ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

2e bessen mijner Moeder.

ocr page 6

Slip. — %. (Sturts — ïlijmtgw.

ocr page 7

v K ^ rio.

2e bessen mijner ^loeder.

GODVRÜCHTIOE OMDERKIOHTINOEK

GETROKKEN E1T HET LEVEN

VAN DE

'Allerheiligste JMaagd JMciria.

\0

DOOR

H. J. A. COPPENS,

T

Secretaris van Z. D. H. dén Bisschop van Haarlem.

. i V. 4

ocr page 8

IMPRIMATUR :

IJmüiden, H. J. BORGHOLS,

die 6 Junii 1893. Libr. Cms.

ocr page 9

Dit hoekje ivorcU den kinderen van Maria . ootvwediy aangeboden. Li hoofdztiuk is het eene vrije bewerking van het bekende werkjes 11 Imitation de la Sainte Pierge sur le modile de Vimitation de Jésns-Christ, doch gewijzigd naar hetgeen ik uit de Heilige 'Schriftuur en godvruchtige schrijvers over de verschillende onderwerpen heb bijeengebracht. Ook zijn er eenige godvruchtige oefeningen en gebeden aan toegevoegd.

Storte nu dé Heilige en Onbevlekt Ontvangen Moedermaagd, aan wier voeten ik mijnen, nederigen arbeid nederleg, over dit werkje haren j moederlijken zegen uit, opdat het moge strekken tot hare eer en tot geestelijk heil harer toegewijde kinderen.

H. J. A. COPPENS, Pr. Haarlem, 21 Mei -1893.

ocr page 10

'ChfetSfC

■;;DERg

K

ocr page 11

I^TÜOTJID,

EERSTE BOEK.

Hoofdstuk I.

Blad/..

Over de navolging der deugden van Maria . 1

Hoofdstuk 11.

Over de hooge waarde der heiligmakende genade ................5

Hoofdstuk III.

Over de zorg om do heiligmakende genade te bewaren...............9

Hoofdstuk IV.

Over de zorg om in volmaaktheid toe te nomen. 14

Hoofdstuk V.

Men moet zich vroegtijdig aan God geven. . 18

Hoofdstuk VI.

Men moet zich geheel en voor immer aan (rod geven..............23

Hoofdstuk VII.

Over het voordeelige en zoete der eenzaamheid. 27 Hoofdstuk VIII.

Over de keus van een levensstaat.....32

Hoofdstuk IX.

Over de zuiverheid...........37

ocr page 12

VIII INHOUD.

Hoofdstuk X.

Blad*.

Over de voorzorgen om de zuiverheid te bewaren ................44

Hoofdstuk XI.

Over de ware grootheid.........48

Hoofdstuk XII.

God geeft Zijne genade aan de nederigen . . 53

Hoofdstuk XIII.

Waren roem vindt men alleen in de Christelijke nederigheid...........s-gt;8

Hoofdstuk XIV.

Een nederige ziel tracht voor de oogen der menschen te verbergen, wat zij is in de oogen van God...............63

Hoofdstuk XV.

Over de voorzichtigheid des Geloofs . . . . G7

Hoofdstuk XVI.

Over do onderwerping aan het Geloof ... 71

Hoofdstuk XVII.

Over het verlangen naar de H. Communie . 75 Hoofdstuk XVIII.

Over de geestelijke dorheid........82

Hoofdstuk XIX.

Over de naastenliefde..........87

Hoofdstuk XX.

Over de grootheid van God........93

Hoofdstuk XXI.

Over de barmhartigheid van God.....9G

Hoofdstuk XXII.

Over de dankbaarheid voor Gods weldaden . 101

ocr page 13

TNHOUD. IX

Hoofdstuk XXIII.

Bladz.

Over de bezoeken...........105

Hoofdstuk XXIV.

Over de gesprekken..........108

Hoofdstuk XXV.

Over de ware vriendschap........117

Hoofdstuk XXVI.

Over hot vertrouwen op de Goddelijke Voorzienigheid ..............122

Hoofdstuk XXVII.

Over de gehoorzaamheid........128

XXVIII.

Over het geluk der armen........133

Hoofdstuk XXIX.

Over do vrijwillige armoede.......138

Hoofdstuk XXX.

Over de liefde voor de armen......142

Hoofdstuk XXXI.

Over de noodzakelijkheid en het nut der meditatie ...............147

Hoofdstuk XXXII.

Over het goede voorbeeld........155

Hoofdstuk XXXIII.

Over de waarde der vernedering.....162

Hoofdstuk XXXIV.

Over de liefde tot God in de offers, welke Hij somtijds van ons vraagt........1GC

Hoofdstuk XXXV.

Over de ondoorgrondelijke leiding der Goddelijke Voorzienigheid.........171

ocr page 14

INHOUD.

Hoofdstuk XXXVI.

Blad*.

Over den ijver in den dienst van God . . . 177

Hoofdstuk XXXVII.

Over het ongeluk van Jesus door de zonden

te verliezen.............182

* Hoofdstuk XXXVIII.

Over het groote middel ter volharding. . . 187

Hoofdstuk XXXIX.

Over de vereeniging der ziel met God ... 192 Hoofdstuk XL.

Over de plichten van staat.......198

Hoofdstuk XLI.

Over het gel uk van een godvruchtig huisgezin. 203

Hoofdstuk XLTI.

Over de liefde der kinderen tot hunne ouders. 208 Hoofdstuk XLIII.

Over de kracht des gebeds........215

Hoofdstuk XL1V.

Over de vereeniging van deugd met wellevendheid ................223

Hoofdstuk XLV.

Over do ijdelheid van den lof der wereld en

de achting der menschen.......22G

Hoofdstuk XLVÏ.

Over de zachtmoedigheid........231

Hoofdstuk XLVII.

Over do kenteekenen der ware heiligheid. . 237

TWEEDE BOEK.

Hoofdstuk I.

Over de vereeniging van ons lijden met het lijden van Jesus...........243

X

ocr page 15

INHOUD.

Hoofdstuk 11.

Hlud?..

Over de onderwerping van onzen wil aan den wil van God........, . 250

Hoofdstak III.

Over het geduld............25G

Hoofdstuk IV.

God bestemt dikwijls de grootste smarten voor Zijne meest getrouwe dienaren . . . 262

Hoofdstuk V.

Men moet zich niet verontrusten over den natuurlijken afkeer, welken men tegen het lijden gevoelt............208

Hoofdstuk VI.

De gedachte aan het kruis van Jesus wekt ons op om het lijden met moed en standvastigheid te dragen.........272

Hoofdstuk VII.

Over de liefde tot onze vijanden.....277

Hoofdstuk VIII.

Over het deelnemen in het lijden onzer bloedverwanten en vrienden........281

Hoofdstuk IX.

Over de gelatenheid in het lijden, als God ons Zijnen troost schijnt te weigeren . . 289

Hoofdstuk X.

Over het verlangen naar den Hemel . . . 295

Hoofdstuk XI.

Over de genade van den H. Geest.....300

Hoofdstuk XII.

Over den ijver voor de eer van God en het heil der zielen............303

XI

ocr page 16

INHOUD.

Hoofdstuk XIII.

Bladz.

Over de voorbereiding tot den dood .... 309

Hoofdstuk XIV.

Over de zoetheid van den dood des rechtvaardigen ..............315

Hoofdstuk XV.

Over de liefde Gods..........324

Hoofdstuk XVI.

Over het loon des Hemels........330

Hoofdstuk XVII.

Over de grootheid van Maria......336

Hoofdstuk XVIII.

Over de gelijkvormigheid van Jesus en Maria. 340

Hoofdstuk XIX.

Over de glorie van Maria in den Hemel . . 344

Hoofdstuk XX.

Over het geluk van den Heiligen Joannes, aan wien Maria door Jesus tot Moeder werd gegeven ■.............349

Hoofdstuk XXI.

Over de lieluu-tot Maria.........354

Hoofdstuk XXII.

Over den ijver om de vereering van Maria ook hij anderen te bevorderen.....358

Hoofdstuk XXIII.

Over de macht van Maria ten gunste der menschen..............303

Hoofdstuk XXIV.

Over de goedgunstigheid van Maria .... 307

Hoofdstuk XXV.

Over de aanroeping van de H. Maagd . . . 370

XII

ocr page 17

■ '

r

I

iSibliotheek MINDERBROEDERS WEERT. 2)e lcessen mijner goeder.

EERSTE BOEK.

Van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria tot het lijden van Christus.

HOOFDSTUK I.

OVER DE NAVOLGING DER DEUGDEN VAN MARIA.

mj|eati, qui cust^-Munt vias in e a s ; b e a t u s homo, qui audit me. ') ZaUy die mijne ivegen bewaren; zalig de man, die mij hoort, en acht geeft op de voorbeelden van deugd, welke gegeven heb.

Dezè woorden legt de 11. Kerk Maria in den mond, om ons aan te sporen, het aardsche leven van die Koningin der Heiligen te overwegen, en wat wi)

mÊÊÊim

') Pi-ov. VIII. 32, 3t.

ocr page 18

2 HOOFDSTUK I.

in haar bewonderen, na te volgen.

Zalig inderdaad die Maria navolgt; want die Maria navolgt, volgt ook Jesus na, den koning en het hoogste toonbeeld aller deugden.

Het leven van Maria is eene les voor allen. Men leert er hoe men zich moet gedragen in voorspoed en tegenspoed, in het gebed en onder den arbeid, bij eerbewijzen en vernederingen.

Nooit, wel is waar, zullen wij de volmaaktheid bereiken, welke Maria aan al hare handelingen wist te geven; doch die het meest Maria tracht na te volgen, is het meest volmaakt.

Allen, die het verlangen koesteren Maria te dienen, moeten hun leven naar dat verheven voorbeeld inrichten.

Stellen wij ons voor den geest haar levendig Geloof, bereidwillige gehoorzaamheid, diepe nederigheid, standvastige trouw, zuivere meening en edelmoedige liefde.

Wie onzer kan niet, door Gods genade geholpen, het voornemen maken haar voorbeeld na te volgen door de beoefening harer vele deugden?

Zonder die navolging is onze liefde

ocr page 19

HOOFDSTUK I. 3

voor Maria gering, en kunnen wij geen groote blijken barer machtige bescherming verwachten.

Wij bidden wel dagelijks ter harer eer; wij dragen het scapulier en den Rozenkrans als uitwendig teeken onzer toewijding; wij zijn wellicht leden eener Congregatie of Broederschap, die haar bijzonder zijn toegewijd; — dat alles kan haar aanmoedigen om voor ons genade ter zaligheid te vragen.

Maar als onze godsvrucht zich niet uitstrekt tot de navolging harer deugden, zal zij ons niet ter zaligheid brengen.

De Philistijnen hadden de Ark des Verbonds in bezit gekregen, en sierden haar met kostbare geschenken; maar wijl zij nog altijd hunne afgoden beminden, was de Ark voor hen toch geen bron van zegening.

Is het niet billijk dat, als men Maria bemint, men ook voor haar doet, wat men voor vrienden doet? Dië ware vrienden heeft, tracht zich aan hen gelijk te maken in karakter en hunne goede eigenschappen over te nemen.

Uit die gelijkheid komt de eenheid des harten voort; waar die gelijkheid

ocr page 20

4 HOOFDSTUK I.

niet bestaat, is ook geen ware vriendschap.

Kan een hart, dat nederig, kuisch, onderworpen aan den heiligen wil van God en ijverig voor Zijn eer is, zich in liefde vereenigen met een wellustig en hoogmoedig hart, met een hart dat zich niet aan Gods wil onderwerpt en geen ijver bezit voor Zijne glorie?

Met meer recht dan de H. Paulus, roept Maria ons toe: Imitator es mei estote, sicut et ego Christi '); iveest mijne navolgers gelijk ik het van Christus ben. Als gij mijne kinderen zijt, vervult u dan met den geest uwer Moeder.

De geest der kinderen van Maria moet gelijk zijn aan dien hunner Moeder, een geest van liefde, een geest van vrede, een geest van versterving, een geest van vrees en liefde Gods.

Heilige Maria, van nu af wil ik u in alles mijne liefde toonen door het navolgen uwer deugden. Dat is de volmaaktste eer die ik u bewijzen, het grootste blijk van liefde dat ik u geven kan.

') I Cor. IV, 10.

ocr page 21

HOOFDSTUK II. 5

HOOFDSTUK II.

OVER DE HOOGE WAARDE DER HEILIG-MAKENDE GENADE.

Maria was van het eerste oogenblik van haar bestaan vrij van de smet der erfzonde; dat is: zij is ontvangen in de genade en vriendschap met God.

Wij allen zijn bij ons intreden in de wereld kinderen van gramschap. E r a-mus natura filii irae ')• -Bij het leven des lichaams vinden wij gelijkertijd den dood der ziel. Maria alleen is door een bijzonder voorrecht van Gods liefde de wereld ingetreden als het meesterstuk der genade, even rein en even zuiver als de eerste mensch uit Gods hand was voortgekomen.

Jesus wilde niet, dat de tempel, waarin Hij wonen moest, de minste smet zou dragen. De eer van den Zoon vorderde, dat de Moeder zelfs niet één oogenblik slavin van den duivel zou zijn.

') Ephes. II, 3.

ocr page 22

6 HOOFDSTUK II.

En welke waarde hechtte Maria aan deze buitengewone gunst? Zij was in hare oogen, wat de wijsheid was voor Salomon: de bron van alle goed.

Dominus possedit me in initio viarum suarum ')• God bezat mij in het begin Zijner wegen. Ziedaar, wat zij meer waardeerde dan alle kronen der aarde. Met nog ve^l meer voorrechten was Maria begunstigd; maar de Onbövlekte Ontvangenis was haar kostbaarder dan alle anderen: want dat voorrecht maakte haar het heiligste en reinste schepsel.

Geheel haar leven was ook een voortdurend getuigenis harer dankbaarheid aan God voor die onschatbare weldaad, welke aan niemand anders, zelfs niet aan de grootste heiligen is geschonken.

Maar de heiligmakende genade, welke Maria bezat van het eerste oogenblik harer Ontvangenis, is ook aan ons geschonken, toen het water des Doopsels over ons werd uitgestort.

Door die genade kregen wij het recht God onzen Vader en Jesus Christus onzen Broeder te noemen. 'Wij werden

■) Prov. VIII 22.

ocr page 23

HOOFDSTUK H. 7

erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus: here des quidem Dei, cohoredes autem Christi '); de Hemel is ons erfdeel geworden.

Begrijpen wij al de verhevenheid dier schitterende voorrechten ? Maar begrijpen wij ook de verplichting die zij ons opleggen?

Hoe weinige Christenen denken daaraan! Hoe weinigen trachten door een heilig leven aan hunne verhevene waardigheid te beantwoorden!

Hoe weinigen geven zich eenige moeite om de reinheid, zuiverheid en liefde der kinderen Gods, dat kleed der onschuld te bewaren.

Men zoekt eene valsche glorie in de genietingen dezer wereld, en door een dwaas wanbegrip geeft men in zijne gedachten de laatste plaats aan de genade, die inderdaad alleen onze achting verdient.

Men roemt er op een telg te zijn van een naar de wereld luisterrijk geslacht, en beijvert zich die afkomst niet onwaardig te zijn, en men vreest niet door

quot;) Rom. VIII, 17.

ocr page 24

8 HOOFDSTUK II.

een ongeregeld en vleeschelijk leven te ontaarden van een geheel geestelijk en goddelijk geslacht.

Men maakt vertooning met eene ijdele onafhankelijkheid, en men schaamt zich niet, door een schandelijk verbond met den duivel, zich onder zijne heerschappij te stellen, zijn kleed aan te nemen en zich opnieuw aan zijne slavernij, waarin men het ongeluk had geboren te worden, te verpanden.

Met gretigheid loopt men het goed en erfdeel der wereld na, en men verwaarloost en veracht, om zoo te spreken, het eeuwig erfdeel der hemelsche goederen.

Ondankbare en ongelukkige slachtoffers der zonde, verhardt uwe harten niet tegen de stem van God, die u roept. Nolite obdurare corda vestra ')•

Een tweede doopsel blijft u nog over. De verloren genade om weer als kind van God te worden aangenomen, vindt gij in het Heilig Sacrament der Biecht.

Neemt daartoe vol vertrouwen en oprecht uwe toevlucht. Uw Hemelsche

■) Ps. XCIV, 8.

ocr page 25

quot;1

HOOFDSTUK III. 9

Vader verlangt niets liever dan u Zijne vriendschap weer te geven. Maar doet het spoedig. Weldra zult gij het wellicht niet meer kunnen.

Reine en onbevlekte Maagd, bid voor ons om op te houden zondaren te zijn, en nimmermeer te worden. Maak ons besluit standvastig, om het onbesefbare verlies, dat wij ons zei ven als zondaren veroorzaakt hebben, te herstellen.

Uwe hulp zal ons de genade verkrijgen om weer geheel in de vriendschap van God te worden opgenomen, en zoo zullen wij, na Jesus uwen Zoon, u. Heilige Maagd, kunnen loven en zegenen als de bron onzer zaligheid.

HOOFDSTUK HL

OVER DE ZOliG OM DE HEILIGMAKENDE GENADE TE BEWAREN.

- ^

Maria, in Gods genade ontvangen, zonder eenige smet van zonde, zonder eenige neiging zelfs tot zonde, was niet,

ocr page 26

10 HOOFDSTUK III.

gelijk wij, onderworpen aan de vrees van in zonde te zullen vallen.

Men zou evenwel bij overweging van haar heilig leven zeggen, dat zij evenals wij, ja zelfs nog meer daarvoor te vreezen had.

Altijd waakte zij over haar hart, alsof de schepselen zich van hare genegenheid hadden kunnen meester maken. Zij waakte vooral over hare woorden, alsof zij hare lippen niet kon vertrouwen.

Met al de voorrechten der onschuld begenadigd, wilde zij altijd leven in boetvaardigheid.

Maar wij, ofschoon omringd door vleiende en bedriegelijke vijanden, die er alleen op uit zijn onze natuurlijke zwakheid tot val te brengen, wij vreezen niet, wij waken niet. Wij weten, dat wij de zwakheid zelve zijn, en toch wagen wij ons dikwijls in gelegenheden, die den sterksten kunnen doen vallen.

Als de zwakheid overmoedig wordt, verdient zij dan niet haar steun te verliezen ?

Wij dragen den schat der genade in

ocr page 27

HOOFDSTUK III. 1]

brooze vaten '), die breken kunnen, als als wij er het minst aan denken.

Hoevele vijanden zoeken ons dien schat te ontrooven?

Zij zijn in ons^ buiten ons en rondom ons.

In ons hebben wij ongeregelde en niet genoeg beheerschte hartstochten; buiten ons den geest der duisternis; rondom ons eene bedorven wereld.

Als een fakkel, die niet geheel is uitgebluscht, kunnen onze hartstochten altijd ontvlammen en brand veroorzaken.

Al waren wij, als de H. Paulus, tot den derden Hemel opgenomen, toch zouden wij moeten vreezen met de weerspannige engelen weer naar den diep-sten afgrond te worden uitgeworpen.

Tevergeefs rekent men op de oprechtheid van goede meening, op de kracht van goede voornemens. Ééne gevaarlijke gelegenheid is genoeg om het gebouw der deugd, dat wij reeds hadden opgetrokken, plotseling in puin te doen vallen.

•) II Cor. IV, 7.

ocr page 28

12 HOOFDSTUK III.

Één enkele blik deed David de vriendschap met God verliezen. Eéne Dalila kon een Samson overwinnen.

De heiligste woestijnbewoners, die jaren lang aan de bekoringen weerstand hadden geboden als onwrikbare zuilen aan de stormen, heeft men op eenmaal zien vallen.

Op den weg der deugd staat de eene dag niet voor den anderen in; en eene ziel die zich verheugen mag in Gods goedgunstigheid, kan om eene enkele ongetrouwheid verworpen worden.

Die op zijne vroegere goede voornemens rekent, maar niet genoeg over zich zei ven waakt, zal spoedig ontrouw worden.

Die eene stormachtige zee, vol klippen, wil bevaren, zonder de noodige voorzorg te nemen, kan er staat op maken spoedig schipbreuk te lijden.

Moeielijk voorzeker is het, geheel het leven door altijd over zijne neigingen te waken en ze te bestrijden. Maar het Rijk der Hemelen lijdt geweld, en de geweldigen nemen het in. E e g n u m c o e 1 o r u m vim p a-t i t. u r, et violenti r a p i u n t i 1-

ocr page 29

HOOFDSTUK III. 13

lud ')• Niemand is heilig geworden zonder waakzaamheid, zonder strijd.

Confige timore tuo car nes me as 2). Mijn God, doorsteek mijn vleesch met Uwe vrees. De vrees zal mij waakzaam maken, en de waakzaamheid mij het geluk verwerven van zegevierend uit den strijd te komen.

Doe mij goed begrijpen, dat de genade, die ons Uwe vrienden en kinderen maakt, het eenige is, waarvoor ik zorgen, en het eenige, waarvan ik het verlies betreuren moet.

Had ik nooit dien kostbaren schat verloren, dan zou ik mij in dit leven veel verdriet bespaard, en voor het andere vele verdiensten vergaderd hebben.

Arm en ellendig is ieder, die U niet tot vriend heeft; maar hoogstgelukkig zal ik zijn, als ik trouw blijf aan mijn vast besluit van liever alles te lijden, dan mij nogmaals aan het gevaar bloot te stellen Uwe genade te verliezen.

Als ik dien schat getrouw bewaar, zult Gij wonen in mijne ziel, haar bezitten door Uwe tegenwoordigheid, ver-

■) Mat. XI. 12. !) Ps. CXVJIJ, 120.

ocr page 30

14 HOOFDSTUK IV.

lichten door Uwe wijsheid, ondersteunen door Uwe kracht, haar voortdurend bewijzen Uwer liefde geven en zelf zult Gij mijn loon wezen in tijd en eeuwigheid.

HOOFDSTUK IV.

over de zorg om in volmaaktheid toe ïe nemen.

De Dienaar. Van het eerste oogen-blik uwer Ontvangenis, Heilige Maagd, hadt gij de volheid der genade ontvangen; maar het was u niet genoeg dien kostbaren schat in vrede te bezitten: geheel uw leven hebt gij zorg gedragen ze vruchtbaar te maken. En de genade, die voortgang maakt waar zij medewerking vindt, vermeerderde zich dagelijks in u. Gij waart een wei-beploegde grond, waarin het geringste zaadje honderdvoudige vruchten voortbracht. In heiligheid waart gij geboren; maar de heiligheid behoorde niet

ocr page 31

hoofdstuk iv. 15

tot uwe natuur; maar door uwe medewerking en zorgen is zij u als natuurlijk geworden.

Gij hebt als een boom takken uitgeschoten, naar alle kanten hebt gij ze uitgespreid, takken van eer en genade. Ego quasi terebinthus extendi ramos meos et rami mei honoris et gratiae ')•

Maria. Mijn kind, als gij de genade, die u vriend en kind van God, tempel van den Heiligen Geest, broeder en mede-erfgenaam van Jesus maakt, in u wilt doen vermeerderen, vlucht dan de wereld, bemin het gebed, ontvang de HH. Sacramenten en beoefen de deugden, die aan uwen staat eigen zijn. En het beste middel om de heiligma-kende en blijvende genade te vermeerderen is de getrouwheid aan de dadelijke genade.

Luister naar de stem, die inwendig tot u spreekt, en laat u geleiden door hare ingevingen.

Hoe meer gij naar die stem luistert.

') Eccli XXIV, 22.

ocr page 32

16 HOOFDSTUK IV.

des te meer onderricht zij u; naarmate gij vooruitgaat, leert zij u verder en rasscher voort te streven.

Gelijk God weleer in de woestijn voorde kinderen van Israël het Manna liet regenen, zoo geelt Hij aan Zijne geestelijke kinderen inwendige kracht om hen tegen de bekoringen te versterken.

De Israëlieten werden gevoed met het Manna, totdat zij in het beloofde Land gekomen waren. Gods uitverkorenen eten het Levend Brood, totdat zij van hunne lichamen ontbonden, in het land der levenden komen.

Velen, die eenigen tijd het pad der deugd bewandeld hebben, blijven stilstaan, tevreden over den weg, dien zij hebben afgelegd. Maar de genade zegt nimmer: het is genoeg.

Anderen verbeelden zich genoeg te doen als zij niet slecht worden. Maar dit is niet genoeg. Die goed is, moet dagelijks trachten beter te worden.

Menigeen zal op den dag des oordeels zich verwonderen met schuld voor Gods rechtvaardigheid beladen te zijn, wijl hij de middelen om heilig te worden niet heeft aangewend.

ocr page 33

HOOFDSTUK IV. 17

Niet vooi-tgaan op den weg der deugd is achteruitgaan; niet winnen is verliezen.

Als men zich perken stelt in den dienst van God, stelt Hij ze aan Zijne weldaden.

Hoe meer gij uzelven aan Hem wegschenkt, des te vrijgeviger en grootmoediger wordt Hij voor u, reeds in dit leven.

Hoe weinig gij in de wereld ook bezitten moogt, altijd hebt gij genoeg. Maar genade kunt gij nooit genoeg hebben.

Een dienaar, die de goederen, hem door zijn meester toevertrouwd, verwaarloosd laat liggen, wordt gestraft, en wat hem was toevertrouwd, wordt hem ontnomen ').

Sta dan op, mijn kind, uit de traagheid, die u den dood kan veroorzaken. Tracht den tijd, dien gij verloren hebt, te herstellen.

Zeg nimmer, dat gij u tevreden stelt met de laatste plaats in het huis uws Vaders. Die zoo spreekt, stelt zich bloot geen plaats te zullen bekomen.

■) Mat. XXV. 28.

ocr page 34

18 HOOFDSTUK V.

De Dienaar. O Maria, machtige Beschermster, help mij het leven, dat mij door God geschonken is om Hem te dienen en te beminnen, heilig door te brengen. Help mii eene heerlijkheid verdienen, die ik, ofschoon door do genade geholpen, toch niet kan bereiken zonder mijne medewerking. Eene heerlijkheid, die grooter zal wezen, naarmate ik meer ijver zal hebben aan den dag gelegd.

HOOFDSTUK V.

men moet zich vroegtijdig aan god geven.

Audi, fi 1 ia, et vide, et inc 1 ina au rem tuam: et obliviscere po-pulum tuum, et dom un:. pat ris tui. Et concupiscet Rex deco-rem tuum: quoniam ipse est Do-minus Deus tuus ')• Hoor, dochter,

') Pa. XLIV. 11, 12.

ocr page 35

HOOFDSTUK V. 19

en zie, en neig uw oor: en vergeet uw volk en uivs vaders huis. En de Koning zal behagen scheppen in uwe schoonheid: want Hij is de Heer uto God.

Maria luisterde vroegtijdig naar de goddelijke stem, die haar tot afzondering riep, en verliet reeds in prille jeugd het vaderlijk huis om zich in den tempel aan God toe te wijden.

Niets was in staat haar tegen te houden, noch haar teedere leeftijd, noch de zwakheid des lichaams, noch de liefde harer ouders.

Alles wat het offer van een hart, dat niets anders zoekt, niets anders bemint dan God, kan tegenhouden, bedroeft dat hart, omdat het zijn geluk uitstelt.

In de eenzaamheid des tempels volbracht Maria zoo volmaakt mogelijk alle bezigheden, die haar naar leeftijd en krachten werden opgelegd. Den overigen tijd besteedde zij aan gebed en overweging.

Daardoor heeft zij zich die buitengewone genade, die God haar had voorbereid, waardig gemaakt.

Quam pulchri sunt gressus

ocr page 36

20 HOOFDSTUK V.

tui, filia principis '). Hoe heerlijk zijn uive eerste schreden, o Koningsdochter]

Uw voorbeeld zal worden nagevolgd. Virgines afferentur in laetitia et ex uitation e, adducentur in t e m p 1 u m regis2). Na U zullen maagden zonder tal zich met vreugde en blijdschap aanbieden en opgeleid ivor-den tot den tempel des Xonings.

Dat offer, dat Godgewijde Maagden zullen brengen van hare jeugd, haar hart, hare vrijheid, van geheel zich zeiven, zal een volkomen eerbewijs zijn aan Gods oneindige Majesteit. Een eerbewijs; maar ook een bron van zegeningen, waarmede Hij hare ziel geheel haar leven door zal overladen.

Hoe bedriegen zich die meenen, dat de jeugdige leeftijd te vroeg is voor de beoefening der deugd.

Maria en de Heiligen hebben ondervonden hoe goed het voor den mensch is, als hij het juk des Heer en van zijne jeugd af gedragen heeft. Bonum est

gt;) Cant. VII, 1. 2) Ps. XL1V, 16.

ocr page 37

HOOFDSTUK V. 21

viro, cum portaverit jugum ab adolescentia sua ')•

Zou men God niet beleedigen, als men Hem slechts de ellendige laatste dagen geeft van een leven, dat ons alleen gegeven is om geheel in Zijnen dienst te worden besteed?

Welk offer brengt men aan God, als men gewacht heeft Hem te dienen, totdat ons voor de wereldsche genoegens noch krachten noch middelen zijn overgebleven?

Met reden mag men vreezen, dat men hot juk des Heeren zeer ongeduldig zal dragen, als men eerst dan besloten is het op te nemen, wanneer men vermoeid is van het juk der wereld.

Men geeft voor, dat men zich aan God zal geven, als men ouder is geworden ; maar zal men den leeftijd, dien men hoopt, bereiken ? Of, als men dien bereikt, zal men zoo gemakkelijk als men meent, daartoe overgaan?

De ondervinding leert, dat een rijper leeftijd wel geleerder, maar niet altijd wijzer maakt.

') Thren. III, 27.

ocr page 38

22 HOOFDSTUK V.

Doraiue, Dom ine, aperi nobis '), „Heer, Heei- doe ons open,quot; riepen de dwaze maagden; maar zij kwamen te Iaat, en klopten vergeefs aan de deur. Die slechts den ouderdom aan God wil wijden, komt even als zij met een lamp zonder olie, en zal de deur gesloten vinden.

Gelukkig, die zich van zijn eerste jeugd af voorbereidt om te verschijnen voor den oppersten Rechter, die rekenschap van iederen leeftijd zal vragen.

Die het begin zijns levens niet aan God geeft, heeft te vreezen, dat God hem tot straf spoedig het einde zal laten zien.

O mijn God, hoe langen tijd heb ik laten voorbijgaan zonder U te beminnen. Ik moest er ontroostbaar over wezen; hij toch die zich gemakkelijk daarover zou troosten, zou daardoor toonen, dat hij nog niet begonnen was U te beminnen. Ware ik nog in de jaren mijner kindsheid, mijn geest en hart, mijne gedachten en genegenheden, alles in mij zou geheel voor U zijn!

■) Mat. XXV, 11.

ocr page 39

hoofdstuk VI. 23

Ik dank U voor de groote barmhartigheid, dje Gij mij betoond hebt, door mij, toen ik den tijd misbruikte om U te beleedigen, in het leven te sparen.

Met de hulp Uwer genade, die ik smeekend inroep, zal ik U dienen tot mijn laatsten snik en met zooveel te meer ijver, als ik te laat begonnen ben.

HOOFDSTUK VI.

men moet zich geheel en voor immer aan god geven.

t

De Dienaar. H. Maagd, Gij hebt u niet alleen vroegtijdig aan God gegeven, maar ook het offer, dat gij Hem bracht was zonder voorbehoud en onverdeeld.

Gij hebt Hem, om geen anderen wil te kennen dan den Zijnen, geheel uwe vrijheid opgeofferd.

Geen andere voldoening zocht gij in de wereld dan Hem te behagen, geen

r

■'i

A

ocr page 40

24 HOOFDSTUK VI.

ander genoegen, dan u ter Zijner liefde van alle genoegen te berooven.

Nooit zijt gij daarin ontrouw geworden. Gij bewandeldet standvastig de wegen, die God u aanwees, en maaktet alle dagen nieuwe vorderingen.

Uw voorbeeld veroordeelt mijne onstandvastigheid en zwakken moed in den dienst van God.

Ik schaam mij over mijn gedrag. God, die altijd dezelfde voor mij is, verdient ook altijd van mij dezelfde toewijding, dezelfde getrouwheid.

Maria. Waarom, mijn kind, hebt gij u teruggetrokken, na zoo goed begonnen te zijn? Is God niet heden even grootmoedig, even beminnelijk als vroeger?

Staat gij niet altijd tot Hem in dezelfde verhouding? Zijt gij den eenen tijd niet even afhankelijk van Hem als den anderen? Is de verplichting om Hem geheel toe te behooren niet ten allen tijde even groot?

Hoe ouder gij wordt in jaren, hoe talrijker worden ook Gods weldaden. Daarmede moet uwe dankbaarheid toe-

ocr page 41

HOOFDSTUK VI. 25

nemen, en bijgevolg ook uwe getrouwheid.

God alleen heeft uw hart geschapen en voor Zich alleen. Hij moet er dus de eenige Heer van zijn.

Hij heeft niet gezegd: Leen Mij uw hart; maar: geef Mij uiv hart. P r a e b e fili mi, cor tuum mihi ')•

Getrouw aan die stem hebt gij het Hem toegewijd. Met welk recht hebt gij het weer teruggenomen ? De wereld verdient niet, dat wij haar eenig deel in onze genegenheid geven; en voor God is het eene groote beleediging Hem zulk een mededingster te geven.

Gij zegt, dat gij het als het grootste ongeluk zult beschouwen niet tot Gods vrienden te behooren, maar welk een vriend is in de oogen van dien naijve-rigeri God -) een zwakke en laffe vriend?

Uw God acht het vooru niet te veel Zich geheel aan u te geven; wees gij dan ook de Zijne. Geef u geheel aan Hem, en alles zult gij bij Hem vinden.

De wereld en wat van de wereld is, is niets, voor wien God alles is. Deus

■) Prov. xxm. 26. ') Deut. IV. 24.

ocr page 42

26 HOOFDSTUK VI.

me us et omnia. Mijn God en mijn al.

De Dienaar. In mijne zwakheid, H. Maagd, hob ik sterke en krachtige genade noodig om uit uwe onderrichtingen vrucht te trekken, en uwe wegen te bewandelen.

Vraag voor mij, bid ik u, de noodige hulp en laat het voorbeeld van uwen ijver mij bemoedigen.

Zou ik, na zooveel onstandvastigheid, na zooveel ontrouw, mijn hart nog aan Jesus durven aanbieden? Maar een ver-morseld en romvmoedkj hart, en uwe voorspraak bluscht Zijn toorn, hoe fel die ook ontstoken is.

Moeder van barmhartigheid, gewaar-dig u mij met God te verzoenen. Moge de Goddelijke Zaligmaker op uwe bede mijn hart zóó met Zijne genade vervullen, dat ik in Zijnen dienst noch verdeeldheid, noch zwakheid kenne en geen ander verlangen koestere dan naar Hem!

ocr page 43

HOOFDSTUK VII. 27

HOOFDSTUK Vil.

over het v'oohdeelige en zoete dek eenzaamheid.

De Dienaar. Wat rustige en heldere dagen moet gij, H. Maagd, in den tempel hebben doorgebracht!

In vrede en rust genoot gij de gemeenzaamheid met God, en een luisterrijker, Hem nog waardiger Tempel hebt gij Hem daar voorbereid.

De gedachte aan Gods tegenwoordigheid hield uw geest voortdurend bezig. Onverpoosd waart gij in beschouwing van Zijne grootheid en volmaaktheden.

De Welbeminde was geheel de uwe en gij waart geheel de Zijne. Al wat de wereld rijk en schoon kan aanbieden, was nietig in uwe oogen.

Maria. Inderdaad, mijn kind, eene ziel in de eenzaamheid, verwijderd van de wereld en hare zorgen, beleeft gelukkige dagen.

ocr page 44

28 HOOFDSTUK VII.

Zij houdt zich met God alleen bezig, alsof er buiten God en haar niets anders op aarde bestaat.

Haar geest is altijd ingetogen om naar Gods stem te luisteren, en niets onderbreekt de stem haars harten, die onophoudelijk tot Hem roept.

Zij vindt in die korte en dikwerf herhaalde woorden: Gij zijt de God mijns harten, Deus cordis mei '), al hare glorie, al haren rijkdom, al haar genoegen.

Als de Bruid van het Hooglied in de schaduw van haren welbeminde neergezeten -), denkt zij met medelijden aan de moeite, welke de menschen zich geven om groot en rijk te worden. Zij begrijpt niet, dat men iets anders kan liefhebben, dan wat zij bemint.

Wat er in de wereld omgaat, boezemt haar weinig belang in. Hij, dien zij bemint, is altijd wat Hij geweest is, en zal altijd blijven wat Hij is, even heilig, even beminnelijk. In die gedachte vindt zij altijd nieuwe vreugd.

Als God aan eene ziel Zijne godde-

') Ps. LXXII, 20. !) Cant. II, 3.

ocr page 45

HOOFDSTUK VII. 29

lij ke inspraken wil geven en tot haar hart spreken, geleidt Hij haar in de eenzaamheid ').

Vraag Hem, mijn kind, dien geest van afzondering, dien geest van ingetogenheid, welken de Heiligen hadden. Houd u van de wereld af, en verschijn er alleen, wanneer het noodzakelijk is.

En als de noodzakelijkheid u dringt om onder de menschen te komen, wees dan als de duif, die gedwongen werd Noe's ark te verlaten, maar weldra wederkeerde, omdat zij daar buiten geen plaats vond om te rusten.

-Als de bij den honig uit de bloemen heeft vergaderd, vliegt zij terug naar haren korf, om de vrucht van haren arbeid niet te verliezen.

De reukwerken behouden hunnen geur, als men de vaas slechts voor een enkel oogenblik opent, maar de geur gaat verloren, als de vaas lang openstaat.

In een tuin bloeien de rozen, maar langs den weg worden zij vertreden.

Als gij de wereld niet met zorg

') Osee II, 14.

ocr page 46

30 HOOFDSTUK VIX.

vlucht, zult gij u weldra tot haar getrokken gevoelen: en als gij eenmaal in de dingen dezer wereld smaak krijgt, zult gij geen smaak meer vinden in hetgeen van God is.

De Bruid van het Hooglied zocht haren Welbeminde midden in de straten van Jerusalem, doch vond Hem niet.

Moet gij niet erkennen, dat gij zelden van de menschen zijt teruggekeerd zonder u voor God schuldiger gemaakt te hebben ? Die met gerustheid in het openbaar verschijnen wil, moet de eenzaamheid beminnen. In de eenzaamheid leert men hoe men te midden der wereld spreken en handelen moet.

Het afgezonderd leven is een der krachtigste middelen om de onschuld te bewaren. Niets verzwakt de deugd zoozeer als het druk verkeer met de menschen. Kan men eene besmetteliike lucht, als die der wereld, inademen, zonder zelf besmet te worden? Trek u dan dikwijls in de eenzaamheid terug om eene zuivere lucht te genieten.

Heilige kluizenaars hebben verzekerd, dat zij nooit beter in staat waren vertrouwelijk met God om te gaan,

ocr page 47

HOOFDSTUK VH. 31

dan sedert zij zich van de zaken en gezelschappen der wereld verwijderd hadden.

Mijn kind, God vindt er vermaak in met u te zijn, vind gij er uw vermaak in met Hem te wezen, en nergens zult gij Hem gemakkelijker vinden dan in de eenzaamheid.

In de eenzaamheid zult gij Hem met meer vrijheid uwe innerlijke gedachten kunnen openbaren, Hem gemakkelijker uwe begeerten mededeelen en de vrijmoedigheid genieten van een eerbiedig vertrouwen.

In de eenzaamheid zult gij in uwen geest gemakkelijker gedachten opwekken, die uw lijden zullen verzachten, uwe vrees verbannen, uwe twijfelingen ophelderen en u den zekeren weg toonen om u in alles met wijsheid te gedragen.

In de eenzaamheid eindelijk zal God in uw hart Zijn geheimvolle stem doen hooren; Hij zal eene taal met u spreken, welke alleen door Zijne vrienden wordt gehoord, en die in uwe ziel waarheden zal inprenten, waarvan de kennis alleen uit Zijne liefde kan voortkomen.

ocr page 48

32 HOOFDSTUK VIII.

HOOFDSTUK VIII.

OVER DE KEUS VAN EEN LEVENSSTAAT.

Maria had van hare teederste jeugd niets anders gezocht, niets anders bemind dan God, en verdiende daardoor alle zegeningen, die haar tot den staat, waartoe zij was uitverkoren, moesten voorbereiden.

Alle menschen zijn tot zekeren staat geroepen. Maar om in dien staat gelukkig te zijn is de leiding der Goddelijke Voorzienigheid noodig, welke, vóór men zich een bepaalden levensstaat uitkiest, nederig van God moet worden afgesmeekt.

Kan een jong mensch verwachten, dat God hem in die keus helpen zal, als hij alleen de dwaze indrukken zijner verbeelding of ontwakende hartstochten volgt?

De goddelijke Voorzienigheid deed Maria, door haar huwelijk met den H. Joseph, de kostbaarste vruchten in-oogsten van de deugden, die zij getrouw beoefend had.

ocr page 49

HOOFDSTUK VIII. 33

Had de wereld raad mogen geven om het lot van Maria met eenen bruidegom te ve,'binden, dan zou de keus zeker gevallen zijn op een rijken met vele talenten begaafden man. Weinig zou er gelet zijn om haar een deug Cl-zamen man te geven, een man, die van zijne jeugd af in de vrees des Heeren geleefd had. Daarop let de wereld niet.

Eigenbelang, bloot menschelijke beweegredenen zijn dikwijls de grondslag van een huwelijk. Meestal hebben de goederen der fortuin veel meer invloed op de beslissing dan godsvrucht en deugd.

Tijdelijke belangen behoeven wel niet altijd over het hoofd te worden gezien; want ook het tijdelijke kan waarde hebben voor het eeuwige; doch geld alleen maakt niet gelukkig.

Vanwaar zoovele ongelukkige huwelijken zonder liefde, zonder eensgezindheid, waar man en vrouw elkander tot last en dikwijls tot ergernis zijn?

God laat dit dikwijls toe als een straf, wijl zij Zijne hulp niet hebben ingeroepen bij de keus, waarin men zonder Zijne goddelijke leiding nooit goed kan slagen.

ocr page 50

34 HOOFDSTUK VIII.

God laat dit toe, omdat zij in hunne jeugd zoo weinig zorg hebben gehad om door de beoefening der deugd zich Zijne bescherming waardig te maken.

Slechts op een welbesteede jeugd kan een gelukkig en heilig huwelijk volgen.

De keus der ouders van Maria, of beter, de keus van God vestigde zich op den H. Joseph, een rechtvaardig manx), dat is: den deugdzaamsten, die op aarde was, den waardigsten bruidegom van zulk eene bruid.

Nimmer was een huwelijk gelukkiger; nimmer waren twee harten meer verblijd met elkander verbonden te zijn. Welk leed zou den vrede hunner harten verstoren? Maria en Joseph waren in den levensstaat, waarin God hen wilde.

Velen zijn ontevreden in hunnen staat; zij lijden veel; dikwijls doen zij nog anderen lijden, en waarom? Omdat zij een staat hebben aangenomen, waarin God hen niet wilde.

Op hen zijn de woorden van den Profeet Isaias van toepassing: Vae, filii desertores, ut faceretis consi-

') Mat. I. 19.

ocr page 51

HOOFDSTUK VIII. 35

lium et non ex me Wee U, afvallige kinderen, die plannen hebt beraamd, maar zonder Mij.

De genade der roeping is eene hoogst-gewichtige genade, die ontelbaar vele anderen in zich sluit.

Die niet getrouw is aan die genade, kan ook de anderen niet verwachten.

De keus van den levensstaat geschiedt, gelijk gezegd is, door eene bijzondere leiding der Voorzienigheid van God; maar als men er niet om bidt, of er vrijwillig van afwijkt, vervalt men in eene algemeene leiding der Voorzienigheid, die slechts algemeene genade medebrengt. Met die algemeene genade kan men wel zalig worden, maar moeielijk; en met reden mag men vreezen, dat men niet zal zalig worden.

Raadpleegt dan en bidt den Heer, gij allen, die over een levensstaat denkt. Zegt met den Profeet: No tam fac mi hi vlam, in qua ambulem2): Doe mij, o Heer, den weg kennen, dien ik bewandelen moet.

Leeft tevens zóó, dat God in u niet

') Tsaias XXX. 1. !) Ps. CXLII. 8.

ocr page 52

HOOFDSTUK VIII.

iemand ziet, die Zijne zorgen onwaardig is.

Zoo de wil van God u niet duidelijk bekend is, neemt dan raad met diegenen, die bij u Gods plaats bekleeden; Hij zal hen verlichten in hetgeen gij te doen hebt.

Toen Jesus Saulus op den weg naar Damascus ter aarde wierp, openbaarde Hij hem niet de plannen, die Hij met hem voorhad; doch zond hem tot Ananias, die ze hem zou mededeelen.

Raadpleegt uwen biechtvader, uwe ouders en voogden, gelijk het uw plicht is; doch weest op uwe hoede voor hen, die meer naar den geest der wereld, dan naar den geest van God leven.

Neemt eindelijk dat besluit, dat gij op het laatste oogenblik van uw leven wenschen zoudt genomen te hebben.

36

ocr page 53

HOOFDSTUK IX. 37

HOOFDSTUK IX.

OVER DE ZUIVERHEID.

Toen de Engel aan Maria de blijde boodschap bracht, dat zij de Moeder van God zou worden, verklaarde hij haar niet, hoe dat hemelsch voorrecht met de belofte van maagdelijke zuiverheid, welke zij had afgelegd, kon worden overeengebracht, en Maria gaf nog niet hare toestemming.

De maagdelijke zuiverheid was haar meer waard dan de waardigheid van Moeder Gods.

Maar: vrees niet Maria ')• Juist om uwe zuiverheid zal God, die alleen uit eene Maagd wil geboren worden, in uwen schoot nederdalen!

Eerst nadat Maria uit de woorden des Engels begrepen had, dat Zij door Moeder Gods te worden, niets te vreezen zou hebben voor hare zuiverheid, gaf zij hare toestemming: Zie de dienst-

') Luc. I. 30.

ocr page 54

38 HOOFDSTUK IX.

maagd des Heeren, mij geschiede naar uw looord. Ecce ancilla Domini, fiat inihi secundum verbum tuum ').

O kostbare deugd, hoe lofwaardig en dierbaar moet gij ons zijn, daar toch door u de Verlosser der wereld ons geschonken is, en de reinste aller schepselen u hooger gesteld heeft dan het Goddelilk Moederschap!

Gelukkig de maagden, wier sieraad gij zijt. In eeuwigheid zullen zij het buitengewone voorrecht genieten het Lam te volgen, luaar het gaat. Virgi-nes sequuntur Agnum quocum-que ierit '•2).

De Prins der Apostelen heeft groote voorrechten genoten; maar Jesus liet alleen den leerling, die Maagd was, in het laatsteA vondmaal aan Zijne borst rusten.

Jesus vertrouwde aan Petrus de zorg voor Zijne kerk toe; maar aan Joannes, die om zijne zuiverheid den eeretitel verwierf van „den leerling, dien Jesus liefhad,quot; gaf Hij de zorg voor Ziine Moeder.

■) Luc. I. 38. ') Apoc. XIV. 4.

ocr page 55

HOOFDSTUK IX. 39

De maagdelijke zuiverheid, op aarde beoefend, is het beeld van het leven der Zaligen in den Hemel; zij verwerft ons eene verdienste, die zelfs de Engelen niet hebben kunnen.

Gij, die de ondeugd, welke tegen de zuiverheid ingaat, als een licht te vergeven natuurlijke zwakheid beschouwt, herinnert u, dat er maar weinig ondeugden zijn, die minder vergeven en zwaarder gestraft worden.

De zonde van onkuischheid verdrijft den geest van God, die, volgens de H. Schrift, niet woont in den vleesche-lijken mensch: Non permanebit spiritus meus in homine, quia caro est ').

De onkuischheid verblindt ons. Men begint met kleine onwelvoegelijkheden en wil er het kwaad niet van inzien. Men stelt zich zei ven gerust en vervalt ongemerkt tot grooter kwaad. En ook dan tracht men de stem des gewetens te verdooven, en maakt zich voor zijnen eigen toestand blind.

') Gen. VI. 3.

ocr page 56

40 HOOFDSTUK IX.

Een profeet des Heeren was ernoo-dig, eer David na zijn overspel de grootheid zijner misdaad inzag en er aan dacht boetvaardigheid te doen.

De onkuischheid voert van kwaad tot erger. Salomon, zoovele jaren lang een wonder van wijsheid, werd aan het einde zijner dagen, toen hij zich aan ontucht overgaf, een afgodendienaar.

Onze ledematen zijn de tempel van den Heiligen Geest, die in ons woont. An nescitis, quoniam membra vestra tem plum sunt Spiritus Sancti, qui in vobis est?1). Onkuischheid in een Christen is dus de gnnoel der verwoesting in de heilige plaats: abo mi nat ionera desola-tionis, stantem in loco sancto'-).

O Jesus, Bruidegom der Maagden, die U eene Maagd tot Moeder hebt verkoren, stort mij eene teedere liefde voor de zuiverheid in, en een groeten, ja den grootsten afschrik voor de ondeugd, die de zuiverheid onzer zielen wegrooft.

Scivi, quoniam aliter non pos-sem esse continens, nisi Deus

■) I Cor. VI. 19. !) Mat. XXIV. 15.

ocr page 57

HOOFDSTUK IX. 41

det ')• Ik weet, dat ik niet in zuiverheid kan leven zonder Gods bijzondere genade. Die deugd gaat boven de krachten der gewone natuur.

Die genade vraag ik U om de zuiverheid, welke Maria zoo aangenaam in Uwe oogen gemaakt en haar het voor-recht verworven heeft U tot Zoon te hebben.

Ik vraag ze U, lieve Jesus, om de liefde van zoovele duizende maagden, die zich op aarde door niets hebben laten bekoren, dan door de bekoorlijkheden van haren Goddelijken Bruidegom.

Maria bevond zich met den Engel alleen, zonder getuige. Dat was haar genoeg om van heilige vrees bevangen te worden.

Paries filium, et vocabis nomen e j u s J e s u m -). Gij zult een Zoon haren, zeide haar de Engel, en Zijnen naam Jesus noemen. Nieuwe reden van bezorgdheid voor Maria!

Zij twijfelt niet, of wat haar door

') Sap. VIII. 21. 2) Luc. I. 31.

ocr page 58

42 HOOFDSTUK IX.

den Engel wordt verkondigd, mogelijk is: want niets is onmogelijk hij God '). Zij onderzoekt alleen naar de wijze, waarop het Geheim zal worden vervuld: Quomodo fiet istud quoniam virum non cognosce? Hoe zal dit geschieden, wijl ik geen man beken?

Hoe bescheiden is de vraag; hoe voorzichtig ! Zij zegt niet meer dan noodig is.

Daaraan kan men gemakkelijk eene ziel erkennen, die de zuiverheid als een schat beschouwt.

De zuiverheid vreest, als een teêre bloem, den minsten tocht. Één enkele blik, één enkel woord doet haar ontstellen. Eene maagd, die de waarde dei-zuiverheid goed kent, vreest zelfs de verwijderde gelegenheid om die deugd te kwetsen.

Vleiende woorden, hoffelijke beleefdheden, zelfs gesprekken, die onschuldig schijnen, doen haar op hare hoede zijn en hare waakzame oplettendheid verdubbelen.

Maar als men zoo voorzichtig moet wezen om de kuischheid ongeschonden

') Luc. I. 87. 2) Luc. I. 34.

ocr page 59

HOOFDSTUK IX. 43

te bewaren, kunnen er clan nog kuische zielen op aarde gevonden worden?

Ja, velen! Maar alleen door Gods genade, die smeekend van God moet worden afgebeden.

Geef mij, o Jesus, dat mijn grootste zorg zij, de gevaarlijke vermaken, welke Uwe heilige wet veroordeelt, te ont vluchten. Laat de vrees voor de eeuwige vlammen, welke Gij voor de onkui-schen hebt ontstoken, mij altijd bezielen.

Blusch in mijn hart den gloed naar zinnelijk genoegen en geef mij den smaak der hemelsche geneugten.

Bevrijd mij, smeek ik U, van de kwellende bekoringen, die mij zoo dikwijls, zelfs onder mijne geestelijke oefeningen, overvallen. En mocht het U behagen mij die bekoringen te laten, geef mij dan, o Goddelijke Zaligmaker, kracht en genade om ze te bestrijden, opdat ik U in dien strijd de blijken kunne geven mijner zuivere liefde.

ocr page 60

44 HOOFDSTUK X.

HOOFDSTUK X.

OVEB DE VOORZORGEN OM DE ZUIVERHEID TE BEWAREN.

Door het voorrecht der Onbevlekte Ontvangenis was Maria niet aan bekoringen tot zonde onderhevig. Toch ontstelde zij bij het zien van den Engel, die haar in mannelijke gestalte verscheen.

De Engel groette haar. Aanstonds dacht Maria wat dit voor eene groetenis mocht wezen ')•

Het ware te wenschen, dat men, om de deugd van zuiverheid te bewaren, even zorgzaam was, als men is om er den uiterlijken schijn van te bewaren. Om uiterlijk fatsoen te houden worden alle voorzorgen genomen, maar om de innerlijke deugd te beveiligen is men vaak weinig bezorgd.

Zijn niet de ledigheid, een weekelijk ieven, gevaarlijke lectuur, al te vrije

■) Luc. I. 29,

ocr page 61

HOOFDSTUK X. 45

gemeenzaamheid voor velen eene oorzaak van val geweest?

Eene maagd, die gaarne geprezen wordt, zal niet lang onverschillig blijven voor den persoon, welke haar prijst.

quot;Vele Christelijke maagden gaan dikwijls zonder eenige vrees met personen om, die volstrekt geen engelen zijn.

Zij beweren voorzichtig genoeg te zijn, om in geen gevaar te komen; maar laten zij wèl bedenken, dat de duivel er altijd des te meer op bedacht is haar te verderven, als zij er te minder voor vreezen.

Voor de zuiverheid is overal te vreezen, maar daar vooral, waar men niet genoeg bevreesd is. Die het gevaar he-mint, zal er in vergaan. Qui a m a t pericu 1 um, in i 11 o peribit ').

Men tracht het zich te ontveinzen, dat men de gevaren bemint; maar dat men ze inderdaad bemint, blijkt wel hieruit, dat men ze voor anderen niet alleen, maar ook voor zich zeiven wil verbergen.

Wij zijn allen van hetzelfde leem

') EcclI III ; 27.

ocr page 62

46 HOOFDSTUK X.

gemaakt. Ons kan hetzelfde gebeuren, wat zoovele anderen geschied is, die van hunne zwakheid de treurigste ondervinding hebben opgedaan.

