ocr page 1

o

DE PLECHTIGE INWIJDING

t

der

NIEUWE SVMONICAKERK,

bijkerk der St.-Augustinusparoch.ic

XJTJREGPiT,

DOOR

ALB. VAN ROOIJEN.

Artikelsgewijze reeds grootendeels verschenen in

HKT CENTRUM,

Da()blad ooor Utrecht en Nederland.

Prijs 10 Cents.

Voor eigenaars vau tocgaiigskaarteu UKA.T1S.

Verkrijgbaar bij:

Wed. J. R. VAN ROSSUM, Achter 't Stadhuis; .1. A. JANSENS, Oude Gracht;

en aan het Bureau van HET CENTRUM,

allen te Utrecht. ,-.v

1886. amp;

ocr page 2

/

ocr page 3

BE HIBTJWE BUKEEK

DER

ParocMe van den H. AUGUSTINÜ8.

Ouderen van dagen kunnen zich herinneren, hoe de leden der aloude en beroemde Augustijner orde, die na tijden van geweld weder in Utrecht mochten optreden om hun geestelijke weldaden aan de S lichte-naars mede te deelen, aanvankelijk hun standplaats hadden gekozen op dat punt der stad, waar zich het door ouderdom en geschiedenis eerbiedwaardige Jerusalemklooster bevond, doch later een ruime nieuwe kerk stichtten op de Oude Gracht nabij de Catherijne- en Weerd-poorten, om daardoor in de behoeften te voorzien van een volkrijk deel — wij mogen er bijvoegen: van een volksgedeelte der grijze Bisschopsstad. Het goede, aldaar en bij name in het laatstbedoelde door hen teweeggebracht, is in zijn geheelen omvang alleen Gode bekend, en kan overigens, niet slechts door de geestelijke, maar ook door de burgerlijke overheid der stad het best worden beoordeeld.

ocr page 4

2

Jongeren van dagen kunnen ook medespreken over de sterke uitbreiding der stad, die in het laatste vierdedeel der eeuw door iedereen was waar te nemen. Een der gewone gevolgen daarvan was de uitbreiding van bet getal der katholieken, die in de parochie van M. Augustiuus toch reeds in groote menigte waren vertegenwoordigd. Die uitbreiding, ja, die overvolheid in genoemde parochie kon men iu de laatste jaren gewaarworden, niet alleen bij buitengewone feesten en gelegenheden, maar ook eiken Zondagmorgen, vooral in den zomertijd. Hoezeer alsdan ieder uur eene godsdienstoefening wordt gehouden, die nagenoeg bet volle uur moet duren, en daardoor geen gezonde dampkring in het kerkgebouw wordt veroorzaakt, is dit gewoonlijk zoo met kerkgangers getuid, dat honderden kinderen — om slechts iets te noemen — honderden kinderen, die den leeftijd van verplicht kerkbezoek al hebben bereikt, achter in de kerk tusscben dicht opeengedrongene volwassenen moeten blijveu staan, en dus mogen geacht worden zoo goed als niet, of althans niet naar behooren bij de godsdienstige plechtigheid tegenwoordig te zijn.

Algemeen werd dan ook sinds lang de behoefte gevoeld aan eene tweede of bijkerk, ten behoeve der groote Augustiuus'parochie, en het plan tot de stichting daarvan met levendige toejuichingen begroet. Deze instemming bleek wel het duidelijkste uit de vrome bereidvaardigheid, waarmede niet slechts de

ocr page 5

3

parochianen, van den rijksten tot den annsten, maar ook vele andere katholieke stad- en landgenooten hun vrijwillige giften schonken, en hun bepaalde vaste toezeggingen voor de toekomst gaven, giften en toe-zeggingen, door welke de ijverige herder der parochie, ofschoon aanvankelijk geheel zonder geldelijke middelen voor de in meer dan één opzicht gewichtige onderneming, deze onder Gods besten zegen met moed en ijver kon beginnen en reeds gedeeltelijk tot een goed einde brengen.

Vroeger beschreven wij de plechtigheid dersteen-legg'ng. door Z. D. H. Mgr. P. M. Snickers den vierden Mei van het vorige jaar in persoon verricht. En thans, nu kerk en klooster in voldoende mate en voorspoedig zijn voltooid, zal den elfden der volgende maand door denzellden beminden hoogwaardigen aartsbisschop de plechtige inwijding plaats hebben.

Terwijl wij van deze voorloopig nog slechts mede-deelen, dat zij ook zal worden opgeluisterd door eene feestpreek van den gevierden gewijden redenaar,, onzen achtingswaardigen stadgenoot, den Zeer Eerw. Heer P. Van Es, en beloven dat wij zoo nauwkeurig mogelijk eene beschrijving van dat feest zullen geven, meenen wij voorshands onzen lezers in verschillende afdeelingen een genoegen te zullen bewijzen, door naar aanleiding van de nieuwe stichting der Bijkerk eenige geschiedkundige bijzonderheden over de beroemde Augustijuerorde mede te deelen, en tevens en in de eerste plaats eene uitvoerige schets te

ocr page 6

1

leveren van het waarlijk schoone nieuwe Kerkgebouw.

Vooraf, en als slot van dit eerste artikeltje, zij nog opgemerkt, dat onder den zooeven genoemden voorspoed der voltooiing ook het vrijblijven is te verstaan van alle ongelukken, groote een kleine. Zeker een zeldzaam getuigenis bij de gevaarlijke werken, welke met een bouw, als dien der nieuwe Kerk, zoo veelvuldig voorkomen. Wij mogen dat geluk voornamelijk toeschrijven aan de vele gebeden en misoffers, die tot dat einde zijn opgedragen, en ditmaal door Gods Voorzienigheid op bijzonder zichtbare wijze verhoord. En naar onze bescheidene meening mag hierin ook een vertroostend voorbeeld worden erkend door al de weldoeners der nieuwe onderneming, voor wier heil ook op echt christelijke wijze gebeden en misoffers aan den Almachtige en Algoede woi'den opgedragen.

Beschrijving: der Kerk.

De onderstelling is niet gewaagd, dat het den lezer dezer regelen zal gaan als den schrijver, dat namelijk reeds bij ons eerste binnentreden de nieuwe kerk eene gewaarwording van verrassing en verbazing wekt. Wij meenden op een achterafje een rechtlijnig hulpkerkje te zullen vinden ; en wij vinden aan een nette straat en bij een ruim singel, in het volle van de stad, op een flinke opene ruimte, een vrij groote kerk, die bovendien zeer schoon is, zeer indrukwekkend, kunstig ontworpen, kundig uitgevoerd, deugdelijk gebouwd, en sierlijk afgewerkt. Geen

ocr page 7

5

kathedraal, geen Dom, het is waar; maar dit »as uoch geëischt, noch gewenscht.

Door de groote binnendenr in den tempel getreden, zien wij al spoedig den eerhiedwaardigen en veel-heteeiienenden hoofdvorm van het gehouw, dien van een kruis, een Latijnsch kruis; spoedig eveneens bespeuren -wij, dal de bouw der kerk, in de richting van de kruisannen en van het priesterkoor, een groote ruimte veroorzaakt, door welke het mogelijk is geworden dat, in weerwil van de bestaande kolommen, de meeste kerkbezoekers een vrij uitzicht hebben op de altaren en den predikstoel. Intusschen wordt dit ook bevorderd door het zooveel mogelijk beperktegetal kolommen, achttien kleinere en vier hooldkolommen.

