ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

LEO XIII

EN

DE ROZENKF

ON 1) K 1! lUCHT INGEN

OVER DR

R O Z K NKRANS-DEVOTI 1

UIT DK OKl'ICIEELE PAUSELIJKE AKTEN VERZAMELD.

Uv i -LA J'lc (te, r v3 Jv -va™ H .JMVC

VOOR NEDERLAND BEWERKT

DOOR

1'. IV. .1. IIE LAN (1 ES-ff li S IlELS, '

Ord. I'nied.

___

s • «v

NIJMSGtEN ,

L. C. G. MALMBERG.

1899.

ocr page 5
ocr page 6

/leiH den Lezer!

Met vorig jaar werd door den Iloogw. Pater M. Cicognani in het licht gegeven Leone XIII c il Santo Rosaria.

De H. Vader, aan Wien het werd aangeboden, hoeft het niet enkel welwillend aanvaard, maar in Zijne Breve aan den auteur betuigde Hij Zijne groote blijdschap over het verschijnen van dit boek, beval het den geloovigen op bijzondere wijze aan, en wenschte het „in veler handenquot;.

Die hooge goedkeuring wettigt de hoop, dat het, ook in hollandsch gewaad, velen welkom zijn zal, en maakt verdere aanbeveling overbodig.

Een kort woord over deze nederlandsche uilgaaf.

Wat aangaat de ordening der stof, de groepeering der onderscheiden deelen, aan de oftïcieele pauselijke akten geborgd, en de indeeling der hoofdstukken, wijkt zij in niets van de italiaansche af. Alleen zijn hier en daar, ter aanvulling, eenige grootere citaten van de sinds het vorig jaar ver schenen Encykliek en Constitutie ingelascht.

ocr page 7

VOORKEDE.

De bewerker heeft alles uit hei latijn der akten zoo getrouw mogelijk vertaald, tot meerder waarborg van juistheid, en om steeds het woord des Pausen zelf letterlijk weer te geven.

Vóór het boekje plaatste hij een nieuwe Inleiding en poogde daarmede tot verhoogde waardeering op te wekken voor Leo's wonderbare werkzaamheid ter verspreiding der Rozenkrans-devotie.

Meenend, velen nuttig te zijn, heeft hij aan het eind toegevoegd vijftien korte overwegingen bij het bidden van den Rozenkrans, en een beknopte uiteenzetting van de Rozenkrans-Broederschap, aan de regelen der nieuwe Pauselijke Constitutie „Ubi primumquot; van 2 Oct. 1898 getoetst.

Openlijk betuigt hij zijn hartelijken dank aan den ZeerEerw. ZeerGel. Heer Professor A. N. Mutsaers, die hem welwillend toestond in dit werkje eene plaats te geven aan zijne keurige en kernige vertaling van drie der gedichten, door Leo XIII Maria toegezongen. 1)

IV

Dit boekje beveelt hij hiermede aan de bescherming der Rozenkrans-Koningin en aan de welwillendheid van den lezer.

') De vertaling is ontleend aan: Gedichltn van Leo XIII, door A. N. Mutsaers, Nijmegen L. C. G. Malmberg, 1898.

ocr page 8

BREVE

N I.

quot;Vquot; A. JST Z IJ IST E KCBILIO-HEIX)

PAUS LEO XIII

AAN DEN ITALIAANSCHEN BEWERKER

DEN j^OOGW. jP A T E R JA. piCOGNA

ocr page 9

LEO P. P. XIII.

Dilectefili, salutem et Apostolicain benedictiontm. Vehemens, quo tenemur, desiderium provehendi Deiparae cultus, praesertim per S.S. Rosani lau-dabilem consuetudinem, efficit nt gratissima Nobis eorum studio sint, qui Nostras huic sollicitudini naviter sese, sive opera sine scriptis adjungant. Quare oblatum a te librum de Rosario Mariali admodum libenter excepimus, nec dubitamus, eun-dem, ntpote religioni illifovendae opportunissimum, fidelium pietati commendare. Placuit netnpe tuum consilium, collatis undique ex var Us, quae de Rosario edidimus, documentis, pram leclionem exhibenbi populo, quo paterna vox Nostra etjiliorum awibus pateret facilius, et ipsorum animis altius haereret. Studium igitur a te collatum in spirituali fructu quaerendo valde commendamuSj Nob is que ominamur JiCiud minus quam tibi, ut editus a te liber, in wultorum manus deveniens, numerum augeat dien-timn Magnae Dei Genitricis.

Cujus plane optahilis exitus auspicem, simulque peculiaris Nosirae benevolentiae testem esse volu-nms Apostolicam benedictionem, quam tibi, dilecte jili, peramanter impertimus.

Datum Romae apud S. Petrum die XIII Septembris MDCCCXCVIII, Pontifica-tus Nostri anno vicesimo primo.

LEO P. P. XIII.

ocr page 10

LEO XID, PAUS.

Geliefde zoon, heil en apostolische zegen!

Onze vurige begeerte om de vereering der Moedermaagd, door de Rozenkrans-devotie in 't bijzonder, te bevorderen, doet Ons veel behagen scheppen in den ijver van hen, die door hun arbeid of hun geschriften zich bij deze Onze zorgen aansluiten. Met groote vreugde ontvingen Wij daarom het boek over den Rozenkrans van Maria, Ons door u aangeboden, en Wij aarzelen niet het den geloovigen aan te bevelen, als uitnemend geschikt om die devotie te verbreiden. Zeer behaagt Ons uw plan, om uit de verschillende documenten, over den Rozenkrans door Ons uitgevaardigd, voor het volk eene reeks godvruchtige lezingen saam te stellen, opdat Ons vaderlijk woord gemakkelijker in het hart Onzer kinderen doordringe en er dieper en vaster in verblijve. Hoogelijk prijzen Wij derhalve uwen toeleg ter verkrijging van geestelijke vruchten, en Ons niet minder dan u mogen Wij beloven, dat het boek, door u uitgegeven, in veler handen komend, het getal der vereerders van de doorluchtige Moeder Gods vermeerderen zal.

Als onderpand van dit gewenscht succes en tevens als blijk Onzer bijzondere welwillendheid wenschen Wij aangemerkt te zien den aposto-lischen zegen, welken Wij u met veel liefde geven.

Gegeven te Rome den 13 September 1898, in het een eu twintigste jaar van Ons Pausschap.

LEO XIII, PAUS.

ocr page 11
ocr page 12

I .jf

^¥¥¥^¥¥3(;¥¥¥¥^¥¥5C¥3(;¥¥¥5(:¥^¥¥¥3(;¥¥4.¥¥¥K

AKTEN VAN LEO XIII

OVER DEN

ROZENKRANS.

1883, i September. — 20 November. —

10 December. —

24 December. —

1884, 30 Augustus, —

1885, 20 Augustus. —

1886, 20 Augustus. —

1887, 11 September. — 20 September. —

1888, 5 Augustus. —

Encykliek „Supremi Apos-tolatusquot;

Breve aan den Domini-kaner-generaal pater Lar-roca „Ex iis quaequot;. Dekreet „Adpraesidium.'' Breve „Salutaris ille.quot; Encykl. „Superiore annoquot;. Dekreet „Interplurivwsquot; Dekreet „Post edit as.quot; Dekreet „Inhr densas.quot; Brief aan de Bisschoppen van Italië „ Vt è ben nota.quot; Dekreet „Diuturnis.quot;


ocr page 13

XIV

1889, 15 Augustus.

1891, 22 September.

1892, 8 September.

20 September.

1893, 8 September.

1894, 8 September.

1895, 5 September.

1896, 20 September.

1897, 12 September.

1898, 5 September. 2 October.

Encykliek over de vereering van den K. Joseph

„ Quamquam pluries.quot; Encykliek „ Octobriinense.quot; Encykliek „Magnae Dei matris.quot;

Breve aan den Domi-nikaner-generaal Pater Friihwirth „Quae nuper.quot; Ency k.,, Laetitiae Satictae.'' Encyk. „Jucitndasemper Encykliek „Adiutricem.quot; Encykliek „Fidentem.quot; Encykliek ,,Augustissimae Virginis.quot;

Encykliek „Diuturni temporis y

Apostolische Constitutie „ Ubi pruninny


ocr page 14

luiiiiiiMiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiitiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiüiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiijjj 1 ^ 1 miiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiliimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii: !:iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii!iniiiii:i:ii::!iiii;iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiifi

INLEIDING.

De akten te verzamelen, door onzen Allerheiligsten Vader Leo XIII over den Rozenkrans openbaar gemaakt, ze te ordenen en om te werken tot een handboek, waarin men ze allen bewaard vindt, is, ik mag het zonder overdrijving zeggen, een goede daad. Een daad ook van hoog belang en van onbetwistbaar nut voor het geloovig volk.

Ongetwijfeld, de lezing en herlezing van elk Pauselijk document, vooral der onsterfelijke En-cyklieken van Leo XIII, die geheel de geloofs-en zedeleer, in al hare uitingen en toepassingen op het openbaar en inwendig leven van den christen omvatten, kan niet genoeg aanbevolen worden. Den katholiek zijn en blijven zij het levenwekkend woord, de onfeilbare levensregel. Toch vragen de documenten des Pausen over den Rozenkrans, onzes inziens een geheel bijzondere aandacht.

ocr page 15

INLEIDING.

Om het feit alleen reeds, alléén staand in de gansche Kerkgeschiedenis, dat een Paus een en twintig' maal in zijn Pontifikaat het woord richt tot de geloovigen over eenzelfde zaak; gezwegen nog van de niet te tellen keeren, dat hij zijdelings, door woord en voorgaan, op die zaak, — zijn levenstaak mogen we ze noemen, — aandringt.

Let men nog daarbij op het feit, al even providentieel als het vorige, hoe aan dat woord des Pausen in de Christenheid heeft beantwoord die machtige opbloei en snelle verbreiding der Rozenkrans-devotie, die aan het wonderdadige grenst, en die haren bloei, ten tijde harer instelling in de XIIIde, en harer opleving in de XVde eeuw nabijkomt, misschien overtreft, dan valt het niet te betwisten, dat hier ook de H. Geest op geheel eenige wijze gewerkt heeft in de Kerk en haren Opperpriester.

Dat is grootsch en hoopvol beide!

Hoe dit te verklaren? Hoe zich een voorstelling te vormen van den gedachtengang van Leo XIII ?

De Kerk, als het bovennatuurlijk rijk Gods op de wereld, leeft, strijdt, verwint door de genade, die afdaalt van God alleen. Die genade, volgens de instelling Gods, wordt niet meegedeeld dan na

XVI

ocr page 16

INLEIDING.

een krachtig en machtig, een vereend en volhardend gebed. Daarom waar gevaar dreigt, het moge komen van insluipende dwaling, van bederf der zeden, van ruw geweld, daar staat de Kerk voor ons in de houding, gelijk wij haar afgebeeld vinden in de Katakomben; handen en oogen opgeheven tot den Vader des Lichts, van Wien alle goede gave komt.

Nu vond Leo XIII, bij den aanvang van zijn Pontifikaat, toestanden, hachelijk als wellicht nooit te voren: niet een of andere dwaling, maar de groote dwaling dezer eeuw, het ongeloof in zijn afschuwlijksten vorm, de godloochenarij; geen zedenbederf alleen, ook een leer die alle zedelijkheid ondermijnde ; een niet gering deel der Christenheid, door zijn aanrakingen met de heerschende meeningen, aangetast door onverschilligheid in het godsdienstige, en lafheid in het geloof; eene maatschappij, ontwricht en wankelend, omdat hare hechte grondslagen steen voor steen werden weggebroken; een haat tegen de Kerk, die het heiligste niet ontzag.

En God gaf Hem den bovennatuurlijken moed om in te grijpen in die verwarring met al de hooge gaven van zijn genialen geest en grootmoedig hart, veredeld nog door de genade des H. Geestes. In

XVII

ocr page 17

INLEIDING

de volste overtuiging dat Hij de waarheid bezit en haar Leeraar is, stelde Hij in zijn wonderschoone Encyklieken de regelen vast, die beheerschen moeten individuen, familie, staat en maatschappij; wees den weg des plichts aan priesterschap en volk, bestuurders en onderdanen, arbeiders en patroons, armen en rijken, aan elk den post toonend, hem door de Voorzienigheid toebedeeld; stelde in het helderst licht het ijdele der pogingen ter bemachtiging der ware beschaving, der vrijheid, des voor-uitgangs, zoo zij onttrokken worden aan den wel-doenden invloed der Kerk. En zijn stem uitzettend tot de grenzen der bewoonde wereld en hoog heffend de heilige fakkel des geloofs, riep hij alle verdwaalde volken op terug te keeren tot het Licht en de Liefde in de ééne Heilige Roomsche Kerk.

Maar het liefst en het heiligst, zijn levensideaal was Hem: herordening brengen in de Kerk zelve; nieuw leven, krachtiger eenheid, hoogere bezieling storten in hare kinderen, ze allen om zich scharen, en samengroepen tot eene keurbende Gods, een onoverwinnelijk bolwerk tegen de aanvallen van buiten, om ook van hen de volkomen en duurzame hervorming der gansche maatschappij weer te doen uitgaan.

XVI11

ocr page 18

INLEIDING.

Daarom het gebed! Hij moest zich omringd en gesteund weten door dat Jieirleger van biddendenquot;, waarnaar Pius IX z.g. reeds met zoo vurig verlangen had uitgezien. Waar de nood dringender was, moest de genade overvloediger, moest het gebed krachtiger, aanhoudender, vuriger zijn ; een gebed van allen voor allen.

Daarom het gebed van den Rozenkrans! Want getuigde de geschiedenis niet welk een bovennatuurlijke kracht er altijd was uitgegaan van dat eenvoudig gebed ? Hoe het in benarde tijden der Kerk tot zegen was. Haar overwinning op overwinning deed behalen? Maar boven al, school in dat eenvoudig, aan allen toegankelijk gebed niet het wondermiddel, door Gods voorzienigheid aan de Kerk gegeven, om zich tot hooger leven te ontwikkelen? Was dit niet het zzvakke om het sterke te beschamen? Was het niet het „verkorte evangeliequot;, de „bijbel der armen \ dat door de overweging zijner mysteriën, de verwoesting van de aarde zou wegnemen, de verwoesting omdat er niemand is die nadenkt in zij71 hartequot; ] dat liet evangelie met zijn verheven geloofs- en zedenleer weer zou doen leven in de zielen, aan den huiselijken haard? Was dat niet het krachtig protest der gansche Christenheid tegen de loochening van God

XIX

ocr page 19

INLEIDING.

en diens heilige Wetten ? Was dat niet de geheimzinnige band, die allen zou vereenigen ia liefde en heiligheid, als kinderen van een zelfden quot;V ader, God, van een zelfde Moeder, Maria?

Daarom heeft Leo XIII jaar op jaar gevraagd, vermaand, bevolen, dat allen, wie het welzijn van de maatschappij, de bloei van godsdienst en Kerk, de herleving van het katholiek bewustzijn, de bekeering der wereld aan het hart ligt, het Rozenkransgebed zouden beoefenen en opnemen in hun dagelijksch leven. Hij deed het met eene veelzijdigheid van beschouwing, een diepte van gedachte, een teerheid van gevoel, eene frischheid en nieuwheid van voorstelling, welke ieder, die katholiek denkt en gevoelt, moet aangrijpen. Nooit is de innerlijke schoonheid en kracht van die devotie, haar onvergelijkelijk heilzame invloed ophetchris^ telijk leven der zielen, op huisgezin en maatschapp^ zoo welsprekend voorgesteld als door Leo XIII. Infinitus thesaurus, zegt men een vroom vereerder van den Rozenkrans na, als men de akten van den Paus, deze devotie betreffend leest: Waarlijk de Rozenkrans is een onuitputtelijke schat.

Die akten, een der heerlijkste zijden van 's Pausen groot karakter openbarend: zijn teeder-gevoelende kinderlijke godsvrucht voor Maria, vormen tev-ens

XX

ocr page 20

INLEIDING.

een onvergankelijk monument zijner diepe wijsheid. Het nageslacht zal in dankbare herinnering Leo XIII blijven noemen den Paus van den Rozenkrans, zijn tweeden grooten Apostel, na den H. Domi nicus die hem uit de hand van Maria ontving.

Het groote nut en de belangrijkheid van dit handboekje van den Rozenkrans zijn hiermede aangetoond. Streng zich houdend aan de letterlijke woorden van Leo XIII, ter aanbeveling van den Rozenkrans in zijne verschillende akten gebezigd, alleen wat daarin verspreid ligt, ordenend, en' samenbrengend onder verschillende titels waarvan elk een of meerdere gezichtspunten op den Rozen krans vormt, is dit zijn doel: De vruchten, door 's Pausen woord voortgebracht, bestendigen ; den geest van godsdienst en vroomheid, die het opwekte, levend houden ; de heilige oefening van het Rozenkransgebed, die ons de bescherming van God's Moeder waardig maakt, bewaren; een blijvende aansporing zijn, om door dat gebed de Kerk te hulp te komen en mede te werken tot beslechting van den strijd tusschen de duisternis en het Licht, tot heiliging der maatschappij.

De ruim dertig hoofdstukken, die dit Handboek bevat, kunnen daarenboven dienst doen als dage-lijksche lezingen gedurende de geheele maand Oc-

XXI

ocr page 21

INLEIDING.

tober, welker godvruchtige viering onze allerheiligste Vader aan allen krachtig blijft aanbevelen.

Aanvaarde en zegene de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans deze bescheiden hulde voor haren troon neergelegd; aanvaatde en be-loone zij vooral de grootsche, schitterende hulde, haar gebracht door haren eersten en ijverigsten dienaar, den grooten Leo XIII.

XXII

De Heer behoede Hein, en geve Hein het leven en geluk op aarde, en levere Hem niet over in de handen zijner vijanden. 1)

') Gebed uit de kerkelijke liturgie.

ocr page 22

f

i i

6 enite. gen les, carp ite Ex his rosas my ster iis, Et pulchri amoris inclytae Ma tri coronas nee tit e.

I reedt nader, komt, o christen-scharen. Komt hier mystieke rozen garen, En biedt die, in haar hemelglans, Der Liefde Moeder tot een krans. *)

i) Kerkhymne vau hel Eozenkrausfeest.

ocr page 23

___

______

ocr page 24

Jliimiiiiiiliiiiiiiillimiiiiiiiiilllliiiiiiiiiiilliiliiiiiiiiiiiiliiiliillliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiilliiiiiiiiiiiiiiiiiiii;::;!!!:::!;!!!!:; in ;iiiiiiji

I ■

HOOFDSTUK I.

BEWEEGREDENEN DIE DEN ALLERH. VADER LEO XIII ER TOE BRACHTEN DE DEVOTIE VAN DEN H. ROZENKRANS TE BEVORDEREN EN AAN MARIA DE MAAND OCTOBER TOE TE WIJDEN.

Het ambt van Opperherder dat Wij bekleeden, en de zeer benarde tijdsomstandigheden, nopen, dwingen Ons bijna, eiken dag, om met te grooter bezorgdheid de rust en het welzijn der Kerk voor te staan, naarmate deze door ernstiger rampen wordt geteisterd. Daarom, terwijl Wij alle krachten aanwenden, om naar Ons vermogen op alle wijzen de rechten der Kerk te verdedigen, en de gevaren die haar dreigen of reeds omringen, te voorkomen en af te weren, laten Wij tevens niet af de hemelsche hulp in te roepen, door welke alleen Wij verwachten mogen dat Onze moeizame zorgen het beoogde doel zullen bereiken. Om dit te verwerven achtenet ambt van Opperherder dat Wij bekleeden, en de zeer benarde tijdsomstandigheden, nopen, dwingen Ons bijna, eiken dag, om met te grooter bezorgdheid de rust en het welzijn der Kerk voor te staan, naarmate deze door ernstiger rampen wordt geteisterd. Daarom, terwijl Wij alle krachten aanwenden, om naar Ons vermogen op alle wijzen de rechten der Kerk te verdedigen, en de gevaren die haar dreigen of reeds omringen, te voorkomen en af te weren, laten Wij tevens niet af de hemelsche hulp in te roepen, door welke alleen Wij verwachten mogen dat Onze moeizame zorgen het beoogde doel zullen bereiken. Om dit te verwerven achten

ocr page 25

HOOFDSTUK I.

Wij niets beter en krachtiger dan door bijzondere oefeningen van godsvrucht zich de gunst waardig te maken van de verhevene Moeder Gods, Maria altijd Maagd, die, als middelares onzes vredes bij den Heer, en uitdeelster der goddelijke genaden, in den hemel geplaatst is op den hoogsten trap van macht en glorie, opdat zij edelmoedig zij in hare voorspraak voor de menschen, die in zoo velerlei gevaarlijken en harden strijd naar het geluk van het eeuwig vaderland trachten.

Dewijl nu het feest aanstaande is, waarop wij zoo vele en groote weldaden gedenken, door het Rozenkransgebed verkregen, zoo willen Wij dat die zelfde gebeden over de gansche katholieke wereld met eene bijzondere godsvrucht tot de verhevene Maagd worden gericht, opdat, door hare tusschen-komst, haar goddelijke Zoon verzoend worde en zich onzer rampen ontferme. (Supremi Apostolatus).

De rampen, die Ons bedroeven, liggen voor elkeen open. De leerstukken der Kerk, door haar bewaard en onderwezen, worden aangerand, verguisd; de door haar hoog gehouden reinheid van christendeugd bespot; de hierarchie, bijzonderlijk de Roomsche Opperpriester, gelasterd, aan haat prijs gegeven; de goddelijke Christus zelf met onbeschaamde driestheid en misdadige boosheid aan-

2

ocr page 26

HOOFDSTUK !.

geschonnen, alsof men Zijn goddelijk Verlossingswerk, door geen macht ooit weg te vagen en te verdelgen, met de daad voor altijd wegvagen en verdelgen wilde.

Nieuw en ongewoon is weliswaar dit alles niet voor haar, die de strijdende Kerk is. Ingesteld om den menschen de waarheid te leeren en hen ter eeuwige zaligheid te leiden, moet zij, naar Jesus' voorspelling aan Zijne apostelen, dagelijks den strijd ondergaan. En met de daad voert zij dien met fieren moed door den loop der eeuwen heen, haar hoogste blijdschap en roem stellend in het offer van haar hartebloed in vereeniging met dat van haren godde-lijken Stichter. En hierin ligt de geheele vastigheid harer hope op de beloofde overwinning.

Maar toch valt daarmede de bittere smart niet te ontveinzen, welke die aanhoudende spannende strijd in eiken welgezinde wekt. Waarlijk, een bron van grievend wee, te zien hoe velen door verderfelijke leer en opstand tegen God afdwalen en hun ondergang te gemoet ijlen; hoe velen, onverschillig voor eiken vorm van godsdienst, alle geloof van zich hebben afgeschud; hoe niet weinige katholieken, den godsdienst in naam behoudend, met de daad, in de vervulling hunner plichten, verwaarloozen. Meer dan alles foltert het gemoed deze gedachte, hoe

3

ocr page 27

HOOFDSTUK I.

in het bestuur der staten aan de Kerk of wel alle invloed wordt ontzegd, of hare heilbrengende wer king met kracht wordt tegengegaan. Grootsch en rechtvaardig wraakgericht Gods, die de volkeren, van hem afdwalend, met blindheid slaat! (Octobn me use).

Maar meer dan elke andere oorzaak, valt in dit alles te onderkennen het werk der sekten, en dergenen die in de hand dezer laatsten meer of min gewillige werktuigen zijn. Hier in Rome waar de zetel is van Christus' stedehouder, worden bij voorkeur al hunne krachten saamgetrokken, en openbaren zich in al hun hardnekkige boosheid, hunne duivelsche plannen.

Wij hebben niet noodig hier lucht te geven aan al de bitterheid, waarmede Onze ziel is vervuld bij het aanschouwen der vele en groote gevaren, waaraan de zielen van zoovelen Onzer allerliefste kinderen bloot staan. En die bitterheid neemt toe bij het gevoel Onzer onmacht, waartoe men Ons zeiven gedoemd heeft, om Ons tegen dat geweldig kwaad te verzetten met die heilzaam ingrijpende kracht, die Wij wenschten, en die Wij toch het recht hebben uit te oefenen; immers geheel de wereld is bekend met de levensomstandigheden, waarin men Ons heeft gebracht. Deze beweegredenen

4

ocr page 28

HOOFDSTUK. 1

doen Ons nog dieper de behoefte gevoelen, om de hulpe Gods en de bescherming der verhevene Moedermaagd in te roepen. Dat de goeden bidden voor hunne beproefde broeders, bidden voor hun aller algemeenen Vader, den Roomschen Opperpriester; opdat God volgens zijne eindelooze barmhartigheid de vereenigde wenschen der kinderen en van den Vader aanvaarde en verhoore. En ook te dezen aanzien is Onze levendigste en krachtigste hoop gevest op de glorierijke Koningin van den Rozenkrans, die van de stonde af waarop zij onder dezen titel werd aangeroepen, liefdevol de Kerk in haren nood en het Christenvolk ter hulp snelde. (Brief aan de bisschoppen van Italië}.

Bij het naderen derhalve der Octobermaand, richten Wij opnieuw Ons woord tot de Katholieken, om zooveel Wij dit vermogen aan allen de beoefening van den H. Rozenkrans aan te bevelen, tot heil van hen zeiven en der zoo zwaar beproefde Kerk. Deze devotie blijkt onder de leiding van Gods voorzienigheid op wonderbare wijze te zijn uitgebreid op het einde dezer eeuw, om de verflauwde godsvrucht der geloovigen op te wekken. Een sprekend getuigenis hiervan geven de prachtige tempels en heiligdommen, die aan de vereering der Moeder Gods hun vermaardheid ontleenen.

5

ocr page 29

HOOFDSTUK I.

6

Aan die goddelijke Moeder, die wij in de Meimaand met bloemgeschenken vereerden, worde ook October, de maand der vruchten, door ons toe-gehuldigd. Beide gedeelten van het jaar voegt het aan Haar te wijden die van zich zelve zeide : „Mijne bloemen zijn vruchUn van cere en eerbaarheid. Flor es meifructus honoris et honesta tisquot; (Augiistis-sirnae).

gt;) Eccl. XXIV, 23.

ocr page 30

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii:;ii!iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii:iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiitiitiui

HOOFDSTUK II.

DANKBAARHEID VAN DEN HEILIGEN VADER VOOR DE WELDADEN VAN MARIA ONTVANGEN.

ringsdag Onzer Bisschopswijding in Ons

e heilige vreugd door den vijftigsten herinne

gewekt, werd daardoor nog op heerlijke wijs verhoogd, dat Wij, als een vader zijne kinderen, alle katholieken in Onze vreugde zagen deelen, door eene allerschoonste uiting van hechte trouw en liefde. Hierin erkennen en belijden Wij met hernieuwde dankbaarheid eene beschikking van Gods Voorzienigheid, die, hoogste uiting Zijner goedertierenheid jegens Ons, ook Zijner Kerke ten goede zal komen. Evenzeer voelt Ons hart -zich gedrongen, met lofprijzing te begroeten en te verheerlijken de verhevene Moeder van God. aan wier liefderijke voorspraak Wij die weldaad moeten toekennen.

ocr page 31

HOOFDSTUK II.

Haar hooge liefde, die Wij in Onze lange en wisselende levensjaren over Ons voelden waken, doet zich met eiken dag inniger aan Ons gevoelen, en. Onze ziel met zoete geneugten vervullend, sterkt zij Ons met meer dan menschelijk vertrouwen. [Lae-iitiae Sanctae).

Telkens daarom, wanneer de gelegenheid zich aan Ons voordoet om de liefde en de vereering der verhevene Moeder Gods onder het Christen volk op te wekken en te vermeerderen, wordt Ons hart met eene wonderlijk zoete vreugde overstelpt, als over eene zaak, die niet alleen in zich uitnemend is en kostbare vruchten draagt, maar ook met de teederste gevoelens Onzer ziel innig samenstemt.

Die heilige vereering voor Maria, als met de moedermelk ingedronken, is met de toename Onzer jaren breeder opgegroeid en dieper in Ons gemoed geworteld ; want steeds klaarder bleek het Ons, hoeveel liefde en eer zij waardig is, die door God zelf het eerst werd uitverkoren en bemind; zoo bemind, dat Hij haar alleen, boven de geheele schepping op het hoogst verheven, en met volheid zijner gaven, begiftigd, tot zijne Moeder verhief. Diezelfde liefde tot haar is meerder geworden, vlamt warmer in Ons op, door de vele en schitterende blijken harer milde goedheid jegens Ons,

8

ocr page 32

HOOFDSTUK II.

welker herdenking Ons tot tranen der hoogste erkentelijkheid roert. Want in de vele gevaarvolle tijden die over Ons zijn gekomen, vluchtten Wij immer tot haar, zagen Onze oogen immer met geloovige verwachting tot haar op; al Ons hopen en vreezen, Onze vreugden en smarten aan haar hart vertrouwend, beijverden Wij Ons steeds haar te vragen, dat zij Ons in geheel Ons leven, als eene Moeder goedertieren mocht bijstaan, en Ons de heerlijke gunst verwerven, om van Onze zijde haar blijken te kunnen geven van Onze trouwe kinderlijke liefde.

Toen daarna het' ondoorgrondelijk raadsbesluit Gods Ons op dezen apostolischen stoel van St. Petrus plaatste, Ons de vertegenwoordiging van Christus zelf in zijne Kerk toevertrouwde, toen hebben Wij, ontzet voor den onmetelijken ernst dezer bediening, en het ontoereikende Onzer krachten beseffend, met nog grooter ijver er Ons op toegelegd, de steun der goddelijke almacht, door Maria's moederlijke voorbede, af te bidden. En, — Ons hart spreekt het blijde uit, — geheel Ons leven door, maar bijzonderlijk tijdens de uitoefening van het Opperherderschap, droeg Ons vertrouwen altijd vruchten of werd door vertroosting gesterkt. Om die reden leeft datzelfde vertrouwen thans krachtiger dan ooit in Ons, om door hare bescherming

9

ocr page 33

HOOFDSTUK II.

en voorspraak te vragen nog meerdere en hoogere dingen, welke het welzijn van het Christenvolk en de heilvolle toename van de glorie der Kerk bevorderen. — Rechtmatig is het derhalve en heilzaam, dat Wij al Onze kinderen vermanen, de Octobermaand, aan onze Meesteresse, de verhevene Rozenkrans-Koningin, toegeheiligd, met die levendige godsvrucht te vieren, welke aan den zwaren, steeds toenemenden nood der tijden beantwoordt.

En om nog meer uiting te geven aan Onze dankbaarheid en Ons blijmoedig vertrouwen jegens de verhevene Moeder Gods, herhalen Wij nog dringender Onze vermaningen. Het christelijk volk vragen Wij, hunne vroomste gebeden voor hare altaren te offeren, gebeden voor de Kerk, geplaatst in het midden dezer vijandelijke en troebele tijden, gebeden ook voor Ons, die, hoog van jaren, door arbeid afgemat, met moeilijke zorgen bezwaard, allen steun van menschen ontberend, het bestuur der Kerk voeren. Want in Maria, de machtige en goedertierene Moeder, berust Onze hoop, eiken dag dieper gevoeld, en Ons tot teeder zachte vreugde stemmend. Aan hare voorspraak schrijven Wij toe de vele volheerlijke weldaden, van God ontvangen, en met nog grooter erkentelijkheid, dat het Ons gegeven werd den vijftigsten jubeldag Onzer bis-

IO

ocr page 34

HOOFDSTUK II.

I I

schopswijding te bereiken Groot moet dit toeschijnen aan elk die een blik slaat op den langen duur van Ons Pontifikaat, dat Wij, hoe ook door velerlei bekommernis van eiken dag verontrust, tot op nu voor de leiding van Christus kudde voeren.

In dat tijdperk, als in elk menschenleven, als in de levensmysteriën van Christus en zijne Moeder, ontbraken Ons geenszins vele redenen tot vreugde stemmend wel vermengd met oorzaken van bittere droefenis, maar ook een heerlijk loon van glorie in Christus aanbrengend; en met nederigen, Gode onderworpen geest, met dankbaar hart, hebben Wij gepoogd, dat alles: vreugde, smart, glorie, aan het heil en den bloei der Kerk dienstbaar te maken. En nu, — wat Ons nog rest te leven zal niet anders zijn, — als nieuwe vreugden Ons verblijden, nieuwe smarten Ons kwellen, een nieuwe glorie-schijn aanbreekt, mogen Wij dan, volhardend in eenzelfde stemming naar geest en gemoed, en alleen de hemelsche glorie van God verwachtend, bemoedigd worden door David's woorden: De Naam des Heeren zij gezegend. Niet aan ons, Heer, niet aan ons, maar geef glorie aan nwen naam ').

«) Ps. CXII, 2; CX1II, 9.

ocr page 35

HOOFDSTUK II.

Van Onze kinderen, wier teedere en trouwe gehechtheid jegens Ons Wij kennen, verwachten Wij niet zoozeer lof en dank, maar meer innige gebeden en smeekingen; overvloeien zullen Wij van vreugde, indien zij dit voor Ons verkrijgen, dat al wat Ons nog aan leven en krachten rest, wat nog in Ons woont aan gezag en zegening, onverdeeld tot heil strekke der Kerk, tot den terugkeer voornamelijk en de verzoening van haar belagers en der dwalenden, welke Onze stem zoo dikwerf reeds tot inkeer noodde. Wij voor Ons bidden met vaderlijke liefde tot God, dat door Zijne gunst al Onze geliefde kinderen deelgenooten worden van de rechtvaardigheid, den vrede, de welvaart, de heiligheid en van alle goed, hen met Zijne woorden vermanend; „Luistert tiaar mij... en draagt vruchten als een rozelaar naast vruchtbare waterbeken geplant; verbreidt een geur vati zoetheid als de wierookboom. Bloesemt bloemen als de lelie, en voeest geurig, en tooit u met sierlijke bladeren, en stemt een lojlted aan en prijst den Heer in Zijne werken. Geejt roem aan Zijnen naam en belijdt hem met de stem uwer lippen en in jubelzang en citherspel; . .. met geheel uw hart en lippen prijst en zegent den naam des He er en ^).

') Eccli. XXXIX, 17. 20, 41-

12

ocr page 36

HOOFDSTUK II.

13

God moge, door tusschenbede van de Rozenkrans-Koningin deze Onze raadgevingen en wenschen genadiglijk steunen, en, mochten goddelooze men-schen, lasterend wat zij niet kennen, ze bespotten. Hij vergeve het hun barmhartig. {Magnae Dei).

ocr page 37

HOOFDSTUK III

vertrouwen van den heiligen vader

in maria's rozenkrans.

eermalen reeds gedurende Ons Pontifikaat

mochten Wij de duidelijkste blijken geven

van Ons vertrouwen en Onze godsvrucht jegens de allerzaligste Maagd, welke, in Onze teedere kinderjaren reeds in Ons geboren. Wij geheel Ons leven door getracht hebben levend te houden en te vermeerderen. Thans nu de tijden zijn gekomen, die der katholieke zaak even rampspoedig als den volkeren gevaarvol zijn, hebben Wij ingezien welk hoopvol werk het is, met alle krachten de hulp des heils en des vredes aan te bevelen, welke dooiden barmhartigen God in Zijne verhevene Moeder aan het menschelijk geslacht werd geschonken, en

ocr page 38

HOOFDSTUK III.

door de gansche geschiedenis der Kerk zoo luisterrijk en krachtig zich openbaarde. Aan Onze vermaningen en wenschen heeft de ijver der katholieke volken beantwoord op vele wijzen, bovenal dooide herleving der Rozenkrans-devotie. Een schat van heerlijke vruchten was er het gevolg van.

Nooit echter kan het Ons genoeg zijn de godde lijke Moeder te verheerlijken, die is alle lof ïva ar dig, tot meerder liefde op te wekken voor diezelfde Moeder der menschen, die is vol van ontferming, vol van genade. Ja hoe meer Onze ziel, door de apostolische zorgen afgemat, den tijd van haar heengaan van deze aarde voelt naderen, met des te vaster vertrouwen ziet zij op naar haar, uit wie, als uit den blijden dageraad, de dag van nimmer eindigende zaligheid en vreugde is voortgekomen. (Fidenteni).

Niemand is onkundig van het groote en bijzondere vertrouwen, dat Wij, te midden der tegenwoordige rampen, gesteld hebben op de glorievolle Maagd van den Rozenkrans, het oog vestend op de zaligheid en de welvaart van het christenvolk, op den vrede en de rust der Kerk. Gedachtig eenerzijds, dat in kommervolle tijden de Herders en de geloovigen altijd gewoon waren zich ver-trouwvol te wenden tot de verhevene Moeder Gods,

•5

ocr page 39

HOOFDSTUK III.

machtigste hulp der christenen, in wier handen alle genaden zijn gesteld; van den anderen kant overtuigd, dat de godsvrucht tot de H. Maagd, onder den titel van den Rozenkrans, aan de bijzondere behoeften van onze tijden zoo volkomen aansluit, hebben Wij gewild dat deze devotie weer zou opleven en levend blijven in het midden der geloovigen van de gansche wereld. [Brief aan de bisschoppen van Italic).

Daarom dacht het Ons goed de vroomheid van het christenvolk aan te wakkeren, om, meer dan ooit, met ijver en volharding de hulp van den Almachtige te vragen. Wij vermanen namelijk met allen nadruk dat de maand October, aan de Maagd van den Rozenkrans toegeheiligd, door allen met de hoogste godsvrucht en ijver gevierd worde Immers weten Wij dat in de goedheid der allerheiligste Maagd altijd eene toevlucht voor allen open staat, en vast is Onze overtuiging dat niet vergeefs Onze hoop op haar is gevestigd. Indien zij tallooze malen in de groote tijden, toen de maatschappij christelijk was, haar bijstand deed gevoelen, hoe zou men dan twijfelen mogen aan hernieuwde blijken harer macht en liefde, als eendrachtige gebeden, met nederigheid en volharding gestort, haar worden aangeboden. (Quaniquam pluries).

i6

ocr page 40

HOOFDSTUK III.