Hoewel men op de hulp der genade moet rekenen, mag men zich toch nimmer vrijwillig aan gevaar blootstellen; want die hulp is slechts toegezegd aan die zonder hunne schuld in bekoring gebracht worden.

Al zoudt gij vele jaren lang op den vijand der zuiverheid overwinningen behaald hebben, meen daarom niet, dat gij onoverwinnelijk zijt. Houd niet op uzelven te mistrouwen en altijd van uwe zwakheid overtuigd te zijn.

Vermijd gevaarlijke gelegenheden, die zich overal kunnen voordoen, en dooiden duivel worden vermeerderd; dan zal God u ook sterkte geven in die gelegenheden, welke gij niet voorzien kunt, of waar groote kracht noocig is om te kunnen overwinnen.

Als een sterke, gewapend, zijn hof heivaart, is hetgeen hij bezit in vrede; ') zoo ook stelt hij, die zijn hart met

') Luc. XI ; 21.

ocr page 63

HOOFDSTUK XI. 47

voorzichtigheid wapent, zijne deugd in veiligheid.

Bewaar u zeiven voor lichtzinnige vrienden; wees zedig in uwe gedachten, in uwe blikken, in uwe woorden, in uwe kleeding en handelingen, opdat gij die deugd van zuiverheid, die ons tot de dierbaarste kinderen van Maria maakt, ongeschonden moogt bewaren.

Heilige Maagd en Moeder Gods, verkrijg mij dat mistrouwen op mij zeiven, die voorzichtigheid in mijnen omgang, die versterving mijner zinnen, die mij om de zuiverheid te bewaren zoo noo-dig zijn.

o Mijne Meesteres, o mijne Moeder, ik offer mij geheel aan u op, en om u mijne toewijding te toonen, wijd ik u heden mijne oogen, mijne ooren, mijn hart, mijzelven geheel en al. Wijl ik dan de uwe ben, o goede Moeder, bewaar mij, verdedig mij als uw bezit en uw eigendom.

ocr page 64

48 hoofdstuk xr.

HOOFDSTUK XI.

OVER DE WARE GROOTHEID.

Er is een groot verschil tusschen de grootheid der wereld en de grootheid, welke uit de genade voortkomt.

Groote schatten, trotsche paleizen, ontelbare dienaren verkondigen de grootheid der koningen. Verachting van de wereld, afschrik van de zonde, en liefde tot God doen de grootheid van den rechtvaardige kennen.

De ware glorie, de ware verdienste van den mensch bestaat in de vreeze Gods en het onderhouden Zijner geboden ; ivant dit is de geheele mensch. D e u m time et mandata ejus observa, hoc est enim omnis hemo.')

De Engel, door God tot Maria gezonden, sprak tot haar: Wees gegroet, gij vol van genade, de Heer is mei U. -) Kon hij hoogeren lof van die Maagd verkonden ?

') Eccl. XII. 13. ?) Luc. I. 28.

ocr page 65

HOOFDSTUK XI. . 49

Alle lof van Engelen en menschen komt haar toe, van wie gezegd kan worden: Gij heht genade bij God gevonden, gij zijt aangenaam in Zijne oogen.

Ten tijde dat de Engel de blijde boodschap bracht, waren keizer Augustus en koning Herodes op den troon gezeten. Men gaf hun kwistig de namen van Groot, Machtig, Edelmoedig. Maar wat waren zij voor God?

De jonge Maagd, in het stille Nazareth verborgen, was oneindig meer de hoogste lofprijzing waardig.

God heeft Zichzelven voorbehouden de waarde te schatten en de schoonheid te bewonderen der zielen. De waarde van den mensch hangt af van wat zijne ziel waard is in de oogen van God.

Al kleedt het lichaam zich in plechtgewaad. en al bekoort het door zijne vormen aller oogen, als de ziel niet rein en vlekkeloos is, is de geheele mensch een gruwel in het oog van God.

Zoo menig edel hart en vroom gemoed blijft door de menschen onopgemerkt; zoo menige ziel schittert voor

4

ocr page 66

50 HOOFDSTUK XI.

de oogen van God, terwijl het lichaam gehuld is in het kleed der armen, of ten prooi gegeven aan bespotting en onteering.

Wat zijn de helden, welke de wereld bewondert, in vergelijking van de helden des Geloofs, die door de beoefening der deugd tot heiligen zijn gevormd?

Melior est qui dominatur animo suo, expu gnat ore u rbi um '): Die heerscht over zijne ziel, is grooter dan een verwinnaar van steden. Moeielijker is het zich zeiven te overwinnen, dan op anderen de overwinning te behalen.

Een ware Christen moet niet beschouwd worden als een held, die zijn heldenmoed aan een gunstig oogenblik te danken heeft, of als een held van éénen dag; — een ware Christen is een held gedurende heel zijn leven.

Velen, die met doodsgevaar spotten en hun leven in ongelijken strijd verachten, sidderen voor een glimlach, voor een spottend woord, voor de minachting eener dwaze wereld, en zijn lafhartig genoeg tegen hun geweten te

■) Prov. XVI ; 32.

ocr page 67

HOOFDSTUK XI. 51

handelen, ten einde eene beleediging te ontgaan. Maar de Christenheld strijdt voor waarheid en deugd, voor plicht en gebod. Zijn moed behoeft niet opgewekt te worden door gramschap, niet aangevuurd door toejuiching en bewondering der wereld; hij is krachtig genoeg om minachting en bespotting, hoon en smaad onbezweken te dragen. De Christelijke held is grooter dan de machtigste koning en de grootste veroveraars; hij overwint alles, ook zijn eigene hartstochten, en niets kan hem scheiden van de liefde des Heeren.

Is er wel grootere eer dan God te dienen en Hem toetebehooren? Deo servire, regnare est. God dienen is heerschen.

De H. Schrift geeft aan Abraham, Mozes en David, de grootste mannen die op aarde zijn geweest, den naam van: Dienaren Gods. Deze titel omvat alle anderen, of beter, alle anderen zijn daarbij niet te vergelijken.

Want de waardigheid van Dienaar Gods overtreft de waardigheid van koningen en vorsten, gelijk God zelf boven koningen en vorsten verheven is.

ocr page 68

52 HOOFDSTUK XI.

Onsterfelijke Koning van Hemel en aarde, voor U ben ik gemaakt, voor U alleen ! Kan men U kennen, en toch eer aan anderen brengen? Kan men U kennen zonder de waardigheid Uwer Dienaren hoog te achten?

Is het geen glorie voor den mensch, nietig schepsel in zichzelven, naar de eer te mogen mededingen van U te dienen en te beminnen?

Geef mij de genade wel te mogen begrijpen, dat iemand, die als Maria, in een stil en verborgen leven, Uwen wil volbrengt, en U in zijne gewone en dagelijksche plichten getrouw dient, roemrijker en grooter werken doet, dan de overwinnaar, wiens daden in den dienst der blinde en dwaze wereld roemrijk en groot geacht worden.

Laat de voortreffelijkheid, de eer van Uwen dienst aan mijne gewone daden een adel, grootmoedigheid en standvastigheid geven, den Heer, welken ik dien, volkomen waardig.

ocr page 69

HOOFDSTUK XII. 53

HOOFDSTUK XII.

god geeft zijne genade aan de nederigen.

Maria. Mijn kind, ik wil u een geheim ieeren om van God groote genade te verkrijgen; en dat is: acht uzelven die genade altijd onwaardig.

Humilibus dat (Deus) gratiam ')• God geeft Zijne genade aan de nederigen. In een hart, dat vol is van zichzelf, vindt God geen plaats voor Zijne liefdegaven.

De Dienaar. Koningin der Heiligen, gij hebt ons daarin een voorbeeld gegeven, dat ons een bron van wijze lessen is. Om te weten hoe nederig gij over uzelve dacht, hebben wij slechts uw gedrag bij het bezoek van den Engel te overwegen.

De Engel boodschapte u, dat gij Moeder Gods zoudt worden, en gij be-

■) Jac. IT : 6.

ocr page 70

54 HOOFDSTUK XII.

greept niet, hoe God zich kon verwaardigen voor die hooge waardigheid Zijne oogen op ü te vestigen.

De gedachte aan eene verheffing zoo ver boven de natuur, maakte u het bezoek des Engels zelfs eenigzins verdacht; en op het oogenblik, dat de Zoon van God in uwen schoot nederdaalde, dacht gij er alleen aan u ten diepste te vernederen. Bij al de eere-titels, waarop gij om uwe waardigheid recht hadt, noemt gij u slechts „dienstmaagd des Heeren.quot;

Nieuwe Eva, hoe verschilt gij van de eerste Eva! Hoogmoed deed Eva al hare voorrechten verliezen. Nederigheid werd u de bron der rijkste gunsten.

Om groote dingen aan u te doen') heeft de Machtige niet op natuurlijke gaven of aanzien van geboorte gelet, maar alleen op de gevoelens uwer nederigheid.

Geen wonder, dat de. Zoon van God, die Zich, door mensch te worden, ten uiterste kwam vernederen, groote voorliefde had voor de nederigheid.

Het betaamde, dat Hij haar tot Moe-

*) Luc. I : 49.

ocr page 71

hoofdstuk xii. 55

der verkoos, die door de diepste nederigheid de hoogste waardigheid verdiende.

Maria. Mijn kind, in de oogen van God, niet in de oogen der menschen, heeft hij de meeste verdiensten, die meent ze niet te hebben, al heeft hij er nog zooveel.

Ad quem respiciam nisi adpau-perculura ') Op wien, vraagt God, zal ik mijne oogen vestigen dan op den arme, dat is, die nederig van harte is.

Discite a me quia mitis sum et hu mi lis corde -) Leert van Mij, zegt Jesus, dat Ik zachtmoedig en nederig van harte ben.

God verlaat die zich verheffen, en komt den nederigen nabij.

Om hunnen hoogmoed ziin zoovelen arm en van de goederen der genade ontbloot.

Indien zrj er zich op toelegden, zich-zelven te kennen, dan zouden zij tot nederigheid komen, en de nederigheid zou herstellen, wat door hoogmoed ver-loren is gegaan.

V*

Pharao is met heel zijn leger in de

') Isaias LXVI : 2. 2) Mat. XI : 29.

ocr page 72

56 HOOFDSTUK XII.

Eoode Zee omgekomen; Adam en Eva zijn uit het Paradijs verjaagd; Lucifer en zijn aanhang zijn uit den Hemel neergestooten, tot straf hunner hoo-vaardigheid.

Wees ledig van uzelven, mijn kind, en God zal u met Zijne genade vervullen. Erken, dat gij uit u zeiven niets zijt dan ellende, want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren. ')

Als gij nederig zijt, zal God Zich van u bedienen tot Zijne glorie. Hij vertrouwt de zorg voor Zijne glorie slechts aan hen toe, die ze niet willen weg-rooven, of met Hem deelen.

D omine memento mei, cum veneris in regnum tuum. Heer, wees mijner indachtig, als Gij in Uw Bijk gekomen zult zijn, sprak de nederige en rouwmoedige moordenaar; en de genade van Jesus volgde: Amen, dico tibi: hodie mecum eris in p a r a d i s o. '2) Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij zijn in het paradijs.

De nederige Tollenaar, die van verre

') Gen. III : 19. s) Luc, XXIII : 42, 43.

ocr page 73

HOOFDSTUK XII. 57

in den Tempel' staande, zijne oogen niet tot den Hemel durfde opslaan, maar op zijne borst klopte en bad: God, wees mij zondaar genadig 0, ging gerechtvaardigd naar zijn huis; terwijl het gebed van den trotschen Phariseeër door God verstoeten werd.

Mijn kind, wanneer gij genade van God ontvangen hebt, denk dan nederig en dankbaar, hoe goed God is om den geringsten Zijner dienaren zoo te begunstigen.

Schrijf u zei ven niets toe, noch het goede dat gij bezit, noch het goede dat gij beoefent.

Wat heht gij, dat gij niet ontvangen hebt? Maar als gij het ontvangen heht, wat roemt gij dan, alsof gij het niet ontvangen heht? Quid ha bes, quod non accepisti? Si autem acce-plsti, quid gloriaris, quasi non acceperis? '-)

Zelfs als gij zoo getrouw mogelijk aan de genade beantwoordt, blijf u dan toch herinneren, dat gij zonder Gods hulp niet getrouw kunt blijven, en dat

•) Luc. XVIII, 13. ') I Cor. IV, 7.

ocr page 74

58 HOOFDSTUK XIII.

God door uwe trouw te loonen, Zijn eigen en niet uwe gaven kroont.

Draag altijd deze drie gedachten in u om: God is alles, en ik ben niets; God bezit alles, en ik heb uit mij zei-ven niets; God kan alles en ik kan niets zonder Zijne genade. Dan zult gij, ofschoon gij niets zijt, niets bezit, en niets kunt, toch iets wezen in de oogen van God.

Hij zal in uwe nederigheid behagen scheppen en u met den rijkdom Zijner genade begunstigen.

HOOFDSTUK XIII.

WAREN BOEM VINDT MEN ALLEEN IN DE CHRISTELIJKE NEDERIGHEID.

De woorden, welke de Engel tot Maria sprak, kwamen met de gedachte, die zij van zich zelve had, geenzins overeen.

Hare ziel werd met heilige vrees bevangen; zij meende, dat wat zij voor hare oogen zag gebeuren, slechts zins-

ocr page 75

HOOFDSTUK XIII. 59

bedrog was of een strik, welken de duivel haar spande.

De Engel zeide: gezegend zijt gij onder de vrouwen. Zij achtte zich de minste van allen; hoe kon zij begrijpen, dat zulk een lof haar kon worden toegebracht ?

De Engel vervolgde: Gij hebt genade hij God gevonden. Zoo zij hare toestemming gaf, zou zij Gods Moeder worden.

Bij de gedachte aan die hooge verheffing, boog Maria liet hoofd in nederigheid en achtte zich gelukkig de dienstmaagd des Heeren te wezen.

o Gij die er op uit zijt roem na te jagen, leert van Maria waar gij dien vinden kunt.

De ware en echte roem bestaat in zich gering te maken. Zoo oordeelt God, want er staat geschreven: Q u i m i n o r est inter vos, hic major est; ') die onder u de minste is, die is de meeste.

Die roem is niet alleen echt, maar ook zeker. Niemand zal ze u betwisten, niemand ze u ontrooven.

■) Luc. IX : 48.

ocr page 76

60 HOOFDSTUK XIII.

Met u als den minsten te gedragen, zult gij de meeste worden; want de overtuiging, dat gij uit u zelven niets zijt en niets kunt, zal u opheffen tot God, Dien Gij als den Gever aller goede gaven kent.

Dan zult gij ook met grooter vertrouwen op Gods almacht mogen rekenen, die er behagen in vindt de zwakken te versterken.

Daarenboven zal de nederigheid u vrijwaren voor laaghartigheid, waartoe naijver en hoogmoed vervoeren.

Bestaat er wel laaghartiger mensch, dan die zich door hartstocht naar grootheid laat beheerschen, of volstrekt geprezen wil worden ?

De nederigheid zal u onafhankelijk maken van menschelijk opzicht en dwaze inbeeldingen der menschen, zoc-dat gij met den Apostel zeggen kunt: Mihi autem pro minimo est, ut a vobis judicer. Qui judicat me, D o m i n u s est [)-, Er is mij weinig aan gelegen, dat ik door u geoordeeld word. Die viij oordeelt, is de Heer.

quot;) I Cor. IV. 3. 4.

ocr page 77

HOOFDSTUK XIII. 61

Zij zal u voor eerbewiizen der wereld onverschillig maken, wijl gij de ijdelheid en dikwijls ook de dwaasheid er van zult inzien.

Zij zal u er toe brengen, u niet met den naaste te meten, maar hem te eeren, en zonder afgunst hem in rang of stand boven u verheven te zien.

Sommigen zien in de nederigheid iets onteerends, wijl zij alleen op het uiterlijke letten, en zich door den schijn laten leiden; en toch is zij de deugd, welke het meest geschikt is om edele en grootmoedige harten te vormen.

Van alle deugden geeft de nederigheid het meest vastheid aan den geest, en sterkte aan de ziel. Maar bovenal geeft zi] de schoonste gelijkenis met onzen Zaligmaker Jesus Christus, die de oorsprong is van alle ware grootheid en waren roem.

Nooit is de mensch meer verheven en roemwaardig, dan wanneer hij dit goddelijk voorbeeld tracht na te volgen, en nooit komt hij het meer nabij, dan wanneer hij nederig is, en, als hem vernedering wordt aangedaan, ook de vernedering liefheeft.

ocr page 78

62 HOOFDSTUK XIII.

Jesus was nederig. Hij beminde de vernedering, omdat Hij wist hoezeer Hij daardoor Zijnen Vader verheerlijkte.

Juist op de oogenblikken van Jesus' vernederingen werd Zijn lof verkondigd. Bij Zijne geboorte zongen de Engelen: Glorie zij God in den hooge]), en bij Zijn doopsel klonk de stem des Hemelschen Vaders: Deze is Mijn welbeminde Zoon, in ivien Ik mijn ivelbe-hagen heb -).

Als gij nederig zijt als Jesus, zal God ook door u verheerlijkt worden. Is er iets roemvollers dan glorie te brengen aan God?

Koningin des Hemels, in wie zoo bijzonder het woord des Heeren toepassing vond: qui se humiliat, e x a 11 a b i t u r die zich vernedert, zal verheven icorden, verkrijg mij de genade, die ik noodig heb om mijnen hoogmoed te onderdrukken en geheel en al uit te roeien.

Helaas, tot nu toe heb ik slechts den schijn van nederigheid gehad; en voorliet oog der wereld, die, hoe bedorven

') Luc. II. U. s) Mat. III. 17. ') Luc. XVIII. 14.

ocr page 79

HOOFDSTUK XIV. 63

ook, den hoovaardige veracht, heb ik geveinsd die deugd te bezitten.

Maar verwerf mij eene oprechte nederigheid, die mij in de overtuiging mijner zwakheid naar uw voorbeeld alles doet terugbrengen naar God, alles verwachten van God, in alles afhankelijk zijn van God, en mij de liefde waardig maakt van God, die de eenige bron is van ware grootheid en waren roem.

HOOFDSTUK XIV.

EEN NEDERIGE ZIEL TEACHT VOOR DE 00GEN DEE MENSCHEN TE VEE-BEKGEN, WAT ZIJ IS IN DE OOGEN VAN GOD.

De Engel, die door God tot Maria was gezonden, had haar den hoogsten lof gegeven en geboodschapt, dat zij de Moeder van Gods Zoon zou worden; doch aan niemand openbaarde Maria wat de Engel haar gezegd had.

ocr page 80

64 HOOFDSTUK XIV.

Niemand zag haar zich toonen, of uiterlijk handelen als de Moeder van den Messias. Zij gedroeg zich uiterlijk als eene gewone vrouw.

Hoe groot hare genegenheid ook was voor haren bruidegom, den H. Joseph; hoe vertrouwlijk zij ook met hem omging: zij sprak er geen woord over.

Later, toen zij hare nicht Elisabeth ging bezoeken, vond zij deze reeds door den Heiligen Geest ingelicht: Unde hoe mihi ut veniat mater domini mei ad me? '). Wat geluk geschiedt mij, sprak Elisabeth, dat de Moeder mijns Heeren tot mij komt ? Maar Maria maakte daarvan geen gebruik om haar nader in te lichten. Zij liet het openbaren van die verheven geheimen geheel aan God over, wanneer Hij het goed zou oordeelen.

Voor zich zelve kende zij geen ander doel dan de nederigheid standvastig te bewaren.

Zoo moet men voor de oogen der menschen verbergen, wat men voor

■) Luc. I : 43.

ocr page 81

HOOFDSTUK XIV. 65

de oogen van God is, en van Zijne goedheid ontvangt.

Eene verborgen deugd is altijd in veiligheid. God alleen komt het toe haar bekend te maken.

Die zijn schat in het openbaar tentoonstelt, loopt gevaar hem te verliezen. De rijkste kleuren verbleeken, als zij aan het zonnelicht, worden blootgesteld.

De geest van God deelt zich mede in stilte en wil dat alles geheim zij tusschen Hem en de bevoorrechte ziel.

Één enkel mensch onder duizenden uitgekozen') kan en moet met uwe geestelijke schatten bekend zijn, om u te leeren er een goed gebruik van te maken. Hij bekleedt bij u de plaats van God om u op den weg der zaligheid en volmaaktheid te geleiden.

Maar wees voor alle anderen niet meer dan wat welopgevoede en deugdzame menschen zijn. Wees nederig, zedig, minzaam, altijd opgeruimd en blijmoedig; doch laat het innerlijke voor hen verborgen blijven.

Laat men u zelfs aanzien voor iemand,

■) Eccl. VII : 29.

5

ocr page 82

66 HOOFDSTUK XIV.

die weinig van het godsdienstige leven weet; of u anders beoordeelen dan gij zijt: het zal voor u een geluk zijn, wijl het de genade van God verborgen houdt.

God wil, dat men met i] ver zijne wegen bewandele: doch het is geen gering voordeel, dat men dat in stilte mag doen.

Sommigen, die geheel bijzondere voorrechten van God ontvangen hadden, zijn verloren gegaan, omdat zij er te veel op gedacht en er eene jjdele glorie in gezocht hebben. Zij lieten hunne gaven bewonderen door anderen, die er niet mede bekend moesten wezen.

Als zij de gemoedsstemming der H. Maagd gehad hadden, zou de geest van nederigheid, die altijd goddelijk licht verspreidt, hun een heilzaam mistrouwen gegeven, en hen op de listen van den geest van hoogmoed opmerkzaam gemaakt hebben.

Nooit genoeg kan men op zijn hoede zijn om zich in het geestelijk leven niet te bedriegen, vooral wanneer men buitengewone wegen volgt.

Wat kostbare en hemelsche drank

ocr page 83

HOOFDSTUK XV. 67

is, kan door te weinig voorzichtigheid doodelijk vergif worden.

Men heeft altijd opgemerkt, dat een waarlijk godvruchtige ziel er voor terugschrikt, en al hare onderwerping aan Gods wil noodig heeft, als God soms toelaat, dat eene bijzondere genade, waarmede Hij haar- bevoorrecht heeft, openbaar bekend wordt.

HOOFDSTUK SV.

OVER DE VOORZICHTIGHEID DES GELOOFS.

Maria, zegt het H. Evangelie, overdacht bij zich zelve, wat de Engel tot haar sprak. Die overdenking kwam uit hare nederigheid voort, maar ook uit de voorzichtigheid van haar geloof.

De Engel der duisternis vertoont zich somtijds als een Engel des lichts, en de geest der dwaling bootst niet zelden de stem van den geest der waarheid na.

Daarom ondervroeg zij den Engel en

ocr page 84

68 HOOFDSTUK XV.

wachtte zijn antwoord, om te zien of het met de voorspellingen der profeten over den Messias, en met de leer van den godsdienst zou overeenkomen.

Zoodra de Engel echter het antwoord had gegeven, was het haar genoeg, en erkende zij daarin het woord van God zeiven.

De voorzichtigheid is met de onderwerping aan het H. Geloof niet alleen niet in strijd; zij regelt en bestuurt haar zelfs. De voorzichtigheid opent ons de oogen om zekerheid te hebben van de Openbaring; de onderwerping sluit ze om blindelings te gelooven.

Nolite omni spiritui credere ')• Wilt niet allen geest gelooven.

Van alles wat betreffende den godsdienst gezegd wordt, wil ik alleen gelooven, wat God heeft geopenbaard en ons te gelooven voorstelt door Zijne kerk, die de zuil en grondvest der waarheid is 2).

De middelen om de Openbaring te kennen heeft God ons gegeven. Maar

') I Joan. IV, 1. !) I Tlmoth. III, 15.

ocr page 85

HOOFDSTUK XV. 69

als de Openbaring eenmaal zeker is, al kwam dan een Engel, om mij iets anders te leeren, dan wat zij mij leert, hij zon veroordeeld wezen. Licet nos, aut Angelus de coelo evangelizet vobis, praeterquam quod evan-gelizavimus vobis, anathema sit ')•

Wat de Kerk mij leert, geloof ik, omdat zij mij niets leert dan wat God heeft geopenbaard. En wat is zekerder dan wat de Waarheid zelve zegt?

Even onmogelijk kan ik mij daarin bedriegen, als God Zichzelven of mij kan bedriegen.

Zonder redelijken grond iets als het woord van God aan te nemen is groote dwaasheid; — eene dwaasheid van heidenen en helaas ook van vele Christenen.

Maar met redelijken grond iets als liet woord van God gelooven, kan niet anders dan hooge wijsheid wezen.

De waarheden, door God geopenbaard, met een vast geloof aannemen, is deel hebben aan de onfeilbaarheid van God zeiven, en het onderzoek naargeloofs-

') Gal. I, 8.

ocr page 86

70 HOOFDSTUK XV.

geheimen, zooals Maria het deed, maakt ons in het geloof onwankelbaar.

Velen echter doen dat onderzoek, om de dwalingen, welke zij beminnen, vol te kunnen houden, en niet om te loeren, wat zij gelooven en beminnen moeten.

Zij zoeken niet, de waarheid te vinden en er zich aan te houden; maar de waarheid, die zij niet verdragen kunnen, in twijfel te trekken.

Er is hun weinig aan gelegen te weten, wat zij te gelooven en hoe zij te leven hebben; hun onderzoek bedoelt alleen om zonder gewetensangst in zonde te kunnen voortleven.

Want het geloof wordt dan alleen betwijfeld, wanneer het voor het schuldig geweten lastig begint te worden. Niemand bijvoorbeeld zal twijfelen aan het bestaan der hel, of hij heeft er belang bij, dat er geen hel zou bestaan.

Meer worden de ongeloovigen verontrust door de heiligheid des Geloofs, dan door het ondoorgrondelijke Aex go-loofsgeheimen.

Men moet öf zijnen hartstocht verzaken, öf zonder ophouden de knaging

ocr page 87

HOOFDSTUK XVI. 71

des gewetens verduren. Geen wonder derhalve als hij; die het niet oprecht met God meent, er ten laatste toe komt om niet meer te gelooven of aan alles te twyfelen, behalve aan het eigen zondig leven.

HOOFDSTUK XVI.

OVER DE ONDERWEEPING AAN HET GELOOF.

Zoodra Maria zeker was, dat God door den Engel tot haar gesproken had, geloofde zij vast, dat alles wat de Engel haar had geboodschapt, vervuld zou worden, en zij geloofde het zonder te trachten het te begrijpen.

Zij vroeg geen teeken van den Hemel, gelijk Achaz; zij twijfelde niet gelijk Zacharias; zij vroeg niet meer: Hoe zal dit geschieden'! Hoe zal het Kind, waarvan ik Moeder zal worden, de wereld verlossen? Welk Rijk zal Hij

ocr page 88

72 HOOFDSTUK XVI.

vestigen? Dergelijke vragen vernam de Engel niet.

Geen verder onderzoek, geen nieuwsgierigheid, welke alleen aan zwakke zielen eigen is. Onmiddellijk onderwerpt zij haren geest aan het juk des Geloofs.

Verneder u naar haar voorbeeld, o mijne ziel, en onderwerp uw verstand aan de waarheden, die uw begrip te boven gaan.

Zoek niet de geheimen des Geloofs te begrijpen. Als het mogelijk was ze te begrijpen, zouden zij geene geheimen meer zijn. Het is u genoeg te weten, dat zij waar zijn.

Als gij het H. Geloof, dat zen leert, beschouwt in al zijne kenteekenen, waardoor het in de wereld ingang heeft gevonden, kunt gij niet anders dan overtuigd van hunne waarheid zijn.

Die geheimen, ik erken het, zijn onbegrijpelijk; maar het Geloof zou zijne verdienste verliezen, als de mensche-lijke rede ze kon verklaren. Beati, qui non viderunt et crediderunt '):

^ Joan. XX : 29.

ocr page 89

HOOFDSTUK XVI. 73

Zalig, die niet gezien, en toch geloofd hebben.

Alles in de natuur, van de sterren des uitspansels tot de kleinste bloem, is voor u een geheim. En als gij de geheimen der natuur niet eens begrijpen kunt, zoudt gij dan Gods geheimen willen doorgronden?

Het zwakke licht van den mensche-lijken geest moet men niet vergelijken bij de almacht en werken van een on-begrijpelijken en oneindigen God.

Zou God zijn, wie Hij is, als wij in slaat waren geheel Zijn wezen te doorgronden?

Gelooven wat de oogen niet zien, gelooven wat het verstand niet begrijpt, is aan de Opperste Waarheid volmaakte hulde brengen.

Niet door het licht mijner rede, ö mijn God, maar door het stralend zonnelicht des Geloofs wil ik mij in mijn oordeel laten leiden.

Gij vraagt niet alleen het offer van mijn hart, maar ook van mijnen geest, die zich aan het Geloof moet onderwerpen.

Eens hoop ik in den Hemel te komen,

ocr page 90

74 HOOFDSTUK XVI.

waar alles zich ongesluierd aan mij zal vertoonen; maar zelfs daar, in den Hemel, zal ik noch Uwe volmaaktheden, noch Uwe werken geheel begrijpen, wijl Gi] altijd oneindig zijt, en ik altijd eindig blijven zal.

Credo, Domine, adjuva incre-dulitatem meam') Ik geloof, Heer, help mijn ongeloof.

Adauge nobis fidem.2) Vermeerder ons geloof.

Het Geloof heeft de mensch niet uit zich zei ven, het is eene gave Gods; en als ik er oprecht om bid, kunt Gij, die de bron van alle gaven zijt, ze mij niet weigeren.

Ik bid U er om door de voorspraak van Maria, die om de onderwerping en de verdienste van haar geloof in zich zag volbracht ivorden ivat haar van den Heer gezegd ivas. 3)

Geef mij een levendig en algeheel geloof, dat niet twijfelt, niets uitzondert. Twijfelen is niet gelooven, en één geloofspunt uitzonderen, is allen verwerpen.

') Marc. IX : 23. s) Luc. XVII : 5 3) Luc. I ; 45.

ocr page 91

HOOFDSTUK xvir. 75

Geef mij een geloof door de liefde bezield, om volgens de waarheden des Geloofs te leven; JJew geloof, gelijk de Apostel zegt, dat door de liefde werkt. Fides, quae per charitatem ope-ratur. ')

Ik smeek U niet om de wonderen, door het geloof der Heiligen gewrocht ; maar om het Geloof, dat hen toi Heiligen gemaakt heeft.

HOOFDSTUK XVI1.

over het verlangen naar de h. communie.

Maria. Mijn kind, het geheim dat, gij hebt overwogen, kan u nog meer leeren, waaraan gij niet denkt.

De Dienaar. Koningin des Hemels, gewaardig u mij te onderrichten. Spreek, uw dienaar luistert. ■2)

') Gal. V : G. s) i Reg. ill : 9.

ocr page 92

76 HOOFDSTUK XVII.

Maria. Eer ik het bezoek van den Engel ontving, had ik dikwijls op het voorbeeld der heiligen van Israël gebeden : Dauwt, hemelen! van boven, wolken! regent den rechtvaardige; doch nooit had ik kunnen denken, dat ik de Maagd zou zijn, die aan de wereld den Zaligmaker geven zou.

Toen ik zeker was, dat ik tot Zijne Moeder was verkoren, 6 mijn kind, welke heilige gevoelens vervulden mijn hart en welke vreugd doorstroomde mij, toen ik mijn Godin mijnen schoot mocht dragen!

En diezelfde God, die Zich door Ziine menschwording zoo innig met mij ver-eenigde, verlangt Zich ook met u te vereenigen in de H. Communie.

De H. Communie, dat wil zeggen de vereeniging tusschen Jesus er. de ziel, is het grootste, het heiligste, het barmhartigste, het liefdevolste, dat ooit bestaan kan, na de vereeniging der Godheid met de Menschheid in de menschwording van Gods Zoon.

De H. Communie is de leerschool aller deugden, de voorsmaak van het gejuk en de vreugde des Hemels.

ocr page 93

HOOFDSTUK XVII. 77

Zij trekt alles aan, wat rein is en rein wil blijven; — wat liefderijk is en liefderijker wil worden; — alles wat gevoel heeft voor wat schoon, goed, edel en goddelijk is.

Gelukkig, mijn kind, die dikwijls mogen conununiceeren, en die het einde huns levens zien voorafgegaan door vele dagen, door waardige H. Communie geheiligd.

Een deugdzame ziel bemint de H. Communie, omdat Jesus zelf haar uit-noodigt: Komt en eet mijn brood en drinkt den ivijn, dien Ik u gemengd heb. Venite, comedite panem meum et bibite vinum, quod misc ui vobis. ') Komt allen tot Mij, die zwoegt en beladen zijt, en Ik zal U verkwikken. Venite ad me omnes, qui laboratis et onerati estis et ego reficiam vos. '2)

Zij bemint de H. Communie, omdat zij weet dat elke Communie haar tot God verheft, en dat de ware grootheid, waarnaar zij tracht, in God alleen te vinden is. Hoe nader de ziel bij God

■) Pro v. IX : 5. s) Mat. XI : 28.

ocr page 94

78 HOOFDSTUK XVII.

komt, des te hooger verheft zij zich, en wanneer is zij God meer nabij, dan in de H. Communie? Ik leef, ik nu niet, maar Christus leeft in mij. Vivo ego, jam non ego, vivit vero in me Christus. ')

Zij bemint de H. Communie, omdat zij hare ziel verrijkt met de kostbaarste genaden. De H. Communie boezemt ootmoed in, beschermt de zuiverheid, maakt zachtmoedig; door haar wordt het Geloof levendiger, de Hoop sterker, de Liefde vuriger en edelmoediger.

De H. Communie maakt de ziel tot bruid van Jesus, in het kleed der onschuld met schitterende schoonheid versierd; — zij maakt haar koningin met deugden gekroond en door den glans der gaven van den H. Geest omgeven; — zij maakt haar boven alles en in alles kind van God.

Zij bemint de H. Communie, omdat zij haar al de schatten der wetenschap mededeelt, die het hemelsche doet verstaan en beminnen. De H. Communie is een bron van licht en kracht, van

') Gal. II ; 20.

ocr page 95

HOOFDSTUK XVII. 79

wijzen raad en zuivere meening, en bovenal een bron van troost. Want Jezus is het ware licht, dat ieder mensch verlicht O-

Maar mijn kind, ondanks de teedere uitnoodiging van Jesus om Hem in de H. Communie te ontvangen, ondanks de schatten van genaden, die Hij u daarin wil mededeelen, geeft gij toch al te weinig aan die goddelijke stem gehoor. Van waar die nalatigheid?

Luister toch niet, mijn kind, naar ijdele voorwendsels, die traagheid en valsche nederigheid u influisteren om u van de Heilige Tafel verwijderd te houden.

Gij wendt vrees en eerbied voor; maar vrees en eerbied moeten ondergeschikt blijven aan de liefde; — zij mogen alleen dienen om de liefde te versterken.

Als gij u uit schijnbaren eerbied van de H. Communie terug houdt, berooft gij Jesus van het genoegen met u te zijn; en Zijne wellust is met de kinderen der menschen te icezen: deliciae

') Joan. I : 9.

ocr page 96

80 HOOFDSTUK XVII.

meae esse cum filiis hominum ').

Uwe fouten en zonden, zegt gij, zijn te menigvuldig.

Maar, mijn kind, de H. Communie is een dagelijksch brood; moogt gij er dan een jaarlijksch brood van maken ? Zondigt gij dikwijls, neem dan ook dikwijls het goddelijk geneesmiddel tegen de zonde. Zijt gij ziek naar de ziel, kom dan tot den geneesheer dei-zielen. Als duisternissen u omringen, waarom ziet gij dan niet op naar de zon en haar licht?

Gij onthoudt u van de H. Communie, omdat gij u onwaardig acht; maar wanneer zult gij haar ooit waardig wezen?

Tracht slechts zooveel gij kunt haar waardig te worden, dan zal Jesus altijd gaarne tot u komen.

Erken, mijn kind, dat uwe H. Communiën alleen daarom zeldzaam zijn, omdat gij tegen de moeite opziet.

Gij zijt bevreesd voor het godsdienstige leven, dat voor de veelvuldige H. Communie van u gevorderd wordt. Inderdaad, het kostbaar bruiloftskleed

') Prov. VIII : 31.

ocr page 97

HOOFDSTUK XVII. 81

der heiligmakende genade moet u sieren, als gij ter bruiloft komt; maar volmaakte deugd wordt niet gevorderd.

Jesus roept immers in liet H. Evangelie de zwakken en zieken, de armen 'en blinden aan Zijn feestmaal.

Eene volmaakte heiligheid zou voor de H. Communie zeker te wenschen zijn; maar Jesus eischt die niet.

Was zij noodzakelijk, dan zouden, ondanks alle uitnoodigingen van Jesus, slechts zeer weinigen tot do H. Tafel mogen naderen.

Volmaakte deugd behoort niet tot de voorbereiding tot de H. Communie, maar zal er de vrucht van wezen.

Laat dus nooit de H. Communie uit lauwheid of traagheid achterwege, maar nader steeds met eene oprechte erkenning uwer onwaardigheid; en vooral met eene groote zuiverheid des harten of minstens met een vast besluit er naar te trachten; dan zal uwe H. Communie goed wezen.

Communiceer dus dikwijls, mijn kind, zoo dikwijls uw geestelijke leidsman het u veroorlooft, om kracht en voed-

6

ocr page 98

82 HOÜFDSTUK XVIII.

sel aan uwe ziel te geven, den waren geest van godsvrucht in u op te wekken, u meer en meer van zonden en kwade gewoonten te zuiveren, onstandvastig op den weg der deugd te kunnen volharden: Jesus is de weg, en de waarheid en het leven. ')

HOOFDSTUK XVIII.

oveh de geestelijke dorheid.

De Dienaar. O Maria, die na Jesus mijn toevlucht en raad zijt, ik dank u voor de onderrichtingen, welke gij mij gegeven hebt.

Maar, H. Maagd, ondanks alle zorgen om bij de H. Communie in mij die vurige godsvrucht op te wekken, die het ontvangen van 's Heeren Vleesch en Bloed mij moet inboezemen, blijft toch dikwijls mijn geest dor en mijn hart koud.

■) Joan. XIV : 6.

ocr page 99

HOOFDSTUK XVIII. 83

Maria. Mijn kind, als uwe ziel bij de H. Communie dor is, verneder u dan en beken, dat gij liet om uwe ongetrouwheid verdient.

Meermalen beproeft God zijne vrienden door hun den gevoelig en troost te ontnemen. Moet hij de ziel, die zich vurig aan Zijnen dienst heeft toegewijd, niet gewoon maken om Heyn te beminnen, en niet slechts de vreugde en troost, die Hij schenkt? Moet de ziel, die Gods oneindige volmaaktheden kent en zoo levendig Zijne goedheid ondervindt, Hem niet meer dienen uit dankbaarheid dan uit eigenbelang ? Daarom trekt God zich somtijds van eene ziel terug, om hare standvastigheid en liefde te beproeven.

Die geestelijke dorheid is als een nacht. De oogen der ziel schijnen als door een sluier bedekt, de geest vindt niet wat haar boeit, het hart gevoelt niet, en wat bij andere liefde en godsvrucht wekt, wekt bij haar verveling.

Maar die geestelijke dorheid, hoe onaangenaam ook voor uwe ziel, is u niet toerekenbaar. Laat u dus nimmer ontmoedigen.

ocr page 100

84 HOOFDSTUK XVIII.

Gevoelige godsvrucht is niet noodzakelijk voor de H. Communie; want een hart kan oprecht en geheel voor God zijn, en toch geen smaak vinden in het godsdienstige.

Velen, die met ijver den weg der volmaaktheid bewandelen, worden door God met dorheid beproefd.

De zoete en aangenaam devotie is is op zich zelve geen deugd; zij kan zelfs, als men er zich aan zou hechten, nadeelig zijn.

Den Goddelijken Bruidegom is niet onbekend wat voor Zijne bruiden dienstig is. Aan de eene geeft Hij zoetheid en vertroosting, aan de andere weigert Hij ze om redenen, die men niet doorgronden, maar aanbidden moet.

Eene lauwe en zorgelooze ziel mag niet rekenen op Jesus' liefdegaven; doch mag eene trouwe en ijverige ziel zich bedroeven, als zij in de geestelijke dorheid gelegenheid vindt hare trouw aan Jesus te toonen?

Vrees niet, dat gij om uwe dorheid van God verworpen zult worden. Doe eenvoudig alles ter Zijner eer; laat geen enkel gebed of geestelijke oefe-

ocr page 101

HOOFDSTUK XVIII. 85

ning achter; sleep u desnoods naar het gebed, de meditatie of H. Communie; onderwerp u aan Gods wil, en verontrust u niet.

Vele Heiligen waren langen tijd in geestelijke dorheid als door God verlaten. Zij leerden daardoor geduldig te zijn, medelijden met anderen te hebben en geene vermetele gedachten over zich zeiven te voeden.

Mijn kind, meer door uw Geloof dan door uw gevoel moet gij tot God gaan. Ga krachtig tegen uwe dorheid in en tracht aan God in alles te behagen.

De geestelijke dorheid moet wel onderscheiden worden van de geestelijke lauwheid of traagheid. Deze laatste doet ons onze plichten verzaken en maken ons schuldig voor God; de eerste echter doet ons onze plichten vervullen, zelfs tegen onzen natuurlijken zin, en is dus een bron van groote verdiensten.

Wees dus bij geestelijke dorheid tevreden en geduldig en tracht er geestelijk voordeel mede te doen en aan Gods genade te beantwoorden.

Verleent God u weldra de genade

ocr page 102

86 HOOFDSTUK XVIII.

van gevoelige godsvrucht, dan zal een heerlijk zonnelicht het nachtelijk duister uwer ziel verdrijven; de weg, dien gij te volgen hebt, zal u duidelijk zijn afgebakend; uwe ziel zal weten waar zij gaat, en de liefde zal haar vleugelen geven, om op te vliegen naar volmaakte deugd en ware heiligheid.

Maar nogmaals, bedrieg u niet: gevoelige troost staat nog niet geiijk met deugd.

De Dienaar. In alles, H. Maagd, zal ik mij aan den wil van God onderwerpen.

Geeft Hij mij gevoelige godsvrucht, Zijn Naam zij gezegend; - maardenzelfden lof en dank zal ik Hem brengen, als Hij ze mij weigert. Ik zoek geen anderen troost dan Hem getrouw te zijn.

ocr page 103

HOOFDSTUK XIX. 87

HOOFDSTUK XIX.

OVER DE NAASTENLIEFDE.

De Dienaar. H. Maagd, niet zonder heilig doel hebt gij de eenzaamheid van Nazareth verlaten, en u over het gebergte begeven. De geest der liefde bezielde u.

Zoodra de Engel u den gezegenden staat van uwe nicht Elisabeth had bekend gemaakt, gingt gij op om haar te bezoeken.

Gij gaat met spoed. ') De inspraken des Heiligen Geestes vorderen omnidde-lijke bereidvaardigheid ze uit te voeren.

De bergen beletten u niet. Met moed en kloekheid vervult de liefde hare plichten.

Gij verlaat den zoeten vrede uwer afzondering; want de liefde heeft hare rechten, waarvoor de lust naar eigen godsvrucht moet wijken.

Uwe liefde is standvastig. Drie maan-

') Luc. I, 39.

ocr page 104

88 HOOFDSTUK XIX.

den blijft gij Elisabeth uwe liefde en zorgen wijden.

Makia. Als gij God liefhebt, mijn kind, zult gij ook den naaste liefhebben, voor wien Hij van den Hemel neergedaald en mensch geworden is en Zijn leven aan het kruis gegeven {jeeft.

God wil het! moet dit woord alleen niet voldoende zijn ? Als gij God bemint, moet gij dan niet willen wat Hij wil? Moet gij niet alles doen, wat Hij verlangt?

Gij zult uw evennaaste liefhebben als u zeiven. Diliges proximum tuum sic ut te ipsum. ')

Het gebod is duidelijk, in juiste woorden vervat, voor geen dubbelzinnigheid vatbaar.

Het gebod is eenvoudig; het beantwoordt zoo volkomen aan de behoefte om te beminnen, door God in ons hart gelegd; maar door de zonde wordt de vervulling van dit gebod dikwijls moeie-lijk, en eischt somtijds veel opoffering en zelfverloochening.

') Mat. XIX : 19.

ocr page 105

hoofdstuk xix. 89

Jesus verklaarde dit gebod uitdrukkelijk tot Zijn gebod: Dit is Mijn gebod, dat gij elkander lief hebt. Hoe est mandatum Meum, ut dili-gatis invlcem ')• Hij stelde het tot kenteeken Zijner ware leerlingen; Hieraan, sprak Hij, zullen allen weten, dat gij Mijne leerlingen zijt, als gij liefde voor elkander hebt2). En die naastenliefde, die goed en barmhartig maakt, is grooter dan alle brand- en zoenoffers

De naastenliefde is de bijzondere genade, welke Jesus vóór Zijn lijden aan den Vader voor ons vroeg: Laten zij één zijn, gelijk Wij. Ut sint unum sicut et nos 4). Zij is het kort begrip der geheele Christelijke wet, zoodat hij, die de liefde bewaart, de geheele wet onderhoudt.

De naastenliefde is u dus ten strengste opgelegd. Maar hoe moet gij die beoefenen ?

Jesus zeide tot zijne leerlingen: 5e-mint elkander, gelijk Ik u heb liefgehad. De liefde van Jesus is dus het toonbeeld uwer liefde.

') Joan. xv. 12. !) Joan. xiii, 35. ') Marc. xii 33. «) Joan. xvii, 22.

ocr page 106

90 HOOFDSTUK XIX.

Jesus' liefde was edelmoedig. Hij heeft alles voor ons opgeofferd, tot den laat-sten druppel van Zijn bloed.

Zij was algemeen en strekte zich tot allen, rechtvaardigen en zondaren, uit.

Zij was geduldig. Hij leed van booswichten en van zijne grootste vrienden zonder klacht.

Zij was zachtmoedig en welwillend, zelfs voor Judas den verrader.

Zij was mild en schonk in alles overvloedig geestelijke en tijdelijke gunsten.

Ook uwe liefde moet derhalve edelmoedig, algemeen, geduldig, zachtmoedig, welwillend en mild zijn.

Geef den naasten al wat gij geven kunt, de gaven van uw hart door hen te troosten in hun lijden; de gaven van uwen geest door hen goeden raad te geven; uwe stoffelijke gaven door aalmoezen en onderstand.

Zie in den naaste niet den mensch, maar God, wiens beeld en gelijkenis hij is, en zonder niemand, zelfs niet uw vijand, van uwe liefde uit. Als men den naaste alleen naar diens verdiensten en goede eigenschappen wil

ocr page 107

HOOFDSTUK XIX. 91

helpen, zal men maar zelden de naastenliefde beoefenen.

Vergeef gaarne aan allen wal zij tegen u misdoen; vergeld geen kwaad met kwaad, maar overwin het kwade door het goede. ')

quot;Wees altijd liefdevol en onmiddellijk tot liefdediensten bereid. Uitstel doet altijd eenige verdiensten verliezen. Let niet op de offers, die van u gevraagd worden, maar op hetgeen de naaste noodig heeft.

Uwe liefde zij zoo overvloedig mogelijk. Zich zonder reden in liefdediensten voor den naaste beperken, is veeleer den plicht der liefde verzaken, dan vervullen.

Leg u vooral toe op liefdewerken, die u zelf eenige moeite en zelfverloochening kosten; doe ze persoonlijk en laat ze in den regel niet door anderen in uwen naam doen.

Jesus heeft u dit geleerd. Hij zond geen Engelen van den Hemel om u te verlossen, maar kwam zelf op aarde en onderging voor u de grootste smarten.

') Eom. XII : 21.

ocr page 108

92 HOOFDSTUK XIX.

Broeders, zoo vermaant de H. Paulus, al spreek ik de talen der menschen en Engelen, zoo ik de liefde niet heb, ben ik geworden als een geluidgevend metaal of een klinkende schel. En al heb ik de prophetie-gave en ken ik alle geheimen en bezit ik alle wetenschap, en al heb ik alle geloof, zoodat ik bergen kan verzetten, zoo ik de liefde niet heb, ben ik niets. En al deel ik mijne bezittingen uit tot voedsel voor de armen, en al lever ik mijn lichaam over om te branden, zoo ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lijdzaam, zij is goedertieren; de liefde benijdt niet, zij handelt niet onbescheiden, zij is niet opgeblazen, zij is niet eerzuchtig, zij zoekt het hare niet, zij wordt niet toornig, zij denkt geen kwaad, zij verheugt zich niet over de onrechtvaardigheid, maar verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. ')

') 1 Cor. XIII : 1-8.

ocr page 109

HOOFDSTUK XX. 93

HOOFDSTUK XX.

OVEE DE GROOTHEID VAN GOD.

Hoor, mijne ziel, hoe Maria in heilige vervoering de grootheid van God verheerlijkt; — vereenig uwe lofzangen met de hare.

Verhef met haar den Heer, den Machtige, die groote wonderwerken doet, Wiens Naam heilig is, en den lof van heel de aarde verdient.

Hij heeft de kracht van Zijnen arm uitgewerkt; die hoogmoedig waren in de gedachte huns harten, heeft Hij verstrooid. Hij heeft de machtigen van den troon gestooten en de nederigen verheven. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en de rijken ledig weggezonden ').

Wien komt die lof en verheerlijking toe, tenzij alleen aan God!

De grootheid des menschen is beperkt, geleend en onstandvastig. Zij

') Luc. I, 46, en vlg.

ocr page 110

94 HOOFDSTUK XX.

gaat zoo licht ten onder. Zij hangt af van onze wispelturige ideeën en is dikwijls slechts eene dwaze inbeelding.

Maar groot is de Heer en allen lof waardig, en Zijne grootheid kent geen grenzen. Magnus Dominus et lau-dabilis nimis, et magnitudinis ejus non est finis. ')

De grootheid der koningen eindigt met hun leven. Hunne nagedachtenis vergaat met gedruisch; maar de Heer blijft in eeuwigheid. Periit memo r ia eorum cun sonitu, et Dominus in aeternum p er man et 2). Uwe glorie, o God, wordt niet ingekort, noch door de grenzen der aarde, noch door de perken van den tijd.

Waarop kunnen de menschen roemen? Al wat zij kunnen en bezitten, hebben zij van ü. JSfiets kunnen zij zonder U; en Gij kunt alles zonder hen.

Gij alleen zijt groot uit Uzelven. Geen andere macht hebt Gij noodig om Uwen wil te volvoeren. Wiilen en doen is voor U gelijk.

Alle volmaaktheden der zichtbare en

') Ps. CXLIV. 3. !) Ps. IX. 7 8.

ocr page 111

HOOFDSTUK XX. 95

onzichtbare schepping bezit Gii onbegrensd en zonder de minste onvolmaaktheid. Gij zijt de Volmaaktheid in al hare volheid.

De grooten dezer wereld verdienen onze achting, wijl zij het beeld van Uwe grootheid zijn, en een deel van Uwe macht aan hen is toevertrouwd. Maar wat zijn zij in betrekking tot U ? Stof en asch, gelijk de anderen.

Do mine Deus virtutum, quis similis tibi ')? Heer, God der Heerscharen, wie is aan Ugelijk? Gij alleen verdient de aanbidding van Hemel en aarde, omdat Gij alleen in alles, altijd en overal groot zijt!

Groot in uwe werken, zoo in de kleine als in de wonderbaarste; in de bloemen des velds, in de sterren des uitspansels.

Groot in wijsheid en macht, rechtvaardigheid en goedheid.

Wie zal de macht des Heeren vermelden ? Quisloqueturpotentias Domini? quot;•')

Ik beken mijne onmacht. Maar die

■) Ps. LXXXVIII, 9. !) Ps. CV. 2.

ocr page 112

96 HOOFDSTUK XXI.

bekentenis is U tot eer; want daardoor breng ik eer aan Uwe oneindige grootheid, die boven allen lof en onuitsprekelijk is.

HOOFDSTUK XXI.

ovee de baemhaetigheid van god.

De Dienaae. Hoe zoet en aangenaam is mij uwe stem, o gezegende Moeder van Jesus, als ik u de barmhartigheid des Heeren hoor verkondigen in den-zelfden lofzang, die Zijne grootheid vermeldt.

Et misericordia ejus a progenie in progenies ti menubus eum. ') Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht voor die Hem vreezen.

Maeia. Mijn kind, nooit slaat Hij de

gt;) Luc. I, 50.

ocr page 113

HOOFDSTUK XXI. 97

zondaren in Zijnen toorn, nooit doet Hij hen Zijne straffen gevoelen, of eerst beproeft Hij, hen door weldadige liefde tot betere gedachten te brengen en voor Zich te winnen.

De ondankbaarheid en ontrouw van Zyn uitverkoren volk Israël hebben de bron Zijner goedheid niet kunnen uitdrogen. Met vaderlijke liefde heeft Hij hun altijd de schatten Zijner barmhartigheid geopend.

Hij had Abraham en zijn nageslacht eenen Verlosser beloofd; doch de Joden waren die genade niet waardig. Toch hield Hij Zijne belofte en gaf aan de kinderen, wat de ouders niet verdienden.

De Verlosser kwam, en de menschen hebben de liefde, die Hij voor hen had, niet kunnen loochenen.

Aan alle ongelukkigen reikte Hij eene behulpzame hand; Hij genas de zieken, wekte dooden weder ten leven op, en al de liefde van zijn Goddelijk Hart stortte Hij uit in zielenijver voor de bekeering der zondaren.

Maar met verdriet en grievend leed des harten zag Hij Zich toch verlaten. Zoovele ondankbaren gaven aan eene

7

ocr page 114

98 HOOFDSTUK XXI.

valsche vrijheid de voorkeur boven de kostbare vrijheid der kinderen Gods.

In de overmaat Zijner onuitputtelijke liefde beklom Hij het kruis, en stortte er den laatsten druppel van Zijn Goddelijk bloed.

De menschen zagen Hem in dien staat; zij aanschouwden Hem zonder ontroering; hoofdschuddende zijn zij voorbijgegaan.

En toch verdelgt Hij ze niet in Zijne gramschap; maar onophoudelijk roept de stem van Zijn bloed om genade en barmhartigheid voor allen.

Mijn kind, hoe schoon wordt u de oneindige barmhartigheid van Jesus, Zijne liefde om de zondaren af te wachten, en Zijne goedheid om ze in genade aan te nemen, afgebeeld in de gelijkenis van den verloren zoon!

