MARIA,
TOONBEELD ALLER DEUGDEN.
.Ji_______n
Sumpübus FriodoriciUisicl.lypographi Apostolici Kafisbonae.
l/aA^ 3
MARIA,
Joonbeeld aller peugden.
EEN VOLLEDIG
C^-ebed- en ©verwegingsboek
INZONDERHEID VOOR
KATHOLIEKE JONGEDOCHTERS^
Gr. KERBOSCH,
/;. K. Pr. m Pastoor.
Tweede druk.
RoerMonB,
HENRI VAN DER MARC'JÃ 1892.
VOORWOORD.
Dit werkje is gesplitst in twee gedeelten; het eerste bevat nuttige wenken en raadgevingen, het tweede eene verzameling keurige gebeden.
In de eerste afdeeling van het eerste gedeelte wordt ons Maria, âde spiegel der rechtvaardigheid,quot; voorgesteld als het verheven toonbeeld van alle deugden, welke het sieraad, de roem en het geluk uitmaken der christen jongedochters: ootmoedigheid, bescheidenheid, zedigheid, eerbied voor de ouders, gehoorzaamheid, vlijt, huiselijkheid, spaarzaamheid, ordelievendheid , verdraagzaamheid, zachtmoedigheid, beleefdheid, hoffelijkheid, weldadigheid en zielenijver. Hoe gelukkig de christenmaagd, die deze deugden in Maria weet te bewonderen en van Maria weet te leeren!
De tweede afdeeling handelt meer bepaaldelijk over de voortreffelijkheid, de eigenschappen en den zegen der kuischheid, over de deug-* den van selfbeheersching en van waakzaamheid ;
VI
over het gebed en de betrachting en de h. Sacramenten der Biecht en des Altaars.
Be derde afdeeling ontvouwt ons de hooge beteekenis der kerkelijke feesten en daarop toepasselijke godvruchtige oefeningen. Dit vormt alzoo een volledig overzicht van geheel het kerkelijk jaar.
Het tweede gedeelte eindelijk vormt een volledig gebedenboek. Beoogt het eerste gedeelte de verlichting des geestes, dit tweede heeft meer bijzonder de voeding des harten ten doel.
I
EERSTE DEEL.
ONDERRICHTINGEN
VOOR.
Christelijke Jongedocliters.
â*aA/Vs~-
Eerste Afdeeling.
MARIA, EEN VOOHBEELO VOOR JONGEDOCHTERS.
Zij was
1. Maagd naar lichaam en ziel,
2. Ootmoedig van harte,
3. Ernstig in hare gesprekken,
4. Voorzichtig in hare raadgevingen,
5. Ijverig in den arbeid,
6. Bescheiden in hare woorden,
7. Vol liefde tot het gebed.
|
Zij muntte uit | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
10
Nooit heeft zij
1. Hare ouders bedroefd,
2. De geringen veracht, 8. De zwakken versmaad, 4. De armen verstooten.
Niets berispelijks was er
1. In haren levenswandel,
2. In hare houding,
3. In hare taal,
4. In hare blikken,
5. In haar doen en laten.
Haar levensregel was:
1. God alleen te behagen,
2. In afzondering te leven,
3. Niemand te beleedigen,
4. Aan allen goed te doen,
5. Den ouderdom te eerbiedigen,
6. Hare gelijken niet te benijden,
7. De wereldschgezinden te vermijden,
8. De deugd te beminnen,
9. Alles tot Godes eer te doen,
10. In alles naar Jezus' leer te handelen.
O Maria, door uwe heilige en onbevlekte Ontvangenis, verkrijg mij de genade, uw heilig voorbeeld na te volgen.
11
KIND VAN MARIA,
neem de volgende woorden wel ter harte; zij zijn oprecht gemeend, zullen u van groo-â¢r» ten dienst zijn in alle omstandigheden des levens, en u troosten op uw sterfbed.
Geef wel acht, dat uwe onsterfelijke ziel geen schade lijde; want de tijden zijn slecht.
Vergeet nimmer het doel en einde, waartoe gij eigenlijk op aarde zijt.
Gij bestaat immers niet om te eten en te drinken, mooie kleederen te dragen, in den spiegel of door het venster te zien ; ook niet om schoone, fraaie of nuttige handwerken te vervaardigen, noch om groote zaken te drijven, eer en rijkdommen te verwerven; maar uw eerste, uw gewichtigste en noodzakelijkste werk op aarde is : God te dienen, om eens eeuwig gelukkig te worden in den Hemel.
Wat gij voor dit doel verricht, is goed, en heeft eene blijvende waarde; wat gij niet hiervoor doet, is nutteloos en verloren.
Denk daarom aan de schoone woorden uit de navolging van Christus: IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid, behalve God te beminnen, en Hem alléén te dienen.
De ware deugd echter heeft vele tegenstanders, vele vijanden. Jezus noemt deze: verleiders, valsche profeten, verscheurende wolven.
^ Vopr zoodtuiigen moet gij u zorgvuldig
1
in acht nemen, opdat uwe ziel geen schade lijde.
Eenige dezer valsche profeten wil ik u iets nader omschrijven.
1. Wacht u voor menschen, die met onzen heiligen godsdienst, de geboden en gebruiken der Kerk lachen of spotten, en de priesters gaarne beknibbelen of verachtelijk maken. Denk aan het woord, dat Jezus tot zijne eerste priesters, de Apostelen, sprak : âdie u veracht, veracht Mij,quot; en, âdie de Kerk niet hoort, zij voor u als een heiden en een openbare zondaar.quot;
2. Wacht u voor menschen, die u van de preeken en christelijke onderrichtingen zoeken af te houden, alsof gij hiervan reeds genoeg wist, of die de woorden des priesters beoordeelen, verkeerd uitleggen of er mede den spot drijven.
Weest Jezus' woord indachtig: âDie uit God is, hoort Gods woord.quot;
Een heilige leeraar zegt: ,,In het gebed âspreken wij tot God, maar in de prediking âspreekt God tot ons.quot;
3. Wacht u voor dezulken, die de dagen, den Heere toegewijd, de Zon- en Feestdagen, trachten te veranderen in dagen van wereldsche vreugde, en zeggen: 't is genoeg de h. Mis te hooren; meer heeft de Kerk niet voorgeschreven; Zon- en Feestdagen zijn dagen van uitspanning; of, 't is beter iets te werken, dan den ganschen dag ledig te zijn.
Lees op zulke dagen een goed en stichtend boek; bezoek een zieke, bid den kruisweg enz. Herinner u het woord der h. Schrift: âOnderhoudt den dag des Heer en; die dezen ontheiligt, zal sterven.quot;
4. Wacht u voor hen, die u van het dikwijls ontvangen der hh. Sacramenten willen terughouden. Hierdoor zou uw ijver in den dienst van God verflauwen, uw hart onverschillig worden voor het kwaad en koud voor het goede. Zoo vermindert allengs-kens Gods vriendschap, en komt gij in gevaar, deze door de doodzonde te verliezen.
Bemerk wel de woorden van Jezus : â Voor-âwaar, Ik zeg u, indien gij mijn Vleesch niet âeet, zult gij in u het leven niet hebben.quot;
Neem het als regel aan, minstens elke maand door eene oprechte biecht u te reinigen van uwe zonden, en door eene waardige communie u te vereenigen met uwen goddelijken Verlosser, die zoo vurig naar u verlangt.
5. Wacht u voor lieden, die zeggen: in de jeugd moet men de vreugden des levens genieten; boetvaardigheid kan men in zijne oude dagen doen; zóó ook doen anderen van uwen leeftijd; een godsdienstig leven
is zoo ernstig, zoo droefgeestig..... 't Zijn be-
driegelijke woorden van de slechte wereld, om de onervaren jeugd in hare strikken te Vangen.
In de h. Schrift lezen wij iets anders;
14
âZalig hij, die hel juk des Heeren draagt âvan af zijne jeugd.quot;
Hoe dikwijls verneemt gij niet: deze of gene is gestorven in den schoonsten leeftijd, eerst 15 of 20 jaren oud, en toch was deze jongeling of gene jongedochter zoo frisch en gezond, bloeiend als eene roos.
Kan zulks met u ook niet geschieden ? Of is u de verzekering gegeven, dat gij een hoogen ouderdom bereiken, en in uwe laatste jaren ook boetvaardigheid doen zult?
Dit is niemand toegezegd : â Waakt, want âgij weet noch den dag, noch het uur.quot;
6. Wacht u voor allen, die verachtend spreken over uwe ouders of oversten, en u zeggen: zij behandelen u te streng; gij behoeft zoo slaafs niet te gehoorzamen; gij zijt immers geen kind meer; gij moet zooveel niet werken, uwe ouders zijn rijk genoeg; 't is geen groot kwaad, hun iets te ontvreemden enz.
De h. Paulus antwoordt hierop: âEert en âgehoorzaamt uwen ouders in alles, want dit âis welgevallig aan den Heer.quot;
Op eene andere plaats zegt God in de h. Schrift: âA l wie zijnen vader of zijne âmoeder iets ontvreemdt en zegt, dat het geen âzonde is, die is de metgezel eens doodslagers,quot; Spr. XXVIII, 26.
Bewaar steedsquot; in uw hart den eerbied voor andermans goed, en vergeet nooit, dat dieven of onrechtvaardigen het ryk der Hemelen niet kunnen binnengaan.
IS
7. quot;Wacht u zorgvuldig voor hen, die u tegen den wil en de toestemming uwer ouders tot wereldsche vermaken, tot bijeenkomsten bij avond en nacht willen verleiden; die u zeggen: dit of dat is geen kwaad, of hoogstens maar dagolijksche zonde.
Prent in uw geheugen de waarschuwende woorden der h. Schrift:
âDie het gevaar bemint, zal er in omkomen.quot;
Denk aan het spreekwoord: De nacht is 'smenschen vijand.
Velen hebben het ondervonden; velen hebben bittere tranen geweend over hunne lichtzinnigheid, maar het berouw komt te laat.
8. Wacht u voor gezellinnen, die zich aan het gebed, aan het kerkbezoek, aan de beoefening van den godsdienst weinig laten gelegen liggen, en in hare ijdelheid van niets, liever spreken dan van de wereld, van mode, van kleederen, van uitspanning enz.
Kies dezulken nooit tot uwe vriendinnen, want zij zijn dien naam niet waardig.
De wereldsche omgeving, waarin zij leven, zal weldra schade toebrengen aan uwe deugd, u op een verkeerd pad geleiden, het kleed uwer onschuld bevlekken, wellicht verscheuren, en ten laatste u gelijkvormig maken aan de dwaze maagden in het Evangelie, van welke Christus zegt: âIk ken u niet.quot;
Houd evenmin omgang met personen, die ten onrechte de deugd en godsvrucht alleen
10
doen bestaan in het bidden en het ontvange ü der hh. Sacramenten, maar daarbij niet gehoorzaam, niet ootmoedig, niet ingetogen zijn.
9. Wacht u voor jongedochters, die te veel praten, leugentaal spreken, gaarne zich onderhouden over de fouten van anderen of over personen van het andere geslacht.
De h. Schrift zegt immers: â Veel spreken gaat niet zonder zonde.quot;
En Jezus waarschuwt u:
âIk zeg u, dat de menschen over elk nutte-âloos woord, dat zij spreken, rekenschap moeten âgeven op den dag des oordeels.quot; Eu verder: âOordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordet.quot;
10. Wacht u voor allen, die u slechte of lichtzinnige boeken ter lezing geven, en zijt uiterst voorzichtig in uwe lectuur. De wereld is vol slechte boeken, en de onschuldigste titels verbergen niet zelden een doodend vergif.
Wees daarom op uwe hoede; lees niets, alvorens uwe ouders, uw biechtvader, of andere vertrouwbare personen dit veroorloven. 't Ia niet alles goud, wat blinkt.
Neem nu en dan den catechismus nog eens in handen; dit is waarlijk een boek van goud, want daaruit leert gij de wetenschap , de voornaamste onder alle wetenschappen der wereld, om zalig te wordem
Lees en herlees de stichtende levensgeschiedenis onzer heiligen en volg hun voorbeeld, zooveel het u mogelijk is.
17
Tot een aaudenken wil ik u *og een goeden en welgemeenden raad geven.
Volg hem getrouw, en hij zal u voor tijd en eeuwigheid gelukkig maken;
Onderhoud eene teedere, eene kinderlijke liefde en eene vurige vereering tot Maria, uwe heilige Moeder.
Is er in de plaats uwer inwoning eene vereeriiging van Kinderen van Maria, sluit u aanstonds hierbij aan. Zeg niet: men kan ook braaf zijn, zonder lid te wezen eener congregatie of broederschap; zoo spreken is hoogmoed, en hoogmoed brengt ten val.
Draag altijd eene medaille der Onbevl. Ontvangenis en een scapulier ter eere van Maria.
Volg haar voorbeeld in nederigheid, gehoorzaamheid en zuiverheid.
Denk nu en dan bij uwe werkzaamheden: Hoe zou Maria dit of dat doen?
Vraag u 's avonds af, of gij in den loop van den dag niets gedaan, gesproken of gedacht hebt, hetgeen aan God en aan Maria mishaagt.
Vergeet nooit, bij uw morgen- en avondgebed driemaal het Wees Gegroet te bidden ter bewaring der heilige kuischheid, eene deugd, zoo aangenaam aan uwe heilige Moeder.
18
DE NAVOLGING VAN MARIA.
Het ia niet voldoende, dat een boom versierd zij met eene schoone kroon van bla- i * deren, hij moet ook bloeien en vruchten voortbrengen.
Zoo ook mag uwe godsvrucht tot Maria niet bestaan enkel in eenige schoone gebeden, maar zij moet zich uiten in den ernstigen wil, door een kuisch en deugdzaam leven uwer hemelsche Moeder meer en meer gelijkvormig en welgevallig te worden.
Die de zonde niet wil vermijden, zich geene moeite doet, een deugdzamen levenswandel te leiden, hij bemint Maria niet.
Wel is waar, ook een zondaar, eene zondares kan Maria oeren en aanroepen, en ontelbaar zijn de voorbeelden, dat de Moeder der goddelijke genade velen gered heeft, die, te midden van een goddeloos leven, de lofwaardige gewoonte bewaard hadden, telken dage een klein gebed te doen. Haar ter eere.
Het is een bewijs van hare liefde voorde zondaars, en van de grootö macht, die Zij x-''r' bezit op het goddelijk Hart van haren Zoon Jezus.
Maar vermetel ware het, zich voor te stellen, dat men, zonder gevaar van verloren te gaan, God beleedigen en in een zondig leven volharden kan, als men slechts iets a doet ter eere van Maria.
19
Neon! hij, die door Maria hoopt gered te worden, moet minstens van goeden wil zijn. Maria is de toevlucht der zondaars, zegt de h. Alphonsus, maar niet der verstokte zondaars; wèl van hen, die zich willen bekeeren. Heeft iemand dezen vasten wil, eu roept hij dan Maria aan, ongetwijfeld zal Zij hem uit den afgrond der zonde redden. Het is onmogelijk, zegt dezelfde h. Kerkleeraar, dut een dienaar van Maria, die Haar getrouw dient, en zich onder hare hoede stelt, verloren gaat. Ik bedoel echter, zoo gaat hij voort, zulke vereerders, die zich aan Maria aanbevelen, met den vurigen wensch hun leven te verbeteren.
Welaan dan, kind van Maria, dien uwe Moeder getrouw en ijverig. Maria is eene tc verheven Vrouw, eene te goede Moeder, dan dat gij Haar onverschillig en nalatig zoudt vereeren.
Toon Haar uwe liefde, niet slechts in schoone woorden, die zoo spoedig zijn uitgesproken, maar door een levensgedrag, aan het hare gelijkvormig. Vermijd vooral de zonde. Immers, hoe kan men de Moeder beminnen en prijzen, als men Haar Zoon haat, beleedigt en opnieuw kruisigt!
Wees vroom en godsdienstig, ingetogen en kuisch, nederig en voorzichtig, en volg al hare deugden na. Een goed kind ziet in alles op naar zijne moeder, is gezind en handelt gelijk zij.
20
Uit uw verlangen, Maria na te volgen, uit h
de gelijkvormigheid van uw leven met het st liare, kunt gij afleiden, of gij uwe h. Moeder
veel of weinig of niet bemint. t d:
n:
GEBED VAN DEN H. ALPHONSUS. M
O Maria, ik bemin U; doch ik vrees, dat ik U niet waarachtig bemin, want ik ben zoo weinig aan U gelijk! Gij zijt zoo rein,
en ik ben zoo bevlekt door de zonden; Gij, zoo ootmoedig; ik, zoo hoovaardig; Gij, zoo heilig; ik, zoo zondig. O, h. Moeder, maak dat ik aan U gelijke! Neem mijn hart en verander hetzelve. Maak mij rein, maak mij vroom, maak mij heilig. Geef dat ik U diene, U beminne en in uweu dienst blijve volharden ! Amen.
De h. Franciscus van Sales bad iederen dag den rozenkrans en verzuimde dit nooit. Was hij ook later als Bisschop met vele werkzaamheden overladen, nooit begaf hij zich ter ruste, vooraleer hij dit schoone ge- ^ bed verricht had.
Eens had hij tot laat in den nacht gearbeid; ofschoon vermoeid en afgemat, begon hij toch den rozenkrans tc bidden. Zijn dienaar noodigde hem uit, eenige rust te genieten; hij kon immers V anderendaags den rozenkrans bidden. Neen, antwoordde de *
h. Prelaat, men moet niet tot morgen uitstellen, wat lieden kan gedaan worden.
Kind van Maria, let er wel op; de ivare dienst is; nooit iets achterwege laten als het moeilijker wordt, en de beste vereering van Maria is : Jezus te beminnen.
22
EERSTE HOOFDSTUK.
WEEKDADIGE LIEFDE.
1. Dc liefde is de voornaamste en waardigste ouder alle deugden; zij is de vervulling der wet, de band der volmaaktheid. Zij omvat alles, en zonder haar heeft niets eenige waarde. âDie in waarheid bemint, gelooft en hoopt ook in waarheid. Die niet bemint, gelooft en hoopt te vergeefs, al is ook hetgeen hij gelooft waarachtig; al kan ook hetgeen hij hoopt hem ter zaligheid geleiden; de liefde is de hoofdzaak, de gansche volmaaktheid van het christelijk leven.quot; H. Aug.
Edoch, de liefde bestaat niet in treffende woorden of vrome gevoelens, maar de liefde tot God is: âdat wij zijne geboden onder-âhouden.quot; H. Joh. ], 5.
Om deze liefde vraagt de h. Augustinus zoo vurig aan God, als hij bidt: âo God, geef, dat wij U gehoorzamen, en uwen wil volbrengen gelijk de engelen in den hemel: met dezelfde getrouwheid, zoodat wij niets nalaten van hetgeen Gij van ons vordert; met denzelfden ijver, zoodat wij naar alles streven, hetgeen ü behaagt; met dezelfde goede meening, zoodat wij in alles slechts uwe eer zoeken; met dezelfde standvastigheid, zoodat wij nooit in uwen heiligen dienst verflauwen.quot;
Deze liefde is door Gods h. Geest iu uwe ziel gestort. Zij komt van God, en als een beeld van God, is zij één en drievoudig. Zij omvat de vreeze des Heeren, die slechts ééne zorg kent: God, den besten der Vaders, niet te beleedigen; den ijver in den dienst van God, waardoor men slechts ééne taak te vervullen heeft: den wil van God te volbrengen; de overgevtng in Gods wil, die maar één verlangen koestert: â Uw wil geschiede in den hemel en op aarde,quot; en zich in alles aan Gods aanbiddelijken wil onderwerpt.
Dit ernstig en welgemeend streven, uit liefde tot God het kwaad te vluchten, het goede te doen, het lijden te verdragen, maakt het wezen uit der christelijke vroomheid, die zoo dikwijls valsch en verkeerd wordt besproken en begrepen.
Dan eerst zijt gij godvreezend, zegt de h. Franc, van Sales, als gij uit ware liefde tot God alles doet, hetgeen Hij en zijne h. Kerk, hetgeen uw stand en beroep van u vorderen.
2. Wij noemen Maria de Moeder der schoone liefde. Zij immers was de grootste in de liefde; door Haar is de Goddelijke Liefde Mensch geworden; zij geleidt de menschen tot de liefde en is het schoonste voorbeeld der liefde. Haar hart, zegt de h. Alph., was gansch vuur en vlam; vmir, dewijl Zij van liefde tot God geheel
24
en al ontstoken was, en met zulken liefdegloed beminde, dat Zij als door de liefde verteerd werd; vlam, omdat dit liefdevuur zich uiterlijk vertoonde, door dc beoefening van alle deugden.
God was haar alles: zijn heilige wil was het richtsnoer haars levens, de eenige beweegreden van hare handelingen.
Zie, zoo sprak Zij : zie, ik ben eene dienstmaagd des Heer en; het is de taak dei-dienstmaagd, 's Heercn wil to volbrengen ; daarom geschiede Mij naar Uw woord.
Volg uwe h. Moeder na in deze liefde. Een kind van Maria mag niet zonder liefde, mag niet koud en onverschillig zijn in de liefde. Bemin God, bemin Hem boven alles, bemin Hem zooveel gij kunt, want 's Heeren gebod luidt: Gij zult den Heer uwen God beminnen, uit geheel uw hart, uit al uwe krachten.
Bid Hem en uwe teedere Moeder Maria dikwijls om liefde en vermeerdering van liefde. Betracht met opmerkzaamheid zijne eeuwige liefde en liefdedaden, opdat uwe liefde daardoor ontvlamd worde. Verwek dikwerf akten van liefde ; bid met geloof en vertrouwen en neem een ijverig deel aan de heilige kerkelijke diensten.
Vóór alles echter vertoon de liefde van uw hart door uwe werken. Niet alleen de mond moet spreken : âO God, ik bemin U!quot; maar uw dagelijksch leven, al uwe werken moeten dit verkondigen.
Ik ben eene dienstmaagd des Heeren, zóó ook moet de levensregel luiden van een kind der Moeder Gods.
Als dienstmaagd des Heeren had Zij steeds God voor oogen, en wat Zij deed, was voor God. Hem wijdde Zij eiken dag toe. Voor God verrichtte Zij trouw haren arbeid en vervulde met zorgvuldigheid de plichten van haren staat. Voor God was Haar geen werk te zwaar, geen offer te groot.
Als dienstmaagd des Heeren wil Zij slechts aan Hem welgevallig zijn. Zij bekommert zich niet over hetgeen de mensehen zeggen of denken; hunne lofprijzingen zoekt Zij niet; hunne beknibbelingen vreest Zij niet; slechts ééne zaak vreest Zij : God, den goeden Vader in den hemel, door de zonde te beleed!gen.
Als dienstmaagd des Heeren neemt Zij lijden en wederwaardigheden uit zijne hand gewillig aan. Zij weet immers, dat niets geschiedt tegen Gods h. wil, en alles, wat God doet of toelaat, tot heil verstrekt van hen, die Hem beminnen.
Men dient God slechts door liefde, zegt de h. Augustinus ; men bemint Hem echter in zoo verre men zich geheel en al aan Hem overgeeft.
Die niet lijden wil, bemint ook niet, moge hij nog zoo menigmaal verzuchten: âMijn God, ik bemin U boven alles!quot;
26
GEBED.
O Maria, Moeder der heilige en schoone liefde, verkrijg mij eenc ware liefde tot God, opdat ik Hem uit geheel mijn hart beminne. Hem altijd getrouw diene, alles opoffere, afstand doe van alles, wat noodig is, om Hem door geene zware zonde te beleedi-gen. Amen.
U steeds te vereeren,
o Moeder des Heeren,
Zal zijn onze vreugd.
Wil gij ons dan geven, Ten eeuwigen leven. Den bloemkrans der deugd.
TWEEDE HOOFDSTUK.
OOTMOED, BESCHEIDENHEID, ZEDIGHEID.
1. Ootmoed is â waarheid. De nederige houdt zich voor hetgeen hij werkelijk is: een armzalig, ellendig schepsel, dat uit zich zeiven niets is en niets kan, en liet goede, dat het bezit, van God heeft ontvangen. Indien iemand meent, iels te zijn, daar hij niets is, hij bedriegt zich zeiven. (Brief aan dc Gal. 6. 3.)
De nederigheid is de grondslag van alle deugden; waar zij niet gevonden wordt, kan geene deugd bestaan en is elke deugd schijndeugd.
De nederigheid is zeer noodzakelijk; door haar moet men tot de hoogte opstijgen, want Jezus' woord heeft het ons verklaard; Eenieder, die zich verheft, zal vernederd, en die zich vernedert, zal verheven worden.
De nederigheid maakt ook gelukkig ; want zij neemt niets kwalijk, is altijd tevreden, en weet zich in en naar alles te schikken.
De ootmoedigheid is, wel is waar, moeilijk te beoefenen; maar, zegt de h. Alphonsus, dit is gecne verontschuldiging; âmen kan âgeen waar kind van Maria zijn, als men âniet nederig is.quot;
Haar leven was eene gedurige beoefening der nederigheid ; hoe hooger God haar verheft, hoe dieper Zij zich vernedert. De engel
groet Haar als Moeder van God; Zij noemt zicli de dienstmaagd dos Heeren. Elisabeth vereert Haar; Zi,j echter schiijft alles dankbaar toe aan God. Zij is vriendelijk, minzaam, dienstwillig jegens degenen, die ver beneden Haar staan, en verbergt zorgvuldig voor de menschen hare verhevene waardigheid. Zij verschijnt niet diuir, waar lof en eer, maar wel, waar verachting en smart Haar wachten. Ootmoedig van harte, ootmoedig in haren levenswandel, vordert Zij ook nederigheid van hare kinderen.
âDie klein is,quot; zegt Zij, âkome tot Mij.quot; (Spr. 9.)
Wilt gij derhalve u hare ware dochter toonen, volg dan haar voorbeeld en wees nederig. Een kind, dat bij al zijne armzaligheid hoogmoedig', aanmatigend en trotsch is, en eene Moedor, die bij de hoogste waardigheid nederig en bescheiden blijft, â welke onvereenigbare tegenspraak !
2. Wees nederig in al uw doen en laten. Houd u nooit voor beter dan andoren, maar integendeel, de anderen beter dan u zelve. Gij weet immers, hoe zondig gij zijt, hoe geneigd tot het kwaad!
Hot goede, dat gij bezit, zijt gij verschuldigd aan God ! Breng Hem daarvoor de hulde uwer kinderlijke dankbaarheid. Hecht geen bijzondere waarde aan vergankelijke
dingen, ale rijkdom, ccr on aanzien. Bczil gij deze, veracht dan anderen niet; hebt gij ze niet, benijd dan nooit degenen, die ze bezitten. Uwe werkelijke waarde, uw wezenlijk geluk, hangen van deze nietige zaken niet af.
Wees in uw voorkomen immer bescliei-den, zedig, ingetogen, zonder aanmatiging. Zoek niet het hooge woord overal te voeren en de eerste plaats in te nemen, maar plaats u liever bescheiden op den achtergrond. Vermijd alles, wat opvallend en gezocht is, zoowel in kleeding en taal, als in gang en voorkomen, zoodat geheel uw wezen eenvoudigheid en liefde tot ingetogenheid aan den dag legge.
â Uive zedigheid zij allen menschen hekend.quot; (Brief aan de Philipp. IV, 5.)
Bewijs gaarne aan anderen liefdediensten ; laat u zelf nooit onnoodig bedienen, erken steeds in oprechtigheid hot goede, dat anderen u bewijzen; en zijt er dankbaar voor.
Wees ook liefderijk in uwe beoordeeling ; bedek de fouten, die gij in anderen ziet, mot den mantel der liefde; bespreek hunne gebreken niet met een phariseesche zelfverheffing, en denk aan het waarschuwend woord: âDat hij, die staat, wel toezie, niet Ie vallen.quot;
Acht u niet gekrenkt en miskend bij elke kleinigheid, en als eene vernedering u ten doel valt, verdraag zo in stilte; dit
30
is zoo noodig voor uwe tevredenheid; want meermalen, wees er verzekerd van, zal het gebeuren, dat gij verdragen en zwijgen moet.
Ook is zulks noodig voor de deugd; want juist hierdoor wordt de nederigdeid beproefd en geoefend.
âDe vernedering is de weg der ootmoe-âdigheid. Wilt gij de deugd der ootraoe-âdigheid verkrijgen, vlucht dan niet den âweg der vernederingen. Als gij geene âvernedering kunt verdragen, kunt gij ook âniet tot de nerigheid geraken.quot; Zoo spreekt de H. Bernardus.
Die wezenlijk ootmoedig is, kent men aan het geduld; âdit is de proefsteen der nederigheid,quot; zegt de h. Hieronymus.
GEBED.
O Maria, Gij, dio de nederigheid zoozeer bemind en beoefend hebt, Gij weet, dat ik zonder deze deugd uw kind niet zijn kan: Ik bid U, verkrijg mij, door de verdiensten uwer ootmoedigheid, de genade, dat ik mijn hoogmoedigen zin onderdrukke en nederig van harte worde. Amen.
Geef, o geef dat 'k U gelijke, Lieve moeder meer en meer! Dat ik steeds uw volgling blijke En een leerling van den Heer!
31
Gij, die U zijn dienstmaagd noemdet, En toch zijne raoeder waart,
Die daarop ü nooit beroemdet.
Wees mijn voorbeeld op deze aard'!
quot;Nederige Maagd en reine.
Die nu zetelt daar omhoog,
O, Gij wist het, dat het kleine 't Grootste is in 's Heeren oog.
Moeder, hoor mijn biddend wensehen; Als Gij gunsten om U spreidt.
Maak mij klein in 't oog der menschen Door de deugd van needrigheid.
32
DERDE HOOFDSTUK.
KINDERLIJKE EERBIED JEGENS DE OUDERS.
1. âEer uiven vader en uwe moeder! dat âis het eerste gebod, met de belofte: opdat âhet u welga, en gij lang moogt leven op âde aarde. (Aan de Ephesiërs VI. 2.)
Ofschoon wij uit do kinderjaren van Maria slechts weinig weten, zoo is het toch zeker, dat Zij, na God, haren ouders de meeste liefde, den hoogsten eerbied toedroeg. Zij beschouwde hen niet alleen als hare weldoeners, maar voornamelijk als de plaats-bekleedcrs van God ; eerde God in de ouders, onderwierp zich met kinderlijke eenvoudigheid aan al hunne voorschriften, vervulde getrouw Aunne bevelen, ja zelfs hunne wen-schen, zoodat zij nooit iets deed, hetgeen haren ouders onaangenaam was.
Aan u heeft Maria het voorrecht geschonken, dat gij li haar kind kunt noemen. Zoudt gij echter meenen, welgevallig te kunnen zijn aan uwe hemelsche Moeder, als gij uwe. lichamelijke ouders niet eert en bemint, en geene gehoorzame dochter zijt ? Wel is waar zijt gij thans volwassen; ma liaan het vierde der tion geboden zijt gij daardoor niet ontwassen: dit geldt voor u thans nog zooveel als vroeger; ja, in zekeren zin nog meer, dewijl gij nu begrijpt, hoeveel gij uwen ouders verschuldigd zijt;
tliflös zijt gij in staat, hen behulpzaam te zijn, hun dankbaarheid te betoonen; thans zijt gij in de jaren, waarin gij meer dan ooit hunne waakzame zorgen noodig hebt.
Eer dus uwe ouders, en vergeet nimmer, dat zij voor u Gods plaatsbekleeders zijn. Gedraag u te hunnen opzichte steeds eerbiedig en bescheiden, geef acht op hunne bevelen en raadgevingen, klaag of mor nooit tegen hen, en wacht u voor harde of trotsche antwoorden. Schaam u nooit over hen, spreek over hen niet oneerbiedig, en houd geen omgang met kinderen, die het vierde gebod niet in eere houden. Al hadden zijne ouders groote fouten, dan nog is een kind hun eerbied verschuldigd, moet hen blijven hoogachten en voor hen bidden.
Zijt hun ook dankbaar, niet slechts met woorden, maar ook in werken. Bid God voor hen, opdat Hij hun vergelde, hetgeen gij nooit doen kunt.
Verschaf hun vreugde, zooveel in uw vermogen is; dit hebben zij immers aan u verdiend. Breng gaarne uwen wil ten offer, om hun wensch te volbrengen, en klaag niet, als het een of ander u hard valt. Zij hebben om uwentwille zooveel last en leed gedragen en klaagden niet.
2. Een kind is niet het volle eigendom der ouders; het behoort aan God toe, en voor God moet het opgevoed worden.
3.
In deze zware en moeilijke taak, waarover de ouders eene zoo strenge verantwoording geven moeten, behoort een volwassen kind zijne ouders behulpzaam te zijn. Zij beoogen immers slechts het ware welzijn ; en derhalve moet een braaf kind zich gewillig laten geleiden door zijne ouders; hen niet lastig vallen met verzoeken, die zij niet kunnen, noch mogen toestaan ; noch ontevreden zijn, als zijn wil niet volbracht wordt. Gelukkig het kind, aan wien niet alles wordt toegegeven, hetgeen zijne ijdelheid of genotzucht verlangt.
Zijt ook niet terughoudend voor uwe ouders, maar oprecht en openhartig; vraag hen in alles om raad en volg dien met kinderlijken eerbied.
Moet gij uwe ouders verplegen, dien hen dan met liefde en opoffering, en verdraag met geduld en stilzwijgendheid, zoo als uw plicht is, hunne gebreken. Dan maakt gij hunne oude dagen gelukkig, bewaart den vrede des huizes, verwerft zoo menige verdiensten voor den hemel, en de troostvolle hoop is u toegezegd, dat ook aan u in latere jaren liefde en geduld zal bewezen worden.
Met broeders en zusters moet gij steeds in vrede en eendracht leven, gaarne en spoedig iets vergeven; gewillig, gedienstig en behulpzaam zijn. Bewaar altijd een vroom en dankbaar aandenken aan uwe overleden
35
ouders; vergeet hen nooit in uwe gebeden; bid eiken dag tot rust hunner ziel, en leef steeds zóó, dat zij van uit den hemel met vreugde en welgevallen op hun kind ne-derzien.
âEer de ouders,quot; zoo vermaant u de h. Geest, âmet woord en daad en in alle geduld, opdat âhun zegen over u kome, en tot het einde âvoortdure.quot;
Hun zegen is: Gods genade in de jeugd, zegen en welvaart in latere jaren.
GEBED.
O Maria, help mij, mijne ouders te eeren en hoog te achten, zooals Gij de uwe geacht hebt, en zooals Jezus ü, als zijne Moeder, bemind en geëerd heeft; opdat Godes beloofde zegen over mij nederdale, en het mij welga hier op aarde en in eeuwigheid. Amen.
'BG
VIERDE HOOFDSTUK.
GEHOORZAAMHEID.
1. De gehoorzaamheid is eene kostbare deugd; âzij is als de moeder en de wortel aller deugden,quot; (h. Augustinus); âeen schip, âin hetwelk men ten hemel vaart.quot; h. Bo-naventura.
De gehoorzaamheid is noodzakelijk, want zij is orde; en orde moet overal zijn, waar God is en heerscht. Gehoorzaamheid is beter dan offeranden, zegt de h. Schrift. 1. Boek der Kon. 15.
De ongehoorzaamheid heeft het vuur der hel ontstoken, en vult dien afgrond; want, âneem den eigen wil weg, en er bestaat geene âhel meer !quot; h. Bern.
Gehoorzaamheid is zoet; hetgeen haar bitter maakt, is de eigen wil.
âWie goed gehoorzaamt, zal waarlijk te-âvreden leven, even als een kind in de âarmen zijner moeder, dat geen zorgen, geen âkommer heeft.quot; h. Fr. v. Sales.
De jeugd onttrekt zich zoo gaarne aan het juk der gehoorzaamheid: zij wil vrij zijn. En 't is juist om de jeugd in reinheid te bewaren, dat God haar onder gehoorzaamheid gesteld heeft.
Want de booze neigingen, die allengskens ontwaken, vereenigd met de onervarenheid en zwakheid, dien leeftijd eigen, maken het
37
zoo noodig, dat zij onder eene veilige leiding den weg der deugd leere kennen en blii've bewandelen.
Diep beklagenswaardig kan men derhalve een kind noemen, dat aan zijn eigen wil is overgelaten.
Maria, zoo verheven in de liefde en de nederigheid, was ook volmaakt in de gehoorzaamheid. Zij kent en wil slechts ééne zaak : God dienen, den goddelijken wil volbrengen. Uit liefde tot Hem, onderwerpt Zij zich gaarne aan den wil der menschen. Met de grootste bereidwilligheid gehoorzaamt Zij haren ouders; daarna den Hoogepries-ter in den tempel, even getrouw als later aan haren kuischen bruidegom, den h. Jozef. Gewillig volbrengt Zij het lastige bevel van den heidenschen keizer en de voorschriften derjoodsche wet, waaraan Zij, als Moeder van God, niet onderworpen was.
2. Denk daarom aan uwe h. Moeder Maria, en wees ook gehoorzaam. Het kan u wel eens hard vallen, als hoogmoed, eigenliefde of eigenzinnigheid zich doen gelden; maar des te noodzakelijker is het, te leeren uw hoofd te buigen, en u aan gehoorzaamheid te gewennen, opdat gij deze deugd later kunt beoefenen.
Want altijd moet gij onderworpen, ondergeschikt blijven. Gehoorzaamheid en onderwerping is het lot der vrouw. Zoo heeft God het beschikt; zij, die zicb hieraan zoekt
38
te onttrekken, veraet zich tegen Gods wet, w
zondigt, sticht ongenoegen en oneenigheid, li
en bereidt zich vele kwellingen. gi
Nochtans moet uwe gehoorzaamheid geen dwang zijn, maar christelijke deugd. De christelijke gehoorzaamheid heeft haren wortel in de nederigheid ; het geloof heiligt, de liefde verlicht haar.
Waar, wanneer, aan wien gij ook gehoorzaamheid bewijst, gehoorzaam altijd, omdat God het wil; dit maakt uwe gehoorzaamheid licht en verdienstelijk.
Bewijs vooral uwen ouders eene stipte gehoorzaamheid. Doe hetgeen u bevolen wordt, maar gewillig, zonder ontevredenheid, zonder tegenspraak, met een vriendelijk gezicht. Wees dienstwillig, maar aanstonds, zonder te dralen, zonder uitnoo-diging; wil niet alles beter weten dan anderen ; neem eene terechtwijzing dankbaar aan, en zijt niet opvliegend of ontevreden over eene berisping. Wees ook toegevend en liefderijk jegens uwe ondergeschikten, en voldoe gaarne, wanneer zulks geschieden kan, hunne wenschen. Jegens anderen niet toegevend zijn, wanneer reden en omstan- » digheden dit vorderen, is een bewijs van een hoogmoedigen en eigenzinnigen geest.
GEBED.
O Maria, Gij gehoorzame dienstmaagd des Heeren ! verkrijg mij de genade, mijn eigen
39
wil te overwinnen, en mijnen overheden, uit liefde tot God, steeds trouw en gewillig te gehoorzamen. Amen.
Maagd, die thans zoo hoog verheven In den schoonen Hemel zijt. En die toch geheel uw leven 's Heeren dienst waart toegewijd ; Die thans 't loon van uwe deugden Smaakt in hemelmajesteit.
Maak ook mij die hemelvreugden Waard, door onderdanigheid.
VIJFDF. HOOFDSTUK. tel
ar
VLIJT, HUISELIJKHEID, SPAARZAAMHEID hc EN OUDE.
zij
1. âDe mensch is geboren tot den arbeid, b(
âgelijk de vogel tot de vlucht.quot; (Job 5). De bi
arbeid is niet ontstaan uit de zonde, maar ir
is eene wet van God, van af den beginne ei voor alle menschen gegeven. Van onze
eerste ouders immers zegt de h. Schrift: ei
âZij moesten het paradijs bewaken en bebou- d âwen. 1 Moz. 2.
Uit de zonde zijn wel voortgekomen de b
moeilijkheden, de lasten van den arbeid ; li
deze heeft God, na den zondeval, aan den a
arbeid verbonden, als een heilzaam genees- 1:
middel tegen het gift der booze begeerlijk- t
heid. Wanneer nu iemand dit geneesmiddel niet aanwendt, maar in ledigheid voortleeft, wordt hij door zijne booze lusten beheerscht. De lediggang, zegt het spreekwoord, is het begin van alle kwaad, is des duivels oorkussen, de moeder aller zonden, de leer-meesteresse van de boosheid, h. Basilius.
't Is eene zoo droevige dwaling der jeugd, te meenen, dat zij niet behoeft te werken, maar slechts de vreugde te genieten, die de wereld aanbiedt. O neen ! eene trage jonge-dochter moge den arbeid schuwen; eene hoovaardige, vol dwaze inbeelding, moge zjch het werken scliamen; een braaf, chris-
41
telijk meisje is daarentegen overtuigd, dat arbeid en huiselijke bezigheid eene taak zijn, haar door God opgelegd.
Arbeiden staat wèl aan elke jongedochter, zij moge nog zoo voornaam zijn; arbeid bewaart voor vele bekoringen en zonden; brengt eer eu achting aan in het oog der mensohen; is heilzaam en gezond naar ziel en lichaam.
Doch, beuzelachtige bezigheden zonder eenig doel, uit willekeur of tijdverdrijf ondernomen, maken nog geen arbeid uit.
De werkzaamheid, als christelijke deugd, bestaat hierin, dat men volgens Gods heiligen wil en de plichten van zijn staat, altijd nuttig bezig is, voor eigen welzijn of het voordeel van anderen. Bij jongedoch-ters moet de arbeidzaamheid vergezeld gaan met huiselijkheid, spaarzaamheid en orde.
De h. Schrift verhaalt ons van Maria weinig, en van haar huiselijk leven niets; nochtans is dit het schoonste getuigenis van haar huiselijk leven. Zijn zulke jon-gedochters niet de beste, die het minst van zich doen spreken'?
âToen Zij hare nicht Elisabeth bezocht,quot; zegt de h. Evangelist, âging Zij in allerijl over het gebergte.quot; Zoo ook moet haar kind zich niet te veel in het openbaar ver-toonen, maar het meest en het liefst in huis, en daar bezig zijn.
loon u dus ook hierin een kind van
42
Maria. Uw dagelijksch leven zij een leven van arbeid, door orde geregeld, door het gebed geheiligd. Wees altijd nuttig bezig, nooit in ledigheid. Neem uwe moeder het werk uit de handen. Een goed geaard kind zou zich immers schamen, zijne moeder te laten werken en zelf iu ledigheid of ijdele genoegens den tijd te dooden. Zoek uwe vreugde in huis: sta uwe moeder trouw ter zijde, geef acht op haren arbeid, om daardoor veel kennis eu geschiktheid te verwerven, die u later zoo noodig zullen zijn.
Eene jongedochter, die den arbeid bemint, en bekwaam wil worden, eens een geregeld huishouden te bestieren, bepaalt zich niet, de huiselijke werkzaamheden te bevelen of na te zien, maar werkt zelve mede, zooveel als noodig is.
Daarbij is zij spaarzaam en omzichtig, regelt de uitgaven naar de inkomsten, geeft geen cent nutteloos uit, en gewent zich, alles op het voordeeligste in te richten.
Zij bemint, en houdt altijd en overal orde; aan zich zelve, ten opzichte van kleeding en zindelijkheid, duldt zij geene slordigheid of onzindelijkheid; in huis is elk voorwerp op zijne bestemde plaats; zij handelt in alles met overleg en nadenken, en doet alles op zijn tijd; opstaan, slapen gaan, eten en drinken, bidden en werken.
Ook uitspanningen moeten geregeld zijn; nooit mogen zij den aangenomen huiselij-
43
ken regel verstoren; zij moeten eerst verdiend zijn door den arbeid; zij behooren steeds matig genoten te worden, en altijd onschuldig te zijn. Nimmer mogen zij ontaarden in genotzucht of lediggang.
Volg alzoo in al uw doen en laten den schoonen regel van den h. Bernardus:
âHoud in alles orde, en de orde zal u behouden.quot;
2. Aan arbeidzaamheid en een geregeld leven zijn ongetwijfeld vele lasten en bezwaren verbonden: daarvandaan zoo menige klacht.
âIk heb niet noodig te werken, ik kan âtoch leven.quot; Dit wil hoogstens zeggen: God is jegens u zoo goed geweest, dat gij niet noodig hebt, door harden arbeid uw levensonderhoud te verdienen. Maar arbeiden is nu eenmaal een gebod van God, en, is het ook niet noodzakelijk voor uw bestaan, daarom moogt gij u niet onttrekken aan de verplichting, u door God opgelegd. âHet rijk âder hemelen wordt niet gegeven aan de âwerkeloozen, maar aan hen, die ijverig zijn âin den dienst van God!quot; h. Bern.
âNiets goeds doen, wil zeggen, kwaad âdoen,quot; zegt de h. Chrys.
Denk aan den tragen knecht, die zijn talent begraven had; aan de dwaze maagden, die verzuimd hadden hare lampen met olie te vullen.
Gij weet daarenboven niet, wat gij later
44
nog kunt noodig hebben, in welke omstandigheden gij eens zult moeten leven; derhalve is het redelijk, zich aan den arbeid te gewennen. Eindelijk zult gij, zonder te werken, moeilijk uwe onschuld bewaren; want bezigheid en ingetogenheid zijn twee krachtige beschermsters uwer heilige kuisch-heid.
Maar, waartoe dient dan de jeugd, als men in die jai-en niet genieten mag van het leven !
Een kind der wereld zal wellicht zoo spreken, doch geen kind van Maria. Leeft gij dan enkel om te genieten? Heeft Maria zoo ook gedacht? En wanneer hebt gij dan eigenlijk genot van het leven?
Slechts dan, als gij volgens uwe ware bestemming leeft. Welnu, God heeft den mensch, en dus ook u, bestemd tot den arbeid.
Wanneer is een genoegen, eene uitspanning recht aangenaam en verkwikkend? Slechts na afgedaan werk, na vermoeiende inspanning.
Onttrek u daarom niet aan de bestemming, u door God gegeven; is het niet noodzakelijk, dat gij huiselijk werk verricht, arbeid dan des te meer aan de ondersteuning der armen, aan de versiering van kerken en altaren.
Anderen hoort men klagen: âAch, als âik maar nu en dan eenige rust kon heb-âben! Ik moet aanhoudend werken, van âden morgen tot den avond, den eenen dag
45
âna den anderen. Wat zijn zij toch geluk-âkig, die niets te doen hebben!quot;
Klaag nimmer zoo, kind van Maria. Voor uw zielenheil is de arbeid beter dan lediggang en een gemakkelijk leven. Wees er zeker van, zij, die niets doen, komen niet in den hemel. Door uwen arbeid zijt gij bevrijd van vele bekoringen, gevaren en zonden.
De God-Mensoh, Jezus Christus, heeft den arbeid geadeld, en biedt u zijne genade aan, om de lasten er van te dragen. Zijt geduldig, bemin God, onderwerp u aan zijn heiligen wil, dan is uw leven rijker aan vreugde dan dat van hen, die in ledigheid hunne dagen slijten; daarenboven vergadert gij dagelijks nieuwe schatten voor den hemel.
GEBED.
O Maria, alhoewel tot de waardigheid van Gods Moeder verheven, hebt Gij toch een werkzaam leven geleid in het stille en gelukkige huis van Nazareth. Ik bid U, verkrijg mij kracht en sterkte, om het stille huiselijk leven te beminnen, gaarne te arbeiden, en alle plichten van mijnen staat getrouw en behoorlijk te vervullen. Amen.
Leer mij werken, leer mij leven, Dat mijn werk aan God behaagt I Leer mij naar volmaaktheid streven, Nooit volprezen Moedermaagd!
46
ZESDE HOOFDSTUK.
TOEGEVENDHEID EN GEDULD, ZACHTMOEDIGHEID EN VERDRAAGZAAMHEID, BE-HEEKSCHING DER TONG.
1. âDe liefde, zegt de h. Paulua, is lank-âmoedig, is goedertieren; de liefde is niet âafgunstig; zij handelt niet lichtvaardig; zij âis niet opgeblazen; zij is niet eergierig; zij âzoekt niet het hare; zij wordt niet toornig; âzij denkt geen kwaad. Zij verblijdt zich âniet over de ongerechtigheid, maar zij ver-âblijdt zich met de waarheid; zij duldt alles, âgelooft alles, hoopt alles, verduurt alles.quot; 1. ad Cor. 18.
Zoo zij ook uwe liefde, kind der goede en beminnelijke Maagd Maria. Denk niet licht kwaad van anderen, wees liefdadig en verschoonend in uwe beoordeeling; spreek nooit zonder redenen en liefdeloos over de gebreken van uwen evenmensch; neem geen deel aan eerroovende gesprekken, die zooveel vijandschappen, hatelijkheden, verdriet en zonden doen ontstaan. Uw regel moet steeds zijn: Liever verontschuldigen dan ver-oordeelen.
Zijt toegevend, wordt niet driftig en oploopend : neem niet elke kleinigheid kwalijk op, en denk niet aanstonds aan vijandige bedoelingen, als u het een of ander onaangenaams gezegd of gedaan wordt.
Vergeef en vergeet als gij beleedigd zijt; reik aanstonds en gaarne de hand ter verzoening toe, en tracht steeds den zaligen vrede te bewaren met eenieder.
Denk aan de schoone woorden uit de Navolging van Christus: âBeijver u toegevend te zijn voor de gebreken van anderen; want ook gij hebt veel aan u, hetgeen anderen moeten verdragen. Uwe handelingen kunt gij zoo goed verschoonen en verontschuldigen ; de verontschuldiging daarentegen van anderen wilt gij niet aannemen; beter ware het, dat gij u schuldig oordeeldet en anderen verontschuldigdet.quot;
Verdraag dus geduldig de fouten van anderen, en vermijd zorgvuldig alles, wat iemand zou kunnen beleedigen.
Krenk niemand door harde of bittere woorden, en moet gij, volgens uw plicht, iemand berispen, doe het dan op zachte en vriendelijke wijze.
Wordt gij miskend en beleedigd, tracht dan de opkomende gramschap te bedwingen, en zwijg zoolang, tot de storm der oploo-pendheid bedaard is, want: âeen zachtzinnig âantwoord bedaart de gramschap, maar harde âwoorden verwekken toorn.quot; Spr. 15.
2. Die in vrede wil leven, moet vóór alles zijne tong bedwingen.
Niet zelden is praatzucht de lievelingsfout van vele jongedochters. Achtechter ditkwaad niet te licht, want: â Veel spreken,quot; zegt de
48
h. Schrift, âgebeurt niet zonder zonde.quot; Spr. 20. En de goddelijke Rechter heeft ons verklaard, dat Hij rekenschap zal vorderen van elk nutteloos woord. Wees daarom voorzichtig in het spreken. Praat niet alles ondoordacht uit, gelijk het u invalt, want âde slechtste manier van spreken, zegt de h. âFranc, van Sales, is, als men te veel spreekt.quot; De tong wijst de ziekte aan van het lichaam, en de woorden de gebreken der ziel. Eene lichtzinnige tong verraadt lichtzinnige zeden, âwant uit den overvloed des harten spreekt de mond.quot; Luc. VI. 45.
GEBED.
O Maria, gij zachtmoedige Maagd, laat mij toegevend zijn in mijn oordeel over anderen, hunne gebreken met geduld verdragen, en trachten, met eenieder in vrede te leven. Amen.
ZEVENDE HOOFOSTUK-
VEIENDELIJKHEID, BELEEFDHEID, LIEFDE TOT DE ARMENquot;, ZIELENIJVER.
1. Het is niet voldoende, anderen niet te haten, hun geen leed te veroorzaken; men moet hen ook beminnen en goed doen. Deze liefde moet vooral uitschijnen door vriendelijkheid in den omgang, door achting jegens minderen, door zorg voor de zijnen, door ondersteuning van noodlijdenden, door ijver voor het heil der zielen.
Acht en bemin eiken mensch, van welken stand ook, als een schepsel, een kind van God. Wees daarom in den dagelijkschen omgang steeds vriendelijk en beleefd, zonder daarbij de noodige voorzichtigheid en waakzaamheid uit het oog te verliezen; zijt voorkomend en welwillend voor lieden van geringen stand, en behandel uwe onderhoo-rigen met achting en liefde; geef uwe bevelen nooit op trotschen en vernederenden toon, maar met christelijke waardigheid. Leef en zorg voor hen, die u toevertrouwd zijn, met de meeste belangstelling; dien hen, arbeid voor hen met geduld en vlijt. Dit bewaart en vermeerdert den vrede, de eendracht, de liefde, het geluk des huizes. â Welk een schoone hemel,quot; roept de h. Al-phonsus uit, âis een huis, waarin liefde en vrede heerschen.
â i.
50
Vooral mag ocne jongedoohter, die een waar kind wil zijn der goede Moeder Maria, de armen niet versmaden of verwaarloozen. De goddelijke Verlosser heeft wel niet de armoede uit de wereld weggenomen, maar Hij heeft de schande der armoede opgeheven, omdat Hij zelf arm wilde zijn, en in de armen geëerd en gediend wil worden. Hij is in zooverre den noodlijdenden te hulp gekomen, dat Hij van hen, die met aard-sche goederen gezegend zijn, op straffe der eeuwige verdoemenis vordert, van hunnen overvloed den behoeftigen mede te deelen.
Eene dochter van Maria volgt getrouw den raad der h. Schrift : âHebt gij veel, geef âdan rijkelijk; hebt gij weinig, deel dan âgaarne iets van het weinige mede.quot; Tob. 4. Zij neemt deel aan de vreugde, zoowel als aan het lijden van anderen; weet spoedig, wö,amp;r armoede en ellende heerschen, begeeft zich gaarne naar de hutten der armen en zieken; doet dit in stille nederigheid en beoogt geen dank of menschenlof. Zij doet immers slechts, hetgeen haar christenplicht vordert, en heeft daarbij de eer, Christus zeiven te dienen.
't Is eene vreugde voor haar, anderen genoegen te doen, en daarvoor brengt zij gaarne een offer. Want door offervaardigheid wordt de liefde beproefd, en eene liefde, die zich niets kan ontzeggen, is geen liefde.
Heb echter vóór alles liefde en ijver voor
51
het evenbeeld Gods in den mensch: voor zijne onsterfelijke ziel.
Werk ijverig, naar uwe krachten mede om deze te redden, door onderrichting en vermaning, door opwekking tot het goede en door af te houden van de zonden, vooral door het gebed en het goede voorbeeld.
2. O, hoe schoon is de ware, christelijke goedheid des harten, die de ellende opzoekt, het leed verzacht, het onrecht verdraagt en ondank met liefde vergeldt. Zij maakt het meest gelijkvormig aan den goeden God, wiens Wezen liefde, wiens werken weldoen is.
Als een engel des vredes wordt zij alom gegroet en geëerd; waar zij komt, brengt zij zegen; rozen en balsem teekenen hare schreden, vreugdetranen en dankgebeden laat zij steeds achter.
Maar deze heilige liefde kan slechts bloeien in een onschuldig hart: in een hart, vrij van eigenliefde en driften, âwant de ware liefde, zegt de Apostel, zoekt niet het hare.quot;
Welke heerlijke belooning is haar dan ook toegezegd: vrede des harten, overvloed van genade, de eeuwige hemel!
âZalig de barmhartigen, want zij zullen âbarmhartigheid verwerven.quot; âGeeft en u âzal gegeven worden.quot; Hetgeen gij den min-âsten mijner broederen gedaan hebt, hebt gij âaan Mij gedaan.quot;
De liefde tot elkander heeft de goddelijke Meester ons, bij zijn scheiden, dringend op
het hart gedrukt: hieraan wil Hij de zijnen herkennen. Maar ook Maria wil hieraan de haren kennen.
Streef er derhalve naar, immer meer en meer aan de goede, liefdevolle, teedere Maagd Maria gelijkvormig te worden; wees daarom indachtig het schoone gezegde van den h. Joannes: âkinderen, bemint elkander; dit is âhet gebod des Heeren; bijaldien gij dit ver-âvult, hebt gij genoeg gedaan.quot;
GEBED.
O Maria, Moeder der barmhartigheid, help mij, met een rein en getrouw hart mijne medemenschen beminnen, en zooveel ik vmuag de noodlijdenden te ondersteunen; opdat ik meer en meer aan U en uwen god-delijken Zoon gelijkvormig worde. Amen.
De h. Jozef van Cupertino was vervuld met eene bijzonder vurige liefde tot Maria. Hij had zich geheel en al aan haren dienst gewijd, en noemde Haar zijne allerliefste moeder. Het was voor hem eene zalige vreugde, zijn Mariabeeld te versieren. Meermalen sprak hij schertsend, met de eenvoudigheid van een kind: Mijne moeder is waarlijk eigenzinnig; bied ik Haar bloemen aan, dan zegt Zij: Ik wil zo niet; breng ik Haar vruchten, dan zegt Zij; Ik wil ze niet. Vraag ik dan eindelijk: wat verlangt Gij
dan? zoo antwoordt Zij: uw hart begeer Ik, uw hart!
Kind van Maria! onthoud deze woorden, vergeet ze nimmer: Maria wil uw hart bezitten; dat wil zeggen, Zij wil, dat gij Haar en Jezus bemint, en volgens zijn wil en haar voorbeeld de deugden tracht te beoefenen, die gij nu hebt leeren kennen.
Tweede Afdeeling.
OVER DE H. KU1SCHHE1D,
Eerste overweging.
De schoonheid van een kuisch leven.
âO, hoe schoon,quot; zoo zegt liet boek der wijsheid, âis een kuisch geslacht in den glans âder deugd; onsterfelijk is zijn aandenken, âwant het staat bij God en de menschen in âeere.quot;
â Wat is schooner dan de kuischheid,quot; roept de h. Bemardus uit, âde kuischheid, die de âmenschen tot engelen maakt fquot; Gij weet, dat belialve ons meuschen, er nog andere schepselen bestaan, met rede, verstand en vrijen wil begaafd, de engelen, welke zuivere geesten zijn.
Welnu, door de kuischheid worden wij aan die zuivere geesten, ja meer en meer aan God zeiven gelijk. De zuiverheid bevrijdt ons niet van het lichaam, de woon-
55
plaats der ziel, maar zij houdt hetzelve met zijne booze neigingen in bedwang. Daarom is de ziel van iemand die kuisch leeft, versierd met eene engelachtige schoonheid; eene schoonheid zóó groot, zóó schitterend, dat de vlekkelooze geesten des hemels, en zelfs God, eene bijzondere vreugde hebben aan die ziel, en haar als hunne vriendin beschouwen.
't Is daarom, dat onzo Heer Jezus-Christus, toen Hij als Mensch op aarde leefde, ons deze deugd in den hoogsten graad niet slechts door zijn voorbeeld leerde, maar ook degenen bevoorrechtte, die boven anderen in grootere kuischheid leefden: Zijne allerreinste moeder Maria, de Maagd der maagden; haar kuischen bruidegom, den h. Jozef; den maagdelijken leerling Joannes, den lievelingsvriend van Jezus, die aan Zijns Meesters borst mocht rusten!
Aan wien heeft Jezus zijne gezegende handen opgelegd? Aan onschuldige kinderen, want zij bezaten nog de reinheid in al haren glans, in volkomen mate.
De engelen bezitten deze reinheid zonder strijd, maar den tot het kwaad geneigden mensch kost de kuischheid moeite, ja soms harden strijd. Als nu de engelen, wegens hunne zuiverheid, van eene bewonderenswaardige schoonheid zijn, dan is de schoonheid eener kuische ziel eigenlijk nog meer bewonderenswaardig. De schitterende glans der ziel deelt zich ontegenzeggelijk ook mede aan het onge-
schonden maagdelijk lichaam; de kuischheid maakt niet slechts naar de ziel den mensch aan de engelen gelijk, maar zij adelt, zij verheerlijkt ook zijn lichaam.
Aangezien de kuischheid zoo schoon, zoo verheven is, moet men dan niet met alle middelen er naar streven, deze deugd te bewaren , al ware de strijd nog zoo hevig? 't Zou immers niet te veel zijn, al kostte het ons lichaam en leven. Doch zooveel kost deze engelachtige deugd niet. Gij hebt slechts noodig een goeden en ernstigen wil, een ootmoedig en volhardend gebed; het vermijden van dit of dat gezelschap; het vluchten van de eene of andere gevaarlijke gelegenheid; het waardig en menigvuldig gebruik der h.h. Sacramenten; en gij zult uwe onschuld, het schoonste sieraad uwer jeugd, bewaren.
Zij, die moet strijden om deze deugd niet te verliezen, o waarlijk, zij behaalt eene heerlijke overwinning, eene schitterende kroon ; een zegepraal, die niet slechts in de oogen der menschen groot is, maar zelfs de bewondering der engelen en van God verwekt.
Bid en strijd dus moedig, opdat gij nooit deze schoone deugd verliest, maar integendeel haar als eene bij uitnemendheid kostbare parel met de grootste zorg bewaart.
Tweede overweging.
Over de zelfbeheersching.
Wat verstaat men door het woord zelf-heheersching 9 Wat wil zeggen, zich zeiven beheerschen ?
Ik zal liet ii kort en bondig uitleggen; het wil zeggen: zijn eigen vrijen wil zóó in bedwang houden, dat men niet al datgene doet, hetgeen men gaarne doen zou. Tot bewaring der h. kuischheid is deze deugd noodzakelijk.
Men moet zijne zinnelijke begeerte in toom houden, niet slechts dan, als zij iets verlangt, wat in strijd is met de zuiverheid; niet slechts diin, als zij iets wil, hetgeen, in 't algemeen genomen, kwaad is; maar men moet zijnen zinnelijken neigingen nu en dan ook iets onttrekken wat geoorloofd is.
Geloof mij, vooraleer het te laat is, indien gij slechts wilt vluchten hetgeen kwaad is, zult gij nooit zelfbeheersching en versterving leeren; integendeel, en dit is erger, dan zal eens de tijd aanbreken, waarop gij ook het ongeoorloofde, de zonde niet meer zult vreezen.
Maar, hoe dit ten uitvoer brengen, zult ge misschien vragen; mag ik dan geene vreugde, geen genoegen meer smaken?
Niemand ter wereld mag en kan dit van u vorderen.
Edoch, om meester te blijven van u zelve, moet gij ook aan geoorloofde genoegens en uitspanningen paal en perk weten te stellen. Eenige voorbeelden wil ik u aanhalen. Gij zijt bijv. met uwe ouders en andere huisgen ooten aan tafel en er wordt eene spijs opgedischt, die u bijzonder aangenaam is. Gij moogt er gerust smakelijk van eten, maar wacht u dan zorgvuldig van elke onmatigheid.
Of wel , gebruik van deze spijs iets minder, dan gij er eigenlijk van zoudt willen nemen; of zoo dit niet gevoegelijk kan, omdat men u wellicht uwe portie voorzet, eet dan niet mot overhaasting, zoek een klein oponthoud, om een korten tijd u het genot der spijzen te ontzeggen.
Dat zal u niet lastig vallen, uwe gezondheid niet benadeelen, maar veel bijdragen tot zelfbeheersching.
Een ander voorbeeld: Gij zijt met eenige vriendinnen in een gezelschap, waar gij u vroolijk, passend en onschuldig vermaakt; gij zoudt er nog een korten tijd kunnen verblijven, zonder aan uw plicht te kort te schieten: als gij nu vrijwillig eenigen tijd vroeger huiswaarts keert, hebt gij u zelve overwonnen.
Of, gij leest in een schoon en goed boek; het verhaal is bijzonder boeiend, doch in plaats van voort te gaan in 't lezen sluit gij, uit versterving, het boek en denkt: ik zal het
vervolg later lezen. Een ander maal wordt iets nieuws in uwe nabijheid verteld; gij ziet, hoe anderen met gespannen aandacht luisteren; gij kunt er u ook bijvoegen, maar bedwingt uwe nieuwsgierigheid; dan hebt gij wederom eene zeer voordeelige zelfoverwinning behaald.
Geef overigens nooit toe aan uwe nieuwsgierigheid; wil nooit iets weten, hetgeen de reinheid uws harten in gevaar kan brengen; blijf iu dit punt zoo lang mogelijk een kind.
