ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

De Gymnastiek in de schooluren — een dringende eisch.

Geachte collega's.

Wij gelooven ü eenigo rekenschap verschuldigd te aijn, wanneer wij thans uwe aandacht vragen voor de behandeling van een onderwerp als dit, waarover meermalen van gedachten werd gewisseld en waarover de meening van schoolautoriteiten, medici en vakmannen vrij wel als gevestigd kan beschouwd worden. Laten we IJ dan dadelijk zeggen dal. we do aanleiding daartoe niet gevonden hebben in de zucht om in herinnering te brengen wat alzoo in het voordeel is betoogd om het Gymnastiek-onderwijs (zoowel op de L. als M. S.) te geven in de schooluren : maar om eene oordeelvelling over het verkeerde van die regeling aan de waarheid te toetsen. Het is daarom dat wij als titel voor onze lezing kozen :

„De Gymnastiek in de lesuren — een dringende eisch''. — 't Spreekt als van zelf, dat deze lezing, omdat wij gehouden zijn uit u bekende bronnen te putten, niet veel nieuws kan opleveren ; maar toch gelooven we, dat het in oen tijd ais de onze, waarin voor de Gymnastiek de eene verrassing de andere opvolgt, niet geheel van belang zal ontbloot zijn, een en ander nog eens met den meesten ernst te beschouwen. Voor ons dan was het in waarheid eene verrassing, toen wij

iQo.A^ /f

ocr page 4

2

eenige maanden geleden in een opstel getiteld „kinderen en herexamensquot; (voorkomende in een onzer dagbladen) eene uitspraak lazen als de volgende :

„Do GN'mnastiek buiten den rooster (der M. S. of Gymnasium) is een onafwijsbare eisch; want die invoeging op den rooster is onhygiënisch en onpaedago-gisch.quot;

Nu zult ge misschien de opmerking maken „waarom clan niet aanstonds een repliek geleverd ?quot; maar men houde het mij ten goede, dit achten wij om tweeërlei redenen ongeraden;

le omdat wij het'mei in het belang der Gymnastiek kunnen vinden in het publiek te antwoorden op elke ongemotiveerde oordeelvelling.

2e omdat wij het wel degelijk in het belang der Gymnk. vinden, dergelijke oordeelvellingen te bespreken in eene vergadering van vakmannen (waarvan toch eene groote kracht kan uitgaan) om de argumenten aan de waarheid te toetsen en er zoo mogelijk ons voordeel mêe te doen. Klaarblijkelijk is het door ons bedoeld opstel geschreven om in onzen tijd, uu de kwestie van geestes-overlading (dat schrikbeeld van zoovele ouders en opvoeders) weer op den voorgrond treedt, de aandacht te vestigen op gebreken in ons onderwijssysteem.

Afschafïing van herexamens, verkorting van den schooltijd, betere regeling der lesuren met het oog op de geestesinspanning, vermindering van huiswerk, ziedaar de hoofdzaken, waarop de Schr. met klem aandringt. Hoe noode evenwel missen wij bij al die voorname zaken den wensch voor eene nauwlettende zorg tot afwisseling van geestes- en lichaamsarbeid, een factor in de opvoeding, waarop vooral in den laat sten tijd zoozeer de aandacht wordt gevestigd en vooral door hen, die de oorzaken der geestesoverspanning bestrijden Waar dus de Schr. eene lans breekt voor zoovele verbeteringen, zouden we hem bijna van inconsequentie gaan beschuldigen door zulk een belangrijke

ocr page 5

e-

■ï:

3

factor te verzwijgen. Het zou ons werkelijk niet ver

g-

wonderd hebben, wanneer door hom zulk eene afwisse

ling gedurende een half uur of langer per dag was

of

aanbevolen. Doch niets van dat alles 1 In hoeverre

n-

stelselmatige lichaamsoefeningen door den schrijver als

?o-

afwisseling noodzakelijk geacht worden, mogen blijken uit. de volgende aanhaling:

)in

De wetgever, die het aantal lesuren op 28 bepaalde.

en

i

zal weinig vermoed hebben, dat men met dat cijfer

lei

0 uur bereiken zou, door invoeging van de Gymnastiek, eene invoeging zoo onhygiënisch en onpaedagogisch

ok

mogelijk.

op

Er zijn Gymnastieklessen, waarvan de jongens zoo

hekaf in de klasse terugkoeren, dat ze tot hersenarbeid

er

voor 3/4 ongeschikt zijn ; of met die ongeschiktheid reke

te

ning wordt gehouden, hangt af van den persoon des

en

opvolgenden leeraars; dikwijls wordt er geene rekening

ui)

mee gehouden.

en

En ook, al is de vermoeienis niet zoo sterk, de moderne physiologic heeft aangetoond, dat men óp geen

?e-

slechter wijze kan trachten hersenarbeid te coinpensee-

es-

ren, dan door onmiddellijk daarvoor of daarna spierarbeid

gt;p-

te laten verrichten.

te

De Gymnastiek buiten den rooster is dus een onaf

Tquot; 1

wijsbare eisch. Eene uitspraak als deze, zoo weinig

en

gemotiveerd, moet, dunkt ons, in een onbewaakt oogen-

op

blik zijn neergeschreven. Wij hebben niet de minste

ie-

1

reden om te betwijfelen, dat de Schr. wel eens heeft

m-

waargenomen, dat de leerlingen eenigszins vermoeid

or-

uit de Gymnastiekles terugkeerden of dat zij tengevolge

)Vg

van de opgewektheid in die les zich niet onmiddellijk

•en

konden schikken naar de regelen der tucht, of niet

ten

spoedig genoeg hunne hersenkas ontsloten tot opname

ral

van geestelijk voedsel; maar dat ongeschiktheid tot

ae-

hersenarbeid na eene oordeelkundig gegeven Gymna

oor

i

stiekles zoo constant en in die mate zou voorkomen,

on-

als de schrijver ons wil opdringen, moet al dadelijk

jke

ieder schromelijk overdreven toeschijnen. Bovendien

ocr page 6

4

zal ieder het onlogische in de redeneering voelen •— het leervak Gymnk. moet geschrapt worden, ter wille van een verminderd aantal lesuren of omdat uit enkele lessen de leerlingen vermoeid terugkeeren. —

Wat toch moet de leidende gedachte zijn geweest om tot zulk eene oordeelvelling te komen, zonder één woord van waardeering te hebben voor eene regeling, door zoovele wetenschappelijke mannen verdedigd en aanbevolen ?

Dat de Gymnastiek zich mag verheugen in de waardeering en groote belangstelling van zeer velen, medici en paedagogen, die met ernst hare resultaten beschouwden, is (bekent); maar dat nog onderwijsmannen gevonden worden, die blijkbaar zonder eenig inzicht in het doel en wezen een oordeel neerschrijven en toch voldoende de gelegenheid hebben zich te overtuigen, dat met ons hedendaa oche stolsel wordt gestreeft naar geleidelijke lichaa—jontwikkeling, overeenkomstig de krachten en den leef' ijd der leerlingen en met een plan tot grondslag, dat berust op wetenschap en ervaring, moet stellig betreurd worden.

Doch we willen daar niet langer bij stilstaan, maar hopen, dat bij allen, die de waarde onzer stelselmatige lichaamsoefeningen geringschatten, uit welke oorzaak dan ook, het verstand zal zegevieren over het gevoel, want dan voorspellen wij onze zaak eene besliste overwinning.

Mogen evenwel de woorden van den Zwitserschen schoolinspecteur dr Becker; De treurige scheiding tusschen lichaam en geest moet ophouden te bestaan. Beide vormen den mensch en deze moet in zijn geheel worden on'wikkeld en gevormd, gulden woorden blijven voor allen, die belast zijn met, en belangstellen in de opvoeding onzer jeugd.

Het is aan ons, geachte Collega's, te waken, dat de Gymnastiek blijft het middel bij uitnemendheid om te voldoen aan de eischen, die de lichamelijke opvoeding stelt.

De eerste vraag, die ons te beantwoorden blijft als

ocr page 7

5

tegenspraak van de zooeven genoemde aanhaling uit het opstel „Kinderen en herexamens is:

Tn hoeverre kan het uit een gezondheids- en opvoedkundig oogpunt afkeuring verdienen de Gymnastiek in de lesuren te onderwijzen? —

De Gymnastiek voert in haar vaandel — bevordering van den welstand des liohaams door doelmatig gekozen lichaamsoefeningen; meer in 't bijzonder bedoelen ze dus het streven naar welgevormdheid, gezondheid en sterkte. Als voorwaarde voor eene goede gezondheid mogen we zeker stellen eene geregelde bloedcirculatie, sterke en werkzame longen en een goede spijsvertering. We mogen echter daarbij niet uit het oog verliezen, zegt. Dr. M. Kloss in zijn belangrijk opstel, betreffende den invloed van lichaamsoof. voor de gezondheid, dat de gezondheid voor een groot de«;i afhankelijk kan zijn van den oorspronkelijken aanleg , (^e voeding en den aard der levenswerkzaamheid, w,. .rdoor de ontwikkeling van dien aanleg wordt bevorderd of tegenhouden en waardoor de omzetting der opgenomen stoffen wordt bepaald.