De verloren zoon was eigenzinnig en ondankbaar geweest, en had alle zijne bezittingen moedwillig verkwist; hij had zijnen vader onteerd door zijn schandelijk gedrag en bedroefd door zijne afdwalingen; hij droeg nog de sporen zijner losbandigheid in de verscheurde kleederen en het uitgeteerd

ocr page 115

HOOFDSTUK XXI. 99

gelaat. Maar hij kwam terug en vernederde zich voor zijnen vader en sprak rouwmoedig: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u, ik hen niet waardig uw zoon genoemd te worden '). En toen hij nog ver af was, zag hem reeds zijn vader en werd door medelijden bewogen, en toesnellend viel hij zijn zoon om den hals en kuste hem; hij gaf hem het beste kleed, een ring aan zijne hand en schoenen aan de voeten; het gemeste kalf liet hij brengen en slachten, en er werd maaltijd gehouden en feest gevierd, want de zoon, die dood was, herleefde weder, en die verloren was, was weergevonden!

Hoe menige zondaar is door die gelijkenis tot in het diepst zijner ziel ontroerd geworden; hoe menige afgedwaalde, die hoorde dat hij in Jesus zulk een vader vindt, is uit de diepte zijner ellende opgestaan, om in den schoot van Gods barmhartigheid vergiffenis te vinden!

De Dienaar. Ach, ook ik, Heilige

') Luc. XV : 21.

ocr page 116

100 HOOFDSTUK XXI.

Moeder, heb zwaar gezondigd in mijn leven en de genade en liefde van Jesus roekeloos verloren. Ik heb de IJdelheid der wereld nagejaagd en mijn geluk gezocht in de genieting van het kwaad. Maar als een afgedwaald schaap ben ik door den Goeden Herder tot den schaapstal teruggevoerd. Hij heeft mij op zAjne schouderen genomen en gedragen, alsof Hij bevreesd was, dat ik te vermoeid zou zijn om weer te keeren.

Zal ik ooit dien dag vergeten, waarop die teedere Vader mij, verloren kind, zag terug komen, mij als omarmde, en besproeide met Zijne tranen en aan het hart drukte.

Hoe goed is God! Bij het zien van een oprecht vermorzeld en vernederd hart, vergeet Hij dat Hij rechter is, en toont zich alleen als Vader.

H. Maagd, Moeder van den Grod der Barmhartigheid, aan wier voorspraak ik mijne bekeering te danken heb, verkrijg mij de genade om op den weg der deugd standvastig te volharden.

Uwe liefde voor mij zal toch niet minder wezen dan mijn vertrouwen in u ? De vijand mijner zaligheid zal toch

ocr page 117

HOOFDSTUK XXII.

niet meer vermogen om mij te verderven, dan gij om mij te redden?

Gedenk, o Goedentierene Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die zijne toevlucht tot u nam, uwen bijstand verzocht, uwe voorspraak inriep, door u is verlaten geworden.

Verwerf voor uw kind levendig berouw over het verledene, volkomen getrouwheid voor het tegenwoordige, en onwankelbare volharding voor de toekomst; dan zal ik eenmaal in den Hemel de barmhartigheid des Heeren maar ook uwe goedheid in eeuwigheid loven. ')

HOOFDSTUK XX11.

OVBK DE DANKB A A RI-IEIO VOOIl GODS WELDADEN.

Oneindig goede God, uit dankbaarheid voor alle tijdelijke en geestelijke gim-

') Ps. LXXXVIII, 2.

101

ocr page 118

102 HOOFDSTUK XXII.

sten, welke Gij mij geheel mijn leven hebt geschonken, offer ik U de dankbaarheid op, welke Maria ü betoonde, toen zij het huis van Zacharias en Elisabeth binnentrad.

Elisabeth gaf Maria den meest verdienden lof; Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws Uchaams ')• Maar Maria wikte dat Elisabeth haar, die de weldaden ontvangen had, zou vergeten om alleen aan den Weldoener te denken.

Alle schepselen had zij wel met zich willen vereenigen, om U, ö God, voor die hemelsche voorrechten te zegenen.

Zij kende geen hooger geluk dan dat God, om Zijne groote barmhartigheid te toonen, op de geringheid Zijner dienstmaagd had neergezien -).

Helaas, mijn God, voor al de blijken Uwer liefde, welke ik van u ontvangen heb, heb ik U nog nimmer oprechte dankbaarheid betoond.

Alle goed ontvang ik van ü; maar zoo een woord van dank mij van de

') Luc. I, 42. ') Luc. I, 48.

ocr page 119

HOOFDSTUK XXII. 103

lippen komt, breng ik dat niet aan U, maar aan de menschen.

Als mijne plannen gelukken, schrijf ik den goeden uitslag aan mijne bekwaamheid, niet aan Uwe genade toe.

Maar wat ben ik van mij zeiven, en wat kan ik uit mij zeiven vooral ten opzichte mijner zaligheid? Toch denk ik er niet aan te bidden om Uwe hulp en U daarvoor dankbaar te zijn.

Zelf hebt Gij, o God, in onze natuur een heilig plichtbesef ingeprent om voor alle goede gaven den weldoeners dank te betuigen: de dankbaarheid wordt zelfs door ongeloovigen als eene edele deugd geroemd.

Maar welken dank moet ik dan niet aan ü brengen, die mij zoo boven mate in alles begunstigt?

Ondanks mijne onwaardigheid en ontelbare zonden daalt lederen dag Uw zegen op mij neder. In al de jaren, die ik geleefd heb, is er geen enkele dag voorbijgegaan, zonder dat Gij op bijzondere wijze mij gevoed, bewaakt en beschermd hebt.

En hoevele geheel bijzondere gunsten hebt Gij nog aan mij, en aan mij al-

ocr page 120

104 HOOFDSTUK XXII.

leen, met voorbijgaan van anderen geschonken ; terwijl wellicht die anderen Uw gunsten meer waardig waren!

Ongelukkige zwakheid mijner ziel! wat zou er van mij worden als Uwe genade, mij zou verlaten?

Mijn God, laat nimmer onverschilligheid of ontrouw mij Uwe gunsten doen verliezen of ondankbaarheid ze doen vergeten.

Niets verlangt uw Goddelijk Hart meer dan wel te doen. Maar van alle ondeugden belet de ondankbaarheid het meest de hulp uwer barmhartigheid.

Duizendmaal heb ik verdiend geen erbanning meer te vinden; maar door overmaat van liefde hebt Gij mijn hart willen verwinnen.

Groote God, ik bied U geen tegenstand meer. Voortaan zal ik U geheel toebehooren. Gelijk ik leef alleen door U, zoo wil ik ook leven alleen voor U.

Geef mij de genade om Uwe hulp altijd in te roepen en U altijd dankbaar te wezen; want geen dag gaat er in mijn leven voorbij, waarop ik de gunsten Uwer barmhartigheid niet hoog-noodig heb.

ocr page 121

HOOFDSTUK XXIII. 105

HOOFDSTUK XXIII.

OVBR DE BEZOEKEN.

Het voorbeeld, door Maria ons gegeven in haar bezoek bij hare nicht Elisabeth, moet de regel van ons gedrag zijn in ons verkeer met de menschen.

Ofschoon zij Moeder Gods was, wachtte Maria niet, totdat Elisabeth haar het eerst zou bezoeken. De dwaze teergevoeligheid van hen, die op hunne waardigheid en stand naijverig zijn, en altijd over den voorrang twisten, was haar geheel vreemd.

Maar wat bewoog Maria om dat bezoek te brengen?

De menschen bezoeken elkander veelal alleen uit nieuwsgierigheid, ijclelheid of eigenliefde. Maar Maria deed het om heilige redenen.

Deugdzame menschen handelen uit deugd zelfs bij bezoeken, welke de wereld slechts als wellevendheid zou beschouwen.

Godsvrucht, liefde, de eer van God

ocr page 122

106 HOOFDSTUK XXIII.

richtten de schreden van Maria. Zij ging hare nicht gelukwenschen met de genade, welke God haar had gegeven en waarvan zij door den Engel was onderricht geworden.

Zij ging haar bezoeken met het doel om haar van dienst te zijn en zich met haar in heilige vriendschap nauwer te verbinden.

De godsvrucht mag ons nooit beletten de plichten van het maatschappelijk leven te vervullen. Integendeel, zij doet ze ons door Christelijke inzichten heiligen.

Ieder oogenblik tracht zij voor ons nuttig te maken; maar daarom weert zij zooveel mogelijk iederen onnutten omgang, ieder bezoek uit louter vermaak.

De bezoeken, welke godvruchtige personen gaarne brengen, zijn die, waar zij zichzelven en anderen kunnen stichten.

Ieder ander bezoek mishaagt hun; deugd wil bij deugd zijn. Ieder ander bezoek verveelt hen; want buiten zijn kring vindt niemand vermaak.

Zelfs de meest onverschillige handelingen verrichtten de Heiligen tot eer

ocr page 123

HOOFDSTUK XXIII. ]07

van God, tot stichting der naasten of tot eigene vervolmaking. Als men hen navolgde en elkander in dien geest ging bezoeken, zou men dan niet vele vruchten van deugd en ware godsdienstigheid uit dien maatschappelijken omgang trekken?

Men zou elkander tot deugd opwekken, en duizend onschuldige zoetheden smaken, die aan de wereldsche men-schen onbekend zijn.

Men zou niet terugkeeren met dat ledige, hetwelk de vervelende bezoeken der wereld in het hart laten, maar met heilige tevredenheid, dat goeden men-schen eigen is.

Heb dan altijd het voorbeeld van Maria voor oogen. Verlaat zelden uwe eenzaamheid en onderhoud geen anderen omgang dan met deugdzame personen.

Verkeer weinig met jonge en vreemde lieden; zoek niet de rijken te vleien, maar voeg u bij eenvoudigen. Dikwijls meenen wij door onze bezoeken aan anderen te behagen; terwijl wij hun door onze gebreken veeleer mishagen.

Tracht slechts door uw bezoek God

ocr page 124

108 HOOFDSTUK XXIV.

te dienen en den naaste te stichten; dan zult gij den omgang, dien gij met de menschen verplicht zijt te onderhouden, ook voor uzelven voordeelig maken.

HOOFDSTUK XXIV.

OVER DE GESPEEKKEN.

Verplaats u in den geest bij Elisabeth, toen Maria haar met haar bezoek vereerde, en overweeg de lessen van zedigheid, nederigheid, bescheidenheid en liefde, welke u daar gegeven worden.

Elisabeth groet Maria als Moeder Gods, overlaadt haar met lof en zegeningen, verheft hare grootheid en wenscht haar geluk met hare hemelsche voorrechten.

Maar Maria laat zich niet door hare waardigheid verblinden; zij brengt dien lof als geurigen wierook terug tot God, om Hem alleen te doen verheerlijken.

Zij ontkent niet, dat de Almachtige groote dingen aan haar gedaan heeft; maar zij brengt er Hem de eer van; —

ocr page 125

HOOFDSTUK XXIV. 109

en terwijl zij de Moeder is van Jesus, vergeet zij niet, dat zij ook Zijne dienstmaagd is.

Die oprecht nederig is, heeft niets van die valsche bescheidenheid, waaronder men niet zelden geheimen hoogmoed verbergt.

Hoevelen zijn er inderdaad, die den lof, welke hun wordt toegebracht, alleen verwerpen om nog hoogeren uit te lokken, en aldus de bescheidenheid op listige wijze aan de ijdelheid dienstbaar maken!

Maria en Elisabeth onderhouden zich over Gods grootheid, barmhartigheid en goedheid, en geheel van Zijne liefde vervuld, stellen zij er al haar vermaak in, de wonderen Zijner almacht te vermelden.

Als de gaven Gods het eenig voorwerp onzer vreugde zijn, dan brengen wij ook aan Hem alleen, als den Gever van die gaven, onzen dank en lof.

De mond spreekt van den overvloed des harten. Ex abundantia cordis os loquitur ')■ Onderhoudt gij u uit-

') Mat. XIJ, 34.

ocr page 126

110 HOOFDSTUK XXIV.

sluitend over de wereld en hare IJdelheid, dan is dit een al te zeker teeken, dat gij slechts de wereld liefhebt, en uw hart door hare valsche bekoorlijkheden wordt aangetrokken.

Zij zijn van de tvereld, zegt de beminde leerling van Jesus, daarom spreken zij van de wereld, en de wereld hoort hen. Ipsi de mundo sunt, id00 de mundo loquuntur, et mundus eos audit1). Waart gij van God, gi] zoudt van God spreken, of minstens niets zeggen, wat niet volgens Gods eer is.

Waarover onderhouden zich gewoonlijk de wereldlingen ? Over beuzelingen, nietigheden en geruchten; en dergelijke gesprekken noemt men nog de meest onschuldige.

Want waar men het liefst over spreekt, en waar de geest het meest behagen in schijnt te stellen, zijn de gebreken en fouten van den naaste. Het is dikwijls, of het gesprek kwijnt, als niet de een of ander over den hekel wordt gehaald.

*) 1 Joan. IV, 5.

ocr page 127

HOOFDSTUK XXIV. Ill

Wee u, kwaadsprekende tongen, die altijd scherp zijt als van eene slang, en er genoegen in schept den goeden naam van een afwezige te bezoedelen of te rooven!

Maar wee ook dengene, die er vermaak in heeft u aan te hooren! Die het oor leent aan kwaadsprekerij, maakt zichzelven er aan schuldig.

Indien iemand meent, dat hij godsdienstig is, maar zijn tong niet bedwingt, diens godsdienst is ijdel. Si quis pu-tat se religiosum esse, non re-fraenans linguam suam, hujus vana est religio ').

Al zoudt gij getrouw uwe plichten vervullen, en voor het oog der men-schen aanspraak mogen maken op den naam van godsdienstig Christen, — als gij geen acht geeft op uwe tong, op uwe taal en woorden, dan maakt gij uwe godsdienstigheid zonder kracht, zonder verdienste en zonder vrucht. Gij wordt gelijk aan iemand, die met de hand tarwe in zijn akker zaait, maar het aanstonds weder met den

') Jac. I, 26.

ocr page 128

112 HOOFDSTUK XXIV.

voet vertreedt, zoodat het zaad geen vruchten kan voortbrengen.

Wees altijd behoedzaam in uw spreken. Zeg met David: Ik zal mijne ivegen bewaken, om niet te zondigen door mijne tong '). Spreek weinig; want die veel spreekt, toont weinig wijsheid, wijl hij zich den tijd niet gunt om over zijne woorden na te denken. Het eenmaal gesproken woord keert nimmer weder, zoodat somtijds geen honderd woorden kunnen goed maken, wat met één woord is misdreven.

Maak er u boven alles eene gewetenszaak van om nooit van iemand kwaad te spreken. Kunt gij anderen daarin niet beletten, toon dan ten minste door uw stilzwijgen, dat gij in hunne zonden geen deel wilt nemen.

Verafschuw elk gesprek, dat de zedigheid kwetst, want onzedige woorden zijn als rondspattende vuurvonken, die groot onheil teweeg brengen. Wacht u te lachen bij taal, die de wereld geestig noemt, doch die maar al te dikwijls de taal van onzuiveren hartstocht is.

') Pa. XXXVIII, 2.

ocr page 129

HOOFDSTUK • XXIV. 113

Stel er eene eer in, iemand te wezen, voor wien men zich wel wachten zal den godsdienst of de deugd aan te randen. Berisp den zondaar met heilige vrijmoedigheid; en als gij geen middel weet om de zonden op zijne lippen tegen te houden, laat dan minstens ondubbelzinnig uw afkeer blijken.

Wees waar in uwe verhalen, zedig en voorzichtig in uwe woorden, en verder beleefd voor iedereen.

Onderhoud u gaarne in uwe eigene woning alleen met G-od, dan zult gij, als gij onder de menschen komt, veel minder gevaar loopen.

Bid God, vóór gij in gezelschappen verschijnt, om eene wacht aan uwen mond te stellen. Pone, üomine, custodiam ori meo1), en denkon-der het spreken aan Gods tegenwoordigheid, die u hoort en ziet.

Geef u ten laatste bij het einde van uw gesprek rekenschap, waarover gij gesproken hebt, om God te danken, als gij u hebt gedragen, gelijk het behoort, of u te verbeteren, als gij hebt misdreven.

') Ps. CXL, 3.

8

ocr page 130

114 HOOFDSTUK XXIV.

De tong, hoe gevaarlijk ook in den mond van een lichtzinnige, is een wonderbare gaaf van God. Als gij er een goed gebruik van maakt, kunt gij zeer veel nut stichten; want de tong van een verstandig en voorzichtig mensch onderwijst en bemoedigt, wekt ten goede op en schrikt af van het kwaad. En alle goede werken, die op uw woord verricht* worden, al het kwaad dat gij belet, alle edele gevoelens, die gij bij anderen opwekt, vermeerderen uwe verdiensten bij God.

Mijne Broeders, zoo vermaant ons de H. Jacobus, in vele dingen misdoen wij allen. Zoo iemand met spreken niet zondigt, die is een volmaakt man; want hij kan zijn geheele lichaam in toom houden.

Als wij de paarden den toom in den mond leggen, opdat zij ons gehoorzamen, dan leiden wij ook geheel hun lichaam om.

Ziet ook de schepen, al zijn zij groot en al worden zij door de winden voortgedreven, door een klein roer worden zij omgewend, waarheen de stuurman wil. Zoo ook is de tong wel ee.n klein

ocr page 131

HOOFDSTUK XXIV. 115

lid, maar brengt groote dingen teweeg.

Ziet, hoe een klein vuur een groot bosch in brand steekt. Ook de tong is een vuur, eene wereld van boosheid. De tong is een lidmaat dat het geheele lichaam bevlekt, onzen levensloop van de geboorte af in vlam zet en zelf ontstoken wordt door de hel.

Want alle slag van wilde beesten en vogels, kruipende en andere dieren wordt getemd en is getemd door de menschelijke natuur; maar de tong is geen mensch bij machte te temmen. Zij is een rusteloos kwaad, vol doode-lijk vergif. Met haar zegenen wij God en den Vader, en met haar vloeken wij de menschen, die naar Gods evenbeeld geschapen zijn: uit denzelfden mond gaat zegening en vervloeking uit.

Dit, mijne Broeders, behoort niet zoo. Welt uit dezelfde bronader zoet en bitter water op? Kan een vijgeboom druiven voortbrengen, mijne broeders, of een wijnstok vijgen? Zoo kan ook geen zout water zoet voortbrengen.

Wie is er wijs en verstandig onder u? Hij toone door eenen goeden levenswandel zijne daden in wijze zacht-

ocr page 132

116 HOOFDSTUK XXIV.

moedigheid! Doch zoo gij bitteren naijver hebt en er twistziekte is in uwe harten, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Want zulk eene wijsheid daalt niet van boven af; maar is eene aardsche, eene zinnelijke, eene duivelsche. Waar toch naijver en twistziekte is, daar is wispelturigheid en alle booze handel. Doch de wijsheid, die van boven komt is vooreerst zuiver, vervolgens vredelievend, bescheiden, meegaande, instemmend met de goeden, vol medelijden en goede vruchten, zij oordeelt niet en is ongeveinsd. De vrucht van gerechtigheid wordt in vrede gezaaid door hen, die vrede stichten.')

■) Jac. III.

ocr page 133

HOOFDSTUK XXV. 117

HOOFDSTUK XXV.

OVER DE WARE VBÏENDSCHAP.

Een trouwe vriend is een sterk schild; die zulk eenen vindt, vindt een schat. Niets is te vergelijken met een oprechten vriend, en geen gewield van goud of zilver haalt bij de kostbaarheid zijner trouw. Een ware vriend is balsem des levens en der onsterfelijkheid, en die den Heer vreezen zullen hem vinden; die God vreest zal ook goede vriendschap hebben, omdat zijn vriend wezen zal gelijk hij is ').

Maria en Elisabeth bieden ons een voorbeeld der volmaakste vriendschap, welke heilig is en zuiver van alles, wat de vriendschap der menschen gewoonlijk bederft.

Door overeenkomst van karakter en godsdienstigen zin gevoelden zij zich wederkeerig tot elkander getrokken, en bewonderden in elkander de buiten-

') Eccli VI, li—17.

ocr page 134

118 HOOFDSTUK XXV.

gewone schoonheid en voortreffelijkheid, waartoe genade en deugd de ziel verheffen.

Zij onderhielden zich mot elkander, schonken elkander onderling vertrouwen, namen samen raad, bewezen elkander diensten; en al die bewijzen van vriendschap hadden slechts één doel; de verheerlijking van God.

Gelukkig door de vriendschap verlieten zij elkander, doch zonder op te houden elkander vurig te beminnen; want ware liefde, welke twee harten vereenigt, is aan geen veranderlijkheid onderhevig.

Een goede vriend is noodig, om in de deugd standvastig te blijven en moedig voort te gaan.

De Zaligmaker heeft door Zijn voorbeeld de vriendschap geheiligd. Hij beminde den H. Joannes, Lazarus, Martha en Maria Magdalene.

Indien de vriendschap ten doel heeft de liefde, de godsvrucht en de deugd in ons te bevorderen, zal zij volmaakt zijn, wijl zij van God is uitgegaan, tot God wederkeert en eeuwig in God du-

ocr page 135

HOOFDSTUK XXV. 119

ren zal. Hoe goed immers is het op aarde te beminnen, wat men in den hemel eeuwig beminnen zal!

Een ware vriend helpt in den nood, troost in lijden, verlicht in twijfeling, leidt in zaken, behoedt voor dwaling en spoort ons door woord en voorbeeld tot trouwe plichtsvervulling aan.

De ware vriendschap is eenvoudig in hare woorden, kent geen andere dan heilige bedoelingen, geen liefdebewijzen dan die zuiver zijn; zij bemint het licht en verbergt zich niet, maar toont zich gaarne aan de menschen; zij is eerlijk, beleefd, vol liefde, en eindigt in eene volmaakte en zuivere vereeniging des geestes, die het levend beeld van de zalige vriendschap des hemels is. Want als een aangename balsem druppelt de godsvrucht van het eene hart in het andere, en over zulke vriendschap stort God zijn zegen ten eeuwigen leven uit.

Maar vleien wij ons niet de onschuldige zoetheid der vriendschap te smaken, als wij ze niet zoeken in eene deugdzame vriendschap.

Dagelijks bedriegt men zich in de keus

ocr page 136

120 HOOFDSTUK XXV.

zijner vrienden. Slechts aan hen, wier trouw bekend is, en op wier godsdienstigheid men rekenen kan, mag men vertrouwen schenken.

Vriendschap ontstaat somtijds heilig; maar als men niet voorzichtig is, zal de ijdele liefde er zich gemakkelijk onder mengen, de zinnelijke liefde zal volgen en ten laatste zal de vleesche-lijke liefde zich openbaren. Men weet wel, waar zulk eene liefde begint, maar niet waar zij zal eindigen.

Dikwijls schijnt de vriendschap in den beginne oprecht en levendig; maar eindigt weldra, wijl zij zonder deugd is.

Overal kan men genoeg vrienden vinden, die uitwendige teekenen van gehechtheid geven; maar meer valt van hen niet te verwachten.

Zij blijven vrienden zoolang zij voordeel in de vriendschap zien; maar houdt dit op, dan verlaten zij ons. Zij trachten ons van ondeugden af te houden, als de schande op hen zou kunnen terugvallen; maar geen bezwaar zien zij er in, om ons tot ondeugden te voeren, die door den godsdienst bestreden, doch door de wereld begunstigd worden.

ocr page 137

HOOFDSTUK XXV. 121

De vriendschap dezer wereld is de vijandin van God. Amicitia hu jus mundi inimica est Dei ').

Wees dus voorzichtig in uwe keus. Let niet op schoonheid, rijkdom of talenten, maar op de deugd alleen.

Neem uw toevlucht tot het gebed, en God zal u eenen vriend doen vinden, die u waardig is en in alles op u gelijkt. Ware vriendschap kan in zonde niet blijven duren. Als zij niet op deugd gevestigd is, ontaart zij in zinnelijkheid en ondeugd.

En als gij een waren vriend gevonden hebt, tracht dan zooveel gij kunt door uwe vriendschap goed te stichten. Waar gij goede voorbeelden geeft, zult gij ze ook terug ontvangen.

Waardeer de liefde van uwen vriend, en schenk hem wederliefde, zooveel uw geweten u kan veroorlooven; maar ga nooit verder.

Eisch niets van hem dan wat rechtvaardig en redelijk is; maar bovenal vlei hem nimmer om ook door hem gevleid te worden.

') Jac. IV, 4.

ocr page 138

122 HOOFDSTUK XXVI.

1

HOOFDSTUK XXVI.

OVER HET VERTROUWEN OP DE GODDELIJKE VOORZIENIGHEID.

Het vertrouwen op God is een der grootste eerbewijzen, die wij aan de Goddelijke volmaaktheden kunnen brengen. Hoe onbeperkter ons vertrouwen is, des te meer verheerlijken wij Hem.

Door dat vertrouwen erkennen wij Hem als onzen oppersten Heer, die alles kan, wat Hij wil, en wiens wil gelijk is aan Zijne macht. Het is een der krachtigste middelen om vele genaden en bijzondere gunsten van den Hemel te verkrijgen.

Van die deugd heeft Maria ons schoone voorbeelden gegeven, en een der merkwaardigste is, dat Maria de zorg om haren goeden naam te bewaren geheel aan Gods Voorzienigheid overliet.

Bij den bruidegom namelijk, die haar als bewaarder harer maagdelijkheid was gegeven, was eene pijnlijke onzekerheid ontstaan. Immers de H. Joseph was

ocr page 139

HOOFDSTUK XXVI. 123

noch door God, noch door Maria over het Geheim der Menschwording ingelicht. Hij wist en begreep hiervan niets en dacht er zelfs over haar heimelijk te verlaten.

Maria toonde echter niet de minste onrust. Vol vertrouwen op God, wachtte zij in onderwerping het oogenblik Zijner Voorzienigheid.

Haar groot vertrouwen werd niet teleurgesteld. Een Engel des Heeren werd tot Joseph in den slaap gezonden om hem te boodschappen: Jbsep/i, Zoow van David, wil niet vreezen Maria uwe vrouw tot u te nemen, want wat in haar geboren is, is van den Heiligen G-eest *).

Nu was zijn twijfel opgehelderd, en geheel van eerbied voor de deugd zijner bruid vervuld, aarzelde hij geen oogenblik zich onafscheidelijk met haar te verbinden.

Hoe goed is het vertrouwen op God te stellen, en in Zijne handen al onze belangen neder te 'leggen!

Aan dat vertrouwen is alles beloofd:

') Mat. 1, 20.

ocr page 140

124 HOOFDSTUK XXVI.

de dauw des Hemels, het vette der aarde, de goederen van tijd en eeuwigheid.

Qui ponit carnem brachium suum, erit quasi myricae in de-serto ')• Die het vleesch stelt tot zijn arm, dat is, die niet op God maar op de menschen steunt, zal als eene hei zijn in de woestenij.

Maar, die zijn vertrouwen stelt op den Heer, en zich op Hem verlaat, zal als een hoorn zijn, die hij de luateren geplant, naar de vochtigheid zijne wortels schiet. Zijn loof zal groen blijven, en nimmer zal hij ophouden vruchten voort te brengen 'x).

Alles wekt ons op tot vertrouwen op God: Zijne goedheid, almacht, belofte, getrouwheid. Hij kent al onze noodwendigheden en zwakheid, en is altijd bereid ons te helpen.

Neem dan in in al uwe zorgen, welke die ook mogen wezen, uwe toevlucht tot de Goddelijke Voorzienigheid.

Zegt de Zaligmaker niet: Weestniet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, noch voor uw lichaam,

') Jerem. XVII, 5, G. 8) Ibid. 8.

ocr page 141

HOOFDSTUK XXVI. 125

waarmede gij u zult kleeden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleeding? Aanschouwt de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien noch maaien, noch in schuren verzamelen; en uw hemel-sche Vader voedt ze. Zijt gij niet veel voortreffelijker dan zij?

En wat zijt gij voor kleeding bezorgd ? Beschouwt de leliën des velds, hoe zij groeien; zij arbeiden en spinnen niet; en toch zeg ik u, dat zelfs Salomon in al zijne heerlijkheid niet gekleed was gelijk eene derzelven. Indien nu God het gewas des velds, dat heden is en morgen in den oven geworpen wordt, aldus kleedt, hoeveel te meer u, klein-geloovigen! ')

Klaag dus niet. als God u geen troost, geen uitkomst geeft; Hij wacht slechts totdat gij u met vertrouwen aan Zijne voeten nederwerpt om Hem er om te vragen.

Hij kent uwen droevigen staat; maar wil dat uw vertrouwen Hem er over zal spreken.

') Mat. VI, 25-30.

ocr page 142

126 HOOFDSTUK XXVI.

o Hoe dikwijls maakt men zich ontsteld, verontrust en beangst, terwiil eene enkele oefening van vertrouwen rust en vrede in de ziel zou instorten!

Verkeert gij in gevaar, in twiifeling of verdriet, neem dan maatregelen, zoek middelen, vraag raad, maar neem boven alles uw eerste toevlucht tot God. De menschen kunnen u niet helpen, dan voor zoover God het hun verleent.

Jacta super Dominum curam tuam, et ipse te enutriet.') Werp op den Heer uwe zorg, en Hij zal u voeden. Invoca me in die tribulationis, eruam te.2) Eoep Mij aan, zegt God, op den dag der henamvdheid, Ik zalu redden.

Wanneer was ooit de toestand der Israëlieten zoo hopeloos, als toen zij, wegvluchtende voor de legers van Pharao, door de Roode zee werden tegengehouden. Maar was de nood ten toppunt gestegen, hun vertrouwen op God bleef onwankelbaar. En zie, de wateren der zee verdeelder, zich en stonden als muren, om hen droogvoets te laten overtrekken.

■) Ps. LIV, 28. *) Pa. XLIX, 15.

ocr page 143

HOOFDSTUK XXVI. 127

Zoo zal God ook uw vertrouwen weten te beloonen, zelfs met een wonder Zijner almacht.

Als uw vertrouwen maar niet vermetel is, kan het nimmer te groot wezen. Zoo zwak de mensch uitzich-zelven is, zoo sterk wordt hij door God, op wien hij vertrouwt.

Als wij daaraan altijd dachten, zouden wij ondervinden, dat Gods hulp ons dan alleen ontbreekt, als wij ons door mistrouwen die hulp onwaardig maken.

Zoek eerst het Rijk Gods, zegt Christus, en Zijne gerechtigheid, dat is: leg u eerst op deugd en godsvrucht toe, en stel op God een onbeperkt vertrouwen : en al het overige zal u worden toegeworpen. ')

') Mat. VI, 33.

ocr page 144

128 HOOFDSTUK XXVil.

HOOFDSTUK XXVII.

OVER DE GEHOORZAAMHEID.

Keizer Augustus, aan wien het Jood-sche land was onderworpen, wilde weten, hoe uitgestrekt zijn rijksgebied was, en vaardigde het bevel uit, dat ieder zich in zijne eigene stad voor de volkstelling moest laten opschrijven.

Maria en Joseph behoorden tot het geslacht van David en togen daarom opwaarts naar Davids stad: Bethlehem.

Of de keizer bij dit bevel gedreven werd door eigen belang of ijdelheid, onderzochten zij niet. Het bevel was gegeven; dit wisten zij en onderwierpen zich.

Had Augustus Maria gekend, hij zou haar, als Assuerus eenmaal tot Esther, gezegd hebben; non pro te h aec lex constituta est1), deze ivetis niet voor u gemaakt. Doch nu betrof de wet haar als alle anderen. Zij gehoorzaamde dan ook als alle anderen en

') Esther XV, 13.

ocr page 145

HOOFDSTUK XXVII. 129

beter nog; want zij deed het nederig, geduldig en zonder morren.

Zij, die boven alle vrouwen der aarde was gezegend, en den kostbaarsten schat mocht dragen, den Zoon van God, de vreugde der Engelen, den Verlosser aller menschen, zij boog het hoofd in edelmoedige en blinde gehoorzaamheid voor eenen aardschen opperheer. Meer nog, zij onderwierp zich aan eenen hei-denschen keizer, die het Joodsche land alleen door geweld van wapenen had overmeesterd en het volk van God onder zijne dwingelandij deed gebukt gaan. Zij gaat op weg naar eene vreemde stad, zonder te weten, waar zij een onderkomen zou vinden.

Maar had Maria dan geen reden om zich bi] den keizer te verontschuldigen? Waren hare omstandigheden niet zóó, dat een uitstel van eenige weken gewettigd kon heeten?

Doch in het bevel van den keizer zag Maria den wil van God. Zij erkende daarin de leiding der Voorzienigheid, en onderwierp zich blindelings.

De ware gehoorzaamheid zoekt niet

9

ocr page 146

130 HOOFDSTUK XXVII.

naar redenen. Eenvoud is haar eigenschap. Niets strijdt meer tegen den geest van gehoorzaamheid dan de voorzichtigheid des vleesches, die alles wil weten, alles onderzoeken.

Wat zou er van ondergeschiktheid terecht komen, als de bevelen der overheden aan het onderzoek der dienaren waren onderworpen ?

Al verdient soms een aardsche meester uwe gehoorzaamheid niet; God, dien hij vertegenwoordigt, verdient haar wel.

De overheid, die u beveelt, kan zich wel is waar in zijne bevelen bedriegen; maar uwe gehoorzaamheid kan nimmer dwalen, en heeft altijd groote verdienste bij God, als het bevel maar niet met Gods wet in strijd is.

De Heiligen leeren ons, dat het verdienstelijker is geringe werken uit gehoorzaamheid te doen, dan groote uit vrije keus.

De wijsheid der wereld spot met den nederigen eenvoud der gehoorzaamheid. Animalis homo non percipit ea, quae sunt Spiritus Dei '):(levlee-

•) I Cor. II, 14.

ocr page 147

HOOFDSTUK XXVII. 131

schelijke mensch begrijpt niet wat van den Geest Gods is. Doch wat geeft hij, die zich in zijn oordeel naar het Evangelie richt, om het oordeel der men-schen ?

Niet elke gehoorzaamheid is verdienstelijk hij God.

Als wij alleen uit menschelijk opzicht of uit vrees gehoorzamer, dan is zij bloot natuurlijk en kan geen loon dan van de menschen verwachten.

Om bij God verdiensten vour onze gehoorzaamheid te verwerven, moeten wij om eene bovennatuurlijke reden, dat is: om God gehoorzamen.

Maar zelfs in de gehoorzaamheid, die wij om God beoefenen, zijn dikwijls nog vele fouten en onvolmaaktheden, die hare waarde en verdiensten gedeeltelijk doen verloren gaan.

Onmiddelijk en blijmoedig gehoorzamen in hetgeen ons aangenaam is en de zinnen vleit, is veeleer zijn eigen wil dan den wil van anderen volbrengen ; men geeft dan meer aan zichzelven voldoening, dan dat men gehoorzaam is.

De ware gehoorzaamheid kent geen

ocr page 148

132 HOOFDSTUK XXVII.

uitstel in plichtsbetrachting; geen gemor tegen de overheid, die gebiedt; zij vraagt niet waarom er bevolen wordt, maar wat er bevolen wordt; zij volbrengt hare plichten niet om zich zeiven of om de menschen, maar alleen om God, die gehoorzaamheid bevolen heeft; en zoekt geen ander loon dan het loon van God.

De H. Petrus vermaant ons: S e r v i subditi estote in omni timore d o m i n i s, non tantum b o n i s e t modestis, sed etiam discolis ')• Dienaren, weest met allen eerbied aa.n uwe meesters onderworpen, niet alleen aan de goede en gemakkelijke, maar ook aan de kivade.

Gehoorzaamheid zal ons minder moeie-lijk vallen, als wij niet aan den mensch, dien wij gehoorzamen, maar aan God denken, om wien wij gehoorzamen.

Vir obediens loquetur victo-r i a m -). Een gehoorzaam man, zegt de H. Geest, zal overwinning spreken; dat is: zal op aarde en in den Hemel de overwinning behalen.

■) I Petr. II, 18. !) Prov. XXI ; 28.

ocr page 149

HOOFDSTUK XXVIII. 133

HOOFDSTUK XXVIII.

OVER HEÏ GELUK DER ARMEN.

De Dienaar. Gewaardig u, o H. Maagd, mij de genade te verleenen in deze oogenblikken te mogen overwegen dien volmaakten vrede, waarvan uwe ziel in den stal van Bethlehenr;, toen Jesus werd geboren, vervuld was.

Vermoeid en afgemat kwaarnt gij met den H. Joseph te Bethlehem aan, en uw eerste zorg was een geschikte plaats te vinden, waar gij den nacht zoudt kunnen doorbrengen; want een onderkomen was u hoog noodig, daar het uur, waarop de Zaligmaker dei-wereld zou worden geboren, was aangebroken.

Maar helaas, de stad is overvol van vreemdelingen, geen enkele woning kan u meer opnemen. Gij gaat van huis tot huis, dwaalt van den eenen kant der stad naar den anderen om het medelijden in te roepen, maar

ocr page 150

134: HOOFDSTUK XXVIIF.

hoe dringend ook uw smeeken is, meedoogenloos wordt gij afgewezen.

Nogmaals waagt gij het aan enkele deuren aan te kloppen, maar vergeefs! Niemand die medelijden had met de Maagd, die op het punt stond Moeder te worden.

Ofschoon gij getuige waart, hoe ieder in weelde en genot den tijd binnen de huizen doorbracht, zwierft gij alleen met den H, Joseph, arm, vermoeid, in den kouden winternacht, en in hoogst zorgvolle omstandigheden op de straat, en waart eindelijk verplicht in eenen beestenstal uw intrek te nemen; maar toch, er was vrede in uwe ziel!

Koningin der Engelen, met blijdschap ziet gij u van arme herders omringd. Moeder vau den lieer der jaargetijden, gij zijt tevreden, ofschoon gij in eenen stal ternauwernood beschut zijt tegen de koude van den winternacht. Met vreugde, schikt gij voor uw kind het stroo in de kribbe, om het te verwarmen, en zijt in dien ellendigen staat meer tevreden en gelukkig, dan de rijken van Bethlehem in al hun weelde.

ocr page 151

HOOFDSTUK XXVIII. 135

Maria. Leer hieruit mijn kind, hoe weinig gij de goederen dezer aarde, en hoe hoog gij de armoede moet waar-deeren.

Kunnen de armen zich ongelukkig noemen, als zij aan Jesus denken, die zelf geboren werd uit eene arme Moeder en neergelegd op het stroo der armen; die geheel Zijn leven me^s waar hij het hoofd mocht neder leggen '), en geen sterfbed heeft gehad dan het vloekhout des kruises?

Jesus koos Zijne Apostelen niet onder de rijken en geleerden, maar onder de onwetenden en armen.

Vooral aan de armen kwam Hij het Evangelie verkondigen -), en zóó bemint Hij hen, dat Hij al ivat men den armen doet, rekent als aan Hem (jedaan :!).

God noemt Zich nimmer in de H. Schriftuur den Vader der rijken, maar wel den Vader van armen, weduwen en weezen.

De rijken verachten dikwijls de armen; maar Jesus, die tot de rijken

') Luc. IX: 58. 2) Luc. VII; 22. s) Mat. XXV : 10.

ocr page 152

136 HOOFDSTUK XXVIIT.

zegt: „Wee u, gij rijkenquot; '), roept de armen aan zijn feestmaal. -)

Beati pauper es spiritu, quo-niam ipso rum est regnum coe-lorum ■quot;•). Zalig, zegt Jesus, zijn de armen van geest, want hun is het rijk der Hemelen.

De deugd van armoede bestaat niet in het derven van tijdelijk goed; maar in de inwendige onthechting aan de goederen dezer wereld.

Arm van geest zijn de rijken, die hun hart niet aan den rijkdom hechten; maar bovenal de schamele armen, die geen ongeregelde begeerte hebben om rijk te worden.

Arm van geest zijn de rijken, als zij hunne goederen alleen gebruiken om Gods eer en het heil der naasten te bevorderen, en van hunnen overvloed iets weten af te zonderen om wel te doen, gelijk God ook hun heeft welgedaan.

Arm van geest zijn zij, die door tegenspoed of ongeluk hunne bezittingen

') Luc. VI ; 24. =) Luc. XIV : 21. ») Mat. V ; 3.

ocr page 153

HOOFDSTUK XXVIII. 137

verloren hebbende, gewillig, christelijk en godsdienstig in de beschikking van God berusten en met den rechtvaardigen Job spreken; De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam des Heeren zij gezegend.')

Arm van geest zijn zij, die in armoede en bekrompen omstandigheden levend, zich geduldig en blijmoedig aan den wil des Heeren onderwerpen en tevreden zijn met het lot: dat de Voorzienigheid hun heeft toegedacht.

De armen moeten niet, gelijk de wereld doet, hun staat als vernederend en verachteliik beschouwen, maar als groot en verdienstelijk. Geen enkele arme, die geloof heeft en er naar leeft, zal met de rijken willen ruilen; want gemakkelijker gaat een kameel door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het rijk der hemelen.2) De rijke vrek, van wien het evangelie spreekt, werd begraven in de hel, terwijl de arme Lazarus door de Engelen in Abrahams schoot gedragen werd. ^

■) Job I : 21. quot;■) Mat. XIX : 24. s) Luc. XVI: 22.

•

ocr page 154

138 hoofdstuk xxix.

Mijn kind, als men overvloed heeft, hecht men zich zoo gemakkelijk aan de aarde; want de aarde biedt zooveel, en dan vergeet men den Hemel. De bekoringen zijn dan hevig en de verleidingen veelvuldig. Die rijkdommen begeert, verlangt wat het meest aan zijn zaligheid kan schaden.

Die in zijn leven schatten vergadert, kan ze bij den dood toch niet mede-nemen. Het eenige goed, wat ons bij den dood overblijft, is de deugd; maar die niet arm van geest is, zal weinig deugd beoefenen.

HOOFDSTUK XXIX.

ovee de vrijwillige armoede.

De Dienaar. H. Maagd, wat was uwe armoede groot in de stal van Bethlehem! De menschen dachten er niet aan u te troosten of hulp te bie-

ocr page 155

HOOFDSTUK XXIX. 139

den, en de Herders, die uw kind kwamen aanbidden, hadden zelf niet, en konden u niets geven. Maar geen enkele klacht kwam over uwe lippen.

Waarom riept gij Jesus niet te hulp? Gij, Moeder Gods, had slechts te spreken ; uw Zoon zou u niet hebben kunnen weigeren, en al de Engelen zouden aanstonds tot uwen dienst gereed zijn, om u allen bijstand te verleenen!

Maria. Als men Jesus bezit, is men rijk genoeg. Eene ziel wier eenig goed God is, ziet met onverschillig oog naar de goederen dezer wereld, en wil gaarne arm zijn.

Ik zag Jesus, den Koning des Hemels, den Heer der wereld, ofschoon Hij rijk was, arm geworden, opdat de menschen door Zijne armoede rijk zouden worden. ') Hem na te volgen was mijn eenigst streven.

Gij allen die langs den weg gaat, aanschouwt en ziet of er eene armoede is geweest als de Zijne. Gij, dochters van Sion, komt en ziet Hem met de

■) ii Cor. viii, 9.

ocr page 156

138 hoofdstuk xxix.

Mijn kind, als men overvloed heeft, hecht men zich zoo gemakkelijk aan de aarde; want de aarde biedt zooveel, en dan vergeet men den Hemel. De bekoringen zijn dan hevig en de verleidingen veelvuldig. Die rijkdommen begeert, verlangt wat het meest aan zijn zaligheid kan schaden.

Die in zijn leven schatten vergadert, kan ze bij den dood toch niet mede-nemen. Het eenige goed, wat ons bij den dood overblijft, is de cfcw^cZ; maar die niet arm van geest is, zal weinig deugd beoefenen.

HOOFDSTUK XXIX.

over de vhijwillige armoede.

De Dienaar. H. Maagd, wat was uwe armoede groot in de stal van Bethlehem! De menschen dachten er niet aan u te troosten of hulp te bie-

ocr page 157

HOOFDSTUK XXIX. 139

den. en de Herders, die uw kind kwamen aanbidden, hadden zelf niet, en konden u niets geven. Maar geen enkele klacht kwam over uwe lippen.

Waarom riept gij Jesus niet te hulp? Gij, Moeder Gods, had slechts te spreken ; uw Zoon zou u niet hebben kunnen weigeren, en al de Engelen zouden aanstonds tot uwen dienst gereed zijn, om u allen bijstand te verleenen!

Mahia. Als men Jesus bezit, is men lijk genoeg. Eene ziel wier eenig goed God is, ziet met onverschillig oog naar de goederen dezer wereld, en wil gaarne arm zijn.

Ik zag Jesus, den Koning des Hemels, den Heer der wereld, ofschoon Hij rijk was, arm geivorden, opdat de menschen door Zijne armoede rijk zouden ivorden. ') Hem na te volgen was mijn eenigst streven.

Gij allen die langs den weg gaat, aanschouwt en ziet of er eene armoede is geweest als de Zijne. Gij, dochters van Sion, komt en ziet Eiem met de

■) II Cor. VIII, 9.

ocr page 158

140 HOOFDSTUK XXIX.

kroon der armoede, en hoe Hij, die in den Hemel met den Vader heerscht en met Zijn arm hemel en aarde onderstut, in een kribbe is neergelegd en in doeken gewonden!

Zalig de vrijwillige armen, die dit Goddelijk voorbeeld volgen en, om den rijkdom Zijner liefde en de hemelsche goederen deelachtig te worden, zich van de aardsche goederen ontdoen.

Een rijke jongeling kwam tot Jesus en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te bezitten'? Jesus antwoordde: Onderhoud de gehoden. En toen hij daarop zeide: dat heb ik gedaan van mijne jeugd af, wat ontbreekt mij nog? sprak Jesus: Als gij volmaakt wilt zijn, ga, verkoop wat gij hebt en geef het den armen, en gij zult een schat in den hemel hebben. En kom, volg mij. ')

Velen volgen Jesus in dien volmaakten staat; maar niet iedereen van hen is even ver in de volmaaktheid, die deze staat vordert, zelfs binnen de muren van het klooster kan het hart

■) Mat. XIX 16-20.

ocr page 159

HOOFDSTUK XXIX. 141

aan kleine zaken zoo gehecht zijn, als het aan de grootste zou wezen, indien men ze bezat.

Maakt men zich om Jesus' wil arm, als men wel niet het bezit, maar toch het gebruik der rijkdommen begeert?

Jesus, arm in Bethlehem, arm in Nazareth, in armoede stervend op üal-varie, ziedaar het voorbeeld, dat de vrijwillige armen zich voor oogen moeten stellen.

Datzelfde voorbeeld moeten alle Christenen trachten na te volgen, door zich tenminste in geest en hart van alle schatten te onthechten.

Niet tot allen zegt de H. Geest: „Verzaakt uwe goederenquot;; niet van allen eischt Hij dien graad van volmaaktheid; maar tot allen zegt Hij: Divitiae si a f flu an t, no li te cor apponere '): Als rijkdommen toevloeien hecht er uw hart niet aan; wAni God kan Zijn rijk niet vestigen in een hart, dat vergankelijke goederen zoekt.

Bij Zijne komst op aarde heeft Jesus zich geen staat verkoren, die naar de

■) Ps. LXl 11.

ocr page 160

142 HOOFDSTUK XXX.

wereld gelukkig was. Rijkdommen verachtte Hij. Zij moeten dus wel weinig waarde voor den hemel hebben. De wereldsche goederen zijn bedriegelijk en schadelijk. Alleen dan. als men er een goed gebruik van maakt en door milddadigheid aan de armen er den Hemel mede weet te koopen, kunnen zij voor het geestelijk leven voordeeiig zijn.

Bid dikwijls, mijn kind; mendici-tatem et divitias ne dederis m i h i: trib ue t a n tu m v i ctu i m e o necessaria.. ') Geef mij, Heer, geen gebrek en geen rijkdom, maar verleen mij slechts ivat voor mijn levensonderhoud noodig is.

HOOFDSTUK XXX.

over de liefde vooe de armen.

Maria. Mijn kind, bemin de armen. Wend blijmoedig alle middelen aan,

') Prov. XXX 8.

ocr page 161

HOOFDSTUK XXX. 143

die gij vinden kunt, om ze te hulp te komen. Zoo zult gij u een waardig kind toonen van (Jod, die zich in de Heilige Schriftuur uitdrukkelijk den Beschermer der armen noemt, en niet alleen de aalmoes aangeraden, maar zelfs geboden heeft aan allen, die ze geven kunnen.

De Dienaar. Uw voorbeeld H. Maagd, komt nog uw goeden raad versterken. De overlevering zegt ons, dat de rijke schatten van goud, wierook en mirre, welke de drie Koningen aan Jesus hebben opgedragen, door u in den schoot der armen zijn gestort. Hoe natuurlijk zou het geweest zijn, als gij ze gebruikt hadt om uwe armoede in Bethlehem te lenigen. Maar om de gelijkenis met uwen Goddelijken Zoon was de armoede u dierbaar.

Uit koninklijken stam gespoten, verkoost gij vrijwillig het leven der armoede, en steldet het boven bezit dei-rijkste schatten.

Maria. Mijn kind, het beste gebruik dat men van zijn overvloed kan maken is den armen te hulp komen.

ocr page 162

144 HOOFDSTUK XXX.

Zijt gij door God met de goederen dezer wereld gezegend, denk dan, dat de Voorzienigheid u tot haren dienaar gesteld heeft voor hen, die er van verstoken zijn.

Doe niet als de gierigen, die hun hart voor den nood hunner broeders gesloten houden, en hen liever van gebrek zouden zien omkomen, dan iets voor hen af te zonderen.

Q u i d esp i c i t p a u p e r e m, e x p r o-bat factori ejus. ') Die den arme veracht, versmaadt diens maker.

De gierigen denken er alleen aan voor dit leven schatten te vergaderen; maar het oogenblik zal komen, waarop zij van den tijd overgaande naar de eeuwigheid, als uit een diepen slaap zullen ontwaken en hunne handen ledig vinden. -) Vergader u geene schatten op aarde, waar de roest en de mot ze verteeren, en de dieven ze uitgraven en stelen; maar vergader u door aalmoezen schatten iyi den Hemel, waar de roest en de mot niet verteeren, noch de dieven ze uitgraven en stelen.

') Prov. XVII. 5. !) Ps. LXXV. 6.

s) Mat. VI. 19. 20.

ocr page 163

HOOFDSTUK XXX. 145

Volg het voetspoor van die liefdevolle en medelijdende rieken, die zich Vaders der armen maken, en niet vreezen zichzelven te bekrimpen om hunne aalmoezen te vermeerderen. Hoevele zegeningen ontvangen zij niet reeds op aarde? Dikwijls geeft God hier beneden met woeker terug, wat de liefde in den schoot der armen stortte. Maar schooner nog zal hun loon in den Hemel wezen. Die zich over den arme ontfermt, leent aan den Heer. ') Al zou men door zijne zonden de Hemelsche woontenten voor zich gesloten hebben, de aalmoes zal ze weder openen. Koop uwe zonden af door aalmoezen, zegt de Heer, en moe ongerechtigheden door barmhartigheid aan de armeri. Peccata tua eleemosynis redime, et iniquitates tuas mi-se ricordiis pauperum. 2)

Stel u ten plicht de armen te helpen, en luister niet naar de begeerig-heid, die nooit genoeg meent te hebben.

Wees wel spaarzaam; spaarzaamheid is niet alleen geoorloofd, maar kan zelfs

') Prov. XIX. 17. ') Dan. IV. 24.

10

ocr page 164

146 HOOFDSTUK XXX.

plicht ziin; maar wees niet hard, niet gierig. Die zijn oor toesto2it voor het geroep des armen, zal zelf roepen en niet verhoord worden. Qui obturat au rem suam ad cl am o r e m pauperis, et ipse clamabit et non exaudietur '.)

Als een arme in den nood zijn toevlucht töt u neemt, en aan uwe deur klopt om uwen bijstand te vragen, denk dan, hoe uwe hemelsche Moeder in Bethlehem te vergeefs aan zoovele deuren klopte en voor den armen Jesus geen onderkomen kon vinden. Zie in den arme het beeld van Jesus en Maria, en weiger uwe hulp niet.

Toen de oude Tobias meende te zullen sterven, riep hij zijn zoon en sprak tot hem : Hoor mijn zoon, de woorden mijn monds, en leg ze als een grondvest in uw hart. Heb al de dagen van uw leven God voor den geest en wees bedacht nooit in zonde toe te stemmen en de geboden van God te overtreden. Geef aalmoezen van hetgeen gij bezit, en wend uw aangezicht van den arme

') Prov. XXI. 13.

ocr page 165

HOOFDSTUK XXXI. 147

niet af; want zoo zal het geschieden, dat het aangezicht des Heeren zich niet afwendt van u.

Doe barmhartigheid naar uw vermogen. Hebt gij veel, geef overvloedig; hebt gij weinig, tracht dan ook van dat weinige bereidvaardig mede tedeelen; dan legt gi] u een goeden schat op tegen den dag van nood; want de aalmoes bevrijdt van de zonde en van den dood, en zal geene ziel ten verderve laten gaan. De aalmoes zal aan allen, die ze geven, eene groote gerustheid zijn voor den Allerhoogsten God. ')

Immers, zalig zijn de harmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven. -)

HOOFDSTUK XXXI.

OVER DE NOODZAKELIJKHEID EN HET NUT DER MEDITATIE.

De Dienaar. Maria, Moeder des Hee-

') Tob. IV. 2-12. ') Mat. V. 7.

ocr page 166

148 hoofdstuk xxxi.

ren, terwijl ik mij in den geest niet u bij de kribbe nederwerp om Jesus te aanbidden, bid ik u, zeg mij waarmede uwe ziel zich bezighield, als gij zoovele uren achtereen Jesus in Zi]n kribbe bleeft beschouwen.

Maria. Mijn kind, het treffend schouwspel van God, die kind geworden was, en in een kribbe nederlag, gewonden in arme doeken, was voor raii een onuitputtelijke bron van overweging.

Ik kon niet ophouden dit groot Geheim te overdenken. Wat ik zag en hoorde overwoog ik in mijn hart en bewaarde het onuitwischbaar.

Meer nog dan de herders stond ik verbaasd over het wonder, dat geschied was; alle krachten mijner ziel waren er mede bezig. ïeederheid en liefde overstelpten mijn hart, en ik hield niet op den Almachtige lof en dank te brengen.

Wilt ook gij, mijn kind, door de groote Geheimen des Geioofs getroffen worden, dan moet gij er U ernstig mede bezighouden en ze aandachtig overwegen.

ocr page 167

'

HOOFDSTUK XXXI. 149

Het geloof van velo Christenen is flauw, omdat zij verzuimen hunne ziel te voeden en te versterken door de meditatie.

Hoequot; komt misdaad en wanorde in de wereld? Omdat men de eeuwige waarheden vergeet.

Door dikwijls Gods volmaaktheden en de nietigheid van al het aardsche te overwegen, hebben de Heiligen zich aan de schepselen onthecht en geheel hun hart aan God gegeven.

