ocr page 1

HET

- - -gt;t —lt;gt;E

4ï--3lt;quot;-

GODDELIJK HAUT

aan de Jeugd in zijne Beminnelijkheid en ter navolging voorgesteld

DOOK

A. HERMUS.

Uuctor aan hat Pensionaat te Oerle.

Komt, laat ous het H. Hart van Jesus, het slachtoffer van liefde, aanbidden. Bkev. Rom.

—lt;gt;t

- -gt;t —

—4E -

—4t

—K)-t

- • gt;£; —*gt;

Zlt;-*~

-I

—gt;E

-4E

-

-4E -4E

—♦❖b

—

—ob

|lt;-— amp;*-

!lt;gt;♦—

I

]lt;• -P

3lt;-alt;.-

ï:: i::

—❖L

_4E

Ingenaaid 75 ct.

ocr page 2
ocr page 3

HET GODDELIJK HART

AAN DE JEUGD

ifl zijne Bcniiiiiitlpkid a Ier navolging wpleli

ocr page 4

l ' ;V-

■;gt;■■?•

'Sm: ■'

#:s.r;.:

r'quot; •.', . ,

y -V-.

,; v ;■

,

••

• :' . . .

' ,V'

■} ■

%

■

■

.

ocr page 5

■h-H.

HET

GODDELIJK HART

aan de Jeugd in zijne Beminnelijkheid en ter navolging voorgesteld

DOOR

A. H E R M U S.

Rector aan het Pensionaat te Oerle.

Komt, laat ous het H. Hart van Jesus, bet slachtoffer van liefde, aanbidden. Brev. Hom.

TILBU'RG,

Stoomdrukkerij van het R. K. Jongens-Weeshuia. 1897.

Vak 76

ocr page 6

imprimatur.

M. F. DE BEER, Sup.-Gen. ad hoc delegatus.

Tilburgi 2 Pebruarii 1897.

ocr page 7

VOORREDE.

Naast de vele schoone Vereenigingen, die zich de verspreiding der devotie tot het H. Hart van Jesus ten doel stellen, werd onlangs onder goedkeuring van het doorluchtig Episcopaat van Nederland, in eenige opvoedingsgestichten eene Congregatie opgericht van het H. Hart van Jesus.

De Statuten dier Congregatie (1) werden ontleend aan de: „Congregation des Filles du Sacré-Cceur de Jésusquot; goedgekeurd door Z. H. Pius IX {acta S. Sedis I p. 387. 435.)

Daarin komt o. a de bepaling voor, dat in de vergadering der Congreganisten op den eersten Vrijdag der maand, door den Directeur der Congregatie een toespraak worde gehouden of door de Directrice iets worde voorgelezen over de devotie tot het H. Hart.

Vooral voor den bloei van deze devotie schijnt zulke bepaling noodzakelijk. Het valt toch niet te ontkennen dat de devotie tot het H. Hart hoe eenvoudig zij ook is, door velen, zelfs dergenen die haar beoefenen, slecht beg) epen wordt en van zulke devotie kan men weinig vruchten verwachten.

1

Zie Handboekje der Congreganisten van het H. Hart van Jesus, door A. Hkrmus. Stoomdrukkerij van het li. K. Jongens-Weeshuis, Tilburg.

ocr page 8

II

Herhaalde onderrichtingen en opwekkingen zijn ook hoogst nuttig, zoo niet noodzakelijk om het vuur der godsvrucht te onderhouden.

Door vele Directricen van de Congregatie en ander Vereenigingen van het H. Hart werd echter het gemis gevoeld van een werkje, dat de devotie tot het H. Hart in voor kinderen bevattelijke taal verklaart en hen leert, waarin zij vooral het H. Hart kunnen navolgen.

Aan het verlangen van die IJveraarsters voor de devotie tot het H. Hart te voldoen en haar eenigszins behulpzaam te zijn in haar meest verhevene taak, om in de harten der kleinen eene teedere liefde tot onzen Heere Jesus Christus te ontsteken, was het voornaamste doel, dat de schrijver van dit werkje beoogde. Wij hebben er-echter tevens naar gestreefd, dat het zijn nut kon hebben voor allen, die het goddelijk Hart eene oprechte liefde wenschen toe te dragen, en die liefde ook aan degenen, die hun zijn toevertrouwd, mede te deelen.

De twee jaargangen van dit werkje vormen elk een afzonderlijk geheel. Voor het overige wordt het plan van elk deel genoegzaam aangegeven in den titel: „Het goddelijk Hart in zijne Beminnelijkheid en ter navolging voorgesteld.quot;

]s a eenige onderrichtingen over het wezen, het doel en de beweegredenen der devotie tot het H. Hart wordt vooral geivezen op de beminnelijke eigenschappen, die Het versieren, op zijne grenzenlooze barmhartigheid voor de zondaars en ongelukkig en, op de liefde, die Het ons betoonde in het verlossingswerk, in het H. Sacramenten in zijn bitter lijden.

De overweging van de beminnelijkheid van het goddelijk

ocr page 9

Ill

Hart voert noodzakelijk tot de liefde. Is men doordrongen van zijne onmetelijke goedheid en barmhartigheid, dan zal ook het hart zich van zeiven tot wederliefde geneigd gevoelen.

In de overige onderrichtingen wordt dus verklaard hoe en waarin wij Het onze wederliefde kunnen betuigen, in de navolging zijner deugden, in de onderhouding der oefeningen van het Apostolaat, de Eere-wacht enz.

In het aanhangsel zijn eenige onderrichtingen opgenomen voor bijzondere gelegenheden: de opening der maand Juni en den feestdag van het H. Hart.

Wij meenden, dat ook eene enkele onderrichting over het H. Hart van Maria en van den H. Jozef, toonbeeld en patroon der minnaars van het allerh. Hart van Jesus, beiden zoo innig met Hetzelve verbonden, niet mocht ontbreken.

Moge deze nederige arbeid onder den zegen van het goddelijk Hart iets bijdragen om den schat der liefde tot onzen Heer Jesus Christus in het hart van den god-vrucutigen lezer te vermeerderen, en zijn ijver voor de verbreiding van het rijk zijner liefde te ondersteunen.

Oerle 29 Januari 1897.

ocr page 10
ocr page 11

EERSTE JAARGANG.

le ONDERRICHTING.

Voorwerp der devotie tot het H. Hart-

tN de tweede helft der zeventiende eeuw (1650—90) leefde in het klooster der Visitatie te Paray-le-Monial eene nederige religieuse, Margareta Maria geheeten. Hare vurige liefde tot den Verlosser had haar reeds verscheidene buitengewone gunsten van den Hemel verworven ; maar eens, liet was onder de octaaf van het feest van het H. Sacrament, terwijl Margareta in aanbidding voor het altaar lag neergeknield, verscheen haar de Zaligmaker, toonde haar zijn goddelijk Hart en sprak : „Ziedaar het Hart, dat „de menschen zoozeer heeft bemind, dat Het niets gespaard en zich uitgeput en verteerd heeft, om hun „zijne liefde te toonen; en tot vergelding ontvang Ik „van het meerendeei niets dan ondankbaarheid door „hunne oneerbiedigheden en heiligschennissen, en door „de koelheid en onverschilligheid, die ze Mij betoonen „in dit H. Sacrament van liefde. Maar wat Mij nog „gevoeliger treft, is, dat harten, die Mij zijn toegewijd, „Mij aldus behandelen.quot; Toen gelastte haar Jesus te zorgen, dat op den eersten Vrijdag na de octaaf van het H. Sacrament een bijzonder feest gevierd werd, omN de tweede helft der zeventiende eeuw (1650—90) leefde in het klooster der Visitatie te Paray-le-Monial eene nederige religieuse, Margareta Maria geheeten. Hare vurige liefde tot den Verlosser had haar reeds verscheidene buitengewone gunsten van den Hemel verworven ; maar eens, liet was onder de octaaf van het feest van het H. Sacrament, terwijl Margareta in aanbidding voor het altaar lag neergeknield, verscheen haar de Zaligmaker, toonde haar zijn goddelijk Hart en sprak : „Ziedaar het Hart, dat „de menschen zoozeer heeft bemind, dat Het niets gespaard en zich uitgeput en verteerd heeft, om hun „zijne liefde te toonen; en tot vergelding ontvang Ik „van het meerendeei niets dan ondankbaarheid door „hunne oneerbiedigheden en heiligschennissen, en door „de koelheid en onverschilligheid, die ze Mij betoonen „in dit H. Sacrament van liefde. Maar wat Mij nog „gevoeliger treft, is, dat harten, die Mij zijn toegewijd, „Mij aldus behandelen.quot; Toen gelastte haar Jesus te zorgen, dat op den eersten Vrijdag na de octaaf van het H. Sacrament een bijzonder feest gevierd werd, om

ocr page 12

10

zijn H. Hart te eeren, en dat men Het op dien dag door eene akte van eereboete en eene H. Communie eenig eerherstel zou geven voor de onwaardige bejegeningen, waaraan Het in het H. Sacrament blootstond, en Hij beloofde de stroomen zijner zegeningen te zullen uitstorten over al degenen, die zouden medewerken om zijn Hart die eer te bewijzen.

Nog menigmaal gaf Jesus haar zijn verlangen te kennen, dat zij zijn Hart door de menschen zou leeren kennen en beminnen, en beloofde aan zijne vereerders de rijkste genaden.

Aarzelend nam de Z. Margareta die gewichtige taak op zich en niet zonder reden : zij was toch verre boven hare zwakke krachten verheven.

Maar wie weet niet, dat God, om zijne plannen te verwezenlijken, niet de machtigen of geleerden dezer aarde noodig heeft? Om groote werken tot stand te brengen, bedient Hij zich bij voorkeur van werktuigen, die in de oogen der menschen nietig en machteloos schijnen. Twaalf arme visschers koos Hij uit om de wereld te bekeeren; een even nederige maagd als Margareta, koos Hij uit om de godsvrucht tot het H. Sacrament te verspreiden, namelyk de H. Juliana v. Retine.

Dat ondervond ook de Z. Margareta. Ondanks hare schijnbare machteloosheid en de tallooze tegenkantingen, die zij van de vijanden der Kerk en in den beginne zelfs van vele godvruchtige personen te verduren had, slaagde zij er in, aan het vurig verlangen van den Verlosser te voldoen. Reeds tijdens haar leven begon zich de godsvrucht tot Jesus' H. Hart ook buiten haar klooster te verspreiden, maakte vooral na haren dood wonderbaren voortgang en thans schittert zij in de Kerk als een weldadige zon, overal waar zij een vruchtbaren bodem

ocr page 13

11

vindt, de heerlijkste zegeningen verspreidend. De belofte des Heeren : „Heerschen zal mijn Hart ondanks allen tegenstandquot; is hare volle vervulling nabij.

Zoo ontstond en verspreidde zich de openbare vereering van Jezus' goddelijk Hart.

Vurig wenschen wij u, M. Gr., (1) tot ware leerlingen van Jesus' Hart te vormen. Dan toch leggen wij een breeden en hechten grondslag voor uw geluk in dit leven en de eeuwigheid. Niets kan ons waarlijk gelukkig maken, dan de liefde tot onzen Heer J. Chr.

Welnu, daar is volgens de openbaring van Jezus zeiven aan zijne groote vertrouwelinge, de Z. Margareta Maria geen geschikter middel, om die liefde in ons te ontvlammen en haar gloed te onderhouden dan eene ware en degelijke godsvrucht tot Jesus' minnelijk Hart.

Maar opdat uwe godsvrucht eene ware, degelijke godsvrucht worde, is het vóór alles noodig, dat gij goed begrijpt, waarin hare natuur, haar wezen bestaat, en daarom willen wij eerst in het kort verklaren :

Wat wij vereeren, als wij het H. Hart vereeren.

Tweevoudig is het voorwerp van de godsvrucht tot het H. Hart.

1°. Wij vereeren vooreerst de liefde van onzen godde-1 ijken Verlosser: zijne oneindige liefde tot den Vader en zijne grenzenlooze liefde tot ons.

Als wij Jesus' H. Hart vereeren, dan vereeren wij Hem dus in zijne voor ons menschen meest bewonderenswaardige en beminnelijke eigenschap, in de eigenschap, waarin volgens de Schrift het eigenlijke van zijn wezen bestaat. „Deus Charitas est,quot; zegt zij, „God is Liefde.quot;

(1) In de vergadering der Congregatie leze de Directrice iu plaats van „mijne geliefden: Geliefde Kinderen quot;

ocr page 14

12

Dau vereeren wij die liefde, welke Hem voor ons zielenheil uit den hemel deed nederdalen en een arm Kindje worden in het stalleke van Bethlehem ; die Hem vele jaren in armoede en vergetelheid deed doorbrengen in het huisje van Nazareth, Hem bewoog Zich aan ons tot spijs te geven in de H. Communie en Hem onder de vreeselijkste smarten deed sterven aan het schandhout des kruises.

Hoezeer verdiende die liefde onze vereering, de aanbidding der engelen en der menschen!

Of vraagt liefde geen wederliefde ?

Verbeeldt u eens, M. Gr. dat gij arm geboren waart, door iedereen verstoeten, vele jaren hadt doorgebracht en eindelijk op het punt stond van gebrek en kommer te vergaan. Maar ziet, daar ontmoet gij op zekeren dag een rijken en machtigen menschenvriend. Hij neemt u op in zijn huis, hij kleedt en voedt u, hij omringt u met vaderlijke zorg en maakt u erfgenamen van al zijne bezittingen. Wat zoudt gij dien edelen vriend dankbaar zijn, niet waar ? Hoe vurig zoudt gij hem beminnen !

Die goede menschenvriend M. Gr., is Jesus Christus; en meer, oneindig meer deed Hij uit liefde tot u. Bij uwe geboorte waart gij doodarm, beroofd van de heiligma-kende genade, buiten de vriendschap van Gk)d, slaven van den duivel. Had Jesus geen medelijden met u gehad, dan waart gij in ellenden opgegroeid, en was voor altijd de Hemel voor u gesloten gebleven. Maar Jesus erbarmde zich over u; door het H. Doopsel nam Hij u op in zijn huis, in de Kerk ; Hij bekleedde u met het schoone kleed der heiligmakende genade, Hij voedde u met de krachtige en weldadige spijze zijner H. Sacramenten, Hij overlaadde u zelfs boven duizenden anderen met zijne gunsten en genaden en maakte u medeërfgenamen van zijn

ocr page 15

IS

hemelsch rijk, van den schoonen hemel. O, hoezeer verdient die liefde uwe vereering, uwe dankbaarheid en wederliefde !

Toch bestond er vroeger in de Kerk geen enkel feest, geen enkele openbare godsvrucht, die die liefde des Heeren, in haren geheelen omvang beschouwd, tot voorwerp had.

Wel bestonden er feesten, die strekten ter herinnering eener openbaring van Jesus' liefde in zijne geboorte, in zijne besnijdenis, in zijn lijden, maar nog geen enkel, dat die liefde rechtstreeks in haar geheelen omvang betrof. Door de godsvrucht echter tot het H. Hart brengen wij Jesus liefde hulde in hare geheele uitgestrektheid, die liefde, waarmede Hij den Vader en den mensch van eeuwigheid beminde en die zich geopenbaard heeft en nog heden openbaart in die reeks van weldaden, die Hij over het menschdom uitstort.

Deze beschouwing overtuigt u reeds van de verhevenheid der godsvrucht tot het H. Hart; zij heeft tot voorwerp het edelste, het verhevenste wat bestaat, datgene, waaraan de wereld alles te danken heeft.

Maar, die liefde is iets onstoffelijks, iets wat wij niet kunnen zien, niet door onze zintuigen kunnen waarnemen, en daarom is zij voor ons menschen moeielijk te begrijpen. Het zichtbare echter doet den mensch het onzichtbare veel gemakkelijker begrijpen en daarom wees ons Jesus op zijn Hart. Hijjwilde, dat wij zijne liefde zouden vereeren onder het zinnebeeld van zijn Hart. En het lichamelijk Hart dus van Jesus, hetzelfde Hart, dat gedurende zijn sterfelijk leven in zijne borst klopte, dat op den Calvarieberg met eene lans werd doorboord en dat thans een deel uitmaakt van het verheerlijkte lichaam in den Hemel is het tweede, het stojfelijh voorwerp van de devotie tot het H. Hart.

ocr page 16

14

Dat Hart beminnen wij en betuigen wij de hoogst mogelijke eer, veel grootere eer, dan wij de Engelen en de Moeder Gods bewijzen, de goddelijke eer namelijk, of de eer der aanbidding. Door de vereeniging toch met de godheid deelt Het in al hare eigenschappen en is Het dus vergoddelijkt.

Kon Jesus ons beter herinneren aan zijne matelooze liefde en ons tot wederliefde opwekken ? Voorzeker neen.

1. Het hart toch is het symbool, het zinnebeeld der liefde bij uitnemendheid. Gij hebt wel eens eene beeltenis gezien van den H. Augustinus, in zijne rechterhand een hart dragend, dat vlammen uitslaat. Waarom wordt die Heilige aldus afgebeeld ? Om te kennen te geven, dat de liefde, die Augustinus bezielde, bijzonder groot was. Ook in de taal der H. Schriftuur en der men-schen gold het hart steeds als het zinnebeeld der liefde. „Praebe, fill mi, cor tuum mihi,quot; (Prov. c. 25) zegt God in de H. Schriftuur, „mijn kind, geef mij uw hart,quot; en Hij bedoelt natuurlijk; uwe liefde. En wanneer de menschen willen te kennen geven, dat iemand hunne genegenheid gewonnen heeft, dan zeggen zij dikwijls: Hij heeft mijn hart gewonnen.

De grond van de beteekenis dier zinnebeelden is de nauwe betrekking, die wij tusschen de bewegingen van het hart en de liefde waarnemen. Het hart is het deel van 's menschen lichaam, waarin elke aandoening 't meest haar terugslag doet gevoelen Eene groote vreugde doet het trillen, eene diepe smart doet het ineenkrimpen, de liefde verwarmt het. „Was ons hart niet brandende van liefde in ons,'' zoo spraken de leerlingen van Emmaüs, toen Hij onderweg tot ons sprak.quot; Het hart is dus werkelijk, gelijk de Gelukz. Margareta Maria zeide: het hoek der liefde.

ocr page 17

15

2. Vooral echter door de wijze waarop Jesus ons zijn goddelijk Hart toonde, spreekt Het ons van zijne liefde. Rondom dat Hart is eene doornenkroon geslingerd en zij spreekt ons van het vreeselijk lijden, dat Jesus uit liefde tot ons wilde verduren. Boven op dat Hart staat een kruis geplant en zegt ons, dat Het ons beminde tot den dood, tot den smartelijken en schandelijken dood des kruises. Van dat Hart schieten heldere vlammen uit en zij spreken ons van den gloed van Jesus' liefde, die aller zielen wil verwarmen.

En wat spreekt ons die gapende wonde, waaruit een stroom van bloed en water vloeit, treffend van de liefde, waarvan Het nog steeds voor ons brandt. Door deze opene wonde noodigt Jesus ons allen, zondaars en rechtvaardigen uit, om in zijn Hart eene schuilplaats te komen zoeken; door dieti stroom van bloed en water beteekent Hij de stroomen van hemelsche zegeningen, die Het over al zijne vereerders wil uitstorten. O, hoe levendig dus stelde Jesus ons door dat zinnebeeld de grootheid zijner liefde voor !

Gr ij begrijpt nu, M. G., wat wij vereeren en aanbidden, als wij het goddelijk Hart vereeren, niet zijn lichamelijk Hart alleen, maar ook zijne liefde; ja de oneindige liefde zijner Godheid en de onmetelijke liefde zijner menschheid jegens ons, aanschouwelijk voorgesteld in zijn H. Hart, zijn het eerste en voornaamste voorwerp dezer godsvrucht.

M. G. Laat ons met vreugde aan Jesus' verlangen en de uitnoodiging der Kerk beantwoorden, en trachten de heerlijke godsvrucht tothet H. Hart ons eigen te maken.

Wat krachtige beweeggronden zijn daarvoor reeds in deze beschouwing te vinden! Gij hebt gehoord, hoe vurig Jesus verlangt, dat wij zijn goddelijk Hart beminnen

ocr page 18

16

en vereeren; dat niets onze liefde en aanbidding meer verdient, dan zijne oneindige liefde en zijn beminne-Ifik Hart en dat Het zijne vereerders een overvloed van zegeningen belooft.

Later zullen wij in bijzonderheden uiteenzetten, hoe gij die liefde en vereering toonen moet. Maakt heden het besluit, uwe wederliefde vooral te toonen door uwe godsvrucht tot het H. Sacrament; daarin toch vooral heeft Jesus zijne liefde voor ons als uitgeput. Verschijnt steeds met diepen eerbied en heilige ingetogenheid in zijne tegenwoordigheid. Betuigt Hem dan, en vooral bij uwe H. Communie op den eersten Vrijdag der maand, hartelijk uw spijt over den ondank en de onverschilligheid, waaraan Hij vooral in dat geheim zijner liefde blootstaat. Betuigt Hem dikwijls door den dag door eene hartelijke verzuchting, een schietgebedje uwe kinderlijke liefde. Maar door de navolging zijner deugden kunt gij het goddelijk Hart troosten en uwe wederliefde betuigen. Wat de H. Paulus zijne geestelijke kinderen toevoegde: dat hem niets grooter vreugde verschafte, dan te mogen vernemen, dat zij deugdzaam leefden, dat zegt u ook het goddelijk Hart. Tracht zijne wonderbare zuiverheid, zijne gehoorzaamheid, zijne liefde en andere deugden na te volgen ; dan vooral kunt gij ware kinderen worden van het H. Hart; dan zal Jesus zelf u helpen, zóó zijn H. Hart te vereeren, dat Het u de volheid zijner zegeningen kan mededeelen. Amen.

ocr page 19

e ti

J 2'le ONDERRICHTING.

t Wat verlangt van ons het goddelijk Hart?

i

i -

tn de vorige onderrichting, M. GK, hebben wij u verklaard, wat wij vereeren, als wij Jesus' goddelijk Hart onze hulde brengen en onze liefde betuigen, namelijk zijne oneindige liefde, aanschouwelijk voorgesteld onder het zinnebeeld van zijn Hart.n de vorige onderrichting, M. GK, hebben wij u verklaard, wat wij vereeren, als wij Jesus' goddelijk Hart onze hulde brengen en onze liefde betuigen, namelijk zijne oneindige liefde, aanschouwelijk voorgesteld onder het zinnebeeld van zijn Hart.

Hebt gij dat goed begrepen, dan zal u spoedig duidelijk zijn, wat wij u heden willen verklaren, namelijk : wat Jesus van de vereerders van zijn H. Hart verlangt, met andere woorden : welk het doel is van de devotie tot het goddelijk Hart.

Dat doel is geen ander, dan zich door de menschen te doen beminnen. Schenkt iemand toch een ander zijn hart, zijne liefde, dan vraagt hij daardoor het zijne, zijne wederliefde.

Zeer duidelijk gaf Jesua zelf deze bedoeling te kennen aan de Z. Margareta Maria als Hij zeide: „dat zijn overgroot verlangen, om door de menschen bemind te worden. Hem had doen besluiten hun zijn Hart te toonen.quot;

„Ik dorst, ik brand van verlangen, zeide Hij haar een anderen keer, om bemind te worden. Ik wil de zielen tot mijne liefde bekeeren.quot;

2

ocr page 20

18

Zoo was het ook reeds voorspeld door den Apostel der liefde. In eene verschijning aan de H. Gertrudis zeide hij : B Wat de zoetheid der aandoeningen betreft van het Hart des Zaligmakers, God heeft zich voorbehouden, die in de laatste tijden te doen kennen.....

ten einde door dit middel de kwijnende liefde der men-schen te doen herleven.quot;

En wilt gij dus ware en volmaakte kinderen van het goddelijk Hart worden, dan moet gij Het liefde voor liefde geven. Het beminnen uit geheel uw hart.

Maar, M. G., de ware liefde is werkdadig, dat wil zeggen : toont zich door de werken. „De werken, zegt de Gregorius, zijn de bewijzen der liefde.quot; En Jesus zelf heeft zich gewaardigd te kennen te geven, door welke werken wij zijn H. Hart vooral onze liefde kunnen bewijzen.

1° door Het in- en uitwendig te vereeren ;

2° door Het eerherstel te geven voor den smaad en ondank, die Het van velen te verduren heeft;

3° door te ijveren voor zijne eer en Het zooveel mogelijk door een ieder te doen kennen.

10. Vereeren.

Iemand eeren wil zeggen, dien persoon om zijne voortreffelijke eigenschappen inwendig hoogachten en die hoogachting door uitwendige teekenen doen blijken. Wordt die eer aan dien persoon bewezen om zijne heiligheid, dan is dat de verhevenste soort en verkrijgt den

naam van vereering.

Een innig verband, M. G., bestaat er tusschen de liefde en de vereering; wie iemand oprecht bemint, zal hem zijne eerbewijzen niet onthouden. En waarin zal hij die vooral

ocr page 21

19

doen bestaan ? Hoe eert gij uwe goede ouders, die gij zoo hartelijk bemint ? Gij gevoelt voor hen eene ware hoogachting en daarom zult gij gaarne en steeds met waardeering van hunne schoone eigenschappen spreken, en hunne goede hoedanigheden u zooveel mogelijk trachten eigen te maken. Het beeld, het portret van een goeden vader en lieve moeder zult gij met zorg bewaren, dikwijls daarop met gevoelens van kinderlijke liefde en dankbaarheid uwe blikken laten rusten. Het zal eene eereplaats in uwe kamer innemen en met welgevallen zult gij zien, dat ook anderen het met aandacht beschouwen.

Zoo zult en moet gij, M. G., ook het goddelijk Hart vereeren, als gij Het waarlijk liefhebt. Gij zult er eene ware hoogachting voor gevoelen en bij gelegenheid gaarne van deze hoogachting doen blijken.

Het beeld van Jesus' goddelijk Hart zal u dierbaar zijn en gij zult het met eerbied op uwe borst dragen of bij uwe legerstede plaatsen. Later zal het in uwe kamer, naast het kruisbeeld en het beeld der Moeder Gods, eene eereplaats innemen.

Jesus zelf heeft verklaard, dat Hem die wijze van vereering bijzonder welgevallig is. In eene verschijning aan de Gel. Margareta Maria verzekerde Hij, dat Hij er een groot behagen in vond, vereerd te worden onder het beeld van zijn lichamelijk Hart, waarvan Hij wenschte, dat de afbeelding in het openbaar zou worden voorgesteld, om daardoor het ongevoelige hart der menschen te treffen. Hij ging zelfs verder. Eene heerlijke belofte deed Hij aan degenen, die Hem dit bewijs van liefde zouden- geven. „Ik zal de huizen zegenen, zoo sprak Hij, waar de beeltenis van mijn Hart zal uitgesteld en vereerd worden.quot;

Vooral zal die zegen van het goddelijk Hart over u

ocr page 22

•20

Nederdalen, indien gij nu en dan, in dagen van kwelling en beproeving, die beeltenis met godsdienstige aandacht beschouwt; dan zal Het spreken tot uw bedrukt hart; die kroon, dat kruis, die vlammen zullen u zeggen, hoe mateloos veel Jesus u liefheeft; die diepe wonde zal u uitnoodigen, in zijn Hart eene schuilplaats te komen zoeken en uw hart zal in wederliefde ontvlammen; een zoet vertrouwen en een zoete troost zullen het bemoedigen.

Dan, M. G., de hoogste graad van vereering bestaat in de navolging der deugden. „ De hoogste vereering, zegt de H. Augustinus, is de navolging van wat men eert.quot; Tracht dus nog uw hart zooveel mogelijk aan het goddelijk Hart gelijkvorming te maken; dan hebt gij den eersten plicht der liefde, de vereering, volmaakt vervuld.

2°. Eerherstel geven.

De tweede plicht, die uit de liefde voortvloeit, is den beminde deelneming te betuigen in zijne smarten, het onrecht trachten te herstellen, dat hem wordt aangedaan. Hoe zou men kunnen zeggen, M. GK, dat gij uwe moeder hartelijk liefhadt, indien gij onverschillig bleeft bij de smarten, die haar moederhart om het gedrag van een ontaarden zoon folterden; indien gij geen woord tot hare verdediging spreken zoudt, als haar goede naam in uwe tegenwoordigheid belasterd werd ? En veronderstelt, dat gij zelf eens de oorzaak waart van hare smart, zoudt gij dan den naam van kind nog wel verdienen, indien gij verzuimdet uwe moeder daarover uw leedwezen te betuigen ?

Het goddelijk Hart van Jesus wordt het grievendst onrecht aangedaan. Voor al de liefde, die Het den mensch betoond heeft, ontvangt Het niets dan onverschilligheid

ocr page 23

21

en verachting. Millioenen van ongeloovigen en ketters, ja, velen zijner kinderen lasteren zijn H. Naam, grieven zijn minnend Hart door de schandelijkste zonden. Zelfs in zijn Sacrament van liefde bij uitnemendheid wordt zijne liefde miskend en met den grofsten ondank vergolden.

Hoe dikwijls, M. G., hebben ook wij wellicht Jesus in dat geheim zijner liefde niet die bewijzen van dankbaarheid gegeven, welke Hij om zijne milde goedheid jegens ons van ons verwachten mocht!

Daardoor lijdt het goddelijk Hart; dat grieft Het bovenmate. (]) Hoort, in wat treffende bewoordingen Hij die smart te kennen geeft. „Indien zij Mij eenige we-„derliefde betuigden, zoo sprak Hij tot de Z. Margareta Maria, dan zou Ik voor weinig houden al, wat Ik voor „voor hen gedaan heb, en, zoo het mogelijk was, nog „meer willen doen. Maar zij hebben voor Mij niets dan „onverschilligheid en verachting. Geef gij Mij ten minste „de voldoening, hunne ondankbaarheid zooveel mogelijk „te herstellen.quot; Op een anderen dag verscheen Jesus haar geheel bebloed en met het kruis beladen en sprak: „Zal er dan niemand zijn, die medelijden met Mij heeft, „en die met Mij wil lijden en wil deelnemen aan myne „smart in den deerniswaardigen toestand, waarin de zondaars Mij vooral in deze dagen brengenquot; ?

Vooral de onverschilligheid en ondankbaarheid zijner kinderen, van hen, die Hij boven zoovele anderen met zijne gunsten overlaadde, dus ook uwe fouten en zonden, M. G., hebben het goddelijk Hart veel leed veroorzaakt. „Wat mij het meeste grieft, zoo sprak Hij, is, dat Ik zoo behandeld word door zielen, die Mij zijn toegewijd.quot;

Wilt gij dus aanspraak maken op den naam van kin-

(1) De wijze, waarop Jesus' verheerlijkt Hart lijdt, wordt zeer schoon verklaard in de Maandr. Jaarg. 27 bl. 100—105.

ocr page 24

22

deren van Jesus' goddelijk Hart, blijft dan niet doof voor zijn droeve klachten. Betuigt Hem dikwijls uwe deelneming in zijn lijden, tracht dan vooral door uwe godsvrucht voor het H. Sacrament, door uwe liefde bij de H. Communie, eenigszins het onrecht te herstellen, dat Hem door zoovelen, misschien niet zelden door u zeiven, werd aangedaan. (1)

R0. IJveren voor de eer van het goddelijk Hart.

Een derde natuurlijke vrucht van de liefde is de ijver voor de eer van het goddelijk Hart. Wanneer men iemand oprecht bemint, dan zal men hem ook zooveel mogelijk goed doen, zijne belangen behartigen, zijn vurigste wenschen trachten te verwezenlijken.

Als de samaritaansche vrouw Jesus had leeren kennen, snelde zij naar de inwoners van Sichar, om ook hen voor Jesus te winnen. Als Saulus, de dweepzieke vervolger der christenen, door de genade was getroffen en zijnen haat tegen Jesus Christus in liefde voelde veranderen, veranderde hij zelf in een vurigen Apostel voor Jesus Christus. Geen vermoeidheid, geen lijden, geen vervolging ontzag hij om zielen voor Hem te winnen.

Maar zult gij vragen: hoe kunnen wij, zwakke kinderen, Jesus' belangen bevorderen; wat kunnen wij doen voor het heil der zielen? Wij kunnen toch niet, zooals de Priesters, door het verkondigen van Gods woord de zondaars tot inkeer brengen; wij kunnen toch niet, zooals zoovele heldhaftige Missionarissen, vrienden en bloedverwanten vaarwel zeggen en de zeeën gaan oversteken

1

Tot de werken van eerherstelling, door Jesus zelf gevraagd, behooren eene eereboete en H. Communie op den feestdag van het H. Hart, eeue eerherstellende Communie vooral op den len Vrijdag en het heilig uur. Maandr. Jaarg. 27 bl. 107. 112.

ocr page 25

23

om Jesus aan de ongelukkige heidenen te doen kennen. Neen, dat kunt gij niet; maar toch kunt gij allen Apostelen zijn, veel doen voor de eer van den godde-lijken Meester en het heil der zielen.

Vooreerst kunt gij Apostelen zijn Aoov mv: gebed. Het gebed is een zeer machtig middel om zielen voor Jesus te winnen.

In het klooster van Albada de Formez in Spanje leefde eene eenvoudige religieuse, Teresia van Jesus genaamd. Veel bad en leed die heilige kloosterzuster voor de zaligheid der zielen. En ziet, na haar dood openbaarde God, dat Teresia door haar lijden en gebed meer zielen voor God gewonnen had, dan de H. Pran-ciscus Xaverius door zijne prediking en wonderen.

Wat kunt dus ook gij door uw gebed veel doen tot uitbreiding en bloei van Jesus rijk op aarde! Het gebed van kinderen vooral oefent op het Hart van God een schier onweerstaanbaren invloed uit; de kinderen zijn de lievelingen van zijn Hart. En wilt gij uw gebed met nog grooter kracht bezielen, vereenigt het dan met het gebed van het goddelijk Hart zeiven; dan zal het eene veelvermogende, eene zekere goddelijke kracht verkrijgen. Tot dat zelfde doel kunt gij verder alle werken van den dag aan God opdragen. Zijt gij in droefheid of lijden, zoodat bidden en werken haast onmogelijk is, o draagt dan dat lijden met veel liefde en onderwerping en vereenigt het met de smarten van Jesus' goddelijk Hart; meer dan de vurigste Missionaris door zijn arbeid zult gij daardoor voor het heil der zielen kunnen uitwerken.

Verlangt gij nog meer voor Jesus te doen?

Is de ijver eenmaal in uw hart ontbrand, zeker zal hij dan nog niet verzadigd zijn. De ijver is een vuur, dat zich immer uitbreidt, dat geen verzadiging kent,

ocr page 26

24

dat de gansche wereld wil ontsteken, en die ijver is zoo vindingrijk.

Gij zult nog in uw gesprekken, door uw stichtend voorbeeld, door het verspreiden van de beeltenissen van het H. Hart, door het ondersteunen van de arme Missionarissen en andere middelen, die uw ijver u zal ingeven, de liefde tot het goddelijk Hart ook in andere harten trachten te ontsteken.

Ziedaar dus, M. Gr., wat gij te doen hebt, wilt gij eene volmaakte leerling van het goddelijk Hart worden :

Het uit- en inwendig vereeren ; uitwendig door de vereering zijner beeltenissen, inwendig vooral door de navolging zijner deugden ; Het eerherstel geven voor den smaad en de oneer, die Het vooral in het H. Sacrament wordt aangedaan. Eindelijk mag uwe liefde niet in uw eigen hart besloten blijven, maar zij moet als een vuur naar buiten slaan en haar gloed ook aan andere lianen trachten mede te deelen.

Wij kunnen niet eindigen zonder hier eenige trekken van het beeld weer te geven van een vurigen leerling van het goddelijk Hart door de Z. Margareta-Maria ge-teekend ; „Zoo gij wenscht geheel voor Hem te leven en tot de volmaaktheid te komen, welke Hij van u verlangt, zult gij aan zijn goddelijk Hart eene volkomene opoffering van u zeiven doen en van al hetgeen u betreft, zonder voorbehoud, om niets meer te willen dan door den wil van dit beminnelijk Hart, niets lief te hebben dan om Hem ... Doe Hem op een eersten Vrijdag der maand, na de H. Communie, die opoffering van u zeiven, gelijk Hij u die zal ingeven ; daarna moet gij denken, dat gij geheel en al toebehoort aan het goddelijk Hart van onzen Heer Jesus Christus, tot Hetzelve vluchten in al uwe behoeften, en daarin zooveel mogelijk uw verblijf vestigen.quot; Amen.

ocr page 27

3,le 0NDERRICHTI1SI G. Bethlehem.

Liefde van het goddelijk Hart bij de geboorte.

fnbegnjpelijk veel M. Gr. heeft onze goddelijke Zaligmaker voor ons welzijn gedaan, onbegrijpelijk groote offers voor ons gebracht, onschatbare weldaden ons bewezen.nbegnjpelijk veel M. Gr. heeft onze goddelijke Zaligmaker voor ons welzijn gedaan, onbegrijpelijk groote offers voor ons gebracht, onschatbare weldaden ons bewezen.

En wat heeft Hem daartoe bewogen ? Deed Hij dat om zich zei ven gelukkig te maken? O neen, wij weten toch, dat Hij in zich zei ven oneindig gelukkig is, en gelukkig blijven zou, ook al haddê Hij zich niet om ons bekommerd, ons voor eeuwig verloren laten gaan. Hij deed dat alles alleen uit liefde voor den mensch. Zijne liefde voor ons deed Hem als een arm en machteloos kindje geboren worden, zijne liefde verloste ons van den eeuwigen dood, zijne liefde schonk ons de H. Sacramenten, zijne liefde deed Hem als een gevloekten misdadiger sterven aan het kruis. Maar de liefde, zegtde H. Franciscus van Sales, zetelt in het hart; al die liefdebewijzen dus en die waldaden kwamen voort uit Jesus' goddelijk Hart; wij mogen ze noemen de gunsten van zijn H. Hart. Wat een dankbaarheid en wederliefde zijn wij dus aan het goddelijk Hart verschuldigd !

Er bestaat geen geschikter middel, om het hart in

ocr page 28

26

dankbare wederliefde voor een vriend en weldoener te ontsteken, dan de aandachtige overweging van de goedheid, die hij ons bewezen heeft. Wij zullen dus de liefde van hetgod-delijk Hart gaan overwegen, zooals zij zich geopenbaard beeft in de verschillende tijdperken van Jesus'leven ; in zijne menschwording, in zijn nederig en verborgen leven, in zijn vermoeienden arbeid voor het zielenheil, in het vreeselijk lijden, dat Het voor ons heeft doorstaan.

Wijden wij heden onze godvruchtige aandacht aan het geheim van Bethlehem. O, die kribbe van Bethlehem spreekt ons zoo treffend vau de liefde van het goddelijk Hart en is voor de jeugd vooral eene school van de ver-hevenste deugden.

Het gebeurde in die dagen, zoo leidt de Evangelist het verhaal in van het geheim, dat wij gaan overwegen, dat er een bevel uitging van Keizer Augustus, dat alle onderdanen van zijn onmetelijk rijk zich in de stad hunner voorvaderen zouden laten opschrijven, opdat de trotsche Cesar weten zou over hoeveel millioenen hij den schepter voerde.

Onder de tallooze reizigers, die zich naar hunne vaderstad spoedden, zien wij ook een arm echtpaar hunne woonplaats Nazarech verlaten en hunne schreden richten naar Bethlehem. De man is armoedig gekleed en bezorgdheid is op zijn gelaat te lezen. Die jonge vrouw aan zijne zijde is het aan te zien, dat zij een pijnlijken en moeielijken tocht heeft ondernomen. De weg, dien zij hadden af te leggen, was 30 uren lang; de vermoeiende tocht zal dus wel 4 a 5 dagen geduurd hebben. Niemand toonde eenige belangstelling in die onaanzienlijke pelgrims; slechts met groote moeite zullen zij er in geslaagd zijn, de nachten in een schuur of stal te mogen doorbrengen. En wie weet, hoe dikwijls zij ruwe woorden en afwij-

ocr page 29

27

zingen moesten vernemen! Uitgeput van vermoeienis komen zij eindelijk in den avond van den 24sten December in hunne vaderstad Bethlehem aan. Maar met het bereiken van hun doel was het lijden dier heilige echt-genooten niet geëindigd ; het doet zich thans nog pijnlijker gevoelen. Onderweg hadden zij versmading te verduren gehad van menschen, die zij niet kenden; in hunne vaderstad viel hun een zelfde behandeling ten deel van bloedverwanten en bekenden, die nog in grooten getale te Bethlehem leefden. Nadat zij aan het keizerlijk bevel hadden gehoorzaamd en zich door den gevolmachtigde van Augustus, den landvoogd Cyrinus, in de stads-registers hadden laten opschrijven, klopten zij aan bij hunne naaste bloedverwanten. Maar ook daar vonden zij geen medelijdende harten. Als bedelaars worden zij van het eene huis naar het andere gestuurd. Intusschen begint de avond meer en meer te vallen, de koude laat zich scherper gevoelen en nog staan daar de nauwelijks 14 jarige, tengere Maagd en haar bekommerde echtgenoot eenzaam en onbeschut in de straten hunner vaderstad. Nog ééne hoop schenkt hun wat moed. Greljjk in andere steden bestond ook te Bethlehem een openbare, voor alle reizigers toegankelijke herberg. Maar ook daar, zegt de Schrift, was voor hen geen plaats meer. Met betraande oogen, met een hart, bloedend over zooveel miskenning, maar toch geheel overgegeven aan Gods h. wil, staren de verstootenen elkander eenige oogenblikken aan; zwijgend verlaten zij Bethlehem en treffen eindelijk buiten de stad eene grot aan, welke tot schuilplaats diende voor de herders, die in de omstreken van Bethlehem hunne kudden weidden. Wat konden de verstootenen beter doen dan hier rust en beveiliging tegen het gure jaargetijde zoeken? Stil en somber was het daarbinnen, stil

ocr page 30

28

en somber ook in de velden van Bethlehem Slechts nu en dan werd de duisternis eenigszins gebroken door den lichtstraal van de vreugdevuren, die op de bergen bij Jeruzalem ontstoken waren; want dien nacht was het feest te Jeruzalem, het feest der Lichten, dat door Judas, den Machabeër, was ingesteld ter herinnering aan de inwijding van den tempel. In de flikkering van dat licht zag men hier en daar in de velden eene kudde vee grazen, welke bewaakt werden door eenige herders, die leunend op hun herdersstaf, het gelaat hadden gewend naar Jeruzalem. Maar plotseling wordt die duisternis door een wondervollen glans verlicht. Hevig ontsteld blikken de herders ten hemel en ziet, daar daalt een hemelsche geest tot hen af. (De overlevering zegt: de engel Ga-briël.) Zijn gelaat straalt van bovenaardsche majesteit en heilige vreugde. Hij nadert de ontstelde, eenvoudige lieden en zegt; „Vreest niet, ik verkondig u een groote vreugde, welke voor het gansche volk zijn zal: heden is u een Zaligmaker geboren, welke is Christus, de Heer, in Davids stad. En dit zij u tenteeken; Gij zult een kind vinden in doeken gewonden en liggende in eene kribbe.quot; — En nauwelijks heeft de engel die blijde boodschap verkondigd of een nieuw, nog meer verblindend licht verschijnt aan den hemel en hult de velden in een gouden gloed. Geheele koren van schitterende hemelgeesten dalen uit den hemel af, vereenigen zich met Gabriël en de lucht weerklinkt van het verrukkelijk vreugdelied : „Glorie aan God in den hooge en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wil zijn.quot;

Stom van verbazing aanschouwen de godvruchtige herders dit schouwspel en als eindelijk die vreugdezang verstomde en het licht verdween, spraken zij in broe-

ocr page 31

29

derlijke liefde tot elkander : „Laat ons doorgaan tot Bethlehem en deze zaak zien, die geschied is, welke de Heer ons heeft bekend gemaakt.quot; En de liefde en het vurig verlangen om het kind te zien, gaven vleugelen aan hunne voeten. „Et venerunt festinantes, zoo staat er geschreven. En zij kwamen met (/rooten spoed.quot;

Treden wij M.G in den geest met die arme herders, met heiligen eerbied, de grot van Bethlehem binnen.

O, hoe armoedig, maar toch hoe bekoorlijk is het tafereel, dat zich daar voor onze oogen ontrolt. quot;Wij zien daar eene kribbe gevuld met stroo, waarop een Kindje, in armoedige windselen gewikkeld, nederligt. Kaast die kribbe liggfta, een os en een ezel; achter haar staat eene schamel gekleede jonge moeder, een eerbiedwaardige man staat aan hare zijde en beiden houden de blikken met onbeschrijfelijke teederheid en boven-aardsche vreugde op het lieve Kindje gevestigd.

Wie is dat Kindje, M.G., dat daar bevende van koude en weenende nederligt? O, ondoorgrondelijk geheim! Dat Kindje is de Koning des hemels, de almachtige Beheer-scher van hemel en aarde. En waarom ligt Het daar neder in dien medelij denswaa^digen toestand ? Alleen uit liefde tot ons, om ons gelukkig te maken, om ons te toonen, hoe mateloos veel zijn goddelijk Hart ons liefheeft. Door de zonde van Adam was de mensch diep ongelukkig geworden, veroordeeld om zijn leven in ellende door te brengen; voor eeuwig bleef de hemel voor hem gesloten. Maar God had medelijden met ons; Hij zond zijnen eenigen Zoon om ons te verlossen.

Maar waartoe dan die armoede, die diepe vernedering ?

Waarom moest de Zoon van den eeuwigen God geboren worden van die arme, door de wereld verstoeten ouders ; waarom moest een stal zijn paleis, eene kribbe

ocr page 32

30

zijn troon, de redelooze dieren en eenvoudige herders zijn hofstoet, armoedige windsels de pracht en luister zijn zijner intrede in de wereld ?

Dat was nietnoodig, M. G.,om ons te verlossen. Jesushad ter wereld kunnen komen als een machtige koningszoon, in een schitterend paleis; Hij had zijne wieg door een vorstelijken luister kunnen omringen; dan nog was zijne vernedering peilloos diep geweest, ook dan had Hij ons verlost. Maar dan had Hij ons niet gelijk thans getoond, hoe mateloos veel Hij ons liefhad. Dan had Hij niet zoo gemakkelijk onze liefde gewonnen. Thans trekt Hij met onweerstaanbare kracht de harten tot zich. „Wie is bevreesd, vraagt de H. Thötaas van Villanova, (In nat. Dom. conc. 4) tot een kindje te naderen ?quot; Wie gevoelt geen genegenheid, geen innig medelijden met een arm verstoeten kindje? Nog geen bloedsmet bedekt zijn teeder vleesch, nog geen geeselstriem, nog geen verguizende kroon verwijt ons onze boosheid, onze ondankbaarheid. Neen, alles ademt liefde en liefde alleen; met geen andere gevoelens dan die van liefde en vertrouwen kunnen wij Jesus' kribbe naderen.

Dan kende Jesus ook zoo goed het menschelijk hart. Hij wist het, wat een afkeer wij van natuur gevoelen voor ontbering en vernedering; wat een strijd en een lijden, de zinnelijke en hoovaardige natuur ons zoude veroorzaken. En zeker, M. Gr., had Jesus, ook al ware Hij geboren als een machtig vorstenzoon, genaden in overvloed kunnen geven om ons zeiven te beheerschen; maar dan hadden wij toch die machtige opbeuring moeten ontberen, die in zijn voorbeeld gelegen is. Jesus, zoo mogen we nu denken, de Koning der koningen, kwam ter wereld als het kind van den armsten bedelaar; Hij had geen rustbed om zijn hoofd en teedere ledematen op te

ocr page 33

31

laten rusten; een ellendige stal was zijne woning; Hij weende van koude en gebrek. En ik, een nietig schepsel, die zooveel lijden en vernedering verdiend heb, ik zou klagen en ontevreden zijn over de beschikkingen der goddelijke Yoorzienigheid, over de kleine ontberingen, die ik te verduren heb ; ik zou mij boven anderen willen verheffen, ik zou eene kleine bestraffing, een ververnederend woord, eene kleine vernedering niet zwijgend met liefde willen verdragen ?

Jesus, mogen wij nu denken, bracht geheel vrijwillig de zwaarste offers uit liefde voor de gehoorzaamheid. Hij legde den glans zijner majesteit af; Hij verliet den hemel met zijne onuitsprekelijke zaligheid, om in armoede en gebrek te gaan leven, om den wil te volbrengen van den hemelschen Vader. — En mij zou de gehoorzaamheid niet dierbaar zijn ? Ik zou om eene kleine moeielijkheid mijn plicht van gehoorzaamheid niet willen vervullen ? . .. .

Wat eene grenzenlooze liefde betoonde J. Chr. dus bij zijne nederige geboorte ! Geven wij dus gehoor aan de uitnoodiging van den seraphijnschen vader Franciscus ; „Amemus Puerum de Bethlehemquot;; Beminnen wij het Kind van Bethlehem !

Laat ons het goddelijk Hart, waaruit die liefdebewijzen ons toevloeiden, eene oprechte wederliefde toedragen. Maken wij heden het voornemen en vragen wij Jesus de genade, dat wij ten bewijze onzer wederliefde het heerlijk voorbeeld, dat Hij ons in zijne kribbe gaf, mogen navolgen, dat wij met alles tevreden mogen zijn wat God over ons beschikt, en zijne liefde voor de vernederingen en de gehoorzaamheid eenigszins mogen navolgen. Amen.

ocr page 34

4de ONDERRICHTING.

Liefde van het goddelijk Hart voor de ongelukkiger! en voor de onschuldige zielen.

jpM^reffend, M. G., wordt ons op menige bladzijde der JXK H. Schrift de beminnelijkheid van Jesus' goddelijk UT Hart geteekend in de weldaden, die Hij in zijn openbaar leven aan alle soort van ongelukkigen bewees en in de liefdeblijken, die Hij in het bijzonder aan de kleinen gaf.

Bijna elke bladzijde van de H. Schrift getuigt, dat Hij geen ellende, van welken aard ook, zonder mede-doogen kon aanschouwen. Hier was het eene diep bedroefde moeder, daar een ongelukkige kranke of diep gezonken zondaar, die mocht ondervinden van wat eene onuitputtelijke goedheid en barmhartigheid zijn liefdevol Hart vervuld was. Ook de kleinen mochten in ruime mate in de liefdeblijken van zijn H. Hart deelen.

Laten wij heden, om ons vertrouwen op dat liefdevol Hart nog te vermeerderen, eenige van de vele feiten beschouwen, waarin ons die liefde en barmhartigheid op eene treffende wijze geteekend worden.

I. Vol van het teederst medelijden was dat goddelijk Hart met de bedroefden en alle soort van ongelukkigen.

ocr page 35

33

Daar trok eens een sombere stoet door Naïms straten. Een lijk, in linnen doeken gewikkeld, werd grafwaarts gedragen. Een tiental klaagvrouwen, in witte kleederen, gaan de lijkbaar vooraf, vele vrienden en bloedverwanten en eene groote menigte volks vergezelde haar. Onmiddellijk achter het lijk gaat eene vrouw, die boven alle anderen de aandacht trekt. Haar hoofd is omsluierd, zij schreit heete tranen en met wankelende schreden gaat zjj voort. Het is de diepbedroefde moeder, die in den doode haar eenig kind en tevens haar eenigen steun en troost verloor, want zij is ook weduwe; ginds op het kerkhof, waar ook de lijkstoet henen trekt, ligt reeds haar echtgenoot.

Maar ziet: daar nadert Jesus van Nazareth, de groote menschenvriend, die zooveel tranen gedroogd, zooveel smarten gelenigd heeft, en trekt den lijkstoet tegemoet. Spoedig bespeurt Hij de treurende moeder, Hij ziet hare tranen en peilt met zijn goddelijk oog de vreeselijke wonde, door den dood van haar lieveling in het moederhart geslagen. En gelijk bij elke andere ellende werd ook thans zijn liefderijk Hart met een innig medelijden vervuld. Hij nadert de bedroefde moeder en spreekt met hemelsche liefde: „Wil niet weenen.quot; Dan treedt Hij op de lijkbaar toe en raakt ze aan ten teeken, dat men zal stilstaan. En de menigte staat stil en blikt onder doodsche stilte en blijde verwachting op tot den machtigen menschenvriend, wiens goedheid en macht zij zoo dikwijls reeds had bewonderd. En inderdaad: ook thans verloochent zich zijne onmetelijke barmhartigheid niet. Daar klinkt door de stilte plotseling eene stem met goddelijk gezag ;

„ Adolescens, tibi dico, surge.quot; „Jongeling, Ik zeg u, sta op.quot; En op dat gebiedend woord rijst de doode om-

3

ocr page 36

B4

hoog, begint te spreken en ligt een oogenblik later in de armen zijner gelukkige moeder.

Zoo zouden wij M. GL, u nog menige geschiedenis kunnen verhalen, waaruit blijkt, dat een eindeloos medelijden het goddelijk Hart vervulde. Zoo droogde Jesus later nog de tranen van een diepbedroefden vader, wiens dochtertje, nog slechts 12 jaren oud, zijn eenige lieveling, gestorven was. Zoo lenigde Hij later door een nog meer schitterend wonder de grievende smart van Martha en Maria, die in Lazarus hun eenigen en teergeliefden broeder verloren. Als sprekend bewijs van zijn mede-doogen vloeiden hier zijne tranen; zoozeer blonk toen de goedheid uit van zijn minnend Hart, dat de Joden elkander toevoegden: „Ziet, hoezeer Hij hem liefhad!quot; En waar zouden wij eindigen, als wij u gingen verhalen van de ongelukkigen, van die blinden, die stommen, die melaat-schen, die zieken, die in den onmetelijken liefdegloed van zijn Ilart genezing, troost en opbeuring vonden ? En hoe minzaam behandelde Hij die ongelukkigen ! Hoe liefdevol sprak Hij hun toe niettegenstaande de lasten, die zij Hem dikwijls veroorzaakten! In menigte wachtten zij Hem op, als Hij van eene vermoeiende Evangeliereis wederkeerde ; zij volgden Hem op zijne schreden, zij verdrongen zich om zijn leerstoel in de Synagoog, als Hij zijne goddelijke leer predikte. En toch lezen wij niet, dat Hij ook maar één van de ongelukkigen verstiet. „Et sanahat omnesquot; zoo staat er geschreven: „En Hij genas allen.quot; Voor allen had Hij nog een minzaam, een opbeurend woord over.

II. Maar vooral voor de geestelijke ellenden van den mensch toonde zich zijn Hart overgevoelig. Hoe peilloos diep een zondaar of zondares ook gezonken was, zij waren zeker, dat, wanneer zij maar vol leedwezen over hunne zonden aan Jesus' voeten nederzonken, zij

ocr page 37

35

vergeving van hunne misslagen zouden erlangen. Met welke voorkomende barmhartigheid bracht Hij de zondares van Samaria tot inkeer ! Welke ontferming ondervond de berouwhebbende Magdalena! Ziet Hem opnieuw tranen van liefde storten over het ondankbare Jerusalem. Hoort eens in wat onvergetelijke klachten Hij zijn medelijden over die booze stad lucht geeft; „O, of ook gij erkendet, en nog op dezen uwen dag, wat u tot vrede strekt!.... doch nu is het voor uwe oogen verborgen !quot;

Eens zat de Heer weder in den tempel en verkondigde aan de schare zijne goddelijke leer. En ziet, daar kwamen zijne vijanden, de Schriftgeleerden en Phariseën, tot Hem en plaatsten voor Hem eene vrouw, die een groot kwaad bedreven had, waarvoor door de wet van Mozea de doodstraf bepaald was. En zij vroegen aan Jesus, wat zij met die vrouw doen moesten. „Meesterquot;, zeiden zij Hem, „Mozes heeft ons in de wet bevolen dezulken te steenigen. Gij dan, wat zegt Gij?quot; Niet uit eerbied stelden zij den goddelijken Meester deze vraag, maar alléén, om Hem bij het volk gehaat te maken. Zij kenden de grenzenlooze goedheid en barmhartigheid van den Verlosser, zij wisten dat Hij tegoed was om voor die vrouw, hoe schuldig zij ook was, de doodstraf te eischen. Zij hoopten dus, dat Hij haar zou vrijspreken, maar dan konden zij Hem beschuldigen van verzet tegen de wet van Mozes en op die wijze bij het volk verachtelijk maken.

Mocht Hij dat echter niet doen, veroordeelde Hij haar ter dood dan, meenden zij, zou de roem zijner goedheid verloren zijn.