Te allen tijde was het eene stichtelijke en trouwe zede van het christelijk volk, in jammer en gevaar tot Maria te vluchten en rust te zoeken aan haar moederlijke zijde. Duidelijkst bewijs, hoe de katholieke Kerk hare vaste hoop, ja al haar vertrouwen op de Moeder des Heeren richtte. Zij toch, Maagd, rein vandeerfsmet, uitverkorene Moederdes Woords, en daardoor deelgenoote in het verlossingswerk der menschen, verwierf bij haren Zoon een welbehagen, eene macht, als nooit engel of mensch verkreeg, noch verkrijgen kan. En dewijl niets haar meer zoetheid en vreugde geeft, dan ieder, die haren bijstand vraagt, te helpen en te troosten, kan er geen twijfel zijn, dat zij met nog meer voorkomende liefde de smeeking der gansche Kerk zal verhooren.

Maar deze zoo innige en hoopvolle vereering voor de doorluchtige Hemelkoningin, bleek op schitterende wijs, als de macht van voortwoekerende dwalingen, de uitspatting van het zedenbederf, of het geweld van machtige vijanden, de strijdende Kerk Gods tot schijnbaren ondergang voerden. De geschiedenis der vroegere als der jongste eeuwen, vooral de heilige kronijken der Kerk, melden, hoe door openbare en door private gebeden de Moeder Gods werd aangeroepen, maar tevens hoe zij ook immer hulpe bracht en rust en vrede verwierf.

17

ocr page 41

HOOFDSTUK III.

Vandaar ontstonden die eeretitels, waarmede de christelijke volkeren haar als Hulp der Christenen, Genaden-Uitdeelster, Troosteres, Middelares in den strijd. Verwinnares, Vredebrengster begroetten. En onder allen moet gewezen worden op dien plech-tigen titel van Koningin van den H. Rozenkrans, in welken, ter eeuwige gedachtenis, al hare heerlijke weldaden, aan de christelijke zaak bewezen, bezegeld zijn. (Supremi).

Dit alles overwegend, bezield door het vertrouwen, Ons ingestort door de menigvuldige weldaden, aan Kerk en christenvolk door de Rozenkrans-Koningin geschonken, meer nog, in de blijde zekerheid, dat de teederheid van haar moederhart nooit verflauwen kan, mogen Wij Ons voor de toekomst de heerlijkste gevolgen Onzer bevelen en vermaningen beloven. Nu reeds is Onze ziel verrukt de vruchten vooruit te zien in even rijke mate, als zooveel malen de godsvrucht tot Maria in het verledene heeft voortgebracht. Troostend is het Ons te weten, hoe onder voorgaan en vermaning hunner Herders, de geloovigen, bijzonderlijk in de Octobermaand, voor de altaren der verhevene Koningin en goedertierene Moeder samenkomen, en haar de mystieke kronen, in den Rozenkrans met kinderlijke liefde gevlochten, aanbieden.

i8

ocr page 42

HOOFDSTUK III.

19

Heerlijk en giootsch tafereel, die honderd duizenden vrome christenen, in dorpen en steden, te zee en te land, tot de uiterste grenzen der katholieke wereld, vereenigd in gebed en lofgezang, eenstemmig en eensgezind, op elk uur van den dag, Maria prijzend, Maria aanroepend, alles van Maria hopend! Mochten allen vol vertrouwen van haar vragen, dat door hare voorbede bij haren Zoon, de dwalende volken terugkeeren tot de christelijke leerstukken en geboden, die den hechten grondslag vormen van het algemeen welzijn, de bron zijn van vrede en van waarachtig geluk. Vragen boven al, wat alle welgezinden het vurigst behooren te wenschen: de vrijheid en de rust der Moederkerk, door haar immeV aangewend voor de hoogste belangen der menschheid, van waaraan individuen en staten nimmer onheil, maar te allen tijde menigvuldige en groote weldaden zijn toegekomen. (Octobri mense).

ocr page 43

Eiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiii!iii:;;iiiiiigt;iiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiii!iiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii^

HOOFDSTUK IV,

IJVER VAN DEN H. VADER VOOR DE VERBREIDING

DER ROZENKRANS-DEVOTIE.

tot godsvrucht voor de verhevene Moeder

aar mate Wij aanvingen het christelijk volk

Gods op te wekken, het vermaanden tot haar te gaan, om door het volhardend bidden van den Rozenkrans haar nog meer goedgunstig te stemmen voor Kerk en maatschappij, gevoelden Wij in Ons de vurige begeerte krachtiger worden, om haren eeredienst met eiken dag te zien toenemen.

De ijver zelf, door haar in Ons hart ontstoken, scheen Ons de stem te zijn dier hemelsche Konin-ginne, die Ons genadiglijk staande houdt in den bitteren nood der Kerk, door overvloedige voorlichting Ons in den arbeid voor het algemeen welzijn hulp biedt, Ons aanspoort, de vroomheid

ocr page 44

HOOFDSTUK IV.

en de oefening der christelijke deugden bij het geloovig volk op te wekken. Meermalen reeds gevoelden Wij Ons gelukkig aan dien aandrang in Ons binnenste uiting te geven. Naast al het nut, onder haren zegen, uit Onze vermaningen voortgekomen, voegt het op bijzondere wijze te vermelden de groote uitbreiding der devotie tot haren allerheiligsten Rozenkrans, de vrome broederschappen, onder dezen titel vermeerderd of ingesteld, geleerde en heilzame geschriften, en schoone kunst werken, welke allen het hunne toebrachten om die godsvrucht te steunen. Thans is het, als hooiden Wij wederom diezelfde stem dier waakzame Moeder Ons dringender toespreken: Clama, ne cesses: Roep, cii blijf roepen; en het is Ons eene vreugde Onze vermaningen te herhalen tot aanprijzing van het Rozenkransgebed, vooral voor de maand October, welke Wij na de schatkamer der aflaten te hebben ontsloten, aan die overschoone devotie hebben gewijd. (Laetitiae Sanctae).

De schoonheid en kracht van den H. Rozenkrans, welke Wij willen uiteenzetten, zal duidelijker blijken als Wij de redenen aangeven van Onzen ijver en Onze aanhoudende zorgen om dien te doen beoefenen en te verbreiden. Onze eeuw. Wij wezen er reeds op, heeft steeds grooter behoefte aan

21

ocr page 45

HOOFDSTUK IV.

hemelschen bijstand. Inzonderheid blijkt dit als men acht geeft op de vijandelijke machten die de vrijheid en de rechten der Kerk verkorten, op de schadelijke invloeden die den vrede en de welvaart der christelijke maatschappij in den grond aantasten. Welnu, nogmaals en met klem verzekeren Wij, dat, ter verkrijging dier hemelsche hulp. Wij Onze vaste hoop op den Rozenkrans hebben gevestigd.

O, mocht deze heilige devotie, volgens Onzen hartewensch, weer in haren ouden luister hersteld, mocht zij in steden en dorpen, in de huisgezinnen en werkplaatsen, door grooten en geringen bemind en beoefend worden, als het heerlijk merk-teeken der christelijke belijdenis, als een voortreffelijk middel ter verzoening der goddelijke barm hartigheid Te krachtiger zij daartoe aller eendrachtige samenwerking, waar de boosheid der goddeloozen in razende drift samenspant en alles beraamt om den toorn der Godheid uit te dagen, en de volle zwaarte Harer rechtmatige wraak over de aarde af te roepen. Dit nu, meer dan andere oorzaken, stemt Ons, zoowel als alle welgezinden tot rouw: dat in den schoot der katholieke volken zoovelen zijn, die over de menigvuldige beleedi-gingen, den godsdienst aangedaan, vreugde toonen, en door eene bandelooze zucht naar publiciteit

22

ocr page 46

HOOFDSTUK IV.

aangezet, zich tot doel schijnen te stellen, de heiligste zaken en het door de eeuwen beproefd vertrouwen op de voorbede der allerheiligste Maagd aan de verachting en den spot der menigte prijs te geven. In den allerjongsten tijd werd zelfs de aanbiddelijke persoon van Jesus, den Verlosser, niet gespaard. Men heeft de schaamteloosheid gehad, Hem te sleuren in het theater, de plaats van genieting, zoo dikwijls door allerlei wandaden bevlekt, en Hem daar voorgesteld, ontluisterd van de Majesteit Zijner goddelijke natuur, waarmede de verlossing van het menschelijk geslacht staat of valt. Men heeft, nog schaamteloozer, gepoogd, uit zijn eeuwige eerloosheid te trekken een mensch, schuldig aan eene misdaad en verfoeilijke trouweloosheid, naar menschenheugenis alle andere in boosheid te boven gaande: Judas den verrader van Christus.

Al deze wanbedrijven in de steden van Italië gepleegd, wekten allerwege verontwaardiging en diepe droefenis over de schennis aan het allerheiligst recht van den godsdienst bedreven, bedreven onder een volk, dat zijn hoogsten en recht-matigen roem stelt in het dragen van den katholieken naam. Toen ontvlamde de waakzame ijver der Bisschoppen. Aan hen, wie het heilig moet zijn, de waardigheid van den godsdienst des vader-

23

ocr page 47

HOOFDSTUK IV

lands te beschermen, reikten zij hun krachtig protest; hunne kudden wezen zij niet alleen op de grootheid van het gevaar, maar vermaanden ze ook, om door bijzondere godsdienstige oefeningen de schandelijke oneer aan den teer geliefden Heiland gepleegd, te vergoeden.

Ons gaf die kloeke, schoone en veelzijdige geloofsuiting der goedgezinden groote vreugde, en bracht er toe bij, om de bitterheid die Wij in het binnenste Onzer ziel over de misdaden gevoelden, te verzoeten.

Waar echter de gelegenheid zich aanbiedt Ons woord tot de gansche katholieke wereld te richten, kunnen Wij aan de stem van Ons opperpriesterlijk ambt niet het zwijgen opleggen, maar Wij sluiten Ons krachtigst protest aan bij dat der Bisschoppen en geloovigen. En met denzelfden apostolischen ijver, waarmede Wij de heiligschennis betreuren en verfoeien, richten Wij tevens Onze dringende vermaning tot de christenvolken, tot de Italianen in 't bijzonder, dat zij den voorvaderlijken godsdienst, hun kostelijkst erfgoed, ongerept be waren, moedig verdedigen, door daden van deugd en vroomheid steeds doen toenemen. Een reden te meer, waarom in de Octobermaand allen, zoowel elk voor zich, als in vereenigingen aangesloten, wedijveren moeten om eer te brengen aan

24

ocr page 48

HOOFDSTUK IV.

de doorluchtige Moeder van God, de machtige hulp van den christelijken godsdienst, de glorievolle Koningin der hemelen. (lucmida semper).

Haar derhalve, de maagdelijke moeder, zoo mild in haren krachtigen bijstand, met steeds heerlijker lof te prijzen, met immer stijgend vertrouwen aan te roepen kan niet anders dan rechtmatig zijn. Immers de redenen voor haren lof en voor dat vertrouwen nemen toe door dien voortdurenden aanwas van velerlei gunsten, die dagelijks in rijker mate door haar Ons worden toebedeeld, tot heil van allen.

Aan zoo groote milddadigheid beantwoorden ook, zonder twijfel, van de zijde der katholieken uitingen der meest liefdevolle aanhankelijkheid. Aan onze tijden toch, hoe ook van eene den godsdienst vijandige gezindheid getuigend, is het gegeven, de liefde en de vereering voor de allerzaligste Maagd in alle maatschappelijke rangen tot nieuwen bloei te zien herleven. Daarvan zijn de schitterendste bewijzen; de herstelde en zich uitbreidende broederschappen, die haar tot Schutsvrouwe kozen; de prachtige tempels met haren luistervollen naam prijkend; de bedevaarten naar hare beroemdste heiligdommen, door groote scharen stichtelijk ondernomen; de congressen, bijeengeroepen ter beraadslaging over geschikte middelen om hare glorie te

25

ocr page 49

HOOFDSTUK IV.

verbreiden; en meerdere openbaringen van godsvrucht, die allen troostvolle teekenen zijn voor de toekomst.

Maar opmerkelijk is het, en voor Ons een bron van vreugde, hoe onder de verscheidene vormen dier godsvrucht, de Rozenkrans van Maria, dat heerlijk gebed, in de achting der geloovigen gestegen, en door naarstige oefening is uitgebreid. Dit nu, zeggen Wij, is een bron van vreugde voor Ons, die, zoo Wij een niet gering deel Onzer zorgen aan de verspreiding dier devotie hebben gewijd, thans zien mogen, met hoeveel goedertierenheid de Hemelkoningin Onze wenschen heeft gesteund; terwijl Wij hopen dat ook in de toekomst zij Ons zoo zal steunen, dat zij de zorgen en smarten, welke Ons nog wachten, moge verlichten. {Adiutriceni).

Dat dan de christelijke volken, door Onze vermaningen opgewekt, met steeds toenemenden ijver zich onder de trouwe hoede stellen van Maria, en immer trachten naar grooter liefde en trouwer beoefening van Maria's Rozenkrans, welken onze vaderen in het geloof niet alleen als een machtig hulpmiddel in de rampen des levens, maar ook als een edel kenteeken der christelijke vroomheid hebben hoog gehouden. De hemelsche Patrones van het menschelijk geslacht zal de eendrachtige

26

ocr page 50

HOOFDSTUK IV.

27

en nederige gebeden met liefde aanvaarden, en genadiglijk verwerven, dat de goeden tot hooger deugd opstijgen, de dwalenden tot inkeer en tot hun waarachtig heil komen, dat God, de wreker der misdaden, tot ontferming en genade bewogen, de gevaren verwijdere, en in Kerk en maatschappij de begeerde rust herstelle. (Supremi Apostolatus).

ocr page 51

HOOFDSTUK V.

VAN DE GROOTE ACHTING, DIE DE ROOMSCHE PAUSENDEN ROZENKRANS HEBBEN TOEGEDRAGEN.

In Onze Encyklieken bevalen Wij, dat gedurende de Octobermaand in alle deelen der katholieke wereld de verhevene Moeder des Heeren door het allerheiligst gebed van den Rozenkrans zou vereerd worden, om voor de zwaar beproefde Kerk den hemelschen bijstand te verwerven. Daartoe spoorde Ons aan zoowel de ingeving van Ons eigen gemoed als de voorbeelden Onzer Voorgangers, die, in tijden van rampspoed voor de Kerk, steeds zich toelegden op eene vermeerdering der godsvrucht, hunne toevlucht namen tot de hoog verhevene Maagd, hare hulp door vurige gebeden afsmeekten. Aan Ons verlangen werd allerwege met zoo groot een ijver en eensgezindheid gehoor gegeven, dat op het duidelijkst bleek, wat warme vroomheid en godsdienstzin er nog woont in het christelijk volk, hoen Onze Encyklieken bevalen Wij, dat gedurende de Octobermaand in alle deelen der katholieke wereld de verhevene Moeder des Heeren door het allerheiligst gebed van den Rozenkrans zou vereerd worden, om voor de zwaar beproefde Kerk den hemelschen bijstand te verwerven. Daartoe spoorde Ons aan zoowel de ingeving van Ons eigen gemoed als de voorbeelden Onzer Voorgangers, die, in tijden van rampspoed voor de Kerk, steeds zich toelegden op eene vermeerdering der godsvrucht, hunne toevlucht namen tot de hoog verhevene Maagd, hare hulp door vurige gebeden afsmeekten. Aan Ons verlangen werd allerwege met zoo groot een ijver en eensgezindheid gehoor gegeven, dat op het duidelijkst bleek, wat warme vroomheid en godsdienstzin er nog woont in het christelijk volk, hoe

ocr page 52

HOOFDSTUK V.

diep het vertrouwen op de bescherming der hemelsche Maagd Maria in aller hart is geworteld. Die vurige uiting van geloof en godsvrucht. Wij erkennen het dankbaar, heeft niet weinig er toe bijgedragen, den zvvaren last van zorgen en rampen, waaronder Wij gebukt gaan, te verlichten, Onzen moed zelfs gestaald om, zoo dit Gode behage, nog zwaarder last le torschen. {Superiore anno).

Meermalen reeds ontvouwden Wij de redenen, die Ons bewogen Onze vermanende stem te verheffen. Terwijl namelijk de tegenwoordige toestanden in Kerk en maatschappij van dien aard zijn, dat zij een bijzonder ingrijpen van God dringend behoeven, waren Wij overtuigd dit te zullen verkrijgen door de bemiddelende voorspraak Zijner Moeder, en wel op de eerste plaats met behulp van dat schoon gebed, welks weldadige kracht het christelijk volk te allen tijde heeft ondervonden. Ondervonden van het ontstaan af der Rozenkrans-devotie, die het heilig geloof tegen de trouwelooze aanslagen der ketters heeft beveiligd, de christelijke deugd, in een tijd van om zich heen grijpend bederf, in kracht en luister hersteld. Ondervonden in die onafgebroken reeks van gunsten, door individu en gemeenschap uit den hemel ontvangen, waarvan de heugenis in vrome stichtingen en monumenten

29

ocr page 53

HOOFDSTUK V.

overal blijft voortleven. En met vreugde getuigen Wij, dat hare heilzame uitwerkselen ook in onzen, door allerlei rampen verontrusten tijd, openbaar zijn geworden. [lucunda).

Dewijl dus het Rozenkransgebed zoo aangenaam is gebleken aan de Maagd Maria, en zulk een machtige steun voor de bescherming der Kerk en van het christelijk volk, de weldaden Gods in zoo ruime mate over individuen en maatschappij doet afdalen, kunnen de heerlijke lofspraken, waarmede Onze Voorgangers zich beijverden het te prijzen en te verheffen, geene verwondering wekken. Zoo getuigde Urbanus IV, dat eiken dag uit den Rozenkrans de rijkste zegen over het Christedvolk neerdaalt. Sixtus IV noemde hem het luisterrijk middel tot verhooging der cere Gods en der H. Maagd, tot afweer der dreigende gevaren; Leo X : een machtige instelling ter bestrijding der aartsketters en der vcortsluipende dwalingen', en Julius III: het sieraad der Roomsche Kerk. Over die devotie sprekend zegt de H. Pius V: na hare verspreiding begonnen de gcloovigcn, door hare overwegingen verlicht, door hare gebeden ontvlamd, plotseling in andere menschen te veranderen-, de duisternis der dzvaling werd weggevaagd, het licht der katholieke waarheid brak door. En eindelijk bevestigt Gregorius XIII, dat

3°

ocr page 54

HOOFDSTUK V.

de Rozenkrans door den H. Domimcus is ingesteld om den toorn Gods te verbidden en de voorbede der allerzaligste Maagd af te s mee ken.

Om deze beschouwingen en de voorbeelden Onzer Voorgangers, achten Wij het ten hoogste oorbaar, in dezen tijd openbare gebeden voor te schrijven, om onder aanroeping der hoogheilige Maagd in het Rozenkransgebed, van Jesus Christus, haren Zoon, dien bijstand te verwerven, welke evenredig zij aan de tegenwoordige behoeften. (Supremi Apostolatus).

Want zoolang de geest des gebeds uitgestort blijve over het huis Davids en de bewoners van Jerusalem, koesteren Wij de zekere hoop, dat God eenmaal zich zal ontfermen, en met het lot dei Kerk begaan, eindelijk de gebeden zal verhooren van die tot Hem smeeken door haar, die, naar Zijn wil, de uitdeelster zou zijn aller genaden. (Superiore anno).

Daarom zijn Wij sterk in het vertrouwen, dat alle geloovigen het opvlammend vuur hunner godsvrucht voor de Moeder des Heeren zullen onderhouden ; en, inzonderheid voor hunnen Opperherder, gestadig tot haar in den Rozenkrans zullen bidden, dat de dag van 's Heeren erbarmen aanbreken en het eens te meer blijken, moge, dat zij het is, die wij begroeten als de Moeder der goddelijke genade.

31

ocr page 55

HOOFDSTUK VI.

et kwellend wee en de lange en bange strijd

hoedanig de h. vader wenscht dat wij in de october-maand de koningin van den h. rozenkrans vereeren.

der Kerk liggen voor elkeen open. De christelijke vroomheid, de eerbaarheid van zeden, het geloof, dat het heiligst goed is en het beginsel van alle andere deugden, zien Wij dagelijks door grootere gevaren bedreigd. Onze zorgvolle toestand en velerlei droefenis zijn niet alleen aan allen bekend, maar wie met Ons in liefde verbonden is, gevoelt dat alles met Ons in smartelijke deelname. Droevigst van al en tot weeklachten stemmend, dat zoovele zielen, door het bloed van Jesus Christus vrijgekocht, door de dwalingen der eeuw als door een wervelwind blindelings worden meegevoerd, het

ocr page 56

HOOFDSTUK VI.

booze in de armen en hun eeuwigen ondergang te gemoet. [Supremi).

De behoefte aan hemelschen bijstand wordt dus eiken dag dringender. Wij vermanen en bezweren daarom allen, met vrome volharding vast te blijven houden aan het dagelijksch gebed van den Rozenkrans; en Wij spreken Onzen wensch uit dat hij in elk diocees, in de hoofdkerk dagelijks, in de parochiekerken op de feestdagen, worde gebeden. Een groote steun voor de ontwikkeling en handhaving dezer oefening kan verleend worden door de Religieuze orden, en op de eerste plaats, krachtens een hun toekomend recht, de Domini-kanen: Onze vaste overtuiging is het, dat zij allen aan zulk een edele en heilbrengende roeping zullen beantwoorden. (Salutaris).

Wij twijfelen niet of datzelfde gebed, door den grooten heiligen Dominicus tot zoo groote bate der katholieke wereld ingesteld, moet ook nu veel er toe bijdragen om de nooden van onzen tijd te verlichten. Hierom vermanen Wij niet alleen zoo dringend mogelijk, dat alle christenen, zoo wel in het openbaar,^als elk voor zich in zijn familiekring, zich beijveren den Rozenkrans te bidden, en zich die schoone oefening tot vasten levensregel

• 3

33

ocr page 57

HOOFDSTUK VI.

maken, maar tevens willen Wij dat de geheele maand October aan de hemelsche Koningin van den Rozenkrans zij toegeheiligd. Wij besluiten en bevelen dat over de gansche katholieke wereld het Rozen-kransfeest met bijzondere godsvrucht en gods-dienstigen luister worde gevierd, en dat van den eersten dag van October tot aan den tweeden November in elke parochie-kerk, en, zoo de plaatselijke Bisschoppen dit nuttig en oorbaar achten, ook in andere kerken en bedeplaatsen aan de H. Maagd toegewijd, ten minste vijf tientjes van den Rozenkrans met de Litanie van Loreto gebeden worden. [Sïtprcnn).

Vertrouwend dat de brave en vrome christenen, uit vrije godsvrucht, meer zullen doen, dan hun wordt opgelegd, bevelen Wij, dat in de maand October, telkens als de Rozenkrans wordt gebeden, het gebed tot den H. Joseph, door Ons saam-gesteld, er aan worde toegevoegd. Wij verlangen daarenboven dat, wanneer het volk tot het voornoemd gebed te samen komt, óf het H. Misoffer opgedragen, óf wel het allerheiligste Sacrament ter aanbidding uitgesteld worde, waarna de Benedictie zal worden gegeven. Hoogelijk keuren Wij goed, dat de broederschappen van den Rozen-

34

ocr page 58

HOOFDSTUK. VI.

krans, volgens de oude gebruiken der voorvaderen, en als openlijke belijdenis des geloofs, met plech-tigen luister in processiën door de straten der steden trekken. Op die plaatsen waar de ongunst der tijden dit niet toelaat, worde, wat te dien opzichte aan de openbare godsdienstuiting ontbreekt, vergoed door een veelvuldiger bezoek der kerken; vooral moge het vuur der godsvrucht uit' schijnen in eene naarstige beoefening der christelijke deugden.

Dat dan ieder, wien de eer van Maria en het welzijn der maatschappij ter harte gaat, zich be-vlijtige zijn liefde en zijn vertrouwen jegens de allerheiligste Maagd te voeden en te vermeerderen. Wij beschouwen het als een teeken der goddelijke goedheid, dat, zelfs in deze voor de Kerk zoo onrustige tijden, onder het-meerendeel der Christenen, de oude godsvrucht en vereering voor de gebenedijde Maagd nog bewaard en bloeiend is. (Supremï).

Voor zeker houden Wij, dat het christelijk volk aan het woord van Ons apostolisch gezag gehoor zal geven, met denzelfden geloovigen en godvruch-tigen zin, waarvan het reeds de schitterendste blijken gaf. Dat de hemelsche Beschermster, in de gebeden van den Rozenkrans aangeroepen, ze

35

ocr page 59

HOOFDSTUK VI.

36

genadiglijk aanhoore, en bewerke dat, na de verdrijving der strijdige meeningen en de herstelling der ééne katholieke waarheid over geheel de wereld, wij de begeerde rust der Kerk van God verwerven. {Superiore anno).

ocr page 60

HOOFDSTUK VII.

GUNSTEN EN VOORRECHTEN DOOR DEN H. VADER AAN HET VIEREN DER OCTOBERMAAND VERBONDEN.

et blijmoedig verlangen en opgewekte hoop

zien Wij elk jaar de Octobermaand naderen,

Ons verlustigend in die eenheid en warmte van godsvrucht voor den Rozenkrans, waarmede de katholieke volken die maand, door Ons bevel aan de allerheiligste Maagd toegewijd, vieren. (lucunda). Te meer omdat daar zelfs, waar, om menigvuldigen tegenstand, de ijver zich niet vrij kan uiten, het levendig geloof en de degelijke godsvrucht zich in duidelijke en schitterende teekenen naar buiten openbaart. Daarvoor danken Wij op de levendigste wijze den barmhartigen God, die, te midden van de boosheid dezer eeuw, de liefde en vereering voor de onbevlekte Maagd

ocr page 61

HOOFDSTUK VII.

onder de Christenen doet voortbestaan en toenemen; Wij worden niet moede Hem te prijzen, dat Hij. Zijnen geest des gebeds in het hart Zijns volks behoudend en vermeerderend, ten duidelijkste toont hoe Hij wenscht Zich met ons te verzoenen en barmhartig te zigt;n. Niets ligt Ons nader aan het hart, dan dien ijver der geloovigen in het bidden van den Rozenkrans, bestendig en volkomen en onverflauwd te bewaren, dan de waakzame instandhouding van dat herkenningsteeken des geloofs, waaraan zoo grootsche herinneringen en hemelsche gunsten zijn verbonden, waaraan onze voorvaderen met zoo vromen zin hebben vastgehouden. [Brmc „Ex itsquot; aan den Dominikaner-generaal, Pater Lar-rocd).

Tot meerdere bestendiging van dien ijver, en ten gunste van hen, die in de maand October Onze vermaningen willen opvolgen, ontsluiten Wij bereidwillig de hemelsche schatten der Kerk, waarin zij de aansporing zoowel als het loon van hun vroomheid mogen vinden. Aan allen derhalve die in de Octobermaand tegenwoordig zijn bij het openbare gebed van den Rozenkrans en der Litanie van Loreto, en tot Onze intentie zullen bidden, verkenen Wij telkenmale een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen. [Supremi), Denzelfden aflaat

38

ocr page 62

HOOFDSTUK VII.

verleenen Wij aan die het gebed tot den H. Joseph godvruchtig zullen bidden. (Quamquani plurws).

Aan dezelfde gunst kunnen ook zij deelachtig worden, die, op wettige wijze verhinderd de voornoemde gebeden bij te wonen, voor zich zelf dezelfde vrome oefening verricht en God tot Onze intentie zullen gebeden hebben. [Supremi). Om tevens te gemoet te komen aan hen, die op het land wonen, en in de maand October den akker moeten bearbeiden, vergunnen Wij dat alles, gelijk het boven werd vastgesteld, ook de aflaten, aan de viering der. Octobermaand verbonden, volgens het wijze inzicht der Bisschoppen, kan worden uitgesteld tot de volgende maanden. November of December. (Siipenore an no).

Aan hen nu, die in voornoemden tijd, ten minste tien malen, óf openbaar in de kerken, óf, om w ettige redenen verhinderd, te huis, de vrome oefening zullen hebben volbracht, verleenen Wij, onder voorwaarde dat zij tot de HH. Sacramenten van Biecht en Communie naderen, een vollen aflaat. Dezelfde volkomen kwijtschelding van zonden en straffen, verleenen Wij nog aan allen, die op het Rozenkrans-feest, of op een der dagen van het Octaaf, na eene rouwmoedige Biecht, tot de tafel des Heeren zullen naderen, en in eene kerk volgens Onze intentie

39

ocr page 63

HOOFDSTUK VII.

voor de behoeften der Kerk tot God en Zijne H. Moeder zullen bidden. [Supremi).

Tot uitbreiding der vereering van de verhevene Moedermaagd Maria onder den titel van den Rozenkrans ; tot immer durende gedachtenis der bescherming, aan haar allerzuiverst Hart door geheel het volk in de maand October afgebeden ; als blijvende getuigenis van het groot vertrouwen, dat Wij in Onze allerliefste Moeder stellen, tot meerdere verwerving van haren goedertieren bijstand, besluiten en bevelen Wij, dat in de Litanie van Loreto na de aanroeping „Koningin zonder erfzofide ontvangenquot; worde ingelast de bede: Koningin van den allerheiligste n Rozenkrans, bid voor ons. (Salutaris). — Daarenboven, nieuwen luister willende bijzetten aan het feest van den H. Rozenkrans, verordenen Wij, dat in de toekomst door den seculieren en regulieren Clerus zal gebeden worden het Officie en de Mis voor dien dag saamgesteld, en door Ons gezien en goedgekeurd. {Diutnrnis). En Wij bevelen dat het plechtig Rozenkransfeest voortaan over de gansche Kerk zal gevierd worden met den dubbelen ritus, van de tweede klas.

Eindelijk is het Ons vurig begeeren dat het katholieke volk te allen tijde, maar inzonderheid gedurende de Octobermaand met bijzonder innige godsvrucht

4°

ocr page 64

HOOFDSTUK VII.

41

zich tot de doorluchtige Maagd wende en met zoet geweld haar moederhart verteedere, haar biddend voor de verheffing der Kerk en van den Apostolischen Stoel, voor de vrijheid van Jesus Christus' Plaatsbekleeder op aarde en voor de vrede en welvaart der maatschappij. [Brief aan de Bis schoppen van Italic). •

ocr page 65

HOOFDSTUK VIII.

OP HOE WONDERBARE WIJZE DE ROZENKRANS WERD INGESTELD EN VERBREID.

aghelder is het gebleken met hoevele afwisselende middelen, met wat lage list de boosheid der eeuw het er op gemunt heeft, het christelijk geloof, en — wat er de vrucht van is — de naleving van Gods wet in de zielen te verzwakken, zoo mogelijk tot den wortel uit te roeien; de akker des Heeren, waarover de vergiftende adem van onwetendheid, dwaling en zonde luwt, schijnt aan verwoesting en onvruchtbaarheid prijs gegeven. En wat het gemoed nog bitterder stemt; die vermetele en heillooze goddeloosheid wordt zoo weinig binnen perken gebracht of door rechtvaardige straf bedwongen, door hen die daartoe èn de macht èn den plicht bezitten, dat zij door hun lafheid en bescherming veeleer driester vormen aanneemt. Redenen tot groote droefheid bieden die openbare inrichtingen

ocr page 66

HOOFDSTUK VIII.

van onderwijs en kunst waar de naam van God opzettelijk wordt verzwegen of gelasterd ; die bande-looze vrijheid in de pers en op het spreekgestoelte, waar den goddelijken Christus en der Kerk geene beleediging wordt gespaard; en meer nog: die bij velen wankele moed in hun katholieke overtuiging en verwaarloozing hunner katholieke plichten, welke, zoo zij al geen openlijke geloofsafval is, onmerkbaar daartoe geraken zal, wijl geheel hun leven van het geloof vervreemd is. Voor wie dien toestand van ontaarding en verval der heiligste belangen gadeslaat, kan het geen wonder zijn, als de volken zuchtend treuren onder het gewicht van den goddelijken toorn, en met vreeze voor nog grooter rampen zijn geslagen.

Tot eerherstel nu der beleedigde Majesteit Gods en tot bevrijding van groote onheilen, heeft niets zoo krachtig bijgedragen als een vroom en volhardend gebed, mits samengaande met een in daden zich uitend christelijk leven; dat dubbel doel achten Wij bereikbaar, voornamelijk door den Rozenkrans van Maria. Welk een wondergroote macht hij bezit, blijkt uit zijn ontstaan zelf; een der schoonste bladzijden der geschiedenis. {Magnae Dei).

Het is bekend dat, tegen het einde der twaalfde eeuw de kettersche Albigenzen grooten jammer en strijd brachten in de heilige Kerk Gods.

43

ocr page 67

HOOFDSTUK VIII.

44

Voortgekomen uit een jongeren tak der Mani-cheesche sekte, vervulden zij het zuidelijk deel van Frankrijk en andere westersche landen met hun verderfelijke dwalingen. Hun opzet was door geweld van wapenen het volk met ontzetting te treffen, en op de puinhoopen der maatschappij hun rijk te vesten. — Tegen deze zeer snoode vijanden wekte, naar bekend is, de barmhartige God een man op van uitnemende heiligheid, den doorluchtigen Vader en Stichter der Dominikaner-orde. Groot om de reinheid zijner leer, het luisterrijk voorbeeld zijner deugden, zijn apostolischen ijver, gordde hij grootmoedig den strijd aan voor de Kerk, niet door macht van wapenen, maar steunend vooral op het gebed, dat hij het eerst onder den naam van Rozenkrans had ingevoerd, en door hemzelf en zijne volgelingen allerwegen verbreid. Door Gods geest en ingeving bewogen, gevoelde hij dat de kracht van dat gebed als een zegevierend wapen, de verwonnen en verstrooide vijanden dwingen zou, hun door goddeloosheid opgezweepten overmoed af te leggen. De uitslag bekroonde de verwachting. Overal waar dat gebed, op voorgaan van den H. Patriarch Dominions werd ontvangen en geoefend, werden geleidelijk vroomheid, geloof en vrede hersteld, de

ocr page 68

ÏÏOOFDSTUK VIII.

aanvallen en listen der ketters afgeslagen; vele dwalenden keerden tot de zaligheid weder; en de katholieke wapenen, tot keering van het geweld opgenomen, onderdrukten de woede der godde-loozen. [Supremi Apostolatus).

De snelheid, waarmede, terstond na zijne instelling, de Rozenkrans zich in alle maatschappelijke rangen verbreidde, is niet minder de vermelding waard. Want met wat rijke verscheidenheid van eerbewijzen en eeretitels de godsvrucht van het christelijk volk zich uitte voor de Moeder Gods, die om de overmaat harer voorrechten boven alle schepselen uitglanst, altijd heeft het een bijzondere voorliefde getoond voor den titel en het gebed van den Rozenkrans, het teeken èn van de belijdenis des geloofs èn van de hoogste eere aan Maria gebracht. Door individuen en familiën, in 't openbaar en in den huise-lijken kring, werd hij gebeden, broederschappen werden ingesteld, altaren opgericht, processiën gehouden. Dit alles kwam voort uit zijn diepe over tuiging, dat het op geen wijze beter hare plechtigheden vieren, hare bescherming en gunsten verwerven kon.

Een ander feit, luide sprekend van de genadige en wakende tusschenkomst onzer Meesteresse, mag hier niet verzwegen. Wanneer, na verloop van tijd,

45

ocr page 69

HOOFDSTUK VIII

46

bij een volk de geest van vroomheid verflauwde, cn de Rozenkrans-devotie begon te kwijnen, als daarna de maatschappij door groote gevaren werd bedreigd en rampspoed haar teisterde, werd, boven alle hulpmiddelen van den godsdienst, de Rozenkrans als door de stem des volks opnieuw te hulp geroepen, op zijn oude eereplaats hersteld, zijn heilrijk ingrijpende invloed alom verbreid. Schitterende voorbeelden daarvan uit onzen tijd zijn ons ten dienste, zonder dat het noodig is ze aan het verleden te ontleenen. Immers in onzen tijd die, — Wij zeiden het reeds, — zooveel droefenis geeft aan de Kerk, en meer nog aan Ons, aan Wie Gods raadsbesluit hare leiding toevertrouwde, mag men met bewondering aanschouwen, hoe in alle plaatsen en bij alle volken, waar de katholieke naam wordt hoog gehouden, de Rozenkrans van Maria wordt geëerd en beoefend, met vromen zin en geloovigen ijver. En dat feit, dat aan geen menschelijke wijsheid en arbeid, maar aan God alléén, den leider en beweger der harten, is toe te kennen, troost Ons, beurt Ons op, en bezielt Ons met het levendigst vertrouwen op nieuwe en glansrijker zegepralen der Kerk, door de bemiddeling van Maria. (Octobri mense).

ocr page 70

fig. g|ggt; jgig»-gÉS, jgfe ^ ^

5)Ite:s^S2Rê)(SjIlgSlEamp;9asö5ffl36%^

^•^•••••4'^4''«gt;gt;*a4'*«*'**gt;gt;**«**tf**l*4gt;*l^*^*«*^*V**tf**v4*4**lrgt;*4'4'*¥'^«^^«*y*^^*)f*

HOOFDSTUK IX.