Dat nu lichaamsoef. die in 't algemeen het doel hebben, te streven naar harmonische ontwikkeling van het lichaam, en dus zoowel in betrekking tot den vorm en de houding als tot de gezondheid van groote be-teekenis zijn, oen bepaald opwekkonden invloed moeten hebben op de werking van die spijsvevterings-bloedcir-calatie en ademhalingsorganen, is zonder bedenking.

Prof. Ideler zegt ergens : Er bestaat slechts één wezenlijk maagversterkend elixer en dat is: lichaamsbeweging, omdat deze alleen de behoefte aan spijs opwekt en tot verwerking der spijzen de noodige kracht schenkt. We weten trouwens bij ervaring, dat de behoefte aan voedsel vermindert, naarmate voor het lichaam de beweging afneemt. De waarneming in dit opzicht van Medici, dat bij een jongen man, die wegens een wond aan den voet volstrekte rust moest houden, de behoefte aan voedsel verminderde tot op de helft der

ocr page 8

6

hoeveelheid vroeger benoodigd, laat zich gemakkelijk verklaren, wanneer men bedenkt dat de spieren, die vrijwel het grootste deel der lichaamsmassa uilmaken en die anders door hare krachtige werkzaamheid ook eane grootere hoeveelheid noodig maken, nu bijna werkeloos bleven.

Het kan dus niet anders, of lichaamsoefeningen moeten een bepaald opwekkenden invloed- uitoefenen op de werking der spijsverteringsorganen ; want volgens physiologische waarnemingen deelt de versterkte beweegkracht van de willekeurige spieren zich mee aan alle organen, die door spieren werken. Wanneer het bovendien waar is, dat iedere spier in vastheid of stevigheid kan toenemen, naarmate haar voeding door arbeid wordt verhoogd, dan zullen, als gevolg van de vermeerderde werkzaamheid van het hart door lichaamsbeweging, de spiervezelon van OU orgaan worden versterkt. Houdt men nu in 't oog, dat dit orgaan het Centrum is van alle levenswerkzaamheid, dan zal men gemakkelijk het groote belang van spierarbeid kunnen nagaan, voor zooverre daardoor de ontwikkeling van dat belangrijke orgaan kan bevorderd worden. Een krachteloos hart zal aan verstorende indrukken, die er van verschillende zijden, vooral door den invloed van het zenuwstelsel op werken, geen weerstand kunnen bieden en daardoor het geheele organisme ondermijnen. Door do krachtige werkzaamheid van het hart wordt de bloedcirculatie sneller; het bloed wordt met meer kracht in de vaten gestuwd en dc omzetting van voedingsstoffen in de verschillende weefsels verhoogd.

Door lichaamsbeweging wordt verder eene meer dan oppervlakkige ademhaling veroorzaakt, wat niet alleen ten goede moet komen aan de ontwikkeling der onmiddellijk daarbij betrokken spieren ; maar ook eene uitzetting en welving der borstkorf tengevolge heeft.

Ademt men dus veelvuldig diep in — en dit geschiedt bij onze gymnastische oefeningen zoo dikwijls— dan verhoogt men niet weinig de vitale capaciteit der

ocr page 9

7

longen en juist om deze reden ook werd door zoovele medici van vroeger en later tijd doelmatige Gymnastiek ten zeerste aanbevolen. De zooeven genoemde Prof. Ideler zegt met betrekking tot deze zaak 't volgende :

De tallooze ziekten der longen en van het hart en vooral longtering, die reeds zoovelen in den bloeitijd des levens heeft weggerukt, vinden dikwijls haren oorsprong in een te bekrompen borstkas, doordien de haar omringende ribbon zich niet voldoende buitenwaarts welven. Zonder in een nauwgezet ondeizoek te treden naar de pathologische gevolgen, die uit eene mechanische belemmeiing van de ademhaling en de beweging van het hart moeten voortspruiten, wil ik hier toch aanstippen, dat deze treurige stoornissen het best kunnen voorkomen worden door doelmatige Gymnastiek.

Daar iedere inspannende lichaamsbeweging eene versnelde ademhaling en bloedsomloop tengevolge heeft, zal door de werkzaamheid van de spieren, die aan de ribben bevestigd zijn, eene verwijding dor borstkas plaats hebben.

Het is vooral de beweging der ribben bij eene krachtige en diepe ademhaling, die eene gefrenschte ontwikkeling en welving der borstkas bèvordert.quot;'

Bij dr. Lagrange lezen we :

„Verhoogde werkzaamheid van het hart en de longen wekt indirect meer energie iu alle voedingsverrichtingen op; b. v. snellere hartslagen hebben in alle inwendige organen eene snellere bloedcirculatie tengevolge, terwijl versnelde ademhalingen meer zuurstof aan het bloed toevoeren. Zoo omspoelt een rijker en vaker vernieuwd bloed zelfs de verst verwijderde deelen en doet de organen, die er het minst bij betrokken schijnen b.v. maag, darmen, blaas in de weldaden der beweging deelen.

Deze organen krijgen spiervezels, die sterker worden door het betere en sneller ververschte bloed ; hunne klieren en zenuwdraden zullen ook wèl varen bij de

ocr page 10

8

aanraking met de zuurstof van het bloed ; want de zuurstof is voedsel en prikkel tegelijk.

Slelt spierkracht den mensch in staat met goeden uitslag een aanval le doorstaan, het weerstandsvermogen aller organen en de energie aller levensfunctiën verzekert hom de overwinning in den strijd tegen ziekteoorzaken.

Ziedaar, hoe de gevolgen van lichaamsbeweging zich kunnen doen gevoelen in alle moleculen van het levende lichaam.quot;

Kan nu uit deze oppervlakkige schets voldoende blijken de groote invloed, dien doelmatig gekozen lichaams oefeningen hebben op de gezondheid, dan zal daaruit als van zelf voortvloeien de noodzakelijkheid van deze voor onze jeugd. En geldt dit voor jeugdige leerlingen, hoeveel te meer dan voor die der H. B. S-en Gymnasia. Bij deze treedt niet alleen hot nadeel op van langdurig zitten in en buiten do school, dat niet zonder invloed is op do organen voor ademhaling en bloedstroom en daardoor op de bloedvorming; maar bovendien doet bij hen de dikwijls schadelijke invloed dor gevergde geestesinspanning zich nog meer gelden.

Het is duidelijk, dat bij een rustig zitten in de schoolbank de ademhaling wordt belemmerd; dat zij voornamelijk is eeno buikademing, terwijl de borstado-ming (waarbij ook de longtoppon werkzaam zijn) achterwege blijft. In verband hiermede zal ook do bloedstroom worden gestremd, doordien de diepe ademhalingen en de spierbewegingen daarop geen invloed kunnen uitoefenon. Tengevolge daarvan moet het hart onder verzwarende omstandigheden werken. Bovendien zegt Dr. Schmidt, moeten we een open oog hebben voor de nadeden voor bloedvorming en stofwisseling, omdat deze onder ongunstige omstandigheden (kleine school-localen, onvoldoende ventilatie, overvolle klassen enz.) dikwijls in een onzuiveren atmospheer moeten plaats hebben-

Paardoor zien wij onder schoolkinderen zoovele

ocr page 11

9

gevallen van bloedarmoede en bleekzucht voorkomen, en juist in de eerste schooljaren deze schoolziekten zoo toenemen.

Prof. Axel Key zegt van de Zweedsche kinderen, dat n l. in het le schooljaar ieder 13c j» jï ,, „ fe

„ „ 3e „ „ 5e kind aan bloedarmoede lijdt

Nu willen wij aannemen, dat do nadoelen opzich-tens lokaliteit, onvoldoende ventilatie, overvolle klassen enz. voor leerlingen onzer H. B. S en Gymnasia niet zoo groot zijn ; maar we zeiden het reeds, de nadeelen van langdurig zitten in en buiten de school enz. nemen bij hen grooter afmetingen aan.

Do heer Wesseling zegt in zijne Brochure, de behoefte aan lichaamsoef. voor onze jeugd besprekend :

.......Krachtige beweging, diepe ademhaling in frissche

lucht zijn de eerste voorwaarden ter bevordering van bloedsomloop en groei, tot ontwikkeling van hart en longen en ter verzekering van de spijsverteering en alle overige functiën des lichaams.

