ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

Vak

PELGRIMSBOEKJE

VAN

■Sg TIlISAf 9^

(KLEIN LOURDES) IN LIMBURG,

DOOR

J. B. H. MAESSEN,

Pastoor van Swolgen en Tienray.

EN

A. VAN SOEST,

in leven Pastoor-Dtken van Gennep

VIERDE DEUK.

ocr page 6
ocr page 7

BISSCHOP VAN RüERJIOND.

Die, de voetstappen van Zijn Doorluchtigeu, onvergetelijken Voorganger volgend, de vele bevoorrechte Heiligdommen van Zijn Bisdom, door de bijzondere vereering en machtige voorspraak van Maria opgeluisterd, onder Zijne hooge bescherming gelieft te nemen, en het Christenvolk ten voorbeeld, gaarne Zijne schreden derwaarts richt, wordt de vierde oplage van dit

FRANCISCUS ANTONIUS HUBERTUS

o/è l'yz imö 6olt;iiije, van éFia-iizaij met den diepsten eerbied opgedragen door

DE SCHBI.TVERS.

ocr page 8
ocr page 9

YERKLAEING.

Om te gehoorzamen aan het decreet van Pait3 TJrbanus VIII, verklaren wij aan de wonderbare feiten en gunsten en aan alles, wat in dit Pelgrimsboekje voorkomt, slechts een bloot menschelijk gezag toe te kennen, behoudens dat, wat reeds door den H. Stoel en de Roomsch-Katholieke Kerk is bekrachtigd.

DE SCHRIJVEES. ------

IMPRIMATUR.

P. J. H. RÜSSEL, Can. Theol.

Librorum Censor.

Ruk^mund^, 23 Jan. 1893.

ocr page 10

VOOIRUREIDE

voor den

VIERDEN DRUK.

Het Pelgrimsboekje van Tienray houdt op den weg van vooruitgang, gelijken tred met de steeds aangroeiende devotie tot O. L. Vrouw van Tienray de Troosteres der bedrukten en tot O. L. Vrouw van Lourdea de Onbevlekt ontvan-gene in de Kapel Klein Lour des. Voor den vierden keer nemen wij de pen op cm de vierde uitgaaf van het pelgrimsboekje van Tienray ter perse te leggen, voorwaar een gunstig en verblijdend verschijnsel.

Moge de Heilige Maagd nogmaals welgevallig op ons werkje nederzien, opdat het voor u vrome Pelgrims bij de Grot van Klein Lourdes, een nuttig en gezegend handboekje blijve en bijdrage tot meerdere eer van God en Zijne Onbevlekte Moeder, en tot verderen bloei van Tienray.

Tienray, den 2 Februari 1893, O. L. V. Lichtmis.

ocr page 11

Onder bescterming van Zijne Doorl. Hoogw.

Mgr. Ff. L H. BOEMANS,

^isschop van Roermond,

amp;

mm mmAm-mAwmh

VAN

TIENRAY ONDER SWOLGEN.

door Z. H. PIUS IX met dm eerenaam van KLEIN LODRDES begiftigd.

Geschiedkundig Overzicht.

In het noordelijk gedeelte van het Bisdom Roermond, in de eenzame, achter somber den-nebosschen verscholen Parochie Swolgen, de geboorteplaats van den in onze — en vooral in de Keulsche Kerkgeschiedenis der zestiende eeuw, zoo vermaarden Vicaris-Generaal Jan van Swolgen; niet ver van de zuidelijke grens der Lim-burgsche burgerlijke gemeente Meerlo; nabij het

ocr page 12

Station Meerlo-Tienray op de nieuwe spoorweg-lijn Venlo-Nijmegen; een uurtje van het lieve Bretkhuysm aan de Maas, en een weinig verder van het aanzienlijk Peeldorp Horst, ligt de oude, thans in nieuwen luister pralende Bedevaartsplaats Tienray.

Tienray, tien huizen en ééne Lieve Vrouw! zeide men nog vóór korten tijd, om in twee woorden een der nederigste gehuchten van Limburg te beschrijven, en tevens de Geuade-Kapel aan te duiden, waardoor dit plaatsje sinds eeuwen alleen bekend was, en nu ia de tweede helft der negentiende eeuw, eene vermaardheid krijgt, die aan slechts weinige, grootere en bevoorrechte oorden te beurt valt.

Inderdaad, wie kent en bemint thans Tienray niet? quot;Wie weet niet, dat daar eiken Vrijdag door het jaar, maar vooral op de Vrijdagen in de Vasten, de Vrijdagen ia de Meimaand en de Feesteii van Maria, een groote toevloed van pelgrims van heinde en verre, uit Nederland, Duitschland en België samenstroomt.

Hoe stil en aanlokkend ligt zij daar ook, de schoone nieuwe Eomaansche Kapel, met haren slanken toren, tusschen het donkergroene loover onzer noordsche ceders verscholen ?

Als gij haar nadert, spreekt eene geheimzinnige stem in uw binnenste : daar vóór u ligt

ocr page 13

— 9 —

eene heilige plek, waar menig zuchtend Adamskind troost en opbeuring vond, eii met hemelsche weldaden overladen werd! |

Wanneer gij opziet, schijnt het genaderijk Heiligdom u te wenken en toe te roepen :

Vrome Pelgrim nader snel!

Kust in de eenzaam Bidkapel!

Hoor, hoe lief het Klokje luidt! 't Noodigt u tot bidden uit.

Kniel hier voor Maria's troon.

Zie, zij helpt U bij haar Zoon.

Door wien en wanneer juist, hier aan de voormalige koninklijke heirbaan tusschen Venlo en Grave, gewoonlijk de Meerlosche haan geheeten, de oorspronkelijke Kapel ter eere van Onze Lieve Vrouwe, de Troosteres der Bedrukten, gebouwd werd, is niet met volkomen zekerheid te bepalen. Alle oude bescheiden ontbreken hieromtrent.

Nochtans aarzelen wij niet de grondlegging der eerste Kapel van Tienray omtrent de helft der vijftiende eeuw te plaatsen, daar zij op eene naamlijst der Kerken en Kapellen dezer streken van UOO nog niet voorkomt, terwijl op eene tweede van 1485, onder het Kerkdorp Swolgen, de Kapel van Onze Lieve Vrouw in Tinroede vermeld wordt (1).

(1) Zie Hahets, Geschiedenis van het Bisdom Roermond 1. Blz. 537.

ocr page 14

Niet onwaarschijnlijk is het dus, dat het Jaarschrift is een Eegister der Kape), in de vorige eeuw, door den Pastoor van Swoigen en Deken van het Land van Kessel, Arnoldus Aerts, aangelegd, waarheid spreekt, wanneer het zegt: geMente okIente, strVebatVr LoCVs Iste, et CVLtVs beata; VIkgInIs IxChoaVIt ; dat is ; In het jaar li42, toen het Oosten onder de dwingelandij der Turken zuchtte, werd deze Kapel gebouwd, en begon hier de vereeiing der H. Maagd te bloeien.

Dit beweren viudt mede steun in het opschrift van het oude Maria-Klokje, waarop iu sierlijke gothische letters te lezen staat: J. Gobel me fecit, anno Domini MCCCCXXXXII. In het jaar onzes Heeren 144:2, heeft J. Gohel mij gemaakt. Het Kapelletje, hoe klein en nederig ook, behoefde van den beginne, eene gewijde metalen tong, om den lof van Maria te verkondigen, en den' Pelgrim, d;e over de onafzienbare heide aankwam, nader te roepen.

Meer dan vier eeuwen dus had Tienray zijne Kapel, waarin de H. Maagd sinds dien, onder den titel van Troosteres der b'drukten, veelvuldig vereerd werd, en ontelbare gunsten en genaden voor hare vrome vereerders bekwam.

Van den aanvang schijnt eene vrome hand deze Kapel vrij goed begiftigd te hebben. Daar waren

ocr page 15

tot 1648 twee wekelijbsche gestichte Missen: de eene op Donderdag, de andere op Zaterdag.

In 1618, onder den WelEerw. Heer Pastoor Alexander Noten, werden deze twee Missen door Koermond's derden Bisschop, Jacobus a Castro (van den Borgh) op ééne gebracht, wijl, door den voortdurenden oorlog van dien tijd, schier alle inkomsten der Kapel, waren verloren geraakt.

In die benarde tijden, toen het gansche Land van Kessel geweldig geteisterd werd , onder anderen, twee Pastoors van Swolgen spoorloos verdwenen. Meerlo in 1581 bijna geheel in de asch gelegd werd, Well jaren lang verwoest en verlaten bleef, had ook Tienray veel te verduren.

De uitgeplunderde Kapel zelve had zoo vree-selijk geleden, dat zij dreigde in te storten.

Een oud Pelgrimsliedje van Tienray jammert hier over op de volgende aandoenlijke wijze: Wanneer den oorlogsbrandt;

Wanneer die droeve tijden;

Wanneer het ongeluk Ons land niet kost vermijden;

Soo treft dit Huis den slag; Het quot;quot;rï

Mei^ratfcjer^deies; Kapl,-^Pn^ïJei! was geen

Den u/jtte» 1617, gelastte è(^ngenoemde Bisschopj JacoouOa (|ü»tr|V|fen varfc; vereerder v.in Mam, in 1639 in geur vair) h/filigheid gestorven, des^apel; wederom jOp l^tiDUwen.

ocr page 16

De Pelgrims, die ook dn half verwoeste Kapel, waarin de Godsdienstoefening gestaakt was, bleven bezoeken, kwamen nu met nieuwen ijver toegestroomd. Het mocht echter niet lang duren. De zwarte dood, de Pest, kwam deze streken ontvolken, die bovendien door de vernielende Croateu (1635) door de Lnndstroepen tot ontzet van 's Bosch (ltgt;29) en van Roermond (1632 en 1637) afgestroopt werden. De Kapel had ook in dit allertreurigst tijdperk zeer veel te lijden. Weerom een nieuwe slag.

Miserie, nieuwe ruïnen.

Een nieuwe oorlogsvlam Doet dit Huys schier verdwynen.

Toen na den tachtig-jarigen oorlog en den vrede van Munster (1648) deze gewesten herademden, begon ook Tienray en de vereering van Maria hier derwijze te herleven, dat de Kapel in 1669 met een nieuw Altaar mocht prijken. O Moeder van Gods Zoon,

O Maget van Loretten!

Hier moet Gij zijn vereerd;

Men komt een Autaer zetten.

In 1702, in de maand Mei, tijdens het beleg van Venlo, werd de Kapel andermaal door de woeste krijgslieden zoodanig beschadigd, dat zij eer op een paardenstal dan op een Godshuis geleek. O wee, wat eeuw komt aan?

Een eeuw van schtick en anxt.

ocr page 17

Een nieuwe eeuw vol suchten !

Gansoh Tienray dat gaet vluchten.

Die treurigs toestand hield aan, zoo lang de Spaansche successie-oorlog voortduurde, en had ten gevolge, dat alle inkomsten der Kapel verloren gingen.

Hoe arm ook geworden, zal dit door den Hemel zoo gezegend pelgrimsoord toch niet vervallen; integendeel, na eiken schok, dien het in den loop der tijden te verduren heeft, met nieuwen luister herleven.

Nu was het Koermonds elfde Bisschop, Joannes Antonius de Eobiano, een zeer vroom Kerkvoogd en vereerder van Maria, die het voorbeeld zijner Doorluchtige voorgangers volgende, het zoo zwaar beproefde Tienray onder zijne vaderlijke bescherming nam.

In 1749 gaf hij den toenmaligen pastoor van Swolgen, Joannes Cuypers, van Well geboortig later pastoor van Wanssum en deken van het Land van Kess'l, opdracht de kapel in haren vorigen luister te herstellen.

Deze ijvervolle H»rder, verheugd iets ter eere van Maria te kunnen ondernemen, sloeg kloekmoedig de handen aan het werk.

Het bleef zelfs niet bij bet oude. Een zijpand werd aan den vroegeren bouw toegevoegd, en reeds den 8 December 1751, op den feestdag

ocr page 18

— li —

van O. L. Vrouw Oabevlekte Ontvangenis, werd daarin tot groote vreugde van den gauscheu omtrek, de eerste plechtige Hoogmis opgedragen.

Met de vergrooting der kapel groeide ook de stroom der pelgrims, die bij duizenden en duizenden, van wijd en zijd, bij de Troosteres der Bedrukten hulp in hunnen nood, troost en opbeuring in lijden en kwellingen, licht en sterkte op den weg des levens kwamen zoeken.

Ook de hnlpmiddelen voor de innerlijke versiering der kapel begonnen ruimer en ruimer toe te vloeien, zoodat men, in 176i. het genoegen mocht smaken, den nieuwen aanbouw met een Altaar van den Heiligen Bewaar-Engel verrijkt te zien.

Gods Engelen zijn voortaan bij den bloei van Tienray en de vereering hunner nooit volprezen Koningin op deze plaats, betrokken. Zij zullen er over waken, den geesel der verwoesting verre houden, en de pelgrims in steeds grooter drommen herwaarts voeren.

Zoo geschiedde het, vooral sedert in ir65 de eerwaarde heer Arnoldus Aerts, een Swolgenaar van geboorte, pastoor dezer parochie en later tevens deken van het Land ran Kessel werd. Deze waardige Herder, overtuigd van het woord van onzen zaligen landgenoot Canisius van Nijmegen, dat al wie door zijn ambt geroepen in Gods eer te bevorderen, hiervoor een allerkrachtigst

ocr page 19

middel vindt in de vereering van Maria, liet niets onbeproefd, om Tienray onder de pelgrimsoorden des lands meer en meer te doen stijgen. Tot dit einde vroeg en verkreeg hij in 1773 voor zijne geliefde kapel van Tienray, van Zijne Heiligheid Pans Clemens XIV en later, den 10 September 1780, van Pans Pius VI, verschillende volle- en gedeeltelijke aflaten. Ook gelukte het hem, tot groote vreugde der pelgrims, op de vier voornaamste feestdagen vau Maria: O. L. Vrouw Boodschap, Hemelvaart, Geboorte en Onbevlekte Ontvangenis eene Vroegmis te stichten. Grooter en grooter werd dau ook de toeloop niet alleen van afzonderlijke peUrims, maar ook van hen, die onder geleide hunner geestelijken, in plechtige proceSsiën herwaarts kwamen.

Jaarlijks zag Tienray, behalve de processiëu van Swolgen, Horst en Meerlo, van den Maaskant die van Grubbenvorst, Lottum, Broekhuysen, Broekhuysenvorst, Blilterswijck , Wanssum en Geysteren opdagen ; enkele dezer zelfs tweema 1 's jaars, zoodat in het geheel veertien processiëu ieder jaar Tienray bezochten.

Tijdens de veepest in 1774, toen hier, tot afwering van dien vreeseli.iken geesel, zeven opvolgende Vrijdagen, openbare gebeden gehouden werden, kwam zelfs de processie van het ver afgelegen Capellen (Pruisen) herwaarts, waar

ocr page 20

— 16 —

haar aanvoerder, de Kapelaan der Parochie, tot van

groote stichting van alle aanwezigen, eene gjjj

plechtige Hoogmis met Preek opdroeg. jn ,

Dit voorspoedig tijdperk mocht echter voor j

Tienray niet lang duren. De Pransche overheer- ner

sching kwam, en verspreidde schrik en angst en jjg

soldaten-legers zonder tal over deze landen. ^

Troepen van alle natiën en kleur zag Tienray, ^ou

van 1793 tot 1815, over de oude heirbaan van ^

Venlo naar Grave en Nijmegen, die thans ^

doodsch en vergeten ligt, voerbij trekken. wei

Wel kwam vau tijd tot tijd een troosteloos n0j moedertje of een betraande zuster nog voor de

Troosteres der Bedrukten nederknielen, om het we]

spoedig wederkeeren af te smeeken van een zoon j

of broeder, die de groote keizerlijke legers van ^

Napoleon I naar Spanje of Busland had moeten ^

volgen, en maar niet terug kwam; meestal en

echter stond de kapel verlaten. Nog slechts op i

de Vrijdagen in de Vasten kon Tienray eene ^ bedevaartsplaats heeteu.

Zoo bleef het, helaas! ook na den Franschen (j0(

tijd, gedurende meer dan een halve eeuw, tot en

dat in 1874 een nieuwe dageraad aanbrak. ve

In dit jaar werd de WelEerwaarde Heer Joannes j0( Baptista Hubertus Maessen, in 1825 te Maasniel bij Roermond geboren, tot dusverre Kapelaan,

eerst te Wanssum en daarna te Horst, tot Pastoor

1 Tn

ocr page 21

— 17 —

van Swolgen en Tienray benoemd. Van nu af ging Tienray een bloeitijd te gemoet, zooals het in vroegere eeuwen nooit gekend had.

Tienray moest eene nieuwe, grootere en schoo-nere kapel hebben in plaats der tegenwoordige, die den stempel dragende van eeuwen, welke geen denkbeeld hadden van smaak en christelijke bouwkunst, onaanzienlijk en tevens andermaal bouwvallig geworden was.

Ook de oude stroom der Pelgrimg moest wederom naar Tienray geleid, en zoo mogelijk nog versterkt worden.

Dit was de dubbele gedachte, die den nieuwen Herder van den beginne bezielde.

Eene nieuwe, zoo niet prachtige, dan toch doelmatige kapel en talrijke Pelgrimsscharen te Tienray! Zullen het niet slechts droombeelden en vrome wenschen blijven?

Waar vandaan zullen die Pelgrims en vooral de schatten komen, om eene nieuwe kapel te bouwen ?

Dat weet de Hemel! zei een ieder, die het doodarme Tienray kende. Ja. de Hemel wist het, en hiel zoo zichtbaar, dat zelfs zij, die de stoutste verwachting koesterden, over den voorspoedigen loop der zaken in Tienray, verbaasd stonden.

Met meer moed dan hoop, nam de nieuwe Herder den bedelstaf ter hand, en dead eerst eenen rondgang door zijne Parochie, die zoo buiten-

2

ocr page 22

— 18 —

gewoon veel opbracht, dat hij met vollen ijver zijne schreden ook naar de naburige dorpen richtte. Ook daar werd zijne verwachting niet te leur gesteld. Buren, verwanten, vrienden en bekenden toonden ingenomenheid met Tienray, en voegden de proef op de som. Het regende guldens en thalers. Üok de offers in de kapel werden wekelijks beduidender.

De gelukkige Pastoor begon dan ook reeds in 1875 aanstalten te maken voor den nieuwen bouw. Op het gehucht de Gun zette hij een steenoven, die buitengewoon goed gelukte. De landbouwers van Swolgen rekenden het zich tot eene eer en een geluk de steenen voor de nieuwe kapel kosteloos te vervoeren. Blijde zongen zij vreugdeliederen ter eere van Maria, terwijl zij hunne zwaar geladen karren langs de morsige wegen voortdreven.

In 1875 brak voor Tienray een nieuw tijdperk, een tijdperk van buitengewone gunsten en ongekenden bloei aan.

Vooreerst verleende Z. H. Paus Pius IX, den 22 April, verschillende volle- eu gedeeltelijke Aflateu, wat reeds niet weinig bijbracht, om de vereering van Maria te bevorderen. De Pastoor van zijnen kant vatte de gelukkige gedachte op, de Devotie van Onze Lieve Vrouw van Lourdes te Tienray te vestigei . Hierdoor vooral nam de vereering van Maria aldaar spoedig eene zoo

ocr page 23

— 19 —

buitengewoon hooge vlucht, dat Tienray van uu af onder de meest bezochte Bedevaartsplaatsen van Nederland tellen zal.

Den 8 Juli, richtte de ijvervolle Herder er, onder de beschermende goedkeuring van Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Monseigneur Joannas Augustinus Paredh, Bisschop van Roermond, de Broederschap der Onbevlekte Ontvangenis van Onze Lieve Vrouwe op, zoo als die sinds 1873 bestaat in de kerk van Lourdes in Frankrijk, boven de grot waar Maria in 1858, aan Berna-detta Soubirons zoo herhaaldelijk verscheen.

Hij plaatste tefens een eenvoudig, maar schoon beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, door een vrome hand geschonken, op een zij-Altaar, en begon van toen af aan de gretige Pelgrims water uit te reiken van de wondervolle bron van Lourdes, dat deze met vreugde medenamen, om voor de zieken onder hunne verwanten en bekenden, als een bovennatuurlijk heilmiddel te dienen. Dit bracht nist weinig bij om den stroom der Pelgrims machtig te doen aangroeien, en de behoefte eener nieuwe en ruimere Kapel van dag tot dag meer te doen gevoelen. Buitengewone gunsten en genezingen, door het gebruik van het water van Lourdes verkregen, werden spoedig niet alleen aan den Pastoor, zoo wel schriftelijk

ocr page 24

— 20 —

als mondeling medegedeeld, maar ook in de ge-lieele streek bekeud.

Nu werd het Kapelletje van Tienray bijna eiken Vrijdag te klein. Het werd dus gebiedend vereischt, onverwijld de haüd aan het werk te slaan, om dit nederig bedehuisje door een ander te vervangen.

Den 9 April 1877, werd de moker aan den muur van het oud kapelletje gezet, en dit groo-tendeels voor den grond gehaald; slechts een klein gedeelte met de sacristie bleef bestaan, om den H. Dienst te kunnen voortzetten.

De eerste dag der opvolgende Maria-maand was een buitengewone yrengde-dag voor Tienray. Eet was de dag der Grondsteenlegging van de nieuwe Kapel, waarvoor een talentvolle zoon der streek, die menig jaar als Pelgrim naar Tienray kwam, de WelEerw. ZeerGeleerde Heer G. Slit» van Horst, Professor der Christelijke Oudheidkunde, Bouw- en Schilderkunst te Rolduc, het plan geleverd had, dat de kundige Architekt J. Kayser van Venlo later volvoerde. De Heer H. Coppes uit het naburig Broekhuysenvorst, die reeds menig prachtig kerkgebouw, volgens de voorgelegde plannen op Limburgs bodem deed verrijzen, was de aangewezen bouwmeester der nieuwe Eomaansche Kapel van Tienray.

Reeds vroeg in den morgen, wapperden, op

ocr page 25

dieu heuglijken eersten Mei-dag, vlaggen en wimpels op het vreugdig bouwterrein, waar omstreeks 9 nur duizenden belangstellendpii van heinde en verre samenstroomden, om te toonen, hoezeer het hun ter harte ging, dat hier, waar hunne vaderen gebeden, en troost en hulp gezocht hadden, eene waardige Maria-Kapel werd opgericht.

Bn toch was het, alsof de hel spookte, om dat heilig voorgenomen werk op dien dag te keer te gaan. Hel was een eerste Mei-dag, zoo als er nooit een was. Een koude oostenwind schuifelde machtig door het geboomte, en deed de vrome scharen bibberen en klappertanden op het feestterrein, waarop de jagende sneeuwvlagen hun het verblijf als onmogelijk willen maken.

Desondanks waren allen vol moed. Met geestdrift en uit volle borst zong de ZeerEerwaarde Deken van Horst J. Geene, de plechtige wijdingszangen, terwijl hij in naam van den Bisschop den grondsteen en de fundamenten met wijwater besproeide.

Met van eerbied bevende hand plaatste en metselde hij den gewijden grondsteen vast, die het volgend gedenkschrift in zich besluit:

Kegnantibris Pio IX Papa et Guilielmo III Rege. nomine Illustrissimi Episcopi Euraemnn-densis J. A. Paredis, hujus Sacelli, Matri Dei

ocr page 26

- 22 —

sub invocatióne Virginis ImmaculatsB Lourdensis et Consolatricis Afflictormn dicati, primum lapi-dem posnit Jacobus Geene, Decanus Horstensis, prscsentibus Parocho J. B. H. Maessen et aliis testibus.

lender de Eegeeriug van Paus Pius IX en Koning Willem III, beeft Jacobus Geene, Deken Tan Horst, in naam van Zijne Doorlucbtige Hoogwaardigheid J. A. Paredis, Bisschop van Roermond, den eersten steen gelegd dezer kapel, onder den titel der Onbevlekte Maagd van Lourdes en Troosteres der bedrukten, in tegenwoordigheid van Pastoor J. B. H. Maessen en anderen, als getuigen.

Met een traan van Hemelzalige aandoening in het oog, legde de Eerwaarde Herder der plaats met eigen hand in de fondeering vier hoeksteenen, herkomstig van de wondergrot van Lourdes, waarop Maria's maagdelijke voet bij haar achttien verschijningen aan de engelachtige Berna-dette, gerust had.

Intusschen speelde de Harmonie van Horst, die bijna uitsluitend tot opluistering van kerkelijke plechtigheden bestaat, en jaarlijks met de Processie, ü. L. Vrouw van Tienray komt begroeten. Hare leden stieten machtig in hunne speeltuigen, als wilden zij de ontketende elementen tarten, en feestelijk rolden hunne welluidende

ocr page 27

accoorden, door den stormwind gedragen, over velden en bosschen.

Onder de Hoogmis, door den ZeerEerw. Heer Pastoor van Swolgen, bijgestaan door de Eerw. Heeren Kapelaans L. Aerts van Venray, een Swolgenaar, en J. Peters van Broekbnijsenvorst, opgedragen, bield de Eerw. Heer A. van Soest van Lottum, Kapelaan van de oudste Maria-kerk van Limburg en van geheel Nederland, van O. L. Vrouw te Maastricht, de feestrede. Na getoond te hebben, hoe deze dag een vreugdedag voor den Herder der plaats was, die nu zijn heilig droombeeld van vele jaren ging verwezenlijkt zien; voor de aanwezige Pelgrims, wier hart zoo warm voor O. L. Vrouw van Tienray klopte, riep hij diepbewogen uit; ook voor mij is deze dag een vreugdedag; voor mij, die hier als kind gebeden heb, aan de hand mijner dierbaren geleid, die hier als jongeling gekomen ben, in het gevolg der stichtende Processie van het zoo oprecht geloovig volkriike Horst, die hier in de laatste jaren herhaaldelijk het H. Misoffer heb opgedragen.quot;

Toen hij verder den Pelgrims ontvouwde, dat het voor hen eene eer en een geluh was dezen Tempelbouw te bevorderen, vond zijn woord als van zelf ingang in hunne vrome harten. Wijd ontsloten zij dan ook hunne beurzen voor de

ocr page 28

— 24 —

opvolgende collecte, welke aller verwachting ver te boven ging.

Nu toog men volijverig aan het werk, en terwijl de muren voorspoedig vorderen, kwam de blijde tijding aan, dat het Z. H. Pius IX bthaagd had, bij Breve van den 4 Maart 1877, aan de Kapel van Tienray alle gunsten en Aflaten te verleenen, welke aan de Baziliek van Lottrdes geschonken waren, waaronder ook het voorrecht, dat de Pelgrims voortaan, op een dag naar believen, telken jare, onder de geivone voorwaarden, een vollen Aflaat honden verdienen. Bij dezelfde Breve schonk Z. H. aan de Kapel van Tienray den eeretitel van

Klein Lourdes,

welken eeretitel, de nieuwe Kapel, de eerste op Nederlandschen bodem aan 0. L. Vrouw van Lourdes gewijd, wellicht ten eeuwigen dage alleen bezitten en met trotschheid dragen zal.

Het is bijna, alsof de groote Pius, door den eerenaam van Klein Lourdes, in profetischen geest de toekomst van Tienray heeft willen toekennen.

De bouw der Kapel werd allervoorspoedigst voltooid. Eeeds den 10 Augustus stond hij voltrokken, en werd hij, in naam van den Bisschop, door den Pastoor der Parochie ingezegend.

ocr page 29

Komt, ziet het Kapelletje heerlijk hier staan!

Het wenkt U, en maant om te hidden U aan.

Den 15 Augustus 1877, op Ouze Lieve Vrouw Hemelvaart, was er Hoogfeest en ongekende vreugde in Tienray.

De statige klokken van Swolgen, door het zilvertonig klokje van Tienray beantwoord, luidden plechtiger dan ooit. De Processie van Swolgen, wie die eer van nature toekwam, zou de eerste zijn, die op dien dag, het nieuwe Heiligdom in triomf zou binnen trekken.

Wie zal de vreugde malen van den gelukkigen Herder, nu hij zijne dierbare schapen naar het door zijne zorgen zoo heerlijk verrezen Tienray, door den Paus zeiven tot Klein Louedes verheven, mag opvoeren ?

Wie zal de blijdschap beschrijven van zijne vrome parochianen, die Tienray zoo nietig en vervallen gekend hadden, en het daar nu zoo prachtig zien prijken, dat zij hunne oogen nauwelijks kunnen gelooven ?

Waarlijk, de Heer en zijne machtige Moeder-Maagd waken over Tienray! zeide menigeen hunner, in de stilte van zijn bewogen gemoed.

Dat bleek overigens duidelijk, niet alleen uit de nieuwe kapel, die zich aan aller bewondering aanbood; maar ook uit het ontzaglijk aretal

ocr page 30

[amp;'

quot; - 26 -

Pelgrims, die van den beginne van alom naar de nieuwe kapel toestroomden, en op de gewone Vrijdagen niet zelden tot duizend klom, terwijl op de Maria-feesten soms drie tot vijfduizend vreemdelingen elkander verdrongen.

Tot dat in October 1878 de Eerw. Hear M. J. Janssen van Venray tot kapelaan van Swolgen benoemd werd, maakte zich voor Tienray vooral verdienstig de Eerw. Heer J. Peeters, kapelaan te Broekhiiysenvorst, die den Pastoor bijna eiken Vrijdag kwam bijstaan.

Ook de Eerwaarde Paters Minderbroeders van Venray, die hier, door hunnen dienst en hunne stichtende predicatiën, zoo menig Maria-feest kwam opluisteren, en zulks nog voortdurend doen, verdienen mede allen lof.

In October 1882 werd de eerw. Heer Janssen opgevolgd door den Eerw. Heer P. J. L. Litjens, van Wanssum, met jeugdigen ijver voor Tienray bezield.

Dat de talrijke Pelgrims niet te vergeefs naar Tienray kwamen, bewijzen de menigvuldige ex-voto's: zilveren handen, voeten, hoofden, harte-n, getuigsclriften bij de grot en rondom het Beeld van O. L. Vrouw van Lourdes uit dankbaarheid opgehangen, alsook de veelvuldige gunsten en genezingen, in dit boekje, naar geloofwaar-

ocr page 31

— 27 -

diife, aan den Pastoor gedane niededeelingen, geopenbaard en beschreven.

Neen, niet te vergeefs draagt Tienray in de toekomst den pauselijken eerenaain van Klein Lourdes. Ook hier blijkt de vereering van O. L. Vrouw van Lonrdes voor goed gevestigd, en Maria bij uitstek de Machtige Maagd, de medelijdende Troosteres der Bedrukten.

Door de milddadigheid en dankbaarheid der Pelgrims wordt haar Heiligdom steeds schooner en schooner. Eeeds prijkt het koor met eenen prachtigen marmeren mozaïek-bodem en geschilderde vensters, die fonkelen als edelsteen, geschenken van den beroemden glasschilder Nicolas van Boermond. Eeeds schittert het houten verwulf met een keurige Rosiaansche beschildering, door den Heer Guill. Deumens van Oirsbeek. volgens de plannen van den Heer J. Kayser, in passende kleurenmengeling uitgevoerd. Reeds pralen in het lieve Heiligdom, in staligen Romano-Gothischen vorm. eene overrijke Communiebank en een Hoog-Altaar, dat in het Noorden van Limburg zijn weerga niet heeft, met de Heiligen-Beelden der Familie van O. L. Vrouw en de Profetes, die Haar voorspelden, een keurig gegraveerd en schitterend geëmailleerd koperen Tabernakel, overhuifd door een gouden Troonhemel, her-

ocr page 32

— 28 —

komstig vau de vermaarde Ateliers der Heeren Cuypers en Stoltzenberg te Roermond.

Blijft de ijver en de offervaardigheid der pelgrims voortduren, waaraan wij geenszins twijfelen, dan zullen ook weldra twee Eomaansche torens naast het koor, den vreemdelingen, die van Noord en Zuid langs Tienray stoomen, toeroepen :

Hier ligt Klein hour des, een der (je zegen date en vermaardste Bedemartplaat.ien van Nederland !

Nog konden de gewenschte torens niet gebouwd worden, en onze voorspelling is reeds vemild.

Wat was bet vol te Tienray! zeiden de weder-keerende Pelgrims zeer dikwijls op de gewone Vrijdagen des jaars, en altijd op de Maria-feesten en anders met meer plechtigheid gevierde dagen.

Nooit echter heerschte er een drukte, als op Zondag, den 15 Juli 1883, toen hier het Zilveren Jubelfeest der verschijningen van O. L. Vi ouw van Lourdes met buitengewone luister gevierd werd. Men schat het getal Pelgrims, dien dag uit de buurt en de Pruisische grensdorpen niet alleen, maar van heinde ea verre saamgestroomd, op ongeveer acht duizend. Tienray had zijn schoonste feestkleed aan, en het ontbrak niet aan bewonderaars.

Onder de eersten, die aanwezig waren, was een maagdenrei van 180 Congreganisten van O. L. Vrouw uit Blerick, aangevoerd door haren Herder,

ocr page 33

- 29 —

den Eerw. Heer L. A. J. Smidts, welke alle tot de H. Tafel naderden, en eene schoone eerewacht der Onbevlekte Maagd vormden. Edocb, die eerewacht was nauwelijks merkbaar tusschen de steeds aangroeiende menigte. Het scheen dien dag een waar Pinksterfeest te Tienray. Nooit was er bonter kleurenmengeling van kleederdracht, noch grooter verscheidenheid van tronies onder Tien-ray's eiken vergaderd geweest.

Daar zag mtn naast den breeden halfopgetoom-den pluimhoed der hoogere standen, den voorvaderlijken, saamgeknoopten hoofddoek der Gulik-sche vrouwen en de oud-Geldersche en Brabant-sche knipmuts in hare jongste en laatste période met bloemen en pluimen bedekt; daar stond de vrome landman^ door de zon verbruind, met zijn Rozenkrans in de hand, naast den verfijnden stedeling met sik of zwierigen krulbaard en aanmatigende houding.

Wie zal het daar heerschende gewemel stillen ; die menschenzee doen bedaren ? De gewijde redenaar, de Eerw. Heer A. van Soest, Pastoor van Well, een oude kennis van Tienray, zoodra hij van uit den hoofdingang, waar de kansel geplaatst was, der gretige menigte van Lourdes, van Onze Lieve Vrouw, van boetvaardigheid en zaligheid begon te spreken. Zoo min als het gedruisch der aankomende Processies vermocht de redenaar,

ocr page 34

— 30 —

die zich in Tienray als te huis gevoelt, uit het veld te slaan, even zoo min waren de nederplas-sende buien in staat het geloovig volk van het feestterrein te verdrijven.

Na de feestrede droeg de WelEerw. Heer Pastoor Maessen, bijgestaan als index door den ZeerBerw. Heer J. Geene, Deken en Pastoor te Horst, en door de WelEerw. Heeren Smidts, Pastoor te Blerick en Gfeurts, Kapelaan te Broek-huysenvorst, als Levieten, de Hoogmis op, waarbij de zangkoren van Swolgen en Broekhuysen hunne welluidende feesttenen lieten weergalmen.

Hiermede was echter de plechtigheid niet afgeloopen, noch de drukte te Tienray geëindigd.

Des namiddags kwam de H. Familie van Horst met haren wakkeren Directeur, den Eerw. Heer Lemmens, aan het hoofd en onder begeleiding van het deftig zangkoor en de feestelijke Harmonie dier plaats, de gedunde rangen wederom aanvullen. Zij was vergezeld van eene ontzaglijk menigte volks, die nog versterkt werd door allerwegen saamstroomende Pelgrims.

Voor deze even talrijke schare als die des morgeus voerde de Eerw. Pater J. C. Lambertz uit het klooster van Venray het woord. Terwijl hij in mannelijke en echt apostolische taal de macht en grenzelooze goedheid van Maria niet slechts te Lourdes, maar ook hier zoo herhaal-

ocr page 35

— 31 —

delijk gebleken, afschilderde, veroverde hij aller harten, en deed ze van de teederste liefde tot Maria trillen.

Die verteederde harten gingen zich weldra onder het plechtig Lof door den ZeerEerw. Heer Deken Geene gezongen, met onbegrensd vertrouwen in vurige smeek- en dankgebeden uitstorten. Nooit klonk de kerkelijke Dankhymne, het statig Te Deum, schooner dan heden, nu ieder hart getuigde: dat was een onvergetelijke, een hemelsche dag!

Den volgenden morgen, den eigenlijken vijf-en-twintigsten verjaardag der laatste verschijning van O. L. Vrouw te Lourdes, kwamen de Eerw. Zuiters Ursulinen van Grubbenvorst met hare 140 Pensiunairen, onder geleide van den Wel Eerw. Rector Welters, nog een laatsten nagalm van het schoone Jubelfeest zingen.

Op haar volgden later nog de H. Familie van Venloo, de Pensionaireu van Venray, de H. Familie en de Congregatie van Tegelen, de Heeren van het Missiehuis te Steyl, welke vereeaigingen meestal jaarlijks wederkeeren.

In de Lente van 1884 wilde de Pastoor aan de Noordzijde der Kapel eene nabootsing van de Grot van Lourdes oprichten. Ben rijzig beeld van O. L. Vrouw van Lourdes was daarvoor reeds besteld. De Grot moest echter voorloopig

ocr page 36

— 52 —

achterwege blijven, nu het bleek dat de ruime Kapel van 1877 reeds te klein was. Inderdaad, zeer dikwijls kon de Kapel het aantal Pelgrims niet bevatten, en bleven dezen, gedurende de H. Diensten, aan weer en wind blootgesteld.

Men besloot nu den bouw aan de Westzijde met een derde te verlengen, zoodat voortaan vijftien honderd man daarin konden plaats vinden.

Architect en Bouwmeester van het eerste werk, de Heeren Kayser en Coppes verschenen weldra op het terrein, om ook dit tweede gedeelte te voltrekken.

Nauwelijks stond het daar, aan de Kapel geheel het aanzien van eene degelijke Bedevaartskerk gevende, of eene groote eer viel aan den steeds groeienden en bloeienden bouw ten deel.

Den 14 September 1884, zou Zijne Doorl. H oog waardigheid Monsei gneur Joannes Augustinus Faredis, Bisschop van Roermond, het mirakuleus O. L. Vrouwe-Beeldje der nabij gelegen Zuster-Kapel te Oostrum bij Venray, namens Zijne Heiligheid Paus Leo XIII gaan kronen.

De negentigjarige Kerkvoogd nam deze gels-, genheid te baat, om den lang gekoesterden wensch re vervullen van ook een» het nu zoo vermaarde Tienray te bezoeken, dat hij slechts in al de vroegere nietigheid en armoede gezien had.

Op gemelden 14 September kwam de Door-

ocr page 37

— 33 —

luchtige Pelgrim, zijne hooge jaren vergetende, 's morgens nuchter van Eoermond, om in Limburgs Klein Lourdes de H. Mis te leaen.

Om half tien was de extra-pelgrimstrein van Venlo het station Meerlo—Tienray genaderd, en nam de Doorluchtige Pelgrim, vergezeld vaa Mgr. Hoefnagels, President van het Seminarie te Eoermond en Mgr. Everts, Directeur van het bloeiend epvoedingsgesticht Eolduc, plaats in het schitterend gala-rijtuig van den Hoogwelgeboren Heer Frans Johan, Baron von Schloissnigg van Well, Kamerheer van den Keizer van Oostenrijk. De flere rossen schenen trotsch op de Hooge Pelgrims, die zij ter Bedevaart voerden.

Door eene laan vau hooge masthoornen, waaraan Neerlands driekleur wapperde, stapten zij moedig voort tot aan den eereboog, waar de gelukkige Herder van Swolgen den Doorluchtigen Prelaat en Beschermer van Tienray hartelijk welkom heette.

