijk doorwond, mij vergiffenis mijner zonden verwerven. Zij zullen de poorten van het paradijs openen, de deuren van 't voorgeborgte verbrijzelen en de gevangenen van daar bevrijden. Zij zullen in het oordeel met hare wondteekenen aan de menschen verschijnen en voor aller oog toonen, hoeveel (ïod voor hun heil gewerkt en geleden heeft. Zij deze linkerhand onder mijn hoofd, en die regterhand omhelze mij! (Hoogl. 11, 6.) O als ik zulk een heil verdiend mag hebben, hoe gelukkig en blijde zal ik dan zijn!

5. En nu vertrouwelijker geworden, durf ik het wagen, tot den kus uws aangezigts te komen en met de stoutheid der liefde mijne lippen op uwe heilige lippen te drukken. Schrikt mij de verhevenheid der Godheid af, de gelijkenis toch der mensch-heid noodigt mij ten sterkste uit, alsmede de wonderbare liefelijkheid uwer kinderlijke klemheid

ocr page 103

71

O heilige en onbevlekte mond mijns Heeren, vol wijsheid en genade! gij zult mij de wegen des levens leeren, gij mij met jubel vervullen, gij mij met goede woorden vertroosten. Is reeds somwijlen du taal van een geleerd mehsch welgevallig, hoeveel te meer zal het woord der genade uit uwen mond behagen, hoe honigzoet uwe rede druppelen! Deze mond des Heeren dan zal regt en geregtigheid spreken; Hij zal met zijne lippen de goddeloozen verslaan, en de enveldaders van de aarde verdelgen. Hij zal de verborgenheden der schriften openen en de hemelsche geheime-uissen ontsluiten. Hij zal de raadslagen des harten openbaren en de wijsheid der menschen en hun overleg te niet doen. Zwijgen zullen voor u tie eilanden, en verbaasd staan de koningen en vorsten der aarde. Bekeeren zullen zich aanzienlijken en onaanzienlijken, en de geleerden zullen hunnen mond het stilzwijgen opleggen; want als de Heer spreekt, zal aarde en wereld verstommen, en alle

ocr page 104

72

kracht der hemelen aan 't bevel zijns monds gehoorzamen.

6, O kostbare en gulden mond van den Heilige der heiligen! wie zal waardig zijn, ook slechts eenmaal dat Kind te kussen of de kruin zijns hoofds aan te raken'? — 't Zal de reine en heilige ziel wezen, die spreekt: H ij k u s s e m ij met den kus van zijnen mond. (Hoogl. 1,1.) De ziel die bemint vraagt die omhelzing; maar die vreest durft niet toe te treden. Niets verzoent en wint God zoozeer als de zuivere liefde tot Hem en de versmading van zich zeiven. Ik smeek U, goed Kind! allerzoetste Jesus, Kind, klein en groot te zamen! doe deze barmhartigheid met uwen dienaar, dat Gij hem in uwe nederige verwaardiging vergunt, U aan te raken, U te omhelzen en te kussen zoolang Gij een klein Kindje zijt en in de kribbe ligt. Want zóó wordt Gij teederder bemind, hartelijker vastgehouden, ligter gedragen en minder gevreesd. Doch zijt Gij een

ocr page 105

73

man geworden, dan is 't niet meer geoorloofd zoo te doen, dan voegt wat rijper leeftijd vraagt. Alles heeft zijnen tijd. Nu is het de tijd van blijde omhelzing, later zal het de tijd van weeklagen zijn, wanneer U, in plaats van een kus der liefde, een beker van bitter mengsel zal gegeven worden. Nu smaakt men beter de vreugde over uwe geboorte; doch later wordt grooter smart van medelijden gevoeld, als Gij, die nu, in doeken gewonden , in de kribbe wordt gelegd, dan naakt op het kruis zult uitgerekt worden.

7. Geef mij, allerbeminnelijkst Kind, den kus uwer liefde en neem de dienst mijner geringheid aan. Zie op mijn verlangen en geef mij den heiligen kus van vriendschap; dit zij mij ten teeken des vredes en de onverbreekbare band onzer wederkeerige liefde. Ik weet en geloof, dat uwe aanraking geneest, uwe omhelzing vereenigt, uw kus liefde indrukt. Dien Gij inwendig aanraakt, geneest Gij van vleeschelijke genegenheid; dien Gij om-

ocr page 106

74

helst, verbindt Gij met U; dien Gij van uwe lielcle doet blaken, kust Gij teederlijk. Zeg mij nu wat U dunkt; en doe mij ontwaren wat er gezegd wordt.

Verneem het dan - zegt het goddelijk Kind - en versta het geheim; want niemand weet het dan die hel ontvangt; niemand ontvangt het dan die in den geest heei't leeren wandelen. Dan kus Ik u, als Ik u de gave mijner liefde instort. Dan omhels Ik u, als Ik alle genegenheden uws harten tot Mij trek, zoodat er niets in de schepselen is, wat a van Mij aftrekken of aanlokken kan. Doch dan kust gij Mij, als gij uit opregte liefde rouwmoedig zijl en van geen schepsel troost verlangt. Gij kust mijne handen, als gij alle goede werken, reeds gedaan of nog te doen, niet aan u maar geheel aan Mij toeschrijft. Gij kust mijne voeten, als gij meer uit liefde dan uit vrees de voetstappen mijner ootmoedigheid volgt. En dan omhelst gij Mij, als gij u door de innigste genegenheid des harten

ocr page 107

lit

met Mij vereenigd gevocll, en Mij met zulk een liel'degloed omklemt, dat gij algeheel de mijne wilt wezen en u niet de minste eigenliefde meer voorbehoudt. Dan kunt gij met de bruid in 'I Hooglied zeggen: Mijn geliefde is de mijne, en ik ben de zijne. Hij weidt onder de leliën. (Hoogl. II, lü.) Indien gij u zeiven vrijwillig verliet, en al het aardsche gering achttet, dan nam Ik u tot mijn vertrouwde aan, en zon u rijk in deugden maken. Want wie aan Mij gewijd en geheel overgegeven is, voor hem zal Ik wederkeerig geheel en voor hem ganschelijk open wezen. Want daarom ben Ik, God, mensch geworden , opdat de mensch eeuwig in Mij zou zalig zijn. Ik heb Mij geheel aan den mensch geschonken, opdat ook de mensch geheel aan M'y zou overgegeven zijn. Want 't is mijn lust met de kinderen der menschen te wezen (Prov. VIII, 81), en Ik ben gekomen om hun zells het rijk der hemelen te geven, en hen voor de ver-

ocr page 108

smading der wereld lot het eeuwig gezelschap der engelen op te voeren. Amen.

VUL

AAN DE ZALIGE MAAGD, DAT ZIJ ONS HAREN ZOON JE8US TOONE.

■1. Mijn geest juicht in God mijn Zaligmaker. Luc. I, 47. — Juich heden, o heilige Maria! gij die de vreugde van 't nieuwe heil ons baart. Juich, ongeschonden Moeder! wijldebloei-jende glorie der maagdelijkheid u blijft. Juich, Maagd en Moeder! want gij zijt vrij van der vrouwen vloek en smaad. Te regt kunt gij juichen in Jesus uwen Zaligmaker: want Hem dien de hemelen niet omvatten, koestert gij in uwen schoot,

ocr page 109

71

Hem legt gij met uwe heilige handen in de kribbe neder. Te regt aanbidt gij Hera, die, in den tijd uit u geboren, hoog boven u, gelijk gij weef T God ten Vader heeft. Te regt bewijst gij Hem de moederlijke dienst, die voor u eene ongeschomlene voortbrenging heeft uitgewerkt. Te regt juicht uw geest boven alles in Hem, door wiens genade gij zoo verheven en hemelsch geworden zijt. Dat hemel en aarde u loven, en al wat hen siert brenge u dank. Dat mijne ziel u love, dierbaarste Mees-teresse, en heel mijn binnenste voor u jubele met de hoogste eerbiedigheid. Geen tong is in staat, uwen lof te vermelden, noch eenig verstand uwe heerlijkheden fe overwegen. Daarom buig ik mij met bij zonderen ootmoed voor u neder, o verheven Moeder Gods, Maria ! Neem mijne geloften aan, en let met goedgunstige genegenheid op de verlangens van mijn hart.

2. Mijne ziel verlangt Jesus te zien, want ik weet, dat Hij mijn hoogste goed is. Toon'mij den

ocr page 110

78

verborgen schat dien gij bij u bewaard boudt. Ik geloof, dat Jesus de ééngeboren Zoon Gods en de eerstgeborene uwer vruchtbare maagdelijkheid is. Hém belijde ik als mijn God, mijn Schepper en Zaligmaker, die heden voor mijne zaligheid geboren is. Hem verlang ik te zien en vol eerbied te aanbidden. Gij hebt Hem in doeken gewikkeld, en daarom kan Hij niet ligt gezien noch van vreemden erkend worden. Want als gij, heilige Moeder, u niet gewaardigt, Hem te toonen, wie zal dan verdienen Hem te zien. Door u toch hebben we toegang-tot den Zoon en door den Zoon tot den Vader. Toon Hem mij dan , en 't is mij vooreerst genoeg, ik vraag of zoek geen anderen troost dan Jesus, uwen Zoon, mijne bijzondere toevlugt, uwe uitnemende vreugde. Mijne Meesteresse, heilige Maria! ik heb groot verlangen om Jesus te zien , wien ik weet, dat ook gij vóór allen en hoven alles bemint. Mijn hart verzucht naar Jesus, mijne liefde roept luide om Jesus.

ocr page 111

Wilt gij - zegt zij - Jesus zien, dan moet gij reine en heldere oogen hebben. Wilt gij Jesus zien, beijver u dan, in alles godvruchtig en ootmoedig Je zijn. Wilt gij Jesus zien, dan moet gij al het aardsche verlaten en u zeiven versmaden.

O geliefdste Moeder Maria! ik weet, dat ik al te onrein ben en al te onwaardig, om uwen Zoon te zien. En toch kan ik niet rusten vóór ik Hem zie; ik kan niet geheel zwijgen, maar door over-groote genegenheid word ik gedwongen, dringend aan te houden. Ik weet, dat Hij gebeden wil worden , on gij gaarne den biddende wilt ondersteunen. Daarom moet ik niet ligtelijk ophouden met bidden.

3. Jesus, Zoon Gods! ik bid U, ontferm U mijner! ïoon U aan de ziel die U zoekt en uw aangezigt verlangt te zien. Waarom zijl Gij in de wereld gekomen, als Gij van do mensehen niet gezien wilt wezen? Waarom hebt Gij U verwaardigd geboren te worden, als Gij niet ook erkend wildet zijn'? En waarom hebt Gij hier neder-

ocr page 112

80

gelegd willen wezen, dan om beter gevonden en openlijker gezien en vastgehouden te kunnen worden? Ik kon tot U in den hemel niet opklimmen om U te zien, en daarom zijt Gij tot mij in de wereld gekomen, dat ik U in mijne nabijheid zoude hebben. 0 wil U dan aan mij niet weigeren, anders dwingt Gij mij te weenen. Indien Gij niet gezien wilt zijn , waarom hebt Gij U dan aan de herders geopenbaard? Want deze kwamen ijlings en zagen U. Als Gij verborgen wilt blijven, waarom hebt Gij dan de Wijzen uit het Oosten onder het geleide der Ster aan uwe wieg geroepen? Maar Gij wilt wel degelijk gezien wezen, wijl Gij U door velen doet zoeken; ook ik dan wil U zien. En al ben ik geen herder of koning, ik ben toch een die gaarne tot uwe schapen zou behooren en door zijne oversten wenscht bestuurd te worden. Zoolang ik U niet zie, zal ik niet rusten, en zoolang ik U niet vastboude, niet zwijgen. Zoo vergun mij dan', U te aanschouwen , en Gij zult

ocr page 113

81

zien, dat ik in vrede zwijg. Want Gij z'yt mijn zielsbeminde, dien ik verlang te zien. Om't gezigt van hemel, aarde, zee en alles wat er in is bekreun ik mij niet, als ik slechts eenmaal U aanschouwen kan. Alles is mij eng en klein, bij U vergeleken, tot zoolang ik U zal mogen zien en genieten. Ik zeg het ééns, maar merk hel altoos; weinig vraag ik, maar lang wil ik zijn. Nu dan, voldoe mijn wensch, en vervul mij met vreugde door uw aangezigt. Weigert Gij mij dit, oweet, dat Gij mij dan niet weinig bedroeft. En als Gij mij bedroeft, w ie is er die mij troosten zal ? Ben ik dan niet, om door U getroost te worden, gekomen om U te zien en uit uw aanblik veel vreugde te scheppen?

4. Kom - zegt de Heer - gij goede verlangeri kom en zie! Ik ben Jesus dien gij zoekt. Als gij Mij zoekt, laat dan al het andere gaan. Geef acht met uw hart en zie uwen Heer. Zie Mij in den geest, gelijk weleer de heilige profeten Mij

ocr page 114

82

zagen, die, door het geloof verlicht, voorspelden, dat Ik uit eene Maagd zou geboren worden. Want liier wordt het oog des harten gevorderd, en zulk een oog aanschouwt Mij; doch het oog des lig-chaams is hier niet noodig, dat zelfs meestal schadelijk bevonden wordt. Immers wie in Mij gelooft, ziet Mij, en die Mij bemint, heeft Mij. Door te gelooven derhalve, zult gij Mij zien, en door te beminnen. Mij bezitten. Zie nu vlijtig en beschouw, en uwe ziel zal getroost worden. Zie mijne geringheid en mijne armoede, en gij zult groote stichting vinden. Zie alles wat om Mij heen is, en niets uitgezochts zult gij aantreffen. Zie, hoe Ik die rijk en vol was van goederen, om uwentwille arm en behoeftig ben geworden. Zie, hoe Ik als een vreemdeling op aarde verblijf houd, en niet in een eigen huis, maar in zulk een onderkomen geboren ben. Zie dit alles wél.

5. Ach Heer Jesus! als mijne ziel uwe behoeftigheid aanschouwt, voelt zij groot medelijden met

ocr page 115

83

U, en 't is voor mijn geweten een streng verwijt over mijne ongeduldigheid en mijn overvloed. Als dusdanig uw begin is, hoe zal dan nog eens het einde wezen? Doch Gij die gekomen zijt om Ie lijden, Gij hebt voor rijkdom en eer armoede on smaadheid gekozen.

Zie daarenboven - zegt de Heer - mijne handen en voeten. Ik ben gebonden als een onmagtig mensch, onder de zorg eener moeder blijvend en weenend als een van de kinderen der menschen. Hoe kunt gij lagchen als gij daaraan denkt, dal een God voor u weent? Zie mijn schoon en minzaam gelaat, dat alle droefenis en onnisl verdrijven kan. Wil evenwel niet die uiterlijke schoonheid alleen beschouwen, welke door goeden en kwaden gelijkelijk kan gezien, en door mijne vijanden eens zal misvormd worden: maar rigt den blik uws harten op de inwendige en altoos blijvende schoonheid. Zie dan, welk eene liefde Ik ii toedroeg die voor u een sterfelijk mensch wilde

ocr page 116

84

worden. Zie de wijsheid welke Ik in acht nam, daar Ik eene natuur zonder gebrek heb aangenomen; en de straf' zonder schuld onderging. Zie de volheid der genaden welke Ik der wereld aanbragt, en dat oververwonderlijk licht, dat Ik alle ge-loovigen begeerde in te storten. Geen der Heiligen of menschen had zulk een verlangen, dat Ik vleesch zoude worden, als Ik zelf gevoelde, het te zijn. Want zoodra de voorbestemde tijd gekomen was, werd Ik op de boodschap des engels en de toestemming van Maria, dadelijk zonder verwijl als Godmensch ontvangen. Zie dan mijne onna-gaanbare liefde, daar Ik voor het heil en de verlossing der menschen in louter vuur ontstak, en niets wat u nuttig of noodig was u weigeren kon.

6. O als gij nu mijn brandend hart aanschouwdet en een weinig slechts van die goddelijke liefde, welke Ik u toedraag, gevoeldet; nooit zoudt gij ophouden Mij te beminnen en te loven, nooit uwen arbeid of' smart zwaar achten. Zie met de

ocr page 117

83

inwendige oogen des geloof's, hoe de goddelijke en de menschelijke natuur zich in één Persoon vereenigden, en hoe die alovertreffende vereeni-ging onafscheidelijk voortduurt, en beschouw beide naturen, zooveel u behaagt en mogelijk is. In Mij toch zijn alle schatten der wijsheid Gods verborgen , en buiten Mij is er geen heil voor eenigen levende , en geen hoop van 't eeuwig leven in den dood. Dat uwe oogen dan altoos op Mij zijn, en uw hart bij Mij verwijle en boven al wat begeerlijk is ruste in Mij. Want Ik ben de lieer uw God, die u geschapen heb, en Ik heb uwe natuur aangenomen, om u tot Mij te trekken. Kom gerustelijk tot Mij; Ik ben uw broeder en zelfs bereid voor ii te sterven. Wat toeft gij? Treed toe, spoed u! en laat al 't andere wat u hinderen kan, gaan. Als gij zoo doet, zult gij uwen Beminde vinden, om in Hem van geluk te juichen en alle lasten te ligter te dragen. Zorg vooral, dat er niets ongeregelds of gevaarlijks in uw hart kome wat u

ocr page 118

86

zou kunnen kwetsen of verwarren, of ij del bezig houden, of van binnen verduisteren. Tusschen Mij en u moet er niets zijn wat de vereeniging belette, of de liefde vermindere, of de vrijheid roove, of de reinheid besmette, of de stille afzondering des harten verstore.

En wie, o Heer, wie zal dat bereiken?

Die gelooft, dat niets hem kan voldoen dan het hoogste Goed , hetwelk Ik ben, van wien alle goed komt, in wien alle goed is in den hemel en op aarde, in de zee en alle afgronden. Wie Mij alleen vóór alles en boven alles zoekt en altoos in den geest draagt; wie zich zeiven om Mij versmaadt, en Mij zuiver om Mij zelven bemint, die kan zich in beschouwing verheffen, en Mij loven, en met Maria in den 11. Geest juichen, nu en in eeuwigheid. Amen.

ocr page 119

87

IX

OVER HET VERLIEZEN EN HET WEDEK-VINDEN VAN JESÜS IN DEN TEMPEL.

1. Het Kind Josus bleef te Jerusalem, en zijne ouders wisten het niet. Lc. 11,43.-Gij hebt, geloovige ziel, /oor weinige dagen gehoord, hoe de beminnelijke Jesus zich aan de lierders en koningen openbaarde, en hoe groot loen de blijdschap zijner ouders was; en ook uw vreugde werd niet weinig verhoogd, dat gij zooveel goeds hoordet. Doch helaas! heden had er eene al te ongelukkige en smartelijke gebeurtenis plaats, welke te regt de harten schokt, en al wie liet hoort ontzet. Want er wordt berigt, dat de beminde Jesus door zijne ouders verloren is, en ach! juist op den tijd, dat zij om het feest naar den tempel opgingen.

ocr page 120

88

O plotselijke verandering van de regterhand des Allerhoogsten! Want als Jesus verloren is, wat blijdschap kan er dan in 'smenschen harte zijn? Immers die Jesus verloren heeft, heeft meer dan de gansche wereld verloren. Waren zij niet beter te huis gebleven, dan Jesus onderweg te verliezen? Helaas! welk een feest is dat, door zulk een ramp verduisterd? Harder toch is er niet dan het berigt, dat de troost der droeven verloren is. Geen vroom mensch twijfelt, of Maria zal bij dat verlies van haren Zoon zeer bedroefd geweest zijn. Ware zij niet Wijder te Nazareth verborgen gebleven dan heden in Jerusalem te verschijnen? Doch de heilige Moeder wilde de gewoonte der heilige Wet onderhouden en allen een voorbeeld van volkomen gehoorzaamheid geven. Daarom verliet zij haar huis en hare stad, en bezocht den tempel Gods met haren Zoon en met Josef. Doch opdat zij haar geduld toone en wij er groot nut uit trekken, heeft God toegelaten.

ocr page 121

89

dat het zoo geschiedde, dat Maria haren Zoon verloor, Hem toen met droefheid zocht, na drie dagen in den heiligen tempel wedervond en met te grooter blijdschap haven gevonden schat met zich terugvoerde.

2. Maar, o goede ouders, hoe kon dit zoo geschieden, dat gij uwen zoo geliefden Zoon van uwe zijde liet weggaan? Hoe zal ik u van on-achlzaamheid vrijpleiten? Hebt gij niet te regt verloren dien gij min behoedzaam bewaaktet ? Doch hoe durf ik het wagen, u in iets te berispen, daar ik weet, dat gij in alles heilig en allergod-vreezendst zijt?

En hoe durfde ook dit goede Kind ergens buiten uw weten en zonder uwe vergunning henen gaan? Schijnt het niet, of Hij u aanleiding tot groote droefenis heeft gegeven, daar Hij zich zoolang uit de oogen uwer eerwaardigheid verwijderd heeft? Of mogt Hij alles doen wat Hij wilde, wijl Hij 't met God deed? 't Is mij goed, wijl

ocr page 122

90

Hij hut zoo gewild heeft, wijl Hij God is, wien niemand berispen kan. Want onmogelijk kan des Vaders eeuwige Wijsheid, die het wereldal in ge-regtigheid bestuurt, iets min wijselijk doen. Hij heeft dus alles wél gedaan, niet enkel met zijne tegenwoordigheid aan zijne vrienden te openbaren, maar ook met zijn aanschijn somwijlen om zekere redenen voor zijne geliefden te verbergen.

3. Jesus ging op ter viering van het feest dei-Wet, niet om zich naar de Wet te heiligen of zijn geweten door gebeden te reinigen. Hij die heilig geboren was; maar om voor ons vergeving te verwerven, en ons te leeren, ijverig de kerk te bezoeken, om hemelsche gaven te erlangen. Hij trad den tempel in, om de meesters en leeraars te hooren, Hij die aller Meester en Leeraar was, opdat kinderen en jongelingen zouden leeren, hoe zij van den vroegsten leeftijd af de eerste kennissen moeten vergaderen, de scholen ijverig bezoeken , op het onderrigt letten, naar hunne

ocr page 123

01

'i Ü'B tlJi

meesters luisteren, niet langs de wegen te zwerven, noch zich met ijdele spelen bezig te houden. Want het is een groot sieraad voor de jeugd, als zij groote geestdrift heeft tot het aanleeren der wetenschappen , die het verstand helpen , om vorderingen te maken in de heilige schriften, opdat God er meer door bemind worde, naarmate zijn woord te dikwijlder gehoord, door de leeraren te klaarder uitgelegd en aan het boek des goeden geheugens te vaster toevertrouwd wordt. Het Kind Jesus gaf dan een voorbeeld aan kinderen en grijsaards, dat zij de studie der heilrijke wijsheid voortzetten, npdat niemand door ledigheid verflaauwe, niemand naar ijdele dingen hoore, maar de kinderen ootmoedig naar hunne meesters luisteren, hen vlijtig vragen en in alle tucht leeren; en de grijsaards naar de hun verleende genade en de vatbaarheid iler jongelingen hen verstandig onderwijzen, en de regelen des geloofs, door de heilige apostelen en profeten overgeleverd, getrouw mededeelen;

1 m in

!ï rf

iji •' llbn

m

=: .jlf

'Ijijffl

; ii

11

tjJII

ill

KI

lii

ill

ocr page 124

92

opdat al de hoorders des woords Jesus als onder de leeraren gezeten, erkennen, altoos in verbetering vorderen, en God, die den leeraars zoodanige genade schonk, godvruchtig te zamenverheerlijken. En gelijk de meesters de overigen in kennis en wijsheid overtreffen, moeten zij ook allen door een verdienstelijk leven en goede zeden voorgaan. Dat allen dan, geleerden en ongeleerden beiden, zich beijveren, de voorbeelden der zoo groote ootmoedigheid en onderdanigheid van Jesus Christus na te volgen, en zich geheel aan den goddelijken wil te onderwerpen. Want van beiden heeft het twaalfjarige Kind en de hemelsche Leeraar in zich een voorbeeld gegeven, daar Hij op kinderlijke wijs naar zijne meesters hoorde en eerbiedig het hoofd voor hen boog, en toen Hij, door zijne Moeder in alle zoetheid berispt, dadelijk uit zich zeiven aan zijne ouders gehoorzaamde en met hen medeging; gelijk Hij gezeggelijk was van manieren, zoo was Hij in zijn doen en laten, naarmate het

ocr page 125

93

behoorde of betaamde, aan goddelijke en men-schelijke wetten onderdanig.

4. Och of Gij mij, Heer Jesus! wildet vergunnen, naauwkeuriger de geschiedenis van deze uwe daad te overpeinzen! Want ik voel, dat dikwerf mef mij in den geest geschiedt, wat Gij, in het vleesch levende, eens met uwe Moeder gedaan hebt, toen Gij door haar verloren en wedergevonden zijt. Helaas! hoe menigwerf verlies ik U door toedoen mijner zonden! hoe droevig treed ik heen, als ik van uw genadegunst verlaten en zonder troost aan mijne eigene armoede overgelaten ben. Wat wonder dat ik dan treur en droevig zucht, beroofd als ik ben van uwe heilrijke zoetheid, en schier van alle hoop dat ik haar wedererlange, verstoken! O wat schijnt het mij lang, en wat een pijnlijk uur, den goddelijken troost te derven: want dan is mijn geliefde Jesus heen, mijn Trooster, en ik weet niet, wanneer Hij weêr zal komen! Wat zal ik doen ? of waar zal ik gaan om Jesus te zoeken

ocr page 126

94

ilien mijn ziel bemint? Ach, waar is Hij nu, die mij anders met zoo groote vreugde verblijdt ? 0 ik weet, ik weet het wel, als Hij zich verbergen wil, kan niemand Hem vinden, niemand Hem bereiken, niemand Hem grijpen , wijl zijn uur nog niet gekomen is. En als Hij zich gelieft te openbaren , dan staat Hij oogenblikkelijk voor de deur, treedt met gesloten deuren binnen, bezoekt het huis mijner ziel en Iaat zich aan zoo zekere teekenen kennen, dat men niet behoeft te vragen; Wie zijt gijwant het vuur der liefde, het hart dan ingestort, verklaart, dat Jesus gekomen is, en Hij dat alles gedaan heeft. In dit punt van beproeving word ik nog al dikwijls ontroerd en bedrukt, en ben vrij verwonderd over uwe verborgen beschikking, allerzoetste Jesus! Waarom toch, bid ik U, beproeft Gij mij zoo dikwerf en zoo onvoorziens in den strijd, daar Gij toch zoo geheel zoet en zonder bitterheid zijt? Die 't ondervonden, weten wat ik zeg; en weldra zullen zij allen 't

ocr page 127

95

ondervinden die uwe leerlingen begeeren (e zijn. Dit komt niet uit misleiding, niet van onwetendheid, maar uit goeden ijver voor onzen verborgen vooruitgang. En daarom, wat ik niet ten volle begrijp, laat ik liever geheel aan uwe wijsheid bevolen, welke niets doet zonder vaste reden, al is mij de oorzaak onbekend. Ik heb echter in dezen staat van zaken een niet geringen troost in mijne ellende, want ook Maria, mijne zoete Meesteresse, heelt eens Jesus verloren, en was zeer bedroefd over het verlies van haren Zoon; zij kon niet naar huis terugkeeren, voordat zij Jesus, hare uitnemende vreugde, gevonden had. En toen zij Hem niet vond waar zij meende, vond zij Hem waar zij 't niet vermoedde. Had zij immers geweten, dat Hij onder zooveel bewondering te midden der leeraren gezeten was, zij had of minder getreurd over zulk eene uitkomst, óf zich over zulk eene plegtige daad met de antwoorden van haren aller-zaligsten Zoon geluk gewenscht. Alzoo wordt Jesus

ocr page 128

96

niet altoos gevonden waar men Hem zoekt, maar Hij is dikwerf daar waar men Hem het minste verwacht.

5. Niemand derhalve denke vermetel van zich zeiven, alsof hij alleen Jesus bezit; niemand verachte een ander, wijl hij niet weet, hoezeer iemand in hel verborgen aan God behaagt, ofschoon het voor de menschen niet blijkt en hij een in smart verlatene schijnt te wezen. Immers Jesus zelf was toen aan velen onbekend, en slechts weinigen wisten, hoe groot en verheven Hij was. Hij maakte zich bekend aan wien Hij wilde, en wanneer Hij wilde verborg Hij zich; doch alles deed Hij naar wijze beschikking en tot nut der menschen. Als ik derhalve Jesus zou derven, is 't niet vreemd noch nieuw; ik voel echter, dat het mij schadelijk en voor mijn hart zeer smartelijk zoude wezen.

Doch ik voor mij beken, dat ik schuldig en zware straffen waardig ben, wijl ik mijn hart niet genoeg bewaard en te traag en nalatig ge-

ocr page 129

wandcld heb, daarom heb ik de genadegunst van .lesus verloren, en ik weet niet, wie ze mij zal wedergeven, als Hij zelf zich niet verwaardigt, zich andermaal over zijn arm schepsel te ont-tenncn.

Kom gij mij, allerheiligste Moedor Gods, in dit mijn ongeluk te hulp! ondersteun mij, mijne Meesteresse! sta mij bij, geliefde Maagd Maria, gij deure en toegang des levens! Bij u zoek ik lroost, van u smeek ik hulp. Gij weet het best, wat smart het is, Jesus te verliezen, en wat vreugde, .Icsus wéér te vinden. Als het u, o allerzaligste Maagd, die gansch onschuldig waart, aldus geschiedde, wat wonder dat mij zondaar, die in zoovéél misdoe, zijne genadegunst niet altoos nabij is zooals ik het zou wenschen. Wat zal ik dan doen, dat ik Hem wedervinde! Indien hier eenige hoop op is, zal het wel zijn door uwen raad, en door uwe verdienstelijkheid, gij die Hem nader en dierbaarder zijt dan allen. Leer mij dan, hoe

7

ocr page 130

98

ik mijn Geliefde moet wedererlangen, en begeleid mij totdat ik Hem gevonden heb. Als ik Hem zie en wedererlang, dan zal ik jubelend met u zingen: Wenscht mij allen geluk! want ik heb gevonden dien mijne ziel bemint: Hij toch is het, dien gij hebt gebaard, o allerkuischste Maagd Maria!

6. Hierop antwoordt zij: Hoor mijn goeden raad, volg mijn voorbeeld na, en uwe ziel zal vertroost worden. Verliest gij Jesus soms, wil niet wantrouwen noch u te zeer ontstellen; wil niet vertragen noch ophoud en met bidden, ot'tot aardsche vertroostingen uitgaan: maar zoek de afzondering, beklaag u zeiven, en gij zult Jesus in den tempel van uw hart vinden, dien gij verloren hadt door uwe zonden, met behagen te scheppen in ijdele dingen. Want Jesus wordt niet gevonden langs de straten der stad, noch in den kring der spelers, noch in 't land van hen die in zingenot leven, maar in de vergadering der regtvaardigen en in de Kerk der heiligen.

ocr page 131

99

7. Met zuchten moei; men Hem zoeken, die door uitgelatenheid verloren werd; met grootebehoedzaamheid Hem vasthouden, die door zorgeloosheid ontschoot; met vreeze en eerbied Hem smeeken, die de tragen en ondankbaren verfoeit; met de diepste nederigheid Hem terugroepen, die door zelfVerheifing verdreven werd; door veelvuldig ett dringend gebed Hem verzoenen, die om hunne verstrooidheid van geest de gonzcrs niet hoort; met grooten dank Hem loven, die bereid is zijne genade te geven; met de brandendste liefde Hem omhelzen, die allen spaart, over allen zich ontfermt, die om niet zijne gaven verleent en bevonden wordt, zich aan niemand te onttrekken die Hem zoekt. Moge Hij soms toeven, Hij verlaat toch hem niet die in 't gebed volhardt; doch zelfs terwijl deze het niet weet, bezoekt Hij hem weder, verlicht hem klaarder, en maakt hem te omzigtiger, dat hij zich nooit vermetel op zich zeiven verlate, maar ootmoedig en godvruchtig op

ocr page 132

100

Hem zijn vertrouwen stelle. Zoo gij dit wel in acht neemt, zult gij Jesus spoedig verzoenen en Hem in Jerusalem vinden, wijl zijne woonstede in vrede is. Jesus zal in den tempel van uw hart de heilige woorden zijns monds verkondigen. Jesus zal met u den ganschen dag, als in een bruidsvertrek verwijlen. Jesus zal u over alles onderrigten wat u tot heil verstrekt. Van Hem voorwaar, komt al wat er van genade en deugd in engelen en menschen is, met al wat er goeds in de schepselen uitstraalt. Jesus dan moet men altoos aanroepen, altoos zoeken, altoos verlangen, altoos gedenken, altoos loven, altoos vereeren; Hem altoos beminnen en in niets beleedigen, maar in alle heiligheid en reinheid verheerlijken en aanbidden , die boven alles God is gezegend in eeuwigheid. Amen.

ocr page 133

101

X.

O V EU VIER W IJ Z B N VAK, KAAR DE G E-KEGEKHEID DER GODSVRDCHT, JE8US TE ZIEK.

1. Zalig zijn de oogen die zien wal gij ziet. Mt, XIII, 16. — Dit zoete woord van onzen Heer Jesus Christus moeten wij dikwijls in onze gedachte roepen, tot Hem de innerlijke blikken des harten in den geest opheffen, wien het tic engelen lust te aanschouwen. Want zijn gezigt verblijdt boven alles; zijn genot vervult alle verlangen der ziel; zijn aanschijn maakt alle Heiligen in den hemel zalig. Maar wat zullen zij doen die nog pelgrims zijn op aarde, en de glorie der eeuwige klaarheid nog niet kunnen genieten. Zij zullen Hem wel zien, maar nu nog niet. Zij zullen Hem zien van verre, maar nog niet van nabij.

ocr page 134

102

Want zij zien Hem nu door het geloof, maar nog niet in zijne eigen gedaante. Zij zien Hem alsnog door een spiegel in een raadsel, maar dan van aangezigt tot aangezigt. Nu zien zij Hem vlugtig, maar dan aanhoudend. Nu zien zij Hem onvolmaakt en duister, maar dan klaar en open. Nu zien zij wel in waarheid, wijl zij vast en zeker ge-looven, maar dan zien zij het Woord zonder sluijer, alles ten volle. Zalig derhalve die oogen die Jesus nu zien in het licht des geloofs, om Hem naderhand in zijn rijk met de engelen Gods te aanschouwen. Hun verkeer is naar den geest in den hemel, ofschoon zij naar het ligchaam nog teruggehouden worden op aarde.

2. Doch zeg mij nu, godvruchtige en getrouwe ziel! die Christus uit al de genegenheid uws harten bemint, en zijne voetstappen streeft na te volgen , zeg mij, als u de keus werd gelaten en het u mogelijk ware, Jesus te zien in die gestalte als gij wildet en wenschtet: hoe zoudt gij, zoo ge

ocr page 135

103

mogt, Hem liever zien : of zooals Hij In de kribbe ligt; of gelijk Hij te midden der leeraren zit; of predikend voor het volk, of wel, hangend aan het kruis? Wat trekt u sterker aan? wat schijnt u zoeter? wat treft u meer? Ik wil - antwoordt zij-in dit opzigt niet kiezen, ik wil geen vrijdom hebben, mijne eigen neiging niet volgen noch t\oor mijn eigen zin bestuurd worden; ik wil op alle wijze met het welbehagen mijns Heeren Jesus Christus te vreden zijn, die de verborgenheden mijns harten weet te doorgronden en onzigtbaar te doordringen, opdat Hij mij alles in alles zij naar de behoefte mijner broosheid. Wat Hem meer behage, dat doe Hij vrij. Hij vertoone zich aan mij zooals Hij zal willen ; al wat Hij doet zal mij aangenaam zijn. In eiken staat, als ik er wel op let, is Hij geheel de mijne, en geen verscheidenheid van gedaante of leeftijd zal het geloof der waarheid veranderen; want onverdeeld is Christus, en in al deze gedaanten waarachtig

ocr page 136

104

te aanbidden. Ik voel, dat het voor mij het veiligste is, mij aan zijne beschikking zonder eenige eigen verkiezing te houden. Evenwel heb ik een altoos brandend verlangen. Hem minnelijk en in liefde te aanschouwen. Zeker 't ware een groot en kosl-baar genadegeschenk, indien Hij zich op eene van die wijzen als ik zou vragen, te aanschouwen wilde geven. Ik neem daarbij vooruit aan wat Hij wil oi' niet wil, opdat mij geschiede naar zijn woord in al wat voor mij zonder zonde begeerlijks of bedroevends wezen kan. Dal Hij het slechts wille en zich aan mij toone, dan zal ik niet naaide hoedanigheid der menschelijke gestalte Tragen, indien ik Hem slechts in zijne Godheid zien mag. Daar echter deze wijze van beschouwing hoogst verheven cn die der zaligen is, zal ik mij intusschen met al de geloovigen vergenoegen, als ik Jesus in het beeld der menschheid mag zien, gelijk Hij zich somwijlen aan eenige godvruchtigen in een geheim gezigt geopenbaard heeft. Indien Hij zich

ocr page 137

105

dan aan mij als een klein Kind, dat in de kribbe ligt, laat zien, zal ik het Kind voorwaar als God aanbidden, die zich in 't vleesch voor mij ontledigde. Ik zal Hem loven en juichen over het nooit gehoord geschenk zijner zoo groote goedertierenheid en kleinheid, dat vol is van alle zoetheid en vreuüd. Wie toch zou er zich niet in verlustigen, een zoo aanvallig Wichtje te zien, door de lofzangen der Engelen verheerlijkt; een zoo heilig Kindje te omhelzen, rein van alle smet, door de heilige herders bezocht, van de doorluchtige Wijzen eerbiedig aangebeden. Zie, dat is zoeter en doet teederder aan; dat geeft mij 't eerste onderrigt aantrekkelijker dan zijne andere daden en teekenen, waarmede Hij, waarachtig God en waarachtig mensch, in de wereld heefi uitgeschenen: — dat Kindje daar schreijend in een kleine krib! Bij zulk een gezigt wordt een rein oog, een nederige geest, een vast geloof, een zuiver geweten gevorderd, om den God der

ocr page 138

100

glorie in 't broze vleesch, en den Schepper van hemel cn aarde in de gedaante van een slaaf (e zien.

3. Doch wat! als Hij zich vertoonde te midden der leeraren, hen hoerende en op het gevraagde antwoordende, Hij, de eeuwige Wijsheid des Vaders! Zeker is 't genoegelijk, dien allerschoon-sten jongeling te zien, twaalf jaren oud, bloeijend van alle eerzaamheid der zeden, zonder eenigo de minste smet van het hoofd tot aan de voetzool toe; die nu reeds volmaaktelijk weet te spreken en te antwoorden, en blijken van hoogedele vroomheid geeft, zoodat aller oogen van plotselijke verwondering op Hem gevestigd waren, en allen door zijn bijzijn en zoete gesprekken wenschten verkwikt te worden. Daarom verlang ook ik, een weinig nieuwsgieriger in het gelaat van Christus Jesus te zien, en ter stichting de woorden der wijsheid uit zijnen mond op te vangen.

4. Zie, te midden der leeraren zit daar hel

ocr page 139

107

Kind Jesus, de Heer der engelen. Hij hoort de meesters op aarde, die de engelen leert in den hemel. Hij vraagt de grijsaards, opdat alle jongeren leeren in het bijzijn der ouderen te zwijgen en eerbied te hebben. Hij gedraagt zich daar zedig, zit stil, en zwijgt bedeesd. Wordt Hij gevraagd, dan antwoordt Hij bescheiden; Hij heeft niets ligtvaardigs in daad noch woord, en in de jaren der jeugd stelt Hij te midden der wijzen het beeld der volmaakte rijpheid voor oogen. Had iemand gansch Jerusalem doorzocht, zou hij, meent ge, zulk een Kind, zoo schoon en wijs, gevonden hebben? O neen, zell's niet in alle grenzen van Israël, al waren ook Salomo en alle koningszonen er geweest. Waarlijk! er is niemand Hem gelijk, noch in den hemel, noch op aarde, noch onder allo wetgevers en meesters, 't Was daarom geen wonder, dat Maria zoo bedroefd was, toen zij dezen zoo geliefden Zoon, bekoorlijk boven allo kindoren der raenschcn, verloren had. Want zijn

ocr page 140

lOG

glorie in 't broze vleesch, en den Schepper van hemel en aarde in de gedaante van een slaaf 1c zien.

3. Doch wat! als Hij zich vertoonde te midden der leeraren, hen hoorende en op het gevraagde antwoordende, Hij, de eeuwige Wijsheid des Vaders! Zeker is 't genoegelijk, dien allerschoon-sten jongeling te zien, twaalf jaren oud, hloeijend van alle eerzaamheid der zeden, zonder eenige de minste smet van het hoofd tot aan de voetzool toe; die nu reeds volmaaktelijk weet te spreken en te antwoorden, en blijken van hoogedele vroomheid geeft, zoodat aller oogen van plotselijke verwondering op Hem gevestigd waren, en allen door zijn bijzijn en zoete gesprekken wenschten verkwikt te worden. Daarom verlang ook ik, een weinig nieuwsgieriger in het gelaat van Christus Jesus te zien, en ter stichting de woorden der wijsheid uit zijnen mond op te vangen.

4. Zie, te midden der leeraren zit daar hel

ocr page 141

107

Kind Jesus, de Heer der engelen. Hij hoort de meesters op aarde, die de engelen leert in den hemel. Hij vraagt de grijsaards, opdat alle jongeren leeren in het bijzijn der ouderen te zwijgen en eerbied te hebben. Hij gedraagt zich daar zedig, zit stil, en zwijgt bedeesd. Wordt Hij gevraagd, dan antwoordt Hij bescheiden; Ilij heeft niets ligtvaardigs in daad noch woord, en in de jaren der jeugd stelt Hij te midden der wijzen het beeld der volmaakte rijpheid voor oogcn. Had iemand gansch Jerusalem doorzocht, zou hij, meent, ge, zulk een Kind, zoo schoon en wijs, gevonden hebben? O neen, zelfs niet in alle grenzen van Israël, al waren ook Salomo en alle koningszonen er geweest. Waarlijk! er is niemand Hem gelijk, noch in den hemel, noch op aarde, noch onder alle wetgevers en meesters, 't Was daarom geen wonder, dat Maria zoo bedroefd was, toen zij dezen zoo geliefden Zoon, bekoorlijk boven alle kinderen der menschen, verloren had. Want zijn

ocr page 142

108

gelaat was helder van eene verwonderlijke liefelijkheid, zijne oogen klaar, zijne lippen rein, zijne rede zoet, zijn antwoord vol wijsheid. Als Hij zwijgt, sticht Hij; als Hij antwoordt, onderligt Hij; 't is alles deugd wat Hij doet en zegt: als Hij in den bloeitijd reeds zulke zoete vruchten biedt, wat vrucht zal Hij dan in de volheid van den oogst niet voortbrengen?

5. O wat een genot is het voor de minnende ziel, Jesus van Nazareth te beschouwen, dien man door God bekrachtigd, zooals Hij door teekenen en wonderwerken schittert onder het volk, en de woorden des levens, zoeter dan honig en honigraat, aan zijne leerlingen predikt! Had ik slechts één dag met mijnen Heer in de wereld mogen verkeeren, ik zoude mij gelukkig achten, en nooit moest ik dien dag vergeten, om de verhevene leer en den nederigen omgang van den Zoon Gods met de kinderen der menschen, die geen' arme of kranke ontweek, maar zelfs met de tollenaars en

ocr page 143

409

zondaars plagt te eten. Helaas! hoe dwaas is hij, die van dit allerheiligst toonbeeld, als een licht in de wereld ontstoken, ook maar een kort oogenblik het oog zijns harten afwendt. Men moei het er voor houden , dat hij wel lang onkundig en onverstandig zal blijven, die zijn leven niet aan de nederigheid van den nederigen God gelijkvormig maakt. Zeer schoon dacht en schreef de groote Paulus, als hij van God ^erlicht zeide; Christus is mijn leven, en sterven gewin. (Philipp. I, 21.) Daarom zijn altoos mijne oogen op mijnen Heer Jesus Christus, want Hij is mijn regel. Hij mijne wijsheid. Immers de volmaaktheid aller deunden schiitert in Hein als in een blanken spiegel uit; ook kan er in geen boek of wetenschap iets beters en volmaakters gevonden, gekend en beschouwd worden dan in dit boek des levens, in dit waarachtig licht, 'twelk allen mensch verlicht, en bijzonder den arme van geest tot zijne liefde overtrekt.

ocr page 144

HO

Ü. Doch boven alle kostbare balsemen, geurt het lijden van mijnen Heer Jesus Christus, dat in een kort begrip den schat aller genaden bevat. Daarom is het zoo hoogst aantrekkelijk, Jesus te zien zooals Hij hangt aan 't kruis en mij de hoogheilige wonden zijns ligchaams toont, blaauw ja! van smart, maar blinkend toch van liefde, en mij boven al zijne daden zóózeer tot zielsberouw wekkend, dat het mijnen geest, om Jesus Christus en dien gekruist, niet meer lust, iets anders te denken, te lezen, te spreken of te hoeren. O dat geve mij God, Hij die den zondaars zijne erbarming niet weigert, en goedertieren het liefdeverlangen zijner godvruchtigen nabij is en begunstigt, ja! dat geve Hij mij, dat het allerheiligst lijden mijns Heeren Jesus Christus nimmer uit mijn geheuge wijke; maar dat de smart en liefde van den liefderijksten Gekruiste mijn hart doordringen en doorwonden, met Hem allerhechtst vereenigen en ontgloeijen; opdat heel de wereld

ocr page 145

414

mij walge, de gekruiste Jesus alleen boven alles mij behage, en mij te vertrouwelijker en ge-duriger in de innigste geheimen zijns lijdens invoere.

7. De beminde Jesus kan zich nog op vele andere wijzen, al naar 't verlangen der minnende ziel, verwonderlijk openbaren en voller nog over zijn allerheiligst leven en kostbaren dood, en de glorie zijner verrijzenis onderrigten. Wat de heilige evangeliën leeren en met woorden uiterlijk blootleggen, dat, bij 't aanzweven van Jesus' Geest, verklaart deze zeil'op geestelijke en diepzinnige wijze van binnen, zonder ge^ruisch van woorden, onder veel toestrallng van de hoogste waarheid, orn de glorie zelfs der Godheid te vatten, gelijk dit soms aan gezuiverde zielen in geestverrukking, tot troost in de menschelijke broosheid, gegeven is te genieten, naar hetgeen de gezegende Jesus zeil' beloofd heeft, als Hij zeide: Ik ben de deur: die door Mij zal binnengaan, zal be-

ocr page 146

112

houden worden en hij zal ingaan en uitgaan en weiden vinden. (Jo. X, 9.) Amen.

XI.

OVER DE INSTELLING DER VASTE NAAR 'T VOORBEELD VAN JESCS CHRIST ÜS.

1. Zie nu is het de aangename tijd, nu is het de dag des heil.s. II Cor. VI, 2. — De heilige tijd der Veertigdaagsche vaste is gekomen, zoo heilrijk door de Kerk ingesteld, en door alle Christen geloovigen, doch vooral door de kloosterlingen , godvruchtig in te gaan. Zoo bereid u dan, dienaar Gods, om in dezen tijd beter te leven, stipter te vasten, veelvuldiger te bidden en ijveriger Gods lol' to zingen, opdat gij u op den dag van

ocr page 147

113

's Heeren verrijzenis zooveel te meer met Hem moogt verlieugen als gij nu in te meer onthouding zult hebben geloofd. Neem dan blijmoedig het kruis des Heeren op, hetwelk de Zaligmaker der wereld vrijwillig voor u heeft opgenomen. Want oen kruis is alle kwelling des vleesches en elko versterving der zinnelijkheid, welke gedurig moet beteugeld worden, opdat zij tegen den geest niet vermoge. Dit kruis wordt ligt on zoet gemaakt door Christus' liefde en genade, die door zijn voorbeeld en dat zijner Heiligen het toonbeeld van onthouding gegeven heeft. Vrees derhalve niet, broze inensch! en wees niet kleinmoedig om te vasten. Christus is er bij, Christus heeft u het voorbeeld gegeven, Christus, die door zijne Kerk deze heilige onderhoudingen heeft ingesteld, Hij zal ook helpen om zo te volbrengen; 't is immers voor u wat gij doet; voor uw eigen heil werkt, gij als gij vast.

2. Wat ontstelt gij, vloesoh en bloed? De

ocr page 148

\u

heilige menschen van vroeger, die vele lijden in onthouding leefden, hadden toch ook vleesch en bloed. Als het voor 't ligchaam niet bezwaarlijk en voor de natuur niet lastig was, hoe kon het dan een lijd van boete heeten en zijn? — Boete moet gij dan in dezen korten tijd der Veertigdaagschc vaste doen, om de verzuimenissen van een vorig leven in te halen, en voor God uw ziel bedroeven, ten einde aan de goddelijke regtvaardigheid te voldoen in waken en vasten, in gebed en arbeid, in stilzwijgen en het bewaren der cel, alsmede in andere heilige onderhoudingen naar het gebruik der Kerk, welke thans op meerdere kruisiging des vleesches aandringt. Want overal rekt zij de nachtwaken, verveelvuldigt zij het gezang, maakt zij de gebeden langer van duur, knielt zij dikwijlder, buigt zij dieper, draagt zij vuriger het Oll'er op, aanbidt eerbiediger, vast zij langer, leest ijveriger, preekt dringender, neemt hooger ernst aan, toont grooter godsvrucht, bewaart de eerzaamheid, on-

ocr page 149

115

Uerhoudt de tucht, en vermeerdert alle oefening van heiligheid. Want alle ziel die zich op dezen dag niet bedroeft, zal uit haar volk verdelgd worden; hij toch is niet waard onder de vergadering der heiligen te worden geteld, die niet het leven der heiligen door onthouding wil navolgen.

3. Nu moet heel het oude leven verbeterd en het vleesch door welverdiende kastijdingen beteugeld worden, opdat het ten tijde der verrijzenis opbloeije in de nieuwheid des levens. De dagen van verzuim moeten ingekocht, en in den ijver des geestes iets meer ter tuchtiging des vleesches geëischt. Want 't is de geest die levend maakt; het vleesch, dat is, de lust des vleesches, is tot niets nut. Werp dan uwe gedachten op den lieer, en Hij zal u voeden, meer met zijn woord dan met spijs. Niet bij brood alleen, zegt Hij, leeft de mensch, maar bij alle woord dat uit Gods mond voortkomt. (Mt. IV, 4.) De vrees die gij gevoelt, is louter liefde tot u zeiven,

ocr page 150

116

die u meer verschrikt dan betaamt. Dikwerf kwelt de al te groote vrees en kommer des harten, dat het ligchaam zal te kort schieten, meer dan de afmatting van het werk zelve. Als het niet eenigzins moeijelijk was, wat groots zou er dan aan zijn? Te leven naar het gemak der natuur, is geen leven van boetvaardigheid. Doch voor een ijverigen geest en die mannelijk wenscht te handelen, schijnt al wat hij doet gering. Want hij begeert niet enkel het overvloedige en schadelijke in te korten, maar zich van veel ook wat geoorloofd is te onthouden. Zij dan uw geest kloekmoedig en uw wil vol-vaardig om te vasten; gij hebt immers vele voorbeelden van menschen die gelijkelijk met u mede-vasten. Denk nu enkel aan éénen dag en voeg er morgen met grooter godsvrucht een tweeden bij, en zoo zult gij in den naam Gods de overige ten einde brengen. Is voor het rijk Gods en de liefde van Christus eene zoo heilige vaste niet voor zeer ligt en kort te houden? Er is geen

ocr page 151

117

ontduiken aan; en wat baat het, dat men er zich veel over beanstigt? Laat voor eiken dag zijn eigen zorg genoeg wezen, opdat gij uwe lasten niet verdubbelt; bereid u veeleer om iets strengers op u te nemen. Hoe volstandiger gij zijt, hoeveel te ligter gij het u zult maken, en aan God zal 't meer behagelijk zijn. Welligt is dit uw laatste vastetijd van dit leven, en eene groote vreugde zal hij u geven als gij dien goed volbrengt. Hoe-velen hebben het vorig jaar gevast, die nu uit deze wereld zijn heengegaan! Aangenaam voorzeker zal 't aan God zijn, als vrijwillig en blijmoedig geschiedt, wat toch uit noodzakelijkheid geschieden moet.

4. Leg derhalve de vleeschelijke vreeze af, en ga manmoedig en opgeruimd den heiligen vastetijd in. Wandel in den geest der vrijheid en geen kommer des vleesches zal u vermeesteren. Zie vlijtig op de voorbeelden der heilige profeten, van Moses en Elias, en Daniël, wier onthouding

ocr page 152

118

van spijs zoo verwonderlijk en aan wie de eenzaamheid menige tijden lang zoo geliefd was Zie ook op den heiligen Joannes den Dooper, dien jongeling van volkomen wandel, wien de heilige Geest van den moederschoot af vervulde, en op nog teederen leeftijd in de woestijn voerde, waar hij lang in groote onthouding en strengheid des levens eenzaam heeft geleefd. Zie vervolgens vóór alle Heiligen op onzen Heer Jesus Christus, en stel Hem u als een bijzonder toonbeeld van onthouding voor oogen: hoe Hij, do Heilige der heiligen, de Koning der koningen, de Schepper der eeuwen, de Heiliger en Insteller aller tijden, veertig dagen en even zoovele nachten zonder iets te nuttigen heeft doorgebragt, en u alzoo door zijn allerheiligst voorbeeld leerde vasten en kloekmoedig tegen de bekoringen des duivels strijden. Wal toch zou niet ligt te dragen,wat niet beminnelijk worden door het voorbeeld van Hem, die immers veeleer voor u dan voor zich heeft gevast? En

ocr page 153

119

lieschouwniet enkel zijn vasten, maar beijver u, om ook zijne lange eenzaamheid u ten voorbeeld Ie stellen; hoe Hij afgezonderd in de woestijn verborgen bleef, zachtmoedig met de dieren leefde, door den duivel drievoudig bekoord en u alzoo ten toonbeeld werd, hoe gij in de eenzaamheid leven, de wereld vlugten, 's werelds gedruiscli ontgaan, veelvuldig bidden, u tot de overweging geschikt maken, met God alleen'bezig zijn, 11 zeiven afsluiten en bewaken moet.

O zoo gij daar eenigen tijd, van alle menschelijk verkeer afgezonderd, met den Heer Jesus alleen hadt mogen blijven, zou het u niet bovenmate zoet geweest zijn, die dagen niets te hebben genuttigd? 0 wat zoudt gij gelukkig geweest zijn, als gij met den Zoon Gods in de woestijn hadt kunnen verwijlen en het verkeer van Hem genieten , wien de engelen dienden! Waar, meent gij, dat het huisje of de spelonk was die Hem beschutte, of wat rustmat was er onder zijn lig-

ocr page 154

120

chaam gespreid? Op den grond zit Hij, op den grond slaapt en rust Hij, die hemel en aarde regeert. Zie Hem nu eens zitten, dan staan, dan zijne knieën buigen in het gebed tot God zijnen alraagtigen Vader. Vergezel Hem dan door de genade der godsvrucht, en wees gaarne niet Hem alleen, ganseh alleen, Jesus alleen ten troost hebbend. Want Jesus alleen is u beter gezelschap dan heel bet koor der engelen in den hemel-Voorwaar nooit is hij alleen noch gansch verlaten met wien de zoetste Jesus is; maar zonder Hem is de gansche wereld een walg en last. Leer van Hem, boe geduldig en zachtmoedig Hij in die wijde eenzaamheid is; welk een lichtenden weg Hij den kloosterlingen naar de afzondering baant, met hun te toonen, hoe men eerst met God en zich zeiven moet bezig zijn, alvorens in het openbaar op te treden.

6. Vraag Hem echter nog naar de reden van dit zijn leven en zeg: Wat doet Gij hier. Heer

ocr page 155

121

Jesus? Waarom vlugt Gij de menschen, Gij die door geen menschen kunt gehinderd worden ? Wat ontwijkt gij de stoornis, die door niemand te storen zijtWaartoe vast Gij zoo streng en kastijdt Gij zoo uw heilig vleesch, daar er niets in U te beteugelen is? Of is het om ons en ons heil dat Gij dit doet?