O, hoe ijdel M.G., zijn de plannen der menschen! In zijne goddelijke wijsheid ontweek Jesus dien dubbelen strik zijner

ocr page 38

36

vijanden. Hij verloochende zijne gewone barmhartigheid niet en toch laadde Hij niet den schijn op zich, dat Hij de wet van Mozes minachtte. De Verlosser boog zich op die vraag zijner vijanden ter aarde en schreef eenige letters op den grond, waardoor Hij te kennen gaf, dat Hij zich niet met die zaak wilde inlaten. En de Phariseën en Schriftgeleerden, meenende dat zij Jesus in verlegenheid hadden gebracht, bleven aandringen op een antwoord. Toen richtte zich Jesus op en voegde de aanklagers toe: „Die onder u zonder zonde is, werpe den eersten steen op haar.quot; Eene diepe beschaming overviel bij dat woord Jesus' vijanden. Zij gevoelden, dat Jesus in hun hart had gelezen en al de zonden beschouwde, waaraan zij zeiven zich hadden plichtig gemaakt. Zij begrepen, dat zij, die zeiven zulke booswichten waren, die zeiven misschien menigmaal den steenigingsdood verdiend hadden, het recht misten om als beschuldigers van die zondares op te treden. En ziet! diep beschaamd en vernederd verwijderde zich de een na den anderen. Weldra was nu de ongelukkige vrouw vol schuldbesef en vervuld van een levendig berouw met eenige getuigen alleen met den Verlosser. quot;Wat zal Jesus nu doen? Zal Hij haar nu ten minste in strenge bewoordingen haar schandelijk gedrag verwijten? Geen woord, geen enkel verwijtend woord over hare levenswijze komt over zijne lippen. Hij slaat een blik van grenzenlooze erbarming op de arme zondares en vraagt haar: „Vrouw, waar zijn zij, die u beschuldigden ? Heeft niemand u veroordeeld ?quot; En op haar antwoord : „Niemand Heer!quot; zegt Hjj met aanbiddelijke zachtmoedigheid: „Ook Ik zal u niet veroordeelen, ga heen en zondig niet meer.quot;

M. G., wat eene bewonderenswaardige liefde en barmhartigheid 1 Bedenkt hierbij wel, dat Jesus een God is van

ocr page 39

37

oneindige Heiligheid, dat Hij de zonde haatte en verfoeide uit geheel zijn Hart, dat bovendien de zonde eene beleediging en eene groote beleediging ia van zijn goddelijken persoon en toch is zijne barmhartigheid jegens die ongelukkige, die zich aan die zonde, die beleediging had plichtig gemaakt, onuitputtelijk. Met wat een zoet vertrouwen mogen wij dan niet vluchten in zijn eindeloos barmhartig Hart, niet alleen als wij in droefheid zijn of als aardsche kwellingen ons nederdrukken, maar ook als geestelijke ellende ons beschaamt, als ons hart onrustig is, wijl ons geweten ons fouten en misslagen verwijt.

III. Vooral gij, onschuldige zielen, moet met een grenzenloos vertrouwen tot Jesus gaan en erbarming af-smeeken van zijn liefdevol Hart. Want behalve de on-gelukkigen mocht nog de onschuldige jeugd op bijzondere wijze in de liefkoozingen van zijn Hart deelen.

Meermalen reeds had Hij zijne vaderlijke liefde en bezorgdheid voor de kleinen te kennen gegeven. Met indrukwekkenden ernst had Hij gewaarschuwd tegen het ergernis geven aan de kleinen. „Wie een dezer kleinen, had Hij gezegd, ergernis geeft, het ware hem beter, dat hem een molensteen aan den hals gebonden en hij geworpen werd in de diepte der zee.quot; Voor die misdaad waarschuwde Hij verder om reden, dat elk kind een engel, een innigen vriend en vertrouweling van den Koning des hemels als beschermer had, die zeker niet zou nalaten, den ergenisgever bij God aan te klagen. „Zie toequot; zoo sprak Hij, dat gij niet één dezer kleinen ergert, want hunne Engelen zien in den hemel altijd het aangezicht des Vaders, die in den hemel is.quot;

Als Jesus zijn Apostelen de volstrekte noodzakelijkheid der nederigheid wilde inprenten, riep Hij een kind tot zich,

ocr page 40

38

plaatste het in het midden zijner leerlingen, omhelsde het en sprak: „Voorwaar, Ik zeg u; indien gij u niet bekeert en niet wordt als kinderen, zult gij het rijk des hemels niet ingaan.quot;

Maar een ander voorval wordt in het Evangelie verhaald, waaruit nog treffender de groote liefde blijkt, die Jesus' goddelijk Hart den kinderen toedraagt.

Eens was de Heer bezig zijn Apostelen de verhevenheid van den maagdelijken staat te verklaren, als sommige moeders met hare kleinen op den arm of aan de hand, door de menigte wilden dringen en tot den god-delijken Leermeester wilden naderen, opdat Deze hare kinderen zegenen zou. Maar de Apostelen, denkende, dat de waardigheid van hun Meester Hem verbood, zich met kinderen op te houden, trachtten haar dit te beletten. O, hoe weinig kenden zij nog het Hart van den goddelijken Kindervriend! Terstond neemt Hy hunne verdediging op zich, met een blik van onbeschrijfelijke zoetaardigheid beschouwt Hij de onschuldige kleinen; de schoonheid hunner ziel doet zijn Hart trillen en Hij zegt: „Laat de kleinen tot Mij komen en verhindert hen niet, want voor dezulken is het rijk Gods.quot; En ziet, de schare opent zich en zonder eenige vrees snellen de moeders en hare kleinen naar den beminnelijken Heiland. Jesus ontvangt de kleinen in zijne armen, omhelst hen, legt hun de handen op en zegent hen.

Hoe goed is Jesus dus vooral voor de kinderen! Wat zijn zij vooral dierbaar aan het goddelijk Hart.

quot;Wat moet gij dus uit deze beschouwing besluiten?

Wij hebben gezien, M. Gr., wat een teeder medelijden Jesus' goddelijk Hart vervulde voor alle soort van onge-lukkigen, dat Hij een barmhartige Vriend en Vader was voor allen, die in nood en lijden waren.

ocr page 41

39

Jesus, M. G., is dezelfde gebleven ; zijn Hart is nog steeds met dezelfde edelmoedige en menschlievende gevoelens bezield als in zijn sterfelijk leven. Geen ellende kan Hij ook nu nog zonder mededoogen aanschouwen; met grenzelooze barmhartigheid is ook nu nog zijn aanbiddelijk Hart voor de arme zondaren vervuld; met onuitsprekelijk welbehagen blikt Hij ook nu nog op de schuldelooze kleinen neder. Komen er dus eens kruisen en moeie-lijkheden, gaat gij dan ook met een groot vertrouwen tot Hem; roept dan tot Hem, gelijk de ongelukkige van het Evangelie : „ Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!quot; Maar vooral als geestelijke ellende u neder-drukt, als uw geweten in onrust is, moet gij bij Jesus den vrede uwer ziel trachten terug te bekomen. Vraagt Hem dan ootmoedig vergeving, belooft Hem dan oprecht beterschap en spoedig zult ook gij mogen vernemen : Mijn kind, uwe zonden zijn u vergeven ; wil nu niet meer zondigen. Amen.

ocr page 42

5e ONDERRICHTING.

Magdalen a.

De barmhartigheid van het goddelijk Hart jegens de zondaren.

e goedheid van iemands hart bewonderen wij uit de bewijzen van welwillendheid, die hij aan zijn medemenschen geeft.

Vooral dan, als hij die liefdebewijzen geeft niet alleen aan vrienden en weldoeners, maar ook aan personen, die hem onverschillig zijn, aan armen, zieken en ongelukkigen, kan men zeggen : Wat heeft die mensch een goed, een edel hart! Maar een nog grooter denkbeeld vormen wij ons van den adel van zijn hart, als hij ook geen vijanden, personen, die hem minachten en beleedigen, buiten zijne liefde sluit.

Zulke liefde, M. Gr., zetelt ook in het goddelijk Hart van Jesus. De zondaars zijn zijne vijanden; zij minachten en beleedigen Hem ; zij doen Hem een eindeloos grooter onrecht aan, dan eenig mensch zijn evennaaste aandoet. En toch hoe goed, hoe eindeloos goed is Jesus voor de zondaren. Eén voorbeeld uit duizenden zullen wij heden wat nader gaan beschouwen.

In een stad, waar Jesus zich bevond, woonde eene

ocr page 43

41

vrouw, die een zeer slecht leyen leidde. Zij was een ergernis voor de plaats hnrer inwoning Volgens het algemeen gevoelen was het Maria, de zuster van Martha en Lazarus. Zij droeg den bijnaam van Magdalena, wijl zij meest haar verblijf hield te Magdala, een stadje op den westelijken oever van het meer van Galilëa gelegen. Haar ergelijk gedrag had haar eene vreeselijke straf op den hals gehaald. Zij was bezeten door zeven duivelen d. w. z. zij was de slavin geworden van vele booze geesten. Over die ongelukkige nu wilde het goddelijk Hart de stroomen zijner barmhartigheid uitstorten, in dat ellendig hart wilde Hij den liefdegloed der Sera-phijnen ontsteken.

Het eerste gedeelte van hare treffende bekeering is niet beschreven, maar, wijl Jesus alle werken van eenig belang met het gebed begon, is het niet onwaarschijnlijk, dat Hij ook eerst door een volhardend en vurig gebed barmhartigheid voor die ongelukkige heeft afgesmeekt. Dan zal Hij, het is de gewone weg tot bekeering, uit de verte door velerlei genaden op het hart van die rampzalige gewerkt hebben. Hij zal haar de eeuwige waarheden, den dood, het oordeel, de hel met hare verschrikkingen, levendig voor den geest hebben gebracht.

En een vreeselijke onrust zal zich van de ziel van Magdalena hebben meester gemaakt. Die schrikwekkende beelden zullen haar op haar zondige wegen, maar vooral in de eenzaamheid vervolgd hebben. Zij zal getracht hebben door nieuwe zonden de stem van het geweten te smoren, maar dringender en duidelijker zal zich de stem der genade hebben doen hooren.

Dan begint haar het zondig leven te verdrieten en zij ziet naar andere middelen uit, om de rust harer ziel terug te bekomen. Zij wil bidden en boetvaardigheid

ocr page 44

42

doen, maar helaas! zij gevoelt, dat de duivel haar in ijzeren boeien geklonken houdt, dat zij zonder eene buitengewone, bovennatuurLhe hulp haar slavenjuk niet kan afwerpen. Zij is der vertwijfeling nabij. Maar het goddelijk Hart komt haar te hulp. Daar hoort zij spreken van Jesus van Nazareth; men verhaalt haar van zijne goedheid voor alle soort van ongelukkigen, van zijne barmhartigheid voor de zondaren. Hij noemt Zich den Zoon van God, den Verlosser, aan Abraham beloofd, en door zijn machtsbetoon over de duivelen en andere schitterende wonderen bevestigt Hij zijn goddelijke zending. Een straal van blijde hoop dringt in het hart van Magdalena, een brandend verlangen vervult het, om bij Jesus te zijn. Maar de goede Herder zal zelf het verloren schaap komen zoeken. Korten tijd na de opwekking van den jongeling van Naïm kwamen eenige leerlingen van Joannes tot Jesus en vroegen Hem : „Zijt Gij degene, die komen moet, of hebben wij nog eenen anderen te wachten?quot; En tot antwoord op die vraag wrochte Jesus de heerlijkste wonderen. Hij genas, zegt de H. Schriftuur, vele zieken en aan de blinden gaf Hij het gezicht weder. Ook dreef Hij vele duivelen uit de bezetenen. Wijl nu de H. Lucas hierop laat volgen, dat er in die plaats eene openbare zondares was, (Luc. VII: 37) Maria Magdalena genaamd, (Luc. VIII: 2) en wijl deze door Jesus van de duivelen bevrijd werd, is het niet onwaarschijnlijk, dat Magdalena zich bij deze gelegenheid onder de toehoorders des Heeren bevond. Hier dus kan zij voor het eerst den goeden Meester hebben aanschouwd, zijne groote barmhartigheid hebben mogen ondervinden. Een blik vol ontferming zal het werk der genade voltooid hebben; die blik zal haar hart, evenals dat van Petrus, met eene matelooze droefheid over

ocr page 45

43

hare zonden en eene grenzenlooze liefde voor Jesus vervuld hebben. Magdalena is plotseling eene Heilige geworden. Voor Jesus en voor Hem alleen wil zij voortaan leven; geene gelegenheid zal zij ongebruikt laten, om Hem hare liefde te toonen en hare ergernis te herstellen. Spoedig biedt zich daarvoor eene gunstige gelegenheid aan. Zij verneemt, dat Jesus door Simon den Phariseër ten maaltijd is genoodigd en die uitnoodiging heeft aangenomen. Eene inwendige stemt schijnt haar te zeggen : „Surge, amica mea, et veni.quot; „Sta op, mijne vriendin, en kom.quot; En zonder aarzelen beantwoordt zij aan de zoete uitnoodiging van het goddelijk Hart. „Surgam et iboquot;', zegt zij met den verloren zoon. „Ik zal opstaan en tot Hem gaan.quot; Wat een edelmoedigheid, wat een vurige liefde, wat een oprechte boetvaardigheid! Zij, de voorname en door velen gevierde Magdalena, die door haar schoonheid en door haar kleederdracht aller oogen op zich gevestigd had, gaat thans in het nederig kleed eener boetelinge, met neergeslagen en betraande oogen, met loshangende haren door de straten der stad. Zij behoort niet tot de genoodigden; het is tegen de joodsche gebruiken, dat eene vrouw aan een gewonen feestdisch verschijnt; velen van de gasten kennen haar en staan bekend als vijanden van den Verlosser. En toch zonder eenige vreeze, want de liefde overheerscht hare ziel, treedt zij de feestzaal binnen. Daar valt zij schreiend aan Jesus' voeten; besproeit ze met hare tranen, en droogt ze met hare haarlokken af. En aan die boete paart zij den innigsten eerbied en de dankbaarste liefde. Zij omhelst en kust de voeten van den geliefden Meester. Dan neemt zij de albasten kruik, het eenig voorwerp van weelde, dat aan hare heilige verontwaardiging ont-

ocr page 46

44

snapt is, en giet de kostbare zalfolie over 's Heeren voeten uit.

Met teedere liefde had Jesus de boetelinge gadegeslagen. Hij vond er behagen in die kostbare parel zich meer en meer in de tranen van boete en liefde van hare smetten te zien reinigen.

Met verbazing zagen de gasten op dat ongewone schouwspel neder; vooral de Phariseër Simon voelde zich geërgerd. De kleedereu van een zondaar aan te raken gold bij de Phariseëu reeds als eene verontreiniging; daarom kwam hem de handelwijze van den Verlosser, die zulke hulde van een openbare zondares gedoogde, zeer afkeurenswaardig voor. Hij besloot daaruit, dat Jesus niet wist, wie de vrouw was, die aan zijne voeten nederlag en dat Hij dus niet de Messias, ja zelfs geen profeet kon zijn.

Maar door een schoone parabel toonde Jesus, dat Hij de gedachten des Phariseërs gelezen had, dat Hij dus alwetend en meer dan een profeet was. Tevens leerde Hij hem, hoe prijzenswaardig de boetelinge, en hoe goed Hij zelf gehandeld had.

„Simon, zegt Jesus, Ik heb u iets te zeggen.quot;

„Meester, antwoordt de gastheer, zeg het.quot;

„Zeker schuldeischer, herneemt Jesus, had twee schuldenaars, de een was hem 500 tienlingen schuldig, en de andere 50. Daar zij niet hadden om te betalen, schold hij hun beiden de schuld kwijt. Zeg, wie hunner heeft hem dus het meest lief? Ik meen, antwoordde Simon, aan wien hij het meest heeft kwijtgescholden.quot;

De schuldeischer in deze parabel, M. Gr., is Jesus zelf. En de grootste schuldenaar is Magdalena, wijl zij vele zonden bedreven had; de andere verbeeldt Simon en degenen, die minder kwaad gedaan hadden.

ocr page 47

45

Het was dus billijk, dat Magdalena aan Jesus grootere blijken van liefde en dankbaarheid gaf, dan anderen, die minder misdreven hadden.

Maar ook zijn eigen gedrag rechtvaardigde Hij tegenover den Phariseër. De reden, waarom Hij die zondares zooveel vergaf, was hare vurige liefde. Wat stak die liefde af bij de koude onverschilligheid, waarmede de Phariseër Hem ontvangen had. Simon, de gastheer, had Jesus geen water gegeven, om de voeten te wasschen, gelijk dat in die streken gebruikelijk was, maar zij, sprak Jesus, (zij, die daar vreemd was) heeft mijne voeten met hare tranen besproeid en met haar haren afgedroogd .. . Grij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft met zalf mijne voeten gezalfd. „Daarom, zeg Ik u: hare vele zonden worden haar vergeven, omdat zij veel bemind heeft.quot;

Dan wendde Jesus zich tot Magdalena, die nog immer met de diepste nederigheid aan zijne voeten nederlag, en sprak met aanbiddelijke goedheid; „Uwe zonden worden u vergeven, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.quot;

Hoe zoet zullen die woorden Magdalena hebben toegeklonken ! Hoe overgelukkig zal zij zich op dat oogen-blik gevoeld hebben.

Uit haar volgend leven blijkt, dat het goddelijk Hart volkomen had gezegevierd; de rampzalige van weleer is een seraphijn van liefde geworden. Na de Moedermaagd betoonde geen van Jesus' volgelingen Hem standvastiger en grooter liefde dan Magdalena. Zij zal den armen Verlosser van het noodige voorzien op zijne vermoeiende Evangelietochten, zij zal Hem trouw blijven tot den dood. Petrus zal zijn goddelijken Meester verloochenen, de Apostelen zullen lafhartig van Hem wegvluchten, maar Magdalena zal Hem volgen tot aan den

ocr page 48

46

voet van het kruis. Aan den voet van het kruis zullen wij bij de Moeder des Heeren en den beminden leerling de boetvaardige zondares van Magdala wedervinden; wij zullen haar weenend van smart wedervinden bij het graf van den Verlosser; zij zal de Apostel der Apostelen zijn, de eerste, die aan de ontluikende Kerk de blijde tijding van de Verrijzenis des Heeren zal verkondigen.

M. G., hoe treffend treedt in deze geschiedenis ook de barmhartigheid van het goddelijk Hart aan het licht en wat bevat zij voor u schoone en nuttige lessen.

God verhoede, dat gij later ooit, gelijk Magdalena, in de zondige vermaken der wereld voldoening gaat zoeken voor uw hart; maar mocht gij eens in hare gevaren bezwijken, o, wanhoopt dan niet; bedenkt dan wel, dat het goddelijk Hart nog met dezelfde liefdevolle gevoelens voor het afgedwaalde schaap bezield is, als in zijn stervelijk leven ; dat Het u met dezelfde goedheid zal ontvangen als Magdalena. Geen vloed van zonden kan de vlammen van liefde dooven, die voortdurend uit Hetzelve opstijgen.

En hebt gij het goddelijk Hart al eens door fouten en zonden bedroefd en die openhartig en berouwvol aan den Plaatsbekleeder van Jesus Christus beleden, verontrust u daarover niet meer ; denkt dan nimmer meer: Zou Jesus mij alles vergeven hebben? Die gedachte, M. G., is smadelijk voor Jesus' minnend Harl. Volgt dan het voorbeeld van Magdalena, tracht dan door eene vurige liefde, door eene stipte behartiging van uwe plichten, door uw ijver voor de eer van het goddelijk Hart, Jesus meer dan anderen dankbaar te zijn. Meer dan vele anderen, die Hem minder beleedigd, maar ook minder bemind hebben, zult gij dan als Magdalena in zijne liefdeblijken mogen deelen. Amen.

ocr page 49

6e ONDERRICHTING.

De liefde van het goddelijk Hart in het H. Sacrament.

nder alle bewijzen van liefde, M. Gr., die Jesus' goddelijk Hart ons geschonken heeft, is er geen, dat kan vergeleken worden bij het bewijs van liefde, dat Het ons schonk in de instelling van het H. Sacrament des Altaars. Onbegrijpelijk groot is de liefde, die Jesus ons toen betoonde. Stonden wij niet vooreen onloochenbaar feit, gestaafd door het onfeilbare woord der H. Schrift en de leer der Kerk, nooit hadden wij geloofd of ons kunnen verbeelden, dat de liefde van Grod voor den mensch zoo ver kon gaan.

Verbeeldt u eens, dat Jesus nog niet voor ons geleden had eu gestorven was, dat Hij nog weldoende op aarde omwandelde, en totuzeide: „Mijn kind, ik bemin u; wat wilt ge, dat Ik ten bewijze mijner liefde u geven of voor u doen zal.quot; Dan vroegt gij Jesus misschien de genezing van een kranke of een andere tijdelijke of geestelijke gunst. Bij het ontvangen dier gunst zoudt gij gelooven aan zijne liefde; met de bevoorrechten uit het Evangelie zoudt gij Hem loven en verheerlijken om zijne macht en zijne goedheid. Maar als Jesus u dan eens zeide: „Gaarne, mijn

ocr page 50

48

kind, zal Ik u die gunst schenken, maar Ik wil u toch een nog grooter bewijs van liefde geven. Ik zal nog voor u lijden; Ik wil Mij zelfs uit liefde tot u op de wreedste wijze laten mishandelen; Ik zal Mij laten bespotten en geeselen, zoodat mijn lichaam maar ééne wonde meer zal zijn. Ja, nog verder wil Ik gaan: zelfs mijn leven zal Ik voor u geven.quot; Zou zulke liefde u niet overdreven en onbegrijpelijk voorkomen ? Zoudt gij Jesus niet antwoorden met Petrus: „Absit a Te Domine, neen, dit zij verre van U, Heer;quot; zulke liefde gaat te ver. En toch, M. GK, zoover dreef Jesus zijne liefde tot ons. Niet tevreden met voor ons mensch te worden en ons met duizenden gunsten en voorrechten te overladen, heeft Jesus zich nog, alleen om ons zijne overgroote liefde te toonen, op de meest onmenschelijke wijze laten mishandelen. Hij liet zich kronen met scherpe doornen; Hij liet zijn H. Vleesch door de geeselriemen verscheuren en stierf voor ons den schandelijksten en smartelijksten dood, die er bestaat, den dood des kruises.

Maar hiermede dan zal toch zijne liefde jegens de menschen wel zijn uitgeput? Verder zal Jesus toch niet kunnen gaan ? „Niemand heeft grootere liefde, dan dat hij zijn leven geeft voor zijne vrienden.quot; Jesus kon in zijne almacht nog een ander wonder van liefde scheppen en het goddelijk Hart was niet voldaan, voordat Het ons dat onderpand van liefde gegeven had. Sterven wilde Hij uit liefde voor ons, maar van ons scheiden, dat was Hem te veel; het was zijn vermaak te zijn met de kinderen der mensehen; bij hen wilde Hij blijven tot aan de voleinding der eeuwen.

Een der plechtigste oogenblikken van het leven, het oogenblik, waarop het minnend vriendenhart zich in de teederste, ja onvergetelijke woorden uiten kan, den avond

ocr page 51

49

vóór zijn dood koos Hij uit, om dat wonder van liefde to verrichten. Toen vergaderde de Heer voor quot;t laatst zijne meest geliefde leerlingen, zijne Apostelen, om zich, om met hen het Paaschlam te eten. Nooit had de Heer hun beminnelijker toegeschenen, nooit had Hij hun in teederder bewoordingen toegesproken, nooit zulke bewijzen zijner genegenheid geschonken. Ben heilige blijdschap was op zijn aanbiddelijk gelaat te lezen en Hij stortte zijne minnende ziel uit in deze woorden : „Vurig heb Ik verlangd dit Paaschlam met u te eten voordat Ik lijde. Want Ik zeg u, dat Ik het voortaan niet meer zal eten, totdat het vervuld worde in het rijk Gods.quot; Kinderkens, noemt Hij hen dien avond, „Filioli mei.'' In onuitsprekelijke ootmoedigheid knielt Hij voor een ieder van hen neder, om hun als een geringe slaaf de voeten te wasschen. Hij spreekt hun van zijn lijden en dood en als Hij ziet, dat zij bedroefd worden, troost Hij hen in de zoetste bewoordingen: „Laat uw hart niet ontroerd worden. Ik zal u niet als weezen achterlaten.quot; Maar de liefdegave van zijn Hart bij uitnemendheid gaat Hij hun schenken op het einde van den gewonen maaltijd.

„Terwijl zij nu aten, zegt de Evangelist Mattheüs) nam Jesus het brood, zegende en brak het en gaf het aan zijne leerlingen, en zeide : Neemt en eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam den kelk en dankte, en gaf hun dien, zeggende : Drinkt allen hieruit, want dit is mijn bloed des nieuwen verbonds, dat voor velen zal vergoten worden tot vergiffenis der zonden.quot; Matth. XXVI. 26—28. „Doet dit tot mijne gedachtenis.quot; Luc. XXII : 19.

M. G., wat liefdeschatten schonk ons Jesus in die weinige, onvergetelijke woorden ! Daardoor stelde Hij zich

4

ocr page 52

50

onder de nederige gedaante van brood en wijn in de handen zijner Priesters, om door hunne bediening in het H. Tabernakel als Vriend bij ons te blijven wonen, om zich in de H. Communie op het innigst met ons te vereenigen. Daardoor gaf Hij hun en hunne opvolgers de macht en het bevel om het offer, dat Hij weldra op Calvarië ging voltrekken, dagelijks op duizenden plaatsen van de wereld te herhalen, om de oneindige verdiensten van zijn kruis dagelijks in breede stroomen over ons te doen afdalen. Wat eene liefde bewees Hij ons reeds dooide eerste dier gaven, doordat Hij onze Vriend en onze Gezel wilde ivorden in het nederig Tabernakel.

1. Om de grootheid dier liefde eenigszins te meten, overdenk eens, wie Jesus Christus is, en hoe groot de vernedering is, die Hij zich in het Tabernakel uit liefde tot ons getroost. quot;Wie is er grooter dan Hij en wat is nietiger dan de gedaante van brood ? Hij is de eeuwige God, die bestond millioenen van jaren voordat de sterren aan den hemel lichtten; Hij is de Almachtige, die door een wenk van zijn wil de wereld heeft gegrondvest ; Hij is het eeuwige Leven, van wien alles wat bestaat buiten Hem, het leveu ontvangen heeft; en ziet, in het Tabernakel schuilt Hij onder de voorbijgaande, de nietige, de levenlooze gedaante van brood. In het stille en duistere Tabernakel troont de oneindige Majesteit, die door zijn luister de Hemelingen als verblindt, wiens lof de Cherubijnen en Seraphijnen in verrukkelijke lofliederen zingen. Onder die onaanzienlijke gedaante schuilt het aanschijn van Hem, in wiens aanschouwen de Engelen en Heiligen zich onuitsprekelijk gelukkig gevoelen.

2. Jesus is daar in dien nederigen toestand tegenwoordig met eene geheel helangelooze liefde. Hij is in zich zei ven oneindig gelukkig; al kwamen alle volkeren

ocr page 53

51

der aarde Hem in zijn H. Tabernakel dezelfde liefde betuigen, waarvan de Engelen branden in den hemel, zijn geluk zou er niet in het minst door verhoogd worden. Niet dus voor zich zeiven, maar alleen om ons zijne liefde te toonen en ons gelukkig te maken is het Hem een wellust te zijn bij de kinderen der menschen.

Een vriend bemint zelden geheel belangeloos. Offert hij zich op voor een ander, dan rekent hij ten minste op den troost der dankbaarheid. Maar wat dank zou Jesus ontvangen voor die onvergelijkelijke blijken van liefde ? Ach, hoevelen zouden er koud en onverschillig voor blijven ! In hoevele kerken en kapellen zou men Hem dagen en nachten achtereen alléén laten! Hoeveel duizenden zouden zijne woonplaats onder de menschen voorbijgaan, zonder Hem zelfs te groeten! En bij die onverschilligheid zou het op tallooze plaatsen niet blijven. Gelijk Jesus zijne liefde tot hec uiterste gedreven heeft, zoo zouden ook velen hunne ondankbaarheid tot het uiterste drijven. Men zou Hem in zijn H. Sacrament bespotten en beleedigen; men zou Hem uit het Tabernakel rukken, de H. Hostiën met voeten treden en op de gruwelijkste wijze onteeren. Dat alles voorzag Jesus, toen Hij bij het laatste avondmaal het H. Sacrament instelde en zijn Hart bloedde bij het aanschouwen van zooveel ondankbaarheid; maar toch, zoo sterk was zijne liefde voor ons, dat Hij ook die schande en dien ondank wilde verduren, om als vriend bij ons te kunnen wonen.

3. Om uw vriend van het Tabernakel nog beter te leeren kennen, M. G., overweegt verder, hoe vertrouwelijk men daar tot Hem naderen kan, hoe welwillend Hij allen ontvangt, die tot Hem komen, wat gunsten en genaden Hij daar aan zijne vrienden uitdeelt.

Om tot een koning of machtige dezer aarde te worden

ocr page 54

52

toegelaten, moet men zich dikwijls groote offers getroosten. Men laat ons dikwijls langen tijd wachten; men heeft de bemiddeling noodig van invloedrijke personen; men moet te voren bedenken, wat men zeggen zal; men heeft velerlei vormen te onderhouden. Tot Jesus echter kan men naderen, zonder iemands bemiddeling, ieder uur van den dag en van den nacht. Altijd is Hij bereid ons te ontvangen. Ja, wij weten, dat Hij vurig verlangt, dat wij tot Hem komen. „Venite ad me omnesquot; klinkt het uit elk Tabernakel; Komt allen tot Mij : armen en rijken, bedelaars en koningen, onwetenden en geleerden, zieken en gezonden. Zelfs het bezoek van hen, die Hem kort te voren beleedigden, is Hem aangenaam. „Komt allen, roept Hij ons toe, die belast en beladen zijt,quot; hetzij met tijdelijke of geestelijke ellenden; ook u zal Ik welwillend ontvangen: „Ego re-ficiam vos,quot; ook u zal Ik verkwikken.

Wel terecht noemt Hij zich in het Hooglied de bloem des velds: „Ego flos campiquot; (cant. 2—1.)

De tuinbloem wordt met zorg bewaard. Niet een ieder mag ze plukken of zelfs aanschouwen. De veldbloem mag door een ieder gezien en geplukt worden. Zoo is ook het aanbiddelijk Hart van Jesus in het Tabernakel voor een ieder genaakbaar.

Hij is daar verder een zeer milddadige Vriend: nimmer zult gij voor Hem met gevoelens van godsvrucht neder-knielen of Hij zal uwe ziel met heerlijke genaden verrijken. Meer verlangt Jesus u goed te doen, zegt de H. Augustinus, dan gij verlangt, zijne gunsten te ontvangen. Hebt gij misdreven ? Hij zal u zeggen, wat Hij zoo dikwijls de rouwmoedigen van het Evangelie toevoegde: „Vertrouw, uwe zonden zijn u vergeven.quot; Hij zal u de middelen ingeven en genaden schenken om Hem

ocr page 55

53

voortaan getrouw te dienen. Hebt gij moeielijkheden ? Jesus zal daar uw verstand verlichten. Zjjt g|j bedroefd? Jesus is daar om u te troosten. Nooit zult gij voordien goeden Vriend uw bedrukt gemoed uitstorten, of een zoete troost zal in uw hart nederdalen. En zelfs dan, wanneer geen enkele minnende ziel bij zijn Tabernakel verwjjlt, is Hij daar niet werkeloos voor uw geluk. Dan bidt Hij nog voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Wie weet, M. Gr., wat een rampen Jesus door dat gebed, dat een ongekenden invloed uitoefent op het Hart van God, reeds van het zondige menschdom heeft afgeweerd; hoeveel zondaren door dat gebed de bekeering, hoeveel rechtvaardigen de volharding verwierven! Wie weet, M. Gr., hoeveel genaden Jesus in de stilte van den nacht, als gij rustig sliept, ook voor u reeds heeft afgesmeekt.

Eene onbegrijpelijke liefde dus betuigt ons het goddelijk Hart in het H. Sacrament. Hij is daar voor ons een teedere, een belangelooze en milddadige Vriend,

Wat zullen wij Hem voor die goedheid wedergeven? M. Gr., Jesus verlangt bovenal onze wederliefde. „Ik heb een brandenden dorst, zoo verklaarde Hij aan Margareta Maria, om in mijn H. Sacrament vereerd te worden.quot; Toont Hem dus die wederliefde door dikwijls met diepen eerbied en innige godsvrucht voor Hem te komen neder-knielen. Stelt u dan eerst levendig voor den geest, wie Hij is, die daar in het Tabernakel rust; dat Hij is de God van Hemel en aarde, aan wien alle eer en aanbidding toekomen. Vereenigt vervolgens uwe zwakke hulde met die, welke de Cherubijnen en Seraphijnen, die zijn nederig Tabernakel omringen, Hem brengen, of wel met die, welke Maria en Joseph Hem aanboden, toen zij Hem voor het eerst in den Kerstnacht aanschouwden. Dankt Hem verder hartelijk voor de goedheid, die Hij

ocr page 56

54

ons bewees, door als Vriend op onze altaren te komen wonen en voor alle andere weldaden, die Hij u schonk. De dankbaarheid, M. Gr., is eene der schoonste vruchten der liefde, bijzonder welgevallig aan het goddelijk Hart. Zegt Hem in kinderlijke, ongekunstelde taal, hoezeer het u spijt, dat zijne liefde door de menschen zoo slecht gewaardeerd wordt; hoe vurig gij verlangt, dat alle menschen Hem kennen en beminnen. Betuigt Hem in het bijzonder uw leedwezen over uwe eigene tekortkomingen, vooral ten opzichte van zijn H. Sacrament; over de oneerbiedigheden, waaraan gij u zeiven misschien in zijne tegenwoordigheid hebt plichtig gemaakt. Zegt Hem, dat gij die niet meer bedrijven, dat gij zijn liefdevol Hart nooit meer door eene vrijwillige zonde bedroeven zult.

Hebt gij die plichtmatige hulde aan Jesus gebracht, verbeeldt u dan, dat Jesus met een onuitsprekelijk welbehagen op u nederziet en dat Hij u gaarne alles geven wil, wat gij van Hem verlangt.

Begint dan met Jesus in kinderlijken eenvoud te spreken over uwe kruisen en moeiehjkheden, over uwe bekoringen, over uwe vrienden, uwe ouders en oversten. Stort daarna uw hart voor Hem uit, gelijk gij dat doen zoudt bij eene goede moeder of ware vriendin. Ach, weest niet zoo dwaas, om, zooals zoovelen in de wereld, in bekommernissen en lijden alleen hulp en troost te gaan zoeken bij de menschen. Zij kunnen dikwijls zoo weinig voor u doen, maar in het H. Tabernakel woont een al wijze Raadsman, een almachtige Geneesheer, een liefdevolle Verdediger.

Verlaat Jesus nooit zonder Hem wederkeerig een klein geschenk als bewijs van uwe liefde en dankbaarheid te hebben aangeboden. Zegt Hem bijv., voordat gij het

ocr page 57

55

Tabernakel verlaat, dat gij dien dag aandachtig zult bidden, of stipt zult gehoorzamen, dat gij deze of die kleine moeielijkheid of vernedering met liefde voor Hem dragen zult, dat gij in deze of die bekoring bijzonder waakzaam zult zijn of dat gij dien dag dikwijls door een klein schietgebed uw hart met het zijne zult vereenigen.

M. Gr., indien gij u zoo ten opzichte van dit H. Sacrament gedraagt, dan zult gij het goddelijk Hart dikwijls een onuitsprekelijken troost verschaffen, dan moogt gij vertrouwen onder zijne bevoorrechte gunstelingen te be-hooren, dan vooral zal Het in zijn H. Sacrament voor u eene bron van troost en zegen zijn. Amen.

ocr page 58

7de ONDEERICHTING.

De liefde van het goddelijk Hart in het H. Misoffer.

beeft tegenover God een vier-

vervullen. Gij weet, dat aan

r van hemel en aarde, alles toebehoort. Hij is het laatste einde van al het geschapene. De wereld en alles wat in de wereld is, dus ook den mensch heeft Hij geschapen tot zijne eigen verheerlijking. En de eerste plicht van den mensch tegenover God ia dus : God als zijn oppersten Meester te huldigen. Hem zijn onbeperkte afhankelijkheid te betuigen m. a. w. Hem te aanbidden.

Dan zijn wij op de tweede plaats aan God groote dankbaarheid verschuldigd. quot;Wat een goedheid toch heeft God ons betoond! Alles wat wij hebben en zijn, danken wij aan Hem.

Onze derde plicht tegenover God is, dat wij trachten uit te boeten, hetgeen wij tegen Hem misdreven. Een schuldenaar is verplichtzijne schulden te betalen. Welnu, wij allen hebben schulden bij God. Memand toch onder ons kan zeggen, dat hij zonder zonde is; die schuld moeten wij betalen, die zonde uitboeten.

ocr page 59

57

Eindelijk hebben wij vele genaden van God noodig voor ons zeiven en voor anderen, om deugdzaam te kunnen leven, om God behoorlijk te dienen en andere. Uit ons zeiven kunnen wij niets goeds ter zaligheid verrichten. De vierde plicht dus van den mensch tegenover God is, Hem te hidden om zijne genaden.

Maar hoe kunnen wij, nietige menschen, die verheven plichten behoorlijk vervullen ?

In de oude wet bracht men aan God tot dat doel verschillende offers. Men slachtte en verbrandde te zijner eer runderen en schapen ; men bood Hem de eerstelingen aan van de vruchten des velds en goot vochten voor Hem uit. Dien viervoudigen plicht trachtte men verder te vervullen, gelijk ook wij dat doen: door velerlei in-en uitwendige oefeningen van godsdienstigheid, door uitwendige eerbewijzen, door dank- en smeekgebeden, door vasten en boetvaardigheid.

Maar, M. G., wat vermochten uit zich zeiven de offers der oude wet? Wat vermogen wij, nietige schepselen, door onze akten van godsdienstigheid tot zulke verheven doeleinden ?

Al zoude ik mij zeiven, en al zouden alle schepselen, die bestaan en ooit bestaan zullen, zich voor Hem vernietigen, welke eer zou die vernietiging van het niet Hem kunnen aanbrengen? Niets meer toch dan een wieizijn wij en alle volkeren voor zijn aangezicht. Alles wat wij bezitten is reeds zijn eigendom. Wat kunnen onze dank en boete beteekenen in vergelijking van de onmetelijkheid zijner weldaden en de boosheid onzer zonden ? Hoe zwak moet op zich zelf het gebed zijn, dat opstijgt uit een onvolmaakt en zondig hart!

1°. M. G., wat wij niet kannen, dat heeft Jesus, gedreven door de liefde van zijn goddelijk Hart, voor ons

ocr page 60

58

gedaan en tevens heeft Hij gezorgd, dat ook wij in vereeniging met Hem aan God dagelijks een oneindig eerbetoon kunnen aanbieden.

Op den berg van Calvarië stierf Hij als een slachtoffer voor onze zonden. Dat offer had eene oneindige waarde, want Hij was van oneindige waardigheid. Door de vernietiging van zich zeiven op het kruis bracht Hij voor ons aan den hemelschen Vader een onuitsprekelijk welgevallige hulde ; daardoor boette Jesus alle zonden der menschen, die ooit bedreven zijn en nog zullen bedreven worden, volkomen uit; daardoor verdiende Hij voor ons alle genaden, die voor ons geestelijk en tijdelijk welzijn noodig zijn.

Maar, M. Gr., Jesus heeft aan het kruis wel onuitputtelijke schatten voor ons verdiend, maar ze nog niet op ons toegepast. Wij hebben nog een middel noodig om uit die rijke schatten te putten, om aan de genaden en verdiensten van Jesus' kruisdood deelachtig te worden. Welnu, dat middel schonk ons de liefde van zijn goddelijk Hart in het H. Sacrificie der Mis.

In de H. Mis geschiedt nog dagelijks op onbloedige wijze, op duizenden plaatsen te gelijk, wat gebeurde op den berg van Calvarië. Daarin sterft Jesus nog dagelijks op eene geestelijke wijze, brengt Hij aan God een oneindig waardige hulde en stort tevens de genaden, die Hij aan het kruis voor ons verdiende, in overvloed over de geloovigen en de zielen van het vagevuur uit.

En gij weet, M. G., dat Jesus in de H. Mis wel de eigenlijke offeraar is, maar toch mag gezegd worden, dat ook de Priester als plaatsbekleeder der Kerk offert en de aanwezigen in zekeren zin medeofferen, terwijl zij hunne intentie met die van den Priester vereenigen.

ocr page 61

59

„Bidt, broeders, vermaant de Priester ons in de H. Mis, opdat mijn en uw offer welgevallig zijn aan God, den almachtigen Vader. Wij offeren U, o Heer, zegt hij, den kelk des heils.quot;

0. M. G., wat een onschatbare gave ! quot;Wat een macht kunnen wij thans uitoefenen op het Hart van God!

1. Thans behoeven wij ons niet met bekommering af te vragen : Hoe zal ik, nietig schepsel, den Schepper de Hem verschuldigde eer en hulde betuigen ?

Door ééne enkele H. Mis kunnen wij Hem met Jesus meer eer bewijzen dan de Apostelen door hun opoffe-renden arbeid, dan de martelaren door al hunne folteringen, dan alle Heiligen, dan Maria zelve Hem door hunne heldhaftige deugden bewezen hebben.

Ja, M. G., door dat offer brengen wij Hem grooter hulde dan duizenden werelden, bevolkt met Seraphijnen, die geen andere bezigheid hadden dan Hem te loven. Hem zouden kunnen geven; want hoe verheven die hulde ook zijn zou, ze is nimmer geëvenredigd aan de Majesteit van Hem, die ze ontvangt; maar op het altaar brengen wij, in vereeniging met Jesus' liefdevol Hart, een offer, dat in waardigheid met Hem gelijk staat.

2. Hoe onvergelijkelijk groot Gods weldaden jegens ons zijn, wij behoeven niet meer met den Profeet uit te roepen: „Wat zal ik den Heer wedergeven, voor alles wat Hij mij gegeven heeft ?quot; In de H. Mis bieden wij God als tegengeschenk voor al zijne gunsten, eene gave aan van oneindige waarde: Jesus Christus, zijn goddelijken Zoon. Wij geven dus aan God evenveel terug als wij van Hem ontvangen hebben.

3. Een krachtig middel bezitten wij thans om Gods straffen, die wij voor onze zonden verdienden, af te weren en Hem te bewegen ons de genade van eene op-

ocr page 62

60

rechte boetvaardigheid over onze fouten en zonden te verleenen. Als de Portugeesche veldheer Alphonsus van Albuquerque, zich tijdens een storm in dreigend gevaar bevond, nam hij een onschuldig kind op de armen, hief het ten hemel en bad : ^.ch, Heer, schenk ons, schuldigen, de doodstraf kwijt uit liefde tot dezen onschuldige. En ziet, dat ootmoedig gebed en het gezicht van dien onschuldigen kleine behaagde aan God en de storm bedaarde. M. G., eiken morgen heffen wij tot God in vereeniging met Jesus Christus en den Priester, zijn schuldeloozen zoon op en bidden Hem, ons om zijnentwille genadiglijk te sparen. Maar, als dan bet gezicht van een onschuldig kindje zijn Hart reeds bewoog tot barmhartigheid, wat zal dan het gezicht van dit goddelijk Slachtoffer, en ons gebed om vergeving zoo voor ons zeiven als voor onze dierbaren in het vagevuur niet op Hem vermogen.

4. In de H. Mis verkrijgen eindelijk onze gebeden eene buitengewone, eene schier onweerstaanbare kracht op het Hart van God. Door de H. Mis, leert u de Catechismus, kunnen wij van God verkrijgen al wat wij van Hem begeeren voor ons zeiven en voor anderen. God kan daar moeilijk ons gebed onverhoord laten. quot;Wil men van een koning eene bijzondere gunst verkrijgen, dan biedt men Hem een verzoekschrift aan. Dit verzoekschrift zal zeker een gunstig onthaal vinden, als men het te goeder uur weet aan te bieden, vooral wanneer men het laat aanbieden door een persoon, die een machtigen invloed op den koning uitoefent, nog zekerder, als men er een geschenk bijvoegt, dat den koning bijzonder aangenaam moet zijn.

M. G., al die voorwaarden voor een guustig onthaal heeft ons smeekgebed in de H. Mis. Wij bieden het

ocr page 63

61

God aan door Jesua Christus, zijn welbeminden Zoon, aan wien Hij onmogelijk iets kan weigeren; en die Zoon is daar in een toestand, die bovenal geëigend ia, om het Hart zijns Vaders te treffen. Hij is daar in een staat van grenzenlooze vernedering, een doodelijk getroffen Slachtoffer. Welk oogenblik kan dus gunstiger zijn voor de verhooring onzer beden.

Wij bieden verder met ons gebed in de H. Mis een geschenk aan, waarbij hemel en aarde met al hunne rijkdommen niets beteekenen ; dat geschenk is degene, door wien wij onze gebeden opzenden, is weder Jesus Christus zelf.

M. G., wat verhevene weldaad schonk ons dan het H. Hart in het H. Misoffer! Neen, wij behoeven het den Apostelen en Leerlingen niet te benijden, dat wij niet met hen hebben mogen leven, den goddelijken Meester niet hebben mogen aanschouwen en met Hem verkeeren. Het H. Misoffer brengt Hem op het Altaar tegenwoordig om ons tot troost, tot steun en voorbeeld te zijn, om ons op de innigste wijze met Hem te vereenigen in de H. Communie. Het maakt ons ook bekwaam, om op waardige wijze onzen duren plicht van aanbidding en dankbaarheid ten opzichte van God te vervullen, om vergeving te erlangen voor onze zonden, om de straffen der zonden uit te boeten, om alles van God te verkrijgen, wat voor ons geestelijk en tijdelijk welzijn noodig is.

Maar, M. G., wij moeten hierbij eene gewichtige bemerking voegen. Het onbloedig Offer der H. Mis wordt, zooals gij gehoord hebt, door Jesus Christus zeiven opgedragen en ook in zekeren zin door degenen, die daarbij tegenwoordig zijn. Voor zoover het nu door Jesus wordt opgedragen, heeft het eene oneindige kracht en waarde,

ocr page 64

62

maar voor zoo verre wij het mede offeren, is het God meer of minder welgevallig en zal het meer of minder genaden geven, naar mate onze godsvrucht of onze gesteltenis volmaakter zijn.

2°. En hoedanig moet vooral onze gesteltenis zijn ?

1. M. G., gij weet, dat geen zonde, zelfs geen dagelijk-sche zonde en ook geen straffen van die zonden ons vergeven worden zonder herouw. Hoe groot de kracht is van het H. Misoffer, om God tot barmhartigheid te bewegen, wij zullen daardoor geen vergiffenis over onze zonden en kwijtschelding van onze straffen erlangen, indien wij daarbij niet tegenwoordig zijn met een oprecht berouw, of door de H. Mis niet de genade van een oprecht berouw verwerven. Vergeet nooit bij het begin der H. Mis ootmoedig met den Priester u voor God te vernederen en Hem uw leedwezen over uwe zonden te betuigen.

2. Weest verder bij dit H. Offer tegenwoordig met een grenzenloos betrouwen, overtuigd, dat geen werk welge-valliger is aan God, dat gij door geen enkel ander goed werk meer van Hem verkrijgen kunt. Stelt dus geen perken aan uwe verlangens en vraagt in de H. Mis door de verdiensten van het offer, dat gij God mede opdraagt, alle genaden, die gij voor u zeiven en anderen noodig acht.

3. Tracht echter vooral bij de H. Mis tegenwoordig te zijn met een levendig yeloof. Is uw geloof levendig, dan zult gij ook zeker bezield zijn met alle andere gevoelens, die noodig zijn om veel vruchten uit de H. Mis te trekken. Dan zult gij aandachtig en eerbiedig zijn, dan zal een groot vertrouwen, eene teedere liefde en een oprecht berouw over uwe zonden u vervullen, dan zult gij ook volmaakt aan de verlangens van het goddelijk Hart beantwoorden, dit offer mede opdragen te zijner

ocr page 65

63

gedachtenis, als een aandenken aan de liefde, die Hij bij zijn lijden en dood u bewezen heeft.

Stelt u dus levendig voor den geest, als gij de H. Mis gaat bijwonen, dat gij den berg van Calvarie gaat beklimmen, om daar met Maria, de Moeder van Jesus, met Joannes, zijn geliefden leerling, en met Magdalena getuigen te zijn van Jesus' kruisdood.

Beschouwt in den Priester Jesus Christus, die voor u gaat lijden en sterven ; in de kleederen, die hij draagt, de werktuigen van Jesus' lijden; in het kruis en de kolom op de kazuifel het kruis, waaraan Jesus werd vastgenageld, de kolom, waaraan Hij werd gegeeseld ; in de stool, den manipel en den cingel de koorden, waarmede Hij werd gebonden en voortgesleurd, en in het witte kleed, dat hij draagt, den mantel, waarin Jesus door Herodes en zijn hof bespot werd.

Alle plechtigheden van het Misoffer herinneren u verder aan de verschillende omstandigheden van Jesus' sterven. O, hoe levendig en hoe gemakkelijk zouden wij ons dat offer van Calvarië voor den geest kunnen brengen, indien wij de beteekenis van die verschillende plechtigheden goed begrepen en ze onder de H. Mis met aandacht overwogen. Vergeet ten minste niet, M. Gr., bijzonder aandachtig te zijn op hetgeen op het altaar gebeurt bij de drie voorname deelen van de Mis, de Offerande, de Consecratie en de H. Communie.

Bij de Offerande zegent de Priester het brood en den wijn, die weldra in het Lichaam en Bloed van Christus zullen veranderd worden, en draagt ze in vereeniging met Jesus aan God op.

Legt dan uwe offergaven met die van den Priester op het Altaar, draagt dan u zeiven geheel en al, uw verstand, uw geheugen en wil, alles wat gij hebt en

ocr page 66

64

zijt, als een geschenk den hemelschen Vader op. Zegt Hem, dat gij die allen wilt gebruiken tot zijne glorie.

Bedenkt bij de H Consecratie, dat Jesus Christus omgeven van millioenen Engelen uit 'den hemel op het Altaar nederdaalt en opnieuw op onbloedige wijze voor u sterft. Aanbidt Hem dan vooral met gevoelens van den diepsten eerbied, van de levendigste dankbaarheid en de vurigste liefde. Vraagt Hem dan vooral met groot vertrouwen, bij het bitter lijden, dat Hij uit liefde tot u verduurd heeft, alle gunsten, die gij voor u zei ven of anderen verlangt.

Verbeeldt u bij de H- Communie van den Priester, dat Jesus wordt begraven. Vergeet dan niet een vurig verlangen in u op te wekken om ook met Jesus Christus in het H. Sacrament zijner liefde vereenigd te worden.

M. Gr., die geestelijke Communie is zoo aangenaam aan Jesus en zoo voordeelig voor u zeiven. Eens heeft Hij zich gewaardigd dat te kennen te geven aan de Stichteres van het Klooster der H. Catharina van Napels, Paulina Mareska. Hij toonde haar namelijk twee heerlijke vazen, de eene van goud, de andere van zilver, en verklaarde haar, dat Hij in de goude hare wezenlijke, in de zilveren hare geestelijke Communiën bewaarde.

Streeft er naar in deze gesteltenis bij dit hoogwaardig Offer van onzen H. godsdienst tegenwoordig te zijn en gij zijt het goddelijk Hart voor deze zijne gave bij uitnemendheid op waardige wijze dankbaar en Het zal de heerlijkste vruchten voor tijd en eeuwigheid in u voortbrengen. Amen.

ocr page 67

8e ONDERRICHTING.

Teedere liefde van Jesus' Hart jegens zija trouweloozen verrader Judas.

e opoffering voor het welzijn van den noodlijdenden evenmensch valt eene edelmoedige ziel in dagen van voorspoed en gezondheid niet zwaar, maar wel sterk moet hare liefde zijn, als zij in tijden van grievend lijden hare eigene smarten kan vergeten, en ook dan het welzijn van haar ongelukkigen mede-mensch het voornaamste voorwerp van hare liefde en hare zorgen blijft. Zoo kan eene moeder beminnen;^in hare smarten en doodsangsten zelfs blijven haar hart en haar geest bij haar kinderen.

Zoo, M. GL, beminde ook het goddelijk Hart van Jesus. In het vreeselijk lijden, dat Hij verduurde, in den hangen doodstrijd, dien Hij aan het kruis doorstond, is Hij alleen bekommerd om het welzijn van den evenmensch en blijft Hij alle zorgen aanwenden, om de ongelukkige zondaren tot inkeer te brengen.

Als de vrouwen van Jerusalem Hem op den lijdensweg ontmoeten en in bittere tranen Hem hare deelneming

5

ocr page 68

66

in het smartelijk onrecht, dat Hem wordt aangedaan, te kennen geven, voegt Hij haar toe: „Vrouwen van Jerusalem, weent niet over Mij, maar over u zeiven en uwe kinderen quot; Dan denkt Hij met groote droefheid aan de schrikwekkende straffen, die het ongelukkige Jerusalem zullen trefPen. Wanneer de beulen Hem aan het kruis vasthechten, dan beklaagt Hij zich niet over de smarten, die zij Hem veroorzaken; alleen hun zielenheil houdt zijn geest bezig. „Vader, bidt Hij, vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen.quot; En als Hij in ondenkbare smarten zieltogend aan het kruis hangt, dan denkt Hij aan ons, en komt het in zijn liefdevol Hart op, ons allen Maria tot Moeder te geven. Hij slaat de met bloed gevulde oogen naar beneden en zegt tot Joannes en in hem tot ons allen; „Zoon, ziedaar uwe Moeder.quot; Toen bad Hij nog met al de vurigheid van een minnend hart voor den ongelukkige, die aan zijne rechterhand hing, om erbarming en als daarna de genade over het hart van dien zondaar zegevierde, wendt Hij het met doornen omkranste hoofd naar den boeteling en voegt hem vol goedheid toe: „Heden zult gij met Mij zijn in het paradijs.quot; O, M. GK, wat een onmetelijke liefde! Ja, van Jesus' liefde vooral mag gezegd worden, dat zij sterker was dan de dood. Hoeverre nog overtreft zij de liefde der moeder, die in hare bezorgdheid voor haar kroost hare eigene smarten vergeet! Zij omvatte toch niet alleen degenen, die de natuur ons dwingt te beminnen, maar ook ons allen, ook degenen, die Hem het smartelijkst onrecht aandeden.

Heerlijk zien wij die liefde ook uitschitteren in de goedheid, die Jesus op den avond voor zijn dood betoonde aan zijn uitverkoren maar ondankbaren Apostel Judas.

Boven duizenden had Jesus dien leerling met gunsten

ocr page 69

67

en voorrechten overladen. Hij had hem uitverkoren tot zijn innigen vriend, hem ingewijd in de geheimen van zijn Hart, getuige gemaakt van zijne heerlijke wonderen, ja, hem zelfs de maclit verleend, om in zijnen Naam wonderen en teekenen te doen en de duivelen uit te drijven. En toch beantwoordde Judas door de zwartste ondankbaarheid aan die goedheid van den goddelijken Meester. Maar ook dien ondankbare kon Jesus zelfs in de ure van zijn lijden niet vergeten. Hij putte toen als het ware zijne liefde uit, om hem uit het verderf te redden.

Onder de twaalf, die het voorrecht genoten met Jesus aan te zitten aan het laatste avondmaal, bevond zich ook Judas. Dan, hoe geheel anders was het in zijne ziel gesteld dan in die van de overige Apostelen.

De gedachte, dat Jesus hen weldra ging verlaten en in de handen zijner vijanden zou worden overgeleverd, vervulde het hart der Apostelen met een levendige droefheid. De liefdebewijzen, die Hij hun dezen avond zoo overvloedig schonk, ontvlamden zoozeer hunne wederliefde, dat zij Hem in vervoering betuigden, dat zij Hem trouw zouden blijven tot zelfs in den dood. Allen stemden in met Petrus : Meester, al moest ik met U sterven, ik zal U niet verloochenen.

Judas' hart alleen bleef koud voor al die liefdebewijzen. Helsche plannen doorwoelden zijn geest, eene helsche vreugde vervulde zijn hart. Judas was een dief en zoozeer had hem de hebzucht overmeesterd, dat hij tot alle misdaden bereid was om een weinig geld machtig te worden. Zelfs voor het verraad van zijn goddelijken Meester zou de ondankbare niet terugschrikken. Als de Opperpriesters hem aanboden, om Jesus voor 30 zilverlingen in hunne handen te leveren, nam hij dat

ocr page 70

68

aanbod aan en bepaalde den nacht van Donderdag op Vrijdag om zijn gruweldaad uit te voeren. Ziedaar wat den geest en het hart van dien ongelukkigen Apostel bezig hield; al het overige liet hem koud en onverschillig.