„Monseigneur, zoo sprak hij den Eerbiedwaar-digen, hoogbejaarden Pelgrim toe, wij allen jubelen van vreugde en geluk, nu wij Uwe Doorl. Hoogwaardigheid de voetstappen zien drukken van Uwe onvergetelijke Voorgangers Jacohics a Castro, Joannes Antonius de Robiano en Cornelius Richardus Antonius van Bommel, drie Door-

3

ocr page 38

luchtige IJveraars der eertijds zoo bloeiende devotie tot O. L. Vrouw de Troosteres der Be-drul-t'n alhier, van wie de annalen der oude Kapel zoo dikwijls gewag maken.

Naast de eerbiedwaardige namen dezer drie Doorluchtige Kerkvoogden, Monseigneur, zal voortaan ook Uw glorievolle naam Joannes Augus-tinus Paredis, met gouden hoofdletters in de archieven van Klein Lourdes staan opgeteekend, als een blijk onzer kinderlijke dankbaarheid voor al de gunsten en weldaden door Uwe D. H. aan Tienray's Heiligdom geschonken, het eerste heiligdom, Monseigneur, dat op Limburgs bodem, ja in gansch Nederland gebouwd, door Z. H. Paus Pius IX, onsterfelijker gedachtenis, met. alle gunsten en Aflaten der Baziliek van Lourdes verrijkt, en door Uwe D. H. aan de bijzondere vereering der Onbevlekte Maagd van Lourdes werd toegewijd.....quot;

Omstreeks 10 uur trad Z. D. TL, voorafgegaan van lieve bruidjes, herderkens, het zangerskoor en de beide kanunniken van zijn kathedraalkapittel, Mgr. Hoefnagels en Mgr. Everts, de feestelijk versierde Kapel binnen, om aan het prachtig Hoog-Altaar de H. Mis op te dragen, terwi;l Mgr. Hoefnagels aan het Altaar van O. L. Vrouw van Lourdes de Heilige Geheimen vierde.

ocr page 39

Na de Mis, waaronder het zangkoor passende feestzangen aanhief, besteeg de Eerw. Pater Lamberts, Minderbroeder uit het klooster van Venray, het spreekgestoelte, en hield met zijne gewone welsprekendheid eeae treffende predicatiegt; welke op de duizenden aanwezigen, die mede van hunnen eerbied, van hunne liefde en toegenegenheid voor onzen alom beminden Kerkvoogd blijk wilden geven, een diepen indruk maakte.

Met innige ontroering zag de vrome schare den hoogbejaarden Prelaat het Heiligdom verlaten. Op aller lippen zweefde toen de wensch van den Herder: „Moge de Hemel, die reeds zooveel voor Uwe Doorluchtige Hoogwaardigheid gedaan heeft, U met nieuwe gunsten overladen. IJ ondersteunen en versterken! Moge de Onbevlekte Maagd van Lourdes U verkrijgen nog vele jaren levens, ter liefde Uwer kinderen, tot stichting Uwer geloovigen, toe welzijn en bloei van Klein-Lour des.quot;

Wie zou, na al wat hier in de laatste jaren gebeurde, en wat deze dag te aanschouwen gaf, aan den verderen bloei van Tienray kunnen twijfelen ?

In 't verleden Ligt het heden En het heden, prachtig goed,

Zegt wat Tienray worden moet.

Zoo schreven wij op het einde van 188-t.

ocr page 40

— 36 —

Sinds dien is onze voorspelling in vervulling gegaan. Drie jaren later waren dezelfde Pastoor en dezelfde architect wederom ter plaatse, om nieuwe vergrootingsplannen te beramen. Men was tot de overtuiging gekomen, dat eene nagebootste Grot van Lourdes in de open lucht, ia onze Koordsohe streken, groote bezwaren oplevert. De helft van het jaar zou de afgematte en dikwijls verhitte Pelgrim, aan wind en koude, aan het guurste weder blootgesteld zijn.

Dat mocht niet.

Er werd dan zeer wijselijk besloten, de Kapel nogmaals en nu met eene Noordelijke kruisbeuk, eeaige onmisbare nevengebouwtjes en vooral een schoouen toren aan de Evangeliezijde van het koor, te vergrooten. In die kruiskeuk zou dan de Grot van Lourdes met een Grot-Altaar worden aangebracht.

Dat is in den loop van den zomer van 1887, tot groot genoegen van velen, gebeurt.

Tvree zaken immers lieten tot hieraan in Tienray te wenschen over.

Tienray had van Z. H. Paus Pius IX z. g., den Paus der Onbevlekte Ontvangenis, den hoogst ver.eerenden naam van Klein Lourdes ontvangen, en men zag er eigenlijk slechts bitter weinig, wat op waardige wijze, aan Lourdes herinnerde. Een beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes

ocr page 41

— STOP een zeer voorloopig AAtaar geplaatst, te midden van Ex-voto's van allerhande soort. Dat was alles.

Thans echter is dit heerlijk verbeterd.

Als gij de nieuwe beuk binnentreedt, verbeeldt ge u in Lourdes zelf te zijn. Gij bevindt u voor een groot rotsgevaarte. Uit eene hooge ni?, wenkt u het zedig beeld der Onbevlekte Maagd van Lourdes om biddend neer te knielen, even als Bemadette, de hoogbegunstigde, arme molenaarsdochter, die aan uwe linkerzijde, met het rozenhoedje in de eene, de kaars in de andere hand, en de oogen naar Maria opgêbeven, op een rotsblok ter neer geknield ligt. Rechts voor u is eene wijdgapende spelonk door een traliehek afgesloten, waarin eerlang, even als te Lourdes, het Altaar der Grot zal geplaatst worden.

Een tweede toestand riep eveneens om voorziening. Het eerbiedwaardig Mariabeeld, dat eeuwenlang het Hoog-Altaarvau Ticnrai/ versierd had, hoe keurig ook door den begaafden kunstenaar Jozef Thisstn van Roermond hersteld, was door den drang der omstandigheden en den ijver voor Onze Lieve Vrouw van Lourdes, geheel op den achtergrond geraakt. Een oningewijde wist het bijna niet meer te vinden. Ook dit mocht zoo niet blijven.

Sedert de grot in de kruisbeuk door den Heer

T

ocr page 42

Emile Biernaux van Namen, meesterlijk is afgewerkt, heeft het beeld van O. L. Vrouw van Tienray, de Trooster-es der bedrukten, de plaats ingenomen, welke tot hieraan op het zij-Altaar aan den evangeliekant aan het beeld van O. L. Vrouw van Lourdes gegund was.

Tot vreugde der pelgrims kunnen wij er bijvoegen dat het beeld van O. L. Vrouw van Tienray, de Troosteres der bedrukten, hier weldra zal prijken op een nieuw altaar.

Zoo schreven wij in 1888. In 1890, den 31 Mei, Openingsdag van het -loO-jarig Jubelfeest van O. L. Vrouw van Tienray, de Troosteres der bedrukten, prijkte het reeds in een nieuw altaar, fraai bewerkt door de zoo gunstig bekende beeldhouwers, de Gebrs. De Kort, van Vucht, in Noord-Brabant.

Biermede zal de godsvrucht der pelgrims, weer voor een oogenblik bevredigd zijn. Het vrome hart zal echter spoedig wederom zeggen: Nu moet er een offertje gebracht worden ter eere van den H. Joseph, opdat zijne prachtige beeltenis ook weldra op een prachtig nieuw altaar prijke. Aan deze vrome wensch ig reeds voldaan. Den late Maart, de maand aan de bijzondere vereering van den H. Joseph toeegwijd, zullen de oogen der pelgrims zich reeds kunnen verlustigen in de aanschouwing van een nieuw

ocr page 43

altaar, een waar kunstgewrocht, verfaardigd door de kundige hand van den zoo gunstig bekenden beeldhouwer, Jozff Thissen van Roermond, naar de teekening van den Heer architect Kayser , thans wonende te Maastricht. Schoon en zielroerend is tevens de groep welke onder het altaarblad is aangebracht, voorstellende den heiligen Joseph in levensgrootte op zijn sterfbed liggende, door Jezus en Maria getroost, ondersteund en bijgestaan.

Tot 1887 lag de Kapel onder de omringende boomen als verborgen. Heden verheft zich een slanke Eomaansche toren, die, zooals het behoort, van den grond af, hoe langer hoe rijker wordt, aan de Noordzijde van het koor, meer dan drie en veertig meter hoog in de lucht. Statig over-schouwt hij velden en bosscaen. Met ongeduld wacht hij op zijn tweelingbroeder, die aan de andere zijde van het koor verrijzen moet, om met hem, de uit alle streken opdagende Pelgrims toe te roepen:

Hier is het land van Onz Liev' Vrouw Die troost in droefheid en in rouw,

In alle wonden olie giet,

En hulp in alle nooden biedt.

ocr page 44

— 40 —

0. L. VROUW VAN TIENRAY.

In 1890 brak voor Tienray's Heiligdom wederom een nieuw tijdperk aan. Eet was nu 450 jaar geleden dat de achoone devotie tot het aloude genadebeeld, de Troosteres der h° drukt en. te Tienray, een aanvang had genomen. Deze gewichtige gebeurtenis, mocht niet onbemerkt voorbijgaan. Een prachtig en stichtend Jubilé moest de devotie tot het aloude Genadebeeld meer en meer doen herleven in de harten der godvruchtige pelgrims.

Op aanvraag van den herder der Parochie Swolgen—Tienray, den ZeerEerw. Heer J. B. H. Maessen, verleende Z. H. Paus Leo XIII aan alle pelgrims die de Genadekapel van Klein-Lourdes zouden bezoeken en da4r, na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidden tot voortplanting des geloofs en tot intentie van Z. H. den Paus, de volgende aflaten:

1° Een vollen aflaat aamp;n alle bedevaarten, congregatiën, heilige familiën, van af 31 Mei tot en met 15 Augustus.

ocr page 45

— 41 —

2° Een volle aflaat aan alle vrome pilgrims, van af den 15 Augustus tot en met den 15 September, den onvergetelijken dag van het plechtig Sluitingsfeest van het Jubilé.

Het was op dezen schoonen dag dat er eene indrukwekkende gebeurtenis plaats had, die de plechtigheid van hei Sluitingsfeest merkelijk verhoogde. Bene jonge Dame van.Vierssen, Ca-tharina Hamm geheeten, wier aangezicht door den worm of kanker steeds 10 jaren vreeselijk was mismaakt, kwam eindelijk, na vruchteloos de bekwaamste heelkundigen van Duitschland ingeroepen en meermaals de pijnlijkste opera, tiën onderstaan te hebben, naar Tienray. Groot was haar betrouwen op ü. L. Vrouw van Lour-des, de h'houdenis der krankrn, de hnop de* ho-peloozen, want 15 maal bezocht zij Tienray's Heiligdom, en de heilige Maagd verhoorde eindelijk hare beden. De negen wonden en gaten die zij, bij hare eerste komst te Tienray, in haar aangezicht had, genazen; hare neus half weggevreten door den kankerachtigen worm groeit wederom in hare vroegere gedaante bij, zelfs de litteekens der vroegere operatiën verdwenen langzamerhand.

Geheel hersteld en volkomen genezen kwam zij op het Sluitingsfeest van het Jubilé naar Tienray en bracht met een gevoel van diepe

ocr page 46

dankbaarheid een meterlange zilveren rozenkrans met gouden draad, hart en kruisbeeld, aan O. L. Vrouw van Lourdes ten geschenke. Met diepe ontroering aanvaarde de Herder der Parochie dit allerkostbaarst geschenk, en noodigde de massa pelgrims uit met deze gelukkige Dame, God en Maria hartelijk dank te zeggen voor hare wonderbare en geheele genezing.... Deze korte maar diep gevoelde toespraak deed menige traantjes uit de oogen der vrome pelgrims vloeien. Geloofd en geprezen zij Jesus Christus en zijne onbevlekte Moeder, in eeuwigheid.

Dit Jubilé is een der schoonste bladzijde van Tien ray's Heiligdom, cns Klein Lourdes. Maria heeft er in die jubeldagen ontelbare geestelijke en tijdelijke gunsten aan hare vrome vereerders uitgedeeld. Met innig genoegen en volkomene zekerheid mogen wij melding maken van drie. plotselinge, genezingen van ongeneesbare kwalen, die in de Kapel bij Maria's beeltenis hebben plaats gehad. Ben blind geboren kind van circa drie jaren genas plotseling op de armen der moeder. Eene jonge vrouw van Asselt bij Soer-mond, die vijf jaren lang ouder behandeling van verscheidene dokters was geweest en vreeselijke pijnen leed, moest eindelijk eene allergevaarlijkste operatie onderstaan. Zij kwam met de processie van Swalmen den 5 Juni naar Tienray

ocr page 47

en genas plotseling onder de plechtige hoogmis. Tot heden den 1 Januari 1893 is zij nog volkomen gezond, ook de gelukkige Josephine Lirré van Hardt, bij Glsdbaoh, genas van hare hoofdkwaal die haar belette in het klooster als novice aangenomen te worden, na de pontificale Hoogmis den alraachtigen opgedragen door Z. D. H. Mgr. Boermans, den 16 Juli 1890.

Tijdens het Jabilé kwamen naar ons heiligdom Klein Lourdes, om Maria de Troosteres der bedrukten, hunne hulde te brengen, de volgende processiën, HH. Familiën, Congregatiën en Bedevaarten :

1. Bij het openingsfeest van 't Jubilé, de Jeugd van Swolgeu.

2. De Congregatie der jonge dochters en de kinderen der Zusterschool van Arcen.

3. De Bedevaarten van Well, Wellerlooi eu Geysteren.

4. De processie van Swalmen, den 5 Juni.

5. De Studenten van het Gymnasium vau Venray met hunne professoren en 18 Fraters, den 21 Juni.

6. De processie van Sevenum, 2 Juli.

7. De processiën van Reuver, Beesel, Kessel en Belfeld, den 7 Juli.

8. De H. Familie van Horst, 13 Juli.

9. Onzen geliefden Bisschop Mgr. Boermans;

ocr page 48

Mgr. Hoefnagels, Vicaris-Generaal en President van het Groot Seminarie; den Z.E. Heer Geene, Pastoor-Deken van Horst; de WelEervc. Heeren Notermans, Pastoor van Venray, feestredenaar; J. L. Meertens, Pastoor van Tegelen, ceremo-niarius; L. A. J. Smidts, Pastoor van Blerick ; G. J. Wijnhoven, Pastoor van Sevenum; J. P. van der Steen, Pastoor van Meerloo; M. Bille-kens, Pastoor van Broekhuizenvorst; P. J. Swil-lens, Pastoor van Broekhuizen; J. Janssen, Pastoor van Geysteren; L. P. J. V. Oomeu, Pastoor van Lottnm; G. Lemmens, Pastoor van Grubbenvorst; A. Grubben, Pastoor van Well; Eerw. Paters Pieters, Franc, te Venray, Dr. Pater Dorotheus Cornelissen, Dr. Pater Bernar-dinus, Klumpen; de WelEerw. Heeren B. Jans-sien. Pastoor van Wellerlooi; L. A. M. Vallen, Kapelaan van Horst; N. H. Brune, Kapelaan van Blitterswijk; J. Geurts, Kapelaan van Helden; P. M. Litjens, Kapelaan van Swolgen; A. P. H. Cuypers, Pastoor van Wanssum; Ant. Geurts, Student in de letteren te Amsterdam; J B. H. Maessen, Pastoor van Swolgen, den 16 Juli.

10. De Congregatie van Blerick, den 16 Juli.

11. Het bloeiende pensionaat van Grubben-vorst, den 13 Augustus.

12. De processie va» Swolgen, den 15 Augustus.

ocr page 49

1-

— 45 -

;nt 13. De processies van Meerloo en Blitters-

ne, wijk, den 17 Augustus.

•en 14. De processies van Wanssum en Geyste-

ir; ren, den 18 Augustus.

lo- ; 15. De Congregatie van Harst, drie Zusters ;k ; en Josephine Livré, den 18 Augustus. F. 16. De Congregatie van Gennep, den 1 Sept. Ie- ! 17. De H. Familie van Blerick, den 7 Sept. ril- 18. De processie van Horst, den 8 September. ;n, 19. De processies van Broekhuizenvorst, Broeken, kuizen, Lottum en Arcen, den 14 September, •an 20. Bene bedevaart Dames van Vierssen, met ill; de genezene. Catharina Hamm, den 15 September. Dr. Skiitmgbfeest van het Jubilé.

ir-

Orde der Heilig» Diensten.

is-

en, De HH. Missen beginnen op de gewone Vrijman dagen door het jaar tea 8 /i en 9 ure. Valt een el- feestdag op Vrijdag, dan Hoogmis te 10 uren, uit-A. genomen Allerheiligen, Allerzielen, Kerstmis ea ut. Driekoningen op welke dagen (Vrijdagen) noch-J tans ten 10 ure eene stille Mis gehouden wordt, ili. D» Feestdagen waarop plechtige diensten te ili. Klein Lourdes gehouden worden, zijn de volgende: in- 1. Op O. L. Vrouw Lichtmis, 2 Februari, Vroegmis om 8' i Hoogmis om 10 ure, waar-us. onder Preek. Extra-trein, vertrek Venlo 9.1 's morgens.

i

ocr page 50

— 46 -

2. Op 't Peest van den H. Joseph, 19 Maart, namelijk wanneer dit feest op een Vrijdag valt, anders den eerstopvolgenden Vrijdag 9Va ure.

3. 's Vrijdags voor den 4en Zondag in de Vasten, Vroegmis S'/i, Hoogmis 10 ure met Preek. Extra-trein.

4. Op O. L. Vrouw Boodschap, 23 Maart, Vroegmis S'A, Hoogmis met Preek te 10 ure.

N B. Valt dit feest op een dag in de Goede Week, dan wordt de plechtigheid verschoven tot op Maandag na Beloken Paschen. De aflaat blijft te verdienen den 25 Maart. Extra-treiu.

2. Op den 31 Mei: Sluiting der Meimaand en sedert 1878 Pelgrimstocht van Well, Hoogmis met Preek ten 9,|i ure. Valt de laatste Meidag op een Zon- of Feestdag of op de Vigilie van Pinksteren, dan heeft de Pelgrimstocht den laat-sten Vrijdag van Mei plaats.

6. Op O. L. Vrouw Bezoeking, 2 Juli. Hoogmis ten 9 ure. Valt dit feest op een Zondag, zoo wordt de plechtigheid niet op Zondag, maar op den eerstkomenden Vrijdag gehouden. Hoogmis ten 97* ure.

7. Op O. L. Vrouw van den Berg Carmel 16 Juli. Op dezen dag wordt het JAARFEEST tot herinnering der laatste verschijning van Onze Lieve Vrouw aan

ocr page 51

Bernadette in de Grot te Lourdes aller -plechtigst gevierd, ook als het op Zondag valt. Extra-trein, vertrek Venlo 9.1.

Vroegmis om S'/i, Hoogmis om 10 ure.

8. Op 0. L. Vrouw Hemelvaart, 15 Augustus, Processie van Swolgen en Tienray. Vroegmis ten 8, Hoogmis ten 10 ure, na aankomst van den extra-trein der Dnitsche pelgrims.

9. 's Vrijdags onder deze Octaaf, Hoogmis ten 9l/i ure.

10. 's Zondags onder deze Octaaf, Processie van Meerloo. Vroegmis ten S'/s, Hoogmis ten 10 ure. Extra-trein.

11. Op O. L. Vrouw Geboorte, 8 September, Processie van Horst. Vroegmis ten B'/a, Hoogmis ten 10 ure. Extra-trein.

12 's Vrijdags onder deze Octaaf. Vroegmis ten 8f/i, Hoogmis om 9l/-t ure, op de overige dagen dezer twee Octaven dagelijks Mis om 9 ure.

13. 's Zondags onder deze Octaaf, Hoogmis ten 10 ure. Extra-trein.

14. Den 2 Zondag van October, feest der vroegere Kapelwijding en kermis te Tienray. Hoogmis ten 10 ure. Extra-trein.

15. De Opdracht van O. L. Vrouw in den Tempel, den 21 November, Hoogmis ten 9 ure. Valt dit feest op een Zondag dan wordt dit feest uitgesteld tot den opvolgenden Vrijdag.

ocr page 52

16. Op O. L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis, 8 December, Vroegmis om B'A, plechtige Hoogmis met Preek om 10 uur. Extra-trein. -—lt;gt;•-£gt;-•--

Kort verhaal der verschyningen van O. L. Vrouw van Lourdes.

(Het zal zeer nuttig ivezen dit verhaal te lezen alvorens de Novene te beginnen).

Den 11 Februari 1858 is in de Annalen der vereering van Maria een onvergetelijke dag. Op dien dag verscheen de .H. Maagd aan een eenvoudig, nederig, veertienjarig meisje te Lourdes, in het Zuiden van Frankrijk, aan den voet der hooge Pyreneeën. Haar eenige schat was die harer godsvrucht en zuiverheid. Zij kon zelfs niet lezen noch schrijven. Haar naam was Ber-nadette Soubir-ous,

Op gemelden 11 Februari, omstreeks 11 uur voormiddag, werd de arme dochter Soubirous met hare zuster en eene andere gezellin deor de moeder uitgestuurd, om op d«n gemeentegrond van Lourdes wat dor hout te sprokkelen.

De drie meisjes waren tot dit einde naar het riviertje de Gave en de Massabielle-rots gegaan, hopende daar spoedig den noodigen voorraad te vinden.

ocr page 53

— 49 —

Eensklaps hooit Bernadette als het geruisch van een hevigen wind.

Daar alles stil was, werd zij ontsteld, sloeg echter verder geen acht op dit buitengewoon verschijnsel.

Toen kort daarop ditzelfde gedruisch zich ten tweeden male liet hooren, verhief zij het hoofJ, en verbaasd liet zij eenen gil, dien zij aanstonds onderdrukte.

Toen zij opzag naar de wondervolle vertooning, welke zich voor haar oog ontrolde, viel zij bevend op de knieën.

Wat was er gebeurd?

Eene Vrouw van Hemelsche schoonheid stond vóór haar, in de rotsholte. De bloei der jeugd, opgeluisterd door alles, wat de andere tijdvakken des levens bekoorlijks hebben, versierde haar hoofd. Goedheid en zachtaardigheid zweefden op hare lippen. Zij droeg een lang kleed, witter dan de sneeuw. Een hemelblauwe gordel omgaf hare lenden, en daalde van voren af tot nabij hare voeten, waarop twee zinnebeeldige gouden rozen zich ontplooiden. Een witte sluier omsloot haar hoofd, en bedekte hare schouderen en het bovengedeelte der armen. Tusschen hare vingeren ontrolde zij een Eozenkrans, zonder hare lippen te bewegen. De koralen, blank als ivoor, waren

4

ocr page 54

— 50 —

met eene keten van het schitterendste goud aan elkander gehecht.

Zij maakte het teeken des H. Kruises, niet als een sterveliug, maar zooals slechts een Hemeling dat maken kan.

Bernadette teekende zich insgelijks met het teeken der Verlossing, en begon den Rozenkrans te bidden. Nauwelijks had zij dien geëindigd, of de geheimvolle Vrouw verdween uit hare oogen.

Achttien keeren begunstigde Zij het bevoorrecht meisje door haar bovennatuurlijke tegenwoordigheid. Bij enkele dezer verschijningen deed zij aan het kind mondelinge mededeelingen, waarop wij, bij de overwegingen der Noveen, de aandacht vestigen. Eens deed zij in de nabijheid der grot eene waterbron ontspringen, waar van te voren niet de geringste sporen eener bron geweest waren, Ea die bron werd eene wonderbare heilbron, niet slechts voor Lourdes, maar voor alle oorden der wereld, waar het Water van Lourdes werd heengevoerd.

Onder deze oorden bekleedt Tienray eene voorname plaats. Duizenden en duizenden kwamen daar van het Wonderwater tan Lourdes halen, velen keerden dankbaar weder, en legden met tranen in de oogen getuigenis vau hunne- of hunner dierbaren genezing af.

De geheimzinnige Vrouwe openbaarde aan

ocr page 55

— 51 —

Bernadette rersohillende geheimen, die haar alleen raakten, en die zij aan geen sterveling mocht mededeelen.

Den 23 Februari beval Zij haar naar de Priesters te gaan, opdat zij zorgen zouden, dat Haar op de plaats der verschijning, eene Kapel gebouwd wierd. Reeds vroeger had zij den wensch uitgedrukt, dat zij daar veel volk hoopte te zien.

Op den feestdag van O. L. Vrouwe-Boodsohap^ den 25 Maart, werd Bernadette door eene inwendige stem onweerstaanbaar naar de grot geroepen. Zij vertrok aanstonds, en volgens gewoonte, werd zij door eene groote menigte volks gevolgd. Nauwelijks was zij neergeknield, of zij zag de Verschijning, schitterend van Hemelglans en van een onbeschrijfelijken straalkrans omgeven. Op het zien van deze hemelsche schoonheid is Bernadette aid los gemaakt van de aarde. Ia zaligende geestverrukking verstout zij zich de verschijning toe te spreken; O Vrouwe, wees zoo goed en zeg mij, wie Grij zijt, en hoe Gij heet?

Ddemaal herhaalde zij dezelfde vraag, zonder ander antwoord dan een minzame en welwillende glimiach. Toen Bernadette ten vierden male dezelfde vraag tot de Verschijning richtte, ontsloot de edele Vrouw hare handen, ea liet haren hagelwitten Rozenkrans met gouden keten langs haren rechter arm afglijden. Zij opende dan hare

ocr page 56

beide armen, liet ze een weinig naar den grond afzakken, als wilde Zij hare maagdelijke handen, met zegeningen gevuld, aan de aarde toonen. en geheel het menschen-geslacht in hare Moederliefde omhelzen. Vervolgens vouwde zij wederom hare handen, hief ze ten Hemel op, en met een gevoel van diepe dankbaarheid ten hooge blikkende, sprak Zij ;

IK BEN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

Na deze woorden gesproken te hebben, verdween Zij, eu het kind bevond zich voor de woeste rots.

Nadien verscheen de H. Maagd nog tweemaal aan Bernadette, voor het laatst op den feestdag van O. L. Vrouw van het Scapulier, den 16 Juli, toen Zij haar, zonder meer te spreken, nog zachtjes toelachte en haar engelachtig hoofd naar haar nederboog, als om haar een laatst vaarwel tóe te roepen.

Langen tijd sloeg niet alleen de wakkere Pastoor van Lourdes, de Eerwaarde Heer Peyra-male, maar ook zijn Bisschop, Mgr. Laurence van Tarbes, het gebeurde bij de Massabeille-rots met de grootste omzichtigheid gade, zonder lam gevoelen over deze buitengewone feiten uit te drukken.

Eindelijk benoemde de Bisschop eene commissie, om al het voorgevallede nauwkeurig te onderzoeken.

ocr page 57

— 53 —

Hij handelde hierin geheel volgens den geest der H. Kerk, die nooit overgaat tot het goedkeuren van zulke feiten, dan nadat o^k de geringste twijfel is opgeheven.

Den 18 Januari 1862 vaardigde de Bisschop een Mandement uit, waarin Hij zeide; Wij oor-deelea, dat Maria, de Onbevlekte Moeder vau God, wezenlijk verschenen is aan Beraadette Soubirous, den 11 Februari 1858 en volgende dagen, tot achttien malen toe, in de Messabielle-rots bij de stad LourJes; dat deze verschijning alle kenmerken der waarheid draagt, en dat er voor de geloovigen grond bestaat, om haar voor zeker te houden.

Wij staan in ons Bisdom de vereering van O. L. Vrouw van Lourdes toe ... en ingevolge den herhaaldelijk bij de verachijniuguitgedrukteu wil van de H. Maagd, zijn wij voornemens op het terrein der ijrot, dat het eigendom der Bisschoppen van Tarbes geworden is, een Heiligdom te bouwen.

Die opbouw zal, wegens de lastige ligging en de ruwheid van den bodem, veel werk en betrekkelijk groote kosten vorderen. Alzoa hebben wij, om ons godvruchtig plan te verwezenlijken, de medewerking noodig van de Priesters en geloovigen van ons Bisdom , van de Priesters en geloovigen van Frankrijk en het buitenland, enz.

ocr page 58

Dank aan de offervaardigheid van de geheele katholieke wereld, verheft zich reeds sinds jaren, daar, waar vroeger niets was dan eene woeste onbekende rots, eene prachtige kerk aan O. L. Vrouw van Lonrdes gewijd.

De H. Maagd had slechts eene kapel gevraagd. De liefde en dankbaarheid harer kinderen bouwden Hasr eene rijke kerk, die nu reeds te klein geworden, weldra eene tweede ter eere van O. L. Vrouw vim den Rozenkrans, aan hare zijde zal zien oprijzen.

De naam van Lourdes was vóór 1858 bijna onbekend: nu is hij niet alleen in Europa vermaard, maar ook over de zeeën in hooge eer, en doet hij, de geheele wereld door, de harten der kinderen van Maria, ja alle katholieke harten, van vreugde kloppen.

Iets over Novenen.

Ik heb nog nooit een Noveen gehouden; ik weet zelfs maar half wat eene Noveen is, en hoop toch in den Hemel te komen! zegt gij wellicht, waarde Lezer.

Dat hopen wij ook, en zal u ook wel lakken, als gij maar de Geboden zorgvuldig naleeft; vooral wanneer gij daarbij nog eene welgemeende en warme vereering voor Maria hebt.

ocr page 59

Dit belet echter niet, dat eene Noveen of eene negendaagsche oefening van het een of ander goed werk, b.v. van eene verstandige Bedevaart, van vasten, van zekere gebeden, zeer aan te prijzen is, wanneer men eene bijzondere gunst van God wil verkrijgen.

Onze Moeder de H. Kerk keurt dit goed, en spoort er zelfs toe aan. En hoe kan het anders? Wie met geloof tn vertrouwen eene Noveen houdt, ja zelfs de eene Noveen aan de andere sluit, is dat de mau niet, van wien de Heer zegt; Si perseveraverit pulsans, zoo hij aanhoudt met kloppen, dico vohis, ik zeg het u, dabit HU quolquot liab't necessarios; hem zullen zooveel brooden gegeven worden ala hij noodig heeft ? (Luc. XI, 8.)

Onze Lieve Vrouw van Lourdes schijnt vooral behagen te scheppen in de Haar ter eere gehouden Novenen. Wanneer men de Geschiedenis en de Annalen van LourJes leest, springt het in het oog, dat daar slechts zelden een wonder gebeurde, tenzij onder of na eene Noveen.

Wilt gij dus de eene of andere bijzondere gunst door de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van Lourdes verwerven, houd dan met vertrouwen eene Noveen, of zelfs Noveen op Noveen. Verricht dan dagelijks eenige Gebeden tot hare eer, maar nogmaals, doe dit met een onbegrensd

ocr page 60

— 56 —

vertrouwen, het woord gedachtig, dat de Heer zoo menigwerf tot de geheilden sprak: fides tua te salvum fecit, uw geloof heeft u gezond gemaakt. Wees overtuigd, dat, zoo het u zalig is, u de gevraagde gunst zal verleend worden, en is u dit niet zalig, u iets anders, wellicht nog meer dan het gevraagde zal gegeven worden.

Nader ook gedurende de Noveen met godsvracht tot de heilige Sacramenten. Slechts aan zijne vrienden zal God zijne bijzondere gunsten laten toekomen.

Zijt gij zie);, drink dan van het water van Lourdes, en wasch daarmede vooral het zieke deel uws lichaams. Wat de Onbevlekte Maagd tot Bernadette zeide: Drink van het water der bron en wasch u daarmee! schijnt Zij tot allen te zeggen, die door Onze Lieve Vrouw van Lourdes hulp en genezing verwachten.

Water uit de wondervolle heilbron van Lourdes kunt gij in de Kapel van Tienray bekomen, zoo dikwijls er de Heilige Dienst verricht wordt; op de andere dagen bij den koster Litjens.

Ook is het goed u in de Broederschap van Onze Lieve Vrouw van Lourdes te laten inschrijven, waarvoor dan telkens gelegenheid bestaat.

Om u de Noveen gemakkelijker te maken, kunt gÖ u van het volgende bedienen.

ocr page 61

Op den eersten dag der Noveen.

Gebed ter voorbereiding.

God H. Geest, verlicht mijn verstand en ver-■warm mijn hart door het vuur uwer goddelijke liefde, opdat ik mijn Heer en mijn God steeds ineer en meer beminne; mij meer en meer door-driuge van de noodzakelijkheid van mijne zaligheid en alle mijne plichten met onafgebroken ijver te behartigen; maar vooral, schens mij de genade, dat ik steeds een waar kind van Maria moge wezen. Haar liefhebbe, zooals de Heiligen Haar hebben lief gehad, om in leven en dood, barer bescherming en gunsten deelachtig te zijn. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet, Maria.

OVERWEGING.

O. L. Vrouw van Lourdes en de christelijke eenvoudigheid.

In het Zuiden van Frankrijk, in een bekoorlijk dal aan den voet der Hemelhooge Pyreneeën, ligt het klein stadje Lourdes, dat tot 1858, bijna aan niemand bekend was, en thans niet slechts in Europa, maar tot ver over de zeeën met eerbied genoemd wordt.

ocr page 62

— 58 —

Louriïes telt nti onder de meest bevoorrechte plaatsen van Maria, waar jaarlijks duizenden en duizenden uit alle oorden der wereld komen nederknielen, om de Heilige Onbevlekte Maagd op bijzondere wijze te vereeren, hare machtige voorspraak en hulp af te smeeken.

Welke groote gebeurtenis heeft dien breeden wereldstroom van Pelgrims daar heen gevoerd ?

Op den laatsten Donderdag vóór de Vasten, op vele plaatsen, ook iu ons Limburg, Vetten Donderdag genaamd, zag het alles behalve vet uit in de nederige woniug der echtelieden Pranciscus Soubirous en Louisa Castérot te Lourdes. Het sloeg elf uur op de torenklok van Lourdes, en nog flikkerde er geen vonkje aan den dooden haard van den eerzamen Soubirous , die uit armoede, den dierbaren molen, welken hij vroeger bemaalde, had moeten vaarwel zeggen, om als eenvoudig daglonner voor zijne vrouw en zijne kinderen den kost te winnen.

Moeder Soubirous zond dan hare twee dochtertjes Bernarda, gewoonlijk Bernadette geheeten, een meisje van omstreeks veertien jaren, en Maria even buiten de stad, om op de boorden van het riviertje de Gave, wat dor hout te sprokkelen.

In hare, tot op de lenden afdalende hoofdkapsels gehuld, huppelden zij, aan de zijde van

ocr page 63

een buurmeisje, Joanna Abadie, op hare klompjes vroolijk naar buiten.

Nabij de Massabielle-rots, zooveel als de oude rots, waren Maria en Joanna reels ijverig aan het werk, terwijl Bernadette nog bezig was zich van hare kousen te ontdoen, om barrevoets door de bijna droge rivier te waden.

Eensklaps schrikt zij op, als bij het gesuis van een hevigen wind, dat slechts een oogenblik aanhoudt. Nauwelijks heeft zij dc hand aan hare tweede kous geslagen, of zij hoort andermaal hetzelfde gedruisch. Ontsteld ziet zij op naar de rots, die tegen haar over is, en wat ontwaart haar oog?

In eene nis, boven eene wijdgapende rotsspelonk, ziet zij eene verrukkende Hemelgestalte, van ongekenden glans omstraald.

Onwillekeurig laat zij eenen gil, die echter in de keel verstikt, en zinkt, half verschrikt en half opgetogen, eerbiedig op hare knieën.

Zij blikt en herblikt en verzadigt haar oog aan Hemelsche schoonheid.

Vóór haar staat in dea vollen glans der eerste jeugd, met hovenaardsche zedigheid op hei gelaat, eene vrouwengestalte van middelbare grootte. Iets, wat al het aardsche overtreft, schittert in hare zachte, blauwe oogen, en op haar engelachtig ovaal gelaat. Eene aantrekkelijke afsclie-mering van Gods goedheid en Majesteit zweeft

ocr page 64

op hare lippen en haar onbewolkt en ongerin-peld voorhoofd.

Haar kleed, zoo wit als de blanke lelie, daalt met golvende plooien bevallig op haren maagdelijken voet, waarop eene geheimzinnige gouden roos in schitterende pracht geopend ligt. Met dezen voet rust zij zachtjes op den twijg van eenen wilden rozelaar.

Haar hoofd is zedig omsluierd, en de witte wijle, welke hare schouders en bovenarmen bedekt, strekt zich van achteren bijna tot aan den zoom van haar kleed uit.

Hare lenden zijn door eenen Hemelblauwen gordel omsloten, waarvan de beide uiteinden van voren schier hare voeten raken.

Noch kroon, noch halssieraden, noch armbanden, slechts een rozenkrans, blank als ivoor, met gouden keten, schittert tusschen hare ten Hemel geheven handen.

Majestatisch, maar eenvoudig, vertoont zich de Onbevlekte Maagd — want Zij is het — aan de eenvoudige Bernadette

Is het niet, alsof zij aan de weelderige wereld onzer dagen en ook u toeroept: Beati pauperes spiritu, quoniam ipsorum est regnum ccelorum?

Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het rijk der Hemelen ?

Hoe is het? Deelt ook gij niet in het alge-

ocr page 65

— 61 —

meene euvel des tijds van te willen schitteren en u boven uwen stand verheffen?

Dan maakt gij te vergeefs aanspraak op den eeretitel van kind van Maria.

Heerscht een passende, christelijke eenvoudigheid in uw huis, uwe kleeding, in geheel uw bestaan?

Of bemint gij de ijdelheid, overdreven opschik en wellicht tot zondige doeleinden?

Hoe verschilt gij dan yan de nederige en eenvoudige Dienstmaagd des Heeren? Hoe durft gij dan hare bijzondere bescherming en gunsten hopen?

O, Heilige Maagd, ik zal den zieken tijdgeest onzer dagen, die de oorzaak is van zooveel kwaad en zooveel rampen, niet verder volgen. Ik zal mij, U ter eere, meer en meer op de christelijke eenvoudigheid en nederigheid toeleggen en mij steeds herinneren, dat God den hoovaardige weerstaat en aan den nederige zijne genade schenkt.

H. Maagd, verwerf mij hiervoor de noodige genade!

(Lees vervolgens, tot opwekking van uw vertrouwen, de volgende treffende gebeurtenis.)

Plotselinge genezing van Frits Dupont te Swol gen

den 21 Januari 1880, waarvan ik J. B. H.

Maessen, Pastoor, ooggetuige geweest hen.

Frits Dupont, oudste zoon van de Weduwe Dupont, wonende op het gehucht de Gun, onder

ocr page 66

— 62 -

Swolgen, had, den 15 Januari 1880, eene hevige ontsteking in de beide longen gekregen, door te werken in de koude sneeuw, die zijn geheel lichaam verkleumd had. Vnl geloof, nam hij aanstonds zijne toevlucht tot O. L. Vrouw van Lourdes, de Behoudenis der kranken, en gebruikte met een bewonderenswaardig vertrouwen, het miraculeus water, voortkomonde uit de wonder-bron te Lourdes. Den 18 Januari, (Zondag) werd zijn toestand zoodanig, dat ik mij verplicht zag hem spoedig de Sacramenten der stervenden toe te dienen.

'sMaandags, 19 Januari, was hij nog erger; hij kon nauwelijks meer ademhalen, schier «een druppel water tot zich nemen, 's Woensdags. 21 Jan. kwamen er nog hevige toevallen bij. Dit verzwakte hem zoo zeer, dat hij zijn bewustzijn verloor. Omstreeks half twaalf 's ochtends, werd zijn toestand hopeloos, en ik gaf dit aan zijne diepbedroefde moeder te kennen.