Voorzeker! zoo is het. Om mijne uitverkorenen doe en lijd Ik alles, opdat ook zij het heil verwerven. Want Ik ben gekomen om aan allen een voorbeeld des levens te geven, met in Mij zeiven te toonen, langs wat weg, met wat moeite en ook wat vrucht men tot mijn rijk geraakt om zich daar eeuwig te verblijden.

7. Ik smeek U dan, Heer, wil mij niet verlaten in de woestijn dezer wereld, maar wees mij een wolk bij den dag, om mij tegen de hitte dei-bekoring te beschaduwen, en een vuurkolom bij nacht, om de duisternis des geestes te verdrijven. Dat mijn Heer of zijn engel mij altoos voorga,

ocr page 156

en mij leide in het land dut van melk en honig vloeit, dat is, tot het smaken der inwendige zoetheid.

Ik zal - spreekt Hij - uw verzoek voldoen, als gij mijn wandel zult navolgen. Ik heb den weg der boete getoond langs welken men tot de eeuwige glorie gaat. Volg mij door arbeid en kwelling, indien gij rust en troost wilt hebben. Ik heb gevast, Ik heb honger verduurd. Ik hen bekoord geworden, en heb weerstaan; Ik heb de wereld en hare glorie veracht. Ik heb den duivel en zijne raadslagen verwonnen, opdat ook gij door mijn voorbeeld zoudt leeren te vasten, te waken en te bidden; de wereld te verachten, den duivel te weerstaan, het vleesch te bedwingen en tot aan den dood in de gehoorzaamheid te volharden. Zoo Ik dan voor uw heil zooveel gearbeid en zooveel onthouding beoefend heb. Ik die zonder zonde was en leefde: hoeveel te meer moet gij, die 'in zonde geboren zijt en nog den gloed der zonde

ocr page 157

m

in u hebt, uw vleesch kruisigen en alle gelegenheid tot zonde afsnijden. Beijver u dan, zoogoed gij kunt, de opgelegde vastewet le vervullen en wees meer voor de begeerlijkheid van den buik dan voor de behoefte der natuur beducht, fk wil gaarne uw vrijwillig offer aannemen, en zij het ook weinig wat gij doet, een ootmoedig en zuiver ofter toch is Mij altoos aangenaam

XII.

OVER DE IJVERIGER VERBETERING, TIIAKS NA TE STREVEN.

t. De dagen der boete zijn nu voor ons gekomen; om onze zonden vrij te koopen

ocr page 158

124

en onze zielen te redden 1). —Gezegend zij God, die ons tijd en wijze leerde om eenigeboetvaardigheid voor onze zonden te doen. Zoo toch verdienen wij zijne barmhartigheid, overvloediger genade en de glorie. O heilige tijd der boete, aan alle mcnschen tot hun heil verleend; die een perk aan de ondeugden stelt, den weg voor de deugden bereidt, rouwmoedigheid ingeeft, de godsvrucht voedt, de laauwheid verdrijft, den ijver vernieuwt en tot alle goed aanzet. O ijver der godsvrucht! o verlangen naar verbetering! toon reeds nu uwe kracht, en blijke in de daad wat gij eerst in uw geest hebt vastgesteld. Och of gij nu ook slechts één gebrek volkomen overwont of eenige verkeerde gewoonte afleerdet! O mogt gij nu ten minste één graad in de deugd klimmen of eenige bijzondere genade van den Heer verwerven! Als gij thans niet aan uwen voortgang werkt, wan-

') Woorden uit de kerkelijke daggetijden in de vaste.

ocr page 159

125

neer zult gij dan vooruitgaan, of u in eenig gebrek verbeteren? Zelden toch wordt iemand op een anderen tijd godvreezend bevonden, die zich in dezen tijd niet méér godvreezend toont. Op een anderen tijd het ongeoorloofde te mijden, verdient lof: zich thans niet van 't geoorloofde te onthouden, is berispenswaard. Een heilige tijd vordert een heiligen wandel, en de veel duizend voorbeelden der geloovigen vuren meer ter navolging aan. Als alle Christen nu heiliger behoort te leven, hoeveel te meer een kloosterling, die aan anderen een voorbeeld van heiligheid en onthouding geven moet. Eene nieuwe godsvrucht dan moet nu opgewekt, de zinnen meer bewaakt, en de volkomen verbetering van den ganschen mensch, innerlijk en uiterlijk, ijverig nagestreefd. Zij de geest godvruchtig, het gebed rein; de overweging veelvuldig, de lezing aandachtig; het spreken zeldzaam en nuttig; de eenzaamheid welkom en bestendig; zij het werk in de handen, de gods-

ocr page 160

vrucht in de meening — en Christus altoos in het hart! Want nu moet men zorgzamer tegen de lagen des vijands waken, die thans de god-vruchtigen scherper pleegt aan te vallen en te bekoren, of'hij ze soms laauw of'ongeduldig kunne maken, opdat hun arbeid vruchteloos, of de boetvaardigheid drukkend en de koordienst verdrietelijk worde. Geen wonder dat hij óns durft bekoren, die niet gevreesd heeft, het Christus onzen Heer te doen. Maar die rampzalige werd verwonnen en trok beschaamd af, opdat ons de hoop ter verwinning gegeven werde, en wij den duivel niet zouden vreezen, die Christus den Verwinnaar met ons hebben. Weêrstaan wij dan manmoedig, en laat ons bij alle wederwaardigheden standvastig blijven.

2. Niet zonder reden voorwaar wordt zoo dikwerf in de Kerk gezongen '): Bevestigen wij

'j Woorden uit de nachtgel ijden in de vaste.

ocr page 161

1-27

elkaèr in veel geduld; door de wapenen der ge-regtigheid der kracht Gods! Nu toch is het geduld zeer noodzakelijk, wijl er zich veel opdoet wat tegen onze natuur is en zonder de inwendige quot;enade niet quot;oed verduurd kan worden. Voor den een valt dit, voor een ander iets anders zwaarder, al naar gelang hij het meer met zijne natuur of gewoonte in strijd gevoelt. Gelukkig derhalve en wijs is hij die nu manmoedig en met geduld gewapend is. Want het beste middel is, aan geen vrees toe te geven en voor den vijand niet te wijken, maar mannelijk te handelen en gaarne voor den lieer zelfs nog iets strengers te willen verduren. Zóó toch hebben, door de goddelijke liefde ontvlamd, de heilige mannen, onze roemrijke vaderen gedaan, die dit leven ingesteld en ons nagelaten hebben desgelijks te doen. Eindelijk Christus Jesus, onze Heer, heeft de zware folteringen des kruises uitgestaan, en ons vooruit zijn geduld tot troost en gedurige navolging getoond'?

ocr page 162

128

Alwie zich thans derhalve in alles godvruchtiger gedraagt, hij zal ongetwijfeld met grooter vreugde het heilig Paschen vieren. Wie nu in meer onthouding en zorg voor zijn geestelijken voortgang leeft, zal zeker met de verrijzenis des Heeren te blijder met Hem jubelen.

3. O goede Jesus, zoete gastheer en trouwe vriend! geef aan mijne verlangens en verzuchtingen gehoor. Versterk mij kleinmoedige in dezen heiligen vastetijd, door U regtmatig geheiligd. Verleen sterkte aan den geest en de genade der innerlijke zalving, dat dit ligchamelijke vasten mij van mijne zonden reinige. Geef, dat ik zoo de ligchamelijke spijzen derve, dat ik mij van alle gebreken en driften onthoude naar den geest. Behoed mij tegen den listigen vijand, die er op uit is, om op allerlei wijze het gemaakte voornemen te weerstreven en den heiligen ijver te vertragen. Reik mij, goede Jesus! uwe hand, opdal ik in deze heilige dagen zonder weerzin, zonder

ocr page 163

129

zelfverheffing of verslrooijing des harten, voor uw aangezigt de koordien st verrigte, en met alle trouw de tienden mijner dagen godvruchtig ten offer brenge. Amen.

XIII.

OVER DE WOORDEN V AS J E S ü S EN DE REINHEID VAN HART.

I. De woorden die Ik lot u gesproken hob, zijn geest en leven.. Jo. VI, 64. — Verlangt gij de heilige woorden van Jesus te verstaan, keer dan in uw binnenste en leer in den geest wandelen. Want men leeft door Jesus' woorden en in die woorden is het leven van

9

ocr page 164

130

uwen geest. Jesus immers is het licht der onwetendheid en de eenige troost der smart. Hoor dan het woord hetwelk van den mond Gods en de lippen van den gezegenden Jesus uitgaat. Want de allerzuiverste Jesus zegt: Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien. (Mt. V, 8.) Een verheven woord, wijl het door den Allerhoogste is uitgesproken. Eene groote belofte, maar door de hoogste waarheid bekrachtigd.

2. Zalia; de zuiveren van harte. 0 zoet woord, dal te regt den geest tot de beloofde zaligheid trekt; immers God zelf is het loon, en niets luidt hier aardsch. Behaagt u de beloofde zaligheid, laat u dan ook de reinheid van hart behagen, opdat gij den God der goden in Sion moogt zien. Op die reiniging des harten wake heel uwe aandacht en zij al de gloed van een gedurig gebed gerigt. Want een helderrein hart heeft de belofte van een oneindig goed. Veracht

ocr page 165

131

dan dc wereld en g'y zult den hemel erlangen. Verlaat de schepselen en gij zult den Schepper vinden. Laat het tijdelijke daar en het eeuwige zal u geschonken worden. Hemel en aarde kuu-uen niet op gelijke schaal gewogen, noch God Iegelijk met het schepsel genoten worden. Wie de geschapen dingen najaagt, wordt helet voor God te leven. Wie rein is van het wereldsche en aan dc driften ontheven, hij wordt dehemel-sche aanschouwing waardig. Want hoe reiner iemand is, des te behagelijker is hij aan God. God is het licht en bemint wie lichten. God is de reinheid en verwerpt de onreinen. De liefde der wereld is broos, het gebruik aller dingen laat onverzaad; maar wat eeuwig blijft, dat is liet ware goed der ziel. De liefde tot het hoogste goed neemt toe, wanneer men al het wereldsche veracht. U zal van binnen de vreugde opgaan, wanneer gij manmoedig tegen uwe gebreken strijdt; en als gij naar buiten niets vergankelijk

ocr page 166

begeert, straalt de glans van 't eeuwig licht u te klaarder toe. Voor een heilig mensch is de behoefte der natuur een last; en voor een rein hart is de lust des vleesches hellewee. Want de vlceschelijke lusten baren niets anders dan den vuurgloed der eeuwige hel. Geve God, dat wij ons daarvoor hoeden en de waardigheid der engelachtige reinheid bewaren!

li. Zeer dienstig voor de reinheid des harten zijn de volkomen verachting der wereld, de verloochening van zich zeiven om de liefde van Christus, en de veelvuldige overweging van het vleeschgeworden Woord. Reinig derhalve den spiegel uws harten, zoo gij God verlangt te zien. Allergenoegelijkst is het, de eeuwige Waarheid en Wijsheid te beschouwen. Tot den staat van een reiner leven voert eene gezonde hervorming van den inwendigen mensch; maar een nieuwsgierig najagen van het zinnelijke verleidt en verwart den geest. De wenschelijke rust des ge-

ocr page 167

133

moeds trekke u gretig om het inwendige te smaken; want zij hebben dat zoet genot die hun leven in reinheid doorbrengen. Verlangt gij naar het heilgenot dier reinheid, hoed u dan aooi-verstoringen en sluit alles af wat er stof' toe geven kan. Begeer niets wat hoog, niets wat kieschkeurig, niets wat vreemd of zonderling, niets wat voorbijgaand is, en gij hebt de grootste rustve rstoringen afgesneden. Immers die aan al het tijdelijke ontheven is, streeft vrij naar God heen; wie door niels wordt weerhouden, klimt, terwijl hij bidt, ligtelijk ten hemel op. Geen wigt der wereld, geen weekheid des vleesches doet hem vertragen. Die zijn geweten vrij bewaart,

dringt veilig ook door de masrten der lucht heen.

ö ö ö

Zeer begeerlijk is die reinheid van hart, welke zich God en de engelen tot vriend maakt. Voor de genadegunst dier zaligheid moet men dapper strijden, veelvuldig bidden en niet traag arbeiden. De zaligheid der reinheid wordt in het dal der

ocr page 168

134

nederigheid gegrondvest, door het gebed verworven, door tranen gevoed.

4. 0 hoe liefelijk en schoon is deze deugd, die zich hoven alle stoornis van driften verheft en met den onverstoorharen God wenscht vereenigd Ie worden. Voor de reinheid toch wijkt alk-euveldaad en al het geschapene is haar onderworpen. Want zij handelt met God rein en op-regt, daarom kan zij niet overwonnen worden, maar komt zij in den Almagtige alles te boven. Haar dient het hoogere, en het lagere werkt haar mede ten goede. Voor haar vlugten do duivelen, voor haar ijveren de engelen; haar duchten de vleeschelijken, haar omhelzen de geestelijken. De heilige David vroeg, na de ootmoedige belijdenis zijner zonden, dat hem die reinheid van harte mogt verleend worden, en sprak: Schep, o God! in mij een zuiver hart. (Ps. L, 12.) Hij beweent de gepleegde misdaden, verwijt zich van zoo dwaselijk 1«

ocr page 169

135

hebben gehandeld, en smeekt, dat de zondeval des vleesches moge uitgedelgd worden, opdat hij voor Gods aangezigt weder rein bevonden, met heilrijke blijdschap vervuld en nimmer meer tot ongeoorloofd bedrijf vervoerd worde.

5. Die reinheid van hart is de regtste, lichtendste, hechtste ladder, welke met haar top den hemel bereikt en fot de aanschouwing van Gods glorie brengt. Die glorie hebben al zijne Heiligen. (Ps. GIL, 9.)

0 allerschoonste Jesus, bron aller zuiverheid, die aan de zuiveren van harte de eeuwige vreugde beloofd hebt, geef, dal ik die uitgelezen en kostbare deugd, schitterender dan goud en edelgesteenten, altoos moge bezitten, opdat ik rein van alle besmetting der zonde, U met vrijen geest in 't broze vleesch moge dienen, al wat de reinheid kan krenken diep verafschuwe, en uit al mijn verlangen U poge aan te kleven, zoolang ik ellendig mensch in 's werelds stormen leef,

ocr page 170

136

totdat Gij mij tot uwe aanschouwing laat opgaan en mij naar uwe groote barmhartigheid zult gelieven genadig te zijn. Amen.

XIV.

OVER DE LIEFDE TOT JESUS EN DE VERLOOCHENING VAN ZICH Z ELVEN.

1. Die zijn leven lief heeft zal hel verliezen. Jo. XII, 25. — Zoo spreekt de liefderijkste Jesus, daar Hij u van de zorgen en aan-lokselen der wereld wil losmaken. Ziedaar liefde en verlies. Het eeuwig Woord des Vaders zegt het; Hij misleidt u niet, maar is voor uw heil bezorgd. De liefde tot de wereld is het verlies der

ocr page 171

137

ziel, de liefde tot Jesus hare verlossing. De liefde tot het vleesch is dwaasheid, de liefde tot Jesus wijsheid. De liefde tot het schepsel vermindert de liefde tot den Schepper; de liefde tot den Schepper laat alle schepselen varen. Zij hebben geen smaak in dezelfde dingen en te regt komen zij met elkaar niet overeen. De liefde tot zich zeiven is vol vrees en angst; de verloochening van zich zeiven is onuitsprekelijke vrijheid. De liefde tot zich zeiven is een inwendig kwaad en wordt zelden overwonnen dan door eene volmaakte liefde tot God; de versmading van zich zeiven is een teeken des heils, en wie met die versmading begint zal in do liefde tot Jesus voleind worden. De liefde tot zich zeiven verduistert het hart, baart twisten en neemt allen vooruitgang weg, doch wie zich om Jesus verloochent, hij wordt vrij en kalm. De liefde to( Jesus is veilig cn sterk; zij kent geen weeken noch die zich zeiven zoeken. De liefde tot Jesus;

ocr page 172

138

gcel't al wat zij is en heeft, cu zoekt niets dan hetgeen zij weet aan God te behagen.

2. Wilt gij ten volle gereinigd en in den geest verlicht worden, versmaad u zeiven en alles om .lesus' wil. Al het groote in de wereld zij u een niet en al het zoete bitter, opdat God alleen en de zoete Jesus u boven alles zoet worde. Wat toch is in waarheid de liefde van Jesus dan de verachting van u zeiven en van alles uit liefde tot Hem? en zoo is het dat gij u zclven en alle goed in God vindt. Gij wilt uwe ziel behouden: veracht dan het tegenwoordige leven. Als gij nu den ruwen weg volgt, zult gij in't eeuwig leven gaan. Den vleesch- en wereldgezinden schijnt hel woord van verloochening en verlies van het tegenwoordige leven hard toe; doch voor hen die Christus beminnen is het zoeter dan honig en honigraat, wijl de waarachtige verloochening van zich zeiven om God een eeuwig rijk bereidt. De liefde van Jesus weet de tegenwoordige rampen te verduren

ocr page 173

nut

cii vermag de tijdelijke gemakken te verbreken. Zij vreest de versmading niet en haakt naar geen eer. Zij weet te zwijgen bij beleedigingen, en denkt er niet aan, den beleedigers kwaad met kwaad te vergelden.

3. De liefde van Jesus heeft onzigtbaren troost; zij verwacht onverwelkbare vrucht. Ik. spreekt Hij, heb u uit de wereld uitverkoren (Jo. XV, 19), met u door mijne genade te roepen, opdat gij van u zeiven uitgaat, door uw eigen wil te verlaten, en de vrucht der liefde aanbrengt, door Mij boven alles te beminnen, en uw vrucht in eeuwige zegening blijve, door met Mij te heer-schen. Doch de vrucht des vleesches is de dood; haar volgt de worm die niet sterft en het eeuwige vuur, waarvoor ons behoede die ons geleerd heeft de wereld te versmaden en het vleesch te bedwingen, Jesus Christus, onze liefde en onze verlossing Amen.

ocr page 174

110 XV.

OVER HET KASTREVEN VAN CIIRISTDSquot; A K-.MOEDE EN HET AFLEGGEN VAK DE ZORG VOOR HET T IJ D E L IJ K E.

1. De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon iles menschen heeft niet waar Hij zijn hoofd op nederlegge. Lc. IX, 58. — Dit woord van Jesus moet gij dikwijls overwegen en vlijtig in uw hart drukken, gij die een godsdienstig leven wenscht te leiden. Jesus beveelt u den adel zijner heilige armoede aan, waardoor hot rijk der hemelen gekocht wordt; en zelf arm in de wereld, heeft Hij haar uitverkoren en allerstrengst onderhouden. Ja, Hij wil zelfs, dat gij geen aardschen troost zult zoeken, wijl Hij ook zelf hier geen tijdelijke rust gehad, noch zich op aarde een stoffelijk huis gevestigd heeft om er in te wonen.

ocr page 175

UI

De dieren hebben hunne schuilhoeken om er zicli in te verbergen, en de vogelen hunne nesten of spleten om er in te rusten, maar Jesus heeft zich hoegenaamd geen woontent opgerigt, noch door een tusschenpersoon een huis of disch verschaft. Hij leefde als een arme die bedelt; Hij ging den weg door de wereld als een pelgrim die voortspoedt en toog heen als een vreemde gast. De eeuwige Wijsheid heeft zich in dorpen of steden geen huis gebouwd met handen gemaakt; noch buiten de stad in vruchtbare streken een woning gehuurd, maar tevreden met het algemeen verblijf van vrienden, streefde Hij in alles de eenvoudigheid der behoeftigen na, en had nergens behagen in de hooge woningen der zondaren. Wat men Hem voor zijn onderhoud schonk, dat gaf Hij in 't gemeen en aan een ander te dragen. Hij wilde niets eigens voor zich hebben, en spaarzaam gebruikte Hij wat de natuurlijke behoefte vorderde. Was er soms iets aan geld of spijs over.

ocr page 176

tlan liet Hij het aan de armen uitdeelen. Diens-volgens heel't Hij aan zijne volmaakte navolgers '■ene overbodige zorg voor het lijdelijke ontzegd, doch aan de zwakke broeders in goedertierene goedheid het noodzakelijke des levens toegestaan.

2. Eens ried Hem Petrus drie tenten te bouwen , toen deze op den berg gansch verbaasd, het hemelsch gezigt genoot en zich in de verheerlijkte tegenwoordigheid van Jesus en het gezelschap van de heilige Moses en Elias verlustigde. (Lc. IX, 33.) Doch in dat verzoek is Petrus, daar hij iets min voegzaams vroeg, niet verhoord. Want de woning van Christus met dc zaligen bestaat niet in aardsche tenten noch in ligchanielijke tabernakelen, maar in het gelukkig verblijf van 't hemelsche rijk, dat alle zin en kennis der stervelingen te boven gaal En zeker kon de Bouwheer van hemel en aarde, .lesus, de zoon eens timmermans genoemd, ge-makkelijk, ook zonder bijl en aks, een huis of tempel bouwen voor zijn naam; maar de hemelsche

ocr page 177

143

Meester en Kunstwerker aller deugdeu daalcl(; uiet zoo diep al', om het ligchamelijke te hervormen; immers niet om hout of steen, niet om runderen en veekudden, niet om landgoederen en inkomsten bekommert Hij zich, maar om zielen te genezen, te leeren en te verlossen. In grooter daden toonde Hij zijne magf, als Hij door ligte aanraking ol met een enkel woord zieken genas. Ook zijne wijsheid leerde Hij in daad en goede rede, als Hij van 't rijk (lods sprak en van de vergankelijke vreugden der wereld al'trok; Hij vergaderde de ootmoedigen en eenvoudigen, maar de trotsche rijken liet Hij ledig henengaan.

3. Leg dan ook gij allen onnutten kommer v oor tijdelijke dingen al', en houd u geheel en al met de toekomende renten bezig; werp uwe gedachte op den Heer, door het hemelsche te overwegen. Werk ook niet begeerig voor 'slevens benoodigdheden, om later overvloed te hebben: laat ook anderen voor zich werken, dat ze hebben

ocr page 178

om van te leven. Werk liever voor uwe ziel en ter verwerving van genade, dan daarvoor dat het vleesch gevoed worde, hetwelk eens de wormen zullen verteren. Zie toe, dat gij u niet te veel voor het tijdelijke afslooft en u in de geestelijke oefeningen te kort doet. 't Is goed, dat men het algemeen belang zocke, doch het geestelijke meer dan het aardsche. 't Is goed, dat men zijn brood in 't zweet zijns aanschijns eet, raaar wil het hemelsche brood niet vergeten. Geniet uwen arbeid in de dagen uwer ijdelheid, zegt de wijze man, opdat gij soms niet alles aan een ledigganger en ondankbare achterlaat. (Naar Eccl. II, 21 en IX , 9.) Gij kunt alleen al uwe nakomelingen niet verrijken noch alle schaden voorkomen. Beijver u liever, een voorbeeld van deugd dan een toereikend aardsch bezit na te laten. Hoe weet gij, ol' het u en anderen wel voordeelig is meer te hebben? Wil het onveilige niet verlangen; voor bet verlangen toch zal het nooit genoeg wezen en de

ocr page 179

145

begeerte wordt door de waarde der dingen niet gelescht.

4. Streel' gij de armoede van Christus na, en wees met het weinige wat de natuur behoeft tevreden om de liefde van Hem die landhoeven noch inkomsten, geldkoffers noch huizen wilde hebben. Helaas! velen verkwisten hun tijd in ij dele zorg; weinig of zelden keeren zij in hun binnenste, en zij zijn inwendig zeer ongevoelig. Hef uw hart omhoog en wil niet met de dieren aan het aardsche hangen. Met de spijzen der engelen moet gij gevoed worden, het woord Gods is de spijs der zielen. Dat is het brood des levens, hetwelk u de Heer Jesus geven zal, opdat gij in de woestijn niet bezwijkt. De goede en goeder-tierene Heer, die het eeuwige beloofd heeft, zal het tijdelijke niet weigeren. Zoek gij hel hemelsche, en Hij zal zonder twijfel het noodwendige er aan toevoegen, zoolang gij in dit leven zijt.

10

ocr page 180

XVI.

OVER J E S ü S' VERMOEIDHEID EN Z 1.1 N E HEILRIJKE LEERING.

I. Jesus, vermoeid van de reis, zette zich bij de bron neder. Jo. IV, 6. — De geduldigste Jesus is voor ons moede willen worden. Geen rijtuig noch wagen of paard gebruikte Hij als Hij op aarde omwandelde, maar Hij ging in den naam des Heeren te voet rond. Eens leest men, dat Hij een ezel besteeg en een kort eind weegs er op reed, meer tot een voorbeeld van nederigheid dan ten dienste van het gemak, en niet om eer te bejagen, maar om een proletiescb woord te vervullen. Hij gaf dus een goed voor-liceld aan de predikers en kloosterlingen, dat zij niet in staatsie zouden rijden noch groote kosten op reis maken, opdat zij aan de wereldlingen

ocr page 181

147

geen ergernis en aan de kloosters geen aanleiding tot misnoegen geven.

2. Let er op, kloosterbroeder! dat Jesus van de reis vermoeid was, en niet voor nitspanninu rond ging wandelen. Hebt gij uitspanning noodig, ga dan niet in 't openbaar, niet ver, ten einde anderen met uw omzwerven niet te ergeren. Begeef'

ö 5

ii naar het erfdeel der heiligen, waar gij het

woord Gods hooren en voorheelden van heiligheid

ö

aanschouwen kunt. Kwalijk trekt hij ter uitspanning die de blijheid van geweten verliest. Zeer ledig van binnen en weinig godvruchtig is hij die ligtelijk uitloopt. Esau, een bekwaam jager, wordt, terwijl hij buiten op het veld vertoeft, van den vaderlijken zegen beroofd. Maar Jakob, een eenvoudig menseh, en die in de woontent verbleef, ontving, terwijl hij ootmoedig zijnemoeder gehoorzaamde en zijne voelen van ronddolen weerhield, verwonderlijk snel den vaderlijken zegen. De behendige, die zijne hoop op boog en pijl-

ocr page 182

148

koker stelt, wordt in zijne wegen bedrogen; de eenvoudige man, met' God bezig en onbesproken, wordt in zijne aangelegenheden geholpen. Gewoonlijk zijn voor 't uitgaan en voor wereldsche zaken diegenen trager welke vlijtiger voor hun inwendig zorg dragen. Doch loome zielen vloeijen dagelijks uit, en zijn in 't eind, door zich in zorgen te verslijten of door 't geweld der verwarringen, gansch onmagtig en zich zolven niet meer meester. Wie van zijn omzwerven wil genezen worden en het licht des harten wedererlangen, hij bewake zich streng, overwege het eind zijner dagen en't uur van 't strenge oordeel.

3. Leer, leer ook in deze handeling van Jesus, dat de deugd tevens met oordeel moet beoefend worden. Want zich te vermoeijen door gemeen-zamen arbeid op ingeven der liefde of bevel der gehoorzaamheid, is een teeken van deugd en heeft geen geringe verdiensten. Doch op zijn tijd het afwisselen, en het ligchaam door spijs verkwikken,

ocr page 183

lil)

ol de ziel door heilige lezing onderrigten, dat is den tweevoudigen mensch met oordeel besturen. Derhalve moeten de godvruchtigen gaarne voor den naam des Zaligmakers de vermoeijenissen voldragen en volstrekt niet vlugten, daar schier ontelbare menschen zich voor de wereld afmatten. Evenwel zij de arbeid gepast, dat hij den zwakke niet doe bezwijken of voor het goddelijke onbekwaam make. Want wat gematigd is, duurt beter voort. Wel mag men tusschenbeide tot herstel zijner krachten een weinig gaan zitten en zijne eigene zwakte gedachtig zijn. Jesus zelf immers zette zich na de vermoei] enis van de reis aan de bron neder, terwijl Hij op spijs wachtte en nederig een dronk waters vroeg.

4. Bij deze bron is ook op de leering van Jcsns te letten, als zeer nuttig voor het sterfelijke leven. Hij leert u wat gij doen moet als gij met den arbeid ophoudt, en welke ontspanning gij te verlangen hebt. Want als gij niet langer arbeiden

ocr page 184

150

kunt, bctaaml het nog niet, dat gij naar ijdele gesprekken luistert, of uw genoegen zoekt in den slaap of' door de werkplaatsen omzwerft. Maar wat dan? Zet u bij de bron neder; zoek den troost des geestes en vraag begeerig met de Samaritaansche vrouw om de gaven der heilrijke wijsheid. Geef acht op de lavende wateren der Schrift, en herdenk het gelezene, opdat gij den geest herstelt, de traagheid uitschudt, de ledigheid vermijdt, en nieuwe rouwmoedigheid verwerft. Zwijge de tong van buiten, opdat de geest gevoed worde vanbinnen. Het verdriete u niet, meermalen te bidden en over den goedertieren en Jesus te overwegen. Leer van do stoflelijke dingen tot het inwendige over te gaan, en van de schepselen op te klimmen tot den lof des Scheppers. Zoo toch heeft het ook Jesus zelf gedaan. Immers naar aanleiding dezer aardsche bron en op de vraag der daar aankomende vrouw, begon Hij het woord des heils te prediken . en haar een teug hemelsche genade aan te bieden.

ocr page 185

151

Zij kwam water uit de bron halen, en droeg ver-

lieucd de leer des levens uit de hemelsche bron

ö

terug. En zoozeer was zij door het gesprek van den honigvloeijenden Jesus verkwikt en verblijd, dat zij haar waterkruik vergat eu heenspoedde, om aan hare medeburgers Gods wonderbare werken te verkondigen. En dat is het teeken van eene groote ontvangen genade, als iemand door lezen , bidden en overwegen zoo innerlijk getrofl'en wordt, dat hij, aan 't genot van 't oogenblik niet denkend, geheel in liefde tot de levende bron ontvlamt. Van deze bron zingt de heilige David niet dorstend hart aldus: Mijne ziel dorstnaar God, de levende bron. (Ps. XLI, 3.)

5. Toen nu de leerlingen uit de stad kwamen en Jesus aanmaanden te eten, toonde Hij, dat het brood der gehoorzaamheid, 'twelk de aan God onderworpen ziel allerbehagelijkst voedt, boven alle ligchamelijke spijs te slellen is. Want geen drank is zoeter dan de hemelsche genade, welke

ocr page 186

den besmeurde afwascht, den dorre laaft, den bekoorde verkwikt. En geen smakelijker spijs wordt er geproefd, en geen bekoorlijker tafel den godminnende voorgesteld dan de vervulling van het hemelsch gebod, gelijk de allergehoorzaamste Jesus zelf sprak; Mijne spijs is, dat Ik den wil doe van Hem die Mij gezonden heeft. (Jo. IV, 34.) Want Gods welgevallen te zoeken in hetgeen er te doen is, dat behaagt der minnende ziel boven alles, dat voedt voortreffelijk den gehoorzamen leerling, en verkwikt met geestelijke vreugde, om de verdienste der gehoorzaamheid. Zoo stond Elias, die diep in de wijde woestijn doordrong en geheel vrij met zich zelven alleen was, door den engel vermaand, op, en at; en terwijl hij het woord des engels vervult, wandelde hij in de kracht dier spijze tot aan den berg Gods. Want de ware gehoorzaamheid voert door korte moeite tot het toppunt van volmaaktheid en den berg der eeuwige rust, waar volle

ocr page 187

153

verkwikking is van alle hitte en inspanning, en het bezit der volle zaligheid in het bijzijn des Vaders en zijns Zoons Jesus Christus met het genot des Heiligen Geestes. Amen.

XVII.

OVER II ET SCIIUIIiï VAN JESUS HS ZIJNE li A R M-JIARTIGIIEID JEGEKS DE ZONDARES.

1. Doch Jesus bukte zich en schreef met den vinger op den grond. Jo. VIII, 6. •— De beminnelijke Jesus, de goedertieren Leeraar, de waarachtige Meester, de regtvaardige Regter en barmhartige Zaligmaker was, gelijk het evangelie berigt, een schrijver, die niet met inkt, maar met zijn vinger op den grond schreef, en een goed schrijver, die den arme barmhartig-

ocr page 188

154

huid toekende en de zondaresse vergiffenis verleende. Hij handeit niet tegen de wet, als Hij de strengheid der wet verzachtte. Want de onge-lukkigen hebben barmhartigheid noodig, en den waarlijk rouwmoedigen moet te regt vergeven worden. O hoe schoon is het schrift en hoe kunstrijk de vinger Gods, als Hij de rouwmoedige zondares, badend in hare tranen, met goedgunstige woorden troost, en de kwaadwillige belagers, zoo wraakgierig en onbarmhartig, met wijsheid overtuigt, en toont hoe zij zeiven beschaming waardig zijn, als Hij zegt: Wie van u zon dei-zonde is, vverpe het eerst den steen op haar. (Aid. 7.) Zoo spreekt Hij tegen de beschuldigers, en ter bevrijding der boetelinge uit den muil der wolven.

2. En nu, goede Jesus! wat zegt Gij tot de vrouw? De schnldpligtige verwacht een goed woord; zeg uw gevoelen, zij onderwerpt zich aan uw oordeel, geel' een troostelijk antwoord. Gelijk Gij

ocr page 189

iilloos barmhartig plagt te zijn, zoo wees het ook nu. En ook Ik, zegt Hij, zal u niet ver-oor deel en. (Aki. 11.) Kan er wel genadiger en overvloediger verleening van vergiffenis zijn? Wees getroost, o schuldbewuste overtreedster, nu gij het woord van zoo groote goedertierenheid hebt gehoord. Als God vóór i, is, wie zal dan tegen n staan ? Christus Jesus is het die u regtvaardigt; wie dan, wie zal u veroordeelen? En wat zult gij verder doenquot;? Wat zult gij tot herstel voor uw misdrijf aanbieden? Gij hebt berouw over doge-pleegde misdaad, maar gij moet in 't vervolg meei op uwe hoede zijn, dat gij niet hervalt. Ga. spreekt de goedertierenste Jesus, en wil nu niet meer zondigen. (Aid.) Kan er korter en voller vrijspraak en voldoening van volkomen boetvaardigheid zijn? Hij die de harten kent wist, wat groot berouw de zondaresse had; daarom bewees Jesus overvloediger goedertierenheid, dat zij niet door al te zware droefheid zou verslonden

ocr page 190

156

worden, zij, die openlijk aangeklaagd, groote schaamte voor hare schuld verduurde.

3. Gij hebt de goedertierenheid des Zaligmakers en den grooten troost voor de zondaars vernomen; beijver ook gij u, uwe schulden te erkennen en naar hare grootheid te beweenen, voordat gij door de booze geesten aangegrepen en gedwongen wordt, in bet toekomstig oordeel van alles rekenschap te geven. Zeg met den tollenaar: God! wees mij zondaar genadig. (Lc. XVIII, 13.) Twijfel niet aan de barmhartigheid des Verlossers, als gij u slechts in 't vervolg uit al uwe krachten voor de gepleegde zonden wilt hoeden en uw leven volkomen verbeteren. —

4. Merk in deze handeling van Jesns ook op, dat Hij geschreven heeft. — 't Is een zeer goed werk, boeken te schrijven welke Jesus bemint, waarin Hij gekend, gelezen en gepredikt wordt. Als hij zijn loon niet zal verliezen die aan een dorstende een beker koud water toereikt (Ml. X, 42),

ocr page 191

157

wat vergelding zal hij dan niet ontvangen, die aan eene ziel die eeuwig moet leven, in geschriften hot water der heilrijke wijsheid verschaft ? Zooveel letters als gij schrijft, zooveel offers van lof brengt gij aan God.

5. Want heilige boeken zijn de wapenen der geestelijken, het sieraad der kerken, de rijkdom en schat der leeraars, de bazuinen der priesters, de troost der kloosterlingen, de spijze der vromen, het testament der Heiligen, het licht der geloovigen,

kweekhoven der deusden, werktuigen van den

ö ' ö

II. Geest. — Gezegend zij derhalve de hand des schrijvers en gezegend de vingeren, met zoodanig werk onledig! Jesus leert u door zijn voorbeeld, daar Hij met zijn vinger op den grond schreef, opdat ook gij gaarne Gods woorden zoudt schrijven, en terwijl de een zc leest, de ander ze ook preekt, zult gij een groot loon voor de veelvuldige vrucht van de werken uwer handen verwerven, door de genade van onzen Meer Jesus Christus, den ver-

ocr page 192

158

jollier van alle goed, bij wien al de haren van ons hoofd geteld zijn, en geen enkele dooruge-schreven letter kan verloren gaan. O gelukkig ja ! Amen.

XVIII.

OVER II E T BEWAKEN DER O O T M O E D I G II E 1 I) EN HET RESCHOtnVEN VAN-EIGEN RROOSIIEID.

1. Als gij alles zult gedaan hebben wal ii bevolen is, zegt dan: wij zijn onnutte knechten. Lc. XVII, 10,—Dit woord van onzen lieer Jesus leert ons veel om de nederigheid te bewaren en alle ijdele glorie en opgeblazenheid uit te sluiten. Inzonderheid vermaant Hij hen die op het hooge uit zijn, dat zij hunne eigene broosheid en nalatigheid gedenken, en zich niet

ocr page 193

159

op hunne werken, al zijn zo naar menschclijk oordeel goed verrigt, verheffen, maar liever, Gods oordeel over hen duchtend, ootmoedig zijne barmhartigheid inroepen dan vermetel op hunne verdiensten te vertrouwen. Zoo toch riep de heilige en ootmoedige David vol vrees tot God: Treed niet in 't oordeel met uwen dienaar; want voor uw aangezigt wordt geen levende geregtvaa rdigd. (Ps. CXL11, 2.) Zie wat laag gevoelen gij van u zeiven moet hebben; hoezeer gij dat hoogste gerigt moet duchten, gij die zooverre van de heiligheid van den grooten koning en profeet David verwijderd zijt. Want gij zijl geen koning noch profeet; en gij hebt ook nooit, als hij, verdiend, een heilige of uitverkorene naar Ciods hart genaamd te worden. Hij heeft niettemin het woord des lleeren vervuld, met zich een onnutten knecht, en nog verachtelijker, ja zelfs een worm te noemen, en na verwonderlijke daden volstrekt geen hoog gevoelen van zich zeiven te hebben.

ocr page 194

100

2. Breng u de verledene zonden in 't geheugen, en de tegenwoordige gebreken en de toekomstige gevaren, en gij zult geene groote gedachte van u zelven koesteren, maar veeleer beducht wezen en verklaren, dat gij nietig en onnut zijt. God heeft uwe dienst niet noodig, al handelt ge ook wél; en Mem waardig behagen zult gij niet, zoo gij u niet voor een onwaardigen en onnutten knecht erkent. Als gij, dus is zijn woord, alles gedaan zult hebben wat u bevolen is, zegt dan: Wij zijn onnutte knechten. Moet gij dat nog zeggen , ook na 't volbrengen van alle geboden, en hebt gij ook dan nog geen regt in iels te roemen: hoe verachtelijk en onwaardig moet gij dan wel in uw eigen oog niet zijn, daar gij dagelijks in zooveel te kort schiet en misdoet rn 't in bijkans niets tot de volmaaktheid brengt. Wanneer hebt gij één dag of ook maar één enkel uur zoo goed en behoedzaam voor God en menschen kunnen verkeeren, dat gij zonder eenig verzuim

ocr page 195

161

1 ^

—

alles deedt wat gij moest doen, en zóó als gij het behoordet te doen ? Zoo groot is de menschelijke zwakheid, dat zelfs die werken niet altoos vrij zijn van smet, welke naar menschelijk oordeel als regtvaardig worden geprezen. Leg derhalve alle ijdel zelfbehagen en alle aanmatiging af, en merk wel op, in wat menigte van dingen gij een onnutte knecht zijt.

3. Ga eens naauwkeurig de verkeerdheid en onbestendigheid uwer gedachten na, en gij zult bevinden, dat gij niet slechts onnut voor het goede, maar aan veel kwaad pligtig, en smaad en straf waardig zijt. Dit nu is het eenige middel en de eenige troost voor een bedrukten geest, dat een ieder zich voor zoo ontelbare verzuimenissen en zondesmetten in waarheid verncdere, zich den minste van allen en gansch onnut achte, met de waardij der biecht en de kracht van den goeden wil de verledene zonden en dagelijksche verzuimenissen herstelle, en zich gedurig op godvruch-

11

m

lp I

ill

ocr page 196

162

tige gebeden beijvere. Bied derhalve manmoedig weerstand aan de u bestormende gebreken; want zóóveel vordert ieder in de deugden als hij te i'eller zijne fouten haat en verslaat. En al is het ook dat gij dikwerf bekoord wordt en valt, toch moet gij telkens weer pogen op te staan, met te grooter omzigtigheid uw goed voornemen hernieuwen en met den profeet zeggen: Ik heb gezworen en vast besloten, de oordeelen uwer geregtigheid (uwe regtvaardige wetten) te onderhouden. (Ps. CXVIII, 106.) Hoe dikwerf gij dan ook van 't opgevatte voornemen afwijkt, en de krachten niet hebt om het te volbrengen, wanhoop evenwel volstrekt niet, en geef den moed niet op, maar vertrouw op den Heer, en roep en bid met alle ootmoedigheid en volhardenden zielsdrang: Help mij, Heer, en ik zal behouden zijn, en ik zal mij altoos in uwe instellingen verdiepen. (Aid. 117.)

ocr page 197

163

XIX.

01gt; PALMZONDAG; OVER CHKISTUS' INTREDE

IN JERUSALEM, EN OVER ZES SOORTEN VAN MENSCHEN DIE IIE ,M VOLGEN.

1. De kinderen der Hcbreërs droegen olijftakken en gingen den Heer te ge-moet 1). — Genoegelijk is het, op het Palmfeest van heden de plegtige processie der H. Kerk en de geestdrift van 't Joodsche volk, hetwelk den lieer met groote vreugde en eer volgde, te beschouwen. Want wat de Joden weleer ligchame-lijkerwijze aan Chrisfus, in het vleesch levende, bewezen, moeten wij Hem geestelijkerwijs, nu Hij in den hemel heerscht, betoonen. En zooveel te inniger behoort dit onder feestliederen en godvruchtige gezangen te geschieden, als God meer

') 'Woorden uit het koorgezang onder de palrauiulee-ling, naar Mt. XXI, 8

ocr page 198

164

de inwendige hulde onzes harten bemint, en ons in hot Jerusalem van hierboven verlangt in te leiden. Daarom toch vooral is Hij op aarde gekomen , om dezer bewoners tot don hemel terug Ie roepen. Daarom spoedde Hij naar de plaats des lijdens, om ons een allergelukzaligsten woonzetel in den hemel te bereiden.

Ten teeken daarvan liet Hij zich eene ezelin en haar veulen brengen, en zedig rijdend leidde Hij ze de aardsche stad Jerusalem in, welke een beeld der eeuwige gelukzaligheid bevat, opdat wij hoop zouden hebben, dat Christus ons met zijne heilige engelen in het eeuwige leven zal wedervoeren, Hij, die ons sterfelijk ligchaam uit het stof der aarde opwekken en bij de toekomstige verrijzenis der regt-vaardigen met de kroon der onsterfelijkheid omklee-den zal. En wie zal waardig kunnen zijn dit te verdienen ? Hij voorwaar die zich als een klein kind onder de kinderen der Hebreërs zal vernederen, en geworden zijn als het arme lastdier onder de voelen

ocr page 199

165

van Christus, en zich ten allen plaatse en tijde naar Gods welbehagen gereed houdend. Want al wie zich zachtmoedig en ootmoedig onder zijne broeders betoont, en zich om eenig gebrek of onbekwaamheid welke hij in zich opmerkt, als een plomp lastdier of onnutten knecht beschouwt, hij zal door zijn nederig gevoelen Christus meer behagen en meer nabij zijn dan die trotsche Fari-seër, die zich als een snuivend ros op eenig goed werk verhief. - - Christus wilde voor zijne intrede geen hinnekend en bijtend paard, maar de zachtmoedige ezelin, en aldus zoekt Hij nog den eenvoudige en ootmoedige om Hem te dienen, legt hem het juk van 't heilig kloosterleven op, opdat hij door de wet des levens en der tucht langs regten en effen weg na zijn dood in het hemelsch Jerusalem aankome.

2. Beschouw derhalve, welke en hoe groote deugden Christus ons bij deze intrede door zijne menschheid toont, die, ofschoon immers als waar-

ocr page 200

166

achtig Zoon Gods naar zijne Godheid de hoogste en rijk en maglig boven allen, toch niet uiterlijk voor het volk door aardsche praal de uitnemendheid zijner majesteit ten toon spreidde, maar met groote nederigheid en zachtmoedigheid naar de Hem weerspannige stad heentoog. Dit is onze Koning, van wien Joannes de Dooper voorzeide, dat Hij het Lam was 'twelk in de wereld zou komen; die voor de zaligheid van het menschelijk geslacht naar de lijdensplaats kwam ter voltrekking van het werk onzer verlossing, gelijk het aan de heilige aartsvaderen en profeten geopenbaard was. Hij ontweek het aangezigt zijner vijanden niet, noch schuwde de heilige plaats om de boosheid des volks; maar met de grootste liefde en goedertierenheid ging Hij tot de afgunstigen en verbitterden, om hen in hunne opgewondenheid te bedaren; daarbij treurde en weende Hij over hunne boosheden en de hen wachtende rampen. Hij lette niet op het gejuich en den lof, maar hield het

ocr page 201

167

oog geopend voor de toekomstige gevaren der trouweloozen, en sprak tot hen die zich zoo gerust verheugden: Och of ook gij erkendet wat u dreigt, gij zoudt voorwaar meer treuren en met Mij mede-weenen. Want het hart des wijzen is waar droefheid is, doch het hart des dwazen waar blijdschap is. (Eccl. VII, 5.)

Door droefheid toch wordt de ziel des overtreders verbeterd, en door blijdschap menigwerf de staat van een godsdienstigen geest ontbonden. Eu des te verder wordt de mensch van God verwijderd en des te kouder in zich zeiven, als hij meer en langer met uiterlijke dingen bezig is. Daarom gaf de Heer aan hen die bij de men-schen in eer en grooten naam, en gaarne in 't gezelschap van vrienden zijn, den goeden raad, dat zij de oogen van het tegenwoordige zouden afwenden, en het aandachtig overwegen, hoe plotseling al die wufte vreugden voorbijgaan. Dat derhalve de verstrooide ziel zich tot de heden door

ocr page 202

168

Christus gedane werken keere; alle wereldsche bezigheden afwerpe; de bloemen van goede gedachten uit de heilige schrift neme en zich haaste, den hemelschen Koning met inwendige oefeningen als met groenende palmen in 't gemoet te treden. En ziet zij iets uiterlijks dat tot het feest behoort, of hoort zij het in gezang: zij blijve niet bloot daarbij, maar onderzoeke vlijtig wat heilzaam geheim er in verborgen is.

3. Men merke dan op, dat er zich bij Christus' intrede van heden zes soorten van goede menschen bevonden, die Hem hij zijne komst door eenig teeken van vroomheid hunne huldebragten. Eenigen gaan voor, eenigen volgen; eenigen snijden takken, anderen spreiden hunne kleederen uit; eenigen dragen, anderen treden naast den Koning voort. Niemand staat hier ledig; niemand luistert naar ijdel geklap; ieder houdt zijne plaats, elkeen volbrengt verheugd zijn pligt. Dit kan in geestelijken en zedelijken zin schoon verstaan, en tot onder-

ocr page 203

169

rigt in 't geloof en voor de zedeleer aldus toegepast worden. Die dan Christus voorgaan, dat zijn de patriarchen en proleten, die vele geheimen van Christus aan het volk voorspelden en brandend verlangden Hem te zien. Die Christus volgen, dat zijn zijne leerlingen en andere door Christus bekeerde geloovigen, die hun vermogen met 's werelds zorgen verlieten en Christus volmaakt gevolgd zijn en vele anderen door woord en voorbeeld tot een goed leven getrokken hebben. Die takken van de boomen snijden, dat zijn de bestuurders der Kerken en de predikers van Gods woord over heel het wereldrond, welke uit de heilige boeken en verhandelingen der kerkleeraars schoone en nuttige gezegden als bloemen en loover van boomen met studeren verzamelen, om ze naderhand in de kerk voor het volk in 't preken getrouw uit te leggen. En opdat tie zwakke of onwetende hoorders hunne voeten niet op den weg wegens de hardheid der geboden aan een steen des aanstoots kwetsen,

ocr page 204

170

daarom brengen goede leeraars, om het pad van 't hemelsche leven effen te maken, vele voorbeelden van Heiligen, als rozenbloenien en leliën der dalen bij, door nu eens de geduldigheid der Martelaren, dan den arbeid der Belijders of de kuischheid der Maagden aan te voeren. Die hunne kleederen op den weg uitspreiden, dat zijn de ^oedo beheerders van tijdelijk goed, die de armen en nooddruftigen met spijs en drank verkwikken, dat zij niet door hun dagelijksch zwoegen op den weg bezwijken. Zij dan ontdoen zich van hetgeen zij aan kleeding of geld over hebben, om meedoogend bet noodwendige aan de naakten en behoeftigen te geven, opdat zij door aardsche aalmoezen, om Christus' wil geofferd, na hunnen dood het eeuwig loon in het rijk Gods ontvangen. Weleer waren er velen in de H. Kerk zoozeer van de goddelijkt; liefde ontvlamd, dat zij niet slechts hunne uiterlijke en tijdelijke goederen aan de armen schonken , of bij gedane gelofte alles verlieten, maar

ocr page 205

171

ook ten tijde van vervolging hunne ligchamen voor Christus' geloof aan verschillende folteringen overgaven. Zij voorwaar hebben op den weg Gods en bij den intogt van Christus boven de andere versmaders der wereld hunne ligchamen als de hulsels en drukkende lasten hunner zielen neer- en heengeworpen ter aarde, om door de booze menschen tc worden vertreden, opdat zij voor alle folteringen, hun in den tijd aangedaan, de eeuwige kroonen in de hemelsche vreugden met de heilige engelen zouden ontvangen. Die Christus dragen zijn de ezelin cn haar veulen, die wel do kleederen der apostelen op zich hebben, doch naar Christus' wenk voort-treden. Hierdoor worden goede cn godvruchtige kloosterlingen aangeduid, die de wereld verzaken, en door de leer der apostelen tot Christus geroepen , in een klooster gaan: zij nemen zijn zoet juk en ligten last bij ordesregel op zich, beminnen de kuischheid, onderhouden de gehoor-

ocr page 206

172

Mamheid en leven onder de tucht der oversten; zij houden den teugel des stilzwijgens in den mond, en buigen rug en hals ter kastijding ootmoedig onder de roede der tucht; en dit alles verdragen zij om Christus, die hen uit de ijdel-heid der wereld riep en aan zijne dienst verbond, vroom en gaarne heel den tijd huns levens door.

4. Die op den weg naast den Koning gaan, zijn de apostelen, en deze zien zijn aangezigtslechts voor een oogenblik en van ter zij'. Dat zijn de beschouwende mannen; geheel van de wereldsche bezigheden verwijderd, aan de eenzaamheid en de stilte bijzonder overgegeven; zich gedurig op het gebed, de heilige lezing en overweging toeleggend, en door veelvuldige verzuchtingen naar het hemel-sche smachtend, wenschen zij met brandend verlangen Christus in zijne glorie te zien; en door bijzondere genade diep ingekeerd, en bijwijlen op eens in den geest boven zich zeiven opgeheven, beschouwen zij Christus' aangezigt voor een oogen-

ocr page 207

173

blik als van ter zij'. Want door de grootheid zijner zoetheid versmaden zij alle zigtbare en geschapen dingen, die zij voor niets en nietswaardig achten , en werpen alles weg wat van het hoogste goed aftrekt en belet met God bezig te zijn.

5. Maak uit het bovengezegde op, dat er twee rijen zijn van die den Heer loven: de eene gaat vóór Christus, de andere volgt Hem. En deze zingen allen eensgezind met één stem, en allen roepen het uit: dat Christus in het vleesch is gekomen, en belijden, dat Christus de Koning uit het geslacht van David geboren is. Door die zangeren worden gepast de dienaren der H. Kerk beteekend, die gewijd zijn om de koorgetijden en goddelijke dienst te volbrengen; die de geschiedenissen van het Oude en Nieuwe Verbond, achter feestliederen en gezangen tot lof van God uitgegeven, op gezette tijden doen hooren, en blij van hart en mond zingend, zich zeiven en anderen tot de hemelsche beloften pogen op te

ocr page 208

174

voeren, opdat zij niet, door 't verdriet en den arbeid des tegenwoordigen levens afgemat, in 't bereiken van 't hemelsch Jerusalem vertraagd worden, werwaarts ons heden Christus, do Koning van Israël, onze Schepper, vrijwillig met zijn kruis is voorgegaan. Een ieder zal naar zijn staat en rang en pligt zijn eigen loon naar zijn arbeid ontvangen. Daarom moet alle gewijde en trouwe dienaar Gods zeer ijverig en vlug zijn, om in de kerk, in het aangezigt van Christus en do Heiligen, te zingen; hij neme een voorbeeld aan de kinderen der Hebreërs, die Christus met luider stern tot in het hoogste der hemelen loofden. Want zoo dikwerf een kloosterling minder ijverig koor houdt of zijne stem onttrekt, of zelfs met ij dele beelden bezig op iets anders denkt en niet dan achteloos op elk der goddelijke woorden let; verliest hij ookeene kostbare parel uit de kroon van zijn hoofd, en laat hij eene schoone en geurige roos door den vijand uit Gods heiligdom rooven en wegdragen. - -

ocr page 209

175

6. Doch nu lust het, de houding cn staalsie van onzen nederigen Koning op het veulen eener ezelin gezeten, iets vrijer te beschouwen. Als Hij daar te midden van het juichende volk was, loonde Hij geen enkelen lach maar weende! Nergens in 't gansche Oude Testament vind ik er een uit de koningen van Israël of Jerusalem die zoo nederig reed, ot'zonder krijgswapenen en klinkende trompetten den vijand te gemoet ijlde. Nergens ook vind ik in 't leven van Christus een dusdanig iets als onze Verlosser heden op dezen dag voor zoo groot eene menigte van zamenjuhelende volken heeft gedaan. Daarom is een zoo ongewoon voorval uitermate verbazend. Leest men al, dat Jesus dikwerf, het woord Gods predikend, door vlekken en dorpen ging; alsmede dat lüj van de reis vermoeid werd, ik merk toch niet, dat lüj de dienst van eenig lastdier heeft ingeroepen, om gemakkelijker te zitten of spoediger op de ge-wenschte plaats aan te komen. Doch wie heeft

ocr page 210

170

ilen zin des Heeren gekend, of wie is hierbij zijn raadsman geweest? Ik geloof en bemerk, dat hel een goddelijk raadsbesluit was, opdat het heilig woord des profeets, lang te voren voorspeld, vervuld wierde, hoe namelijk Christus, de Koning van Israël, in nederige houding en in den geest van zachtmoedigheid komen zou. Velen wisten welligt niet, van wien de profeet sprak; doch toen Christus door zich zeiven met de daad volbragt wat de profeet te voren met woorden letterlijk had uitgedrukt, toen werd het zonder twijfel geloofd en goed verstaan, da! het van Hem geschreven was; en dit hebben zij Hem gedaan, gelijk de H. Joannes getuigt (XH, 16).

Hij kwam dan Christus de Heer, de Koning der koningen, niet met magtige hand om de menschen vrees aan te jagen, gelijk wereldsche vorsten doen, maar om hun een voorbeeld van nederigheid te geven, door welke zij ligtelijk lot

ocr page 211

-177

liet henielsche rijk konden gaan. Want er is een groot onderscheid tnsschen den Koning dor hemelen en een koning der aarde, tnsschen den armen Christus en den rijken Salomo. Salomo, die m Jerusalem regeren zou , werd op het muildier van koning David geplaatst (HI Reg. i, 33); doch Christus, die tegen den duivel ging strijden, zat op het veulen eener ezelin Gene toog op onder het schallen der bazuinen, deze onder 't gezang der kinderen. Gene verheugde zich in zijn koninklijken tooi, deze weende over 't gevaar der stad, waarin David drie en dertig jaren geregeerd had. In dit feit toonde Hij wel tot het geslacht van David te hehoorun, Hij die, om hel erfdeel zijner vaderen in bezit te nemen, den tempel van Salomo intrad, dien Hij ook door glorierijke teekenen en leeringen verheerlijkte, als Hij er zieken genas en het volk onderwees. Daarom riep ook het volk bij de aankomst van Christus zijnen Koning onder luid gelukwenschen uit: Gezegend zij het rijk

12

ocr page 212

178

van onzen vader David! Hosanna in den hooge 1)!