Onbegrijpelijk veel had Jesus' liefdevol Hart om de boosheid en ondankbaarheid van dien Apostel reeds geleden, geen middel onbeproefd gelaten om hem tot inkeer te brengen. Wat al vurige beden om ontferming zal Hij dikwijls tot den hemelschen Vader voor hem hebben opgezonden; hoe dikwijls zal Hij Judas in bedekte termen ia zijne onderrichtingen tot het volk en zijne Apostelen op zijn ongelukkigen toestand hebben gewezen; hoe menigmaal zal Hij hem afzonderlijk tot zich hebben geroepen en door de treffendste beweegredenen hebben opgewekt tot boetvaardigheid. Maar al die liefderijke zorgen waren tot heden zonder eenig gunstig gevolg gebleven. Zij hadden Judas' afkeer van Jesus slechts versterkt. Toch bleef het Hart van den goeden Verlosser met een onmetelijk medelijden voor den ondankbaren Apostel vervuld en nog eenmaal wilde Het zijne liefde als uitputten, om Judas tot betere gevoelens te brengen. Nog eenmaal herinnert Hij hem aan zijne goddelijke alwetendheid, als Hij met ernstigen weemoed tot zijne Apostelen sprak: „Gij zijt rein, maar niet allen.quot; En als dat woord, dat menigen booswicht zou hebben doen sidderen, evenmin als alle andere bewijzen van zijne goedheid indruk maakte op Judas, dan gaf Hem de liefde van zijn Hart een ander middel in, dat in staat is zelfs het hardvochtigste gemoed te verteederen. Hij, de Almachtige, die zetelt boven de Cherubijnen, zou zich zoo diep mogelijk voor den ellendigen verrader gaan vernederen: Omgord met een linnen doek knielt Jesus als een slaaf voor Judas neder en wascht hem vol liefde de voeten.

ocr page 71

69

O, M. G., hoe peilloos diep moest toch Judas gevallen zijn, daar zijn hart niet ontroerd werd, als de oneindige Heiligheid ootmoedig voor hem nederlag, hem de voeten wiesch en ze misschien in de overmaat zijner smart over Judas' verstoktheid met zijne tranen besproeide ! Wat een onbeschaamdheid, de teederste zorgen te aanvaarden van Hem, wiens leven hij weldra aan zijn gouddorst ging opofferen !

Opnieuw doet Jesus daarna den verrader gevoelen, dat hij zich gaat vergrijpen aan den Zoon van den al-machtigen God. „Voorwaar, voorwaar, zegt Hij, Ik zeg u .... die Mij ontvangt, ontvangt dengene, die My gezonden heeft.quot; Indien dus, zoo laat Jesus verstaan, een uwer Mij niet ontvangt. Mij verraadt;, Mij beleedigt, zoo bedenke hij, dat hij zulks doet aan God.

En als Jesus dan denkt aan Judas' afschuwelijk misdrijf, aan zijn ondankbaarheid en zijn vreeselijk uiteinde, dan roept Hij met diepe ontroering uit: „Voorwaar, voorwaar. Ik zeg u, één van u zal Mij verraden.quot; Bij het nuttigen van den H. maaltijd van zijn goddelijk Vleesch en Bloed, waaraan ook Judas waarschijnlijk deelnam, kondigt Hij in deze verschrikkelijke woorden de straf aan, die den verrader wacht: „Wee echter den-gene, door wien de Zoon des menschen zal worden overgeleverd ! Het ware hem beter, indien hij niet geboren ware.quot; Ook die bedreiging laat den verrader koud, maar in de Apostelen nemen de onrust en de droefheid bij die onheilspellende woorden toe; de gedachte, dat het mogelijk is, dat zij den geliefden Meester zullen verraden, is hun ondragelijk en daarom vragen zij Jesus : „Ben ik het. Heer?quot; Eu ook Judas, die duidelijk inzag, dat Jesus zijn ziel geheel doorschouwde, maar tevens de overtuiging had, dat Jesus te goed was om hem in

ocr page 72

' 70

het openbaar te beschamen, heeft de onbeschaamdheid, die zelfde vraag tot Hem te richten. Hij bedroog zich niet. Fluisterend, zonder dat de anderen het begrijpen, zegt hem de Heiland in duidelijke woorden, dat hij de snoodaard is : „Gij hebt het gezegd,quot; luidt zijn antwoord. Dat woord voerde Judas' verbittering ten top. Hij kan niet langer het bijzijn van den goddelijken Meester verdragen, en na de bete genomen te hebben, staat hij op en verwijdert zich om zijn helsch opzet uit te voeren.

O, hoe smartelijk moet dat afscheid den goddelijken Meester gevallen zijn! Zoo waren dan al zijn liefderijke zorgen, om zijn ongelukkigen Apostel te redden, vruchteloos geweest; met den duivel in het hart ijlt hij henen, om de gruwelijkste van alle misdaden te volvoeren en zich zeiven in een peilloozen afgrond van ellenden neer te storten.

Met helsche vreugde wordt Judas door Jesus'vijanden ontvangen, en alle voorzorgen worden genomen om het boos plan zeker te doen slagen. Om een oploop onder het volk te voorkomen, trekt men uit in den nacht; men voorziet zich van fakkels en lantaarnen, van boeien en wapenen. En Judas, de uitverkoren Apostel van weleer, stelt zich aan het hoofd dier woeste bende om haar den weg te wijzen. De ellendeling maakt misbruik van het groot vertrouwen, dat Jesus in hem gesteld had; hij wist, dat Jesus zich dikwijls in den avond naar den hof van Olijven begaf, om daar den nacht in gebed door te brengen. Wellicht had hij uit Jesus' mond vernomen, dat Hij voornemens was ook dezen nacht aldaar te • gaan bidden. Onder woest geschreeuw trok dus de bende derwaarts. En opdat zij zich niet in den persoon van den Verlosser zouden

ocr page 73

71

vergissen, gaf Judas hun een teeken, waaraan zij Jeaus konden herkennen : „Wien ik kussen zal, zeide hij, Die is het; grijpt ïïem aan en leidt Hem behoedzaam weg!quot;

Wat een verblindheid en wat een onbeschaamdheid ! Hoe kon Judas hopen, Jesus door list en geweld in de handen zijner vijanden te leveren ? Zoo menigmaal, nog in 't laatste avondmaal had Jesus getoond, dat Hij alle geheimen van het verraad kende; zoo menigmaal had Hij de schitterendste blijken van zijne Almacht gegeven.

M. G., het was nacht, stikdonkere nacht geworden in de ziel van Judas. Zoozeer heeft hem zijn onbedwongen hartstocht verblind, dat hij dat niet meer bedenkt. Vastberaden, zonder vrees treedt hij daarom bij den ingang van den hof vooruit om aan de bende het afgesproken teeken te geven. Maar, M. Gr., zal dan het geduld en de barmhartigheid van het goddelijk Hart ook nu nog niet zijn uitgeput? Zal Jesus den ondankbare ook nu nog niet met afschuw terugstooten en op voorbeeldige wijze straffen? O neen, nog eenmaal wil Jfesus aan Judas een onuitsprekelijk bewijs van zijne lankmoedigheid en barmhartigheid geven; nog één krachtige poging wil Hij aanwenden om den ongelukkige te redden Liefdevol opent Hij de armen, drukt Judas aan zijn goddelijk Hart en laat toe, dat hij zijne afschuwelijke lippen op zijn aanbiddelijk aanschijn drukt. Dan zegt Hij hem op een toon, die het innigst medelijden en een onmetelijke smart verraadt: „Vriend, waartoe zijt gij gekomen? Judas, verraadt gij dan den Zoon des menschen door een kus?quot; O, hadde Judas met die laatste aansporing tot boetvaardigheid, die in dit liefdevol verwijt van Jesus gelegen is, nog maar zijn voordeel gedaan; was hij nu nog maar vol leedwezen aan Jesus' voeten neergevallen, ongetwijfeld had Jesus hem vergeving geschonken, wellicht was

ocr page 74

72

hij dan gelijk Petrus Jesus' uitverkoren Apostel gebleven.

Helaas! ook die laatste genade verwierp de booswicht; hij rukt zich uit de armen van den goddelijken Meester en schaart zich weder onder zijne vijanden. Geen wonderen, die Jesus nog ten bewijze zijner almacht in den hof verrichtte, kunnen thans nog eenigen indruk maken op zijn versteend gemoed.

Maar thans is ook het oogenblik van Gods gerechtigheid daar. Nauwelijks is Judas weer alleen, of zijn geweten ontwaakt en hij overschouwt de gansche boosheid der misdaad, die hij bedreven heeft. De vreese-lijkste angsten folteren zijne ziel; als een bezetene ijlt hij dien nacht door de straten van Jerusalem. Nog ééne hoop rest hem: dat Jesus zich door zijne almacht uit de handen zijner vijanden zou redden. Maar daar verneemt hij tegen den morgen, dat Hij door de Joden reeds ter dood is veroordeeld en aan Pontius Pilatus zal worden overgeleverd. Die tijding maakt Judas radeloos van angst. Nog één wanhopige poging wendt hij aan om zijne misdaad te herstellen; bij ijlt tempelwaarts, werpt de 30 zilverlingen voor de voeten van de Priesters en ouderlingen en roept uit: „Ik heb gezondigd, onschuldig bloed overleverende.quot;

Maar die trouwelooze vrienden keeren hem den rug en voegen hem spottend toe: „Wat gaat ons dal aan? Gij moogt toezien.quot; Dat koude antwoord voerde de wanhoop van den Apostel ten top. Hij snelt den tempel uit en verhangt zich met een strop.

M. G., wat een gewichtige les bevat deze treffende geschiedenis voor u.

Vooreerst leert zij u weer de onmetelijke barmhartigheid van het goddelijk Hart kennen. Zij leert u, dat zelfs degenen, die door God boven duizenden met wel-

ocr page 75

73

daden werden overladen, niet mogen wanhopen liefdevol door Jesus ontvangen te zullen worden, wanneer zij eens die goedheid met groote ondankbaarheid vergolden, doch vol leedwezen tot Hem terugkeerden. Maar nog eene andere zeer gewichtige les bevat voor u deze treurige geschiedenis.

Hoe kwam Judas, zoo hoog door Jesus verheven, tot zulken diepen val ? Niet op eens, M. Gr.; hij ondervond, hoe waar het woord is der H. Schrift: „Die het kleine veracht, zal langzamerhand afvallen.quot; Denkt niet, M. Gr., dat Judas altijd even slecht is geweest. In den beginne was hij evenmin in staat het gruwelijke verraad te plegen als gij. Maar Judas had eene booze hoofdneiging, nl. de gierigheid, die hij niet bestreed, waaraan hij dikwijls toegaf. Die gierigheid bracht hem tot afkeer van Jesus, wijl Hij hem zoo dikwijls de onthechting aan het aardsche voorhield. Toen werd zijn hart koud en gevoelloos; gemakkelijk kwam hij tot groote diefstallen en spoedig zoover, dat hij de Opperpriesters en schriftgeleerden het voorstel deed: „Wat wilt ge mij geven en ik zal Hem aan u overleveren ?quot; M. G., zooals het Judas ging, zoo ging het zoovelen na hem; zoo kan het ook u gaan, indien gij uwe verkeerde neigingen of kleine fouten niet telt. Voortdurende oneerbiedigheid in het huis van God leidt zoo gemakkelijk tot onverschilligheid voor het gebed en de H.H. Sacramenten. En wie onverschillig is voor het gebed, staat op den glibberigen rand van een peilloozen afgrond; de minste schok, een weinig schaamte, eene gewone bekoring ie dan dikwijls voldoende om in den afgrond neer te storten. Kleine onrechtvaardigheden voeren bijna zeker tot groote. In één punt vooral, M. G , kunt ge nooit te voorzichtig zijn ; daarin kan een enkel vonkje gemakkelijk een vreese-lijken brand veroorzaken, namelijk in het punt van zui-

ocr page 76

74

verheid. Een weinig traagheid in het verdrijven van de gedachten of begeerten, strijdig met de zedigheid, een lichtzinnig, een onwelvoegelijk woord, eene te groote gemeenzaamheid kunnen spoedig, zeer spoedig van een Apostel een verrader, van een heilige een dienaar of dienares van den duivel maken.

Onderzoekt u dus ernstig, M. G., of er ook in u geen gevaarlijke verkeerde neiging schuilt, of gij sommige kleine fouten niet al te weinig telt.

Belooft het goddelijk Hart u daarin te zullen beteren en vraagt Het, dat gij beter dan zijn ongelukkige Apostel aan zijne liefde moogt beantwoorden. Amen.

ocr page 77

9de ONDERRICHTIjSTG.

Het goddelijk Hart, een toonbeeld van gehoorzaamlieid.

e eeredienst van het goddelijk Hart^ M. G., mag zich niet bepalen bij eenige godvruchtige oefeningen, bij de vereering zijner beeltenis, bij eene eerherstellende Communie op de eerste Vrijdagen der maand, bij het houden van het wachtuur en dergelijke. Het verlangt vooral van zijne dienaren en dienaressen, dat zij er naar streven hun hart aan het zijne gelijkvormig te maken, zijne deugden na te volgen.

Dat Hart nu, M. G., is een spiegel van alle deugden. Kooit heeft er een hart bestaan, dat met edeler gevoelens bezield was, dan het Hart van uw Verlosser. Geen hart heeft meer de zuiverheid, de ootmoedigheid, de zachtaardigheid bemind en beoefend dan Jesus'minnend Hart. Maar de deugd, waarin het den kinderen bovenal ten voorbeeld is, is de gehoorzaamheid. De gehoorzaamheid is een kinderdeugd bij uitnemendheid. Gij weet, dat God zoo dikwijls en zoo ernstig de kinderen in de H. Schrift vermaant, goed gehoorzaam te zijn; wat heerlijke belooningen Hij de gehoorzame kinderen toezegt, hoe groote straffen Hij aankondigt aan de kinderen, deze deugd verwaarloozen.

ocr page 78

76

„Kinderen, gehoorzaamt uwe ouders in den Heer, zegt Hij, want dit is billijk.quot; (Eph. VI: 1). En elders: „Die aan de ouders niet gehoorzamen.... zijn den dood schuldig!quot; Van alle deugden, die Jesus, nog kind zijnde, beoefende, is er geene, die meer in Hem uitblonk dan de gehoorzaamheid. De H. Schrift vat geheel het verborgen leven, dat Hij te Kazareth sleet, samen in deze weinige woorden : „Et erat subditus illis. En Hij was hun onderdanig.quot;

Om de verhevenheid en de uitgestrektheid van Jesus' gehoorzaamheid beter te doorgronden, beschouwen wij heden :

1°. Wie Hij is, die te Nazareth gehoorzaamt.

2°. Aan wie Hij gehoorzaamt.

3°. Hoe, op welke wijze en

4°. Hoe lang Hij daar de gehoorzaamheid beoefend heeft.

1°. Gehoorzamen, M. Gr., is zijne minderheid erkennen, zijn eigen wil aan dien van anderen onderwerpen. En wie is Hij, die te Nazareth zijn wil aan dien van anderen onderwerpt ?

De opperste, de oneindige wijsheid, wiens verstand onmetelijk ver dat van alle Heiligen en Engelen overtreft; de oneindige almacht, die in een oogwenk, alleen door de macht van zijn wil hemel en aarde met al hun pracht en luister uit het niet te voorschijn riep ; de oneindige Heiligheid, wiens werken en handelingen niet anders dan eindeloos volmaakt kunnen zijn.

2°. En aan wie onderwerpt Hij zich ? Aan Jozef en Maria, twee eenvoudige menschen, zijn eigen schepselen.

Als een onwetend kind, laat Hij zich door Jozef onderrichten in den handenarbeid, en voert elk werk uit op de wijze, die Jozef Hem aangeeft. Alsof Hij, de

ocr page 79

77

oneindige Heiligheid, nog onderrichting en opwekking noodig had, luistert hij met eerbiedige aandacht naar de lessen zijner heilige Moeder

M. G., wat een heerlijk voorbeeld! Kan u de gehoorzaamheid nog zwaar vallen, ais gij dat goed overweegt ?

Wie zijt gij ? quot;Wie zijn degenen, aan welke gij gehoorzaamheid verschuldigd zijt ?

Gij zijt nog onervaren kinderen, die veel voorlichting en hulp noodig hebt, om degelijke en godvruchtige men-schen te kunnen worden. En Jesus verlangt niet van u, dat gij gehoorzaamheid bewijst, gelijk Hij zelf dat deed, aan personen, die beneden u staan, zelfs niet aan uws gelijken. Hij vordert alleen, dat gij u laat geleiden door hen, die in kennis en deugd verre boven u verheven zijn.

Ja, nog lichter maakt Hij voor u het juk der gehoorzaamheid. Uwe oversten, M. G., bekleeden voor u de plaats van God. Gij moet dus in hun wil den wil van den almachtigen God beschouwen. „Die u hoort, zegt God tot hen, die in overheid gesteld zijn, hoort mij.quot; Niet meer verlangt God dus van u, dan dat gij, zwakke en onervaren kinderen, uw wil onderwerpt aan dien van den almachtigen en alwijzen God.

8°. Om de verhevenheid van Jesus' gehoorzaamheid nog beter te leeren kennen, beschouwen wij verder de hoedanigheden zijner gehoorzaamheid.

Hoe gehoorzaamde Jesus in het huisje van Nazareth ?

1. Vooreerst met de grootste nauwkeurigheid, ook in de kleinste zaken. Als een lam volgt Hij Jozef en Maria overal, waar dezen zijne diensten verlangen. Als kind is Hij Maria behulpzaam in hare huishoudelijke bezigheden ; als jongeling den H. Jozef in zijn handenarbeid. En die nietige bezigheden deed Jesus met evenveel zorg, als Hij later zijne schitterende wonderwerken verrichtte.

ocr page 80

78

2. Jesus gehoorzaamde met de grootste vaardigheid, zonder uitstel. Nooit behoefde Jozef of Maria een gebod te herhalen ; een woord, een wenk was voldoende om hunne wenschen vervuld te zien. Ja, dikwijls voorkwam Jesus hunne bevelen; het was Hem voldoende te weten, wat Jozef en Maria verlangden.

3. Verder gehoorzaamde Hij met de grootste liefde en blijmoedigheid. Als Jesus, grooter geworden, zag, dat zijnen goeden Voedstervader de arbeid begon te drukken, dat de zweetdruppelen langs zijn eerbiedwaardig voorhoofd vloeiden, dan vroeg Hij voor zich den zwaarsten arbeid. En als Jozef al ouder en ouder werd, dan bad hem Jesus geheel van den arbeid af te zien, en voorzag Hij alléén in het onderhoud van het H. Huisgezin. Nooit, hoe moeielijk en onaangenaam de last ook was, die Hem werd opgedragen, kwam er een zweem van ontevredenheid over zijn engelrein gelaat. Door de blijmoedigheid, waarmede Hij elk bevel volbracht, was Hij Jozef en Maria tot troost en vreugde.

4. Eindelijk was de gehoorzaamheid van Jesus geheel bovennatuurlijk. Hjj gehoorzaamde om te behagen aan zijnen hemelschen Vader, Hij beschouwde Jozef en Maria als Grods plaatsbekleeders, hun wil als den wil van God. Daarom ontving Hij hunne bevelen steeds met diepen eerbied ; daarom was het Hem onverschillig, of Jozef of Maria Hem een bevel gaf. „Erat subditus illis: Hij was hun onderdanig quot; aan beiden evenzeer.

M. GK, onderzoekt u eens ernstig of uwe gehoorzaamheid niet veel verschilt van die van uw goddelijk toonbeeld te Nazareth. Was uwe gehoorzaamheid zoo nauwgezet en algemeen als die van het goddelijk Kind ?. ...

Of gehoorzaamdet gij misschien alleen met zorg en ijver in die zaken, die gij gaarne deedt, en met nalatig-

ocr page 81

79

heid en traagheid in die, waarin gij geen genoegen vondt ?

Was zij even vaardig als die van Jesus ? Of moesten uwe oversten u herhaaldelijk hetzelfde zeggen, eer gij aan hunne verlangens kondet voldoen ?

Gehoorzaamt gij ook blijmoedig, zonder morren of tegenspreken ?

Beschouwt gij steeds den wil uwer oversten als den wil van God ? Ontvangt gij dus hunne bevelen steeds met gepasten eerbied? Volbrengt gij ze om te behagen aan het goddelijk Hart, of misschien alleen uit vrees voor straf, uit hoop op een belooning, om van uwe oversten geprezen te worden ?

M. G., mocht gij bevinden, dat uwe gehoorzaamheid nog weinig op die van Tesus gelijkt, maakt dan heden eens een edelmoedig voornemen, want wij herhalen het, geen bijzondere vrienden kunt gij worden van het goddelijk Hart, indien gij u niet met ijver op deze Hem zoo dierbare deugd toelegt.

4°. Nog eene vraag moeten wij beantwoorden en het antwoord op die vraag zal ons vooral de waarde doen kennen, die Jesus hechtte aan de gehoorzaamheid.

Hoe lang bleef Jesus in verborgenheid de gehoorzaamheid beoefenen? Dertig jaren achtereen. 30 Jaren van zijn kostbaar leven besteedde Hij alleen aan de beoefening van de gehoorzaamheid! M. G., wat een wonderbaar geheim!

Hoeveel nuttiger, zou men zeggen, zou Jesus zijn leven besteed hebben, als Hij reeds als jongeling het nederige Nazareth verlaten had, om in de steden en dorpen van Judea zijn Evangelie te prediken en zijne goddelijke zending door heerlijke wonderen te bevestigen. Wat al zondaren had Jesus dan kunnen bekeeren, hoeveel zielen meer voor den hemel kunnen winnen! Wat

ocr page 82

80

schijnen ons, menschen, die 30 eerste jaren van Jesus onvruchtbaar toe, in vergelijking van de drie laatste, die Hij op aarde doorbracht!

M. G., zulk een prijs stelt Jesus, de oneindige wijsheid, op de gehoorzaamheid, dat Hij het beter vond, dertig jaren van zijn leven te besteden met ons door zijn voorbeeld de gehoorzaamheid te prediken, dan door zijn leer en wonderen tallooze zielen voor den hemel te winnen.

Gij zult dus nu beseffen, hoe aangenaam aan het goddelijk Hart de deugd van gehoorzaamheid is.

M. G., wilt gij tot de bijzondere guiistelingen van het H. Hart behooren, maakt dan heden het oprechte besluit, om u met ijver op de beoefening der gehoorzaamheid toe te leggen en vraag het goddelijk Hart de genade, dat Het u sterke, om edelmoedig de kleine offers, welke die beoefening u dikwijls kosten zal, te blijven brengen. Amen.

ocr page 83

lOJe ONDERRICHTING.

De Zachtmoediglieid van het goddelijk Hart.

e zachtmoedigheid, M. GK, is eene deugd, waar-^001' men blJ a^e ongevallen en eiken tegenspoed des levens, bij alle tegenspraak der menschen eene uit- en inwendige kalmte weet te bewaren.

Zij verdraagt met liefde de gebreken van anderen, zij onderdrukt elk gevoel van bitterheid en afkeer bij het onrecht, door anderen aangedaan. Zij verbiedt de lippen een woord te zeggen, dat niet welwillend is, aan de gelaatstrekken den minsten zweem van ongeduld te doen bespeuren. Van alle beminnelijke eigenschappen van het hart wordt de zachtmoedigheid het meest waargenomen. Zij is te lezen in den blik der oogen, zij straalt door in onze gesprekken, zij drukt haar stempel op elke onzer handelingen. Zij maakt ons beminnelijk zoowel in de oogen der menschen als in de oogen van God. Wilt gij spoedig weten, M. GK, of de zachtmoedigheid in uw hart heerscht, vraagt u af, of andere kinderen gaarne met u omgaan, ook dan als lijden of verdriet u kwelt, of zij integendeel niet zooveel mogelijk uw gezelschap vermijden, uit vrees van immer door u te worden tegen-

6

ocr page 84

82

gesproken, van dikwijls driftige, spijtige woorden te moeten hooren.

Die zachtmoedigheid, M. GK, is eene deugd, op welker beoefening de ware dienaars van hetH. Hart zich met ijver moeten toeleggen. Zij moeten toch hun hart zooveel mogelijk aan het goddelijk Hart trachten gelijkvormig te maken. quot;Welnu, Jesus noemde de zachtmoedigheid de deugd bij uitnemendheid van zijn H. Hart: „Leert van Mij, omdat Ik zachtmoedig en ootmoedig van Harte ben.quot;

Hoe heerlijk blonk zij in Hem uit in zijn verborgen en openhaar leven, vooral in zijn lijden.

De Profeten, die den Verlosser aan de wereld voorspelden duidden Hem aan als den zachtmoedige bij uitnemendheid. Het teeken, waaraan men Hem vooral herkennen zou, zou zijn zijne zachtmoedigheid. „Zegt aan Sions dochter, zoo stond er geschreven, zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig. Zend, Heer, het Lam, zoo zuchtte Isaias, den Beheerscher der wereld.quot;

M. GK, hoe ver heeft de werkelijkheid de figuren overtroffen!

1°. In zijn verborgen leven trok Hij aller oogen en harten door zijne beminnelijke zachtmoedigheid tot zich. Engelrein en zacht was zijn blik, een zoete glimlach speelde immer om zijn mond, nooit kwam een toornig woord over zijne lippen en zoo beminnelijk was Hij in den omgang, dat de kinderen van Nazareth zijn gezelschap zochten en eene heilige vreugde in zijne tegenwoordigheid gevoelden. De H. Dionysius verhaalt, dat zij Hem den bijnaam gaven van de zachtmoedigheid en tot elkander zeiden : Laat ons naar de zachtmoedigheid gaan en de vreugde zal in ons hart herleven.

'2°. Nog meer blonk zij uit in zijn openhaar leven» Hoe zachtmoedig ging Hij om met zijne Apostelen, met

ocr page 85

83

de schare, die Hem volgde en zich om Hem verdrong, met de zondaren.

1. De Apostelen, die Hem overal volgden, waren voor het meerendeel onbeschaafde menschen, vol gebreken. Hoe liefderijk schikte zich Jesus naar hunne zwakheid en verdroeg Hij hunne gebreken. Zoo dikwijls gebeurde het, dat zij Hem niet verstonden, maar dan herhaalde Hij hun nogmaals dezelfde lessen, stelde ze opnieuw voor in eenvoudige gelijkenissen en bevestigde ze door zijn voorbeeld. Ziet, bijna drie jaren had Hij hun door woord en voorbeeld de ootmoedigheid gepredikt, en welke was de vrucht zijner zorgen ? Als Hij in het laatste avondmaal met hen aan tafel aanzat en hun in onuitsprekelijke ootmoedigheid de voeten had gewasschen, waren zij nog vol van eerzuchtige gedachten. Toen ontstond er zelfs onder hen een twist, wie van hen later in Jesus' rijk de grootste zou schijnen. En wat doet .lesus? Verwijt Hij hun in harde bewoordingen hunne onwetendheid en ijdelheid ? O neen, met onuitputtelijk geduld zegt Hij hun nogmaals, dat zij toch naar geen anderen voorrang zouden streven, dan naar den voorrang in de zachtmoedigheid; nogmaals wijst Hij hun op zijn voorbeeld en belooft hun de rijkste zegeningen.

2. Wat trok de schare met zulke onweerstaanbare kracht tot den goddelijken Leermeester ? Het volk verdringt zich om Hem, men volgt Hem tot in de woestijn, dagreizen ver, zonder er aan te denken zich van levensmiddelen te voorzien. Allen weten, dat Hij machtig is in woorden en werken; velen gelooven in Hem, beschouwen hem als den beloofden Messias, den Zoon van den almachtigen God. En toch, niet de minste vreeze bespeurt men voor zjjn verheven persoon. Met kinderlijk vertrouwen nadert men tot Hem, met de grootste

ocr page 86

84

vrijmoedigheid ondervraagt men Hem en smeekt Henl om hulp in nood en lijden. Wanneer Hij met verheven ernst aan het volk zijne heilige leer voorhoudt, dan onderbreekt men zijne onderrichtingen, dringt door de menigte tot Hem door en legt de zieken en ongelukki-gen aan zijne voeten neder. Zelfs de kleinen, zoo vreesachtig van natuur, kennen geen vrees in de tegenwoordigheid van Jesus. Zonder den minsten schroom5 met den glimlach op de lippen snellen zij in de armen van den beminnelijken Leermeester.

quot;Wat oefende die machtige aantrekkingskracht uit op het volk, de ongelukkigen en zelfs op de kinderen ?

'tWas, zegt de H. Augustinus, de zachtmoedigheid, die te lezen stond in den blik zijner oogen, in de woorden zijner lippen, in de gebaren zijner hand, in den nooit gestoorden glimlach van zijn mond.

B. quot;Wat een goedheid en zachtmoedigheid ten opzichte der zondaren. Zoo ver ging zij, dat de boosaardige Pha-riseën daaruit wapens tegen Hem smeedden en Hem beschuldigden, een vriend der zondaren te zijn en, wel verre van deze beschuldiging te weerleggen, verklaarde Hij, dat de bekeering der zondaren het voornaamste doel zijner zending was.

quot;Wat was Magdalena diep gezonken, wat een ergernis had zij gegeven! En toch, wij lezen nergens in de H. Schrift, dat Jesus haar een woord van verwijt over haar schandelijk gedrag deed hooren. Slechts bewijzen van de teederste goedheid mocht zij van Hem ontvangen. Gij kent ook de geschiedenis van de overspelige \ rouw, die de Phariseën en Schriftgeleerden tot Jesus brachten. Zij hoopten, dat Hij haar veroordeelen zou; maar hoe slecht kenden zij de barmhartigheid van zijn goddelijk Hart. Jesus nam de verdediging van die zondares op

ocr page 87

85

zich en als zijne vijanden zich verwijderd hadden, sprak Hij tot haar op minzamen toon : „Vrouw, waar zijn zij die u beschuldigden? Heeft u niemand veroordeeld?quot; Zij zeide ; „Niemand, Heer.quot; Jesus zeide : „Ook Ik zal u niet veroordeelen. Ga heen en zondig nu niet meer.quot; quot;Wat had Petrus zwaar gezondigd! Tot driemaal toe had hij zijnen goeden Meester verloochend ! Hoe streng verdiende hij door Jesus bestraft te worden ! Maar neen, M. GK, Jesus zal hem niet berispen of bestraffen; door zijne zachtmoedigheid alleen zal Hij hem tot inkeer brengen. Als Petrus het noodlottig huis van Caiphas verliet, keerde Jesus zich om en sloeg een blik op Petrus. Uit dien blik straalde zooveel goedheid, zulke teedere liefde, dat Petrus tot in het diepst zijner ziel geroerd werd en in bittere tranen van berouw uitbarstte.

Eens, als de Heer op reis was naar Jerusalem, zond Hij twee van zijn Apostelen, Jacobus en Joannes, naar Samarië, om voor zich en zijne leerlingen gastvrijheid te verzoeken, een verblijf te bereiden. Maar de Samaritanen weigerden aan dat verzoek te voldoen. Toen nu zijne leerlingen Jacobus en Joannes dit zagen, waren zij over die beleediging, hunnen Meester aangedaan, diep verontwaardigd en zeiden tot Jesus : „Heer, wilt Gij, dat wij zeggen, dat er vuur van den hemel afdale en hen verslinde?quot; Maar die geest van wraak was niet de geest van den barmhartigen Verlosser. Door zijne woorden ging Eij nogmaals bevestigen, wat Hij geheel zijn leven door zijn voorbeeld geleerd had. Met onverstoorbare kalmte antwoordde Hij : „Gij iveet niet van welken geest gij zijt. Ik hen niet gekomen om zielen te verderven, maar om ze te behouden.quot;

3°. Door welke woorden, M. G., zullen wij de zachtmoedigheid schetsen, die Jesus aan den dag legde in

ocr page 88

86

zijn smartvol lijden? Dat lijden zou Hij beginnen in het hofke van Olijven. Met nadruk had Jesus zijne Apostelen gewezen op de droevige gebeurtenissen, die aanstaande waren. Dringend had Hij hen gebeden met Hem te blijven waken. Toch geven de Apostelen zich zorgeloos aan den slaap over, tot driemaal toe is Jesus genoodzaakt, hen te gaan wekken. En hoe zachtzinnig en liefdevol is de berisping, die Hij hun geeft: „Simon, zegt Hij, slaapt gij ? Hebt gij dan niet één uur met Mij kunnen waken? quot;Waakt toch en bidt, zoo vermaant Hij, opdat gij niet in bekoring valt. En verschoonend voegt Hij er bij: De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.quot;

En welk is het antwoord, dat Jesus den verrader geeft, als deze de verfoeielijkste misdaad pleegt, die de wereld ooit aanschouwde, als Judas zijne heiligschendende lippen op zijn gezegend aanschijn drukte ? „Vriend, zegt Hij dan op een toon, waaruit de teederste goedheid straalt, vriend, waartoe zijt gij gekomen?quot; Als een lam, dat ter slachtbank gevoerd wordt, laat Jesus zich vervolgens boeien en ter dood voeren. Eerst wordt Hij gebracht naar het huis van Caïphas en aldaar overgeleverd aan den moedwil van het ruwe krijgsvolk. De laagste bespottingen en verguizingen heeft Hij daar te verduren. „Men spuwde Hem, zoo verhalen de Evangelisten, in het aangezicht... en zij, die Hem bewaakten, bespotten Hem, zij sloegen Hem en na Hem geblinddoekt te hebben, gaven zij Hem vuistslagen, zeggende: Zeg ons, Christus, wie U geslagen heeft.quot; M. Gr., bedenkt het wel: Jesus, hoewel geboeid, zit daar niet als een mach-telooze, o neen; Hij had door een enkel woord zijne vijanden kunnen verpletteren en zijne gramschap zou volkomen rechtvaardig geweest zijn. Maar Hij wilde ons een onovertroffen voorbeeld geven van zachtmoedigheid.

ocr page 89

87

Zwijgend verduurt Hij dien vreeselijken hoon. Hij zwijgt ook, als Hij bespot wordt door Herodes en zijn wellustig hof; Hij zwijgt als men Hem valschelijk beschuldigt voor Pontius Pilatus, Hij zwijgt als men zijn heilig vleesch aan de geeselkolom aan stukken scheurt, Hij zwijgt als men de kroon van doornen in zijn gezegend voorhoofd drukt. Zwijgend draagt Hij zijn schandelijk kruis; alleen dan, wanneer Hij onder onbeschrijfelijke smarten aan het schandhout wordt vastgenageld, opent Hij den mond, maar alleen om een bede, om vergeving voor zijne beulen te stamelen. „Vader, verzucht Hij dan, vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen.quot;

Kinderen van het goddelijk Hart kan Jesus u treffender de zachtmoedigheid prediken ? Mocht Hij dus de zachtmoedigheid niet noemen de deugd bij uitnemendheid van zijn goddelijk Hart en ons zeggen: „Leert van Mij, omdat Ik zachtmoedig van Harte ben ?quot; In hoeverre gelijkt uw hart op het zachtmoedig Hart van uw Verlosser? Verdraagt gij ten minste met liefde de gebreken van degenen, met welke gij moet omgaan ? Graat men ook gaarne met u om? Trekt gij gelijk het Kindje Jesus ook anderen door uwe lieftalligheid tot u ? Of vreest men misschien u te naderen, wijl men zoo voorzichtig moet zijn u niet te hinderen? Wordt gij niet spoedig driftig en ontevreden bij een klein ongeval, een geringe teleurstelling, een lichte ongesteldheid, eene verdiende berisping of bestraffing? Blijft gij ook kalm en zachtaardig, als gij eens verongelijkt wordt?

O, hoeveel fouten tegen die schoone deugd hebt gij u misschien te verwijten! Vraagt dan het goddelijk Lam vergeving, richt dikwijls tot Jesus het schoon schietgebed : Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijkvorming aan het uwe.

Bedenkt echter, M. Gr., dat de zachtmoedigheid de

ocr page 90

88

dochter is van de ootmoedigheid. Zijt gij ootmoedig, dan zult ge ook gemakkelijk zachtmoedig worden. Bijna alle fouten tegen de zachtmoedigheid komen hieruit voort, dat men zich zeiven te hoog acht dat men te vurig wenscht geacht en geprezen te worden. Hebt dus ook de ootmoedigheid lief, streeft er naar eenvoudige, oprechte, nederige kinderen te zijn. M. G., hoe gelukkig zoudt gij zijn voor u zeiven, hoe aangenaam en nuttig voor anderen, hoe dierbaar vooral aan het goddelijk Hart, wanneer gij waarlijk zachtmoedige kinderen waart.

De zachtmoedigheid maakt ons heer en meester van ons hart, zij bedwingt zijne onstuimige driften, en schenkt Let een zoeten, onverstoorbaren vrede. Zij maakt ons niet alleen beminnelijk voor anderen, maar geeft ons een groote macht over het hart van anderen. Wie kan het goede opsommen, wat een H. Vincentius, een H. Fran-ciscus van Sales, in navolging van den zachtaardigen Meester, door hunne zachtmoedigheid voor het zielenheil hebben uitgewei'kt ? Wie kan het goede berekenen, dat nog dagelijks eene lieftallige moeder, eene zachtaardige zuster voor het geluk en den vrede van het huisgezin tot stand brengt ?

Vooral op het Hart van Jesus zal een zachtmoedig kind veel vermogen. God bemint noodzakelijk alles, wat op Hem gelijkt, wijl Hij zelf het opperste goed is, en hoe meer iemand Hem gelijkt des te meer zal Hij hem beminnen. Maar niets, zegt de H. Johannes Chrysosto-mus, maakt den mensch meer aan Hem gelijk dan de zachtmoedigheid, waardoor hij deelgenoot wordt van zijne eeuwige onveranderlijkheid.

O, hoe dierbaar zoudt gij dan zijn aan zijn H. Hart, als Hij in u zijn levend beeld, den luister zijner glorie wedervond, hoe heerlijk de belooning, die Hij voor de beoefening dezer deugd schenken zou!

ocr page 91

llde ONDERRICHTING. Het Apostolaat des Gebeds. Eerste g-raad.

ij hebben, M. G., reeds verschillende middelen aangegeven, waardoor gij het goddelijk Hart uwe liefde en dankbaarheid betuigen kunt quot;Wij hebben u gewezen op de godvruchtige viering van den eersten Vrijdag der maand, op de devotie tot het H. Sacrament, waarin het H. Hart zich zoo vurig wenscht vereerd te zien, op de navolging zijner deugden enz. Verre^ van volmaakt zou echter uwe liefde zijn, indien uwe godsvrucht zich bij deze liefdebetuigingen bepaalde Dan eerst mag uwe liefde vurig en volmaakt genoemd worden, wanneer zij haar gloed ook aan anderen tracht mede te deelen, wanneer gij vurig verlangt, en er ernstig naar streeft, om Jesus' goddelijk Hart ook door anderen te doen kennen en beminnen. Hoe zou men kunnen zeggen, M. G., dat gij Jeaus' H. Hart liefhadt, als het u koud liet, dat zoo velen Hem niet beminnen. Hem beleedigen en verguizen ?

Daarom zegt de H. Augustinus te recht: „Wie niet ijvert, bemint niet.quot; Hebben alle Heiligen, die uitmunt-

ocr page 92

90

ten door liefde tot Jesus, ook niet uitgemunt door ijver voor zijne eer ? Hebben zij allen niet veel gebeden, gewerkt en geleden om zielen voor Jesus te winnen ? Als de liefde het hart der Samaritaansche vrouw vervulde, werd zij een Apostel en snelde naar Sichar, om ook hare stadgenooten voor Jesus te winnen. Als Paulus op weg naar Damascus Jesus had leeren kennen en beminnen, kende ook zijn ijver voor het zielenheil geen grenzen meer. Overal waar hij kon, ging hij de leer van Jesus Christus prediken ; ongeloofelijke vermoeienissen, de hevigste vervolgingen verduurde hij om de heidenen tot de kennis en de liefde van Jesus te brengen. Wat werkte die liefde tot Jesus ook niet uit voor het zielenheil in een H. Pranciscus Xaverius, een H. Franciscus van Sales, eene H. Teresia en duizenden anderen !

Maar, zult gij vragen, hoe kunnen wij, zwakke kinderen, medewerken tot het verspreiden van het rijk van Jesus op aarde ? Wij kunnen toch niet, gelijk die moedige Missionarissen, vrienden en vaderland vaarwel zeggen en in de afgodische landen Jesus' leer aan de heidenen gaan verkondigen; wij kunnen toch niet, zooals de Priesters, door ons woord de zondaren tot inkeer gaan brengen. M. G., dat kunt gij niet. Maar er bestaan nog andere middelen, waardoor ook gij machtig veel voor Jesus' glorie doen, vele zielen voor Hem winnen kunt. Een dier krachtige middelen verschaft u het Apostolaat des aeheds, waarop wij heden uwe aandacht willen vestigen.

1° Wat is het Apostolaat des gebeds en

2° Waarom werkt het zooveel tot Jesus' glorie en de zaligheid der zielen uit.

1° Het Apostolaat des gebeds is eene godvruchtige ver-eeniging, wier leden vooral door hun gebed de liefde tot Jesus Christus in de harten van anderen trachten te

ocr page 93

91

ontsteken en te vermeerderen ; daarom dan ook wordt zij genoemd het Apostolaat des gebeds. In die vereeniging, goedgekeurd en aangeprezen door den H. Stoel en schier alle Bisschoppen, zijn onder den standaard van het goddelgk Hart reeds duizenden parochiën en communauteiten, mil-lioenen leden opgenomen. En om aan hunne gebeden eene grootere kracht te geven, vereenigt die heilige Bond van biddende zielen des morgens al hare gebeden en werken met die van het goddelijk Hart van Jesus. Hierin bestaat hare voornaamste en eenig noodzakelijke oefening.

2° Waarom is dit Apostolaat des gebeds zulk een krachtig middel om het zielenheil te bevorderen, en moet dus elke ware dienaar van het H. Hart zich in deze vereeniging laten opnemen en ten minste deze hare voornaamste oefening met ijver volbrengen ?

Het gebed, M. G., vermag zooveel om God tot barmhartigheid jegens de zondaren te bewegen. Abraham, de groote patriarch van het oude Verbond, ontving eens bezoek van drie Engelen, die hem aankondigden, dat zij de goddelooze stad Sodoma gingen verdelgen. Een diep gevoel van medelijden vervulde bij die vreeselijke tijding het hart van den edelen aartsvader en hij bad tot God: „Zoudt Gij dan de rechtvaardigen met de goddeloozen verdelgen? Indien er vijftig rechtvaardigen in de stad waren .... zoudt gij die plaats niet sparen....?quot; En hoe betrekkelijk klein dit getal ook was, terstond liet de Heer zich door dat gebed verwinnen en antwoordde: rIndien Ik vijftig rechtvaardigen in Sodoma vind, zal Ik de geheele stad om hunnentwil sparen.quot; Maar Abraham, vreezende, dat er misschien geen vijftig rechtvaardigen waren en overtuigd van Gods goedheid, ging verder. Hij smeekte God, de ongelukkige stad nog barmhartig te zijn, indien er ook maar veertig, dertig, twintig, ja

ocr page 94

92

dan nog, wanneer er slechts tien rechtvaardigen in So-doma gevonden werden. En ziet, indien er ook maar tien deugdzamen in de volkrijke stad geweest waren, zou God ze gespaard hebben.

Zooveel vermag het gebed van een rechtvaardige voor de zondaren. Nog treffender zien wij dit bewezen in de geschiedenis van Mozea Het Joodsche volk had in de woestijn door zijne wederspannigheid en andere zonden menigmaal Gods geduld op harde proef gesteld. Toen het zich opnieuw aan een ernstig misdrijf schuldig gemaakt had, ontstak God in toorn en wilde het geheele volk van de aarde verdelgen. Maar Mozes, de aanvoerder van het volk, waagde het, voor zijne misdadige broeders ten beste te spreken en smeekte God om erbarming. En wat antwoordde de Heer op die bede? „Dimitte Me, zoo sprak Hij, Laat Mij vrij, opdat mijn toorn tegen hen losbarste en Ik hen verdelge.quot; Door die woorden gaf God te kennen, dat Hij, de Almachtige, als machteloos is tegen de kracht van het gebed, dat het Hem als onmogelijk is, eene bede voor de zondaren onverhoord te laten.

Dat vermag een enkel gebed van een enkelen rechtvaardige voor de zondaren. M. G., hoeveel moet dan het gebed van de leden van het Apostolaat voor het zielenheil bij God vermogen ! Dat gebed heeft een drievoudig voordeel boven het gewone gebed.

1. Het besluit niet alleen in zich de mondgebeden, die wij tot God opzenden, maar ook alle.andere werken, die wij verrichten, alle lijden, dat wij door den dag verduren. Het maakt ons leven tot een leven van onafgebroken gebed; het bewerkt, dat wij het gebod des Heeren: Mmen moet altijd bidden en nooit ophouden,quot; op volmaakte wijze vervullen.

Dragen wij des morgens al onze gebeden, onze werken

ocr page 95

93

en lijden aan God op in vereeniging met die van Jesus' H. Hart tot heil der zielen, dan worden alle goede werken, ja zelfs alle onverschillige handelingen, die wij verrichten, iedere voetstap, dien wij zetten, elk woord, dat wij spreken, iedere smart, elke vernedering, die wij geduldig verdragen, als eene bede om ontferming voor de zondaren en ongeloovigen, eene bede voor de zegepraal der Kerk en de uitbreiding van Jesus' rijk op aarde.

Moet zulk gebed niet aangenaam zijn aan God en veel op Hem vermogen ?

2. Maar dat gebed verkrijgt nog een veel grooter kracht door de vereeniging. De goddelijke Meester spreekt aldus; „Ik zeg u : als twee van u zullen overeengestemd hebben omtrent iets, wat het ook zij, dat zij vragen mochten, het zal hun geworden van mijn Vader, die in den hemel is.quot; En op eene andere plaats : „Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden.quot; Zal dan Jesus niet in ons midden zijn, zal dan ons gebed geen verhooring vinden in den Hemel, wanneer wij het tot één onmetel^k smeekgebed vereenigen, het in vereeniging met dat van millioenen leden van het Apostolaat tot God opzenden ?

3. En ook dat is niet alles. De leden van het Apostolaat vereenigen nog al hunne gebeden en goede werken met het oneindig waardig gebed van het goddelijk Hart zeiven ; met het gebed, dat Het stortte te Nazareth, te Jerusalem, op Calvarië ; met het gebed, dat Het nog voortdurend uit het H. Tabernakel tot den hemelschen Vader opzendt. Hoe oneindig welgevallig moet niet dat gebed zijn van zijn innig geliefden Zoon ! quot;Wat een kracht zal het onze aan die vereeniging met dat oneindig waardig gebed des Heeren ontleenen ! Gelijk een druppeltje water, zegt de H. Franciscus van Sales, op zich zelf geen

ocr page 96

94

kracht heeft, maar geworpen in een vat krachtigen wijn, in de eigenschappen van dien wijn deelt, zoo zullen onze gebeden en goede werken door die vereeniging met Jesus' gebeden en goede werken in dezer kracht deelen en als het ware vergoddelijkt worden.

Meer, M. Gr., zal niet noodig zijn om u te overtuigen, dat gij door het Apostolaat des gebeds een krachtig middel bezit, om als ware Apostelen voor Jesus' Hart werkzaam te zijn.

Blijft dus met godsvrucht vooral deze zoo eenvoudige en heilige oefening van het Apostolaat volbrengen: Draagt eiken morgen al uwe gebeden, uw werken en lijden aan God op in vereeniging met die van het goddelijk Hart, tot de intentie, waartoe Het zich in de H. Mis opdraagt. Die intentie is; de bekeering der zondaren en ongeloovigen, de zegepraal zijner Kerk, met één woord, de eer van God en het heil der zielen. Deze opdracht kan men doen met het hart. Raadzaam is het echter zich van een gebed te bedienen en dit bij het morgengebed te voegen. Zij sluit de bijzondere intenties, die men uit plicht doen moet of uit liefde doen wil, volstrekt niet uit. Doordat deze intenties goed en geregeld zijn, zijn ze van zelf in de intenties van het H. Hart begrepen. Evenmin benadeelt die opdracht onzer handelingen tot de intenties van het Apostolaat de schenking van de voldoeningen onzer werken aan de zielen van het vagevuur. Het aandeel onzer gebeden en goede werken, dat het Apostolaat vraagt, is niet hunne kracht van voldoening, maar hunne kracht om te verkrijgen. 1)

Maar verder moet en zal uw ijver gaan, indien uw hart brandt van liefde tot Jesus, Dan zult gij nog, ge-

1; Handboekje van het Apostolaat des gebeds, door M.H.Reuser J. S.

ocr page 97

95

lijk zoovele vurige minnaars van Jesus' H. Hart, in de wereld nieuwe leden voor het Apostolaat trachten te winnen, dan zult gij het als eene gunst beschouwen om eens als Zelatricen voor die schoone vereeniging werkzaam te mogen zijn.

M. G., wat hebt gij vele redenen om aan deze roepstem te beantwoorden ! Hoe dierbaar zult gjj dan worden aan het goddelijk Hart, wat een zegeningen zal Het u schenken !

Niets verlangt dat Hart vuriger, dan zielen te redden. Voor het zielenheil heeft Het op aarde geleefd en geleden, bange zorgen heeft Het gedragen, onbegrijpelijke smarten heeft Het verduurd voor de zaligheid der zielen. In den hof van Olijven kromp Het ineen van angst en van smart, in zijn lijden werd Het met bitterheid vervuld, op het kruis werd Het met eene lans doorstoken voor het heil der wereld.

Hoe dikwijls gaf Het aan zijn uitverkoren dienaren en dienaressen zjjn verlangen te kennen, dat zij door hunne gebeden zouden medewerken aan het zielenheil. „Mijne dochter, sprak Jesus eens tot de eerbiedwaardige Seraphina van Capri, help Mij door uwe gebeden, zielen redden.quot; En tot de H. Magdalena de Pazzi : „O, mijne dochter, zie, hoe de Christenen in de handen der duivelen zijn; indien mijne uitverkorenen hen niet verlosten door hunne gebeden, zouden zij hunne prooi worden.quot;

Welnu, M. G., door als ijverige leden van het Apostolaat werkzaam te zijn, zult gij aan dat vurig verlangen van het goddelijk Hart voldoen, zult gij krachtig medewerken om dezen zijn hartewensch bij uitnemendheid te verwezenlijken. Als dan de zondaren tot inkeer komen, de ongeloovigen in den schoot der Kerk worden opgenomen, de vijanden der Kerk vernederd worden, het

ocr page 98

96

woord en de arbeid van Priesters en Missionarissen vruchten dragen, het zal voor een deel uw werk zijn, u tot verdienste worden aangerekend. quot;Wat een voordeelen zijn niet door de Kerk aan het Apostolaat verbonden; wat een genaden, wat schoone belooning mag een ijverig lid van het A.postolaat vooral van het goddelijk Hart niet verwachten! Bijna alle kloosterorden, tal van religieuze Congregatiën hebben de leden van het Apostolaat deelgenooten gemaakt van hunne gebeden, boete-werken, Communiën, H. Missen en andere goede werken. De Pausen hebben de schatten der H. Kerk geopend en tallooze aflaten aan deze kleine oefening van het Apostolaat verbonden.

En om u eenig denkbeeld te geven van de gunsten, die gij van Jesus' H. Hart in 't bijzonder te wachten hebt, overdenkt wat een H. Jacobus zegt; „Hij, die een zondaar tot bekeering zal gebracht hebben, zal de ziel zijns broeders redden van den dood en eene menigte van zonden bedekken.quot; Wat een troost vooral voor hen, die door hunne fouten en zonden het goddelijk Hart veel droefheid hebben veroorzaakt! Hoe troostvol zijn vooral de woorden van den H Augustinus; „Hebt gij eene ziel gered, dan hebt gij de zaligheid der uwe verzekerd.quot;

M. Gr., als Jesus de lichamelijke werken van barmhartigheid in het oordeel zoo heerlijk beloonen zal, hoe groot zal dan het loon niet zijn, dat Hij schenken zal voor de werken van barmhartigheid, bewezen aan de onsterfelijke ziel, door Jesus' kostbaar bloed vrijgekocht, want de H. Schrift zegt: „Zij, die velen tot de gerechtigheid zullen opleiden, zullen schitteren als sterren in alle eeuwen.quot; Amen.

ocr page 99

12de ONDERRICHTING.

Het Apostolaat des Gebed s. Tweede en derde Graad.

Én de vorige onderrichting hebben wij u verklaard, M. GK, wat het Apostolaat det gebeda is en waarin zijne voornaamste en eenig noodzakelijke oefening bestaat.n de vorige onderrichting hebben wij u verklaard, M. GK, wat het Apostolaat det gebeda is en waarin zijne voornaamste en eenig noodzakelijke oefening bestaat.

Het Apostolaat is eene vereeniging, wier leden vooral door hun gebed, de liefde tot Jesus Christus in de harten van anderen trachten te ontsteken en te vermeerderen. Zijne voornaamste en eenig noodzakelijke oefening bestaat hierin, dat de leden iederen morgen al hunne gebeden, werken en lijden aan God opdragen in vereeniging met de intentie, waarmede het goddelijk Hart zich opoffert op het Altaar, dat is, tot heil der zielen. Die intentie toch van Jesus is geen andere dan de bekeering der zondaren en ongeloovigen, de zegepraal der Kerk enz. Zij, die deze opdracht goed doen, zullen ware Apostelen zijn en krachtig medewerken om Jesus' H. Hart meer en meer door de menschen te doen kennen en beminnen.

Al hunne goede werken, hun lijden, hunne uitspan-

7

ocr page 100

98

ningen zelfs verkrijgen door die opdracht eene apostolische kracht, zij smelten met die van de millioenen leden van het Apostolaat in een onmetelijk smeekgebed samen en stijgen opwaarts^tot Gods troon in vereeni-ging met het oneindig waardig gebed van zijn innig geliefden Zoon. Die opdracht is tevens voldoende om aan alle voorrechten van het Apostolaat deelachtig te worden.

Om echter het doel van het Apostolaat krachtiger te bereiken heeft men daaraan twee andere oefeningen of graden verbonden.

1. De eerste van deze twee graden omvat die leden, welke behalve die dagelijksche opdracht dagelijks nog een tientje hidden van den Eozenhrans 1) voor Z. H. den Paus en voor de noodwendigheden der Kerk. van dezen graad bestaat hierin, dat men op alle wijzen de vereering van Maria en haar onbevlekt Hart zoekt te verbreiden ; het doel: door Maria's voorspraak de belangen van Jesus' Hart krachtiger bevorderen.

2. De tweede dier graden omvat die leden, welke ten minste de voorwaarden van den eersten graad vervullend, iedere week of ten minste iedere maand eene eerherstellende Communie doen.

De geest van dezen tweeden graad bestaat hierin, dat men zooveel mogelijk medewerke, om Jesus in zijn H. Sacrament te doen kennen en beminnen, om Hem eerherstel te geven voor den smaad en den ondank, die Hij daar van velen te verduren heeft.

M. GK, zoo aangenaam zijn deze beide oefeningen aan Jesus' H. Hart dat niemand^die er prijs op stelt onder

1) Als men een Rozenhoedje bidt is het niet noodig daarenboven nog een tientje te bidden.

ocr page 101

99

zijne dienaren of dienaressen gerekend te worden, ze mag nalaten. Krachtig zult ook gij daardoor :

a. zijne eer en glorie verbreiden. Hoe aangenaam moet het zijn voor Jesus, ook zijne H. Moeder bemind en geëerd te zien. Ja, wij mogen zeggen : Het goddelijk Hart kan u niet als zijne ware kinderen erkennen, indien gij onverschillig blijft voor zijne lieve Moeder.

Verbeeldt u eens, dat gij rijk en machtig waart als een koning en een vorstelijk paleis bewoondet. Tal van dienaren omringen n, gehoorzamen u op uwe minste wenken, voorkomen zelfs uwe verlangens. Maar in uw paleis woont ook uwe moeder en die moeder hebt gij innig lief; zij heeft mateloos veel voor u gedaan en geleden en daarom omringt gij haar met de teederste zorgen; gij put uwe kinderliefde als 't ware uit, om haar bewijzen van dankbaarheid te geven. Maar nu zijn er onder uwe dienaren eenigen, die weinig eerbied toonen voor uwe dierbare moeder; zij zijn uiterst voorkomend en dienstvaardig voor u, maar niet voor uwe goede moeder. M. G., zouden die dienaren uwe genegenheid kunnen winnen? Zoudt gij ze zelfs langen tijd in uw dienst dulden ?