En wat geven we ;

5 a 6 uren per dag op de schoolbanken met een tusschentijd in het midden voor eten en drinken : daarna aan de oudste helft nog 4 a 5 uren huiswerk : nogmaals den tijd voor eten en drinken; verder een paar uur voor privaatstudie cn les in zang- piano- of vioolspel. En wat blijft er na die 14 uren, vermoeiende uren, nog van het etmaal over voor ontspanning?

Iets verder lezen we:

De lucht in een schoollokaal is veel spoediger bedorven, dan we het b. v. met ons reukorgaan bemerken. In 39 minuten wordt 10 M3 lucht door één leerling reeds bedorven en nog maar schaars vindt men de lokalen met 10 M3 inhoud per leerling. Ook bij ons best ventilatie-stelsel kan worden aangenomen, dat een verblijf van 2 uren in het schoollokaal hoogst nadeelig werkt op de gezondheid, zoowel van leerling als onder-

ocr page 12

10

wijzer. Evenwel is de laatste nog in verreweg de beste positie. Gedoemd zijn om een geheelen schooltijd, liefst in model houding, stil op één zelfde bank te zitten; of zich nog ten minste al dien tijd vrij te kunnen bewegen, te kunnen zitten of staan naar verkiezing; voorzeker een hemelsbreed onderscheid.

Moeten deze woorden uit den mond van een schoolman van bekende ervaring niet opnieuw tot nadenken stemmen? Worden de nadeelen verbonden aan hot langdurig zitten niet. grooter door dit te eischen in de zooeven bedoelde model-houding?

Zouden zij, die deze lang achtereen van hunne leerlingen eischen wel bedenken, dat dit vermoeiender is, dan menige arbeid.

Hoe juist worden wij op die nadeelen gewezen door den onvergetelijken dr. Allebé, die in een zijner belangrijke lezingen mêedeelt,;

Onafgebroken samentrekking van dezelfde spiergroepen is vermoeiender dan de zwaarste arbeid ; van daar dat het zulk een afmattend werk is, in kunstenaars-ateliers als model te staan.

EJenmaal zag ik een Amsterdamschen kruier, bekend wegens groote spierkracht, terwijl hij in de Maatschappij Pelix-Mèritis als model stond, in flauwte vallen, daar men verkeerdelijk gemeend had, dat hij, zulk een buitengewoon forsch man, de gewone rustpoos niet behoefde

Of nu oordeelkundig gekozen lichaamsbewegingen voor onze jeugd noodzakelijk zijn, wie zou het nog in onzen tijd in twijfel durven trekken ?

En of de Gymnastiek, inclusief het spel, volkomen kan beantwoorden aan de eischen, die men aan de zoo noodige beweging in het belang van lichaam en geest stelt ?

O. i. kan deze vraag niet dan bevestigend beantwoord worden. Wanneer men tenminste met ernst de toepassing onzer systematische lichaamsoefeningen nagaat, en een blik werpt op de reeds verkregen resul-

ocr page 13

11

taten en de gunstige beoordeeling daardoor van mannen der wetenschap.

Uit de volgende aanhalingen moge U blijken in hoeverre onze lichaamsoet. noodzakelijk worden geacht uit een hygiënisch oogpunt cn van hoe groot belang zij worden beschouwd als tegenwicht tegen de nadeelige invloeden der school.

Dr. Le Roy zegt in zijn „Physiologie v. h. Gymna-stiek-Onderwijs.quot; Wanneer een kind 5 uur op de schoolbank zit en men rekent, dat het van 's avonds 8 uur tot 's morgens 7 uur te bed ligt, terwijl het bovendien nog een gedeelte van den overblijvenden tijd aan zijne maaltijden, en misschien, wegens extra lessen of huiswerk, zittende doorbrengt, dan mag er zeker van den overblijvenden tijd we! een gedeelte gewijd worden aan lichaamsbeweging, om de nadeelige gevolgen te compenseeren die reeds aan de lang aanhoudende geesteswerkzaam-heid op zich zelve verbonden zijn, en die nog vergroot worden door de er mee verbonden langdurige werkeloosheid van een groot gedeelte van het Spierstelsel.

Aan het verslag v./h. Congres in '87 te Brussel gehouden, dat door een afgevaardigde (Prof dr. W. B. J. van Eijk, Inspecteur van het M O) namens do Nederl. Regeering werd bijgewoond, ontleenen wij het volgende :

O. m. wordt bovenal aanbevolen de zorg voor eene regelmatige lichamelijke ontwikkeling, door oordeelkundig gekozen lichaamsoefeningen gedurende en na de schooltijden.

De Schoolgymnastiek zij een rationeele en paeda-gogische De zorg hiervoor zij streng en worde mede opgedragen aan een sanitair en hygiënisch toezicht.

Volgens de paedagogen op dit congres zou de schuld van geestesoverlading niet zoozeer te zoeken zijn in de leerplannen, bij de leervakken of examens; maar in het opvoedingssysteem. De veelvuldige klachten over overlading zouden verstommen, wanneer men den dag

ocr page 14

12

beier verdeelde en besteedde, wanneer men de leerlingen vroeger liet opstaan, niet meenam naar schouwburg of concert, geen sigaren of sigaretten liet rooken, eenvoudig voedde en doelmatiger kleedde: indien men ze de noodige beweging in de vrije lucht liet nemen, zich op passende wijze leerde vermaken en vooral veel liet gymnastiseeren

De geneeskundigen en hygiënisten oordeelden evenwel het ongunstigst over de overlading. De kinderen worden door de opdrijving der examens de slachtoffers van do ijverzucht der onderwijzers en de zorgeloosheid der ouders : maar ook die der wetgevers, die de programma's moesten inkrimpen en naast de paedagogische inspecteurs een geneeskundig toezicht in het leven moesten roepen, waardoor werd toegezien, dat de lichamelijke opvoeding niet zoo jammerlijk werd verwaarloosd. Zonder te willen beweren, dat de kwalen, waaraan het menschdom heden ten dage lijdt, enkel en alleen voortvloeien uit overdrijving op onderwijsgebied, valt het volgens hen niet te ontkennen, dat de geestelijke afmatting hoofdoorzaak is van veler lichamelijk lijden. Het zittend leven het gemis aan de zoo noodige en heilzame lichaamsbeweging dragen hiertoe hel hunne bij.

Uit deze aanhaling kan zeker blijken de hooge ernst, waarmede gedelegeerden waren bezield, om te trachten het probleem der overlading op te lossen; en al moge, volgens enkele beoordeelaars, dit pogen niet het ge-wenschte resultaat hebben opgeleverd, zeker toch heeft het bijgedragen om meer de aandacht te vestigen op do noodzakelijkheid, dat de lichamelijke opvoeding een factor blijft van het grootste belang.

Dr. Coronel, een der baanbrekers v./d. Gymnastiek in ons land zegt ergens:

„Wat de schoolgyinnastiek beoogt is om de overladen hersenen, de werkelooze spieren, de belemmerde bloedsomloop, de overspannen oogen, gedurende de

ocr page 15

13

schooluren ontstaan, door stelselmatige en evenredige bewegingen van alle lichaainsdeelen lijdelijk afleiding te verschaffen en zoodoende het gestoorde evenwicht te herstellen. Het zou wenschelijk zijn, dat men het kind wat minder met geestelijken arbeid overlaadde om de vrijkomende uien aan het Gymnastiek-onderwijs te wijden. Minstens één uur G. O. voegt bij 5 a 6 uur schoolonderwijs daags. En dan dient de dagelijksche Gymnastiekles in overeenstemming met den geestelijken arbeid te zijn, als middel tot afleiding van den geest en tot versterkingen regularisatie der lichaamskrachten.

Prof. Stokvis ook waarschuwt in zijne zeer belangrijke voordracht over „Vermoeienisquot; (waarop wij straks gaarne terug komen) met klem, om van de jeugd niet te veel te vergen. Een Zweedsch hoogleeraar kwam tot de ontdekking en zeker treurige ontdekking, dat 50 u 60 % der leerlingen van Gymnasia en M. S. in zijn land van tijd tot tijd ziek waren, tengevolge van overspanning.

Want alle organen gaan mede lijden: hart, longen, en darmkanaal. De geestelijke overspanning is en blijft de gevaarlijkste en heeft velen te gronde gericht; daarentegen is nog niet bewezen, dat ooit een arbeider van overspanning is ziek geworden. De geachte Spr. besloot zijne rede met nogmaals de aandacht te vestigen op het harmonisch geheel van ons lichaam.

