Jhr. E. VAN WEE DE VAN DIJKVELD.
Jhr. E. van Dijkveld.
Uifgenoodigd , om in dit Jaarboekje een levensschets te geven van den man , wiens naam boven deze regelen prijkt , heb ik niet kunnen weigeren. Hoe zou ik niet gaarne , ook hier mijn hulde brengen aan een mede-burger , wiens leven zoo rijk is geweest aan betoon van liefde, en wiens werkzaamheid zich over zulk een ruim veld heeft uitgebreid ?
Toch vat ik de taak , hier mij gesteld, in dien zin op , dat ik niet zal te schetsen hebben het meer intieme leven van den Heer van Weede , maar zijn optreden , zijn verkeer in ons midden â gel'jk zijn beeld ons allen nog levendig voor oogen staat. Zij, die na ons leven zullen, en deze bladzijden doorbladeren , moeten het volkomen verklaarbaar vinden, dat zijn heengaan zoo diep gevoeld , en zoo levendig betreurd werd, als dit slechts zelden onder ons het geval is.
Jonkheer Everard van. Weede van Dijkveld, *) was de zoon van Mr. Jacuh van Weede en vrouwe Hester Gatharina Willink. Hij zag te Amsterdam het levenslicht den 15 Mei 1834. Zijn vader bekleedde een rechterlijke betrekking in de hoofdstad , maar zijn geslacht behoort thuis in het Sticht, en een zijner voorvaderen was burgemeester van Utrecht.
De Heer van Weede verloor vroeg zijn vader, en bracht zijn jeugd grootendeels door op den huize Meer en Bosch, te Heemstede. Niet ver van daar woonde zijn grootvader Willink, op het huis te Bennebroek. Meer en Bosch stond in de onmiddelijke nabijheid van de pastorie , en de man die daarin woonde was niemand minder dan Nicolaas Beets, toen ter tijde Heemstede's herder.
M - C
Daar zijn nog in leven, wien het heugt hoe vóór 50 a 60 jaar dat dorp met zijn leeraar een der brandpunten was van het toenmalig Reveil, en de ernstige , streng-godsdienstige toon , in dien kring heerschende, heeft op het gemoed van den Heer
1) De naam vol-uit is: Jonkheer Everard van Weede , lieer van LuttekeâWeede, Dijkveld en Ratel es.
2
van Weecle een zeer diepen indruk gemaakt. Reeds vroeg deed hij geen zaak van eenig gewicht zonder gebed, en hij deed het in volkomen oprechtheid des harten. Hij bezocht geen schooi, maar ontving , toen de gouvernante haar taak had volbracht, onderwijs van een Zwitsersch gouverneur, met wien hij steeds bevriend bleef. Ook het onderwijs en de omgang van Dr.Beets hadden op hem een vormenden nooit nitgewischten invloed.
In 't jaar 1853 werd de Heer van Weede te Utrecht student. Hij verloochende daar zijn godsdienstige meeningen niet, en gaf een voorbeeld van een reinen levenswandel. Voordat hij aan 't einde der academische loopbaan was gekomen , in het jaar 1857 , trad hij in het huwelijk met Mej. Schuyt, Vijf jaar woonde het jeugdig echtpaar aan den Bildt; toen werd Utrecht tot woonplaats gekozen, en reeds 26 jaar zijn verloopen sinds door den Heer van Weede en zijn gezin het welbekende huis in de Maliebaan betrokken werd.
Hem werden zes kinderen geboren ; drie, een zoon , die aan den aanvang van zijn studietijd overleed, en twee dochters overleefde hij , terwijl hij evenzoo een zoon en twee dochters naliet bij zijn overlijden.