OVER.DEN VORM EN DEN NAAM VAN DEN ROZENKRANS.

iet minder groot, voorzeker, is thans de behoefte aan goddelijke hulp, dan toen de groote H. Dominicus, als geneesmiddel der maatschappelijke wonden, het gebruik van Maria's Rozenkrans invoerde. Hij nu, van God voorgelicht, was zich bewust, dat dan eerst het kwaad zijner eeuw zou gekeerd worden, als de menschen in gestadige overdenking van het heil, door Christus bewerkt, tot Hem zouden terugkeeren, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, en daarbij als smee-kende Middelares bij God zouden verkiezen de Maagd, die macht heeft om alle ketterijen te overwinnen. Om die reden stelde hij den Rozenkrans zóó samen, dat de geheimen van ons heil in bepaalde orde werden herdacht, en te gelijker tijd door

ocr page 71

HOOFDSTUK IX.

die overweging heen een mystieke krans werd ingevlochten, uit de groetenis des Engels, afgewisseld door het gebed tot God den Vader Onzes Heeren Jesus Christus, saamgestrengeld. {Supremi).

Bovendien moet aan die vereeniging, aan dien nieuwen vorm van gebeden de kracht worden toe • geschreven, waardoor niet alleen de ondeugd werd uitgeroeid, maar ook de vijanden van God en van de Kerk werden bestreden en overwonnen. Domi-nicus, die het eerst de nieuwe devotie had geordend en aan het geloovig volk gepredikt, wist het; wist dat zij een machtig wapen was, dat, in de handen der geloovigen, hen zou vereenigen in een schrikwekkend leger, bereid om, in de zekerheid der overwinning, den strijd des Heeren te strijden. Ook in Ons leeft de hoop der zegepraal, te meer daar in dat wonderbare gebed van den Rozenkrans aan God eene schitterende godsdienstige hulde wordt gebracht, en eene volkomene belijdenis afgelegd van het christelijk geloof. Want de Rozenkrans, die alle mysteriën van Christus en der Moedermaagd in zich vereenigt, omvat de volheid des geloofs. Welnu, „dit is de overwinning die de wereld overwint, ons geloof: Haec esi victoria quae vincit mundunt, fides nostraquot;. {Inter densas).

Ook de namen, aan dezen vorm van gebed ge-

48

ocr page 72

%

HOOFDSTUK IX.

geven, zijn een aandachtige beschouwing overwaard. Om het samengaan van de overweging der geheimen en van het mondgebed, om de groetenis des Engels, juist zooveel malen herhaald als er Psalmen zijn van David, waardoor God wordt geprezen en gebeden, en Zijne werken ^ in de beminnelijkste en heiligste Zijner schepselen volbracht, worden verheerlijkt, hebben sommige Pausen dat gebed genoemd het Psalter van Maria; en zoo was het ook in de volgende tijden bekend. {Fidentem; An-gustissimaé).

Maar de naam, in de christelijke eeuwen aan dat schoone gebed het meest geëigend, is: de Roseiikrans; beteekenend dat het den zoeten geur der rozen en de liefelijke schoonheid van bloemkransen in zich vereenigt. Aldus is het niet enkel een treffende hulde aan de Maagd, die met zoo veel recht wordt genoemd de Geheimzinnige Roos van het Paradijs, en als aller Koninginne met een sterrenkrans is getooid, maar die naam zelf schijnt een symbool te zijn en een onderpand van de hemelsche vreugdekroon, door haar zelf aan hare vereerders aangeboden. Allerduidelijkst blijkt dit nog als men den innerlijken aard van

*) I Joan. V.

49

4

ocr page 73

HOOFDSTUK IX.

den Rozenkrans in het oog vat. Op niets toch wordt door woord en voorbeeld van Christus en Zijne Apostelen meer aangedrongen, dan op den plicht om tot God te bidden en Zijn bijstand te vragen. (Fidentem).

Niet minder schoon en beteekenisvol is de naam Kroon door het volk aan den Rozenkrans gegeven: wijl daarin de groote mysteriën van Jesus en Maria, hun vreugden, hun smarten, hun glorie, tot eene heerlijke festoen zijn saamgewonden. Uit de beschouwing dezer verheven mysteriën, volgens hun orde herhaaldelijk en met vrome aandacht overwogen, kunnen de geloovigen een wonderkrachtige hulp putten, om hun geloof te sterken en tegen onkunde en dwaling te beveiligen, om hunne zielskracht op te beuren en te stevigen. Geest en geheugen immers van den biddende, door de fakkel des geloofs voorgelicht, voelen zich op deze wijs met zacht geweld naar die mysteriën getrokken; en ze in hun diepte en omvang doorschouwend, kunnen zij niét genoeg bewonderen de onuitsprekelijke verhevenheid van 's men-schen Verlossing, tot zoo hoogen prijs en door een aaneenschakeling van zooveel wonderen gewrocht. Dan vlamt op in de ziel liefde en dankbaarheid voor zoc groote blijken van Gods barmhartigheid.

5°

ocr page 74

HOOFDSTUK IX.

de hoop wordt vaster en breeder, aangetrokken en hakend naar het hemelsch loon, door Christus bereid voor hen, die zich aan Hem door navolging van Zijn voorbeeld en door deelgenootschap Zijns lijdens hebben verbonden. En terwijl dit in de ziel geschiedt, bidden de lippen de woorden, die door den Heer, den Aartsengel Gabriël, de Kerk zijn uitgesproken; het gebed dat, vol van lofprijzing en heilzame smeekingen, in vaste, toch afwisselende orde volhardend herhaald, altijd nieuwe en zoete vruchten van vroomheid draagt. (Octobri niense).

Ziedaar waarom Wij niet moede worden te spreken over dezen vorm van gebed, die zoo glorievolle titels heeft; waarom Wij de godvruchtige viering der Octobermaand hebben bevolen, gewezen op Onze beweegredenen en Onze verwachtingen, de wijze der viering vastgesteld. Onze ziel gevoelt zich grootelijks versterkt in het bewustzijn, dat de geloovigen, over de gansche kerk en alle deelen der aarde verspreid, door uitingen van bijzondere godsvrucht Onze herhaalde uitnoodiging beantwoordend, aan de voeten der verheven Moeder rozen en kransen komen neerleggen, en, een geheele maand door, aan de allerheiligste Maria de dagelijksche schatting eener haar wel-

ocr page 75

HOOFDSTUK IX.

gevallige hulde offeren. {Brief aan de Bisschoppen van Italic).

De allerzaligste Maagd aanvaarde de teedere blijken van onze liefde en godsvrucht, en bereide ons een onverwelkelijke kroon in den Hemel.

52

ocr page 76

HOOFDSTUK X.

WELK EEN UITMUNTEND GEBED DE ROZENKRANS IS EN HOE GEMAKKELIJK ALLEN HEM KUNNEN BIDDEN.

Naar mate Wij Onze gedachten dieper laten gaan in de eigenschappen van den Rozenkrans, stijgt Onze bewondering voor zi ne voortreffelijkheid en voor het kostelijke zijner vruchten. Daarom, terwijl in Ons het verlangen levendiger wordt die devotie met den dag tot nieuwen bloei te zien opluiken, vermeerdert tevens Onze hoop dat hij op aansporing van Ons woord veelvuldiger worde gebeden, en de heilige gewoonte van dat gebed zich meer en meer verbreide.aar mate Wij Onze gedachten dieper laten gaan in de eigenschappen van den Rozenkrans, stijgt Onze bewondering voor zi ne voortreffelijkheid en voor het kostelijke zijner vruchten. Daarom, terwijl in Ons het verlangen levendiger wordt die devotie met den dag tot nieuwen bloei te zien opluiken, vermeerdert tevens Onze hoop dat hij op aansporing van Ons woord veelvuldiger worde gebeden, en de heilige gewoonte van dat gebed zich meer en meer verbreide. {lucunda).

De Octobermaand toch, aan de allerheiligste Maagd van den Rozenkrans gewijd, roept de aangename herinnering op aan Onze levendige ver-

ocr page 77

HOOFDSTUK X.

maningen, tot de geloovigen gericht, om met verdubbelden ijver eer te brengen aan de doorluchtige Moeder van God, machtige Beschermster van het christenvolk, en gedurende die maand tot haar vertrouwvol op te gaan en haar aan te roepen door den Allerheiligsten Rozenkrans, het gebed dat door de Kerk altijd, en het meest in moeielijke en angstvolle tijden werd te baat genomen, en nooit zonder vrucht. (Octobri mense).

Boven de onderscheidene vormen van gebed, waarvan men zich in de Katholieke Kerk godvruchtig en heilzaam bedient, beveelt zich op velerlei titels aan: het gebed dat Rozenkrans van Maria is genaamd. En dit is wel de meest sprekende reden: dat de Rozenkrans hoofdzakelijk ingesteld werd, om de bescherming der Moeder Gods tegen de vijanden van het Katholicisme in te roepen. [Salutans).

Altijd vloeiden uit dat gebed de heilrijkste gevolgen voor de Kerk. Hare tegenstanders bestreed zij, door geen geweld van wapenen, maar door de kracht die uitging van den Rozenkrans, aan den Patriarch Dominicus door de Moeder des Heeren zelve onderwezen en ter prediking toevertrouwd. En zoo, verwinnares in den strijd en door de stormen der tijden onbewogen, kon zij voortgaan

54

ocr page 78

HOOFDSTUK X.

met stee'ds roem vollen uitslag het heil harer kinderen te bewerken. [Magnae Dei).

Hieruit blijkt de machtige invloed van den Rozenkrans zoowel op den godsdienstigen zin van elk mensch in 't bijzonder, als op het maatschappelijk welvaren; en het hoog belang, van hem die eereplaats in het christelijk leven weer te geven, waarop hij zoo langen tijd gestaan heeft, toen geen christelijke familie duldde dat ooit een dag voor-bijging, waarop de Kroon van Maria niet was gebeden. (Salutaris).

De betreurenswaardige richting, welke tegenwoordig zaken en personen inslaan, en die even schadelijk is voor het godsdienstig leven als voor de maatschappij, moet alle welgezinden aansporen zich aan te sluiten in een gemeenschappelijk godvruchtig gebed tot de heilige Moeder des Heeren, opdat ook wij de heilzame kracht van haren Rozenkrans in ons mogen ontwaren. — Tot Maria in het gebed opgaan, is opgaan tot de Moeder van Barmhartigheid, wier liefde zoo groot is, dat zij in al onze behoeften, vooral in al wat ons onsterfelijk leven aanbelangt, altijd bij ons is, ons zelfs, vóór wij haar aanriepen, voorkomt, en ons mededeelt uit dien schat van genaden, waarvan God van den beginne haar de volste mate toe-

55

ocr page 79

HOOFDSTUK X.

56

bedeelde, waardoor zij ook is waardig bevonden Zijne Moeder te zijn.

Door deze overmaat van genaden namelijk, die haar schoonste eeretitel vormt, is zij verre verheven boven alle rangen van engelen en menschen, en nadert zij alleen het dichtst bij Christus; Wani het is tets groots in een heilige als hij zooveel genaden bezit als voor het heil van vele menschen voldoende is; maar grooter, maar het grootst zon zijn, nis hij die bezat in eene mate, die voor het heil van alle menschen trr wereld toereikt; dit nu werd gevonden in Christus en in de allerheiligste Maagd. 1) Moeilijk derhalve is het in woorden uit te drukken, met hoe groote liefde en welbehagen zij op ons neerziet, wanneer wij haar, die vol is van genade met de lofprijzing des Engels begroeten, en die telkens herhaalde groetenis tot een sierlijken krans vlechten. Want dan herinneren wij haar telkens aan haar verheven waardigheid, aan de Verlossing van het menschelijk geslacht, welke God in haar heeft begonnen ; en daarmede ook aan den goddelijken en eeuwigen band, waardoor zij, in Zijn vreugden en pijnen, Zijnen smaad en Zijne zegepraal deelend, aan Christus verbonden

') S. Thomas. Opusc. VIII, super salutatione angelica

ocr page 80

HOOFDSTUK X.

57

is, en met Hem de menschen leidt en bijstaat ten eeuwigen léven. Christus, in Zijn oneindige liefde is zoo in alles aan ons gelijkvormig geworden, beleed en toonde te zijn de Zoon des Menschen en onze broeder, om Zijne barmhartigheid te glans-voller over ons te doen schijnen: „Hij immers moest in alles aan de broederen gelijk worden, opdat Hij barmhartig zonde zijn'. i)

Niet anders Maria. Omdat zij de uitverkorene Moeder is van Christus, onzen Heer en onzen Broeder beide, werd dit haar kenmerkende eigenschap boven alle andere moeders: hare barmhartigheid aan ons te toonen en mee te deelen. En zoo wij aan Christus verschuldigd zijn, dat Hij ons deelgenoot maakte van Zijn eigen recht om God Vader te noemen, aan Ziji.e liefde ook danken wij het ons meegedeelde recht, in Maria onze Moeder te begroeten en te bezitten. Indien nu de natuur zelf geen zoeter naam dan die van „moederquot; kent, en in haar het ideaal stelt van teedere en zorgzame liefde, dan kan geen menschelijke taal naar waarde vermelden, alleen een vroom gemoed kan het gevoelen, wat vlam van loutere en genadige en weldoende liefde er opstijgt uit het hart

') Hebr. II, 27.

ocr page 81

HOOFDSTUK X.

van Maria, van haar, die ons niet door een mensch, maar door Christus zelf tot Moederquot; gegeven is. Zij, meer en dieper dan wie ook, kent en doorschouwt ons en het onze: welke hoop wij behoeven ten leven, wat gevaren ons bedekt en openlijk bedreigen, de angstenen pijnen die ons bedroeven; hoe hard de strijd is tegen de wreede vijanden van ons zieleheil. En niets evenaart de uitgebreidheid barer macht en de vurigheid van haar be-geeren, om, in des levens rampspoeden, aan hare allerliefste kinderen troost en kracht en hulp te brengen. [Magnae Dei).

Daarom is door een wonderbare leiding der goddelijke Voorzienigheid, aan allen, die naar de vereeniging met het hoogste goed streven, tot hulp en steun gegeven de Rozenkrans, die — wij leggen hier den vollen nadruk op — m het bereik ligt van allen. Ieder immers, hij moge ook eene geringe kennis hebben van den godsdienst, kan hem gemakkelijk en met vrucht bidden ; en zooveel tijd vergt hij niet, dat hij den dagelijkschen arbeid van wie ook zou in den weg komen. De geschiedenis geeft hiervan treffende en overvloedige voorbeelden, en het is overbekend dat er te allen tijde velen geweest zijn, die te midden der gewichtige bezigheden van hun ambt, of door af-

58

ocr page 82

HOOFDSTUK X

mattende zorgen afgeleid, toch hun vrome gewoonte van het Rozenkrans-gebed niet één dag hebben onderbroken. — Hieraan sluit zich harmonisch die diep godsdienstige zin, welke de zielen in die mate jegens den Rozenkrans bezielde, dat zij hem beminden als hun onafscheidelijken levensgezel en trouwe schutse; hem in den laatsten doodstrijd omklemmend, als het zoete onderpand der .onverzvelkciijken gloriekroon. Dat onderpand wint nog aan zekerheid door den schat der aflaten, mits zij op hunne waarde worden geacht; want met deze werd de Rozenkrans op kwistige wijs door Onze Voorgangers en door Ons zelf verrijkt. Als door de handen der goedertierene Maagd uitgedeeld, zullen zij zeker grootelijks ten bate komen van de stervenden en afgestorvenen, opdat deze te spoediger den troost genieten van den begeerden vrede en van het eeuwig licht (Fidentem).

Moge de Maagd, volgens hare moederlijke liefde en mildheid, zoo groot een gunst ons schenken; en in ruil der kronen, in den Rozenkrans haar aangeboden, verleene zij ons haren bijstand ter overwinning van de vijanden onzer ziel, verwaardige zich genadig te zijn in leven en dood, en ons de zalige eeuwigheid te verwerven.

59

ocr page 83

HOOFDSTUK XI.

HOE VOORTREFFELIJK DE ROZENKRANS IS IN ZIJNE MYSTERIEN.

at wij door ons gebed Maria's hulp inroepen

vindt zij'n grond in hare waardigheid van Middelares der goddelijke genade, welke zij, om hare verhevenheid en verdiensten welbehagelijk aan God, en in macht alle heilige hemelingen te boven gaande, zonder ophouden voor ons uitoefent. Deze waardigheid nu wordt wellicht in geen anderen vorm van gebed zoo zeer erkend, als in den Rozenkrans. Herhaaldelijk treedt daarin voor onze oogen hare innige deelname in het verlossingswerk der menschen, zoo duidelijk, alsof wij het als feit voor ons zagen. Dit nu bevordert de godsvrucht óp heerlijke wijze, in betrekking zoowel met onze overweging der opvolgende ge-

ocr page 84

hoofdstuk xi.

heimen, als met de gebeden die onze mond vromelijk spreekt

Het eerst bieden zich aan de blijde geheimen.

De Zoon Gods, tot de menschen afdalend, wordt mensch; maar Maria stemt hierin toe, en ontvangt van den H. Geest. Dan wordt Joannes in den schoot zijner moeder door eene wonderbare reini ging geheiligd; maar dit geschiedt op de begroeting van Maria, die na goddelijke ingeving hare nicht bezocht. Eindelijk wordt Christus de verzvach-ting der volkeren geboren, uit eene Maagd; en de herders en wijzen, eerstelingen des geloofs, komend met vrome haast tot Zijne kribbe, vinden het kind met Maria zijne moeder. Dat Kind laat Zich tem pelwaarts leiden, om Zich als offer openlijk aan God Zijnen Vader op te dragen ; maar door bediening Zijner Moeder wordt hij gesteld voor den Heer. Na het geheimvolle verlies van het Kind, zoekt zij Hem met angstige bezorgdheid, vindt Hem met onuitsprekelijke vreugde.

Niet anders spreken de droevige mysterien. In den hof van Gethsemani, waar Jesus beangst is en bedroefd tot den dood, en in het praetorium, waar hij met geesels wordt geslagen, met een doornenkroon doorstoken, tot de doodstraf veroordeeld, is wel is waar Maria niet, maar sinds lang reeds

6i

ocr page 85

hoofdstuk xi.

stond alles voor haar geest en voor haar hart. Als de Dienstmaagd des heeren had zij nederig haar moederschap aanvaard, zich in den tempel met haren Zoon aan God geofferd; en door dat tweevoudig feit was zij, van toen reeds, met Hem deelgenoote in de smartvolle boete voor het menschelijk geslacht ; en geen twijfel is mogelijk dat zij daardoor in hare ziel de allerbitterste angsten en pijnen van haren Zoon heeft mede geleden. In hare tegenwoordigheid overigens en voor hare oogen moest die offerande voltooid worden, waartoe zij zelve zoo edelmoedig het Offerlam had opgevoed. Dit nu treft ons in het laatste en roerendste der geheimen : Naast het Kruis van Jezus stond Zijne Moeder, die in hare onmetelijke liefde tot ons, om ons als hare kinderen te ontvangen, haar eigen goddelijk Kind vrijwillig der goddelijke gerechtigheid aanbood, stervend met Hem in haar hart, dat met een zwaard van weedom werd doorstoken.

In de nu volgende glorieuse mysterien, wordt die genadige bemiddeling der verhevene Maagd nog sprekender bevestigd. De glorie van haren Zoon, Verwinnaar van den Dood, geniet zij in stille blijdschap; haar moederhart volgt Hem bij Zijn terugkeer naar Zijn hemelsch koninkrijk ; maar hoe ook den hemel waardig, zij moet op aarde ver-

02

ocr page 86

HOOFDSTUK XI.

wijlen, als liefdevolle Troosteres der opluikende Kerk, als Leeraresse, die meer dan men bevroeden kan in de geheimvolle diepten der goddelijke wijsheid is doorgedrongen. 1) Daar echter het geheim der menschelijke verlossing niet voltooid is, vóór de door Christus beloofde Heilige Geest zal gekomen zijn, zien wij haar in de Opperzaal van Jerusalem, waar zij met de Apostelen vereenigd en voor hen smeekend met onuitsprekelijke verzuchtingen, de komst des Geestes verhaast met de volheid zijner vertroosting, die de hoogste gaaf is van Christus, de nimmer uit te putten schat. — Maar volkomen en eeuwigdurend zal hare bemiddelende voorbede worden voor ons, als zij het onsterfelijk leven is ingegaan. Wij aanschouwen haar uit dit dal van tranen, opgenomen in de heilige stad Jerusalem, door de koren der engelen omstuwd; en wij vereeren haar hoog verheven in de glorie der zaligen, door haren Zoon met den sterren-diadeem begiftigd, bij Hem zetelend als Soevereine Vorstin van het Heelal.

In deze aaneenschakeling van geheimen blinkt heerlijk uit het raadsbesluit Gods, het raadsbesluit van wijsheid en van barmhartigheid 2), en tevens

') S. Bernardus, de XII praerogativis B. M. V. n. 3.

S. Bernardus, Sermo in ativ. B. M. V. n. 6.

63

ocr page 87

HOOFDSTUK XI.

64

de grootheid der weldaden aan de Moedermaagd verschuldigd. Hunne beschouwing moet in ieder vreugde wekken, en de zekere hoop op de verwerving der goddelijke barmhartigheid en genadevolle liefde, door tusschenbede van Maria. (/«-cunda semper).

ocr page 88

HOOFDSTUK XII.

HOE UITSTEKEND DE ROZENKRANS IS IN ZIJNE MONDGEBEDEN.

In vollen samenklank met de mysteriën, streven ook de mondgebeden van den Rozenkrans naar hetzelfde doel: Gods barmhartigheid door Maria te verkrijgen.n vollen samenklank met de mysteriën, streven ook de mondgebeden van den Rozenkrans naar hetzelfde doel: Gods barmhartigheid door Maria te verkrijgen.

Vooraf gaat, als billijk is, het gebed des Heeren tot den hemelschen Vader. Na Hem door uitgelezen smeekingen te hebben aangeroepen, wenden wij ons, deemoedig biddend, van den troon Zijner Majesteit tot Maria. Hierin volgen wij de wet van alle gebed, vroeger reeds door Ons aangegeven, en door den heiligen Bernardinus van Senen in dezer voege uitgedrukt: Alle genade, die aan deze aarde wordt meegedeeld, bereikt ons langs een drievoudigen

ocr page 89

HOOFDSTUK XII.

trap. Zij daalt af van God tot Christus, van Christus tot Maria, van Maria op ons. ')

Op de laatste dezer trappen verwijlen wij, den Rozenkrans biddend, langduriger en met een zekere voorliefde, bij de tienvoudige herhaling van het Wees gegroet, als om daar grooter kracht en vertrouwen te verkrijgen ter bestijging der andere trappen, van Christus namelijk tot God den Vader. Zoo vele malen spreken wij dezelfde groetenis tot Maria, opdat onze zwakke en wijfelende smeeking door het zoo noodzakelijk vertrouwen worde ge-stevigd, haar vragend dat zij, als in onzen naam, God voor ons bidde. Voor God immers zullen onze stamelende klanken in behagelijkheid en kracht winnen, zoo zij ondersteund worden dooide beden van haar, die Hijzelf, zacht noodend, aanmoedigt: Dat uwe stem opkhnke in mijne ooren, want zoet is uwe stem. 2)

66

Om dezelfde reden keeren zoo dikwerf weder onze lofprijzingen, die hare roemvolle titels, waarom zij Middelaresse is, uitdrukken. Wij groeten haar, die genade vond bij God, en door Hem werd begiftigd met de volheid der genade, uit welker overvloed allen

•) Sermo VI in festis B. M. V. de Annunc. a. 1, c. 2. ■2) Cant. II. 14.

ocr page 90

HOOFDSTUK XII.

zouden putten; haar, in wie God door de innigst mogelijke vereeniging inwoont; haar, de gezegendsie der vrouwen, die alleen den vloek heeft weggenomen en gedragen de zegening ^; de gebenedijde vrucht haars lichaams Jesus, in Wien alle volken zrdlen gezegend worden. Haar eindelijk noemen wij Moeder Gods; en wat zal zij uit kracht van die verheven waardigheid niet voor ons zondaars vragen, wat mogen wij niet van haar hopen geheel ons leven door en in den laatsten doodstrijd onzer zielen ?

Alwie met vrome aandacht en een geloovig gemoed zich in die gebeden en de overweging dier geheimen vermeidt, zal zonder twijfel met klimmende bewondering het goddelijke plan onderkennen, in de verheven Maagd tot heil aller volkeren neergelegd, en met een levendig vertrouwen zich stellen onder de hoede van haar Moederhart, tot haar in S. Bernardus' taal sprekend: Gedenk, o aller goeder herenste Maagd Maria, dat het nooit ter wereld gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, uwe hulp afsmeekte, uwe voorspraak i7iriep, door U is verlaten geworden, (lucunda).

67

Welaan, gij allen, herders en kudden, neemt

') S. Thomas, op VIII. Super Salut. angel. n. 8.

ocr page 91

68

uwen toevlucht tot den bijstand der hoogverheven Maagd, bijzonderlijk gedurende hare Octobermaand. Laat niet af haar, gemeenschappelijk en elk voor zich, uwen lof, uwe beden en wenschen, één van zin, aan te bieden, en haar, die Moeder is van God en van ons, te vragen : Toon dat gij onze Moeder zijt. Hare moederlijke goedheid behoede geheel haar gezin tegen alle gevaar, geleide het tot waarachtig geluk, vooral bevestige het in heilige eenheid. Haar blik zie genadig neder op de katholieken van alle natiën, en geve hun, door de banden der heilige liefde vereenigd, den blijden en volhardenden moed om de eer hoog te houden van den godsdienst, waarin het verhevenst goed der maatschappij ligt opgesloten; zij wekke in hen heilige begeerten en strevingen, ze vermeerderend en vruchtbaar makend, en door hare voorbede bekronend met heerlijken uitslag. Mogen haar Moederhart treffen de overweging der mysteriën en de zoo veelvuldig herhaalde gebeden in den Rozenkrans; vermoge dit de ééne deemoedig smeekende stem der christen-volkeren; vermoge dit ook de stem van Ons, die tot Onzen laatsten ademtocht zal blijven roepen: Toon dat gij onze Moeder zijt! {Adiutricein).

ocr page 92

HOOFDSTUK XIII.

HOE NOODZAKELIJK EEN VOLHARDEND GEBED IS.

pand tevens der goddelijke barmhartigheid,

e heilzame geest van gebed, gave en onder

dien God beloofd heeft uit te zullen storten over het huis Davids en de bewoners van Jerusalem, leeft weliswaar altijd voort in de katholieke Kerk, maar blijkt dan vooral krachtiger de zielen te bewegen, als de menschen bewust worden dat een gewichtig tijdperk voor de Kerk of de maatschappij gekomen is, of aan gaat breken. Immers geloof en godsdienstzin ontwaken gewoonlijk in kommervolle omstandigheden; hoe minder menschelijke hulp zich doet gevoelen, te duidelijker wordt dan de noodzakelijkheid der goddelijke bescherming ingezien. — Ook Wij gaven blijk dezer overtuiging, toen Wij, door het aanhoudend lijden der Kerk en den algemeenen nood der tijden ontroerd, een be-

ocr page 93

HOOFDSTUK XIII.

roep deden op de vroomheid der Christenen, en in de Octobermaand de vereering en.aanroeping der heilige Maagd Maria door het Rozenkrans gebed hebben voorgeschreven. (Salutaris).

Daar nu de oorzaken, die Ons bewogen de godsvrucht der Christenen aan te vuren, blijven voortbestaan, rekenden Wij het een plicht van Ons ambt, steeds dringender de christelijke volken te vermanen, dat zij, in het gebed, dat Rozenkrans van Maria genoemd wordt, volhardend, de machtige bescherming van Gods verheven Moeder waardig worden. Waar bij de bestrijders der katholieke zaak zulke hardnekkige vasthoudenheid aan hunne plannen gevonden wordt, mag toch zeker bij hare verdedigers geen mindere vastheid zijn van wil, te meer daar dikwerf de hemelsche hulp en goddelijke gunsten het loon zijn onzer stand vastigheid. — Hier geeft het pas, het voorbeeld te herdenken van Judith, die, voorafbeelding der allerheiligste Maagd, zich tegen het dwaze ongeduld der joden verzette, toen deze volgens eigen kortzichtigheid voor God den dag wilden vaststellen, waarop Hij de belegerde stad moest te hulp komen. Wij moeten opzien naar het voorbeeld der Apostelen, die de hun beloofde hooge gave des Troosters verbeidden, eensgezind volhardend in

7°

ocr page 94

HOOFDSTUK XIII.

71

het gebed met Maria, de Moeder van Jesus. Want nu ook gaat het om een zaak van het grootst en gewichtigst belang: de oude en sluwe vijand moet van de hoogte zijner macht neergeslagen; de vrijheid der Kerk en van haar Opperhoofd opgeëischt; de heilige goederen bewaard en beschermd, waarop rust en welzijn der menschen-maatschappij moeten gegrondvest zijn. {Superiore anno).

Daarom blijkt het, en met eiken dag wordt het bevestigd, hoe gebiedend noodzakelijk het den katholieken is tot God te bidden met ijver en volharding; zonder ophouden '); en dit niet enkel in 't verborgen, maar openlijk, in de tempels vergaderd ; vurig smeekend dat God volgens Zijne voorziende liefde de Kerk van de weerstrevende en kwade inenschrn 2) bevrijde, en de verdwaasde volken door Christus' licht en liefde tot inzicht en inkeer terugvoere. — Wonderbaar schouwspel, dat de menschelijke denkkracht op de proef stelt! De wereld sleept haar zorgvol bestaan voort, door rijkdom, macht, wapenen, vernuft gesteund : maar met vasten, rustigen gang schrijdt de Kerk de eeuwen door, alleen op God betrouwend, tot Wien, biddend

') I Thess. V, 17. «) II Thess. Ill, 2

ocr page 95

HOOFDSTUK XIII.

des daags en des nachts, zij hare oogen en handen opheft. Want hoewel zij, door hooge voorzichtigheid geleid de menschelijke hulpmiddelen, welke onder Gods leiding de tijd aanbiedt, niet afstoot; stelt zij niet daarop, maar op hare volhardende smeekbede tot God, hare krachtigste hoop. Daaruit put zij voedsel en steun voor hare hooge levenskracht; omdat zij — heerlijke vrucht van haar onophoudelijk gebed — door de wisseling der menschelijk dingen onberoerd, en in de blijvende vereeniging met de Godheid, het leven zelf van Christus den Heer bezit, en het in onverstoorlijke rust aan de geslachten meedeelt. Zij drukt in zich de gelijkenis uit van Christus zelf, in Wien de wreedheid der pijnen, voor het heil van allen ondergaan, niets kon ontnemen of verminderen der klaarheid en zaligheid, die Zijne goddelijke ziel genoot

Een krachtiger aansporing tot volharding in haar gebed vind de Kerk in het voorbeeld van Christus, die haar niet alleen door Zijne geboden maar voornamelijk door Zijne goddelijke daden in alle heiligheid wilde onderrichten en opvoeden. Geheel Zijn leven door heeft H ij herhaaldelijk in een innig gebed zich met Zijn hemelschen Vader vereenigd; maar in Zijne laatste ure, in Gethsemani's hof toen Hij, de

72

ocr page 96

HOOFDSTUK XIII.

ziel door een zee van bitterheid overstelpt, bedroefd was tot den dood, heeft Hij niet alleen gebeden, maar langdurig gebeden '). Niet voor zich bad Hij, daar Hij God is, niets vreezend, niets behoevend; maar voor ons, voor Zijne Kerk, wier toekomstige smeekingen en tranen Hij toen genadig in Zich opnam en vruchtbaar aan genade maakte.

Thans, nu een storm van kwaad verwoestend over de Kerk heenvaart, moeten al hare trouwe kinderen hun heiligen plicht beseffen, om met groo-ter ijver hun smeekingen aan te bieden en de middelen te overwegen, die daaraan de hoogste krachtdadigheid kunnen verzekeren. Volgen wij de voorbeelden van onze vaderen, die ons voorgingen in warmen godsdienstzin, en vluchten wij tot Maria onze heilige Meesteresse; roepen wij Maria, Christus' Moeder, aan, in een vereend gebed haar vragend :

Toon U onze Moeder!

Die, voor ons geboren,

Uwen Zoon zich noemde Moge om U ons hooien!

Dewijl nu uit de verschillende wijzen van vereering der goddelijke Moeder, wij bij voorkeur die moeten kiezen, welke om haar innerlijke waarde

«) Luc. XXII, 43.

2) Uit de Kerkhymne vAve Mai is Stellaquot;.

73

ocr page 97

HOOFDS'lUK XIII.

en hare behaaglijkheid aan Maria den voorrang hebben, wijzen Wij nadrukkelijk op het Rozenkransgebed, en bevelen zijn beoefening dringend aan. (Octobri mense).

Allen moeten, in deze voor de Kerk zoo droevige tijden, zich beijveren, dat het bidden van den Rozenkrans tot een heilige gewoonte worde, waaraan met vroomheid en standvastigheid worde vastgehouden. Om deze reden vooral: dewijl dat gebed volgens zijn aard zelf, al de geheimen onzes heils ons voor oogen houdend, uitnemend dient om den geest van geloof levend te bewaren.

Allen moeten tot Maria gaan, tot haar, die met het volste recht door de Kerk wordt geprezen als Draagster des heils, onze Hulp en Voorspraak, opdat zij goedertieren den bijstand geve, door hare geliefkoosde bede afgesmeekt, en ons tegen de onreine besmetting, die over de wereld rondwaart, beveilige. (Superiore anno).

74

ocr page 98

HOOFDSTUK XIV

HOE NOODZAKELIJK HET SAMENGAAN IS VAN HET

GEBED MET DE VERSTERVING

aarde te besturen, hebben Wij Ons toegelegd

an toen God Ons riep om Zijne Kerk op de

om alle middelen aan te wenden, die in Onze macht waren, en welke Wij dienstig achtten aan de heiliging der zielen en de uitbreiding van het Rijk van Jesus Christus. Geen volk of natie hebben Wij van Onze dagelijksche zorgen en arbeid uitgesloten, diep overtuigd, dat de Verlosser voor allen zijn kostbaar Bloed op het Kruis vergoten heeft, en voor allen het rijk van genade en glorie heeft geopend.

Maar omdat men het rijk van genade en glorie zonder gebed niet bezitten kan, en de uitwerking van het gebed te grooter en zekerder, naarmate de gesteltenis van den biddende heiliger is, hebbe

ocr page 99

HOOFDSTUK XIV.

Wij, tot het bidden van den Rozenkrans vermanend, tevens niet opgehouden, het volk, dat aan Onze zorgen is toevertrouwd, tot een krachtig, vurig en werkdadig geloof op te wekken, en het aangespoord om door boetvaardigheid tot de genade en de trouwe opvolging van alle christelijke plichten terug te keeren {Brief aan de Bisschoppen van Italië)

Door Ons ambt zoowel als door Onze vaderlijke liefde worden Wij bewogen, om van God, den Gever aller goederen, niet enkel den geest des gebeds maar ook den geest der heilige boetvaardigheid voor alle kinderen der Kerk te vragen ; tevens allen aanmanend zich die deugd, welke aan de andere zoo nauw verbonden is, eigen te maken.

Het gebed staalt de ziel, geeft haar kracht voor groote daden, heft haar tot het goddelijke op; de boetvaardigheid bewerkt dat wij heerschen over ons zei ven, over het logge lijf, dat om de erfzonde tegen de rede en de evangelische wet opstand pleegt Beide deugden hangen blijkbaar ten nauwste samen, bieden elkander steun, en streven naar het ééne doel; den mensch, voor den hemel geboren, losmaken van de vergankelijke dingen, en hem zooveel mogelijk tot een hemelschen omgang met God opheffen. Daarentegen, wiens gemoed door begeerlijkheid verteerd, door vermaak verweekt is,

/6

ocr page 100

HOOFDSTUK XIV.

hij walgt in de voosheid zijner ziel, van de zoetheden der hemelsche dingen; zijn gebed is niets dan een koude gevoellooze klank, onwaardig dat God het aanneme.

Vóór ons staan de voorbeelden van boetvaardig heid der Heiligen, wier gebeden en smeekingen, om die reden juist zoo groot behagen vonden bij God, en, naar de geschiedenis meldt, dikwerf wonderen werkten. Geest, gemoed en begeerten leidden, beheerschten zij voortdurend; met deemoedige onderwerping hingen zij blijvend de leer aan van Christus, volgden zij de vermaningen en voorschriften der Kerk. Hun leven was: niets willen, niets weigeren dan wat strookte met den bekenden Wil des Heeren; niets als doel van hun werken begeeren, dan Zijn meerdere eer; de begeerlijkheid met kracht onderdrukken, knakken; afstand doen van het vermaak, ook het geoorloofde, uit liefde tot de deugd. Wat Paulus van zich getuigde, konden zij met volle recht hem nazeggen: onze omgang is in den hemel 1); en hierin moet de oorzaak gezocht van de groote kracht hunner gebeden, ter verzoening van God en verkrijging van Zijne gunsten.

Dat niet allen dit vermogen en moeten, blijkt.

*) Philipp. Ill, 20.

77

ocr page 101

HOOFDSTUK XIV.

De regelen echter der goddelijke gerechtigheid, aan wie voor beleedigingen te voldoen strenge plicht is, eischen dat een ieder met een hem passende boete zijn leven en zeden kastijde; en oorbaar is het, dit te doen tijdens dit leven, door vrijwillige boetepleging, waaraan de waarde en het loon der deugd is verbonden.

Bovendien uit het feit dat wij allen deel uitmaken van, en leven in het mystieke lichaam van Christus, dat de Kerk is, volgt, gelijk S. Paulus leert, dat gelijk bij de vreugde van een lidmaat de andere ledematen zich medeverheugen, zoo ook deze bij treurnis moeten medetreuren. Wat beteekent; aan christene broeders die krank zijn in ziel of lichaam, moeten hunne broeders hulp betoonen en, naar hun vermogen, genezing brengen. Dat de leden gelijke zorg dragen voor elkander. En hetzij één lid lijdt, zoo lijden al de leden mede; hetzij één lid glorieert, zoo verblijden zich al de leden mede. En gij nu zijt het lichaam van Christus en leden onderling •quot;). Christus' voorbeeld na te volgen, die met onmetelijke liefde Zijn leven voor den loskoop van ons aller zonden heeft gegeven, en zoo eveneens de zonden van anderen tot uitboeting op ons te nemen, hierin, in dit hooge blijk ') I Cor. XII, 25-27.