Van Prof. dr. A. Behagel te Mannheim, een dei-wakkere strijders voor voldoende ontwikkeling van het lichaam in de school lezen we :

— het is uitgemaakt, dat het Gymnasium om dien naam werkelijk te verdienen, niet slechts de geestelijke maar ook de lichamelijke vorming voor zijne rekening moet nemen, en er zich niet mag afmaken met wekelijks 2 uren voor de ontwikkeling des lichaams beschikbaar te stellen: maar te zorgen heeft voor de inrichting eener Gymnastiek- en speelplaats, waar de leerlingen

ocr page 16

14

gedurende 2 a 3 uur door Gymnastiek en spel hun lichaam ontwikkelen kunnen. —

In het Monatschrift für das Turnwesen lezen wij van de hand van Dr. Von Nusbaum te Munchen:

— Ik houdt het. tegenwoordige stelsel, om een kind den geheelen dag bezig te houden voor zeer goed ; men wijde echter een groot deel van den tijd aan lichamelijke ontwikkeling, zooveel mogelijk in de fiische lucht. Het was oen goed begin de Gymnastiek verplichtend te stellen ; de wijze echter waarop zij toegemeten wordt, is niet geschikt om er goede gevolgen van te verwachten. Ik ben vast overtuigd dat men in de toekomst zal gaan inzien, dat men dagelijks uren lang lichamelijke oefeningen met geestelijken arbeid moet afwisselen wil een kind gezond blijven. Ook ben ik overtuigd, dat het leeren veel gemakkelijker gaat, wanneer het lichaam krachtiger wordt, wanneer de geestelijke inspanning niet zoovele uren bedraagt als nu haast bij alle inrichtingen van onderwijs het geval is.

Wij merken hierbij op, dat deze medicus, evenals Dr Schmidt en Prof Axel Key, een groot voorstander is van het spel, maar «aossi de Gymnastiek. Verrassend mag het heeten, wanneer men de meeningen van deze en volgende medici van naam betreffende de noodzakelijkheid van afwisseling van geestes- en lichaamsar-beid, vergelijkt met die van den schrijver van het door ons bedoeld opstel. Kinderen en Herexamens :

Men oordeele zelf 1

In het Programma der Realschule erster Ordnung zu Bützow 1880, vinden wij in eene verhandeling van den Director Dr. Winkler, de volgende mededeeling: De oogartsen Prof v. Zehender en Dornbliith in Ros-teck en Dr. Hasse te Königslütter willen terecht op de lichamelijke vorming der jeugd nog meer de aandacht gevestigd zien.

Het is lang niet voldoende, wanneer slechts 2 maal per week Gymnastische oefeningen plaats hebben.

ocr page 17

15

In het zeer lezenswaardig boekje „Die Überbürdung der Schuljugendquot; van Di-. W. Prikke, zegt de schrijver:

Om aan de geestelijke inspanning door lichamelijken arbeid tegemoet te komen, moet het gymnastiseeren met groote zorgvuldigheid geschieden. Het moet meer en meer de gezondheidsleer en opvoedkunde ten grondslag hebben en ten minste één uur dagelijks worden beoefend.

In een verslag v./d. Med. Academie te Parijs vindt men met het oog op de geestes overlading met ernst voor de jeugd aanbevolen ;

le. Vermeerdering van uren voor den slaap.

2e. Vermindering van lesuren.

3e. Meerdere gelegenheid voor ontspanning en lichaamsoefening.

Bijzonder de aandaclit verdienen voor ons doel bovendien eene rede van Prof. Dr. Preijer op het Congres van natuurkundigen in '88 te Wiesbaden en een opstel van Dr. Bresgen, voorkomende in de Deutsche Schulzeilung van 31 Jan, '96, betreffende de oorzaken van zenuwhoofdpijn bij kinderen Uit de voordracht van eerstgenoemde stippen wij aan, dat door de overlading met leerstof en de daardoor veroorzaakte schade aan lichaam en geest, meer dan '/4 der leerlingen gedurende den schooltijd lichamelijk benadeeld wordt. Een en ander werd toegelicht met voorbeelden en statistieke opgaven. Volgens het oordeel van laatstgenoemden medicus is een uitstekend tegenwicht tegen overspanning van den geest; het onderwijs lot vorming van den geest af te leiden met lichaamsbewegingen.

Hoeveel uitspraken van mannen van ervaring en wetenschap zouden wij aan de reeds genoemde nog kunnen toevoegen om ons betoog kracht bij te zetten dat onze lichaamsoefeningen voor de jeugd van het hoogste belang zijn! Maar we zouden dan te uitvoerig worden. We zouden dan in breede trekken kunnen weergeven de meening daaromtrent van den beroemden phisioloog

ocr page 18

16

Prof. Dr. Emil. Dubois-Reymoncl (die hot, Duitsche turn-stelsel, dat ook wij in hoofdzaak volgen, het gelukkigst gekozen, het meest aan het doel beantwoordend acht om aan dien eisch der nieuwe opvoedingsmethode te voldoen). Van Prof. Von Ziemsen, die zelfs zegt: wij moeten aan onze Germaansohe turnoefeningen vasthouden waardoor eene veel gelijkmatiger en veelzijdiger ontwikkeling van kracht en behendigheid wordt verkregen dan door de Engelsche sport.

Van zoovele mannen met klinkende namen op het gebied van anatomie en physiologie als Lehnert, Oasper, Junke, Horn, Housselle, Martin, Prerichs en Virchow,

die de wetenschappelijke Commissie vormden tot onderzoek naar de beteekenis der Barren (Brug) oefeningen uit een geneeskundig oogpunt en vooral de aandacht moeten vestigen op den belangrijken arbeid van den physioloog Dr. Schmidt te Bonn, een man aan wien de t urnzaak veel verschuldigd is.

Maar laten we voor ons doel ook eens een onderwijsman van bekende ervaring aan het woord :

De groote fout van onze hedendaagsche school-opvoeding (zegt Dr. Jonkman, Directeur der R. H. B. {School met 5 j. c te Utrecht) is de wanverhouding tusschen de lichamelijke en geestelijke opvoeding van het kind. Daarin moet over het algemeen meer afwisseling komen. Aan goede Gymnastische oef. wordt niet genoeg gedaan; de nadruk dient echter gelegd op (joede ; acrobatische en athletische toeren behooren op de kermis thuis. Zwemmen, schaatsenrijen, roeien, ook wiel-rijden binnen zekere grenzen, zijn uitstekende oefeningen, welke echter dit tegen hebben, dat ze niet geregeld kunnen gebeuren. Wat bovenal bevorderd moet worden, dat zijn de bewegingsspelen : football, tennis en crictet, maar onder verstandige en deugdelijke leiding: want laat men de jeugd in het kiezen van hare lichaamsoef. haar eigen gang gaan, dan gaat men nog voel meelden verkeerden weg oo, als nu al het geval is. Men komt dan meer en meer tot sport in den slechten zin

ocr page 19

17

en daarom heeft men bij de militaire examens de slechte gevolgen gezien ; tal van afkeuringen waren gevolg van overdreven beoefening van sport.

(Zie verder Utr. Dagblad van Januari '97). Met de meeste erkenning voor het pleidooi, dat hier gehouden wordt in het groote belang onzer stelselmatige lichaamsoefeningen, veroorloven we ons gaarne de opmerking dat acrobatische en athletische toeren o. i. reeds lang uit de Gymnastiekschool gebannen zijn en verder dat er in de Handboeken voor G. O. massa's bewegingsspelen voorkomen, die uit het oogpunt van inspanning en vermaak te verkiezen zijn boven de genoemde.

Vergun ons ten slotte te wijzen op het Concept-Programma, samengesteld door 5 medici in ons land namens de Nederl. Maatschappij voor Geneeskunst, in zake het in het leven roepen van een Diploma voor Schoolhygiène. Onder II kunnen wij in bedoeld ')on-cepl lezen, dat den candidaat als eisch wordt gesteld : ci. inzicht te hebben in de overladingskwestie, h. „ „ „ „ „ bet eekenis van de leervakken Gymnastiek, zingen en schrijven uit een hygiè-nisch oogpunt. In bijgaande toelichting lezen we verder: Van hem, die het diploma Schoolhygiène wenscht te verwerven, mag dus begrip worden geëischt der draagkracht voor geestelijken arbeid in verschillende levensperioden, in verband zoowel met de lichamelijke ontwikkeling als met lichamelijke en geestelijke stoornissen.

Ten slotte komen Gymnastiek en Zingen in aanmerking als leervakken van bijzonder hygiënische beteekenis. Wat de Gymnastiek betreft, moet de onderwijzer van de noodzakelijkheid van lichaamsoefeningen doordrongen zijn. Ofschoon voor het geven van Gymnastiekonderwijs speciale studie wordt verlangd, dient toch ieder te weten, hoe lichaamsoef. op rationeele wijze in te richten zijn en welk doel er mee beoogd wordt. Vrije beweging, liefst in de open lucht, is voor het kind

ocr page 20

18

noodzakelijk, versterkend en doet het uitrusten na inspanning van den geest.