Het duurde niet lang of de Heer van Weede nam ijverig deel aan vele christelijke , filantropische werkzaamheden in deze stad ; ook stelde hij van stonden aan zich gaarne beschikbaar tot het bekleeden van kerkelijke waardigheden. Lange jaren was hij kerkvoogd, en het bedehuis meer byzonder aan zijn zorgen toevertrouwd, was de Jacobi-kerk. Velen heugt nog het onooglijk, ongezellig ingerichte gebjuw, maar velen zijn er ook getuigen van geweest, met welk een ijver en toewijding hij de treffelijke restauratie ervan gadesloeg en in de hand werkte. Het zal dezer dagen juist tien jaar geleden zijn, dat de Jacobi-kerk weder gereed was, om de gemeente te ontvangen , en zij blijft een gedenkteeken van hem, die gedurende vele jaren haar getrouwe verzorger was.
Zeer lang was de heer van Weede ouderling der Ned. Herv. Gemeente ; hij werd als zoodanig gekozen en telkens herkozen in vele belangrijke Kerkeraads-Commissiën. Diaconiescholen, vooral die op het St. Pieterskerkhof, bekleedden een ruime plaats in zijn hart. Van het Bestuur der kerkeraads-^ro«rf-school was hij penningmeester.
Doch bovenal gehecht was hij aan de Haveloozen-school, die
3
hij en zijn vriend Mr. Ealck verzorgden met vaderlijke trouw. Maar ook aan de Opleidingsschool in de Hamburgerstraat gevoelde bij ziek nauw verbonden , en wijdde hij een niet gering deel van zijn zorg en krachten.
Toen hij later lid werd van de plaatselijke Commissie van toezicht op het lager onderwijs in deze gemeente, had hij een rijke ervaring opgedaan, wat betreft de kennis van scholen, onderwijzers en kinderen.
Wanneer men ooit den heer van Weede werkzaam heeft gezien in een der genoemde betrekkingen, dan weet men, met hoeveel nauwkeurigheid en opoffering van tijd hij alles waarnam; maar men zou zich zeer vergissen, indien men meende, dat daartoe zijn werk zich bepaalde.
Toen in wijk XI onder leiding van Ds. de Koe de Evangelisatie aanving , was de heer v. Weede een der eersten, die zich daar moeite en opofferingen voor getroostten. Met ingenomenheid zag hij de BethleJiemskerk verrijzen, en wij mogen wel zeggen, dat hij daar tallooze malen is opgetreden, om er aan kinderen en volwassenen het evangelie te verkondigen. Toen Dr. de Koe was vertrokken, heeft hij een tijdlang wel het grootste deel der zorgen van die Evangelisatie alleen gedragen , maar er zich geheel aan onttrokken heeft hij nooit. Nog den laatsten Zondag van zijn leven, heeft hij in de Bethlehems-kerk een bijbellezing gehouden.
Wie zal de uren tellen, welke hij gewijd heeft aan de Heldring's gestichten? Hij was menig jaar secretaris der Vereeni-ging voor boetvaardige vrouwen, en lid van 't Eestuur van Steeuheek, Bethel en Tabitha. Hoeveel informaties werden niet door hem ingewonnen; hoeveel levensgeschiedenissen van den treurigsten aard aangehoord; hoeveel brieven gewisseld met de leidende personen te Zetten; â¢â en hoeveel rekeningen en kwitanties nagezien van dat Tabitha, waar hij zoo gaarne heenging, en ontvangen werd vooral door de kinderen! Voor hoevele gevallenen hij door al dien arbeid tot een zegen is geweest, zal op aarde nooit bekend worden.
Maar zijn belangstelling in de offers der ontucht, en zijn verlangen om er zoo velen hij kon, te redden, is ook met het opgenoemde niet uitgeput. Hij was mede-bestuurder van het Doorgangshuis te Groningen, en nam eenigen tijd ijverig deel aan het werk der Middernachtzending.
4
Ook als voorzitter van de Commissie tot zedelijke verbetering van gevangenen, kwam hij gedurig in aanraking met menschen, die een helpende hand, en een liefdevol hart van noode hadden , om in en na hun gevangenschap weer met eenigen moed de levensreis voort te zetten, en wij weten, dat velen dit bij den Heer van Weede niet vruchteloos gezocht hebben.
Als eere-voorzitter van Kerkgezang heeft hij aan die verdienstelijke vereeniging menigmaal zijn steun verleend, en haar allerlei diensten bewezen. Zij zal niet gemakkelijk zulk een Eere-president terug bekomen.
