Barbara, snel aan ter Hulpe In den bangen stervensnood.
Gezangen No. 2.
Vak 88
f iM i:
NAAR GODS TEMPEL.
ODVRÃCHTIGE OEFENINGEN,
DOOR EEN
R.-K. Priester.
/
j
i^pde^Nis
BREDA,
BDU-A-RID â¢VA.KT WEES,
â j | gt;s'elj)ers
,-quot;s iâ f- .«
O. i . i vl.
y U O H B fsl s
BREDA , 5 Mei 1890.
t
Dit Vaüe Mecum wil te yernoet komen aan de oefeningen die in de Kathedraal van St. Barbara gehouden worden, voor de broederschappen ivelke er gevestigd zijn. Moge veler godsvrucht er steun en opwekking in vinden !
Bid, godvruchtige Christen, als gij dit hoekje gebruikt, nu en dan een Onze Vader voor
DEN VERZAMELAAR.
Ao^v(fnllt;is
Eerste Zondag der Maand.
TOEGEWIJD
aan 6e J». SSarliara,
PATRONESSE VAN DEN ZALIGEN DOOD.
(Dffiriuni parinnu h ê. IGarliara,
VIRGINE ET MARTYEE, Ad Impetrandam Felicem Mortem.
AD MATUTINÃM.
Diffusa est gratia in labiis tuis: prop-terea benedixit te Deus in asternum.
Æ. Domino, labia mea aperies.
Et os meum annuntiabit laudem
tuara.
Æ. Deus, in adjutorium meum intende. Jlf. Domine, ad adjuvandum me festina y. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.
}*'. Sicnt erat in principio et nunc et semper et in ssecula saculorum. Amen. Alleluia.
A Septuagesima usque ad Pascha, loco Alleluia, clicitur: Laus tibi. Do-mine, Rex tetenia3 glorias.
IIYMNUS.
Fatalis o agonis Patrona Barbara,
Tdtin (Dffith uan h $. Barbara,
MAAGD EN MARTELARESSE , Patrones van den Zaligen Dood.
BIJ DE METTEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen: daarom lieeft God u in eeuwigheid gezegend.
J. Heer, open myne lippen.
Jlf. En mijn mond zal uwen lof verkondigen,
Æ. O üod, zie toe tot mijne hulp. pf. Heer, haast U om mij te helpen. f. Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
]j(. Gelijk het was in het begin en nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen. Alleluia.
Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluia: Lof zij U, o Heere, Koning der eeuwige heerlijkheid.
LOFZANG.
o Patrones bij 't sterven, o Barbara, o Maagd,
Coelestibus coronis,
Gemmisque fulgida!
Me terret imminente Mors certa spiculo Sed, Virgo, te favenfce, Sum par periculo. Ant. Sponsabo te mibi in sempiter-num; et sponsabo te mihi in justitia et judicio, et in misericordia, et in miserationibus.
Æ. Ora pro nobis, sancta Virgo et Martyr Barbara.
Ut felix nobis sit mortis hora.
OREMUS.
Intercessio, qusesumus, Domine, sanc-tae virginis et martyris tuse Bar barse nos adjuvet: ut qui ejus patrocinium in angustiis et necessitatibus nostris im-ploramus, auxilium quoque in hora potissimum mortis experiamur. Per Do-minum nostrum Jesum Christum Fi-lium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia ssecula sasculorum. Amen.
/. Domine, exaudi orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat.
7
Die in de hemelzalen De gouden eerkroon draagt; De dood dreigt me in verschrikking Met opgeheven speer,
Maar in uw hoede veilig Vrees ik zijn schicht niet meer. Ant. Ik kies u voor altijd tot mijne bruid; en ik zal mv bruidegom zijn door rechtvaardigmaking en recht en met goedertierenheid en erbarmingen.
Æ. Bid voor ons, H. Maagd en Mar-telaresse Barbara.
{if. Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, dat de tusschen-komst van de H. Barbara, uwe Maagd en Martelaresse, ons helpe, opdat wij die hare voorspraak inroepen in onze benauwdheid en onzen nood, hare hulp mogen ondervinden, vooral in het uur van onzen dood. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen. /. o Heer, hoor mijn gebed. Jtf. En laat mijn geschrei tot U komen.
Æ. Benedicamus Domino. Deo gratias.
Fidelium animse per misericordi-am Dei requiescant in pace. Amen.
AD PRIMAM.
Diffusa est gratia in labiis tuis, prop-terea benedixit te Deus in seternum.
Æ. Deus, in adjutorium meum intende. Jt'. Domine. ad adjuvandum me festina Æ. Gloria Patri, etc.
Sicut erat in principio etc. Alleluia.
â
HYMNUS
Tu vincis innocenti Candore lilia,
Per prata qiia3 nitenti Stant lacte turgida.
Da candido nitore üt, Virgo, fulgeam,
Castoque fac aiuore Ut purus ardeam.
Ant. Aquse multas non potuerunt extinguere charitatem, nee flumina ob-ruent illam.
9
Æ. Loven wij den Heer.
En laten wij Hem dauk zeggen. Æ. Dat de zielen der geloovigeu door de barmhartigheid Gods rusten in vrede. Amen.
BIJ DE PRIMEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u in eeuwigheid gezegend.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp. Jlf. Heere, haast U om mij te helpen. Æ. Glorie zij den Vader, enz. pf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
Geen leliën der velden In zuivere blankheid rijk,
Zijn U in 't sneeuw der onschuld En zilveren glans gelijk.
Maak, dat ook ik moog stralen Van onschuld voor Gods oog. En met een zuiver harte Hem steeds beminnen moog. Ant. Vele wateren vermochten niet hare liefde te blusschen en de watervloeden zullen ze niet overstroomen.
10
}'â Ora pro r.obis, sancta Virgo et Martyr Barbara.
Iff. Ut felix nobis sit mortis bora.
OREMUS.
Intercessio, qusesumus, Domine, etc.
AD TERTIAM.
Diffusa est gratia in labiis tuis: prop-terea benedixit te Deus in Eeternum.
Æ. Deus, in adj utorium meum intende.
Doimue,adadjuvaudum mefestina y. Gloria Patri, etc.
Jf. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNUS,
Dum proprio cruore Aspersa pingeris,
Vincis rosas rubore,
Quae stant in bortulis.
O ccelico vireto Plantate floscule!
Hoc orbis in vepreto, Me , queeso, respice.
11
f. Bid voor ons, H. Maagd en Martelaresse Barbara.
ft. Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wg bidden U, Heer, enz.
BIJ DE TERGEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u iu eeuwigheid gezegend.
y. O God, zie toe tot mijne hulp.
Heere, haast U om mij te helpen. Æ. Glorie zij deu Vader, enz. pf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
Wanneer gij rijst in 't purper Van eigen martelbloed.
Dan wijkt de roos der hoven Voor U in glans en gloed. O heerlijk hemelbloempje,
Geplant in 's Heeren gaard, Zie gunstig op mij neder In 't doornenbosch der aard.
Ant, Hsec est quae nescivit thorum in delicto, habebit fructum iu respe-ctione animarum sanctarum.
Æ. Ora pro nobis, sancta Virgo et Martyr Barbara.
p. Ut felix nobis sit mortis hora.
OREMUS.
Intercessio, qusesumus, Domine, etc.
AD SEXTAM.
Diffusa est gratia in labiis tuis: prop-terea benedixit te Deus in seternum.
y. Deus, in adjutorium meum intende.
J?. Domine, ad adjuvandum me festina
y. Gloria Patri, etc.
p'. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNÃS.
Ut axe sunt sereno Nocturna sidera,
Ut vere sunt amoeno Jucunda flumina;
Sic, Virgo, charitatis Es luce fulgida,
13
Ant. Zij is de kuische maagd, die de zonde niet kende; zij zal hare vrucht hebben waar de belooning is der heilige zielen.
Bid voor ons, H. Maagd en Martelaresse Barbara.
Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, enz.
BIJ DE SEXTEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u in eeuwigheid gezegend.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp.
Jf. Heere, haast U om mij te helpen.
Æ. Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
Als aan den heldren hemel De volle sterrenpracht.
Als in de lieve lente De beekjes klaar en zacht. Zoo straalt, o Maagd, uw liefde In tintelenden gloed,
14
Sic, Virgo, puritatis Es rore 'impida.
Ant. O quam pulchra est casta generatie cum claritate! immortalis est enira memoria illius; quoniam et apud Deum nota est, et apud homines.
y. Ora pro nobis, sancta Virgo et Martyr Barbara.
Jf. üt felix nobis sit mortis hora.
OREMUS.
Intercessio, quaesumus, Domine, etc.
AD NONAM.
Diffusa est gratia in labiis tuis: prop-terea benedixit te Deus in aeternum.
y. Deus, in adjutorium meum intende.
Jïquot;. Domine, ad adjuvandum me festina
Æ. Gloria Patri, etc.
Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNTJS.
Te sentiunt patronam Quos morbus opprimit, Te sublevare pronam Quos cura deserit.
15
Zoo glanst van blanke kuischheid Uw engelrein gemoed.
Ant. 0 hoe schoon is een kuisch geslacht met luister van deugd; want onsterfeljik is zijn gedachtenis, wijl het in aanzien is bij God en bij de menschen.
Bid voor ons, H. Maagd en Martelaresae Barbara.
Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, enz.
BIJ DE NONEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u in eeuwigheid gezegend.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp.
. Heere, haast U om mij te helpen.
/. Glorie zij den Vader, enz.
p'. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
U roemen als Beschermster, Wie ziekte nederslaat,
En vinden u hulpvaardig,
Als 's menschen hulp ontgaat.
16
Angore cum supremo Me morbus opprimet;
Succurre, quando nemo Levamen adferet.
Ant. Liberasti me secundum multi-tudinem misericordiaa nominis tui de mauibus quEerentium animam meam, et de portis tribulationum, quae circumde-derunt me.
Ora pro nobis, sancta Virgo ei Martyr Barbara.
Ut felix nobis sit mortis bora.
OREMUS.
Intercessio, qusesumus, Domine, etc.
AD VESPERAS.
Diffusa est gratia in labiis tuis: prop-terea benedixit te Deus in seternum.
Deus, in adj utorium meum intende. {If. Domine,adadjuvandummefestina Æ. Gloria Patri, etc.
pf. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
17
AIs in mijn laatste stonde De ziekte zegepraalt,
Snel gij dan aan ter redding, Waar and're redding faalt.
Ant. Gij hebt mij verlost, naar uwe groote barmhartigheid, uit de handen van hen die mij naar het leven stonden , en uit de macht der verdrukkingen die mij omringden.
Æ. Bid voor ons, H. Maagd en Martelaresse Barbara.
Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, enz.
BIJ DE VESPERS.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u in eeuwigheid gezegend.
O God, zie toe tot mijne hulp.
Heere, haast ü om mij te helpen.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelgk het was in het begin, enz. Alleluia.
j 1 tide i, et ide-
o ei ra.
etc.
rop-i.
tide, tin a
luia.
18
HYMNUS.
Cum ferreo sopore Mors membra vinciet, Et tartarus furore Bacchante sseviet:
Dum Judicis severi Tribunal horreo,
Turn, Virgo, me tueri Ne differ, obsecro.
Ant. Media nocte clamor factus est: Ecce sponsus venit, exite obriam ei.
y. Ora pro nobis, sancta Virgo et Martyr Barbara.
Jf. Ut felix nobis sit mortis hora.
1
OEEMUS.
Intercessio, qusesumus, Domine, etc.
AD COMPLETORIUM.
Diffusa est gratia in labiis tuis; prop-terea benedixit te Deus in seternum.
Æ. Converte nos, Deus salutaris noster.
Jf. Et averte iram tuam a nobis.
19
LOFZANG.
Wanneer met ijz'ren kluister De dood mij overmant,
Wanneer de hel vol woede De laatste strikken spant, Wanneer het oog vol vreeze Den Rechter nad'ren ziet, Dan, Maagd, ik bid en smeek u, Verlaat, verlaat mij niet.
Ant. Te middernacht geschiedde er een geroep: Zie de Bruidegom komt, gaat uit, Hem te gemoet.
Æ. Bid voor ons, H. Maagd en Martelaresse Barbara.
pf. Opdat het uur des doods ons zalig zij.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, enz.
BIJ DE COMPLETEN.
Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen, daarom heeft God u in eeuwigheid gezegend.
Æ. Bekeer ons weder, o God, onze Heiland.
9quot;. Enkeer uwe gramschap van ons af.
20
DeuSjinadjutoriumnieuinintende. gt; t/ jf. Domine,adadjuvandummefestina' ^ Æ. Gloria Patri, etc. - ^
Bf. Sicut erat In principio etc. Alleluia. ^jje
HYMNUS.
Amabo te, sonabo,
Dum vita manserit,
Magisque prsedicabo,
Cum vita cesserit:
Interque lilieta
Gum me receperis,
Quuis gaudiis repleta,
O Virgo, pasceris. j ^
Ant. Jam hiems trausiit, imber abiit
et recessit: Surge, amica mea, speciosa
mea, et veni. ,
' 1 en I
OBLATIO.
Admitte nostra vota, O sancta Barbara, Profecta mente tota, Patrona maxima: Exopto te videre, Gum cesso vivere; Tunc, oro, me tnere, Goeloque suscipe. Amen.
21
O God, zie toe tot mijne hulp. Jf. Heere, haast U om my te helpen.
Glorie zij den Vader, enz. Bf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
L;
LOFZANG.
Ik zal u minnen, prijzen, Zoo lang mijn boezem slaat; En hooger nog u loven,
Als ik deez' aard verlaat.
En ge in de leliedreven, Mij opneemt aan uw zij,
Waar gij in hemelvreugde Reeds jubelt eeuwig blij. A nt. Reeds is de winter voorbij, de regentijd is heengegaan en geweken. Sta op mijne vriendin, mijne uitgelezene en kom.
OPDRACHT.
Verhoor ons vurig smeeken, o Heil'ge Barbara,
En sla in gunst en goedheid Den wensch des harten na.
'k Wil met U zijn voor eeuwig, Als ik van de aarde scheid; o Dan, ik bid ü, voer mij In 's hemels zaligheid. Amen.
LIT-A-USTIIB
VAN DE
lElilGK iAliAIA.
Patrones tegen een schielijhen dood.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God, Heilige Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm ;
U onzer.
H, Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden, x
Koningin der Maagden,
H. Barbara, o
Getrouwe dienares des Heeren, ^ Zuivere Bruid van Jezus-Christus, g Wijze en voorzichtige Maagd, Kloekmoedige Martelares,
23
Toevlucht dergeuen, die in gevaar van
sterven zijn,
Troosteres der zieken,
Machtige beschermster in het uur des doods,
Opdat wij God met een zuiver hart dienen, en door eene reiné ziel behagen,
Opdat geen lijden, geene smart, noch de dood in staat zij ons van zijne liefde te scheiden,
Opdat wij door waken en bidden
-li ^ ons op zyne komst mogen voorbereiden , o nzer. Opdat wij iederen dag zóó door- ^ ont- brengen, alsof hij de laatste van g ons leven ware,
Opdat wij van een haastigen en ontferm voorzienen dood mogen bewaard blijven.
Opdat wij, in het volkomen bezit van ons verstand, de laatste H. Sacramenten mogen ontvangen,
Opdat wij den dood der rechtvaardigen sterven,
In alle gevaren, bescherm ons, H. Barbara,
In het uur des doods, sta ons bij, H. Barbara,
od.
£
O o
O
O
e
24
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld , spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zouden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bid voor ons, H. Maagd en Martelares Barbara.
R. Opdat het uur des doods ons zalig zij.
GEBED.
Wij bidden ü, Heer! dat de voorspraak van de heilige Barbara, uwe Maagd en Martelares, ons tegen alle onheil be-scherme : opdat wij, door hare tusschen-komst, mogen waardig zijn, vóór het uur van onzen dood, het roemwaardigste Sacrament van het hoogheilig vleesch en bloed onzes Heeren Jesus-Christus, met ware boetvaardigheid en na een oprechte biecht te ontvangen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
25
Zeven beden door de voorspraak van de B. Barbara.
1. Om de verachting van de ijdel-heden der wereld.
O lieftallige Maagd, H. Barbara, die in den bloei van uw eersten leeftijd, met verachting van alle genoegens en gdelheden der wereld, u geheel aan de beoefening der deugd hebt gewijd; bid voor my , opdat ik mijne ziel verwijderd boude van alle heillooze beslommeringen der wereld en mij geheel en al bestede aan den dienst van Christus. Amen.
Onze Vader.
2. Om de gave van Jcuischheid.
O beminde bruid van Christus, H. Barbara, die uwe maagdelijke kuischheid aan Jesus Christus in eeuwige dienstbaarheid hebt opgeofferd; bid voor mij, opdat ik my beijvere denzelfden Jesus Christus, mijnen Heer, met eenkuisch lichaam en een zuiver hart te behagen. Amen. Onze Vader.
3. Om de kennis van God.
O wijze en voorzichtige Maagd, H. Barbara, die van God hebt verkregen een geheel bijzondere kennis van de Aller-
2
26
heiligste Drievuldigheid, welke gij den ongeloovigeu hebt medegedeeld; bid voor mij, opdat ik eveneens, eiken dag, in de kennis Gods mij meer en meer volmake. Amen. Ome Vader.
4. Om standcast,igheid in de deugd.
O Martelares, wijdberoemd door uwe
kloekmoedigheid, H. Barbara, die in het geloof, de hoop en de liefde onbezweken hebt volhard tot den dood; bid voor mij, en verkrijg mij de genade van standvastigheid in de betrachting van deze zoo heilzame deugden, totdat God, uit den wisselvalligen loop des levens, my over-brenge in zijn rijk. Amen. Onze Vader.
5. Om bijstand in ziekten.
O uitgelezen dienstmaagd van Christus, H. Barbara, wier doodelijke wonden Jesus Christus in den kerker heeft genezen door de aanraking zijner handen; bid voor mij, opdat dezelfde Jesus, mijn Zaligmaker, mij in mijne krankheden bezoeke en zich gewaardige alle wonden te genezen van mijn lichaam en mijne ziel. Amen. Onze Vader.
6. Om sterkte in tegenspoed.
O Heldin der Kerk, H. Barbara, die ter liefde van Jesus, alle versmading,
27
martelingen en folteringen met mannelijke standvastigheid hebt onderstaan: bid voor mij, opdat ik alle bitterheden des levens gelijkmoedig aanneme en geduldig verdrage. Amen. Ome Vader.
7. Om de H. Teerspijs hij zijn uiterste.
0 zonderlinge troost der stervenden, H. Barbara, wie God, boven andere heiligen, heeft vergund de zieltogenden bij te staan in den doodsstrijd; bid voor mg, opdat ik niet uit dit leven scheide, dan na behoorlijk van de Sacramenten der stervenden te zijn voorzien. Amen. Onze Vader.
NB. Voor de novene tot de H. Barbara, die begint op haren Feestdag, den 4quot; December, kan men nemen haar Klein Officie of haar Litanie met de zeven beden door hare voorspraak.
Pleclilige wklaring voor eeo goeden Dood,
(door den h. alphonsiis.)
Mijn God! daar mijn dood zeker is, en ik niet weet wanneer ik sterven zal, zoo wil ik mij van nu af daartoe voorbereiden.
28
Ik betuig dan, dat ik alles geloof wat de heilige Kerk mij te gelooven voorhoudt en in het bijzonder het geheim der allerh. Drievuldigheid, der nienscli-wording en den dood van den Zoon Gods, Jesus Christus, en dat Gij, o mijn God, de rechtvaardigen voor eeuwig zult looneu in den hemel, en de zondaars voor eeuwig zult straffen in de hel; ik geloof dit omdat Gij, die de eeuwige waarheid zelve zijt, dit alles geopenbaard hebt.
Ik heb duizendmaal de hel verdiend doch ik hoop, door de verdiensten van Jesus Christus, van uwe barmhartigheid te verwerven, de vergiffenis mijner zonden, de volharding tot het einde toe en de eeuwige zaligheid des hemels.
Ik betuig, dat ik U bemin boven alles, omdat Gij oneindig goed zijt in U zelveu, en omdat ik U bemin, is het mij van harte leed, dat ik U zoo dikwijls vergramd heb; ik heb vast besloten liever te sterven dan U nog ooit te beleedigen; ik bid ü mij liever het leven te benemen, dan toe te laten, dat ik mij ooit door de zonde van U scheide.
Ik dank U, mijn Jesus, voor al de smarten die Gij ter liefde van mij geleden hebt, en voor zoo vele genaden welke
29
Gij mij, die U zoo dikwijls beleedigde, geschonken hebt.
Beminnelijke Verlosser, ik verheug mij, over uw oneindig geluk; ik verheug mij als ik denk, dat Gij door zoo vele Heligen in den hemel en op aarde bemind wordt; en ik verlang vurig, dat alle menschen U kennen en beminnen mogen.
Ik betuig, o mijn Jesus, dat ik uit liefde tot U, van harte vergeef aan allen die mij beleedigd hebben, en ik bid ü hun wel te doen.
Tk betuig, dat ik verlang de heilige Sacramenten te ontvangen gedurende mijn leven en bij mijn sterven: en reeds nu vraag ik de kwijtschelding mijner zonden voor het oogenblik van mijnen dood, indien mij soms alsdan de macht daartoe ontbreken zoude.
Ik neem den dood en al de pijnen die hem zullen vergezellen, uit uwe hand aan en ik vereenig die met het lijden en den dood, welke Jesus Christus voor mij op het kruis verduurd heeft. Ik aanvaard ook, o mijn God, alle smarten en wederwaardigheden, welke uwe vaderhand mij gedurende mijn leven zal toezenden. Doe met mij eu met alles wat mij toebehoort, volgens uw god-
30
delijk welbehagen. Schenk mij uwe liefde en de heilige volharding, en ik vraag niets meer.
Mijne teedere Moeder Maria, sta mij altijd bij, maar vooral help mij in Gods genade te volharden; gij zijt mijne hoop; onder uwe bescherming wil ik leven en sterven.
H. Jozef! H. Aartsengel Michaël! mijn H. Engelbewaarder! staat mij altijd bij, maar vooral in het uur des doods.
En Gij, mijn lieve Jezus, Gij die, om mij een goeden dood te verzekeren, een zoo bitteren dood hebt willen sterven, ach, verlaat mij dan niet: van nu af wil ik U omhelzen, om eens in uwe omhelzing te kunnen sterven, 't Is waar; ik verdien de hel, maar ik verlaat mij geheel en al op uwe barmhartigheid, en ik hoop door de verdiensten van uw bloed in uwe vriendschap te sterven; ik hoop het genadevonnis te mogen hooren, als ik voor den eersten keer U als rechter zal aanschouwen. Ik stel mijne ziel in uwe handen, die uit liefde tot mij met nagelen zijt doorboord, 't Is door U dat ik vertrouw, dan niet voor eeuwig tot de hel veroordeeld te worden. Op ü, Heer, heb ik gehoopt; ik zal niet be-
31
schaamd worden in eeuwigheid. Ach sta mij altijd bij, maar vooral op het oogenblik van sterven. Geef dat ik sterve in uwe liefde, dat ik zóó sterve dat de laatste zucht mijns levens een akte van liefde zij, die mij overbrengt van de aarde naar den hemel, om ü daar voor eeuwig te beminnen.
Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd.
Jesus, Maria, Jozef, ik schenk mij aan ü, ontvangt mijne ziel, als zij vau de wereld zal scheiden.
VOOll
©EN GOEDEN
Heer Jezus, God van goedheid, Vader van barmhartigheid, ik verschijn voor U met een ootmoedig, rouwmoedig en vermorzeld hart; en beveel ü mijn laatste uur en al wat mij na hetzelve wacht;
awe i ik
mij in ij no ik
lijn bij,
lie, en, reu, i af iwe ar: mij -id, ean en; Ten eer stel tot oor ivig ü, be
32
Wanneer liet verstijven mijner voeten mij zal verwittigen, dat mijn wandel op deze wereld weldra voleindigd zal wezen;
Barmhartige Jesus, ontferm TI dan mijner!
Wanneer mijne bevende en verstijfde handen het Kruisbeeld niet meer kunnen omvatten, en hetzelve tegen mijn wil op mijn ziekbed zullen laten neêrvallen;
Barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner!
Wanneer mijne verduisterde oogen, ontsteld door de vrees voor den naderenden dood, hunne gebroken en stervende blikken tot U zullen wenden;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer mijne bevende koude lippen voor de laatste maal uwen aanbidde-lijken naam zullen uitspreken;
Barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner!
Wanneer mijn verbleekt en lood verwig aangezicht in hen, die mijn sterfbed omringen, medelijden en schrik verwekken zal, en mijne haren, in het doodzweet badende, en op mijn hoofd te berge rijzende, mijn aanstaande einde i zullen aankondigen;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
W
zich
taal
uwe
roep
mijn
gest(
Bc
W
vree
dooc
dom
neri
en c
verc
der
mij
ban
den
B
V sma voo; strij van
I
V
voo
33
Waaneer mijne oorea, op het punt zich voor altijd voor alle menschelijke taal te sluiten, zich zullen openen om uwe stem te vernemen, die het onherroepelijk vonnis zal uitspreken, waardoor mijn lot voor alle eeuwigheid zal vastgesteld worden;
Barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner !
Wanneer mijne verbeelding, door vreeselijke schrikbeelden ontsteld, in doodelijke droefgeestigheid zal zijn gedompeld; en mijn geest, door de herinnering aan mijne menigvuldige zonden, en door de vrees voor uwe gerechtigheid, verontrust, zal worstelen met den engel der duisternissen, die alsdan zal trachten mij de troostende gedachten aan uwe barmhartigheid te benemen, en mij in den afgrond der wanhoop zal storten;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer mijn afgemat, onder de smarten bezwijkend hart, door de vrees voor den dood bevangen, en door den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid van krachten uitgeput zal zijn;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer ik mijne laatste tranen, de voorteekenen mijner ontbinding, storten
34
zal, neem die dan als een zoenoffer aan; opdat ik sterve als een slachtoffer van boetvaardigheid, en in dit verschrikkelijk oogenblik,
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer mijne bloedverwanten en vrienden, om mij vergaderd, met mijnen ellendigen toestand medelijden hebben, en ü voor mij zullen aanroepen;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer ik het gebruik van mijne zinnen geheel en al zal verloren hebben; wanneer de gansche wereld voor mij verdwenen zal zijn, en ik zuchten zal in de benauwdheid van de zieltoging en den doodsstrijd;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer de laatste zuchten van mijn hart mijne ziel van mijn lichaam zullen doen scheiden, ontvang dan dezelve als verzuchtingen van een heilig ongeduld om bij ü te zijn, en Gy,
Barmhartige Jesus, ontferm. U dan mijner
Wanneer mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, voor altijd van deze wereld zal afscheid nemen, en mij n lichaam koud, verstijfd en levenloos zal achterlaten; ontvang dan de vernieling van
35
mijn leven als een teeken vau vereering uwer Opper-Majesteit; en Gij ,
Barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijver !
Ten laatste, wanneer mijne ziel voor U verschijnen en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer heerlijkheid zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aangezicht, maar ge-waardig haar in den liefderijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik in eeuwigheid uwen lof zinge;
Barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
GEBED.
0 God, die ons tot den dood ver-oordeelend, het oogenblik en uur van ons sterven voor ons verborgen houdt, geef, dat ik al de dagen mijns levens in rechtvaardigheid en heiligheid doorbrengende , moge verdienen in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Door de verdiensten van onzen Heer Jezus-Christus, die met U leeft en heerscht in eenheid van den H. Geest. Amen.
Z. H. Leo XII heeft 100 dagen aflaat verleend, eens iederen dag te verdienen door alle geloovigen, die met een rouwmoedig hart dit gebed verrichten en eenigen t\jd bidden ter intentie van Z\jne Heiligheid; en een vollen aflaat iedere maand, op een dag naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden, zoo zij die litanie iederen dag der maand zullen gebeden hebben. (11 Aug. 1824.)
36
DIES IRAE.
Dies irae, dies ilia,
Solvet saecliim in favilla,
Teste David cum Sibylla.
Quantus tremor est futurus, Quando Judex est venturus, Cuncta stricte discussurus.
Tuba mirum spargens sonum Per sepulcbra regionum,
Coget omnes ante thronum.
Mors stupebit et natura. Cum resurget creatura, Judicanti responsura.
Liber scriptus proferetur, In quo totum continetur,
Unde mundus judieetur.
Judex ergo cum sedebit, Quidquid latet, apparebit, Nil inultum remanebit.
Quid sum miser tunc dicturus? Quem patronum rogaturus, Cum vix Justus sit securus?
Rex tremendae majestatis, Qui salvandos salvas gratis, Salva me, fons pietatis.
37
DAG VAN GRAMSCHAP.
Dag van gramschap, dag des Heeren, Die heel de aarde in asch zal keeren , Naar Sibyl en David leeren.
Wat een schrik zal elk ontwaren, Als de Rechter neêr zal varen, 'tAl ten streng verhoor vergaren.
Een bazuinslag, vreemd van toone. Dreunt er door der dooden wone. Daagt hen allen voor zijn troone.
Dood en wereld zullen beven,
Als het schepsel zal herleven,
Om God rekenschap te geven.
'tBoek zal worden aangedragen. Dat van alles zal gewagen,
Waarom 't vonnis wordt geslagen.
Is de Rechter dan gezeten,
Wat er schuilt wordt klaar geweten.
Niets blijft strafloos of vergeten.
Wat zal ik, rampzaalge, spreken? Wien mg dan ten voorspraak smeeken, Als rechtvaardigen verbleeken?
Gij die, schrikb're Gloriekoning!
Zaligt uit genabetooning,
Heilbron! geef me uw zaalge woning.
38
Recordare, Jesu pie,
Quod sum causa tuae viae, Ne me perdas ilia die.
Quaerens me sedisti lassus, Redemisti crucem passus, Tantus labor non sit cassus.
Juste Judex ultionis,
Donum fac remissionis,
Ante diem rationis.
Ingemisco tamquam reus, Culpa rubet vultus meus: Supplicanti paree, Deus.
Qui Mariam absolvisti, Et latronem exaudisti,
Mihi quoque spem dedisti.
Preces meae non sunt dignae, Sed Tu bonus fac benigne, Ne perenni cremer igne.
Inter oven locum praesta. Et ab hoedis me sequestra, Statuens in parte dextra.
Confutatis maledictis,
Flammis acribus addictis, Voca me cum benedictus.
39
Goede Jesus, wil gedenken,
Dat Ge om mij U zelv' kwaarat schenken,
Wil mij dan ter hel niet wenken.
Moê zat Gij van me op te sporen, 't Kruis ook hebt Ge om mij verkoren: Zóóveel werk zij niet verloren.
Rechter der gerechte wrake!
Dat uw gunst mij schuldloos make, Eer de dag der reekning nake.
'k Zucht als een der schuldenaren, 't Schaamrood op 't gelaat gevaren, Wil toch, God! een smeekling sparen.
Die Maria hebt ontheven,
En een' moordenaar deedt leven, Mij ook hebt Gy hoop gegeven.
Ze is onwaard de beê die 'k slake. Maar, Algoede! uw liefde make. Dat ik niet in 't helvuur blake.
Wil mij bij de schapen leiden.
En my van de bokken scheiden, Aan uw rechter plaats bereiden.
Bij 't verdoemen der verloornen , 't Vuur ten prooi van 't eeuwig toornen, Roep mij met uwe uitverkoornen.
40
Oro supplex et acclinis, Cor contritum quasi cinis Gere curaru mei finis.
Lacrymosa dies ilia, Qua resurget ex favilla Judicandus homo reus!
Huic ergo paree, Deus: Pie Jesu, Domine,
Dona eis requiem. Amen.
PSALM 50.
Miserere mei Deus, secundum magnum misericordiam tuam. Et secundum multitndinem miserationum tuarum, dele iniquitatem meam.
Amplius lava me ab iniquitate mea: et a peccato meo munda me.
Quoniam iniquitatem meam ego cog-nosco: et peccatum meum contra me est semper.
Tibi soli peccavi, et malum coram te feci: ut iustificeris in sermonibus tuis, et vincas cum iudicaris.
41
'kSmeek ü, diep ter aard gebogen, 't Hart verbrijzeld voor uwe oogen, Met mijn eind' heb mededoogen.
Dag van jammeren en van klagen, Die den mensch voor 't oordeel dagen, Uit het stof zal op doen rijzen,
God! wil hem gena bewijzen!
Goede Jesus! hoor mijn beê:
Geef aan allen eeuw'gen vree. Amen.
MISERERE.
O God, wees mij genadig, naar uwe groote barmhartigheid, en, naar de menigte uwer ontfermingen, delg myne. mijne misdaad uit!
Wasch mij ter dege van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonde!
Want ik erken mijne ongerechtigheid, en mijne zonde staat mij steeds voor oogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad was in uwe oogen, opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uwe woorden, en overwint als Gij wordt geoordeeld.
42
Ecce enim in iniquitatibus conceptus sum: et in peccatis concepit me mater mea.
Ecce enim veritatem dilesisti: incerta, et occulta sapientiae tuae manifestasti mihi.
Asperges me hyssopo, et mundabor: lavabis me, et super nivem dealbabor.
Auditui meo dabis gaudium et laeti-tiam: et exultabunt ossa humiliata.
Averte faciem tuam a peccatis meis: et omnes iniquitates meas dele.
Cor mundum crea in me Deus: et spiritum rectum innova in visceribus meis.
Ne proiicias me a facie tua: et spiritum sanctum tuum ne auferas a me.
Redde mihi laetitiam salutaris tui: et spiritu principal! confirma me.
Docebo iniquos vias tuas: et impii ad te convertentur.
Libera me de sanguinibus Deus, Deus salutis meae: et exultabit lingua mea iustitiam tuam.
43
W ant zie, in ongerechtiglieden werd ik ontvangen, en in zonden ontving mg mijne moeder.
Want zie, Gij hebt de waarheid lief, het onbekende en verborgene uwer wijsheid deedt Gij mij kennen.
Bespreng mij met hysop, en ik zal gereinigd worden; wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.
Doe mij vreugde en blijdschap hooren, en mijn vermorzeld gebeente zal juichen.
Keer uw aangezicht af van mgne zonden, en wisch alle mijne ongerechtigheden uit.
Schep in mij, o God, een zuiver hart, en vorm een rechten geest in mijn binnenste.
Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen heiligen geest niet van mij weg.
Geef mij weder de vreugde uwes heils, en ondersteun mij met een gewilligen geest.
Overtreders zal ik uwe wegen leeren, en zondaars zullen zich tot U bekeeren.
Bevrijd mij van bloedschuld, o God, Gij God mijns heils, en mijne tong zal met blijdschap uwe gerechtigheid verheffen.
44
Domine, labia mea aperies: et os meura annuniabit laudem tuam.
Quoniatn si voluisses sacrificium: dedissetn utique: holocaustis non de-lectaberis.
Sacrificium Deo spiritus contribulatus: cor contritum, et humiliatum Deus non despicies.
Benigne fac Domine in bona volun-tate tua Sion: ut aedificentur muri lerusalem.
Tune acceptabis sacrificium iustitiae, oblationes, et holocausta: tune impo-nent super altare tuum vitulos.
PSALM 129.
De profundis clamavi ad te Domine:
Domine exaudi vocem meam: Fiant aures tuae intendentes, in vocem de-precationis meae.
Si iniquitates observaveris Domine: Domine quis sustinebit?
Quia apud te propitiatio est: et propter legem tuam sustinui te Domine. Susti-nuit anima mea in verbo eius;
Speravit anima mea in Domino.
45
O Heere, open mijne lippen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Want haddet Gij een offer begeerd, ik zou het voorzeker gebracht hebben; brandoffers behagen U niet.
Een offer aan God ivelgevallig, is een gebroken geest; een vermorzeld en verslagen hart, dat zult Ge niet versmaden, o God!
Doe wel, o Heere, naar uwe goedheid, aan Sion, dat Jeruzalems muren gebouwd worden.
Dan zult Gij lust hebben aan een offer van gerechtigheid, aan gaven en brandoffers; dan zal men varren op uw altaar leggen.
DE PROFUNDUS.
üit de diepten roep ik tot U, o Heer!
Heere, geef gehoor aan mijne stem! Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking!
Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat, o Heer! wie, Heere, zal bestaan?
Maar bij U is vergeving, en ter oor-zake van uwe wet, o Heere, vertrouwe ik opü. Mijne ziel vertrouwt op zijn woord.
Mijne ziel hoopt op den Heer.
46
A custodia matutina usque ad noctem: speret Israel iu Domino.
Quia apud Dominum misericordia: efc copiosa apud eum redemptio.
Et ipse redimet Israel, ex omnibus iniquitatibus eius.
Æ. Requiem aeternam dona eis, Domiue
Et lux perpetua luceat eis.
Kyrie eleison.
Ohriste eleison.
Kyrie eleison.
Pater noster, etc.
/. Et ne nos inducas in tentationem.
]?. Sed libera nos a malo.
/. A porta inferi.
J*-. Erue, Domine, animas eorum.
Æ. Requiescant in pace. Amen.
Æ. Domine, exaudi orationem meam.
Et clamor meus ad te yeniat.
Fro ficlefitus befuncfis. ©ralio.
Fidelium Deus omnium Conditor et Redemptor, animabus famulorum famu-larumque tuarum remissionem cunctorum tribue peccatorum : ut indulgentiani, quam semper optaverunt, piis supplica-tionibus consequantur. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
47
Van den dageraad af tot in den nacht toe hope Israël op den Heer!
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing!
En Hij, Hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden!
Æ. Heere, geef hun de eeuwige rust.
Jlf. En het eeuwige licht verlichte hen.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Æ. En leid ons niet in bekoring.
pf. Maar verlos ons van den kwade.
Æ. Van de poorten der hel.
Jlf. Verlos, Heer! hunne zielen.
y. Dat zij rusten in vrede. ]{. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed.
Jtf. En mijn geroep kome tot U.
Gebet» üoor alfe ()c(ooüi^e pielen.
God, Schepper en Verlosser aller ge-loovigen, verleen aan de zielen uwer dienaars en dienaressen de vergeving van al hunne zonden: opdat zij de kwyt-schelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige gebeden mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
48
ï*ro befundts frairtbus, propinquis
ct Ijenefacforibus. ©ratio.
Deus, veniae largitor et humanse sa-lutis amator, quBesumus clementiam tuam: ut nostras congregationis fratres, propinquos et benefactores, qui ex hoe sseculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente, cum omnibus san-ctis tuis, ad perpetuse beatitudinis consortium pervenire concedas. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
Pro pahc mafre. ©ratio.
Deus, qui nos patrem et matrem honorare prascepisti: miserere clementer animabus parentum et proavorura nos-trorum, eorumque peccata dimitte, nos-que eos in seternse claritatis gaudio fac videre. Qui vivis et regnas in ssecula sseculorum. Amen.
y Requiem seternam dona eis, Domine. pf. Et lux perpetua luceat eis. j. Requiescant in pace. Jf. Amen.
49
lelec) coor NaLesfaanben ce Wefboeners.
God, die vergeving schenkt en behagen chept in 's menschen heil, wij smeeken iwe barmhartigheid, dat gij onze broe-iers, bloedverwanten en weldoeners, lie van deze wereld zijn gescheiden, loor de voorspraak der H. Maria, altijd tfaagd, en van alle heiligen, moget toe-taan tot het gezelschap der eeuwige gelukzaligheid te geraken. Door Christus )nzen Heer. Amen.
ISebcc) voor Yaber en Moeder.
God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren: ontferm u genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, en vergeef hun hunne zonden en laat mg hen aanschouwen in de vreugde der eeuwigdurende heer-lijkheid. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Heer, geef hun de eeuwige rust. R. En het eeuwig licht verlichte hen. v. Dat zij rusten in vrede. ». Amen.
sa-aam tres, hoc iper san-sor-tuin
rem titer
10S-10S-
fac cula
ine. in.
3
48
Fro tlefuncHs {rafriLufi, propinquts ct benefacforibus. §rafio.
Deus, venisB largitor et humanse sa-lutis amator, qusesumus clementiam tuam: ut nostrse congregationis fratres, propinquos et benefactorea, qui ex hoc sseculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente, cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuae beatitudiuis consortium pervenire concedas. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
Fro patre el mafrc. ©ratio.
Deus, qui nos patrem et matrem honorare prsecepisti: miserere clementer animabus parentum et proavorum nos-trorum, eorumque peccata dimitte, nos-que eos in seternse claritatis gaudio fac videre. Qui vivis et regnas in saecula sseculorum. Amen.
Æ Requiem geternam dona eis,Domine. p'. Et lux perpetua luceat eis. y. Requiescant in pace. Amen.
49
voor Nabesfaanben en Wdboenere.
God, die vergeving schenkt en behagen schept in's menschen heil, wij smeeken uwe barmhartigheid, dat gij onze broeders, bloedverwanten en weldoeners, die van deze wereld zijn gescheiden, door de voorspraak der H, Maria, altijd Maagd, en van alle heiligen, moget toestaan tot het gezelschap der eeuwige gelukzaligheid te geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Gebet» voor Yaber en Moeder.