De menschen van 't gehucht de Gun, die in dergelijke omstandigheden altoos de handen in elkander slaan, om een ongelukkigen nabuur te helpen, waar en hoe ze slechts kuuudu, deze droevige tijding vernemende, gebruikten in alle haast hun middagmaal, en omstreeks één uur vertrokken zij, ten getale van 16, hartelijk biddende, naar de genadekapel Klein Lourdes, te Tienray, om door de machtiije voorspraak van Haar, die de H. Beruardus de Hojp der hopeloozen noemt, de gezondheid terug te bekomen van hem, die hun allen zoo dierbaar was.

Omstreeks half twee kwam ook de Dokter E.....

van Venray den zieke bezoeken. Hij naderde hem, onderzocht hem allernauwkeurigst en verklaarde daarna aan de moeder, dat alle hoop op

ocr page 67

behoud van haar zom verdwenen was. De jonfife man lag dan ook werkelijk zieltogend met, den reutel in de keel. De moeder hierover tot in de ziel ontroerd, zeide: Maar, Dokter, sterven! . . . . Ja, antwoordde de Dokter, hij is reeds half doo I, en zal zeer zeker dood fijn vóór ik te Meerlo hen. (tóeerlo ligt op een afstand van slechts een halve uur gaans.) Welnu, Dokter, sprak de moeder, dan zullen wij toch nog iets anders beproeven ter genezing van mijn zoon.

De Dokter reed weg, en de huisgenooten lgt;e-gonnen den Kozenkrans te bidden. Eu zie wat gebeurt er? Nauwelijks hadden zij het eerste Bozenhoedje geëindigd, en konden de 16 geburen eenige minuten te Klein Lourdes bezig zijn geweest met bidden, of daar opent de stervende eensklaps zijne oogen, ziet in het rond, en zegt tot zijne moeder: Moeder, ik sta op; geef mij mijne broek. — Neen, neen, frits! gij moet te bed blijven! zei de moeder. — Moeder, ik ben weer goed, waarom zou ik te bed blijven ? sprak Frits. De moeder voldeed aan zijn verlangen, en reikte hem de broek toe. Prits trok ze aan, en stapte uit het bed. Moeder wilde hem ondersteunen, doch het was niet noodig; geheel alleen verliet hij het slaapvertrek, en ging naar eene andere kamer. (De twee laatste dagen kon hij zulks slechts met behulp van twee personen). — Daar plaatste hij zich bij eene warme kachel, en vroeg belangstellend aan zijne moeder: Och, moeder, zeg mij toch eens: wat is er te Tienray gebeurd ? De voorzichtige vrouw antwoordde: Ja, Frits,

wat zou er te Tienray gebeurd ziln?..... Och,

moeder, zeide Frits hierop, er is te Tienray iets gebmrd; maar ik weet niet wat; ik kan h't nie'. zeggen. Ja, Frits, zei de moeder, 16 geburen

ocr page 68

— 64 —

zijn voor u naar Tienray gegaan om te bidden. Glimlachende zeide hij: Zoo, zoo! ha, ja! — Nu kreeg Frits lust een pijp te rooken. Moeder gaf ze hem over; hij ontstak ze, en Frits rookte smakelijk zijn pijpje. Hij stopte ze zelfs nog een tweedemaal. Intnsschen verlieten de 16 geburen Klein Lourdes, en, hartelijk biddende, keerden zij huiswaarts. O, hoe verheugd waren zij, bij de Weduwe Dupont nog altoos de vensters geopend te zien, want ook zij, even als de Dokter, dachten Frits bij hunne terugkomst dood te vinden. Doch, de algoede God had het anders beschikt. Binnentredende vonden zij Fritj smakelijk zijn pijpje rookende. Zij kouden hnnne oogen niet gelooven. De vreugde des huizes was groot; zij namen er deel aan, en loofden en dankten Jezus en zijne Unbevlekte Moeder, die hnnne wenschen en gebeden verhoord hadden. — O, wat spijt hadden de overige geburen, dat zij niet van het getal diergenen geweest waren, die te Klein Lourdes zoo zeer hadden medegewerkt tot Frits' spoedige en volkomene genezing. — Frits at en dronk daarna. (De twee laatste dagen had hij, slechts met moeite een druppeltje water van Lourdes kunnen binnen halen.) Doch eenige oogenblikken later had er bij Frits eene omstandigheid plaats, die ondertnsschen niet vreemd is ua eene plotselijke genezing. Frits rekte zich op eens, op zijn stoel gezeten, uit, en viel op den vloer neder; men wilde hem oprichten, doch zijne armen,, beenen en zijn geheel lichaam was zoo stijf, dat men genoodzaakt was hem te laten liggen. Zoo lag hij daar 10 minuten lang, be-weegloos, zonder bewustzijn, schijndood. Eensklaps opent hy zijne oogen, richt zich op, en gevoelt niets meer, dat hem kwelt.

ocr page 69

— 63 —

's Anderen daags, toen ik hem een bezoek bracht, zeide hij tot mij: Nu ben ik gezonder dan ik ooit geweest ben. — Daags na zijne genezing, ging Frits' broeder naar den Dokter. Deze hem ziende binnenkomen, zeide : „Zoo jongen, komt ge een briefje halen ? — Om wat uur is uw broeder gestorven?quot; „Heer Dokter, Frits is niet dood; hij is genezen!quot; „Wat!quot; zeide de Dokter, „genezen! Hij moet dood zijn!quot;

Daar de Dokter van Frits' genezing maar niet te overtuigen was, noodigde hij hem uit, zich Tan deze wonderbare zaak te komen verzekeren. De Dokter nam de uitnoodiging aan, en 's namiddags om half twee was hij er. Hij onderzocht Frits met de meeste nauwkeurigheid, en riep eindelijk tot driemaal toe, met de grootste verwondering uit: „Moeder, wat hier gebeurt is, weet ik niet. Ik vind geen spoor van ziekte meer in hem.quot; — „Jongen,quot; zeide hij tot Frits, „laat de medicijnen maar staan ; ueem er geen druppel meer van, gij zijt totaal g'nezen!quot; „Welnu, Dokter,quot; zeide de moeder, gij weet, wat gij mij gisteren gezegd hebt, en wat gij ook te Meerlo en te Venray verteld hebt, na-melijk; dat Frits stervende was-, tn dat hij zeer zeker dood. zoude zijn, eer gij te Meerlo zijn zoudt; gij zult dan toch ook moeten bekennen, dat hier een mirakel heeft plaats gehad.quot; „Ja, ja. ja!quot; gaf hij ten antwoord.

Twee dagen later vroeg een der geburen hem beleefdelijk een attest van dit wonderbaar feit. „Dat zal ik geven,quot; antwoordde de Dokter, „doch ik ben nu belet; bij uwe terugkomst over twee dagen, zal ik het u ter hand stellen.quot; Wijl echter deze plotselinge genezing te Venray en omstreken reeds bekend was, en hij, op denzelfden dag van

5

ocr page 70

— 66 —

Frits' genezing hier en daar verteld had, dat hij wel zeker dood zou zijn, wilde hij er niet meer toe overgaan.

Des Zondags reeds kwam Frits ter kerk. Hij verhaalde mij daarna, dat hij zich niets herinnerde van wat er in zijne ziekte gebeurd was; „slechts dit weet ik,quot; zeide hij mij, „dat, zoodra ik vernam, dat ik in gevaar was, ik deze som gelds aan O. L. Vrouw te Klein Lourdes beloofd heb, als ik door hare voorspraak de gezondheid zou terugbekomen.quot;

Elf dagen na de genezing, ging Frits naar Venray om den Dokter te voldoen. Binnenkomende vroeg deze: „Wie zijt zij?quot; „Wel Dokter, kent ge mij niet meer?quot; was de vraag.

: „Zijt gij niet een zoon van de Weduwe Du-pont ?quot; vroeg de Dokter, en toen daarop toestemmend werd geantwoord, vroeg hij verder:

„Hoe gaat het met uw broeder?quot;

„Welken bedoelt gij?quot; sprak Frits; „meent u misschien die ziek geweest is ? dat ben ik zelf.quot;

„Wat! dat is onmogelijk! dat kan niet!quot; zei toen de Dokter; hij kon maar niet begrijpen, dat Frits zoo spoedig zijne krachten kon herkregen hebben, om 9 kwartiers uurs te voet af te maken.

Op dit oogenblik, bijna 8 jaar na zijne genezing, is onze Frits nog altoos volkomen gezond.

Aldus door mi), ondergeteekende, naar waarheid opsjemaakt, als ooggetuige van dit wonderbaar ffit. dat door de tusschenkorast der Onbevlekte Maagd van Lourdes, door het gebed, en bet gebruik van Lourdes' wonderwater, heeft plaats gehad.

J. B. H. Maessen. Pastoor. Swolgen, den 25 Augustus 1881—1887.

Bid hierna een Rozenhoedje, of ten minste een tientje van den Eozenkrans en de

ocr page 71

— 67 —

LITANIE

TER EERE VAN

T ONZE LIEVE VROUW VAN LOURDES.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons !

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer !

God, Heilige Geest, ontferm U onzer!

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer !

H. Maria, bid voor ons.

Maria, zonder erfsmet ontvangen,

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

Machtige Maagd,

Toevlucht der zondaars,

Troosteres der bedrukten, S

Heil der kranken, ^

Hulp der Christenen, o

Lelie der kuischheid, §

Roos der volmaakste Liefde Gods, o

Spiegel van alle deugden, S

Onbevlekte Maagd, wondervol werktuig der

Hemelsche barmhartigheid.

Onbevlekte Maagd, die achttienmaal te Lour-

des verschenen zijt,

Onbevlekte Maagd, die U geopenbaard hebt in eene eenzame grot, om ons te leeren de ijdelheid te vluchten,

ocr page 72

— 68 —

Onbevlekte Maagd, die omgeven waart van een glansrijk licht, om onze harten naar den Hemel te trekken, bid voor ons.

die gekleed waart met een schitterend blank gewaad, om ons de zuiverheid te leeren hooe:schatten en beminnen,

die een Hemelblauwen gordel droegt, om ons te herinneren, dat wij, om den Hemel, ons vleesch en onze kwade lusten bedwinaren moeten,

die u vertoond hebt met een langen witten sluier, om ons te herinneren, dat de ze-ditibeid de beschermster der deugd is. die uwen blik ten hemel geheven hieldt, om ons te herinneren, dat wij op aarde ■e' den Hemel nimmer uit het oog verliezen moeten,

^2 wier voet op de rots en de doornen stond 2quot;. quot; eu met de geestelijke gouden roos ge- ^ sierd was, om ons te herinneren, dat o i? wij Hoor vele kwellingen het Bijk der ° gt; Hemelen moeten ingaan, o

^ die een Rozenkrans in uwe hand droegt, S O om ons aan te sporen den Rozenkrans veelvuldig met godsvrucht te bidden, die aan Bernadette bevolen hebt voor de zondaars te bidden, om ons te leeren de wegen der zonden te verlaten, en op onze beurt, voor de arme zondaars te bidden,

die aan Bernadette tot driemaal toe; Boetvaardigheid ! Boetvaardigheid ! Boetvaardigheid I deedt in de ooren klinken , en haar geboodt van de krui den der aarde te eten , om ons te waarschuwen ons door den geest van

ocr page 73

— 69 —

zingenot onzer eeuw niet te laten beheer-schen, en ons gewillig aan de wet van boetvaardigheid en vasten te onderwerpen, bid voor ons.

die haar naar de Priesters deedt gaan, met verzoek, op de plaats der verschijning eene Kapel te bouwen, om ons te leeren den luister van Gods Huis te beminnen, en gaarne, naar gelang onzer middelen, tot versiering van Gods woon op aarde b'.j te dragen,

die door hare tusschenkomst de wondervolle bron deedt vloeien, om ons aan te sporen een onwankelbaar vertrouwen op uwe machtige hulp en voorspraak stellen,

die aan Bernadette gezegd hebt: Ik ver-i lang, dat velen herwaarts komen, om 3t ® ons aan te toonen, dat Processieën en ® Bedevaarten, met een goed doel onder- a Üi nomen, den Hemel en TJ welgevallig zijn, 3 quot;gt; die u gewaardigt hebt aan Bernadette uwen g ^ naam bekend te maken, zeggende: Ik * § ben de Onbevlekte Ontvangenis, om ons aan te moedigen, U onder dien titel veelvuldig te vereeren en vlekkeloos op aarde te leven,

die de heilzame bron van Lourdes steeds overvloedig laat vloeien en tot genezing van velen strekken, om ons te herinneren, dat Gij niet te vergeefs de Machtige Maagd en de Behoudenis der Kranken genoemd wordt,

O. L. Vr. van Lourdes, die de zondaren bekeert, O. L. Vr. van Lourdes, die den ijver der rechtvaardigen opwekt.

ocr page 74

— 70 —

O. L. Vr. van Lonrdes, die den blinden het gezicht wedergeeft, bid voor ons.

£ die de dooven doet hooren,

quot;g die den stommen de spraak wedergeeft, g die de lammen doet gaan,

die den zieken de gezondheid terng schenkt, oS g die de bedrukten vertroost, o

e» die hulp in allen nood verleent, *

^ die door de geheele wereld wordt aange- g g roepen,

die dagelijks meer en meer Pelgrims naar 3 Lonrdes en tot de kunat^rotten U ter 1-3 eere opgericht, doet stroomen.

q die ook in Tienray uwe macht meer dan

eens deedt uitschijnen,

V oor onze Moeder de H. Kerk, roepen wij uwe machtige voorspraak in, 0. L. Vrouw van Lourdes!

Voor onzen H. Vader den Paus,

Voor ons dierbaar Vaderland,

Voor de Geestelijken en de geloovigen

van ons Bisdom, 0

Voor alle onze verwanten, ° S •«

Voor onze vrienden en vijanden. a

Voor allen, die uwe hulp afsmeeken, ^ 3 Voör allen, die zich in onze gebeden heb- g

ben aanbevolen, «. e'

Tot afwering van alle ziekten en rampen, c -0 ^ Tot verkrijging van Gods zegen over al S O® onze ondernemingen, B

Tot vermeerdering van de Liefde Gods

in ons, g- i?

Voor een zaligen dood, ^ tg'

Tot verwerving van het eeuwig leven, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!

ocr page 75

— 71 —

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer!

Christus, hoor ons !

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm TJ onzer !

Christus, ontferm TJ onzer!

Heer, ontferm U onzer !

Onze Vader, Wees gegroet.

GEBED.

Wij bidden U, o Heer en God, verleen ons, uwen dienaren, dat wij ons in eene voortdurende gezondheid naar ziel en lichaam mogen verheugen, en door de roemwaardige voorspraak van de altijd reine Maagd Maria, hier van alle droefheid bevrijd blijven en de eeuwige vreugde genieten. Door Christus onzen Heer. Amen.

Gebed onder de Novene voor een zieke.

Heilige, Onbevlekte Maagd Maria, heil der zieken, verkrijg ons door Uwe machtige voorspraak bij Uwen Goddelijken Zoon, Onzen Heer Jezus Christus, de genezing van onzen dierbaren kranke, opdat hij, met ons. God in vreugde moge dienen-Amen.

Onder de Novene voor eene bekeering.

H. Maria, Moede? Gods en Onbevlekte Maagd, die, zoowel als uw Goddelijke Zoon, den dood

ocr page 76

— 72 —

van den zondaar niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve, hoor het gebed, dat wij opdragen voor de oprechte bekeering van de ons zoo dierbare ziel, en verkrijg haar de genade het Hart van haren Verlosser voortaan door de zonde nooit n^eer te bedroeven, maar door een christe-lijken levenswandel, voortdurend te vertroosten. Amen.

Onder de Novene voor eene bijzondere aangelegenheid.

H. Maria, Moeder Gods, Onbevlekte en Machtige Maagd, wij bidden uwe goedheid en smee-ken U ootmoedig, bij het Goddelijk Hart van Uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christui voor ons ten beste te spreken, opdat de zaak (N. N) door uwe voorspraak, met een gunstigen uitslag moge bekroond worden. Amen.

Gebed van den H. Bernardus.

Gedenk, o goedertierendste Maagd, dat het tot hieraan ongehoord is, dat iemand zijne toevlucht tot U nam. Uwen bijstand inriep, of Uwe voorspraak afsmeekte, en verlaten bleef. Djor dit vertrouwen aangemoedigd, o Maagd der Maagden, snel ik tot U, mijne Moeder ; ik kom tot U, en sta als een zuchtende zondaar voor U.

ocr page 77

— 73 —

O Moeder des Woords, wil toch mijne woorden niet versmaden, maar hoor ze genadig aan, en gewaardig U ze te verhooren Amen.

(300 dagen Aflaat, zoo dikwijls men dit gebed van den H. Bernardus met een rouwmoedig hart en godvruchtig bidt) Pius IX, 25 Juli 1846.

Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Maria, Moeder Gods! Versmaad onze nooddruftige gebeden niet, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorievolle en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelaarster, onze Voorspreekster, verzoen ons met Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon, stel ons voor aan Uwen Zoon.

Bid voor ons, o H. Moeder Gods!

Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

0 Onbevlekte en Machtige Maagd, barmhartige Moeder, Behoudenis der Kranken, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Gij kent al onze behoeften, onze bezorgdheid, onze kwelling, onze benauwdheid en smarten, gewaardig U een gunstigen blik op ons te werpen!

Gij hebt, door Uwe verschijningen in de grot van Lourdes, gewild, dat deze plaats eene bevoorrecht oord zoude worden, van waar Gij Uwe gunsten over den ganschen aardbodem zoudt kunnen verspreiden. Reeds hebben, niet slechts

ocr page 78

— 74 —

te Lourdes, maar ook op vele plaatsen, waar de grot der verschijning werd nagebootst; waar Gij, bij bet beeld der Onbevlekte Maagd van Lourdes vereerd, en het water der wonderbron met eerbied en vertrouwen gebruikt werd, en ook hier te Klein-Lourdes, vele ongelukkigen een hulpmiddel voor hunne geestelijke en lichamelijke krankheden gevonden; hoopvol komen wij dan ook hier Uwe machtige voorspraak en hulp af-smeeken; verhoor o goede en barmhartige Moeder, ons ootmoedig gebed! Verkrijg ons, dat wij met TJwe weldadeu overladen, voortaan Uwen Godde-lijken Zoon, ouzen Heer met ijver en liefde dienen, Uwe deugden meer en meer navolgen, en eens Uwer glorie in den Hemel deelachtig worden. Amen.

Gezegend zij de heilige, onbevlekte en allerzuiverste ontvangenis der H. Maagd Maria, Moeder van God.

(300 dagen Aflaat) Leo XIII, 10 Sept. 1878.

O Maria, die zonder vlek in de wereld zijt gekomen, ach ! verkrijg mij van God, dat ik er zonder zonde moge uitgaan.

(100 dagen Aflaat, eens per dag.) Pius IX, 27 Maart 1863. Bacc. 1 C.

ocr page 79

Op den tweeden dag der Noveen.

Gebed ter voorbereiding. Zie bl. 57.

OVERWEGING.

Over de zonde en het gebed voor de arme zondaars.

Heeilijk rees de dageraad aan het oosten, als de voorbode van een schoonen dag, toen Berna-dette den 21 Februari, in het gezelschap barer moeder en zuster en van eenige vriendinnen, wederom naar de Massabielle-rots trok.

Duizenden waren daar reeds vóór baar vergaderd, om, zoo zij hoopten, ten minste getuigen te zijn vau de verrukking van het wonderkind van den armen molenaar.

Nauwelijks was Bernadette door de met eerbied wijkende menigte doorgedrongen, en in stilte neergeknield, of haar gelaat werd verheerlijkt. De hemelscbe schoonheid van bet bevoorrechte kind, dat geheel aan het aardscbe onttrokken, zijne blikken beweegloos op de verschijning gevestigd houdt, maakt een diepen indruk op allen. Dien indruk niet kunnende bedwingen, fluisteren velen reeds in de overtuging van hun gemoed: „de H. Maagd! de H. Maagd!quot;

Wat zag Bernadette bij deze zesde verschijning!

„Nauwelijks,quot; zoo verhaalt zij, „had de Verschijning zich aan mij vertoond, of haar aanblik deed

ocr page 80

— 76 —

mij, zoo als de andere keeren, iets Hemelsch geToeleu. Ik beschouwde Haar reeds eenige oogenblikken in hare schoonheid en glorie, toen eensklaps de droefheid dat Hemelsch gelaat scheen te bewolken. Haar blik scheen alstoen geheel de aarde te overschouwen, tot dat zij hem geheel droevig op mij vestigde. Door de innige droefheid, die op hare wezenstrekken te lezen stond, getroffan, zeide ik tot haar:

Wat scheelt n? Wat moet men doen?

„Bidden voor de zondaars?quot; was het antwoord . Ik nam deel in hare droefheid, en om aan haar verlangen te voldoen, begon ik inwendig voör de zondaars te bidden.

Eindelijk, alsof zij de vrucht der gebeden in de Kerk gedaau en de zondaars door eene oprechte bekeering met Gód verzoend had gezien, verscheen zij mij wederom in Hemelsche kalmte, terwijl de zaligheid der Hemelingen op haar gelaat uitblonk. Zij liet een straalje van vreugde in mijne ziel overstroomen. Ik eindigde mijn Rozenhoedje, en zij verdween quot;

Ach ! hoe vreeselijk kwaad moet toch de zonde zijn, daar de H. Maagd, bij het beschouwen van den zondigen toestand der wereld, geheel met droefheid overstelpt wordt, zonder een spoor van de gewone Hemelsche helderheid op haar gelaat te behouden ?

ocr page 81

- 77 —

Maak dau toch het vaste besluit, voortaan, het koste wat het wil, geene doodzonde meer te bedrijven.

Wat doet gij, wanneer gij u aan doodzonde plichtig maakt?

Dan handelt gij even dwaas, als de verloren Zoon van het Evangelie, die zijn erfschap vroeg, en zich haastte, zijne schatfen in den vreemde te gaan verkwisten, eu dan, na een korten tijd in brasserij en overdaad te hebben doorgebracht, in een harden dienst, een armoedig en gebrekkig ■leven leiden moest.

Maakt gij u schuldig aan doodzonde, dan heeft de vrede uwe ziel verlaten; dan is de grondslag van uw geheel geluk weggezonken; dan is de knagende worm des gewetens in uw hart gevaren, en hij zal u folteren, zoolang gij de slaaf der zonde zijt.

Dan zijt gij, zonder ernstig na te denken; ongelukkig afgedwaald van het enge pad, dat ten Hemel leidt, en in een oogenblik gekomen tot voor de poorten der eeuwige hel, waarin de wreede dood u ieder oogenblik dreigt neer te storten.

Mocht gij het ongeluk hebben in doodzonde te zijn, zeg dan; Ik zal opstaan! hedsn nog, indien het mogelijk is, ten minste Zondag, tot mijn Vader gaan en zeggen: „Vader, ik heb gezondigd

ocr page 82

— 78 —

tegen den Hemel en tegen U; ik ben niet meer i waard uw kind genoemd te worden; verstoot mij c echter niet, maar ontrang mij in genade en i barmhartigheid! j Moet gij, als een waar kind van Maria, de ! 1 zonde mijden; gij moet, volgens het verlangen ï dier goede Moeder, die de Toevlucht der zondaren heet, ook voor de bekeering der arme t zondaars bidden. i Wat moet mm doen! vroeg Bernadette, toen j zij de H. Maagd zoo buitengewoon bedroefd zag. i Bidden voor de zondaars! werd naar geantwoord. ] Bidden voor de zondaars is krachtig medearbeiden i aan het groote Verlossingswerk van haren god- ' 1

delijken Zoon: is bijdragen tot het heil der wereld, die vooral in onze dagen, geheel in het kwaad verzonken is; bidden voor de zondaars is den straffenden arm des Heeren tegenhouden. Gelukt het u, door uw gebed, eenen zondaar den breeden weg, die ten verdeve leidt, te doen verlaten, dan hebt gij eene ziel gered, en den Hemel en Gods Engelen grooter vreugde veroorzaakt dan negen-en-negentig rechtvaardigen, die geene bekeering en boetvaardigheid noodig hebben.

Maria, zonder zonde ontvangen en vrij van zonde tot aan uwen dood! Ik zal voortaan niet slechts de zonde en de gelegenheden van zonden

ocr page 83

— 79 —

mijden, maar ook met ijver voor de bekeering der zondaren bidden. Ik zal dagelijks tot U roepen; o Heer, verlicht de verblinden door uwe genade, en help de afgedwaalden, opdat zij tot U wederkeeren ! Spaar uw volk, o Heer, en laat uw erfdeel niet te schande worden!

Zoolang ik uw kind zal heeten, dat is, tot aan mijnen dood, o heilige Maagd, zal ik mij herinneren, dat Gij te Lourdes aan Bernadette gezegd hebt; Gij moet hidden voor de zondaars ! mijne handen biddend ten hooge heffen, en den Hemel smeeken, dat de zondaars de wegen des verderfs verlaten en zich bekeeren tot den Heer hunnen God; dat het rijk van Satan op aarde moge afnemen en Christus overal en in alle harten moge heerschen. Amen.

De volkomene genezing van Catharina Bullen, te Nieukrrk (Pruisen), Juni 1881.

Catharina Bullen, slechts 10 maanden oud, viel, in Juni 1881, uit het hooge vensterraam der derde verdieping op de steenen der straat. Bij dezen val was de hoofdschedel des kinds zoodanig verbrijzeld, dat de dokter de woude ouge-ueeslijk verklaarde, omdat ook het vlies onder het hoofddeksel gescheurd en verpletterd was. — Een tweede dokter verklaarde hetzelfde. De ouders des kinds namen nu, met vol betrouwen hun toevlucht tot O. L. Vr. van Lourdes „de Onbevlekte Ontvangenisquot;, gebruiken het mira-

ocr page 84

— 80 —

kuleus water der bron, en begonnen eene Noveen. Eer het avond was, waren de oogen van bet kind weer op hunne rechte plaats, en binnen een tiental dagen, waren de wonden van het hoofd dusdanig genezen, dat er uog slechts een gering plekje van te zien was.

Daar de dokters de wonden ongeneeslijk hadden verklaard, lieten de ouders de medicijnen ongebruikt, en stelden al hun vertrouwen op Maria, de Onbevlekte Maagd, die te recht, vooral in onze eeuw, de Behoudenis der kranken mag genoemd worden.

Dit wonderbaar feit gesc'niedde in de laat*te helft van Juni 1881, volgens de verklaringen des vaders en een tiental mannen, die allen samen naar Tienray kwamen, om O. L. Vrouw, de onbevlekte Maagd, te danken, en om getuigenis te geren van bovenstaande wonderbare genezing.

J. B. H. Maessen, Pastoor.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige, op den eersten dag der Noveen, BI. 57 en volgende aangegeven.

Op den derden dag der Noveen.

Gehe.d ter voorbereiding. Zie bl. 57. OVERWEGING.

Over de Boetvaardigheid.

Op Woensdag, den 24 Februari, tegen zonsopgang, trok Bernadette wederom naar de grot. Als naar gewoonte, knielde zij daar, zonder ge-

ocr page 85

— 81 —

zochtheid noch vertoon, te midden der eerbiedige menigte neder. Zij trok haren Kozenkrans uit, en begon te bidden.

Weldra verandert geheel haar uiterlijk. De Verschijning vertoont zich aan haar. Nu is zij Bernadette van zoo even niet meer. Zij is als een Engel, in Hemelzaligheid weggezonken. Haar gelaat, hare houding, het geringste harer gebaren zijn die van een gewoon sterveling niet meer; alles aan haar krijgt een engelachtige tint, hare eenvoudige kruisvormingen, zegt eeu ooggetuige, die toch gekomen was om haar te bespieden, zijn zoo schoon, dat, als men in den Hemel nog kruisteekens maakt, deze gelijk moeten zijn aan die van Bernadette in hare zielsvervoering.

Te midden van deze geestverrukking, kruipt zij op eens, op hare knieën naar de grot, waarin zij zóó tot achter toe binnendringt. In deze vreemde houding, legt zij, over eene vrij steile en hobbelige helling, ongeveer vijftien meter af.

Op dien tocht hoorde men haar duidelijk deze woorden uitspreken : Boetvaardigheid ! Boetvaardigheid ! Boetvaardigheid !

Toen zij later den Pastoor verslag gaf van deze verschijning, zeide zij: toen ik aan de Vrouwe uw verzoek overbracht van den wilden rozelaar onder haren voet te laten bloeien,

6

ocr page 86

— 82 —

glimlachte zij, maar zonder te spreken. Vervol- ^

gens beval zij mij voor de zondaars te bidden, en

en tot achter in de grot op te komen. En zij gf

riep tot driemaal toe: Boetvaariigheii! Boet- de

vaardigheid! Boetvaardigheil! welke woorden ik va al voortkruipende, herhaalde.

Bij vroegere verschijningen had de geheimvolle Pi

Vrouw — zeker tot een teeken van boetvaardig- zc

beid — haar geboden, van de wilde kruiden te m

eten, die rondom de wonderbron groeiden. za

Slechts twee soorten van menschen wandelen In

op het enge pad, dat ten Hemel voert: zij die nog wi

het witte doopkleed, het kleed der onschuld, dragen H

en zij, die in de verstorven boetepij gehuld zijn. bc

Hebt gij het eerste verloren, dan moet gij u met het tweede omgorden, hoezeer uwe zinnelijke

natuur daar ook tegen in streeft. Waar zonde as

is, is boetvaardigheid noodzakelijk. Zoo gij geen m

boetvaardigheid doet, zegt de Heer, zult gij allen di

op gelijke wijze omkomen. (Luc. 13. 5.) Cl

En toch, hoe groot is het getal der zondaren,

en höe gering dat der boetvaardigen ? m

Het is bijna, als of de wet der boetvaardigheid, di

de wet vaa vasten en versterving, voor onze eeuw B

niet meer verplichtend was de

Onze steden vergaan in weelde en zingenot, en B-

onze dorpen, die in hun uiterlijke, in hunne zeden d«

en gebruiken, hoe langer hoe meer op de steden w

ocr page 87

— 83 —

j. beginnen te gelijken, worden met den dag meer

en meer door den verderfelijken wereldgeest, dea lij geest der vermaken, aangeblazen en vreemd aan

den waren geest des Christendoms, die een geest Ik van boetvaardigheid is.

Zoo de H. Martelaar Petrus, van de orde der le Predikheeren, andermaal terugkwam op de wereld,

r. zou hij, als ia zijnen tijd, al zijn preeken beginnen

te met deze woorden: „Nog veertig dagen en Ninive

zal vergaan! Mijn volk, gij zijt een tweede Ninive ! sn Indien gij geene boetvaardigheid doet, zult gij

ig weldra uwen ondergang zien. De geesel des

in Heeren is over u. Bekeer u tot Hem, en doe

□ boetvaardigheid!quot;

u Konden de verdoemden uit de Hel wederkeeren,

:e hoe zouden zij boetvaardigheid doen in zak en

le aseh. en leven als de Heiligen, als een Hierony-

•n mus, een Pranciscus, als de H. Pelgrim Bene-

■n dictus Josepbus Labre, als eene Theresia, eene

Clara, eene Oda en andere V ii, H. Maagd, die in de Q-rot van Lourdes de

mensoben tot boetvaardigheid opriept, laat de drie woorden, daar door U gesproken, en door iv Bernadette herhaald en in beoefening gebracht.

de woorden : Boetvaardigheid ! Boetvaardigheid ! n Boetvaardigheid I mij tot aan mijnen sterfdag ia

n de ooren klinken, opdat ik door den geest onzer

u wellustige en zinnelijke ee«w niet wordt mee-

ocr page 88

— 8t —

gesleept, maar uit den grooten zondvloed des bederfs behouden blijve, mi.in dartel vleesch ver-sterve en ten onder brenge, steeds leve volgens den geest der christelijke boetvaardigheid, en zöó mijEe ziel zaligmake. Amen.

Genezing eencr lljarige wond.

Bene dame uit Kaldenkirchen, die ons, helaas ! riiet vergund heeft haar haam bekend te maken, had gedurende 17 volle jaren, eene groote en diepe wond aan een been. Na vruchteloos verscheiden geneesheeren te hebben geraadpleegd, kwsm zij in den maand Juli 1884, naar Klein Lourdes. 's Avonds van hare bedevaart thuis komende, begon zij hare Noveen en bad een Rozenkrans ter eere der Onbevlekte Maagd van Lonrdes, de Troosteres der bedrukten, om, door hare machtige voorbede, de genezing harer wonde te erlangen. Alvorens zich ter ruste te begeven, dompelde zij een doekje in water van Lourdes, uit Tienray medegebracht, en legde dit op de wond. Hoe groot was hare verwondering en vreugde, toen zij 's anderen daags hare oogen opende, en de zoo oude wonde geheel gsnezen zag.

J. B. H. Maessen, Pastoor.

Genezing van dartels in het aangezicht.

Eene andere dame uit Kaldenkirchen, die eveneens onbekend wenscht te blijven, kwam in Juli 1884 te Tienray. Haar aangezicht was misvormd en bloedrood door de dartels. „Mijnheer Pastoor, sprak zij tot mij, ik heb reeds drie jaar

ocr page 89

— 83 —

met drie verschillende geneesheeren gedokterd; zij kunnen mij niet genezen, zeggen zij. Het is van daag de tweede maal dat ik naar Klein Lourdes kom; ik zou toch zoo gaarnf genezen van deze lastige kwaal.quot; Ik las eene H. Mis ter eere van O. L Vrouw tot hare intentie. Zondags ouder de Octaaf van O. L. Vrouw Hemelvaart kwam zij wederom naar Klein Lourdes om aan O. L. Vrouw haren dank te betuigen voor hare spoedige en volkomene genezing.

J. B. H. Maessen, Pastoor.

Op den vierden dag der Noveen.

Gebed ter voorberaiding. Zie hl. 57.

OVERWEGING.

Over 's menschen kwellingen en ziekten.

Toen Bernadette, in den vroegen morgen van den 25 Februari, wederom bij de grot was, deelde de Verschijning haar een derde en laatste geheim voor haar alleen mede. Vervolgens zeide zij: En nu, ga drinken en u wasschen aan de Bron en van het gras eten, dat daar in de nabijheid groeit. Daar was geen spoor van eene bron te zien. Het kind liep dan naar de Gave, mee-nende, dat zij daar den zonderlingen last der Vrouwe moest gaan vervullen.

Terwijl zij met hare hand naar de rechter zijde der grot wees, sprak Zij: ga daar niet

ocr page 90

heen! Ik heb niet gezegd te gaan drinken aan de Gave; maar: ga naar de bron! hier is zij,

Ofschoon Bernadette op de aangewezen plaats niets zag, wat betrekking scheen te hebben op de woorden der verschijning, gehoorzaamde zij toch aan haar bevel.

Zij begon met hare vingers de aarde weg te krabben, en met hare kleine handjes holde zij een kuiltje in den harden grond.

Eensklaps wordt de bodem dezer kleine holte vochtig; het kuiltje raakt weldra met slijk gevuld.

Bernadette wil tot driemaal toe het morsig vocht aan hare lippen brengen, om er van te drinken, maar de natuur weigert het.

Een vierden keer doet zij zich geweld aan, en overwint. Zij drinkt en wascht zich, en eet een weinig van het wilde kruid, dat aan den voet der rots groeit. De opkomende druppels in het kuiltje van Bernadette vermenigvuldigen spoedig. De rots van Lourdes en de duizenden, die haar bedekken, staan verbaasd, nu het water de boorden van het kuiltje overstroomt. Gelukkige stervelingen, gaat ter zijde ! valt vol eerbied en dankbaarheid op uwe knieën! De bron door de geheimzinnige Hemelvrouwe aangewezen, die daar onder TJw oog ontspringt, zal een nieuw Beth-saïda worden; ja meer dan Bethsaïda, daar zij hare wateren van bovennatuurlijke heilkracht

ocr page 91

— 87 —

tot aan de vier hoeken der wereld zenden zal, en de volken van heel den aardbodem in vreugde doen uitroepen: Blinden zien, kreupelen wandelen, melaatschen worden gezuiverd, door,en Moren. (Matth. XI, 5.)

Nauwelijks was het ontstaan der bron te Lour-des bekend geworden, of een arme werkman met name Louis Bourriette, die tengevolge van het springen eener rots, met zijn rechter oog niet meer zien kon, sprak tot zijne dochter, Ga, en haal mij wat van dat water! Als het 0. L. Vr. is, welke de bron heeft doen vloeien, dan heeft Zij slechts te willen, en ik zal genezen zijn.

Een half uur later kwam de dochter met het water, dat nog drabbig en morsig was.

De man waschte daarmede zijn ziek oog, na alvorens een gebed gesproken te hebben. Op hetzelfde oogenblik liet hij eenen gil; het licht keerde weder in zijn verdonkerd oog, en hij zag wat hem omringde, nog wel niet zeer duidelijk, maar als met gaas overtrokken. Intusschen bleef hij bidden en wasschen, en genas zoo volkomen, dat de genetsheer, die hem twintig jaren behandeld had, en hem een paar dagen later op straat Ontmoette en onderzocht, uitriep ; ik kan het niet ontkennen ; dit is een mirakel, een waar mirakel! hoe mijne collega's van de Facultwt en ik zelf er ook over denken mogen.

ocr page 92

Dit eerste Mirakel gebeurde daags na het ontspringen der bron, en werd van duizenden gevolgd, niet alleen te Lourdes, waar zij ontelbaar zijn geworden, maar op alle plaatsen, waar het Wonderwater van Bernadette's bron is heengevoerd, en waarvan, buiten Frankrijk, Tienray een der voornaamste en meest gezegende is.

's Mensoben leven hier beneden is kort ea vol ellenden. Altijd en overal, zegt de vrome Thomas van Kempen, vindt men kruisen. De een beweent het verlies zijner ouders of dierbaren; de anderen ziet den voorspoed uit zijn huis vluchten; een derde lijdt inwendige kwellingen of de smartelijke naweeën zijner teleurstellingen en bedrogen hoop, terwijl wederom anderen zuchten op het bed der smarten, en, om den langen duur, daaraan als genageld schijnen. Zal de mensch in al die ellende den dag vervloeken, waarop hij het eerste levenslicht aanschouwde ? Of zal hij zijne kruisen trachten te ontvluchten ? Voor een enkel, dat hij ontloopt, zullen er hem tien op zijn weg tegemoet komen.

Neen, hij moet, op het voorbeeld van den lijdenden Zaligmaker, met geduld zijn kruis opnemen en tot zich zeiven zeggen : de knecht is niet beter dan de Meester. Ik zal niet klagen maar mij sterken door de gedachte, dat de weg des kruises de weg ten Hemel is! Gelukkig hij.

ocr page 93

— 89 —

die in lijden, zijn oog naar boven richt, en bedenkt, dat alle tijdelijke kwellingen niet opwegen tegen de eeuwige heerlijkheid, die ons in den Hemel wacht.

Met deze gedachte bezield, verzucht de H. Theresia; aut pati, aut mori! Laat mij lijden of sterven! en de H. Maria Magdalena de Pazzis: non rnori, sed Puti I Laat mij niet sterven, maar lijden!

Strekt uw moed zoover niet, dan moogt gij wel met den Heer in Gethsemani bidden, dat die kelk des lijdens van u voorbij ga, maar dan moet gij er met den lijdenden Jezus bijvoegen ; niet mijn, maar uw wil geschiedde, o Heer!

Ga in uw lijden en uwe kwellingen hoopvol tot de Troosteres der Bedrukten, opdat zij u. als eene goede Moeder, bijsta en helpe.