Vele jaren was de Heer van Weede medebestuurder van de ütrechtsche Zendingsvereeniging. Met zijn medeleden, en vooral voor de kweekelingen der Vereeniging heeft hij veel gearbeid; doch al meende hij zich uit het Bestuur te moeten terugtrekken, zijn hart hield daarom niet op warm te kloppen voor die vereeniging, en de zaak der zending in het algemeen. Als hoofd-bestuurder van het Christelijk Nationaal Zendingsfeest heeft hij zich zeer verdienstelijk gemaakt, door menigmaal als spreker op te treden, en door zijn adviezen, die even praktisch waren van strekking als uitnemend van vorm. Weinigen genoten zooveel als hij op een welgeslaagd Zendingsfeest, en het deed hem onuitsprekelijk goed, er zoo velen om zich heen mee te zien genieten. De vergaderingen der afdeeling van het Ned. Bijhei Genootschap werden zelden door hem verzuimd, en lang was hij er de penvoerder. In het spreken op jaarvergaderingen en jaarfeesten van tallooze christelijke vereenigingen, op bidstonden , op zondagscholen was hij onvermoeid, en wie hem daar hoorden vergeten niet den welluidenden klank van zijn stem, zijn zeldzaam talent van vertellen, zijn gemakkelijke en natuurlijke afwisseling van diepen ernst en geestigen scherts.
Voeg daar nu bij, dat hij commissaris was der lst0 Maatschappij tot verbetering van arbeiderswoningen, en lid van 't Bestuur van het Gereformeerd Burgerweeshuis, en wat dunkt U van zulk een aantal werkzaamheden? En elk kreeg haar eisch, elk had het gevoel, dat de Heer van Weede bij alles wat hij deed was met zijn geheele hart.
Zijn min- of meer officieele bezigheden, als lid en bestuurder van vereenigingen op te sommen, â wij beproefden het. Maar wij wagen ons niet aan een opgave van hetgeen hij deed als particulier. Dat huis in de Maliebaan is een toevluchtsoord
5
geweest voor honderden en duizenden , en hij ging wel zelden zijn drempel over zonder in het hart te hebben een vriendelijk woord , een milde gave , een deelnemend bezoek , iets , dat goed kon doen , dat sterken , heiligen en troosten kon. In het betoon van deelneming, in het weenen met den weenende , in het blijde zijn met den blijde was hij onvermoeid, eenvoudig, en altijd overvloedig.
Was zijn leven gewijd geweest aan niets anders dan aan al die werkzaamheden, waarvan wij hier een dor en zeker onvolledig overzicht gaven â het zou reeds een rijk en gezegend leven zijn geweest. Niemand had te Utrecht zoo veel vrienden in alle standen, in alle wijken , onder groot en klein, onder menschen van de meest uiteenloopende richting en denkwijze.
Maar wij mogen hier ook niet zwijgen van hetgeen de Heer van Weede heeft gedaan en is geweest als politiek man.
Heeds in 1878 , in de dagen van het volkspetitionnement, heeft hij een stuk openbaar gemaakt, dat men wel eens een manifest heeft genoemd. Het blijkt uit dit stuk , dat de steller veel eerder dan velen van zijn vrienden den angel heeft vermoed , die stak onder 't gras dat welig groeide op den akker der ijveraars voor //een school met den bijbel.quot; Hoe langer hoe meer is men gaan inzien, dat de Heer van Weede terecht een gereserveerde houding had aangenomen tegenover veler ijver. De schrijver van deze regelen, ofschoon geen vurig petit ion aris, heeft toch het adres aan Z. M. den Koning onderteekend.