7»

ocr page 102

HOOFDSTUK XIV.

van heilige liefde, ligt die gouden band der volmaaktheid, die de geloovigen onderling, en met de zalige hemelbewoners, en met God het innigst, vereenigt.

Ten slotte: de geest der heilige boetvaardigheid is in hare uitingen zoo verscheiden en vindingi ijk, strekt zich over zoo vele zaken uit, dat elkeen, mits met een vromen en krachtigen wil begaafd, die deugd vele malen en zonder eenig bezwaar in oefening kan brengen. (Oc.obri mcnse).

In de geloovigen, die er roem op dragen volgelingen van Jesus Christus te zijn, wone blijvend die geest van versterving; en zij die geest hun tot een levend beginsel In eene eeuw, waarin de menschen, zonder zich perken te stellen, jagen naar genot, is de openlijke beoefening der christelijke versterving plicht. Als de kinderen der duisternis geen schaamte toonen over hunne ondeugden, is het dan passend dat de kinderen des lichts zich schamen openlijk te getuigen voor het Evangelie en zijne voorschriften?

Mochten alle ware kinderen der Kerk in de devotie tot den Rozenkrans versterking vinden voor hunnen geloofsmoed; en in de mysteriën van Jesus en Maria een blijvende aansporing vinden om den weg van 's Heeren geboden te bewandelen, en een verstorven en boetvaardig leven te leiden.

79

ocr page 103

g iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiii!iiii:;iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii;'iiiiiiiiiiiE ■ rjl?? ü

3llllimillllllllllilllllllllllllllllllllllllllillllllllltlllllllllllllllllllllllllillllillliilllilllllllliiliilliiiiiiililiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii;iiiiiiiiiiiiiiP

HOOFDSTUK XV,

REDENEN WAAROM OXZE GEBEDEN NIET AANSTONDS VERHOORD WORDEN.

gelijk Wij die verklaarden, wel aannemen, doch,

r zijn personen, die de leer over het gebed.

ziende dat, wat verhoopt werd, vooral de rust en vrede der Kerk, nog niet is verkregen, meenend wellicht dat de tijden eer verslimmeren, in hun lusteloosheid en gemis aan vertrouwen, den ijver en de liefde voor het gebed verliezen. Eerstens mogen dezen toezien en zich beijveren, dat hun gebeden, volgens Christus' voorschriften, met de vereischte deugd en gesteltenis zijn getooid. Dit zoo zijnde, moeten zij inzien dat het onwaardig is en onrechtmatig, aan God tijd en wijze Zijner tus-scbenkomst te willen voorschrijven; aan God, die ons niet het geringste verschuldigd is, zoo weinig, dat wanneer Hij het gebed verhoort, en onze ver-

ocr page 104

HOOFDSTUK XV.

diensten bekroont, hij niets bekroont dan zijne eigene gaven, !) en dat Hij, zoo Hij ons, naar onzen wensch, niet verhoort, als een goede Vader wijselijk handelend met Zijne kinderen, medelijden heeft met hunne kortzichtigheid, en hun eigen geluk beoogt.

Nooit echter weigert God die gebeden, of laat ze onverhoord, die wij, in vereeniging met de heilige Hemelingen, Hem smeekend voor het heil der Kerk aanbieden, zoowel als zij tot doel hebben haar hoogste en onsterfelijke goederen, als wanneer zij vragen om de lagere en tijdelijke goederen, zoo ten minste deze de eersten niet beletten. Want aan deze gebeden komt eene oneindige waarde en kracht toe uit de verdiensten en het middelaarschap van Christus den Heer, die de Kerk heeft liefgehad en zich zeiven voor haar overgegeven, opdat Hij Haar heiligen zonde.... opdat Hij aan zich zoude voorstellen een heerlijke Kerk. 2j Hij is haar Hoogepriester, heilig, onschuldig, altijd levend om ons voor te spreke7L s). Wiens gebed, zooals wij door ons goddelijk geloof weten, altijd verhoord wordt.

Wat nu verder betreft de zichtbare en tijdelijke goederen der Kerk, zoo blijkt, dat zij menig-

') S. Augustinun. Ep. CXCIV al. 105 ad Sixtum, c. g, n ig.

s) Ephes. V, 25— 27.

3) Hebr VII, 25.

8l

6

ocr page 105

HOOFDSTUK XV.

werf wordt aangevallen door tegenstanders, die om hun boosheid, zoowel als hunne macht geducht zijn. Zij betreurt het dat door hen haar goed is geroofd, haar vrijheid verkort en onderdrukt, haar gezag ondermijnd en veracht, dat zij, metéén woord, op alle wijze schade lijdt en de uitingen van hun vijandelijken zin ondergaat. En als men vraagt waarom hunne boosaardigheid niet het gansche onheil heeft kunnen stichten, als waartoe hun opzet en streven leidden ; waarom, daartegenover, de Kerk, te midden dier beroering, in hare volle onverwelkte glorie en luister, immer uitschijnt en in zoo hooge mate bloeit, — dan vindt het juiste oordeel de hoofdoorzaak van dat tweevoudig feit in de kracht, die uitgaat van het gebed der Kerk tot God. Want de menschelijke rede kan niet afdoend verklaren, hoe het gebeurt, dat het geweld der goddeloozen binnen zulke vaste perken blijft bedwongen, de Kerk echter, van alle zijden geprest, zoo vol heerlijk zegepraalt.

Dezelfde orde, maar helderder uitschijnend, vinden wij terug in de verhouding der Kerk tot de geestelijke goederen, waarmede zij de menschen leidt tot de bereiking van hun eeuwig doel. Daar dit hare eigenlijke bestemming is, waartoe zij is ingesteld, moet zij door hare gebeden veel ver-

82

ocr page 106

HOOFDSTUK XV.

mogen, opdat de orde van Gods voorzienigheid en barmhartige liefde vervuld en volkomen worde; en de menschen, met en door de Kerk biddend, verdienen te ontvangen wat de Almachtige God vóór de eeuwen verordend heeft hun te geven. ') Nu duizelt de menschelijke rede voor de hoogten der voorziende raadsbesluiten Gods; maar eens zal het geschieden, als God naar Zijne goedertierenheid, de oorzaken en gevolgen der dingen zal openleggen: dan zal het blijken in de klaarheid van Zijn licht, wat ingrijpenden en heilbrengenden invloed het gebed op den loop der dingen heeft geoefend. Als een zijner heerlijkste gevolgen zal dan openbaar worden, hoe velen, levend in het bederf eener zedelooze eeuw, rein bleven en onverdorven van alle besmetting des vleesches en des gee sits, voleindigend de heiligmaking in de vreeze Gods 2); hoe anderen, reeds aan het punt gekomen dat het kwaad hen deed wankelen, er plotseling toe kwamen, pal te blijven, in het gevaar en de beproeving zelfs ver-stérking vonden hunner deugd; hoe in anderen nog, reeds gevallen, de ziel door een geheimen drang werd bewogen om op te staan en zich aan het ontfermend hart van God te gaan verbergen.

') S. Thorn. II-II. q. LXXXIIL a. 2 ex. S. Greg. M.

») II. Cor. VII, 1.

83

ocr page 107

HOOFDSTUK XV.

84

Dringend vermanen Wij daarom allen, dat zij, dit alles in hunne ziel overwegend, zich door de list des ouden vijands niet laten verblinden, en nooit, om welke reden ook, hun ijver voor het gebed opgeven, maar dat zij daarin volhardend blijven, blijven zonder ophouden. — Vóór alles richte zich hun gebed op de verwerving van het hoogste goed, het eeuwig heil van allen en de rust dei-Kerk; en dat zij daarna de andere goederen, die tot de instandhouding en veraangenaming van dit leven dienstig zijn, van God vragen, mits zij berusten in Zijn rechtvaardigen Wil, en Hem, den besten der Vaders, altijd danken, hetzij Hij in hun wenschen bewilligt, hetzij Hij ze onvervuld laat. Hun omgang met God eindelijk zij door die innig godsdienstige vroomheid bezield, welke passend is en plichtmatig, welke in de Heiligen woonde, waarmede onze allerheiligste Verlosser en Meester Zelf heeft gebeden met luid geroep en met tranen. 1 j (Octobn mense).

') Hebr. V, 7.

ocr page 108

HOOFDSTUK XVI.

OVER TWEE EIGENSCHAPPEN DES GEBEDS, IN DEN ROZENKRANS VOORTREFFELIJK VEREENIGD.

telen met woord en voorbeeld krachtiger

p niets hebben Christus de Heer en de Apos

aangedrongen dan op den plicht van het innig vroom gebed tot God. De Kerkvaders en Leeraren betuigen zijn noodzakelijkheid zoo krachtig, dat, naar hun zeggen, wie het verwaarloozen, vergeefs hopen de eeuwige zaligheid te bereiken. Hoewel nu voor ieder die bidt, uit kracht van het gebed zelf zoowel als uit Christus' belofte, de weg ter verhooring open staat, zoo ontvangt toch, gelijk ieder weet, het gebed eerst zijn volle kracht van twee zaken: van de standvastige volharding en van veler vereeniging tot één doel.

Op de eerste wijst de liefdevolle noodiging van

ocr page 109

HOOFDSTUK XVI.

Christus: Bidt, vraagt, klopt 1). Hier toont Hij Zich als een goeden Vader, die wel gaarne de wenschen Zijner kinderen verhooren wil, maar toch ook vermaak vindt in hun herhaalde beden, Zich als ware het vermoeien laat door hun aanhouden, om hunne harten vaster aan Zich te binden.

Van de tweede heeft onze Heer meermalen getuigd: Indien er twee van u samenstenimen op de aarde, over eenige zaak, die zij zouden mogen be-geeren, die zal hun geschieden van mijnen Vader, omdat, waar twee of drie vergaderd zijn in mijnen naam, daar ben ik in het midden van hen 2). Hierop steunt het kernig woord van Tertulliaan: Wij vergaderen in vereenigingen en samenkomsten, om met onze beden als met een leger God te omsingelen : dit geweld behaagt aan God3); en deze gedenkwaardige uitspraak van S. Thomas: Onmogelijk is dat de gebeden van velen niet verhoord worden, indien vele beden als tot één samensmelten 4).

Beide eigenschappen nu bezit de Rozenkrans op treffelijke wijs. Daarin toch, om van niet meer te gewagen, trachten wij door altijd dezelfde ge-.

86

1

') Matth. VII. 7.

2

2) Matth. XVIII, 19-20.

3

) Apologet. c. 39.

4

■*) In evang. Matth. c. 18.

ocr page 110

HOOFDSTUK XVI.

beden te herhalen van den hemelschen Vader het rijk Zijner genade en glorie af te smeeken; en de Moedermaagd vragen wij, telkens van nieuws aan, ons, met schuld beladen, te helpen door hare voorspraak in geheel ons leven, maar vooral in het laatste uur, als wij staan aan de poort der eeuwigheid.

Voor een gemeenschappelijk gebed is de Rozenkrans niet minder voortreffelijk geëigend; waarom hij dan ook terecht Psalter van Maria genoemd is. En ook thans moet nauwgezet nageleefd of op nieuw ingevoerd worden de vrome zede, die bij ons voorgeslacht als wet gold, toen de christelijke familiën, in de steden zoowel als op het land, het als een heiligen plicht beschouwden, om, bij het vallen van den avond, na het zware dagwerk, om het beeld der Maagd te vergaderen, en in den Rozenkrans, als in een beurtzang, haar te loven. In die trouwe en eendrachtige hulde haar welbehagen vindend, was zij dan in hun midden, als eene goede moeder in den kring harer kinderen, #en deelde de zegeningen uit van den huiselijken vrede, als een onderpand van den vrede des Hemels. [Fideniem).

Ook met ons zal Maria zijn; zij zal er vermaak in vinden te midden harer kinderen te toeven.

87

ocr page 111

HOOFDSTUK XVI.

zoo dezen, hunne vaderen navolgend, haar in den Rozenkrans vereeren. De hoogste gave des vredes zal ons gegeven, en als een kostbaar erfstuk in de familiën bewaard worden.

En de Moedermaagd, vol liefde en ontferming voor allen, moge op bijzondere wijze onder den mantel harer bescherming vereenigen hen, die haar eeren en aanroepen in den Rozenkrans.

88

ocr page 112

Illlllllllllllllllllllllllll, IIIl!lIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII||||||illllll|||||||||||I|||||||||||||||||||||I||||!l|||||||||||i;i|||||!||||||||||||||||||||||||ll||i:::il|||||]:

HOOFDSTUK XVII.

HOE KRACHTIG DE ROZENKRANS IS, GEMEENSCHAPPELIJK GEBEDEN.

Als een ster van hoop op naderend heil schittert in de zwarte duisternis van dwaling en zonde de godsvrucht en het vertrouwen, onder de christenvolken door de Rozenkransdevotie weer tot nieuw leven verrijzend, jegens de doorluchtige Moeder des Heeren, die in alle eeuwen eene machtige Hulpe was voor Kerk en maatschappij, tot fnuiking der vijandelijke, aardsche en helsche, machten. Ons woord, naar alle wereldstreken gedragen, is als een goddelijk zaad in goede aarde gevallen, en heeft allerwegels een ster van hoop op naderend heil schittert in de zwarte duisternis van dwaling en zonde de godsvrucht en het vertrouwen, onder de christenvolken door de Rozenkransdevotie weer tot nieuw leven verrijzend, jegens de doorluchtige Moeder des Heeren, die in alle eeuwen eene machtige Hulpe was voor Kerk en maatschappij, tot fnuiking der vijandelijke, aardsche en helsche, machten. Ons woord, naar alle wereldstreken gedragen, is als een goddelijk zaad in goede aarde gevallen, en heeft allerwege het honderdvoud voortgebracht. Over de gansche wereld worden door de geloovigen met hunne Heiders het feest en de maand van den Rozenkrans met blijdschap

ocr page 113

HOOFDSTUK XVII.

en opgewektheid gevierd, en van den opgang der zon tot haren ondergang stijgen vurige gebeden op tot Maria voor de redding der dwalenden en voor den zvvaren nood van Kerk en maatschappij. (Inter den sas).

Inderdaad, allen weten hoe noodzakelijk ons het gebed is, niet alsof wij daarmede verandering in de goddelijke raadsbesluiten kunnen brengen, maar, gelijk S. 'Gregorius zegt, opdat de rnenschen al vragende verdienen te ontvangen, wat de almachtige God vóór de eeuwen bepaald heeft hun te geven 1), en voegt S. Augustinus er bij, wie weet goed te bidden, weet ook goed te leven 2).

Maar dan ontvangt het gebed een nieuw vermogen om de hulp der. hemels te verwerven, wanneer het openbaar en 'volhardend door velen gestort wordt, die, eensgezind, als ware het een koor van smeeke-lingen vormen. Duidelijk blijkt dit uit de Handelingen der Apostelen, waar gezegd wordt dat Christus' leerlingen den beloofden Heiligen Geest bleven verwachten, volhardende eendrachtelijk in het gebed 3). Van een zoodanig gebed is de verhooring al lerzekerst. (A ugnstissimaé).

9°

1

') Dialog. 1. i. c 18.

2

) In. Psalm. nS.

3

) Act. I, 14

ocr page 114

HOOFDSTUK XVII.

91

Een ander schitterend voorbeeld, waaruit de kracht blijkt van het gemeenschappelijk gebed, en dat waard is aan de komende geslachten ter navolging te worden voorgesteld, geven ons de eerste geloovigen der nog jeugdige Kerk. Petrus, Plaats-bekleeder van Christus den Heer, Opperpriester der Kerk, was op bevel van den goddeloozen Herodes in de kerker geworpen, ter dood bestemd. Geen middel, geen menschelijk vermogen was er om hem te bevrijden. Maar wel was daar de hulp, die het devoot gebed van God verkrijgt; en de geheele Kerk bad voor hem allerdringendst, gelijk de heilige boeken verhalen: Maar door de Kerk werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan '). En te vuriger was hun aller gebed, vermits hun bezorgdheid bij zulk een ramp drukkender was. Hoe die gebeden verhoord zijn geworden, is overbekend ; het christelijk volk viert nog altijd met blijde gedachtenis de wonderbare verlossing van Petrus. (Octobri rnense).

Op gelijke wijze mogen Wij spreken over de krachtdadigheid van den Rozenkrans, in gemeenschap gebeden. Want niet zoo hadden de Roomsche Opperpriesters over de gansche Kerk hooge feesten

») Act. XII, 5.

ocr page 115

HOOFDSTUK XVII.

92

van den Rozenkrans uitgeschreven, noch het christelijk volk verzameld rond het altaar van Maria, als Koningin der Overwinning, indien geen wonderbare zegepralen waren behaald door de kracht van haren Rozenkrans. De kerkelijke annalen; de gedenkteekenen allerwegen opgericht; de dankbaarheid van honderde geslachten jegens Maria; de groote eer, waarin de Rozenkrans altoos gehouden werd; dat alles getuigt zijn wonderbaar vermogen. De volkomen nederlaag der Turken in de golf van Lepanto, en de glansrijke overwinningen in de vorige eeuw op dezelfde vijanden behaald, èn te Temeswar in Pannonie èn bij het eiland Corfü, waren meer het uitwerksel van den Rozenkrans, dan van de overmacht en den moed dei-strijders. Op het oogenblik van het grootst gevaar, toen de kans van oogenblikkelijken ondergang dreigde, bad de geheele Kerk, en, met den Rozenkrans in de handen, verhief zij haar dringende smeekingen tot Maria. Het christelijk volk, op de stem van hun Opperherder, die openbare en gemeenschappelijke bidoefeningen had voorgeschreven, in hun kerken plechtig bijeengekomen over alle deelen der wereld, richtte zich tot God en tot Maria met geen andere bede dan met den Rozenkrans; en met dien Rozenkrans werd God verbeden, het ge-

ocr page 116

HOOFDSTUK XVII.

vaar bezworen, de overwinning behaald, [Supremi. Atigustissitnae, passim).

Diep overtuigd, hoe veelvermogend het gemeenschappelijk gebed is, voelden Wij Ons gedrongen, om, naast de andere voorschriften die het Ons behaagde over den Rozenkrans te geven, ook uiting te geven aan „Onzen wensch, dat hij in de hoofd-„kerk van elk diocees dagelijks, in de parochie-„kerken op eiken feestdag, gebeden werd'quot; 1). Hoogst aangenaam is het Ons, zoo dit voorschrift trouw en ijverig wordt onderhouden; gelijk Wij ook met vreugde bemerken, dat die devotie zich ook uitbreidt tot andere openbare godsdienstplechtigheden, tot plechtige bedevaarten naar de merkwaardigste heilige plaatsen, welker toename Wij hoogelijk goedkeuren.

93

Er ligt daarenboven iets onuitsprekelijk zoets en heilzaams in die aaneensluiting van gebed en hulde aan Maria. Wij zelf hebben het in Ons gevoeld, en Ons hart bewaart er de zoete heugenis van, toen Wij, bij de gedenkwaardige gebeurtenissen van Ons Pontifikaat, ter Vatikaansche Basiliek opgingen, omringd door een ontzaglijke menigte uit alle standen, die met Ons vereend, met ééne ziel, ééne

') Litt. apost. Salutaris ille.

ocr page 117

HOOFDSTUK XVII.

stem, één vertrouwen, door de geheimen en gebeden van den Rozenkrans, vurig smeekten tot de machtige Hulpe der christenheid. (Fidentem).

Maar om te verkrijgen wat wij hopen, om meer nog Maria te bewegen, ons te helpen en te troosten, is het noodig met nog vuriger godsvrucht en vertrouwen te volharden in onze devotie tot den Rozenkrans, hem dagelijks te bidden in het huisgezin en in de kerk, waar velen te samen zijn. De wijze zijner samenstelling zelve, de gewone vorm waarin hij gebeden wordt, wijzen er op dat hij zich bijzonder tot een gemeenschappelijk gebed eigent.

Dan zal de verheven Koninginne, geprest, om het zoo te noemen, door het eendrachtig gebed van zoovelen harer kinderen, volgens de mate harer behaaglijkheid bij God, het rijk des Satans vernietigen; den geweldigen storm van rampen, die ons teistert, uitééndrijven; de vijanden van den godsdienst verwinnen; het heilig scheepje van Petrus, door de golven her- en derwaart geslingerd, in kalme zee leiden, en in aller harten den vrede doen herleven, [Inter densas).

94

ocr page 118

HOOFDSTUK XVIII.

hoe de kracht van den rozenkrans door

maria's voorbede verhoogd wordt.

oor het mysterie des Kruizes was de Verlossing van den mensch een feit, en de Kerk, het orgaan dier Verlossing, na Christus' glorieuse zegepraal, ingesteld en bevestigd. Van toen was een nieuwe orde van Gods Voorzienigheid over een nieuw herboren volk van kracht. Ons voegt, een eerbiedvollen blik te slaan in den goddelijken raad.

Toen de eeuwige Zoon Gods tot bevrijding en verheerlijking des menschen, de menschelijke natuur aannemend, Zich met haar in een mystieken echt verbond, behaagde het Hem de uitvoering van Zijn plan afhankelijk te maken van de vrije toestemming Zijner uitverkoren Moeder, die, in zekere mate, in haar persoon het menschelijk geslacht vertegenwoordigde. De leer van S. Thomas van Aquino

ocr page 119

HOOFDSTUK XVIII.

is even waar als schoon: God wachtte bij de boodschap des Engels de toestemming der maagd, die de plaats innam van geheel het menschdom. 1). Waaruit men tevens met recht en naar waarheid besluiten kan, dat uit den overrijken genadeschat, verworven door den Heer Jesus Christus, door VVien de genade en de waarheid geworden is 2), ons niets volgens het bestel Gods, dan door Maria wordt toebedeeld. Zoodat. gelijk niemand tot den Vader kan gaan dan door den Zoon, zoo ook in zekeren zin niemand tot Christus kan naderen dan door Maria.

Wat wijsheid en barmhartigheid schittert in dit raadsbesluit Gods! Hoe komt het 's menschen broosheid en wankelen zin te gemoet! Immers wij gelooven en prijzen Gods eindelooze goedheid, maar wij gelooven en vreezen tevens Zijn oneindige rechtvaardigheid; den liefdevollen Zaligmaker, Zijn bloed. Zijn leven prijsgevend, bieden wij onze wederliefde, maar ook wij duchten in Hem den onverbiddelijken Rechter. Wij derhalve, beangstigd door het bewustzijn onzer zondenschuld, hebben dringend behoefte aan een voorspreker en bescher mer, die, veelvermogend bij God, een hart bezit rijk

96

1

') S. Th. p. Ill, q. XXX, a. i.

2

) Johan. I, 17.

ocr page 120

HOOFDSTUK XVIII.

genoeg aan liefde, om niemand, zelfs den meest hopelooze niet, van zijne bescherming uit te sluiten, om al wie bedroefd is en gevallen tot de hoop op de goedertierenheid van God op te beuren.

Zij is het, Maria, de Hoogverhevene!

Ja, machtig is zij. Moeder van den almachtigen God; maar, zoeter nog is dit uit te spreken: zij is ook de genadige, de beminnelijke, de zeer mee-doogende. Zoo schonk God haar aan ons, en deed, haar tot Moeder van Zijn Eengeborene verkiezend, in haar hart dat moederlijk gevoel opleven, dat niets dan liefde en vergeving kent. Zoo wees Jesus Christus haar aan, toen het Hem behaagde aan haar, als een zoon aan zijne moeder, onderworpen te zijn en te gehoorzamen. Zoo predikte Hij haar van Zijn Kruis, toen Hij in Joannes den leerling, de geheele menschheid aan hare koesterende zorg vertrouwde. Zoo gaf zij zich zelve, toen zij die erfenis van onmetelijken arbeid, door haar stervenden Zoon nagelaten, met al de grootheid harer ziel aanvaardde, en van die ure de plichten van haar moederschap jegens allen begon te vervullen.

Dat. plan Gods, door Zijne liefdevolle barm hartigheid vastgesteld, en door het testament van Christus bekrachtigd, werd van den aanvang af door de heilige Apostelen en de eerste

7

97

ocr page 121

HOOFDSTUK XVIII.

Christenen met blijde ontroering geloofd; geloofd en geleeraard werd het door de eerbiedwaardige Kerkvaders, en eenstemmig door alle christelijke volken in alle eeuwen aanvaard; en, mochten ook al de gedenkstukken en -schriften der historie zwijgen, een stem zou uit elk christenhart opgaan en het welsprekend verkondigen.

Door het goddelijk geloof alleen worden wij met zoo machtigen drang tot Maria gevoerd, voelen wij ons zoo zacht tot haar getrokken. Niets is ons heilzamer en meer gewenscht, dan ons onder de trouwe schutse te stellen van haar, aan wie wij onze gedachten en handelingen, onze onschuld en onze boete, onze smarten en vreugden, onze gebeden en wenschen, al het onze geheel vertrouwen. Allen mogen door een blijmoedig vertrouwen versterkt zijn, dat, wat door ons onwaardigen Gode aangeboden. Hem min aangenaam mocht zijn, aan Zijne allerheiligste Moeder toevertrouwd, Hem het hoogste welbehagen geve.

De verheven geheimen, waarvan Wij tot nu spraken, zijn heerlijk saamgevat tot een grootsch geheel, en wonderbaar geordend in den Rozenkrans, waarin zij bijkans allen heenwijzen naar Maria. Zij is het tot wie de vrome Christen, dien heiligen krans biddend zich wendt; tot haar richt hij zijne

98

ocr page 122

HOOFDSTUK XVIII.

gebeden; om haar bewegen zich de gedachten van zijn verstand en al de gevoelens van zijn hart; op haar stelt hij zijn vertrouwen; door haar doet hij zijn gebeden brengen voor den troon van God, in de vaste hoop verhoord te worden. In dier voege, dat de Rozenkrans aan Maria alleen al zijn vruchtbare kracht ontleent, en de Koningin des hemels mag gezegd worden borg te staan voor de krachtdadigheid van dat gebed.

Dit was de reden waarom in de tijden, die zeer droevig waren voor de Kerk, en met de onze niet veel verschilden, op machtige aanbeveling en ingeving van Maria de Rozenkrans door den H. Patriarch Domi-nicus werd ingesteld, als een krachtig oorlogswapen ter bestrijding van de vijanden der Christenheid {Oc-tobri mensé); als een middel, om in 's Heeren kudde het geloof ongerept te bewaren, om de zielen, door het goddelijk Bloed vrijgekocht, van den weg des verderfs te weerhouden. {Inter plurimos).

De geloovigen, wanneer zij deze waarheden overwegen, terwijl daarbuiten de machten der hel een met eiken dag heftiger woedenden strijd voeren tegen de Kerk, mogen begrijpen, waarom Wij met zooveel ijver het Ons tot taak stelden eene devotie te verbreiden, die in de hand der allerheiligste Maagd zulk heilzaam middel is om haren weldoen-

99

ocr page 123

HOOFDSTUK XVIII.

den invloed op ons uit te oefenen; hoezeer het vertrouwen, de vereering moeten vermeerderd jegens de veel vermogende Moeder des Heeren, opdat zij, door den Rozenkrans aangeroepen, de christenwereld en den Apostolischen Stoel te hulp kome. Want, wij mogen het niet vergeten. God wil Zijne gunsten schenken niet alleen als een blijk Zijner goedheid, maar ook ah de vrucht Onzer volharding in het gebed. (Diuturnis, Salutaris UW).

In de volhardende oefening van deze godsvrucht: de steeds dieper gaande beschouwing van de grootsche mysteriën van Jesus en Maria, in den Rozenkrans vervat, — het christenvolk beseft het, — schuilt een groote kracht: zijn godsvrucht voelt het daardoor vermeerderd, zijn godsdienstzin opgewekt. Onmogelijk, dat iemand ongevoelig blijft, en in zich geen teedere liefde ontwaart voor eene zoo machtige en vrijgevige Moeder, die altijd bereid is om ons voor te spreken bij den troon van haar goddelijken Zoon.

Gaan wij daarom tot Maria, zonder vreeze of huivering, en doen wij smeekend een beroep op de moederlijke banden, die haar aan Jesus zoowel als aan ons hechten. Vragen wij met vromen zin haar bijstand, biddend tot haar op de wijze, die zij zelf ons aanwees, en die haar bovenal lief is;

IOO

ocr page 124

HOOFDSTUK XVIII.

IOI

kalm en blij te moe mogen wij dan rusten in de hoede van de beste der moeders. (Magnae Dei). Zij weet al wat wij behoeven, kan en wil bij ons blijven tot hulp en tot troost, en meedoogend zijn in ons leven, om ons te leiden naar de zalige eeuwigheid.

ocr page 125

!lIllli!lllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll|||||||||||||||||||ll|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||!i||||||||||||||||||i;i||IHn

................................................................................................................................................................................

HOOFDSTUK XIX.

HOE HET GEBED TOT MARIA IN HAREN ROZENKRANS OP GEENE WIJZE DE EER AAN GOD VERSCHULDIGD TE NA KOMT

e eer aan Maria bewezen in den Rozenkrans, de herhaalde bede om hare bescherming, is zoo weinig in strijd met de waardigheid Gods, alsof daaruit een grooter vertrouwen op Maria s hulp dan op de goddelijke macht zou blijken, dat wij integendeel juist daardoor God te meer en te gemakkelijker tot genade en ontferming bewegen.

Het katholiek geloof leert dat wij tot God niet alleen, ook tot de Heiligen moeten bidden. Met dit onderscheid echter: God vragen wij als de bron van alle goed, de Heiligen als voorsprekers. Op twee wijzen, zegt S. Thomas, kan men aan iemand zijn verzoek aanbieden: of opdat hij dit zelf inwillige, of wel opdat hij voor ons die inwilliging vrage. Op de eerste wijze bieden wij God alleen

ocr page 126

HOOFDSTUK XIX. IO3

onze gebeden aan, omdat al onze gebeden gericht moeten worden tot het verkrijgen der genade en der glorie ; en deze geeft God allee?!, zooals geschreven staat', „genade en glorie zal de Heer gevenquot; 1). Op de tweede wijs bidden wij ook tot de Engelen en Heiligen, niet zóó, opdat God door hunne bemiddeling wete wat wij vragen, maar opdat door hunne voorspraak en verdiensten onze gebeden hun doel bereiken. Daarom lezen wij nog in het boek der Openbaring, dat de gebeden der Heiligen, door engelenhanden gedragen, als wierookgeur voor Gods aanschijn opstijgen 1).

Wie nu, van allen die zetelen op de tronen dei-Zaligen, mag met de doorluchtige Moeder des Heeren vergeleken worden in verdiensten, en in macht om genaden te verwerven ? Wie als zij ziet zoo helder in het Eeuwig Wooid, wat ons kwellend wee, welke onze behoeften zijn ? Aan wie is zoo groot vermogen gegeven, om het hart van God te roeren ? Wie kan in moederlijke liefde zich aan haar meten?

Het staat dus vast dat wij tot de Heiligen niet op dezelfde wijze bidden als tot God, want aa7i de heilige Driecenheid vragen wij dat zij zich onzer ontferme, aan de heiligen echter, hoe hoog

•) Psalm LXXXIII, 12.

*) S Th. 2a 2ae. q. LXXXIII. a. 4.

ocr page 127

HOOFDSTUK XIX.

verheven zij ook zijn, dat zij voor ons bidden '). Toch blijkt uit het voorgaande, hoe het gebed tot Maria eenige overeenkomst bezit met den eere-dienst, Gode bewezen; zoo zelfs dat de Kerk tot haar dezelfde woorden spreekt, waarmede zij tot God smeekt: Ontferm u over de zondaren, Pec-catorum miserere.

Een schoone en goede daad verrichten daarom de geloovigen, wanneer zij in den Rozenkrans, voor Maria zooveel groetenissen en gebeden tot geurige bloemfestoenen samenstrengelen. Want zóó hoog is de verhevenheid van Maria, zóó machtig haar invloed bij God, dat wie genade behoeft en tot haar zijn toevlucht niet neemt, zonder vleugels tracht te vliegen. (Augustissimae).

ten christenziel vindt groote vreugde in de beschouwing van zoo vertroostende waarheden, in het bewustzijn dat geheel een geloovig volk tot de Moeder des Heeren opgaat, haar in den Rozenkrans eerend en hare meedoogende hulp inroepend. Maar tevens wordt zij tot weedom gestemd door de gedachte aan zoovelen die, het goddelijk geloof missend, Maria nooit begroeten, in Maria geene moeder hebben. Grooter nog is haar mede-

') ibid.

ocr page 128

HOOFDSTUK XIX.

lijden met hen, die, hoewel zij het heilig geloof nog niet verloren, de vrome en goede Christenen van te groote Maria-vereering durven beschuldigen. {Octobri). Het is eene krenkende beleediging der liefde, die met elk kinderhart is saamgegroeid, het vertrouwen der christenheid op den bijstand dei-Moedermaagd als overdreven voor te stellen en te berispen.

Zeker, de naam en het ambt van volmaakten Middelaar komen niemand toe dan aan Christus, die, God en mensch beide, het menschelijk geslacht met Zijn Vader verzoende, Hij alleen: Eén is de

middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Je sus, die zich zelveti tot losprijs voor alloi gegeven heeft. ')

Echter volgens het woord van den Engelachtigen

Leeraar, is er mets tegen dat sommigen in zekere

mate middelaars genoemd worden tusschen God en

de menschen, voor zoover zij door hunne bediening

lt;igt;

medewerken, om de vereeniging van den mensch met God voor te bereiden -), hoedanigen zijn de engelen en heiligen, de profeten en priesters van het Oud en Nieuw Verbond. En indien dit waar is, moet zonder twijfel die roemvolle, die heerlijke bediening

') I Tim. II, 5—6.

') S. Th. Ill q. XXX, aa 1. 2.

ICS

ocr page 129

HOOFDSTUK XIX.

in de hoogste mate aan de Verhevenste der maagden toegekend. Immers kan er niemand gedacht, laat staan gevonden worden, die, als zij, zooveel bijdroeg of bijdragen zal tot verzoening van God met de menschen. Zij heeft den menschen, die hun eeuwigen ondergang te gemoet ijlden den Zaligmaker geschonken; en dit reeds van de ure af, dat zij, in naam der gansche menscliheid 1), de boodschap des geheimvollen vredes, door den Engel op gebracht, met hare wonderbare toestemming aanvaardde: Zij is het, uit wie Je sus geboren is, Zijn waarachtige Moeder, en daarom aangenomen en waardig bevonden om te zijn de Middelaresse tot den Middelaar.

Dewijl nu al deze mysteriën in den Rozenkrans in hunne volgorde aan de beschouwing en over-weging der vrome zielen worden voorgesteld, schitteren daar tevens de groote verdiensten uit van Maiia met betrekking tot onze verzoening en ons heil.

io6

Onmogelijk is, geene teedere aandoening in zich te ontwaren, als men naar haar opziet, terwijl zij in het huis van Elizabeth, als bedienares der goddelijke genadegaven, verschijnt, terwijl zij haren

«) S Th III q. XXX. a. i.

ocr page 130

HOOFDSTUK XIX.

Zoon aan de herders, de koningen, aan Simeon toont. Maar hoe ons gevoel weer te geven, als wij overdenken, dat het bloed van Christus om onzentwil vergoten, Zijne ledematen, waarin Hij den Vader Zijne wonden, den prijs onzer bevrijding, toont, één is met het vleesch en het bloed der Maagd ? Want het vleesch van Jeszis is het vleesch van Maria; en hoe ook door de glorie der verrijzenis verheerlijkt, blijft het naar zijn natuur zoo, gelijk het uit Maria werd aangenomen. '') {Fidenteni).

Met hoe groote liefde dus moeten de geloovigen, in de diepste overtuiging hoeveel eere Maria toekomt, tot haar gaan; wat hoop en vertrouwen moet hen bezielen, nu zij weten eene Moeder te bezitten altijd bereid om naar onze smeekingen te luisteren, ons uit alle gevaar te redden, ons tegen onze vijanden te verdedigen! . . . . God, die in de overmaat zijner ontferming ons zulk eene Mid de-laresse gaf, 1) en wilde dat alles door Maria tot ons kome, 2) moge, door hare zoete voorbede bewogen, ons aller wenschen hooren, ons aller hoop vervullen. {Jucunda).

107

1

*) S. Bernarduf, de XII praerog. B. M. V. n. 2

2

) Id. Sermo in nativ. B M. V. n. 7.

ocr page 131

HOOFDSTUK XX.

HOE DE ROZENKRANS HET HART VAN MARIA BEWEEGT OM HULP EN TROOST TE BRENGEN.

e verhevenheid van den Rozenkrans blijkt te meer, als wij overdenken hoe groot zijn vermogen is, om in het hart van Gods Moeder genaderijke ontferming op te wekken.

Wat zoete blijdschap voor haar, op ons neer te zien, ons te hooren, terwijl wij deemoedige gebeden en heerlijke lofprijzingen tot een krans samenwin-den. Dat wij, zoo biddend, aan God de verschuldigde eer geven, de uitbreiding Zijner glorie wen-schen; dat wij betuigen niets te begeeren dan de vervulling Zijner wilsbesluiten; dat wij Zijn goedheid en milddadigheid prijzen, hem Vader noemend, en in het gevoel onzer onwaardigheid, om Zijne volheerlijke gaven smeeken; dat alles geeft wondere vreugd aan Maria, en om onze vroomheid

ocr page 132

HOOFDSTUK XX.

verheft zij den Heer. Want wij spreken tot God met een gebed, Zijner waardig, als wij Hem toespreken met het Onze Vader.