Wend u, vooral in uwe ziekten, met een onbegrensd vertrouwen tot Haar, die sinds eeuwen de Behoudenis der kranken heet, en die sedert eeu-en-dertig jaren te Lourdes en waar sinds dien het water der bovennatuurlijke heilbron gebruikt, hare voorspraak en hulp met vertrouwen werd ingeroepen, zoo veelvuldig getoond heeft, dat Haar die naam niet te vergeefs wordt toegekend. Bid voor u of de uwen, dat zij zich de Machtige Maagd toone, en u niet ongetroost late.

H. Maagd, Moeder van barmhartigheid, verkrijg

ocr page 94

mij (of mijnfn dierbaren N. N.) gezondheid naar de ziel en ook naar het lichaam, voor zoo ver deze ter zaligheid dienstig is. Mocht echter deze laatste gunst der ziele nadeelig wezen, verkrijg dan, door uwe machtige voorbede, een bestendig en onveranderlijk geduld, om met christelijke gelatenheid het kruis des lijders te dragen op deze wereld, opdat wij der eeuwige vreugde deelachtig worden. Amen.

Plotselinge genezing van Elisabeth Nijenclich uit

Arcen. den 31 Maart 1S84, bevstigd door den Med. I)r. Brunn uit Straelen (Pruisen).

Elisabeth Nijendick uit Arcen, 25 jaren oud, lid der Congregatie van O. L. Vrouw, was vol-trens ondeistaand attest vau haren geneesheer Dl. Brunn uit Straelen, gedurende drie jaren lijdende aan hysterie en krampachtige aanvallen.

Hoewel ziekeliik, was zij toch met een barer vriendinnen naar Klein Lourdes te Tienray gegaan, om daar tot O. L. Vrouw van Lourdes de Behoudenis der Kranken en de Troosteres der bedrukten, hare gebeden en smeekingen op te zenden. Edoch, in plaats van de gezondheid terug te bekomen, zag zij hare kwaal weldra zoo zeer toenemen, dat haar de HET. Sacramenten der stervenden werden toegediend. Waarom, zoo jammerde men te Arcen, waarom bleef dat ziekelijk meisje ook niet te huis? de weg naar Tienray was immers te ver, te vermoeiend voor haar ? Zoo redeneerde de wereld. Haar oordeel werd echter op schitterende wijze beschaamd.

ocr page 95

Op Vrijdag, den 28 Maart 1881, geraakte Elisabeth buiten kennis, zooals dit gedurende hare driejarige ziekte, meerniaals vo( rkwam. In dezen toestand scheen zij dan van de hevige krampachtige pijnen, die zij te voren te verduren had. bevrijd; kwam zij echter weer bij, dan was ze gansch afgemat en uitgeput als een stervende. Zoo was het gewoonlijk; nu echter waren de verschijnselen geheel anders.

Van Vrijdag tot Maandag-avond, den 31 Maart, was zij buitengewoon woelig en ijlend. Het huis weerklonk soms van de heerlijke liederen, die zij zong uit het schoone pelgrimsboekje van Tienray. Ach ! ach ! zeiden de omstaauders tot elkander, wat zal Bethje, als ze bij verstand komt, weer zwak en ellendig z ;n !

Doch neen, het uur is genaderd, waarup O. L. Vrouw van Lourdes de vurige gebeden zal verhooren, die het ziekelijk meisje voor haar genadebeeld te Klein Lourdes gestort heeft; het nogenblik is nabij, waarop Maria andermaal zal toonen, dat het miraculeus water van Bernadette's bron uit Tienray's heiligdom meegebracht, ook buiten Lourdes, eene hemelsche medicijn is.

Eensklaps begint de ziekte als woedend te worden, zoodat hare tante, die haar met zooveel zorg en liefde oppast, uitroept: Mrn God! mijn God! wat moet ons nu toch overkomen?

De ijlende kranke, in hare legerstede overeind gezeten, valt op eens achterover, en blijft zoo eenigen tijd stijf en als bijna levenloos liggen. Eindelijk opent zij hare oogen, en roept met krachtvolle stem: O Maria I Daarop zegt ze tot hare tante.' geef mij water van Lourdes; O. L. Vrouw heeft mij gezegd: als ik water van Lourdes drink, dan zal ik genezen. Men voldoet aan haar

ocr page 96

verzoek. Zij drinkt er van ; zij drinkt er nog een tweedemaal van, en na ierter teugje beproeft zij om op te staan; doch machteloos valt zij telkens op hare legerstede terug. Zij vraagt nu voor de derdemaal water van Lourdes en voegt er vertrouwend bij : als ik nog ff nu water van Lourdes drink, dan ben ik generen ! Zij drinkt er voor de derdemaal van, en aanstonds voelt zij eene buitengewone aandoening in haar hoofd; eene pijnlijke rilling doorloopt haar geheel lichaam van het hoofd tot de voeten. Hare voorspelling is vervuld. Zij is oogenblikkelijk en volkomen genezen.

Terstond kleedt zij zich aan, verlaat hare legerstede, en geeft aan de verbaasde en van blijdschap opgetogen huisgenooten een overtui-gena bewijs harer volslagen genezing, door iets zwaars op te vatten en in den kelder te dragen. Met hare vroegere krachten is ook haar eetlust teruggekomen. Bethje gaat met de huisgenooten aan tafel en eet, even als zij, van alles wat er opgedischt wordt, 's Anderen daags, (Dinsdag 1 April), gaat zij wederom ter kerke.

Woensdag 2 April, begeeft zich de gelukkige vader met zijne eenige, plotselinge genezene dochter tot haar geneesheer, den WelEdelen ZeerGel. Heer Dr. Brunn, te Straelen, die haar nog kort te voren had bezocht. De geneesheer, Bethje ziende binnenkomen, roept vol verbazing uit: Wat is dat Bethje? Mijnheer Dokter, ik ben genezen! was het antwoord. Weihoe! gij genezen ? Bij God is toch alles mogelijk! roept de bejaarde Dokter uit, haar geheel hersteld voor zich ziende. Om zich van haren gelukkigen toestand ten volle te overtuigen, doet de Dokter nog een ernstig onderzoek. Na afloop zegt de geloovige Arts tot haar.-

ocr page 97

— 93 —

:,ï Bethje, dank veelmaals O. L. Vrouw! Zij heeft

ij u genezm ; ik heb het niet gedaan

gt;s Hierop sprak Bethje: Dokter, wees zoo goed,

'e mij schriftelijk ter hand te stellen wat u daar

f- zegt. Ja, was het antwoord, dat zal ik doen,

ofschoon ik zulks nog nooit gedaan heb. gt;r 'g Vrijdags 4 April, (dus 5 dagen na hare

e genezing), ging zij te voet naar Tienray. Daar

16 zag men het plotseling genezen meisje met tranen

111 van dankbaarheid in de oogen, neergeknield voor

? hetzelfde Mariabeeld, waarvoor zij drie maanden

11 geleden, hare smeekende bede had uitgestort.

Wie nu nog twijfelen kon aan de tusschen-e komst van U. L. Vrouw van Lourdes, de Behou-

11 denis der kranken en de Troosteres der bedrukten.

zal zeer zeker allen twijfel afleggen, als hij

5 verneemt 1° dat de ziekte, op het oogenblik '• harer wondervolle genezing, tevens een dik ge-

zwel aan het been, een opgezwollen voet en een gezwel, met gestold bloed gevuld, in de 9 zijde had. en dat dit alles mede plotseling ver-

gt; dwenen was, zoo zelfs dat er geen teeken of

vlekje meer van te bespeuren was. e 2° Dat zich tot heüen toe, 15 Januari 1888,

vier jaar na hare plotselinge genezing, geen enkel spoor der ziekte meer heeft vertoond, niet-tegenstaande de genezene telken jare in den zomer,

6 in de brandende quot;hitte der zob, haren gewonen en zwaren arbeid op het veld verrichtte.

8 3quot; Dat haar geneesheer, die haar gedurende

s hare driejarige ziekte steeds behandeld had, over-

r eenkomstig de waarheid schriftelijk verklaard

1 en bekrachtigd heeft, namelijk:

3 rDat Elisabeth Nijendick te Jrcen, gedurende

„driejaren door den ondergeteekende aan Hysterie gehandeld werd, en dat zij door hevige kramp-

ocr page 98

— 94 —

yctchtigp, aanvallen, nu en dan (periodisch) zeer „lijdend was; als ook dat zij sinds den 31 Maart „11. plotseling genezen, tot heden toe geen ver-„deren aanval (Rückfall) daarvan gehad, heeft, „wordt hierdoor, overeenkomstig de verklaard, „waarheid.quot;

Straelen, 14 Juli 1884.

(get.) Dr. Brunn.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige op bl. 71 en volgende aangegeven.

Op den vyfden dag der Noveen.

Gebed ter voorbereiding. Zie bi. 57.

OVERWEGING.

Over den Rozenkrans.

Wie de majedtatische gestalte der H. Maagd beschouwt, zoo als zij door de vrome zienster van Lourdes wordt beschreven, en over de wijze nadenkt, waarop zij zich telkens vertoonde, staat verwonderd, bij elke verschijning, een Rozenkrans met gouden keten en als van het helderst albast hare hand of haren arm te zien versieren.

Ouk het bevoorrecht kind van Lourdes bidt aanhoudend den Rozenkrans, tot groot welgevallen der H. Maagd.

Is het niet, alsof zij aan de kinderen der verlichte negentiende eeuw wilde zeggen: blijft bij het voorbeeld uwer vaderen! bemint den Rozenkrans !

ocr page 99

— 95 —

Het eenvoudig Rozenkransgebed heeft in de dagen van den H. Dominicus de woeste horden der Albigenisers overwonnen, die noch kerken, noch kloosters eerbiedigden, noch weezen, noch kunne, noch leeftijd ontzagen.

Zou de Rozenkrans ook nu, zoo hij algemeen gebeden werd, niet een krachtig middel, zijn om de woestelingen onzer dagen, die Kerk en Staat aanranden, en de geheele maatschappelijke orde dreigen omver te werpen, te breidelen en tot inkeer te brengen?

Zou hij niet, zoowel als in vroegere dagen, in staat zijn de dreigende rampen af te weren '?

Ja! de Rozenkrans is een dam tegen den al-vernielenden stroom der verwoesting, die hooger en hooger stijgt.

Hij is tevens een sieraad en een zegen van het katholiek huisgezin, een heilige liefdeband van alle leden. Hoe welgevallig zien de Engelen des Hemels op een huis, waar eiken avond de Rozenkrans gemeenschappelijk gebeden wordt?

En wat gunsten verschaft hij aan de ziel zelve niet? Hij is een gouden keten, die den mensch aan den Hemel verbindt, en waar langs de genade rijkelijk afdaalt.

Hij is het allerkrachtigste gebed, zeide de onsterfelijke Paus Pius IX, om de vereering van Maria in de harten der geloovigen te vermeerderen.

ocr page 100

— 96 —

Zijn opvolger, Leo XIII, de Paus van den Rozenkrans genoemd, neemt elke gelegenheid te baat om het Rozenkransgebed aan te bevelen.

Geen wonder dan ook, dat de Priester, naast zijn Getijdenboek, niets dierbaarder heeft dan zijn Rozenkrans, en dat de brave geloovigen hem bijna zoo geregeld bidden, als de Priester zijn breviergebed, zoodat hij zelfs den naam draagt van het Psalter-boek van den leek. Psalterium laicorum. De Rozenkrans is vooral het geliefkoosd gebed van den Pelgrim, en voor hem de sleutel van Maria's Hart en de Genade-schatten des Hemels.

Hoe ook hielden de Heiligen hem niet in eere? De meeste ordestichters der latere tijden deden hunne kinderen den Rozenkrans aan den gordel dragen, opdat zij hem altijd bij de hand hadden. De meeste Heiligen maakten hem tot hun geliefkoosd geleed. De H. Franciscus van Sales liet hem geen enkelen dag achterwege, hoe veelvuldig zijne bezigheden ook geweest waren, en tot hoe ver in den nacht zij ook hadden voortgeduurd. De heilige Joannes Berchmang zeide, dat hij met zijn kruis, zijn regelboek en zijnen Rozenkrans wenschte te sterven.

Inderdaad, gelukkig de sterveling, die in zijn leven den Rozenkrans dikwijls en godvruchtig heeft gebeden, en met den Rozenkrans in de hand aan de poorten der eeuwigheid aanlandt.

ocr page 101

— 97 —

Heilige Maagd, ik zal den Eozenkrans blijven liefhebben, en dien dagelijks, zooveel mogelijk geheel, of ten minste een tientje daarvan, bidden, om TJ als mijne Moeder te vereeren, en door U, zoowel in leven als in dnod, beschermd te worden. Ieder Wees gegroet, dat ik U daarbij zal toesturen, neem dit aan als een nieuw bewijs mijner liefde, als eene verzuchting tot U, om steeds mijne voorspraak te wezen bij den gestrengen Kechter, en vooral, als een verzoek, om een zalig sterfuur en het voorrecht met U de eeuwige vreugde te deelen, in het hemelsch Koningrijk, waar de Maagden en Belijders, de Martelaren en Apostelen, de Cherubijnen en Serafijnen U als hunne Koningin begroeten, terwijl zij uwen goddelijken Zoon, met den Vader en den Heiligen Geest, het eindeloos Heilig! Heilig!Heilig! toezingen. Amen.

De volhomene genezing van Maria Sihilla Steeleen te Straelen (Duitschland).

Maria Sibilla Stecken, geboren te Straelen, slechts 27 maanden oud, was een half jaar aan eene keelziekte en later aan drogen hoest lijdende geweest. De zoo gunstig bekende dokter Br.... te Straelen kwam schier dagelijks het zieke kind bezoeken, wendde alles aan tot haar behoud, doek zonder gunstig gevolg. Eindelijk voegden zich hierbij nog de stmpen, en wel in zoo he-vigen graad, dat het oog des kinds naar boven

7

ocr page 102

— 98 —

draaide, en aldus bleef staan. De moeder en een oom des kinds namen zich nu voor, aanstonds eene Noveen te beginnen ter eere der Onbevlekte Ontvangenis, en den eerstkomenden Zondag eene bedevaart te houden naar Klein Lourdes, gelijk Tienray tegenwoordig wordt genoemd. Wat gebeurde er? 's Zondags, ten derden dag der Noveen, vroeg het bijna stervende kinds iets te eten; het verdraaide oog nam zijn rechte plaats weer in, en het kind, dat in de laatste dagen zoo zwak was, dat men soms moest onderzoeken en luisteren, of het werkelijk nog leefde, was genezen.

Op den feestdag van O. L. Vrouw Geboorte 1881, was het kind, volgens de verklaring van den oom, nog volkomen gezond.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige op bi. 71 en volgende aangegeven.

Op den zesden dag der Noveen.

Gehed ter voorbereiding. Zie bl. 57.

OVERWEGING.

Over de Bedevaarten.

Toen de H. Maagd op Donderdag, den 18 Februari 1858, voor den derden keer aan Ber-nadette verscheen, was zij vergezeld van de jonge dochter Antoinette Peyret en vrouw Millet. Zij verzocht toen Bernadette veertien achtereenvolgende dagen naar de grot te komen, en op de vriag, of hare gezellinnen haar telkens mochten

ocr page 103

— 99 —

vergezellen, antwoordde zij; zij mogen meekomen, zij en ook nog anderen. Ik wensch hier een yrooten toeloop te zien.

Aan dezen wensch der H. Maagd werd voldaan. Bernadette kwam veertien dagen lang geregeld terug, en had gedurende dien tijd, herhaalde malen, het voorrecht de verschijning op nieuw te aanschouwen.

Vóór de veertien dagen verstreken waren, en ondanks de bemoeilijking der wereldlijke macht, zag zij zich bij de wondergrot eerst van honderden, dan van duizenden en nogmaals duizenden omringd, zoodat reeds van den beginne, op wonderbare wijze, het verlangen der Verschijning vermld werd, die tot Bernadette kwam te zeggen: Ik wensch hier een yrooten toelojp te zien.

Is dit alles, het verzoek aan Bernadette van veertien dagen lang naar de grot terug te komen; de gedurende dit tijdperk bijna dagelijks herhaalde verschijningen; het uitgedrukte verlangen van hier een grooten toeloop te zien; de zoo schielijk aangroeiende schare, die den laatsten der veertien dagen, uit twintig duizend man bestond, niet eene eerbiedwaardige aanbeveling der dikwijls zoo kleingeestig beoordeelde, zoo helsch tegengewerkte, en soms zelfs laaghartig veroordeelde bedevaarten ?

Neen, neen, een eeuwenoud gebruik, dat de

ocr page 104

— 100 —

H. Kerk wel niet gebiedt, maar goedkeurt, ondersteunt, en door vele Aflaten zoo machtig aanprijst, kan onmogelijk lakenswaardig zijn.

Wie juicht, wanneer de Bedevaarten of Pro-cessiën naar de Heilige plaatsen bemoeilijkt of verboden worden ? De hel en de vrijgeesterij, die daarbij het grootste belang hebben, die begrijpen dat eene welgeregelde pelgrimsreis eene heerlijke uiting is van het katholiek leven, en dat ieder vrome pelgrim voor goed gebroken heeft met het menschelijk opzicht, dat zoo velen in de boeien van satan geklonken houdt.

Men zegge niet, dat de pelgrimstochten afkeurenswaardig zijn, wijl zij soms van misbruiken vergezeld gaan. Door 's nienschen bedorvenheid, sluipen die ook bij het heiligste in, bij voorbeeld, l ij het ter Kerke gaan. De H. Kerk is er ver van af deze goed te keuren; integendeel vermaant zij aanhoudend tegen deze misbruiken, terwijl zij een ieder aanspoort, om in goede gesteltenissen naar de heilige plaatsen te gaan. om heiliger van daar terug te keeren.

Wie met goede gesteltenissen ter Beevaart gaat, leeft voor dien tijd buiten den kring zijner gewone beslommeringen, en ter Bedevaarteplaats aangekomen, leeft hij als in hooger sfeeren, bidt inniger, voelt zich gesterkt en opgebeurd, smaakt daar een zielsgeuot, dat hem op andere plaatgen

ocr page 105

- 101 —

meestal onbekend bleef, z,oodat ook hij daar zijne tent wel zou willen bouwen, zoo zijne bezigheden hem niet naar de zijnen terug riepen.

En de zijnen heeft de pelgrim niet vergeten; vuriger dan ooit heeft hij voor hem gebeden, opdat de Heer hen beware en versterke op de groote pelgrimsreis dezer wereld.

Ook de Heiligen, onze toonbeelden, hielden de Bedevaarten in hooge eer.

De H. Joannes Nepomocenus kwam terug van eene Bedevaartskapel der H. Maagd, toen hii, op 's Keizers bevel, gevat, en van de brug te Praag in de rmer de Moldau gestort werd.

De H. Joannes Berchmans ging in zijne jeugd wekelijks van zi;ne geboorteplaats Diest naar Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel, en legde daar den grondslag van zijne toekomstige heiligheid.

Het leven van den armen Benedictus Josephus Labte, die in 178J overleed, en den 8 December 1881 door Z. H. Paus Leo XIII onder het getal der Heiligen geplaatst werd, was bijna een aanhoudende pelgrimstocht door Frankrijk, Italië, Zwitserland en Duitschland. Naast de kerken van Kome bezocht hij bij voorkeur de Heiligdommen van Maria. Onder deze was hem Loretto zoo dierbaar, dat hij zijn versleten tabbaard nooit wilde afleggen, omdat die, zoo als hij zich uitdrukte, de muren van het Heilig Huisje van

ocr page 106

— 102 —

Nazareth had aangeraakt. Maar ook, hoe stichtte hij de menigte, waar hij als pelgrim nederknielde? Ondanks zijne lompen, scheen hij eer een biddende Engel, dan een gewoon sterveling. Geen wonder dan ook, dat duizenden, die hem op de verschillende bedevaartsplaatsen zagen, hem toen reeds een Heilige noemden. In zijne laatste levensjaren, toen zijne afnemende krachten hem niet meer toelieten de Eeuwige Stad te verlaten, was hij te Rome algemeen hekend onder den naam van den arme of den Heilige van het Veertig-Uren-gehed.

O H. Maagd, overtuigd, dat eene Bedevaart met goede bedoelingen en de vereischte gesteltenissen ondernomen. Uwen GodJelijken Zoon en II hoogst welgevallig zijn, zal ik, zoo mijne bezigheden het mij toelaten, op het voetspoor der Heiligen, van tijd tot tijd een Uwer bevoorrechte Pelgrimsoorden bezoeken, daar mijne wenschen en behoeften met vertrouwen aan U aanbevelen. Ook zal ik mij beijveren, mij aldaar ingetogen te gedragen, volhardend in gebed en godsvrucht, om 's Hemels gunsten en uwer bescherming waardig te worden, en tevens anderen ten goede te stichten. Wedergekeerd zal ik trachten heiliger te worden, en zóó aan die mij omgeven, laten blijken, dat ik niet te vergeefs eene heilige plaats bezocht heb. Amen.

ocr page 107

— H3 —

De genezing vin Rutten. te Breyel (Duitschland).

Deze Rutten, geboren te Reuter, thana te Breyel wonende, en omstreeks 60 jaren oud, had gedurende twee jaren, de KTauwe ster op zijn linker oog gehad, en steeds b j een kundigen oogarts te Neuss gedokterd. Om Rutten's rechter oog te behouden, besloot de dokter het ongeneesbaar linker nog zijns lijders uit het hoofd weg te nemen. Op aanraden des doktors vertoefde Rutten nog eenige dagen te Neuss.

Niettegenstaande deze vjorzorg. was echter weldra ook het rechter oog door dezelfde ziekte aangetast. — Eenige dagen later zeide de dokter tot Rutten : — Keer maar huiswaarts ! uw rechter oog is verloren! Rutten ging naar huis. Des Zondags onder de Octaaf van O. L. Vrouw Geboorte (1880) kwam Rutten, vergezeld van vier personen uit Breyel, naar de Genade-kapel Klein Lourdes te Tieuray, verhaalde mij het bovenstaande eu voegde er nog deze merkwaardige woorden hij: Toen ik den Üokter te Neuss verliet, was ik steHblind. Te huis komende, zond ik eene arme vrouw naar Tienray om water van Lourdes te halen, en er eene Heilige Mis te laten lezen tot mijne spoedige genezing. Ik begon toen eene Nuveen, gebruikte dagelijks van het wonderwater, en, v66r de Noveen ten einde was, begon ik reeds een weinig te zien. Ik hield aan met bidden en het oog met Lourdes' water te wasschen. De onbevlekte Maagd verhoorde mijn bede. Dagelijks kwam het gezicht meer en meer terug, zoo dat ik thans U en alles wat mij omgeeft, goed kan zien en onderscheiden.

's Anderen daags hield hij te Klein Lourdes

ocr page 108

- 104 -

zijne devotie, dankte Jezus en zijne onbevlekte Moeder voor de reeds bekomene gunst, en bad nogmaals niet vertrouwen om zijne volkomene genezing, indien hem zulks zalig mocht wezen. En bij het uitgaan der kapel stond hij nogmaals verbaasd, toen hij bemerkte, dat alles weer helderder voor zijn oog was.

Geloofd, geprezen en gedankt zij ten allen tijda Jezus en zijne onbevlekte Moeder Maria!

J. B. H. Maesse.v, Pastoor.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige op den eersten dag der Noveen bl. 71 en volgende aangegeven.

Op den zevenden dag der Noveen.

Gebed ter voorbereiding. Zie bl. amp;7.

OVERWEGING.

Over de Kerken.

Op den 23 Februari was Bemadette reeds vroeg bij de grot. Eene onoverzienbare schare was haar vóór het krieken van den dag vooruitgesneld. Bedaard en eenvoudig dringt zij door de menigte, en knielt neder, in de ééne hand eene brandende kaars houdende en in de andere haren Rozenkrans. Nauwelijks had zij zich ia het gebed verdiept, of de H. Maagd verscheen haar ten zevenden male, stralende van hemelsche

ocr page 109

— 105 —

schoonheid, en haar met buitengewone teederheid aanschouwende.

Ik heb u, zoo sprak zij, aan u alleen een geheim mede te deelen, dat ook u alleen aangaat. Belooft gij mij, het nooit iemand ter wereld te zullen openbaren ?

Dat beloof ik U! was het antwoord.

Zij deelde dan aan Bernadette dit eeuwig geheim met de grootste welwillendheid mede, terwijl zij daarop aanstonds volgen liet:

„En nu, mijne dochter, ga, en zeg aan de Priesters, dat ik wil, dat men mij hier eene Kapel bouwe.quot;

Na deze woorden verdween de H. Maagd, Bernadette eindigde haren Rozenkrans, en maakte zich gereed om te vertrekke». De menigte omstuwde haar, nieuwsgierig vragende; Wat heeft zij u gezegd? „Zij heeft mij twee zaken gezegd, antwoordde zij, verwonderd, dat de schare de samenspraak niet gehoord had; zij heeft mij twee zaken gezegd, ééne voor mij en ééne voor de Priesters. Ik ga op staanden voet tot hen. Dit zeggende sloeg zij den weg naar Lourdes in, en begaf zich regelrecht naar den Pastoor, wien zij stoutmoedig de opgedragen zending mededeelde.

De WelEerwaarde Heer Pastoor Peyramale, rijkelijk bedeeld met de noodige voorzichtigheid en den vereischten tact om deze zonderbare zaak

ocr page 110

— 106 —

■

wijgelijk te onderzoeken, ontving haar eer stunrsch dan vriendelijk, als wantrouwde hij de verschij-ningen en openbaringen.

Zijt gij niet Bernadette, de dochter van den molenaar Soubirons ? zoo sprak hij haar op ernstigen toon toe.

Ja, mijnheer de Pastoor? antwoordde de eenvoudige afgevaardigde lier H. Maagd.

Wat komt gij dan bij mij doen ?

Mijnheer Pastoor, ik kom van wege de Vrouwe, die mij bij de Massabielle-rots verschijnt.

O ja! hervatte de Priester, gij brengt heel het land in beweging met uwe vertelsels. Wat is dit alles? Wat is u sinds eenige dagen toch overkomen ? Wat zijn dat toch voor buitengewone zaken, die gij voorgeeft, en die door niets bewezen worden ?

Kent gij den naam niet van die Vrouwe ?

Neen, mijnheer Pastoor, zij heeft mij niet ge-zegd wie zij is.

Zij. die n gelooven, meenen dat het de H. Maagd is.....

Ik weet niet, of het de H. Maagd is, mijnheer Pastoor, maar ik zie de Verschijning, zoo goed als ik u zie, en zij spreekt met mij, zoo als gij met mij spreekt, en ik kom u van harentwege «eggen, dat zij wil, dat men haar bij de Mas-

ocr page 111

— 107 —

sabielle-rotsej, waar Zij mij verschijnt, eene Eapel bouwe.

Alhoewel inwendig door dit verhaal getroffen, liet de Pastoor dit uiterlijk geenszins blijken. Hij deed Bernadette nog eens de juiste woorden herhalen van de opdracht, die zij ontvangen had.

Na mij het geheim te hebben toevertrouwd, dat mij aangaat, en dat ik niet mag openbaren, voegde Zij er bij: „En nu, ga aan de Priesters zeggen, dat ik wil, dat men mij hier eene kapel bouwe.quot;

Indien de Vrouwe, van wie gij spreekt, waarlijk de Koningin des Hemels is, zal ik mij gelukkig achten, naar mijne krachten te kunnen bijdragen, om Haar eene kapel op te richten; maar uw woord geeft geene zekerheid. Ik weet niet wie die Vrouwe is, en alvorens mij te bemoeien met hetgeen Zij verlangt, wil ik weten, of Zij daar recht op heeft. Verzoek Haar dus, mij een bewijs te geven van Hare macht. Gij zegt, dat de verschijning met hare voeten rust op een wilden rozelaar, die uit de rotsen opgroeit. Wij zijn nu in de maand Februari. Zeg Haar van mijnentwege. dat, zoo Zij de kapel wil, Zij dezen rozelaar doe bloeien.

Dat zal ik doen! antwoordde het kind, en ging heen.

Het kerkelijk gezag heeft intusschen het won-

i

ocr page 112

— 108 —

der^ol gebeurde schroomvallig en nauwkeurig onderzocht, en echt bevonden.

De wil der H. Maagd werd dan eindelijk opgevolgd, of liever grootmoedig overschreden.

Op zekeren dag, dat de eerbiedwaardige Pastoor van Lourdes, die als een tweede Esdras, de werkzaamheden tot verfraaiing rondom de grot, zelf bestierde, zich van een groep Geestelijken en leeken omringd zag, verscheen daar ter plaatse de bouwmeester, en bood hem een plan aan van een lief kerkje, boven de rots te bouwen. De Pastoor beschouwt het een oogenblik, en, als verontwaardigd, scheurt bij het aan flarden, en werpt de stukken in de Gave.

Wat vangt gij aan ? roept de bouwmeester verwonderd uit.

De Pastoor antwoordt hierop met tene vastberadenheid, die geheel den man kenschetst:

„Tot aandenken der groote gebeurtenissen, die hier hebben plaats gehad, moet hier geen bekrompen dorpskerk komen, maar een marmeren tempel, zoo groot, als de kruin der Massabielle-rotsen kan bevatten en zöo prachtig, als uw geest in staat is er eenen uit te denken. Ga, mijnheer de Architect, geeft volle vlucht aan uw vernuft! laat het in zijn vaart door niets gestoord worden; maar zorg, dat wij een meesterstuk krijgen.quot;

ocr page 113

I

— 109 —

Dat meesterstuk kwam. Den 2 Juni 187ö werd de heerlijke Baziliek op de rots van Lourdes, een wonder der bouwkunst en der dankbaarheid van de katholieke wereld jegens Onze Lieve Vrouw in de negentiende eeuw, allerplechtigat ingewijd.

Die indrukwekkende ceremonie werd besloten door de kroning van het Beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, op last van Z. H. Pius IX, den Paus Her Onbevlekte Ontvangenis, door den Nuncius van Parijs zeiven verricht.

Niet minder dan 35 Bisschoppen, 5000 Priesters en 100,000 geloovigen waren bij die kerkwijding tegenwoordig. Waar is ooit zoo iets gebeurd ?

O H. Maagd, ik verheug mij met de geheele katholieke wereld over den prachtigen Tempel, op uw verzoek en U ter eere op het beroemdste Genade-oord van onzen tijd opgericht. Het woord tioor TJ gesproken: Ik wil, dat men mij hier tene kapel houwe I zal mijnen eerbied voor alle Bede-vaarts-kerktn of kapellen nog vermeerderen. Ik zal gaarne, naar mijn vermogen, tot hare instandhouding en verfraaiing bijdragen.

Waar ook ter wereld, ik voor den bouw eener kerk werd aangesproken, zal ik, volgens de les der H. Moeder Theresia, nooit weigeren daartoe bij te dragen.

Veoral echter zal ik mij het lot der kerk aan-

ocr page 114

— 110 -

trekken, welke ik onze kerk noem, mijner Parochie-kerk, waaraan voor mij zoovele en zoete herinneringen verbonden zijn. Onze kerk en ons huis zullen mij onder alle gebouwen der aarde het dierbaarste zijn. Onze kerk mag niet vervallen ; maar aan alwie haar ziet, moet het duidelijk worden, dat zij bemind en hare schoonheid behartigd wordt door zoo velen, als onze plaats parochianen telt.

Ben ik niet onverschillig voor het Huis des Heeren, dan zal Hij daar voor mij ook niet onverschillig wezen bij mijn gebed.

Maar, wat zal het baten prachtige kerken te hebben, zoo die, als in vele steden in onzen tijd, altijd ledig staan, en slechts door nieuwsgierige vreemdelingen bezucht worden ?

Ik zal dan, vooral op den dag des Heeren, om dien waardig te heiligen, getrouw de kerkelijke diensten bijwonen, en ook in de week, zooveel mogelijk, dagelijks ter kerke gaan ea godvruchtig de H. Mis hooren.

Isooit, neen nooit, zal ik onder welk opzicht ook, aan het Huis des Heeren vreemd worden, opdat ik eens aan de poorten der eeuwigheid, voor de eeuwige Bruiloftszaal des Heeren, niet als een vreemdeling worde afgewezen. Amen

ocr page 115

— Ill —

Plotselinge genezing van Jozef Girkes, lijdende aan jicht en krampen, te Born hij Bruggen (Pruisen).

Jozef Girkes, schoenmaker te Born, bij Brüggen, was, sinds ruim drie maanden, lijdende aan jicht en krampen, vooral in ééne hand. Den 21 September 188b reisde hij naar Tienray ter bedevaart. Hij kwam bij mij, liet mij zijne hand zien, waarvan de vingers en duim zoo stijf en krom waren, dat hij voor zijne vrouw en vier kinderen geruimen ti.id niets had kunnen verdienen. Wat moet ik nu doen ? vroeg hij mij, waarop ik ten antwoord gaf: Stel een groot betrouwen op de machtige Maagd van Lourdes; houd eene Noveen; drink van het water van Lourdes en wpsch daarmede uwe hand, terwijl gij uwe gebeden verricht. Volgt echter geene beterschap bij de eerste Noveen, doe dan eene tweede, eene derde, enz. Verder raad ik u aan (zoo als men te Lourdes zelf pleegt te doen) aanstonds bij het beeld van O. L. Vrouw biddend te gaan nederknielen, van het water der wonderbron te drinken en daarmede uwe hand te wasschen. Zoo gezegd zoo gedaan. Omstreeks elf uur ontmoette ik hem ten tweeden male en vroeg hem; Wel, hoe is het thans met uwe hand? Hij gaf mij ten antwoord: ach, Pastoor! zie maar eens! Hij toonde mij zijne hand, en oogenblikkelijk gingen de vingers open:.de stijve hand was genezen. Met verbaasdheid zag hij mij aan, opende en sloot meermalen zijne haiud, alsof hij zijne oopren niet vertrouwde. Dit wonderbaar feit geschiedde in de tegenwoordigheid van verscheidene pelgrims, die met hem ter bedevaart waren gekomen. Van af dien gelukkigen dag heeft hij, even als voorheen,

ocr page 116

— 112 —

goed kunnen werken. Schisr eiken feestdag komt hij naar Klein Lourdes om U. L. Vrouw zijn hartelijken dank te betuigen voor deze wonderbare genezing, waarvan hij ook eene eigenhandige beschrijving heeft afgegeven, die bij de grot is opgehangen.

J. B. ET. Maessen, Pastoor.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige op bl. 71 en volgende aangegeven.

Op den achtsten dag der Noveen.

Gebed ter voorb'reiding. Zie bl. 57.

OVERWEGING.

Over de Onhevlfkte Ontvangenis van Maria.

Toen op den 25 Maart van het jaar onzes Hfeeren 1858, de H. Kerk het Peest van O. L. Vr. Boodschap vierde, en hare kinderen over den aardbodem, in blijde en dankbare herinnering den groet des Engels herhalende, tot 's Heeren Moeder verzuchten: Wees gegroet, Maria, vol van ge.nade! lag Bernadette, in den vroegen morgen, voor de grot van Lourdes geknield. Zij zag andermaal de Vrouwe, die haar zoo herhaaldelijk verscheen, in een onbsschrijfelijken straalkrans en hemelschen luister.

Was het door den bijeonder liefderijken aanblik der Verschenene of door de blijde herinne-

ocr page 117

— 113 —

ring, die het Peest bij haar teweeg bracht, of wel door 's Hemels ingeving, dat zij zich verstoutte Haar naam te vragen en tot viermaal toe te herhalen: O Vrouwe, wees toch zoo goed mij te zeggen, welke uw naam is ?

Wij weten het niet. Wel weten wij, dat de Vrouw, als ware zij huiverig, om zelve haren grooten eeretitel nit te spreken, en als wilde zij ons een voorbeeld van nederigheid geven, tot de vierde vrage wachtte, alvorens zij antwoordde: Ik hen de Onb'vlekle OntvangenisI

Zondig Adams-kiud, aanhoor dit antwoord, en wees verheugd voor Maria, uwe Moeder, maar wees beschaamd over u, haar kind.

Wie zijt Gij, o Vrouwe? Gij zijt de volmaakt-schoone, de nieuwe Eva, de eenige, die sinds de eerste vrouw der wereld, zonder vlek was. Gij zijt de zuivere aarde, waarop de vloek des Heeren nooit gerust heeft. Gij zijt de Maagd der Maagden; Gij zijt de Koningin der zuivere Engelen; Gij zijt de vreugde des Hemels; Gij zijt de geliefde Döchter des eeuwigen Vaders, de Bruid van God den Heiligen Geest, de Moeder van mijn Verlosser. Gij zijt het pronkstuk van Gods almacht en liefde, o Onbevlekte Maagd.

En Gij veroorlooft mij, TJ mijne Moeder te noemen. Welke verplichtingen legt dit voorrecht mij uiet op? 8

ocr page 118

— 114 —

Gij [sijt de Onbevlekt'; hoe zou ik, uw kind, dan langer in zonde kunnen leven? Neen, de eeretitel in de Grot van Lourdes door U zelve aan de wereld verkondigd, de eeretitel vier jaren vroeger door het onfeilbaar woord van Christus' Stedehouder, den onsterfelijken Pius IX. overeenkomstig het christelijk gevoelen van alle volken en tijden, overeenKomstig de Goddelijke Openbaring, U toegekend, zal mij met nieuwen afschuw voor de zonde vervullen. Ik zal nauwkeuriger over mijne gedachten, over mijne woorden en werken waken, opdat voortaan geene zonde^mijn levenswandel besmeure.

Denkende aan het witte kleed, dat Gij bij uwe verschijningen droegt, zal ik ten minste van nu af, het kleed mijns Doopsels onbevlekt trachten te bewaren.

Vooral zaHk mij toeleggen, om met de grootste zorg, die zonde te vermijden, welke tegen het voorrecht uwer Onbevlekte Ontvangenis het meest aandruist, die de schande des menschen, het ongeluk der wereld, de vreugde der Hel ij. De ontucht, o Allerzuiverste Maagd, in uw oog een gruwel, overstroomt de wereld onzer dagen, en vult de Hel met verdoemden. Ik zal mij door den stroom van het algemeen bederf niet laten medesleepen. maar de gevaren zorgvuldig vermijden. Ik zal de kuischheid, zooals zij mij door

ocr page 119

— 115 —

mijn levensstaat geboden wordt, in eere houden, mij het woord des Heeren herinneren, die gezegd heeft: Zalig rijn de zuiveren van harte, want zij rullen God zien. (Math. V. 8). Opdat de vijand mij den schat mijner kuischheid niet roove, zal ik mijn hart, als met eenen muur, omheinen, en eene wacht aan mijne oogen stellen.

Stijgt de bekoring in mijn binnenste op, of komt de aanval van huiten, dan zal ik aanstonds tot U snellen, en biddend tot u roepen : o Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor mij, die mijne toevlucht tot U neem!

Heilige Maagd, verkrijg mij. dat ik altijd de zonde en vooral de oukuischheid, als de grootste ramp, verafschnwe, de gevaren mijde, mij dikwijls hel voorrecht uwer Onbevlekte Ontvangenis her-innere, om daardoor tot een kuischen levenswandel op aarde aangemoedigd te worden. Om mij dezer genade en uwer bescherming meer en meer waardig te maken, roep ik U eerbiedig toe: Gezegend zij de Heilige, Onbevlekte en allerzuiverste Ontvangenis van Maria, Gods Moeder. (300 dagen aflaat. Leo XIII, 10 Sept. 1878.) Amen.

Velschillende merkwaardige genezingen.

1. Johanna Kursten, een dertienjarig meisje van Swolgm, nam hare toevlucht tot het water van Lourdes, en werd den 13 September 1876

ocr page 120

— 116 —

plotseling van eene oogziekte genezen. Tegen den Vrijdag in hare derde Noveen, had zij eene Bedevaart naar Tienray beloofd. Toen de Moeder, dien dag 's morgens bij haar in de kamer kwam, om met haar op weg te gaan, riep het kind haar vreugdevol toe: „Moeder! mijne oogen zijn genezen.