Ook Jesus Christus heeft eene moeder, die Hij innig liefheeft ; eene moeder, die Hem meer bemind, meer om Hem geleden heeft, dan alle andere moeders te zamen voor hare kinderen. Maar daarom heeft Hij dan ook Maria met den grootst mogelijken luister omgeven; Hij heeft haar gekroond als Koningin der Engelen en der menschen; Hij heeft als 't ware zijne liefde en almacht uitgeput om haar loon zoo heerlijk mogelijk te maken. En gij zoudt dan durven hopen, M. GK, door Jesus als waardige kinderen van zjjn H Hart beschouwd te worden, als gij die Koningin geen diepen eerbied, die verheven Moeder geen oprechte liefde toedroegt ?

ocr page 102

100

Jesus kan ook geen ondankbaren als ware kinderen van zijn H. Hart beschouwen. Maar, M. Gr., zouden wij niet zeer ondankbaar zijn, indien wij Maria niet beminden en vereerden? Was zij ook voorons allen niet eene teedere moeder, eene moeder, aan wie wij meer te danken hebben dan aan onze aardsche moeder?

Die eer en liefde zijn wij vooral verschuldigd aan haar H. Hart, wijl haar hart de zetel was van hare grenzenlooze liefde jegens Jesus, haar goddelijk Kind, en jegens ons. Dat Hart brandde van liefde tot ons en haar goddelijk Kind. Onnoemelijke zorgen, ondenkbare smarten heeft Het voor Hem en ons doorstaan.

Stelt gij er dan eene eer in, in de eerste rij te staan van de dienaars, van de vrienden van Jesus' Hart, dan moet gij ook meer dan iemand ware dienaren zijn van Maria en haar H. Hart; dan moet gij ook trachten de godsvrucht tot haar H. Hart zooveel mogelijk te verbreiden.

h. Maar vooral als leden van het Apostolaat moeten wij tot Maria onze toevlucht nemen en haar smeeken, ons behulpzaam te zijn in de bevordering der belangen van Jesus' H. Hart. Niemand verlangt vuriger Jesus door de wereld te doen kennen en beminnen dan Maria; niemand is machtiger dan Maria om het rijk zijner liefde te verbreiden. Voor het heil der wereld heeft haar Hart geklopt en geleden, haar geheel leven door. De pijnlijkste offers heeft Het gebracht voor onze zaligheid. Vrijwillig bracht zij daarvoor ten offer, hetgeen haar op aarde 't meest dierbaar was, het leven van haar goddelijk Kind.

Machtig is Maria ook boven duizenden om Jesus' belangen te bevorderen. Meer dan alle Apostelen te zamen heeft zij gedaan om Hem door de wereld te doen beminnen. Te recht geeft haar de H Kerk den schoonen

ocr page 103

101

eeretitel van: Koningin der Apostelen. En in wat heerlijk accoord stemmen de Heiligen met die lofprijzing der Kerk in, als zij Maria noemen : onze middelares en onze voorspreekster, de toevlucht der zondaren, de moeder van barmhartigheid, de hoop onzer zaligheid.

Vooral door het gebed van den Rozenkrans moeten wij Maria trachten te bewegen, onze gebeden voor de Kerk en Jesus' belangen te ondersteunen. Zoo dikwijls heeft Maria reeds door dat gebed de Kerk van Jesus uit de grootste gevaren gered ; de verwoestende ketterij der Albigenzen werd vernietigd door de kracht van den Rozenkrans.

Van den Rozenkrans vooral verwacht ook onze H. Vader Leo XIII redding in den nood, waarin Jesus' Kerk in onze dagen verkeert.

Het zal u nu duidelijk zijn, waarom de H. Kerk dezen tweeden graad, de vereerirg van Maria en haar onbevlekt Hart vooral door het bidden van den Rozenkrans, aan het Apostolaat verbond. Uw besluit na deze beschouwing zal zijn, u niet te bepalen bij het bidden van een enkel tientje van den Rozenkrans voor de belangen van Jesus' Hart, de eenige verplichting, die deze graad oplegt. Om u bijzonder welgevallig te maken aan Jesus' goddelijk Hart, om zijne belangen krachtig te bevorderen zult gij u nog diep van den geest van den tweeden graad trachten te doordringen : Maria als eene Moeder beminnen en vereeren, de liefde tot die goede Moeder en haar liefdevol Hart ook in andere harten trachten te ontsteken, haar dagelijks bidden, vooral door een geheel Rozenhoedje voor de bekeering der zondaren en den bloei van Jesus' Kerk op te dragen.

Om even gegronde redenen werd nog de tweede dier

ocr page 104

102

graden aan het Apostolaat verbonden : de wekelijksche of maandelijksche eerherstellende Communie.

Wij mogen zeggen, a) dat gij u ook daardoor bijzonder welgevallig maakt aan het H. Hart, en h) zijne belangen krachtig bevordert.

a) M. Gh, het is zoo smartelijk voor een hart, dat bemint, zijne liefde miskend te zien ; en hoe grooter de liefde is, die dat hart vervult, des te pijnlijker grieft die ondank. Maar hoe moet dan het goddelijk Hart niet bloeden om den ondank, waarmede de menschen aan zijne liefde beantwoorden. Geen hart heeft vuriger bemind dan Jesns' H. Hart; de diepste vernederingen, het grievendste lijden heeft Het verduurd om ons zijne liefde te toonen. Vooral in het H. Sacrament heeft Het zijne liefde als uitgeput. Wat nooit in het hart eener moeder kon opkomen, heeft Jesus voor ons gedaan in het H. Sacrament: Hij wordt daar de spijze onzer ziel.

En hoe beantwoordt de mensch aan die matelooze liefde ? O, mag men niet zeggen, dat zijne vijanden en velen zijner vrienden als samenspannen, om zijn minnend Hart te grieven ? De ketters en ongeloovigen lasteren Hem en deden Hem meermalen in zijn H. Sacrament de gruwzaamste onteeringen aan. Maar velen van hen, die men zijne vrienden noemt, grieven nog smartelijker zijn liefdevol Hart. Zij laten Jesus alleen in zijn H. Tabernakel, zij onteeren Hem door hunne oneerbiedigheid, ja bet gebeurt ooit, dat zij hunne ondankbaarheid zoo ver drijven, dat zij Hem binnenleiden in een hart, waarin de duivel heerscht en aldus het verraad van den snooden Judas hernieuwen.

Hoe droevig zijn dan ook Jesus' klachten over die onverschilligheid en dien ondank der menschen; hoe dringend smeekte Hij de uitverkoren bruid van zijn

ocr page 105

103

Hart, en in haar al zijne dienaren en dienaressen, Hem daarvoor eenige vergoeding te geven !

Dat Hij die vergoeding vooral verlangt door de eerherstellende Communie blijkt uit deze zijne woorden : „Het is Mij zoo aangenaam, dat men Mij in het H. Sacrament verlangt te ontvangen, dat Ik telkens, wanneer een hart die begeerte koestert, er met liefde op neerzie, om het tot Mij te trekken.quot; Wanneer Hij vraagt, dat er een feest ter eere van zijn H. Hart worde ingesteld, dan wil Hij dit feest gevierd zien door de H. Communie, om de beleedigingen te herstellen, Hem in zijn H. Sacrament aangedaan.

En hoe welgevallig zult gij dan zijn aan het goddelijk Hart, wanneer gij Het, ten minste eens in de maand, vooral op den lsteI1 Vrijdag, dit bewijs van deelneming geeft.

Den naam van kind, van gunsteling van het H. Hart zoudt gij daarentegen niet waardig zijn, indien gij onverschillig bleeft voor die grove miskenning zijner liefde, voor zijn droeve klachten en zijn met nadruk uitgesproken verlangen.

b) Maar vooral als Apostelen voor de glorie van Jesus' H. Hart moet gij met vreugde aan zijn verlangen voldoen. Geen krachtiger middel toch om Jesus' eer te bevorderen en zielen voor Hem te winnen dan de H. Communie. „Van alle gebeden, zegt met recht de eerbiedwaardige Pater Ramière, is de H. Communie het krachtigste.'quot; Nooit zullen wij het goddelijk Hart gemakkelijker tot barmhartigheid jegens de arme zondaren en ongeloovigen kunnen bewegen, dan wanneer wij op het innigst met Hem vereenigd zijn in de H. Communie.

Vooral dan, wanneer wij ons beijveren om Jesus met veel godsvrucht in ons hart te ontvangen, nog meer,

ocr page 106

104

wanneer wij trachten ook anderen aan die eerherstelling te doen deelnemen, zullen wij veel bijdragen tot bevestiging en uitbreiding van het rijk van Jesus' liefde op aarde.

Door de H. Communie vooral zal de gloed der liefde tot Jesus nog heviger worden.

M. G , stelt die eerherstellende Communie, zoo gij kunt, op den lsten Vrijdag der maand.

c. Dan toch hebt gij alle redenen om te hopen, dat de belofte bij uitnemendheid, te recht genoemd: de groote belofte van het goddelijk Hart, in u zal vervuld worden. „Ik beloof u, zoo zeide Jesus eens tot de Gel. Marga-reta, Ik beloof u door de bovenmatige barmhartigheid van mijn Hart, dat zijne almachtige liefde aan al degenen, die negenmaal achtereen op den eersten Vrijdag der maand het H. Sacrament des Altaars zullen ontvangen, de eindgenade der boetvaardigheid zal schenken; zij zullen niet in mijne ongenade sterven, noch zonder hunne Sacramenten te ontvangen, terwijl mijn goddelijk Hart zich tot hunne zekere toevlucht in dat laatste oogenblik zal maken.quot;

M. G., wat eene troostvolle belofte !

Zoo dikwijls rijst de vraag in u op: Hoe zal ik toch in mijn laatste, allesbeslissend levensuur gesteld zijn ? Zal dan een Priester aan mijn sterfbed staan ? Zal ik dan het geluk hebben met godsvrucht de laatste troostmiddelen der Kerk te ontvangen?

M. G., zonder eene bijzondere en ontwijfelbare openbaring van God, kunnen wij geen volstrekte zekerheid hebben, dat wij dan zullen zijn in staat van genade, maar met het zoetste vertrouwen mogen wij toch dat uur zien naderen, indien wij negen achtereenvolgende late Vrijdagen met godsvrucht naderen tot de H. Sacra-

ocr page 107

105

menten ; met zedelijke zekerheid mogen wij zeggen, dat een zalig stervensuur ons wacht, indien wij geen enkelen jsten Yrijdag zouden nalaten Jezus tot vergoeding van den smaad Hem aangedaan, met gevoelens van godsvrucht in ons hart te ontvangen. Zeker wij zouden nog kunnen vallen, maar Jesus is de Meester der harten. Hij zal ons hart tot betere gevoelens brengen en niet toelaten, dat wij in zijne ongenade de eeuwigheid binnen gaan.

O, M. Gr., wat krachtige beweegredenen bevat dan deze beschouwing, om u op te wekken, ook deze twee oefeningen van het Apostolaat met ijver te blijven volbrengen.

Blijft gij Maria en haar onbevlekt Hart vereeren en beminnen, legt gij uwe bede voor het zielenheil dagelijks neêr op het altaar van haar onbevlekt Moederhart; geeft gij Jesus' goddelijk Hart den troost, dien Het zoo vurig van zijne kinderen verlangt, van Hem ten minste op den ]stei1 Vrijdag met gevoelens van oprechte liefde in uw hart te ontvangen, dan toont gij u zijne waardige kinderen, dan zijt gij quot;machtige Apostelen van zijne eer en glorie, dan zult gij in den overvloed zijner zegeningen mogen deelen. Amen.

ocr page 108

TWEEDE JAARGANG.

le ONDERRICHTING.

Waarom moeten wij liet goddelijk Hart van Jesus vereeren?

en der verhevenste en zegenrijkste devotiën is de devotie tot het goddelijk Hart van Jesus. Haar voorwerp toch is verhevener, dan dat van de heerlijke devotie tot Maria ; het overtreft zelfs in heiligheid alles, wat wij buiten God vereeren mogen. Het is het Hart van Jesus, onafscheidelijk vereenigd met de Godheid en daardoor vergoddelijkt. Het is het volmaakst toonbeeld aller deugden, de zetel van alle beminnelijkheid, de vreugde der Engelen en der Heiligen. Het is de vereering van God in de beminnelijkste zijner eigenschappen : in zijne Liefde; Deus charitas est. God is Liefde! De heerlijkste zegeningen heeft Jesus aan de vereerders van zijn H. Hart beloofd.

M. G., ook u wenschen wij vurig in dien overvloed van zegeningen te doen deelen, door u tot ware leerlingen van het H Hart te vormen. Daarom zullen wij heden eenige beweegredenen aan uwe godvruchtige aandacht voorstellen, die bijzonder geschikt zijn, om u tot

ocr page 109

107

de beoefening dezer verhevene godsvrucht op te wekken.

De eerste is: de groote, eindelooze liefde, die het H. Hart ons toedraagt.

De tweede : Jesus' vurig verlangen.

De derde; De groote voordeelen aan de devotie tot het H. Hart verbonden.

1° Hij, die ons veel bemint, zich groote offers voor ons welzijn getroost en ons met weldaden overlaadt, verdient onze wederliefde

Maar, M. GL, wie heeft ons teederder bemind, wie ons grooter weldaden bewezen dan Jesus Christus ? Door de zonde van Adam was de mensch diep ongelukkig geworden naar lichaam en ziel. Had God zich niet over hem ontfermd, dan had hij zijn leven in de grootste ellende moeten doorbrengen en de hemel zou nooit zijn erfdeel geworden zijn. Maar in zijne oneindige barmhartigheid besloot Hij den mensch een Verlosser te zenden. En wie was die Verlosser?

Die Verlosser was Jesus Christus, zijn goddelijke Zoon. Uit liefde voor den mensch ontdeed Hij zich van den glans zijner goddelijke Majesteit en bekleedde zich met de menschelijke natuur.

Dat was voldoende geweest om ons te verlossen. Ware Jesus terstond na zijne menschwording ten hemel opgestegen, Hij zou de zonde van Adam en van al zijne nakomelingen hebben uitgeboet en de hemel zou voor ons ontsloten zijn.

Maar, M. GL, dat kwam niet overeen met Gods eeuwige raadsbesluiten en was ook niet genoeg voor Jesus'liefde. De mensch kon nu wel in den hemel komen, maar Jesus wist, hoe moeielijk het hem nog vallen zou, den veiligsten weg naar den hemel te vinden, geduldig het lijden, de vernederingen, de moeilijkheden, die hij op dien weg

ocr page 110

108

ondervinden zou, te dragen. Daarom wilde Hij zelf op dien weg ons voorgaan. Hij wilde met ons handelen als een goede geneesheer, die zelf eerst den bitteren drank proeft, dien hij zijn zieke voorschrijft. De men-schelijke ellende wilde Hij zelf in haar zwaarte dragen, den kelk der beproeving en des lijdens wilde Hij tot den laatsten druppel ledigen, om ons een bemoedigend voorbeeld na te laten.

Neen, M. G., zoo groot kan nooit uw lijden, zoo hevig nimmer uw strijd worden, of Jesus mag u wijzen op zijn goddelijk voorbeeld.

Mocht gij ooit in behoeftige omstandigheden geraken, tot armoede vervallen, Jesus zou u mogen zeggen; „Kind, Ik, uw Heer en uw Meester, Ik, de Koning des hemels, Ik was armer dan gij; Den armen Jozef koos Ik tot vader, eene arme maagd tot moeder. Ik werd geboren als het kind van den armsten bedelaar; een stal was mijne woning, een kribbe was mijne legerstede, een handvol stroo mijn rustbed. En zelfs die arme woning werd Mij misgund. De vervolgingen der menschen noodzaakten Mij als balling te gaan rondzwerven, te vluchten naar Egypte. — Hebt gij vernedering, laster of vervolging te verduren ? Wie werd meer vernederd, belasterd en vervolgd dan Ik ? Schold men mij niet voor een bedrieger, veroordeelde men mij niet als een misdadiger ter dood?

Gij lijdt in uw lichaam; angsten en smarten folteren uwe ziel. Maar beschouw dan mijn lijden, denk aan mijnen doodstrijd in den hof van Olijven, aan mijn bloedige geeseling, mijn pijnlijke kroning, mijn smartvollen dood. Beschouw en zie, of er eene smart is gelijk aan de mijne.

En Ik leed onschuldig, Ik leed om uwe zonden.

ocr page 111

109

O, M. G., wat een liefde bewees ons Jesus door zich zulke offers voor ons te getroosten en ons zulk een heerlijk, bemoedigend voorbeeld na te laten. Hoeveel lichter worden ons nu de lasten van het leven, hoeveel gemakkelijker kunnen wij ze nu voor den hemel dragen.

Maar verder ging zijne goedheid voor ons. Wij mochten zijne leer en zijne voorbeelden niet vergeten, wij hadden meer genaden noodig in den strijd des levens en daarom stelde Hij nog zijne Kerk in, bekleedde haar met een onfeilbaar gezag, en stelde haar aan als de bewaarster en uitdeelster van zijne Sacramenten en andere middelen der zaligheid

Die Kerk, M. GL, onderricht ons nu door hare dienaren in Jesus' leer; zij wijst ons in alle moeilijkheden en gevaren op Jesus' voorbeeld; zij bidt voor ons, ook dan nog, wanneer wij rusten in het graf. Zij deelt ons de H. Sacramenten uit, door Jesus ingesteld, en maakt ons daardoor deelachtig aan de kostbare genaden, die zij bevatten. Nauwelijks waren wij ter wereld gekomen, of door het H. Doopsel nam zij ons aan als hare kinderen, als kinderen van God. In het H. Vormsel schonk zij ons de gaven van den H. Geest in hare volheid, en daardoor krachten in overvloed, om de bekoringen te overwinnen, om de kruisen des levens waardig te dragen. Wat een weldaden schonk zij ons in het H. Sacrament der Biecht, in het H. Sacrament des Altaars en het H. Priesterschap ! Mochten wij ooit zoo ondankbaar zijn jegens Jesus, dat wij Hem grootelijks beleedigden, wij behoefden slechts vol berouw neder te knielen voor den Priester der Kerk, om weder in zijne liefde te worden opgenomen.

Door het H. Sacrament des Altaars brengt zij Jesus in ons midden, om in het H. Tabernakel onze gezel en

ocr page 112

110

onze vriend, in de H. Mis het zoenoffer voor onze zonden, in de H Communie de spijze onzer ziel te zijn. En als wij gaan sterven, dan brengt zij ons nog eenmaal dien goddelijken Menschenvriend, om onze troost en onze steun te zijnquot;in den bangen doodstrijd; dan beschikt zij nog eenmaal over den rijkdom van genademiddelen, haar toevertrouwd, om ons te sterken op de gewichtige reis naar de eeuwigheid.

M. Gr., waarom werden vjij aan al die gunsten en genaden deelachtig? quot;Waarom werden ook wij niet geboren in een heidensch land en groeiden wij niet op in de ondeugden en de ellenden van het heidendom ? Waarom werden wij zelfs bevoorrecht boven duizenden kinderen der Kerk, waarom mochten wij zulke godvruchtige ouders, zulk een degelijk godsdienstige opvoeding ontvangen en zooveel anderen niet ?

M. G., geen ander antwoord kunnen wij geven op al die vragen dan dit: „Dilexit mequot; Hij heeft my bemind. Jesus heeft mij meer dan duizenden anderen liefgehad. Liefde, M. G., eischt wederliefde. quot;Wij zijn dus verplicht Jesus te beminnen.

Maar waarom zijn wij die liefde vooral verschuldigd aan zijn H. Hart ? Omdat het de goedheid, de liefde was van zijn goddelijk Hart, die Hem heeft aangezet, zooveel voor ons te doen, zoo groote weldaden ons te bewijzen. Het was de goedheid van zijn Hart, die Hem bewoog, ons_te verlossen uit de slaverny van den duivel, een arm kindje te worden^in Bethlehems stal, zijn leven in lijden en vernedering door te brengen. Het was de liefde van zijn Hart, die Hem aanzette^ ons uit te kiezen onder duizenden en aan de weldaden zijner mensch-wording deelachtig te maken.

En ziedaar dan de eerste reden, die ons moet doen

ocr page 113

Ill

besluiten Jesus' H. Hart eene vurige wederliefde toe te dragen.

2°. Eene tweede, zeer gewichtige reden is Jesus' vurig verlangen.

Herhaaldelijk en in bewoordingen, die niet den minsten twijfel overlaten, heeft Jesus te kennen gegeven, hoe aangenaam Hem de devotie is tot zijn H. Hart, hoe vurig Hij verlangt zijn Hart overal en door allen vereerd te zien. Niemand voorzeker kan dat beter getuigen, dan de gelukzalige MargaretaTMaria, die door Jesus werd uitverkoren, om den openbaren eeredienst van zijn H. Hart in de wereld te verspreiden. Welnu, die bevoorrechte Bruid des Heeren verzekert, dat Jesus haar meermalen verklaard heeft, dat Hij er een groot behagen in vindt, zijne liefde vereerd te zien onder het beeld van zijn lichamelijk Hart. „Dat beminnelijk Hart, zoo zegt zij o. a., heeft een onbegrijpelijk verlangen, om door zijne schepselen bemind en vereerd te worden quot; „Ik zeg u met nadruk, zoo schreef zij eens, dat, als men wist, hoe aangenaam deze devotie aan Jesus is, er geen Christen zou gevonden worden, die ze niet volgaarne beoefende.quot;

En uit de belofte, die Jesus deed aan de beoefenaars van die schoone devotie, blijkt duidelijk, dat Hij ze beoefend wenscht te zien, niet alleen door de godvruchtige personen, maar door alle Christenen, zij mogen ook in lauwheid, ja zelfs in zonden leven. Allen zonder onderscheid : rechtvaardigen en zondaars, rijken en armen, kinderen en grijsaards noodigt Hij uit in zijn Hart rust en vrede en zaligheid te zoeken

Hoe dan, M. GL, kunt gij weigeren aan het zoo uitdrukkelijk verlangen van Jesus, die u zoo mateloos bemint, te voldoen ?

ocr page 114

112

3° Nog eene derde beweegreden willen wij hierbij voegen ;

De voordeelen, die de devotie tot het H. Hart aanbrengt.

M. G,, hebt gij Jesus' goddelijk Hart lief, dan zal u niets ontbreken van hetgeen noodig is om tevreden en heilig te leven. Gij ondervindt moeilijkheden in uwe studie of arbeid, in den omgang met andere kinderen, gij wordt gekweld door ziels- en lichaamssmarten, o, maakt u gewoon dien kommer bloot te leggen aan Jesus' H. Hart, uw hart in het zijne uit te storten. Gij zult in Hetzelve een machtigen steun, een zoeten troost vinden. „De wereldlijke personen, heeft Jesus aan zijne geliefde Bruid gezegd, zullen door deze gods vrucht alle hulp verkrijgen, die zij in hun staat noodig hebben ; zij zullen den vrede vinden in hunne huisgezinnen, verlichting in hun arbeid, den zegen des hemels in al hunne ondernemingen, troost en sterkte in al hunne ellenden.quot;

Gij gevoelt u zwak en onstandvastig in het uitvoeren van uwe goede voornemens, gij hebt zooveel moeite om goed te bidden, uwe kleine driften te beheerschen. Zoo gaarne zoudt gij Jesus vuriger beminnen, volmaakter dienen.

O, M. G., indien gij dan Jesus' H. Hart eens waardig begint te vereeren, hoe spoedig zult gij veranderd zijn. „Ik weet niet, zegt toch de Gel. Margareta Maria, of er eene godsvrucht is, die meer geschikt is, om in korten tijd eene ziel tot de hoogste volmaaktheid op te voeren, dan de godsvrucht tot het H. Hart van Jesus.''

Het is mogelijk, M. G., dat gij veel bidt en lijdt om het slechte gedrag van iemand, die u dierbaar is. Kinderen, volhardt in dat gebed, maar beveelt dien ongelukkige vooral dikwijls aan de barmhartigheid van het

ocr page 115

113

H. Hart. Jesus toch heeft beloofd, dat al degenen, die zich toeleggen op het werk van de zaligmaking der zielen, de gave zullen verkrijgen, de versteendste harten te treffen, indien zij zeiven maar doordrongen zijn van eene teedere devotie tot het H. Hart.

Niemand is er onder ons, M. G., die zonder vreeze het uur van den dood ziet naderen, dat uur, dat beslissen zal over eene gelukkige of ongelukkige eeuwigheid.

Green reden tot groote vrees zult gij hebben, M. Gr., indien gij leeft en sterft als ware dienaren van het H. Hart. „Hoe zoet zal het zijn te sterven, zegt de Gel. Margareta Maria, na een teedere devotie gehad te hebben tot het Hart van Hem, die ons moet oordeelen.'' En Jesus heeft beloofd aan de minnaars van zijn Hart: „Ik zal hunne toevlucht zijn in hun leven, maar vooral in het uur van hunnen dood.quot;

Meer, M. G., zal zeker niet noodig zijn, om u te doen inzien, dat de devotie tot het H. Hart een zeer verhevene, een hoogst zegenrijke devotie is, en om u te doen besluiten, u met ijver op hare beoefening te gaan toeleggen.

Eu wat verlangt nu het H. Hart van zijne leerlingen ? Niets anders, M. G., dan onze wederliefde ; maar eene werkdadige, eene opofferende liefde, eene liefde, die er naar streeft om al zjjn verlangens te vervullen, zijne belangen te behartigen. Toont Het die wederliefde vooral door eene teedere godsvrucht jegens het li. Sacrament des Altaars. Daarin toont ons Jesus' H. Hart vooral zijn liefde, daarin verlangt Het dus van zijne vereerders bijzondere bewijzen van wederliefde.

„Mijn hart, zoo zeide Jesus, brandt van verlangen, om in het H. Sacrament vereerd te worden.quot;

Komt Jesus dan dikwijls in zjjn H. Sacrament uwe

8

ocr page 116

114

dankbaarheid en wederliefde betuigen, spreekt dan met Hem ala met uw innigsten Vriend, legt Hem dan al uwe noodwendigheden bloot. Leidt Hem dikwijls, zoo dikwijls uw geestelijke leidsman het u veroorlooft, bij voorkeur op de lste Vrijdagen der maand, met vurige liefde door de H. Communie uw hart binnen en tracht immer met ware godsvrucht tegenwoordig te zijn bij het verheven Offer der H. Mis.

Betuigt dan Jesus ook uwe spijt over den ondank, dien Hij van vele Christenen, den smaad, dien Hij van ons en vele anderen in zijn H. Sacrament te verduren heeft en tracht door de vurigheid uwer godsvrucht Jesus daarvoor eenige vergoeding te geven. Ook dit vooral verwacht Jesus van de ware vereerders van zijn goddelijk Hart. quot;Wat droevige klachten over de onverschilligheid en den ondank der menachen vernam de Gel. Maria Margareta dikwijle uit zijn goddelijken mond! Hoe dringend ameekte Hij haar, zijne miskende liefde daarvoor vergoeding te geven !

Leeft zooveel mogelijk in vereeniging met het goddelijk Hart, door Het dikwijls eene verzuchting van liefde toe te zenden; bidt en werkt verder zooveel mogelijk, om Het door anderen te doen beminnen en vereeren.

Voegt daarbij, wilt gij zijne waardige kinderen zijn, de navolging zijner deugden; tracht om zoo te zeggen Jesus Christus in u zeiven te vormen, u te bezielen met de gevoelens, die zijn H. Hart bezielden, te denken, te spreken, te handelen zooals Jesus Christus. Dan, M. G., zult gij met eere den naam van kinderen van het goddelijk Hart dragen en zeker in den rijkdom zijner zegeningen deelen. Amen.

ocr page 117

2® ONDERRICHTING. De Verloren Zoon.

De barmhartigheid van het goddelijk Hart jegens de zondaars.

en ^61, machtigste middelen, M. GK, om ons hart ■ ^11 diefde tot Jesus' H. Hart te ontsteken, is ge-

legen in de aandachtige beschouwing van de beminnelijke eigenschappen, waarmede Het is toegerust. Bestudeert dat Hart, tracht zijn edele gevoelens, zijne deugden, zijne schoonheid eenigszins te kennen en zeker zal uw hart zich tot het goddelijk Hart getrokken gevoelen.

Wij zullen daarom heden eene der schoonste eigenschappen van het H. Hart beschouwen, nl. zijne grenzenlooze barmhartigheid jegens de zondaren. Heerlijk heeft Jesus zelf ons die barmhartigheid van zijn Hart geteekend in de schoone parabelen, die Hij het volk voorstelde, maar ontegenzeggelijk is geene enkele treffender dan de parabel van den verloren Zoon.

Eene aandachtige overweging van Jesus' woorden en hunne beteekenis zal u spoedig daarvan overtuigen

Een rijk man, zoo wordt in die parabel geleerd, had

ocr page 118

116

twee zonen, die hij innig liefhad en die in ruime mate in den overvloed van zijne goederen deelen mochten. Maar den jongste begon het in het ouderlijke huis te eentonig te worden ; hij verlangde de groote wereld te zien en zijn hart aan haar schijngenoegens te verzadigen. Op zekeren dag begaf hij zich tot zijn vader, deelde hem zijn verlangen mede en vroeg hem het erfdeel, dat hem toekwam. En de goede en bezorgde vader smeekte zijn kind op dringenden toon, bij hem te blijven; hij herinnerde hem aan de liefde, die hij hem steeds betoond, aan de groote zorgen, die hij aan zijn welzijn besteed had; hij wees hem op het grievend hartzeer, dat hij hem ging veroorzaken, op de gevaren en de bittere ontgoocheling, die hem te wachten stonden. Maar de lichtzinnige en ondankbare luisterde ternauwernood naar die smeekingen en vermaningen; hij bleef bij zijn voornemen. En de vader geeft hem het erfdeel dat hem toekwam, neemt met een hart, vervuld van smart en medelijden, afscheid van zijn kind, zonder het echter een woord van verwijt toe te voegen, en bidt en hoopt in stilte, dat de afgedwaalde spoedig mag terugkeeren.

Wat de vader gevreesd had, gebeurde; in dat vreemd land, waarheen hij zich begeven had, begon de ondankbare zoon in weelde en losbandigheid te leven. Spoedig waren al zijn goederen verkwist en zag hij zich tot den bedelstaf gebracht. Tot overmaat van ramp brak er in het land een geweldige hongersnood uit en de ongelukkige zag zich, om niet van gebrek om te komen, genoodzaakt zich aan een van de burgers van het land, een zeer hardvochtigen meester, te verhuren. Maar zijne ellende en vernedering werden nog grooter. Die meester dwong hem tot een bedrijf, dat bij de Joden in diepe minachting was; hij zond hem naar zijne landerijen, om

ocr page 119

117

de zwijnen te hoeden En zoo groot is het gebrek, dat hij thans lijdt, dat hij dikwijls verlangde zich te mogen voeden met het walgelijk voedsel dier onreine dieren, maar ook dit werd hem niet gegund.

Daar zat nu de ongelukkige, veracht en door iedereen verlaten; hij, die in het vaderlijk huis zoo teeder bemind, zoo zorgvol gediend werd; daar zat nu de jongeling van zoo voortreffelijke afkomst aan honger en ellende ten prooi, hij, die in het vaderlijk huis in weelde leven kon.

Lang duurde het dan ook niet of de ellendige keerde in zich zei ven. Met diepen weemoed begon hij te denken aan de gelukkige jaren, die hij in het vaderhuis had doorgebracht; hij dacht aan zijn vader, aan de goedheid, die hij hem immer, nog bij zijn afscheid betoond had, aan het grievend leed, dat hij hem berokkend had. Hij gevoelde eene matelooze droefheid over zijn wangedrag, een vurig verlangen om tot zijn vader terug te keeren en eindelijk sprak hij : „Hoeveel huurlingen in mijns vaders huis hebben brood in overvloed en ik verga hier van honger. Ik zal opstaan en tot mijnen vader gaan en ik zal hem zeggen: „Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen u, ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden, neem mij slechts aan als een uwer huurlingen.quot;

Zoo machtig waren dus de herinneringen aan de zegeningen van het vaderhuis, zoo levendig het besef zijner rampzaligheid, dat hij het reeds als eene groote gunst beschouwt, als een der minste dienaren van het vaderhuis te worden opgenomen. En hij brengt zijn besluit ten uitvoer. Hij onderneemt de verre, vermoeiende en smartvolle reis naar het vaderland.

Hoe zal de vader zijn ondankbaren zoon ontvangen ? Heeft hij hem misschien sinds lang vergeten, misschien

ocr page 120

118

zelfs zijn vadervloek over hem uitgesproken ? Zal hij hem ten minste niet in harde bewoordingen zijn wangecjrag verwijten ?

Niets van dat alles, M. G. In stilte heeft hij dagelijks over hem geweend, gehoopt en gebeden voor zijn terugkeer; bijna dagelijks ging hij uitzien op wegen en straten, of hij zijn kind nog niet bespeurde- Daar ziet hij op zekeren dag een armoedig gekleed jongeling, met uitgemergeld gelaat, in de verte naderen en spoedig her-kent in hem het scherpziend vaderoog den verloren zoon. En ziet, met uitbundige vreugde in het hart snelt hij hem te gemoet en zonder een woord te kunnen uiten, ontvangt hij hem in zijn armen en drukt hem aan zijn vaderhart. Weenend roept nu de jongeling uit: „Vader! ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen u ; ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden.quot; Maar de andere woorden : „Neem mij slechts aan als een uwer huurlingen,kan hij niet uitbrengen Hjj ziet zich reeds als kind ontvangen, hoe kan hij nog vragen als dienstknecht te worden aangenomen ?

Maar ook hierbij bepalen zich de vreugde en liefdesbetuigingen van den goeden vader niet. Hij beveelt zijn dienaren schoone kleederen te halen en een groot feestmaal aan te richten, „want, zegt hij hun, deze mijn zoon was dood (voor den hemel) en is weder levend geworden; hij was verloren (in losbandigheid) en is weergevonden.quot;

En de dienaren haasten zich het bevel van hun meester uit te voeren en zoo schitterend is het feest, dat gevierd wordt, zoo groot zijn de liefdeblijken, die de weergevondene ondervinden mag, dat de oudere broeder, als hij het verneemt, afgunstig wordt en zijn vader verwijt, dat hij zijn goedheid voor den ondankbare, die hem

ocr page 121

119

zooveel verdriet had aangedaan, te ver drijft. Maar de vader antwoordde : „Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe. Doch men moest wel een vreug-demaal houden en blijde zijn ; want deze uw broeder was dood en hij herleefde, hij was verloren en is weêr-gevonden.quot;

M. G., wien verbeeldt in deze overschoone parabel die ondankbare zoon, wien die barmhartige vader ? In dien afgedwaalden zoon teekent ons Jesus het ondankbare kind, dat door Hem met geestelijke gunsten en genaden is overladen, maar later in vergetelheid van God gaat leven, in zonden en buitensporigheden die heerlijke goederen gaat verkwisten. In de barmhartigheid van dien vader teekent Hij ons de grenzenlooze liefde en barmhartigheid van zijn goddelijk Hart.

O, hoe goed was Jesus ook voor dat kind! In het H. Doopsel bekleedde Hij het met het heerlijk kleed der heiligmakende genade; Hij gaf het misschien nog eene godvruchtige moeder, die met zorg het zaad der deugd in zijn hart uitstrooide ; Hij gaf het een Engel? die het tegen tal van gevaren naar ziel en naar lichaam behoedde ; Hij spijsde en sterkte het bij zijne lste H. Communie met zijn goddelijk Vleesch en Bloed; Hij schonk het bij het H. Vormsel de volheid der gaven van den H. Geest. En ziet, na zooveel weldaden van zijn God ontvangen te hebben laat dat kind zich verblinden door den glans der wereldsche en zondige vermaken, het keert zijn milden weldoener den rug toe en verspilt in korte oogenblikken, door de zonden, al de schatten, waarmede zijne ziel verrijkt is ; het bezoedelt het kleed der heiligmakende genade, het werpt in een oogenblik de schatten van verdiensten weg, die het zich reeds voor den hemel vergaderde ; de verdiensten van

ocr page 122

120

alle gebeden, van alle H. Communiën, van alle andere goede werken, die het in zijn leven beoefend heeft.

Hoe treurig is dan zijn toestand. Van kind van God en erfgenaam des hemels, is het verlaagd tot een huurling, een slaaf des duivels; en die duivel is zulk een wreede, hardvochtige meester; in den dienst van den hemelschen Vader zat het zoo dikwijls aan zijn feest-disch, den feestdisch der Engelen; toen sprak Jesus zoo dikwijls tot zijn kind en overstroomde zijn hart met de zaligste vreugde en de zoetste tevredenheid. Maar welk is het voedsel, dat zijn nieuwe meester, de duivel, het voorwerpt ? Hij werpt het 't voedsel der zwijnen voor, hij laat het zich wentelen in het vuil der zonde, de booze begeerlijkheid. En dat voedsel heeft zulk een bitteren nasmaak. Neen, M. Gr., de zonde kan den mensch op de wereld geen geluk aanbrengen; zij maakt hem integendeel hoe langer hoe dieper ongelukkig. Ook op de wereld is geen geluk te vinden, tenzij in den dienst, in de liefde tot God.

O, hoe goed is Jesus dan dikwijls voor dat ondankbare kind! Hij kon dat kind straffen met den dood en het tot zich roepen, om rekening af te leggen van zijn ondankbaarheid, maar in zijn eindelooze barmhartigheid doet Hij dat niet; Hij geeft het tijd tot boetvaardigheid. Gelijk de vader van den verloren zoon, wacht Hij het met geduld af, Hij bidt zonder ophouden voor zijn terugkeer in het H. Tabernakel. Ja, M. G ; daar in het H. Tabernakel blijft het goddelijk Hart niet werkeloos. Het is daar de middelaar tusschen God en de zondaren; wie weet, hoeveel zondaars aan zijn nederig gebed in het Tabernakel hun eeuwig heil te danken hebben !

Maar verder, veel verder, gaat in den regel zijne

ocr page 123

121

goedheid voor zijne afgedwaalde kinderen, dan die van den vader van het Evangelie voor zijn ondankbaren zoon.

Die vader wachtte wel met geduld en verlangen op de terugkomst van zijn ongelukkig kind, hij zocht het wel langs wegen en straten, maar hij zond het toch geen boden na, om het te smeeken, terug te keeren naar het vaderlijk huis. M. Gr., dat doet Jesus in den regel voor zijne afgedwaalde kinderen. En wie zijn dan de boden, die Plij uitzendt ?

Het zijn vooral de knaging, de wroeging van het geweten, de tegenspoed, de Engelbewaarder, de Herders der Kerk.

Nauwelijks is het oogenblikkelijk genot der zonde voorbij, of Jesus vervult h§t hart des zondaars met een heilige vreeze; Hij opent hem de oogen des geestes en doet den ondankbare zijne ellende in hare uitgestrekte grootheid overschouwen.

Hij doet hem verder smaken de bitterheid van de vruchten der zonde; de rust en tevredenheid verlaten zijn hart, hij gevoelt zich zoo verdrietig en ongelukkig. Elke nieuwe zonde dompelt hem in grootere ellende, en eindelijk is hij wel genoodzaakt in zich zeiven te keeren. Dan denkt hij aan de gelukkige jaren, die hij doorbracht in den dienst van God, zijn hemelschen Vader, aan de hemelsche genoegens, die hij smaakte op den dag zijner 1ste H. Communie, aan de zoete tevredenheid, die toen heerschte in zijn hart, aan de schatten van genaden, aan de heerlijke gaven, waarmede hij toen bedeeld was. En nu, denkt hij, nu ben ik een ellendige slaaf des duivels en lijd aan alles gebrek. Zoo werkt dikwijls het goddelijk Hart uit de verte door den Engel der wroeging op het hart van zijn afgedwaald kind.

ocr page 124

122

En heeft die eerste genade niet de gewenschto uitwerking, dan zendt Jesus dikwijls nog een tweeden bode uit, den bode van den tegenspoed; Hij slaat hem met rampen en wederwaardigheden; hij brengt hem door eene gevaarvolle ziekte op den rand van het graf, in het gezicht der eeuwigheid; hij schokt zijn gemoed door een treffend sterfgeval van een vriend of bloedverwant.

O, voor hoevelen was de tegenspoed een reddende Engel, die hen voor hun eeuwig verderf behoedde !

Dan werkt Hij verder op zijn hart door de stem van den Engelbewaarder, en de stem van den Priester. Door die stem herinnert Hij hem zoo dikwijls aan de eeuwige waarheden, aan de gestrengheid van het oordeel, de onzekerheid van het uur des doods en tevens aan zijne grenzenlooze barmhartigheid. Ziedaar de bewijzen van liefde van het goddelijk Hart. Zoo zocht Jesus dikwijls zijn ondankbaar kind weder op.

En wanneer eindelijk het: „Surgam et ïbo ad Patrem meum: Ik zal opstaan en tot mijnen Vader gaanquot; over de lippen van den rampzalige komt en hij met een oprecht berouw voor zijn plaatsbekleeder nederknielt; o, hoe liefderijk wordt hij dan weder door Jesus in zijne genade aangenomen. Geen bitter verwijt heeft hij te vreezen en hij wordt hersteld in al zijne rechten van kind van God, hij ontvangt zijn verloren goederen, de verdiensten zijner goede werken weer terug; hij wordt weer bekleed met het feestkleed der heiligmakende genade en Jesus doet hem weer deelen in de blijken zijner liefde, ja noodigt hem weer uit aan zijn heerlijken feest-disch, de H. Communie, te komen aanzitten.

Hoever dus overtreft nog de goedheid van het goddelijk Hart de barmhartigheid van dien vader uit het Evangelie.

ocr page 125

123

Wat moeten wij vooral uit deze schoone parabel besluiten ?

a. M. Gr., wij hebben het zoete vertrouwen, steunend op uwe liefde tot Jesus' H. Hart, dat gij nimmer een verloren zoon gelijk zult worden; dat gij, die zoozeer door Jesus bemind en bevoorrecht wordt, zijn Hart nooit door eene doodzonde zult bedroeven.

Mocht gij echter ooit tot die ondankbaarheid komen, en u zeiven aldus in een afgrond van ellende neder-storten, M G., wanhoopt dan niet; bedenkt dan, dat het goddelijk Hart nog met dezelfde liefdevolle gevoelens bezield is als in zijn sterfelijk leven; dat Het vurig naar uwe wederkomst verlangt, dat Het bereid is u met de grootste liefde te ontvangen en in alle voorrechten van kind van God te herstellen.

h. M. G., het kan ook zijn, dat gij een verloren zoon telt onder uwe vrienden of bloedverwanten. Bedenkt, dat het goddelijk Hart ook die ziel met vurig verlangen afwacht, zoo gaarne weer in zijne liefde wil opnemen, maar bedenkt tevens, dat Jesus vele genaden niet uitdeelt, tenzij men er Hem om bidt.

Bidt dan veel voor die ongelukkigen, beveelt ze dikwijls maar met een grenzenloos vertrouwen aan de barmhartigheid van het goddelijk Hart. Wie weet, of de genade van zijne bekeering niet afhangt van uwe voorspraak.

c. En mocht gij al reeds een verloren zoon gelijk zijn geweest, mocht gij ooit het goddelijk Hart door eene groote zonde hebben bedroefd, maar zijt gij vol berouw tot Jesus teruggekeerd, en hebt gij die zonde met diepen ootmoed en leedwezen aan den Priester beleden, verwijdert dan verder uit uw hart alle overdrevene vreeze. Laat u dan niet ontstellen door de gedachte: Zou Jesus

ocr page 126

124

mij wel vergeven hebben ? Gij hebt nu zijne eindelooze barmhartigheid jegens de zondaren leeren kennen; gij weet, dat Hij vergeving schonk aan Petrus en Magdalena. Waarom dan niet vertrouwd, dat Hij ook u volkomen vergeven heeft, dat Hij ook weer voor u een eindeloos minnende Vader is ? Amen.

ocr page 127

Rde ONDERRICHTING.

De barmliartige Samaritaan. De naastenliefde.

i^«ene der schoonste gelijkenissen van het Evangelie, waai'u't W1J •l® liefde van het goddelijk Hart voor de menschen kunnen leeren kennen, en wij allen eene gewichtige les kunnen trekken, is de gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan

Als Jesus in Judea predikte, ging Hij op bepaalde dagen naar de Synagoog, om aldaar het volk te onderwijzen. Bij een van deze gelegenheden stond een schriftgeleerde op en vroeg aan Jesus : „Meester, wat moet ik doen om liet eeuwige leven te bezitten?quot; De Verlosser beantwoordde die vraag met de wedervraag: „Wat staat er geschreven in de Wet? Hoe leest gij daar? Gij zult, hernam de schriftgeleerde, den Heer uwen God liefhebben, uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel en uit al uwe krachten. Gij hebt goed geantwoord, zeide Jesus, doe dit en gij zult leven.quot;

Om niet den schijn op zich te laden, als hadde hij den Heer iets gevraagd, wat hij reeds wist, vroeg de schriftgeleerde verder; „Wie is mjjn naaste?quot; En in

ocr page 128

126

een allerschoonste gelijkenis maakte Jesus den wetgeleerde duidelijk, wien hij hieronder te verstaan had. Een Israeliet, wordt in die parabel verhaald, ging van Jerusalem naar Jericho, Op dien woesten en eenzamen weg werd hij door roovers overvallen, die hem alles ontnamen, wat hij bij zich had, hem met wonden overlaadden en daarna heengingen, terwijl zij hem half dood lieten liggen.

Nu gebeurde het, dat een Israëlitische priester langs dien zelfden weg kwam. Hij nadert, ziet den ongelukkige, maar gaat zonder mededoogen voorbij.

Een tweede reiziger, een leviet, komt nabij die plaats en ziet hem. Zal ook hem de toestand van den gewonde onverschillig laten ? Ook hij laat hem in zijn bloed liggen en gaat voorbij. Toen kwam een Samaritaan, een vreemdeling, een vijand zelfs van het Israëlitische volk, en, den ongelukkige ziende, wordt hij door innig medelijden bewogen. Hij vergeet het onrecht, door de Joden zijn volk aangedaan, treedt nader, verbindt met eigen hand de bloedende wonden, giet er tot verzachting der pijnen olie en wijn in, legt den lijdende op zijn lastdier en voert hem met veel moeite naar eene nabij gelegen herberg. Hier draagt hij zorg voor hem. Langer dan den volgenden morgen mag hij echter niet vertoeven, hij moet verder reizen. Maar nu geeft hij den waard der herberg eenige denariën en zegt: „Draag zorg voor hem en al wat gij daarboven zult uitgeven, zal ik u bij mijne wederkomst betalen.quot;

M. G., wie is die ongelukkige, die daar van alles beroofd, met afgrijselijke wonden overdekt, badend in zijn bloed langs den weg nederligt ? Wie is die goede, barmhartige Samaritaan ?

De H. Augustinus (serm 37 de verho Domini) ziet

ocr page 129

127

in dien ongelukkige ons beeld. In dien ellendigen toestand bevonden zich de menschen voor Jesus' komst om de zonde van Adam. In dien toestand waren ook wij vóór ons H-Doopsel, ook later misschien, toen wij Grod door een groote zonde beleedigd hadden. Van al onze hemelsche goederen waren wij toen door den duivel beroofd, met afgrijselijke wonden lag onze ziel overdekt, en een vree-selijke dood, een dood, die ons voor eeuwig ongelukkig zou gemaakt hebben, ware gevolgd, indien geen barmhartige Samaritaan ons hulp hadde geboden.

De Synagoog en hare dienaren, (zij worden verbeeld door den priester en den leviet,) waren getuigen van den deurniswaardigen toestand van den mensch, maar zij gingen voorbij, zonder den ongelukkige te helpen.

Maar ziet, toen naderde een barmhartige Samaritaan, dien wij beleedigd hadden, maar deze zag neêr op onze ellende en had medelijden met ons.

Die barmhartige Samaritaan, M. GK, was Jesus Christus. O, wat een liefde betoonde Hij den gevallen mensch, hoeveel grooter offers getroostte Hij zich voor ons, dan de Samaritaan voor den gewonden Israëliet. Niet het toeval bracht Hem bij ons, alleen uit liefde daalde Hy uit den hemel op aarde neder Hij was de koning der koningen en ziet. Hij bekleedde zich met de menschelijke zwakheden. En met wat zorg en liefde verbond Hij de wonden, die wij ons zeiven hadden toegebracht. Niet een dag en een nacht stond Hij, gelijk de barmhartige Samaritaan, bij den kranken mensch, neen. 38 jaren achtereen verbond Hij door zijn hemelsche leer, zijn troostend voorbeeld, zijne heerlijke genaden onze wonden. Ja, zoo ver ging zijne toewijding aan ons geluk, dat Hij eindelijk viel als offer zijner liefde. Zijn leven gaf Hij, om ons

ocr page 130

128

te genezen. Hij werd de eerste en meest bewonderens-waardige martelaar van liefde.

Als de goede Samaritaan verder moest reizen, beval bij zijn zieke aan de zorgen van den waard der berberg, schonk hem zijn geld en gaf hem last den kranke van al het noodige te voorzien; bij zijne wederkomst zou hij alles vergelden.

M. G., ook dat deed Jesus nog, nadat Hij zijne rust, zijne eer, zijn leven voor ons had ten offer gebracht. Stervende vertrouwde Hij ons toe aan de zorgen der H. Kerk en schonk haar alle schatten, die voor ons eeuwig welzijn noodig waren. Hij gaf last aan hare bedienaars, voor ons eene teedere zorg te dragen Heerlijk zal Hij bij zijne wederkomst ten oordeel hen loonen voor alles, wat zij voor ons gedaan hebben. Ja, nog verder ging Hij in zijne bezorgdheid voor ons. Hoewel Hij bezweek als martelaar van liefde, bleef Hij toch in zijne almachtige liefde bij ons. In het H. Tabernakel woont Hij nog voortdurend als een goede geneesheer. „Komt, roept Hij ons daar toe, komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.quot; O, hoeveel smarten weet Jesus daar nog voortdurend te verzachten, hoeveel wonden te genezen.

En mocht gij, M. G., niet meer dan vele anderen in de liefdeblijken van den hemelschen Samaritaan deelen ? Aan wier hoede vertrouwde Jesus u toe, na u in het H. Doopsel van uwe wonden genezen te hebben? quot;Wat zijn er weinigen, die zulke godvruchtige ouders en opvoeders ontvangen mochten als gij! Hoe groot zijn de genaden en zegeningen, die gij als kinderen der Kerk ontvangt, in vergelijking met die, welke duizenden andere kinderen verkrijgen.

M. G., waart ge eens in de plaats geweest van den man, dien de Samaritaan zoo welwillend ter hulp kwam

ocr page 131

129

wat zoudt gij erkentelijk geweest zijn jegens dien edel-raoedigen weldoener. Zoudt gij hem het bewijs van wederliefde geweigerd hebben, dat hij voor zijn dienst u vroeg? Hoe erkentelijk moet gij dan niet zijn jegens Jesus' goddelijk Hart, hoe bereidvaardig Hem het bewijs van dankbaarhetd geven, dat Hij van u vraagt.

En welk is dat bewijs van dankbaarheid ?

Jesus verlangt van ons, dat wij zijn voorbeeld, het voorbeeld van den barmhartigen Samaritaan navolgen.

Als Jesus den wetgeleerde zijne schoone gelijkenis had voorgesteld, voegde Hij hem toe: „ Vade et fac similiter.quot; Ga dan en doe insgelijks, d.w.z : Beoefen ook gij aldus de liefde, niet alleen-jegens uwe vrienden en weldoeners, maar ten opzichte van alle menschen, ook dus jegens hen, die u hinderen en onrecht aandoen, van wie gij een natuurlijken afkeer gevoelt, ook vooral jegens hen, die met geestelijke wonden, met fouten en gebreken bedekt zijn.

Ja, M. GL, dit is wel de wensch bij uitnemendheid van het goddelijk Hart, het teeken zelfs, waaraan men bijzonder de kinderen van het H. Hart kennen kan.

Geen enkel gebod heeft Jesus ons met meer nadruk ingeprent, dikwijler herhaald, dan het gebod van elkander lief te hebben. „Dit is mijn gebod,quot; zegt Hij, het gebod dat Mij het naast aan het hart ligt, „dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u bemind heb.quot; „Hieraan, zegt Hij, zullen allen erkennen, dat gij mijne leerlingen zijt, zoo gij liefde hebt tot elkander.quot;

Hij stelt dat gebod gel^k met het grootste van alle geboden, het gebod van God te beminnen uit geheel zijn hart. „Het tweede, zegt Hij, is daaraan gelijk: Gij zult uwen naaste beminnen als u zeiven.quot; Opdat wij dit gebod vooral niet vergeten zouden, herhaalde Hij het nog

9

ocr page 132

130

tot vijfmaal toe, in een der plechtigste oogenblikken van zijn leven, op den vooravond van zijn dood. Dat oogen-blik kiest een vader, eene goede moeder uit, om hun kind een verlangen, dat het nooit vergeten mag, te openbaren. En wat een liefde en teederheid sprak toen uit zijn woorden: „Pilioli, zeide Hij toen, kinderkens, nog een weinig tijds ben Ik bij u : bemint elkander, gelijk Ik u bemind heb !quot;

M. G., kan .Tesus ons in treffender woorden beduiden, hoezeer zijn goddelijk Hart verlangt, dat wij het gebod der liefde toch goed onderhouden ?

Hoe onderhoudt gij dat groote gebod, hoe beantwoordt gij aan dat vurig verlangen van het goddelijk Hart ?

Is uwe liefde algemeen, gelijk Jesus dat verlangt? Bemint gij allen zonder onderscheid met eene oprecht broederlijke liefde, of toont gij misschien alleen achting en genegenheid aan hen, die u om hunne natuurlijke hoedanigheden meer bevallen ?

Is uwe liefde naar het woord van den H Paulus geduldig? Verdraagt gij met liefde elkanders gebreken ? Toont gij u niet te spoedig gestoord om oen onaangenaam woord, eene stuursche handeling? Kunt gij gemakkelijk een klein onrecht vergeven, zijt gij minzaam en vriendelijk jegens hen, die u ooit gehinderd hebben ?

Zijt gij inschikkelijk, toegevend, niet te hevig in het verdedigen van uw gevoelen, van uwe vermeende rechten ? „De liefde, zegt de Apostel Paulus, is niet eerzuchtig.quot;

Bewijst gij aan allen gaarne een kleinen dienst, en doet gij dat om God, niet om uw eigenbelang? „De liefde, zegt de H. Paulus, zoekt haar eigenbelang niet.quot;

Is uwe liefde goedertieren ? Gevoelt gij een oprecht medelijden met hen, die in druk en lijden zijn? Daalt

ocr page 133

131

gij dan gaarne gelijk de barmhartige Samaritaant ot die kranken af om hen te troosten en te helpen ?

Is uwe liefde vrij van afgunst ? Verheugt gij u van harte over het geluk van anderen, prijst gij gaarne hunne schoone eigenschappen ?

Vermijdt gij met zorg het kwaad spreken? Legt gij zooveel mogelijk de handelingen van anderen ten goede uit? „De liefde, zegt de H. Paulus, denkt geen kwaad.quot;

Is uwe liefde steeds bovennatuurlijk? Bemint gij anderen alleen daarom, wijl Jesus dat van u verlangt, of bemint gij sommigen misschien om geheel andere redenen ?

Bidt gij dikwijls voor elkander, tracht gij zooveel mogelijk door uwe gesprekken en uw goed voorbeeld het geestelijk welzijn van anderen te bevorderen ? „Weest een voorbeeld, zegt elders de Apostel Paulus, door uwe gesprekken, door uwen omgang, door uwe liefde, door uw geloof, door uwe zedigheid.quot;

O goddelijk Hart, hoeveel verschilt onze liefde van de liefde, die Gij in uwe ware kinderen verlangt! En zooveel hebben wij aan de liefde van uw goddelijk Hart te danken!

quot;Wij maken dus heden het oprechte besluit, ons met ijver op de onderhouding van uw groot gebod, op de vervulling van uw vurigen wensch te gaan toeleggen. Ondersteun ons door de kracht uwer genade. Amen.

ocr page 134

4e ONDERRICHTING.

De Samaritaansche Vrouw. De ijver voor het zielenheil.

S5i;en der schoonste bladzijden van de H. Schrift, waaruit ons de grenzenlooze liefde blijkt van het goddelijk Hart voor het heil der zielen, is die, welke de geschiedenis vermeldt van de Samaritaansche vrouw. Die vrouw leert ons ook op treffende wijze door haar voorbeeld, hoe wij aan de liefde van het goddelijk Hart kunnen en moeten beantwoorden.