Aan datgene nu wat wij vragen, in zichzelf reeds uitnemend, en heerlijk zich aansluitend aan de christelijke deugden, geloof, hoop en liefde, komt nog een bijzonder gewicht toe uit een goddelijk bevel, dat ook de H. Maagd overdierbaar is. Want met onze stem schijnt samen te klinken de stem van Jesus zelf, haren Zoon, die datzelfde gebed met dezelfde woorden heeft opgesteld, het ons geleerd, en ons ten gebruike aanbevolen heeft, zeggende: Zoo nu zidt gij bidden 1). Wanneer Maria in de Rozenkransbede onze getrouwheid ziet aan dat goddelijk gebod, zal zij ongetwijfeld vol zorgzame liefde, zich tot ons neerbuigen; en, die mystieke gebeden-kransen met welbehagen aanvaardend, ons met een overrijk loon van genadegunsten beloonen.

Ook de eigenaardige samenstelling van den Rozenkrans zelf, die zoo volkomen aan de eischen van een goed gebed beantwoordt, werkt niet weinig mede om van hare milde goedheid voor ons veel te mogen hopen. Vele en velerlei dingen trachten gewoonlijk den zoo zwakken mensch in

*) Matth. VI, 9.

ocr page 133

HOOFDSTUK XX.

zijn gebed van God af te trekken, en zijn goede voornemens te verijdelen. Voor wie echter de zaak goed inziet, moet het duidelijk zijn, wat groote kracht van dat gebed moet uitgaan, zoowel om de ingetogenheid des geestes te bewaren en de traagheid des harten af te schudden, als tot opwekking van rouw over de zonden en verheffing der ziel tot het hemelsche.

Want, gelijk men weet, bestaat de Rozenkrans uit twee deelen die, hoewel gescheiden, toch wederom zeer nauw vereenigd zijn; de overweging der geheimen en het in woorden zich uitend mond-gebed. Hier blijkt uit dat de Rozenkrans van den mensch eene zeer bijzondere aandacht vergt, zulk eene namelijk, waardoor hij niet enkel zijn geest op God richt, maar daarbij in het beschouwen en overwegen der hemelsche dingen verwijlt op eene wijze, die hem ook de regelen ter verbetering van zijn wandel, en voeding zijner godsvrucht verschaft. Grooter toch en meer wonderbaar bestaat niets ter wereld, dan die geheimen, waarin de volheid van het christelijk geloof is vervat, in welker licht en kracht, de waarheid, de gerechtigheid, de vrede, in eene nieuwe orde verbonden, en met blijde uitkomst over de aarde zijn uitgegaan.

Hiermede hangt ook de wijze samen, waarop

IIO

ocr page 134

HOOFDSTUK XX.

die zeer verhevene dingen aan de vereerders van den Rozenkrans worden voorgesteld: op eene wijze namelijk, die zelfs aan het verstand der minst geletterden uitnemend voegt. Zoo immers is de Rozenkrans ingesteld, dat hij de hoofdpunten des geloofs en der katholieke leer niet ter bespiegeling aanbiedt, maar ze in levende feiten voor oogen stelt en te zien geeft. Die feiten, met de zelfde personen, in dezelfde tijden en plaatsen, als toen zij geschied zijn, voorgesteld, moeten daarom juist te meer en te heilzamer de ziel ontroeren. En dewijl zij in het christelijk gemoed, reeds van de prilste jeugd, zijn opgenomen en ingeprent, zoo kan ierier die het gebed liefheeft, alleen reeds bij het noemen van elk dei-mysteriën, zonder inspanning zijner verbeelding, met gedachten en gevoelens zich daarin vermeiden, en, onder Maria's zegen, den vruchtbaren dauw der hemelsche genade doen neerzijgen in zijne ziel.

Nog eene heerlijke eigenschap is er, waarom die krans, aan Maria zoo welbehagelijk, zoo der belooning waard is. Want in onze vrome overdenking van de drievoudige orde der mysteriën, openbaart zich op het duidelijkst al de aandoenlijke dankbaarheid van ons hart jegens haar: zoo immers belijden wij, dat de herdenking der wel-

ocr page 135

HOOFDSTUK XX.

I 12

daden, waardoor zij, in hare onuitputtelijke liefde, ons heil heeft bevorderd, ons nooit kan verzadigen. Ter nauw van verre kan onze gedachte vermoeden, wat nieuwe weelde en verrukking hare zalige ziel doorstroomt, als in haar bijzijn de gedachtenis aan zoo verheven zaken bij herhaling en met opge-wektheid wordt gevierd; wat teedere gevoelens van moederlijke voorzorg en mildheid dan in haar hart opwellen. En tevens ontvangt ons gebed, als vrucht dier overdenkingen, een warmer gloed, en groote kracht ter verhooring. Zoovele mysteriën overwogen worden, zoovele malen wordt telkens een nieuwe titel aangevoerd, waardoor de Moedermaagd op het krachtigst tot verhooring wordt verbeden. {hicundd).

ocr page 136

HOOFDSTUK XXI.

WELK KRACHTIG MIDDEL DE ROZENKRANS IS TOT BEHOUD DES GELOOFS.

Bij de hooge waarde die den Rozenkrans door zijne gebeden toekomt, voegt zich nog deze eigenschap, een zijner edelste, dat hij er op aangelegd is, om op bevattelijke wijze de hoofdpunten van het christelijk geloof te onderwijzen en in te scherpen.ij de hooge waarde die den Rozenkrans door zijne gebeden toekomt, voegt zich nog deze eigenschap, een zijner edelste, dat hij er op aangelegd is, om op bevattelijke wijze de hoofdpunten van het christelijk geloof te onderwijzen en in te scherpen.

Door het geloof allereerst nadert de mensch rechtstreeks en met zekerheid God, en leert Zijne onmetelijke majesteit. Zijne opperheerschappij, Zijne hoogste wijsheid, macht, voorzienigheid met geest en hart kennen en eeren: Die tot God komt moet gelooven a at hij is, en een belooner is der genen die hem zoeken 1). Dewijl nu de eeuwige Zoon Gods de menschelijke natuur heeft aangenomen, ons heeft

8

1

Hebr. XI, 6.

ocr page 137

HOOFDSTUK XXI.

voorgelicht en nabij, ons is, als de weg, de waar heid en het leven, moet ook ons geloof de mysteriën omvatten van de verheven Drieëenheid der goddelijke Personen, en der Menschwording van den Eengeborene des Vaders: Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen waarachtigen God, en Jesus Christus, dien gij gezonden hebt 1).

God begiftigde ons met een onschatbare weldaad, toen Hij ons het geloof schonk, waardoor wij niet alleen boven onze eigen natuur verheven, en als aanschouwers en deelgenooten werden der goddelijke natuur; maar in dat geloof bezitten wij ook de bron van heerlijke verdiensten voor de hemel-sche belooning Daarom ook wordt onze hoop gevoed en versterkt, dat wij eenmaal, niet meer in de schaduwbeelden der aardsche dingen, maar in Zijn hel schijnend licht. God aanschouwen, en eeuwig Hem, het hoogste goed, genieten mogen.

114

Maar door zoo verscheiden zorgen des levens wordt de christenmensch afgeleid en zoo licht dwaalt hij af naar het ijdele, dat, tenzij eene telkens herhaalde vermaning hem te hulp kome, hij in langzame vergetelheid het hoogste en noodzakelijkste uit het oog verliest, en daardoor ook zijn geloof

') Joan. XVII, 3.

ocr page 138

HOOFDSTUK XXI.

begint te kwijnen, tot stervens toe. Om dit zoo groot gevaar der onwetendheid in hare kinderen te verhoeden, laat de Kerk geen middel van waakzame bezorgdheid onbeproefd.

Nu vond zij een zeer krachtigen steun des ge-loofs in den Rozenkrans van Maria. In dezen toch worden, naast allerschoonste en vruchtbare gebeden, in vaste orde herhaald, achtereenvolgens de hoofdmysteriën van onzen godsdienst ter herdenking en beschouwing aangeboden. Eerst die, waarin het Woord is vleesch geworden, en Maria, ongerepte Maagd en Moeder beide, met heilige vreugde haar moederlijke zorgen aan haar Kind heeft gewijd. Dan Christus' zielsangsten, en pijnen, en marteldood, tot welken losprijs de Verlossing van ons geslacht is bewerkt. Zijne glorievolle geheimen eindelijk: Zijn zegepraal over den dood, en hemelvaart; de zending van den H. Geest; Maria's glanzende heerlijkheid bij hare komst in den hemel; ten laatste de eeuwige glorie aller Zaligen, deelend in de glorie van de Moeder en van den Zoon.

Deze aansluitende reeks der hoogste wonderen, wordt voor den geest der geloovigen herhaaldelijk en aanhoudend teruggeroepen, en als voor hunne blikken opgesteld; zoodat de Rozenkrans het hart van hen, die hem in heilige gesteltenis bidden.

quot;S

ocr page 139

HOOFDSTUK XXI.

met altijd nieuwe zoetheid van teedere godsvrucht overstroomt; hun gevoel ontroert, alsof zij de stem zelf der liefdevolle Moeder hoorden, die hun die mysteriën verklaart, en hun den weg toont des heils.

Niemand zal derhalve deze uitspraak overdreven achten, dat op plaatsen, in familiën, onder volken, waar de oude zede van het Rozenkransgebed in eere wordt gehouden, geen kwijning des geloofs door onwetendheid en verpestende dwalingen te duchten is. {Magnae Dei).

Een ander heilrijk gevolg, dat vooral onze tijden moet ten goede komen, stamt uit den Rozenkrans. Wij bedoelen dit: wanneer de goddelijke deugd des geloofs dagelijks aan vele gevaren en aanvallen blootstaat, biedt die devotie den christenen een krachtig werkend middel om zijn geloof te onderhouden en te stevigen.

De heilige Schriften noemen Christus akw legger en -voleinder des geloofs. ') — Grondlegger, omdat Hij de menschen onderrichtte in alles wat zij gelooven moeten, op de eerste plaats betrekkelijk Hemzelf, in Wien al de volheid der Godheid woont1), en hun door Zijne genade en de zalving

1

Coll. II, g.

ocr page 140

HOOFDSTUK XXI.

des H. Geestes goedgunstig de kracht geeft om te gelooven. Voleinder, omdat Hij de verborgen geheimen, in dit leven door een sluier heen gekend, voor hen open legt in den hemel, waar Hij de duisterheid des geloofs in de klaarheid der glorievolle schouwing zal doen overgaan.

In den Rozenkrans nu rijst voor ons in volle grootheid op de persoon van Christus. In vrome overdenking der mysteriën verzonken, zien wij Zijn leven: verborgen nog in de blijde geheimen; openbaar in Zijn werken, in Zijn bitter lijden tot den dood ; glorievol, aanvangend bij de zegepraal Zijner verrijzenis, vóórt durend tot in eeuwigheid aan de rechterhand Zijns Vaders.

117

En daar het geloof, zal het waardig en vol-krachtig zijn, zich in daden moet uiten, — ivant met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, en met den mond belijdt men ter zaligheid ^1) — zoo biedt ook hiertoe de Rozenkrans zijn vruchtbare hulp. Want in de mondgebeden waaruit hij is saamgevlochten, mogen wij betuigen ons geloof in God, in Zijne vaderlijke Voorzienigheid, in het onsterfelijk leven der toekomende eeuwen, in de vergiffenis der zonden; betuigen, dat wij vastelijk

«) Rom. X. lO.

ocr page 141

Il8 HOOFDSTUK XXI.

gelooven in de geheimen der verheven Drieëen-heid, de Menschwording des Woords, het goddelijk Moederschap van Maria, en andere leerstukken.

Op hoe hoogen prijs het geloof dient geschat, wat rijkdom van verdiensten het voorbrengt, dat weten allen. Het geloof is 'die uitgelezen kiem, waaruit voor dit leven de bloemen aller deugden, welke ons aan God doen behagen, opranken; die vruchten doet rijpen van eeuwige duurzaamheid. Want U te kennen is de voleinding der r echtvaar-digheid; uw macht te kennen is de wortel der ok-sterfelijkluid '). (Fidentem).

lt;) Sap XV, 3.

ocr page 142

****** ******•»• *********** 1 ** •*■(£

HOOFDSTUK XXII.

DAT DE ROZENKRANS EEN SCHOOL DER DEUGDEN IS EN VRUCHTEN VAN BOETVAARDIGHEID VOORTBRENGT.

p een ander groot voordeel, dat de Kerk vurig wenscht aan hare kinderen uit den Rozenkrans te doen toekomen, dient hier gewezen: zijn krachtige medehulp namelijk, om hun leven en zeden naar de regelen en voorschiiften des ge-loofs zoo volkomen mogelijk in te richten

Immers de goddelijke uitspraak is voor allen een vaste wet, dat het geloof zonder de werken dood is, ') dewijl het geloof zijn bezieling en leven put uit de liefde, en de liefde vruchtbaar is aan goede werken. Tot niets derhalve zal het geloof den Christen van nut zijn ter bereiking der eeuwige goederen, zoo zijn levensgedrag er niet aan beant-

1

Jac. II, ïo.

ocr page 143

HOOFDSTUK XXII.

woordt: Wa/ zal het baten, mijne broeders, zoo iemand al betuigt het geloof te bezitten, zoo hij de werken niet heeft ? Zal dan het geloof hem zalig kunnen maken? ') Zulke menschen zullen integendeel door Christus den Rechter strenger berispt worden dan de ongelukkigen, die de katholieke geloofs- en zedeleer nooit kenden. Deze toch begaan niet, als gene, de lafheid anders te gelooven, anders te leven, maar, het licht des Evangelies ontberend, hebben zij wellicht meer verontschuldiging, en zeker minder schuld.

Opdat dus het geloof, door ons beleden, tot een blijden oogst van heerlijke vruchten vruchtbaar zij, wordt door de mysteriën, met den geest in overweging aanschouwd, in het hart een wondere levensgloed ontstoken, en de liefde tot de deugden gewekt.

I 20

Want hoe glanst en schittert het voorbeeld van Christus ons tegen, tot in alle bijzonderheden van Zijn Verlossingsweik God, almachtig en groot, door matelooze liefde jegens ons gedreven, daalt af naar de laagten van ons menschenbestaan; met ons als een der onzen verkeert Hij, spreekt ons toe; Hij leert elkeen en de scharen, en onderricht hen in alle gerechtigheid, als verheven leeraar

') Ibid. II. 14

ocr page 144

HOOFDSTUK XXII.

door Zijn woord, als God door Zijn gezag. Aan allen geeft Hij Zich als hoogste gave weg, geheel; beurt de kranken op uit hunne lichaamssmarten ; geneest in Zijne vaderlijke ontferming het grievend zielewee. Wie door lijden beproefd, door het gewicht van kommer bezwaard zijn, hen allereerst noodigt Zijne stem dringend en zacht: Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ritst geven. 1) Dan, terwijl wij rusten in Zijne omarming, deelt Hij ons mede van het geheimnisvolle vuur, dat Hij den menschen brengen kwam, en doet in ons gemoed zachtkens druppelen iets van de minnelijkheid en den ootmoed Zijns harten; want met de mede-deeling dier deugden wil Hij ons deel geven aan den waren en hechten vrede, dien Hij alleen geeft; Leert van mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van harte; en gij zult ritst vinden voor mve zielen. 1)

Maar, voor dat licht der hemelsche wijsheid en die overmaat van weldaden, die de menschen dankbaar stemmen moest, draagt Hij hun haat en het grievehdst onrecht. Hij stort Zijn bloed, Zijn leven aan het kruis; niets begeert Hij dan hun het leven te geven door Zijnen dood.

121

Ondenkbaar is, dat iemand die deze hoogste

') Matth. XI, 28.

ocr page 145

HOOFDSTUK XXII.

liefdeblijken van Onzen zeer minnelijken Verlosser in de stille aandacht zijner ziel beschouwt en overpeinst, geen erkentelijke liefde jegens Hem in zijn hart voelt opvlammen. Meer nog: zóó ingrijpend moet de invloed zijn van een waar en beproefd geloof, dat het, na verlichting des geestes en machtige beweging des gemoeds, den geheelen mensch als door overmacht noodzaakt om, alle moeielijkheid trotsend, het voetspoor van den Christus te volgen, tot hij met Paulus luid getuigen mag: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus ? verdrukking, of benauwheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard'! .... 1) Ik leef, doch niet meer ik; maar Christus leeft in mij, 2i

Maar opdat wij, in het bewustzijn onzer natuurlijke broosheid, voor de navolging der meest verhevene voorbeelden, die Christus, God en mensch beide, in Zich toonde, niet terugschrikken, worden met de mysteriën van Gods Zoon ook de mysteriën Zijner allerheiligste Moeder voor de.oogen van onzen geest ter aanschouwing voorgesteld.

Wel stamt zij uit Davids koninklijk geslacht, maar niets rest haar meer van de macht en de

') Rom. VIll, 35.

*) Gal. II, 20

122

ocr page 146

HOOFDSTUK XXII.

123

glorie der vaderen. Stil leidt zij haar leven in het verborgene, in een nederig stadje, in nog nederiger huis; in haar afzondering en de geringheid van haar huisgezin te gelukkiger, daar zij vrijer haar zielevlucht kan nemen tot God, en Hem, haar hoogste goed, haar hoogste begeerte, onverdeeld kan toebehooren. — Doch de Heer is met haaien geeft haar de volheid zijner zaligende genade. Een boodschap, die uit den hemel daalt, wijst haar aan, uit wie, door de wonderwerking van den H. Geest, de verwachte Verlosser der volken, in ons menschelijk vleesch verschijnend, zal voortkomen. Hoe meer zij deze allerhoogste waardigheid bewondert, en als gave van den machtigen en goedertieren God erkent, te dieper buigt zij zich neder, daar zij van geen harer deugden bewust is; en Gods Moeder wordend, belijdt en wijdt zij zich met bereidwillig hart Zijne dienstmaagd. De heilige beloften voor God afgelegd, volbrengt zij op even heilige wijs, nu zij in eeuwige levensgemeenschap met haren Zoon Jesus is getreden, deelend in al Zijne vreugde, in al Zijne smarten. Zoo zal zij tot een hoogheid van glorie opstijgen, als nooit engel of mensch bereiken kan, daar niemand in verdiensten der deugden met haar kan vergeleken worden. Zoo blijft de vor-

ocr page 147

HOOFDSTUK XXII.

stinnekroon van heerschappij over hemel en aarde haar sieren, daar zij de onverwinlijke Koningin der Martelaren zijn zal. Zoo gekroond in de hemelsche Stad Gods, zetelt zij de eeuwen door naast haar Zoon, daar zij moedig in geheel haar leven, en met heldenmoed op Calvarië, den tot den rand gevulden beker der smarten met Hem zal drinken tot den bodem.

Ziet hoe onze in waarheid goede en voorziende God in Maria een voorbeeld van deugd heeft voorgesteld, dat aan onze zwakheid voegt. Tot haar oog en hart opheffend, wordt onze ziel niet neergedrukt, als vertwijfelend voor de verblindende stralen der Godheid, maar, tot haar, onze verwante naar de natuur, aangetrokken, zijn onze pogingen om haar na te volgen door groot vertrouwen bezield. En zoo wij met al ons vermogen, en door haar vooral bijgestaan, daarnaar trachten, zal het ons mogelijk worden in ons leven zoo groot eene deugd en heiligheid, althans in ruwe schetsen, uit te drukken; en hare wonderbare gelijkmoedigheid bij alle raadsbesluiten Gods navolgend, zullen wij haar volgen mogen naar den hemel. {Magnae Dei).

Hieraan sluit zich zeer passend eene andere gedachte, welke op die deugden doelt, wier beoefening het geloof met volle recht eischt. Daaronder

124

ocr page 148

HOOFDSTUK XXII.

behoort de boetvaardigheid, waarvan de onthouding, noodzakelijk en heilzaam om meer dan ééne reden, een onderdeel vormt. Nu is het waar dat de Kerk, te dezen opzichte, hare kinderen met steeds grooter toegeeflijkheid behandelt; maar op hen blijft toch de plicht rusten, om door andere werken van verdiensten deze moederlijke voorkomendheid te vergoeden. En ook om deze reden bevelen Wij dringend aan de oefening van den Rozenkrans, die, om de overweging vooral der smarten van Jesus en Zijne Moeder, goede vruchten van boetvaardigheid vermag voort te brengen. {Fidentenï).

Wij zijn pelgrims op weg naar den hemel. Laat

ons dien pelgrimstocht, hoe zwaar in zich zelf, hoe

nog door vele moeielijkheden verzwaard, met

hoogen moed doorzetten; en laten wij niet af, in

ons leed en onze matheid de handen smeekend

tot Maria te heffen en haar te bidden met de

woorden der Kerk: Tot 11 smeeken wij, zuchtend

en zveenend tn dit dal van tranen .. . Sla gij 2iwe

zoo barmhartige oogen op ons ^).

Geef een vlekloos leven.

Wil tot God ons leiden,

Dat wij, Jesus ziende,

Altijd ons verblijden. 2)

'i Salve Regina.

') Kerkhymne nAve Maria stellet.quot;

125

ocr page 149

HOOFDSTUK XXII.

126

En zij, die, vrij van alle bederf, toch de broosheid en boosheid onzer natuur kent, de beste en meest zorgvolle aller moeders, hoe bereidvaardig zal zij ons altijd te hulp komen, met wat liefde zal zij ons verkwikken, met wat kracht ons versterken ! Aan het eind van onzen weg, door het bloed van Christus en de tranen van Maria geheiligd, ligt voor ons open de uitgang, die ook de ingang is tot het deelgenootschap hunner allerzaligste glorie. (Magnae Dei).

ocr page 150

.....................................................................................................................................................................

HOOFDSTUK XXIII.

WELK KRACHTIG GENEESMIDDEL DE ROZENKRANS IS VOOR DE RAMPEN DER MODERNE MAATSCHAPPIJ, EN WEL 1°. OMDAT HIJ DEN TEGENZIN VOOR EEN INGETOGEN EN ARBEIDZAAM LEVEN BESTRIJDT.

Het is onze vaste overtuiging, dat de Rozenkransdevotie, mits zoo beoefend, dat zij' haar vollen krachtigen invloed kan doen gelden, van het hoogste nut is niet enkel voor elkeen in 't bij'zonder, maar ook voor de maatschappij'.et is onze vaste overtuiging, dat de Rozenkransdevotie, mits zoo beoefend, dat zij' haar vollen krachtigen invloed kan doen gelden, van het hoogste nut is niet enkel voor elkeen in 't bij'zonder, maar ook voor de maatschappij'.

Iedereen moet weten, hoe Wij' van de hooge roeping Onzer opperherderlijke bediening bewust, Ons hebben toegelegd op de verhooging van het maatschappelij'k welzijn, en hoe Wij bereid zijn, om daarheen, met Gods bijstand, al Onze zorgen te blijven wenden. Hen, wie het bestuur des volks is toevertrouwd, vermaanden wij dikwerf, geene wetten te maken noch toe te passen, die niet met de door God gestelde regelen Zijner rechtvaardig-

ocr page 151

HOOFDSTUK XX1I1.

heid samenstemmen; de burgers, die door vernuft, verdienste, of door adel en fortuin boven anderen uitsteken, hebben Wij herhaaldelijk op hun plicht gewezen, om, eensgezind en met vereende krachten, de hoogste en heiligste goederen der maatschappij te verdedigen en voor te staan.

Doch zooals thans die maatschappij is, zijn in haar maar al te veel oorzaken aanwezig, die de banden der openbare tucht los maken, en het volk beletten de verplichte eerbaarheid van zeden na te leven. Drie dezer oorzaken schijnen Ons een bijzonder heilloozen invloed te heBben op het gemeenschappelijk welzijn; en wel op de eerste plaats de tegenzin voor een ingetogen en arbeidzaam leven.

Wij betreuren het, — en zelfs zij, die alles beschouwen van natuurlijk standpunt, en terugbrengen tot stoffelijk voordeel, erkennen en beklagen het zonder moeite, — dat een diepe wonde is geslagen in de menschen-maatschappij, door de ver-waarloozing van die deugden en plichten, welke het gewone leven en het verkeer tot sieraad zijn. Vandaar dat in den huiselijken kring de kinderen in misdadigen opstand komen tegen den natuurlijken plicht van gehoorzaamheid, en zich kanten tegen alle opvoeding, die althans krachtige tucht oplegt en met tot verweekelijking voert.

128

ocr page 152

HOOFDSTUK XXIII.

Vandaar bij de werklieden afkeer van hun ambacht, vrees voor vermoeienden arbeid, ontevredenheid met hun lot, zucht naar standverheffing, ondoordachte hoop op gelijke verdeeling van goederen: en, bij velen hunner, het streven om hun geboortegrond te verlaten, en in de woelige verstrooingen der steden een overmatig genot te zoeken. Vandaar ook het verbroken evenwicht tusschen de verschillende standen der maatschappij: alles wankelend ; de gemoederen door twisten en veeten ontrust; het recht openlijk verkracht; velen eindelijk, door schijn^erwachtingen misleid, door oproer en onrust een aanslag plegend op den openbaren vrede, en zich verzettend tegen wie daarover waken moeten.

Tegen al dit kwaad zoeke men genezing in den Rozenkrans van Maria, die saamgesteld is uit een bepaalde orde van gebeden, en uit de vrome overweging der geheimen van Christus den Verlosser en Zijner H. Moeder.

Dat men slechts de blijde geheimen eenvoudig en voor het volk bevattelijk verhale, ze als schilderijen en uitbeeldingen der deugden den menschen voor oogen stelle, en iedereen moet zien, wat rijke, voor allen toegankelijke schat daarin wordt opengesteld van voorbeelden, die tot een braaf leven

9

129

ocr page 153

HOOFDSTUK XXIII.

opwekken, en de harten trekken om hunne wonderbare zoetheid.

Voor ons staat het huisje van Nazareth, de aard sche en toch goddelijke woning der heiligheid. Wat heerlijk voorbeeld wordt daar gevonden voor het dagelijksch leven! Welk volmaakt type van het huisgezin! Daar is eenvoud en reinheid van zeden; onverbrekelijke eenheid der zielen ; onverstoorbare orde; onderlinge eerbiedige hulpvaardigheid ; liefde eindelijk, niet gehuicheld en leugenachtig, maar die in wederzijdsche plichtsbetrachting opbloeit; alleen haar in werking te zien is een lust der oogen. Daar wordt gewerkt, ja, om wat voor het leven noodig is, voedsel en kleeding, te verkrijgen ; maar gewerkt in het zweet des aanschijns; gewerkt door hen die, met weinig tevreden, eer zich tot doel stellen, minder gebrek, dan meerder overvloed te hebben. En dit alles wordt overheerscht door de hoogste zielekalmte, door een gelijkmoedige blijdschap: beide trouwe gezellinnen van een geweten, dat zich bewust is goed te doen.

Wanneer nu de voorbeelden dezer deugden, van zedigheid en ootmoed, van gelatenheid in den arbeid en welwillendheid jegens anderen, van nauwgezetheid in de kleine plichten welke het dagelijksch leven eischt, en van andere, — wanneer al deze

13°

ocr page 154

HOOFDSTUK XXIII.

voorbeelden, aan het verstand voorgesteld, ook aanstonds, zachtkens maar ook diep, inwerken op de harten, dan moet er ook, zonder twijfel, in deze een gevvenschte omkeer van gevoelens en zeden geleidelijk plaats hebben. Niet verachtelijk en ondraaglijk zullen dan een ieder zijn plichten voorkomen, maar genotvol en aangenaam : en het plichtgevoel, door een zekere zoetheid bedauwd, zal met machtiger inspanning het goede doen. Daardoor zullen de zeden in alle uitingen zachter worden; de huiselijke haard zal de kweekplaats zijn van liefde en geneugten; de omgang met anderen zal winnen aan wederkeerige oprechte hoogachting en minzaamheid.

En wanneer dat alles zich uitbreidt van de personen op de familiën, op de steden, op geheel het volk, zóó dat allen hun leven daarnaar inrichten, dan moet daaruit blijken wat machtigen, heilvollen invloed de Rozenkrans heeft op de gansche maatschappij. {Laetitiae sanctae).

131

ocr page 155

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii'iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii'iiiiiiiiiiiii'iiiiniiü'ü. miimiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiimiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiniirimiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiH'

HOOFDSTUK XXIV.

WELK KRACHTIG MIDDEL DE ROZENKRANS IS 2°. OM DEN AFKEER VOOR HET LIJDEN TEGEN TE GAAN.

Er bestaat een ander heilloos kwaad, een bron Onzer steeds stijgende droefenis, namelijk: r bestaat een ander heilloos kwaad, een bron Onzer steeds stijgende droefenis, namelijk: de afkeer voor het lijden, een hardnekkig streven om aan 's levens onspoed en bitterheid te ontkomen.

Niet weinigen zijn er, die geen smaak meer vinden in die vredig-vrije gemoedsrust, heerlijk loon voor hen, die, voor geen gevaar of vermoeienis afdeinzend, hun plicht doen. Zij droomen voort over een hersenschimmigen geluksstaat der maatschappij, waar geen ellende meer is, waar alle levensgenot ligt opgestapeld. Blijkbaar moet die ongetoomde, hartstochtelijke zucht naar genot verderfelijk op de ziel werken, en zoo al niet hare geestkracht dooden, toch haar in die mate ontzenuwen, dat zij lafhartig de rampen van het leven

ocr page 156

HOOFDSTUK XXIV.

uit den weg treedt, of er ellendig onder bezwijkt.

Ook in dit ernstig geval mogen wij veel hulp verwachten, om de verslapte gemoederen te stevi-gen, van Maria's Rozenkrans, met zijn krachtig sprekende voorbeelden. Wanneer namelijk de stille en zoete beschouwing der droevige geheimen, in de prille kinderjaren reeds aangeleerd, later een vaste gewoonte wordt voor den christen.

Wij zien daar, hoe Christus, de grondlegger en voleinder des geloofs, begon te doen en te leer en; opdat wij, van al wat Hij ons menschen over het verdragen van lijden en afmattenden arbeid leeren zou, in Hem een voorbeeld zouden vinden, zoo volkomen, dat Hij wat het zwaarst is te dragen grootmoedig op Zich nam. Wij aanschouwen Hem door een angst aangegrepen, die een bloedig zweet uit Zijn ledematen prest. Wij zien Hem, als een misdadiger, in boeien geslagen; staande voor een rechtbank van booswichten ; door schandelijke be-leediging en lasterlijke aanklacht gehoond. Wij zien Hem met geesels geslagen; met doornen gekroond ; aan een kruis genageld; onwaardig geoordeeld te leven, waardig te sterven bij het moord-gehuil van het volk — Daarbij herdenken wij het wee Zijner allerheiligste Moeder, wier ziel een zwaard van droefheid niet enkel wondde, maar

133

ocr page 157

HOOFDSTUK XXIV.

doorboorde, zoodat zij, in naam en in waarheid, Moeder van smarten zijn zou.

Wie deze voorbeelden van zoo verheven deugd niet oppervlakkig, maar door herhaalde overdenking, aanschouwt, zal diens hart niet brandend worden om ze na te volgen? Laat de aarde hem gevloekt zijn, en distelen en doornen voortbrengen, laat zijn ziel door droefheid gedrukt, zijn lichaam door krankte gekweld worden: voor hem bestaat geen kwaad meer, door menschelijke boosheid, of dui-velsche list hem treffend; geen ramp, zijn eigen welzijn of dat der maatschappij belagend, waarover zijne lijdzaamheid niet zegeviert.

134

Juist en kernig is het woord ; Groote dingen te doen en te lijden is de taak eens christens, Facere ct pati fortia christianum est; een christen, een die het waarachtig is, kan nooit aflaten den lijdenden Christus te volgen. — Lijdzaamheid noemen Wij, niet dat vooze gepraal van een gemoed, dat zich tegen droefheid hardt, gelijk wij dat bij sommige oude wijsgeeren vinden; maar lijdzaamheid, welke haar toonbeeld vindt in Hem, die, toen vreugde hem werd voorgesteld, het Kruis heeft verdragen en de schande veracht1)] lijdzaamheid, welke, van Hem de nood-

') Hebr. XII, 2.

ocr page 158

HOOFDSTUK XXIV.

135

zakelijke hulp Zijner genade smeekend, geene smart afwijst, zelfs er vreugd in vindt; en al het lijden, hoe groot het ook zij, zich tot winst rekent.

In de katholieke Kerk vond men altijd, vindt men nog, verheven belijders en navolgers dezer leer; talrijke mannen en vrouwen uit eiken stand, die, het voetspoor volgend van Christus den Heer, voor deugd en godsdienst alle versmading en pijn hebben gedragen, door daden meer dan door woorden den uitroep van Thomas den Apostel herhalend: Laat ook ons gaan en sterven met Hem — O, mochten zulke daden van grootsche zielskracht thans op schitterende wijs steeds toenemen, waardoor de maatschappij aan vastheid, de Kerk aan innerlijke kracht en glorie winnen zal. (Laetitiae sanctae).

^ Joan. XI, 16.

ocr page 159

|iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii!tiiiiiii:iii:iiiiiiiii!i:ii;iiiiiiiiiiiiiiMiiiiiiiiiiiiiiitiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiig

565, *SIamp;, j5Iamp;, S

Êiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiijiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii;:iiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiii:iiiii!iiiiiiiiP

HOOFDSTUK XXV,

WELK KRACHTIG MIDDEL DE KOZENKRANS IS 3°. OM DE VERGETELHEID DER TOEKOMSTIGE GOEDEREN TE BESTRIJDEN.

og een derde kwaad, bron van vele verkeerdheden, valt er waar te nemen. Vooral bij onze tijdgenooten.

Want de menschen van vroegere eeuwen zoo zij al, in een misdadig leven, het aardsche liefhadden, kwamen toch bijna nooit tot verachting van het hemelsche. Hadden zelfs de heidensche wijzen niet geleerd, dat dit leven een huis was van doorgang, niet van vast verblijf; dat het ons gegeven was om er weinig tijds te toeven, niet om ons te vestigen? — Die thans leven, hoe ook in de christelijke wet onderwezen, jagen veelal het vluchtig goed van dezen tijd na in die mate, dat zij het beter vaderland in de zalige eeuwigheid niet enkel uit hun gedachten bannen, maar, ergerlijk genoeg, het

ocr page 160

HOOFDSTUK XXV.

geheel weggevaagd en vernietigd wenschten. Hen treft Paulus' vermaning niet meer: Wij hebben hier ge ene blijvende stede, maar de toekomende zoeken wij*).

Gaan wij de oorzaken van dit feit na, dan springt deze zeker het eerst in het oog: de bij velen vast staande overtuiging, dat de gedachte aan den hemel de liefde voor het aardsche vaderland doodt, en de maatschappelijke welvaart in den weg komt.

137

Hatelijker, dwazer kan wel niets gedacht worden! De aard immers der verhoopte, toekomende goederen is niet zoo, dat zij de geestelijke vermogens van den mensch voor zich uitsluitend opeischen, en hem alle zorg voor wereldsch goed ontzeggen. Ook Christus vermaande het rijk Gods te zoeken, wel als het eerste en hoogste, maar niet om daarmede het andere te verwaarloozen. Want zoo het gebruik van de zaken dezer aarde, en de gepaste genietingen, daaruit voortgekomen, dienen tot verhooging en tot loon der deugden; zoo de rijkdom en schittering der aardsche stede, die aan het onderling verkeer der stervelingen luister bijzet, een afspiegeling blijft van den rijkdom en de schittering der hemelsche stad; dan kan daarin niets gevonden worden wat voor met rede begaafde menschen niet

') Hebr. XII, 2.

ocr page 161

HOOFDSTUK XXV.

voegzaam is, of met het goddelijk wereldplan in weerspraak komt. Dezelfde God is oorzaak der natuur en der genade; niet opdat er tusschen beiden belemmering en strijd zoude zijn, maar opdat zij door een zekeren bond van vriendschap aaneengesloten, ons, onder hun vereende leiding, het makkelijkst pad zouden wijzen naar het onsterfelijk geluk, waartoe wij stervelingen geboren zijn.

Maar de menschen van het zinneleven, van het eigen ik, die al hun gedachten naar de laagten der vergankelijke dingen trekken, en zich niet hooger meer verheffen kunnen, vermogen zoo weinig van de genoten zichtbare goederen met hunne verlangens tot het eeuwige op te stijgen, dat zij den blik zelfs op de eeuwigheid verliezen. En daarmee zijn zij tot den onwaardigsten toestand vervallen. God zelfs kan bezwaarlijk iemand treffen met geweldiger straf, dan door toe te laten dat hij geheel zijn leven door. in vergetelheid der eeuwige goederen, zich aan wellustige genieting overgeeft.

Aan dit gevaar is niet blootgesteld al wie, de devotie tot den Rozenkrans beoefenend, de daarin voorgestelde glorieuze geheimen bij herhaling met aandachtige overweging beschouwt. Want het zijn die mysteriën waarvan het helderst licht afstraalt

13»

ocr page 162

HOOFDSTUK XXV.

over ons christelijk verstand. In de klaarheid van dat licht aanschouwen wij de goederen, die, hoewel voor ons lichamelijk oog verborgen, wij vastelijk gelooven dat God bereid heeft voor die Hein liefhebben.