2. Op het Feest der HH. Apostelen Petrus en Paulus van het jaar 1880 kwam een man uit Wachtendonk (Pruisen) naar Tieuray. Hij verhaalde , dat hij door jicht, jaren lang niet had kunnen werken, en nu door het gebed en het gebruik van het water van Lourdes genezen was. Met een vreugdetraan in het oog voegde hij er bij, dat hij eene reis van vier uren te voet, had afgelegd, om O. L. Vrouw in Tienray te komen bedanken.

3. Verscheidene kranken kinderen zijn door het gebruik van het water van Lourdes genezen, als te Horst, Blerick, Broekhuijsenvorst, Sevenum, Vierlingsbeek, Straelen. Wachtendonk, Wankum, Kevelaer en in vele andere plaatsen van Duitsch-land.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige, op den eersten dag der Noveen, bl. 71 en volgende aangegeven.

Op den laatsten dag der Noveen.

Gebed ter voorbereiding. Zie bl. 57.

OVERWEGING.

Over den Hemel.

Wanneer wij ons oog aandachtig vestigen op de E. Maagd, zooalg zij zich voortdurend aan

ocr page 121

— 117 —

Bernadette vertoonde, dan zien wij Haar niet slechts met een helder wit kleed, treffend zinnebeeld harer Onbevlekte Ontvangenis en van de ons noodige reinheid van zonden, omgeven, maar wij zien dat kleed omsloten dour een Hemel-blauwen gordel, die met zijne twte uiteinden tot schier op de voeten afdaalt. H-.ar voet is versierd met een gouden roos en hare saamgevouwen handen zijn bij voorkeur naar den Hemel gericht.

Spreekt ons dit alles in Maria niet van den Hemel, en moet het ons niet krachtig aansporen om met onze harten naar den Hemel op te varen, daar met onze gedachten te wonen, en alles in het werk te stellen om ons hoofddoel, den Hemel, niet te missen ?

Ja, de blauwe kleur van den gordel en de gouden rozen op hare voeten herinneren ons aan den Hemel.

Zij roepen, als van zelf, het heerlijke beeld der blauwe Hemeltent boven onze hoofden en de fonkelende starren voor den geest.

Hoe verrukkend schoon is dat onmetelijke blauw Hemelgewelf met de millioenen starren, die daar als diamanten flikkeren ?

En toch zijn zij slechts als de lampen van 's Hemels voorportaal.

Wat zal dan de Hemel zelf wezen?

Bernadette in geestverrukking, die aan geen

ocr page 122

— 118 —

gewoon steryeling meer gelijkt, maar dan als een weerglans van den Hemel op haar Engelachtig gelaat draagt, zal er ons wellicht eenig denkbeeld van kunnen geven; ten minste zal zij ons kunnen verhalen van hetgeen zij, met den geest ver boven de aarde verheven, in hooger sferen gezien heeft.

Neen! roept de H. Paulus uit, geen oog heeft gezien, geen oor gehoord, in 's menschen hart is het nooit opgekomen, wat God bereid heeft voor die Hem lief hebben.

De Hemel is het einde van alle kwellingen, van alle lijden, van alle tranen en geween

De Hemel is de eeuwige rust na den moeitevollen dags des levens ; hij is de vergelding na den arbeid ; de kroon na den strijd.

De Hemel is de eindelijke bevrediging van alle onze verlangens en wenschen; hij is de volmaakste rust onzes harten.

De Hemel is het einde onzer pelgrimsreis op aarde, de intrede van den balling in zijn geliefd Vaderkud.

De Hemel is het blijde wederzien onzer dierbaren, die in God geatorven zijn, en met wie wij in eeuwige liefde zullen vereenigd blijven.

De Hemel is de aanschouwing Gods, het bezit van God, die door een straal zijner heerlijkheid Petrus reeds gelukkig maakte op den Thabor.

ocr page 123

De Hemel is de volmaakte vreugJe, waaraan niets ontbreekt; is zich verzadigen aan'jde bron der vreugde, die God zelf is.

De Hemel is de eeuwige, eindelooze vreugde, de eeuwige GelukzaligheM.

Wat hebben de Heiligen niet gedaan, om zich deze onbeschrijfelijke, eeuwige Gelukziligheid te verzekeren ?

Voor de eeuwige Hemelvreugde stierf Petrus kloekmoedig aan het kruis; Andreas groette vreugdevol het kruis, dat hem den Hemel zoude openen; Stephanus was verheugd te midden eener hagelbui van steenen, en riep in verrukking uit; ik zie den Hemel open ! de Martelaren wandelden over gloeiende kolen, en zij schenen hun rozen, wijl zij met hun oog reeds den Hemel inblikten; zij bogen onverschrokken hun hoofd voor de bijl der beulen, of gaven hun lichaam aan^woedende leeuwen prijs, in de zekere hoop, dat .zij het verheerlijkt zouden wederbezitten in den Hemel; de Belijders leidden een verstorven leven tot aan hunnen dood, om de kroon der eeuwige zaligheid te gewinnen, terwijl de Maagden zorgvuldig haar vleesch in bedwang hielden; de gevaren vermeden, en in waakzaamheid hare lampen van olie voorzien hielden, om ter eeuwige Bruiloft te worden toegelaten, en in het] gevolg van den Hemelschen Bruidegom harer zielen, de onnavolgbare liederen

ocr page 124

— 120 —

van het reine Maagdenkoor in eeuwigheid te kannen medezingen.

De ure zal komen, ure van bitteren spijt, waarop de wereldlingen en zi;, die hunne bedorven natuur opvolgden, zullen uitroepen : „dwazen, als wij ziju! Wij hielden dezen eens voor onzianigen, hun leven voor eene schande; zie, hoe zij nu onder Gods zonen geteld worden; hoe bun deel du met de Heiligen is!quot;

De Heiligen, van hunnen kant, roepen ons uit de eeuwige vreugde toe: „Zoekt wat hierboven is ! smaakt wat hierboven, en niet w.it op aarde is!quot;'

Heilige Maagd, die hier op aarde steeds een Hemelsch leven geleid hebt, verkrijg mij, dat ik U navolge, de aarde gering acbte, en den Hemel nimmer uit betoog verlieze! laat mij steeds gedenken, dat mij in den Hemel de kroon der zaligen wacht, en laat mij niets te veel zijn om deze eeuwige Hemelkroon te winnen. Maria, Koningin van alle Heiligen, bid voor mij! Amen.

Genezingen.

1. Een meisje uit Veliïen, 26 jaren oud, verkreeg, door baar vertrouwvol, gebed en het gebruik van het water van Li.urdes, de genezing eener liesbreuk, welke zij zich in October 1878, op het veld arbeidende, berokkend had. Vóór het einde der tweede Noveen was zij volkomen

ocr page 125

— 121 —

genezen. Uit dankbaarheid voor deze weldaad schonk zij aan O. L. Vrouw te Tienray hare gouden broche.

2. Eene godvruchtige huismoeder te Vier-lingsheek (Noord-Brabant), stelde in 1880, in hangen barensnood, al haar ve trouwen op de hulp, die de H. Maagd bij de Genade-Kapel van Tienray pleegt te verleenen. Zij zond eene arme vrouw derwaarts, om wat water van Lourdes te halen. Nauwelijks had zij dit gebruikt, of zij verheugde zich hare wenschen vervuld te zien, en meende deze voorspoedige gebeurtenis aan het wonderwater van Lourdes te moeten toeschrijven.

3. Niet slechts in de laatste jaren was Tienrsy een buitengewoon gezegend pelgriiijsoord; ook in vroegere tijden waren de ruusten aldaar, door de voorbede van Maria verworven, menigvuldig, zooals getuigden de krukken of windsels, die vóór eenige jaren, nog in grooten getale, in de oude Kapel aanwezig waren.

Wij stippen, tot bevestiging hiervan, slechts een enkel feit aan. waarvan de getuigen nog in leven ziin.

Elisabeth Litjens van Horst, eene zuster van den tegenwoordigen koster van Tienray, was met een blind oog. dat altijd etterde, op de wereld gekomen. Alle geneeskundige hulp bleef vruchteloos. Veertien jaren oud zijnde, beloofde zij, door een bijzonder vertrouwen gedreven, eene bedevaart naar Tienray. Zij begaf zich met hare moeder en nog vijf verwanten derwaarts, stortten er een hartelijk en hoopvol gebed voor het oud Beeld van de Troosteres der Bedruvten en offerden, Haar ter eere, een zilveren oog. Toen zij de Kapel verlieten, doopte Elisabeth eerbiedig hare hand ia liet wijwater, en zegende

ocr page 126

— 122 —

lich met liet teeken des kruises. Op hetzelfle oogenblik ontsloot zich haar oog. Elisabeth en hare verwanten dankten God en Zijne II. Moeder, en keerden in vreugde huiswaaits. Dit gebeurde in 1839.

Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige, op den eersten dag der Noveen, BI. 71 en volgende aangegeven.

Om uw vertrouwen, dat gij in O. L. Vrouw van Lourdes en in O. L. Vrouw van Tienray, de Troosteres der Bedrukten, stelt, nog meer te versterken en te doen aangroeien, bieden wij u nog eenige wonderbare genezingen van verschillende ziekten, uit die honderden uitgekozen, welke alhier sinds ISSi zijn voorgekomen, ter lezing aan.

Genezing van vallende ziekte in 1885.

Heinrich Scheurhorst te Burgwaldniel, 36 jaren oud, leed, van zijn dertiende jaar af, aan vallende ziekte, snuis meermalen in de week Den 2 Februari lb85, feestdag van O. L. Vrouw Lichtmis, te Klein-Lourdes ter bedevaart gsko men zijnde, hield hij er zijne devotie, waschte zich met water van Lourdes en dronk een teugje van dat miraculeuse water, in de stellige hoop van te genezen. Inderdaad, zijne hoop werd niet te leur gesteld, aaar, sinds dien dag, geen enkel toeval meer heeft plaats gehad, volgens de bevesiiging van verscheidene geloofwaardige mannen zijner parochie.

J. B. H. Maessen.

ocr page 127

— 123 —

Genezing van galsteen in 1880.

Christina Geurts, oud 41 jaren, wonende te Hardt (Pruisen), echtgenoote vau Mathias Moll, leed, sinds zeven jaren, aan galsteen, soms vergezeld van de vreeselijkste pijnen. Nadat drie bekwame geneesheeren vruchteloos bedroefd hadden haar van hare kwaal te genezen kwam zij eindelijk naar de kapel Klein Lourdes te Tienrsy ter bedevaart. Den 2 Februari, feestdag vau O. L. Vrouw Lichtmis (1885), zag men haar bij Maria's genadebeeld in diepe godsvrucht neergeknield, hare genezing afsmeekende. Twee novenen ter eere van O. L. Vrouw van Lourdes, die te reent in onze dagen de behoudenis der kranken mag genoemd worden, waren reeds ten einde, toen zij naar Tienray kwam. Nu begon zij hare derde noveen, gebruikte Lourdes water, en, na weinige dagen, dankte zij God en bracht hulde aan Maria, door wier machtige tusschenkomst zij van hare pijnlijke kwaal geheel genezen was. lïare genezing hield stand tot heden den eersten November 1887.

J. B. H. Maessen.

Genezing van een kind te Kevelaar in 1887.

De echtgenooten Gerard Valks en Ida Linssen, * te Kevelaar, hadden een zoontje, slechts 18 maanden oud, Petfrke geheeten. Eea half jaar lang beproefde de beide zoo gunstig bekende geneesheeren van Kevelaar, dr. Van Gülick en dr. Van der Loo, de heilvolste medicijnen, maar zonder gevolg; het kind werd steeds zieker, zwakker en kwam den dood nabij. Zijn toestand scheen

ocr page 128

— 124 —

hopeloos, ook volgens het gevoelen der dokters. In die bedroevende omstandigheden bleef er voor de ouders nog ééne troostvolle hoop over. Voor de eerste maal vernomen hebbende, dat er te Tienray, door Maria's machtige hulp en het gebruik van Lourdes water, zoovele buitengewone gevallen van genezingen hidden plaats gehad, begaf de grootvader van het zieke kind zich tot eene familie te Kevelaar, die pas van hare pelgrimsreis naar Tienray was teruggekeerd, vroeg eu bekwam een weinig Lourdes water van Tienray medegebraeht, gaf er een weinig van aan het zieke kind, waschte er zijn voorhoofd, handen en voeten mede, en o, wat vreugde voor de ouders! 's anderendaags, den 19 Maart, feestdag van deu H. Joseph, was het kind reeds merkelijk beter en den Ssteu dag der noveen liep hun Peterke wf êr gezond en spelende door de kamer heen. Jesus en Maria zij lof en dank. Een eigenhandig geschrift, van den vader, in een raampje bij de grot te Tienray, als ex-voto opgehangen, geeft getuigenis van bovenstaande genezing.

Eene genezing van kanker aan een oog in 1886.

1° In 1886 genas Johanna Puijn, wonende te Kevelaar, van den kanker aan een oog. Zij kwam te Tienra}' om O. L. Vrouw haar dank te betuigen en om, door de hulp van de onbevlekte Maagd, verder van deze kwaal te mogen bevrijd blijven. Tevens overhandigde zij ons het volgend briefje ;

Var einem Jahre würde ich vom Krebs (of Kanker), dein Ich am Auge halte, glücklich geheilt, und hoffe. mil Hülfe der Muller Gotten

ocr page 129

— 125 —

von Lourdes, das:; es nicht wieder zurück kehre. Geteekend: Johannes Puijn, zu Kevelaar.

Vele pelgrims van Kevelaar getuigen ons de echtheid dezer genezing.

2° Eene jonge dochter van omstreeks 20 jaren, te Kevelaar gehoord hebbende dat Johanna Puijn van den kanker genezen was, ging bij Johanna een weinig Lourdes water halen en met dat weinige water, zoo verhaalde zij mij, ben ik ook genezen van eene negenjarige oogziekte of schier blindheid.

J. B. H. Maessen.

Genezing rentr waterbreuk 1888.

Mijn geliefde broeder Franciscus Hubert us Maes-sen, echtgenoot van Margaretha H'iligers, wonende te St. Odiliënberg, bij Roermond, leed verscheidene jaren aan een vreeselijken waterbnuk, die nog immer vergrootte. De geneesheer, die hem van den beginne af behandeld had, verklaarde hem eindelijk, dat er zoodra mogelijk eene operatie moest gedaan worden, wilde hij het leven behouden. Daar de lijder reeds meermalen te vergeefs zijne toevlucht genomen had tot O. L. Vr. van het H. Hart te Sittard, besloot hij nu eene bedevaart te doen naar O. L. Vrouw van Lourdes te Tienray. Twee dagen na deze droevige verklaring van den geneesheer; lag hij reeds neergeknield bij Maria's genadebeeld te Klein Lourdes, vurig en hoopvol biddend, om, door hare machtige voorbede, zijne genezing te erlangen, 's Anderen daags knielde hij nogmaals bij Maria's Genadebeeld neder, en smeekte haar met nog meer vurigheid en vertrouwen dan ooit tot gene-

ocr page 130

— 126 —

zing zijner ongeneesbare kwaal. En zie, zijne bede werd verhoord, want, huiswaarts keerende, gt;;enas hij onder weg; het water verdween op eene wonderbare wijze, en den opvolgenden morgen ontwakende, was zijne genezing volkomen.

Dit wonderbaar feit had plaats in de maand October 1883, het jaar mijner schoone pelgrimsreis naar de wondera:rot te Lourdes.

Heden 1 October 1887, dus vier jaren na zijne genezing, geniet hij nog den besten welstand.

J. B. H. Maessbn, pastoor.

Genezing van een heeneter te Neer in 18S6.

Een zeer vertrouwbare ooggetuige schrijft ons hierover het volgende :

Zeer Eerwaarde Heer Pastoor !

Volgens onze afspraak van den 17 Mei 11, toen ik in Tienray ter bedevaart was met den gelukkigen jongeling Jacobus Vievekens geheeten, die door toedoen van O. L. Vr. van Tienray en het gebruik van Lourdes wonderwater pas volkomen genezen was van een besneter, kom ik u, wel _ eerwaarde, thans mededeelen hoe deze zaak zich in haar geheel heeft toegedragen.

Den 29 Juni 1885 voelde Jacobus eensklaps pijn aan een been; de eerste sp ren zijner ziekte vertoonden zich reeds op den enkel. Terstond begaf hij zich naar eene vrouw te Mülbracht. Deze, zich onkundig verklarende om het been te genezen, ried hem aan, naar een ervaren dokter te gaan. Den 21 Augustus begaf hij zich dan ook, per rijtuig, naar den zoo gunstig be-

ocr page 131

— 127 —

kenden dokter Walraven te Roermond. De dokter verklaarde hem al aanstonds, dat de kwaal vau zijn been eene bedenkelijke en ernstige was. Hij beproefde alles ter genezing. Tot driemaal toe moest Jacobus eener allerpijnlijkste operatie onderstaan ; er werd gesneden en gebrand, doch te vergeefs; de kwaal groeide immer aan. Zoo heeft Jacobus, tot den feestdag van Allerheiligen, de hevigste en onverdragelijkste pijnen uitgestaan. Eindelijk verklaarde de dokter aan deu Zeer Eerwaarden Heer Pastoor der Parochie, dat hij al het mogelijke Ur genezing van Jacobus been had aangewend, maar dat het ongeneesbaar was, wijl men te laat zijne geneeskundige hulp had ingeroepen, en dus, dat hij niet meer terug kwam.

Zeven weken na het laatste bezoek van den dokter, het was juist de feestdag tan Allerheiligen, komt de diep bedroefde moeder van den onge-lukkigen lijder weenende bij mij. Zij had vernomen, dar ik naar Tienray ter bedevaart was geweest en vroeg mij een weinig water van Lonrdes. Ik gevoelde mij gelukkig aan haar verlangen te kunnen voldoen. Met het volste vertrouwen namen zij nu huane toevlucht tot O. L Vrouw van Lourdes, de troosteres aller bedrukten en begonuen gezamenlijk eene noveen. .Tacobus dronk van het miraculeuse water van Lourdes en waschte daarmede de wond, liet eenige heilige missen lezen, en zie, eer de noveen ten einde was, begon de wonde te genezen. Dat gaf moed. Met nog g,ooter vertrouwen begon men een tweede noveen, daarna eene derde, bm de genezing van het been hield gelijken tred. De zoete hoop van eene volkomene genezing-herleefde thans in ielers hart, bracht vreugde

ocr page 132

in geheel het huisgezin, ja, bij allen die Jacobus been voor ongeneesbaar hadden gehouden. Halfvasten kon Jacobus een weinig gaan. en, in de eerste dagen van de Meimaand genas het been geheel en al.

Um nu aan eenen duren plicht van dankbaarheid te voldoen, vergezelden wij den gelukkigen en door Gol en Maria zoo bevoorrechten jongeling naar Klein Lourdes te Tienray. Den 17 Mei waren wij er reeds, en knielden wij samen neder bij het altaar van O. L. Vrouw van Lourdes. Met aandoening des harten loofden en dankten wij Jacobus groote Weldoenster, O. L. Vrouw van Lourdes, aan wier machtige hulp en voorspraak hij de volkomene genezing van zijn been te danken had, volgens het innig gevoelen van alle inwoners van Neer, zoo geestelijken als leeken, die den ongelukkigen staat van zijn been gekend hadden.

Nu, zeer eerwaarde heer Pastoor, de reden waarom ik zoo lang gewacht heb u het bovenstaande te schrijven is deze: ik wilde toezien of de genezing ook stand hield, of zij volkomen en duurzaam was, en nu, wijl de genezing tot beden toe volkomen en steeds voortdurend is, heeft onze zeer eerwaarde heer Pastoor mij gezegd, dat ik u maar alles volgens geweten zou schrijven, hoe deze wonderbare genezing, waarvan ik van het begin tot het einde ben ooggetuige geweest, zich heeft toegedragen. Dit alles, zeer eerwaarde heer, kunt u dan ook gerust in de Annalen van Klein Lourdes en in het Pelgrimsboekje van Tienray plaatsen tot meerdere eer en glorie van God, tot lof en dank van Jesus' onbevlekte Moeder en tot vermeer-

ocr page 133

— 129 —

dering van het betrouwen der ongelukkigen op Maria's machtige hulp en voorbede.

Neer, den 8 December 1886.

(Git.) W. Schoenmakers.

Genezing van eene verouderde wond aan voet en been te Heijen, bij Boxmeer.

De heer Joannes Sass'n, 72 jaren oud, gepensioneerd commies, wonende te Heijen, had, ruim 28 jaren geleden, zijn voet gewond. Deze wond begon langzamerhand pijnlijker te worden, te zweren en te etteren. De krachtige geneesmiddelen werden aangewend door den zoo gunstig bekenden dokter H .... te Gennep, doch de pijn werd immer grooter en de wond gevaarlijker, zoodat eindelijk de dokter zich genoodzaakt zag den heer Sassen bekend te maken, dat er eene operatie noodig was, en dat hij hiertoe zou overgaan, na vooraf de vnorgeschrevene zalf geheel gebruikt te hebben. Beangstigd voor zoo eene pijnlijke operatie, besloot bij aanstonds zijne goede en godvreezende echtgenoote eene bedevaart, naar Klein Lourdea te laten doen. Den opvolgenden Vrijdag was zij er reeds. Bezield met het grootste vertrouwen op Maria's machtige hulp, bad zij tot haar met alle vurigheid ter genezing van haren man. Te huis komende zeide zij tot hem ; ste! nu al uw vertrouwen op O. L. Vrouiv van Lourdes, werp alles van het been af, en gebruik slechts dit water van Lourdes. Zoo gezegd, zoo gedaan. Zijne vrouw nam het fleschje Lourdes-water, goot er eenige droppels van over de wond, en de pijn liet af,

9

ocr page 134

— ISO —

het vuile vleesch (waarom de dokter de operatie noodig achtte), ontlastte zich aan het been, en de wond bsgon aanstonds te genezen, zoodat den 8steu dag der noveen, de geheele plaats reeds met een licht velletje overtrokken was.

Den zeventienden dag kwam de dokter terug en vroeg aan Sassen's huisvrouw: hoe gaat het met het heen van uwen man ? Zeer goed, M. dokter. Hebt gij de zalf gebruikt ? Neen, M. dokter, was

het antwoord. Wat neen...... De dokter liep naar

binnen en zeide: Sassen, laat mij uw been eer.s zien. Met genoegen, M. dokter; ziedaar. De dokter bezag het genezen been en zeide: Och. hei is dit niet, dat ik hebben moet; toon mij het zieke been ! Sassen toonde hem dan het ander. Maar hoe verwonderd stond de dokter te zien, toen hij ook dit geheel gezond bevond. Nu verlangde hij het eerste nogmaals te zien, beschouwde en onderzocht hetzelve met de grootste oplettendheid en sprak: o hoe schoon, hoe schoon genezen! Later verklaarde hij, dat hij deze wond immer beschouwd had als zijnde eene van die soort, welke als ongeneesbaar gehouden worden. Jammer maar, dat hij ons gevoelen aangaande deze wonderbare genezing niet schriftelijk ter hand stelt.

J. B. H. Maessen.

Plotselinge genezing van een blind jongentje te

Amern St. Georg (Pruisen), den 8 December 1883, 's morgens te halfvier uur.

Het jongentje, waarvan hier sprake is, heet Theodoor JSrissen, wonende te Amern St. Georg. Den 8 December van het jaar 1885 kwam zijne

■

l

ocr page 135

— 131 —

godvreezende moeder te Tienray met haar 5 ea een halfjarig zoontje aan de hand, dat van al' den ouderdom van 18 maanden schier blind was geweest, maar op den feestdag van O. L. Vrouw Onbevlekte Ontvang'nis, den 8 Dec. 1883 plotseling genezen was door het godvruchtig gebruik van het water uit de wonderbron van Lourdes, te Tienray gehaald. Het was een treffend schouwspel de gelukkige moeder met haar, door de H. Maagd zoo bevoorrecht kind, voor Maria's altaar neergeknield te zien, God lovende en Maria hartelijk dankende voor de groote weldaad aan haar en heur kind bewezen.

Ziehier een kort relaas betreffende de ziekte en plotselinge genezing van het jongentje.

De kleine Theodoor, slechts 18 maanden oud, leed aan eene vreeselijke oogziekte, soms blindheid. De ouders riepen gestadig de hulp der geneeskunde in, doch vruchteloos. Eindelijk kwam de moeder te Klein Lourdes ter bedevaart, beval haar zoontje ter genezing aan O. L. Vr. aan, begon eene noveen, en, te huis teruggekeerd, zette zij de druppels van den dokter ter zijde, gebruikte slechts Lourdes' water, geheel haar betrouwen op 0. L. Vrouw van Lourdes stellende. Uok het vertrouwen, dat de kleine Theodoor in Maria stelde, was wonderbaar; hij hield het beeldje van O. L. Vrouw van Lourdes gestadig in zijne hand, drukte het aan zijne lippen, en zeide tot allen die hem kwamen bezoeken; Onze Lieve Vrouw van Lourdes geneest mij, niet de dokter! Doch God beproefde hun vertrouwen, want, tijdens de eergte noveen werden de oogen dagelijks zieker en pijnlijker. Er kwam zelfs etter uit de oogen. De vader dit ziende sprak tot . zijne vrouw: het is niet wel gedaan wat ge doet;

ocr page 136

— 132 —

moet het kind de. pogen uit het hoofd verliezen ? ooi

Ga naar de dokter. De moeder, hoe ongaarne plo

ook, geboorzaaiiide. Te huis terug gekeerd zijnde 1

wilde zij het voorureschrevene des dokters aan- gu

wenden, doch de kleine Theodoor liet er zich ex-

geen druppel van iu de oogeu doen; halsstarrig raj

wei^ereude eu zijn geheel vertrouwen op Maria's mo

hulp stellende, zeide hij: Och! moeder, werp hef wc fieschje toch aan stukken; de 'lokter f/emest mij ja tiiet; Maria geneest mij. Dit buitengewoon groot vertrouwen van het kind, boezemde ook de moeder nog grooter vertrouwen in. Zij plaatste nu het fieschje andermaal ter zijde, en gebruikte wederom uitsluitend Lourdes miraculeus water. Het was de vooravond van het schoone

feest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis De Vi

eerste noveen was juist ten einde; ja men begon aa gezamenlijk eene tweede. Doch. wat gebeurt er ? 's Morgens omstreeks half vier ure (feestdag van Maria's i nbevlekte Ontvangenis) komt de kleine Theodoor vroolijk en blijde het slaapvertrek van vader en moeder binneageloopen, roepende : vader, moeder, ik kan zien! De moeder

ontstak het licht, en vroeg: kunt gij dit zien? nl

Ja, moeder, antwoordde de kleine, terwijl hij je

recht tegen het licht inzag, zonder de minste m

pijn aan zijne oogen te gevoelen. Met vreugde ni

en aandoening des harten verlieten zij hunne m

legerstede, loofden en danken God en Maria, V(

toen zij zagen dat beide oogen van den kleine zj

werkelijk van alle vuiligheid en etter gezuiverd Z(

waren, ja zelfs hunne natuurlijke grootte hadden w

herkregen. Te elf ure kwam de dokter, die het n

gebeurde vernomen had, den kleine een bezoek (\

brengen, en, na een ernstig onderzoek, drukte ij,

ocr page 137

— 133 —

ook hij zijne eroote verwonJerini? over deze plotselinge en volkomene genezing uit.

Uit dankbiarheid voor d^ze buit.eneevvone gunst hebben de aiders een groot en inachtvol ex-voto aan O L Vrouw van Lourle. te Tien-ray ten offer «ebncht, waarop de gelukkige moeder eigenhan lig en meesterlijk de volgende woorden in «ouden letters geieekend heeft;

Uit dankbaarheid aan Ome Lieve Vrouw van Lourdes. voor d' plotselinge genezing mijner oogen, den 8 December 1883.

(öeteekend) Theodor .Tokissek, te Amern St. Georg thans te Gladbach.

Tot heden 8 December, feestdag van 0. L. Vr. Onbevlekte Oatvangenis is het jongentje aan zijne oogen n joit meer lijdende geweest.

J. B. EL Maessen, pastoor.

Eene plotselinge genezing van een rugq'tnerg-ontsteking.

Rnnrich Böken, 19 jaren oud, wonende toenmaals te Bosheim thans te Bracht of Breijcl, leed geruimen tijd aan ruggemergontsteking. Het merg der ruggegraat gansch uitgezworen zijnde, namen zijne levenskrachten dermate af, dat hij met de laatste H. Sacramenten der stervenden voorzien werd. Zijne arme moeder, ziende dat zij Heinrich, haar eenig kind en kostwinnenden zoon, door den dood stond te verliezen, (hij was reeds drie weken bediend en den dood nabij), nam hare toevlucht tot 0. L. Vrouw van Lourdes, de behoudenis der kranken, vooral in onze dagen, begon eene noveen, en liet Heinrich een teugje

ocr page 138

i

— 134 —

Lourdes' water drinken. Oogenblikkelijk gevoelde Lij een pijnlijken schok in geheel zijn lichaam, liet een gil en deed eene poging om zich op te richten, meenende reeds genezen te zijn, doch neen. dat «elukkig oogenblik, in Gods raadsbesluiten vastgesteld, was er nog niet. Nu hing de moeder haren kenkenarbeid verrichten, na vijf minuten hoort zij een geroep; het was de stem van Heinrich, die haar blijde toeriep: Moeder! kom eens zien, ik ben generen! Moeder opende de deur, en zie, daar stond Heinrich reeds gekleed en vroolijk door de kamer wandelend. Zijne genezing was volkomen en den tweeden dag daarna, kou hij wederom voor zich en zijne moeder het dagelijks stukje brood winnen. Moeder en zoon kwamen naar Tienray om hunne groote Weldoenster te danken, en door een eigenhandig geschiift, thans in de grot ter lezin?: opgehangen, deze plotselinge genezing, ter eere van Maria, kenbaar te maken.

J. B. H. Maessen.

Besluit.

Wanneer gij, aan het einde der Noveen gekomen, uwe wenschen geheel, of ten deele, vervuld ziet, laat dan niet na den goeden God en de Moeder der Barmhartigheid te bedanken. Bleeft gij hierin te kort, dan zoudt gij gelijk zijn aan de negen ondankbaren van het Evangelie, die door den Heer van hunne melaatschheid gezuiverd, zich niet eens de moeite wilden getroosten van Hem hunnen dank te komen betuigen.

Zijn uwe gebeden tot hieraan onverhoord ge-

ocr page 139

— 135 —

bleven, verlies daarom den moed niet; maar begin van voren af aan. Uit de aangehaalde voorbeelden hebt gij genoeg kunnen bemerken, dit ook bij O. L. Vrouw van Lourdes, niet altijd eene eerste vraag werd ingewilligd. Een weeskind van Rijssel, in Frankrijk, dat in alle leden lam was, werd pas bij de tiende Noveen genezen. Houd dus aan en vertrouw, het woord des Heeren gedachtig: klop en u zal open gedaan worden. (Luc. XI, 5.)

Mocht gij echter, ondanks uw vertrouwen en uwe volharding, uwe wenschen niet vervuld zien, draag dan uw kruis met christelijke gelatenheid. Zeg met moed; Heer, uw wil geschiede! Wellicht is het juist dit kruisje, waarvan gij wenscht verlost te worden, dat bestemd is om u den Hemel in te brengen, of u tot een hoogen graad van deugd op te voeren. Door vele kwellingen, heeft immers de Heer gezegd, moeten wij ingaan in het K'jk Gods. (Hand. XIV. 21.)

Schep moed! de goede God zal u niet boven uwe krachten laten beproeven ; maar, zoo gij tot Hem blijft opzien, u sterken en vertroosten. Eens zal het uur slaan, waarop gij in de onverstoorbare vreugde des Hemels zult uitroepen: ik heb den Heer gezocht en Hij heeft mij verhoord, en uit alle mijne kwellingen heeft Hij mij gered. (Ps. XXXIII, 5.)

ocr page 140

— 136 —

Lees de volgende wonderbare genezingen te Tienray voorgekomen door het godvruchtig gebruik van Lonr-des miraculeus-water en de voorbede van de Onbevlekte Maagd in 1890 Jubeljaar en in 1891 en 1892.

Plotselinge genezing van Josephine Livré, bij de grot in de genadekapel te Tienray, den 25 Mei 1890.

Zeer Eerwaarde Heer Pastoor.

Tot eer en glorie van den almachtigen God en als een blijk onzer innige dankbaarheid jegens de onbevlekte Maagd, deel ik UEerw. het volgende mede.

De ziekte mijner zuster Josephine Livré. heeft zich het eeratemaal vertoond, den 14 Juli 1889, 's namiddags te 6 ure, met eene hevige bloedspuwing. Men vondt haar in haar bloed bewnstloos liggend op den weg. Men bracht haar naar het bijliggend krankenhuis. De geneeskundige hu'p werd spoedig ingeroepen en na weinige dagen herstelde zij zooveel, dat zij naar haar ouderlijk huis vervoerd kon worden. Elocb, verlies harer krachten, gebrek aan eetlust, slapeloosheid, bloed-spuwen en hoesten met veel etterachtige uitwerpingen, gaven ons te kennen, dat hare ge-

ocr page 141

— 137 —

zondheid geruïneerd was. Aan hare genezing kon nauwelijks meer gedacht worden, vooral toen haar geneesheer ons verklaarde, (fat haar linkerlong zeer aangetast en hare genezing schier hopeloos was.

Toen eindelijk alle hoop van genezing zoowel van den kant der zieke en bloedverwanten, als van den kant des geneesheers vervlogen was. verklaarde Josephine den 24 Mei, Zaterdag voor het hooge Pinksterfeest, dat O. L. Vrouw van Lourdes aan haar verschenen was en de volgende woorden tot haar had gesproken : „Jose-„phine gij kent mij niet? Neen was haar ant-„woord. Ga naar Tienray daar zult gij mij lee-„ren kennen en ook genazen, neem een meisje der „Congregatie met u daarheen, hlijf braaf en rer-„laat de wereld.quot; Zoodra de verschijning verdwenen was riep Josephine; Moeder, moeder! Moeder verscheen. Moeder, zeide zij. ik moet naar Tienray. Naar Tienray! sprak de geheel ontstelde moeder: gij zijt ja bijna dood — Josephine was sinds ruim H dagen, met de laatste HH. Sacramenten voorzitn. — Moeder ik moet: O. L. Vrouw van Lourdes heeft mij gezegd : ga naar Tienray daar zult gij genezen, ach moeder! voldoe toch aan mijn verlangen. Moeder stemde er eindelijk ia toe. Noch dienzelfden dag bracht ik en hare vriendin Sibilla

ocr page 142

Gertrudis Schroërs, etwe congreganiste, mijne half doode zuste, wel is waar met de grootste moeite, naar het naburig station Duiken. Vandaar stoomden wij naar Tienray. Omstreeks 5 uren namiddag waren wij er reeds. Wij brachten haar naar de kapel en zoodra zij het schoone beeld van O. L. Vrouw van Lourdes zag, riep zij blijmoedig uit; O, dat is zij, die mij verschenen is. 's Anderendaags den 25 Mei, den feestdag van Pinksteren naderden wij samen ter H. Tafel. Daarna knielden wij neder bij de grot voor Maria's genadebeeld, hare machtige hulp inroepende. Ach lieve Moeder! aldus bad Josephine, laat mij toch niet van hier weggaan zooals ik gekomen hen, Gij heht immers gezegd, dat ik hier zou genezen

Nu begonnen wij samen betrouwvol het rozen-boedje te Mdden en o wonder! na drie rozenhoedjes te hebben gebeden, meende Josephine eene stem te hooren, die haar toeriep; Josephine ga heen gij zijt genezen. Nu had er iets plaats dat gewoonlijk ook te Lourdes bij dergelijke plotselinge genezingen plaats heeft. Josephine gevoelde oogenblikkelijk onverdragelijke pijnen in haar lichaam, het was zeide zij na hare genezing, alsof men mij de ribben brak en viel van het bidbankje ter aarde. Daar lag zij be-wustloos schijndood ruim 3 minute u op den

ocr page 143

— 139 —

vloer. Eensklaps opende zij de oogen, richte zich op en met vreu^ds op liet gelaat, sprak zij: Nu bm ik genezen en sterk, ik kan wel naar Kevelaer gaan. Inderdaad zij was genezen en totaal genezen. Wij baden een rozenhoedje tot dankzegging. Daarna gingen wij samen iets gebruiken en Josephine liep heen, at en dronk gelijk een gezond mensch. Van d?,t gelukkig oogenblik af zijn alle ziekteverschijnselen, bloed-spuwen, hoesten, pijnen en zwakte verdwenen, 's Anderendaags ging zij ter kerke en hervatte haren gewonen arbeid. Geloofd rij Jesus Christus en de onbevfekte Maagd.

Peter Korsten,

halve broeder van Josephine Livré.

Den 18 Augustus, tijdens het ioOjarig Jubilé der vereering van het aloude genadebeeld, de Troosteres der bedrukten alhier, komt Josephine, vergezeld van hare medecongreganisten, onder de leiding der Eerwaarde Overste en twee Zusters van bet liefdegesticht te Hardt, waarbij vele Dames en congreganisten van Gladbach en Vierssen zich hadden aangesloten, per extra-trein ten getale van ruim 500, naar Tienray, om aan 0. L. Vrouw van Lourdes hare hulden te brengen wegens de plotselinge genezing bij

ocr page 144

— 140 —

de grot te Tienray van een harer medecongre-ganisten Josephine Livré.

Bij het station Tienray werden zij plechtig afgehaald en door de harmonie van Wanssum static: ter Kapelle gevoerd. Alle pelgrims wensch-ten de genezene t« zien. Met betraande oogen staarden zij op haar, dragende eene fraai versierde en zware kaars, dien zij aan O. L. Vr. van Lourdes ten offer bracht en woonde daarna de H. Mis van dankzegging met innige godsvrucht bij.

Wie nu nog twijfelen mocht aan de tnsschen-komst van O. L. Vrouw van Lourdes in deze wonderbare feiten, zal zeer zeker allen twijfel afleggen bij het lezen der volgende gebeurtenis. Vier maanden na Josephines plotselinge genezing, begaf zij zich tot de Overste der liefdezusters van den H. Vincentius te Keulen om in hare veresni^ing als novice te worden opgenomen : doch de Overste verklaarde haar dat zij in haar kloosterorde niet kon worden opgenomen, tenzij op vertoon van een getuigschrift des dokters, dat zij volkomen en volstandig gezond was. Josephine begaf zich terstond naar den geneesheer den WelEdelen Zeergeleerden Heer Dr. Mooren te Dülken en bekwam van hem het verlangde getuigschrift harer volkomen (volstandig) gezondheid.

ocr page 145

— 141 —

's Anderendaags begaf zij zich andermaal naar de Overste, stelde haar het gevraagde attest ter hand en na hetzelve te hehhen gelezen, sprak de Eerwaarde Overste: dit is wel mijn kind: maar hebt ge soms geen ander gebrek aan uw lichaam? Jawel, antwoorde Josephine; zie maar eens Overste. Zij toonde haar het hoofd waarop eene soort van kinderziekte zich bevond, die zij mede ter wereld had gebracht, gewoonlijk koningsfiek geheeten. — Jammer mijn kind, sprak de Overste, nu kan ik u, niettegenstaande al het wonderbare, dat met u is voorgevallen, nog niet opnemen in ons klooster, de kloosterregel verbiedt zulks; doch vrees niet, ga terug naar Klein Lourdes, 0. L. Vrouw van Lourdes immers heeft tot u gezegd: verlaat de wereld. Welnu! indien het Gods wil is, dat gij de wereld moet verlaten, dan zal 0. L. Vrouw wel zorgen, dat gij ook van deze kwaal zult genezen. Josephine kwam terug naar Klein Lourdes den 16 Juli, den feestdag van O. L. Vr. van den Berg Karmel, op welken dag jaarlijks het Jaarfeest van de laatste der 18 verschijningen van O. L. Vrouw aan Bernadette in de Massa-bielen-rots te Lourdes, allerplechtigst herdacht werd. Na de pontificale hoogmis door Z. D. H. Mgr. Boermans, Gode opgedragen ter eere van O. Ij. Vrouw van Tienray, alhier vereert en

ocr page 146

aangeroepen als de Troosteres der ledruhten sinds 14é0; ging Josephine met hare vriendin Sibilla Gertrudis Schröers, die ook getuige was geweest van hare eerste plotselinge genezing bij de Grot in de Kapel Klein Lourdes, op hetzelfde bankje voor Maria's beeltenis nederknie-len. Ach, lieve Moeder, aldus bad Josephine, met een kinderlijk vertrouwen kom ik wederom tot ü. Gij kent mijne kwaal, die de oorzaak is dat ik ia het klooster niet kan opgenomen worden. Bij uwe verschijning hebt Gij mij gezegd: Verlaat de wereld. Welnu is het Gods wil dat ik de wereld verlate. O, lieve Moeder bid dan voor mij, opdat ik ook vau deze kwaal geneze.