God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren: ontferm u genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, en vergeef hun hunne zonden en laat mij hen aanschouwen in de vreugde der eeuwigdurende heerlijkheid. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Heer, geef hun de eeuwige rust. k. En het eeuwig licht verlichte hen. v. Dat zij rusten in vrede. e. Amen.
tiam itres, ; hoc tnper san-asor-stum
itrem enter nos-nos-10 fac gecula
mme. nen
3
50
LITA-KTIE
TOT
leatcnifi bcr (Selooui^e 2ie(en.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U ove haar.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over haar.
God, Heilige Geest, ontferm ü over haar H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U over haar.
H. Maria, bid voor haar.
H. Moeder Gods, bid voor haar. H. Maagd der Maagden, bid voor haar, H. Michael, bid voor haar.
Alle HH. Engelen en Aartsengelen
bidt voor haar.
Alle HH. Koren der zalige geesten bidt voor haar.
51
Joannes de Dooper, bid voor haar. Joseph,
Alle H.H. Aartsvaders en Profeten, ï. Petrus,
Toannes,
Alle HH. Apostelen en Evangelisten, I. Stephanas, bid voor haar. 1. Laurentius,
Alle HH. Martelaren,
H. Gregorius,
H Ambrosius, ^
H. Augustinus, ^
H. Hieronymus, o
Alle HH. Bisschoppen en Belijders, ^ Alle HH. Leeraars, IT
Alle HH. Priesters en Levieten, ^ Alle HH. Monniken en Kluizenaars, H. Maria Magdalena,
H. Catharina,
H. Barbara,
Alle HH. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen,
Wees genadig, spaar haar. Heer.
Wees genadig, verhoor haar, Heer. Van alle kwaad, verlos haar. Heer. Van de gestrengheid uwer rechtvaardigheid , verlos haar, Heer.
Van den knagenden worm des gewetens, verlos haar, Heer.
(en.
[J ovei
, on^
r haar, ntferm
r haar igeleu eesten
50
ZLITAINTIE
TOT
Lafenis ber (Seloori^e 2ic(en.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U over haar.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü over haar.
God, Heilige Geest, ontferm U over haar, H, Drievuldigheid, één God, ontferm
ü over haar.
H. Maria, bid voor haar.
H. Moeder Goda, bid voor haar. H. Maagd der Maagden, bid voor haar. H. Michael, bid voor haar.
Alle HH. Engelen en Aartsengelen,
bidt voor haar.
Alle Hfl. Koren der zalige geesten, bidt voor haar.
51
H. Joannes de Dooper, bid voor haar. H. Joseph,
Alle HH. Aartsvaders en Profeten, H. Petrus,
H. Joannes,
Alle HH. Apostelen en Evangelisten, H. Stephanas, bid voor haar. H. Laurentius,
Alle HH. Martelaren,
H. Gregorius,
H Ambrosius, ^
H. Augustinus, ^
H. Hieronymus, o
Alle HH. Bisschoppen en Belijders, ^ Alle HH. Leeraars, IT
Alle HH. Priesters en Levieten, h Alle HH. Monniken en Kluizenaars, H. Maria Magdalena,
H. Catharina,
H. Barbara,
Alle HH. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen,
Wees genadig, spaar haar. Heer.
Wees genadig, verhoor haar. Heer. Van alle kwaad, verlos haar. Heer. Van de gestrengheid uwer rechtvaardigheid, verlos haar. Heer.
Van den knagenden worm des gewetens, verlos haar, Heer.
52
Van de langdurende droefheid, verlos
haar, Heer. â
Van de pijnigende vlammen,
Van de ondragelijke koude.
Van de schrikwekkende gebeurtenissen ,
Van het droevig weenen en jammeren. Door uwe wonderbare ontvangenis. Door uwen allerzoetsten naam,
Door uwe heilige geboorte,
Door uw doopsel en uw heilig vasten, Door uwe diepe ootmoedigheid,
Door uwe vaardige gehoorzaamheid, o' Door uwe eindelooze liefde,
Door uwen doodsangst en uwe smarten, g Door uw bloedig zweet,
Door uwe gevangenneming, ^
Door uwe geeseling, S
Door uwe kroning,
Door uwe kruisdraging.
Door uwen bitteren dood.
Door uwe allerheiligste wonden,
Door uw kruis en uw allerbitterst lijden. Door uwe roemrijke verrijzenis.
Door uwe wonderbare hemelvaart, Door de komst van den H. Geest, den Vertrooster, verlos haar. Heer. In den dag des oordeels, verlos haar, Heer,
53
Wij, zondaren, wg bidden ü, hoor ons. Die aan Maria Magdalena vergiffenis geschonken en den goeden moordenaar verhoord hebt,
Die hen die zalig worden, uit genade
zalig maakt,
Die de sleutels hebt van den dood en de hel,
Dat gg onze ouders, bloedverwanten ^ en weldoeners van de straffen des0--vagevuurs wilt bewaren, g_-
Dat gij aan alle overledene geloovigen g' de eeuwige rust wilt schenken, 13 Dat gg ü wilt ontfermen over al-degenen die op aarde geene bij-zondere voorsprekers -hebben, ° Dat gij hen allen wilt sparen en hun g vergiffenis wilt schenken, 5°
Dat gij hun verlangen wilt vervullen, Dat gjj hen in het gezelschap der
uitverkorenen wilt opnemen,
Koning van ontzachelijke heerlijkheid, Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, geef haar de rust. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, geef haar de rust. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef haar de eeuwige rust.
54
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Ome Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring.
Maar verlos ons van den kwade. Amen. v. Van de poorten der hel, r. Verlos, o Heer, hunne zielen, v. Heer, verhoor mijn gebed, k. En mijn geroep kome tol U.
LAA.T ONS BIDDEN.
God, Schepper en Verlosser aller ge-loovigen, verleen aan de zielen uwet dienaars en dienaressen de vergeving van al hunne zonden; opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige gebeden mogen verwerven. Die leeft en heersclit in de eeuwen der eeuwen. Amen.
m.
i.
gewei nng njt-,ngd mo-sclit
Mijn vleesch is waarlijk spijs en mijn toloed. ia waarlijk drank.
Joan. VI : 56.
Tweede Zondag der Maand.
TOEGEWIJD AAN
(jet J». Sacrament.
56
dDffitlmn li. iatranijnti.
AD MATUTINÃM.
Panetn Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
y. Domine, labia mea aperies.
Jif. Et os meum annuntiabit laudera tuam.
y. Deus, in adjutorium menm intende
Jt'. Domine, ad adj uvandum me festina
Æ. (jrloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.
Jt'. Sicut erat in principio et nunc et semper et in sascula saeculorum. Amen. Alleluia.
A Septuagesima usque ad Pascha, loco Alleluia, dicitur; Laus tibi, Domine, Rex seternse glorise.
HYMNUS.
Pange, lingua, gloriosi Corporis mysterium, Sanguinisque pretiosi,
Quem in mundi pretium Fr actus ventris generosi, Rex effudit gentium.
57
Hot (ÃffitiE tian l)Ft larranirnt.
BIJ DE METTEN.
Het brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht,
Heere, open mijne lippen. Jif. En mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp. pf. Heere, haast U om mg te helpen. Glorie zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest.
y. Gelijk het was in het begin en nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Alleluia.
Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluia: Lof zij U, o Heere! Koning der eeuwige heerlijkheid.
LOFZANG.
Zing, mijn tong, 't geheim des Heeren, Maak het godlijk Lichaam groot. En het Bloed, niet te waardeeren Dat de spruit van d' eedlen schoot. Hij, de Vorst der hemelsferen Voor het heil der aard vergoot.
58
Ant. 0 quam suavis est, Domine, spiritus tuus, qui at dulcedinem tuam in filios demonstrares, pane suavissimo de coelo pra-stito esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes!
Æ. Panem de coelo prsestitisti eis, Domine.
JJf. Omne delectamentum in se ha-bentem.
OREMUS.
Deus, qui nobis sub Sacramento mi-rabili passionis tuse raetnoriam reliquisti; tribue, qusesumus; ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemptionis tuae fructum in nobis jpgiter sentiamus. Qui vivis et regnas cum Deo Patre in unitate Spiritus Sancti Deus per omnia saecula sseculorum. Amen.
AD PRIMAM.
Panem Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
59
Ant. o Heere, hoe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft gij hun uit den hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt gij de nooddruftigen met goederen, terwijl gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
â f. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
pf. Dat allerlei aangenamen smaak heeft.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten , wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vracht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van God den H. Geest door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
BIJ DE PRIMEN.
Het brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht.
60
Æ. Deus,in adjutorium meum intende.
Jif. Domme,adadjuvaiiduinmefestiDa
y. Gloria Patri, etc.
jC. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNUS.
Nobis datus, nobis natus Ex intacta Virgine,
Et in mundo conversatus, Sparso verbi semine,
Sui moras incolatus Miro clausit ordine.
Ant. O quam saavis est, Domine, spiritus tuus, qui ut dulcedinem tuam in filios demonstrares, pane suavissimo de coelo prsestito esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes!
y. Panem de coelo prsestitisti eis, Domine.
Jf. Orane delectamentum in se ha-bentem.
OREMUS. Deus, qui nobis etc.
L
61
y. O God, zie toe tot mijne hulp. pf. Heere, haast U om mij te helpen, y. Glorie zij den Vader, enz. Hf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
Ons geboren, ons gegeven.
Zoon der reine Hemelbruid,
Strooit Hij, in zijn sterflijk leven 't Zaad van 't godlijk leerwoord uit. Tot in 't end een hoog verheven Werking zijn omwandling sluit.
Ant. 0 Heere! hoe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft gij hun uit den hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt gij de nooddruftigen met goederen , terwijl gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
y. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
Jlf. Dat allerlei aangenamen smaak heeft.
LAAT ONS BTDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament enz.
62
AD TERTIAM.
Panem Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
DeuSjinadjutoriummeumintende. jf, Domine, ad adjuvandum me festina y. Gloria Patri, etc.
Hf. Sicut erat in priucipio etc. Alleluia.
HYMNTJS.
In supremse nocte coenae, Recumbens cum fratribus, Observata lege plene Oibis in legalibus,
Cibum turbae duodense Se dat suis mauibus.
Ant. O quam suavis est, Domine, spiritus tuus, qui ut dulcedinem tuam in filios demonstrares, pane suavissimo de coelo praestito esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes!
Æ, Panem de ccelo prsestitisti eis, Domine.
}Æ. Omne delectamentum in se ha-bentem.
63
BIJ DE TERGEN.
Hefc brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht.
Æ. O God! zie toe tot mijne hulp. }/. Heere! haast ü om my te helpen. Æ. Glorie zij den Vader, enz. pf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOTZANG.
Aan den laatsten disch gezeten Met den vollen broedrenkring,
Biedt Hij, na het Paaschlam-eten Volgens wettige ordening.
Hun, die zijne broedren heeten,
Zelf zich zelv' ter nuttiging.
Ant. O Heere, hoe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft gij hun uit den hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt gij de nooddruftigen met goederen, terwijl gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
y. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
Jf. Dat allerlei aangenamen smaak heeft.
64
OREMUS. Deus, qui nobis etc.
AD SEXTAM.
Panem Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
Æ. Deus,in adjutorium meum intende. pf. Domine, ad adj uvandum me festina Æ. Gloria Patri, etc.
Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNUS.
Verbum caro panem rerum
Verbo Carnem efficit;
Fitque Sanguis Christi merum, Et si sensus deficit.
Ad firmandum cor sincerum Sola fides sufficit.
Ant. O quam sua vis est, Domine, spiritus tuus, qui ut dulcedinem tuam in filios demonstrares, banc suavissimo de ccelo praestito esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes!
65
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament enz.
BIJ DE SEXTEN.
Het brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des fleeren is yoor hem aangericht.
y. O God, zie toe tot mijne hulp. Ij'. Heere! haast U om mij te helpen. y. Glorie zij den Vader, enz. Jlquot;. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
't Woord in 't vleesch doet brood verboeren.
Door het woord, in 't Vleesch, en wyn In 't aanbidlijk Bloed des Heeren:
Pale ook 't zintuig bij den schijn,
Voor het harte dat wil leeren,
Zal 't geloof voldoende zijn.
Ant. O Heere, hoe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft gij hun uit den hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt gij de nooddruftigen met goederen , terwyl gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
06
/. Panem de ccelo prsestitisti eis, Domine.
ft. Omne delectamentum in se ha-bentem.
OREMUS.
Deus, qui nobis etc.
AD NONAM.
Panem Angelorem manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
Æ. Deus, in adjutorium meum intende.
Domine, ad adjuvandum me festina Æ. Gloria Patri, etc.
Jt'. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNÃS.
Panis Angelicus Fit panis hominum:
Dat panis ccbUcus Figuris terminum.
O res mirabilis!
Manducat Dominum Pauper servus et humilis. Ant, O quam suavis est, Domine, spiritus tuus, qui ut dulcedinem tuam in filios demonstrares, pane suavissimo
67
y. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
pf. Dat allerlei aangenamen smaak heelt.
LAAT ONS BIDDEN.
0 God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament enz.
BIJ DE NONEN.
Het brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht.
y. O God, zie toe tot mijne hulp. jt'. Heere, haast IJ om mij te helpen, y. Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOFZANG.
Het brood der Eng'len is
den mensch tot spijs bereid, En door dit Hemelbrood
de beeldspraak uitgeleid, o Wonder! de arme â slaaf
en louter nietigheid,
Ontvangt als spijs Gods majesteit. Ant. O Heere, boe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft Gij hun uit den
68
de ccelo prssstito esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes!
Panem de ccelo prsestitisti eis, Domine.
Omne delectamentum in se ha-bentem.
OREMUS.
Deus, qui nobis etc.
AD VESPERAS.
Panem Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
y. Deus,in adjutorium meum intende.
Domine, ad adj u vandum me festina y. Gloria Patri, etc.
Jf. Sicut erat in priucipio etc. Alleluia.
HYMNÃS.
Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui.
Et antiquum documentum Novo cedat ritui:
Praastet fides supplementum Seusuum defectui.
69
hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt Gij de nooddruftigen met goederen , terwijl Gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
Æ. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
Jl'. Dat allerlei aangenamen smaak heeft.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament enz.
BIJ DE VESPERS.
Het brood der Engelen eet de menscb, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht.
/. O God, zie toe tot mijne hulp. Jüquot;. Heere! haast U om mij te helpen. /. Glorie zij den Vader, enz. pf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
LOTZANG
Knielt dan voor het glorierijke Sacrament aanbiddend neer;
Voor deez' Godsvereering wijke De eeredienst der oude leer; En waar 't zintuig ook bezwijke, Steune 't vast geloot ons weer.
70
Ant. 0 sacrum convivium, in quo Christus sumitur, recolitur memoria pas-sionis ejus, mens impletur gratia, et futurse glori® nobis pignus datur!
Æ. Panem de coelo prsestitisti eis, Domine.
Omne delctamentum in se ha-bentem.
OEEMÃS.
Deus, qui nobis etc.
AD COMPLETORIUM.
Panem Angelorum manducavit homo, et paratur ei mensa Domini.
y. Con verte nos, Deus salutaris nos-ter.
Et averte iram tuam a nobis.
Deus,in adjutorium meum intende.
H'. Domine, ad adjuvandum mefestina
y. Gloria Patri, etc.
pT. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
HYMNUS.
Genitori, genitoque Laus et jubilatio:
71
Ant. O Heilige maaltijd, waarin Christus genuttigd, de herinnering aan zijn lijden gevierd, de ziel met genade vervuld en ons een onderpand der toekomstige heerlijkheid gegeven wordt.
Æ. Gij hebt hun, Heere! een hemelsch brood gegeven.
Dat allerlei aangenamen smaak
Leeft.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament enz.
BIJ DE COMPLETEN.
Het brood der Engelen eet de mensch, en de maaltijd des Heeren is voor hem aangericht.
Æ. Bekeer ons weder, o God, onze Heiland.
En keer uwe gramschap van ons af. Æ. O God, zie toe tot mijne hulp. pf. Heere, haast U om mij te helpen, y. Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin , enz. Alleluia.
LOPZANG.
Lof den Vader in den hoogen, Lof zijn eengeboren Zoon;
72
Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio:
Procedenti ab utroque Compar sit laudatio.
Ant. O quam suavis est, Domine, spiritus tuus, qui ut dulcedinem tuam in filios demonstrares, pane suavissimo de ccelo praestito esurientes reples bonis, fastidiosos diyites dimittens inanes!
y. Panem de ccelo praestitisti eis, Domine.
Jf. Omne delectamentem in se ha-bentem.
OREMUS.
Deus, qui nobis etc.
COMMEND ATIO.
Has horas canonicas cum devotione
Dixi in mem or jam tui, Jesu bone.
Corporis sanctissimi, pia ratione,
Fac ut illo perfruar in cceli regione. Amen.
73
Hun zij eer en alvermogen,
Hun ons zeegnend lied gehoon;
En den Geest, aan 's hemels hogen Eén met hen, alle eerbetoon. Amen.
Ant. O Heere, boe goedertieren is uw geest; om uwen kinderen uwe liefde te toonen, verschaft gij bun uit den hemel een alleraangenaamst brood; zoo overlaadt gij de nooddruftigen met goederen, terwijl gij de verzadigde rijken ledig wegzendt.
Æ. Gij hebt hun, Heere! een bemelsch brood gegeven.
B'. Dat allerlei aangenamen smaak heeft.
LAAT ONS BIDDEN.
0 God, die ons ouder dit wonderbaar Sacrament enz.
OPDRACHT.
Lieve Jesus, 'k heb aan U
deze daggetijden Van uw heilig Sacrament
dankbaar willen wijden, 't Lichaam en het Bloed ter eer
dat wij daar belyden,
Geef dat 'k iu zyn zoete vrucht
me eeuwig moog verblijden. Amen
4
,tntr ,fritr ,⦠*. fj. ,tr t vr f* t* ,tr t ,⦠i i ,⦠t
HC^nVEl^XJS
S. Thomae Aquinatis.
Adoro Te devote, lateus Deitas, Quae sub his figuris vere latitas, Tibi se cor meum totum subjicit: Quia Te contemplans totum deficit.
Visus, gustus, tactus in Te fallitar, Sed audita solo tuto creditur:
Credo quidquid dixit Dei Filius Nihil veritatis verbo verius.
aMp4OWc0ClDatXi0QBQ0flDQ0flBC0aKBQBCl9QDO0alX0QDQPflH0
XuOFZAJSTC*
van den H. Thomas van Aquinen.
o Verborgen Godheid,
U aanbidt mijn hart, ü, die in deez' schijnsels
oversluierd werdt; 'k Geef mg gansch gevangen
voor uw Majesteit, Zinkend, bij 't aanschouwen,
in mijn machtloosheid.
Oogen, smaak, gevoel, V â¦
zij falen in deez' stqlwït Maar 't geloovig hooren
biedt ons vasten grond. Ik geloof de leere, ' , V
van Godg Zoon gehoord^ 4 Niets is zoo onfeilbaar ''
als het Waarheidswoord. , kj
76
In cruce latebat sola Deltas ,
Sed hie latet simul et humanitas, Ambo tamen credens atque confitens, Peto, quod petivit latro poenitens.
Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tamen meum Te confiteor. Fac me Tibi semper magis credere, In Te spem habere, Te diligere.
o Memoriale mortis Domini!
Panis vivus, vitam praestans homini, Praesta meae menti de Te vivere Teque illi semper magis sapere.
77
Was aan 't kruis de godheid
schuilend slechts alleen, Hier, hier is uw menschheid
schuilende meteen.
Toch geloof ik beiden,
en belijd ze meê Met den goeden moorder in één zelfde beê.
Ik aanschouw, als Thomas, uwe wonden niet, Maar Gij zijt mijn God toch, dien ik hulde bied, Leer me in U gelooven,
in ü hopen, Heer, En U vurig minnen,
immer, immer meer.
o Gedachtnisteeken
van des Heeren dood! Levend, en den stervling
levendmakend Brood, Geef mgn arme ziele,
dat zg door ü leev', En meer hongrend immer
naar U henen streev'.
78
Pie Pellicane, Jesu, Domine, Me immnndum munda tuo sanguine, Cujus una stilla salvum facere Totum quit ab omni mundum scelere.
Jesu, quern velatum nunc aspicio Oro fiat istud quod tarn sitio,
üt Te revelata cernens facie,
Visu sim beatus tuae gloriae. Amen.
79
Pelikaan vol liefde,
Jesus naamloos goed, Wasch mij van mjjn smetten
in uw godlijk bloed; Eén, een enkle druppel
kan het wyd heelal Zuiveren van zonden,
eindloos in getal.
Jesus, dien mgne oogen
hier verscholen zien,
Laat mijn smachtend harte
't hooge heil geschiên, Dat ik zonder sluier
't godlgk aangezicht Zien moge, eeuwig zalig
in uw glorielicht. Amen.
BezoellpetierlfflpteSacrawil,
Gebed van Voorbereiding.
Heer Jesus Christus, die, om de liefde, welke Gij dea menschen toedraagt, dag en nacht onder de gedaante van brood op onze altaren rust, terwijl Gij daar vol goedheid ons afwacht, en met liefde allen ontvangt, die komen om U in het allerheiligste Sacrament te bezoeken â ik geloof, dat Gij daar wezenlijk tegenwoordig zijt; ik aanbid IJ uit den afgrond van mijn niet, en bedank ü voor alle de genaden, die Gij my bewezen hebt, maar voornameljjk hiervoor, dat Gij mij U zeiven in dit heilig
81
geheim geschonken, uwe allerheiligste Moeder Maria tot voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt om ü in deze kerk te bezoeken.
Ik groet dan in dit oogenblik uw liefdevol hart, en doe dit om U te bedanken voor de groote weldaad der instelling van het H. Sacrament, en om U eenige vergoeding te geven voor den hoon, dien Gij van uwe vijanden in dit heilig geheim te dulden hebt. Ik wil ook door U hier te bezoeken, lieve Jesus, ü aanbidden op alle die plaatsen van de wereld, waar Gij in uw H. Sacrament niet genoeg vereerd wordt of het meest verlaten zijt. Ik bemin U, lieve Jesus, uit geheel mijn hart. Het doet mij leed, dat ik U, oneindig goed, voorheen zoo dikwijls vergramd heb. Onder inroeping van uwen bijstand, maak ik thans een vast voornemen van U nooit wederom te beleedigen; en van dit oogenblik af, wijd ik mij, hoe ellendig ik dan ook ben, geheel en al aan U toe: ik maak U meester van mjjnen wil, van mijne neigingen, van mijne verlangens en van alles wat mij toebehoort; doe met mg wat Gij wilt; ik smeek U alleen om uwe heilige liefde,
82
om de volharding in het goede ten einde toe en om eene volmaakte gehoorzaamheid aan uwen heiligen wil. Ontferm U over de zielen in het vagevuur, en voornamelijk over de zielen van hen, die tijdens hunnen levensloop hier op aarde, de meeste godsvrucht hadden tot het allerheiligste Sacrament en tot de H, Moeder Gods Maria. Ook de ongelukkige zondaars beveel ik U aan, lieve Jesus! Ik vereenig, o mijn dierbare Verlosser, al de gevoelens van mijn hart met die van uw liefdevol hart, en zoo vereenigd, offer ik die aan uwen herael-schen Vader op, en smeek Hem in uwen naam, die uit liefde tot ü aan te nemen en mijne gebeden te verhooren.
bezoek:.
Ik ben dan hier bij de bron van alle goed, bij Jesus in het allerheiligste Sacrament des Altaars, die mij toeroept: wie dorst heeft, home tot Mij. O wat stroomen van genaden zgn den heiligen onophoudelijk toegevloeid uit deze bron van het allerheiligste Sacrament, waarin Jesus ons al de verdiensten van zijn lijden uitdeelt, gelijk de Profeet het
83
voorspelde: Gij zult water scheppen uit de fonteinen des Zaligmakers. Is. 12, 3,
Toen Avila's beroemde leerlinge in het geestelijk leven, de gravin van Feria, eene non geworden was in de orde der II. Clara, ging zij Jesus in het H. Sacrament zóó dikwijls bezoeken en maakte dan hare bezoeken zóó lang, dat zij daardoor onder hare zusters den naam kreeg van de bruid van het H. Sacrament. En toen men haar eens vroeg, wat zij toch deed in al die uren, die zij voor het Tabernakel doorbracht, gaf zij dit antwoord: Ik zou, zeide zij, wel voor eeuwig daar kunnen blijven. Of rust daar niet dat Wezen, dat eens het genot der gelukzaligen moet uitmakend Goede God! men vraagt wat men voor het H. Sacrament al doet! Men aoet daar alles: men bemint, men verheerlijkt , men vraagt. Wat doet de arme en behoeftige in tegenwoordigheid van den rijke f wat doet de zieke bij den geneesheer1? wat iemand, die van dorst versmacht bij eene heldere waterbron ? wat een uitgehongerde aan eene wel voorziene tafel?
0 allerbeminnelijkste Jesus, mijn leven, mijne hoop, mijn schat! allerzoetste
84
Jesus, eenig voorwerp van mijne liefde, o hoe veel heeft het U gekost, om in dit Sacrament onder ons te verblijven! Den dood hebt Gij moeten ondergaan, om vervolgens op onze altaren te komen wonen, gelijk Gij daar nu woont. En hoe veel versmadingeu hebt Gij moeten lijden door in dit Sacrament onder ons tegenwoordig te blijven! Maar de liefde, welke Gij ons toedraagt en het verlangen dat Gij hebt om van ons bemind te worden, overwint alles.
Kom dan, Heer Jesus, kom en maak ü meester van mijn hart; neem daar uwen intrek in en sluit dan voor altijd den ingang er van toe, opdat geen schepsel meer daar binnen sluipe en een deel roove van de liefde, die U alleen toekomt, en die ik ook aan U alleen geheel en al schenken wil. O mgn dierbare Verlosser, beheersch en bezit Gij alleen mij geheel. En ben ik soms niet volmaakt aan U gehoorzaam, o kastijd mij dan met strengheid, opdat ik in het vervolg oplettender moge wezen, om in alles uw heilig welbehagen te volbrengen. Maak dat ik niets anders verlange, geen ander genoegen zoeke, dan aan U genoegen te geven, U dik-
85
wijls te bezoeken, terwijl Gij rust op onze altaren. daar mij met U te onderhouden , en U in de H. Communie in mijn binnenste te ontvangen. Hij moge, wie wil, andere schatten zoeken; ik verlang geen anderen schat dan den schat van uwe liefde! om dien schat alleen wil ik bidden; dien alleen vraag ik hier neergeknield aan den voet van uw altaar. Maak, o goede Jesus, dat ik mij zeiven vergete, om alleen te denken aan uwe goedheid. Heilige Serafijnen ! ik misgun U niet de heerlijkheid, die gij geniet in den hemel, maar wel de liefde, waarvan gij gloeit voor uwen en mijnen God. Ach! leert gij mij, wat ik doen moet om Hem te beminnen, en hoe ik het zal aanleggen om Hem genoegen te geven.
SCHIETGEBKD.
Lieve Jesus! U alleen wil ik beminnen, aan U alleen behagen.
GEESTELIJKE COMMUNIE.
Lieve Jesus, ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars wezenlek tegenwoordig zijt. Ik bemin
86
ü bovenal, en wenschte U in mij a binnenste te ontvangen. Maar dewijl ik dit thans niet werkelyk doen kan, zoo smeek ik U om ten minste op eene geestelijke wijze in mijn hart te komen. Zie, ik omhels U, als hadde ik ü reeds werkelijk ontvangen, en ik vereenig my geheel en al met U. Laat niet toe, o lieve Jesus, dat ik mij ooit van U afscheide!
of korter.
Ik geloof, lieve Jesus, dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U, en verlang mij met ü te vereenigen. Kom dan in myn hart, ik omhels ü, o verlaat mg nooit meer.
BEGROETING VAN MARIA.
Maria is voor ons eene, ofschoon ondergeschikte, bron van genaden, waaraan zij zoo rijk is, volgens de uitdrukking van den H. Bernardus, dat er niemand gevonden wordt, die daaraan geen deel hebbe: De plenitudine ejus nccepimus omnes, van hars volheid hebben wij allen ontvangen. Door Gods gunst was Maria vol van genade, naar luid
87
van deu groet des Engels: Ave gratia plena. Wees gegroet, Maria, vol van genade! Doch niet voor zich alleen, merkt de H. Petrus Chrysologus aan, maar ook voor ons, en om hare dienaars daaraan deelachtig te maken, ontving Maria dien onuitputbaren schat van genaden.
SCHIETGEBED.
Causa nostrae laetitiae, ora pro nobis. Oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons.
Hierop zegt men het volgende gebed.
Tot u, o allerheiligste en onbevlekte Maagd Maria, Hemel-koningin, Moeder van God en ook mijne moeder, tot u, o voorspreekster en hoop der zondaars, neem ik, de allerellendigste van allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Met den diepsten eerbied kniel ik voor u neder, o groote Koningin, en bedank u voor al de genaden, die ik door u heb verkregen, en voornamelijk hiervoor, dat gij mij van de straffen der hel, zoo dikwijls door mij verdiend, bevrijd hebt. Ik bemin n, allerbeminnelijkste Maria, en om de liefde, die ik u toe-
88
draag, beloof ik voor altijd uw dienaar (uwe dienares) te wezen, en, zoo veel in mijn vermogen is, te maken, dat ook anderen u beminnen. Op u is miju vertrouwen gevestigd; gij moet mij ter zaligheid geleiden. Neem mij dan aan, o Maria, voor uwen dienaar {uwe dienares;) laat mij schuilen onder deu mantel van uwe barmhartigheid. En daar gij zoo vermogend zijt bij God, zoo bevrijd mij, smeek ik u, van alle bekoringen, of wel verkrijg mij de noodige krachten om tot aan mijnen dood toe, die allen te overwinnen. Verwerf mij, o allerheiligste Maagd, eene ware liefde tot Jezus-Christus, door uwe voorspraak ook hoop ik eenen goeden dood te sterven. Om de liefde, die gij aan God toedraagt, smeek ik u, mij altijd uwen bijstand te verleenen, maar voornamelijk in de laatste oogenblikken van mijn leven. Hond niet op mij te besehermen, tot dat gij mg reeds gelukzalig ziet in den Hemel, waar ik u bedanken en uwe barmhartigheid zal verheffen in alle eeuwigheid. Zoo geschiede het. Amen.
LIT-A.lsriE
TOT
fesus in Ket AKerlieifigsfe Sacrament.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, 0 God, heilige Geest, S-
Heilige Drievuldigheid, één God, SJ Levend brood, dat uit den hemel 3 gedaald zijt, O
Verborgen God en Zaligmaker, g Tarwe der uitverkorenen, S
Wijn, die maagden voortbrengt.
90
Yoedzaam brood en vermaak der koningen, ontferm ü onzer. Altijddurend offer,
Zuivere opdracht.
Vlekkeloos lam,
Allerzuiverste maaltijd,
Spijs der engelen,
Verborgen hemelsch brood,
Woord, dat vleesch geworden zijt en
onder ons woont,
Heilige hostie.
Gezegende drinkbeker, g
Geheim des geloofs, S;
Voortreffelijk hoogwaardig Sacrament, g Allerheiligste offerande,
Waarachtige verzoening voor levenden ^ en dooden, §
Hemelsch behoedmiddel tegen de S zonden,
Geheim, ontzagwekkend boven alle
andere wonderen,
Allerheiligste gedachtenis van het
lijden des Heeren,
Gave, die alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der god-
delijke liefde,
Overvloeiende bron van Gods milddadigheid ,
Allerheiligst en wonderbaar geheim.
91
Geneesmiddel voor de onsterfelijkheid,
outferm U onzer.
Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament,
Brood, dat door de almogendheid des
Woords zijt vleesch geworden. Onbloedige offerande, g
Spijs en medegast, ^
Allerzoetste maaltijd, waarbij de enge- g len tegenwoordig zijn en dienen, ^ Teeken van genade, 0
Offeraar en offerande, g
Geestelijke zoetheid, die in haren eigen 3
oorsprong gesmaakt wordt. Verkwikking der heilige zielen, Versterking dergenen die in den Heer sterven,
Pand der toekomende heerlijkheid. Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van het onwaardig nuttigen uws li-chaams en bloeds, verlos ons. Heer. Fan de begeerlijkheid des vleesches, -o Van de begeerlijkheid der oogen, n. Van de hoovaardij des levens, i
Van alle gevaar der zonde, §
Door het groot verlangen, dat Gij-00 gehad hebt om dit Paaschlam met ® uwe leerlingen te eten, S
92
Door den diepsten ootmoed, waarmede Gij de voeten uwer leerlingen ge-wasschen hebt, verlos ons. Heer. ^ Door de vurigste liefde, waarmede Gij ® dit heilig Sacrament hebt ingesteld, g* Door uw dierbaar bloed, dat Gij ons o op het altaar hebt nagelaten, » Door de vijf wonden, die Gij in uw K allerheiligst lichaam voor ons ont- S vangen hebt,
Wij, zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat Gij U gewaardigt, het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbare Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat Gij U gewaardigt, ons door eene ware belijdenis onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijs voor te bereiden, tts;
Dat Gij U gewaardigt, ons van alle g: ketterij, ongeloovigheid en verblind- £ heid des harten te bevrijden, § Dat Gij U gewaardigt, ons aan de cj kostbare en hemelsche vruchtenquot;^-. van dit H. Sacrament deelachtig § te maken, ^
Dat Gij ü gewaardigt, ons in het uur g des doods met deze hemelsche spijs' te versterken en te beschermen,
93
Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zouden der wereld
wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Æ. Gg hebt huu een brood uit deu hemel verschaft.
. Dat allerlei aangenamen smaak had.
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef, dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITA-ISTIE
TOT DEN
AKerlieili^sfcn Naam fcsus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God, g
Jesus, Zoon van den levenden God, S;
Jesus, bestralend licht des Vaders, g
Jesus, glans van het eeuwige licht,
Jesus, Koning der glorie, ^
Jesus, Zon der rechtvaardigheid, g
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, ®
Beminnelijke Jesus, ^
Wonderbare Jesus,
Jesus, sterke God,
95
Jesus, Vader der toekomende eeuwen
ontierm ü onzer.
Jesus, verkondiger van Gods verheven raad,
Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig harte,
minnaar der zuiverheid,
onze minnaar.
God des vredes,
oorsprong des levens, g
voorbeeld der deugden,
jjveraar der zielen, g
onze God,
onze toevlucht,
Vader der armen, §
schat der geloovigen , ®
goede herder,
waarachtig licht,
eeuwige wijsheid,
oneindige goedheid,
onze weg en ons leven, blijdschap der engelen,
koning der aartsvaders,
meester der apostelen,
leeraar der evangelisten,
sterkte der martelaren.
O
96
Jesus, licht der belijders, ontferm U onzer. Jesus, zuiverheid der maagden, ontferm ü onzer.
Jesus, kroon van alle heiligen, ontferm
ü onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle zonden, verlos ons, Jesus. Van uwe gramschap,
Van de lagen des duivels.
Van den geest der onkuischheid, Van den eeuwigen dood, »
Van het veronachtzamen uwer in- 5-spraken, 00
Door het geheim uwer H. Mensch- §
0 OQ
wording,
Door uwe geboorte, ^
Door uwe kindsheid, S
__ ' ^ CD
Door uw allergoddelijkst leven,
Door uwen arbeid,
Door uweu doodsstrijd en uw lijden,
Door uw kruis en uwe verlatenheid,
Door uwe smarten,
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden,
Door uwe glorie,
07
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegeeemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
y. De naam des Heeren zij gezegend, p'. Van nu af tot in eeuwigheid.
LATEN WIJ BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt, en gij zult ontvangen; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal geopend worden: wij smeeken, geef ons, die vragen, de genegenheid uwer goddeljjke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart, met mond en daad beminnen, en nooit ophouden U te loven.
Heer, maak dat wij voortdurend nwen heiligen Naam vreezen en tevens beminnen: omdat Gij nooit uw bestuur onttrekt aan hen die Gij in de hechtheid uwer liefde vestigt. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met ü leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
5
98
Alife nan EerWsfeKing, bij hef JLof van den 211 Zondag.
Goddelijke Jesus, Verlosser van alle menschen, zie ons hier ootmoedig voor U neergeknield. Diepe droefheid doordringt ons aller harten bij het herdenken der versmadingea en beleedigingen, welke U van zoo veel zijden worden aangedaan. O mochten wij die van U afwenden, of ten minste U daarvoor eenige vergoeding geven! Hart van Jesus! het heiligste, het teederste, het beminnelijkste van alle harten, wat hebt Gij niet gedaan om door ons allen bemind te worden. Voor ons, o goddelijke Verlosser! hebt Gij U van den glans uwer hemelsche Majesteit ontdaan; voor ons zijt Gij mensch, zijt Gij een klein, zwak en hulpeloos kind geworden; voor ons hebt Gij alles verlaten, alles ten offer gebracht; voor ons hebt Gij ü met geesels laten verscheuren, met doornen laten kronen; voor ons hebt Gij ü laten nagelen aan het kruis, om daar, overdekt van liefdewonden, te midden der onbegrijpe-lijkste smarten voor onze zaligheid te lijden, te sterren, en met het leven
99
dea laatsten druppel van uw bloed ten beste te geven. Uw goddelijk Hart zelfs hebt gij niet gespaard, dewijl gij hebt gedoogd, dat het met eene lans werd doorstoken.
En dit alles was nog te weinig voor de liefde, waarmede gij ons bemindet. In de diepste verborgenheid uwer wijsheid hebt gij door het grootste wonder van uwe almacht en liefde het middel gevonden, om, ofschoon tot den Vader teruggekeerd, door alle eeuwen heen met ons te zijn en, in deze woestenij des levens, ons in de H. Tabernakelen tot troost, op het altaar tot offer, in de H. Communie tot zielevoedsel te strekken, en zoo met ons de innigste vereeniging aan te gaan, die denkbaar is. O mijn God, kon uwe almacht en liefde, hoe oneindig ook, meer voor ons doen ?! â En wij, wat hebben wij gedaan, om voor zoo veel liefde dankbaar te zijn ? Engelen des hemels, staat verbaasd, en gij, machten des hemels, treurt met ons. In plaats van liefde met wederliefde te vergelden, houden wij niet op God te beleedigen. Jegens elk anderen weldoener beijveren wjj ons dankbaar te zijn, maar
rââ¢
100
den weldadigsten, den allerbeminnens-waardigsten Weldoener betreft, dan is het, als of wij het ons tot een eer rekenen, om in onverschilligheid en ondankbaarheid uit te munten. O ontaarding, o boosheid, o gruwel van het menschelijk hart! Zoo Gij, o Jesus, onze ongerechtigheden gedenkt, wie zal dan voor U bestaan ? Maar bij ü ia barmhartigheid voor hen, die U rouwmoedig om vergeving vragen.
Vergeving dan, o genadigste Jesus! vergeving en ontferming! Vergeving voor al de beleedigingen uwer opperste Majesteit en oneindige goedheid aangedaan. Vergeving voor alle verguizingen en versmadingen, waaraan zoovele godde-looze wereldslaven zich jegens U schuldg maken. Vergeving voor de vermetelen, die U zelfs aan den voet van uwen heiligen troon durven trotseren. Vergeving, oGod van alle heiligheid, vergeving voor zoo vele heiligschennissen aan uw goddelijk Sacrament gepleegd; vergeving voor die onwaardige communiën, waarin jegens U zoo dikwerf de snoodheid van een Judas wordt vernieuwd. Vergeving, o goedertierene Herder, die niets anders schjjnt te kennen, dan lijden en beminnen;
101
vergeving, barmhartigheid, genade voor alle zondaars. Vergeving ook voor ons, die U niet met dien ijver, met die liefde, met die edelmoedigheid dienen, welke Gij waardig zijt; vergeving voor onze onverschilligheid jegens U, voor onze koele en flauwe communiën, voor onze oneerbiedigheden in de Kerk, voor het verzuim der heilige missen; vergeving voor ons zinnelijk, onverstorven en wereldsch leven.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, wil onze ondankbaarheden, onze misdaden, onze snoodheden niet meer indachtig zijn. Wij verfoeien die van ganscher harte en betreuren het innig, dat wij ooit uw zoo teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd. O! laat nog eenmaal uw kostbaar bloed, uwe heilige wonden, uw verdienstelijk lijden en sterven voor ons ten beste spreken; de stem daarvan zal luider om genade roepen, dan onze boosheid om wraak.
Mocht echter de rechtvaardigheid van uwen hemelschen Vader eenige voldoening vorderen, wij zijn bereid die te geven. O ! konden wij alle harten voor U winnen; zegen daartoe alle onze pogingen, en de pogingen van geheel
102
onze Vereeniging. Doe ons allen in liefde, gver en edelmoedigheid jegens U dagelijks toenemen, opdat wij, na U hier, schuilend onder de nederige gedaante van brood, ijverig vereerd en aanbeden te hebben, eenmaal, met alle Engelen en Heiligen, in den hemel, U altijd van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen. Amen.