De lengte van het kruis, die wordt genieten van den achtergevel van het priesterkoor door den hoold- of middelbeuk of het schip der kerk heen, bedraagt buitenwaarts vijf en vijftig Nederlandscheel, waarin echter de lengte of diepte van den toren begrepen is; de lengte der transepten of der kruisannen daarentegen — gelijkerwijze acht en twintig meter. Het kruis bestaat uit lage kolommen en bij de snijpunten van hoofdbeuk met kruisannen uit de vier hoofdkolommen, en verder uit de travées der door die kolommen gedragen bovenkerk. Zooals men weet, wordt door eene travee hier verstaan; het oppervlak tusschen twee kolommen, en hooger op tusschen de veilen-gingslijnen dier kolommen of de pilasters, van den vloer tot de zoldering.

ocr page 8

6

Wij mogen niet langer nalaten te zeggen, dat de stijl van den ganschen bouw de zoogenaamde Vroeg--Gnthiek is, die der dertiende eeuw, met toepassing evenwel van den Kondboog-stijl. De Vroeg-Gothiek is terstond merkbaar; o. a. in alle verdeelingen van den bouw en in alle zoogenaamde constructieve ouderdeelen, zooals de kolommen, de Iriforia-nissen en andere dergelijke prolileeringen. De Rondboog is streng doorgevoerd in de bogen der zoldering en der gewelven; in de bogen over en boven kolommen, beuken, nifsen, vensters; en in de vensters zeiven, zoowel als in de rosaces of rosetten.

De Bovenkerk wordt overwelfd door eene houten bezoldering, vervaardigd volgens de Vroeg-Gothiek, voorzien van roosters tot luchtverversching, en onderspannen door centers ot kapsp^nten, die zoo zijn uitgetimmerd dat zij het voorkomen hebben van fraaie bogen en, in het zoogenaamde kruis, van kruisbogen. Hel gewelf boven het eigenlijke priesterkoor of boven de apris des hooldbeuks is echter van steen, evenals die der na te noemen zijkapellen en zijbeuken.

Deze zijbeuken, die lager zijn, sluiten zich aan tegen den hooldbeuk en om zoo te zeggen ook tegen de uiteinden der kruis-of dwarsarmen. Zij zijn namelijk ter wederzijde van deze transepten omgebouwd, en hunne eind-travées met de sluitgevels der transepten of met de eindgevels der kruisarmen in rechte lijn aangebouwd. Bovendien vormen zij aan ieder der twee koorzijden twee kapellen, zoodat, te beginnen

ocr page 9

7

bij hunne ombouwing en te eindigen bij het Priesterkoor, de geheele breedte acht en twintig el blijft, terwijl de Kerk aan hare achterzijde, met de zijbeuken mede, tien el minder in breedte beslaat. Een en ander maakt in die krnisarmen eene buitengewone ruimte en als eene kerk op zich zelve, waardoor het groole voordeel wordt genoten, dat men op de meeste zitplaatsen het boven reeds aangeduide onbelemmerde uitzicht heeft.

Van de bedoelde vier zijkapellen zijn de twee binnenste, die aan het hoogkoor grenzen, veelhoekig, terwijl de twee uiterste zijn afgesloten door vlakke sluit- of achtergevels. Met het hoofdaltaar mede, is er in het geheel de gelegenheid aangewezen voor vijf altaren.

Ongeveer gelijkmatig over de oppervlakte der kerk verdeeld, zijn er acht biechtstoelen in de zijgevels gebouwd, twee in het midden van ieder en zijbeuk, en twee eveneens in iederen sluitgevel der kruis-artnen of transeptgevel.

De kerk mag gezegd worden geheel gebouwd te zijn van Nederlandschen baksteen, die zoo binnen als buiten voor het meerendeel zichtbaar is gelalen. Evenwel is er oordeelkundig afgewisseld met groef-steen, voor die onderdeelen namelijk, wier vervaardiging in groefsteen noodzakelijk, of in baksteen gebrekkig is. Deugdelijkheid en doelmatigheid zijn alzoo niet opgeofferd aan overdreven zucht en blind drijven voor het uitsluitend gebruik van nationale grondstoffen.

ocr page 10

8

Ook in dezen tak van handel en nijverheid, gelijk in alle andere, en gelijk in elke andere zaak, blijft het waarheid dat het overdrevene schaadt, de overdreven ijver voor het beschernaingsstelsel natuurlijk niet uitgesloten. Wij zijn overigens in overeenstemming, zelfs met de bouwmeesters der middeleeuwen. Ook dezen toch maakten gebruik van buitenland-schen groefsteen, en dat ondanks de veel grootere moeilijkheden, aan het toenmalige vervoer verbonden! En wie zal ernstig durven ontkennen, dat juist de toepassing van den groefsteen tusschen den baksteen aan al onze Oud-Hollandsche baksteenen gebouwen dat eigenaardige kenmerk geeft, zonder hetwelk men zich niet alleen wegens de eenkleurigheid. maar ook wegens de eentonigheid zou hebben te vervelen!

Doch men oordeele zelf in onze nieuwe kerk.

Zie hare binnenzijde. Ook hier is de baksteen voor het meerendeel zichtbaar, en daardoor in hooge eere gelaten. Maar behaagt u de afwisseling met groefsteen niet werkelijk? En keurt gij zelfs de pleistering niet goed van sommige onderdeelen, als nissen en andere aanvullingen, die wel is waar later veelkleurig zijn te beschilderen, doch reeds nu samenwerken, om de eigenlijke inrichting van den bouw, dat is: het geheele opgaande stelsel van kolommen, pilasters, bogen, kortom al de elkander opvolgende travées met bijkomende versieringen, èn duidelijker èn krachtiger èn schooner te doen uitkomen?

ocr page 11

9

Men zou daa ook, zelfs voor die gepleisterde deelen, den baksteen volkomen kunnen missen.

Maar eene geheel uiterste dwaasheid zou het •wezen, aan de buitenzijde der Kerk de voordeelen van den groefsteen te willen opofferen. Men lette slechts op de dorpels, de gevelpunten, de dakgoten; en vooral ook op de afdekkingen, die van de con-terforten bij voorbeeld. En om ons eens bij de dakgoten te bepalen, — met het oog op de deugdelijkheid, zooals legen inwatering, zal wel ntemaud bij zulk een groot gebouw de hardsteenen dakgoot willen verachten, terwijl er tevens een eenvormige doorloopende bovenrand aan het gebouw door wordt teweeggebracht, wiens sierlijkheid wel aan niemand zal mishagen.

Nu wij toch eenmaal buiten zijn, zullen wij er eene wijle blijven en eens langzaam om de Kerk heen wandelen.

Naar wij reeds boven te kennen gaven, vormt de nieuwe kerk niet slechts in-, maar ook uitwendig een fraai geheel en maakt een aangenamen indruk. De afwisseling van hoogen hoofdbeuk en lagere zijbeuken, door ranke leiendaken bedekt, de sierlijke vormen van vensters en rosetten, de bevallige con-terforten, de schilderachtige uitstekken en torenljes, beheerscht door den grooten toren, houden de oogen onafgebroken geboeid.

De kerk is gebouwd op een geheel vrije ruimte, de voorgevel of het torenfront gericht Noord-

2

ocr page 12

10

waarls uaar den Heerenweg, die niet aüeen een godsdienstig en schoonheidkundig voorrecht, maar ook de aanleiding tot een stofielijk voordeel in de nieuwe stichting heeft erlangd. De toren is ongeveer tien meter van de straat verwijderd, waardoor een waardig voorplein wordt gevormd, tot welks voltooiing men later, door de verwisseling namelijk van nog een paar woonhuisjes, welwillend en zonder overdreven eischen, vertrouwen wij, zal gelieven mede te werken.