Kort na de gevangenneming van den H. Joannes den Dooper begaf onze goddelijke Verlosser zich uit Judea, waar hij ongeveer 8 maanden gepredikt had, naar Ga-lilea. De gewone weg naar dat land voerde door Sama rië, eene landstreek, die door de Samaritanen, de vijanden der Israëlieten, bewoond werd. Zoo kwam Jesus ook in de nabijheid van de stad Sichar of Sichem. Het was omtrent middag, toen Hij die plaats bereikte en, uitgeput van vermoeienis, door honger en dorst gekweld, zette Hij zich neder op den rand van den put, dien de aartsvader Jacob aldaar had laten graven. Zijne leerlingen gingen intusschen naar de stad om spijzen

ocr page 135

133

te koopen. Men zou meenen, M. G., dat Jesus, terwijl Hij daar vermoeid en het zweet van zijn voorhoofd wisch-end, nederzat, wel aan zich zeiven dacht. O neen, geheel andere zorgen vervulden zijn liefdevol Hart. Geen toeval had Hem naar die plaats gevoerd; de rustelooze liefde van zijn goddelijk Hart had deze plek en dit uur uitgekozen om eene arme, afgedwaalde ziel den weg naar den hemel te wijzen. De woorden van de schoone hymne Dies irae: „Vermoeid waart Gij neergezeten, terwijl Gij mij zocht,quot; vonden hier hunne toepassing. In de stad woonde eene vrouw, die in dwaling en groote zonden leefde. Zij was gewoon uit de bron, waarbij Jesus nederzat, op dit uur water te komen putten. O, wat moet het Hart van den goeden Herder ontroerd zijn geweest, als Hij dat afgedwaalde schaap zag naderen. Of meent gij, M. G , dat Hij, die een Heilige de woorden ingaf: „Eene ziel redden en dan sterven,quot; zonder ontroering het gunstige oogenblik om er eene te redden kon zien naderen ?

De vrouw is bij de bron gekomen, zij ziet Jesus, maar bemerkend, dat Hij een Israëliet is, spreekt zij geen enkel woord tot Hem; zij put water, neemt hare kruik weer op de schouders en wil vertrekken. Toen sprak Jesus tot haar; „Geef Mij te drinken.quot; Niet de dorst, die zijn lichaam kwelde, M. G., maar de dorst naar het heil harer ziel, deed Hem tot de Samaritaansche die vraag richten. Zoo was ook zijn smartkreet op het kruis: „Sitio; Ik heb dorstquot; vooral een smartkreet van verlangen naar het heil der zielen!

a. De vrouw zet den eersten stap op den weg der bekeering; Zij begrijpt Jesus wel niet, maar zij luistert toch naar het goddelijk woord. Zij staat verbaasd over Jesus' vraag: „Hoe vraagt Gij, daar Gij een Jood zijt.

ocr page 136

134

antwoordt zij, te drinken aan mij, die eene Samaritaan-sche vrouw ben?quot; Het was geheel strijdig met de Joodscbe gebruiken, een dienst te vragen of te aanvaarden van de gehate Samaritanen. De H. Joannes, die deze geschiedenis in zoo kleine bijzonderheden opteekent, meldt niet, dat zij Jesus te drinken gaf.

Het is dus wel mogelijk, dat zij Hem den liefdedienst weigerde, dien Hij, naar hare meening, haar vroeg. Maar de ijver stoort zich aan geen weigering of vernedering, rusteloos werkt hij voort tot het bereiken van zijn doel.

h. Zonder op die weigering acht te slaan, laat Jesus de eerste genade door eene tweede volgen, waardoor zij een tweeden stap op den weg barer bekeering zetten kan. Hij doet haar gevoelen, dat de persoon, die tot haar spreekt, geen gewoon mensch is en wekt in haar het verlangen op om Hem te kennen. „Indien gij de gave Gods kendet, zegt Jesus, en wist, wie Hij is, die tot u zegt: Geef Mij te drinken, gij zoudt Hem wellicht gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven.quot; Door dat levend water verstaat Jesus zijne hemelsche genaden; die genade toch wascht de ziel van hare vlekken, gelijk het water het lichaam, zij bluscht het vuur der kwade driften, zij doet de zaden van deugd en godsvrucht in ons hart ontkiemen. De vrouw begrijpt de beteekenis nog niet, maar toch gelooft zij op Jesus' woord, dat Hij geen gewoon Israëliet is. „Heerquot; noemt zij Hem nu en zegt: „Gij hebt niets om mede te putten, en de put is diep, vanwaar hebt Gij dan levend water ? Zijt gij dan grooter dan onze vader Jacob, die ons dezen put gegeven en zelf daaruit gedronken heeft ?...quot;

c. Duidelijk geeft Jesus de vrouw nu te verstaan, dat Hij verre boven Jacob verheven is ; want het water, dat Hij geven kon, zegt Hij, had veel verhevener eigen-

ocr page 137

135

schappen, dau dat van den put van Jacob, „Al wie van dit water (uit den put van Jacob) drinkt, zal wederom dorsten, doch wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, zal niet meer dorsten in eeuwigheid ; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem eene bron worden van water, dat springt ten eeuwigen leven.'' De genade, wil Jesus zeggen, die Ik uitdeel, voert den mensch ten hemel, tot het eeuwig leven, waar al zijne verlangens zullen verzadigd worden.

Nog bleef de vrouw denken aan natuurlijk water, maar tevens ook aan de genade des Heeren beantwoorden. Zij geloofde, dat Jesus hoven Jacob verheven was, dat Hij een water kon geven, dat de wonderbare eigenschap bezat van voor altijd den dorst te lesschen. Zij bidt Jesus, dat Hij ook haar van dat wonderbare water geven mag; „Heer, zegt ze, geef mij dat water, opdat ik niet meer dorste, noch hier moete komen om te putten.quot;

d. Steeds dieper en dieper deed Jesus na dat nederig gebed den straal der genade in het ontvankelijk gemoed van de arme zondares dringen. Hij geeft haar een bewijs van zijne goddelijke alwetendheid.

Met zachtmoedigheid wijst Jesus haar op haar zondigen levenswandel. Dat trof de Samaritaansche tot in het diepste barer ziel; nooit had Jesus haar te voren gezien, en toch wist Hij alles wat zij gedaan had. Nu gelooft zij niet alleen, dat Jesus een machtige wonderwerker is, maar zij erkent in Hem een groot profeet. Met diepen ootmoed zegt ze: „ Heer, ik zie dat gij een profeet zijt.quot; En zoozeer is haar hart reeds door den zachten invloed der genade tot God getrokken en bekommerd over hare zaligheid, dat zij verder door Hem, dezen profeet, wenscht onderwezen te worden en uit zijn mond vernemen wil, op welke plaats zij voortaan

ocr page 138

136

God moet aanbidden, te Jerusalem, zooals de Joden beweerden, of wel op den berg Garizim, zooals zij tot heden gedaan had.

e. Thans licht Jesus den laatsten tip van den sluier op, die over zijn goddel ijken persoon hangt. Hij gaat haar zeggen, dat Hij de beloofde Messias is. Spoedig, gaf Jesus haar te kennen, zal er een tijd komen, waarop men God niet op den berg Garizim en te Jerusalem, maar op alle plaatsen der wereld offers zal opdragen. De vrouw begrijpt daaruit, dat Jesus spreekt over den tijd van den Messias en zegt: „Ik weet, dat de Messias komt....quot; En op plechtigen toon, met verheven majesteit antwoordt Jesus haar : „Ik ben het, die met u spreek.quot; En het goddelijk Hart had zijne overwinning voltooid. De vrouw gelooft uit geheel haar hart in Jesus als den Zoon van God, den beloofden Messias en ijlt vol blijdschap naar de stad, om ook hare stadgenooten in haar geloof aan de komst van den Verlosser der wereld te doen deelen.

M. G., hoezeer straalt uit deze geheele geschiedenis weer de hemelsche wijsheid en nog meer de onuitsprekelijke goedheid van het goddelijk Hart.

Die vrouw had zoo slecht, zoo schandelijk geleefd, en toch wat een liefde bewees haar Jesus ! Hij trekt haar met onuitputtelijk geduld, zich zeiven geheel vergetend, uit den afgrond van duisternis en ellende, waarin zij gedompeld lag. Zij mocht de eerste zijn onder al hare stamgenooten, die tot de kennis kwam van den Messias; haar gedrag geeft ons alle redenen om te veronderstellen, dat zij later eene vau Jesus' vurigste leerlingen bleef en dat zij thans het loon van haar levendig geloof en vurigen ijver in den hemel geniet.

Een heerlijk voorbeeld geeft die vrouw aan alle kinderen van het goddelijk Hart! Nauwelijks heeft zij Jesus

ocr page 139

-

137

leeren kennen, of zij wordt zijn Apostel, zij wil Jesus ook door anderen doen kennen en beminnen. Als de leerlingen uit de stad tot Jesus waren weergekeerd, ijlt zij naar de stad en verkondigt daar luide: „Komt en ziet een mensch, die mij alles, wat ik gedaan heb, gezegd heeft! Zou deze de Christus niet zijn ?quot; En de blijdschap en geestdrift, waarmede zij die tijding bracht, wekten de aandacht der inwoners van Sichem. In grooten getale stroomen zij tot Jesus en luisteren met aandacht naar zijn goddelijk woord.

Twee dagen vertoefde Jesus bij hen en zijn woord droeg rijke vruchten. Velen geloofden in Hem en verkondigden luide, dat Jesus de Messias, de Zaligmaker der wereld was.

M. GK, gij kent Jesus reeds zooveel jaren, gij hebt reeds zoovele en zoo groote bewijzen zijner liefde ontvangen. Hebt gij aan die liefde beantwoord gelijk de Samaritaansche vrouw ? Hebt gij er naar gestreefd om Jesus ook door andere zielen te doen kennen en beminnen ?

Denkt toch niet, dat gij maar weinig doen kunt voor de eer van het goddelijk Hart.

Wanneer gij hidt voor de bekeering der zondaren, voor het welslagen van den apostolischen arbeid van Priesters en Missionarissen, en dat gebed vereenigt met het oneindig verheven gebed van het goddelijk Hart, dan ijvert gij voor de eer van het goddelijk Hart.

Zijt gij later in de wereld als een ijverige Zelateur van het Apostolaat, van de Eerewacht of eenige andere vereeniging van het H. Hart werkzaam, dan ijvert gij voor de eer van het goddelijk Hart.

Werkt gij door uw gebed en andere liefdewerken mede aan de verlossing van de zielen in het Vagevuur^

ocr page 140

138

dan vult gij den hemel met nieuwe aanbidders van het goddelijk Hart, met machtige voorsprekers voor de arme zondaren.

Steunt gij door een aalmoes de Katholieke Missiën, het godsdienstig onderricht van kinderen, dan ijvert gij voor de eer van het goddelijk Hart.

Apostelen en machtige Apostelen van Jesus' H. Hart kunt gij verder zijn, door uw lijden en moeielijk-heden in vereeniging van het zijne geduldig te dragen tot heil der zielen. Apostelen vooral kunt gij zijn door een stichtend voorbeeld.

M. G., denkt dikwijls aan de groote dankbaarheid, die gij vooral Jesus' H. Hart verschuldigd zijt, aan het on-meteljjk loon, dat Hij aan de IJveraars voor zijne eer eenmaal schenken zal. Een glas water, in zijnen naam, aan den minste der zijnen geschonken, zal Hij niet onbeloond laten.

quot;Wat zal Hij dan niet geven aan hen, die eene kostbare ziel voor den eeuwigen ondergang behoed hebben!

Besluiten wij dus, om als ware Apostelen van Jesus te gaan werken. Onze zinspreuk zij voortaan die van het goddelijk Hart: „Mijne spijze is, dat Ik den wil doe van Hem, die Mij gezonden heeft en dat Ik zijn werk volbrenge.quot; Amen.

ocr page 141

5de ONDERRICHTING.

De liefde van het goddelijk Hart in de H. Communie.

De veelvuldige H. Communie.

nder alle wonderen van liefde, die het goddelijk Hart voor den mensch heeft uitgewerkt, ia er geen, dat meer onze bewondering en dankbaarheid verdient, dan de instelling van het allerheiligste Sacrament op den avond van zijn lijden. In dat H. Sacrament heeft Jesus zijne liefde voor den mensch als uitgeput. Dat getuigt de H. Augustinus, als hij zegt: „Ofschoon Jesus almachtig is, kon Hij ons niet meer geven, ofschoon Hij oneindig wijs is, wist Hij ons niet meer te geven, ofschoon Hij oneindig rijk is, tyezat Hij niet meer om ons te geven.quot; Het H. Concilie van Trente bevestigt die uitspraak met de woorden : „Wanneer onze Zaligmaker uit deze wereld zou gaan, stelde Hij het H. Sacrament in, waarin Hij de schatten zijner goddelijke Liefde als uitgestort heeft.quot;

Die waarheid zal ons duidelijk worden, M. Gv als wij aandachtig beschouwen :

ocr page 142

140

1°. Wat Jesus ons geeft in de ïï. Communie.

2°. Wanneer en in welke omstandigheden.

3°. Hoe, op welke wijze, Hij ons die heerlijke gave zijns Harten schonk.

1°. Wat geeft ons Jesus in de H. Communie?

Van den ouden koning Maximiliaan van Beieren wordt verhaald, dat hij een zeer goedaardige en milddadige vorst was. Vooral voor armen en ongelukkigen toonde hij zich een vriend en vader.

Terwijl hij eens op wandeling was, trof hij een nede-rigen werkman aan, die bezig was den straatweg te herstellen. Als naar gewoonte knoopte de koning een gesprek met hem aan en sprak op zulk een vertrouwe-lijken toon, dat de werkman, alle vrees vergetend, den koning uitnoodigde aan zijn sober middagmaal deel te nemen. En ziet, terstond zette de koning zich bij hem op een steenhoop neder en gebruikte met hem het middagmaal. Zoo diep was de arme man door die goedheid van zijn koning getroffen, dat hij uitriep; Mijn God, hoe kan ik mijn koning zijne liefde voor mij, armen werkman, vergelden ?

M. G., wat beteekent dat bewijs van goedheid en liefde, vergeleken bij het bewijs van liefde, dat Jesus ons geeft in de H. Communie ?

Jesus Christus is de koning der koningen, de almachtige Schepper en Bestuurder van hemel en aarde. Hij trok door een enkel woord hemel en aarde uit het niet. Hij schonk de zon haar schitterenden glans, wees de sterren aan het firmament de baan aan, die zij volgen moesten. Voor Hem sidderen de duivelen en bedekken de Engelen in den hemel uit eerbied hun aanschijn. En die groote God, M. G,, noodigt ons uit, ons, arme, nietige schepselen, die niets zijn of kunnen uit ons zeiven, die

ocr page 143

141

Hem bovendien zoo dikwijls door onze zonden bedroefden en beleedigden, om aan zijne koninklijke tafel te komen aanzitten. Ja verder nog, eindeloos verder gaat zijne goedheid. Hij gewaardigt zich niet alleen onze Gastheer te zijn, Hij zelf wil nog onze spijze zijn. Bij dien H. Maaltijd schenkt Hij ons zijn goddelijk lichaam en bloed, dat kostbaar bloed, waarvan een enkele druppel voldoende was, om alle zonden uit te wisschen; dat liefdevol Hart, dat de menschen met eene oneindige liefde beminde; zijne godheid en menschheid, die de Engelen des hemels in verrukking aanbidden en in wier aanschouwing zij eindeloos gelukkig zijn.

2°. En wanneer, M. Gr., in welke omstandigheden schonk ons Jesus die onwaardeerbare gave ?

In qua nocte tradebatur: In den nacht, zegt de H. Schrift, waarin Hij werd overgeleverd aan zijne vijanden, waarin de Schriftgeleerden en Pharizeën plannen beraamden, om Hem op de smartelijkste en schandelijkste wijze te doen sterven; in den nacht, waarin zijne vrienden, zijne Apostelen als samenspanden met zijne vijanden, om zijn liefdevol Hart te grieven ; waarin Petrus Hem tot driemaal toe zou verloochenen, Judas Hem op de schandelijkste wijze zou verraden, waarin alle andere Apostelen lafhartig van Hem zouden wegvluchten en Hem alleen zouden laten in zijn doodsgevaar. In dien nacht, M. Gr., heeft Hij zijne liefde voor den ondankbaren mensch uitgeput.

Jesus dacht toen ook aan ons en alle andere menschen; Elij dacht aan den ondank, waarmede de menschen zijne liefde zouden beantwoorden ; duidelijk stonden Hem toen de heiligschennissen en gruwelijke onteeringen voor den geest, die men Hem in zijn H. Sacrament, ook bij de H. Communie, zou aandoen.

ocr page 144

142

M. G., hoezeer moet zijn Hart ons dan beminnen om toch dit wonder van liefde voor ons te willen verrichten. Een rijk man had eens een armen, verlaten knaap tot zich genomen en als zijn eigen kind opgevoed. Dat kind groeide op, maar was zeer ondankbaar jegens zijn goeden weldoener, het veroorzaakte hem veel verdriet. Eens waagde de ondankbare het zelfs de handen aan hem te slaan en bracht hem daarbij eene doodelijke wonde toe. Verschrikt vluchtte de jongeling weg, maar werd na eenige dagen teruggevonden. Hoe verbaasd stond hij echter, toen hij vernam, dat zijn weldoener stervende hem alles vergeven en gesmeekt had, zijn moordenaar niet te straffen, ja zelfs hem al zijn goederen vermaakt had,

M. G, gelijk de jongeling misdeed jegens dien barm-hartigen weldoener, zoo hebben wij misdaan jegens Jesus Christus. Door onze zonden en fouten hebben wij zijn Hart, dat zijn liefde voor ons heeft uitgeput, veel verdriet veroorzaakt; en mochten wij ooit eene doodzonde bedreven hebben, dan hebben wij Hem als het ware mede aan het kruis genageld. En wat deed Jesus nu als Hij sterven ging ? Op zijn kruis schold Hij ons alle schuld kwijt; door zijn almachtig gebed verwierf Hij toen vergiffenis van de straffen, die wij verdiend hadden en liet ons bij testament bovendien alles na, wat Hij ons geven kon; zich zei ven, zijn goddelijk vleesch en bloed.

3°. Beschouwen wij verder, M. G., om eenigszins de uitgestrektheid te kennen van den liefdegloed van zijn Hart, die schittert in dit geheim, op welke wijze Jesus zich aan ons tot spijze gaf.

a. Hoe diep, M. G., moest Jesus zich vernederen, wat een wonderen moest Hij uitwerken, om ons dat

ocr page 145

143

bewijs zijner liefde te geven. Wij staan verbaasd over zijne diepe vernedering in den stal van Bethlehem, waar Hij de gedaante aannam van een machteloos kindje; maar hoeveel meer vernietigt Hij zich in de H. Communie, waar Hij zich aan ons geeft onder de levenlooze, de nietige gedaante van brood.

h. Met een brandend verlangen had Hij uitgezien naar den dag, waarop Hjj ons deze onvergelijkelijke gave zijns Harten kon schenken. Hij gaf het te kennen, als Hij sprak: „Desiderio desideravi: Ik heb vurig verlangd dit Paschen met u te eten.quot; quot;Wat een liefde, M. GK, straalt uit deze woorden ! Jesus toch is in zich zeiven oneindig gelukkig, Hij kan zijn geluk geen enkelen graad verhoogen door zich met ons te vereenigen in de H. Communie ; maar Jesus kende onze zwakheid. Hij wist, hoe moeielijk het ons vallen zou, ook nog, nadat Hij ons door zijn kruisdood verlost zou hebben van de slavernij des duivels, om onze driften te overwinnen; hoezeer de kwellingen des levens ons konden nederdrukken, wat een duisternis er kon heerschen in onze ziel. En om ons nu kracht en troost en licht te schenken in overvloed, verlangde Hij zelf, de oneindig Sterke, de God aller vertroosting, het eeuwige Licht, onze steun, onze troost en ons licht te zijn. Uit loutere liefde dus voor den mensch had Hij zoo vurig naar dezen gezegenden avond verlangd. Daarom dan ook noo-digt Hij ons niet alleen allerminzaamst uit, maar dringt ons zijne liefde aan dien H. Maaltijd deel te nemen. Hij belooft de heerlijkste belooning aan hen, die aan zijn verlangen voldoen : „Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, zegt Hij, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.quot; Hij bedreigt met de zwaarste straffen degenen, die weigeren zijn

ocr page 146

144

heilig lichaam en bloed te nuttigen. „Tenzij gij het vleesch van den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt, zoo spreekt Hij, zult gij het leven in u niet hebben.quot;

In dit geheim M. GL, heeft Jesus dan inderdaad zijne almacht en liefde als uitgeput.

Beantwoorden wij dus vooral goed aan de liefde, die Hij ons in de H. Communie betoont.

Vereenigt u zoo dikwijls mogelijk, zoo dikwijls uw geestelijke leidsman het u veroorlooft met Jesus in de H. Communie. Het verlangen, M. GK dat Jesus in het laatste avondmaal dequot; woorden deed uiten; „DesMerio desideravi: Ik heb vurig verlangd dit Pa-schen met u te eten,'' dit vurig verlangen brandt ook thans nog in zijn Hart. Kinderen van het H. Hart, gij kunt aan Jesus geen grooteren troost verschaffen, dan door Hem dikwijls met godsvrucht in de H. Communie te ontvangen. Verzuimt toch niet aan het brandend verlangen van het goddelijk Hart te voldoen onder de ijdele voorwendsels, die nog zooveel christenen in onze dagen van de H. Tafel verwijderd houden. Laat u niet ontmoedigen door het bewustzijn van uwe zwakheid en de gedachte aan de heiligheid van Hem, dien gij ontvangen moet. „Komt allen tot Mij, roept Jesus ons toe, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.'' Mits men maar van goeden wil zij en minstens vrij van zware zonde, dan kan iemands zwakheid of onvolmaaktheid alleen geen reden zijn, om niet iedere week de H. Communie te outvangen.

Dat leeren ons de grootste leeraars der Kerk, een H. Basilius, een H. Cyprianus, een H, Augustinus en andere. De groote H. Franciscus van Sales zegt : „Twee soorten van lieden moeten dikwijls communiceeren: de

ocr page 147

145

volmaakten, omdat zij in goede gesteltenis zijn; de on-volmaakten om naar de volmaaktheid te kunnen streven ; de sterken uit vrees van te verzwakken, de zwakken om zich te versterken ; de zieken om te genezen en de gezonden, om niet in ziekte te vallen.

Bevestigt niet de dagelijksche ondervinding, dat juist het waardig en dikwijls nuttigen van Jesus' goddelijk vleesch en bloed het machtigst middel is, om zich die hemelsche gave meer en meer waardig te maken? quot;Wat een verschil van gedrag bespeurt men toch in de christenen, die dikwijls en die maar zelden zich voeden met het Brood der sterken ? Ziet men niet overal het godsdienstig leven toenemen, waar de ijver toeneemt voor de H, Communie, en verslappen, waar die verkoelt ?

Veel minder, M. Gr., moogt gij u laten weerhouden van de H. Tafel door de vrees voor de menschen. Daar zijn, helaas, lafhartige christenen, die zelden aan Jesus' verlangen voldoen, wijl zij vreezen, dat de menschen hen van overdreven godsvrucht zullen beschuldigen, Wat een lafheid en dwaasheid ! Hebt gij ooit gehoord, dat een hoveling de uitnoodiging afsloeg van zijn vorst, om met hem aan zijn koninklijke tafel te komen spijzen, uit vrees van door de menschen bespot te worden? Zal een koopman verzuimen een beduidende winst te maken, al weet hij, dat eenige onverstandigen zijne handelwijze niet zullen goedkeuren?

En gij, M. Gr., gij zoudt uit laffe vrees voor de menschen weigeren, te komen aanzitten aan dien heerlijken feestdisch van den besten en machtigsten der koningen; gij zoudt uit menschelijk opzicht de schatten van genade versmaden, waarmede Hij uwe ziel wil verrijken?

Ook geen bezigheden of tijdelijke zorgen zijn in den

10

ocr page 148

146

regel een wettige reden, om maar zelden de H. Communie te ontvangen.

Hadden ook de eerste christenen geen huiselijke zorgen en vonden zij niet den trd om dagelijks tot de H. Tafel te naderen 'i

En bestaat er wel eene bezigheid van grooter gewicht, hebt gij wel eene zorg, die dringender is, dan de zorg voor het eeuwig welzijn uwer ziel ? Heeft Jesus ook niet gezegd: „Zoekt eerst het rijk Gods en zijne gerechtigheid en al het overige zal u worden toegeworpen Keen, M. GK, Jesus kan niet nalaten uwe belangen, ook uwe tijdelijke belangen bijzonder te behartigen, indien gij u beijvert de zijne te bevorderen.

Als Kinderen van Jesus' goddeljjk Hart moogt gij vooral de Communie van den eersten Vrijdag der maand niet vergeten. Offert Hem dan de H. Communie op om Hem te danken voor de onuitsprekelijke gave, die Hij ons schonk in het H. Sacrament, om Hem eenigszins vergoeding en eerherstel te geven voor de oneerbiedigheden en de heiligschennissen, die ten opzichte van dit aanbiddelijk Sacrament gepleegd worden. Zoo dikwijls heeft Jesus zijn verlangen te kennen gegeven, dat Hij vooral dat bewijs van liefde van de dienaars van zijn H. Hart verlangt; aan die H. Communiën vooral heeft Hij de heerlijkste zegeningen voor tijd en eeuwigheid verbonden.

Leeft altijd zoo, M. GL, dat gij waardig moogt wezen volgens het oordeel van uw zielbestierder dikwijls de H. Communie te ontvangen.

Bereidt uw hart immer met groote zorg tot de komst van Jesus voor, benuttigt ook goed de kostbare oogen-blikken, waarop Hij in uw hart rust. Gaat dus vooral tot Hem met een heilig verlangen, een levendig geloof,

ocr page 149

147

eene vurige liefde; bereidt u tot de H. Communie, als ware zij de laatste Teerspijze.

Betuigt Jesus op hartelijke wijze uwe liefde en dankbaarheid, als Hij in uw hart rust; vraagt Hem dan veel voor u zeiven en anderen. Dan vooral, M. GL, zult gij het goddelijk Hart voor zijne onwaardeerbare gave dankbaar zijn en zal die hemelsche gave voor u eene bron worden van onuitsprekelijke zegeningen. Amen.

ocr page 150

6e ONDEERICHTING.

De kostbare gaven, die Jesus' goddelijk Hart ons schonk in de H. Communie.

n het leven van den H. Stanislaus Kostka lezen wij, dat hem eens in zijne ziekte de H. Maagd verscheen, die hem het goddelijk Kindje Jesus in de armen gaf. Stanislaus drukte Het aan zijn hart en liefkoosde Het zoo lang, dat hij bijna van liefde bezweek. Dat zelfde voorrecht genoten gedurende Jesus' kindsheid bijna dagelijks Maria en de H. Jozef.

M. G., wij hebben met u overwogen, dat de gunst, die het goddelijk Hart bij de H. Communie u schenkt, veel grooter is. Dan moogt gij Jesus niet alleen omhelzen en aan uw hart drukken. Hij komt dan in u, Hij neemt zijn intrek in uw hart en vereenigt zich met u op eene onverklaarbaar innige wijze. Maar zelfs hierbij beperken zich zijne liefde en milddadigheid niet. Hij komt niet met ledige handen tot u, o neen, zij zijn gevuld met de rijkdommen zijner genaden, om u daarmede te begiftigen; zoo groot zijn die gaven, dat eene H. Teresia niet aarzelt te zeggen, dat ééne H. Communie voldoende is om van een lauwen Christen een Heilige te maken.

In de H. Schriftuur lezen wij, dat er van Jesus'

ocr page 151

149

H. Lichaam eene kracht uitging, die allen, die Het aanraakten, genas: „Virtus de illo exibat, et sanabat omnes.quot; Ja, zelfs het aanraken zijner kleederen had eene genezende kracht. En wat eene gelukkige uitwerking, wat eene heiliging bracht die aanraking niet te weeg in de ziel van vele personen! Joannes putte aan 's Heeren boezem eene liefde, die hem den eerenaam van Apostel der liefde waardig maakte ; Magdalena verwierf aan zijne voeten de vergeving van al hare zonden ; de H. grijsaard Simeon gevoelde zijn hart, na de omhelzing van het goddelijk Kindje, geheel aan de aarde onthecht : „Ntuic dimittis,quot; riep hij uit: „Laat nu uw dienaar gaan, o Heer, in vrede naar uw woord.quot;

M. G., kan ons dan het woord van de H. Teresia verwondering baren ? Mogen wij dan geen wonderen van genade verwachten van de H. Communie, waarbij wij Jesus niet in onze armen nemen of aan ons hart drukken, maar waarin Hij geheel en al in ons leeft?

Beschouwen wij heden, om onze dankbaarheid jegens het goddelijk Hart voor deze zijne heerlijke gave nog te vermeerderen, om ons op te wekken, van die kostbare spijze een zoo waardig mogelijk gebruik te maken, welke gunsten Jesus in het bijzonder bij zijne komst aan de welgestelde en voorbereide ziel mededeelt.

De Eoomsche Katechismus stipt de volgende aan ;

1° De vermeerdering der heiligmakende genade.

2° De verzwakking van onze kwade neigingen en vermeerdering van den ijver voor het goede.

3° Zij schenkt vergeving der dagelijksche zonden en een krachtig behoedmiddel tegen de doodzonde.

4° Zij is het onderpand der toekomstige verrijzenis en van de eeuwige gelukzaligheid.

1° De heiligmakende genade, M. GK is de kostbaarste

ocr page 152

150

schat, dien gij bezitten kunt. Door die gave werdt gij de geliefde kinderen van God, werd uwe ziel met eene onuitsprekelijke schoonheid bekleed en werd de hemel uw erfdeel. Hoeveel zegeningen vloeiden daaruit voort? hoeveel vermag een eenig geliefd kind op het hart van een goeden vader?

Welnu, M. Gr., door elke waardige H. Communie werd die heerlijke schat in u vermeerderd, werd de schoonheid uwer ziel verhoogd, werdt gij welgevalliger in Gods vaderoog en werd uwe toekomstige verheerlijking in den hemel zekerder en grooter.

Het is waar, dit uitwerksel is eigen aan elk Sacrament der levenden, maar toch op eene geheel bijzondere wijze aan het waardig nuttigen van het Brood der Engelen. In de H. Communie toch wordt in onze ziel het beeld gedrukt van Jesus Christus, Gods eenigen en innig geliefden zoon. De duivel, zegt een verklaarder der H. Schriftuur, bekoorde onze eerste ouders zeggende: Eet van deze vrucht en gij zult gelijk goden zijn. Dat zelfde mag eenigermate van u gezegd worden, MG, als gij u voedt met deze hemelsche spijze. Jesus Christus verandert niet in ons, maar wij veranderen in zekeren zin in Jesus Christus. In de H. Communie, lt;eert de H. Joannes Chrysostomus, wordt de christen oekleed met den mantel van Jesus Christus, ja met Jesus Christus zeiven. M. G., hoe schoon en beminnelijk moet dus onze ziel bij elke waardige H. Communie aan God toeschijnen !

2°. Maar zij drukt in onze ziel niet alleen het beeld «-ar Jesus' schoonheid, zij maakt ons ook aan Hem gelijk-lt;ormig in zijne beminnelijke eigenschappen, in zijne deugden en werken. Het tweede uitwerksel toch der

ocr page 153

151

H. Communie is, dat zij onze booze neigingen verzwakt en ona kracht en ijver geeft voor het goede.

a. Bij elke waardige en vurige H. Communie zal het vuur onzer kwade begeerlijkheid eenigszins afnemen, onze neiging tot traagheid, zinkelijkheid en eigenliefde iets van hare kracht verliezen. En kan ons dat verwondering baren, als wij bedenken, wie Hij is, die in ons hart nederdaalt ? Is Hij niet dezelfde, die weleer de stormen gebood, op wiens machtig woord de onstuimige zee in een oogenblik in een gladde waterspiegel veranderde ? Een machtigen, bedarenden invloed zal dus ook zeker Jesus' komst uitoefenen op de hevige opwellingen van onze driften. Dat leert ons ook de da-gelijksche ondervinding. Hoe hevig brandde het vuur der begeerlijkheid in het hart van een H. Augustinus, een H. Paulus en anderen. Toch deerden hun de vlammen niet; zij leefden als engelen zoo rein. M. GK, onmogelijk zouden zij ongedeerd zijn gebleven, zoo niet dikwijls het bloed van Jesus de hevigheid van dien gloed getemperd had.

h. Maar de H. Communie oefent op ons niet alleen eene genezende kracht uit, zij bevat ook eene levengevende kracht; zij schenkt ook kracht en ijver voor het goede. Hoe dikwijls, M. G., mocht gij dit zalig uitwerksel der H. Communie ondervinden op de dagen, waarop gij Jesus met gevoelens van een levendig geloof en eene vurige liefde in uw hart hadt binnengeleid ! Waart gij op die dagen niet veel gehoorzamer dan op andere da-gen, niet nauwgezet in het onderhouden der regeltucht? quot;Was het u dan geen lust met Jesus te gaan spreken in zijn H. Sacrament ? Kostte het u dan wel zooveel als anders om een kruisje, eene vernedering met liefde te dragen ?

ocr page 154

152

c. Wij mogen hier bijvoegen, dat Jesus bij de H. Communie ook dikwijls een HcAt is in de duisternis, die ons omgeeft, en een trooster, die ons met hemelsche en onuitsprekelijke vreugde vervult. Bij de H. Communie vooral leert Jesus ons de afschuwelijkheid der zonde, de ijdelheid van het aardsche, de verhevenheid en de schoonheid der deugd inzien. Dan begrijpen wij beter dan ooit de grondregels der Heiligen: dat het zoo dwaas is zijn hart aan eenig schepsel te hechten, dat het zoo roekeloos is zich vrijwillig in gevaren van zonde te begeven, dat eene versmading, ter liefde van Jesus verduurd, veel kostbaarder is, dan alle schatten dezer aarde. Hoe verblind waren de twee leerlingen, die met Jesus op den avond zijner verrijzenis opwandelden naar Emmaüs. Zij herkenden Jesus niet, zij twijfelden zelfs eenigszins, of Jesus wel waarlijk de Messias was. Doch nauwelijks hadden zij de H. Commnnie uit Jesus' hand ontvangen, of zij werden met een helder licht bestraald, hunne oogen gingen open en zij herkenden hun Verlosser. „Zij hebben zijn aanbiddelijk lichaam genuttigd, zegt de H. Au-gustinus ; toen zijn hunne oogen geopend en zij hebben Jesus gezien en herkend.quot;

Zoo, M. G., bestraalde Jesus dikwijls bij de H. Communie ook uwe ziel met een hemelsch licht, waarin u de waarheid zoo duidelijk werd, dat alleen in de liefde en den dienst van Jesus uw geluk voor tijd en eeuwigheid te vinden is.

d. Somtijds gaan Jesus' goedheid en milddadigheid nog verder. Somtijds overstroomt Hij nog bij zijne komst uwe ziel met een (roosi en een vreugde, die alle aardsch gevoel te boven gaan. Wat waart gij gelukkig, M. Gr., op den dag van uwe eerste H. Communie ! Mocht gij

ocr page 155

153

toen niet met een godvruchtig kind uitroepen: De hemel moet wel eene eeuwige eerste H. Communie zijn ?

Dien zelfden troost, M. G., mag zoo dikwijls eeue ziel, die geheel aan zich zeiven en de wereld onthecht is en alleen voor Jesus Christus leeft, bij de H. Communie ondervinden.

bQ. Eene derde kostbare vrucht der H. Communie is, dat zij de dagelijksche .zonden wegneemt en een behoedmiddel is tegen de doodzonde. Als Jesus bij u zijn intrek neemt, dan heeft met u plaats, wat met de schoonmoeder van den H. Petrus gebeurde, toen Jesus haar huis binnentrad. Hij raakte enkel die arme zieke aan en zij was volkomen genezen. Zoo is ook zijne komst in uw hart voldoende, om u te reinigen van alle dagelijksche zonden, waarover gij een oprecht berouw gevoelt. Hoe kostbaar is ook deze gunst! Wat is toch de dagelijksche zonde een afschuwelijk, een betreurenswaardig kwaad! Zij verduistert den glans uwer ziel, zij vermindert voor u Grods vaderlijke teederheid, zij versterkt uwe booze neigingen en maakt u schuldig aan zware tijdelijke straffen. En toch, hoe gemakkelijk wordt die zonde bedreven. Welnu, M. Q., door eene H. Communie, in de vereischte gesteltenis ontvangen, kunt gij uwe ziel van die afschuwelijke vlekken reinigen.

Verder is de veelvuldige en waardige H. Communie nog een zeker behoedmiddel tegen de grootste aller rampen, de doodzonde.

Zij vermindert toch, zooals wij beschouwd hebben, het vuur der begeerlijkheid, zij geeft ons lust en kracht voor het goede en is de schrik der duivelen. „Dat Bloed, zegt de H. Joannes Chrysostomus, verjaagt van ons de booze geesten ; als zij Het in ons ontwaren, nemen zij vol schrik de vlucht.quot; Neen, M. G., gij hebt

ocr page 156

154

niets te vreezen voor de gevaren, die u weldra in de wereld van alle zijden zullen omringen, zoo gij u maar dikwijls en waardig blijft voeden met dit Brood der sterken. Als men den H. Carolus Borromeüs eens vroeg, wat hem in de groote gevaren van het studentenleven zoo rein bewaard had, antwoordde hij : „Dat deed de H. Communie, die ik op alle Zou- en Feestdagen ontvangen heb.quot; Ach, hoevele jongelieden in de wereld moeten met den Profeet bekennen: „Mijn hart is verdord geworden, omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.quot;

4° Het H. Concilie van Trente voegt hierbij nog een vierde uitwerksel. „Jesus heeft nog gewild, zeggen de Vaders van het Concilie, dat dit Sacrament een onderpand zoude zijn van de toekomstige verrijzenis en de eeuwige zaligheid.quot; Die verzekering geeft ons Jesus zelf, als Hij zegt: „Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.quot; Wij weten, M. G., dat wij die woorden niet zoo mogen verstaan, alsof de H. Communie alleen ons volkomen zekerheid geeft van onze eeuwige zaligheid. Maar deze beschouwing zal u toch genoegzaam geleerd hebben, dat de veelvuldige, waardige H. Communie het machtigste middel is, om te volharden in de deugd en ons eene glorievolle verrijzenis te verzekeren.

O, hoe zoet is voor ons die belofte des Heeren ! Zoo dikwijb vragen wij ons misschien angstig af: Hoe zal ik sterven? Welk zal mijn lot zijn in de eeuwigheid?

M. Gr., blijft u dikwijls en met eene vurige godsvrucht sterken met Jesus' goddelijk lichaam en bloed, en met een zoet vertrouwen moogt gij den dood en de eeuwigheid te gemoet zien.

ocr page 157

155

Ziedaar dus de heerlijke gaven, die Jesus bij zijne komst in ons hart medebrengt.

Maar hoe komt het dan, zult gij misschien denken, dat ik zoo weinig van die heerlijke uitwerkselen der H. Communie ontwaar? Zoo dikwijls reeds heb ik het geluk genoten, Jesus in de H. Communie te mogen ontvangen, en toch ben ik nog zoo onvolmaakt, zoo geneigd tot het kwaad en zoo onstandvastig in de deugd.

M. G, de reden hiervan is te zoeken in u zeiven. Dat komt, omdat gij Jesus in eene minder waardige gesteltenis ontvingt, of wel, omdat gij uw hart met te weinig zorg tot Jesus' komst voorbereiddet, te weinig voordeel deedt met de kostbare oogenblikken, waarin Hij rustte in uw hart

Ondervraagt u dus eens ernstig, waarin gij tot heden te kort schoot. quot;Was uw hart wel zuiver genoeg, als Jesus daarin zijn intrek nam ? Trachttet gij u altijd door eene oprechte biecht te zuiveren, ook van alle da-gelijksche zonden, die Hem zoozeer mishagen ?

Hoe bracht gij den dag door, vooral den avond, die de Communie voorafging ? Dacht gij dan van tijd tot tijd eens aan het groot geluk, dat u te wachten stond? Zondt gij nu en dan eene verzuchting van liefde en verlangen tot Jesus op? quot;Waart gij zachtmoediger, liefderijker, gehoorzamer, ingetogener dan naar gewoonte?

Hoedanig was uwe naaste voorhereiding ?

Was uwe eerste gedachte des morgens op Jesus gericht ? Of gingt gij misschien uw geest in nietige beuzelingen en zorgen verstrooien ? Hebt gij vervolgens gedaan, wat u in de Katechismus geleerd is ? Hebt gij zooveel mogelijk een vurig verlangen naar Jesus' komst in uw hart opgewekt? Hebt gij getracht de gevoelens van geloof, hoop, liefde en van ootmoedigheid in

ocr page 158

156

u te verlevendigen? Hebt gij wel met ernst nagedacht over de grootheid en goedheid van Hem, die u zou komen bezoeken en de nietigheid en onwaardigheid van u zeiven ?

Hoe hebt gij de kostbare oogenblikken besteed, die onmiddellijk na de H. Communie verliepen ?

Zijt gij er wel genoegzaam van doordrongen, dat die oogenblikken de kostbaarste zijn van geheel uw leven, dat gij na de H. Communie gelijk Maria als een smee-kende almacht zijt? Hebt gij Jesus hartelijk en vurig uwe liefde en dankbaarheid betuigd ? Hebt gij Hem dan alles gevraagd, wat gij gaarne ontvangen zoudt ?

Welk offer van dankbaarheid hebt gij aan Jesus beloofd en met welke edelmoedigheid hebt gij het Hem gebracht ?

M. GK, hebt gij deze vragen oprecht beantwoord, dan zult gij begrijpen, waarom zoovele van uwe H. Communiën zoo weinig vruchten hebben opgeleverd. Bedenkt het toch wel; Jesus is milddadig bij zijne komst, maar vooral voor de edelmoedige zielen.

Om de liefde van Jesus en uw eigen welzijn hernieuwt toch vooral uw voornemen, om voortaan het goddelijk Hart beter uwe dankbaarheid voor deze grootste zijner gaven te bewijzen ; om door eene goede voorbereiding en eene vurige dankzegging u zijne gunsten en weldaden waardig te maken. Amen.

ocr page 159

7« ONDERRICHTING.

Geths emane.

Jesus' doodstrijd. Hoe wij ons lijden verdragen moeten.

iemand kan een oprecht vriend van Jesus' H. Hart genoemd worden, die niet dikwijls en met dankbare liefde de smarten herdenkt, die Het voor hem geleden heeft. Wanneer iemand veel voor een vriend geleden had en hij hoorde, dat die vriend nooit meer over zijne toewijding sprak, zou hij dan nog wel aan de oprechtheid zijner vriendschap gelooven ? Wat een troost zou hij integendeel gevoelen, als hij vernam, dat zijn vriend dikwijls erkende, hem veel verschuldigd te zyn en nooit zonder ontroering over zijn opofferingen spreken kon. M. Gr., ook wij zullen dus het goddelijk Hart bewijzen geven van oprechte liefde en een groofen troost verschaffen, als wij dikwijls en met dankbare liefde denken aan hetgeen Het uit liefde voor ons geleden heeft.

Vooral echter de overweging van zijn doodsangst in den hof van Olijven moet een der meest geliefkoosde

ocr page 160

1581

oefeningen zijn van de dienaars van Jesus' Hart. Wij lezen toch in het leven van de gelukzalige Margareta Maria, dat Jesus haar eens zijn verlangen te kennen gaf, dat zij eiken nacht van Donderdag op Vrijdag gedurende een uur de smarten zou herdenken en vereeren, die Hij in zijn goddelijk Hart in den nacht vóór zijn dood geleden heeft. In navolging van die bevoorrechte bruid des Heeren, brengen ook vele vrienden van het H. Hart een uur gedurende den nacht van Donderdag op Vrijdag ten minste in den geest voor het H. Tabernakel door. (1)

Begeven ook wij ons eenige oogenblikken in den geest aaar de plaats, waar Jesus zijn smartvol lijden begon, en trachten wij eenigszins de zee van bitterheid te peilen, waarin zijn minnelijk Hart aldaar gedompeld werd. Na de instelling van zijn liefdegeheim nam Jesus wellicht een hartroerend afscheid van zijn innig geliefde Moeder, verliet vervolgens de feestzaal en begaf zich met elf zijner Apostelen op weg naar den berg van Olijven, waar Hij reeds meermalen den nacht in gebed had doorgebracht. In sombere gemoedsstemming volgden die leerlingen hunnen goeden Meester, Jesus' laatste woorden waren zoo droevig geweest; Hij had gesproken van verraad, van lijden en verstrooid worden. Zij waren ook slechts met elven. Waar zou de verdachte Judas zijn ? Welke plannen beraamde hij ? Het was reeds avond en de weg, dien zij volgden, vermeerderde nog hunne droevige stemming. Hij liep door het dal van Josaphat,

(1) Deze oefening wordt genoemd de oefening van het heilig Uur-, zij werd door Z. H. Pius IX en Leo XIII bijzonder aanbevolen en met aflaten verrijkt. Zie Handboekje van het Apostolaat door M. Reuser S. J. bl. 117.

ocr page 161

159

waarin zich nog talrijke grafgesteenten verhieven van koningen en profeten, die flauw door den schijn der raaan verlicht werden. Maar vooral de laatste woorden des Heeren : „Dezen nacht zult gij allen aan Mij geërgerd worden,quot; brachten angst en droefheid in hun hart. Zwijgend komen zij aan den ingang van denhof van Grethsemane en acht van zijn Apostelen liet Jesus daar achter. Petrus echter. Jacobus en Joannes, dezelfden, die getuigen geweest waren van zijne verheerlijking op den berg en van de opwekking van de dochter van Jaïrus, nam Hij met zich mede om nu getuigen te zijn van zijn onbeschrijfelijke vernedering en zijn smartelijken doodstrijd. Terwijl Hij met hen voortgaat, wordt zijne ziel met eene onuitsprekelijke droefheid en angst vervuld. Zoo groot is zijn smart, dat Hij getuigen kan : „ Tristis est anima mea usque ad mortem:quot; Mijne ziel is bedroefd tot den dood.'' Zoo hevig, wil Jesus zeggen, is mijne droefheid, dat Ik sterven zou, indien mijne godheid Mij niet ondersteunde. »Blijft hier, voegde Hij er verder met vaderlijke zorg voor zijne Apostelen bij, en waakt met Mij. Bidt, opdat gij niet valt in de bekoring.quot; Dan verwijdert Hij zich een steenworp ver van zijne geliefde vrienden en werpt zich voor zijnen Vader ter aarde neder, om troost en kracht te putten in het gebed. En Hij bidt: „Vader, indien Gij wilt, neem dezen kelk van Mij weg; nochtans, niet mijn wil, maar de uwe geschiede.quot;

Kinderen, wat een denkbeeld geven ons die woorden van den lijdenden Heiland, van den strijd en de angsten, die zijn ziel vervulden. Hij bemiode ons met eene ein-delooze liefde; reeds zoo ver was het werk der verlossing gevorderd, maar zoo bitter komt Hem hier de lijdenskelk voor, dien Hij nog drinken moet, dat Hij een

ocr page 162

160

oogenblik schijnt te aarzelen, het verlossingswerk te voltooien : ons heil, ons eeuwig zielenheil schijnt hier een oogenblik in gevaar. Maar gezegend Gij, mijn goede Verlosser, voor de woorden, die Gjj bij uw gebed voeg-det; „Si vis: Indien Gij wilt.quot; Zij drukten uwe volmaakte gelijkvormigheid uit van uwen wil met den wil uws Vaders, die van eeuwigheid had vastgesteld, dat Gij dien bitteren kelk tot den laatsten druppel zoudt ledigen. Zij beslisten dus ten gunste van ons eeuwig welzijn. Na die treffende smeeking staat de Heer op en begeeft zich tot zijne Apostelen. Hij gevoelt behoefte zijn hart uit te storten voor zijne beproefde vrienden, en, hoe groot ook zijne smarten zijn, in zijne liefde kan Hij hen niet vergeten.

Maar ook bij hen vond Hij geen troost. De treurige aandoeningen der laatste oogenblikken hadden hen als verdoofd en hun de kracht ontnomen, om tegen de vermoeidheid des lichaams te worstelen ; zij waren ingeslapen. Jesus beklaagt zich over hunne geringe deelneming in zijn lijden en, het woord vooral richtende tot Petrus, die Hem meer dan anderen trouw en liefde beloofd had, zegt Hij: „ Simon, slaapt gij? Hebt gij dan niet één uur met Mij kunnen waken ? Waakt en bidt vermaant Hij nogmaals, opdat gij niet in bekoring valt. De geest is wel gewillig, voegt Hij er evenwel vol medelijden bij, maar het vleesch is zwak.quot;

En ten tweeden male gaat Jesus zijn bedrukt gemoed uitstorten voor zijnen hemelschen Vader: „Mijn Vader, bidt Hij nu met nog grooter onderwerping, kan deze kelk niet voorbijgaan, tenzij Ik hem drinke, uw wil geschiede!quot; Dan begeeft Hij zich andermaal tot zijne Apostelen, maar vindt hen opnieuw slapende. Jesus wekt hen en wijst hen met groote zachtzinnigheid

ocr page 163

161

te recht over hunne zwakheid. Is het te verwonderen, M. G., dat zij bij die tweede berisping beschaamd staan en geen woorden kunnen vinden, om zich te verontschuldigen? Ten derden male werpt Jesus zich voor zijn Vader ter aarde. Maar thans, nu het uur der duisternis zoo nabij komt, stijgen zijn zielsangst en droefheid ten top. „En zijn zweet, zoo getuigt de Evangelist, werd als druppels bloed, dat ter aarde vloeit.quot;

O, M. Gr., wie was ooit getuige van zulk een angst en droefheid! Wij zagen iemand wel ooit zoozeer ontstellen, dat hij bleek werd als een doode en het zweet van alle zjjden uit zijn lichaam drong; maar zoozeer werd hier het goddelijk Hart door doodsangst beklemd, dat het bloed door zijn aderen brak, zich met zijn zweet vermengde en bij druppelen ter aarde vloeide. Zonder een wonder van Gods almacht ware hier zeker Jesus' biddende en strijdende ziel aan het lichaam ontvloden. Meer leed Hij toen in zijne ziel, dan op den dag van zijn dood in het lichaam. En hoe was dat mogelijk ?

a) Gij weet, M. G, dat het vooruitzicht van een pijn, die men moet verduren, dikwijls een grooter foltering is dan de pijn zelve. Welnu, Jesus dacht in die oogen-blikken aan de onuitsprekelijke smarten en vernederingen, die men Hem weldra ging aandoen. Hij zag ze met de volmaakte kennis zijner eeuwige wijsheid. Bij dat licht beschouwde Hij de lage bespotting en mishandeling, die Hem wachtte in het huis van Caïphas, zijne bloedige geeseling, zijn pijnlijke kroning, zijn smartvolle verlatenheid aan het kruis.

b) Toch was dat vooruitzicht niet de voornaamste oorzaak van zijn doodsangst. „De stroomen van ongerechtigheden, had de Profeet voorspeld, hebben mij

11

ocr page 164

162

ontsteld.quot; Jesus dacht vooral aan de zonde. Als God van oneindige heiligheid verafschuwt Hij de zonde met onbegrijpelijken afkeer. En ziet, hier wordt Hij met den zondenlast, met alle snoodheden en schanddaden van het gansche menschdom beladen. En dat is niet alles. Als drager van dien last werd Hij tevens een voorwerp van den toorn van zijn v rig beminden Vader. Hij, de meest liefhebbende Zoon, gaat hier gebukt onder den toorn van den teedersten aller Vaders. Alleen op deze voorwaarde kon Hij onze Verlosser zijn, dat Hij zich belaadde met onze zonden en voor onze misdaden boette.

c) De derde oorzaak van zijn onmetelijk lijden was het ■ vooruitzicht van den ondank der menschen en de gedachte dat zijn bloed tevergeefs voor velen vloeien zou. Grove ondank kan grievende smart veroorzaken, vooral dan, wanneer men zijn goedheid voor iemand heeft uitgeput. O, wat moet zij dan het goddelijk Hart in den hof van Olijven niet gefolterd hebben, dat als het ware zijne almachtige liefde uitputte om de menschen gelukkig te maken.

En om te kunnen uitdrukken, wat Jesus in zijn Hart leed door het vooruitzicht, dat zoovelen ondanks zijn lijden zouden verloren gaan, zouden wij moeten kunnen zeggen, hoe dierbaar Hem elke ziel is.

M. G., wij zien nu in, dat de smarten, die Jesus in zijn goddelijk Hart in den hof van Olijven verduurde, onbegrijpelijk groot waren, dat zij al zijn uitwendige smarten verre overtroffen hebben.

Laten wij dan Jesus dankbaar zijn voor de grenzen-looze liefde, die Hem aanzette, om dien kelk van bitterheden te drinken.

a. Vermijdt dus met zorg de zonden. Zij toch zijn de bittere druppels, die in zijn kelk van smarten val-

ocr page 165

163

len; zij zijn de voornaamste oorzaak van zijn wreeden doodstrijd

h. Overdenkt verder dikwijls met dankbare liefde het ontzettend leed, dat Hij in den hof van Gethsemane voor ons verduurde. Wij vervullen dan een plicht van dankbaarheid en wederliefde; wij voldoen dan aan een vurig verlangen van zijn liefdevol Hart en zullen zeker uit die overweging een grooten haat tegen de zonde putten en in vurige wederliefdee jegens den Heiland ontstoken worden.

Geen oefening is meer geschikt, om tot eene volmaakte liefde te geraken, dan de overweging van Jesus' bittere smarten.

c. Maken wij ons verder de heerlijke lessen ten nutte, die Hij ons door zijn woord en voorbeeld in den hof van Gethsemane gaf. Jesus leerde ons daar o. a., hos wij ons in lijden en wederwaardigheden moeten gedragen. Dan moeten wij waken als Jesus, niet te veel troost en hulp zoeken hij de menselien\ bovenal moeten wij dan kracht zoeken in het gebed hij God.

Waak dan goed over uw hart, om zijne ontsteltenis te matigen; waakt dan over uwe tong, om geen bitse, geen liefdelooze woorden te spreken; waakt dan vooral over uwe rede, uw verstand, opdat gij in dat kruis, die moeielijkheid, den H. Wil van God blijft erkennen, die u dat kruis overzendt als een bewijs zijner liefde, om u gelukkig te kunnen maken in de eeuwigheid.

Jesus, M. G., verbiedt u niet, dat gij dan bij een voorzichtigen en deugdzamen vriend uw bedrukt gemoed uitstort. Hij zelf zocht troost bij eenige uitverkoren vrienden; maar Hij leert u toch, niet iedereen tot vertrouweling te maken van uw smart, en

ocr page 166

164

vooral uw steun en troost te zoeken in een nederigj eenrkinderlijk en volhardend gebed bij God.

Knielt dan eens met een levendig geloof en een groot vertrouwen neder voor het H. Tabernakel, klaagt daar Jesus vertrouwelijk uw nood, vraagt Hem de genade, dat die kelk u voorbijga ; of, is dat niet zijn aanbiddelijke quot;Wil, dat gij hem dan als een waardige volgeling van zijn H. Hart moogt drinken.

Dat gebed, M. G., zal niet onverhoord blijven. Gelijk Jesus na zijne derde bede verhooring vond en, door een Engel gesterkt, moedig zijn lijden te gemoet ging, zoo zal ook tot uw hart na die bede een troostende Engel nederdalen ; met moed en vreugde bezield, zult gij opstaan en met uw Verlosser den kelk dor beproeving ledigen. Amen.

ocr page 167

8e ONDERRICHTING.

Golgotlia of De liefde van het goddelijk Hart aan het Kruis.

uiten de zaal van het laatste avondmaal, waar de liefde van het goddelijk Hart zich als het ware heeft uitgeput, is er geen plaats ter wereld, waar die liefde in grooter luister schitterde, dan de berg van Calvarië, waar Het uit liefde voor ons tot den laatsten druppel van zijn kostbaar bloed vergoot. Ook daar werd bewaarheid: „ In finem dilexit cos quot; Tot het einde, tot het uiterste heeft Hij hen liefgehad.

En als kinderen van het goddelijk Hart, wier heilige plicht het is, zooveel mogelijk den liefdegloed te meten, die brandde in Hetzelve, mogen wij niet nalaten met dankbare liefde onze blikken te vestigen op dat tooneel van Jesus' lijden.

Beschouwen wij slechts eenige omstandigheden, die bijzonder de liefde doen uitschijnen, die ook nog in zijn laatste levensuren Jesus' goddelijk Hart vervulde.