(Uit het voorgaande mogen we zeker afleiden dat de Comnvssie met vrije beweging niet bedoelt de z. g. vrije spelen.) Vergelijk nu evenwel met deze en vroeger genoemde aanhalingen de bewering in het opstel; „Kinderen en herexamensquot;, dat hersenarbeid op geen slechter wijze kan gecompenseerd worden, dan om onmiddellijk daarvoor ol' daarna, spierarbeid te laten verrichten. Wij hopen hierop nog terug te komen. Gaarne con-stateeren wij, dat de Commissie de Gymnastiek een leervak van bijzonder hygienische beteekenis acht.

Zouden we nu aan de hand van zoo gunstige beoordeelingen (die zoo noodig met nopj zeer vele van medici en paedagogie kunnen vermeerderd worden) en met de ervaring, die we in dit opzicht dagelijks opdoen nog kunnen twijfelen aan het groote belang onzer stelselmatige lichaamsoef., vooral als middel om de nadeelen van het langdurig zitten op ie heffen en den geest te verfrisschen ? Maar kunnen bovendien zij, die dagelijks met de jongens onzer H B. S. omgaan, niet voldoende opmerken, dat de behoefte aan ontspanning van den geest, door de zoo aantrekkelijke lichaamsoef. voor zich zelve spreekt? Wat ter wereld zou aanleiding gegeven kunnen hebben, om eeno zoo gewenschte afwisseling van hersenarbeid en lichaamsinspanning gedurende den schooltijd, van vele zijden ernstig aanbevolen, uit een hygiënisch en paedagogisch oogpunt juist af te keuren ?

Maai' juist omdat deze op zich zelf staande bewering ontbloot is van eiken bewijsgrond, gelooven wij, dat de Schr. van K. en H. daartoe gekomen is door eene zeer oppervlakkige lezing van hetgeen in den laatsten tijd moest dienen tot bestrijding van de grondbegrippen van het Duitsche turnstelsel, of omdat zijne redeneering bazeert op de theorie van een medicus, die volstrekte rust — slaap wenscht na eiken tijd van geestelijken arbeid: eene theorie, die misschien ook al om de

ocr page 21

19

bezwaren in de practijk, tot heden meenen wij niet druk werd onderschreven door HH. medici.

Men vergete evenwel niet, dat, welke hervormingen in don laatsten tijd weiden aanbevolen op liet terrein der lichaamsoefeningen voor de jeugd, niets werd afgedongen op de belangrijkheid van deze, maar, dat meer de vorm waarin ze worden toegepast, de spil was waarom de gansche bestrijding draaide.

Immers prof. Mosso, een der bestrijders, zegt: „Het weerstandsvermogen van een organisme is het resultaat van vele lichaamsfunctiën. De huid, de longen, het hart, het zenuwstelsel, de spijsverteringsorganen, zijn zeker alle gewichtiger dan de spieren. Daarom moet bij de opvoeding van het lichaam, de oefening der spieren geen overwegend belang worden toegeschreven. Mar-schen bij goed weer, schaatsenrijden, zwemmen, lichaamsbewegingen (welke ?) loopen en alles wat het lichaam vermoeit, waarbij het organisme langzaam afneemt, om zich onder betere atmospherische toestanden te herstellen, dit alles maakt den grondslag uit van de echte en goede Gymnastiek.

Hoe volkomen kan ons gymnastiekonderwijs beantwoorden aan deze eischen 1

Maar prof. Mosso en in navolging van hem dr. Lagrange \alt het Duitsche turnstelsel voor een groot deel aan en nu komt het ons voor, dat enkele quasi-hervor-mers bij voortduring schermen met die veroordeeling, zonder acht te slaan op de tegenspraak van professoren en doktoren van naam, die bovendien het turnen uit ervaring kennen. Met het oog op de door ons te bespreken kwestie zal het niet ondienstig zijn enkele hoofdzaken uit die tegenspraak in te lasschen. Voor eene meer uitvoerige behandeling zie men de belangrijke artikelen daaromtrent in hot Weekblad „Olympiaquot;.

Waar Mosso de meening bestrijdt, dat het turnen niet voldoende is voor eene algehoole vorming van de jeugd en zegt, dat door het gymnastiseeren (turnen) her weerstandsvermogen niet genoog wordt ontwikkeld

ocr page 22

20

en rlat gematigde en geen krachtige inspannende bewogingen moeten uitgevoerd worden, antwoordt Prof. Partsch, Hoogleeraar te Breslau :

Als Mosso hiermede eene lans wil breken ter bevordering van het spel, dan dwaalt hij, want als wij de dikwijls langdurige verhoogde werking vooral van het hart bij het spel beschouwen, moet ieder zonder twijfel toegeven, dat het gevaar voor overspanning eer bij het spel dan bij het turnen te duchten is.

Eene tweede dwaling is het, dat volgens Mosso bij het turnen de geest niet uitrust, zoodat dit geen middel kan zijn tegen geestelijke overspanning. Als wij de verdienstelijke onderzoekingen van Mosso omtrent de vermoeidheid vertrouwen, en toegeven, dat bij geestelijken arbeid ook de spieren vermoeid worden ; dat derhalve spierarbeid, na geestelijke inspanning de vermoeidheid zal doen toenemen en oorzaak zal zijn van oververmoeidheid, dan kunnen we niet inzien waarom die oververmoeidheid niet spoediger zal ontstaan bij het spel. Immers krachtige spierwerkingen welke ook bij het spel gevorderd worden, in verband met de noodzakelijkheid steeds opmerkzaam te blijven voor hetgeen rondom den spelende plaats heeft, dus verhoogde geestelijke inspanning moeten dan noodwendig do gevreesde oververmoeidheid tengevolge hebben. Mosso moest van zijn standpunt elke lichaamsbeweging na geestelijke inspanning verbieden.

Prof. Mosso beweert verder :

Het Duitsche turnen legt het er op toe, de inspanning tot enkele groepen te bepalen, wat als een grootc fout moet beschouwd worden. De algemeene vermoeidheid welke hot gevolg is van spelen, wandelen, roeien, worstelen en zwemmen, kan door hot organisme beter verdragen worden en is uit een physiologisch oogpunt beschouwd, de ware vermoeidheid, waaraan wij ons lichaam moeten gewonnen om het krachtiger te maken. Hierop antwoordt prof. Partsch :

Mosso verkeert hier in do meening, dat bij üymna-

ocr page 23

21

stische oefeningen de hoofd werkzaamheid door eenige op zich zelf staande spiergroepen wordt verricht.

In een klein geschrift (Oefening en kracht) heb ik get racht de dwaling aan te toonen, als zou er voor eene eenvoudige beweging slechts arbeid van eenigo weinige spieven gevorderd worden. Ik toonde met een zeer eenvoudig voorbeeld aan, dat de kracht, welke van eene spiergroep gevorderd wordt, om een aan een touw hangend, over een katrol loopend gewicht op te trekken niet in de eerste plaats grooter wordt, als het gewicht in zwaarte toeneemt, maar geleverd wordt door een groot aantal andere spieren, die met de eerste in geen direct verband staan. Deze eenvoudige beschouwing toonde aan, dat de, voor een of andere oefening gevorderde kracht niet dooi- verhoogde werkzaamheid van afzonderlijke spieren wordt geleverd, maar berusten op een doelmatig gebruik van de elementen voor hot leveren dier kracht in het lichaam aanwezig.

De ervaring leert ook, dat de krachtsontwikkeling bij den mensch door oefening verhoogt kan worden en de toeneming van spiermassa's in de verste verte geen gelijken tred houdt met die toeneming in kracht. Om die reden kan men volgens mijne overtuiging niet zeggen, dat bij do eene of andere gymnastische oefening slechts deze of gene spiergroep wordt geoefend. Ik zou hierbij niet zoo lang hebben stilgestaan, als ik niet ontdekt had, dat Mosso jui^t op dit punt zijner beoordeeling betreffende do spierwerkzaamheid bij de afzonderlijke gymnastische oefeningen, zulk eene opvallende onbekendheid met die spierwerkzaamheid had getoond. Want slechts hieruit kan verklaard worden, wat hij op pag. 56 van zijn werk zegt:

„Er is in de Duitsche Gymnastiek geene enkele oefening, die de spieren van den onderbuik tracht te ontwikkelen en te versterken en dit is eene groote leemtequot;. Deze bewering getuigt van zulk eene physio-logische „ungeheuerlichkeit', dat ik ze me slechts verklaren kan, door aan te nemen, dat Mosso het turnen

ocr page 24

22

slechts uit boeken kent en nooit zelf geturnd heeft.

Het miskennen verder van den invloed die de toc-steloef. en het. loopen op ons lichaam uitoefenen, is do dwaling, die Mosso er toe brengt, verkeerde gevolgtrekkingen te maken. Wij moeten bij iedere beweging, die wij verrichten, er aan denken, dat, hoe langer wij die beweging laten duren, hoe moeielijker het voor de spier wordt, den arbeid voort te zetten hoe moeilijker het wordt om van de spier nog anderen arbeid te vergen.quot; zegt Mosso. Maai' „antwoordt Prof. Partsoh, dan moet men ook bij oefeningen op duur zoo spoedig mogelijk ophouden.