In die heilige oefening leerden zij niets hoog te achten, dan wat groot en achtenswaardig is in de oogen van God. De overweging verwarmde hun hart en hemelsche vlammen van liefde stegen er uit, tot God omhoog.

De meditatie immers is een licht dat ons Gods geboden duidelijk toont, en ons leert, hoe zwaar zij verplichten, en hoe wij ze moeten vervullen. Zij toont het afschuwelijke der zonde, hare straffen, en de ijdelheid der wereldsche zaken, om ons er van terug te houden. Zij toont de schoonheid der deugd en haar onvergankelijk loon, om ons tot het goede op te wekken.

r

5gt;

k

ocr page 168

150 HOOFDSTUK XXXI.

De meditatie is een kracht, waardoor wij kunnen wederstaan aan de. verleiding der hartstochten, en van het kwade voorbeeld. Zij roeit de verkeerde neigingen in ons uit en sterkt ons tegen iedere bekoring.

Zonder meditatie is het bijna niet mogelijk in de deugd te volharden. Heel de aarde is verwoest, zegt de H. Geest, omdat niemand in het hart overweegt. Desolatione desolata est ornnis terra, quia nullus est, qui recogitet corde. ')

Waarlijk, evenals de spijs noodzakelijk is voor het lichaam, zoo is de meditatie noodzakelijk voor de ziel. Laat dus nimmer een dag voorbijgaan zonder aan uwe ziel dat geestelijk voedsel te verschaffen, om de wetenschap der Heiligen te verwerven.

Die het inwendig gebed of de medi -tatie verzuimt, sluit als het ware de deur, waardoor Gods genade tot ons komt, en als men deze deur gesloten houdt, hoe zal dan die genade tot ons komen ?

') Jerem. XII. 11.

ocr page 169

HOOFDSTUK XXXI. 151

Verontschuldig u niet alsof gij geen tijd kunt vinden om te mediteeren. Als de goede wil er is, zal de tijd u niet ontbreken. Slechts ééne zaak hebt gij in het leven te doen, en dat is: de zaligheid uwer ziel bewerken. Maar als deze u niet waard is om er iederen dag eenige oogenblikken aan te denken, maakt gij u voor God aan groote onverschilligheid schuldig. Voor uwe tijdelijke en voorbijgaande belangen vindt gij dagelijks tijd genoeg; doch zijn er wel hoogere belangen, die u meer betreffen en grootere gevolgen voor u hebben, dan de eeuwige?

Verontschuldig u niet, alsof gij niet weet, hoe men mediteeren moet. Over tallooze nietigheden, die de nieuwsgierigheid prikkelen, weet gij soms uren lang na te denken; maar als het er op aankomt de geloofswaarheden en de belangen uwer ziel te overwegen, beweert gij onbedreven te zijn.

Mijn kind, als gij iederen dag in Gods tegenwoordigheid overdenkt, of gij voor Hem zijt, wat gij wezen moet, of de reinheid van uw leven beantwoordt aan de reinheid Zijner leer,

ocr page 170

152 HOOFDSTUK XXXI.

zult gij weldra in deugd en godsvrucht toenemen. Gelijk een portretschilder, om een goed portret te maken, zijn werk voortdurend met het origineel moet vergelijken, zoo ook moet hij, die deugdzaam leven wil, voortdurend overwegen of zijn gedrag met Gods wet overeenkomt.

Dagelijks slechts één kwartier neergeknield voor Gods Altaar of voor uw kruisbeeld in overweging van Gods grootheid, barmhartigheid, bedreigingen of beloften, zal u eene wetenschap doen verwerven, ver verheven boven alles, wat de wijzen der wereld u lee-ren kunnen.

Dezen leeren u alles, behalve het eenig noodige: uwe ziel zalig maken.

Wat baat het den mensch zijn geest met alle wetenschappen der wereld verrijkt te hebben, als hij de wetenschap der Heiligen en die Heiligen maakt, niet bezit ?

In die dagelijksche gemeenschap met God, ontvangt de ziel die hemelsche lichtstralen, welke haar zoovele zaken leeren, die aan anderen onbekend blijven. Daar leert zi] wat God is, wat

ocr page 171

HOOFDSTUK XXXI. 153

Hij verdient, hoe men Hem moet dienen en beminnen, en hoe licht in de schaal der eeuwigheid de vreugde, grootheid en genoegens der aarde wegen.

Daar worden de groote en kleine offers gevormd en opgedragen; daar vindt men moed om ze te voltrekken, en geloof om ze te bezielen.

Daar wordt de geest der liefde vruchtbaar en krachtig. Elk liefdewerk, dat in de meditatie gerijpt is, gelukt en trekt Gods zegen. Daar vindt men zoete tranen, en boet men voor zijne zonden ; daar treft en verteedert men het hart van God, en ontlokt Hem woorden van vergeving en barmhartigheid.

Daar eindelijk leert de ziel zichzelve kennen; zij ontdekt hare fouten en verborgen driften; maar vindt er ook de middelen om ze allen te overwinnen.

Laat u dus, mijn kind, niet over-heerschen door tegenzin tegen die oefening. De duivel zoekt u er van af te houden, wijl hij weet, van hoeveel belang zij voor u is. Maar hoe getrouwer gij met mediteeren volhardt, des aangenamer en verdienstelijker zal het u worden.

ocr page 172

154 HOOFDSTUK XXXI.

Beproef het slechts, en doe het op de volgende wijze:

Zoek voor uwe medidatie den meest geschikten tijd, vooral den morgenstond, vóór gij u aan uwen gewonen arbeid begeeft. Stel u in Gods tegenwoordigheid; vraag de hulp zijner genade en roep mijne voorspraak in en van uwe Heilige Patronen en Engelbewaarder.

Overweeg vervolgens een bepaald Geloofsgeheim of bepaalde deugd, of lees aandachtig en ernstig in uw medi-tatieboek; en tracht de godvruchtige gevoelens in u op te wekken, waartoe de stof der meditatie aanleiding geeft. Maak daarna een bepaald en gemakkelijk uitvoerbaar voornemen, en bepaal ook de gelegenheden, waarbij dit voornemen zal worden volbracht.

Bid eindelijk God om dat voornemen te zegenen en u de genade te geven den dag heilig door te brengen.

ocr page 173

HOOFDSTUK XXXII. 155

HOOFDSTUK XXXII.

OVER HET GOEDE VOORBEELD.

De Joodsche wet bepaalde, dat eene vrouw, die moeder was geworden van eenen zoon, na verloop van veertig dagen haar offer van zuivering moest komen opdragen.

Maria, die ontvangen had van den Heiligen Geest en reine Maagd was gebleven, was zeker niet verplicht zich aan die wet te onderwerpen. Maar zou zij weigeren als eene onreine moeder te verschiinen, nadat zij haar Goddelijk Kind bij Zijne besnijdenis de gedaante van een zondaar had zien aannemen?

Doch ook om de Joden, die met de verheven geheimen, die in haar waren voltrokken, volkomen onbekend waren, niet te ergeren, onderwierp Maria zich blijmoedig aan die vernederende wet, en gaf daarmede aan den H. Joseph en aan ons allen een heerlijk voorbeeld van edelmoedige gehoorzaamheid.

ocr page 174

150 HOOFDSTUK XXXI.

De meditatie is een kracht, waardoor wij kunnen wederstaan aan de. verleiding der hartstochten, en van het kwade voorbeeld. Zij roeit de verkeerde neigingen in ons uit en sterüt ons tegen iedere bekoring.

Zonder meditatie is het bijna niet mogelijk in de deugd te volharden. Heel de aarde is verwoest, zegt de H. Geest, omdat niemand in het hart overweegt. Desolatione desolata est otnnis terra, quia nullus est, qui recogitet corde. ')

Waarlijk, evenals de spijs noodzakelijk is voor het lichaam, zoo is de meditatie noodzakelijk voor de ziel. Laat dus nimmer een dag voorbijgaan zonder aan uwe ziel dat geestelijk voedsel te verschaffen, om de wetenschap der Heiligen te verwerven.

Die het inwendig gebed of de meditatie verzuimt, sluit als het ware de deur, waardoor Gods genade tot ons komt, en als men deze deur gesloten houdt, hoe zal dan die genade tot ons komen?

*) Jerem. XII. 11.

ocr page 175

HOOFDSTUK XXXI. 151

Verontschuldig u niet alsof gij geen tijd kunt vinden om te mediteeren. Als de goede wil er is, zal de tijd u niet ontbreken. Slechts ééne zaak hebt gij in het leven te doen, en dat is: de zaligheid uwer ziel bewerken. Maar als deze u niet waard is om er iederen dag eenige oogenblikken aan te denken, maakt gij u voor God aan groote onverschilligheid schuldig. quot;Voor uwe tijdelijke en voorbijgaande belangen vindt gij dagelijks tijd genoeg; doch zijn er wel hoogere belangen, die u meer betreffen, en grootere gevolgen voor u hebben, dan de eeuwige?

Verontschuldig u niet, alsof gij niet weet, hoe men mediteeren moet. Over tallooze nietigheden, die de nieuwsgierigheid prikkelen, weet gij soms uren lang na te denken; maar als het er op aankomt de geloofswaarheden en de belangen uwer ziel te overwegen, beweert gij onbedreven te zijn.

Mijn kind, als gij iederen dag in Gods tegenwoordigheid overdenkt, of gij voor Hem zijt, wat gij wezen moet, of de reinheid van uw leven beantwoordt aan de reinheid Zijner leer,

ocr page 176

152 HOOFDSTUK XXXI.

zult gij weldra in deugd en godsvrucht toenemen. Gelijk een portretschilder, om een goed portret te maken, zijn werk voortdurend met het origineel moet vergelijken, zoo ook moet hij, die deugdzaam leven wil, voortdurend overwegen of zijn gedrag met Gods wet overeenkomt.

Dagelijks slechts één kwartier neergeknield voor Gods Altaar of voor uw kruisbeeld in overweging van Gods grootheid, barmhartigheid, bedreigingen of beloften, zal u eene wetenschap doen verwerven, ver verheven boven alles, wat de wijzen der wereld u lee-ren kunnen.

Dezen leeren u alles, behalve het eenig noodige: uwe ziel zalig maken.

Wat baat het den mensch zijn geest met alle wetenschappen der wereld verrijkt te hebben, als hij de wetenschap der Heiligen en die Heiligen maakt, niet bezit ?

In die dagelijksche gemeenschap met God, ontvangt de ziel die hemelsche lichtstralen, welke haar zoovele zaken leeren, die aan anderen onbekend blijven. Daar leert zij wat God is, wat

ocr page 177

HOOFDSTUK XXXI. 153

Hij verdient, hoe men Hem moet dienen en beminnen, en hoe licht in de schaal der eeuwigheid de vreugde, grootheid en genoegens der aarde wegen.

Daar worden de groote en kleine offers gevormd en opgedragen; daar vindt men moed om ze te voltrekken, en geloof om ze te bezielen.

Daar wordt de geest der liefde vruchtbaar en krachtig. Elk liefdewerk, dat in de meditatie gerijpt is, gelukt en trekt Gods zegen. Daar vindt men zoete tranen, en boet men voor zijne zonden ; daar treft en verteedert men het hart van God, en ontlokt Hem woorden van vergeving en barmhartigheid.

Daar eindelijk leert de ziel zichzelve kennen; zij ontdekt hare fouten en verborgen driften; maar vindt er ook de middelen om ze allen te overwinnen.

Laat u dus, mijn kind, niet over-heerschen door tegenzin tegen die oefening. De duivel zoekt u er van af te houden, wijl hij weet, van hoeveel belang zij voor u is. Maar hoe getrouwer gij met mediteeren volhardt, des aangenamer en verdienstelijker zal het u worden.

ocr page 178

154 HOOFDSTUK XXXI.

Beproef het slechts, en doe het op de volgende wijze:

Zoek voor uwe medidatie den meest geschikten tijd, vooral den morgenstond, vóór gij u aan uwen gewonen arbeid begeeft. Stel u in Gods tegenwoordigheid; vraag de hulp zijner genade en roep mijne voorspraak in en van uwe Heilige Patronen en Engelbewaarder.

Overweeg vervolgens een bepaald Geloofsgeheim of bepaalde deugd, of lees aandachtig en ernstig in uw medi-tatieboek; en tracht de godvruchtige gevoelens in u op te wekken, waartoe de stof der meditatie aanleiding geeft. Maak daarna een bepaald en gemakkelijk uitvoerbaar voornemen, en bepaal ook de gelegenheden, waarbij dit voornemen zal worden volbracht.

Bid eindelijk God om dat voornemen te zegenen en u de genade te geven den dag heilig door te brengen.

ocr page 179

HOOFDSTUK XXXII. 155

HOOFDSTUK XXXII.

OVBR HET GOEDE VOORBEELD.

De Joodsche wet bepaalde, dat eene vrouw, die moeder was geworden van eenen zoon, na verloop van veertig dagen haar offer van zuivering moest komen opdragen.

Maria, die ontvangen had van den Heiligen Geest en reine Maagd was gebleven, was zeker niet verplicht zich aan die wet te onderwerpen. Maar zou zij weigeren als eene onreine moeder te verschiinen, nadat zij haar Goddelijk Kind bij Zijne besnijdenis de gedaante van een zondaar had zien aannemen ?

Doch ook om de Joden, die met de verheven geheimen, die in haar waren voltrokken, volkomen onbekend waren, niet te ergeren, onderwierp Maria zich blijmoedig aan die vernederende wet, en gaf daarmede aan den H. Joseph en aan ons allen een heerlijk voorbeeld van edelmoedige gehoorzaamheid.

ocr page 180

156 HOOFDSTUK XXXII.

Gelijk het kwade voorbeeld een werk des duivels is om de zielen te verderven, zoo is het goede voorbeeld een krachtig raiddel om anderen door deugd en ware godsvrucht tot God en het eeuwig leven op te voeren.

Eleazar, een grijsaard van negentig jaren, werd door de vijanden van Gods volk naar een afgodisch altaar gesleept om offervleesch te eten; doch hi] weigerde manmoedig en gaf aan een glorierijken marteldood de voorkeur boven een eerloos leven. Zijne beulen echter hadden deernis met zijne grijze haren, en stelden hem voor om gewoon vleesch te eten, maar met den schijn alsof hij offervleesch at.

Een oogenblik bedacht hij zich, en toen antwoordde hij: Liever wil ik in het graf nederdalen. Want het past onzen leeftijd niet te veinzen; vele jongelingen, meenende dat de negentigjarige Eleazar tot het heidendom was overgegaan, konden dan door mijne veinzerij en om wille van een weinig vergankelijk leven ook zelf verleid worden; en ik zou zoodoende schande en vloek op mijnen ouderdom laden. Want

ocr page 181

HOOFDSTUK XXXII. 157

al zou ik ook van der menschen straffen nu bevrijd worden, de hand van den Almachtige zou ik noch levend noch dood ontvluchten. Derhalve, door moedig het leven op te offeren, zal ik mij der grijsheid waardig betoonen, en aan de jongeren een krachtig voorbeeld achterlaten, als ik bereidvaardig en sterk een eervollen dood voor de eerwaardigste en heiligste wetten onderga ')•

Bij deze edele woorden veranderde het valsche medelijden der beulen in verdubbelde woede, en zij folterden den heiligen grijsaard wreedaardig. Stervend riep hij uit: Heer, voorwaar Gij weet, dat ik, die den dood had kunnen ontkomen, hevige pijnen lijd in mijn lichaam; maar naar de ziel verduur ik ze gaarne, omdat ik U vrees 2). En de martelaar ging de rust der zaligen binnen.

Welke heerlijke lessen liggen in deze geschiedenis en vooral in de indrukwekkende woorden van den roemvollen grijsaard voor ons opgesloten! Aan de geslachten aller eeuwen verkondigt zijn

') XI Machal). VI, 23 -28. ■) Ibid. 30.

ocr page 182

158 HOOFDSTUK XXSII.

marteldood de zegepraal van het goede voorbeeld.

Stichtend en zalvend, opwekkend en sterkend verspreidt het goede voorbeeld als een uitgestorte kostbare balsem den heerliiksten geur van deugd en werkende liefde.

Zalig, die den naaste door goede voorbeelden voorgaat op den weg des levens, en hem in de duisternis dooiden glans zijner deugden verlicht!

Opwekkingen tot deugd doen de deugd hoogachten en beminnen; maar als bij die opwekkingen de beoefening der deugd gevoegd wordt, zal zij dieper indruk maken en gereeder navolging vinden.

Het goede voorbeeld sticht den naaste. Zelfs ongeloovigen hebben er eerbied voor.

Het goede voorbeeld trekt aan en wekt navolging: want woorden wekken, doch voorbeelden trekken. Het voorbeeld der Heiligen maakt Heiligen.

Die God bemint, zoekt harten voor Hem te winnen, maar nimmer kan men dit beter doen dan door anderen met goede voorbeelden te leeren, hoe men Hem bemint.

(I 1

i

ocr page 183

HOOFDSTUK XXXII. 159

De Apostelen en eerste Christenen vonden in de beoefening der deugd en Christelijke volmaaktheid geen minder krachtig middel om de wereld te be-keeren, dan in hunne prediking en mirakelen.

Laat ons dan altijd zorgen door een stichtend gedrag aan anderen ten voorbeeld te strekken. Verzuimen wij nooit iets te doen, ook al zijn wij er niet toe verplicht, als het nalaten daarvan eene aanleiding tot ergernis zou kunnen wezen. J.Zs de spijs mijn broeder ergert, zegt de H. Paulus, zal ik geen vleesch eten in eemvigheid, om mijn broeder niet te ergeren. ')

Helaas, hoe weinig Christenen zijn door heilige voorbeelden de goede geur van Christus. -)

Is het niet, alsof de menschen in hunnen omgang elkander door kwade voorbeelden opzettelijk in het ongeluk willen storten? Die des Zondags zonder reden slafelijken arbeid verricht, die zich openlijk onverschillig toont

') 1 Oor. VIII, 13. ') 2 Cor. II, 15.

ocr page 184

160 HOOFDSTUK XXXII.

voor de wetten van God en de H. Kerk. die twistziek is, vloekt of zijn naaste haat toedraagt, maakt zich niet alleen voor God aan groote zonde schuldig, maar doodt ook de ziel van den broe-der, die zich aan hem ergert.

Vae homini illi per quem scandal um venit. ') Wee den mensch, door wien de ergernis komt. Het ivare hem heter met een molensteen aan den hals in de diepte der zee geworpen te worden.

Iemands tijdelijke goederen rooven is groote zonde: maar wat is dan de roof der eeuwige goederen? Die zich daaraan schuldig maakt is een handlanger des duivels. Zoo gij verloren wilt gaan, ga dan alleen; maar sleur geen zwakken broeder, voor wien Jesus Christus is gestorven -), vrijwillig in uwen val mede.

Vooral zij, die met gezag bekleed zijn, hebben den strengen plicht goede voorbeelden te geven, want de onder-hoorigen vormen zich meestal naar hun gedrag.

') Mat. XVIII. 7. quot;-) I Cor. VIII. 11.

ocr page 185

HOOFDSTUK XXXII. 161

Die plicht rust ook op hen, dieeeni-ge waardigheid of voorrang bezitten. Toonen zij geen eerbied voor de wetten van God en de H. Kerk, dan zullen zij spoedig navolgers vinden, en de zonde, waarin deze vervallen, valt op de ergernisgevers terug.

Heeft God u gezag of voorrang gegeven, leer dan van Maria door goede voorbeelden anderen te heiligen. Dat gezag en die voorrang is een geschenk van God, en heeft geen ander doel dan Gods glorie te bevorderen.

Of raag een hooge stand of waardigheid een reden zijn om minder Christen te wezen ? Een hoogere verheffing is, wel beschouwd, niets anders dan eene grootere verplichting.

Eene overheid, die ergernis, geeft, is gelijk aan een rotsblok, dat van den berg losgerukt naar beneden stort, en ontelbare stukken in zijn vaart mede sleept; ra. a. w. de ovei'heid, die ergernis geeft, stort niet alleen zich zeiven in het verderf, maar sleurt ook anderen in zijnen val mede.

ocr page 186

162 HOOFDSTUK XXXIII.

HOOFDSTUK XXXIII.

OVER DE WAAHDE DER VERNEDERING.

Lieve Jesus, welke diepe vernedering was het voor Uwe Heilige Moeder om zich cian de wet der zuivering, waartoe zij geenszins verplicht was, te onderwerpen. De glorie toch harer maagdelijke zuiverheid, waarop zij zoo naijverig was, toen de Engel haar het Geheim der Menschwording aankondigde, werd door deze godsdienstige plechtigheid geheel verduisterd; want Maria werd gelijk gesteld met eene gewone moeder. Maar het was haar niet onbekend, dat smaad en verachting, strijd en lijden eenmaal Uw deel zou worden; hoe kon zij anders dan met hart en ziel verlangen in alles, dus ook in vernedering, op U te gelijken.

Hoe meer Gij haar boven allo vrouwen hebt onderscheiden, des te dieper heeft zij zich vernederd en getracht al hare voorrechten voor het oog dei-wereld te verbergen.

ocr page 187

HOOFDSTUK XXXIII. 163

Eene ziel, die als Maria aan God alleen zoekt te behagen, geeft weinig om de achting en den lof der menschen.

Zij stelt, gelijk de profeet zegt: de verworpenheid in het huis van God ') boven de pracht en heerlijkheid, waarmede de kinderen der wereld zich omgeven; want de deugd is in eenen nederigen en verworpen staat meer in veiligheid dan te midden van eer en onderscheiding.

Ware deugd wil niets anders dan Gods oogen tot zich te trekken. Miskenning en verachting van den kant der wereld doet haar niet alleen geen leed, maar maakt haar gelukkiger.

Hoe ver echter zijn wij van die ware deugd nog verwijderd! Geheel vol van ons zeiven, vinden wij het onverdra-gelijk met menschen om te gaan, die ons niet met alle voorkomendheid behandelen, en met groote onderscheiding eeren. Met de uiterste voorzichtigheid verbergen wij alles, wat ons eenigs-zins in de achting van den naaste kan

') Ps. LXXXIII, 11.

ocr page 188

164 HOOFDSTUK XXXIII.

doen dalen, met groote zorg richten wij onze woorden en daden zoo in, dat alles tot onze eer moet strekken.

Welkeene teleurstelling, wanneer wij bij sommige gelegenheden minder worden opgemerkt en aangesproken dan wij verwacht hadden! Gedurig overwegen wij bij ons zei ven, niet hoe wij de glorie Gods zullen zoeken, maar hoe wij den naaste zullen dwingen ons te bewonderen en hoog te achten. Niets van alles wat ter onzer verheffing dienen kan, wordt verborgen gehouden.

Wij roemen op onze afkomst, onze kennissen en vrienden; wij spreken over onze bekwaamheden, onze verdiensten en werken. Die ons vleien zijn onze vrienden; die ons de waarheid durven zeggen, rekenen wij onder onze tegenstanders. In één woord, wij aanbidden ons zeiven, en vorderen eerbied en lofprijzingen van allen!

Hoe wordt onze eigenliefde niet geschokt als zij zich vernederd ziet, als onze beste bedoelingen soms ten kwade worden uitgelegd. Maar wij vergeten, dat daarom juist de vernederingen zoo heilzaam zijn.

ocr page 189

HOOFDSTUK XXXIII. 165

De Heiligen dankten God voor de vernederingen, die zij mochten verduren als voor eene bijzondere genade; en er zijn er zelfs geweest, die God om groote vernederingen gebeden hebben; want meer kan men God verheerlijken door eene vernedering met gelatenheid verdragen, dan door vele gebeden en godvruchtige oefeningen.

Gods Zoon heeft Zich vernederd tot de vernietiging, de gestalte van een dienstknecht aannemend'), ten einde ons te verlossen. Mogen wij nu door eigenliefde en hoovaardij het werk dei-verlossing krachteloos voor ons maken ?

0 Jesus, goede Zaligmaker, geef ons door de voorspraak Uwer Heilige Moeder de genade om onze eigenliefde te overwinnen, voorzichtig te zijn in onze gedachten, woorden en begeerten, opdat wij niet ons zei ven, maar altijd Uwe glorie zoeken. Leer ons de vernederingen beminnen, opdat wij evenals Maria aan U in alles gelijkvormig mogen worden.

') Philip. II, 7.

ocr page 190

166 HOOFDSTUK XXXIV.

HOOFDSTUK XXXIV.

over de liefde tot god in de offers, welke hij somtijds van ons vraagt.

De Dienaar. De offers, welke de moeders voor hare eerstgeborenen in den Tempel moesten opdragen, kostten haar maar weinig; een éénjarig lam en eene duif, of, als zij arm waren, twee duiven In uwen nederigen staat bracht gij, Heilige Moeder, het offer der armen.

Maar dat offer, dat gij in den Tempel kwaamt brengen, bepaalde zich niet tot die twee duiven alleen. Neen, die plechtigheid had voor u eene hoo-gere beteekenis en heiliger waarde. Als Moeder van den Messias, droegt gij uw Kind den Vader op als slachtoffer voor de zonde der wereld.

Eenmaal, dat wist gij, zou Hij zijn leven voor de zaligheid der menschen geven, en door nameloos lijden en smadelijken dood de wereld verlossen. Maar reeds in den Tempel boodt gij

ocr page 191

HOOFDSTUK XXXIV. 167

Hem den Vader aan, en vereenigdet uw offer met het Zijne.

Dat was het eerste oogenblik van uw lijden, dat duren zou tot den laat-sten snik van Jesus' leven. Toen reeds werd üwe ziel doorstoken, met dat zwaard van droefheid ') waarvan de grijze Simeon sprak, toen hij Jesus in zijne armen hield.

Jesus was uw eenige Zoon. Pas waart gij begonnen de vreugde te smaken van moeder te zijn, en moeder van zulk een kind 1 Maar God wilde dat offer, en aanstonds waart gij er toe bereid.

Waardige dochter van Abraham, die zijn eenigen zoon Isaac aan God ten offer brengen moest; als erfgename van zijn geloof hebt ook gij, uw natuurlijk gevoel willen onderdrukken, om alleen te luisteren naar de stem van God, die u het dierbaarste ten offer vroeg.

Maria. Mijn kind, als God u iets vraagt, wees dan als ik aanstonds en

') Lux. ii, 35.

ocr page 192

168 HOOFDSTUK XXXIV.

edelmoedig daartoe bereid, wat liet ook moge wezen. Van mij vorderde Hij het offer van wat ik recht had vurig te beminnen; maar in de meeste gevallen vraagt Hij van u het offer van wat gij niet moogt beminnen en zelfs haten moet. Het afleggen van een zondige gewoonte, het vermijden van een voor u gevaarlijk gezelschap, eene versterving uwer zinnen, en dergelijken.

Die God bemint, moet in Zijne liefde edelmoedig zijn. Een bekrompen hart weet nauwelijks wat liefde is.

Heeft men liefde, als men niets wat moeite kost voor God wil ondernemen, of als men zich bij de minste moeie-lijkheid laat ontmoedigen?

De ware liefde toont zich vooral bij droefheid en strijd; doch een ware leerling van Jesus kent geen zwakheid.

Wilt gij uwe offers den Heer aangenaam maken, breng ze dan bereidwillig zonder te vragen, wat ze u kosten.

De wereld eischt van hare volgelingen vee! zwaarder offers. Zij spreekt slechts, en aanstonds is men voor haar gereed. Zal God dan de eenige zijn.

ocr page 193

HOOFDSTUK XXXIV. 169

aan wien men niets ten offer brengt, zonder eerst te onderzoeken, of Hij niet te veel van ons vergt?

Aan de wereld, die zich alleen door grillen laat leiden, en slechts op eigenbelang bedacht is, zou men geen hart durven aanbieden, gelijk velen aan God durven opdragen. Bewijst een kind wel liefde aan zijn vader, als hij slechts voor hem doet wat streng geboden is? Geeft eene echtgenoote blijken van oprechte liefde, als zij er zich weinig om bekommert haren man te mishagen, zoodra hare eigenliefde in spel komt? Ware liefde toont zich juist in blijmoedige offers; en hoe meer zij geven kan, des te meer ook wil zij geven; zij tracht geheel zichzelve weg te schenken.

God wordt dus niet gediend gelijk Hij wil en waardig is, als men Hem geen hart geeft, dat volmaakt en volkomen is in den wil van God. ')

Verneder u dan, mijn kind, dat gij zoo lauw zijt in Zijnen dienst, en dat gij, na alles wat Hij voor u gedaan

') Colos. IY. 12.

ocr page 194

170 HOOFDSTUK XXXIV.

heeft, zoo weinig voor Hem over hebt.

Vallen soms de offers, die Hij van u vraagt, zwaar en moeielijk, denk dan, dat Hij later nog zwaarder offers van u kan vorderen, om het eeuwig leven te verdienen. Zonder offers geen belooning; geen verdiensten zonder strijd.

Nu vraagt Hij steeds het geringe offer van eenige versterving; maar uw geld en goed, uwe rust, uw goeden naam, uwe gezondheid, uw leven zelfs kan Hij vorderen, want Hij heeft recht op alles.

Hij toch is Opperheer, en heeft dus recht te vragen wat Hij wil; Hij is almachtig, wat Hij wil, zal gebeuren al zou uw tegenstand nog zoo groot wezen; Hij is oneindig wijs, wat Hij wil, is de vrucht Zijner wijsheid, en kan slechts waardige en nuttige gevolgen voor u hebben; Hij is oneindig goed, wat Hij wil is altijd een uitwerksel Zijner liefde.

De volkomen, algeheele en liefdevolle onderwerping in alle omstandigheden des levens is de derhalve de voorzichtigste en heiligste handelwijze, en

ocr page 195

HOOFDSTUK XXXV. 171

verwerft u Gods gunsten hier op aarde en het eeuwige leven in den Hemel.

HOOFDSTUK XXXV.

OVER DE ONDOORGRONDELIJKE LEIDING DER GODDELIJKE VOOEZI1CNIGHEID.

Geheel onverwacht gaf God door een Engel aan den H. Joseph in den slaap bevel oin met het Kind en Zijne Moeder naar Egypte te vluchten, ten einde het aan de woede van Herodes te onttrekken. Herodes namelijk had het helsche plan gevormd den Zaligmaker te dooden, en liet daarom alle kinderen van het mannelijk geslacht beneden de twee jaren, in Bethlehem en omstreken op wreedaardige wijze om het leven brengen.

Maar had God dan niet in Zijne oneindige almacht de- middelen om het hart van dien koning te veranderen? Is het God niet onwaardig voor een zwakken sterveling te vluchten ?

ocr page 196

172 HOOFDSTUK XXXV.

Konden dan niet ter wille van Jesus de plagen hernieuwd worden, waarmede God eertijds de Egyptenaren sloeg, om Zijn volk te redden?

Maria echter zoekt niet het raadsbesluit van God te doorgronden. Zij denkt er alleen aan te gehoorzamen. God vordert van ons onderwerping aan Zijnen wil, hetzij wij daarvan de reden begrijpen of niet.

Zou Maria op dien langen tocht, midden door woestijnen, en in dat vreemde land, waarheen zij gezonden werd, middelen van bestaan vinden? Zij vraagt er niet naar. Die het bevel gaf om te vluchten, is machtig genoeg om haar ook levensonderhoud te geven.

Zou zij altijd in Egypte moeten blijven? Ook dat onderzoekt zij niet. Zij zal terugkeeren, wanneer God haar zal roepen.

God kon haar nog veel onbegrijpelijker bevelen gegeven hebben, hare ziel zou niets van haren vrede verliezen.

Waarover zou eene ziel, die weet dat God hare geleider is, zich verontrusten ? Is er veiliger bescherming dan die dei-Voorzienigheid?

ocr page 197

HOOFDSTUK XXXV. 173

Gij beveelt mij, Heer, mi] onbekende wegen te gaan. Welnu, üw wil zal mij verlichten en geleiden.

Waarheen ik ga, is mij onbekend; maar als ik mij door Uwe wijsheid laat geleiden, ben ik zeker geen verkeerden stap te zeiten.

In de dikste duisternis wandel ik gerust; Gij immers zult mi] niet verlaten.

Wat zou mijn eigen zwak licht mij baten op eenen weg, dien Gij zelf mij opent, en dien Gij mij beveelt met blinde gehoorzaamheid te volgen. Als Gij gesproken hebt, moet ik handelen zonder mi] zeiven te hooren.

Men verlaat zich geheel op de leiding van een mensch, die men als voorzichtig kent. Zou ik dan, als de Eeuwige Wi]sheid zelve mij geleidt, reden tot mistrouwen hebben ?

Dikwijls behaagt het U, o God, door schijnbaar tegenstrijdige middelen tot üw doel te komen; maar hoe wonderlijk Uwe plannen voor mij ook mogen wezen, het is mij genoeg ze te aanbidden. Want verder dan ik begrijpen kan, gaat Uw almacht, en Uwe liefde.

ocr page 198

174 HOOFDSTUK XXXV.

Maria vertrouwde bij hare vlucht naar Egypte volkomen op de zorg en bescherming van God. Zouden zijne oogen zich van haar en den kostbaren Schat, dien Zij droeg, hebben kunnen afwenden? Neen, nocli gevaarlijke schichten des (lags, noch listen der duisternis had zij te vreezen. De Heer heul Zijnen Engelen bevolen haar op al hare ivegen te bewaren; alle gevaar van haar af te weren en haar zoo noodig op de handen te dragen. Al was de aarde met giftige slangen en wilde dieren overdekt, over adder en basilisk zou zij heen gaan, en leeuw en draak vertreden. ')

Op vele plaatsen der H. Schrift lezen wij, dat God bescherming beloofd heeft aan die op Hein vertrouwen.

Laat u dus niet ontmoedigen als God iets van u vordert, hoe moeielijk het u ook moge wezen. Hoop op Hem, Hij zal u helpen.

Al zou de gehoorzaamheid aan Zijnen wil u aan de grootste ongelegenheid blootstellen. Vertrouw in alles op

■) Ps. xc, G vlg.

ocr page 199

HOOFDSTUK XXXV. 175

Zijne zorgen; Zijne voorzienigheid zal u niets laten ontbreken.

Al zoudt gij u ook aan de bespotting, beleediging en vervolging van kwaadwilligen ten prooi moeten geven, verlies den moeAmet: God zal ten tijde der beproeving Uic beschermer zijn ').

Het vertrouwen op God is de zekerste waarborg Zijner bescherming. Al schijnt Hij u soms voor eenigen tijd te verlaten, ten bekwamen tijde zal Hij ü de kalmte doen loedervinden Jacta super Dom in urn curam tuam et ipse te enutriet: non dab it in aeternum tUictuatio-nen justo'-). Werp al uwe zorg op den Heer, Hij zal u voeden-, Hij zal den rechtvaardige niet immer in onrust laten.

De bewoners van Bethulië verwachtten geen redding meer van den God hunner vaderen, en toch hield Hij meer dan ooit het oog Zijner Voorzienigheid op hen gevestigd, en redde de stad door de heldendeugd van Judith.

De kuische Joseph werd in al zijne

gt;) Ps. XXXVI, 39. =) Ps. LIV, 23.

ocr page 200

176 HOOFDSTUK XXXV.

beproevingen door God niet vergeten. Door zijn broeders als slaaf verkocht, onschuldig veroordeeld en in een duisteren kerker geworpen, had hij nog nimmer een ander loon voor zijne deugd gekend, dan versmading en verdriet. Maar onverwacht werd hii verlost om tot het toppunt van eer en het hoogste gezag verheven te worden.

Niet altijd echter bevrijdt de Voorzienigheid ons van alle beproeving en gevaar; niet altijd voorziet zij in onze behoeften, gelijk wij wel zouden wen-schen.

Maar hetzij zij ons uit onze ongelegenheid redt, of ons er in laat blijven; hetzij zij ons op de ongerechtigheid wreekt, of toelaat, dat wij er de slachtoffers van worden, hare leiding is altijd wonderbaar.

Geeft God ons geduld in het lijden, dan verleent Hij ons daardoor dikwijls meer genade, dan wanneer Hij ons voorspoed schenkt.

Hoevele Christenen hebben bijna aan alles gebrek en zijn toch in hunnen staat zóó tevreden, alsof zij aan niets gebrek hadden. Zij zegenen de Voor-

ocr page 201

HOOFDSTUK XXXVI. 177

zienigheid en willen met de gelukkigsten der wereld niet ruilen.

Neem dus in al uwe zorgen met vertrouwen uwe toevlucht tot God. Boep Mij aan op den dag der benauwdheid Ik zal u redden, zegt de Heer. In-voca me in die tribulationis eraam te. ') Verlaat u op Hem. Al is Zijne hulp voor u niet zoo klaarblijkelijk en wonderbaar, zij zal toch niet minder werkelijk en troostend wezen.

HOOFDSTUK XXXVI.

over den ijver in den dienst van god.

De Dienaar. Nadat gij,Heilige Maagd, met het Goddelijk Kind en Zijnen voedstervader uit Egypte waart teruggekeerd, bleeft gij te Nazareth wonen en gaaft aan allen die u kenden, in iedere omstandigheid van uw heilig leven, ver-

■) Ps. XLIX, 15.

12

ocr page 202

178 HOOFDSTUK XXXVI.

heven voorbeelden van i)venge godsvrucht. Ieder jaar, zoo meldt ons het H. Evangelie, gingt gij op naar Jerusalem om in den Tempel het Paaschfeest te vieren ')

De verplichting om daar het Paaschfeest te vieren was eigenlijk alleen uwen Bruidegom, den Heiligen Joseph opgelegd -); maar gij vergezeldet hem. Uwe liefde tot God was te edelmoedig om zich alleen tot strengen en noodzakelijken plicht te bepalen. Elke gelegenheid, elk middel naamt gij te baat om God uw trouwen dienst en ware liefde te toonen.

Mahia. Mijn kind, een hart dat God bemint, verzuimt niets wat Hem behagen kan, en gevoelt zich nooit gelukkiger, dan wanneer het Hem blijken van trouw kan geven.

Zie slechts wat de wereldlingen doen om aan de wereld te behagen, en leer van hen, wat gij moet doen voor God.

Zie hun ijver en zorg. Noch moeite, noch arbeid wordt gespaard om eenig

■) Luc. II, il. !) Exod. xxiii, 17.

ocr page 203

HOOFDSTUK XXXVI. 179

tijdelijk gewin te verkrijgen, om de gunst der menschen te winnen en zich eer en grootheid naar de wereld te verwerven. Om dat doel te bereiken aarzelen zij niet hun rust en vrede er aan te wagen; ja zelfs het heil hunner onsterfelijke zielen wordt aan dat zondig doel roekeloos prijs gegeven.

Onvermoeid in den dienst der wereld, achten zij zich genoeg beloond, wanneer hun eenig geld wordt toegeworpen, schoone beloften worden gegeven, of een heerlijke toekomst wordt voorgespiegeld.

Hoe weinig daarentegen heeft men over voor God ? De geringe blijken van liefde, welke Hij ons vraagt, bezwaren ons dikwerf als een groote last; Zijne liefde vordert van ons te veel onderwerping. Is het niet treurig, dat het voorbeeld der wereldlingen onzen ijver komt beschamen?

Mijn kind, laat u niet door de kinderen der wereld in edelmoedigheid overtreffen! Duld niet, dat de wereld door hare volgelingen met meer ijver verheerlijkt wordt, dan God door hen, die belijden Hem toe te behooren.

ocr page 204

180 HOOFDSTUK XXXVI.

Gij zegt, of denkt althans uwen God te dienen, maar waar is uw ijver? IJvert gij voor God, gelijk de zondaren ijveren voor de wereld? Zijt gij onvermoeid in goede werken, in gebeden en lofzangen, in het vervullen uwer plichten, gelijk zij onvermoeid zijn in hunne uitspattingen? Streeft gij naaide goedkeuring, het welbehagen en de belooning Gods, zooals zij naar het welbehagen en de tevredenheid dei-wereld streven? Wedijvert gij met de braven naar den prijs deugd en dei-volmaaktheden, zooals de boozen onderling dingen naar den eerloozen palm der goddeloosheid ? Of zouden de dienst, de liefde en de belooning van God niet kunnen opwegen tegen den dienst en de vriendschap eener zondige wereld?

Als gij God vurig liefhebt zal Zijn dienst u aangenaam en gemakkelijk vallen; nooit zal het u te veel zijn iets voor Hem ten offer te brengen, want de liefde zal alles verzoeten.

Gij treurt er over, als gij de boosheid het hoofd ziet opsteken, de goddeloosheid rondom u ziet woeden; en zijt bedroefd, dat God zoozeer miskend

ocr page 205

HOOFDSTUK XXXVI. 181

wordt. Ik keur dit volkomen goed, doch er schiet nog iets anders over te doen. Scherp uwen ijver, treur over uwe traagheid en begin een wedstrijd niet in de boosheid, maar in de deugd. Loof en prijs den Heer in al uwe gedachten, begeerten, woorden en werken even ijverig, als de goddeloozen Hem honen. Zoek het voorbeeld, de opwekkingen en de hulp der braven, gelijk de zondaren elkander wederkeerig zoeken en steunen in de boosheid.

De Dienaar. Teedere Moeder, verkrijg voor uw kind dien ijver in den dienst van God. Met schaamte beken ik, dat tot nu toe de minste moeielijkheicl mij afschrikt en mijn geest in verwarring brengt. Aan de eerste bekoring van verveling en afkeer wordt aanstonds toegegeven; het menschelijk opzicht houdt mij terug en belet mij dikwijls datgene te doen, waartoe de genade mij aanspoort.

Gij kent mijn zwakheid en ellende; heb medelijden met mij en laten uwe heilzame lessen in mijn hart die vurige liefde ontsteken, waarmede de God van liefde gediend wil worden.

ocr page 206

182 HOOFDSTUK XXXVII.

HOOFDSTUK XXXVII.

OVER HET ONGELUK VAN JESUS DOOR DE ZONDE TE VERLIEZEN.

Jesus had den ouderdom van twaalf jaren bereikt, toen Maria en Joseph volgens gewoonte naar Jerusalem togen om er het Paaschfeest te vieren. Jesus vergezelde hen.

ïoen het feest was afgeloopen, keerden Maria en Joseph naar Nazareth terug; maar Jesus bleef buiten hun weten te Jerusalem achter.

Wie zal de droefheid melden, welke zich plotseling van hen meester maakte, toen zij Zijne afwezigheid bemerkten? Aanstonds keerden zij terug om Hem te zoeken, maar met een hart, overstelpt van smart.

Maar, lieve Jesus, het was toch de schuld niet van Maria en Joseph! Gij liadt U, zegt het H. Evangelie, aan hen onttrokken om de dingen Uivs He-melschen Vaders ')•

■) Luc. II, 49.

4

ocr page 207

HOOFDSTUK XXXVII. 183

O mocht ik, die U zoo dikwijls door miine zonden verloren en gedwongen heb TJ van mij te verwijderen, het ongeluk van dat verlies immer levendig beseffen.

Maria had alleen de lichamelijke tegenwoordigheid van Jesus verloren: zij bleef in Zijne liefde. Maar ik heb alles verloren: Zijne genade en Zijne liefde.

Kan de wereld en hare vermaken, kan het toegeven aan mijn hartstocht, waaraan ik alles, zelfs het leven mijner ziel heb prijsgegeven, mi] dat verlies vergoeden ?

C4elukkig zij, van wie Jesus zich nooit verwijderd heeft, en die altijd met Jesus zijn gebleven.

Met Jesus te zijn is zoetheid en bekoorlijkheid, teedere vriendschap, goddelijk welbehagen en hemelsch Paradijs.

Maar van Jesus verlaten te wezen is bittere eenzaamheid, duistere nacht, de grootste verlatenheid en vervroegde straf der hel.

Die Jesus bezit, bezit een goeden schat, een goed boven alle goed. Maar die Jesus verliest, verliest alles, meer dan de gansche wereld.

ocr page 208

184 HOOFDSTUK XXXVEI.

Die goed is met Jesus, gaat den rijksten in geluk te boven, maar die leeft zonder Jesus is de armste van allen.

Men treurt en is ontroostbaar over een tijdelijk verlies en men treurt niet, als men Jesus heeft verloren. Alleen U, o God, ons opperste en oneindige goed, verliezen wij, de schepselen Uwer handen, zonder er door getroffen te worden.

Vader der barmhartigheden, geef Uw kind Uw vriendschap weder; Goddelijke Bruidegom mijner ziel, laat mij deelen in Uwe liefde.

Laten de tranen, die mijne oogen ontvloeien, Uwe barmhartigheid verwerven. Zij vloeien overvloedig, omdat ik gevoel wat ik verloren heb. Afschuw heb ik van mij zeiven, als ik bedenk, dat ik door mijn eigen schuld zoo diep gevallen ben.

Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik ben niet waardig Uw kind genoemd te ivorden; maar maak mij slechts als een Uwer dienaren^)

Jesus, mijn Zaligmaker, hergeef mij

') Lnc. XV, 18.

ocr page 209

HOOFDSTUK XXXVII. 185

Uwe liefde, en toon hoever die gaan kan. De felle slagen, Uwer rechtvaardigheid heb ik verdiend. Straf en kastijd mij, maar geef mij de plaats terug, die ik eenmaal in Uw hart bezat.

Ontneem mij wat mij aan de wereld kan hechten, goederen en geluk, eer en goeden naam, achting en vriendschap der menschen; maar laat nooit toe, dat ik U weder verlieze.

O Maria, liefste Moeder Gods, gij ziet hier voor uwe voeten een' ellen-digen zondaar, eenen slaaf der hel, die tot u zijne toevlucht neemt en op u al zijn vertrouwen stelt. Het is waar, ik verdien niet dat gij mi] aanschouwt, maar ik weet, dat, dewijl uw Goddelijke Zoon gestorven is om de zondaars zalig te maken, gij niets meer verlangt dan hen te helpen. O Moeder der barmhartigheid! sla uwe oogen op mijne ellende, en heb medelijden met mij. Ik hoor, dat eenieder u de toevlucht der zondaars, de hoop der wanho-penden, de bijstand der veriatenen noemt. O, wees dan ook mijn bijstand!

ocr page 210

186 HOOFDSTUK XXXVII.

door uwe voorspraak moet gij mij zalig : maken. Om cl,e liefde van Jesus, haast u om mij te helpen; reik uwe hand j aan eenen ellendige, die gebukt gaat onder den last zijner zonden, en die zich aan u aanbeveelt. Ik weet dat het u verheugt, eenen zondaar te kunnen bijstaan; kom mij dan nu te hulp, daar gij mij helpen kunt. Door mijne zonden heb ik Gods genade verloren en mijne ziel in het verderf gestort; ik werp mij nu in uwe handen, zeg mij wat ik doen moet om mij weder met mijnen God te verzoenen, want ik ben bereid alles te doen, wat Hij mij gebiedt. God wil, dat ik mij tot u wende; Hij wil, dat ik uwe barmhartigheid aanroepe, opdat niet alleen de verdiensten van uwen Zoon, maar ook uwe gebeden mij helpen en mij voor de eeuwige straffen bewaren. Ik neem dan tot u mijne toevlucht, o Maria! gij bidt voor zoo vele anderen, bid dan ook Jesus voor mij; zeg Hem, dat Hij mij vergeve, en Hij zal het zeker doen; zeg Hem, dat gij mijne zaligheid verlangt, en Hij zal mij zonder twijfel zalig maken. Toon aan de

ocr page 211

T

hoofdstuk xxxviii. 187

wereld, hoeveel goeds gij aan diegenen bewijst, die op u vertrouwen.

HOOFDSTUK XXXVIII.

over het groote middel ter volharding.

De Dienaar. Zoodra gij, Heilige Moeder, de afwezigheid van Jesus bemerkt hadt, gingt gij Hem onmiddelijk en met droefheid onder de nabestaanden en kennissen zoeken, en toen gij Hem niet vondt, keerdet gij naar Jerusalem terug. Eerst na drie dagen vondt gij Hem leerende in den Tempel.

Maria. Nooit genoeg, mijn kind, kunt gij uw ongeluk beselfen, als gij Jesus hebt verloren. Maar als nu de genade van Zijn Goddelijk Hart u weer in Zijne vriendschap heeft hersteld, als Zijne barmhartigheid u weer tot kind van God verheven heeft, o draag dan zorg met al den ijver, die in u is, om Jesus nimmermeer te verliezen!

if

*

i

ocr page 212

188 hoofdstuk xxxviii.

De Dienaar. Leer mij, Heilige Moeder, wat ik doen moet om in Jesus liefde te volharden.

Maria. Mijn kind, onderzoek zorgvuldig, wat u van Jesus verwijderd heeft en hoe het gekomen is, dat gij Zijne liefde verloren hebt, en Zijn vijand zijt geworden.

Ieder mensch heeft in zijn hart een booze neiging, welke hem ten ver-derve voert, indien zij niet bestendig wordt bestreden. Bi] den eene is zij eigenzinnigheid, ingenomenheid met zichzelven, hardnekkigheid, ongehoorzaamheid; bij den andere heet zij ijdel-heid, praalzucht, onmatige begeerte om te behagen, of de oogen der menschen te boeien; bij sommigen is zi] gierigheid, onmatigheid, vadsige traagheid; bij anderen lichtgeraaktheid en gramschap.

Een ieder beproeve zich zei ven! Vraag u dus af: wat boeit mij het meest; wat brengt mijne begeerte het lichtst in beweging; wat is de gewone oorzaak mijner zonden en overtredingen; en rust niet, alvorens die oorzaak ge-

■

i

ocr page 213

HOOFDSTUK XXXVIII. 189

vonden en door volhardenden strijd uwe hoofdfout overwonnen te hebben.

Zijt gij misschien begonnen met traagheid in den dienst van God; met u schuldig' te maken aan vele nalatigheden, die uwe liefde voor Hem hebben verkoeld ? Door telkens herhaalde nalatigheid trekt men onmerkbaar een scheidsmuur tus-schen Jesus en zichzelven op.

Heeft God u wellicht het offer gevraagd van zekere gehechtheid, van eene te zinnelijke genegenheid, en hebt gij geweigerd dat offer te brengen? Door zulke offers te weigeren, onttrekt men zich aan de bijzondere leiding der Voorzienigheid, die ons voor verleiding en gevaarlijke gelegenheden beschermt en behoedt.

Wees by zonder waakzaam over uw hart. Omni custodia serva cor t u u m '); Bewaar uw hart met de meeste zorg, en bederf het niet door iets te doen wat gij voor God niet kunt verantwoorden; immers die zijn hart bederft, bederft het leven zijner ziel: ex ipso vita p r o c e d i t

') Prov. IV, 23. 2) Ibidem.

ocr page 214

190 HOOFDSTUK XXXVIII.

Wees getrouw in kleine zaken om niet in groote ontrouw te worden. Qui s p e r n i t m o d i c a, p a u 1 a t i m decidet1); die geringe fouten versmaadt, zal langzamerhand tot groote vervallen.

De kleine fouten, welke gij uzelven zoo gemakkelijk vergeeft en die zoovele lauwe zielen zich gemakkelijk vergeven, verwijderen u van Jesus en Jesus van u. Zij ontnemen u wel niet geheel Gods liefde, maar verminderen haar, en maken u onverschillig; en er is geen grooter beletsel voor de genade dan onverschilligheid.

De innige gemeenschap van het hart des rechtvaardigen met het, H. Hart van Jesus wordt alleen onderhouden door tromve liefde. Voed ze voor Jesus, mijn kind, gelijk gij wenscht, dat Hij ze voor u zal voeden. Gij verlangt, dat Hij u al de rijkdommen Zijner liefde zal geven, welnu geef gij Hem dan geheel uw hart. Want alle genegenheid die niet voor God of om God is, is in zekeren zin een ontrouw jegens God en

') Eccli XIX, 1.

ocr page 215

HOOFDSTUK XXXVIII. 191

wekt Zijn naijver, en roaakt ons Zijne liefde minder waardig.

De Dienaar. O Koningin des Hemels! na lang een ellendige slaaf des duivels geweest te zijn, kom ik mij nu voor altijd aan uwen dienst toewiiden; ja ik verbind mij van heden af om u mijn gansche leven te eeren, en u altijd te dienen; neem mij dün genadig aan en verstoot mij niet, zoo als ik het verdien. O mijne Moeder! op u heb ik al mijne hoop gesteld, van u verwacht ik al mijn geluk. Ik loof en dank God, die mij, uit barmhartigheid alleen, dat vertrouwen op u gegeven heeft; want ik houd het voor eene groote verzekering van mijn eeuwig geluk. Helaas! enkel ben ik vroeger in zonden gevallen, omdat ik u niet aangei'oepen heb; maar nu hoop ik. dat God door de verdiensten van Jesus-Christus en door uwe gebeden mij vergeven heeft. Doch ik kan op nieuw de goddelijke genade verliezen; het gevaar is nog altijd hetzelfde, want mijne vijanden waken altijd. Ach, hoe vele bekoringen blijven mij nog te overwinnen! O mijne aller-

ocr page 216

192 HOOFDSTUK XXXVIII.

liefste Koningin! sta mij bij, en gedoog niet, dat ik op nieuw een dienaar der zonde worde; bescherm mij altijd. Ik weet, dat, zoo ik mi] maar aan u aanbeveel, gij mij zult helpen, en dat ik met uwen bijstand alles zal overwinnen; maar dit is het juist wat ik vrees; ja, ik vrees, dat ik zal vergeten u in het midden der bekoringen aan te roepen, en zoo voor eeuwig verloren gaan. ö Maria! laat dit niet toe, bid ik u, verwerf mij de genade, dat ik u in al mijne bekoringen moge aanroepen, altijd in de aanvallen der hel tot u mijne toevlucht neme en uitroepe: help mij, Maria, liefste Moeder! geef mij de genade der volharding!

HOOFDSTUK XXXIX.

OVER DE VEEEENIGING DER ZIEL MET GOD.

Na Jesus te hebben wedergevonden, keerden Maria en Joseph met het Goddelijk Kind naar Nazareth terug, en ver-

ocr page 217

HOOFDSTUK XXXIX. 193

bleven daar, tot dat de tijd aanbrak, waarop Jesus Zijn openbare leven zou beginnen.

Gaan wij in den geest het heilig Huisgezin van Nazareth binnen, om met de oogen des Geloofs te zien en met het hart te overwegen de verheven voorbeelden van deugd en volmaaktheid, die ons daar gegeven worden.

Maria genoot de zoete tegenwoordigheid van Jesus, en was met Hem op de innigste wijze vereenigd. Haar hart, van alle aardsche genegenheid vrij, was als een hemel, waarin zij den lieven Jesus onuitsprekelijk teeder beminde.

Jesus is het eeuwige Woord des Vaders, door hetwelk alles gemaakt is en zonder hetwelk er niets gemaakt is van al, wat er gemaakt is. ') Al wat kostbaar, al wat schoon, zoet en beminnelijk is, is voortgekomen uit Zijne handen; al wat er jubelt en juicht in den Hemel of op aarde is gelukkig, om Jesus. Hij vormt de harten der braven, wier liefde en goedheid ons verkwikt,

') Joan. I : 3.