Het plein wordt van de straat gescheiden door een fraai ijzeren hek, in den stijl der kerk, en met drie verschillende ingangen tegenover de drie deugdelijke eu fraaie buitendeuren, één groote middel- en twee kleinere zijdeuren. Verder zijn er in de uitgebouwde zijbeuk-annen, bij de transepten, nog twee ingangen gemaakt, welke rechtstreeks toegang verleenen tot het groote middelruim. Een maatregel, die voor drukke gelegenheden verstandig, en in onverhoopte oogenblikken van gevaar veilig moet worden genoemd.

Tusschen de groote buiten-en binnendeur bevindt zicli het ruime en sierlijke portaal onder den toren.

Deze, de groote toren, die in het midden van den voorgevel verrijst en in grondvlak een vierkant is, gaat ter hoogte van de nok der middelkap in een achthoek over. De overgang wordt geleidelijk en als onmerkbaar gevormd door vier slanke ronde hoektorentjes, wier spitsen zich geheel vrij van den hoofdtoren ontwikkelen.

ocr page 13

11

Overigens, indien de Kerk een sieraad is voor de straat en hare omgeving, de toren mag het niet minder worden geacht voor de gansche stad.

Het groote bovenkruis van den hoofdtoren bereikt eene hoogte van een en zestig el boven den beganen grond, en de nok der hoofdkap eene van twintig. Vooraan, op het kruispunt van deze kap, rijst neg een kleiner, een zoogenaamd Angelustorentje, ter hoogte van omstreeks drie en dertig el.

Links van den hoofdtoren sluit zich een ander, een kleiner aan, waarin de wenteltrappen, die voeren naar zangkoor, klokkenzolder, kappen, en naar het bovengedeelte van den hoofdtoren zeiven.

Aan den uithoek van den voorgevel van den linker zijbeuk sluit zich eveneens nog een veelhoekig uitgebouwd kapelletje aan, dat is bestemd voor doopkapel.

Wal de „beglazingquot; betreft, — een vakkundigen term —, gelijk de geheele Kerk uitmunt door bevallige evenredigheid, zoo is ook het glaswerk daarmede in overeenstemming, tn daarenboven wordt het daglicht, hoewel zacht getemperd, toch in zeer voldoende sterkle door de vensters en de rozen doorgelaten.

De zachte tempering van het licht geschiedt door zoogenaamd kathedraalglas, dat tevens door de zorgen van den architect in vele schoone tinten en volgens fraaie meetkundige teekeningen is samengevoegd.

Door de bijzondere mildheid van eenige vrome schenkers is het priesterkoor reeds nu voorzien van drie vensters met gebrand glas, waarin afbeeldingen-

ocr page 14

12

zijn voorgesteld uit liet leven van de H. Monica, de beroemde moeder van den H. Augustinus. -Gelijk men ■weet, is al bij de Eerste-steenlegging de H. Monica tot bijzondere Patrones der nieuwe Augustijneukerk onder algemeene toejuichingen gekozen en gehuldigd.

Genoemde drie glasschilderingen zijn uitgevoerd in de gunstig bekende werkplaatsen van de heeren Stalins en Janssens te Antwerpen; verdienen zij lof om het schoone kleuren-mozaïek, —- nog meer evenwel ■om de echt kenmerkende behandeling van het glas.

De aanvulling van den afsluitboog tusschen het 'houten gewelf en het Priesterkoor, van den „Triomfboogquot; dus, prijkt met een zinrijke voorstelling van den Trioinfeereiiden Christus, omringd door een stoet van aanbiddende Heiligen . rondom welke eenige engelen in hel luchtruim zweven.

Ook het plafond of houten gewelf der kerk, dat namelijk van hooldbeuk en kruisarmen, is reeds nu door den decoralie-schilder afgewerkt. De kleuren zijn rijk en fraai, de teekening karaktervol; en er is trouw rekening gehouden zoowel met de samenstelling van hout, als met den algemeenen stijl der kerk. —Wij zien er een voorteeken en een waarborg in, hoe deugdelijk en sierlijk, kortom hoe waarlijk kunstvol en de verhevenheid der plaats waardig, met Gods Hulp later de geheele Kerk veelkleurig zal worden geschilderd.

Het hier vermelde fijne schilderwerk is alles uitgevoerd naar de teekeningen van den architect en

ocr page 15

13

door het personeel van zijn eigen vermaard atelier.

Door de gunst van bijzondere ijveraars mogen wij er ons ook reeds nu over verheugen, dat de kapiteelen der meeste kerkkolommeu met passend loofwerk zijn gebeeldhouwd.

Overigens bevinden er zich nog weinig of geen eigenlijke sieraden in den nieuwen tempel; zelfs de noodige biechtstoelen kunnen alleen voor noodhulp dienen, daar huune fronten voorlooplg maar van gewoon hout en niet in overeenstemming met den algemeenen kerkstijl zijn vervaardigd. Ook de andere aanwezige meubelen, als altaar, communiebank, predikstoel, zijn slechts tijdelijk, doch zullen met de vrijgevigheid en de samenwerking der Katholieken — naar wij hopen, reeds spoedig! — door andere den tempel waardige en aan den stijl beantwoordende stukken worden vervangen. — Zeer voldoende stoelen en banken zijn op die wijze al voor een gedeelte verkregen.

Het zal wel geen betoog belioeven, dat, indien blijkbaar alle zorg is aangewend om naar vermogen een deugdelijk en sierlijk Godsgebouw te stichten, zulks in de eerste plaals is geschied om eere te geven aan den Schepper en Verlosser, en in de tweede plaats, schier -aan de eerste gelijkquot;, om zinnebeeldig voor te stellen de deugden, die vooral in de kerk worden geleerd en beoefend en ons op onzen ge-heelen levenswandel moeten versieren, totdat wij in de Eeuwige Schoonheid zijn overgegaan.

ocr page 16

14

Een woord van lof en van dank moet ten slotte ■worden gewijd, niet alleen aan den ijverigen ziele-herder en zijn ijverige medehelpers, niet alleen aan de milddadige Katholieken die den spoedigen grootschen bouw en de verdere onderneming hebben mogelijk gemaakt en blijven mogelijk maken, maar ook aan den talentvolleu en plichtgetrouwen bouwkundige en ontwerper, den heer E J. Margry te Rotterdam, en zijn verdienstelijken opzichter, den heer B. J. Claase, aan de bekwame en degelijke aannemers, de heeren Struijcken en De Bon t alhier, en aan allen die voorbeeldig tot het welslagen van den bouw hebben medegewerkt.

Wij hadden in deze verhandeling ook nog de nieuwgebouwde pastorie kunnen beschrijven; doch deels uit gebrek aan verdere plaatsruimte ditmaal, deels omdat die pastorie voornamelijk tot klooster is ingericht, meenden wij beter te kunnen wachten tot de volgende verhandeling, waarin wij overeenkomstig onze belofte over de lofwaardige bedienaren der nieuwe kerk. te weten over de Zeer Eerw. Paters Augustijnen, eenige geschiedkundige mededeelingen zullen ten beste geven.

ocr page 17

KORTE HANDLEIDING

BIJ DE

PLECHTICHEID DER KERKWIJDING.

Reeds den dag voor de Kerkwijding worden door den Hoogepriester en de verdere dienstdoende Geestelijkheid, behalve de voorbereidende maatregelen en werkzaamheden, vele oefeningen van godsvrucht verricht, als vasten en bidden, welke oefeningen ook den eenvoudigen geloovigen ten zeerste zijn aanbevolen.

Op den dag zeiven komt de prelaat vroegtijdig in de nieuwe kerk, onderzoekt haar, en verlaat haar dan weder, na bevolen te hebben dat een ieder er uitga, behalve één diaken, en dat de buitendeuren gesloten worden.