Eén raad wil ik u nog geven en ik hoop, dat gij hem getrouw zult opvolgen; hij zal u dagelijks gelegengeid geven tot zelfbeheer-sching. Gewen er u aan, zoowel in de liefelijke zomerdagen als in den guren winter, of men u wekt of niet, aanstonds van het bed op te staan als het tijd is.
Het is, geloof dit vrij, eene zaak van het hoogste gewicht en van groot nut. Moge het u, vooral in wintertijd, ook al eens hard vallen, doe het uit liefde tot God. Het voordeel, dat gij naar ziel en lichaam hieruit zult trekken, weegt tegen dat bezwaar op; hebt ge dit eenigen tijd regelmatig gedaan, dan zal het u niet meer zoo lastig vallen.
Geloof mij, het is voor uw geluk, volg, hetgeen ik u heb aangeraden; gij zult er u goed bij bevinden; want indien gij u in dit punt niet eenig geweld aandoet, zult gij nooit tot de ware zelfverloochening geraken ; zonder deze zelfverloochening zult gij niet
1)0
kuisch leven, en zonder kuischheid kunt gij Gode niet welgevallig zijn, noch in den hemel komen.
Derde Overweging.
Over de waakzaamheid.
Een niet minder noodzakelijk middel ter bewaring der heilige kuischheid is de uiterste waakzaamheid; dat wil zeggen, dat gij met de grootste omzichtigheid op uwe hoede moet zijn tegen alle gevaren, die uwe deugd bedreigen, niet zoozeer van den kant uwer eigene hartstochten, maar vooral van den kant der menschen; dat gij waakzaam en voorzichtig moet zijn omtrent alles, personen, zaken, plaatsen, waarbij uwe onschuld zou kunnen verloren gaan.
Waakzaam moet gij vooreerst zijn in den omgang met anderen. Dat gij het gezelschap van zulke lieden vluchten moet, die eene taal spreken, welke uwe onschuldige wangen van schaamte doet blozen, behoef ik voorzeker niet te zeggen.
Het is uw plicht, een ieder te vermijden, die u den weg der zonden wil leeren en zou iemand u tot het kwaad zoeken te verleiden, zeg dan met alle kracht, die in u is: nooit! nooit! liever sterven dan bederven!
Zoudt gij ooit in zulken gevaarlijken toestand komen, roep dan aanstonds met een
0.1
krachtig gebed de hulp in van uwe machtige Beschermster, uwe h. Moeder Maria! beveel u aan den Engelbewaarder, en uw vijand zal beschaamd terugwijken.
Het kan ook gebeuren, dat gij gevaren te duchten hebt voor uwe heilige kuischheid van wege brave en goedgezinde personen, met welke gij in vriendschap leeft. De ware vriendschap is iets verhevens, iets aanbevelenswaardigs, iets gelukkigs, iets, wat dooiden h. Geest zeiven wordt aangeprezen in de h. Schrift.
Desniettegenstaande kunnen zich omstandigheden voordoen, dat de vriendschap gevaarlijk wordt, en gij de noodige waakzaamheid en voorzichtigheid behoort in acht te nemen.
Er is geen kwaad in gelegen, dat gij uwen vriendinnen liefde en toegenegenheid toedraagt, maar geef hieraan niet te veel toe; blijf altijd meester over u zelve. Tracht deze zinnelijke genegenheid te adelen, te heiligen, door de vriendschap te gebruiken als een middel, om met ware, christelijke liefde u en uwe vriendin naar lichaam en ziel te bevoordeelen. Wacht u daarom voor al te vertrouwelijken omgang, en voor al hetgeen de vriendschap kan doen ontaarden.
Ook zijn er levenlooze vrienden, aan welke men zich zeer kan hechten, en die voor uwe onschuld niet zelden uiterst gevaarlijk zijn kunnen. Ik bedoel de hoeken.
62
Dat u het lezen wordt ontraden van slechte, zedelooze boeken, romans, feuilletons, spreekt van zelf; wees echter overtuigd, dat de grootste waakzaamheid noodig is, ook voor boeken, die eigenlijk niet slecht zijn. Lees nooit boeken of geschriften, die geen ander doel hebben, dan te dienen tot tijdverdrijf. Wacht u ook van do voor u zoo noodlottige zucht ot lezen; door te veel te lezen, moge het nog zoo onschuldig zijn, wordt uwe verbeelding te zeer opgewekt, en dit is zelfs voor de braafste jongedochter gevaarlijk.
Lees niets, vooraleer gij met voldoende zekerheid overtuigd zijt, dat het boek voor u niet gevaarlijk is.
Eene geheel bijzondere waakzaamheid is noodig ten opzichte der vermaken, die onze lichtzinnige wereld heden ten dage op eene wijze aanbiedt, als ware het genot het eenige doeleinde des menschen.
Niet zelden verbergen de onschuldigste in schijn, een groot gevaar voor eene kuische jongedochter.
Dat iemand, die de kuischheid bemint, den dans moet vluchten, wie kan er aan twijfelen? Uwe zielzorgers, van welke Christus zegt: âDie u hoort, hoort mij,quot; waarschuwen u tegen dit gevaar; de wereld lokt er u henen.
Geef dus gehoor aan de stem der waarheid, en vermijd de gevaren, die u wellicht het grootste onheil kunnen berokkenen en
6f!
u eeno sohade aanbrengen, die gij nooit kunt herstellen. Leer toch uwe vijanden kennen, al doen zij zich voor als vrienden; vrees en vlucht hen, meer dan eene vergiftige slang; deze immers kan hoogstens u het lichamelijk leven ontnemen, genen echter berooven u vau de rust des gewetens, van Gods genade, van het eeuwige leven.
Vierde overweging.
Over het gebed en de betrachting.
Kuisch kunt gij slechts zijn en blijven door de genade van God; zonder deze hulp zult gij in den strijd tegen deze heilige deugd bezwijken.
Het is derhalve van groot belang, do geschiktste middelen te gebruiken om deze genade te verkrijgen.
Het eerste middel is het gebed.
Bidden en veel bidden, ziedaar wat noo-dig is om kuisch te leven. Zonder het gebed zal het u niet mogelijk zijn; met het gebed is uwe deugd verzekerd.
Bid steeds regelmatig : Van deze regelmatigheid hangt meer af, dan men gewoonlijk denkt. J)e onregelmatigheid in het bidden heeft meestal ten gevolge, dat men slecht, oneerbiedig bidt, en allengskens het bidden geheel en al verzuimt.
Gewen u daarom aan een geregeld gebtd
des morgens en des avonds. Ontbreekt u de tijd, dan maak het gebed iets korter, maar laat het nooit achterwege.
Maak ook het vaste voornemen, eiken dag een bepaald gebed te bidden om uwe kuisch-heid te bewaren, bijv. drie maal het Wees Gegroet, 's morgens en 's avonds.
Vergeet hierbij niet, dat uw gebed steeds aandachtig moet wezen, en gij behoort te volharden in het bidden. Dit is vooral noodig in bekoringen tegen de heilige kuisch-heid, als slechte verbeeldingen u voor den geest zweven, die gij voorzeker nooit hebben wilt, en nimmer vrijwillig zult veroorzaken. Word dan niet moedeloos, want hetgeen gij niet wilt, is geen zonde. Volhard in het gebed, en bid zonder onrust, zonder angstvalligheid, maar met kinderlijk vertrouwen, en zeg met den mond of met het hart:
âO mijn gekruiste Verlosser! Aan U wil âik toebehooren, aan U getrouw blijven, âIk wil niet zondigen. Versterk mij met âuwe genade, opdat ik de bekoring over-âwinne. O Maria, mijne goede Moeder, âbewaar mij voor elke zonde van onkuisch-âheid.quot;
Het mondeling gebed moet vergezeld gaan met de betrachting of overweging. De meditatie is eens oefening, waarin men hoofdzakelijk tracht zijn verstand en zijn wil tot God te verheffen, door na te denken, hoe plichtmatig het is. God te dienen; door te
besluiten, dit te willen doen; eenige voornemens te maken om dit uit te voeren, en God te smeeken, meer met het hart dan met den mond, om de noodige genaden te verkrijgen, ziju heiligen wil in alles te volbrengen.
Zeer doelmatig en raadzaam zou het ziju, een bepaalden tijd hiervoor aan te wijzen, ais men hiertoe de gelegenheid heeft; bijv. 's morgens bij het opstaan, en daarbij de goede voornemens voor den dag te maken.
Ontbreekt hiertoe de tijd of de noodige geschiktheid, dat men dan in den loop van den dag (en zulks kan zeer goed ouder de werkzaamheden geschieden) nu en dan de eene of andere waarheid zich levendig voor den geest stelle.
Zulke betrachting kan op bijzondere wijze met vrucht gedaan worden, als men de h. Mis bijwoont, of het Allerheiligste Sacrament aanbidt: dan immers is het geschiktste oogenblik, aan onzen liefderijken Verlosser J.-Christus de verlangens van ons hart te openbaren, en zijne overvloedige genade-schaiteu te ontvangen.
De overweging kan ook vervangen worden door het lezen van godvruchtige en stichtende boeken, van de levens dor Heiligen enz. Doe echter zulke voordeelige lezingen niet om uwe nieuwsgierigheid te bevredigen, maar met de heilige meening, u meer en meer ia het godsdienstige cn
06
deugdzame leven te bevestigen, en hetgeen gij gelezen en geleerd hebt, op uw eigen levenswandel toe te passen.
âBidt, en houdt niet op met bidden,quot; Sprak het Vleeschgeworden Woord: âAls er meer te zamen bidden, âDan ben Ik steeds in hun midden, âEn hun bede wordt verhoord.quot;
Vijfde overweging.
Over de heilige Sacramenten der Blesht en des Altaars.
Het krachtigste genademiddel tot bewaring der engelachtige zuiverheid, is ontegenzeggelijk het ontvangen van het heilig sacrament der boetvaardigheid en der h. Communie; of wel, om te gelijkertijd alles en duidelijk te zeggen: het waardig en menigvuldig ontvangen dezer heilige sacramenten.
Beschouwen wij vooreerst het heilig sacrament der biecht.
Iemand, die de zuiverheid des harten ongeschonden wil bewaren, kan hiertoe geen beter middel gebruiken, dan dikwijls dit heilig sacrament te ontvangen, om in de deugd te volharden.
Gij hebt bijv. met eene oprechte goede meening het vaste voornemen gemaakt, niet meer te zondigen en deze of gene gelegen-
(17
heid te vluchten; gaat gij nü dikwijls ter biecht, dan vernieuwt gij telkens dat goede voornemen, en gij zult met meer getrouwheid er aan beantwoorden.
Een ander groot voordeel der kuisch-heid is hierin gelegen, dat de biechtvader, wien gij dikwijls en oprecht uw geweten bloot legt, u veel beter zal leeren kennen, dan gij u zeiven kent. Hij kan u dan zeggen, welke uwe hoofdfout is, en waarin het grootste gevaar voor uwe kuischheid gelegen is. Hij is het, die u de wijze zal aangeven, waarop gij tegen u zeiven moet strijden, en u in dien strijd ondersteunen. Wees overtuigd, dat dit sacrament, en voornamelijk de omstandigheid, dat men hetzelve zoo menigmaal kan ontvangen als men verlangt en het noodig heeft, een bijzonder groot liefdeblijk is van Gods onbegrijpelijke barmhartigheid.
Zijt zoo dwaas niet, dit sacrament te beschouwen als eene kwelling. Het moet u eene vreugde zijn, te biechten te gaan.
Hoe oneindig goed is toch onze lieve Heer, dat Hij ons het sacrament der boetvaardigheid gegeven heeft als een middel tot vergiffenis onzer zonden, tot verlichting onzes harten, tot bewaring der heiligmakende genade en der heilige kuischheid.
Wat het dikwerf ontvangen der h. Communie betreft, ook zij is, afgezien nog van
08
de overgroote genaden, die Jezus ons mededeelt, eene krachtige opwekking tot verbetering des levens, tot bewaring der heilige zuiverheid.
Het moet toch wel een hart van steen zijn, dat zich niet aangetrokken gevoelt, om liefde met wederliefde te vergelden, als Jezus, in zijne oneindige liefde, in dat hart zijn intrek neemt, en alles geeft, wat Hij is en wat Hij heeft.
Zou de gedachte: eenige dagen geleden heeft Jezus door de h. Communie bezit genomen van mijn hart, en binnen ettelijke dagen valt mij nogmaals dat voorrecht ten deel, hetwelk de zuivere engelen benijden, zou deze gedachte geen afkeer inboezemen van de zonde, geen krachtige aansporing zijn om het lichaam, door Jezus tot zijn tempel gewijd, niet te onteeren, maar integendeel meer en meer te heiligen?
Zou het iemand te zwaar vallen, die kleine offers van zelfoverwinning en van waakzaamheid, die de deugd van kuischheid vordert, gewillig en met vreugde te brengen, wanneer men de liefde en het geduld betracht van Jezus in zijn aanbiddelijk Sacrament?
Wilt gij hiertoe de noodige kracht verkrijgen, dan is het wederom, op eene bijzondere wijze, de h. Communie, die u als het ware eene bovennatuurlijke sterkte mededeelt. In de h. Communie ontvangt gij immers niet slechts de genade van Jezus
60
Christus, maar Hem zeiven, met zijne godheid en zijne menschheid, met zijne ziel en zijn lichaam, met zijn vleesch en zijn bloed, gelijk Hij leeft en verheerlijkt is in den Hemel.
Het is werkelijk onmogelijk, dat de innige vereeniging van het lichaam en de ziel en de godheid van Jezus Christus met ons zeiven, ons niet versterke in den strijd tegen onze driften.
Het staat alzoo gansch zeker en vast, dat iemand, die niet dikwijls en waardig de beide sacramenten ontvangt, onmogelijk op den duur in kuiachheid zal blijven leven ; maar ook omgekeerd, voor iemand, die dikwerf en steeds waardig biecht en communiceert, is het bijna onmogelijk, niet kuisch te leven.
Eene andere, niet minder aan te prijzen godsdienstige oefening, is het bezoeken van het Allerheiligste Sacrament. Deze bestaat hierin, dat men nu en dan, als er geene godsdienstoefeningen gehouden worden, de kerk binnentreedt, den goddelijken Men-schenvriend, die dag en nacht iiit liefde tot ons aldaar verborgen blijft, met een geloovig en van liefde brandend hart aanbidt, zijne goede meening voor het h. Sacrament vernieuwt en aan Jezus de genade vraagt, om in alles naar zijn goddelijken wil te handelen.
Velen, ongetwijfeld, hebben de gelegenheid niet, zulk bezoek aan het h. Sacrament te brengen; dat zij zich dan met den geest
70
in de kerk verplaatsen, nu en dan een akte van aanbidding verrichten; of wel, als zij uit de verte de kerk zien, of het huis van God voorbij gaan, een gebed opzenden tot Jezus in het Sacrament zijner liefde.
Houd ook eene geestelijke communie, als het u niet gegeven is, het Lichaam en Bloed onzes Heeren te ontvangen. De geestelijke Communie bestaat in het verwekken van akten van geloof, van hoop, van liefde, van berouw met betrekking tot het Allerheiligste Sacrament, en verbonden met het verlangen, Jezus Christus in zijn hart te ontvangen; en dewijl zulks op dit oogenblik niet kan geschieden, bidt men vurig tot Hem, dat Hij ten minste met zijne genade in ons hart binnentrede, en met ons vereenigd blijve.
Zesde overweging.
De kuischheld, de bron van alle geluk In leven en sterven.
Een kuisch leven brengt het grootste geluk aan, zoowel in den loop, als bij het einde des levens.
Is er een grooter geluk op aarde denkbaar, dan de rust des gewetens ? Neen, ean grooter bestaat niet. Welnu, dit geluk kunt gij verkrijgen door de heilige zuiverheid.
Geloof mij, alléén de zuiveren van h^rte
smaken den vrede van een goed geweten, en vinden daarin een geluk, met alle schatten der wereld niet te koopen. En hoe kan het ook anders! Zij gevoelen eene zoete rust des harten, in het bewustzijn, menige goede daad met Gods genade verricht te hebben; en wat nog de hoofdzaak is, zij zien de toekomst met hope en troost te gemoet,, in zooverre het aan ons raenschen, die onze zaligheid met vreeze moeten bewerken, mogelijk is. Ieder oogenblik zijn zij bereid, voor Gods rechterstoel te verschijnen.
Welk geluk, welk zalig gevoel ligt er niet in dit troostvol bewustzijn. âAlles komt ten beste aan hen, die God dienen,quot; zegt de h. Schrift. Op geheel bijzondere wijze geldt dit voor hen, die aan God hunne liefde bewijzen door een zuiver en kuisch leven; want evenals God de onkuischheid haat, even zoo bemint Hij ook do kuischheid; derhalve ligt in deze deugd eene vereering, die God op eene bijzondere wijze welgevallig is, en die Hij ook op bijzondere wijze loont.
De zuiveren van harte verheugen zich dan ook in eene bijzondere bescherming van God; het oog der goddelijke voorzienigheid waakt over hen met de meeste zorg; zij zijn de lievelingen der goddelijke liefde!
Dit wil voorzeker niet zeggen, dat zij gespaard blijven van lijden, van rampen en tegenspoed; maar als God ook beproevingen overzendt, zijn deze altijd vergezeld van eene
rijke mate van geduld, om ze met verdiensten te doorstaan.
Meer nog; niet slechts dragen de zuiveren van harte hun lijden met geduld, maar zelfs met vreugde. Zij vinden hun geluk, hun troost, hunne vreugde in hetgeen andere men-schen als een ongeluk beschouwen. Duidelijker bewijs, dat de heilige kuischheid den mensch in dit leven gelukkig maakt, kan men niet vinden, dan hierin, dat de kuischen, te midden van het ongeluk, gelukkig blijven door de reinheid des harten, door de rust des gewetens.
Het geluk, dat aan de beoefening dei-heilige kuischheid verbonden ia, vertoont zich eerst in al zijne waarde in het laatste uur, dat eens voor iedereen, rijk en arm, zal aanbreken: het uur des doods!
Van dit uur immers hangt veel, ja alles af; of gij eens een wig gelukkig, of eeuwig ongelukkig zult zijn!
En wie wenscht of verlangt niet een zalig sterfuur?
En welke stervensstonde is wel de zaligste?
Ongetwijfeld die van een heilige.
Welnu, mijn kind, de zuiveren van harte sterven den dood der heilieen, zelfs al stei--ven zij op jeugdigen leeftijd, zonder merkbare daden van heiligheid. De Heiligen, zooals gij weet, onderscheidt men in verschillende klassen.
Er zijn heilige martelaren, die voor het geloof hun leven offerden.
Er zijn heilige belijders, die door een deugdzamen levenswandel God verheerlijkten.
Er zijn heilige priesters en kloosterlingen.
Er zijn heilige maapden.
Door de heilige kuisohheid kunt gij u de verdiensten verwerven van al deze verschillende klassen van heiligen.
De beminnaar der zuiverheid ia vóór alles een belijder, dewijl zijn kuisch leven, vooral in den tijd der jeugd, voor de deugd zoo gevaarvol, strekt tot verheerlijking van God.
Hij heeft deel aan de verdiensten van heilige priesters en kloosterlingen; want evenals het hoofdzakelijk de plicht des priesters is, het goddelijk Vleesch en Bloed van het vlekkelooze Lam Gods op te offeren, evenals daarom hun leven een leven van offerande zijn moet, zoo is ook het leven eener kuische ziel een leven van aanhoudende opoffering!
De kuische is den martelaren gelijk ; want het kost moeite, ja, harden strijd, kuisch te blijven leven.
Edoch, evenals aan onze geloofshelden de grootste folteringen licht toeschenen uit liefde tot God en hun heilig geloof, zoo ook laat zich een zuiver hart niet afschrikken door den strijd, door de opofferingen, die een deugdzaam leven kosten: ja, het is ver-
74
heugd en verblijd, als er eene moeilijkheid te overwinnen is.
Niet slechts is de kuische gelijk aan de heilige maagden, maar dezen naam dragen allen, die de zuiverheid ongeschonden bewaard hebben.
De h. kuischheid derhalve, die ons doet deelnemen aan de verdiensten van vier klassen van heiligen, is iets groots, iets verhevens!
Groot moet dus het geluk, zoet moet de troost zijn, die men smaakt in het uur des doods!
Daarom, wie gij ook zijt, en wat gij ook eenmaal worden zult, leef steeds zoo, dat in leven en in sterven u het geluk moge ten deel vallen, hetwelk is weggelegd voor hen, die God dienen in de zuiverheid des harten.
âZalig de zuiveren van harte, want zij âzullen God zien.quot;
MAMA, UWE MOEDER,
1.
Zijt Gij mijn Moeder, schoone Vrouwe,
Gekroonde Hemelkoningin ?
En dringt de weeklacht mijner ziele Ook 't Rijk der eeuw'ge vreugden in?
75
2.
Blijft Gij mijn Moeder in de glorie, Die van de Godheid U omstraalt?
Blijft Gij liet kind der aard gedenken, Ook.... als het ver is afgedwaald?
3.
Gij werdt mijn Moeder in het lijden, En onder 't kruis van Uwen Zoon;
Blijft Gij mijn Moeder, nu Gij zetelt Daarboven op uw hemeltroon ?
O
O.
Verheerlijkte, na zooveel lijden :
Voelt Gij nog in uw moederhart en ondank van uw wereldkind'ren. Hun lichaams- en hun zielesmart ?
5.
Genade dan voor mijne zonden! Gij blijft de Moeder der gen;l,
Ook naast den troon van uwen Jezus Als onder 't Kruis van Golgotha!
6.
o Moeder van genade en liefde. Die ook den zondaar nog bemint!
Verkrijg genade en schuldvergeving Voor 't trouweloos, ondankbaar kind.
uumiuuiuuuiiui mi
5C5C5(!5e5e5'?5(!5(ï5c!!)(!5lt;;^e5C'50.5C!5e5C5(!5e5e^C5^5e5'e5C!)C*7ëi?è
IIIIIIIIIIIIIIMIinlIIIIIIIIIIIIIIIIIII 1111111111111111111 inilllll'IIIMIIIIIIIIIIIMIIIIIItlllllMMIIIMIinillllMIIIIMKIIIIIIIIIIIII
â asquot;a«quot;i)ff quot;aff dsquot; ss asquot; a-r
Derde Afdeeling.
HET KERKELIJK JAAR.
Het woord âadventquot;, stamt af van het latijnscbe âaduentusquot;, dat ia: aankomst, en heeft betrekking op de komst van den beloofden en verwachten Verlosser.
De tijd van den advent brengt ons het verlangen in herinnering, met hetwelk de rechtvaardigen van het Oude Verbond den Verlosser der wereld afwachtten; ook heeft de Kerk dezen tijd bestemd tot eene waardige voorbereiding tot het booge feest der geboorte van onzen Heer Jezus Christus.
Vier duizend jaren liet God de wereld den beloofden Heiland verwachten; eerst moest zij leeren inzien, boe noodig het was, dat haar een Verlosser gezonden werd, opdat zij reikhalzend naar Hem uitzien, zich Zijner waardig maken en eene oprechte en ernstige boetvaardigheid doen zoude.
77
leder jaar brengt de Kerk ons in herinnering de geheele geschiedenis van onzen goddelijken Verlosser, van zijne geboorte a , tot aan de zending des hi Geestes.
De adventtijd, waarvan de vier zondagen ons zoo treffend de vierduizend jaren der verwachting van den Messias voorstellen, moet gij u bijzonder te nutte maken, door dikwijls te overwegen, wat gij zonder Christus zoudt zijn; door liet opwekken van een groot verlangen naar zijne komst in uw hart, en alles te verwijderen, hetgeen Hem zou kunnen beletten, zijne intrede in uw hart te nemen.
Doet gij dit, dan zult gij een zalig kerstfeest vieren, en Jezus zal met zijne genade in uw hart komen wonen. De adventtijd moet alzoo ieder jaar voor u zijn een tijd van boete en van voorbereiding op het heilig kerstfeest; maar tegelijkertijd is hij een afbeelding van uwen levenstijd op aarde, die ook een advent, eene voorbereiding behoort te zijn op de tweede komst van Jezus Christus, als Hij zal komen oordeelen de levenden en de dooden.
GEBED.
O God, die, in uwe oneindige barmhartigheid, aanstonds na den zondenval onzer eerste ouders uwen Eeniggeboren Zoon als Verlosser der wereld beloofd, en toen de
78
tijden vervuld waren, ook gezonden hebt; verleen ons de genade, dat wij een vurig verlangen naar Hem in onze harten gevoelen, en Hem daarin opnemen.
Vervul ons met eene zalige vrees voor zijne tweede komst ten oordeel; dat wij, ons zeiven kennende, alle bergen en heuvelen slechten, alle dalen vullen; hetgeen krom is, recht, en hetgeen oneffen is tot effen wegen maken; dat wil zeggen, dat wij ons van ganscher harte tot God bekeeren, oprechte boetwerken verrichten, ons verrijken met deugden, goede werken en verdiensten, opdat het geboortefeest van uwen goddelijken Zoon vrede geve aan onze harten en zijne tweede komst op den dag des oordeels ons verblijde. Door Jezus-Christus, onzen Heer. Amen.
PEEST DER ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN MARIA.
(8 December.)
o Vrouw, zoo schoon Op uwen troon,
Waar Englen U omringen In negenvoude kringen,
Verheven Koningin en Maagd!
Duld, dat uw kind op aard' het waagt, Met hen uw lof te zingen.
Dat 't Engelenkoor Alle eeuwen door In steeds herhaalde ronde Uw macht en roem verkonde;
Ons lofgezang is een gebed;
Gij Weeft van zonden onbesmet,
Behoed ook ons van zonde !
De eerste schitterende straal der opgaande zon van het Nieuwe Verbond is de Onbevlekte Ontvangenis van Jezus' heilige Moeder.
Maria, van eeuwigheid door God verkoren tot Moeder van zijn Zoon, is door een bijzonder voorrecht van God gevrijwaard van de erfzonde; hare ziel was van het eerste oogenblik af van haar bestaan rein, zuiver, vlekkeloos en versierd met de hei-ligtnakende genade.
Deze geloofswaarheid is door God geopenbaard, en door de Kerk als leerstuk van ons heilig geloof voorgesteld.
GEBED.
0 allerzaligste Maagd en Moeder Gods, Maria! Gij, die, als de gezegendste onder alle vrouwen, door God tot de grootste waardigheid Verheven, en daarom, door een geheel bijzonder voorrecht, zonder erfsmet ontvangen zijt; die deze vlekkelooze onschuld trouw bewaard, den schat der genade vermeerderd, alle deugden volmaakt beoefend
Sü
hebt; verkrijg ons, arme zondaars, de genade, onze verloren onschuld door ware boetvaardigheid' zooveel mogelijk te herstellen, ons leven te heiligen door het beoefenen dei-deugden, vooral der schoonste en verhe-venste van allen, de li. kuischheid, die wij heden in U, vlekkelooze Maagd, bewonderen en prijzen. Amen.
KEESTMIS.
(25 December.)
O Jezus-Kindje, klein en teér!
Gij zijt der wereld Koning.
Ons hart zij U ter woning!
Verlaat het nimmer meer!
âEn het woord in Vleesch geworden en he.ejl âonder ons gewoond.quot; Jo. 1. 14.
Gods eeniggeboren Zoon, onze Heer Jezus Christus, is mensch geworden, om de wereld te verlossen; Hij is de God van oneindige majesteit en heerlijkheid, die met één woord hemel en aarde te voorschijn riep, eu heerscht van het eene einde tier wereld tot het andere, van eeuwigheid tot eeuwigheid ! Uit lielde tot den gevallen mensch neemt Hij zelf de menschelijke natuur aau, en treedt als een arm en hulpeloos kind de wereld binnen,doorzijn almachtig woord geschapen.
Een stal is zijn paleis, eene kribbe zijn bedje, redelooze dieren zijne omgeving.
81
Hij, die den hemel versiert met het schitterend kleed der fonkelende sterren, en de aarde overdekt met een veld vau bloemen, Hij wordt gehuld in de doeken en windels eener arme moeder!
Hij, die de aarde maakte tot een woonplaats voor den meusch, vindt geene andere huisvesting dan een verlaten stal, een schuilhoek voor dieren.
Hij, die al zijne schepselen spijzigt en geen enkel diertje vergeet. Hij wordt gevoed met een weinig melk.
Welke vernedering, welke armoede, maar ook welke onbegrijpelijke liefde!
't Is heden, dat de Kerk de Menschwor-ding van Jezus Christus herdenkt.
Overweeg dit groot geheim der liefde, en verplaats u met den geest in Bethlehem's stal; aanbid dien God der liefde, en vraag u eens af: wat zou ik, o Jezus, geweest zijn, zonder U ? Wat zou ik, zonder IJ, thans zijn ? Wat zou, zonder U, van mij geworden ?
Geef Hem uw hart en bewijs Hem wederliefde ; beloof Hem, de zuiverheid des harten te bewaren, en nooit door eene doodzonde Dengenen te beleedigen, die uit liefde tot U ter wereld kwam, om uwe ziel te redden.
82 G KB El).
O Jezus, goddelijke Verlosser! In uwe oneindige barmhartigheid zijt Gij tot ons gekomen, als het licht uit den Hooge, om degenen te verlichten, die in de duisternissen en de schaduw des doods gezeten waren, en om hunne schreden Ie geleiden op den weg des vredes.
Geef ons allen, wij smeeken U ootmoedig, de krachtige genade, dat wij uit den nacht der zonde tot U, tot de getrouwheid in uwen heiligen dienst gevoerd worden; dat wij uwen eeuwigen Vader alle eer geven en van goeden wille zijn, om den vrede des harten te erlangen, dien Gii uit den hemel op aarde gebracht hebt; geef, o barmhartige God, dat, even als Gij heden als God-mensch voor het aardsche leven geboren werd, ook wij eenmaal door een gelukzaligen dood voor het eeuwige leven geboren worden, Amen
~'A/VVa-
S3
BESNIJDENIS VAN JEZUS.
Nieuwjaarsdag.
(1 Januari.)
Gods eeniggeboren Zoon ontving, volgens de joodsche wet, acht dagen na zijne geboorte, de besnijdenis, en Hij werd Jezus genoemd, gelijk de engel Gabriël gezegd had.
Hoe beteekenisvol, hoe heilig, hoe krachtig is deze naam, waarop alle knieën buigen dergenen, die in den hemel, op aarde en onder de aarde zijn.
Deze naam beteekent Verlosser en Zaligmaker, en âer is geen andere naam onder den hemel den rnenschen gegeven, waardoor zij zalig kunnen worden.quot;
Koep dezen heiligen naam aan met een kinderlijk vertrouwen, in alle gevaren, in allen strijd, in alle lijden des levens!
Die naam Jezvs zal een kracht zijn, een zwaard, dat den duivel zal overwinnen!
Die naam Jezus zal een wonderkracht uitoefenen, en leliën van maagdelijkheid doen ontluiken.
Die naam Jezus zal moed en troost aanbrengen ; want het is de naam van Hem, die voor ons geleden heeft en gestorven is.
Deze feestdag wekt nog andere gedachten in ons op, want 't is heden ook Nifiinv-jaarsdag.
84
Een jaar is wederom ten einde!
Hoevelen zult gij er nog beleven ?
Welk zal voor u het laatste zijn ?
Misschien het thans begonnen jaar?
Schat of bereken uwe levensjaren niet naar het aantal jaren, die gij reeds geleefd hebt, maar naar de goede werken, die gij verricht, of, hoe gij geleefd hebt.
Denk heden eens na over het afgeloopen jaar! Hoeveel hadt gij kunnen doen, hetgeen gij verzuimd hebt! en hoeveel hebt gij verwaarloosd, dat gij hadt kunnen verrichten !
Doe nu toch, hetgeen gij bij het einde uws levens zoudt wenschen gedaan te hebben; want gelijk het jaar eindigt, zal ook eens de avond, het einde van uw leven aanbreken !
Bid God, dat uw levenseinde zalig weze!
GEBED.
o God, die uwen eeniggeboren Zoon tot onze verlossing uit den hemel op aarde gezonden, en Hem den heiligen naam Jezus gegeven hebt; verleen ons genadig, dat wij door Hem van alle zonden gereinigd, van alle gebreken naar lichaam en ziel genezen, en met deugden en verdiensten verrijkt worden.
Geef ons, wij bidden U, dat wij heden, met het nieuwe jaar, ook een nieuw leven beginnen, en alle dagen, tot aan onzen dood,
85
tot uwe meerdere eer eu tot ouze zaligheid doorbrengen, en dan een zalig einde en het eeuwige leven verkrijgen mogen, door denzelfden Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
OPENBARING DES HEEREN.
Feest der H. Drie-Koningen.
(6 Januari.)
Op dezen dag vieren wij een drievoudig feest van Jezus, namelijk; zijne Openharing door eene wonderbare ster aan de drie Wijzen of Koningen uit het Oosten; zijn doopsel door Joannes in de woestijn en zijn eerste wonder, de verandering van water in wijn, op de bruiloft te Kauaan in Galilea.
Door de ster openbaarde Hij zich aan de heidenen; door zijn doopsel aan de Joden; door zijn wonder aan de leerlingen.
Laat u steeds door de hemelsche ster van onzen heiligen godsdienst tot Jezus geleiden, en breng Hem uwe offergaven, die door de geschenken der drie koningen, goud, wierook en myrrhe, zinnebeeldig worden aangeduid : een zuiver en deugdzaam hart, dat Gode welgevalliger is dan het reinste goud; een aandachtig en godvruchtig gebed, hetwelk als een geurige wierookten hemel opstijgt; eene oprechte zelfverloochening en versterving, die
so
Hem aangenamer is dan myrrhe. Dan eert gij de allerheiligste Drievuldigheid, die zich opeubaarde bij den doop van Jezus.
Toen weerklonk de stem des eeuwigen Vaders: âDeze is mijn welbeminde Zoon, in Wien Ik mijn welbehagen heb;quot; en over den goddelijken Zoon daalde de h. Geest neder in de gedaante eener duif.
Offer u geheel en al op aan den Drieeenigen God, dan zult gij van een zondaar een rechtvaardige worden, een veel grooter wonder dan de verandering van water in wijn. Erken en verheerlijk Jezus als uwen Heer on God, en blijf Hem getrouw in eeuwigheid.
GEBED.
O God! die op dezen dag uwen eenigen Zoon aan de heidenen, van welke wij afstammen, door eene wonderbare ster geopenbaard hebt; geef ons de genade, dat wij Hem een zuiver en heilig hart, een kinderlijk gebed, eene ware versterving onzer hartstochten als offergaven aaubieüen; geef, dat wij ons steeds gedragen als uwe waardige kinderen, als de verlosten van uwen goddelijken Zoon, als zuivere en heilige tempels des h. Geestes, als getrouwe leerlingen van Jezus; Hem erkennen en navolgen, en eens zijne medeërfgenamen worden in den hemel. Amen.
»7
O. h. VROUW LICHTMIS.
(2 Februari.)
Den veertigsten dag na zijne geboorte verschijnt Jezus, op de armen zijner moeder, in den tempel, en offert zich op aan zijn hemelschen Vader, voor ons, arme zondaars.
En Maria, de lelie der zuiverheid, de Koningin der maagden, de onbevlekt Ontvan-gene, en de Moeder van den Allerhoogste, onderwerpt zicli als eene gewone vrouw aan do wet der zuivering, en stelt zich gelijk met de overige vrouwen van Juda.
Ter herinnering aan het Licht, dat door Gods barmhartigheid in den tempel verscheen, worden heden de kaarsen gezegend; daarvandaan de naam Lichtmis.
GEBED.
O God, eeuwige Vader, gelijk heden uw eeniggeboren Zoon in den tempel verscheen en zich aan U als een offerlam aanbood, zoo willen ook wij met uwe genade, steeds nederig en aan uwen heiligen wil onderworpen, gelijk Maria in den tempel verschijnen, en ons aan U gansch ten offer brengen. Moge geheel ons leven eene offerande zijn, U welgevallig. In het licht des geloofs willen wij Jezus, uwen goddelijken Zoon, navoljjcn,
88
opdat wij door Hem ten eeuwigen loven mogen ingaan.
Hij immers heeft ons gezegd; âDie Mij navolgt, wandelt niet in de duisternissen, maar zal het eeuwig leven bezitten.quot; Verleen ons deze genade, door de voorspraak der allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria, door Jezus Christus onzen Heer. Amen.
[maeia boodschap.
{25 Maart.)
Op dezen feestdag viert onze Kerk het eerste eigenlijke geheim van het Nieuw Verbond, den gelukkigen dag, naar welken de aartsvaders zoo zeer verlangd, en de volkeren der aarde zoo verzucht hebben.
De engel Gabriël, door God gezonden, verscheen bij Maria, noemde Haar vol van genade, groette Haar als de Uitverkorene des Heeren en de Gezegende onder alle vrouwen, en bracht Haar de boodschap, dat Zij tot moeder van God was verkozen, dat de heilige Geest over haar nederkomen, en de kracht des Allerhoogsten haar overschaduwen zoude. En op dat oogenblik âis het woord vleeseh geiuorden, en heeft onder ons gewoond.quot;
Aan dezen groet des Engels, of liever aan het groote geheim der menschwording van Gods Zoon, worden wij dagelijks door het
klokkengelui driemaal herinnerd, des morgens, des middags en des avonds.
Bid telken male de Groetenis des Engels met aandacht en godsvrucht; laat deze heilige oefening nooit achterwege, noch wegens uwe bezigheden, noch uit menschelijk opzicht, noch door het voorbeeld of den spot van anderen.
GEBED.
O God, Gij, die gewild hebt, dat bij de boodschap des engels uw Eeuwig Woord het vleesch zoude aannemen en geboren worden uit de zuivere Maagd Maria, verleen ons, wij smeeken U ootmoedig, dat, gelijk wij Haar als Gods moeder geloovig vereeren, wij ook door bare voorspraak hulp bij U mogen vinden, door denzelfden onzen Heer Jezus Christus Uwen Zoon, die leeft en regeert in eenheid des h. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
FEEST DEE ZEVEN SMARTEN VAN MARIA.
De Vrijdag vóór Palmzondag is toegewijd aan de zeven smarten der goddelijke Moeder Maria.
Betracht heden eens met een deelnemend hart het lijden, dat Maria zoo standvastig heeft verdragen; bij de voorzegging van Simeon, de vlucht naar Egypte, het verlies
00
van haar goddelijk Kind in Jerusalem; ter gelegenheid der ontmoeting van Jezus op zijn kruisweg; bij zijn dood, zijne afneming van het Kruis en zijne begrafenis.
Dit feest herinnert ons op eene bijzondere wijze de liefde en zorg van den stervenden Jezus voor zijne bedroefde Moeder, voor zijn geliefden leerling Joannes en ons allen.
âAls Jezus dan zijne Moeder en den discipel, âdien Hij lief had, staan zag, sprak Hij tot âzijne Moeder: Vrouwe ! zie, uw zoon ! Daarna âsprak Hij tot den discipel: Zie, uwe Moeder! âiin van die ure nam de discipel haar tot âzich.quot; Jo. 19. 26.
Toen werden wij aan Maria tot kinderen en Maria ons tot Moeder gegeven, ü wees toch steeds haar gehoorzaam kind, gelijk Zij uwe liefdevolle Moeder is.
GEBED.
O God, bij wiens lijden een zwaard van smarte de teedcrste ziel der roemrijke Maagd en Moeder Gods Maria, volgen» de voorzegging van Simeon, doorboorde, verleen ons de genade, dat wij. die de verwonding van baar moederlijk nart vereeren, en bet aandenken aan haar lijden met godsvrucht vielen, door de verdiensten en voorspraak van alle heiligen, die getrouw aan den voet des kruises stonden, aan de zalige vruchten van
'.II
lijden deelachtig worden; Gij die leeft en heerscht met God den Vader, in eenheid des heiligen Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
PALMZONDAG.
Op dezen Zondag vieren wij met de heilige Kerk het aandenken van den zegepralenden intocht van Jezus in Jerusalem, ons door den h. Matheus verhaald met de volgende woorden: âEene groote menigte spreidde hare âkleederen op den weg, eu anderen hieuwen âtakken van de boomeu, en strooiden ze âlangs den weg. En de scharen, die voor-âuitgingen, en die volgden, riepen eu zeiden: âHosanna, den Zoon van David! Gezegend âHij, die komt in den naam des Heeren ! âHosanna in het Allerhoogste.quot; XXI, 8.
Gij weet, hoe ontrouw dit jubelend volk geworden is.
Volg de onstandvastigheid niet na van Jerusalems inwoners, die heden den Zaligmaker met vreugde kreten begroeten, en Hem na weinige dagen ter dood veroordeelen ; die heden zingen; Hosanna! Heil den Zoon van David; en na zes dagen uitroepen: kruisigt Hem. kruisigt Hem !
Er zijn nochtans vele menschen, die hierin aan de joden gelijk zijn; die bijv. des Zondags in de kerk God eeren en aanbidden, en weldra daarna in den dienst der wereld
r)2
en des duivels, Hem beleedigen en op nieuw kruisigen.
Op dezen dag zegent de Kerk de palmtakken, die in de processie gedragen worden. De palmen zijn het zinnebeeld van vrede en verzoening, van hulde en overwinning.
GEBED.
O God, die uwen eeniggeboren Zoon Jezus Christus onzen Heer van uit don hemel gezonden hebt, om ons tot U terug te geleiden; voor wien het geloovige volk bij zijne intrede in Jerusalem kleederen en palmtakken met eerbied op den weg uitspreidde ; verleen ons genadig, dat wü onzen Verlosser door het geloof en goede werken den weg bereiden, en na de zegepraal over al het kwade. Hem met de palmtakken der overwinning in heiligheid navolgen, en eens met Hem, bij zijne glorievolle intrede in het hemelsche Jerusalem, moge binnengaan, door denzelfden Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
-ÃHSK!â
93
DE KERKELIJKE PLECHTIGHEDEN IN DE GOEDE WEEK.
Witte Donderdag.
De instelling van het geheim der liefde, van het hoogheilig, aanbiddelijk Sacrament, wordt heden dankbaar door de h. Kerk herdacht.
Het altaar is rijk versierd ; de priester legt de rouwkleederen af, en draagt de witte kleederen der vreugde; plechtig wordt het âgloria in excelsis Deoquot; gezongen; de orgeltonen weergalmen jubelend door den tempel, en het statige gelui der klokken verkondigt alom de vreugde der Kerk.
Doch aldra keert hare droefheid terug, wegens den dood van haren goddelijken Bruidegom.
Orgeltonen en klokkenspel verstommen en eene ratel vervangt de schel in de hand van den misdienaar.
't Was heden, dat Jezus met eigen hand zijn goddelijk vleesch en bloed aan zijne leerlingen overreikte, zeggende: âNeemt en eet, dit is mijn lichaam; neemt en drinkt, dit is mijn bloed.quot;
Daarom ook heden déne H. Mis, onder welke de priesters, evenals de apostelen bij het laatste avondmaal, uit de handen van den celebrant de h. Communie ontvangen.
Nadat Jezus, op den vooravond van zijn
04
lijden, met zijne leerlingen het Paaschlam gegeten, en door de voetwassching hun een voorbeeld der' diepste nederigheid gegeven had, om ons zinnebeeldig aan te toonen, welke vlekkelooze zuiverheid vereischt wordt voor de h. Communie, stelde Hij het Sacrament in van zijn Vleesch en Bloed, het Allerheiligste Sacrament des altaars, tot een eeuwig aandenken aan zijn lijden en dood, en tot een zeker onderpand zijner grenzen-looze liefde tot ons menschen. Ten zelfden tijde wijdde Hij zijne Apostelen tot priesters der Nieuwe Wet, en verleende hun de macht, dit geheim te vieren op dezelfde wijze als Hij gedaan had.
âTerwijl zij aten, nam Jezus het brood, âen zegende en brak het, en gaf het aan âzijne leerlingen, zeggende: Neemt en eet, âdit is mijn lichaam.
âHij nam ook den kelk, en dankte en âgaf hem hun, zeggende; Drinkt hieruit âallen, want dit is mijn bloed des nieuwen âverbonds, hetwelk voor velen zal vergoten âworden tot vergiffenis der zonden. Doet âdit tot mijne gedachtenis.quot;
Dewijl heden de Kerk, aan den vooravond van Jezus' lijden en sterven, in de grootste droefheid gedompeld is, en op geheel bijzondere wijze zich bezig houdt met de overweging van dit bloedig offer, en de geloo-vigen tot boetvaardigheid opwekt, wordt de herinnering aan dit Allerheiligste geheim nu
05
slechts in stilte gevierd, om later iu een vreugdevoller tijd, op h. Sacramentsdag, allerluisterrijkst te worden herdacht.
In elke kerk wordt heden slechts één h. Misoffer opgedragen.
Na het: âGloria in excelsis Deo,quot; tot bij het aanheffen van dezen lofzang in de Mis op Goeden Zaterdag, geen klokkengelui, geen orgelspel, geen feestgezangen meer. ten teeken van rouw en droefheid der Kerk bij den dood van haar troddelijken Bruidegom.
Na de plechtiare Mis wordt het Allerheiligste van uit het tabernakel naar eene daartoe bereide en versierde plaats gebracht, en ter aanbidding uitgesteld. De andere altaren ivordon van alle sieraden ontdaan, om aan te duiden, dat onze Heer Jezus Christus, door het altaar voorgesteld, alle schoonheid en gedaante in zijn lijden verloren had en schandelijk van zijne kleederen beroofd werd.
GEBED.
O God, van Wien Judas de straf zijner misdaad en de goede moordenaar de belooning zijner rouwmoedige belijdenis ontvangen heeft, wees ons genadig, en geef, dat even als Jezus Christus, onze Heer, in zijn lijden elk van beiden naar verdiensten vergolden heeft, Hij ook in ons de gebreken van den ouden mensch wegneme, en ons aan zijne verrijzenis genadig late deelnemen,
'JG
die met U en den h. Geest leeft en heei-scht in alle eeuwigheid. Amen.
Goede Vrijdag.
Zoo heeft God u, mensch, bemind, Dat voor u zijn eenig Kind Lijden wilde en wilde sterven,
Om door 't lijden en den dood U een plaats als deelgenoot In zijn hemel te verwerven.
In droefheid en rouw gedompeld, viert de heilige Kerk heden den sterfdag van haren goddelijken Stichter, van onzen allerheiligsten Verlosser.
En wie zou niet treuren ?
De God-Mensch hangt aan het kruis voor onze zonden !
Zelfs de natuur treurt bij den dood van Jezus: âhet voorhangsel van den tempel scheurde âin tivee stukken, van boven tot heneden, en âde aarde beefde, en de steenrotsen harstten, âen de graven openden zich en vele lichamen âder heiligen, die ontslapen waren, stonden op.quot; Matth. 27, 51.
Alles, de kerk en de treurige plechtigheid van heden, stemt tot droefheid en verwekt in ons heilige gevoelens van medelijden, berouw, liefde en dankbaarheid.
Bij den aanvang van den kerkdijken dienst branden geeue kaarsen op het altaar; zelfs
het zoogenaamde eeuwige licht is uitgedoofd, tot een teeken, dat Jezus Christus, het licht der wereld, gestorven is. Een enkele witte doek, als ware deze het lijkkleed des Hee-ren, wordt op het altaar uitgespreid. In zwart gewaad begeeft zich de priester naar het altaar, en werpt zich aan diens voet plat ter aarde neder, ter herinnering aan den doodsangst van den lijdenden Jezus.
Het is een dag van rouw, van boetvaardigheid en gebed, waarop wij den Heer des levens aan het kruis zien sterven voor ons, arme zondaars.
Leer hieruit wat de zonde, wat Gods barmhartigheid is, en welke prijs voor onze zielen geëischt en betaald is.
GEBED.
Verlos ons, o Heer, wij bidden U, van alle verledene, tegenwoordige en toekomende onheilen; geef ons, door de voorspraak der allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria en al uwe heiligen, den vrede in onze dagen, opdat wij, geholpen door den bijstand uwer barmhartigheid, van alle zonde en alle kwelling bewaard worden, door Jezus Christus, Onzen Heer. Amen.
98
OEBED BIJ HET HEILIG GRAF.
O Jezus Christus ! Als onze Verlosser zijt Gij van den hemel op de aarde gekomen,
en om ons de vrijheid van kinderen Gods }
te schenken, hebt Gij zelfs de gedaante van een dienstknecht aangenomen, en het groote verlossingswerk door het bittere lijden en den smaadvolsten dood voltrokken; uw heilig lichaam liet Gij tot den derden dag in het graf rusten. O, welke oneindige liefde!
Hier, aan uw heilig graf neergeknield,
bidden wij U ootmoedig om de genade, dat uwe verlossing voor ons niet vruchteloos weze, maar dat wij, uit de slavernij des duivels verlost, uit het graf der zonden opstaan, en op den dag der algemeene verrijzenis met U ten eeuwigen leven mogen ingaan.
Goede Zaterdag.
Wijding van het vuur.
De eerste ceremonie van dezen dag is de zegening van het nieuwe vuur. In het voor- -P portaal der kerk wordt uit steenen vuur geslagen, waarmede eenig hout verbrand en eene kaars ontstoken wordt, die haar licht aan de kaarsen en lampen der kerk mededeelt.
Het nieuwe vuur beteekent, dat Christus i
99
het ware licht is en door Hem het licht aan de wereld wordt geschonken. Daarom zingt de diaken, de kerk binnentredend, driemaal: hamen Christi! Het licht van Christus! en de Kerk antwoordt: Oode zij dank! Deo gratias!
Paaschkaars.
Wit van kleur, schoon versierd, stelt ons de Paaschkaars Christus voor, wiens lichaam rein en vlekkeloos was, en na zijn dood verheerlijkt uit het graf opstond. Daarom wordt zij ontstoken tot den dag van 's Hee-ren Hemelvaart, toen Hij de wereld verliet, en terugkeerde naar zijn rijk.
Vijf gezegende wierookkorrels worden in de kaars geplaatst, die ons de vijf H. wonden voorstellen, die Christus in zijn verheerlijkt lichaam wilde behouden.
Profetieën.
Na deze plechtigheid worden twaalf profetieën gezongen uit het Oude Testament. Treffend wordt hierdoor erkend, dat alle voorzeggingen over den Messias, gedaan van het begin der wereld af, in Jezus Christus zijn vervuld.
Twaalf profetieën worden gezongen, omdat zijne twaalf apostelen den Gekruisten Jezus aan de gansche wereld zullen prediken,
100
Doopvont.
Biddend gaat de priester naar de doopvont om het doopwater te zegenen.
Hij maakt hierover het h. Kruiateeken, want de kracht, om door het Doopsel de zonden te vergeven, komt van Jezus' kruis.
Met de hand raakt hij het water aan, tot een teeken, dat de Geest Gods, even als bij de schepping, over dit water nederdalen, en aan allen, die gedoopt worden, de menig-vuldigste genaden verleenen moge.
Dan verdeelt hij het water in vier gedeelten, en giet het uit naar de vier hoeken der wereld, volgens het woord van Christus tot zijne apostelen: Gaat en leert aZk wZtei, en doopt hen in den naam des Vaders, des Zoons en des h. Geestes.
Driemaal wordt de Paaschkaars in de doopvont neergelaten, want van en door Christus heeft het h. Doopsel zijne zaligmakende kracht.
De priester ademt over het water. Zoo ook deed Christus over de Apostelen, toen hij hun den h. Geest zond.
Ook de doopeling wordt door den h. Geest tot een nieuw leven herschapen.
Eindelijk worden de h. Oliën, op Witten Donderdag door den bisschop gewijd, met het doopwater vermengd, om aan te duiden, dat de genade van den h. Geest, met de
101
drie goddelijke deugden; geloof, hoop en liefde, deu gedoopte worden medegedeeld.
H. Mis.
De prieeter ligt biddend voor het altaar neder. De litanie van alle heiligen wordt gezongen, om door de voorspraak zijner heilige dienaren God te smeeken, de genade van het h. Doopsel allen te schenken, en in allen, die ze ontvangen hebben, te bewaren.
Dan gaat het h. Misoffer beginnen, 't Was in den vroegen morgen, dat eenige vrouwen naar Jezus' graf gingen. Diiiir vernamen zij van een engel de heugelijke boodschap, dat de Heer verrezen was. Het altaar is wederom versierd; feestelijk zingt de priester: Eere aan God in het Allerhoogste en vrede op aarde den menschen van goeden wille. De vreugdevolle orgeltonen vertolken het geluk der Kerk, en plechtstatig verkondigt het klokkengelui; de Heer is verrezen, zooals Hij gezegd heeft! Alleluia! alleluia!
Geve de barmhartige God, dat in deze heilige dagen elk christenhart gezuiverd worde van alle zonden en schulden, door Jezus' kostbaar bloed!
Moge in elk hart, in elk huis, eene zalige paaschvreugde heerschen!
102
PASCHEN.
De verrijzenis des Heeren.
Alleluia! Koningin des Hemels, verheug u, wijl Hij, dien Gij verdiend hadtte dragen in uwen schoot, is verrezen zooals Hij gezegd had â alleluia â en bid voor ons bij God, alleluia.
Het eigenlijke zegel, dat alle wonderdaden van Jezus met eene onweerlegbare bewijskracht bestempelt, is zijne heerlijke verrijzenis uit het graf, die zijne h. Kerk in jubel en in heilige vreugde heden herdenkt. Op den afgewentelden grafsteen zit een engel; zijn aangezicht is als een bliksem en zijn gewaad wit als sneeuw.
Tot de vrouwen en de leerlingen zegt hij : âGij zoekt Jezus van Nazareth ! Hij is niet âhier, maar is verrezen. Gedenkt, hoe Hij, âals Hij nog in Galilea was, tot u sprak en âzeide: de Zoon des menschen moet in de âhanden der zondige mensehen overgeleverd en âgekruisigd worden, en ten derden dage weder âcpstaan.quot; Luc. 24, 6.
Geen twijfel was meer mogelijk: Jezus was verrezen, levend en verheerlijkt opgestaan uit zijn graf.
Hij verschijnt aan Maria Magdalena; op weg naar Emmaus wandelt hij in gezelschap van twee zijner leerlingen, verklaart hun de h. Schriften en maakt zich bekend.
103
Toen deze, in Jerusalem teruggekeerd, aan de apostelen verhalen, hetgeen hun onder weg overkomen is, staat Jezus eensklaps in hun midden, en zegt: âDe vrede zij met u.quot;
Een der Apostelen, Thomas, is bij deze verschijning niet tegenwoordig en schenkt geen geloof aan Jezus' verrijzenis. Om dezen ongeloovige te overtuigen, verschijnt Jezus nogmaals in hun midden en spreekt tot Thomas; âSteek uwen vinger hierin, en zie âmijne handen, en neem uwe hand en leg âdie in mijne zijde, en wees niet ongeloo-âvig maar geloovig.quot; Jo. 20, 27.
Daarna vertoont Hij zich aan vijfhonderd leerlingen, verblijft veertig dagen bij zijne apostelen en keert dan voor hunne oogen terug naar zijn hemelschen Vader.
In de gansche wereldgeschiedenis is er geene gebeurtenis, zoo duidelijk, zoo zeker bewezen, als de opstanding uit het graf van onzen Heer en God, Jezus-Christus.
Christus is ons Hoofd, wij zijn zijne ledematen. Christus is verrezen, ook wij zullen eens uit het graf opstaan. âEn zij, die het âgoede gedaan hebben, zullen uitgaan tot âde opstanding van leven ; die echter het âkwade gedaan hebben, tot de opstanding âvan oordeel.quot; Jo. 5. 29.
Volg daarom getrouw uwen goddelijken Verlosser in zijne leer en zijn heilig voorbeeld; verlaat het graf der zonde, opdat.
104
als de krachtige stem van Gods engelen de dooden tot het leven zal terugroepen, gij, schitterend door deugd en heiligheid, het kille graf moogt verlaten en in den hemel eeuwig feest vieren.
GEBED.
God, die U gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, de wereld te verblijden, verleen ons, wij bidden U, dat wij door zijne Moeder, de heilige Maagd Maria, de vreugden van het eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
BELOKEN PASCHEN.
Witte Zondag.
Deze Zondag heeft een hooge beteekenis. Toen in vroegere eeuwen het gebruik nog in zwang was, op Goeden Zaterdag het h. Doopsel toe te dienen, werden zij, die den h. Doop ontvingen, in het wit gekleed, om daardoor op zinnebeeldige wijze de vlekke-looze reinheid hunner ziel voor te stellen. Ook thans nog wordt den gedoopte een wit kleed opgelegd.
Gedurende acht dagen droegen zij dit witte kleed, hetgeen zij Zondags na Paschen tegen gewone kleedereu verwisselden. Daar-
105
vandaan werd die Zondag genaamd: de witte Zondag.
Menige kerk is op dezen Zondag getuige van een meer verheven schouwspel; men ziet er eene menigte kinderen in het wit gekleed, of liever, met engelreine harten, voor de eerste maal naderen tot de h. Communie, zich voor den eersten keer vereenigen met hun God, hun weldoener, hun vriend, die eens de woorden uitsprak: âLaat de kleinen tot mij komen.quot;
Wie is niet getroffen bij het zien dier onschuldige kinderschare, die stichtend en welvoorbereid den schoousten dag viert van haar leven !
Wie denkt dan niet aan den dag zijner eerste h. Communie.... ?
Ja, denk aan dien gewichtigen dag, kind van Maria; denk er dikwijls, denk er vooral heden aan. Vernieuw nogmaals de voornemens, toen gemaakt; herhaal nog eens de beloften, toen uitgesproken; besluit nog eens, doch ernstiger, hieraan tot den dood getrouw te blijven.
GEBED.
Verleen ons, wij bidden U, almachtige God, dat, nu de Paaschfeestcn geëindigd zijn, dezelve door uwe genade in onzen levenswandel steeds blijven voortduren, door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die
106
met U leeft en heerscht in de eenheid des h. Geestes, in alle eeuwigheid. Amen.
HEMELVAART VAN CHRISTUS.
Na zijne verrijzenis bleef onze Heer Jezus Christus nog veertig dagen zichtbaar onder de menschen op aarde. Gedurende dien tijd vertoonde Hij zich meermalen aan zijne leerlingen, sprak en at met hen, leerde en troostte hen, onderhield zich met zijne Apostelen voornamelijk over het Rijk Gods, en beloofde hun den h. Geest.
Op den veertigsten dag ging Hij met de leerlingen naar den Olijfberg. Damp;ar, waar zijn lijden een aanvang had genomen, moest ook zijne zegepraal schitteren; op deze plaats was het, dat Hij, van allen verlaten, een vreeselijken doodsangst geleden had ; op dezelfde plaats klom onze Heilige Verlosser als overwinnaar ten hemel !
âTerwijl zij aanschouwden, werd Hij op-âgenomen, en eene wolk voerde hem weg âuit hunne oogen. En als zij Hem, die ten âhemel voer, nastaarden, ziet, er stonden âbij hen twee mannen in witte kleeding, âdie ook zeiden: Galileische mannen, wat âstaat gij hemelwaarts te zien? Deze Jezus, âdie van U opgenomen is in den hemel, âzal alzoo komen, als gij Hem hebt zien âten hemel varen.quot; (Handel. 1, 9.)
Moge uw sterfdag voor u een hemejvaarts-
107
dag zijn ! Dit echter hangt van u af. Jezus heeft ons den hemel geopend, den weg ten hemel gebaand, ons eene plaats aldaar bereid! Wilt gij deze plaats eens innemen, en dat voor eene gansohe eeuwigheid, onderhoud dan zijne geboden.
GEBED.
Almachtige God, wij bidden IJ, geef dat wij die gelooven, dat uw eeniggeboren Zoon, onze Verlosser, heden ten hemel is opgeklommen, insgelijks met onze harten in den hemel wonen, door denzelfden onzen Hesr, Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.
PINKSTEREN'.
Op het heilig Pinksterfeest, evenals op alle hooge feestdagen, behooreu wij op geheel bijzondere wijze ons voor te bereiden in den geest van godsvrucht en boetvaardigheid. 't Is daarom, dat deze feestviering wordt voorafgegaan door een vastendag.-
Zeer treffend beschrijft de Evangelist Lucas de geheimnisvolle gebeurtenis, die heden herdacht wordt:
âAls de dagen van Pinksteren vervuld âwerden, waren zij allen (de Apostelen met âde moeder van Jezus) in dezelfde plaats âbijeen. En er ontstond plotseling een ge-âdruisch uit den hemel, als van een opko-
108
âTOenden geweldigen wind, en vervulde het âgeheele huis, waar zij zaten. En er ver-âschenen hun verdeelde tongen als van vuur, âzich nederzettende op een ieder van hen.quot;
âEn allen werden vervuld met den Hei-âligen Geest, en begonnen in verschillende âtalen te spreken, naar dat de Heilige âGeest hun ingaf uit te spreken.quot;
Zoo was dan de troostrijke belofte vervuld, door Jezus aan zijne apostelen gedaan: âIk zal u den h. Geest zenden, die zal u alles leer en, en u alles indachtig maken, hetgeen Ik tot u gesproken heb.quot;
Het heilig Pinksterfeest is alzoo het groote feest der stichting van Gods Kerk op aarde; de kleine kudde van Jezus, die zich weldra, over den geheelen aardbodem zou verspreiden, werd heden gevormd, en de apostelen werden uitgerust met alle hemelsche macht en sterkte, om het groote werk te vervullen, hetwelk onze Goddelijke Verlosser hen had opgelegd met de woorden: âGaat derhalve en leert alle volken, en doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons en des heiligen Geestes. En leert hen onderhouden, al hetgeen ik u bevolen heb.quot;
En welke verandering heeft op dit oogen-blik in hen plaats! Zij zijn geheel andere menschen geworden, vervuld met den heiligen Geest, met hemelsche wijsheid, met goddelijke liefde, met onoverwinbare standvastigheid !
109
Ook over ons is de h. Geest nedergedaald in het h. Doopsel en het h. Vormsel; toen zijn wij lidmaten geworden ,van'T_JezusV'liei-lige Kerk en ware tempels des heiligen Geesfes.
Daarom behooren wij ook heden de belofte te vernieuwen, toen door ons plechtig gedaan, en God vurig te bidden, dat zijn h. Geest steeds in en met ons blijve, ons be-heersche en geleide door zijne zevenvoudige gaven : veratand, wijsheid, wetenschap, raad, sterkte, godsvrucht en vreeze des Heeren.
GEBED.
God, die op den huldigen dag de harten der geloovigen door de verlichting van den h. Geest onderwezen hebt, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons altijd door zijne vertroosting verblijden, door Jezus-Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
FEEST DEE ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID.
Het eerste en grootste geheim van onzen heiligen godsdienst is het mysterie der aanbiddelijke Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de h. Geest, drie personen in één God.
Onwillekeurig denkt men, bij de overweging van dit geheim, aan hetgeen den h. Augustinus overkwam, toen hij bezig
110
was, een boek te schrijven over deze ondoorgrondelijke waarheid.
Eens wandelde hij langs den oever der zee en zag daar een aanvallig kindje, dat bezig was het onafzienbare water met een lepel in een kuiltje te scheppen. De heilige Kerkleeraar had vermaak in de kinderlijke eenvoudigheid van dat jongsken en vroeg hem schertsend, wat hij daar deed.
âDe gansche zee wil ik in dit kuiltje scheppen,quot; gaf hij ten antwoord.
Glimlachend zeide Augustinus: âmijn kind, dat is immers onmogelijk!quot;
Toen richtte zich de knaap op, en sprak op ernstigen toon tot den geleerden Kerkvader: âAugustinus! eerder zal ik de gansche zee in dit klein kuiltje laten loopen, dan gij met uw verstand het goddelijk Geheim der h. Drievuldigheid zult begrijpen.quot; En hij verdween.
Onze heilige katholieke godsdienst stelt ons vele geloofspunten voor, die wij geheimen noemen, dat wil zeggen, waarheden, welker bestaan wij met zekerheid kennen, maar die wij in haar zelve onvolmaakt of in 't geheel niet begrijpen.