18

ocr page 218

194 HOOFDSTUK XXXIX.

Hij leert den ouders hunne kinderen beminnen, Hij doet de harten der Heiligen van eenhemelsch liefdevuur branden, en loont hen in den Hemel, en de Hemel is een Hemel, omdat Jesus er heerscht. Hij is de vreugde der Engelen, de hoop der Aartsvaders, het licht der Profeten. Hij geeft vrede aan allen, die van goeden wil zijn. Jesus, een welluidend gezang in ons oor, honig in onzen mond, vreugde in ons hart! Hij is de glans, het levend beeld de eenige en eeuwige Zoon des Vaders, voor Hem buigt zich alle knie van die in den Hemel, op de aarde en onder de aarde zijn. Door matelooze barmhartigheid leert Hij ons, Zijn woord klinkt dagelijks in onze ooren. Hij spreekt tot ons hart en zoekt ons door Zijne genade. Hij is het licht onzer oogen, het heil onzer zielen, de levende bron van alle geluk, de liefdevolle herder, de eenige Verlosser der wereld.

Met dien, boven alles gezegenden Jesus was dan Maria op de innigste wijze verbonden!

ó Ziel, die het geluk hebt Jesus te

ocr page 219

HOOFDSTUK XXXIX. 195

bezitten, waardeer en gevoel het heilig voorrecht, dat u geschonken is, en tracht dat geluk voor u te bestendigen.

Leg u met alle krachten, alle vermogens en gaven, die in u zijn, er op toe om Jesus te beminnen. Geen moeite zij u daartoe te veel, geen offer u te zwaar; want dat geluk kan nooit te duur verkregen worden.

Alles wat u omringt, ailes wat u aantrekt en boeit, verkondigt Gods grootheid, en wekt u op om Jesus steeds meer en hartelijker te beminnen.

Coeli enarrant gloriam Dei. ') De Hemelen, zoo plechtig boven uw hoofd uitgespannen, verkondigen Gods glorie. De glans der sterren is een beeld Zijner Majesteit; de uitgestrektheid dei-zee schildert u Zijne onmetelijkheid.

Al wat in de natuur bestaat, meldt u Zijne volmaaktheden; de kleinste bloem is een meesterstuk Zijner handen, en leert u als in een open boek Gods grootheid kennen.

Niet alleen huiten u, ook in u kunt gij overalJesusvinden. In ipso enim

') Pa. XVIII, 2.

ocr page 220

196 HOOFDSTUK XXXIX.

vivimus et mo vemur et sumus: ') in Hem leven wij, en bewegen ivij ons en zijn wij. Hij verlicht uwen geest, beweegt uwen w\\,klopt aandedeMruws harten,2) en vraagt u zoo dringend Hem uw hart te schenken: Praebe, f i 1 i mi, cor t u u m m i h i; ^ Mijn kind, geef Mij uw hart. Hij waakt over uw leven, en beveelt aan de natuur om u het noodige te verschaffen.

Niet ver van u hebt gij Hem te zoeken. Keer in uzelven, let op Zijne tegenwoordigheid, want op velerlei wijze is Hij u nabij; nu eens door een levendig licht, dat uw hart doortintelt en tot het goede opwekt, dan weer door stille vermaningen, soms door liefdevolle verwijten over uwe lauwheid in Zijnen dienst.

Wees bedacht die verschillende werkingen dei- genade niet door lichtzinnigheid of afkeer te beletten; leg u op oefeningen toe, die u het best tot God kunnen brengen en volbreng ze in den geest van ware godsdienstigheid.

') Act. XVII, 28. !) A poe. III, 20.

a) Prov. XXIII, 20.

ocr page 221

HOOFDSTUK XXXIX. 197

Doe uwe dagelijksche bezigheden zooals God van u verwacht; doe ze bedaard en geduldig, en nooit met overhaasting; want overhaasting schaadt den inwendigen geest zelfs in heilige zaken.

Maar wees vooral bezorgd, om nimmer, noch in vreugde, noch in droefheid aan den drift uws harten aanstonds toe te geven. Eene ziel, die zich gemak kelijk uitstort voor de schepselen, verliest de vereeniging met G-od en berooft zich zelve van de kostbaarste genade.

Laat God alleen weten wat u leed of droefheid veroorzaakt; Hij is uw Vader en uw Vriend, in wiens hart gij met volkomen vertrouwen uw verdriet en voldoening kunt nederleggen.

Door dien vertrouwelijken omgang met God, zult gij vooruit gaan in die heilige vereeniging, welke voor eene godvruchtige ziel het zoetst genot des levens is, en waarin Maria tijdens haar aardsche leven het hoogste geluk gevonden heeft.

ocr page 222

198 HOOFDSTUK XL.

HOOFDSTUK XL.

OVER DE PLICHTEN VAN STAAT.

God vraagt zelden, dat wij Hem onze liefde zullen toonen door schitterende en buitengewone daden. Meer moet die liefde zich openbaren in standvastige getrouwheid, bij het vervullen van zelfs de kleinste plichten, welke onze staat ons oplegt.

Door die getrouwheid in de dagelijk-sche plichten heeft Maria zich verdiensten verworven, welke haar boven de Engelen hebben verheven.

Dertig jaren bleef zij mét Jesus in Nazareth verborgen en al dien tijd was haar eenige zorg: haar Goddelijk kind op te voeden, het vertrouwen van haren Bruidegom te winnen, en haar huisgezin met wijsheid te bestieren.

Men moet de heiligheid of volmaaktheid niet op de eerste plaats zoeken in oefeningen, waartoe men niet ver-

ocr page 223

HOOFDSTUK XL. 199

plicht is, maar in het vervullen der gewone dagelijksche plichten.

De hoogste volmaaktheid is den levensstaat, waarin men geplaatst is, lief te hebben en al de plichten er van getrouw te vervullen; want die staat is de wil van Gods Voorzienigheid. Een handwerkman, die in het zweet des aanschijns den kost verdient, — een huisvader, die bij eene eenvoudige levenswijze tevreden en zorgzaam voor zijn gezin is, bewerken niet minder hunne zaligheid dan zij, die de hoogste posten bekleeden, en de heiligste bediening uitoefenen. Zij bewerken haar zelfs dikwijls met minder gevaar.

De beste staat is niet, die u het volmaaktste toeschijnt, maar die u door God is aangewezen. Zou hetgeen dwaasheid zijn, op ei(/ere TOamer heilig te willen worden, en niet op de wijze die God wil ?

Men doet zijne bezigheden goed en volmaakt, als men ze doet omdat God het wil, en zooals God het wil; want de verdienste hangt minder af van den aard der werken, dan van den geest, waarin wij onze werken ver-

ocr page 224

200 HOOFDSTUK XL.

richten en van de overeenstemming van onzen wil met den wil van God.

Vordert God slechts geringe werken van u, en begeert gij grootere, dan is er groot gevaar, dat gij noch de eenen noch de anderen goed doet. Martha, Martha, sollicita es, et turbaris e r g a p 1 u r i m a: ') Martha, Martha, sprak de Zaligmaker, gij zijt bekommerd en bezorgd voor veel, maar gij bedriegt u met meer te willen doen dan Ik u vraag.

Doe alles wat Hij vraagt naar best vermogen en met evenveel ijver, alsof het iets groots ware.

Deed de sterke vrouw, die door den Heiligen Geest zoo loffelijk wordt geprezen, buitengewone dingen ? Zij deed eenvoudig wat in die tijden het gewone werk der vrouwen was.

Wie zal, zoo zegt de H. Geest, eene sterke vrouw vinden ? Hare waarde is van verre, van de uiterste grenzen. Het hart haars echtgenoots vertrouwt op haar. Zij doet hem goed en geen kwaad al de dagen zijns levens. Zij

*) Luc. X, 41.

ocr page 225

HOOFDSTUK XL. 201

zoekt naar wol en vlas, en arbeidt met het beleid van hare handen. Als het nog nacht Is, staat zij op, en zij geeft haren huisgenooten wat zij verworven heeft, en aan hare dienstmaagden voedsel. Zij gordt hare lendenen met kracht en maakt haren arm sterk. Zij smaakt en ziet, dat haren hande1, goed is; hare lamp wordt des nachts niet uitgebluscht. Hare vingers vatten het spinnewiel. Zij opent hare hand voor den behoeftige en strekt hare palmen naar den arme uit. Zij heeft geen vrees voor haar huis wegens de koude der sneeuw, want al hare huisgenooten hebben dubbele kleederen. Zij maakt en verkoopt lijnwaad en levert den Kanaaniet gordels. Haren mond opent zij voor de wijsheid, en de wet der goedentierenheid is op hare tong. Zij geeft acht op de gangen van haar huisgezin, en eet haar brood niet in ledigheid. Hare kinderen verheffen zich en roemen haar overgelukkig; haar man staat op en prijst haar. ')

Ziet gij, dat hier geen buitengewone

') Prov. XXXI, 10-28.

ocr page 226

202 HOOFDSTUK XL.

werken worden vermeld ? De sterke vrouw volbrengt alleen hare huiselijke plichten, en zoo ook verlangt God van u niets anders dan dat gij u eenvoudig bij uwe plichten houdt.

Naar de kerk gaan, bidden, zieken bezoeken zijn uitmuntende werken.Maar als gij ze doet, terwijl de plichten van uwen staat iets anders van u vorderen, volbrengt gij den wil des Heeren niet.

Men moet veel en dikwijls en volgens Gods woord altijd hidden, en niet ophouden: Üportet semper orare et non deficere '); maar als gij om te bidden uwe dagelijksche plichten nalaat, kan uw gebed niet aangenaam zijn aan God. Uw plicht vervullen is uw voornaamste gebed.

Hoevele werken gaan voor den Hemel verloren, omdat zij uit eigen wil en niet uit Gods ivil voortkomen. Maar welke schatten van verdiensten worden er verworven, wanneer in de werken van een gewoon en dagelijksch leven, alles het zegel draagt van den wil des j Heeren!

') Luc. xviu, i.

ocr page 227

HOOFDSTUK XU. 203

Menigeen, die voor het oog der men-schen weinig verdienste vergadert, zal in den Hemel hoog verheven worden, wijl hij zijne plichten met stipte trouw vervuld heeft; want op den dag des oordeels zal de Heer niet zeggen; wijl gij groote dingen gedaan hebt, maar: wijl gij in het kleine getrouw zijt geiveest, zal Ik u over veel stellen; ga binnen in de vreugde uws Heer en. ')

HOOFDSTUK XLI.

OVER HET GELUK VAN EEN GODVRUCHTIG HUISGEZIN.

Het heilig Huisgezin van Jesus, Maria en Joseph te Nazareth was wel waardig de blikken des Hemels tot zich te trekken ; want de deugd wei d er volkomen beoefend, vrede en eenheid heerschten er, en de wanorde der hartstochten was er geheel uit verbannen.

') Mat. xxv, 21.

ocr page 228

204 HOOFDSTUK XLI.

Jesus proficiebat sapientiaet aetate et gratia apud Deura et homines '): Jesus nam toe in wijsheid, in jaren en in behagelijkheid bij God en de menschen. Maria hield hare oogen op Hem gevestigd als op haar voorbeeld; Joseph leerde van Moeder -i en Kind de heiligste deugden beoefenen.

Alles geschiedde om God en leidde tot God. De tegenwoordigheid van Jesus alleen vervulde hunne harten met zalige vreugde, de wijsheid Zijner gesprekken stortte hoogere liefde in hen uit; Zijne gehoorzame onderdanigheid vervoerde j hen tot bewondering en stemde tot heiligen ootmoed.

Jesus, God van heiligheid, in geest en waarheid werdt Gij er aangebeden, en aangenaam en zoet was U de lof, die U door hen werd toegebracht!

Men kan zich de Heilige Familie niet voorstellen zonder haar geluk te benijden. Hoe zou het te wenschen wezen dat elk Christelijk huisgezin zich naar dat uitmuntend voorbeeld richtte.

') Luc. II, 52.

ocr page 229

HOOFDSTUK XLI.

Heerschte overal de liefde Gods, gelijk zij heerschte onder he.; nederige dak van Maria en Joseph, dan zou men ook orde, vrede en eensgezindheid zien heerschen. Man en vrouw zouden het geluk smaken van eene heilige en schul delooze echtvereeniging, de kinderen in de vrees des Heeren worden opgevoed, de dienstboden door voorbeelden van deugd en godsdienstigheid in den goeden geest versterkt worden.

De noodlottige gevolgen van ja-loerschheid en onmin zou men niet kennen, men zou elkander niet door kwaadwilligheid ergeren.

Hoe is het leven van een godvruchtig huisgezin?

De voorspoed strekt er niet tot verkwisting, tegenspoed wekt er geen ontevredenheid; want in armoede en behoeftigheid, zoowel als in rijkdom en overvloed wordt God er gezegend en gedankt.

Eene wijze spaarzaamheid is er de rijkste bron van welvaart; de gierigheid blijft er even vreemd als overdaad.

De man is het hoofd des gezins en stelt zich voor allen verantwoordelijk.

205

ocr page 230

206 HOOFDSTUK XLI.

Hij moet zijn gezag handhaven zonder heerschzucht, zonder trotschheid, en de vrouw moet in eensgezindheid met den man zorgzaam waken over de gangen van het huisgezin; dan zullen beiden den troost genieten van hunne kinderen te zien opgroeien in eer en deugd, en bekwaam om zelve ook op lateren leeftijd den weg der deugd te bewandelen.

Welk goed zal daaruit niet voort-j spruiten voor de geheele maatschappij ? Welke beminnelijke eenvoud van zeden? Welke oprechtheid, onschuld, eenheid, liefde, onderlinge stichting en wonderbare vruchten van heiligheid?

Om het huisgezin heilig in te richten moeten man en vrouw elkander oprechte liefde toedragen. Zonder die liefde wordt het huisgezin volslagen wanorde en namelooze ellende.

De man moet, als Joseph, door zijnen arbeid in het onderhoud der zijnen voorzien; hij moet zorg dragen voor vrouw en kinderen, hen besturen met een waardig en liefdevol gezag, hunne zwakheden met medelijdende liefde te hulp komen, en zich zeiven voor het gezin weten op te offeren.

ocr page 231

HOOFDSTUK XLI, 207

De vrouw moet, als Maria, haren man teeder beminnen en hem onderdanig zijn, gelijk Gods wet voorschrijft. Zij moet haar huis en kinderen verzorgen, en door dien arbeid evenzeer in het onderhoud behulpzaam zijn. Als vrouw en moeder moet zij zich door zachtmoedigheid weten te maken tot hetgeen zij wezen moet, namelijk het middenpunt, het hart des huisgezins, dat allen bemint en door allen bemind wordt.

De man moet gewoon zijn den tijd, die hem van den arbeid overschiet, niet bij vrienden buitenshuis door te brengen, maar binnen de gewijde muren van den huiselijken kring. Hij moet belangstellen in vrouw en kinderen, en die belangstelling door daden toonen.

De vrouw moet door voorkomende liefde den man het verblijf in huis aangenaam maken, zich stipt aan orde en tijd houden en deelnemend de zorgen des mans, zooveel zij kan, verlichten.

En mocht soms een ernstig woord van berisping of vermaning tusschen

ocr page 232

^08 HOOFDSTUK XLII.

eclitgenooten noodig zijn, of eenig misnoegen zijn ontstaan, laat dan de geest van liefde spreken, die geen verwijten zoekt, maar alleen verbetering bedoelt. Doch nimmer mag dit geschieden in het bijzijn der kinderen, opdat hunne onbeperkte liefde en eerbied voor het ouderlijk gezag geen letsel bekome.

Als zoo het huisgezin is ingericht, zal men zijne dagen in vrede doorbrengen; en zich den zegen van God, die de grondvest van het huisgezin moet wezen, volkomen waardig maken.

HOOFDSTUK XLII.

OVER DE LIEFDE DER KINDEREN TOÏ HUNNE OUDERS.

Het heilig Huisgezin van Nazareth is een toonbeeld voor allen. Maria en Joseph vervulden op volmaakte wijze hunne plichten als ouders, en het Kind Jesus was hun onderdanig: eva,t sub-ditu s illis ').

■) Llic. II, 51.

ocr page 233

HOOFDSTUK XLII. 209

Welke liefelijke tafereelen komen op in onzen geest, als wij overwegen, hoe Jesus aan den schoot Ziiner moeder, of in den winkel van Zijn voedstervader deel nam in hunne bezigheden, en zooveel Hij kon hunne zorgen verlichtte.

De geringste werken liet Hij zich welgevallen en Hij vond er genoegen in, hun overal een behulpzame hand te bieden.

j

Groote verplichtingen zijn door God aan de ouders opgelegd; maar ook op de kinderen rusten zware plichten.

Honora patrem tuum et matrem tuam, ut sis longaevus super t err am ')• Eer mven vader en uwe moeder, opdat gij lang moogt leven op aarde. Zoo klonk het op den berg Sinai uit den mond van God; en opdat niemand die wet vergeten zou, grifte Hij ze in steenen tafelen.

Kinderen, wie gij ook zijn moogt, eert uwe ouders al de dagen uws levens met hartelijkheid en liefde; want

') Exod. xx. 12.

14

ocr page 234

210 HOOFDSTUK XLII.

zij bekleeden bij u de plaats van God. Die den Heer vreest, eert zijne ouders, en dient als zijne meesters degenen, die hem het leven schonken. Qui timet D o m 1 n u m, h o n o r a t p a r e n t e s, e t quasi dom in is serviet his, qui se genuerunt ')■

Uwe liefde moet hun eerbied betoenen overal en altijd en in iedere omstandigheid des levens.

Vergeet nimmer wat uw vader voor u gedaan en uwe moeder voor u geleden heeft. Na God is er niemand die meer recht op uwe dankbaarheid heeft dan zij.

Weet gij niet wat gij uwen ouders zijt verschuldigd? Ondervraagt de dieren des velds en zij leeren het u; de vogelen des hemels en zij toonen het u aan, de visschen der zee zullen er u van verhalen -). En die plicht van dankbaren eerbied blijft u opgelegd, zoolang uwe ouders leven en zelfs nog na hunnen dood.

Uwe liefde moet hun gehoorzaamheid bewijzen: Bewaar, mijn zoon, zegt

•) Eccli III. 8. a) Job. XII, 7, 8.

ocr page 235

HOOFDSTUK XLII. 211

de Heilige Geest, de geboden uws vaders en verlaat de wet uwer moeder niet. Leg ze immer in mo hart, en hind ze om uwen hals. Als gij gaat, laten zij u vergezellen, als gij slaapt u beschutten. en spreekt er mede bij uw ontwaken. Want dat gebod is een fakkel, en die wet een licht, en hunne tucht de iveg des levens. -).

Uwe liefde moet hun de zorgen vergoeden, welke zij aan u besteden. Als de jeugdige Tobias moet gij zijn: het licht hunner oogen, de staf huns ouder-doms, de troost van hun leven, de hoop hunner toekomst ')•

Uwe liefde moet hen ondersteunen, dan vooral, als zij door ouderdom niet meer in staat zijn voor zich zei ven te zoigen. De plicht der naastenliefde moet allereerst bewezen worden aan die het naast aan het hart liggen.

Toen gij hulpeloos waart en alle zorgen noodig hadt, was het uwen ouders niet te veel dag en nacht over u te waken, en voor u te werken. Als nu de ouderdom hun lichaam sloopt,

') Prov. VI, 20 -23. ') Tob. X, 4.

ocr page 236

212 HOOFDSTUK XLII.

en hunne krachten in de zorgen voor u verteerd zijn, is het uw heilige plicht voor hen te doen, wat zij eenmaal voor u gedaan hebben.

De ouderdom kan wel is waar vele en lastige gebreken met zich brengen. De zorg voor een ouden vader of hoogbejaarde moeder kan zwaar en moeie-lijk vallen. Maar was uwe kindsheid ook niet lastig en vol gebreken? Waren de nachtwaken aan uwe wieg ook niet zwaar en moeielijk?

Nimmer derhalve mag uwe liefde verflauwen; want die zijnen vader verlaat. bereidt zich een kivaden naam, en die zijne moeder verbittert, is van den Heer gevloekt ')•

Schaamt u nooit over uwe ouders, hoe ongelukkig zij ook zijn, en bedroeft hen nimmer. Die zijnen vader bedroeft en zijne moeder verjaagt is schandelijk en ongelukkig -). Het oog, dat zijnen vader bespot en zijne moeder versmaadt, zullen de raven uitpikken en jonge arenden verslinden ^).

Hoe vele ouders beleven verdriet van

■) Eccli III, 18. =) Prov. XIX, 2G, ^ Prov, XXX, 17.

ocr page 237

HOOFDSTUK XLII. 213

hunne kinderen en betreuren den dag, waarop zij hun het leven geschonken hebben.

Herinnert u uit de gewijde geschiedenis, hoe vreeselijk God de weder-spannige kinderen weet te straffen.

Kaïn, de eerste ongehoorzame zoon, j werd door God gevloekt, Ophni en Phineës door een plotselingen dood getroffen, Absolom kwam ellendig om het leven, en in het Oud Verbond had God de wet gesteld, dat een wederspan-nig kind door het volk gesteenigd moest worden '); want gevloekt, zegt God, is die zijnen vader en moeder niet eert, en geheel het volk zal Amen zeggen. Maledictus, qui non honoratpa-trem suum et matrem. Et dieet omnispopulus: Amen-).

Aan de vervulling van het vierde gebod heeft God Zijnen vaderlijken zegen in het tijdelijke verbonden; ut sis longaevus super terram:qp-dat gij lang moogt leven op aarde.

Aan geen enkel ander gebod der tien geboden heeft God zulk eene be-

■) Dont. XXI. 18, 21. 5) Dout. XXVII, 16.

ocr page 238

214 HOOFDSTUK XLII.

paalde belooning toegevoegd. Wel een bewijs, hoe nadrukkelijk God verlangt, dat kinderen hunne ouders zullen eeren.

Wilt gij Gods zegen op u doen rusten, wilt gij u den zegen uwer ouders waardig maken, eert hen dan uit geheel uw hart.

Heil het kind, dat zich zijne ouders niet schaamt, maar hen altoos eert en bemint en hunnen ouderdom tot troost en steun verstrekt. In hem zullen de heerlijke beloften der H. Schrift vervuld worden:

Die zijnen vader eert, zal vreugde beleven aan zijne kinderen, en verhoord worden ten dage dat hij bidt; die zijnen vader eert zal lang leven. Eer uwen vader door daad en woord en in alle zachtzinnigheid, opdat van hem de zegen op u kome en zijn zegen ten einde toe op u blijve.

De zegen des vaders maakt het huis der kinderen sterk; doch de vloek dei-moeder rukt de grondslagen er onder uit.

Roem niet op uws vaders oneer, openbaar zijne gebreken niet; immers zijne schande strekt u niet tot eer;

ocr page 239

HOOFDSTUK XLTII. 215

want 's menschen glorie is de eerwaardigheid zijns vaders; maar een vader zonder eer is de schande des kinds.

Mijn zoon, draag zorg voor uwen vader in den ouderdom, en bedroef hem niet in zijn leven; wanneer zelfs het verstand hem begeeft, wees inschikkelijk en veracht hem niet, gij die krachtig zijt: want de weldaad, die gij uwen vader bewijst, zal niet vergeten worden ').

HOOFDSTUK XL1II.

OVEK DE KRACHT DES GEBEDS.

Op de bruiloft van Kana, waar Maria met Jesus en Zijne leerlingen zich bevond, ontbrak de wijn. Door de verlegenheid der jonggehuwden getroffen en vol vertrouwen op de almacht van

■) Eccli III, G—15.

ocr page 240

HOOFDSTUK XLIII.

haren Zoon zeide zij Hem: Zij hebben geen wijn. ')

Deze woorden sprak zij niet om Hem met de verlegenheid, waarin men zich bevond, bekend te maken: Maria wist, dat er voor Jesus niets verborgen kon zijn; maar hetgeen zij Hem zeide, drukte haar verzoek uit, dat Hij door Zijn goddelijke macht in den nood zou willen voorzien. Maria verzocht dat Jesus een wonder zou doen: zij mocht dit verzoeken, zoowel op grond van hetgeen zij, gedurende de jaren van Zijn verborgen leven gezien en bijgewoond had, als op grond van de liefde, welke zij wist, dat Jesus haar. Zijne Moeder, toedroeg.

God heeft Zijne genade beloofd aan allen, die er om bidden. Ofschoon al onze behoeften Hem volkomen bekend zijn en zelfs de begeerten van ons hart Hem niet zijn verborgen, wil Hij toch dat wij Hem met vertrouwen zullen vragen. Petite et dabitur vobis; qui petit, accipit: a) Vraagt en u

') Joan. II, 3. a) Mat. VII, 7-8.

I-

216

ocr page 241

HOOFDSTUK XLIII. 217

zal gegeven worden; die vraagt, verkrijgt.

Bidden is zi]n hart voor God uitstorten; zijn angsten en droefheid, gevaren en begeerten in het hart van God met kinderlijk vertrouwen neder-leggen en zijn nood en zwakheid klagen aan den besten der Vaders.

Bidden is de vlucht der ziel naaide bron des levens, het streven van het rusteloos hart naar zaligheid en vrede.

Bidden is dus niet eene poging om den wil des Scheppers naar den wil des schepsels te buigen, of onze verlangens als aan God op te dringen; maar zich nederig en onderworpen ter beschikking stellen van alles wat God over ons besloten mag hebben.

Velen bidden met ijver en godsvrucht, zoo lang zi] hoop hebben, dat de begeerte huns harten zal worden vervuld; maar als de hemel zwijgt, als God niet spoedig genoeg verhoort, dan staken zij hun bidden en geven God de schuld, dat hun vertrouwen vermindert en verloren gaat.

Maar als Jesus Zelf, die zonder zonden was, geheele nachten in aanhoudend

ocr page 242

218 HOOFDSTUK XLIII.

gebed doorbracht, moeten dan niet veelmeer de zondaren volhardend blijven bidden ?

Het leven der ziel is als het leven des lichaams. Wordt het lichaam van voedsel verstoken, dan begint het te kwijnen, en is weldra uitgeput. Zoo ook de ziel. Als haar het bovennatuurlijke voedsel, dat is Gods genade, ontbreekt, dan wordt ook het leven in haar geheel uitgedoofd.

Waarom dan verzuimt gij zoo dikwijls en vergeet gij Gods genaden af te smee-ken? Hij is altijd barmhartig om niemand af te wijzen, en rijk genoeg om aan allen te geven; Hij maakt u het bidden zoo gemakkelijk!

Hij vraagt u geen uitgezochte, schoone en lang overwogen gebeden, geen welsprekende taal; maar een eenvoudig en aandachtig gebed. Niet de mond, maar het hart moet bidden. Ook het gebed van Maria was kort en eenvoudig: „zij hebben geen wijn.quot;

Eén enkel gebed:,, Jesus Meester ontferm u onzerquot; ') was genoeg voor Jesus,

') Luc. XVII, 18)

ocr page 243

HOOFDSTUK XLIIf. 219

om aan tien melaatsclien de gezondheid weer te geven.

Één zucht des harten van de moeder van Samuel verwierf haar niet alleen het kind, waarom zij vroeg, maar in datzelfde kind een Profeet des Aller-hoogsten, en Rechter van Israël. Anna loquebatur in corde suo, ') Anna sprak in haar hart en vond verhooring.

In Kana gaf Jesus aan Maria een antwoord, dat haar geen hoop op verhooring scheen te geven. Maar haar vertrouwen wankelde niet en zij verkreeg wat zij wenschte. Zoo ook moeten wij vol vertrouwen en met volharding blijven bidden.

Overlast mishaagt den menschen en vermoeit hen; maar God wordt niet moede naar ons te luisteren.

Geeft Jesus ons in het H. Evangelie niet hiervan een treffende vergelijking? Zoo iemand uwer een vriend had, die te middernacht tot hem kwam en hem zeide: vriend, leen mij drie brooden, want een vriend van mij is van de

•) I Reg. I. 13.

ocr page 244

220 hoofdstuk: xliii.

reis tot mij gekomen, en ik heb niets om hem voor te zetten; en zoo deze van binnen antwoordde: doe mij geen overlast aan, de deur is reeds gesloten en de kinderen en ik zijn reeds te bed, ik kan niet opstaan en ze u geven; — maar zoo de eerste bleef aanhouden met kloppen; — Ik zeg u, al zou hij ook niet opstaan en ze hem geven, omdat hij zijn vriend is, om zijn onbescheiden aanhouden zal hij opstaan en hem geven zooveel hij noodig heeft; — want ik zeg u, vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan.quot; ')

Maar al is ons gebed nog zoo vurig en aanhoudend soms schijnt Jesus tot ons, evenals tot Maria, te zeggen: non-du m v e n i t hora m e a: ^ mijn uur is nog niet gekomen. Laat ons echter nooit den moed verliezen, maar in nederigheid den tijd van Gods erbarmen afwachten.

Die God een bepaalden tijd durft

') Luc. XI. 5—10. quot;) Joan. II. 4.

ocr page 245

HOOFDSTUK XLIII. 221

stellen om Zijne gunsten te verleenen, maakt zich die gunsten onwaardig. Men moet God vragen niet hevelen-, men moet God afwachten, niet dwingen.

Want al schijnt God ons somtijds niet te verhooren, nimmer toch blijven onze gebeden onvruchtbaar. Als wij bijvoorbeeld vragen, wat wij om onze zonden niet verdienen, of wat ons niet ter zaligheid zou strekken; of als ons gebed niet met nederigheid en onderwerping geschiedt, dan verhoort God ons niet; maar juist daardoor geeft Hij blijk van Zijne goedheid: Hij wil ons aldus tot boetvaardigheid brengen, het gevaar van onze zaligheid te verliezen afwenden en ons doen gevoelen, hoe zwak ons vertrouwen is.

David bad den Heer om het kind, hem uit Bethsabee geboren, te mogen behouden; maar God ontnam het hem tot straf en boete voor zijne zonden.

De H. Paulus, smeekte God om bevrijd te worden van den prikkel des vleesches, maar werd niet verhoord; hij ontving echter genade om te wederstaan en groote verdiensten te verwerven.

Asa, de godvruchtige koning van

ocr page 246

222 HOOFDSTUK XLIII.

Juda, vertrouwde in zijne ziekte uitsluitend op de bekwaamheid zijner ge-neesheeren, en had weinig vertrouwen op God; zijne gezondheid werd hem niet teruggegeven.

Ook gij vraagt misschien reeds vele jaren lang van bekoringen of lichamelijke ongesteldheid bevrijd te worden; doch God bevrijdt u er niet van. Misschien is het om uwe zonden; verootmoedig u dan en verdraag het lijden uit boetvaardigheid; — of wellicht is het lijden u heilzamer ter zaligheid dan genezing; wees dan geduldig; het lijden voert u naar den Hemel; — of misschien bidt gij met te weinig vertrouwen; verbeter u dan en tracht in Gods beschikking te berusten als een sluimerend kind in de armen zijner moeder.

Een goed gebed verheerlijkt God, het stijgt als geurige wierook tot Hem omhoog, en wordt door de Engelen Gods ten Hemel gedragen. Toen gij met tranen badt, sprak de Engel tot Tobias, bracht ik im gebed tot den Heer. ')

quot;) Tob. xn. 12.

ocr page 247

HOOFDSTUK XLIV. 223

Een goed gebed vertroost het hart, en vereenigt ons met Jesus, die boven al een trooster der bedroefden is.

Een goed gebed verlicht. Het verdrijft de duisternis van den geest en geeft kalmte en wijsheid, om ons naar Gods beschikking te gedragen. Ieder woord is als een schild tegen de aanvallen des duivels; als een druppel balsem in een lijdend en kwijnend hart; als een gloeiende en weldadige vonk, die het hart verwarmt en gloed en leven wekt.

HOOFDSTUK XLIV.

OVER DE VEREENIGING VAN DEUGD MET WELLEVENDHEID.

Evenals Jesus werd ook Maria dooide liefde bewogen om aan de bruiloft van Kana deel te nemen.

Ongetwijfeld zou zij liever teXazareth gebleven zijn, en de zoetheid der beschouwing hebben genoten; maar zij

ocr page 248

224 HOOFDSTUK XLIV.

wilde de jonggehuwden, die haar hadden uitgenoodigd, niet door een weigering te leur stellen.

De deugd is niet onvereenigbaar met wellevendheid. Integendeel zij wil, dat men die onderhoude, ja zelfs zij alleen doet ze heilig onderhouden.

Maar laat het voorbeeld van Maria ons leeren op welke wijze deugd en wellevendheid moeten overeenkomen.

Maria was voorzichtig in hare woorden, zedig in hare blikken. De wijsheid van haar gedrag boezemde een ieder die betamelijkheid en ingetogenheid in, welke men bewaren moet te midden van zelfs de eerzaamste en onschuldigste genoegens; maar bovenal bij die vermaken, waarin gevaar gelegen kan zijn.

Men moet onderscheid maken tus-schen de wetten der maatschappelijke samenleving en de wetten der ijdele en dwaze wereld, tusschen deugdzame wellevendheid en vleiende, behaagzieke manieren. Deze laatsten worden dooide deugd niet gekend dan om ze te bestrijden; de eersten onderhoudt zij

ocr page 249

HOOFDSTUK XLIV. 225

zooveel zij kan, want zij hebben niets wat met Gods wet in strijd is.

Als men zich om de deugd geen enkel genoegen zou duiven gunnen, zou men haar oneer aandoen, en het valsch vooroordeel wekken, alsof zij onbeschaafd, voor de samenleving ongeschikt, of minstens zonderling maakt. Ware godsvrucht maakt niet onbeschaafd of zonderling. Zonder op te houden deugdzaam te wezen, mag men zich volkomen naar de wetten der wellevendheid regelen; — want de ware godsvrucht weet èn door het doel, dat zij zich voorstelt, èn door de beweegreden, die haar doet handelen, de meest onverschillige daden te veredelen en te heiligen.

Evenwel moet men zich nimmer aan eenig vermaak geheel en al en met hartstocht overleveren, maar er zich slechts bescheiden toe leenen.

Gedraag u dus nooit afgetrokken, of zonderling, maar zedig en voorzichtig. Een blij gelaat en opgewekt gemoed kan aan de deugd niet schaden. Zoolang er niets gesproken of gedaan wordt, wat niet geoorloofd is, kunt gij gerust aan gulle vreugde deelnemen; maar

15

ocr page 250

226 HOOFDSTUK XLV.

wees bedacht de reinheid uwer ziel niet te bevlekken.

Stel u bij uwe vermaken voor, alsof Jesus en Maria zich met u bevonden; heb bij al uwe verstrooidheid, gelijk de Engel bij Tobias, de gedachte aan Gods tegenwoordigheid als een onzichtbare spijs voor het leven uwer ziel; richt uwe gedachten van tijd tot tijd naaiden Hemel, en denk aan het onuitsprekelijk genoegen der Heiligen, die zich in de eeuwige aanschouwing van Gods heerlijkheid verblijden.

Zoo zult gij u naar lichaam en ziel verkwikken, den naaste een goed voorbeeld geven, en met de aardsche vermaken de geestelijke genoegen vereenigen.

HOOFDSTUK XLV.

ovee de ijdelheid van den lof der wereld en de achting der menschen.

De Dienaar. Ongetwijfeld, Heilige Moeder, vervulde blijdschap uw hart.

ocr page 251

HOOFDSTUK XLV. 227

als aan Jesus, in Zijn openbare leven, eer bewezen werd; docii alleen om Hem, niet om uzelve.

Nooit zag men u uzelve verheffen, dat gij de Moeder waart van Hem, die door den luister Zijner wonderwerken en de verhevenheid Zijner leer, de bewondering der volken opwekte.

Hoe verschilt gij van de andere moeders, die zich in het openbaar en gaarne over de verdiensten hunner kinderen verblijden en er de glorie van willen deelen!

Gij volgdet Jesus somtijds op Zijne Evangelische reizen, maar alleen om uwe ziel met Zijne wijsheid te voeden en te versterken, en niet om den roem in te oogsten, welken de menigte aan u om Jesus zou kunnen brengen.

Zoo veroordeelt gij het jagen naar den roem dezer wereld, en de zucht om door de menschen geprezen te worden : — een vergif, dat zelfs onze goede werken, die wij om God verrichten, maar al te dikwijls bederft.

Maeia. Mijn kind, voor dat kwaad vergif heb ik mij met Gods genade altijd bewaard.

ocr page 252

228 HOOFDSTUK XLV.

Soli Deo gloria. God alleen komt glorie toe! Kan het schepsel zich op iets beroemen, wat het niet van God | ontvangen heeft?

Reeds zoo hoog had de Heer mij verheven door mij tot Moeder van den Messias uit te kiezen; waarom zou ik nog de eer der wereld zoeken?

Die God alleen zoekt, kent geen andere grootheid dan die van God. De eer der wereld, de hoogachting der men-schen zijn in zijne oogen slechts ijdel-heid en dwaasheid. Vanitas vani-tatum et omnia vanitas:1) ijdel-heul der ijdelheden en alles is ijdelheid.

Ondervraag uw Geloof, mijn kind, ondervraag uwe rede, en gij zult geen lof of eer van menschen meer begee-ren; alleen de glorie, welke God Zijnen Heiligen bereidt, zal al uw verlangen uitmaken.

Maak u er niet verdrietig over, als men u vergeet en voor niets telt; maar wees verblijd. Geen zekerder weg naaiden Hemel is er dan vernedering, in den geest van godsvrucht verdragen.

') Eccl. I, 2.

ocr page 253

HOOFDSTUK XLV. 229

Laat aan de wereldlingen de ijdele titels en waardigheden over, waarop zij groot gaan, en bewaar voor uzelven eene duurzamer en zekerder glorie.

Vraag, als David, dikwijls aan God: a ver te oculos meos ne videant vanitatem '): wend mijne oogen af, opdat zij de ijdelheid niet zien.

Velen zijn verloren gegaan, omdat zij van de wereld hunnen afgod gemaakt hebben. Vermeerder liet aantal der dwazen niet, die haar nog iederen dag wierook offeren.

Die de wereld dient en haren lof zoekt, wordt een slaaf der wereld. Angstig moet hij de lusten en luimen, de grillen en hartstochten der wereld opmerken en er zich naar voegen. In zijne woorden en handelingen, in zijn begeerten en genoegens is hij genoodzaakt aan de buitensporige eischen van eene bedorven wereld te voldoen. Hij zwijgt waar hij moest spreken, en spreekt, waar hij zwijgend moest blozen; hij juicht toe wat zijn geweten

■) Ps. CXVIU, 37.

ocr page 254

230 HOOPSTUK XLV.

afkeurt en spot met hetgeen zijne ziel hoogacht en eert. Wat hij gisteren met ingenomenheid deed, moet hij heden met minachting verwaarloozen, en wat i hij hier prijst, moet hij ginds laken.

Die de wereld dient, en door haar geprezen wil worden, is genoodzaakt te leven als een mensch zonder verstand en oordeel, zonder deugd, zonder geweten en overtuiging.

De Dienaar. Uw voorbeeld en heilzame lessen. Heilige Maagd, zal ik ter harte nemen. Geen andere glorie wil ik zoeken, dan die aan de navolging uwer deugden verbonden is.

Maar mijn hart is zwak en laat zich zoo gemakkelijk verleiden; ik roep dus uwen bijstand in. Verkrijg mij de noo-dige zielskracht om mij boven de eer der wereld en hare trouwelooze vleierijen te verheffen, en geen rust te zoeken dan in God.

ocr page 255

hoofdstuk xlvi.

HOOFDSTUK XLVI.

over dk zachtmoedigheid.

De Dienaar. Heilige Maagd, die in zachtmoedigheid alle schepselen overtreft, uw gedrag tegenover de vijanden van Jesus, aan wie Hij Zijne hemelsche leer verkondigde, voor wie Hij de grootste wonderen deed, maar die Hem hardnekkig bleven loochenen, leert mij, hoe ik de gebreken van anderen moet verdragen.

Gaven sommigen aan Jesus de eer die Hem toekwam, van zoovele anderen had Hij de grootste tegenspraak te verduren.

Afgunst, laster, list en haat werden aangewend om vijanden tegen Hem op te wekken. Zijne leer te bespotten. Zijne wonderen aan den duivel toe te schrijven, en Hem zeiven in het hatelijkste daglicht te stellen.

Hoe dikwijls waart gij er getuige van! Maar op het voorbeeld van uwen Goddelijken Zoon hadt gij altijd voor

23]

ocr page 256

232 HOOFDSTUK XLVI.

Zijne vijanden gedachten des vredes, ') en met afschuw van de zonde, gevoel-det gij toch ware liefde voorden zondaar.

Welke bittere smart de beleediging van God u ook veroorzaakte, nimmer stortte uw gemoed zich uit in verwij-tingen of klachten; integendeel meermalen riept gij voor hen de barmhar tigheid van Jesus in.

Gij deedt tegenover hen, wat gij reeds zoovele jaren ook tegenover mi] gedaan hebt. Ofschoon de ongetrouwste en ondankbaarste uwer dienaren, blijft gij mij steeds uwe liefde en goedheid schenken, en verkrijgt voor mij altijd nieuwe gunsten.

Moeder van den God des vredes, verkrijg mij de genade, nimmer iemand door smadelijke woorden te bedroeven.

o Gij, wier naam en beeltenis den geest van zachtmoedigheid in de ziel opwekt, vraag voor mij die zachtmoedigheid, dien geest van vrede, die ons den glorievollen titel van kinderen Gods waardig maakt; opdat wij kinderen zijn van den Vader, die in den Hemel is,

*) Jerem. XXIX : 11.

ocr page 257

HOOFDSTUK XLVI. 233

die Zijne Zon doet opgaan over goeden en ktvaden: en regent over rechtvaar digen en onrechtvaardigen: ut sitis filii patris vestri, qui in coelis est: qui solem suum oriri facit super bonos et malos; et pluit super justos et injustos '.)

Maria.' Ik zal uwe voorspraak zijn, mijn kind; maar beantwoord van uwen kant ijverig aan de genade. De genade neemt de moeielijkheid niet weg om uw heftig gemoed te bedwingen, maar helpt u om te overwinnen.

Dikwijls zal de naaste door zijn ongestadig humeur, netelige eigenzinnigheid of zonderlinge manieren u tot last zijn; maar, zoo gij slechts getrouw zijt aan de genade, zal deze u uw afkeer en wrevel leeren overwinnen, om groote verdiensten te vergaderen.

Gelegenheid tot heldhaftige deugd kwam niet lederen dag bij de Heiligen voor; maar door dagelijks de gebreken van anderen met geduld te verdragen en hun eigen wederspannig gemoed

') Mat. V : -lö.

ocr page 258

234 HOOFDSTUK XLVI.

te onderdrukken, zijn zij tot de glorie gekomen.

Het leven van den Christen is een leven van opoffering, en de naaste geeft door zijne gebreken bijna voortdurend gelegenheid de offers te vermeerderen.

In mul tis offendi mus om nes;') In vele zaken misdoen wij allen: wij moeten dus middelen te baat nemen om onze zonden uit te wisschen. Den naaste in den geest van zachtmoedigheid te verdragen is een der krachtigste.

Ieder mensch, mijn kind. heeft zijne gebreken; en slechts hij die de minste heeft, is de volmaakste.

Gij zult gebreken vinden in uwe broeders, en uwe broeders in u. Verbeeld u toch niet van gebreken vrij te zijn; want daardoor zoudt gij toonen de grootste van allen te hebben. Uwe broeders verdragen u, zooals gij zijt; verdraag gij dan hen, zooals zij zijn.

Met hetzelfde geduld, waarmee gij uwe eigene u bekende gebreken verdraagt, moet gij ook die der naasten

■) Jacob III : 2.

ocr page 259

HOOFDSTUK XLVI. 235

verdragen, want hoevele uwer gebreken blijven nog voor u zeiven verborgen, terwijl zij voor anderen zonneklaar blijken en hinderlijk zijn. Zelfkennis is uiterst moeielijk.

Zoo lang reeds doet gij wellicht moeite om u van ééne fout te verbeteren; maar weinig heeft het gebaat. Hoe zult gij dan spoediger anderen naar uw believen verbeterd willen zien? Klagen over den last, dien anderen u aandoen, zal u, evenmin als de naasten, beter maken.

De wereldling kent de edele schoonheid der zachtmoedigheid niet; hij noemt het lafhartigheid, om onrecht en beleediging zwijgend te verdragen; hij roemt er op, nooit voor iemand te wijken en zich nooit ongestraft te laten beleedigen.

Maar zie eens, hoe diezelfde wereldling als verteerd wordt door ontevredenheid, ongeduld en gramschap. Meer dan aan anderen is hij zichzelven tot last, en maakt zich bij God en de men-schen onverdragelijk.

Maar die met al de kracht van den wil er zich op toelegt om Jesus meer

ocr page 260

236 HOOFDSTUK XLVI.

te beminnen, te dienen en te behagen, en zijn gemoed tracht te beheerschen, zal langzamerhand geduldig, zachtmoedig, welwillend en goedaardig worden, naarmate hij zich inniger met Jesus vereenigt. Het zal hem gaan als wrange, zure vruchten, die zoet worden, naarmate zij rijper worden.

Bid veel, mijn kind, om den geest van zachtmoedigheid te verwerven; maar voeg vooral bij die gebeden het vast besluit om u in die deugd te oefenen, door uzelven te bedwingen en niet tegen een offer uwer eigenliefde ter liefde van God en den naaste op te zien.

Wees eenvoudig van hart, geduldig bij beleedigingen, nederig bij lofbetui-ging, gelaten in tegenspoed, naarstig bij het werk, tevreden in ziekte, vurig in het gebed, en verheugd in het lijden; dan zult gij de vermaning van uwen Goddelijken Zaligmaker ten allen tijde waardig opvolgen: Leer van mij, dat ik zachtmoedig en nederig van harte ben. Discite a me, quia mitissum et humilis corde ')•

') Mat. XI, 29.

ocr page 261

HOOFDSTUK XLVII. 237

HOOFDSTUK XLVII.

OVER DE KENTEEKENEN DEE WARE HEIUGHETD.

Jesus was omringd van een groote menigte, aan wie Hij de leer des Evan gelies verkondigde, toen eene vrouw hare stem verhief en uitriep: Beat us venter, qui te porta vit, et ubera, quae suxisti1); Zalig de schoot, die U gedragen heeft, en de horsten, die U gevoed hebhen. Ja waarlijk, hernam Jesus, zalig, die het ivoord Gods hooren en het beivaren: q u i n i m m o b e a t i, qui audiunt verbum Deietcus-t o d i u n t i 11 u d 2).

Jesus bedoelde daarmede, dat de hoogste volmaaktheid van Maria niet was hare waardigheid van Moeder Gods; maar hare standvastige getrouwheid in al de plichten van den Godsdienst.

Hare verdienste bestond niet in het voorrecht van het goddelijk Moeder-

') Luc. xr, 27. !) Luc. XI, 28.

ocr page 262

238 HOOFDSTUK XLVII.

schap, dat zij geheel en alleen van God had; maar in hare deugd en heiligheid, die zij zich met Gods genade had verworven.

Niet wat God doet voor ons, maar wat wij doen voor God, verdient belooning.

De goede knecht, van wien het H. Evangelie spreekt, ') kreeg geen belooning, omdat hij vijf talenten had ontvangen; maar omdat hij ex vijf andere mede verdiend had.

Met recht gaat gij groot op uwe waardigheid van kind van God, welke gij bij het doopsel ontvangen hebt. Maar bedenk, dat die waardigheid u geen plaats onder de Heiligen zal geven, als gij ze niet met een heilig leven hebt vereenigd.

Vele Heiligen hebben vervoeringen en verrukkingen der Goddelijke liefde gehad; maar daarom alleen is hun lot nog niet te benijden. Doch zij zijn ook trouw en standvastig geweest in den dienst van God, en dat moet gij trachten na te volgen.

') Mattli. XXV.

ocr page 263

HOOFDSTUK XLVII. 239

Eene heilige roeping zal u niet baten, als gij niet nauwgezet de plichten er van vervuld zult hebben.

Ook Judas, de verrader, had eene verheven roeping, en is toch verloren gegaan. De H. Joannes de Dooper daarentegen werd niet tot Apostel verkoren, maar bleef in nederige dienstbaarheid bij den Jordaan, waar God hem wilde; en de hoogste lof is hem door Jesus zeiven gegeven; ISion sur-rexit inter natos mulierum major Joanne Baptista '). Onder de geborenen van vrouwen is er geen grooter ojogestaan dan Joannes de Dooper.

In de oogen der menschen moge men zonder heiligheid des levens eerbiedwaardig schijnen; in de oogen van God is men niets dan voor zoover men heilig is.

En men is niet heilig dan voor zoover men heilige werken beoefent. Deze zijn voor ons evenals voor Maria de grondslag onzer glorie.

Begrijp dus wel, dat God uwezalig-

■) Mat. XI, 11

ocr page 264

240 HOOFDSTUK XLVII.

heid niet aan buitengewone gaven van natuur of genade heeft verbonden; maar dat Hij u uwe zaligheid als in eigen handen heeft gegeven, en dus uwe zaligheid van u zei ven afhangt.

Buitengewone gaven zijn middelen om tot hoogere volmaaktheid te komen ; en aan wien veel gegeven is, van dien zal in het oordeel veel teruggevorderd worden.

De teekenen, waaraan gij zien kunt, of gij op den weg der volmaaktheid vooruitgaat, zijn inwendig en uitwendig.

Inwendig: als gij in u de begeerte voelt vermeerderen om heiliger te worden; als gij dagelijks uwe neigingen, eigenliefde, lastig karakter, en zinnelijkheid tracht te bestrijden, om God volmaakter te kunnen dienen. Als gij de godsdienstige oefeningen gaarne bijwoont, en u gelukkig acht iets voor God te kunnen opofferen; als gii u niet ontstelt over de dagelijksche onvolmaaktheden, maar er u over vernedert; als gij een hard woord van berisping geduldig weet aan te ne-

ocr page 265

HOOFDSTUK XLVII. 241

men, en in plaats van den moed te verliezen, kalm en werkzaam uw leven voortzet.

Uitwendig zullen uwe vorderingen blijken, als gij minder klaagt over kleine onaangenaamheden; als gij minzaam, vriendelijk, voorkomend zijt en gaarne iets voor den naaste over hebt; als gij tevreden zijt met uwen staat en er prijs op stelt uwe plichten goed te vervullen. Eene heilige vreugd en tevredenheid in den dienst van God is een bewijs van oprechte deugd en heiligheid, en van Gods genade, die de ziel tot een tempel maakt van den Heiligen Geest.

Heer wie zal wonen in uwe tent, of wie zal rusten op uwen heiligen berg? Die vlekkeloos wandelt en doet wat recht is. Die waarheid spreekt in zijn hart en geen valschheid pleegt met zijne tong. Die zijnen naaste geen leed doet, en tegen zijn evennaaste geen smadelijke taal voert. In wiens oogen de booswicht nietswaardig is, maar die vereert wie den Heer vreezen. Die zijnen naaste zweert en hem niet bedriegt:

16

ocr page 266

hoofdstuk xlvii.

^ 242

die zijn geld niet leent op woeker, en geen geschenken^tegen eenen onschul-digen aanneemt. Die dit doet zal niet wankelen in eeuwigheid ')•

■) Ps. xiv.

Einde van het eerste boek.

ocr page 267

2)e lessen mijner goeder.

TWEEDE BOEK.

Van het lijden van Christus tot de krooning van Maria in den Hemel.

HOOFDSTUK I.

OVER DE VEHEENIGING VAN ONS LIJDEN MET HET LIJDEN VAN JESUS.

fegresSARtA. Jesus beklimt Calvarië. eiPi Korngt; mijn kind, Hij ncodigt u uit om met Hem op te gaan. Wees standvastig in uwe liefde, en blijf uwen Zaligmaker in Zijn lijden nabij. Die Jesus waarlijk lief heeft, mag Hem in Zijne smarten niet verlaten.

Gij kunt Hem hoegenaamd geen hulp bieden; maar gij kunt deelnemen in Zijn lijden door uwe tranen met Zijn Bloed te mengen, en Hem vertroosting geven door u bereid te toonen allen tegenspoed, dien het Hem be-

ocr page 268

244 HOOFDSTUK I.

hagen zal u over te zenden, geduldig en lijdzaam te verdragen.

De Dienaar. Maar, Heilige Moeder, kan men dan aan Jesus alleen liefde bewijzen door het lijden? Kan men het niet doen in kalmte en vrede?

Maria. Mijn kind, in kalmte en vrede is het zeer gemakkelijk liefde te betoenen; maar de grootheid en uitgestrektheid der liefde kan slechts beoordeeld worden bi] strijd en lijden. Jesus heeft gezegd: Quinonbajulatcru-c em s u a m, e t v en i t p o st m e, n on potest mens esse discipulus '), die niet zijn kruis draagt en Mij volgt, kan Mijn leerling niet zijn.

De mensch werd niet geschapen om te lijden, maar om gelukkig te zijn. Doch om zijnen opstand tegen God is de aarde gevloekt, en moet de mensch in het zweet zijns aanschijns zijn brood eten -). Tot straf der zonde is hij slechts een balling op aarde, en van de wieg tot het graf aan lijden onderhevig.

') Luc. XIV, 27. !) Gen. III, 19.

ocr page 269

HOOFDSTUK I. 245

Schik al uwe zaken naar uwen wil, gij zult ondervinden, dat er overal en altijd, hetzij mot of tegen uw wil, iets te lijden valt; overal zult ge een kruis vinden: het staat altijd voor u, en wacht u overal. Keer u naar boven, naar beneden, naar binnen, naar buiten, overal zult gij het ontmoeten.

Maar Jesus heeft door Zijn voorbeeld het kruis geheiligd.

Van het kruis van Jesus vloeien stroomen van genaden over allen neder, en die het meeste het kruis van Jesus heeft liefgehad, die zich meer dan anderen met Jesus in het lijden heeft vereenigd, ontvangt hoogere gaven van Zijne liefde, en vergadert de rijkste schatten van verdiensten.

Die dagen derhalve, waarop gij gelegenheid hebt meer voor Jesus te lijden, moet gij onder de gelukkigste uws levens rekenen.

Vele Christenen beweren, Jesus uit geheel hun hart lief te hebben, maar zij missen den moed om slechts één uur met Hem in den hof van Zijnen doodsangst te waken. Met Petrus betuigen zij, Hem overal tot zelfs in den

ocr page 270

246 HOOFDSTUK I.

dood te zullen volgen; maar de vrees voor het lijden verzwakt weldra hunne liefde; — zi) volgen Jesus, maar van verre, en komen in gevaar Hem te verloochenen.