't Was echter in en na 1886 , dat de Heer van Weede een meer aktief aandeel nam aan den politieken strijd. Hij begreep volkomen de noodzakelijkheid van een nieuwe partijformatie. Volgens hem moest men op de erve der staatkunde het geloof niet beschouwen als een grenslijn. Menschen , die van harte instemmen met de belijdenis eener rechtzinnige kerk, behoefden dai'irom niet te stemmen tegen alles wat kwam van «liberalequot; zijde. Men mocht niet zonder meer zeggen : liberaal is ongeloovig. Deze gedachte , waarvan de gevolgen zeer ver reiken , heeft te Utrecht mannen tot elkander gebracht , wier wegen op menig punt uiteengaan , en geleid tot de oprichting van de welbekende kies-vereeniging //Eendracht maakt macht,quot; waarvan do Heer van Weede tot zijn dood de voorzitter is geweest.
Hij was geen man der pers, ofschoon hij voortrcttelijk
6
schrijven kon. Voor zoover ons bekend is , schroef hij nimmer in het weekblad nde Vaderlander quot; maar hij begroetle en besprak het steeds met sympathie. Ook het weekblad, nda Nieuwe Courantquot;, waaraan de brave redacteur, de heer L. A. O. van Beest te vroeg (in Januari 1890) ontviel, drukte dikwerf het gevoelen van den heer van Weede uit al bevatte het nimmer een artikel van zijn hand. Was hij geen man der pers, hij was het wel van het woord. Dit bleek uit zijn optreden in den Gemeenteraad, die hem acht jaar (sinds Mei 1885) onder zijn leden telde. Hoe hij in dat college werd gewaardeerd, blijkt uit de rede des voorzitters, aan zijne nagedachtenis ge^ wijd, en welke wij als bijlage toevoegen aan deze levensschets.
Het vertrouwen zijner medeburgers schonk hem ook een plaats in de Provinciale Staten, en de Commissaris der Koningin herdacht mede zijn heengaan in gevoelvolle en waar-deerende woorden.
De commissiën door den gemeenteraad hem opgedragen, vervulde hij met grooten ijver , en niet het minst verheugde het hem , dat hij, als waarnemend ambtenaar van den Burgerlijke Stand, tot de echtparen ten stadhuize een hartelijk en ernstig woord richten kon.
Hij is meer dan eens candidaat geweest voor het lidmaatschap der Tweede Kamer. Het wekte eerst niet weinig bevreemding, dat de //orthodoxequot; Heer van Weede kwam spreken voor een liberaal, of zich candidaat stelde tegenover een antirevolutionair. De verkiezing te Kampen, waarin het weinig verschilde , of de oud-minister Maekay had het onderspit moeten delven tegenover den Heer v. Weede , bewees , hoeveel instemming zijn standpunt had gevonden in dit «vastequot; distriet dei-antirevolutionairen. Voor de staatkundige groep , waartoe de Heer v. Weede behoorde , is zijn zoo onverwacht heengaan op 15 April 1893 een groot verlies geweest.
Hij is meer dan eens heftig aangevallen van rechtzinnige zijde, ja zelfs een verrader gescholden. Het kwam voort uit een verkeerd begrip van hetgeen de Heer v. Weede wilde. Als vurig protestant, als een door-en door eerlijk en louter karakter, was hij afkeerig van alle coalizeeren met aan 't protestantisme vijandige machten , en van alle dubbelzinnige leuzen.
De groote gemakkelijkheid, waarmee hij kon omgaan met allerlei menschen; zijn oprechtheid , goedheid , vroomheid ,
7
die nooit zich verloochenden; zijn voorkomen , dat terstond den man van geboorte verried en toch aller harten won ; het vormde, in Jhr. Everard van Weede van Dijkveld een geheel , harmonisch en weldadig, dat wij met diepen weemoed herdenken, nu het ons voor altijd ontviel.
In de Jacobi-kerk zal, naar wij hopen, weldra een eenvoudige gedenksteen zijn nagedachtenis ook onder volgende geslachten levendig houden. En zij, die hem hebben gekend , zij zullen zoo lang zij leven, de heugenis van hem bewaren als van een edel , voortreffelijk mensch , een echten discipel van den Heiland der wereld.
üteecht , November 1893.
A. W. BRONSVELD.
BIJLAGE.
Toespraak vuu dcu Heer UEIOER in de vergadering van den litreehtschen Gemeenteraad oj» 31 Al'RIL 1803.