7. Maar verwonderlijk schijnt het, hoe het eenvoudige en ongeleerde volk zich over zulk een armen koning niet schaamde, noch gestuit werd door zijn gering voorkomen. Niets toch van koninklijken adel scheen uiterlijk in Hem uit; maar gelijk Hij te voren blootsvoets en met ongedekt hoofd plagt te gaan, zoo trok Hij nu zonder koninklijken (ooi in de koninklijke stad. En zij ergerden er zich niet aan, dat Hij arm kwam, maar rigtten de oogen des geestes op de teekenen der Godheid en werden dan nog meer door de eenvoudigheid van zijn voorkomen gesticht.

O Jerusalem! beschouw de nederigheid van uwen Koning, zijne zachtmoedigheid, zijne regt-vaardigheid en zijne armoede boven al de koningen der aarde. Zie, Hij komt zonder de wapenrusting

') Woorden uit het gezang onder de processie.

ocr page 213

179

van dappere mannen, zonder geschal van bazuinen, zonder paarden en muildieren, zonder zwaarden pantser, zonder schild en lans, zonder boog en pijl, zonder kroon en schepter, zonder eenigwe-reldsch gedruisch en krijgshaftige praal. Om dal alles toch bekommert Hij zich niet, die de versmading der wereld met woord en daad kwam prediken. Hij nam, om er op te rijden, een gering lastdier, ten teeken van armoede en onschuld, opdat Hij door zijn nederig gedrag veeleer goedertieren en beminnelijk dan een schrikwekkend koning en gestreng heer zoude schijnen. Hij deed zich verzeilen van arme en weerlooze lieden; de rijken en magtigen liet Hij gaan, wijl zijn rijk met van deze wereld, maar van eeuwigheid van don hemel was. Hij had veel verschillends met aardsche koningen en vorsten; want Hij kwam nederigen en armen roepen, zooals zijne leerlingen waren, aan wie Hij het rijk Gods beloofde, dat hun niemand met geweld zal kunnen ont-

ocr page 214

180

rooven, en naar hetwelk ons door zijne genade trelieve te geleiden Jesus Christus, de Verlosser der wereld, de Koning der glorie, die boven alles God is, gezegend in eeuwigheid. Amen.

XX.

or DE WEBKLAGT OVER 'T L IJ D E N DES H E E R E K. (PASSIE-ZON DA G.)

1. O gij allen die langs den weg voorbijgaat, geeft acht en ziet ot' er eene smart is gelijk aan mijne smart. Klaagl. | 12, — Nu wordt in de H. Kerk de gedacli-lenis van 'sHeeren lijden gevierd, en 't is billijk, dat de kinderen der Kerk met hunnen Hee;-medelijden, die voor hen in 't ligchaam heeft willen sterven, opdat zij naar ligchaam en ziel

ocr page 215

181

eeuwig zouden leven. Dat zy dan niet ondankbaar zijn, of zich als vreemden beschouwen; maar vroom gedenken, dat zij de Kerk en Bruid van Christus zijn, die kinderen genoemd worden, indien zij namelijk Christus met kinderlijke lietdr en de godsvrucht des ééncn geloofs zullen aankleven. O hoe overvloedig rijk was de goedertierenheid des hoogsten Vaders, de liefde van den eeniieboren Zoon Gods, de coedheid van

0 ' O

den H. Geest jegens heel het menschelijk geslacht! Wat zegt gij hierop, mijne ziel? Zult gij ondankbaar zijn, of eene zoo groote liefde kunnen vergeten? Hoe zult gij Hém kunnen verachteloozen door wien gij zoo ijverig gezocht zijt? Hoe zoudt gij Hem niet wederbeminnen, die u zoo vurig bemind heefi? ü bemin die u beminde en zoozeer beminde, dat Hij liever zelf wilde sterven dan u laten verloren gaan. Dit is eene liefde zooals er niemand ooit grooter had, en daarom heeft Hij ten volle voor allen voldaan.

ocr page 216

182

2. Maar wat zult gij doen? en wat den Heer voor zijn sterven wedergeven? Iets moet gij doen, al kunt gij Hem geene waardige vergelding weder-schenken. Want alle schepsel en alle Heiligen te zamen zijn niet in staat, Hem voor zijnen dood, dien Hij vrijwillig voor u heeft ondergaan, naar waarde dank te zeggen. Gedenk daarom zijn heilig lijden, en beijver u, het zoo goed gij kunt na te volgen; dat toch is Hem grooten dank betuigen, dat men gaarne voor Hem kwellingen wil verduren. Trek derhalve uwen geest van uiterlijke zorgen al', en vestig uwe gansche gedachte op het beeld van uwen gekruisten Heer. Want door Mem /.uit gij hot best vreemde beelden uit uw geest kunnen sluiten, en door de indrukking dezer heilige beeldtenis ook alle ligchamelijke smarten zachtmoediger verdragen. En wijl het nu naar den kerkelijken tijd betaamt, opliet lijden des Heeren te denken, moet gij daarop uwe oefeningen aandachtiger rigten. Zijn de vorige vastedagen wat

ocr page 217

183

achteloos voorbijgegaan, dat dan ten minste in de nog overige dagen eene nieuwe godsvrucht u ter liel'de van Christus' lijden ontvlamme. En herinnert gij u iets goeds te hebben gedaan, voeg bij dat vorige wat nog beter is. Wees nu zorgvuldiger en vuriger; zoo toch vordert het de bijzondere gedachtenis van 's Heeren lijden en het algemeene medelijden der Kerk niet den dood baars Verlossers.

't Zij u geen last, en 't verdriete u niet, het hitter lijden van Christus te doordenken, dat Hij immers voor u bereid was uit te staan. Op elk dezer dagen zult gij uit den wijnberg van den Heer der heerscharen een bundeltje mirre verzamelen en meedragen, om het aan uw boezem ter bewaring van uw hart te verbergen; want de geur des levens ademt er uit, en zoo gij er u wel van doortrekt, zult gij hij tegenspoed en smaadheid eene wonderbare versterking ontwaren. Want het is door velen beproefd en ondervonden,

ocr page 218

184

dat zij die zich veel in het lijden des Zaligmakers oefenden, in zijne heilige kwetsuren en gezegende wonden zulk een zoet genot smaakten, dat zij van hevige smart in tranen wegsmolten en in 't overgroot verlangen der liefde en des mede-iijdens er zelfs brandend naar haakten, om Christusquot; wil smaadheden en pijnen te verduren; ja zoo, dat eenigen buiten zich zeiven gevoerd en van de eigenliefde gansch herschapen, in Jesus' binnenste wenschten in te gaan, om zijne vernietiging tot den dood des kruises toe te gevoelen, en zij uit het diepste des harten verlangden, door alle schepselen vernederd en veracht te zijn, opdat Christus alleen in hunne harten inogte verheerlijkt en zij enkel versmaad worden.

4. Zoo ontvlammend is het bloed van Christus, uit liefde gestort, dat het hem die er innig op nadenkt in hevigen gloed ontsteekt en zich zeiven zoozeer doet vergelen, dat hij smaadheid voor vreugde rekent en ligchaamssmart voor 't aller-

ocr page 219

185

minste acht. Want zoo begint de vurige minnaar zijnen zielsgeliefden minnaar door lijden gelijkvormig te worden, als Hij zich algeheel en vrijwillig aan Hem overgeeft, die om hem te verlossen in niets zich zelven heeft gespaard. Daaruit ontstaat de grootste liefde, wordt de zoetste troost geput, ontspruit bijzondere godsvrucht; daardoor sterft de vleeschelijke neiging, wordt de ziel tot God verheven, de geest verlicht, en het woord van den profeet gesmaakt; En mijn dronkenmakende beker, hoe voortreffelijk is hij! (Ps. XXH, 5.) Doch wijl dit zeer verheven en inoeijelijk en voor niemand door zich zelven bereikbaar is, daarom, mijne ziel, vraag, zoek, en klop aan, dat de goedgunstigsteJesus, vol van den 11. Geest en vol van kracht, rijk jegens allen die Hem aanroepen, u dien besten schat, dien Hij in zich verborgen heeft, genadig ont-sluite en dien kostbaarsten balsem der godsvrucht uit zijne heilige wonden over u doe uitvloeijen,

ocr page 220

180

opdat ook gij den honig leert zuigen uit de rots en olie uit harde steenen. (Deut. XXXII, 13.) Dit is voor de hoogmoedigen verborgen , maar voor de nederige en godvruchtige harlen ontsloten; 't is voor de vleesch- en aardscli-gezinden omshiijerd, maar den zuiveren en eenvoudiger! meermalen gegeven te smaken. Dit is de verwonderlijke beschikking Gods, dat de zacht-rnoedigen en ootmoedigen vatten wat de trotschen en nieuwsgierigen niet vermogen te bereiken.

5. Gij ziet, hoe velen veel lezen, het hooge doorvorschen en het verhevene zoeken, maar weinig-of' schier geen godsvrucht tot Christus' lijden hebben, wijl zij naar het uiterlijke zich uitstorten, en troost zoeken in het aardsche; daarom is hun hart van binnen dor en verdwaasd geworden, en wat van Jesus Christus is kunnen zij niet voelen. Met veel dingen zijn zij bezig, en in weinige vinden zij stichting. Zij verwaarloozen het nuttige, verzuimen het noodige, beminnen het

ocr page 221

187

spitsvondige, versmaden het eenvoudige; zij laten zich tot allerlei verschillende dingen meeslepen, doorvorschen al wat nieuw is, en ook zoo vinden zij de rust niet noch worden door 't gehoorde verzaad; want zoolang zij Jesus door zijn lijden en kruis niet zoeken, zullen zij geenszins tot de ware inwendige zoetheid of kennis zijner Godheid cceraken. Jesus toch alleen verleent door zijne allerheiligste menschheid toegang tot de Godheid. Dat voelde de heilige Paulus zoo wel als hij zeide; In Hein zijn al de schatten der wijsheid en wetenschap Gods verborgen (Col. 11,3); en hierom, met daarlating van de woorden der aardsche wijsheid, oefende hij zich in het leven en lijden van Christus eu sprak: Want ik heb geoordeeld onder u niets te weten dan Jesus en dien gekruist. (1 Cor. II, 2.)

(i. Let hier wel op, mijne ziel, laat alle nieuwsgierigheden en ijdelheden varen, en rigt het innerlijk oog des harten op den gekruisten Jesus.

ocr page 222

188

Waak van nu af aan zorgvuldig en bid met Jesus aan don Olijfberg den Vader, dat gelijk Hem de kelk van zijn gezegend lijden te drinken is gegeven , zoo ook u een brandend verlangen verleend worde, om vol van liefde met Hem mede te lijden. Meer toch zult gij in de wonden van Jesus Christus vinden dan in 't bezit van de gansche wereld, en in hooger geestverbazing zal Christus' lijden u brengen, dan de bespiegeling van alle geschapen dingen. Dit zeg ik daarom, opdat gij meer nog in Christus' lijden ontgloeit, en er diensvolgens aandachtiger op denkt, ja, geen uur oi' dag laat voorbijgaan zonder er u aan fe herinneren. Want wat gij ook in de andere woorden of daden der Heiligen leest en hoort, dat zult gij overvloediger en voedender in Christus' leven en lijden vinden. Immers het vereerenswaardige lijden van Christus overtreft op velerlei wijze alle lijden der Heiligen; wijl het lijden aller Heiligen alleen door Christus' lijden geheiligd, en alzoo door zijnen

ocr page 223

189

dood Gode behagelijk en verdienstelijk geworden is. Hij toch is de Heilige der heiligen, die de maat heeft, den menschen hunne zonden te

O 7

vergeven; die al hunne goede werken welgevallig maakt en zich zeiven aan God ten heilig ofter schonk, om al hunne zonden vrij te koopen.

7. Vooral op drie wijzen gaat Christus' lijdei» het lijden zijner uitverkorenen te boven, namelijk door de waardigheid, door de hevigheid, en dooide vrucht of het nut. In waardigheid is de persoon die lijdt alovertreffend; want Hij was de Zoon van God. Bij de hevigheid wordt de zoo zware verwonding zijns ligchaams overwogen: want Hij was van een alleredelst en allerleedersl gestel. Bij de vrucht zien we de verlossing van heel het menschelijk geslacht: want door zijnen dood, dien Hij onschuldig onderging, bevrijddeHij ons van den eeuwigen dood, en verdiende ons den toegang en de glorie der eeuwige gelukzaligheid. Daarom ook roept Hij door den profeet al zijne geloovigeu

ocr page 224

190

toe, dat zij de grootheid zijner smart beschouwen, en zegt: O gij allen die langs den weg voorbijgaat, geeft acht en ziet ol'er eene smart is gelijk aan mijne smart.

8. Helaas, belaas Heer! zoo velen gaan u achteloc.ó voorbij! met droogc oogen en een hart zonder medelijden gaan zij uwe beeldlenis voorbij. Ter naauwernood zien zij van verre den Gekruiste aan ; zonder eerbied, zonder te knielen, loopeti zij door de kerken rond. Zij haasten zich meer om er uit, dan om er in te treden ; zij willen liever klappen dan bidden; zoefer trekt de wereld naar buiten dan het goddelijk en hemelsch gezang ten kerkkoor heen. Ter naauwernood kunnen zij een korten tijd in uwen lof volhouden, terwijl (iij uren lang voor hunne zaligheid, van vele smarten en smaadheden verzaad, aan het kruis hebt gehangen. Waar zijn onze oogen, o Heer! en waar lieten we onze ooren, dat we op ü geen acht slaan? Keer ons lot U, daar wij zoo spoedig

ocr page 225

101

van U afgetrokken worden. Zoo spoedig vergeten we uwe groote liefde, welke Gij ons in uw gezegend lijden hebt betoond. Zoo veel hebt gij geleden, zoo zwaar, zoo veel onwaardigs geleden, en dat zonder eenige schuld, van de inenschen voor de menschen, welke Gij zelf geschapen hebt; van uw eigen natie en volk, waaraan Gij zooveel weldaden van de aloude dagen en lot heden toe hebt bewezen; en wij blijven nog ongevoelig! en bij uwen dood werden zelfs do gcvoollooze ele-inenten bewogen, en de harten van de kinderen der inenschen ontroeren niet!

Ach ik ellendige en ongelukkige, dat ik zoo

dor en onnevoeliu: van harte ben! dat ik zoo

ö ö

spoedig bij de minste gelegenheid ontroer en bij zoo groote verguizingen van mijnen Heer Jesus Christus in 't geheel niet getrolïcn word. Een kleine bezeering des ligchaams voel ik, en de zwaarste pijnen mijns Heeren tel ik niet. Ach hoe weinig liefde blijkt hier, dat het Hoofd zoo

ocr page 226

192

zwaar doorstoken, en hol hart er niet bedroeft! over wordt. Als wij ledematen zijn van elkaar, waarom lijd ik dan niet mede? en waarom wordt mijn hart niet van weedom verscheurd! 0 mijn Heer! wat zal ik hierop zeggen? en wat zal ik ellendige doen ? Waarom word ik soms hij een sterfelijk inensch spoediger getrolï'en dan hij ü, mijn onsferfelijken Schepper en Bruidegom? Waarom prikkelt mij de nieuwsgierigheid naar ijdele dingen meer dan 't gezigt van U, die voor mij aan 't kruis genageld hangt? Daarom is't mij grootelijks leed, dat dit alles mij niet dieper het hart ingaat, mij niet, gelijk het te regt behoorde, algeheel niet U meè doorwondt. O schande! dat ik zoo vaardig hen om te lagchen, zoo gevoelig voor eigen schade, en zoo traag en dor om het allerbitterste lijden mijns Heeren te be-weenen! Zoo ik al eens eenigen rouw opwek, ik laat het te spoedig weder varen, en daarom vorder ik niet en kom niet volkomen tot het inwendig

ocr page 227

193

/.ielsgevoel. Ach mijn God! dat ik zooveel goedheden van U hoor, en niets waardigs doe! dat ik lees wat al smartelijks Gij nitstondt, en ik mij eer nog kouder dan verteederd er bij gevoel. Dal is geen leeken van volmaakte liefde, geen blijk van liefdevol medelijden. Hoelang toch zal ik ongevoelig zijn, en met U in uw lijden niet medelijden'?

O nu, geliefdste en trouwste Jesus! verbleekend en hangend aan het kruis. Gij, eenige hoop der troostelooze ziel, o geef mij nu, in een zoo heiligen tijd, de gedachtenis van uw lijden waardig te vieren, en door een liefdevol medelijden in uwe open wonden over te gaan, dal ik, daar mij zeiven vergetend en alleen uwe smart gedachtig, in geen kwelling verder bezwijke, maar mij vrijwillig aan uwen wil overgeve. Hoe kan ik weten of meenen, dat ik U bemin, dan door kwellingen voor uwen naam te lijden? Want gaarne uit liefde Gods lijden , en zonder klagen alle bezwarenis te kunnen dragen, is de dierbaarste vergelding die de mensch

13

ocr page 228

191

U bewijzen kan. Daaraan toch worden de ware minnaars van 't Kruis gekend, dat zij vrijwillig alle moeijelijkheid, welke ook, verduren. Want ofschoon Gij nu onlijdelijk zijt, en aan geen smarten meer onderworpen, maar met glorie en eer gekroond en boven alle hemelen verheven, mij toch is 't voordeelig en hoogst dienstig, dat ik in mijn lijden uw gezegend lijden gedenk; dat ik op U zie als nog lijdende in het vleesch: gevangen genomen en geboeid, van uwe kleederen beroofd, bespot, bespuwd, in 't aangezigt geslagen, gegeeseld, met doornen gekroond, aan 't kruis genageld, met gal en edik gelaafd, met een speer doorstoken, met de moordenaars veroordeeld, beschimpt, gelasterd, versmaad, verlaten, door allen verstooten, en eindelijk aan 't kruis gestorvenen onder weegeklaag begraven. Geen enkel punt moet ik voorbijgaan, maar uit den evangelieschat al uwe woorden en daden getrouw verzamelen; en ik zal niet slechts uwe verwonderlijke werken

ocr page 229

195

beschouwen, maar veel liever uw lijden en smaad doorpeinzen en omhelzen; want deze zijn voor mijne zaligheid nog noodiger.

'11. Uwe wonderen, o verheven Jesus! stem-men mij tot geloof en vereering van uwen heiligen naam; maar de smaadheden en wreede geeselstriemen voor mij verduurd, wekken en ontvlammen mij meer tot vroom geduld, tot nederigheid en volmaakte liefde. Die echter alleen uwe wonderen vereert en enkel het groote in U gadeslaat, moge wel toezien, dat hij zich niet ergere bij de beschouwing van uwen smadelijken dood. Zeker moet Gij in uwe werken, door goddelijke kracht gedaan, bewonderd en daarvoor boven alles geloofd worden; maar toch hebt Gij ook niet versmaad, beschimpingen en verwen-schingen geduldig (e verdragen, en daarom moet Gij te meer worden bemind.

12. Let hier dan wel op, geloovige ziel! en wees God voor dit alles dankbaar. In allen druk

ocr page 230

1%

eu kwelling moet u de arme en nederige Jesus tot troost wezen, zooals Hij in den uitersten nood door God en mensclien verlaten was. Gij zijt niet grooter dan uw Heer, gij trage en onnutte knecht! en gij Christen! niet onschuldiger dan Christus. Leed Hij zooveel voor u, wat zult gij voor u zeiven doen en wat Hem waardig wedergeven? Als Hij zelfs aldus verlaten en der verachting prijs gegeven werd die de dierbaarste Zoon was, waarom valt het u dan zoo zwaar, als gij soms verlaten ot' veracht wordt, gij die zulk een onwaardige knecht zijt. Zie, op uw hemelsch toonbeeld , op dit eeuwig gedenkteeken!

O schoone en allerdierbaarste Jesus, Zoon Gods! wat zal ik meer in U bewonderen, het hooge ol het geringe? En wat zal ik meer opmerken, liet waardige oi'het onwaardige? Maar beiden tegelijk zal ik doen: dat is beter en meer waar. Schoon en verheven zie ik U in de goddelijke natuur, maar misvormd en versmaad in de mensclielijke

ocr page 231

197

gedaante. Dit hebt Gij slechts voor een tijd geleden, dat blijft Gij altoos. Daarenboven zijt Gij voor mijn geest altoos innerlijk schoon en beminnelijk, zuiver en onschendbaar; want Gij zijt vreemd aan alle schuld, al schijnt gij uiterlijk ook nog zoo ontsierd en verwond. Om mijne zonden zijt Gij misvormd en geslagen en gekruist!

13. Welligt ergeren zich de ligchamelijke oogen van dwazen en trotschaards, maar niet die der beminnenden en vromen: veeleer lijden zij mot U mede en weenen zij die U in waarheid beminnen. Met dezulken wensch ik te leven, die U van ganscher harte liefhebben en tot de smaadheid des kruises volgen. Gij zijt mij geen ergernis, maar de grootste eer en vreugde. Want uwe misvormd-heid is mijne schoonheid; uwe striemen en elk uwer wonden de genezing mijner ziel, en uw dood mijn leven. Daarin leef ik, daarin is het leven van mijn geest. Gij moogt mij bestraffen, als ik uwer niet gedenk, als ik uw lijden niet tot

ocr page 232

198

de hoogste mijner vreugden stel; want ik weet, wie Gij zijl, die dit hebt willen lijden: de Heilige God! en ik geloof, dat Gij dit gaarne voor mijne zonden hebt uitgestaan.

14. Weenen wil ik dan, weenen dag en nacht, en mijne tranen zullen op mijne wangen staan, over de vertreding en het bitter lijden mijns Heeren. David treurde met groot gejammer over Saül en diens zoon Jonathan: en ik zou den dood niet beweenen van mijnen lieer en mijn Koning. Toen Jakob het gewaad van zijnen zoon Josef zag, scheurde hij zijne kleederen met geween , en ik zou kunnen ophouden met weenen, als ik den smartelijken dood mijns Heeren beschouw. Ook toen Josef zijn' eigen broeder Benjamin voor zich zag staan, werd dadelijk zijn ingewand ontroerd, en hij spoedde zich heen en weende en kon zijne tranen niet bedwingen: en ik, als ik hoor, dat mijn Heer wreedaardig is gedood, ik zal geen tranen storten? Neen, dat

ocr page 233

199

wille niemand van mij; en niemand houde mij ^aii mijn rouw en weeklagt af: anders zal hij mij nog meer folteren. Mijn Heer heeft voor mij zijn kostbaar bloed vergoten, en ik zal voor Hem niet eenige weinige tranen storten? Och of ik zóó kon klagen, dat ik alle menschen met mij deed medeweenen! Niet allen is 't gegeven te weenen, maar het voegt een godvreezend gemoed, uit innig medelijden voor zijn Heer te treuren, niet om eigen welbehagen daarin te zoeken, maar om van Hem grooter genade te verdienen.

15. O allerhartelijkst beminde Jesus! weerglans der eeuwige glorie, hoe gaat Gij aldus onder. Zon der geregtigheid! o dat mijne ziel met U medelijde, dat mijn hardvochtig hart van't groot gevoel van medelijden scheure, en heden met de gedachtenis van uw lijden ernstig bezig zij. In den geest van nederigheid en gansch vermorseld blijve het U getrouw bij, volge U op alle plaatsen uws lijdens, geve op alles wat Gij lijdt meewarig

ocr page 234

200

acht, brande zell's van verlangen om met U te

7 O

lijden, met U mee te sterven, overpeinzend wat David van zijn zoon Absalon zeide: Wie, sprak hij, wie zal mij geven, dat ik voor n sterve, mijn zoon Absalon, Absalon mijn zoon! (II Kon. XVIII, 33.) Zoo overmagtig was bij David de vaderlijke droefenis om den dood zijns zoons die hem vervolgde, dat hij dien hevig beweende, en voor hem wenschte te sterven die hem het leven poogde te ontnemen: hoeveel meer moet op mij de smart vermogen van 't uitnemendst medelijden over uwen on-schuldigen dood, voor mij aan 't kruis voltrokken? Meer moet het mij treffen, dat Gij voor mij gekruist en gestorven zijt, dan dat de gansche wereld voor mij gegeven en uitbetaald ware.

16. O dat mijne ziel een zaligen dood dan sterve en mijne uitersten gelijk worden aan die mijns Heeren! Geef mij , Heer, een gelukkig sterl-uur, en verleen mij, met U eene zalige rust te

■

ocr page 235

201

vinden. Gelukkiger zal 't mij zijn, nu niet ü te sterven, dan één uur langer zonder ü te leven. Wordt mij dit geweigerd, dan zal ik doen, zooals de teedere genegenheid pleegt te doen; ik zal de eenzaamheid zoeken, en daarom vooral, om te vrijer te weenen. Ik zal, lieer, uwen dood gedenken, en de lidteekenen al uwer wonden met de innigste zielskussen telkens overdekken. Niemand spreke mij heden aan, niemand valle mij met eenigeii troost lastig, of geve 't minste teeken tot eenige ligtzinnigheid; want ik zal van geen schepsel troost aannemen, opdat ik er niet door verhinderd worde, hut allerbitterst lijden mijns lleeren te beweenen. Gaat dan, gaat! huisgenooten en vreemden ! laat mij alleen en troosteloos zitten, dat ik een weinig den zielsbeminde hcweene die voor mij gekruist is. Dat van smart de tranen ontbreken aan mijn hoofd, en er niemand zij die ze af-drooge, of mij trooste behalve Hij dien ik beween. Weent met mij, zon en maan! en treurt

ocr page 236

202

met mij, alle schepselen! wijl lieden onze Heer is gedood! En 't is liillijk, dat alles in rouw is, als de Schepper der natuur lijdt, en allen vol droef heid zijn, als de Zoon Gods zoo groot eene ellende uitstaat. Het lust me niet langer te spreken, maar ik verlang enkel te weenen, wijl mijn God, met eene magtige stem roepend, sterft!... Stroomt uit, stroomt uit, overvloedige tranen! stroomt tot den laatsten toe uit! Valt op het gedoode ligchaam van mijnen beminden Heer, en verdient mij het inwendig gezigt des harten, dat ik Hem eens in zijne vreugde moge aanschouwen, dien ik nu gekruist van liefdesmart beween. Zij mij zijn graf eene plaats van vrede en van rust, opdat zijne glorievolle verrijzenis het einde zij van alle smart en rouw. Amen.

ocr page 237

XXT.

OVER HET KRUIS VAN JBSUS, DAT HIJ VOOR ONS GEDRAGEN HEEFT.

1. Zij namen Jesus dan en voerden Hem uit: en zijn kruis dragend, ging Hij uit naar de plaats, die Calvarië genoemd wordt. Jo. XIX, IGv. — Laai ons dezen smartc-lijken overtogt dos Heeren beschouwen, en met het vrome oog des geestes dit beweenlijk schouwspel aanzien. Zie! de onschuldige Jesus wordt, onder den zwaren last van 't kruis gebukt, tusschen twee moordenaars uitgeleid, en ach! onder luid geschreeuw naar de openbare strafplaats gesleurd. Zeil' omvat Hij het verachtelijke hout met de armen zijner liefde; Hij buigt er zijnen door geeselslagen verscheurden rug onder en zijne heilige schouders en ook al de zwakke ledematen zijns ligchaams. Hij draagt den niet

ocr page 238

verdienden last uit, Hij torscht het ongewone juk, Hij voert het ter bestemder plaatse, opdat Hij daar de vrucht onzes heils tegen het vergift des eeuwigen doods voortbrenge.

2. Een voorwerp van bitteren spot voor de goddeloozen, maar een heilig geheim voor alle geloovigen! Den kwaden een getuigenis van verderf', wijl zij den onschuldige kruisigen; den goeden een teeken van verlossing, wijl zij met Hem medelijden en treuren. Gener lach zal in geween ver-keeren; dezer gezucht zal hun tot vreugde zijn. Zeer zachtmoedig dan gaat de zachtmoedige Heer den weg der schande; vrijwillig gaat Hij buiten de poort van Jerusalem, waarover Hij op den dag der palmen geweend had. Geduldig draagt Hij den spot over zijne kruisiging, door zijn eigen volk Hom aangedaan. Hij komt niet op tegen de Hem toegevoegde beleedigingen; Hij verzet zich niet als Hij met geweld wordt voortgedreven. H:j roept de engelen niet te hulp, en vraagt den bij -

ocr page 239

stand zijner vrienden niet; maar onverwijld (reedt Hij voort, en volvaardig gehoorzaamt Hij aan de kwaadwilligen. Alleen torsclit Hij den zoo zwaren last; alleen draagt Hij den smaad der onteering; maar alleen wil Hij de vreugde niet der eer, daar Hij aan allen die in Hem gelooven de verdiensten zijns lijdens verlangt te schenken. Niel door de liefde zijner Moeder wordt Hij van den weg des kruises afgetrokken; niet opgehouden door het geween zijner dierbaren; niet veronlrust door 't gejoel der aanstroomende menigte; niet ontroerd door het tandgeknars der boosaardigen; door geen vermoeidheid des ligchaams in 't begonnen werk vertraagd, noch door de stormen der ergernissen verslagen. Altoos een en dezelfde, volhardt Hij met de grootste standvastigheid; vrij en met rustig hart gaat Hij den doodstrijd te ge-moet. Gelijk Hij de glorie der wereld geringachtte, draagt Hij ook gelijkmoedig haren smaad; Hij volhardt altoos in den lof zijns eeuwigen Vaders,

ocr page 240

206

sluit niemand van zijne liefde uit, maar met brandend verlangen wenscht Hij des Vaders van eeuwigheid beschikt gebod te vervullen, en 't Hem opgelegde werk van 's menschen verlossing door zijn lijden en kruis te voltrekken.

3. Nu toont Hij in dit verheven voorbeeld, wat Hij vroeger met woorden heilzaam heeft geleerd: Wie achter Mij wil komen, verloochene zich zelven, neme zijn kruis op en volge Mij. (Mc. V1H, 34.) Zie, gij hebt als voorganger op don harden weg Jesus, den Zoon Gods, den geleider en leeraar der volken, om hen te verlossen. Volgt dan, trouwe knecht, uwen Heer; vo'br' ö'J leerling, uwen Meester; streef, gij broos lid, uw verheven Hoofd na, opdat gij onderzijn geleide tot het rijk van 't eeuwig geluk moogt komen. Zoo gij geluk en vreugde begeert, vrees dan de wederwaardigheden niet. Volg gij, zondaar, den regtvaardige; gij, mensch, uwen God; gij, schepsel, uwen Schepper ; gij, balling, uwen Ver-

ocr page 241

m

losser. Werp de aardsche vrees af, en omgord ii tnet sterkte; strijd als een goed krijgsknecht en overwin de natuur. Door het kruis gaat men ten heil, door de smart komt men tot de kroon. Wil u niet schamen voor Christus' smaad, zoo gij Christus' glorievol aanschijn wilt aanschouwen. Voor u draagt Hij dit kruis, voor u ondergaat Hij ook den dood van 't kruis. Hij geeft u het voorbeeld van volharding. Hij maakt het ruwe pad voor uwe voeten effen; Hij toont u, dat gij den smaad van 't kruis niet ontvlugten maar omhelzen moet. De nederige Jesus draagt zijn kruis voor do goddeloozen, oin de goddcloozen te heiligen; Hij lijdt smarten voor geringe knechten, om hen tot medeërfgenamen zijns rijks te maken. Wie begeert nu niet, scheld- en smaadwoorden van de inenschen te verduren, daar de onschuldige Jesus van hen zonder eenige schuld zooveel hards en onwaardigs verdragen heeft. Ligter toch verduurt de soldaat wat hij den koning ziet doen. Daarom

ocr page 242

ging tie verheven Koning, lie Koning der koningen. aller Heer, tegen den vorst der wereld strijden, niet door een schild gedekt, noch met staal beschut, maar met het kruis gewapend en beschermd, om aan het kruis gehecht te worden, en eindelijk aan het kruis voor zijne vrienden te sterven. Als Hij dan met de kruisvaan op den Calvarieberg kwam, verkoos Hij daar den fitel van zijn naam op te rigten en 't geheim onzes heils te bewerken, wijl Hij vooruit wist, dat de plaats, der schande prijsgegeven, door wonderbare lee-kenen verheerlijkt, en de galg zijns kruises iu een teeken van eer zou veranderd worden, hetwelk in korten tijd door heel de wereld heen verkondigd en door de koningen en vorsten der aarde zou worden aangebeden.

4. Want het eerwaardige teeken des kruises is in den Christelijken strijd een uitstekend sieraad cn, meer dan alle andere soort van wapen, eene bijzondere beschutting en een onverwinlijk schild

ocr page 243

-209

tegen de woede en do verschrikkingen des duivels. Daar stond dan Jesus, de vaandrager van't kruis, hoofd en patroon aller kruisdragers, fe midden van huiveringwekkende onreinheid, op eene plaats om de lijken der gedooden verafschuwd en bezoedeld. Daar wordt Hij dadelijk van zijne kleederen beroofd, strekt Hij zijn ligchaam op het kruis uit, en bidt voor die Hem kruisigen. Daar liet zich de Almaglige, alsof Hij niet de minste magthadde, in den vorm van een kruis uitrekken, met nagels vastklinken, met een lans doorboren en van de boozen bespotten. Daar lief Hij, van allen rnensche-lijken troost beroofd, het toonbeeld van volmaakte zelfverloochening, en een voorbeeld van de uiterste armoede na. Daar heiligde Hij door de aanraking van zijn heilig vleesch het hout des levens, en wijdde door 't storten van zijn kostbaar bloed hel altaar van het kruis. Daar vervulde Hij al de offeranden der Oude Wet, die vooruit zijn lijden afbeeldden, en droeg Hij zich zeiven als offer voor

14

ocr page 244

210

's werelds heil aan den Vader tot een geur van zoetheid op. Daar heeft Hij, door een gelukkigen doodstrijd, zijn leven uit gehoorzaamheid aan 't kruis geëindigd, daar den dood door zijnen dood overwonnen, de poort des hemels ontsloten, en den moordenaar, die zoo laat boetvaardigheid deed, met zich in de hem beloofde vreugden gevoerd.

5. Wijl Jesus dan, die zonder zonde was, zijn kruis op zijn eigen schouderen droeg, draag ook gij derhalve uw kruis, wijl gij zwaar en dikwerf gezondigd en de eeuwige straf regtvaardig verdiend hebt. Aan zwakke zielen schijnt de weg des kruises bitter en zwaar, doch het einde er van is vol vreugd en vrucht, en den beminnende zoet en lot heil. Is hot dan niet beter, nu, om Christus' wil een treurig en moeizaam leven te hebben, en met den Gekruiste mee te lijden, dan na een weinig vreugd van 't vergankelijke leven, eeuwig met den duivel in de hel gefolterd te worden?

ocr page 245

211

Zooveel te aangenamer zult gij aan God, zooveel te grooter glorie in 't hemelsche rijk waardig zijn, als gij nu te zwaarder smarten en lasten voor den naam van Jesus zult hebben verdragen, niet op tijdelijke vertroostingen ziende, maar op liet lijden van Christus en de harde wegen der Heiligen, die door vele kwellingen zijn heengegaan. Snel, als een schaduw, gaat alle aangedane tijdelijke pijn en beleediging voorbij, maar in den hemel duurt de glorie van 't eeuwige loon voort, welke u in 't eind voor uwe goede geduldigheid door Gliristus' hulp zal gegeven worden. Beijver ii dan, den weg van 't kruis te houden en hel smartelijk beeld van den gekruisten Jesus in uw hart te dragen, en Hem naar best vermogen in 't broze ligohaam manmoedig na te volgen. Onderwerp u gaarne aan den goddelijken wil, en beveel al het uwe vol vertrouwen Hem aan, die zóóveel voor uwe zaligheid gedaan en geleden heeft, dat gij Hem nooit, zelfs niet voor het minste punt

ocr page 246

212

zijns lijdens, naar waarde kunt danken, al kondl gij ook alle lijden en strijden aller Martelaren uitstaan. Maar ach! dat gij toch zoo laauw des Heeren kruis volgt; dat gij niet gevoeliger Christus' smarten medelijdt, niet vuriger Hem dient, niet onophoudelijk Hem dank zegt, die u zoo dierbaar achtte en zoo hoven alle schepselen beminde, dat Hij niet geweigerd heelt voor u te sterven en u door zijnen onschuldigen dood van den eeuwigen dood te bevrijden. Voor eeuwig immers zoudt gij verworpen geweest zijn, als Christus niet voor u gekruist en gestorven ware. Wie anders toch kon voor alle zonden der menschen voldoen dan Jesus Christus, de Zoon Gods, het onbevlekte Lam

ocr page 247

XXII.

OVER DE VERDIENSTEN VAN 'S HE EREN LIJDEN EN DE WAARDIGHEID VAN 'T H. KRUIS.

1. Doch wij moeten roemen in 't kruis van onzen Heer Jesus Christus, waarin ons heil, ons leven en onze opstanding is 1). — Deze woorden worden in de H. Kerk van 't heilig Kruis gelezen en gezongen, en daarin de verdiensten van 'sHeeren lijden verheven, hetwelk met alle regt boven alle ofl'eranden der Wet en boven alle werken en deugden der Heiligen gesteld wordt. Immers in Christus' lijden en kruis bestaat ten volste ons waarachtig heil en de verlossing van 't menschelijk geslacht; daardoor toch heeft Christus ons verlost, onze zonden bij God

') Eerste woorden der Mis van 't heilig Kruis, naai-Gal. VI, 14.

ocr page 248

214

ilen Vader voldaan, en ons met het verwinnen des doods het paradijs ontsloten. Dit blijkt in den moordenaar die aan 't kruis hing, wien gezegd werd: Heden zult gij met Mij zijn in hel paradijs. (Lc. XXIH, 43.) 0 wonderbare goeder-lierenhuid Gods! o allerzoetst antwoord! o heilrijke zegen van 't kruis, welke den moordenaar van allo schuld ontbond, en hem het eerste onder de Christenen in het paradijs voerde!

2. Dat dan alle geloovigen Christus dank zeggen, /.ij, met het leeken van 't heilig kruis geteekend, door Christus' bloed gewasschen en gereinigd, door Christus' lijden verlost, door Christus' dood levend gemaakt, door Christus' wonden genezen, door Chrislus' smarten gelenigd, door Christus' smaad verheerlijkt. Dat allen zeggen, dat een ieder zegge met een godvruchtig hart en eenstemmigen

mond ter eere van den Gekruiste, ter beschaming

' ë;

{les duivels, Int verheffing van't H. Kruis, ter verwerving der hoop van 't eeuwig heil en om een

ocr page 249

215

vast betrouwen te hebben in liet uur des doods -dat allen en een ieder daartoe zeggen, lezen, zingen, luide herbalen, denken cn berdenken die nllerzoetste en waarlijk heilige en Gode boven alles bebagelijke woorden: Doch wij moeten roemen in het kruis van onzen Heer Jesus Christus.

Gelukkige ziel, tot wier binnenste het allerbitterst lijden van Christus doordringt, en die er zich dagelijks met overwegen, lezen en bidden in oefent. Welzalig zij, die haar kruis opneemt en al het aardsche verzaakt , en die, wat tegenheid haar inwendig ol' van buiten bejegene, dit alles geduldig voor Christus verdraagt, en zwijgt ! Want dit is in het kruis roemen, zich om Christus in kwelling te verblijden, zich van de lusten des vleesches te onthouden, eerbejag te vlugten, zijn eigen wil verlaten en tot den dood toe ootmoedig te gehoorzamen. Dit doen - is Christus door het kruis navolgen en Hem waar-

ocr page 250

-210

achtig beminnen. Want daaraan kent Christus wie Hem toebehoort en Hem meer bemint, dat iemand zich niet enkel in de gedachte, maar door dagelijksche versterving aan zijn lijden poogt gelijkvormig te maken.

4. En wie is hiertoe in staat? Meent ge, dat er iemand gevonden wordt, die bereid is, bet kruis te dragen? Een groot en diep geheim is het woord des kruises, hetwelk allen niet vatten; - ja zelfs verre de meesten schuwen en vlugten het kruis, en dit nogtans voert ten eeuwigen leven. 0 waarlijk zalig kruis! welk eene groote zoetheid hebt gij in u, en welk eene groote kracht verleent gij tegen de krankte aller ondeugden en de droefenis des harten. O kostbaar bout des levens, over-schoon , heilbrengend, en boven alle boomen van het paradijs gezegend! door de engelen teeeren, door de menschen te verheffen, met godvruchtige lippen te kussen en met uitgebreide armen te omhelzen! Om u zijn wij vrij geworden en met

ocr page 251

God verzoend, wij die van nature kinderen der gramschap en verworpen slaven waren. Om u is or vreugde in de wereld gekomen, maar drocl-lieid en gejammer in de liel. Gij zijt het heil der geloovigen, de glorie der apostelen, het schild der martelaren, de lot' der belijders, de kroon der maagden, de troost der weduwen, de sterkte der grijsaards, dc tucht der jongelingen, de spiegel der kloosterlingen, de toevlugt der bedrukten.

5. O kruis, schitterender dan 't gesternte, schooner dan dc maan, blanker dan de zon! dat den hemel verlicht, de hel doordringt, de duivelen verdrijft, de menschen beschermt, de boozen verschrikt, de goeden verblijdt, de hoogmoedigen vernedert en de nederigen verheft! O glorievol kruis, wonderbaar teeken, onvenvinnelijke banier, ondoordringbaar schild! O hout, zoo zoet en alle eere waardig, gij hebt den Koning der hemelen gedragen en den stervenden Zoon van God in uwe armen gehouden. Om u zijn alle kruisteekens,

ocr page 252

van wat stof ook gemaakt en in wat plaats gesteld , in eere en aanzien. Voor u buigen koningen cn vorsten, de heer en de vrouwe, de dienstknecht en de dienstmaagd, de rijke en de arme, de kloosterling en de wereldgeestelijke, de meester en de leerling; alle leeftijd en geslacht der ge-loovigen vereert u, lool'l en zegent u om Christus' die aan u gehangen cn allen verlost heeft.

(i. O gezegend kruis! want door u worden alle sakramenten der Kerk gezegend, en de priesters gewijd, de zieken gezalfd, de afgestorvenen beschermd; de beelden besneden, de wanden beschilderd, de altaren versierd.

7. O schoonste kruis! door 't ligchaam van Christus gewijd, en met zijne ledematen als met edelgesteenten gesierd; met zijn rozekleurigbloed geverwd, met nagelen doorboord, in de diepte der aarde geplant! gij breidt naar de vier wereld-hoeken uwe armen uit, alles tot u trekkend en omhelzend wat in den hemel en wat op aarde is.

ocr page 253

8. 0 alleredelst kruis, sterk boven alle wapen-soorten, dat de wereld en de duivelen verwint en voor geen doodstraf terugdeinst; gij zijt in alle benaauwdheid en nood, gij in leven en sterven de veiligste hulp en een bijzondere troost.

9. ü liefderijkst kruis, door Christus uitverkoren,en op zijne schouderen naar de plaats Cal-

varië sedratten, en vóór den dood niet van Hem

Ö 0 7

gescheiden; naast hetwelk Maria, Jesus'Moeder, vol van smarte, met den beminden Joannes en de vrome Magdalena stond: ik bid u, sta mij bij, en bescherm mij altoos, hier en overal, bij dag en nacht, dat de booze vijand, de belager der zielen, niet tegen mij vermoge; maar verdedigen versterk gij mij met het hoogheilig teekeu uwer raagt, dat ik in 't regte geloof, in vaste hoop en volmaakte liefde volharde in Hem, die om mij aan u gestorven is.

10. 0 allcrmagtigs't kruis en alle eere waardig! zie, voor n beven de booze afgronden der hel;

ocr page 254

2-20

voor uwe magt ook buigen de weroldheersehap-pijen; voor u knielt wat in den hemel en wat op aarde is. Immers in uwe kracht geschieden er op vele plaatsen teekenen en wonderen, wijken bliksem ea donder. In den oorlog mede en op duistere plaatsen, in gevaren der zee en der lucht zijt gij de beste hoede en de sterkste beschutting.

H. 0 heiligst kruis, hoogst te eeren, waardiglijk te gedenken, innig te beminnen, in 't hart te schrijven, op voorhoofd en borst te drukken! ik vraag u godvruchtig en smeek gedurig, s(a mij in alle kwelling bij. Red, verlos, zegen, heilig al mijne ledematen; bestuur mijne zinnen, al mijne woorden en werken, zoolang ik in di( leven ben, opdat door u mij ontvange die door u mij heeft verlost, Jesits Christus, mijn Heer, die voor mij gekruist is.

12. 0 kruis, heildragende boom, boven alle boomen verheven! gij hooger dan de ceder, wel-

ocr page 255

riekender dan de cipres, schooner dan de palm-, kostbaarder dan de balsemboom, vetter dan de olijf, vruchtbaarder dan de wijnstok, zoeter dan de vijg, groener dan de tcrebint, blozender dan de roos, heilzamer dan alle kruiderijen en specerijen, krachtiger dan alle artsenij en geneesmiddel. Gij herstelt zielen en ligchamen; gij lenigt de smarten en droogt troostend de tranen at'. Gij geeft aan de ongelukkigen hoop, en den regt-vaardigen belooft gij vergelding. Gij verleent den boetvaardigen vergiflenis, en schenkt aan allen die tot u vlugten genade en barmhartigheid. Gij stort den godvruchtigen rijken zogen in, ontsluit voor de dwalenden het licht, vermorselt de harten en houdt niet op, aan alle geloovigen over de aarde de olie der vertroosting te brengen, en zult lot aan het einde der wereld niet opbonden, de vrucht des eeuwigen levens te doen ontspruiten, door de kracht van onzen Heer Josus Christus, voor 't heil der wereld gekruist.

ocr page 256

2-2-2

13. O allerzoclsl kruis, breed van loover, vol lentebloesems en rijk aan vrucht! Gij hebt den voorrang en de eerste waardigheid boven alle beeldtenissen welke liet heilig lijden van Christus voorstellen, waar ter aarde Christus' naam gehoord oi' gepredikt is. Daarom ook wordt gij, uit eerbied voor de goddelijke raagt die in 11 schuilt, door allen hoog verheven, geëerd en verheerlijkt. Vooral in kerken en kapellen, in kloosters en kasteelen, in steden en dorpen, op poorten eu deuren, op wanden en vensters-, op torens en daken, op vloeren en graven, op altaren en gewelven, op kasuifels en stolen, op kappen en mantels, op pantsers en vanen, ia boeken en schrifturen, op tafels en banken, in kamers en cellen, op verschillende gebouwen en schilderijen — daarin vooral drukt en schrijft gij het. zegel uwer kracht. Gij wordt ook met goud en zilver, niet paarlen en kostbaar gesteente naar betamen gesierd; met purper en lijnwaad, met fluweel en

ocr page 257

ii.i

zijde, met bloemen eu rozen eerbiedig omvat en bekleed om wille van het verheven beeld onzes \erlossers, die aan u hing en verwon. Al deze vrome eerbewijzingen worden u door de geloovigen naar verdienste gebragt, omdat 'gij bij hel lijden van Christus van de trouwelooze Joden groote smaad en spot hebt ondergaan. Billijk is het derhalve, o goed en heilig kruis! dat gij medegenoot zijt der eer en verheffing, gij die in de smaad-heid en rouw hebt gedeeld. Geen sterveling echter kan üfenoeazame lot' cn eer aan uwe waardigheid

0 Ö O

■■brengen, al zou hij ook door al de deugden der engelen uitschijnen of door de wonderen der Heiligen schitteren. Alle lol' en eer is te gering en veel te onmagtig van taal om uwe waardigheid te bereiken; want om de weldaden ons zoo overvloedig bewezen, cn om uwe volhardende verkleefdheid aan Christus in het uur des doods, komen u te regt hooger loiVerheffingen toe.

14. Daarin wordt het meest de trouw dei'

ocr page 258

m

vriendschap gekend, dat iemand zijnen vriend in den uitersten nood bijstaat, met hein raedetreurt, hem dient en tot aan 's levens einde onafscheidelijk bijblijft. Zóó voorwaar hebt gij, allertrouwst kruis! met Jesns Christus, onzen Heer en Zaliquot;-maker, gedaan, die eerst u geduldig op zijne schouderen gedragen heeft, en wederkeerig hebl gij uwen Schepper eerbiedig in uwe armen ontvangen. Maar ook in 't eind hebt gij uwen minnaar niet verlaten, door wien gij zoo goedgunstig omhelsd en zoo verre gedragen zijt. Daarom ook zijt gij voor de ware Christusvereerders en kruisdragers een spiegel van lijdzaamheid in het tuchtigen des vleesches geworden ; maar ook als de verwinnaresse van alle moeijelijkheden en als de schenkster van eeuwige belooningen loven u al de minnaars van het kruis; zooals het duidelijk genoeg in den gelukzaligen Apostel Petrus en den II. Andrea? blijkt , die beiden door het kruis tot Christus gekomen zijn.

ocr page 259

225

15. O welgelukkig kruis, boven alle vrome vertroostingen te beminnen, altoos in den geest te hebben, altoos voor onze oogen te zien! Gij waart de rustplaats van tien Heilige der heiligen, die, als Hij niet had waar Hij zijn moe en pijnlijk hoofd kon nederleggen, Hem ten hoofdkussen hebt gestrekt; gij waart het klein rustbed voor den doorwonden rug onzesZaligmakers, ach nietzaclit nodi bloemig, maar hard, maar ruw en al te smal! Gij liet niemand met u verwijlen, of in uwe armen leunen, dan het heilig, en goddelijk ligchaam van Jesus, uit de Maagd geboren, door vvien gij op verschillende plaatsen met zijn kostbaar bloed mogt aangeraakt, besproeid ongewijd worden. Gij waart de voetbank der heilige voeten van den Zoon Gods, toen Hij in doodstrijd verkeerde. Gij het altaar van den Hoogepriester, waarop Christus zich zeiven voor onze zonden ais slagtoffer tot een geur van zoetheid aan God heett opgedragen. Gij de verbondsark des Hoeren, welke

15

i

ocr page 260

den Stichter van het Oud en Nieuw Verbond besloot. Gij de gouden urn met het verborgen Manna, het waarachtige voor ons geslagtofferde ligchaatn van Christus. Gij de schatkamer van den hoogsten Koning, vol van hemelsche kostbaarheden, waarin de allerheiligste overblijfselen van 't gansche wereldrond, het ligchaam namelijk des lleeren, de bloedige nagels, de doornenkroon en alle kostbare wonden vervat zijn.

O waarlijk heilig kruis, wat heeft God u grootsch willen versieren, verrijken eneerenïGij toch zij( met zoo groote goederen en heilige overblijfselen getooid, dat geen ark, geen schatkamer, geen koninklijk hof, geen ivoren huis, geen marmerzuil met uwe waardigheid te vergelijken is. Wel te regt derhalve moge heel de aarde met alle godsvrucht u verheerlijken en u lofzingen; een psalm aanbeden voor uw naam, in alle eeuwen der eeuwyn, den Gekruiste ter eer. Dat dan alle quot;ctrouwe ziel meniinverf de woorden over het kruis

ocr page 261

227

geschreven, leze en herpeinze, en met den gelukzaligen apostel Paulus en de gansche heilige Kerk zegge: Doch wij moeten roemen in 't kruis van onzen Heer Jesus Christus, waarin ons heil, ons leven en onze opstanding is. Amen.

XXIII.

U VER Dli Vli EL VUI.DIGE V it U C H T CIT lgt;E gt;1 V L II-DENKING VAN 's II EE REK LIJDEN EN OVER DE DANKBAARHEID ER VOOR.

1. Denkt aan den Hoer Jesus Christus, welk eene tegenspraak Hij van de zondaren tegen zich verdragen heeft, opdat gij niet moede wordt, en niet in uwe zielen bezwijkt, liebr. XII, .'j. — Vele goederen

ocr page 262

brengt het lijden des Ileeren den menseh aan, als hij het zich in 't geheugen terugroept, en hoe dikwijlder en aandachtiger men er op denkt, des te zoeter smaakt het en des te magtiger wekt het tot berouw. Want het is eene ontsteking der goddelijke liefde, een leer van geduld en troost in kwelling, 't Is de verbanning der uitgestortheid, een stof tot heilige vermorseling des harten, eene oefening der inwendige godsvrucht, t Is de uitsluiting der wanhopigheid, de zekere hoop van vergeving der zonden, een nuttig herstel der kwalijk voorbijgegane tijden, 't Is het beste vertrouwen in het uur des doods, dat niemand over zich zeiven wanhope, 't Is de verzoening dei-goddelijke gestrengheid in het toekomstig oordeel, 't Is eene verzachting der angstige onrust en een steun bij harde berisping, 't Is de verdrijving van kwade gedachten en de onderdrukking van vlee-schelijke bekoringen, 't Is een onderrigt van nederige onderworpenheid, een troost in ligchamelijke

ocr page 263

2-29

krankte. 't Is eene besf rij ding van wereldsche eer, cene bestraffing van tijdelijken overvloed, 't Is eene aanrading van vrijwillige armoede, een afstand van zijn eigen wil, eene beteugeling van overvloedige behoeften, 't Is de opprikkeling van een laauwen wandel, de opvlamming tot vurige verbetering, 't Is de verwerving van rijker genade, de aanvoering van hemelsche vertroosting, eene aanprijzing van broederlijk medelijden, 't Is eene voorbereiding der goddelijke beschouwing, eene vermeerdering der toekomstige zaligheid, 't Is eene verligting der tegenwoordige straf', eene zuivering-van het toekomstig vuur, eene groote voldoening voor de dagelijksche zonden. Van deze en nog veel meer andere goederen vloeit het lijden van Christus over, als men het godvruchtig overpeinst, gedurig leest en inwendig herdenkt. Dat weet en gevoelt de ziel het, best, die, geheel aan God toegewijd, vreerad is aan de wereld, de eenzaamheid bemint, haren mond bewaakt, nederig van

ocr page 264

230

hart en rustig van zorgen is. Die heilige herdenking behaagt ten hoogste aan God, verblijdt de engelen, sticht de menschen, reinigt het geweten, verbant den tegenzin, lenigt de smarten, verzoet de bitterheden, bedwingt de gramschap, tengelt de begeerlijkheid. In waarheid, het lijden van Christus is de verborgen schat Gods, de volheid aller deugd, de volmaaktheid van 't kloosterlijke leven, een kort begrip van alle heiligheid.

2. Maar helaas! hoe groot is de ondankbaarheid van den mensch, hoe groot de traagheid van het racnschelijk hart, hoe groot de nalatigheid in 't herdenken van Gods weldaden, die toch zoo veelvuldig, zoo groot cn kostbaar zijn, dat zij door niemand naar waarde geschat ol verklaard kunnen worden. Keer dan tot uw hart terug, o dienaar van Christus! laat de ijdele en verderfelijke dingen varen, herdenk de weldaden Gods, en overweeg inzonderheid zeer dikwerf en ernstig het lijden van Christus, opdat gij daar-

ocr page 265

231

door in te vuriger liefde tot Hem moogt ontstoken worden. Dan znlt gij aan God welgevallig en in nw hart zeer verheugd en gerust wezen, als gij zijne weldaden gedachtig zijl , en Hem godvruchtig dank bewijst van wien gij alles ontvangen hebt. Dan besteedt gij uwen tijd met vrucht, als gij over uwe zonden treurt en voor Gods gaven dankt. Daarover echter moet gij zeer bedroefd zijn, dat gij God nog nooit voor zijne zoo onmetelijke weldaden naar waarde hebt gedankt; doch ook nu nog kunt gij Hem nooit genoegzaam danken, al hieldt gij u met niets anders bezig. Gij moet niettemin uw hart lot God pogen te verheffen, en zooveel gij slechts kunt zijne weldaden met groote aandachtigheid overpeinzen.