Hierna baden zij samen het rozenhoedje, doch, o wonder! alvorens het rozenhoedje gebeden was, hoorde Josephine andermaal klaar en duidelijk eene stem, die haar uit het beeld toe-klonk : Josephine uw hoofd is spiegelglad. Josephine, om zich van de waarheid te overtuigen, bracht oogenblikkelijk hare hand op het hoofd en ontdekte er geen spoor der kwaal meer; haar hoofd was inderdaad spiegelglad.

Bij de Eerwaarde Overste teruggekomen, zeide Josephine: Zie moeder, mijn hoofd is spiegelglad. Nu mijn kind, sprak de Overste, nu zijt gij aangenomen. /

ocr page 147

— 143 —

Brief van Elisabeth Horion, geboren te Neder-weert, sinds 1877 wonende te Anrath, plotseling genezen bij de Grot in de Kapel Klein Lourdes te Tienray den 2 Juli 1891.

Zeer Eerwaarde Heer Pastoor.

Verheugd wegens de plotselinge genezing mijner ongeneesbare ziekte bij de Grot te Tienray, den 2 Juli 1891, feestdag van O. L. Vrouw Bezoeking, ga ik u Zeer Eerw. mededeelen, hoe en wanneer mijne ziekte zich het eerst vertoond heeft.

In het jaar 1885, eenige minuten gaans van mijn ouderlijk huis verwijderd zijnde, voelde ik eensklaps hevige pijnen in het hoof l en daarbij zulke rreeselijke krampen (Fallsuchtskriimpfen) Vitusdans geheeten, dat ik ter aarde stortte. Deze krampen namen toe; zij herhaalde zich hoe langer hoe dikwijlder zoo dat ik, vooral het laatste der 6 pijnlijke jaren, soms 20 maal daags ter aarde viel. Er waren drie, soms vier personen noodig, om mij vast te houden, opdat mij niet iets ergers overkwam. Deze krampen verzwakte mijn lichaamsgestel zoo zeer, dat ik eenmaal 83 weken lang, verlamd aan al mijne ledematen, heb moeten te bed blijven. Ik kon mij zei ven niet helpen; ik moest ondersteund, verlegt en gedragen worden als een onnoozel

ocr page 148

kind. Ook de pijnen waren soms zoo hevig en ondragelijk, dat ik, door mijn geween en geschreeuw, de rust onzer buren stoorde; mijne ledematen trokken soms zoo samen, dat het bloed uit mond en neus vloeide. Tevens ben ik negen dagen blind geweest, vijf maal heeft men mij den H. Ulie toegediend en verscheidene malen heeft men mij voor dood laten liggen. Daar echter alle aangewende middelen der geneeskunde tijdens de 6 jaren mijner vreeselijke kwaal, vruchteloos bleven, nam ik eindelijk, op aanraden onzer geestelijkheid, mijne toevlucht tot O. L. Vrouw van Lourdes te Tienray. Na vooraf eene noveen ter barer eer gehouden te hebben, stoomde ik eindelijk, bod zwak ik ook ware, naar Tienray, naar het door zoo vele wonderbare gebedsverhooringen beroemde Klein Lour-d's. Met geloof en betrouwen jegens de onbevlekte Maagd bezield, trad ik aldaar de Gena-kapel binnen en woonde er de plechtige hoogmis bij. Daarna ging ik neêrknielen bij de Grot, voor de schoone beeltenis der onbevlekte Maagd, bare machtige hulp inroepende.

Na geruimen tijd te hebben gebeden werd ik plotseling door eene lichte zilveren wolk als omgeven; ik zag de onbevlekte Maagd daarin voor mij staan in een sneeuwwit gewaad, met een blauwen gordel om de lenden en een schit-

ocr page 149

- 145 -

terende kroon op haar hoofd. Ja, Zij was het; Zij sprak tot mij en zeide ; dat mijn gebed verhoord waquot;, vooral om de dikmalige en vurige communiën, die ik ter har er eere gedaan had. Mijne vreugde niet meer kunnende bedwingen riep ik, ten aanhoore van vele pelgrims; Moe der, Moeder! Onze Lieve Vrouw zegt, dat ik ge nezen hen; nu kan ik u wederom helpen arbeiden Ik stond haastig op en dankte O. L. Vrouw van Lourdes aan wier machtige voorspraak ik mijne volkomene genezing verschuldigd was.

Van dat gelukkig oogenblik af, heb ik geen spoor mijner vroegere ziekte meer waargeno-nomen, geen enkel toeval meer gehad. God en Maria zijn daarom in eeuwigheid geloofd en gedankt.

Elisabeth Hobion, oud 17 jaren.

Anraht den 8 December 1891.

Brief van Anna Klippers, te Duiken, (thans in het noviciaat der Liefdezusters), over de wonderbare genezing harer linker hand den 28 Januari 1892.

Zeer Eerwaarde Heer Pastoor.

Ofschoon mijn Vader UBerw. reeds heeft ter kennis gebracht de wonderbare genezing mijner

10

ocr page 150

— 146 —

linker hand, door Maria's machtige voorbede en het gebruik van Lourdes miraculeus water; gevoel ik mij nochtans aangespoord, uit dankbaarheid jegens God en Maria en tevens om de pelgrims in hun vertrouwen op de onbevlekte Maagd te versterken, dit wonderbaar feit nauwkeurig en naar waarheid mede te deelen.

Den 16 Januari, Zaterdag, gevoelde ik het eerst gruwzame pijnen in mijne linker hand. Ik kon haar nauwelijks bewegen, noch mijne gewone bezigheden verrichten, Zondag 24 Januari begaf ik mij naar den Dokter, hij verklaarde mij al aanstonds dat ik het koud vuur (kalke br.md) aan de hand had en dat zoo ik dezelve wilde behouden, er aanstonds eene operatie moest plaats hebben, waut na 14 dagen wach-tens, zeide hii, zal niet slechts de hand maar ook den arm behooren afgezet te worden.

Daartoe wilde ik echter niet besluiten. Ik dacht, O. L. Vrouw te Tienray die reeds zoovele bedrukten getroost, zoovele zieken van ongeneesbare kwalen genezen heeft, zal wellicht ook mijne hand genezen. Ik wilde het beproeven en beloofde eene bedevaart daarheen. Den 26 Januari ging ik naar mijn ouderlijk huis om dit alles aan mijn ouders, die nog van nie's wisten kenbaar te maken. Ach! hoe verschrokken zij toen zij, de vreeselijke hand, geheel zwart en gezwollen zagen! Ik maakte huu mijn voornemen bekend van naar Tienray ter bedevaart te gaan. 's Anderendaags 26 Januari begaven wij ons reeds op weg, Vader en ik. Te Tienray aangekomen begaven wij ons naar de Grot en knielde daar voor Maria's beeltenis neder. Ach! hue vermeerderde nog mijn vertrouwen op Maria's machtige hulp bij het zien

ocr page 151

— 147 —

van zoovele ex-votos, schriftelijke getuigenissen van doktoren en genezeoen, bij de Grot te Tien-ray opgehangen. Wij baden dan ook met hec grootste vertrouwen en ik lied mijne afschuwelijke hand tot driemaal toe in de fontein met Lourdes water wasschen. Edoch! voor dat ik Klein Lourdes verliet bespeurde ik reeds een weinig beterschap, drie roode vlekken vertoonden zich op mijn zwarte hand. Dat gaf nieuwen moed en vertrouwen. Dit geschiedde Dinsdag den 26 Januari. — Den 27 Januari liet ik te huis mijn zieke hand ook meermaals met Lourdes water wasschen en o wonder! toen ik den 28 Januari 's morgens ontwaakte, was mijne hand volkomen genezen. Geen vlekje was er meer op te zien. — Om mijn oprechten dank aan de onbevlekte Maagd te betuigen, liet ik terstond eene groote fraaie hand schilderen, die ik den 2 Juli, feestdag van 0. L. Vrouw Bezoeking naar Klein Lourdes bracht en daar bij de Grot heb opgehangen. Zij zal er ten eeuwige dage Maria's macht verkondigen en de waarheid van dit wonderbaar feit getuigen. Geloofd zij Jesus Christus en Zijne gezegende Moeder Maria, in eeuwigheid. Amen.

Duiken 1892.

Anna Küppers.

i

ocr page 152

— 148 —

M O Hl QJSIf QKBISD van den Pelgrim,

(Ooh zeer voordeelig te bi'lden, wanneer men 's morgens te vroeg in de Kapel komt.)

f lu den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.

Mijn Heer en mijn God, even gelukkig als de Aartsvader Jakob te Bethel, kniel ik heden op deze heilige plaats. Ik verblijf hier op geen gewonen grond. Ook hier is het Huis Gods en het voorportaal des Hemels, hier, waar Gij, door de milde hand uwer Onbevlekte Moeder, aau zoo velen rijke zegeningen deed toevloeien, en hen, als met geweld, ten Hemel opvoerdet. Om IJ, o groote God, en uwe nooit volprezen Moeder te eeren, ontwaak ik heden met al wat rondom mij herleeft.

Besproei mij, o Heer, in dit genaderijk oord met den dauw uwer zegeningen; laat mijne ziel hier schooner worden dan de natuur in het parelend morgenkleed des zomers! Zegen geheel mijn bestaan; zegen al mijne ondernemingen; zegen mijne gebeden; zegen mijne woorden; zegen mijne gedachten.

Mijne eerste gedachte is voor U, o God, niet

I

ocr page 153

— 149 —

alleen heden, maar al de dagen van mijn leven. O Vader, ik zend ze U op, als mijne eerste morgengifte. Mogen ze U welgevallig znn als de wierook, die opstijgt bij uw Heilia: Olfer! '■en God van goedheid en barmhartigheid ! dankend

en vol eerbied kniel ik neder voor den troon van uwe oneindige Majesteit. Ik leef — en dat ik is en I10amp; Sevo'2r ^an nwe goedheid! Hoe-

velen mijner broeders zijn dezen nacht ter eeuwig-Is de itige3luimerl1' Dit had ook mijn lot kunnen

n 0p zijn. Loof. loof dan, mijne ziel, Gods grenzen-geen lnoze barmhartigheid. — Gij schenkt mij, o God. Is en ^11 ^we vaderlijke goedheid, den dag van heden door noÉ?' om D te dienen, Uwe Moeder te eeren, en aau zoo op bijzondere wijze aan mijne zaligheid te a en werken. Ik wil dan heden leven, alsof dezen Qm dag de laatste van mijn leven ware. Heer, verneder sterk mij door Uwe genade, opdat ik de vijanden idem mijner zaligheid wel kennen moge, en den strijd des Heeren kloekmoedig strijde! Leer mij de oord listen des duivels wel inzien! dat hij mijne ver-, z[ei beelding niet begoöchele, en mijnen geest niet jjgt verblinde, opdat ik tot de zonde niet worde eheel voortgesleept! Laat mij doof blijven voor de igen • verleidende taal der wereld; onthecht mijn hart rden • van wat aar^so'1 en vergankelijk is, opdat ik mij niet tot het stof verlage; maar hecht mij jjjgj, meer en meer aan U, aan den Heme! en aan de

ocr page 154

— 150 —

Koningin van Hemel en aarde. Leer mij mijn vleesch met zijne zondige neigingen ten onder brengen, opdat ik tot geene ijdelheid en valsche vreugde worde meegevoerd, maar mij steeds her-innere, dat ik tot een hooger leven bestemd ben.

O Vader in den Hemel! ik heb U gebeden mij te sterken tegen de gevaren mijner zaligheid, en Uwe genade zal mij niet ontbreken. Ondersteun mij ook in het volbrengen van het goede, dat Gij van mij vordert Alles wat ik heden ondernemen zal, zal ik slechts tot Uwe meerdere eer en glorie en ter verheerlijking Uwer bewonderenswaardige Moeder doen strekken.

Gij vergunt mij, o God, hier van daag buiten de beslommeringen der aarde te leven; geef dan dat deze dag voor mij waarlijk een Hemelsche dag zij, geheel aan het gebed, aan uwe eer, aan de vereering uwer Moeder en mijne zaligheid gewijd! Moge hij door uwe Engelen met gulden letteren worden opgeteekend in het boek des levens, en ik, met rijke gunsten beladen en voor de toekomst gesterkt, van hier ga.

Zaligmaker der wereld! de weg, de waarheid en het leven! Gij hebt ons toegeroepen: Zoo gij tot het leven wilt ingaan, onderhoudt dan de geboden: Gij hebt ons het spoor getoond, dat wij volgen moeten, geef dat uw voorbeeld mij altijd voor den geest zweve, opdat ik van den

-

ocr page 155

— 151 —

weg der geboden niet afwijke, en verloren ga! Laat mij heden niet wandelen op den breeden veg, die ten verderve leidt, maar slechts hen nastreven, lt;;ie op het smalle pad van uwe geboden, hun geluk en hunne zaligheid zoeken.

Heilige Geest, Geest van licht en van liefde! Een nieuwe lichtstraal verspreidt zich over de frissche natuur, en verblijdt al wat leeft en ademt; verlicht ook mijne ziel, en ontvlam haar in eene heilige stemming, opdat het heden bijzonder helder worde in mijn binnenste, en ik slechts smake wat hierboven is. Geef dat ik mij ook later niet hechte aan allts, wat voorbijgaat, en nimmer de aarde boven den Hemel stelle.

Heilige Maria, allerschoonste Koniagin des Hemels en der Engelen, welwillende en machtige Beschermvrouw van ons bisdom ! bescherm geheel de Kerk en den beminden Vader van alle geloo-vigen; maar breid vooral uwe moederlijke bescherming over de kerk van Roermond (N. N.) uit, opdat de verwoesting des ongeloofs of der onverschilligheid in dit ons zoo dierbaar deel van 's Heeren schaapstal nimmer heersche. Heilige Bisschoppea en Priesters, die eens het zaad des Evangelies op dezen bodem hebt uitgestrooid, van af de HH. Maternus en Servatius tot de HH. Amandus, Lambertus, Willebrordus, Hubertus, Wiro en Plechelmus, bidt, dat het onder ons

i

ocr page 156

— 152 —

blijve gedijen. Verwerft den Opperherder onder ons macht en sterkte, opdat Hij ons steeds veilig geleide naar de heerlijke dreven van het hemelsch Sion! Mogen de Herders, die Hij tot ons afzendt, met getrouwheid over ons waken, en ons gestadig de gevaren wijzen, welke ons bedreigen. Mogen wij vooral niet doof blijven voor de stem van hunne vermaningen, opdat de vloek des Heeren niet over ons neerkome.

Heilige Bescherm-Engelen van deze plaats, bewaart en bthoedt ons; weert den straffenden arm des Heeren boven onze schuldige hoofden af, en geleidt ieder van ons op den weg der zaligheid. Heilige Jozef, bescherm de H. Kerk aan uwe hoede toevertrouwd; bescherm haar Opperhoofd en verkrijg ons allen een heilig leven en een zaligen dood. En Gij vooral, die door God aan mijne wieg gesteld zijt, om mijne dagen te bewaken, reik mij eene behulpzame hand op den weg des levens, en bescherm mij tegen het gevaar der zonde. Geef dat ik altijd naar uwe stem luistere! Help mij vooral van daag om hier als een Engel te bidden, en den Heer mijnen God en de Koningin der Engelen waardig te eeren. En als ik bang aan het einde van mijne levensbaan zal staan en worstelen met den dood, o onzichtbare Geest, wees dan aan mijne zijde! Weer dan de macht des duivels van mij af, en

ocr page 157

— 153 —

ier voer mij naar den schoot van Abraham, opdat Hg ik daar de eeuwige rust geniete! ich Heiligen des Hemels, Gij vooral Heilige pel-dt, grims, H. Hieronymus, H. Kochus, H. Gerlacus, lig H. Benedictus Jozef, H. Oda, bidt voor mij, :en opdat ik uwe voetstappen drukke, mijne aardsche an pelgrimsreis zoo aflegge, dat ik mij met U in 'en het Hemelsche Jeruzalem verheugen moge, versierd met de kroon, die de Heer u reeds verts, leend en ook mij beloofd heeft. Amen. en Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. en Ik geloof in God den Vader, enz. Ier Akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw, rk ar en or en

ocr page 158

— 154 —

AVONDGEBED,

Mijn God, die dag en tijd en eeuwigheid bestuurt, een dag van mijn leven is wederom voorbij gesneld, een dag van buitengewone genaden en zegeningen. Gij hebt my vergund dezen dag op een bevoorrecht pelgrimsoord, als in voorsmaak van de eeuwige Hemel-zaligheid, te slijten. Het is dan billijk, o mijn God, dat ik U mijnen dank spreke voor al het goed, dat Gij mij heden wederom bewezen, en voor al de gaven, die Gij mij van het begin van mijn bestaan geschonken hebt. Dank, o mijn God, voor alles, wat ik van daag, onder Uwen zegen, heb mogen ondernemen en voltrekken; ik had tot dusverre niets verdiend dan Uwe bestraffingen, en Gij hebt mij heden nog met uitstekende weldaden overladen. Dank, voor al het goed, dat Gij mij bewezen hebt, voor al het kwaad, dat Gij van mij hebt afgeweerd. Heer, wanneer ik al de weldaden tel, die ik van Uwe vaderhand ontvangen heb, en daarbij al de zonden gedenk, die ik tegen U bedreven heb, dan sta ik beschaamd voor Uw aanschijn; dan klop ik rouwmoedig op mijne borst. Maar neen, o God, bij U ii genade en barmhartigheid; ik neem dan vol vertrouwen mijne toevlucht tot U, en beveel mij opnieuw aan Uwe vaderlijke goedheid aan.

ocr page 159

Handel niet met mij, volgens mijne tallooze overtredingen, maar neem mij onder hét getal uwer kinderen op, als een verloren zoon, die schoon oneindig ver afgedwaald, echter geruit, vol hoop en vertrouwen, naar zijne ouderlijke woning terug keert, omdat hij een langmoedig en goedertieren vader bezit. — Ja, God van eindelooze goedheid en barmhartigheid, waren de schulden zoo ontelbaar als het zand der zee, of zoo rood als scharlaken, een berouwvol zondaar mag vergeving hopen, en de Engelen des Hemels zullen juichen over zijn terugkomst in het huis des Vaders. Daarom sla ik rouwmoedig op mijne borst en en roep uit mijne onwaardigheid tot U, Heer, ontferm ü mijner, en wees mij armen zondaar genadig!

Ach ja, mijn God, ook op dezen dag heb ik wederom mijne zwakheid en geringe liefde ondervonden. Heden morgen had ik in Uwe tegenwoordigheid zoo vele goede voornemens gevormd; helaas! zij zijn slechts ten halve volvoerd, aan het zaad des Evangelies gelijk, dat tusschen die doornen viel, en door deze onderdrukt en verstikt werd. Voortaan zal ik trachten een beter mensch te worden; ik zal den weg Uwer geboden bewandelen, mijn geloof in geene bloots bespiegeling meer laten bestaan, maar deugden en goede werken beoefenen. Mijn God en alziende Eechter,

ocr page 160

— 156 —

in wiens aanschijn ik heden ten tweeden male vol eerbied nederkniel, gedoog dat mijne avond-voornemens niet met de laatste lichtstralen verdwijnen ; maar doordring mij op dit stille uur, nu ik andermaal het nietige van mijn werk en mijn geringe verdienste beschouw, van de heilzame gedachte van het voorbijsnellen mijns levens en de gestrenge afrekering aan het einde mijner dagen. Ja, mijn God, eens zal voor mij de avond aanbreken van dien dag, dien wij het leven noemen, en ik zal nauwkeurige rekening van mijnen tijd en de mij toevertrouwde talenten moeten afleggen, om loon naar werken: óf eeuwige bestraffing, óf eeuwige vergelding te ontvangen. Mijn Vader in den Hemel, laat mij deze gedachte toch nimmer uit het uog verliezen, maar steeds gedenken, dat ik aan het einde mijner dagen niet zal maaien, wat ik in mijn leven niet zal gezaaid hebben. En wanneer zal dat einde wezen? Zal het albeslissend uur voor mij nog ver af zijn quot;? — Neen, mijn God, want hoe groot ook het getal mijner dagen zij, de tijd vliegt heen, als de bode die voorbij rent, als de arend, die de lucht doorklieft, als de kogel, die langs suist......... en met

stoomende snelheid nadert het einde van mijn aardschen pelgiimstocht, de avond van mijn leven. O moge die avond voor mij zijn, als de avond van een schoonen zomerdag, een avond van rust en ver-

ocr page 161

— 157 —

kwikkiug. Daarom, o mijn God, laat mij het werk, den last van de hitte en van den dag niet'schromen, laat mij zuiver, nederig en verstorven worden, en geef, dat ik in niets mij zeiven en aardsche voldoening, maar in alles U en den Hemel zoeke.

Mijn God en mijn Vader, ik heb mij zeiven aan uwe zorg en bescherming aanbevolen; maar hierdoor heb ik aan Uwe inzichten nog niet geheel beantwoord. Wij zijn op aarde allen broeders onder elkander, en Gij hebt ons zelf gezegd, dat het passend is, zich zijner broederen te herinneren; welaan, ik wil hen allen, vriend en vijand, in het gebed gedenken, alvorens ik mij ter ruste begeef, om alzoo in vrede met TI, in vrede met alle menschen in te sluimeren. Zegen allen, die mij wel deden; die mij door banden van maag- of vriendschap ziju verbonden. Zegen mijn zielbestierders, (mijne ouders), verwanten en bekenden. Heer! geef hun weder wat zij mij naar ziel of lichaam geschonken hebben; laat ons hier altijd in vereende liefde, maar vooral in TJwe vriendschap leven, in de zoete hoop van in den Hemel nimmer gescheiden te worden.

Na TJ mijne dierbaren te hebben aanbevolen, o mijn God, bid ik U voor het land, waar ik het eerste levenslicht aanschouwde en welks geluk met het mijne zoo nauw vereenigd is; verwyder van hier alle rampen en plagen, bevrijd ons van

ocr page 162

— 158 —

hongersnood en aanstekende ziekten ; dat de klaroen des oorlogs hier nimmer gehoord worde, maar ongestoorde vrede ons aandeel blijve. Ja, mijn God, bewaar ons van de droevige tooneelen des oorlogs! Dat de broeder zijn broeder niet vermoorde, en vooral in onze dagen, koning en onderdaan, heer en knecht, steeds begrijpen, dat zij door TJ op hnn standpunt gesteld zijn, hunne plichten beseffen en waardig vervullen. Heer, zie genadig neder op ons vaderland; zuiver het steeds meer en meer van alle dwaalbegrippen; verban van hier allen broederhaat en laat er Uw godsdienst in vrede bloeien; verlicht de blinden, en verwarm hen, die onder ons koud zijn voor U en voor het goede; schenk den rijke mildheid en bemoedig den arme; ondersteun de weduwe en den wees, en doe het zweet van den werkman gedijen. Bescherm, o God, ons dierbaar vadererf en lever het niet over in de handen Uwer vijanden!

Sterke, onsterfelijke, heilige en goede God, bij de gedachte, dat er zijn, die U niet beminnen en vereeren, sta ik ontsteld en verslagen, en hef ik treurig mijne handen Hemelwaarts, U biddende, hunne oogen te openen, opdat zij U overal zien. Uwe beminnelijke eigenschappen beseffen en U met reinen en vurigen harte en zuiveren geest mogen zoeken. Ja mijn God, leer uwen vijand, leer den zondaar, U kennen, vreezen en beminnen

ocr page 163

— 159 —

in den tijd, opdat hem aan de deur der eeuwigheid niet toegeroepen worde: Ik ken u niet! — En wanneer Gij TJ over Uwe vijanden erbarmt, vergeet dan ook de mijnen niet, maar wees hun genadig, vergeef hun, gelijk ook ik hun van harte vergeef, en laat ons allen in ware broederliefde ten Hemel wandelen.

't Is avond, o mijn God! de vogel zwijgt, geheel de schepping rust, en ook ik zal weldra inslapen en overgaan tot eenen staat, die het afbeeldsel is van den slaap des doods, waaruit mij eens de bazuin des oordeels wekken zal. — Dien slaap zijn (mijne ouders), velen mijner vrienden, verwanten en bekenden reeds ingegaan, en bij het droevig scheiden, hebben zij zich aan mijn aandenken aanbevolen. Heer, zoo zij nog niet rein zijn in Uw oog, verhoor dan het gebed mijner liefde! Bij de liefde, die Gij Lazarus toedroegt en die ü bij zijn graf tranen afperste, bij Uw dierbaar Bloed, tot vergeving der zonden vergoten, smeek ik U, wees hun genadig, doe hen de woon Uwer vreugde binnengaan en schenk hun de eeuwige rust! — En wanneer ik zelf mijn oog voor de aarde sluiten zal, moge ik dan in den Hemel met üwe uitverkorenen den glans Uwer heerlijkheid aanschouwen!

Maria, mijne moeder, die bij God genade gevonden hebt en nog aanhoudend vindt, U verzoek

ocr page 164

— 160 —

ik deze mijue smeekingeu te ondersteunen, opdat zij ingang vinden bij uwen goddelijken Zoon, die ons allen tot vrienden en broeders heeft aangenomen. Ik ben Uw kind, o Maria! Vooral wanneer ik mij des avonds van de wereld wegtrek en bet aardscbe voor een oogenblik vergeten ga, om mij met mijnen God, mijne ziel en mijnen Engel alleen te bevinden, troost mij de gedachte, dat Gij mij teeder bemint, en niet alleen bij dag maar ook bij nachte over mij waakt. Andermaal bid ik U, terwijl ik slaap, den mantel uwer bescherming over mij uit te breiden, opdat de vijand mij niet durve naderen, maar ik in vrede uitruste en morgen met de ontwakende schepping Gods goedheid love, met een verjongd gemoed mijne bezigheden hervatte, en met vertrouwen voortwandele op den weg, die ten Hemel leidt.

Heilige Jozef, die het uitstekend voorrecht waardig bevonden zijt van den goddelijken Verlosser te bewaren en tegen de listen van Herodes te beveiligen, bewaar ook mij tegen de macht van mijnen grooten vijand, wees mijn gids op den weg des levens, en verwerf mij, dat ik sterve in de omarming van Jezus en Maria. Beschermheilige van dit Bisdom, H. Joannes de Dooper, alle Heilige Apostelen en Gij, die U zeiven in deze streken hebt geheiligd, of hier in bijzondere eere zijt, bidt voor mij, opdat ik een christelijk

ocr page 165

— 161 —

leven lelde en eens den Hemel met ü bezitten moge.

Mijn H. Bewaar-Engel, waak zorgvuldig aan m^jne zijde, geef dat ik U nimmer door de zonde bedroeve, en voer mij, ver van het Sodoma der verleiding, langs den mij afgebakenden weg , naar het hemelsch Vaderland. Amen.

Onderzoek hierna even nw geweten en bid:

Onze Vader, enz.

Wees gegroet Maria, enz.

Ik geloof in God den Vader, enz.

De akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw.

Driemaal het Wees gegroet, ter eere van de zuiverheid van Maria.

O Maria, zonder smet ontvangen, bid voor ons, die tot ü onze toevlucht nemen. Amen.

11

ocr page 166

— 162 —

ÏIlglIKSMÏS

TER EERE

der Onbevlekte Ontvangenis

VAN

O. L. VROUW.

-.-lt;gt;••£gt;—--

GEBED TER VOORBEREIDING.

Mijn Heer en mijn God, met eerbied en een diep bewogen hart kniel ik op deze bevoorrechte plek, waar uwe oppermacht en goedheid en de veelvermogende voorbede uwer Onbevlekte Moeder zoo menigwerf hebben uitgeschenen , om het H. Misoffer, de onbloedige hernieuwing van het groote Zoenoffer des Kruizes, bij te wonen.

Ofschoon onwaardig en geheel doordrongen van mijn nietigheid, offer ik Dit met uwen Dienaar, den Priester op, om uwe Majesteit en Opperheerschappij over al het geschapene, uwe onbegrensde macht en mijne algeheele afhankelijkheid en onderwerping te erkennen. Ik bid U in ootmoed Het uit 's Priesters handen te aanvaarden, tot vergeving mijner zonden en straffen en tot vergiffenis der zonden van geheel de

ocr page 167

— 163 —

wereld. Gewaardig U Het tevens aan te nemen, als een nieuw Dankoffer voor alle ontvangen weldaden, alsook om uwer genade en gunsten meer en meer waardig te worden.

Bezield mij, o God van goedheid en barmhartigheid, bij dit Hoogheilig Offer, met een levendig geloof en die innige godsvrncht, waarmede de Heiligen bezield waren, wanneer zij het voorrecht hadden de H. Mis op etn genaderijk Pelgrimsoord bij te wonen. Vergun mij bij de H. Mis tegenwoordig te zijn met ongestoorde aandacht en diepe ingetogenheid, zooals een heilige Joannes Berchmans de H. Mis hoorde te Scherpenheuvel, als een H. Benedictus Josephus Labre in het eerbiedwaardig Huisje van Loretto, als een H. Gerlacus eiken Zaterdag in O. L. Vr. Munsterkerk te Aken, of eiken anderen morgen der week, bij het graf van den H. Servatius te Maastricht, opdat ik den Engelen tot vreugde, mijnen medepelgrims tot stichting strekke, en der voorbede der Allerheiligste Maagd en uwer zegeningen waardig moge wezen. Amen.

BIJ HET BEOIN DER H. MIS.

Mijn God en liefderijke Zaligmaker, terwijl ik uwen doodsangst en uw bloedig zweer in den hof der Olijven gedenk, sla ik rouwmoedig op mijne borat, TJ om vergiffenis biddende, dat ik

ocr page 168

— 164 —

uw Verlossinifswerk niet genoeg gewaardeerd heb. Uwen doodsangst en uw lijden heb ik door mijne zonden zoo menigwerf hernieuwd; ik vraag U daarvoor ootmoedig om vergeving.

Wil met uwen dienaar niet in het gerecht treden, o Heer, maar vergeef aan een rouwmoedig kind, dat TJ beterschap belooft, uw vaderhart door geene zonde meer zal bedroeven, maar uwe oneindige liefde en weldaden steeds gedachtig, ü beminnen zal tot aan zijnen dood.

H. Maagd, verkrijg mij de noodige genade om deze mijne goede voornemens uit te voeren. Dit bid ik U, terwijl ik TJ toeroep: Wees gegroet, o Moeder van den Koning, die Hemel en aarde bestuurt van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hem zij eer en glorie! Hem wil ik dienen en ¥ vereeren al de dagen van mijn leven!

BIJ DEN INTROÏTUS.

Vreugdevol verheug ik mij in den Heer, en mijne ziel verblijdt zich in mijnen God, want hij trok mij aan de kleederen des heils, en omgaf mij met het gewaad der gerechtigheid, als eene bruid met hare juweelen versierd. Ik wil U verheffen, o Heer, want Gij hebt mij opgenomen; Gij hebt mijnen vijanden geene vreugde gelaten over mij.

Eere zij den Vader, den Zoon en den Heiligen

ocr page 169

— 165 -

Geest! Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en door de eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJ HET KYRIE ELEISON,

Met een boetvaardij? en vermorzeld hart, herhaal ik, o Heer, het gebed, dat de H. Pelgrim Gerlacus bij het graf van den H. Servatius gewoonlijk ten Hemel stierde; Heer, ontferm TJ onzer! Heer, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer! Christus, ontferm U onzer! Cliristus, ontferm U onzer! Christus, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer !

Straf ons niet volgens onze verdienste, o Heer, maar spaar uw volk! en Gij, H. Maagd, toon U altijd de Moeder van Barmhartigheid, en weer den straffenden arm des Heeren van ons af!

BIJ HET GLORIA IN EXCELSUS.

Uwen lóf, o God, verkondigen alle schepsels van af den Seraf, die voor uwen troon staat, tot den nederigsten worm, die over de aarde kruipt. Hoe ondankbaar zou ik niet zijn, indien ik, die, tot de edelste klas uwer zichtbare schepsels behoor, in dat groote lof- en danklied niet instemde, vooral nu ik het geluk heb, mij op deze plaats te bevinden, waar alles spreekt van

ocr page 170

— 166 —

uwe genade en barmhartigheid en van de goedheid en liefde uwer Moeder ?

Eer dan aan U, o God, in het allerhoogste en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wille zijn. Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken U om uwe groote heerlijkheid, Heer God, almachtige Vader! Heer, Jezus Christus, eeniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm TJ onzer! Die de zonden der wereld wegneemt, ontvang ons gebed! Die zit aan de rechterhand des Vaders ontferm U onzer! Gij alleen zijt de Heilige; Gij alleen de Heer; Gij alleen de Allerhoogste, o Jezus Christus, met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.

GEBED.

O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd, uwen Zoon eene waardige woonplaats bereid hebt, wij bidden U, dat Gij, die Haar. krachtens den voorzienen dood van haren Zoon. van alle smet gevrijwaard hebt, ons, door hare voorspraak verleent, zuiver tot U te komen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 171

— 167 —

BIJ DBN EPISTEL.

Les uit het Boek der Wijsheid. (Spr. VIII. 22.)

De Heer heeft mij bezeten van deu aanvang zijner wegen, alvorens Hij in den beginne iets gemaakt heeft. Van eeuwigheid ben ik verordend en van oudsher, vóör dat de aarde werd. De afgronden waren nog niet, en ik was reeds ontvangen: de waterbronnen waren nog niet losgebarsten. Nog stonden de bergen niet vast op hunnen zwaren last: vóór de heuvelen werd ik geboren; nog had Hij de aarde niet gemaakt, noch de waterstroomen: noch de grondvesten van den aardbol. Toen Hij de heuvelen bereidde, was ik daar: toen Hij, naar eene bepaalde wet de afgronden omwalde. Toen Hij daarboven het uitspansel bevestigde, en de waterbronnen in evenwicht bracht; toen Hij de zee in het ronde met eene grens omgaf, en aan de wateren hare wet stelde, om hare grenzen niet te overschrijden; toen Hij de aarde hare grondvesten toedeelde; toen was ik alles bij Hem rangschikkende, en ik verlustigde mij telken dagen, spelende voor Hem ten allen tijde, spelende op den aardkring, en het is mij eene lust met de kinderen der menschen te zijn. Nu dan, mijne kinderen, aanhoort mij; zalig zij, die mijne wegen bewaren. Luistert naar de leer, en weest verstandig, en

ocr page 172

wilt haar niet verwerpen! Zalig de man, die naar mij hoort, en die dagelijks voor mijne poorten waakt, en wacht houdt aan de stijlen myner deure.

Die mij zal gevonden hebben, zal het leven vinden en zaligheid bij den Heer putten.

HA DEN EPISTEL.

Gezegend zijt Gij, allerheiligste Maagd Maria, van God, den allerhoogsten Heer, boven alle vrouwen op aarde. Gij zijt de roem van Jeruzalem; Gij zijt de vreugde van Israël; Gij zijt de eer van ons volk. Alleluja! Alleluja! Gij zijt volmaakt schoon, o Maria, en de erfsmet is in U niet. Alleluja!

BIJ HET EVANGELIE,

Vervolg van het Evangelie volgens Lucas 1.

t In dien tijde, werd de Engel Gabriel van God gezonden naar eene stad van Galilea, met name Nazareth, tot eene maagd, die verloofd was aan eenen man, wiens naam was Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En de Engel kwam tot haar binnen en sprak: „Wees gegroet. Gij vol van genade ! De Heer is met U! Gezegend zijt Gij onder de vrouwen.quot;

Geloofd zij Jezus-Christus, nu en in eeuwigheid ! Amen.

ocr page 173

— 169 —

BIJ HET CREDO.

AU dat gebeden of gezongen wordt, bidt dan het

Ik geloof in God den Vader, almachtig, enz.

BIJ HET OFFEEANDE.

Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met U; gezegend zijt Gij onder de vrouwen. Alleluja.

Ontvang, o Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, dit onbevlekt Offer, dat ik U, mijn levenden en waren God, met den Priester opdraag, voor mijne ontelbare zonden, beleedigingen en nalatigheden en ook voor allen, die hier tegenwoordig zijn, alsmede voor alle geloovige christenen, zoo levenden als dooden, opdat het mij en hun ter zaligheid en ten eeuwigen leven strekke. Amen.

Heer, ik offer U, met den Priester, uwen Dienaar, den kelk des heils, en bid uwe goedertierenheid, dat hij voor het oog uwer goddelijke Majesteit, tot mijne zaligheid en voor het welzijn der geheele wereld, met eenen liefelijken geur opstijge. Amen.

Neem, Heilige Drievuldigheid, deze Offerande aan, die ik U met den Priester opdraag, ter gedachtenis van het Lijden, de Verrijzenis en de Hemelvaart van onzen Heer Jezus-Christus, ter eere der Allerheiligste, altijd reine Maagd Maria,

ocr page 174

van den H. Joannes den Dooper, van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, van Hem, wier overblijfselen hier rusten en van alle Heiligen, opdat zij hun ter eere en ons tot zaligheid strekke en zij, wier gedachtenis wij hier op aarde vieren, voor om in den Hemel te bidden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

BIJ HET ORATE FRATRES.

De Heer neme dit Offer uit uwe handen aan, tot lof en glorie van zijnen Naam, tot welzijn van ons en van zijne geheele Heilige Kerk. Amen.

BIJ DE STILLE GEBEDEN.

Aanvaard, o Heer, het heilrijk Offer, dat wij U bij de gedachtenis der Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria opdragen en verleen, dat, gelijk wij Haar door uwe voorkomende genade, van alle smetten vrij belijden, zoo ook, door hare voorspraak, van alle schulden ontslagen worden. Door onzen Heer Jezus-Christus, die met U leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJ DE PRiEFATIE.

Het is waarlijk betamelijk en rechtvaardigt billijk en heilzaam, dat wij U overal en altijd dankzeggen, Heilige Heer, almachtige Vader,

ocr page 175

— 171 —

eeuwige God; dat wij U loven, zegenen en prijzen bij de vereering van de Allerheiligste en altijd reine Maagd Maria, die door de overlom-mering van den Heiligen Geest uwen eeniggebo-ren Zoon ontvangen en, met behoud van de glorie des Maagdoms, over de wereld het eeuwig licht, onzen Heer Jezus-Christus, heeft uitgestort, door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heer-schapp jen Haar aanbidden, terwijl de Machten voor Haar beven, de Hemelen en de Krachten der Hemelen, de zalige Serafijnen Haar met eenparig gejuich verheerlijken, met wie wij U bidden onze lofzangen te willen aanhooren, nu wij nederig met hen instemmen, -zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerscharen, Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna in den hooge! Gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den Hoöge!