Setó foi be ¥ij{ M. Wotulcn.
I. O mijn Jesus! ik aanbid U diep neergebogen in het H. H. Sacrament; ik erken ü als waarachtig God en waarachtig mensch, en door deze mijne acte van aanbidding, wensch ik de lauwheid van vele christenen te vergoeden, die uwe kerken, waar Gij ter onzer liefde dag en nacht verblijft, voorbijgaan, zonder U te groeten, en die door hunne onverschilligheid, even als de Hebreeuwen in de woestijn, eene walging voor dit hemelsche Manna toonen. Tot herstelling van deze zoo verfoeielijke lauwheid offer ik U het dierbaarste Bloed, dat Gij uit de wonde van uwen linkervoet
103
gestort hebt, en binnen deze wonde herbaal ik duizend en duizendmaal:
Geloofd en gedankt zij elk oogen-blik het Allerheiligste en Goddelijke Sacrament.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
II. O mgn Jesus! ik aanbid ü diep neergebogen, ik erken ü tegenwoordig in het Allerheiligste Sacrament, en door deze mijne acte van aanbidding wensch ik de ondankbaarheid van zoovele christenen te vergoeden, die in de gezelschappen der wereld zich vermaken, maar in uw gezelschap, o lieve Jezus! niets dan verveling vinden; en daarom U immer voorbggaan, zoo dikwijls uw Sacrament hier uitgesteld is. Tot herstelling van zoo groote koelheid offer ik U het dierbaar bloed, dat Gij uit de wonde van uwen rechtervoet gestort hebt, en binnen deze wonde herhaal ik duizend en duizendmaal;
Geloofd en gedankt zij, em.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
III. O mijn Jesus, waarachtig Brood des eeuwigen levens, ik aanbid U diep neêrgebogen, en door deze aanbidding.
104
wil ik U vergoeden de vele wonden, welke uw Hart treffen, door de ontheiliging van de kerken, waarin Gij onder de gedaante van het H. Sacrament U gewaardigt te verblijven, om van uwe geloovigen aangebeden en bemind te worden.
Tot herstelling van zoovele oneerbiedigheden offer ik ü het dierbaarste bloed, dat Gij uit de wonde van uwe linkerhand gestort hebt, in welke wonde ik gedurig herhaal:
Geloofd en gedankt zij, enz.
Ome Vader, enz. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
IV. Ik aanbid U diep neêrgebogen, o mgn Jesus, levend Brood dal uit den Hemel gedaald is! en door deze acte van aanbidding wensch ik de vele oneerbiedigheden te vergoeden, aan welke uwe geloovigen zich plichtig maken in het bijwonen der H. Mis, waarin Gij, door overmaat van liefde, op onbloedige wijze het Sacrificie vernieuwt, dat Gij op den Calvarieberg voor onze zaligheid voltrokken hebt. Tot herstelling van zoo groote ondankbaarheid ofierik U het dierbaarste bloed, dat Gij uit de wonde van uwe rechterhand gestort
105
hebt, in welke wonde ik mijne stem met die der Engelen vereenig, die met godsvrucht U omringen, en met hen te zamen zeg:
Geloofd en gedankt zij, enz.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz. V. O mijn Jesus, waarachtig Zoenoffer voor onze zonden! ik aanbid U diep neergebogen, en offer U deze acte van aanbidding ter vergoeding der heilig-schendende beleedigingen, welke U van zoovele ondankbare christenen worden aangedaan, die met eene doodzonde in hunne ziel, tot ü durven naderen en zich verstouten U in de H. Communie te ontvangen. Ter herstelling van zulke afschuwelijke heiligschennissen offer ik ü den laatsten druppel van uw dierbaarst bloed, die uit de wonde van uwe zijde gevloeid is. In deze wonde kom ik U aanbidden, zegenen, beminnen, en met alle zielen, die jegens het Allerheiligste Sacrament eene vurige godsvrucht gevoelen, herhalen :
Geloofd en gedankt zij, enz.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.
106
tpe Qei/i-wv CawSawtu^.
Te Deum laudamus:
te Dominum confitemur:
Te SBternum Patrem:
omnis terra veneratur.
Tibi omnes Angeli,
tibi coeli et uuiversse potestates;
Tibi Cherubim et Seraphim,
incessabili voce proclamant:
Sanctus, Sanctus, Sanctus:
Dominus Deus Sabaoth.
Pleni sunt coeli et terra:
majestatis glorise tuas.
Te gloriosus Apostolorum Chorus,
Te Prophetarum laudabilis numerus,
Te Martyrum candidatus
laudat exercitus.
Te per orbem terrarum
sancta confitetur Ecclesia,
Patrem immensse Majestatis,
Venerandum tuum verum et unicum
Sanctum quoque [Pilium.
Paraclitum Spiritum.
Tu Rex glorise, Christe.
Tu Patris sempiternus et Pilius.
107
o fcveri' -wi/j.
ü, o God, U brengen we eer, ü belyden we onzen Heer.
Eeuwge Vader, U prijst de aard. Met een lofzang uwer waard, ü verheffen de Englenrijen,
U des Hemels heerschappijen, ü zingt Troon en Cherubijn,
Macht en Kracht en Serafijn: Heilig, heilig, duizendmalen Heer en God van Sabaoth!
Vol is de aard, vol 's Hemels zalen Van uw Majesteit, o God!
En het fiere Apostlenkoor,
En de grijze Zienerscharen,
En de purpren Martelaren,
Prijzen ü alle eeuwen door. üwe heiige Kerk verkondt Over gansch het wereldrond, U, o ongenaakbre Vader,
U, Zoon, 's Vaders eeuwig kroost. Met den Heilgen Geest te gader. Hem, der uitverkoorneu Troost. Christus, Vorst van Majesteit, 's Vaders Zoon van eeuwigheid,
108
Tu ad liberandum
suscepturus hominem:
non horruisti Virginis uterum.
Tu devicto mortis aculeo:
aperuisti credentibus
regna coelorum.
Tu ad dexteram Dei sedes:
in gloria Patris
Judex crederis esse venfcurus.
Te ergo qusesumus, tuis famulis subveni,
quos pretioso Sanguine redemisti.
Sterna fac cum Sanctis tuis
in gloria numerari.
Salvum fac populum tuum, Domine:
et benedic haereditati tuse.
Et rege eos,
et extolle illos usque in seternum. Per singulos dies benedicimus te. Et laudamus nomen tuum in sseculum: et in sseculum sseculi.
Dignare, Domine, die isto sine peccato nos custodire.
Miserere nostri, Domine:
miserere nostri.
Fiat misericordia tua, Domine, super nos: quemadmodum speravimus in te.
In te, Domine, speravi:
non confundar in eeternum.
109
Toen Ge in 't mensclilijk kleed kwaamt
[lijden,
Om het menschdom te bevrijden, Vreesdet Gij geen maagdenschoot. Ge overwont den schrikbren dood,
Wijl Ge ons die in ü gelooven, 't Hemelsch Paradijs ontsloot.
Thans, thans zetelt Gij daarboven, Aan uws Vaders rechterzij.
Eens als Rechter oordeelt Gij.
Help, dus smeeken we, en behoed Die Ge vrykocht door uw Bloed.
Laat hen eeuwig zich verblijen In der Zaalgen jubelrijen.
Maak uw erfdeel zalig Heer;
Stort uw mildsten zegen neer Op uw dienaars. Richt hun schreden, Kroon hen eeuwig in het Eden!
Heer! U zeegnen we iedren stond. En uw naam looft aller mond In der eeuwen eeuwigheden.
Laat, o Heer! ons toch in 't heden Uw gehoon niet overtreden!
Heer, heb deernis en erbarming. Schenk, o schenk ons uw ontferming In den rijksten overvloed,
Naar de hoop, die 't harte voedt. Op U bouwde ik mijn vertrouwen, Eeuwig zal 't mij niet berouwen.
110
Benedictus es, Domine, Deus patrum nostrorum.
Jf. Et laudabilis et gloriosus in sae-cula.
â¢f. Benedicamus Patrem et Pilium cum Sancto Spiritu.
Jtquot;. Laudemus et superexaltemus eum in ssecula.
y. Benedictus es Domine Deus in firmamento coeli.
Et laudabilis et gloriosus et su-perexaltatus in ssecula.
Æ. Benedic, anima mea, Domino.
Et noli oblivisci omnes retribu-tiones ejus.
Domine exaudi orationem meam.
Et clamor meum ad te veniat. y. Dominus vobiscum.
Jf. Et cum Spiritu tuo.
OREMUS.
Deus, cujus misericordise non est numerus et bonitatis infinitus est thesaurus, piissimse majestati tuse pro col-latis donis gratias agimus, tuam semper clementiam exorantes: ut qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens ad prsemia futura disponas.
Ill
Æ. Gezegend zijt Gij, o Heer, de God onzer vaderen.
p'. En lofwaardig en roemrijk in eeuwigheid.
Æ. Zegenen wij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
pf. Loven en verheffen wij Hem in eeuwigheid.
Æ. Gezegend zijt Gij, o Heer, God, in het uitspansel des hemels.
JlT. En lofwaardig en roemryk en hoog verheven in eeuwigheid. Æ. Zegen, mijne ziel, den Heen Jtquot;. En wil zijne weldaden nimmer vergeten.
Æ. Heer, verhoor mijn gebed, jf. En mijn geroep kome tot U. y. De Heer zij met U.
En met uwen geest.
LAAT ONS BIDDEN.
0 God, wiens barmhartigheid zonder getal en wiens goedheid een onuitputtelijke schat is; Wij danken uwe goedertieren Majesteit voor de geschonken weldaden, en blijven uwe barmhartigheid smeeken, hen nooit te verlaten, wier gebeden Gij verhoord hebt, maar hen tot het eeuwige loon te bereiden.
112
Deus qui corda fidelium sancti Spiritus illustratione docuisti: da nobis in eodem Spiritu recta sapere et de ejus semper consolatione gaudere.
Deus, qui neminem in te sperantem nimium affligi permittis, sed pium pre-cibus praestas auditum: pro postulatio-nibus nostris votisque susceptis gratias agirnus te piissime deprecantes, ut a cuuctis semper muniamur adversis. Per Christum Dominum nostrum. Amen.
Divinum auxilium maneat semper no-biscum. Amen.
113
O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt ouderwezen; geef ons dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.
O God, die niemand, die op U betrouwen stelt, bovenmate laat gekweld worden, maar die goedgunstig het oor leent aan onze gebeden; wij danken U dat Gij onze smeekingen en verlangens hebt aanhoord, en smeeken U vurig, dat wij van alle tegenheden altijd mogen bevrijd blijven. Door Christus, onzen Heer. Amen.
De goddelijke hulp blijve immer met ons. Amen.
114
Tcebere verjucMin^en tot ffcsus.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. 0 goede Jesus, verhoor mij.
In uwe heilige wonden, verberg mij. En laat niet toe, dat ik van 11
[gescheiden worde.
{Dit herhaalt man driemaal met eene vurige liefde.
Voor den boozen vijand, bescherm mij. In het uur van mijnen dood, roep mij. En laat mij tot U komen;
Opdat ik U met uwe Heiligen love. In de eeuwen der eeuwen. Amen.
SCHIETGEBED.
Geloofd, aangebeden en gedankt zij, ten allen tijde, het allerheiligste Sacrament des Altaars. Amen.
Derde Zondag der Maand.
TOEGEWIJD AAN
(Dfflt. parnuin h i lODlnrihts hate Birginis
Gemitus Matris tuse ne obliviscaris. Eccl. 7 ; 29.
AD MATUTINUM.
1 Dolor. Ex Simeonis vaticinio.
Ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum. Benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui Jesus. Sancta Maria, Mater Dei, era pro nobis peccatoribus, nunc, et in hora mortis nostrae. Amen.
Æ. Domine, labia mea aperies. Jf. Et os meum annuntiabit laudem tuam.
y. Deus, in adjutorium meum intende. p'. Domine, ad adju vandum me festina y. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio et nunc et semper et in ssecula sseculorum. Amen. Alleluia.
A Septuagesima usque ad Pascha, loco Alleluia, dicitur: Laus tibi, Domine , Rex se tenia! gloriae.
lliin Mm nan d). t. f r. nan 7 Imartra.
Vergeet de Weeën uwer Moeder niet. Eccli. 7 : 29.
BIJ DE METTEN.
le Smart. De voorzegging van Simeon,
Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u. Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus. H. Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen. Æ. Heer, open mijne lippen.
Jjf. En mgn mond zal uwen lof verkondigen.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp.
Heere, haast U om mij te helpen. y. Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was iu het begin en nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Alleluia.
Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluia: Lof zij ü, o Heere, Koning der eeuwige heerlijkheid.
118
HYMNÃS.
Ave, dulcis Mater Christi, Qua3 cor tuum gladio Transfigendum audis tristi Seais vaticinio.
Tanti memor fac doloris,
Mihi sis prsesidio,
Ut post vallem hanc mceroris Ccbü reddar gaudio.
Ant. Cui comparabo te vel cui as-similabo te, filia Jerusalem? cui exse-quabo te, et consolabor te, Virgo, filia Sion? magna est enim velut mare con-tritio tua.
Æ. Tuam ipsius aniraam doloris gla-dius per transibit.
If. Ut revelentur ex multis cordibus cogitationes.
OREMUS.
Interveniat pro nobis, quajsumus, Domine Jesu Christe, nunc et in hora mortis nostras apud tuam clementiam B. Virgo Maria, Mater tua, cujus sa-cratissimam animam in bora tuae pas-sionis doloris gladius pertransivit. Per te, Jesu Christe, Salvator mundi, qui
119
LOFZANG.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Wie het zwaard van foltreud leed Bij Sint Simeons voorspelling Door het zuchtend harte sneed. Wil mij om die hittre smarte Met uw hulp ter zijde staan, Om eens uit dit dal van tranen Blij ten hemel op te gaan. Ant. Met wien zal ik u vergelijken of wie evenaart u in smarten, o dochter van Jerusalem? Waar vind ik uwe gelijkenis ? Hoe zal ik u troosten, o Maagd, dochter van Sion; want diep als de zee is uwe smart.
y. Uwe eigene ziel zal een zwaard van smart doorboren.
pf. Opdat uit vele harten de gedachten zich openbaren.
LAAÃ ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, dat de H. Maagd Maria, uwe Moeder, wier allerheiligste ziel in het uur van uw lijden met het zwaard van droefheid werd doorstoken, voor ons eene voorspraak zij bij uwe barmhartigheid, nu en in het uur van onzen dood. Door
120
cum Patre et Spiritu sancto vivis et reguas in ssecula saeculorum. Amen.
AD PRIMAM.
2 Dolor. Ex fuga in JEgyplum.
Ave, Maria, etc,
y. Deus, in adjutorium meum intende.
Jf. Domine. ad adjuvandum me festina
/. Gloria Patri, etc.
Jt'. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
hymnus.
Ave, dulcis Mater Christi,
Quae prse regis furia Sseviente, corde tristi,
Fugis exil patria.
O Regina beatorum,
Nostri spes exilii,
Pac, infractus vi malorum Piam consors Filii.
Ant. Vide, Domine, quoniam tri-bulor, conturbatus est venter mens; subversum est cor meum in memetipsa, quoniam amaritudine plena sum: foris interficit gladius, et domi mors similis est.
121
U, Jesus Christus, Verlosser der wereld, die met den Vader en den H. Geest, leeft en lieerscht iu alle eeuwen der eeuwen. Amen.
BIJ DE PRIMEN.
2e Shaiit. De vlucht naar Egypte.
Wees gegroet Maria, enz. Æ. 0 God, zie toe tot mijne hulp. jf. Heere, haast U om mij te helpen. Æ. Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'kGroet u, Christus' lieve Moeder, Die voor 's konings wraak beducht, Met een droef en angstig harte Uit uw land zijt weggevlucht. O Vorstin der hemelingen,
Hope in de aardsche ballingswoon. Breng me voor alle onheil veilig In 't gezelschap van uw Zoon. Ant, Heere, aanzie hoezeer ik lijde; mijn binnenste is ontsteld; mijn hart krimpt ineen, want ik ben vol bittere smart. Van buiten dreigt mij het moordende zwaard, van binnen benauwt mij doodelijke angst.
6
122
Æ. Domine, ante te omne deside-rium meum.
Et gemitus meus a te non est abscouditus.
oremus,
Interveniat pro nobis, etc.
AD TERTIAM.
3 Dolor. Ex amisso duo denni Jilio. Ave Maria, etc.
Æ. Deus, ia adjutorium meum intends.
Domine, ad adjuvandum me festina /. Gloria Patri, etc.
Jt'. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
hymnüs.
Ave, dulcis Mater Christi,
Natum lugens inclytum:
O quam tristis qusesivisti Triduo jam perditum!
Hujus memor o doloris,
Christum fac inveniam. Et inventum per amoris Nexum semper teueam. Ant. Plorans ploravil in nocte, et lacrymae ejus in maxillis ejus: non est qui consoletur eam ex omnibus charis ejus,
123
Æ. Voor ü, o Heer, ligt al mijn verlangen open.
Jt'. En mijn zuchtende begeerte is voor U niet verborgen.
laat ons bibden.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, enz.
BIJ DE TERGEN.
3° Smart. Het verlies van het Kind Jesus.
Wees gegroet, Maria, enz.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp.
Heere , haast U om mij te helpen, y. Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Treurend om het god'lijk Kind, Dat gij eerst ten derden dage Na droef zoeken wedervindt.
Geef ter wille van die droefheid Dat ik Jesus vinden moog,
Eu met onverbreekbre liefde Eeuwig Hem te omstrengelen poog. Ant. Zonder ophouden weent zij des nachts, en tranen vloeien langs hare wangen; niemand harer geliefden troost haar.
9
124
Æ. Posuisti me desolatam.
p'. Tota die mcerore confectam.
oremus.
Interveniat pro nobis, etc.
AD SEXTAM.
4 Dolor. Ex captivitate , flagellatione coronatione et bajulatione crucis Christi.
Ave, Maria, etc.
/. Deus, in adjutorium meum intende, i/. Domine, ad adjuvandum me festina Æ. Gloria Patri, etc.
pf. Sicut erat iu principio etc. Alleluia,
hymnus.
Ave, dulcis Mater Christi,
Quse dilectum Filium Capi, csedi, flens vidisti, Manibus crudelium.
O per pcenas patientis,
Nobis sit impunitas: Per amorem condolentis Matris crescat charitas! Ani. Vide, Domine, afflictionem meam, quoniam erectus est inimicus,
125
Æ. Gij ontnaamt mij allen troost, p'. Gij liet mij den ganschen dag van smart verkwijnen.
laat ons bidden.
Wij bidden ü, Heer Jesus Christus, enz.
BIJ DE SEXTEN.
4e Smart. De gevangenneming, rjeese-ling, kroning en kruisdraging van Christus
Wees gegroet, Maria, enz.
Æ. O God, zie toe tot mijne hulp.
Heere, liaast U om mij te helpen. Æ. Glorie zij den Vader, enz. Jt'. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Die zoo bitter hebt gesclireid.
Toen ge uw lieven Zoon zaagt grijpen En Hem slaan met grimmigheid. Dat de straf door Hem geleden, Ons met straffeloosheid dek,
En zijns Moeders medelijden Ook tot hooger liefde wek.
Ant. Zie neder. Heer, op mijne bedruktheid, want mijn vijand heeft zich
126
Manum suam misit hostis ad omnia desiderabilia mea.
f. Quis dabifc capiti meo aquam, et oculis meis fontein lacrymarum.
pf. Et plorabo die ac nocte.
oremus.
Interveniat pro nobis etc.
AD NONAM.
5 Doloe. Ex crucifixtione.
Ave, Maria, etc.
Deus, in adjutorium meum intende. Domine, adadjuvandummefestina Gloria Patri, etc.
B/. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
hymnus.
Ave, dulcis Mater Christi,
Quae sub Crucis arbore Gemens, Natum morti tristi â Vides, heu! succumbere.
O per ensem bunc doloris. Qui tunc scidit animam,
Fac me firmet vis amoris Mortis ad victoriam.
127
omnia teoen inii verheven. Alles wat mij
dierbaar is, randt de vervolger aan. m et /â my11 ^.oofd water en
' aan mijn oogen een bron van tranen, jf. Opdat ik dag en nacht weene.
laat ons bidden.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, enz.
BIJ DE NONEN.
5e Smart. De kruisiging van Christus.
Wees gegroet, Maria, enz.
snde. }'⢠O God! zie toe tot mijne hulp. stina Heere! haast U om mij te helpen.
Æ. Glorie zij den Vader, enz.
sluia. p'- Gelgk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Die bij Christus kruisiging Naast het kruis stondt, Hem zaagt sterven lu de wreedste marteling.
Och, om 't scherpe zwaard der smarte Slijmend u in 't hart gedaald.
Maak mij sterk in Jesus' liefde Die bij 't sterven zegepraalt.
128
Ant. O vos omnes, qui transitis per viam, attendite et vide te, si est dolor, sicut dolor meus.
/. Plauserunt super te inanibus om-nes transeuntes per viam.
}f. Sibilaverunt et moverunt caput suum super filiam Jerusalem.
geemus.
Interveniat pro nobis, etc.
AD VESPERAS.
6 Dolor. Ex corporis et cruce sablatione. Ave, Maria, etc.
Æ. Deus, in adjutorium meum intende. i/. Domine,a(iadjuvandummefestina /. Gloria Patri, etc.
Jt'. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
hymnüs.
Ave, dulcis Mater Christi,
Quae de Oruce mortuum Ulnis Natum suscepisti,
Madens unda fletuum. Eja, praestet vis doloris,
Mater plena gratiss,
tlt supremis server horis Gremio dementi®.
129
Ant. O gij allen, die langs den weg my voorbijgaat, aanschouwt en ziet of er eene smart is gelijk aan mijne smart.
y. Allen die langs den weg voorbijgaan, juichen sarrend over u.
Zij spotten en schudden het hoofd over de dochter van Jerusalem.
laat ons bidden.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, enz.
BIJ DE VESPERS.
6c Smart. De dood van Jesus aan het kruis
Wees gegroet, enz.
-f. O God, zie toe tot mijne hulp. JJ'. Heere! haast U om mij te helpen. 'f. Glorie zij den Vader, enz. Ijf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Die zijn lichaam na den dood Van het kruishout afgenomen Schreiend in uw armen sloot.
Geef mij om die bittre tranen, Moeder vol aanminnigheid,
Dat de schoot van Gods erbarming In den dood mij zij bereid.
130
Ant. Ne vocetis me Noemi (id est pnlchram), sed vocate me Mara (id est amaram), quia amaritudine valde me replevit Omnipotens.
y. Fascicules myrrhse dilectus meus mihi.
pf. Inter ubera mea commorabitur.
ouemus.
Interveniat pro nobis, etc.
AD COMPLETORIÃM.
7 Dolor. Ex sepultura.
Ave, Maria, etc.
Converte nos, Deus salutaris nos-
ter.
Et averte iram tuam a nobis. Æ. Deus, in adjutorium meum intende. pf. Domine,ad adjuvandum mefestiua y. Gloria Patri, etc.
. Sicut erat in principio etc. Alleluia.
hymnus.
Ave, dulcis Mater Ghristi, Qua sepulchro conditum Plangis Natum, heu! quam tristi Mente volvens obitum.
131
Ant. Noemt mij niet meer Noemi (dat is: schoone) doch noemt mij Mara (dat is: bittere), want met bitterheid heeft my de Almachtige verzadigd.
y. God, mijne liefde, is mij als een bundeltje myrrhe.
Jf. Hij rust op mijn hart.
laat ons bidden.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, enz.
BIJ DE COMPLETEN.
7e Smaut. De begrafenis van Jesus.
Wees gegroet, Maria, enz. Æ. Bekeer ons weder, o God, onze Heiland.
Jf. Enkeer uwe gramschap van ons af. Æ. O God, zie toe tot mijne hulp. r'. Heere, haast U om mg te helpen. y. Glorie zij den Vader, enz. pf. Gelijk het was in het begin, enz. Alleluia.
lofzang.
'k Groet u, Christus' lieve Moeder, Die zoo bitter hebt getreurd.
Toen ge in 't graf den Zoon zaagt dalen, U zoo wreed van 't hart gescheurd.
132
In virtute tot dolorum,
Quos tulisti fortiter,
Omnem contra vim malorum Stare nos viriliter,
Demura sorte beatorum.
Fac gaudere jugiter.
Ant. Idcirco ego plorans, et oculus meus deducens aquas: quia longe factus est a me consolator, convertens animam meam.
Æ. Defecerunt pras lacrymis oculi raei. Jüquot;. Conturbata sunt viscera mea.
OREMUS.
Interveniat pro nobis, etc.
COM M ENDATIO.
Has horas canonicas cum devotione, Tibi, Virgo, recolo pia ratione, Ut materni pectoris ex compassione, Mihi sis auxilio mortis in agone. Amen.
133
Om de smart van zooveel Weeën, Met den kloeksten moed doorstaan, Leer ook ons in smart en lijden Moedig volgen op uw baan,
En eens door den dood der zaalgen 's Hemels vreugde binnengaan.
Ant. Daarom ween ik en storten mijne oogen tranen, omdat de trooster, die mg doet herleven, verre van mij is.
Æ. Mijne oogen kwgnen door het storten van tranen.
Jf. Mijn binnenste is geheel ontsteld.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, enz.
OPDRACHT.
'k Bied u met godvruchtigheid
deze daggetijden,
Die ik u, o zoete Maagd,
needrig toe durf wijden. Opdat ge om uw Moederhart
en uw medelijden.
Met uw hulp in 't uur des doods mij eens moogt verblijden.
Amen.
De seplem Doloribus B. ïirginis Mariae.
Stabat Mater dolorosa Juxta crucem lacrymosa, Dum pendebat Filius;
Cujus animam gementen, Contristatam et dolentem, Pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta Mater ünigenti!
Quae moerebat et dolebat Pia Mater, dum videbat Nati poenas inclyti.
Quis est homo, qui non fleret, Matrem Christi si videret In tanto supplicio ?
Quis non posset contristari, Christi Matrem contemplari, Dolentem cum Filio ?
Pro peccatis suae gentis Vidit Jesum in tormentis Et flagellis subditum.
Op de zeven Weeën ?an de B. Maagd Maria.
Schreiend, met verbrijzeld harte Stond de Moeder, Vrouw van smarte , Daar haar Zoon aan 't kruishout hing;
En door 't hart zoo droef, zoo lydend, Met haar kind den doodsstrijd strijdend. Vlijmde 't zwaard der marteling.
O wat was ze in wee en rouwe, De gebenedijde Vrouwe,
Moeder van Gods eengen Zoon!
Wat ze schreide, wat ze snikte, Als zij op de doodstraf blikte Van haar Kind, zoo eindloos schoon.
Wie is mensch, die onbewogen Christus Moeder voor zijne oogen Zien konde in zoo foltrend wee?
Wie, die zonder mee te rouwen.
Daar die Moeder konde aanschouwen. Lijdend met haar Jesus meê?
Voor de zonden van de zijnen Zag zy Jesus vol van pijnen,
En Hem geeslen streng en straf.
136
Vidit suum dulcem Natum Moriendo desolatum, Dum emisit spiritum.
Eja Mater, fons araoris, Me sentire vim doloris Fac, ut tecum lugeam!
Fac, ut ardeat cor meum In amaudo Christum Deum, Ut sibi complaceam.
Sancta Mater, istud agas, Crucifixi fige plagas,
Cordi meo valide.
Tui Nati vulnerati. Tam dignati pro me pati, Poenas mecum divide.
Fac me tecum pie flere, Crucifixo condolere Donec ego vixero.
Juxta crucem tecum stare, Et me tibi sociare In planctu desidero.
Virgo virginum praeclara, Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere.
137
Zag zij haren Lievling sterven En Hem alles, alles derven,
Toen zijn mond den doodsnik gaf.
Moeder, Moeder, bron van liefde, Laat mij voelen wat u griefde,
Laat mij treuren, zooals gij!
Och, ontsteek mijn ziel en zinnen. Dat ook ik mijn God moog minnen , En Hem welgevallig zy.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lgden des Gekruisten boor mij, Krachtig wondend, in het hart.
Met uw Zoon, die om mijn zonden Zich zoo gruwzaam liet verwonden, Wil ik deelen in de smart.
Doe me in liefde met U klagen, 't Lijden des Gekruisten dragen Tot mijn stervensuur zal slaan.
O ik voel mijn ziel versmachten, Om te deelen in uw klachten. En met U by 't kruis te staan.
Maagd der maagden hoog verheven. Wil mijn bede niet weerstreven,
Laat me met U droevig zijn.
Fac, ut portem Christi mortem, Passionis fac consortem, Et plagas recolere.
Fac me plagis vulnerari, Fac me cruce inebriari Et cruore Filii.
Flammis ne urar succensus, Per te, Virgo, sim defensus In die judicii.
Christe, cum sit hinc exire. Da per Matrem me venire Ad palmam victoriae.
Quando corpus morietur,
Fac, ut animae donetur,
Paradisi gloria. Amen.
139
Laat me dragen Christus' plagen, Deelgenoot zijn zijner slagen,
Tmmer denken aan zga pijn.
'k Zij met Hem aan 't kruis geklonken. Van de smart des kruises dronken En het Zoenbloed van uw Zoon.
Wees, opdat geen hel me ooit dere, Gij mijn voorspraak bij den Heere, Zeetiend op zijn Rechtertroon.
Christus, als 'k van hier zal scheiden. Laat uw Moeder mij dan leiden Tot den palm der zegepraal;
Laat als 't lijt in de aard zal dalen, Dan mijn ziel den prijs behalen, Die van 's hemels glorie straal'. Amen.
140
H.XTJ^.lsrx-JB
VAN DE
Zmn Smarten lt;ler aKevli. Maa^b.
Om een groot geduld in ziel- of lichaamssmarten te verkrijgen.
Heer, ontferm U onzer.
Cliristus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer. God, hemelsche Vader, outferm II onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God, heilige Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontf. ü onzer. Allerbedroefdste Moeder, bid voor ons. Die te Bethleëm in de herberg geen plaats
hebt gevonden, bid voor ons.
Die iu eenen stal hebt moeten verblijven,
bid voor ons.
Die uwen eerstgeboren Zoon in eene krib hebt nedergelegd, bid voor ons.
141
Die de besnijdeiiis uws Zoons met
droefheid hebt aangezien, Die gehoord hebt, dat uw Zoon tot een teeken gesteld was, dat velen zouden tegenspreken.
Die van den grijzen Simeon vernomen hebt, dat uw hart met een zwaard van droefheid zou doorstoken worden,
Die met uwen Zoon naar Egypte gevlucht zijt en daar in armoede geleefd hebt,
Die den moord der onnoozele kinderen
beweend hebt,
Die uwen verloren Zoon drie dagen gezocht en in den tempel weder-gevonden hebt.
Die over den gedurigen baat en nijd der Joden tegen uwen Zoon gezucht hebt,
Die na het laatste avondmaal een droevig afscheid van uwen Zoon genomen hebt,
Die gehoord hebt, dat uw Zoon door Judas verraden en door de Joden gevangen genomen was. Die vernomen hebt, dat uw Zoon als een misdadiger aan de Hooge-priesters was overgeleverd.
142
Die gehoord hebt, dat uw Zoou
valschelijk was aangeklaagd, Die uwen Zoon gegeeseld en met doornen gekroond hebt aanschouwd, Die uweu Zoon, die met het kruis beladen was, zijtte gemoet gegaan. Die de handen en voeten vau uwen dierbaren Zoon met nadelen hebt
# O
zien doorboren.
Die de laatste woorden uws Zoons gehoord en in uw hart bewaard SH hebt, ^
Die bij uwen Zoon zijt gebleven totdat o Hij den geest gegeven had, ^
Die het doode lichaam uws Zoons 2 op uwen moederlijken schoot ont- quot; vangen hebt.
Die na het begraven van het lichaam uws Zoons, geheel bedroefd, naar huis wedergekeerd zijt.
Spiegel van alle bedrukte harten, Bijstand der zieken,
Allermedelij dendste Moeder,
Troosteres der kleinmoedigen, Toevlucht der zondaren.
Koningin der martelaren.
Door het allerbitterst lijden en den wreêden dood uws Zoons, verlos ons, Koningin der Martelaren.
143
Door het bitter scheiden van uwen Zoon, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Van overmatige droefheid, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Van alle gelegenheden van zonden, verlos ons, Koningin der Martelaren,
Van de listen des duivels, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van versteendheid des harten, verlos ons. Koningin der Martelaren.
Van onboetvaardigheid, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Van een haastigen dood, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Van de eeuwige verwerping, verlos ons, Koningin der Martelaren.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij ons in het ware geloof wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij bij uwen Zoon vergiffenis onzer zonden moogt verwerven, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt hen, die u aanroepen , troost en hulp te scheuken, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt ons in het uur van onzen dood by te staan, wy bidden U, verhoor ons.
144
Dat gij u gewaardigt een zalig uiteinde voor ons te verkrijgen, wjj bidden U, verhoor ons.
Moeder Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons , Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
y. In al onze kwellingen en smarten. 9quot;. Kom ons te hulp, allerheiligste Maagd Maria.
GEBED.
Koningin der Martelaren, allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, die het zwaard, gelijk Simeon voorspeld had, met de grootste smarten, doch met geduld en liefde in uwe ziel gevoeld hebt, gedurende al het lijden van uwen Zoon, laat, bid ik u, datzelfde zwaard mijn hart doorsteken, opdat ik de oneindige smarten uws Zoons, en uwe allergrootste droefheid in mijne ziel moge gevoelen, om mij daarna met u te verblijden in eeuwigheid. Amen.
145
Gebed van den H. Alphonsus,
O bedroefde Moeder, ik wil U niet alleen laten weenen, maar zal mijne tranen met de uwe mengen. Ik bid U heden om een standvastige en levendige herinnering aan het lijden van Jesus Christus en het uwe, opdat ik al mijn overige levensdagen bestede om uwe smarten te beweenen. O mijne Moeder, Moeder des Zaligmakers, geef dat die smarten mij voldoende betrouwen inboezemen in het uur van mijn dood, om niet te wanhopen op het gezicht mijner zonden; dat zij mij hier de volharding schenken en hierna het hemelsch Parades, waar ik met U zal zijn, om Gods barmhartigheid en de uwe in eeuwigheid te loven. Amen.
J
Gebed om de gave van volharding.
O allerzaligste Maagd Maria, onbevlekte Moeder van mijnen God, Gy hebt het martelaarschap der liefde en der droefheid geleden , door het gezicht van Jesus' smarten en folteringen. Door uwe ontelbare kwellingen en het offer
7
t
146
dat gij den heraelschen Vader er van hebt gebracht tot voldoening van mijne zouden, hebt gij medegewerkt aan myue verlossing. Ik dank U duizendmaal voor de onuitsprekelijke liefde die U bewogen heeft den Almachtige, voor mijn armen zondaars zaligheid, de vrucht uws li-chaams optedragen, Jesus, waarlijk God en ook waarlijk mensch. Wend de onfeilbare tusschenkomst uwer smarten aan, opdat ik standvastig moge voortwerken aan mijne zaligheid, nooit meer mijn lieven Jesus met nieuwe zonden herkruisige, maar, in de genade Gods tot in den dood volhardend, door de verdiensten van zijn kruis en lijden het eeuwig leven moge bekomen. Amen.
Gebed om een zaligen dood.
O Maria, toevlucht der zondaren, onze lieve Moeder, ik bid U, door de smart die gij geleden hebt als gij uw goddelijken Zoon op het kruis zaagt sterven, verleen mij uw barmhartigen bijstand, als ik gereed zal staan om deze wereld te verlaten ; verwijder dan van mij alle booze
147
geesten en ga mijne ziel te gemoet, om haar voor den oppersten rechter te geleiden. O Koningin des hemels wil dan uw kind niet verlaten, en wees mijn steun in dat gevaarlijk uur. Bid Jesus, dat ik sterven moge, terwijl ik in den geest zijne heilige voeten kus, zyne wonden aanbid en bij mijn laatsten doodssnik verzuchte: Jesus, Maria, ik geef U mijn hart en mijne ziel. Amen.
Zevenmaal het Wees gegroet.
Gebed om genezing voor een zieke.
I. Koningin der Martelaren, medelijdende Moeder, door dat zwaard van droefheid 't welk uwe ziel doorboorde bij de voorzegging van Simeon, over het lijden en den dood van uw goddelijk Kind; geef den zieke voor wien ik uwe hulp inroep, dat hij niet langer meer gekweld worde door zijn leed, tenzij dit dienstig is voor zijne zaligheid, en verkrijg hem dan de genade, om met geduld en onderwerping zich te schikken naar den wil van God. Amen.
Wees gegroet.
148
II. Koningin der Martelaren, mede-Igdende Moeder, door de ongehoorde smart die gij oudervondt, toen gij ü gedwongen zaagt met uw goddelijk Kind naar Egypte te vluchten, kom dezen armen zieke te hulp dien wij U aanbevelen; verlos hem, zoo van de kwalen des lichaams als van de kwelling der ziel, en schenk hem de verlichting die hij begeert. Amen.
Wees gegroet.
III. Koningin der Martelaren, me-delgdende Moeder, door de bittere smart die uw liefdevol hart doorboorde, toen gij drie dagen lang uw verloren kind moest zoeken; geef dat deze zieke moge wedervinden de gezondheid, die hij verloren heeft en de onschuld zijner ziel. Amen.
Wees gegroet.
IV. Koningin der Martelaren, mede-lijdende Moeder, door de afgrijselijke benauwdheid, die U overviel toen gij ü geplaatst vondt voor uw goddelijk Kind beladen met zijn kruis, en gij onmachtig waart om hem eenige hulp te verleeneu; kom dezen armen kranke te hulp en verlos hem van den schier ondragelijken last zgner kwaal. Amen. Wees gegroet.
149
V. Koningin der Martelaren, medelijdende Moeder, door de onuitsprekelijke droefheid, die gij gevoeldet toen gij uw Zoon Jesus, met handen en voeten aan het kruis genageld, zijn kostbaar bloed zaagt vergieten; zie neer met nw moederlijk oog op de smarten die dezen armen zieke pijnigen, neem de oorzaak zijner ziekte weg en bezorg hem meteen, door de kracht van Jesus' bloed, het heil zijner ziel. Amen.
Wees gegroet.
VI. Koningin der Martelaren, medelijdende Moeder, door de onbeschrijfelijke pijn die gij leedt, toen het lichaam van uw gekruisigden Zoon rustte in uwen schoot; neem onzen geliefden zieke in uwe moederlijke armen en geef hem, om de langdurige pijnen welke hem folteren, den in- en uitwendige n vrede dien men onfeilbaar zeker bij ü vindt. Amen.
Wees gegroet.
VII. Koningin der Martelaren, medelijdende Moeder, door die laatste onbeschrijfelijke droefheid, die uw hart met de uiterste mistroosting vervulde, wijl het ü niet eens gegeven werd het stoffelijk overblijfsel te betreuren van Hem, die uw eenigst goed was op aarde ;
130
geef dat de zieke voor wien wij bidden, door uw alvermogende tusschenkomst de gezondheid weder erlange, en dat wij TJ daarvoor onze kinderlijke dankbaarhed mogen betuigen, hier in dit leven en hiernamaals in den hemel voor alle eeuwigheid. Amen.
Wees gegroet. ,
Bid voor ons, allerheiligste Maagd.
Opdat wy de beloften van Christus waardig worden.
oebed.
Geef, Heere Jesus, dat de allerheiligste Maagd Maria, uwe Moeder, wier ziel tijdens uw lijden door het zwaard van droefheid werd doorstoken, zich als Middelaarster stelle voor den troon uwer genaden, ter gunste van uwen dienaar, nu en in het uur van zijnen dood. Amen.
Smeekgebed in den Nood.
O allerh. Maagd, bedrukte Moeder Gods Maria, ik N.N. alleronwaardigste zondaar, neem mijne toevlucht tot U en kniel hier met kinderlijk betrouwen
151
voor uwe beeltenis neder, U biddend en smeekend dat gij in dit uur van benauwdheid mij moogt verliooren. Tot wie o goddelijke Moeder, zal ik in deze mijne benauwdheden beter gaan, dan tot ü die de oorzaak zijt onzer blijdschap, het behoud der kranken, de toevlucht der zondaren, de troosteres der bedrukten, de hoop der kleinmoediger! en de hulp der christenen ? O allerheiligste Maagd, Gy kunt my helpen : na God, zijt Gy de machtigste in den hemel.
tk heb alle betrouwen dat Gij my helpen zult. Hoeveel anderen hebt Gij geholpen, die zondaren waren als ik ! Zondaren, God lasterend tot het laatste huns levens, moordenaars en de onzuiverste geesten hebben berouw en bekeering by U gevonden. Gij hebt wanhopen â den vergiffenis geschonken met een vaste hoop op hunne zaligheid. Waarom zoudt Gij mij, allerellendigsten zondaar, â dan ook niet helpen ? â Zijt Gij niet voor mij zoowel als voor anderen tot Voorspreekster en Moeder gesteld? Uwe liefde en barmhartigheid is nog dezelfde , uwe bereidvaardigheid om mij te helpen is niet verminderd. Gij laat allen toe en uwe liefderijke armen staan altijd en
152
voor allen open. Hierop dan, allerbe-droeldste en medelijdende Moeder, mijn betrouwen stellend, bid ik ü ootmoedig en vurig om troost en verlossing iu dezen mijnen zoo bitteren nood.....