Daar leeren wij dat de dood niet de vernietiging is, die alles verteert en verwoest, maar een overgang en verwisseling van leven. Wij leeren dat voor allen de weg des hemels open staat; en als wij Christus naar Zijn hemelrijk zien terugkeeren, herdenken wij Zijn heerlijke belofte: Ik ga n een plaats bereiden. Wij leeren dat de tijd zal komen, wanneer God alle tranen van onze oogen zal drogen, en dat er geen zuchten, geen kermen, geen smart meer zijn zal, maar wij altijd zullen zijn bij den Heer, gelijk aan God, omdat wij Hem zien zullen gelijk Hij is; wij gelaafd zullen zijn door den stroom Zijner geneugten, medeburgers der heiligen, in het zalig samenzijn met onze Koningin en Moeder

Wat warme gloed in een ziel, die zulke dingen overdenkt! Hoe zij haar gevoel uit in dien kreet van een grooten Heilige: Wat is de aarde mij een walg als ik den hemel aanschouw! Hoe zij dan den troost geniet, dat het lichte en ras voorbijgaande onzer verdrukking een eeimng gewicht van glorie in ons werkt ').

*) 2 Cor. IV, 17.

139

ocr page 163

HOOFDSTUK XXV

In waarheid, hier ligt de weg die dezen tijd met de eeuwigheid, de aardsche met de hemelsche stede vereenigt; die leer alleen kweekt krachtige en groote zielen. En zoo deze velen zijn, zal de luister en waardigheid der maatschappij vast staan ; bloeien zal wat waar, goed, schoon is, als uitgedrukt beeld van aller waarheid, goedheid en schoonheid hoogste beginsel en eeuwige bron. God.

Wat Wij bij den aanvang zeiden, moge thans aan ieder blijken; hoe vruchtbaar aan kostelijke goederen- de kracht is van den Rozenkrans, en wat hij wonderbaar veel vermag om het kwaad van onzen tijd te genezen, en de zware rampen der maatschappij af te wenden.

Dit is de hoop, die Ons voorlicht. Ons geleidt en, bij de zoo groote onheilen, die Wij voor Ons zien. Ons opbeurt. Moge zij, die eenmaal den Rozenkrans ons gaf en hem thans nog aan ons leert te bidden, de Moeder van God en der men-schen, op onze smeeking, die hoop in vervulling doen gaan. {Laetitiae Sanctae).

140

ocr page 164

.........................................................................................■iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiigiiiiiiiiiiiiiiimimiiiiiiiiiiiü::;;miü;:: Miiinmn;:^

iniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiimiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiniiiiiiiiiMiiiiiiiiiiii

HOOFDSTUK XXVI.

HOE DE ROZENKRANS, DOOR DE GODSVRUCHT TOT ST. JOSEF GESTEUND, VOOR DE HUISGEZINNEN DE BEWAARDER IS VAN DEN CHRISTE-

LIJKEN GEEST, EN VOOR DE KERK EEN SCHILD EN SCHUTSWEER.

Maria zoo wonderbaar vereenigd zijn zoowel een voortreffelijke vorm van gebeden, als een machtig middel tot behoud des geloofs, en een schitterende reeks voorbeelden van alle deugden, is het oorbaar in de hoogste mate, dat de ware christenen hem voortdurend nemen in hun handen, in hun hart, op hunne lippen. —

Meer dan aan anderen, bevelen Wij zijn vrome beoefening aan de godvruchtige Broederschap der Heilige Familie, die vroeger reeds door Ons geprezen en hoogelijk goedgekeurd werd. Wanneer immers het mysterie van het stil verborgen leven, door Christus onzen Heer vele jaren binnen de

aar in den éénen Rozenkrans der Maagd

ocr page 165

HOOFDSTUK XXVI.

muren van Nazareth's huis doorgebracht, als ware het de ziel vormt dezer Broederschap zoodat de huisgezinnen, daarin opgenomen, zich beijveren een beeld te zijn van het allerheiligst Huisgezin, door God zelf gevestigd, dan moet er ook blijkbaar tusschen die vereeniging en den Rozenkrans een zeer bijzondere band bestaan.

Vooral komt dit uit in Zijn blijde mysteriën, waar Jesus na de openbaring Zijner wijsheid in den tempel met Maria enjosef te Nazareth kivam en hun onderdanig was. daarin samenvattend en leerend, alle andere mysteriën welke den meesten invloed hebben op 's menschen onderrichting en zaligmaking. — Mochten dus alle leden dezer Broederschap begrijpen, hoe het hun vooral betaamt, warme vereerders en ijverige apostels van den Rozenkrans te zijn! (Magnae Dei).

Maar noodig is, God nog krachtiger te bewegen om ons gebed, in den Rozenkrans Hem aangeboden, met meer liefde te aanvaarden, en, door vele voorsprekers verbeden, te spoediger en milder bijstand aan Zijne Kerk te verleenen. Daarom achten Wij het van het hoogste nut, dat het volk zich wenne om met bijzondere godvrucht en groot vertrouwen, naast de maagdelijke Moeder Gods, ook haren allerzuiversten Bruidegom, den H. Josef aan te

142

ocr page 166

HOOFDSTUK XXVI.

roepen. Onze overtuiging, dat dit aan Maria zelf hoogst aangenaam zijn zal steunt op vaste gronden.

Hieruit moge blijken, wat Ons doel is, en hoezeer het Ons ter harte gaat, de verbreiding van het Rozenkransgebed nog aan eene andere verheven zaak te verbinden, die Wij met alle kracht willen bevorderen. Het geldt hier; S. Josef nooit te scheiden van Jesus en Maria. En dewijl het van zoo groot belang is, dat de vereering van dien Heilige diep geworteld zij in de zeden en instel lingen van het katholieke volk, willen Wij door Ons woord en Ons gezag krachtig daarop aandringen.

Dat de Kerk in S. Josef haren bijzonderen patroon vereert, en van zijne bescherming en voorspraak veel gunsten verwacht, vindt hierin vooral zijn oorzaak en verklaring, dat hij was man van Maria, en voedstervader van Jesus Christus. Daaruit stamt al zijn grootheid, zijn genade, zijn heiligheid, zijn glorie.

Uit die dubbele waardigheid vloeiden voor hem de plichten voort welke de natuur aan een vader des huisgezins oplegt; en dus hadden wet en natuur in Josefs handen gelegd de bewaking, de verzorging, de bescherming van het goddelijk huisgezin, waarvan hij het hoofd was. Die plichten,

143

ocr page 167

HOOFDSTUK XXVI.

die bediening heeft hij ook, zoolang zijn sterfelijk leven duurde, met de daad uitgeoefend. Al zijn zorgen, zijn hoogste liefde was gericht op de bescherming zijner vrouw en van het goddelijk Kind, dag aan dag. Door zijn arbeid hun de noodzakelijke levensbehoeften, voedsel en kleeding, te geven was hem een dierbare gewoonte. Het gevaar dat door Herodes' afgunst het leven van het Kind bedreigde, wendde hij af; zijn waakzaamheid vond Hem een veilige schuilplaats. Bij de ongemakken der reis en de bitterheid der ballingschap was hij steeds bij de Moedermaagd en bij Jesus, hun leidsman, hun helper, hun trooster.

In het goddelijk gezin nu, dat Josef als met vaderlijke macht bestuurde, leefden de eerstelingen der ontluikende Kerk. De allerheiligste Maagd, gelijk zij Moeder is van Jesus Christus, is evenzeer Moeder der christenen: allen toch heeft zij, op den Kalvarieberg staande, bij de bittere lijdensweeën van den Verlosser, gebaard. En Jesus Christus is der Christenen Eerstgeborene, wijl zij door aanneming en verlossing Zijn broeders zijn.

Dit is de oorzaak, waarom het hart van den allerheiligsten Josef zich aangetrokken voelt als tot zijne bijzondere beschermelingen, tot de geloovigen, die de Kerk vormen; tot die groote tallooze chris-

144

ocr page 168

HOOFDSTUK XXVI.

tenfamilie, over alle deelen der aarde verspreid Jevend, waarover hem, als man van Maria en vader van Jesus Christus een bijkans vaderlijk ge zag gegeven is. Billijk is het dus, en overeenkomstig de groote waardigheid van St. Jozef, dat, gelijk hij eertijds gewoon was het huisgezin te Nazareth met zijn heilige liefde in welke gebeurlijkheid ook te beveiligen, hij ook nu door zijn hemelsche voorbede de Kerk van Christus hoede en bescherme.

Allen, waar en wie zij ook zijn, hebben redenen te over om zich aan de trouwe bescherming van S. Jozef te bevelen, en zich op hem. te verlaten. De vaders der huisgezinnen vinden in Jozef een allerschitterendst voorbeeld van vaderlijke waakzaamheid en voorzorg; de gehuwden hun ideaal van liefde, eensgezindheid en echtelijke trouw; de maagden een toonbeeld en een bewaker tevens der ongerepte maagdelijkheid. De hoogste standen kunnen, met S. Jozefs leven voor oogen, leeren, ook bij tegenslag der fortuin hun waardigheid hoog te houden; de rijken inzien, welke goederen allereerst zij met al hun krachten begeeren en opzamelen moeten.

Maar de armen, de arbeiders, de misdeelden der fortuin, moeten, krachtens een in zekeren zin hun allen toekomend recht, tot Jozef vluchten, en

10

145

ocr page 169

HOOFDSTUK XXVI.

uit zijn leven een schat van deugden ter navolging lezen. Hij, van koninklijken bloede, en met Maria, de verhevenste en heiligste der vrouwen, in den echt verbonden, voedstervader van den Zoon Gods, brengt zijn levensjaren door met arbeiden en wint al wat tot onderhoud der zijnen noodzakelijk is, door zijn ambacht, het werk zijner handen.

Neen, naar waarheid gesproken, den stand der geringen mag niet meer de verachting treffen; de arbeid van den werkman, verre van een schande te zijn, kan, bezield door de deugd, geadeld worden. Jozef, tevreden met het weinige, dat het zijne was, heeft de ontbering, die zijn geringen staat verzelde, grootmoedig en gelijkmoedig gedragen; want vóór zich zag hij het voorbeeld van zijn Zoon, die. Heer van alles, de gestalte van een slaaf had aangenomen, en met vrijen wil armoede en ellende aanvaard.

De armen en allen die door handenarbeid in hun levensonderhoud voorzien, moeten van deze beschouwingen moed voor hun hart, en licht voor hun oordeel vragen. De rechtvaardigheid, zeker, verzet zich niet tegen hun streven naar lots- en standsverbetering ; maar nooit gedoogt zij, noch de gezonde rede, de orde, door Gods Voorzienigheid vastgesteld, omver te werpen. Wat meer is, tot

146

ocr page 170

HOOFDSTUK XXVI.

geweld over te gaan, en door oproer en samenscholingen een aanslag plegen op de bestaande orde is een dwaze opzet, daar de misstanden tot welker bestrijding men dit alles aangaat, er veelal door verergeren. De arme klasse moge dus, zoo zij wijs wil zijn, niet bouwen op de beloften van oproerige men-schen, maar op het voorbeeld en de voorbede van den heiligen Jozef, en op de moederlijke liefde der Kerk, die dag op dag grooter zorgen wijdt aan hun geluk.

Dewijl Wij van de devotie tot den H. Patriarch veel genaden verwachten voor de Kerk, hebben Wij vroeger reeds bevolen dat aan het bidden van den Rozenkrans in de maand October, het gebed tot S. Jozef worde toegevoegd.

Zeer loffelijk en heilzaam is de toewijding Van de maand Maart aan dien grooten' Heilige, door dagelijksche godvruchtige oefeningen te vieren, gelijk dit reeds op sommige plaatsen bestaat. Wen-schelijk is, dat, waar dit niet goed geschieden kan, in de hoofdkerk een triduüm van gebeden zijn feestdag voorafga. Wij vermanen allen om op de plaatsen, waar de negentiende Maart, de herinneringsdag van den Heilige, geen verplichte feestdag is, dien dag heilig te vieren, alsof hij dit was, ter eer van onzen hemelschen beschermer. (Quamquani pluries).

UZ

ocr page 171

HOOFDSTUK XXVII.

van maria's heilzamen invloed op het leven

en streven der kerk.

oezeer een gestadige bloei van de vereering

der hoogverheven Maagd, en haar toene

mende uitbreiding, aan het privaat en maatschappelijk leven ten goede komt, kan elkeen lichtelijk bevroeden, die opziet naar de hoogte van waardigheid en glorie, waarop God haar plaatste.

Hij heeft haar namelijk van eeuwigheid geordend om Moeder te worden van het Woord, dat de menschelijke natuur zou aannemen, haar daarom boven al het schoonste wat de drievoudige orde van natuur, genade en glorie bevat, zoo uitverkoren, dat de Kerk met volle recht op haar de woorden toepast: Uit den mond des Allerhoogsten ben ik uitgegaan, eerstgeborene vóór alle schepsel i}. En

») Eccli. XXIV, 5.

ocr page 172

HOOFDSTUK XXVII.

toen daarop de loop der eeuwen begon, werd zij voor de stamouders van het menschelijk geslacht na hun zondeval, en voor al hun door dezelfde zonde bevlekte afstammelingen, tot onderpand gesteld voor de herstelling des vredes en des heils.

Ook de eeniggeboren Zoon van God heeft de treffelijkste eerbewijzen aan Zijne allerheiligste Moeder gegeven. Want eerstens tijdens Zijn verborgen leven verrichtte Hij door hare bediening de twee eerste Zijner wonderen: het wonder der genade, toen op Maria's groetenis het kind van vreugde opsprong in den schoot van Elisabeth; het wonder der natuur, dat op de bruiloft van Kana het water in wijn veranderde. Vervolgens, toen Hij, aan het eind van Zijn openbaar leven, het Nieuw Verbond sloot en met Zijn goddelijk Bloed bezegelde, gaf Hij haar den leerling dien Hij liefhad met deze zeer minnelijke woorden: Ziedaar uwe Moeder. ')

149

Wij derhalve die, hoe onwaardig ook, de plaats en den persoon van Jesus Christus op aarde be-kleeden, zullen nooit ophouden den lof van zulk eene Moeder te verkondigen, zoolang het licht dezer aarde Ons nog beschijnen zal. En wel wetend,

') Joan XIX, 27.

ocr page 173

HOOFDSTUK XXVII.

dat dit Ons, door den last der jaren gebogen, niet lang meer vergund zal zijn, voelen Wij Ons gedrongen, om voor allen en een iegelijk Onzer Zonen in Christus, Zijne laatste aan het kruis gesproken woorden, die Hij Ons als Zijn testament naliet, te herhalen: Zietdaar uive Moedei-. Overgelukkig zullen Wij zijn als Onze vermaningen bewerkt zullen hebben, dat voor iederen geloovige de vereering van Maria het liefste en dierbaarste is van zijn leven, en men van elk kan zeggen, wat Joannes over zich zeiven schreef: De leerling ita?n haar tot zich !), (Augustissiniae).

Dat ieder Christen de Moeder van Jesus als de zijne beschouwt, haar bemint met die innig devote liefde waarmede Joannes haar tot zich nam, is plicht der dankbaarheid. Want de Kerk heeft altijd voor vast gehouden, dat Christus in Joannes de geheele menschheid aanwees; hen op de eerste plaats, die door het geloof met Hem verbonden zijn. Zoo zegt de H. Anselmus van Canterbury : Wat kan er hooger geschat worden, dan dat gij, o Maagd, moeder zijt van hen, tuier vader en broeder Christus is. 2)

') Joan. XIX. 27. '2j Or. 47, olim 46.

ocr page 174

HOOFDSTUK XXVII.

Grootmoedig heeft Maria deze uitverkoren en zwaarwichtige bediening op zich genomen, en, nadat de H. Geest, bij hare eerste daden in Jeru-salems opperzaal, haar daarin door Zijne zalving had bevestigd, ook uitgeoefend. Toen reeds sterkte zij wonderbaar de eerstelingen van het christenvolk door de heiligheid van haar voorbeeld, door het gezag van hare raadgeving, door de zoetheid harer vertroosting, door de kracht harer gebeden. Toen was zij waarlijk de moeder der Kerk, de leermeesteres en Koningin der apostelen, aan wie zij mededeelde van de goddelijke woorden, welke zij bewaarde in haar hart.

Maar geen woord kan naar waarheid melden, hoezeer haar invloed toenam in omvang en macht, toen zij tot de hoogste hoogte der hemelsche glorie, gelijk het hare waardigheid en schitterende verdiensten betaamde, was opgenomen bij haren Zoon. Van toen ving zij aan, volgens het raadsbesluit Gods, zóó over de Kerk te waken, zóó haar moederlijke hulp en bescherming aan ons te verleenen, dat zij, die eens medehulp was in het geheim der menschelijke verlossing, nu, met een bijna onmetelijke macht begiftigd, uitdeelster werd der genaden, voor alle eeuwen uit dat geheim voortgekomen.

Vandaar dat de christenzielen met recht als

ocr page 175

HOOFDSTUK XXVII.

door eene natuurlijke aandrift zich tot Maria voelen getrokken. Alle plannen en werken, alle angsten en vreugden leggen zij vertrouvvvol voor haar open; als kinderen bevelen zij zich en al wat zij hebben, aan hare zorgzame liefde. Vandaar die grootsche eeretitels, door alle volken over de gansche Kerk haar toegekend, en door de stem der eeuwen steeds vermeerderd. Men noemt haar, onder meer, onze meesteres, onze middelares 1), de herstelster der gansche aarde de machthebbende over de gaven Gods 2).

En daar het geloof, van alle goddelijke genaden, die den mensch boven de natuurlijke orde tot het eeuwige verheffen, de grondslag en het beginsel is, roemt men met recht de geheimvolle mede werking tot verwerving en heilzame volmaking dier godsgave, van haar, die den Grondlegger des geloofs heeft gebaard en zelve om haar geloof-M^ is geprezen: Niemand, o Hoogheilige, wordt met de kennis Gods begenadigd, dan door u; niemand gezaligd, dan door u, o Moeder Gods ; niemand bekomt genade int barmhartigheid, dan door u 3). En de bewering bevat niets over-

152

1

') Ü. HernarcLus, Serm. 2 de Adv. Dom. n 5.

2

) In off. graec. S decemb., post oden IX.

3

*) S. Gernianus Const., Or. 2 in dormit B. M V.

ocr page 176

HOOFDSTUK XXVII.

drevens, dat de snelle verbreiding der evangelische wijsheid en genademiddelen, en de invoering der nieuwe orde van gerechtigheid en vrede bij alle volken, trots de ontzachlijke hindernissen en moeilijkheden, aan hare leiding en bijstand moet toegekend. Deze gedachte ontroerde het gemoed van den H. Cyrillus van Alexandrië, toen hij de H. Maagd aldus biddend toesprak; Door u hebben de apostelen aan de volkeren het heil gepredikt. . . . ; door u wordt over de gansche aarde het kostbare kruis vereerd tn aanbeden . \ door n worden de duivelen verjaagd, en de viensch tot den hemel weer-geroepen; door u is alle schepsel, dat in de dwaling van den afgodendienst verstrikt was, bekeerd tot de kennis der waarheid; door u zijn de geloovigen tot den heiligen doop gekomen, en onder alle volken kerken gevestigd Ja zelfs, gelijk die Leeraar, Maria lovend, zegt, voerde en handhaafde zij den schep ter van het waar geloof2); dat is: haar waakzame zorg bewerkte, dat het katholiek geloof onder de volken onwankelbaar en onaangetast bleef bestaan, in zijn volle levenwekkende, vruchtbare kracht.

Talrijk en overbekend zijn de feiten, die, somwijlen op het schitterendst, dit bevestigd hebben.

') Hom. contra Nestorium.

3) Ibid.

153

ocr page 177

HOOFDSTUK XXVII.

Wanneer en waar ook de volken treurden, dat het geloof kwijnde door de traagheid der zielen, of door de besmetting van ellendige dwalingen gevaar liep, verscheen daar de verheven Maagd, goedertieren en helpend. Door haar verwekt en bezield, stonden er mannen op van schitterende heiligheid en van een apostolischen geest, die de aanslagen der god-deloozen afweerden, het vuur der christelijke vroomheid in de zielen weer ontstaken en hoog deden opvlammen Op één man, evenbeeld van velen, zij hier gewezen: Dominicus Gusman, die met heerlijken uitslag zijn arbeid wijdde aan die dubbele zending, steunend op de hulp van Maria's Rozenkrans.

Dat zeer veel van de verdiensten der Kerkvaders en Leeraars, van hun heerlijken arbeid voor de verdediging en verklaring der katholieke Waarheid, aan de Moeder Gods toekomt, daarover kan geen twijfel bestaan. Zelf erkennen zij met dankbaar gemoed, dat hun bij het neerschrijven hunner werken, de hemelsche raad bij .stroomen toevloeide van haar. Zetel der goddelijke wijsheid; dat door haar dus, niet door hen, de boosheid der dwaling werd verwonnen - De vorsten eindelijk en de Roomsche Opperpriesters, beiden bewaarders en bewakers des geloofs, hebben Maria's naam

154

ocr page 178

HOOFDSTUK XXVII.

aangeroepen, genen in den heiligen krijg, dezen bij het plechtig uitvaardigen hunner besluiten; en nooit zonder zijn macht en mildheid te ondervinden.

Wat ware, volheerlijke zin derhalve in die lofprijzing der Kerk en der Vaders tot Maria; IVres gegroet, o altijd welsprekende mond der Apostelen, hechte zml des geloofs, onbeiveeghjk bolwerk der Kerk. IVces gegroet, gij, door wie wij als burgers der ééne heilige. Katholieke en apostolische Kerk zijn ingeschreven 1). Gegroet, gij jontein, door goddelijke macht ontsloten, waaruit de stroomen der goddelijke wijsheid m de klare en zuivere golven des waren geloojs voortwellen, de dwalingen voor zich uiteen ■ drijvend ^). Verheug u, want over de gansche werela hebt gij alle ketterijen vernietigd, gij alleen 2). (Adiu-triceni).

155

1

*) S. Joan. Oamase., Or. in annunc. Dei Gen. n. g

2

quot;) Ex off. B. M. V

ocr page 179

giiiiiiiiiiiiiiiiliiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii:iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii:iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiE

HOOFDSTUK XXVIII.

DAT WIJ VAN MARIA DEN TERUGKEER DER DWALENDEN TOT DE EENHEID DER KERK MOGEN VERHOPEN,

et groot aandeel dat Maria genomen heeft

in de verbreiding, den strijd, de overwinnin

gen van het katholiek geloof, gunt ons een dieper blik in het heerlijk raadsbesluit Gods over haar, en moet den waren christen bemoedigen tot een blijde hoop op de verwerving van wat wij thans allen wenschen.

Op Maria vertrouwd, tot Maria gebeden! Wat zal zij niet vermogen, om de verhooring te bespoedigen onzer gebeden, voor een nieuwen jeugdigen bloei van den godsdienst: dat onder de christenvolken één belijdenis des geloofs de geesten, één band van volmaakte liefde de harten eendrachtig vereenige. Haar Eeniggeborene heeft voor die volken van den Vader de hoogste eenheid

ocr page 180

HOOFDSTUK XXVIII.

afgebeden, en hen door het doopsel geroepen tot het erfgoed des keils, tegen een onmetelijken prijs door Hem verworven. En zal Maria dan niet willen bewerken, dat zij allen, eensgezind in Zijn ivonder-baar licht wandelend, daarnaar trachten? Hoe zal zij niet al hare liefdevolle zorg aanwenden om de Kerk, Christus' Bruid, voor haren langen moei-zamen arbeid tot hereeniging harer kinderen te troosten, en om de gelukkige eenheid, heerlijke vrucht van haar moederschap, in de christelijke familie te volmaken ? — De blijde verwachting dat dit eenmaal geschieden zal, schijnt nog bevestigd door de warme overtuiging en het vertrouwen der vrome zielen, dat Maria de gelukkige band is, die allen, zoovelen Christus beminnen, machtig en teeder omknelt; hen aaneensluit tot een volk van broeders, met Christus' Plaatsbekleeder op aarde, den Roomschen Opperpriester, als met den alge-meenen Vader, in gehoorzaamheid verbonden.

Hier gaat onze gedachte als van zelf terug naaide grootsche voorbeelden van eenheid, in de oude jaarboeken der Kerk vermeld, om met voorliefde stil te staan bij de herinnering aan de Kerkvergadering van Ephese. Daar openbaart zich de eenheid des geloofs en de gemeenschap in het heilige, die toen ter tijde Oosten en Westen samenhield.

157

ocr page 181

HOOFDSTUK XXVIII.

in haar ongeëvenaarde rustige kracht en schitterende glorie. Toen de Vaders met hun gezag het dogma vaststelden, dat de heilige Maagd de Moeder is van God, verbreidde zich uit die diep godsdienstige stad, met de mare, een zelfde jubel over de gansche christelijke wereld, een algemeene feestvreugde, als men wellicht nooit meer zag. —

Al de redenen, waardoor het vertrouwen op de machtige en zeer goedertieren Maagd, de hoop dat door haar onze gebeden verhooring zullen vinden, gevoed en versterkt wordt, moeten als zoovele prikkels werken op den, door Ons zoo gewenschten, ijver der Katholieken om haar aan te roepen. Laten zij toch bedenken hoe plichtmatig dat is, hoe zegenrijk voor hen zeiven, hoe aangenaam en verblijdend het zeker zijn zal voor de gezegende Maagd. Want zóó betuigen zij dat zij, opgenomen in de eenheid des geloofs, de grootheid dezer weldaad naar waarde hoogschatten; maar ook dat het hun wil is haar heilig te bewaren.

Heerlijker blijk kunnen zij niet geven van hun broederlijken zin voor de dwalenden, dan hen krachtig bij te staan voor het herwinnen van het ééne allerhoogste goed. — Deze waarlijk christelijke broederliefde, altijd levend in de Kerk, placht haar hoogste kracht te vragen aan de Moeder

158

ocr page 182

HOOFDSTUK XXVIII.

Gods, de verheven beschermster des vredes en dei-eenheid. Zoo bad tot haar de H. Germanus van Constantinopel: de Christenen indachtig, uwe

dienaren zijn zij; beveel de gebeden aan van allen, stenn de hoop van allen ; bevestig gij' het geloof . Verbind de kerken in eenheid. ') Zoo smeeken tot haaide Grieken tot op dezen dag: O allerzuiverste, wie nooit eenige vrees weerhield tot uwen Zoon te naderen, vraag gij hem, o allerheiligste, dat Hij vrede geve aan de wereld, en alle kerken door een zelfde gezindheid beziele: en allen zullen wij u lof zingen. 2)

Een zeer eigenaardige reden voegt zich hieraan toe, waarom Maria het gebed voor de van de Kerk afgescheiden volken met bijzondere voorliefde aanhoort: de schitterende verdiensten die zij, en de Oosterlingen allereerst, zich bij Maria hebben verworven. Aan hen toch zijn wij een belangrijk deel van de verbreiding en verhooging harer vereering verschuldigd. Uit hen zijn weleer voortgekomen die beroemde mannen, die door de macht van hun gezag of hunne geschriften voor hare waardigheid opkwamen en ijverden; de redenaars, die in vurige

•) Or. hist in dormit. Deiparae.

■2) Men. V. Mail, post Oden IX de S. Irene V. M.

1 59

ocr page 183

HOOFDSTUK XXVIII.

i6o

en zoete taal haren lof verkondigden; de godgevallige keizerintien i), die het voorbeeld der allerreinste Maagd navolgden, haar milde schatten offerden; bij hen straalden haar tempels en heiligdommen in vorstelijke pracht.

Op eene zaak nog, die met het voorgaande samenhangt, wenschen Wij de aandacht te vestigen, tot glorie der H. Moeder. Bekend is dat, door invloed der tijdsomstandigheden, hare prachtige beelden bij menigte van het Oosten werden overgebracht naar het Westen, meer bijzonder naar Italië en naar de Eeuwige Stad. Met hoogen eerbied door onze vaderen ontvangen, werden zij luisterrijk vereerd, en het nageslacht bewaart ze met gelijke vroomheid als heilige gedenkstukken. Gaarne zien Wij in dit feit een liefdeteeken der zorgzame Moeder. Er schijnt uit te blijken, dat die beelden nog in ons midden zijn als getuigen der tijden toen de christen-familie allerwege volkomen was aaneengesloten; als minnelijke panden van het gemeenschappelijk erfgoed. Hun aanblik moet, als een zachte vermaning der heilige Maagd, de zielen opwekken tot vrome gedachtenis aan hen, die de katholieke Kerk tot de oude, vreugde-

') S Cyrill. Alex, De fide ad Pulcheriam.

ocr page 184

HOOFDSTUK XXVIII.

volle eenheid in hare moederarmen terugroept. (Adiutricem).

Het goddelijk Hart van Christus Jesus ontstak in Ons hart de vurige begeerte, die dag aan dag Onzen arbeidslust aanprikkelt, om met alle krachten de reeds aangevangen hereeniging .van allen, die buiten de Kerk leven, te bevorderen. Maar daarmede vergeten Wij niet, dat die volheerlijke eenheid door niets beter voorbereid en vaster toe gehaald kan worden dan door de kracht van heilige gebeden.

Als voorbeeld zien wij Christus zelf, die met deemoedige bede Zijnen Vader vraagde, dat Zijn jongeren en leerlingen in geloof en liefde één mochten zijn. — Hoeveel het gebed Zijner allerheiligste Moeder, om diezelfde eenheid te verwerven, vermag, daarvan geeft de geschiedenis der Apostelen een schitterend bewijs. Daar wordt verhaald hoe de eerste leerlingen van Christus vergaderd waren, en de beloofde volheid des heiligen Geestes afsmeekten en verbeidden; maar tevens vinden wij Maria's tegenwoordigheid, hare deelname in het gebed bijzonder vermeld; Deze allen waren \eeH dracht elijk volhardend in het bidden met Maria, de moeder van Jesus ').

*) Act. I, 14.

l6l

11

ocr page 185

HOOFDSTUK XXVIII.

Toen heeft de nieuw geboren Kerk, in haar hooge wijsheid, zich bij haar, de verheven beschermster en wachteres harer eenheid, biddend aangesloten. Daarom is het ook in hooge mate gewenscht, dat dit ook in onze tijden over de gansche katholieke wereld geschiede. Vooral gedurende de October-maand, welke Wij sinds lang reeds, ten einde de hulp der goddelijke Moeder in den tegenwoordigen rampspoed der Kerk te vragen, aan haar hebben toegewijd, en door plechtige oefening der Rozenkransbede geheiligd. —

Moge dus overal de ijver voor dat gebed ontvonken, en dit vooral beoogen: het herstel der heilige eenheid. In niets anders kan Maria meer behagen vinden en zich verlustigen Met Christus op het innigst verbonden, is haar vurigst verlangen, dat door éénzelfde geloof en door de volmaakte liefde, onderling en met Hem, verbonden zijn allen, die éénzelfde gave des doopsels hebben ontvangen.

102

Mogen de verheven mysteriën van datzelfde geloof, door de beoefening der Rozenkrans-devotie, zich dieper in de zielen griffen, met dit heerlijk gevolg, da/ wij navolgen wat zij ons leer en, en verwervm wat zij ons beloven. {Fidentem.)

') Gebed der Kerk op het Rozenkransfeest.

ocr page 186

HOOFDSTUK XXIX.

OVER HET GROOT VERTROUWEN DAT DE H. VADER IN DEN ROZENKRANS STELT ALS MIDDEL TOT HEREENIGING DER DWALENDE VOLKEN.

verwachten Wij van de kracht der Rozen

eer dan van alle andere vormen van gebed

kransdevotie overvloedigen bijstand voor het herstel der Christelijke eenheid en de uitbreiding van Christus' rijk.

Onze krachtige pogingen gelden immer, — meermalen reeds hebben Wij het gezegd, — den terugkeer der volken die van de Kerk zijn afgescheiden ; tevens hebben Wij het als Onze overtuiging uitgesproken, dat zoo die pogingen gelukkig bekroond worden. Wij het alleen van een vurig gebed tot den almachtigen God mogen verwachten. Als blijk van deze Onze overtuiging moet aangemerkt Onze vermaning, om op het Pinksterfeest tot dat doel bijzondere gebeden tot den heiligen Geest te

ocr page 187

HOOFDSTUK XXIX.

richten: welke vermaning trouwens allerwege met groote opgewektheid is opgevolga.

Doch in aanmerking genomen, van hoe groot gewicht en hoe vol bezwaren datgene is, wat Wij wenschen, hoe noodzakelijk ook de volharding is voor elke deugd, zoo kan hier treffend juist de vermaning gelden van den apostel: blijft volharden in het gebed En dit te meer, daar het gelukkig begin van uitvoering Onzer plannen met zachter drang tot die volharding uitnoodt.

164

Vroeger hebben Wij aangetoond dat onder de verschillende voordeden van den Rozenkrans zeker niet het geringste was, dat hij den Christen een licht en makkelijk middel is om zijn geloof te sterken en het voor het gevaar van onwetendheid en dwaling te vrijwaren; wat ook het ontstaan zelf van den Rozenkrans duidelijk uitwijst. Blijkbaar is verder, hoe dat geloof, zich uitend in de herhaalde mondgebeden, en meest van al in de inwendige beschouwing zijner mysteriën, van zeer nabij de persoon van Maria raakt. Want zoo menigwerf wij haar dien heiligen krans biddend vereeren, vernieuwen wij de gedachtenis aan het wonderwerk onzer Verlossing, zoo levendig, dat wij als ooggetuigen

') Col. IV, 2.

ocr page 188

HOOFDSTUK XXIX.

de feiten voor ons geleidelijk zien ontwikkelen, waardoor zij Moeder werd van God, Moeder ook van ons. De grootheid dier dubbele waardigheid, de vruchten dier tweevoudige bediening verschijnen in het helderst licht, als men Maria beschouwt, deel hebbend in de geheimen der vreugde, dei-smart, der glorie van haren Zoon Dan moet noodzakelijk een gevoel van dankbare liefde jegens haaide ziel in vlam zetten; en, al wat vergankelijk is achter zich latend, zal zij zich vastelijk voornemen, te trachten om zich zulk eener moeder en harer weldaden waardig te toonen.

Daar het nu niet denkbaar is. dat Maria door deze trouwe en gestadige herdenking der mysteriën niet tot de zoetste vreugde zou gestemd, niet bewogen zou worden tot barmhartigheid jegens de menschen, zij, de minlijkste aller moeders, daarom konden Wij ook leeren, dat de Rozenkransbede boven alle andere dient uitgekozen om de belangen onzer dwalende broeders bij haar aan te bevelen. Deze belangen voor te staan behoort in den meest eigenlijken zin bij de bediening van haar geestelijk moederschap. Want wie aan Christus behooren, voor hen is Maria Moeder geworden, en kan ook slechts Moeder zijn, in het eene geloof en in de eene liefde. Want is Christus

ocr page 189

HOOFDSTUK XXIX.

verdeeld! ^1) Allen gelijkelijk moeten wij leven het leven van Christus, opdat wij, in een en hetzelfde geheimzinnig lichaam, Gode vruchten zouden dragen 2). Zoovelen derhalve door den jammervollen loop der dingen van die eenheid zijn afgesneden, moeten voor Christus als opnieuw geboren worden uit diezelfde Moeder, die met onuitputtelijke vruchtbaarheid aan heilige zonen door God is begiftigd. En zij, niets vuriger begeert zij dan dien plicht van haar moederschap aan hen te vervullen; en in ruil onzer bloemenoffers van het haar welgevallig gebed, zal zij hun de overvloedige hulp van den levendmakenden Geest verwerven. O mochten zij aan dat verlangen der barmhartige Moeder toch niet weerstaan, mochten zij in goeden moede, om wille van hun eigen heil, luisteren naar haar, die hen zoo teeder noodt: Mijne kinder kens, die ik wederom voortbreng, totdat Christus in u gevormd worde. 2)

Begrijpend dat hierin vooral de groote kracht school van Maria's Rozenkrans, hebben sommigen Onzer Voorgangers er met bijzondere zorg op gewerkt, dat hij onder de Oostersche volken zou verbreid worden. Eerst Eugenius IV, door zijne

') Rom. VII, 4.

Gal. IV, 19.

ocr page 190

HOOFDSTUK XXIX.

Constitutie Advesperascente. later Innocentius XII en Clemens XII. Met hetzelfde doel hebben zij aan de Orde der Predikheeren uitgebreide voorrechten geschonken. De vruchten dier werkzaamheid bleven niet achterwege, dank den wakkeren ijver van de leden dier Orde; en veel van liet goede, toen verkregen, is nog in sprekende feiten blijven voortbestaan, hoewel het langdurig verloop en de onspoed der tijden zijn verdere ontwikkeling niet weinig heeft belet. Zelfs in onze eeuw is die zelfde liefde voor de Rozenkrans-devotie, welke aanvankelijk, gelijk Wij boven zeiden, in die streken was gewekt, opnieuw in veler gemoederen toegenomen. Dat feit, volkomen beantwoordend aan Onze inzichten, zal, hopen Wij, de vervulling Onzer wenschen krachtig bevorderen

Die hoop wordt nog gesteund door een ander verblijdend feit, dat zoowel het Oosten als het Westen aanbelangt, en evenzeer met Onze wenschen samenstemt. Wij doelen op het plan, door het schitterend eucharistisch congres te Jerusalem gevormd, om ter eere der Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans een tempel te bouwen; en wel te Patras, in Achaia, niet ver van de plaatsen, waar de glorie van den christe-lijken naam, onder hare bescherming, begon op

167

ocr page 191

HOOFDSTUK XXIX.

te schemeren. Van het Comité, met Onze goedkeuring saamgesteld om deze zaak te behartigen en het werk uit te voeren, vernamen Wij met blijdschap dat reeds vele Bisschoppen, daartoe gebeden, de met veel ijver verzamelde bijdragen hebben toegezonden, en de toezegging gedaan, het werk tot aan zijn voltooing, met dezelfde sympathie te zullen steunen. Daarmede is voldoende zorg gedragen, dat men met het werk een aanvang kan maken, op eene voor de grootheid der zaak zelve waardige wijze. Wij hebben daarom verlof gegeven, dat na korten tijd de eerste steen plechtig gelegd worde.