Buiten gekomen, bidden allen de zeven Boetpsalmen, waarna de Bisschop bij de hoolddeuren de eigenlijke plechtigheden aanvangt met de Antiphone: • Sta ons bij, eenige, almachtige God, Vader en Zoon en Heilige Geest!quot; Daarop volgt de gezongen litanie van alle Heiligen, de wijding van het water en de besproeiing daarmede van de buitenmuren der Kerk.

ocr page 18

16

Deze omgang wordt tot driemaal herhaald, terwijl tusschen eiken keer de Bisschop vuur de hoofddeur der Kerk stil slaat, er met den staf tegen aanklopt, en den schoouen lofzang aanheft; Attollite portas, principes. Nu wordt 'met denzelfden staf het kruisteeken op den ingang gemaakt, de hoofddeur geopend, en de kerk binnengetreden door de dienstdoende Geestelijkheid, de zangers en den werkman die den altaarsteen moet inmetselen; alle andere aanwezigen, geestelijken zoowel als leeken, blijven buiten de kerk, die weder gesloten wordt. Onder het zingen van eenige gezangen, zooals de Veni Creator en de Lofzang van Zacharias, teekent de Bisschop met den staf het Grieksche en het Latijnsche alphabet in twee rijen van gestrooide asch, welke diagonaalsgewijze zijn gevormd tusschen de voornaamste vier hoekpunten der kerk. Vervolgens worden wederom, onder bezwering van de kwade geesten, op plechtige wijze zout en water gewijd. En na nog eenmaal lot de hoofddeur te zijn teruggekeerd en er kruisteekenen op te hebben gemaakt, begeeft de Bisschop zich weder tot het altaar en vangt de wijding daarvan aan. Onder het zingen van de aandoenelijke lofzangen Judica me en Miserere mei wordt het altaar zevenmaal rondgegaan en met gewijd water besproeid. Eveneens wordt de kerk driemaal rondgegaan en de muren gewijd, ouder het zingen van de lofzangen Lactatus sum in his, In Ecclesiis benedicite. Dieet Domino; en de vloer, onder dat van de Antiphonen:

ocr page 19

17

• Mijii huis is een huis des yehedsquot; enz. Na eene heerlijke prefatie gaat men naar de plaats, waar de reliquieën voorloopig zijn bewaard, en draagt men deze buiten de kerk rond.

Het mag eene goede gedachte worden geacht, deze Prefatie nagenoeg in haar geheel mede te deelen:

„In waarheid, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dank brengen. Heilige Heer, Almachtige Vader, Eeuwige God! Sta ons bij in onze gebeden, sta ons bij ia de H. Sacramenten, sta ook Uwe vrome dienaren bij in hunne werkzaamheden, en ons die Uwe barmhartigheid inroepen! Dale ook Uw Heilige Geest, de zevenvormige,die overvloeit van den rijkdom der genade, in deze Uwe Kerk neder, welke wij, onwaardigen, inwijden onder aanroeping van Uw H. Naam, en ter eere van het H. Kruis, aan hetwelk Uw met U in eeuwigheid gelijke Zoon, onze Heer J. C.,voor de verlossing der wereld zich gewaar-digd heeft te lijden, eu ter gedachtenis mede aan Uwe Heilige Monica ! Opdat, zoo dikwijls in dit Godshuis Uw H. Naam zal worden aangeroepen, degenen, die U aanroepen, bij U, o goedertieren Heer, hunne gebeden mogen verhoor vinden.

ó Gelukzalige en heilige Drieëenheid, die alles en allen zuiver en rein en vol schoonheid maakt! o Gelukzalige Majesteit Gods, die alle gezamenlijke wezens tot hunne volmaking brengt, alle in stand houdt, alle ten goede leidt! u Gelukzalige en heilige Macht Gods, die alles heiligt, alles met zegeningen,

2*

ocr page 20

18

alles met geestelijke rijkdommen overlaadt! ó Heilige üod der Heiligen, met een nederig en vroom gebed smeeken wij U, wil door middel van ons nederig dienstbetoon, ter eere van het heilige en aller-roemvolste kruis, en ter gedachtenis aan Uw Heilige Monica, deze Uwe Kerk genadiglijk zuiveren, zegenen en wijden, door den onuilputtelijken overvloed van Uwe heiligmaking! Dat ook hier de Priesters U huideen dankoffers brengen! Dat hier het geloovige volk zijne beloften vervulle! Dat hier de lasten van de zondaren worden weggenomen, en de gevallen geloovigen weder op het goede pad gebracht! Dat verder in deze Uwe woning, wij smeeken het U, c? Heer, door de genade van den H. Geest de zieken gezond worden, de zwakken versterkt, de kreupelen genezen, de melaatschen gezuiverd, de blinden verlicht, en de duivelen uitgeworpen !... quot; Het oogenblik is intusschen gekomen, dat dc Bisschop zich buiten tegen de kerkdeur op een zetel plaatst en het volk toespreekt over den eerbied en de andere verplichtingen die wij de nieuw-ingewijde kerk verschuldigd zijn; zoo b. v. de verplichting, om naar vermogen bij te dragen tot het onderhoud van het Godshuis en van de geestelijke bedienaren. De aarts diaken leest daaromtrent twee decreten voor van hel Concilie van ïrente. Vervolgens spreekt de Bisschop tot hen, die de kerk hebben gesticht, gebouwd, begiftigd en om hare inwijding verzocht ; Hij gelast gebeden voor hen, eu maakt hen deelachtig

ocr page 21

19

in al de goede werken, welke in de kerk zullen geschieden.

De Bisschop staat op, maakt met het gewijde chrisma een kruisteeken op de kerkdeur, en gaat den stoet van de geestelijken en thans ook van de daartoe gemachtigde leeken voor, om in plechtige processie de reliquieën de kerk binnen te brengen tot de plaats van het altaar, üc altaartombe wordt met chrisma gewijd, en daarna het doosje met de reliquieën, benevens andere herinneringsteekenen, er in geborgen.

De tombe wordt met den altaarsteen dichtgemetseld, en ook deze met chrisma gezalfd. En het geheele altaar wordt nog herhaaldelijk met chrisma eu gewijde olie ingezegend, alles onder het zingen van lofgezangen en het uitspreken van gebeden.

Een enkel dezer worde hier nog medegedeeld.

Na de inwrijving van de geheele altaartafel met gewijde olie, zingt het koor de Antiphoue: «Ziedaar de geur van mijn zoon, als de geur van een vollen akker, die door den Heer is gezegend; mijn God schenke U wasdom, als aan het strand der zee; en Hij schenke U den zegen van den dauw des hemels!quot; Daarop volgt Psalm 86, Zijne y rond slay en zijn op de heilige bergen, aan het einde waarvan de Bisschop, in staande houding, en met den mijter op het hoofd, het volgende gebed uitspreekt; «Op dezen steen, 2eer geliefde broeders, is de olie der heilige zalving uitgegoten, en wij bidden onzen Heer, dat Hij, om

ocr page 22

20

er de wenschen en de offeranden van zijn volk op te ontvangen, hem zegene en wijde; en dat, wat door ons is gezalfd, in Zijnen naam zij gezalfd! Dat Hij er de verlangens van ons, Zijn volk, ontvange! En dat wij, door er onze offers der verzoening op te brengen, zelven mogen verdienen, God als onzen Verzoener te behouden! Door J. C. onzen Heer, die met Hem en met den 11. Geest leeft en heerscht, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vervolgens gaat de Bisschop ds Kerk rond en zalft op dezelfde wijze de twaalf Kruisen, welke op de binnenzijde der kerkmuren zijn geschilderd. Bij het altaar teruggekomen, voltooit Hij hiervan de wijding.

Nu worden nog de nieuwe benoodigdheden en sieraden van kerk en altaar gewijd, waarna de pontificale H. Mis wordt gezongen, die besloten wordt met de aankondiging van de aflaten, welke den aanwezigen bij de Kerkwijding worden toegestaan.

ocr page 23

DE AUGUSTIJ1VER-0RDE.