3. O hoezeer heeft Hij u bemind, die zooveel wonderbaars in de schoonheid der schepselen ten toon spreidt, dat gij in die zinnelijke dingen der wereld altijd stof voorhanden hebt, om God altoos

ocr page 266

232

te danken, die en u en die goederen geschapen heeft. Beijver u derhalve. Hem met de hoogsfu eerbiedigheid en blijheid des harten te dienen, gelijk de heilige engelen in den hemel, voor zooverre het in 't broze ligchaam en in den staat van het tegenwoordige leven geschieden kan, dat, met de toekomende zaligheid vergeleken, veeleer een kerker der ziel te noemen is. Deswegens toch wilde God mensch worden, lijden, gekruist worden en sterven, om u door zijn lijden, door zijn kruis en dood te toonen, hoezeer Hij u beminde voor wien Hij zooveel gearbeid en uitgestaan heeft. Wees dan niet ondankbaar, en vergeet dat alles toch niet wat de Heer Jesus voor u op aarde heeft gedaan; maar herdenk vlijtig Gods groote werken, door Hem zoo overvloedig aan heel het menschelijk geslacht geschonken. En nog grooter goederen heeft Hij beloofd en zal Hij u ook zeker in den hemel geven, zoo gij ten minste dankbaar zijt voor de

ocr page 267

tegenwoordige goederen en fot uwen dood in het kleine getrouw blijft.

-4. Eenc groote ondeugd is de ondankbaarheid en bij God en de raenschon hoogst berispelijk. Hij toch is de goddelijke weldaad onwaardig, die God niet niet een godvruchtig hart dank zegt, en hij verdient geene grootere gunsten te ontvangen, die zich in iets verheft, of achteloos te werk gaat als hem slechts één talent is toevertrouwd, 't Is immers altijd groot, dat God zich gewaardigt aan een mensch iets te geven; en niet klein mag het geacht worden wat een zoo groote en boven allen verheven Heer aan een arm, zondig mensch schenkt, die niets waardigs Hem weer te geven heeft. Véél dan worde God bemind, altoos zij zijn lof in onzen mond, en het kleine worde voor groot genomen. Alles worde Hem weergegeven, alles Hem toegeschreven die immers alles schonk en aan een onwaardige weldeed. En God vraagt ook niet anders dan dat Hij zuiver bemind, en voor

ocr page 268

-231

alles waardig geloofil worde, opdat de mensch, door Hem boven alles te beminnen, te loven, Ie verheerlijken en te danken, in Christus eeuwig zalii; worde. Amen.

XXIV.

O V E R D Vj N U T 1 1 G E OEFENING IN H E T LIJDEN VAN CHUISTUS.

1. Ik behoor mijn Beminde, en zijn verlangen is naar mij. Iloogl. VII, 10. — Tusschen geliefden - spreekt de beminnende ziel - behaagt het onderlinge zamenspre'lt;en en houdt men van geheim beraad, zooals er ook menigwerftusschen de godvruehtige ziel en den gekruisten Jesus geschiedt. Dan zegt zij: ik behoor mijn Beminde met al wat ik ben, en buiten Hem bekommer ik

ocr page 269

235

mij om geen taider. Op Hem alleen verlang ik te leüen, Hem beveel ik mij algeheel; Hij toch heeft zorg voor mij, en naar mij ook ongetwijfeld is zijn verlangen. Ik wil derhalve niet, dat mijne oogen ergens anders henen dwalen , maar dat heel mijn hart zich wende tot mijn Beminde, die voor mij geleden heeft on gekruist, ja algeheel uit liefde verwond en door wonden verscheurd is. Weleer zocht ik het kleine Kind schreijend in de krib, maar nu wensch ik Hem le zien, hangend aan het kruis. En gelijk ik mij toen tot Hum wendde, om het pasgeboren Kindje te aanbidden, zoo keer ik mij nu tot Hem, zooals Hij zich voor mij in den dood heeft overareueven.

2. In dit alles is Hij mijn Beminde, die zich geheel voor mij geschonken heeft, die voor mij waarlijk geboren is, die voor mij geleden heeft on geslagtofferd is. Weleer stortte Hij tranen van medelijden, maar nu geeft Hij zijn kostbaar bloed. Zie hoe Hij mij beminde, die zich voor mij in

ocr page 270

•Ion dood overleverde, om mij van den dood te verlossen. Moet ik mij dan niet te regt, met daarlating van alles, tot mijn Beminde wenden, om Hem te zoeken, om Hem te bezitten en te omhelzen, wiens onuitsprekelijke liefde mij onop-houdelijk aanziet? Dan echter keert Hij zich hij zonder tot mij, wanneer Hij mij met de inwendige prikkels der liefde opwekt, om de gedachtenis van zijn lijden te vieren, en mij vraagt, dat ik Hem danken en mij geheel aan Hem gelijkvormig maken zal, daar Hij in niets anders zooveel als in zijn lijden voor mij gearbeid heeft. Daar ontsluit Hij mij het geheim der Verlossing, en geeft Hij voller onderrigt om te smaken wat Godes is. Want boven den mensch is deze wijsheid welke van boven komt, en mij leert en overreedt, in niets anders te roemen dan in het kruis van mijnen Heer Jesus Christus, in wien heel mijn heil en mijne verlossing is; door wien ook de wereld mij gekruist is en ik der wereld

ocr page 271

237

(Gal. VI, 14), zoodat gij vertrouwelijk tot Hem moogt zeggen: Ik behoor mijn Beminde, en zijn verlangen is naar mij. Veel zoetheid schijnt mij in dit woord opgesloten; en vat ik ook niet alles, ik wanhoop toch niet, althans het minste te zullen ontvangen. Mijn Beminde keere zich slechts tol mij, en zegge wat liem behaagt; ik weet dat Hij niet te vergeefs zal spreken.

3. Zeg mij, beminde Jesus, het woord uws geheims, het woord van uw lijden en kruis, dat Gij in het vleesch hebt geopenbaard. Want nief allen begrijpen het woord des kruises; den eenen is het eene ergernis, den anderen eene dwaasheid; doch voor mij is het de kracht en wijsheid Gods, het heil ook der wereld en het eeuwige leven. Wie anders denkt is ongeloovig en verdwaasd, en zal het oordeel Gods tegen zich dragen.

4. Mijn lijden - zegt do Beminde - is als een edel specerijkruid van den besten geur en den zoststen smaak, dal zorü/aani in het hart ce-

'o ö

ocr page 272

-238

borgen en door de overweging als vermalen, den krachtigsten geur verspreidt en de ziekle en kwijning aller ondeugden geneest. Daarin toch zult gij eene artsenij voor uwe ziel en vollen troosi voor allen druk vinden. Maar dan moet gij er u zeer dikwerf' in oefenen en u van ganscher harte beijveren, er u gelijkvormig aan te maken. Dan toch zult gij godsdienstig leven en waarlijk in de deugden vooruitgaan en gerust sterven, als gij Mij in leven en sterven door lijden en kruis zult hebben nagevolgd. Maar helaas! Ik word in mijn eigen huis verworpen en teruggesfooten. Zeer verre toch en uitgesloten schijn ik van veler harten, wie mijn lijden niet behaagt, wie mijn lijden niet treft noch trekt, wien het niet in 't harte doordringt gelijk het moest, maar die zich in ijdele en noodelooze dingen verwikkelen. Hunne eigene ellende en nood overpeinzen ze ijverig, en hoe zij tijdelijke rampen zullen ontgaan , daarvoor zijn zij bezorgd; maar hoeveel Ik voor hen geleden

ocr page 273

239

heb, herdenken zij zeldzaam of weinig. Ellendig zijn ze en allerellendigst, vol zor.en en klagten, zij die voor Mij weinig kunnen lijden, doch véél naar hun eigen wil wenschen fo doen, ja zelfs schier geen last gevoelen, wanneer het slechts de he-vrediiniiquot; van hun emen verlangen neldt. Helaas!

ö 0 O ö ö

dezulken trekken uit mijn lijden geene heilzame vrucht, maar heloopen door do overgroote weekheid jegens zich zeiven zware schaden aan hunne ziel. Want wilden zij volkomen genezen en van hunne driften verlost worden, dan zouden zij met alle nederigheid tot de ware heilmiddelen der ziel, welke in mijn lijden verborgen zijn, hunne toevlugt nemen, door de verdiensten en de kracht mijns lijdens sterker worden en alle tequot;enhcdcn quot;cduldin loeren ver-

O O ö

dragen. Slechts zij die mijn lijden aanhoudend en ernstig overwegen, en vurig verlangen het na te streven, vinden er behagen in. liet hout des levens behoort hun die er naar grijpen, en die mij goed navolgt, zal in zijn werk zalig zijn. Hij

ocr page 274

toch zal in het tegenwoordige leven grooter genade en in het toekomstige rijker glorie verwerven.

5. Verzamel dan uwe zinnen, blijf bij u zeiven en sluit alle gedruisch uit. Neem vervolgens een klein gedeelte van mijn lijden en denk daar, naar tijd en uur, vlijtig op door. Bijaldien gij dit eiken dag in 't geheugen terugroept, zal het meer en meer behacen en de overwegende ziel sterken en

ö O

ontvlammen. Want alle geestelijke voortgang en volmaking wordt in mijn lijden gevonden; doch door hen alleen die het liefhebben en wenschen te evenaren, worden die goederen gesmaakt. Den vleesch- en wereldgezinden schijnt het bitter en hard, maar voor do vromen en godvruchtigen is het zoet on vol troost. Immers die eer bejagen en naar aardsdie goederen streven, zij passen niet bij mijn lijden ca kunnen er de innerlijke zoetheid niet van achterhalen. Maar die de wereld zoekt te verachten en het vleesch met zijne driften en begeerlijkheden te kruisigen, die zal in mijn lijden

ocr page 275

den grootsten troost vinden en eene bijzondere godsvrucht gevoelen. Want tot zulk eene ziel spreek Ik: Mijne duive in dc rotsspleten, in de holten van den muur. (Hoogl. II, 14.) Haar geef Ik ook dit menigvverf in, wat ik aan een geliefden leerling zeide: Breng uwe hand hierbij, en ken de plaatsen mijner nagelen, en wil in 't navolgen van mijn lijden niet. kleinmoedig en bevreesd, maar kloekhartig en grootmoedig zijn. Hij ook zal eene bijzondere toevlugt in de open wonde mijner zijde hebben, die zich zeiven poogt te verloochenen en van alle genegenheid der schepselen te ontdoen. Des te vrijer ook zal hij worden, om Mij in de diepe wonden mijner Helde te bezoeken, naarmate hij nu geen zorg meer heeft voor geschapen troost. Want Ik trek heel zijn binnenste tot Mij, opdat hij zich zeiven niet voele, die mijn doorwond hart gevoelt. Maak u dan vreemd aan alle aardsch bedrijf, stel ijdele bekommeringen terzij',verwijder

16

ocr page 276

242

ii van vrienden en bekenden, houd u van alles rein en vrij, opdat gij door de openstaande wonde der zijde tot uwen Geliefde kunt ingaan. Breng zulk eene genegenheid aan als de heilige vrouwen hadden, welke Mij aan het kruis zagen hangen, en als haren eeniggeboren Zoon allerbitterst be-weenden. Dan toch zult gij in waarheid kunnen weten en gevoelen, hoeveel mijn lijden in't minnend harte vermag, als gij het hart mijner beminde Moeder zult aangedaan, en uit heel uwe ziel erkend hebben, dat er niets zooals Ik bemind moet worden; want uit de grootheid der liefde komt de grootheid van het medelijden voort.

(3. Uitnemend behagen mij - dus spreekt de beminde ziel - uwe woorden, o Heer JesusChristus! Daarom vraag ik U : laat mij, zoo ik U al in alles niet volmaakt kan navolgen, toch een weinig met ü medelijden. Ik zal dan de oogen mijns harten oplielfen tot mijnen Heer, in smarten hangend aan het kruis. Ik zal aandachtig wond

ocr page 277

m

voor wond, en alle kwetsuren zijns ligchaams beschouwen, en met bijzondere godsvrucht zijne doorklonken handen en doorboorde voeten met hunne nagelen ombelzen en kussen. Daarna zal ik ook in de open wonde zijner zijde als in de rustplaats van mijn slapenden Beminde ingaan; daar zal ik verborgen leven, en, voor alle letsel behoed, in gelukkige rust en goddelijken vrede verblijven. Ik zal geen kwaad, van wat aard ook mij aangedaan, noch wat smadelijks ook er van mij gezegd of gedacht zal worden vreezen, als frtj slechts met mij zijt en met mij blijft. O]) ü wil ik vertrouwen eu in uwe zijde dag en nacht verwijlen. Gij zijt trouwer vriend dan heel deze wereld, Gij een sterker muur ter beschutting dan heel de legerschare der engelen; en daarom moet ik U nooit ongedachtig zijn, en zal ik, zooveel mijn vermogen en krankte het gedoogen, in diepe smart uw allerbitterst lijden gedenken. Geen schepsel echter is bij magte, er ten volle en naar

ocr page 278

■2U

waarde over te denken, te spreken of te schrijven al zouden ook allen met niets anders dan daarmede bezig zijn; want liet gaat alle begrip van 't schepsel te boven, dat Gij, o God, Schepper van alles! U verwaardigd hebt, mensch te worden en voor de menschen te sterven.

7. Daarom bid ik U smeekend. Heer! dat Gij mij, zondaar, barmhartig aanziet, en door uwe onuitsprekelijke genade inwendig verlicht, dikwerf bezoekt, met tranen besproeit, mijn hartvermor-selt van berouw en reinigt, opdat Gij mij, die Gij door uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht, dooide vlijtige overweging van uw lijden vernieuwt en ontvlamt. Geef mij, daarin godvruchtig vooruit te uaan, en daaruit altoos heilzame geneesmiddelen voor al mijne driften te ontleenen. Och, of het méér en dieper in mijn hart doordronge dan het tot dusverre geschiedde, en het mij zóó treffe en stemme, als het dikwerf vele heilige mannen en vrouwen ontvlamde en vermorselde, opdat ook in

ocr page 279

mijn leven de gelijkenis van uwen dood door de werking des geestes en de verstorvenheid des vleesches uitschijne, en ik dat gedenkwaardig woord des apostels kunne zeggen: Ik ben met Christus aan 't kruis gehecht (Gal. II, 19); en dat niet minder liefdevolle woord tegen allo vleeschelijke en ijdelsprekende wijzen der wereld uitroepen: Overigens, dat niemand mij lastig zij: want ik draag de wondteekenen van den Heer Jesus in mijn ligchaam. (Gal. II, 17.) Hij, de welzalige apostel Paulus, droeg uwe glorievolle en kostbare wondteekenen in zijn ligchaam, als hij, bij de dagelijksche gedachtenis van uw lijden, zich uit al 't gevoel zijns harten verheugde, voor uwen naam uitwendig gekweld en veracht te worden. En wat zwaars hij ook naar 't ligchaam of wat lastigs hij naar den geest ondervond, hij achtte dit alles, door do liefdevolle beschouwing uwer wonden, als ligt en ge-„jakkelijk te dragen. En daarom vermaande hij

ocr page 280

24(3

al uwe trouwe minnaars met de woorden: Laat ons altoos de verstorvenheid van Jesus in ons ligchaam omdragen, opdat ook het leven van Jesus in ons ligchaam openbaar worde. (II Cor. IV, 10.) Beijver ook gij u, mijne ziel, ditzelfde aldus te doen, vooral in deze dagon, nu in de Kerk de eerwaardige gedachtenis van 's Heeren lijden wordt gevierd, en rigt het oog uwer bespiegeling met droevigen geest en godvruchtige aandacht daarheen, waar gij weel, dat Jesus voor u in de zwaarste smarten geweest is. Zeg vol liefde met de Bruid, altoos uwen Bruidegom, die voor u uit liefde gekruist is, gedachtig: Ik behoor mijn Beminde, en zijn verlangen is naar mij.

ocr page 281

XXV.

OVER ZEVEN OPMERKELIJKE PUNTEN VAN OVERWEGING IN HET LIJDEN VAN CHRISTUS.

1. Geeft aclit en ziet, of er eene smart is gelijk aan mijne smart. Klaag). I, 12. — Boven alle weldaden Gods aan het menschelijk geslacht bewezen, schittert het lijden van Christus het hoogste uit, en stemt het meeste tot ver-morseling des harten. Daarom moet het gemoed opwaken, om zoo groot eene weldaad te herdenken , en met groot niedclijden des harten vlijtig de bitterheid van Christus' lijden overpeinzen; dit toch is aan God behagelijk, en heilzaam voor die het overweegt. Want alle en elke wond is een geneesmiddel voor de zielen, en de wreede geeselstriemen zijn bewijzen der goddelijke liefde en de reiniging onzer zonden. O welk een

ocr page 282

dank ben ik niet verschuldigd aan Christus (e brengen voor eiken slag en elke wreede wond, die Hij in zijn ligchaam voor mij, nietigen zondaar, heeft uitgestaan!

2. Overweeg derhalve ten eerste, wie het is die dat lijdt; ten tweede, van wie Hij lijdt; ten derde, hoe véél Hij lijdt; ten vierde, voor wie Hij lijdt; ten vijfde, hoe langen tijd Hij lijdt; ten zesde, op wat plaatsen Hij lijdt; ten zevende, in welke leden Hij lijdt. Want het helpt veel tot een innig medelijden, als deze zeven opmerkelijke punten achtervolgens overwogen worden.

WIE LT JUT ?

Ziet gij ten eerste op den persoon die lijdt, dan is er geen waardiger, geen grooter, geen heiliger, geen voortreffelijker. Hij is immers Gods Zoon die lijdt, de Eéngeborene van God den Vader, de eerstgeborene der Moedermaagd, van

ocr page 283

249

den H. Geest ontvangen, vol heiligheid en genade, door teekenen en wonderkrachten beroemd, die zonder zonde in de wereld heeft verkeerd. Hij is het waarachtig Lam Gods zonder vlek, in de Wet vooruit afgebeeld, door de proleten vooral'aangekondigd, door vele koningen en regtvaardigen verbeid, door den Vader bestemd, om in de wereld voor 't heil der wereld te lijden, vrijwillig en uit zich zelven tot kruis en dood bereid, voor onze zonden aan God den Vader op het altaar des kruises geslagtofferd. Hij dan, zoo groot en verheven, waarachtig priester en lloogepriester, heilig, onschuldig en onbevlekt, de Koning der koningen, de lieer, de Maker aller dingen, de Schepper der engelen, de Verlosser der menschen, Hij weigert niet, van de menschen versmaad, gevangen genomen, geboeid, gegeeseld, gekruist, ter dood gebragt, begraven te worden, gelijk de heilige schrift zoo duidelijk van zijn heilig lijden leert.

ocr page 284

250

3. O beweenlijk schouwspel, daar voor ieder die langs dezen weg voorbijgaat, openlijk ten loon gehangen , om het uiterlijk te aanschouwen , en aan allo geloovigen tot een voorbeeld gegeven, om het inwendig na te volgen. Ik bid u, overweeg dan vlijtig alle woorden, alle slagen in zijn lijden beschreven, wijl toch alles voor uwe zaligheid is geschied. Want zij betuigen Christus' overgroote liefde tot u, en toonen, hoe gij in alle kwelling het geduld moet bewaren, 't Is ontwijfelbaar zeker, dat de benaauwdheden die gij lijdt, bij Christus' smarten en smaadheden vergeleken, van niet de minste beteekenis zijn. 't Is dan goed voor u , dat gij dikwerf uw oog hierheen rigt en in Christus' smartelijk lijden troost zoekt, als een duif in de rotsspleten woont en over Jesus' pijnen zucht. Meer toch zal Jesus alleen in de overweging van zijn lijden n troosten, dan heel deze wereld met al hare eer en rijkdommen. In Christus' lijden zult gij vinden wat u sticht, en

ocr page 285

251

't geweten reinigt; maar in 't beminnen van hel wereldsche is eene korte blijdschap, en het laat een besmeurd geweten na. Want alles wat van God niet is, is ijdelheid en voor niets te achten. Maar Christus' lijden is eene levende prediking en krachtdadige les ter onzer onderrigting, ontvlamming en zuivering, en, scherper dan alle zwaard, dringt het tot het innigste des harten door. Want het bestraft de nalatigheid, het ver-teedert de ongevoeligheid, het scheurt het minnend harte tot medelijden en beweegt het menigwerf tot schreijens loe. Zóó dikwerf toch wordt de godvruchtige ziel innig getroffen en van binnen als gewond, als haar het lijden van Christus gelezen of gepreekt, of het kruis aanschouwd, of Jesus Christus en die gekruist, genoemd wordt. En dat is een groote troost voor de zie!, wanneer zij over Christus' lijden denkend, zijne smart in den geest gevoelt, welke Hij zoo veelvuldig in zijn

linchaam seleden en ondervonden heeft.

ö ö

ocr page 286

4. Geef dan nu acht, en zie Christus, die dat alles voor u lijdt, aan, alsof Hij voor uw oog tegenwoordig was. Bedenk dadelijk de waardigheid van zijnen persoon, en bedroef u zeer, dat uw God, in 't vleeseh verschenen, zoo smadelijk bejegend wordt. Zie! de allerhoogste boven allen wordt beneden allen vernederd; de alleredelste van eer beroofd; de schoonste met spuwsel bezoedeld; de wijsste bespot; de magtigste gebonden; de onschuldigste gegeeseld; de heiligste met doornen gekroond; de zachtmoedigste in 't aangezigt geslagen ; de rijkste tot armoede verwezen; de milddadigste beroofd; de waardigste gelasterd; de beste gelaakt; de geleerdste voor onzinnig gehouden; de liefderijkste gehaat; de waarachtigste verloochend; de zoetste met gal gelaafd; de gezegende gevloekt; de vreedzaamste geplaagd'.; de regtvaardige beschuldigd; de onschuldige veroordeeld; de geneesheer gewond; de Zoon Gods aan 't kruis geklonken; de onsterfelijke ter dood

ocr page 287

253

gebragt; de Heer voor den slaaf aan 't schandhoul opgeheven! O ongehoorde euveldaad! O afgrijselijk en verdoemelijk gruwelstuk der Joden! — en God toch verkeert het door zijne goedertierenste barmhartigheid en langmoedigheid in zulk een groot goed — ten heil namelijk van allen die gelooven. Want daarmee dat voor eene wijle het licht dei-wereld wordt uitgedoofd, wordt ook het eeuwig licht in de zielen der gcloovigen hersteld. En daardoor dat het leven voor een korten tijd sterft, wordt tevens de eeuwige dood voor de uitverkorenen verslagen. Eindelijk door Christus' lijden wordt de duivel verwonnen en beschaamd; de hel van haren buit beroofd; de moordenaar bekeerd; de wereld verlost; de zielen der regtvaardigen uit het voorgeborgte bevrijd; de poorten des hemels geopend; de ledige plaats der gevallen engelen aangevuld, het eeuwig heil, door Christus ons geworden, aan de gansche wereld verkondigd.

ocr page 288

VAN WIE CHRISTUS LIJDT.

5. Overweeg ten tweede, van wie Christus dit alles lijdt. -— Voorwaar! van zijn eigen geslacht, van 't Hom bijzonder geliefde volk, van zijne verwanten naar het vleesch, van de Israëlieten , de zonen van Abraham, door Hem weleer niet zooveel weldaden verrijkt, met zooveel voor-regten verheven, met voorschrilten, wetten en plegtigheden boven de overige volken onderwezen ; van menschen die Hij zelf schiep, wien Hij het beste deel der aarde schonk, om wie Hij in de wereld kwam en die Hij verlangde te behouden. Van hen dan die Hij zoo grootsch beweldadigde en verhief, wordt Christus boosaardig versmaad, uit nijd beschuldigd, zonder reden verdrukt, en eindelijk tot den allerschandelijksten dood veroordeeld. Zij waren de menigte zijner barmhartigheden, die van eeuwigheid zijn, niet gedachtig, noch de wonderbaarheden zijner werken, die Hij

ocr page 289

hun betoonde ook toen nog, nadat zij Hem in zoo véél beleedigd hadden. Zij sloegen er geen acht op, hoe nederig Hij onder hen leefde; wa( heilrijke leering Hij hun gaf; hoe Hij de armoede beminde en de rijkdommen versmaadde; hoe Hij eerbcwijzingen vlugtte en de ootmoedigen en een-voudigen uitverkoos; hoeveel zieken Hij genas; aan hoeveel blinden Hij 't gezigt wederschonk; hoeveel duivelen Hij uitdreef; hoeveel melaatschen Hij reinigde, en hoe Hij, door vele andere glorierijke teekenen schitterend, met daden bewees, Goi! Ie zijn, en, in de behoeften onzes ligchaams deelend, loonde, waarachtig mensch te wezen.

Voor die goede en uitstekende werken, door goddelijke magt gedaan, verdiende Hij waarlijk ueen smart maar elorie, neen straf maar dank, geen haat maar liefde,, geen bespotting maar vereering van allen te ontvangen. Maar helaas! de boozen en ongeloovigen waren ondankbaar voor alle weldaden en vergolden veel goed met veel

ocr page 290

256

kwaad. En zelfs anderen zooveel zij konden hitsten zij, ter vermeerdering nog hunner boosheid , tot dezelfde euveldaad aan, en eischten onder bedreigingen en woest geschreeuw den dood des onschuldigen. Immers op aanraden der oversten en het stoken der priesters, is het volk in beweging geraakt: allen zijn tegen Christus, ouderen en jongeren, zij roepen allen mot verschrikkelijke stemmen; Weg, weg met Hem! kruisig Hem! (Jo. XIX, 15.) Alle vorige lof en eer is in gejammer, alle gejuich en gezang der Hebreër knapen in gehuil van woedende wolven verkeerd, (leen leeftijd ontbrak, geen sekse zweeg, geen stand werd gemist; alle booshartige Joden en Heidenen stemmen zamen en komen overeen, dal zij Jesus spoedig ter dood overgeleverd, en eenc onschuldige ziel aan 't kruis gehecht willen hebben. Deswegens zijn die allen in Christus' dood aan de eeuwige verwerping schuldig geworden: zij, die in waarheid boosaardige menschenmoorders en

ocr page 291

257

overwreede Godsmoordenaars, die den Zoon Gods in niets gespaard, maar alle kwaad wat zij konden aan Hem gepleegd hebben. Want zij verdiehtten valsche, en misduidden zijne goede en voortreffelijke daden. 0 wonderbare goedertierenheid Gods! ü onnagaanbare geduldigheid van Christus, welke door zóóveel onregt niet geschokt, door zóóveel lijden niet kon verwonnen worden! Hier gal' Hij aan allen die onregt ondergaan het uitnemendste voorbeeld en den kraehtigsten troost, dat zij len minste eenige weinige vlugtige woorden verdragen, die nog geen harde slagen kunnen verduren.

HOEVEEL CHRISTUS LIJDT.

G. Ten derde moet gij overwegen, hoeveel Christus lijdt, en van hoe velen Hem veel kwaad wordt aangedaan. Het blijkt voorwaar uit het Evangelie, dat Hij eerst voor een weiniggelds door zijn eigen leerling verkocht is; daarna werd

17

ocr page 292

Hij door een geveinsden vredekus aan zijne vijanden overgeleverd; door de priesters scherp bestraft; door den hoogcpriester een godslasteraar genoemd; door de schriftgeleerden en Fariseën gelasterd; door de grooten der stad beschuldigd; door de geregtsdienaars voor den regter gebragt; door Herodes bespot en begekt; door Pilatus ter dood veroordeeld; door gewapenden gevangen genomen en geboeid; door de soldaten gegeeseld en gekroond ; door knechten gescholden, bespuwd en in 't aangezigt geslagen; door dienstmaagden verfoeid, zoodat zij tot Petrus zeiden; Waarlijk! ook gij zijt van hen: ook gij waart met Jesus den Galileër! (Mt. XXVI, 73 en 09.) Er was schier geen zoo armzalig en verachtelijk mensch te vinden, die zich niet in Jesus' pijnen verheugde. O smart over smart! O arme en vernederde Jesus! die geen trooster, geen helper hebt onder de kinderen der menschen. De bekenden weken heen, de vrienden stonden van

ocr page 293

259

verre; weenen konden zij, maar helpen vermogten zij niet. Te midden van de allersnoodste vijanden staat Jesus verlaten; door den grootste tot den kleinste werd Hij ter dood geëischt; onder smaad en geschreeuw ter stad uitgevoerd, met het kruis-liout beladen, van zijne kleederen beroofden aldus tnsschen moordenaars opgeheven, met nagels vastgeklonken, met gal en edik gelaafd! Zwaar waren de goddelooze woorden, zwaarder de wreedu slagen, allerzwaarst de verschrikkelijke marlc-lingen van het kruis.

In dat allerteederst, allerheiligst, allerzuiverst en allerschoonst maagdelijk ligchaam bedreven zij zoo schandelijke folteringen, dat er van de voetzool af tot de kruin van het hoofd toe geene enkel gezonde plaats in het gansche ligchaam was, en Hij een melaatsche scheen aan allen die Wem aanzagen. Ach! zie dan nu en beschouw, of er eene smart is aan de smart gelijk, die uw God voor u lijdt. Tel, zoo gij kunt, alle slagen.

ocr page 294

200

alle wonden, alle striemen, alle beschimpingen , alle bezoedelingen, door zoo velen Hem aangedaan, en lijd met een meêdoogend hart met Hem mede die dat alles gelijkmoedig voor u verduurde. Schrijf het op de tal'el nws harten tot een eeuwigdurend gedachten isteeken, en rigt het oog des geestes op Jesus hangende aan het kruis. Die kruisiging toch was voor Christus, na reeds zoo véél Hem toegebragle pijnen, het smadelijkst, het bitterst en zwaarst. Voor Hem was zij ook het droevigst van den kant zijner vrienden, die daar van verre stonden en allerbitterst treurden: wijl Hij hun rouw en gezucht als zijne eigen smart beschouwde, üok het wreedste was zij van den kant zijner vijanden, die Hem uitlachten, beschimpten en juichten om zijnen ondergang, en door niut het minste medelijden over zoo groote smarten en pijnen bewogen werden.

Gij hebt dan nu gehoord, hoeveel en van hoe velen Christus geleden heeft, met wien te regt

ocr page 295

261

alle Christen moet medelijden. Als iemand zijn' vader of een dierbaren vriend voor zijne oogen met zooveel pijnen zag folteren en vóór de poort aan 't openlijk schandhout hangen: zou hij niet dadelijk, aan dien vriend gelijk geworden, van smarten vergaan en bezwijken. Veel meer dan moet het lijden van Christus het innigst van uw ingewand doordringen en tot heilzamen rouw opwekken. Beijver u derhalve, alle vleeschelijke liefde af te leggen, alle ijdele vreugde uit te sluiten, opdat gij onder Christus' godvruchtige minnaars verdient geteld te worden, die zich dagelijks in 'sHeeren lijden oefenen, en zich alle smarten van Christus zóó aantrekken, dat zij over eigen leed en onregt weinig of niets meer denken. Van hen zegt de zalige apostel Paulus, hij, een groot minnaar van 'sHeeren lijden: Hebt dat gevoelen in u wat ook in Christus Jesus was, die zich zeiven ontledigde, ' 0 '

knechtsgestalte aannemend, en gehoor-

ocr page 296

262

z a a m geworden tot den dood, ja tot den dood van 't kruis. (Philipp. II, 5 vv.)

VOOR WIE CHRISTUS LIJDT.

7. Ten vierde zult gij overpeinzen, voor wie Christus leed, en waarom Hij zulk een bitteren dood onderging. Gewis, voor onze zonden, welke wij van onze ouderen overerfden ? of ook door eigen schuld in eiken leeftijd, staat, rang of bediening bedreven. Want allen - zegt de apostel - hebben gezondigd en derven de glorie Gods (Rom. !1I, 23); hetzij Joden of Heidenen, slaven of vrijen, armen of rijken, koningen of vorsten, geestelijken ofleeken, priesters of leeraars, oversten of ondergeschikten: alle kinderen van Adam worden naar de natuur als kinderen van gramschap geboren; maar door de genade van Christus worden wij verlost, door het doopsel van Christus gereinigd, door den dood van Christus van den eeuwigen dood bevrijd. En

ocr page 297

203

of men nu zegge; het lijden van Lhristus, ol het bloed van Christus, of het kruis van Christus, of de dood van Christus: het geldt evenveel, en dat alles le zamen strekt ons tot heil, daar wij, door in Christus te gelooven en Christus te beminnen, in Christus worden ingelijfd, en leven. Want het Hoofd heeft voor de ledematen geleden, het Hoofd voor de ledematen smart uitgestaan, het Hoofd voor de ledematen aan het kruis gebeden en vergiffenis verworven. Voor allen alzoo is Christus gestorven, om, door 'l smaken van den tijdelijken dood, denteeuwigen dood te verwinnen en de zonde van zonde te veroordeelen dat is, door de boete zijns lijdens alle schulden onzer zonden te voldoen. Daarom zegt ook de gelukzalige Petrus, als hij de genade van Christus en de verdiensten zijns lijdens prijst: Christus is ééns voor onze zonden gestorven, de regtvaardige voor onregtvaardigen, opdat Hij ons tot God zoude brengen, (Hij)

ocr page 298

264

wel gedood naar het vleesch, maar levend gemaakt naar den geest. (1 Petr. 111. 18.) Daarom leest men ook in liet boek der Openbaring, dat do zielen der Heiligen mot groote dankzegging voor den troon Gods nedervielen, en voor het aanschijn van het Lam lofliederen voor hare verlossing zongen, zeggende; Gij hebt ons Gode gekocht in uw bloed uit alle stam en taal en natie, en Gij bobt ons onzen God tot een koningrijk en tot pries-teren gemaakt. (Apoc. V, 9.) Vandaar ook dal onze Moeder de 11. Kerk in de litanie aller Heiligen, als zij voor allo behoeften en gevaren bidt, inzonderheid deze bede lot Christus rigt: Door uw lijden en kruis, door uw dood en begrafenis,

verlos ons, lieer! Want zulk een sebed behaagt

^ ö

ten hoogste aan God, en geeft grooter vertrouwen, dat het om de verdiensten van Christus' lijden verhooring zal vinden. Het lijden toch van Christus is een schat der Kerk, die niet uitgeput

ocr page 299

265

noch verteerd kan worden, maar van oneindige kracht en waarde is. Daardoor wordt alle schuld betaald, alle zonde vergeven, en het rijk der hemelen, dat zooveel duizenden jaren gesloten werd gehouden, aan de boetvaardigen he-loofd en gegeven. 0 allerzoetste verzoening, om hel goddelijk aangezigt te bevredigen! 0 allerwaardigste offerande, om de verloren genade weder te erlangen! ü allervolste voldoening, om alle zondesmet der kinderen van Adam, in wien allen gezondigd hebben eu gevallen zijn, uit te wisschen. Wijl Christus dan niemand vrij vond van zonde, daarom kwam ilij ter verlossing van allen, en voldeed Hij uit liefde voor allen; door zijne goedertierenheid heeft Ilij het werk der verlossing gewild, door zijne Godheid het vermogt, in zijne menschheid het volbragt. Daarom sprak de gelukzalige Paulus: In Christus verzoende God de wereld met zich: wij smeeken in de plaats van Christus: verzoent u met God. (II Cor. V, 19 v.)

ocr page 300

Nu hebt gij gehoord, voor wie Christus leed, en waarom Hij dien dood heeft willen sterven: namelijk voor alle menschen, van eiken leeftijd en geslacht, die van Adam afstammen.

HOE LANG CHRISTUS I.EEÜ.

8. Ten vijfde zult gij overwegen, hoe langen lijd Christus geleden heeft, en hoe langdurig Hij in pijnen was, wijl dit tot delangmoedigheid van zijn geduld hohoort en aan de kleinmoedigen en bedroefden eene aanmerkelijke versterking verschaft. Geef acht en lees alle boeken van het heilig evangelie opmerkzaam door, en gij zult duidelijk bevinden, dat Christus' gansche leven, van het begin zijner geboorte af tot zijnen laatsten ademtogt toe, in groote armoede, in vervolging en beproeving, in arbeid en vermoeijenis, in verachting en tegenspraak der boozen geoefend, en eindelijk met den kruisdood voltrokken is geworden. Aldus ging er, zoolang Hij in de wereld

ocr page 301

207

leefde, geen tijd zonder kwelling voorbij. Docli beschouwt men den bepaalden dag en het uur zijns lijdens, dan begon met den avond van't allerheiligste Avondmaal de treurigheid over de naderende smart en den op handen zijnden dood, toen Hij aan de leerlingen, terwijl zij nog aanlagen, voorspelde, dat Hij dienzelfden nacht door een hunner in de handen der zondaren zoude overgeleverd worden; en zij duurde voort tot na het uur zijner begrafenis, ja! tot den derden dag, waarop Hij van de dooden opstond: want toen is Hij levend, blijde en glorierijk aan zijne leerlingen verschenen. Wel zwaar was derhalve 'smenschen zonde, welke naauwelijks in zooveel tijds en door zooveel smarten kon worden uitgewischt, waarvoor zelfs de Zoon Gods moest gekruist worden en sterven! Wijl dan de menschelijke broosheid zeer groot en van der jeugd af aan ten kwade geneigd is; en wijl het daarenboven, ingevolge de vele gelegenheden en bekoringen, geschiedt, dat de menschen

ocr page 302

2G8

op verschillende tijden en uren, zoowel bij dag als bij nacht, dikwerf ook wetend, dikwerf onwetend zondigen, zoodat er bijkans geen dag of uur zonder misdrijf of beleediging tegen God voorbijgaat: daarom, opdat de mensch niet om de overmaat zijner zonden zou wanhopen, er vergiffenis van te verwerven, heeft Jesus Christus voor ons allen de zwaarste smarten, een langen tijd door, en op verschillende uren geleden, wijl Hij gedurende dien ganschen nacht en dag voor de zonden van de kinderen der menschen in volhardend lijden gezwoegd, en zoo menigwerfzijn kostbaar bloed gestort heeft.

Toen ook, in die oogenblikkcn, volbragt Hij in waarheid de zeven naeht- en daggetijden, niet in zang, maar in lijden en gebed voor ons. Deswegens moeten alle kloosterlingen, door het voorbeeld van Christus geleerd, dagelijks deze zeven uurgebeden aan God aanbieden, wijl Christus zich zeiven op het altaar van 't kruis

ocr page 303

209

■ff

ten algeheel offer aan God lot een geur va» zoetheid heeft opgedragen, en Hij , gelijk de ram weleer, tussehen de doornen der zonden hangend, in de plaats van Isaiik, dat is, in de plaats van het gansche geslacht ten offer gehragt is. (Gen. XXII, 13.) Daarom zegt de gelukzalige Petrus, als hij aan de Christen geloovigen schrijft, en hen tot dankbaarheid aanmaant: Niet met vergankelijke dingen, met goud of zilver, zijt gij vrijgekocht van uwen ij delen, dooide vaderen overgeleverden wandel, maar met het kostbaar bloed van Christus als het onbevlekte en onbesmette Lam. (I Petr. I, 18.) Onze Verlosser en Heer Jesus Christus wilde dus gedurende zoo langen tijd zoovele pijnlijkheden in zijn allerheiligst ligchaara verduren, om het handschrift onzer veroordeeling uit tc wisschen, om ons tot den ijver cener strenge boetvaardigheid op te wekken, om ons voor al de dagen onzes levens een voorbeeld van groot

ocr page 304

270

geduld te geven. En geduld voorwaar is ons allen hoogst noodig, zoolang wij in dit ellendige leven, zoo vol van bekoringen! verkeeren. Want niemand is, zelfs niet één dag of uur, op wat plaats ol' in wat rang of bediening ook gesteld, voor de strikken des duivels en voor zondeval veilig, als hij niet ieder uur door de genade en barmhartigheid Gods van omhoog wordt bewaakt en beschermd.

Doch te midden van die ellenden en gevaren moet men vooral tot 's Heeren lijden zijne toevlugt nemen, en onder den boom des kruises als onder de lommer der goddelijke beschutting schuilen en rusten, en liet geduld van Christus innig en dikwerf overwegen; want dit heeft eene aldoor-geurende kracht, om al de bitterheden van wat we ook lijden te verzoeten en te temperen, en alle bezwaren te verligten, van wat mensch of geest iemand ook moge geplaagd worden.

9. Beijver u dan, de wederwaardigheden dezes

ocr page 305

levens naar het voorbeeld van Christus en zijner Heiligen gelijkmoedig te verdragen en altoos het geduld tot wapen te nemen. Wil niet klagen, dat het zoo lang duurt, of dat de kwelling zoo bitter is; maar gedenk, dat Christus veel zwaarder lijden en langer voor u verdroog, en het deshalve billijk is, dat gij denzelfden weg volgt. Want met voor Christus te lijden, verdient gij veel, en verwerft er vele goederen door. Vooreerst geeft gij God hooger eer als gij alle tegenheden van zijne hand bereidwillig aanneemt; de engelen verblijdt gij, die in den hemel over uwe lijdzaamheid juichen; den naaste sticht gij, als gij beleedigingen stilzwijgend verdraagt; den duivel beschaamt gij, als gij beleedigd en veracht wordt en er dank voor betuigt. Uwe kroon verdubbelt gij, daar gij hier grooter genade en in de toekomst hooger glorie zult ontvangen. Alle tegenwoordige arbeid toch is gering en dit leven kort, maar het loon dat er op volgt, is groot en de rust zonder eind.

ocr page 306

In waarheid! zóu dikwerf wordt gij martelaar voor God, als gij gaarne voor Hem eenige smart verduurt. Denk dan toch niet, dat God tegen u is, als gij in deze wereld gekweld en verdrukt wordt. Verheug n veeleer, dat gij hier wordt vernederd en geslagen, opdat gij hierna voor eeuwig met Christus moogt verheerlijkt worden. Menigwerf toch schaadt voorspoed meer dan tegenspoed, en spoediger misleiden vleijerijen dan bittere bestraf-tinken. Wil dan in uwe bedruktheid voor den naam en de liefde van Christus niet bezwijken, maar verduur alles standvastig met een lijdzaam gemoed , gelijk Christus en alle Heiligen deden, die met smarten te verdragen den vijand verwonnen. Want door wederwaardigheden te lijden, wordt de mensch beter, schooner dan goud, helderder dan kristal, reiner van ondeugden, volmaakter van deugden, aan Christus welgevalliger, aan de Heiligen meer gelijk, sterker tegen de vijanden en beminnelijker voor vrienden. Ook wordt een ieder

ocr page 307

273

er behoedzamer door in 't bewaken van zich zeiven, vaardiger tot medelijden, dieper gegrond in nederigheid, meer gestemd tot bescheidenheid, vuriger tot het gebed, meer bereid voor het hemelsche, en veiliger voor de hel.

Dit zijn de goctle vruchten van het heilig geduld, welke het meest in het allerbitterst lijden van Christus uitschijnen, en dit wordt ons allen ter navolging voorgesteld. Want dat allerheiligste lijden was boven al wat de Heiligen leden hel bitterste in smart; het diepste in nederigheid; liet alovertreflendst in liefde; het volmaaktste van gehoorzaamheid; het sterkste in geduld; het onschuldigste van zuiverheid; het heilrijkst in nuttigheid , het waardigste van verdiensten; van heilmiddelen liet krachtdadigst; van voldoening voor allen het overvloedigst; voor bevrediging het geschiktste; van verzoening het welgevalligste; van opdragt het bchagelijkst; van verlossing het rijkste aan vrucht; van geheimenissen het volste; door

18

ocr page 308

274

de zoetheid aller deugden het geurigste: 'tis verre boven alle wetenschappen, kunsten en artsenijen te verkiezen. Zóó groot, zoo hoog, zoo lang, zoo diep, zoo goed, zoo godvruchtig, zoo verteederend, zoo liefdevol, zoo ontgloeijend, zoo troostrijk, zoo geurig, zóó krachtig is het lijden onzes Verlossers, dat het. door geen menschelijke woorden ten volle te prijzen, door geen engelentongen naar waarde te ontvouwen is; maar altoos nieuw en levend verkwikt en versterkt, onderrigt en ontvlamt het altoos, doch hen inzonderheid, die met versmading van alles hunnen troost in de wonden van .lesus Christus zoeken.

OP WAT PLAATSEN CIIRISTCS LEED.

10. Ten zesde zult gij al die plaatsen opmerken, waar Christus eenigen smaad of pijn voor u geleden heeft. Aan den Olijfberg heeft Hij driemaal gebeden, daar van droefheid en zielsangst bloed gezweet, en, na ge-

ocr page 309

275

beden te hebben, zich volkomen in den wil zijns Vaders overgegeven.

In den hof werd Hij door de Joden gezocht en gevonden; Hij ontvlugtte hen niet, maartrad hun te gemoet. Hij werd door Judas verraden, en met geveinsde lippen gekust; door de gewapende geregtsdieraren gevangen genomen en geboeid ; door eene kwaadwillige bende als de snoodste moordenaar in den duisteren nacht met fakkels en lantaarns, met geweld naar de stad getrokken en gesleurd, en, opdat Hij niet zoude ontsnappen, of door een ander ontvoerd worden, zeer zora-vuldig bewaakt. Eerst wordt Hij in het huis van Annas gevoerd, dan in het huis van Caiphas ge-bragt en daar naar zijne leer en leerlingen ondervraagd. En als Hij hierop goed geantwoord had, gaf Hem een der geregtsdienaars een harden kaakslag in het aangezigt. Daar in het huis van den hoogepriester Caiphas, alwaar er velen tegen Hem vergaderd waren, is Hij verder ten baldadig spel

ocr page 310

276

van allerlei spot en schimp, wordt zijn aangezigt bedekt, met spuwsel bezoedeld, met vuisten geslagen en Hij des doods schuldig verklaard. Toen het ochtend geworden was, werd Hij, met de handen geboeid, openlijk over de straten naar het geregtshof van Pilalus gevoerd, en als een overtreder der wet en opruijer des volks zwaar beschuldigd. Vervolgens wordt Hij naar den regter-sioel van Herodes overgebragt, door wien Hij uit-gelagchen en met een wit kleed omhangen, voor onzinnig gehouden en naar Pilatus teruggezonden wordt. Overal wordt Hij bespot, overal gehoond; nergens is Hij veilig, nérgens vindt Hij rust; aan allen is Hij ten haat en afschuw geworden. Van buiten hoort Hij woest geschreeuw, van binnen lijdt Hij smarten. En na wreede slagen en veel ontvangen wonden wordt Hij, als dit leven onwaardig, met het smadelijk kruis buiten de stad geleid, en op de plaats Calvarie tusschen moordenaars naakt aan het kruis opgeheven. Nadat

ocr page 311

al wat van Hem geschreven stond volbragt was, werd Hij door twee regtvaardige mannen, Josel' en Nicodemus, in het hart der aarde, dat is, in een nieuw uitgehouwen graf, eerbiedig begraven en door de heilige vrouwen met veel tranen en zuchten beweend.

ü zie! wat al plaatsen Christus in zijn lijden bezocht; hoe menigwerf Hij daar zijn kostbaar bloed storflo; wat al beschimpingen, met slagen gepaard, liij uitstond, om zijn volle te heiligen, en de besmette plaatsen, waar de menschen dikwerf zondigen en God beleedigen, te reinigen.

H. Wie, ach! wie kan al de boosheden tellen , die nog op vele plaatsen, in 't openbaar en in 't verborgen, geschieden; in de huizen en op de wegen, in hoven, in dorpen en steden, op bergen en in de dalen, in véld en woud, in voorhoven en paleizen der aarde! Daar is Christus niet, daar wordt geen geween om het lijden des Verlossers gehoord, maar ijdelheid der ijdelheden, maar

ocr page 312

278

scherts en lach bij de gastraalen van Herodes mef zijne rijksgrooten. Wee hun, die zich aldus van Hem, die hen verloste, verwijderd hebben, met het aangezigt naar de wereld en den rug naar God gekeerd! En niettemin houdt de goedertierene Heer niet op, dezulken na te roepen en de dolende schapen tot boete terug te lokken. Want Hij liet de menschen groote hoop op zijne barmhartigheid door zulk een welwillend verduren aller ellenden en smarten van zijn allerbitterst lijden, en inzonderheid op die plaatsen, waar Hij voor-gebragt en getergd werd. Daartoe, om de boosheden der menschen uit te delgen, en om de onzuivere plaatsen te reinigen, daartoe is Hij door zoo velen en zoo zwaar in zijn allerheiligst lig-chaam gepijnigd. En Hij die weleer wegens de zonden der menschen den vloek over de wereld uitsprak. Hij heeft nu door het storten van zijn heilig bloed zegen en vergiffenis der zonden aan alle boetvaardigen beloofd.

ocr page 313

279

12. Hij verwoestte vervolgens door het woord zijner prediking de afgodsbeelden der Heidenen en de verblijven der duivelen, verdelgde de altaren en namen der valsche goden, en voor 't heiligschennend offerbedrijf der Heidenen en de kalveren der Joden, stelde Hij het ware en nieuwe Offer van zijn kostbaar ligchaam in, opdat het op vele plaatsen worde opgedragen. Want daartoe deed Hij op vele plaatsen tempels en altaren ter eere van zijn naam en dien der Heiligen wijden, opdat het geloof der Christenen vaststa, en de godsvereering bij lof- en feestgezangen bloeije. Doch Hij deed er ook, om de plaats van de woning zijner glorie te sieren en het huis des gebeds met de beste overblijfselen te verheerlijken, de vrome en verheven teekenen zijns lijdens tot eene eeuwige gedachtenis rusten; en ten zege-teeken van den verwonnen dood rigtte Hij er het heilig kruis op als het altaar des verbonds en des vredes tusschen God en den mensch, en als

ocr page 314

quot;280

een raagtig wapen tegen de verschrikkingen des duivels.

13. 't Is dan billijk, dat die Christus welke voor ons leed, thans op verschillende plaatsen door alle Christen geloovigen, door kleinen en grooten, door armen en rijken, door wijzen en ongeleerden, door sterken en zwakken, door vorsten en ondergeschikten over heel het wereldrond met open deuren en do stemmen aller talen gepredikt, geloofd en verheerlijkt, en hoog hoven allen naam in don hemel en op aarde, vooralle Hem op vele plaatsen door vele personen aangedane smaadheden en pijnen, verheven worde. Daarom moet ook gij, door godsvrucht gedreven, u op dezen heiligen Goede-Vrij dag al die plaatsen van 'sHeeren lijden voor den geest vertegenwoordigen en in den geest Jerusalem doorwandelen, menigwerf uwe oogen tot den Gekruiste opliefi'en, en met innerlijk medelijden de heilige wondteekenen van Jesus Christus beschouwen, en

ocr page 315

281

nagaan, hoc groot en veelvuldig zij waren. Vraag vervolgens vergiffenis, en dat Hij liet u genadig kwijtschelde zoo dikwerf gij Ifern op eenige plaats of tijd beleedigt hebt. Gij kunt ook de altaren uwer kerk bezoeken en u ter aarde werpen en den grond of een altaartrede drie- of vijfmaal kussen, ter gedachtenis van Christus' bloed dat op den grond werd uitgestort.

14. Gij moet daarenboven om de liefde van Christus en lot zijne eer, alle godgewijde plaatsen der heilige Kerk, alle kloosters en godshuizen, waar ter aarde godvrcezend oelcefd en God aediend

O O o

wordt, altoos in eere honden, u over hunne goede werken medeverheugen, en over hunne tegenheden medebedroeven, opdat gij aan al het goede dat men daar dag en nacht tot lof van God volbrengt, deelachtig moogt worden. Spoedig toch zal hij van God vergeving verwerven die over zijne zonden waarachtig bedroefd is en een vast voornemen maakt, zich in 't vervolg te ver-

ocr page 316

282

beteren. Een groot vertrouwen ook op dc goddelijke erbarming zal hij verkrijgen, die bij elke zaak en verzoek liet lijden van Christus te baat neemt, en meer op Christus' verdiensten en de voorbeden der Heiligen dan op eigen arbeid en deugden vertrouwt. Want onze werken zijn als men ze wél onderzoekt, zelden geheel en al zuiver. En daarom moeten we altoos tot verootmoediging en het heilmiddel der biecht onze toevlugt nemen, altoos van God barmhartigheid vragen, en alle hoop dor zaligheid op Christus stellen, die alleen in alles volmaakt is. Hij toch kan onze onvolmaaktheden spoedig en volkomen genezen, en aan de nederigen en rouwmoedigen van harte overvloediger genade verleenen.

IN WELKE LEDEN CHRISTUS I.EED.

15. Op de zevende en laatste plaats moet gij naauwkeurig opmerken en in diepe zieïesmart overdenken, in welke leden Christus gele-

ocr page 317

283

den, en welke pijnen Hij in ieder deel en in de vijf zinnen zijns ligchaams verduurd heeft. O wal harde slagen stond Hij bij de gecseling uit! hoeveel duizenden wonden werden Hem toegebragt! hoe dikwijls werd Hij op dezelfde plaats geslagen en weder geslagen! Hoe smartelijk heeft Hij 't gevoeld, en - Hij zweeg! Hij hield er zijne hand niet tegen, Hij trok zijn voet of eenig ander lid voor de striemen niet terug, maar zelf gaf Hij uit eigen beweging en vrijwillig heel zijn ligchaam over aan die Hem sloegen, om voor de zonden van alle menschen ten volle te voldoen. Wan) gelijk het aan een kloosterling in een gezigt getoond is: zoo dikwerf Christus een slag ontving, droeg Hij dien dadelijk voor ons uit liefde aan den Vader op en bad Hom, dat Hij ons onze zonden geliefde te vergeven. Nooit immers heeft de zoo beminde Zoon tegen zijnen Vader gemord, dat Hij Hem aan zooveel pijnen overgaf. Hij dreigde niet die Hem zoo wreedaardig folterden; Hij werd

ocr page 318

28-i

Jiiet gram op degenen die Hem zoo smadelijk bespuwden; Hij vloekte niet die Hem valschelijk beschuldigden, maar Hij was veeleer met hen begaan, verdroeg, ja! verschoonde hen, en bad voor hen, dat zij vergeving zouden ontvangen, zeggende: Vader! vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen. (Lc. XX11I, 34.)

16. Maar wat is dan de oorzaak van zoo groot een leed en zoo onmetelijke smart? Voorwaar! de vele zonden der menschen, die in hunne vele ledematen door de vijf zinnen zoo dikwerf misdoen en den Heer zwaar beleedigen. Immers de ledematen des ligchaarns, waarmede zij God moesten dienen en veel goeds konden werken, die ledematen helaas! geven zij, bij verzaking van alle vreeze Gods, met een vermetel bestaan aan verschillende ijdelheden en booze verlustigingen over; en zoo worden zij met zonde te plegen slaven der ondeugden, ledematen en werktuigen der duivelen. Deswegens heeft Christus, de Zoon van

ocr page 319

God, uit medelijden met de mensclien, uit verlangen om de zondaren te genezen en aan de strikken des duivels te ontrukken, die zware en lange folteringen in zijn allerheiligst ligchaara ontvangen en verduurd, om alzoo door de ligchamelijke smarten in zijne vijf zinnen genezing aan onze zielen te verschaffen, en onsteleeren, dat wij alle genietingen des vleesches welke tegen den geest strijden, moeten vlugten en dooden. Opdat God dan den mensch, die het hoogste Goed verlief en de schepselen aankleefde, om zijne zonden niet eeuwig zoude straften, nam de goedertieren lieer Christus deze tijdelijke pijn en den dood des vleesches voor onze schulden zonder eenige schuld op zich, om des Vaders gramschap te verzoenen en ons van de eeuwige straften te bevrijden.

DE VOETEN VAN CHRISTUS.

'17. Doch wend nu het oog uws harten op de afzonderlijke leden, door zooveel wonden ver-

ocr page 320

286

scheurd, en stort van vrome aandoening tranen van medelijden. Begin met de voetzool en klim lot de kruin van het hoofd op, want het gan-sche ligchaam van Jesus is met de allerbitterste smart vervuld. Als gij nu eens zulk eene smarte hadt of van zware krankte op het ziekbed nederlaagt, zou dan diegene u niet behagen, die met u begaan was, en hij daarentegen u niet mishagen, die u onverschillig voorbijging? Ach! zie dan den Heer Jesus, die voor u geleden heeft, die voor u gewond en gestorven is, en heb ten minste een zucht voor al zijne smarten over, als gij voor Hem geen tranen weet te wekken. Toen toch de gelukzalige Stephanus gesteenigd was, hieven godvreezende en geloovige mannen grooten rouw over hem aan (Hand. VIH, 2); en zie! hier is grooter dan Stephanus, ja, grooter dan alle Heiligen: de Allerheiligste hangt aan 't kruishout, vol van wonden! en daarom moet wel te regt alle geloovige medelijden met Hem voelen, en inzon-

ocr page 321

287

(lerheid de godvruchtige kloosterling, die afstand van de wereld heelt gedaan.