Moeder vol van mededoogen, keer, bid ik Ã, uw aangezicht niet van mg af, en zend mij niet ongetroost van U weg.
Ik bid het U door al de smarten die Gij bij Jesus' lijden hebt gevoeld en door den goddelijken troost, die U uit den hemel is ingestort, en ik houd niet op ü te bidden tot dat Gij mij hebt verhoord. Wat vertoeft Gij langer het oor aan mijne smeekingen te leenen ? Houden mijne zonden U tegen ? Ach zg zijn mij van harte leed. Ik veracht en verzaak ze uit den grond van mij a hart. Nooit wil ik U meer vergrammen, maar ik wil ijverig zgn in uwen dienst. Aanzie dau mijn zuchtend hart en de goede genegenheid, die ik tot U heb. Verhooring, lieve Moeder, verhooring, in dezen mynen allerbittersten nood. En daar ik weet dat men nooit te veel van U vraagt, zoo bid ik U nog om een levendig geloof, een vaste hoop en een volmaakte liefde tot God, tot ü en tot alle menscheu, om God. Verkrijg voor mij de gave vau
153
tranen, om mijne en eens anders zonden te beweenen, een volmaakt christelijk leven te leiden, naar het vlekkeloos leven van uwen lieven Zoon en het uwe; genade en bescherming in alle voorvallen des levens en vooral de gave van volharding tot het einde toe.
Verkrijg mij ook, allerteederste Moeder, een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid. En schieten dan mijne verdiensten te kort, wil deze door de uwe vergelden. Vergeef mij mijn bekende en onbekende zonden, mijn kwade biechten en communiën en alles wat ik heb misdaan. Weer den helschen vijand van mij af en laat mijne ziel in vrede rusten bii Hem die ze geschapen heeft, om U, allerheiligste Moeder, altijd te aanschouwen, met uwen Zoon, van aanschijn tot aanschijn in de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
154
ROZENHOEDJE
VAN
O. L. Vr. van zeven Smarten.
l»te Smart. Simeon voorzegt aan Maria, dat een zwaard van droefheid haar hart zal doorhoren.
Ome Vader, zevenmaal Wees gegroet.
2de Smart. Maria wordt gedwongen, naar Egypte te vluchten.
Ome Vader, zevenmaal Wees gegroet.
3do Smart. Maria zoekt het verloren Kind Jesus.
Onze Vader, zevenmaal Wees gegroet.
4de Smart. Maria ontmoet haren Zoon, beladen met zgn krus.
Onze Vader, zevenmaal Wees gegroet.
5de Smart. Maria ziet haren Zoon aan het kruis vastgenageld.
Onze Vader, zevenmaal Wees gegroet.
155
6de Smart. Maria beschouwt haren Zoon van het kruis afgedaan en in haren schoot nedergelegd.
Onze Vader, zevenmaal Wees gegroet.
Smart. Maria ziet haren Zoon in het graf nedergelegd.
Onze Vader, zevenmaal Wees gegroet. Daarna driemaal het Weesgegroet, ter eere van de tranen welke Maria gestort heeft.
NB. De overwegiug van Maria's Smarten, wordt bij het Rozenhoedje aanbevolen, doch is voor het verdienen der Aflaten geen vereiachte.
OEFElSTIlSr ester eere van het bedroefde Hart van Maria.
Æ. 0 God, zie toe tot mijne hulp.
Heere! haast ü om mij te helpen.
Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin en nu en altijd en in eeuwigheid der eeuwigheden. Amen.
1. Ik heb medelijden met U, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen der droefheid, welke uw teeder Hart gevoelde, toen Gij de voorzegging van
156
den heiligen grijsaard Simeon hoordet. Lieve Moeder, verkrijg my, door uw zoo bedrukt Hart, de deugd van ootmoedig-lieid en de gaaf der heilige vreeze Gods.
Wees gegroet, Maria , enz.
2. Ik heb medelijden met U, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen van den angst, welken uw allergevoeligst Hart onderstond in uwe vlucht naar Egypte en in uw verblijf aldaar. Lieve Moeder, verkrijg mij, door uw Hart zoo vervuld met droefheid, de deugd van milddadigheid, bijzonder jegens de armen, en de gaaf van godsvrucht.
Wees gegroet, Maria, enz.
3. Ik heb medelijden met U, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen der diepe droefheid, welke uw bezorgd Hart gevoelde, toen Gij uwen welbeminden Jesus hadt verloren. Lieve Moeder, verkrijg mij, door uw zoo zeer ontsteld Hart, de deugd van zuiverheid en de gaaf van wetenschap.
Wees gegroet, Maria, enz.
4. Ik heb medelijden met U, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen der ontsteltenis van uw moederlijk Hart, toen Gij Jesus, zijn kruis dragende, ont-moettet. Lieve Moeder, wier beminnend
157
Harfczoo wreed beproefd werd, verkrijg mij de deugd van verduldigheid en de gaaf van sterkte.
Wees gegroet, Maria, enz.
5. Ik heb medelijden met ü, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen der marteling, toen Gij by den doodsstrijd van Jesus tegenwoordig waart. Lieve Moeder, verkryg mij, door uw zoo gemarteld Hart, de deugd van matigheid en de gaaf van raad.
Wees gegroet, Maria, enz.
6. Ik heb medelijden met U, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen der wonde, welke uw medelijdend Hart ontving, toen de lans de zijde van Jesus opende en zijn allerliefderijkst Hart kwetste. Lieve Moeder, verkrijg mij, door uw aldus doorboord Hart, de deugd van broederlijke liefde en de gaaf van kennis.
Wees gegroet, Maria, enz.
7. Ik heb medelijden met ü, o Maria, Moeder van Smarten, bij het aanschouwen van het overmatige lijden, dat uw zeer beminnend Hart onderstond, toen Jesus begraven werd. Lieve Moeder, verkrijg mij, door uw Hart met de grootste bitter-
158
heid verzadigd, de deugd van naarstigheid en de gaaf van wijsheid.
Wees gegroet, Maria, enz.
y. Bid voor ons, allerdroevigste Maagd.
B'. Opdat -wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED,
Wij smeeken U, Heer, laat de gelukzalige Maagd Maria, uwe Moeder, èn nu èn in 't uur onzes doods bij uwe goedertierenheid voor ons ten beste spreken, zij, wier allerheiligste ziel in 't uur uws lijdens een zwaard van droefheid doorstoken heeft. Door ü, Jesus Christus, Zaligmaker der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Paus Pius VII vergunde, bij Rescript van 14 Januari 1815 : een Aflaat van 300 dagen aan alle geloovigen, telkens als zij ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig deze oefening verrichten.
NB. Dexe oefening, niet de Litanie der 7 Weeën, kan dienen voor de Novene ter eere van de Moeder van Smarten. Ook kan men daarvoor nemen het Rozenhoedje van O. L. V. van 7 Smarten of haar klein Officie. De Novene voor haren feestdag vangt aan: Donderdag vóór Passie-Zondag en Zaterdag vóór den 2n Zondag in September.
EE ZEVEN VRIJDASEN
ter eere van O. L. Vr. van Smarten.
NB. Deze oefening, zeer geëigend voor de vereerders van Maria van Smarten, is een geschikt middel om een diepe godsvrucht op te wekken voor haar lijden, en door hare voorspraak een byzondere gunst te verwerven. Zy bestaat in de overweging van hare smarten op zeven achtereenvolgende Vrijdagen, die den Palm-Zondag voorafgaan.
Om de oefening met vrucht te doen, is het goed lo. Op elk der Vrydagen te naderen tot de Biecht en de h. Communie. 2o. Telkens de Kapel van Smarten te bezoeken en daar, na de overweging, het Rozenhoedje van O. L. Vr. van Smarten te bidden, haar Klein Officie , of haar Litanie met zevenmaal het Onze Vader en Wees gegroet.
Overwegingen voor de Zeven Vrijdagen, ter eere van 0. L. Vr. van Zeven Smarten.
Eerste Vrijdag.
le Smakt. De voorzegging van Simeon.
overweging.
Maria's smart begon in den nacht van Jesus geboorte. Wat leed die Moeder, toen zij, overal afgewezen, geene huisvesting kon vinden, dan in een armen verlaten stal, van alle zijden open voor
160
de guurheid van het weer! Toen zij haar goddelijk Kind moest neerleggen in eene kribbe op het harde stroo , zonder deksel, bijna zonder kleeding, want het was in kleine doekjes gewikkeld! En toen acht dagen later, bij de Besnijdenis , het eerste bloed van Jesus vloeide, o toen dacht zij aan de folteringen die eenmaal dat teedere lichaam zouden verscheuren , aan het bloed dat Hij tot den laatsten druppel zou moeten vergieten. Van dat oogenblik aan stond het lijden van haren dierbaren Zoon haar gedurig voor oogen. Maar de eerste smart bereikte haar toppunt bij de opdracht van Jesus in den tempel. Nog nauw heeft de grijze Simeon het goddelijk Kind op zijne armen, of hij gevoelt de werking van den H. Geest; hij wordt profeet, en voorspelt aan Maria het bitterste lijden, zeggende: gt;Zie deze is gesteld tot val »en opstanding voor velen in Israël, en gt; tot een teeken, hetwelk tegengesproken »zal worden; en u-zelve, o Maria, zal »een zwaard van droefheid door de ziel vgaan, en uit vele harten zullen de â »gedachten openhaar worden.quot; Met gelatenheid en onderwerping aan Gods wil, aanhoord Maria deze woorden,
161
die werkelijk het eerste zwaard van droefheid in haar hart stootten. Het meest leed zij op het vernemen, dat haar Jesus ook gesteld was tot val van velen. 0 hoe griefde het haar te moeten denken, dat nog zoovelen, iu weerwil van de verlossing van Jesus, zich-zelven zouden verdoemen door de zonden! Zij begreep, dat hun lot nog des te ongelukkiger zijn zou, omdat zij, boven hunne vroegere schuld, nog misbruik zouden maken van de rijke middelen, hun door Jesus ter zaligheid gegeven. Hoe beklaagde zij de heidenen, die vrijwillig in de afgoderij zouden blijven, de joden die Jesus niet zouden willen erkennen, de ketters die moedwillig zijne leer zouden vervalschen, de ongelukkige katholieken die vermetel zouden voortleven in zonden. Hoe vuriger zij de menschen beminde, des te meer pijnigde haar de val van zoo velen. Leeren wij van Maria de volkomen onderwerping aan den wil van God. Als Maria, die geheel onschuldig was, zooveel en zoo zwaar heeft moeten lijden, en zoo geduldig geleden heeft, mogen wij dan klagen? Ons lijden is zooveel minder, en wij hebben het verdiend. Leeren wij van
102
Maria de ware broederlijke liefde; niets moet ons meer bedroeven dan de zonden in de wereld. Treuren wi] met baar over den val van anderen en over onze eigene zonden; en bidden wij voor onze eigen bekeering en die van anderen. Het zal baar moederlijk bart troosten, als zy ons medelijden ziet, in baar lijden. Zij zal ons des te vuriger beminnen, en des te meer verdiensten voor den hemel doen verkrijgen. Vooral in onzen tijd is Jesus tot een val voor velen, en worden de gedachten van vele men-scben openbaar. Hoe velen vallen Jesus af, om de wereld na te volgen! Hoe velen zijn beschaamd voor Jesus, voor zijne H. Kerk, uit te komen, terwijl het kwaad zich openlijk vertoont! Laten wij onze gedachten openbaar maken, kiezen wij partij, openlijk partij voor Jesus. Zijn velen in onze dagen de oorzaak van Maria's smart door hunnen val; laten wij de troost van Maria zyn door te toonen, dat Jesus voor ons gesteld is ter opstanding, dat Hij niet te vergeefs voor ons beeft geleden.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten en hid daar het Rozenhoedje van O. L. Vr. van zeven Smarten, haar Klein Officie
163
of de Litanie der Zeven Weeën met zevenmaal het Onze Vader en zevenmaal het Wee^ gegroet.
Tweede Vrijdag.
2e Smakt. De vlucht naar Egypte.
overweging.
Nog nauw was de levendige droefheid der eerste wee een weinig gelenigd of zie eene nieuwe smart komt Maria treffen. De H. Joseph wordt in den nacht door denEngel vermaand, dat hij aanstonds met Maria en haar Kind zal opstaan en zich begeven zal naar Egypte, een onbekend en ongeloovig land. Herodes, de koning of viervorst van Galilea, staat Jesus naar het leven; hij zal eene vreeselijke slachting brengen onder de kinderen van Bethlehem en quot;omstreken, om toch maar zeker ook den nieuwgeboren Koning der Joden, het goddelijk Kindje Jesus, te treffen. Zonder aarzelen, zonder zich af te vragen, waarom God, de Meester van hemel en aarde, wil vluchten voor zijn ontaard schepsel; zonder te onderzoeken, hoe zy Egypte zal bereiken en zich daar zal vestigen,
164
beroofd gelijk zij is van alle tijdelijke hulpmiddelen, begeeft Maria nog dienzelfden nacht met Joseph zich op weg. Met hoeveel raoeielijkheden hebben zij op die reis te kampen! Wat angsten staan zij uit! Elk oogenblik vreest Maria, dat Herodes hen heeft ontdekt, dat haar Kind wordt gegrepen, en in de handen dier bloedgierige beuleu valt. Hoe vurig en vol weemoed drukte zij in die angstige oogenblikken haar Kind aan haren moederlijken boezem! Hoe bad zij om bescherming voor baren Jesus, voor Joseph haar bruidegom. Eindelijk na duizend angsten te hebben doorgestaan, is men in het aangewezen land aangekomen. Wat nu te doen? Niemand kent hen; allen zien met een soort van minachting op hen neder; want zij zien er armoedig uit, en de armen hebben geene vrienden, vooral niet in een afgodisch land. Wie zou bij dat alles den moed niet verliezen? Bij wien zou er geen twijfel opkomen omtrent de macht en de godheid van dat Kind? Het moest gaan vluchten voor een goddelooze; in armoede en gebrek vele jaren zuchten in een vreemd en ongeloovig land. Maar het geloof van Maria aan de goddelijk-
165
heid van haren Jesus werd niet het minste door dat alles geschokt; integendeel zij bewonderde nog te meer de nederigheid van den Godmensch, die zich zoo diep liet verlagen, en zij trachtte Hem na te volgen in zgne groote ootmoedigheid. Mocht ons geloof zoo levendig zijn als dat der H. Moeder Gods! Dan zouden wij nooit klagen of morren over hetgeen in deze wereld door Gods wil of door Gods toelating geschiedt; we zouden in alles Gods wijze voorzienigheid aanbidden; en ons geloof zou levendiger worden , daar waar het geloof van zoovelen bezwijkt. Hoe meer wij de H. Kerk in lijden zien, des te sterker moet ons geloof worden aan eene alles leidende, eeuwig wijze Voorzienigheid. Maria leert ons tevens, diep nederig te zijn; niet de grootheid, het geluk, de genoegens dezer wereld te beminnen en te zoeken, maar die te verachten, en daarentegen de beleedigingen, verongelijkingen, miskenningen en alles wat de wereld ongelukkig noemt, geduldig aan te nemen en te verdragen. Volgen wij haar na in die H. deugd, dan zullen wij altijd gelukkig en tevreden zijn in alle ellenden des levens, nooit vermetel op ons welven
166
betrouwen, maar overal de zonden en de gelegenheid tot de zonden vluchten. De ootmoedigheid zal ons voor het kwaad behoeden, en eiken dag ons aangenamer en dierbaarder maken aan het hart van God.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
Derde Vrijdag.
3e Smaiit. Het verlies van het Kind Jesus.
overweging.
Jesus was twaalf jaren oud. Hij was met Maria, zijne Moeder, en den H. Joseph teruggekeerd uit Egypte en woonde in stille eenzaamheid met hen te Nazareth. Jaarlijks begaven de HH. Joseph en Maria, volgens het voorschrift der wet, omstreeks het feest van Paschen, zich naar den tempel te Jerusalem. Ook Jesus vergezelde hen thans, hoezeer die reis, op dien teederen leeftijd, vol vermoeienis voor Hem was. Toen de tijd tot het vertrek uit de H. Stad waa gekomen , bleef het goddelijk Kind, buiten weten van zijne ouders, in den tempel
167
achter. Maria meende, dat Jesus in het gezelschap van Joseph was, terwijl deze zich overtuigd hield, dat Hij bij deszelfs Moeder was gebleven. Immers, volgens de loffelijke gewoonte in die dagen, maakten mannen en vrouwen afzonderlijk den weg, en slechts des avonds, wanneer er voor nachtverblijf diende gezorgd te worden, kwam men bij elkander. Welk een angst gevoelden beiden, Maria eu Joseph, toen zij het goddelijk Kind niet bemerkten. Aanstonds, zonder te letten op de vermoeidheid der dagreis, keerden zij terug op hunnen weg, om overal Jesus te zoeken. Wat akelige gedachten kwamen Maria bestormen en wat benauwde vrees beving haar bij dit verlies? Nog meer werd zij ontsteld, als zij zich zei re afvroeg, of zij wel genoeg haren plicht had vervuld, of zij in het een of ander Jesus had bedroefd of aanleiding tot die beproeving had gegeven. Zij was overtuigd, dat zij haar god de-lijken Zoon nooit had beleedigd; en toch kwam ook die droefgeestige gedachte haar soms kwellen. Zoo bracht Maria met den H. Joseph drie dagen in de grootste smarte door; maar eindelijk komen zij in den tempel en tot hunne
168
onnitsprekeliike blijdschap vinden zij daar Jesus in het midden der Schriftgeleerden en Phariseërs, die verbaasd stonden over de diepe wijsheid zijner antwoorden. In een oogwenk staat Maria voor Jesus en vraagt Hem: » Mijn Zoon , waarom hebt Gij ons zoo gedaan ? Zie, uw vader en ik hebben U met droefheid gezocht.'''' En Jesus gaf haar dit troostend antwoord: »Hoe is het dat gij Mij gezocht hebt? wist gij dan niet, dat Ik zijn moest in hetgeen mijns Vaders is?quot; Zoo nam Jesus bij zijne Moeder de vreeze weg, dat zij schuld zou hebben; moedigde haar aan en wees haar op de toekomst, wanneer Hij zich geheel zoude bezig houden met hetgeen zijns Vaders is. In innige rust en blijden vrede keerden zij nu gezamenlijk terug naar Nazareth; en Maria bewaarde al die woorden in haar hart. Maria had Jesus uit haar gezelschap verloren, niet uit haar hart; maar haar ijver in het zoeken van Jesus, en hare bittere droefheid bij zijn afwezen moeten ons leeren, hoe wij de zonden moeten beweenen, die Jesus uit ons hart verwijderen, en ons vijanden van God maken. Vroeger woonde Hij
169
in ons midden, ons hart was de tempel van den H. Geest; docli door de wreede zonden hebben wij dien tempel onteerd, God daaruit verdreven om er plaats te maken voor den duivel. Doen wij gelijk Maria; stellen wij geen oogenblik uit om Jezus te gaan zoeken en houden wij niet op te treuren, tot dat wij Jesus hebben wedergevonden. Niet uitstellen, niet zeggen: later wil ik Jesus gaan zoeken, neen, we moeten aanstonds opstaan , den weg verlaten, waarop wij Jesus verloren hebben en terugkeeren naar Jerusalem, naar den goeden weg, waar wij Hem zullen wedervinden en in ons hart bewaren zullen. Amen.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
Vierde Vrijdag.
4e Smart. De ontmoeting van Jesus.
overweging.
Geheel het leven van Maria was een aaneenschakeling van droefheid, want zelfs in hare gelukkigste oogenblikken stond hare smart haar levendig voor den
8
170
geest. Gelukkig was Maria, als zij zich ia de eeuzaamheid bevond met haar Jesus, waar zij dat goddelijk Kind beschouwde, en de liefde zag, welke Hij haar toedroeg. Dat waren gelukkige oogenblikken voor Maria, die dan zoo zeer gloeide van liefde tot God, dat zij de aarde geheel kon vergeten. Maar op hetzelfde oogenblik trad de gedachte aan Jesus lijden weer in haar binnenste en zag zij in den geest al de folteringen, welke Jesus, volgens de voorzegging der Propheten, eenmaal zou moeten ondergaan. Deed dit gezicht Maria altijd lijden, wat zal het niet geweest zijn, toen Jesus' lijden in werkelijkheid begon, en Maria uit den mond van den bedroefden Apostel Joannes vernam, dat Jesus door Judas verraden en in de handen zijner vijanden was overgeleverd! Na een kort gebed, eene verzuchting en eene levendige akte van geheele onderwerping aan den wil van God, staat zij op en begeeft zich op weg', om haren Jesus te ontmoeten. Daar bevindt zij zich in het midden dei-beulen tegenover haar Zoon! welk een oogenblik! Zij slaat haar droevig oog op Jesus, en helaas! zij heeft moeite om
171
Hem, haren eigen Zoon te herkennen. Zóó heeft men Hem mishandeld, zóó onkenbaar is Hij door de wreede folteringen , die Hij heeft ondergaan. Zij ziet zijn hoofd met scherpe doornen doorboord, zijn aanschijn paars en blauw geslagen, overdekt met vuiligheid en bloed; zy ziet, hoe het kruis, door zijne zwaarte, zijn schouder verplet; hoe Hij afgemat is door de schrikkelijke geeseling; hoe elke stap, die Hij doet, een bloedig spoor achterlaat, en Hij bij eiken voetstap zijn bloed en krachten verliest. Welk een oogenblik! O mensch , uw hart moet kouder zijn dan een steen, ongevoeliger dan eene rots, als gij zonder tranen te storten dat oogenblik kunt overwegen. En als gij dan bedenkt, dat uwe zonden van al die droefheid de oorzaak zijn, zult ge dan geen berouw gevoelen en Jesus om vergiffenis bidden, door de voorspraak van zijne heilige Moeder? Welk een oogenblik! doch het duurde ook slechts een oogenblik; want ziet, reeds hebben de beulen haar van haren Jesus losgescheurd , en voorwaarts gaat het, naar Calvarië, onder de onmen-schelijke behandeling. Maria bezwijkt niet; eene Goddelijke kracht, het loon
172
van haar gebed en hare onderwerping, ondersteunt haar, en zij volgt deu droevigen stoet tot op Golgotha, waar zy getuige zal zijn van den kostbaren dood haars Zoons. O Maria, hoe leert gij mij de kracht kennen van het gebed, en welken moed ons, in de bitterste smart, de onderwerping geeft aan deu wil van God! Ik wil ook met moed gaan lijden, mij voor Jesus verklaren en mij niet van godsdienst of plicht laten aftrekken door ellendige menschenvrees. Neen, niets zal mij voortaan kunnen terughouden; ik wil met Jesus lijden, Hem overal volgen, zelfs tot op Oalvarië, om Hem te volgen in den Hemel. Amen.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
Vijfde Vrijdag.
5e Smart. De kruisiging van Jesus.
oveeweging.
Maria volgde haren met het Kruis beladen Jesus tot op den berg van Cal-varië; geduldig verdroeg zij al de schimpredenen, die de goddelooze bende
173
haar aandeed; en bleef onbevreesd iu het midden der beleedigingen, waarmede men haar zocht af te wijzen en te verwijderen. Eindelijk is men op Calvarië aangekomen, en Maria is getuige van al de vernederende folteringen, die de Godmensch daar moest verduren; zij ziet de werktuigen gereed gemaakt om Hem te kruisigen. Zij boort het bevel der beulen, die Jesus gebieden, zich op het kruishout uit te strekken; hoort eiken hamerslag, die de spijkers door zijne HH. handen en voeten drijft, en elke slag vindt weerklank in haar bart, en elke nagel is een zwaard, dat haar de ziel doorboort. Niet één, maar duizend dooden onderging Maria op dat vreese-Igke oogenblik; onuitsprekelijk waren hare smarten, en toch staat zij daar geduldig en onderworpen, en bidt met haren goddelijken Zoon mede, als Hij bad: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Jesus ziet haar lijden. Hij hoort haar gebed, vereenigd met het zijne, en tot haren troost vergeeft Hij aan den goeden moordenaar en belooft hem het eeuwig leven. Hij wil ons doen zien, hoezeer Hij zijne Moeder bemint. Zijn laatste zorg is voor haar.
174
Hij beveelt haar aan zijn getrouwen leerling Joannes, maar tevens beveelt Hij ook Joannes en ons, in den persoon van dien H, Apostel, aan zyne lieve Moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon; zoon, ziedaar uwe moeder O hemelsehe woorden . o heilig testament van Jesus! nooit mogen wi] die woorden vergeten. Van dat oogenblik af aan heeft Maria voor ons gezorgd, en houdt zy niet op voor ons welzijn te bidden. Toonen wij, dat wij waardig zijn, als hare kinderen te worden aangenomen. Is zij onze Moeder, nemen wij dan deel in hare smarten, vertroosten wij haar door een braaf en godvruchtig leven, het overwegen van Jezus lijden en het overdenken van hare smarten. Helaas, hoe dikwijls is ons zondig leven eene smart te meer voor haar verheven Moederschap, dat zij onder het kruis heeft aanvaard! Naarmate het uur van sterven van Jesus naderde, nam ook, zoo mogelijk, Maria's smarte toe; ach, hoe ontroerde zij bij de klacht van Jesus! Mijn God, mijn God, waarom heht Gij mij verlaten! En hoe trof het haar diep, haren Jesus te hooren klagen: Ik heh dorst; terwijl zij niet in staat was, Hem ook maar
175
één enkelen druppel water aan te bieden. Eeue moeder, die bij het sterfbed van haar kind staat, is zoo innig bedroefd, dat geene smart daarbij kan worden vergeleken; maar zij kan dan toch dat kind nog helpen. Maar Maria, die haar Kind meer beminde, dan alle moeders te samen hare kinderen kunnen beminnen , Maria die maar een eenigen Zoon had,- maar een' Zoon die God is, en alle kinderen oneindig in liefde voor zijne Moeder overtreft, Maria kon haar Zoon niet helpen en moest toezien, hoe men Hem in zijn lijden nog beschimpte en bespotte. O, dat zijn smarten te groot dan dat wij die zouden kunnen begrijpen, dan dat zelfs de teederhartig-ste moeder er zich een denkbeeld van zou kunnen vormen. En toch bracht Maria dit offer met onderwerping en liefde aan God; alles is volbracht, zeide zij met Jesus; en toen Jesus deze woorden uitsprak: Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest, herhaalde ook Maria die in haar hart. O, had zij op dat oogenblik ook mogen sterven! maar ueen, God wilde dat zij, tot ons voorbeeld, nog meer zou lijden. Zullen wij nu nog zoo wreed zijn om hare smarten
176
te durven vermeerderen door onze zonden? Zullen wij het nog ooit kunnen vergeten, dat wij onder het Kruis Maria's kinderen zijn geworden? Amen.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
SEesde Vrijdag-.
ö0quot; Smaet.
Jesus in den schoot zijner Moeder.
lesus was gestorven..... eene dikke
duisternis bedekte het aardrijk... de aarde
beefde..... de rotsen spleten vanéén.....
het voorhangsel des tempels scheurde.....
geheel de natuur treurde en verkondigde den dood van den Godmensch! Maria had meer dan haar leven ten offer gebracht! Nog stond zij daar, het oog gericht op het Kruis en op het doode lichaam van haren goddelijken Zoon. Daar nadert een krijgsman te paard met gevelde lans in zijne hand; hij komt onderzoeken, of de gekruisigden werkelijk gestorven zijn; zoo niet, dan zal hij hun de beenen breken, om hun dood te verhaasten. Dit mogt met Jesus
177
niet gebeuren. De Propheet had het honderde jaren te voren voorzegd: zij zullen Hem geen been breken. De krijgsman ziet het lijk van Jesus, doch hij twijfelt nog aan zijn dood; en om zich te vergewissen, dat Jesus werkelijk den geest had gegeven, doorboort hij het goddelijk Lichaam met zijne lans; en tot teeken van den dood vloeiden water en bloed uit de opens zijde. Dat moest het offer van Maria voltooien; de lanssteek vooral was het, waarvan Simeon had gesproken. O, hadden wij het geluk gehad, haren blik, vol onderwerping ten hemel geslagen, te mogen aanschouwen, wij zouden voor altijd geleerd hebben, ons aan Gods wil te onderwerpen, en nooit meer over eenige smart, hoe groot dan ook in onze oogen, durven klagen. O, mij dunkt, hier hoor ik uit den mond van Maria de klacht, welke Jeremias reeds eeuwen vroeger deed hooren: O gij allen die langs den weg mij voorhij gaat, bemerkt en ziet of er eene smart is gelijk mijne smart. Wat is uw lijden, o aardsche moeder, bij den dood uwer kinderen , vergeleken bij het lijden van onze Moeder Maria? HH. Martelaren en Martelaressen, gij
178
hebt veel geleden; de uitgezochtste wreedheden waren uw deel; maar heeft Maria niet meer geleden dan gij allen, zoo dat zij terecht de Koningin der Martelaren wordt genoemd. Het lichaam van Jesus is van het kruis afgedaan en neergelegd in den schoot van Maria. Met de diepste aandoening beschouwt zij de doornen kroon in Jesus' hoofd gedrukt, zijn hemelsch gelaat, de vreugde der Engelen en Heiligen, paars en blauw, met vuiligheid bedekt, de wonden, die heel zyn lichaam overdekten, de gaten der nagelen en de geopende zijde. O, wat heeft haar Jesus al geleden; geen plekje op heel zijn lichaam, dat geen sporen draagt der wreedste mishandelingen. Voor wie heeft Jesus dit alles geleden? en wie zijn zijne beulen? Voor ons leed Hij dit alles. Wij zijn het die Hem zoo vreeselijk verminkt en zoo gruwelijk hebben gemoord. Wij, die Maria tot kinderen heeft moeten aannemen , wij zijn het die haar de grootste smart aandoen door onze zonden. Als wij doodelijk zondigen, kruisigen wij Jesus op nieuw. En hoe dikwijls zondigen wij ? En hoeveel doodzonden hebben wij reeds bedreven? Wat dacht Maria
179
op dat oogenblik van ons? Zij treurde over ons, en bad voor ons, gelijk Jesus voor ons heeft gebeden. Maar zullen wij nog haar lijden vermeerderen door onze zonden? Verbeeldt u, dat Maria u Jesus aanbiedt, gelijk Hij daar ligt in haren schoot; zij wijst u op de doornen kroon en zegt: Zietdaar bet werk uwer booze gedachten. Zij toont u, het bevuilde aanschijn en den stervenden mond van Jesus, en roept utoe: Zietdaar het werk uwer vuile woorden. Zij laat u zien al de wonden in zijn H Lichaam en zucht: Gij, mijne kinderen, zijt de schuld van al die wonden. O troost uwe Moeder, door nooit meer te zondigen; bidt haar om bij Jesus vergiffenis voor u te bekomen. Amen.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
Zevende Vrijdag.
7e Smart. De begrafenis van Jesus,
overweging.
De hevigste van Maria's smarten moest nog aanbreken. Jesus moest nog begraven worden. Zoolang eene moeder
180
nog het lijk van een gestorven zoon in haar bezit heeft, weet zij gewoonlijk hare droefheid te overheerschen of te matigen; maar zoodra men tot de begrafenis wil overgaan, dan breekt de droefheid los, en is het niet zelden hartverscheurend om aan te zien, hoeveel die moeder lijdt. Is eene gewone moeder alzoo gesteld, die slechts een gewoon kind verliest, hoe groot moet dan niet de smart van Maria geweest zijn , die eene Moeder, was verheven boven alle moeders en die een' Zoon verloor, den schoonsten onder de kinderen der men-schen, die de volmaaktheid zelve was. Hoezeer had zij dat Kind liefgehad; en nu was het door beulshanden vermoord, en moest zij het zien wegdragen naar het graf. Volgen wij onze Moeder op den weg naar het graf, zien wij haar met die droefheid op het gelaat; niet de uitgelatene, wanhopige smart eener
gewone moeder..... neen, geen klacht
komt over hare lippen, en ofschoon het eenieder duidelijk is, dat zij meer lijdt dan een menschenhart verdragen kan, zoo ziet tevens eenieder die het geluk heeft haar te aanschouwen^ de volkomen onderwerping aan den wil van God, die
181
op haar gelaat staat te lezen. Zij offert alles op tot zaligheid voor onze zielen, waarvoor Jesus had willen sterven. Het lichaam van Jesus was gebalsemd, het werd in schoone linnen doeken gewikkeld , en eindelijk in een nieuw, in de rots uitgehouwen, graf eerbiedig terneer gelegd. Maria is van dat alles de zwijgende getuige; voor de laatste maal omhelst zij het lijk van haren goddelijken Zoon, drukt zij eerbiedig een' kus op die verstorven wangen en zij geeft zelve het bevel, het graf met den steen te sluiten. Langzaam keert zij terug naar Jerusalem; Joannes is bij haar, om haar te beschermen ; maar er is slechts een troost in haar hart: de gedachte aan Jesus. Hij zal verrijzen, ten hemel opklimmen, en daar in den hemel eene plaats voor haar gereed maken, om nooit meer van haar te scheiden. Nu was ook Maria's uardsche leven geëindigd; wel bleef zij hier nog een' tijd lang de troost en de voorspraak der Apostelen en eerste Christenen; maar hare gedachten waren altijd bij Jesus, in den hemel; en zy verzuchtte onophoudelijk met den Apostel: Ik verlang ontbonden te worden en met Christus te zijn. Eindelijk was dat
182
gelukkig oogenblik daarâ zij stierf â of liever het offer harer liefde was volbraclit en hare ziel vloog op naar den hemel, waarheen ook kort daarna haar heilig, onbevlekt lichaam zou worden opgenomen. Wat verwijt kon Maria ons niet toevoegen op den weg naar de begraafplaats! Kon zij ons niet met recht verwijten , dat wij de schuld van dat alles zijn en dat wij ook nu nog niet ophouden, door onze zonden, gedurig haar leed te vergrooten ? Maar neen, zij klaagt niet, zij vergeeft, en bidt voor ons om vergeving. Bemint Jesus, zegt zij, en ik zal vergiffenis voor u bekomen van al het kwaad, dat gij ooit bedreven hebt; bemint Jesus, en ik zal zegen verkrijgen voor u en de uwen. Bemint Jesus, bemint Hem vurig, en ik zal u bijstaan in het uur des doods, om u voor eeuwig ten Hemel op te nemen. Amen.
Bezoek vandaag de Kapel van Smarten enz., als bij den ln Vrijdag.
- of cllt iel, ig. ao-liet laf-er-lles en, . te iet, er-ik al bt; ;en is,
.an ?ig
en
Hij zag er verachtelijk uit..... als
een man van smarten, die van lijden wist te spreken.
Tsaias LUI : 3.
JlmtsiDegocfcningcn
VOOR DEN
Vierden Zondag der Maand.
OEZFEHSTIUSTG-tot boeting der zonden.
VOORBEREIDINGSGEBED.
1. 0 myn God! ik aanbid de liefde waarmede Gij uwen eenigen Zoon voor mg ten beste gegeven hebt, en U, lieve Jesus, dank ik duizendmaal voor de onbegrijpelijke goedheid, die Gij mij betoond hebt, met voor mij aan een schandelijk kruis te sterven... Uit kinderlijke dankbaarheid en wederliefde kom ik hier, om U op uwen heiligen kruisweg te volgen.
2. Ontvang, mijn God, volgens uwe barmhartigheid, deze oefening, welke ik ga beginnen, tot erkentenis uwer glorie en majesteit, tot dankzegging voor het groote werk der verlossing, tot vergiffenis mijner zonden, tot lafenis der geloovige zielen, tot bekeering der zondaren en ongeloovigen, tot geluk en zaligheid der levenden en tot volharding der rechtvaardigen.
3. Ik offer U deze oefening op in vereeniging met de verdiensten van
185
Jesus Christus, van de H. Maagd Maria en van alle heiligen. Ik bid U, barmhartige God, de aflaten, gunsten en genaden, aan de oefening van den kruisweg verbonden, te willen toevoegen, zoo aan mij als aan de geloovige zielen in het vagevuur, bijzonder aan.....
0 Maria! bid voor mij, opdat ik dezen kruisweg in denzelfden geest be-oefene, waarmede gij hem zoo dikwijls bewandeld hebt.
O Engel Gods! die mijn bewaarder zijt, aan wiens zorg ik door de opperste Goedheid ben toevertrouwd, verwaardig u mij te verlichten, te bewaren, te geleiden en te bestieren. Amen.
I STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Ohristus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u, Jesus voor de rechtbank van Pilatus te zien staan en te hooren, dat Pilatus tegen Hem het doodvonnis uitspreekt.
O Jesus, welk is uwe misdaad, om zoo veroordeeld te worden?... Niet Gij,
186
minnelijke Zaligmaker, neen, ik beu schuldig; doch daar ik mijne schuld niet kon betalen, naamt Gij ze op U, en verplichttet Gij U daarvoor te sterven. Welk eene liefde!... Mijn Jesus! ik zal ten minste, uit liefde tot U, de zonden vluchten. Ja, nu zou ik liever duizendmaal sterven, dan U nog ooit vergrammen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik nooit meer zondige. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
II. STATIE.
Jesus draagt het kruis op zijne schouders.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gg door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien met welke liefde Jesus het kruis omhelst en het tegelijk met uwe zonden opneemt.
Wee mij, ondankbare, die zoo veel kwaad gedaan heb!... Zie daar gaat Jesus met zijn kruis beladen naar den
187
Calvarieberg, om tot boeting mijner zonde te sterven!... O Jesus, hoe zwaar viel u dat schandelijk kruis, maar hoe veel zwaarder vielen U mijne zonden!... Hadde ik ü toch nooit beleedigd! Konde ik voortaan mijne zonden dag en nacht beweenen, en door tranen van boetvaardigheid uitwisschen ! Mijn Jesus, wasch mij van mijne boosheden, en zuiver mij van mijne zonden.
0 Maria, bid voor mij, opdat ik mijne zonden dag en nacht beweene. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
III. STATIE.
Jesus valt de eerste maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u Jesus onder het kruis te zien vallen en vraag Hem:
O Jesus, waarom bezwijkt Gij onder uw kruis? Gij immers bestiert het heelal en draagt hemel en aarde zonder moeite,
188
waarom bezwijkt Gij dan onder uw kruis ?
Ik hoor U zeggen, lieve Jesus: het is om de groote boosheid uwer zonden; deze vallen mij oneindig veel zwaarder, dan het bestier van hemel en aarde. Mijn lieve Jesus, wat zegt Gij daar? vallen de zonden U zoo zwaar? zijn deze zoo afschuwelijk in uwe oogen?... Hoe spijt het mij dan U zoo dikwijls vergramd te hebben! ik wensch vuriglijk daarover elk uur grooter droefheid te gevoelen. O Jesus, hier voor [J neergeknield, vraag ik U om de vergeving mijner zonden, en smeek U mij in genade te ontvangen.
O Maria, bid voor mij, opdat God mij genadig zij en vergeving schenke. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijne lieve Moeder.
Wij aanbidden U,Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
189
Verbeeld u bij deze smartelijke ontmoeting tegenwoordig te zijn. O wat droevige oogslag! Maria ziet haren Zoon gebukt onder zijn kruis... Jesus ziet een zwaard van droefheid in het hart zijner Moeder. Zij konden van droefheid geen woord spreken.
O mij, ellendige! ik ben de schuld van hun beider lijden. Ik heb gezondigd, en daarom zie ik Jesus en Maria hier van smart en weedom overstelpt, Hoe waren deze twee harten door droefheid bekneld! Ach, werd mijn hart ook eens door leedwezen overwonnen, om dag en nacht over mijne zonden te weenen, ja om van droefheid te sterven! O Jesus, o Maria, bidt voor mij, opdat ik van berouw en droefheid weene. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
V. STATIE.
Simon draagt gedwongen het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
190
Verbeeld u te zien, hoe Simon gedwongen wordt het kruis achter Jesus te dragen.