Het eerste en verhevenste dier geheimen is het leerstuk der h. Drievuldigheid, de grondslag van ons heilig geloof.
Waarin bestaat dit geheim ?
Dat God één is in wezen en drievuldig in personen, die wij noemen; den Vader, den
Ill
Zoon en den h. Geest; dat deze drie personen, ala personen onderscheiden, ééüe en dezelfde goddelijke natuur hebben, met alle goddelijke en oneindige volmaaktheden, zoodat elke persoon waarachtig God is.
âDit is het katholiek geloof,quot; zegt de h. Athanasius in zijne belijdenis, âdat wij âêénen God in de Drievuldigheid, en de âDrievuldigheid in de Eenheid vereeren.quot;
Deze waarheid gaat ons beperkt verstand te boven, en kan door geen schepsel begrepen worden; dadr echter, waar het men-schelijk verstand te kort schiet, bezitten wij het onfeilbaar woord van God, die noch kan liegen, noch bedriegen, noch bedrogen worden.
God echter heeft in zijne eeuwige liefde u de waarheid doen kennen van den éénen waren God in drie personen: den Vader, die al wat is en leeft geschapen heeft, en uw en aller menschen Vader is; den Zoon, die de wereld zoo lief had, dat Hij zijn goddelijk bloed gaf, als losprijs uwer ziel; den h. Geest, die u leert, uw verstand verlicht, uw wil versterkt, uw hart heiligt en u geschikt maakt, om haren Schepper eeuwig te aanschouwen.
Onder de aanroeping der Allerheiligste Drieëenheid, zijt gij door het doopsel erfgename geworden des hemels, en wanneer uwe ziel eens deze wereld verlaat, om haar erfdeel te ontvangen, dan zal de priester
112
aan uw sterfbed bidden: âVertrek christen ziel uit deze wereld: in den naam van God den Vader, almachtig, die u geschapen heeft; in den naam van Jezus Christus, den Zoon van den levenden God, die voor u geleden heeft; in den naam van den Heiligen Geest, die in u is nedergedaald!quot;
Uw echt christelijk leven zij dan ook eene aanbidding, een eeredienst, een lofzang ter eerc van dit groote geheim;
Eere den Vader en den Zoon en den H. Geest!
Gelijk het was van den beginne en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen!
GEBED.
O oneindige, drieëenige God! geef ons uwe genade, dat wij vastelijk in U gelooven, met een groot vertrouwen op U hopen, en uit geheel ons hart U beminnen; dat uwe schepping, uwe verlossing, uwe heiligmaking voor ons niet vruchteloos weze; verleen ons, dat wij als goede kinderen steeds in uwe tegenwoordigheid wandelen, dit heilig geheim in ootmoed aanbidden en eens uwe eindelooze heerlijkheid aanschouwen mogen. Amen.
113
H. SACRAMENTSDAG.
Uit den hemel daalt Hij neder, 't Menschenhart kiest Hij tot woon. In dat hart, hetwelk de zonde Met haar doornen vaak doorwondde, Sticht Hij zijn genadetroon.
Het aanbiddelijk geheim van het Lichaam en Bloed van Christus zou eigenlijk gevierd moeten worden op Witten-Donderdag; toen immers, bij het laatste avondmaal, stelde de goddelijke Verlosser dit wonder zijner liefde, deze eeuwig levende gedachtenis van zijn lijden in.
Maar hoe zooveel vreugde plaatsen in de week der smarten?
Hoe zou de Kerk, de treurende en'Vwee-nende bruid van Christus, op den vooravond van Goeden Vrijdag, zich met bloemen kunnen smukken en vreugdeliedereu aanheffen? Neen, hiertoe werd een andere, de schoonste tijd van het jaar uitgekozen.
Tegen dit aanbiddelijk eu troostrijk geheim was de ketterij opgekomen, en had zij al haar gif uitgespogen.
De Kerk voelde de behoefte, om door een allerplechtigste uitboeting de eor^van haar goddelijken Bruidegom te herstellen.
En ziet, een vrome kloostermaagd, zestien jaar oud, de h. Juliana, kloosterzuster op den berg Cornillon aan de poorten van Luik,
8.
114
was daartoe uitgekozen. In hare enge cel brandde de Heilige van liefde tot Jezus in zijn aanbiddelijk Sacrament. Zij treurde en weende over de blindheid der menschen en niets kon haar troosten; zij zag immers haren God beleedigd worden tot op zijne altaren, waar Hij woont uit liefde tot ons.
Dikwijls werd zij in heilige geestvervoeringen aan de aarde onttogen, en als zij terugkeerde uit die hemelsche verrukkingen, dan verhief het eenvoudige kind de stem, en vroeg een plechtig feest voor het h. Sacrament.
Een aartsdiaken der Kerk van Luik, latei-bisschop van Verdun, en eindelijk Paus, onder den naam van Urbanus IV, en andere voorname mannen hadden de heilige kluizenaresse gezien en gehoord, en ondersteunden hare pogingen.
Eindelijk werd door Urbanus IV het feest van het Allerheiligste Sacrament ingesteld, den'8 September 1204.
Er is wel geen feest zoo naar het hart des volks als dit feest, als de openlijke belijdenis voor hemel en aarde van het geloof in de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus in het sacrament zijner liefde.
Overal rijzen triomfbogen omhoog, bloemen tooien de huizen, lichten flikkeren aan alle vensters, vaandels wapperen door de straten, rozenbladeren geuren onder de voeten, altaren rijzen om strijd omhoog. '
115
En zij doen goed, allen, die, van een levend geloof bezield, den triomfweg en de rustplaatsen van den koning der koningen o met alle pracht en heerlijkheid smukken. | Hij immers gaat aan u voorbij komen,
die de Almachtige is, de God van hemel en aarde, de Heer over leven en dood, die waakt over de wieg zoo als over het graf, de God der oogsten, de God des vredes, de Koning der liefde, die gezegd heeft: âKomt âallen tot Mij, die belast en heiaden zijt, Ik zal u verkwikken.quot;
Kind van Maria! verlevendig heden uw geloof in de waarachtige tegenwoordigheid van Jezus Christus, onder de nederige gedaanten van brood en wijn. Dezelfde God-Mensch is hier tegenwoordig, dien Maria gebaard heeft, op hare armen droeg, en aan het smadelijk kruishout sterven zag voor het heil der wereld.
Aanbid hem met een levendig geloof, schenk Hem uwe liefde, en maak u nooit aan eene oneerbiedigheid schuldig jegens het Allerheiligste Sacrament.
fj!»
GEBED.
O Heere Jezus, Koning der liefde, zegen al uwe geloovigen op dezen dag, den triomfdag uwer liefde, als Gij uw tabernakel ver-,, laat, en rondwandelt te midden der kinderen der menschen.
116
Geef ons allen uwe genade, uwen vrede, welken de aarde niet geven kan; verwijder van ons alle kwaad en ongeluk, laat ons volharden in uwen heiligen dienst, laat uw lichaam en bloed ons een spijze zijn ten eeuwigen leven. Amen.
H. HART VAN JEZUS.
[Vrijdag na het Octaaf va.n het h. Sacrament).
Te recht heeft onze h. Kerk een feestdag, ja, een', feestmaand gewijd aan de vereering van het Allerheiligste Hart van Jezus, den oorsprong en zetel van alle goedheid en barmhartigheid, de glorie en vreugde der Engelen, den troost van alle bedrukte harten op aarde.
Het was in het jaar onzes Heeren 1675. In een nederig klooster van Frankrijk, te Paray-le-Monial, knielde eene eenvoudige, ootmoedige kloosterzuster aan het altaar, voor het uitgestelde h. Sacrament. Uren lang verwijlde zij daar, verslonden in hare liefde, het oog onafgewend op het Allerheiligste gevestigd en stralend van zoete zaligheid en liefde.
Op eens, ziet! daar treedt de Heiland als uit de h. Hostie op het altaar tot voor haar.
Daar staat Hij, stralend met hemelsch licht, als met een gewnad omkleed, en onuitsprekelijke, goddelijke Majesteit en zoet-
117
heid, met zijn liefde gekroond als met een koningskroon, het oog in zachte, droevige liefde op haar gericht, met de ééne hand wijzende op zijn Hart, dat bloedend en vlammend als een zon straalt op zijn borst.
âMijne dochter,quot; zoo spreekt Hij, âzie âhier het hart, dat de menschen zoo zeer âbemind heeft. O mijn liefde tot hen is âzoo groot. Nauwelijks kan ik de liefdevlammen terughouden in mijn Hart. O, âik wil den menschen de schatten mijner âliefde openbaren. Zij zijn ondankbaar, en âbeloonen mijne liefde met liefdeloosheid, âmijne weldaden met de snoodste ondank-âbaarheid. Ach! kenden zij toch de liefde âvan mijn Hart.quot;
Toen verlangde Hij van haar, dat zijn Hart geheel bijzonder vereerd, en een feest te zijner eere zou vastgesteld worden. Hij zelf prees deze godsvrucht hoog aan, en beloofde aan de vereerders van zijn Hart onschatbare genaden en onnoemelijke gunsten.
1. Zijnen vrede zou Hij schenken hun en hunnen familiën.
2. Troosten zou Hij hen in leed en smart en moeilijkheden.
3. Hun toevlucht zou Hij wezen in hun sterfuur.
4. Zegenen zoude Hij hunne ondernemingen.
5. De zondaars zouden er een bron van
118
barmhartigheid, allen cleu vooruitgang en de volmaaktheid vinden.
6. Die huizen wilde Hij zegenen, waar zijn beeld vereerd wordt.
7. De priesters, die zijn goddelijk Hart vurig zouden vereeren en doen vereeren, zouden de gave ontvangen, de versteendste harten te bewegen.
8. Schrijven in zijn hart zou Hij de namen van hen, welke deze godsvrucht uitbreiden!
Heerlijker beloften kan men niet denken.
GEBED.
Heere Jezus! die U gewaardigd hebt, de onuitsprekelijke rijkdommen van uw allerheiligste Hart te openbaren, verleen ons, dat wij aan de liefde van dat allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat wij door waardige eerbewijzingen vergoeden al de ont-eeringen, die^aan dat bedrukte Hart door de ondankbare menschen worden aangedaan; die leeft en heerscht met God den Vader in eenheid')* des h. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
119
O. L. VR. VAX DKX BERG CARMET^.
(16 Juli.)
De Orde der Carmelieten, die zich ten alleu tijde onderscheidde door hare godsvrucht tot Maria, werd ook steeds op bijzondere wijze door de h. Maagd begunstigd en beschermd.
De h. Simon Stock, de 6e generaal dier Orde, smeekte vurig de h. Moeder Gods, een teeken van bescherming aan hare kinderen te willen geven.
Toen hij in den nacht van den 16 Juli in het gebed verslonden, met kinderlijk vertrouwen Maria aanriep, verscheen hem die goede Moeder, omringd van een menigte engelen; en het h. Scapulier in de hand dragend sprak Zij; âDit zal voor u en alle âCarmelieten een voorrecht zijn ; al wie met âdit kleed sterft, zal de eeuwige vlammen der hel niet lijden.quot;
Later vertoonde Zij zich nog aan Joannes XXII, hem belovend, volgens eene godvruchtige meening, uit het vagevuur te «a» verlossen, den eersten Zaterdag na hun dood, allen, die met het h. Scapulier bekleed sterven, en zekere oefeningen Haar ter eére onderhouden hebben.
120
Voorwaarden.
I. Om deel te hebben aan de voordeelen der Broederschap moet men:
1. het scapulier ontvangen van een priester, daartoe gemachtigd, en ingeschreven worden in het register der Broederschap.
2. Hetzelve altijd bij zich over de schouders dragen.
II. Om deelachtig te worden aan het voorrecht der Zaterdagsche Bulle, moet men :
1. volgens zijn staat de zuiverheid onderhouden.
2. dagelijks de kleine getijden van O. L. V. in het lat ij n lezen. Die niet kunnen lezen, moeten Woensdags en Vrijdags vleesch derven, uitgezonderd fop Kerstmis.
3. de vastendagen der Kerk onderhouden.
Is men verhinderd, deze voorwaarden te
vervullen, den kan een daartoe gemachtigd priester hierin verandering aanbrengen.
GEBED.
O glorierijke Maagd Maria, Koningin van het h. Scapulier, Moeder Gods en ook de moeder der arme zondaars, bijzondere beschermster van allen, die uw h. Scapulier dragen ; ik smeek U, door de eer, die U het Eeuwig Woord bewezen heeft met U tot zijne Moeder te kiezen, dat Gij mij van Jezus, uwen lieven Zoon, wilt bekomen de
121
vergiffenis mijner zonden, de genade om heilig te leven en met het h. Scapulier omkleed, in gezelschap van Jezus en U te mogen sterven. Amen.
HEMELVAART VAN MARIA.
(15 Augustus.)
Maria leefde nog 23 jaren en enkele maanden na de hemelvaart van haren God-delijken Zoon en de nederdaling van den h. Geest.
Volgens het getuigenis van den geleerden kardinaal Baroniua, bereikte zij den ouderdom van 72 jaren.
Vreemd zal het wellicht menigeen toeschijnen, dat de Goddelijke Zaligmaker zijne heilige Moeder niet mede opnam ten hemel.
Jezus wilde echter zijne liefdevolle Moeder in de gelegenheid stellen, nog meer verdiensten, eene nog schitterender kroon te verwerven.
Van den anderen kant voorzag Hij ook hierdoor in de behoeften zijner ontluikende Kerk.
In Maria gaf Hij zijner Kerk eene moeder om haar op te leiden ; eene leermeesteres om haar te onderwijzen ; een voorbeeld om haar te vormen; eene Koningin om haar te beschermen en te verdedigen in
122
de bloedige vervolgingen, die zij vanwege de joden en heidenen zou te verduren hebben. Zij was het, die den Apostelen moed insprak, den Evangelisten de grootste geheimenvan het verborgen leven van haren Jezus openbaarde, de eerste martelaren steunde, en de maagden en weduwen liefde tot de zuiverheid des levens inboezemde.
Eindelijk was het oogenblik genaderd, waarop Zij dit tranendal verlaten, en als Koningin van hemel en aarde de luisterrijke intrede zou doen in het rijk van haren Zoon. De aartsengel Gabriël, die Haar voorheen de boodschap van haar goddelijk moederschap aanbracht, verkondigde Haar ook uu, dat het tijdstip was aangebroken, waarop Zij met Jezus in den hemel zou vereenigd worden.
Aan den h. Joannes maakte Zij haar aanstaande einde bekend, bezocht nog eens, voor de laatste maal, de heilige plaatsen van Jerusalem, en nam, vooral van den Kruisberg, een roerend afscheid. Dan trad Zij hare nederige woning binnen, en bereidde er zich voor tot den dood.
Door eene bijzondere ingeving van God hadden de Apostelen zich naar Jerusalem begeven, en stonden weenend aan het sterfbed hunner geliefde moeder.
De h. Joannes Damascenus verklaart, dat Jezus zelf zijne h. Moeder de h. Teerspijs kwam toedienen.
123
Maria troostte de Apostelen en de geloo-vigen van Jerusalem, die met brandende toortsen, reukwerken en kostbaren balsem waren toegesneld. Zij gaf aan de leerlingen haren moederlijken zegen, vermaande hen, met on vermoeiden ijver hun verheven werk voort te zetten, beval den h. Joannes, hare kleedingstukken te schenken aan twee arme maagden, die haar gediend hadden, en wachtte toen het oogenblik van haren dood af.
Jezus daalde met het gansche hemelsche hof tot Maria neder; de woning weergalmde van het heerlijk gezang der engelenkoren, haar gansche wezen straalde van het he-melsch licht, en toen Zij de woorden van den stervenden Zaligmaker had uitgesproken: âHeer, in uwe handen beveel ik mijnen geest,quot; ontvlood hare engelreine ziel haar lichaam, en deed de plechtige intrede in het hemelsch Jerusalem.
Treurend over het verlies hunner Koningin, droegen de Apostelen zei ven de lijkbaar naar de begraafplaats, in het dal van Josaphat, terwijl op den doortocht van dezen stoet talrijke mirakelen plaats hadden. Een jood was vermetel genoeg, zijne handen naar het praalbed uit te strekken, om het vlekkeloos lichaam van Maria ter aarde te werpen; doch nauwelijks raakten zijne hei-ligschennende handen de lijkbaar aan, of door een wonder der goddelijke Gerechtig-
124
heid werden zij van zijne armen gescheiden.
Nu zag hij het misdadige zijner handeling iu, beleed zijne schuld, vroeg vergiffenis, en de Moeder der goddelijke barmhartigheid verkreeg hem genade en genezing.
Toen het dierbaar overblijfsel met den diepsten eerbied in het graf neergelegd, en een grafsteen er op geplaatst was, bleven de Apostelen beurtelings bij Maria's graf waken en bidden. De eenige Apostel, die de begrafenis niet had bijgewoond, was Thomas. Eerst den derden dag na deze droevige plechtigheid keerde hij terug in Jerusalem. Hij had Jezus' Moeder niet meer kunnen zien, en weenend smeekte hij de Apostelen om de gelaatstrekken der Heiligste Maagd nog eens te mogen aanschouwen. De steen werd afgewenteld van het graf, maar in plaats van Maria's lichaam vonden de leerlingen het graf vol bloemen, die een hemelschen geur verspreidden.
De h. Maagd, de geliefde dochter van God den Vader, de heilige Moeder van Gods eenigen Zoon, de reine tempel van den h. Geest, was met ziel en lichaam ten hemel opgevoerd.
Daar is Zij gekroond als Koningin van Engelen en Aartsengelen, van Apostelen en Martelaren, van Aartsvaders en Profeten, van Maagden en Belijders!
Daar leeft en heerscht Zij met haar god-delijken Zoon, die haar de overvloedige
125
schatten der genade heeft toevertrouwd.
Daar is en blijft Zij onze Moeder, die van uit den hemel ons beschermt tegen gevaren, ons sterkt in den strijd, ons moed en troost inspreekt en door hare machtige voorbede de zegeningen van den hemel doet nederdalen op de aarde.
GEBED.
Heilige Maria, Moeder van God en Koningin aller Engelen en Heiligen! verkrijg ons van Jezus, uwen goddelijken Zoon, Onzen Heer en Verlosser, die U heden ten hemel heeft opgenomen, de genade, U op een waardige wijze te vereeren, het voorbeeld uwer deugden na te volgen, uwe moederlijke bescherming meer en meer deelachtig te worden, en eens bij U in den schoonen Hemel te mogen komen, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
HH. ENGELBEWAARDERS.
1ste Zondag van September.
God heeft in zijne almacht en liefde ook zuivere en onsterfelijke geesten geschapen, die wij Engelen noemen. Onder deze zijn er conigeu, die op Gods bevel ons op bijzondere wijze beschermen, en daarom Engelbewaarders genoemd worden. By het
126
heilig Doopsel treedt de Engelbewaarder aan 's menachen zijde, om hem voortdurend te begeleiden, in gevaren en bekoringen, in den strijd tegen het kwaad, in het streven naar deugd en heiligheid te sterken en ten eeuwigen leven te doen ingaan.
Vereer daarom, kind van Maria, op eene waardige wijze uwen heiligen Engel, roep hem dikwerf en met kinderlijk vertrouwen aan; denk gedurig aan zijne tegenwoordigheid, en geef steeds gehoor aan zijne inspraken en vermaningen.
gebed.
God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid U gewaardigd hebt, uwe heilige Engelen ons ter bewaring te zenden; verleen ons op onze smeekingen, dat wij steeds door hen beschermd worden, en in eeuwigheid ons in hun gezelschap mogen verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.
mama's geboorte.
(8 September.)
Heden herdenkt de h. Kerk op luisterrijke wijze den voor de wereld zoo gewich-tigen dag, den geboortedag van Onze Lieve Vrouw.
Goede kinderen verheugen zich op den
127
feestdag hunner moeder, bieden haar gc-lukwenschen en geschenken aan, en beloven haar op nieuw, gehoorzame en liefderijke kinderen te zijn.
Evenzoo behooren wij ons heden te verheugen over de geboorte van Haar, die aan de wereld den Verlosser heeft geschonken; over hare voorrechten, hare waardigheid, haren luister en Maria nogmaals te verzekeren, dat wij steeds de beste kinderen willen zijn der beste aller moeders.
GEBED
(van den h. ephrem.)
O Maria ! Moeder van mijn God! Gij zijt de koningin van hemel en aarde, de hoop der hopeloozen. Gij zijt omringd van een stralenkrans, schitterender dan de zon ; Gij zijt gekroond met meer eer dan de Cherubijnen, met meer heiligheid dan de Sera-phijnen. Gij zijt verheven boven alle schepselen des hemels.
Gij waart de eenige hoop onzer vaderen; de vreugde der Profeten, de troost der Apostelen. Gij zijt de glorie der Martelaren, de eer van alle Heiligen!
O Maagd! die aan de wereld het licht en den troost brengt, o volmaaktste en heiligste der schepselen! waarmede zal ik TT vergelijken ?
128
Gij zijt het gouden wierookvat, waaruit de zoetste geuren opstijgen.
Gij zijt de lamp, die dag en nacht het heiligdom verlichtte; Gij zijt de urne, die het manna des hemels bevatte ; de tafel, waarop de wet Gods geschreven was.
Gij zijt de ark van het heilig verbond.
Gij zijt het brandend braambosch, dat brandde zonder verteerd te worden.
Gij zijt de wortel van Jesse, die de schoonste aller bloemen draagt, en die bloem is uw Zoon! Die Zoon is God en Mensch, en Gij zijt zijne Moeder!
't Is door U, o heilige Maagd, dat wij met God verzoend zijn. Gij zijt de voorspreekster der zondaren en de hoop der moedeloozen; Gij zijt de veilige haven tegen de schipbreuk; Gij zijt de troost der wereld, de schuilplaats der weezen, de losprijs dei-gevangenen, de opbeuring der zieken, de balsem der lijdenden, het heil van allen!
Wij komen dan vluchten, o heilige Moeder Gods, onder uwen moedermantel. Bedek ons met uwe barmhartigheid; heb medelijden met ons.
Ja, met tranen in de oogen, bidden wij U, voor ons ten beste te spreken, opdat uw Goddelijke Zoon, onze Verlosser, ons niet verwerpe om onze zonden, en ons niet veroordeele als dorre planten. Amen.
FEEST VAN DEN ALLERHEILIGSTE^ ROZENKRANS.
(Eerste Zondag van October;)
Handen en oogen ten hemel verheven, ligt Dominicus geknield in een afgelegen woud bij Toulouse. Zuchtend wendt hij zich tot de Moeder der genaden, en smeekt Haar vurig, een barmhartigen blik te richten op de vele misleide zielen, en deze te redden van het eeuwige verderf. Om zich de krachtige voorspraak van Maria waardig te maken, kastijdt hij gedurende drie dagen zijn lichaam door vasten, waken en andere boetedoeningen zoo zeer, dal hij eindelijk uitgeput ter aarde valt. Alsdan verschijnt hem de glorierijke Hemelkoningin met groote pracht en heerlijkheid; haar aangezicht schittert als de aanbrekende lente, haar woord klinkt als de stem, die den schipbreukelingen redding, den uitgeputten soldaten do overwinning aankondigt. . âDominicus, mijn innig-geliefde zoon,quot; zoo spreekt Zij hem toe, âwijl gij, volgens het verlangen van mijnen Zoon, en vertrouwend op mijnen bijstand, zoo dapper en onvermoeid de vijanden dei-Kerk bestreden hebt, ben Ik gekomen om u hulp en bijstand te verleenen.quot;
De hoogste Koningin van hemel en aarde was begeleid van drie andere koninginnen, en ieder van deze had vijftig edele jonkvrouwen in haar gevolg.
9.
ISO
Deze drie koninginnen richten den nog machteloos ter aarde liggenden h. Domini-cus op, en voeren hem voor Maria. De Moeder Gods drukt haren dierbaren zoon aan haar moederhart, en na hem met he-melschen troost en de kracht Gods vervuld te hebben, verklaart Zij den Heilige de manier, waarop de Rozenkrans moet gebeden worden, alsook de waarde, het nut en de kracht van dit gebed. Alsdan wijst Zij den Heilige op haar gevolg, en spreekt:
De eerste dezer drie koninginnen ziet gij stralen in witte kleederen, en evenals zij, ook de vijftig jonkvrouwen, welke haar omgeven. De tweede glanst in rood gewaad, en dezelfde kleur smukt ook de uitgelezen schaar harer dienaressen; de derde eindelijk fonkelt met hare omgeving in een met goud doorweven kleed. Deze drie koninginnen stellen de drie deelen van den Rozenkrans voor, en de vijftig jonkvrouwen de vijftig Weesgegroeten van ieder deel van den Rozenkrans.
Zooals deze edelvrouwen zich tien aan tien om hare koningin groepeeren, zoo moeten ook de Weesgegroeten tien aan tien van elkaar gescheiden zijn door een âOnze Vader.quot; De witte kleur der kleederen beduidt den blijden, de ronde den droevigen en de goudkleur den glorieuzen Rozenkrans. Voer dit gebed overal in, en de verdwaalden zullen zich bekeeren, en de bekeerden zalig worden.
131
nog Dominicus antwoordt: âAllerliefste Vrouw
roiDi- en Koningin van hemel en aarde, ikjvrees,
De dat het volk mij geen geloof zal schenken,
zoon en met mijn nieuw gebed zal spotten.quot; Maar
t he- de allerzaligste Maagd zegt: âIk zal u mijn
vuld bijzonderen bijstand verleenen. Engelen van
ma- den hemel zal Ik zenden, die op onzichtbare
ïden wijze alle klokken van de hoofdkerk te Tou-
i (Je louse zullen luiden, om al het volk ter kerke
den saam te roepen.
Verheugd en getroost ijlt de heilige naar
t gjj Toulouse.
ziji Hij nadert de stad. Daar beginnen op
ju!- eens alle klokken in de kathedraal te lui-
,ad, den. Allen staken den arbeid en snellen
zen tempelwaarts. Eenigen klimmen in den to-
'ijk ren, tot bij de klokken, maar vinden nie-
ud mand, die de klokken luidt. Verbazing is
en op aller aangezicht te lezen.
nS De h. Dominicus bestijgt den kansel. Zijne
tig oogen schitteren van een heilig vuur, zijn
;o- voorhoofd is van een stralenkrans omgeven.
Geestdrift, heilige geestdrift spreekt uit ge-
;n heel zijn wezen. Zoo predikt de Heilige den
in Eozenkrans. Hij vermaant het volk met
,n aandrang, het h. Rozenkransgebed ten he-
j, mei op te stieren, omdat dit gebed, hem
lt door Maria geleerd, de duivelen ontstelt, de
e Engelen verblijdt, het hart der Moeder Gods
r tot de teederste wederliefde beweegt, en de
i a«.rde vergeving en heil verschaft. De ootmoedige Man Gods, die tot persoonlijke ver*
132
dediging nooit den mond geopend had, die den ijver van Elias met de welsprekendheid van Paulus zoovele jaren tevergeefs had aangewend, die gisteren nog dobberde tusschen hoop en vrees, als eens de leerlingen in de zaal te Jerusalem : dezelfde man treedt nu op, zooals eens de h. Petrus op den eersten Pinksterdag. Nu en voortaan is de h. Do-minicus de onverschrokken apostel van Je-zus-Christus; de ziener, de profeet, die in de geheimen Gods eeu blik geworpen heeft; de evangelist, die, gedreven door eene on-weerstaanbre kracht, de geheimen der Openbaring voor het volk uiteenzet. De ketters knarsetanden van woede, ballen de vuisten, stormen de kerk uit, en beramen het plan van Dominicus te straffen, dezen vijand onschadelijk te maken. Maar God zal den Heilige bijstaan; Hij spreekt door de stem van een vreeselijk onweer. Krachtige donderslagen volgen snel op elkander, bliksemschichten doorklieven aanhoudend het donkere zwerk, de wind huilt, de aarde beeft, de hemel hult zich in de akeligste duisternis.
Dominicus roept uit: âZietdaar de teekens van den goddelijken toorn! O volk, onderwerp u aan uwen God. Hij staat en klopt aan uwe harten, gij hebt Hem afgewezen, daarom dondert Hij in de wolken en bedreigt uwe hoofden.
âO, siddert voor Hem, zoo gij zijne slagen ontgaan, en de eeuwige verdoemenis ont-
138
vluchten wilt. Wendt u tot Jezus en Maria, zijne Moeder. De maagdelijke Moeder des Verlossers is ook de Moeder der barmhartigheid; kiest haar tot uwe voorspreekster, de Zoon kan aan de Moeder niets weigeren.
âBidt vurig tot Jezus en Maria, neemt den Rozenkrans en bidt hem. Zweert af de ketterij. Ik bezweer u, in den naam van de allerzaligste Maagd, dat het onweer bedaren, en de hemel helder worden zal, zoodra gij den Rozenkrans wilt aannemen.
âTalmt niet; ik zie voor mij 150 Engelen, die, door Christus gezonden en gewapend, uwe euveldaden zullen bestraffen.quot;
Daarbij huilden de helsche geesten in de lucht en schreeuwden: âWee ons, wee ons! de engelen binden ons, en door de kracht van den Rozenkrans worden wij als met gloeiende ketenen in den afgrond der hel gesleurd.quot;
Het groote beeld van Maria hief meerdere malen de rechterhand op, en scheen te zeggen: âZoo gij den Heilige niet hooren en volgen wilt, zult gij allen te gronde gaan.quot;
Geen wonder, dat bij dit alles de inwoners van Toulouse sidderden en beefden. Zij vallen op de knieën, slaan op hunne borst, bekennen hunne schuld, beloven zich te bekeeren, en bidden, de blikken onafgewend gericht op de beeltenis van Maria, met den h. Dominicus; âO machtige Vrouw, Koningin van hemel en aarde, zie neder
134
op het leedwezen van deze geloovigen ; door hun smeeken, trek uwen dreigenden arm terug in den schoot uwer barmhartigheid.quot;
En ziet â Maria trekt hare dreigend opgeheven hand terug, de donder laat zich nog eenmaal in de verte hooren, en alles is weder rustig en stil.
Keeds in den vroegen morgen van den volgenden dag stroomt eene groote menigte kerkwaarts. Zij zijn met boetkleederen omhangen, en dragen waskaarsen in de hand.
Dominions treedt voor hen op, roept hun de vreeselijke gebeurtenissen van den vori-gen dag in het geheugen terug, en houdt dan eene prachtige redevoering over den h. Rozenkrans. Hij verhaalt hun alles, wat in het woud geschied is, hoe Maria hem verscheen, en hem den Rozenkrans leerde als het voortreffelijkste middel om genade en barmhartigheid te verwerven. Hij zet de wijze uiteen, waarop de Rozenkrans moet gebeden worden, alsook de vijftien geheimen.
De inwoners van Toulouse keeren terug tot de katholieke Kerk; Dominicus bevrijdt hen van den ban, en neemt hen plechtig op in den schoot der ware Kerk van Jezus Christus. Deze nieuwe kinderen Gods vormden de eerste Broederschap van den h. Rozenkrans ; ijverig baden zij dit schoone gebed, dat zij als een geschenk van de Koningin des Hemels vereerden.
De stichting van den h. Rozenkrans ge-
135
sohiedde volgens deze legende in het jaar 1212 of 1213.
De namen van eenige der beroemdste ooggetuigen van deze wonderbare gebeurtenis te Toulouse heeft ons den geschiedenis bewaard. Onder dezen waren : Magister Robert de la Vallée, doctor in de rechten; Magister Willem do Fracins, beroemd professor der wijsbegeerte; Magister de Fracino, een beroemd geneesheer en groot theologant.
Deze drie mannen traden later in de Orde van den h. Dominions.
Tot meerdere eer en glorie van Gods Moeder, tot tijdelijk en eeuwig welzijn der ge-loovigen, werd eene broederschap van den allerheiligsten Rozenkrans in de h. Kath. Kerk opgericht.
Paus Gregorius XIII wees den eersten Zondag van October aan voor den feestdag van den h. Rozenkrans, en Z. H. Paus Leo XIII noodigt de kinderen der Kerk onophoudelijk uit tot bidden van den Rozenkrans, opdat door tusschenkomst van Maria, de Hulp der Christenen, de vrede en de overwinning aan de Kerk van Christus verleend worden.
GEBED.
0 God! wiens Eeniggeboren Zoon door zijn leven, zijnen dood en zijne verrijzenis ons de goederen des eeuwigen levens ver-
ISO
woi'ven heeft, geef ons, wij bidden U, dat wij, bij de overweging der geheimen van den h. Rozenkrans der allerzaligste Maagd Maria, navolgen hetgeen zij bevatten, en verkrijgen hetgeen zij beloven, door Jezus-Chris-tus, uwen Zoon, Onzen Heer. Amen.
DE GEHEIMEN VAX DEX H. ROZENKRANS.
1.
De vijf blijde geheimen.
1. De boodschap des Engels.
2. Het bezoek van Maria aan hare nicht Elisabeth.
3. De geboorte van Christus.
4. De opdracht van Jezus in den tempel.
5. De wedervinding van het verloren Kind in Jerusalem.
De vijf droevige geheimen.
1. Het bloedig zweet van Jezus in den Olijfhof.
2. Zijne onmenschelijke geeseling.
3. Zijne kroning met doornen.
4. Zijne kruisdraging.
5. Zijne kruisiging.
De vijf glorierijke geheimen.
1. De verrijzenis van Jezus.
2. Zijne zegepralende hemelvaart.
3. De zending van den h. Geest.
4. De hemelvaart van Maria.
5. Hare kroning in den hemel.
ALLERHEILIGEN.
(1 November.)
In het midden van den herfst, als een snerpende wind en de ontbladerde boomen ons de aankomst vermelden van den guren wintertijd; als de natuur, nog voor korten tijd vol leven en bloei, zich als in een doodskleed gehuld, te ruste legt, viert onze h. Kerk het plechtige feest van Allerheiligen, het overwinningsfeest harer zegepralende kinderen in den hemel, het feest van opbeuring voor hare strijdende leden op aarde.
Sursum corda! Omhoog uwe harten, uwe gedachten, uwe blikken ! zoo roept zij haren kinderen toe.
Er bestaat meer dan het stoffelijke, het aardsche!
Er is iets duurzamers dan het nietige, het wisselvallige, het onbestendige van de wereld!
Eeuwig is God, onsterfelijk is uwe ziel.
138
voor God is zij geschapen. Eert en dient zij haren Schepper, dan ook zal zij eens met Hem leven en heerschen van eeuwen tot eeuwen.
Omhoog uwe blikken! Daar in het hemelrijk ziet gij eeue overgroote schare, door niemand te tellen, jubelend ia een ongestoord geluk! Wie zij voorheen waren? Zij waren eens menschenkinderen op onze aarde, maar deze was voor hen geene blijvende woonplaats, slechts een pelgrimsoord.
Zij leefden en arbeidden in dezelfde verhoudingen wellicht als gij, maar hunne leuze was: leven, arbeiden, sterven als christenen. Zij gingen gebukt onder hetzelfde lijden, maar diep was in hun hart gegrift het woord des Verlossers: Die na Mij wil komen, neme zijn kruis op en volge Mij.
Met voorbeeldig geduld hebben zij geleden, met christelijken moed den strijd uitgestreden, ten einde toe volhard; derhalve zijn zij nu gekroond met den lauwerkrans der overwinning, de kroon des eeuwigen levens.
En smeekend verheft heden de priester oogen en handen ten hemel: âAlmachtige, âeeuwige God, die ons verleend hebt, de verdiensten van al uwe Heiligen in 'e'ene plech-âtigheid te vereeren, wij bidden U, schenk âons door onze menigvuldige voorsprekers de âzoo verlangde volheid uwer goedertierenheid.quot;
Iedereen immers is voor den hemel geschapen; aan eenieder geeft God voldoende genaden ter zaligheid.
139
De Kerk geeft aan iederen stand een Heilige tot patroon en beschermer, opdat zijn voorbeeld moge gevolgd worden.
Het christelijk huisgezin heeft tot beschermers Jezus, Maria en Joseph, die in heilige liefde en zalige tevredenheid te Nazareth leefden.
Het kind heeft zijn toonbeeld in het goddelijk Jezus' Kind, in alles zijnen ouders onderdanig.
De jongeling heeft tot patroon den h. Aloysius; de jonge dochter, de h. Agnes; engelen van onschuld in menschengedaante.
De huisvader, den h. koning Lodewijk, onvermoeid zorgend voor het welzijn dei-hem toevertrouwden.
De huismoeder, de h. Elisabeth, die als koninginne, met liefde nederigen handenarbeid verrichtte, om hai'en kinderen het noodige te kunnen geven.
De weduwnaar, den h. Gerlacus; de weduwe de h. Monica, na den huwelijken staat alleen voor God levend.
De grijsaard, den h. Polycarpus , die tot zijne rechters zeide: âZes en tachtig âjaren heb ik God gediend, en nooit heeft âHij mij kwaad gedaan; en ik zou Hem âlasteren 1quot;
De koning, den h. Lodewijk; de koningin de h. Clothilda, die haren man tot God geleidde.
De keizer, den h, Henricus, afgebeeld rpet
140
een zwaard in de eene hand, als strijdend voor zijn vaderland; met eene kerk in de andere, dewijl Hij ook de vrijheid en rechten der Kerk beschermde.
De bedelaar, den II. Joseph Labre, die in de straten van Eome voedsel en kleeding moest zoeken, doch tevreden was met het lot, hem door God toegedacht.
Gaan wij verder de verschillende ambachten na, van af het werk der schoone kunst tot den grofsten handenarbeid, wij zien wederom, hoe de Kerk den werkman en zijn ambacht vereert, en hem een voorbeeld en beschermer geeft in de Heiligen.
De timmerlieden hebben tot patroon den h. Joseph, die in de nederige werkplaats van Nazareth arbeidde voor Jezus en Maria.
De schilders en heeldhomoers, den h. Lucas, die de schilderkunst beoefende, en een beeld vervaardigde van onze h. Moeder Maria.
De dienstboden, de h. Nothburga, toonbeeld van gehoorzaamheid, geduld en naastenliefde.
De landman, den h. Isidorus; nooit begon H\j zijn werk, vooraleer hij het h. Misoffer had bijgewoond.
De schoenmakers, de hh. Crispinus en Crispinianus, dit handwerk uitoefenend, om hunne ongeloovige broeders des te beter te kunnen genaken en bekeeren.
De smeden, den h. Eligius. Niet alleen was Hij ervaren in de kunst, goud en zilver te bc-
141
werken, maar vooral in de grootste en noodzakelijkste kunst, God te dienen.
De bakkers, de h.h. Lucia en Elisabeth. Eens ging deze in den barren winter naar hare armen, en droeg in haar schoot brood en spijzen, die eensklaps veranderd werden in welriekende rozen.
De schippers en visschers, den h. Nicolaus. Hij bedaarde den storm, en redde velen van een wissen dood.
De leerlooiers, den li. Bartholomeus, wiens huid van het lichaam werd afgescheurd.
De brouwers, de h.h. Laurentius en Lucia, die in het vuur omkwamen voor Jezus' leer.
De hoveniers, de h. Dorothea. Spottend vroeg haar een jongeling, Theophilus ge-' heeten, toen zij ter dood gebracht werd: âDorothea, breng mij eenige rozen uit uw paradijs.quot;
Toen hare schoone ziel ten hemel was opgevaren, verscheen hem een engelachtig knaapje met geurige rozen in de hand, zeggende : âTheophilus, Dorothea zendt u deze rozen uit het paradijs.quot;
De huipers, den h. Florianus; de boekbinders, den h. Christophorus; de wevers de h. Catharina; de kleermakers_ en naaisters, de h. Anna, de moeder van Maria!
De koopman, den h. Jacobonus; de ge' neesheer, den h. Pantaleon; de soldaat, den h. Georgius.
142
Zietdaar eenige leerrijke voorbeelden ter navolging.
Gij kent immers het woord van den h. Augustinus; Wat dezen en genen vermochten, dat kan ook ik!
Hoep daarom heden met onze h. Kerk de voorbede in van uwe heilige broeders in den hemel; leef en handel zoo als zij leefden; wees, gelijk zij, arbeidzaam en vlijtig in uwe beroepsplichten; zijt echter in alles en boven alles godsdienstig en getrouw aan uwe christenplichten , en eens zal ook uw naam geschreven zijn in het boek des levens!
GEBED.
Almachtige, eeuwige God, die ons verleend hebt, de verdiensten van al uwe Heiligen in ééne plechtigheid te vereeren, wij bidden U, schenk ons, door onze menigvuldige voorsprekers, de zoo verlangde volheid uwer goedertierenheid. Door Jezus Christus onzen Heer. Amen.
i;
TWEEDE DEEL. GEBEDEN
EX
GJ-ODêdDIENSTIGE ©efeningen
- -A/WWâ
iiMMiMimnmiiiiiiiMmiumMMiiiMnfiimMmiiMinMiririiiiiiiiMi................nu.............nun..............
SCi1!*ï'Cïiï'C»Ã«)ÃC»SC»ÃC»SC»^
trTTTTTTTT11 IT 11T111TITtIITI
Eerste Afdeeling.
DE DAGELIJKSCHE GEBEDEN.
MORGENGEBED.
I. Zoodra gij ontwaakt, denk aan God, en bij het opstaan neem wijwater, maak het krnisteeken, en zeg aandachtig: In den naam des Vaders, en des Zoons, en des h. Geestes. Amen. (300 dagen aflaat.)
II. Onder het aankleeden bid het âOnze Vader...quot; Het âWees gegroetquot; en âde twaalf artikelen des Geloofs.quot;
III. Kniel vervolgens neder en bid het
MORGENGEBED.
1. O mijn God en hemelsche Vader, ik aanbid en dank U, dat Gij mij in den af-geloopen nacht zoo goedgunstig bewaard, en mij dezen dag wederom geschonken hebt. Ik wil hem in uwen heiligen naam beginnen, en alles, wat ik vandaag zal denken en
148
doen, spreken en lijden, wil ik in vereeniging met U en uit liefde tot U denken, spreken, doen en lijden. Ik wensch ook alle aflaten te verdienen, welke ik heden verdienen kan. Ik offer het panache werk van den dag aan U op; ik wil IT heden trouw dienen, de
zonden vermijden (voornamelijk.....), alle
gelegenheden tot het goede benuttigen, en mijne plichten nauwgezet vervullen.
0 mijn God, sta mij heden bij, bescherm mij tegen alle kwaad naar ziel en lichaam, en laat mij zonder zonde den avond bereiken.
Zegen en bescherm ook mijne lieve ouders, broeders en zusters, mijne bloedverwanten en weldoeners, vrienden en vijanden.
2. Zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde. (300 dagen aflaat.)
Zoet Hart van Maria, wees mijne toevlucht. (300 dagen aflaat; eens in de maand volle aflaat.)
Heilige Joseph, vriend van het h. Hart, bid voor ons. (100 dagen aflaat.)
Jezus, Maria en Joseph, ik geef U mijn hart, mijne ziel en mijn lichaam.
Jezus, Maria en Joseph, staat mij bij in mijnen doodstrijd.
Jezus, Maria en Joseph, laat mij in uw heilig gezelschap in vrede sterven. (300 dagen aflaat, toepasselijk aan de geloovige zielen in 't vagevuur.)
3. O mijn God, ik geloof vastelijk alles wat gij mij geopenbaard hebt, en door uwe
149
ware, roomsch-katholieke Kerk te gelooven voorstelt, omdat Gij, de eeuwige en onfeilbare waarheid, mij zulks gezegd hebt.
O mijn God, ik hoop van U te verkrijgen de eeuwige zaligheid, en alles, wat mij daartoe helpen kan en nuttig is, omdat Gij, almachtige, barmhartige en getrouwe God, mij zulks beloofd hebt.
O mijn God, ik bemin U boven alles, uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed zijt, en alle liefde waardig. (Ieder maal 7 jaren en 7 maal 40 dagen aflaat. Maandelijks volle aflaat, evenals in het stervensuur.)
En uit liefde tot U bemin ik ook mijnen evennaaste gelijk mij zelve.
4. O Maria, mijne Moeder, ik offer mij geheel aan ü op; ik wijd U heden mijne oogen, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, en mij zelve geheel en al. Dewijl ik slechts aan U toebehoor, o goede Moeder, gelieve mij te bewaren en te beschermen als uw eigendom.
O mijne meesteres, o mijne Moeder, herinner U, dat ik ü toebehoor; bewaar en bescherm mij als uw kind. (100 dagen aflaat als men beide gebedjes en een âWees gegroet,quot; des morgens en des avonds bidt: maandelijks volle aflaat, toevoegelijk aan de geloovige zielen; 40 dagen aflaat in het oogenblik der bekoringen, voor de aanroeping alleen.)
150
5. O Engel des Heeren, die mijn bewaarder zijt, aan wiens goedheid ik door de goddelijke majesteit ben toevertrouwd, gelieve mij te verlichten, te bewaren, te bestieren en te geleiden. Amen. (100 dagen aflaat; maandelijks een volle aflaat; eens in het uur van den dood; toevoegelijk aan de geloovige zielen.)
6. O, goedertieren Jezus, beminnaar dei-zielen, ik bezweer U bij de smarten uwer onbevlekte Moeder, reinig in uw heilig bloed de zondaars der geheele wereld, die op dit oogenblik met den dood strijden, en heden nog sterven zullen. Amen.
Heilig Hart van Jezus, die zooveel doodsangst geleden hebt, ontferm U over de zielen der stervenden. (100 dagen aflaat, driemaal daags gebeden; maandelijks een volle aflaat; toepasselijk op de geloovige zielen.)
Eere zij den Vader, den Zoon en den h. Geest, gelijk het was in het begin, zoo ook nu en in alle eeuwigheid. Amen.
(Bemerking; vergeet ook niet uwe afzonderlijke gebeden te doen, zooals voor de h. kindsheid, den levenden rozenkrans, de gebeden der broederschappen enz. Het best geschiedt dit onder de h. Mis.)
irgt;i
GOEDE MEENING.
Mijn Heer en miju God! Ik beveel mij op dezen dag en alle dagen mijns levens aan in uw goddelijk Hai't, in uwen godde-lijken wil, in uwe heilige vijf wonden. Laat mij deelachtig zijn aan alle heilige missen, welke heden door de gansche wereld gedaan worden. Ik beveel mij ia alle heilige Com-munieën, in alle heilige oefeningen, in alle aflaten en verdiensten der vrome zielen. In hun heilige gebeden beveel ik mij nu en voor altijd.
Mijn Heer en mijn God, ik offer U op al mijn doen en laten, mijne moeiten en mijn arbeid, alle zorg en kommer, kruisen lijden, alle smaad en oneer, alle vervolgingen en wederwaardigheden, ter eere van uw bitter lijden en sterven, ter eere uwer heilige Menseh wording.
Mijn Heer en mijn God! In de verdiensten van uw lijden en sterven sluit ik in mijne ouders, broeders en zusters, mijne bloedverwanten en bekenden, al degenen, welke mij goed of kwaad gedaan hebben, ook de arme zielen in het vagevuur, bijzonder die het meest verlaten zijn; ontferm U harer, gekruiste Zaligmaker, ontferm U ook mijner, en geef mij heden het dagelijksch brood.
Ik dank U duizendmaal voor alle genaden en weldaden, welke ik van het eerste oogen-blik af tot nu toe ontvangen heb, en bid U
152
ootmoedig, bewaar mij steefis in uwe heilige genade, maar bijzonder in het uur van mijnen dood! Amen.
TOEWIJDING AAN HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JEZUS.
7. Ik schenk ü mijn hart, lieve Jezus, om U mijne dankbaarheid te betoonen, en mijne ongetrouwheid te herstellen; ik offer mij gansch aan U op, en maak het voornemen, met uwe hulp en uwen bijstand niet meer te zondigen. (Eenmaal daags 100 dagen aflaat, voor een beeld van het h. Hart gebeden; maandelijks een volle aflaat, toepasselijk op de geloovige zielen.)
8. O mijn liefderijke Jezus, hoe ver zijt Gij l gegaan in' uwe onuitsprekelijke liefde ? Om U geheel_en al aan mij te geven, hebt Gij van uw eigen vleesch en bloed voor mij eene goddelijke spijs bereid! Wat heeft U toch tot zulk eene overmatige liefde bewogen? niets anders voorwaar dan uw liefdevol hart. O aanbiddenswaardig, steeds van goddelijke liefde stralend Hart van mijn Jezus, neem mijne ziel op in de heilige wonde van uw Hart , opdat ik, in deze school der liefde, wederliefde leere tot dien God, die mij zoo wonderbare bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen. (Eenmaal daags 100 dagen aflaat toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur.)
153
9. Eer, aanbidding, liefde en dank zij ten allen tijde gebracht aan het heilig Hart van Jezus dat onder de gedaante van brood in alle tabernakels tot op het einde der wereld verborgen is. (100 dagen aflaat, eenmaal daags.)
DE ENGEL DES HEEEEN
(wordt 's morgens, 's middags en 's avonds bij het luiden der klok gebeden, van Paschen tot H. Drievuldigheid en van Zaterdag avond tot Zondagavond staande, anders altijd geknield: maandelijks een volle aflaat, ook als men dit gebed slechts éénmaal daags bidt, toepasselijk aan de gel. z.)
De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt, en Zij heeft ontvangen van den h. Geest. â Wees gegroet, Maria, enz.
Zie de dienstmaagd des Heeren, Mij geschiede naar uw woord. â Wees gegroet, Maria enz.
En het Woord is vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond. â Wees gegroet, Maria, enz.
EENIGE SCHIETGEBEDEN
gedurende dea dag of in bekoringen, ook in ziekte of op 't sterfbed te verrichten.
1. Zoo dikwijls men de heilige namen Jezus en Maria godvruchtig uitspreekt: 25 dagen aflaat; als het dikwijls geschiedt, een volle aflaat in het uur des doods.
2. Geloofd zij Jezus Christus, in eeuwigheid. Amen. (100 dagen aflaat.)
3. Mijn Jezus, barmhartigheid! (100 dagen aflaat, toepasselijk aan de geloovige zielen.)
4. O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die tot U onze toevlucht nemen. (100 dagen aflaat telkens; maandelijks volle aflaat.)
5. Zoo dikwijls men met aandacht en met een rouwmoedig hart het kruisteeken maakt, en daarbij de woorden uitspreekt: In den naam des Vaders en des Zoons en des h. Geestes. Amen. (50 dagen aflaat, 100 dagen aflaat wanneer men wijwater neemt en deze woorden uitspreekt.)
6. Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijkvormig aan het uwe. (300 dagen aflaat.)
O zoet hart van Jezus, wees mijne liefde. (300 dagen aflaat.)
Bemind zij overal het h. Hart van Jezus. (100 dagen aflaat.)
155
Heilig Hart van ,Tc/ais, ontferm TJ onzer! (100 dagen aflaat.)
Jezus, mijn God, ik bemin U boven alles, (60 dagen aflaat.)
toewijdikg aan het heilig hart vast maria.
Heilig Hart van Maria, ik wil U vereeren, U dienen, U beminnen : U schenk ik mij heden voor geheel mijn leven; bijzonder wijd ik U mijn hart. Dewijl ik echter niet in staat ben, U te vereeren en te beminnen, gelijk ik wensch en Gij het verdient, zoo vereenig ik mijne vereering en liefde met die, welke uw geliefde Zoon Jezus Christus eens op aarde U bewezen heeft, en in den Hemel U in alle eeuwigheid bewijst.
Gekend, geprezen, gezegend, bemind, vereerd en verheerlijkt zij nu, altijd en overal het goddelijk Hart van Jezus, en het onbevlekt Hart van Maria! Amen.
Onbevlekt Hart van Maria, bid voor ons. (100 dagen aflaat.)
Zoet Hart van Maria, wees mijne toevlucht. (300 dagen aflaat, maandelijks volle aflaat.)
Onze Lieve Vrouw van het h. Hart, bid voor ons. (100 dagen aflaat.)
Gezegend zij de heilige en onbevlekte Ontvangenis van de allerheiligste Maagd Maria. (100 dagen aflaat.)
Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan
156
wien de hoogste vaderliefde mij heeft toevertrouwd, verlicht, bescherm, bestier en geleid mij! Amen. (100 dagen aflaat.)
GEBEDEN VÃÃR EN NA HET ETEN.
Het tafelgebed was reeds in het oude verbond door God aan de Israëlieten voorgeschreven, en is van het Jodendom tot het Christendom overgegaan.
God heeft de spijzen gemaakt, zegt de h. Apostel Paulus ; dat zij dan ook met dank genuttigd worden. Dankzegging is het eerste doel van het gebed aan tafel. Een tweede doel is de zegening der spijzen, opdat zij ons noch naar het lichaam, noch naar de ziel schaden, en geen prikkel der begeerlijkheid zijn. Wij zegenen de spijzen, zeggen de h,h. Chrysostomus en Augustinus, niet omdat zij, maar omdat wij, die ze gebruiken, onrein zijn.
Is het niet beklagenswaardig, dat het vrome, aloude en eerbiedwaardige gebruik, de spijzen te zegenen, bij velen in vergetelheid geraakt? Is het niet een teeken van klein geloof en zwakheid van karakter, dat het door de natuur zelve ingegeven gebed voor en na het eten, uit menschelijk opzicht achterwege wordt gelaten? Men houdt zooveel in onze dagen aan wellevendheid en hoffelijkheid; zal men er dan niets uit maken, tegenover God oneerbiedig te zyn !
157
GEBED VÃÃR HET ETEN.
Aller oogen hopen op U, o Heer, en Gij geeft hun spijs te rechter tijd; Gij opent uwe milde hand, en Gij vervult alles, wat leeft, met uwen zegen.
Eere zij den Vader, enz.
Heer, ontferm U onzer; Christus, ontferm U onzer; Heer, ontferm U onzer.
Onze vader, enz. Wees gegroet, enz.
Heer, zegen ons en deze uwe gaven, welke wij van uwe goedheid ontvangen hebben. Door Christus onzen Heer. Amen.
GEBED NA HET ETEN.
Wij danken U, almachtige God, voor al uwe weldaden. Gij die leeft en regeert in alle eeuwigheid. Amen.
Heer, ontferm U onzer; Christus, ontferm U onzer; Heer, ontferm U onzer.
Onze vader, enz. Wees gegroet, Maria, enz.
De naam dea Heeren zij gezegend.
Van nu af tot in eeuwigheid.
Geef, o Heer, aan alle onze weldoeners tot belooning, om uwen naam, het eeuwige leven. Amen.
158
AVONDGEBED.
I. LEGT U NIET TE RUSTE NEDEE, ALVORENS HET VOLGENDE GEBED GESPROKEN TE HEBBEN.
1. In den naam des Vaders, des Zoons en des h. Geestes. Amen.
O mijn God, ik aanbid ü, en dank U van harte voor alle weldaden, welke Gij mij heden en gedurende mijn geheel leven bewezen hebt. Verlicht mij, bid ik U, door uwen h. Geest, opdat ik de-zonden kenne, welke ik heden begaan heb. (Denk eenige oogenblikken na, welk kwaad gij van dezen morgen af gedaan hebt, en bid dan verder:)
O goede God, mijne zonden van dezen dag en van mijn geheele leven, zijn mü van harte leed, dewijl ik U, dien ik bovenal bemin, daardoor beleedigd en vergramd heb. O, vergeef mij ter wille van Jezus, uwen geliefden Zoon, en neem het vast voornemen aan, dat ik mij voortaan zal beteren. Bescherm mij gedurende dezen nacht, en verwijder van mij alle listen en lagen des duivels. Zegen en bescherm ook allen, die mij dierbaar zijn; ontferm U over de arme zielen in het vagevuur; geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen. Wees ook hen genadig, die nog dezen nacht uit het leven zullen scheiden.
2. O mijn God, ik geloof vastelijk alles
159
wat Gij ruij geopenbaard hebt, en door uwe ware, roomsch-katholieke Kerk te gelooven voorstelt, omdat Gij, de eeuwige en onfeilbare waarheid, mij zulks gezegd hebt.
O mijn God, ik hoop van U te verkrijgen de eeuwige zaligheid, en alles wat mij daartoe helpen kan en nuttig is, omdat Gij, almachtige, barmhartige en getrouwe God, mij zulks beloofd hebt.
O mijn God, ik bemin U boven alles uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed zijt, en alle liefde waardig. (Telken male 7 jaren en 7 maal 40 dagen aflaat. Maandelijks volle aflaat, evenals in het stervensuur.)
En uit liefde tot U bemin ik ook mijnen evennaaste gelijk mij zelve.
3. Gedenk, o goedertieren Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door U verlaten is geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, neem ik tot U mijne toevlucht, o Maagd der Maagden, en zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan, en ge-waardig U, die te verhooren. Sta mij bij in al de ellenden van dit leven, en verlaat mij niet in het uur des doods, o godvruchtige, o goedertieren, o zoete Maagd Maria.
160
II. Terwijl gij u ontkleedt, bid een âOnze Vaderquot;, â Wees gegroet1' en âIk geloof in God den Vader.quot;
Ill, A Is gij u te ruste begee ft, neem eerst wijwater en zeg, het kruisteeken makende:
In den naam des Vaders, des Zoons en des h. Geestes. Amen. (100 dagen aflaat.)
Kunt gij niet terstond inslapen, bid dan eenigen tijd voor de arme zielen in het vagevuur.
W V^-/X-- (SI
«_£c^2_j) t-Slt;jQs «_S^23
â-^ gt;â-'âquot; â ar- quot; Srâ* «)(⢠*)G «)üXGi«)i *).G
!11T111M1111111T111T1111 n T
Tweede Afdeeling.
GEBEDEN DER HEILIGE MIS,
â^-(s.;.^â
Oefeningen om de h. Mis met veel vrucht bij te wonen.
VÃÃR DE H. MIS.
Als gij ter kerke gaat, bedenk dan dat gij den Calvarieberg beklimt, om tegenwoordig te zijn bij het grootste en treffendste schouwspel: daar ziet gij een menschgewor-den God, hangend aan een kruis tusschen hemel en aarde, om de aarde met den hemel, de menschen met God te verzoenen; bedenk en geloof het vast, dat de offerande der h. Mis de vernieuwing is van het offer des kruises, of, veel meer nog, dat zij, volgens de uitspraak vau het concilie van Trente (sess. 22. cap. 2.) hetzelfde offer is, met dit eenig onderscheid, dat het aau het altaar op
11.
162
eene onbloedige wijze voltrokken wordt; dat de h. Mis bijgevolg dezelfde uitwerking heeft, dewijl zij hetzelfde offer is, met denzelfden offeraar, Jezus Christus, die zich door de bediening dos priesters aan zijnen hemel-schen Vader opdraagt.
Terwijl gij u zoo op weg naar de kerk bevindt, zullen deze overwegingen heilzame gevoelens van eerbied, vertrouwen en godsvrucht in uw hart opwekken. Als gij de kerk zijt binnengetreden, en eene geschikte plaats gekozen liebt, neem u dan voor, alle fouten te vermijden, welke gij meermalen bij het mishooren begaan hebt, en bid God om de genade, aan uw voornemen getrouw te zijn.
Wek dan in u het verlangen op, de h. Mis met dezelfde meening bij te wonen, tot welke zij opgedragen wordt, namelijk:
1° Om God de eer te geven, welke Hem als Heer eu Meester van hemel en aarde toekomt, 2quot; om van zijne oneindige goedheid en barmhartigheid vergiffenis der zonden te verkrijgen, 3° om Hem te bedanken voor de tallooze weldaden en genaden en 4° om wederom nieuwe gunsten van Hem te erlangen.
ONDER DE H. MIS.
Men kan de vruchten der h. Mis op verschillende wijzen verdienen; hier wordt
163
eene groote vrijheid gelaten aan de godsvrucht der geloovigeu. Eenigen bidden de gebeden der h. Mis, zooals ze in hun kerkboek staan, anderen den h. rozenkrans, lita-niën, het dooden-officie, de getijden der allerheiligste Maagd of andere gebeden. Kies hieruit, wat u het beste toeschijnt, verdiep u echter nooit zoodanig in de mondgebe-den, dat gij de drie voornaamste deeleu der h. Mis: de Offerande, de Consecratie en de Nuttiging uit het oog verliest.
Bepaal voor deze kostbare oogenblikken eenige godvruchtige oefeningen, welke u een rijk aandeel aan de genaden geven, die hieraan verbonden zijn. Wij laten hier eenige van zulke oefeningen volgen:
1quot;. De Offerande. Terwijl de priester het brood offert en de woorden uitspreekt: âneem. Heilige Vader, dit onbevlekte offer aan,quot; vereenig dan uwe offerande met de zijne ; verplaats n in den geest op het altaar, en zeg uit den grond van uw hart: ge waardig U, heiligste Vader, het offer van mijn lichaam en van mijne ziel aan te nemen, dat ik U met een ootmoedig hart aanbied; het offer van alle zintuigen van mijn lichaam, en van alle krachten mijner ziel; alle zijn gaven uwer goedheid. Ik draag ze op, om IJ te aanbidden, en betuig hier voor de heilige Engelen, welke uw altaar omringen, dat ik ze slechts gebruiken zal volgens uwen heiligen wil, ons in uwe geboden geopen-
104
baard. Het is mijn heiligste wensch, ganscli aan U toe te behooren, en te willen leven enkel en alleen tot verheerlijking van uwen heiligen naam, tot welzijn van mijnen evennaaste en tot mijne eigene zaligheid.
O Vader der barmhartigheid, ik bid U, ondersteun mij met uwe genade, opdat ik in deze gevoelens volharde tot liet einde mijns levens.
Ka deze opdracht werp een blik in u zelve, en zie toe, of er iets in uwe levenswijze is, wat niet geheel met deze betuiging, welke gij zoo even gedaan hebt, overeenstemt, opdat gij ze in de toekomst getrouw moogt naleven.
2°. De Consecratie. Terwijl de priester het goddelijk slachtofier onder de gedaante van brood voor de oogen der menigte ter aanbidding opheft, betracht met een levendig geloof uwen liefdevollen Zaligmaker.
Aanschouw Hem, met bloed bevlekt, met wonden overdekt om uwe zonden; zich zeiven vergetend in deze wreede pijnen, om uw voorspreker te zijn bij den hemelschen Vader, en voor u vergiffenis te verkrijgen door den uitroep zijns harten: âVader, vergeef het hun.quot;
Deze overweging zal in uw hart levendige gevoelens opwekken van bewondering, van liefde, van dankbaarheid, van afschuw voorde zonden, van berouw en van overgeving aan Gods heiligen wil. Vereenig u daarna met
165
het gebed van Jezus, dat Hij tot ziinen he-melschen Vader opzendt; werp uwe blikken op zijne vijf wonden, die, gelijk de h. Bo-naventura zegt, even zoovele toevluchtsoorden en smeekende stemmen zijn, en verlang bii iedere wonde eene bijzondere genade.
Ter eere van de wonde zijner rechter hand. bid voor den heilisen vader den paus, de bisschoppen, de priesters en missionarissen , welke tot heil en bekeering der wereld arbeiden, opdat hunne pogingen en zorgen met een goeden uitslag bekroond worden.
Ter eere van de wonde zijner linkerhand, bid om de bekeering der heidenen, joden, ketters en scheurmakers, en van die slechte christenen, welke, in verbond met de hel, tegen Jezus Christus en zijne Kerk strijden.
Ter eere van de wonde van den rechter voet, bid voor de leden uwer familie; voor degenen, welke u het meest dierbaar zijn; voor uwe weldoeners, vrienden en vijanden, volgens het gebod van Jezus.
Bij de wonde van den linker voet, bid voor de arme zielen in het vagevuur, bijzonder voor hen. die het meest aanspraak hebben op uwe liefde.
Ter eere van de wonde van het heilig Hart van Jezus, bid voor u zelve, leg al uwe zorgen, bekommernissen, moeielijkhe-den, al uwe wenschen, uwe vrees en hoop in dit van liefde brandend Hart.
Indien gij op zulke wijze uwe gebeden
r
166
met de heilige vijf wonden van uwen goddelijker Heiland vereenigt, zult gij telkens in weinige oogenblikken, en zonder de minste inspanning van geest, een algemeen gebed verrichten, dat Gode zeer welgevallig en uwen evennaasten en u zelve zeer voor-deelig zal wezen.