(Eenigc Gescliiedknndige Bijzonderheden.)

Naar aanleiding van de plechtig in te -«ijden nieuwe Kerk der St.-Augustinusparocliie, beloofden «ijeenige geschiedkundige mededeelingen over haar verdienstelijke bedienaren.

Wilden -wij ons in die mededeelingen uitsluitend bepalen bij de geschiedenis der Utrechtsche stichtingen, ook dan reeds zouden wij een niet minder uitvoerig dan belangrijk verhaal kunnen samenstelien, en daarbij eene zeer gepaste taak vervullen — aangezien de Utrechtsche geschiedenis voortaan eene nog veel hoogere en algeineenere vaarde erlangt. Immers onze grijze Bisschopsstad zal voortaan ook den eeretitel mogen dragen van bakermat van de Nederlandsche afdeeling der Augustijnerorde, terwijl tot dusverre die afdeeling geen zelfstandige, maar alleen de onderhoorige was eener buitenlandsche. Moge ook al voorloopig het bestuur der Nederlandsche met dal der Belgische afdeeling gemeenschappelijk blijven, de zelfstandigheid is intusschen voldoende verzekerd. Met-dat-al zullen wij hier, naaide beschikbare plaatsruimte, over de Utrechtsche stichtingen slechts een vluchtig woord mogen schrij-

ocr page 24

22

veu, deels omdat wij in verband hiermede nog eene beknopte schels van de nieuwe Pastorie met noviciaat aan onze Lezers verschuldigd zijn, deels omdat de algemeene geschiedenis der beroemde Groote Augustijnerorde van een al te groot overwicht is om er bij deze gelegenheid niet een zoo ruim getal regels aan te wijden als maar eenigszins is te vinden. —

Door verschillende groote vervolgingen ontstond in den eersten tijd der Hervorming ook hier te lande een nijpend gebrek aan R. K. Priesters. Eenige ordesgeestelijken, die reeds te voren uit de Noordelijke streken waren verbannen, vermeerderd met anderen uit Brabantsche kloosters, haastten zich om diensvolgens terug te keeren en desnoods het leven te wagen voor het zielenheil der zwaar beproefde Katholieken. Gelukkig werden zij ook weldra door de gewestelijke regeeringen, althans oogluikendel- r

■wijze toegelaten.

In die omstandigheden werden door den Hoogeerw.

Pater Michael Paludanus -Prior Provincialis Provinciae Flandro-Belgicaequot;, de eerste Augustijner Eremijten aan de Katholieken van het Sticht ter hulp gezonden. Zij schijnen aanvankelijk in de hoofdstad twee statiën te hebben gehad, beide opgericht in of omstreeks het jaar 1636. De pastoor der eene, Theodorus de Roij, stierf hier ter slede omstreeks de helft van Juli 1679.

In het voorbijgaan merken wij hierbij op, dat de L'trechtsche Augustijner-Parochie gevolgelijk dit jaar.

ocr page 25

behalve de Kerkwijding, ook een jubelfeest viert, haar vijftigste lustrum, het tweehonderd en vijftigste jaar van haar bestaan hier te Utrecht.

Van de thans nog bestaande, in 1636 opgerichte statie, was eerste pastoor of missionarius de Eerw. Pater Leonardus Brems, ovei leden te Brussel in Juni 1648. Aanvankelijk werden de H. Diensten verricht op den zolder van een huisje in de Jerusalemsteeg. Eerst de vijfde pastoor der statie, Johannes Matthei, in het jaar 1690, vermocht eenige huizen in hetzelfde straatje aan te koopen en tot eene waardiger Kerk met pastorie uit te breiden en om te vormen.

Onderden zevenden pastoor, Lucas van Crotnbrugghe, in de jaren zeventien honderd vier- en vijf en zestig, verschenen wederom plakkaten der regeering, die aan de geestelijke ambtsvervullingen der ordespries-ters, en daardoor ook aan die der wereldpriesters, even droevige als ernstige hinderpalen stelden. Wel mocht de naaste opvolger. Pater Ludovicus Loods, nog op ondeigeschikte wijze blijven voortwerken, maar bij zijnen dood, in 1780, meende de toenmalige Provinciaal der Orde, Jacobus Vollaerd, de banden van het Sticht te moeten terugtrekken. De kerk met woning in de Jerusalemsteeg, hoewel voortaan door een wereldgeestelijke bediend, bleef iutusschen het wettig en onvervreemdbaar eigendom der Flandro-Belgische Provincie.

Na zeer veel moeilijkheden, hoewel in betrekkelijk korten tijd, op St.'Petrusdag van 1794, onder den

ocr page 26

24

Provinciaal Johannes Petrus Van de Winkel, moclil de Eerw. Pater Johannes Franciscus Joamp;ephus De Cauoncle allengs weder met meer vrijheid de geestelijke bedieningen hier ter stede komen uitoefenen, en eindelijk het volgende jaar, op Zondag na Driekoningen, weder den eersten openbaren plechtigen Hoog-dienst met gepaste redevoering onder algemeene deelneming vieren. Behalve den Hoog-Eerw. Aartspriester H. fierendsen te Maarsen en andere geestelijken, hadden tot die gunstige wending veel bijgedragen de volgende achtingswaardige Utrechtsche burgers, wier namen in eere mogen blijven: Martinus Ouwers, J. en G. Van Cruijsselbergen, Pieter De Vrees, C. Weijman, en de overige regenten van het II. K. Kinderhuis; verder Jan Jacob Kruijder, Alberta Soestbergen, 11. Brouwer, B. Marsveldt, L. De Jager, J. Angelier, II. Sprang, H. en J. L. Meijland, J. Van Soestbergen, W. De Vrees, F. De Ivruijf, G. Vermeulen, J. Elsendoorn, L. M»ijer, Thomas Van Leek, G. Van Veenendaal, W. Van Biaricom, W. Van Rossem, II. Vrolijk, 11. Van de Bilol, Jan Vreeswijk, A. Castelijn, H. Middeldorp, J. C. Kruijs, J. Vreijenstein, L. Rijn-straal; gelijk later bij eene andere gelegenheid zich bijzonder onderscheidden de heeren Mr. Jan Willem Hendrik Bosch, Hermanus Van Meurs en Petrus Van Niekerken.

De verdienstelijke en algemeen geëerde Pater De Canoncle, die onder meer ook het voorrecht had de Catharijnekerk voor de Katholieken terug te verwer-

ocr page 27

25

ven, stierf alhier den 15 October 1815 aan den typhus. Opvolger was de Eerw. Pater Guilielmus Stas.

Ofschoon de nieuwe Herder er al spoedig op bedacht was, eene nieuwe Kerk te bouwen in de omgeving van de Catharijne- en Weerd-barrièren, die van alle Kerken ver verwijderd lagen, mocht hij daarin toch niet voor het jaar 1837 slagen, en moest hij zich voorloopig tevredenstellen met de verbouwing en verandering van het oude Jerusalemsteegs-kerkje in de bekende Willibrorduskerk in de Heerenstraat.

De Eerw. wereldgeestelijken, die aanvankelijk in de plaats der Paters het Jerusalemsteegs-kerkje hadden bediend, doch omstreeks de komst van Pater De Canoncle de bekende Heerenstraatskerk - • voor weinige jaren nog eene hooggeachte Jezuïetenkerk — voorgoed hadden betrokken, maakten van deze, bij de verhuizing van Pater Stas naar de Oude Gracht, eene hulpkerk en van de genoemde Willibrorduskerk de hoofdkerk.