Mijn kind, als gij Jesus bemint, moet gi] ook Zijn kruis liefhebben, en als gij Hem uit geheel uw hart bemint, zult gij ook uil geheel uw hart de kruisen. die Hij u overzendt, omhelzen.

Die niet als Simon van Cyrene gedwongen moet worden Jesus' kruis te dragen, die gaarne drinkt van de bittere gal. Hem op Calvarië aangeboden, bemint Jesus in daad en waarheid ')■

In igne probatur aurum et argentum, homines vero recep-tibiles in camino humiliatio-nis -); G-oud en zilver worden in het vuur beproefd; maar de menschen, die aangenaam zijn aan God, in den oven van vernedering en lijden. Het vuur der beproeving zuivert hen en voert hen tot volmaaktheid.

Jesus heeft in tranen Zijn dagen doorgebracht; moet gij dan voor het lij-

') I Joan. Ill : 18. a) Eccli II, 5.

ocr page 271

HOOFDSTUK I. 247

den bevreesd zijn en verlangen in vreugd te leven ?

Een waar Christen moet aan den lijdenden en stervenden Jesus gelijkvormig, ') en met Hem aan het kruis gestorven zijn. Vrijgekocht door het kruis, moet gij het kruis beschouwen als uw erfdeel en uwe glorie.

Jesus'is langs den weg der smarten Zijne glorie binnen gegaan. N o n n e haec o portui t pati Christum, et ita intrare in gloriam suam?2) Moest de Christus dit niet lijden, en aldus Zijne heerlijkheid ingaan ? vroeg Jesus aan de leerlingen van Emmaus. Noch voor mij, Zijne Moeder, noch voor iemand der Heiligen is er een andere weg. Ook gij, mijn kind, moet, zoo gij hetzelfde doel bereiken wilt, denzelfden weg des lijdens volgen.

De Dienaar. Meer dan alle Heiligen te zamen hebt gij. Heilige Maagd, Jesus liefgehad, maar daarom ook is uw lijden en uw liefde voor het lijden nameloos groot geweest!

•) Philip. iii, 10. 2) Luc. xxiv : 20.

ocr page 272

248 HOOFDSTUK 1.

Help mij door uwe voorspraak om mijne teergevoeligheid, mijne zwakheid, mijn afschrik voor het kruis te overwinnen, opdat mijn hart en geest en alles wat in mij is aan God getuige, hoezeer ik Hem beminnen wil.

Bedroefde, smartvolle Moeder, ik wil deelnemen in uw lijden, om ook in uwe liefde te mogen deelen. Laat mij Jesus' kruis beminnen, mijne vreugde vinden in dat kruis, opdat eenmaal bij mijn sterven de gekruiste Jesus mijn sterkte en troost moge wezen.

Maeia. Om bij den dood met vertrouwen het kruis te kunnen omhelzen, moet gij als dienaar van het kruis geleefd hebben.

Bij den dood, als alles op de wereld voor u een einde gaat nemen; als gij alles, waaraan uw hart gehecht was verlaten moet, als alles, waarin gij bij uw leven kracht en sterkte zocht, u ontvalt, dan blijft alleen het kruis van Jesus u tot troost en bemoediging over. Dan zult gij geen spijt gevoelen dikwijls met Jesus aan het kruis geweest te zijn, maar vurig wenschen altijd met Hem

ocr page 273

HOOFDSTUK [. 249

geleden te hebban en Hem in het lijden getrouw te zijn gevolgd.

Jesus heeft Zijn kruis liefgehad en heeft het geheiligd. Ware dienaren van Jesus zijn dan ook altijd dienaren van Zijn kruis.

Met geestdrift voor het kruis zijn tallooze Martelaren uitgegaan om den smaad en smarten van Jesus te dragen. Ontelbare belijders en Maagden hebben uit liefde voor het kruis zich zeiven vergeten om niets anders te kennen dan Jesus en Dien gekruist. ') Aan den voet des kruises moet gij uwe angsten en kwellingen, uw lijden en droefenis nederleggen. Daar vindt gij voedsel voor uw Geloof, den grondslag uwer Hoop en bovenal de bron uwei-Liefde. Daar moet gij al uwe gedachten en begeerten, werken en offers, zuchten en tranen heiligen.

Mijn kind, zijt gij ten prooi aan verachting, kwade bejegening of bloedige vervolging, verdraag het nederig en onderworpen in vereeniging met het kruis van Jesus; dan zal ik ook in u een

') I Cor. II : 2.

ocr page 274

250 HOOFDSTUK II.

treffend beeld van Jesus zien. Ik zal u dan nog meer beminnen, dan ik u nu bemin; omdat gij meer gelijkend op Jesus, ook een waardiger kind uwer moeder wezen zult.

De Dienaar, o Mijne Moeder, de gedachte, dat ik mijn kruis met Jesus en om Jesus draag, zal mij bemoedigen en troost schenken in al mijne smarten. Maar met vertrouwen durf ik hopen, en smeekend roep ik uwe barmhartigheid in, dat uwe beschermende liefde mij in het lijden nooit zal ontbreken, maar versterken en aanzetten om met moed en volharding Jesus tot Calvarië te volgen.

HOOFDSTUK 11.

over de onderwerping van onzen wil aan den wil van god.

De Dienaar. In den droevigen toestand, waarin ik mij bevind, neem ik mijne toevlucht tot u. Troosteres der

ocr page 275

HOOFDSTUK II. 251

bedrukten; gewaardig u mij teleeren, hoe ik mij gedragen moet als rampen mij treffen, en mijn hart door lijden i wordt beproefd.

Maria. Mijn kind, tracht altijd in u op te wekken eene volkomene overeenstemming met den wil van God, die alles regelt en beschikt tot Zijne glorie en uwe zaligheid.

Als eene beproeving u nadert of gekomen is, of voortduurt, of vermeerdert, of wederom door eene andere gevolgd wordt, zeg dan en herhaal dikwijls: Fiat voluntas tua'); Mijn God, Uw wil geschicde; want een bron van vrede en troost is de volkomen overgeving aan den heiligen wil van God.

Willen wat G-od wil is niet alleen u zonder tegenzin, maar zelfs met liefde en blijmoedig aan al de gebeurtenissen des levens onderwerpen, aan voorspoed en tegenspoed, aan gezondheid en ziekte, aan eer of verachting, aan overvloed of armoede, aan de liefde der schepselen of de verachting uwer vrienden.

') Mat. VI, 10.

ocr page 276

252 HOOFDSTUK XI.

aan een smartvol en vergeten leven of den dood.

Willen tvat God wil is u gelukkig gevoelen bij die personen, bij welke de Voorzienigheid u geplaatst heeft, hunne gebreken g-eduldig verdragen, nederig en liefdevol met hen omgaan, en er nooit tegen opzien om voor hen een offer te brengen.

Willen iaat God wil is stil werkzaam blijven in de bediening, die u is toevertrouwd, en uwe plichten trouw vervullen. Is die taak u zwaar en moeie-lijk, denk dan, hoe gaarne de Engelen des Hemels, die bij God het hoogste geluk genieten, zouden nederdalen om die taak te vervullen, als God die aan hen had opgelegd.

Willen wat God wil is in onze godvruchtige oefeningen noch zoetheid noch troost, noch voldoening zoeken, maar rustig ons gebed, onze meditatie, onze H. Communiën verrichten in dien staat, waarin het God behaagt ons te laten.

Mijn kind, de gedachte aan Gods wil versterkte en troostte mij in den Tem-

ocr page 277

HOOFDSTUK 11. 253

pel van Jerusalem, toen de grijze Simeon mij voorspelde, dat Jesus tot een teeken zou zijn dat zou worden tegengesproken, en dat een zwaard van droefheid mijne ziel zou doorsteken. Zij versterkte mij heel mijn leven en vooral op Calvarlë, toen ik Jesus, hangende aan het kruis, onder de wreedste folteringen den laatsten snik zag geven. Heeft ooit eene moeder meer geleden bij het sterven van haren eenigen zoon ? En toch was ik sterk in God, en verdroeg het wreedste zielelijden met geduld en onderwerping.

Ban dus bij tegenspoed elke andere gedachte uit uwen geest, en spreek alleen dit kort gebed; God wil het: Zijn wil geschiede. Elke andere gedachte kan uw verdriet slechts verzwaren, en u nog meer uw ongeluk doen gevoelen.

Mijn kind, als gij zeker zijt, datGod u deze beproeving overzendt, moogt gij dan zeggen, dat gij ze niet wilt? Een mensch, door de wijsheid geleid, kan niets willen dan wat goed is; maar wat moet gij dan denken van den on-eindigen wijzen God?

ocr page 278

254 HOOFDSTUK II.

De zonde van hen, die u verdriet veroorzaken, kan niet door God gewild worden, maar Hij laat ze toe, ora door uw geduld en onderwerping verheerlijkt te worden.

David beschouwde Semeï, die hem op zijn vlucht voor Absolom uitschold en met steenen wierp, niet als een beleediger, maar als een werktuig van Gods rechtvaardigheid, om hem te vernederen en voor zijne zonden te doen boeten.

Jesus sprak met zijne Apostelen niet over de ondankbaarheid der Joden, die Hem den kelk des lijdens bereidden; maar over den wil Zijns Vaders, die het zoo verordend had.

In den hof van Olijven begreep Petrus nog niet, dat een Christen, welke lijdt, en verdrukt en vervolgd wor£t, geen andere wapenen dan die Van onderwerping en geduld gebruiken mag, en trok zijn zwaard: maar Jesus zeide tot hem: Steek uw zwaard in de schede. Zal Ik den kelk, welken de Vader mij gegeven heeft, niet drinken? ')

') Joan. XVIII, 11.

ocr page 279

HOOFDSTUK II. 255

De Dienaar. Maar, lieve Moeder, mag ik dan niet bidden, dat God mij uitkomst geven en mijne smarten verlichten zal?

Maria. Zeker, mijn kind. Jesus zelf leert u daarvoor te bidden: Pater mi, si possibile est, transeat a me calix iste1): Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze kelk van mij gaan. Maar is het Gods wil, dat uwe smarten u niet worden ontnomen, dan moet gij ook met Jesus uitroepen: Pater mi, si non potest hie calix transire nisi bibam illum, fiat voluntas tua'2): Mijn Vader, als deze kelk niet kan voorbijgaan tenzij ik hem drinke. Uw wil geschiede! Ik onderwerp mij aan die smarten; Gij wilt ze, dus ook ik wil ze. Gij beveelt, ik stem toe; moet ik er onder bezwijken, ik zal mij onderwerpen; moet ik er van sterven, ik aanvaard den dood uit Uwe hand. Laat. zelfs de felheid der slagen, die mij treffen, het oogenblik verhaasten, waarop ik de eeuwige zoet-

■) Mat. XXVI, 39. ') Ibid. 42.

ocr page 280

256 HOOFDSTUK III.

heid Uwer tegenwoordigheid en liefde zal gaan genieten, waar geen ramp mij meer zal dreigen, geen vrees of droefheid mij zal ontmoedigen, maar Gij mij alles in alles zijn zult.

HOOFDSTUK III.

OVER HET GEDULD.

Hoe groot moet de droefheid geweest zijn van Maria, to.en zij haren Godde-lijken Zoon vernederd zag tot den Man van smarten. Hij was overgeleverd aan de macht der duisternis, werd van den eenen rechterstoel naar den anderen gesleurd, mishandeld als volksverleider, en door eene woeste soldatenbende geslagen en bespuwd.

Wreed gegeeseld, met doornen gekroond, schuldiger gerekend dan de moordenaar en straatroover Barabbas, werd Hij ter dood veroordeeld en beladen met het kruis. De hamerslagen, die de nagelen in Zijne handen en

ocr page 281

HOOFDSTUK III. 257

voeten dreven, weerklonken op Golgotha, en Maria zag haren Goddelljken Zoon tusschen twee booswichten aan het kruis hangen, ten prooi gegeven aan den spot Zijner vijanden. Zij aanschouwde, hoe Hij Zijnen stervenden blik ten hemel richtte, het hoofd i boog en stierf, en hoe een ruwe krijgsknecht Hem de zijde met een lans | doorstak, om zich van Zijnen dood te overtuigen!

Ja, zij zag Hem maar Hij had geen gestalte meer; de verachte en de minste der menschen, die de ellende kent; Hij was als een melaatsche door God geslagen en vernederd. ')

Maar bij al dat hartverscheurend wee toonde Maria moedig en heldhaftig een onbezweken geduld. Geen woord, geen klacht kwam over hare lippen. Zij stond daar als de diepbedroefde Moeder, maar in al hai'e droefheid groot!

Gelijk Jesus in het huis van Caiphas Zijne Goddelijke grootheid had doen uit-schitteren, door op de valsche beschuldigingen geen antwoord te geven, maar

') Isaias LUI. 2. 4.

17

ocr page 282

258 HOOFDSTUK III.

lijdend te zwijgen, zoo toonde zich Maria, zwijgend aan den voet des kruises, in al hare kracht en koninklijke grootheid, als koningin der Martelaars!

Bedroefde ziel. ziedaar uw toonbeeld. Als droefheid u noodzaakt tot spreken, doe het dan zachtmoedig en in den geest des vredes. Maar baten uwe woor-den^ niet, of kunnen de menschen u niet helpen, of troost bieden, laat dan God alleen uwe klachten hooren, en lijd als Maria zwijgend en met geduld!

Maar welk geduld? Een christelijk geduld, dat uit den geest van godsvrucht voortkomt, en niet een geduld, dat door zelfzucht of berekening wordt ingeboezemd.

Die zich onder de hand van God vernederen, en in de slagen, die zij verduren, Gods rechtvaardigheid of barmhartigheid aanbidden, die zich het geduld van Jesus en Maria tot voorbeeld stellen, toonen zich in het lijden ware Christenen; - en zoo moet ook gij uw lyden weten te dragen.

Zoo gij uw kruis met ongeduld draagt, maakt gij het zwaarder; want bij den

ocr page 283

HOOFDSTUK III. 259

last des kruises voegt gij nog de zonde van ongeduld. De weg des kruises is de weg ten Hemel. Alle Heiligen hebben dien weg bewandeld ; alle rechtvaardigen op aarde gaan langs dien weg, want zij hebben vele beproevingen: Multae tribulationes justorum '); maar zij lijden met geduld, wijl God hun daarvoor een rijke kroon bereidt.

Hoe ongelukidg zijn degenen die ongeduldig lijden. Wat hun ter zaligheid moest strekken, maken zij aan hunnen ondergang dienstbaar. Zij gelijken den moordenanr die, stervende aan de zijde des Zaligmakers, Hem nog lasterde aan het kruis, en van Calvarie, vanwaar het heil voor heel de wereld is uitgegaan, in de hel werd neergestort.

God, die het Joodsche volk als den appel van Zijn oog beminde, trachtte door beproevingen en slagen de afge-dwaalden op den goeden weg terug te voeren, en zond profeten om hen te vermanen, te waarschuwen, en met de straffen des Hemels te dreigen; maar zij wilden niet en stonden op tegen

') Ps. XXXIII : 20.

ocr page 284

260 HOOFDSTUK III.

God en gaven zich aan de schandelijkste zonden over. Jerusalem, Jerusalem, zoo sprak de Zaligmaker, dat de xgt;ro-feten doodt en steenigt die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb ik uwe kinderen willen vergaderen, gelijk eene hen hare kiekens vergadert onder hare vleugelen, en gij hebt niet geivild. Zie uw huis zal u ivoest gelaten worden;') dat is, de middelen, die Ik u tot uwe heiliging gaf, zullen u ontnomen worden.

En wij, al staan wij in onze kwellingen niet op tegen God, toch morren wij dikwijls over de kruisen,tlie'Hij ons overzendt; maar verdienen wij dan niet, dat God, om ons te straffen, ons dat krachtig middel ter heiliging zal ontnemen ?

Hoe dikwijls vallen wij den Hemel lastig om van onze kruisen bevrijd te worden, maar wij weten niet wat ivij vragen. -)

Waar zag men ooit meer vruchten van heiligheid, meer uitstekende deugd dan in de schaduw van het kruis? Door zich geduldig te gedragen, verga-

■) Matt. XXIII : 87. 8S. a) Matt. XX : 22.

ocr page 285

HOOFDSÏCJK in. 261

dert men in wein::g dagen meer verdiensten dan in lange jaren door stille godsvrucht. Want zelfs in onze godsdienstige oefeningen kan nog eenige eigenliefde en menschelijk opzicht binnensluipen; maar door geduld en lijdzaamheid wordt de kwade natuur onderdrukt en alles aan God toegewijd.

Begeer nimmer het eene kruis boven het andere; zeg nooit: „Liever zou ik iets anders willen lijden, wat ik met meer geduld zou dragen;quot; maar wees tevreden met hetgeen God u heeft overgezonden. Elk ander kruis zou niet het kruis zijn, dat u past. God immers weet beter dan gij, wat u noodig of nuttig is. Hij meet de kruisen af naar uwe behoeften en krachten en naar de plannen, die Hij met u voor heeft. Geen kruis is zwaarder, dan wat niet door Gods genade wordt onderstut.

Liefste Zaligmaker, die in Uw bitter lijden en sterven over de hevigheid of menigvuldigheid Uwer smarten nooit geklaagd, maar alles met bijzonder geduld gedragen hebt, ik verlang Una te volgen; maar zoo bereid mijn geest is, zoo

ocr page 286

262 HOOFDSTUK IV.

zwak is mijn vleesch; daarom bid ik U, verleen mij de genade om altijd geduldig te zijn in hetgeen ik te lijden heb. Bewaar mij van alle ongeduld en kleinmoedigheid. Laat niet toe, o Heer! dat ik mij ooit in het minste beklage; want al wat ik lijd heb ik door mijne zonden verdiend. Gij, Jesus, hebt uit liefde tot mij oneindig meer geleden: waarom zou ik dit weinige niet gaarne uit liefde tot U lijden? Geduldigste Jesus, ontferm U mijner.

HOOFDSTUK IV.

GOD BESTEMT DIKWIJLS DE GROOTSTE SMARTEN VOOR ZIJNE MEEST GETROUWE DIENAREN.

Was het niet genoeg, o God, cat Maria drie en dertig jaren lang voor haren geest al het lijden zag, dat haar Goddelijk kind te verdragen zou hebben? Waarom moest zij ook nog ge-

ocr page 287

HOOFDSTUK IV. 263

tuige zijn van Ziinen dood ? Toen Abraham zijn eenigen zoon Isaac aan U ten offer moest brengen, spaardet Gij de moeder. Het offer bleef haar on- i bekend, en zij behoefde er niet bij tegenwoordig te zijn. Hadt gij dan minder liefde en mededoogen voor Maria? i

Maar ik begrijp het. Heer! Omdat 1 Maria de Koningin aller Heiligen moest worden, moest zij inniger dan allen deelen in de gemeenschap van het lijden '), welke Gij tusschen Jesus en de uitverkorenen gesteld hebt.

Ik mag mij dus niet verwonderen, dat de beproevingen der rechtvaardigen vermeerderd worden, naarmate zij U getrouwer dienen. Groote smarten zijn groote genadegaven! Gij loont hunne deugd door smarten, die hen altijd meer aan het goddelijk toonbeeld van Jesus gelijkvormig maken. Die op aarde het meest door Jesus bemind werden en inniger met Hem waren verbonden, zooals Maria, Joannes, Maria Magda-lena en de heilige vrouwen, stonden op Calvarië het dichtst bij het kruis.

') Philip. UI : 10.

ocr page 288

264 HOOFDSTUK IV.

Een groot geluk is het inderdaad in Jesus' lijden meer bijzonder te mogen deelen. Non est discipulus super magistrum. Perfectus autem omnis erit, si sit sicut magister ejus1): De leerling is niet boven den Meester; maar ieder zal volmaakt zijn, als hij gelijk is aan zijnen Meester. Jesus, onze Meester, naar wiens volmaaktheid wij moeten streven, heeft het grootste lijden verduurd.

Iedere Christen is een andere Jesus Christus. Geen Christen zal in den Hemel worden toegelaten, als zijn leven niet aan het leven van Jesus eeniger-mate gelijkvormig is geweest. En daarom zijn er maar weinige zielen van uitstekende deugd, die niet aan eenige harde beproeving zijn onderworpen. Omdat gij aangenaam ivaart aan God, sprak de Engel tot Tobias, ivas het noodig, dat tegenspoedu beproefde. Quia acceptus eras Deo, necesse fuit ut tentatio probaret te. -)

Hoe troostend is het, als men inet Petrus van zich zeiven kan getuigen;

') Luc. VI : 40. !) Tob. XII : 13

ocr page 289

HOOFDSTUK IV. 265

Gij weet, Heer, dat ik U bemin: Do-mine, tu seis quia amo te1): doch men weet nauwelijks wat het is God te beminnen, zoolang men niet geleerd heeft met Hem te lijden.

Niet dat bloedige beleedigingen, kerkers, langdurige en smartelijke ziekten noodzakelijk het deel der Heiligen op aarde moeten zijn; maar er zijn hun andere kruisen weggelegd, die, al schijnen zi) zoo verschrikkelijk niet, toch niet minder dienen om hen aan zich zeiven te doen sterven. Men ziet den geweldigen strijd niet, die de zielen te voeren hebben, die God wil zuiveren en tot hoogere heiligheid brengen. Terwijl zij uiterlijk in de grootste kalmte verkeeren, stormt het in hun binnenste, en trotseeren zij den geweldigen strijd tegen hartstochten en bekoringen, verleiding der wereld, en aanvallen van den duivel, die hen kwelt en verontrust, en nimmer in vrede laat.

Maar hoe groot het lijden ook moge wezen, Gods hulp is hun steeds nabij;

') Joan. XXI, 15.

ocr page 290

266 HOOFDSTUK IV.

en hunne deugd, in den oven des lijders beproefd, brengt hen nader tot God, en maakt hen het loon des Hemels waardig.

Hun Geloof wordt versterkt en vermeerderd, wijl zij Gods heiligen wil met altijd volmaakter onderwerping aanbidden, en Hem vereeren als een wijzen Vader, die zijne kinderen kastijdt omdat hij ze lief heeft. Q u e m e n.i m diligit Dominus, castigat; fla-gellat autem omnem filium, quem recipit. ')

Hunne Hoop wordt altijd levendiger; want zij kennen Gods oneindige goedheid en zijn verzekerd van Zijne hulp, die hen niet ten einde toe aan de woede hunner vijanden zal overlaten. Zij worden aangemoedigd tot den strijd dooide gedachte, dat de tegenwoordige kortstondige en lichte verdrukking een bovenmate uitnemende en eeuwige heerlijkheid in ons bewerkt. -)

Hunne Liefde wordt vuriger. Altijd meer aan de schepselen onthecht, leven zij alleen voor Hem, die de God huns

■) Hebr. XII, G. ') II Cor. IV, 17.

ocr page 291

HOOFDSTUK IV. 267

harten en hun erfdeel is, God in eeuwigheid: Deus cordis mei et pars mea, Deus in aeternum. ')

Te midden van vertroostingen dient men God gemakkelijk, maar dikwijls uit eigenbelang. Dccfi in verdrukking, en als het hart vol is van bittere smart, God getrouw blijven is ware deugd en standvastige liefde!

O mijn God, dikwijls klaag ik in mijn droefheid, dat Gij mi] niet bemint; maar voortaan zal ik U voor al het lijden, dat Gij mij zult overzenden, dankbaar zijn; want de tegenspoed is een gaaf Uwer liefde. Uwe getrouwste dienaars en heilige vrienden hebben grootere pijnen dan de mijnen verdragen, omdat zij meer dan ik Uwe liefde en genade waardig waren. Laat mij lijden met het geduld en de onderwerping der Heiligen, om meer en meer aan Jesus gelijkvormig te worden; want allen, die godvruchtig willen leven in Christus Jesus, zullen vervolgingen lijden: om nes qui pie voluntvi-

') Ps. LXXII, 26.

ocr page 292

268 HOOFDSTUK V.

vere in Ghristo Jesu, persecution em patient ur. ')

HOOFDSTUK V.

men MOET zich niet verontrusten over den natuurlijken afkeer, welken men tegen het lijden gevoelt.

De Dienaar. Ik wend mij tot u, Heilige Maagd, in de droefheid, waarin het gezicht van het kruis mij werpt. Want grooten afkeer gevoel ik van het lijden.

Maria. Mijn kind, die natuurlijke afkeer maakt u niet schuldig in de oogen van God. Gij vindt er zelfs een nieuwe bron van verdiensten in, als gij altijd aan Gods Heiligen wil onderworpen blijft.

Wanneer men u zegt, dat de Heiligen

') ii Timoth. ill, 12.

ocr page 293

HOOFDSTUK V. 269

het lijden beminden, bedoelt men niet, dat zij het op natuurlijke wijze, maar dat zij het om bovennatuurlijke redenen beminden.

Als menschen zuchten en klaagden zij van smart; maar als Christenen en vrienden Gods verheugden zij zich. De natuur had afschuw van het lijden; doch de deugd zegevierde over de natuur. Meent gij, dat mijne smarten niet ontzettend groot waren op Calvarië? Als iedere moeder lijdt bij het lijden van haar kind, wat moet dan niet Jesus' moeder geleden hebben, toen zij Hem van folteringen en laster verzadigd zag?

Die de diepte mijner droefheid peilen wil, moet Jesus beminnen, gelijk ik Hem liefhad.

Jesus Zelf liet in den hof van Olijven de vrees voor het lijden en de angst des doods Zijne ziel benauwen, en biddend zuchtte Hij; Tristis est anima mea usque ad mortem1): Mijne ziel is bedroefd tot den dood'toe; en aan het kruis klaagde Hij in bittere smart: Deus m e u s. Deus m e u s,

gt;) Mat. XXVI ; 38.

ocr page 294

270 HOOFDSTUK V.

ut quid dereliquisti mo?1); Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Hij wilde niet, dat Zijne Godheid, die aan Zijn lijden oneindige waarde gaf, Hem Zijn menschelijk gevoel zou ontnemen.

Hij heeft oneindig veel meer geleden dan gij, mijn kind, en zijn menschelijk gevoel was geen ander dan het uwe.

Derhalve, als gij in uw lijden slechts oprecht wilt, wat God wil, maak u dan niet ongerust over hetgeen er verder in u omgaat. Naar het einde des lijdens verlangen is geen ongeduld.

Zelfs al zou dooi1 de hevigheid der ; smart uw geduld worden overwonnen, dan moogt gij u nog niet laten ontmoedigen. Een nieuwe fout zoudt gij bij het ongeduld voegen; want die zich laat ontmoedigen, omdat hij gevoelt, dat hij nog niet volmaakt is, is niet van eenigen hoogmoed vrij te pleiten.

Gij zijt zwak, mijn kind. God kent uwe zwakheid; gij zijt mensch en geen engel. De mensch kan zijn leven niet

') Marc. XV : 34.

ocr page 295

HOOFDSTUK V. 271

doorbrengen zonder ten minste eenige lichte fouten te begaan.

Ontsnapt u dus een woord van ongeduld, vraag dan oniniddelijk aan God vergiffenis; beloof Hem meer op uzel-ven te letten; vraag de hulp Zijner genade en keer tot den vrede terug. Nimmer kan eene fout beter hersteld worden dan door er zich over te vernederen

Om heilig en volmaakt te worden behoeft gi] dus niet, gelijk sommige Heiligen gedaan hebben, om vermeerdering van uw lijden te vragen; gij moogt gerust om verzachting en genezing bidden; doch altijd met volkomen onderwerping aan alles wat God wil. Die naar het lijden verlangt, en, als hij lijdt, nog zwaarder lijden vraagt, beoefent heldhaftige deugd en verwerft de hoogste verdienste bij God: maar heldendeugd wordt niet van iedereen gevorderd.

ocr page 296

272 HOOFDSTUK VI.

HOOFDSTUK VI.

de gedachte aan het kruis van jesus wekt ons op om het lijden met moed en standvastigheid te dragen.

De Dienaar. Bij den dood van Je-sus schudde de aarde, de zon verduisterde, rotsen spleten, heel de natuur was ontsteld en in verwarring; maar meer dan door al die wonderen word ik getroffen door een ander schouwspel!

Maria, smartvolle Moeder, gij staat naast het kruis, ieder oogenblik het offer vernieuwend, dat gij den Eeuwigen Vader van Uwen lieven Zoon gebracht hebt.

Vanwaar die wonderbare kracht, die heldhaftige moed? Iedere andere moeder zou onder zulke smarten bezwijken.

Maria. Ik had een treffend voorbeeld voor oegen: Jesus aan het kruis! Hij sprak slechts woorden van vrede, of-

ocr page 297

HOOFDSTUK VI. 273

ferde Zich op met volkomen overgeving aan den wil Zijns Vaders, en vroeg Hem, om de verdiensten van Zijn bloed, de zaligheid Zijner bealen.

Ik had de blikken op dat Goddelijk toonbeeld geslagen, en drong door tot Zijn hart en trachtte mij eigen te maken, wat daarin omging. Zoo edelmoedig gaf Hij te midden der afschuwelijkste folteringen Zijn leven voor de menschen, dat ook ik met edelmoedigheid aan God leerde op te offeren, wat ik het dierbaarste in :1e wereld had: Jesus Zei ven!

Mijn kind, ook gij zult aan den voet' des kruises steun vinden in uw lijden, kracht in uwe afgematheid, moedige bereidvaardigheid in de offers, die God u vragen zal.

Als gij in droefheid zijt, bedelt gij troost bij de menschen; maar het duurt niet lang, of gij ondervindt, hoe spoedig hun medelijden is uitgeput.

Eerst beklagen zij u; maar later vinden zij het vervelend, dat gij over uw lijden spreekt; uwe tegenwoordigheid wordt hun zelfs lastig. Keert gij dan tot uzelven en uwe eigene ge-

18

ocr page 298

274 HOOFDSTUK VI.

dachten terug, dan gevoelt gij uw lijden vermeerderd, en de doorn, die u verwonde, is dieper ingedrongen.

Mijn kind, wapen u ten tijde van den strijd met het beeld van den ge-kruisten Jesus. Laat het kruisbeeld in dien tijd van duisternis en stormvlagen uw eerste toevlucht zijn!

Hoe zwak uw moed ook moge wezen, gij zult er kracht vinden; hoe diep bedroefd uw hart ook zij, gij zult troost verwerven.

Hebt gij van de menschen te lijden, zie op naar het kruis. Daar hangt de meest beleedigde Vader, de meest verachte Meester, de meest verlaten vriend, de meest vervolgde aller rechtvaardigen.

Lijdt gij onder de aanvallen van den duivel? Zie Jesus aan het kruis aan al zijne woede ten prooi. De gestrengheid van den Hernelschen Vader ten opzichte van Zijn welbeminden Zoon zal de klacht op uwe lippen tegenhouden, dat Hij te streng voor u is.

Zendt God u tijdelijke rampen over; wat zijn die rampen in vergelijking van wat Jesus verdragen heeft om u

ocr page 299

HOOFDSTUK V[. 275

van de eeuwige pijnen te verlossen ? Neem uw kruisbeeld in de hand, beschouw uw Jesus en roep uit: ik ben vrijgekocht door het smartvol lijden van mijn God; moet ik dan ook niet door het lijden aan mijn Verlosser gaan gelijken?

Nog slechts weinig, mijn kind, gelijkt gij op Jesus door uwe deugden; laat ten minste het kruisbeeld u den troost geven, dat gij op Jesus gelijkt door uw lijden.

Het kruis zij dan uw toevlucht in rampen, in verdriet, in alle bekoringen. Druk het aan uw hart, kus het met liefde, besproei het met uwe tranen, verplaats u in den geest op Calvarië, om de voeten van uwen God, die voor u lijdt en sterft, te omhelzen.

Spreek Hem over uw lijden, vereenig het met het Zijne en vraag Hem verlichting. Bezweer dien barmhartigen Zaligmaker u van Zijn kruis woorden van troost en hoop toe te spreken, en Uw lijden te verzachten; en houd niet op, totdat Hij aan uwe ziel kalmte en vrede gegeven en u door de zalving Zijner genade gesterkt heeft.

ocr page 300

276 HOOFDSTUK VI.

Als gij zoo volhardt, zullen uwe tranen gedroogd, de vrede u worden teruggeschonken; moed zal op uwe zwakheid volgen, en de bitterheid des kruises zal in zoetheid worden veranderd. Of, zoo lijden u nog overblijft, zal geduld, onderwerping en liefde u worden ingestort, om met den H. Paulus te kunnen zeggen: Ik héb behagen in mijne zwakheden, in versmadingen, in nooden, in vervolgingen, in benauwdheden voor Christus; want wanneer ik zwak hen, dan ben ik sterk. ') Verlies nimmer den moed: het lijden is als een vuur, dat al wat schadelijk in ons is, verteert; het zuivert, van zonde, onderdrukt vermetelheid, verdrijft lichtzinnigheid, boezemt heilige droefheid in en haat tegen de wereld, en maakt ons het meest aan Jesus gelijkvormig.

') II. Cor. XII : 10.

ocr page 301

HOOFDSTUK VII. 277

HOOFDSTUK VII.

OVER DE LIEFDE TOT ONZE VIJANDEN.

Maria kon geen grootere vijanden hebben dan de Fhariseeën, die tegen haren Zoon samengespannen en Hem ter dood veroordeeld hadden.

Maar gelijk Jesus Zijne vijanden beminde, zóó zelfs dat Hij voor hen Zijn leven gaf, sprak ook het moederhart van Maria; Pater dimitte illis; non enim sciunt quid faciunt:') Vader, vergeef hun, want zij iveten niet wat zij doen.

Zij zag die onverzoenlijke vijanden zich op den uitslag hunner misdaad verheffen. Zij hoorde de vervloekingen, waarmede zij Hem overlaadden, de godslasteringen, die zij tegen Hem uitstootten.

Iedere andere moeder zou in heilige verontwaardiging over die goddelooze

■) Luc. XXIII : 84.

ocr page 302

278 HOOFDSTUK VII.

heiligschenners Gods wraak hebben afgeroepen ; maar Maria, de moeder van den God des vredes, was met een anderen geest bezield.

Slechts één gebed vernemen wij van Jesus aan het kruis. Hij leed voor allen, deugdzamen en zondaren; maar dat eenfg gebed, dat hoorbaar van Zijne lippen vloeide, was een gebed om barmhartigheid voor Zijne vervolgers, en bewerkers van Zijn dood. En het aanbiddelijk Offerbloed, dat door de Pharlseeën zoo wreed werd vergoten, bracht ook Maria, staande aan den voel des kruises, voor hunne zaligheld den Hemelschen Vader ten offer.

Hadden de Joden in de harten van Jesus en Maria beider liefde kunnen lezen, zij zouden Jesus niet zoo wreed mishandeld, maar Hem aanbeden hebben en Maria in heilige bewondering hebben vereerd. Doch haat en opgezweepte woede maakten hun hart voor elke teedere aandoening ontoegankelijk.

Laat ons van Jesus en Maria dien geest van liefde leeren, welke ons voor onze vijanden bezielen moet.

ocr page 303

HOOFDSTUK VII. 279

Kan ooit eene beleediging, ons aangedaan, zoo zwaar en grievend wezen, als die van Jesus en Maria?

Na Jesus was Maria het meest bij God bemind. De beleediging van Jesus was oneindig groot, maar ook die van Maria de wreedste, die men zich kan denken.

Maar met liefde vergoot Jesus Zijn bloed en offerde het den Vader op om genade voor de zondaren te vragen; en met liefde bezwoer Hem Maria de stem des bloeds van haren Zoon genadig te verhooren.

Moet de felste haat niet worden uit-gebluscht aan den voet des kruises, waar wij Jesus en Maria voor hunne beulen zien bidden? Het kruis is het kostbaar werktuig onzer zaligheid; maalais wij het naderen met vijandschap in het hart, roept het de wraak des Hemels en eeuwige veroordeeling over ons af.

Hier vooral moet gij opmerken, wat in Christus Jesus is, en de gevoelens van Zijn hart in u aankweeken. Wees barmhartig en verschoonend jegens anderen, gelijk Hij barmhartig en

f

ocr page 304

280 HOOFDSTUK VII.

verschoonend was. Hij zelf roept u toe; wees barmhartig gelijk uw hemel-sche Vader barmhartig is. l) Zalig zijn de barmhartig en, want zij zullen barmhartigheid venverven.'1) Neen, gij moogt de overtredingen van uwen broeder niet zoo breed uitmeten; en de misslagen, welke hij tegen u begaat, niet zoo zwart mogelijk afschilderen. Jesus kon nog verschooning vinden voor Zijn allerwreedste vijanden en onverzoen-lijkste vervolgers, en zoudt gij dan niets kunnen vinden, wat de schuld des broeders lichter maakt? Schrijf de misstappen van uwen broeder toe aan onwetendheid, aan opwelling van hartstocht, waarvan hij meer het slachtoffer dan de bewerker is, of aan vergissing, overijling en onbedachtzaamheid.

Zelfs wanneer gij geen enkele reden kunt vinden, die den broeder verschoont, werp dan een blik op het kruisbeeld en en zeg tot uzelven: Het is aan mij te wijten, dat ik niets ter verdediging van mijnen broeder zeggen kan. Als Jesus Zijne beulen vergeven heeft, zal

') Luc. VI : 36. !) Matt. V : 7.

ocr page 305

HOOFDSTUK VIII. 281

ik dan mijn broeder niet vergeven?

Aanbiddelijk hart van Jesus, Beminnelijk hart van Maria, ö Harten, zoo goed voor die U het meest gegriefd hebben, stort in mijn hart den geest van Uwe edelmoedigheid. Mocht ik ooit een gevoel van afkeer of haat in mij voelen opwellen, dan zal ik mijn hart in den geest met de Uwen vereenigen, opdat het in goedheid, zachtmoedigheid en liefde aan U gelijkvormig moge worden.

HOOFDSTUK VIII.

OVBR HET DEELNEMEN IN HET LIJDEN ONZER BLOEDVERWANTEN EN VRIENDEN.

God beproeft ons somtijds in den persoon onzer ouders en vrienden, en de genegenheid, die wij voor hen gevoelen, doet ons hunne rampen levendig beseffen.

ocr page 306

282 HOOFDSTUK VIII.

Hoe groot is niet de droefheid eener moeder, als zij haar kind op het bed van smarten ziet uitgestrekt; of van een vriend, die getuige is van de zware rampen, die zijnen vriend overkomen, zonder dat hij hem helpen kan.

Die droefheid is billijk en heeft niets schuldigs of veroordeelingswaardigs,als zij slechts aan den wil van God onderworpen blijft. Houdt zij echter op onderworpen te zijn, of stort zij zich uit in klachten tegen Gods voorzienigheid, dan wordt zij berispelijk en zondig.

Wie was ooit meer bedroefd dan Maria bij het lijden van haren Zoon, van wien zij altijd de blijken van teedere, ja Goddelijke liefde had ontvangen? Hoe dikwijls sprak zij in haar hart: Mijn Zoon, mijn lieve Zoon, had ik mogen lijden en sterven in uwe plaats. ')

Toen de dochters van Jerusalem Jesus met het kruis beladen zagen voorbijgaan, weenden zij over Hem; maar eene zee van droefheid overstelpte het hart van Maria, toen zij Hem op het bloedig altaar, waar Hij sterven moest,

•) II. Reg. XVIII : 33.

ocr page 307

HOOFDSTUK VIII. 283

zag uitgestrekt. Och, had zij maar eenige verlichting in Zijn lijden kunnen aanbrengen, Zijn van smarten neergebogen hoofd ondersteunen, of Hem in Zijnen dorst eenige lafenis scnenken! Maar niemand had medelijden met hare smart. Van alle kanten hoorde zij niets dan wild getier van haat en woede, en godslasteringen, om Hem in Zijne Goddelijke Almacht te bespotten.

Als men lijdt voor dengene dien men bemint, vindt men in het lijden eenige voldoening; maar onuitsprekelijk hard is het, als men hem, dien men bemint, ziet lijden zonder hem te kunnen helpen.

Wat zal Maria doen in hare overstelpende smart ? Zal zij ten einde toe bij Jesus blijven, of zich verwijderen om Hem niet in Zijne folteringen te zien sterven? Agar, de moeder van Ismael, verliet haar kind om het niet te zien omkomen : Maria echter, geheel onderworpen aan den wil des Vaders, blijft staan naast het kruis en offerde met Jesus haar lijden op voor de zaligheid der wereld.

Zij blijft staan, wijl God het wil dat zij daar is, en zij zal er bliiven tot

ocr page 308

284 HOOFDSTUK VIII.

dat het offer zal voltrokken zijn. Geloof, onderwerping en liefde maken haar tot een tweede slachtoffer, dat door den Hemel wordt aanvaard in vereeniging met het Goddelijk offer van Jesus.

Leer hieruit, wie gij ook zijn moogt, liefhebbend vader, trouwe vriend, tee-der echtgenoot of kind, leer uwe smart beheerschen, als gij op het punt staat wat u dierbaar is te verliezen.

Stort vrij uw hart in tranen uit, maar laat de geest van godsvrucht uwe droefheid heiligen. Nimmer moogt gij u overgegeven aan doodelijke droefheid, die allen troost weigert, 2«}' die geen hoop hebben. ')

Zoek troost waai' die alleen te vinden is, namelijk in den Heiligen wil van God, waaraan gij u nederig moet onderwerpen. Als wij het goede van Gods hand hebben anngenomen, waarom zonden wij het kwade niet aannemen ? S i bona suscepimus de manu Dei, mala quare non suscipiam us?-)

■) I Thess. IV : 12. =) Job. II : 10.

ocr page 309

HOOFDSTUK VIII. 285

Bid met den koninklijken profeet: Heer, Gij kent al mijne begeerte en mijne zuchten is ü niet verborgen. Mijn hart is ontsteld, mijn kracht heeft mij begeven. Op ü, Heer, heb ik gehoopt; Gij zult mij verhooren. Heer Mijn God.')

Maar boven alles: Uw wil geschiede. Ik wil al wat Gij wilt en gelijk Gij het wilt.

Toen Jesus drie nren aan het kruis had gehangen, boog Hi] het hoofd en stierf. Twee eerbiedwaardige mannen, Joseph van Arimathea en Nicodemus, namen het lichaam van het kruis en legden het neder in een nieuw graf. Doch na drie dagen zou Jesus verrijzen.

Hoe moeten die drie dagen Maria lang gevallen zijn!

Jesus was gestorven. Haar eenige en geliefde Zoon was haar door den dood ontnomen. De smart van David bij den dood van Absalom; de klachten van Rachel hare kinderen beweenend, vermogen niet de namelooze droefheid uit te drukken van Maria, toen zij Je-

■) Ps. XXXVII : 10-11-16.

ocr page 310

286 HOOFDSTUK VIII.

sus niet meer zag en niet meer hoorde spreken.

Maar hoe zwaar haar moederhart werd beproefd en hoe bitter zij schreide, als de heiligste en godvruchtigste aller moeders verloor zij niets van hare deugd. Want haar geloof in Zijne verrijzenis, hare berusting in alles wat God voor Zijne glorie en het heil der wereld beschikt had, waren haar steun en troost.

6 Gij, wien God beproefd door u te ontnemen wat gij zoo bevreesd waart te verliezen; gij, moeder, treurend over het verlies van uw vurig geliefd kind; gij troostelooze echtgenoote, die u vóór den tijd tot droeven weduwstaat veroordeeld ziet, zie op naar het voorbeeld, dat u door uwe hemelsche moeder wordt gegeven. Uwe tranen zijn rechtvaardig. Ook Joseph schreidde op het graf van zijnen vader Jacob; en Jesus Zelf weende bij het graf van Lazarus; — maar breng als Maria uwe droefheid aan God ten offer en tracht in Zijnen heiligen wil te berusten.

De dood heeft onherroepelijk de banden verbroken, die u met uwe dierba-

ocr page 311

HOOFDSTUK VIII. 287

ren vereenigden. Maar straalt de hoop niet in het verschiet om hen eenmaal weer te zien? Leert het Geloof unlet, dat de zaligen zich in Gods schoot zullen vereenigen veel volmaakter dan op aarde?

Wij zullen allen eenmaal verrijzen. ') o Stralend licht van hoop en kostbaar vertrouwen, dat onze tranen droogt en ons in vrede het verlies onzer dierbaren doet dragen. Bedroef u dus niet als de anderen, die geen hoop hebben:2) maar ween als Christen vol geloof, en beheersch uw smart; immers de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen; — maar zeg dan ook met vol vertrouwen en onderwerping: de naam des Heeren zij gezegend!: Dom in us de dit. Do-minus abstulit, sit nomen Do-mini b e n e d i c t u m !3)

Daarenboven, was hij, dien gij verloren hebt, uw eenig geluk op aarde? Hadt gij hem meer lief dan God, die hem heeft weggenomen ? Hij was u dierbaar, maar Gods wil moet u nog dierbaarder zijn. Wellicht was uwe

') I. Cor. XV : 51. !) ïhess. IV : 12. a) Job 1:21.

ocr page 312

288 HOOFDSTUK VIII.

liefde niet goed genoeg geregeld, en waart gij al te veel aan hem gehecht. Zijn uwe tranen, zoo lang en heet geschreid, er niet de bewijzen van ?

Misschien was hij u een beletsel voor volmaaktheid, of zelfs voor uwe zaligheid. Door hem dan weg te nemen, heeft God u barmhartigheid bewezen. Of misschien was de dood hem beter dan het leven. Als hij in den Heer ontslapen is, was het einde van zijn tijdelijk leven het begin zijner gelukkige eeuwigheid. Moogt gij dan klagen, dat God hem genadig heeft gegeven, wat gij zelf ook eenmaal hoopt te ontvangen ?

Vertroost u met deze woorden, en trek dit voordeel uit uwe droefheid, dat gij in uwe gehechtheid en liefde steeds voorzichtig zijt. Slechts Hij, wiens jaren nimmer eindigen, ^ is al uwe gehechtheid en al uwe liefde waardig.

Bemint gij iemand met God, bemin hem dan voor zoover God het wil en toelaat. Bemin hem om en in God, en laat uwe liefde tot God er nimmer onder lijden.

') Hebr. I : 12.

ocr page 313

HOOFDSTUK IX. 289

Als zóó uwe liefde is, en gij voor dit leven van hem scheiden moet, zult gij wel bedroefd, maar niet hopeloos en ontroostbaar wezen. Uw hart zal op den dag des offers wel zuchten en uwe oogen tranen storten; maar de berusting in Gods wil zal balsem van troost en gelatenheid in uwe ziel uitstorten.

HOOFDSTUK IX.

over de gelatenheid in het lijden, als god ons zijnen troost schijnt te weigeren.

De Dienaar. Verheug U, Koningin des Hemels, omdat Hij, dien gij ivaardig geweest zijt in uwen schoot te dragen, en wiens dood u zooveel tranen heeft gekost, verrezen is gelijk Hij gezegd heeft.

Geniet Zijne tegenwoordigheid in zalig verblijden, totdat Hij glorierijk ten Hemel zal opklimmen.

19

ocr page 314

290 HOOFDSTUK IX.

Meer dan anderen hebt gij deelgenomen in Zijn lijden, meer dan anderen moet gij dus ook in Zijne heerlijkheid deelen.

Welke heilige vreugde en onuitsprekelijk troost vervulde uwe ziel, toen Jesus in Zijn verheerlijkt lichaam op den dag Zijner verrijzenis aan u verscheen !

Uw lijden is nu voorbij, uwe tranen zijn gedroogd, uw hartewond is voor immer genezen.

Maria. Ik hen zegt GJod, met den-gene die in droefheid is ') om hem met Mijne genade te versterken. Na storm en onweersvlagen herrijst de zon om al wat leeft door hare koesterende stralen te verkwikken, en zoo laat God troost op droefheid, zoetheid op bitterheid volgen.

Ook de koninklijke Profeet ondervond die goedheid des Heeren. Secundum multitudinem dolorum me-orum in corde meo, consolatio-nes tuae laetificaverunt animam

■) Ps. XC. 15.

ocr page 315

HOOFDSTUK IX. 291

me am '). Naar de menigvuldigheid mijner smarten in mijn hart, hebben Uwe vertroostingen mijne ziel verblijd.

De Dienaar. Gij weet, Heilige Maagd, hoe lang ik reeds in droefheid voortleef, maar nog altijd laat de troost des Heeren zich wachten.

Maria. Myn kind, al kunt gij dien troost niet in u gevoelen, toch zijt gij er niet van beroofd.

Is het niet een groote troost, dat het lijden u aan Jesus gelijkvormig maakt en u den Hemel opent?

Niet zonder bedoeling onthoudt God u dien gevoeligen troost, waarnaar gij verlangt. Vele Heiligen zijn door de dorre woestijn des levens gegaan, zonder ooit een enkelen druppel van dien hemelschen dauw genoten te hebben. Verlaat u in alles op Gods Voorzienigheid. Als troost u noodig of nuttig is, zal God ze u niet laten ontbreken, maar zeker zal Zijne genade altijd met u zijn, en Zijne genade is u genoeg. -)

') Ps. XCIII. 19. quot;-) ii Cor. XII. 9.

ocr page 316

292 HOOFDSTUK IX.

De Heiligen, welke dien merkbaren troost niet ontvingen, vonden er troost in, ze niet te hebben; hunne liefde werd zuiverder en meer belangeloos. Wacht nog een weinig. De belofte doorJesus gedaan aan allen die lijden, zal ook in u vervuld worden; want overvloed van alle zoetheid en oneindig verblijden bereidt Hij u in den Hemel.

Die waarlijk boetvaardig is, vindt troost in de gedachte, dat geduldig lijden het zekerste middel is om zijne zonden uit te wisschen.

Het lijden immers verzoent met God. Het delgt de zonde uit; verandert den vloek des Heeren in zegening, Zijn toorn in teederheid. Zijn afkeer in liefde; het ontwapent Gods rechtvaardigheid en opent ons de schatten Zijner barmhartigheid.

Het lijden zuivert van alle vlek waarmede de ziel door de zonde is bezoedeld. Het is als een tweede doopsel, dat de ziel afwascht, zuivert en haar hare eerste schoonheid wedergeeft.

Het lijden herstelt wat door de zonden is bedorven; het opent ons weder het huis des Vaders, en geeft ons an-

ocr page 317

HOOFDSTUK IX. 293

dermaal het recht der Kinderen Gods.

Het lijden ontbindt de banden, die den zondaar aan het aardsche en zinnelijke hechten, en geeft hem de vrijheid weder. De smart met haar verslindend vuur en nijpende foltering werkt de ziel los van het aardsche, en voert haar, vrij en gelukkig door de liefde, opwaarts tot God, in wien zij alleen haar rust en troost kan vinden.

Het lijden eindelijk hervormt de ziel door haar langs den weg der vernedering te brengen tot de kennis dei-oppermacht van God, tot onderwerping aan Zijnen wil en gehoorzaamheid aan Zijne bevelen.

Mijn kind, vereenig altijd uw lijden met het lijden van Jesus; laat het kruis u niet vreemd zijn! Die Mij wil volgen, zegt Jesus, verloochene zichzel-ven, en neme zijn kruis op en volge Mij. Si quis vult me sequi, dene-get semetipsum et tollat cru-c em s u a m et se q ua t u r m e.') Den moeielijken weg van smaad, bespotting

■) Marc. VIII. 34.

ocr page 318

294 HOOFDSTUK IX.

en vervolging heeft Jesus uit liefde tot u bewandeld; — Hij roept u Hem te volgen. Hij heeft u voorspeld, dat ook gij ter Zijner liefde zoudt te lijden hebben. De leerling is niet meer dan zijn meester; als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen. Non est servus major domino suo, si me persecuti sunt, et vos per-sequentur. ')

Ziedaar voor u een bron van troost, als alle andere troost u ontbreekt. Gij lijdt als Jesus, gij lijdt met Jesus, gij lijdt voor Jesus. Hij is uw voorbeeld, Hij zal uw kracht en sterkte wezen, en eenmaal uw zalig loon zijn in den Hemel.

Jesus aan het kruis is uw leermeester, die u geduld, onderwerping en tevredenheid leert; Hij is uw trooster, die u herinnert aan wat Hij voor u geleden heeft, om uw lijden kostbaar en verdienstelijk te maken; Hij is uw vriend, die getuige is van uw lijden en het met een eeuwig loon vergelden zal.

') Joan. XV. 20.

ocr page 319

HOOFDSTUK X. 295

HOOFDSTUK X.

OVEK HET VEKLANGEN NAAR DEN HEMEL.

Toen Uwe ziel, o Goddelijke Zaligmaker, de aaide verlaten had, om in het voorgeborchte der hel de Oudva-ders te vertroosten, waren de gedach-ted, begeerten en genegenheden Uwer Heilige Moeder onafgebroken ten Hemel gericht.

Zij benijdde het lot der Engelen en Heiligen, die zich in de tegenwoordigheid van haren beminden Zoon verheugden en bezwoer ze U te zeggen, hoezeer zij om üwe afwezigheid leed.

Hoe zou de wereld haar kunnen behagen, of tevreden stellen? Die niets dan Jesus bemint, wil ook niets dan Jesus, en die op aarde zijn schat en rijkdom in quot;Uwe genade en vriendschap stelt, vindt het leven een last, wijl het hem van Uwe tegenwoordigheid en zalige aanschouwing terughoudt.

O Jesus, ik verlang naar U, ik zucht en roep tot U; verhoor mijn gebed.

ocr page 320

296 HOOFDSTUK X.

Laat mij U in zalig verblijden eeuwig aanschouwen. Quis dabit mihi pe n-nas sicut columbae, et volabo et requiescam. ') Wie zal mij vleugelen geven als de duif; ik zal vliegen en rust vinden bij U.

Wanneer zal ik komen en voor 's Heeren aangezicht verschijnen ? '2) Zal de Bruidegom mijner ziel lang toeven ? Zie, lieve Jesus, ik kom, en mijn hart roept smeekend uit: V e n i, D o m i n e Jesu.-1) Kom, Heer Jesus! Mijn hart spreekt tot U; mijne oogen zoeken U, naar Uw aanschijn, Heer, zal ik zuchten.4)

Ik gevoel, dat ik voor iets hoogers dan deze aarde ben geschapen. Dit leven gaat voorbij! Voor U, o Jesus, ben ik gemaakt om U eeuwig te bezitten.

Jesus, onuitputtelijke schat! alles ontbreekt, waar Grij ontbreekt. Eeuwig-Licht ! alles is duister, wJiar Gij niet zijt. Al bezat ik al wat geschapen is, toch zou ik arm zijn, als Jesus niet de mijne is.

') Ps. LIV. 7. =) Ps. XLi. 3. quot;) Apoc. XXII. 20. ') Ps. XXVI. 8.

ocr page 321

HOOFDSTUK X. 297

Jesus is mijn Al. Dat woord zegt en omvat alles, en wordt alleen begrepen door hen, die Jesus boven alles beminnen.

Wijke dan uit mijn hart alle liefde, die niet voor U of om U is, alle genegenheid die niet uit de genade voortkomt ! Genade van Jesus, verwarm mij met het heilig vuur dier liefde.