1quot;. Grootere liefde, had de goddelijke Leermeester zelve geleerd, dan hij, die zijn leven geeft voor zijn vriendeu, heeft niemand. Men bewondert, en met recht, de liefde, die Jonathas David toedroeg. Gij weet,

ocr page 168

166

dat die edele prins alles, zelfs zijn leven voor zijn vriend veil had ; men bewondert, en met recht, de liefde, die Koning David zijn ontaarden zoon Absalon toedroeg; gaarne ware hij zelf gestorven in de plaats van zijn ondankbaar kind.

quot;Welnu, M. G., dat zelfde bewijs der hoogste liefde gaf Jesus ons met de daad op den berg van Calvarië. Uit loutere liefde voor ons gaf Hij daar zjjn leven.

Maar, neen, Heer, roept hier de H Bernardus uit, verder, eindeloos verder ging daar uwe liefde. Gij gaaft uw leven niet voor uwe vrienden, gelijk een Jonathas, niet voor uwe kinderen als een David ; gij hadt het veil voor uwe vijanden. Want vijanden, M. G., waren wij van Jesus; geen enkel recht konden wij doen gelden op zijne liefde, voor Hij voor ons zijn smartvollen dood onderging.

En Jioe gaf Jesus ons dat bewijs der hoogste liefde? Ach, beschouwt Hem daar aan het schandhout des kruises. Beschouwt die handen en voeten, met plompe nagelen doorboord; dat heilig lichaam, met bloedige en diepe wonden overdekt; dat aanbiddelijk hoofd, dat bleek en afgemarteld gelaat, die matte en met bloed gevulde oogen, die kroon van scherpe doornen; denkt aan de verguizingen, waarmede Hij nog aan zijn kruis werd overladen, en gij zult begrijpen, dat de liefde van het goddelijk Hart in haren vollen luister schitterde op het schandhout des kruises.

2°. Uit het stervend Hart van onzen Verlosser aan het kruis stegen vooral twee verzuchtingen op, die verrieden, wat een onmetelijke liefdegloed Het ook toen nog vervulde.

a. Als eene moeder, die hare kinderen innig liefheeft, gaat sterven, dan reikt zij nog dikwijls met bevende hand aan hare geliefde kinderen eenig geschenk tot aanden-

ocr page 169

107

ken barer liefde over. En dat liefdebewijs wilde Jesus ook ons nog geven op het doodsbed van het kruis. Maar, wat kon Hij ons nog geven, toen Hij van alles, zelfs van zijn kleederen beroofd, in de diepste armoede aan bet kruis bing ?

Had Hij dan niet alles, wat Hij bezat, ja zich zeiven aan ons weggeschonken bij 't laatste avondmaal ? O ja, maar nog een kostbaar pand bleef Hem over. Ziet, aan den voet van het kruis stond nog zijne lieve, zijne teedere Moeder Hij zelf had het ondervonden, wat een schat in het bezit van zulk eene moeder gelegen is. Hij kende hare grenzenlooze toewijding en barmhartigheid en daarom wilde Hij die zelfde moeder ook ons allen tot moeder geven. Hij opent de stervende lippen en zegt tot Joannes en in hem tot ons allen : „Ecce Mater tua : Ziedaar uwe Moeder.quot;

M. G., hoe zullen wij het goddelijk Hart genoegzaam dankbaar zijn voor dit pand van liefde, dat Hij bij zijn sterven ons achterliet? Wat kan in vergelijking komen met eene moeder en vooral met eene moeder als Maria is? Wie kan het zeggen, wat het menschdom aan die barmhartige Moeder te danken heeft ? Duizenden zondaren werden door hare moederlijke bescherming van een wissen eeuwigen ondergang bevrijd, en ook voor ons allen was zij ons leven, onze zoetheid, onze troost.

h. Nog door een ander woord gaf Jesus lucht aan den liefdegloed, die zijn Hart vervulde. Schrikwekkende teekenen kondigden het naderend sterven aan van den Schepper der natuur. De aarde beefde en de steenrotsen spleten open. Eene dikke duisternis verspreidde zich over de gansche aarde. De nachtelijke stilte, die begon te heerschen, werd slechts gestoord door het smartelijk zuchten en weenen van

ocr page 170

168

Maria en de H. Vrouwen. Daar klinkt opnieuw door die doodsche stilte een smartkreet van den stervenden Zaligmaker: „Sitio, roept Hij uit: Ik heb dorst.quot; Hevige smarten en bloedverlies, M. Gr., veroorzaken een ondra-gelijken dorst.

Dan die woorden des Heeren waren niet zoozeer een smartkreet over dorst van zijn lichaam; zij waren veelmeer een smartkreet van verlangen naar ons eeuwig zielenheil. O mensch, schijnt Jesus ons toe te roepen. Ik smacht, Ik lijd. Ik sterf van verlangen naar uw geluk, naar uwe zaligheid.

de Daar is nog eene derde omstandigheid, die ons de liefde van het goddelijk Hart aan het kruis op treffende wijze teekent, en die het woord; „In finem dilexit eos Tot het einde, tot het uiterste heeft Hij hen liefgehad, ten volle bevestigt. De groote kerkleeraar, de H. Joannes Chrysostomus, stelde ze voor in de volgende parabel. Daar was eens een man, die handel dreef in kostbare paarlen. Lange en vermoeiende reizen ondernam hij en verheugd keerde hij huiswaarts, wanneer hij zulk een kleinood gevonden had. Weer was hij op reis, toen hij vernam, dat er in zekere stad een parel gevonden was, zoo schitterend schoon, dat geen der reeds gevondene daarbij te vergelijken was.

Terstond begaf hij zich van groote schatten voorzien op reis om deze parel in bezit te krijgen. Doch, wat rijkdommen hij ook aanbood, de eigenaar stond haar niet af. Toen putte hij al zijn schatten uit, hij bood hem zijn gansche fortuin aan, uitgezonderd één kleinood, dat hem dierbaar was als zijn leven. Maar de rijke gaf de parel niet. Toen werd zijn verlangen om dien schat te bezitten nog grooter, en hij besloot, wat harteleed het hem ook kostte, ook het laatste wat hij bezat, zelfs zijn

ocr page 171

169

dierbaarst kleinood op te offeren. Thans liet de eigenaar zich verbidden en verheugd vertrok de koopman naar zijn land en toonde vol blijdschap aan vrienden en bekenden het schitterend kleinood dat, hij gekocht had.

Die parel, zegt de H. Joannes Chrysostomus, is onze ziel, Jesus Christus is de koopman, die baar bezitten wilde. Hij daalde uit den hemel op aarde en vond dien schat, maar hij was het eigendom geworden van den duivel. En wat deed nu Jesus? Zoo vurig beminde Hij die ziel, dat Hij daarvoor bood alles wat Hij bezat; zijn goederen, zijn eer, ja zelfs zijn kostbaar bloed. En een gedeelte van dien kostbaren prijs betaalde Hij in de besnijdenis, een ander deel in den hof van Olijven, een derde aan de geeselkolom en bij de bloedige kroning, en als Hij het vierde deel wegschonk aan het kruis, boog Hij zijn hoofd en stierf. Maar nog was de volle losprijs niet betaald; daar waren in het Hart nog enkele druppels bloed. En wij weten, M. G., ook dat kleinood schonk JesT-.s nog om ons vrij te koopen. Een soldaat doordoorde zijn H. Hart en de laatste druppel bloed ontvlood aan het ziellooze lichaam. Door die wreede wonde werd tevens de bron der liefde voor ons geopend, zijn Hart, de schatkamer van alle genaden en zegeningen voor ons ontsloten. In die wonde lezen wij, dat zijne liefde niet verdween met het leven, dat zij sterker was dan de dood.

O, M, G., hoe treffend spreekt dan toch het kruis op Calvarië van de liefde van het goddelijk Hart. Inderdaad daar werd ten volle bewaarheid: „In finem dilexit eos.quot; Tot het einde, tot het uiterste heeft Jesus ons liefgehad.

Liefde vraagt wederliefde. Danken wij Jesus dikwijls voor de matelooze liefde, die Hij ons aan het kruis betoonde, door ook alleen voor Hem te leven.

ocr page 172

170

Gaf Hij ons alles, wat Hij ons geven kon, en dat uit loutere liefde, hoezeer zijn wij dan verplicht ons geheel aan Hem te wijden, voor geen offers terug te deinzen om Hem door allen bemind en geëerd te zien.

Aan het kruis werd zijn liefdevol Hart ons geopend en schijnt de gapende wonde zijner zijde ons toe te roepen: Vlucht allen, hierin, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.

M. Gr., geeft gehoor aan die liefdevolle stem; blijft in Jesus' Hart in alle gevaren, in alle moeiehjkheden en in alle lijden uwe schuilplaats, uwe kracht en uw troost zoeken. Gij zult het ondervinden, dat Het ook nog na zijn dood van eene onmetelijke liefde voor u brandt.

En houdt goed het kostbare geschenk in eere, dat het goddelijk Hart stervend u geschonken heeft; blijft Maria beminnen en vereeren al de dagen van uw leven. Zonder Maria te vereeren, kunt gij geen ware dienaren zijn van het goddelijk Hart en ook in Maria zult gij een schat bezitten, waarin gij alles vindt, wat u voor tijd en eeuwigheid noodig is. Amen.

ocr page 173

9e ONDERRICHTING.

Het H. Hart, ons toonbeeld van Ootmoedig-heid.

fnder de deugden, die wij bijzonder in het H. Hart zien uitschijnen, neemt zeker de ootmoedigheid een zeer voorname plaats in. Jesus mocht haar noemen, gelijk dender de deugden, die wij bijzonder in het H. Hart zien uitschijnen, neemt zeker de ootmoedigheid een zeer voorname plaats in. Jesus mocht haar noemen, gelijk de zachtmoedigheid, de deugd bij uitnemendheid van zijn goddelijk Hart : „Leert van Mij, omdat Ik ootmoedig van Harte ben.quot;

Inderdaad, zijn geheel leven was eene voortdurende en schitterende beoefening van de ootmoedigheid. Zij was zijne trouwe gezellin van af de arme kribbe van Bethlehem tot het schandelijk kruis van Calvarië, waar Hij, als een verachtelijke misdadiger tusschen twee boosdoeners den geest gaf.

De liefde van zijn Hart voor de ootmoedigheid blonk uit:

1° bij zijne geboorte 5

2° te Nazareth ;

3° in zijn openbaar leven;

4° in zijn lijden ;

5° nog voortdurend in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars.

ocr page 174

172

1° Wie is Hij, die in den gezegenden Kerstnacht geboren werd en hoe vertoont Hij zich aan ons oog ?

Hij is de almachtige Schepper van hemel en aarde en Hij ligt daar neder als een machteloos, een hulpbehoevend Kindje. Hij is de Heer en Meesier van al het geschapene, wiens hemeltroon omgeven is door millioenen van hemelsche geesten, die Hem de eer der aanbidding brengen en Hem gehoorzamen op zijne minste wenken. En ziet, in Bethlehems stal ligt een door de menschen verstooten Kindje. Zijne nederige ouders, eenige eenvoudige herders en het redelooze vee vormen den hofstoet, die Hem hier omgeeft.

Hij is de vreugde van hemel en aarde, de Gever van alle goed en in de grot van Bethlehem heeft en schreit Hij van koude en ontbering. Hij lijdt grooter gebrek dan het kindje van den armsten bedelaar. Geen ellendige hut, maar een stal is zijne woning, geen armoedige wieg, maar eene beestenkribbe is zijn troon ; redelooze dieren zijn zijn gezelschap.

Hij is nog de oneindige Heiligheid en, o grenzenlooze vernedering! in de kribbe van Bethlehem ligt Hij, bekleed met de menschelijke zwakheid, heiaden met onze zonden.

Ziedaar de eerste stap, dien Jesus zette op den weg der vernedering. Maar ook elk ander geheim, dat Hij nog voltrok, elke andere toestand, dien Hij nog doorleefde getuigen van de overgroote liefde, die zijn Hart voor de ootmoedigheid koestert.

In zijne besnijdenis ontvangt Hij het kenteeken dei-zondaren. Hij vlucht, de Almachtige, voor de woede van Herodes, een zwakken sterveling, en gaat in Egypte het brood der ballingschap eten.

2°. Dan gaat Hij wonen te Nazareth, een stadje.

ocr page 175

173

welks geringheid genoegzaam gekenmerkt wordt door de vraag van Nathanaël ; „Kan er van Nazareth iets goeds komen ?quot; Daar leeft Hij tot zijn dertigste jaar in de diepste vergetelheid, werkt als een gewone handwerksman en gehoorzaamt met de grootste nauwgezetheid aan Jozef en Maria.

3°. Beschouwt Hem in zijn openhaar leven. „De vossen, mocht Hij zeggen, hebben holen, de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des menschen heeft niet, waar Hij het hoofd kon nederleggen.quot; Als een arme pelgrim trekt Hij van oord tot oord en moet door milddadige menschen ondersteund worden. Hij leeft met arme leerlingen en gaat als een van hen op gemeenzame wijze met hen om. Bij voorkeur zoekt Hij het gezelschap van hen, die door de wereld veracht en miskend werden, van de verachte zondaren en tollenaars en van de arme, verlatene zieken.

In de wonderen, die Hij tot bevestiging zijner goddelijke zending moest verrichten, zoekt zijne nederigheid zijne almacht te verbergen Hoe dikwijls gebood Hij de genezenen, toe te zien, dat zij met niemand over hunne genezing spreken zouden.

Als Hij na de glorievolle gedaanteverandering van den berg afdaalt, zegt Hij tot zijne Apostelen : „Zegt aan niemand dit gezicht, totdat de Zoon des menschen van de dooden is opgestaan.quot;

Wat blinkt ook de liefde van zijn Hart voor de nederigheid uit in de onderrichtingen, die Hij hield tot het volk en zijne Apostelen. Herinnert u alleen de schoone parabel van den Pharizeër en den tollenaar. Beiden gingen opwaarts naar den tempel om te bidden. Maar hoezeer verschilde de gemoedsgesteltenis, waarin zij hun gebed verrichtten. De Phariseër drong door in

ocr page 176

174

het voorhof van Israël, bleef daar in trotsche houding staan en sprak een gebed, dat alleen eene lofspraak op zijne deugden en goede werken inhield en eene diepe verachting uitdrukte voor zijne medemenschen, in het bijzonder voor den biddenden tollenaar.

De tollenaar echter achtte zich niet waardig, naderbij te treden; in ootmoedige houding, met neergeslagen oogen blijft hij van verre staan, klopt met oprecht leedwezen op de borst en bidt: „O God, wees mij, armen zondaar, genadig.quot; En welke gewichtige les trekt Jesus uit deze gelijkenis. „Ik zeg u, sprak Hij, deze (de ootmoedige tollenaar) ging naar huis, gerechtvaardigd meer dan die.quot; De Pharizeër verkreeg dus niets; de tollenaar verwierf de vergiffenis zijner zonden. Want alwie zich verheft, voegde Jesus er bij, zal vernederd, en wie zich vernedert, zal verheven worden.quot;

4quot;. Maar vooral in zijn lijden kende zijne liefde voor de vernedering geen grenzen meer. Als een dwaas liet Hij zich toen bespotten, als een slaaf zich geeselen, als een spotkoning zich kronen, als een ellendig misdadiger zich vastnagelen aan het kruis. Toen vooral werd het woord van den Apostel bewaarheid : „Hij heeft zich vernietigd, gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises.quot;

5°. Beschouwt eindelijk nog uw Verlosser, verborgen in het H. Sacrament des Altaars. Nog dieper vernedert Hij zich daar dan te Bethlehem, dieper zelfs dan aan het kruis. „In cruce latebat sola Deitasquot; zingt de Kerk in de hymne Adoro te „Op het kruis verborg zich alleen uwe godheid, at hic latet simul et humanitas : Maar hier verbergt zich tevens uwe menschheid.'' Geen enkelen trek van gelijkenis met den mensch heeft hij hier behouden. Hij schijnt voor ons oog slechts een weinig

ocr page 177

175

stoffelijk brood. Als een wil- en machteloos wezen laat Hij zicli daar door zijn Priester behandelen. Op zijn woord daalt Hij neer op het altaar, door zijne handen komt Hij in het hart van den mensch ; verborgen onder zijn kleed wordt Hij naar de hutten der armen, de legerstede der kranken gebracht.

En bij die vrijwillige vernederingen voegen de men-schen nog andere, die alle beschrijving te boven gaan. Niet tevreden met Hem te vergeten, hoont men Hem dikwijls op de smartelijkste wijze. In geen zijner geheimen heeft Jesus zich zoo diep vernederd als in zijn H. Sacrament van liefde.

Kinderen van het goddelijk Hart, wilt gij uw schoonen eerenaam waardig zijn, dan moet gij vooral trachten de deugden van het H. Hart na te volgen.

En hoe volgt gij zijne ootmoedigheid na ?

Het antwoord op die vraag zult gij gemakkelijk kunnen geven, zoo gij aandachtig beschouwt, waarin de ware ootmoedigheid bestaat.

Zij bestaat niet hierin, dat men blind is voor zijne deugden en de gaven, die men van God ontvangt. Erkende niet Maria, de ootmoedigste der schepselen, dat de Heer groote dingen aan haar gedaan had, dat alle schepselen haar zouden zalig prijzen. Zij verbiedt ook niet de gaven, ons door God geschonken, nuttig te gebruiken. Ook de Heiligen maakten ijverio gebruik van de talenten, die zij van God ontvangen hadden. Een H Thomas gebruikte zijne geleerdheid tot onderrichting van anderen, een H. Eranciscus van Sales zijne welsprekendheid, om zielen voor Jesus te winnen.

1. Maar wel gebiedt de nederigheid, alle gaven, die wij bezitten, te beschouwen als gaven van God; wel

ocr page 178

176

vordert zij, die alleen te besteden tot bevordering van zijn eer.

Wie dus roemt op schoone kleederen, op edele gelaats-vormen, op voorname afkomst of rijkdom; wie door zijn werken de achting of den lof der menschen tracht te verwerven, zoo iemand beoefent niet de nederigheid. „Wat hebt gij, vraagt de Apostel der heidenen, dat gij niet ontvangen hebt? En als gij het ontvangen hebt, wat beroemt gij u dan, alsof gij het niet ontvangen hadt ?quot; Zelfs dan, wanneer wij getrouw met de genade van God hebben medegewerkt, hebben wij geen reden ons te verheffen. Want, „wanneer gij alles gedaan hebt, leert Jesus, wat u bevolen is, zegt dan ; wij zijn onnutte dienstknechten ; wij hebben gedaan, wat wij schuldig waren te doen.quot;

De waarlijk ootmoedige spreekt dus zelden over zich zeiven en zijne goede werken; het hindert hem zelfs, wanneer anderen hem daarover prijzen. Hij verheft zich niet boven anderen, die minder met de gaven der natuur of der genade zijn begiftigd.

2. Hij heeft daarentegen een open oog voor zijn fouten en gebreken, en die kennis van zich zeiven geeft hem het bewustzijn, dat hij geen eer of achtiny,'mtegen-deel slechts minachting waardig is. De waarlijk ootmoedige stelt daarom gemakkelijk een ander boven zich zeiven, prijst gaarne diens deugden en goede eigenschappen, verzwijgt of verontschuldigt diens fouten. Hij onderwerpt gemakkelijk zijn wil en zijn oordeel aan dat van anderen, vooral van zijn minderen. Hij blijft tevreden, als zijne verdiensten verzwegen of miskend worden, als hij met nederige bedieningen belast wordt, als anderen boven hem gesteld worden, hij vergeet en vergeeft gemakkelijk een hard woord, eene onverdiende berisping.

ocr page 179

177

3°. Een kind van het H. Hart, dat zijn goddelijk toonbeeld volmaakt wil gelijken, gaat nog eene schrede verder. Het vermijdt niet alleen zich te verheffen, het verdraagt niet alleen met gelatenheid de vernederingen, het beschouwt ze nog als een kostbaren schat; het verheugt zich over een aangedaan onrecht. De volmaakte ootmoedigheid bestaat hierin, dat men verlangt door anderen veracht te worden en in de vernederingen behagen schept. Die ootmoedigheid heeft ons Jesus' goddelijk Hart door zijn voorbeeld gepredikt. Het dorstte. Het smachtte naar kruis en versmading. Alle vernederingen toch, die de menschen Hem aandeden, leed Hij geheel vrijwillig en heeft ze dus gezocht. En zooveel Heiligen hebben dat voorbeeld van den goddelijken Meester gevolgd, o. a. de Apostelen, die weggingen van voor den Raad, zich verblijdende, omdat zij waardig geacht waren, voor den naam van Jesus versmading te lijden.

M. GL, hoe weinige trekken van gelijkenis vindt gij misschien in u zeiven met uw goddelijk toonbeeld!

In plaats van de gunst en achting der wereldlingen te ontvluchten, bemint gij ze misschien hartstochtelijk, houdt gij u gaarne bezig met ijdele gedachten van zelfbehagen, met verlangens naar roem en grootheid, zoekt gij in kleeding, manieren of in uwe gesprekken de aandacht van anderen op u zeiven of uwe verdiensten te vestigen.

In plaats van met liefde en vreugde een onverdiend verwijt of eene berisping te verdragen, toont gij u gekrenkt over eene welverdiende opmerking of bestraffing.

O, maakt dan heden het voornemen u in het vervolg waardiger kinderen van het H. Hart te toonen.

12

ocr page 180

178

De nederigheid is voor u allen ook zoo noodzakelijk.

Zij is de grondslag van de volmaaktheid. Zonder haar zal geen enkele andere deugd in u bloeien. Zij is eene hron van de rijkste genaden, van don zoetsten vrede hier op aarde, van de heerlijkste belooning in den hemel.

„God wederstaat de hoovaardigen, maar den nede-rigen geeft Hij genade.quot; God kan een ootmoedig hart niet versmaden. De ootmoedige leeft in den zoetsten vrede met zich zeiven en den evenmensch wijl hij niets zoekt dan de eer van God, blijft hij kalm en tevreden, ook al wordt zjjn arbeid met ongunstigen uitslag bekroond of ongunstig beoordeeld.

En gaat niet van eiken ootmoedige een weldadige invloed uit? Verspreidt hij geen vreugde en vrede om zich ?

En wat een heerlijk loon wacht hem in den hemel! Elk goed werk, hoe gering in ziah zeiven, met eene goede meening verricht, zal honderdvoudig in den hemel beloond worden.

In den hemel dus vooral zal het woord van den Verlosser bewaarheid worden: „Die zich vernedert, zal verheven worden.quot; Amen.

ocr page 181

10« ONDERRICHTING.

Het H. Hart, de Vriend der Zuiverheid.

de lelie is onder de bloemen, dat is de zui-verl:ieid onder de deugden. Door hare schoonheid J£, J en hemelsche geuren behaagt en verkwikt zij de bewoners der aarde en de hemelingen. De menschen kunnen hunne achting aan de zuiverheid niet ontzeggen. Met eerbied zien zij op tot den eerbaren jongeling, tot de maagd, in wier blikken de glams der onschuld straalt.

Onuitputtelijk zijn de H.H. Leeraren der Kerk in den lof der zuiverheid. De H. Cyprianus zegt van haar; „De kuischheid vormt het schoonste sieraad der zeden, heiligt de geslachten. Zij is het, die ons aangenaam maakt aan den Heer, die ons met de sterkste banden aan Christus vastsnoert. Zij is gelukkig en maakt gelukkigen.quot; In dien zelfden geest spreken een H. Athana-sius, een H. Ephrem, een H. Bernardus en anderen.

Den grootsten lof geeft haar ook de H. Schriftuur. Wat een geestdrift ademen bijv. de woorden van het boek der wijsheid : „O, hoe schoon is een kuisch geslacht! Onsterfelijk is zijne gedachtenis; want bij Grod, zoowel als bij de menschen staat het in aanzien. Is het tegenwoordig, men volgt het na; is het van ons weg-

ocr page 182

180

gegaan, men voelt er het gemis van; en het zegepraalt, in eeuwigheid gekroond, dewijl het den prijs behaald heeft van een vlekkeloos strijden.quot; „Wie de zuiverheid des harten bemint, zegt zij elders, zal den Koning tot vriend hebben.quot; Maar ook voor het Hart van den Koning der Engelen heeft zij eene bijzondere bekoorlijkheid.

I. Door woord en daad heeft Jesus meermalen zijne voorliefde voor de zuivere zielen doen blijken: „Zalig zijn de zuiveren van harte, sprak Hij in zijne leerrijke bergrede, want zij zullen God zien.quot; Reeds hier op de wereld, wil Jesus zeggen, zullen zij beter dan iemand de hemelsche zaken begrijpen en smaken, en eene heerlijke kroon is voor hen in den hemel weggelegd. In de reien der gelukzaligen, geeft de H. Joannes te kennen in het boek der Openbaring, zullen zij, op wier voorhoofd de straalkrans der maagden zal schitteren, worden uitgekozen om den hofstoet te vormen van het Lam, Jesus Christus. Zij zullen Hem volgen, overal waar Hij gaat. Zij zullen liederen zingen, die alleen de maagden kunnen aanheffen. Voor haar zullen vreugden bestaan, geheel onderscheiden van die der overige gelukzaligen.

Niet minder blonk uit zijne daden zijne groote liefde voor de zuiverheid en de zuivere zielen. Hij zelf was maagd in de verhevenste beteekenis van het woord; Hij koos eene meer dan engelreine Maagd tot Moeder en gaf haar den reinsten der bruidegoms tot beschermer.

1. Bij zijne komst op aarde bekleedde Jesus zijne menschelijke natuur met eene onvergelijkelijke zuiverheid. Terwijl de maagd slechts zuiver leeft door het heilig geweld, dat zij hare natuur aandoet, was de maagdelijke reinheid van Jesus even natuurlijk als de blankheid der lelie. Terwijl de zuiverste mensch slechts rein is in beperkte mate, bereikte de zuiverheid van het

ocr page 183

181

goddelijk Hart eene oneindige volmaaktheid. Terwijl de maagd hare reinheid ontvangt en bewaart door de mede-deeling der genade, bezit het goddelijk Hart de zuiverheid uit eigen kracht, en is Het de bron der zuiverheid voor allen, die Hem volgen.

Die oneindige Zuiverheid moest zich een schepsel tot moeder kiezen. Wie zal de bevoorrechte zijn, die waardig wordt bevonden. Hem in haar schoot te dragen en als moeder te verzorgen ?

Het is Maria, de nederige Maagd van Nazareth, die boven alle anderen uitmuntte door hare liefde voor de zuiverheid; die de eerste was van haar geslacht, die zich den Heere door de belofte van eeuwige zuiverheid toewijdde ; die den schat der zuiverheid hooger stelde dan de achting der menschen; die meer waarde hechtte aan den schat der zuiverheid dan aan de waardigheid van Koningin des hemels en van Moeder van den almachtigen God. Door hare vlekkelooze zuiverheid, zeggen de H. Kerkleeraars, bekoorde zij de oogen van den Zoon van God en bewoog Hem haar tot zijne Moeder te verkiezen.

Aan de onvergelijkelijk reine Maagd moest Jesus tot beschermer een hruidegom geven, die harer waardig was, die haar eenigszins in deugd en heiligheid nabij kwam, die bij Hem zeiven de plaats van zijn hemelschen Vader vervangen zou.

En ziet, zijne keuze valt op Joseph, den armen timmerman van Nazareth, van wien een H. Isidorus de Isolanis getuigt: „Hij was Maagd naar ziel en lichaam, volgens zijn staat en zijn belofte. Hij is de eerste, die de Koningin der maagden heeft nagevolgd.quot;

Van dien uitverkoren bruidegom sprekende, zegt de H. Pranciscus van Sales, dat hij alle Heiligen, zelfs de

ocr page 184

182

Cherubijnen en Seraphijnen in zuiverheid overtreffen moest. En volgens het getuigenis van verschillende H. Leeraars, was het de zuiverheid, die Hem de eer verdiende, uitverkoren te worden tot bruidegom van de allerzuiverste der Maagden.

Tot voorlooper en vriend zijner kinderjaren koos Jesus den kuischen Joannes den Dooper. Zoo weidde Hij als kind, zegt een godvruchtig schrijver, onder de lelien d. w. z. woonde Hij, groeide Hij op en ging op gemeenzame wijze om met de reinsten onder de reinen, Maria, den H. Joseph en zijn H. Voorlooper

2 Een sprekend bewijs van zijoe voorliefde voorde zuivere zielen legde Hij af in zijn openhaar leven.

Ziet, met wat teederheid Hij de onschuldige kinderen bejegent! Zoozeer bekoort de vlekkelooze reinheid hunner ziel zijn goddelijk Hart, dat Hij om hunnentwil zijn verhevene leerrede onderbreekt en hen allerminzaamst uitnoodigt tot Hem te komen; Hij liefkoost hen, legt hun de handen op en zegent hen. Eene vreeselijke bedreiging spreekt Hij uit tegen dengene, die een dier onschuldigen mocht ergeren „Het is hem beter, zegt Hij, dat een molensteen aan zijn hals gehangen en hij in het diepste der zee verdronken worde.quot; Voor de maagden deed Hij de schitterendste mirakelen, waarvan de H. Boeken gewagen. Denkt slechts aan den jongeling van Naïm, aan het dochtertje van Jaïrus. Onder de Apostelen, die allen vurig door Jesus bemind werden, was er nochtans één, die zijn vriend bij uitnemendheid genoemd werd. Het was de maagdelijke Joannes. Hij deelde in de heerlijkste gaven zijner liefde. Bij de gedaanteverandering op den berg is hij een der bevoorrechten, die Jesus in zijne heerlijkheid aanschouwden ; in Gethsemane is Hij met Petrus

ocr page 185

183

en Jacobus getuige van Jesus' doodstrijd. Bij het laatste avondmaal is het hem gegeven, met alle ongedwongenheid der vriendschap te rusten op den boezem van den Koning der Engelen en uit zijn mond vóór alle anderen de geheimen der toekomst te vernemen.

En aan wiens zorgen vertrouwde Jesus op het sterfbed van zijn kruis, den kostbaarsten schat, dien Hij op aarde moest achterlaten, zijne dierbare en maagdelijke Moeder ? Het was weder de maagdelijke leerling, die met die teedere zorg belast werd. Hij werd waardig geacht zijne plaats bij Maria in te nemen.

3. En ook thans noy, nu Hij in den hemel in zijne heerlijkheid woont, blijven zijne bijzondere gunsten en voorrechten voor de zuiveren van harte.

Hoe ontzagwekkend is niet de waardigheid van den Priester! Hoe gemeenzaam mag Hij met Jesus omgaan! Op zijn woord doet hij Jesus op het Altaar nederdalen; hij draagt Hem in zijne handen, hij deelt Hem tot spijze uit aan de geloovigen. Door een enkel woord vergeeft hij den zondaar zijne zonden, sluit voor hem den afgrond der hel en opent hem de poorten des hemels. De waardigheid van den Priester, leert de H. Thomas, overtreft daarom die der Engelen. Zijne macht, leert de H. Alphonsus, overtreft zelfs die der Moeder Gods. Maria, zegt hij, kan bidden voor eene ziel en door hare gebeden alles voor haar verkrijgen, maar eene zonde, hoe gering ook, kan zij niet vergeven.

Aan wie, M. Gr., vertrouwt Jesus die teedere en verhevene bediening ? Alleen aan hen, die degelijk beproefd zijn in de H. Deugd van zuiverheid en zich door de belofte van volmaakte zuiverheid aan zijn dienst hebben verbonden.

En wat ongehoorde gunsten schonk Hij dikwijls aan

ocr page 186

184

vele Heiligen, die uitblonken door hunne liefde voor de zuiverheid.

Hoe zichtbaar beschermde Hij eene H Agnes, die engel in menschengedaante, eene H. Agatha, eene H. Lucia, eene H. Caecilia en vele anderen.

Op wat vertrouw volle wijze ging Hij om met een H. Stanislaus en een H. Antonius. Beiden genoten het voorrecht het goddelijk Kindje in hunne armen te mogen ontvangen en aan hun maagdelijk hart te drukken

Genoegzaam zal het u dus duidelijk zijn, dat alleen de vrienden der zuiverheid, vrienden kunnen zijn van het goddelijk Hart; dat zij vooral in zjjne hemelsche gunsten zullen deelen.

Ik vertrouw, M. Gr., dat gij allen dat sieraad der kinderdeugden innig liefhebt. Dan, hoe groot uwe liefde tot die H. Deugd ook zij, weest overtuigd, dat gij haar gemakkelijk, zeer gemakkeliik kunt verliezen. De zuiverheid is en blijft een schat, dien gij draagt in broze vaten, die door de geringste onvoorzichtigheid kunnen verbrijzeld worden. Salomon, die wijze koning, verloor haar in zijn ouderdom.

II. Wendt dus met ijver de middelen aan, die dooide meesters van het geestelijk leven als noodzakelijk worden aangeprezen om de zuiverheid ongeschonden te kunnen bewaren.

De voornaamste middelen zijn: 1. het vluchten dei-gevaarlijke gelegenheden; 2. waakzaamheid ; 3. de beoefening der ootmoedigheid; 4. het gebed en het godvruchtig ontvangen der H. Sacramenten.

1. Wilt gij als engelen op aarde blijven leven, dan moet gij vooreerst de gevaarlijke gelegenheden vermijden. Eenparig getuigen de geestelijke schrijvers, dat hij alleen

ocr page 187

185

kan zegevieren, die het gevaar vermijdt en de vlucht neemt, als hij in gevaar komt.

„De meest vreesachtigen,quot; zegt de H. Philippus Ne-rius, „zijn daar overwinnaars.quot;

M. Gr., vlucht dus en blijft immer met angstige zorg het gezelschap vluchten van slechte vrienden en vriendinnen. Eén slechte vriend of vriendin 13 voor uwe deugd veel gevaarlijker dan alle duivels der hel. Wantrouwt ook die vrienden, die om uwe genegenheid te winnen u slechts zeggen, wat u aangenaam kan zijn, u bewonderen om nietigheden; die zelfs het kwaad, wat gij doet, zullen prijzen. Hebt gij de zuiverheid lief, vermijdt dan hun gezelschap, wijst hunne vleitaal af, wantrouwt hunne beloften, versmaadt hunne geschenken.

Vlucht later ook die bijeenkomsten, waartegen uwe brave Ouders, uw geestelijke Herder, vooral uw geestelijke leidsman u zullen waarschuwen,

Ylucht ook niet minder het lezen van slechte boeken en van alle geschriften, die een te wereldschen of zinne-lijken geest ademen. Niet ernstig genoeg kunnen wij u ook tegen het lezen van deze geschriften waarschuwen; duizenden jongelieden, op wie eenmaal alle hoop gevestigd was, zijn daardoor naar ziel en lichaam ongelukkig geworden.

Eene naaste gelegenheid tot zonde tegen de H. Deugd is ook zeker de ledigheid.

„De ledigheid, zegt de H. Schriftuur, leert veel kwaad.quot; Zij is de moeder van alle ondeugden, maar toch vooral van de onzuiverheid. Koning David had God reeds vele jaren trouw gediend en ziet, één ledig uur bracht hem tot de grootste zonden.

2 Een tweede voornaam middel om de zuiverheid te bewaren is de bewaking der zintuigen, vooral van de oogen. Wilt niet alles zien of weten, vooral geen zaken, die be-

ocr page 188

186

trekking hebben op de zuiverheid. Weest ook waakzaam op uwe gedachten. Bemerkt gij, dat gij met zinnelijke of ook maar met ijdele of nuttelooze gedachten bezig zijt, vestigt ze dan aanstonds op meer ernstige zaken, op uwe bezigheden of wel, denk dan eens aan het bitter lijden onzes Heeren, aan hetgeen Jesus uit liefde tot u geleden heeft. De H. Augustinus zegt: „Er is geen beter en krachtiger middel tegen den geest van onzuiverheid, dan de dood van mijn Verlosser.quot; „Anderen, zegt de H. Alph. Rodriguez, nemen bij dergelijke bekoringen hunne toevlucht tot de gedachte aan de vier uitersten, overeenkomstig de woorden van den wijzen Man: „Denk bij al uwe werken aan uwe uitersten, en gij zult in eeuwigheid niet zondigen.quot;

3. Een uitstekend middel tot het bewaren van den schat der zuiverheid is de ootmoedigheid. God straft dikwijls de hoovaardigen door toe te laten, dat zij in schandelijke zonden vallen. Een kind vooral, dat veel behagen sehept in zich zelf, dat zich gaarne opschikt om de aandacht van anderen te trekken, dat elke gelegenheid te baat neemt om zijn talenten, zijne bekwaamheid ten toon te spreiden, zal bezwaarlijk zuiver blijven leven.

4. Maar het vierde en noodzakelijkste middel om de reinheid te bewaren is het cjehed en hot dikwijls ontvangen der H. Sacramenten.

De mensch behoeft Gods genade om eenige deugd te kunnen beoefenen, en dus vooral om zuiver te leven, wijl de zuiverheid aan de grootste gevaren bloot staat. Maar Gods genaden moeten wij door het gebed trachten te verkrijgen. Bidden wij Hem dikwijls, vooral in de ure der bekoring, dat Hij ons beveilige tegen de aanvallen van den geest van onzuiverheid. Dan zullen wij

ocr page 189

187

ook vooral bij Maria, de Koningin der Engelen, die zulk een behagen vindt in de zuiverheid, eene veilige schuilplaats vinden. Hebt verder die H. Moeder lief en beveelt haar iederen morgen en iederen avond de zuiverheid van uwe ziel en uw lichaam, dan zal zij niet alleen op uw hulpgeschrei haar bijstand bieden, maar ook als een teedere Moeder over u waken, de gevaren van uwe zuiverheid voorkomen of van u verwijderen. Allen, die de zuiverheid als de parel der deugden beminden, een H. Bernardinus, een H. Aloysius, een H. Bernardus, een H. Stanislaus, een Joannes Berchmans beminden ook Maria als eene Moeder.

Een schat van genaden tot bewaring van de H. Deugd ligt ook besloten in de H. Sacramenten, vooral in het H. Sacrament der Biecht en het ïï. Sacrament des Altaars.

M. Gr., wilt gij rein blijven leven, nadert dikwijls tot den rechterstoel van barmhartigheid. Spreekt daar openhartig en vertrouwelijk met uw biechtvader over alles, wat uwe verdenking wekt, over de bekoringen, waaraan gij blootstaat, over twijfelingen of iets strijdig is met de zuiverheid of niet. Die openhartigheid wordt zoozeer door de meesters van het geestelijk leven aanbevolen. Velen danken het aan die kinderlijke openhartigheid, dat zij voor grooten val behoed werden ; velen betreuren het verlies hunner onschuld, wijl zij niet tijdig genoeg de wonde van hunne ziel aan den geestelijken geneesheer bekend maakten.

Voedt u verder dikwijls met de Spijze der Engelen, de H. Communie.

De H. Communie verzwakt den gloed der kwade begeerlijkheid, gelijk het water het vuur uitdooft, zegt de H. Cyrillus.

ocr page 190

188

De H. Leeraren noemen haar de tarwe der uitverkorenen, den wijn, die maagden kweekt. In de H Communie komt de Koning der Engelen, het oneindig heilig Hart van Jesus rusten aan uw hart.

O, wat een heilzamen invloed moet die innige ver-eeniging niet op het hart uitoefenen!

M. Gr., blijft met zorg die middelen aanwenden, dan blijft gij zeker de engelen der aarde, de lievelingen van het H. Hart; dan zult gij eens in den hemel het verrukkelijk lied der Maagden mogen medezingen. Amen.

ocr page 191

11® ONDRR RICH TING.

Jesus' biddend Hart, ons voorbeeld.

en overgroot bewijs zijner liefde gaf Jesus den menschen door de gebeden, die Hij voor hun welzijn tot den hemelschen Vader opzond. Wie kan het betwijfelen, dat degene, die veel voor ons tijdelijk en eeuwig welzijn bidt, ons een oprecht christelijke liefde toedraagt ?

Onwaardeerbare gunsten heeft Hij ongetwijfeld door dat gebed voor de menschen verworven. Hoe heiliger iemand is, des te meer vermag zijn gebed op het hart van God. Waren er slechts tien rechtvaardigen in So-doma gevonden, God zou om het gebed van den vromen aartsvader Abraham die goddelooze stad gespaard hebben. Hoe menigmaal hield Mozes, de heilige aanvoerder van het Israëlitische volk, door zijn gebed den straffen-den arm tegen van den vertoornden God! En wordt niet Maria, dit reinste en heiligste van alle schepselen, genoemd de smeekende Almacht ? Maar wat zal dan het gebed van Jesus Christus, de oneindige Heiligheid, bij God niet vermogen ?

Een niet minder groote weldaad bewees ons het god-delyk Hart door ons te leer en, hoe wij ons gebed ver-

ocr page 192

190

richten moeten. Het gebed toch is een der krachtigste middelen ter zaligheid; daardoor kunnen wij alles van God verkrijgen, wat ons dienstig is ter zaligheid; bidden wij goed, dan worden wij zeker zalig. Overwegen wij heden de overgroote liefde, die Jesus' goddelijk Hart door zijne gebeden ons betoonde, en vragen wij Het de genade, dat wij de lessen, die Hij ons gaf over het gebed, goed mogen begrijpen en in beoefening brengen.

I. a. Wij mogen niet denken, M. Gr , dat het verborgen leven van onzen goddelijken Verlosser weinig vruchtbaar was voor het zielenheil; dat zijn Hart alsdan minder zorg koesterde voor ons welzijn dan in de laatste jaren van zijn leven, wanneer Hij zijne heilige leer predikte, ze door tallooze mirakelen bevestigde, wanneer Hij zijne liefde door zijn smartvol lijden en dood bekroonde. O neen, ook in de arme kribbe van Bethlehem, in de droeve ballingschap van Egypte, ook in de stille woning van Nazareth dacht en werkte Hij voortdurend aan ons welzijn. Toen leed Hij voor ons de grootste ontbering en miskenning, toen gaf Hij ons de schitterendste voorbeelden van deugd, van onderwerping aan Gods H. Wil, vaa ootmoed en gehoorzaamheid. Maar vooral door zijn gebed werkte Hij krachtig mede tot ons welzijn. Voortdurend steeg aldaar van zijn beminnelijk Hart, als van een reukaltaar, de geurigste wierook des gebeds ten hemel.

Zelfs dan, wanneer Jesus sliep, dacht zijn goddelijk Hart aan ons en bad Het voor ons. In Jesus toch was de menschelijke natuur op het innigst vereenigd met den persoon des Woords. Met de bruid van het Hooglied kon Hij zeggen; „Ego dormio et cor meum vigilat; Ik slaap, maar mijn Hart waakt.quot; Jesus bad toen voor zijne toekomstige Apostelen, voor de hardnekkige Jo-

ocr page 193

191

den, opdat de blinddoek mocbt wegvallen van hunne oogen; voor de ongelukkige zondai-en. voor den bloei zijner Kerk, voor het welzijn van een ieder van ons in het bijzonder.

O, wie zal het ons zeggen, wat een zegeningen Jesus door dat gebed voor het menschdom en een ieder van ons verworven heeft. Zijn gebed toch was het gebed van een oneindig heilig, een eenig, een innig geliefd Kind. Van die nederige woning van Nazareth moet dan wel eene macht zijn uitgegaan over de aarde, grooter dan die, welke uitging van het paleis der oppermachtige Keizers van Rome.

Voor ons verwierf Jesus toen de onwaardeerbare weldaad van onze roeping tot het Christendom, sterkte in de bekoringen, liefde tot de deugd.

Wie weet, hoe diep ongelukkig wij zouden geweest zijn naar ziel en lichaam, indien Jesus in zijn verborgen leven niet voor ons gebeden had.

h. Maar ook in zijn openhaar leven hield dat leven van gebed niet op. De ziel toch van Jesus was op 't innigst vereenigd met zijne godheid en daarom was ook zijn aanbiddelijk Hart zelfs te midden der drukste bezigheden in een vurig gebed verslonden. Maar vuriger en plechtiger werden zijne smeekingen, zoo lezen wij in de H. Evangeliën, als Hij eenig werk van groote be-teekenis voor het zielenheil ging ondernemen.

Veertig dagen ea veertig nachten bracht Hij in de woestijn in gebed en versterving door om zich voor te bereiden tot zijn verheven leeraarsambt.

Een geheelen nacht bracht Hij in gebed door, als Hij zijn twaalf A-postelen ging uitkiezen, en smeekte den Vader, dat Hij hun overvloedige genaden wilde schen-

ocr page 194

192

ken, opdat zij hunne gewichtige bediening met vrucht zouden kunnen bekleeden.

Voor Hij zijne schitterende wonderen verrichtte ten bewijze zijner godheid, vóór de opwekking van Lazarus uit de dooden, smeekte Hij don Vader, dat Hij die wonderen zou doen strekken om het geloof in zijne goddelijke zending te verbreiden. Jesus bad, terwijl de 72 leerlingen de boodschap des heils in de vlekken en steden van Galilea verkondigden, en schonk door dat gebed aan hun arbeid de grootste vruchtbaarheid.

Hoe dringend klonk zijn gebed bij het afscheid nemen van de zijnen, welke liefde des Harten voor zijne leerlingen en voor alle geloovigen van den tegenwoordigen en toekomstigen tijd spreekt uit de woorden, die alsdan van zijne goddelijke lippen vloeiden ! Met diepen ootmoed knielt Hij neder in den hof van Olijven, wanneer Hij zich als zoenoffer voor de zonden der wereld den hemelschen Vader aanbiedt.

Aan het kruis vergeet Hij zijn doodelijke smarten en smeekt om vergeving voor zijn wreede beulen. Hij bidt nog op het oogenblik van zijn dood, zooals de Evangelist Lucas meldt. Met luider stemme riep Hij : „Vader, in uwe handen beveel Ik mijnen geest.quot;

Denkt niet, M. GL, dat thans zijne smeekingen voor ons heil hebben opgehouden.

c. In den hemel leeft Hij, zooals de H. Apostel Paulus getuigt, om voortdurend onze middelaar, onze voorspreker te zijn bij den Vader: Semper vivens ad interpel-landum pro nobis (Hebr. VIII: 25).

d. En wat doet Jesus nog voortdurend iw/ie# iï. Stocra-ment des Altaars ? Gelijk weleer uit de stille woning van Nazareth, stijgt uit het tabernakel een voortdurend gebed tot den hemelschen Vader op. Daar smeekt Hij

ocr page 195

19S

om vergeving voor de ongelukkige zondaars, om hulp en genade voor de Priesters; daar bidt Jesus voor een ieder van ons en verwerft voor ons ontelbare genaden. Eerst op den dag des oordeels zullen wij zien, wat de wereld en wij allen aan dat gebed te danken hebben. Hoe dankbaar moeten wij het goddelijk Hart reeds zijn voor deze bewijzen zijner liefde.

Maar verder ging Jesus' liefde voor den mensch.

II. Ook in onzen mond is het gebed een machtig middel ter zaligheid, een middel, waardoor wij alles van God verkrijgen kunnen, mits wij het maar goed verrichten ; daarom wilde Jesus ook ons nog leeren, hoe wij met den hemelschen Vader spreken moeten. Gelijk eene zorgvolle moeder haar geliefd kind bij zich neemt, zijne handjes samenvouwt en het de woorden voorzegt, die het spreken moet, zoo leerde ons de goede Leermeester, hoe wij ons in het gebed te gedragen hebben, welke woorden wij vooral bezigen moeten.

a. Door woord en voorbeeld leerde Hij ons, dat wij bidden moeten met eerbied en aandacht.

Hij zelf koos bij voorkeur de eenzame plaatsen en de stilte van den nacht uit, om te spreken met den hemelschen Vader.

Hij slaat de oogen vol eerbied hemelwaarts, als Hij Lazarus van de dooden gaat opwekken. Hij ligt met het aangezicht ter aarde, als Hij in den hof van Geth-semané vraagt, dat die kelk van lijden Hem moge voorbijgaan. „Als gij bidt, zoo leert Hij, „ga dan in uwe binnenkamer;quot; d. w. z.; trek u dan terug in de stille eenzaamheid, „en de deur gesloten hebbende, bid uwen Vader in het verborgen.quot; Den schijnheiligen Joden, die in het gebed met ijdele gedachten zich bezig

13

ocr page 196

194

hielden, verwijt Hij : „Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij.quot;

h. Vooral door de gelijkenis van den Tollenaar en den Pharizeër drukte Hij ons op het hart, dat wij moeten bidden met oprechte nederigheid, met het levendig bewustzijn van onze onmacht en onwaardigheid. Hij openbaarde, dat de Tollenaar, die het niet waagde zijne oogen ten hemel op te heffen, maar vol schuldbesef op zijne borst kloppend, smeekte: „O God, wees mij, zondaar genadig,quot; gerechtvaardigd naar huis ging, terwijl de Pharizeër, die zich beroemde op zijne goede werken, schuldiger heenging, dan hij gekomen was.

c. Herhaaldelijk gaf Hij te kennen, dat wij bidden moeten met een geloovig vertrouwen. Genas Hij de ongelukkigen of schonk Hij de zondaren vergeving, dan schreef Hij immer aan hun geloovig vertrouwen de verhooring hunner bede toe. „U geschiede volgens uw geloof,'' sprak Hij tot de blinden, wien Hij het licht hunner oogen wedergaf. Eene vrouw, die reeds twaalf jaren ziek was, sprak met een onbegrensd betrouwen op de macht en de goedheid van den Verlosser: „Als ik slechts den boord van zijn kleed mag aanraken, zal ik gezond zijn.quot; Zij verkreeg, wat zij gehoopt had, en haar vertrouwen was weder de reden, waarom zij genezing vond. „Dochter, voegde Jesus haar toe, wees getroost, uw geloof heeft u geholpen.quot;

d. Door zijn voorbeeld in den hof van Gethsemané leerde Hij ons bidden met volmaakte overgeving aan den goddelijken tvil ; dat wij het aan God moeten overlaten, wanneer en hoe Hij goedvindt ons te verhoeren.

In zijn doodsangst verlangde zijne menschelijke natuur, dat de ure van zijn bitter lijden zou voorbijgaan. „Vader, smeekte Hij, bij U is alles mogelijk, neem

ocr page 197

195

dezen kelk van Mij weg.quot; Maar terstond voegde Hij er bij: „doch niet wat Ik wil, maar wat G-jj wilt.quot; Vooral als wij bidden om tijdeljjke zaken, die ons van de eeuwige goederen kunnen berooven, moeten wij bidden zooals Jesus hier door zijn voorbeeld leerde. Wat baat het ook den mensch, dat hij de heele wereld wint, maar schade Ijjdt aan zijne ziel ?

e. Eindelijk leerde ons Jesus herhaaldelijk en met nadruk, dat wij moeten bidden met volharding. Bidt, leert Hij, en houdt niet op met bidden, klopt en blijft kloppen, tot u wordt opengedaan; zoekt en blijft zoeken, tot gjj vindt, wat gij zocht. Hij bevestigt die leer door tal van gelijkenissen, door de gelijkenis van den onrechtvaardigen rentmeester, die zich door het lastig aanhouden der weduwe laat bewegen om haar rechtte doen wedervaren; door de gelijkenis van den vriend, die des nachts opstaat om van het kloppen van zijn vriend bevrijd te zjjn. Hij bevestigt die leer door zijn voorbeeld in den hof van Olijven. Tot driemaal toe keert Hij terug op dezelfde plaats om te bidden en staat niet op, voordat Hij verlichting en troost heeft gevonden. Hoe trefPend gaf Hij te kennen, dat vooral een volhardend gebed een onweerstaanbare kracht uitoefent op quot;het hart van God, cfoor de wijze, waarop Hij zich gedroeg tegenover de Chananeesche vrouw, die Hem smeekte hare dochter van den duivel te bevrijden. Hij gaat in schijn zonder mededoogen die arme biddende moeder voorbij; tot tweemaal geeft Hij een antwoord, dat eene besliste weigering op haar verzoek inhoudt, maar als de vrouw Jesus blijft volgen en hare bede steeds dringender wordt, kan Jesus niet langer weigeren en geeft haar, wat zij verlangt.

Maar verder nog daalde de liefde des Heeren af. Hij

ocr page 198

196

wilde ons nog de woorden in den mond geven, waarin al die eigenschappen van het gebed vereenigd zijn, waarin wij alles zouden vragen, wat wij naar ziel of lichaam kunnen noodig hebben, opdat zelfs de meest eenvoudige christenen de kunst van bidden in hare volmaaktheid zouden kunnen beoefenen. Op de vraag zijner Apostelen: „Heer, leer ons biddenquot;, opende Hij zijne goddelijke lippen en sprak : „Als gij bidt, zegt dan : „Onze Vader, die in de hemelen zijt,quot; enz. O, wat een kostbare gave bezitten wij in dat Onze Vader. Het is een smeekschrift, opgesteld niet door een voornaam gunsteling van den Koning der koningen, niet door zijne H. Moeder, maar door zijn eenigen, door zijn innig geliefden en goddelijken Zoon Jesus Christus. Hoe zou God kunnen weigeren, dit smeekschrift goedgunstig aan te nemen ?

Zoo leerde ons Jesus dus nog, aangezet door de liefde van zijn Hart, die groote kunst van bidden ; zoo gaf Hij ons den sleutel des hemels en der hemelsche schatten in handen. Behartigen wij goed die lessen, die Jesus ons over het gebed gaf. Zij zijn voor ons van het hoogste gewicht. Wij hebben het thans in onze macht, om sterk te zijn in beproeving en bekoring, om rijk te worden aan deugd en verdiensten voor den hemel. Het hangt af van de behartiging dier verhevene lessen, van het gebruik, dat wij maken van dien sleutel aller genaden, van het gebed. Amen.

ocr page 199

12de ONDERRICHTING,

Eerewacht en Schietgebeden.

t,et ligt in de natuur der liefde, dat de beminnende altoos bij den beminde wil zijn, dikwijls ' aan hem denkt, gaarne met hem spreekt en hem dikwijls een bewijs geeft zijner liefde en dankbaarheid.,et ligt in de natuur der liefde, dat de beminnende altoos bij den beminde wil zijn, dikwijls ' aan hem denkt, gaarne met hem spreekt en hem dikwijls een bewijs geeft zijner liefde en dankbaarheid.

Hij dus, die Jesus Christus waarlijk liefheeft, zal verlangen zich in zijne tegenwoordigheid te bevinden en zich met Hem in zoete samenspraken te onderhouden. Het was de liefde, die een H. Paulus deed verzuchten naar het oogenblik, waarop Hij zou ontbonden worden van het sterfelijk lichaam, om met Christus in den hemel vereenigd te zijn ; 't was de liefde, die de Heiligen, een H. Alphonsus, een H. Franciscus Xaverius en zoovele andere godminnende zielen uren achtereen aan den voet van het tabernakel deed verwijlen.

Dan, M.. Gr., velen hebben plichten te vervullen, die het hun onmogelijk maken, veel tijd voor het tabernakel door te brengen of aan het mondgebed of de overweging te besteden.

Maar wij hebben gelukkig eenige voortreffelijke middelen, waardoor wij die leemte voor een groot gedeelte althans kunnen aanvullen, en waardoor wij, te midden der

ocr page 200

198

aardsche beslommeringen, in eene innige vereeniging met Jesus' Hart kunnen leven.

De voornaamste zijn : de oefeningen van de Eerewacht en de Schietgebeden.

Beider natuur zullen wij u in het kort verklaren en hunne groote voordeelen aangeven.

I. In het midden dezer eeuw leefde er te Bourg in Frankrijk eenige kloosterzusters, die uitmuntten door hare godsvrucht tot het H. Sacrament.

Gaarne hadden zij dag en nacht bij den hemelschen Bruidegom verwijld, om Hem hare liefde en dankbaarheid te betuigen: maar hare veelvuldige verplichtingen verboden haar veel tijd voor het tabernakel door te brengen. Daardoor gebeurde het, dat Jesus menig uur eenzaam, zonder aanbidders in zijn nederig verblijf doorbracht. Dat bedroefde die minnende zielen. De koningen dezer aarde, zoo dachten zij, zijn voortdurend omringd door eene wacht van trouwe dienaren, die hen beschermen, voor hunne belangen waken, hen eeren door bewijzen van liefde en trouw. En Jesus Christus, de Koning der koningen, de Schepper van hemel en aarde, die zijn onderdanen vuriger liefheeft dan een vader zijne kinderen, brengt uren, op sommige plaatsen, dagen achtereen, in zijn tabernakel door, zonder dat een enkele zijner onderdanen opdaagt om met Hem te spreken. Hem zijne hulde te bewijzen, zijne gunsten af te smeeken.

De liefde echter is vindingrijk. Ook aan die vurige bruiden des H eeren gaf zij een heerlijk middel in, om Jesus voor die verlatenheid eenige vergoeding te geven.