Een tempel zal verrijzen, in naam van het Christelijk volk, als monument van zijn onsterfelijke dankbaarheid jegens de hemelsche Beschermster en Moeder: daar zal zij, volgens griekschen en latijnschen ritus beide, voortdurend worden aangeroepen, opdat zij, altijd meer bereidvaardig, zich verwaardige de oude weldaden met nieuwe te vermeerderen. [Adiutricem ).

ocr page 192

.........................................................................................................................................................................

HllHlllllllllllllllilllllllilllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllflJIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIJIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIlj!Ii;:||||||l|||||||||||||{! ; ,

HOOFDSTUK XXX.

OVER DEN GEEST VAN VEREENIGING IN DE BROEDERSCHAP VAN DEN H. ROZENKRANS.

Nooit wellicht heeft het vereenigingsleven, dat in de natuur zelf des menschen wortelt, krachtiger zich ontwikkeld, en wordt zoo ijverig en zoo algemeen beoefend, als in onze eeuw. Niemand zou zeker hierin iets afkeurenswaardigs zien, zoo maar deze nobele aanleg der natuur niet dikwerf tot slechte doeleinden werd verwrongen : wijl de goddeloozen te hoop komen en zich in de meest verscheiden vereenigingen aansluitenooit wellicht heeft het vereenigingsleven, dat in de natuur zelf des menschen wortelt, krachtiger zich ontwikkeld, en wordt zoo ijverig en zoo algemeen beoefend, als in onze eeuw. Niemand zou zeker hierin iets afkeurenswaardigs zien, zoo maar deze nobele aanleg der natuur niet dikwerf tot slechte doeleinden werd verwrongen : wijl de goddeloozen te hoop komen en zich in de meest verscheiden vereenigingen aansluiten tegen den Heer en diens Gezalfde. 1)

Daartegenover mag men het zeer verblijdend feit waarnemen, dat ook onder de Katholieken een grooter liefde is ontwaakt voor de vrome vereeni-

') Psalm. II, 2

ocr page 193

lyO HOOFDSTUK XXX.

gingen, die door een groot ledental bloeien; dat in deze, als in een gemeenschappelijk tehuis, allen door den band van christelijke liefde zoo worden saamgehouden en één gemaakt, dat zij naar waarheid broeders zich belijden, met den naam en met de daad. Want waar de liefde van Christus niet is, daar kan niemand roemen op broederlijke eenheid, noch zelfs op den naam van broeder, gelijk Tertullianus het kernig uitdrukte; Uwe broeders zijn wij naar de natuur, de één-: moeder, hoewel gij weinig utenschelijks hebt, want gy zijt slechte broeders. Maar in wat verhevener zin worden zij broeders genaamd en geacht, die éénen Vader, God erkennen, die gedrenkt zijn nu t den éénen geest van heiligheid, die uit den éénen schoot van een zelfde onwetendiuid zijn ópgewaakt voor het ééne licht der waarheid f ^

De meest verscheiden redenen bewegen gewoonlijk de Katholieken tot de oprichting van zoo heilzame vereenigingen. Daartoe behooren bonden, landbouwkassen, gemeenschappelijke uitspanning op de rustdagen, kinder-asyls, en vele andere genootschappen en vereenigingen, die allen een uitmuntend doel beoogen.

lt;) Apolog. c 39

ocr page 194

i7i

Nu mogen deze alle, om hun vorm, hun naam, het eigenaardig doel, waarnaar zij onmiddellijk streven, als uitvindingen van den nieuweren tijd worden aangezien, wat de zaak zelf betreft, zijn zij ongetwijfeld zeer oud. Want bewezen is, dat bij de opkomst zelf van den christelijken godsdienst sporen van die soort vereenigingen worden aangetroffen. In latere tijden ontvingen zij Jiun bekrachtiging van de wetten, hun onderscheidingsteekenen, hun privilegiën ; zij verhoogden den luister van den eeredienst, legden zich toe op geestelijke of lichamelijke liefdediensten, en tooiden zich, naar de tijdsomstandigheden, met de meest onderscheiden namen. Zóó is hun getal met den tijd toegenomen, dat, vooral in Italië, er bijna geen stad, geen dorp, zelfs geen parochie is, waar er niet meerdere, of althans eenige, gevonden worden.

Onder deze aarzelen Wij niet eene eereplaats te geven aan de broederschap, welke zich naar den Allerheiligsten Rozenkrans noemt. Want, wat haar ontstaan betreft, gaat hare oudheid die der andere te boven, daar, volgens de overlevering, de H. Vader Dominicus zelf haar insteller was. En op het stuk van voorrechten, is zij daarmede door de mildheid Onzer Voorgangers op het kwistigst verrijkt.

ocr page 195

HOOFDSTUK XXX.

Haar kern, haar ziel, om het zoo te noemen, is de Rozenkrans van Maria. De voortreffelijkheid van die devotie hebben Wij meermalen reeds in den breede uiteengezet. Echter wint die Rozenkrans blijkbaar nogveel meer aan innerlijke waarde en kracht, voor zoo ver hij het verplicht gebed is der Broederschap, die zich naar hem noemt. {Augustissimae.)

De Broederschap van den Allerheiligsten Rozenkrans is ingesteld met dit doel: om velen, in broederlijke liefde vereenigd, door het zeer godvruchtig gebed, waaraan zij ook haar naam ontleent, op te wekken tot Maria's lof en tot het bekomen harer bescherming door een eendrachtig smeeken. Zij werft daarom, zonder eenige winst te begeeren of geldelijke verplichting op te leggen, hare leden uit eiken stand, en verbindt ze onderling alleen door het bidden van Maria's Rozenkrans. Waaruit volgt dat, hoewel elk in het bijzonder weinig tot den algemeenen schat bijdraagt, hij toch veel daaruit ontvangt. Wanneer derhalve elk der leden althans de gewoonte heeft, de schatting van het Rozenkransgebed, door de Broederschap opgelegd, voor zijn deel, in te brengen, dan omvat daarmede zijne bedoeling gelijkelijk al zijn medeleden, die weder-keerig hem denzelfden liefdedienst, in verhoogde mate, terug betalen. (Ubi pritman.)

1/2

ocr page 196

HOOFDSTUK XXX.

In de heilzame kracht van den Rozenkrans zullen dus blijkbaar zij een geheel bijzonder en groot aandeel hebben, die, als leden dezer heilige Broederschap, boven anderen in broederlijke eensgezindheid en vereering der allerhéiligste Maagd uitmunten. Deze broederschappen, door het gezag der Roomsche Opperp iesters goedgekeurd, en met voorrechten en een schat van aflaten begiftigd, met een eigen inrichting en bestuur, en vergaderingen op vaste tijden, zijn met uitstekende middelen toegerust, om in heiligheid te bloeien en van groot nut te zijn ook voor de menschelijke samenleving. Ze zijn die legerscharen, den strijd van Christus strijdend onder aanvoering der Hemel koningin, die behagen vindt in hare gebeden, hare feesten en plechtigheden, zooals schitterend bleek te allen tijde, en het schitterendst te Lepanto Rechtmatig is het derhalve, dat men met alle zorgen ijvert voor de oprichting, den bloei en het bestuur dier Broederschappen. Dit zij gezegd niet enkel tot de zonen van den H. Dominicus, wie het uit kracht hunner roeping een heilige plicht is, maar ook tot alle zieleherders, vooral als deze kerken bedienen, waar die Broederschappen reeds wettig zijn opgericht. (Laetitiae.)

Wij dringen hierop te sterker aan, dewijl in

gt;73

ocr page 197

HOOFDSTUK XXX.

den laatsten tijd weer is opgeleefd die allerschoon ste uiting van godsvrucht jegens de allerheiligste Moeder, welke eeuwigdurende Rozenkrans genoemd wordt.

Wij zegenen die vereeniging met volle instem ming; en het is Onze wensch. dat de Bisschoppen aan hare uitbreiding hunne ijverige zorgen wijden. Want de blijde hoop bezielt Ons, dat die lof- en smeekgebeden allerkrachtigst zullen zijn, welke onafgebroken, door een groote menigte met hart en mond worden verricht; de gebeden, die over alle deelen der aarde, wisselend met de dagen en nachten, de harmonie der smeekende stemmen met de overweging der goddelijke dingen vereenigen. Voor vele eeuwen reeds werden die nimmer ophoudende lofzangen en smeekbeden voorafgebeeld in deze woorden, waarmede Ozias op goddelijke ingeving den lof van Judith bezong; Gezegendzijt gij, o dochter, van den Heer, den hoogverheven God, boven alle vrouwen op aarde . .. ; want zóó heeft hij uw naam verheerlijkt, dat uw lof niet wijkt van de lippen der menschcn. En het gansche volk van Israël juichte deze woorden toe uitroepend : Fiat, jiat-, zoo zij het. (Augustissimae).

') Judith XIII, 23 seqq.

174

ocr page 198

HOOFDSTUK XXXI.

DAT DE LEDEN VAN DE ROZENKRANS-BROEDERSCHAP EEN BIDDEND LEGER VORMEN EN HET OFFICIE DER ENGELEN VERVULLEN.

veel voortreffelijker zijn en grooter kracht tot

aar, gelijk Wij zeiden, de openbare gebeden

verhooring bezitten, dan die men voor zich alleen bidt, is aan de Broederschap van den heiligen Rozenkrans door kerkelijke schrijvers de naam toegekend van „biddend leger, door den H. Vader Do-„minicus onder het vaandel der Moeder Gods aan-„geworven''; der Moeder Gods, welke de heilige Schrift en de jaarboeken der Kerk als Verwinnares des duivels en van alle dwalingen begroeten.

Immers Maria's Rozenkrans vereenigt allen, die zich bij die Broederschap aansluiten, door een zelfden gemeenschappelijken band, als broeders en krijgskameraden te samen houdt. En zoo vormt zich een machtig leger, wel gewapend en geordend

ocr page 199

HOOFDSTUK XXXI.

176

om alle aanvallen der vijanden af te slaan, of zij ons inwendig of van buiten bedreigen. Terecht mogen daarom de leden dier vrome vereeniging het woord van den H. Cyprianus op zich zelf toepassen : Ons gebed is openbaar en gemeenschappelijk, en als wij bidden, is ons gebed niet voor één, maar voor het geheele volk-, want wij, het ge hee le volk zijn één. 1)

Wij mogen dus met het volste recht een vergelijking opstellen van die dagelijksche gebeden welke de priesters aan God, met die welke de leden der Rozenkrans-broederschap aan Maria bieden. Gelijk het Brevier-gebed de priesters daarom zoo groote kracht heeft, wijl het openbaar is en aanhoudend ; zoo is, in zekeren zin, evenzeer openbaar, aanhoudend en gemeenschappelijk hun gebed van den Rozenkrans, of Psalter der H. Maagd, gelijk het ook door sommige Pausen genoemd is. Eveneens bidden de leden der Broederschap, gelijk de priesters, voor de zegepraal der Kerk, de voortplanting des geloofs, de bekeering der zondaren, voor den terugkeer der dwalenden en afgescheidenen tot Christus' schaapstal, voor de zieltogenden en de dooden. En, vast aaneengesloten, het wapen

') De Orat. domin.

ocr page 200

HOOFDSTUK XXXI.

van den Rozenkrans hanteerend, zijn zij onkwetsbaar in den strijd tegen hunne vijanden, en wint hun gebed aan vermogen om genaden te verwerven.

Uit het feit dat deze biddende heerschaar „onder het vaandel der Moeder Godsquot; is aangeworven, komt haar een nieuwe kracht en eene nieuwe glorie toe. Hier dient vooral gewezen op de veelvuldig herhaalde bede van de Groetenis des Engels, na het gebed des Heeren, in den Rozenkrans. In dat kort en verheven gebed, waardoor Maria zoo bij herhaling herinnerd wordt aan den groet van den engel en aan de lofprijzing van Elisabeth, vindt men de reden waarom kon gezegd worden dat Maria's Rozenkrans, door de leden der Broederschap gebeden, een Engelengebed is. Want zoo dikwijls wij, onder het bidden van het „Wees gegroetquot;, de geheimen onzer Verlossing overdenken, dingen wij naar de navolging van het heilig dienstwerk, dat eertijds aan de hemelsche scharen der Engelen werd toevertrouwd.

Door hunne bediening werden, toen de tijden vervuld waren, die mysteriën geopenbaard; zij namen er een groot deel aan; zij verleenden hunne medewerking, ze medelevend met hunne vreugde, met hun droefenis, met hun zegepralenden gloriejubel. — Gabriël wordt tot de Maagd afgezonden

12

177

ocr page 201

HOOFDSTUK XXXI.

178

om de Menschwording van het eeuwig Woord te boodschappen. In Bethlehem's grot bezingen de Engelen de glorie van den nieuwgeboren Heiland. Een engel doet Jozef vluchten en met het Kind een schuilplaats vinden in Egypte. Een engel troost Jesus in den hof, Hem eerbiedig-teeder toesprekend, terwijl het bloedig zweet van den zielsangst op Zijn lichaam parelt. Engelen verkondigen aan de vrouwen, dat Hij, Verwinnaar van den dood, uit het graf is opgestaan. Engelen melden Zijn intocht in den hemel, melden dat Hij weer zal komen door de legioenen van Engelen verzeld, om de zielen der uitverkorenen, met hen vereend, met Zich op te voeren tot de hemelkoren, boven welke dc heilige Moeder Gods is opgenomen '').

Op de leden dus der Broederschap, die de vrome Rozenkransbede in hun zieleleven hebben opgenomen, mogen de woorden, waarmede Paulus de eerste volgelingen van Christus toesprak, van treffende toepassing zijn: Gij zijt toegetreden tot den berg Sion, en tot de stad van den levenden God, het hernelsche Jerusalem, en tot de schare van vele duizenden van Engelen 2).

') Kerk. Officie van 15 Aug. *) Hebr. XII, 22.

ocr page 202

HOOFDSTUK XXXI.

179

Wat kan er verhevener, wat zoeter zijn dan hier in gemeenschap met de Engelen te bidden en die groote geheimen te overwegen? Met wat hoopvol vertrouwen op een toekomend zalig samenzijn niet de Engelen in den hemel, moeten zij niet zijn bezield, die op aarde zich bij hunne heilige bediening hebben aangesloten? {Augustissimae).

ocr page 203

HOOFDSTUK XXXII.

OVER DEN LOF, DE AANMOEDIGING, DE VOORRECHTEN, DOOR DE ROOMSCHE PAUSEN AAN DE ROZENKRANS-BROEDERSCHAP GEGEVEN.

toen Hij, stervend, in Maria eene Moeder

e onmetelijke liefde, die Christus ons toonde,

naliet voor alle menschen, in den persoon van Joannes vertegenwoordigd (Adiutricent), en At. geest des gebeds, die altijd over de Kerk Gods blijft uitgestort {Salutaris), openbaren zich bijzonder in die vele godvruchtige vereenigingen die daaraan hun ontstaan en hun bloei danken.

Maar' vooral zijn zij oorzaak van dat bloeiend leven der Rozenkrans-Broederschap, zoo vruchtbaar aan genaden, edele deugden, en heilige werken. Hare leden, onder de bescherming staande van de maagdelijke Moeder des Heeren, en strijdend onder het zegevierend vaandel van den Rozenkrans, volgen alleen de inspraken der christelijke liefde.

ocr page 204

HOOFDSTUK XXXII.

l8l

Deze maakt hen één van zin en één van hart, wekt hen op tot heiligen ijver en plichtsvervulling, om in één gebedsoffer hun kinderlijke liefde voor den troon hunner hemelsche Beschermster neer te leggen. De zegenrijke invloed, dien deze vereeniging kan uitoefenen op het christelijk leven in het algemeen, op het gemoedsleven van elk harer leden, op de heiliging hunner huisgezinnen, op de verbetering der maatschappij, kan niet hoog genoeg geschat worden. Zeker is, en hierop is reeds dik wijls gewezen, dat uit die machtige harmonie van stemmen, in eenzelfde gebed vereenigd; uit die eenheid van denken en begeeren bij de overweging van dezelfde geheimen in den Rozenkrans, een groote kracht moet uitgaan tot hervorming der zeden, tot behoud des geloofs, tot opvlamming des ijvers voor de eer van God, tot hoogen bloei der godsvrucht voor de machtige Hulpe van het christelijk volk.

Hierdoor wordt verklaard waarom de Roomsche Pausen met zoo heerlijke lofspraken deze Broederschap van Maria hebben geprezen. Innocentius VIII, bij voorbeeld, noemt haar de allervroomste Broederschap '). Pius V gewaagt aldus van haar invloed;

') Splendor palernae gloriae, 26 Febr. 1491.

ocr page 205

UITNOODIG1NG

VOOR DK

Leden dep Broederschap van den H. Kruisweg

in de Parocliiokcrk van den H. ANTONIUS VAN PADUA.

' ö ^ ^ ^ '

UEd. wordt beleefd uitgenoodigd de RETRAITE, ALGEMEENE H. COMMUNIE en de PLECHTIGE OPDRACHT bij te wonen, welke zullen gehouden worden van 19 tot en met 15 Maart 1900.

De oefeniiij|cii /,uilen plaats hebben als volgt:

Maandag' 12 Maart des avonds ten 7 ure opening met Veni Creator, Lof en Predikatie. Na de Predikatie Lied Nquot;. 2. Tantum Ergo N0. 1.

Dinsdag', 's morgens ten 71/, ure gezongen H. Mis met Predikatie. Na de H. Mis Lied N0. 32. Des namiddags ten 3 ure Oefening I van den H. Kruisweg, daarna Conferentie en Lied N0. 21. Des avonds ten 7 ure Lof en Predikatie, daarna Lied Nquot;. 12 en Tantum Ergo N0. 2.

Woensdag', de oefeningen gelijk Dinsdag, ten 7V2 ure gezongen H. Mis en Predikatie; na de H. Mis Lied N0. 28;

ocr page 206

na de Conferente Lied N0. 5, en gelegenheid om te biechten; 's avonds na de Pi e-dikatie Lied N0. 9 en Tantum Ergo N . 4.

Donderdag, 's morgens ten T1/., ut'e plechtige gezongen H. Mis met een woord van , opwekking en Algemeene H Communie. na de H. Mis Lied N» 1 (nieuw haridboek bijvoegsel). Des namiddags ten 3 ure Oefening III van den H. Kruisweg en Lied N0. 6 (bijvoegsel).

Des avonds ten 6 ure plechtig Lof,

Feest-Predikatie, Opdracht der nieuwe Leden en Processie (met Bruidjes), en Pauselijke zegen. Onder de Opdracht zal gezongen worden Lied ïs . 5 en 12, waarna Gebed bij de 0P^r®ch^ bladz. 377 (nieuw handboek). Om1^ db Processie Litanie van Maria. O banc-TissiMA en Salve Regina etc., bladz. 385 en volgende (nieuw handboek). iNa de Processie Lied N0. 4 en 35 en Tantum Ergo N0. 4.

De Gezongen H.R. Missen gedurende het triduüm zullen tvorden opgedragen voor de geestelijke en tijdelijke belangen der leden.

De oefeningen zullen worden geleid door den WelEerw. Pater ILDEPHONSUS SWEEGERS uit het Klooster te Wijchen.

ocr page 207

De Bruidjes (minstens 6 jaar oud zijnde) worden verzocht Woensdag U Maart, ten 12 ure, in de Kerk te komen.

Allen worden beleefd verzocht trouw de plechtige oefeningen bij te wonen en hun kruisje met lint m de vergadeung te dragen. (Dit geheven zij ook te doen in de Vergaderingen des Maandagsavonds, want dit'is het eereteeken der leden.)

NB Op den avond der Opdracht worden geen kinderen zonder geleide in

de Kerk toegelaten.

Voor hen, die zulks verlangen, zullen voor dieu avond gereserveerde plaatsen te verkrijgen zijn tegen den pujs ^an 25 Cents, ten bate der Broederschap, mits zij hunne namen tijdig aan de Pastorie of aan den Suisse opgeven.

Zii die zich hebben aangegeven om hunne Opdracht te doen, nemen op den avond der Opdracht hunne plaatsen tn de eerste banken vóór de Communiebank , doch niet meer dan 9 personen op een bank.

Zii, die lid willen worden van deze Broeder-sehap en op den 15 Maart hunne opdraeht wensehen te doen, gelieven zich tiidig aan te melden bi|

1 F. W. VA» HE» BE«Ï. ll.F.1»-.

Pastorie Boschie. of wel bij een der Zelatneen.

ocr page 208

De nieuwe handboeken zijn a f 0.60. f 0.80. f 1.10, f 1.30 en f 1.75 verkrijgbaar door bemiddeling van de Zela-tricen en van den Directeur, en bij de Boekhandelaren Simons-v. d. Broek. Boschlaan 24 en Hugo de Grootstraat 3 en bij de Wed. A.J. de Kok, War moeziersstr. 85.

De bijdragen Yoor de Opdracht zijn 50 Cents.

OPMERKING.

De leden, die, om verandering van woonplaats of om welke reden ook, de statie niet ontvangen, worden in hun belang en in dat der Broederschap beleefd verzocht, hiervan spoedig kennis te geven aan den Directeur F. W. van den Bekk . Kapelaan, Boschje 7, opdat hierin spoedig voorzien worde.

Het Hoofdbestuur.

P. J. SIMONS-v. d Broek, Rotterdam.

ocr page 209

HOOFDSTUK XXXII.

i82

De geloovigen van Christus begonnen plotseling in andere menschen te veranderen; de duisternis der dwaling werd weggevaagd; het licht der waarheid brak door 1). Sixtus V, wel wetend, hoe heilzaam die instelling is voor den godsdienst, was een harer ijverigste vereerders. Velen eindelijk zijn de Opperpriesters die haar met bijzondere en zeer rijke aflaten begunstigd, of haar, door de meest verscheiden blijken van welwillendheid, ook door zelf zich als lid te doen opnemen, hunne bijzondere bescherming verzekerd hebben.

Ook Wij door het Voorbeeld 0nzer Voorgangers aangespoord, en hun ijver pogend te evenaren, houden die heilige vereeniging in hooge eer, en wenschen haar met al Onze krachten te steunen. Daarom hebben Wij meermalen Onze Eerbiedwaardige Broeders, de Bisschoppen, vermaand en gesmeekt, hun bijzondere zorg te wijden aan de ordening van dat heilig leger, opdat, onder hunne leiding, eiken dag nieuwe troepen worden aangeworven en daarbij ingelijfd. Opdat het volk, voorgelicht door hunne Herders en de priesters, die onder hun bestuur met de zielzorg zijn belast, moge weten, en het naar waarde schatten, welke kracht er

*) Consueverunt RR. PP., 17 Sept. 1569.

ocr page 210

HOOFDSTUK XXXII.

schuilt in die Broederschap, hoe zegenrijk hare werking is voor hun eeuwig geluk. (Augustissimae).

Tot Onze dierbaarste wenschen behoort nog, dat ook de missionarissen, die krachtens hun heilige bediening geroepen zijn tot de verkondiging van Christus' leer onder de onbeschaafde, of tot hare bevestiging onder de beschaafde volken, in dezen geest arbeiden.

Wij twijfelen geenszins of vele christenen zullen, op de vereende prediking van hen allen, zich voelen opgewekt om in die Broederschap zich te doen inschrijven, en, daarin opgenomen, deel te hebben aan die goederen, welke, naar Onze uiteenzetting, haar innerlijke kern, haar wezen uitmaken.

Het voorbeeld harer leden zal een grooter vereering en liefde voor de Rozenkrans-devotie verbreiden onder hun medechristenen, die door deze aansporing op gelijke wijs meer zich beijveren zullen, om, naar Onzen vurigsten wensch, uit den overvloed van heerlijke goederen rijkelijk te putten. (Laetitiae).

Ons rest nog eene vermaning. Te wijzen namelijk op de hooge waarde en het groote nut, dat Maria's Rozenkrans toevloeit uit de menigvuldige rechten en gunsten, hem kwistig toebedeeld, en allereerst uit den zeer rijken schat van aflaten, daaraan ver-

183

ocr page 211

HOOFDSTUK XXXII.

184

bonden. Van hoeveel belang het is voor allen, die voor het heil hunner ziel bezorgd zijn, aan die weldaad deelachtig te zijn, kan licnt worden ingezien. Het gaat hier om de kwijtschelding, volkomen of gedeeltelijk, der tijdelijke straf, die óf in dit, óf in het andere leven moet uitgeboet. Waarlijk overmatig rijk is die schat, uit de verdiensten van Christus, der Moeder Gods en der Heiligen opgezameld, waarop Onze Voorganger Clemens VI de woorden der eeuwige Wijsheid met recht toepaste; Den ntenschen is zij een oneindige schat; wie uit hem putten zijn deelgenooten geworden van de vriendschap Gods r). — Welnu, de Roomsche Pausen hebben krachtens de hun van God verleende macht deze bronnen ontsloten op een wijze, dat een stroom van genaden afdaalt op de leden der Broederschap van Maria's Rozenkrans, en op allen die hem godvruchtig bidden.

Wat Ons aangaat, Wij hebben ingezien, hoe die weldaden en aflaten, als kostelijke edelsteenen, Maria's kroon in verhoogden glans doen schitteren. En daarom is in Ons het voorlang reeds overwogen plan tot rijpheid gekomen, om een Constitutie uit te vaardigen over de rechten, gunsten en

Sap VII, 14

ocr page 212

HOOFDSTUK XXXII.

185

aflaten, die aan de Broederschappen van den allerheiligsten Rozenkrans eigen zijn. Deze Onze Constitutie zij een blijk Onzer liefde voor de hoogheilige Moeder van God; en voor de christenen een aanmoediging en een loon voor hunne gods-viucht, opdat zij in hun laatste ure door IVTaria^s hulp verlicht mogen worden, en in hare moederlijke omarming de zoete rust mogen ingaan. (Dmturni temporis).

ocr page 213

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiu iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiHiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiuiiiiini

HOOFDSTUK XXXIII.

DE KERK TRIOMFEERT DOOR DE MACHT VAN DEN ROZENKRANS.

noodlottig was voor de Kerk, en veel ge

Idcrs hebben Wij gezegd dat in een tijd die

lijkenis met den onzen toonde, op aansporing en ingeving van Maria, de Rozenkrans door den H. Patriarch Dominicus werd ingesteld en uitgebreid, als een geweldig oorlogswapen, tot bestrijding van de vijanden des geloofs. (Octrobrï). Een andere maal herdachten Wij zijn gloriën en roemruchtige overwinningen, behaald op de Albigenzen, die, onder het mom van ijver voor geloof en zeden, de ergerlijkste misdaden bedreven, en in geheele landstreken verwoesting brachten over het christelijk volk. Gloriën en triomfen die immer baat brachten aan de vervolgde en treurende Kerk. {Brief aan de Bisschoppen van lalië).

ocr page 214

HOOFDSTUK XXXIII.

In vele streken had de sekte dier ketters, bedekt of openlijk, zich genesteld. Zij waren de beruchte afstammelingen der Manicheën, wier monsterlijke dwalingen zij deden herleven, wier huichelarij, wreedheid en doodelijken haat tegen de Kerk zij maar te wel navolgden. Op hulp van menschen tegen die kwaadwillige en drieste volksbedervers viel niet meer te vertrouwen, toen te geschikter tijd God zelf, door den Rozenkrans, bijstand gaf Aldus werd onder bescherming der Maagd, die alle ketterijen verwint, de kracht der goddeloozen verlamd en gebroken, het geloof voor velen onbesmet behouden.

En zoo heeft elk volk te wijzen op Maria s tusschen-komst die de gevaren afweerde, of groote weldaden gaf. Dat alles is bekend en in de oude en nieuwe geschiedboeken met klaarblijkelijke bewijzen gestaafd. (Octobri metise).

De groote macht van den Rozenkrans kwam vooral ten duidelijkste uit in de zestiende eeuw, toen de ontzachlijke legers der Turken bijkans geheel Europa met een juk van wangeloof en barbaarschheid bedreigden. De H. Paus Pius V had de christen vorsten aangespoord, de belangen der volken te beschermen; maar zijn hoogste en eerste zorg gold: de machtige Moeder van

187

ocr page 215

HOOFDSTUK XXXIII.

God door den Rozenkrans te verbidden om de Katholieke zaak genadiglijk te hulp te komen, Hier de geloovigen, die, bereid hun bloed en leven te geven voor het behoud van godsdienst en vaderland, niet ver van den Corinthischen zeeboezem, den vijand onverschrokken afwachtten; ginds, ongewapend, het vrome leger van bid-denden, die Maria aanriepen, Maria in de Rozen-krans-beê keer op keer groetten, opdat zij de strijdenden ter overwinning mocht bijstaan. Ze stond hen bij, de goedertieren Meesteress.e; want van toen de zeestrijd bij Lepanto was aangevangen, bevocht de vloot der christenen, met gering verlies der hunnen, terwijl de vijanden gedood en verstrooid werden, een glansrijke overwinning.

Hierom schreef diezelfde heilige Paus voor, dat tot herinnering aan de verkregen weldaad, de jaardag van dien beroemden strijd, ter eere van Maria de Verwinnares, feestelijk zou herdacht worden. Aan dien dag gaf Gregorius XIII, met den titel van Rozenkrans-dag, een nieuwe wijding.

Ook in de vorige eeuw werd, eens te Temesvar in Pannonië en eens bij het eiland Corfu, een belangrijke overwinning behaald op de Turksche legers; beide keeren op een van Maria's feest-

ocr page 216

HOOFDSTUK XXXIII.

dagen, en nadat men door den Rozenkans veel tot haar had gebeden. Dit bewoog Onzen Voorganger Clemens XI om, tot dankbaarheid, den jaarlijkschen feestdag van Maria's Rozenkrans aan de geheele Kerk ter viering voor te schrijven (Supremi),

Bij de herdenking van zoo heerlijke triomfen waakt in den geloovige opnieuw de moed en de hoop. De hoop dat Maria, in den tegenwoordigen rampspoed van Kerk en maatschappij nog eenmaal de kracht van haar arm zal toonen. En wie zou durven twijfelen dat, in onzen tijd, Maria dezelfde wonderwerken harer macht en liefde, zou kunnen herhalen, tot redding der Kerk, van haar Opperhoofd en der gansche wereld, wanneer van hun kant de geloovigen even schitterende blijken van godsvrucht wisten te geven, als hun voorvaderen, die in gelijke omstandigheden leefden ? Zietdaar de reden waarom Wij, om deze machtige Ko-ninginne tot grooter barmhartigheid te bewegen, er naar streven haar door de aanroeping van den Rozenkrans, altijd hooger eer te geven, en hare vereering meer te verbreiden. {Brief aan de Bisschoppen van Italic).

Wij mogen dan vol vertrouwen tot den troon van zoo groot eene Moeder naderen; haar moe-

189

ocr page 217

HOOFDSTUK XXXIII.

derlijk medelijdend hart geweld aandoen door het volhardend bidden van den Rozenkrans, en, die heilige kroon haar toonend, met vrome liefde tot haar zeggen:

Tot u vluchten wij, heilige Moeder Gods; verstoot gij Eva's arme kinderen niet! U vragen wij, middelaresse onzes heils, machtig en ook goedertieren ; u smeeken wij met innigheid: om de zoetheid der vreugden die gij vondt in Jesus, uwen Zoon; om uwe deelname in Zijne onuitsprekelijke smarten; om de klaarheid Zijner glorie die afstraalt op u; hoor ons in onze onwaardigheid; ach, verhoor ons, o genadige! [lucundoi).

190

ocr page 218

DICHTBLOEMEN

DOOR

ONZEN H. VADER LEO XI VOOR DEN TROON VAN DE

ROZENKRANS-KONINGIN

NEERGELEGD.

ocr page 219

ÏWsidium ^Dioinae ^atris JIcceptissima jRosapü J'pece SxoFandum.

PARAPHRASES.

i.

Hac prece, magna Parens, flore beneolente rosarum Te populi unanimes in sua vota vocant.

At tu laeta hbens vota audis, provida comples: Divinasque manu divite fundis opes.

II.

Sistimus ante aras; placido nos respice vultu,

Accepta et nostri pignora amoris habe.

Gemma auroque alii cumulent altaria: florum Haec tenui in calatho nos tibi serta damus.

Sunt humiles violae, tibi sunt gratissima, Virgo, Candida purpureis lilia mixta rosis.

ocr page 220

j£)e beschenming dep ^noedcp ©ods af? te smeeken doop het haai: goo toelgenallig _Rp£enlipansgebed.

OMSCHRIJVINGEN.

I.

Dees bede, o Moeder Gods, dees geur'ge rozen spreken Alom der volken hartevvenschen uit.

Gij hoort met vreugd, verhoort met teedre zorg hun smeeken, Daar gij Gods schat met milde hand ontsluit.

II.

Blik vreedzaam neer, aanvaard ons liefdepand, zoo vragen Uw kindren, die om uwe altaren staan.

Laat andren puikgesteent' of goud naar 't outer dragen, Wij biên in 't schaamle korfje een bloemkrans aan:

Het nederig viooltje, o Maagd; uw welbehagen,

De purpren roos naast blanke lelieblaan.

ocr page 221

DICHTBLOEMEN.

III.

Dum roseas manibus tractamus rite corollas,

Quam dulce est nomen, Virgo, iterare tuum!

Praesens o faveas: tu dux fidissima vitae,

Tu certa extremo sis in agone salus.

IV.

Quam bene Gusmanus, tua sollers jussa facessens, Texere nos docuit serta revincta rosis.

Gratum opus in terris sanctumque ; at gatius olim Si superum sedes scandere contigerit,

Serta tibi laudum nova texere ; gratius ore Laetari aeternum, Virgo beata, tuo.

v.

Sumite quae vobis tradit pia serta rosarum, Assiduaque manu nectite; Virgo jubet.

Mandata exequimur ; sed qua mercede ? rogamus Filioli, o Matri fidite munificae !

Fidite, namque suis coelo Ipsa insignia servat Praemia; pro roseis aurea serta dabit.

^r

ocr page 222

DICHTBLOEMEN.

III.

Als wij den Rozenkrans vroom met de vingren drukken. Wat klinkt uw naam, o Maagd, dan telkens zoet!

Bied waardig hulp, geleid ons trouw door 's levens nukken, Voer ons in 't doodsuur 't wisse heil te moet.

IV.

Hoe trouw naar uw bevel heeft Guzman, uw belijder, Ons rozen leeren strenglen tot een krans.

Blij, heilig werk op aard; maar 't is, o Maagd, nog blijder, Als we eenmaal stijgen naar der zaal'gen trans.

Een nieuwen lofkrans u te vlechten, eindloos blijder Te juublen in uws aanschijns eeuwgen glans.

v.

Vlecht uit dit rozental, u door de Maagd gegeven. Een heilgen krans, in ijver nooit verflauwd. —

Wij doen wat zij beveelt. Maar wat vergeldt ons streven ? — O kindren, mild is 't moederhart, vertrouwt!

Vertrouwt; rijk loont zij zelf haar kroost in's hemels dreven Voor 't rozenkransje biedt ze een kroon van goud.

195

ocr page 223

^duitnici ^hnistianOFum.

E L E G I A.

At nunc, Virgo potens, victrices te auspice palmas Majori plectro concinuisse juvat.

Per te namque almae victoria nuncia pacis Plus semel ad veteres risit arnica patres.

Gallia, tu testis : metuendas arte maligna Vis inferna tibi struxerat insidias.

Tuque, olim virtute, fide splendescere visa, Heu priscum misere jam decus exueras!

Immunda late errorum vitiique scatebas Illuvie, gentes depopulante tuas.

Adfuit at Virgo: meritis, pietate verendum Finibus hispanis advocat ipsa Virum;

Cui roseas blando cum traderet ore coronas :

Haec, ait, haec Gallis arma satutis erunt.

ocr page 224

(-jBtaquot; de lt;§gt;chutS0P0uitgt; dei: Christenen.

ELEGIE

Thans lust me, o Sterke Maagd, op forschen toon te zingen, Hoe gij uw krijgren kroont met lauwerblaan. —

Loeg niet de zege, boö van vredes zegeningen.

Door u vaak de oude vaadren vriendlijk aan ?

Gij tuigt dit, Frankrijk, gij. De hel had schrikbre lagen Boosaardig sluw gespannen voor uw voet;

Geloof en heldendeugd, die eeuwen schittren zagen, Uw ouden roem, helaas ! hadt ge ingeboet.

De onreine smetstof van uw dwalingen en zonden Doordrong u gansch en doemde uw kroost ten dood.

Doch zie, de Maagd bood hulp. Ze ontbiedt van Spanjes gronden Een man, door godsvrucht en verdiensten groot.

Hem reikt ze een rozenkrans met minzaam stralende oogen En spreekt; Dit zwaard brengt Frankrijk heil en vree.

ocr page 225

198

Hisce armis pugnae occurit Gusmanius heros, Hac arte enisus clara tropaea tulit.

Occubuere hostes; rursumque effulsit avita Pulcrior in Gallis candidiorque fides. —

Testor et Joniis quas cernis Echinadas undis:

Vivida adhuc facti fama per ora volat.

Stant ex adverse instructae longo ordine puppes, In saeva ardescunt praelia jam ruere.

Utraque fert acies signum; haec caeleste Mariae, Lunae triste minax ilia bicornis habet.

Ut raucae sonuere tubae, concurritur; ingens Continuo ad caeli tollitur astra fragor.

Aera tonant, reboat litus, micat ignibus aequor; Impavidi hac iliac dant fera jussa duces.

Confracto latere et remis non una dehiscit Navis et immensi gurgitis ima petit.

Jactata horrisono merguntur corpora ponto, Humano spumans unda cruore rubet.

Anceps stat fortuna: pari virtute peracta,

Hinc inde eventu pugna iterata pari.

Jamque iterum tentanda acies, cum percita fato Nescio quo classis Turcica, sollicito.

ocr page 226

DICHTBLOEMEN.