Volgens Mosso zou een wielrijder dan zeker geen tocht van een half uur, veel minder van drie uur kunnen maken, en daarna nog kunnen wandelen !

Wil men Mosso gelooven, dan mogen zulke oef. niet meer uitgevoerd worden. Daarom mag men bij het turnen niet te lang bij evenwichte-oef en oef. in steun stilstaan, (Mosso meent, „niet lang in die toestanden vertoevenquot;), omdat de physiologische werkingen, de samentrekkingen, de veranderingen in den bloedsomloop en de spieren, 't gunstigste resultaat hebben, als de spier niet te lang in den toestand van samentrekking blijft verkeeren.

De matig afwisselende beweging tusschen samentrekking en ontspanning der spieren heeft de uitwerking eener massage, waardoor de nadeelige omzettingsproducten worden verwijderd, de voeding krachtiger wordt en de krachten hersteld worden

Voorwaar, Mosso kon geen beter lofrede op het turnen houden, dan hij hier doet. Volgens Prof. Partscli, heeft dan ook Mosso uit een wetenschappelijk oogpunt geen enkel bewijs bijgebracht, dat men als eene ernstige grief legen het Duitsche stelsel kan aanzien.

Prof. Dr. Grützner, hoogleeraar in de Physiologic te Tubingen, weerspreekt eveneens op meesterlijke wijze Mosso's meening. als zou het Duitsche turnen niet wetenschappelijk zijn.

ocr page 25

23

Deze zegt o. m. in zijn verweer: „Ook ik acht de wetenschap zoo hoog, als iemand ze maar achten kan, maar ik veracht alle halve wetenschap, m. a w. alles waarbij men wetenschappelijk wil redeneeren over dingen, die of niet wetenschappelijk behandeld kunnen worden (en dit licht hij toe met vele voorbeelden) of waarbij de stand der wetenschap nog niet bij machte is de raadsels op te lossen, of wel, waarbij eene eenvoudige ondervinding honderdmaal gemakkelijker te be-oordeelen is, dan alle theorie. Ik behoef zeker niet te zeggen, dat deze woorden geene betrekking hebben op Mosso, maar op het groote aantal personen, die gaarne theorie willen verkondigen, in plaats van hunne oogen den kost te geven en onbevangen op te merken.

(Een kostelijk woord aan het adres van hen, die op eene enkele theorie afgaand, ons systematisch onderwijs afkeuren.)

Wij stippen verder nog aan : O. i. kan nergens moreele kracht beter geoefend en „geschooldquot; worden dan door turnoef. die men alleen door intensieve wils-inspanning leert uitvoeren, en door ondergeschiktheid van den eigen wil aan dien van een ander, zooals dit vooral bij de vrije oefeningen het geval is

Voegen we daaraan toe, wat Prof. Hei ing te Freiburg omtrent deze oefeningen meedeelt n.1.

„Het meer in beoefening komen der Vrije Oefeningen is voor allo leerlingen een ware zegen. Alle deelen des lichaams, alle spieren, poezen en zenuwen worden daarbij tot krachtige werkzaamheid gedwongen, het lichaam wordt onder de heerschappij van den wil gebracht en daarbij bevalligheid en vaardigheid bij de bewegingen verkregen.

Rug, borst en onderlijf, die bij het zitten steeds dezelfde onnatuurlijke houding aannemen, worden door zorgvuldig gekozen oefeningen gelijkmatig en alzijdig in beweging gebracht.''

Dan komt het ons toch wel wat gewaagd voor te

ocr page 26

24

schrijven (zie Brochure Wesscling);

Uwe Vrije oefeningen kunnen nicls anders geven, dan op bevel, overmatige herseninspanning eerst, en slechts spiergymnastiek daarna. Met voorbijzien van het groote nut, dat zij kunnen hebben, zal de Schr. misschien doelen op de toepassing, maar dan behoort daarbij het noodige bewijs. Houdt ons dezen zijsprong ten goede om terug te komen op Prf'f. Grütsner's verweer. We lezen dan: — Overspanning bij en door het turnen zal tengevolge van de veelzijdige bewegingen eene groote zeldzaamheid zijn en zal eer voorkomen bij verschillende oef., die onder de rubriek „Sportquot; vallen, en bij het spel, omdat daarbij, door de groote en langdurige inspanning van dezelfde spiergroepen, veel spoediger de uiterste grens van inspanning is bereikt.

De spelen kunnen nooit of nimmer in de plaats treden van het turnen, zij zullen en kunnen nooit het turnen vervangen.

De tijd die aan het turnen besteed wordt, is veel te weinig, we vragen niets onbillijks, als wc wenschen, dat die tijd vermeerderd wordt. Maar wij bemerken, dat het ons te ver zou voeren, indien we zelfs in hoofdzaak alles wilden weergeven wat door Prof. Euler, dr. Was-mannsdorf, Weber, Prof. Boetke, Prof. Partsch, Prof. Grützsner e.a tegen Mosso's beschouwing is aangevoerd. En toch gelooven we, dat het van groot belang kan zijn, al die verzamelde opstellen (waarvan vele zoo zaakrijk behandeld in Olympia) in boekvorm te verzamelen, opdat ook het groote publiek worde ingelicht, dat en de theorie van Prof Mosso èn die van Dr. Lagrange door vele medici van naam niet geheel wordt onderschreven.

Doch meer ter zake 1 Na de bestrijding van de meening „de invoeging der Gymnastiek op den rooster is onhygiënisch en onpaedagogisch (het paedagogisch bezwaar hebben mij echter laten rusten omdat het er

ocr page 27

25

of doelloos is bijgesleept of omdat het betrekking heeft op het schijnbaai' inbreuk maken op de vereischte orde of t ucht in de klasse), willen wij een stap verder gaan. Wij veronderstellen allereerst, dat do wetgever twecrlei aanleiding vond om het leervak Gymnastiek onder de vakken der JVJ. S. op te nemen en wel: le omdat de zorg voor de lichamelijke opvoeding voor een goed deel behoort tot de school en ten 2e omdat de lichaamsoefeningen het middel bij uitnemendheid blijken, om do schadelijke invloeden der school voor de gezondheid op te heffen.

Met het oog hierop heeft het nooit verwondering kunnen wekken, dat het Gymnastiek-Onderwijs dikwijls werd getoetst aan de billijke eischen, die men kon stellen om te verkrijgen of te behouden:

„Een gezonden geest in een gezond lichaamquot;. En die proef heeft het G. O. en te» het nog luisterrijk doorstaan bij oordeelkundige toepassing, omdat het o. m. aanbiedt veelheid van beweging, aangename afwisseling en omdat het nauwkeurig rekening kan houden met de krachten en de geschiktheid der leerlingen en wat meer zegt: omdat de verschillende oefeningen berusten op wetenschap en ervaring. Nu tracht men wel den Gym-nastiek-Onderwijzer aan te wrijven, dat zij te vasthoudend zijn aan de heerschende begrippen omtrent het doel of het nut der Gymnastiek en afkeeiig zijn om verbeteringen in hun stelsel aan te brengen; maar deze beschuldiging is in alle opzichten onverdiend.

Werd er door hen niet, naar gestreefd om het onderwijs in te richten in overeenstemming met de eischen onzer moderne physiologic. Men moet het hun ten goede houden, dat zij een deugdelijk gebleken stelsel van lichaamsoefeningen niet onmiddellijk loslaten, zoolang de meening van de bestrijders niet wordt gedeeld door zoovele physiologen van groote bekendheid. Maar evenmin willen zij beweren, dat het door hen gevolgde st elsel niet voor verbetering vatbaar zou zijn ; want het meerendeel hunner is innig overtuigd, dat hier en daar

ocr page 28

26

verbetering noodzakelijk is. Meer dan eens werd de aandacht gevestigd, op het gevaar van eventueele opvoering der leerstof, op de nadeelen van do langdurige of ingewikkelde oefeningsverbindingen of afwisselingen, op de noodzakelijkheid, dat de G. O. zich uit een ana-tomisch-physiologisch oogpunt rekenschap kan geven van het doel en nut der aangeleerde bewegingen en nog op tal van andere zaken.