Konden zij niet persoonlijk bij Hem verblijven, zij wilden ten minste in den geest, met het hart bij Hem verwijlen. Die hulde, dachten zij te recht, moest Hem ook bijzonder welgevallig zijn. De Koning van het

ocr page 201

199

H. Tabernakel ziet toch vooral op het hart. Geen uitwendig eerbetoon kan Hem behagen, indien het hart daarmede niet instemt, en geen afstand, hoe groot ook, belet zijn alziend oog, de gevoelens onzer harten te doorschouwen.

Zij verdeelden dus de uren van den dag en kozen ieder voor zich een uur uit. In dit uur verbeeldden zij zich in het gezelschap der Engelen, van de Moeder Gods of den H. Jozef voor het Tabernakel te staan, droegen aan het H. Hart al hare gedachten, woorden, werken en kruisjes van dat uur op, heiligden het verder door dikwijls een schietgebed of verzuchting tot Jesus te richten, maar vooral door eene nauwkeurige behartiging van de plichten, die zij in dien tijd te vervullen hadden.

Zoo vormden zij eene blijvende Eerewacht rondom het van liefde brandende Hart van Jesus. Geen uur ging nog voorbij, waarop niet een enkele ziel, ten minste in den geest zich met Hem onderhield en Hem hare liefde en hulde betuigde.

Spoedig breidde zich die godvruchtige oefening uit, werd in 1864 als Broederschap opgericht en het volgend jaar door Paus Pius IX goedgekeurd en met tal van aflaten en geestelijke gunsten verrijkt. (1) Thans telt zij duizenden leden en brengt in en door hen de heerlijkste vruchten voor het zielenheil voort.

M. G., hebt gij Jesus' goddelijk Hart werkelijk lief, aarzelt dan niet, tot die schoone vereeniging toe te treden en getrouw hare voornaamste oefening te volbrengen.

Duidelijk genoeg zult gij reeds inzien, dat zjj het goddelijk Hart bijzonder welgevallig moet zijn. Over niets

(1) Ds voorwaarden en voordeelen der Eerewacht worden aangegeven in het Handboekje der Congreganisten van het H. Hart vau .lesus op bl. 187 en volgende.

ocr page 202

200

klaagt Het droeviger dan over zijne verlatenheid in zijn H. Sacrament, over de onverschilligheid, waarmede de menschen de overgroote liefde, die Het hun daar betoont, beantwoorden. Volbrachten alle leden der Eere-wacht goed hunne kleine oefening, die klacht zou ver stommen, Jesus zou niet met den Profeet behoeven te verzuchten : „Ik heb iemand gezocht om Mij te troosten, maar Ik heb hem niet gevonden.quot; Het woord van den H. Geest zou bewaarheid worden : „In zijne dienaren zal Hij getroost worden.quot;

Wat heerlijke vruchten zou dat uur, dat uur van meditatie of van arbeid, dat uur van lijden in innige ver-eeniging met Jesus doorgebracht, in u zeiven en voor het heil van anderen voortbrengen! Het gebed is voor onzen arbeid, wat de vochtigheid en het licht der zon zijn voor de planten. Zij doen haar groeien en bloeien en vruchten voortbrengen. Heeft Jesus niet vooral aan degenen, die Hem in zijn H. Sacrament liefde om liefde geven, Hem eenige vergoeding trachten aan te bieden voor den ondank der menschen, zijne buitengewone zegeningen beloofd ? Heeft Hij niet gezegd, dat voor hen zijn Hart zich openen zou, om in breede stroomen zijne genaden over hen uit te storten ?

II. Maar een oprecht minnend hart zal niet tevreden zijn met een enkel uur van den dag in innig verkeer met het voorwerp zijner liefde door te brengen, het zal nog behoefte gevoelen, dikwijls daaraan te denken, het dikwijls een bewijs van liefde en eerbied te geven. quot;Welnu, M. GL, ook dit bewijs van vurige liefde kunt gij, hoe talrijk en ernstig uwe bezigheden ook zijn, aan Jesus' goddelijk Hart geven. Wat belet den leerling, als hij studeert of zich ontspant, wat belet de moeder, als zij aan haar kinderen hare moederlijke zorgen wijdt,

ocr page 203

201

wat belet den werkman in zijn ai-beid, den Priester in den biechtstoel of bij het bezoek zijner zieken, een kranke op het bed van smarten, het hart nu en dan door eene korte verzuchting te vereenigen met het aanbiddelijk Hart van den Verlosser ?

O, hadden wij ons die heilige gewoonte eens eigen gemaakt, wat zouden wij weinig te klagen hebben over de onvruchtbaarheid van onzen arbeid, ons lijden.

Zal het Hart van den Verlosser, dat ons zoo mateloos veel bemint en aan het gebed eene onbeperkte kracht heeft toegekend, aan zulken arbeid zijn zegen kunnen weigeren ? Aan het schietgebed zijn bovendien zooveel andere voordeelen verbonden. Die herhaalde verzuchtingen zijn een zeer geschikt middel, leert Alphonsus Rodriguez (6rte Verhand. 3de Hoofdstuk) om voortdurend aan Jesus te denken, om altijd te wandelen in Gods tegenwoordigheid. En eenparig getuigen de meesters van het geestelijk leven, dat de oefening van Gods tegenwoordigheid een zeker middel is om volmaakt te leven. Een beroemd godgeleerde aarzelt niet te zeggen: Iemand, die zich op de oefening der goddelijke tegenwoordigheid toelegt, door een veelvuldig gebruik van schietgebeden en daarin met ijver en godsvrucht volhardt, zal in korten tijd de gelukkigste verandering in zich bespeuren; hij zal een nieuw mensch worden, een grooten afkeer en walging van de wereld en al het wereldsche beginnen te gevoelen en eene hartelijke toenadering en liefde tot God verkrijgen. (Alph. Rodrig. B11® Verb. 4de Hoofdst.) „Jezus bij zich weten te behouden,quot; zegt ook Thomas a Kempis, „is eene groote wijsheid.quot;

De schietgebeden zijn een zeker behoedmiddel tegen de zonde, een machtige prikkel om onze werken met

ocr page 204

202

eene zuivere meening en met grooten ijver te verrichten.

In de tegenwoordigheid van een teederen vriend zullen wij geen woorden spreken, geen zaken doen, die hem grieven of bedroeven kunnen. En zal dan een kind, dat Jesus' H. Hart vurig liefheeft en dikwijls aan Hem denkt, voor wiens geest voortdurend de gapende wonde staat, die de zonden hebben gemaakt, de vlammen van liefde, die Het verteeren, woorden durven spreken of handelingen willen verrichten, die Het smarten of beleedigen kunnen ?

Zoet en bemoedigend is het voor een vriend, als het oog van hem, dien hij bemint, op zijn arbeid en zorgen voor zijn welzijn gevestigd is. Wat een prikkel om zijne werken met eene zuivere meening en volmaakt te verrichten zal dan ook de gedachte geven, dat daarop de blikken gevestigd zijn van den besten aller vrienden, die geen werk, hoe onbeduidend ook in zich zelf, onbeloond laat, als het geschiedt om Hem te behagen.

Het zal een strijd van liefde worden tusschen hen beiden, wie het meest geven zal. Hij, die Jesus' Hart edelmoedig bemint, zal elk kruis, elke moeielijkheid, eiken strijd, elke onverschillige handeling zelfs, beschouwen en benuttigen als een middel om zich meer aan het goddelijk Hart behagelijk te maken; en de goede Jesus, die zich nimmer in edelmoedigheid laat overtreffen, zal zijn troost zijn in elke smart, zijn licht in elke moeielijkheid, zijn steun in elke bekoring; zijne vreugde hier op aarde en zijne belooning in de eeuwigheid.

Zegt dan ook dikwijls onder uw werk en ontspanning, vooral in de ure van beproeving of bekoring: „Zoet Hart van Jesus, wees mijne liefde; H. Hart van Jesus, ontferm U mijner'' of eenige andere verzuchting, die uwe godsvrucht u ingeeft. Spreekt die verzuchtingen uit

ocr page 205

203

met aandacht en liefde, herhaalt ze zoo dikwijls, dat zij als het ware op uwe lippen verstorven liggen. Dan zult gij spoedig komen tot dat zoete inwendig verkeer met uw hemelschen Vriend; dan zullen iederen dag de banden van vriendschap, die u vastbinden aan zijn Hart, nauwer worden toegehaald; veilig zult gij in Hetzelve wonen en met vreugde drinken van de wateren der genaden, die in het goddelijk Hart ontspringen. Amen.

ocr page 206

AANHANGSEL.

I.

Opening der maand Juni.

Mensis iste vobis.... primus erit in mensibus anni. Deze maand zal voor u.... de eerste zijn onder de maanden van het jaar. Ex. 12, 2.

f ooraleer de Joden het land hunner slavernij verlieten, moesten zij eene heilige offerplechtigheid verrichten, die elk jaar tot gedachtenis aan hunne verlossing moest herhaald worden. Die plechtigheid was tevens eene afbeelding van het groote verlossingswerk, dat Jesus door zijn dood op Calvarië voltrekken zou. Zij had plaats in de zevende maand ; maar om de groote weldaden Gods, welke in die maand herdacht werden, moest zij in het vervolg als de eerste van het kerkelijk jaar beschouwd worden. „Deze maand, beval God, zal voor u de eerste zijn onder de maanden van het jaar.quot; ooraleer de Joden het land hunner slavernij verlieten, moesten zij eene heilige offerplechtigheid verrichten, die elk jaar tot gedachtenis aan hunne verlossing moest herhaald worden. Die plechtigheid was tevens eene afbeelding van het groote verlossingswerk, dat Jesus door zijn dood op Calvarië voltrekken zou. Zij had plaats in de zevende maand ; maar om de groote weldaden Gods, welke in die maand herdacht werden, moest zij in het vervolg als de eerste van het kerkelijk jaar beschouwd worden. „Deze maand, beval God, zal voor u de eerste zijn onder de maanden van het jaar.quot;

Voor de kinderen van het goddelijk Hart, ja voor eiken christen, mag de schoone maand, aan wier vooravond wij staan, de eerste van de maanden des jaars genoemd worden. In kinderlijke godsvrucht hebt gij allen ongetwijfeld de maanden, toegewijd aan den H. Joseph en zijne vlekkelooze Bruid, doorgebracht. De groote liefde, die

ocr page 207

205

Jesus' H. Voedstervader en uwe hemelsche Moeder u toedragen, de vele gunsten, die gij door hunne voorspraak mocht ontvangen, stemden u tot vurige dankbaarheid.

Maar, M. G., wie heeft u vuriger bemind, wie heeft u grooter weldaden geschonken dan het Hart van uw Verlosser, dat in de gezegende maand, die gaat aanbreken, door de H. Kerk aan uwe vereering wordt voorgesteld ?

Een ondenkbare afstand ligt er tusschen zijne liefde voor den mensch en die zjjner H. Ouders. En kunt gij alles verkrijgen door den H. Joseph, wordt Maria met recht genoemd eene smeekende almacht, het kanaal, waardoor alle genaden ons moeten toevloeien, het goddelijk Hart is de bron zelve, waaruit zij alle genaden putten moeten Dit Hart gaf ons Maria zelve tot Moeder. Onwaardeerbare weldaden had Het ons geschonken, voordat Maria voor ons bidden kon. Deze maand zjj u dan de eerste onder alle maanden, worde door u in vurige godsvrucht en innige dankbaarheid jegens het H. Hart doorgebracht.

Wat hebt gij daartoe vooral te onderhouden ?

M. G., slaan wij nog eenmaal de blikken op het voorbeeld van onze hemelsche Moeder. quot;Wij hebben haar in deze gezegende maand leeren kennen als eene veilige gids op den weg der zaligheid, als het toonbeeld van alle deugden, als den zekersten weg, die tot Jesus voert. Beschouwen wij, hoe zij het goddelijk Hart in haar leven vereerde, en trachten wij haar na te volgen. Denkt niet, M. GL, dat de godsvrucht tot het H. Hart eerst ten tijde van de gelukzalige Margareta Maria ontstaan is; toen werd zij meer algemeen en heeft zij een bij-zonderen naam, een bepaalden vorm aangenomen. Maar ten allen tijde, van af het begin des Christendoms heeft

ocr page 208

206

Jesus' H. Hart vurige aanbidders, trouwe vereerders gehad. En onder de bevoorrechte zielen, aan welke Jesus reeds in zijn leven de schatten van zijn goddelijk Hart openbaarde, neemt zeker zijne H. Moeder de eerste plaats in, en ook van de godsvrucht tot het H. Hart is en blijft Maria de eerste en meest verhevene leermeesteres.

Zij is een heerlijk voorbeeld van godsvrucht tot het H. Hart, wijl zij :

I. Al haar liefde en zorgen aan Jesus wijdde, en haar leven in het innigst verkeer met het goddelijk Hart doorbracht.

II. Wijl zij Het bij bijzondere gelegenheden buitengewone blijken van moederlijke teederheid gaf.

III. Wijl zij zijne deugden zoo volmaakt mogelijk navolgde en

IV. Uit al hare macht ijverde voor zijn eer en glorie.

I. Aan Jesus wijdde Maria geheel haar leven ; voor

Hem was haar arbeid, voor Hem haar kommer en zorg, voor Hem hare ontberingen. Voortdurend waren hare gedachten op Jesus gevestigd. Lieten hare bezigheden het toe, dan zocht zij zijn gezelschap en menig oogen-blik van den dag bracht zij in de ontboezeming der vertrouwelijkste vriendschap en der vurigste liefde met Hem door.

Maar ook onder haar werk bleef haar oog en haar geest zooveel mogelijk op Jesus gevestigd ; ook had er eene onafgebroken wisseling van dank- en liefdebetuigingen tusschen haar Hart en het Hart van haar god-delijken Zoon plaats. Dan overwoog Maria, zegt de H. Schrift, de woorden van wijsheid, die Jesus gesproken had ; dan dacht zij aan de grenzenlooze liefde, die gloeide in zijn Hart, aan de weldaden, die Hij het menschdom geschonken had.

ocr page 209

207

Kinderen van het goddelijk Hart, kunt gij dat voorbeeld uwer hemelsche Moeder in deze maand niet navolgen ?

Kunt gij des morgens bij het ontwaken, uw geest niet terstond tot Jesus verheffen om Hem alle gedachten, woorden en werken van den dag op te offeren ?

Kunt gij Hem in zijn H. Tabernakel niet een enkelen keer door den dag een bezoek brengen, om zijn H. Hart te troosten, om zijne zegeningen over u zeiven en anderen af te smeeken ?

Gemakkelijk kunt gij, ten minste onder uw werk, dikwijls het H. Hart door een schietgebedje uwe liefde en dankbaarheid betuigen, aan Hetzelve uwe kruisen en moeielijkheden opofferen.

Eene aandachtige beschouwing van een beeltenis van het H. Hart zou u machtig veel helpen om den dag aldus in innig verkeer met Jesus, die bron der rijkste zegeningen, door te brengen. Dat beeld spreekt zoo treffend van zjjne liefde en noodigt ons zoo dringend tot wederliefde uit. En Jesus zelf zou u dan bijzonder helpen; Hjj heeft toch beloofd, de plaatsen te zullen zegenen, waar de beeltenis van zijn H. Hart zal uitgesteld en vereerd worden.

Handelt dus gelijk zoovele godvruchtige kinderen van het goddelijk Hart; plaatst zijne beeltenis bij uwe legerstede en in uwe werkplaats, werpt daarop dikwijls een aandacht,igen blik en knielt daarvoor ten minste des morgens en des avonds eenige oogenblikken neder, om Het uwe hulde, uwe liefde en dankbaarheid te betuigen.

II. Hoewel Maria al haar zorgen en liefde aan Jesus wijdde, gaf zij ïïem toch bij bijzondere gelegenheden meer dan gewone blijken van moederlijke liefde en teederheid.

Van wat liefde zal haar hart gebrand hebben, als zij in aanbidding voor zijne kribbe lag neergeknield! De

ocr page 210

208

vlammen van liefde, die opstijgen uit de reien der cherubijnen en seraphijnen zijn slechts een vonk in vergelijking van den liefdegloed, die alsdan blaakte in Maria's moederhart.

Wat een liefde zal zij het goddeljjk Hart betuigd hebben, toen zij Het op Calvariës kruin voor het eerst door de lans geopend zag, toen zij Het door de wonde der zijde bij de begrafenis des Heeren in het ziellooze lichaam aanschouwde !

En wie zal ons de liefde beschrijven, die Maria vervulde, als zij Jesus na zijne Hemelvaart in zijn H. Sacrament aanbad of in de H. Communie opnieuw aan haar moederhart drukte ?

M. G., meer dan ééne gelegenheid zal zich in deze maand voordoen, waarin gij het voorbeeld uwer hemelsche Moeder kunt navolgen, waarin het goddelijk Hart bijzondere blijken verwacht van uwe kinderlijke genegenheid.

In deze maand zullen wij de schoone feestdagen vieren van het H. Sacrament en van het H Hart. Op die dagen vooral verlangt het goddelijk Hart van zijne kinderen buitengewone bewijzen van liefde en dankbaarheid. En die liefdebewijzen vraagt Het vooral voor zijn H. Sacrament. Beantwoorden wij zoo volmaakt mogelijk aan dit vurig verlangen van het goddelijk Hart, brengen wij die dagen vooral in innige godsvrucht jegens het H. Sacrament door, heiligen wij ze naar Jesus' verlangen door eene plechtige eereboete en eene waardige eerherstellende Communie.

III. Maar reeds dikwijls, M. G., hebben wij u verklaard, dat geen eeredienst aangenamer is aan het H. Hart dan de navolging zijner deugden. Versiert zijne beeltenis met bloemen, zingt liederen te zijner eer, aanbidt Het in het H. Sacrament met gevoelens van de

ocr page 211

209

vurigste liefde, gij zult Het zulk een groot genoegen niet doen, als wanneer gij te zijner eer uwe gramschap bedwingt, uw hoogmoed vernedert, uw evennaaste met liefde bejegent, zijne vlekkelooze zuiverheid tracht na te volgen.

Dat begreep ook Maria en daarom vereerde zij Het vooral door de navolging zijner deugden. Zulk eene volmaakte hulde gaf zij Het door de navolging zijner deugden, dat de H. Kerk haar den schoonen eeretitel „Spiegel der gerechtigheidquot; waardig achtte.

De zon der gerechtigheid is het Hart van Jesus Christus, maar Maria is de spiegel, waarin de stralen dier Zon in vollen glans weerkaatsen. In het oog der menschen scheen zij even zachtzinnig, even nederig, even liefderijk, even zuiver en ingetogen als haar goddelijk Kind

Wilt ook gij u dus bijzonder aangenaam maken aan Jesus' H. Hart, volgt dan ook hierin het voorbeeld uwer H. Moeder.

Tracht ten minste in eene enkele deugd, waaraan gij de grootste behoefte hebt, groote vorderingen te maken. Zijt gij opvliegend van aard, legt u dan in deze maand eens bijzonder toe op de zachtmoedigheid; zijt gij nalatig in het gebed, tracht dan in deze maand met meer aandacht en eerbied te bidden; zijt gij ijdel, hoovaardig, legt er u dan in deze maand eens bijzonder op toe, de ootmoedigheid van het goddelijk Hart na te volgen.

IV. Dan ijverde Maria nog uit al hare krachten voor de eer en glorie van het goddelijk Hart. In de stilte van het huisje van Nazareth bad zij in vereeniging met het goddelijk Hart voor het heil der wereld; en als Jesus de boodschap des heils in de vlekken en steden van Galilea verkondigde, dan smeekte zij in hare afzondering den zegen des Vaders over zijn vermoeienden arbeid af. 14

ocr page 212

öló

Aan den voet van het kruis bood zij God met hare matelooze smarten haar goddelijk Kind als zoenoffer voor onze zonden aan, In vereeniging met de pas geboren Kerk, om haar vergaderd, bad zij cm den H. Geest, dien Jesus beloofd had.

En hoe dikwijls leerde zij in den loop der eeuwen tot nu toe de bevoorrechte zielen hare toevlucht nemen tot Jesus' zijdewonde, in te gaan in zijn goddelijk Hart, te wonen in dat goddelijk Heiligdom. Hoeveel duizenden verdwaalde zielen bracht zij door hare voorspraak tot Jesus terug! Haar heerlijke eeretitels: „Moeder van barmhartigheid,quot; „ Toevlucht der zondarenquot; en vele andere verkondigen het luide, dat haar ijver voor het zielenheil en de uitbreiding van het rijk van Jesus' liefde geene grenzen heeft.

M. G., zoekt ook gij aldus in deze maand Jesus1 goddelijk Hart meer en meer door de menschen te doen kennen, zielen voor Jesus te winnen. Kunt gij dat niet door woord of arbeid, tracht het ten minste te doen door een stichtend voorbeeld, door uw gebed voor de bekeering der zondaren en ongeloovigen, voor den bloei van Jesus' Kerk, door uw lijden, uw kruisen en moeie-lijkheden tot dat verheven doel met gelatenheid te dragen.

En om die heilige voornemens getrouw te kunnen uitvoeren, knielen wij nog eenmaal om Maria's bloemen-troon neder en vragen wij haar met een groot vertrouwen, dat zij ons helpe, haar voorbeeld van vereering van het goddelijk Hart vooral in deze maand zoo volmaakt mogelijk na te volgen.

Zoo gaarne zal Maria dat gebed verhoeren; beter dan iemand kent zij het brandend verlangen van het goddelijk Hart, om vurig door ons bemind en gediend te

ocr page 213

211

worden; niets ia ook aangenamer aan haar moederhart, niets zaliger voor ons. Amen.

A F li A. T E K

VERBONDEN AAN

de Viering der Junimaand.

Z. H. Paus Pius IX, bij decreet van de H. Congregatie der Aflaten 8 Mei 1873, vergunde aan alle ge-loovigen, die in de Junimaand, hetzij in het openbaar of in het bijzonder ten minste met een rouwmoedig hart bijzondere gebeden of godvruchtige akten van vereering ter eere van het Allerheiligste Hart van Jesus verrichten;

Een aflaat van 7 jaren, eens per dag te verdienen.

Een vollen aflaat, op een dag naar verkiezing in gemelde maand, mits men, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eene kerk of openbare bedeplaats bezoeke, en daar een tijdlang met godsvrucht bidde volgens de meening van Z. H.

ocr page 214

II.

Feestdag van het H. Hart.

Venerunt mihi omnia bona pariter cum Ula. Alle goederen zijn mij met haar geworden.

Sap. VH. 11.

an het einde der feesten, die de Kerk ter eere van haar goddelijken Stichter viert, komt het heerlijk feest, dat wij heden vieren, het feest van het allerheiligste Hart van Jesns En dit heeft zijne bijzondere beteekenis.

Op de vorige feestdagen onzes Heeren werden wij herinnerd aan de eene of andere openbaring en weldaad zijner liefde : op Kerstdag bijv. aan zijne geboorte en onze verlossing uit de slavernij des duivels; op het Driekoningenfeest aan zijne aanbidding door de eerstelingen der heidenen en de onwaardeerbare weldaad van onze roeping tot het christendom; op Goeden Vrijdag zagen wij Jesus' liefde schitteren in het onuitsprekelijk lijden, dat Hij voor ons verduurde; nog kort geleden, op het feest van het H. Sacrament, aanbaden wij haar in het geheim zijner liefde bij uitnemendheid, het H. Sacrament des Altaars.

Heden, bij de sluiting van dien feestkring, stelt de

ocr page 215

213

Kerk ons de liefde des Heeren voor in haar geheelen omvang, herinnert zij ons aan alle weldaden te zamen, die wij op de vorige feesten des Heeren herdachten. Zij schijnt ons te zeggen : „Het Hart van Jesus is de bron, de oorsprong van al zijne liefdeblijken. Aan de liefde van hec goddelijk Hart dankt gij de verlossing uit de slavenketenen des duivels, uwe x'oeping tot het christendom, het groot geheim zijner liefde : uw troost, uw licht, uw steun op den aardschen pelgrimstocht.quot;

Aan het goddelijk Hart danken wij niet alleen alle weldaden, in het verleden aan het menschdom geschonken; ook in de toekomst mogen wij van Hetzelve, zoo wij Het waardig vereeren, alles verwachten, wat ons geestelijk en tijdelijk geluk kan bevorderen.

Wat Salomon zeide van de wijsheid, hem door God geschonken, dat kan men ook zeggen van eene vurige godsvrucht tot het H. Hart van Jesus: „Met haar zijn mij alle goederen geworden.'''

Om u met nieuwen ijver voor de devotie tot het H. Hart te bezielen, willen wij u dit op dezen schoonen feestdag wat nader aantoonen.

I. Het goddelijk Hart is niet alleen de bron, de schatkamer van alle genaden, Het brandt ook van verlangen om den mensch die genaden mede te deelen. Hoe vuriger iemand bemint, des te meer verlangt hij ook anderen goed te doen. Wat mogen wij dan niet verwachten van de devotie tot het goddelijk Hart, dat met eene onbegrijpelijke, ja met eene oneindige liefde jegens de menschen vervuld is!

II. Niets kan den mensch op aarde en voor de eeuwigheid gelukkig maken, dan de liefde tot God. De mensch moge rijkelijk bedeeld zijn met de goederen dezer aarde, hij moge baden in weelde en overvloed, hij moge ge-

ocr page 216

214

vierd en geëerd zijn in de wereld, zijn hart zal onrustig blijven, zoolang het niet klopt van liefde voor zijn Schepper. En hoe vuriger hij Grod bemint, des te gelukkiger zal hij zich gevoelen Eene ziel, die brandt van liefde tot God, zal zelfs te midden van de vele kwellingen des levens met den H. Paulus kunnen uitroepen; „Ik vloei over van vreugde te midden mijner kwelling en.quot; Voor haar verliest het kruis zijne zwaarte, het lijden zijne bitterheid. Maar zal er iets beter in staat zijn om die liefde in ons hart te ontsteken en te vermeerderen, dan de godsvrucht tot het goddelijk Hart van Jesus ?

Eeuwen reeds, voor zij algemeen verspreid werd, werd zij door den H. Joannes aangeduid, als het groote middel, waardoor God in de latere tijden de verflauwde liefde der menschen zou doen herleven.

Ti. H. Pius IX z.g. zegt ook duidelijk in de bulle van Margareta's Zaligverklaring, dat dit het voornaamste doel is der devotie tot het H. Hart. „Jesus Christus, zegt hij, had geen vuriger verlangen, dan de vlam der liefde in de harten der menschen te ontsteken.quot;

En Jesu~gt; zelf verzekert aan zijne uitverkoren bruid, dat zijn overgroot verlangen, om door de menschen volmaakt bemind te worden. Hem had doen besluiten hun zijn Hart te toonen.

Om ons hart in wederliefde te ontvlammen stelt Hij het symbool der liefde bij uitnemendheid, zijn Hart, ons ter vereering voor en Hij toont Het, omgeven door de sprekende bewijzen zijner liefde, beplant met het kruis, omvlochten van doornen, gewond door de lans, terwijl een stroom van bloed uit Hetzelve nedervloeit, en vlammen van liefde uit Hetzelve opstijgen. Het goddelijk Hart aan onze vereering voorges eld is als een boek, waarin met duidelijke letters de geschiedenis

ocr page 217

215

van Jesus' liefde tot ons beschreven staat. quot;Wie kan op dat Hart een aandachtigen en geloovigen blik slaan, zonder zijn hart in wederliefde ontvlamd te gevoelen ? Deze waarheden zijn zeer eenvoudig, mao.r worden nochtans door velen niet begrepen.

III. Daarom deed Jesus nog meer. In duidelijke woorden gaf Hij in het bijzonder de zegeningen aan, die Hij over de vereerders van zijn H. Hart wilde uitstorten. Zij zijn vervat in de bekende twaalf beloften, uit de geschriften der Gel. Margareta verzameld.

M. G., wie ziet niet in, dat, met de vervulling van die beloften, ook al onze wenschen voor tijd en eeuwigheid in vervulling moeten gaan ?

1. Elke staat heeft zijne bijzondere verplichtingen en moeielijkheden. Veel verschillen de plichten van een priester en religieus van die der personen in de wereld; veel de plichten van ouders en oversten van die der kinderen en onderdanen. Groote zorgen en moeielijkheden zijn dikwijls aan de vervulling dier plichten verbonden. Wat een licht en een kracht heeft een priester en hebben ouders niet noodig om de hun toevertrouwden in de deugd te bevestigen! Wat een steun en een moed behoeven de jongeling en de godvreezende dochter om rein te leven in de verleiding der wereld! Neen, zonder bjzondere genaden zult gij de plichten van uw staat niet volmaakt vervullen.

Maar welke is de bron, waaruit gij die genaden van staat in overvloed kunt putten ?

Zij is het Hart van uw Vei losser, die zijne vereerders beloofd heeft: „ Ik zal hun alle genaden geven, die zij in hun staat noodig hebhen.quot; (lste belofte.)

2. Eene kostbare gave belooft Jesus hun in de tweede belofte: „Ik zal den vrede brengen in hunne huisgezinnenquot;

ocr page 218

216

Geen ongelukkiger huisgezin is denkbaar dan het huisgezin, waarin die schat ontbreekt. Geen lijden, geen armoede-, geen verguizing der wereld wegen op tegen het leed, dat twist, tweedracht en afgekeerdheid tusschen de leden van hetzelfde huisgezin veroorzaken. Geen aanzien ol rijkdom kan het gemis van dien schat vergoeden.

Maar zoet, overzoet is het te wonen in een huis, waarin men elkander eene ware, broederlijke en zuster -lijke liefde toedraagt, waarin men elkander gaarne een liefdedienst bewijst, waarin men lijdt met de lijdenden, zich oprecht verheugt met de blijden Die liefde verzoet en verlicht elke smart en elke moeielijkheid, zij werpt op het huisgezin den glans van het hemelsch paradijs.

M. G., wilt gij dien zoeten, hemelschen vrede in uw huisgezin behouden of zien wederkeeren, tracht het dan te winnen voor de devotie tot Jesus' H. Hart, dat van zijne vereerders gezegd heeft: „Ik zal den trede brengen in hunne huisgezinnen.'quot; (2r'e belofte)

3. 's Menschen kortstondig leven is vervuld met vele ellendenquot; zegt de H. Man Job. Bittere teleurstellingen, grievende bejegeningen, smartelijke lichaamskwalen zijn het deel van eiken mensch op aarde. En weinig heeft dat lichaamslijden dikwijls te beteekenen bij het zielenleed, waaraan zoo menigeen ter prooi is. Watbeteekent bijv. dat lijden bij het smartelijk leed, dat de dood van eene goede moeder, van een innig geliefden vader aan het hart kan berokkenen? Wat beteekent het dikwijls bij de geestelijke dorheid, de gewetensangsten, die zoo menige godminnende ziel folteren? In die smarten en droefheid, het is waar, kan een oprecht vriendenhart veel verlichting en troost aanbrengen Maar, M. G., dikwijls kan het dat ook niet; en altijd zal die troost

ocr page 219

217

zwak en kortstondig zijn. Maar een onmetelijken en duurzamen troost kunt gij putten in het Hart van uw goddelijken Verlosser. Niemand toch verstaat beter de kunst om de lijdenden op te beuren dan Hij, die zelf veel geleden heeft. Maar welk hart heeft meer geleden dan het H. Hart van Jesus ? Dat H. Hart heeft geleden door ondenkbare folteringen, door miskenning en verguizing, door angst en verlatenheid. — Het is bedroefd geweest tot den dood: „Trisfis est anima meaquot; zuchtte Het in den hof van Olijven, „usque ad mortemquot;: „Mijne ziel is bedroefd tot den dood/quot;' Dat Hart verlangt ook zoozeer onze smarten te lenigen, wijl Het ons mateloos veel bemint; nog voortdurend stijgt daaruit de zoete uitnoodiging: „Komt allen tot Mij. die heiast en heiaden zijt, en Ik zal u verkwikkenquot;; bovendien heeft Het zijne vereerders beloofd: „Ik zal hm troosten in al hunne droefheden.1'

4. Te ver zou het ons voeren, M. Gr., indien wij u alle andere zegeningen gingen verklaren, die het goddelijk Hart zijne oprechte kinderen beloofd heeft; indien wij u gingen verklaren, wat Het belooft in den strijd tegen de bekoringen: wat Het belooft aan hen, die in de ketenen der zonde of der geestelijke traagheid liggen vastgekluisterd; wat Het belooft aan zijn bruiden, die Het volmaakt willen beminnen, die Het liefde om liefde willen geven; wat Het belooft aan den Priester en aan allen, die zich toeleggen op de zaligmaking der zielen en aan hen, die naar hun best vermogen trachten, de liefde tot zijn H. Hart ook in de harten van anderen te ontvlammen, (ö''0 tot 11de belofte.)

5. Nog ééne belofte echter mogen wij niet onvermeld laten.

De gewichtigste van alle levensvragen, die elke chris-

ocr page 220

218

ten zich nu en dan niet zonder vreeze stelt, is deze : „Hoe zal ik sterven ?quot; Het stervensuur toch beslist over ons lot in de eeuwigheid. De duivel zal vooral in dat uur niet rusten; al zijn kracht zal hij inspannen om ons in dat uur te doen bezwijken.

M. GL, hebt gij in uw leven in elke bekoring uwe toevlucht gezocht in het goddelijk Hart van Jesus, dan moogt gij vast vertrouwen, dat Het ook in het gewichtig stervensuur u een veilig toevluchtsoord zal openen tegen de aanvallen van den duivel.

Met zooveel oprechte dienaren en dienaressen van het H. Hart, met de bevoorrechte Bruid des Heeren zult gij mogen bekennen: „O hoe zoet is het te sterven, wanneer men in zijn leven eene standvastige godsvrucht heeft gehad tot het Hart van Hem, die ons moet oor-deelen.quot; (4de en laatste belofte.)

M. G., wat kunnen wij nog verlangen voor tijd en eeuwigheid, wanneer die heerlijke beloften des Heeren in ons vervuld worden ? Ku zou het echter verkeerd zijn, zich van de godsvrucht tot het H. Hart overdreven voorstellingen te maken. Zulke devotie zou eerder schade dan nut aanbrengen. Wij mogen dus we# denken, dat Jesus aan de dienaren van zijn H. Hart een nieuwe soort van genaden beloofde, genaden, die de menschen vroeger niet verkrijgen konden. Gij weet, dat ook de heerlijkste zegeningen te verwachten zijn van de devotie tot Maria, den H. Jozef en andere Heiligen. Zelfs in het Evangelie zijn er beloften te vinden als de voorgaande. Aan de veelvuldige en waardige H. Communie had Jesus reeds het eeuwige leven en de glorievolle opstanding uit de dooden toegezegd.

Evenmin mogen wij echter denken, dat Jesus aan de vereerders van zijn Hart geen buitengewone beloften

ocr page 221

219

gedaan heeft, dat Hij zou gesproken hebben als een onnadenkend mensch, die dikwijls belooft, wat hij reeds gegeven heeft.

Wat mogen wij dan meer verwachten van de godsvrucht tot het H. Hart, dan van eenige andere devotie?

Alle voorrechten en genaden, zeggen de geestelijke schrijvers, aan elke andere godsvrucht toegezegd, kunnen wij in overvloed putten uit de godsvrucht tot het H. Hart, in eene mate, die alle verwachting te hoven gaat. De dienaren van het H. Hart wenden zich t^ch tot eene liefde, die almachtig is, tot een Hart, dat gloeit van liefde en dus alles geven zal, wat Het geven kan, tot een Hart zoo dankbaar, dat Het geen glas water, te zijner liefde geschonken, onbeloond kan laten. Zal Het dan zijne kinderen, die Het door hunne liefde en ijver zooveel troost zullen verschaft hebben, niet door eene buitengewone mededeeling zijner gunsten beloonen ?

Het zeker gevolg der ware godsvrucht tot het H. Hart is eene brandende liefde tot Jesus Christus. Maar het hart, dat brandt van liefde tot Jesus, zal ook met alle andere deugden gesierd zijn. De liefde is de koningin der deugden; in de liefde bestaat de volmaaktheid. Zij is de ziel, de steun van elke godsvrucht. En Jesus regelt dan ook de mate zijner milddadigheid naar de mate onzer liefde; hoe vuriger wij Hem beminnen, des te meer zullen wij voor Hem werken, te overvloediger zal Hij ons zegenen door zijne genaden. Geene parochie en geen huisgezin, waarin de godsvrucht bloeit tot het H. Hart, kan men dan ook aanwijzen, waarin niet tevens oprechte godsdienstzin te bespeuren is en waarover de zegeningen des Hemels niet ruimschoots nederdalen.

M. G., er is zeker niemand onder u, die niet vurig verlangt aan die heerlijke zegeningen deelachtig te

ocr page 222

220

worden. quot;Welnu, blijft dan het goddelijk Hart als ware kinderen beminnen en vereeren. Zijt gij getrouw in uwe liefde, dan zal ook het goddelijk Hart getrouw zijn in zijne beloften. „ God is niet gelijk de mensch, zegt de H. Schrift, dat Hij zou liegen, noch als de zoon des menschen, dat Hij zou veranderend

Toont Het vooral uwe liefde in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars door uw eerbied in Gods huis, door het godvruchtig bijwonen der H. Mis, door de veelvuldige, waardige Communie. Daardoor vooral, gij hebt het zoo dikwijls gehoord, kunt gij het goddelijk Hart troosten en uwe wederliefde betuigen.

Blijft verder door woord en voorbeeld ijveren voor zijne eer en glorie; bidt vooral veel, opdat Het door velen gekend en bemind worde. Zoekt verder in het goddelijk Hart uw toevlucht in elke bekoring, licht in elke moeielijkheid, troost in iedere smart. Dan zullen de schoone beloften van Jesus in u vervuld worden, dan zal het H. Hart uw vreugde zijn in uw leven, uw steun en troost in eiken tegenspoed en in het gewichtig stervensuur uw overgroot loon in den hemel. Amen,

ocr page 223

III.

Eerebo ete op den feestdag van het H. Hart.

Popule mens, quid feci tibi? Ant in quo contristavi te ? Mijn volk, wat heb Ik u misdaan, of waarin heb Ik u bedroefd ?

(Missale Hom )

m#isschien za^ l,et u bevreemden, dat wij u op dezen schoouen en zoo vreugdevollen feestdag de droevige klacht doen hooren, die de Kerk den lijdenden Verlosser op Goeden Vrijdag in den mond legt. Eene korte verklaring van het doel der instelling van dezen feestdag zal die bevreemding wegnemen, en u tevens duidelijk maken, welke de voornaamste plicht is, dien gij heden als kinderen van het goddelijk Hart te vervullen hebt.

Op den löquot;16quot; Juni 1675 had eene der gewichtigste verschijningen plaats, waarmede Jesus de uitverkoren Bruid van zijn H. Hart begunstigde. Margarota lag in aanbidding voor het H. Sacrament neergeknield en gevoelde in zich een brandend verlangen, om haren Beminde een bijzonder blijk van wederliefde te mogen geven. Hare bede was spoedig verhoord. Onverwachts stond

ocr page 224

222

haar Bruidegom voor haar, toonde haar ïjjn goddelijk Hart en sprak : „Ziedaar het Hart, dat de menachen zoozeer bemind heeft, dat Het niets heeft gespaard om hunne liefde te winnen, maar voor dank ontvang Ik van de meesten van hen niets dan onverschilligheid en verachting. Doch wat Mij het meest grieft, is, dat Ik zoo behandeld word door harten, die Mij zijn toegewijd. Daarom vraag Ik u te zorgen, dat er op den lsten Vrijdag na de octaaf van het H. Sacrament een bijzonder feest gevierd worde om mijn H. Hart te eeren, dat men dan tot de H. Tafel nadere en eene eereboete doe, om de beleedigingen te herstellen, die mijn Hart in het H. Sacrament worden aangedaan. En Ik beloof u, ging de Verlosser voort, dat mijn Hart zich zal openen, om in overvloed de stroomen der goddelijke liefde te doen nederdalen over hen, die Mij deze hulde zullen bewjjzen.quot;

Gij ziet dus, M. GL, waarom Jesua wenschte dezen feestdag te zien ingesteld. Het was vooral om zijn H. Hart eerherstel te geven voor de ondankbaarheid, waarmede de menschen zijne liefde beantwoorden. En ook heeft de Verlosser bij name de oefeningen genoemd, waardoor wij Hem dat eerherstel moeten brengen nl. eene waardige H. Communie en eene acte van eereboete.

Als kinderen van het goddelijk Hart hebt gij zeker allen dezen morgen reeds gedeeltelijk aan het verlangen van den Verlosser voldaan en u met gevoelens van vurige godsvrucht en innige deelneming met Hem ver-eenigd in de H. Communie. Thans gaan wij het verlangen van het goddelijk Hart ten volle vervullen, Hem door eene plechtige eereboete onze deelneming betuigen over de liefdeloosheid, die Hij in zijn H. Sacrament ondervindt, en Hem beloven, alles te doen, wat in onze macht is, om die te herstellen. Overdenken wij echter

ocr page 225

223

te voren de hillijhheid en de groote voordeelen dezer godsdienstige oefening.

I. Voor een hart, dat bemint, bestaat geen smartelijker lijden dan zijne liefde versmaad te zien. En hoe vuriger die liefde is, des te grievender wordt die versmading. Is er voor eene teeder minnende moeder wel grooter smart denkbaar dan door haar eigen kinderen beleedigd en veracht te worden ? Ziet zij zich niet liever door de gansche wereld vervolgd dan door haar eigen kind ? Maar, M. G., wat beteekent de liefde eener aard-sche moeder vergeleken bij de liefde, welke het Hart van Jesus ons bewezen heeft ? Die liefde deed Hem voor ons op de bitterste wijze lijden en sterven; die liefde maakt Hem tot onzen gevangene in het H. Tabernakel; die liefde wrochtte het wonder aller wonderen, iets, wat nooit in een moederhart zelfs kon opkomen; zij bewoog Hem zich zeiven tot spijs en drank te geven in de H. Communie.

En hoe beantwoordt de mensch aan die grenzenlooze liefde ?

quot;Werpt eens een blik in de wereld. „Principes con-venerunt in unum.quot; Alle machten der aarde, mag men vrij met den Psalmist uitroepen, spannen samen, om zijn rijk, dat Hij ten koste van zijn kostbaar bloed, onder zooveel tranen gevestigd beeft, om zijn H Godsdienst van de aarde te verdelgen.

Wat al helscbe middelen wenden zijne vijanden niet aan, om Hem zielen te outrooven; hoeveel onschuldige zielen worden door een godsdienstloos onderwijs, door eene slechte opvoeding aan de liefde van zijn Hart ontrukt; hoeveel duizenden andere door gevaarvolle vermaken in een afgrond van zedelijke ellenden neergestort! En ach, waren het alleen zijne vijanden, die zijn lief-

ocr page 226

224

devol Hart door huune versmadingen verwonden! Ook velen van hen, die zich zijne kinderen noemen, die Hij met de bewijzen zijner liefde als overladen heeft, maken gemeene zaak met zijne vijanden, lasteren met hen zijn H. Naam, bedroeven Hem door de schandelijkste zonden, ontrukken Hem door hun slecht voorbeeld en de ver-waarloozing hunner plichten tal van zielen, voor wier behoud Hij zijn leven en bloed veil had. Die ondank smart Hem, naar zijn eigen verklaring, eindeloos meer dan de snoodste misdaden zijner vijanden.

Wat een smaad heeft Hij ia het bijzonder te verduren in het Sacrament, waarin Hij zijne liefde als het ware heeft uitgeput! Niet tevreden met Hem te vergeten, hoont men Hem daar op de onwaardigste wijze. De ketters loochenen zijne tegenwoordigheid; goddeloozen zijn er geweest, die eene heiligschendende hand durfden slaan aan de H. Hostiën, ze uit het tabernakel rukten, met voeten traden en aan de laagste bespotting overgaven. Nog verder, mag men zeggen, gingen sommige christenen, als zij zich niet ontzagen, Jesus Christus binnen te leiden in een hart besmeurd met doodzonden, in een hart, waarin de duivel troonde.

M. Gr., gij zoudt bedroefd zijn en weenen, wanneer men iemand uwer dierbaren, uwe moeder bijv. met smaad en beleedigingen overlaadde; gij zoudt alles doen, wat gij vermocht om haar leed te verzachten en gij zoudt ongevoelig blijven voor den grenzenloozen hoon, dien men uw Verlosser, die u bemint met eene oneindige liefde, aandoet ?

II. Maar eene nog meer dringende reden moet u aanzetten om Jesus het bewijs van deelneming te geven, dat Hij heden van u vraagt. In den vreeselijken hoon, dien de wereld en de goddelooze christenen Jesus vooral

ocr page 227

225

in zijn H. Sacrament aandoen, hebt gij, naar wij vast vertrouwen, geen aandeel gehad.

Maar, was uwe dankbaarheid wel geëvenredigd aan de grootheid van Jesus' liefde en milddadigheid jegens u?

Een H. Franciscus van Assisië, dat wonder van liefde en boetvaardigheid, kon geen woorden vinden, om zijne ondankbaarheid jegens het liefdevol Hart van zijn Verlosser uit te drukken, en zouden wij allen dan geen redenen in overvloed hebben, rouwmoedig op onze borst te kloppen en Jesus ons leedwezen te betuigen over onze lauwheid en ondankbaarheid ?

O, hoeveel oneerbiedigheden in het gebed, hoeveel schuldige verstrooidheden in Jesus' aanbiddelijke tegenwoordigheid verwijt ook ons het geweten! Hoe lauw en traag gedroegen wij ons dikwijls, als Jesus zijn intrek kwam nemen in ons hart! Hoe dikwijls bedroefden wij verder zijn Hart door liefdeloosheid, afgekeerdheid, gram-, schap, ongeduld en andere dagelijksche zonden. Ja, misschien zijn er onder ons, die een aanzienlijk aandeel hebben gehad in de folteringen, Jesus in zijn bitter lijden, bij zijne bloedige geeseling, zijne pijnlijke kroning, zijne smartvolle kruisiging aangedaan, die zijn minnelijk Hart ooit door eene doodzonde bedroefden. M GL, vooral op u past zijn droevig verwijt: „ Popule mem, quid feci tibi, aut in quo contristaoi te?quot; „Mijn volk, wat heb Ik u misdaan, of waarin heb Ik u bedroefd ? ' Dan vooral hebt gij dringende redenen, Jesus het gevraagde eerherstel aan te bieden.

III. Nog een derde reden moet ons allen aansporen, Jesus met liefde dat bewijs van deelneming te geven, namelijk de heerlijke belooning, die wij daarvoor van Hem verwachten mogen.

15

ocr page 228

226

Zjjn Hart is het dankbaarste van alle harten; een glas water, te zijner liefde gegeven, kan .lesus niet onbeloond laten. Hoe groot zal dan de belooning zijn, die Hij de vrienden van zijn Hart bereidt, die allea doen, wat Hij verlangt, om Het te troosten in zijne verlatenheid, om Het eerherstel te geven voor den hoon en den ondank der wereld!

Zou deze reden n niet overtuigen, luistert dan naar de uitdrukkelijke belofte, die Hij doet aan hen, die Hem op dezen dag deze eereboete aanbieden: „Ik beloof m, dat mijn Hart zich zal openen, om in overvloed de stroomen der goddelijke liefde te doen nederdalen over hen, die Mij deze hulde zullen hewijzen.quot;

Wat kan meer noodig zijn, M. GL, om u op te wekken, met liefde en innige godsvrucht aan het verlangen van het goddelijk Hart te voldoen ?

Knielen wij dan neder en zeggen wij met oprechte deelneming:

Acte van eereboete. (*)

O, aanbiddelijk Hart van Jesus, met diepen eerbied knielen wij voor uwe beeltenis neder, om u onze droefheid en onze innige deelneming te betuigen voor den ondank, waarmede men uwe liefde beantwoordt en de beleedigingen, die u worden aangedaan.

Wij verklaren hier plechtig, dat er geen hart warmer voor ons geklopt heeft, grooter zorg voor ons welzijn heeft gedragen, zich grooter opofferingen voor ons getroost heeft, dat geen hart meer onze wederliefde verdient, dan het uwe.

(*J Zie eene andere acte van eereboete voor den feestdag van het H. Hart in : ^Handboekje der Congreganisten van het H. Hart van Jesus' bl. 139.

ocr page 229

227

En helaas, lieve Jesus ! wat wordt die matelooze liefdt door de menschen miskend ! Hoe weinigen zijn er, die u liefde om liefde wedergeven, hoeveel duizenden daarentegen, die zich onverschillig toonen voor uwe goedheid én weldaden, onverschillig voor uwe liefdevolle vermaningen, voor uwe heilige geboden, onverschillig voor de liefde, die Gij hun betoonde in de menschwording, in uw bitter lijden en dood, onverschillig zelfs voor de onbegrijpelijke liefde, die Gij hun in het H. Sacrament, waarin Gij als Vriend en Broeder met hen woont, betuigt.

Ja velen gaan nog verder, lieve Jesus, en maken van die weldaden een schandelijk misbruik. Daar zijn er, die een schandelijk misbruik maken van het H. Sacrament der Biecht, die gave, die alleen de barmhartigheid van een eindeloos minnend Hart ons schenken kon; daar zijn er zelfs, die een schandelijk misbruik maken van het Sacrament uwer liefde bij uitnemendheid, die U daarin zelfs de vernederendste en gevoeligste beleedigingen aandoen.

En als ik verder denk, lieve Jesus, aan de godslaste ringen, die de ketters en ongeloovigen, ja velen zelfs uwer kinderen tegen U uitbraken, dan begrijp ik ten volle, waarom uw Hart zoo dikwijls behoefte gevoelde om zijne smart over uw miskende liefde te openbaren ; waarom Gij zeggen mocht, dat de ondank der menschen U smartelijker grieft dan al het leed, dat uwe beulen U hebben veroorzaakt.

O lieve Jesus, ik bemin U uit geheel mijn hart en daarom kan ik U niet zeggen, wat een deelneming ik gevoel in uwe smarten, hoezeer mij. die ondank der menschen bedroeft.

Gaarne gaf ik mijn leven om die beleedigingen uit te boeten, dien ondank te doen ophouden. Lieve Jesus,

ocr page 230

228

Gij zijt almachtig, in uwe hand zijn de harten der menschen gesteld. Gij kunt ze veranderen en daarom bid ik ü, tref ze door uwe genade, opdat zij ophouden U te be-leedigen en U gaan beminnen.

Maar lieve Jesus, wat mij het meest bedroeft ia, dat ook ik dikwijls zoo slecht aan die liefde van uw Hart beantwoordde; ik, die boven duizenden met de gaven uwer liefde werd begiftigd. quot;Wat beantwoordde ik dikwijls slecht aan de vele genaden, die Gij mij schonkt! Wat een ongehoorzaamheden, wat een oneerbiedigheden jegens mijne oversten, wat een liefdelooze gedachten, woorden en werken! Wat een zonden bedreef ik misschien reeds tegen de schoonste aller kinderdeugden, tegen de H. deugd, zoo dierbaar aan uw Hart, de deugd van zuiverheid. Ja, zelfs ten opzichte van uw Liefdegeheim bij uitnemendheid toonde ik mij niet altijd een dankbaar kind. Zoo dikwijls gedroeg ik mij oneerbiedig in uwe heilige tegenwoordigheid. Koud en onverschillig bleef dikwijls mijn hart, als Gij, de Koning der liefde, het in de H. Communie tot uwe woning verkoost...

Lieve Jesus, ik kan geen woorden vinden om U te zeggen, hoezeer mij dit spijt. Ach ! konde ik mijn leven opnieuw beginnen, wat zou ik mij dan beijveren om als een heilig kind te leven, hoe dankbaar zou ik mij dan betoonen voor uwe weldaden, vooral voor de goedheid, die Gij mij in uw H. Sacrament betoont. Ik wil echter doen, wat ik nog doen kan. Nooit, lieve Jesns, wil ik U nog vrijwillig beleedigen ; als een oprecht kind van het H. Hart^wil ik voortaan leven. Verleen mij de kracht, om aan dat voornemen getrouw te zijn. Amen.

ocr page 231

IV.

Toewijding aan het H. Hart van Jesus.

In vele vereenigingen van het H. Hart wordt jaarlijks op den feestdag van het H. Hart op 'plechtige wijze de toewijding der leden hernieuwd

Voor die plechtigheid kan de volgende toespraak of lezing dienen.

Praebe, fili mi, cor turnn mihi.

Mijn kind, geef Mij uw hart. (Prov. XXIII: 26.)

ver de eerste verschijning van het goddelijk Hart aan de Gel. Margareta Maria verhaalt deze bevoorrechte Bruid des Heeren: „Eens lag ik voor het Sacrament neergeknield; ik gevoelde mij geheel doordrongen van de goddelijke tegenwoordigheid, en wel zoozeer, dat ik mij zelve en de plaats, waar ik was, geheel vergat; ik gaf mij geheel over aan de werking van Jesus' liefde. Alsdan ontdekte mij Jesus de wonderen zjjner liefde en de onverklaarbare geheimen van zijn H. Hart, welke Hij voor mij tot dan toe verborgen had gehouden.quot;

Daarna vroeg Jesus zijne bruid haar hart. Zij smeekte Hem, het zelf te nemen ; Jesus deed zulks en plaatste

ocr page 232

230

het in zijn aanbiddelijk Hart. En als Hij het daaruit nam, geleek het eene vurige vlam en Hij gaf het Mar-garetha terug, terwijl Hij zeide ; „Ziedaar, mijne welbeminde, een kostbaar onderpand van mijne liefde.quot;

Kostbaar bleek inderdaad dat onderpand van Jesus' liefde. Vurig had Margareta Jesus bemind, maar van nu af kende hare liefde en toewijding voor haar he-melschen Bruidegom geene grenzen meer. Geen ander verlangen bezielde nu nog haar hart, dan Hem welgevallig te ziju, geen offer achtte zij te groot, om zijn eer en glorie te bevorderen, geen vernedering of versmading te pjjnlijk, om die niet met vreugde voor den Welbeminde haars harten te verdragen.

M. G., dat offer des harten vraagt Jesus ook van allen, die ware kinderen, volmaakte bruiden van zijn goddelijk Hart willen zijn. Jesus is een jaloersche Bruidegom, Hij kan in haar hart geene genegenheid dulden, die niet op Hem gericht is. En zij moeten zich dus, willen zij zjjne volmaakte bruiden zijn, geheel en onverdeeld aan Hem toewijden. Hem het koningschap, de onbeperkte heerschappij over al haar doen en laten aanbieden, m. a. w. Hem beloven, dat zij voor Hem alleen willen leven, dat zij nimmer iets zullen verlangen of doen, wat met zijne eer in strijd is; integendeel, dat zij al het mogelijke zullen doen, alles willen lijden, wat die eer bevorderen kan.

M. G., hoe billijk en hoe voordeelig is deze geheele toewijding van zich zeiven aan Jesus' H. Hart.

I. Zij is billijk. Als christen, maar vooral als bevoorrecht kind van het goddelijk Hart is ieder van ons verplicht, Het zijn hart te geven, alleen voor Jesus te leven.

Wat hebben wij als christenen veel, onbegrijpelijk veel aan de liefde van het goddelijk Hart te danken.

ocr page 233

231

A.an de liefde van het goddelijk Hart danken wij de onwaardeerbare weldaad van onze verlossing uit de slavernij des duivels en van onze roeping tot het christendom. Hadde Jesus ons niet bemind, dan waren wij geboren en opgegroeid in de duisternis en ellenden van het heidendom, dan ware de hemel voor eeuwig voor ons gesloten gebleven.

Aan de liefde van het goddelijk Hart danken wij zijne heilige en zalvende leer, die ons voorlicht, ons troost en bemoedigt op den gevaarvollen en met kruisen bezaaiden weg naar den hemel.

Ja verder, veel verder ging zijne liefde tot ons. Een goede gids is de beste waarborg om de gevaren op reis te vermijden, om behouden het doel van den tocht te bereiken. En daarom betrad Hij zelf den weg naar den hemel, daarom wilde Hij zelf ons voorgaan en geleiden. Daartoe was noodig, dat Hij de menschelijke natuur aannam, dat Hij zich onderwierp aan alle menschelijke ellenden. Zoozeer, M. G., beminde ons Jesus' H. Hart, dat Hij voor die offers niet terugschrok. In de grootste ontberiugen, in de volmaaktste armoede kwam Hij ter wereld, bracht drie en dertig jaren in vernederingen en ellenden door en stierf den schandelijken dood des kruises. In wat staat of stand wij leven, in wat moeie-lijkheden of gevaren wij ons bevinden, onze goddelijke Meester mag ons wijzen op zijn voorbeeld en ons toevoegen : „Ik, uw Meester, uw Koning ben u voorgegaan; een voorbeeld heb Ik u gegeven, opdat gij doen zoudt, gelijk Ik gedaan heb.quot;

En opdat wij zijne leer en zijn voorbeeld niet vergeten zouden, om ons nog krachtiger te steunen op den weg der zaligheid, schonk ons de liefde van zijn Hart nog de Kerk en de H. Sacramenten. De Kerk, die als

ocr page 234

232

eene zorgvolle moeder over ons waakt en voor ons zorgt van onze wieg tot aan gene zijde van het graf; die ons als kinderen zegende en onderwees in Jesus' leer, die ons waarschuwt en beschermt tegen de aanvallen onzer vijanden, die ons vermaant en bestraft, als wij misdoen, die ons troost en bemoedigt, als wij in druk en lijden zijn, die voor ons bidt en ons niet vergeet, zelfs dan niet, wanneer wij reeds rusten onder de schaduw van het kruis. En hoe zullen wij het goddelijk Hart dankbaar genoeg zijn voor de gave zijner Sacramenten ?