3°. Be Nuttiging. Hebt gij het geluk niet, tot de h. Tafel te naderen, verzuim dan niet de geestelijke Communie, welke, gelijk de h. Theresia zegt, niet zelden zoo vruchtbaar is als de werkelijke Communie.
Drie zaken worden hiertoe vereischt: l.het berouw; 2. eene innige liefde tot God, en eindelijk, 3. een vurig verlangen naar de sacramenteele Communie met alle genaden, die zij aan een goed voorbereide ziel mededeelt.
NA DE H. Wlft.
Onderzoek in 't kort, of gij getrouw de bovenstaande raadgevingen gevolgd hebt; hoe gij den tijd tusschen de voornaamste deelen der h. Mis besteed, welke moeite gij aangewend hebt. om in eene eerbiedige houding te volharden, en de verstrooidheden spoedig te verdrijven. Hebt gij deze heilige handeiing goed gedaan, dank dan God voor zijne genade; zoo niet, vraag Hem dan vergeving voor uwe nalatigheden.
Vooraleer gij de kerk verlaat, bid Jezus
167
om zijnen zegen over alles, wat gij heden verrichten moet, ook over uwe voornemens en besluiten, bij uw morgengebed, onder de h. Mis of in de overweging gemaakt.
IfiS
EERSTE WANIER OM DE H. MIS TE HOOREN.
Ter eerè der allerheiligste Maagd.
De goede Meering.
Oneindig groote en heilige God! Ik arm, zondig schepsel verschijn voor uw altaar, om het oneindig waardige offer der h. Mis bij te wonen.
Dit offer alleen is uwer majesteit waardig, dewijl uw eeniggeboren en eeuwige Zoon hier geofferd wordt.
In vereeniging naet die goede meening, met welke uw geliefde Zoon zich voor ons opgeofferd heeft, draag ik U deze h. Mis op ter aanbidding en verheerlijking van uwen h. Naam; tot dankzegging voor alle ontvangen genaden en weldaden ; tot voldoening voor al mijne zonden ; om te verkrijgen die genaden, welk ik noodig heb, en tot hulp en troost van diegenen, voor wie ik verplicht ben te bidden, zoowel levenden als afgestorvenen.
In 't bijzonder offer ik IJ deze h. Mis op, ter vereering der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, voor het heil en het welzijn van alle menschen, hier tegenwoordig of afwezig, voor de levenden en afgestorvenen.
169
Confiteor.
Verwek hier met een rouwmoedig hart een akte van berouw.
O eeuwige, almachtige God, ik kniel hier neder voor uw altaar, en beken voor IJ en alle Heiligen, dat ik U dikwijls beleedigd heb. Met den nederigen tollenaar open ik mijn berouwvol hart, en araeek U dringend: Heer, wees mij zondaar genadig! Hemelsche Vader, die de wereld zoo zeer bemind hebt, dat Gij uwen eenigen Zoon voor haar overgeleverd hebt, ontferm U onzer !
Gods eeniggeboren Zoon, die geen oogen-blik geaarzeld hebt, uit liefde tot ons U aan uwe vijanden over te leveren, ontferm TJ onzer.
God h. Geest, die de liefde en de genade in de harten der menschen uitgestort hebt, ontferm U onzer.
Gloria.
Eere zij God in den Hooge, en vrede op aarde aan de menschen van goeden wille. Wij loven U, wij prijzen U, wij verheerlijken TT, wij danken U om uwe groote heerlijkheid, Heer God, hemelsche Koning, God almachtige Vader, Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon! Heer God! Zoon des Vaders! die wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons gebed; die zit aan de
170
rechterhand des Vaders, ontferm U ouzer; want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt de Heer, Gij alleen zijt de allerhoogste, Jezus Christus, met den h. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Gebed der Keris.
Verleen ons, Heer! door de kracht van uw heilig offer, en door de voorspraak van de allerheiligste Maagd en alle heiligen, al hetgeen de priester in den naam uwer h. Kerk voor ons vraagt. Geef mij de noodige hulp, om de zonden to vermijden, en mijn leven zuiver te houden van allo vlekken, waaraan ik schuld heb; geef mij de genade, om de plichten van mijnen staat nauwkeurig te vervullen; wend alle kwaad van mij af en geef, als Gij mij lijden en kruisen overzendt, dat ik ze geduldig ver-drage ; zegen mij en allen, die mij dierbaar zijn, met liet geschenk uwer liefde, en met den zoeten vrede, welken alléén de kinderen Gods bezitten kunnen; door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
Heilige Maria! als hot gebed des rechtvaardigen zooveel bij God vermag, wat zal ik dan niet van U kunnen hopen, als Gij voor mij bidt. Daarom roep ik U aan, en zal U immer aanroepen, opdat ik in U steeds eene goede voorspreekster bij God hebbe. Bid God voor mij, opdat Hij mij helpe en zalig make!
171
De Epistel.
O Hart van Maria, spiegel van reinheid, van ootmoed en geduld, onderdruk door uw krachtig gebeden uwe overgroote verdiensten alle slechte neigingen mijns harten; en ontsteek in mij het vuur van den h. Geest, opdat ik God altijd met kuische ledematen en met een rein gemoed hehage. Zuiver mijn hart van allen hoogmoed, en leer mij de nederigheid kennen en beminnen, als den eenigen weg tot de glorie des hemels. In kruis en lijden herinner mij aan uw verheven voorbeeld, en help mij door uwe machtige voorspraak, opdat ik steeds, gelijk Gij, in vereeniging met den heiligen wil van God leve. Amen.
Het Evangelie.
o God, Gij hebt mij onder zoovele anderen tot uwe ware en alléén zaligmakende Kerk geroepen, en de onschatbare gave van het heilig geloof gegeven, zonder hetwelk ik U niet behagen, noch tot U geraken kan. Ik dank ü voor deze genade, en voor de kennis der waarheid, waarin ik van mijne jeugd af onderricht ben geworden. Bestier mijn inwendig en uitwendig zedelijk leven volgens de leerstellingen van het Evangelie, en maak mij gelijkvormig aan het beeld van uwen Zoon, opdat ik eens onder de uitverkorenen gerekend moge worden. Schenk
172
mij een srrooten ijver in het vervullen mijner godsdienstige plichten, en geef mij een vurig verlangen, om dikwijls en waardig de genademiddelen te gebruiken, die mij als lid uwer h. Kerk ten dienste staan.
Bevestig, o .Jezus, het ware geloof in de harten van alle christenen, en verspreid het licht der waarheid in die landen, welke nog in de duisternis der ketterij of des heiden-doms leven, opdat er eenheid weze in het geloof, en alle menschen door trouwe gehoorzaamheid vereenigd zijn met uwen zichtbaren plaatsvervanger op aarde, den paus, en daardoor ook met ü.
Bevrijd uwe Kerk van allo banden, waarmede men haar geketend houdt, en geef, dat zij door hare vrije werking dc volkeren gelukkig en do zielen zalig moge maken. Amen.
De Offerande.
Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, neem dit offer aan, dat de priester voor ons opdraagt. Ik geloof vast en zonder den minsten twijfel, dat dit brood zal veranderd worden, door de woorden des priesters, in het lichaam en bloed van Christus. Neem dit offer aan, o TTemelsche Vader, tot verheerlijking van uwen heiligen naam, tot dankzegging voor alle ontvangen weldaden, tot uitboeting mijner zonden, tot het verkrijgen van nieuwe weldaden, en vooral van
die middelen, welke mij ter zaligheid noo-dig zijn, gelijk ook voor de geestelijke en wereldlijke overheid, voor vrienden en vijanden, voor levenden en afgestorvenen.
(Offer nu ook u zelve aan God op.)
In vereeniging met de offergaven in de handen des priesters, offer ik U op mijne ziel met al hare vermogens, versland, geheugen en vrijen wil; mijn lichaam en alles, wat ik bezit. Verleen mij, o Heer, dat ik alle goederen, welke ik van U ontvangen heb, steeds gebruiken moge volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen. Amen.
Stille Gebeden.
Heilige Maria, Moeder Gods, tot U neem ik mijne toevlucht, en bid U, door de heiligheid en lieide van uw onbevlekt Hart, verwerp mij en alle arme zondaars niet, dewijl de geheele Kerk U looft en prijst als de Moeder van barmhartigheid. De eindelooze lieide van God heeft zell's den grootsten zondaar niet verstooten, als hij lot U zijne toevlucht genomen had! Zou de gansche Kerk dan ten onrechte U hare voorspreekster en de toevlucht der zondaren noemen ? Zouden mijne zonden U kunnen beletten, uwe barmhartigheid uit te oefenen, waardoor Gij eene voorspreekster, eene middelares van vrede, de hoop en de toevlucht der ongelukkige zondaars zijt? Zou het mo-
174
gelijk zijn, dat de Moeder van God, die de bron der barmhartigheid voor de wereld opende, hare alvermogende voorspraak weigerde aan eenen armen zondaar, die tot Haar zijne toevlucht neemt? Moge dan uwe groote barmhartigheid, veel grooter dan mijne zonden, U bewegen, mij en alle arme zondaren bij te staan, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
De Prefatie.
Het is billijk en rechtvaardig, o God, dat wij U altijd en overal dank zeggen, en bijzonder, dat wij U in de vereering der allerzaligste en onbevlekte Maagd Maria loven en prijzen. Want Gij hebt Haar met de schoonste voorrechten en met de heerlijkste natuurlijke en bovennatuurlijke gaven versierd, en in Haar ons eene zoo machtige voorspreekster en helpster in allen nood gegeven. Ik vereenig mij met de engelen des hemels in de aanbidding uwer eeuwige majesteit en in de bewondering en liefde, welke zij Maria toedragen. Ik roep U met vreugde toe, o Jezus, Zoon der allerheiligste Maagd Maria: Hosanna, in den hooge; gezegend Hij, die komt in den naam des Hee-ren, Hosanna in den hooge!
175
De Canon.
Goedertierenste Vader, met den priester smeek ik U, kom genadig uwe heilige katholieke Kerk te hulp, welke over de ge-heele aarde verspreid is, opdat alle gcloo-vigen door U den vrede bezitten, en te midden van alle volkeren zich over uwe bescherming verheugen. Geef aan uwe kudde ware apostolische herders, en vervul hen mot uwen geest. Sta al onze overheden genadig bij, opdat zij, als uwe plaatsvervangers op aarde, het ware welzijn hunner ou-derhoorigen krachtdadig bevorderen. Ontferm U, o Heer, over alle zondaars, die van U zijn afgeweken, en geleid hen door uwe genade op den weg der boetvaardigheid. Verlicht alle geloovigen, en kom alle nood-lijdendon te hulp. Wees ook al onze zielzorgers genadig, alsmede allen, voor wie ik verplicht ben te bidden: in 't bijzonder bid ik U voor N. N. Verleen ons allen uwe genade in dit leven en bij onzen dood, opdat wij, in gemeenschap met uwe heiligen, na dezen korten tijd de kroon des eeuwigen levens verkrijgen mogen. Amen.
De h. Consecratie.
Wees gegroet, o Jezus, onze Heer en Koning, onze Hoogepriester. Ik aanbid U met den diepsten eerbied. Ik geloof in U,
170
o Jezus, doch vermeerder mijn gelooiquot;. Op U hoop ik, o Jezus, doch versterk mijne hoop. U bemin ik, o Jezus, doch doe mijne liefde ontvlammen. Wees gegroet, o allerheiligste Bloed van Jezus Christus, mijnen Heer, dat ik in dezen kelk van het nieuwe en eeuwige verbond aanbid; zuiver mij van al mijne zonden; bewaar mij, opdat ik rein en kuisch mijn levenspad bewandele, en versterk mij in het uur van mijnen dood. Jezus, voor U alleen wil ik leven, voor U alleen wil ik sterven, Jezus, ik wil de uwe zijn in leven en in dood.
(Draag deze offerande aan God den Vader op.)
Eeuwige Vader, ik draag U op het offer van uwen veelgeliefden Zoon, hetwelk Hij aan het kruis voltrokken heeft, en nu op het altaar vernieuwt. Ik bied het U aan in den naam van alle schepselen, en offer U op alle heilige Missen, welke over de ge-heele aarde gedaan zijn en nog gedaan worden, om U te aanbidden, U de eer te geven, welke U toekomt, U te danken voor alle weldaden, uwe gerechtigheid voldoening te geven voor onze beleedigingen, om ons met U te verzoenen; eindelijk om wederom nieuwe genaden van U te ontvangen voor mij, voor de heilige Kerk, voor de gansche wereld en voor de zielen in het vagevuur. (3 jaren aflaat).
(Bid nu voor al uwe aangelegenheden, en
177
bid voor allen, voor wie gij u',voorgenomen hadt tc bidden, levenden en afgestorvenen).
Pater Noster.
Onze Vader, enz.
Heilige Maria, verkrijg mij van God alle genaden, om welke uwe goddelijke Zoon in dit gebed mij heeft leeren bidden. Wanneer Gij uwe voorspraak met het offer van uwen Zoon vereenigt, dan kan ik niet twijfelen, of mijn gebed zal verhoord worden. Uwe ouschuld zal de schuld mijner bedorvenheid verontschuldigen; uwe aan God zoo beha-gelijke ootmoedigheid zal vergiffenis voor mijnen hoogmoed verkrijgen; uwe overrijke liefde zal de menigte mijner zonden bedekken, de rijkdom uwer verdiensten zal mijne armoede te hulp komen. Bevrijd mij door uwe macht van alle kwaad, en reinig mij door de hulp der goddelijke barmhartigheid van alle zonden; verlos mij van elke kwelling des gewetens, en geef mij den zaligen vrede des Heeren.
Vóór de h. Communie,
O Gij, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, enz. (driemaal).
Heer Jezus Christus, Gij, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: Ik laat u mijnen vrede, Ik geef u mijnen vrede; zie niet neder op mijne zonden, maar op het geloof
12.
178
wer Kerk, en geef haar volgens uwen wil vrede en eenheid, Gij die leeft en regeert, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, Gij, die volgens den wil des Vaders onder medewerking des h. Geestes aan de wereld door uwen dood het leven gegeven hebt, bevrijd mij door dit uw hoogwaardig lichaam en uw hoogheilig bloed van alle zonden en van alle kwaad, en geef, dat ik steeds uwe geboden onderhoude, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde, Gij, die met denzelfden God den Vader en den h. Geest leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
De nuttiging van uw h. lichaam. Heer Jezus Christus, dat ik onwaardige ontvangen zal, strekke mij niet ten oordeel en ter verdoeming, maar diene mij volgens uwe goedertierenheid tot bescherming en tot heil naar ziel en lichaam. Gij, die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid des h. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Het hemelsche brood wil ik ontvangen, en den naam des Heeren aanroepen.
179
Bij de h. Communie.
Oefening der geestelijke Communie.
Mijn Jezus, ik geloof vaat, dat Gij in het heilig Sacrament werkelijk tegenwoordig zijt. Ik bemin U boven alles. Het spijt mij, uit liefde tot U, dat ik U zoo dikwijls beleedigd heb. O hoe gaarne zou ik U heden ontvangen in mijn hart! Daar dit echter niet kan geschieden, kom daarom op eene geestelijke wijze tot mij. Ik omvat U met mijne liefde. Ik bemin U, ik geef mij geheel en al aan U. Laat toch niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.
O ziel van Christus, heilig mij!
O lichaam van Christus, maak mij zalig!
O bloed van Christus, verzadig mij!
O water van Christus' zijde, wasch quot;mij!
O lijden van Christus, versterk mij!
O goede Jezus, verhoor mij!
In uwe wonden, verberg mij!
Laat mij nimmer van U scheiden!
Voor den boozen geest bescherm mij!
In mijn stervensuur roep mij !
En laat tot U dan komen mij!
Om U met uwe heiligen te loven
In uw eeuwig hemelsch rijk. Amen.
180
Laatste Gebeden.
O goddelijk Hart vau Jezus, bron en spiegel aller reinheid, maak mijn liart tot een tempel uwer goddelijke liefde. Verwijder daarom uit mijn hart, door uw heilig vuur, alles wat onrein en U niet welgevallig is, opdat de schoono lelie der zuiverheid er in bloeie en ongeschonden bewaard worde. Gij weet, hoevele en groote vijanden deze deugd belagen, want de wereld met hare zinnelijke aanloksels, de booze geest met zijne verleiding en mijne eigen bedorven natuur met hare begeerlijkheid bestrijden mij voortdurend; alléén door uwe almachtige genade kan ik over zoovele en sterke vijanden zegevieren. Op U stel ik daarom al mijn vi i trouwen; kom mij genadig te hulp. In de bekoringen verberg mijn hart in de heilige wonde uwer zijde, opdat ik tegen alle onreine aanvechtingen verzekerd zij, alle onzuivere gedachten spoedig verbanne, en alle gevaarlijke neigingen terstond onder-drukke. Aan U wijd ik mijn lichaam en mijne ziel; bewaar ze beide tot uwen dienst, opdat ik na dit vergankelijk leven waardig moge bevonden worden, U, den oorsprong aller reinheid, en den beminnaar der kuische zielen, in eeuwigheid tc aanschouwen en te beminnen. Amen.
181
Slotgebed.
Bank God voor de heilige Mis.
Heer Jezus Christus, ik dank U van gan-scher harte, dat Gij mij deelachtig gemaakt hebt aan uw hoogheilig offer, waarin ik het aandenken van uw bitter lijden vernieuwd heb. Verleen mij uwe genade, opdat ik dooide kracht en de werking van dit geheim heden mijne plichten trouw vervullo, in liet geloof, in de hoop en in de liefde volharde, en het eeuwige leven erlange.
De zegen van den almachtige n God, van den Vader, den Zoon en den h. Geest kome over ons en blijve altijd bij ons. Amen.
Memorare.
Gedenk, o goed er tieren ste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door U verlaten is geworden. Bemoedigd door dit vertrouwen, snel ik tot U, o Maagd der maagden, en zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder: O Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan, en gewaardig U, die te ver-hooron. Amen. (Telken male 300dagen afl.)
182
TWEEDE MANIER OM DE H. MIS TE HODREN.
Ter eere van het h. Hart van Jezus in zijn hitter lijden.
Opofferingen.
Allerheiligste Drievuldigheid, God van oneindige majesteit! ik aanbid U met de diepste ootmoedigheid. Door de handen des priesters offer ik U op het heilig lichaam en bloed van Jezus Christus, uwen eenig-geboren Zoon en mijnen Verlosser. Verleen ons datgene, bid ik U, wat Jezus, door herhaalde verzuchtingen van zijn Hart, van U voor ons heeft afgesmeekt. Verleen ons datgene, wat Gij weet, dat tot ons heil en tot uwe eer strekt; vóór alles bidden wij U door de liefde van dit Hart, waarin Gij zoo zeer uw welbehagen genomen hebt, geel ons een goed hart, een hart, dat, van alle groote zonden gezuiverd, geheel en al aan U is toegewijd, en in tijd en in eeuwigheid U alleen zal beminnen. Mogen alle heiligen ons overal bijstaan, opdat ik met aandacht en godsvrucht dit verheven offer bijwone, dat ik U, o hoogheilige Drievuldigheid, opdraag, in vereeniging niet alle h. Missen, die over de geheele wereld gedaan worden ; en met de zuiverste meening, met welke uw eeniggeboren Zoon zich in
183
het laatste avondmaal en aan den boom des kruises aan U heeft opgeofierd. Amen.
[De priester gaat naar het altaar.)
Jezus Christus, Zoon van den levenden God, Gij, die in den hof van Olijven voor mij, zondaar, den grootsten angst en de diepste droefheid doorstaan hebt, verleen mij de genade, dat ik mij in allen angst en alle droefheid tot U wende, en in vereeni-ging met uw bitter lijden alle beproevingen en smarten geduldig verdrage, opdat zij tot mijn eeuwig heil verstrekken. Amen.
Hoe goed moet toch het Hart van Jezus zijn, dat het zich alle dagen op eene zoo vrijgevige wijze voor ons, arme zondaars, ten offer brengt!
0 mijn Jezus, hoe geheel anders ben ik ten uwen opzichte, hoe koud is mijn hart jegens ü, hoeveel hebt Gij tot nu toe van mij verlangd, en ik heb het U geweigerd! Doch in de toekomst zal het anders wezen. Gij zult de meester van mijn hart zijn. Spreek slechts, o liefdevolle Jezus, uw dienaar hoort.
[De priester begint de h. Mis. De aanvang van Jezus' lijden in den hof van Olijven.)
O Jezus, Heiland en Verlosser der wereld, Gij, die in den Olijfhof tot uwen hemelschen Vader zoo vurig gebeden hebt, en na dit gebed door den Engel zijt versterkt; verleen mij, door de kracht van uw gebed, dat ik het mijne steeds met behoor-
184
lijke aandacht verrichte. Dnt uw heilige Engel ruij overal bijsta; dat bij mij trooste en sterke in al mijne wederwaardigheden, en eindelijk mij daarheen geleide, waar ik met hein U eeuwig kunne loven en prijzen. Amen.
De ware leerlingen en vrienden van Jezus verlaten Hem nooit. Hoezeer schaam ik mij, goede Jezus! hoe dikwijls heb ik TJ bij de kleinste bekoring of wederwaardigheid verlaten! O grootmoedig hart van Jezus, schenk mijn kleinmoedig hart iets van uwe goddelijke kracht, opdat ik nimmer meer van U gescheiden worde.
[De priester bidt het Confiteor. Jezus valt op zijn aangezicht, en zweet Moed.)
Heer Jezus Christus, in uwen bitteren doodsangst, in den hof van Olijven doorstaan, hebt Gij een bloedig zweet vergoten ; ach, geef mij eene ware droefheid over mijne zonden, die de hoofdoorzaak van dien doodsangst geweest zijn, opdat ik die zonden, zooal niet met mijn bloed, dan toch met tranen van berouw iu het sacrament van boetvaardigheid moge afwasschen.
De zonden der menschen hebben Jezus in dezen beklagenswaardigen toestand gebracht : wanneer echter Jezus zulke droefheid over de zonden van anderen gehad heeft, hoe groot moest dan mijne droefheid zijn over mijne eigene zonden ?
O mijn Jezus, hoe moet en kan ik U dan-
185
ken voor deze droefheid van uw liefdevol Hart!
Ik bid U, door deze smart, schep een nieuw hart in mijn binnenste, opdat ik door eene oprechte boetvaardigheid uw lijdend Hart naar mijne krachten moge troosten.
[De priester kust het altaar. Jezus wordt door een kus verraden.)
Heer Jezus Christus, Gij, die door den trouweloozen Judas met een kua verraden werdt; geef mij de genade, dat ik U boven alles, en, uit liefde tot U, mijnen naaste gelijk mij zelve beminne ; dat ik de U gedane belofte van getrouwheid in de toekomst nooit verbreke. Amen.
Ben ik niet een navolger van Judas, wanneer ik slechts met den mond beloof, Jezus te zullen beminnen, en mijn hart evenwel ver van Hem verwijderd houd?
0 beminnenswaardige Jezus, Gij, die Judas, niettegenstaande hij U aan uwe vijanden had overgeleverd, nog toespreekt met den zoeten naam van vriend, en tot hem zeidet: âVriend, waartoe zijt Gij gekomen ?quot; ik vereer en bemin uw Hart, dat zelfs voor uwe vijanden van liefde overvloeit. Deze zoo oprechte liefde spoort mij aan, niet alleen met den mond, maar ook niet het hart vurig te wensohen en te verlangen, geheel de uwe te zijn ; alle menschen, ook mijne vijanden, om uwentwille gelijk mij zelve te beminnen.
180
[De priester bidt het Kyrie eleison â Jezus wordt door Petrus verloochend.)
O Heer Jezus Christus, Gij, die door Petrus, welke U zoo plechtig eeuwige trouw gezworen had, driemaal verloochend zijt geworden ; laat niet toe, dat ik ooit U of uwe heilige Kerk, uit vrees voor de vijanden dei-waarheid, op eenige wijze â al werd ik ook met den dood bedreigd â door woorden of daden verlooohene; maar laat mij veel liever in een kloekmoedige en standvastige belijdenis uwer heilige leer leven en sterven. Verleen mij uwe heilige liefdeen de kroon aller genaden, de volharding tot het einde. Amen.
Hoe verstokt zijn de harten der zondaars bij de klaarblijkelijkste wonderen ; hoe waar is het Woord der h. Schrift: âAls de godde-looze in diepte van zonden gekomen is, dan spot hij.quot; (spreekw. 18.)
O zoetste Jezus, wiens Hart van liefde voor mij brandt, laat niet toe, dat mijn hart ooit verstokt worde, maar geef mij uwe werk-dadige genade, zonder welke ik in mijne werken misdadiger, en in mijn hart boosaardiger zou wezen dan zelfs de joden.
(De priester gaat naar den Epistelkant en bidt aldaar. Jezus wordt bij Piiatus valsche-lijk beschuldigd.)
Heer Jezus Christus, Gij, die door uwe vijanden met wilde woestheid voor Piiatus gebracht en valschelijk beschuldigd zijt; ont-
187
ferm U mijner, als ik eens voor uwen rechterstoel verschijnen, en van al mijne zonden aangeklaagd zal worden. Handel alsdan met mij, niet naar mijne zonden en misdaden, maar volgens uwe oneindige goedheid en barmhartigheid.
Wees voor mij een genadige en barmhartige rechter, en verwerp mij niet van uw aanschijn. Amen.
Wat eene zachtmoedigheid in het onschuldig Hart van mijnen Verlosser, die bij alle beschuldigingen nauwelijks den mond opent. Hoe verschillend is daarentegen mijn hart, als ik mij beleedigd acht!
0 Jezus, zachtmoedig van harte, verwijder van mij alle bitterheid des liarten, en stel eene wacht aan mijnen mond, en eene deur aan mijne lippen, opdat ik nooit door gramschap mijnen evennaaste, en daardoor ook XJ beleedige, o zachtmoedigst Hart, tot welks liefde ik alle wraak vergeten, en ten offer brengen wil.
[Be priester gaat naar den anderen kant van het altaar, en leest hel Evangelie. Jezus wordt van Herodes naar Pilatus overgebracht.)
U Jezus, mijn Heiland en Verlosser, Gij, die van Pilatus naar Herodes, en van dezen naar Pilatus wederom teruggeleid, en op alle mogelijke wijzen belasterd werd; verleen mij uwe genade, om de booze aanslagen van goddelooze menschen niet te vreezen, en mij noch door verachting, noch door eenig an-
188
der onrecht van U of van het onderhouden uwer geboden te laten afbrengen. Amen.
Verloocheu ik ook Jezus niet, zoo niet door woorden dan toch door daden, als ik mij beroem zijn leerling te zijn, en uit men-scbelijke beweegredenen, uit ijdele vrees werken verricht, die met de door Jezus geopenbaarde waarheden niet overeenstemmen ?
O goede Jezus, wiens Hart vol erbarming is, gewaardig U, ook op mij een genadigen blik te werpen, gelijk op Petrus, opdat het geloof, dat Gij in mijn hart gestort hebt, zich ook in mijne werken vertoone, en ik met den apostel plechtig voor de geheele wereld belijde: âik schaam mij niet het Evangelie.quot;
De priester ontdekt den kelk. Jezus wordt van zijne kleederc.n beroofd.
O mijn goddelijke Heiland! Gij, die U vóór de wreede geeseling van uwe kleederen hebt laten berooven, en voor het aangezicht der goddeloozen ontblooten; geel mij de genade, dat ik door eene oprechte belijdenis mijner zonden den ouden zondigen mensch met zijne werken uitroeie, en niet, van deugden ontbloot, voor uw aangezicht verschijnen moge. Amen.
Met welk een gevoel van schaamte moeten toch deze geeselslagen, deze doornen, deze hoon en smaad mij vervullen, die, vol dwaze eigenliefde tot mij zelve, voor mijn
189
lichaam en mijne eer zoo bezorgd ben!
O boven alles beminnenswaardige Jezus, Gij, die eiken gcealeslag, elke wonde uwer doornenkroon meer in uw Hart dan in uw hoofd gevoeld hebt, en met datzelfde Hart alle smaad uit liefde tot mij met vreugde verdragen hebt; ik wonsch vurig, U voor dit alles van harte dank te zeggen; ik verfoei alle wellusten des vleesohes en allen hoogmoed des harten, die uw heilig hart zoo groote smarten en zoo diepe vernederingen veroorzaakt hebben.
[De priester wascht de handen. â Jezus wordt door Pilatus, doot het wasschen der handen onschuldii/ verklaard.)
Heer Jezus Christus, Gij, die door den rechter Pilatus onschuldig erkend werdt en desniettemin'de lastertaal en de beschimpingen der joden geduldig aanhoordet! geef genadig, dat ik mij op een onberispelijken levenswandel toelegge en er niet van afvvijke, noch door de verleiding van den boozen geest, noch door de beschimping en den spot dei-men schen. Amen.
Hoe bedorven is het menschelijk hart, om zijne zonden, tot zelfs in den rechterstoel der boetvaardigheid, in het h. sacrament der biecht, te verontschuldigen, en in het grootste geheim nog niet oprecht te belijden. O Jezus, die hen bemint, die oprecht van harte zijn, geef genadig, dat mijn hart zoo oprecht voor het uwe zij, gelijk het uwe voor het
190
mijne is. Gij ziet het verborgene des harten, eii roept âweequot; uit over hen, die dubbel-zinnia; van harte zijn. Neem van mij weg, bid ik U, alle onoprechtheid, opdat ik steeds in eenvondigbeid voor uw aanschijn wandele.
(De priester heert zich naar het volk enzecjt: orate frafres. â Jezus ivordt aan het volk tentoongesteld met de woorden: Ziet den mensoh!)
Jezus Christus, Gij aanbiddenswaardige Zoon Gods, die in een wit kleed aan het volk ten spot werdt voorgesteld; verleen mij, dat ik, met het kleed der beiligmakende genade versierd, eens voor uwen rechterstoel verschijnen moge, en in den hemel toegelaten worde tot het aanschouwen uwer goddelijke majesteit. Amen.
O hoe treurig en bedroefd was toen het gebenedijde hart der Moeder Gods!
O Jezus, die Maria, uwe Moeder, zoo overvloedig aan uw lijden hebt laten deelnemen, ik offer ü dit smartvolle Hart op, om daardoor alles te vergoeden, wat mij aan medelijden tot U ontbreekt. Gij, die zooveel en zoo bitter uit liefde tot mij geleden hebt!
{De priester hidt de prefatie. â Jezus ivordt ter dood veroordeeld.)
Jezus, Zoon van den levenden God, oorsprong van alle leven! uit liefde tot U onderwerp ik mij ook aan het doodvonnis, dat over mij is uitgesproken, en dat ik door het misbruik van lichaam en ziel verdiend heb. Ja, Heer van leven en dood, wilt Gij mij
191
nog langer laten leven, zoo geef mij de kracht, om naar uw welbehagen mijn leven in te richten; wilt Gij echter mij uit dit leven wegnemen, laat mij dan in uwe genade sterven, en bewaar mij voor den eeuwigen dood der hel, opdat ik U in den hemel moge aanbidden, loven en prijzen in eeuwigheid, Amen.
0 onstandvastigheid van het menschelijk hart! hoe spoedig is liefde in haat veranderd ! O mijn Jezus, ik weet maar al te goed, dat uw Hart beter is dan elk ander. Gij bemint alle menschen met eene welwillende, gelijke en voortdurende liefde, zelfs degenen, die U beleedigd hebben. Gij bemint tot het einde, tot den dood, tot in alle eeuwigheid. Geloofd en geprezen zij duizendmaal uw liefdevol Hart, dat geen ander evenaart. Op U alleen, getrouw en liefdevol Hart, wil ik nu en altijd mijne hoop stellen. Edoch, geef ook mij een liefderijk hart, aan het uwe gelijkvormig, opdat ik mijnen evenmensch met eene bovennatuurlijke , welwillende , gelijke en volhardende liefde beminne.
[Be priester bidt den Canon. â Jezus we.ndt zich tot de vrouwen, die hem volgen.)
Heer Jezus Christus, die, met het zware kruis beladen, op den weg naar den Calvarieberg de weenende vrouwen uit Jerusalem vermaand hebt, dat zij niet over U, maar over zich zeiven zouden weenen; geef mij
192
zulke tranen, die uit een boetvaardig hart en uit liefde tot U voortkomen, opdat ik uit ware droefheid al mijne zonden van harte beweene. Amen.
Als ik Jezus, met het kruis beladen, zie heengaan, hoor ik dan zijne stem niet, die zegt: âwie Mij wil navolgen, verlooehene âzich zelf, neme zijn kruis op, en volge mij.quot;
O hoe moet ik mij schamen bij de gedachte, dat ik tot hieraan alle kleine ongemakken geschuwd heb, die Gij mij toch uit liefde tot mijn waar welzijn overzendt. Zoo zal het echter in de toekomst niet meer zijn; brand en kerf mij hier, o beminnenswaardige Jezus, zooveel het U behaagt; spaar mij echter in de eeuwigheid!
(De priester he fl de h. Hostieomhoog. â Jezus wordt aan het kruis omhoog geheven.)
Jezus, mijn Heer en mijn God! uit liefde tot mij hebt Gij U, aan het kruis hangend, laten verheffen, en U aan het volk laten vertoonen; ootmoedig aanbid ik U, hier onder de gedaante des broods tegenwoordig, en zeg U oneindig dank, dat Gij TJ voor mij en de geheele menschheid ter dood hebt overgeleverd.
Tijdens uw leven op deze wereld hebt Gij gezegd : als Ik van de aarde verheven zal zijn, wil Ik alles tot Mij trekken; trek mij dan tot U in heilige liefde, toon IJ eens aan mij als een genadige rechter. Jezus, ik geloof in U; Jezus, ik hoop op U; Jezus, ik
193
bemin tj van ganschei- harte en boven alles Jezus, wees mij armen zondaar genadig.
De priester heft den kelk omhoog. â Jezus, aan het kruis hangend, vergiet zijn bloed.
Jezus Christus, mijn prijzenswaardigste Heiland, die uit uwe heilige wonden uw kostbaar bloed zoo rijkelijk vergoten hebt; ik aanbid U, hier tegenwoordig, en smeek U, dat de oneindige waarde van hetzelve voor mij niet verloren ga; zuiver mij in dit heilig bloed meer en meer van mijne misdaden, en reinig mij van mijne zonden. Jezus, ik geloof in U! Jezus, ik hoop op UI Jezus, ik bemin U van ganscher harte en boven alles! Jezus, wees mij armen zondaar genadig!
Waarlijk! Jezus hangt niet te vergeefs aan het kruis; niet vruchteloos heeft zijn goddelijk bloed gevloeid.
0 weest duizend maal gegroet, gij wonden des heils; wees gegroet, kostbaar bloed, prijs mijner verlossing. Op U alleen wil ik voortaan mijne hoop stellen. Bij U alleen kan ik kracht en bijstand vinden in alle wederwaardigheden, in druk en lijden. O onschuldige handen, houdt mij vast, opdat ik in geene, vooral geene zware zonden valle. Heilige voeten, geleidt mijne schreden, opdat ik steeds den weg der deugd bewandele, bijzonder dier deugd, welke mijn stand van mij vordert. Gij echter, hemelsche Vader, zie neder op uwen veel geliefden Zoon, die
13.
194
voor mij aan liet kruis hangt; aanschouw Hai
zijn Hart, hoe het langzaam voor mij weg- hau
sterft. Ontferm U mijner, en laat mijne des
ziel, die door een zoo kostbaren prijs is gev
vrijgekocht, niet eeuwig verloren gaan. leer
De priester hidt het Memento voor de afge- ont
s torven en. â âJezus bidt zijnen hemelschen Vader gep
voor zijne vijanden. in
Goede Jezus, die, aan het kruis hangende, uwi
voor geheel het menschelijk geslacht, en Ter
in 't bijzonder voor uwe vijanden gebeden h.
hebt, terwijl zij U martelden en hoonden; uit mei
liefde tot TJ wil ik allen vergeven, die mij bid
ooit beleedigd hebben. Volgens uwe ge- een
boden en uw voorbeeld wil ik mijne vijan- ik lt;
den van harte beminnen; vergeef mij ook U i
alle oneer, die ik U ooit door mijne zonden J
heb aangedaan. Amen. Got
De priester hidt het Pater noster. â Jezus leea
beveelt zijne Moeder aan den h. Johannes. 1
Liefdevolle Heiland, die, aan het kruis dig
hangende, uwe heilige Moeder aan den h. lijd
Johannes, en dezen aan uwe heilige Moe- me
der bevolen hebt; ik bid U, laat ook mij we(
de kinderlijke bescherming en den machti- boe
gen bijstand uwer heilige Moeder oudervin- gro
den, zoowel nu in het leven als ook en zon
vooral in dat oogenblik, waarvan de geheele i Go
eeuwigheid afhangt. Amen. ont
Het was billijk, dat de stervende Jezus, 1
in zijne erfenis aan Maria, zijne veel ge- Mij
liefde Moeder het beste deel toekende, door en
195
Haar namelijk zijnen lieveling, den h. Jo hannes, wien het gegeven was, aan de borst des Heilands te rusten, tot beschermer te geven. Maar ook Johannes, de uitverkoren leerling, kon geen kostbaarder geschenk ontvangen, dan de Moeder van Jezus. Wees geprezen, o allerbeste Jezus, die ook ons, in den persoon van den h. Johannes, aan uwe Moeder als kinderen hebt aanbevolen, ïer wille der liefde, welke U bewoog, den h. Johannes als den plaatsvervanger aller menschen aan uwe borst te laten rusten, bid ik U ootmoedig, verleen mij de genade, een oprecht kind van Maria te zijn, opdat ik eens met Haar, uwe gebenedijde Moeder, U in alle eeuwigheid moge loven en prijzen.
Depriester klopt op zijne borst en zegt: Lam Gods enz. â Bij het zien, hoe geduldig Christus leed, bekeerden, zich eenige verstokte zondaars.
Liefderijkste Jezus, het bewonderenswaardige geduld, dat Gij gedurende uw smartvol lijden tot het einde toe getoond hebt, heeft menigen verharden zondaar bewogen; beweeg ook, bid ik U, mijn verstokt en onboetvaardig hart, opdat ik, uwe oneindige grootheid en goedheid erkennende, al mijne zonden van harte betreure. 0 Gij, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U mijner I
Welke is de oorzaak van dezen dood? Mijne zonden, voor welke Gij voldoen wildet, en uwe liefde tot mij!
196
Ik dank U, o Jezus, voor uwe oneindige en r
liefde tot m\j, ellendigen zondaar. Nu bemin ger
ik U boven alles, en maak het vaste voor- voln
nemen, U nooit meer door eene vrijwillige misc
doodzonde te beleedigen. ont\
Maar Gij, hemelsche Vader, aanschouw bere
de stervende oogen van uwen goddelijken spo(
Zoon; zie zijn doodszweet, dat uit alle gast
zijne ledematen uitbreekt. Zie neder op verl
Jezus, uwen eeniggeboren Zoon, hoe Hij V
voor mij gestorven is, en ter wille zijner lans
liefde verleen mij, dat ik mij zelf afsterve, wij
en voortaan voor U alleen leve. van
Be priester nuttigt het heilig Lichaam en vee
Bloed van Jezus Christus in de h. Communie. het
_ Jezus wordt van het kruis afgenomen en h.
in het graf gelegd. nul
Jezus, mijn Heer en Heiland, die U van Jez
het kruis hebt laten afnemen, om in een om
nieuw graf te rusten; hoezeer wensch ik aan ik
uwe liefderijke uitnoodiging gehoor te geven, mr
U in mijn hart te ontvangen. Hoe onbe- on
grensd ook uwe liefde is, gevoel ik toch, o .
hoe onwaardig ik ben wegens mijne veel- alt
vuldige zouden en fouten, zoodat ik het niet J
wagen durf tot uwe h. Tafel te naderen. dii
Met eerbiedige vrees vervuld, roep ik diep ik
ter neer gebogen uit: Heer, ik ben niet le1
waardig, dat Gij komt onder mijn dak. â ee Gelijk weleer de hoofdman vol vertrouwen
tot U smeekte en verhoord werd, zoo roep ® jk tot U: O Heer, spreek slechts één woord
i
197
ige en mijne ziel zal gezond worden. Ach, wei-
iln ger mij uwen bijstand niet, en geef mij een
or- volmaakt berouw over al mijne zonden en
ige misdaden, opdat ik -waardig worde, TJ te ontvangen. Schep in mij een nieuw hart,
iw bereid het naar uw welbehagen en laat mij
en spoedig aan uw verkwikkend en versterkend
11e gastmaal deelnemen, waarnaar ik zoo vurig
op verlang. Amen.
lij Wij hebben een diepen eerbied voor de
er lans, die het Hart van Jezua doorboorde;
'e, wij vereeven de grafstede, waarin het lichaam van Jezus gerust heeft; maar zijn wij niet
en veel gelukkiger, dewijl het ons geoorloofd is,
ie. het Hart en het Lichaam van Jezus in de
en . h. Communie in ons op te nemen en te nuttigen? Wees duizend maal geprezen, mijn
in Jezus, voor die onuitsprekelijke liefde. Zie,
in omdat Gij het mij veroorlooft, zoo verlang
m ik nu reeds, op eene geestelijke wijze U in
n, mijn hart te ontvangen, alhoewel ik hiertoe
e- onwaardig ben. Mijne ziel verlangt naar U,
h, o Jezus, verborgen in het h. Sacrament des
il- altaars.
et Wees Gij gedurende mijn leven de spijs,
â¡ . die mij geheel met U vereenzelvigt, opdat
;p ik waardig worde, bij het scheiden uit het
2t leven, U als teerspijze te ontvangen voor
â eene gelukkige eeuwigheid,
n Be priester zegent het volk en leest het laatste
ip Evangelie. â Jezus zendt den h. Geest.
â¢d Goedertieren Heiland en Verlosser, Jezus
i
198
Christus, die uwen h. Geest den apostelen gezonden en hen met hemelsche gaven vervuld hebt; ik bid U, zuiver het binnenste miins harten van alles, wat uwe goddelijke majesteit mishaagt, en bereid het tot eene woonplaats van uwen heiligen Geest, opdat ik, door de werking zijner genade gesterkt, tot het eeuwige leven geraken moge. Amen.
Ik wensch ü geluk, mijn Jezus, dat Gii, na een zoo smartvol lijden, thans glorierijk in den hemel aan de rechterhand uws Vaders gezeten zijt, en bid IJ, zegen mij van uit den hemel, daar ik ten minste door eene vróme overweging aan uw lijden heb deelgenomen. Zegen mijn lichaam, zegen mijne zie], zegen mijn huis, zegen allen, die mij dierbaar zijn, opdat ik eens met hen uwe glorierijke wouden, vooral de wonde van uw heilig Hai*t, moge aanschouwen en vereeren. Amen.
199
DERDE MANIER OM DE H. MIS TE HOOREN.
Voor de arme vielen in het vagevuur.
Goede meening voor de h. Mis.
O Jezus Christus, Gij hebt de heilige Mis niet alleen tot heil der levenden, maar ook tot zaligheid dergenen, die in de genade Gods gestorven zijn, ingesteld. Ik offer U dan deze h. Mis en mijn gebed op voorde ziel van N. N. en van allo anderen, die nog in het vagevuur lijden, en wachten op hunne verlossing, om hunne pijnen te verkorten en voor hunne zondenschuld te voldoen, opdat zij in den Hemel ook voor mij bidden, en ik vóór mijnen dood nog alle straften mijner zonden moge uitboeten.
Ik bid U daarom, goede Jezus, gelieve dit h. Misoffer, alsmede mijne zwakke gebeden en de voorspraak der Heiligen, waarvoor ik bid in deze h. Mis, te vereenigen met uwe bloedige offerande aan het kruis, en ze uwen hemelschen Vader op te dragen, opdat door hunne kracht de zielen van N. N. en alle anderen uit het vagevuur spoedig verlost worden. Amen.
r
1
200
Bij het begin der h. Mis.
Gebed tot God den Vader.
O hemelsche Vader, Vader der barmhartigheid, toon uwe goedertierenheid ook aan de zielen in liet vagevuur, waar zij zoo hevig lijden. Aanschouw o hemelsche Vader, in dezen kerker die lijdende zielen, welke Gij naar uw beeld geschapen hebt. Uw geliefde Zoon toont IJ zijne vijf wonden, en biedt ze U aan tot voldoening hunner schuld, en offert U mede op de oneindige waarde van zijn h. Bloed, dat uit deze genadebronnen vloeide. Neem ze genadig aan, en ontferm U volgens uwe groote barmhartigheid over de arme zielen, bijzonder over de zielen van N. N. Amen.
Gebed tot God den Zoon.
O Jezus, bron van goedheid en barmhartigheid, hoe kunt Gij, in het h. Sacrament tegenwoordig, die arme en verlaten zielen zonder medelijden aanschouwen ? O milddadigste Jezus, gedenk toch, dat zij het zijn, voor welke Gij zijt mensch geworden, zoo vele en groote smarten hebt geleden, en eindelijk den dood des kruises gestorven zijt. O Jezus, beminnaar der zielen, gedoog, dat uw kruis en lijden, uw bloed en uw dood aan de zielen van N. N. en aan allen, die in het vagevuur lijden, tot troost mogen verstrekken. Amen,
201
Gebed tot God den H. Geest.
O h. Geest, God van troost en liefde; hoe-vele zielen verzuchten in het vagevuur zonder eenigen troost en zonder eenige hulp! O Vader der armen, aanhoor toch het jammerlijk weenen en klagen van deze verlate-nen, en kom hen in den nood te hulp. O h. Geest, trooster en zielen vriend; 't zijn immers uwe zielen, in het h. Doopsel door het geloof aan U verbonden; verkwik hen in dien gloed van vuur met eenen druppel van den dauw uwer genade; verlos hen spoedig uit deze gevangenis, geleid ze voor uw heilig aangezicht, en verleen hun de zoo lang verwachte kroon der heerlijkheid. Amen.
Van het Kyrie eleison tot de Offerande.
Gebed tot de h. Moeder Gods.
O Maria Moeder der barmhartigheid, goede en liefderijke Moeder, zie, de zielen uwer dienaren en dienaressen, die door het kostbare bloed van uwen geliefden Zoon Jezus verlost zijn, roepen en smeeken uit hunnen kerker tot U. O Maria, bedroefde Moeder, ach, zie hunne tranen, hoor hun smeeken en bidden, herinner uwen goddelijken Zoon aan die groote liefde en goedheid, die Gij Hem, vooral in zijne kindsheid, bewezen hebt; toon Hem uwen moederlijken schoot, waarop Hij na zijnen dood gerust heeft, en.
202
geleid spoedig de verlaten zielen, uwe lieve kinderen, tot Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams; o goed ar tieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria! Amen.
Gebed tot de H. Engelbewaarders.
O Gij, heilige Engelbewaarders, wien God heeft opgedragen, voor het heil der men-schen te zorgen. Ziet, dilar in dieu duisteren kerker zijn zielen, die U dierbaar zijn, U toevertrouwd waren, maar thans van alle hulp beroofd zijn. O hoe zeer verzuchten zij naar den hemel! Hoe vurig verlangen zij bij U te zijn; moge hun smartelijk lijden uwe medelijdende harten bewegen. Bidt God innig, dat Hij hunne straffen kwijt schelde, welke zij nog te boeten hebben. Daalt uit den hemel tot hen neder. Troost, versterkt en verkwikt hen, en neemt hen met U op in de eeuwige vreugde. Amen.
öebed tot Gods heiligen.
O Gij, uitverkorenen Gods, ziet met medelijdende liefde op de zielen uwer arme medebroeders neder. Zij behooren toch tot uw gezelschap, en worden slechts wegens hunne zondenschuld ia de hevigste pijnen teruggehouden. Treedt daarom voor den troon der Allerheiligste Drievuldigheid, draagt aan God uwe verdiensten, uwe martelingen,
208
uwen dood op, vereenigd met de oneindige verdiensten van het lijden en sterven van Jezus Christus! Smeekt zoo lang en zoo innig tot God, totdat zij, door uwe voorbede uit hunnen kerker verlost, in de eeuwige gelukzaligheid bij U worden opgenomen. Amen.
Van de Offerande tot de Consecratie.
Neem, o hemelsche Vader, dit offer van brood en wijn, dat de priester ter uwer eere en tot heil der levenden en dor afgestorvenen op het altaar opdraagt, genadig aan : ik offer het U op voor de zielen van N. N. en voor allo anderen, die nog in liet vagevuur zijn. Alle pijnen, die zij in dien vuurgloed lijden, leg ik op het altaar, evenals hun weenen en klagen, hunne tranen en verzuchtingen, opdat dit heilig Misoffer, met het lijden en alle verdiensten van Jezus Christus vereenigd, voor dezelven als een offerande van verzoening opgedragen worde. Beschouw daarom uwen Zoon, die voor mij en alle menschen zoo jammerlijk gepijnigd, zoo smartelijk gekruisigd is geworden, en ontferm U over die ziel, voor welke deze h. Mis opgedragen wordt, evenals over alle zielen in het vagevuur, vooral over haar, welke 'op het punt zijn verlost te worden.
Beschouw, o barmhartige Vader, zijn hoofd, met doornen gekroond, zijne gebroken oogen,
204
zijn bleek aangezicht, zijue met bloed bedekte wangen, en ontferm U over die arme zielen, aan wier lijden Ik schuld heb. Beschouw zijne uitgestrekte armen, zijne met nagelen doorboorde handen en voeten, zijn doorstoken Hart, en ontferm ü over die arme ziel, welke nog de grootste pijn te lijden heeft.
Zie, hoe zijn geheel lichaam van het hoofd tot de voeten verscheurd, zijne bloedaderen geopend, al zijne ledematen verkneusd zijn, en ontferm U over die arme ziel, welke nog het langst lijden moet.
Beschouw, o barmhartige Vader, uwen onschuldigen Zoon Jezus, hoe Hij in- en uitwendig vol doodsangt en pijn, bespot en gehoond wordt, verlaten van hemel en aarde, van menschenen engelen, ja van Uzeiven, en ontferm U over die ziel, welke het meest verlaten is.
Beschouw dit alles, o hemelsche Vader, en tegelijkertijd de onverdragelijke pijnen der arme zielen, welke zij met mij, in ver-eeniging met de meening, de gehoorzaamheid en de liefde van uwen zoon Jezus Christus U opofferen, en verhoor onze innige en hartelijke bede; gelieve hun genade en barmhartigheid te verleenen en hen uit hunne ellende te verlossen. Amen.
205
Gedurende en na de Consecratie, als de h.
Hostie ter aanbidding wordt opgeheven.
O Jezus, mijn God en Heiland! Ik geloof, dat Gij hier in het Allerheiligste Sacrament op het altaar met Godheid en menschheid tegenwoordig zijt. Ik aanbid in de h. Hostie tiw allerheiligst Lichaam, met zijn Bloed en zijne ziel vereenigd, en bid U, wend uwe oogen van af het altaar naar het vagevuur, en verheug alle arme zielen met eenen ver-troostenden blik.
Als de h. Kelk ter aanbidding wordt opgeheven.
O mijn goede Heiland en Verlosser Jezus, ik aanbid in den kelk uw kostbaar Bloed, dat met uw heilig Lichaam en met uwe heilige Ziel vereenigd is. Een druppel van dit heilig Bloed is voldoende, om alle vlammen des vagevuurs uit te dooven.
Zoo geef mij dan, o liefderijke Jezus, slechts een enkelen druppel van uw kostbaar Bloed, tot troost en lafenis der verlaten zielen.
Na de Consecratie.
Wees gegroet, kostbaar Bloed van mijnen Zaligmaker Jezus Christus. Want Gij zijt hetzelfde Bloed, dat in den hof van Olijven uit alle aderen van den in doodsangst verkeerenden Heiland gevloeid is. O Jezus, die
206
voor ons bloed gezweet hebt, waseh en zuiver met dit bloed de zielen der afgestorvenen van alle hunne zonden.
Gij zijt datzelfde Bloed, dat in het voorhof van Pilatus, bij de gruwzame gee-seling des Zaligmakers, uit zijn lichaam onder de zuil tot een bloedplas is samengevloeid. O dierbaar Bloed; o smartelijk gewonde Jezus, ach, offer slechts een druppel van dit Bloed aan uwen hemtlschen Vader op, tot voldoening der zondenschuld van alle zielen ia het vagevuur.
Gij zijt datzelfde Bloed, dat door de doornenkroon uit het goddelijk hoofd van mijnen geliefden Zaligmaker werd geperst. O onschatbaar Bloed! O gekroonde koning Jezus Christus!
Geef aan iedere ziel slechts één druppel van dat Bloed, om hiermede, als met een kostbare parel, den hemel te koopen.
Gij zijt datzelfde Bloed, dat uit de doorboorde handen en voeten en uit de geopende zijde van mijnen gekruisigden Heiland gevloeid is. O krachtig en genadenrijk Bloed! O mijn liefdevolle Jezus! Laat ook dit heilzame Bloed uit al uwe wonden in het vagevuur nederdruppelen, opdat het oogenblik-kelijk dien vuurgloed uitdove, alle lijdende zielen uit hunne pijnen verlosse, en eeuwig gelukkig make. Amen.
207
Bij het Agnus Dei en gedurende de Communie.
O mijn gekruiste Heiland, ik vereer ootmoedig de wonde uwer rechterhand; aan haar beveel ik de arme zielen van mijne afgestorven ouders, broeders, bloedverwanten, weldoenors, vrienden en vijanden, en bid U, ter wille van het Bloed, daaruit gevloeid, en ter wille der smart, die Gij daaraan geleden hebt, ontferm U over die zielen ; zie hen aan met een blik van genade en troost.
O goede Jezus, ik vereer aandachtig de wonde uwer linkerhand; aan haar beveel ik die zielen, welke bijzonder mijne hulp en mijn gebed verlangen, en bid U, ter wille van het Bloed, dat daaruit gevloeid is, en ter wille van de smart, die Gij daaraan geleden hebt, strek uwe milde hand over hen uit, en verlos hen uit hunne langdurige pijnen.
O milddadige Jezus, ik vereer aandachtig de wonde van uwen rechter voet en beveel haar die zielen aan, voor welke Gij wilt, dat ik bidden zal; ter wille van het Bloed, dat daaruit gevloeid is, en ter wille der smart, die Gij daaraan geleden hebt, laat hen dat verblijdend woord hooien, dat Gij eens gesproken hebt: âheden zult gij met Mij zijn in het Paradijs.quot;
O genadenrijke Jezus, ik vereer aandachtig de wonde van uwen linker voet, en be-
208
veel haar die zielen aan, welke uw lijdeu en dat van uwe bedrukte Moeder het meest vereerd hebben, en bid U, ter wille van het Bloed, dat daaruit gevloeid is, en ter wille der smart, welke Gij daaraan geleden hebt, verkwik hen met eenen druppel Bloed dezer wonde, en scheld hun genadig de overige straffen kwijt.
O barmhartige Jezus, ik vereer hartelijk de wonde uwer zijde, en beveel haar die zielen aan, voor welke ik mij voorgenomen heb deze h. Mis te hooren. Ik bid U, ter wille van het water en Bloed, dat daaruit gevloeid is, ik bid U ter wille van de pijnen, die Gij drie uren lang daaraan, vooral in uwen laatsten doodstrijd, geleden hebt, ik bid U, ter wille van de inwendige smarten van uwe tot in den dood bedroefde Moeder, blusch met dit kostbaar Bloed en dit heilzaam water het vuur uit, dat hen verteert, en roep hen met alle andere lijdende zielen tot U in de eeuwige vreugde. Amen.
Na de Communie.
(Sluit de arme zielen in het geopende Hart van Jezus, en bid, dat zij den hemel mogen binnengaan.)
O zoete Jezus, die uit liefde tot ons in het h. Sacrament U zeiven aan ons geeft, om uw hart met het onze te vereenigen, Gij hebt dat Hart na uwen dood laten ope-
20!)
nen, en na uwe glorierijke verrijzenis opengehouden, opdat het voor alle afgestorven geloovigen eene deur ten hemel zou wezen. Ter wille van de oneindige liefde van dit doorboorde Hart bid ik U, open nu de hemeldeur voor alle arme zielen, en geleid ze daardoor tot de vreugde des Heeren.
Sluit dan niet langer, o goede Jezus, uw van liefde gewond Hart. Ik bid u, door de vrees en de droefheid, door den doodsangst, die uw hart gedurende het gansche lijdens-werk, maar vooral aan het kruis, heeft uitgestaan, gelijk ook het met zeven zwaarden van droefheid doorstoken Hart van Maria, open die deur des heils, die poort des hemels, uw glorierijk Hart. Geleid N. N. en alle lijdende zielen den hemel binnen, en verleen mij op hunne voorspraak de genade, christelijk te leven, zalig te sterven, en eens na mijnen dood door de deur des hemels, door uw geopend Hart, in de eeuwige vreugde binnen te gaan.
14.
Derde Afdeeling.
GEBEDEN ONDER DE VESPERS,
Vespers van den Zondag.
Allerheiligste Drievuldigheid, Gij hebt mij geschapen, om ü te eeren en te beminnen, en daardoor mijne ziel zalig te maken; daarom wil ik nu, tot dankzegging voor alle ontvangen weldaden, en tot vergoeding van de eerbetuiging, die ik en alle menschen verzuimd hebben, U met dezen hemelschen lofzang loven en prijzen. Opdat deze U echter meer bebage, vereenig ik hem met den lof, dien de allerheiligste menschheid van Jezus Christus, de gebenedijde maagdelijke Moeder Maria, alle engelen en uitverkorenen U aanbrengen en in eeuwigheid zullen aanbrengen. Bijzonder bid ik U, o liefdevolle Jezus, geef mij de godsvrucht van uw zoet en milddadig Hart, opdat ik deze lofzangen met zulke aandacht verrichte, gelijk
211
Gij met uw allerheiligst Hart God geloofd en geprezen hebt. Zoo begin ik dan met de stem van alle engelen en heiligen God te loven en te prijzen.
Onze Vader, Wees Gegroet, enz. v. 0 God, zie op tot mijne hulp. e. Heer, haast u om mij te helpen.
Eere zij den Vader, enz.
eerste psalm.
De Heer heeft gezegd tot mijnen Heer: Zit aan mijne rechterhand.
Totdat ik uwe vijanden make tot eene rustbank uwer voeten.
De Heer zal den staf doen komen uit Sion: heersch in het midden der vijanden.
Bij U is de heerschappij ten dage uwer kracht in den grooten glans der heiligen: voor den dageraad heb ik U uit mijnen schoot voortgebracht.
De Heer heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen, Gij zijt priester in de eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedech.
De Heer is aan uwe rechterhand, Hij heeft in den dag zijner gramschap de koningen verdelgd.
Hij zal recht doen onder de volkeren: Hij zal de verwoestingen vermenigvuldigen: Hij zal8 ze verdelgen, die hoofden zijn in een talrijk land.
212
Hij zal op den weg uit de beek drinken, en zoo het hoofd weer opheffen.
Eere zij den Vader, enz.
TWEEDE PSALM.
Heer, ik zal U loven uit geheel mijn hart: in den kring der rechtvaardigen en in de vergadering.
De werken des Heeren zijn groot; zij zijn uitgelezen volgens al zijn welbehagen.
Zijn werk is lof en heerlijkheid, en zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid.
Hij heeft een gedenkteeken zijner wonderheden gesteld, de genadige en barmhartige Heer; Hij heeft gespijsd, degenen die Mem vreezen.
Hij zal in de eeuwigheid zijn verbond indachtig wezen. De kracht zijner werken zal Hij bekend maken aan zijn volk.
Door hun te geven het erfdeel der heidenen : de werken zijner handen zijn waarheid en gerechtigheid.
Al zijne bevelen zijn onwrikbaar; bevestigd voor altoos en eeuwig; zij zijn gedaan in waarheid en in rechtvaardigheid.
Hij heeft verlossing gezonden aan zijn volk; Hij beval, zijn verbond in eeuwigheid te houden.
Heilig en ontzaglijk is zijn naam.
De vrees des Heeren is het beginsel dei-wijsheid. Het verstand is goed aan allen,
213
die daarnaar doen. Zijn lof blijft in alle eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
DERDE PSALM.
Gelukkig de man, die den Heer vreest: die groot vermaak schept in zijne geboden.
Zijn nakomeliDgschap zal machtig zijn op aarde; het geslacht der oprechten zal gezegend worden.
In zijn huis is luister en rijkdom, en zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid.
Een licht gaat in de duisternis op voor de oprechten, de Genadige, de Barmhartige en Rechtvaardige.
Voorspoedig is de mensch, die barmhartigheid doet en uitleent: die zijne zaken met oordeel beschikt; want hij zal in eeuwigheid niet wankelen.
De rechtvaardige zal zijn in eeuwige gedachtenis: hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen.
Zijn hart is versterkt: hij zal niet ontroerd worden, totdat hij op zijne vijanden nederziet.
Hij strooit uit, en geeft den armen: zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid: zijne macht zal met luister verheven worden.
De zondaar zal het zien en zich vertoornen, hij zal op zijne tanden knarsen en verteeren, het verlangen der goddeloozen zal vergaan.
Eere zij den Vader, enz.
214
VIERDE PSALM,
Looft den Heer, gij al zijne dienaren, looft des Heeren naam.
De naam des Heeren zij gezegend van nu af tot in der eeuwigheid.
Van den opgang der zon tot haren onder gang worde 's Heeren naam geprezen.
Hoog verheven boven alle volkeren is de Heer, en zijne heerlijkheid gaat die der hemelen te boven.
Wie is gelijk de Heer, onze God, die zetelt in den hoogen,
Eu nederziet op het lage, in den hemel en op aarde?
Die den geringe opricht uit het stof, en den behoeftige opheft uit het slijk.
Om hem te doen zitten naast de vorsten, naast de vorsten zijns volks.
Die de onvruchtbare vrouw in een huisgezin doet wonen, als blijde moeder van kinderen.
Eere zij den Vader, enz,
VIJFDE PSALM.
Looft den Heer, alle uatiën 1 looft Hem, alle volkeren!
Want groot is zijne barmhartigheid jegens ons en eeuwig duurt des Heeren trouw.
Eere zij den Vader, enz.
Broeders, van den Heer heb ik ont-
215
vangen, hetgeen ik u geleerd heb: dat de Heer Jezus Christus, in den nacht, toen Hij ter dood overgeleverd werd, brood nam, en na zijnen hemelschen Vader gedankt te hebben, hetzelve brak en zeide: neemt en eet: dit is mijn lichaam, dat voor u zal overgeleverd worden; doet dit ter mijner gedachtenis.
v. Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven.
e. Dat alle genoegens in zich bevat.
Magnificat.
Mijne ziel verheft den Heer.
En verheugd heeft zich mijn hartin God, mijnen Zaligmaker.
Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd, want ziet, van nu af zullen alle geslachten Mij zalig noemen.
Dewijl Hij groote dingen aan Mij gedaan heeft, de Machtige, en heilig is zijn naam.
En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht voor degenen, die hem vreezen.
Kracht heeft Hij geoefend door zijnen arm: hoogmoedigen in de gedachte huns harten heeft Hij verstrooid.
Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en de geringen heeft Hij verheven.
Behoeftigen heeft Hij met goederen overladen, en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
Hij ia Israël, zijnen dienstknecht, te hulp
216
gekomen, zijner barmhartigheid indachtig. Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen, Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid. Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament eene gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, verleen ons, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Gij, die leeft eu regeert. God, vau eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
217
GEBEDEN GEDURENDE HET LOF.
---«âsggt;â©---
Voorbereiding.
Herinner u levendig, dat Jezus waarlijk en wezenlijk in het h. Sacrament des altaars tegenwoordig is.... Verbeeld u, datJezus in het tabernakel, evenals in den hemel, op een verheven troon gezeten, en van engelen omgeven is, die zich uit eerbied voor Hem nederwerpen en Hem aanbidden.... Verneder ii voor God, voor Wien gij onwaardig zijt te verschijnen.
GEBED TOT JEZUS IN HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.
O liefderijke Jezus! Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament: dit geloof ik vastelijk, want Gij zelf hebt het geleerd en geopenbaard. Ik aanbid U met den diepsten eerbied als mijnen Schepper en Verlosser, mijn opperste goed en mijnen God.