De verdere geschiedenis der Augustijnenkerk ligt te versch in ieders geheugen, om er hier uitvoeriger vermelding van te maken.

Gelijk wij opmerkten, stonden de Nederlandsche kloosters onder het rechtstreeksch beheer van de Flaodro-Belgische Provincie, en in hetnauwste verband er mede. Dat dit vooral in de staatkundige troebelen der laatste tijden, en bij de natuurlijke of kunstmatige teergevoeligheid der twee nog pas van elkander afgescheidene natiën, hoe langer hoe meer een

ocr page 28

26

groot ongerief werd, laat zich lichtelijk begrijpen. Om hier voorloopig reeds in te geinoet te konieu, werden de hoogere studiën der Nederlandsche Paters meestendeels in het verre buitenland gedaan, iu Rome of aan de Beijersche universiteit te Würzburg. Doch evenmin als in het staatkundig afgescheiden België, was dit verblijf in den verren vreemde bijzonder geschikt om de jeugdige levieten in hunne neiging voor den regel van Augustinus aan te moedigen, — tenzij men eene buitengewone roeping gevoelde voor het missionarisleven in overzeesche gewesten.

Het was alzoo eene wijze gedachte en eene verdienstelijke daad van den tegemvoordigen Pastoor der Utrechtsche Augustijnenparochie, den Zïer Eerw. Heer J. Van Eert, om ter gelegenheid van den bouw der nieuwe bijkerk, onder goedkeuring van het Roomsche Oppergezag, de daarbij behoorende pastorie tevens in te richten tot voorloopig noviciaat voorde Nederlandsche afdeeling der Augustijnerorde.

Van deze pastorie zijn wij onzen Lezers nog eene beschrijving schuldig, die evenwel slechts kort moge zijn.

Het ruime en degelijke gebouw strekt zich over een oppervlak van vierhonderd vierkante meters achter de nieuwe kerk uit, en sluit zich onmiddellijk bij het priesterkoor en de zijkapellen aan. Het bestaat uit drie verdiepingen, waarvan die aan de straat voornamelijk als pastorie, de middelste voor de Paters,

ocr page 29

27

en de hoogste voor de novicen is ingericht. Beneden heeft men de sacristie, de spreek- en kolfiekamers, en voorts de »Binnenslot,, gelegen vertrekken voor refter, recreatiezaal, keuken, enz. Binnen Slot, dat is « niet voor vrouwen toegankelijk, zijn ook de twee bovenverdiepingen, behalve een klein geheel afgescheiden gedeelte, hetwelk door een afzonderlijken v trap slechts in verbinding slaat met het benedenge

deelte dat niet hinnenslot en dus voor ieder toegankelijk is. In de bovenverdiepingen hinnenslot bevinden zich, behalve de vereischte woonkamers, de kapel voor koor en voor zieken, de ziekenzaal, de bibliotheek, de leerzalen, enz.; genoemde kapel heeft ook uitzicht in de kerk. Ook de ziekenzaal heeft door eene opening gemeenschap met eene algemeene spreekkamer, zoodat daar de vrouwelijke familiebetrekkingen den ziek geworden kloosterling kunnen zien en spreken.

Bij den ingang van het huis is in den muur gemetseld eene in tichelsteentjes gebrande, zeer fraaie afbeelding van den H. Augustimis aan het Zeestrand, welke afbeelding bij het begin van den bouw achter het behang in den muur van een af te breken woon-huisje is gevonden. De overlevering wil, dat dit huisje vroeger eene kosterswoning was, en dat deze behoorde bij een voormalig St.-Martinusklooster, hetwelk zich daar ter plaatse zou hebben bevonden.

De eerste »Prior et Rector Ecclesiaequot; van het

ocr page 30

28

nieuwgebouwde klooster is de algemeen hooggeachte Pater F. 11. Leeners, sinds lange jaren kapelaan der St.-Augustinuskeik alhier.

Doch het wordt tijd, dat wij de ons opgelegde taak vervullen en nog enkele bijzonderheden vermelden uit de meer algemeene geschiedenis der eerbiedwaardige Augustijnerorde.

Veel is er geschreven en gesproken over den ouderdom, den oorsprong en den omvang der Orde van de Augustijner monniken of kloosterlingen. Gelijk alom, zoo heeft men ook hier, bij den overvloed der meeningen, het eerst te waken tegen begripsverwarring of onjuiste voorstelling; en daartoe is het ook hier noodzakelijk, bijzonder noodzakelijk, dat men de personen en zaken en toestanden kalm en duidelijk onderscheide, en zich minder hechte aan den klank der namen dan aan het wezen der zaken.

Allen zullen eenstemmig aannemen, dat de H. Augustinus de Evangelische raden beoefende, een volger was van den levensstaat dien men den kloosterlijken kan noemen, stichter was van meer dan ééne geestelijke orde, en op de voortplanting van het kloosterlijke leven in Afrika, en daardoor in Europa en de gansche wereld, zulk een sterken invloed oefende, dat Hij daarvan, en bijzonder van dat in Afrika, met recht als de stichter mag worden beschouwd.

Op het oogenblik, dat wij deze regelen schrijven,

ocr page 31

29

hebben wij \6br ons liggen de afbeelding van den Heilige, zooals Hij is voorgesteld op eene schilderij, die zich bevindt in de sacristie van St. Jan van Lateranen te Rome. Terwijl Hij schrijft, slaat een Christusbeeld vóór hem, en uit de geopende zijdewonde daalt een straal van licht of genade in zijn eigen hart neder. En Hij is gekleed — en dit is het waarop wij hier voornamelijk de aandacht vestigen — Hij is gekleed in eene volledige monnikspij. Wel een bewijs, dat het althans geene gewaagde stelling is, den Heiligen Bisschop, den koning der Latijnsche kerkvaders, tot het getal der monniken te rekenen.

Al zeer spoedig na zijne bekeering en zijn H. Doopsel, deed de H. Augustinus afstand van al zijne goederen en volgde, naar eigen getuigenis, den Evan-gelischen raad: .Ga, en verkoop al wat gij hebt en geef het den armen, en gij zult een schat in den hemel bezitten, en verder: kom en volg mij.quot;

Spoedig ook volgden velen, waaronder geleerden en heiligen, het voorbeeld van den grooten man, en onderwierpen zich niet slechts aan de regels, maar ook aan het gezag van den beroemden bekeerling, die daardoor èn kloosterling èn ordestichter was, en het bleef, ook toen Hij later Bisschop van Hippone werd. Hel was te Tagaste en in het jaar 388, dat die stichting een feit werd.

Veertig jaren later, in 428 na Christus, staken de Wandalen over naar Afrika en verspreidden er langen lijd hunne verwoestingen. Een der vreeselijke, maar

ocr page 32

30

door God geleide uitwerkselen was, dat veie volgelingen van den H. Augustinus hunne kloosters in Afrika vernield zagen en over zee trokken om ze in Europa te zien herleven.

In welk verband slaan nu die eerste volgelingen tot de latere ol tegenwoordige?

Om deze vraag eenigszins te beantwoorden, heeft men vooraf te onderscheiden tusschen de Reguliere Kanunniken van den 11. Anyustinas en de Augustijner Eremijten, die allen leefden naar de geestelijke regelen, getrokken uit de werken van den beroemden Kerkvader, in welk opzicht vooral vermaard is zijn lOO^e brief, (de aili56 in de groote Benedictijner-Uitgave).

De Reguliere Kanunniken kunnen voor ons doel en wegens de beperkte plaatsruimte ditmaal buiten bespreking blijven. Wij handelen alzoo uitsluitend over de Augustijner Eremijten, tot welke ook de bedienai en der nieuwe St.-Monicakerk behooren.