Denkt hier alleen aan het H. Sacrament der Biecht en de H. Communie. Voor hoevelen, misschien ook onder ons, zouden de weldaden van Jesus' menschwor-ding nutteloos geweest zijn, hadde Hij in zijne liefde ons niet begiftigd met het H. Sacrament der Biecht. Hoeveel droeviger en gevaarvoller zou de weg naar den hemel voor ons allen zijn, indien wij ons onderweg niet konden verkwikken aan het Gastmaal der Engelen, het Brood der sterken.

Velen echter, M. Gr, millioenen blijven van die liefdegaven van het goddelijk Hart verstoken, zoovelen groeien op in de dwalingen der ketterij en het bijgeloof van het heidendom, voor duizenden christen kinderen wordt die stroom van weldaden, die uit het goddelijk Hart ontspringt, gestuit door het wangedrag hunner ouders en opvoeders.

M. G., u heeft Jesus van af uwe eerste jaren met de vleugelen zijner liefde gedekt; u heeft Hij beschermd als den appel van zijn oog; Hij schonk u brave ouders, verstandige en deugdzame opvoeders; met volle teugen deed Hij u drinken aan de zegenstroomen van zijn goddelijk Hart. Van u, M. G., mag Jesus getuigen : „Wat

ocr page 235

233

moest Ik meer gedaan hebben aan mijn wijngaard, dat Ik daaraan niet gedaan heb?quot;

Maar, M. G , als dan Jesus zijne liefde voor u als het ware heeft uitgeput, als Hij alles is geweest voor u, is het dan niet billijk, dat ook gij alles voor Jesus zijt, dat uw hart alleen voor Hem klopt, dat gij u met hart en ziel aan zijn dienst toewijdt ?

II. Die geheele toewijding van ons zei ven aan het goddelijk Hart is ook hoogst voordeelig voor ons zeiven. Dis toewijding toch besluit niet alleen het voornemen om alleen voor Jesus te gaan leven, alle vermogens der ziel, alle krachten van het lichaam te gaan gebruiken tot bevordering van zijne eer; wij stellen daardoor ook ons zeiven geheel onder de hoede, de bijzondere bescherming van Jesus' H. Hart; wij zoeken daardoor in Hetzelve eene rust- en schuilplaats in eiken nood, in elk gevaar.

M. G., wat hebben wij nog te vreezen, wanneer Jesus ons in zijn goddelijk Hart verborgen houdt ?

quot;Wat kan ons ontbreken, wanneer wij in dien oceaan van liefde en barmhartigheid zijn opgenomen ? Het goddelijk Hart is als de arke van Noë, waarin wij aan den zondvloed der wereld zullen ontsnappen. Jesus' zijde werd aan het kruis geopend, leeren ons de H.H. Kerkvaders, opdat wij daarin eene schuilplaats zouden zoeken, gelijk Noë in de ark en gelijk eene vervolgde duif in de spleten der steenrots.

„In dat Hart, zegt de H. Petrus Damianus, vinden wij wapenen om ons te verdedigen, geneesmiddelen voor onze kwalen, machtige hulp tegen de bekoringen. O, werpt u in het Hart van Jesus, vermaant hij, dit is eene schuilplaats, de toevlucht der ongelukkigen en de veiligheid van alle christenen.quot; Zoo spraken vele Heiligen.

ocr page 236

234

En Pius IX z. g. zegt in de bulla der Zaligverklaring van Margareta, dat het Hart van Jesus gewond werd, om aan onze ziel eene zekere schuilplaats en toevlucht te verschaffen, waar zij zich voor de aanvallen en hinderlagen der vijanden beveiligen kan.

Ma,ar waartoe die getuigenissen aangehaald ? Roept Jesus zelf de kinderen van zijn goddelijk Hart niet toe: y,Ik zal uw veilige toevlucht zijn gedurende uw leven, vooral in het uur van uwen dood?quot;1

Maar meer dan een veilige schuilplaats zullen wij vinden in Jesus' H. Hart, wanneer wij na onze toewijding ook als toege wijden aan het goddelijk Hart zullen leven.

Dan zullen wij ook uit die zegenrijke bron alle genaden putten, die noodig zijn om deugdzaam, om heilig en gelukkig te leven, den weldadigen vrede van het huisgezin, den zegen des hemels in alle ondernemingen, de zoetste vertroosting in elke smart, de kracht om zielen voor Jesus en den hemel te winnen en ons zeiven de heerlijkste kroon in de eeuwigheid te verzekeren. In uitdrukkelijke bewoordingen zegt Jesus de ware kinderen van zijn H. Hart al die zegeningen toe. En in de taal der vurigste geestdrift bevestigen de Heiligen die uitspraak. „Neen, roept o. a. een H. Bonaventura uit, neen, ik wil niet van Jesus gescheiden worden ; want het is mij goed bij Hem te zijn; en in Hem zal ik drie tenten bouwen: ééne in zijne handen, ééne in zijne voeten, maar de zoetste en altijddurende in zijne zijde. Daar aal ik tot zijn Hart spreken, en al wat ik verlang, zal ik verkrijgen.quot; Zoo kan een ieder spreken, die voor Jesus' Hart leeft en werkt, die Het aanroept in eiken strijd, in elk gevaar.

M. G., aarzelen wij dan niet langer Jesus het offer van ons hart aan te bieden ; doen wij dat met den ern-

ocr page 237

235

stigen wil, om niet één deeltje van het offer, dat wij Hem gaan brengen, terug te nemen.

Akte van toewijding.

O minnelijk Hart van Jesus, diep gevoel ik mij getroffen door de eindelooze goedheid, die Gij mij betoond hebt. Hadt Gij geen medelijden met mij gehad, ik zou voor tijd en eeuwigheid diep ongelukkig zijn geweest. Maar Gij werdt voor mij een kindje in het stalleke van Bethlehem; Gij doorstondt voor mij tallooze zorgen, uw leven en uw bloed hadt Gij voor mij veil; Gij schonkt mij duizenden genaden en gunsten, die mij voor tijd en eeuwigheid gelukkig kunnen maken.

Ik gevoel het, nooit kan ik U vergelden, wat Gij voor mij gedaan hebt. Ik wil echter doen, wat Gij van mij verlangt. Zeg mij, o minnelijk Hart, wat wilt Gij dat ik doe ? „Mijn kind, zegt Gij, geef Mij uw hart.quot; Ach, Jesus, hoe nietig is het offer, dat ik U kan aanbieden ! Mijn hart is zoo arm aan liefde en deugden. Hoe gaarne bood ik een geschenk aan, dat Uwer meer waardig was. Zie dus niet op mijn geschenk. Heer, maar op mijn goeden wil; zoo waag ik aan uw liefdevol verzoek te voldoen. In de tegenwoordigheid der allerheiligste Maagd Maria, van den H Jozef en gansch het hemelsch hof verklaar ik, dat ik geheel en onverdeeld aan uw goddelijk Hart wil toebehooren. Aan U, o minnelijk Hart, wijd ik dus mijn hart met al zijne gevoelens, verlangens en genegenheden. Ik geef het U onherroepelijk.

In die toewijding van mijn hart besluit ik ook de toewijding van alles, wat ik ben, van alles, wat ik bezit. Ik wijd U dus mijn lichaam en mijn ziel, al mijn

ocr page 238

236

gedachten en begeerten woorden en werken; ik wijd U tevens mijne laatste ziekte, mijn doodstrijd, mijn laatsten ademtocht, en dat alles, om U mijn liefde en dankbaarheid te betuigen.

O Hart van Jesus, wijl ik nu geheel de uwe ben, doordring, bid ik Li, mijn arm hart met uwe liefdevlammen en maak het in deugden meer en meer met U gelijkvormig. Amen.

ocr page 239

V.

Voor de plechtigheid van het Veertig-uren gebed.

Filios euutrivi et exaltavi; ipsi autem spreveruut Me.

Ik heb kinderen opgevoed eu verheven, maar zij hebben Mij veracht. Isai. I, 2.

tn het Evangelie van dezen Zondag, M. G., wordt verhaald, dat, toen Jesus voor den laatsten keer in zijn sterfelijk leven naar Jerusalem ging, om voor ons te sterven, Hij onderweg zijne meest geliefde leerlingen, zijne Apostelen nog eens afzonderlijk tot zich riep, om hnn eene zaak van het hoogste gewicht mede te deelen. Zijne ziel ging gedrukt onder eene vreese-lijke smart en zij zocht verlichting door de reden harer droefheid aan die uitverkoren vrienden mede te deelen. „Ziet, zeide Jesus hun, wij gaan op naar Jerusalem en alles, wat door de Profeten aangaande den Zoon des menschen geschreven is, zal volbracht worden. Want Hij zal overgeleverd worden aan de heidenen, en Hij zal bespot, gegeeseld en bespuwd worden ; en na Hem gegeeseld te hebben, zullen zij Hem dooden.quot;n het Evangelie van dezen Zondag, M. G., wordt verhaald, dat, toen Jesus voor den laatsten keer in zijn sterfelijk leven naar Jerusalem ging, om voor ons te sterven, Hij onderweg zijne meest geliefde leerlingen, zijne Apostelen nog eens afzonderlijk tot zich riep, om hnn eene zaak van het hoogste gewicht mede te deelen. Zijne ziel ging gedrukt onder eene vreese-lijke smart en zij zocht verlichting door de reden harer droefheid aan die uitverkoren vrienden mede te deelen. „Ziet, zeide Jesus hun, wij gaan op naar Jerusalem en alles, wat door de Profeten aangaande den Zoon des menschen geschreven is, zal volbracht worden. Want Hij zal overgeleverd worden aan de heidenen, en Hij zal bespot, gegeeseld en bespuwd worden ; en na Hem gegeeseld te hebben, zullen zij Hem dooden.quot;

Zijn er dagen in het jaar, M G., waarop Jesus terecht die droevige klacht herhalen mag, dan zijn het zeker de

ocr page 240

238

ilagen, die gaan aanbreken, de zoo genaamde Vasten-avonddagen.

In hoeveel bijeenkomsten zal men Jesus in die dagen opnieuw gaan bespotten en bespuwen, hoe smartelijk zal men Hem dan opnieuw kronen en geeselen, hoe wreedaardig als het ware opnieuw doen sterven. Gij weet toch, M. Q-, dat iedere doodwonde, en hoeveel worden er wellicht in die ongelukkige dagen bedreven, dat elke doodzonde Jesus bij zijn lijden levendig voor den geest stond, en voor een gedeelte de oorzaak was van zijn ontzettend lijden.

Eene zaak bedroeft zijn Hart in die dagen bovenmate. De klacht, die Hij bij een der verschijningen van zijn goddelijk Hart tot zijne uitverkoren Bruid Margareta Maria richtte: „Maar, wat Mij het meest grieft is, dat Ik zoo behandeld word door zielen, die Mij zijn toege wijddie klacht past ook vooral in die dagen in zijn mond. Zoovelen, M. G., die zich Jesus' kinderen mochten noemen, die door Jesus boven duizenden zijn bevoorrecht, aan wie Hij het geestelijk leven der ziel in het H. Doopsel schonk, die Hij misschien meermalen als verloren, maar weergevonden zonen aan het vaderhart drukte, die Hij meermalen aan zijn liefdedisch noodigde, om hen te spijzigen met zijn goddelijk vleesch en bloed, ook velen van hen maken in die dagen gemeene zaak met zijne vijanden en bedroeven zijn Hart bovenmate. Op hen doelt zijne billijke klacht; „Filios enutrivi et exaltavi. ipsi autem spreverunt Me Ik heb kinderen opgevoed en verheven, maar zij hebben Mij veracht.quot; En daarom komt Jesus in die dagen eenigen troost zoeken bij zijne getrouwe kinderen. Hij wordt op het altaar uitgesteld en Hij roept zijne kinderen tot zich, om afzonderlijk, verre van het gewoel der wereld, met hen te spreken,

ocr page 241

239

om hen deelgenooten te maken van zijn lijden en eenige deelneming te vragen in den hoon, dien de goddeloozen der wereld Hem aandoen.

Ook tot u, M. Gr., richt Jeaus die liefdevolle uitnoo-diging. Zult gij ongevoelig blijven voor zijne stem ? Zal Hij hier in deze kapel de profetische klacht moeten herhalen : „En ik heb gewacht op iemand, die mij eenige deelneming zou betuigen, maar daar was er geen; Ik heb gezocht naar iemand, die Mij troosten zou, maar Ik heb er geen gevonden?quot; Zult gij in deze dagen niet dikwijls en met liefde naar het tabernakel snellen, om met Jesus te gaan spreken, Hem uwe liefde en dankbaarheid, uwe oprechte deelneming over de miskenning zijner liefde te betuigen?

O zeker, M. G., gij weet toch :

I. Dat gij Jesus zooveel dankbaarheid verschuldigd zijt, en

II. Dat Hij in overvloed de zegeningen van zijn goddelijk Hart zal uitstorten over degenen, die Hem in die dagen eenige vertroosting komen aanbrengen.

I. M. G., gij zijt Jesus' H. Hart eene buitengewone dankbaarheid verschuldigd. Boven duizenden heeft Het u liefgehad en met de stroomen zijner zegeningen gedrenkt.

Hij leed en stierf niet alleen uit liefde tot u maar maakte u nog in ruime mate aan de vruchten van zijn bitter lijden en sterven deelachtig. Daar zijn zooveel ongelukkige kinderen voor welke Jesus wel leed en stierf, maar voor welke de prijs van zijn kostbaar bloed geheel verloren ging. Denkt eens aan die millioenen kinderen, die geboren worden uit heidensche ouders en opgroeien in de duisternissen en ellenden van het heidendom, voor welke de hemel in eeuwigheid gesloten blijft.

Dat had ook uw lot kunnen zijn, maar Jesus beminde

ocr page 242

24Ö

ü meer dan die ongelukkige kinderen. Daarom liet Hij u geboren worden van brave, katholieke ouders en overvloedig deelen in de zegeningen van het christendom. Reeds op den schoot eener moeder ontbrandde de eerste vonk der liefde tot Jesus in uw kinderhart; zij sprak u van zijne goedheid, zij leerde u zijn H. Naam met liefde uitspreken, zij stelde u de schoonheid der deugd, de boosheid der zonde voor oogen. En aan wie, M. G., dankt gij dat voorrecht ?

Hadt gij dat meer verdiend, dan die heidensche kinderen ? O neen, geen ander antwoord kan op deze vragen gegeven worden dan: „Dilexit me, Hij heeft mij bemind,quot; boven duizenden heeft hij mij liefgehad.

Op verderen leeft^d vermeerderden nog zijne zorgen voor uw geluk en uwe onschuld. Toen bracht Hij u in dit huis, opdat gij met Hem onder één dak zoudt wonen en nog beter beveiligd zoudt zijn tegen de verleiding der wereld, om Hem nog beter in zijne goedheid en beminnelijkheid te doen kennen,om nog ruimer in zijne zegeningen te deelen, om een hechter grondslag te leggen voor uw geluk in de toekomst, voor den tijd en de eeuwigheid. Van u mag Hij zeggen, wat de wijngaardenier getuigde van zijn wijngaard: „Wat heb ik kunnen doen voor mijn wijngaard, dat Ik niet gedaan heb ?quot;

Maar, M. GL, als dan Jesus' H Hart u zoo bijzonder heeft liefgehad, zou het dan niet zeer ondankbaar van u zijn, indien gij aan zijn vurig, aan zijn brandend verlangen, om van u in die dagen eenigen troost en eerherstel te ontvangen, niet met bereidwilligheid voldoen zoudt ?

Ja, Jesus verlangt dat van u mot een brandend verlangen. Op een van de vastenavonddagen verscheen Hij eens aan de gelukzalige Margareta Maria, zijn kruis op

ocr page 243

241

zijne schouders dragend, en in den toestand, waarin Hij zich bevond, toen Pilatus Hem aan het volk voorstelde met de woorden: „Ecce homo, Ziet den mensch!quot;

Treurig richtte Hij zich tot zijne uitverkoren Bruid en sprak; „Zou er dan niemand zijn, die medelijden met Mij heeft en die deel wil hebben aan mijne smarten, die de zondaars Mij veroorzaken, voornamelijk in deze dagen ?quot;

En hoe dikwijls vroeg Hij haar bij andere gelegenheden, dat zij Hem eenig eerherstel zou trachten te geven voor de ondankbaarheid der menschen ! quot;Wenschte Hij den feestdag van het H. Hart niet uitsluitend tot dat doel te zien ingesteld ?

II. Mochten er echter onder u zijn, die zich door deze beweegredenen niet genoegzaam opgewekt gevoelen om die schoone dagen in stichtende godsvrucht door te brengen, overweegt dan nog, dat Jesus den overvloed van zijne zegeningen wil mededeelen aan hen, die Hem in die dagen door hunne liefdebewijzen eenigen troost komen aanbrengen

In het tweede deel van het Evangelie van dezen Zondag wordt nog verhaald, dat Jesus op weg naar Jerusalem de stad Jericho naderend, aan den kant van den weg een blinde zag zitten, die van de aalmoezen der voorbijgangers leefde. Die ongelukkige had veel hooren spreken van Jesus van Nazareth, over zijne onuitsprekelijke goedheid, over zijn teeder medelijden voor alle soort van ongelukkigen. Wellicht had hij zelfs vernomen, dat Jesus nog andere blinden, ja zelfs een blindgeborene genezen had, en een brandend verlangen was in zijn hart opgekomen, om ook eens in de tegenwoordigheid van dien goeden en machtigen menschenvriend te zijn. Daar hoort hij nu het gedruisch van de nade-

16

ocr page 244

242

rende menigte en verneemt, dat inderdaad Jesus van Nazareth voorbijgaat. Eene onuitsprekelijke vreugde maakt zich van ziju hart meester. Hij bedenkt zich geen oogenblik en begint met het g'-ootste vertrouwen te roepen: „ Jesu, fili David, miserere mei! O Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner !quot; Maar zij, die voor den Verlosser uitgingen, meenden dat hij misdeed tegen den eerbied aan Jesus verschuldigd, en bevalen hem te zwijgen. Maar de ongelukkige, vreezende, dat de heerlijke gelegenheid om genezen te worden, nutteloos zou voorbijgaan, riep nu met nog grooter aandrang: „Fili David, miserere mei, Zoon van David, ontferm U mijner.quot;

En ziet, de goede Verlosser gevoelt zijn Hart door een innig medelijden bewogen. Hij staat stil en beveelt den blinde tot zich te brengen. „Sta op, zeggen zij tot hem, vocat te: Hij roept u.quot; O zoete hoop voor den ongelukkige! Hij staat op en gaat tot Jesus. Deze voorkomt zijne bede en vraagt: „Wat wilt gij, dat Ik u doe?quot; „Domme, ut videam,quot; is het antwoord; Heer,'' dat ik zien moge.quot; „Respice, zegt Jesus ; Wees ziende. Uw geloof heeft u gezond gemaakt.quot; En op hetzelfde oogenblik is de blinde genezen. Vol vreugde looft hij den Heer en volgt den Zoon van God. Welke toepassing, M. G , ligt er voor u in het tweede deel van dit Evangelie met betrekking tot de aanstaande aanbiddings-dagen opgesloten ?

Jesus' komst bij dien ongelukkige verbeeldt de gelegenheid, die u in de aanstaande aanbiddingsdagen gegeven wordt om groote, buitengewone gunsten en genaden van Hem te bekomen. Jesus zal ook hier, om zoo te spreken, voorbijtrekken, om met milde hand zijne zegeningen over allen, die tot Hem roepen, uit te storten. In die dagen vooral zal Hij in het tabernakel zetelen

ocr page 245

243

als op een troon van barmhartigheid. Als zooveel duizenden zijner kinderen Hem zullen verlaten en zijne weldaden versmaden, hoe gaarne zal Hij dan zijne weinige getrouwen rijkelijk met zijne genaden willen overladen. En heeft het goddelijk Hart niet uitdrukkelijk aan zijne dienaren beloofd, dat Het zich zal openen, om de stroomen, d. w. z. den overvloed der goddelijke liefde mede te deelen aan hen, die Het door hunne liefde in zijne smarten vertroosting zullen aanbrengen ?

M. G., doet dan als de blinde van Jericho. Benuttigt goed die schoone gelegenheid om veel van Jesus te verkrijgen. Roept dikwijls tot Hem met het vuur en het vertrouwen van den blinde van het Evangelie : „Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!quot; En laat nie.ts uw vertrouwen aan het wankelen brengen. Als misschien het bewustzijn uwer ondankbaarheid, van het misbruiken van zoovele en zoo groote genaden, u het stilzwijgen zou willen opleggen, verliest dan den moed niet, roept dan met nog grooter vertrouwen : „Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner !quot; Bedenkt, dat het de goede Meester is, die voorbij zal gaan, die vooral aan de ongelukkigen een medelijdend hart toonde.

M. GK, ook onder u zullen er zijn, die onder geestelijke ellenden gebukt gaan. Gij kunt misschien zoo moeie-lijk gehoorzamen, gij mist misschien den geest des gebeds, gij hebt misschien een hevigen strijd te voeren tegen uwe driften, om de liefde, de zuiverheid, de zachtmoedigheid enz. te beoefenen. Gij hebt Jesus zooveel geestelijke en tijdelijke gunsten te vragen, de verlichting in de keuze van een levensstaat, een zalig stervensuur en andere. Ik zeg u, wat men den blinde van Jericho toevoegde; „Sta op. Hij roept u, dezelfde barmhartige

ocr page 246

244

inenschenvriend, die in zijn leven geen ellende zonder mededoogen aanschouwen kon.

Misschien, het is mogelijk, is er iemand onder u, die het sprekend beeld is van den blinde van het Evangelie, die blind is, niet naar het lichaam, maar wat veel meer te bejammeren is, blind naar de ziel, een lauwe, eene onverschillige ziel, die Jesus niet bemint, die zich weinig öf niet om hare plichten bekommert, die voor elk offer terugschrikt, slechts denkt aan zich zeiven en de wereld. O, dat ook hij dikwijls den kreet van den blinde tot Jesus' medelijdend Hart opzende: „Jesus, Zoon van David, ontferm U onzer!quot; Hij bedenke, dat het Aq Zaligmaker is, die voorbijgaat, de goede Herder, die zelfs eene overspelige vrouw, ja zelfs den moordenaar aan het kruis niet verstiet. Hij bedenke, dat het de uren van groote genade zijn, die gaan aanbreken. O, wanneer hij met het geloof en het vertrouwen, met de diepe nederigheid van den blinde van Jericho zich voor Jesus' voeten nederwerpt met de bede: „Domine, ut videam, „Heer, dat ik zien moge,'' zeker zal Jesus ook hem toevoegen: „Respice: Mijn kind, wees ziende.quot; Hij zal zijn verstand verlichten om den ellendigen toestand zijner ziel goed te doorschouwen en hem de genade schenken om weer zijn uitverkoren kind te worden.

En bidden wij in deze dagen niet alleen veel voor ons zeiven, maar ook voor elkander, voor allen, die ons dierbaar zijn en vergeten wij vooral de ongelukkigen niet, die in die dagen Jesus misschien zooveel beleedi-gen zullen en hunne kostbare ziel in 't grootste gevaar brengen van voor eeuwig verloren te gaan.

Die bede, M. Gr., zal aan Jesus bijzonder aangenaam zijn en ook in u rijke vruchten voortbrengen. Amen.

ocr page 247

VI.

Het H. Hart van Maria.

Ego diligentes Me, diligo.

Ik bemin hen, die mij beminnen.

Prov. VIII, 17.

en kind, dat zijne moeder oprecht bemint, ziet gaarne, dat haar ook door anderen bewijzen van liefde en hoogachting geschonken worden. Het zal zich niet getrokken gevoelen tot personen, die zich jegens zijn moeder onverschillig gedragen.

Geen kinderhart, M. G., brandde ooit van vuriger liefde voor zijne moeder, dan het goddelijk Hart van Jesus. De liefde, die Salomon zijne moeder Betsabee toedroeg, ja de liefde van alle menschenkinderen voor hunne moeders te zamen is slechts een vonk bij de vlam van liefde, die brandt in hét goddelijk Hart voor zijne H. Moeder Maria.

Hoe heiliger iemand is, hoe grooter opofferingen hij zich voor Jesus getroost, des te meer wordt hij door Hem bemind.

Maar wie zal ons dan de liefde beschrijven, die Jesus gevoelde voor zijne lieve Moeder, die alle Engelen en alle Heiligen verre in heiligheid overtrof, die zich grooter

ocr page 248

246

opofferingen voor Hem getroost heeft, dan alle andere menschen te zamen ?

In 't bijzonder was haar vlekkeloos Hart het voorwerp van Jesus' vurige liefde en vereering. Was Maria de eerste en meest volmaakte vereerster van het goddelijk Hart, Jesus mag de eerste en volmaaktste vereerder genoemd worden van Maria's Hart.

Uit het bloed van dit maagdelijk Hart had de H. Geest, volgens de leer van het zesde algemeen Concilie (Sophr. in ep. S. Damasi 1. 3. c. 3.) het H. Lichaam van Jesus gevormd; aan dat Hart mocht Hij rusten in het stalleke van Bethlehem, op de bange vlucht naar Egypte, zoo menigmaal in het oord der ballingschap en in het nederig huisje van Nazareth. Ontzettend veel leed dat Hart uit liefde tot Hem. Het was zoo al niet het werktuig dan toch het deel van Maria's lichaam, waarin de heilige gevoelens barer ziel en hare grenzenlooze liefde zich het meest openbaarden. De liefde van haar Hart deed haar aan Jesus die teedere, moederlijke zorgen wijden; zij bewoog haar Hem te gemoet te snellen op zijn lijdensweg, zij gaf haar de krachten, om Hem nog op het sterfbed van het kruis te komen troosten en bijstaan.

Wilt gij dus bijzonder welgevallig zijn aan het goddelijk Hart, dan moet gij ook zijne H. Moeder en haar onbevlekt Hart eene oprechte liefde toedragen

Gij weet, M. G., dat het goddelijk Hart de bron, de schatkamer is van alle genaden. Uit dat Hart stroomen alle zegeningen, die op ons nederdalen.

Maar Maria is onze lieve Vrouw van het II. Hart, d. w. z. zij is de bewaarster en de uitdeelster der schatten, die in Hetzelve verborgen zijn; haar Hart is het kanaal, waardoor de zegeningen van Jesus' Hart ons moeten toevloeien.

ocr page 249

247

Geen enkele genade, zeggen ons de Heiligen, wordt ons geschonken, tenzij door Maria.

„Q-od, zegt de H. Bernardus, (serm. de nativ.) heeft de volheid van alle goed in Maria gelegd, opdat wij zouden erkennen, dat al onze hoop, dat alle genade, alle heil tot ons komt door de handen van Maria.quot;

Daar is echter nog eene derde reden, M G., waarom wij ook Maria en haar H. Hart eene vurige liefde moeten toedragen, en op deze vooral wenschen wij uwe aandacht te vestigen.

I. Maria's Hart gloeit ook van eene onbegrijpelijke liefde tot ons;

II. zooveel hebben wij aan de liefde van haar moederhart te danken;

III. zoo mateloos veel heeft het uitliefde tot ons geleden.

Wij kwijten ons dan van een duren plicht van dankbaarheid, indien wij hare liefde met wederliefde vergelden.

I. Maria's Hart draagt ons allen eene onbegrijpelijke liefde toe. Dit verklaart ons zoo treffend de H. Alphon-sus, die groote dienaar van Maria, wiens pen zoo heerlijk schoon, zoo hemelzoet over Maria geschreven heeft

Hij getuigt, dat de liefde van alle moeders dezer aarde voor hare kinderen, van alle Engelen en Heiligen des hemels voor hunne vereerders, niet dien graad van liefde bereikt, die Maria eene enkele ziel toedraagt.

En onder de redenen, die hij ten bewijze aanhaalt, noemt hij op de eerste plaats hare vurige liefde tot God.

Hoe vuriger iemand God bemint, des te meer zal hij ook den evenmensch beminnen.

Wat een gloed van liefde brandde in het hart van een H. Paulus, een H. Franciscus Xaverius voor het zielenheil; wat een lijden, wat een gevaren doorstonden

ocr page 250

248

zij om hunne arme medemenschen gelukkig te maken. Gij kent wel Priesters en kloosterlingen, die de schoonste Tooruitzichten in de wereld vaarwel zeiden, die zich losrukten uit de armen van dierbare vrienden en bloedverwanten, om in verafgelegen landen aan het heil dei-ongelukkige heidenen te gaan arbeiden of vergeten van de wereld in een nederig klooster zieken en lijdenden te gaan troosten en verplegen.

Wat bezielde hen met die edelmoedige en bewonderenswaardige liefde voor den evenmensch ?

Het was de liefde tot God, tot onzen Heer Jesus Christus; voor Hem werden zij alles voor allen.

Hoe vuriger dan iemand God bemint, des te meer zal hij ook den evenmensch beminnen.

Maar wie kan dan de liefde begrijpen, die Maria's Hart voor den evenmensch gevoelt „Hare liefde tot God, zegt de H. Alphonsus, was van het eerste oogenblik van haar leven grooter dan de liefde van alle Engelen en menschen te zamen quot;

Overdierbaar zijn wij ook aan Maria's Hart, wijl haar stervend Kind ons aan haar moederlijke zorgen heeft toevertrouwd. Gij hebt misschien ooit aan het sterfbed gestaan van een goeden vader, eene lieve moeder, een dierbaren broeder of zuster. Maar dan vraag ik u : Kunt gij de woorden vergeten, die 't laatst over hunne lippen kwamen ? Is u de wensch, de laatste wensch, dien zij u te kennen gaven, niet heilig, staat hij niet met onuit-wiechbare letteren in uw hart geschreven, en zoudt gij dien wensch voor iets ter wereld onvervuld willen laten ?

M. G., ook Maria is getuige geweest van het sterven van haar dierbaren Zoon. En als Hij in ondenkbare smarten, worstelend met den dood, aan het kruishout hing, sloeg Hij nog eenmaal de brekende oogen op zijne

ocr page 251

249

lieve Moeder, opende stervende zijne lippen, en gaf haar zijn laatste verlangen te kennen: „Vrouw, zeide Hij haar, ziedaar uw Zoon,quot; en Hij drukte door die woorden zijn verlangen uit om Joannes, den beminden leerling, die aan hare zijde stond en ook ons allen als hare kinderen aan te nemen.

O, M. G., wat een indruk moeten die woorden op Maria's teeder moederhart niet gemaakt hebben, en hoezeer heeft zij in den loop der tijden getoond, dat dit laatste verlangen van haar stervend Kind haar overdier-baar is ! Duizenden zondaren verkregen door haar de genade hunner bekeering en hoeveel heeft een ieder van ons aan hare moederlijke zorgen te danken!

II. Wij hebben, u reeds gezegd, M. GK, dat Maria alleen het recht toekomt, om naar welgevallen uit de schatkamer der goddelijke genaden te putten; dat alle gunsten van het goddelijk Hart ons moeten geschonken worden door Maria.

Welnu, werpt dan een blik op uwe vervlogen levensdagen, en meer weldaden van Maria dan dagen in uw leven zult gij ontwaren. Daar was een dag, waarop gij als kind van gramschap, als een slaaf des duivels ter kerke werdt gedragen en gij keerdet ter ig, bekleed met het schitterend gewaad der heiligmakende genade, als kind, als lieveling van God.

Wie schonk u die weldaad ?

Gij verkreegt ze door Maria, door wier handen alle genaden ons toevloeien.

Met teedere zorg werd gewaakt over uwe onschuld, werdt gij beschermd tegen gevaren naar ziel en naar lichaam, werdt gij onderwezen in de waarheden van het H. Geloof, werd de liefde tot Jesus in uw hart gevoed.

M. G., denkt hier niet alleen aan de zorgen uwer

ocr page 252

250

christelijke ouders; weinig zouden u die zorgen gebaat hebben, indien Maria u niet met haar moederlijken mantel bedekt en beschermd had. En als gij, niettegenstaande die waakzaamheid en zorgen, door boosheid of zwakte in het slijk der zonde waart neergevallen, wie reikte u dan de behulpzame hand om daaruit op te staan ? Maria, uwe Moeder, aan wie gij naast God alle genaden te danken hebt; die genoemd wordt „de ioevlucht der zondarenquot; en die de H. Augustinus durft noemen: „de eenige hoop der zondaarsquot; (serm. 18 de Sanctis.) Denkt verder aan den onvergetelijken dag uwer eerste fl. Communie, aan de zalige gevoelens, die toen uwe ziel vervulden, aan de vele inspraken der genade, aan de middelen, die God u in overvloed schonk, om deugdzaam te leven, om u eene heerlijke kroon in den hemel te verzekeren en dankt en looft Maria; aan de liefde toch van haar moederhart zijt gij al die voorrechten verschuldigd.

III. Veel zijn wij Maria verschuldigd, wijl wij zoo mateloos veel on'- ons geleden heeft.

Haar leven was een voortdurend martelaarschap. Maria kende de voorspellingen der Profeten over het lijden en den vreeselijken dood, die haar Kind eenmaal zou moeten ondergaan. Dat lijden stond haar voor den geest van af het oogenblik, waarop zij de boodschap van Jesus' geboorte ontving, en vervulde voortdurend haar hart met de gevoeligste smart.

De Koningin der martelaren echter, de Moeder van smarten bij uitnemendheid werd zij, toen zij met eigen oogen die voorspellingen in vervulling zag gaan, toen zij de verwenschingen hoorde, die men tegen haren Jesus op zijn lijdensweg uitbraakte, toen zij Hem, met bloed en wonden overdekt, uitgeput onder zijn kruis zag be-

ocr page 253

251

zwijken, vooral toen zij Hem in ondenkbare smarten op het kruis zijn doodstrijd zag strijden. Uitgestrekt als de zee werd daar haar zieleleed; geen martelaar verduurde ooit zooveel pijnen in zijn lichaam, als Maria toen uitstond in hare ziel.

En om wie, M. G., leed Maria die verschrikkelijke smarten? Zij leed die om ons Wij zijn de oorzaak geweest harer tranen, wij hebben haar al dat leed aangedaan, wij hebben het zwaard van droefheid in haar hart gedrukt. 'tWas toch om onze zonden uit te boeten, dat Jesus zooveel leed en dien bitteren dood stierf.

M. G., wat een dankbaarheid zijn wij dus ook aan onze hemelsche Moeder verschuldigd!

Toonen wij haar die dankbaarheid door als oprechte kinderen van Maria te gaan leven, Beminnen en eeren wij haar als onze Moeder.

Gelijk een kind zoo gaarne zijne moeder hoort prijzen, zoo moet het ook u een genoegen zijn, Maria's lof te hooren verkondigen. Zoo dikwijls wordt die lof van Maria verkondigd in de Congregaties, haar ter eere opgericht. Gaat dus trouw de vergaderingen dier heilzame Ver-eenigingen, die Maria zoo dierbaar zijn, bijwonen.

Gelijk een kind er naar streeft, om zijne moeder ook door anderen te doen eeren, zoo moet ook gij er naar streven de liefde tot de hemelsche Moeder in het hart van anderen te ontsteken. Hebt gij Maria vurig lief, dan zult gij niet vragen, welke middelen u ten dienste staan, om haar door anderen te doen kennen en beminnen. De liefde is als een vuur, dat zich immer meer en meer uitbreidt, dat alles, wat het ontmoet, ontvlamt of verwarmt.

Het goede voorbeeld vooral heeft eene onweerstaanbare kracht. Gelijk een kind met blijdschap de feestdagen

ocr page 254

252

zijner moeder ziet naderen en niet nalaat haar op die dagen een bewijs te geven van kinderlijke genegenheid, zoo moet ook gij u met zorg tot Maria's feestdagen voorbereiden, en die dagen, alsook de maand van Mei, haar bijzonder toegewijd, in kinderlijke godsvrucht doorbrengen. En wat zal Maria aangenamer zijn, dan dat gij op die dagen Jesus, haar goddelijk Kind, met een zuiver hart in de H. Communie ontvangt ?

Gelijk een kind, dat veel van moeder houdt, haar eiken dag blijken zijner liefde geeft, zoo moet ook gij geen enkelen dag laten voorbijgaan, waarop gij Maria geen bewijs geeft van uwe kinderlijke liefde. Duizenden harer kinderen strengelen haar dagelijks een krans der schoonste rozen door het bidden van het Rozenhoedje. Hoe welgevallig zoudt gij u maken aan Maria, indien ook gij haar dagelijks dat bewijs van liefde bracht. „Onder alle oefeningen van godsvrucht, zegt de H. Alphonsus van het gebed van den Rozenkrans, ken ik er niet ééne, die aangenamer is aan Maria.quot;

Gelijk een kind eindelijk in alle moeilijkheden en gevaren 't eerst tot zijne moeder om hulpe roept en zich onder hare bescherming stelt, vlucht ook gij zoo in eiken nood terstond in Maria's moederhart en zegt het met kinderlijk vertrouwen : „O zoet Hart van Maria, wees mijn reddingquot;.

Dan, M. G., geene gedachte is zoo zoet voor eene moeder, als de gedachte een kind te hebben, dat op haar gelijkt, dat in zijne gelaatstrekken, maar vooral in zijne goede eigenschappen haar evenbeeld is. Zoo is het ook voor Maria en haar moederhart eene groote vreugde, als wij ons beijveren, ons zooveel mogelijk aan haar H. Hart gelijkvormig te maken. Dat is de beste wijze om haar fl. Hart te vereeren.

Streeft er dus vooral naar hare gehoorzaamheid, haar

ocr page 255

253

eenvoud en hare andere deugden, bovenal echter hare engelachtige zuiverheid, na te volgen.

Vervult gij trouw die kinderlijke plichten ten opzichte uwer henaelsche Moeder, dan zjjt gij haar dankbaar voor hare grenzenlooze liefde en de onschatbare weldaden, die zij u bewezen heeft; dan zult gij in ruime mate den invloed harer moederlijke bescherming ondervinden.

Want is Maria voor allen zonder onderscheid eene moeder van barmhartigheid, zij bemint toch vooral degenen, die haar oprecht beminnen ; over hen kan en zal zij de stroomen harer moederlijke barmhartigheid doen nederdalen, aan hunne zijde zal zij staan in eiken nood, in elk gevaar, vooral in het gewichtig stervensuur. Hen geleidt zij zeker tot haar zegetrooa. „Een dienaar van Maria, zegt de H. Bernardus, zal niet verloren gaan.quot; Amen.

ocr page 256

VII.

H. Jozef.

lie ad Joseph

Gaat tot .Inzpf'. Gen. XLI: 55.

Uwe S0lt;^svruc^t ^16*' goddelijk Hart niet volmaakt zou mogen genoemd worden, indien gij zijne dierbare Moeder niet eerdet en bemindet, zoo zouden noch uwe devotie tot Jesus' H. Hart, noch uwe liefde tot Maria volmaakt mogen heeten, zoo gij hun beider beschermer op aarde, den H. Jozef, geen kinderlijke genegenheid toedroegt.

Na Maria toch was geen schepsel dierbaarder aan het goddelijk Hart van Jesus dan Jozef. Hij eerde en beminde hem, zooals geen kind zijn vader ooit bemind heeft.

Geene bruid heeft ooit haren bruidegom eene meer teedere liefde toegedragen dan Maria haren engelachti-gen en zorgvollen beschermer.

Maar zullen dan ook beiden, én Jesus én Maria, niet vurig verlangen, dat hunne dienaren ook den H. Jozef in hunne liefde en achting doen deelen ?

Verder is ook Jozef, na het goddelijk Hart en Maria, het voorbeeld en de patroon bij uitnemendheid van de

ocr page 257

255

jeugd. Hij muntte zoozeer uit in de deugden, die de jeugd dierbaar moeten zijn. Bewonderenswaardig was zijne gehoorzaamheid. In het midden van een kouden winternacht ontvangt Hij van den Hemel het bevel; „Neem het Kind en zijne Moeder en vlucht naar Egypte.quot; Jozef kende de taal en de bewoners van dat land niet, hij verkeerde in de pijnlijke onzekerheid, of Hij daar in het onderhoud der zijnen kon voorzien, hij moest dien tocht ondernemen langs moeielijke, onbekende wegen met eene zwakke Moeder, een pas geboren Kind en toch, zonder eenige bedenking te opperen, staat hij op en is nog dien zelfden nacht met zijne dierbare panden op weg naar het oord der ballingschap. Weergaloos was zijne zuiverheid, dat kostbaarst kleinood der jeugd. De eeuwige Zuiverheid, Jesus Christus, de reinste der Maagden, de Koningin der Engelen, werden aan zijne hoede toevertrouwd.

Zijn leven was een leven van onafgebroken gebed. „ Waar uw schat is, zegt de H. Schrift, daar is ook uw hart.quot; Jozefs schat was Jesus, zijn goddelijk Pleegkind. Op Hem dus waren al zijne gedachten en de gevoelens zijns harten gericht, voor Hem zorgde en werkte Hij van den morgen tot den avond.

Jozef is ook de patroon, de beschermer bij uitnemend heid van de jeugd.

Hij was in zijn leven de beschermer en verzorger van het goddelijk Kind en hij vervulde zijne vaderlijke plichten met eene liefde, eene toewijding en wijsheid, als geen ander vader ooit doen kon Wij mogen dus niet nalaten, M. Gr., u nog te spreken over den H. Jozef, te trachten u met eene kinderlijke liefde en een groot vertrouwen jegens het voorbeeld en den patroon der minnaars van het allerheiligste Hart van Jesus te bezielen.

Een zeer geschikt middel om dat vertrouwen in ons

ocr page 258

25P

op te wekken, is voorzeker de beschouwing van de groote macht, die de H. Jozef in den hemel uitoefent.

Door den H. Jozef, getuigen ons eenparig de geestelijke schrijvers, kunnen wij alles verkrijgen, wat voor ons geestelijk en tijdelijk welzijn dienstig is.

En die bewering is vooral gegrond :

I Op Jozefs onvergelijkelijke heiligheid en ten

II op de groote diensten, die Hij Jesus bewezen heeft.

I. Hoe heiliger iemand op aarde leeft, hoe beter hij de talenten, door God hem geschonken, besteed heeft, des te rijker zal hij door God in den hemel beloond worden, des te grooter macht zal hij daar ten voordeele van anderen kunnen uitoefenen.

Gij kent de gelijkenis van den man, die naar een verafgelegen land vertrok, en voor zijn vertrek zijne dienaren eenige talenten schonk, om daarmede tijdens zijne afwezigheid hun voordeel te doen.

Aan den eenen schonk hij vijf, aan een anderen twee talenten, aan een derde slechts één. En als nu de meester was teruggekeerd, riep hij zijne dienaren tot zich en vroeg hun rekenschap van de gaven, hun toevertrouwd. En de eerste, die vijf talenten ontvangen had, kon zeggen: Zie, vijf andere héb ik daarbij gewonnen.quot; Ook degene, die slechts twee talenten had ontvangen, had ze door zijne zorg en arbeid verdubbeld.

En beiden mochten vernemen: „Welaan, goede en getrouwe knecht, wijl gij over weinig getrouw zijt geweest. zal ik u over veel stellen, treed binnen in de vreugde uws Heeren.quot;

M. G., wat een schat van talenten had God niet toevertrouwd aan den H. Jozef en wat een winst heeft hij daarmede niet gemaakt! God, leert de groote Thomas

ocr page 259

257

van Aquine, schenkt een ieder genaden naai- gelang van de waardigheid, waartoe Hij hem roept. Hoe gewichtiger de bediening is, waarmede Hij iemand bekleedt, des te verhevener zijn ook de genaden, die Hij verleent om die bediening naar behooren te vervullen. Maar wat een talenten, wat een rijkdom van genaden zal Hij dan den H. Jozef niet geschonken hebben ! De macht en waardigheid, waarmede Hij Jozef bekleedde, overtrof verre die der Engelen in den hemel, die van den plaats-bekleeder van Jesus op aarde, den Paus van Rome.

Hij werd uitverkoren, om de beschermei', de voedstervader te zijn van den Koning, den Schepper van hemel en aarde, de bruidegom van de Koningin der Engelen en der menschen. Hieruit besluit de H. Leonardus a Portu-Mauritio, dat de ziel van den H. Jozef, reed* vóórdat hij de bruidegom van Maria werd, na die van Maria de schoonste ziel is geweest, welke ooit op aarde is verschenen.

En hoeveel zal die genadenschat iederen dag, dien hij in het gezelschap en den vertrouwelijken omgang met Jesus en Maria doorbracht, zijn toegenomen. Jesus was het dankbaarste Kind, dat ooit op aarde geleefd heeft en de bron van alle heiligheid.

Wat een geestelijke gunsten zal Hij dan zijn goeden voedstervader iederen dag geschonken hebben voor de zorgen, die hij aan Hem en zijne lieve Moeder besteedde.

Als het waar is, wat een H. Bernardus zegt, dat wij door den omgang met heilige personen dikwijls veel voortgang maken in de deugd, wat zal dan Jozef, wiens reine ziel zoo ontvankelijk was voor alle genaden, niet gestegen zijn in deugd en verdiensten gedurende de dertig jaren, die Hij in den vertrouwelijksten omgang met de heiligste der Maagden doorbracht!

17

ocr page 260

258

Gaarne dus stemmen wij in met den H. Bernardus, die getuigt, dat Jozef, na Maria, volstrekt de eerste was in heiligheid en de volmaaktheid aller deugden bereikte.

Maar, M. G., kunnen wij dan betwijfelen, dat ook zijn troon in den hemel naast dien van Jesus is opgericht, en dat Hij met Maria eene onbeperkte macht op het Hart van zijn goddelijk Kind uitoefent?

2. Eene tweede, niet minder gegronde reden, staaft die uitspraak der geestelijke schrijvers, nl. de groote diensten, die Jozef op aarde aan Jesus bewezen heeft.

Wij lezen in de H. Schriftuur, dat Mardocheüs, de pleegvader van koningin Esther, aan Assuërus, den machtigen koning van Persië, een buitengewonen dienst bewees. Hij ontdekte eene samenzwering, door twee booswichten tegen het leven des konings gesmeed, onderrichtte daarvan bijtijds zijn vorst en redde daardoor het leven van zijn koninklijken Meester.

Tot loon voor die trouw werd Mardocheüs met vor-stelijken luister door de straten van Susan geleid, terwijl de eerste der rijksgrooten voor hem uitging en riep : „Aldus wordt hij geëerd, dien de koning wenscht te eeren.quot; Later verhief hem Assuerus tot eersten vorst des ko-ninkrijks, gaf hem zijn zegelring en daarmede de macht om aan alle wetten en besluiten, die hij wilde afkondigen, koninklijk gezag te verleenen.

Maar, M. G., als een aardsche vorst zich reeds zoo dankbaar toonde jegens den redder van zijn leven, als hij hem daarom met de hoogste macht in zijn rijk bekleedde, kunnen wij er dan aan twijfelen, dat ook Jesus aan Jozef eene gelijke macht in zijn hemelsch rijk heeft toegestaan ?

Jesus bezit een eindeloos dankbaar kinderhart; en redde Jozef niet het leven van zijn goddehjken Pleeg-

ocr page 261

259

zoon, als hij met Hem onder duizenden angsten vluchtte naar Egypte ?

Voor Hem leed hij armoede en kwelling in de grot van Bethlehem, honger en dorst in de woestijn ; voor Hem werkte en zwoegde hij in het zweet zijns aanschijns in het land der ballingschap, en te Nazareth dertig jaren achtereen. O, hoe dikwijls zoude wellicht het nij-pendste gebrek de nederige woning van Nazareth zijn binnengedrongen, hadde Jozef niet met alle inspanning van den morgen tot den avond voor het onderhoud zijner dierbare panden gearbeid.

Verbeelden wij ons, dat Jesus, gezeten op een schitterenden hemeltroon, in den algemeenen oordeelsdag het loon aan zijne trouwe dienaren uitdeelt.

Zoo groot zal dat loon zijn, dat de uitverkorenen daarover verbaasd zullen staan en zich zullen afvragen: „Hoe is het mogelijk, dat mijne geringe werken zoo luisterrijk bekroond worden ?quot; Dan zal Jesus hun zeggen, wat hunne werken zoo verdienstelijk maakte: „A.lles, zal Hij hun zeggen, wat gij aan de geringste mijner broeders, aan de armen, de ongelukkigen of iemand van uwe mede-menschen gedaan hebt, dat beschouw Ik als een werk van liefde, aan Mij zeiven gedaan.quot;

M. G., hoe onbegrijpelijk groot moet dan het loon niet zijn, dat Jesus zijn H. Voedstervader schenken zal, die in al den tijd, dien hij aan de zijde van Jesus doorbracht, al zijne werken, met de zuiverste meening, met de vurigste liefde, alleen en rechtstreeks voor Jesus en zijne maagdelijke Bruid verrichtte !

Neen, M. G., na deze beschouwing kan het ons niet verwonderen den eerbiedwaardigen Gerson te hooren zeggen : „Joseph non impetrat, sed imperat quot; Jozefs gebeden gelden in den hemel als bevelen,quot; Hij behoeft

ocr page 262

260

slechts te zeggen, wat hij verlangt en terstond wordt aan zijn verlangen voldaan.

„ Ite ad Joseph.'''' Gaat dan tot Jozef.

Als de onvruchtbare jaren door Jozef van Egypte, die treffende afbeelding van den H. Jozef, voorspeld, waren aangebroken en er hongersnood begon te heerschen in het land, kwam het volk tot den koning en vroeg hein om levensmiddelen. Maar Pharao zond hen naar Jozef, die tijdens de vruchtbare jaren groote voorraadschuren had laten bouwen en daarin het overvloedige graan had verzameld : „Ite ad Joseph,quot; sprak hij, „Gaat tot Jozef.quot; En Jozef opende zijne voorraadschuren, voorzag allen van het noodige en niemand kwam door gebrek om.

M. GK, met hoeveel grooter reden mogen wij u zeggen: „Ite ad Joseph: Gaat tot den H. Jozef' in eiken nood, in elk gevaar.

In zijne handen heeft Jesus alle genaden neergelegd, die ieder in zijn staat of stand noodig heeft.

Hebt gij te strgden met de hevigheid uwer driften, vreest gij in de bekoringen te bezwijken: „Ite ad Joseph: Gaat tot Jozef.quot;

Mocht gij ooit het ongeluk hebben Jesus door de zonden te verliezen, gaat dan met vertrouwen tot Hem, die Jesus drie dagen achtereen met onbeschrijfelijke smart gezocht heeft. „Ite ad Joseph : Gaat dan tot Jozef.quot;1

Verlangt gij voortgang te maken op den weg der volmaaktheid, gaat dan tot hem. die een toonbeeld was der hoogste volmaaktheid, die door de ïï. Teresia genoemd wordt: de beste gids in het geestelijk leven. „Ite ad Joseph: Gaat dan tot Jozef.quot;

Hebt gij moeielijkheden of kruisen te dragen, tegenspoed, ook in tijdelijke zaken, weifelt gij in de keuze van een levensstaat; gaat dan tot hem, die zijn leven

ocr page 263

261

in groote armoede en in velerlei ontbering doorbracht, die reeds duizenden uit de moeielijkste omstandigheden redde, die zoo velen reeds den weg der zaligheid aanwees: „ Tte ad Joseph, Gaat dan tot Jozef.quot;

Verlangt gij eindelijk een zaligen dood te sterven, stelt u dan iederen dag onder de hoede van hem, die het geluk had den geest te geven in de armen van Jesus en Maria : „Ite ad Joseph, Gaat dan tot Jozef.quot;

Maar vereert Hem daarbij als uw vader, tracht vooral de deugden, die zijn goddelijk Kind versierden, zijne zuiverheid, zijne gehoorzaamheid en andere deugden na te volgen. Vooral het kind, waarin Jozef het afbeeldsel ziet van zijn lieven Jesus, zal hij beminnen en onder zijne machtige bescherming nemen. Amen.

ocr page 264

INHOUD.

bladz.

Voorrede 5

EERSTE JAARGANG.

Ie Onderrichting. Voorwerp der devotie tot het

H. Hart .... 9 2e „ Wat verlangt van ons het

goddelijk Hart? . . .17 3e „ Bethlehem. Liefde van het god

delijk Hart bij de geboorte, 25 4e „ De liefde van het goddelijk

Hart voor de ongelukkigenen voor de onschuldige zielen . 32 5e „ Magdalena. De barmhartigheid

van het goddelijk Hart jegens de zondaren. . . .42 6e „ De liefde van het goddelijk Hart

in het H. Sacrament . . 47 7e „ De liefde van het goddelijk

Hart in het H. Misoffer . 56

ocr page 265

bladz.

8e Onderrichting. Teedefê liefde van jesu8' Hart jegens zjjn trouweloozen verrader Judas. . . .65 9e „ Het goddelijk Hart, een toon

beeld van gehoorzaamheid. 75 10e „ De zachtmoedigheid van het

goddelijk Hart . . .81 lie B Het Apostolaat des Gebeds.

Eerste graad. . . ,90 12e n Het Apostolaat des Gebeds.

Tweede en derde graad . 97

TWEEDE JAARGANG.

Ie „ Waarom moeten wij het god

delijk Hart van Jesus vereeren ? . . . . 106 '^e n De verloren zoon. De barm

hartigheid van het goddelijk Hart jegens de zondaars. 115 3e n De barmhartige Samaritaan.

De naastenliefde. . . 125 4e v De Samaritaansche vrouw.

De ijver voor het zielenheil. 132 5e „ De liefde van het goddelijk

Hart in de H. Communie. De veelvuldige H. Communie ..... 139 6e „ De kostbare gaven, die Jesus'

goddelijk Hart ons schonk in de H. Communie . . 148 7e „ Gethsemane. Jesus' doodstrijd.

Hoe wij ons lijden verdragen moeten . . . .157

ocr page 266

bladz.

8e Onderrichting.

Golgotha of de liefde van, het goddelijk Hart aan het kruis. 165 9e „ Het H. Hart, ons toonbeeld

van ootmoedigheid . .171 lüe „ Het H. Hart, de Vriend der

zuiverheid .... 179 He Jesus' biddend Hart, ons voor

beeld . . . . .189 12e „ Eerewacht en schietgebeden. 197

Aanhangsel I. Opening der maand Juni . . 204

Aflaten verbonden aan de viering der Junimaand. . . .211

II. Feestdag van het H. Hart . 212

III. Eereboete op den feestdag van

het H. Hart . . . .221

IV. Toewijding aan het H. Hart van

Jesus ..... 229

V. Voor de plechtigheid van het

veertig-urengebed . . . 237

VI. Het H. Hart van Maria . . 245 VII. De H. Jozef .... 254

ocr page 267
ocr page 268

Iet tafcfij ran w 11 J«n»erfctsliis te lilDt»

is VERKRIJGBAAR:

HANDBOEKJE DER CONGREGANISTEN VAN HET H HVRT VAN JESUS, bevattende Regelen, Gebeden,

Godvruchtige Oef..»g» en Gc.u.ge», ten ™

Pensionaten voor Jongejnffronvven. Kjeenge.emeH

A. Rn»». R. K- Pr- » m P™'07'

In linnen band i ü-oquot;

Oerle.

LEVE JESUS, of Glorie, Liefde en Eerherstel aan het H. Hart! Hand- en Gebedenboek voor de Broederschap,

De Eerewacht van het H. HART \ AN JESUS

Prijs in linnen band i O.io

liefde om liefde, ef de Weldaden van Je.u.' H Hart en en» vvederliofde. Godvr.el.tige dingen voor ieder.» dag der Maand JnnL De prijs van d.t boekj^ hetwelk eire. 400 blad., in 1* bevat, gebonden

net linnen bandje, is :

Elke bladzijde is gevat in een rood kader.

LEVEN VAN DEN H, ERANCISCUS VAN ASSISIË,

■ volgens Pater Leopold de Chérancé, capucijn.

Prijs ingenaaid f 0.70 n in prachtband f

DE H. ANTONtUS VAN PADUA, volgens Pater Leopold de Chérancé, capucijn.

Prijs in prachtband f 0.60 ^ ingenaaid f 0.40