O Heer, werp van uw heilig altaar een genadigen blik op mij, ellendigen zondaar, neder. Met een bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met betraande oogen bid ik U, o mijn God, vergeef mij mijne zonden, welke mij van harte leed zijn ; ik haat en verfoei ze uit liefde tot U. Verwerp mij niet
218
van uw aanschijn; wees mijne misdaden niet meer indachtig, wasch al mijne ongerechtigheden af, schep in mij een zuiver hart, vernieuw den rechten geest in mijn binnenste, maak mij, naar uw voorbeeld, zachtaardig en ootmoedig van harte, kuisch, getrouw aan mijne plichten, geduldig in het lijden, standvastig in uwen dienst, en in alles onderworpen aan uweu goddelijken wil.
Heer Jezus, als ik overweeg, hoe genadig en wonderlijk Gij hier tegenwoordig zijt, dan moet ik uitroepen: O Heer, hoe groot zijt Gij! Gij zijt bij ons en in het midden van ons, als een vader bij en onder zijne kinderen, als een geneesheer bij zijne zieken ; hoe teeder bemint Gij ons! Ach! mochten toch ik en alle menschen U hartelijk wederliefde schenken. Hoe ongelukkig zij n degenen die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardig Sacrament tegenwoordig zijt. Verleen hun toch het licht des geloofs, opdat zij, uit hunne blindheid getrokken, in den schoot uwer Kerk gebracht worden, en, met ons gezamenlijk U in dit geheim aanbiddende, begrijpen mogen, hoe gelukkig uwe ge-loovigen zijn, die vrijmoedig hunnen nood, hunne zwakheden aan U, als aan hunnen vader en geneesheer, blootleggen, vast betrouwende, dat Gij hen niet ongetroost zult laten heengaan.
219
' GEBED VAN DEN H. BERNARDUS TOT DE
H. MAAGD MARIA.
O liefderijke Maagd Maria, open ons den gt; toegang tot uwen Zoon, Gij, die gebenedijd zijt onder de vrouwen, die genade gevonden hebt bij den Heer, die het leven ter wereld gebracht hebt, en de Moeder der zaligheid zijt: opdat Hij, die ous door U gegeven is, ons door ü ontvange. Uwe volmaakte zuiverheid wissche bij Hem de schuld onzer bedorvenheid uit, en uwe ootmoedigheid, die aan God zoo aangenaam was, verwerve ons de vergiffenis onzer ijdelheid en hoovaar-digheid. Uwe overvloedige liefde bedekke de menigte onzer zonden, en uwe wonderbare vruchtbaarheid brenge ons eene vruchtbaarheid van verdiensten aan. Gij zijt onze meesteres, onze middelares, onze voorspreekster. Beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gebenedijde Maagd, dat Jezus Christus, uw Zoon, ons door uwe voorbede aan zijne gelukzaligheid en eeuwige heerlijkheid deelachtig make. (Bid daarna de ' Litanie der heilige Maagd).
Onder het âAngelusquot;, driemaal het Wees gegroet.
Wanneer de zegen met het Allerheiligste gegeven wordt :
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste Sacrament. Zegen mij, o Heer
220
Jezus, met den Vader en den h. Geest; versterk mij door uwe genade', om zoo te handelen volgens uwen heiligen wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke; geef aan alle rechtvaardigen volharding, aan alle zondaren vergiffenis, en aan alle geloovige zielen verlossing; help ons allen, nu en in het uur des doods. Amen.
Vierde Afdeeling.
BIECHTOEFENINGEN.
-»OûiCO--
VÃÃR DE BIECHT.
Voorbereidingsgebed.
Eeuwige, barmhartige God! ik hoor de stem uwer genade, die zoete stem, die spreekt: âIk wil den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve.quot;
Met een met schaamte bedekt aangezicht volg ik deze stem, en keer rouwmoedig tot U terug, barmhartige Vader, gelijk de verloren zoon uitroepend: âVader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik âben niet meer waardig, uw kind genoemd âte worden.quot;
Ach groote, allerheiligste en rechtvaardige Ood, wat zou er van mij geworden zijn, als Gij mij in mijne zonden uit dit leven en voor uwen rechterstoel geroepen hadt! Maar Gij hebt tot op dit oogeublik geduld
222
gehad, en houdt nu wederom uwe liefdevolle armen uitgestrekt, om mij door oprechte boete in genade op te nemen. O voleind nu, barmhartige Vader, het werk mijner be-keering, en zend mij uwen heiligen Geest, opdat Hij mij mijne zonden leere kennen, mijn hart met een oprecht berouw vervulle, en moed geve, mijne zonden aan den biechtvader, uwen plaatsvervanger, oprecht te belijden ; geef mij kracht en sterkte, voortaan de zonden te vermijden, en mijn leven te beteren. Ik bid U daarom door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
Kom dan, heilige Geest, en verlicht met uwe genade de duisternis mijner ziel, opdat ik mijnen zondigen toestand leere kennen; zend het vuur uwer liefde in mijn hart, opdat het van ware droefheid over mijne zonden ontvlamme.
Heilige Maria, Moeder Gods en toevlucht der zondaren, bid voor mij.
Heilige Aloysius, die met zoo groote godsvrucht en berouw uwe zonden beleden hebt, bid voor mij.
Onderzoek des 1 gewetens.
â¢1. Heb ik tot nu toe ongeldig of slecht gebiecht? Hoe dikwijls? Wanneer? De biecht is ongeldig in deze vier gevallen; a. wanneer men nalatig en oppervlakkig zijn geweten onderzoekt, zoodat men oorzaak is, dat men eene doodzonde achterlaat; h, wanneer
223
men gebiecht heeft zonder een goed berouw over zijne zonden ; c. wanneer men vrijwillig eene doodzonde in de biecht verzwegen heeft; d. als men vóór de absolutie den wil had, de penitentie niet te volbrengen.
2. Heb ik de ongeldige biechten hersteld door eene goede generale biecht ? of heb ik ze nog niet goed gemaakt, en altijd verder ongeldig gebiecht. Hoe dikwijls? Onderzoek u dan over al de zonden, die gij sinds de laatste goede biecht bedreven hebt, en tracht door deze biecht alles te herstellen, en uw geweten te zuiveren door de oprechte belijdenis van al uwe zonden, alsook van alle heiligschendende biechten en communiën en andere sacramenten, die gij in dien tijd ontvangen hebt. Bij de groote zonden vraag u af, hoe dikwijls zij bedreven zijn; kunt gij het juiste getal niet weten, zoo onderzoek u, hoe dikwijls gij ze iederen dag, iedere maand of jaar gedaan hebt. Bij de dagelij ksche zonden zeg, of zij somtijds, dikwijls of zeer dikwijls geschied zijn. Voor elke biecht, om gemakkelijk zijn geweten te onderzoeken, overdenk:
De tien geboden Gods.
Eerste gebod: Ik ben de Heer uw God, gij zult geen vreemde Goden voor mijne oogen hebben ; gij zult geen gesneden beeld of gelijkenis maken, gij zult die niet aanbidden, noch godsdienst aandoen.
Heb ik aan eene waarheid van den katholieken godsdienst niet geloofd, of vrijwillig daaraan getwijfeld? Heb ik uit menschelijk opzicht mij niet geschaamd, voor mijn geloof uit te komen, het kruisteeken te maken, te bidden voor en na het eten, op den openbaren weg de knieën te buigen voor het Allerheiligste Sacrament enz.? Heb ik de christelijke leering regelmatig bijgewoond, en vlijtig den catechismus geleerd ?
'224
Heb ik aan de genade van God getwijfeld? Heb ik bij het zondigen gedacht: het komt op eene zonde niet aan, ik kan ze wederom biechten. Heb ik tegenzin gehad in het gebed, in het aanhooren van Gods woord? Heb ik gemord tegen de beschikkingen van God? Heb ik mij in de kerk oneerbiedig gedragen door lachen, praten enz.? Heb ik mijne dagelijksche gebeden verricht, ben ik bijgeloovig geweest? Heb ik de penitentie, mij door den biechtvader opgelegd, volbracht?
Tweede gebod. Gij zult den naam van den Heer uwen God niet ijdel gebruiken.
Heb ik den naam van God oneerbiedig uitgesproken, of de namen van heiligen of heilige zaken ijdel gebruikt? Heb ik over God, over heilige personen of zaken verachtelijk gesproken of gespot? Heb ik zonder noodzakelijkheid gezworen? Heb ik valsch gezworen? Heb ik gevloekt of God gelasterd ? Heb ik eene gedane belofte ook vervuld?
Derde gebod: Wees gedachtig, dat gij don Sabbatdag heiligt.
Heb ik op Zon- en geboden feestdagen de h. Mis gehoord? Heb ik ze met aandacht bijgewoond? Ben ik door mijne schuld in de h. Mis te laat gekomen? Heb ik op Zon- en geboden feestdagen zonder noodzakelijkheid slaafschen arbeid verricht? Hoe lang?
Vierde gebod: Eert vader en moeder, opdat het u welga, en gij lang moogt leven op aarde.
tien ik oneerbiedig geweest jegons mijne ouders, oversten, zoo geestelijke als wereldlijke ? Heb ik kwaad van hen gesproken? Heb ik hen hard en ruw bejegend. Heb ik hen bedroefd uf vertoornd? Heb ik
225
ook voor hen gebeden? Heb ik hunne zwakheden met geduld verdragen ? Ben ik hun ongehoorzaam geweest ? Heb ik hunne bevelen met morren en tegenspreken volbracht? Heb ik hen geslagen, gestooten of zulks willen doen?
Vijfde gebod: Gij zult niet doodslaan.
Heb ik mijne evennaasten, broeders of zusters, dienstboden, medeleerlingen of andere menschen geslagen ? Heb ik hen gekrenkt of bedroefd? Ben ik toornig op hen geweest? Heb ik met het in vijandschap geleefd ? Hoe lang? Heb ik met hen getwist? Heb ik hen scheldnamen gegeven ? Heb ik mij in levensgevaar gesteld? Heb ik mij den dood gewenscht? Heb ik anderen tot zonde verleid, of geholpen ? Heb ik aan de zonden van anderen medegewerkt, door aanraden, beschermen, gebieden, prijzen, mededeelen, toestemmen, niet straffen, niet beletten, niet overdragen ?
Zesde en negende gebod: Gij zult geen onkuiscliheid bedrijven, uoch begeeren.
In dit gebod zijn alle vrijwillige zonden doodzonden; wees daarom oprecht. Het. is altijd raadzaam, zich nauwkeurig en in korte en passende woorden te beschuldigen van alles, wat men meent, tegen deze geboden bedreven te hebben, door gedachten, woorden of werken, hetzij de vrije wil er deel in heeft genomen of niet, wijl men meestal, vooral ten opzichte van inwendige zonden, niet kan onderscheiden of men toegestemd heeft of niet; ook dan, wanneer er geen zonde is, gevoelen brave en deugdzame personen ongerustheden; de teedere deugd der kuischheid lijdt gevoelige indrukken door de geringste van de tegenovergestelde ondeugd: de belijdenis zelfs van bekoringen wischt die indrukken uit, en geeft aan de ziel eene groote gerustheid.
15.
Zevende en tiende gebod: Gij zult niet stelen. Gij zult uws naasten huis niet be-geeren, noch zijn land, noch zijn knecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets van alles wat hem toebehoort.
Heb ik eens anders goed weggenomen ? Wat? Heb ik den wil gehad om te stelen ? Heb ik anderen op de eene cl andere wijze bedrogen? Heb ik gevonden zaken aan den eigenaar teruggegeven ? Heb ik wetens en willens gestolen zaken gekocht ? Heb ik vreemde zaken moedwillig bedorven? Heb ik gestolen zaken weder teruggegeven, en de toegebrachte schade hersteld?
Achtste gebod: Gij zult tegen uwen evennaaste geene valsche getuigenis geven.
Heb ik gelogen, met of zonder schade van anderen ? Heb ik van anderen zonder noodzakelijkheid kwaad of laster gesproken? Heb ik aan anderen fouten toegeschreven of dezelve vergroot? Heb ik met genoegen naar het kwaadspreken geluisterd? Heb ik voor het. gerecht geen valscbe getuigenis afgelegd?
De vijf geboden der h. Kerk.
Heb ik op dagen van onthouding, wetens en willens, vleeschspijzen gebruikt? Overdenk nog dezevenhoofd-zonden; hoovaardigheid, gierigheid, onkuischheid, nijdigheid, gulzigheid, gramschap en traagheid.
Verder nog de plichten van uwen staat; zie eindelijk, op welke plaatsen gij geweest zijt, met welke personen gij verkeerd hebt, en op wat wijze gij daarin gezondigd hebt met gedachten, woorden, werken of verzuim.
Berouw.
Na uw geweten goed onderzocht te hebben, bid God' kinderlijk en vol vertrouwen met uwe eigene woorden om vergiffenis over de bedreven zonden. Gebruik ook het volgende gebed, houd daarbij van tijd tot tijd stil, opdat gij moogt ondervinden, hoe bitter het is, den Heer uwen God door de zonden verlaten te hebben.
O mijn God en Vader, zie met de oogeu uwer ondoorgrondelijke barmhartigheid op mij, zondig schepsel, neder, dat vol berouw hier voor U ligt neergekuield. Ik beken het in de bitterheid mijner ziel, ik heb gezondigd, ik heb veel en zwaar gezondigd, en daardoor uwe gramschap over mij afgeroepen. Mijn God! hadt Gij mij door een schielijken dood uit dit leven weggerukt, en voor uwen rechterstoel geroepen, Heer, hoe zou het mij gegaan zijn! Ik was misschien voor eeuwig van uw aanbiddelijk aanschijn verstoeten, verwezen naar de eeuwige pijnen der hel. Ofwel ik jammerde nu wellicht wegens mijne zonden in de smartelijke pijnen des vage-vuurs. Hoe vreeselijk zijn toch uwe oor-deelen, o Heer, hoe streng straft Gij de zonden in de eeuwigheid.....
Hoezeer moet ik daarom mijne zonden verafschuwen, die zoo verschrikkelijke straffen over mij afroepen; hoezeer moet ik iedere doodzonde haten, dewijl zij voor alle eeuwigheid mij van uw aanschijn berooft. Daarom neem ik mij heden vast voor, nooit meer
228
oene doodzonde te bedrijven, opdat ik hiernamaals de straffen uwer strenge rechtvaardigheid ontkome. Doch 't is niet alleen de vrees voor uw oordeel, die mij van de zonde afschrikt, maar ook de overweging uwer liefde vervult mijn hart met droefheid. Gij bemint mij immers met eene oneindige liefde. Van af den dag mijner geboorte tot op dit oogenblik, hebt Gij, o goede Vader, niet opgehouden, mij met genaden en weldaden te overladen. Welke weldaden be-weest Gij aan mijn lichaam niet, door mij het leven en de gezondheid, voedsel en kleeding te schenken? En wat zijn deze lichamelijke weldaden, in vergelijking met de groote genaden, waarmede Gij mijne ziel overladen hebt!
In het h. Doopsel hebt Gij mij in uwe Kerk opgenomen, mijne ziel versierd met het kleed der onschuld, en mij tot uw kind aangenomen. In het h. Sacrament der boetvaardigheid hebt Gij mij zoo dikwijls de zonden vergeven, als ik uwe geboden overtreden had. Door uwe inwendige genade hebt Gij mij voortdurend tot het goede aangezet, en voor het kwaad bewaard. En om de kroon op uwe weldaden te zetten, hebt Gij mij in de h. Communie uwen eigen Zoon gegeven.
O groote liefde van mijnen God, ik erken nu mijne ondankbaarheid en mijne boosheid, daar ik uwe goedheid en liefde met
zoovele zonden vergolden heb. Och, had ik U, mijnen besten Vader, toch nooit door eene enkele zonde beleedigd......
Ook U, Jezus Christus, mijn liefdevollen Verlosser, heb ik beleedigd; en ik heb zooveel redenen, met dankbare liefde U te beminnen, en door het onderhouden uwer geboden U mijne liefde te bewijzen.
Want wat hebt Gij uit liefde tot mij, armen zondaar, gedaan en geleden ?
Tot mijne zaligheid zijt Gij mensch geworden, en voor mij zijt Gij in groote smart gestorven, opdat ik het eeuwige leven zoude hebben en niet verloren gaan. En ik heb U daarvoor geen wederliefde bewezen, ik heb U veracht en uwe geboden overtreden.
O Jezus, als ik uw bitter lijden overweeg, dan verwijt mij mijn geweten, dat ook ik aan dat lijden schuldig ben. Ik zie U op den berg van Olijven, met een bloedig zweet bedekt â ik zie U, zoo wreed gegeeseld en met doornen gekroond â ik zie U, met het zware kruis beladen, den Calvarieberg beklimmen â ik hoor die hamerslagen, die ü aan het kruis hechten, en de zware zuchten van uw stervend Hart. Ach, ik beken het: ook ik heb schuld aan uw lijden, want ook wegens mijne zonden hebt Gij zooveel moeten verdragen. Hoe smart mij dat nu! Hadde ik dat altijd erkend, ik zoude U nooit beleedigd hebben. Maar verstoot mij, armen
230
zondaar, niet, doch, ter wille van uw heilig bloed en uwen dood, ontferm U mijner; ik wil voortaan niet meer zondigen.
Mijn God, mijn hoogste en beminnenswaardigste goed, niets is heiliger, niets volmaakter, niets schooner dan Gij. Hoe zou ik U niet eeren en beminnen! Evenwel heb ik het tot nu toe niet gedaan; ik, die slechts stof en asch ben, heb mij tegen U, het opperste Wezen, verzet. Niet eenmaal, neen zoo dikwijls ben ik tegen U opgestaan, en heb ik uwe geboden overtreden.De schuld mijner zonden staat voor mijne oogen. O, hoe is het toch mogelijk, dat ik U, het. hoogste en beminnenswaardigste Goed, zoo dikwijls beleedigde. Ware het toch mogelijk, deze zonden ongedaan te maken, maar dat staat niet in mijne macht. Gij echter, o goede God, kunt ze wegnemen en vergeven. Neem dan deze zonden van mijn hart weg, dat met berouw en leedwezen daarover vervuld is. Ik beloof U, alle zonden voortaan te vermijden, bijzonder deze.... waardoor ik U zoozeer beleedigd heb. Ontferm U mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid. Amen.
(Verwek ook een akte van geloof, hoop en liefde. Hoe gij ook moogt geïondigd hebben, wees oprecht in den biechtstoel.)
231
XA DE BIECHT.
Hoe zal ik U vergelden, o Heer, de groote genade en barmhartigheid, die Gij mij bewezen hebt? Gij hebt mij, armen zondaar, niet verstooten, maar, evenals den verloren zoon, weder opgenomen. Gij hebt de banden mijner zonden verbroken en mijne misdaden uitgewischt. Nu verheugt mij weder uw aanbiddelijk aangezicht, en woont de vrede in mijne ziel. Gij hebt mij aan den duivel onttrokken, mij tot uw kind weder aangenomen, en mijne ziel versierd met de heilig-makende genade.
O Heer, hoe groot is uwe goedheid, hoe rijk de schat uwer barmhartigheid; uwe vreugde is het, te vergeven en genadig te zijn: Gij wilt den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve. Verheug ii daarom, mijne ziel, en verheerlijk uwen God.
Loof, mijne ziel, den Heer, en alles Wat in mij is zijnen heiligen Naam.
Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet al zijne weldaden niet. Hij heeft al uwe misdaden vergeven, al uwe zwakheid genezen. Hij heeft uw leven voor den ondergang bewaard, ii gekroond met genade en barmhartigheid; genadig en barmhartig is de Heer, Hij is langmoedig en vol erbarmen.
Hij heeft niet met mij gedaan volgens mijne zonden; Hij heeft mij niet vergolden
232
volgens mijne misdaden. Zoo hoog de hemel boven de aaide verheven is, zoo groot is zijne barmhartigheid over hen die Hem vreezen.
Zoo ver de opgang der zon verwijderd is van haren ondergang, zoo ver heeft Hij de zonden van ons verwijderd.
Gelijk een vader zich erbarmt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich God over de boetvaardige zondaars, want Hij weet, welke schepselen wij zijn, Hij gedenkt, dat wij stof en asch zijn.
Looft den Heer, gij al zijne engelen.
Looft den Heer, gij al zijne werken.
Looft den Heer, mijne ziel, ten allen tijde.
Eere zij den Vader, den Zoon en den h. Geest.
God van goedheiden barmhartigheid,neem dit lof- en dankgebed genadig aan van een zondaar, wien Gij genade geschonken hebt. Het komt voort uit een hart, dat nu van liefde tot U ontvlamd is. Daarom ben ik nu ook vast besloten, uit liefde tot U voortaan alle zonden te verafschuwen en te vermijden. Het zal het hoogste geluk mijns levens zijn, voortaan uwe heilige geboden te onderhouden. Door gebed, waakzaamheid en boete, wil ik alle vorige misstappen weder goed maken. Door heiligen ijver in uwen dienst wil ik inhalen, wat ik tot nu toe verzuimd heb. Heer, Gij weet alles. Gij weet ook, dat ik U bemin, en dat het mij ernst is
233
met mijne goede voornemens. Maar Gij weet ook, hoe zwak en onstandvastig ik ben. Ik bid U dan, kom mij te hulp met uwe genade, en sterk mij in den strijd tegen de zonde. Sluit mij in uw heilig Hart, o Jezus; houd mij vast, opdat noch de wereld, noch de duivel mij van U scheide. Geef mij de genade der volharding in het goede, opdat ik uwe barmhartigheid met alle Engelen en Heiligen loven kunne in alle eeuwigheid. Amen.
Tot eenige voldoening voor mijne zonden wil ik nu de penitentie volbrengen, welke de biechtvader mij heeft opgelegd.
(Volbreng nu de penitentie, als gij ze terstond volbrengen kunt.)
Na de penitentie volbracht te hebben.
O Heer, hoe gering is de boete, die ik verricht heb, en hoe groot zijn daarentegen de tijdelijke straffen, door mijne zonden verdiend. Daarom neem ik mijne toevlucht tot U, o goede Jezus, die door uw bitter lijden en uwen smartvollen dood eene zoo overvloedige voldoening voor mijne zonden gegeven hebt. Verhoog de waarde mijner werken van boetvaardigheid, vul door uwe verdiensten aan, wat aan mijne voldoening ontbreekt, en wisch door uw kostbaar bloed de tijdelijke straffen uit, welke ik nog te boeten heb. Opdat Gij echter des te liever
234
mij door uwe verdiensten te hulp kouiet, beloof ik U, mijn gansch leven lang in ware boetvaardigheid te zullen volharden. Alle kruisen en wederwaardigheden, die mij zullen trefTen, zal ik aanzien als straffen voor mijne zonden, opdat ik tot aan het einde mijns levens voor alle zonden voldoening geve, de straffen der eeuwigheid ontvluchte, en zoo na mijn dood terstond den hemel moge binnengaan. Amen.
mil I tl 111 Ml I MI 11IIM lllll I llllll IIIlH 1111 (ill 11 llll illllllll Mill I III 11 Mil 11IM lllllllli lltll I llllll III lil IIIIIIIII III II III 11 III II III I
r t11 n t i t n it i t n m i n n n n
itiiiiiiiriiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiMiiiiiiiiiiiiiiiiiiMiniiniiiiMiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii
Vijfde Afdeeling.
GEBEDEN VOOR EN NA DE H. COMMUNIE.
VOORBEREIDISTGSGEBED.
Almachtige, eeuwige God, zie, ik nader tot het h. Sacrament van uwen eeniggebo-ren Zoon, onzen Heer Jezus Christus. Ik ga gelijk een zieke tot den geneesheer des levens, als een zondaar tot de bron der barmhartigheid, als een blinde tot het licht der eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot den Heer van hemel en aarde. Ik bid TJ, door uwe groote vrijgevigheid, genees mijne krankheid, wasch mij van mijne onreinheid, verlicht mij in mijne blindheid, verrijk mij in mijne armoede, kleed mij in mijne naaktheid, opdat ik het Brood der engelen, den Koning der koningen, en den Heer der heerscharen met zoo grooten eerbied en ootmoed, met zoo groote rouwmoedigheid en godsvrucht, met zoo
236
groote zuiverheid en zoo groot geloof ont-vange, dat het tot heil mijner ziel ver-strekke. Verleen mij, bid ik U, dat ik het Sacrament van het Lichaam en Bloed des Heeren met al zijne hemelsche uitwerkingen ontvange.
O milddadige God, laat mij door het Lichaam van uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jezus Christus, dat Hij uit de Maagd Maria genomen heeft, zoo waardig worden, dat ik vereenzelvigd worde met zijn geestelijk lichaam, en opgenomen tot zijne ledematen.
O liefderijkste Vader, verleen mij, dat ik uwen geliefden Zoon, dien ik voornemens ben, onder de gedaante van brood verborgen, op den weg dezes levens te ontvangen, eens van aanschijn tot aanschijn moge aanschouwen, die met U en den h. Geest leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Geloof en aanbidding.
O mijn Jezus, ik geloof vastelijk alles, wat Gij geopenbaard hebt, en door uwe Kerk ons te gelooven voorstelt. Ik geloof, dat Gij hier in het hoogheilig Sacrament des altaars waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam, met godheid en menschheid; want Gij zelf hebt het gezegd, en uw woord kan
237
niet bedriegen, en Gij vermoogt oneindig meer, dan mijn zwak verstand begrijpen kan. Daarom roep ik vol vertrouwen met den h. Petrus uit: Gij zijt Christus, de Zoon van den levenden God; Gij zijt dezelfde God-mensch, die hier op aarde onder ons leefde, en voor ons aan het kruis gestorven is; die nu in den hemel aan de rechterhand des Vaders zit, en eens zal terugkeeren, om alle menschen te oordeelen. In dit levendig geloof kniel ik hier vol eerbied voor U neder, on aanbid U met alle Engelen en Heiligen. In dit levendig geloof nader ik tot de heilige tafel, die uwe ondoorgrondelijke goedheid mij heeft toebereid. O, geef mij de genade, dat ik U in heiligen eerbied ontvange, mij-zelven afaterve, voor U alleen leve, en eens daarheen kome, waar ik U klaar en duidelijk aanschouwen en beminnen kan in alle eeuwigheid.
Ootmoed en berouw.
Mijn Heer en mijn God, wie ben ik, dat Gij U zelf aan mij geeft? Hoe kan ik, ellendige zondaar, U ontvangen? Hoe kunt Gij U gewaardigen, mijn zondig hart binnen te treden ? Hoe durf ik, ondankbaar kind, voor U verschijnen, en het wagen, U te ontvangen? Ik heb U reeds zoo dikwijls en zoo zwaar beleedigd, en nog is mijn hart zoo onrein en koud. In den diepsten ootmoed
238
werp ik mij voor U neder, o Jezus, en bid U om vergiffenis.
Heer, wasch mij meer en meer van mijne zonden en reinig mij van mijne ongerechtigheden. Ik betreur en verafschuw nogmaals, uit den grond van mijn hart, al mijne zonden, en diep beschaamd beken ik in ootmoed en berouw: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt.
Vertrouwen.
Ik ben niet waardig, U, mijn Heer eiï mijn God, te ontvangen; toch hoop en betrouw ik, dat uwe oneindige barmhartigheid mij niet verstooteu zal. Bij uwe geboorte hebt Gij den vrede laten verkondigen aan de menschen van goeden wil. Zie, ik ben ook van goeden wil; ik heb getracht, met uwe genade mijne ziel door een waar berouw en eene oprechte biecht te reinigen; Gij hebt op deze aarde den rouwmoedigen zondaar zoo liefdevol opgenomen; Gij hebt de armen, blinden en lammen tot uw gastmaal uitgenoodigd, en roept allen toe: Komt tot Mij, allen, die belast en beladen zijt. Ik zal u verkwikken. Daarom kom ik ook tot U, met het vaste vertrouwen, dat Gij in dit heilig Sacrament mij verrijken zult met uwe genade, mijne gebreken genezen, en mij op dezen aardschen pelgrimstocht versterken. Ik hoop vol vertrouwen, dat het
239
ontvangen van uw heilig Lichaam en Bloed mij tot mijn heil en tot het eeuwige leven zal bewaren.
Liefde.
O mijn Jezus, hoe goed zijt Gij ! Hoe hebt Gij toch alles uit liefde tot mij gedaan en geleden! En daarmede nog niet tevreden, wildet Gij in dit heilig Sacrament de spijs mijner ziel worden, U gansch aan mij geven, ü op het innigste met een zoo ellendig en onwaardig schepsel als ik beu vereenigen. O Jezus, hoe goed zijt Gij! Hoe groot, hoe onbegrijpelijk is uwe liefde! O mijn Verlosser, ik dank U, ik bemin U, en zal U beminnen zooveel ik kan en zoo lang ik leef. Ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin U boven alles, ik bemin U meer dan mijn leven. Ik vereenig mijne zwakke liefde met die, waarmede de engelen en heiligen U beminnen, waarmede Maria, uwe heilige Moeder, waarmede de hemelsche Vader zelf U bemint. Ontvlam in mij die liefde, en geef, dat ik U altijd meer beminne.
Verlangen.
Kom dan, o Jezus, kom in mijn hart, dat U bemint en naar U verlangt. Kom in mijne arme ziel, die U zoozeer noodig heeft. Ik verheug mij op uwe genaderijke intrede in mijn hart. Bezit ik U, dan bezit ik alles.
240
Gij zijt mijn God en Heiland, mijn troost en hulp, mijn Zaligmaker en mijne zaligheid. Kom dan, levend brood des hemels, voed, versterk mijne hongerige ziel. Kom, hemel-sche geneesheer, genees mijne kranke ziel. Kom, Lam Gods, neem mijne zwakheid, mijne zonden weg. Kom, Jezus, helper. Zaligmaker, kom, help mij, maak mij zalig! Amen.
O Maria, bid voor mij in dit heilig oogen-blik, opdat ik Jezus, uw Zoon, met een rein hart, met brandende liefde, met vurige godsvrucht in het h. Sacrament ontvange.
Zeg Hem, dat ik uw kind ben, en schenk mij die gesteldheid, die Hem het welge-valligst is.
Heilige Engelbewaarder, sta nu aan mijne zijde, geleid mij tot de tafel des Heeren, en verwijder alles van mij, wat mijne godsvrucht storen kan.
Heiligen Gods, vooral gij, mijne patronen N. N., verkrijgt mij heden de genade, mijnen God in de h. Communie te ontvangen, opdat zij Hem tot eere, U tot vreugde en mij tot heil verstrekke. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
O ziel van Christus, heilig mij. (BI. 179.)
241
Aanbidding en dankzegging.
O Jezus, mijn God en Heer! Ik aanbid ü in mijne ziel. Geprezen zij uwe barmhartigheid, die U in mijn hart heeft doen binnengaan, dat vol ellende is; geloofd zij uwe goddelijke liefde, die zoo grootmoedig met mij, zondig mensch, gehandeld heeft.
Wie ben ik, o God, dat Gij tot mij komt? Groot is uwe barmhartigheid en liefde tot mij, armen zondaar, onder wiens armoedig dak Gij uw intrek genomen hebt, om in mijne ziel uwe woonplaats te vestigen. U, den onsterfelijken en onzichtbaren Koning der eeuwigheid, U, o Jezus, den waren God, zij lof en eer, roem en aanbidding in eeuwigheid!
Hoe zal ik U de weldaden vergelden, die Gij mij bewezen hebt? Wat zal ik den Heer wedergeven, voor alles wat Hij mij geschonken heeft? Ik ben te nietig en te arm. Gij daarentegen te groot en te rijk, dan dat ik ü iets van waarde geven kan. Neem echter mijne innige dankbaarheid aan, waarmede ik het vurigste verlangen verbind, U alle dagen mijns levens te behagen en getrouw te dienen.
Opoffering.
Zie, mijn God en Heer, al wat ik ben en bezit, ben en bezit ik door U. U behoort alles, want Gij hebt mij uit het niet
16.
getrokken, Gij onderhoudt en bestiert mij.
Daarom geef ik U, met de oprechtste bereidwilligheid van mijn hart, alles wat ik ben en bezit; ik offer U op alle krachten van mijn lichaam en van mijne ziel, doch vooral mijnen wil. Laat dit offer van mij zeiven U welgevallig zijn ; heilig hetzelve en vereenig het met het groote offer, dat Gij uwen heïnelschen Vader aan het kruis gebracht hebt. Laat niet toe, dat de zonde en de wereld nogmaals mijn hart veroveren, daar ik mij nu geheel en voor altijd aan U overgeef.
GEBED.
O mijn God, wiens grootmoedigheid en wijsheid geene grenzen kent, werp op mijne ziel een blik uwer genade. Spreek slechts één woord, en zij zal voor eeuwig gezond worden. Dat uwe hoogheilige tegenwoordigheid in mij verdelge de begeerlijkheid en de booze neiging, die mij zoo licht tot het kwaad aanzetten; dat zij mij onthechte van alle schepselen, opdat ik vereenigd blijve met U, mijn Schepper. Verlicht mij, opdat ik uwen heiligen wil erkenne, en sterk mij, opdat ik hem getrouw volbrenge, opdat ik in de bekoringen niet bezwijke; vermeerder mijn geloof, versterk mijne hoop, ontvlam mijne liefde, versier mij met de kostbare parel der kuischheid en reinheid, der oot-
243
moedigheid, gehoorzaamheid en versterving, en laat mij steeds in alle deugden aangroeien. Zegen mijne gedachten, woorden en werken, opdat zij tot uwe eer, tot stichting van mijnen naaste en tot mijn eigen heil verstrekken. Maak mij tot een mensch naar uwen goddel ij ken wil, opdat ik U getrouw en standvastig navolge, om U eens in het eeuwig hemelrijk te mogen bezitten.
Geef mij geduld in wederwaardigheden en in ziekten, laat mij zachtmoedig en gelaten zijn en overgegeven aan uwen heiligen wil. Vervul mij met uwen geest, opdat ik alle mensohen oprecht beminne. Bewaar mijne tong voor liefdelooze gesprekken, en bevestig mijnen wil, om gaarne anderen goed te doen. Geef mij sterkte en standvastigheid, om mijne dagelijksche plichten getrouw te vervullen, en bewaar mij voor alle ongeregelde gehechtheid aan tijdelijke zaken. Baan Gij zelf mijn levensweg, en laat mij datgene bereiken, wat Gij voor mij bestemd hebt. Help mij, opdat ik door deugd en vroomheid mij als een oprecht kind van Maria gedrage. Geheel bijzonder beveel ik ü mijne kuischheid aan; laat niet toe, dat ik ooit mijn geest door slechte gedachten verontreinige, of mijn hart bevlekke door onzuiver behagen, of mijn lichaam, dat immers uw tempel is, ontheilige door eene zonde van onzuiverheid; geef mij veeleer, dat ik U steeds met een zuiver lichaam
244
diene, en met een rein hart behage; laat mij dikwijls en waardig tot uwe heilige tafel naderen, en met deze heilige spijs gevoed, in de deugd voortgaan en in het goede volharden tot het einde.
Ook beveel ik ü aan mijne tijdelijke aangelegenheden. Gij kent ze alle en weet beter dan ik, wat goed voor mij is. Handel met mij dan, o Heer, in alles en altijd volgens uw welgevallen en tot mijn welzijn. Amen.
Ontferm U ook, o goede Verlosser, over al mijne medemenschen. Verlicht de heidenen en ketters, en geleid hen tot de waarheid ; bekeer de zondaars, versterk de zwakken, troost de zieken en noodlijdenden, sta de stervenden bij. en verlicht de pijnen der arme zielen in het vagevuur. Laat uwe genade nederdalen over mijne ouders, bloedverwanten en weldoeners, mijne oversten, en allen, die mij dierbaar zijn. Zegen, bescherm hen, bewaar hen in uwen dienst,.en red onze zielen van de eeuwige verdoemenis. Amen.
Gebed om den aflaat aan de geloovige zielen op te offeren.
O mijn Jezus, ik smeek uwe barmhartigheid, laat den aflaat, dien ik door de heilige communie verdiend heb, aan de zielen van N. N. toekomen tot hunne verlossing.
Zouden zij dien niet meer noodig hebben^
245
verleen hem dan aau die zielen, die hunne verlossing het meest nabij zijn, opdat zij U, o God, in den hemel mogen aanschouwen, beminnen, loven en aanbidden, en ook voor mij bidden, opdat ik eens, na een gelukzaligen dood, hen in den hemel volge, om U te beminnen, te prijzen en te aanbidden in alle eeuwigheid. Amen.
(Bid zevenmaal het Onze Vader en Wees gegroet, en Eere zij den Vader, volgens de meening der Kerk.)
GEBED OP DEN VERJAARDAG DER EERSTE H. COMMUNIE.
Op den dag van heden herdenk ik de grenzenlooze barmhartigheid, die Gij, goddelijke Heiland, mij bewezen hebt, toen Gij mij bij de eerste h. Communie aan uwe h. Tafel hebt laten aanzitten. Ik werp mij aan uwe voeten voor het altaar neder, om U mijne verschuldigde en ootmoedige dankbetuiging te brengen. Hoe zou ik mij dat bewijs der goddelijke genade, hetwelk Gij mij gegeven hebt, kunnen herinneren, en niet beseSen, welken dank ik U verschuldigd ben! Gij zelf. God van hemel en aarde, voor wiens tegenwoordigheid alle engelen sidderen, Gij, mijn goddelijke Heiland, hebt U zelf aan mij gegeven. En ach, op welke wijze en met welke liefde zijt Gij, waarachtig God en mensch, mijn hart binnen getreden! Gij hebt den troon uwer liefde in
246
mijn hart opgeslagen, Gij hebt mijne ziel gevoed met uw aanbiddelijk Lichaam en Bloed; Gij hebt mij gezuiverd van mijne zonden, de wonden geheeld, en het licht des geloofs in mij ontstoken en vernieuwd. Gij hebt mijne zwakheid gesterkt, en in mijne behoeften voorzien; Gij hebt mij getroost in de wederwaardigheden ; Gij hebt mij onoverwinnelijke wapenen gegeven tegen mijne vijanden; Gij hebt mij alle genade verleend, die ik noodig had, en, daarmede niet tevreden, hebt Gij U op het innigste met mij vereenigd. Kondet Gij nog meer voor zoo een ellendig schepsel doen....? Neen, meer kondet Gij niet doen; daarmede hebt Gij de schatten uwer almacht en liefde uitgeput.
Ach, mocht mijn hart liever ophouden te slaan, dan ongevoelig te wezen voor uwe overgroote liefde! Neen, mijn aanbiddens-waardige Verlosser, in de toekomst wil ik niet ondankbaar zijn. Voortdurend zal ik mijne vroegere misstappen beweenen, en de wonden trachten te heelen, die ik mijn liefdevollen Zaligmaker toegebracht heb; op alle mogelijke wijzen wil ik mijne ondankbaarheid goed maken. Ik ben besloten, U dikwijls in het h. Tabernakel te komen bezoeken, en ik verlang vurig, mij te voeden met uw aanbiddelijk lichaam en uw kostbaar bloed. Ik wil niet voor U verschijnen, zonder doordrongen te zijn van het gevoel der diepste eerbiedigheid en der innigste dank-
247
baarheid, om U voor mijne oneerbiedigheid vergoeding te geven en mijne ondankbaarheid en nalatigheid in de voorbereiding tot de h. Communie te herstellen.
Om U eene eerherstelling te schenken voor mijne vroegere onwaardige communiën, wil ik voortaan goed voorbereid, godvruchtig en met een levendig geloof, met den diepsten ootmoed en de vurigste liefde U in uw h. Sacrament ontvangen.
Alle engelen en heiligen des hemels, alle rechtvaardige en godvreezende menschen hier op aarde, en Gij vooral, verheven Moeder Gods, die alleen onder alle schepselen waardig waart, den goddelijken Zoon te ontvangen, geeft dien God, dien ik door mijne zonden beleedigd heb, eene gelijkmatige voldoening, en verkrijgt voor mij de noodige genade, om mijne voornemens getrouw te blijven, opdat ik, na den goeden Jezus in het h. Sacrament bemind en dikwijls ontvangen te hebben. Hem eens in vereeniging met U moge danken, en van aanschijn tot anschijn aanschouwen in alle eeuwigheid. Amen.
2-18
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
TER EEHE VAN HET
Bitter Lijden en Sterven van onzen Heer lezus Christus,
GEBED OP DONDBEDAG.
In den hof van Olijven sprak Jezus tot zijne leerlingen: âMijne ziel is bedroefd tot âden dood toe; verbeidt hier en waakt met âMij. Waakt en bidt, opdat gij niet in âbekoring valt.quot;
En Hij ging toen ten tweeden male weg en bad: âMijn Vader, indien het mogelijk âis, neem dezen Kelk van mij; nogtans niet âmijn wil, maar de Uwe geschiede.quot;
O zachtmoedige Jezus, die voor mijne en aller menschen zonden een zoo vreeselijken doodsangst doorstaan hebt, dat uw zweet werd als bloeddroppelen, die op de aarde nedervielen, geef, dat ik in alle wederwaardigheden, in alle droefheid en lijden dezes levens, mij gelijk Gij aan Gods aanbidde-lijken wil onderwerpe, met godsvrucht en aandacht bidde, troost in het lijden, en sterkte in de bekoring van den hemel verkrijgen moge. Amen.
249
GEBED OP VRIJDAG.
De zon verduisterde, toen de joden Jezus gekruisigd hadden. Ter negender ure riep Jezus met luider stemme: âMijn God! Mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten?quot; Eu Hij boog het hoofd en gaf den geest.
Daarom, o Heer Jezus, aanbidden en loven wij U, die door uw heilig kruis en uwen onschuldigen dood de geheele wereld verlost hebt.
O mijn Heer en God, Jezus Christus, die uit liefde tot ons het smartvolste lijden verdragen hebt, totdat onze verlossing volbracht was, en uwe edele ziel van uw heilig lichaam scheidde; ik bid U, ontferm U over mijne arme ziel, nu en in de ure, dat zij scheiden zal van haar lichaam.
GEBED
ter eere van de zeven laatste ivoorden van Jezus.
1.
O Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, die, aan het smadelijk kruishout hangend, tot uwen hemelschen Vader gebeden hebt voor uwe beulen: â Vader, vergeef het hun, want zij welen niet wat zij
250
doen;quot; geef, dat ook ik, uit liefde tot U, gaarne vergiffenis schenke aan allen, die mij beleedigd hebben. Amen.
2.
Door de troostvolle woorden, die Gij, o barmhartige Jezus, tot den rouwmoedigen moordenaar gesproken hebt: â Voorwaar, Ik âzeg u: heden zult gij met Mij in het Para-âdijs zijnbid ik U, verleen mij de genade, zóó te leven en te sterven, dat ook ik in het uur van mijnen dood, deze woorden uit uwen mond moge vernemen. Amen.
o
O.
O beminnelijke Jezus! Uwe heilige Moeder en de discipel, dien Gij liefhadt, stonden bij uw kruis. En Gij spraakt tot uwe Moeder: âVrouwe, zie uw Zoon!quot; En tot den discipel: âZoon, zie uwe Moeder!quot; Ik bid en smeek U, geef, dat eene ware liefde mij het welbehagen uwer Moeder verwerve, en ik Haar kinderlijk vereere, door de navolging barer deugden. Amen.
4.
In uw bitteren doodsangst riept Gij, o Jezus, met luider stemme: âMijn God! mijn God! waarom hebt gij Mij verlaten?quot; Geef, bid jk U, dat ik iu alle wederwaardigheden
251
van dit aardsche leven nooit vertwijfele, maar steeds met een kinderlijk vertrouwen tot ü verzuchte: Mijn God! Mijn Heer! Mijn Vader! ontferm U mijner! help mij ! i verlaat mij niet! Gij, die door uw kostbaar bloed, mij, armen zondaar, verlost hebt. Amen.
5.
O lijdende Jezus, die stervend uitriept: âIk heb dorst,quot; en met edik en gal gelaafd werdt, geef mij de genade, mijne zinnelijkheid te overwinnen, boetvaardigheid en versterving te beoefenen en slechts te dorsten naar U, die de bron zijt des eeuwigen levens. Amen.
6.
Nadat Gij, als het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, den wil van uw hemelschen Vader vervuld hadt, hebt Gij, o geduldige Jezus, gezegd: â Het is volbracht!quot; Geef genadig, dat ook ik mijn levensloop naar uw heiligen wil en iu uwe genade voleindige. Amen.
âVader! in uwe handen beveel ik mijnen geest!quot; zoo riept Gij met luider stemme, boogt uw hoofd en stierft! Door uwen hei-
152
ligen dood bid ik U, geef mij de genade, met deze woorden mijn leven te eindigen, en uit uwen mond eens te vernemen ; â Wel-âaan, goede en getrouwe dienstknecht, omdat âgij over weinig zijt getrouw geweest, zal Ik âu over veel stellen; treed binnen in de vreugde âuws Heer en.quot;
253
LITANIE
VAN HET
^Bitter Jijden van ^e0u0.
-wv/WVvâ
Heer! ontfenn U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
God, h. Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jezus, Zoon van den levenden God, Jezus, die voor ons geleden hebt en gestorven zijt.
Tot in den dood bedroefde Jezus,
In den wil uws Vaders berustende Jezus, Geboeide en gebonden Jezus,
Bespotte Jezus,
Onschuldig veroordeelde Jezus,
Gegeeselde Jezus,
Met doornen gekroonde Jezus,
Met het zware kruis beladen Jezus, Gekruisigde Jezus,
Door uwen doodsangst in den hof van
Olijven,
Door uw bloedig zweet,
254
I)oor uw gebed tot den hemelschen Vader,
ontferm U onzer.
Door uw geduld bij de slapende leerlingen, Door uwe zachtmoedigheid jegens Judas,
uw verrader.
Door uwe verheven Majesteit bij het na-
dereu der krijgsknechten.
Door de stevige boeien en wreede stokslagen.
Door uwe terechtstelling voor Annas en
Kaïphas,
Door den hevigen kaakslag,
Door de onrechtvaardige beschuldiging 0 en veroordeeling, s
Door uw geheimzinnig zwijgen, Squot;-
Door uwe heerlijke getuigenis van de g waarheid,
Door de beschimping van uw heilig aan-
schijn, 2
Door de bespotting van uw koninklijken S? naam,
Door de lastering uwer heilige Godheid, Door den hoon, U aangedaan bij Pilatus
en Herodes,
Door het onrechtvaardig doodvonnis,
Door uwe gewillige gehoorzaamheid tot
in den dood,
Door de smartvolle wouden van uw heilig lichaam.
Door de pijnlijke berooving uwer kleederen, Door het onuitsprekelijk lijden van uwe kruisiging,
255
Door uw lijden van drie uren aan het kruis,
ontferm U onzer.
Door uw vergoten kostbaar bloed,
Door het gebed van liefde voor uwe beulen, Door uwe goddelijke barmhartigheid jegens den berouwhebbenden moordenaar,
Door uwe teedere liefde tot uwe h. Moeder g en den h. Joannes, S;
Door uwen brandenden dorst en uwe a uiterste verlatenheid, ^
Door de bittere gal en den edik, die men cl U aanbood, o
Door uwen harden doodstrijd, §
Door de zegepralende voltrekking van uw lijden,
Door de zachte neiging van uw stervend hoofd,
Door de opening uwer heilige zijde.
Door uwe afneming van het kruis,
Door uwe heilige begrafenis,
0 Jezus, wees ons genadig, spaar ons. Heer! 0 Jezus, wees ons genadig, verhoor ons. Heer! Van alle kwaad, verlos ons, Heer!
Van alle zonden, ^
Van een ongelukkigen dood, g-
Van vertwijfeling en wanhoop, ®
Van moedeloosheid in het lijden, g
Van de geringschatting van uw heilig ⢠lijden en sterven, «
Door uwe heilige vijf wonden, o
Door uwe liefde tot alle lijdenden, 5
236
Door uwe barmhartigheid jegens rouwmoedige zoudaars, wij bidden U, verhoor ons. Door de waarachtigheid uwer beloften, wij
bidden U, verhoor ons.
Wij, arme zondaars, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat Gij ons de genade wilt verleenen uw heilig lijden en sterven te overwegen, ^ Dat Gij ons in ons lijden gelieft te troosten, Dat Gij ons in de genegenheid tot zonde jy gelieft te dooden, g Dat Gij ons van alle gramschap en kwa- g
den wil gelieft te genezen,
Dat Gij eene vurige liefde tot het kruis i-quot; in onze harten gelieft te storten, lt;
Dat Gij ons in de bekoring gelieft te be- g, schermen, o
Dat Gij ons hart van alle aardsche liefde ° gelieft vrij te maken, o
Dat Gij ons in den dood door uw kost- S
baar bloed gelieft te versterken,
Jezus, Zoon Gods!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader. â Wees gegroet.
2quot;)7
LAAT ONS BIDDEN.
Laat, o Heere Jezus, alle zegeningen van uw lijden en sterven over ons nederkomen. Geef, dat wij uw bitter lijden in dankbare herinnering bewaren, en, ter wille van de groote smarten, die Gij verdragen hebt, schenk ons uwe machtige hulp, om de zonde in ons uit te roeien, ons kruis gewillig te dragen, naar heiligheid en volmaaktheid te streven, opdat wij eens, als uitverkorenen, in uw hemelsoh rijk U van eeuwigheid tot eeuwigheid aanbidden, danken en prijzen mogen. Amen.
GEBED TOT MARIA, DE MOEDER OER SMARTEN.
(H. Bonaventura.)
O zoete Maagd Maria! door het zwaard van droefheid, dat uwe ziel doorboorde, toen Gij uw welbeminden Zoon op het kruis zaagt verheven, van alles ontbloot cn met wonden bedekt, verkrijg voor ons, dat ons hart doordrongen worde van medelijden en berouw, en gewond door de goddelijke liefde. 0 heilige Maagd! bij de onuitsprekelijke droefheden, die Gij ondervondt aan den voet van het kruis, toon Gij in de plaats van Jezus, Joannes tot Zoon ontviugt, op het
17.
258
oogenblik, dat Jezus zijne ziel in de handen zijns Vaders beval, smeek ik U, sta ons bij op het einde onzea levens. Wanneer onze tong U niet meer zal kunnen aanroepen, onze oogen zich zullen sluiten voor het licht, onze ooren voor het geluid dezer wereld; wanneer alle krachten ons zullen begeven, gedenk dan, o goedertieren Moeder, de gebeden, die wij thans aan uwe goedheid opdragen; kom ons te hulp in dat uur van groot gevaar, en wil onze ziel aan uwen goddelijken Zoon aanbevelen, opdat Hij, ter wille van uwe gebeden, ons de straffen kwijtschelde, en ons in de eeuwige rust moge binnenleiden.
O! allerzuiverste Maagd! bij de zuchten, die uw diep bedroefd hart slaakte, toen Gij uwen Zoon, van het kruis afgenomen, in uwe armen ontvingt, geef, bidden wij U, dat. wij onze zonden beweenen, en onze boetvaardigheid de wonden onzer misslagen ge-neze, opdat, als de dood ons lichaam zal maken tot een voorwerp van afgrijzen voor de menschen, onze ziel, schitterend van schoonheid, verdiene te ontvangen, in de omhelzingen der goddelijke liefde, den kus der liefde van den Allerheiligsten Jezus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
259
DE H. KRUISWEG.
-cx£®lt;Co---
Na Jezus' dood bezochten de allerzaligste Maagd Maria, de Moeder van smarten, en de heilige Apostelen en leerlingen van den gestorven Verlosser ongetwijfeld dikwijls en met diepe godsvrucht de plaatsen van zijn bitter lijden, van zijn smadelijken dood en van zijne begrafenis, bijzonder echter den weg, dien Jezus, met zijn kruis beladen, bewandeld had.
Na hen deden hetzelfde, door alle eeuwen heen, vele heilige en vrome christenen. De Kerk van Christus begunstigde deze bezoeken, en de Pausen hechtten er menigvuldige en groote aflaten aan.
In den loop der tijden echter werd het bezoek der heilige plaatsen zeldzamer; voor velen was het uiterst moeilijk, ja, gevaarvol; voor andereu onmogelijk geworden.
Om deze redenen, en tevens om de ver-eeriug van het lijden en sterven van onzen Heer Jezus Christus te onderhouden en te doen toenemen, en den geloovigen deze bezoeken gemakkelijk te maken, en dezelfde genadeschatten hun mede te deelen, verleenden en bekrachtigden vele Pausen (In-noc. XI, Benedictus XIII, Clemens XII, Benedictus XIV) de volmacht, aan de Orde der Paters Franciscanen geschonken, zoowel
260
in Imnue uls in andere kerken den kruisweg op te richten en plechtig in te zegenen, en stonden tevens toe, dat eenieder, die den kruisweg met godsvrucht zou bidden, aan alle volle en gedeeltelijke aflaten kan deelachtig worden, die aan het bezoeken der heilige plaatsen te Jerusalem verbonden zijn.
Ook kunnen deze aflaten toegevoegd worden aan de zielen in het vagevuur.
V OORBEREIDIN GSGEBED.
Met een rouwmoedig en deelnemend hart wil ik thans deze heilige oefening beginnen, om uw bitter lijden en sterven, o mijn goddelijke Verlosser, te eeren.
Ik dank U, o Jezus, voor de oneindige liefde, met welke Gij uw zwaar kruis voor mij gedragen, en mij, armen zondaar, aan hetzelve verlost hebt!
Voor uwe voeten neergeknield, vraag ik U ootmoedig vergiffenis voor mijne vele en groote zonden, waardoor ik uw smartvol lijden veroorzaakt en helaas! zoo menigmaal vernieuwd heb! Ach! hadde ik U toch nooit beleedigd! hadde ik toch maar geen schuld aan uwen kruisdood! Hadde ik U beter gekend, meer bemind en nooit beleedigd!
Door uw kostbaar bloed, zoo overvloedig voor mijne zaligheid vergoten, wees mij genadig, liefderijke Jezus; schenk mij vergiffo-
261
nis van alle mijne zonden, en maak mij deelachtig aan alle aliaten, die ik kan verdienen voor mijne arme ziel en voor de zielen, die in het vagevuur lijden.
I STATIE.
Jezus wordt veroordeeld lot den dood des /cruises.
Wij aanbidden en loven U, Christus.
Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
De onschuldige Jezus, de heiligheid zelve, wordt valschelijk beschuldigd door de Joden, die Hem bij Pilatus aanklagen en zijn dood eischen. Pilatus spreekt het onrechtvaardig doodvonnis uit, en Jezus aanhoort het met eene heilige onderwerping, gehoorzaam, als Hij was, tot den dood, tot den dood des kruises.
Hij is de Heer en Meester van leven en dood, en verdraagt dat een heiden Hem veroordeelt!
GEBED.
O onschuldige Jezus! Ik heb gezondigd, dikwerf en grootclijks gezondigd en daardoor den dood verdiend! Gij echter neemt het doodvonnis geduldig aan, opdat ik niet sterven, maar eeuwig leven zoude.
262
Hoe zal ik dan voortaan nog leven kunnen, tenzij voor U?
Zoolang ik welgevallig wil zijn aan de menschen, kan ik uw dienaar niet zijn! Daarom zal ik trachten, aan IJ, aan U alleen te behagen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U ouzer, Heer, ontferm U onzer.
God, wees ons, zondaren, genadig.
II STATIE.
Jezus neemt hel kruis op zijne schouders.
Wij aanbidden, enz.
Het kruis, door Jezus zelf gedragen, is een boomstam van 15 voet lengte en een dwarsloopend hout van 7 tot 8 voet. Zijne handen strekt Hij uit, om dien zwaren last op te nemen. Een beul werpt eene koord over zijne schouders, en de droevige stoet, de lijdende God-Mensch, soldaten met hamers, nagels, koorden en ladders, eene nieuwsgierige en bloedorstige menigte, stelt zich in beweging.
En Jezus, het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, is verheugd, den zon-denlast der wereld te dragen.
GEBED.
O barmhartige Jezus! die het schandelijk kruishout omhelst, en met liefde op uwe
2(53
gezegende schouders opneemt; hoe zoude ik uw dienaar, uw vriend kunnen zijn, wanneer ik een vijand des kruisea ware ? O heilig kruis! met vreugde neem ik u aan uit Gods hand! Het is verre van mij, voortaan mij in iets gelukkig te achten, dan alleen in het kruis. Voor U, o Jezus, wil ik gaarne lijden; ter uwer eere wil ik alle wederwaardigheden en kruisen geduldig verdragen, tot boetedoening voor de belee-digingen, welke U door mij zijn aangedaan.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
ITI STATIE.
De eerste val van Jezus onder het kruis.
Wij aanbidden, enz.
De krachten van Jezus zijn door het bloedverlies en de geleden smarten, door honger en dorst zoo uitgeput, dat Hij zich nauwelijks kan staande houden. Gansch met wonden overdekt, op onuitstaanbare wijze gepijnigd door de scherpe doornenkroon, beladen met een zwaar kruis, dat de wonden zijner verscheurde schouders heropent, kan Hij eindelijk niet meer verder en valt machteloos ter aarde!
204
GEBED.
O barmhartige Jezus ! de last des kruises was U zoet en licht, maar de last mijner zonden was U zwaar en bijna ondragelijk. Nu Gij echter in uwe eeuwige liefde den last mijner misdaden hebt willen dragen, wil ook ik met dankbare liefde uw juk op mij nemen, en uwen heiligen wil in alles vervullen. Uw juk is zoet en uw last is licht, daarom wil ik volgaarne uwe heilige geboden onderhouden, en U in alles navolgen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
IV STATIE.
Jezus ontmoet zijne h. Moeder Maria.
Wij aanbidden, enz.
Op zijn bloedigen kruisweg ontmoet Maria met den h. Joannes en eenige godvruchtige vrouwen haren welbeminden Zoon Jezus; zij ziet hem in gezelschap van soldaten, van moordenaars, van vijanden! Zij aanschouwt Hem, gansch bebloed, het hoofd met door-nen gekroond, met wankelende schreden zijn lijdensweg volgend. Jezus wrijft het bloed uit zijne oogen en werpt een blik op zijne diepbedroefde Moeder; die tee-
20/5
dere blik is als een nieuw zwaard van droefheid, dat hare ziel doorboort. Welk lijden, welke zielesmart voor Maria! Hoe wenschte zij vóór Jezus en met Jezus te sterven. O Moeder van smarten, kom ook mij te gemoet, als mijne ziel de wereld zal verlaten.
GEnED.
O Jezus! o Maria! Gij medelijdende harten ! Ik ben de oorzaak van uw groot en menigvuldig lijden. Ach! geeft, bid ik U, dat mijn hart van droefheid en smart vervuld worde! O Maria, met U zal ik mijn lijdenden Verlosser beweenen ! Sta mij bij in mijn leven, kom mij te hulp in mijnen doodstrijd, opdat ik in uw gezelschap in vrede sterve.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm II onzer, enz.
God wees ons, enz.
V STATIE.
Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen.
Wij aanbidden, enz.
Niet uit medelijden met Jezus, maar uit vrees, dat hun slachtoffer onder weg zou bezwijken, en zij het barbaarsch genoegen niet zouden hebben. Hem aan het kruis te
260
zien sterven, dwingen de joden Simon, die van Cyrene uit het veld terugkeert, het kruis van Jezus op te nemen. Slechts met tegenzin en gedwongen laadt Simon het schandhout op zijne schouders, doch, het kruis, waaraan het heil der wereld zou hangen, was ook voor Simon een heil; hij verkreeg de genade der bekeering.
GEBED.
O barmhartige Jezus, van allen verlaten, vindt Gij niemand die U wil ondersteunen, die met U wil lijden. Zoo menigmaal heb ik geklaagd over mijne wederwaardigheden! Ik verlangde wel met U mij te verheugen in den hemel, maar niet met ü te lijden op aarde! En toch hebt Gij het gezegd: Die zijn kruis niet draagt, en U niet navolgt, is U niet waardig. Ik zal uw kruis met liefde helpen dragen; ik zal U begeleiden op uwen kruisweg, uit liefde tot U de plichten van mijn staat behoorlijk vervullen, de lasten des levens geduldig dragen, opdat ik met U ten eeuwigen leven moge ingaan.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
267
VI STATIE.
Veronica droogt het aangezicht van Jezus af.
Wij aanbidden, enz.
Ofschoon het verboden was, aan veroordeelden eenig blijk van medelijden te geven, snelde toch uit de menigte des volks eene vrouw, Veronica genaamd, naar Jezus toefen wischte met haren sluier het bloed en het zweet van zijn goddelijk aanschijn. Uit dankbaarheid voor dezen liefdedienst, prentte Jezus de aanbiddelijke trekken van zijn heilig aanschijn in dien doek.
GEBED.
O barmhartige Jezus, die voor zulken kleinen dienst eene zoo edelmoedige beloo-ning schenkt! hoe zal ik U vergelden al hetgeen Gij voor mij en aan mij gedaan hebt?
Ontelbaar zijn de genaden, de gunsten en weldaden, die ik reeds van uwe goedheid ontvangen heb en nog dagelijks verkrijg, en steeds was ik zoo ondankbaar.
Ik wijd mij geheel aan U, aan uwen heiligen dienst. Druk uw beeld diep in mijn hart, tot een teeken, dat ik aan U toebehoor in mijn leven, in mijn dood, gedurende de gansche eeuwigheid.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
2C8
VTI STATIE.
Jezus valt ten tweede male onder het kruis.
Wij aanbidden, enz.
Een ter dood veroordeelde misdadiger wordt nog met zekere voorkomendheid behandeld ; men geeft hem spijs en drank, men volbrengt zijn laatsten wil. Maar voor den onschuldigen Jezus geen medelijden, geen deelneming, geen spijs, noch drank, noch rust. Van af het avondmaal van den vorigen dag, heeft Hij geen spijs genuttigd; geen enkele waterdroppel kwam zijn brandenden dorst stillen ; geen enkel oogenblik rust werd Hem vergund; den ganschen nacht was Hij overgeleverd aan de bespotting en mishandeling der soldaten. En uitgeput, valt hij nogmaals ter aarde.
GEBED.
O Goddelijke Jezus, ik heb medelijden met U, die onder den last der smarten ter aarde nedervalt. Maar ook aanbid en dank ik uwe eeuwige Goedheid, dat Gij zwak wildet worden, om mij te versterken.
Zoo dikwijls ben ik zwak geweest, en na beloofd te hebben, ü nooit meer te belee-digen, toch wederom op nieuw in groote zonden gevallen.
Heere Jezus! aan mijn voornemen, niet
2fi9
moei' vrijwillig te zondigen, zal ik getrouw blijven ; op U heb ik nu mijne hoop gevestigd, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
VIII STATIE.
Jezus troost de weenende vrouwen van Jerusalem .
Wij aanbidden enz.
De joodsche vrouwen kunnen hare tranen niet weerhouden bij het zien van den Man van smarten, die, van het hoofd tot de voeten met wonden en bloed overdekt, met wankelende schreden den dood te gemoet gaat. En Jezus, in zijne grenzenlooze liefde zijn lijden vergetende, spreekt tot de vrouwen: weent niet over Mij, maar over u zeiven cn over uwe kinderen.
GEBED.
O liefderijke Jezus! In uwe oneindige goedheid verlangt Gij geen medelijden met uw smartvol lijden, maar medelijden met mijne eigene ziel, zoo mismaakt en afschuwelijk geworden door de zonde.
Geef, o Jezus, dat ik dagelijks uwe woorden moge indachtig zijn: ween over u zelve,
270
ween over uwe ondankbaarheid, ween over uwe zonde, ween over het weinige, dat Gij tot hieraan voor God en uwe ziel gedaan hebt, opdat ik boetvaardigheid moge doen, en door boete werken vergeving mijner zonden verkrijgen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God wees ons, enz.
IX STATIE.
Derde val van Jezus.
Wij aanbidden, enz.