Zoolang de tijd, waarop ik tot Gods eeuwige aanschouwing zal worden opgenomen, nog voor mij wordt uitgesteld, zal ik U, ö Jesus, met hart en ziel beminnen om den Hemel waardig te worden.

De liefde, die mi] de zekere hoop geeft, U eenmaal te bezitten, zal, zoolang mijn ballingschap op aarde duurt, mijn troost en zoetheid wezen; want de liefde tot U maakt mijne feilen weder goed, zij geneest en verlicht, verdrijft droefheid en geeft vreugde en vrede, die de wereld niet geven kan.

Wanneer dan, ö Jesus, zal ik zien, wat ik nu geloof en hoop ? Haast U, ó Heer, open mij den Hemel, want mijn hart vindt geen rust tenzij het ruste in U.

ocr page 322

298 HOOFDSTUK X.

O hemelsche Koningin! die boven alle koren der Engelen de naaste bij God zijt, ik, arme zondaar, groet u in dit tranendal, en bid u, uwe medelijdende oogen tot mij te wenden, want waar gij uwe oogen slaat, daar verspreidt gij genaden. Zie, o heilige Maagd Maria! in hoe vele en groote gevaren ik mij bevind van mijne ziel, den Hemel en mijnen God te verliezen. Maar op u heb ik al mijne hoop gesteld. Ik bemin u, en zucht naar het gelukkige oogenblik van u in den Hemel te zien en te loven. O mijne Moeder! wanneer zal die zalige dag verschijnen, waarop ik aan uwe voeten zal vallen, en u. de Moeder van mijnen God en mijne Moeder, die u zoo veel moeite gegeven hebt, om mij van het eeuwige verderf te bewaren, zal aanschouwen ? Wanneer zal ik de hand kussen, welke mij zoo dikwijls van de hel bevrijd heeft, ja, die mij zelfs, toen ik door mijne schuld verdiende van een ieder verlaten en gehaat te zijn, met zoo vele genaden verrijkte? Mijne geliefde Koningin! hier op aarde ben ik jegens u ondankbaar geweest; maar als ik

ocr page 323

■

HOOFDSTUK. X. 299

in den Hemel zal komen, dan zal ik niet meer ondankbaar zijn, maar u, de altijddurende eeuwigheid door, zoo zeer beminnen, als het in mijne macht is; ja, dan zal ik mijne ondankbaarheid herstellen, en u zonder ophouden prijzen en danken. Ik dank God, dat Hij mij zulk groot vertrouwen in het bloed van Jesus Christus, en in u gegeven heeft. Gij moet mij van mijne zonden bevrijden; gij moet mij door uwe voorspraak licht en kracht verkrijgen om den wil Gods te vervullen; gij moet mij in den Hemel leiden. Dit alles hebben uwe getrouwe dienaars van u gehoopt, en niet één is te leur gesteld geworden. Neen, ik zal mij ook niet bedriegen. O Maria! gij zult mij zalig maken. Bid uwen Zoon Jesus, gelijk ik Hem nu ook bid, dat Hij, om Zijn bitter lijden, in mij dit heilige vertrouwen altijd beware en ver-groote.

t

■

■

1

ocr page 324

300 HOOFDSTUK XI.

HOOFDSTUK XI.

OVER DE GENADE VAN DEN H. GEEST.

Jesus had beloofd den Heiligen Geest te zullen zenden. Om zich tot diens komst voor te bereiden trok Maria zich terug in de opperzaal, en vereenigde zich met de Apostelen en bloedverwan-■ ten van Jesus, en de heilige vrouwen, die Hem op Zijne reizen waren gevolgd.

In stille afzondering en gezamenlijk gebed en eensgezind van hart en wil verbeidden zij den Heiligen Geest.

Heerlijke voorbereiding om den God van liefde te ontvangen! Hoe gaarne daalt de Heilige Geest neder over vurige zielen, die Hem ver van het gedruisch en gewoel der wereld zoeken en oprecht naar Hem verlangen.

Hoe vurig verlangde vooral Maria • door haar innig gebed, zuivere begeerte en ijvervolle liefde naar de komst van dien Goddelijken Geest!

Maar vooral, hoe krachtig moet niet

ocr page 325

HOOFDSTUK XI. 301

hare tegenwoordigheid en haar voorbeeld allen bewogen hebben, om zich op dezelfde wijze voor te bereiden.

Maria was reeds vol van genade, maaide Heilige Geest wilde Zijne Bruid altijd meer met Zijne gaven verrijken, en niemand was meer dan zij die gunsten waardig.

Hoe overvloedig de genade van den Heiligen Geest zich ook in eene ziel uitstort, alijd kan zij meer en nieuwe gaven schenken. Haar bron is oneindig, en haar overvloed onbegrensd.

Die getrouw is aan de genade, ontvangt er veel; en die in getrouwheid volhardt, verkrijgt nog overvloediger.

o Als wij de voortreffelijkheid dier gave Gods kenden gelijk Maria, wij zouden niets anders op aarde verlangen, niets anders begeeren, aan niets anders eenige waarde toekennen.

Hoe beschamend is dan niet de onverschilligheid van zoovelen, die weinig ijver aan den dag leggen om Gods genade te bekomen, of ze ongeschonden te bewaren.

Zijn zij even onverschillig voor de gunsten dezer wereld?

ocr page 326

302 HOOFDSTUK XI.

Geen moeite sparen zij, en geen mid delen laten zij onbeproefd om ze te verwerven. Maar helaas, de genade Gods wordt weinig begeerd en roekeloos verloren.

Gebrek aan fortuin wordt tot eene schande gerekend; maar over de geestelijke armoede schaamt men zich niet.

Met leedwezen erken ik, ó Heilige Geest, dat mijne wederspannigheid aan Uwe ingevingen mij Uwe weldaden geheel onwaardig maken. Maar ik vereenig mijn gebed met het gebed van Maria. Gewaardig U mij te verhoeren.

Vol vertrouwen roep ik tot u, Bruid van den H. Geest, en bezweer u mijne voorspraak te willen zijn. Vraag voor mij den geest van wijsheid, die mij naar de goederen des Hemels doet verlangen en afschuw inboezemt voor de bedriegelijke goederen dezer wereld. Den geest van verstand en licht, die mij in dit rijk der duisternis de wegen Gods doet kennen en eeuwige waarheden leert. Den geest van onderscheid en raad, die mij de strikken doet ontdekken en vermijden, welke de vijanden mijner zaligheid kunnen spannen. Den

ocr page 327

HOOFDSTUK XII. 303

geest van kracht en sterkte, die mij boven mijne zwakheid verheft, mijne hartstochten onderdrukt, den stroom van het kwade voorbeeld wederstaat, het menschelijk opzicht trotseert, de ijdelheid der wereld met voeten treedt, en mij tegen de ongestadigheid van mijn eigen hart versterkt. Eindelijk den geest van godsvrucht en vrees des Hee-ren, die mij richt en bemoedigt in Zijnen dienst, in de volbrenging Zijner wet, en mij Hem de eer doet brengen, die ik Hem als mijn Schepper, mijn Vader, mijn Zaligmaker en mijn Rechter brengen moet.

HOOFDSTUK XII.

over den ijver voor de eer van god en het heil der zielen.

De Dienaar. Met vreugde. Heilige Maagd, zie ik u te midden van die

ocr page 328

304 HOOFDSTUK XII.

kleine schaar getrouwe leerlingen, die na do Hemelvaart van Jesus en de nederdaling van den Heiligen Geest, door de zorg en prediking der Apostelen zich vormde en dagelijks toenam.

Die opkomende kerk van Christus vond in u de teederste en ijverigste Moeder. Nadrukkelijk vermeldt ons de Heilige Schrift, dat allen eensgezind volhardden in het gebed met Maria de Moeder van Jesus. Omnes erant persever antes unani miter in oratione cum Maria matre Jesu.1)

De teedere liefde van uw heilig Moederhart koesterde allen; gij badt met hen, en voor hen, en vormde hun nen geest naar den geest van Jesus Christus.

En als de Apostelen van elkander scheidden om de wereld voor Jesus te gaan veroveren, vergezelden uwe wen-schen, uw zegen en gebeden hen overal en hielpen hen alle moeielijkheden ever-winnen, allen tegenstand en gevaar trotseeren.

Om die kinderen uwer liefde, in wier

') Act. I. 14.

ocr page 329

HOOFDSTUK XII. 305

midden gij verbleeft, in geloof en deugd te bewaren, legde uw ijver er zich op toe aller vertrouwen te winnen. Nooit konden de leerlingen genoeg de liefde bewonderen, die de Moeder van Jesus hun toedroeg, den vrijen en gemak-kelijken toegang dien zij tot haar hadden, de liefdevolle opmerkzaamheid, waarmede zii allen bejegende.

Vorderden uwe verheven waardigheid, uwe deugden, uwe door God ingestorte kennis aller eerbied; uwe liefdevolle goedheid won u aller harten.

Een enkele blik op een bedroefde geslagen, verzachtte het lijden; uwe woorden, van goddelijk vuur ontstoken en met kracht uit den hooge omkleed, verteederden den ongevoeligste, verwarmden den lauwste, bemoedigde den vreesachtigste en stortten den vurigste nog meer ijver in.

Werd uw hart bedroefd als de christenen in Jerusalem door de Joden ver-radelijk werden vervolgd; goddelijke troost werd u geschonken door de snelle vorderingen, welke de Apostelen onder de heidenen maakten; en in Ephese, waarheen gij met den H. Joannes om

20

ocr page 330

306 HOOFDSTUK XII.

de vervolging uwe toevlucht hadt genomen, mocht gij zelve getuige zijn, hoe het zaad des Evangelies een riiken oogst voortbracht.

Uwe bijzondere belangstelling in de uitbreiding van het Rijk van God op aarde, doet ons genoeg begrijpen, met welk een zielenijver uw hart vervuld was.

Koningin der Apostelen, verkrijg mij een vonk van dat heilig vuur, dat u voor de glorie van Jesus verteerde, opdat ik door woord en daad Hem overal moge doen eeren en beminnen.

Makia. Mijn kind, uw verlangen behaagt mij! De ijver voor de glorie van God is het kenmerk van den waren christen en hem even noodzakelijk als de liefde. Die ware liefde heeft, ijvert voor het voorwerp zijner liefde.

Meen niet, dat die ijver een plicht is alleen van Apostolische mannen, die zich geroepen gevoelen de leer van Jesus te verkondigen in de bediening van het H. Priesterschap. Geen enkele staat is er, of men kan dien ijver beoefenen, bijvoorbeeld door goede voor-

ocr page 331

HOOFDSTUK XII. 307

beelden, het geven van goeden raad, door woorden van troost tot bedroefden en vooral door het gebed. Dikwijls toch geeft God, op het godvruchtig en vurig gebed van een eenvoudige en nederige ziel, aan een zondaar de -genade van bekeering.

Bij opgewekte en vurige godsvrucht kan het verlangen in u ontstaan, om te midden van groote gevaren aan de bekeering van heidenen te arbeiden. Dat verlangen is heilig inderdaad; maar gij kunt het niet ten uitvoer leggen, en daarom is het voor u nutteloos en vergeefsch. Niet aan allen is het gegeven om de wereld en al wat dierbaar is vaarwel te zeggen en blijmoedig zich voor God en het heil der naasten op te offeren. Zulk eene roeping is slechts het voorrecht van weinigen; maar allen hebben het in hun macht, om in hun eigen kring en dagelijksche omgeving de glorie van God te bevorderen.

Armen en zieken vertroosten, onwetenden leeren, kinderen in de deugd en de vrees des Heeren opvoeden, dienstboden goed voorgaan, door goede wer-

ocr page 332

308 HOOFDSTUK XII.

ken uwe omgeving stichten en tot het goede opwekken : ziedaar het veld, waaide Vader des Huisgezins u voor Zijne glorie wil zien werken.

Als gij u in een gezelschap bevindt, waar de goddeloosheid den hoogen toon voert om godsvrucht, geloof en deugd te bespotten, toon dan wie gij zijt, wat gij hoogacht en met geheel uwe ziel lief hebt; gij zult door uw moedig gedrag de vijanden des Heeren doen verstommen; velen zullen in hun hart goedkeuren wat gij voor Jesus in woord of daad doet; sommigen zullen zich schamen over hunne lafhartigheid en tot nadenken komen, en in elk geval zult gij voor de glorie van God naar best vermogen geijverd hebben.

De ware ijver voor Gods glorie bestaat hierin, dat wij Hem ook door anderen doen zegenen en beminnen.

Reken het u ten plicht, mijn kind, om door gebed, het trouw vervullen uwer plichten, liefderijken omgang en vooral door goede voorbeelden Jesus te vereeren en zorg te dragen, dat anderen door uw gedrag gesticht en

ocr page 333

HOOFDSTUK XIII. 309

aangemoedigd worden om tot Jesus liefde weer te keeren en Hem meer en beter te beminnen.

HOOFDSTUK XIII.

OVER DE VOOHBEREIDING: TOT DEN DOOD.

Geheel het leven van de Allerheiligste Maagd was eene onafgebroken voorbereiding tot den dood. Meer dan zestig jaren had zij in de beoefening dei-goddelijke liefde doorgebracht, en hare verdiensten voor den hemel hadden haar eene glorie verworven, die de glorie van Engelen en Heiligen te zamen onuitsprekelijk ver te boven ging.

Immers hare liefde tot God nam altijd toe en was bij haren dood zoo volmaakt, dat zij veeleer van liefde dan van natuurlijke lichaamszwakte tot het andere leven overging.

Wijd ook gij, op het voorbeeld van Maria, elk oogenblik van uw leven aan

ocr page 334

310 HOOFDSTUK XIH.

God toe. Die goed wil sterven, moet goed leven.

Immers het leven is u niet geschonken om rijk, geëerd of toegejuicht te worden op aarde; maar om God te dienen en in Zijnen dienst de kroon der onsterfelijkheid te verwerven.

Al bezat gij al de rijkdommen dei-aarde, al regeerdet gij over alle volken der wereld; wat blijft u over bij den dood?

Gij zult verplicht zijn alles te verlaten en alles zal u verlaten.

Het eenige, wat u overblijft, zijn de werken, die gij in uw leven voor God gedaan zult hebben.

Hoe treurig is het lot van zoovelen, die niet dan bij het einde des levens aan den dood denken, en de eeuwigheid te gemoet gaan met het wroegend verdriet van slechts eenige dagen, misschien slechts eenige uren, aan degroote zaak hunner zaligheid besteed te hebben. En het aantal dier dwazen is oneindig, Stultorum infinitus est numerus. ')

') Eccl. I, 15.

ocr page 335

HOOFDSTUK XIII. 311

Is het niet -dwaas zich tot eene reis te gaan voorbereiden, als het oogenblik van vertrek reeds is aangebroken ? Zou men een misdadiger niet van de grootste dwaasheid beschuldigen, als hij tot het oogenblik, waarop hij zal veroordeeld worden, zijnen Rechter beleedigt, of die plannen van genoegens beraamt, terwijl hij reeds naar de strafplaats geleid wordt?

De zorg des levens is niet om van het leven te genieten, maar om het leven goed te besteden en het zalig te eindigen.

Zalig de mensen, die in de laatste oogenblikken kan zeggen: ik heb nooit mijn hart aan de aarde gehecht; ik zag de ijdelheid van de goederen dezer wereld in, en vergat niet dat ik voor het onvergankelijke geschapen was; ik stelde mijn geluk niet in rijkdommen, het doel mijns levens niet in het verzamelen van schatten; in alles lette ik op het einde en vertrouwde niet op eene bloeiende jeugd, noch op de krachtige gezondheid van verderen leeftijd; in alles heb ik God gediend.

Een heilig leven verzoet de gedachte

ocr page 336

312 HOOFDSTUK XIII.

aan den dood, en de gedachte aan den dood wekt tot een deugdzaam leven op. Die goed geleefd heeft, sterft gerust.

Als vandaag of morgen de dag des Heeren voor u aanbrak, zoudt gij dan bereid zijn voor uwen Rechter te verschijnen? Onderzoek uzelven, en vraag u af, welke boetvaardigheid gij gedaan, en welke verdiensten gij vergaderd hebt.

Gij zult voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen, zegt de Heer. Non apparebis in conspectu meo vacuus.1)

Benut de dagen, die God u nog overlaat. De verloren tijd terug roepen kunt gij niet; maar gij kunt veel vergoeden, en alleen daartoe wordt uw leven door God verlengd.

Of gij nog lang zult leven, of binnen weinige dagen sterven, is u niet bekend; maar zeker weet gij, dat de Heer zal komen als een dief in den nacht, op een uur, waarop gij het niet zult denken.

Kan dus ieder uur het uur van uwen dood zijn, wees dan ook altijd bereid, en doordring u van de gedachte, dat

■) Exod. XXIII, 15.

ocr page 337

HOOFESTUK XIII. 313

de dood het beslissend oogenblik voor de eeuwigheid is.

Vraag de koningin des Hemels om God voor u te danken, dat Hij u nog tijd laat om u voor te bereiden, en bid haar om de genade er een goed gebruik van te maken.

Om heilig te sterven moet men sterven in Geloof, Hoop en Liefde. Verwek dikwijls die oefeningen om tot een zalig sterfuur te komen. Als men zich in het leven daarin niet geoefend heeft, weet men bij het sterven ternauwernood, wat gelooven, hopen en beminnen is.

Denk iederen avond, als gij u ter ruste begeeft, dat zoovelen den laatsten nacht huns levens ingaan, en het ook voor u geen morgen meer zou kunnen worden. Beveel uwe ziel in Gods genade en zeg dikwerf met uwen Zaligmaker : „ Vader, in Uwe handen beveel ik mijnengeest.quot; F utev, in manus tuas commendo spiritum meum.')

o Maria, hoe zal mijn dood zijn? Angst en vrees overvallen mij en ik

quot;) Luc. XXIII, 46.

ocr page 338

314 HOOFDSTUK XIII.

sidder en beef, als ik aan mijne zonden en tevens aan dat, verschrikkelijk oogen-blik denk, waarvan mijne eeuwige zaligheid afhangt, als ik aan het laatste uur mijns levens denk, waarna het oordeel volgt, ö lieve Moeder Maria, ik stel al mijne hoop in het bloed van Jesus-Christus, en in uwe voorspraak ! O troosteres der bedrukten! verlaat mij niet, troost mij in dien grooten nood, waarin ik mij dan zal bevinden. Indien nu de onzekerheid, of God mij vergeven heeft, het gevaar van weder in de zonden te vallen, en de gestrengheid der goddelijke regtvaardigheid mij reeds zoo verschrikkelijk pijnigen, wat zal ik dan in mijn doodsuur niet te verduren hebben ? Ach! ik ben verloren, indien gij mij niet bijstaat. O mijne allerliefste Koningin, verwerf mij eene groote droefheid over mijne zonden, eene oprechte bekeering en de volharding in den dienst van God; en dan, als het laatste oogenblik mijns levens zal gekomen zijn, help mij, o Maria! mijne hoop! in de benauwdheid, waarin ik dan zal liggen; versterk mij, opdat ik niet op het gezicht mijner

ocr page 339

HOOFDSTUK XIV. 315

zonden, die de duivel mij dan zal ver-toonen, in wanhoop valle; laat mij U dan zonder ophouden aanroepen, opdat, als ik den geest geef, ik uwen naam en den naam uws Zoons nog op de lippen hebbe. Maria! mijne oogen zullen u in mijn doodsuur zoeken; laat mij in dien akeligen stond niet troosteloos en te vergeefs naar u omzien; sta mij uit den Hemel bij, opdat ik, van liefde tot God en tot u ontvlamd, dit leven verlate, om u gedurende de geheele eeuwigheid in den Hemel te gaan beminnen.

HOOFDSTUK XIV.

over de zoetheid van den dood des rechtvaardigen.

De Dienaar. Heilige Maagd, de vreugde waarvan uwe ziel vervuld was op het oogenblik, dat uwe ziel het lichaam ging verlaten om zich op nieuw en voor eeuwig met uwen Goddelijken

ocr page 340

316 HOOFDSTUK XIV.

Zoon te vereenigen, laat zich alleen kennen en gevoelen door hem, die Jesus' liefde voor u, en uwe liefde voor Jesus volkomen zou kunnen begrijpen.

Met kalme gerustheid gaaft gij uwe ziel aan God, alsof gij den zoetsten slaap waart ingetreden. Hoe toch zou de Maagd, die altijd aan God toebehoord, niets anders dan God bemind, geen ander geluk gekend en verlangd had dan God, voor den dood bevreesd kunnen zijn?

Maria. Mijn kind, wanneer gij aan het einde uws levens deel wilt hebben aan de geneugten en zoetheid van mijnen dood, zoek dan niet uw geluk op aarde.

Moriatur anima me a mor te justorum: ') „Laat ik den dood der rechtvaardigen stervenquot;: zoo bidden alle Christenen; maar weinigen leven zóó, dat zij den kostbaren dood dei-rechtvaardigen met gerustheid mogen verwachten. Zij denken slechts aan de

') Num. xxin, 10.

ocr page 341

HOOFDSTUK XIV. 317

aarde, en leven alsof er nimmer een scheiding is te vreezen : zij vergeten dat wij hier geen blijvende icoonplaats hebben '), en voor een leven na dit leven geschapen zijn. Als gij alleen voor de aarde werkt, welke hoop kunt gil dan hebben op den Hemel?

Jesus laat niemand den Hemel binnen om in Zijn geluk te deelen, dan die op aarde hun geluk gesteld hebben in Zijne liefde.

Hoe troostend is het voor den rechtvaardige, als hij aan het einde van een loopbaan vol bekoringen en lijden, het getuigenis geniet van een kalm en gerust geweten.

Pretiosa in conspectu Domini mors sanctorum ejus: -) Kostbaar in de oog en des Heeren is de dood Zijner Heiligen.

Terwijl de zondaar bij den dood Jesus als een onverbiddelijken Rechter moet vreezen, snelt de rechtvaardige Hem als een Vader vol goedheid tegemoet; hij weet wel dat hij in zijn leven gezondigd heeft, misschien zelfs zwaar

') Hubr. XIII, 11. ■-) l'b. CXV, D.

ocr page 342

318 HOOFDSTUK XIV.

en dikwijls; maar hij heeft het uur des doods niet afgewacht om boetvaardigheid te doen. Grootmoedig en gelaten brengt hij het offer van zijn leven; hij vereenigt het in den geest met het offer des kruises, en mag daarom op de barmhartigheid van Jesus hopen. Van den dag waarop hij zich tot God bekeerd heeft, heeft hij kloek en trouw gestreden. Met den H. Paulus kan hij getuigen: Ik heb den goeden strijd gestreden, mijn loophaan volbracht, het Geloof behouden. Wat kan hij anders verwachten dan de kroon der gerechtigheid, die hem is weggelegd. ') God is zijn helper en Verlosser; de goederen der aarde ontvallen hem, maar op deze heeft hij nooit zijn vertrouwen gesteld; de vermaken hebben voor hem een einde genomen, doch zijn hart was daaraan niet gehecht; zijne vrienden hebben hem verlaten, en staan van verre, maar God heeft hij bemind, Zijn welbehagen in alles gezocht, de Heer verlaat hem niet; zijne krachten begeven hem, maar God is zijn sterkte,

') II Timoth. IV, 7, 8.

ocr page 343

HOOFDSTUK XIV. 319

zijn oogen zijn uitgedoofd, maar God is zijn licht in eeuwigheid; zijn tong kan niet meer spreken tot de menschen, maar aan God zijn de zuchten zijns harten bekend; zijne ooren zijn doof geworden, maar zijne ziel luistert naar de stem van haren God. Laat de wereld voor hem voorbijgaan; God die met hem is, blijft in eeuwigheid!

Hoe zoet zal het u zijn, mijn kind,, als gij bij het naderen van den dood met Jesus zeggen kunt; „ik verlaat de wereld en ga tot den Vader. ') Ik ga het erfdeel, dat mij is toegewezen, voor eeuwig in bezit nemen. Mijn Vader, ik heb U verheerlijkt op aarde. Het werk, dat Gij mij opgedragen hebt te doen, heb ik volbracht, verheerlijk mij nu! '2) Doe mij in de glorie deelen, welke Gij mij beloofd hebt.quot;

Die zijne lamp met olie gevuld houdt, dat is: die op het uur van sterven is voorbereid, is niet bevreesd te hooren: Zie de Bruidegom komt, ga uit Hem te gemoet; ^ want hij heeft Jesus in zijn

') Joan XVI. 28. 2) Joan. XVII 4, 5. n) Mat. XXV. 6.

ocr page 344

320 HOOFDSTUK XIV.

leven bemind en kan zich bij den dood in die liefde niet bedriegen. Als een fakkel, die bij het uitblusschen feller vlam uitschiet, verheft zich de liefde op het oogenblik van den dood, om zich voor eeuwig in God te verblijden.

Leef dus mijn kind in Jesus' liefde, om in Jesus' liefde te kunnen sterven.

De Dienaar. De kostbaarste aller genaden, o mijne Moeder, die ik van Gods goedheid kan hopen, is te sterven zooals gij.

Leven in de liefde, van de liefde en door de liefde en dan sterven in de liefde is de zoetheid van den dood des rechtvaardigen.

Maar zal eenmaal mijn dood de dood des rechtvaardigen wezen? Zal het laatste oogenblik van mijn tijdelijk bestaan het begin zijn mijner gelukkige eeuwigheid ?

Helaas, hoe weinig volmaakt ben ik en hoe groot is nog mijne gehechtheid aan de aarde; want dit leven vind ik zoet en ik kan er nieb toe komen om naar het einde te verlangen. Nauwelijks begrijp ik den weemoed

ocr page 345

HOOFDSTUK XIV. 321

van David, als hij k.'aagde: h e u m i hi, quia incolatus meus prolongatus est Ach, dat mijn ballingschap verlengd is, en van den Apostel, als hij verlangde ontbonden te worden. '2)

Brandden in mij slechts enkele vonken van dat liefdevuur, dat uw hart verteerde, de aarde zou mij nietig schijnen en mi]n geest en hart zich verliezen in God, mijn Heil. Die Jesus bemint, wil Jesus ook bezitten. Met Paulus zou ik uitroepen : Mihi vivere Christus est, et mori lucrum Mijn leven is Christus en sterven gewin. s)

Wat zijn de goederen der aarde voor hen, die Jesus kent en bemint? Jesus is het opperste goed, en omvat alle goederen.

Zalig is het met Jesus te zijn, dien goeden Vader, dien teederen vriend, dien liefderijken Meester, dien bemin-nelijken Zaligmaker.

Met Jesus te zijn. Zijne tegenwoordigheid genieten. Hem beminnen uit geheel het hart, Hem beminnen voor

■) Ps. CXIX. 5. ') Philip. I. 23. ') Philip. I. 21.

21

ocr page 346

322 HOOFDSTUK XIV.

altijd! 6 Koningin des Hemels, wat kan de wereld mij aanbieden dat daarmede in vergelijking komt?

o Stort in mij een groot verlangen naar dat zalig verblijf, waar Jesus in al den luister Zijner Godheid troont, en de begeerten van Engelen en Heiligen verzadigt. Jesus alleen kan al ons verlangen bevredigen. Onthecht mij van het aardsche, ruk de banden los, die mij gebonden houden, opdat ik naar niets anders verlange dan naar Jesus in den Hemel.

Maar, lieve Moeder, zal ik Jesus, naar wien ik zuchtend verlang, niet moeten vreezen als mijn Rechter ? Want zwaar heb ik gezondigd en de ongerechtigheden zijn mij boven het hoofd gewassen; nog voel ik in mij, hoe de aarde mij aantrekt en vleiend toelacht.

Mahia. Laat het vertrouwen op Gods barmhartigheid en mijne voorspraak u altijd bemoedigen. Hoop en vertrouw vastelijk! Jesus is uw strenge Rechter, maar ook uw goede Zaligmaker.

Bewaar in u een heilzame vrees

ocr page 347

HOOFDSTUK XIV. 323

voor het oordeel, maar laten Hoop en Liefde uwe vrees overtreffen.

Wees bevreesd, maar bemin meer. Nimmer kunt gij beter aan Jesus uwe liefde betuigen, dan door te wenschen Hem spoedig in Zijne heerlijkheid te zien, en de aarde te verlaten, die zoo vol is van gevaar en van al wat de reinheid des gewetens kan bevlekken.

Blijf in Jesus' liefde, vrees Zijn oordeel, en hoop op Hem: dan kunt gij zeker zijn, dat Hij u bij uwen dood tegen eiken vijand zal beschermen. Ik zelve zal Zijne hulp voor u afsmeeken; want altijd waak ik over mijne kinderen, maar bijzonder in het uur van hunnen dood.

De Dienaar. Heilige Moeder bid voor mij, opdat mijn sterven zalig zij!

ocr page 348

324 HOOFDSTUK XV.

HOOFDSTUK XV.

over de liefde gods.

De Dienaak. Eindelijk, Heilige Moeder, was de langgewensche dag aangebroken, waarop uw pelgrimsreis ten einde zou loopen en gij voor immer met uwen Zoon zoudt worden heree-nigd. De tot God omhoog geheven handen voegt gij zedig en eerbiedig te zamen, gij neemt eene rustige en waardige houding aan, een onbeschrijfelijke vreugde schetst zich op uw gelaat.

Nog eens opent zich uw mond: Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woord, en zacht, zonder doodstrijd, zonder smart of inspanning, in zalige verrukking, geeft gij uw onbevlekte ziel in de handen des Vaders weder.

Uw dood was een offer der goddelijke liefde. De liefde verteerde eindelijk de laatste levensvonk, als een offer, dat zij zich voor alle eeuwen had voorbereid.

ocr page 349

HOOFDSTUK XV. 325

Eene ziel, zoo edelmoedig en onderworpen aan God, zoo trouw en heilig, kan niet anders dan van liefde sterven.

Zuiver en zondersmet uit Gods hand voortgekomen, hebt gij Zijn goddelijke liefde tot eenig doel verkoren. Uw hart leefde en voedde zich met den gloed harer vlammen, die het geheel doordrongen.

Heel uw leven door kendet gij geen andere liefde. Al uwe genegenheden, gedachten, gevoelens, woorden en daden werden tot die liefde teruggebracht.

Hoe meer wij de grootheid en oneindige volmaaktheid Gods kennen en overwegen, des te beminnelijker wordt Hij ons, en des te vuriger ontvlamt ons Zijne liefde. Maar wie der schepselen kende Hem ooit beter dan gij?

Het hart der Heiligen was vol van liefde; maar uw hart heeft de volheid dier liefde in hare matelooze uitgestrektheid gekend, gevoeld, begrepen en in zich opgenomen.

De Seraphijnen beminnen God met onuitsprekelijke liefde, maar de gloed,

ocr page 350

326 HOOFDSTUK XV.

die hen verteert, is slechts een vonk in vergelijking van uwe liefde.

Mater pulchrae dilectionis') Moeder der schoone liefde, gij sterft van liefde, en wij, wij leven zelfs niet in die liefde; niets doen wij om ons de liefde Gods, zelfs in het uur des doods te verzekeren.

Maria. Waarmede anders moet gij u op aarde bezighouden, mijn kind, dan met het eenige, waartoe gij geschapen zijt? Gij zijt geschapen om God te dienen en te beminnen.

Hoe dwaas zijn zij, die hun hart aan andere liefde overgeven; alleen de liefde Gods kan u voor tijd en eeuwigheid gelukkig maken.

Mijn kind, leg die ongelukkige lafheid af, die u op den weg der Goddelijke liefde tegenhoudt. Ter nauwernood zijt gij begonnen.

Vreest gij voor offers ? Zonder offers bestaat geen liefde. Liefde, die zich alleen openbaart als er niets te lijden is, is eene onbeproefde en onzekere liefde.

') Eccli XXIV, 2L

ocr page 351

HOOFDSTUK XV. 327

Bemin vaardig, moedig, bereid om liever alles te verliezen dan Gods genade te verbeuren, en liever alles te ondergaan dan een groote zonde te bedrijven.

Als eenmaal uwe ziel door die liefde is ontstoken, zal niets u onmogelijk zijn. De liefde is sterk als de dood ') en kent geen moeielijkheden.

Hebt gij gebreken te verbeteren, zinnelijkheden te onderdrukken; bemin slechts en de liefde zal u spoedig heiligen.

Heb lief wat God lief heeft. Deelt, behalve God, ook een ander in uwe liefde, bemin dien dan voor zoover God het wil, en laat die liefde alleen dienon om God meer te verheerlijken. Zoo zult gij aan God in alles behagen.

Ware liefde is onverschillig voor alles wat God niet is, of niet tot God kan worden teruggebracht. Hem alleen zoekt en wil zij in alles.

Mijn kind, onder de zachte leiding dier liefde, zult gij u altijd gelukkig gevoelen. Hoe meer gij er in leeft, des

■) Cant. VIII. G.

ocr page 352

328 HOOFDSTUK XV.

te meer zult gij er in willen leven. Zelfs in het lijden, dat gij om harentwil verduurt, zal zij uw troost, uw kracht, uw overwinning zijn.

Die liefde zij uw schat. Al lijdt gij aan alles gebrek, door haar zult gij in alles rijk wezen.

Maar vooral in het uur des doods, op dat oogenblik van schrik en verwarring voor zoovele christenen, zal zij u met zoeten vrede vervullen, en met het hoopvol oog ten Hemel gericht, zult gij, van de boeien des aardschen levens ontslagen, uw God te gemoet snellen, om Hem te aanschouwen. Hem te bezitten, en te genieten ivat geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en en ivat nooit in 's menschen hart is opgekomen.')

Geef u dus over, mijn kind, aan die goddelijke liefde; laat u door haar in alles geleiden. Tracht alles te doen uit liefde.

De Dienaar. Heilige Moeder, Hemel-sche Maagd, op uw woord voel ik in

■) I Cor. n. 9.

ocr page 353

HOOFDSTUK XV. 329

mij een vurig verlangen om geen andere leiding te volgen dan die der goddelijke liefde.

Voor God ben ik geschapen, Hem behoort mijn hart; ik geef het Hem over, en wijd het Hem geheel toe.

Ik erken, geliefde Moeder, hoeveel dankbaarheid ik uwen Goddelijken Zoon verschuldigd ben; ik erken, dat Hij verdient door ons bemind te worden. Daarom dan ook moet gij, die niets zoo zeer verlangt dan Hem van allen bemind te zien, mij de genade bekomen van Jesus vurig te beminnen. God geeft u alles, wat gij verlangt; verwerf nhj dan ook de genade van mijnen wil zoo nauw met dien van God te vereenigen, dat niets in staat zij, mij van Hem te verwijderen. Ik zoek noch de goederen dezer wereld, noch hare eer, noch hare rijkdommen; alles wat ik verlang, is hetgeen gij mij het vurigst begeert te geven, namelijk de liefde tot God. Zou het mogelijk zijn, dat gij dit verlangen, hetwelk u zoo zeer behaagt, niet zoudt willen vervullen? Neen, gij helpt mij reeds nu; gij bidt reeds nu voor mij. Bid voor mij

ocr page 354

330 HOOFDSTUK XVI.

en houd niet op te bidden, tot dat gij mij in den Hemel ziet, buiten gevaar van mijnen God nog te kunnen verliezen, en verzekerd van Hem met u, o allerteederste Moeder! vereenigd, de gansche eeuwigheid door te kunnen beminnen.

HOOFDSTUK XVI.

over het loon des hemels.

De Dienaar. Heilige Maagd, het graf waarin uw heilig lichaam na uwen dood werd neergelegd, zou niet lang in het bezit blijven van dien kostbaren schat. Uwe hooge waardigheid van Moeder des Heeren, de engelachtige zuiverheid van uw maagdelijk lichaam, dat Jesus eenmaal had gedragen en gevoed, het gruwzaam lijden, hetwelk dat lichaam in vereeniging met Jesus' lijden verduurd had, alles eischte, dat het, evenals het lichaam van Jesus, aan den schoot der aarde zou worden ontrukt, en opgenomen in het zalig ver-

ocr page 355

HOOFDSTUK XVI. 33]

blijf, waar uwe ziel zich reeds in Gods aanschijn verblijddde.

Uwe ziel vereenigde zich weder met het lichaam, en met heerlijke majesteit, van duizendo engelen omringd, werdt gij opgenomen ten Hemel om de plaats in te nemen, u door Jesus aan Zijne rechterhand bereid.

Wanneer, Heilige Moeder, zal ook ik met Engelen en Heiligen uwe glorie mogen aanschouwen en er den luister van bewonderen? Wanneer zal ik mij met hunne bekoorlijke jubelzangen mogen vereenigen, uwe verdiensten bezingen, en u al den lof, die u verschuldigd is, mogen geven?

De hooge rang, waartoe gij in den Hemel zijt opgenomen, is niet enkel een gunst, die Jesus u heeft willen bewijzen; Hij was u die verschuldigd voor alles, wat gij voor tlod gedaan en geleden hadt.

Uwe plaats in den Hernel zou zoo hoog verheven niet zijn, als bet goddelijk Moederschap in u een onvruchtbare titel geweest was; of als gij niet de volmaakste gelijkenis gehad hadt met uwen Zoon door de trouwe navolging Zijner deugden.

ocr page 356

332 HOOFDSTUK XVI.

In de oogen van den God van alle heiligheid bestaat uw grootste verdienste in de heiligheid van uw eigen leven.

Maria. Mijn kind, die op aarde niet heilig geleefd heeft, zal den Hemel niet binnengaan.

Niet aan rang of waardigheid, niet de rijkdommen of talenten verleent God den Hemel, maar aan het heilig gebruik, dat men er van maakt, en aan de verdiensten, die men er in het loven mede verworven heeft.

Bij God is geen aanzien des persoons.*) Hij zal ieder naar zijne werken vergelden. 2)

De zielen, die het hoogst in het Rijk der Hemelen verheven zijn, waren op aarde de deugdzaamste en volmaaktste.

God oordeelt geheel anders dan de menschen. Deze hechten dikwijls alleen aan den uiterlijken schiin: de innerlijke waarde en ware verdiensten blijven hun verborgen.

Groote belooningen bestemt Hij voor u; maar gij moet zeverdienen. Én om

') Eph. vi, 9. '} Bom. ii, 6.

ocr page 357

HOOFDSTUK XVI. 333

ze te kunnen verdienen geeft Hij u voldoende genade en hulp. Gebruikt gij die goed, dan zal Hij onfeilbaar zeker Zijne beloften vervullen. Want in het Boek des Levens schrijft Hij trouw al wat gij voor Hem doet. Zelfs een glas water in Zijnen naam gegeven zal de belooning niet missen. •)

Hoe troostend is het voor u, mijn kind, voor zulk een goeden, milden en verraogenden Meester te werken.

De wereld, voor welkezooveel gezwoegd wordt, loont hare dienaren slecht; zoo-velen gaan lichamelijk en geestelijk in haren dienst ten onder; —■ maar gij kunt met den H. Paulus zeggen: Scio, cui credidi, etcertussum quia potens est depositum meum s er vare:2) „Ik weet aan wien ik mij héb toevertrouwd, en hen zeker, dat Hij machtig is mijn pand (van verdiensten) te bewaren. Eene eeuwige kroon verwacht ik van Zijne barmhartigheid, eene kroon die luisterijker zal zijn, naarmate ik ijveriger en getrouwer in Zijnen dienst gewerkt heb.

') Mat. X, 42. 5) II Tim. I, 12.

ocr page 358

334 HOOFDSTUK XVI.

Onderzoek dus uzelven; vraag u af wat gij gedaan hebt en nog doet, om het ii beloofde loon te winnen.

Welke zijn uwe overwinningen op den duivel, de wereld en hetvleesch? Welke uwe goede werken, uwe deugden ; met andere woorden; welke verdiensten kunt gij toonen voor de rechterstoel van God?

De Dienaar. Helaas, mijne Moeder, als ik denk aan het weinige, dat ik tot nu gedaan heb om het Hemelsch loon te verdienen, weet ik mij van schaamte niet te bergen.

Maria. Ontmoedig u niet, mijn kind. Nog is het in uwe macht om verdiensten te vergaderen. De genade spreekt tot u en dringt u, wees getrouw aan hare inspraken. Bid veel, doe boete, arbeid voor God, lijd geduldig, breng offers van uw eigen wil, bewandel de voetpaden der Heiligen, en evenals zij, zult ook gij tot een gelukkig einde komen.

De Dienaar. Onder uwe bescherming neem ik mijne toevlucht, ö Heilige

ocr page 359

HOOFDSTUK XVII. 335

Moeder Gods, om uit dien staat van lauwheid te geraken. De jaren, die ik zonder vrucht heb doorgebracht, zal ik met uwen bijstand door vuriger ijver herstellen.

Slechts één oogenblik het geluk des Hemels te genieten, zou genoeg belooning zijn voor al den arbeid, boete, vernedering en versterving van een langdurig leven.

Ik wil dan Jesus dienen, lieve Moeder, en Hem eeren en beminnen, opdat ik het loon des Hemels moge waardig worden. Help mij hiertoe door uwe moederlijke voorspraak.

Lieve Jesus, ik wil voor u leven, voor u werken, voor u lijden, voor u sterven: en ik zoek geen ander loon dan u in den Hemel eeuwig te bezitten.

HOOFDSTUK XVII.

OVER DE GROOTHEID VAN MARIA.

Al sprak onze tong de taal der engelen, al was ons hart vol vurige geest-

ocr page 360

336 HOOFDSTUK XVII.

drift als dat der Seraphijnen, nooit zouden wij de grootheid van Maria naar waarde kunnen melden. Boven elke gedachte van onzen geest, boven elke verrukking onzer ziel gaat hare lof en heerlijkheid ; want na God is zij het hoogste, en bewonderingswaardigste in genade, volmaaktheid, macht en luister.

Maria, de qua natus est Jesus, qui vocatur Christus.1) Maria, uit wie Jesus is geboren, die Christus genoemd wordt. Aan dat woord voegt het H. Evangelie geen verderen lof toe; het is de vaste grondslag van al den lof, die haar gegeven kan worden.

Hare waardigheid van Moeder Gods voert haar op tot de innigste vereeni-ging met God, en brengt haar de Godheid nabij. Door het goddelijk moederschap immers ontstond er tusschen God en Maria een wonderbaar en geheimvol verbond. Zij werd de dochter des Vaders, de Moeder des Zoons, de Bruid des Heiligen Geestes, op geheel bijzondere wijze, die haar alleen eigen is, en zich door geen sterveling laat

■) Mat. I, 1G.

ocr page 361

HOOFDSTUK XVII. 837

verklaren. En uit kracht van dat verbond is zij ook waarlijk koningin der-wereld en koningin des Hemels.

„Maria, uit wie Jesus geboren isquot; zegt ons dus, dat Maria niemand behalve God boven zich kent.

Zelfs de Engelen, die anderen in genade en volmaaktheid overtreffen, kunnen slechts hare dienaren wezen; — want verder dan de afstand van den mensch tot de Engelen, gaat de grootheid van Maria die der Engelen te boven.

Ja waarlijk, de grootheid van Jesus Zeiven is de maatstaf van de grootheid van Maria, want uit de voortreffelijkheid van den Zoon kent men de Moeder; en zoo kunnen wij begrijpen, dat het goddelijk moederschap de bron is van alle genaden, welke over Maria zijn uitgestort, van alle voorrechten en gunsten, waarmede zij begenadigd is.

Als Moeder Gods is Maria ook de bewaarster en uitdeelster der genaden, van welke Jesus de Heer is. Geen enkele genade wordt den menschen geschonken tenzij door hare handen.

Hare voorspraak gaat die van alle Heiligen te boven en komt de almacht

ocr page 362

338 HOOFDSTUK XVII.

zelfs nabij; want wat God vermag door Zijne natuur, vermag ook Maria door hare moederlijke voorspraak. Omni-potentia supplex: Smeekende Almacht is haar eeretitel.

De algemeene wetten van lijden en dood, als straf der eerste zonde, konden haar niet treffen. Vrij van Adams schuld, was zii ook vrij van Adams straf. Dat Maria zich toch aan lijden en dood heeft onderworpen, geschiedde, niet omdat zij verplicht was deel te nemen in de ellende van dit leven, maar omdat zij uit vrije keus afstand deed van dat voorrecht, ten einde meer gelijkvormig te worden aan haren God-delijken Zoon, en werkend deel te nemen in onze verlossing.

Is Jesus onze eenige Middelaar, in zekeren zin kan die naam ook op Maria worden toegepast: want het leven, waardoor Hij ons heeft vrijgekocht, is Hem door haar geschonken.

Heilige Moeder, hoe verheven is uwe waardigheid; hoe onuitsprekelijk uwe macht. De Seraphijnen kunnen haarniet doorgronden, maar staan van verwondering opgetogen. Zelve kunt gij geen

ocr page 363

HOOFDSTUK XVII. 339

woorden vinden om haar volkomen te openbaren; gij meldt ons slechts: Hij die machtig is, heeft groote wonderen aan mij gedaan: quia fecit mihi magna, qui po tens est. ')

Geen wonder dan ook, dat de Heilige kerk, bij al de liefde die zij u toedraagt, bij al haren ijver voor uwe glorie, gedwongen is te belijden, dat ook zij geen uitdrukking weet, om naar waarde den lof te verkondigen van u, die dengene, welken de Hemelen niet kunnen bevatten, in uwen schoot gedragen hebt.

Wonderbare Moeder van God, in uwe tegenwoordigheid voel ik mij van eerbied en heilige bewondering in het diepst mijner ziel getroffen. Uwe grootheid en verhevenheid overwegend, grijpt een heilige vrees mij aan, die mij voor uwe voeten nederwerpt, om uit het stof mijner ellende u verschuldigden eer te geven.

') Luc. I, 49.

ocr page 364

340 HOOFDSTUK XVIII.

HOOFDSTUK XVIII.

OVER DE GELIJKVORMIGHEID VAN JESUS EN MARIA.

Als wij de geboorte, het leven, den dood en de hemelsche glorie van Maria overwegen, vinden wij tusschen Jesus en Maria eene gelijkvormigheid, die wij niet dan in heilige bewondering kunnen beschouwen. Reeds van eeuwigheid was zij in de plannen en raadsbesluiten dei-Voorzienigheid met haren Goddelijken Zoon vereenigd; en van daar past de H. kerk op Maria die heerlijke woorden toe, waarmede de Eeuwige Wijsheid door God zeiven wordt beschreven:

De Heer bezat mij in het begin Zijner wegen, eer Hij iets voortbracht van den beginne af. Van eeuwigheid ben ik verordend, eer de aarde gemaakt werd. Nog waren er geen afgronden, en ik was reeds ontvangen; nog schoten geen waterbronnen op, nog waren de zware bergen niet gegrondvest: vóór de heuvelen werd ik geboren, toen Hij nog

ocr page 365

HOOFDSTUK XVIII. 341

geen aarde gemaakt had, geen vloeden, geen hengsels dei- aarde. Toen Hij de hemelen bereidde was ik daar; toen Hij naar vaste wet den cirkel trok rondom de diepten; toen Hij het uitspansel vast maakte in de hoogte en de wellen des Oceaans afwoog; toen Hij zijn grens stelde aan de zee en aan de wateren de wet gaf hunne perken niet te overschrijden; toen Hij de grondslagen der aa;'de vestigde, was ik bij Hem en maakte alles, en verheugde mij dag bij dag, spelend voor Hem altijd, spelend op de aarde. ')

De beloften en godspraken, voorafbeeldingen en zinnebeelden der oude wet, welke Jesus aankondigden, voorspelden ook in zekeren zin Maria. Was Jesus onzondig van natuur; ook Maria, door eene bijzondere genade van de erfsmet bewaard, was vrij van iedere, zelfs de minste zonde.

Één was zij met haren Zoon, toen zij het Woord des Vaders in haren schoot mocht dragen; één met Hem, toen zij Hem met hare borsten mocht voeden.

') Prov. VIII, 23-31.

ocr page 366

342 HOOFDSTUK XVIII.

Dertig jaren lang verbleef Hij met haar in dezelfde woning, in dezelfde armoede, en deelde met haar het brood in het zweet des aangezichts verdiend.

In Zijn openbare leven deelde Maria zooveel zij kon den arbeid en zorgen van Jesus; en op den lijdensweg waren de folteringen van Jesus het zwaard van droefheid, dat haar moederhart doorstak.

Jesus was de geduldigste, zachtmoedigste, beminnelijkste en nederigste van allen; ook Maria was geduldig, beminnelijk, zachtmoedig en nederig boven alle vrouwen.

In Jesus vereenigde zich alle goddelijke en ongeschapen volmaaktheden; in Maria zijn alle geschapen volmaaktheden zóó volkomen, dat geen enkele volmaaktheid van Engelen of Eleiligen met de hare is te vergelijken. Door hare verhevene deugden is zij het levend beeld van Jesus zeiven.

Door eigene macht verrees Hij van den dood; door een bijzonder voorrecht werd ook zij weder ten leven opgewekt.

Met ziel en lichaam ten Hemel op-

ocr page 367

HOOFDSTUK XVIII. 343

geklommen zit Jesus aan de rechterhand des Vaders; ook hare ziel werd met het lichaam ten Hemel opgenomen, en aan de rechterhand van Jesus is haar troon bereid.

Jesus is almachtig uit Zichzelven ; Maria is alvermogend door haren Zoon. Hij is de Heer van Hemel en aarde; zij is de koningin van Engelen en menschen.

Waar Jesus aanbeden wordt, wordt ook Maria vereerd. Geen hart wordt aan Zijne liefde toegewijd, dat niet aan haar is toegeheiligd; geen tempel tot Zijne glorie opgericht, waar niet hare glorie wordt gevierd. De zoete naam van Maria is onafscheidelijk van den zoeten naam van Jesus; met hart en mond belijdt haar iedere geloovige.

In de kerkelijke plechtigheden wordt haar lof met dien van Jesus verbonden, en de geheimen van haar leven, zoowel als die van Jesus' leven, luisterrijk herdacht.

Jesus is de Koning der eeuwen, de Gever aller genade, onze Middelaar bij den Vader, de God van barmhartigheid, de God aller vertroosting en het Licht

ocr page 368

344 hoofdstuk xix.

der wereld. Maar ook Maria noemen wij met de Heilige kerk: de koningin van aarde en hemel, Moeder der genade, onze Middelares, Moeder van barmhartigheid, Troosteres der bedrukten, Ster der zee, die ons door de stormen des levens de haven der zaligheid binnenleidt.

Eeuwige dank zij God om de voorrechten van zulk een Zoon aan zulk eene Moeder! Lof en eer aan Maria, vol van genade, vol van glorie, die om de gunsten, haar geschonken, de zekerste toevlucht is voor allen, die haar beminnen!

HOOFDSTUK XIX.

over de glorie van maria in den hemel.

De Dienaar. Heersch, Heilige Maagd, heersch eeuwig in den Hemel, heersch boven alle Heiligen!

De Patriarchen overtreft gij in trouw.

ocr page 369

HOOFDSTUK XIX. 345

de Propheten en Apostelen in ijver, de martelaren in moed, de maagden in zuiverheid, de rechtvaardigen in nederigheid, de Engelen ;:n gehoorzaamheid, de Seraphijnen in iiefde. Geen kroon in den Hemel is, na die van God, met de uwe te vergelijken.

Ik bewonder en vereer u op uw schitterenden troon, aan de rechterhand van Jesus, waar gij door uwe moederlijke voorspraak de toevlucht der zondaren, de steun der rechtvaardigen, de troost der bedrukten en de hulp der Christenen zijt.

Ik zegen den Heer om de groote glorie, waartoe Hij uwe ziel heeft opgenomen, maar ook om de heerlijkheid, waarmede Hij uw lichaam heeft omkleed. Uw maagdelijk lichaam, waarin God Zelf als in een heiligen tempel had gewoond, verdiende die glorie; het bederf van den dood mocht daar niet binnensluipen.

Wie zal ooit uwe glorie melden ? Als geen oog het gezien, geen oor het gehoord heeft, en het nooit in 's men-schen hart is opgekomen, wat God bereid heeft voor die Hen hemin-

ocr page 370

346 HOOFDSTUK XIX.

nen,') wie zal dan kunnen begrijpen wat Hij voor u, die Hem meer dan alle Heiligen te zamen hebt bemind, in den Hemel heeft weggelegd?

Gij geniet die glorie, niet slechts om uwe verheven waardigheid, maar ook om uwe verdiensten.

De luister, u om uwe waardigheid geschonken, is eene vereering van Jesus aan Zijne Moeder; maar de luister, door uwe deugden verdiend, gaat boven alles uit, wat ooit door God als loon is toegekend.

In den Hemel bekleedt gij een geheel bijzonderen rang, en vormt er eene afzonderlijke orde. Beneden God, maar boven al wat geschapen is, schittert uwe glorie uit!

Als gij op aarde macht bezat om Jesus bevelen te geven, zoudt gij dan in den Hemel niet over Engelen en Heiligen heerschen?

Om strijd vereeren en huldigen zij u. Zij dienen u met al de liefde van hun hart, Gods welbehagen waardig. Zij zegenen God om de voorrechten u

') I Cor. II : 9.

ocr page 371

HOOFDSTUK XIX, 347

gegeven. Juichende toonen van vreugde en blijdschap doorschallen den Hemel, van duizende koren en reien weerklinken de lofgezangen, heel de Hemel is van verrukking opgetogen om uwe groote heerlijkheid.

o Mochten ook de harten van die nog in dit tranendal ronddolen, en slechts uit de verte naar uwe heerlijkheid opzien, u eeren en beminnen, gelijk gij het verdient en waardig zijt! Beminnelijke Koningin van het Hemelsch Sion, zal ik ooit het geluk hebben met de Heiligen den lof van uwen Zoon en uwen lof te zingen? Zal ik u eenmaal in al den luister uwer glorie mogen aanschouwen?

Makia. Mijn kind, laat de gedachte, dat het hemelsch geluk ook voor u het loon der deugd zal wezen, u sterken in den strijd, dien gij nog te voeren zult hebben. Denk, dat gij strijdt voor eene glorie, die al wat voor God geleden wordt ruimschoots vergoedt; voor eene schat, die voor alle ellenden schadeloos stelt; voor eene rust, die allen arbeid loont; voor eenen troost, die alle smarten lenigt.

ocr page 372

348 HOOFDSTUK XIX.

God alleen is groot; Hij alleen kan groote en ware belooningen geven; in de hel straft Hij als God, en in den Hemel loont Hij als God.

Mijo kind, als gi] in den Hemel komt, zult gij God gezien, gelijk Hij is; gij zult Hem bezitten en beminnen, en nooit zal aan uw geluk een einde komen.

In den Hemel is alles genoegen zonder smart, vreugd zonder verdriet, rust zonder zorg, vrede zonder vrees. Daar is geen andere liefde, geen andere wil dan die van God. God is alles in alles. Men is er rijk, machtig en gelukkig in Hem en met Hem!