Beschouw dan vooreerst, hoe zwaar Christus geleden heeft en gewond is in zijne schoone en reine voeten, waarmede Hij zoo dikwerf vermoeid over de aarde wandelde, om het woord Gods te prediken; waarmede Hij de golven der zee betrad, als Hij ze zonder vaartuig, zonder men-schelijke hulp overstak. Immers met die goddelijke kracht en magt, waarmee Hij alles schiep, kon Hij ook en winden en zee gebieden en te zijner beschikking hebben. Maar helaas! hoe verwonderlijk is de verwisseling der dingen en hoe onbegrijpelijk de beschikking Gods, dat de Oorsprong aller schepselen en de opperste geneesheer van zielen en ligchamen, die vele kreupelen en zieken op eens deed wandelen, nu zoo wreedaardig aan zijne voeten gewond, zoo geweldig met ijzeren nagels doorklonken wordt, dat Hij niet eens gaan of zich bewegen kan; maar als de snoodste moor-

ocr page 322

288

denaar met harde kluisters aan 't kruis wordt vastgehecht gehouden. Met zulk een pijn dan werd de onschuldige Christus aan heide voeten doorboord, Hij, die volgens den profeet de geboeiden ontbindt, de blinden verlicht, dc gebogencn oprigt, de regtvaardigen bemint. (Ps. CXLV, 7 v.) — En dat waarom? — Voorwaar! om de boeijen onzer zonden te slaken, en de smetten onzer voeten at' te wisschen, die wij zoo menigwerf door heen- en wederzwerven, met uitgaan en rondwandelen, met spel en dans bezoedeld hebben,

18. En o! hoe verderfelijk zondigen zij, die de armen met voeten treden, en trotsche praal-vertooning maken; die opschudding in de kerk brengen, en de biddenden hinderen; die door hunne ligtzinnige verstrooidheid en onstemmige manieren aan velen tot ergernis zijn. Wee hun, die uit alkeer van het goede werk en uit gebrek aan godsvrucht, in beweging en uiterlijke dingen luiii

ocr page 323

280

troost zoeken Waren dezulken ook slechts niet één nagel van de vreeze des Heeren doorboord, zij zonden voorwaar gaarne eenzaam met zich zeiven blijven, om over Clirisfus' lijden na te denken, of iets uit de heilige schriften te lezen; daardoor zouden zij rouwmoedig van harte en in Christus' liefde ontstoken worden, en door haar al het lastige en zoete der wereld overwinnen. Zalig de voeten van hen die bereid zijn Gods woord te hooren; die met daarlating van alle ijdele dingen naar de kerk spoeden, zich dikwerf in het gebed verdiepen, de zinnen van verstrooij ing weêrhouden, zoodat zij met een goed geweten kunnen zeggen: Van allen kwaden weg heb ik mijne voeten geweerd, opdat ik uwe woorden onderhoude. (Ps. CXVIII, 101.) Zalig de voeten , welke de voetstappen van Jesus volgen tot aan het kruis, en liever daar staan, en met Maria weenen, dan ter maaltijd gaan en schouwtooneelen bijwonen.

19

ocr page 324

DK HANDEN VAN CHRISTIS.

19. Christus leed ook en werd zwaar verwond in zijne heilige handen, waarmede Hij zoo menig-malen den zegen gaf, zieken aanraakte en genas; waarmede Hij het brood nam en at, dat Hij ook in zijn liigchaam veranderde, en ten troost aan zijne leerlingen toereikte. Maar, o goedertierene God! waarom gedoogt Gij, dat uwe handen met zooveel smart doorgraven en van zooveel bloed overstroomd worden, Gij, die zonder moeite de hemelen uitgespannen, en de aarde met verwonderlijke schoonheid gesierd hebt? Ach heilige God, Gij sterke en onsterfelijke! zie , uwe handen , welke den eersten mensch in het paradijs zonder eenige fout of gebrek gevormd hebben, ach! zij worden door trouweloozc menschcn en godde-looze handen met de ijzeren pennen der Joden doorboord, en voor de ooaen uwer vrienden uitae-rekt op het kruishout, dat van allen toen gevloekt,

ocr page 325

291

en voor de grootste ergernis gehouden werd! Doch, o goede, allerzoetste Jesus! dien smaad en die gewelddadigheid hebt Gij voor onze eerste ouders en hunne kinderen met het hoogste geduld willen verdragen, om hot handschrift deshesluits iu verscheuren cu de erfzonde, door de aanrakingen het eten van de verderfelijke vrucht heloopen , door uw heilig bloed af te wasschen, opdat van waar de dood door de schuld was voortgekomen, ook het heil door uwe hoete zoude wederkeeren. Daarom hebt Gij, wijl de geregtigheid het vorderde, beide handen tot uitdelging der schuld op het, kruishout uitgestrekt, en, door uwe liefde gedreven, voor alle zondaren met bebloede handen gebeden.

20. O hoe aangenaam en welgevallig was die opoffering, toen Gij, liefderijkste Jesus, eenige Zoon van God! U zeiven voor ons ten eeuwigdurend olfer opdroegt, om het aangezigt van God den almagtigen Vader, wien wij allen in veel dingen

ocr page 326

beleedigen, te verzoenen. Wij zijn niet in staat, daarvan door ons zelven geregtvaardigd te worden; uw allerheiligst lijden en sterven aan den boom des kruises moet tusschenbeide treden, en van daar is onze heiliging en verlossing met de ver-vverfenis van het eeuwig heil voortgekomen.

Let hier op de grootheid onzer zonden en de pijnlijkheid van Christus' wonden; op de innigheid zijner liefde en zijn smeekgebed voor zijne vijanden, alsmede op zijne goedaardigheid jegens al zijne hateren. Zeer dikwijls heei't Christus gebeden, en zijne leerlingen leeren bidden, nu eens met gebogen knieën, dan met de oogen ten hemel geheven; doch nergens vindt men, dat Hij zoo smeekend en zoo vriendelijk gebeden heeft als wij het nu hooren, toen Hij met uitgebreide arraen en vastgeklonken voeten, en met alle leden uitgerekt en doorwond, op het altaar van het kruis voor zijne vijanden bad. Toen toch stortte Hij een allerzoetst gebed in de ooren zijns Vaders, dat

ocr page 327

293

Hij toch vergeven zoude aan die tegen Hem zon-

disrden. Ter beleuselina; derhalve van de booze

ö 0 ö

drift der menschen, die tot gramschap zoo geneigd en zoo traag zijn, om hunne vijanden wel te doen , heeft Christus die zoo breede wonden in zijne handen ontvangen, en hiermede allen geleerd, het goede te doen en het kwaad te verduren, wijl het onder de grootste aanwinsten gerekend wordt, wanneer iemand zijne vijandige mededingers geen wraak met wraak, maar met het offer des gebeds vergeldt. Wacht u dan wel, armzalig en broos mensch! die zelf vol gebreken zijt, iemand, voor wien Christus leed en stierf, met een heilloos woord of kwaad werk te be-leedigen; want kostbaar voor zijn aangezigt is alle ziel die trouw in Hem gelooft en in waarheid zijne geboden onderhoudt. Doch 't is ook billijk, dat gij goed van uwen naaste denkt en het betere hoopt; daar hij of reeds goed is of door de genade spoedig verbeteren kan. Toon gij hem dan

ocr page 328

296

wat al punten van doornen het van alle zijden voor uwe zonden doorboord wordt.

i let is niet ligt te zeggen, hoe zwaar, hoe lang, en scherp deze pijn was in Jesus' gezegend en edel hoofd, geheiligd boven alle hoofd van Heiligen en Nazareërs. 't Is door geen hand aangeroerd en geen haar is er van ter aarde gevallen, of het moest zijn, toen de goddelooze Joden met de geregtsdienaren van den landvoogd, Hem eenige haren verwoed uit het hoofd hebben getrokken, of met snoode handen uit zijn heiligen baard gerukt. Want, naar men meent, zijn er aan Christus wel meer verguizingen en slagen toege-bragt, die door de evangelisten niet in't bijzonder vermeld zijn. Evenwel zegt de heilige Lucas: Eu nog vele andere lasteringen zeiden zij tegen Hem (XXII, 65). Immers eenigen lachten Christus openlijk als een zinnelooze uit; anderen, nog boozer, voegden er verguizende woorden bij; anderen, wreeder dan de wilde dieren, knarsten

ocr page 329

297

op de tanden on bragten Hem niet weinig slagen foe; en weliigt trapten zij met hunne hielen op de heilige voeten van Jesus, welke Maria Magdalen a eens met vele tranen wiesch en zalfde. Ach lieer God! hoe diep gingen de punten dei-doornen uw allerheiligst hoofd in! hoe smartelijk hehben zij het alom in de tcederste zenuwen en gebeenten doorstoken en verscheurd, zoodat er uit de ingedrukte wonden beken blocds langs uwen hals, uwe oogen, uwe ooren en uw gelaat afvloeiden, en uw aanminnig aangezigt en uwe vorige schoonheid ten eenenmale verduisterden. O verkeerd en godtergend geslacht! waarom straft gij den onschuldige zoo streng ? waarom verdrukt gij den goedertierene en ootmoedige'? en perst gij zijn hoofd van rondom in dien ring van doornen'? Zeker legt gij Hem eene halsmisdaad ten laste;, dal Hij zich koning heeft gemaakt, terwijl Hij nooit de koninklijke versierselen naar de waardigheid der wereld gehad, noch voetschoeisels ge-

ocr page 330

-208

dragen, noch een kroon begeerd heeft! Geen' mensch ook heeft Hij met woord of werk geschaad, maar veeleer de van den duivel geschaden en verdrukten uit genade en onverdiend hersteld.

22. Dochters van Jerusalem, en gij alle godvruchtige vrouwen! komt en ziet Christus den Koning, Jesus van Nazareth, den waren en vreed-zamen Salomo, uit het koninklijk geslacht van David geboren, - ziet! hoe llij op den dag zijner krooning door zijne stiefmoeder, de goddeloozc synagoog, op aanblazen des duivels en hardnekkig aandrijven van den nijd der priesters, met een kroon van doornen is gekroond. Sfroomen van tranen weende toen zijne allerzaligste Moeder Maria mei de heilige Maria Magdalena en heel haar overtroos-teloos geleide. Ook de onder de Joodsche schare verstrooide leerlingen weenden van schaamte en smarl op het gezigt der doornenkroon, welke zoo wreedaardig op het heilig hoofd van Christus, hunnen Keer en Meester, was gedrukt, terwijl luide de

ocr page 331

209

regtcr voor hot woedend volk riep: Ziedaar uw Koning! (Jo. XIX, 14.)

23. Overweegt nu, Christen geloovigen! of gij ooit bij een der vroegere koningen en profeten van zulk een hoon en allerfelste smart gehoord of gelezen hebt, als er nu geschiedt aan den Heer der profeten, aan den Koning der engelen, aan het Opperhoofd aller priesters, aan het Lam Gods, dat gekomen is, om door verschillende folieringen ook van ligchamelijk lijden de zonden der-wereld weg te nemen. Zie, Hij die te voren in teekenen en krachten glorievol schitterde, wordt nu oneerbiedig met alle bespottingen bejegend en met roeden en geesels geslagen. Dien de oversten des volks het hoogste moesten eeren en als hunnen waren Koning en Hoogepriester erkennen, Hem onteeren zij nu met ongehoorde smaadheden, en martelen zij met eene gruwzaam stekende kroon Van alles doen zij het tegendeel, en, na zooveel ontvangen weldaden , woeden zij te heviger tegen

ocr page 332

300

den bewerker van hun eeuwig heil. Voor rozen un leliën bieden zij Hein scherpe doornen; voor edelgesteenten en paarlen geven zij Hem harde kaakslagen; voor een koningskroon, een vlechtsel van stakkels; voor gouden halsketen, onbarmhartige striemen; voor een kleed van blank lijii-waad, een wit gekkenkleed ten spot! voor koninklijk purper, droppels rood bloed; voor zilveren gordel, een linnen doek van ruw weefsel; voor vorstelijken schepter, een riet door den wind geslingerd; voor rijpaard had Hij een ezel; voor toom een touw; voor zwaard, een roede; voor schild, een zweep; voor schoeisel, bloote voeten met ijzeren nagelen; voor handbekleedsel, klemmende boeijen; voor krijgsvaan, een kruis met het opschrift; voor pantser, een kleed zonder naad; voor helm, een spotbedeksel der oogtin; voor koningsspeer, de lans van den soldaat; voor hooge-priesterlijk hoofdtooisel, den zweetdoek van zijn ontbloot hoofd; voor leeraarsgestoelte, de marmeren

ocr page 333

301

kolom; voor beker, een spons; voor wijn, edik voor lafenis, mirre; voor honigdrank, allerbitterste gal; voor eerekus, spuwsel; voor mede-doogen, den scherpen schicht der bespotting; voor heilgroet ontving Hij het woord der vervvensching!...

24. Hoor nu buiten de reeds genoemde, nog andere smartelijkheden der uiterste troosteloosheid. Want Hij werd door den Vader in de hoogste benaauwdheid verlaten, alsof hij zijn geliefde Zoon niet was. Hij werd van zijne vrienden en al zijne leerlingen verlaten als een vreemdeling en pelgrim. Hij verloor de beste deelgenooten en vond de slechtste vijanden. Hij verloor den heiligen Petrus, die voor Hem gestreden had, en kreeg Malchus er voor weder, die Petrus beschuldigde. Wat nog meer? Voor rentmeester had Hij een dief; voor geheimschrijver een'verrader; voor vaandrager Simon van Cyrene, die het kruis droeg; voor lijfbediende den kwaden moordenaar, die Hem beschimpte; voor ziekenverpleger een'

ocr page 334

30-2

bespotter; voor kleetlerbewaarder een' roover; voor schenker een' galbereider; voor slaapstede een graf; voor rustbed een harden, in de rots uitge-houwen sleen. Te midden echter van die plagen, Christus den Heer aangedaan, ontbraken de vrome wecklagten van vrienden niet; maar zij waren verborgen en stonden van verre, zij zwegen en treurden (of hun gezigt kon slechts zijne smarten vermeerderen). Want nooit is er sedert den dag dat Jesus in Bethlehem geboren werd, zoo groot een kwaad in Israël gezien. Doch dit alles is geschied naar goddelijke verordening, tot ons heil en ter vervulling van de heilige godspraken der profeten.

Zie! met die wapenen dan is onze Koning Christus van Nazareth bekleed, om tegen den vorst der wereld te strijden en het mcnschelijk geslacht door zijn kostbaar bloed te verlossen. Hij streed tot den dood, verwon den hoogmoed des duivels door nederigheid; de verwoedheid der wereld door geduld; de begeerlijkheid des vleesches

ocr page 335

303

door de allerbitterste kruispijn. Hij liet uus heilige voorbeelden ter naleving, heilige goede woorden Ier overweging na; Hij gaf tegen elke ondeugd de beste heilmiddelen, om de zonden te vermijden en de belooningen van het eeuwige leven door het kruis le verwerven. Hein zij lot' en glorie voor alle goed in den hemel en op aarde, door de eindelooze eeuwen der eeuwen! Amen.

XXVI.

OVER CHRISTUS1 V E R R IJ Z E N I S EN DEK GEESTELIJKEN TROOST DER ZIEL.

1. Ik ben verrezen en ben nog met u. Alleluja! i) — Dit is de stem van Christus aan

') Kerste woorden der H. ilis vim Paaschiluir.

ocr page 336

30-i

de Kerk en aan elke geloovige ziel, die over zijn lijden diep bedroefd en schier van allen troost beroofd was. Haar dan spreekt Christus, van den dood opgestaan, in den geest aan; haar troost Hij allerminzaamst met de zoete woorden van zijn mond en zegt: Ik ben verrezen en ben nog met u! Ik heb u niet vergeten, maar, mijne belofte gedachtig, verschijn Ik u als de zegerijkste verwinnaar des doods, en kondig u de vreugden der eeuwige gelukzaligheid aan, opdat gij Mij zoudt geluk wenschen met de onuitsprekelijke glorie der verrijzenis die Ik ontvangen heb; want nimmer zal Ik die verliezen, noch verder meer sterven. Veel hebt gij deze dagen over mijn lijden getreurd en geweend: doch wil nu niet langer weenen, want Ik ben waarlijk verrezen, en Ik ben nog met u door de tegenwoordigheid der majesteit, die geleden heb naar de broosheid des vleesches. Nu ben Ik met hooger glorie gekroond en met het licht der onsterfelijkheid be-

ocr page 337

kleed, die nog straks aan het kruis hing, veroordeeld lot den schandelijksten dood. Ik lag drie dagen in het graf, maar nu leef Ik, spreekt de Heer uw Verlosser, opdat g'y leeft door Mij.

2. Ik ben heden van de dooden opgestaan door de glorie des Vaders, en gij zult op den jongsten dag met mijne uitverkorenen verrijzen, en door goddelijke kracht uit het graf gewekt, naar uwe verdiensten gekroond worden. Juich dan met jubelstem, breng met groote dankzegging godvruchtige lofliederen, zing Alleluja, en wek u zelve tot de hemelsche feesten op. Verheug u, dochter van Sion! met hart en mond te zamen; want bet uur der tijdelijke droefheid is voorbij, en de dag der eeuwige vreugde, de hoop op uwe toekomstige glorie wedergekeerd. Dat de Joden treuren, die Mij kruisten; dat de Heidenen beschaamd worden, die Mij verguisden; dat allen vreezen, die in Mij niet wilden gelooven. Maar dat de geloovigen zich verblijden, die Mij beminnen;

20

ocr page 338

30Ü

dat alle volken getroost worden, die op het hooreu van mijn lijden treurden en weenden. Dat de leerlingen tot Mij wederkeeren , die verstrooid vlugtten en Mij in mijne folteringen verlieten. Dat de oot-moedigcu en godvruchtigen tot Mij komen, de priesters en altaardienaren optreden, in wit gewaad gekleed. Dat alle Christenen met den groot-sten eerbied tot mijne Tafel naderen, en alle volken dezen Paaschdag vieren, waarop Ik verrezen ben.

3. Want Ik ben de verrijzenis en het leven. Ik ben het levend brood, van den hemel dalend, en geef het leven aan de wereld. Ik ben do goede herder, die mijne schapen weid, welke in eenvoudigheid gehoorzamen, hun eigen wil verlaten en mijnen wil in alles volgen. Ik ben het verborgen Manna, de vreugd der engelen, het Paasch-lam der Christenen, de gelukzaligheid der Heiligen, die de engelen door onbedekte aanschouwing verblijd, en mij aan de rnenschen op aarde n mijn

ocr page 339

307

Sakrament mededeel. Wil u dan niet ontstellen, als in de wereld versmaad; wil u niet bedroeven, als waart gij van God verlaten; wil niet vreezen, als waart gij van vijanden ingesloten; Ik heb u niet verlaten, en zal u ook niet verlaten; Ik heb u niet verworpen, en zal u ook niet verwerpen. Maar in veel zal Ik u beproeven en door vele bekoringen heenvoeren, als het goud door 't vuur zal Ik u toetsen en louteren. In den tijd der bedruktheid zal Ik u verschijnen en u met mijne tegenwoordigheid troosten; Ik zal u dan de genade der godsvrucht instorten, u eerst met den wijn van rouwmoedigheid drenken, dan met de olie der blijdschap zalven, opdat gij tranen stort en eene verwonderlijke zoetheid gevoelt en geheel in liefde ontgloeit en wegsmelt. Zoo, zoo zal Ik hen troosten die in dit tranendal over Mij treuren, die zich van ligtzinnigheden afwenden en in hun binnenste keeren. Ik ben voor u bezorgd, en mijne oogen zijn op mijne trouwe geloovigen, dat zij

ocr page 340

308

mef Mij zitten in 't rijk mijns Vaders, en mijne heerlijkheid zien, welke Ik in eeuwigheid gehad en voor mijne vrienden bereid heb. Ik zal hun een vol loon geven, als ook zij glorierijk en onbederfelijk van de dooden zullen verrijzen. Daarvoor heb Ik den dood ondergaan, de hel verslagen, den duivel verwonnen, de heilige vaderen aan het voorgeborgte ontrukt, de poorten van het paradijs ontsloten, om alle uitverkorenen de eeuwige zaligheid binnen te voeren.

4. Doch acht u niet van die blijheid uitgesloten , noch vreemd aan het gelukkig gezelschap der Heiligen. Al zijt gij nog van de sterfelijkheid omgeven, en al leeft gij nog te midden der bekoringen , gij zult toch later mijne aanschouwing genieten, indien gij trouw en standvastig blijft en mijne voetstappen tot het einde toe volgt, gelijk ook Ik in de liefde mijns Vaders bleef en tot den dood toe gehoorzaam was. Wees dan kloekmoedig in de bekoring en geduldig in alle kwelling, opdat

ocr page 341

309

gij deelgenoot mijner eeuwige glorie wordt. Wanhoop niet, wat wederwaardigheid u dreige,enal ontzinke u alle menschelijke troost. Ik ben niet gewoon den bedroefde voorbij te gaan, of den biddende te versmaden, maar wie zuchtend tot Mij roept genadig te verhooren. Ik beproef met den strijd, Ik zal kroonen wie volhardt. Ik laat toe, dat de Mij geliefde voor een weinig tijds met kwelling bezocht worde; en terwijl hij er hot minst op denkt, of zich geen troost waardig acht, verschijn Ik op eens en verlicht den onwetende. Aldus deed Ik met mijne leerlingen en met de beminde bezoeksters van mijn heilig graf. Want zij waren in groote droefenis, hadden alle hoop verloren, wisten geen troost, wisten niet wat te doen of werwaarts te gaan. Ondertusschen was hun niets zoeter dan hitter tc weencn, en herhaaldelijk na te gaan, of zij niet iets van Mij vernemen konden. Doch terwijl alle menschelijke hulp ontbrak, was spoedig de goddelijke hulp

ocr page 342

310

daar. En 't verging hun veel gelukkiger dan zij hadden kunnen vermoeden. Want ik liet mijne engelen vooruitgaan, om hun goede narigten te brengen, opdat zij niet langer ongetroost blijven , maar, tot de hoop des levens opgewekt, den Koning der glorie verwachten zouden.

5. Daarom toefde Jk en verscheen niet dadelijk , ten einde hun verlangen om te zoeken zoude toenemen, en zij te meer gereinigd wierden om Mij te zien, opdat zij zich in mijn gezigt te meer zouden verheugen, Mij godvruchtiger omhelzen en eerbiediger aanbidden. Ik kende den tijd en de wijze van bedroefden te troosten, en wist hoeveel de harten der stervelingen kunnen omvatten. Ik versmaadde derhalve de wenschen der god-vruchtigen niet, en wees den kommer der bedrukten niet af, maar Ik beproefde hun geloof, ik onderrigtte hunne onwetendheid, versterkte hunne kleinmoedigheid, ontstak hunne liefde, verdreef hunne vrees. Derhalve door weenen, bidden,

ocr page 343

311

zoeken, aankloppen, volharden, hebben zij verdiend te zien dien zij verlangden. En Ik heb mijn woord vervuld dat Ik voorzeide: Ik zal n wederzien, en uw hart, zal zich verblijden, en uwe blijdschap neemt niemand van ii weg. (Jo. XVI, 22.) Gij dan, bereid u, dit hoorende, tov de genade der godsvrucht; wacht geduldig, totdat Ik kome en wederom uw hart bezoekc, door u van allen last te bevrijden en in een staat van nieuwen jubel te brengen. Dan zult gij verheugd kunnen lofzingen en bij eigen ondervinding weten, hoe waar en aangenaam die woorden zijn: Ik ben verrezen en ben nog hij u. Alleluja!

ocr page 344

312

XXVII.

VAN DE VREUGDE OVER DE VERRIJZENIS DES H EE REN.

1. Dit is de dag dien de Heer gemaakf Jieeft: laat ons er in juichen en ons verblijden. Ps. CXVII, 24. — Voorwaar eene groote geestelijke vreugde verschaft ons het plegtige Paasch-feest. Daarom moet men er zich in verheugen, niet naar het vleesch, niet naar de ijdelheid der wereld, maar naar God, in de ongezuurde broo-den van opregtheid en waarheid. (I Cor. V , 8.) Nu moeten wij overvloediger genade vragen en opregter reinheid bewaren. Nu moet, uit ijver voor een nieuwen wandel, de ziel tot hemelsche begeerten worden overgevoerd. Want om goede reden heeft ons de Heer dezen dag tot den pleg-tigsten en heiligsten gemaakt, opdat wij er ons boven alle feestelijkheden des jaars in zouden

ocr page 345

313

verheugen. Dat allen nu zeggen, en dat ieder nu zegge: Wees gegroet, o waardste dag, welke voor ons na de zwarte nachten der duisternis is opgegaan! Want Hij zelf, onze lieer Jesus Christus, de Koning der glorie en de Vorst van de koningen der aarde. Hij is heden uit den dood opgestaan, en heeft aan allen, die over heel het wereldrond in Hem gelooven, do hoop des eeuwigen levens gebragt. Immers doordat Hij verrees met het vleesch dat Hij uit de Maagd Maria aannam, en voor ons aan het kruis ten offer bragt, ishet handschrift onzer veroordeeling uitgewischt, en ons door 't verwinnen van den dood de toegang der eeuwigheid ontsloten. Open dan, godvruchtige ziel! uwen mond, en zing met luider stem met heel de Katholieke Kerk, in ware blijheid des harten; Dit is de dag dien de Heer gemaakt heeft: laat ons er in juichen en ons verblijden. Alleluja!

0 waarlijk zoet en opmerkelijk vers, dat zoo

ocr page 346

31-i

genoegelijk gezongen, zoo dikwerf in de getijden herhaald wordt, en met zijn eigenaardigen zang de godsvrucht wekt, de verstrooiden van geest verzamelt en vol geestdrift tot Christus' liefde trekt. Lnister dan niet enkel naar de uiterlijk welluidende melodie, maar let op den er in schuilenden zin der heilige woorden, en dring, op de zoetheid van den zang, tot het binnenste uwer ziel door; dat niet de heldere stemklank u de vrucht van uw werk doe verliezen, daar gij, naar 't heilig woord, in den Heiligen Geest voor God moet lofzingen en in uw hart jubelen voor den Heer alleen. Zalig hij die zich op het goede toelegt cn zijne gansche meening op de inwendige feestvreugden rigt, opdat hij door de tijdelijke feesten naar de eeuwige glorie streve, gelijk de apostel zegt: Zoo gij met Christus verrezen zijt, zoekt dan wat boven is; -smaakt wat boven, niet wat op aarde is. (Col. IIT, i v.) Ik weet niet, wat er in hetgan-

ocr page 347

315

sche jaar blijders of feestelijkers dan in deze paaschdagen gezongen wordt. Immers aller stem en zang doen gedurig Alleluja! weêrklinken, en alles, alles sluit met Alleluja! En hierin is ons afgebeeld en aangeduid, wat wij in het eeuwige leven zullen te doen hebben, als wij, aan de tegenwoordige ellenden ontrukt, en tot de hemelsche rust overgevoerd, God met zijne heilige engelen zullen loven, in alle eeuwigheid van het hoogste goed vervuld. Te regt dan en vol eerbiedigheid verheugen zich de hemel, en de aarde met al hare volheid in Christus' verrijzenis, en worden zij gelast God te loven, door wien ons reeds zoo kostbare goederen van geestelijke genadegaven verleend zijn, en ons in 't eind nog grootere en hoogere goederen zullen geschonken worden.

3. Zie! reeds ontsluiten zich allengs de elementen, door de winterkoude geboeid, en maken zich als met zekere aanminnigheid der lente tot de

ocr page 348

31G

naderende i'eestelijkheid gereed. Immers de aarde, lang onvruchtbaar en onbebouwd, toont duidelijk de vruchtbaarheid harer kracht, en brengt het lagchende veldgroen voort. lioomen en gewassen schieten in de liefelijkste bloemen uit, en worden als met nieuwe kleederen getooid. De vogelen des hemels slaan, na het verdwijnen der winterkoude, zoet aan 't jubelen, en, door veld en woud vliegend, verheugen zij zieh, dat de helderheid der luchten en de vruchtbaarheid van den oogst wederkeeren. Zon en maan en alle gesternten aan den hemel spreiden helderder licht, en er is geen schepsel te zien, dat niet door zijne hernieuwing den verrezen Christus toejuicht. Is er zoo groote blijheid in de elementen, hoe groot moet dan het gejuich bij engelen en menschen niet zijn, zoo verre boven alle schepselen der wereld verheven! Voorwaar dit is de dag dien de Heer gemaakt heeft, gelijk Hij ons allerklaarst toont door de schriften, de figuren, de profeten, de engelen, de apostelen en leeraars,

ocr page 349

317

die zijne verrijzenis betuigen en verkondigen. En waar alles zamenstemt, en zoowel het hoogste als het laagste hetzelfde bevestigen, moet er ook nu geene enkele reden van twijfel in het hart overblijven; want de almagtige God is in staat, en meer dan wij kunnen begrijpen, op de volste wijze te handelen, en van hetgeen nog niet is oen nieuw uitwerksel voort te brengen.

■4. Daar nu Christus in het vleesch verheerlijkt en de gansche wereld weder hernieuwd is, verheerlijk ook gij dan, sterfelijke mensch! uwen God, en vernieuw u in den geest van uw gemoed. Dank voortdurend uwen Verlosser voor zijne onmetelijke gaven, aan u en alle geloovigen toebedeeld. Rigt de oogen uws harten omhoog; zie den weg, waarop Jesus, bet heil van uw aan-gezigt, is voorgegaan; volg Hem met de schreden der liefde tot den ingang des hemels. Want gij hebt den spiegel aller heiligheid en het licht des hemelschen levens vóór u ; treed Jesus gerust na,

ocr page 350

318

den verloener der eeuwige zaligheid, den Heerscher over hemel en aarde. Niemand is heiliger dan Hij, niemand zuiverder, niemand verhevener, niemand rijker, niemand magtiger. Mij is - sprak Hij - alle magt gegeven in den hemel en op aarde. (Mt. XXVIII, 18.) Daarom sta uw geloot' in Christus Jesus onwrikbaar vast, bloeije uwe hoop en juiche uwe liefde. Handel kloekmoedig en verman u; strijd tegen het vleesch, tegen de wereld, tegen den duivel en zijne engelen, en wees voor geen aanval eeniger vijandige magt beducht. Want de Leeuw uit den stam van Juda heeft verwonnen, en aan zijnen toom kan niemand wederstaan, en aan zijn hand zal niemand kunnen ontkomen, wijl alles aan zijne voeten onderworpen is. Nu verheugt zich de hemel, nu juicht de aarde; Satan treurt, de dood vlugt en zal over Christus niet meer heerschen. Onder zulk een Koning dus is 't veilig strijden; onder zulk een Herder is 't genoegelijk te staan, geweid en

ocr page 351

1111.)

ondcrrigt, geleerd en bestuurd te worden, daar Hij aan niets gebrek en overvloed aan alle goederen heeft.

5. Volg ook gij dan den Koning der koningen, den Heer uwen God na, die van den dood verrees , opdat gij voortaan in de nieuwheid van een beter leven zoiidt wandelen, eu daartoe de ondeugden met voeten treden, de verledene rampen vergeten, tot de gewone beuzelarijen nietweder-keeren, maar u vuriger tot de hemelsche begeerten opheffen. Want Christus keert na 't verwinnen des doods niet naar de wereld terug, maar nadat Hij zijne naaste vrienden op aarde bezocht had, klom Hij in vreugde ten hemel, waarmede Hij de knechtsgestalte hoog boven de magten der engelen opvoerde en verhief, en ons leerde, dat wij dooide trappen der nederigheid en de dienst der verschuldigde onderwerping tot de glorie der eeuwige gelukzaligheid moeten opklimmen. Wilt gij in den hemel getroost worden en u voor altoos met de

ocr page 352

320

geesten der engelen verblijden, vlugt dan het •vleeschelijke genot, dat de dood baart. Zoek de geestelijke verkwikking der ziel, door Christus voor diegenen toebereid, welke tot de tafel van zijn kostbaar Ligcbaam naderen, tot den feest-disch, welke alle aardsche maaltijden in zoetheid verre te boven gaat. Zoo toch de oude mensch met zijne werken niet geheel wordt uitgetrokken, kan er de hcmelsche zoetheid niet binnengaan. En zoo het vleesch aan den geest niet onderworpen en alle aardsche zorg niet achtergesteld wordt, zal de Vertrooster niet komen, en het eten van het Paaschlara niet inwendig verkwikken.

Ten einde dan ons binnenste vol zij van geestelijke vreugd, moet alle boosheid en verkeerdheid uit het hart verwijderd, opdat wij als pasgeboren kinderen in do nieuwheid des levens wandelen, rein gewasschen met tranen en in witte kleederen gekleed. Dat derhalve onze zeden nederig en bedachtzaam zijn, onze blikken bestendig, onze ge-

ocr page 353

321

iiegenhedci'i zuiver, onze stemmen vrolijk, onze ooren op de goddelijke woorden gerigt, en onze zinnen van aile kanten wel bewaard. Want de engelen Gods, de dienaren des Heeren, zijn bij ons en beschouwen al onze handelingen: wie vaardiger opstaat, wie godvruchtiger bidt, wie vrolijker lofzingt, wie Jesus vuriger zoekt. Verre zij dan het gedruisch der wereld, verre alle ligt-zinnig geklap: la.it onze gesprekken stichtelijk zijn: dat ze tot genade strekken voor allen die ze hooren en door hen ook zegen verdienen voor die ze voert. Men hale op van hetgeen de Zaligmaker deed, en van Jesus van Nazareth kome er als men to zamen is eene goedluidende herinnering in 't midden, welke aan allen verheuging en vergenoegen geve.

6. De Gekruiste wijke niet uit uwen geest en de verrezen Christus kome u overal tegen. En worde Hij met de oogen nog niet gezien, met veelvuldige verzuchtingen wordt Hij toch in 't verst

ocr page 354

32-2

borgen bereikt; en zoolang Hij zich den biddende niet openbaart, wijke deze niet van zijn verheerlijkt graf. Bij de heilige engelen, die altoos zijne klare aanschouwing genieten, ga men inlichting-vragen , dat zij gelieven aan te wijzen waar dc Heer is, ol'voor ons bidden, dat Hij zich gewaardige den bedroefden te verschijnen, om met zijne allerzoetste genade de harten der treurenden te vertroosten. Och ot' Gij, Heer Jesus! U gewaardigdet mijn hart te ontvlammen, om U met Maria in de vroegte te zoeken, en mij in 't geloof le versterken , Gij, die met uwe toeademing aan de apostelen den Heiligen Geest hebt gegeven. Ontsluit mij den zin der heilige schriften, en leid mij, naar uwe belofte, in alle waarheid. Gij die boven alles God zijt, gezegend in eeuwigheid. Amen.

ocr page 355

323

XXVIII.

OVER DES GEESTELIJKEN ZIN VAN HET WOORD PASCHEN, EN OVER DEN WANDEL VAN EEN NIEUW LEVEN.

1. Ons Paaschlam, Christus, is geslapt, i Cor. V, 7. — De heilige naam van Paschen is bij de geloovigen veel genoemd en bekend, en hoog moet dit geheim onder de Christenen geëerd worden. Overwegen wij dan allen, wat voor ons heil gedaan en inaesteld is. Paschen zest ons des

e ö 0

ileeren genadig voorbijgaan (der huizen met het bloed des Paaschlams bestreken, en Israëls verlossing uit Egypte en zijn overtogt van de wateren iler Roode Zee). Alzoo is Christus op dezen dag-van Paschen uit den dood tot het leven wedergekeerd, uit den dood tot het leven, uit de wereld tot den hemel overgegaan, om ons teleeren,dat wij het aardsche moeten versmaden en het hemel-sche beminnen, lloogen lof' derhalve zijn wij den

ocr page 356

m

hemelsehen Vader verschuldigd, die ons mede heeft levend gemaakt in zijnen geliefdon Zoon, die voor ons in 't vleesch geleden heeft en gekruist is, door wiens striemen wij genezen, door wiens onschuldig lijden wij van den eeuwigen dood verlost zijn, - en laten wij ons daarom nog eens grootelijks in zijne glorierijke verrijzenis verheugen.

quot;2. De smart van den wreeden dood ging in (ihristus vooraf, deed de vijandschappen der oude overtreding te niet, en wischte alle vlekken onzer schuld uil. Toen volgde de zoetheid eener onuitsprekelijke vreugde en de verhevenheid der eeuwige glorie, welke aan allen die door het doopsel in Christus herboren zijn, na de ballingschap dezer wereld zal geschonken worden, als aan terugkeerenden uit Egypte om in de vreugde van hei paradijs te gaan. Want door de slagtoffering van het ware Lam is liet geestelijk Israël uit de gevangenschap der eeuwige verwerping verlost, en

ocr page 357

325

het volk Gods tot de vrijheid der hemelsche woning overgegaan, wijl Christus, door zijne verrijzenis uit den dood, het oude Paschen in het nieuwe heeft veranderd en het tijdelijke leven tot het eeuwigdurende overgebragt. ïe regt dan spreekt de apostel en zingt alom onze Moeder de heilige Kerk vol vreugde: Ons Paaschlam, Christus, is geslagt. Gedurig derhalve moeten wij Christus' smartelijk lijden alsmede zijne zoo blijde verrijzenis tot troost onzer sterfelijkheid gedachtig zijn, opdat wij door geduldig veel kwellingen voor Christus te lijden, de hoop en 't vertrouwen hebben, van eens voor eeuwig met Hem te heerschen. Beijveren wij ons nu in dezen heiligen en blijden tijd, tot het verlangen van een nieuwen wandel op te staan , en met geestelijke vreugde Gods lof te jubelen. Christus toch is magtig, ons overvloediger nog te helpen en in nog vuriger begeerte tot het hemelsche leven te ontsteken.

3. Doch hij verduistert de klaarheid van het

ocr page 358

326

Paaschfeest, die meer naar hot genot van vleesch-spijzcn haakt dan om te deelen in het kostbaar Ligchaam van Christus, waarin de bron aller zoet-heid en de verkwikking der ziel te vinden is. Zonder die allerheiligste spijze toch is allo tafel van den rijke, hoe overvloedig ook bereid, armelijk en karig. Want gelijk de ziel beter is dau alle ligchaam, zoo gaat Christus, die de spijze der ziel is, allen smaak in zoetheid te boven. Eu ofschoon men nu om de plegtigheid van 's Heeren verrijzenis meer moet juichen en betere spijzen worden toegestaan, moet men er toch een matig gebruik van maken en den trek des vleesches mei de vreoze des Heeren beteugelen. Want dit strekr ligchaam en gt;:iel tot heil, en de mensch wordt er geschikter door om God te loven. Dat derhalve de begeerlijkheid des vleesches u niet belieersche, maar verwin door de godsvrucht des harten in de kracht des Heiligen Geestes al wat zich van ligchamelijk genot door de zinnen voor u opdoet.

ocr page 359

327

Z:ilig de ziul die door den geur van Christus'reukwerken lol liet smaken van het hemelsch gastmaal getrokken wordt, en met den Psalmist uil-roept en spreekt: Genietingen (zult Gij mij geven) aan uwe regterhand in alle eeuwigheid;-ik zal verzaad worden als uwe glorie zal verschenen zijn. (Ps. XV, 'H en XM, 15.)

Voorzeker zij bedriegen zich, die dwazen van harte, die, niet verwaarloozing van de ware eu hemelsche goederen, hun troost zoeken in het aardsche, en zonder den teugel der betamelijke matiging, naar vele bezittingen haken. Het rijk Gods - zegt de apostel - is niet spijs en drank, maar vrede en vreugde in den Heiligen Geest. (Rom. XIV, 17.)

4. Wie dan viert het Paschen in den geest'? Die van de ondeugden tot de deugden overgaat; die uit het oude leven van verkeerde gewoonten tot den staal van nieuwe godsvrucht verrijst. Wie eert het Paschen naar behooren ? Die de eer der

ocr page 360

328

wereld versmaadt, en in al zijne daden de glorie van Christus zoekt. Wie slagt (als de Joden weleer) den geitenhok tegen den avond van Paschen'? Die waarachtig berouw heeft over zijne zonden en voortaan ophoudt te misdoen. Wie eet het gebraden lam met de bittere kruiden? Die onzen Heer Christus, die aan 't kruis voor ons leed, met droefenis gedenkt, en zich zeiven door een onschuldig leven kastijdt. Wie is de ware Hebreër, die door de Pioode Zee gaat? Die van't zinnelijk gevoel des vleesches tot de zoetheid des geestes voortschrijdt, en wat achter hem is vergetend, zich naar 'tgeen vóór hem is uitstrekt. Wie is een ware zoon van Abraham? Die van de slafelijke vrees tot de vrijheid der kinderen Gods gevorderd is. Wie is do ware leerling van Jesus? Die al het aardsche volkomen verzaakt, en zijn eigen wil verlaat. Wie is waardig aan Christus' tafel aan te zitten ? Die zich vrijwillig vernedert ter liefde van Christus. Wie is geschikt, het rijk der

ocr page 361

329

hemelen in te gaan? Die het rijk der wereld en al hare pracht versmaadt: die is de vriend Gods, een burger des hemels en de heer der wereld. Wie is in staat, Christus' aanschijn te aanschouwen en tot de verborgenheid des hemels door te dringen ? Die rein van harte, vurig in 't gebed, en geheel in 't inwendige verslonden is. Wie is bij God bemind en Hem welgevallig? Die verachtelijk is in zijn eigen oog en al wat voorbijgaat gering schat.

XXIX.

OVER JESUS' OPKLIMMING TEN HEMEL.

1. Ik klim op tot mijnen Vader en uwen Vader, tot mijnen God en uwen God. Ai-

ocr page 362

330

leluja! Jo. XX, 17. — Nadat de goedgunstige Jesus, de trooster der droeven, van de dooden was opgestaan, liet Hij door Maria Magdalena, die Mem zoo trouw beminde, aan zijne leerlingen, nog diep bedroefd over zijnen dood, de vreugden van quot;t nieuwe heil berigtcn , en sprak: Ga heen lot mijne broeders en zeg hun: Ik klim op tot mijnen Vader en uwen Vader, tot mijnen God en uwen God. 0 waarlijk zoet en liemelsch woord, vol van vreugde en liefde! Wal is voor de geloovigen zoo genoegelijk te hooren als des Hoeren opklimming ten hemel? als Jesus' heengaan lot den Vader, om onze tusschenspreker te zijn, opdat wij gerustelijk tot Hem komen dien wij in veel beleedigd hebben ? Wijl immers onze zonden ons van God scheiden, hoe zullen wij anders verzoend kunnen worden dan door den Middelaar Jesus Christus, door wien wij toegang hebben tot den Vader, en die voor ons dezonde-schuld voldeed en eene plaats bereidde , om met

ocr page 363

33 i

Hem in het rijk der hemelen fc blijven? Ik klim op - spreekt Hij - tot mijnen Vader en nwen Vader.

2. 0 verwonderlijke aflating van God tot ellendige inenschen, tot voortvlugtige leerlingen, tot verstrooide en hopelooze schapen! Hij laat den naam niet klinken zijner magt; Hij verschrikt hen niet met het woord der bedreiging; Hij verwijt hun de misdaad niet van gekwetste majesteit; noch heet hen schuldig aan de euveldaad van trouweloosheid: maar zijne ingeborene goedertierenheid gedachtig, laat Hij barmhartigheid heerschen en heft de wrake op; maar nog na die zware overtreding eu lafhartige vlugt, ademt zijn woord de zoetheid van broederlijke genegenheid, en stort Hij zijne onuitputtelijke liefde tot allen uit en spreekt: Zeg aan mijne broeders! 0 honig-vloeijende zoetheid van den aliertoegevendsten Jesus, gelijk Hij dit is in heel zijnen wandel! Hij, (ofschoon zoo magtig, en zwaar door zijne vrienden

ocr page 364

332

en onderdanen beleedigd, Hij zond geene geregts-dienaren uit, om de schuldigen naar den kerker te slepen, noch zette iemand van de hem verleende bediening at'; maar als de goede Herder, die zijne eigen schapen bemint, is Hij slechts met hunne zwakte begaan en bezorgd voor hun behoud. Nu eens openbaart Hij zich door de engelen; dan laat Hij door Maria den bedroefden broeders uitdrukkelijk in zijnen naam de glorie zijner verrijzenis berigten en spreekt: Ga heen tot mijne broeders, en zeg hun: Ik klim op tot mijnen Vader en uwen Vader.

De zoete Meester spreekt zoete woorden, en noemt hen die Hem te voren beleedigden nog broeders, om te meer zijne liefde te betuigen waarmede Hij hen ten einde toe bemind heeft. Want vooreerst bekeerde Hij hen van de ij delheid der wereld tot het geloof in Hem; Hij werkte onder hen groote wonderen; bewees hurj onmetelijke weldaden; leerde hun den weg der waar-

ocr page 365

333

heid en verkoos hen boven alle Heiligen tot de eer der apostolische waardigheid. En dan na den storm der bekoring en de zwakheid van den val, roept Hij hen tot boetvaardigheid terug; verheft hen tot een vuriger staat van heiligheid; verblijdt hen met zijn aangezigt; versterkt hen in hun wankelend geloof mot klare bewijzen en de getoonde wondteekonen zijns lijdens, opdat zij te sterker opstaan, en baant hun den weg, langs welken zij tot de onverwelkbare glorie moeten opklimmen. Ik klim op - spreekt Hij - tot mijnen Vader. Als gij Mij bcmindet, zoudt gij u voorzeker in dit woord verblijden; wijl het voor u voordeelig is, dat Ik tot den Vader, die Mij gezonden heeft, opklim, om u eene plaats te bereiden in het rijk mijns Vaders, waar gij u met al mijne uitverkorenen in eeuwigheid zult verheugen. Wilt u dan niet ontstellen, noch te zeer over mijn heengaan bedroeven. Ik zal den Vader voor u bidden, dat uwe zonden u vergeven worden.

ocr page 366

334

Ik zai u in de tegenheden versterken. Ik zal u troosten in de ballingschap dezer wereld. Ik zal u kroonen in het hemelsche rijk, waar uwe vreugde volkomen en voor allen vijand veilig zal zijn. Want het heeft mijnen Vader behaagd, u, armen en geringen , die 's werelds aanlokselen hebt versmaad en mij ne voetstappen gevolgd zij t, het rijk Gods te geven.

3. Van dezen tijd nu af', dat Christus in de glorie des Vaders word opgenomen, waren de harten der apostelen fot het hemelsche opgeheven en streefden zij blij der naar omhoog, in de hoop, dat zij, na 't afleggen van den last des vleesehes, Hem eens in de glorie zouden volgen. Want er was in hen een groot vertrouwen, dat zij tot het hemelsche rijk zouden komen, wijl zij, met ver-(reding van het aardsche, voor Christus een arm leven leidden. Zij hadden nu daarenboven den hun beloofden Heiligen Geest; en, door zijne genade gesterkt, vreesden zij geenboeijen, geen kerkers, geen gruwzame doodsfolteringen te ondergaan.

ocr page 367

335

U gelukkige en glorievolle hemelvaart! waardoor de menschelijke natuur boven alle engelen verheven is, en de ledige plaats der verloren engelen door het getal der uitverkoren menschen, met Christus bloed geteekend, wordt aangevuld.

4. Geel' ook gij dan, geloovige ziel, die dit leest! geef ook gij dan nu acht, dat gij Christus met schreden der liefde nastreeft. Want de lig-chamelijke opklimming van Christus ten hemel is de geestelijke verheffing der ziel tot God. Dat dan de woning van dit aardsche leven u niet meer behage, maar veeleer het hemelsche verblijf met de heilige engelen u aantrekke, waar de zielen der Heiligen van allen arbeid en verdrukkingen uitrusten en Christus' aangezigt door alle eeuwen der eeuwen aanschouwen. Overweeg menig-werf het zoete woord van Christus, dat Hij vóór zijn lijden tot zijne leerlingen sprak; Ik ga u eene plaats bereiden (Jo. XIV, 2); en gedenk: dat gij hier geeue blijvende stad hebt (Hebr.

ocr page 368

336

XIII, '1-1). Zucht uit het binnenste des harten over de vele hindernissen die u van het hemelsche aftrekken, en vraag van de tegenwoordige ellenden verlost te mogen worden en spoediger lot Christus te mogen gaan. Dit toch is veel beter, dan hier dagelijks tegen de ondeugden te strijden en gedurig voor verschillende gevaren te vreezen. Roep mei de bruid in 't Hooglied en zeg; Trek mij! en wij zullen U nastreven, waar alle goed en blijdschap zonder einde is (I, 3). Doch helaas! dat genoegelijk uur is nog niet gekomen; 't is nog de tijd niet van heerschen maar van lijden. Deshalve moet gij den door God voorbestemden tijd der vergelding afwachten en onophoudelijk bidden, dat het rijk Gods kome, waarover de Heer herhaaldelijk, alvorens ten hemel op te klimmen, met zijne leerlingen sprak, opdat de strijd van het tegenwoordige leven op het vernemen van de beloften der eeuwige glorie te dragelijker worde, en de ziel te meer voor het hemelsche ontgloeije,

ocr page 369

337

naarmate zij lc langer in dit leven gekweld wordt. Want dit is in de uitverkorenen een klaarblijkelijk teeken, dat zij het eeuwig heil zullen verwerven als zij voor den naam van Christus geduldig verdrukking en arbeid verduren. Want de Christus moest lijden en alzoo zijne heerlijkheid ingaan. (Lc. XXIV, 2ü.)

5. En daarom door lijden en arbeid geraakt men tot de rust, wijl de Vader niemand in den hemel opneemt dan die door kruis en lijden zijnen ge-lieiden Zoon gevolgd is, wien Hij voor onze zonden in den kruisdood heeft overgeleverd. Hef dan uw hart omhoog, zie naar den hemel op en beschouw waar uw Zielsbeminde is heengegaan. Breid naar Hem uwe handen uit; bid met gebogen knieën en telkens herhaalde verzuchtingen, dat Hij den Trooster, den Heiligen Geest, in uw dor en koud hart zende, die u ontsteke en besture om alle goed blijmoedig te volbrengen. Amen.

22

ocr page 370

338

XXX.

OP HET nsKSTERFEEST. - OVER DE GAVEN VAK DEN H. GEEST.

1. En zij werden allen vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen in verschillende talen te spreken, gelijk de Heilige Geest hun uit te spreken gaf. Akt. H, 4.— Heden wordt in de heilige Kerk de glorierijke feestplegtigheid van den II. Geest gevierd. Heden verblijdt zich de vergadering der geloovigen alom in de afgebeden feestvreugde; de koren der geestelijken jubelen in lofzangen en psalmen; de priesters dragen plegtig het li. Offer ^op, en allen loven God eenparig ten allerhoogste bij de komst van den IJ. Geest. Heden immers ontvingen de apostelen den H. Geest op zigtbare wijze in vurige tongen, en dadelijk ontgloeiden zij inwendig door de liefde in zoet gevoel, en uitwendig predikten zij vol vertrouwen het woord van God. Heden

ocr page 371

339

begon het Christelijk geloof verkondigd te worden en het getal der gcloovigen in Jerusalem aan te groeijen. Heden is groote vreugde onder het volk geschied, en door de apostelen werden groote teekenen over de zieken gedaan. Want van '( begin der wereld al' is zulk eene milde schenking van den II. Geest niet gehoord. Heden nam de heilige godsdienst en het apostolische leven een aanvang, hetwelk vervolgens ten spiegel van heiligheid werd voor alle geloovigen, doch meer bijzonder voor de kloosterlingen, die naar de wijze dor eerste Christenen zonder eigendom en in 't gemeen leven. Heden zijn de heilige apostelen zoodanig in de liefde van Christus gesterkt, en door de genade van den H. Geest verlicht, dal zij door geen tegenheden ontmoedigd, door geen voorspoed verweekt , door geen dwalingen verleid, op geene wijze van de ongeschondenheid des ge-loofs konden gescheiden worden. Heden zijn geringe en eenvoudige menschen wijzen, en arme visschers

ocr page 372

340

groote leeraars geworden, en wat zij in geen scholen door redestrijd leerden, ontvingen zij van den hemel door godvruchtig gebed. Heden werden ongeletterde en bevreesde mannen welsprekend en kloekmoedig, en die slechts éene taal kenden, onderwijzen mi, door den H. Geest geleerd, met de stemmen aller talen. Heden werden aardsche menschen als hemelsch, en die eerst versmaad waren, worden de bewondering van alle menschen, tin die gerekend werden weinig of niets te weten, brengen uit de Wet en de Profeten getuigenissen over Christus aan en leggen die uit. Heden is het leven der engelen op aarde ontstaan, en een nieuwe hemel in de wereld verschenen, wijl de geloovigen leerden, hun hart van het vleesch tot den geest, van laauwheid tot ijver, van de aarde tot den hemel op te heifen.

2. 0 hoe ijverig waren zij , die met zoo weinig tevreden waren! Hoe godvruchtig en gehoorzaam waren zij, die zich uit eigen beweging aan de

ocr page 373

341

iipostolisclic raden onderwierpen! Dat zijn werken van den H. Geest, die de harten der geloovigen uit verschillende volken in één geloof'vergaderde, door de hoop op de eeuwige goederen tot het hemelsche verhief, en op eens met de fakkels zijner liefde ontvlamde. Door deze heilige apostelen werd de eerste Kerk gegrondvest en over het wereldrond verbreid, in de heilige leer onderwezen en door vele wonderen zeer bekrachtigd Van deze heilige apostelen en hunne volgelingen ontvingen eens de heilige kluizenaars het eerste toonbeeld van volmaakte zelfverloochening, en lieten een aantal leerlingen ons ten voorbeeld na. Door deze apostolische mannen en van God beminde kluizenaars kwam ook onze heilige vader Augustinus, die uitstekende Leeraar der Kerk, tol de versmading der wereld, rigtte later, priester en bisschop geworden, een klooster van geestelijken op, begon met vele dienaren Gods, naar het apostolische voorbeeld, in gemeenschap te leven

ocr page 374

342

liu gaf hun den door hem geschreven regel te onderhouden. Op gelijke wijze maakte ook de heilige vader Benedictus, een strenge navolger van het apostolische leven, een anderen regel van kloostertucht, vol van deugden, opdat monniken dien godvreezond naleven en aldus gelukkig naaide glorie der eeuwige zaligheid streven zouden Doch nog meer andere godvreezende mannen, die de raden der evangelische volmaaktheid wenschten op te volgen, hebben, op ingeving van den 11. Geest, in verschillende deelen der wereld heilige kloosterorden gesticht. En zij ontvingen zoo groote genade van God, dat zij door de won-derteekenen der apostelen uitblonken en door leer en voorbeeld als lichten in de heilige Kerk schitterden.

Te regt dan moeten alle geloovigen dezen zoo heiligen dag met bijzondere godsvrucht eeren en de genade des 11. Geestes inroepen, dat Zij door zijn bezoek geleerd en getroost, door zijne liefde

ocr page 375

343

ontvlamd, door zijn hemelschcn dauw van alle zondesmet gereinigd mogen worden.

3. Want alle Heiligen en uitverkorenen zijn van 't begin der wereld af door de ingeving van den H. Geest tot de dienst van God getrokken en van de dwalingen der Heidenen afgeroepen; en al wie goddelijke genadegaven ontvingen, hebben vooral door hunne nederigheid aan God behaagd. Ook nu nog werkt de 11. Geest in zijne geloovigen vele werken der liefde, welke Hem behagelijken anderen voordeelig zijn; en schenkt Hij minder de gave van openlijke wonderen. Hij verleent toch menigwerf de vertroostingen der inwendige godsvrucht. Ook ontsluit Hij voor hen die aandachtig bidden en vroom de koordienst vervullen, de verborgenheden der heilige schriften, hetwelk een zeer zeker teeken is, dat men Hem kent en bemint. Almede geei'l Hij tegen de aanvechl ingen der veelvuldige mensche-lijke broosheid heilige geneesmiddelen van geestelijke sterkte. Hij toch is het, die zijne geloovigen

ocr page 376

344

door heilige toespraken leert, door de oversten bestuurt, door de priesters de sakramenten toedient, dat zij op de pelgrimschap dezes levens van den regten weg niet afwijken noch van ver-moeijenissen bezwijken. Hij treft 's menschen hart met innig berouw over de verledene zonden; Hij berispt bet over de dagelijksche nalatigheden en kleinste gebreken, en gedoogt niet, dat in 't geweten cener geloovi'ge ziel de schuld eener ligte zondesmet verwijle. Hij wekt op tot vernieuwing van den ijver, tot een aandachtig gebed, tof vlijtig lezen, tot vaardige gehoorzaamheid, tot het nastreven van hot nederige, tot het onderhouden der godvruchtige oefeningen. Hij trekt van 't aard-sche af; noodigt tot de rust des harten, bestraft over ligtvaardige woorden; stilt de grammoedigheid verdrijft den wellust, neemt den nijd weg, beteugelt de gulzigheid. Hij zet aan tot het vlugten der traagheid en het onderhouden der tucht. Hij leert, wat te doen, en waar zich, innerlijk en

ocr page 377

345

uiterlijk, voor te wachten. Hij is den bedrukten van harte nabij, troost de ootmoedigen, beurt de kleinmoedigen op; Hij verhoort de zuchtenden, ontfermt zich over de weenenden en verleent den boetvaardigen vergiffenis.