Onuitsprekelijk groot waren de vernederingen, aan welke Jezus zich uit liefde tot den mensch onderwierp. Welke vernedering, in een stal geboren te worden! in een armoedig timmermanshuis te leven! aangeklaagd en valschelijk beschuldigd te worden! een kaakslag te ontvangen in zijn driewerf heilig aangezicht! Maar zijn neder vallen ter aarde overtreft al deze vernederingen. Hij, de God, de Schepper, de Heer en Regeerder van hemel en aarde, ligt machteloos ter aarde, als het ware overgeleverd aan den haat der duivelen en de duivelsche woede der menschen.
271
GEBED.
O mijn lijdende Jezus! Gij hebt mij geleerd, ootmoedig en nederig van harte te zijn, en ik heb slechta mij zelve en mijne verheffing gezocht, en uw heilig voorbeeld niet nagevolgd. Ik wil nederig zijn, om U welgevallig te worden; nederig in mijne woorden, mijne gedachten, mijne verlangens, en mij alleen groot en gelukkig achten in uwe liefde.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God wees ons, enz.
X STATIE.
Jezus wordt van zijne kleederen beroofd, en met gal en azijn gelaafd.
Aangekomen op den berg, waar het offer des kruises zou volbracht worden, werd Jezus, vóór zijne kruisiging, beroofd van zijne kleederen. Door het ruw geweld der soldaten worden zijne wonden heropend, de pijnen vernieuwd en het bloed stroomt langs zijn heilig lichaam. Meer nog leed onze Verlosser, toen Hij, de goddelijke Zoon eener maagdelijke Moeder, Hij, de Koning der maagdelijke zuiverheid, zonder kleedereu stond voor eene schaamtelooze en spottende menigte.
272
GEBED.
O vernederde Jezus! bespot door een schaamteloos volk, ter wille van hen, die geene schaamte kennen, en de ledematen van Christus tot ledematen der zonden maken; ik bid U ootmoedig, vervul mijn hart met een levendigen afkeer tegen alle zondige neigingen, opdat, te midden eener bedorven wereld, mijne ziel rein, kuisch en vlekkeloos bewaard blijve.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
XI STATIE.
Jezus wordt aan het kruis gehecht.
Wij aanbidden enz.
Het bloedig offer des Nieuwen Verbonds gaat nu voltrokken worden.
Jezus wordt neergeworpen op het kruishout en met handen en voeten er aan vastgenageld. Met barbaarsche razernij slaan de beulen lange en dikke spijkers door zijne handen en voeten tot in het kruishout. Het geheele lichaam van Jezus siddert en wringt zich van smarte, en de doodskleur verspreidt zich over zijne ledematen.
273
GEBED.
O goddelijke Jezus, die met het grootste geduld het gruwzaamste lijden doorstaan hebt! Gij, die, reikhalzend naar den bloed-doop, uwe handen en voeten gewillig liet doorboren, om den wil te volbrengen van Dengene, die U gezonden heeft; geef mij de genade, dat ik mij in alles aan den wil des Heeren onderwerpe, de wijze raadsbesluiten zijner Voorzienigheid aanbidde, en in alle omstandigheden des levens moge zeggen: De naam des Heeren zij gezegend.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
XII STATIE.
Jezus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden, enz.
Jezus sterft! De wereld gaat het schouwspel bijwonen van den doodstrijd haars Scheppers, stervend voor zijne ondankbare schepselen. Wankelend verheft zich het kruis, en valt dan schokkend in den rots-kuil neder. Deze schok vernieuwt nog eens voor Jezus de pijnen zijner wonden; deze schok heeft hemel en aarde bewogen, en gedreund door de afgronden der hel. Jezus hangt drie uren levend aan het kruis.
'274
tn zijn bitter lijden gaat nu een einde nemen. Hij beveelt zijn geest in de handen zijns Vaders. Zijn werk is volbracht, Hij buigt het hoofd en sterft.
GEBED.
O liefdevolle Jezus! Gij zijthetLam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! ik heb een innig medelijden met U, die uw leven opoffert onder de vreeselijkste smarten; geef mij, o Jezus, een oprecht leedwezen over mijne zonden, die de oorzaak zijn van uw lijden en uwen dood; verleen mij de genade, dat ik, hierdoor gesterkt, de zonden afsterve, en voor U en met U leve.
Ome Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
XIII STATIE.
Jezus wordt van het kruis afgenomen.
Wij aanbidden, enz.
Tegen den avond komen Joseph van Ari-mathea en Nicodemus met eenige leerlingen bij den Calvarieberg aan, en nemen met den diepsten eerbied Jezus' lichaam van het kruis. Met onuitsprekelijke smart ontvangt Maria het bebloede, mismaakte, verscheurde lichaam in hare armen en op haren schoot.
276
Met zooveel liefde, zegt de H. Alphonsus, heeft Zij haren Zoon aan de wereld gegeven, en ziet, de wereld geeft Hem Haar weder! maar ach! in welken toestand!
GEBED.
O Maria, Moeder van smarten. Gij, die te recht kant zeggen: âO, gij allen die voorbij gaat, geeft acht en ziet, of er een smart is, gelijk aan de mijne,quot; verkrijg mij de groote genade, dikwijls met U het lijden van uwen goddelijken Zoon te overwegen, en Hem te beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Wees steeds mijne moeder, mijne beschermster, mijne hulp in leven en sterven.
Onze Vader. â IVees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz,
XIV STATIE.
Hel lichaam van Jezus wordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden, enz.
Joseph en Nicodemus wisten, welk een schat van oneindige waarde in hunne handen rustte: liet heilig lichaam van Gods Eenig-geboren Zoon!
Met diepen eerbied en vurige liefde heb-
276
ben zij het lichaam van Jezus gereinigd, gebalsemd, in linnen gewikkeld, en te ruste gelegd in een nieuw steenen graf, tot het oogenblik zou aanbreken der glorievolle verrijzenis.
GEBED.
O goddelijke Verlosser! Gij wordt in een nieuw, een rein en heilig graf te ruste gelegd, om levend en verheerlijkt uit hetzelve op te staan. O, geef, bid ik U, dat ook mijn graf op den jongsten dag heerlijk moge wezen!
Moge ik, gesterkt door uwe genade, mij steeds waardig voorbereiden tot het ontvangen der h. Communie, en het groote geluk smaken, vóór mijn dood, met een hart vol geloof en liefde, uw vleesch te eten en uw bloed te drinken, het onderpand der toekomstige heerlijkheid.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm U onzer, enz.
God, wees ons, enz.
Gebed na den Kruisweg
Almachtige, eeuwige God, barmhartige Vader! Gij hebt gewild dat uw Eenigge-boren Zoon de menschelijke natuur aannam, en voor ons het heerlijkste voorbeeld zou
277
zijn van elke deugfl, voornamelijk van de nederigheid, de gehoorzaamheid en het geduld ; Gij wildet, dat Hij den last des kruises droeg, en zelfs voor ons aan een schandelijk kruishout zijn leven opofferde.
Wij bidden U, verleen ons de genade, dat wij, door de eindelooze liefde van U en uwen goddelijken Zoon ontvlamd, het zoete juk des evangelies gewillig op ons nemen, door een levend geloof en goede werken ons onderscheiden, en als getrouwe leerlingen aan zijne uitnoodiging gehoor geven: JFie Mij wil navolgen, verloochene zioh zeiven, neme zijn kruis op, en volge Mij.
Met een vast vertrouwen hopen wij dan ook, eens met Hem in heerlijkheid te verrijzen, en de troostvolle woorden uit zijn mond te vernemen : Komt, gezegenden mijns Vaders; bezit het Rijk, dat van de grondlegging der wereld voor U bereid is; waar Gij, Eeuwige Vader, met uwen Goddelijken Zoon, in vereeniging met den h. Geest, leeft en heerscht, en waar wij hopen, eens met U eeuwig te leven en te heerschen. Amen.
278
LITANIE
OM
ZALIG TE STERVEN.
- W\i/\/V-â
Allerzoetste Jezus, God van barmhartigheid, Vader van goedheid, ik verschijn voor U met een ootmoedig en vermorzeld gemoed, en beveel U aan mijn laatste uur, met alles, wat er op volgen zal.
Wanneer mijne voeten mij niet meer kunnen dragen, en ik erkennen zal, dat het einde van mijne loopbaan is genaderd,
â dan, o allerzoetste Jezus, ontferm U mijner!
Wanneer mijne oogen, verduisterd door den naderenden dood, hunne treurende en stervende blikken tot U zullen verheffen,
â dan, o allerzoetste Jezus, ontferm U mijner!
Wanneer mijne koude en bevende lippen voor den laatsten keer uwen aanbidde-lijken Naam zullen uitspreken, â dan, o allerzoetste Jezus, ontferm U mijner!
Wanneer mijne doodsbleeke, ingevallen wangen aan de omstanders schrik en medelijden zullen inboezemen; wanneer mijne van angstzweet druipende haren mijn ver-
279
scheiden zullen aankondigen, â dan, o allerzoetste Jezus, ontferm U mijner! Wanneer mijne ooren zicli voor de taal der menschen zullen sluiten en zich opnieuw zullen openen voor de stem, die mijn onherroepelijk oordeel in alle eeuwigheid uitspreekt,
Wanneer mijne ziel, met akelige denk- J3 beelden omgeven, in diepe smart ligt © verzonken; wanneer mijn geest, be-nauwd door de herinnering mijner % zonden en de vrees voor uwe strenge 3 oordeelen, tegen den geest der duis- m ternis zal strijden, die mij den aanblik g. uwer barmhartigheid zal trachten te ont- ^ trekken en mij in wanhoop zal pogen ® te storten, g
Wanneer mijn hart, verzwakt en bedrukt quot; door de pijnen der ziekte en den schrik 2 voorden dood, uitgeput zal zijn van den g; strijd tegen de vijanden mijner zaligheid, § Wanneer de laatste tranen, tot teeken p van mijnen dood, mijne oogen bevoch- cj tigen, o, neem ze dan genadig tot een g zoenoffer aan en laat mij in den geest ta: van oprechte boetvaardigheid sterven ; § â in dat schrikkelijk oogenblik, ~
Wanneer mijne bloedverwanten en vrienden om mijn sterfbed zullen staan, en met droefheid wegens mijnen dood tot U voor mij zullen bidden,
Wanneer mijne ziel gedwongen is, mijn
280
lichaam te verlaten, en de laatste zuchten uit mijne benauwde borst komen, laat ze dan met ongeduld tot U opstijgen, aan U behagen, en ontferm U mijner, o allerzoetste Heer Jezus !
Wanneer mijne ziel voor altoos deze wereld verlaat, en dit lichaam bleek, koud en roerloos overblijft, â dan, o allerzoetste Jezus, ontferm ü mijner!
Wanneer eindelijk mijne ziel voor U verschijnt, en voor het eerst den glans Uwei-majesteit en heerlijkheid aanschouwt, verstoot haar dan niet van uw aanschijn ; neem mij liefderijk op in uwe goedertieren barmhartigheid, opdat ik mijne stem aan de eeuwige lofliederen der Engelen moge paren; o allerzoetste Jezus, verhoor mijn gebed!
GEBED.
O Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, die voor mij zelfs den dood hebt doorstaan, stel dienzelfden dood, uw kruis en uw lijden tusschen uw oordeel en mijne ziel, opdat zij, door uw heilig bloed van hare zonden gezuiverd, in alle eeuwigheid uwe barmhartigheid moge loven en prijzen. Gij, die leeft en regeert met den Vader en den h. Geest in alle eeuwen. Amen.
.to^oo--
Achtste Afdeeling.
Gebed tot liet Allerlieilioste Sacrament en tot liet goddelijk Hart van Jezus.
ZEVEN ÃEZOEKEN AAN HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.
's Menachen bestemming is, zijnen Heer en God te kennen, te dienen en te beminnen. Ons hart moeten wij van het aardsche onthechten en van liefde tot God vervullen. Van wien echter kunt gij die liefde eerder verkrijgen, dan van het Allerheiligste Hart van Jezus zelf, in zijn h. Sacrament?
O, indien het dan mogelijk is, laat geen dag voorbijgaan, zonder eenige oogenblikken af te zonderen, buiten de h. Mis, tot een bezoek aan Jezus, onzen God eu Heer, in het h. Sacrament. Gij zult daar genaden op genaden ontvangen, moed en volharding verwerven, om uwe gebreken en fouten af
282
te leggen. Is het niet wonderbaar, Jezus, onzen besten vriend, in onze nabijheid te hebben, en Hem niet te bezoeken, niet eens een kwartier uurs? Wij hebben den tijd niet? â Ach, waarvoor vinden de mensohen steeds tijd? Voor alles. â En alleen voor Jezus hebben zij geen tijd! Beijver u daarom, Jezus eenige oogenblikken te gaan aanbidden, die zich over uw bezoek zoo zeer verheugt. Gebruik daartoe bij voorkeur deze gebeden : zij zijn grootendeela gedachten of woorden van een heilige. Denk zooveel mogelijk daarover na, en voeg uit uw eigen hart er bij, wat God u zal ingeven. Zou het u echter niet gegeven zijn, dagelijks den Heer in zijne woning te bezoeken, doe dan de oefening te huis, gedurende eenige minuten van afzondering, en kniel in den geest neder voor het tabernakel.
VOORBEREIDINGSGEBED VOOR IEDEREN DAG.
Wees duizendmaal gegroet, mijn Heer en mijn Heiland, Jezus Christus, die mij zoo vriendelijk uitnoodigt, U te komen bezoeken. Met de h. engelen, die hier onzichtbaar tegenwoordig zijn, aanbid ik U met diepen eerbied. Mocht U mijn bezoek veel vreugde veroorzaken, mijn liefdevolle Jezus; mocht
283
ik met groote aandacht en godsvrucht mijn gebed tot U richten! 0 Maria, mijne goede Moeder, help mij, uwen en mijnen Go:l te aanbidden en te beminnen. Amen.
Maandag.
Beschouw, hoe Jezus onze beste vriend is, die ons met de vurigste liefde bemint. Toen Hij uit dit leven scheidde, wilde Hij ons allen eene gedachtenis geven, opdat wij Hem nooit zouden vergeten. En welk een dierbaar aandenken heeft Hij ons achtergelaten! Het h. Sacrament des altaars, waarin Hij zelf onzichtbaar tegenwoordig is. Zou het wel een goed kind zijn, dat dezen oprechten vriend niet beminde?
GEBED.
O mijn Jezus, Gij, hier in het tabernakel verborgen, aanhoor de beden van een arm zondig mensch. Met een rouwmoedig hart werp ik mij voor uwe voeten neder; ik erken, hoe slecht ik gehandeld heb, U te beleedigen. O, mijn God, hadde ik U toch steeds bemind! Vergeef mij genadig alles wat ik tegen U misdaan heb, o barmhartige Jezus ; dit is het eerste verzoek, dat ik tot U richt; en wat ik nog verlang van U, o Jezus, is, dat Gi) voortaan het eenige voorwerp zijt mijner liefde. Neem
234
mij daarom geheel in U op; ik geef mij gansch aan U over. Ik wijd U mijn veratand, opdat het steeds aan ü denke.
Ik wijd U mijn lichaam, opdat het mij helpe, U steeds te dienen. Ik wijd U mijn hart, opdat Gij er immer in moogt wonen.
O Beminnaar mijner ziel, hoe vurig wensch ik, dat alle menschen de liefde mochten erkennen, die Gij hun toedraagt. Mochten zij allen slechts leven om U te behagen, om U te beminnen, gelijk Gij het verdient. Mocht ik ten minste vervuld zijn van liefde voor uwe oneindige schoonheid; van heden af wil ik doen, wat U behaagt, en alles vermijden, wat ü mishaagt. O mijn Jezus, help mij, opdat ik aan deze heilige voornemens nooit ontrouw worde. Amen.
Dinsdag.
Beschouw hoe Jezus er vermaak in stelt, onder ons te verblijven. âMijne vreugde is âhet, onder de kinderen der menschen te âzijn.quot; Ach, Jezus vindt er zijn vreugde in, bij ons, armzalige en zondige menschen, te vertoeven, en wij menschen zouden er onze grootste vreugde niet in vinden, bij Hem te verblijven. Als wij Hem maar meer beminden, zouden wij ook gaarne bij Hem zijn, en onze bezoeken zouden ons niet zoo lang toeschijnen.
285
GEBED.
O lieve Jezus, ook ter wille van mij hier tegenwoordig, welk eene vreugde moest mij de gedachte niet veroorzaken: ik bevind mij hier bij mijn besten en teedersten vriend, bij mijn God, die zoozeer mijne ziel bemint. O, Heiligen des hemels, helpt mij toch, den goeden Jezus te beminnen en te loven, helpt mij, Hem te danken voor de zoo groote liefde, welke Hij eene ziel toedraagt, die Hem tot hieraan zoo weinig bemind heeft.
Mijn Jezus, het is niet billijk, dat ik tot hieraan zoo zelden uwe tegenwoordigheid heb gezocht, zoo weinig aan U gedacht, zoo dikwijls U mishaagd heb. Thans echter is mijn zwak en zondig hart van uwe liefde doordrongen. Het kan niet anders, 't moet U beminnen; het moet nu meer bij U zijn. Help mij, opdat ik, te midden der beslommeringen dezer wereld, U niet meer vergete, en U dikwijls kome bezoeken en aanbidden. Ach, mijn hart is nog zoo zeer aan het tijdelijke gehecht; het is nog vervuld van zoovele aardsche en zinnelijke verlangens. O, onthecht het. Beminde mijner ziel, van alles, wat U niet behaagt, en verbindt het aan U met de zoete banden der liefde. Trek mij met geweld tot U, opdat ik niets meer zoeke, niets meer verlange, dan U te beminnen, en al het andere om U. O mijn Jezus, wanneer
236
zal de gelukkige tijd aanbreken, dat ik slechts U zal beminnen?
Woensdag.
Beschouw, hoe Jezus de beste geneesheer uwer kranke ziel is. Ziek en gewond is zij door zoovele zonden en zoovele kwade neigingen. O, naderden de menschen maar dikwijls tot den goddelijken Heiland in het h. Sacrament; daar zouden zij het krachtigste geneesmiddel voor hunne zonden en hartstochten vinden. Hij roept ons zoo liefdevol toe: komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, ik zal U verkwikken.
GEBED.
Milddadige Jezus, die eens uit den hemel zijt nedergedaald om de harten der menschen te genezen, Gij zijt ook nu nog steeds in ons midden, om onze kranke zielen tot ü te trekken.
Ach Heer, genees dan ook mij! Zie, die Gij liefhebt, is ziek. Kom dan, en maak mij gezond, vooraleer ik den eeuwigen dood sterve.
Gramschap en ongeduld, ijdelheid en wellust wonen in mijn hart; ach, almachtige geneesheer, wanneer Gij mij niet helpt, ga ik voor eeuwig te gronde. Gij kunt mijne ziel genezen als Gij wilt. Geef mij een oprecht
287
berouw over mijne zonden, en verberg mij in den schoot uwer oneindige barmhartigheid. Ik beloof U, o medelijdende Samaritaan, dat ik U eeuwig dankbaar zijn en U boven alles beminnen zal. 0 liefste Jezus, hadde ik U toch altijd bemind, hadde ik U steeds behaagd! Doch het is een groote troost, die mij nog overblijft, U voldoening te mogen schenken voor mijne fouten, niet slechts in het andere, maar ook in dit leven.
Ik wil het doen; ik wil U van nu af beminnen als mijn hoogste Goed: ik wil U beminnen uit al mijne krachten. Help Gij mij echter, U te beminnen. Amen.
Donderdag.
Betracht, hoe de lieve Heiland uwe ziele-spijs wil zijn in de h. Communie. Het is Hem niet genoeg, bij u te verblijven in het tabernakel: In zijne groote liefde wil Hij zich gansch met u vereenigen. O, welk een heilig oogenblik! Verheug u daarop, christen ziel. Maar bereid Hem ook uw hart zoo rein mogelijk tot eene waardige woonplaats.
GEBED.
Barmhartigste Heer en liefderijkste Verlosser ! ik ben hier gekomen, om U in dezen tempel te bezoeken. Gij echter, mijn teedere
288
vriend, wilt mijn bezoek spoedig beantwoorden. Wanneer Gij door de h. Communie in mijne ziel komt: dan wilt Gij U ganschmet mij vereenigen, zoodat ik in waarheid zeggen kan: mijn beminde is bij mij. Hoe gelukkig zal ik dan zijn, als Gij U gansch aan mij gegeven hebt. Ik wil nu reeds XJ deze liefde vergelden. Zie, dewijl Gij U aan mij geeft, wil ik mij ook aan U geven, en dewijl Gij U geheel aan mij schenkt, wil ik ook U niets onthouden. O, wanneer zal eens de gelukkige tijd aanbreken, dat ik U gansch toebehoor, niet alleen met mijne woorden, maar in werkelijkheid. Gij kunt dit tot stand brengen, almachtige Jezus! Onthecht mij dan van alles, wat mijn hart nog buiten U bemint, en geef mij eene zoo groote liefde tot U, dat ik niets meer wensch en verlang, dan U te beminnen. Mocht ik toch in waarheid tot U kunnen zeggen : âgeef de goederen dezer wereld aan hem, die ze wenscht; ik begeer en zoek alleen den rijken schat uwer liefde.quot;
Ik bemin U, o Jezus, o oneindig Goed. Gij alleen zijt mijn vreugde, mijn rijkdom, mijn troost, mijn alles!
Vrijdag.
Overweeg, hoe het Goddelijk Hart van onzen Heer Jezus op het altaar tegenwoordig is. Dat Hart is de schatkamer van alle
289
genaden, de zetel aller deugden, de volheid van alle zoetheid. Uit het Hart van Jezus stroomt ons de vurigste liefde toe. Moet men dan dit zoo vurig beminnend Hart niet boven alles liefhebben?
GEBED.
Gedoog, dat ik heden met U spreek, o van liefde gloeiend Hart van Jezus. Ik weet, dat Gij op dit altaar tegenwoordig zijt met dezelfde liefde, waarmede Gij mij bemind hebt, toen Gij uw goddelijk leven onder zoovele smarten aan het kruis geëindigd hebt.
Hoe zal ik U deze liefde vergelden? Zie, ik wensch, dat Gij, door alle menschen van alle landen der wereld bemind en aanbeden wordt. O, verlicht allen, die U niet kennen, opdat zij U, zoet Hart van mijn Jezus, lee-ren kennen en beminnen.
Ik echter wil mij beijveren, U boven alles te beminnen. Neem daarom, o zoet Hart van Jezus, mijn hart in uw bezit, zoodat het gansch het uwe zij, en ik met den apostel zeggen kunne: âWie zal mij kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus.quot; Deel mij ook, o zoet hart, uw lijden mede. Schrijf in mijn hart al die bittere kruisen, die Gij zoo lange jaren met zoo groote liefde voor mij op aarde gedragen hebt, opdat ik ook mijne
19.
kleine kruisen en wederwaardigheden, uit liefde tot TJ, met geduld verdrage. O nederigste Hart van Jezus, maak mij deelachtig aan uwe ootmoedigheid. O zachtmoedigste Hart van Jezus, maak mij deelachtig aan uwe heilige zachtmoedigheid. Neem alles uit mijn hart, wat U mishaagt, en geef, dat ik slechts leve om U te beminnen en U te behagen. Amen.
Zaterdag.
Beschouw de onverschilligheid en ondankbaarheid der menschen, welke Jezus in het h. Sacrament ten deele valt. Ledig zijn meestal de kerken, zeer zelden nadert men tot de h. Communie! Stel U voor, hoe Hij de menschen toeroept: âGij menschen, waarom vlucht gij mijn aanschijn ? Komt toch tot Mij, Ik doe u slechts goed : Ik heb zoo kostbare genaden voor u bereid! Waarom wilt gij ze niet?
O, moge ik toch de waarde hiervan erkennen.
GEBED.
O mijn beminnenswaardigste Jezus, dewijl Gij mij veroorlooft, met U als met mijn besten vriend te spreken, wil ik U met vertrouwen mijn hart openen, en U zeggen ; 0 mijn Jezus, vriend mijner ziel, ik erken
het onrecht, dat de mensohen U aandoen. Gij bemint hen, en zij ^beminnen U niet; Gij doet hun slechts goed, en zij beloonen U met ondank en verachting; Gij wilt van uit het tabernakel tot hun hart spreken en zij willen uwe stem niet hooren; Gij biedt hun uwe genade, en zij wijzen ze af. Ach, mijn Jezus, ik moet het bekennen, het is waar, ook ik heb vroeger tot die ondank-buren behoord, en U mishaagd. O mijn God, het is maar al te waar; doch ik wil mij beteren. Ik wil ijverig zijn in mijne bezoeken bij U, en ook op andere wijzen mijn ondankbaarheid trachten goed te maken. Ik wil er voortaan slechts op bedacht zijn, U vreugde te verschaffen. Zeg mij toch steeds, wat Gij van mij verlangt: ik wil alles doen; ook hetgeen Gij mij door mijne oversten oplegt, wil ik stipt volbrengen. Nooit wil ik iets verzuimen, als ik weet, dat het U behaagt; nooit wil ik iets doen, wat strijdig is met uwen h. wil. Want ik bemin U boven alles, en zal U blijven beminnen tot in de eeuwigheid. Amen.
Zondag.
(Een bezoek van een half uur.)
1. Ga tot voor het tabernakel, in de on-middellijke tegenwoordigheid Gods. Bid dan om zijnen zegen, kniel neder en zeg: Ik
292
groot U, o lieve Jezus, in dit heilig Sacni-ment; strek uwe hand uit en zegen mij.
Teeken u met het kruisteeken, zet u vervolgens op eene goede plaats neder, en zorg aandachtig te zijn. Hoor nu, wat gij doen moet:
Hij is uw God, die hier tegenwoordig is, daarom moet gij Hem aanbidden; gij hebt dikwerf gezondigd, daarvoor moet gij Hem voldoening geven; gij hebt vele genaden van Hem ontvangen, daarvoor moet gij Hom danken ; gij hebt nog vele genaden en hulp noodig in uwe aangelegenheden, daarom moet gij Hem aanroepen. Verricht al deze akten evenwel niet alleen voor u, maar ook voor anderen; Hij zal het u vergelden.
2. Om met des te vuriger godsvrucht te bidden, beveel u aan de scharen van engelen, die bij het tabernakel steeds tegenwoordig zijn; verder aan uwen engelbewaarder, die altijd aan uwe zijde staat, en eindelijk beveel u aan het Hart van Maria.
Heilige engelen. Gij, die hier bij mijnen Heiland de wacht houdt; heilige Engelbewaarder, die hier met eerbiedige vrees mijn Verlosser aanbidt; verkrijgt mij de genade van ware godsvrucht; ik vereenig mijn zvvak gebed met uwe gebeden. O Maria, mijne lieve Moeder, ontsteek in mijn hart de liefde tot uwen goddelijken Zoon; verwek in mij dat levend geloof, dat Gij in uw Hart droogt,
293
toen Gij het Goddelijke Kind in de kribbe te Nazareth, en later na het Pinksterfeest in het h. Sacrament aanbeden hebt. Gij, heilige Engelen, zegent mij! O Maria, sta mij bij.
3. Vooreerst breng aan God uwe hulde.
AANBIDDING.
O, Jezus, mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn Heer en mijn God, die ia dit verheven Sacrament met godheid en;menschheid met ziel en lichaam, met vleesch en bloed, waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt! Ik nan-bid U met den diepsten eerbied ; ik loof en prijs uwe goddelijke majesteit; ik verheerlijk uwe oneindige grootheid en schoonheid. Gij zijt mijn hoogste en grootste goed, gij, Heer van hemel en aarde, wien alleen eer, lof en aanbidding toekomt van alle schepselen. Geene tong is in staat, U naar behooren te prijzen; slechts uwe eigene aanbidding is uwer oneindige godheid waardig.
Ik aanbid U in den naam van al het geschapene, ik aanbid U in den naam dergenen, welke U hunne hulde in schuldige verblindheid weigeren, en aan do schepselen hun hart wijden, terwijl zij^U vergeten ;~ik aanbid U in naam van hen, wier hart tus-schen U en de wereld verdeeld is, en wier liefde tot U koud en onverschillig is.
Om mijne gebrekkige aanbidding te vol-
294
maken, offer ik U de aanbidding op, die de vrome zielen U hier gebracht hebben en nog brengen zullen, tot aan het einde der eeuwen.
Ik offer U op de aanbidding der heilige apostelen en belijders, der heilige martelaren en maagden.
Ik offer U op de aanbidding der heilige engelen, hier voor uw heilig tabernakel neergeknield ; de aanbidding van mijn engelbewaarder, en van alle engelbewaarders, die hier met hunne toevertrouwden tegenwoordig zijn.
Ik offer U op alle gebeden die hier en in alle kerken gestort worden. Ik offer U op de aanbidding van alle kooren der engelen, van alle uitverkorenen in den hemel, in 't bijzonder van uwe heilige Moeder, van uwen Voedstervader, en van den h. Johannes den Dooper.
O mijn Jezus, neem deze aanbidding genadig aan, en sta mij bij, opdat ik steeds met eerbiedige vrees en godsvrucht tot U nadere, en eindelijk het geluk moge hebben, deel te nemen aan de eeuwige aanbidding, waarin de heiligen des hemels hun volmaakt geluk vinden. Amen.
(4. Denk nu een oogenblik na over uwe zonden, en gedenk ook de ontelbare zonden, waardoor God over de gansche wereld dagelijks beleedigd is en nog beleedigd wordt. Geef Hem voor al deze zonden voldoening.)
295
VOLDOENING.
O mijn Jezus, hoe dikwijls heb ik U be-leedigd, hoe talrijk zijn de misdaden der wereld; al mijne zonden zijn mij van harte leed, niet alleen, omdat ik daardoor uwe tijdelijke en eeuwige straffen verdiend heb, maar vooral, omdat ik uwe oppermajesteit en goedheid, die ik boven al bemin, daardoor vergramd heb. Ik maak het ernstige voornemen, mijn leven te verbeteren en voortaan niet meer te zondigen. O Jezus, geef mij daartoe uwe genade.
Versterk, o Heer, steeds meer en meer mijn berouw, en tot vergoeding van mijn zwak leedwezen, offer ik U op de verzuchtingen en boetetranen der h. Magdalena, van den h. Petrus, den boetvaardigen tollenaar, den h. Augustinus en van alle boetvaardigen, die nu in den hemel of in het vagevuur zijn. Ik offer U op alle akten van berouw, die ooit op aarde verwekt zijn en nog gedaan worden, en in 't bijzonder die, welke hier voor dit tabernakel tot U gericht zijn.
Ik offer U op den afkeer, dien de heilige engelen tegen de zonden der menschen gevoelen. Ik offer U op alle smarten, die uwe heilige Moeder uit deelneming aan uw lijden ondervonden heeft. Ik offer U op uw heilig leven, uw lijden en sterven, elke schrede, elke ademhaling, eiken zucht, eiken zweet-
droppel, eiken arbeid, elke gedachte; uw kostbaar bloed, in 't bijzonder uwe droefheid in den hof van Olijven, en uwe verlatenheid en troosteloosheid aan het kruis.
Eindelijk draag ik U op, alle akten van opoffering, die Gij zonder ophouden aan de rechterhand des Vaders volbrengt, en die Gij voortdurend vernieuwt in alle tabernakels^,'der katholieke Kerk en bijzonder in dit, voor hetwelk ik mij nu bevind.
Dezelfde offers breng ik U voor alle zielen in het vagevuur, bijzonder voor degenen, die mij zijn aanbevolen; verder voor hen, welke Maria het meest bemint, en voor de arme zielen, die heden in dat zuiverings-oord gekomen zijn.
Dezelfde offers breng ik U voor allen, die heden sterven, bijzonder voor hen, die op dit oogenblik in doodstrijd verkeeren.
Diezelfde offers bied ik U aan voor alle zondaren, in 't bijzonder voor mijne bloedverwanten en bekenden ; vervolgens voor hen, wien ik ergernis gegeven heb, en voor allen, die heden deze kerk bezoeken.
O Jezus, wees ons allen genadig en barmhartig, besproei onze ziel met uw heilig bloed, heilig en geleid ons tot het eeuwige' leven. Amen.
(5. Herinner u allo weldaden, die God u en alle schepselen bewezen heeft, en dank Hem daarvoor.)
297
DANKZEGGING.
O mijn God, hoe talrijk ziju de genaden, waarmede Gij mij, arm schepse], overladen hebt. Ik dank U, dat Gij mij het bestaan en het leven geschonken hebt; ik dank U voor alle schepselen, die Gij mij tot genot en gebruik gegeven hebt. Ik dank U, dat Gij mij bijgestaan hebt in de moeielijkheden van het leven. Ik dank U, dat Gij voor mij mensch geworden en aan het kruis gestorven zijt. Ik dank U, dat Gij tot mijne zaligheid de h. Kerk gesticht, en de h. Sacramenten ingesteld hebt. Ik dank U, dat Gij mij tot het licht van het ware geloof gebracht, en daarin bewaard hebt. Ik dank U, dat Gij mij niet in mijne zouden hebt laten sterven, maar nog den tijd van boete geschonken hebt!
Ik dank U voor alle inwendige genaden, waardoor Gij mij verlicht en geheiligd hebt. Ik dank U voor alle genaden, die Gij mij zoudt gegeven hebben, wanneer ik de ontvangen e beter gebruikt hadde.
Ik dauk U nog in het bijzonder, dat Gij in het b. Sacrament verblijft, de spijs mijner ziel wordt, en mij zoo grooten troost schenkt. Ik dank U voor de genade, dat ik heden in uwe tegenwoordigheid verblijven en met U spreken mag.
O Jezus! mijne dankbetuiging is zoo klein voor uwe overgroote weldaden; daarom offer
298
ik U op alle dankzeggingen, die U ooit op aarde gedaan zijn en nog gedaan worden, tot het einde der wereld. Ik offer U op de dankzeggingen van mijn engelbewaarder, en van alle engelen, die hier tegenwoordig zijn. Ik offer U op de dankzeggingen van alle koren der engelen en van alle heiligen des hemels, vooral van uwe heilige Moeder, en ook van alle zielen, die heden de woonplaats der eeuwige zaligheid binnentreden. Ik offer U op, o mijn Jezus, alle dankzeggingen, die Gij zelf uwen hemelschen Vader opdroegt, toen Gij op aarde het werk der verlossing volbracht. Ik offer U eindelijk op de dankzeggingen, die uw heilig Hart in alle tabernakelen, vooral in dit, waarvoor ik thans bid, uweu eeuwigen Vader aanbiedt, en welke Gij zonder ophouden, aan de rechterhand uws Vaders, in den hemel uitspreekt.
Dezelfde offers breng ik U voor alle genaden, die ooit op aarde uitgedeeld zijn, en nog uitgedeeld worden; in 't bijzonder breng ik U deze offers voor de genaden, die Maria, de h. Jozef, de heilige apostelen, mijn patroon-heilige, de heiligen, aan wie deze kerk toegewijd is, of wier relikwieën hier bewaard worden, ontvangen hebben.
Dezelfde offers breng ik U ook voor de genaden, die mijn engelbewaarder en alle koren der engelen, evenals alle heiligen des hemels, ontvangen hebben.
Dezelfde offers breng ik U voor de ge-
299
naden, welke alle zielen in het vagevuur ontvangen hebben, en ook voor de menigvuldige genaden, die de verworpenen misbruikt hebben.
O mijn Jezus, mocht mijn gansche leven een voortdurende dankzegging zijn voor alles, wat Gij aan mij gedaan hebt! moge ik U eens voor uwe grenzenlooze liefde, gedurende de gansche eeuwigheid, met de uitverkorenen des hemels loven en prijzen. Amen.
(6. Thans kunt gij Hem uwe verlangens en wenschen aanbieden: zeg Hem alles, het moge groot of klein zijn; Hij aanhoort gaarne, en zal u helpen.)
GEBED.
O mijn Jezus, ik bid U om een waar berouw over al mijne zonden, en vervolgens om eene vurige liefde tot U. Sta mij bij, opdat ik U nooit meer beleedige, maar dikwijls eene akte van liefde tot IJ vervvekke. Help mij, opdat ik gaarne, aandachtig en dikwijls ; bidde; dat ik godvruchtig de h. Mis bijwone, met eene goede meening handde, en het werk van den ganschen dag tot uwe eer en glorie verrichte; vermeerder in mij het geloof, de hoop en de liefde. Geef, dat ik steeds waardig de h. Sacramenten ontvange, en met vreugde voor uw tabernakel nederkniele.
800
Sta mij bij, opdat ik de plichten van mijn staat getrouw volbrenge; beziel mij met eene ware naastenliefde, opdat ik gaarne anderen in hunnen nood helpe, hen door vriendelijkheid en deelneming trooste, niemand bedroeve, en voor allen gaarne en dikwijls bidde, bijzonder voor de stervenden en de zielen in het vagevuur. Geef mij eene groote godsvrucht en liefde tot uwe heilige Moeder, versterk ook in mij het vertrouwen op uwen voedstervader, den h. Jozef, vermeerder in mij den eerbied voor mijn engelbewaarder; herinner mij steeds aan uwe tegenwoordigheid.
Bevrijd mij van het kruis, waaronder ik zucht; help mij in mijne bezigheden, verlicht mij in moeilijkheden; bescherm mij op al mijne wegen, zegen mijn arbeid, troost mij in alle wederwaardigheden.
Ontferm U over de arme zielen in het vagevuur, bijzonder over hen, die mij het naaste zijn, alsook over die, welke Maria het meest bemint.
Troost en sterk de stervenden; geef hun tijd, de h. sacramenten te kunnen ontvangen, of ten minste een volmaakt berouw te verwekken.
Bekeer de harten der zondaren, verlicht de ongeloovigen en ketters. Sta alle zieken, bedrukten en armen bij.
Zegen de geheele Kerk, bijzonder den heiligen Vader, de bisschoppen en priesters.
301
Zegen mijne ouders, broeders en zusters, mijne weldoeners, mijne vrienden en bekenden.
O mijn Jezus, al mijne aangelegenbeden log ik neder in uw goddelijk Hart. Geleid mij aan uwe hand gelukkig door dit aardsche leven; zegen mij reeds nu voor het oogen-blik van den dood; wees mij eens een genadige rechter, en verleen mij dan de kroon des eeuwigen levens. Amen.
OP HET EINDE VAN IEDER BEZOEK.
(Na de geestelijke Communie.)
Mijn Jezus, ik geloof, dat Gij in bet allerheiligste Sacrament waarachtig en wezenlijk tegenwoordig zijt; ik bemin U van ganscher harte en boven alles, en betreur het derhalve, U, mijn hoogste goed, belee-digd te hebben. Wijl ik II echter op dit oogenblik niet werkelijk ontvangen kan, kom dan op eene geestelijke wijze in mijn hart. Kom, o Jezus, mijn hart verlangt naar U .... Ik omvat ü, ik vereenig mij_ geheel met U. O laat niet toe, dat ik ooit door eenige zonde van U gescheiden worde.
(Bid nog eenige oogenblikken in u zelve. Ga eindelijk tot de allerzaligste maagd Maria, de Moeder van Jezus Christus, die ook uwe Moeder is. Zij is zoo goed en vermag
302
zooveel. Heb daarom een groot vertrouwen en eene innige liefde tot Haar !
Wend uwe oogen tot Haar omhoog en spreek dan het volgende
GEBED.
Allerheiligste maagd Maria, toevlucht dei-zondaren en moeder der barmhartigheid ; tot U roep ik, arme zondares, om genade en barmhartigheid. Verstoot mij niet, â want op U heb ik mijn vertrouwen gesteld ; door uwe voorspraak hoop ik, van God mijne zaligheid te verkrijgen. O neem mij tot uw kind aan, en bewaar mij onder uwe moederlijke bescherming. Ik beloof, U steeds te zullen beminnen en getrouw te dienen. Kooit wil ik iets doen wat ü mishaagt. Gij kent echter mijne zwakheid en onstandvastigheid, o goede Moeder, verleen mij daarom groote kracht in alle bekoringen, opdat ik mijne ziel nooit met eene zonde bevlekke, en U en uwen lieven Zoon bedroeve. Bereid ook mijn hart tot eene waardige woonplaats voor mijnen lieven Jezus, die in de h. Communie tot mij quot;komen wil. Eindelijk, o Moeder, verkrijg mij een zalig sterfuur, opdat ik U en uwen Zoon in alle eeuwigheid loven en prijzen moge. Amen.
303
Gebed van den h. Ignatius tot het heiligste Sacrament,
Ziel van Christus, heilig mij; lichaam van Christus, maak mij zalig; bloed van Christus, verzadig mij. Water van Christus' ziide wasch mij; lijden van Christus, sterk mij. O goede Jezus, hoor mij; in uwe heilige wonden verberg mij ; laat mij nimmer van U scheiden ; tegen den boozen vijand bescherm mij; in mijn sterfuur roep mij tot U ; laat mij tot U komen, om in vereeniging met de heiligen U te loven, te prijzen en te beminnen van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
304
LITANIE
TOT HET
J-I, jSACRAMENT DES y^LTAARS.
Heer! ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld.
God, h. Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jezus, die in het H. Sacrament als God
en mensch tegenwoordig zijt,
Jezus, levend brood, dat uit den hemel
is nedergedaald, §
Jezus, verborgen God en Heiland, S;
Jezus, altijddurend offer van het nieuwe 2 verbond,
Jezus, waardigste offer van aanbidding en d dankzegging, o
Jezus, onbevlekt Lam Gods, g
Jezus, waarachtig verzoeningsoffer voor p
levenden en afgestorvenen,
Jezus, brood der Engelen,
Jezus, kostbare zielespijs,
Jezus, brood der liefde en des vredes, Jezus, kracht en vreugde der reiue zielen.
305
Jezus, bron van alls genaden, ontferm U onzer.
Jezus, troost van alle bedrukten, 0
Jezus, toevlucht der zondaren, b
Jezus, sterkte der zwakken, ff-
Jezus, geneesmiddel der kranken, g
Jezus, teerspijs dergenen die in den Heer sterven,
Jezus, eeuwige zaligheid der uitverko- § renen, ra
Jezus, onderpand der glorierijke verrij-zenis.
Wees ons genadig, spaar ons, Heer.
Wees ons genadig, verhoor ons, Heer. Van het onwaardig nuttigen van uw heilig
lichaam en bloed, verlos ons, Heer. Van de begeerlijkheid des vleesches, Van de begeerlijkheid der oogen.
Van den hoogmoed des levens.
Van alle gelegenheid tot zonde,
Van den eeuwigen dood, lt;
Door uwe heilige menschwording, tl
Door uw bitter lijden en sterven. S
Door de vurige begeerte, die Gij hadt, o om U door dit h. Sacrament met ons 5 te vereenigen, ^
Door uwe diepe ootmoedigheid, waarmede ® Gij uwe apostelen de voeten gewasschen ? hebt,
Door uwe heilige liefde, â waarmede Gij dit goddelijk Sacrament hebt ingesteld. Door uw kostbaar bloed, dat Gij ons op
20.
300
het altaar achtergelaten hebt, verlos ons, Heer.
Door de vijf wonden van uw allerheiligst lichaam, verlos ons, Heer.
Wij arme zondaars,wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het geloof, de godsvrucht en deu eerbied tot dit hoogheilig Sacrament steeds in ons wilt onderhouden en vermeerderen, ^
Dat Gij alles, wat zondig is en U mis-haagt, in ons wilt dooden en uitroeien, g'.
Dat Gij ons door eene ware boete tot het dikwijls ontvangen der h. Communie g wilt opwekken, .
Dat Gij ons bewaren wilt van alle dwaal- -leeren ongeloof en verblindheid des lt; harten,
Dat Gij de kostbare hemelsche vruchten g van dit heilig Sacrament ons wilt mede- ~ deelen, g
Dat Gij ons op het sterfbed met deze f hemelsche teerspijs wilt versterken.
Dat Gij ons wilt verhooren.
Gij Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm U onzer. Heer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
:i07
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader. â Wees gegroet.
v. Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven.
e. Dat alle genoegens in zich bevat.
laat ons bidden.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen.
Die met den Vader, in de eenheid van den h. Geest, leeft en lieerscht in alle eeuwigheid. Amen.
GEBEDEN TOT HET GODDELIJK HART VAN JEZUS.
De voordeelen van deze godsvrucht.
In hare geschriften deelt de zalige Mar-garetha Maria Alacoque de genaden mede, welke de Heiland aan de vereerders van zijn heilig Hart beloofd heeft. Zij zijn de volgende:
1quot;. Ik zal aan allen de in hunnen stand noodige genaden geven.
308
2°. Ik zal den vrede in de tamiliën brengen.
3°. Ik zal hen troosten in hun lijden.
4°. Ik zal hun zekere toevlucht in het leven, maar vooral in het uur des doods zijn.
5°. Ik zal hun in alle ondernemingen mijnen overvloedigen zegen geven.
6°. De zondaars zullen in dit Hart de bron en de onmetelijke zee mijner erbarmingen vinden.
7°. De lauwe zielen zullen tot hunnen vroegeren ijver terugkeeren;
8°. De ijverige zielen tot grootere volmaaktheid komen.
9°. De priesters zullen de genade erlangen, ook de verstoktste harten te bewegen.
10°. Ik zal de huizen zegenen, waarin het beeld van mijn Hart bewaard en vereerd wordt.
11°. De namen dergenen, die deze godsvrucht verspreiden, zullen in mijn Hart geschreven staan, en ik zal ze er nooit uit-wisschen.
Toewijding aan het hoogheilig Hart van Jezus.
O Jezus, ik.... overtuigd, dat de godsvrucht tot uw goddelijk Hart âhet laatste kunst-âwerk uwer liefde is, om de verstokte har-âten der menschen te treffenquot; i); het kracht-
1) Woorden van den goddelijken Heiland aan de zalige Margaretha.
809
dadigste heilmiddel is tegen het kwaad van onzen tijdquot; 1); ik vernieuw, in vertrouwen op het onbevlekte Hart van Maria, en de bescherming van den h. Jozef, de groote toewijding, die Paus Pius IX z. g. den ge-loovigen der geheele wereld heeft aanbevolen. Ik wijd mij zeiven en alles wat mij toebehoort, aan uw goddelijk Hart, dat ik bemin, en dat ik dienen wil uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten, terwijl ik uwen wil tot den mijnen maak, en al mijne wenschen met de uwe vereenig. Om U een openlijk bewijs dei-oprechtheid van mijne toewijding te geven, verklaar ik plechtig voor U, dat ik uw heilig Hart door het uitvoeren der drie volgende voornemens vereeren wil, die hoofdzakelijk ten doel hebben, uw rijk over do geheele wereld uit te breiden.
1. VOOHNEMEN.
Ik wil steeds met een waar en vast geloof alles belijden, wat de katholieke Kerk leert, en mij beijveren, bij elke gelegenheid uwe wave leer te verdedigen en te verspreiden.
En om mijn geheel leven naar dit geloof in te richten, wil ik iederen morgen het werk van den dag, volgens de meening van
1
Woorden van zijne heiligheid Leo XIIL.
310
uw goddelijk Hart U opofferen, met het inzicht, op deze wijze de geloofsbelijdenis en mijne doopbelofte te vernieuwen.
2. voornemen.
Ik wil op de volmaaktste wijze de geboden van God en der Kerk onderhouden, vooral het gebod der Zondagviering, en met allen ijver de ergernissen der wereld bestrijden door stichtende gesprekken, verspreiding van goede geschriften en andere middelen die mij ten dienste staan, terwijl ik trachten zal mijn invloed te doen gelden, opdat de geboden der christelijke zedeleer trouw onderhouden worden. Ea om de heilzame voorbeelden uwer leer in de geheimen van uw leven, onder den almachtigen bijstand uwer onbevlekte Moeder, steeds meer en meer te leeren kennen, en immer voor mijnen geest te hebben, wil ik dagelijks, ten minste een gedeelte van den Rozenkrans bidden.
3. voornemen.
Ik wil steeds waardig de h. sacramenten ontvangen, in 't bijzonder het Allerheiligste Sacrament des Altaars, en mij behartigen, om niet alleen met Paschen, maar zoo dikwijls te communiceeren, als de gehoorzaamheid het mij toelaat.
Ik wil ook ijverig zorgen, dat mijne me-
an
deracnsohen dit zoo gewichtig deel van onzen godsdienst niet verwaavloozeu ; dat zij ook hunne kinderen tot eiken prijs christelijk opvoeden, en zorg dragen, dat hunne vrienden en bekenden in het leven en bij 't sterven de genaden der h. sacramenten deelachtig worden. Eu om de vele onteenngen, waaraan uw heilig Hart zonder ophouden bloot staat, door de waardigste handeling van het christelijk leven uit te boeten, on tegelijk met dit goddelijk Hart, op de doeltreffendste wijze den triomf der Kerk, het heil mijner medemenschen, en het eeuwig heil mijner eigene ziel te helpen bevorderen, wil ik regelmatig met geloof en vertrouwen, met liefde en ijver aan de eerherstellende communiën deelnemen.
Deze heilige wenschen en voornemens, welke uwe genade mij heeft ingegeven, leg ik, o Jezus, in uw liefdevol Hart neder, in de hoop, U daardoor eene kleine vergoeding te geven voor de oneer, door de ondankbaarheid der menschen U aangedaan, en tevens om voor mijne ziel, en voor de zielen van alle menschen, het geluk in dit en in het andere leven te vinden. Amen.
312
LITANIE
TOT HET
GODDELIJK HART VAN JEZUS.
Heer, ontferm IJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Hart van Jezus, Zoon des eeuwigen Vaders,
Hart van Jezus, Zoon der onbevlekte 2 Maagd, 1
Hart van Jezus, tempel der godheid, g Hart van Jezus, waarin zich alle rijkdom- ^ men der wijsheid en wetenschap Gods cl bevinden, o
Hart van Jezus, waarin de hemelsche S Vader een eeuwig welbehagen heeft, ? Hart van Jezus, schat der goddelijke genade.
Hart van Jezus, on uitputbare bron van
hemelsche goederen,
Hart van Jezus, zetel der goddelijke liefde.
313
Hart van Jezus, dat onze verzoening met
God bewerkt heeft, ontferm U onzer. Hart van Jezus, brandend van liefde, Standvastig en eeuwig beminnend Hart
van Jezus,
Weldadig Hart van Jezus,
Hart van Jezus, vol van barmhartigheid. Zachtmoedig Hart van Jezus,
Ootmoedig Hart van Jezus,
Geduldig Hart van Jezus, g
Gewond Hart van Jezus, S;
Bedroefd en beangstigd Hart van Jezus, 2 Hart van Jezus, met onze zonden beladen, w Hart van Jezus, onze spijs en ons dage- O lijksch offer, o
Hart vau Jezus, vreugde der engelen, 5 Hart van Jezus, rustplaats der vromen, r-Hart van Jezus, zoetheid der reine zielen. Hart van Jezus, toevlucht der zondaren. Hart van Jezus, hoop der menschen.
Hart van Jezus, verkwikking der zieken. Hart van Jezus, troost der stervenden.
Hart van Jezus, zaligheid der uitverkorenen.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm U onzer. Heer. v. Jezus, zachtmoedig en ootmoedig vau harte.
314
K. Maak mijn hart gelijkvormig aan het nwe.
GEBED.
Almachtige God, dewijl wij in het heilig Hart van uwen geliefden Zoon alle goed vinden en in hetzelve de voortreffelijkste weldaden zijner liefde tot ons vereeren, zoo bidden wij U, verleen ons de genade, dat wij ons niet alleen over deze weldaden verheugen, maar ze ook getrouw tot ons heil aanwenden. Door denzelfden Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
Smeekgebed tot het goddelijk Hart van Jezus.
(Van de zalige Margaretha Alacoque.)
In het gevoel mijner diepste nederigheid werp ik mij voor U neder, allerheiligst, goddelijk Hart van Jezus, om U te huldigen, U te aanbidden, te beminnen en te prijzen, zooveel ik kan.
Met vast vertrouwen beveel ik U aan, liefdevolle vriend mijner ziel, al mijne behoeften en noodwendigheden, al mijne ellenden, mijne armoede, mijne zwakheid, mijne traagheid, mijne lauwheid, met één woord alle wonden mijner ziel, en ik bid U vurig, dat Gij hierdoor U tot medelijden laat bewegen en mij te hulp komt volgens de grootheid uwer barmhartigheden.
315
O Hart van liefde, red mij ! Ik bezweer U bij alles, wat in staat is, U te bewegen, dat Gij mij en allen, wier zaligheid in gevaar is, de genaden geeft, in uwe liefde te volharden. Ach, goddelijk Hart, laat mij niet verloren gaan in den afgrond mijner misdaden, laat mij steeds in uwe liefde blijven; voor 'toverige handel met mij naar uw welbehagen. Verwerp mij niet voor uw aanschijn; op U heb ik al mijn vertrouwen gesteld. Ik bid en roep tot U o mijn eenige redder in al mijne kwalen, en bijzonder uit de zonden, de grootste van alle. Verdelg ze in mij, en vergeef mij al het kwaad, dat ik tegen U bedreven heb. Ik betreur het boven alles, dat ik U ooit beleedigd heb, en bid TJ van ganscher harte om vergiffenis. O beminnenswaardigste Hart, laat mij en allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, of voor wie ik verplicht ben te bidden, tot ü komen. Sta ons bij in al onzen nood. O hart vol barmhartigheid, beweeg de verstokte harten der zondaars, en troost de zielen der afgestorvenen in het vagevuur. Wees Gij het toevluchtsoord der stervenden, de troost van alle bedrukten en noodlijdenden; wees voor mij eindelijk, o Hart van liefde, alles in alles; wees bijzonder de toevlucht mijner ziel in het oogen-blik van mijnen dood, en omvat ze met de armen Uwer eindelooze barmhartigheid.
310
Gebed voor de stervenden.
O goedertieren Hart van Jezus, beminnaar der zielen; ik bezweer U door den doodsangst van uw heilig Hart en door de smarten uwer onbevlekte Moeder, reinig in uw heilig bloed de zondaren der geheele wereld, die nu op het uiterste liggen, en heden sterven zullen. Amen.
O doodsangst van den lijdenden Jezus, ontferm U over de stervenden, (telkenmale 100 dagen aflaat.)
Smeekgebed tot het goddelijk Hart van Jezus.
(van Margaretha Alacoque).
Aanbiddenswaardige en liefderijke Jezus, Gij zijt steeds vol liefde tot ons, steeds over onze ellende bewogen, steeds verlangend, ons uwe schatten mede te deelen, en U zeiven aan ons te schenken.
Jezus, mijn Heiland en mijn God, die door overmaat der vurigste en wonderbaarste liefde in het heilig sacrament des Altaars een voortdurend offer zijn wilt, waar Gij U millioenen malen iederen dag voor ons opoffert ! wat ondervindt Gij niet in dezen toestand, daar Gij toch van de meeste men-schen niets dan hardheid, vergetenheid, ondank en verachting ontvangt. Was het niet genoeg, mijn Verlosser, ons te verlossen.
ni7
daar Gij toch met veel geringer opofferingen ons uwe overmatige liefde bewijzen kondet? Was het niet genoeg, U aan den wreeden doodstrijd over te leveren, waarin het afschuwelijke beeld onzer zonden U gevoerd heeft? Waarom stelt Gij U nog telken dage aan alle onteeringen bloot, waartoe de zwartste boosheid der menschen en des duivels slechts in staat is. Ach mijn God en liefderijke Verlosser! wat ondervond wel uw Hart bij het aanschouwen van zoo groote ondankbaarheid en van zoovele zonden? Hoe groot was wel de bitterheid, waarin zoovele onteeringen en beleedigingen uw hart gedompeld hadden. Van medelijden bewogen over al deze misdaden, lig ik hier als een nietswaardig schepsel voor uw aangezicht neder, om U voor de oogen des hemels en der aarde vergiffenis af te smeeken voor den smaad en de oneer, die U sedert de instelling van dit aanbiddelijk Sacrament zijn aangedaan. Met een ootmoedig en bedrukt hart bid ik U duizendmaal om vergiffenis voor al deze slechte handelingen.
O God, waarom kan ik met mijne tranen en mijn bloed al die plaatsen niet afwas-schen, waar uw hart zoo gering geacht wordt, en waar men de kostbaarste onderpanden uwer goddelijke liefde met zoo ontzettende verachting bejegent? Waarom is het mij niet geoorloofd, door eene nieuwe akte van hulde,
318
ootmoed en versterving, zoo vele ontheiligingen voldoening te schenken?
Waarom is het mij niet gegund, een oogen-blik de harten der menschen te kunnen gebieden, om de vergetelheid en gevoelloosheid dergenen weg te nemen, die U niet hebben willen erkennen, en nadat zij U gekend hebben, tocli zoo weinig beminden.
Maar, mijn aanbiddenswaardige Heiland ; hetgeen mij met schaamte bedekt, en mij nog meer tranen doet storten, is, dat ik zelf een dier ondankbaren ben. Gij, mijn God, die den grond mijns harten doorschouwt, ziet ook het berouw over mijnen ondank, en het leed, dat ik U aangedaan hen; Gij weet ook, dat ik bereid ben, alles te doen en te lijden, om dezen smaad te vergoeden. Hier ben ik dan, o Heer, met een van smart gebroken hart, bereid, van uwe hand aan te nemen, wat TJ behaagt, tot herstel van zooveel oneer. Sla, kastijd mij o Heer; ik zal honderdmaal do hand kussen, die mij zoo recntvaardig tuchtigt. quot;Waarom ben ik niet een waardig slachtoffer, om zoovele be-leedigingen uit te wisschen? Waarom kan ik niet met mijn bloed de plaatsen afwas-schen, waar uw heilig lichaam over de aarde gesleurd, en met voeten getreden werd? O hoe gelukkig zou ik zijn, als ik door alle mogelijke kwalen, alle beschimpingen, verachtingen en goddeloosheden kon wegnemen. Daar ik deze genade echter niet verdien.
319
neem dan ten minste mijn verlangen aan.
Ontvang, eeuwige Vader, deze rouwmoedige bede, in vereeniging met die, welke op den Calvarieberg het allerheiligste Hart van uwen Zoon, en de maagdelijke Moeder aan den voet des kruises van haren goddelijken JezusU opdroegen; vergeef mijne onwaardige behandelingen en oneerbiedigheden, en sterk door uwe genade mijn wil en mijn voornemen, voortaan niets te verzuimen, om mijnen Gebieder, Heiland, en Rechter met alle krachten te beminnen, en op alle mogelijke wijzen te eeren, die uier in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig is. En terwijl ik mij vast voorneem, zijn heilig Hart op bijzondere wijze te vereeren, wil ik voor mijn geheel leven mijne woonplaats in hetzelve vestigen. Verleen mij de genade, welke ik van U afsmeek, in dit heiligHart den laatsten zucht op het oogenblik van mijn dood te kunnen uitstorten. Amen.
Gebed tot het h. Hart.
(door den gelukzaligen Clemens Maria Hofbauer).
O allerzoetste Jezus, wiens van liefde gloeiend Hart zelfs de grootste zondaars opneemt. wanneer zij zich bekeeren; verleen mij, bid ik U, eu allen boetvaardigen zondaars, een hart, aan het uwe geliik ; dat is: een nederig hart, dat zelfs te midden van
aardsche grootheid het verborgen en stille leven bemint; een hart, dat alle beleedigin-gen verdraagt, en nimmer zoekt zich te wreken; een geduldig hart, dat in alle wederwaardigheden , hoe pijnlijk ze ook mogen zijn, met U en om U lijdt; een vreedzaam hart, dat met den evenniensch en met zich zelf een onverstoorbaren vrede weet te bewaren ; een onbaatzuchtig hart, steeds tevreden met hetgeen het bezit; een hart vol liefde tot het gebed, dat zich dikwijls en gaarne met U onderhoudt; een hart, dat slechts één verlangen koestert, namelijk, dat alle schepselen God kennen, dienen en beminnen ; een hart, dat zich door niets laat afschrikken, tenzij dat God beleedigd worde; â dat niets haat dan de zonde; dat niets verlangt, dan de eer van God en de zaligheid der menschen te bevorderen; een zuiver hart, dat slechts God zoekt, en Hem alleen wil behagen ; een dankbaar hart, dat Gods weldaden niet vergeet, maar met dankbare liefde zijn hemelschen Vader eert; een sterfc en moedig hart, dat in rampen en tegenspoeden, in strijd en bekoring zijnen God getrouw blijft; een edelmoedig hart jegens alle ongelnkkigen en lijdenden, vooral jegens de zielen in het vagevuur; een hart naar het Allerheiligste Hart van Jezus, welks vreugde en droefheid, welks afgekeerdheid en verlangens, waarvan alle bewegingen naar â Gods aanbiddelijken wil geregeld zijn. Amen.
Negende Afdeeling.
GEBEDEN TER EERE DER ALLERZALIGSTE
MAAGD MARIA.
-«otOtJoo---
Toewijding aan de h. Moeder Gods Maria.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van mijn God, ik, N. ofschoon gansch onwaardig uwe dienares te heeten, kies ik U evenwel, door uwe wonderbare barmhartigheid getroffen, en vurig wenschende U te dienen, in tegenwoordigheid van mijn engelbewaarder en van geheel het hemelsch hof tot mijne bijzondere patrones, tot mijne voorspreekster en moeder, en neem mij vast voor, U in het vervolg altijd te beminnen en te dienen, en mijn best te zullen doen, dat ook anderen U dienen en beminnen.
Ik bid U, o heilige Moeder Gods, mijne barmhartige en beminnenswaardige Moeder, ter wille van het h. Bloed van uwen god-delijken Zoon, dat voor mij vergoten is,
21.
(joo
neem mij aan onder het getal uwer vereerders, en tot uwe nederige dienares; sta mij bij in al mijne gedachten, woorden en werken, in alle oogenblikken mijns levens, opdat al mijn doen en laten slechts strekke, om de eer van God te vermeerderen. Zorg ook, o Maria, door uwen machtigen bijstand, dat ik mijn geliefden Jezus nooit weder be-leedige, maar Hem love en prijze in dit leven; ja dat ik ook U beminne, mijne geliefde Moeder, om U in den hemel en in de gansche eeuwigheid te kunnen beminnen. Amen.
Mijne Moeder Maria, U beveel ik mijne ziel, bijzonder in liet uur van mijnen dood.
Sctiietgelieden lot de allerzaligste Maagd Maria.
âm/vwâ
Moeder Gods, denk aan mij (h. Franc. Xav.)
Heilige Maagd en Moeder, geef, dat ik altijd aan U denke. (h. Philipp. Ner.i
Heilige Maagd Maria, Moeder Gods, bid Jezus voor mij. (h. Philipp. Ner.)
O mijne meesteres, maak dat Jezus mij niet van zich stoote. (h. Ephrem.)
O Maria, moge mijn hart nooit ophouden, U te beminnen, en mijne tong, U te loven. (h. Bonaventura.)
32S
O mijne meesteres, sta mij bij uit liefde tot Jezus, opdat ik Hem beminne. (h. Bir-gitta.)
O Maria, ik geef mij ganach aan U: neem mij op, en bewaar mij. (h. Magdalena van Pazzis.)
O mijne meesteres, blijf bij mij tot in den dood. (P. Spinelli.)
Gegroet zijt Gij, Maria, mijne moeder. (P. Frans Pangrazio.)
Heilige Maria, mijne voorspreekster, bid voor mij. (Sertorius Caputti.)
Ik dank U, o eeuwige Vader, voor de macht, die Gij uwe dochter Maria gegeven hebt.
Onze Vader ... Wees gegroet. .. Eere zij den Vader, enz.
Ik dank U, o eeuwige Zoon, voor de wijsheid, die Gij uwe moeder Maria hebt medegedeeld.
Onze Vader ... Wees gegroet... Eere zij den Vader, enz.
Ik dank ü, o eeuwige heilige Geest, voor de liefde, welke Gij Maria uwe bruid hebt geschonken.
Onze Vader ... Wees gegroet. .. Eere zij den Vader, enz.
Groet voor een beeld der heilige Maagd.