Mijne Heeren !
B. en W. hebben deze kennisgeving ') namens den Eaad beantwoord met een brief van rouwbeklag, waarin zij getracht hebben zoo goed mogelijk uiting te geven aan de gevoelens , die hen bezielden wegens het overlijden van een ambtgenoot , die ons allen dierbaar was.
Ik zeg : getracht, want het is moeielijk de gevoelens uit te drukken , die in ons omgingen bij het vernemen van het afsterven van een man, die zich voor de gemeente zoo nuttig, zoo verdienstelijk heeft gemaakt als dc heer van Weede. Hij maakte gedurende 8 jaren deel uit van dezen raad. Wij weten allen, met welk een nauwgezetheid hij zijne taak opvatte. Hij bestudeerde ijverig alle stukken, hij onderzocht ernstig alle zaken, die aan de beoordeeling van den Eaad werden onderworpen. Hij verzuimde nooit eene zitting, hij was altijd de eerste hier aanwezig, en de laatste om te vertrekken. Hij kwam rond voor zijne meening uit, maar had met andere oprechte mannen de eigenschap gemeen, dat hij 't ook in anderen waardeerde, als zij ronduit hunne afwijkende meening zeiden.
Als lid van de commissie van het brandwezen is hij vier jaren werkzaam geweest. Als lid van de plaatselijke commissie
1) Namelijk van 't overlijden van den Heer van Weede,
8
! fl AhH O VI
van toezicht op het onderwijs heeft hij gedurende vier jaren zich de belangen van het onderwijs aangetrokken.
Maar al heeft hij in dat alles groote toewijding getoond, wij allen weten , dat niet in het bestuur der gemeente de heer van Weede haar de grootste diensten heeft bewezen. Het voornaamste van zijne werkzaamheid ligt daarbuiten. Gedurende 8 jaren heeft hij zitting gehad in het gemeentebestuur , maar de diensten , die hij daarbuiten aan de gemeente en aan de maatschappij bewezen heeft, zijn gedaan in dozijnen van jaren.
Hij voelde zioh hoofdzakelijk aangetrokken tot het uitoefenen van weldadigheid, tot het ondersteunen van zwakken en noodlijdenden. Hij was altijd bereid te hunnen behoeve op te treden met raad en daad, hen bij te staan met het geven niet alleen van geld maar ook van zedelijken steun. Hij deed dat zonder ophef, zonder ijdelheid ; hij trachtte anderen te verheffen niet om zich zelf, maar uit aandrang van zijn edele natuur.
Die goede, edele man is nu uit ons midden verdwenen. Zijne tallooze vrienden zullen hem niet meer zien, de stad doorkruisen met zijn eigenaardigen vluggen tred. De stad doorkruisen in elke richting , bij dag en bij nacht. Men behoefde hem niet te vragen , waarheen hij ging , hij sprak er weinig over, maar wij wisten wel, dat het altijd was om goed te doen. Goed te doen met al zijne krachten , ja misschien met meer dan zijne krachten !
Het hart van dien goeden burger klopt, helaas, niet meer voor Utrecht. Maar ik ben er van overtuigd , dat het. voorbeeld , dat de heer van Weede ons gaf, anderen zal aansporen om hem na te volgen. Na te volgen , ik durf niet zeggen te evenaren, want zijn evenknie zal moeielijk te vinden zijn.
Indien dus de gemeente zooveel verloren heeft, dan ben ik er van overtuigd , dat de leden van deze achtbare vergadering , die de toewijding hebben gezien , die de heer van Weede vervulde , in de leegte die zijn verlies heeft achtergelaten , eerst goed zullen ontdekken welke ruimte hij in onze harten heeft ingenomen. De herinnering aan den heer van Weede van Dijkveld* zal bij ons voortleven , als die van een voortreffelijk edel man , een man die â en dat is niet de geringste eer recht afging op zijn doel en die steeds , met al zijne beminnelijkheid en welwillendheid, toonde te zijn een man van karakter.
^ fa/