4-. Zoo dikwerf gij dan gekweld of bekoord wordt, neem ijlings tot die hemelschc hulp uwe toevlugt; roep ootmoedig de genade van den H. Geest in; leg Hem al uwe angsten bloot, en geef ii algeheel aan zijne goedertierenheid over, opdat Hij in zijne barmhartigheid al uwe bezwaren naar zijn welbehagen en tot zijne eer tot overvloediger voortgang uwer ziel doe strekken, en alles tot een heilzaam einde brenge. Hij toch weet alles, onderzoekt en doordringt alles; Hij laat u niets zonder reden overkomen; Hij slaat en geneest, vernedert en verheft. Want dit is de bijzondere werk in l; van den H. Geest in dit ons broze en met vele ellenden bezette ligchaam, dat de smetten der zonde door een opregt berouw worden afge-

ocr page 378

340

wassehen, het voorgaande kwaad tot te meer verootmoediging diene, en het aangevangen goed tot grooter volmaaktheid aanwasse, opdat er geen lijd zonder geestelijke vrucht voorbijga, maar alle handeling, alle woord en gedachte de eer van (lod en de glorie der allerzaligste Drievuldigheid len doel hebben en daarin altoos volharden, hetwelk ons, op ons gebed, de Heilige Geest door zijne goedertierene genade gelieve te verleenen, Hij, die op den dag van heden de harten der apostelen zoo overvloedig vervuld heeft. Amen.

XXXI.

OVER DEK TROOST DES H. GE EST ES.

1. Ik zal den Vader vragen, en Hij zal u een anderen Trooster geven. Jo. XIV, 10. ^—

ocr page 379

347

Toen onze Heer Jesus Christus ligchamelijk van zijne leerlingen zonde heengaan, beloofde Hij hun in hunne bedroefdheid over zijn gemis den geestelijken troost van den H. Geest, die nooit uil hunne harten zoude wijken, maar in eeuwigheid met hen blijven. 0 wat zalige belofte van Christus, niet van blijdschap dezer wereld, maar van de vertroosting des H. Geestes, welke zoo kostbaar en zoo zoet is, dat er niets van alle menschelijke dingen meè kan vergeleken worden. De heilige apostelen hadden een grooten troost in de mensch-heid van Christus, als zij openlijk uit zijnen mond de goddelijken woorden hoorden en met hunne oogen zijne verbazende wonderen aanschouwden. Zij waren derhalve niet zonder reden over zijn heengaan bedroefd, daar zij als weezen van zijn zoo zoeten omgang gingen gescheiden worden, en vreesden, dat zij te midden van de boosheden en ergernissen der Joden zonder de noodige bescherming zouden achterblijven. Daarom

ocr page 380

348

beurt Hij, die goedgunstige Meester, die de ver-Ijorgenhcden kent en het toekomstige vooruit weet, zijne geliefde leerlingen tegen de aanstaande droefheid op, en belooft hun vastelijk in plaats van zijne ligchamelijke tegenwoordigheid een geestelijken en blijvenden troost. Ook waren zij die geestelijke vertroosting en de goddelijke inwoning waardig, wijl zij reeds waarachtige versmaders der wereld en volmaakte navolgers van Christus' nederig leven waren. Want dezulken bemint de Vader ; voor dezulken bidt de Zoon; dezulken verhoort en verlicht de II. Geest.

2. Zie nu de onschatbare genade der goddelijke goedertierenheid, hoe de Zoon Gods tot het deelgenootschap zijner prediking ter bekeering der wereld armen en eenvoudigen uitkoos, wien Hij ook voor de geringe en nietige wereldsche dingen die zij verlieten, de kostbare gaven des II. Geestes om niet besloot te geven. En dat waarom? Om (e leeren, dat de glorie der wereld moet versmaad

ocr page 381

3-49

worden, en om te toonen, dat de nederigheid Hem het meeste behaagt.

Vlugt dan, o kloosterling! bij 't hoeren dier goddelijke uitspraken, vlugt eer en genot; laat de wereldsche zorgen daar, en bereid uw hart door godvruchtige gebeden tot het ontvangen van de gave des II. Geestes. En zijt gij reeds in een goeden staat, en hebt gij de wegen der wereld verlaten, wil dan niet weder omzien, noch u met het tegenwoordige tevreden stellen, maar haak vurig naar altoos hoogere volmaaktheid en heiligheid ; en leg u, om nu nieuwe genade te mogen ontvangen, op rouwmoedige ingekeerdheid toe, en sluit u met de apostelen in uwe cel, als in eene opperzaal af. Want dat is een blijkbaar teeken van Gods aanwezige genade, als iemand naar het betere brandt; als hij over zijne dagelijksche tekortkomingen innig rouwt; als hij zich van veel wal hem geoorloofd is onthoudt; als hij vlijtig nadenkt, hoe altoos méér vooruit te gaan; als hij zich nooil

ocr page 382

350

in iots als volmaakt beschouwt, en nooit meent, iets naar eisch te hebben volbragt. Want gij moet al het aardsche volstrekt verzaken, als gij door ile vertroosting des II. Geestes wenscht verkwikt, als gij door zijne kracht wilt versterkt, als gij door zijne liefde begeert ontvlamd te worden.

3. Doch er is nog te onderzoeken, door welke oefeningen de heilige apostelen tot zoo groot eene genade gekomen zijn. Niet toch door eene plotselinge bekeering, noch op éénen enkelen dag klommen zij tot eene zoo groote volmaaktheid op; maar langzamerhand, door wasdom der deugden in de school van Christus, gingen zij als goede leerlingen, door hun goeden Meester zorgzaam onderwezen, vooruit. En vooreerst dan hebben zij vrijwillig om Christus alles verlaten; zij zeiden ouders en bloedverwanten en andere wereldsche genegenheden vaarwel, bereid om met Hem arbeid en gebrek en de vervloekingen der menschen te verduren. Daarom zeide Hij vóór zijn

ocr page 383

351

lijeten tot hon: Gij zijt het die met Mij volhard hebt in mijne beproevingen. (Lc. XXII, 28.) Ziedaar het goede begin der apostelen, dat zij van het aardsche ontbloot, en door tegen-heden beproefd, Christus bleven aanhangen. En schoon zij zich ten tijde des Tijdens uit vrees voor den dood eene wijle van Hem verwijderden, hadden zij daarover toch later groot berouw, en keerden zij, hunne zwakheid nu beter kennend, met grooter nederigheid en vuriger genegenheid tot Christus terug. Want na zijne verrijzenis werden zij weder door Hem bezocht, en door zijne woorden en de schrift gesterkt, opdat zij alzoo in het geloof en in het geestelijke leven meer zouden vorderen. En toen Christus ten hemel klom, droegen zi j al hunne hoop op het hemelsche over, en hadden toen geen droefheid over zijn heengaan, maar juichten veeleer over de verhevenheid zijner glorie, zoodat zij met groote blijdschap naar Jerusalem terugkeerden. Daar te

ocr page 384

zamen in de opperzaal vergaderd, legden zij zich eenparig op het gebed en heilige overwegingen loc, en bereidden zich ootmoedig en met vurig verlangen tot de genade van den II. Geest, die hun van den hemel zou toegezonden worden. Daar verwijlden zij met Maria, de Moeder van Jesus, en onderhielden elkaar godvruchtig over de daden , de leer en wonderen onzes Zaligmakers, en, gelijk men vromelijk gelooven mag, hebben zij daar van de allerzaligste Maagd vele geheimen van Christus gehoord en geleerd.

4. Daar was alle wereldsche zorg ter zij' gesteld en alle ijdel onderhoud uitgesloten, en rigtten zij hun algeheel verlangen op het inwendige en op de hemelsche beloften, opdat zij bij de gaven die zij reeds hadden, nog te voller den H. Geest mogten ontvangen. En zoo is het geschied. Want bij zijne komst werden allen van Hem vervuld en met zoo groote genadegaven begiftigd en verheerlijkt, dat zij door teekenen en deugden en leeringen boven de

ocr page 385

353

aartsvaderen en profeten uitschitterden. Want al wat er geheimzinnigs in de Wet en de profetische woorden omsluijerd lag, dat verstonden zij door de verlichting des H. Geestes en konden zij in verschillende talen uitspreken. En dit was zeer noodig tot den opbouw der gansche Kerk, dat zij eerst zeiven over al de geheimenissen onzes heils volkomen onderrigt werden, die later het Evangelie van Christus over heel de wereld aan alle schepsel verkondigen moesten. De hemelsche Vader gaf dan zijnen goeden geest aan die er Hem om vroegen; en met zóó overvloedige zegening verrijkte Hij de harten der apostelen, dat zij niets meer van deze aarde begeerden, geen tegenheden der wereld vreesden, maar zich verheugden , voor den naam van Jesus smaadheden te lijden. Hij gaf hun daarenboven met de volheid der wetenschap de wapenrusting van den geestelijken strijd, opdat zij tegen de dwalingen der heidenen en ter verwinning van de welsprekendheid der wijsgeeren.

23

ocr page 386

354

goddelijke wijsheid zouden hebben, en onbezweken tegen de verwoedheid der vervolgers de palm des gedulds vasthouden. Voorwaar! wel groote genade blonk in de apostelen uit, daar zij, volgens de wereld zoo onervaren menschen, in zulk een korten lijd, tot zulk een hoogen graad van heiligheid opklommen, dat hunne prediking, onder medewerking van den H. Geest, tot de uiteinden der aarde is doorgedrongen.

5. Leid bij gevolg uit het nu gezegde at' en overweeg, hoe de heilige apostelen, die aan Christus zoo dierbaar waren, niet zonder arbeid en deugdelijke voorbereiding dien geestelijken troost ontvingen; ook niet zonder strijd en kwelling des ligchaams in deze wereld leefden, maar des te ijveriger voor Christus en het heil des. naasten waren, naarmate zij wisten, overvloediger gaven dan anderen te hebben ontvangen. En deswegens zochten zij geen eigen glorie, geen vergankelijk loon noch menschelijken lol', maar zuiver de eer

ocr page 387

355

van God, en de hemelsche glorie na den arbeid dezes levens. Zij beijverden zich, in al hun verkeer onder zoovele volken, in nederigheid en zachtmoedigheid des harten de van den hemel ontvangen genade zorgvuldig te bewaren; en nooit van traagheid bevangen, en nooit de gemakken des vleesches zoekend, maar altoos op zielenwinst bedacht, stichtten zij hunne onderhoorigen door woord en voorbeeld, en droegen zij aan God de rijkste vruchten op. De naarstige overweging hunner daden en woorden is dan zeer nuttig voor alle kloosterlingen en godvruchtigen, die zich hebben voorgenomen, hun kruis met Christus te dragen en het leven der apostelen na te volgen, opdat zij altoos vurig naar altoos voortgaande verbetering ties levens streven, en door volharding in de ordetucht met de hulp van de genade des H. Geestes eens met alle Heiligen het eeuwig leven mogen erlangen. Amen.

ocr page 388

356

XXXII.

OVKU DE WERKING DES H. GEESTES IK DE EERSTE KERK TE JERUSALEM.

1. De menigte der geloovigen had één li art en ééne ziel in God. Akt. IV, 32. — 0 hoe heilig en genoegelijk was die vergadering in de eerste Kerk, door den H. Geest te zamen gevoerd, welke in geen verwarring kon geraken, zoolang de eenheid des geloofs in den band der liefde ongeschonden bewaard bleef.

Tot dezer volkomen onderhouding zijn bijzonder dienstig het afstand doen van eigendom in tijdelijke dingen, de overeenstemming in goede zeden, eene vaardige gehoorzaamheid in de ondergeschikten, een voorbeeldig leven in de oversten, eene welwillende toegefelijkheid met zwakken, eene strenge berisping van ongeregeldheden, een behoorlijke regeling in alle en iedere bediening. En opdat er aan eenige vereeniging niets ont-

ocr page 389

357

breke of voor haar verloren ga, moeten allen naar best vermogen het algemeene welzijn bevorderen , opdat in allen de liefde door goede werken uit-schijne en God alzoo het hoogste verheerlijkt worde. Al dat goede vinden we in het begin der Kerk door de apostelen in acht genomen, en van hen ging het later ook tot andere geloovigen over; doch aan kloosterlingen is het zeer bijzonder ter volmaakter navolging aanbevolen. —

2. Toen echter eenigen in dat vurig geloof begonnen te verkoelen, Ie zeer naar de genoegens des vleesches overhelden, op eigen bezit en eerbejag uit waren, zijn er dadelijk helaas! ontevredenheden en ergernissen ontstaan, en kwam het onkruid der oneenigheid te voorschijn, hetwelk de vijand met boosaardig doel ter verderving van liet goede zaad in den akker des Heeren had uitgeworpen. Doch dit hcillooze kwaad en het beginsel der klagt gingen de heilige apostelen met een heilzaam besluit tegen, eu zij kozen trouwe

ocr page 390

358

dienaren, die in de behoeften der arme geloovigen hielpen voorzien; zij zeiven echter volhardden in het gebed en in de bediening des woords (Akt. VI, 4), gelijk de H. Geest hun yeleerd had, en kozen het geestelijke boven het tijdelijke , terwijl zij omtrent de opgeworpen vragen en de voorkomende gevallen de getuigenissen der Wet en profeten bijbragten. Daarenboven wilde de II. Geest den nieuwbekeerden nog overvloediger deel in zijne gaven verleencn. Want eenigen der geloovigen vervulde Hij met den Geest der voorzegging tot troost der eerste Kerk; eenigen stelde

1

liij tot leeraars aan, tot onderrigting der onwetenden. (Jok vele priesters en wetgeleerden bragt Hij tot de waarheid van 't Evangelie, en Hij deed verder vele teekenen en wonderen onder verre volken ter verbreiding van het Katholieke geloof.

Dat zag en benijdde de wreedaardige vijand, de duivel. Dat smartte hem en hij ruide de konin gen en vorsten der aarde op, om met de wapenen

ocr page 391

359

te woeden, en de geloovigen alom te vervolgen. En wijl er te Jerusalem ecne grootere genade bloeide, en de apostolische ijver zich daar hooger verhief, woelde Satan ook daar het geweldigst, poogde met den geesel der vervolging de eerstelingen der ontluikende Kerk te verdelgen en van haren zetel af naar de vreemde volken uiteen te drijven. God echter deed die boosheid des duivels en de tijdelijke vervolging der geloovigen tot veler heil en te klaarder kennis van zijnen heiligen naam verstrekken; en wat de arglistigebekoorder den vervolgden ten val had bereid, beschikte de goedertierene Zaligmaker hun ten gloriekroon. Want ware er in de wereld niet eene zoo zware vervolging geweest, dan zoude er in den hemel niet zooveel martelaren gekroond zijn. Immers velen der geloovigen besloten, veeleer hun bloed te storten dan het geloof te verzaken, en liever den dood te ondergaan dan van Christus' liefde af te wijken.

ocr page 392

360

3. Verre, verre zij het dan, dat Satan met zijne medestanders magtiger zou wezen, om ons te schaden, dan Christus met zijne engelen, om ons te verdedigen. Niets toch vermogt de booze geest tegen de vromen te doen, zoo God hot niet regtvaardig had toegelaten, die, iéders daden en krachten kennend, door zoodanige gelegenheden van druk de uitverkorenen tot de eeuwigdurende glorie overvoerde, en hunne vijanden bij vreese-lijk doemvonnis in het eeuwig vuur stortte. Zoo verdienen goeden en kwaden naar hunne werken te ontvangen wat regtvaardig is, daar Gods gereg-tigheid geen goed onbeloond en geen kwaad ongestraft, laat.

■4. En dat moet de zwakke zielen niet ergeren, dat er zich zoo spoedig in de heilige Kerk onkruid en ontevredenheid openbaarde, wijl er met de goeden altoos kwaden vermengd zijn, en er met de volmaakten altoos boezen en onvolmaakten wandelen. Immers hoe heiliger hoe schaarscher!

ocr page 393

361

gelijk we dagelijks ondervinden. Want grooter schijnt het getal van beginnenden dan van volmaakten ; en minder is de overvloed van die het beschouwende dan die het werkdadige kloosterleven volgen. Zelfs onder vele ondergeschikten worden er slechts weinigen gevonden die van nut zijn voor bedieningen, en nog veel zeldzamer, die bekwaam zijn om zich zeiven en anderen wel te besturen. Daarin blijkt de inenscbelijke broosheid, en wordt onze hoogmoed vernederd, dat wij zoo vaardig zijn tot overtredingen, en zoo traag in 't nastreven van 't meer volmaakte. Niemand echter kan daarom met regt aan een ander 'verwijten, dat hij zoo vol gebreken en zoo ongeschikt is: gelijk een ander broos is, zoo ook gij! De ware volmaaktheid is eene zeldzaamheid op aarde; en op alle plaatsen vindt men gebroken vaatwerk. Een ieder moet dan het oog op zich zeiven houden, en medelijden met den dwalenden naaste hebben en zich niet verontwaardigen, als deze somwijlen

ocr page 394

362

misdoet. Daarom zegt de gelukzalige Jacobus: In vele dingen feilen we allen. (Jac. III, 2.) We moeten dan tot de belijdenis onzer nietigheid onze toevlugt nemen, opdat hetgene aan onze heiligheid ontbreekt door de erkenning onzer broosheid worde aangevuld, en wij in alles te nederiger zijn, naar mate wij ons verder van de ware vol-maaktheid verwijderd vinden. In zondigen en in vallen zijn we broeders; niemand is zeker van zijne volharding. Zoolang wij dus hier leven, moeten wij de zwakken verdragen en ook eenige tegenstrevers hebben. Christus immers heeft de onvolmaaktheden zijner leerlingen lang verdragen en dikwerf de lasteringen der Fariseën gehoord. Hij, die toch in alles volmaakt was. Doch God weet de tegen-heden dezer wereld tot veel goeds te beschikken, hetwelk ook den goeden en regten van harte zelden ontgaat. Want door die doornen en stormvlagen wordt de ziel van de aardsche verlustigingen afgehouden , hef hart tot de liefde voor het hemelsche

ocr page 395

363

opgewekt, de mensch door het geduld geoefend. Hij leert er door, medelijdon te hebben met de bedrukten; hij wordt in de smarten verootmoedigd, en aan Christus' lijden meer gelijkvormig. Hij wordt meer vermorseld van harte, en minder loszinnig. Hij bidt vuriger en verzucht geduriger. Het verdriet Hem te leven, hij wenscht ontbonden te worden en met Christus te wezen, wijl er in deze wereld geen vrede is. Doch de goedertierene Heer, die weet wat ons heilzamer is, stelt dikwerf om iets beters de vervulling van de wenschen zijner dienaren uit, opdat zij nog zuiverder en helderder worden ter verwerving van de beloofde vreugden in den hemel. Hij hoort hun geroep. Hij ziet de kwelling dor bedrukten wel: maar niet dadelijk neemt Hij de smart weg, opdat zij te méér nog door het verduren van rampen zouden verdienen Hij ontfermt zich wel en verhoort tot hun heil, maar niet altoos naar hun eigen wil. En daar Hij hun het rijk der eeuwige gelukzaligheid beslui(

ocr page 396

3G-4

te geven, mengt hij in hun leven vele bekers van bitterheid, opdat zij hunne hoop niet op het aardsche stellen noch de ballingschap beminnen boven het vaderland der hemelsche vreugd.

5. Zeer veel vermogen de geduldig verdragen tijdelijke ellenden tot uitwissching van de zonden, ter verwerving van de goddelijke barmhartigheid, ter vermindering van de pijnen des vagevuurs, (er verkrijging van grooter genade, ter vermeerdering en verhooging der toekomende glorie. Wat. mensch is zoo zuiver, zoo behoedzaam, en volmaakt in al zijn verkeer, van den morgen tot den avond, dat hij niet soms met woord of werk of' gedachte, wetend of onwetend, misdoet? Wie is zoo zuiver van geweten, dat hij niets te .biechten heeft? Wie leefde in zoodanige reinheid en onthouding , dat hij volstrekt niet vreest, in hef toekomstig oordeel van eenige overtreding overtuigd te zullen worden? Want alles zal allerstrengst voor God den regtvaardigen Regter onderzocht

ocr page 397

365

worden, ook dat wat nu voor weinig of niets wordt geacht. Terwijl het dan nog tijd en er nog plaats voor barmhartigheid is, laat ons allen te zamen boetvaardigheid doen en ons leven ijverig verbeteren. God is goedertieren, Hij zal gaarne onze misdrijven vergeven, als wij ons zeiven in waarheid kennen en er berouw over hebben. En daar wij broeders zijn in Christus, zoo laat ons voor elkander bidden, gelijk de broederlijke lielde vordert. Dienen wij elkaar; verdragen wij elkaar; vermanen wij elkaarquot;; troosten wij elkaar; verblijden en bedroeven wij ons met elkaar. Laat ons elkaar beminnen, gelijk ook Christus ons bemind en zich voor ons overgeleverd heeft, die ons bij onze voorgaande zonden lang heeft verdragen, en nog dagel ijks op hoop van verbetering onze onvolmaaktheden verdraagt, opdat wij leeren met onze naasten medelijden te hebben, en voor hen bidden. Als wij dit ter harte nemen en doen, zullen wij de wet van Christus volbrengen, en

ocr page 398

3G6

zijne waarachtige leerlingen en dierbaarste vrienden zijn, door den Vader bemind, door den Zoon aangenomen, door den H. Geest in liefde ontvlamd, door heel de heilige Drievuldigheid voorbestemd en gezegend. Dan zal ook van ons gezegd en bewaarheid kunnen worden wat we van de eerste Kerk in de Handelingen der apostelen lezen: D e menigte der geloovigen had één hart en ééne ziel in God, en alles was hun onderling gemeen. Amen.

ocr page 399

GEBEDEN.

ocr page 400
ocr page 401

GERED OM GOD VURIGLIJK TE LOVEN.

(Bij het morgen- en avondgebed.)

Mijn God, mijn lof', en mijne glorie! ik begeer U met zoo luider stemme en met zulk een god-vruchtigen geest te loven, als Gij ooit van eenig schepsel in den lieuiel of op aarde gelooft! zijt. Ik wensch U met eene zoo groote en waardige eer te verheerlijken, ais Gij ooit door eenigen Heilige in uw hemelsch rijk verheerlijkt zijt. Ik wensch U te aanbidden en te beminnen met zulk eene brandende genegenheid en met con hart zoo vol liefde, als ooit eenig godvruchtig en volmaakt mensch U in deze wereld bemind heeft en nog bemint. U! dat die heilige en zuivere genegenheid uwer liefde altoos meer en meer in mij vernieuwd worde, en als een vuur, van den hemel ont-

24

ocr page 402

370

stoken, mijn hart en nieren doorgloeije, en heel mijn binnenste zuivere en ontvlamme, zoodat er niets verkeerds in mij overblijve wat de blikken uwer liefde kunne kwetsen.

0 mijn God, waarachtige doorgronder mijns harten, voor U ligt al mijn verlangen bloot, en mijn veelvuldig gezucht over mijne gebreken is 1.' niet verborgen. Want uit gemis van inwendige zoetheid en liefde bezwijkt mijn geest zoo menig keer. Ik draag U dan de begeerte mijns harten op, tot lof van uwen naam. Neem mijne wenschen teu morgenoffer aan, en dat mijn gebed als een avondwierook tot U opklimme en IJ eeuwiglij k behage. Amen.

OPROEPIKG A 1 L E 11 SCHEPSELEN OM JESUS TE LOVEN.

(quot;s Morgens en 's avonds of ook na de II. Communie.)

Neem, mijn goede Jesus, al de vrome diensten van heel de heilige Kerk met het eenparig lof-

ocr page 403

371

gezang van 't gansche hemelsche hof, ten dankzegging aan. En dat alle Heiligen van het begin der wereld af, die door uwe genade verlicht en geroepen zijn, dat ook alle geloovigen en Christenen van alle volk en stam en taal en tong, die er nog zijn, vóór ons geweest zijn, en na ons zullen wezen, eenparig uwen allerzoetsfen en allerglorie-rijksten naam, boven allen naam gezegend, ver-heerlijken en Ie zamen verheffen. Dat zij allen al den lof, aan uwen naam verschuldigd, vermelden en in groote blijdschap herhalen met zoovele woorden als er sterren aan den hemel, vissollen in de zeeën, grashalmen op de aarde, letters in alle boeken zijn. En als zij dit alles gedaan en dankbaar voor mij volbragt zullen hebben, dan zal ik nog voor U belijden, dat op verre na niet voldaan is aan den onuitsprekelijken lof van uwen naam, dien ik uit alle krachten begeer te loven en op alle wijze te verhellen, totdat ik tot die hemelsche lofprijzingen zal komen, welke geen

ocr page 404

372

stemmen van sterfelijke menschen nu kunnen lie-reiken noch voortzetten. Amen.

DANKZEGGING AAN JESUS.

('s Morgens en 's avonds of ook na de II. Communie.)

0 allerzoetste en boven alles beminnelijke Jesus, wees godvruchtig gegroet, hoog geloofd en nu en eeuwig van alle schepsel gezegend. 0 allerwaardigste Jesus, wat eer kan ik ooit vinden of wat dankzegging ü wedergeven, U, die oneindige barmhartigheden aan mij hebt betoond? En vond ik iets om U te kunnen geven, zou dit het uwe niet zijn aleer ik liet U gaf? Wat zal ik ü dan wedergeven ? Ik heb weinig of niets. Kan ik dan van niets een offer brengen? Ontvang evenwel het offer mijner geringheid, mijner armoede en nietigheid, en het zij geheel aan U gewijd wat Gij mij hebt gelieven te verleenen. Dat alle koren der engelen, die altoos voor uw aangezigt staan, ü voor mij onmetelijken lof toebrengen, en al de

ocr page 405

373

geesten der regtvaardigen met luid gejuich hetzelfde voor mij herhalen. Ik die zoovéél moest doen, tot zoovéél verpligt en gehouden ben, en schier het geringste niet vermag, ik zal van U, mijn allerzoetste Jesus! lezen en zingen, ik zal aan U donken, van U spreken, voor U werken, voor U lijden. Ik zal in ü juichen, U loven, IJ verheffen en verheerlijken. Ik zal U aanbidden, wijl Gij mijn God zijt, in wien ik geloofd heb, wien ik bemind, gezocht en altoos begeerd heb. Ootmoedig werp ik mij voor uwe voeten neder, dringend en met tranen uwe goedertierenheid smeekend, dat Gij mij genadig gelieft te zijn, en mijn' naam onuitwischbaar in het boek des levens schrijft.

Gij zijt mijne hoop en mijn erfdeel in het land der levenden, 't Is het verlangen mijner ziel, met ü in het rijk der hemelen te zijn; doch wijl raijn tijd nog niet gekomen is, zal ik ü wachten tot den avond. Intusschen zij dit mij in de plaats mijner

ocr page 406

374

vreemdelingschap ten troost, dat ik uwen naam en uwe overgroote liefde gedachtig ben, en U mij nabij heb door het geloof en in het H. Sakrament. Volstrekt onverdragelijk zou 't mij zijn in deze wereld te leven, als ik niet op U mijne hoop gevestigd had, o mijn Heer! Want met de wereld wil ik mij niet verheugen, en om niet zonder troost en vreugde te zijn, heb ik besloten, in U mijne vreugde te stellen. Veel en dikwerf zou ik dolen en veel in mijne gedachten heen enweder geslingerd worden, als ik U niet in mijn geheugen, Ü niet in mijne verbeelding hield. Ik dank U dan, goede, zoete en beminnelijke Jesus! dat Gij mijn broeder, mijn gebeente en mijn vleesch hebt willen worden: Gij zijt mijn God, in ü is altoos mijn lofgezang. Amen,

GEBED TOT DE B. D 1! I E V ü I, D I G n EI D.

(Om een zaligen levensstaat, 's morgens en 's avonds.) 0 heilige Drievuldigheid, één waarachtig God,

ocr page 407

375

Vader cn Zoon en Heilige Geest; Gij eeuwige gloi-ie en hoogste zaligheid der Heiligen, cn eeuwig genot aller hemelsche heirkrachten; drieeenig God, uil wien alles, door wien alles, in wien alles voortkomt, bestand heeft, en voleind wordt; maak mij uwe wegen kenbaar, en leer mij uwe paden; want uwe wegen zijn schoon en uwe paden in vrede. Zalig zijn de reinen van harte en zaligde vredelievenden, want zij zijn het, die vrij van alle zondesmet ook vrijen toegang tot U hebben. Amen.

VERLANGEN KAAR DE VEREEKIGING MET HET EEDWIG W OORD.

(Vóór de H. Communie.)

0 Éénig Woord Gods, niet in den tijd voort-gebragt, maar uit den Vader van eeuwigheid geboren , doch voor de stervelingen in den tijd uit de Maagd Maria vleesch geworden. 0 eeuwig-Woord Gods, onmetelijk en oneindig, spijze der

ocr page 408

engelen en der menschen, die genuttigd, niet wordt verteerd, noch in wie ü nuttiert verkeerd.

7

maar die in U verandert wie U ontvangt, en hem van al het geschapen goed tot het onomvatbare eeuwig goed overbrengt. — 't Is hét leven en het heil der ziel, in dat Woord te gelooven, da( Woord te beminnen en in dat Woord te hopen. — Bereid u dan, mijne ziel! en doe wat gij kunt. Zit eenzaam neder; daar zij stilte van alle ge-druisch van gebreken; niets trekke u aan van buiten, niets ontstelle u van binnen. Versmaad uit liefde tot het hoogste Goed al wat tijdelijk is; keer u algeheel naar binnen, en klim allengs hooger op. Verhef' n boven u zelve, treed boven al wat in den tijd geschiedt uit, verlaat al wat geschapen is. Sluit alles uit wat mate heeft of graad, hoe verheven het ook zij, opdat gij het ongeschapen Woord, dat alle kennis van 't schepsel te boven gaat, vinden moogt. Zooveel het Woord u helpt, zooveel zult gij vermogen; zooveel

ocr page 409

377

het Woord u verlicht, zooveel zult gij zien; zooveel het Woord u ontsteekt, zooveel zult gij ontvlammen en beminnen. In 't Woord zult gij de wereld verwinnen, in 't Woord vermogen tegen idle kwaad. In 't Woord zult gij in de deugd bevestigd, in 't Woord boven alle magt verheven worden. Om 't Woord Gods zult gij alles verlaten : vader, moeder, vrienden en verwanten, dat is, al wat vleesch en bloed ingeeft versmaden en het Woord aanhangen, om door de liefde zoodanig één geest met het Woord te worden, dat gij niets anders, in klein noch groot, in tijd noch toekomst, wenseht of streeft te willen of niet te willen, dan hetgeen aan de eeuwige Waarheid het hoogste behaagt. O onuitsprekelijk en over-beminnelijk Woord, zoet te hooren, genoegelijk te gedenken, maar allergelukkigst te genieten, dat alles verlicht en alles volmaakt, w^ees mijn licht en de blijdschap mijner ziel. Amen.

ocr page 410

378

VURIG VERLANGEN NAAR JE SIJS.

O Koning des hemels, boven alles beminnelijk ; o mijn Zielsgeliefde, schoon boven allen en ganscli begeerlijk: wanneer 7,ult Gij mij door uw aange-zigt met blijdschap vervullen? wanneer al mijne begeerte door de eeuwige bron verzadigen? Naar U heeft mijne ziel gedorst, en veelvuldig wordt zij gekweld, als zij U niet erlangt! Zoolang ik op aarde leef' en ü nog niet zie, is mij alles treurig wat ik aanschouw. Zoozeer ontgloeit mijn hart, dat ik niet ééns, maar gedurig in mijn mateloos verlangen zeg: Wanneer zal ik komen en verschijnen voor het aangezigt van mijnen God? Nog verheft zich de liefde en meer nog ontvlamt mijne begeerte, zoodat ik dag noch nacht op-houdo te weenen, als ik zoo dagelijks denk: Waar- is mijn God? Want het is der minnende ziel zoet, voor U te weenen, zoolang zij niet hebben kan wat zij verlangt, maar wachten moet

ocr page 411

379

en derven. DoDr dat geween wordt zij meer gevoed en gesterkt dan dat zij al het aardsche bezat; want als zij dit beminde, zou zij om U in 't geheel niet weenen.

Maar daarom verdubbel ik mijne klagte,enals mij dag aan dag gezegd wordt: Waar is uw God'! wordt mijn geest nog droever te moede. Dan blijf ik denkend hangen en roep: Waar is mijn opperste Goed en de volmaakte vreugde mijns harten'? Waar is de waarachtige vrede en rust? Waar zijn die onuitsprekelijke goederen, waar anders dan in mijn God alleen? En wanneer zal ik die genieten dan wanneer ik mot Hem onmiddellijk zal vereenigd zijn! En wanneer zal ik daar wezen ? Ik geloot', ik hoop! maar bezit nog niet. Waar is dan mijn God, dien ik zoo bemin en nog niet zie, wiens liefde mij zoo dikwerf wondt, wiens gemis mij bedroeft, doch ook wiens bezoek mij van tijd tot tijd verkwikt? Waar is mijn God, wien men slechts ééns behoeft te zien, om alle^

ocr page 412

380

te weten? Waar is mijn God, in wien mijn hart en vlecsch gedurig begeeren te juichen? Waar is mijn God, voor wien ik zooveel kommer en smart verduur ? wiens zoete gedachtenis, maar nog dierbaarder tegenwoordigheid alle droefenis uit het hart verbant. Waar is mijne hoop en al mijn roem? !s 't niet in U, mijn God, Gij heil mijns aange-zigts? 0 toon mij dan uwe glorie, en wend uw aangezigt van mij niet af, en ik zal ophouden met klagen. Want hoe gaarne ik bij U zou zijn, weet Gij wel, mijn God, en hoe innig ik dit verlang, kan ik niet genoeg zeggen. Amen.

BRANDEND VERLANGEN DER ZIEL, ALS ZIJ DOOR HAREN EENIOEN EN WELBEMINDEN BRUIDEGOM WORDT BEZOCHT.

(Vóór de H. Communie.)

lieer, al mijn begeerte ligt voor U bloot en mijn gezucht is voor U niet verborgen. 0 zie, mijn hart schiet in vlam op het verlangen naar de

ocr page 413

381

eeuwigheid, en met het eeuwige te herdenken en 't hemelscho te begeeren, wordt de last des lig-chaams schier te zwaar, en 't schijnt mij uitermate walgelijk al wat ik in 't aardsche zie. Alle menschelijke troost mishaagt mij, en ik vind geen middel voor mijne smart, of'mijn hart moet volkomen met U vereenigd zijn. Gij , mijn Heer en God! Gij zijt de oorzaak mijner smart, Gij de reden mijner kwijning, Gij de onuitstaanbare brand mijner liefde. Gij wondt mij met verborgen schichten, Gij ontsteekt mij, Gij doordringt mij gansch en al, Gij verteert al mijne krachten. Waarom laai Gij mij kwijnend liggen en angstig zuchten in mijn vlammend verlangen naar U ? Waarom vlugt Gij zoo plotseling naar een ver land, in ongenaakbare verborgenheid, waar ik U niet volgen kan'?

O wil, heilige Minnaar, wil de ziel, die U verlangt te zien, niet versmaden, wil U niet langer verbergen, maar wees die U zoekt goedgunstig, en keer, keer spoedig weder; want zonder Ukan

ocr page 414

ik niet duren noch leven. Doch wilt Gij mij bedroeven en beproeven, doe zooals Gij wilt en het U behaagt. Wil mij evenwel uwe goedgunstigheid en goedertierenheid niet geheel onttrekken. Laat mij, smeek ik U, genade vinden in uw oog, en gelief mij onder uwe uitverkorenen te erkennen. Wil mij niet achterlaten in de duisternissen, en gedoog niet, dat de droefheid mij overmeestere, maar reik mij uwe regterhand toe en geef' mij het licht uwer ontferminc weder. Amen.

O

KLAGT DER ZIEL OVER DE ELLENDEN EN GEVAREN VAN DIT LEVEN.

ü slijk, o slijk! hoe lang zult gij mij aankleven'? ü duisternissen en dreigende gevaren, boe lang zal ik in u gewikkeld zijn, hoe lang u ondergaan? tot hoe lang met u wezen? Dit is mijne groote zwakheid, dat te blijven staan mij zoo mocijelijk is, en ik zoo ligtelijk voor de gebreken en ellenden des geestes bezwijk. Want ik

ocr page 415

383

ben aardsch, van aarde gevormd, en daarom voel ik, dat ik, in gevolge die broosheid mijner natuur, meer door de aardsche, dan door de hemelsche gedachten vervoerd word. De eeuwige goederen zoek ik minder begeerig; ik smaak niel wat van boven is, en daarom ook is als een got-scherf mijne kracht verdord, wijl ik mijn brood vergat te eten. Mijn brood, ja, hot mijne! dal God de Vader rnij gegeven had; doch nu heb ik het voor het aardsche verwisseld, en ik, die mei bemelsch manna koude gevoed worden - zie, assche is mij nu (en spijs!

Wel ellendig en diep ongelukkig ben ik, die tot zulk eene werkeloosheid ben gekomen, dat ik bet hoogcrc niet ken en veronachtzaam, en mij tot de liefde van het lagere keer. Om altoosdurende geneugten, zoeter dan honig en honigraat, te smaken, ben ik geschapen; en zie! met tegen God tc zondigen, ben ik verblind geworden en heb dien hemelschen maaltijd verbeurd en voed

ocr page 416

mij met 's werelds begeerlijkheden. En zooveel te ligtvaardiger is mijn hart tot eiken aardschen troost uitgestort, als het zich te verder van het inwendige afgeslooten vindt. Somwijlen evenwei tot mij zeiven gekeerd, voel ik mij in dat aardsche niet gelukkig; want van vele wederwaardigheden en vele smarten word ik omgeven en vervuld, en in vele henaauwdheid gekomen, hen ik menigwerf zeer bedroefd, en ik weet niet wat te kiezen. Van beide kanten wordt ik zeer gedrongen, en wat ik de voorkeur moet geven , ik onderscheid het helaas! Ie laat en ter naauwernood. Ik vraag, dat de dingen die boven mij zijn mogen komen, en niet altijd zijn ze daar; ik wensch, dat de dingen welke God boneden mij stelde van mij henengaan, en ongeroepen blijven ze mij nabij. In digte drommen dringen zij op mij aan, en met hen allerlei gedachten, cenige uit de wereld, eenige uit het vleesch, meer nog uit den duivel; en'mij dan van alle kanten omgevend, roepen ze: «Zie, uw

ocr page 417

385

gebeente en vlcesch zijn wij! Laat ons een oogen-blik bij ii vertoeven: stem met ons in, wees onze vriend, en zit hier ook bij ons neèr!» Met hunne arglistige liefkozingen en groote beloften belagen ze mij behendig; met bedreigingen en verschrikkingen en velerlei gevolgen van 't kwaad zoeken ze mijne ziel neèr te slaan. En ik, daar ik een sterfelijk mensch ben en onmagtig om te wederstaan, \erzet mij niet genoeg gelijk behoort, tegen hunne aanlokselen en telkens weêr opgedrongen voorstellingen. En toch, als ik zou doen, gelijk zij aanprijzen, is 't zeker, dat ik misleid word, wijl zij bedriegelijk tot m:j spreken, en die overreding niet uit God, maar uit den booze is. Want wie uit God geboren zijn, weerstaan den duivel en hij vlugt van hen weg. En voor hen die de wereld met wat er in is baten, is er niets wat hen een oogenblik ophoudt. Wie wijs zijn in God, gelooven niet aan allen geest, maar beproeven alles, of de geest uit God dan wel uit

25

ocr page 418

386

de wereld is. Zij hooren het wel, maar stemmen niet toe en zeggen: «Wij weten niet van waar gij zijt. Weg, weg! de duivel is uw vader en de waarheid is niet in u.» Dusdanig is de kampstrijd der vromen, en wat een vermoeijende last al die bekoringen zijn, weet de lieer die 't alles ziet. Dit leven is vol van smart en druk, gelijk zij het beste weten, die uit zijn bitteren kelk hebben gedronken. Deswegens zoekt 's mensehen ziel wat haar kunne verkwikken, en ij del is haar alle troost als de goddelijke er niet bij is. Zij leert het door de dagelijksche ondervinding, dat alle aardsche hoop bedriegelijk is, en 't zal haar tot bitterheid gedijen wat zij ook buiten God in don tijd dezer vreemdelingschap zoeke.

Ach mij! dat mijne woning zoo verre is geworden , en er in dit leven volstrekt niet zóó iets is, dat mijne ziel er veilig in ruste. Al mijne ledematen zeggen tot mij; «Wil u voor niets niet vermoeijen: éér immers zult gij vergaan, dan in

ocr page 419

38quot;

dit aardsche verzaad wezen.» Dan zegt mijn geest,

die altoos naar zoete, liefelijke cn alleredelste

%

spijze haakt: «Ik zal wederkeeren in mijn huis, van waar ik ben uitgegaan; want toen was 't mij beter dan thans, en nu walg ik van hetgeen mij van buiten wordt aangeboden.» - Maar o mijn vlocsch! och of gij deze stem hoordet, en met terzijdestelling uwer wijsheid, met den geest wildot wedijveren. Ongetwijfeld zoudt gij het leven vinden en den eeuwigen dood ontkomen. Gij moet de tijdelijke schuld betalen, wijl gij in de eerste overtreding veroordeeld zijt. En daarom zoudt gij voorzigtig doen, met u in alle lijdzaamheid aan den geest te onderwerpen, en niet langer weerspannig te blijven, opdat de tweede dood u niet frefl'e, maar gij in de eeuwige rust, welke gij zoozeer bemint, moogt binnengaan. Amen.

ocr page 420

388

S M A P. T i£ I. I.T K VE li LANGE N N A AR II E T EEUWIGE LEVEN.

Wel met reden beween ik mijne smart ovei de ballingschap waarin ik geboren ben, en het gemis dat. ik verduur in een vreemd land. Treurt met mij mede, kinderen der menschen! en weent over u zeiven, kinderen van Adam! die assche als brood eet, die de hemelsche spijze voor de aardsche hebt weggegeven. En o ongelukkige en blinde kinderen! wat hebt gij verloren ? Doch wij 1 gij het niet inziet, daarom weent gij ook in het geheel niet, en des tc meer zijt gij te beklagen, omdat gij uwe zoo groote ellende niet erkent, ü ziet mijn berooiden toestand, van wat geneugten ik beroofd ben en van wat rampen omgeven. Ik verkwijn nu in dit tegenwoordige leven, dag en nacht verzucht ik naar het eeuwig feesl-maal, waar niemand honger lijdt, maar allen ge-noegelijk den hemelschen wijn drinken, die de harten der Heiligen verblijdt en verheldert en den

ocr page 421

389

sjeest niet verstoort; ik zucht en zucht! - en daar is niemand die er mij een teug van aanbiedt. Ter naauwernood wordt mij hier een weinig heilrijk water, waarvan overvloed is in het hemelsche rijk, op mijne vragen verleend. De hemel is boven mij gesloten, en de aarde geeft hare vrucht niet, maar brengt mij doornen en distelen voort, en gij zegt: Waarom weent gijwaarom eet en drinkt gij niet?... Kinderen der menschen! tot hoelang dan zoo loom van harte? tot hoe lang vindt gij smaak in dusdanige dingen? en waarom bedroeft gij mijn ziel met zulk eene dwaasheid tot Mij te spreken ? Gij hebt geen deel in 't woord des lleeren , gij zoekt den regtvaardige door leugenachtige belofte te doen vallen, en zegt: Vrede, vrede! en er is geen vrede. Wat is er gemeens tus-schen u en den vrede? Daar is geen vrede voor de goddeloozen, spreekt de lieer. En neen, niet daarom ween ik, dat ik niet rijk ben, dat ik geen overvloed heb aan wijn en brood.

ocr page 422

390

aan graan en olie, zooals gij dat zoekt te hebben maar omdat ik in de wereld ben en Hém nog niet zie, die de ware vrede en de hoogste zaligheid is Ziet mijne kwetsuren en tast mijne wonden, en wilt gij met mij niet weenen, laat mij dan gaan en een weinig mijne smarte beschreijen, alvorens ik uit dit leven ga en niet meer wederkeere.

Treurig zal ik intusschen nederzitten, en droevig henentreden en niet naar buiten uitgaan, maar ik wil sterven in mijne eenzame cel, en begraven worden in het graf, dat ik mij hier bereid heb. Uitermate ben ik verheugd, dat/ik een graf heb gevonden, om er in te rusten en het kwaad op aarde niet meer te zien. Het verdriet mijner ziel te leven, en met eiken dag wordt mijne smart vernieuwd. Jk bid U dan, mijn Heer en God! dat (jij mij van alle banden der zonden ontbindt en mij van omhoog aan deze aarde ontrukt, wijlde dood mij beter is dan het leven. En wat zal ik hier langer doen? Dagen en dagen, jaren en

ocr page 423

391

jaren gaan voorbij , maar uw dienstknecht gaat niet voel vooruit. Laat uwen onwaarclmen dienaar liet

D

niet langer maken, en gedoog niet, dat hij langer de ij delheid der wereld achterna dole. Ik heb gedwaald als een schaap dat verloren ging: zoek uwen dienaar weder. Heer, want het is tijd. Niet naar mijne geregtighcid, niet naar mijne goedheid.

lieer! maar naar uwe barmhartiffheid en quot;oeder-

0 Ö

tierenheid, welke niet te meten is - doe volgens haar met uwen dienaar, en bezoek mij in uw heil, om te schouwen in de goedheid uwer uitverkorenen, mij te verblijden in de blijdschap van uw volk, opdat Gij geloofd moogt worden met uw erfdeel, dat Gij verworven hebt door uw bloed, Gij die met don Vader en den II. Geest God zijl gezegend in eeuwigheid. Amen,

ocr page 424

392

TOT DEN ZOETEN NAAM JBSüS

(Gebed van algeheele berusting.)

Ü zoete naam Jesus, zoet boven alle namen tier Heiligen in den hemel en op aarde; naam, waarin de knieën gebogen worden van al wat in den hemel, op aarde en onder de aarde is, van engelen en menschen. Gij, o Jesus, z'yt do weg der regtvaardigen, de glorie der zaligen, de hoop der behoeftigen, het heil der kranken, tie liefde dor godvruchtigen, de trooster aller bedrukten. Wees, mijn helper en beschermer in allen nood! om uwen heiligen naam gezegend in eeuwigheid. AJs ik arm zal zijn, zal ik U loven; als ik bedroefd zal zijn, zul ik ü loven; als ik blij zal zijn, zal ik ü loven, en waar ik ook moge wezen, ik zal IJ altoos loven. Amen.

ocr page 425

393

ZEVEN VROME GEBEDEN.

I.

VERZAKING VAK ALLES VOOU GOD.

(Voor kloosterlingen of die 't wenschen te worden.)

Heer Jesus Christus, mijne hoop en heel mijn toevlugt, troost des levens en rigtsnoer der zeden; heden verzaak ik alles wat in de wereld is uit liefde tot U, en ik wensch dit te volbrengen tot glorie van uwen naam. Ik verzaak om U alle vrienden, betrekkingen, bloed- en aanverwanten; alle dierbaren, bekenden cn gezeilen; desgelijks alle steden, kasteelen, landhoeven, bergen en dalen, beken en bronnen, velden, weiden en wouden; alle grootsche en schoone gebouwen; alle vreugdespel cn -zang, bloemen en geuren, alle vermakelijkheden, gezelschappen, feestmalen, zamenspraken, bezoeken en begroetingen der wereld; alle aardsche gunsten, eerbetoon en ge-

ocr page 426

394

noegens van menschen; alle ijdele scherts, bedrijf', spel, jokkernij, gelach, verstrooijing, bespreking, beweging en onnutte bezigheid; alle rijkdom, goed, eigendom, zorg, waardigheid en uiterlijken Iroost, met alles wat het vleesch kan bekoren, aanlokken en verlustigen en den geest belemmeren en verontreinigen. Ik verzaak dit alles uit liefde tot U, voor nu en altoos en in eeuwigheid. Amen.

OPDRAGT AAK GOD.

Ü kies ik mij heden tot mijn God en beschermer, tot bestuurder mijns levens, tot voorziener in al mijne behoeften, tot trooster in al mijne smarten, benaauwdheden, bekoringen en al mijne moeije-lijkheden en werken, die ik naar liet getal mijner levensdagen voor uwe liefde en het heil mijner ziel verduren moet. Gij zijt mijne toevlugt. Gij mijne woning. Gij mijne stad. Gij mijn verblijf. Gij mijne spijze. Gij mijn drank. Gij mijne rust

ocr page 427

395

cn verkwikking. Gij zijt mij ten geliefden levensgezel , Gij ten innigsten zielevriend, Gi) ten bloeden aanverwant, Gij mijn broeder en zuster, vader en beschermer. Gij de herder en hoeder van heel mijn leven, wien ik mij en al het mijne vol vertrouwen aanbeveel; want er is buiten U geen heil, en zonder U geen leven veilig. Dat dan, Heer, uwe barmhartigheid over mij kome, en uwe genade mij in alles verzelle; zij uw oog over mij dag en nacht, en bescherme mij uwe hand ter regter en ter linker, dat zij mij op den regten weg naar bet woonverblijf uwer glorie geleide, waar ik U moge loven en zegenen, zonder einde. Amen.

ocr page 428

39fi

II.

OPWEKKING TOT OOTMOEDIGHEID EN KODW MOEDIGHEID.

(Vóór de biecht.)

Buig u, mijne ziel, ootmoedig en vrijwillig onder God, en krom u diep onder alle schepsel voor God. Maak u de minste in uw hart, en acht n niet waardig, dat gij het gemeene licht geniet, daar gij God en zijne Heiligen door uwe zonden heleedigd en hun de verschuldigde eer niet gegeven hebt. Neem derhalve spoedig uwe toevlugt tot tranen, en smeek met een groot en hartelijk berouw om vergiffenis, opdat God u alles genadig kwijtsehelde wat gij tegen zijne goedgunstigheid misdreven hebt. Beijver u, aleer uw laatste dag en de verschrikking des doods komt, met tranen en gebeden het aangezigt van uwen goedertierenen Schepper te verzoenen, en neem u voor, uw leven in 't vervolg geheel en al te verbeteren Amen.

ocr page 429

397

III.

GEBED OM EEN GEVOELIG BEROUW O V E K Z IJ NB ZONDEN TE V E11W ERVEN.

(Voor de biecht.)

0 allerbarmhartigste God, wiens natuur goedheid en wiens wet barmhartigheid is, geef mij naar de veelvuldigheid uwer erbarmingen, een volmaakt berouw over mijne zonden te hebben, dat ik, inwendig diep door droefheid des harten getroffen, allerbilterst moge weenen, al mijne misdaden on overtredingen met waardige kastijding kunne uitroeijen en in het heilig bad der boetvaardigheid at'wasschen en reinigen, en ik alzoo door uw genadebetoon vergiffenis van al mijne zonden verwerven en in uwe ontferming verademen moge.

Geef, dat ik mij met den ijver der regtvaardig-heid tegen mij zeiven wapene, en als tegen den snoodsten zondaar mij verheffe en verzette, wijl ik mijnquot; God en Schepper van hemel en aarde zoo

ocr page 430

398

zwaar beleedigd, U de verschuldigde glorie en eer niet gegeven, en dikwerf een smaddijken roof aan U gepleegd 1) eb, door mij zeiven iets goeds toe te schrijven. Ik heb mijne ziel zoo dikwerf door de pijlen der zonden gekwetst, zwaar gewond, en, met zoo ligtelijk in de bekoringen des vleesches loe te stemmen, den geest doodelijk getroffen Geef mij dan, lieer en God, regtvaardig Regter, magtig en geduldig! geef mij zulk een berouw en smart over mijne zonden, als Gij weet dat ze vorderen, en straf en kastijd mij liever hier dan mijne zonden voor het toekomstig oordeel te bewaren cn dan te vonnissen. 0 goedertierene, o barmhartige God, wees mij, onwaardigen en grootsten zondaar, toch genadig. Gij, die om de zondaars in deze wereld hebt willen komen, en niet geweigerd hebt, voor hunne verzoening uit louter liefde gekruist en tot den schandelijksten dood veroordeeld te worden. Amen.

ocr page 431

399

IV.

GEBED OM LIEFDE TOT DE DEUGDEN EN HAAT TEGEN DE ONDEUGDEN.

(Na de Biecht.)

(leer God der hoirkrachten! uit wien alle goed is, stort in mijn hart de liefde tot uwen aller-zoetsten naam. Plant in mij do wortelen van alle ware deugden, en doe de kiemen van heilige overweging, met de frischheid der goede werken, in mij aanwassen en opspruiten, dat ik niet als een onvruchtbare boom ijdel in uwen wijngaard sta, maar kweek mij veeleer tot een vruchtdragenden olijf; ruk al wat Gij verkeerds in mij vindt, tot den grond toe uit en doe het gansch te niet. Geef mij haat tegen mijne gebreken, de verwinning mijner driften, de versterving mijner begeerlijk-lijkheden, en onderdrukking van trotsche opwellingen, uitroeijing van den nijd, beteugeling der

ocr page 432

400

grammoedigheid, uitbanning der traagheid, ver-tbeijing der gierigheid, verdrijving van verkeerde droefgeestigheid; versmading der glorie, de ont-vlugting der eer en verwerping van alle aardsche vertroostingen, zoodat niets aardsch, niets vergankelijks, niets ijdels, niets nieuwsgierigs, niets vleeschelijks, niets streelends, niets scherps, niets begeerigs, niets jaloersch, niets valsch, niets geveinsds mijn hart rake, treiïe, ot' aanlokke, inneme, verstrikke of verleide.

Geef een walg van al het aardsche, verlangen naar het eeuwige, liefde voor alle goed, nastreving van alle deugd, kennis van de hoogste waarheid, het genot van het eeuwig geluk. Verleen mij een zalig en gelukkig stervensuur te vinden, en altoos in uwe vreeze en liefde te wandelen. Maak mijn hart ledig van alle schepsel en van al wat mij belemmeren ol benevelen kan. Laat mij eenvoudig, zuiver en geheel in U gevestigd en verdiept wezen. Geef mij, den waren, inwen-

ocr page 433

(iigcn i;n gaddelijlcen vrede en een rustig gemoed vrij van alle sloornis te bezitten.

Geef' mij, dat ik niet bij iels tijdelijks verkeerdelijk worde aangedaan, en dat ik niet verlange, door de menschen gekend, geteld of dwaselijk bemind te zijn, wijl allen verleiden en verleid worden, die iets niet om U, en alzoo ongeregeld begeeren of beminnen. Geef, dat ik geen enkel mensch door vleijerij of ij del believen tot mij irekke, maar allen wijselijk van mij verwijdere, en heilzaam tot U rigte, ea ik niets in den mensch of eenig schepsel opmcrke of beminne dan wat het uwe is en waarom zij geschapen zijn. Amen.

V.

GKISED OM OEDDLD IN KWELLING EN HE-NAAOWDHEID DES HARTEN.

Beminde, heilige Heer en God, mijn Vader! ik beu niet waardig door U getroost en bezocht, maar verdien met harde slagen gekastijd en ge-

26

ocr page 434

402

tuchtigd tc worden. Ik heb veel druk en velerlei kwelling verdiend, wijl ik zeer gezondigd heb en voor uwe tallooze weldaden ondankbaar ben geweest. ik ben niet waard, om als de andere goede geloovigen en mijne godvruchtige broeders met uwe goddelijke vertroostingen verkwikt en onder do hemelsche dischgenooten geteld tc worden. Maar ik smeek U, heilige Vader, zoete en goedertierene Heer, maak mij ccn van uwe allerminste huisgenooten, dat ik al is het slechts de geringste dienaar moge zijn van hen wier voetstappen ik niet waardig ben te kussen. Laat hén vrij en vele en groote vertroostingen hebben die Gij met eene bijzondere liefde bemint en vereert: voor mij, nietig en ellendig mensch, zij het groot en behagelijk, dat Gij mij met smarten en verschillende tegenheden treft en niet spaart.