Allerzaligste, onbevlekte Maagd, mijne Moeder Maria, Gij die de Moeder van mij-
324
nen God, de Koningin der wereld, de voorspreekster, de hoop en de toevlucht dei-zondaren zijt, tot U kom ik heden, de ellendigste van allen. U ootmoedig vereerend, groote Koningin, dank ik U voor zoovele genaden, welke Gij mij tot op dit oogenblik verworven hebt, geheel bijzonder echter, dat Gij mij van de hel, die ik zoo dikwijls verdiende, bevrijd hebt. Ik bemin U, o beminnenswaardige vrouw, en beloof plechtig, U altijd te willen dienen, en al het mogelijke te doen, dat ook anderen U beminnen. Op IJ stel ik mijne hoop, aan U vertrouw ik mijne zaligheid. Neem mij aan tot uwe dienares, neem mij onder uwe bescherming. O moeder der barmhartigheid, dewijl Gij zoo machtig bij God zijt, bevrijd mij van alle bekoringen, of verleen mij de kracht, om ze te overwinnen tot aan den dood. U vraag ik de ware liefde tot Jezus Christus, door U hoop ik een goeden dood te sterven. Mijne Moeder, om de liefde, die Gij God toedraagt, bid ik U, sta mij bij, vooral echter in het laatste oogenblik van mijn leven. Verlaat mij niet, totdat Gij mij hebt binnengeleid in den hemel, om U daar te loven, en uwe barmhartigheid te prijzen in alle eeuwigheid. Amen.
Zoo hoop ik, zoo zij het!
(ledermaal 300 dagen, maandelijks volle aflaat. Plus IX 1854.)
325
Het Ave Maria.
Wees gegroet, Maria.
Dezen groet bracht de engel van uit den hemel. Als wij Maria begroeten, loven wij God, die zoo groote dingen aan de heilige Maagd en Moeder Gods gedaan heeft.
Gij zijt vol van genade.
Door den h. Geest geheiligd, waart Gij reeds in het eerste oogenblik van uw bestaan zuiver en met God vereenigd. Niets onreins was in U, en onbevlekt bleeft Gij van alle zonden. Gij bezat alle deugden en voorrechten in verheven mate. Vol van genade, zijt Gij ook de moeder der genade en barmhartigheid voor ons, arme zondaars, in dit tranendal.
De Heer is met U.
In U, het bevoorrechtste wonderwerk dei-genade, heeft de hemelsche Vader zijn hoogste welbehagen. Met U, zijne geliefde dochter, is Hij door de innigste liefde verbonden. Het naaste bij God, beschikt Gij over alle schatten der goddelijke almacht. Daarom zijt Gij onze machtigste beschermster in alle gevaren.
Gezegend zijt Gij onder alle vromoen.
De Zoon Gods koos U tot Moeder bij zijne menschwording. Moeder van God, zonder het minste verlies uwer maagdelijkheid, vrij van eiken vloek der erfzonde, hebt Gij ons zegen toegebracht, en de deuren van het
826
paradijs geopend. Daarom, o Moeder en altijd Maagd, zijt Gij gebenedijd, en het is nooit gehoord, dat iemand te vergeefs uwen moederlijken bijstand verzocht heeft.
En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus.
Maria is groot in haren goddelijken Zoon. Wij kunnen Maria niet hooger eeren, dan wanneer wij Jezus prijzen. Gebenedijd is Jezus, dien Maria ons geboren heeft! Jezus, onze broeder! Jezus, onze Heer! Jezus, ons leven, ons al! Gebenedijd is de Moeder, wijl de Zoon gebenedijd is.
Heilige Maria! zie, met vreugde gedenken wij de voorrechten, die God U verleend heeft ter wille van Jezus, en loven wij Jezus, uwen lieven Zoon, met U. Maar wanneer wij ons uwe machtige voorspraak herinneren, dan gedenken wij ook onze wederwaardigheden, die ons hart drukken, en met de Kerk roepen wij tot U:
Heilige Maria, Moeder Gods.
Wij zien U, Maria, in den hemel verheven boven alle engelen en heiligen, in de nabijheid der allerheiligste Drievuldigheid.
Op Golgotha stondt Gij, o Moeder, onder het kruis van uwen Zoon; in den hemel heerscht Gij als koningin. Hier bidt Gij voor ons, als onze liefdevolle, machtige voorspreekster.
Bid voor ons, zondaars.
Zie op ons neder, arme, rouwmoedige zondaars, die uwen moederlijken bijstand, uwe
327
voorspraak zoo zeer noodig hebben, die slechts sidderend en bevend voor het aanschijn van den beleedigden God verschijnen kunnen. Gij, o Moeder, zijt slechts goedertierenheid en goedheid; wij bevelen aan uw Hart al onze aangelegenheden. Voor alles bewaar ons van de zonde.
Nu en in het uur van onzen dood.
Dat zijn twee gewichtige oogenblikken : het tegenwoordige, wijl het in onze macht is, en het uur des doods, wijl het over onze eeuwigheid beslist. Amen.
Gebed tot het heilig Hart van Maria.
O zoet, o goedertieren Hart van Maria! Hart der Moeder Gods en onzer Moeder! O Hart, waarin de allerheiligste Drievuldigheid baar welbehagen heeft, en alle vereering en liefde van engelen en menschen waardig.
O Hart, dat het meest op het Hart van Jezus gelijkt, en welks volmaaktste evenbeeld Gij zijt.
O Hart vol van goedheid en innig medelijden met onze ellende; gewaardig U, onze ijskoude harten te verwarmen, en maak, dat zij geheel tot het Hart van den goddelijken Verlosser getrokken worden.
Wees Gij de weg, waarlangs wij tot Jezus komen, en het kanaal, waardoor de noodige genaden ons toevloeien.
328
Wees onze hulp iu den nood, onze troost in wederwaardigheden, onze steun in de bekoringen, onze bijstand in de gevaren, bijzonder echter in den laatsten strijd van ons leven, dat vreeselijk en beslissend oogen-blik, waarvan ons eeuwig lot afhangt, en waarin de gansche hel tegen ons zal strijden, om onze ziel te bemachtigen.
Allerzaligste Maagd, laat ons de zoetheid van uw moederlijk Hart smaken, laat ons de grootheid uwer macht op het Hart van Jezus ondervinden; open ons in deze bron van barmhartigheid een zeker toevluchtsoord, opdat wij Hem eens met U in den hemel van eeuwigheid tot eeuwigheid prijzen mogen. Amen.
329
L I T A N IE
TER EERE VAN HET
I^EILIG ^ ART VAN jVllARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, h. Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Heilig Hart van Maria, bid voor ons.
Hart van Maria, zonder zonde ontvangen. Hart van Maria, vol van genade.
Hart van Maria, onder alle harten gebenedijd, g Hart van Maria, het reinste na het Hart
van Jezus, o
Hart van Maria, tempel der allerheiligste
Drievuldigheid, o
Hart van Maria, zetel der wijsheid, m Hart van Maria, spiegel der rechtvaardigheid,
Hart van Maria, schat der goddelijke barmhartigheid,
330
Hart van Maria, vol van alle lioiligheid,
bid voor ons.
Hart van Maria, deur des hemels, O glorierijk Hart van Maria,
O machtig Hart van Maria,
O goedertieren Hart van Maria,
O getrouw Hart van Maria,
O lofwaardig Hart van Maria,
O liefderijk Hart van Maria,
O zachtmoedig Hart van Maria, O ootmoedig Hart van Maria,
O geduldig Hart van Maria,
Hart van Maria, voor ons met smarten SH doorboord, ^
Hart van Maria, licht der verdwaalden, o Hart van Maria, toevlucht der zondaren, § Hart van Maria,sterkte der rechtvaardigen, o Hart van Maria, troost der bedrukten, 5 Hart van Maria, kracht in de bekoringen. Hart van Maria, hoop der stervenden,
Hart van Maria, hulp in al onze wederwaardigheden.
Hart van Maria, onderpand der beloften van Jezus,
Hart van Maria, volmaakt brandoffer der
goddelijke liefde,
Hart van Maria, vreugde der engelen en heiligen.
Hart van Maria, met glorie en heerlijkheid in den hemel gekroond.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus.
331
Lam Gods, dat wegneemt de zondeu der
wereld, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer, Jezus.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader. â Wees gegroet.
v. Heilig Hart van Maria, bid voor ons. E. Opdat wij waardig worden, U van ganscher harte te beminnen.
GEBED.
O God, die het Hart der allerheiligste Maagd met de vurigste liefde ontvlamd, met alle genaden vervuld, en met de liefelijkste deugden versierd hebt, zoodat uw goddelijke Zoon met het hoogste welgevallen daarin gewoond heeft, verleen mij en allen, die dit allerschoonste en reinste Hart vereeren, dat ook onze harten, die van liefde tot U ontvlamd, met een deel dier genaden verrijkt, en met die deugden versierd worden, waarmede Gij het Hart van uwe liefderijke Moeder Maria vervuld hebt, opdat wij, eens voor uw aangezicht verschijnend, niet zonder deugden en goede werken bevonden, maar als uwe getrouwe kinderen in uw rijk opgenomen worden, om met Maria, onze Moeder, en alle heiligen, U te loven en te prijzen in eeuwigheid. Amen.
332
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
TOT
Onze Lieve Vrouw van Altijddyrenden Bijstand,
Het wonderdadige genadebeeld van O. L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand werd het eerst op het eiland Kreta vereerd, van waar een vroom koopman het naar Rome bracht. Gedurende drie eeuwen bevond het zich daar in de kerk van den H. Mattheus in Herculana, waaruit het tijdens de Fransche revolutie verwijderd werd, en 60 jaren verborgen bleef. Op ingeving der allerzaligste Maagd beval Paus Pius IX, dat het beeld weder openlijk vereerd zou worden, ten gevolge waarvan het op den 26 April in de kerk van den h. Alphonsus der P. P. Redemptoristen ten toon gesteld werd.
Vanaf dezen dag verspreidde zich de godsvrucht tot het genadebeeld op wonderbare wijze, doordat de heilige Maagd vele genaden aan hare vereerders verleende, zoodat het hoogwaardig kapittel van het Vati-caan op 23 April 1867 het met een gouden diadeem kroonde.
- lt;-aSjiiamp;oâ*â
Driedaagsche oefening tot dit Genadebeeld.
EERSTE DAG.
Zie, o Moeder van den Altijddurenden Bijstand, aan uwe voeten een armzalige zondares, die tot U hare toevlucht neemt, en op U haar vertrouwen stelt. O Moeder der
338
barmhartigheid, ontferm U mijner; Gij wordt door allen de toevlucht en de hoop der zondaren genoemd: wees dan ook mijne toevlucht en hoop! Ik bid U, door de liefde van Jezus Christus, kom mij te hulp, en reik uwe hand aan eene arme zondares, die zich aan uwe bescherming aanbeveelt, en zich voor altijd aan uwen dienst toewijdt.
Ik dank God, en prijs zijne barmhartigheid, dat Hij mij dit vertrouwen op U geschonken heeft, dat ik als een zeker onder-pand mijner eeuwige zaligheid beschouw. Ach, maar al te dikwijls ben ik in zonden gevallen, wijl ik niet mijne toevlucht tot U genomen had. Ik weet, dat ik met uwen bijstand steeds zal zegevieren; ik weet ook, dat Gij mij zult bijstaan, als ik U aanroep, maar ik vrees, dat ik zulks in de gelegenheden der zonden verzuimen zal, en mij daardoor in 't verderf storten.
Deze is dus de genade, die ik van U begeer, en waarom ik U, zooveel ik slechts kan, aanroep; dat ik in alle bekoringen en aanvallen der hel terstond tot U mijne toevlucht neme, en U toeroepe: Maria, Moeder van den Altijddurenden Bijstand, sta mij bij, en laat niet toe, dat ik mijn God nogmaals beleedige.
Vijfmaal het âwees gegroet.quot;
V. Bid voor ons, o tieilige Moeder Gods, b. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
334
Almachtige en barmhartige God, Gij wil-det, dat de allerzaligste Maagd Maria, de Moeder vau uwen eeniggeboren Zoon werd, om het menschelijk geslacht te hulp te komen ; verleen ons, wij bidden U, door hare voorspraak, dat wij alle listen der hel verijdelen, en U met een oprecht Hart dienen mogen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
TWEEDE DAG.
O Moeder van den Altijddurenden Bijstand, help mij, dat ik voortdurend uwen machtigen naam moge aanroepen; want uw naam is de steun van alle geloovigen ia het leven en hun heil in den dood. O Maria, Gij, de reinste, o Maria, Gij, de zoetste, geef, dat uw naam mijn levensadem zij. Verzuim niet, o Koningin, mij te hulp te komen, zoo dikwijls ik U aanroep: want ik wil in alle bekoringen die mij overvallen, en in allen nood, in alle aangelegenheden mijns levens niet in gebreke blijven, U aan te roepen, en voortdurend den naam Maria uit te spreken. Welken troost, welken toeverlaat, welke teedere godsvrucht ondervindt mijne ziel, als ik U slechts noem, als ik slechts denk aan U! Ik dank God, dat Hij U dezen zoo zoeten, zoo beminnenswaardigen, zoo machtigen naam tot mijn heil gegeven heeft. Het is mij niet genoeg, enkel U te noemen; ik
836
wil U noemen uit liefde; ik wil, dat de liefde mij herinnere, U steeds aan te roepen: âMoeder van den Altijddurenden Bijstand.quot;
Het gebed als boven.
DERDE DAG.
O Moeder van den Altijddurenden Bijstand, Gij zijt de uitdeelster van alle genaden, die God ons verleent, en daarom wilde Hij, dat Gij zoo machtig, zoo rijk en zoo goedig wezen zoudt, om ons in onze ellende te hulp te komen. Gij zijt de verzorgster der armste en meest verlaten zondaars, die tot U hun toevlucht nemen; kom ook mij te hulp, die uwe barmhartigheid aanroep. In uwe handen leg ik mijn eeuwig heil, ü geef ik mijne ziel over. Gewaardig U, mij onder het getal uwer bijzondere dienaren op te nemen, mij onder uwe bescherming te plaatsen, meer verlang ik niet. Als Gij mij bijstaat, vrees ik niets; mijne zonden vrees ik niet meer, wijl Gij mij vergiffenis verworven hebt: ik vrees de helsche geesten niet, wijl Gij machtiger zijt dan de hel: ja, ik vrees zelfs mijnen rechter Jezus Christus niet, wijl eene voorbede, die Gij voor mij doet, Hem verzoenen zal. Ik vrees slechts, te verzuimen, U om uwen bijstand aan te roepen, en zoo door mijne nalatigheid verloren te gaan. O mijne Koningin, verwerf mij de vergiffenis mijner zonden, de liefde
386
tot Jezus, de eindvolharding en de genade, immer tot U mijn toevlucht te nemen. Moeder van den Altijddurenden Bijstand.
Het gebed als boven.
Bij het decreet der heilige Congregatie der aflaten van den 17 Mei 1866, heeft Zijne Heiligheid Paus Pius IX aan alle geloovigen voor ieder dezer drie gebeden eenen aflaat van 100 dagen verleend, welke lederen dag verdiend kan worden, als zij dezelve aandachtig en met een rouwmoedig hart bidden, en hij heeft tegelijk toegestaan, dat deze aflaten aan de arme zielen in het vagevuur toegevoegd kunnen worden.
Het kind van Maria in de maand Mei.
Er is altijd vreugde onder de kinderen van Maria, als de maand Mei aanbreekt. Deze schoone maand is immers gansch aan hunne lieve Moeder Maria toegewijd. Gij zijt toch ook een kind van Maria? Gij bemint immers ook Maria, die goede, hemel-sche Moeder? Zeker, Zij is ook zoo goed en liefdevol jegens U. Gij maakt daarom ook zeker op een tafeltje in uw slaapvertrek, of in eene andere kamer, een klein altaar, waarop het beeld van de h. Moeder Gods prijkt. Is er geen plaats voor zulk een altaartje, of kunt gij anderszins uw doel niet bereiken, plaats dan ten minste ergens een beeltenis der h. Moeder Gods, dan is Maria ook tevreden. Kniel voor dit beeld neder des morgens, na uw gewoon morgengebed verricht te hebbon, eu spreek dan
337
aandachtig en oprecht gemeend het volgende gebed:
Ik groet U van ganscher harte, mijne lieve, goede Moeder Maria. Gij weet reeds, dat ik U oprecht bemin. O ik wil gansoh de uwe zijn, geheel U toebehooren. Voor U, lieve Moeder, wil ik bidden en arbeiden; voor TJ wil ik leven en sterven. Help mij ook, opdat ik dikwijls aan U denke. Vooral als ik zondigen zou, o herinner er mij dan aan, dat ik uw kind ben. Dan zal ik zeker niet zondigen, maar U getrouw blijven. Bijzonder echter wil ik heden deze zonde (noem uwe hoofdzonde) niet bedrijven.
(Bid dan een Wees gegroet.)
's Avonds bid, als gij eenigzins kunt, voor het lieve Vrouwebeeld den rozenkrans, en daarna hetzelfde gebedje als 's morgens, en vraag U dan af, hoe het gedurende den dag met uw hoofdfout gegaan is; bid dan ten slotte:
Ach, goede Jezus, het is mij leed, dat ik U en uwe lieve Moeder hedeu zoo weinig vreugde heb gedaan; morgen zal ik beter mijn plicht doen.
338
Dagelijksch gebed voor de Meimaand.
(Aanbevolen door Paus Pius IX,)
O goede en zoete Maagd Maria! Zie ons aan uwe voeten in deze maand, U toegewijd, om U in heiligen ijver onzen dank, ons gebed en onze bewijzen van liefde te brengen.
Dit jaar is ons hart met een vurigen wensch vervuld, en bidden wij ü om eene groote genade, namelijk om de bevrijding der heilige Kerk en van onzen heiligen Vader.
Zie, deze is de eenige genade, die wij in deze maand door uwe alvermogende voorspraak hopen te verkrijgen. Tot deze meening willen wij ook al onze gebeden ter uwer eer opdragen.
Gedenk, o allerzaligste Maagd, dat wij om het welzijn dier Kerk bidden, voor welke uw goddelijke Zoon zijn kostbaar bloed vergoten, en Gij zelf onuitsprekelijke smarten geleden hebt. Ach, hoe lang zal nog dezo wreede vervolging der Kerk duren? O goede Moeder, zie de jammervolle ellende, waarin de ongelukkige menschheid smacht, en hoe velen het eeuwige verderf te gemoet gaan.
O Moeder der barmhartigheid, geef acht, bidden wij U, op het eenparig smeeken uwer kinderen, die in deze maand uit alle plaatsen der wereld met liefde- en smartvolle harten tot U roepen; toon U genadig en rijk aan barmhartigheid.
339
O machtigste Maagd, verhoor ons gebed! kom ons te hulp in onzen nood, en verwerf ons heil, verzoening en vrede! Op uwe alvermogende voorspraak stellen wij een onbegrensd vertrouwen!
O Maria, onze hoop, ons leven, onze zoetheid, wees nu, altijd en eeuwig gegroet. Amen.
Laat ons drie Wees gegroeten bidden voor onzen heiligen Vader, Paus N. N.
340
LITANIE
VAN
0. QVrOUW van ^orette.
Heer, ontferm IJ onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, gt
Allerreinste Moeder, ^
Allerzuiverste Moeder, §
Ongeschonden Moeder, g
Onbevlekte Moeder, o
Minnelijke Moeder, g
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
841
Eerwaardige Maagd, bid voor ons.
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertieren Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht,
Geestelijke roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken.
Toevlucht der zondaren.
Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der patriarchen.
Koningin der profeten,
Koningin der apostelen,
Koningin der martelaren.
Koningin der belijders.
Koningin der maagden,
Koningin van alle heiligen.
Koningin, zonder erfsmet ontvangen,
Koningin van den allerh. Eozenkrans,
342
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Heer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods! e. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden!
gebed.
Verleen, bidden wij, o Heer en God, dat wij, uwe dienaren, eene bestendige gezondheid naar ziel en lichaam mogen genieten, en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid mogen verlost, en in het genot der eeuwige blijdschap gesteld worden. Door Christus onzen Heer. Amen.
âoo^fvy -o-â
343
NEGENDAAG3CHE OEFENING
TER EERE VAN
Onze Lieve Vrouw van het heilig Hart,
EERSTE DAG.
De boodschap aan Maria,
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Op den dag uwer boodschap, o Maria, werd uit uw reinste bloed het hart van Jezus gevormd. Dit hart is uwe schatkamer, Gij hebt er een onbeperkten invloed over; ge waardig U, het voor ons goedgunstig te maken.
Smeekgebed. Onze lieve Vrouw van het heilig hart, verkrijg mij vooralle dagen mijns levens de genade, dat mijn wil steeds gelijkvormig zij aan den wil van God!
Voornemen. Ik wil op de ingevingen der goddelijke genade letten, en voortdurend met Maria zeggen: Zie, ik ben de dienstmaagd des Heeren!
(Bid hier het gebed âgedenk,quot; enz. om de bijzondere genade, die men door de negen-daagsche oefening verkrijgen wil.)
Gedenk, o onze lieve Vrouw van het hei-
844
lig Hart, de groote macht, die uw goddelijke Zoon IJ over zijn aanbiddenswaardig Hart gegeven heeft. Vol vertrouwen op uwe verdiensten komen wij tot U, en roepen uwe bescherming aan, o, onze lieve Vrouw van het heilig Hart! Dit hart, dat eene onuitputtelijke bron van alle genaden is, en dat Gij naar welgevallen openen kunt, om uit hetzelve alle schatten der liefde en barmhartigheid, des lichts en des heils, die het bevat, over de menschen uit te strooien. Innig bidden wij ü, verkrijg ons de genade, waarom wij vragen. Neen, wij kunnen geene afwijzing vreezen. En wijl Gij onze Moeder zijt, o onze lieve Vrouw van het heilig Hart, neem ons smeekgebed aan, en verhoor het genadig. Amen.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons! (driemaal).
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart
van Jezus, verleen mij.....(geef hier de
genade te kennen, die gij wenscht te verkrijgen.)
TWEEDE DAG.
De geboorte van den goddelijken Heiland.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Het wonder der nederdaling
345
van den Zoon Gods is geschied! De aarde heeft haren Verlosser, en Gij, o Maria, hebt ,Hem ons gegeven. Daar Gij nu zijne Moeder zijt, hebt Gij ook invloed op zijn Hart, en behooren U alle schatten toe, die er zich in bevinden. Wij zijn arm en van alles ontbloot; daarom komen wij tot U; gij zult ons overvloed van goederen schenken.
Smeekgebed: O onze lieve Vrouw van het heilig Hart! Schep uit die rijke bron, die Gij in ons midden geopend hebt, voor mij een stroom van genaden.
Voornemen: Jezus is op aarde nedergedaald, om mijn toonbeeld te zijn. Naar het voorbeeld van onze lieve Vrouw van het heilig Hart wil ik mij aan Hem aansluiten, en zijne voetstappen volgen.
Gedenk, o O. L. V. bi. 343.
DERDE DAG.
Opoffering van Jezus in den tempel.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. O Maria, voor het mensche-lijk geslacht wordt een offer gevergd, en dit kan slechts uw kind zijn. Wat zult Gij doen? O, Gij hoort slechts naar uwe liefde tot ons. Gij offert uwen Zoon den Heere
346
op, en door eene zoo heldhaftige daad sluit Gij U in zijn Hart, dat U geneigd ia, en het altijd zijn wil.
Smeekgebed. O onze lieve Vrouw van het heilig Hart. Geef, dat ik naar uw voorbeeld alle offers, die God in den loop van het leven van mij zal vorderen, met een bereidwillig hart brenge.
Voornemen: Ik geef mij zelve als offer aan het goddelijk Hart van Jezus door Maria, en wil deze opoffering dikwijls gedurende den dag herhalen.
Gedenk enz. als voren.
VIERDE DAG.
Maria met Jezus te Nazareth.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
Onze Lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. In uwe arme woning te Nazareth, o Maria, oefent Gij voortreffelijk uwe macht uit over het Hart van Jezus. Gij spreekt, en Hij gehoorzaamt; maar wat meer is, Hij voorkomt reeds al uwe wen-schen. O onuitsprekelijk geheim!
Smeekgebed. O onze lieve Vrouw van het heilig Hart, hoe gelukkig is men onder uwe heerschappij! o ja, ik stel mij voor altijd onder uwe machtige bescherming.
Voornemen. Ik verklaar mij tot een kind
347
van Maria; Zij heersche over mij, gelijk Zij heerscht over het Hart van haren Zoon.
Gedenk enz. ala voren.
VIJFDE DAG.
Maria op de bruiloft te Kana.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus.
Onze Lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. O Maria, bij deze plechtige gelegenheid toont Gij aan de wereld de macht, die Gij bezit over het Hart van uwen Zoon. Gij verlangt van Hem een wonder, en Hij doet het, ofschoon zijn uur nog niet gekomen is. Hij wilde allen tooncn, dat Hij U niets weigeren kon.
Smeekgebed. O zoete Koningin van het Hart van Jezus! leer mij, het door de goddelijke voorzienigheid bepaald tijdstip steeds met overgeving afwachten, en de genaden, die ik noodig heb, met vertrouwen van God afsmeeken, ook dan, als alle hoop vervlogen schijnt.
Voornemen. Ik wil in mijne veelvuldige aangelegenheden mijne toevlucht tot onzn lieve Vrouw van het heilig Hart nemen, ee vooral mij tot Haar wenden in mijn geestelijken nood.
Gedenk enz. als voren.
348
ZESDE DAG.
Maria op den weg naar den Calvarieberg.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus !
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Wanneer uw Hart ooit, o Maria, met het Hart van uwen goddelijken Zoon vereenigd was, dan was het op dat oogenblik; eene aardsche moeder is nooit meer bekommerd over haar kind, dan wanneer het gedrukt is onder beproevingen, angst en smarten. Terwijl Gij echter zijn lijden deelt, verkrijgt Gij eene nieuwe aanspraak op zijne liefde.
Smeekgebed. Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, wees mijn steun in de wederwaardigheden en mijn troost in het lijden.
Voornemen. In de beproevingen van het leven wil ik mij nooit van mijne Moeder scheiden; blijf ik bij Haar, dan zal mijne zwakheid minder groot, en mijn kruis lichter zijn.
Gedenk enz. als voren.
ZEVENDE DAG.
Maria aan den voet van het kruis.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
349
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Onder het kruis staande, o Maria, ziet Gij, hoe de lans van den krijgsknecht het heilig Hart van Jezus opent.
Als Moeder van het heilig Hart, verzamelt Gij die genaden, die bij stroomen uit hetzelve vloeien, om ze in uwe teedere liefde aan ons uit te deelen.
Smeekgebed. Ik vang met U den laatsten zucht van Jezus op, o onze lieve Vrouw van het heilig Hart, en verberg mij met U in de heilige wonde van zijn Hart, welke zijne liefde tot ons geslagen heeft.
Voornemen. Ik wil heden niets verzuimen, om mij die genaden waardig te maken, wier uitdeelster onze lieve Vrouw van het heilig Hart is, en ik zal haar dikwerf om haren bijstand aanroepen.
Gedenk enz. als voren.
ACHTSTE DAG.
Maria hij de verrijzenis van Christus.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Uw goddelijke Zoon is verrezen, o Maria, Gij kunt weder aan zijn Hart rusten. Dat aanbiddenswaardig Hart geeft
350
Hij aan U over: het is uw rijk, heersch er over in tijd en eeuwigheid.
Smeekgrbed. O onze lieve Vrouw van het heilig Hart. Ik wil eindelijk uit het graf mijner lauwheid en onverschilligheid te voorschijn treden, en voortaan een nieuw leven leiden. Uit mij zelf kan ik niets, doch met U kan ik alles. O goede Moeder, help mij !
Voornemen. Ik. wil opstaan tot een vroom en ijverig leven. Gelijk onze lieve Vrouw van het heilig Hart, wil ik tot Jezus gaan; ik wil aan zijne borst rusten, en de gevoelens van zijn heilig Hart zijn van nu af aan de mijne.
Gedenk enz. als voren.
NEGENDE DAG.
Maria in den hemel.
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Overweging. Uw verblijf in de. ballingschap hier op aarde heeft een einde genomen, o Maria; Gij zijt met het Hart van uwen Zoon voor altijd vereenigd. Gij zijt nu in den hemel, en ik noem U niet alleen koningin der engelen en heiligen, maar ook uitdeelster aller genaden van het h. Hart van Jezus.
Smeekgebed. O mocht ik eens bij U en uwen goddelijken Zoon zijn, onze lieve Vrouw
351
van het heilig Harti Ik geef mijne ziel iu uwe handen; onder uwen bijstand zal ik in het geloof, in de hoop en in de liefde volharden, en daarna U eeuwig beminnen, o mijne Moeder.
Voornemen: Ik wil alles doen, om den hemel te verkrijgen; hij is het vaderland der Christenen. Daar zal ik onze lieve Vrouw van het heilig Hart in den vollen glans harer heerlijkheid ontmoeten, en met Haar God, het hoogste goed, in volmaakte zekerheid bezitten.
Toewijding.
O onze lieve Vrouw van het heilig Hart! Moeder der barmhartigheid! Deur des hemels! uitdeelster der goddelijke gaven! Ik werp mij aan uwe voeten neder.
Gij zijt de gezegende Maagd, de Moeder van het Hart van Jezus, de toevlucht dei-zondaren, de troosteres der bedrukten, en het heil van allen : wees daarom ook mijne toevlucht en mijn heil. Men noemt U de toeverlaat der rechtvaardigen, de hoop der hopeloozen; de sterkte der zwakken, en de geruststelling van beangstigde harten ; daarom, o onze lieve Vrouw van het heilig Hart, richt ik smeekend tot U mijne oogen, en stel mij voor altijd onder uwe machtige moederlijke bescherming.
U wijd ik heden mijn verstand met al
352
eijne gedachten, mijn hart met al zijne gewaarwordingen en alles wat ik ben.
O zoete Moeder van het Hart van Jezus ! kom mij te hulp, en red mij van de strikken des duivels! Maak, dat ik God op aarde beminne, en Hem trouw diene, en het onuitsprekelijk geluk hebbe, in zijne liefde te sterven, en met U in eeuwige heerlijkheid te heerschen. Amen.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons!
Aanbeveling.
Wij nemen onze toevlucht onder uwe bescherming en steun, o onze lieve Vrouw van het heilig Hart! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o Moeder van het Hart van Jezus, uwen Zoon ! Amen.
(Voor iederen dagen 300 dagen aflaat; volle aflaat als de novene als voorbereiding tot het betrefiende feest gehouden wordt, onder de gewone voorwaarden : het ontvangen der h. Sacramenten en het bezoek eener kerk. Pius IX, 26 Nov. 1876.)
â-.lt;*0s0gt;o---
LITANIE
VAN
ONZE LIEVE VROUW VAN HET H. HART VAN JEZUS.
(Voor privaat gebruik.)
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, bid voor ons.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart van Jezus, bid voor ons.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart van Jezus, koningin des vredes en der barmhartigheid, bid voor ons.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart van Jezus, uitdeelster der goddelijke gaven, bid voor ons.
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, die de harten verovert, bid voor ons.
23.
354
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart, Moeder der barmhartigheid, bid voor ons. Moeder der goddelijke genade,
Zoete gave des hemels.
Onvergelijkelijke weldoenster,
Groote sohatbewaarster,
Verheven middelares,
Zekere hulp in alle gevaren,
m Bijstand der hulpeloozen.
Moeder der weezen en veriatenen, a Ster der reizigers,
'3 Hoop der hopeloozen,
^ Die alle geslachten loven,
J3 Die aan liefelijkheid en zoetheid den Squot;.
honig overtreft,
ca Die door het gebed alles vermoogt bij o uwen goddelijken Zoon, §
§ De gezegende der aarde, die de vracht o g des levens heeft voortgebracht, S gt;â Onbevlekte lelie, wier welriekendheid lt;sgt; de aarde vervult,
g Geheimnisvolle bron,
Zeker toevluchtsoord in alle gevaren S der wereld,
q Reinste en beminnenswaardigste van alle schepselen.
Voorspreekster der arme zielen in het vagevuur,
Gewaardig U onze lofprijzingen aan te nemen en ons gebed te verhooren. Onze lieve Vrouw van het heilig Hart. De aarde verkondige uwe weldaden. Onze
355
lieve Vrouw van het heilig Hart.
Dat de jeugd zich aan uwe maagdelijke bescherming aanbevele,
Dat de moeders U hare kinderen toewijden,
Dat de grijsaards U aanroepen en loven, Bekeer de verstokte zondaars.
Verwin de onverschilligheid onzer harten, Laat onze oogen tranen van boetvaardig- q digheid weenen, ö
Wees onze wapenrusting als de satan ons ® bedreigt, g;
Gewaardig U, ons bij te staan in de hei- lt;!
liging van ons lijden,
Gewaardig U, onzen arbeid te zegenen ^ en vruchtbaar te maken, g
Gewaardig U, ons overal onder uwe moe- i derlijke bescherming te nemen, lt;)
Mogen wij in de bekoringen U nooit p vergeten, âº-
Laat tJ bewegen door onze zwakheid, onze S-gevaren en kwalen, gt;3-
Dat uwe liefde ons uwe armen tot toe- 2.
vluchtsoord opene, aT
Dat uw medelijden onze fouten bedekke, ^ Dat uwe teederheid ons nooit verlate, g Dat uw ootmoed onzen hoogmoed over-winne.
Dat uwe liefde ons tot het heilig Hart
van Jezus voere,
Dat uw gebed ons in het uur van onzen dood bijsta.
356
Uwe voorspraak bescherme ons voor den rechterstoel Gods, Onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
Bescherm onzen heiligen Vader den Paus,
Onze lieve Vrouw van het heilig Hart. Begeleid onze bisschoppen en priesters op den weg der zaligheid, Onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
Bescherm de katholieke wereld tegen de aanvallen der goddeloozen, Onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
Voer de ongeloovigen en ketters tot de ware Kerk van Jezus terug, Onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
Verlicht de ongeloovigen door het licht des Evangelies, Onze lieve Vrouw van het heilig Hart.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Heer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader. â Wees gegroet.
v. Bid voor ons, o machtige en onoverwinnelijke lieve Vrouw van het h. Hart van Jezus.
e. Opdat wij door U, o verhevene hoop der hopeloozen, waardig worden der beloften van Christus, uwen Zoon.
357
GEBED.
O God, die tot de zegepraal uwer barmhartigheid, en tot het heil onzer zielen, aan de onbevlekte Maagd eene overgroote macht over het Hart van Jezus verleend hebt, wij bidden U, verkrijg ons door uwe voorspraak de genade, in uwe liefde te leven en te sterven, door denzelfden Jezus Christus onzen Heer. Amen.
Tiende Afdeeling.
GEBEDEN TOT DE ENGELEN EN HEILIGEN.
Gebed tot den. h. Engelbewaarder.
Heilige Engelbewaarder, dien de goede God mij bij mijne geboorte tot beschermer gegeven heeft, ik dank U voor alle weldaden, die Gij mij naar lichaam en ziel, sedert dat oogenblik bewezen hebt! Uit den grond mijns harten dank ik U, dat Gij U gewaar-digt, mij arme, die uwe hulp zoozeer noodig heeft, uwen bijstand te verleenen en heilvolle diensten te bewijzen. Ik loof en prijs het oogenblik, waarop Gij mij voor de eerste maal in uwe bescherming opnaamt. Ik smeek U ootmoedig om vergiffenis voor de vele ongehoorzaamheden, waardoor ik dikwijls ten uwen opzichte misdaan heb, en beloof U in de toekomst de stiptste volgzaamheid. Ik waag het echter ook, mij herhaaldelijk aan uwe trouwe zorgvuldig-
359
heid aan te bevelen, en bid U, mij tegen de listen van den boozen vijand te behoeden, en na den dood mijne ziel in de eeuwige vreugde binnen te leiden. Amen.
Gebed tot den heiligen Michaël.
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd, opdat wij niet te gronde gaan op den dag des oordeels. Kom het volk Gods te hulp. (100 dagen aflaat.)
Gebed tot den Patroonheilige.
O Heilige N. wiens naam mij in den heiligen doop is gegeven, opdat ik U op deze wereld bijzonder zou vereeren, beminnen en navolgen. Ik loof en prijs U wegens de getrouwheid, waarmede Gij hier beneden met de genaden Gods zoo ijverig hebt medegewerkt, en dank U voor de liefde, waarmede Gij tot nu toe, volgens den wil van God, in allen nood mij zoo getrouw hebt bijgestaan. Ik verheug mij van gansoher harte over de groote glorie en heerlijkheid, die Gij thans in den hemel geniet, en bid ü, wees altijd mijn behoeder, wend alle gevaren naar lichaam en ziel van mij af, en verkrijg mij de genade, uwe deugden na te volgen tot aan het einde mijns levens, en waardig te worden, eens deel te hebben aan uwe zalig-
360
heid, en met U en alle Engelen en Heiligen, God in eeuwigheid te bezitten. Amen.
Gebed tot den heiligen Jozef, om Hem tot beschermheilige te kiezen.
Groote Aartsvader Jozef, ik kies ü heden tot mijn bijzonderen beschermer en geleider voor mijn lichaam en mijne ziel, voor mijn leven en mijn dood.
Ik beloof, U nooit te vergeten, maar uwen naam te verheffen, en uwe verheerlijking zoo veel als het mij mogelijk is, te bevorderen.
Ik bid U, o groote Heilige, neem mij aan onder het getal uwer dienaren; sta mij overal en altijd bij, en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.
Gebed tot den heiligen Jozef in iedere wederwaardigheid.
Met kinderlijk vertrouwen verschijn ik voor U, o getrouwe Voedstervader van Jezus, heilige Jozef, en bid U in mijne tegenwoordige aangelegenheden om uwe voorspraak en uwen steun. Duizenden vrome zielen, die in hunnen nood tot U hun toevlucht namen, hebben het tot hunne onuitsprekelijke vreugde ondervonden, hoe goed, hoe milddadig, hoe behulpzaam Gij zijt; hoe ijverig Gij hen bijstaat, die ü kinderlijk aanroepen, en hoe machtig Gij zijt, om bedrukten en terneergeslagenen troost en
361
vreugde te verschaffen. Wees ook voor mij een trooster en helper; verkrijg mij door Jezus en Maria, dat mijn gebed door den eeuwigen Vader verhoord worde. Amen.
Memorare van den h. Jozef.
Herinner U, o beste, beminnelijkste, zoetste en barmhartige vader, heilige Jozef, dat de groote heilige Theresia verzekert, dat zij nooit hare toevlucht tot uwe bescherming genomen heeft, zonder verhoord te zijn geworden. Aangemoedigd door datzelfde betrouwen, o mijn zeer beminde heilige Jozef, kom ik, en neem ik tot U mijne toevlucht, en zuchtend onder het zwaar gewicht van mijne menigvuldige zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder; o allermeedoo-gendste vader, verwerp mijne arme en zwakke gebeden niet, maar hoor ze gunstig aan, en gewaardig U, die te verhooren. Amen.
Gebed tot den heiligen Jozef, om een zaligen dood.
O heilige Jozef, die in de armen van Jezus, uwen goddelijken pleegzoon, en van Maria, uwe geliefde bruid, uit dit leven gescheiden zijt; ik bid U, o mijn Vader, kom mij met Jezus en Maria in mijn doodsuur te hulp, en verkrijg mij den troost, dat ook ik in de armen van Jezus en Maria moge sterven. Amen.
362
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Heilige Maria, kuische bruid van den h. Jozef, bid voor ons.
Heilige Jozef, reinste bruidegom der maagd Maria,
Heilige Jozef, voedstervader van Jezus ^ Christus, £
Heilige Jozef, rechtvaardige man, lt;
Heilige Jozef, man naar het Hart van § God, 2
Heilige Jozef, vreugde der Patriarchen, g
Heilige Jozef, voorbeeld der maagdelijke ⢠zielen,
Heilige Jozef, spiegel der gehuwden,
Heilige Jozef, toonbeeld aller deugden,
LITANIE
S63
Heilige Jozef, machtige voorspreker van al
uwe pleegkinderen, bid voor ons.
Heilige Jozef, bijzondere beschermer der stervenden,
In al onze wederwaardigheden en ons lijden, In al onze bekoringen,
In alle gevaren naar ziel en lichaam, In het uur des doods,
In het strenge oordeel Gods,
Door uwe eeuwige bestemming van voedstervader van Jezus Christus,
Door uwe heilige verloving met de allerzaligste Maagd Maria,
Door uwe droefheid, die Gij gevoeldet, toen c Gij in Bethlehem met Maria geen onder- 51 dak vondt, lt;
Door de vreugde, welke de geboorte van 8
het goddelijk Kind U veroorzaakte,
Door uwe vreugde, bij de aankomst der e h. Driekoningen, quot;
Door het leedwezen, dat Gij ondervondt bij de voorspelling van den grijzen Simeon in den tempel,
Door uwe smarten, geleden bij de vlucht
naar Egypte,
Door uwe smart bij het verlies van den
twaalfjarigen Jezus,
Door de vreugde, die uw hart vervulde, toen Gij het goddelijk Kind na drie dagen in den tempel wedervondt,
Door de verdiensten van al uwe deugden. Door uwen heiligen dood.
364
Door uwe glorie in den hemel, bid voor ons. Wij, uwe pleegkinderen, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat Gij ons van God de genade en vergiffenis onzer zonden verkrijgen wilt. Dat Gij ons aan Jezus en Maria wilt aan- ^ bevelen, ^
Dat Gij alle jongelingen en maagden de Hl
reinheid des harten wilt doen behouden, Dat Gij alle echtelieden den vrede en de 2 eendracht wilt doen bewaren, ,
Dat Gij aan alle vaders en moeders ver- -leenen wilt, hunne kinderen christelijk ^ op te voeden, g.
Dat Gij al uwe vereerders beschermen wilt, § Dat Gij de stervenden met Jezus en Maria
wilt bijstaan, g
Dat Gij alle afgedwaalde christen zielen 5°
door uwe voorspraak te hulp komt. Dat Gij ons allen de eeuwige zaligheid
wilt verwerven,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Jezus.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader. â Wees gegroet.
365
GEBED.
Wij bidden U, Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed tot de heilige moeder Anna.
Heilige Anna, aan U is de gansche wereld dank verschuldigd, dewijl Gij ons Maria geschonken hebt, waaruit Christus, de bloem des levens, het heil der menschheid, geboren is. Gezegend zijt Gij, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Maria.
O groote vrouw, beveel mij aan uwe maagdelijke dochter Maria, dat Zij mij onder hare bescherming neme. O hoog begunstigde vrouw, die God tot eene waardige moeder van zijn Zoon heeft uitgekozen; uw naam beteekent genade. Verwerf mij genade van God; verkrijg mij eene geestelijke vruchtbaarheid aan goede werken, opdat ik ver-diene, eens aan de eeuwige heerlijkheid deelachtig te worden, welke Gij met de Koningin des hemels, uwe hoogverhevene dochter, geniet. Amen.
366
Gebed ter eere der h. Agnes.
(Het onschuldige leven dezer Heilige, hare brandende liefde tot Jezus, de onwankelbare standvastigheid, en de glorierijke marteldood, dien Zij als maagd van 13 jaren voor haar geloof en hare onschuld gelaten onderging, daarbij de groote vereering, die Zij altijd in de Kerk genoten heeft: dit alles moet u aansporen, Haar als uwe beschermster innig te vereeren.)
O engelachtige maagd en heldenmoedige martelares, heilige Agnes! Liefelijk voorbeeld derchristelijke maagden! Glorierijk is uw aandenken, en groot de macht uwer voorspraak bij God. Tot U neem ik, zwakke maagd, te midden van zoovele gevaren, vol vertrouwen mijne toevlucht. Onder uwe bijzondere hoede stel ik mijn hart, opdat het Jezus getrouw blijve; mijn geloof, opdat het nooit wankele; mijne onschuld, opdat ik ze ongeschonden beware. Verkrijg mij de gave der wijsheid, opdat ik mij nooit door de aanlok-selen der wereld laat verleiden, om aardsch geluk en zinnelijke- vermaken te verkiezen boven de liefde van Jezus. Verwerf mij den geest der sterkte, opdat ik volharde in mijne goede voornemens, alle zondige lusten over-winne, en de bedreigingen der boozen niet vreeze. Bescherm mij in allen nood, in alle gevaren; begeleid mij op mijn levensweg, en sta mij bij in het uur van mijnen dood. Amen,
367
Gebed ter eere van den h. Aloysius.
O heilige Aloysius, die met engelenreinheid gesierd zijt: ik, uw onwaardige vereerder, beveel aan uwe bescherming de reinheid van mijn lichaam en mijne ziel, en bid U, door uwe engelachtige zuiverheid mij aan het onbevlekte Lam Jezus Christus, en aan zijne allerheiligste Moeder aan te bevelen, en voor elke zware zonde te bewaren.
Gedoog niet, dat ik mij met de minste zoude van onzuiverheid bevlekke, maar als Gij mij in bekoring ziet, of in gevaar van zonde, verwijder dan uit mijn hart alle onzuivere gedachten en neigingen; herinner mij dan de eeuwigheid en mijn gekruisten Jezus, druk de vreeze Gods diep in mijn hart, ontvlam in mij de goddelijke liefde, opdat ik U navolge op aarde, en eens in den hemel met U tot het aanschouwen van God moge toegelaten worden. Amen.
Onze Vader â Wees gegroet.
(Aan dit gebed is een aflaat verbonden van 100 dagen, toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur. Pius VII, 6 Maart 1802.)
Gebed ter eere tot den h. Aloysius, om een gelukkigen levensstaat.
Engelachtige jongeling, heilige Aloysius, die door de Moeder Gods in de Sociëteit van Jezus geroepen werdt, zie, ik kom tot U vol vertrouwen; sta mij bij in de zoo
368
gewichtige zaak der keuze van een levensstaat; geleid mij met uwen wijzen raad, ondersteun mij door uwe machtige voorspraak, opdat ik dien staat kieze, waarin ik de eer van God bevorderen en mijn heil verzekeren kan. Amen.
Gebed ter eere van den h. Stanislaus.
Heilige Stanislaus, mijn kuische beschermheilige, engel der reinheid, ik verheug mij met U over die bijzondere gave der maagdelijke reinheid, die uw zuiver hart versierd heeft, en bid U ootmoedig, mij kracht en sterkte tegen alle onreine bekoringen te verwerven, en de genade eener voortdurende waakzaamheid, om de zuiverheid, deze zoo glorierijke en Gode zoo welgevallige deugd, te bewaren.
Onze Vader. â Wees gegroet.
369
LITANIE
VAN
ALLE HEILIGEN.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, h. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Michaël,
H. Gabriël,
H. Eaphaël,
Alle h. Engelen en Aartsengelen,
Alle h. Koren der zalige geesten, o
H. Joannes de dooper, °
H. Joseph, g
Alle h. Patriarchen en Profeten, jo
H. Petrus,
H. Paul us,
H. Andreas,
H. Jacobus,
24.
370
H. Joannes, bid voor ons. ÃL Thomas,
H. Jacobus,
H. Philippus,
H, Bartholomeus,
H. Mattheüs,
H. Simon,
H. Thaddeus,
H. Mathias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle h. Apostelen en Evangelisten,
Alle h. Leerlingen des Heeren,
Alle h. Onschuldige Kinderen,
H. Stephanus,
H. Vincentius,
H. Fabianus en Sebastianus,
H. Joannes en Paulus,
H. Cosmas en Damianus,
H. Gervasius en Protasius,
Alle h. Martelaren,
H. Sylvester,
H. Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Augustinus,
H. Hieronymus,
H. Martinus,
H. Nikolaua,
Alle h. Bisschoppen en Belijders, Alle h. Kerkleeraars,
H. Antonius,
-m
H. Benedictus, bid voor ons. H. Bernardus,
H. Dominicua,
H. Franciscua,
Alle h. Priesters en Levieten,
Alle h. Monniken en Kluizenaars, H. Maria Magdalena,
H. Agatha,
H. Lucia,
H. Agnes,
H. Caecilia,
H. Catharina,
H. Auastasia,
Alle h. Maagden en Weduwen,
Alle heiligen en uitverkorenen Gods, Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden.
Van uwen toorn.
Van een haastigen en onvoorzienen dood,
Van de strikken des duivels.
Van gramschap, haat en allen kwaden wil.
Van den geest van onzuiverheid,
Van bliksem en on weder.
Van den geesel der aardbeving.
Van pest, oorlog en hongersnood.
Van den eeuwigen dood.
Door het geheim uwer heilige mensch-
wording.
Door uwe komst op aarde,
Door uwe geboorte,
872
Door uwen doop en uw heilig vasten, verlos ons, Heer.
Door uw kruis en lijden, verlos ons, Heer. Door uwen dood en uwe begrafenis, verlos ons. Heer.
Door uwe heilige verrijzenis, verlos ons, Heer. Door uwe wonderbare hemelvaart, verlos ons. Heer.
Door de komst van den h. Geest, den vertrooster, verlos ons. Heer.
In den dag des oordeels, verlos ons. Heer. Wij arme zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons wilt sparen.
Dat Gij ons wilt vergeven.
Dat Gij ons tot ware boetvaardigheid
wilt geleiden, ^
Dat Gij uwe h. Kerk wilt regeeren en lt;=: behouden, jr
Dat Gij onze opperherders en alle gees-telijken in den h. godsdienst wilt be- g waren,
Dat Gij de vijanden der Kerk wilt ver- i-* nederen, lt;
Dat Gij den christen koningen en vorsten â ?
vrede en eendracht wilt verleenen, o Dat Gij aan alle christen volkeren vrede ° en eenheid wilt schenken, o
Dat Gij ons in uwen heiligen dienst wilt S
versterken en behouden.
Dat Gij onze harten tot hemelsche begeerten wilt opwekken,
Dat Gij al onze weldoeners met eeuwige
373
goederen wilt beloonen, wij bidden U, verhoor ons. ^
Dat Gij onze zielen en de zielen van amp;'â onze broeders, bloedverwanten en wel- S doeners voor de eeuwige verdoemenis o-wilt behoeden, B
Dat Gij de vruchten der aarde wilt geven ci en behouden, â lt;
Dat Gij alle afgestorven geloovigen de ^
eeuwige rust wilt verleenen.
Dat Gij ons wilt verhoeren, §
Gij, Zoon Gods, quot;
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer. Heer.
Heer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader. â Wees gegroet.
GEBED.
O God, wien het altijd eigen is, genadig te zijn en te sparen, neem ons ootmoedig smeeken aan, opdat uwe barmhartigheid ons en al uwe dienaren, die in de ketenen der zonden gevangen liggen, genadig ver-losse.
Wij bidden U, o Heer! verhoor ons ge-
374
bed, en spaar degenen, die op U vertrouwen, opdat Gij ona vergeving en tegelijk den vrede verleenen moogt!
Toon ona genadig, o Heer, uwe onuit-aprekelijke barmhartigheid, opdat Gij ons van alle zonden zuivert, en van de verdiende atraffen bevrijdt.
O God, die door de zonden beleedigd en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op het gebed van uw ootmoedig volk, en wend van ons af de geesels uwer gramschap, die wij door onze zonden verdienen.
Almachtige, eeuwige God! ontferm U over uwen dienaar onzen Paus N., en bestier hem volgens uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens, opdat hij door uwe gunst begeere, hetgeen U behaagt, en hetzelve met alle kracht volbrenge.
O God, van wien de heilige begeerten, goede voornemens en goede werken voortkomen, geef uwen dienaren den vrede, dien de wereld niet geven kan, opdat onze harten uwe geboden beminnen, en wij, van de vrees voor den vijand ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen leven.
Ontvlam, o Heer, onze harten en nieren door het vuur van den h. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam dienen en met een rein hart behagen.
O God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen van uwe
375
dienaren en dienaressen vergeving van al hunne zonden, welke zij door hun ootmoedig bidden altijd verlangd hebben!
Wij bidden U, o Heer, voorkom al onze handelingen niet uwe genade, en sta ze bij niet uwe hulp, opdat al onze gebeden en werken met U begonnen en met U geëindigd worden!
Almachtige, eeuwige God! die over alle levenden en dooden heersoht, en U ontfermt over allen, die Gij door het geloof en de werken als de uwen erkent; wij bidden U ootmoedig, dat Gij hen, voor wie wij voorgenomen hebben te bidden, hetzij zij nog leven of reeds in het toekomende leven zijn opgenomen, door de voorspraak van al uwe heiligen, volgens uwe barmhartigheid, vergeving van al hunne zouden verleenenmoogt, door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, Amen.
Elfde Afdeeling.
VROME GEBEDEN VOOR DE LEVENDEN,
Algemeen gebed voor de aangelegenheden der christenen.
Almachtige, eeuwige God, Heer, hemel-sche Vader, zie neder met de oogen uwei-ondoorgrondelijke barmhartigheid op ons lijden, onze ellende en onzen nood. Ontferm U over alle christen geloovigen, voor â wie uw eeniggeboren Zoon, onze Heer en Heiland Jezus Christus, zich vrijwillig in de banden zijner vijanden overgeleverd, en zijn kostbaar bloed aan het kruishout vergoten heeft. Door dezen uwen zoon Jezus Christus wend van ons af, genadigste Vader, de straffen welke wij verdiend hebben, de tegenwoordige en toekomstige gevaren, alle tijdelijke kwalen, ziekten, oorlog, hongersnood, en bedrukte tijden. Verlicht en versterk in het goede de geestelijke en wereldlijke overheden en bestierders, opdat zij alles be-
377
vorderen, wat tot uwe eer, tot ons heil, en tot gemeenscliappelijken vrede en welvaart strekken kan. Verleen ons, o God des vredes, eene ware vereeniging in het geloof, zonder verdeeldheid en scheuring. Bekeer onze harten tot oprechte boete en verbetering des levens. Ontsteek in ons het vuur uwer liefde. Geef ons een groot verlangen naar de gerechtigheid, opdat wij, als gehoorzame kinderen in leven en sterven, U aangenaam en welgevallig zijn.
Wij bidden U ook, gelijk Gij wilt, dat wij bidden zullen, voor onze vrienden en vijanden, voor gezonden en zieken, voor alle bedrukte en lijdende christenen, voor de levenden en afgestorvenen.
Al ons doen en laten offeren wij U op, evenals onzen handel en wandel, ons leven en sterven.
Geef ons de genade uwer barmhartigheid, en later het loon des hemels, opdat wij in eeuwige vreugde en zaligheid U loven, eeren en prijzen mogen.
Verleen ons dit, o Heer, hemelsche Vader, door Jezus Christus, uwen lieven Zoon, onzen Heer en Heiland, die met U en den h. Geest leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
Gebed voor den Paus.
0 mijn goddelijke Heiland, toen Gij uwe Kerk op die steenrots bouwdet, waartegen
378
de poorten der hel niets vermogen, hebt Gij den h. Petrus uitverkoren tot haar zichtbaar opperhoofd; geef, dat onze opperherder N., dien Gij ons in uwe barmhartigheid gegeven hebt, een waardige erfgenaam zij van Petrus' deugden gelijk hij de rechtmatige opvolger is in zijn ambt. Schenk hem wetenschap, ijver en standvastigheid; geef, dat hij met eene heilige zorgvuldigheid de Kerk bestiere, welke Gij hem hebt toevertrouwd. Maak, dat hij ons allen in het hart drage, en alles voor allen zij, en dat wij voor hem, die onze teerbeminde vader is, onderdanige kinderen wezen, en niet alleen zijne bevelen maar ook zijne vermaningen trouw ter harte nemen.
Verhoor, o Heer, mijn gebed, en stort over den verheven persoon des Opperherders den rijkdom uwer zegeningen uit; en als hij zijne plichten als opperhoofd der Kerk vervuld heeft, en een sieraad der strijdende Kerk geweest is, leid hem dan in de zaligheid der zegepralende Kerk binnen. Amen.
Gebed voor den Bisschop.
Onzichtbare opperherder en bestierder onzer zielen, goedertieren Jezus, verleen aan den Bisschop, die aan het hoofd van ons diocees staat, tot onzer en zijner heiliging alle deugden, die hij noodig heeft. Stort over zijn geheiligde persoon den rijk:
379
dom uwer gaven, opdat hij ons voorlichte, onze harten met uwe heilige liefde ont-vlamme, ons geleide op den weg des heils, en het toon- en voorbeeld der kudde zij, welke Gij hem hebt toevertrouwd.
Geef hem waardige medearbeiders in zijn apostolisch ambt, schenk hem wijsheid, verstand en waakzaamheid, opdat hij ze tot goede priesters vorme, en heilzaam bestiere. Maak hem in zijne h. bediening tot een deugdzaam navolger der apostelen, opdat hij slechts tot U opzie, U alleen zoeke, U alleen vreeze, op ü alleen vertrouwe.
Schenk ons echter den diepen eerbied, welken wij hem verschuldigd zijn, opdat, als Gij komt, om den herder met de kudde te oordeelen, wij zijn roem en zijne vreugde wezen, en de herder en de kudde het eeuwige loon des hemels mogen ontvangen. Amen.
Gebed voor de ouders.
Ik dank U, goede God, dat Gij mij uit christelijke ouders hebt laten geboren worden, die mij in de alleen ware en zaligmakende Kerk hebben opgevoed. Gedreven door eene kinderlijke liefde, welke Gij zelf in mijn hart geprent hebt, en in het bewustzijn, dat ik naast ü al het goede, wat ik op aarde bezit, mijnen vader en mijne moeder te danken heb, bid ik U, vergeld hun alle moeiten en zorgen, welke zij voor mij gehad hebben en nog hebben.
380
Behoud mijne ouders nog langen tijd in leven; geef hun gelukkige dagen, stort over hen uit uwe lichamelijke en geestelijke zegeningen, en voor alles bewaar hen voor het grootste ongeluk, voor de zonde.
Boezem mij evenwel gehoorzaamheid en eerbied in, en verleen eindelijk, dat wij, die hier op aarde zoo innig met elkander verbonden zijn, eens in den hemel gedurende de gansohe eeuwigheid met elkander ver-eenigd zijn mogen. Amen.
Gebed voor de weldoeners.
De dankbaarheid verplicht mij, o God, ü om genade te smeeken voor degenen, welke mij liefde bewezen hebben. Vergeld mijnen weldoeners al het goede, dat zij mij bewezen hebben, met uwen rijken zegen in dit en in het eeuwige leven.
Geef den levenden, dat zij hunne goederen volgens uw welgevallen gebruiken, en door goede werken zich de eeuwige schatten verzekeren; schenk den afgestorvenen het loon hunner liefde, neem hen spoedig op in den hemel, waar Gij ons aller eeuwig loon zijn wilt. Amen.
Gebed voor zjjne vijanden.
God van vrede en liefde, geef al mijne vijanden vrede en ware liefde, en verleen
381
hun kwijtschelding hunner zonden. Onttrek mij aan hunne belagingen, geef, dat zij hunne ongerechtigheid inzien, en verleen hun ootmoedigheid, opdat zij tot de liefde terug-keeren. Schep in mij een liefderijk hart, dat geen wraak noch bitterheid kent, opdat ik aan mijn Heiland gelijke, en zijn gebod, de vijanden te beminnen, als een volgzame leerling volmaakt onderhoude. Amen.
Gebed voor de bekeering der heidenen, ketters en zondaars.
Eeuwige God, Schepper aller dingen, gedenk, dat de zielen der heidenen, ketters en zondaars door U, en naar uw evenbeeld en gelijkenis geschapen zijn. Zie, o Heer, hoe zij in de strikken des duivels gevangen zijn, en in gevaar verkeeren, voor eeuwig verloren te gaan. Gedenk, dat Jezus, uw geliefde Zoon, ook voor hunne zaligheid den amartelijksten dood gestorven is. Gedoog niet, dat uw Zoon door de heidenen, ketters en zondaars langer veracht wordt; laat U verzoenen door de gebeden uwer heiligen en uwer Kerk, de bruid van uwen Zoon. Gedenk uwe barmhartigheid; vergeet hunne afgoderij, ongeloovigheid, hardnekkigheid en boosheid, en laat hen eindelijk onzen Heer Jezus Christus kennen, vreezen en beminnen, dien Gij gezonden hebt, die ons heil, ons leven en onze opstanding is, door
382
wien wij gered en verlost zijn. Hem zij roem en eer van eeuwen tot eeuwen. Amen.
Gebed voor een zieke.
Heer, kom uwen zieken dienaar met uwe genade te hulp. Geef hem troost en geduld in zijn lijden, en als het uwen heiligen wil behagelijk is, geef hem dan de gezondheid weder. Amen.
Twaalfde Afdeeling.
GEBEDEN VOOR DE AFGESTORVENEN.
-«.XKoc---
G-ebed ter eere der h. Moeder Gods.
O zoete Moeder der genade, hulp der christenen en troosteres der bedrukten, laat de rijke verdiensten uwer heilige smarten, welke Gij bij het bitter lijden en sterven van uwen Zoon verdragen hebt, ten goede komen aan de arme zielen in het vagevuur, en verwerf hun door uwe alvermogende voorspraak eene spoedige verlossing uit hunne vreeselijke pijnen, en de zalige aanschouwing van uwen verheerlijkten Zoon. Amen.
G-ebed tot de Engelen en Heiligen.
Heilige Engelen Gods, die onophoudelijk God looft, en voor ons heil waakt; ziet, hoe de arme zielen uwe hulp in hunne pijnen inroepen; bidt daarom den Allerhoogste, dat Hij hun lijden verkorte.
384
Alle heiligen des hemels, bidt voor deze verlaten zielen, die in hunne gevangenschap zoo reikhalzend naar de vrijheid der kinderen Gods uitzien. Offert voor hen op uw bidden en werken, uwe boetedoening en reinheid, uw bloed, dat Gij voor Christus vergoten hebt, opdat de barmhartige God zich over hen ontferme, hun de straffen kwijtschelde, en hen bij U in zijn rijk op-neme. Amen.
Gebed voor afgestorven ouders.
O God, die ons bevolen hebt, onze ouders te eeren, ik bid U voor de zielen mijns vaders en mijner moeder, die misschien om mijne schuld nog in de vlammen des vage-vuurs lijden moeten. O ontferm U over hen, zuiver hen van hunne smetten, verlos hen van de straffen, die zij wellicht nog te lijden hebben, en geleid hen tot de glorie des hemels. Amen.
Gebed voor de afgestorven broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners.
Barmhartige God, ik bid U voor de zielen mijner dierbare broeders en zusters, bloedverwanten en weldoeners; ontferm U over hen, verlos hen uit hunne pijnen, en neem hen op in de eeuwige vreugde des hemels. Amen.
385
Gebed voor allen, die op h.et kerkhof rusten.
0 God, die aan de christenen, wier lichamen hier begraven zijn, den troost gegeven hebt, dat hunne asch in de gewijde aarde de opstanding afwachte, ik bid U om barmhartigheid voor allen, of zij in hun leven mijne vrienden of vijanden geweest zijn. 0 barmhartige Vader, verleen door de oneindige verdiensten van Jezus Christus, uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer, aau de zielen dezer afgestorvenen vergeving en kwijtschelding hunner zonden en straffen, opdat zij zuiver voor uw aangezicht verschijnen, en deelachtig mogen worden aan de zaligheid van alle heiligen in den hemel.
Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen. Amen.
Vereering der zeven Smarten van Maria voor de arme zielen.
1. Gegroet zijt Gij, Maria, ootmoedigste dienstmaagd der allerheiligste Drievuldigheid. Ik herinner U de smarten, welke Gij in uw moederlijk hart gevoeldet, toen uw geliefde zoon reeds op den achtsten dag van zijn leven zijn kostbaar bloed voor ons vergoot. Door deze smarten bid God voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij van hun lijden verlost worden.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
386
2. Gegroet zijt Gij, Maria, allerheiligste en van eeuwigheid uitverkoren dochter van God den Vader! Ik herinner U de smarten, welke Gij gevoeld hebt, toen Gij gewaarschuwd werdt, U aan den toorn van Herodes te onttrekken, en met uwen goddelijken Zoon naar Egypte, uit uw vaderland in de ballingschap te vluchten. Door deze smarten bid God voor ons, arme zondaars, en voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij spoedig van hun lijden verlost worden.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
3. Gegroet zijt Gij, Maria, waardigste moeder van Jezus Christus, den zoon Gods. Ik herinner U de smarten, welke Gij ondervonden hebt, toen Gij uwen goddelijken Zoon drie dagen lang verloren en gezocht hebt. Door deze smarten bid God voor ons, en voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij van hunne pijnen spoedig verlost worden.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz,
4. Gegroet zijt Gij, Maria, beminnelijkste Bruid van den h. Geest! Ik herinner U de smarten, welke Gij ondervonden hebt, toen uw goddelijke Zoon van U afscheid nam, en U aantoonde, dat Hij voor de zonden der wereld den bitteren dood aan het kruis sterven moest. Door deze smarten bid God voor ons, arme zondaars, en voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij van hun lijden verlost worden.