BIJ DEN CANON.

Wij hebben onze stemmen met die der Engelen vermengd en IJ onzen lof toegestameld, o Heer.

Aangenamer echter dan lofzangen zijn U de gebeden, die wij, uwe kinderen, voor elkander ten Hemel sturen.

Verhoor dan, bidden wij U, barmhartige Vader, ons gebed voor het welzijn der Kerk en van

ocr page 176

geheel het Christen-volk. Bewaar uwe Kerk in vrede; bescherm onzen H. Vader den Paus, onzen eerbiedwaardigen Bisschop, de geheele Geestelijkheid en het geloovig volk. Laat onze Oversten altijd inzien en behartigen wat tot ons heil dient, en ons hunne bevelen en vermaningen met yver nakomen, opdat wij het enge pad der zaligheid met vasten tred bewandelende, U met eiken dag meer en meer mogen behagen.

Schenk uwen zegen aan onze ouders, verwanten, vrienden en weldoeners; beloon hen voor de weldaden aan ons bewezen.

Werp een genadigen blik op de armen en ellendigen, op de weduwen en weezen, op de zieken, vooral op hen, die zich in onze gebeden hebben aanbevolen, of voor wie wij verplicht zijn te bidden.

Zie mede genadig neder op hen, die hier met ons vergaderd zijn; verhoor hun smeekenj dat zij, vertrouwende op de voorspraak uwer machtige Moeder, tot TJ stieren, opdat zij allen getroost en in vreugde van deze gezegende plek naar hunne haardsteden wederkeeren.

Verhoor ook ons, o Heer! Verleen ons door de voorspraak van uwe Onbevlekte Moeder en van alle Gods lieve Heiligen, de vervulling onzer wenschen, waarvoor wij hier gekomen zijn bijzonder........

ocr page 177

— 173 —

Verhoor ons nederig smeeken, o Heer! en mogen wij straks kunnea getuigen, dat deze plaats niet te vergeefs den pauselijken eerenaam van Klein Lourdes draagt.

Maria, zonder erfsmet ontvangen, machtige Maagd, Troosteres der Bedrukten, O. L. Vrouw van Lourdes, bid voor ons!

BIJ DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.

Liefderijke Jezus, als zoenoifer onzer zonden, voor ons aan het kruis gehecht, ik aanbid TJ hier onder Broodsgedaante tegenwoordig, met den diepsten eerbied. In het stof ter neer gebogen, dank ik TJ voor uwe onbegrijpelijke liefde, ons niet alleen door het Heilig Kruis-offer, maar ook door deze Offerande van zegeningen, betoond. Heer Jezus, geef dat ik U beminne, in tijd en eeuwigheid! Maria, Moeder der schoone liefde, bid voor mij !

BIJ DE OPHEFFING VAN DEN H. KELK.

O Jezus, die ons door uw dierbloed Bloed verlost hebt, geef, dat ik mijne ziel, die tegen zoo hoogen prijs door U werd vrijgekocht, die door dat kostbaar Bloed zoo hoog geadeld werd, niet gering achte, maar alles in het werk stelle om hare zaligheid te verzekeren.

ocr page 178

— 174 —

H. Maagd, Moeder van mijn Zaligmaker, bid voor mij, en help mij, dat ik zalig worde. Amen.

NA DE CONSECRATIE.

Uw bitter lijden en uwen dood, uw glorierijke Verrijzenis en Hemelvaart gedachtig, o Heer, offeren wij U dit zuiver, heilig en vlekkeloos Offer: het Brood des eeuwigen levens en den Kelk der eeuwige zaligheid.

Gewaardig U met een genadig en gunstig oog op dit offer neer te zien en Het met welbehagen aan te nemen, zooals O-ij hebt aangenomen de giften van uwen dienaar, den rechtvaardigen Abel, het offer van onzen aartsvader Abraham en de heilige en de onbevlekte offerande, welke uw Hoogepriester Melchisedech heeft opgedragen.

Laat, bidden wij U ootmoedig, almachtige God, dit Offer, door de hand van uwen Heiligen Engel, op uw Hemelsch Altaar voor het aanschijn van uwe Goddelijke Majesteit gebracht worden, opdat wij allen, die aan dit Altaar deelachtig, hetzij werkelijk, hetzij op geestelijke wijze, het Allerheiligste Lichaam en Bloed van uwen Zoon zullen genuttigd hebben, met alle Hemelsche zegeningen en genade vervuld worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 179

— 175 —

GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.

Wees ook, o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen, die ons met het teeken des ge-loofs zijn voorgegaan en in den slaap des vrequot; des rusten, bijzonder (onze dierbare ouders) en allen, met wie wij door de banden van verwantschap, dankbaarheid en vriendschap verbonden zijn geweest, die zich vóór hun scheiden in onze gebeden hebben aanbevolen, alsook voor alle pelgrims, die ooit deze heilige plaats bezocht hebben .

Wij bidden U, o Heer, dat Gij dezen en allen, die in Christus rusten, de plaats van verkwikking, van licht en vrede wilt verleenen en ons met hen, iu het gezelschap van alle Heiligen, de eeuwige vreugde vergunnen, door Christus, onzen Heer. Amen.

BIJ HET PATER NOSTER.

Wanneer wij uwe grootheid gedenken, durven wij nauwelijks tot U opzien, o Heer ! slechts door uwe heilzame bevelen aangemoedigd en door uwe goddelijke onderrichting onderwezen, durven wij zeggen: Onze Vader, die in de Hemelen zijt, enz.

Verlos ons, bidden wij ü, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en verleen ons door de voorbede van de heilige en roemwaardige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, van de heilige Apostelen Petrus, Paulus, Andreas en

ocr page 180

— 176 —

alle Heiligen, goedgunstig vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer genade geholpen, altijd bevrijd van zonden en tegen alle kwellingen beveiligd mogen blijven. Door denzelfden Jezus Christus onzer Heer, uwen Zoon, die met TJ leeft en regeert in de eenheid des Heiligen Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJ HET AGNUS DEI.

Lam Gods, dat de zouden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm TJ onzer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons den vrede!

VÓÓR DB COMMUNIE.

Heer Jezus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: ik laat U den vrede; ik geef U mijnen vrede, zie niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk en wil Haar, volgens uw welbehagen, in vrede en eenheid bewaren en ook mij voortdurend uwen vrede schenken, dien de wereld niet geven kan noch ontnemen; laat mij in vrede leven en in vrede sterven, om eens in den eeuwigen vrede te rusten. Heilige Maagd, vredelievende Koningin des Hemels, verkrijg mij deze genade.

ocr page 181

— 177 —

ZOO GIJ TOT DE H. COMMUNIE OAAT :

Heer Jezus-Christus, Zoon van den levenden God, die volgens den wil nws Vaders en door de medewerking des Heiligen Geestes, de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt, verlos mij door dit uw Allerheiligst Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad ; Joe mij immer uwe geboden onderhouden en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.

Heer Jezus-Christus, laat de nuttiging van uw Lichaam, dat ik, onwaardige, ga ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en mijne verdoemenis; maar dat het, door uwe goedertierenheid, mij naar ziel en lichaam een behoed- en geneesmiddel zij. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des Heiligen Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Ik belijd voor den Almachtigen God, voor de altijd reine Maagd Maria, voor den Heiligen Aartsengel Michaël, den Heiligen Joannes den Dooper, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen en voor U Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de Heilige Maria, altijd Maagd, den Heiligen Aartsengel Michaël, den Heiligen Joannes den Dooper, de

12

ocr page 182

— 178 —

Heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en U, Vader, den Heer onzen God voor mij te bidden.

VOORTS DRIEMAAL, ALS DE PRIESTER DE H. HOSTIE OPHEFT.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

DAARNA.

Het Lichaam van onzen Heer Jezus-Christus beware mijne ziel ten eeuwigen Leven. Amen.

Aanbid en dank vervolgens met den grootsten eeriied den Heer uwen God, den Bruidegom uwer ziel, die in onbegrijpelijke goedheid en liefde, zich zeiven aan u schenkt. Ovrdenkt in de stilte van uw gemoed het ivoord van Paulus : Ik leef, en niet slechts ik; maar Christus leeft in mij.

ZOO GIJ NIET COMMUNICEERT.

Hoe gelukkig zou ik zijn, zoo ik U heden kon ontvangen en in mijn hart bezitten! In afwachting van dezen blijden dag, bid ik U mijn God, mij mijne zonden te vergeven. Ik verfoei ze, uit geheel mijn hart, omdat zij U mishagen. Gelief mij deelachtig te maken aan de vruchten van dit Heilig Offer. Vermeerder mijn geloof; versterk

ocr page 183

— 170 —

mijne hoop; zuiver mijne liefde; veredel en verwarm mijn hart, op iat het voortaan vooral kloppe voor U, en TJ steeds beminne bovenal en mijnen naaste als mij zeiven om U. Amen.

NA DE COMMUNIE.

Roemwaardige zaken zijn van U verhaald, o Maria, want groote dingen heeft Hij U gedaan, die machtig is.

GEBED.

Mogen de Sacramenten, die wij ontvangen hebben, o Heer en God, de wonden dier schuld herstellen, waarvan Gij de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, op bijzondere wijze, bevrijd hebt. Door Christus onzen Heer. Amen.

ALS DE ZEGEN GEGEVEN WORDT.

Ons zegene f de Almachtige God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

BIJ SINT JAN'S EVANGELIE.

f In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn er door gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was hat licht der mengchen, en het

ocr page 184

— 180 —

licht bchijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam Joannes was. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door Hem geloo-ven zouden. Hij was het licht niet; maar (Hij kwam) om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtige licht, dat verlicht allen mensch, komende in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, doch de zijnen namen Hem niet aan. Maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kindereu Gods te worden, aan hen die in zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wille des vlee-sches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En (dit zeggende knielt men) het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als van den Eenig-geborene des Vaders, vol genade en waarheid.

na de heilige mis.

Mijn God, ik bedank TJ uit den grond mijns harten, dat Gij mij vergund hebt, hier op deze bevoorrechte plaats, het ontzaglijk Offer van het Nienw-Verbond, ter eere uwer Onbevlekte Moe.

ocr page 185

— 181 —

der, bij te wonen. Ik vraag U vergiffenis voor alle onvolmaaktheden, waaraan ik mij door verstrooiingen, nalatigheid of lauwhartipheiJ heb plichtig gemaakt.

Verleen mij in uwen dienst en in de vereering van nwe goede Moeder getrouw te blijven tot aan mijnen dood.

Laat mij nu ia vrede gaan, o Heer, bestuur mij, onder de bescherming der Heilige Maagd, op al de wegen mijns levens en geleid mij ter eeuwige zaligheid. Amen.

Gebed volgens decreet van Z. H. Leo XIII, na elke stille Mis te hidden, met 300 dagen aflaat.

Driemaal het Wees gegroet. — Dan eenmaal ; Wees gegroet, Koningin, Moeder der barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. — Tot TJ roepen wij ballingen, kinderen van Eva. — Tot IJ verzuchten wij klagende en weenende in dit tranendal. — Welaan dan, onze Voorspreekster, sla Uwe barmhartige blikken op ons neder. — En vertoon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht Uws lichaams, Jezus — U goedertierene, o liefderijke o zoete Maagd Maria,

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

e. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ocr page 186

— 182 —

Laat ons hidden.

God, onze toevlucht en kracht, zie genadig neer op het volk, dat tot ü roept; en verhoor in Uwe barmhartigheid en goedertierenheid, door de voorspraak van de glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den gelukzaligen Jozef, haren Bruidegom, van Uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen de gebeden, die wij storten voor de bekeering der zondaars, voor de vrijheid en de verheffing van onze Moeder de E. Kerk. — Door Christus onzen Heer, — Amen.

Daarbij voegt mtn de volgende aanroeping:

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des duivels. — Dat God hem gebiede; daarom bidden wij ootmoediglijk; en Gij, aanvoerder der hemelsche legerscharen, verdrijf door de kracht Gods den satan naar de hel met de andere booze geesten, die tot verderf der zielen in de wereld rondzwerven. — Amen.

ocr page 187

— 183 —

GEBEDEN VOOR DE BIECHT.

God Heilige Geest, die door uwe genade, leven gloed en sterkte scheukt aan 's menschen ziel en hart, zie hier eeu armen zondaar, die nauwelijks zijne oogen durft ten Hemel heffen, voor TJ in het stof gebogen. Zend een Hemelschen lichtstraal op mij neder, opdat het helder worde in mijn binnenste, en ik mijne armoede en mijn nietigheid wel moge inzien. Laat mij mijne zonden en hare boosheden doorschouwen; doordring mijn vleesch met schrik en angst voor het oordeel van den rechtvaardigen Rechter, die mij nu nog in genade en barmhartigheid wil ontvangen. Help mij opdat ik mijne zonden kenne, zoo als zij staan opgeteekend in het schuldboek des Heeren, en ze verafschuwe, zoo als de Heiligen, mijne Broeders, de werken der duisternis verafschuwden; versterk vooral mijn wil, opdat ik ze mijde in de toekomst, en mij nimmer meer in de naaste gelegenheid van zonden begeven.

Laat geene valsche schaamte nestelen in mijne ziel; maar geef mij de noodige sterkte, om mijne zonden, hoe vernederend ook, met oprechtheid aan uwen plaatsvervanger te belijden, opdat ik verfrischt, en als een nieuw mensch, uit de bad-

ocr page 188

wateren der boetvaardigheid moge opstaan en in uwe genade en vriendschap blijve leven. Amen.

Onderzoek daarna uw geweten, overdenhendfj wat gij door gedachten, woorden, werken en ver-zuimenissen tegen God, tegen u zelvn of uwen evenwnsch, alsook tegen de plichten van uwen fitaat misdaan hebt. Doe dit zorgvuldig, alsof de Biecht, die gij spreken gaat, de laatste van uw leven ware, en gij daarna voor het oordeel van God verschijnen moest. Gedenk, dat alle doodzonden met g'tal en d' noodige omstandigheden moeten gebiecht worden.

Venvek vervolgens, niet slechts met den mond, maar ook met het hart, een akte tan berouw. Overweeg elk woord, dat gij uitspreekt, zeggende:

Mijn Heer en mijn God, Gij hebt mij met weldaden overladen, en ik heb daaraan met ondankbaarheid beantwoord. Mijn Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik ben niet meer waard uw kind genoemd te worden. Ik val U te voet en bid U om vergeving. Uit het diepste van mijn hart, uit het binnekste mijner ziel, is het mij leed, dat ik U, Algoede, dien ik bovenal bemin, vergramd heb. Ik betreur, ik haat en verzaak deze en alle mijne zonden uit liefde tot TJ, en neem mij ten stelligste voor nooit meer te zondigen, de gelegenheden van zonden met ernst en voor altijd te schuwen, eene

ocr page 189

— 185 —

rouwmoedige en rechtzinnige Biecht te spreken en liever te sterven dan U nog ooit te beleedigen. Heilige Maagd, Toevlucht der zondaren, bid voor mij, en verkrijg mij deze genade. Amen.

NA DE BIECHT.

Mijn Heer en mijn God, ik dank U, dat Gij mij in genade ontvangen en mij de kwijtschelding mijner zonden verleend hebt. Dank aan uwe barmhartigheid, ben ik geea ongelukkige, geen verworpeling geworden. Ik durf wederom tot U opblikken en U mija Vader noemen. Mijn Vader, geef, dat ik voortaan uw gehoorzaam kind zij, uwe bevelen opvolge, en getrouw den weg uwer geboden bewandele. Laat mij vooral de pUatsen indachtig zijn, waar ik zoo ongelukkig struikelde, de gevaren en gelegenheden van zonde vermijden.

Doe mij ook begrijpen, o mijn God, dat wie gezondigd heeft, de boetvaardigheid niet moet versmaden. Kwellingen, ziekten en moeielijkheden aan mijn levensstaat verbonden, neem ik met gelatenheid aan en offer ik U op, o Heer, tot nitdelging mijner straffen, tot verkrijging van nieuwe genaden en den Hemel. Amen.

ocr page 190

— 186 —

GEBEDEN VOOR DE COMMUNIE.

God Heilige Geest, die de Allerheiligste Maagd tot eene waardige woon van het Eeuwig quot;Woord hebt voorbereid, zuiver en ontvlam miju hart door het vuur uwer liefde, opdat mijn aanbiddelijke Heiland daarin met welgevallen moge nederdalen en verblijven. Amen.

Mijn God, die de eeuwige waarheid zijt, wie kon het gelooven, zoo Gij zelf, in het plechtig oogenblik van het laatste Avondmaal, het ons niet duidelijk gezegd had, dat Gij in het H. Sacrament des Altaars wezenlijk tegenwoordig zijt ? En nu, o Hesr, wie zou durven twijfelen aan uw goddelijk woord, dat ons onmogelijk bedriegen kan? O Hesr, ik geloof, dat Gij hier onder de gedaante van brood tegenwoordig zijt, dezelfde God, die op den Thabor een straal van uwen Hemelglans ileedt uitstralen, die te Cana het water in wijn veranderde, die door de Engelen te Bethleëm geprezen en aangebeden werdt, vermeerder mijn geloof. G^ef dat ik U aanbidde en ontvange met den eerbied, waarmede de Drie-Koningen voor U nederknielen en hunne hoofden in het stof bogen ; met de vurigheid, waarmede de vrome Simeon IJ op zijne armen nam; maak mij even gelukkig, als dien edelen grijsaard, die

ocr page 191

— 187 —

wenschte te sterven, toen zijne oogen den Heiland aanschouwd en zijne handen den Lang-Verwachte der volkeren, den Heere had opgedragen.

Mijn God, wat spijt het mij nu, dat ik U ooit beleedigd heb! Ik haat en verfoei nogmaals de zonde, en wensch TJ meer en meer te beminnen. Verwarm mijn hart,o Heer, opdat ik U beminne als de Heiligen, die geheel in liefde verslonden waren, wanneer zij het geluk hadden het Brood der Engelen te genieten; schenk mij een vonkje vaa de liefde, die de Serafijnen verteert voor uwen troon; een greintje van de liefde, waarmede uw Allerheiligste Moeder U aanbad op het gezegend uur der blijde Boodschap! Kom nu, o Heer Jezus, kom! Bruidegom mijner ziel, vertoef niet langer!

Zeg vervolgens driemaal met den Priester:

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

NA DE COMMUNIE,

N« de Heilige Communie, onderhoud u eenige oogenblikken in stilte met den God uws harten, alvorens uw hoek te openen. Breng die oogenblikken door in diepe ingetogenheid en in liefderijke

ocr page 192

— 188 —

verzuchtingen tot den Heer, üwen God. Zeg en herhaal Hem b. v.: Groote God, beminaelijke Jezus! Wees de God mijns harten, mijn deel in

eeuwigheid!..... God van oneindige liefde, die

mij geschapen en verlost hebt, die voor mij aan het kruis gestorven zijt, die hedea wederom mijne arme ziel met dit Brood der Engelen voedt en versterkt, wees in eeuwigheid geloofd en geprezen!..... Heer Jezus, Zon der gerechtigheid, blijf bij mij, opdit het nooit avond

worde in mijne ziel door de zonde!..... Neen,

Heer Jezus, in eeuwigheid geene zonde meer!.....

Ik bemin U, en zal U steeds meer en meer be-minnen!..... Heer Jezus, zegen mij, armen pelgrim ! Geef dat ik mij heilige op de groote pelgrimsreis des levens! Heer Jezus, voor U wil ik leven; voor U wil ik sterven.

DANKZEGGING.

Wat zal ik U wedergeven, oneindig goede God, voor de uitstekende weldaad, voor de onwaardeerbare gunst, die Gij mij heden wederom geschonken hebt? Het Brood des Hemels hebt Gij mij toegestaan! Het Brood der Engelen heb ik. ellendig sterveling, door uwe onbegrijpelijke

ocr page 193

- 189 —

goedheid, heden onderinaal genoten! Wat zal ik U voor deze Goddelijke gave teruggeven?

Ik heb U niets te schenken dan mij zelveu met al mijne ellenden, mijn gart met al zijne gebreken. O goede God, aanvaard dit mijn geschenk, hoe onwaardig ook; bezit het onverdeeld; bezit het voor eeuwig.

Waarom heb ik ten minste geen Engelentong. om U te danken, te loven en te prijzen.

Loof dan gij, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is, love zijn Heiligen Naam!

Mijne ziel, als vergoddelijkt door het dierbaar Bloed des Heeren, prijze zijne grenzenlooze goedheid ! Mijn verstand, dat die Hemelsche weldaad beseft, love den Heer voor deze allergrootste gunst, welke een sterveling op aarde genieten kan!

Mijn geheugen verblijde zich altijd in het herdenken dezer zalige stond, waarop de God des vredes in mij nederdaalde!

Mijn wil, door het Brood der sterken met nieuwe kracht bedeeld, kenne voortaan geen anderen wil, dan den uwen, o Heer!

Mijn hart, heden door TJ, o God, op nieuw geadeld en geheiligd, blijve als een gewijd altaar, waarop het vuur der reinste liefde altijd brandt, en de wierook der gebeden aanhoudend ten Hemel stijgt!

Mijn lichaam, dat het Manna der onsterfelijk-

ocr page 194

heid deelachtig werd, leve voortaan op de eerste

plaats voor het Euwig leven!

Christus leeft in mij ; Hij blijve in mij en ik in Hem! Amen.

Gebed om Gods zegen af te vragen.

Mijn Heer en mijn God, op dit Heilig oogen-blik herhaal ik U het woord van uwen vromen dienaar, den aartsvader Jakob; „ik zal U niet laten gaan vóór dat Gij mij gezegend hebt.quot;

Open nwe zegenrijke handen over mij, o Heer. Zegen mij naar ziel en lichaam! Zegen mijn verblijf alhier; vervul mij met den geest des gebeds en van innige godsvrucht, opdat ik gesterkt, getroost en als verjongd in mijn zieleleven, van hier ga. En wanneer ik tot de mijnen en mijnen werkkring zal zijn wedergekeerd, zegen dan mijne ondernemingen ea mijne bezigheden, opdat zij naar uw welbehagen en tot mijn welzijn en dat van anderen voltrokken worden. Zegen mij in voor- en tegenspoed, in vreugde en in lijdeu, opdat ik, wanneer alles mij naar wensch gaat, mij niet ver hoc vaardige, en wanneer alles mij tegenslaat, niet kleinmoedig worde. Zegen mij bij alle hinderpalen, die ik op den weg der deugd ontmoet, opdat ik ze gelukkig te boven kóme.

ocr page 195

— 191 —

Zegen mij vooral iu het beslissend uur, wanneer ik aan het einde mijner aardsche loopbaan zijn zal, en Gij mij voor uwen rechterstoel zult dagen, opdat ik in vrede met U sterve, een genadig oordeel vinde, en ü, dien ik zooeven onder broodsgedaante ontvangen heb, in de eeuwige Hemelvreugde, van aanschijn tot aanschijn aanschouwen, loven en danken moge. Wat ik voor mij zeiven vraag, o Heer, schenk dat ook aan mijne dierbaren, aan mijne vrienden en vijanden. Amen.

Allerheiligste Maagd Maria, gewaardig U een liefderijken blik op mij te werpen, die nu, door de tegenwoordigheid van utven Goddelijken Zoon, voor ü een voorwerp van welgevallen geworden ben. Spreek voor mij bij Hem ten beste, die mij wel met zijn dierbaar Vleesch en Bloed heeft willen versterken, en biquot;d Hem uwe verdiensten aan, ter vergoelijking van wat ik in voorbereiding, in dankbaarheid en liefde ben te kort gebleven. Bedank Gij Hem in mijne plaats, en verwerf mij, door uwe veelvermogende voorspraak, dat Hij mij dien rijken zegen schenkei waarom ik Hem gebeden heb.

Mijn goede Engel, die TJ verheugt in mijn geluk, bid ook Gij voor mij, dat ik de vruchten dezer Heilige Communie altijd beware en voort-

ocr page 196

— 192 —

aan, zoolang mijne pelgrimsreis op aarde duren zal, als een Engel blijve leven.

Alle Heiligen Gods, Gij vooral, wier gedachtenis heden gehouden wordt, alsook mijne bijzondere Beschermheiligen en alle zalige Pelgrims, bidt voor mij, die nu de bron van uw eeuwig geluk in mij bezit! Verkrijgt mij door uwe voorspraak bij Hem, wien Gij U, door woord en voorbeeld, zoo gelijkvormig hebt gemaakt, dat ik uwe voetstappen volge, mij op de volmaaktheid toelegge, eu eens, rijk aan deugden en goede werken, tot uw gezelschap en de eindelooze vreugde des Hemels worde toegelaten.

(Blijf niet alleen nu, maar altijd na de H. Communie, ten minste een kwartier uurs, in gebed doorbrengen, en weet gij niet meer. to at te bidden, neem dan uwen Rozenkrans ter hand, om door de H. Maagd, den Heer verder ie bedanken en zijn zrgen af te smeeken. of ga tot dat einde met eerbied en godsvrucht, den H. Kruisweg af.)

ocr page 197

— 193 —

LITANIE

TER EERE VAN DE

4Eï

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm IJ onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer! God. Heilige Geest, ontferm U onzer ! H. Drievuldigheid, één God, ontferm TJ onzer! H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der Goddelijke genade,

Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschonden Moeder,

Onbevlekte Moeder,

Minnelijke Moeder,

Wondervolle Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder «les Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd, 13

CTquot;

P-

ocr page 198

Getrouwe Maagd, bid voor ons.

Spiegel der gerechtigheid,

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat,

Eerwaardig vat,

Uitmuntend vat van godsvrucht,

Geheimzinnige roos,

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis,

Ark des Verbonds, g;

Deur des Hemels, ^

Morgenster, lt;

Behoudenis der kranken, S

Toevlucht der zondaars, o

Troosteres der bedrukten, S

Bijstand der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin, zonder erfsmet ontvangen.

Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans,

bid voor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

ocr page 199

Christus, verhoor ons!

Heer, ontferm ü onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, Wees gegroet.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o Heilige Moeder Oods, versmaad onze nooddruftige gebeden uiet, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelaarster, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

v. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods. r. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

GEBED.

Almachtige en barmhartige God! wij bidden U aanvaard goedgunstig ons ootmoedig gebed, en doe ons, door de voorspraak der altijd zuivere en onbevlekte Moedermaagd, in al onze behoeften uwe hulp ondervinden, door Jezus Christus, uwen Zoon, onzer Heer. Amen.

ocr page 200

VERSCHILLENDE GEBEDEN

TOT

O. Xj. V IR, O TJ quot;W.

Toewijding van den H. Aloysius.

Heilige Maria, mijne Meesteres, ik stel onder uwe gezegende hoede en bijzondere bescherming, en beveel heden en al de dagen mijns levens en in het uur van mijnen dood. mijne ziel en mijn lichaam in den schoot, uwer barmhartigheid aan. Al mijn hoop en mijnen troost, al mijne kwellingen en ellenden, mijn leven en het einde mijns levens vertrouw ik U toe, opdat, door uwe allerheiligste voorspraak en door uwe verdiensten, al mijne werken volgens uwei wil en dien van uwen Zoon geregeld en voltrokken worden. Amen.

KRACHTIG GEBED

van den vromen Jacob Merlo Horstius (van Horst),

Pastoor van Maria- Weide te Keulen, in Hjne jeugd een huurman van Tien ray (f 1644).

VOOR AL WAT WIJ NAAR ZIEL EN LICHAAM NOODIG HEBBEN.

Ik bid U, heilige en allerliefderijkste Vrouwe, Maria, Gods Moeder, Dochter vau den Koning

ocr page 201

— 197 —

der koningen, allerroem waardigste Moeder, Moeder der weezen, Troosteres der bedrukten, de rechte weg der dwalenden, altijd rein0 Miagd, Bron van birnihartigheiJ, heil en genade. Bron van troost en kwijtschelding. Fontein van godsvrucht en vreugde. Fontein van leven en vergeving, door deze heilige en onuitsprekelijke vreugde, die uwen geest in verrukking bracht bij de blijde Boodschap des Engels; ik bid U door de heilige en onbegrijpelijke nederigheid, waarmede Gij den Engel Gabriël antwoordet: Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord ! en door het Goddelijk geheim, dat de Heilige Geest toen in U bewerkte.

Ik smeek U door de onuitsprekelijke genade) gehoorzaamheid, barmhartigheid, liefde en nederigheid, waardoor Uw Zoon, onze Heer Jezus Christus van den Hemel is nedergedaald, om onze menschelijke natuur in uwen eerbiedwaardigen schoot aan te nemen en door de glorierijke vreugde, welke Gij van uwen Zoon onzen Heer Jezus Christus mocht smaken.

Ik bid U door de heilige en overgroote droefheid en het bitter hartewee, dat Gij gevoeldet, bij het zien van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, voor het kruis ontbloot, daaraan geklonken, ten hooge geheven en nederhangend ; bij den aanblik zijner wonden en van den bitte-

ocr page 202

ren drank, waarmede zijn gloeiende dorst gelaafd werd, toen Oij Hem op Elias hoordet roepen en aan het schandhout sterren zaagt.

Ik smeek ü door Zijne vijf wonden en door de overgroote droefheid, die uw binnenste samenperste bij het zien dezer gapende openingen; door de smart, die Gij gevoeldet, wanneer Gij Hem verwond zaagt; door de stroomen bloeds en geheel zijn lijden; door uw hartewee en den vloed uwer tranen, dat Gij met alle Heiligen en Uitverkorenen Gods, mij te raad en ter hulpe snelt in al mijne gebeden en smeekingen; in al mijne kwellingen en behoeften; in alle zaken, waarvoor ik iets zal doen, spreken of denken; alle dagen en nachten; alle uren en oogenblik-ken van mijn leven.

Verkrijg mü van uwen beminden Zoon, onzen Heer Jezus Christus de vermeerdering en voltrekking aller deugden, met alle barmhartigheid en vertroosting; met allen raad en bijstand; met alle zegen en heiligmaking; met alle heil, vrede en voorspoed: met alle vreugde en blijdschap.

Verwerf my ook allen overvloed van geeste-lüke- en genoegzaamheid van tijdelijke goederen en de genade van den Heiligen Geest. Dat de Heilige Geest mg door alles gelukkig heenvoere ; dat Hij mijne ziel beware; mijn lichaam bestiere en bescherme; mijn geest naar boven richte;

ocr page 203

— 199 —

mijn gedrag regele; mijne handelingen goedkeurs ; mij heilzame gedachten ingeve; mijn verleden kwaad vergeve; het tegenwoordige ver-betere en het toekomstige ten goede geleide !

Dat Hü mij schenke eerbaar en knisch te leven, in de beoefening van Geloof, Hoop en Liefde, vasthoudende aan de leer des Geloofs, in de onderhouding van Gods geboden 1

Dat Hij de zintuigen van mijn lichaam bestiere en beacherme, mij vooral van de doodzonde beware en behoede tot aan het einde mijner dagen!

Hij gelieve deze mijne bede te verhooren en aan te nemen en mij het eeuwig leven te verleenen!

Aanhoor mij en bid voor mij, allerzoetste Maagd llaria. Moeder van mijnen God, Moeder van barmhartigheid! Amen.

GEBED

van demelfden Merlo Horstius, naar Pater Titelmans, om ons aan Maria, als ome Hoeder, aan te hevelen.

O diepbedroefde Moeder, wij smeeken U ootmoedig, bij de laatste woorden, welke uw stervende Zoon U van het kruis toesprak, terwijl Hij TJ zijn leerling aanbeval, dat Gij ons onder het getal uwer kinderen wilt opnemen. Trouwens, wij meenen, dat die woorden van Uwen Zoon

ocr page 204

— 200 —

niet nitslnitend op Joannes, die toen naast het kruis stond, betrekkiner hadden, maar dat Hij in dien eenen leerling da geloovigen van alle volgende eeuwen heeft bedoeld en U aanbevolen, terwijl wij overtuigd zijn, dat óok het gezegde tot den leerling: „Ziedaar uwe Moederquot;, niet alleen dien leerling beoogde, maar tot ons allen, die door het geloof uwen Zoon toebehooren, gericht was.

Dewijl dus uw teergeliefde Zoon bij zijn sterven ons aan U heeft aanbevolen, en aan 't geheele menschdom in U eene Moeder geschonken heeft, zoo zijn wij verzekerd, dat Gij die uiterste wilsbeschikking niet kunt, noch wilt voorbijzien.

Laat ons, o allerteederste Moeder, van weerskanten aan dien uitersten wil des stervenden Verlossers gehoorzamen. Neem Gij ons als uwe kinderen aan: wij zullen TJ, als onze Moeder, liefdevol met hart en ziel vereeren. Schenk ons uwe moederlijke zorg; wij zullen ü eene kinderlijke teederheid toedragen en hoewel Gij nu in den Hemel, ver boven ons verheven, de eeuwige heerlijkheid geniet en aan de zijde van uwen Zoon regeert, houd daarom toch nimmer op, ons, verbannen kinderen, met liefde te bejegenen, want dit is de wil van uwen Zoon, die zich zeiven door U aan ons heeft geschonken en, stervende, ons aan U, zijne Moeder, heeft aanbevolen.

ocr page 205

— 201 —

Wend dan uwe medelijdende blikken tot ons en maak ons Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams, nu genadig, en toon Hem ons na onze aardsche ballingschap, o goedertierene, o liefderijke, o zoete Maagd Maria ! Amen.

Gebed van demelf len Merlo Horsiius. voor eenen zaligen dood.

O allerzoetste Maagd Maria, Moeder van Jezus, mijne allerbarmhartigste Beschermvrouwe, kom mij armen zonder te hulp, opdat ik door geen haastigen en onvoorzienen dood getroifen worde, noch plotseling en onvoorbereid van deze wereld worde weggerukt.

Maria, gezegende Maagd, bid voor mij. bij het lijden en den bitteren dood van uwen eenigge-boren Zoon, onzen Heer Jezus Christus, dat ik door den haat mijner zonden, door verzaking aan Satan en aan al zijne werken, door een waar berouw, door eene oprechte en nederige Biecht, door boetvaardigheid en voldoening, door een Gode waardig gedrag en naastenliefde met uwen Zoon verzoend, van deze wereld verhuize.

Toon mij uwe barmhartigheid, o allerzaligste Maai?d en Moeder Gods, Maria, op dien ijzing-wekkenden dag, wanneer mijne levenskrachten mij zullen verlaten; wanneer mijne stervende tong zich niet meer zal kunnen bewegen om U

ocr page 206

— 202 —

aan te roepen; mijne oogen het licht niet meer kunnen aanschouwen en mijne ooren doof worden voor alle geluid ; gedenk dan de gebeden, welke ik heden tot uwe goedertierenheid opzend, U smeekende ze te yerhooren. Kom mij ter hulp in deze laatste stonde van mijnen dood, opdat ik van de trawanten des duivels bevrijd blijve en onder de getrouwe dienaren en vrienden van uwen Zoon, moge geplaatst worden. Amen.

GEBED VOOR DE FAMILIE.

O goede en waakzame Moeder, breid uwe bescherming uit over de geestelijke en tijdelijke behoeften mijner familie, die U beter dan mij bekend zijn. Zij, die mij dierbaar zijn, leven in de bedorven wereld, wier geest in strijd is met de beginselen van het Evangelie, in gevaar van door eigen zwikhei-i of door den verderfelijken invloed van het menschelijk opzicht of der verleiding, voor eeuwig verloren te gaan. Ik smeek U: bevrijd hen van het kwaad, en laat hen gehecht zijn aan het katholiek geloof en aan onze Moeder de Heilige Kerk; laat hen in de beoefening van den godsdienst nooit koud noch onverschillig wezen; bewaar hun den geest van nederigheid in voorspoed; van christelijke gelatenheid, wanneer zij door kommer of ziekte bezocht worden. O Maria, ik stel een onbe-

ocr page 207

— 203 —

grensd vertrouwen op uwe goedheid en twijfel niet, of uwe bescherming zal mijner familie verzekerd blijven; maar ik bid U, er ons steeds aan te herinneren, dat wij in allen nood, onze toevlucht tot U moeten nemen, nooit ophouden uwe voorspraak af te smeeken en in leven en dood op uwe machtige voorbede te vertrouwen.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tien-ray, bid voor ons!

GEBED VOOK EENEN ZIEKE.

O Maria, die door uwe voorbede bij uwen Ooddelijken Zoon alles vermoogt, spreek slechts één woord, een smeekend woord tot uwen Jezus en N. N. zal genezen. O mijne Moeder, weiger mij deze genade niet. De zieken hebben eene bijzondere aanspraak op uw teeder medslijden. Ik beveel in uwe handen een leven, dat ons zoo dierbaar is. Verleng dat, indien het tot Oods glorie strekt en der ziele zaligheid dienstig is; maar zoo Gods wil het getal zijner dagen be--perkt heeft, verwijder dan van den dierbaren lijder den angst des doods, verkrijg voor hem een volkomen gelatenheid in den wil des Heeren, en bied Gij zelve het offer zijns levens aan het Hart van Jezus aan. O Maria, gedoog niet, dat ik U te vergeefs hebbe aangeroepen, en gewaar-dig 17, door deze zoo zeer gewenschte genezing.

ocr page 208

— 20é —

ons aller dankbaarheid en de vereering nwer Onbevlekte Ontvangenis te vermeerderen.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tien-ray bid voor ons!

Gehed vjor de H. Kerk en onzen H. Vader den Paus.

O Maria, niet slechts met een levendig geloof, maar ook met een vast betrouwen, werp ik mij voor uwe voeten neder en smeek ik TJ de Kerk, de Heilige Bruid van uwen lieven Zoon, onzen Heer Jezus Christus, te verdedigen en te beschermen. Toon U de machtige Beschermvrouw der H. Kerk, vooral in deze dagen, nu zij door eene drieste goddeloosheid bedreigd wordt. Bedek door uwe bescherming den geheiligden Persoon van den Paus, als met een schild. Boezem aan de Christenen den eerbied in, dien zij den Stedehouder van Jezus Christus verschuldigd zijn, de onderwerping aan zijn onfeilbaar gezag, de liefde, die de Vader aller geloovigen verdient. O Maria, die de bitterheden aanschouwt, waarmede zijn hart gedrenkt wordt, de onuitsprekelijke smarten, die Hem het treffend afbeeldsel van uwen geliefden Zoon maken, sta Hem bij. Verwek in uwe Kerk Apostelen en verdedigers van hare rechten; gedoog niet, dat de ongerechtigheid zegevieren bevestig te Rome den zetel van den H. Petrus

ocr page 209

— 205 —

en hecht de geesten en harten krachtig aan dit middelpunt der katholieke eenheid.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tienray, bescherm den Paus en de H. Kerk.

Oeh'.d voor de bekeering der zielen, die ons dierbaar zijn.

O Heilige Maagd, ik ben geen enkelen uwer blikken waardig; edoch bid ik U, ter wille van uwen goddelijken Zoon, onzen Verlosser, werp een barmhartigen oogslag op mijne ellende.

Zoete hoop der hopeloozen, red door uwe voorspraak en ter liefde van Jezus Christus, de zielen, die ik IJ aanbeveel. Ik weet, dat Gij er behagen in schept barmhartigheid te bewijzen. Ik beveel mijne ziel en de zielen mijner dierbaren in uwe handen Schenk ons het verlangen en de sterkte om Gods vriendschap weer te krijgen en te behouden, om van stonde af aan uwe heilige ingevingen ten uitvoer te brengen. O Maria! Jezus, die zoo groot medelijden had met de zondaars, heeft ons aan uwe moederlijke zorg aanbevolen. Gij bidt voor zoovele anderen, bid ook voor mij. Smeek Jezus om vergiffenis voor ons, en ons zal vergeving geschonken worden. Gij hebt slechts onze zaligheid te wenschen en Hij zal ons aalig maken. Ik bid U ons in eenen echt christelijken levenswandel te bevestigen.

ocr page 210

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tienray. bescherm ons.