Zoo zijt Gij dan, lieve Jesus, niet meer in staat uw kruis te dragen, en niemand wil U helpen. Simon, een een vreemdeling, moet er toe gedwongen worden! Welk eene ondankbaarheid!... Maar hoeveel grooter is de mijne! In plaats van U het kruis te helpen dragen, heb ik het door nieuwe zonden blijven verzwaren... Ik beken al weenend mijne schuld; ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U; ik ben niet meer waardig uw kind genoemd te worden; neem mij slechts aan als een uwer dienstknechten. Mijn Jezus! ik zal mijne zonden boeten en met ü het kruis dragen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik al weenend Jezus volge en mijn kruis gewillig met Hem drage. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
191
VI. STATIE.
Veronica zuivert het aangezicht van Jesus.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat Jesus' aanschijn om uwe zonden geheel bebloed en misvormd is, en dat Veronica, uit medelijden het met eenen doek zuivert.
O Jesus, waartoe zijt Gij om mijnent wil gekomen? Gij om mij! deze drie woordjes zeggen alles. Gij om mij mishandeld!..... Gij om mij misvormd!....
Gij om mij met bloed bedekt!..... Gij
om mij verpletterd!..... Ach, of mijn
hart van droefheid brak, of ik uw aanschijn, gelijk Veronica, konde zuiveren, hoe gaarne zou ik het doen! ik zal ten minste mijne besmeurde ziel door tranen van boetvaardigheid zuiveren. O Jesus! druk er uw beeld in, gelijk Gij dat in den doek van Veronica gedrukt hebt; hierin zal ik mij spiegelen om de boosheid mijner zonden te leeren kennen. Hoe spijt het mij, U zoo dikwijls vergramd te hebben.
O Maria, bid voor mij, opdat ik nooit meer zondiare. Amen.
192
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
VIL STATIE.
Jesus valt de tweede maal onder het kruis. Wij aanbidden U, Christus, en loven ü, Omdat Gy door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien hoe Jesus valt en van de wreede beulen gestooten en geslagen, vervloekt en verwenscht wordt.
O Jesus, wat lijdt Gij toch veel om mijne zonden!... Onmenschelijke beulen, houdt op Jesus te mishandelen! Hij is onschuldig, ik ben de booswicht; wreekt het dus op mij. Mijn hart, o Jesus, breekt bijna van droefheid; het verwijt mij dat ik zelf een van die wreede beulen geweest ben. Helaas! wat zal er van mij geworden, als ik voor uwe rechtbank rekening van zoo vele misdaden zal moeten geven? Mijn Jesus, wees mij genadig: zie mij hier vol droefheid aan uwe voeten liggen. Ik beloof U nimmer meer te willen zondigen. Neen, lieve Jesus, in eeuwigheid geene zonde meer!
193
O Maria, bid voor mij, opdat ik mijnen Jesus nooit meer verongelyke, en Hem tot het einde toe getrouw blijve. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
VIII. STATIE.
Jesus vermaant de weeiiende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, hoe Jesus zich naar de weenende vrouwen keert, en zegt: Weent niet over Mij, maar over u zeiven en uwe kinderen; want indien ze met het groene hout zoo handelen, wat zal er dan van het dorre geworden ?
Jesus, doe mij gelijk deze vrouwen, dag en nacht, uit medelijden over uwe smarten weenen; maar vooral doe mij weenen over mij zelven en over mijne zonden; want deze zijn de oorzaak van uw lijden.
0 Jezus, wat lijdt Gij veel! maar wat zal er van mij gewordenquot;?... van mij, die zooveel kwaad gedaan heb?.,.
9
194
van mij, die zoo dikwijls de hel verdiend heb ? helaas, wat zal er van mij geworden? O Jesus, uwe liefde boezemt mij nog vertrouwen in; want Gij verstoot nimmer een vermorzeld en ootmoedig hart. Mijn Jesus, wees mij genadig: ik zal stiptelijk de zonden en de gelegenheden der zonde vluchten.
O Maria, bid voor mij, opdat ik, als een groen hout vruchten van boetvaardigheid voortbrenge. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
IX. STATIE.
Jesus valt de derde maal onder het kruis.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u Jesus te zien vallen, eu Hem al klagende te hooren zeggen: »mijn zoon, wat heb Ik u misdaan, » dat gij Mij zoo mishandelt ? of waarin »heb Ik u bedroefd? Ik heb u uit de » slaverng des duivels verlost, en op den
195
igt;weg naar den hemel geplaatst; maar â gt;gij hebt Mij met het kruis uwer zonden ^ beladen, waaronder Ik nu reeds drie-»maal bezweken ben.quot;
O Jesus, hoe hard vallen mij uwe klachten... Ik beken al weenend mijne schuld; ja ik heb gezondigd, en daarvoor moet Gij nu, als horg, de schuld betalen!... Vergeef het mij, Heer Jesus, vergeef het mij; ik vraag ü slechts uwe liefde en uwe genade, dan ben ik rijk genoeg.
O Maria, bid voor mij, opdat ik standvastig blijve in de bekoringen en in het goede volharde. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm ü onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
X. STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien met wat wreedheid de beulen Jesus de kleederen uitrukken.
196
zijne wonden en pijnen verdubbelen, en Hem met gal laven.
Zoo moet Gij dan, lieve Jesus, alle soorten van pijnen Ijjden, omdat ik op alle manieren gezondigd heb... Ik zie ü, tot boeting mijner verkleefdheid aan aardsche goederen, van uwe kleederen ontbloot worden, en tot boeting mijner zinnelijkheid, de bitterheid van de gal smaken. Minnelijke Jesus, ik beken mijne schuld en vraag er U van harte vergiffenis over. Tot boeting mijner zonden zal ik mij voortaan, uit liefde tot ü, in eten en drinken versterven en mijn hart nooit meer aaw aardsche goederen hechten.
O Maria, bid voor my, opdat ik getrouw zij in het volbrengen dezer voornemens. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
XI. STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven Ã.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
197
Verbeeld u te zien, met wat geweld de beulen Jesus handen en voeten uitrekken en aan het kruis onder de hevigste pijnen vastnagelen.
O Jesus, wat schromelijke pijn hebt Gij op dat oogenblik niet geleden ? Hoe kunt Gij het uitstaan? Mij dunkt, dat ik u bitter hoor zuchten en tranen zie storten van de pgn... Ik werp mij al bevend voor ü neder; ik beschouw mij als een der beulen, die U gekruisigd hebben. Ik heb U helaas zoo menigmaal door mijne zonden herkruisigd... Ik ben niet meer waardig den aardbodem te betreden. Mijn Jesus, uwe goedheid heeft mij gespaard. Had ik toch eerder de boosheid der zonde gekend! dan zoude ik ze gewis als het grootste kwaad gevlucht hebben. Daar ik die nu ken, wil ik liever sterven dan nog ooit zonden bedrijven. Neen, lieve Jesus, in eeuwigheid geene zonde meer!
O Maria, bid voor mg, opdat ik Jesus nooit meer door nieuwe zonden herkruisige. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer. Heer, ontfurm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
198
XII. STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u Jesus aan het kruis te zien hangen, met den dood worstelen en sterven.
Minnelijke Jesus, gaat Gij nu om mgne zonden sterven?... O liefde, o onbegrijpelijke liefde, sterft Gij dan voor mij, lieve Jesus? waardoor heb ik de liefde verdiend?... Ik was om mijne zonden den dood schuldig, maar nu zie ik ü in mijne plaats sterven,.. O konde ik U naar behooren dankbaar zijn! Konde ik uit liefde voor U sterven, gelijk Gij ter liefde van mij gestorven zijt! Dat ik ten minste uit liefde tot U de zonden vermijde ?... Zie, lieve Jesus, ik geef mij nu geheel aan U; nu sterf ik aan de wereld en hare zondige vermaken, om alleen voor U te leven.
O Maria! bid voor mij, opdat ik aan den voet van het kruis den dood van Jesus beweene, en voor eeuwig aan mijne zonden verzake. Amen.
199
Onze Vader. Wees gegroet.
Outferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
xm. STATIE.
Jesus wordt van het kruis afgedaan.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, hoe Maria al weenend het doode lichaam van Jesus op haren schoot ontvangt en met hare tranen besproeit.
O Maria, hoe was uw hart op dat oogenblik gesteld? Gij zaagt zijn hoofd met doornen gekroond, zijne handen en voeten met plompe nagels doorboord en zijn lichaam geheel verscheurd, vol bloed en wonden. Welk een treurig gezicht!... O Maria, ik werp mij vol schaamte voor u neder. Ik heb zonden op zonden gestapeld; deze hebben Jesus verscheurd, en nu doorboren zij uw moederlijk hart. Hadde ik toch nooit gezondigd!... O zonde, ga van mij weg, ik zal u overal, gelijk een wreed dier vluchten , en door aanhoudende gebeden
200
bestrijden. Ja, Heer Jesus, dit is rniju voornemen; versterk het door uwe genade.
O Maria, bid voor mij, opdat ik voortaan de zonden vluchte en bestrijde. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig,
XIV. STATIE.
Jesus wordt in een nieuw graf gelegd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u bij den lijkstoet tegenwoordig te zijn... Droefheid, eerbied en medelijden staan op aller gelaat te lezen.
O Jesus, ik werp mij bij uw graf neder, om mijne zonden te beweenen. Hoe schromelijk is toch het kwaad der zonde! zij heeft de wereld met rampen, het graf met doode lichamen en de hel met verdoemde zielen gevuld. Ja, om de zonde, lieve Jesus, wordt Gy nu dood naar het graf gedragen.
Ook ik zal weldra sterven en naar het graf gedragen worden; en zou ik
201
dan nog durven zondigen, of de wereld beminnen? Neen, lieve Jesus, neen. Baar in het graf immers vergaat al het aardsche; het bederf wordt er ons deel en de wormen ons gezelschap. Mijn Jesus, ik zal voortaan niet meer voor de wereld, maar voor U leven; ik werp mij bij uw graf neder, om dag en nacht mijne zonden te beweenen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik nooit meer zondige, maar in het goede volharde tot het einde toe. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
Statie der Zeven Smarten.
O bedrukte Moeder, neen, ik wil u niet alleen laten weenen, maar mijne tranen met de uwe vereenigen... Gij, van uwe zijde, o heilige Maagd, ge-waardig u, my te verhooren... Zie hier de genade, die ik van u vraag: verkrijg voor mg, dat mijn hart steeds door eene teedere godsvrucht tot het heilig lijden van Jesus en het uwe gedreven worde, opdat mijne overige levensdagen
202
slechts strekken mogen, om uwe smarten, o bedrukte Moeder, en die van mijnen goddelijken Verlosser, met eene ware deelnemende droefheid des harten te overwegen. Uwe zeven smarten, o heilige Maagd, zullen mij, hoop ik, in mijn sterfuur troosten en versterken tegen alle mistrouwen, waartoe het aandenken der zonden, die ik tegen mijnen God bedreven heb, mij zouden kunnen bekoren,.. Mogen deze uwe smarten, o Maria, mij de vergiffenis mijner zonden, de volharding in het goede en de he-melsche glorie verwerven, om in dezelve met u vereenigd, de barmhartigheden des Heeren in alle eeuwigheid lof te zingen.
O, dat mijne hoop vervuld worde! Amen.
SLUITGEBED.
O Jesus, ik zeg U hartelijk dank voor de genade en verlichting, welke Gij mij, gedurende deze oefening van den kruisweg, hebt gelieven te geven; ik vraag U ootmoedig vergiffenis over de lauwheid en gebreken, waarmede ik haar verricht hebt.
203
2. O mijn Jesus, wanneer ik U op den kruisweg volg, kan ik uwe goedheid jegens mij nooit genoeg bewonderen. Wat hebt Gij veel voor mij gedaan en geleden!... Minnelijke Jesus, welk was uw misdaad, om zoo onmenscbelijk mishandeld te worden? Wat was de oorzaak van al uw lijden en van uwen bitteren dood? Ik helaas, ik ben de oorzaak van uw lijden, ik de schuld van uwen dood.
O wonderbare beschikking van God!... Ik ben een zondaar en zeer plichtig; en Gij, rechtvaardige Jesus, wordt gestraft. Hetgeen ik, misdadiger, verdiend heb, lijdt Gij, onschuldige Jesus. Hetgeen ik, uw knecht, misdaan heb, betaalt Gij, lieve Jesus, Gij, de Heer en Meester van het heelal!
O goddelijke Zaligmaker, hoe ver gaat uwe ootmoedigheid! Hoe ver gaat uwe liefde! Hoe ver strekt zich uw medelijden uit! Ik had misdaan, en Gij lijdt straf; ik had mij verhoovaardigd en Gij wordt vernederd; ik was ongehoorzaam en Gij boet het door tot den dood toe gehoorzaam te zijn; ik heb aan gulzigheid toegegeven en Gij wordt door honger geplaagd; ik heb de vermaken gezocht
204
en uwe handen en voeten werden met nagels doorboord; ik heb de zinnelijkheden nagejaagd, terwijl Gij met gal gelaafd zijt. O Jesus, wat zal ik U vergelden voor alles, wat Gy voor mij gedaan hebt? Ik zal voortaan mijne zonden beweenen en geheel voor U gaan leven.
O Maria, bid voor mij, opdat ik mijnen Jesus toch nooit meer vergramme en standvastig blijve in alle gevaren. Amen.
Voeg hier nog hij 5 onze Vader, 5 wees gegroet en 5 glorie zij den Vader, ter eere van de vijf wonden van Christus. â â- en 1 onze Vader, 1 wees gegroet en 1 glorie zij den Vader, ter intentie van Z. H. den Paus.
ösy© 25^3 e-^«
OEFElsTIlsrO voor de zielen des vagevuurs.
VOORBEREIDINGSGEBED.
1. 0 mijn God, enz., zie hlz. 184.
I. STA.TIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
O Jesus, wie had ooit kunnen denken, dat Gij zoo vernederd en zoo schandelijk veroordeeld zoudet worden? Uwe eenige misdaad was uwe liefde; want Gij wildet uit liefde sterven, om ons het leven te geven. Ik smeek U door deze liefde medelijden te hebben met de zielen in het vagevuur. Zij zyn om hare zonden rechtvaardig tot het vuur veroordeeld; maar gedenk, dat Gij voor haar voldaan hebt, en ter dood zijt veroordeeld, opdat zij eeuwig zouden leven. Lieve Jesus, ik smeek * U, mij ook barmhartig te
206
zijn, en mij voor alle, ook voor de Meinste zonden, te bewaren, ter welker boeting de zielen zoo groote pijnen in bet vagevuur moeten lijden.
O Maria, bid voor baar, opdat zij van bare zonden ontslagen worden. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef baar de eeuwige rust. en bet eeuwige licbt verlichte baar.
II STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouders.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw beilig kruis de wereld verlost bebt.
O Jesus, met wat liefde bebt Gij uw kruis ombelsd!... Met wat blijdschap bebt Gij bet op uwe schouderen genomen , om voor onze zonden te voldoen
en voor onze schulden te boeten!.....
Gedenk, o Jesus! de zielen in het vagevuur. Zie, boe zwaar baar kruis, boe groot baar lijden is!... Zij zuchten in een vuur, dat onverdragelyker is dan
207
alles, wat men in dit leven kan lijden. Zoudt Gij, o dierbare Jesus, geen medeleden met haar hebben?... Gedenk, bid ik ü, dat Gg uw kruis met zooveel liefde voor haar gedragen hebt... Ik bid U ook, lieve Jesus! U over mij te ontfermen, opdat ik mijn kruis geduldig moge dragen, zonder ü in het minste te vergrammen.
O Maria, bid voor haar, opdat God haar kruis verlichte. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
Hl. STATIE.
Jesus valt de eerste maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Dierbare Jesus, hoe gaat Gij zoo gebukt en kruipend onder uw kruis?... Hoe bezwijkt Gij hier zoo machteloos onder de grootheid uwer smarten? Is het niet om ons te verplichten en uit
208
tet lijden te redden?... Ik smeek U door deze uwe goedheid, lieve Jesus, de zielen in het vagevuur gedachtig te willen zijn; zij lijden zulke groote smarten en wenschen zoo vuriglijk Gods aanschijn te aanschouwen; zij worden zoo hevig tot U, haar opperste goed, gedreven , dat ze van verlangen zouden sterven, indien het haar mogelijk was te sterven; wees haar dan genadig; het zijn uwe vrienden; nu valt Gij onder uw kruis, om haar uit de vlammen op te richten en naar den hemel te verheffen. O Jesus, wees mij ook genadig, richt mij op uit de zonden en laat niet toe, dat ik in dezelve hervalle.
O Maria, moeder der bedrukten, bid voor de zielen in het vagevuur. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
209
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijne bedroefde Moeder.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
O Maria, welk een droevig zwaard doorboorde uw hart, toen gij Jesus mismaakt, bebloed, onkenbaar en kruipend onder het kruis, ontinoettet! Hoe dikwijls hadt gij zijn minnelijk aanschijn met liefderijke blijdschap aangezien, maar nu was het vol stof, vuiligheid en bloed. Ach, wat droevige oogslag! Maar hoe bitter is het voor de zielen in het vagevuur, dit aanschijn eenigen tijd te moeten derven en hoe verzuchten zij: o God., wanneer zal ik komen en voor uw aanschijn verschijnen ? O Maria, door de droefheid, welke gij in het ontmoeten van Jesus gevoeldet, bid ik u, u over die zielen te erbarmen. Lieve Jesus, werp Gij ook een genadigen blik op die zielen, gelijk Gij hier uwe Moeder met medelijden aanzaagt... Maar, lieve Jesus, en gij. Moeder Maria, vergeet mij ook niet; mijne ziel is vol vlekken en onreinheden door mijne dagelijksche
210
gebreken; zuiver mij van dezelve, want ik verfoei ze van harte, Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
V. STATIE.
Simon draagt gedwongen het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Tot welk eene ellende zie ik U hier gebracht, lieve Jesus! Gij kunt dan uw kruis niet meer dragen en moet geholpen worden? Ach, welke smart! En om onzentwil hebt Gij ü zoover laten brengen, lieve Jesus. O welke liefde!... Erbarm ü dan over de zielen in het vagevuur; zij lijden zooveel, maar kunnen zich niet helpen, omdat de tijd van te kunnen verdienen, voor haar voorbij is. O, hoe verlangen zij naar God!... Wees haar dan genadig, lieve Jesus! Gaarne zou ik ze uit het vagevuur verlossen, daarom offer ik U thans
211
al mijn doen en lijden tot lafenis harer zielen op. Sta mij ook bij, lieve Jesus, om hier voor mijne schulden te voldoen; want later is er geen tijd meer.
O Maria, de zielen uwer kinderen lijden in het vagevuur! verlos haar, opdat ze met u in den hemel God verheerlijken. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
Vf. STATIE.
Veronica zuivert het aangezicht van Jesus.
Wij aanbiddenU, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Uw minnelijk, maar mismaakt en bebloed aanschijn, dierbare Jesus, baarde medelijden in het hart van Veronica en praamde haar uw aanschijn te komen zuiveren; hoe aangenaam was U dit, lieve Jesus, en met welke minzaamheid hebt Gij de beeltenis van uw aanschijn in haren doek afgedrukt. O Jesus, laat
212
uw hart ook tot medeleden bewogen worden , door het zien der pijnen, welke de zielen in het vagevuur lijden; wasch haar in uw dierbaar bloed, opdat zij gezuiverd, U in den hemel eeuwig loven en danken. Zuiver ook mijne ziel, lieve Jesus, en versterk mij, om haar niet meer te besmeuren door nieuwe zonden, die haar vagevuur verzwaren.
O Maria, bid voor de zielen in het vagevuur, opdat zij gezuiverd worden, en sta ons bij, opdat wij ook de minste zonde mogen vluchten. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm ü onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
VII. STATIE.
Jesus valt de tweede maal onder het kruis.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Hoe meer ik uw lijden overdenk, dierbare Jesus, des te grooter komt het
213
mij voor! Helaas, ik zie U reeds voor de tweede maal ouder uw kruis bezwijken , zonder door iemand geholpen te worden! O mij ellendige, wat zal er van mij geworden, als ik met den last mijner zonden eens voor uwen rechterstoel zal verschijnen? De zielen van velen mijner kennissen en vrienden zijn er reeds verschenen; maar velen hunner zijn misschien plichtig bevonden en liggen daarom in het vagevuur te branden; zij moeten daar voor alle ook voor de geringste harer fouten tot den laatsten penning boeten. Heer Jesus, wees haar om uw lijden genadig! Ook bidden wij U, ons barmhartig te willen zijn en ons uwe genade te willen geven, opdat wij alle, zelfs de geringste zonden vermijden, en de schulden door ons gemaakt, door de boetvaardigheid af-koopen.
O Maria, neem ons als uwe kinderen bij de hand, opdat wij niet struikelen en verlos de zielen der geloovigen uit den lijdenskerker, opdat zij in den hemel verheerlijkt worden. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
214
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
VIII. STATIE.
Jesus vermaant de weenende vrouwen.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Heer Jesus, doe mij, gelijk deze vrouwen over U weenen. Hoe groot is uw lijden, maar ook hoe groot is mijne boosheid, wijl Gij om mijnentwil moet lijden! O Jesus, vergeef mij mijne ondankbaarheden. Ik smeek ü daarenboven om genade voor de geloovige zielen. Ach, heb medelijden met haar. Zij roepen onze hulp in, zeggende: Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, gij ten minste mijne vrienden, want de hand des Heeren heeft mij geraakt... O Jesus, wij bidden U, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw dierbaar bloed verlost hebt,
O Maria, wij zuchten al weenend tot u; wees ons en de geloovige zielen genadig. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
215
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren , genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en Let eeuwige licht verlichte haar.
IX. STATIE.
Jesus valt de derde maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Zie, daar ligt Jesus onmachtig ter aarde! Zie, hoe de beulen Hem slaan en met voeten stooten!... O Jesus, ik heb medelijden met U. O God, hemel-sche Vader, waarom laat Gij het toe; waarom zendt Gij Hem geene hulp?... 0 mijne ziel, het is tot boeting uwer zonden, welke Jesus op zich genomen had; Gods rechtvaardigheid eischt voldoening en daarom is er voor Jesus geene genade, totdat Hij door zijnen dood de schuld zal betaald hebben. O God, ik schrik voor uwe rechtvaardigheid, die zonder genade voldoening eischt. Hoe bitter zuchten de geloovige zielen onder de slagen dier strenge rechtvaar-
216
diglieid en hoe verzuchten zij om genade! Hoe lang valt haar elk oogenblik! O God, ik bid U om het lijden van Jesus, heb medelijden met haar. O God, daar Gij later zonder barmhartigheid kastijdt, wil ik liever nu voor mijne zonden voldoen. Dat ik hier met Jesus onder het kruis bezwijke, doch spaar mij in de eeuwigheid.
O Maria, offer uwe overvloedige voldoeningen voor de geloovige zielen aan God op. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar,
X. STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü. Omdat Gg door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Welke pijnen, o Jesus, leedt Gij, toen de beulen uwe kleederen met geweld uitrukten! Zoo werden al de
217
wonden van uw lichaam opengereten en de pgnen der geeseling vernieuwd. Daarbij proefdet Gij de bitterheid van de gal.
Ach, welk een pijnlijke toestand!.....
Dierbare Jesus, gedenk dat lijden en ontferm ü over de zielen in het vagevuur , want zij lijden zooveel. De hemel-sche genoegens zijn haar nog ontzegd, en zij worden met de bittere gal van een vlammend vuur gelaafd. O Jesus, heb medelijden met haar. Ook bid ik U, medelijden met mij te hebben en mij zuiver van alle zonden te bewaren om niet in die plaats van folteringen te komen. Onthecht mijn hart van de wereld en versterk mij, om den kelk van lijden te drinken.
O Maria, bid voor de geloovige zielen, opdat zij God spoedig aanschouwen en Hem in eeuwigheid loven. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
10
218
XI. STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
O Jesua, in wat ellendigen staat zie ik U hier aan het kruis genageld worden! Helaas, uwe handen, uwe voeten en al uwe ledematen zijn er zoo strak op gespannen, dat Gij U zeiven niet kunt bewegen en al uwe beenderen geteld kunnen worden. Dierbare Jesus, hoe hebt Gij ons zoo kunnen beminnen!... Ik smeek ü door deze uwe liefde, de zielen in het vagevuur genadig te willen zijn. Zie eens, hoe zij daar als gekruisigd zijn, zonder zich te kunnen bewegen of helpen! Ach, haar lijden is zoo groot, want »de minste pijn van »het vagevuur overtreft de grootste pijn, s» welke men in dit leven zou kunnen gt;lijden.quot; (St. Thomas.) Heer Jesus! wees haar genadig en offer de verdiensten van uw kruis te barer verlossing aan uwen hemelschen Vader op. Geef ook, ' lieve Jesus, dat wij onze driften kruisigen , om later niet gestraft te worden.
O
en v op.
Ck Ontf 0 G H het
V 0 wen
S na i aan O : lijdi gel»
en
in
zijn
mai
hel
Vei
en
219
O Maria, offer nwe smarten voor ons en voor de geloovige zielen aan God op. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
XII. STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Sla uwe oogen hemelwaarts! Jesus, na alles volbracht te hebben, beveelt zich aan God en sterft voor uwe zaligheid. O zalige dood!... Jesus gaat van het lijden tot de glorie! O ware ik zoo gelukkig! Konde ik hier alles voldoen en uit liefde tot God sterven! De zielen in het vagevuur konden reeds bij God zijn; maar om eenige fouten en onvolmaaktheden, waarvoor zij hier niet geboet hebben, moeten zij thans nog branden. Vermijd nu alle, ook de kleinste zonden en wees ijverig in uwe plichten. O Jesus,
220
wees ons en de zielen in het vagevuur genadig; gedenk dat Gij voor ons eu voor haar gestorven zijt.
O Maria, vergeet niet, dat gi) onder het kruis onze Moeder geworden zijt. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, eu het eeuwige licht verlichte haar.
XIIL STATIE.
Jesus wordt van het kruis afgedaan.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Ziedaar, lieve Moeder Maria, ontvaug uwen Zoon Jesus voor de laatste maal in uwen schoot. Neem de doornen met eerbied uit zijn hoofd. Beschouw geheel zijn lichaam en besproei het met uwe tranen. Maria, hoe waart gij toen gesteld? Mij dunkt, dat uw hart door zeven zwaarden van droefheid doorstoken werd en van liefde kwijnde. O Maria, doe mij thans in uwe droefheden en
221
liefde dealen, en wanneer mijne ziel van de wereld zal scheiden, ontvang haar dan in uwen schoot. Maar vergeet de
geloovige zielen ook niet..... zie haar
lijden... laat uwe tranen, bij het kruis vergoten, op haar vloeien, opdat de vlammen gebluscht en zij voor Gods troon gebracht worden, om Hem eeuwig te aanschouwen. Amen.
Ome Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer. 0 God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
XIV. STATIE.
Jesus wordt in een nieuw graf begraven.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Jesus, uw God en uw al. Hij wordt begraven... Gij zult spoedig denzelfden weg volgen. De geloovige zielen, velen uwer kennissen, hebben reeds dit lot ondergaan, hunne lichamen zijn door de wormen verteerd, maar de zielen boeten misschien hare schulden nog in
222
het vagevuur... Hoe vurig verlangen zij God te bezitten!... Lieve Jesus, ik maak nu een vast voornemen, voortaan ijverig in mijne plichten te zijn, om na mijnen dood niet gepijnigd te worden. Ik zal nu voor mijne zonden boeten en uit liefde tot ü gaarne alles lijden... Ik smeek U, dierbare Jesus, tot de ge-loovige zielen neer te dalen en hare boeien te verbreken, opdat zij met U ten hemel opgaan.
O Maria, denk aan de tranen, die gij bij Jesus' graf gestort hebt en heb medelyden met de zielen in het vagevuur. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer ontferm, U onzer. O God, wees ons, zondaren, genadig.
Heer, geef haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
Statie der Zeven Smarten.
O bedrukte Moeder, enz., zie bh. 201.
SLUITGEBED.
1. O God, ik bedank U voor de genade, die Gij mij nu op den kruisweg
223
verleend hebt; ontvang deze oefening tot verlichting van de zielen in het vagevuur en maak de zielen van... aan de aflaten deelachtig.
2. 0 God, heb medelijden met de geloovige zielen, die zoo vurig wenschen ü te bezitten en zoo hartelijk tot ons verzuchten, opdat wij haar zouden troosten. Barmhartige God, wees haar genadig! hoe bitter is het voor haar, U niet te mogen aanschouwen! De liefde trekt ze tot U, maar uwe rechtvaardigheid houdt ze terug. U niet bezitten, is de grootste aller straffen, is de hardste en benauwdste aller doodsstrijden. O God, ik bid U, heb medelijden met haar; zij immers zijn uwe bruiden, uwe kinderen, voor welke Gij reeds eene plaats in den hemel bereid hebt. En dan, welke vernederingen, armoede en pijnen heeft Jesus voor haar niet geleden ! Ach, wees haar om zijnentwil barmhartig. Gedenk daarbij, o God, dat zy tempels van den H. Geest zijn, in welke Hij woonde, en dat zij in zijne liefde uit de wereld zijn gescheiden. Vergeef, bid ik ü, door de verdiensten van Jesus Christus, al hare schulden; dit zal tot uwe eer strekken, want in den
224
hemel zullen zij eeuwig met de engelen uwen lof zingen: heilig, heilig, heilig...
0 God, vergeet mij ook niet; gedenk, dat ik aan zoo vele gevaren van zonden blootgesteld ben; versterk mij, opdat ik U nooit meer vergram me; want de zonden mishagen ü zoozeer en noodzaken U ons te straffen. O God, versterk mij, opdat ik de zonden nauwkeurig vermijde, en alles uit een zuiver inzicht verrichte, alleen om U te behagen.
O Maria, open voor ons en voor de zielen in het vagevuur de ingewanden uwer barmhartigheid en bid voor ons. Amen.
6 Onze Vader. 6 Wees gegroet. 6 Glorie zij den Vader, enz., zie bladz. 204.
oiEiPiEisrrisra-
in gezelschap van de Moeder van Smarten.
NB. De overlevering getuigt dat Maria, na den dood van haren Zoon, er haar troost in zocht, met den H. Joannes, haar aangenomen leerling, den lijdensweg te betreden, dien Jesus gemaakt had van den hof van Oly ven tot aan den berg van Calvarië. 't Is dus een godvruchtige gedachte, Maria op dien weg te vergezellen, door, in gezelschap met haar, den kruisweg te doen. De Kruisweg op zich zelf reeds een heilzame en zalige oefening, wordt nog vruchtbaarder aan genaden en geestelijke voordeden, als wij hem doen in gezelschap met Maria de Moeder van Smarten.
VOORBEREIDING SGEBED.
1. 0 mijn God, enz., zie blz. 184. I. STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Pilatus, na Jesus vijfmaal onschuldig te hebben verklaard, levert Hem aan de Joden over om gekruisigd te worden.
Moeder van Smarten, mijne zonden hebben meer dan Pilatus uw goddelijken Zoon ter dood veroordeeld. Ik moet ook eenmaal den dood ondergaan. Geef dat ik dien aanneme in den geest van boetvaardigheid voor mijne zonden, en
226
dat ik met uwe hulp mij tot denzelven voorbereide, door de voetstappen van den gekruisigden Jesus heel mijn leven te drukken.
Onze Vader. Ween gegroet.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin, en nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
y. Ontferm U onzer, Heer. JÃquot;. Ontferm ü onzer.
Æ. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede. ff. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des gekruisten boor mg Krachtig wondend. in het hart.
II. STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouders.
Wy aanbidden U, Christus, en loven ü. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Toen Jesus het kruis op zyne schouders nam, dacht Hij aan mij en droeg Hij aan God de pijnen en den dood, dien Hij ging verduren, voor mijne zaligheid op.
227
Heilige Moeder van Smarten, geef mij door de verdiensten van het lijden uws goddelijken Zoons, dat ik met geduld en gelatenheid verdrage de beproevingen des levens en vooral de pijnen van mgn laatste uur.
Ome Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz.
Ontferm U onzer, Heer.
Ontferm U onzer.
y. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij,
't Lijden des Gekruisten boor mij
Krachtig wondend, in het hart.
III. STATIE.
Jesus valt de eerste maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gg door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Bij dezen eersten val verzwaren de beulen door hun beschimpingen en hun slagen, de folteringen der geeseling en der krooning.
0 zoete Moeder van Smarten, als
228
mijne zonden Jesus doen nederstorten, hoe zal ik dan derzelver gewicht kunnen dragen.
Verkrijg mg dat ik mijne zonden uitwissche door oprechte boetvaardigheid. Ome Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Æ. Ontferm ü onzer, Heer. pf. Ontferm U onzer.
-f. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede, pf. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mij Krachtig wondend, in het hart.
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijne lieve Moeder.
Wij aanbidden U,Christus, en lovenU. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Het wederkeerig medelijden van Jesus en van Maria verdubbelt, bij deze ontmoeting, hun beider smart.
Lieve Moeder, indien ik uw kind ben, verleen mij dan, zoo veel mijne zwakheid het toelaat, deel te nemen aan
229
uwe smarten en dia van uw goddelijk Kind.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz.
y. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
JJ'. Amen.
â¢f. Ontferm U onzer, Heer.
Ontferm U onzer.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij,
't Lijden des Gekruisten boor mij
Krachtig wondend, in het hart.
V. STATIE.
Simon van Cyrene wordt gedwongen het kruis van Jesus te dragen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
De Joden dwongen Simon van Cyrene het kruis van Jesus te dragen, niet uit medelijden met Hem, maar omdat zij vreesden dat Hij anders op weg zou bezwijken.
Met wat vreugde, o teedere Moeder, zoudt gij den kostbaren last van Jesus
230
kruis hebben opgenomen. Verkrijg mij de genade om in denzelfden geest de kruizen dezes levens te dragen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Æ. Ontferm ü onzer, Heer. jC. Ontferm ü onzer.
Æ. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede. Jf. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mij Krachtig wondend, in het hart.
VI. STATIE.
Veronica zuivert het aangezicht van Jesus.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt,
Veronica ziet het goddelijk aanschijn van Jesus met zweet en bloed bedekt, en zuivert het met eenen doek. Jesus die niets onbeloond laat wat ter zgner liefde geschiedt, drukt zijn heilige gelaatstrekken daarin af.
O Moeder van Smarten, bij u en in
231
uwe school heeft Veronica dien moed en dat medelijden geput. Vorm mij naar haar beeld en leer mij met edelmoedigheid deelnemen aan de smarten van mijn goddelijken Meester.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, em. y. Ontferm U onzer, Heer. Jt'. Ontferm ü onzer.
jf. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede. $. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mg Krachtig wondend, in het hart.
VIL STATIE.
Jesus valt de tweede maal onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U, Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Door dezen tweeden val worden al de pijnen van Jesus' lijden vernieuwd, en de beulen in plaats van medelijden te toonen, vernieuwen hun gruwbare mishandelingen.
232
Mijn menigvuldige en dikwijls herhaalde zonden, o onbevlekte Maagd, hebben Jesus' lijden zoo zeer verzwaard. Wanneer zal ik eens, door droefheid bewogen, een einde maken aan het kwaad. Ik wil ten minste de behoedmiddelen tegen de zonden zoo getrouw mogelijk aanwenden.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz.
y. Ontferm U onzer. Heer.
1/. Ontferm U onzer.
y. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Jlf. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij,
't Lijden des Gekruisten boor mij
Krachtig wondend, in het hart.
VIII. STATIE.
Jesus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
By de wreede mishandelingen, die Jesus van zijne beulen ondergaat, storten
233
vrome vrouwen tranen van medelijden. En Jesus wendt zich tot haar en zegt:
Weent 7iiet over mij, maar weent over u-zelven en over uwe kinderenwant indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal er dan aan het dorre geschieden !
Moeder van Smarten, laat niet toe dat mijn medelijden onvruchtbaar blijve, maar dat het mij aanspore om uit al mijn krachten mijn eigen zonden en die mijner onderhoorigen te bestrijden.
Ome Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. â¢f. Ontferm U onzer. Heer. pf. Ontferm U onzer.
Æ. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mij Krachtig wondend, in het hart.
234
IX. STATIE.
Jesus valt de derde maal onder het /cruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Jesus, uitgeput van krachten, valt de derde maal onder het kruis.
Heilige Moeder des Zaligmakers, de verdiensten van uwen goddelijken Zoon zijn inderdaad onuitputtelijk. Sta nooit toe dat mijne ontelbare zonden mij in de wanhoop storten, maar laat my telkens door uwe hulp, moedig opstaan van den val.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. y. Ontferm ü onzer. Heer. pf. Ontferm U onzer.
Æ. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mij Krachtig wondend, in het hart.
235
X. STATIE.
Jesus ivordl ontkleed en met gal gelaafd.
Wg aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door nw heilig kruis de wereld verlost hebt.
De beulen rukken Jesus de kleederen af, die door het bloed der geeseling en door de kruisdraging aan zijn verscheurd lichaam kleven, en openen opnieuw al zijn wonden.
De wreedheid der beulen, o Moeder van Smarten, heeft uwe ziel verscheurd. Helaas! hoe dikwijls heb ik door mijne hartstochten en schandelijke driften tegen Jesus dezelfde mishandelingen gepleegd. Geef toch, geef toch, lieve Moeder, dat ik mij nu nooit meer tegen Hem vergrijpe.
Onze Vader, Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz.
y. Ontferm U onzer. Heer.
pf. Ontferm U onzer.
y. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Amen.
236
Zaalge Moeder, ach verhoor mij,
't Lijden des gekruisten boor mij
Krachtig wondend, in het hart.
XI STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Jesus strekt zich uit op het kruis en biedt den beulen zijn handen en voeten aan, om ze te doornagelen en aan het kruis te hechten. Zijn hart draagt deze bloedige marteling op aan zijn hemel-schen Vader, tot boeting voor mijne zonden.
O Maria, o Moeder van Smarten, hoe groot was uwe droefheid, en wat bitteren weerklank hadden al die hamerslagen der kruisiging in uw moederlijk hart. Zal mijn hart altijd koud en ongevoelig blijven? En zal het nooit eens, door zóó veel liefde van Jesus, tot wederliefde in 't minste worden bewogen ?
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was ia het begin, enz.
237
Ontferm U onzer, Heer.
I/. Ontferm U onzer.
y. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede.
Jlf. Amen.
Zaalge Moeder, 'k bid u. hoor mij,
't Lijden des Gekruisten boor mij
Krachtig wondend, in het hart.
XIT. STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Na een doodsstrijd van drie volle uren, onder welke omstaanders en voorbijgangers Hem met schimp en smaadredenen verzadigen, geeft Jesus eindelijk den geest voor onze zonden. Zijne liefde is voldaan; hij heeft zich geheel voor ons ten beste gegeven.
O Maria, vooral in dat pijnlijke uur zijt gij mijne Moeder en Moeder van Smarten geworden. Teergeliefde en duizendmaal gezegende Moeder, ik geef u mijn hart en alles wat ik heb. Ach, laat mij toch alleen leven voor u en
238
uwen lieven Zoon, opdat ik zoo niet uit liefde tot Hem, ten minste in zijne liefde sterve.
Onze Vader, Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, em. Æ. Ontferm ü onzer. Heer.
Ontferm U onzer.
f. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede. jC. Amen.
Zaalge Moeder, 'k bid u, hoor mg, 't Lijden des Gekruisten boor mg Krachtig wondend, in het hart.
XIII. STATIE.
Jesus wordt afgedaan van hei kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Joseph van Arimathea en Nicodemus nemen Jesus' aanbiddelgk lichaam af van het kruis en leggen het in den schoot zijner teergeliefde Moeder.
O Moeder van Smarten! wat hebt gg op dat oogenblik gevoeld. Toen vooral was uwe smart groot als de zee
239
en was er geene smart die bij de uwe kon vergeleken worden.
Onze Vader. Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. /. Ontferm U onzer, Heer. jC. Ontferm ü onzer.
Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede, pf. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor mij Krachtig wondend, in het hart.
XIV. STATIE.
Jesus wordt in een nieuw graf hegraven.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Maria na, met medehulp der leerlingen en der vrome vrouwen, het lichaam van Jesus gebalsemd te hebben, vergezelt het naar het graf.
O kostbaar graf, welk een schat houdt gij besloten! Gij kondt er niet van scheiden, o mijne goede Moeder, en het deed u pijnlijk aan toen gij dat
240
graf verlaten moest. Wat hebt gij Jesus' leerlingen en de vrouwen, die u vergezelden, liefde ingeboezemd voor dit graf. Leer mij bi] dit graf de boosheid overwegen van de zonden, die oorzaak waren van Jesus' lijden en bitteren dood.
Onze Vader, Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk het was in het begin, enz. Æ. Ontferm U onzer, Heer. Jlf. Ontferm U onzer.
Æ. Dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, rusten in vrede. ]^. Amen.
Zaalge Moeder, ach verhoor mij, 't Lijden des Gekruisten boor my Krachtig wondend, in het hart.
(^cficbcn.
li
GEBEDEN
ONDER DE
Æâ¢!. pFFERANDE DER JAlS.