Laatslbedoelden, met al hunne vertakkingen, vormen tegenwoordig de derde, volgens anderen de vierde van de beroemde vier Bedelorden. Voornamelijk onderscheidt men bij hen drie afdeelingen: De Geschoeide Augustijner Eremijten, de Barrevoeter Augustijnen, en de Tertiarissen van den 11. Augustinus.

Van de vijfde tol de dertiende eeuw hadden zich in Europa vele zoogenaamde • Kluizenaars-of Ere-mijtenvereenigingenquot; gevormd, die den •Regel van Augustinusquot; volgden. Het is moeielijk uit te maken, in hoever zij alle den H. Augustinus als eigenlijken

ocr page 33

31

stichter mochten beschouwen. Van sommigen harer is het meer dan waarschijnlijk, dat zij geheel onafhankelijke inrichtingen waren en geheel eigene stichters huldigden, al behoorden dezen dan ook tot de Afrikaansche ballingen zeiven. Een feit is het. dat niet al die vereenigingen overeenstemden in leefregels, en zelfs niet in habijt. Ja, eenige droegen zulk een eigenaardig karakter, dat zij eerst in de dertiende eeuw, onder lunocentius IV, den Regel van Augustinus aannamen; — dit was het geval o. a. bij twee der voornaamste Vereenigingen, die van Toscane en die der Jan-Boniten, de laatste genaamd naar den gelukzaligen Johannes Bonus.

Op het voorbeeld van genoemden Paus, zijn on-middelijken voorganger, ging Alexander IV, van 1254, het begin zijner regeering af, met het ernstige plan om, die vele afzonderlijke orden of afdeelingen van orden tot eéne groote orde te vereenigen, met één regel, en onder één Generaal Overste. Twee jaren later mocht Hij daarin slagen, toen op Zijne steiii de oversten der verschillende vereenigingen te Rome waren bijeengekomen in het klooster Sanfa Maria del Populo. De ééne Regel van den H. Augustinus, met welken allen zich volkomen vereenigden, behelsde volgens de Pauselijke verordening voor de Groote Orde tevens nog dit: dat voor de kluizenaren voortaan wel de naam van Eremijten zou behouden blijven, doch de hoedanigheid van Kluizenaar in die van gewoon kloosterling overgaan. Als habijt bleef streng

ocr page 34

32

«n algemeen voorgeschreven: een wolachtig overkleed van zwarte kleur, omsloten door een'zwart lederen riem. Eerst in 1287, onder den Generaal Clemens d'Auximas, werden de eerste Constitutiën der nieuwe Groote Orde in het algemeen Kapittel van Ratisbonne onderzocht en goedgekeurd, en drie jaar daarna in dat van Ratisbonne bevestigd. Veel later, in 1575, ■werden er eenige wijzigingen in gebracht, en in 1580 eenige nieuwe constitutiën aan toegevoegd, die door Paus Gregorius Xlll werden onderzocht en goedgekeurd.

Eenige jaren vroeger, in 1567, onder Paus Pius V, was de Augustijnerorde tot het getal van vier groote Redelorden verheven, waartoe, naar men weet, ojk behooren de Dominicanen, de Minderbroeders en de Carmelieten.

Sinds 1256, het jaar harer wording, werd de nieuwe Augustijnerorde onderverdeeld iïi vier groote provinciën, onder even zoovele Provincklen, nl. van Frankrijk, Duitschland, Spanje en Italië. De Nederlandsche kloosters werden aanvankelijk tot de Duitsche Provincie gerekend.

Intusschen hadden er in de volgende eeuwen verschillende verandering plaats. Gelijk bij de zonen van den H. Franciscus minder en meer strenge afdeelingen werden gevormd, onder goedkeuring van den Paus van Rome, zoo ook in de Augustijnsorde. De strengste was die der Barrevoeter Auyustijnen, welke in Spanje ontstonden en tot stichter hadden

ocr page 35

33

den Eerbiedw. Paler Thomas a Jesu, geboren te Lissabon in 1520. —■ In de Duitsche Provincie vormde zich zelfs eene afdeeling, die met goedkeuring van Rome een eigen Generaal-Overste had.

Ziedaar in het kort den loop van de algemeene geschiedenis der Augustijner Eremijten, fiedriegeu wij ons niet, dan zal het door den kaltnen lezer het eenvoudigst worden geacht, den oorsprong dier beroemde kloosterorde terug te brengen tot de groote vereeniging onder Alexander IV in het jaar 1256. Mocht hem worden voorgehouden, dat er toch reeds voor dien tijd Augustijnen waren en dus de Augustijnerorde in nog vroeger eeuwen haren oorsprong vindt, dan zou hij o. a. kunnen antwoorden : vooreerst, dat de oude Augustijner Eremijten niet slechts den naam, maar ook de daad hadden van het kluizenaarsleven en dus geene eigenlijke kloosterorde vormden; vervolgens, dat menige vereeniging, die tot de Nieuwe Groote Orde toetrad, ook al volgde zij te voren den Regel van Augustinus, toch geheel onafhankelijk was ontstaan en zeker geene afstammelinge mocht heeten van de eigene stichtingen des grooteo Kerkvaders; eu eindelijk, dat volgens de geopperde redeneering geheel andere kloosterorden, zooals de Benedictijnen, de Ridders van Maltha, de Dominicanen, de Rruisheeren, de Norbertijnen, de Servieten. die allen den Regel van Augustinus volgen, met evenveel recht Augustijnen zouden zijn en mogen heeten!'

Van den vroegsten tijd af, en reeds bij het leven

ocr page 36

31

van den H. Augustinus, waren er vrome dienaressen ■Gods, die den Regel van Augustinus beoefenden. Hoewel uiet alle in vereeniging zijn raet opperste gezag van den Generaal Overste der Augustijnen, mogen zij toch onder den algemeenen naam van Augustinessen worden aangeduid.

De Tertiarissen van den H. Augustinus of' de Augustijnen van den derden Regel, evenals die der Franciscanen en der Dominicanen^ zijn vrome personen, mannen en vrouwen, gehuwden enongehuwden, welke zich door eenige beloften en regelen tot een meer dan gewoon godvruchtig leven verbinden, onder het opperbestuur van den Generaal-Overste der Orde, en daardoor ook aan de voorrechten en verdiensten dier orde deelachtig worden.

In de jongste tijden heeft de groote Augustijnerorde vele verliezen ondergaan. Zoo werden er tijdens de Fransche Omwenteling al de kloosters in Frankrijk, de meesten in België, en veler, in Duitschland en Italië vernield. Die van Duitschland hadden ook talrijke vervolgingen en verwoestingen te lijden, sedert de verwereldlijking der geestelijke keurvorstendommen aldaar, waarbij zich in 1875 nog de vervolging in Hannover kwam voegen. In 1860 verloor de Orde hare stichtingen in Mexico, en vier jaren later die van Russisch-Polen. In Spanje werden zij, in 1820, door de ongodsdienstig gezinde Cortes opgeheven. In Nederland eindelijk gingen vele kloosters ten gronde in den eersten tijd der Hervorming.

ocr page 37

35

Anderzijds had de Orde in de tegenwoordige eeuw verblijdende aanwinsten, bijzonder onder de Augusti-nessen. Zoo sloten zich bij de groote Augustijnerfamilie aan: De Oochteren Sions, in 1843 gesticht door Ratisbonne; de Zusters Vom armen Kindlein Jesu, vijf jaar later te Aken ontstaan ; Les FUle.t de la Croix te Luik, die haar oorsprong danken aan den Kanunnik Habets en aan de vrome vrouw Johanna Haze; de beroemde Petitcs Soeurs des Pauvres, in 1840 gevormd te St. Malo door den abbé Le Pailleur. — Genoemde zusters «Vom armen Kindlein Jesuquot; hebben sinds de kerkvervolging in Pruisen een belangrijk moederhuis gebouwd hier te lande, te Simpelveld in Limburg.