Gebed om zijne kinderen aan Ome Lieve Vrouw van Lourdes aan te bevelen.

O allerzuiverste Maagd, ik beveel TJ op eene bijzondere wijze mijne kinderen aan en smeek U, dat Gij zelve hunne onschuld gelievet te bewaren. Laat niet toe, dat de driften ooit in hen de stem der rede en dea gewetens smoren.

Ik zag, even als de Koningin Blanca van Castilië, hen liever sterven, dan hunne eeuwige Hemelkroon verliezen. Verlicht hen betrekkelijk hunnen roep en levensstaat; help hen dien te aanvaarden en er alle verplichtingen wel van te behartigen. Dat uwe bescherming hen ondersteune tegen de bekoringen en hen doe volharden in de deugd. Ge waardig TJ ook mij en mijnen verwantten de genade af te smeeken, die wij ter zaligheid noodig hebben, en vooral de volharding tot aan het einde, en in het uur des doods, open ons den Hemel.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tienray, bid voor ons.

Gebed van eene troostelooze ziel, ter eere van Onze Lieve Vrouw van Lourdes.

O Maria, wie heeft meer geleden dan Gij ? Het lange vooruitzicht uwer moederlijke smarten

ocr page 211

— 207 —

heeft deze dnbbel zwaar gemaakt, en toch is uw moeJ nooit bezweken. Ondersteun mij in mijne kruisen, die mij uoodig schijnen, zoowel voor mijne heiligmaking als voor de uitboeting mijner zonden. Laat niet toe, dat de lange duur van mijn lijden mijne standvastigheid aan het wankelen brenge.

O onbevlekte Maagd, ik bid U, den kelk des lijdens van mijne lippen af te weren; maar zoo ik hem drinken moet, verkrijg mij dan, dat ik mij doordringe van de gedachte, dat zoo ik minder te lijden had, ik uwen goddelijken Zoon, ook minder aangenaam zonde wezen. Ondersteum mij, opdat ik (gedurende deze Noveen) altijd bidde in volle overeenstemming met den wil des Heeren. Heilige Maagd, Troosteres der bedrukten. Koningin der Martelaren, heb medelijden met eene ziel, die onder den last van een zwaar kruis gebukt gaat; ontsla mij van dien last, indien het mij zalig is, en is dit mijner zaligheid niet dienstig, verkrijg mij dan bij uwen goddelijken Zoon, den Man van smarten, voortdurende vermeerdering van geduld, gelatenheid en sterkte, om altijd met edelmoedigheid te kunnen zeggen : Heer, uw wil geschiedeDoor uwe Onbevlekte Ontvangenis en door uwe droefheid onder het kruis, verkrijg mij de genade, dat ik in myn lijden nooit mismoedig worde, noch bezwijke.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tien-ray, bid voor mij en help mij.

ocr page 212

— 208 —

TWEE GEBEDEN

TOT

Onze Lieve Vrouw van Lourdes.

I.

O Heilige en Onbevlekte Maagd Maria! Gods Moeder en ook onze Moeder! die in onze dagen, als ter bevestiging van het Leerstuk uwer Onbevlekte Ontvangenis, op zoo wondervolle wijze verschenen zijt, en ons de Grot van Lourdes met haar gezegend bronwater, als een nieuw redmiddel, tegen onze kwalen geschonken hebt; verhoor ons, nu wij vol kinderlijk vertrouwen, tot U en dit door U gezegend middel onze toevlucht nemen. Gedenk, o liefderijkste aller Moeders, dat het nooit is gehoord, dat U iemand te vergeefs om hulp heeft gebeden. Gedenk uw verheven voorrecht tot welks verheerlijking Gij ons mede dit middel geschonken hebt. Gedenk het beminnend Hart van Jezus, uwen goddelij-ken Zoon, dat niets anders begeert dan ons geluk en U nooit onverhoord kan laten. Zie vervolgens op onze droefheid, op ons lijden, op onze ziels- en lichaamskwalen vooral op deze.... waarvan wij in het bijzonder door uwe goed-

ocr page 213

— 209 —

heid bevrijd wenachen te worden. O allerliefde-rijkste Moeder! voeg dan maar ééa woörd bij onze smeeking, ja werp slechts, ter onzer gunste, een blik uwer barmhartige oogen op het almachtig Hart van uwen Jezus, eu to.in alzoo, in dubbelen zin, dat Gij Gods Moeder en ook onze Moeder zijt.

Aanhoor ons dan, o Onbevlekte Maagd, aanhoor ons!

Bn, bij Jezus uwen godielijken Zoon, verhoor ons!

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tien-ray, bid voor ons.

II.

O Onbevlekte Uaagd, barmhartige Moeder, Behoudenis der kranken, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Gij kent mijne behoeften, mijne smarten, mijn lijden; sla een ge-nadigen blik op uw kind. Ik werp mij vol vertrouwen voor uwe voeten neder en smeek uwen bijstand af. Verhoor mij, o Maria; ik wil trachten mij uwe gunsten waardig te maken en uwe deugden na te volgen, om eens deel te hebben in uwe glorie. Amen.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes en van Tien-ray, bid voor ons.

14

ocr page 214

— 210 —

VERBOND MET MARIA.

Wil ik tot Jezus gaan, dan spreek ik eerst \ Want Jezus' Moeder en mijn Moeder is j Smeek ik om Jezus'gunst, mijn voorspraak is 1 Ik vind mijn hoop en troost in 't harte van J Ik schenk dus ziel en hart en leven aan f Ik wil in al mijn doen behagen aan f Want al wat God mij schenkt gaat dooruw handl Wanneer ik aan U denk, o zoete Maagd! Dan klopt mijn hart van vreugd, ter uwer, eer,| Ik noem U nooit genoeg, o Moeder Godsl R Al stamelt reeds mijn tong bij 't morgenlicht,! l En vóór en na mijn werk een IVees gegroet\ jr Geniet ik spijs of drank, dan groet ik weer \ Sliap ik in volle rust, mijn hart klopt voor / Jö In vreugd en vroolijkheid, vergeet ik nooit/ In droefheid offer ik mijn zuchten aanl Bedreigt mij een gevaar, dan vlucht ik totl ts Drukt mij een ziekte neer, mijn troost is danl \ Al foltert mij de smart, ik staar nog opl * Mijn schild in eiken strijd is 't harte vanl Zoo word ik steeds gesterkt door liefde totl Ik leef en sterf gerust in uwen schoot, 1 En op mijn graf moet staan: ter eere van j Wat is het sterven zoet, in de armen van ] Mijn graf zegge iedereen: vergeet toch nooit ! Wilt gij gelukkig zijn! wel, ga dan tot '

ocr page 215

— 211 —

imdgebeti van den Pelgrim.

Allerheiligste, Onbevlekte Maagd, gij hebt mij vergund, hier op deze aloude Bedevaarts-plaats, getuige van zoo vele gunsten en genaden, en in den jongsten tijd met al de voorrechten van het wondervol Lourdes verrijkt, mijn hart voor U uit te storten, U mijne behoeften en wenschen bloot te leggen. Ik dank U daarvoor en bid U nogmaals, gewaardig U ze te verhooren en mijne belangen bij uwen goddelijken Zoon, door uwen machtigen invloed en uwe alles vermogende voorbede, voor te staan en te bepleiten.

Alhoewel ongaarne, ga ik scheiden van dit bevoorrecht oord, waar ik mij met diepen eerbied in het stof gebogen heb, uwe voorspraak en bescherming heb afgesmeekt.

Ik ga tot de mijnen en mijne gewone bezigheden terug; mijn hart blijft echter bij U; uwen goddelijken Zoon en U blijft het in eeuwigheid gewijd.

Zegent mij lieiden, en zoo mijn levenseinde nog verwijderd is, vergunt mij dan hier nogmaals weder te keeren om U een nieuw blijk van mijne liefde te geven.

O eindeloos van God bevoorrechte Moeder, Onbevlekte Maagd, boven alle vrouwen met de

ocr page 216

rijkste zegeningen begiftigd, zie nogmaals vol goedheid en barmhartigheid op mij neder! Wend uwen eeuwig zuiveren blik met welbehagen tot my, en reik mij voortaan uwe hand op de gevaarvolle pelgrimsreis des levens. Verwerf mij op die reis overvloedige genade, opdat ik mijn Heer en mijn God steeds getrouw moge dienen, U tot het einde mijner dagen met een dankbaar hart lief hebbe, met de namen van Jezus, Maria en Jozef op de lippen, mijnen geest geve, en mij in eeuwigheid, in het gezelschap uwer kinderen en van alle Heiligen, verblijde. Amen.

ocr page 217

— 213 —

LITANIE

TOT DEN

a. 144M HIPS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jezns, hoor ons.

Jezus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld,

God H. Geest,

H. Drievuldigheid één God,

Jezus, Zoon van den levenden God,

Jezus, schitterend licht des Vaders,

Jezus, weerglans van het eeuwig licht,

Jezus, koning der heerlijklieid,

Jezus, zon der gerechtigheid,

Jezus, Zoon van de Maagd Maria,

Minnelijke Jezns,

Bewonderenswaardige Jezus,

Jezus, sterke God,

Jezus, Vader der toekomstige eeuw,

Jezus, verkondiger van Gods verheven raad,

Almachtigste Jezus,

Allerverduldigste Jezus,

Allergehoorzaamste Jezus,

Jezns, zachtmoedig en ootmoedig van harte,

Jezus, minnaar der zuiverheid,

ocr page 218

— 214 —

onze minnaar, ontferm U onzer. Wod des vredes,

oorsprong; des levens,

voorbeeld der deugden,

ijveraar der zielen,

onze God,

onze toevlucht,

Vader der armen,

schat der gelpo igen,

goede Herder,

waar licht,

K . eeuwige wijsheid, B

oneindige goedheid, cj

onze weg en ons leven, o

blijdschap der Engelen, g

Koning der Patriarchen, ®

Meester der Apostelen.

Leeraar der Evangelisten,

sterkte der Martelaren,

licht der Belijders,

zuiverheid der Maagden,

kroon van alle Heiligen,

vj ees genadig, spaar ors, Jezus!

Wees genadig, verhoor ons Jezus!

Van alle kwaad, verlos ons, Jezus!

Van alle zonde, verlos ons, Jezus!

Van uwe gramschap, verlos ons, Jezus!

an de listen des duivels, verlos ons, Jezus!

Jezus? geeSt Van onkui8chheid' verios ons.

Van den eeuwigen dood, verlos ons, Jezus! van net veronachtzamen uwer inspraken, verlos ons, Jezus!

Door het geheim uwer menschwording, verlos ons, Jezus!

Door uwe geboorte, verlos ons, Jezus!

O

a

ocr page 219

— 215 -

Door uwe kindsheid,

Dooï uw allergoddelijkst leven.

Door uwen arbeid, g

Door uwen doodstrijd en uw lijden, 0

Door uw kruis en uwe verlatenheid, g

Door uwe smarten.

Door uwen dood en uwe begrafenis, g

Door uwe verrijzenis, g

Door uwe hemelvaart, —

Door uwe vreugde.

Door uwe glorie,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Jezus!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Jezus!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer, Jezus!

Jezus, hoor ons.

Jezus, verhoor ons.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jezus-Christus, die gezegd hebt: Vraagt tn gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal opengedaan worden : wij bidden U, verleen ons op onze smeekingen het gevoelen uwer allergoddelijkste liefde, oi:dat wij U uit gansch ons hart, door woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden U te loven.

Maak, o Heer, dat wij te zamen de vrees en de liefde van uwen heiligen Naam in eeuwigheid mogen bezitten, omdat Gij nooit van uwe bestiering berooft, al wie Gij TJ gewaardigt in de kracht uwer liefde te vestigen. Door onzen Heer, enz.

De géloovigen tan het bisdom Roermond, die deze Litanie hidden, verdienen 300 dagen aflaat.

ocr page 220

— 216 —

AFLATEN,

te verdienen in de Kapel van Tienray, goedgunstig verleend door Z. H. Paus Clemeng XIV, (1773), Z. H. Pias VI, (den 16 Sept. 1780), Z. H. Pins IX , (den 22 April 1875).

1. Volle Aflaten, te verleenen en de Kapel „Klein-Lourdfsquot; te Tienray,

mits men waardig bieehte en commnniceere en eenigen tijd bidde volgens de bedoeling van Zijne Heiligheid den Paus.

1. Op den feestdag van O. L. Vr. Lichtmis, 2 Februari.

2. Op den Feestdag van den H. Joseph of wel onder de octaaf, als men het blauwe Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis draagt.

3. 's Vrijdags vóór den 4e Zondag in de Vasten.

4. Op O. L. Vrouw Boudschap, 25 Maart. 6. Op O. L. Vrouw Bezoeking, 2 Juli.

6. Op O. L. Vr. Hemelvaart, 15 Augustus, (processie van S wolgen).

7. 's Vrijdags onder deze Octaaf.

8. 's Zondags onder deze Octaaf.

9. Op O. L. Vrouw Geboorte, 8 September, (processie van Horst).

10. 's Vrijdags onder deze Octaaf.

11. 's Zondags onder deze Octaaf, (processie van Meerloo).

ocr page 221

— 217 —

12. Op 2 October, (oude-Kapelwijdingsfeest).

13. Op O. L. Vrouw Onbevekte Ontvangenis, 8 December, (patrones van Klein-Lourdes).

14. Op een dag naar ieders keuze, onder deze Octaaf, mits men bet blauwe Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis draagt.

2. Oedeeltelijke Aflaten.

1. Een Aflaat van zeven jaren en 7 Quadra-genen of zeven maal veertig dagen, op alle Vrijdagen des jaars.

2. Een Aflaat van honderd dagen, op alle andere dagen des jaars.

3. Buitengewone Gunsten en Aflaten, verleend

door Z. H. Paus Pius IX.

Bij Breve van 4 Maart 1877, gewaardigde zich Z. H. Pius IX aan de Kapel van Tienray den eerenaam van Klein Lourdes toe te kennen, met het bijzondere voorrecht, dat de Pelgrims aldaar kunnen verdienen alle Aflaten, welke aan de Groote Baziliek en Bedevaartskerk van Lourdes in Frankrijk gehecht zijn, namelijk :

1. Een vollen Aflaat op een dag tiaar verkiezing, het geheele jaar door, onder de geicoone voorwaarden.

2. Alle Aflaten, welke te verdienen zijn in de twee Hoofdkerken van Rome; St. Jan vaa

ocr page 222

— 218 —

Lateranen en Maria de Meeidere, waaronder ook den Aflaat van Portiuncnla, den 2 Augustus.

3. Een Aflaat van 200 dagen, dagel^ks te verdienen, wanneer men, in staat van genade, in deze Kapel iets bidt volgens de bedoeling van Zijne Heiligheid.

Volgens bovengemeld onschatbaar voorrecht aan Tienray geschonken, kan dus een ieder, eens in het jaar, op een rfag vaar zijne keuze, een Vollen Aflaat verdifufn, mits hij goed hi echte, communiceer p, en in de Kapel van Tienray eenigen tijd minstens 5 Ome Vaders en Wtes gegroeten — bidde tot intentie van Zijne Heiligheid,

Ingevolge dit voorrecht, is de Kapel dagelijks voor de Pelgrims toegankelijk.

ocr page 223

— 219 —

AART8BR0ED1R8€HAF

van de

ONBEVLEKTE ONTVANGENIS

der

ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA,

gevestigd in de kerk van O. L. Vr. te Loübdes en te Tienrat (Klein Loükdes).

De Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, volgens de kerkelijke regels, den 8 December 1872, door Zijne Doorl. Hoogw. den Bisschop van Tarbes, in de kerk van O. L. Vr. te Lourdes opgericht, en den 14 Febr. 1873 door Z. H. den Pans tot Aartsbroederschap verheven, is den 8 Juni 1875, met goedkeuring van Z. D. H. Mgr. J. A. Paredis, Bisschop van Roermond, op verzoek van den Wel Eer w. Heer J. B. H. Maessen , Pastoor van Swolgen, kerkelijk opgericht, (volgens de statuten van Lourdes) in de O. L. Vr. kapel te Tienrat/ (onder Swolgen).

1. Doel der Aartsbroederschap.

De Aartsbroederschap heeft tot doel;

1. De Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd te vereeren.

ocr page 224

— 220 —

2. De gedachtenis der dogmatische uitspraak van den 8 December 1854 te bestendigen.

3. De Heilige Moeder Gods te danken voor hare verschijningen in de Rrot te Löurdes, en voor al de weldadpn, die zij onophondelijk in haar heiligdom uitdeelt.

4. Eindelijk, te bidden volgens de intenties, die Maria zelve in de grot heeft aangednid, en die door de Heilige Kerk worden aanbevolen.

2. Oefeningen.

De leden verbinden zich, maar niet op zonde, om de lessen in beoefening te brengen, die de Onbevlekte Maagd bij hare verschillende verschijningen heeft Keg6ven.

1. Zij zullen de medaille van Lonrdes, of nog liever het blauwe scapulier der Onbevlekte Ontvangenis dragen.

2. Zij zullen er zich op toeleggen het kruis-teeken «oed te maken, naar het voorbeeld van de Heilige Moeder Gods, en dagelijks zullen zij ten minste een tientje van den Rozenkrans bidden (♦) — De Heilige Maagd verscheen in de grot met den Rozenkrans iu de hand, en zij deed dien Bernadette bidden na alvorens een kruisteeken te hebben gemaakt, gelijk men het alleen in den Hemel maïen lean. — De personen, die de loffelijke gewoonte hebben, dagelyks eenige tientjes van den Rozenkrans te bidden, kunnen volstaan met één dier tientjes tot intentie der Aartsbroederschap te bidden.

ocr page 225

— 221 —

3. Zij zullen, zoov;eI mogelijk, de vasten- en onthoudingsdagen der Kerk getrouw onderhouden; zij doen goed, dagelijks een werk van boetvaardigheid, en wekelijks 'g Woensdags of's Zaterdags, eene kleine versterving te verrichten; jaarlijks den 7 December, op de Vigilie van het feest der Onbevlekte Ontvangenis te vasten, om te beantwoorden aan de opwekking der Heilige Maagd; .Boetvaardigheid, boetvaardigheid, boetvaardigheid.quot; Zij die niet vasten kunnen, zullen den vastdag door eenig ander goed werk vervangen.

3. Organisatie der Broederschap.

De Aartsbroederschap heeft haren zetel in de Kerk van O. L. Vr. te Lourdes. Zij heeft eenen algeneenen directeur; deze is bijgestaan door eenen raad, die door het hoofd der Broeilerschap, den Bisschop van Tarbes, benoemd wordt.

In iedere bijzondere parochie, en in ieder diocees, kan een bijzondere directeur en een afzonderlijke raad worden aangesteld, zoo de Bisschoppen zulks verlangen.

4 Aflaten en previlegiën

voor de Leden der Broederschap van de

ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

I. Volle Aflaten.

De leden der Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis der Allerh. Maagd, kerkelijk opgericht met goedkeuring van Z. D. Hoogw. Mgr. J. A. Paredis, Bisschop van Roermond, volgens de

ocr page 226

— 222 —

Statuten der Aartsbroederschap, in de Kapel van

0. L. Vroüw van Tieneat, den 8 Juni 1875, kannen onder de gewone voorwaarden verdienen:

(Brev. 4 Maart 1877. Pius IX.)

1. Een vollen aflaat op den dag, dat zij in het register der Broederschap zijn ingeschreven;

2. Ben vollen aflaat in het uur des doods. Kan men de gewone voorwaarden alsdan niet volbrengen, dan moet men, teu minste met het hart, den Heiligen Naam Jezus aanroepen.

3. Een vollen aflaat op den feestdag der Onbevlekte Ontvangenis, en op een dag naar believen onder de Uctaaf

4. Een vollen aflaat op de feestdagen van Maria's Geboorte, Boodschap, Zuivering en Hemelvaart.

II. Aflaten van 7 jaren en 7 quadrayenen.

Indien de leden de kapel der Broederschap te Tienray bezoeken, en aldaar tot intentie der H. kerk bidden, kunnen zij een aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen verdienen op de volgende dagen;

1. Den 11 Februari, eersten dag, waarop O. L. Vr. aan Bernadette verscheen.

2. Den 18 Februari, eersten dag der veertien-daagsche verschijningen.

3. Den 25 Februari.

4. Den 4 Maart, laatsten dag det veertiendaag-sche verschijningen.

III. Aflaten van 60 dagen.

Zoo menigmaal de leden een werk van godsvrucht, van boetvaardigheid of van liefde, volgens het reglement der Broederschap, verrichten.

ocr page 227

— 223 —

bemerkingen.

Tot het verdienen der bovengenoemde aflaten wordt vereischt, dat de leden dagelijks een tientje van den rozenkrans bidden.

aanneming.

Zij, die in de Aartsbroederschap wenschen opgenomen te worden, schrijven zeiven, of doen hunnen naam en hunne voornamen schrijven, in de daartoe bestemde registers der bijzondere directeur, of van den generalen directeur.

bewijs van aanneming.

Ik

hen opgenomen in de Actrtsbroederschap der Onbevlekte Ontvangenis, wettig opgericht in de kerk van O. L. Vr. te Lourdes, als ook in de kapel van O. L. Vrouw der Onbevlekte Ontvangenis en de Troosteres der bedrukten, te Tienray.

De Bestuurder, J. B. H. MAESSEN.

Tienbat, den

ocr page 228

— 224 —

SCAPULIER

VAN

0. L. VR. ONBEVLEKT ONTVANGEN.

De H. Alphonsus de Ligorio noodigt alle ge-loovigen dringend uit het Scapulier van O. L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen aan te nemen en te dragen. Hij zegt, dat dit aan de H. Maagd bijzonder aangenaam is; hierdoor immers, geeft men het bewijs, dat men zich aan hare zoete dienst toewijdt, en tot hare uitgelezene familie wil behooren. De H. Maagd, die zoo edelmoedig is, pleegt het geringe met rijke weldaden, door hare voorspraak verkregen, te vergelden.

VOORWAARDEN.

1. Het blauwe Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis moet gewijd en opgelegd worden door een daartoe gemachtigd priester.

2. Men draagt het altijd bij dag en nacht, vooral in het uur des doods.

3. Men verliest alle recht op de voordeelen van het Scapulier, als men in plaats van het te dragen om den hals, de stukjes stof aan zijne kleederen naait, of ze in den zak draagt.

4. Behalve bovengenoemde voorwaarden, is er niets anders voorgeschreven om deel te hebben in de algemeene voordeelen.

Het is nochtans goed zich te voegen naar het gebruik van Lourdes, dat is: eiken dag 6 maal het Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den

ocr page 229

— 225 —

Vader enz. te bidden ter eere der Allerheilifirste Drievuldigheid en der Onbevlekte Ontvangenis, voor de verheffing der H. Kerk, voor de uitroeiing der ketterijen en voor de eendracht der Christen vorsten. — Ook raadt men aan het Scapulier eerbiedig te kussen, als men opstaat en slapen gaat, en vooral in gevaren en bekoringen. Doch al deze voorwaarden zijn enkel voorwaarden van godsvrucht en hoegenaamd niet in geweten verplichtend ; hij dus die deze veronachtzaamt, zonder ze nochtans te verachten, bedrijft geene zonde, maar berooft zich geheel of gedeeltelijk van de daaraan verbonden voordeelen.

Opgave der voornaamste aflaten van het Scapulier der Onbevl. Ontvangenis.

Wij vermelden hier slechts de voornaamste aflaten, en welke het gemakkelijkste kunnen verdiend worden.

1. Volle Aflaat op den dag, waarop men het

Scapulier ontvangt, of op een der 8 opvolgende dagen.

2. „ «op den Isten Zondag van elke

maand.

3. „ „in het uur des doods, wanneer

men, niet kunnende biechten of communiceeren, minstens met het hart den E. Naam Jezus aanroept.

15

ocr page 230

— 226 —

O. L. Vr. Boodschap, 25 Maart. Kruisvinding, 3 Mei.

Joannes Baptista, 24 Juni. Petrus en Paulus, 29 Juni. Portiuncula, 2 Augustus. H. Augnstinus, 25 Augustus. H. Engelen Bewaarders, 2 Oct. H. Theresia, 15 October O. L. Vr. Hemelvaart, 15 Aug. O. L.Vr. Geboorte, 8 September. O. L. Vr. Lichtmis, 2 Februari. O. L. Vr. Onbevlekt Ontvangen. 8 December.

Allerheiligen, 1 November. Pinksteren.

H. Drievuldigheid.

Kerstmis, 25 December.

laatsten Zondag van Juli. eenmaal 'sjaars bij gelegenheid van het éO-uren-gebed.

Eenmaal 's jaars op een dag naar ieders verkiezing.

23. Ook kan men twetmaal in iedere maand verdienen alle aflaten der 7 hoofdkerken van Rome (waaronder meerdere volle).

24. Volle aflaat op het feest van den H. Jozef, of

opeen der volgende acht dagen.

25. „ „ alle Zaterdagen van de Vasten.

4.

5.

n

n

6.

n

n

7.

Volle Aflaat

8.

*

n

9.

n

10.

1)

n

11.

n

n

12.

n

n

13.

T)

14.

Y)

15.

n

ie.

n

n

17.

»

n

18.

n

»

19.

»

20.

n 2« A-z

n

21.

n

n

22.

n

r

ocr page 231

— 227 —

26. „ „ 3den Zondag na Paschen. — Beschermfeest van den H. Jozef — of op een der zeven volgende dagen (niet toevoeglijk aan de geloovige zielen).

BEMERKING.

N.B. Men kan dagelijks, krachtens het blauwe Scapulier der Onbevlekte Ontv., alle aflaten verdienen der zeven hoofdkerken van Rome, van Portiun-cnla, van Jerusalem en en van den H. Jacobus van Compostella, zoo dikwerf men, onverschillig waar men zich bevindt, ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid en der Onbevlekte Ontvangenis van Maria zesmaal het Onze Vader, zesmaal het Wees gegroet en Glorie zij den Vader bidt voor de verheffing der H. Kerk, voor de uitroeiing der ketterijen, en voor de eendracht der Christen Vorsten.

Nota. Om dagelijks deze aflaten te verdienen is het niet noodzakelijk te biechten en te com-municeeren; het is genoeg dat men zij in staat van genade.

De WelEerw. Heer Pastoor van Swolgen is bevoegd om het blauwe Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis te zegenen en er de aflaten aan te verbinden.

ocr page 232

— 228 —

GEESTELIJKE LIEDEREN.

De Onbevlekte Ontvangenis.

Lieve Moeder van den Heer!

Laat ons, om uw Grotte dringen,

Laat uw kind'ren U ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen; 't Moet weer klinkend luid en blij, ) .. Moeder, Onbevlekt zijt Gij. )

2.

't Klinkt nog gansch de wereld rond,

pver zee eu over de aarde,

't Woord door Plus' mond verkond, 't Woord dat Gij in Lourd' verklaardet. En wij jnbelen op dit tij, ) ..

Moeder, Onbevlekt zijt Gij. )

3.

Tienray, aan U toegewijd,

't Kleine Lourd es hier verrezen. Zal getuigen, dat Gij zijt.

't Staat in Lourdes' Grot te lezen. Volgens üw getuigenis, )

De Onbevlekt Ontvangenis. )

4.

En wij voegen dank en beê Aan deez' blijde feestgezangen ;

Deel ons hier de gunsten meê,

Die in Lourdes zijn ontvangen.

Door het zalig jubeltij,

Moeder, Onbevlekt zijt Gij.

^ bis.

ocr page 233

— 229 —

5.

Zonne-zuivre Moedermaagd,

Om de glorie TJ gegeven,

Hoor ook wat ons hart TJ vraagt:

Dat wij na een schuld'loos leven,

Eeuwig jub'len aan uw zij: ) ^•

Moeder, Onbevlekt zijt Gij. )

Aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes.

1.

O Maria, lieve Moeder,

Zeetiend in der Heemlen woon;

Smeekend naadren uwe kinderen Thans tot uw genadetroon.

Zie, Maria, op ons neder Met een blik vol medelij;

Want wij allen zijn gevallen.

Niemand is van zonden vrij.

2.

Lourdes' bronne moog' getuigen Van de wond'ren uwer macht;

Ook in Tienray's heiligdomme Schittert uwer bedekracht.

Troosteresse der bedrukten,

Lourdes' Onbevlekte Maagd,

Droeve harten hier te troosten Heeft U steeds, ja steeds behasgd.

ocr page 234

— 230 —

Wil dan nimmer ons verlaten, Gy, die onze Moeder zijt;

Dat uw voorspraak fallen tijde Ons van alle kwaad bevrijd!

Want Maria, goede Moeder, Zeetiend in der fieemlen woon!

Hoopvol naadren wij, uw kinderen, Hier tot uw genadetroon.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes. 1.

Te Lourdes op de bergen Verscheen in een jjrot,

Vol glans «n vol luister De Moeder van God.

Ave, Ave, Ave Maria!

2.

Zij riep Bernadette,

Een nederig kind.

Wie zijt gij, vroeg 't meisje.

Die u daar bevindt ?

Ave, Ave, Ave Maria!

3.

„Ik ben d'Onbevlekte „En zuivere Maagd:

„Gansch vrij van de zonden „Heb ik God behaagd,quot;

Ave, Ave, Ave Maria!

ocr page 235

— 231 —

4.

Zij deed daar dan springen Een klare fontein, Met heelende waatren, Als waar mediciin.

Ave, Ave, Ave Maria!

5.

„Ik wil hier een tempel „Op Massabiell's rots, „Ik zal er doen schitt'ren „De wonderen Gods.quot; Ave, Ave, Ave Maria!

6.

„Dat pelgrims hier komen, „Van wijd en van zijd. „'k Zal zal vlug hier geven, „Aan ieder, die lijdt.quot; Ave, Ave, Ave Maria!

7.

En sedert 't verschijnen Der Moedermaagd daar, Stijgt immer de smeekheê Der Christ'nen tot haar. Ave, Ave, Ave Maria!

ocr page 236

— 232 —

De verschijningen van O. L. V. teLourdes.

Wijze: Gij zijt d's hemels Koningin.

(Twee) Een grot, die oog en hart bekoort, (Allen) 0 Maria!

Koost gij te Lourd' tot beêvaartoord, (Allen) O Marii!

(Etnigcn.) Gij vertoondet u zonneklaar, (Anderen.) lu 't jaar acht-en-vijftig daar, (Allen.) Hemelschoon, aan Bernadet; (Eenigen.) Achttien keer (Anderen.) Zag ze nu weer,

{Allen.) Wond'ren, nu nog, tuigen het.

2.

Het kind kwam sprokk'len bij de beek, O Maria!

Die toen langs 't rotsgebergte streek, O Maria!

Takjes en laagwatertij Lokken haar naar de overzij:

Doch zij schrikt.... een stormwind jaagt! 't Hoofd omhoog,

Ziet haar oog In de grot de Moedermaagd!

3.

Gij draagt noch hoofd- noch halssieraad,

O Maria!

Maar blauwe sjerp en wit gewaad,

O Maria!

ocr page 237

— 233 —

Gouden rozen op uw voet,

In uw hand een Rozenhoed! 't Kruis maakt gij met Bernadet: Vijftig maal Vat ge een kraal, En verdwijnt bij 't laatst gebed.

4.

Met twee is 'tkind teruggekeerd, O Maria!

En vraagt in schrift: wat gij begeert, O Maria!

Luister — zegt gij — doe wat 'k vraag: Kom hier daaglijks veertien daag, „En ik loon u na den dood; „Ook dees twee „Komen meê,

„'k Wil de toeloop worde groot.quot;

5.

„Ga tot de priesters,quot; spraakt ge eens weer, O Maria!

„Zeg hun, dat 'khier een kerk begeer!quot; O Maria!

U ter eer een tempel Gods,

Op de Mossabiella-rots,

Bernadetta juicht alreê!

't Woord der „Vrouwquot;

Deelt zij trouw Driemaal Lourdes' herder meê.

ocr page 238

— 234 —

6.

ü-ods dienaar, meldt ze U, hoort mij niet, O Maria!

Vóór hij deez struik nu bloeien ziet, O Maria!

„Bid, voor 't zondig luenachdom God; „Kom, geknield, naar 't diepst der grot;quot; Dus spreekt gij yol teederheid!

En nn zij.

Roept als gij.

Driemaal Inid: Boetvaardigheid!

7.

Des anderendaags beveelt gij haar, O Maria!

„Drink, wasch u aan de bronne ddar!quot; O Maria!

Bernadette ziet, ziet rond,

In de grot krabt zij den grond. En, o wonder! diep uit de aard' Borrelt op.

Drop bij drop.

Water van onschatb're waard'!

8.

Op 't Feest der Boodschap ziet ze U weer; O Maria!

Nu vraagt, nu smeekt zij, ach zoo teêr, O Maria!

ocr page 239

— 235 —

Ja, tot viermaal bidt, bidt zij--Vrouw! wie zijt idj? zeg, zeg 'tmij, Zeg mij hoe uw Naam tocb is! Verhoord wordt zij,

'kben, zegt gij, De onbevlekte ontvangenis!

9.

Met duizendtallen komt zij weer,

O Maria!

Met duizend lichten U ter eer, U Maria!

Aller blik op 'tkind gericht,

Leest op 't stralend aangezicht, Dat zij „de Onbevlektequot; ziet! En daar brandt,

Om haar hand,

't Licht der kaars, en deert haar niet!

10.

Nog eens, op 't feest van 't Scapulier,

O Maria!

Zag Bernadet voor 't laatste u hier, O Maria!

Zwijgend stond Ge er in de nis. Onbevlekte Ontvangenis,

Minlijk lachend, godlijk schoon! En hoe zoet.

Was uw groet,

Toen tot afscheid aangeboón!

ocr page 240

— 286 —

11.

Nog altijd vloeit het water voort; O Maria!

Millioexien gaan naar 't beêvaartoord-O Maria!

De Kapel werd U gesticht:

Dag en nacht brandt offerlicht, En wat wond'ren afgesmeekt:

Lammen staan,

Kreup'len gaan,

Blinden zien, die stom was spreekt!

12.

'kKan niet naar Lonrd' ter beêsraart gaau

O Maria!

Maar, Moeder! neem ons offer aan, U Maria!

Klaarlicht zegt U, wie als kind, Onz' Liev' Vrouw van Lourd' bemint, 't Licht dat in de grot steeds brandt! En veel goed.

Moeder zoet!

Stroomt ons toe door uwe hand!

Aan het H. Hart vau Jezus.

1.

O God! de zee verheft haar woeste baren, De storm breekt los op 't uitgestrekte meer, En wij, verschrikt door alle die gevaren, Wij vallen hier voor uwe voeten neèr.

ocr page 241

— 237 —

O God van vrede, reik ons uw hand,

Aanhoor onze gebeden, voor Pans en Vaderland. Aanhoor onze geheden, voor Pans en Vaderland.

2.

Uw heilig Hart verschijnt in 'tdiepe duister; Het geeft, ons troost; het lenigt onze smart; 't Verschijnt, omstraald van glorie en van luister, Al onze hoop is in uw Heilig Hart.

O God van vrede, enz.

3.

Ja, Christ'nen hoopt in 't midden der gevaren, Hoopt en betrouwt, in dezen duist'ren nacht. Rond 't heilig Hart, daar zullen wij ons scharen, Het heilig Hart, dat geeft ons moed en kracht. O God van vrede, enz.

4.

Het heilig Hart blijv' ons genade geven! Het heilig Hart verwijd're ramp en straf! Het heilig Hart doe Pans en Kerk herleven! Het heilig Hart verbrijzel' Satans staf!

O God van vrede, enz.

5.

O heilig Hart, zoo minnend en zoo machtig. Bescherm uw Kerk in 't dringendate gevaar, O heilig Hart, wees uw belofte indachtig: De poort der hel vermag niets tegen haar. O God van vrede, enz.

ocr page 242

ÏMBOOB.

« j v Bladz-

Opdracht. 5

Voorrede voor den tierden druk......6

De Genade-Kapel van Tienray onder Swolgen, door Z. H. Paus Pius IX met den eerenaam van Klein Lourdes begiftigd. Geschiedkundig overzicht . . 7

Klein Lourdes............24

Het 4b0-jarig Jubilé van O. L. Vrouw van Tienray. 40 Kort verhaal der verschijningen der O. L. Vr. v .Lourdes 48

Iets over Novenen...........54

Op den eersten dag der Noveen......57

Litanie ter eere van O. L. Vr. van Lourdes . . 67 Gebed onder de Novene voor een zieke .... 71 Onder de Novene voor eene bekeering .... 71 Onder de Novene voor eene bijzondere aangelegenheid 72

Gebed van den H. Bernardus.......7J

Op den tweeden dag der Noveen......75

Op den derden dag der Noveen.......80

Op den vierden dag der Noveen......gg

Op den vijfden dag der Noveen.......94,

Op den zesden dag der Noveen.......98

Op den zevenden dag der Noveen......104

Op den achtsten dag der Noveen......

Op den laatsten dag der Noveen......116

Genezingen................

Besluit...............

Morgengebed van den Pelgrim.......148

ocr page 243

Bladz.

Avoudgebed.............15,4

Pelgrimsmis ter eere der Onbevlekte Onttangenii

van O. L. Vrouw . .

Gebeden voor de Biecht .

196

199

201

. 205

206

206 208

Ni de Biecht ....

Gebeden voor de Communie Na de Gom ua unie . . .

Dankzegging.....

Gebed om Gods z^gen af te vragen Litanie ter eere van de H. Maagd Maria Verschillende gebeden tot O. L. Vrouw Krachtig gebed van den vromen Jacob Merlo Horstius (van Horst), Pastoor van Maria-Weide te Keulen, in zijne jeugd een buurman van Tienray (•{• 1644) Gebed van denzelfden Merlo Horstius, naar Pater Titelmans, om ons aan Maria, als onze Moeder,

aan te bevelen...........

Gebed van dcnzelfden Merlo Horstius, voor eenen

zaligen dood............

Gebed voor de familie..........202

Gebed voor eenen zieke.........203

Gebed voor de H. Kerk en onzen H. Vader den Paus 204 Gebed voor de bekeering der zielen, die ons dier

baar zijn...........

Gebed om zijne kinderen aan O. L. Vrouw van

Lourdes aan te bevelen.........

Gebed van eene troostelooze ziel, ter eere van Onze

Lieve Vrouw van Lourdes........

162 183

185

186

187

188 190 193 196

Twee gebeden tot O. L. Vrouw van Lourdes

Verbond met Maria...........

ocr page 244

INHOUD#

Eindgebed van den pelgrim . ,

Litanie tot den H. Naam Jezus

Aflaten...............216

Aartsbroederschap van de Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, gevestigd in de kerk van 0. L. Vr. te Lourdes en te Tienray

(Klein Lourdes)...........219

Doel der Aartsbroederschap........219

Oefeningen.............220

Organisatie der Broederschap.....gt; » • 221

Aflaten en previligiën voor de leden der Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis .... 221 Scapulier van O. L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen . 2amp;i Opgave der voornaamste aflaten van het Scapulier

der Onbevl, Ontvangenis........225

Geestelijke Liederen.

De Onbevlekte Ontvangenis........228

Aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes.....229

Onze Lieve Vrouw van Lourdes.......230

Bladz. . 211

. 213

De Verschijningen van O. L. Vrouw te Lourdes . 232 Aan het H. Hart van Jezus........256

VERBETERING.

Op blz. 87. Boven vierden dag der Noveen tusschen te voegen: Bid hierna een Rozenhoedje of een tientje en het overige, op den eersten dag der Noveen op BI. 73 en volgende aangegeven.

ocr page 245

. gt; '{lt;* ■' ;-quot; .- quot; -

I

, .. •:

I

|

^V:

i-.^S

ocr page 246
ocr page 247
ocr page 248