Maar ook wordt hun wel eens tegengevoerd, dat de tijd voor 't G.-O. op den rooster (2 uren per week) veel te gering is om er de gewensohte resultaten van te verwachten. J'ie echter zoo redeneeren vergeten, dat do regeling niet in handen is der G. O. maar bij de wet wordt bepaald. Het noemt echter niet weg, dat do kwestie de aandacht overwaard is. S(ollen wij tegenover 28 of 30 leeiuren 's weeks voor geestelijken ai beid (bij het eene vak wat meer, bij het endere wat minder) 2 uren voor de lichamelijke ontwikkeling op de school, dan moet het ons ook voorkomen, dat de invoeging (om dit woord nog eens te gebruiken) der Gymnastiek is geschied bij wijze van proef en dat in den loop der jaren te weinig is aangedrongen op vermeerdering van dien tijd 2 uren per week is in allen ernst het minimum van tijd, dat men kan stellen en dan nog hoort men zoo dikwijls, dat die geringen tijd geheel of gedeeltelijk in beslag wordt genomen voor andere vakken. In zulke gevallen wordt dc zorg voor het lichaam cene taak buiten de school en hoe zal deze deugdelijk kunnen behartigd worden, wanneer nog zoo vele uren moeten besteed worden aan huiswerk, privaat onderricht, teeken- of muzieklessen enz. Vergelijke men daarmede eens den tijd, die voor de lichamelijke opvoeding wordt besteed op de Engelsehe scholen, b. v. aan de West-minsterschool waar in Mei van het vorige jaar 8 volle werkdagen aan lichaamsoef. waren gewijd: in Juni 10, behalve 7 Zon- en Feestdagen, of Charterhouse-Oollege, waar per week 3 vrije middagen, niet voor piano-viool-of teekenlessen, maar alleen voor spel worden gegeven,

ocr page 29

27

e. a.; dan bemerken we toch een verbazend verschil. En dan nog staat Engeland volgens bevoegde beoordeelaars niet achter op wetenschappelijk gebied.

Houdt men nu de leerlingen voortdurend frisch en opgewekt door hen 2 X per week een uur Gymnastiekles te geven plus een vrijen Zondag en 3 x per jaar een korte of langer vacantie ? Neen, antwoordt de Hr. Wesseling in zijn brochure. Toch blijkt, uit het verslag der vergadering van Gymnastiek-onderwijzcrs in Nederland, gehouden te Arnhem in 1896, dat de Mr. Wesseling die twee wekelijksche lesuren, v./d Gymnastiek niet zou geschrapt willen zien. Immers hij zegt: .,Het nut der Gymnastiek wensch ik inderdaad ongerept te laten ik zou haar minstens twee wekelijksche lessen op den rooster willen laten behouden. Maar ik heb in 't. licht willen stellen, dat die twee uren Gymnastiek alleen, het noodige niet geven kunnen en dat de opvoeder het niet aan het toeval mag overlaten, óf en hóe de jeugd er voor hare lichamelijke vorming nog wat bij krijgt. Intusschen merken wij op, dat de llr. Wesseling een groot voorstander blijft van het spel, maar naast de Gymnastiek.quot;

Maar het is zeker, dat de waarde van de Gymnastiek mag beoordeeld worden naar de resultaten in verband mot den tijd, die er voor gegeven wordt en dat men verder niet uit het oog verliezen mag, dat de Gymnastiek, behalve als recreatiomiddel en als middel tot afleiding van den geest, tevens de lichamelijke ontwikkeling heeft te behartigen. Bij goede leiding wordt in werkelijkheid het uur voor G. O besteed op eene wijze dat degelijke resultaten te verwachten zijn, maar mochten deze in veler oogen niet voldoende zijn, welnu dan niet de zaak afgebroken, (wat helaas maar al te zeer wordt gedaan) maar met vereende krachten gestreeft naar uitbreiding van den tijdvoor het G. O. Kon aan ons Gymnastiekonderwijs die uitbreiding gegeven worden, zoodat ook aan het zoo belangrijke onderdeel, het spel een ruimeren tijd kon besteed worden dan

ocr page 30

28

voorzeker zou elk verstandig G. O. dit moeten loejui-chen. Naar onze innige overtuiging evenwel zou zulk eene gewensohle vermeerdering van lesuren de taak moeten zijn der school.

Van do zijde dor school zal een voorgaan in dit opzicht spoediger het bevorderen van lichaamsoefening in de hand wei ken, dan wanneer die opwekking hiertoe overgelaten wordt aan den werkkring eener vereeniging of aan hot huisgezin.

In allen ernst zij het allen, die de lichamelijke opvoeding der jeugd ter harte nemen, aanbevolen om aan te dringen op de zoo noodige uitbreiding van den tijd voor lichaamsoof. op do school, zoowel in het belang van het lichaam, als in dat van den geest. In verband daarmede mag het, inzonderheid voor de inrichtingen van Middelbaar- en Hooger Onderwijs, de aandacht niet ontsnappen, dat het G. O. gegeven worde in het werkelijk belang der leerlingen, in den schooltijd ; want ook van den tijd voor dat onderwijs kan het afhangen of er goede resultaten verkregen worden. Zou er b. v. veel heil te verwachten zijn van eene regeling waarbij de leerlingen één of beide wekelijksche lesuren het Gymnastiesch onderwijs ontvangen na eene geestesinspanning van 6 a 7 uur ?

Zou zulk eene regeling lust en opgewektheid voor en bij het G. O. kunnen wekken ? En zou daardoor het zoo vaak voorkomend onwettige verzuim niet in de hand worden gewerkt ?

Het spreekt van zelf, dat aan eene bevolkte M. S. school, zooals die in de groote steden van ons land voorkomen, iu dit opzicht de theorie en de praktijk wel eens in strijd zullen zijn. Niet alle leerlingen kunnen dan het G. O. ontvangen op het uur, dat om goede redenen daarvoor het meest geschikt geacht wordt, maar dan zal het aan het beleid van den betrokken leeraar zijn overgelaten om zijne lessen zoo in te richten, dat na eene geestesinspanning van zoovele uren sterke werkzaamheid van den wil, krachtige spierbe-

ocr page 31

29

weging en niet het minst zeer gecompliceerde bewegingen achterwege worden gelaten. Dan behooren, zegt Dr. Schmidt (en de ervaring leert ons dit ook) oefeningen uitgevoerd te worden dio ontspannen en waarbij een groot aantal spiergroepen werkzaam zijn, zooals de half automatische bewegingen: gaan, loopen, springen en de bewegingsspelen.

Zouden daarbij niet gevoegd kunnen worden zoovele toesteloef. inzonderheid Rek-, Barren- en Ringenoef. ? Wij gelooven stellig, dat deze hier op hare plaats zijn.

Naar aanleiding van de conclusie, die Prof. Mosso trok, bij zijne verschillende proeven en waarbij hij trachtte aan te toonen, dat niet. alleen de hersenen, maar ook de zenuwen en spieren door geestelijke inspanning worden verzwakt, komt dr. Schmidt er toe als den besten tijd te noemen voor leerlingen die 2 X maal per week één uur G. O ontvangen: de eene les b v. van 8 — 9 of van 9 — 10 de andere „van 11 — 12 of van 12---1 of wel een ander middaguur. Dat deze uren zijn gesteld om bij verschillende regeling der schooltijden eene keuzo te doen, zal wel vrij overbodig zijn op te merken. Toch meenen wij ook aan de hand van bovenstaande mededeeling, dat zelfs voor eene zeer bevolkte school niet moeilijk zal zijn alle Gymnastieklessen te doen vallen in den schooltijd.quot;

Dit nu wat betreft den tijd voor het G. O. En hoe zou nu den tijd moeten gevonden worden om aan het G. O. meerdere uitbreiding te geven, hooren we vragen. ? Daarvoor zullen verschillende wegen open staan, die allen zeker moeten ingrijpen in de bestaande regeling van het onderwijs. En tocli is deze vraag urgent, waar zoo dikwijls de klacht wordt gehoord over te geringe lichaamsbeweging onzer jeugd. Bij die klacht zal volkomen passen de zucht naar hervorming van ons onderwijssysteem door in de allereerste plaats over boord te werpen, wat niet dringend noodzakelijk is. Maar welke kennis is in onzen tijd niet noodzakelijk ? Is vrij wel alles niet gebaseerd op den eisch

ocr page 32

30

naar algemeene ontwikkeling ? Geen factor speelt in onze hedendaagsche maatsohapplijke toestanden zulk een voornamen rol; maar ook geene zaak wordt in onzen tijd meer als bliksemafleider gebruikt.

Ontegenzeggelijk is de eisch. algemeen ontwikkeld te zijn, gegrond, maar alleen mag men het bejammeren, dat tie begrenzing dikwijls zoo vaag wordt aangegeven.