Bedenk, welk verheven werk de H. Mis is. Jesus Christus, Gods waarachtige Zoon, slachtoffert er zich op eene onbloedige wijze. De Koning der koningen daalt op het woord des priesters neder van den troon zjjn heerlijkheid, om te komen rusten en zich ter aanbidding te plaatsen op het altaar en vervolgens door den Priester genut en uitgedeeld te worden aan de geloovigen. Zeg dus eerbiedig:
GEBED VÃÃR DE H. MIS.
Ik geloof vastelyk, o mgn God, dat de H. Mis het onbloedige offer is van het lichaam en bloed van J. C. uwen Zoon. Maak, dat ik hetzelve heden met die aandacht, dien eerbied en die heilige vrees bijwone, welke zulke merkwaardige geheimen vorderen. Ik draag U
243
dit H. Offer op, om uwe opper-majesteit en heerschappij oyer ons te erkennen, aan wie wij geheel ons wezen verschuldigd zijn. Ik draag het U op als berouwvolle zondaar. Moge uw goddelijk bloed, eens op Calvarië op eene bloedige en hier op eene onbloedige wijze gestort, de zonden en de zondeschuld uitwisschen, waarvoor uwe goddelijke rechtvaardigheid voldoening vordert. Ik draag het ü op tot dankzegging voor al de onuitsprekelijk groote weldaden, van uwe vaderhand genoten, van af het eerste oogenblik van mijn bestaan tot op den huidigen dag. Eindelijk draag ik het U op, om uwe opperste goedheid te smeeken, mij, als uw kind, met uwe weldaden te blijven begunstigen. Zegen, o mijn God, deze mijne opdracht van het goddelijk offer, dat gaat voltrokken worden.
de priestür aan den voet van het altaak
De gebeden , welke de Priester aan den voet des altaars verricht, zijn eene voorbereiding tot het H. Offer, en drukken gevoelens uit van vrees, verlangen, betrouwen en heilige vreugde: vereenig u met hem en zeg:
Het is in uwen naam, aanbiddelijke Drievuldigheid, het is, om ü de eer en hulde te bewijzen, welke wij LT ver-
244
schuldigd ziju, dat ik het allerheiligst en eerbiedwaardig Misoffer bijwone. Vergun mij, goddelijke Zaligmaker, dat ik mij in den geest met den bedienaar uwer altaren vereenige, om U het dierbare slachtoffer mijner zaligheid op te dragen, en verleen mij de gevoelens, die ik op den Calvarieberg zou moeten gehad hebben, zoo ik bij de bloedige offerande uws lijdens ware tegenwoordig geweest.
HET CONFITEOR OF DE SCHULDBELIJDENIS.
Ofschoon Gij, o mijn God! om mijne zonden te kennen, mijne belijdenis niet behoeft, en in mijn hart al mijne ongerechtigheden leest, belijd ik die echter voor het aanschijn van hemel en aarde. Ik beken, dat ik TJ door mijne gedachten , door mijne woorden en door mijne werken beleedigd heb. Ik beschuldig mg daarover, ik bid U ootmoedig om vergeving. Heilige Maagd, Engelen des Hemels, Heiligen van het Parades, bidt voor ons, vraagt voor ons genade, ter-wyl wij in dit dal van tranen en ellende zuchten, en verwerft voor ons vergeving onzer zonden.
245
0 Jesus, vergun mij de kostbare gave van het berouw en de vergiffenis, welke Gij zelfs aan de grootste zondaars beloofd hebt, zoodra zij voor ü hunne ongerechtigheden belijden en het betreuren dat zij uwe eindelooze heiligheid beleedigd, uwe goedheid miskend en uwe grenzelooze liefde veracht hebben.
DE PRIESTER GAAT HET ALTAAR OP EN KUST HET.
De kus van den Priester op het altaar wordt te gelgk aan J. C., welken het altaar verbeeldt, gegeven, en aan de Heiligen, wier overblijfselen in het altaar rusten. De Priester kust het altaar op dit oogenblik, ora de hoop te betuigen, welke hij koestert, van voor zich en voor zyne geloovigen de vergeving te verwerven, welke hij zoo even aan den voet des altaars door de verdiensten van J. C. en door de voorspraak der Heiligen heeft gevraagd.
Zoodra de Priester het altaar gekust heeft, bewierookt hg het in plechtige missen. Hij doet dit, om God te smeeken de gebeden des Christen volks aan te nemen, gelijk eenen wierook van goeden geur.
De Priester gaat naar de Epistelzijde en bidt daar een gedeelte van eenen Psalm, om den wensch en het verlangen te beduiden, waarmede de Aartsvaders naar de komst van den Messias haakten. Vereenig u met hem: zeggende:
Gij zijt het. Heer, die den Heiligen van het oude testament zulke vurige verlangens ingeboezemd hebt, om uwen eenigen Zoon op aarde te zien nederdalen ; deel mij iets van die heilige vurigheid mede, en maak, dat ik, ondanks de ellende en moeielijkheden van
246
dit leven, in mg een heilig verlangen ontware, om mij met ü door eene vurige liefde te vereenigen.
HET KYRIE ELEISON.
Deze twee Grieksche -woorden beteekenen: Heer, ontferm U onxer, en die welke volgen: Christus, ontferm U onxer. De Priester herhaalt dit zoo dikwijls, om ons te leeren, dat het alleen door het aanhoudende gebed is, dat wij des Heeren bijstand in onze noodwendigheden kunnen verwerven.
Ontferm ü mijner, o God! naar uwe overgroote barmhartigheid. Vader! heb medelijden met uw zondig kind! Jesus, die op de wereld gekomen zijt om ons zalig te maken, ontferm U mijner!
GLORIA IN EXCELSIS.
Deze lofzang het eerst door de Engelen aangeheven, in de tegenwoordigheid der herders, by de geboorte van den Zaligmaker, behelst eene reeks van loftuitingen; bij den H. Naam van Jesus, en bij woorden van aanbidding, dankbetuiging of smeeking buigt de Priester uit eerbied telkens het hoofd. Deze lofzang wordt slechts bij feestmissen gebeden, en nooit in die der overledenen.
Eere zij Gode in den allerhoogsten, en op aarde vrede aan hen, die van goeden wil zijn. Wij loven U, wij zegenen ü, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor uwe groote heerlijkheid, Heer, God, Koning der Hemelen, God, almachtige Vader,
247
Heer, eeniggeboren Zoon Jesus Christus ; Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders! Gij, die de zonden der wereld wegneemt, erbarm U onzer. Gij, die de zonden der wereld wegneemt, aanvaard onze smeekingen. Gij, gezeten aan Gods rechterzijde, erbarm U onzer. Wijl Gij alléén heilig, alléén de Heer, alléén de Allerhoogste zijt, Jesus Christus met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
DOMINUS VOBISCÃM.
Vooraleer de Priester deze woorden spreekt, kust hij het altaar, dat Christus verbeeldt, om te beduiden , dat hy den zegen, dien hij het volk toewenscht, van God moet ontvangen; want deze woorden beteekenen: »De Heer zij met uquot;; waarop de misdienaar, die spreekt in naam van het volk, antwoordt: »En met uwen geestquot;. Schoon wordt hierdoor de eendrachtige liefde beduid tus-schen den Priester en de geloovigen en, zinnebeeldig, tusschen de H. Kerk en hare ledematen.
Ja, wees met ons, Heer, en met uwen dienaar, opdat wij met godsvrucht mogen bidden, en Gij ons ter uwer verheerlijking en ter onzer zaligheid moget verhooren.
OREMUS.
De Priester aan den kant van den Epistel wedergekeerd, zegt Oremus: Laat ons bidden. Hij buigt zich voor het kruis en zegt bij het eindigen van het gebed: Door onzen Heer J. C., hierdoor beduidende, dat wij slechts door
248
Jesus' verdiensten de genade kunnen verwerven, die wij in het gebed afsmeeken. Amen, bij het eindigen van het gebed, is als cene korte herhaling en bekrachtiging van hetgeen wij hebben afgesmeekt.
Ontvang, Heer, de gebeden, die voor ons hemelwaarts gestierd worden; verleen ons de genade en de deugden, welke de heilige Kerk, door den Priester, voor ons vraagt. Wij bekennen, dat wij niet verdienen door U verhoord te worden; maar gewaardig U in aanmerking te nemen, dat wij U al deze genaden vragen door Jesus Christus, uwen Zoon, die met ü leeft en heer-schappij voert in de eeuwen der eeuwen, Amen.
Geef mij, Heer, de heilige vermorzeling des harten, opdat ik aan den voet uwer altaren mijne langdurige afwijkingen en schuldige zwakheid be-weene; omgeef mij met uwe sterkte, opdat de arbeid, de gevaren, de hinderpalen , de vervolgingen der menschen, of de kwade voorbeelden, mg nimmer van U scheiden.
Ik smeek U om die genade door de eindelooze verdiensten van Jesus Christus, mijnen Zaligmaker. Amen.
De: de A;
li
dat lige voll heil gan en' naa den Ik. die ver mij
of g daad of a: Wy bere Mee; taan Dlt; voor gelij van eers vooi mon hem bezi
249
EPISTEL.
Deze beteekent het prediken van de Profeten en van de Apostelen.
Ik ben U zeer dankbaar, o mgn God! dat Gij mij tot de kennis vau uwe heilige wet geroepen hebt, buiten zoovele volkeren, die in de onwetendheid uwer heilige geheimen leven. Ik neem uit ganscher harte die goddelijke wet aan; en' luister met verschuldigden eerbied naar de heilige godspraken, die Gij door den mond der profeten hebt verkondigd. Ik eerbiedig die met al de onderwerping, die men aan het woord van eenen God verschuldigd is. Ik verlang uit geheel mijn hart mijn leven ernaar in te richten.
EVANGELIE.
Het Evangelie dat aan de linkerzijde des altaars gelezen of gezongen wordt, is een verhaal van eene of andere daad, welke Jesus tydens zijn leven verricht, of van een of andere les, welke Hg zijnen leerlingen gegeven heeft. Wjj staan dan op uit eerbied om aan te duiden, dat wy bereid z\jn Jesus Christus te volgen, als den eenigen Meester, welken wy moeten aanhooren en dien wij voortaan willen gehoorzamen.
De drie teekens des kruises, welke de priester op het voorhoofd, den mond en de borst inaakt, en welke wy gelijkelijk, naar zyn voorbeeld, maken, zijn de teekenen van drie plechtige geloofsbelydenissen. Wij maken het eerste op het voorhoofd , om aan te toonen, dat wy ons voor het Evangelie niet schamen; het tweede op den mond, om te betuigen, dat wq met den mond eene hemelsche leer willen belijden, welke wy in het hart bezitten; het derde op de borst, om te toonen, dat wy
250
verlangen het kruis van Jesus Christus diep in ons hart te prenten, en onze aangekleefdheid aan het geloof door daden willen bewijzen.
Na het lezen of zingen van het Evangelie kust de priester het eerbiediglijk, om zijne verknochtheid aan die hemelsche woorden te betuigen.
Ik sta op, o opperste Wetgever , om te betuigen, dat ik bereid ben de eeuwige waarheden, die in het heilig Evangelie besloten zijn, ten koste zelfs van mijn leven, te verdedigen. Gij leert ons, dat niet allen, die zeggen: Heer, Heer, (dat is, die zich bevredigen uw Evangelie met den mond te belijden, zonder den vasten wil te hebben, naar hetzelve te leven), het rijk der hemelen zullen binnentreden, maar, dat alleen zij het zullen ingaan, die hunne werken volgens uwe geboden zullen verricht hebben.
Verleen mij dan de genade, zooveel getrouwheid te hebben in de vervulling van uw goddelijk woord, als Gij mij standvastigheid inboezemt in het te gelooven. Helaas! waartoe zou het mij dienen, wanneer ik voor ü zal verschijnen, het geloof te hebben gehad, zonder de verdiensten der liefde en dei-goede werken, ten zij om mijne veroordeeling vreeselijker en mijn eeuwig lot schrikkelijker te maken ? O God der barmhartigheden! oordeel mij niet naar
251
die aanhoudende tegenstrijdigheid, welke ik tusschen uwe leer en mijn gedrag gesteld heb, en boezem mg den moed in, om te beoefenen, hetgeen ik geloof. U, Heer, zal daarvan al de eer toekomen.
HET CKEDO.
Dit Credo of de geloofsbelijdenis wordt niet in alle missen, en nooit in die voor de overledenen gebeden.
Ik geloof in éénen God, den almach-tigen Vader, den Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jesus Christus, Gods eeniggeboren Zoon. En vóór alle eeuwen van den Vader voortgebracht. God van God, Licht van Licht, waarachtig God van den waarachtigen God. Voortgebracht en niet gemaakt, zelfstandig met den Vader: door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om den wille onzer zaligheid uit den Hemel is nedergedaald. En is vleesch geworden door den H. Geest uit de Maagd Maria: en is mensch geworden. {Hier knielt de Priester uit eerbied voor liet Mysterie.) Hij is ook voor ons gekruist: onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is Hij begraven. En den derden dag is Hij, volgens de schriftuur, verrezen.
252
En Hij is opgeklommen ten Hemel: zit aan 's Vaders rechterzijde; en Hij zal wederkomen in zijne heerlijkheid, om de levenden en dooden te oordeelen : van wiens rijk geen einde zal wezen. En in den H. Geest, den heiligen en levendmakenden Heer; die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te gelijk aanbeden en verheerlijkt wordt; die gesproken heeft door den mond der Propheten. En in ééne, heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden; en verwacht de opstanding der dooden en het leven der toekomende eeuw. Amen.
DE OFFERANDE.
De offerande bestaat in de opdracht aan God van het Brood en den Wijn, die, weinige oogenblikken daarna, by de H. Consecratie namelijk, in het goddelijk Vleesch en Bloed van J. C. zullen veranderd worden. Vereenig u met den Priester en zeg:
Ontvang, o H. Vader, Almachtige, eeuwige God, dit onbevlekte offer, dat ik, uw onwaardige dienaar, opdraag aan U, mijnen levenden en waren God, te gelijk met den Priester, voor mijne tallooze zonden, beleedigingen en na-atigheden, en voor alle omstanders,
253
en ook voor alle geloovigen, zoo levende als overledene, opdat het mij en hun voordeelig zij tot heil ten eeuwigen leven. Amen.
Wij offeren U, o Heer, den kelk der zaligheid, uwe Goedertierenheid smeekende, dat hij voor uwe Goddelijke Majesteit moge opstijgen, als een aangenaam reukoffer, voor ons heil en dat der geheele wereld. Amen.
In den geest der nederigheid en met berouwvol gemoed, verzuchten wij tot U, Heer, en zoo worde voor uw aanschijn deze offerande, dat zij U, Heere God, aangenaam zij.
Kom, almogende Heiligmaker, eeuwige God! en zegen dit offer, voor uwen H. Naam bereid.
Vervolgens -wascht de Priester zijne vingeren, wat hij ook nog vóór de Mis gedaan heeft, om de groote zuiverheid te beteekenen, waarmede dit offer moet opgedragen worden, zeg dus:
Mijn God, gewaardig ü mijne ziel te wasschen en te reinigen van alle vlekken der zonde: vernietig in mij zelfs de minste onvolmaaktheden, en maak mijne ziel, door uwe genade, zoo zuiver , als zij het onmiddellijk na het Doopsel was. Amen.
254
Na een kort gebed, hetwelk de Priester gebogen voor het altaar verricht, en dat eene opdracht is van het heilig Offer, keert hij zich tot het volk en zegt: Orate Fratres, dit is: bidt Broeders, waardoor hij hunne gebeden vraagt, opdat zgn en hun offer aan God behagelijk worde. Beantwoord dus aan 's Priesters uitnoodiging en zeg:
Heer, verhoor de gebeden van al uwe geloovigen, die vereenigd zijn om U dit verheven Offer op te dragen. Wij bidden ü het aan te nemen, tot verheerlijking van uwen Naam, tot ons bijzonder voordeel en tot welzijn uwer geheele Kerk.
PREFATIE.
De Priester verheft zijne stem, om de geloovigen uit te noodigen hunne harten tot God te verheffen, en Hem naar waarde te danken:
Eeuwige Vader, zie hier het gelukkig oogenblik, waarop de Koning der Engelen en der menschen, uw goddelijke Zoon, J. C. onze Zaligmaker op het altaar gaat nederdalen. Vervul ons met uwen Geest, want niets dat aardsch is moet ons meer bezig houden, onze harten moeten niet meer verzuchten, dan naar zulk een zuiver Offer, dat de zonden der wereld uitwischt. Hoe zeer ook zijn wij niet verplicht, U, God van hemel en aarde, voor het geluk van dat H. Offer te loven en te zegenen:
255
niets is billijker, niets rechtvaardiger dan dat wij ons hierom vereenigen met de hemelsche geesten, die den troon uwer heerlijkheid omringen, met de Engelen en Aartsengelen, met de Vorstendommen, Machten,Troonen,Krachten en Heerlijkheden, met de Cherubienen en Seraphienen, om U in eeuwigheid te prijzen en onze stemmen met hen te vereenigen in den goddelijken lofzang.
Heilig, heilig, heilig. Heer God der Heirkrachten, Lof en eer aan Davids Zoon, gezegend die daar komt in den naam des Heeren! Lof en eer in den Allerhoogste.
Hier geeft de misdienaar een teeken , om aan te duiden, dat de voorbereidende gebeden beginnen voor de Consecratie; middelerwijl houdt de Priester de gedachtenis der levenden: vernieuw uwe godsvrucht en treed in zgne gevoelens, zeggende:
Wij smeeken U in den naam van J. C. uwen Zoon, onzen Heer, o barmhartige Vader! de offerande, welke wij U opdragen, gunstig aan te nemen en te zegenen, opdat het ü behagen moge uwe H. Kerk, met al de leden, uit welke zij is zamengesteld, den Paus, onzen Bisschop, en in het algemeen, allen, die uw H. Geloof belijden, te behouden, te verdedigen en te bestieren.
256
Wij bevelen U in het bijzonder aan, Heer! degenen, voor wie wij uit rechtvaardigheid, erkentenis of liefde verplicht zijn te bidden: allen die in dit aanbiddelijke Misoffer tegenwoordig zijn, en bijzonderlijk mijne dierbare ouders, naastbestaanden en vrienden, opdat Gij hun uwen goddelijken zegen en uwe liefde verleenet.
Ten tweeden male geeft de misdienaar een teeken, om te kennen te geven, dat het plechtig oogenblik daar is, waarop J. C. op het altaar gaat komen: verlevendig derhalve uw geloof, en wek uw verlangen op tot de komst van Jesus.
Hadde ik op dit oogenblik, o mijn God, de vurige verlangens, met welke de HH. Aartsvaders de komst des Heilands verbeidden! Hadde ik hun levendig geloof en hunne brandende liefde! Kom, o lieve Jesus! kom beminnelijke Verlosser der wereld, kom een geheim voltrekken, dat het kort begrip is van al uwe wonderen. Het komt, dat Lam Gods! zie daar het aanbiddelijk slachtoffer, door hetwelk al de zonden der wereld uitgewischt zijn.
DE CONSECRATIE.
Door de woorden, welke de Priester, met Goddelijke macht bekleed, hier uitspreekt, wordt het ontzaglijke wonder gewrocht van de verandering van het brood en
257
den wijn in het waarachtig Vleesch en Bloed van J. C. , die aan zynen Heraelschen Vader wordt opgeofterd. Zie daar dan op het altaar uwen God, uwen Zaligmaker en uwen Rechter. Houd u eenigen tijd in stille overdenking, als door bewondering bevangen , bij het zien van hetgeen op het altaar plaats heeft. Geef u over aan al de gevoelens , welke de eerbied, het vertrouwen en de vrees u kunnen inboezemen en zeg bij de opheffing der H. Hostie:
Vleeschgeworden Woord, goddelijke Jesus, waarlijk God en waarlijk Mensch! Ik geloof, dat Gij hier tegenwoordig zijt, ik aanbid U hier met ootmoed. Ik bemin U uit geheel mijn hart, en dewijl Gij hier komt ter mijner liefde, zoo wijd ik mij geheel aan ü toe.
BIJ DE OPHEFFING VAN DEN KELK.
Ik aanbid, o mijn Jesus! het dierbaar Bloed, dat Gij voor alle menschen gestort hebt, en ik hoop, dat Gij het niet vruchteloos voor mij zult vergoten hebben. Doe mij de genade van mij deszelfs verdiensten toe te voegen. Ik bied U het mijne aan, beminnelijke Jesus! tot dankbaarheid voor die einde-looze liefde, waarmede Gij het uwe uit liefde voor mij gegeven hebt.
Beschouw met teederheid Jesus op het altaar, vereenig de offerande van uw hart met die van zijn H. Lichaam, en draag het God, zijnen Hemelscheu Vader op.
Hoe groob zou dan voortaan mgne boosaardigheid en ondankbaarheid zijn.
258
zoo ik, na gezien te hebben, hetgeen ik aanschouw, er nog in toestemde om U te beleedigen ! Neen , mijn God, nimmer zal ik vergeten, hetgeen Gij mij door deze plechtigheid voorstelt: de smarten uws lijdens, uw lichaam geheel verscheurd, uw bloed voor ons stroomend en wezenlijk op het altaar tegenwoordig.
Het is nu, eeuwige Majesteit! dat wij ü waarlijk en wezenlijk opdragen het zuiver, heilig en vlekkeloos slachtoffer, dat Gij zelf ü gewaardigd hebt ons te geven, en waarvan al de andere slechts afbeeldsels waren. Ja, groote God! wij durven het ü zeggen: er is hier meer, dan al de offeranden van Abel, Abraham en Melchisedech, hier is het eenige slachtoffer, uwer altaren waardig, onze Heer J. 0., uw Zoon, het eenige voorwerp van uwe liefde.
Dat uw zegen, o mijn God! uitgestort worde over de zielen der ge-loovigen, die in vrede met de Kerk gestorven zijn en bijzonder over de zielen van N. en N. Verleen hun, uit aanmerking van dit H. Offer, de volle kwijtschelding hunner pijnen.
259
PATER NOSTBE.
Hoe gelukkig ben ik, o mijn God, ü tot Vader te hebben! welke vreugd gevoel ik, wanneer ik denk, dat de Hemel, waar Gij zijt, eens mijn verblijf zal wezen! Dat uw H. Naam verheerlijkt zij over geheel de aarde! Heersch volstrektelijk over aller harten en wil. Weiger uwen kinderen noch het geestelijke, noch het lichamelijke voedsel. Wij vergeven uit goeder harte, vergeef ons. Ondersteun ons in de bekoringen en rampen van dit ellendig leven en behoed ons van de zonde, het grootste van alle kwaad. Amen.
Mijn God, verlos mij van de zonden van mijn voorgaand leven, waarvan ik aan uwe rechtvaardigheid rekening moet geven: onttrek mij aan de kwade gewoonten, en aan de steeds voortdurende ongeregelde genegenheden, die mij tot zonde verlokken. Eindelijk mijn God! verlos mij van den duivel, van de wereld, van het vleesch en van den eeuwigen dood.
Zeg vervolgens met den Priester driemaal op de borst kloppende :
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
260
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk ons den vrede.
Mijn Zaligmaker, J. C., Gij zijt het ware Lam Gods, opgeofferd om onze zonden uit te wisschen; maak, dat wij door uwe genade, na de vergeving onzer zonden bekomen te hebben, een nieuw leven leiden, en verleen ons de liefde tot, en den vrede met onzen evennaaste, welke Gij zoo zeer aanbevolen hebt, en die zoo noodzakelijk zijn, om deelgenoot te worden van de uitwerkselen der heilige Communie.
COMMUNIE.
Terwijl de Priester driemaal zegt, wat wij met hem zeggen moeten: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne xiel %al gexond worden, geeft de misdienaar telkens een teeken, om aan te duiden, dat het gewichtig oogenblik daar is, waarop de Priester zich gaat voeden met het goddelijk Vleesch en Bloed van J. C. Zoo gy na de Mis te communie gaat, kunt gij hier de gebeden vóór de Communie beginnen, zoo niet, zeg dan:
Welk geluk zou het voor mij zijn, o myn minnelijke Jesus! onder het getal dier getrouwe christenen te behooren, aan wie zuiverheid van geweten en eene teedere en vurige godsvrucht toelaten ,
261
heden tot uwe H. Tafel te naderen. Maar dewijl ik mij daartoe onwaardig bevind, vergoed, o mijn God! hetgeen aan de bereiding mijner ziel ontbreekt, vergeef mij mijne zonden, ik verfoei die uit den grond myns harten, wijl zij U mishagen. Aanvaard mijne oprechte begeerte, om mij met U te vereenigen; zuiver mg en stel mij in staat ü ten spoedigste in mijn hart te kunnen ontvangen. In afwachting van dit gelukkig oogenblik, smeek ik U, Heer, mij deelachtig te maken aan de vruchten, die de communie van den Priester moet voortbrengen voor geheel het geloovige volk, dat bij dit offer tegenwoordig is. Vermeerder mijn geloof uit kracht van dit goddelijk Sacrament; versterk mijne hoop, vervul mijn hart met uwe liefde, opdat ik niet meer leve, niet meer ademe, niet meer handele dan voor ü.
NA DE COMMUNIE.
Nadat de Priester het H. Bloed genut heeft, neemt hy eerst nog wat wyn en water. Dit geschiedt uit eerbied voor het Bloed van J. C., opdat er niets van in den mond des Priesters of in den kelk overblijve. Intusschen vraagt de Priester nogmaals de vergeving der zonden, de genade van een heilig leven en den prijs des eeuwigen levens, en terwijl hij God dankt voor de weldaad der voltrekking van dit H. Offer, uit hij tevens eene nieuwe betuiging van trouw. Van zijnen geest doordrongen zeg:
262
Wat zal ik U wedergeven, Heer, voor al de weldaden, waarmede Gij mij overladen hebt? Hoe zal ik U immer de dankbaarheid kunnen bewijzen, welke ik U voor zooveel goedheid, voor zooveel liefde verschuldigd ben. Gij hebt U geslachtofferd, o mijn God, voor mijne zaligheid, ik wil mij ter uwer verheerlijking opofferen. Ik ben uw slachtoffer, spaar mij niet. Ik neem bereidwillig al de kruisen aan, welke het ü believen zal mij over te zenden; ik zegen die, ik ontvang die van uwe hand en vereenig ze met het uwe. Ontvang, bid ik U, om in mijne onmacht te voorzien, de lofbetuigingen der rechtvaardigen op aarde, van Maria, de zuiverste der maagden , van al uwe Engelen en Heiligen.
ZEGENING.
Zegen, o mijn God! deze heilige voornemens; zegen ons allen door de hand van uwe Bedienaar en dat de uitwerkselen uwer zegening steeds met ons blijven. In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
(Deze zegening wordt niet gegeven in de Missen voor overledenen.)
263
LAATSTE BVANGELIE.
Eeuwig Woord, waardoor alles is gemaakt en die in de volheid des tijds, voor ons vleescli geworden zijnde, deze eerbiedwaardige en verheven offerande ingesteld hebt, wij bedanken U hiervoor met den diepsten ootmoed. Dat alle Engelen en Heiligen des Hemels U daarvoor loven, en maak, dat wij zeiven beginnen U te zegenen op de aarde, door ons gedurende dezen dag en al den tijd, welken Gij ons nog in de wereld vergunnen wilt, op eene wijze te gedragen, onzer goddelijke aanneming waardig.
GEBED NA DE H. MIS.
Ik bedank ü, Heer! voor de genade, die Gij mij bewezen hebt, door mij toe te laten, heden het heilige Misoffer bij te wonen, boven zoovele anderen, die hetzelfde geluk niet hebben gehad. Ik vraag U vergiffenis voor al de fouten, waarin ik gevallen ben door de verstrooiingen en de lauwheid, waaraan ik mij in uwe tegenwoordigheid heb schuldig gemaakt. Dat deze offerande, o mijn God! mij zuivere van het verledene en versterke voor het toekomende. Amen.
GEBEDEN wr Ie BIECHT.
Bereid u reeds eenige dagen te voren, om door ingetogenheid , vurige gebeden en goede werken, van God eene ware bekeering af te sraeeken en de genade te bekomen , van uwe biecht met de vereischte gesteltenis van leedwezen en goed voornemen te spreken. Wek bijzonder op den dag zeiven een levendig verlangen in u op, om u door dit H. Sacrament met uwen God te verzoenen.
Vóór elke Biecht is het van het grootste belang, dat. ge uw geloof verlevendigt, omtrent de verhevenheid van het werk, dat ge gaat verrichten. â Bedenk dan vooreerst, dat het een Sacrament is â en dat Jesus om u door dat Sacrament vergiffenis te schenken, heeft moeten lijden en zijn bloed heeft moeten storten. â Bedenk nog, hoe gelukkig het voor u is vergiffenis te kunnen verkrijgen, en wel zoo gemakkelijk, namelijk door rouwmoedig uwe zonden te belijden aan den Priester. â Bedenk jeindelyk, dat de Priester in den biechtstoel den persoon 'van J. C. vertegenwoordigt; dit zal u des te vrijer uwe zonden doen bekennen.
Na hierover een weinig te hebben nagedacht, bid met aandachtige godsvrucht:
VOORBEREIDEND GEBED.
Gij ziet voor uwe oogen, o oneindige, groote God! den verrader, die ü zoo dikwijls bèleedigd heeft, maar die U ootmoedig om vergiffenis bidt. »Een hart, dat zich voor U verootmoedigt, verwerpt Gij niet,quot; (Psalm 50),
Ik dank ü, dat Gij mij tot heden toe bewaard en mij niet in de zonden hebt laten sterven.
265
O heilige God! die altijd bereid zyt de zondaars in genade te ontvangen en ze te sparen, aanschouw barmhartig mijne ziel, die, na zoo menigvuldige zonden, op nieuw tot U wederkeert, om door uw H. Sacrament vergiffenis te bekomen. Verleen mij hiertoe de noodzakelijke gesteltenis, verlicht mgn verstand, opdat ik al mijne zonden kenne, vermurw mijn hart, opdat zij mij waarlijk leed mogen zijn, en bestuur mijne tong, opdat ik ze allen oprecht biechte en daarvan vergiffenis bekome; laat niet toe, dat mijne eigenliefde mij verblinde.
Heilige Maria, Moeder der genade en toevlucht der arme zondaars! bid voor mij, opdat ik deze H. Biecht wel moge spreken, en met de vergeving tevens de genade bekomen van mijn leven te beteren.
Indien de tijd het toelaat, hid, om uwe zonden te kennen en er een waar berouw over te hebben, de Litanie van den H. Geest en van de H. Maagd Maria.
GEWETENSONDERZOEK.
In dit onderzoek lette men:
1. Op xqm. godvruchtige oefening} te weten: op het morgen- en avondgebed. â Op de gebeden van de Mis,
12
266
het Lof en den Kozenkrans. â Op de gebeden voor en na het eten, voor en na den arbeid enz.
2. Op xijne dagelyksche bezigheden. â Of men ze uit liefde Gods verricht heeft. â Of men tusschen dezelve God niet heeft vergramd door ongeduldigheid, gemor, op-loopendheid, gramschap, vloeken of onbetamelijke woordeu.
3. Op de vreemde xonden, om te zien, of men op eene of andere wijze in de zonden van anderen deelgenomen of medegewerkt heeft.
4. Op de inwendige xonden, of men in kwade gedachten of begeerten behagen genomen of er toestemming aan gegeven heeft.
5. De ouders en oversten moeten zich nog bijzonder onderzoeken, of zij zorg gedragen hebben voor de goede opvoeding der kinderen en het goede gedrag der huisge-nooten, door hun goede voorbeelden, vermaningen en onderwijzingeu te geven.
6. De kinderen en onderdanen moeten zich bijzonder onderzoeken over den plicht van te gehoorzamen â over de gezelschappen, huizen en plaatsen, waar zij geweest zyn â over de personen, met welke zij verkeerd hebben â en over de gesprekken, die zij onder elkander gehouden hebben.
O mijn God! doordrongen van innige droefheid en schaamte over de menigvuldige zonden, waarmede ik beladen ben, wend ik mij tot uw vaderlijk Hart, om daarin het geneesmiddel voor de diepe wonden mijner ellendige ziel te vinden. Als ik den gruwel en de menigte mijner boosheden overweeg, schaam ik mij voor de oogen uwer oneindige Majesteit te verschijnen. Menigmaal heb ik U getrouwheid en liefde gezworen en helaas! telkens moet ik mijne laffe trouweloosheid betreuren en beweenen. Maar, o mijn God! o Vader van barmhartigheid, ik erken uwe grondelooze
267
goedheid; ik weet, dat uw grootste genoegen is barmhartigheid aan rouwmoedige zondaars te bewijzen; dat Gij gekomen zijt, om op te zoeken, wat verloren is; ik weet, dat Gij de Vader zijt van den verloren zoon; de goede Herder, die met onvermoeide liefde het afgedwaalde schaap terug zoekt en het met de grootste teederheid tegen uw liefderijk hart drukt. Ach, Heer! zie hier den verloren zoon, het afgedwaald schaap, dat Gij met zooveel liefde hebt gezocht; dag en nacht kloptet Gij aan mijn hart door liefdevolle inspraken. Ik kom tot U weder met een nederig vertrouwen, ik kom als een ellendige slaaf van satan, beladen met de schandelijkste kluisters van zonden en misdaden, om wederom in uwe vriendschap en genade opgenomen te worden. Ontvang mij andermaal onder, het getal uwer getrouwe dienaren en dierbare kinderen; verbreek mijne kluisters en versier mij weder met het kostbare kleed der heilig-makende genade. Want voortaan beloof ik mijne voorgaande trouweloosheid en misdaden door verdubbelden ijver en vurigheid in uwen goddelijken dienst te herstellen. Voortaan wil ik geen ander
268
heer en meester meer dienen dan U, en onder uwe heerlijke banier wil ik tot den laatsten stond mijns levens strijden. Door de verdiensten van J. C. hoop ik, wijl Gij, o mijn God, mij tot nu toe geduldig verdragen hebt, dat Gij mij in deze biecht alle zonden vergeven zult, die ik begaan heb. Mijne zonden zijn mij leed, o mijn God! het spyt mij zeer, dat ik ze heb begaan, wjjl ik daardoor de hel heb verdiend, waarin ik om dezelve sinds lang had moeten branden, zooals er misschien reeds zoo-velen mijner kennissen voor eeuwig branden, die wellicht nog minder dan ik, gezondigd hebben. Maar zij zijn mij niet alleen leed, omdat ik daardoor de eeuwige straffen verdiend en den hemel verloren heb, neen, zij zijn mij ook leed, omdat ik ü, de oneindige goedheid, daardoor heb beleedigd. Ik bemin U, o mgn opperste Goed! en wijl ik ü bemin, ben ik bedroefd over de beleedigingen, die ik U heb aangedaan, Ik heb U verlaten; ik heb U de eer, die U toekomt, niet bewezen; ik heb uwe genade, uwe vriendschap veracht; ik heb ü, o Heer! vrijwillig verloren. Vergeef mij, om de liefde tot
269
Jesus, al mijne zonden; ik beween ze uit geheel mgn hart; ik verzaak ze. O mijn God! niet alleen de doodzonden bedroeven mij, maar ook de dagelijksche zonden, omdat ik ü ook door deze beleedigd heb. Ik neem mij voor van U in het toekomende nimmer meer vrijwillig te vergrammen. Ja, mijn God! liever wil ik sterven, dan nog ooit zondigen.
O Maria, Moeder van barmhartigheid! beveel mij aan uwen Zoon en verkrijg mij de noodige gesteltenis tot een ware bekeering, de vergiffenis mijner zonden en de volharding in de deugd.
Breng den tijd, die u vóór de Biecht misschien nog overblijft, door in gebed, aan God de genade vragende van een waar berouw en van volharding in zyne liefde. Hiertoe zijn zeer geschikt het Rozenhoedje en de Lit-anie van O. L. quot;Vrouw.
Begeef u vervolgens met nederigheid en eerbied tot den biechtvader, die hier Gods plaats bekleedt; belijd uwe zonden met getal en noodige omstandigheden. Luister met aandacht naar de vermaningen, die de Priester u geeft. Ontvang de absolutie met een dankbaar en nederig hart en verwek onder dezelve nogmaals eene akte van berouw.
Keer na de Biecht eerbiedig naar uwe plaats. Verwek op nieuw een berouw over de beledene zonden, bekrachtig uwe goede voornemens en beraam de middelen, om ze ten uitvoer te brengen. Overdenk de vermaningen, door den biechtvader gegeven, en bid daarna het volgende:
GEBED NA DE BIECHT.
O mijn allerwaardigste Jesus! welke groote dankbaarheid ben ik U niet
270
schuldig! Ik hoop dat Gij mij door de verdiensten van uw bloed mijne zonden vergeven hebt. Ik dank U daarvoor uit geheel mijn hart, in eeuwigheid zal ik uwe barmhartigheid prijzen. Tot nu toe, o mijn God, heb ik ü dikwijls verloren, maar in het vervolg wil ik U niet meer verliezen; ik wil van leven veranderen; Gij verdient al mijne liefde; ik wil niet meer van U verwijderd worden; ik heb U beloofd, liever te sterven, dan U nog te beleedigen; ik vernieuw nu mijne belofte en wil ze houden. â Ik beloof ü de gelegenheid der zonden te vluchten, en het volgend middel (hier noemt men dit middel) aan te wenden, om niet meer te zondigen. Maar Gij kent mijne zwakheid, o mijn God! geef mij de genade, om U getrouw te blijven tot den dood toe, en help mij om, zoo dikwijls ik bekoord word, tot U mijne toevlucht te nemen. Help mij, o Maria, gy zijt de moeder dei-volharding; in u stel ik al mijne hoop.
Volbreng zoo nauwkeurig mogelijk de opgelegde penitentie.
Zoo u nog tyd overblijft, breng dien door met het bidden van het Rozenhoedje of met het een of ander gebed naar goedvinden.
GODVRUCHTIGE OEFEKIHGEK VÃÃR
DE H. COMMUNIE.
Houd u reeds daags vóór uwe communie bezig met heilige overdenkingen over het verheven geluk, dat gij den volgenden dag gaat genieten. Begeef u in die godvruchtige stemming ter rust. Sta 's morgens op met gedachten van eerbied, liefde, vertrouwen en vurig verlangen. Gedenk in welke gesteltenis gij den Koning, uwen wereldlijken Vorst, zoudt ontvangen, als deze u met een bezoek kwam vereeren. Zoudt gij wel iets onbeproefd laten, om aan zijnen koninklijken persoon een onthaal te bereiden, overeenkomstig zijne waardigheid? Hoe moet gij dan nu uw hart voorbereiden, nu de Koning der koningen, de God van alle heerlijkheid in u zijn verblijf komt vestigen! Bid dan met de meest mogelijke godsvrucht de volgende voorbereidingsgebeden.
OEFENING VAN GELOOF.
Allerminnelijkste Jesus, Gij wilt dan in het Allerh. Sacrament U geheel met mij vereenigen. Maar helaas! welke vernederingen hebt Gij moeten ondergaan, om nu tot mij te kunnen komen! Gij zijt God en wordt mensch; Gij zijt het oneindige wezen en wordt kind; Gij zijt de Heer aller dingen en wordt slaaf; van uit den schoot uws Vaders daalt Gij neder in den schoot eener Maagd; Gij verlaat den troon uwer heerlijkheid, om U aan het kruis te laten hechten,
272
eu heden daalt Gij nog op nieuw van uit den hemel in mijn hart neder.
Zie, mijne ziel, dezelfde Jesus, die aan het kruis uit liefde tot ons stierf, blijft nu, ontvlamd door dezelfde liefde tot u, verborgen in het Allerheiligste Sacrament. Diezelfde goddelijke Jesus slaat u nu gade; Hij ziet uwe voorbereiding tot de ontvangst van zijn H. Lichaam. Hij ziet wat gij zoekt, wat gij verlangt, wat gij bemint, welke genaden gij Hem vragen zult en wat gij Hem zult schenken. Bereid u dus, o mijne ziel, om uwen Jesus waardig te ontvangen; zeg Hem met een hart vol geloof: Nog eenige oogenblikken, mijn lieve Jesus, en Gij rust in mijn hart.
O verborgen God, door de meeste menschen miskend, kom tot mij. Ik geloof dat Gij in het Allerh. Sacrament des Altaars waarlijk tegenwoordig zijt; ik geloof het vastelijk; ik aanbid U in dit Sacrament als mijnen Heer en mijnen God; gaarne zou ik mijn leven voor dit geloof ten beste geven, Gij komt om mij met genaden te vervullen, en ü geheel met mij te vereenigen, hoe groot moet dan mijn vertrouwen niet zijn op uwe liefdevolle komst!
273
OEFENING VAN LIEFDE.