Geef geduld, goedertierene Heer, en dat mij alle kwelling en benaauwdheid boven alle vertroosting begeerlijk en welkom zijn. Laat dit mij

ocr page 435

103

eens bijzonder behagelijk wezen U ter eer, en laai het mij meer lijden uit liefde tot TJ dan dat ik er mijn eigen voordeel mee zoeke, of er juist hooger loon voor verwacht. Dat zij mijn grooter loon, gaarne U ter eere te lijden, en te verlangen, voor U allerdiepst veracht en te niet gedaan, en in waarheid onder de voeten aller menschen geworpen en ootmoedig vertreden te worden. Geef het, o opperste Waarheid, mijn God en eeuwig Licht! geef het in mijn hart, dat ik verachtelijk worde in mijn eigen oog, dat ik mij zeiven versmade, en mij in deze wereld houde voor een vreemden balling en onbekenden arme en eenzamen verstooteling, van alle schepsel verlaten, en allen menschelijken troost onwaardig, en ik nergens buiten U hoop of troost zoeke; maar dat ik mij als dood op aarde en voor de wereld begraven achte, als iemand wiens gedachtenis reeds lang vergeten en van wien geen ander spoor meer te vinden is dan een onaanzienlijk, onder de

ocr page 436

404

aarde verborgen graf. Geef mij, eeuwige Wijsheid des Vaders, dit dikwijls met aandachtigen geest te bedenken, altoos mijne uitersten te beschouwen, tot het toekomstig oordeel mij te bereiden en met smeekingen en klaagbeden voor uw aangezigt te verschijnen. Amen.

VI.

Q 15 E K rgt; OM Z IJ N LEVENS W EG TE K E N K E X EN TB VOLGEN.

Voor kloosterlingen of die 't wenschen te worden.

(Na de H. Communie.)

Meer Jesus Christus, waarachtig, eeuwig en onveranderlijk Licht, die om de duisternissen van 'smenschen onwetendheid te verlichten, in den kerker dezer wereld hebt willen afdalen, om ons don weg te wijzen naar het vaderland dor eeuwige klaarheid, waar Gij altoos tegenwoordig voor uwe engelen uw licht, en onverminderd, laat uitstralen: verhoor de gebeden mijner geringheid, en stort

ocr page 437

405

dat goddelijk licht, hetwelk Gij aan de wereld Ltebrant en bevolen hebt, aan al de volken van

öO 7

het wereldrond te brengen, met genaderijke mildheid in mijn hart, opdat ik in het land mijner vreemdelingschap uwen weg moge kennen, en na het verlaten van 's werelds ijdelheid en't afwerpen van de zorgen des vleesches, U, mijnen Schepper en Verlosser, met de schreden der liefde tot aan 't einde mijns levens volge in alle armoede en ootmoedigheid, in geduld en langmoedigheid, in geloof, hoop en liefde, in matigheid, zuiverheid en volmaakte gehoorzaamheid. Gij toch zijt een spiegel des levens, en een fakkel van alle heiligheid, die mij op den weg der deugd zijt voorgegaan , om mij, die in vele dwalingen en zonden gewikkeld was, tot de kennis der waarheid terug te voeren. U zeiven hebt Gij mij tot een voorbeeld des levens voorgesteld, opdat, wanneer het mij soms mogt mishagen, een der Heiligen na te streven, het mij althans niet verdricte, TJ, mijnen

ocr page 438

406

God, te volgen. En opdat ik dit niet voor onmogelijk zoude houden, hebt Gij mij veel duizend voorbeelden van Heiligen nagelaten, die vol geestdrift uwe voetstappen zijn nagetreden.

Geef mij dan, allerbeminnelijkste Jesus, den ijver van uwen geest; ontsteek in mij het vuur dat Gij op aarde zijt komen werpen, opdat ik al wat van hier beneden is verachte, en alleen voor U verlange te leven, U alleen poge te behagen, en uit liefde lot U niet vreeze, van de menschen miskend en veracht te worden. Wees Gij mijne vreugde, de zoelheid mijner ziel; verblijf met mij, en ik m t U, en zij de gansche wereld dan buitengesloten. Wees mijn Leeraar en mijn Meester, mijne kennis en wijsheid. Met U te volgen kan ik niet dolen; met altoos op U te zien, zal ik mij aan de woorden van diegenen welke mij van U willen aftrekken, niet storen. Dat alle arbeid voor U mij gering toeschijne, alle tegenspoed ligt en alle zwarigheid mij dragelijk worde. Dat ver-

ocr page 439

407

leenc mij uwe liefde, die alles doet verwinnen; en volge vooral ook de nederigheid des harten, welke, ofschoon alles vervullend, nog meent niets waardigs te hebben gedaan.

Gij zijt mijne verwachting en de vervulling mijner begeerte; Gij mijne verkwikking en de verlichting mijns harten, die nooit verlaat wie op U hopen, ofschoon Gij toelaat, dat zij voor een lijil bekoord worden, opdat zij zich zeiven te beter leeren kennen en gedachtig blijven, dat zij zonder U niets ter zaligheid kunnen doen. O eenig beminde Jesus, laat mij niet ongetroost in de ballingschap dezer wereld achter, maar, gelijk Gij bemind en beloofd hebt, doe aldus met mij, dat Gij ton bekwamen tijde weder en weder tot mij komt, totdat Gij mij aan het einde van den proefstrijd tot ü zeiven opneemt in uwe eeuwige glorie, waarin Gij leeft en heerscht God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 440

408

VII.

ZEVENVOUDIGE GROETE AAN ONZEN HEEK JESUS CHRISTUS.

(Na de Commnnie' en bij het H. Sakrament.)

Ik groet U, Heer Jesus Christus, Koning der heilige engelen; wien alle krachten der hemelen gehoorzamen; wieu de Cherubijnen en Serafijnen aanbidden, loven en zegenen in de eeuwen dei-eeuwen.

Ik groet U, Heer Jesus Christus, waarachtige Messias en de Heilige der heiligen, uit het huis des Vaders in deze wereld gezonden; wien alle Heiligen van den beginne hebben verbeid; wien de aartsvaderen zoo vurig verlangden te zien; wiens komst de profeten met velerlei lofverhet1 fingen vooruit hebben bezongen.

Ik groet U, Heer Jesus Christus, Schepper en Verlosser van het menschelijk geslacht; wien de

ocr page 441

409

apostelen en de evangelisten aan de wereld hebben verkondigd, leerende, dat de waarachtige Zoon van God voor ons is vleesch geworden, geleden heeft, gestorven en verrezen is; en door glorierijke teekenen en wonderen schitterend, hebben zij de heilige Kerk over het wereldrond gevestigd.

Ik arroet ü. Heer Jesus Christus, moediuste

O 7 ' Ö

Voorstrijder en trouwste helper der Heiligen, wien de glorievolle martelaren, met versmading van de geneugten dezer wereld, met versmading ook van de folteringen huns ligchaams, in den zaligen lijdenskamp nagevolgd zijn, en zich voor 't getuigenis des geloofs standvastig in den dood hebben overgeleverd.

Ik groet U, Heer Jesus Christus, Hoogepriester en waarachtige Opperpriester en eeuwige Herder; wien de priesters en levieten, de leeraars en belijders door hun leven, wetenschap en deugden verheerlijkt hebben; wien de kloosterlingen en

ocr page 442

410

kluizenaars, langs den engen en smallcn weg voorttredend, uit al de godsvrucht hunner ziel hehben bemind.

Ik groet U, lieer Jesus Christus, Bruidegom der maagden, troost der weduwen, hoop der weezen, toevlugt der veriatenen, opbeuring der bedroefden, eeuwig heil der geloovigen en behoud voor allen die tot U komen; wien het tal-looze koor der maagden met den eigenaardigen luister der reinheid volgt, den onbevlekten gloriekrans barer ongeschondenheid dragend.

Ik groet U, Heer Jesus Christus, licht dei-wereld, bron des levens, paradijs der ziel, blijdschap des harten, gever der genade, hersteller der onschuld; in wien alle schatten der wijsheid en wetenschap Gods verborgen zijn ; wien te kennen leven, wien te dienen heerschen, wien ééns te zien alles weten is; in wien de engelenbegeeren te staren; die U met altoos nieuwe begeerte aanschouwen en verzadigd worden; U zij lol', U glorie,

ocr page 443

U dankzegging met den Vader en den Heiligen Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ZESTAL

VROME EN GODVRUCHTIGE GEBEDEN OVER HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS.

I.

GEBED TOT DEN VADER, ONDER DE H. MIS TE LEZEN, OVER DE O P D R A O T VAN C II E I S T 1' S' L I G C H A A M , DE VERDIENSTEN VAN Z IJ N LIJDEN EN ONZE BERUSTING.

Zie, goedertierenste Vader, uit uw heiligdom en uwe hooge hemelwoning op deze U welbe-hagelijke offerande neder. Zie dit hoogheilig offer aan van uwen ééngeboren Zoon, hetwelk Hij voor ons aan uw aangezigt opdraagt. Hij toch

ocr page 444

is de lloogepriester en waarachtige Opperpriester, die geen vreemd offer, maar zijn eigen vleesch op 't altaar des kruises voor het leven der wereld iu den offerdood gaf. Wees dan mij, zondaar, om dit heilverwervend slagtoffer genadig. Wees niet onverbiddelijk voor mij, krank mensch, die zoo ligt val en vol gebreken, en niet waardig ben, den hemel te aanschouwen, of de aarde te betreden, daar ik U, mijnen Schepper, zoo menigmalen heb beleedigd, met herhaaldelijk tegen uwe geboden oneerbiedig en dwaselijk te handelen, te spreken, te denken, waardoor ik te regt uwe groote verontwaardiging beloopen en tegelijk de vijandschap aller schepselen op mij geladen heb. Want wordt Gij beleedigd en versmaad , dan staat voorwaar door een regtvaardig oordeel alle schepsel tegen den zondaar op. Doch, almagtige God van allen troost, ontferm ü over mij, uwen dienstknecht, die uit het innigste mijns harten berouw heb en treur. Daar ik uit het niet ge-

ocr page 445

maakt en in zonden ontvangen ben, viel ik als een broos mensch. Spaar mij, Heer, spaar mij. Schenk vergeving aan een verloren zoon, die van het draf der zonden tot ü wederkeert en voor den troon uwer glorie staat, en van den morgen tot den avond de hand uwer barmhartigheid afsmeekt, totdat dc dauw der genade en de regen der vertroosting nederdalen over mijn hart, dat van dc menigte der zonden verdord is en verkwijnt. Om U zeiven, mijn God! neig om U zei ven uw oor tot mij, en verhoor mijne smeekingen. Verheerlijk uwe barmhartigheden. Gij die zalig maakt die op U hopen. Ik weet, dat Gij het niet om mijne werken zult doen, zoo er al soms te vinden zijn, maar om uwe goedheid, lieer, welke als onmetelijk wordt geprezen. Verhoor mij te meer, om de bijzondere verdiensten van uwen allergeliefdsten en allerzoetsten Zoon Jesus Christus, die voor de zondaren gekruist en gestorven is, om aller zonden door zijn lijden uit te delgen.

ocr page 446

414

Gedenk, verheven Vader! zijne onwaardeerbare liefde, lioe Hij zijn leven in den dood heeft gegeven, om aan zijn volk het leven te schenken, eu hoe ilij zich in niets heeft gespaard, opdat (jij de schuldigen en veroordeelden in eeuwigheid zoudt sparen. Gedenk zijn allerbitterst lijden, wat al zwaars en onwaardigs Hij op zich heeft genomen; hoe Hij van het morgenuur tot aan zijn uiteinde op het kruis voor het menschelijk geslacht gezwoegd heeft, en bij zijn uitstroomend bloed luide tot U riep, om de zondaars met U te verzoenen, van vijanden vrienden, van voort-vlugtelingen kinderen der aanneming te maken. O hoogste en eerbiedwaardige en vereerenswaardige Vader! heden bied ik U al de lijdensteekenen van uwen eenigen Zoon aan, rnet onze smeeking en de voorspraak aller goede martelaren, die datzelfde lijden meer bijzonder hebben nagevolgd. Zie en erken, van wien ze zijn, die minnelijke teekenen, door alle eeuwen te verheerlijken. Zie het kruis,

ocr page 447

415

zie do nagelen, de lans, den edik en d,eii rietstal'; zie de spons, het spuwsel, de geesels en doornenkroon ; zie het bloedzweet, den kaakslag, de roeden, het koord, de kolom, het witte spotkleed, het purper en onverdeelde oppergewaad. Dat zijn de kostbare tooiselen en koninklijke banieren, waarmede uw Eéngeborene in de zelfstandigheid van ons vleesch ter bestrijding van de magten der lucht is voortgetreden. Dat zijn de krijgswapenen, waarmee de dood verwonnen en do nienscheüjke

natuur verlost is. Ach om die erezesfende en urlorie-

0 0 0

volle eereteekenen dan, vergeet' mij al mijne zonden. Zij die eerwaardige en roemrijke wapenrusting mij tot eene bijzondere kracht tegen alle ondeugden en bekoringen. Zij dat zoo smartelijk en beweenlijk schouwspel mij ten dagelijkschen spiegel en ten zoetsten troost voor mijne ziel.

Neem, heiligste Vader, dit allerbehagelijkst oilier van het opgedragen ligchaam uws Zoons aan, hetwelk Gij zelf U toebereid en gewild hebt, dat

ocr page 448

41G

het ter altoosdurende, waardige en algenoegzaine voldoening «zoude wezen tot uitwissching van alle zonden, zoo met de daad begaan als met den wil bedreven. Neem ook mij heden in dit heilig otter aan; geen heiliger toch en voortreffelijker is er dan dit, hetwelk U dagelijks eerbiedig door de handen uwer priesteren voor levenden en afgestorvenen en voor al onze benoodigdheden wordt opgedragen. Dat het mij en allen voordeelig zij die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, wier behoefte en geloot' U bekend zijn, hetzij ze hier bij deze pleg-tige opdragt tegenwoordig of afwezig zijn. Da( hunne gebeden en godsvrucht tot U komen, en hun ten heil de onuitsprekelijke kracht en krachtdadigheid medewerken van dit Sakrament, dal op goddelijke wijze ingesteld, niet menschelijker wijs te onderzoeken, maar vroom te vereeren, getrouw te aanbidden, vastelijk te gelooven is en voort moet duren tot aan de voleinding der eeuw. 0 allerkostbaarste en welgevalligste offerande.

ocr page 449

welke aan U, eeuwige Vader, uw mede-eeuwige Zoon voor ons heeft opgedragen, Hij zelf ook hel waarachtige, levende, heilverwervende, eenige en volkomen od'er geworden, Hij alleen een onbevlekt lloogepriester, heilig en vrij van alle misdrijf; die niet noodig had, eerst voor zich zelven te vragen, en een offer naar de wet te brengen ; maar die voor eens stervend is tusschen-getreden voor hen die des doods schuldig waren, en in heul de schepping niets hadden noch vonden wat zij voor hunne schuld zouden wedergeven. Nu dan wanhoop ik niet meer, en zal ik verder niet meer wanhopen over de vergeving en genezing mijner zonden, hoe dikwerf ik er ook in vervallen mogt. Want ik heb gevonden tot wien ik zal gaan om een spoedig herstel, en telkens zal wederkeeren. Ik weet, waar mijne hoop is en al mijn troost. Want in het lijden en de wonden mijns Ileeren Jesus Christus is, en overvloedig, heel

mijn heil vervat en de gansche grond mijner hoop.

27

ocr page 450

418

Wees in alles gezegend, mijn God, die zoo groote en onmetelijke weldaden van goddelijke mildheid mij bewezen hebt. Daardoor toch ontvlamt Gij mij hevig, om U en uwen geliefden Zoon te danken.

Maar, o mijn trouwste Vader, wat zal ik doen, daar ik niets waardigs in mij vind noch overeenkomstig de gave uwer genade. Evenwel, goede Vader, van wien alle gaven van goederen zijn , ik weet, dat Gij niets behoeft, en niettemin wilt Gij, dat ze U opgedragen worden. Ik zal dan iets geven en het geringe dat, als 't aan mij verbleef, zoude vergaan, aan uwe liefde ten ollerbrengen. Want aan U opgedragen, blijft het beter, en toch zal het toekomstig loon aan hem niet ontbreken die het ü vrijwillig ten ofl'er brengt. Als iemand zich zonder aarzelen aan U durfde geven, zoudt Gij voorzeker U ook aan hem wederschenken, en 't zou geschieden wat door den mond van ons Hoofd gezegd is: Geeft en u zal gegeven worden.

ocr page 451

410

Nu dan, s;oo Gij 't gewaardigt aan te nemen, zie vrijwillig draag ik U mij zeiven op, en laat mijn ligchaam en ziel gerust aan uwe beschikking over. Mijn' eigen wil ook - want niets beters is ü te brengen - onderwerp ik van dit uur en voor alloos met volvaardig hart, evenals uw geliefde Zoon Christus onze lieer U zijnen wil heeft opgedragen, om in zijne zelfverloochening ons heil Ie verwerven, toen Ilij aan de Hem volgende geloo-vigen een toonbeeld gaf in het korte en volle woord dat Hij sprak: Mijn Vader, niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt: uw wil geschiede!

Door dit voorbeeld dan krachtig vermaand, berust ik onder uwe ingeving en hulp op nieuw in alles; wat van de wereld is verzaak ik; de begeerten des vleesehes versmaad ik; alle werken en snoode raadslagen van don boozen geest verwerp ik, en verbind mij aan uwe dienst. Ubegeer ik al de dagen mijns levens aan te hangen, en van dit oogenblik af aan wil ik dit godvruchtig

ocr page 452

gaan doen. Zie, om te voller uwen wil te volbrengen, ben ik bereid, meer nog mijn eigen wil door eene ware gehoorzaamheid te breken, welke ik aan Ü in mijne overheid gehouden ben te betoonen. Wanneer ik immers aan hare stem gehoorzaam, gehoorzaam ik in waarheid aan U. Als een klein kind in Christus herboren, die zich ootmoedig onder de handen zijns Doopers boog, onderwerp ik mij aan de handen mijner overheid om er door bestuurd te worden. Gaarne ook en met alle ootmoedigheid en zachtzinnige liefde zal ik de raadgevingen en woorden mijner broeders (of zusters) opvolgen, die ik immers ken als heiliger en veel wijzer dan ik ben, en met alle regt boven mijne onvolmaaktheid stel. Doch wetende, da( diezelfde onvolmaaktheid aan U bekend is, be-schuldig ik mij van mijne gebreken, en smeek U mot veel berouw het heilmiddel tot betere gedachte af, opdat uwe welwillende hand, welke alle krank te geneest, en allen onvermogende ver-

ocr page 453

421

sterkt, ook mij niet in mijne behoeftigheid late. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.

II.

GEBED TEK HERDENKING ES NAVOLGING VAN HET L IJ D E N DES II E U R E N.

Heer .lesus Christus, die gekomen zijt om voor onze zaligheid te lijden, gekruist te worden en Ie sterven, geef mij, dat ik uw lijden altoos met een droevig hart overdenken en standvastig navolgen moge. Geef, dat ik, wat tegenspoed, druk of onregt mij overkome, het welwillend van uwe hand aanneme, en gaarne voor uwen heiligen naam iets verdure, daar Gij in uwe onschuld zoovele heleedigingen en folteringen voor mij hebt willen verdragen. Want als ik U gelijk met gelijk cn naar evenredigheid moest vergelden, dan zouden de verwenschingen ook van alle menschen mij

toescebraat, het niet kunnen evenaren; hoeveel

ö ë; 7 '

ocr page 454

422

Ie meer moet ik een koel of bits woord of eenig hinderlijk doen zonder bijtende gedachte verdragen. Verre zij dan alle gemor, zwijge de verontwaardiging, ruste het kwade vermoeden ; maallaat veeleer eene inschikkelijke geduldigheid en nederige bekentenis van mij zeiven zeggen, dat mijne ongeregtigbeid veel meer verdient te ontvangen dan eenig mensch mij ooit kan aandoen.

Vervolgens bid ik U, mij eene overvloedige liefde in te storten, opdat ik aan mijne schuldenaars volle kwijtschelding en godvruchtige meè-warigheid, gebed en verschooning schenke en dankzegging voor de groote voordeelen der lijdzaamheid brenge, wijl ik in zeer vele beweenens-waardige ongeregeldheden uw schuldenaar ben. Immers behalve de weldaden, waarvoor ik uw schuldenaar ben voor zooveel ik maar vermag, en meer ja! dan ik vermag, herinnert mij voorwaar nog het wigt mijner zonden van vroeger en van eiken dag aan zooveel zware verpligtingen ,

ocr page 455

waarvan echter, naar ik vertrouw, het grootste gedeelte zal te voldoen zijn door het verdragen en vergeven van beleedigingen en het ootmoedig smeekgebed voor mijne tegenstrevers. Want een gedenkwaardig voorbeeld liet Gij mij na, toen Gij sraeektct voor hen die u kruisigden, dat zij toch niet zouden verloren gaan. Och of Gij ook voor mij, zondaar, den Vader wildet smeeken, dat Hij mij vergeve al wat mijn geweten verontrust, en er aan toevoege wat mijne nietigheid zich niet vermeet te vragen! Gij toch zijt mijn regtvaardige en trouwe voorspreker bij den Vader, Gij die ons door uw bloed hebt vrijgekocht, en ons zachtelijk door uw voorbeeld tot den weg van volmaakte nederigheid, zachtmoedigheid en gediddigheid ge-noodigd hebt. Help mij dan. Heer Jesus, mijne hoop en toevlugt in den dag der kwelling, dat ik van den weg der lijdzaamheid niel at'wijke, wat tegenspoed er ook opkome, maar ik onverwijld tot U vlugte om hulp en uitredding in al

ocr page 456

424

mijne nooden. Vele toch zijn de rampen dezes levens, welke het zonder U niet mogelijk is te dragen. Ik vermag het niet, 't is U bekend, als Gij mij ook maar in 't geringste beproeft, en ik bevind mij in alles niets anders dan een broos mensch.

Derhalve bid ik ü, Heer, open mij den schat mver erbarmingen, en ontsluit mij dat wonderbaar en hoogst geheim uws lijdens, waarin de heilmiddelen aller kranken en bedrukten vervat zijn; waarin dikwerf ook een nieuweling godsvrucht, en de godvruchtige veel troost pleegt te putten. Ü Jesus, bron der genaden, doe mijn hart de bitterheid van uwen kelk smaken, opdat mij daardoor alle wrangheid in zoetheid verkeere. Doorboor ook mijne handen en voeten met de nagelen uwer liefde, dat er voortaan in mij hoegenaamd niets ijdels of vleeschelijks meer in werk noch genegenheid leve. Maar leef Gij in mij, en ik in U, en niets kwaads kome er tusschen dat ons

ocr page 457

425

scheide. Laat geone genoegens of geene smarten mij losmaken van uwe liefde; maar hetzij Gij mij tot den dood of tot het leven roept, ik zal,wer-waarts Gij wilt, Heer, in uwen naam henengaan. Laat uw zalig kruis mij beiiagen en zoodanig be-liagen, dat ik het mijne gaarne draag. Met het oog op hel eeuwig heil nam ik hot gaarne en vrijwillig op; ik kan het echter niet dragen, als Gij or niet gedurig uwe hand aan legt. Maar onder uwe hulp en geleide is de last niet zwaar, en de weg die ruw en hard is voor het vleesch, wordt effen en ligt te betreden. Nn , o allerzoetste Jesus, heil en kracht mijner ziel! versterk mij, klein en nietig mensch, in dit uur door het woord van uwen mond, en ontsteek mij vooral bij 't herdenken van uw lijden, algeheel in uwe liefde, en trek mij innig tot U, dat door de gedurige opwekking de smaak der godsvrucht toeneme, en, bij den verschilIdigden lof, de vrucht ook van het vroom verkeer met U uitschijne. Gij die met den

ocr page 458

420

Vader en den Heiligen Geest leeft en heerscht, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

III.

GEBED RU HET KliUIS, lt; M MET CHRISTUS EN Z IJ N E GELIEFDE MOEDER Al E D E TE L IJ D E N.

Ik buig; mijne knieën voor U, Heer Jesus Christus, dien ik voor mij zie hangen aan het kruis. Ik groet u, o eerwaardig heeld van mijn gekruisfen Heer Jesus Christus, door wiens bloed ik uit 's vijands hand ben vrijgekocht. Wees gegroet , Zaligmaker der wereld! die dezen aller-bittersten dood voor mij hebt uitgestaan. Ik bid ü, allerzoelste Jesus, verleen mij naar de menigte uwer barmhartigheid, dat ik in alle pijnen met ü mede-lijde, en met de smarten uwer heiligste Moeder uit liet innigste gevoel mijns harten medetreure cn met den gelukzaligen apostel Joannes onder .het kruis stroomen van tranen weene. Want weet, dat liet

ocr page 459

427

mij nu zoo troostrijk zou wezen, als ik door tie grootheid van 't medelijden voor uw kruisbeeld ook uitwendig tranen konde storten, daar Gij voor mij uw kostbaar bloed zoo dikwerf en zoo overvloedig hebt vergoten.

Doch wijl van U alle goede gave is , vervul Gij dan dit mijn verlangen tot uwe eer, dat ook de liefderijke gedachtenis van uw allerheiligst lijden, vereenigd met de bijzondere herdenking van uwe glorievolle Moeder, en met uwen geliefden leerling Joannes, haren trouwen hoeder, er altoos bij, van dit uur af en altoos meer en heviger in mij ontvlamme, zich overvloediger uitbreide en altoos inniger gevoeld, ook in zeden en leven volmaakter uitgedrukt worde. Laat daarbij uwe kruisiging mijne bespiegeling, de smart uwer Moeder mijn troost, het weenen van den heiligen Joannes mijne voorspraak wezen. liet blijve niet zonder medelijden des harten, dat gezigt van uwe zoo sma-delijken en schrikkelijken dood. Zoo dikwerf ik

ocr page 460

128

ilan uw lijden gedenk, of het in 't kruis zie afgebeeld , geef mij dan telkens ook dat lijden van binnen in mijn hart te voelen, gelijk Gij hef aan vele godvruchtigen gegeven hebt te ondervinden; Gij die leeft en heerscht, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

IV.

lt;;ehed tot ciiristus en zijn kruis kk

li j d e n , waarin ons heil is.

(Voor eiken vrijdag en alle dagen der vaste.)

Lof en glorie zij U altoos. Heer Jesus Christus! die voor mij, zondaar, van den hemel hebt willen afdalen en ter voldoening mijner zonden den kruisboom beklimmen, waaraan Gij naakt en over uw gansche ligchaam verwond als de verachtelijkste der moordenaren tusschen moordenaars gehangen hebt, Gij die schoon zijt van gedaante boven al de kinderen der menschen. de waarachtige Zoon van God, de Koning der konin-

ocr page 461

420

gen en de Heer der engelen. Zegeningen heerlijkheid, dankzegging en lofgejuich zij U, zachtmoedig Lam Gods! wijl Gij waardig zijt, alle eer te ontvangen om het lijden des doods en de velerlei beschaming door U aan het kruis verduurd. Neem dan deze nederige lofprijzingen en godvruchtige dankzeggingen aan, met mijne kniebuigingen in den geest en de vrome hulde mijner lippen, voor die hoogste en onmetelijke liefde mij in uw lijden bewezen. Voorwaar ik ben verpligt, ü te danken, dat ik van U leven en begrip ontving, maar veel inniger en overvloediger daarvoor, dat ik door uw kostbaar bloed ben vrijgekocht. 't Was eene groote goedheid, dat Gij mij, , die niet bestond, hebt geschapen, maar grooter liefde straalt er in uit, dat Gij mij, toen ik verloren was, herschapen hebt. En zoo in ü de goedheid en liefde altoos gelijk en één was, mij nogtans is de liefde, die derwijze overvloeide, dierbaarder en heilrijker voorgekomen.

ocr page 462

430

ü wat hebt Gij mij hoog gewaardeerd, dat Gij mij tegen zulk een duren prijs hebt vrijgekocht. Zeker gaaft Gij het kostbaarste wat Gij hadt, want iets kostbaarders dan Gij is er niet, en zie algeheel hebt Gij U zeiven voor mij overgegeven. Daarom smeek ik U, goedgunstigste Jcsus, bron van goedheid en liefde, dat dit nimmer uit mijn geheugen wijke, maar de beeldtenis van uw gekruist ligchaam altoos lichtend voor mij sta, en dat al de plaatsen der wonden uwe liefde diep in mijn hart drukken; want dat zijn deteekenen uwer magtige liefde tot mij. Dat alles toch hebt (lij voor mij op U genomen, zelf hadt Gij niets er van verdiend, die geen kwaad gedaan noch eenige de minste zondesmet beloopen hadt; in wien geen bedrog, noch schuld des doods is gevonden, gelijk Pilatus ten uwen gunste zeide. Doch Gij zijt opgedragen, wijl Gij hot zelf hebt gewild. Gij die wist, dat Gij ter verlossing van de gansche wereld gezonden waart. Onschuldig

ocr page 463

m

leedt Gij dan, en werdt Gij door de gruwelijke kruisstraf eer dood gebragt; niet vruchteloos echter zijt Gij gestorven, daar wij allen door uw kruis en dood verlost zijn. 0 zalig en overbeminnelijk Kruis, schoone en heildragende boom, waaraan Gij, mijn Leven! voor mij gestorven, hebt gehangen, om den dood te dooden en mij het leven te schenken. O wat een gelukkige en kostbare dood was dat, die den bewerker des doods verwon, aan de hel hare prooi ontrukte, de poort van 't paradijs ontsloot. Gezegend zij uw lijden, Heer Jesus Christus! gezegend uw kruis en dood, die den alouden vloek onzer ouderen in lieinel-scben zegen verkeerde. Gezegend al uw leven, waarin Gij leedt, en al de wonden U toegebragt, dat zij eeuwig, eeuwig gezegend zijn! Want zij zijn mijne grootste geneesmiddelen tegen alle ondeugden en de beste vertroostingen bij alle tegen-heden.

Goede Jesus, 't is zoet met U aan 't kruis te

ocr page 464

zijn, 'tvvelk ik liever wensch le hebben dan alle vertroostingen der natuur. Beier is het mij, mei U in groole smarten, dan zonder U in de hoogste wereldsche eer tc wezen. Ach ik heb wel reden te lijden, als ik U aan het kruis beschouw! Onder dit kruis dan zal ik nedcrzitten en treuren, zal ik bedenken en overpeinzen, hoeveel mijn God voor mij leed. Vele Heiligen hebben veel geleden, maar Gij Heilige der heiligen, véél meer! Want uw allerteederst en allerheiligst ligchaam was vanboven lot beneden met velerlei striemen en wonden jammerlijk verscheurd. Helaas! wie zal ze tellen al de wonden die Gij droegt! Gezegend zij dan altoos uw allerheiligst en allerkoslbaarst ligchaam met druppelen bloeds versierd; want op velerlei wijze geopend en doorkorven als het was, kou het in *t uitvloeijen geene mate houden. Gij zijl in waarheid mijn Welbeminde, blank en rood, uil duizénden uitverkoren. Blank in de reine Maagd, rood aan '1 kruis; uitverkoren, gelijk Gij in de glorie

ocr page 465

.m

des Vaders gezeten zijt. O alleredelst ligchaam, dat alle i'igchamen der Heiligen heiligt, alle zielen der uitverkorenen van zonden reinigt ! Wees mij nu'gegroet, allerheiligst ligchaam des Heeren, uit de Maagd Maria geboren, dat voor den mensch waarachtig geleden hebt en aan het kruis ge-slagtofl'crd zijt, door de menschen in het hart der aarde begraven, door God opgewekt ten derdon dage.

Kostbaar is mij dit zeer eerwaardig ligchaam,

door de werking des Heiligen Geestes uit het

zuiverst bloed der Maagd Maria gevormd, doch

kostbaarder wordt het mij, daar 't voor mij in

't lijden zoo gemarteld en misvormd geworden is.

Neen, Heer, mij stuit uw aanschijn niet, weleer zoo

minnelijk, en nu zoo onaanschouwelijk en schier

onkenbaar geworden door de onreine spuwselen

en de geweldige slagen uwer verwonders, en 'I

oneerbiedig uitrukken uwer baren, bij het spottend

bedekken uws gclaats door hen die U beschimpten,

28

ocr page 466

m

\

on U veel smadelijks verweten. O glorievol aan-gezigt van mijnen God! hetwelk de engelen be-geeren te aanschouwen, en dat weleer op den berg Tabor geschitterd hebt als de zon, hoe zijt gij nu aldus verduisterd, dat er inu geen schoonheid of gedaante meer te zien is? Om mij zijt gij, verheven aanschijn Gods! verduisterd op aarde, opdat ik waardig zoude worden, uw goddelijk aangezigt te aanschouwen in den hemel. Zoo is dan de onreine bespuwing van uw overschoon gelaat de reiniging geworden van de bezoedeldheid mijner r.iel. Daarenboven is al wat Gij leedl - ter schuldvoldoening geschied ook voor mij! 't Zal dan ook mijne hoogste wijsheid zijn, dit te overdenken en mij aan Hem die in 't vleesch leed, gelijkvormig te maken. Gij zijt, o Schepper van 't heelal! uitgekleed, opdat ik met het gewaad der eeuwige glorie zou omhangen worden. Gij zijt van alles ontbloot, opdat ik mij van al wat van deze wereld is, zoude ontdoen en U zonder vertoef'

ocr page 467

435

volgen. Gij zijt Iiespot, om mij aan dc bespottingen der duivelüii !e ontrukken. Gij zijl versmaad, om mij de versmading en verwerping der menschen to leeren beminnen. Gij zijt beschuldigd, opdat ik mij niet ligtvaardig ontschuldigen zou, maar gedenken, lioeveol valsche aantijgingen Gij verduurd hebt. Gij zijt veroordeeld, opdat ik de eeuwige veroordeeling ontkomen zou. Gij zijt gebonden , opdat ik van de banden der zonden zou bevrijd worden. Gij zijt gegeeseld, opdat ik niet met de verdoemden de eeuwige pijnen zoude voelen, en met de uitverkorenen dc tijdelijke kastijdingen geduldig verdragen. Gij zijt rnet eene kroon van doornen gekroond, opdat ik verdienen zou, met de onverwelkbare kroon versierd te worden, indien ik namelijk met U medelijde a.ls een lid gelijkvormig aan zijn Hoofd, ü Koning der eeuwige glorie! wat eene scherpe en smadelijke kroon hebt Gij voor mij, verachtelijken zondaar, gedragen. En hoe kan ik zonder hevige

ocr page 468

436

zielesraart denken aan uw gezegend hoofd, met doornen omzet, met een rietstok geslagen, en ten spot aan al het volk getoond!

Gij z'yt buiten de stad Jerusalem geleid, om gekruist te worden, opdat Gij mij in 't hemelsch •lerusalem zoudt terugvoeren, om mij daar eeuwig Ie verblijden. Op uwe eigen schouderen droegt Gij uw kruis, opdat ik mij zeiven verloochenen, bet kruis dragen en achter U komen zou. Gij zijt aan 'I kruis gehecht, opdat de wereld mij gekruist worde, en ik der wereld. Gij zijt met uw gansche ligchaam van de aarde opgeheven, opdat ik met heel mijn harte tot het hemelsche zou opgetrokken worden. Met edik en gal zijt Gij gelaaid, opdal Gij de zonde, door het smaken van de verboden vrucht in de wereld gekomen, met dien bitteren beker zoudt uitdelgen, en ik onder den maaltijd uwe drenking met gal gedenken zou. Gij zijt van uwen Vader aan het kruis verlaten, opdat ik in de bekoring of bij onttrekking van genade niet

ocr page 469

437

zou wanhopen. Gij zijt ook van uwe bekenden en leerlingen verlaten, opdat ik mijne hoop niet op menschen stelle. Gij hadt echter van harte medelijden met uwe Moeder en de zwakheid uwer leerlingen, opdat ik altoos meêdoogen zou hebben met den nood mijner evennaasten. Gij badt voor die U kruisten, opdat ik welwillend zou vergeven aan allen die tegen mij misdoen, en aan U het oordeel overlaten. Daarna hebt Gij trouw uwen uitersten wil bepaald: immers Gij hebt uwen geest aan den Vader, uwe Moeder aan den leerling en den leerling aan uwe Moeder bevolen, opdat ook ik, bij het naderen van den dood, mijne ziel aan U bevelen, en vooral het bijzijn uwer heilige Moeder inroepen zou; wier goedgunstigheid ik hier ootmoedig inroep, dat zij mij met uwen heiligen

Apostel Joannes en de heilige ..... gelieft nabij

(e wezen in mijn sterven, gelijk zij stond bij ü, hangend aan het kruis. Voorwaar hare smart was de uwe, en uwe smarte niet minder de hare,

ocr page 470

i

438

wier hart door liet zwaard des medelijdens werd doorstoken. En toen Gij uwe Moeder zaagt staan en den leerling dien Gij bemindet, zijt Gij om hunnentwil geenszins van het kruis gedaald, maar len einde toe in de gehoorzaamheid uws Vaders gebleven, mij een voorbeeld gevend, hoe ik op uwen weg en in uwe wel moet volharden, welke ik nu, na mijne bloedverwanten en vrienden te hebben verlaten, begonnen ben te bewandelen. Ik zal er onder uwe genade in voortwandelen, en volhard ik met U, ongetwijfeld zal mijn loon dan eeuwig zijn.

Gelijk Gij dan, ileer Jesus, noch om de tranen uwer Moeder, noch om de beschimpingen der Joden verwilligd hebt van het kruis te dalen, zoo moet ik mij niet door iemands verlokkelijke taal of aanrading, noch ook door ij dele beduchtheid voor bezwaren, van den staat uwer heilige dienst laten afbrengen; maar mot U wil ik leven, met U sterven op het kruis; en 't ge-

ocr page 471

439

Leure mij niet, dat ik mijn leven zou sparen en niet geven om U, die uw leven voor mij gesteld hebt, opdat ik niet eeuwig zou verloren gaan. Buig dan uw lioold nu tot mij ten toeken uwer bijzondere liefde, en ik zal mijn hart neigen lot U ten teeken van mijn innigst medelijden; laat mij mijn leven tegelijk met uw leven geven, opdat waar Gij zijt ook ik moge wezen, nu door 't verlangen, daarna door uwe tegenwoordigheid en uw zaligend genot.

Open mij ook uwe zijde, om er in te rusten. Daarom toch is zij ontsloten, dat ik er zoude ingaan en van den feilen brand mijner gebreken zoude genezen worden. Bloed en water is er uit gevloeid: water, opdat ik zou rein gewasschen worden van de beloopen smetten en zonden; bloed, opdat ik verlost zou worden van het juk des duivels en van de pijnen der hel. üeh, laat ik U nu met de uiterste eerbiedigheid van het kruis afnemen; ik zal U zachtjes in mijne armen leggen.

ocr page 472

440

Gij die niet hadt waar Gij uw hoofd kondet neder-vlijen, van die doornenkroon zoo doorstoken, ik zal U beweenen, als den Ééngeborene des Vaders en den Eerstgeborene der Moedermaagd, alvorens Gij in het graf uit mijne oogen wordt weggelegd; en ik zal alles beschouwen wat Gij in deze wereld deedt, leerdet en leedt van het uur uwer geboorte af lot het uur van uwen dood en «we begrafenis. Voorts zij mij uwe eerwaardige begrafenis de volkomen afsluiting van al het wereld-sche. Hier wil ik rusten, bier verblijven, hier, alle gerucht buitensluitend, ingaan om met U begraven te worden, opdat ik met U alleen vereenigd, voor heel de wereld gestorven en begraven zij. Amen.

V.

GEBED TOT CIIRISTOS EN ZIJNE WONDEN.

(Voor eiken dag.)

Schrijf, Heer Jesus Christus, uwe wonden met uw allerkostbaarst bloed in mijn hart, dat ik

ocr page 473

441

daarin uve smart en uwe liefde leze, om voor LI al het aardsche en alle tegenheden gaarne te verduren. Geef mij, bid ik U, deel in uw heilig lijden en die allerbitterste smart, door U in dat pijnlijke en langdurige hangen aan het kruis uitgestaan. ïoen zijn uwe gezegende handen dooide goddeloozen vastgeklonken, eu uwe heilbrengende voelen aan dat harde hout vastgenageld. Toen is heel uw ligchaam zoo uitgerekt, dat men al de beenderen tellen kon. Toen eindelijk is, nadat Gij uwen allerheiligsten geest hadt gegeven, uwe zijde met een speer van een soldaat zoo geweldig doorboord, dat er dadelijk bloed en water uitvloeide ter verlossing vau heel de wereld.

O onwaardeerbare liefde! - om een veroordeelden slaaf vrij te koopen, hebt Gij U zeiven aan zoo groote folteringen prijs gegeven, en, opdat ik niet eeuwig zoude sterven, gansch vrijwillig en gaarne een onschuldigen dood ondergaan. Ik, Heer. ik heb gezondigd; ik die groote zonde gedaan;

ocr page 474

442

Ik ben pligtig aan al uwe wonden. Wat zal ik U dan wedergeven voor al hetgeen Gij aan mij bewezen hebt? Als ik mij zei ven zoude geven en al het mijne wat ik ooit had of hebben zal daarbij: 'l zou voor deze uwe overgroote liefde aan mij beloond, zooveel als niets nog zijn. Al gaf ik mij aan U voor altoos ten slaaf, het kan geen waardige dankprijs wezen. Had ik de gansche wereld er bij, en kon ik die geven, 't ware nog geene waardige vergelding, zelfs niet eens voor den minsten druppel van uw kostbaar bloed, dat Gij voor mij aan het kruis hebt uitgestort. Want één druppel van uw allerkostbaarst bloed zou de gansche wereld kunnen reinigen. En echter is het uwer liefde niet genoeg, eene geëvenredigde voldoening te geven, o neen! maar meer dan overvloedig hebt Gij den zoenprijs betaald, waardoor Gij besloten hadt, heel de wereld te verlossen, en waarin Gij ook mij alle en de eenige hoop hebt achtergelaten. Want uit de vijf wonden uws

ocr page 475

443

ligchaams wildet Gij allerovcrvloediyst ilo zoetheid uwer liefde doen uitstroomen, welke Gij van eeuwigheid met den Vader, maar verborgen, hadl, doch bijzonder in den tijd uvvs lijdens, en stervend aan het kruis hebt geopenbaard. Amen.

VI.

DAXKOEBEU VOOR CHRISTUS' LIJDENquot;.

(Op eiken dag.)

Ik zeg U dan, goedgunstigste Jesus, duizendmaal dank voor alle smarten en smaadheden, alsook voor al die roode wonden, waarvan Gij van de voetzool af tot de kruin van uw hoofd vol en overladen zijt, om mij te verzoenen en in uwe eeuwige glorie terug te voeren. Maar ach mij! dat ik niet in staat ben, ü naar waarde te danken ! Zoo alovertreflend toch en kostbaar is uw allerheiligst lijden, dat ik, ook zelfs met de krachten aller schepselen, U nog op verre na niel

ocr page 476

444

leu volle zou kunnen danken. Want het gaat de verdiensten en ofïergaven aller rnenschen, het gaat de waardigheid aller schepselen te hoven. Opdat ik evenwel niet gansch ondankbaar zij, wensch ik toch eenige erkentelijkheid voor zoo groot eene lielde en zulk een bitter lijden te brengen, door de woorden van een godvruchtig gebed en heilige overweging, welke Gij mij zult ingeven en aan mijn hart doen smaken; opdat hieruit veelvuldige vrucht ontspruite voor mijne ziel, en er U eene eindelooze dankzegging met de volmaaktste liefde uit voortkome. Gedenk mijner. Heer Jesus, in uw rijk, die den schuldbelijdenden moordenaar aan het kruis geantwoord hebt: Heden zult gij met Mij zijn in het paradijs. Amen.

ocr page 477

440

VIER TEEDERE GEBEDEN

TOT

I) E H. MAAGD MARIA.

I.

OTER DE I.IEFDE EN LOF DER ZALIGE MAAGD MARIA.

(Op de Maria-feesten, en eiken zaturdag.)

Ik bid u, goedgunstige Maagd en Moeder God? Maria, dat gij uwe goedertierenheid cn zoete liefde, waarvan gij altijd vol zijt, aan mij, uwen armen en kranken dienaar, en nu en voor altoos gelieft te ontsluiten, en in het innigste mijner ziel die zoetheid doen afdruppelen welke gij in uw hart verborgen draagt, opdat ik, hoven allen gezegende Moeder! uwen eenigenZoon, onzen Heer Jesus Christus, cn u, o reine Maagd! met een zuiver cn onbesmet hart moge beminnen en god-

ocr page 478

vmchtig loven; en het mij alzoo wél zij op aarde, al de dagen mijns levens, dooi' in liefde en ijver des geestes uwen Zoon en u, zijne Moeder, te dienen.

O gulden roos, gansch geurig en schoon, Maagd Maria! Iaat, bid ik u, mijne aanhoudend gestorte beden, waarmede ik bij u aandring, tot ukomen ; want in wat kwelling of benaauwdheid ik mij be^ vinde, ik vertrouw op uwe groote barmhartigheid. Gij immers zijt de Moeder van barmhartigheid, en door u heeft de zondaar hoop, dat hij bij uwen Zoon vergiffenis verwerve. O groot is uwe goedertierenheid en goedheid, en uw lof en glorie overtreft die der Heiligen, en gij gaat, zalige Maagd en vereerenswaardige meesteresse! in zoetheid en zachtmoedigheid de engelen te boven. Ware dit zoo niet, hoe kon dan op uw naam den ongelukkigen en schuldigen zooveel zoete troost en zulk eene blijde hoop op vergeving ingestort worden? En hoe ook zou uwe goedheid uit te

ocr page 479

putten zijn, daar immers de bron van oneindige goedheid. Jesus Christus zulf', nesten maanden in m lieett gerust? Gij zijt het sieraad van den hemel der hemelen; gij de vreugde en het gejubel aller Heiligen; gij de gulden rustplaats van den Heilige der heiligen; gij de blijdschap en verwachting der aloude vaderen. Door uwe tusschenkomst bij uwen Zoon, wordt, o gezegende Moedermaagd, gij, op aleenige wijze boven allen uitverkoren! aan allen die de goddelijke barmhartigheid inroepen, de vergiffenis der zonden gegeven en beloofd, en het erfdeel onder do kinderen Gods en de zaligheid die zonder einde in het rijk der hemelen zal voortduren.

O helderste sterre, aan den hemel schitterend, koningin des hemels, o meesteresse der wereld! geene maagd, hoe ook met hcmelschc deugd versierd, kan met uwe maagdelijke schoonheid vergeleken worden. Want gij zijt, na uwen eenigen Zoon Jesus Christus, de eerste en allcredelsie

ocr page 480

448

onder alle Heiligen; u heeft God de Vader vóór de eeuwen voorbestemd en in de volheid des tijds geschapen, om de ongeschonden Moeder van zijnen Eéngeboren Zoon te wezen, wien gij met onuitsprekelijke vreugde en door een verbazingwekkend en eeuwig wonder tot heil aller geloovigen hebt gebaard. U dan, o allerzaligste, allerschoonste koningin aller maagden, toen de middelaresse van heel de wereld geworden, u, Maria altoos Maagd! u love en verheerlijke met het blijdste gejubel des harten en de zuiverste genegenheid, u ver-eere ten hoogste, u beminne allerinnigst heel het menschelijk geslacht ! - en alle schepsel des hemels en der aarde, hetwelk God tot lof en glorie van zijnen allerhoogsten naam heeft voort-gebragt, heffe voor u zoetklinkende lofgezangen van dankzegging aan! Amen.

ocr page 481

449 II.

GEBED T O T DE ZALIGE MAAG D M A UIA, OM HAREN BIJSTAND IN II ET UUR DES DOODS.

0 allerbeminnelijkste Moeder Gods en altoos Maagd Maria, die van verwonderlijke zoetheid overvloeit, welke geen menschelijke geest bevatten noch vermelden kan. Zie, hier ben ik, uw dienaar, mei de innigste genegenheid mijns harlcn, mij ootmoedig nederbuigend voor uwen glorierijken zetel, boven alle koren der engelen in 't hemel-

7 C

sche rijk verheven. En gij hebt .dien daarom verdiend, allerwaardigste Moeder Gods, omdat gij-onder al de dochteren van Jerusalem de nederigste bevonden zijt; en gij hebt, o wondersehoone Maagd! aan zijne oogen behaagd, en in heel de aarde was er niemand aan u gelijk. Zie andermaal buig ik mij voor de voetbank uwer voeten, en wensch u met godvruchtige lippen en een zuiver

29

ocr page 482

450

liarl dienstvaardig te groeten en te loven. Doch ik weet, uitverkoren Moeder, dat ik niet waardig ben, mijne onreine blikken, die ik zoo dikwerf' door de begeerlijkheid des vleesches, door de begeerlijkheid der oogen en do hoovaardij des levens bezoedelde, op te heffen tot uw allerhelderst gelaat, stralend van goddelijk licht en door heel de hemelsche heirschare bewonderd. Daarom schaam ik mij over mijne onreinheid, en denk met droefenis aan mijne onwaardigheid. Doch dan weder koester ik om uwe groote barmhartigheid de goede en vasle hoop, dat ik genade en voile verzoening zal verwerven, als gij u mij goedgunstig toont en voor mij tusschenspreekt. Wat anders kan ik van eene allerbarmhartigste Moeder en allerzoetste

Mauiid denken en verwachten dan bavmhartiiiheid

ö ö

en zoetheid !ot mijnen en aller zondaren troost? Om die goedertierenheid en zachtmoedigheid neem ik mijne toevlugt tot uwe bescherming, waar de kranken kraclil en de gevangenen verlossing

ocr page 483

451

vindon. Erbarm udan, goede Moeder, over mij, dat ik nu door eene gelukkige ondervinding voele, hoe gij aller troosteresse, en de trouwste opbeuring zijt van alien die u dienen en op u liopen.

Andermaal bid ik u, glorievolle Moeder Gods Maria, dat gij niet moede wordt, van dit uur af aan tot mijn laatste uur toe met welwillend en minnelijk gelaat en een hart vol zoetheid op mij neder te ziei: ; maar neem mij onder uwe hoede, en breid uwe heilige armen werwaarts ik ook henen ga, moederlijk over mij uit. Doch als mijn jongste dag zal gekomen zijn, dien ik niet weet, en het zeer te duchten uur des doods, dat ik niet kan ontgaan, o mijne goedertierenste meesteresse, mijn bijzonder vertrouwen in alle benaauwdheid, doch vooral in het uur des doods! gedenk dan mijner en sta mij aan 't einde mijns levens bij, door dan mijne bevende ziel te komen troosten. Bescherm haar tegen die onreine en afschuwelyke geesten, dat ze mij niet durven genaken, en ge-

ocr page 484

452

lief' haar mol uwe gunstrijke tegenwoordigheid en ecne schare van engelen en Heiligen te bezoeken. Tracht ook, aleer ik uit dit leven henenga, het goddelijk aangezigt van uwen Zoon, dien ik zoo dikwerf en zoo zwaar door mijne zonden beleedigd heb, met uwe allerreinste gebeden te verzoenen. Neem daarna mijne hulpelooze ziel, aan deze ballingschap ontworstelend, goedgunstig aan, en leid haar door de poorten des hemels het bekoorlijke paradijs in. Plaats mij digt bij u, en spreek voor mij tot uwen Zoon, den Koning aller eeuwen, een goed en zoet woord, gij die uit Gabriels mond dat gezegende Wees gegroet! hebt vernomen, door welks kracht gij mij in leven en sterven zult gelieven te bewaren, cn geef mij, bid ik u, die troostrijke groete dikwer f met godsvrucht des harten te bedenken cn te herhalen tot lof en glorie van uwen zoetvloeijenden en ge-zegenden naam. Neem dan de smeeking van uwen dienaar, zooals ik die voor u uitstort, aan, en

ocr page 485

.453

zie op mij neder, barmhartige Moeder van Jesus, boven allen beminde Maagd Maria! on wees mij altoos gedachtig. Mogt ik soms u vergeten, dat zal voorwaar tot mijn groot verdriet wezen, maar wil gij daarom mij niet vergeten, die voor allen de Barmhartigheid hebt gebaard. Vaarwel nu. Maagd Maria! zie ik groet u met gebogen knieën , voor u buig ik met godvruchtige toewenkingen, u dank ik met gevouwen handen. En opdat gij mijn gebed gaarne aanhoort en bekrachtigt, zal ik uw aangezigt nog met eene eerbiedige groete eeren; Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u, gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws ligchaams, Jesus Christus. Amen.

III.

SMEEKGEBED TOT DE ZALIGE MAAGD MARIA.

OM BIJ ZON DER EK TROOST.

Neem, barmhartige Moeder Gods Maria, uwen dienaar aan, uit wat kwelling hij tot u vlugte.

ocr page 486

Neem mij, goedertierenste Maagd, aan als iemand die niet éénen trooster heeft. Beschouw, o mijne meesteresse, mijne bedruktheid, en open mijden sciioot uwer moederlijke goedertierenheid. Zie, ik klop, ik roep, ik bid en vereer u. Ik ga niet heen en laat u niet los, maar houd aan loklat gij u over mij ontfermt. Ik ken uwe onvergelijkelijke zoetheid; ik ondervond de moederlijke genegenheid van uw hart, dat van deovervloeijendegoddelijke liefde zoo wegsmolt, dat aan uwe vertroosting te

o ' 0

wanhopen een al te afzigtclijk bedrijf zou wezen. Daarom ook begeef ik mij zoo veelvuldig en zoo vol verlangen tot u, opdat ik, 'tzij het goed of kwaad met mij gesteld is, door uwe gunstrijke hulp gesterkt en door den zoetslen troost van uwen mond verkwikt moge worden. Als gij toch woorden van vertroosting spreekt, wat droefheid kan er dan nog in het harte wezen ? Of hoe zal hém de vijand schaden, wien altoos de toegang tot u openstaat? Neig dan nu, goedertierenste Moeder,

ocr page 487

455

uwe ooren tot mijne beden en geef mij van den in ii verborgen overvloed een weinigje zoeten troost. Want het is mij in dit oogenblik zeer noodig, en ten allen tijde welkom, en, hoe gering ook, nooit verstootelijk. Zoo krachtdadig toch en hoogedel is ook etui enkel druppeltje verkwikking, van u mij toekomend, dat hierbij vergeleken alle genoegelijkheid in dit leven verachtelijk en zooveel als niets is. Daarom dan, geliefdste Moeder, rijk en mild in gaven, in woorden ook van genade verwonderlijk zoet, in wier maagdelijken schoot de hoogste Wijsheid heeft gewoond, gij die door den Heiligen Geest zijt gewijd, door een engel bewaakt, door een aartsengel geleerd, door de kracht des Allerhoogsten overlommerd, verkwik gij mij door uwe heilrijke vermaningen. Spreek slechts een woord, en mijne ziel zal getroost wezen. Ik vraag niet iets moeijclijks noch onmogelijks, maar dit slechts bid ik n, mijne meesteresse, spreek tot mij een woord van inner-

ocr page 488

456

lijken troost, dal vreugde en blijdschap geve aaii mijn gehoor. In mijnen nood kom ik tot u; u neem mij toch met goedgunstig gelaat aan. Hieraan zal uw dienaar weten, of hij genade vond in uwe oogen, als gij hem iets vriendelijks zult toevoegen, als gij den troost, dien hij van u verwacht, niet lang doet uitblijven.