Sommigen hebben de dwaasheid begaan de Augustijnerorde al te hard te vallen over eenige inwendige verdeeldheden, die nu en dan, en hier en daar, zich openbaarden, alsook over de omkeering van een harer volgelingen in een aartsketter, namelijk Luther.

Dan, waar werden al niet menschelijke zwakheden aangetroflen ? Vooral in eene orde, die eenmaal tot twee duizend kloosters met dertig duizend kloosterlingen lelde, behalve nog driehonderd vrouwen-conventen, die onder hunne leiding stonden, kloosters, welke wel één oppersten algemeenen overste huldigden, maar met Pauselijke toelating soms geheel verschillende kenmerken aannamen. Veeleer mag het der orde als eene verdienste worden aangemerkt, dat zij zoo vele en zoo verschillende bestanddeelen in zulk een schoon geheel wist te brengen en te be

ocr page 38

36

houden. Overigens behcort men de zaken wèl te kennen en goed te onderscheiden. Zie b. v. de orde der Arme Katholieken. In hun al te grooten ijver verdienden zij ernstige berispingen, waaraan zij latei-nederig gehoor gaven. Nu wacbte men zich, die berispingen op de rekening der Augustijnerorde over te brengen, in welke de Arme Katholieken, — na hunne nederige onderwerping —, waarschijnlijk op 's Pausen bevel en zeker met Deszelfs hooge goedkeuring, geheel en voorgoed werden ingelijfd. Wat den aartsketter betreft, indien bij voor de Orde meer dan een voorwerp van droefheid, indien hij voor haar ook een blaam zou zijn, dan zou zij zulks eveneens wezen voor de algemeene Christenheid ! Kortom, dan zou een Judas ook een blaam moeten zijn voor de elf getrouwe Apostelen!

Er zal wel niemand onder onze lezers worden gevonden, die verlangt dat wij bij benadering het goede schatten, wat in den loop der eeuwen, en over de gansche wereld, door de verdienstelijke Augustijnerorde bij hare talrijke opvolgende leden en bij de tallooze voortdurend aan haar toevertrouwde geloovigen is teweeggebracht. Maar ook uitwendig heeft zij geschitterd en een parel aan de Kroon der Kerk gevormd. Vermelden wij hieromtrent nog eenige bijzonderheden, beknopt, overeenkomstig onze beperkte plaatsruimte.

De Orde, en dit is voorzeker het voornaamste, de orde kweekte vele Heiligen en Zaligen. Zoo, om slechts-

ocr page 39

37

eenigen onder de duizenden te noemen, Nicolaas van Tolentijn, Johannes a Facundo, Thomas a Villanova, Clara van Montefalco, Alphonsus de Orosco, Juliana van Luik, de bevoorrechte Catharina van Emmerich, en zoovele anderen, onder welke niet te vergeten de Martelaren van Gorkum en van Japan. Ontelbaar zijn verder de Prelaten en Geleerden, in den boezem der Orde gevormd. Wij noemen hier slechts Aegidius Colonna, Gregorius van Uimini, Angelus Rocca, (stichter der Augustijner Bibliotheek «Angelicaquot; te Rome) Onuphrius Panvini van Verona, Chris-tiaan Lupus van Uperen, en de Kardinalen Henrious Norisius van Verona, Bonaventura van Padua, Gilles van Viterbo, Seripandus en Petrochinus. In den laatsten tijd zagen wij o. a. nog benoemen den Kardinaal Martinelli. Ook voor het eenvoudige schoolwezen maakte de Orde zich beroemd, en niet minder voor de Missiën — zooals op de Philippijasche eilanden, in Mexico en Peru, in Japan en in de Indien.

Nog raag niet onvermeld blijven, dat dc gewichtige post van «Koster der Pauselijke Kapelquot;, alias .Pastoor van het Vatikaanquot;, reeds sinds 1287 voortdurend, en sinds Paus Alexander VI (1497) voor immer aan een Pater Augustijn werd toevertrouwd; —de titularis is gewoonlijk tevens Bisschop i. p. i., of draagt althans de Prelaatskleeding. Sinds twee eeuwen is ookeen Pater Augustijn, tegenwoordig Mgr. Marinelli, onafgebroken de biechtvader van Z. H. den Paus geweest.

Evenals de orde vroeger twee vaste leerstoelen be-

ocr page 40

38

zat aan de Universiteit te Leuven, zoo heeft zij nog steeds een vasten leerstoel aan de Ronieinsche Sa-pienza en een vaste plaats als consultor iu de Ronieinsche Congregatie der Riten.

Mogen deze vaders, die zich voor Kerk en Maatschappij verdienstelijk en beroemd hebben gemaakt, ook in het nieuwe Utrechtsche klooster overwaardige opvolgers vinden!

IMPRIMATUR.

Maarsen, 5 Aug. 1886.

J. G. H. C. ESSINK,

Libr. Cens.

c.r/iijo

ocr page 41

c^ f-., c£f. J ^

J CS^lt;*^ lt; • «1-T-

i

^cV ^ ^•-£j^, oL./ -amp;./ ^

/f-^r -tCe c

^-v- ^ p ^ t/ ^JZ^-,

^ /uYsvJk^ ^ ^

h.lt;* / ^e/^C /i-y/eJ. «- / X -Ê ^o 7

^ /. . ./, ./i _ ^ 4 ^ ^ ^y\ r /^C-^e, ^

/4 «/lt;l f ec Aj^^. ^

^-gt; V- e^-mr- /^t G-*^ ^

///. / . -/;■.'/ ^ A ^A^v

^VV XZ'Clt;Jgt;lt;fï

*-* / ? Cëa J . , v ^-^o-r^K

— j~e ./ -tLc^JL^ l

— /o e ■' ^ ^a,-, '■. . a _

4^. 2 --?f.

gt;* // r-Tl

3 —(?* .f ., •. 0Ja6.?^S ^

ri ty ■ v ^ lt;r t, /ii -e^y /camp;^.

ty tn ^ ^ v ^-cLc ^

—' ^ Q ? ■ ^7

i

ocr page 42

■e^U^éLy r a^y r-i.Syjz-y x^r, Ct~. r ^ ^

■amp;-e*W € ^ /C ^V' ^ C gt;^l £c£-e~s~L'y £^/gt;-f- S tc- r /b

/ /

sc^ y* e^ 9 e ^ipA*. £,

V

£*- c X. £ ,t 2* a^ ^ .... ^ ('/r* ' -■

/V Z/t-/^ , ^ ^

. /é — J * A c 4, J /c V «//^ « ^

9/. /^ — v5 c A v e, J/lt; J- óao- lt;*. ^

.. // -/- -r..^ '[/-dSt tS-c^rcdj!^

yrf - ^ 'r f% ,.

/ C) — / K ., OL O.-^ a. é- o^-(L

/ .

J) f ,, t/. c • c-c ^ / *yj a c lt;/' '/ •

xfj' -gt;0 Ajpj. t/. O. ob'L.

Du

— 9 e 'lt; ^

JZ — éf* V (JV. v^/j/fr^ S* ^

c-yy CL-e~m, yamp;^C tS~sZ *-r SCZ

amp;c. lt;

ocr page 43

'*3/'. 3Z c6,

—-J -ts-e*! « ^ » a^o . 4. ^ lt;a

^ /- ^

C StS/ï*.

lt;/

_ ^5quot;

f, J 3 — s

r' ~ V -— ^ * ■, 'gt;■(gt;/ 'ie. ' r, ^ —• /J ^ ^lt;*quot; lt;~-'

ocr page 44
ocr page 45
ocr page 46