0 mgn God en mijn Al! Gij alléén zijt de ware vriend mijner ziel; kondet Gij, om mijne liefde te winnen, meer doeu, dan voor mij sterven? Goddelijke Zaligmaker! Gij hebt dit H. Sacrament ingesteld, om U door hetzelve geheel aan mij te geven, om U zoo nauw met een verachtelijk en ondankbaar schepsel te vereenigen. En wat meer is, Gij noodigt mij zelfs uit om U te ontvangen ; Gij wenscht vurig, dat ik my met U vereenige. O oneindige, o onbegrijpelijke liefde, een God wil zich aan mij geven! Zóó ver, mijn goddelijke Verlosser, strekt uwe liefde tot mij zich uit! O mijn beminnelijke Jesus,o liefwaardige , oneindige God, Gij alleen verdient de liefde uwer schepselen; ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin U bovenal, ik bemin U meer dan mij zeiven, meer dan mijn leven. Mogt ik U toch van allen bemind zien! konde ik toch maken, dat alle harten U beminden, gelijk Gij het verdient! Ik bemin U, allerliefwaardigste God, en om ü te beminnen, vereenig ik mijn arm hart met de harten der Serafs, met het hart
274
van Maria, aoodat ik, o oneindige goedheid! U dezelfde liefde toedraag, met welke alle Heiligen ontstoken zijn. Ik bemin U alleen, want Gij alleen verdient al mijne liefde, en Gij verlangt, dat wij à beminnen. Gaat dan uit mijn hart, gij aardsche genegenheden, gij, die God niet tot voorwerp hebt. Maria, Moeder der liefde, help mij met uwen zuiveren bruidegom, den H. Joseph, opdat ik mgnen God beminne, Hem, die zoo vurig verlangt bemind te worden.
OEFENING VAN OOTMOED.
Nog eenige oogenblikken, mijne ziel, en gij zult u met het heilig vleesch van Jesus Christus voeden; maar zijt gij ook waardig Hem te ontvangen ? O , mijn God! wie ben ik en wie zijt Gy ? Ik weet het, ik erken maar al te wel wie Gij zijt, die ü aan mij geeft; maar weet Gij, o mijn God! wie ik ben, ik, die ü aanstonds ga ontvangen! Hoe is het mogelijk, dat Gij, de oneindige zuiverheid, verlangt in mijn hart te wonen, in dat hart, dat zoo dikwijls uwe vijanden ontvangen heeft. Ik erken o Heer! uwe oneindige heerlijkheid en
275
mijne groote ellende; ik bloos, ik schaam mij voor ü te verschijnen; ik zou mij uit eerbied van U willen verwijderen. Maar indien ik ü, o mijn leven! verlaat, waarheen zal ik mij dan wenden? Neen, neen, ik wil altijd meer en meer tot U naderen; het geeft U niet alleen vreugde, wanneer ik U als mijn voedsel ontvang, maar Gij vraagt mij zelfs tot U te komen.
Ik kom dan, allerliefwaardigste Jesus! beschaamd over mijne zonden en geheel verootmoedigd; maar vol vertrouwen op uwe barmhartigheid en op uwe liefde tot mij, kom ik, om U heden in mijn hart te ontvangen.
0EFKNIN6 VAN BEROUW.
Hoe smart het mij, God mijner ziel, U tot nu toe niet bemind te hebben, ja zelfs in plaats van U te beminnen, zoo dikwijls, om mijne hartstochten te bevredigen, uwe oneindige goedheid te hebben beleedigd en bedroefd. Hoe smart het mij, mijn Jesus, dat ik uwe genade en vriendschap, dat ik zelfs ü, mijnen God, vrijwillig heb willen verliezen! Het is mij leed uit geheel mijn hart, ik ben er ten uiterste over bedroefd.
276
Ik haat en verzaak al de doodelijke en dagelijksche zonden, die ik begaan heb; ik haat ze meer dan alle ander kwaad, omdat zij U, de oneindige goedheid, beleedigd hebben. Ik hoop, dat Gij mij reeds vergeven hebt; maar ware dit niet, zoo vergeef mij, alvorens ik ü ontvang; wasch met uw dierbaar bloed de ziel, in welke tiij, mijn beminnelijke Jesus, aanstonds komt wonen.
VURIG VEULAU6EN OM MET JESUS VEREENIGD TE WOUDEN.
Het oogeublik is dan nabij gekomen, dat Jesus zijn intrek in mijn hart zal nemen. De heer van hemel en aarde, mijn Zaligmaker en mijn God is op het punt van in mij te komen. Bereid u dan, mijne ziel, om Hem met een hart vol liefde te ontvangen; verlang naar Hem en zeg Hem: Kom, o Jesus, kom in mijn hart, dat naar U zucht; maar eer Gij U aan mij geeft, wil ik mij aan U schenken; zie, ik offer ü mijn hart en mijne ziel; lieve Jesus, neem ze, hoe zondig ze ook zijn, aan; haast U om er bezit van te nemen.
Kom dan, o mijn God! kom en ver-
277
toef niet, mijn eenigste, mijn hoogste goed, mgn schat, myn leven, mgne liefde, mijn al. Met dezelfde liefde, waarmede uwe heilige Moeder U ontvangen heeft, wensch ik U in myn hart te bezitten; ik vereenig mijne communie met de uwe, o allerheiligste Maagd, mijne Moeder Maria! zie ik ben nu op het punt van uwen goddelgken Zoon te ontvangen; ik wensch uw hart, uwe liefde te hebben. Geef mij uwen Jesus, gelyk Gij Hem aan de herders en aan de drie koningen gegeven hebt. Ik verlang Hem uit uwe zuivere handen te ontvangen. Zeg Hem, dat ik uw toegenegen dienaar ben; uw allerzoetste Jesus zal mij dan nog meer beminnen, en zich, terwijl Hij nu tot mij komt, nog inniger met mij vereenigen.
Blijft er u nog eenige tijd over, bid dan de Litanie van het A lierh. Sacrament des Altaars, of van den Zoeten Naam Jesus. Is dit oogenhlik gekomen waarop gij u met uwen Zaligmaker gaat vereenigen , verlevendig dan uw geloof en zeg; H. Maria, mijne Moeder, H. Joseph, mijn Vader, mijn Engelbewaarder, komt, neemt mij bij de hand en geleidt mij tot de tafel des Heeren, verheft mij van
278
deze aarde, opdat ik niets aanschouwe dan Hem die mij geschapen heeft, en thans zich vernedert om tot my te komen.
Nader in deze gesteltenis tot de Tafel des Heer en, en zeg, voor dat gij de H. Communie ontvangt, met den Priester; Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden, (driemaal te herhalen.)
GEBKÃEN NA DE H. COMMUNIE.
Zoodra gij op uwe plaats teruggekeerd zijt, verlevendig dan vooral uw geloof. Herinneer u, dat het een God is die in uw hart rust. Overweeg dit eenige oogenblikken; aanbid uwen goddelyken Zaligmaker, betuig Hem uwe liefde, leg Hem de behoeften van uw hart bloot en bid daarna met de grootste aandacht en de vurigste godsvrucht de volgende oefeningen, van tijd tot tjjd een weinig stilstaande by hetgene gij zegt, om er u des te meer van te doordringen.
OEFENING VAN GELOOF.
Mijn God heeft mij bezocht, mijn Jesus heeft zijne woning in mijne ziel genomen, mijn allerzoetste Jesus is in mijn hart, Hij is gekomen, opdat Hij aan mij en ik aan Hem zij, zoo is dan Jesus aan mij, zoo ben ik dan aan Hem! Ja, Jesus is geheel aan mij, ik ben geheel aan Hem.
279
O oneindige goedheid, o oneindige barmhartigheid, o oneindige liefde! een God vereenigt zich met mij, een God, wil geheel aan mij zijn: wat zult gij dan nu doen, mijne ziel! gij die zoo innig met Jesus verbonden, die één met Hem geworden zijt! wilt gij Hem niets zeggen, wilt gij niet met uwen God, die in u tegenwoordig is, spreken ? verwek dan uw geloof op nieuw, denk dat de engelen hunnen God, die in u woont, aanbidden, en aanbid Hem ook, keer u inwendig tot uwen Jesus en verdrijf alle andere gedachten; verzamel al uwe liefdegevoelens, offer ze aan uwen allerzoetsten Jesus en zeg Hem:
OEFENING VAN AANBIDDING.
O mijn teederste Jesus, mijne liefde, mijn oneindig goed! ik loof en dank II, dat Gij in mijn arm hart gekomen zijt. Maar ach! mijn goede Jesus, mijn God! waar bevindt Gij Ã, waar zijt Gij gekomen? in mijn hart, in een hart, veel onreiner dan de stal, waarin Gij geboren zijt; in dit hart, dat vol eigenliefde en ongeregelde neigingen is! Hoe is het mogelijk, dat Gij daarin hebt
280
willen komen wonen. Ach, ik zou U wel gaarne met den H. Petrus zeggen: ga van mij, want ik ben een zondig mensch, ga van mij, o heerlijke Jesus! ik verdien niet, dat een God van oneindige goedheid in mijn hart wone, ga van mij, en neem uwe woning in die zuivere zielen, welke U met zulke groote liefde dienen.
Wat heb ik gezegd? Neen, o mijn Jesus, neen, neen verlaat mij niet, want zoo Gy mij verlaat, ben ik verloren. Ach neen, ga van mij niet weg, ik omhels U, ik hecht mij nauw aan U vast, want Gij zijt mijn leven. O, hoe dwaas ben ik geweest, van U uit liefde tot de schepselen te verlaten; helaas! welke ondankbaarheid, mijn Jesus! ik heb ü van mij verjaagd. Maar nu, o God mijner ziel! nu wil ik U voor immer in mijn hart houden; ja, van nu af wil ik, dat Gij geheel met mij zijt, dat ik geheel aan U zij; ik wil met U vereenigd leven en sterven. Allerheiligste Maria! Serafs en gij zielen, die God met de allerreinste liefde bemint, bidt Hem, dat Hij my uwe liefde geve, opdat ik ook mynen lieven en zoeten Jesus gezelschap houde.
281
OBÃKNING VAN DANKZEGGING.
Ik dank U, mijn Heer en mijn God, voor de groote genade, die Gij mij zoo even bewezen hebt, ik dank U , dat Gij in mijn arm bart zijt komen wonen; ik wensclite, dat mijne dankbaarheid de groote genade, die Gij mij bewezen hebt, evenaarde; maar hoe zou het mogelijk zijn, dat ik, arm mensch, U op eene waardige wijze zoude kunnen danken? Een God, een God is in mijn hart gekomen, een God... aWat zal ik » den Heer wedergeven quot;, riep David uit, »voor al wat hij mij bewezen heeft?quot; Maar wat kan, wat zal ik U dan geven, ü, die, na mij met zoo vele weldaden overladen te hebben, mij heden, nog uw eigen vleesch en bloed gegeven hebt?
O mijne ziel! dank en loof uwen God, zooveel gij eenigzins kunt. En gij, mijne Moeder Maria, gij mijne heilige Patronen, mijn bewaar-Engel en gij allen, die God bemint, komt allen die den Heer vreest, en hoort welke groote dingen Hij aan mijne ziel gedaan heeft! Komt mijnen God in mijne plaats danken en prijzen, bewondert en looft Hem om de groote genade, die Hij mij bewezen heeft.
282
OEFENING VAN OPOFFEETNG.
Daar Gij dan, mijn goddelijke Jesus, mijne arme ziel hebt willen bezoeken, zoo bid ik U ze als uw eigendom aan te zien; ik geef mij geheel aan ü over. Ik schenk U mijne vrijheid en mijnen wil. Mijn welbeminde is aan mij, en ik aan Hem : Gij hebt U geheel aan mij gegeven, ik geef mij geheel aan ü; ja, van nn af, o allerteederste Jesus, wil ik mij zeiven niet meer behooren; ik wil aan ü, geheel aan üzgn; ik wil dat Gij de Heer mijner zinnen zijt, en dat zij mij alleen dienen, om U te behagen; want niets kan ons meer vreugde geven, dan U, o mijn liefwaardigste, mensch-lievendste en zoetste Jesus, te behagen. Ik schenk U al de krachten mijns lichaams en mijner ziel, en ik wil, dat zij allen en voor altijd ü toebehooren: mijn geheugen zal mij niet meer dienen, dan om uwe liefde en uwe weldaden te gedenken; mijn verstand wil ik alleen aanwenden, om mij aan U, die zonder ophouden op mijn welzijn denkt, te herinneren; mijn wil zal mij voortaan alleen dienen, om ü, mijn God, mijn zoetste Jesus, te beminnen, om alleen te willen, wat Gij wilt.
283
Ik offer U heden op al wat ik ben en bezit, o allerliefwaardigste Zaligmaker! ik offer ü op, mijne zinnen, mijne gedachten, mijne genegenheden, mijne wenschen, mijne begeerten, mijne vrijheid, met één woord: mgn lichaam en mijne ziel, alles stel ik in uwe handen. Neem, oneindige God, neem dit offer aan, dat de ondankbaarste zondaar, dien de aarde ooit gedragen heeft, U opdraagt; neem mij genadig aan, die mij nu geheel aan U schenk. Doe met mij, o Heer, naar uw welgevallen. Kom, verslindend vuur, o goddelijke liefde! kom in mij vernietigen al wat het mgne is en wat aan uwe zuivere oogen mishaagt, opdat ik van nu af aan geheel voor U zij, en voortaan alleen leven, om niet slechts uwe geboden en uwe raden, maar ook al uwe verlangens en al wat U behaagt, te vervullen.
O allerliefste en allerheiligste Maagd Maria! draag in uwe zuivere handen dit mgn offer aan de heilige Drievuldigheid op; maak, dat God het met welgevallen aanneme en Hij my de genade geve, van Hem tot den dood toe getrouw te blijven. Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
284
OEFENING VAN BEDE.
0 mijne ziel! wat doet gij nu? gij moogt geen oogenblik verliezen, waut de tijd is kostbaar, omdat gij nu gemakkelijk alle genaden, om welke gij bidt, bekomen kunt. Ziet gij niet, hoe liefelijk de eeuwige Vader u nu aau-scbouwt, daar Hij in uw hart zynen beminden Zoon, het voorwerp zijner teederste liefde ziet? Verwerp dan alle andere gedachten; wek uw geloof op; vergroot uw hart, en vraag al wat gij wilt. Hoort gij niet, dat Jesus zelf tot u zegt: wat wilt gij, dat Ik u doe! zeg, geliefde ziel, wat begeert gij van Mij ? Ik ben in uw hart gekomen om u rijk en gelukkig te maken, vraag vol vertrouwen, en gij zult alles bekomen, wat gij verlangt! O mijn allerzoetste Jesus! dewijl Gij dan in mijn hart ge^ komen zijt, om mij uwe genade te geven; dewijl gij wenscht, dat ik daarom bidde, zie, ik verlang niet de goederen dezer wereld, ik wensch noch rijkdom, noch eer, noch aardsche vreugde; maar geef mij, bid ik U, eene groote droefheid over bet misnoegen, dat ik U veroorzaakt heb , en laat mij kennen, hoe ijdel
285
de wereld is en hoezeer Gij mijne liefde verdient. Verander dit hart; bewaar het van alle gehechtheid aan aardsehe dingen ; geef, dat het in alles uw welbehagen zoeke. Ja, mijn Jesus! dat het U altijd verheuge en niets anders verlange, dan uwe heilige liefde. Geef mij een nieuw kart, o mijn God!
Ik verdien niet, dat mijn gebed verhoord worde, maar Gij, mijn allerzoetste Jesus, die nu in mijn hart woont. Gij hebt dit voor mij verdiend, ik bid U, om uwe verdiensten, om die van uwe H. Moeder en om de liefde, die Gij uwen hemelschen Vader toedraagt, verhoor mijn gebed.
Laat ons hier een weinig stil blijven, om door eenige Onze Vader en Wees gegroet bijzondere genaden af te smee-ken voor ons, voor onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners, en allen die ons dierbaar zijn. Vergeten wij ook niet te hidden voor de arme zondaars en voor de zielen in het vagevuur... Ten slotte zegge men :
Eeuwige Vader! Jesus Christus zelf heeft ons gezegd: Voorwaar, ik zeg u, zoo gij den Vader iets in mijnen naam zult vragen, zal Hij het u geven; ver-
286
hoor mij dan, nit liefde tot dezen uwen goddelijken Zoon, die nu in mijn hart woont, en geef mij wat ik gevraagd heb.
Mijne zoete liefde, Jesus en Maria! voor U wil ik sterven, maakt dat ik geheel aan ü en nimmer meer aan mij zei ven zij.
NB. Ook de oefeningen van den 2n Zondag kunnen vóór en na de H. Communie gebeden worden.
MMMM
laXSrioxi^aXmTdaJij»
iwen hart aagd
iria! it ik 1 mij
LITANIÃN
voor eiken dag der weeli.
Voor den Zonxiag;.
LITANIE
TOT DE ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God heilige Geest, g_
H. Drievuldigheid, één God, S5
Heer, die een geest zijt, en in geest en B waarheid wilt aangebeden worden, lt;3 Heer, aan wien niemand gelijk is, en 0 buiten wien er geen andere Godheid g bestaat, $
288
Koning der eeuwen, die alleen van
natuur de onsterfelijkheid bezit, Groote God, uit wien alles voortkomt en door wien alles behouden wordt,
Heer, in wien wij leven, ons bewegen en zijn,
Heer, die overal zijt en wiens voorzienigheid alles omvat,
Heer, die zoo groot zijt, dat U geen
verstand begrijpen kan,
Heer, wien noch geheel het aardrijk, o noch de Hemelen kunnen bevatten, g. Heer, wien geen mensch gezien heeft,
noch zien kan, B
Heer, wiens oordeeleu ondoorgronde- ^ lijk, en wiens wegen onnaspeurlijk 0 zijn, |
Heer, voor wiens Majesteit wij slechts *
stof en asch zijn,
Heer, die in den Hemel, op de aarde, in de zee en in de afgronden alles naar uwen Wil regelt.
Heer, die de harten der menschen in uwe hand hebt, en ze neigt waar gij wilt.
Heer, die een verterend vuur zijt, en wiens gramschap niemand kan we-derstaan,
289
Heer, die een ieder naar zijne werken vergeldt,
Heer, die alles bepaalt in getal, gewicht en maat,
Heer, die onze harten onderzoekt, en
onze nieren doorgrondt.
Heer, die alles wat er is, bemint, en niets haat van al wat Gij geschapen hebt.
Heer, die de zonden der menschen 0 om hunne boetvaardigheid kwijt- g. scheldt, S*
Heer, die in uwe woorden waarachtig B en in uwe beloften getrouw zijt, ch Heer, die niet wilt, dat wij zullen0 vreezen, omdat Gij, onze God en ^ helper, met ons zijt, S
Allerheiligste God, door wiens glorie
geheel de aarde vervuld is,
Heer, wien alle eer en heerlijkheid toekomt,
Heer, die zelf het loon uwer dienaars zijt.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer, Van allen hoogmoed en trotschheid des
geestes, verlos ons, Heer.
Van alle onmatigheid en onzuiverheid, verlos ons, Heer.
13
290
Van alle gramschap, nijd en kwaden wil tegen onze naasten , verlos ons, Heer, Van traagheid en ongeregelde droefheid, Van gierigheid, die de wortel van alle
kwaad is,
Door awe grenzelooze almogendheid, ^ Door uwe oneindige wijsheid, ®
Door uwe overvloedige goedheid, o Door uwe ondoorgrondelijke alwe- 0 tendheid en voorzienigheid, i
Door den diepen afgrond van de oor-quot; deelen uwer rechtvaardigheid, £ Door uwe, volmaakte en onverander- 3
lijke gelukzaligheid,
In den dag des oordeels, Wij , zondaren, wij bidden ü, hoor ons, Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om ü uit geheel onze ziel, uit ge- ^ heel ons verstand en uit al onzeü; krachten te beminnen.
Dat wij uwen H. Naam nooit licht- pquot; vaardig gebruiken, p
Dat wij de zon- en heiligendagen, die q U zijn toegewijd, in godsdienstigej en andere goede werken mogen g doorbrengen en heiligen, °
Dat wij aan onze ouders en alle o overheid eer en gehoorzaamheid om ? Uwentwil bewijzen.
201
Dat onze zielen nimmer door onzuivere werken, woorden, begeerten of gedachten besmet worden, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij nooit iemand door onrechtvaardigheid benadeelen, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij onzen mond van valsche getuigenis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij de aardsche goederen niet ongeregeld najagen, wij bidden ü, hoor ons.
Dat Gij onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen, wij bidden ü, hoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
y. Prijzen wij den Vader, en den
Zoon, met den fl. Geest.
ft. Loven en verheerlijken wij Hem
boven alles in eeuwigheid.
292
LATEN WIJ BIDDEN.
Almachtige en eeuwige God, die uwen dienaars, door de belijdenis van het ware geloof, de heerlijkheid der einde-looze Drievuldigheid hebt doen kennen, en in de oppermachtige majesteit geleerd hebt, één Wezen te aanbidden; wij smee-ken ü, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof, yan allen tegenspoed steeds bevrijd mogen worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
quot;Voor den. Maaiwiag.
LITANIE
TOT DEN H. GEEST.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer, God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer.
293
H. Geest, die van den Vader en den
Zoon voortkomt,
Geest der eeuwige waarheid,
Geest van wijsheid en verstand,
Geest van raad en sterkte.
Geest van de vrees des Heeren,
Geest van heiligmaking,
Geest van kracht, liefde en matigheid, H. Geest, door wiens ingeving de
Profeten gesproken hebben, H. Geest, die de Apostelen vervuld en in hun mond uwe woorden gesteld hebt,
H. Geest, wiens zalving ons alle
dingen leert,
H. Geest, die de dolende zondaren bekeert,
H. Geest, die uwe ware geloovigen S
één van hart en ziel maakt, H. Geest, die uwen kinderen de ware
vrijheid verleent,
H. Geest, die de dubbelhartigen en
geveinsden ontvlucht,
H. Geest, die alleen ons Gods wet
kunt doen volbrengen,
H. Geest, die zelf ook de gever van
het bidden zijt,
H. Geest, die zelf in en voor ons door onuitsprekelijke verzuchtingen bidt,
294
H. Geest, die onze harten van droefheid verlost, en ze met liefde, blijdschap en vrede vervult,
H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid en goedheid verleent, g H. Geest, die onze zielen met zacht- ^ moedigheid en zedigheid versiert, 2 H. Geest, die ons de onthouding en
kuischheid verleent,
H. Geest, die de liefde Gods in onze § harten stort, ®
H. Geest, die in uwe geloovigen alsquot;
in uwe tempels woont,
H. Geest, die, in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zultlevendmaken, Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle zonden, verlos ons, Heer. Van vermetelheid en wanhoop. Van ongeloovigheid en hardnekkig- ® heid tegen de bekende waarheid, §-Van alle bekoring en lagen des duivels, w Van afgekeerdheid, tweedracht, gram- § schap en nijd tegen onzen naaste,-quot;quot; Van alle onreinheid naar ziel en lichaam, trj Van onboetvaardigheid en verstoktheid S
des gemoeds,
Van eiken geest die aan TJ tegenstrijdig is,
295
Door uwe altijddurende voortkomst
van den Vader en denZoon, ^ Door uwe wonderbare werking, waar- ®
door Christus in het lichaam der o1 , ⢠60
zuivere Maagd ontvangen is, 0 Door uwe nederdaling over Christus g
ten tijde zijns Doopsels,
Door uwe nederdaling over de leer- W lingen van Christus, Ã?
In den dag des oordeels. Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen involgen,
Dat Gij den geest der gerechtigheid
in onze harten wilt vernieuwen, Dat Gij nooit ons wilt verlaten, ^ Dat Gij ons wilt versterken om moe-^quot; dig het goede uit te werken, £ Dat wij U nooit bedroeven of weder- g' staan, p
Dat wij altijd arm van geest mogen
wezen, tr1
Dat Gij ons de christelijke en heilige ©
droefheid wilt leeren,
Dat Gij ons hongerig en dorstig naar c de rechtvaardigheid wilt maken, ' Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhartigheid tot alle menschen wilt instorten,
296
Dat wij den vrede met onzen naaste zóó onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden, wij bidden U, hoor ons.
Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zien, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten, wij bidden U, hoor ons.
Dat Gij ons tot het einde toe in het goede wilt bevestigen, wij bidden U, hoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
/. De genade van den H. Geest.
Verlichte onze zinnen en harten.
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen
door de verlichting van den H. Geest
hebt onderwezen, geef ons, dat wij in
297
denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten , en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Voor den. Igt;inslt;lag;.
LITANIE
TOT DEN ALLERHEILIGSTEN NAAM JESUS.
Zie hladz. 94.
quot;Voor clen. W o©iislt;iagf.
LITANIE
TOT DE HH. ENGELEN.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm ü onzer.
298
H. Drievuldigheid, één God, ontferm
ü onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Michael, bid voor ons.
H. Gabriël, bid voor ons.
H. Raphael, bid voor ons.
Alle HH. Engelen en Aartsengelen, Die uwen Schepper altijd met een uitnemende liefde hebt bemind. Die nooit in de minste zonde gevallen zijt.
Goddelijke dienaars, die altijd tot den dienst van Gods opperste Majesteit S bereid zijt, amp;
Die met allen eerbied in zijne tegen- g woordigheid vervuld zijt, °
Die in alles zijnen heiligen Wil vol- o brengt, p
Zuivere geesten, aan wie God onze
bewaring heeft aanbevolen. Die gesteld zijt om de macht des
duivels van ons af te weren. Die, door het ingeven van goede gedachten, van ons de kwade invallen verdrijft,
Die ons door goede bewegingen de
kwade driften doet overwinnen. Die ons van de gelegenheden tot zonden verwijdert,
299
Die ons gedurig door goede ingevingen vermaant,
Die niets dan onze zaligheid zoekt, Die u verheugt, wanneer wij als ware ^ Christenen leven, g
Die te zamen met ons om Gods genade g bidt en ons tot bidden opwekt, o Die onze gebeden, verstervingen en 5
goede werken aan God opdraagt. Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, = Van alle verleidende gezelschappen, 2= Van alle onkuischheid, ^
Van alle kwade bekoringen, ^
Van alle onwilligheid ten opzichte =
van onze oversten,
Van alle onachtzaamheid jegens onzeg minderen, 'Z.
Van alle traagheid in U te dienen, p Wy zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.
300
Dat wij altijd hunne inspraken tot de
deugd opvolgen,
Dat wij door onze traagheid en om-achtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in U
te beminnen en onderdanig te zijn,^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne onze naasten helpen, ook die min-der zijn dan wij, ^
Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, â Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, H
Dat wij hen, voo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;
Dat wij door woorden en werken hunne
zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons
sterfuur willen bijstaan,
Dat wij U in eeuwigheid met hen
mogen loven en danken.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
301
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
y. Voor het aanschijn der Engelen zal ik uwen lof zingen, mijn God.
Ik zal U aanbidden in uwen tempel en uwen naam loven.
LATEN WIJ BIDDEN.
God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid uwe HH. Engelen tot onze bewaring gewaardigt te zenden, verleen ons, die U smeeken, dat wij en door hunne hulp altijd beschermd worden, en hun gezelschap eeuwig mogen genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Voor cl en. UoiK lei-tla j;.
LITANIE
TOT JESÃS IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Zie hladz. 89.
302
Voor den Vrydagf.
LITANIE
TER BERE VAN HET LIJDEN VAN ONZEN HEEE JESÃS CHRISTUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God heilige Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, om onze zonden in den hofg van Olijven benauwd en bedroefd g; tot den dood, g
Jesus, door een Engel versterkt, opdat wij onze hulp in allen nood van den Hemel zouden leeren verwachten, § Jesus, die uwen verrader met min- ® zaamheid hebt ontvangen, om ons' de zachtmoedigheid te leeren,
Jesus, van uwe leerlingen verlaten, opdat wij op God alleen zouden leeren vertrouwen.
303
Jesus, van de Joden gebonden, om ons van de zonden te ontbinden, Jesus, voor Annas en Caïphas val-schelijk beschuldigd, opdat wij alle ongelijk zouden leeren verdragen, Jesus, door Petrus verloochend, opdat wij onze zwakheid zouden leeren kennen en ons zeiven mistrouwen, Jesus, door Herodes met een wit kleed bespot, omdat wij het kleed der onschuld verloren hadden,
Jesus, achter Barrabas gesteld, opdat wij ons nooit boven anderen zouden verheffen,
Jesus, wreedelijk gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij de gemakken en alle eerzucht zouden § verfoeien, §
Jesus, gelasterd, bespuwd en gesla-' gen, opdat wij onze zinnen zouden versterven,
Jesus, aan het volk ten toon gesteld, opdat wij uw voorbeeld voor oogen hebben en daarnaar leven zouden, Jesus, door Pilatus aan uwe vijanden overgeleverd, om ons van onze vijanden te verlossen,
Jesus, met het kruis beladen, om ons te leeren ons kruis met vlijt te dragen,
304
Jesus, aan het kruis genageld, opdat wij ons vleesch met zijne driften en begeerlijkheden zouden kruisigen, Jesus, die naakt aan het kruis hebt gehangen, opdat wij voor alle oneerbaarheid zouden schromen,
Jesus, tusschen twee moordenaars gekruisigd , om ons de vernederingen te leeren beminnen,
Jesus, die den goeden moordenaar in genade hebt ontvangen, opdat wij nooit zouden mistrouwen, §
Jesus, die, aan het kruis hangende, voor uwe vijanden hebt gebeden, g om ons onze vijanden te leeren ^ beminnen,
Jesus, met gal en mirre gelaafd, op- § dat wij onze tong van alle zonden ® zouden bewaren,
Jesus, die stervende uwen geest in de handen uws Vaders bevolen hebt, opdat wg, stervende, onzen geest in uwe handen zouden bevelen, Jesus, die voor ons den bitteren dood gestorven zgt, om ons de boosheid onzer zonden te leeren kennen, Jesus, die ons door uwen dood het leven gegeven heelt, opdat wij niet voor ons, maar voor U zouden leven.
305
Jesus, wiens zijde na uwen dood geopend is, om daarin onze zonden en zwakheden te verbergen, ontferm U onzer.
Jesus, begraven en den derden dag verrezen, opdat wij gestorven en begraven van de zonden, tot een deugdzaam leven zouden verrijzen, ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden,
Door uw bloedig zweet, S
Door uwe geeseling, 5quot;
Door uwe doornen kroon,
Door uw kruis en lijden, §
Door uwe allerheiligste vijf wonden,quot; Door uwen dood en uwe begrafenis, K Door uwe heilige verrijzenis, ®
Door uwe wonderbare hemelvaart, * In den dag des oordeels. Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt, wij bidden U, hoor ons.
Dat wij, door het overdenken uwer pijnen en smarten, alle ziekten, pijnen
306
en tegenspoed geduldig mogen verdragen ,
Dat wij in allen angst, droefheid en nood ons tot U keeren en uwe hulp afsmeeken,
Dat wij alle schande, verachting en tegenspoed met overgeving aan Gods wil mogen ontvangen,
Dat wij de valsche beschuldigingen en onrechtvaardige oordeelen naar uw_^ voorbeeld mogen verdragen,
Dat Gij ons de vruchten van uw gj lijden wilt mededeelen, ^
Dat wij door de kracht van uw kruis p den duivel, de wereld en het vleesch^ mogen overwinnen, ^
Dat wij in uw Bloed van alle zonden § mogen gereinigd worden, ^
Dat Gij ons wilt verleenen, ons kruis § dagelijks op te nemen en U gaarne na te volgen.
Dat wij gaarne uw H. Lijden met liefde en dankbaarheid dikwijls overdenken,
Dat wij, dagelijks bemerkende, dat Gij uit liefde voor ons gestorven zijt, door wederliefde jegens U ontstoken worden,
Dat wij onzen troost in uwe heilige
307
wonden mogen vinden, wij bidden U, hoor ons.
Dat Gij ons door uw kruis en uw bitteren dood in het uur onzes doods wilt, versterken, wij bidden ü, hoor ons.
Dat Gij ons door uw lijden in uwe heerlijkheid wilt brengen, wij bidden U, hoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
â¢f. Hij is gewond om onze ongerechtigheden.
pf. En gekneusd om onze misdaden.
LATEN WIJ BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen en den dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld zijner ootmoedigheid zoude navolgen; geef genadig, dat wij in lijdzaamheid
308
ons kruis mogen dragen, en in de glorie zijner verrijzenis mogen deelen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
quot;Voor den Zaterdag;.
LITANIE
TER KERB VAN O. L. V. VAN LORETTE.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
ü onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, bid voor ons. H. Maagd der maagden, bid voor ons. Moeder van Christus, bid voor ons.
309
Moeder der goddelijke genade, Allerzuiverste Moeder, Allerkuischste Moeder, Ongeschonden Moeder, Onbevlekte Moeder, Beminnelijke Moeder, Bewonderenswaardige Moeder, Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid. Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat,
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht, Geheimzinnige roos.
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis.
Ark des verbonds.
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken.
o* â¢
P-
lt;1 O O
O p
oa
310
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen. Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans ,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, roemrijke en gezegende Maagd.
311
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij mogen waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Wij smeeken U, Heer God, verleen dat wij, uwe dienaren, altijddurende welvaart van geest en lichaam genieten: en door de glorierijke voorspraak van de heilige Maria altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid bevrijd mogen worden, en het volledig genot bekomen der eeuwige vreugde. Door Christus, onzen Heer. A.men.
312
LITANIE
VAN DEN
IHI. J-OSEFH,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Joseph, ^
Beschermer van Jesus, o
Bruidegom van Maria, H
Man naar Gods hart, g
Trouwe en wijze dienaar, â¢ai
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria,
313
Leidsman en troost van Maria, Die om Maria met bijzondere genaden
begunstigd zijt,
Allerreinste in zuiverheid, Allernederigste in ootmoed, Allervurigste in liefde, Allerverhevenste in beschouwing. Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard.
Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest, Die door den Engel in het geheim der
menschwording onderwezen zijt. Die met Maria, uwe Bruid, naar Beth-
leëm zijt gereisd,
Die, in de herberg geene plaats vindend,
in een stal zijt gaan vernachten, Die waardig geacht zijt, bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd,
Die het bloed van Jesus bij zijne
besnijdenis hebt ontvangen, Die het kind Jesus met Maria zijne Moeder in den tempel hebt opgeofferd ,
Die op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt.
Die na den dood van Herodes met
14
314
Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd, Die het kind Jesus, te Jerusalem gebleven, met Maria, zijne Moeder, vol droefheid gezocht hebt, S!
Die Hem na drie dageu met blijdschap ^ gevonden hebt, zittende in heto midden der leeraren, ^
Aan wien de Heer der heeren op aarde g onderdanig is geweest, quot;
Die in het Evangelie met roem vermeld wordt: als de man van Maria, uit wie Jesus is geboren,
Onze voorspreker, hoor ons, H. Joseph. Onze beschermer, verhoor ons, H.Joseph. In al onzen nood, help ons, H. Joseph. In al onze benauwdheden,
In het uur onzes doods,
Door uwe allerzuiverste trouw, 'c Door uwe vaderlijke zorg en teeder- § heid,
Door al uwen arbeid en zweet, P2 Door al uwe deugden,
Door uwe hoogste eer en eeuwigeJ gelukzaligheid, f
Door uwe getrouwe tusschenkomst, Wij, die u als beschermer aanroepen,
wij bidden u, hoor ons.
Dat gij Jesus om vergifiPenis onzer zonden
315
wilt bidden, wij bidden u, hoor ons. Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria
gelieft aan te bevelen,
Dat gij voor alle maagden en gehuwden de hunnen staat betamende zuiverheid wilt verwerven,
Dat gij voor alle gemeenten eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven, si Dat gij de vaders der huisgezinnen^' in het christelijk opvoeden hunner gj kinderen wilt behulpzaam zijn, ^ Dat gij alle vergaderingen, die u bijzon- ^ der zijn toegedaan, wilt begunstigen,® Dat gij alle Oversten in het besturen
der hun toevertrouwden wilt bijstaan, o Dat gij allen die op uwe hulp betrouwen, 0 altijd en overal wilt beschermen, g Dat gij de geloovige zielen door uwe quot;
voorbede wilt helpen,
Dat gij in het laatste uur, met Jesus en Maria ons wilt bezoeken en bijstaan ,
Kuische bruidegom van Maria, Getrouwe voedstervader van het kindje
Jesus,
Heilige Joseph,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
316
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
y. Hg stelde hem tot heer over zijn huis.
Jif. En tot vorst over geheel zijne
bezitting.
GEBED*
O God, die den H. Joseph hebt uit-gekezen tot bruidegom van de H. Maria altijd Maagd en tot bewaarder en voedstervader van uw geliefden Zoon onzeu Heer Jesus Christus: wij bidden U ootmoedig dat Gij ons genadig verleen en wilt de zuiverheid van ziel en lichaam, opdat wij zuiver van alle vlek en met het bruiloftskleed versierd, worden toegelaten tot het gastmaal des hemels! Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
MEMORAKK VAN DEN H. JOSEPH.
Gedenk, o beste, beminnelijkste, zoetste en barmhartigste Vader, heilige
317
Joseph, dat de groote heilige Theresia verzekert, dat zij nooit hare toevlucht tot uwe bescherming genomen heeft, zonder verhoord te zijn geworden. Aangemoedigd door datzelfde vertrouwen, o mijn goede beminde H. Joseph, kom ik en neem ik tot u myne toevlucht, en zuchtende onder het zwaar gewicht mijner menigvuldige zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder; o aller-meedoogendste Vader! verwerp mijne arme en zwakke gebeden niet, maar aanhoor dezelve gunstig en gewaardig ze te verhooren. Amen.
LITANIE
ter cere can ben H. Antontus ran Pabua, Patroon in verlorene zaken.
Heer, ontferm ü onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
318
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, beschermster van den H. An-
tonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en leidsman van
den H. Antonius,
H. Antonius van Padua,
Luister van Portugal, uw vaderland. Licht van Frankrijk,
Fakkel van Italië en Spanje,
Liefde van alle volkeren.
Navolger van den H. Franciscus, -Getrouwe onderhouder van ziinen .3 regel, ^
©Wonder van boetvaardigheid, o a Verachter der wereld, ^
Minnaar van het Kruis, g
H Overwinnaar der begeerlijkheid, 5° Voorbeeld van zuiverheid, armoede
en gehoorzaamheid.
Verkondiger van het Evangelie, Godspraak van den H. Geest, IJveraar der waarheid en der liefde. Schrik der hel.
Voorbeeld der volmaakten.
319
H. Antonius, afbeeldsel vau het leven der Apostelen, bid voor ons. Doorgronder des gewetens,
Leidsman der onwetenden, Vertrooster der bedrukten, Verdediger der onschuld,
Vat van heiligheid,
Machtig in woorden en werken, Die met de tegenwoordigheid van - het kindje Jesus vereerd zijt ge- 2^ .§ weest,
g Die branddet, uit ijver voor de g a zaligheid der zielen, ^
Die de toekomende zaken voorspeld g y hebt, quot;
Die de dooden hebt doen verrgzen, Hoop dergenen die in gevaar ver-keeren,
Krachtdadige beschermer van allen
die u aanroepen,
Die met vrucht wordt aangeroepen in het zoeken van verlorene zaken. Roem van de orde der Minderbroeders, Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
320
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Æ. Bid voor ons, H. Antonius.
Opdat wij mogen waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Allergoedertierenste Jesus, die uwen belijder, den H. Antonius, door gedurige mirakelen wonderbaar hebt doen uitschijnen, verleen ons genadig dat wij door zijne voorspraak en verdiensten verkrijgen, hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE van alle Heiligen,
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God heilige Geest, ontferm ü onzer.
321
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons. |[.
H. Moeder Gods, ^
H. Maagd der maagden , o
H. Michaël, K
H. Gabriel, g
H. Raphael, quot;
Alle HH. Engelen en Aartsengelen,
bidt voor ons.
Alle HH. Kooren der zalige Geesten,
bidt voor ons.
H. Joannes de Dooper, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons.
Alle HH. Patriarchen en Profeten, bidt
voor ons.
H, Petrus,
H. Paulus,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Thomas, g
H. Jacobus, H
H. Philippus, §
H. Bartholomeus, ^
H. Mattheus ,
H. Simon,
H. Thaddaeus,
H. Matthias,
322
H. Barnabas, bid voor ons.
H. Lucas, bid voor oqs.
H. Marcus, bid voor ons.
Alle HH. Apostelen en Evangelisten,
bidt voor ons.
Alle HH. Leerlingen des Heeren, bidt voor ons.
Alle HH. Onnoozele kinderen, bidt
voor ons.
H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. HH, Fabianus en Sebastianus, bidt voor ons.
HH. Joannes en Paul us, bidt voor ons. HH. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H H. Ger vasius en Protasius, bidt voor ons. Alle HH. Martelaren, bidt voor ons. H. Silvester, ^
H. Gregorius, tl'
H. Ambrosius, ^
H. Augustinus, o
H. Hieronymus, _
H. Martinus, |
H. Nicolaas,
Alle HH. Bisschoppen en Belijders,
bidt voor ons.
Alle HH. Leeraars, bidt voor ons. H. Antonius, bid voor ons.