Waar nu blijkt, dat de school hooge eisohen moet stellen, omdat de maatschappij zo stelt, daar zal als van zelve een felle strijd gevoerd moeten worden om den tijd voor het verstandelijk onderwijs bekort te zien. En gaan we de geschiedenis der geestesoverlading na, dan bemerken wij, dat door velen die strijd al is aangebonden en dat vele wijzigingen in het bestaande stelsel dringend noodzakelijk worden geacht. Denk slechts aan het vereenvoudigen der leerprogramma's, beperking van leerstof en leervakken, vermindering van huiswerk, betere indeeling der leervakken enz. enz. Het ligt verder niet op onzen weg dergelijke hervormingen te bespreken, maar wij onderschrijven hier enkel de meening van zoovelen, dat het mogelijk zou zijn én de schooltijden, én de lesuren zoo te regelen, dat de school op betere wijze, dan tot nu toe het geval is, kan zorg dragen voor de lichamelijke opvoeding der jeugd. Bovendien vestigen wij gaarne de aandacht op de klacht, die meer en meer algemeen wordt, dat de jeugd aan zich zelve overgelaten te weinig nut trekt van de lichaamsbew. door het spel verkregen. (Dit. slaat in hoofdzaak op de bewering van sommigen, dat leerlingen der H. B. S. of Gymnasia voldoende lichaamsoefening hebben, wanneer zij naast hunne lesuren in de Gymnastiek hun vrijen Woensdag- of Zaterdagnamiddag aan do sport besteden.) De Gymnastiekleeraar moet ook daarvan do leiding hebben is hunne meening en ieder onzer zal, volkomen deze doelen, maar noodig is het, dat de school daarvoor de gelegenheid biedt.

In die richting te arbeiden, we zeiden het reeds, kan een vruchtbaar werk zijn voor allen die doordron-

ocr page 33

31

gen zijn, dat meerdere lichaamsbeweging eene behoefte is voor de jeugd. Laat het evenwel niet langer de leus zijn, eenig deel van het stelselmatige Gymnastiekonderwijs te bevoorrechten ten koste van het geheel; maar laten we streven ook in dit opzicht de jeugd het. beste te geven, wat in ons vermogen is.

Thans willen wij nog een enkel woord wijden aan het tweede argument in het nadeel der Gymnastiek, van den Schr. van het opstel

„Kinderen en Herexamens '.

Er zijn Gymnastieklessen, waarvan do jongens zoo bekaf in de klasse terugkeeren, dat ze voor 3/4 ongeschikt zijn voor hersenarbeid enz. zegt de Schr. Wij willen voor een oogenblik aannemen, dat dc Schr. na eene enkele les, die mate van oververmoeidheid heeft opgemerkt; dan is het toch onlogisch geredeneerd voor zulk eene enkele overtreding (?) de geheele zaak te veroordeelen. Het zou ons onmogelijk zijn te gelooven, dat zulk eene oververmoeidheid zou kunnen ontstaan n. I. bij verstandige leiding, bij een lestijd van 50 —55 min. en met een getal leerlingen variëerend tusschen 20 en 80. Natuurlijk zal de mate van inspanning wel eens verschillen en kunnen afhangen, b. v. van de keuze en opvolging der oefeningssoort, van het aanleeren van nieuwe bewegingsvormen (omdat de leerlingen daarbij dikwijls meer spierarbeid leveren, dan geëischt wordt) en nog van tal van andere zaken. Kwamen de leerlingen geregeld zoo oververmoeid uit de Gymnastiekles terug als de Schr. schetst en moesten daarop één of meer uren volgen van geestelijke inspanning dan zou dit zeker veroordeeld moeten worden; maar hoe moeilijk is die oververmoeidheid bij onze leerlingen te con-stateeren. En we hebben het zooeven uit Prof. Grütz-ner's antwoord aan Mosso kunnen bemerken, dat door hem niet voor overspanning van het lichaam door het turnen gevreesd wordt, juist om do veelzijdige bewegingen en aangename afwisselingen, die het turnen aanbiedt.

ocr page 34

32

Wij moeten duidelijk verschil maken tusschen inspanning en overspanning Wanneer de sohr. zelfs meedeelde, dat hij had opgemerkt- dat de leerlingen in zulk eene les bijna niet zonder beweging waren, dan zou het moeilijk zijn te constateeven: „in zulk eene los werd gezondigd tegen de leer, dat beweging en rust in gepaste opvolging moeten zijn.quot;' Wij zouden dan niet mogen oordeelen zonder kennis van de soort en de samenstelling der oef. en niet zonder hierop te letten dat het weerstandsvermogen van het lichaam gelijdelijk wordt ontwikkeld. In elk geval zal geen verstandig G. O. uit het oog verliezen dat de klasse in den regel is samengesteld uit physiek sterke, middelmatige en zwakke leerlingen, en dat overmatige inspanning dient vermeden te worden, wanneer geestesinspanning daarop volgt.

Overmatige liohaains arbeid vermoeit den geest. „ geestes „ „ het lichaam,

door afwisseling van matigen geestes- en matigen lichaams-arbeid wordt vermoeienis tegen gegaan, dat waren de stellingen van Prof. Stokvis in zijne belangrijke lezing over Vermoeienis'', en die op zich zelve voldoende zijn zouden om de bewering in meer genoemd opstel te weerleggen.

Waar de Gymnastiek nu zoo juist de gelegenheid aanbiedt, de leerlingen in hunne werkzaamheden gade te slaan en de veelheid van leerstof ons ten dienste staat om voor afwisseling zorg te dragen, daar kan ook matigheid betracht worden. Bovendien heeft ons Gymn. Ond. ook nog dit, dat opgewektheid, vroolijkheid (bekende factoren om vermoeienis tegen te gaan) er een belangrijke rol in spelen.

In de zooeven genoemde lezing vinden we verder: Bij de vermoeienis worden bij geestelijke inspanning in de hersens verschillende stotfen gevormd, die als vergiften in het bloed werken en de spieren mat maken. Maar bij afwisseling van geestes- en lichaamsbeweging ontstaat geene vermoeienis en dit kan verklaard worden.

ocr page 35

33

omdat kleine hoeveelheden van het vergift bij afwisseling oen prikkel vormen voor den geest en de spieren. Wij meenen, dat uit deze en vroegere aanhalingen van medici tevens kan blijken dat het 3e argument in bedoeld opstel voor een groot doel getuigt van eene oppervlakkige lezing van enkele physiologische werken of van eene enkele theorie.

Ten slotte wijzen wij er op, dat omtrent de kweslie — de Gymnastiek niet in den schooltijd te onderwijzen — zeer vele collega's van den Schr. van het door ons besproken opstel, eene geheel andere meening zijn toegedaan. Zij juichen eene afwisseling van geest es- en lichaamsoefening ten zeerste toe en naar hunne meening zijn de leerlingen voor geestesarbeid het meest geschikt na eene Gymnastiekles. Dikwijls mochten wij vernemen van den leeraar in Wiskunde of Talen aan de II. B. S. waar wij werkzaam zijn, dat van eene ongeschiktheid voor hersenarbeid na eene Gymnastiekles niet de minste sprake was; integendeel, dat zij frisscher van geest bleken.

Jammer genoeg! mogen we niet meer van Uwe aandacht vergen. Bij ons gold als het voornaamste, de beschuldiging te weerspreken, dat de maatregel om het G. O. in den schooltijd te onderwijzen, onhygiënisch mocht genoemd worden We hopen evenwel bijgedragen te hebben, om de overtuiging te vestigen, dat do bestaande regel bestendigd moet blijven, en tevens, dat het in het waarachtig belang der jeugd noodzakelijk is, dat zelfs het aantal uren voor lichaamsoef. op den rooster der M. S. en Gymnasia worde uitgebreid.

Laten wij, Gymnastiek-onderwijzers(essen), in die richting door woord en daad trachten te arbeiden.

Laten wij bij dat alles achting toonen voor hen, die ons uit innige overtuiging eu zonder eenige nevenbedoeling trachten te bestrijden ; maar sterke afkeuring ook doen spreken, waar mannen zonder begrip van het doel en nut van het G. O. uit welk oogmerk dan ook onze zaak willen afbreken. We hebben het reeds meer-

ocr page 36

34

malen gezien, dat afbreken niet moeilijk is, doch iets beters te geven, zoo dikwijls niet mogelijk is. Maar afbreken kan en mag ook de lenze niet zijn van hen, dio meewerken in het belang van de opvoeding onzer jeugd. Ook wij, G. O- hebben den steen der wijzen nog niet gevonden ; maar wij willen streven naar volmaking en zullen met dankbaarheid de pogingen begroeten van hen, die willen meewerken om de lichamelijke opvoeding (e behartigen. Voor alle voorstanders is het thans eene belangrijke taak dat deel der opvoeding in de goede richting te sturen. Met vereende krachten dus gearbeid aan dit schoone doelen moedig voorwaarts te gaan zijn thans de woorden in onze banier, tot heil der jeugd, tot heil voor het volk en tot heil van ons Vaderland.

Ik heb gezegd 1

J. H. LUITING.

Amsterdam 1897.

ocr page 37
ocr page 38
ocr page 39