387
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
5. Gegroet zijt Gij, Maria, allerschoonste zuster der h. Engelen. Ik herinner U de smarten, welke Gij ondervonden hebt, toen Gij hoordet, dat uw goddelijke Zoon op het verlangen der joden ter dood veroordeeld was, en met eigen oogen aanschouwdet, hoe Hij het zware kruis op zijne verscheurde schouders naar de gerechtsplaats droeg.
Door deze smarten bid God voor ons, arme zondaars, en voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij van hunne pijnen verlost worden.
07ize Vader. â Wees gegroet, enz.
6. Gegroet zijt Gij, Maria, glorierijke koningin der Patriarchen! Ik herinner U de smarten, welke Gij ondervonden hebt, toen Gij uwen goddelijken Zoon aan het kruis hoordet vastnagelen, en Hem zelf aan het kruis zaagt hangen, en onuitsprekelijke pijnen lijden, totdat Hij den geest gaf. Door deze smarten bid God voor ons, arme zondaars, en voor de zielen in het vagevuur, opdat zij van al hunne pijnen verlost worden.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
7. Gegroet zijt Gij, Maria, die als de moeder van den Messias aan de profeten beloofd, en zoo reikhalzend door hen verwacht zijt. Ik herinner U de smarten, welke Gij ondervonden hebt, toen uw goddelijke Zoon, van het kruis afgenomen, in uwen maagdelijken
388
schoot en later in het graf werd neergelegd. Door deze smarten bid God voor ons, arme zondaars, en voor de arme zielen in het vagevuur, opdat zij van al hunne smarten verlost worden. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
389
LITANIE
VOOR DE
AFGESTORVEN EN.
Heer, ontferm IJ onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor hen.
H. Michaël,
Alle h. Engelen en Aartsengelen,
Alle kooren der zalige geesten,
H. Joannes de Dooper, 21
H. Joseph, ^
Alle h. Patriarchen en Profeten, §
Alle h. Apostelen en Evangelisten, §
Alle h. Martelaren, jr
Alle h. Bisschoppen en Belijders, g
Alle h. Monniken en Kluizenaars,
Alle h. Maagden en Weduwen,
Alle Heiligen Gods,
Wees hen genadig, spaar hen, o Heer.
890
Wees hen genadig, verhoor hen, o Heer.
Van alle kwaad, verlos hen, o Heer.
Van uwen toorn,
Van uw streng oordeel.
Door uwe wonderbare ontvangenis.
Door uwe heilige geboorte.
Door uw kruis en lijden.
Door uwen zoeten Naam,
Door uwen doop en uw heilig vasten, ^
Door uwe diepe ootmoedigheid, ^
Door uwe volkomen gehoorzaamheid, M
Door uwe oneindige liefde, g'
Door uw bloedig zweet, p
Door uwe gevangenneming, ^
Door uwe geeseling, ®
Door uwe kroning, ®
Door uwe kruisdraging.
Door uwe heilige vijf wonden.
Door uw kruis en bitter lijden.
Door uwen bitteren dood.
Door uwe heilige verrijzenis,
Door uwe wonderbare hemelvaart,
Door de komst van den h. Geest, den
Vertrooster,
In den dag des oordeels.
Wij arme zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Gij, die aan Maria Magdalena, de zondares, vergeven, en den moordenaar verhoord hebt, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij onze ouders, bloedverwanten en weldoeners van de straffen des vagevuurs wilt bevrijden, wij bidden U, verhoor ons.
391
Dat Gij aan alle afgestorven christenen de eeuwige rust wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U ook over hen, aan wie op aarde niet gedacht wordt, wilt erbarmen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het verlangen der arme zielen wilt bevredigen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij hen spoedig in de gemeenschap der uitverkorenen wilt opnemen, wij bidden U, verhoor ons.
Gij, Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de eeuwige rust.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Ome Vader. â Wees gegroet.
v. Heer, geef hun do eeuwige rust, r. En het eeuwige lioht verlichte hen. v. Van de poorten der hel,
e. Bevrijd, o Heer, hunne zielen, v. Heer, verhoor mijn gebed, r. En laat mijn geroep tot U komen, v. De Heer zij met U,
e. En met uwen geest.
392
GEBED.
O God, Schepper en Verlosser aller ge-Joovigen, verleen aan de zielen uwer diena-ren en dienaressen de kwijtschelding van alle zonden, opdat zij de vergiffenis, welke zij altijd gewenscht hebben, door vrome gebeden verkrijgen.
Gij, die leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
?e-ia-m
Dertiende Afdeeling.
id
DE MEIMAAND.
WanneerdemaandMei aanbreekt, heerscht er vreugde onder Maria's kinderen.
In de stulpen der armen, in de paleizen der vorsten, op de baren der zee, in de prachtige domkerken der steden, in do eenvoudigste kapel wordt de beeltenis der vlekke-looze Maagd versierd, de Moeder des Heeren vereerd, de machtige Voorspreekster aangeroepen; in de gansche christenwereld wordt dan met den diepsten eerbied, de vurigste liefde, het grootste vertrouwen Gabriëls groete nagezegd: âWees gegroet, Gij vol van genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij onder de vrouwen.quot;
De zoo hoog vereerde Maagd was wel van koninklijken bloede, cene spruit van Jesse's stam, eene nakomelinge van David, doch
394
van de wereld was zij in hare dagen vergeten, om hare afkomst niet geacht.
Zij was slechts eene nederige dienstmaagd des Heernn, maar werd 's Heeren Moeder.
Hare deugden en hare waardigheid hebben haar eene zoo langdurige en zoo alge-meene vereering verdiend.
Door haar heilig leven verwierf zij Gods welbehagen. God zag Maria's deugd, hare oprechte vroomheid, hare innige en vurige liefde tot Hem, haren ootmoed bij alle stroomen van genaden en voorrechten, welke Hij over haar uitstortte, en bij al het goede wat zij bezat; daarom beminde Hij Haar en droeg Haar de verhevenste waardigheid op, onder de kinderen der menschen, de waardigheid van Moeder van God.
Moeder van God! Ziedaar de roemrijkste titel der uitverkorene! Eene waardigheid die haar verheft boven alle schepselen, boven menschen en engelen.
Wij, wij zuchten alle dagen om bij God te zijn, onze hoogste bestemming, ons eenig doel.
Wij wenschen Hem te naderen en begeven ons derhalve naar zijne tabernakelen, waar Hij leeft en woont in ons midden. Bemoedigend en troostvol voor ons zijn de woorden van den God der liefde: â't is mijn vermaak te zijn onder de kinderen der menschen.quot;
395
Maar ziet! de edelmoedige Jezus, het goddelijk offerlam, dat de zonden der wereld wegneemt, daalt van den hemel af tot liet heiligste, het zuiverste, het volmaaktste men-schenkind. Onze Verlosser wil Hij worden en Maria kiest Hij tot moeder; in haren schoot wil Hij rusten ; den troon zijner heerlijkheid verlaat Hij en deinst niet terug voor eenen staat van diepe vernedering, om haar Zoon, onze Broeder, onze Redder en Verlosser te worden.
Wie is ons voorgegaan in de vereering van Maria?
De bron, waaruit Maria's vereering voortvloeit, is de leer onzer Kerk, de Apostolische overlevering, het woord Gods; ongetwijfeld ook voor u, een godsdienstige vader, eene allerbraafste moeder, op wier schoot gij reeds vroegtijdig de engelsche groetenis ieerdet herhalen, met dat sterk vertrouwen, zoo eigen aan het kinderlijk hart.
Edoch, Hij die het eerst Maria vereerde was onze Heer en God zelf.
Immers,heeft de almachtige Schepper Maria niet erkend alsde verhevenste onder all edoch-teren Eva's, als de grootste, de waardigste van alle schepselen? Heift Hij, om hare deugd Haar niet waardig geacht, do volheid zijner genade te ontvangen? Was het geene
396
vereering, geene verheffing van Maria, dat de Koning van 't heelal haar een engel toezond en door dezen verkondigde wat Hij aan geen der menschenkinderen ooit gezegd heeft: Gij zijt vol van genade.... de gezegend-ste onder de vrouwen f
Was het geene vereering van Maria, dat zij door den God van liefde werd uitgekozen, eene andere ark des verbonds te zijn en den Heilige der heiligen in haren schoot te dragen?
God loofde en eerde Maria; ook wij zullen haar groeten en zalig prijzen; dan immers keuren wij goed wat God gedaan heeft; stemmen wij in met zijne gevoelens voor Maria en prijzen en loven Hem, omdat Hij jegens Haar zoo genadig, jegens ons zoo goedgunstig was en is.
De Katholieke Kerk en de h. Moeder Gods.
0, onze h. Kerk, die moeder, zoo bezorgd voor hare kinderen, zoo vindingrijk in de keuze van hetgeen tot onze opwekking, tot onze stichting dienen kan, weet ook hoe heilzaam de vereering van Gods Moeder voor ons wezen moet. Zij heeft het heil, dat daarin ligt, begrepen; hiervan in den loop der eeuwen de schoonste gevolgen gezien; zoo menigmaal zelve de heilzaamste en treffendste uitwerkingen van Maria's voorspraak ondervonden.
397
In het eerste hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen wordt ons verhaald, dat Petrus en de overige Apostelen in het gebed volhardden met Maria, Jezus' Moeder. Deze vereeriiging in het gebed was het begin van die innige betrekking, waarin de h. Kerk zich steeds met Maria heeft gesteld. In alle moeilijke omstandigheden, waarin do Bruid des Heeren, Gods Kerk, zich bevond gedurende de eeuwen van haar bestaan, wendde zij zich tot de Moeder van haren Bruidegom, en immer ondervond zij, welk vermogen Maria's voorspraak in den hemel heeft.
Vandaar, dat zij zoo gaarne hare kinderen geleidt tot Maria's altaar; zoovele feestdagen te harer eere instelde; den Zaterdag aan de Moeder des Heeren toewijdde, en de Meimaand bestemde tot de vereering der machtige en goedertieren Koningin des hemels.
Maria's dienaren en kinderen.
De christenen van alle eeuwen en plaatsen, en onder hen de edelste, de deugdzaamste, de heiligste, toonden ten allen tijde aan Maria, de hulp der christenen, hunne ver-trouwvolle vereering.
Immer riepen zij Haar als hunne dierbare Moeder aan, stelden zich onder hare bescherming, begroetten Haar dagelijks met bewondering en tevens met oprechte liefde en
398
smeekten die beminnelijke Moeder, dat Zij voor hen mocht gelieven te bidden, gedurende hun gansche leven, maar vooral in de alles beslissende ure des doods.
De kerken en kapellen, welke de geloo-vigen uit vroegere eeuwen en in onze dagen ter eere van Maria stichtten ; de bedevaarten welke zij hielden naar plaatsen, waar de Moedermaagd op eene bijzondere wijze vereerd wordt en waar men de kracht harer voorspraak zoo duidelijk en treffend had ondervonden; de tallooze broederschappen en vereenigingen, welke zich te harer eere en onder hare aanroeping vormden, zijn de bewijzen van den eerbied en het vertrouwen, dat de christenen uit lang vervlogen zoowel als uit onze tijden, aan Maria toedroegen en schonken.
Maria moet belang stellen In ons lot.
Onder het kruis werd de Moeder des Heeren onze Moeder. IXIai- oflerde Zij haren Zoon aan den hemelschen Vader, voor onze zaligheid; daar gaf Hij ons, in haren Zoon, het leven.
Onder het kruis zien wij Haar staan, met moed de hevigste smarten om onzentwille lijden, terwijl de uitdrukking baars gelaats te kennen geeft, dat Zij met liefde het offer brengt, dat voor het heil der wereld ge-eischt wordt.
399
Hare belangstelling kan niet verminderd, hare liefde tot ons niet verkoeld zijn ; daarom zult ge Haar nimmer te vergeefs om hare voorbede vragen.
Toon dan steeds, kind van Maria, doch vooral in de Meimaand, dat gij op Haar een krachtig vertrouwen stelt.
Koep haar aan in gevaar, in de moeilijkheden des levens, in bekoringen, bij het genaken van den dood. Stel u onder hare bescherming, u zeiven en de uwen; uwe ouders, uwe bloedverwanten, uwe vrienden, uwe weldoeners, uwe overheden, allen, die u dierbaar zijn. Wijd Haar uwe handelingen, uwe woorden en werken toe.
Wanneer gij echter in de maand, aan hare vereering gewijd, dagelijks eenige godvruchtige oefeningen verricht, hare beeltenis versiert, voor haar altaar nederknielt, denk dan vooral, dat gij aan de h. Moedermaagd ook een ruiker moet aanbieden, bestaande uit bloemen, op den bodem uws harten geplukt. Haar voorbeeld moet gij navolgen, hare deugden beoefenen, den weg volgen, dien Zij bewandelde, en wanneer gij toont haar kind te zijn, zal Zij toonen uwe Moeder te wezen.
De Litanie van Loretto is een gebed, dat met eene zekere voorliefde door Maria's kinderen gebeden of gezongen wordt.
Deze schoone lofzang bevat dan ook de
400
voornaamste eeretitels, welke de hh. Vaders aan Maria hebben gegeven.
Volgens eeuwenoud gebruik wordt zij telken Zaterdag gezongen in liet wereldberoemd heiligdom van Loretto ; daarvan de naam van Litanie van O. L. V. van Loretto.
Eene korte uitlegging van deze lofspraken zal ongetwijfeld welkom wezen aan de talrijke vereerders der Moeder Gods.
EERSTE DAG.
H. Maria, bid voor ons.
Wij beginnen de h. Maagd met haren eigen naam toe te spreken : h. Maria. Zoo noemde men Haar, toen Zij het eerste daglicht aanschouwde; met dezen naam begroette Haar de engel Gabriël, toen hij Haar het groote geheim der menschwording aankondigde.
Aan den Verlosser der wereld werd een naam gegeven, die boven alle namen is, opdat in den naam Jezus alle knieën zich buigen van die in den hemel, die op aarde en die onder de aarde zijn.
Na den aanbiddelijken naam Jezus is er geen heiliger dan de naam Maria, 't Is de naam der uitverkoren dochter van God den Vader, in den hemel gekroond als Koningin van alle Heiligen ; de naam van Jezus' Moeder, op aarde vereerd en aangeroepen als
401
ile hulp der christenen; de naam van de vlekkelooze bruid des h. Geestes, door de duivelen en de gansehe hel gevreesd.
Even als de morgendauw van de welriekende roos iu druppels nedervalt, zoo ook druipt Maria's naam van zegeningen en genaden, zoodat men hem niet noemen kan, zonder eene gunst van de Hemelkoningin te ontvangen.
De namen van Jezus en Maria zijn gezegend, van nu af tot iu alle eeuwigheid.
TWEEDE DAG.
H. Moeder Gods, b. v. o.
Wanneer wij de heilige Maagd met haren naam Maria hebben aangeroepen, herinneren wij ons aanstonds de alles overtreffende waardigheid, waartoe Zij door God geroepen werd, de waardigheid van haar goddelijk moederschap, en groeten Haar met de engelen des hemels: Heilige Moeder Gods.
Dit is haar roemrijkste titel, welke alle andere eenigermate in zich bevat.
Wij zeggen: Moeder Gods, wijl wij Jezus, haren Zoon, als God erkennen. Reeds tijdens zijne geboorte was Godheid en mensch-heid vereenigd. Hij, dien Zij baarde, was God, en derhalve zeggen wij terecht: Moeder Gods.
Wij noemen haar Moeder Gods, ook om
26.
402
ons kinderlijk vertrouwen op de kracht harer voorspraak te belijden. Immers wanneer het gebed der heiligen, der rechtvaai--digen, die slechts de dienaren van God zijn, zooveel vermag, wat mogen wij dan niet verwachten van de voorbede van Haar, die Gods Moeder is.
De waardigheid van Moeder van God, tot welke Jezus Haar verhief, gaf Haar een machtigen invloed op het Hart van haren goddelijken Zoon.
âDe Heer heeft op de geringheid zijner dienstmaagd neergezien, zoo zong zij zelve, zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.quot;
DERDE DAG.
H. Maagd der maagden, b. v. o.
Na haar goddelijk moederschap, is de maagdelijkheid van Maria de schoonste parel aan hare schitterende kroon.
Alle dochters uit Juda's stam zagen reikhalzend uit naar de hooge eer, de moeder te worden van den verwachten Messias, 't Was daarom, datheteenejoodsche vrouw tot schande werd aangerekend, wanneer zij kinderloos bleef.
Het eenig streven van Maria was, Gode welgevallig te zijn en hare dagen te slijten jn den dienst des Heeren. Maria opent de
403
onafzienbare rij der maagden; Zij was de eerste, die zich door eene gelofte van eeuwige kuischheid den Heer toewijdde. Deze deugd, zoo welgevallig aan den driewerf heiligen God, schatte Zij zoo hoog, dat Zij zelfs afstand wilde doen van het onbeschrijfelijk voorrecht van haar goddelijk moederschap, wanneer Zij hieraan hare maagdelijke zuiverheid moest ten offer brengen.
Wanneer de Psalmist in verrukking uitroept: âHoe schoon is een kuisch geslacht in zijnen luister; met eere staat het bekend bij God zoowel als bij de menschen;quot; wie zal dan de schoonheid van Maria beschrijven, die vlekkeloos rein was van af het eerste oogenblik harer ontvangenis.
VIERDE DAG.
Moeder van Christus, b. v. o.
Christus wil zeggen: gezalfde. In het Oude Verbond werden de profeten, de koningen en de priesters Gezalfden geheeten, dewijl zij door de zalving met olie tot die waardigheid verheven werden. Christus, onze Heer, is de grootste profeet, de machtigste koning, de hoogste opperpriester, en Maria is zijne Moeder. Zij is de Moeder, de eerste en volmaaktste leerlinge van den Profeet en den Leeraar aller volkeren, die ons verkondigde wat wij moeten gelooven en doen,
404
Zij is de Moeder vau den Koning der eeuwige heerlijkheid, die op aarde zijn rijk stichtte, de' heilige Kerk, en Maria aanstelde tot de koningin der Apostelen; terwijl Zij in het hemelrijk, aan zijne rechterzijde gezeten, met Hem leeft en heerscht van eeuwen tot eeuwen.
Zij is de Moeder van den Opperpriester, want met Jezus droeg Zij aan God de bloedige offerande op van het goddelijk Lam, tot verlossing der wereld.
Christus, de Zoon van den levenden God, daalt af tot de h. Maagd; Hij verlaat den troon zijner heerlijkheid en kiest een staat van diepe vernedering, om haar Zoon te worden, om bij Haar te zijn als met Zijne Moeder.
VIJFDE DAG.
Moeder der goddelijke genade, b. v. o.
Maria werd uit allen verkoren; Zij alleen zou de Moeder zijn van Gods Zoon. De genade, welke als een zachte dauw slechts druppelsgewijze op anderen nederdaalde. Werd als een stroom over Maria uitgegoten.
Hoe zuiver moet dat hart niet geweest zijn, hoe vol liefde jegens God, hoe brandend van liefde, dat waardig werd bevonden, het moederhart van Jezus te wezen.
Ja, Maria, de Moeder der goddelijke genade, was door de volheid der genade, aan
405
Haar geschonken, onder de maagden de zuiverste, onder de heiligen de heiligste; wei-ge valliger in 's Heeren oogen dan eenig ander sterveling, vol van verdiensten, vol van deugden, vol van genade.
Zij is de Moeder der goddelijke genade, want Zij baarde den Eeniggeboren Zoon van God, âin Wien, gelijk de Apostel zegt, alln schatten der wijsheid en der kennis verborgen â zijn, in Wien alle de volheid der Godheid lichamelijk woont.quot;
Niet slechts voor Haarzelve, ook voor ons is Zij eene Moeder der genade. Door hare voorspraak verkrijgt Zij ons alle genadeschatten om als leerling van Jezus te leven en als een uitverkorene te sterven.
ZE8DE DAG.
Allerreinste, allerzuiverste, ongeschonden, onbevlekte Moeder, b. v. o.
Deze verschillende benamingen geeft de Kerk aan Maria, om hare uitstekende heiligheid, hare onbevlekte zuiverheid te vereeren.
Zij is de allerreinste Moeder, want nooit heeft zelfs de kleinste zonde hare schoone ziel bevlekt.
Zij is de allerzuiverste Moeder, dewijl Zij hare maagdelijke zuiverheid boven alles schatte en met de grootste zorg bewaarde.
Zij is de ongeschonden, de onbevlekte Moe-
406
der, dewijl Zij bij de ontvangenis en geboorte van haar goddelijk Kind hare maagdelijke zuiverheid in al haren glans bewaarde, en, alhoewel moeder geworden,toch altijd maagd gebleven is.
't Is daarom, dat de verheven Moeder van Jezus gezegend is onder alle vrouwen. De engel Gabriël vergelijkt Maria met alle dochters van Adam, met allen van haar geslacht, die tot dusverre geleefd hadden, of in den loop der eeuwen de Kerk door den glans hunner deugden nog zouden versieren. Maria was gezegend boven alle vrouwen van alle eeuwen en van alle landen, omdat haar grootere genade dan eenig ander schepsel ten deel was gevallen, in de hooge eer. Moeder van Gods Zoon te worden, en te blijven eene allerreinste, allerzuiverste, ongeschonden en onbevlekte Moeder.
ZEVENDE DAG.
Beminnelijke Moeder, b. v. o.
Met deze lofspraak groeten wij Maria, omdat Zij eene Moeder is vol van zachtmoedigheid, van goedheid en liefde, en de harten van alle noodlijdenden zich met vertrouwen tot Haar wenden.
Zij is eene beminnenswaardige Moeder, om de groote teederheid, die Zij haren lieven Jezus bewees in Bethlehems kribbe, tijdens
407
de droevige vlucht naar het heidenache land van Egypte, gedurende het armoedige leven des Verlossers en bij zijn smadelijken dood op den Kalvarieberg.
Ook voor allen, die Haar vereeren, is Zij eene beminnenswaardige Moeder; hare goedheid, hare liefde, hare weldaden _ zijn zoo groot, dat vele heiligen in verrukking kwamen, wanneer zij slechts haren naam uitspraken of hoorden; dat koningen en keizers, ontvlamd van liefde tot het beminnelijk hart van Maria, hunne kronen nederlegden aan de voeten van de Koningin der schoone liefde; dat zoo tallooze vereenigingen werden opgericht, uitsluitend met het doel, Maria te eeren en na te volgen en zoovele heiligen en vrome christenen zich zelfs door eene gelofte verbonden, uit liefde tot hunne beminnelijke Moeder, aan niemand eene gunst te weigeren.
ACHTSTE DAG.
Wonderbare Moeder, b. v. o.
Wonderbaar ongetwijfeld is Maria om het onuitsprekelijk geheim, in Haar uitgewerkt.
Wonderbaar ook om hare schitterende deugden.
In Haar, welke in behoeftigheid en armoede haren God met ijver heeft gediend, bewonderen wij de armoede van geest.
4 OS
In Haar, die met een oprccht, wel meen end hart uitriep: âZie de dienstmaagd des Hoeren,quot; bewonderen wij de onderwerping van den menschelijken wil aan dien van God.
In Haar, die onder de ingeving des h. Geestes uitriep: âHij heeft op de geringheid zijner dienstmaagd neergezien,quot; bewonderen wij den ootmoed, die aan alle overige deugden ten grondslag dient.
In Haar, de onbevlekte Maagd, de inar-telaresse bij uitstek, de heiligste der heiligen, bewonderen wij de kuischheid, het geduld, de standvastigheid, de zachtmoedigheid, de heiligheid zelve.
In Haar, bewonderen wij het wonder van Gods almacht en liefde ; het wonder van Jezus' menschwording, het wonder van Maria's goddelijk moederschap, het wonder van Gods grenzenlooze liefde tot ons, zijne ondankbare schepselen.
NEGENDE DAG.
Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, b. v. o.
Maria bracht ter wereld Dengene, dien hemel en aarde niet kunnen omvatten, die Haar en al wat is en leeft geschapen heeft door zijn almachtig woord.
Zij is ook de Moeder van den barmhar-tigen God, die ons verloste van de zonde
409
en den eeuwigen dood, do Moeder des Zaligmakers. Als de Moeder des Verlossers heeft Zij medegewerkt aan de redding onzer zielen door haar lijden, door haar offer aan den voet des kruises.
Daar immers stond ook Jezus' Moeder, zoo verhalen ons de Evangelisten. De Apostelen zijn allen gevlucht; de leerlingen hebben hun meester verlaten; slechts zijne Moeder blijft den stervenden God-Mensch getrouw.
In eene zee van smarten stond Zij bij het kruis, het schandelijk sterfbed van haar Kind. Zij beminde Jezus meer dan een mensch Hem ooit bemind heeft, of beminnen kan. Haar lijden was derhalve pijnlijker en ondragelijker dan de dood, en ongetwijfeld ware Zij gestorven, bijaldien de almachtige God Haar niet gesterkt had met he-melsch geduld en bovenaardsche kracht. Daar toonde Zij zich de opofferende Moeder van het Offerlam des Nieuwen Verbonds.
TIENDE DAG.
Allervoorzichtigste Maagd, b. v. o.
De voorzichtigheid is de eerste der zede-lijke deugden, en bestaat in de vervulling van al onze plichten jegens God, jegens ons zei ven en den evenmensch.
De h. Maagd is het schoonste toonbeeld
410
van de voorzichtige maagden, die, altijd bezorgd, met olie van goede werken gevulde lampen in de handen houdende, de komst des bruidegoms verbeidden.
Zij had steeds God voor oogen; met haar lichaam op aarde, was haar geest en hart met haren Schepper vereenigd.
Nooit heeft een schepsel op aarde geleefd, welks hart zoo weinig aan het aardsche gehecht was als Maria. Alhoewel uit adellijken bloede, kende Zij geen eerzucht, noch wereldsche grootheid; als nederige dienstmaagd des Heeren sleet Zij hare levensdagen. Zij versmaadde eer en waardigheid en achtte zich gelukkig in haar armoedig leven; zoo immers had de hemelsche Vader beschikt, en wat God wilde, wilde ook Maria.
Met een grootmoedig hart verzaakte Zij aan de vreugden en genoegens der wereld; 't was haar vermaak, Jezus te volgen, tot zelfs op den weg des kruises.
ELFDE DAG.
Eerwaardige, lofwaardige Maagd, b. v. o.
De rechtmatige eerbied, welke de beschouwing van Maria's deugden en voorrechten bij ons doet ontstaan, mag niet verborgen blijven ia ons hart; hij moet overgaan in onze uitwendige eerbewijzingen, in de uitbundigste lofspraken.
JSere en lof is Zij overwaardig, dio door
411
een der hemelsche geesten gegroet werd; die zelve in geestverheffing uitriep ; van nu af zullen alle geslachten Mij zalig prijzen.
Men behoeft in de lofprijzing van Maria geen overdrijving te vreezen; door God zeiven immers is Zij gekroond als de koningin van de grootste heiligen, als de vorstin der vlekkelooze engelen. Op een troon van glorie is Zij gezeten aan Jezus' rechterhand, en alle hemellingen loven en prijzen de eerwaardige en lofwaardige Maagd.
Ook wij, hare kinderen, zijn aan onze hemelsche Moeder eer en lof verschuldigd; ook wij moeten Haar groeten, met den driewerf heiligen God, met alle koren der zalige geesten, in vereeniging met de geheele christenwereld, en met de gevoelens van den diepsten eerbied en de grootste bewondering Haar toespreken: Wees gegroet, wees geëerd, wees geprezen van hemel en aarde. Gij, eerwaardige Maagd !
TWAALFDE DAG.
Machtige, zachtmoedige, getrouwe Maagd, b. v. o.
De voorgaande eeretitels, aan Maria gegeven, zijn als eene belijdenis van ons geloof en eene uitdrukking van onzen eerbied.
Deze drie lofspraken moeten ons een grenzenloos vertrouwen op hare bemiddeling inboezemen.
412
Machtig is Maria. Wie irnrners heeft meer invloed op het goddelijk Hart van Jezus, dan het Hart zijner geliefde Moeder?
Zachtmoedig is Maria. Haar hart is vervuld van eene uitstekende goedheid. Kon het ook wel anders? Heeft Jezus niet gezegd tot zijne leerlingen: Leert van Mij zachtmoedig van harte zijn? En wie heeft Jezus meer bemind, getrouwer nagevolgd dan Maria.
Maria was steeds getrouw aan Gods wil, in kleine en groote zaken.
Ook thans in den hemel blijft Zij eene getrouwe Maagd. Was Zij op'aarde onze medeverlosseresse, getrouw in de groote offers, die God van Haar vroeg, in het hemelrijk blijft Zij getrouw aan het ambt van barmhartigheid. Daar bidt Zij voor rechtvaardigen en zondaars; daar helpt Zij alle noodlijdenden; door hare handen worden schatten van genaden en zegeningen over de wereld uitgestrooid.
DElïTIENDE DAG.
Spiegel der rechtvaardigheid, b. v. o.
Zinnebeeldig wordt de h. Moeder Gods hier vergeleken bij een spiegel, waarin zich de schoonheden barer engelreine ziel afbeelden , het toonbeeld barer verheven deugden schittert.
413
Ev is geen deugd, die in dezen spiegel der rechtvaardigheid niet uitblinkt, en gelijk de h. Bernardus zegt, wat alle heiligen te za-men bezaten, vereenigt Maria in zich alleen.
Maria had het geloof der aartsvaderen, de hoop der profeten, de liefde der apostelen, de wijsheid der leeraars, de onschuld der belijders, de standvastigheid der martelaren, de reinheid der maagden.
Maria is een algemeene geestelijke spiegel, waarin men alles, wat goed en heilig is, zien kan.
Echtgenooten zien in dezen spiegel een toonbeeld van heilige, getrouwe en onverbreekbare liefde ; kinderen, een voorbeeld van liefde tot God en tot de ouders; jongelingen en maagden, een heerlijk beeld dier engelachtige deugd, die welgevallig is aan God en do menschen; aan allen leert Maria, God te dienen en het beste deel te kiezen.
VEERTIENDE DAG.
Zetel der wijsheid, b. v. o.
Wij groeten Maria als zetel der wijsheid, dewijl de Zoon van God, de eeuwige wijsheid, onder haar Hart wilde rusten en in Haar zijn zetel heeft opgeslagen.
Ook over Haar had de h. Geest de volheid zijner gaven uitgestort, de gave van wijsheid en verstand, van raad en sterkte^
414
van wetenschap, van godsvrucht en van de vreeze des Heeren.
Maria spreidde in al hare daden eene buitengewone wijsheid ten toon, zoodat als het ware de wijsheid in haar heuren zetel gevestigd had.
Toen de Apostelen, na Jezus' hemelvaart, in de opperzaal te Jerusalem vereenigden, was Maria bij hen, gelijk de Evangelist uitdrukkelijk vermeldt. Ãok over Haar zou de h. Geest nederdalen, met de volheid zijner gaven en genaden. Zij was de Koningin der Apostelen, en geleid door hare wijsheid, zouden voortaan de leerlingen des Heeren handelen. Hare raadgevingen, haar voorbeeld moest hen leeren en sterken in hun evangelischen arbeid. Zij, de zetel der wijsheid, was de Moeder dezer ontluikende Kerk, haar door Jezus toevertrouwd.
VIJFTIENDE DAG.
Oorzaak onzer blijdschap, b. v. o.
De eerste, do onmiddelbare, ja de eenige oorzaak onzes heils, is onze Heer Jezus-Christus
Daarom jubelden de engelen bij 's Heeren geboorte en verkondigden den herders de blijde boodschap, dat de Verlosser geboren was.
Maria noemen wij de oorzaak onzer blijd-
415
schap, omdat Zij ons, in haren Zoon Dengenen schonk, die vrede en vreugde, gejubel en blijdschap aanbracht; die onze ziele-wonden heelde, een eindpaal stelde aan onze smarten en ons deu weg baande tot de eeuwige blijdschap.
Gods heilige Moeder is eene oorzaak van vreugde geweest voor het gevallen mensch-dom. In het Oude Verbond, reeds eeuwen vóór hare geboorte, vertroostte de afwachting der vlekkelooze Maagd, door God bestemd tot de Moeder van zijn Zoon, de rechtvaardigen uit Israël, die zoo reikhalzend naar den Verlosser uitzagen.
Toen dc tijd des verlossingswerks, door Gods raadsbesluit vastgesteld, was aangebroken, werd Maria geboren, die de Moeder zou wezen van den Redder der zielen.
De Kerk viert het feest van Maria's geboorte den 8sUM1 September. Dan stijgen hare jubelzangen ten hemel: âUwe geboorte, o Maria, heeft de gansche wereld met vreugde vervuld; uit U immers is de Zon der gerechtigheid geboren, Jezus-Christus, onze God.
ZESTIENDE DAG.
Geestelijk vat. Eerwaardig vat. Uitnemend vat van godvruchtigheid, b, v. o.
Zinnebeeldig wordt de grootheid van Jezus' Moeder voorgesteld door het gouden vat des
416
tabernakels, waarin het manna der woestijn bewaard werd. Maria, met alle mogelijke volmaaktheden toegerust, bevatte en gaf ons het Manna des Nieuwen Verbonds, waarvan Christus zegt: Die het brood eet, zal leven in eeuwigheid.
Hieruit volgt van zelf, dat wij aan de uitverkoren Moedermaagd eenen bij/.oiuie-ren eerbied verschuldigd zijn, want Zij is een eerwaardig vat, de levende Ciborie van den menschgeworden üod.
Een uitstekend vat van godsvrucht noemen wij Maria; èn, omdat haar Hart van de oprechtste liefde en godsvrucht steeds vervuld was; èn ook, dewijl Zij den waren geest van godsvrucht en gebed bij hare kinderen zoo krachtdadig bevordert.
Denk eens aan de tallooze vrome stichtingen ter eere van Maria; aan den Engel des Heeren, het Weesgegroet, den Kozen-krans, de feestdagen der h. Maagd; de Meimaand, de Congregatiën, Broederschappen enz. enz.
De nederige dienstmaagd des Heeren, die slechts leefde voor haren Heer en God, bewaart en versterkt ook bij hare kinderen den geest van gebed, van godsdienst, van ware godsvrucht.
417
ZEVENTIENDE DAG.
Geheimzinnige roos, b. v. o.
De schoonste en geurigste aller bloemen is ongetwijfeld de roos. Door haren liefelijken geur en hare schoonheid, hare honderdvoudige schakeeringen van goud-, zilver en purpertinten, verdient zij te recht den naam van koningin der bloemen.
Door de menigvuldigheid en uitnemendheid harer deugden, door hare verdiensten en goede werken is Maria de koningin van alle heiligen.
Daarenboven, dewijl de roos als een bijzonder zinnebeeld der liefde beschouwd wordt, vindt zij nergens eene betere toepassing dan op het Hart van Maria, de Moeder der schoone -liefde, wier vlammende liefde tot God en do menschen vuriger blaakte dan die van alle geschapen wezens te zamen.
Ook voor ons zij de h. Moeder Gods eene geheimzinnige, geestelijke roos, wier groene bladeren ons zinnebeeldig voorstellen de hoop op hare machtige voorspraak ; wier puntige doornen ons leeren de wederwaardigheden des levens met geduld te dragen; wier liefelijke geur ons voortdurend herinnert aan onzen plicht, Jezus te beminnen en alle christelijke deugden te beoefenen.
418
ACHTTIENDE DAG.
Toren van David, b. v. o.
De koning David had op Sions berg verscheiden torens gebouwd, ter beschutting tegen zijne vijanden. Onder deze was er een, die door zijne hoogte en sterkte boven de andere uitmuntte en menigwerf Jerusalem's inwoners beschermde.
Hierbij wordt de heilige Maagd vergeleken.
Gelijk de hoogste toren, daarom toren van David geheeten, boven alle gebouwen en torens der stad zich verhief, zoo overtreft Maria, eene afstammelinge van David, alle engelen en heiligen in waardigheid en heiligheid.
Evenals Davids toren door zijne hechtheid, door alle verdedigingsmiddelen, waarmede hij voorzien was, alle aanvallen dei-vijanden trotseerde, zoo ook is voor ons Maria, die sterke toren Davids, in onzen geestelijken strijd eene sterkte, van welke de vijanden des heils vaak beschaamd moeten terugtrekken.
Vandaar dat de Kerk Haar noemt: Verschrikkelijk als een leger, in slagorde geschaard; denkende aan de vijanden, die op Maria's voorbede zijn verslagen.
419
NEGENTIENDE DAG.
Ivoren toren, b. v. o.
Het moet ons niet verwonderen, dat de Kerk Maria begroet als een ivoren of elpen-beenen toren. Onder dit beeld verschijnt Zij reeds in de h. Schrift, dewijl van Haar gezegd wordt: âUw hals is gelijk een toren van elpenbeen.quot;
Het ivoor is een zinnebeeld van zedelijke volmaaktheid, zoowel door zijne blankheid als zijne hechtheid. Het elpenbeen duidt door deszelfs witheid onbesmeurde zuiverheid aan, en door de hechtheid de vurige en volmaakte liefde jegens God; en beide deugden: zuiverheid voor ziel en lichaam en liefde jegens God, zijn dejtwee schitterendste parelen aan de luisterrijke'deugden-kroon, die Maria siert.
De vlekkelooze maagdelijkheid van Maria is helder en onwrikbaar als het zuiverste en het hechtste ivoor. De h. Moeder van Jezus is dus waarlijk een'ivoren toren, opgericht tot een toonbeeld der engelachtige kuischheid en tot eene krachtige beschutting tegen de aanvechtingen van het helsch serpent.
er-ng er en sa-
en. lare en â eft ille lei-
ht-ar-Jer )ns ien Ike oe-
rer-rd; :a's
420
twintigste dag.
Gulden huis, b. v. o.
Salomon heeft nog eene andere afbeelding van Maria daargesteld, door het bouwen van Jerusalem's tempel. Dit prachtig gebouw, het wonder der wereld, was van buiten zoowel als van binnen, met gouden platen bekleed en kon derhalve in waarheid gulden huis, huis van goud, genoemd worden.
Ook Maria, verrijkt met den glans der uitstekendste deugden, wordt door de Kerk en de christenen genoemd: gulden huis; een eerenaam, der verheven hemelkoningin overwaardig. In haar immers heeft de h. Drievuldigheid het grootste wonder der genade gewrocht.
God de Vader bewaarde Haar van de smet der erfzonde en versierde hare ziel van het eerste oogenblik af harer ontvangenis, met de volheid der genade. God de Zoon koos Haar tot zijne Moeder: het Woord is vleesch geworden en heeft in Haar gewoond. De h. Geest wrochtte in Haar het onbegrijpelijk geheim van de Menschwor-ding van Gods eenigen Zoon.
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
Arke des verbonda, b. v. o.
De ark van het oude Verbond, door Mozes op Gods bevel in orde gebracht, was van
421
oubederfelijk cederhout gemaakt en geheel met zuiver goud belegd. Zij moest de'be-waarplaats zijn der wetten, door God'aan zijn volk gegeven ; zij bevatte daarenboven het gouden vat met het Manna der woestijn, en was de toeverlaat van Israël in dagen van gevaar.
Maria, vrij van elke zondesmet, noemen wij de Ark des Nieuwen Verhonds, wijl Zij in haren maagdelijken schoot niet de wetten slechts, maar den Wetgever gedragen heeft, en het Manna, het brood des levens, het goddelijk Lichaam en Bloed van onzen Heer Jezus Christus.
Ten allen tijde ook is Zij geweest en zal Zij blijven de toeverlaat der Kerk, de hulp der christenen in dagen van strijd en beproeving. Daarom laat de Kerk hare kinderen bidden: âOnder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Maria, en bid voor ons, Moeder Gods, nu en in de ure van onzen dood.
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
Deur des hemels, b. v. o.
Buiten Jezus is geene zaligheid. Hij alléén, in den eigenlijken zin, is de deur, door welke ruen moet ingaan, want aan Hem alleen danken wij onze verlossing van de zonde en de hel, en de eeuwige zaligheid.
422
Door zijn bitter lijden en smadelijken dood aau het kruis, heeft Hij het zondige mensch-dom met God verzoend en de deuren des hemelrijks ontsloten.
Vele godgeleerden zijn van gevoelen, dat Maria, door geestelijke of lichamelijke tegenwoordigheid, getuige is geweest van al de bijzonderheden van Jezus' lijden. Zij was dus de mededeelgenoote van het verlossingswerk en hielp hetzelve voltrekken, door de smarten van den goddelijken Lijder in haar medelijdend hart op te nemen.
Jezus opent ons den hemel door zijne eigen macht, door zijne verdiensten. Maria echter is ons eene deur des hemels, door hare alvermogende voorspraak, door haren machtigen invloed op Jezus' Hart. Deswege zegt de h. Bonaventura: Niemand kan den hemel binnentreden, tenzij door Maria. Daarom is de ware godsvrucht tot de h. Maagd een teeken der voorbeschikking.
DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
Morgenster, b. v. o.
De naam Maria beteekent Ster der Zee. De vlekkelooze maagd was de liefelijk schijnende Morgenster, die ons den blijden dageraad der verlossing, de komst der Heilzonne aankondigde.
Gelijk de sterren den zeelieden op den
423
uitgestrekter oceaan den weg wijzen, om den rechten koers te houden en in veilige haven aan te landen, zoo is voor ons, op 's werelds zee dobberende, Maria eene helblinkende ster, opgegaan over den oceaan der wereld, die ons voor gevaarlijke klippen beveiligt en den weg naar de haven dei-eeuwige rust aanwijst.
De Kerk noemt de Moeder des Verlossers Morgenster. De morgenster gaat de zon vooraf en kondigt den aanbrekenden dag aan. Gedurende een vierduizendjarigen nacht was het menschdom gezeten in de duisternissen en de schaduw des doods. Toen verscheen onze Heer Jezus Christus, en de donkere nacht maakte plaats voor een helderen dag. De geboorte van Maria kondigde den genadetijd aan. Van Haar zegt de heilige Bernardus: âDoor uwe aankomst, o gelukzalige morgenster, werd de gansche wereld verlicht.quot;
VIER EN TWINTIGSTE DAG.
Behoudenis der kranken, b. v. o.
Toen Jezus op aarde was, volgde Hem steeds eene schare van ongelukkigen, want âvan Hem ging eene kracht uit, die allen genas.quot; Aan zijne leerlingen gaf Hij de macht, zieken te genezen. Eenige heiligen in den hemel zijn aangesteld ter genezing van eenige
124
bijzondere kwalen. Wie zal ontkennen, dat Jezus, door de voorbede zijner Moeder, nog dezelfde wouderen werken kan ? Wie zal het betwijfeleu dat hare alvermogende voorspraak, niet alle mogelijke krankheden des lichaams kan lenigen en heelen ?
Ontelbaar zijn de zieken, die door Maria, de Behoudenis der kranken, de gezondheid wederkregen.
De levensgeschiedenissen der heiligen verhalen ons wonderbare genezingen, door de hulp van Maria verkregen. De heiligdommen der goedertieren Maagd worden dagelijks bezocht door duizendtallen, die aan de Behoudenis der kranken hun dank komen aanbieden voor hare moederlijke hulp, of van hare weldadige goedheid de genezing hunner kwalen met vertrouwen afsmeeken.
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
Toevlucht der zondaren, b. v. o.
Wanneer de Moeder van Jezus, aan ons tot Moeder gegeven aan den voet des kruises, voor de lichamelijke gezondheid harer kinderen zorg draagt, zou Zij dan niet haren bijstand bieden aan de ongelukkigste harer kinderen, aan de zondaars. Neen! nog nooit werd Zij te vergeefs door een zondaar aangeroepen. Zij stort den balsem der genade op de wonden der ziel en behoedt tegen
425
den eeuwigen dood de zondaren, die tot Haar hunne toevlucht nemen. Ja, onze tee-dere Moeder kan niets vuriger wenschen, dan dat het bloed haars Zoons niet te vergeefs voor ééne ziel gevloeid zij.
Haar goddelijke Zoon heeft geleden om alle zielen te redden, en Maria was de deel-genoote van zijn lijden voor allerzaligheid.
Jezus kwam niet in de wereld om te oordeelen en te straffen, maar om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Ook Maria zoekt de verloren schapen op om ze terug te voeren tot den éénen herder en den ééuen schaapstal. Zij versmaadt en verstoot zelfs den onwaardigste niet.
ZKS EN TWINTIGSTE DAG.
Troosteres der bedrukten, b. v. o.
Met deze woorden groeten wij Maria, omdat Zij met eene vurige liefde de bedrukten hier op aarde troost en de lijdende zielen des vagevuurs te hulp snelt.
Is het eigen aan een goed hart, medelijden te hebben met ongelukkigen, troosten hulp te verleenen aan hen, die onder leed en smart gebukt gaan, hoe zoude dan het h. Hart van Maria voor ons koud en onverschillig kunnen wezen ; dat Hart, de zetel der volmaaktste liefde tot God, der teederste liefde jegens de christenen.
420
Tot Haar, de deelnemende, de zorgvolle Moeder, stijgen de gebeden op van zoovele gewonde harten, van zoovelen die op aarde den weg des kruises moeten bewandelen. Edoch, Maria troost en beurt hen op; Zij die zooveel geleden heeft,verlicht zoo gaarne het lijden barer kinderen en neemt niet zelden de oorzaak der droefheid weg en wordt voor hare getrouwe dienaren de oorzaak hunner blijdschap.
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
Hulp der Christenen, b. v. o.
Jezus' heilige Moeder is de beschermster der Kerk; Zij belooft en verleent haren machtigen bijstand aan de christen wereld. Met moederlijke liefde schenkt Zij haren bijstand aan de christenheid, aan de aanbidders van haren goddelijken Zoon.
Maria, zegt de h. Bernardus, is allen alles geworden; Zij opent den schoot der barmhartigheid, opdat quot;eenieder van hare volheid ontvange: de gevangene verlossing, de zieke gezondheid, de bedroefde troost, de zondaar vergeving, de rechtvaardige genade. Hare hemelsche hulp verleent Zij niet slechts aan enkele christenen, maar aan de gansche christenheid, Zij is de beschermster onzer heilige katholieke Kerk. Op hare voorspraak verklaarde zich de overwinning voor het
427
christenleger te Lepanto en keerde de vervolgde Pius VII zegevierend in zijne staten terug. Evenals Judith, de heldin, die het joodsche volk redde, uitriep: Wee den roe-keloozen, die mijn volk bedreigen, zoo bedreigt de machtige overvvinnares van het helsch serpent, de vijanden der geloovigen.
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
Koningin der Engelen, b. v. o.
De Kerk erkent Maria verheven boven de Engelen, die op aarde hare uitmuntende heiligheid hebben bewonderd, zich nu verheugen en als troonwachters haar omringen in den hemel.
De Engelen zijn de kroon der schepping; in waardigheid overtreffen zij verre alle andere schepselen en zijn met de heerlijkste gaven versierd.
Doch bij al hunne grootheid zijn en blijven zij dienaren van God. Maria echter is veel hooger in waardigheid verheven, want Zij is (iods Moeder. Deswege zegt de h. Augustinus: de engel is een dienaar des Heeren; Maria heeft zich iets hoogers verworven, namelijk het goddelijk moederschap. Zij is dus in den hemel door God verheven boven de engelen en aartsengelen. Hare waardigheid als Moeder van God en de uitstekende voorrechten. Haar geschonken, stel-
428
len Haar onder alle hemellingen op den eersten rang, zoodat Zij is de Koningin der engelen. Die verheven rang moet andermaal onzen eerbied en ons vertrouwen opwekken.
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
Koningin der aartsvaderen, der profeten, der apostelen, der martelaren, der belijders, der maagden, van alle heiligen, b. v. o.
Alle heiligen, van het Oude en Nieuwe Verbond die door deugd of boetvaardigheid den palm der overwinning behaald hebben, eeren en roemen Maria als hunne Koningin, die allen in heiligheid overtreft; de patriarchen, die geleefd hebben in de blijde afwachting harer komst; de profeten, welke Haar eeuwen te voren hebben begroet; de Apostelen, die zij troostte, bestierde en onderrichtte; de martelaren, wier pijnen en folteringen niet te vergelijken zijn met de bittere smarten, welke Zij in haar moederhart verdragen heeft; de belijders, wier voorbeeld Zij was in de standvastigste getrouwheid aan haren Jezus; de maagden, die Zij onderden invloed van hare vlekkelooze maagdelijkheid, als zoovele leliën in den lusthof der Kerk, deed ontluiken; van alle heiligen, want Zij heeft de deugden en verdiensten van alle heiligen vereenigd en overtroffen, in die volheid van genade, welke Haar den Heilige der heiligen deed voortbrengen.
429
DEF.TIOSTE DAG.
Koningin, zonder erfsmet ontvangen, b. v. o.
De christenwereld was ten allen tijde van gevoelen, dat Maria, de uitverkoren Moeder van den God der heiligheid, zonder smet der erfzonde ontvangen is. De vroomste en geleerdste Kerkvaders en Leeraars verdedigden deze waarheid, welke echter als katholiek geloofspunt nog niet was vastgesteld. Paus Pius IX, de groote dienaar en vereerder der Moeder Gods, verklaarde eindelijk den 8 December 1854, onder de toestemming van alle bisschoppen, dat het als een geloofspunt moet worden aangenomen, dat Maria, van af het eerste oogenblik harer ontvangenis, gevrijwaard was van elke smet der zonde.
Wij groeten en eeren Haar als Koningin, zonder erfsmet ontvangen, want door dit voorrecht is Zij ver boven alle menschen verheven. Alle kinderen van Adam treden de wereld binnen met de smet der zonde. Maria alleen is er van bevrijd gebleven door een bijzonder voorrecht van God. Zij is dus eene Koningin zonder zonde, onder alle stervelingen, die onder het zondejuk gebukt gaan.
430
EEN EN DERTIGSTE DAG.
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, b. v. o.
Ziedaar een eeretitel, als eene kostbare parel aan de luisterriike kroon der Moeder Gods gehecht, door den thans zoo roemrijk regeerenden Paus Leo XIII.
't Was de heilige Maagd zelve, die het rozenkransgebed leerde aan den h. Domi-nicus, hem tevens opdragende, het geloovige volk tot het bidden van dit krachtig gebed op te wekken. Meermalen werd de Kerk en de christenwereld gered en geholpen door het vertrouwvol bidden van den Eozenkrans.
In onze veelbewogen en uiterst gevaarvolle tijden roept de vader der christenheid de volkeren van de gansche wereld op, hun toevlucht te nemen tot de machtige koningin des hemels, en dikwijls, vooral in de Octobermaand, den Rozenkrans te bidden, of te zamen in 't openbaar, of in 't bijzonder en in den huiselijken kring.
Kinderen van Maria, knielt dikwijls neder voor den troon uwer lieve moeder Maria ; biedt Haar rozen aan die niet verwelken; verheft uwe oogen en handen ten hemel en smeekt met den h. Franciscus van Sales;
JVees gegroet, o gelukzalige Maagd Maria! wees gegroet, Gij, het sieraad van het he-melsch Jerusalem, de vreugde van Israël,
431
de glorie van geheel het christenvolk. Als een machtige krijgsheld strijdende, hebt Gij onder uwen voet den kop vertreden van de vervloekte slang, die Eva had verleid.
Wees gegroet, Maria, Moeder van Gods Zoon, wien alle macht gegeven is, in wiens naam alle knie zich buigt in den hemel, op en onder de aarde. Als de ceder op den Libanon, zoo verheven zijt Gij, maagdelijke Moeder van den Allerhoogste. Schoon zijt Gij als de maan, schitterend als de zon. Hij, die zetelt in het ongenaakbaar licht, heeft zich gewaardigd in U te wonen. Wees gegroet, Maria, luisterrijke sterre der zee, die door uwen aanbiddelijken Zoon de duisternis der zonde verdrijft; die de kinderen van Adam gered hebt van den eeuwigen ondergang! Door Jezus Christus, uwen Zoon, zijt Gij een oceaan van genaden, waar de mensch het heil zijner ziel met meer veiligheid vindt, dan Noë zijn redding in de ark tegen de wateren van den zondvloed.
Wees gegroet. Maria. Vol van genade, van genade, die heilig maakt: van genade, waarbij alle gaven des h. Geestes U zijn ingestort.
Vol van genade zijt Gij in uw onbevlekte Ontvangenis. Vol van genade, want het woord, dat God is, werd Vleesch, toen de h. Geest U de volheid schonk van de genade des Allerhoogsten.
De Heer is met U. Om uwe vurige liefde is God in U neergedaald, heeft Hij zich een
432
woonstede bereid in uwen maagdelijken schoot. Ook is met U de heilige Geest, met U de hemelsche Vader. Gezegend zijl Gij onder alle vrouwen. Door do wonderbare werking der genade Gods, die in U leeft en al uwe bewegingen leidt, overtreft Gij alle vrouwen des Ouden Verbonds. Rachel en Rebecca overtreft Gij in geestelijke schoonheid; Judith in kracht en heiligheid; Abigaël in verstand en in wijsheid. Zonder smart, met heilige vreugde hebt Gij de oneindige Wijsheid gebaard.
En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus, de bron van ons leven, de boom des heils, in wien gezegend zijn alle volkeren der aarde. Dezen goddelijken Zoon, Dien uwe ziel, o gezegende Maagd, prijst, verheft en verheerlijkt boven alles, verheffen en verheerlijken ook wij boven alles in U en met U. En al wat er groots is in U en bewonderenswaardigs, dit heeft de Heer gemaakt, Wien macht en glorie eeuwig is.
Heilige Maria, Moeder Gods, Gij zijt die gezegende aarde, die den Verlosser heeft voortgebracht. En omdat Gij de Moeder zijt van God, hebt Gij, na God zelf, aanspraak op al onzen eerbied.
Bid voor ons, zondaars; want onze zonden, wij belijden het, zijn ons boven het hoofd gewassen en hebben ons als een zware last bezwaard. quot;Wij hebben gezondigd tegen uwen Zoon eu tegen IJ; daarom roepen wij, o
438
Moeder, uwe voorspraak in, opdat wij bij uwen Jezus genade vinden en barmhartigheid. ,
Bid voor ons, nu, gedurende onzen pelgrimstocht door dit dal van tranen, waar wij ronddwalen als op vreemden grond, wij ongelukkige kinderen van Eva, verbannen door den Heer. Bid voor ons, opdat wij toch niet bezwijken in zooveel ellende, en wij niet verliezen ons geliefd Vaderland daarboven.
Bid voor ons in het uur van onsen dood, wanneer wij hebben te strijden tegen onzen vijand, den boozen geest, die rondgaat als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden. O Moeder Gods, sta ons bij in die ure met uwe nederige smeekingen bij God, wien het gebed des ootmoedigen altijd welgevallig is, opdat wij mogen zegevieren over de aanslagen des vijands; dan zullen wij vrede vinden in uwen Jezus.
Amen. Zoo geschiede het! Maria! O zeg tot ons, wat Gij gesproken hebt tot den Engel Gabriël, toen hij U het geheim der Mensohwording aankondigde: âU geschiede naar uw woord.quot; Amen.
i
L
28.
BLADWIJZER.
-âºlt;gt;â¦-
Eerste Deel.
Maria, een voorbeeld voor jongedochters. 9 Een woord tot Maria's kinderen ... 11
De navolging van Maria.....! 18
Werkdadige liefde........22
Ootmoed, bescheidenheid, zedigheid. . 27 Kinderlijke eerbied jegens de ouders . 32
Gehoorzaamheid...........
Vlijt, huiselijkheid, spaarzaamheid en
orde..............
Toegevendheid en geduld, zachtmoedigheid en verdraagzaamheid, beheer-
scbing der tong............4g
Vriendelijkheid, beleefdheid, liefde'tot
de armen, zielenijver......49
Over de h. kuischheid.
De schoonheid van een kuisch leven. 54
Over de zelfbeheersching......57
Over de waakzaamheid......60
Over het gebed en de betrachting . . 63 Over de heilige Sacramenten der Biecht
en des Altaars. . .......6ö
De kuischheid, de bron van alle geluk
in leven en sterven.......70
Maria, uwe Moeder......! 74
435
Bladz.
Het kerkelijk jaar.
Advent............76
Feeat der Onbevl. Ontv. van Maria. . 78
Kerstmis............80
Besnijdenis van Jezus.......83
Openbaring des Heeren......85
O. L. Vr. Lichtmis........87
Maria Boodschap........88
Feest der zeven smarten van Maria. . 89
Palmzondag..........91
De kerkelijke plechtig heden in de Goede week.
Witte Donderdag........93
Goede Vrijdag.........96
Gebed bij het heilig Graf.....98
Goede Zaterdag.........98
Paschen............102
Beloken Paschen........104
Hemelvaart van Christus.....106
Pinksteren........... 107
Feest der Allerheiligste Drievuldigheid. 109
H. Sacramentsdag........113
H. Hart van Jezus........116
O. L. Vr. van den Berg Carmel . . . 119
Hemelvaart van Maria......121
H.H. Engelbewaarders.......125
Maria's Geboorte.........126
Feest van den Allerheiligsten Rozenkrans 129 De geheimen van den h. Rozenkrans. 136 Allerheiligen..........137
Tweede Deel.
De dagelijksche gebeden.
436
Bladz.
Morgengebed..........147
Goede meening.........151
Toewijding aan het allerheiligste Hart
van Jezus..........152
De Engel des Heeren.......153
Eenige schietgebeden.......154
Toewijding aan het heilig Hart van Maria. 155 Gebeden vóór en na het eten ..... 156
Avondgebed..........158
Gebeden der heilige Mis.
Oefeningen om de h. Mis met veel vrucht
bij te wonen.........161
Eerste manier om de h. Mis te hooren.
Ter eere der Allerheiligste Maagd . 168 Tweede manier om de h. Mis te hooren. Ter eere van het H. Hart van Jezus
in zijn bitter lijden.......182
Derde manier om de h. Mis te hooren. Voor de arme zielen in het vagevuur. 199
Gebeden onder de Vespers.....210
Gebeden gedurende het Lof .... 217 Biechtoefeningen.
Vóór de Biecht.........221
Na de Biecht..........231
Gebeden voor en na de h. Communie.
Voorbereidingsgebed.......235
Na de h. Communie.......240
Gebed om den aflaat aan de geloovige
zielen op te offeren.......244
Gebed op den verjaardag der eerste
h. Communie.........245
Godvruchtige oefeningen ter eere van het
rrp
; â
-i
437
Blade.
bitter Lijden van 0. H. J. Chr.
Gebed op Donderdag.......^48
Gebed op Vrijdag...... ' x *
Gebed ter eere van de zeven laatste
woorden van Jezus . . ⢠â ⢠⢠⢠24J Litanie van het bitter Lijden van Jezus. 2o3 Gebed tot Maria, Moeder der Smarten. 2o7
De h. Kruisweg.........
Litanie om zalig te sterven.....
Gebeden tot het allerheiligste. Sacrament
en tot het goddelijk Hart van Jezus.
Zeven bezoeken aan het h. Sacrament
des Altaars...... ⢠⢠⢠⢠2°^
Voorbereidingsg^bed voor lederen dag . J,bZ
Maandag.............
Dinsdag............ â
quot;Woensdag...........
Donderdag...........
Vrijdag............288
Zaterdag............;q
Zondag ............ â
Aanbidding...........jzi
Voldoening...........£
Dankzegging....... ⢠T ' ,
Op het einde van ieder bezoek. JNa de
geestelijke Communie . . ⢠⢠â¢
Gebed van den h. Ignatius tot het hei-
lig Sacrament.....⢠- quot;
Litanie tot het h. Sacrament des Altaars. 304 De voordeden van deze godsvrucht. . o0/ Gebeden tot het goddelijk Hart van Jezus. Toewijding aan het hoogheilig Hart \an
438
, ...............
Voornemens..............
Litanie tot het goddelijk Hart van Jezus! 312 Smeekgebed tot het goddelijk Hart van Jezns. Van de zalige Marg. Alacoque. 314
Gebed voor de stervenden.....316
Snaeekgebed tot het goddelijk Hart vaii
Jezus. Van Margaretha Alacoque. . 316 Gebed tot het h. Hart, door den gelukzaligen Clemens Maria Hofbauer. . 319 Gebeden ter eere van de allerzaligste Maagd Maria.
Toewijding aan de h. Moeder Gods. . 321 Schietgebeden tot de allerzaligste Maagd
Maria...............
Groet voor een beeld der li. Maagd ! 323
Het Ave Maria.........325
Gebed tot het h. Hart van Maria . . 327 Litanie ter eere van het h. Hart van
Maria...............
Godvruchtige oefeningen tot 0. L. Vr.
van Altijddurenden Bijstand.
Driedaagsche oefening tot dit genadebeeld ......... . 332
Het kind van Maria in de maand Mei. 336 Dagelijksch gebed voor de Meimaand . 338 Litanie van O. L. Vr. van Lorette . 340 Negendaagsche oefening ter eere van 0.
L. Vr. van het h. Hart.
l'1 dag. De boodschap aan Maria. . . 843 2e â De geboorte van den goddelijken
Heiland........344
489
Bladz.
3'' dag. Opoffering van Jezus in den
tempel.........345
4quot; â Maria met Jezus te Nazareth . 346 5e â Maria op de bruiloft te Kana . 347 6quot; â Maria op den weg naar den Calvarieberg ........348
7e â Maria aan den voet van het kruis. 348 8quot; â Maria bij de verrij zenis van Christus ..........349
9U â Maria in den hemel .... 350
Toewijding...........351
Aanbeveling..........352
Litanie van O. L. Vr. van het h. Hart
van Jezus..........353
Gebeden tot de Engelen en Heiligen.
Gebed tot den h. Engelbewaarder . . 358
Gebed tot den h. Miobaël.....359
Gebed tot den Patroonheilige .... 359 Gebed tot den h. Jozef, om Hem tot
beschermheilige te kiezen .... 360 Gebed tot den h. Jozef in iedere wederwaardigheid..........360
Memorare van den h. Jozef .... 361 Gebed tot den h. Jozef, om een zaligen
dood........... . 361
Litanie ter eere van den h. Jozef . . 362 Gebed tot de h. moeder Anna . . . 365 Gebed ter eere van de h. Agnes. . . 366 Gebed ter eere van den h. Aloysius . 367 Gebed ter eere van den h. Aloysius, om
een gelukkigen levensstaat .... 367 Gebed ter eere van den h. Stanislaus. 368
440
Bladz.
Litanie van alle Heiligen.....369
Vrome gebeden voor de levenden.
Algemeen gebed voor de aangelegenheden der christenen......376
Gebed voor den Paus.......377
Gebed voor den Bisschop.....378
Gebed voor de ouders.......379
Gebed voor de weldoeners.....380
Gebed voor zijne vijanden.....380
Gebed voor de bekeering der heidenen,
ketters en zondaars.......381
Gebed voor een zieke.......382
Gebed ter eere der h. Moeder Gods . 383 Gebed tot de Engelen en Heiligen . . 383 Gebeden voor de afgestorvenen.
Gebed voor afgestorven ouders . . . 384 Gebed voor afgestorven broeders en zusters, bloedverwanten en vrienden. . 384 Gebed voor allen, die op het kerkhof
rusten............ 385
Vereering der zeven Smarten van Maria
voor de arme zielen.......385
Litanie voor de afgestorvenen .... 389
De Meimaand..........393
De katholieke Kerk en de h. Moeder
Gods............396
Maria's dienaren en kinderen .... 397 Maria moet belang stellen in ons lot . 398 Dagelijksohe gebeden gedurende de maand Mei, in 31 overwegingen over de litanie van Loretto......400
Reïmprimatur.
dz.
69
hur^emünd.e, 2 Aprilis 1892.
oo
P. J. H. RUSSEL, Can. tlieol., Librorum Censor.