Kom, dierbaarste Maria, met uwe zoetvloeijende zalving, om mijn hart in zijne bedruktheid te bezoeken. Want gij weet het best de zielesmarten te lenigen en ons tot den vroegeren vrede terug-te brengen. Kom, goedertierenste meesteresse, met nieuwe genade van Christus, en rigt door uwe heilige regterhand uwen nederliggenden dienaar op. Kom, uitverkoren Moeder Gods! en laat mij de gewone mildheid uwer ontt'erming blijken. Want zooals gij ziet, ben ik tot niets geworden; maar u heb ik niet vergeten en zal ik in eeuwigheid niet vergeten. Kom dan, kom, mijne hoop en mijne vreugde! beminde en zoete

ocr page 489

457

Maagd Maria. Want als gij komt en met mij spreekt, zal tegelijk alle goed mij toekomen, en het kwaad verder van mij verwijderd staan Ü iioe begeerlijk, hoe verheffend en verheugelijk zal 't mij zijn, het woord der Moeder mijns Hoeren Jesus Christus to hooren! Doch welk woordquot;? Zeker een goedertieren , wel zeer zoet en vriendelijk woord, hetwelk de gelukzalige apostel Joannes van don hem geliefden Meester, uwen Zoon, hoorde, toen Hij tot hem zeide: Zie uwe Moeder! Dat hoorde Hij van den Heer, doch ik wensch het in den quot;eest en de godsvrucht des

ö O

harten van u, mijne raeestorosse! te vernemen. Zeg dan tot mij: Zie uwe Moeder, zie dat ben ik! Op deze uwe goedige stem leve mijne ziel weder op, en verblijde zich in uw bijzijn, gelijk een zoon zich pleegt te verblijden als hij zijne moeder vindt. 0 dringe, dringe die vriendelijke stem tot mijne ziel door, en dat tegelijk uit de zoete toespraak van uwen mond eenige geestelijke troost

ocr page 490

458

van den 11. Geest mij toevloeije. Vatte mijn hart een nieuw vertrouwen op, de vreeze wijke, twijfelmoedigheid siingere mij niet meer, en geen hopeloosheid sla mij langer door velerlei bekoringen neder; maar trooste mij dat woord, hetwelk ik van ii verlangde te hooren en aan mijn hart ter aandachtige overweging wil bevelen, dat zoete woord: Zie uwe Moeder! Neem nu, mijne ziel, deze aanbeveling aan; neem de allerzoetste Maria, de Moeder Gods, met haar klein Kindje Jesus, dat schoon is boven de kinderen der menschen, neem haar tot uwe Moeder aan, en breng haar altoos uwen kinderlijken dank. Zij toch is gewoon, do gebeden der armen te verhooren, en zij zendt niet ongetroost heen die zij volhardend tot haar ziet roepen. Zij is de Maagd die haren God droeg , zij, de geheimvolle Maagd, die, uit koninklijk geslacht gesproten, Jesus Christus heeft gebaard. aller Koning en \erlosser, aan wien eer en glorie zij in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 491

459

IV.

AAN DE ZALIGE MAAGD MARIA R IJ ALLE OPKOMEND E K W E L I. I N G.

Wees gegroet, Maria! vol van genade, de Heer is met u, minnelijke Maagd. Wees gegroet, bijzondere troost der behoel'tigen. Wees gegroet, goede Moeder der weezen. 0 Maria! wanneer alle poorten des hemels gesloten zijn, en mij van alle kanten om mijne zonden toegang wordt geweigerd; wanneer mij alle raad en geestkracht begeeft en ik in niets mij zeiven kan helpen; wanneer hel tegenwoordige leven mij zoozeer verdriet en benaauwdheid des harten mij derwijze prangt, dat mij schier niets meer in deze wereld behaagt; wanneer de zon der blijdschap in een nacht verkeert van schrik en droefenis; wanneer de hemelsche troost wordt onttrokken en een zware troosteloosheid dreigt; wanneer de vlagen der bekoringen opsteken en de stormen der driften

ocr page 492

460

zich verheffen; wanneer ook onverwachte ziekte mij overvalt, of' zich eenige andere ramp opdoet: wanneer dit alles over mij komt, waar zal ik dan vlugten, en werwaarts mij wenden dan tot u , allergoedigste troosteresse der armen ? En waarheen zal ik opzien om de haven des heils te hereiken, dan tot de schitterendste Sterre der zee, welke altoos schijnt, en nooit het licht harer gunst verbergt? 0 geliefde Maria en zoete Moeder! gij ja, zijt die schitterendste Sterre der zee, welke allen die tot u opzien en tot u roepen vertroost en welhaast tot de haven der ruste geleidt. Tot si dan neem ik heden mijne toevlugt, en ootmoedig smeek ik uwe hulp, wijl gij alles wat gij wilt ligtelijk van uwen Zoon kunt verkrijgen. Als gij, o glorievolle raeesteresse, vóór mij zult wezen, wie zal dan tegen mij staan? En als gij mij goedgunstig zijt, wie kan mij dan verstoeten? Breid dan nu uwe armen over mij uit, dat ik er onder beschermd worde. Zeg tot mijne ziel: Ik ben uwe

ocr page 493

461

voorspreekster, wil niet vreezen. Gelijk eene moeder haren zoon vertroost , dus ook zal ik u vertroosten. Dat is uwe stem, o zoete Moeder! Wie geeft mijn hart, haar altijd te hooren? Hoe zoet zijn mij uwe woorden! Spreek, mijne meesteresse, tot het hart van uwen dienaar, want uw dienaar hoort. Uw dienaar ben ik en de dienaar van uwen Zoon, Meer nog zeg ik: Mijne Moedor zijt gij, en mijn Broeder is Jesus, uw Zoon. Ik zeg het met vertrouwen: want gij hebt Hem niet enkel voor u, maar voor de gansche wereld gebaard. Daarom wil ik mij gcene moeder op aarde noemen: ik wil geene andere hebben dan u alleen, Moeder van God! Daar is er geene aan u gelijk in deugden luister, in liefde en zachtmoedigheid, in goedigheid en teederheid, in trouwheid en moederlijken troost, in barmhartigheid en vele ontfermingen. Heden kies ik u en neem ik u aan. Heden geef ik mij vol vertrouwen aan u over, en ik wensch dit voor eeuwig door u bekrachtigd te zien. Dat

ocr page 494

462

is voor mij, kranke, genoeg, als ik met u trouw verbonden ben ; daarom zal ik mij in u verblijden en vertroosten en plegtigen lot' doen weêrklinken voor uwen heiligen naam.

0 hoe schoon en vriendelijk zijt gij, mijne nieesteresse, heilige Maria, vol van alle genade! Zoo iemand de sterren des hemels kan tellen, hij zal ook uwe deugden kunnen ontvouwen. Gelijk toch de hemelen boven de aarde verheven zijn, zoo is uw leven boven de levens der menschen verheven, en de luister uwer glorie schittert boven alle koren der engelen uit. Kliinme dan nu mijn armelijk gebed lot mijne rijkste nieesteresse op, en korae mijn verlangen tot u, opdat gij mijne zaak voor het aangezigt van uwen Zoon bepleit, bij wiens onderzoek niemand uit zich zelven onschuldig bevonden wordt. 0 goederlierenste nieesteresse, om uwe overgroote lietde en het bij zonder vertrouwen dal ik in u stel, heb ik u mijne belangen blootgelegd, en zal ik het in 't vervolg

ocr page 495

463

nog geruster doen. Want ik voel, dat van u aan mijne ziel eene uitnemende en groote krachl, en haar uit de gedaclitonis van uwen naam een groote troost zal toekomen. 0 zoetste naam Maria! naam van zalving en genade-gunst , altoos in de gedachte te hebben, altoos te noemen en te vereeren. ü hemelsche en waarlijk engelachtige naam! duidelijk door den evangelist

aan de areloovmen irodvruchtiquot; aanbevolen: Eu de

Ö 0 Ö Ö

naam der maagd, zegt hij, was Maria. 0 heilige en allen lof waardige Maria! gij zijt de poorte des hemels, gij de deure des levens, gij de tempel Gods, gij het heiligdom van den II. Geest. Wat ik dan ook van schoonheid of aanminnigheid in de schepselen zie; wat ik van grootheid en rijkdom aan deugden in Gods Heiligen beschouwe, ik wensch hel alles met uwe hoogedele verhevenheid te verbinden; want het is billijk, dat ik mij met alle schepselen aan de altoosdurende verheerlijking wijde van u, die ik mij nu tot bij-

ocr page 496

404

zondert; Moeder en trouwste voorspreekster heb verkozen, om na dit leven de glorie van uwen gc-zegenden Zoon Jesus Christus te verwerven. Amen.

GEBEDEN TOT EENIGE HEILIGEN.

OER EU TOT DEN H. JOANNES DEN DOOPEIi.

(Om een boetvaardis; leven en een zaligen dood.)

O heilige en roemrijke Joannes de Dooper, bijzondere vriend van Jesus Christus, trouwe heraut Gods en welbehagelijke Voorlooper dos Heeren, die Hem met den vinger liebt aangewezen , zeggende: Zie liet Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt; o gij grootste van de geborenen uit de vrouwen, toonbeeld van onschuld en boetvaardigheid, in alles lofwaardig, aan God zoo dierbaar, aan de engelen zoo wel-

ocr page 497

405

gevallig en voor de menschen zoo beminnelijk, ü brandende en lichtende fakkel van den almag-tigen God. die do aarde bestraalt, den hemel verblijdt, de zondaren bekeert, de regtvaardigen behoudt, de gevallenen oprigt, de staanden versterkt, allen gelijkelijk tot God trekt, en in het hemelschc rijk wenscht te geleiden. Wees, bid ik u, mij goedgunstig gedachtig, en verwerf mij door uwe heilige gebeden bij den gestrengen Regter vergiflems van al mijne zonden, opdat ik van alle ondeugden bevrijd, de zalving van den 11. Geest moge waardig worden, en na de velerlei gevaren dezer wereld door uwe voorspraak behouden de haven der eeuwige gelukzaligheid bereiken. Kom mij, dat smeek ik u dringend, vooral in het uur van den naderenden dood te hulp, en spreek dan in vertrouwen voor de zaligheid van uwen behoeftigen dienaar een goed en verzoenend woord bij den Koning der engelen en inzonderheid zijner

vrienden, opdat uw ^beschermend gebed den on-

30

ocr page 498

4G6

gelukkige wien de last van eigen bedrijf ten hoogste bezwaart en verschrikt, tegen de hem bespringende vijanden verdedige, en mijne ziel door uwe glorierijke verdiensten bij 't verlaten van den kerker des vleesches, van de zalige engelenkoren te ge-moet gesneld, gelukkig en veilig tot het eeuwig paleis des hemels moge overgaan. Amen.

O EU EU TOT 1)EN H. JOAN N E S DEN EVANGELIST.

(Om zijne bescherming in het uur des doods.)

0 gelukzalige apostel Joannes, gij zijt Jesus, tot den kruisdood veroordeeld en door veel wonden verscheurd, tot de plaats der kruisiging niet droevig gemoed en weenend gelaat gevolgd, in het gezelschap van de heilige Maagd Maria, zijne allerbedroefdste Moeder, en van de vrome Mag-dalena, die schier van smart bezweek. Hierin voorwaar scheen de groote magt uwer liefde en uwe hartelijke deernis met hel moederlijke medelijden

ocr page 499

4C7

uit, dat gij zoo digt en standvastig bij Jesus, cindeiijk aan het kruis opgeheven, en bij de Moedermaagd, door het zwaard der smarte gewond, up Calvarië hebt gestaan. Om die reden ook heeft Christus in zijne laatste oogenblikken zijne Moeder u bijzonder aanbevolen, opdat gij, o maagd, de Maagd zoudt behoeden, voor haar in 't vervolg alle zorg dragen, en haar kinderlijk als uwe eigen Moeder met de bereidvaardigste liefde zoudt dienen. O trouwe en kuische behoe-iler der allerzaligste Maagd en Moeder van Christus, Maria, eeredienaar van den Bruidegom dei-Kerk , schatbewaarder van den eeuwigen Koning, die in de plaats van Christus tot een tweeden zoon z'yt verheven: aan u is de arke Gods, het hemelsch Manna bevattend, toevertrouwd. Stervend sprak Jesus tot u: Zie uwe Moeder! 0 uwe Moeder, de Moeder Gods, de verheven Moeder, de Moeder in eeuwigheid gezegend, zij is u bevolen, u toevertrouwd, aan u verbonden. 0 wie geelt mij,

ocr page 500

408

zulk eene Moeder te hebben en met haar zulk eenen hoeder, aan wie ik gerust mijne arme ziel te beschermen kan geven, opdat de felle vijand mij in 't uur van liet vreeselijke sterven uiet verschrikke. 0 goede en goedertierenste Jesus! gedenk mij in mijne uitersten, en als de stem des vleesches mij ontgaat en alle zin bezwijkt, dat dan het goedgunstig gebed uwer geliefdste Moeder mij bescherme, en de trouwe hoede van den zaligen apostel Joannes mij krachtig ondersteune. 0 ja, goedertierene Moeder en barmhartige Maagd Maria! ik bid u om uwen geliefden Zoon en om zijnen Hem beminden apostel, u van 't kruis aanbevolen, kom mij op alle plaats en uur, doch dan vooral als ik in doodstrijd lig, te hulp, gij die met den zaligen Joannes en de heilige Maria Magdalena bij uwen geliefden stervenden Zoon Jesus hebt gestaan. O minnelijke apostel Joannes, welwillende hoeder en altoos trouwe vriend! bescherm mij met de wapenen

ocr page 501

4G9

der hemelsche heerschare, en drijf met het toeken van 't heilig kruis den vijand van den Christen naam verre van mij weg, en bevrijd mij in den naam van Jesus als liet vreeselijk uur des doods mij dreigt. 0 hoogst goedertierene en barmhartige Moedor en leerling, ik beveel mij aan uwe voorspraak en voortdurende bescherming godvruchtig aan, opdat gij, na't verdrijven aller vijanden, mij met u gelukkig naar Christus' rijk geleidt. Amen.

O 1. BE DEK TOT DEN U. APOSTEL THOMAS.

(Om standvastigheid in hot geloof.)

God, die na uwe verrijzenis aan den zaligen Thomas uwen apostel verschenen zijt en hem de lidteekenen uwer wonden deedt aanraken; geef ons door zijne glorierijke verdiensten en gebeden , dat wij het regte geloof standvastelijk behouden en de wondteekenen uws lijdens gedurig in den geest dragen, opdat wij, door uwe heilige voetstappen na te volgen, tot de glorie der verrijzenis mogen

ocr page 502

470

geraken. Die leeft en heerscht God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jesus Christus, verlichter der wereld en schenker van het eeuwige leven, die den zaligen Ihomas, uwen apostel en geliefden leerling, in liet laatste Avondmaal geantwoord hebt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven: geef ons, o)) de tusschenkomst der verdiensten van dien heiligen apostel, door de nederigheid uwer mensch-heid tot de majesteit uwer Godheid op te klimmen en in uw rijk deelgenooten van den hemelschen disch te worden, die leeft en heerscht God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

God, die den zaligen Thomas, uwen apostel, om den heidenen het geloof te verkondigen naar het verre Indië heengevoerd en door de glorie van vele wonderwerken verheven hebt: geef aan al uwe geloovigen, die zijne voorbede inroepen, dat zij standvastig in het geloof en ijverig in werken bevonden worden. Door Christus, onzen lieer. Amen.

ocr page 503

471

GEBED TOT DE H. MARIA MA6DALENA.

(Om liefde tot Jesus' lijden en hare voorspraak in 't uur des doods.)

0 gelukzalige Maria, onvermoeide navolgster van Christus' lijden! gij zijt den Heer, die zijn eigen kruis droeg, door de poort van Jerusalem van verre gevolgd, diep over zijnen smadelijken, gansch onschuldigen dood, en de groote sraarte zijner gezegende Moeder bedrukt en bedroefd. 0 hoe gaarne zoudt gij, hudt gij het mogen doen, dat kruis Hem hebben nagedragen! Maar toen Jesus aan het kruis hing, hebt gij met zijne Moeder en den geliefden leerling bij Hem gestaan, en met zijne begrafenis was er weder nieuwe droefheid in uw hart. 0 welk een rouw bij alle vrienden van Christus, en wat gejammer vooral hij de heilige vrouwen! Meer echter dan allen weenden zij, die Hem boven allen inniger beminden , namelijk Maria, de Moeder des Heeren, en Maria Magdalena.

ocr page 504

Wie geeft mij, zondaar, dor hout als ik ben, een bron van tranen, dat ik ten minste één uur van den dag het lijden mijns Heeren Jesus Christus met Maria Magdalena, in hare vrome liefdetranen badend, moge beweenen. 0 Maria, hoor ook ditmaal mijne beden, dat ik met u ieere weenen. O heilige en uitschitterende Maria, gij zijt do vurigste bezoekster van 'slleeren graf, die zeer vroeg vóór zonneopgang met speceryen aan de spelonk zijt gekomen. Daar hebt gij de heilige engelen, getuigen van 'sHeeren verrijzenis, gezien; doch het was u weinig de engelen te zien , zoo gij ook den Heer der engelen niet zaagt. Daarom stondt gij buiten aan het graf en weendet, wijl gij Hem weggenomen waandet. En weder buktct gij ii en zaagt er in, wijl het der minnende ziel niet genoeg is, slechts ééns te zoeken. Maar, o Maria, wil niet langer weenen: Zie, de Oorsprong des levens is opgestaan, en gij zult de verkondigster dier groote glorie wezen. Eu ook

ocr page 505

473

wij gelooven, dat hef aldus is geschied, en verheerlijken daarom ook God in u. Want Jesus, vroeg op oen eersten dag der week verrezen, verscheen eerst aan n, en gij hebt aan de anderen de glorie zijner verrijzenis verkondigd. Gij zijt alzoo de apostoiinne der apostelen en onder de drie vrouwen de iiitstekendste en eerste geworden. Ootmoedig nu aan uwe voeten neergeworpen, bid ik u, Jat gij tusschenspreekt voor mij en voor allen die u beminnen en eeren, en zich met u over de gaven en voorregten verheugen, waarmede onze Tleer en Zaligmaker u op wonderbare wijze verheerlijkt, gezegend en verheven heeft, O gelukkige Maria Magdalena, o goedertieren beschermster! gedenk mijner in dit uur en in de laatste scheiding, als mijne ziel aan God moet voorgesteld worden. Amen.

ocr page 506

474

SEBED TOT DE II. AGNES.

(Om een gansch verstorven en godvruchtig leven.)

0 allerzoetsle Heer Jesus Christus, bloem aller deugden, kuische minnaar der maagden, sterke verwinnaar der duivelen, strenge uilroeijer der ondeugden, zie mijne broosheid genadig aan, en verleen mij, door de voorspraak van de allerzaligste Maagd Maria uwe Moeder, en van uwe geliefde bruid do heilige Agnes, die eerwaardige maagd en martelaresse, de hulp uwer hemelsche kracht; dat ik al het aardsche leere versmaden en het hemelsche beminnen; aan de ondeugden weerstaan en in de bekoringen niet toestemmen; dat ik aan de deugden mij onwrikbaar leere hechten, eerbejag vlugten, aardsche geneugten vermijden; de begane zonden beweenen, mij voor de gelegenheden der zonden leere hoeden, van alle verkeerde gewoonte onthouden; met de goeden verkceren en in het goede volharden, opdat ik

ocr page 507

475

door de gave uwer genade moge verdienen, ecv.f de kroon van het eeuwige leven met de heilige Agnes en alle Heiligen eeuwig in uw rijk te bezitten. Amen.

EEN AS DER SC 11 OOK GEEED TOT DE H. A G K E S.

(Om de ons noodige hulp in ïeven en sterven.)

ü heilige Agnes, parel van maagdelijke reinheid, o zachtmoedige, nederige en godgewijde maagd! o voorzigtige, onschuldige en kuische maagd! o roemruchtige maagd, die al het aardsche als onreinheid hebt veracht; die op geen goud uf rijkdommen, bezittingen ot' bloedverwantschap, of echtvereeni-ging of wat genoegens ook achtgeslagen, maar dc liefde van Christus boven al wat in de wereld is gesteld hebt; gij zijt aldus aan Christusoverdier-baar geworden en van uwe allereerste jaren af aan tot zijne bruid gewijd. Schitterend waart gij door uw edel geslacht der Romeinen, maar schit-

ocr page 508

470

ferender nog door uw hoogedel geloof en uwe maagdelijke reinheid. Dat deed eindelijk Christus' onmetelijke liefde, dat gij voor Hem het vuur en het zwaard hebt ondergaan, 't Was u zoet en gewenscht, voor Christus te sterven, wijl de engelen uwe ziel verbeidden, om haar tot de vreugden van het paradijs over te voeren. Alzoo met den martelpalm getooid, gingt gij het bruidsvertrek van den hemelschen Bruidegom in. Gelief Hem, bid ik u, voor mij te smeeken, dat Hij mij behoud naar ziel en ligchaam verleene; de aanvechtingen des duivels beteugele, de begeerten des vleesches uitdoove; de ij delheden der wereld weg-neme; voor kwaad verkeer behoede; met de goeden en heiligen mij verhulde; mij op den weg zijner geboden geleide; mij tijd van waarachtige boetvaardigheid en verbetering des levens vergunne; mij kwijtschelding en vergifi'enis van al mijne zenden schenke; de genade en vertroosting des H. Geestes gedurig in mijn bart instorte; van

ocr page 509

4.77

alle kwaad mij helpe onthouden en alle deugden aanhangen; dat Hij mij vooral genadig helpe, een zalig einde en een gelukkig uur des doods te vinden, en een blijden en veiligen weg bereide , om naar het hemelsch verblijf op te snellen; mij door zijne heilige engelen doe ontvangen en in het paradijs der eeuwige gelukzaligheid binnenvoeren, alwaar ik, de vreugden aller Heiligen deelachtig, liet blij gelaat zijner glorie zonder einde moge aanschouwen. Amen.

OPWEKKING O 51 VOOR DE O V E R L E D E N li K TE BIDDEN.

— Ik vermaan dan en mij zeiven en u , mij n geliefde! dat wij gedurig een rneêdoogend oog op de gedachtenis der overledenen rigten en wat wij weten tot hunne schuldvoldoening te strekken, met godvruchtigen spoed volbrengen, bedenkende, hoe zwaar zij gefolterd worden, en dat zij niet dan na algcheele loutering tot de rust kunnen

ocr page 510

-178

overgaan. Hunne vertroosting en bevrijding is vooral in do verdiensten van Christus, en in de voorspraak der Heiligen en in de offeranden der geloovigen. Laat ons dan ijverig zijn in 't voldoen dier heilrijke weldaden, en godvruchtig voor hen bidden in 't algemeen en in 't bijzonder. Laat ons aandachtig de getijden voor de overledenen bidden, gaarne en dikwerf de H. Mis bijwonen, en met den priester de geloften onzer lippen in het aangezigt van den waarachtigen Opperpriester opdragen, die de waardigste offerande ter uit-delging van aller zonden is. Zorg dan, dat gij in dat uur, als Christus op het altaar in de handen des priesters aan God den Vader tot heil der levenden en overledenen wordt opgeofferd, u zeiven met al de u in 't gebed aanbevoienen ter verwerving van het eeuwig heil opdraagt, en dat allen aan dit allerkostbaarste offer, hetwelk eens aan het kruis opgedragen een genoegzame prijs voor de zonden der gansche wereld is, mogen

ocr page 511

479

deelachtig worden. Houd dan eene bijzondere gedachtenis van hen die u aanbevolen zijn; herhaal hunne namen in de tegenwoordigheid van Christus' en buig daar meermalen en godvruchtig in den' geest (of werkelijk) uwe knieën waar gij daar bij de bron van 's Heeren ontfermingen staat. Zoo dikwerf gij u ook tot het ontvangen van Christus' Ligchaam voorbereidt, of Hem in uw hart ontvangen hebt, wees dan, bid ik u, de overledene geloovigen gedachtig, en roep zooveel te vuriger zijne barmhartigheid in, als gij dan te zekerder het onderpand der eeuwige verlossing in uw hart bezit. Denk dikwerf: on 's morgens, en's avonds, bij den arbeid, en gelijk velen doen, bij 't gebruik van spijzen, aan 't verscheiden uwer dierbaren: hoe hut thans met hen gesteld is, en hoe gij iets voor hen zult doen, dat hun voordeelig en u in t minst niet hinderlijk wezen kan. ---

Laat ons dan voor onze geliefden bidden, wijl wij hen na eene wijle zullen volgen, en als zij

ocr page 512

480

hel dan beter zullen hebben, zullen zij voorzeker ook ons in dienzelfden nood gedachtig wezen.

lieer, geef aan de geloovige zielen de eeuwige rust; En het eeuwiste licht verlichte haar! Dat zij rusten in vrede.

Amen.

ocr page 513

I.

GEDENKLIED VAK 'S II EE EEN LIJDEN. *

Heel des Heeien aardsche leven Was een kruis en marteling;

't Voegt zijn knecht, Hem na te streven Op den kruisweg dien Hij ging,

'k Zal dan al mijn levensdagen Denken aan 'tgeen Jesus deed .

Denken aan de wreede slagen,

Die mijn Hoer en Jesus leed.

Wat al lijden U doorgriefde -Is 't voor mij niet uitgestaan?

O hoe groot was uwe liefde,

Die U in den dood deed gaan!

L)it lied kan, als men twee slrofen zamenvoegt, gezongeu wunlen op de wijze van lied XLIX , bi. 98, der uitnemend schoone Oude en Nieuwere Kerslliederen enz., van Gebr. Alberdingk Thijm. — Am sterdam, bij C. L. van Langenhuysen. 185^.

31

ocr page 514

482

'k Zal uw kruis gedachtig blijven Nagels, rietstaf, kroon en speer,

In mijn hart uw wonden schrijven: Liefdeteekens van mijn Heer.

'k Zal aan spons en edik denken. Laafdrank van mijn Bruidegom!

Wat zal ik Hem wederschenken ?... Vraagt uw smart geen smart weerom?

— « Zie Mij aan! en tel de wonden , «Die Ik voor mijn dienstknecht draag;

«Boet in sniarte, ja! uw zonden, quot;Schoon Ik u zóó veel niet vraag.

quot;Wil dan 's werelds vreugde derven, quot; Neem den rampspoed willig aan ;

»Wil met Mij aan 't kruishout sterven, »Oni mijn leven in te gaan.quot; -

O mijn hoop van 't eeuwig leven! 's Vaders glorieluister! Gij,

Naar Ge U meer hebt weggegeven, Des te dierb'rer zijt Ge ook mij.

ocr page 515

483

Schame 't lid zich 't aardsch verblijden, A ls men 't Hoofd in doornen klonk , 's Levens Vorst den kelk van 't lijden Voor de zijnen ledig dronk.

Lof en glorie heel ons leven Zij Maria's Zoon gebragt.

Voor zijn volk aan 't kruis geheven, 't l'aaschlam voor hun schuld geslagt.

II.

H E R r N N E RI N G VAN JESUS' ZOETHEID. *

.lesus, Gij die vol van zoetheid In uwe eindeloozc goedheid

Op deze aarde zljt gedaald;

Gij, die door uw dood het leven Aan de wereld hebt gegeven,

En haar zondeschuld betaald:

Zie in evengeuoemden liederenschat Zangwijs XXVM, bi. 52

ocr page 516

484

U wil ik gedachtig wezen,

Van U schrijven, van TJ lezen,

II steeds zoeken, Jesus zoet!

Van U spreken, van U zingen,

Van uw goedheid mij doordringen, Zooals dankb're liefde doet.

Zoet toch zijt Gij en zachtmoedig,

Kn in deugden overvloedig,

Zoon van d' allerhoogsten God!

Wie veel mint, wordt veel vergeven,.

Kn wie trouw blijft in dit leven Schenkt Gij 't eeuwig heilgenot.

Ach! die van U henen vlugten.

Wat niet hehhen zij te duchten?...

Maar wat heeft hij die U vindt!

Hem, wien 't al dient op zijn wenken,

Die. o wonder! zich kwam schenken , In een arme krib als Kind!

Kribbe, wel vereerenswaarde!

Die den losprijs bergt der aarde, Nu verscholen, dan aanschouwd;

ocr page 517

485

Dan , als eens in later leven Hij voor velen wordt gegeven,

Weet men wat ge omsloten houdt.

Dat kan zoete vreugde schenken Aan de trouwe ziel, te denken

Hoe Ge als Kindje eens hebt geschreid : Dat zich die gedachtenisse Nooit uit onze harten wissche, -quot;Wenscht Ge in uwe afwezigheid.

O hoe moet ik mij verblijden!

quot;k Was gedoemd tot eeuwig lijden *

En ten duisfren kerkernacht: -En mijn Jesus nederdalend.

Mij met god'lijk licht bestralend.

Heeft mij 't eeuwig heil gebragt.

Krank en kwijnend ging ik henen, Toen is Jesus mij verschenen En genas mijn zielewond:

Goede Vader! wat meêdoogen!

Dat Ge ons liefd'rijk uit den hoogen Jesus ten Geneesheer zondt.

ocr page 518

486

Jesus, die uw hemelluister Stralen doet in 't aardsche duister,

Spiegel Gij van alle deugd! Wél nog mogt ik treurig wezen,

Hadt niet Gij mijn ziel genezen, En mijn smart verkeerd in vreugd.

In mijn God en 't godlijk lijden Wil ik altoos mij verblijden ,

Hij is 't ja! wien 'k eeuwig dien; Jesus! TJ zij lof geschonken.

Wil mij zóó in liefde ontvonken , Dat ik eeuwig U mag zien.

ocr page 519

487

III.

K.I. AAOZA.SO TOT DE ENGELEN ES HEILIGEN IK DEN IIE51EL. '

Hoort 'shemels Burgers! hoort mij aan Wilt, Eng'len Gods! mijn stem verstaan;

Hebt met een balling medelij''

Staat in dit tranendal hem bij.

Gij reeds in eeuw'ge vreugd vergaard,

Ik nog in ballingschap op aard':

Bedenkt bij 't lijden wat ik draag, Of 't wonder is dat ik hier klaag.

Zoolang te leven nog misschien,

En Christus' aangezigt niet zien ■.

O dat is voor de ziel te hard Die wegkwijnt in haar liefdesmart.

Te middag zoekt de Bruid vol angst Haar Bruidegom van zielsverlangst.

Zin in vermelden bundel Zangwijze 111, bl. 6, V[I, bl. 14,

ocr page 520

488 ''

En zij, moog Hij omsluijcrd staan.

Bidt in 't Geloofsgeheim Hem aan.

Geloof en Hoop en Liefde zaam, Zij roepen Jesus' zoeten naam:

Waai- woont Gij, Meester? waar-, waarheen Wat doet Ge, als wilt Ge verder treên ?...

— «O ziel! om mijne afwezigheid «Hier neen! zoo bitter niet geschreid! »'t Is, dat te moer uw liefde ontbrand' quot; Naar Mij in 't eeuwig vaderland.

quot; Hier tvoost' den balling in zijn rouw » Mijn drupp'lende genadedauw,

» Alsmeê der broed'ren hulpbetoon ' En 't voor de smart bereide loon.

quot;Ik keer tot mijnen Vader weêr, quot; En zend met Hem den Trooster neer, quot; Dat ge ook u in den Zoon verblijdt , «Zoolang gij in de wereld zijt.»

ocr page 521
ocr page 522

490

Blad

2. Wie niet vurig naar den Messias verlangt, draagt Hem weinig of geen liefde toe; Jesus geeft die liefde en dat verlangen aan hen, die zijne geheimenissen overwegen..........

3. Die overweging is in dezen heiligen tijd bijzonder noodig.............

4. Hoe noodig ook het gebed is om de kennis der geestelijke dingen. — Pligt van dankbaarheid jegens Christus.............

5. Verschillende omstandigheden, welke in dezen tijd tot eene goede overweging zoo bevorderlijk zijn.

6. Opwekking tot hooger godsvrucht.....

Gebed van vurig zielsverlangen

naar Christus (O goede, enz.).....

II.

Hoe men den hemelschen Koning te gemoet gaan en ontvangen moet.

1. Zegt aan de dochter van Si on: Zie uw Koning komt zachtmoedig tot u. Gelijk de Heer tot de Vaderen sprak, aldus ook nog

ocr page 523

491

Bladz.

tot elke ziel, om verlangen naar Hem op te wekken ..................11

2. Woorden van Christus, om het verlangen der ■wachtende ziel te stillen..........12

3. Eigenschappen van den komenden Koning. . 11 4 Wie Christus ziet, en wat het is Hem te

zien.................IS

5. Oproeping van alle schepselen van hemel en aarde, om over de komst des Konings te jubelen; — waarom de vrome ziel dit nog bijzonder moet doen. 17

6. Verdere beschrijving van den Koning. . . 20

7. Om wat redenen Hij komt.......21

8. Waarom Hij zelf komt........2.'?

9. Opwekking der vrome ziel, om zich tot de ontvangst diens Konings voor te bereiden. .

III.

In don nacht van Christus' geboorte; over het zoeken van het Kindje Jesus.

1. Oproeping der geloovigen op aarde, der Kn-gelen en Heiligen des hemels, om in dezen heiligen nacht te waken en te jubelen........2C

ocr page 524

m

Bladz.

2. Redenen van blijdschap........28

3. Lofprijzing van dien heiligen nacht en van Christus' geboorte............29

4. 3jofgebed aan de £ï. drievuldigheid (Geloofd zij.)..........31

IV.

Over het godvruchtig bezoeken van het pasgeboren Kind Jesus.

1. Hebt gij niet gezien dien mijne ziel bemint? Vraag der ziel aan de H. Engelen en aan de herders. — Zamenspraak met de herders. 33

2. Verzoek aan Josef en Maria om binnengelaten

te worden. ..............34

3. Opwekking, om het goddelijk Kind met vertrouwen te naderen...........35

4. Gebed tot het Kind Jesus. (Mijn Verlosser.).............36

5. Ziofprijzing van bet goddelijk Kind

en Offer van dank.........37

ocr page 525

493

Biadü.

V.

Over het verblijf bij de eerwaardige krib van Christus.

1. Uitnoodiging aan de ziel, om den stal in te gaan................3^

2. Vereering der krib, en wat aan 't Kindje Jesus te zeggen.............40

3. liet verheven gezelschap In den stal: Jesus, Maria, Josef, de Engelen.........4!

4. De beschouwing der wonderen aldaar moet

tot lielde en godsvrucht stemmen. ...... 42

5. Het Kerstfeest moet voor ons voortduren. . 44

6. 't Is welligt voor u het laatste; vier het derhalve goed..............45

7. Beschouw het goddelijke en het menschelijke beiden in Christus............4fj

S. Beminnelijkheid van het Kind, en hoe het

op te nemen..............4S

9. Uwe zonden moeten u niet afschrikken. . . 50

ocr page 526

m

Bluüz.

VT.

Over de vreugde van dezen dag en de godvruchtige dienst van Jesus.

1. Verlangec der ziel, om hier en eeuwig met Jesus te zijn......51

2. Dankbetuiging aan het Kind Jesus. 53

3. Iiofprijzing van het goddelijk Kind,

— en wat de liefde doet.........54

4. Liefdediensten kunnen we aan 't goddelijk Kindje zelf niet, maar in onze broeders aan Jesus betoonen...............55

5. De vrome ziel wil zich bij de kribbe plaatsen

en de waarheden des heils overwegen.....56

6. Aanbieding van hare liefdediensten in den stal. 59

7. Wat zij zal doen, als de herders en de Wijzen komen................61

8. Verzoek om Jesus, Maria en Josef te mogen dienen................62

9. Klagt der ziel, dat zij bij de reis naar Bethlehem , en de komst der engelen niet tegenwoordig

is geweest...............63

ocr page 527

495

Bludz.

VII.

Over het verlangen van het Kind Jesus te zien en te omhelzen.

1. Gebed van verlangen naar het Kind Jesus.............65

2. Gebed aan het goddelijk IcLind om troost...............66

3. Gedachten bij het zien der voeten van

het Kind Jesus.............67

4. Wat Jesus1 handen zullen doen en lijden. 69

5. Jesus' aangezigt en mond.......70

6. De ziel wenscht het Kind te omhelzen. . . 72

7. Verzoek om die gunst, — en antwoord van

liet goddelijk Kind............73

VIII.

Aan de zalige Maagd, dat zij ons haren Zoon Jesus toone.

1. Mijn geest juicht in God mijn Zaligmaker: hoe te regt Maria aldus kon spreken. 76

ocr page 528

496

Bludz.

2. Verzoek aan Maria, om Jesus te mogen zien, —• en haar antwoord.........7 7

3. Verzoek aan het Kind Jesus, zich aan de

ziel te toonen, gelijk weleer aan de herders en de Wijzen...............79

4. Jesus'' antwoord, hoe de ziel Hem kan zien. 81

5. Jesus verklaart aan de ziel zijne groote liefde. 82

6. Hoe Jesus alle liefde verdient, en op wat wijze men tot Hem komen kan.......84

IX.

Over hei, verliezen en het wedervinden van Jesus in den tempel.

1. Waarom het verliezen van Jesus is toege

laten................87

2. Zachte verwijten aan Jesus en zijne ouders. 89

3. Jesus in den tempel een toonbeeld voor jongeren en ouderen............90

4. Hoe de ziel Jesus verliest in beproevingen

en troosteloosheid............93

5. Waarom de ziel Jesus verloor......96

ocr page 529

497

Bladz.

Gebed tot Maria, om Jesas weder

te vinden. (Kom gij.). ........97

6. Antwoord en raad van Maria......98

7. Op wat . wijze men Jesus zoeken en behouden moet................99

X.

Over vier wijzen van, naar de genegenheid der godsvrucht, Jesus te zien.

!. Zalig zijn de oogen die zien wat gij ziet. Het zien van Jesus van aangezigt tot aangezigt en door 't geloof.........101

2. Vier wijzen van Jesus te zien; —• de ziel kiest die wijze welke God wil. — Eerste wijze:

Jesus als Kind in de krib.........102

3 en 4. Tweede wijze: Jesus in den tempel onder de leeraars. ............IOC

5. Derde wijze: Jesus in zijn openbaar leven. . 10S

6. Vierde wijze: Jesus aan het kruis. . . .110

7. Nog andere wijzen van Jesus te zien. . .111

32

ocr page 530

498

Uladz,

XI.

Over de instelling dor vaste naar 't. voorbeeld van Christus.

1. Zie, nn is het de aangename tijd,

nu is het de dag dos heils. . . . . .112

2. Boetvaardig vasten naar het voorbeeld der Heiligen en der Kerk..........113

3. Aanleiding en beweegredenen daartoe. . .115

4. Overdenking der voorbeelden van Moses, Elias, Daniël, den H. Joannes den Dooper en van Jesus zeiven..............117

5. Voeg u bij Jesus; zijn gezelschap is ook in

de woestijn zoet. ...........119

6. Vraag en antwoord over het eenzame vasten

des Heeren..............120

7. Vermaning van Christus om het vastegebod

te volbrengen.............121

ocr page 531

•499

Itladz.

XII.

Over de ijveriger verbetering, thans na te streven.

!. De dagen der boete zij n nu voor ons gekomen, om onze zonden vrij te koopen en onze zielen te redden. —Hoe geschiedt dit?............124

2. Geduld is daarbij noodig; — voorbeelden dei-Heiligen en van Christus.........126

3. Gebed tot Jesus, om de vaste goed te boudeo. (O goede Jesus.) . . 128

xiii;

Over de woorden van Jcsns cn do reinheid van hart.

1. De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven. — Znlig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien................12ii

2. God zien is een groot loon; daarom moet men de reinheid van harte boven alles beminnen. 130

ocr page 532

500

Bladz.

3. Hulpmiddelen voor de reinheid van hart. . 132

4. Schoonheid dier reinheid. — David, . . .134

5. Gebed tot Jesus om de zuiverheid van hart. {O allerschoonste Jesus.). . 135

XIV.

Over de liefde tot Jesus en de verloochening van zich zelven.

1. Die zijn leven lief heeft zal het verliezen............■ .136

2. Zelfverloochening voert tot God.....13S

3. De troost der liefde tot Jesus.....139

XV.

Over het nastreven van Christus' armoede en het afleggen van de zorg voor het tijdelijke.

1. De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des menschen heeft niet -svaar Hij zijn hoofd op nederlegge............140

ocr page 533

501

Jtiladz.

2. Petrus wil op Taboi- drie tenten bouwen. . 142

3. Arbeid meer voor de ziei dan voor het ligchaam. 143

4. Christus geeft aan zijne navolgers het brood

der engelen..............'4S

XVI.

Over Jesus' vermoeidheid en zijne heilrijke leering.

1. Van vermoeijenis zette zicli Jesus bij de bron neder. — Hij ging altoos te voet......146

2. quot;Waar en hoe zich te ontspannen. — lisau en Jakob................147

3. Zich met oordeel vermoeijen en ontspannen. 148

4. Buiten den arbeid verkwikke men zich met gebed en overweging...........149

5. 's Heeren spijze was zijns Vaders wil te doen. —

lilias in de woestijn gesterkt........151

XVII.

Over het schrift van Jesus cu zijue barmhartigheid jegens de zondares.

I. Jesus bukte zich en schreef met den vinger op den grond; — welke eene barmhartigheid daarin uitschijnt......153

ocr page 534

502

Bladz.

2. Het troostelijke vonnis over de zondares. . 154

3. Die groote goedertierenheid wekke ons tot boetvaardigheid, . ...........!56

4 en 5. Heilige boeken schrijven en lezen is een goed werk..............—

XVIII.

Over het bewaren der ootmoedigheid cu het beschouwen vaa eigen broosheid.

1. Treed niet in 't oordeel met nwen dienaar: want voor uw a a n g e z i g t wordt geen levende geregtvaardigd. — Zoo bidt David, — en gij?.......... . .158

2. De ootmoedigheid herinnert gedurig aan de verledene zonden, de tegenwoordige gebreken en

de toekomstige gevaren..............160

3. Troost bij onze vele gebreken......161

ocr page 535

503

Btudz.

XIX.

Op Palmzondag; over Christus' intrede in Jerusalem, en over zes soorten van mensohen die Hem volgen.

1. Feest in Jerusalem, feest in de Kerk.—Wie

er in 't hemelsch Jerusalem komt......163

2. Christus bij die intrede een toonbeeld van veel deugden , als ootmoedigheid, zachtmoedigheid, medelijden, enz ............165

3. 4, 5. Op zesderlei wijs wordt de Heer bij zijnen intogt verzeld; hetwelk van geestelijke toepassing ie maken is op zes soorten van menschen

die Hem dienen............168

6. Christus' intogt zoo gansch verschillend van

de intrede van vroeger koningen.......175

7. Het volk ergert zich niet aan zijne armoede; — eu Hij doet zijne intrede aldus, om de harten te winnen................17S

ocr page 536

504

Biads.

XX.

Op de weeklagt over 't lijden des Hoeren.

1. Ziet of er eene smart is gel ij kaan mijne smart. — Onverschillig zijn voor Christus'

lijden is liefdeloos en ondankbaar.......180

'2. Lijd dan uit dankbaarheid gaarne voor Jesus, en breng dezen heiligen tijd goed door. . . .182

3. Overweeg ten dien einde het lijden; — en wat dit uitwerkt............183

4. Het bloed van Christus ontvlamt tot liefde en godsvrucht, enz............184

5. In Christus zijn al de schatten der wijsheid en wetenschap Gods verborgen. — De H. apostel Paulus................186

6. Verzoek om 't verlangen van met Christus te lijden; — wiens lijden dat van alle Heiligen te boven gaat..............187

7. En wel op drie wijzen: door de waardigheid, de hevigheid en de vrucht...... . . 189

8. Klagt over 's menschen ondankbaarheid en hardvochtigheid bij Jesus' lijden.......190

ocr page 537

505

Bludz.

9. Klagt der vrome ziel, dat ook zij aan die gebreken lijdt................191

10 en 11. Teeder gebed tot iJesus aau het kruis. (O nu, geliefdste.) . . . . 193

12. De knecht moet liet niet beter willen hebben dan zijn Heer. . ..............195

Gebed tot Jesus Christus, God en mensch. (O schoone en allerdierbaarste Je sus!)...............196

13. quot;Wie z ch aan Christus ergere - de minnende ziel niet.............197

14. Weeklagt over Jesus'* bitter lijden. — David. — Jakob. — Josef. ...........198

15. Gebed tot Jesus om liefdesmart.

(O allerhartelijkst beminde Jesus!). . . 199

10. Al 1 er t e e d e rs t gebed, waarin de ziel verlangt, of zalig; te sterven, of in de eenzaamheid te weenen. . 200

XXI.

Over het kruis van Jesus, dat Hij voor ons gedragen heeft.

1. Jesus draagt zijn kruis naar Calvarië. . . 203

ocr page 538

500

Bladz.

2. Wat de goeden en kwaden op dien togt doen; — Wat Jesns gevoelt en doet.........204

3. De ware navolger van Christus neemt zijn kruis op. — Het kruis is de banier van den Christen. 206

4. Wat Christus, op Calvaric aangekomen, te lijden heeft, en uitwerkt......... 20S

5. De kruisweg is zoet en noodzakelijk. . . . 210

xxu.

Over do verdiensten van 'sHeeren lijden en de waardigheid van 't H. Kruis.

1. Het Kruis is ons heil.........213

2. Alle Christen moet den Heer voor zijn lijden dankbaar zijn.............214

3. Wij moeten Christus' Kruis gedurig beschouwen

en geduldig lijden............215

4—16. Verschillende ïofprijzingen van het H li ruisgeheim. Op eiken vrijdag, voor de gansche vaste, en bijzonder in de Goede Week. (O waarlijk zalig Kruis!). . . . bi. 216—226

ocr page 539

507

fóludz.

XXIII.

Over oe veelvuldige vrucht uit de overdenking van 'sHeeren lijden cn over de dankbaarheid er voor.

1. Wat het lijden van Christus in en voor ons uitwerkt...............227

2. 's Menschen ondankbaarheid. ......230

3 en 4. Vermaning om die af te leggen. . .231

XXIV.

Over de nuttige oefening iu het lijden van Christus.

1. De minnende ziel behoort geheel aan Jesns. 234

2. Jesns wekt al hare liefde........235

3. Vraag aan Jesus over het Kruisgeheim. . . 237

4. Jesns' antwoord en droeve klagt.....—

5. Vermaning van Jesus, dat men zijn lijden gedenke...............240

6. Antwoord en voornemen der vrome ziel. . 242

7. Smeekgebed tot Jesus, om zijn 1 ij den met gevoel en vrucht te overwegen- (Daarom bid ik U.).....244

ocr page 540

508

Bluiiz.

XXV.

Over zeven opmerkelijke punten van overweging in het lijden van Christus.

1. Christus' lijden de grootste weldaad Gods. , 247

2. Welke punten daarbij vooral op te merken zijn. Ze zijn zeven in getal. —- ') Wie lijdt?. 248

3. Christus in zijn lijden is u een troost en levende

prediking...............250

4. De waardigheid van den persoon die lijdt. 252

5. Van wie Christus lijdt......254

6. 3) Hoeveel Christus lijdt......257

7. ♦) Voor wie Christus lijdt, en waarom IIij zulk een bitteren dood onderging................262

8. s) Hoe lang Christus leed, en waar-omzoolang.............266

9. Vermaning tot geduld, en de groote vruchten dier deugd...............270

10. ff) Op wat plaatsen Christus lijdt. , 274

11. De boosheid der menschen en Gods barmhartigheid...............277

ocr page 541

509

Biadz.

12. Christus1 offer in de plaats van de offers der Joden en Heidenen...........279

13. Aller pligt van dankbaarheid......280

14. Belangstelling in alle plaatsen waar Christus vereerd wordt.............281

15. 7) In welke leden Christus leed. . 282

16. Waarom Hij er zooveel in leed.....284

1quot;. De voeten van Christus......285

18. Welker voeten te laken en te prijzen zijn. 288

19. De handen van Christus.......290

20. Wat de lieer, met doorboorde handen voor zijne vijanden biddend, ons leert.......29!

21. Het hoofd van Christus.......295

22 en 23. Zamenvatting van het voorgaande lijden. 298 24. Wat Christus in de ziel leed......301

XXVI.

Over Christus' verrijzenis en den geestelijken troost der ziel.

1. Ik ben verrezen en ben nog met u. . 303

2. Opwekking tot lofgejuich........305

3. Beweegredenen daartoe. ....... 306

ocr page 542

510

Biadz

4. Geen kwelling of bekoring houde ons van juichen af...............308

5. Waarom Christus zich niet terstond na zijne Verrijzenis vertoonde. ..........310

XXVII.

Van de vreugde over de verrijzenis des Hoeren.

1. Dit is de dag dien de Heer gemaakt heeft: laat ons er in juichen en ons verblijden............312

2. Zoetheid en zin dezer woorden. ..... 313

3. Heel de natuur verheugt zich mede. , . . 315

4. Waarin vooral de vreugde der geloovigen bestaat.................317

5. Wij moeten voortaan bij Christus blijven en

in de nieuwheid des levens wandelen.....319

C. Den verrezen Christus overal ontmoeten en

veel naar Hem verzuchten. ........321

Gebed tot den verrezen Jesus, om versterking ia 't geloof. (Och of Gij.). 322

ocr page 543

511

XXVIII.

Bludz,

Over don geestelijken zin van het woord Paschen en over den wandel van een nieuw leven.

1. Wat Paschen ons herinnert.— Ons Paasch-

1 am Christus is geslagt........323

2. AVat de offerdood van het vaaraehtig Paaseli-lain uitwerkte en hoe wij er aan moeten beantwoorden..................

3. De zinnen heheersehen en naar 't geestelijk Paaschmaal verlangen...........325

4. Wie viert het Paschen in den geest? . . . 327

XXIX.

Over Jesus' opklimming ten hemel.

1. Ik klim op totmijnen Vader en uwen A'ader, tot mijnen God en uwen God. . . 329

2. Jesus' goedheid en goedertierenheid jegens zijne

te voren ontrouwe leerlingen........331

3. Verheerlijking der menschelijke natuur dooide Hemelvaart van Christus...........

ocr page 544

512

Bladz.

4. De ligchamelijke opklimming van Christus zij

de geestelijke verheffing der ziel tot God. . . . 335

5. Verlangen naar den ten hemel opgeklommen Verlosser...............337

XXX.

Op het Pinksterfeest. — Over de gaven van den ïï. Geest.

1. Wat er op dit feest geschied is.....33S

2. Wat de H. Geest in de apostelen uitwerkte. —

De H. Angustinus, de II. Benedictus en anderen. 340

3. Werkingen van den H. Geest in de heiligen

en uitverkorenen............343

4. Redenen waarom wij in alle omstandigheden

iot den H. Geest onze toevlugt moeten nemen. . 345

XXXI.

Over den troost des H. Geestes.

i. Ik zal den Vader vragen, en Hij zal il een anderen Trooster geven. . . . 346

ocr page 545

513-

Bladz.

2. Wie de Heer tot de verkondiging van zijn Evangelie koos; wat Hij hun belooft; onder welke

voorwaarden..............348

3. Door welke oefeningen de apostelen tot zoo-dariige genaden gekomen zijn........350

4. De gave die zij ontvingen.......352

5. Ook van ons vraagt de Heer beproeving en strijd................354

XXXII.

Over de werking des H. Geestes in de eerste Kerk te Jerusalem.

1. De menigte der geloovigen had een hart en ééne ziel..........356

2. Hoe Satan reeds dadelijk in de Kerk woelde

en God hem beschaamde.........357

3. Zonder Gods toelating vermag de vijand niets. 360

4. Goeden en kwaden, volmaakten en onvol-maakten gaan hier altoos zamen; wat daaruit te leeren..................

5. Vruchten der geduldig verdragen ellenden dezes levens; — opwekking tot broederlijke liefde. 364

33

ocr page 546

514

*Sft-

Bladz.

GEBEDEN.

Bij het morgen- eo avondgebed :

Gebed om God vuriglijk te loven......369

Oproeping aller schepselen, om Jesus te danken. (Ook na de H. Communie.). ..... 370

Dankzegging aan Jesus (Ook na de H. Communie).............' ■ 3l -

Gebed tot de H. Drievuldigheid. (Om een zaligen

levensstaat.)..............0,4

Onder de E3. Mis..........411

quot;Vóór de Biecht. — Zie bl. 396 , 397 , -440 , 443. Ka de Biecht. — Zie bl. 399, 42! , 4 64, 474. Vóór de ïl. Communie:

Verlangen naar de vereeniging met het eeuwig

Woord....................375

Vurig verlangen naar Jesus........3/S

Brandend verlangen der ziel, als zij door haren eenigen en welbeminden Bruidegom wordt bezocht. 380

STa de H. Communie. — Zie bi. 370, 372, 392, 404, 408, 487 (Klaagzang).

ocr page 547

o la

Bladz.

Bij he't H. Sakrament. — Zie bl. 408, 487; alsook de gebeden vóór en na de H. Communie.

Door den dag :

Klagt der ziel over de ellenden en gevaren van dit leven...............382

Smartelijk verlangen naar het eeuwige leven. . 388

Tot den zoeten naam Jesus. (Gebed van alge-heele berusting.)............392

Zie verder da volgende gebeden, bl. 401, 440, 443, 453, 459, enz.

Gebeden om een zaligen dood. — Zie bl. 388, 449, 464, 466, 471, 475.

ZEVEN VROME GEBEDEN.

I. Verzaking van alles voor God. (Voor kloosterlingen of die 't ■wenscben te worden.). . . 393 Opdragt aan God..........394

II. Opwekking tot ootmoedigheid en rouwmoedigheid. — (Vóór de biecht.). .... 396

lil. Gebed om een gevoelig berouw over zijne

zonden te verwerven.—(Vóór de bieeht.) 397

ocr page 548

516

Bladü.

IV. Gebed om liefde tot de deugden en haat

tegen de ondeugden. — (Jfa de biecht.). 3',)9 V. Gebed om geduld in kwelling en benaauwd-

heid des harten...........401

VI. Gebed om zijn levensweg te kennen en te volgen. — Voor kloosterlingen of die'twen-schen te worden. (Na de 11. Communie.) 404 VII. Zevenvoudige groete aan onzen Heer Jesus Christus. (Na de Communie en bij het H. Sak ram ent.)..........40S

ZESTAL VROME EN GODVRUCHTIGE GEBEDEN OVER HET LIJDEN YAN ONZEN HEER J. C.

I. Gebed tot den Vader, onder de H. Mis te lezen, over de opdragt van Christus' ligchaam, de verdiensten van zijn lijden en onze berusting...........411

II. Gebed ter herdenking en navolging van het lijden des Ileeren..........421

III. Gebed bij het kruis, om met Christus en zijne geliefde Moeder mede te lijden. . , 42G

ocr page 549

517

Bladz.

IV. Gebed tot Christus en zijn kruis en lijden, waarin ons heil is. (Voor eiken Vrijdag, en

alle dagen der vaste.).........42S

V. Gebed tot Christus en zijne wonden. (Voor

eiken dag.)............440

VI. Dankgebed voor Christus lijden. (Op eiken

dag.)..............443

VIER TBEDERE GEBEDEN TOT DE II. MAAGD MARIA.

1. Over de liefde en lof der zalige Maagd Maria. (Op de Maria-feesten en eiken Za-

turdag.).............445

11. Gebed tot de zalige Maagd Maria om haren

bijstand in het uur des doods. ..... 449 UI. Smeekgebed tot de zalige Maagd Maria om

bijzonderen troost..........453

IV. Aan de zalige Maagd Maria bij alle opkomende

kwelling.............459

Zie nog vele andere gebeden tot Jesus en Maria, naar de verschillende feestge-tijden, onder de Overwegingen.

ocr page 550

518

Biadz.

GEBEDEN TOT EENIGE HEILIGEN.

Gebed tot den H. Joannes den Dooper. (Om een boetvaardig leven en een zaligen dood.). . . . 464

Gebed tot den H. Joannes den Evangelist. (Om zijne bescherming in het uur des doods.), . . . 466 Gebed tot den heiligen apostel Thomas. (Om

standvastigheid in het geloof.)........469

Gebed tot de II. Maria Magdalena. (Om liefde tot Jesus' lijden en hare voorspraak in het uur des

doods.)................471

Gebed tot de H. Agnes. (Om een ganseh verstorven en godvruchtig leven.)........474

Een ander schoon gebed tot de H. Agnes. (Om de ons noodige hulp in leven en sterven.). . . . 475 Opwekking om voor de overledenen te bidden. 477

ocr page 551

510

Bladi.

DRIETAL GEESTELIJKE LOFZANGEN.

I. Gedenklied van 's Heeren lijden. (Tota vita

Jesu Christi.) . .........

II. Herinnering aan Jesus' zoetheid. (O Dnlcis-

sime Jesu.)............

III. Klaagzang tot de Engelen en Heiligen inden

hemel. (Cives coeli attendite.). . . • '187

Bi. -5' itau' waar voor maar ; 20tj volgt voor volg : ^44 die voor dien.

ocr page 552

GOEDKEURING.

Imprimatur.

Dat. Uarlemi, die 12 Aprilis 1858.

Fbanciscus J. Eps. flariem ens

ocr page 553
ocr page 554
ocr page 555