Held Guzman, met dit zwaard naar 't oorlogsveld getogen, Dankt aan zijn kracht de schoonste krijgslropee

De vijand viel, weer hoort men Frankrijk zalig prijzen Om 't oud geloof, dat schooner, reiner gloort. —

Gij, Echinaden. die we in 'tjonisch meer zien rijzen,

Getuigt dit mee : nog leeft uw glorie voort.

Daar grimmen, tuk om 't vuur van gruwbren kamp te ontsteken, Elkaar in lange rij twee vloten aan ;

Elk heft haar vaandel: de een M a r i a's hemelteeken, En de andre de onheilzwangre Halve Maan.

Nauw schalt de schorre krijsklaroen, of 't strijdvuur blikkert, Ten hemel stijgt een klaatren scherp en fel.

De luchten dondren, 't strand weergalmt, de zee weerflikkert; Woest klinkt alom der leidren koen bevel.

Zie! meenge bodem splijt, daar boord en riemen braken, En zinkt in 't diepste van d' onmeetbren vloed.

't Meer sluit den scheepling mee in de opgesparde kaken, En 't schuimend nat is rood van menschenbloed.

De kans staat hachelijk. Men viel aan beide zijden Met d' eigen stoutmoed aan ; geen uitslag bood

Een tweede treffen. Reeds valt m' andermaal aan 't strijden. Als plots de schrik slaat in de Turksche vloot.

199

ocr page 227

DICHTBLOEMEN.

Pulsa repente metu, refugit producere pugnam, Et quamvis multo milite praevalida,

Cedere visa loco, et sese, mirabile dictu !

Ultro Christiadum dedere in arbitrium.

Ingeminat tunc victor io, nomenque M a r i a e Conclamat resonis undique litoribus:

Conclamant populi portentum, Virginis almae Patratum dia bellipotentis ope ;

Romulidae imprimis, queis mirum ex hoste triumphum Fatidico edixit praescius ore Pius.

Inde quies et pax Europae adserta ruenti,

Inde stetit patriae Relligionis honos.

Seraque posteritas (quid adhuc ignava moratur?) Eja eventu dignum aggrediatur opus.

Sublime attollat pario de marmore templum Ad litus, memori gesta ubi pugna loco. ')

200

Hie Virgo templum teneat Regina, tumenti Hie praecincta rosis imperet ipsa mari.

i) Christianorum pietas templum Virgini a Tïosar/o condere et dedicare parat in littore patrensi.

ocr page 228

DICHTBLOEMEN.

Verbijsterd, door een niet verklaarbren drang gedreven, Staakt zij den strijd en — wonder, nooit gedacht! —

Men ziet haar wijken, zich gewillig overgeven Aan quot;t Christenheer, trots schrikbare overmacht.

Nu roept s verwinnaars mond aan de echo's aller stranden Als zegekreet M a r i a's naam te moet.

I

' En volk bij volk verheft het wonder, door de handen

Gewrocht der Maagd, zoo machtig en zoo goed ;

Vóór allen Rome's kroost, wien 't wondre triomfeeren Door Pius' woord profetisch was verkond.

V

Zoo zag het wankle Euroop én rust én vrede keeren ; Zoo bleef het Kruis in eer op Rome's grond.

En 't nakroost (wat nog loom gemard?) in laatre jaren Aanvaarde een werk, het heuglijk wonder waard.

Hoog rijze een tempel op uit Paros' marmeraren

Aan 't strand, door d' onvergeetbren slag vermaard. 1)

20I

Hier trone, hier beheersch' de Maagd de onstuime baren, Omkranst met rozen, als Vorstin der aard.

i) De godsvrucht der christenen is voornemens der Maagd van den Rozenkrans eene kerk te stichten en toe te wijden op het strand van Patras.

ocr page 229

^ ipgine faoentc fiat unum ooile.

Auspicium felix! Orientis personat oras Vox missa e caelo, personat occiduas :

— Una fides Christi Pastor regat unus ovile, Dispersas gentes colligat unus amor ! —

Virgo, fave: errantes tu lumine mater amico Respice, et Unigenae junge benigna tuo.

ocr page 230

jDoon den bijstand den ^Haagd tooude het ééne kudde.

O teeken vol van heil! Gezonden uit den hoogen Weerklinkt een stem langs Oost en Westerstrand :

«Eén is 't Geloof, één zij de herder, 't alvermogen Der liefde omsluite de aard met e'énen band.quot;

Sla, Moedermaagd, sla op wie dwalen vriendlijk de oogen. Voer hen tot Jezus aan uw teedre hand.

ocr page 231
ocr page 232

GEBEDEN.

ocr page 233
ocr page 234

Gebeden

AAN DE ROZENKRANS-ENCVKLIEKEN ONTLEEND.

I.

Verzuchting tot Maria, onze troost en onze toevlucht.

Tot u, o Maria, smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen .., ; sla gij uwe zoo barmhartige oogen op ons . .. Geef een vlekloos leven. Wil tot God ons leiden; dat wij, Jesus ziende, altijd ons verblijden.

{Magnae Dei).

II.

Groet aan Maria, de Schutsvrouw des geloofs.

Wees gegroet, o altijd welsprekende mond der Apostelen, hechte zuil des geloofs, onbeweeglijk bolwerk der Kerk ! . .. Wees gegroet, gij, door wie wij als burgers der ééne, heilige, katholieke

ocr page 235

208

GEBEDEN.

en apostolische Kork z,j„ ,„schreven 1 Wees „

e'o*. Sgt;i fonteio. door goddelijke kracht ontslotenquot; aaro,, de stro„m.„ de,. god(JeIijl(e ^ •

.vel „ H TT g0,Ven dlt;!S quot;aren voort-wellen de dwalingen voor aich uiteendrijvend

Verhang waM over de ^

g'J a le ketterijen vernietigd, gij alleen!

iAdiuiricein).

III.

** *** v°°r *r amumb*

Door „ „aria, hebben de Apostelen het heil volkeren gepredikt; door „ wordt „ver gansche wereld het kostbaar kruis vereerd equot; aanbeden; door u worden de duivelen ver

hemel ^ menSCh quot;eer8quot;«Pen tot den

hemel; door u is alle schepsel, dat in de dwa-

mg van den afgodendienst was verstrikt, tot de tams der waarheid bekeerd ; door u zijn Gods

ond nquot; ^ ^11 heil'gen dooP gekomen, en onder alle volken kerken gesticht.

Niemand, „ hoogheilige, wordt met de kennis Gods begenadigd dan door u; „iemand gezaligd door u, o Moeder Gods: niemand bekomt genade uit barmhartigheid dan door u.

Wees dan de christenen indachtig: uwe dienaren

ocr page 236

GEBEDEN.

zijn zij. Beveel de gebeden aan van allen; steun de hoop van allen. Bevestig gij het geloof; verzamel alle kerken in de eenheid.

O allerzuiverste, wie nooit eenige vreeze weerhield tot uwen Zoon te naderen, vraag gij Hem, o allerheiligste, dat Hij vrede geve aan de wereld, en alle kerken door eenzelfde gezindheid beziele. En allen zullen wij u lofzingen!

{Adiutricem).

IV.

Aanroeping van Maria, de Rozenkrans-Koningin.

Tot u vluchten wij, o heilige Moeder Gods; verstoot gij Eva's arme kinderen niet.

U vragen wij, o middelares van ons heil, grootmachtig en zeer goedertieren; u smeeken wij met innigheid,

om de zoetheid der vreugden, die gij vondt in Jesus uwen Zoon; —

om uwe deelname in Zijne onuitsprekelijke smarten; —

om de klaarheid Zijner glorie, die afstraalt op u; — hoor ons, in onze onwaardigheid! Ach, verhoor ons, o genadige!

(Jucundd).

2O9

14

ocr page 237

...............................................................................................................................................................

Gebed tot den H. Jozef

VOOR DE KERK.

Volgens voorschrift van den H. Vader Leo XIII op eiken dag der Octobermaand, na den Rozenkrans, te bidden. ')

Tot u, heilige Jozef, vluchten wij in onze beproeving, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af.

Wij bidden u ootmoedig, bij die liefde, die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods ver-eenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jesus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus

') Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen, telkens als men bij de openbare oefeningen der Octobermaand, wanneer dit gebed aan den Rozenkrans wordt toegevoegd, tegenwoordig i?.

Aflaat van 300 dagen, dagelijks eens te verdienen, als men op eiken anderen dag van het jaar het rouwmoedig bidt.

ocr page 238

GEBEDEN.

Christus zich verworven heeft door Zijn bloed, en ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.

O zorgvolle bewaarder van het goddelijk Gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus. O liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten. — O onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis.— En gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed, opdat wij, naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.

21 I

ocr page 239

DE VIJFTIEN EOZEN.

GODVRUCHTIGE GEVOELENS DER ZIEL BIJ HET BIDDEN VAN DEN ROZENKRANS.

©e Blijde öel^dmen.

(Te bidden op Maandag en Donderdag).

I.

De boodschap des Engels aan Maria.

Zeer zuivere en reine Maagd, reiner dan de Engelen; in de woorden vol wijsheid, die gij tot den Aartsengel Gabriël zeidet, toen hij u boodschapte dat gij Moeder zoudt worden van het goddelijk Woord, openbaarde zich uw groote liefde voor de maagdelijkheid.

Om deze deugd, die u zoo liefelijk deed zijn voor den Heer, bidden wij u : maak ons sterk tegen de heftige aanvallen van vleesch en zinnen, opdat wij, zuiver van harte, God mogen zien, in ons leven en in den hemel.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

ocr page 240

GEBEDEN.

n.

Het bezoek van Maria aan Elizabeth.

O Maagd, diep ootmoedig, en daarom gezegend onder de vrouwen ! Uw maagdelijkheid behaagde den Heer; maar uw deemoed maakte u waardig te ontvangen van den Heiligen Geest. Uw deemoed, zoo groot, dat gij, de Moeder van God, u hebt verwaardigd een lange en moeilijke reis te doen, om uwe nicht te begroeten en haar nederig te dienen.

Om dezen uwen ootmoed, vragen wij u : maak dat wij nimmer vergeten onze ellende, onze zwakheid, ons niet; opdat wij waardig zijn het bezoek te ontvangen van uwe liefde en van de goddelijke genade, en onze geest zich met u verheuge in God alleen, uwen en onzen Zaligmaker.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

III.

He geboorte van Christus.

Hoogverheven Maagd, dochter uit David's koninklijk huis, en gebiedster over de aarde en hare volheid, gij hebt dit voor niets geacht, maar zijt arm gebleven en in ontbering; want het minlijk Jesuskind, dat gij het eerst hebt omhelsd, toen het

213

ocr page 241

214 GEBEDEN.

voor u lag in eene kribbe, in arme doeken gewilj-keld, was en bleef uw eenige schat, uw alles.

Om deze uwe liefde voor de armoede, en uwe navolging van den armen Jesus, vragen wij u : maak dat verre Van ons blijve alle eigenbelang en zelfzucht, en dat ons hart zich niet hechte aan de ijdelheid der ijdelheden, maar vastelijk blijve hopen ©p den rijkdom des hemels.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

IV.

Dc opdracht van Christus in den tempel.

Heilige en getrouwe Maagd, om gelijk te worden aan uwen Zoon, die gehoorzaam werd tot den dood des Kruises, hebt gij u onderworpen aan de zuiveringswet, die voor u, allerzuiverste, niet gold, en uw Kind aan den hemelschen Vader geofferd.

Om deze uwe uitnemende gehoorzaamheid, vragen wij u; draag ook ons leven op, in vereeniging met dat van Jesus, aan onzen hemelschen Vader, opdat wij altijd de geboden Gods en de wetten Zijner heilige Kerk stiptelijk onderhouden, en Gods wil aan ons geschiede op aarde en in den hemel.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

ocr page 242

GEBEDEN.

V.

De vinding van het Kind Jesus in den tempel.

Lofwaardige en minnelijke Maagd, hoe heerlijk werd uwe smart bij het verlies van uw goddelijk Kind vergoed en beloond, toen gij Hem weder-vondt, bezig zijnde met de dingen Zijns Vaders, en gij met Hem teruggingt naar uw stille huis, om vele jaren lang te overdenken Zijne woorden, die gij in uw hart bewaardet, Zijne onderdanigheid aan u eerbiedig te bewonderen, en bij het toenemen Zijner jaren en wijsheid, toe te nemen in Zijne liefde.

Om deze uwe zuivere en teedere liefde voor uwen Zoon, en om uwe innigste vereeniging met Hem, vragen wij u : maak dat wij Jesus zoeken, en zoekend Hem vinden, en vindend Hem beminnen, en Hem beminnend nooit door de doodzonde van Hem gescheiden worden.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

215

ocr page 243

GEBEDEN.

©e 'Brocmge Geheimen.

(Te bidden op Dinsdag en Vrijdag).

I.

De droefheid zan Christus in den hof van Olijven.

O zeer droeve Moeder, wat heeft uw hart geleden om de zonden der menschen, in die ure der duisternis, toen uw geliefde was heengegaan; toen uw Zoon, van u gescheiden, alleen, met den zondenlast van ons allen werd beladen, en het gewicht onzer misdaden Zijne goddelijke ziel benauwde tot den dood, en het bloedzweet uit zijn lichaam dreef.

Om die bittere zielsangst van Jesus, en de droefheid van uw moederhart, bidden wij u: maak dat wij onze bedreven zonden, de oorzaak van uwe en Jesus' angsten, verfoeien, en uitwisschen door een oprecht berouw.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

II.

De geeseling van Christies.

O Moeder des lijdens, hoe werd uw teeder hart gewond door de ruwe, wreede geeselslagen, die

2l6

ocr page 244

GEBEDEN.

het allerzuiverst lichaam van uwen Zoon, in uw maagdelijken schoot gevormd, martelden, Hem van Zijne voetzolen tot de kruin van Zijn hoofd met bloedende wonden bedekten, van Hem maakten een worm, en geen mensch.

Om deze vlijmende pijnen van het lichaam uws Zoons en van uw moederhart, vragen wij u : maak dat wij den boozen zinnenlust, die Jesus en u zoo deden lijden, in ons tegengaan, en ons zondig lichaam door vasten en boetvaardigheid kastijden.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

III.

Dc kroning van Christus viet doornen.

O diep vernederde Moeder, hoe werd uw moederhart gegriefd door den hoon en de schande van uw Zoon, den schoonste der menschenkinderen, den Koning; toen Hij, met de spotkroon van doornen op Zijn hoofd vol bloed en wonden, door de soldaten en het volk zoo wreed werd verguisd, en Hij, de Mensch, de smaad werd der menschen, en de verachting des volks.

Om deze allerbitterste vernedering van Jesus en van u, vragen wij u ; maak dat wij altijd waken over ons arm, hoovaardig hart, dat zoo vol ijdel-

217

ocr page 245

GEBEDEN.

heid en zelfbehagen is. O mochten wij den smaad van Jesus in ons willen dragen, en van Hem eii van u leeren, nederig en lijdzaam van harte te zijn!

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

IV.

De kruisdraging van Christus.

O Moeder en martelares, hoe werd uw moederhart beklemd door de zwaarte van Jesus' Kruis; hoe bloedde en schreide uw ziel, bij elke schrede op uwen en Zijnen lijdensweg, toen gij het schuldloos Lam, uw Eeniggeborene, naar de slachtbank volgdet.

Om al dat nameloos wee van Jesus en van u, vragen wij u; maak dat wij toch nooit den breeden weg opgaan, die ten verderve leidt, maar den moed hebben ons zelf te verloochenen, dagelijks ons kruis geduldig op te nemen, en u en Jesus op den kruisweg te volgen.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

V.

De kruisiging en dood van Christus.

O Moeder van den Verlosser, onze Moeder, wie kan het denken en gevoelen, wat gij leedt

2l8

ocr page 246

GEBEDEN.

toen gij, teeHere en heldhaftige Vrouwe, naast het Kruis van Jesus staande, met Hem gekruist en gestorven zijt in uwe ziel! Maar wie kan ook, o Moeder der levenden, uwe liefde gevoelen voor ons, quot;oen gij, in zoo bittere lijdensweeën, ons, zondige kinderen van Eva, als uwe kinderen teederlijk hebt aangenomen !

Om deze liefde, tot den dood, van Jesus en van u, vragen wij u : maak dat wij met u staan naast het kruis van onzen Verlosser; op Hem alleen, onzen Middelaar, hopen, en deel hebben in de vruchten van Zijn lijden en dood. Wees gij onze Middelaresse tot Hem, en toon dat gij onze Moeder zijt, nu en in het uur van onzen dood.

Onze Vader. Tienmaal We^s gegroet.

Gxlorieuze Gkl^eiinen.

(Te bidden op Zondag, Woensdag en Zaterdag).

I.

De verrijzenis van Christus.

O Koningin der Overwinning, wat jubel was er in uw ziel, toen Hij, dien gij waardig zijt geweest te dragen, verrezen was, gelijk Hij gezegd had, en gij uw God en uw Zoon in zijn koninklijke heerlijkheid mocht zien, aanbidden, omhelzen.

219

ocr page 247

GEBEDEN.

Om die glorie van Jesus' opstanding uit den dood, en uwe medeverheerlijking, vragen wij u; maak dat wij gestorven zijnde aan de zonde, met Jesus blijven leven voor God, en dat wij op den jongsten dag door Hem worden opgewekt tot de verrijzenis des eeuwigen levens.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

II.

De hemelvaart van Christus.

O Koningin des hemels, de scheiding tusschen Jesus en u werd wonderbaar verzoet, toen gij Hem vol majesteit voor uwe oogen zaagt opstijgen, en luisterdet naar de zegezangen der engelen. Hoe troostte u nu Zijne heilige liefde, en Zijn woord dat gij overdacht: Ik ga u eene plaats bereiden.

Om uwe innige deelneming in Jesus' glorie bij Zijn hemelvaart, bidden wij u : maak dat wij, die nog ballingen zijn in dit dal van tranen, onze harten blijven opheffen tot onzen Vader, die in de hemelen is, en ons altijd troosten in de bitterheid en verdrukking des levens met de hoop op het overmatig gewicht van glorie, dat God bereid heeft voor wie Hem liefhebben.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

220

ocr page 248

GEBEDEN

III.

Dc neder daling van den H. Geest.

O Koningin der heilige katholieke Kerk, uw liefde en troost hebben de leerlingen van Jesus versterkt; uw moederlijk en volhardend gebed, met hunne beden vereenigd, deed den Trooster met de volheid zijner gaven nederdalen over de Kerk.

Om deze uwe groote en zorgzame liefde, vragen wij u : blijf bij ons om met ons te bidden dat de heilige Geest, uw goddelijke Bruidegom, de Kerk, onze Moeder, verlichte en sterke in haren bangen strijd tegen hare vijanden, en wij allen door Hem één mogen blijven in Waarheid en Liefde.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

IV.

De opneming van Maria ten hemel.

O glorievolle Koningin, hoe blijde is uw hart ontwaakt in uw graf, toen het de stem der Liefde hoorde: Sta op, haast u, mijne liefste, mijne vriendin, de winter is voorbijgegaan, kom ! Hoe juichten de hemelen, toen gij opsteegt uit de woestijn dei-aarde, schoon als de dageraad, liefelijk als wierookgeur, en Jesus u aan de hemelpoort ontving.

Om deze uwe glorievolle blijdschap, bidden wij

221

ocr page 249

GEBEDEN'.

u : maak dat wij heilig mogen leven om ook heilig te sterven. Verwerf ons een zaligen doodstrijd, opdat wij zuiver van zonden, en met de heilige Teerspijze in ons hart, door Jesus en u den hemel worden binnengeleid.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

V.

De kroning van Mat ia m den hemel.

O Soevereine Koningin van hemel en van aarde, de H. Drieëenheid heeft u gekroond boven alle schepsel, in de hoogste hoogte der hemelen. De engelen verheugden zich; lofprijzend zegenden zij den Heer. Toen werdt gij de smeekende almacht, die al onze gebeden opdraagt aan uw Zoon, door wie al Zijne genade tot ons komt.

Om deze uwe oppermacht en heerlijkheid smee-ken wij u: maak dat wij u als dienaren devotelijk vereeren, als kinderen u teederlijk beminnen. O onze goedertierene en meedoogende Koningin en Moeder, toon ons dat gij machtig zijt; wees gij altijd ons leven, onze zoetheid, onze hoop; en geef ons eenmaal uwe glorie te aanschouwen, en eeuwig u met alle engelen en heiligen te prijzen.

Onze Vader. Tienmaal Wees gegroet.

222

ocr page 250

OVER DE BROEDERSCHAP

VAN DEN

ALLERHEILIGSTEN ROZENKRANS.

ocr page 251
ocr page 252

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiuiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiu1

[n1111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111111iii1111111111111111111t111iii11111111111111111111111111111111111iii1111111111t111111iii1111111111iii1.il

©oer öc BroedersQba]}

VAN DEN

Allerheiligst en Rozenkrans. ')

I.

De Broederschap van den allerheiligsten Rozenkrans is, volgens de overlevering, door den H. Dominicus ingesteld, om hare leden te verbinden, door een eendrachtig gebed van den H. Rozenkrans Maria te prijzen en hare voorspraak te verwerven.

De leden onderling deelen elkander de verdiensten mede van hun gebed.

Daarenboven worden zij deelachtig aan de ververdiensten van alle goede werken: vasten, boetedoening en gebeden, van de Orde der Dominikanen.

') De volgende regelen zijn hoofdzakelijk opgesteld naar de Apostolische Constitutie »Uhi primumquot; van 2 October 1898, en naar de verklaringen van de H. Congregatie der Aflaten van 10 Augustus 1899.

15

ocr page 253

226 OVER DE BROEDERSCHAP VAN DEN'

11.

De Generaal der Dominikanen heeft het uitsluitend recht om de Broederschap op te richten.

Hij doet dit door de uitvaardiging van het diploma van oprichting.

Alle Broederschappen die geen diploma van oprichting van voornoemden Generaal bezitten, of door geen authentieke akte, b.v. een geschreven procesverbaal of vermelding in de archieven, kunnen bewijzen, dat het oprichtings-diploma vroeger gegeven is, zijn onwettig, en moeten dus opnieuw worden opgericht.

Echter heeft Z. H. Leo XIII, door bemiddeling van de H. Congregatie der Aflaten, goedgunstig toegestaan, dat deze onwettig opgerichte Broederschappen als wettig zullen worden beschouwd tot aan 2 October 1900, binnen welken tijd zij verplicht zijn zich tot den Generaal der Dominikanen te wenden, om door authentieke brieven van hem wettig te worden verklaard, op straffe van na dien tijd haar geldigheid te verliezen.

III

De Broederschap kan worden opgericht in alle kerken en openbare bedehuizen, waartoe de ge-

ocr page 254

ALLERHEILIGSTEN ROZENKRANS.

loovigen vrijen toegang hebben, behalve in de kerken van zusters, die in gemeenschap leven.

IV.

Op een en dezelfde plaats kan slechts ééne Broederschap worden opgericht.

Op voordracht echter der Bisschoppen, kan in groote plaatsen in meerdere kerken de Broederschap door den Generaal der Dominikanen worden opgericht.

V.

De Broederschap blijft gebonden aan de kerk waarin zij is opgericht, en kan dus niet naar een andere kerk worden overgebracht.

Wanneer echter de oude kerk, waar de Broederschap was opgericht, wordt afgebroken, en op dezelfde plaats of in de nabijheid daarvan een nieuwe opgericht, dan gaat de Broederschap op de nieuwe kerk over, en behoeft dus geen nieuwe instelling te worden aangevraagd.

VI.

De Generaal der Dominikanen wijst den bestuurder der Broederschap aan, en geeft hem alle

227

ocr page 255

228 OVER DE BROEDERSCHAP VAN DEN

rechten aan dat officie verbonden. — Echter met toestemming van den Bisschop der plaats, voor kerken die aan de seculiere geestelijkheid zijn toevertrouwd.

Als bestuurder wordt gewoonlijk benoemd de priester die een vast officie, b.v. van pastoor of kapelaan uitoefent, en na hem zijne opvolgers in dat officie.

De bestuurder ontvangt gewoonlijk bij zijn aanstelling de machtiging om, voor een bijzonder geval alleen, een anderen priester aan te wijzen om hem te vervangen.

VII.

Voor de oprichting der Broederschap worde op het volgende gelet.

Allereerst worde de Bisschop van het Diocees verwittigd, wiens toestemming voor de oprichting vereischt is

Vervolgens worde de aanvrage der oprichting schriftelijk ingediend bij den Generaal der Domi-nikanen met opgave van diocees, plaats en titel der kerk.

•) Voor Nederland zende men de aanvrage aan den Hoog Eerw. provinciaal der Domimkanen, te Huissen, bij Arnhem

ocr page 256

ALLERHEILIGSÏEN ROZENKRANS.

Tegelijk met de uitvaardiging van het Diploma der oprichting, wordt door voornoemden Generaal een Pater Dominikaan, of ook soms een ander priester gemachtigd, de Broederschap ter plaatse plechtig te gaan instellen, van welke instelling een officieele akte wordt opgemaakt, in de archieven der kerk te bewaren,

VIII.

Elke priester kan van den Generaal der Domi-nikanen, op aanvrage, machtiging bekomen om leden in de Broederschap op te nemen en Rozenkransen te wijden. !)

Voor de geldigheid der wijding is het noodzakelijk zich te bedienen van het bijzondere wijdingsformulier, dat in het aanhangsel van het Rituale Romanum is opgenomen.

IX.

229

Om als lid in de Broederschap te worden opgenomen is alleen vereischt, dat men zijn naam doe opschrijven in het Register der Broederschap

') Men kan deze macht bekomen, door een schriftelijke aanvrage te doen aan den Hoor/ Kerw. Provinciaal der Predi^heeren, te Huissen, bij Arnhem.

ocr page 257

23O OVER DE BROEDERSCHAP VAN DEN

door een Pater Dominikaan of door een anderen priester, daartoe gemachtigd.

Zelfs is het voor het lidmaatschap voldoende, dat men door den gevolmachtigden priester in de Broederschap is opgenomen, ook zonder dat nog de naam feitelijk opgeschreven is. (S. C. Ind 10 Aug. 1899;.

Overledenen kunnen niet als lidmaat worden opgenomen (Ibid).

Behalve deze eenvoudige opneming bestaat èr nog een plechtige die, volgens den wensch des Pausen, vooral op de feestdagen van Maria en op den eersten Zondag van elke maand dient beoefend te worden.

X.

De leden der Broederschap hebben krachtens hun lidmaatschap slechts deze verplichting: om eens per week den geheelen Rozenkraus te bidden. Hier valt bij op te merken:

1°. Dat onder Rozenkrans alleen verstaan wordt die welke bestaat uit vijftien, uit tien, of uit vijf tientjes, niet meer of niet minder. De laatste is de meest verspreide en bekend onder den naam van Rozenhoedje.

De verplichting der Broederschap legt het

ocr page 258

ALLERHEILIGSTEN ROZENKRANS. 23 I

wekelijksch bidden op van den geheelen Rozenkrans van vijftien tientjes, of van drie Rozenhoedjes.

2°. Dat deze verplichting niet meebrengt den geheelen Rozenkrans achtereen te bidden. Men kan hem in drie gedeelten bidden op verschillende dagen. Zelfs kan men de tientjes van elkander scheiden, mits men altijd ze bidde als deel van den Rozenkrans.

■30. Dat men, om aan zijn verplichting als lid der Broederschap te voldoen en om de aflaten te verdienen, gedurende het bidden van den Rozenkrans of het Rozenhoedje de vijftien mysteriën moet overwegen, zóó en niet anders, gelijk zij algemeen bekend zijn.

Om deze verplichting na te komen, is het niet noodig vóór het bidden van elk tientje een tijd lang aan het mysterie te blijven denken. Voldoende is dit te doen onder het bidden zelf, een ieder naar zijn kennis en zijn vermogen. Men doet daarom goed vóór het bidden van elk tientje het mysterie te noemen.

40. Dat het loffelijk is de gewoonte te onderhouden, door — Z. H. Leo XIII op bijzondere wijze goedgekeurd, en aanbevolen voor het openbare gebed van den Rozenkrans in de Broederschaps-

ocr page 259

232 OVER DE BROEDERSCHAP VAN DEN

kerk, — om gedurende de week de geheimen in deze orde te overwegen;

de blijde geheimen op Maandag en Donderdag;

de droevige geheimen op Dinsdag en Vrijdag;

de glorieuze geheimen op Zondag, Woensdag en Zaterdag.

5°. Dat het wekelijksche gebed van den Rozenkrans de leden der Broederschap niet op zonde verplicht.

XI.

Onder de godvruchtige gebruiken der Broederschap behoort op de eerste plaats de Rozenkrans-processie, welke op eiken eersten Zondag der maand wordt gehouden, en waaraan vele aflaten zijn verbonden.

Op plaatsen waar de processie buiten de kerk niet geoorloofd is, kan zij ook, met behoud dei-aflaten, binnen de kerk plaats hebben. Komt zij om de een of andere reden op den eersten Zondag te vervallen, dan kan zij op een anderen Zondag worden verplaatst.

XII.

De Paters Dominikanen en de priesters, leden der Derde Orde van den H. Dominicus, mogen

ocr page 260

ALLERHE1LIGSÏEN ROZENKRANS. 233

tweemaal in de week, onder sommige voorwaarden, een bijzondere votiefmis van den Rozenkrans lezen.

De overige priesters, die leden der Broederschap zijn, mogen de votiefmis, de Beata, zooals zij in het Romeinsch missaal wordt gevonden, aan het altaar der Broederschap lezen, op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als boven.

Aan deze H. Mis zijn dezelfde aflaten verbonden als aan het bidden van den geheelen Rozenkrans.

Daaraan kunnen ook deelachtig worden alle andere leden der Broederschap, die de H. Mis godvruchtig bijwonen, en of gebiecht hebben, of daartoe het voornemen hebben en berouw hebben over hunne zonden.

XIII.

ten der grootste gunsten aan de Rozenkrans-Broederschap verbonden, is de beroemde aflaat Toties quoties, welke volkomen gelijk staat met de Portiuncula-aflaat op 2 Augustus.

Op den eersten Zondag der maand October, feestdag der Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, kunnen de geloovigen, in alle kerken en kapellen waar de Rozenkrans-Broederschap wettig is opgericht, mits zij gebiecht en gecommuniceerd hebben, telkens een Vollen Aflaat ver-

ocr page 261

234 OVER DE BROEDERSCH. V. D. A. ROZENKR.

dienen, zoo dikwijls zij de kerk bezoeken, en daar eenigen tijd bidden tot intentie van Z. H. den Paus. Deze aflaat kan verdiend worden van 's Zaterdagsmiddags 2 uur tot zonsondergang van Zondagmiddag.

') Op verzoek van den Hoog Eerw. Provinciaal der Domi-nikanen der Nederlandsche Provincie heeft Z. H. Leo XIII goedgunstig toegestaan voor Nederland, dat de biecht, op Donderdag en Vrijdag te voren gesproken, voldoende is om op Zaterdag en Zondag aan dien aflaat deelachtig te worden.

ocr page 262

AFLATEN

DOOR ALLEN TE VERDIENEN OP HET ROZENKRANS-FEEST EN IN DE OCTOBERMAAND.

I. Op het Rozenkransfeest.

1. Groote aflaat toties quoties. Zie bl. 233.

2. Volle aflaat op het feest, of op een der dagen van het octaaf. Gewone voorwaarden en bezoek eener kerk. (Supremi).

3. Volle aflaat onder het Octaaf, of op den octaafdag, (tweede Zondag van October). Gewone voorwaarden, bezoek der Broederschaps-kerk en aldaar bidden tot intentie van Z. H. den Paus [Sutnm. VI, 3).

II. In de Octobermaand.

I. Aflaat van 10 jaren en 10 quadragenen, telkens als men het Rozenhoedje gezamenlijk, in de kerk of te huis, bidt. {Summ. VI/, 5).

ocr page 263

AFLATEN.

2. Vólle aflaat op den laatsten Zondag, voor allen, die ten minste 3 maal in de week het Rozenhoedje gezamenlijk hebben gebeden. {Summ.

VH, 6).

3. Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen, telkens als men bij de oefeningen der Octobermaand in de kerk tegenwoordig is, of, bijaldien wettig verhinderd, deze oefeningen te huis verricht.

4. Volle aflaat voor hen, die ten minste tien malen achtereen deze oefeningen heeft bijgewoond, of, wettig verhinderd, te huis verricht. Gewone voorwaarden. (Supremï).

5. Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen, telkens als men bij het gebed tot S. Jozef, dat na deze oefeningen in de kerk gebeden wordt, tegenwoordig is. (Quamquam pluries).

236

ocr page 264

INHOUD.

Biz.

Aan den lezer...............vil

Breve van Z. H. Paus Leo XIII aan den italiaanschen

bewerker...............IX

Akten van Leo XIII over den Rozenkrans.....XIII

Inleiding.................XV

Hoofdstuk I. — Beweegredenen die den Allerh. Vader Leo XIII er toe brachten de devotie van den H. Rozenkrans te bevorderen en aan Maria de maand

October toe te wijden...........i

Hoofdstuk II. — Dankbaarheid van den Heiligen

Vader voor de weldaden van Maria ontvangen . . 7 Hoofdstuk III. — Vertrouwen van den Heiligen Vader

in Maria's Rozenkrans...........ld

Hoofdstuk IV. — IJver van den Heiligen Vader voor

de verbreiding der Rozenkrans-devotie.....20

Hoofdstuk V. — Van de groote achting, die de Roomsche Pausen den Rozenkrans hebben toegedragen ...............28

ocr page 265

INHOUD.

Hoofdstuk VI — Hoedanig de Heilige Vader wenscht. dat wij in de October maand de Koningin van den H. Rozenkrans vereeren..........

Hoofdstuk Vil. — Gunsten en voorrechten door den H. Vader aan het vieren der October maand verbonden ............■

hoofdstuk VIII. — Op hoe wonderbare wijze de Rozenkrans werd ingesteld en verbreid.....

Hoofdstuk ix.,— Over den vorm en den naam van den Rozenkrans.............

Hoofdstuk x. — Welk een uitmuntend gebed de Rozenkrans is en hoe gemakkelijk allen hem kunnen bidden................

Hoofdstuk XI. — Hoe voortreffelijk de Rozenkrans is in zijne mysteriën ... ........

Hoofdstuk XII. — Hoe uitstekend de Rozenkrans is in zijn mondgebeden...........

Hoofdstuk XIII — Hoe noodzakelijk een volhardend gebed is................

Hoofdstuk xiv. — Hoe noodzakelijk het samengaan is van het gebed met de versterving.....

Hoofdstuk XV. — Redenen waarom onze gebeden niet aanstonds verhoord worden.......

Hoofdstuk XVI. — Over twee eigenschappen des gebeds in den Rozenkrans voortrefifelijk vereenigd

Hoofdstuk XVII. — Hoe krachtig de Rozenkrans is, gemeenschappelijk gebeden.........

Hoofdstuk XVIII. — Hoe de kracht van den Rozenkrans door Maria's voorbede verhoogd wordt . .

Hoofdstuk XIX. r— Hoe het gebed tot Maria in haren Rozenkrans op geene wijze de eer, aan God verschuldigd, te na komt...........

ocr page 266

INHOUD.

Biz.

Hoofdstuk XX. — Hoe de Rozenkrans het hart van

Maria beweegt om hulp en troost te brengen . . ioS Hoofdstuk XXI. — Welk krachtig middel de Rozenkrans is tot behoud des geloofs.......113

Hoofdstuk XXII. — Dat de Rozenkrans een school der deugden is en vruchten van boetvaardigheid

voortbrengt..............119

Hoofdstuk XXIII. — Welk krachtig geneesmiddel de Rozenkrans is voor de rampen der moderne maatschappij, en wel i0. omdat hij den tegenzin voor een ingetogen en arbeidzaam leven bestrijdt. 127 Hoofdstuk XXIV. — Welk krachtig middel de Rozenkrans is 2° om den afkeer voor het lijden tegen

te gaan. . ..............132

Hoofdstuk XXV. — Welk krachtig middel de Rozenkrans is 30. om de vergetelheid der toekomstige

goederen te bestrijden..........136

Hoofdstuk XXVI. — Hoe de Rozenkrans, door de godsvrucht tot St. Jozef gesteund, voor de huisgezinnen de bewaarder is van den christelijken geest en voor de kerk een schild en schutsweer . 141 Hoofdstuk XXVII. — Over Maria's invloed op het

leven en streven der Kerk.........148

Hoofdstuk XXVIII. — Dat wij van Maria den terugkeer der dwalenden tot de eenheid der Kerk mogen verhopen............156

Hoofdstuk XXIX. — Over het groot vertrouwen dat de H. Vader in den Rozenkrans stelt als middel

tot hereeniging der dwalende volken.....163

Hoofdstuk XXX. — Over den geest van vereeniging

in de Broederschap van den H. Rozenkrans . . 169 Hoofdstuk XXXI. — Dat de leden van de Rozenkrans Broederschap een biddend leger vormen en het officie der Engelen vervullen......175

ocr page 267

INHOUD.

Hoofdstuk XXXII. — Over den lof, de aanmoediging, de voorrechten, door de Roomsche Pausen aan

den Rozenkrans gegeven.........iSo

Hoofdstuk XXXIII. — De Kerk triumfeert door de

macht van den Rozenkrans ........186

Dichtbloemen door onzen H Vader Leo XIII voor den

troon van de Rozenkrans-Koningin neergelegd. . 191 Gebeden aan de Rozenkrans-Encyklieken ontleend . . 207

Gebed tot den H. Jozef voor de Kerk......210

De vijftien rozen. Godvruchtige gevoelens der ziel bij

het bidden van den Rozenkrans.......212

Over de Broederschap van den allerheiligsten Rozenkrans ................225

ocr page 268
ocr page 269