323
H. Benedictus, bid voor ons. H. Bernardus, bid voor ons. H. Dominicus, bid voor ons. H. Franciscus, bid voor ons.
Alle HH, Priesters en Levieten, bidt voor ons.
Alle HH. Monniken en Kluizenaars,
bidt voor ons.
H. Maria Magalena, St
H. Agatha, ^
H. Lucia, g
H. Agnes, ^
H. Cecilia, §
H. Catharina, quot;
H. Anastasia,
Alle HH. Maagden en Weduwen, bidt voor ons.
Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons. Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden, S
Van uwe gramschap,
Van een haastigen en onvoorzienenquot; dood, g
Van alle listen des duivels, quot;
Van gramschap, haat en allen kwa- M den wil, ®
Van den geest der onkuischheid,
324
Van bliksem an on weder, verlos ons, Heer. Van den geesel der aardbeving, Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood,
Door het geheim uwer H. Mensch-
wording, ^
Door uwe komst, g
Door uwe geboorte, gquot;
Door uw doopsel en heilig vasten, 0 Door uw kruis en lijden, g
Door uwen dood en uwe begrafenis,' Door uwe heilige verrijzenis, ^
Door uwe wonderbare hemelvaart, S Door de komst van den H. Geest den
Vertrooster,
In den dag des oordeels. Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat Gij ons wilt sparen, ^
Dat Gij ons onze misdaden kwijtscheldt,ö: Dat Gij ü gewaardigt, ons tot ware jr
boetvaardigheid te brengen,
Dat Gij ü gewaardigt, uwe H. Kerk js te besturen en te bewaren, ^
Dat Gij U gewaardigt, den Paus van- 1 Rome en alle geestelijkheid in den gquot; H- Godsdienst te bewaren, ®
Dat Gij ü gewaardigt, de vijanden © der H. Kerk te vernederen, S Dat Gij ü gewaardigt, aan de Chris-
a-
325
ten koningen en vorsten vrede en ware eendracht te geven,
Dat Gij U gewaardigt, aan al de Christen volkeren vrede en eenheid te verleenen,
Dat Gij U gewaardigt, ons in uwen
H. Dienst te versterken en te bewaren, ^ Dat Gij onze gemoederen tothemelsche
begeerten wilt opwekken, pr
Dat Gij aan al onze weldoeners de
eeuwige goederen schenkt, 13
Dat Gij onze zielen, en die onzer^ broeders, nabestaanden en weldoe-^ ners van de eeuwige veroordeeling § behoedt, n
Dat Gij U gewaardigt, de vruchten § der aarde te geven en te bewaren, ⢠Dat Gij U gewaardigt, aan alle ge-loovige overledenen de eeuwige rust te verleenen,
Dat Gij U gewaardigt, ons te verhoeren ,
Zoon Gods,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Heer, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
326
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm TJ onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring.
Maar verlos van den kwade.
Psalm 69.
o God, zie toe tot mgne hulp; Heere, haast U om my te helpen.
Laat hen beschaamd worden en blozen, die mg naar het leven trachten!
Laat hen terugdeinzen en te schande worden, die mg kwaad willen!
Laat hen terstond met schaamte terug-keeren, zij die tot mij zeggen: Ha, ha!
Laat hen juichen en zich over U ver-bigden , allen die U zoeken ; en dat zij, die uwe hulp liefhebben, gedurig zeggen: hoog geprezen zg de Heer!
Eu ik, ik ben arm en ellendig: o God, help mg!
Mijn helper en beschermer zgt Gij! o Heere, vertoef niet!
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin, en nu,
327
en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Maak uwe dienaars zalig.
Mijn God, die in U hopen,
Wees ons. Heer, een sterke toren.
Tegen onzen vijand.
Laat de vijand niets tegen ons vermogen ;
En dat de zoon der ongerechtigheid zich niet verstoute, ons te schaden.
Heer, handel niet met ons naar onze zonden,
En vergeld ons niet naar onze ongerechtigheden.
Laat ons bidden voor onzen Paus N...
De Heer beware hem, en spare hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
Laat ons bidden voor onze weldoeners.
Gewaardig U, Heer, allen die ons weldoen, om uwen Naam, met het eeuwige leven te verleenen. Amen,
Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zijn.
Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwig licht verlichte hen.
Dat zij rusten in vrede. Amen.
Voor onze broeders, die afwezig zijn.
328
Mijn God, maak zalig uwe dienaars, die in ü hopen.
Zend hun hulp uit uw heiligdom.
En bescherm hen uit Sion.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot ü.
GEBEDEN.
0 God, wien het eigen is, U altijd te ontfermen en te sparen, ontvang onze smeeking, opdat de ontferming uwer goedertierenheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.
Verhoor, bidden wij ü,.Heer, de gebeden der ootmoedig smeekenden, en spaar de zonden van hen die ü schuld belijden; opdat Gij ons goedgunstig kwgtscheldiug tevens en vrede verleent.
Toon ons genadiglijk. Heer, uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, dat Gij ons tegelijk én van alle zonden bevrijdt, én aan de straffen, die wij er voor verdienen, ontrukt.
O God, die door de zonde beleedigd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van het ü smeekende volk; en wend de geesels uwer gramschap, welke wij
329
door onze zonden verdienen, van ons af.
Almachtige en eeuwige God, ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N., en bestuur hem volgens uwe goedertierenheid op den weg van het eeuwig heil; opdat hg door uwe hulp begeere wat U behaagt, en het met alle kracht volbrenge.
O God, van wien de heilige begeerten , de goede besluiten en de rechtvaardige werken voortkomen, geef aan uwe dienaren dien vrede welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten aan uwe geboden mogen onderworpen zijn, en de tyden, zonder vrees voor vijanden, onder uwe bescherming rustig mogen wezen.
Ontsteek, Heer, onze nieren en ons hart door het vuur van den H. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam mogen dienen en met een rein hart behagen.
God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altoos verlangd hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verwerven.
Wij bidden ü. Heer, voorkom onze werken met den invloed uwer genade.
330
eu voltrek ze door uwe medewerking, opdat al ons gebed en werk altijd van U beginne, en, begonnen, door U voltrokken worde.
Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen welke gij te voren weet, dat door geloof en werk de uwen zullen zijn, wij smeeken U ootmoedig, dat degenen voor wie wij ons voorgenomen hebben onze gebeden te storten, hetzij hen nog de tegenwoordige eeuw in het vleesch weêrhoudt, of de toekomende hen reeds, van het lichaam ontdaan, heeft opgenomen, op de voorspraak van al uwe Heiligen, door uwe genadige barmhartigheid, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
De almachtige en barmhartige Heer verhoore ons. Amen.
En dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, in vrede rusten.
Amen.
gangen.
232
1
Leven als een ware Christen,
Trouw zij a in de liefde Gods, Ondanks smaad, geweld en listen Immer pal staan als een rots, Sluiten in Gods liefde 't leven,
Eeuwig zalig zijn hierna;
Dit is 't voorbeeld ons gegeven Door de heil'ge Barbara.
't Waar geloof mag zij belijden
Midden in het heidendom;
't Geeft haar kracht en moed in 't strijden,
Jesus blijft haar Bruidegom. Onbeschrijflijk is de smarte.
Die zij om 't geloof verdraagt;
Maar haar God, die woont in 't harte. Sterkt op wond're wijs de Maagd.
Woeste beulen slaan en kerven
't Zwakke lichaam wreed en snood, En haar vader doet haar sterven
Door zijn zwaard den marteldood, Christus was de God haars levens.
Sterven is haar een gewin;
Maagd en Mart'laresse tevens.
Snelt zij big den hemel in.
333
Barbara, zie neer van boven,
Uit des hemels heil'ge woon, Op ons, die uw deugden loven,
Smeek voor ons bij Godes troon, Dat wij 's Hemels gunst verwerven
In des levens bangen strijd. En wij blijven tot ons sterven Aan den dienst van God gewijd.
Smeek bijzonder, als ons leven
Hier op aard ten einde spoedt. Dat aan ons dan word' gegeven
Jesus Godd'lijk Vleescb en Bloed. Als ons uwe hulp beveiligt.
Snellen wij met bigden zin.
Door 't bezoek van God geheiligd, 's Hemels eeuw'gen luister in.
334
J3
(Solo Basse.)
Ak'lig klinkt het doffe luiden Van de doodsklok om mij heen;
Weder gaat een' ziel voor 't oordeel Van haar' God en Rechter treên.....
(Allen.)
Barbara, snel aan ter hulpe In den hangen stervensnood,
Laat uw voorspraak ons verwerven, Barbara, een zaalgen dood.
Gingen and'ren voor mij henen, Ook aan my komt eens de beurt:
Straks wordt mgn kortstondig leven Van het aardsche losgescheurd.
Barbara, snel aan ter hulpe, enz.
Oordeel!... 'k deuk met angst en rouwe Aan het vonnis dat mij wacht.
Wie is 't die voor Godes vierschaar 't Vonnis mijner ziel verzacht?
Barbara, snel aan ter hulpe, enz.
335
De eeuwigheid staat voor mij open... Alles daagt mij voor den geest...
Alles dreigt mij:.... zooveel zonden!.... 'k Ben voor mijne ziel bevreesd.
Barbara, snel aan ter hulpe, enz.
(Eene andebe stem)
Zondaar! neen, geen moed verloren! Zie daarboven! voor Gods troon
Smeekt uw Schutsvrouw, dat uw Rechter Zich in 't oordeel gunstig toon.
Barbara, snel aan ter hulpe, enz.
Zooveel uren, zooveel dagen Barbara u toegewijd!...
En gij zoudt voor ons niet bidden In dien laatsten ziele-strijd?
Barbara, snel aan ter hulpe, enz.
Geene vrees, als wij u eeren,
Zorgt gij, als ons doodsklok slaat.
Dat er weer een van uw dienaars, Barbara, ten hemel gaat.
Barbara, snel aan ter hulpe In den bangen stervensnood,
Laat uw voorspraak ons verwerven, Barbara, een zaalgen dood.
336 3
Lofzang: Officie H. Barbara, zie blz. 5.
4
Dies irae, zie bladz. 36.
5
Dat Jesus leev'! dit is de kreet des harten! Dat Jesus leev', het toonbeeld aller deugd! Denk'k aan zijn naam,
zijne liefde, zijn wonden. Dan wordt mijn hart
door de liefde verslonden. Dat Jesus leev'! (bis)
Dat Jesus leev'! dit is de kreet der dapp'ren, Die alles onder zijne vanen roept;
Onder die vaan strijd ik blij heel mijn leven, Zal ik verwinnen en strijdende sneven. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'! dit is de kreet der hope Voor 't schuldig hart dat zijne boosheid voelt, Vraagt niet die naam
voor wie zonden bedreven, Deugd en genade en het eeuwige leven? Dat Jesus leev'! {bis.)
337
Dat Jesus leev'! dit is de kreet der sterkte; Vlucht op dien kreet, o duivel van ons heen! Hoort gij dien naam, onzen harten zoo teeder. Sidderend stort ge in de helle ter neder. Dat Jesus leev'! (Jjs.)
Dat Jesus leev'! dit is de kreet der liefde; Ons harte klop', o Heer, voor U alleen; Laat steeds mijn hart
van uw liefdevuur gloeien,
Boei 't aan uw hart met onbreekbare boeien. Dat Jesns leev'! (bts.)
Dat Jesus leev' 1 zijn lieve Moeder leve! Zij wil ook ons een teedre Moeder zijn; Klonk niet op 't kruis:
gt;Zoon, ziedaar uwe Moederquot;! Ben ik haar kind, dan is Jesus mijn Broeder. Dat Jesus leev'! {bis.)
Dat Jesus leev'1 triomf, triomf, victorie! Die naam verwinne zonde, duivel, hel! Laat met uw naam op de lippen mij sterven, De eeuwige zaligheid, Jesus, mij erven! Dat Jesus leev'! (bis.)
15
338
Oeloofd lij Jesua- Christus, In 't heilig Sacrament:
Zij Jesus op het Altaar,
Door al wat leeft erkend.
Mysterie van liefde! Geheim van geloof! 2 Wat tong kan naar waarde ü ooit loven?! Of'raar van het altaar des nieuwen Verbonds,?
Gij gaat allen lofzang te boven! \
Daarom knielen wij stil bewond'rend ter néér» Aanbiddend den God der altaren, F Waar duizend millioenen van 't Engelenkoor J Rond 't Offer eerbiedig zich scharen. -â Geloofd zij Jesus-Christus, enz.
o Offer, niet minder dan 't Offer van 't kruis, Waaraan, ter bekrooning van 't Lijden, De Zoon zich den Vader ten zoenoffer bood Om 'tmenschdom van schuld te bevrijden! Ãénzelfde is 't Offer, ook d' Offraar is één, 't Verschilt slechts in plaats en in wijze, 't Was bloedig op 't kruishout, onbloedig
[is 't hier, Waar 't ons strekt ten drank en ten spijze. Geloofd zij Jesus-Christus, enz.
Belijdt het, oChrist'nen, dit punt desgeloofs: Het woord van den Priester des Heeren Verandert het brood en verandert den wijn En doet die in God zelv' verkeeren.
339
Hg spreekt en geen wijn meer, geen brood â [slechts de schijn, Gedaante daarvan is gebleven, 'tis Jesus de Godmensch, voor 't oog des
[geloofs
Met luister en glorie omgeven.
Geloofd zij Jesus-Christus, enz.
Heb dank voor dat offer, o God, doch â
[ach neen... Wat zouden we als dankbewijs geven? Ons hart?... maar wij hebben 't, helaas,
[al te vaak Met zonden besmeurd in ons leven; Neen,Vader, wij bieden het bloed, dat uw Zoon
Nog daaglijks vergiet op de Altaren, Laat dat voor ons allen het dankbewijs zijn. Geen ander kan dat evenaren!
Oeloofd zij Jesus-Christus, enz.
Wij bidden ü, Vader, zjj 't Bloed van uw Zoon
Ons allen ten heil en ten zegen! Het roepe om genade, het delge onze schuldl Laat, God, door dat Bloed ü bewegen! Zoo strekt ons de Mis tot een offer van dank,
Tot Smeek- en tot Zoenoffer mede. Als Jesus met Liefde, met Hoop en Geloof Op 't Altaar door ons wordt aanbeden!
Geloofd tij Jesus- Christus, enz.
340
â¢7
Een hart schiep God den sterv'ling in Opdat dit hart zijn' God beminn'; Niets maakt dan ook dit hart tevreén Dan liefde voor zijn' God alleen.
Zoek' vrij de wereldling 't genot der zinnen, Nooit schaar ik, dwaas, mij onder hnn getal. Wat 'k lief heb, zal 'k om God beminnen En dus mijn Schepper bovenal.
Neen! zingenot, hoe schoon ge ook zijt. Nooit zij mijn liefde aan u gewijd. De kuische ziel, die God mij gaf, Schrikt van dat vuile voedsel af. Eer moog' de dood me een einde aan 't leven
[maken
Eer ik aan 't vleesch den teugel geven zal; Mijn hart blijft naar zijn God slechts haken, Hem steeds beminnen bovenal.
Hoe vaak zoekt men in 't geld genot, Aanbidt men 't stoflijk goud als God; Men zwoegt voor geld, nooit werkens moe, Van d'ochtend tot den avond toe.
Maar hem, wien 't nietig geld omgeeft van
vrinden,
Blijft nog deze aarde een droevig tranendal; Slechts waren rijkdom zal ik vinden In God te minnen bovenal.
341
Hoe ook de wereld grootheid roemt, 't Is ij del wat zij grootheid noemt; Die heden staat ten top van eer Stort morgen in de diepte neer.
Ik wil van achting, eer noch hoogmoed weten. Want al te vaak komt hoogmoed voor den val, Neen, 't mag slechts ware grootheid heeten Zijn God te minnen bovenal.
Ja, Vader, ja wij schenken nu Op nieuw ons hart geheel aan U; Wij minnen U, 't is uw gebod,
En wie verdient 't als Gij, o Godl Dat and'ren dan het vuil vermaak der zinnen, Het nietig gond en ijd'le roem gevall'. Aan mij, o Vader! ü te minnen, U lief te hebben bovenal.
Mijn Jesus, ik wil U alleeu,
Waar Gij ook wilt, ik volg uw schreên, In bittre smart, bij feilen spot, Is U behagen mij genot.
Ik volge uw wenken meer en meer. Vervul me één wensch slechts, lieveHeer: Dat loven tot zijn laatsten slag Uw Sacrament mijn harte mag.
342
Mgn Jesus, ik wil U alleen,
Naar U gaat al mijn vreugde heen; Neem 't beste, 't liefste weg van mij, Mijn bloedend harte volgt U blij; En is dan alles heen gegaan, Met meerder drang roep ik U aan: Dat loven tot zijn laatsten slag Uw Sacrament mijn harte mag.
Mijn Jesus, ik wil U alleen.
Wilt Gij mij krank, ik ben tevreên. Wilt Gij mg arm, ik dank U weêr. Wilt Gij me in pijnen, ü zij eer, Wilt Gij mij lijdende onverpoosd. Sla toe, o Heer, ik ben getroost, Nu loven tot zijn laatsten slag Uw Sacrament mijn harte mag.
Mijn Jesus, ik wil U alleen,
Geen droom van weelde lokt mg heen, Noch aller wereld ijdelheid.
Niets dat mij van uw altaar scheidt; Gij zijt mijn liefde, schoon en groot. Niets scheidt ons, niets, geen smart, geen
[dood,
Zoo bij den laatsten, feilen slag Uw Sacrament mij sterken raag.
343
Mijn Jesus, ik wil U alleeu,
En nu en in alle eeuwigheên. Wat trekt mijn ziele hemelwaart!
Geen glorie met genot gepaard,
Maar Gij, mijn Heer, mijn heil, mijn God, Mijn zaligheid in 't lijdenslot, Nu loven tot zgn laatsten slag Uw Sacrament mgn harte mag.
Ã
Lofzang: Officie H. Sacrament, zie bh. 57.
lO
't Getal van hen die lijden,
o Moeder is zoo groot; Wie meldt hun rustloos strijden, Wie meldt hun hangen nood? Gij, steeds zoo zoet, zoo teeder, Zie, Moeder, op hen neder: Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
Zoo velen voelen 't treffen
Van tegenspoed die drukt. En kunnen 't boofd niet heffen, Door ramp op ramp gebukt;
344
Gi], rijk aan mededoogen,
Wordt door hun lot bewogen: Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
In zuchten en in treuren.
Moet troostloos menigeen Zijn trage dagen sleuren, In onverpoosd geween;
Gij, vol van medelijden,
Geef in 't geween verblijden:
Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
En wat al wreede plagen,
Wat schrikbre zondenstraf.
Moet gansch het volk niet dragen?
Wend Gij Gods gramschap af; Schenk 't volk weer, door uw bede, Het heil van Godes vrede:
Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
Trek milde zegeningen
Op Gods Gezalfden neer.
Die 's Heeren macht ontvingen,
En yv'ren voor zijn eer;
Laat niets hun arbeid hind'ren, Door hen zijn wij uw kind'ren: Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
345
Gezegendste aller vrouwen,
Moog 't vrouwelijk geslacht Haar godsvrucht steeds behouên,
En stille deugden-pracht;
Leer, Moeder, in uw schreden Met reinen tred haar treden: Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
Ja laat, ja laat op allen
Uw moederoog zoo zacht, In zoete ontferming vallen;
Red allen door uw macht; Toon, wat ge kunt daarboven. Voor wie uw grootheid loven: Maria, Maria, Moeder sta ons bij.
11
Zie gezegendste aller vrouwen! Uwe kindren vol vertrouwen
Weer eenstemmig tot u gaan; Smeekend naar nw beelt'nis trekken, Smeekend tot u de armen strekken. Hoor, ach hoor uw kind'ren aan!
346
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte
Bij het woord van Simeon; Hoe doorgriefde u 't vreeslijk lijden, Dat uw Jesus door moest strijden, Eer Hij dood en hel verwon.
Hoor, ach! hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte,
Toen gij Beth'lem om den dood Van zijn wichtjes hoordet kermen, En gij met uw Kindje in de armen Bevend naar Egypte vloodt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte
Bij 't verliezen van uw Kind;
Dat ge eerst na drie lange dagen, Na veel vragen en veel klagen,
In den tempel wedervindt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte,
Toen ge uw' Zoon ter dood zaagt gaan, En Hem , onder 't kruishout hijgend, Afgemarteld, nederzijgend,
't Smart'lijk oog op u zaagt slaan.
347
Hoor, ach hoor ons om de sraarte, Die u sneed door 't moederharte,
Toen gij, met uw Zoon gewond, Met Hem al zijn pijnen lijdend, En den wreeden doodkamp strijdend, Onder 't bloedig kruishout stondt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte, Toen, als alles was volbracht, 6g uw' Zoon, van 't kruis genomen, In uwe armen neêr zaagt komen, En aan al uw kind'ren dacht.
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte,
Toen ge uw Zoon, in 't graf geleid, Aan uwe oogen heel onttogen.
Diep bewogen, neergebogen,
Eenzaam, Moeder! hebt beschreid.
Moeder dan der Zeven Smarten! Trouwe troost der droeve harten,
Sta, o sta uw kind'ren bg,
Dat we dragen al de dagen 's Levens plagen zonder klagen,
Leer ons lijden zooals gij.
348
Ach, dat ik genezing vonde Van de wonde mijner zonde,
Die ik pleegde keer op keer; Voer, o Moeder van erbarmen! Voer mij in de broederarmen Van uw lieven Jesus weêr.
Ach, dat mij uw beê verwerve, Dat ik leve, dat ik sterve
In de liefde van uw' Zoon; Dat ik, zegenrijkste Vrouwe!
Eens uw heerlijkheid aanschouwe Waar gij zetelt naast zijn troon.
IS
Stabat Mater, zie bladz. 135.
13
Lofzang: Officie 7 Smarten, zie hlz. 119.
349
14
Herders! hoe! ontwaakt gij niet? Wat is op dit uur geschied?
Eene stem van hemellingen Klonk door de ongemeten kringen: Gloria!
Gloria!
O, wat wonder mag deez' nacht Op den aardbol zijn volbracht! Want een vreugdevolle glans, Straalde van den hemeltrans.
Ach! ik hoorde een Englenstem, Zy riep ons naar Bethlehem: Van een maagd, door God verkoren, Is daar 't heilig kind geboren;
Gloria!
Gloria!
O, de Schepper van 't heelal Ligt daar in een beestenstal;
Laat ons spoeden naar dat Kind, Toonen, dat ons hart Het mint.
Wat geschenken neem ik meê? Denk toch aan geen offervee; Neen, uw hart moet gy opdragen, Dit kan 't godd'lijk Kind behagen.
350
Gloria!
Gloria!
Ach, welk offer is te groot,
Voor dat Kind, dat God ons bood! Komt, laat ons te zamen gaan, Biddend voor zijn wiegje staan!
Welkom, Kindje, wees gegroet. Daar ge uw liefde ons blijken doet Welkom, dierbaar Kind, in 't leven! Mogen we U onz' harten geven? Godlijk Kind,
Dat ons mint.
Voor ons vloeit uw eerste traan, Neem onz' harten gunstig aan; Voor uw krib, o Opperheer!
Leggen wij deez' giiten neer.
Lieve Moeder van dit Wicht, Dat in 't arme wiegje ligt,
Boven allen uitgelezen,
Moest gij, Jesus' Moeder, wezen: Zuivre Maagd, Moeder-Maagd!
Als ge in liefdegloed verrukt,
't Lieve Kind aan 't harte drukt,
Bied het dan de harten aan. Die voor u en Jesus slaan!
351
15
Welkom, lief Kind, dat Maria ons baarde Komt, stervelingen, staat biddende stil;
Glorie aan God in den hooge! op aarde Vrede aan de menschen van deugdzamen wil.
'k Haak, al heb ik dons noch doeken U in 't stalken te bezoeken,
Kindje met uw lief gezicht, Dat daar in een kribje ligt. God, mijn hart begint te branden, 't Reikt zoo lieflijk mij zijn handen, 'fc Kindje met zijn lief gezicht, Dat daar in een kribje ligt.
Welkom , lief Kind, enz.
Mocht ik eens wat nader treden, Raken aan die teedre leden!
Kindje, waarom lacht gij zoo In uw arme wieg op stroo? Kom, lief Wichtjen, in mijn armen, 'k Zal U aan mijn hart verwarmen. Kindje, waarom lacht gij zoo In uw arme wieg op stroo?
Welkom, lief Kind, enz. â¢
352
Maar ziet eens dat borstje jagen, Hoort die zuchtjes troosting vragen! Ach! aan mijn geprangd gemoed Doen zijn zuchtjes zoo een goed! Kindje, ziet Gij dan de smarten In het binnenste mijns harten? Ach, aan mijn geprangd gemoed Doen zijn zuchtjes zoo een goed! Welkom, lief Kind, enz.
Kindje, kunt Gij hen die lijden En die zuchten, zoo verblijden?
'k Voel mijn hart, hoe 't lichter wordt, Kindje, daar Gij tranen stort!
Laat die rollen op myn wangen, Die daar aan uw oogjes hangen! 'k Voel mijn hart, hoe 't lichter wordt, Kindje, daar Gij tranen stort! Welkom, lief Kind, enz.
'k Ga de lieve Moeder vragen,
Kindje, die ü heeft gedragen, Of 'k mag big ven in den dood Aan uw zijde op haren schoot. Wees, o Jesus! Gij mijn Broeder, En die lieve Maagd mijn Moeder! Aan uw zijde op haren schoot Wil ik blijven tot den dood. Welkom, lief Kind, enz.
353
ie
Maria's beeld, te midden Van vrolijk schittrend licht,
Noodt ons te komen bidden Bij 't altaar, haar gesticht;
Komt, laat ons tot haar ijlen, Een kleine poos daar wijlen,
Maria (bis) Moeder, zegen ons.
Wij vallen aan uw voeten.
Neem ons genadig aan.
Ontvang onz* laatste groeten Voor dat wij huiswaarts gaan.
Dan gaan wij blij te moede. Vertrouwend op uw hoede.
Maria (bis) Moeder, zegen ons.
Wij wijden u onz' harten.
Voor 't goede, dat ge ons doet
In blijdschap en in smarten Tn voor- en tegenspoed.
Steeds willen we u vereeren, En uwen roem vermeeren.
Maria (bis) Moeder, zegen ons.
354
O stort met moederhanden,
Uw zegen op ons neêr, Verbreek des zondaars banden
En breng tot God hem weer. Dan ziet ge ons morgen weder,
O Moeder! goed en teeder! Maria {bis) Moeder, zegen ons.
17
Lieve moeder van den Heer!
Laat ons om nw zetel dringen,
Laat uw kindren u ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen, 't Moet weerklinken luid en bljj! f i-Moeder, onbevlekt zijt gij! \ w'
't Heeft reeds 't wjjde wereldrond En herscheppend overklonken
't Woord, door Pius mond verkond; En uw kindren vreugdedronken, Juublen op uw feestgetjj:
Moeder, onbevlekt zjjt gij!
Neen, dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan 's werelds verste palen Zullen met het hemelsch heer Al uw kindren 'tluid herhalen 'tWoord van 'tzalig Jubeltij: Moeder, onbevlekt zijt gij!
355
En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons meö Voor het heil door u ontvangen In het zalig Jubeltij;
Moeder, onbevlekt zijt gij!
Zonnezuivre Moedermaagd! Om de glorie, u gegeven.
Hoor ook wat ons hart u vraagt; Dat we na een schuldloos leven Eeuwig juublen aan uw zij: Moeder, onbevlekt zijt gij!
18
Juicht, juicht met ons, o Hemellingen
Wij zijn Maria toegewijd;
Haar altaar big ven wij omringen: Zij zal ons schutten in den strijd.
o Stond van heil en zegeningen! Wij zijn Maria toegewijd!
Laat ons te zaam Maria zingen: Ze is ome Moeder voor altijd.
356
Rein was ze in 't oog van d' Albehoeder, Zij, schepsel, bracht den Schepper voort, Zij, die, als dochter. Bruid, en Moeder, Naast aan de Godheid toebehoort!
o Stond van heil, enz.
Zij is 't, die ons, met wakende oogen;
Beschouwt van haren glorietroon. Haar smeekgebed is alvermogen Bij Jesus haren lieven Zoon.
o Stond van heil, enz.
Zij is het die, als woeste baren.
Ons slingeren op klip en strand. Gelijk een ster in stormgevaren,
Ons leidt naar 't hemelsch Vaderland.
o Stond van heil, enz.
Haar naam leev' dan in ieders harte!
Een ieders hart zij haar gewijd. En brande en blake in vreugd en smarte.
Voor haar tot in der eeuwigheid! o Stond van heil, enz.
o Gij, wier deugden helder gloren,
Bestier ons op het pad der deugd. Tot dat wij met de hemelkoren,
U zien in de eindelooze vreugd! o Stond van heil, enz.
357
10
Kom, heil'ge Geest! daal in dit uur
In onze harten neer; ontsteek ze in liefdevuur.
Komt Gij onz' oogen niet verlichten, Dan dwalen wij van 't ware pad;
Geen mensch zoo wijs, die niet moest
[zwichten, Als Gij aan zijn verstand uw licht
[onttrokken hadt.
Kom, heiïge Geest! enz.
De hel alleen kon niet ons hart vermannen, Zij riep om hulp de list der wereld aan,
En meer dan duizend strikken zijn gespannen, Ach, God 1 help ons, opdat wij niet vergaan.
Kom, heü'ge Geest! enz.
Verlicht ons hart door uwer wijsheid stralen, Dan missen wij het ware welzijn niet.
Dan nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen. En de oude dag kent geen verdriet.
Kom, heiVge Geest! enz.
358
.....- : . .. iiVi
SO
Lieve Jesus, vriend van kind'ren!
Hoor van uwen Hemeltroon,
't Lied uit dankb're kindermonden, U ootmoedig aangeboon. (bis)
Schoon de rei der Zalige Eng'len, U steeds zingen 't Hemellied,
Hoor toch onder al die toonen Ook den zang dien 't kind TJ biedt, (bis)
Want wij weten 't, dierb're Heiland, Niemand is zoo goed als Gij,
Uit uw mond zijn deze woorden: »Lieve kind'ren komt tot Mij!quot; {bis)
En toen stroomden heil en zegen, Op die lieve kleinen neêr;
Maar deez' dag, o goede Jesus!
Zegent Gij ons eind'loos meer. (bis)
Nu toch daalt Gij zelf ter neder Van uw hoogen Hemeltroon,
Om ons schuldloos kinderharte U te kiezen tot een woon. (bis)
359
Nu toch geeft Ge U zelf tot spijze En tot drank aan onze ziel,
En wij smaken thans een vreugde Als nog nooit ten deel ons viel. (
Zouden wij dan ü niet loven,
Nu Gij voor ons alles zijt;
Ja, gewis aan uwe liefde
Zij ons hart en toon gewijd, (bis)
SI
Tantum ergo Sacramentum
Veneremur cernui: Et antiquum documentnm
Novo cedat ritui;
Praestet fides supplementum
Sensuum defectui. Genitori, Genitoque Laus et jubilatio:
Salus, honor, virtua quoque
Sit et benedictio : Procedenti ab Utroque Compar sit laudatio.
Amen.
360
SS
Hoor het Wijdste kinderlied,
Jesus, ü ter eer!
Wat geluk is ons geschied!
'tWas voor d' eersten keer: Knielend aan uw Liefdedisch, Proefden wij hoe zoet hij is.
Welke moeder voor haar kind
Deed ooit, dacht er aan, Wat Gij, liefste Kindervrind,
Voor ons hebt gedaan?
Met uw Lichaam, met uw Bloed Hebt Gij onze ziel gevoed.
Hart van Jesus! liefdebron,
Hoop en troost der aard! 't Zoetst wat uit U vloeien kon,
Was voor ons bewaard:
Zijn wij zoo gelukkig nu,
Minlijk Hart, het is door U.
Dank zij, Jesus, U gebracht!
't Zij geen ijd'le klank!
Dank, te recht van ons verwacht:
Trouw zij onze dank!
Trouw aan ü met uw gena, Trouw aan U, wat ook verga!
361
SS
Wie zag ons, Moeder! ooit zoo blij?
Wie denkt een blijder feest?
En zie, die vreugde danken wy
Na Jesus u het meest:
Van u toch 't schoone bruiloftskleed, Dat ons als eng'len blinken deed.
Gij hebt ons aan uw hand geleid
Ter bruiloft van uw Zoon;
Wijl gij het ons hadt voorgezeid,
Klonk ons gebed zoo schoon: Ja, 't was door u, dat op dien stond üw Zoon in ons behagen vond.
ü dank voor 't zoet, door ons geproefd!
U, Moeder, dank en eer! Ach! hebben wij u ooit bedroefd,
't Zij, Moeder, nimmer meer! Ons hart blijft u gewijd voortaan: Die u bemint, zal niet vergaan.
Ook trouw beloofden wij uw Zoon,
In alles, voor altijd;
Wij zwakken ach! â Maria, toon.
Dat ge onze Moeder zijt.
Help steeds uw kind'ren in den nood; Bescherm en red hen bij hun dood.
16
362
S4
Eer Vader en Moeder: zoo hebt Ge ons geleerd,
O Jesus, in woord en in daad:
Zoo ooit, dan vandaag hunne liefde vereerd!
Hnn liefde; wie kent hare maat P Hoe danken wij hen voor 't ontelbare goed ? Wie loont hen, o Jesus. zoo Gij het niet doet?
Hoe lang heeft die liefde over ons reeds gewaakt.
Van kommer en offer nooit vrij ?
En heeft deze dag ons zoo blijde gemaakt.
Zie blijder nog zijn ze dan wij.
Zóó zijn we door Vader en moeder bemind: Hnn hoogste geluk is 't geluk van hnn kind.
Beseften wij, Jesus, nog nooit zooals nu
De liefde van 't onderenhart:
O geef, dat wij nimmer, wij smeeken het U,
Die liefde vergelden met smart:
Dat wij, naar uw voorbeeld, door wijsheid en deugd. Al de uren huns levens, hun kroon zijn en vreugd.
O zegen hen, Jesus, met voorspoed en vreê. En wordt soms van kommer 't hun bang, O troost hen, o steun hen, verhosr onze beê.
Behoed hen en spaar hen nog lang;
Maar schenk hun vóór alles nw liefde ten loon. En neem beiden op in uw eeuwige woon.
363
S5
Laat de kind'ren tot mij komen, Klonk uw woord, o Jesus zoet,
'k Wil hen spijzen met mijn Lichaam, 'k Wil hen laven met mgn Bloed.
'k Wil in 't kinderharte dalen Onder schijn van nietig brood,
'k Wil hun gansch my zeiven schenken; Wat is. Heer, uw liefde groot!
Ja, mijn hart ook, liefste Jesus,
Kiest Gij tot uw woning uit;
Ja, mijn hart ook, hoe onwaardig, Kiest Gij heden tot uw Bruid.
Kom dan, Jesus, mijne liefde, Kom, mijn zoete Bruidegom,
In miju hart, van liefde brandend; O, vertoef niet, Heere, kom.
364
se
Wat zaligheid, wat hemelvreugd Heeft Jesus mij geschonken:
Ik heb zijn heilig Vleesch gesmaakt, Zijn god'Iijk Bloed gedronken.
Hij daalde, vol van liefdegloed, In 't kinderharte neder;
Wel is Uw liefde, Jesus, groot, Uw goedheid wonder teeder.
Waardoor heb ik die gunst verdiend Dat Ge in mijn hart woudt dalen? Wees voor dat god'Iijk liefdeblijk Gezegend duizendmalen.
Mijn kind, uit liefde daalde ik neer En schonk Mij u ten spijze Om u te sterken, u te voên Op 's levens harde reize.
'k Bied, Jesus, U mijn hart dan aan, Mijn hart, mijn ziel, mijn zinnen; 'k Wil steeds U danken voor uw min En eeuwig U beminnen.
365
Maria, mijn Moeder, Uw Jesus, uw Zoon,
Koos heden mijn harte Vol liefde ter woon.
Hy gaf mij, o wonder,
Zijn Vleesch en zijn Bloed, Met Godheid en Menschheid Heeft Hij mij gevoed.
Ik schenk hem dan heden Mijn harte zoo blij.
Ik dank Hem, maar. Moeder, O dank Hem voor mij.
O, zeg Hem, dat niemand Mij ooit van Hem scheidt; Hem wil ik beminnen.
Alleen Hem altijd.
Maar U ook, Maria,
U schenk ik mijn hart;
U blijf ik behooren In blijdschap en smart.
366
Bewaar mij van zonden, Bewaar mij toch rein, 0 moog' ik als heden Onschuldig steeds zijn!
Dan is ook de Hemel Voor eeuwig inyn loon; Dan zie ik U eenmaal En juich voor Uw troon.
iiraoxjiD.
Eerste Zondag der maand: H. Barbara.
Klein Officie van de H. Barbara, bladz. 5
Litanie van de H. Barbara .... 22 Zeven beden door de voorspraak van
de H. Barbara........25
Plechtige verklaring voor een goeden
dood...........27
Litanie voor den goeden dood ... 31
Dag van gramschap.......37
Miserere...........41
De Profundis.........45
Gebed voor alle geloovige zielen . . 47
» voor nabestaanden en weldoeners 40
» voor vader en moeder. ... 49
Litanie tot lafenis der geloovige zielen 50
Tweede Zondag der maand: H. Sacrament.
Klein Officie van het Allerh. Sacrament 57
Lofzang van den H. Thomas v. Aquinen 75
Bezoek bij het Allerh. Sacrament. . 80
Litanie lot Jesus in het Allerh. Sacram. 89
» tot den Allerh. Naam Jesns . 94
Akte van eerherstelling.....98
INHOUD.
Bladz.
Gebed tot de vijf H. Wonden. . . 102
Te Deum laudamus......106
Teedere verzuchtingen tot Jesus. . 114
Derde Zondag der maand: 0. L. Vr. van 7 Smarten.
Klein Officie van O. L. V. v. 7 Smarten 117
Stabat Mater........134
Litanie van de 7 Smarten der Allerh.
Maagd..........140
Gebed van den H. Alphonsus. . . 145
» om de gave van volharding . 145
» om een zaligen dood . . . 146
» om de genezing van een zieke 147
Smeekgebed in den nood .... 150
Rozenhoedje van O. L. V. v. 7 Smarten 154 Oefening ter eere van het bedroefde
Hart van Maria.......155
De Zeven Vrijdagen van O. L. Vr. van 7 Smarten.......159
Vierde Zondag der maand: Kruiswegoefeningen.
Oefening tot boeting der zonden. . 184
Statie der Zeven Smarten .... 201
Oefening voor de zielen des vagevuurs 205 Oefening in gezelschap van de Moeder
van Smarten........225
II.
INHOtTD,
Gebeden.
Gebeden gedurende de H. Mis » vóór de Biecht. . .
» na de Biecht . . .
» vóór de H.-Communie » na de H. Communie.
Litaniën voor eiken dag der week: Voor den Zondag (H. Drievuldigheid) 287 tgt; d Maandag (H. Geest) . . . 292 » » Dinsdag (H. Naam Jesus) . 94 » » Woensdag (HH. Engelen) . 297 » » Donderdag (H. Sacrament). 89 » » Vrijdag (H. Lijden) . . . 302 » » Zaterdag (O. L.V. v. Lorette) 308 Litanie van den H. Joseph. . . . 312 Litanie van den H. Antonius v. Padua 317 Litanie van alle Heiligen .... 320
Gezangen.
1. Leven als een ware Christen . 332
2. Ak'lig klinkt het doffe luiden . 334
3. Lofzang: Officie H. Barbara . 5
4. Dies irae........36
5. Dat Jesus leev'......336
6. Mysterie van liefde. .... 338
7. Een hart schiep God .... 340
8. Mijn Jesus, ik wil U alleen . 341
9. Lofzang: Officie H. Sacrament. 57
10. 't Getal van hen die lijden . . 343
11. Zie gezegendste aller vrouwen. 345
III.
Bladz.
242 264 269 271 278
INHOUD.
Bladz.
12. Stabat Mater.......135
13. Lofzang: Officie 7 Smarten . . 119
14. Herders! hoe! ontwaakt gij niet? 349
15. 'k Haak al heb ik.....351
16. Maria's beeld te midden. . . 353
17. Lieve Moeder van den Heer . 354
18. Juicht, juicht met ons . . . 355
19. Kom, heilige Geest .... 357
20. Lieve Jesus, vriend van kind'ren 358
21. Tantum ergo.......359
22. Hoor het Wijdste kinderlied. . 360
23. Wie zag ons, Moeder! ooit zoo big 361
24. Eer Vader en Moeder .... 362
25. Laat de kinderen tot mij komen 363
26. Wat zaligheid, wat hemelvreugd 364
27. Maria, mijn Moeder .... 365
IT.
IMPRIMATUR.
Datum in Seminario Ypelaar, hac 13 Maii 1890.
J. J. Hopstaken,
Libr. Cms. Eeg. Sem.
V
i