Tracht dus, mijn kind, dat heilig doel te bereiken. Zeg niet: reeds zoolang heb ik gestreden en mij zeiven overwonnen, en nog is het niet genoeg ! Elke versterving, elke zucht, elk goed werk is een parel aan uwe kroon, en Jesus Zelf heeft u geleerd: die volhard zal hébben ten einde toe, zal zalig worden. Qui pers eve rave rit usque in finem, hie sal vus erit.')

■) Mat. X, 22.

ocr page 373

HOOFDSTUK XX. 349

De Dienaae. ó Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop! Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva, tot u smeeken wij zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan onze voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen, help ons in den strijd ten einde toe, en toon ons na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams; ó goeder-tierene, o meedoogende, ó zoete Maagd Maria.

HOOFDSTUK XX.

over het geluk van den heiligen joannes, aan wien maria door jesus tot moeder werd gegeven.

De Dienaar. Als alle geslachten en volkeren der aarde zich hadden veree-nigd aan den voet des kruises, waar Jesus stervend Zijn laatste woorden sprak, nooit zou iemand de volle be-teekenis gevat en den diepen zin in het hart gevoeld hebben van dat korte

ocr page 374

350 HOOFDSTUK XX.

maar teedere woord -van Jesus tot Zijne Moeder, waarbij Joannes haar tot zoon gegeven werd; Muiier, ecce filius tuus: Vroinv, ziedaar uw Zoon.

De leerlingen waren bij het begin des lijdens aanstonds gevlucht; de moed om Jesus tot den dood te volgen had hun ontbroken; maar Joannes, die om zijne reine deugd en maagdelijke onschuld de lieveling des Heeren was, was trouw gebleven in zijne liefde en met Maria opgegaan naaf Calvarie.

Welk loon kon de Goddelijke Meester hem voor al die liefde als kostbaar erfdeel achterlaten? Wat was Hem dierbaar? Waaraan was Zijn hart gehecht? Jesus vestigde Zijn stervende oogen op Maria en zeide tot Joannes: Ecce Mater tua: Ziedaar uwe Moeder !

Heilige Maria, reeds beminde u Joannes als een kind zijne moeder, en gij bemindet hem zoo als nooiteene moeder haar kind liefhad; maar die woorden van Jesus waren een bevestiging, eene laatste wijding der heilige banden, die u met hem verbonden; want van dat

ocr page 375

HOOFDSTUK XX. 35]

oogenblik nam Mj u als zijne moeder tot zich.

Hoe groot was het geluk van dien beminden leerling! In uwe tegenwoordigheid van diepen eerbied vervuld, bloeide de liefde en het vertrouwen in zijn hart steeds krachtiger op; hi] maakte u deelgenoot van zijn lijden en strijden voor de glorie van Jesus, bij u zocht hij raad, troost en kwik-king, zich dankbaar herinnerend aan het woord van den stervenden Meester.

Mocht ook ik, gezegende Moeder, aan dat geluk deelachtig worden, en de eer genieten kind van Maria te zijn; alle vernederingen zou ik er om willen i verduren, en alle schatten der aarde er voor opofferen.

Maria. Mijn kind, niet Joannes alleen werd mij aan het kruis tot zoon gegeven. Toen Jesus hem zeide: „Ziedaar mve Moederquot;, en tot mij, „Ziedaar uw Zoonquot;, bedoelde Hij ook u en alle Christenen.

Ik toon mij immer als de moeder der vrome en heilige zielen, de toevlucht der zondaren, de troosteres der

ocr page 376

352 HOOFDSTUK XX.

bedrukten. In lijden en kwelling, in gevaar en bekoring, in droefenis en verlatenheid, in ziekten en dood roepen zij mij aan met den zoeten naam van Moeder. Dat woord sterkt den zwakke en bemoedigt den sterke. Nooit zal het sterven op de lippen der Christenen, omdat de kinderlijke liefde niet te rukken is uit hun hart, en nooit zal ik ophouden te antwoorden op dien kreet van kinderlijke liefde en vertrouwen.

Ook u, mijn kind, draag ik in mijn hart alle liefde toe, die eene goede moeder voor haar kind kan hebben. Hecht u aan mij als een kind aan ziine moeder, en ook gij zult het voorrecht van Joannes genieten. Doe slechts uw best om door een zuiver en heilig leven uwe Moeder te eeren, en hare liefde u waardig te maken.

De Dienaar. Heilige Moeder, mocht ik u ooit vergeten, dan worde mijne rechterhand vergeten; mijn tong kleve aan mijn gehemelte als ik u niet gedenk. ') Zou ik het geluk versmaden

') pa. cxxxvi, 5, g.

ocr page 377

HOOFDSTUK XX. 353

de Moeder van Jesuamp; tot mijne Moeder te hebben? Het zou reeds meer zijn dan ik verdien, als ik uw geringste dienstknecht mocht zijn.

Maar gij wilt mijne Moeder wezen! Welnu dan, met de grootste zielevreugd en dankbaarheid wil ik mij toonen als uw kind!

Kind van Maria! Dien glorievollen naam stel ik boven de voortreffelijkste eeretitels der wereld.

Maria, mijne Moeder! Onwaardeerbaar voorrecht, aan Engelen niet gegeven, maar mij door Jesusquot; liefde geschonken!

Laat ik u met levendige dankbaarheid aannemen; laat ik u altijd met kinderlijke liefde, eerbied en vertrouwen beminnen. Wees mijn deelgenoote in vreugd en droefheid, mijn hoop en steun, mijn kracht en sterkte.

Monstra teesse matrem: Toon dat gij mijne Moeder zijt, zelfs dan, als ik het niet verdien; want een kind, hoe ellendig en diep ook gevallen, vindt altijd liefde en vergeving bij zijne moeder. Al heeft de wereld hem verstooten, eene moeder, hoe bedroefd ook, blijftin

23

ocr page 378

354 HOOFDSTUK XXI.

hare liefde trouw, en rust niet vóór zij haar kind gered en verbeterd ziet.

Laat ik u beminnen lieve Moeder, met al de krachten mijner ziel, opdat ik u in den Hemel in alle eeuwigheid bezitten en beminnen moge.

HOOFDSTUK XXL

OVER DE LIEFDE TOT MAEIA.

Om de innerlijke waarde van iets te schatten, moet men niet onderzoeken, hoe het zich voor het oog der wereld voordoet, maar wat het is in de oogen van God. Het oordeel der menschen kan zich bedriegen; maar Gods oordeel is onfeilbaar. Wat God lief heeft, is waarlijk beminnenswaardig, en hoe meer God het lief heeft, des te meer moeten ook wij het beminnen.

Als wij nu zien, welk eene onuitsprekelijke liefde Jesus Zijne heilige Moeder toedraagt, en hoe hoog Hij haar in den Hemel heeft verheven, hoe

ocr page 379

HOOFDSTUK XXI. 355

groot moet dan ook niet onze genegenheid en liefde voor Maria wezen?

Adolescent ula rum non est numerus, una est perfecta mea') Mijne bruiden zijn zonder tal, zegt de Heilige Geest, maar slechts ééne is mijn volmaakte. Die Bruid van God, zoo bijzonder bemind, vol van genade en liefde, moet na God over ons hart en al onze liefde heerschen.

Gods liefde gaf aan haar, om haar boven alle anderen te onderscheiden, de voortreffelijkste voorrechten. Ook onze liefde moet haar onderscheiden boven alles, wat na God onze liefde waardig kan zijn.

Zij bekleedt de eerste plaats in den Hemel en op aarde: laat zij ook in ons hart na God de eerste plaats bezitten.

Tevergeefs zullen wij ons vleien den Zoon te beminnen, als wij de Moeder niet liefhebben, want beide zijn niet te scheiden.

De liefde, die wij voor Maria gevoelen, wordt zelfs als een der zekerste teekenen beschouwd van voorbeschik-

') Cant. VI. 7. 8.

ocr page 380

356 HOOFDSTUK XXI.

king en de kostbaarste genade om ter zaligheid te komen; want nooit is het gehoord, dat een ware vereerder van Maria verloren is gegaan.

Moet ook de liefde, welke Maria ons toedraagt, ons niet tot wederliefde opwekken? In allen nood is zij gereed te helpen, zij vertroost ons in droefheid, voortkomt onze gebeden, verdraagt onze zwakheden en vergeeft onze ondankbaarheid. Is zulk een liefde geen wederliefde waardig?

Neem dus met zorg de gelegenheden waar om haar uwe liefde te toonen; laat niets in haren dienst u gering toeschijnen; want in den dienst dei-Moeder van God en Koningin des Hemels is alles groot en voortreffelijk.

Breng haar eiken dag getrouw en zonder uitzondering het offer uwer gebeden en de eerbewijzen uws harten. Laat nooit een dag voorbijgaan zonder den Rozenkrans of minstens een gedeelte er van ter harer eer gebeden te hebben. Stel er eene glorie in tot hare kinderen te behooren.

Verhef dikwijls uw hart en geest tot den troon harer liefde, om hare

ocr page 381

HOOFDSTUK XXI. 357

grootheid en volmaaktheid te bewonderen of hare bescherming in te roepen. Noodigt de Bedeklok u tot bidden uit, geef dan gaarne aan hare stem gehoor, en begeef u nooit ter ruste vooraleer gij door een driemaal herhaald „Wees gegroetquot; uwe onschuld en uwe zuiverheid aan Maria hebt aanbevolen.

Als gij eene kerk bezoekt waar een beeld van Maria u hare moederlijke liefde in herinnering brengt, ga het dan nimmer voorbij zonder haar te groeten en u in hare bescherming aan te bevelen.

Woon trouw de oefeningen en predikatiën bij, die in de kerk ter eere uwer Moeder worden gehouden. Een goed kind eert zijne moeder en hoort gaarne haren lof verkondigen.

Maar vereer vooral uwe Heilige Moeder op de feestdagen, welke haar bijzonder zijn toegewijd. Eene Heilige Communie of het Üffer des Altaars ter harer eer aan God opgedragen, zal rijke schatten van genaden en den zegen uwer Moeder over u doen nederdalen. quot; Zoo zult gij op waardige wijze den plicht uwer liefde tot Maria vervullen,

ocr page 382

358 HOOFDSTUK XXII.

en u de wederliefde uwer Moeder verzekeren.

Machtige Beschermster, teedere Moeder, gij leest in mijn hart mijn oprecht besluit. Ik wil getrouw zijn in uwen dienst al de dagen mijns levens; help mij hiertoe door uwe moederlijke bescherming. Ik dank God voor de liefde, die Hij mij voor u heeft ingestort. Met uwe ijverigste dienaren en dierbaarste kinderen wil ik in trouw en oprechtheid wedijveren. Help mij voort in uwe liefde, totdat mij eenmaal het geluk geschonken worde met de Engelen en Heiligen uw eeuwig loflied in den Hemel te zingen.

HOOFDSTUK XXII.

over den ijver om de vereering van maria ook bij anderen te bevorderen.

Maria. Mijn kind, ik ben uwe Moeder, en door mijne weldaden geef ik u daarvan voortdurend bewijzen.

ocr page 383

HOOFDSTUK XXII. 369

Gij zijt mijn kind en vereert mij, gi] roept mij in uwe bekoringen en droefheid te hulp; gij laat mij deelen in uwe vreugde en smart; op mij is na Jesus al uwe hoop gevestigd. En zoo behoort het ook; een goed kind heeft zijne moeder lief, en laat geen gelegenheid onbenut om die liefde te betuigen.

Maar bij alles wat gij ter mijner eer en liefde doet, is er toch iets, waaraan gij al te weinig denkt.

De Dienaar. Gewaardig u, lieve Moeder, mij dat kenbaar te maken. Al mijne plichten jegens u wil ik zoo getrouw mogelijk volbrengen.

Maria. Gij denkt er te weinig aan, mijn kind, om mijn eer en glorie ook bij anderen te bevorderen. Meermalen ziet gij uwe Moeder niet genoeg vereerd, en zelfs beleedigd, en gij doet niets om haar te verdedigen. Gelijk ik voor u ijver, zoo moest ook gij uwen ijver toonen om mij te doen eeren, verheerlijken en beminnen.

Het is niet genoeg mij, na Jesus,

ocr page 384

360 HOOFDSTUK XXII.

uw hart te geven; gij moet ook de gelegenheden waarnemen om harten van anderen voor mij te winnen.

Zie, miin kind, de pogingen, welke de ketterij in het werk stelt, om mijne vereering tegen te gaan, de glorie mijner maagdelijke reinheid te verdooven en het vertrouwen mijner kinderen te verzwakken. De duivel en de wereld weten, hoe ongelukkig kinderen zijn, die geene moeder hebben, en daarom trachten zij de menschen van mijn moederhart los te scheuren. Uwe taak moet zijn uwe Moeder, zooveel gij kunt, te verdedigen en door anderen te doen beminnen.

De Dienaar. Heilige Maagd, de hel is inderdaad altijd tegen u ontketend. De naam van Maria, zoo liefelijk en zoet voor die u beminnen, is bij haar evenals de naam van Jesus altijd gehaat en verafschuwd.

Gij immers zijt de vroüw, welke God bedoelde, toen Hij in het Paradijs de straf des duivels uitsprak: Vijandschap zal ik stellen tusschen u en de vrouWf tusschen uw zaad en haar zaad, en zij

ocr page 385

HOOFDSTUK XXTI. 361

zal u den kop verpletteren. ') Allemen-schen wil de duivel verderven, en daarom tracht hij ons terug te houden van tot u onze toevlucht te nemen. Hij zou zelfs, als hij kon, in onzen geest de gedachte aan uwe liefde en macht, die na God boven alles groot is, willen vernietigen.

Maar roemrijk is het voor u, Maria, dat uwe vijanden dezelfde zijn als die van Jesus, en dat de ketterij, die zich tegen u verheft, door Jesus' leer veroordeeld wordt.

Sicut turris David, mille cly-pei pendent ex ea: Gij zijt als de toren van David, waaraan duizend schilden hangen. De wapenen uwer vijanden zult gij tot uw krijgstropeeën maken. Wrekers, vol ijver en van onbezweken moed, zullen altijd worden opgewekt om uwe glorie te verdedigen. Be poorten der hel zullen ook u niet overweldigen.

Hoe dankbaar moet ik zijn aan God voor de onverdiende genade geboren te zijn in den schoot der ware kerk,

■) Gen. III. 15. 2) Cant. IV. 4. ') Mat. XVI. 18.

ocr page 386

362 HOOFDSTUK XXII.

waarin ik het geluk heb u te kennen en te beminnen.

Maar, mijne Moeder, uw mond heeft tot mij gesproken: „die mij bemint, moet ook mijne belangen verdedigen en mijne glorie bevorderen.quot; Ik zal mijn plicht voor u vervullen. Waar de gelegenheid zich aanbiedt, zal ik mijn nabestaanden, vrienden en kennissen tot uwe vereering aanmoedigen, en mij dikwijls met hen over u onderhouden. Waar veel over u gesproken wordt, verwint uwe glorie.

En mochten mijne woorden in hun verkoeld en onverschillig hart de u verschuldige liefde niet kunnen opwekken, dan zal ik ten minste door miin voorbeeld toonen, hoe men u beminnen moet.

Maar bovenal zal ik nooit toelaten, dat uwe eer in mijne tegenwoordigheid wordt aangerand. Die u niet kent, is niet waard gekend te worden, die u niet bemint kan mijn vriend niet wezen.

Ik bid den Heer om Zijne genaden in de harten aller menschen uit te storten, opdat allen, Jesus kennende en beminnende, ook ukennen enbemir.nen,

ocr page 387

HOOFDSTUK XXIII. 363

die ons aller Moeder zijt. Van eeuwigheid vond God in u Zijn welbehagen; mogen wij allen, na Jesus, in u ons welbehagen vinden.

HOOFDSTUK XXIII.

OVER DE MACHT VAN MARIA TEN GUNSTE DER MENSCHEN.

Maria is de welbeminde Dochter van den Eeuwigen Vader, de Moeder van den Zoon, en de Bruid des Heiligen Geestes.

Laat die gedachte uwen geest doordringen, en voor de oogen van uw Geloof zal het beeld verrijzen uwer Moeder, in al de macht en majesteit, waarmede zij voor u en allen is bekleed.

Zij, de vlekkelooze dochter van den Hemelschen Vader, het reinste en vol-komenste maaksel Zijner handen, bezit alleen meer schoonheid, meer heiligheid en hooger volmaaktheid dan alle

ocr page 388

364 HOOFDSTUK XXIII.

andere zuivere schepselen te zamen, en bekleedt in de orde der zaligen een geheel bijzondere plaats; wat zal zij dus niet op het hart des Vaders vermogen? Hij heeft haar in den Hemel een macht gegeven, die beantwoordt aan de volheid der genade, waarmee Hij haar verrijkt had hier op aarde.

Even waarlijk Moeder van God, als zij die ons het leven schonken onze moeders zijn, vermag zij alles bij haar Zoon. De almacht, welke God uit Zich-zelven heeft, is aan Maria als voorrecht toevertrouwd. Alle genaden kan zij voor ons verkrijgen; en die er aan zou twijfelen, zou den oneindig volmaakten Zoon den smaad toewerpen, alsof Hij Zijne Moeder niet eerde.

Pete, mater mea, neque enim fas est, ut avertam faciem tu-am Vraag mijne moeder, want het voegt mij niet u af te wijzen, sprak Salomon tot Bethsabee. Kan Maria, als zij voor ons bidt, een ander antwoord verwachten van haren Zoon, bij wien zij zooveel hoogere en heiliger rechten heeft ?

') III Rug. II. 20.

ocr page 389

HOOFDSTUK XXIII. 365

Als wij de voorspraak der Heiligen inroepen, dan wordt God, door hunne liefde tot Hem en door ons vertrouwen in zijne Heiligen, goedgunstig voor ons gestemd; maar gaan wij door Maria tot Jesus, dan spreekt hare waardigheid zelve van Moeder Gods voor ons om zeker verhoord te worden.

Jesus was op aarde aan Zijne Moeder onderdanig. Zou Hij nu in den Hemel minder luisteren naar hare moederlijke bede ? Hij heeft haar de schatten Zijner genade toevertrouwd. Wat Hij door Zijn lijden en kruis voor ons verdiend heeft, wil Hij ons door haar mededeelen; zoodat geen enkele genade ons wordt geschonken tenzij door de handen van Maria.

Eindelijk, een teergeliefde Bruid kan alles op het hart van haren Bruidegom. Maria is de Bruid des Heiligen Geestes, en op haar gebed stort Hij Zijne zevenvoudige gaven in overvloed over ons uit.

Maria is ook koningin van Hemel en aarde, en aan die waardigheid van koningin is ook eene koninklijke macht verbonden; want eene koningin die niet in staat is ongelukkigen te helpen,

ocr page 390

366 HOOFDSTUK XXIII.

en blijken van koninklijke goedgunstigheid te verleenen, zou vergeefs dien titel voeren.

Heil u, koningin des Hemels, schitterend is uw gloriekrans, want de glorie des Heeren is over u opgegaan. Zie, duisternis bedekt de aarde en nacht de volken; maar over u is de Heer neergedaald, en Zijne heerlijkheid is in u verschenen. Volken wandelen in uw licht en koningen in uwen glans. Hef uwe oogen op in het rond en zie! Allen verzamelen zich en komen tot u; van verre snellen uwe zonen aan, van alle kanten venijzen uwe dochters. ') Ömeekend roepen zij uwe hulp in, want uwe bescherming is zeker en faalt nimmer; uwe bescherming is machtig en overwint alles; zij is algemeen en sluit niemand uit.

Moeder van mijn God sta mij uit den Hemel bij met uwe groote macht. Van alle kanten dreigen mij gevaren, en de geest, die mij tot zonden wil verleiden, zweeft altijd om mij heen. Bewaar en bescherm mij als uw bezit en eigendom

') Isaias LX, 1 -G.

ocr page 391

HOOFDST 'JK XXIV. 367

gedurende heel mijn leven, maar bovenal in het uur van mijnen dood. Wek mij op om met Gods genade mede te werken en toon uw macht door ook mij, hoe onwaardig ook, tot de zaligheid te brengen.

HOOFDSTUK XXIV.

over de goedgunstigheid van maeia.

De Dtenaar. Heilige Maagd, Moeder van Barmhartigheid, als wij met vertrouwen onze toevlucht tot u nemen en uwe voorspraak inroepen, of slechts met een smeekend oog tot u opzien, dan staat gij ons aanstonds bij en komt ons bi] Jesus uwen Zoon te hulp.

Hoe zou het mogelijk zijn geen verhooring bij u te vinden ?

De Zoon van God heeft om onzentwil de menschelijke natuur in uwen schoot aangenomen, en is in alles aan ons gelijk geworden behalve in de zonde. ')

') Hebi-, IV, 15.

ocr page 392

364 HOOFDSTUK XXIII.

andere zuivere schepselen te zaraen, en bekleedt in de orde der zaligen een geheel bijzondere plaats; wat zal zij dus niet op het hart des Vaders vermogen? Hij heeft haar in den Hemel een macht gegeven, die beantwoordt aan de volheid der genade, waarmeê Hij haar verrijkt had hier op aarde.

Even waarlijk Moeder van God, als zij die ons het leven schonken onze moeders zijn, vermag zij alles bij haar Zoon. De almacht, welke God uit Zich-zelven heeft, is aan Maria als voorrecht toevertrouwd. Alle genaden kan zij voor ons verkrijgen; en die er aan zou twijfelen, zou den oneindig volmaakten Zoon den smaad toewerpen, alsof Hij Zijne Moeder niet eerde.

Pete, mater mea, neque enim fas est, ut avertam faciem tu-am1): Vraag mijne moeder, want het voegt mij niet u af te wijzen, sprak Salomon tot Bethsabee. Kan Maria, als zij voor ons bidt, een ander antwoord verwachten van haren Zoon, bij wien zij zooveel hoogere en heiliger rechten heeft ?

') III Rog. II. 20.

ocr page 393

HOOFDSTUS XXIII. 365

Als wij de voorspraak der Heiligen inroepen, dan wordt God, door hunne liefde tot Hem en dcor ons vertrouwen in zijne Heiligen, goedgunstig voor ons gestemd; maar gaan wij door Maria tot Jesus, dan spreekt hare waardigheid zelve van Moeder Gods voor ons om zeker verhoord te worden.

Jesus was op aarde aan Zijne Moeder onderdanig. Zou Hij nu in den Hemel minder luisteren naar hare moederlijke bede? Hij heeft haar de schatten Zijner genade toevertrouwd. Wat Hij door Zijn lijden en kruis voor ons verdiend heeft, wil Hij ons door haar mededeelen; zoodat geen enkele genade ons wordt geschonken tenzij door de handen van Maria.

Eindelijk, een teergeliefde Bruid kan alles op het hart van haren Bruidegom. Maria is de Bruid des Heiligen Geest es, en op haar gebed stort Hij Zijne zevenvoudige gaven in overvloed over ons uit.

Maria is ook koningin van Hemel en aarde, en aan die waardigheid van koningin is ook eerie koninklijke macht verbonden; want eene koningin die niet in staat is ongelukkigen te helpen.

ocr page 394

366 HOOFDSTUK XXIII.

en blijken van koninklijke goedgunstigheid te verleenen, zou vergeefs dien titel voeren.

Heil u, koningin des Hemels, schitterend is uw gloriekrans, want de glorie des Heeren is over u opgegaan. Zie, duisternis bedekt de aarde en nacht de volken; maar over u is de Heer neergedaald, en Zijne heerlijkheid is in u verschenen. Volken wandelen in uw licht en koningen in uwen glans. Hef uwe oogen op in het rond en zie! Allen verzamelen zich en komen tot u; van verre snellen uwe zonen aan, van alle kanten verrijzen uwe dochters. ') Ömeekend roepen zij uwe hulp in, want uwe bescherming is zeker en faalt nimmer; uwe bescherming is machtig en overwint alles; zij is algemeen en sluit niemand uit.

Moeder van mijn God sta mij uit den Hemel bij met uwe groote macht. Van alle kanten dreigen mij gevaren, en de geest, die mij tot zonden wil verleiden, zweeft altijd om mij heen. Bewaar en bescherm mij als uw bezit en eigendom

') Isaias LX, 1-G.

ocr page 395

HOOFDSTUK XXIV. 367

gedurende heel mijn leven, maar bovenal in het uur van mijnen dood. Wek mij op om met Gods genade mede te werken en toon uw macht door ook mij, hoe onwaardig ook, tot de zaligheid te brengen.

HOOFDSTUK XXIV.

over de goedgunstigheid van maeia.

De Dienaar. Heilige Maagd, Moeder van Barmhartigheid, als wij met vertrouwen onze toevlucht tot u nemen en uwe voorspraak inroepen, of slechts met een smeekend oog tot u opzien, dan staat gij ons aanstonds bij en komt ons bij Jesus uwen Zoon te hulp.

Hoe zou het mogelijk zijn geenver-hooring bij u te vinden ?

De Zoon van God heeft om onzentwil de menschelijke natuur in uwen schoot aangenomen, en is in alles aan ons gelijk geworden behalve in de sonde. ')

') Hubr. iv, 15.

ocr page 396

368 HOOFDSTUK XXIV.

Moeder van Jesus, maar ook onze Moeder, gij vergeet de broeders, de ledematen en erfgenamen van Jesus niet.

Beklemt droefheid ons hart, uw troost en hulp is zeker; want uwe goedheid kent geen grenzen en strekt zich over alles uit.

De geschiedenis der H. Kerk geeft ons getuigenissen zonder tal van uwe groote macht en onschatbare goedheid. Glo-riosa dicta sunt de te, civitas Dei:') Roemrijk wordt van u gesproken, stad van God.

Als onheil ons treft, klagen wij; maar grootere rampen zouden wij verduren, als Gods rechtvaardigheid niet door uw aanhoudend gebed werd tegengehouden.

Menigmaal zi)n wij ongelukkig, alleen omdat wij verzuimen en er zelfs niet aan denken uwe hulp bij God in te roepen.

Ja, wij denken er niet aan. En toch leerden wij reeds in onze kindsche jaren uwen heiligen naam te noemen, en u

') Ps. LXXXVI, 3.

ocr page 397

HOOFDSTUK XXIV. 369

als Troosteres der bedrukten, en hulp der Christenen te begroeten.

Is het ooit gehoord, dat gij aan iemand, die u heeft aangeroepen, verhooring geweigerd hebt?

Niet altijd verkrijgen wij de genade, die wij hopen, en het is ons niet gegeven de geheimen van Gods raadsbesluiten te kennen; maar nimmer weigert gij ons de genade van geduld, onderwerping en berusting in den heiligen wil van God.

Reeds bij uwe schepping bestemde God u tot onze voorspreekster, troosteres en moeder. Hij stortte u daartoe in alle gaven van geest en hart, om liefderijk en boven alles barmhartig te zijn; en Jesus, die uit barmhartigheid van den Hemel in uwen schoot nederdaalde, kon niet bij u verblijven zonder aan uw hart de gevoelens van het Zijne mede te deelen.

Zachtmoedig en goed, gelijk Jesus, in wiens voorbeeld gij u meer dan dertig jaren hebt gespiegeld, gaat ook gij overal rond om weZtedoew; pertran-siit benefaciendo.') Op den troon

■) Act. X, 38.

24

ocr page 398

370 hoofdstuk xxv.

der glorie, waarop God u heeft verheven, is uwe barmhartigheid als de Zijne.

Als Jesus kunt gij van uzelve getuigen : de geest des Heeren is over mij; daarom zond Hij mij om die gebroken zijn van hart te genezen. ])

Is het besef uwer weldaden, in het hart uwer kinderen neergelegd, niet een sterk bewijs voor uwe matelooze goedheid? Uwe goedheid wordt beter door het hart gevoeld, dan door den mond uitgesproken.

HOOFDSTUK XXV.

ovee de aanroeping van db h. maagd.

Mabia. Mijn kind, in welke omstandigheden gij ii ook bevindt, roep mij altijd te hulp; ik zal uwe voorspraak

') Luc. IV ; 18.

ocr page 399

HOOFDSTUK XXV. 371

wezen.' Als uwe begeerten niet striidig zijn met de eer van God of het heil uwer ziel, ben ik altijd bereid u te verhoeren. Doch vraag mij nooit iets, dan met het verlangen, dat Gods wil altijd vervuld worde.

Velen vragen mij, ofschoon zij wel weten, dat hun wensch niet met den wil van God overeenkomt. Mogen deze verhooring verwachten ?

Anderen roepen mij slechts aan voor de goederen dezer aarde; doch voor de geestelijke goederen zijn zij volkomen onverschillig. Nog tarra bid ik voor hen; doch niet om te verkrijgen wat zij verlangen, wijl dit hun schadelijk zou zijn, maar ik vraag wat niet door hen begeerd wordt, doch hun nuttig zal wezen.

Ik vraag voor hen tegenspoed, die hen aan de aarde onthecht en aan den Hemel doet denken; — ik vraag voor hen genade van bekeering, genade om deugden en verdiensten te verwerven; en al wat hun geestelijk heil bevorderen kan.

Tijdelijke gunsten vraag ik slechts voor zoover er voordeel voor de ziel in gelegen is.

ocr page 400

372 HOOFDSTUK XXV.

Tijdelijke voorspoed kan somtijds voor de ziel zeer nadeelig zijn; want die in voorspoed is, loopt gevaar zijn hart aan de wereld te hechten en weinig aan de eeuwigheid te denken.

Vele zieken vragen mij de gezondheid weder; maar als de gezondheid niet tot hunne zaligheid strekt, dan bid ik slechts om de genaden, die zij in hunne ziekte noodig hebben.

De teederheid mag eene moeder niet verblinden voor het waar geluk harer kinderen. Ik wil overal en altijd en in alles aller voorspraak bij Jesus zijn voor dit zoowel als voor het volgende leven; maar slechts wat noodig of nuttig is, niet wat zou kunnen schaden, is van mijne goedheid te verwachten.

Neem met die overtuiging in alle omstandigheden vol vertrouwen uwe toevlucht tot mij, en hoe zwaarder uwe zorgen en moeielijkheden worden, des te overvloediger moet met den naam van Jesus ook die van Maria van uwe lippen vloeien.

De Dienaar. Maria, heilige en beminnelijke naam, die nooit zonder vrucht

ocr page 401

HOOFDSTUK XXV. 373

wordt uitgesproken! Gelukkig die dien naam dikwijls vereert en eerbiedig aanroept, Na den naam van Jesus, die boven alle namen is, ') is er geen eerbiedwaardiger, zoeter en liefelijker voor het hart uwer kinderen.

Bij het hooren van uw naam hoopt de zondaar op uwe barmhartigheid, de rechtvaardige stijgt in liefde, die bekoord wordt voelt zich sterk, de bedroefde vindt troost in het lijden.

Uw naam ö Maria, zal na den naam van Jesus mijn troost in droefheid, mijn raad in twijfelingen, mijn kracht in den strijd, mijn gids op al mijne wegen wezen.

•) Philip. II : 9.

ocr page 402

374 HOOFDSTUK XXVI.

HOOFDSTUK XXVI.

over de voorspraak van maria voor de zondaren.

Maria. Mijn kind, gij stelt in mij geen volkomen vertrouwen. Nu eens verzuimt gij mij in uwe noodwendigheden aan te roepen, dan weer schijnt gij mijn goedertierenheid te wantrouwen.

Vertrouw op mij, als een kind op zijne moeder. Neem tot mij uwe toevlucht ten allen tijde, op alie plaatsen, in geestelijken en tijdelijken nood, voor ziel en lichaam.

Als gij slechts zelden tot mij komt, toont gij dan volkomen vertrouwen? Volg het voorbeeld der H. Kerk, die zonder mijne tusschenkomst bijna niets van God verzoekt. Zij wendt zich ïot mij, als tot degene door wie God Zilne gaven aan Zijne kinderen uitdeelt. Doe gij evenzoo, ga tot Jesus door Zijne Moeder. Geen zekerder weg kunt gij vinden

ocr page 403

HOOFDSTUK XXVI. 375

om goedgunstig te worden verhoord en tot uw doel te komen.

De Dienaae. Koningin des Hemels, ik ken uwe macht en uwe goedheid. Maar hoe zou ik, ellendige zondaar, tot u miine toevlucht durven nemen? Kunt gij, wier maagdelijke ziel zoo zuiver is in de oogen van God, wier ijver voor Zijne glorie niet het minste kwaad gedoogen kan, de oogen uwer barmhartigheid op mij, armen zondaar, vestigen?

Maria. Mijn kind, ben ik niet de toevlucht der zondarenquot;? Allen, zonder onderscheid, die op mij hun vertrouwen stellen, neem ik onder mijne moederlijke bescherming, en nooit heeft God mijn gebeden onverhoord gelaten.

Voor hoevelen heb ik niet de vergiffenis van vele en zware zonden verkregen ? Zij smeekten om bescherming tegen Gods gestrenge rechtvaarigheid, en ik heb ze beschermd, totdat zij den vreden hadden weergevonden.

Vermetel zou het zijn, als een zondaar, vast besloten om in zijne zonden

ocr page 404

376 HOOFDSTUK XXVI.

voort te leven, toch op mijne bescherming zou rekenen, om er niet in te sterven. Voor hem is mijne voorspraak niet.

Maar die onder het gewicht zijner zonden zucht, en de ketenen, welke hem gekluisterd houden, verbreken wil, neme vol vertrouwen zijne toevlucht tot mij; hem zal ik vergiffenis verwerven. Hij kome met gerustheid; ik zal Hem niet verstoeten, maar liefdevol ontvangen. Hij nadere; ik zal zijn hart verlichten, zijn geweten rust geven, zijn tranen droogen en zijn vertrouwen niet beschamen. Ik zal niet letten op de grootheid zijner misdaden; al waren zij rood als scharlaken, zij zullen witter worden dan sneeuw, Si fuerint peccata vestra ut coc-cinum, quasinix dealbabuntur. ') Ik zal hem niet berispen over de wonden, die hij zichzelven geslagen heeft; maar er slechts op uit zijn die te genezen.

Ja, hij kome tot mij, en bij de eerste schrede zal ik hem reeds tegemoet

') Is. I, 18.

ocr page 405

HOOFDSTUK XXVI. 377

snellen, hem omhelzen als mijn verloren en wedergevonden kind, en hem als op mijne armen dragen naar de bron van Gods barmhartigheid.

De Dienaar. Moeder mijns Heeren, bij het hooren uwer stem gevoel ik mijn moed gesterkt, en levendiger dan ooit herleeft mijn vertrouwen op u.

Als de duif na den zondvloed brengt gij mij den olijftak des vredes. Neem mij, smeek ik u, onder uwe moederlijke bescherming. Beschaamd en rouwmoedig wil ik mijn zonden en ongerechtigheden in Jesus bloed afwasschen. Wie zal aan mijne oogen een bron van tranen geven om dag en nacht mijne zonden te beweenen? Liever wil ik sterven dan ze weer bedrijven.

Door de Vrucht uws lichaams hebt gij vrede gesteld tusschen God en de menschen. Geef ook dien vrede tusschen God en mij.

Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, welken dank zal ik u brengen voor zooveel liefde, voor zooveel goedheid? Mochten aller harten u zijn toegewijd, aller mond zich openen om u lof te

ocr page 406

378 HOOFDSTUK XXVII.

geven; de Hemel opene zich om aan de aarde toe te roepen: Eer aan Maria; en van de aarde stijge immer het zegelied ten Hemel: Eer aan Maria, in eeuwigheid en nog meer. ')

HOOFDSTUK XXVII.

OVEK HKÏ WEES GEGROET.

lederen dag bidt gij het Wees gegroet, om Maria aan te roepen. Maar hebt gij wel eens overwogen, hoe vereerend dat gebed is voor Maria, en hoe leerrijk en troostend voor u ?

Neem het van tijd tot tijd aan den voet des altaars, of in uwe kamer voor hare beeltenis neergeknield, tot stof uwer meditatie, om den eerbied en de aandacht bij u op te wekken, welke dat gebed verdient.

Gij groet Maria als vol van genade. welk eene verheven grootheid wordt door die korte woorden uitgedrukt?

■) Mich. IV, 5.

ocr page 407

HOOFDSTUK XXVII. 379

Zij melden u, dat Maria vervuld was van de heiligmakende genade, alle dadelijke genaden, alle bovenmtuurlijke deugden en alle gaven des Heiligen Geestes. Verheug u over dat eenig voorrecht van Maria en vraag haar u van die rijke volheid mede te deelen.

De Heer is met u. God -was inderdaad met Maria op geheel bijzondere wijze, en meer dan met eenig' ander, zelfs het meest volmaakte schepsel. Hij was met haar door Zijne Alwetendheid. Zijne Almacht en Zijne liefde, Hij quot;was met haar door Zijne bescherming. Al de krachten harer ziel, haar verstand, haar geheugen, haar wil werden door Hem bewogen en bestuurd. Eij was zelfs met haar, om haar maagdelijk lichaam te veredelen en tot Zijn heiligdom te bereiden.

Wek ook gij in u het verlangen op om met den Heer te wezen. S i D e u s pro nobis, quis contra nos?1) Als de Heer voor ons is, wie zoldcm tegen ons zijn? Wat kunt gij te vreezen

') Hom. VIII, 31.

ocr page 408

880 HOOFDSTUK XXVII.

hebben, wat zou u kunnen bedroeven ? Gods genade is u genoeg. S u f f i-cit tibi gratia me a. ')

Gezegend zijt gij hoven alle vrouwen. Niemand heeft zoovele en zoo groote gunsten en voorrechten van God ontvangen als Maria. Zij was gezegend in hare vrijwaring van de zonden, en de gevolgen der zonden; gezegend in de hoogste gaven naar ziel en lichaam, gezegend in hare hemelsche verheffing.

Betuig Maria uwe vreugde om de liefde Gods, die zoo bovenmate overvloedig in haar hart is uitgestort.

Gezegend is de vrucht uws lichaams. De Zoon van Maria is inderdaad gezegend, aanbeden en verheerlijkt in den Hemel en op aarde. Maar ook in dien Goddelijken Zoon heeft Maria den zegen der hoogste en heiligste moedervreugd verworven.

De vrucht van haren schoot werd gezegend verklaard door God, door de Engelen en door de menschen,2) en die

') II Cor. XII, 9. quot;-) Eph.I. Apoc. VII. Philip. II.

ocr page 409

HOOFDSTUK XXVII. 381

zegeningen gingen over op Maria. Zij zullen ook op u overgaan, als gij u beijvert om altijd een waardig kind van Maria te zijn.

Heilige Maria, Moeder Gods, hid voor ons zondaren! De zonden, waaraan wij ons schuldig gemaakt hebben, maken ons verhooring onwaardig; maar wat wij niet kunnen en niet verdienen, zal Maria voor ons doen, om het hart van Jesus goedgunstig voor ons te stemmen. Haar zal Jesus verhooren, omdat zij Zijne Moeder is.

Geen eeretitel van Maria is zoo schoon, zoo verheven, zoo diep van beteekenis als Moeder Gods. Haar onbegrensde macht en onuitsprekelijke goedheid kan geen anderen oorsprong hebben dan haar goddelijk moederschap, en datzelfde voorrecht van Maria is ook de bron van ons vertrouwen. Wijl zij Jesus' Moeder is, is zij ook onze moeder geworden.

Bid voor ons, nu en in het uur van onzen dood.

Geheel het leven door dreigen ons

ocr page 410

382 HOOFDSTUK XXVII.

rampen en gevaren; van alle kanten omringen ons vijanden, die ons het waar geluk ontrooven willen. Altijd derhalve hebben wij steun en bescherming noo-dig; zwak en arm uit ons zei ven kunnen wij niets zonder Gods genade. Maar vooral in het uur van den dood, als de vijanden onzer zaligheid de laatste maar ook de geweldigste pogingen zullen in het werk stellen om ons te verderven, zal de machtige hulp van Maria ons meer dan ooit noodzakelijk wezen.

Verschrikkelijk oogenblik van den dood! maar zalig degene, die in zijn leven Maria bemind, en tot zijn laatsten ademtocht in hare liefde volhard zal hebben: want nooit is het gehoord, dat een waar kind van Maria verloren is gegaan.

Het weesgegroet derhalve is vereerend voor Maria om den hoogen lof en de heilige herinneringen, die het ter harer eer bevat, en leerrijk en troostend is het voor ons, om de genade, welke op dat gebed verkregen wordt.

Maak er u eene gewoonte van om dikwijls dat kort maar liefelijk gebed

ocr page 411

HOOFDSTUK XXVIII. 383

ter eere uwer Moeder eerbiedig uit te spreken.

Doe het iederen morgen bij uw ontwaken, iederen avond vóór gij gaat slapen, en zoo dikwerf gij in bekoringen en moeielijkheden den bijstand van Maria bijzonder noodig hebt.

HOOFDSTUK XXVIII.

OVER DE VEREERING VAN DEN HEILIGEN JOSEPH.

De vereering van den Heiligen Joseph is zoo bijzonder vereenigd met de vereering van Maria, dat hij, die Joseph eert, ook hulde brengt aan haar, met wie hij in de heilige onschuld van een maagdelijk huwelijk was verbonden. Na Maria, de Koningin van alle Heiligen, werd geen enkele Heilige zoo door God begenadigd als de Heilige Joseph.

God koos hem uit om de voedstervader en beschermer te zijn van het

ocr page 412

384 HOOFDSTUK XXVIII.

Vleeschgeworden Woord en de getuige en bewaarder der maagdelijke reinheid van Maria.

Hij was de priester van het ware Tabernakel om de Ark van het Nieuwe Verbond te dragen. De kostbare prijs onzer zaligheid was aan zijne zorgen toevertrouwd. Een wettig gezag over den Koning der eeuwen, onsterfelijk en onzichtbaar, aan ivien alle glorie toekomt, ') oefende hij uit.

Gelijk een kind zijnen vader eert, en eene echtgenoote haren man liefheeft en gehoorzaamt, zoo eerden Jesus en Maria den H. Joseph, en waren hem in teedere liefde onderdanig.

De deugden, die wij in Maria bewonderen, de heilige voorbeelden van haar God welgevallig leven werden zoo getrouw als mogelijk was door Joseph nagevolgd. Immers echtgenooten, die elkander waardig zijn, nemen elkanders deugden over en voeren elkander door woord en voorbeeld tot hoogere heiligheid op.

Op Josephs schoot heeft het Goddelijk

') I Tim. I ; 17.

ocr page 413

hoofdstuk: xxviii. 385

Kind gerust, in zijne armen en aan zijn hart is het gekoesterd.

Met Jesus, de bron van alle genaden, en met Maria, door wie God Zijne genade uitdeelt, heeft hij zijn dagen doorgebracht; in het zweet zijns aangezichts heeft hij voor hen gewerkt en door den arbeid zijner handen hen verzorgd en gevoed.

Hoe groot derhalve moet zijne deugd, hoe rijk de schat zijner verdiensten zijn!

Willen wij door een godvruchtig en heilig leven aan Jesus en Maria behagen, laat ons dan met vertrouwen onze toevlucht nemen tot den H. Joseph, die in de navolging van het leven van Jesus en Maria het schoonste voorbeeld heeft gegeven.

Tot Joseph's eer heeft de H. kerk tempels voor God opgericht en feestdagen ingesteld; en allen noodigt zij uit hem als machtigen beschermer te eeren en aan te roepen.

Den beminnelijken naam van Joseph vereenigt zy met de zoete namen van Jesus en Maria.

Hadden wij geleefd, toen Jesus en Maria te Nazareth woonden, dan zou

25

ocr page 414

386 HOOFDSTUK XXVIII.

een enkele bede tot Joseph genoeg zijn geweest, om ons alle genaden te verwerven. Maar nu hij in den Hemel veel dichter bij- den troon van Gods barmhartigheid is, vermag zijne voorspraak nog veel meer.

Ite ad Joseph.') Gaat tot Joseph! welk genade gij ook moogt verlangen, op zijne voorspraak zal God ze u ver-leenen.

Gaat tot Joseph! In iederen levensstaat kunt gi) op den H. Joseph een bijzonder vertrouwen stellen, wijl hij voor allen een heilig toonbeeld is.

Immers, edelen en rijken zien in hem den man van koninklijk geslacht, den zoon van vorsten en patriarchen.

Armen huldigen hem als den handwerksman, die in hunne armoede heeft gedeeld en in kommer en zorgen het dagelijksch brood verdienen moest.

Maagden vinden in hem een verheven toonbeeld. De blanke lelie van zuiverheid heeft hij in een bedorven wereld onbesmet bewaard.

Gehuwden begroeten hem als het

') Gen. XLI, 55.

ocr page 415

HOOFDSTUK XXVIII. 387

waardig hoofd van het heiligste huisgezin, aan wien de zorg voor het kind en Zijne moeder was toevertrouwd.

Kinderen zien tot hem op als den voedstervader van Jesus, en eeren hem als den leidsman hunner jeugd.

Priesters huldigen hem, omdat hij door zijne bediening het H. Priesterschap heeft voorafgebeeld. Op den dag der besnijdenis heeft hij de eerste druppels van Jesus' Goddelijk Bloed den Eeuwigen Vader opgedragen.

Kloosterlingen en die hun leven in heilige afzondering aan God hebben toegewijd, eeren den H. Joseph, die in Nazareth, ver van het gewoel der wereld, zijn leven in hemelschen vrede en beschouwing doorbracht, en dag aan dag zich liefderijk met Jesus en Maria mocht onderhouden.

Eindelijk, ieder godvruchtig en deugdzaam hart bemint den H. Joseph; want na Maria, heeft nimmer iemand Jesus vuriger en teederder lief gehad.

Gaat dan tot Joseph, in alle omstandigheden van uw leven, maar bovenal om door zijne voorspraak de genade te verwerven van eenen zaligen dood. De

ocr page 416

388 HOOFDSTUK XXVIII.

overlevering meldt, dat Joseph, na een welvolbrachten ouderdom, in de armen van Jesus en Maria zijne reine ziel aan God heeft weergegeven, en daarom vereert de H. Kerk hem als patroon voor een goeden dood.

Moge het einde van ons leven even gelukkig en troostend zijn! Die in zijn leven de deugden van Maria en Joseph getrouw zal hebben nagevolgd, zal vooral in het uur des doods de vruchten van zijnen godsdienst plukken.

Einde van het tweede boek.

ocr page 417

Godvruchtige Oefeningen en Gebeden.

CHRISTELIJKE LEVENSREGEL.

Die God op meer volmaakte wijze dienen wil, behoort zich een vasten levensregel te stellen, waardoor al zijne handelingen, woorden en gedachten geregeld en aan God toegewijd worden. De volgende levensregel kan wellicht velen tot geestelijk voordeel strekken.

Bepaal u des morgens een vasten tijd van opstaan; teeken u, zoodra gij gewekt wordt, met het teeken des H. krui-ses en verlaat onmiddelijk uwe legerstede. Kleed u zonder talmen en houd u in gedachten met God bezig, die u gedurende den nacht bewaard en beschermd heeft.

ocr page 418

390 CHRISTRLIJKB LKVENSKEGEL.

Verricht geknield uw morgengebed en besteed eenigen tijd, minstens een kwartier, aan eene godvruchtige over-weging, en maak daarbij een bepaald voornemen voor dien dag.

Woon, zoo gij daartoe gelegenheid hebt, dagelijks de H. Mis bij. De vruchten van het H. Misoffer worden op bijzondere wijze toegepast aan die bij de H. Offerhande tegenwoordig zijn. Ontbreekt u echter de tijd of gelegenheid, vereenig u dan in den geest met Christus, die eiken dag voor u het offer van Zijnen dood op het H. Altaar op geestelijke wijze hernieuwd.

Indien gij een oogenblik aan eene godvruchtige lezing kunt besteden, moet gij dit niet verzuimen. Doe het vooral op de voornaamste feestdagen, om u met den geest der H. Kerk zoo innig mogelijk te vereenigen.

Verhef gedurende den dag dikwerf uw hart tot den Hemel door korte schietgebeden, nu eens tot Jesus, dan tot Maria, dan tot de Heiligen. Vraag

ocr page 419

CHRISTELIJKE LEVENSREGEL. 391

Gods genade en de voorspraak der Heiligen in de verschillende omstandigheden van den dag, in bekoringen, in het volbrengen uwer goede voornemens, in den strijd tegen uwe ondeugden, enz.

Beoefen iederen dag eenige versterving. Al is zij nog zoo gering, altijd zal zij een aangenaam offer zijn aan God. Onthoud u bijvoorbeeld van een geliefkoosde spijs of drank, gebruik niets buiten uwe gewone maaltijden, stel het lezen van een brief of een aangenaam bezoek eenige oogenblikken uit, enz. Maar wees bovenal bezorgd om uwen heerschenden hartstocht te bestrijden en door gedurige onderdrukking en versterving dien te overwinnen.

Doe uwe dagelijksche bezigheden ijverig en in den geest van godsvrucht. Houd u stipt aan tijd en orde, en laat niet aan anderen over, wat gij zelf behoort te doen.

Handel altijd met de zuivere meening om God te vereeren. Daarom moet gij des morgens den geheelen dag aan God toewijden en gedurende den dag, bij

ocr page 420

392 CHRISTELIJKE LEVENSREGEL.

uwe voornaamste bezigheden die toe-wijding hernieuwen.

Leg u op de deugden toe, die aan aan uwen staat eigen zijn, zooals do gehoorzaamheid als gij nog kind zijt, de waakzame bezorgdheid als gij vader of moeder zijt, de onderdanigheid als gij dienstbaar zijt, de welwillendheid als gij in overheid zijt gesteld, het geduld en de onderwerping als gij arm of ziek zijt, de liefdadigheid als gij bemiddeld zijt. Wie meent aan God te kunnen behagen zonder de deugden van zijnen staat te beoefenen, bedriegt zich-zelven en kent den geest van Jesus niet.

Vraag u dikwijls rekenschap van het volgende:

Wie zijn uwe vrienden? welke bezoeken brengt gij ? welke zijn uwe gesprekken?aan welke vermaken neemt gij deel? Is uwe kleeding zedig en eenvoudig? welke boeken, bladen en geschriften leest gij ? maakt gij u schuldig aan het spreken van woorden, die misschien wel geen vloeken zijn, maar in den mond van een Christen niet passen?

ocr page 421

CHRISTELIJKE LEVENSREGEL. 393

Breng dikwijls een bezoek aan Jesus in het Allerheiligste Sacrament en aan de beeltenis uwer Hemelsche Moeder, bijvoorbeeld, als gij een openstaande kerk voorbijgaat. Kniel eenige oogenblikken neder en beveel u aan in de barmhartige liefde van Jesus en Maria.

Woon ook getrouw de openbare godsdienstige oefeningen en predikatiën bij in de kerk of congregatie, waarvan gij lid mocht zijn, en tracht door uwe aandacht en godsvrucht anderen te stichten.

Bid iederen dag het Rozenkransgebed, of een gedeelte er van; drie weesgegroeten des morgens en des avonds ter eere van do Onbevlekte Ontvangenis van Maria, om de genade van zuiverheid te bekomen en eenige gebeden, naar uwe godsvrucht u zal ingeven, tot lafenis der zielen in het vagevuur.

Verzuim nimmer uw avondgebed ge-knield te verrichten. Onderzoek eenige oogenblikken uw geweten over het kwaad, dat gij gedaan, en het goede

ocr page 422

394 CHRISTELIJKE LEVENSREGEL.

dat gij verzuimd hebt; onderzoek ook of gij het voornemen, dat gij des morgens gemaakt hebt, getrouw hebt vol bracht, verwek een acte van berouw met het vaste voornemen u te verbeteren, en plaats u in die zielsgesteldheid, waarin gij gaarne zoudt bevonden worden, als gij nog in dien nacht voor Gods rechterstoel verschijnen moest.

Ontkleed u vervolgens zedig, en begeef u te rusten na u in de bescherming van Jesus, Maria en Joseph te hebben aanbevolen.

Nader op geregelden tijd, minstens ééns in de maand, tot het H. Sacrament der biecht, en kies u één bepaalden biechtvader, aan wiens leiding gij u geheel en al moet toevertrouwen. Dikwijls en zonder genoegzame reden van biechtvader veranderen, kan niet anders dan voor uw geestelijk heil na-deelig zijn.

Zoo dikwerf uw biechtvader het u veroorlooft, zult gij met den diepsten eerbied en grootste godsvrucht het Allerheiligste Sacrament des Altaars ont-

ocr page 423

CHRISTELTJKR LEVENSEKGEL. 395

vangen, vooral op de voornaamste feestdagen des Heeren, der Heilige Maagd, uwer Heilige Patronen en op die dagen, waarop gij in het bijzonder God voor Zijne weldaden moet danken, zooals uw geboortedag en andere gedenkwaardige dagen uws levens.

Bereid u met alle zorg tot de H. Communie voor, en beschouw haar altijd als de gewichtigste daad uws levens. Wek levendige gevoelens in u op van geloof, hoop, liefde, nederigheid en verlangen, en wees bij uwe dankzegging indachtig, dat geen tijd meer geschikt is om buitengewone genade te verwerven dan het oogenblik, waarop Jesus in uw hart rust.

Besteed aan het einde van iedere maand eenigen tijd om u tot den dood voor te bereiden. Stel u voor den geest het oogenblik, waarop gij, op uw sterfbed uitgestrekt, gereed staat voor het oordeel Gods te verschijnen; en is er iets dat u in dien stonde zou kunnen verontrusten, verwek dan een diep gevoeld berouw en vorm het vaste voornemen u ernstig te verbeteren.

ocr page 424

396 GKBEDEN ONDER DE H. MIS.

Herlees van tijd tot tijd dezen levensregel en houd daarover een kort onderzoek, om te zien hoe gij dien hebt nageleefd, en de God des vredes make u bereid tot alle goed werk, opdat gij Zijnen wil moogt volbrengen; Hij werke in u wat ivelbehagelijk is voor Hem door Jesus Christus, Wien de glorie is in de eeuwen der eeuwen. Amen. ')

GEBEDEN ONDER DE HEILIGE MIS.

VOORBEREIDING.

Zie mij hier, o mijn God, neerge-| knield aan Uwe voeten om getuige te zijn van het grootste en heiligste Uwer geheimen. Ik dank U, mi]n God, voor de weldaad der schepping, ik dank U voor de genade der verlossing, ik dank U voor de groote genade, die Gij mij thans wilt verleenen door mij te Veroorloven bij dit Uw heiligst Offer te-

■) Hebr. XIII, 20-21.

ocr page 425

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 397

genwoordig te zijn. Doordring mijn hart met heilige vrees, maar vervul het tevens met diepe, zuiverende smart en ontvlam het met verkwikkende hemel-sche liefde voor het verheven Offerlam, Jesus, wiens bloed op Calvarie heeft gestroomd tot uitdelging mijner zonden, en die thans zich op nieuw gaat offeren voor de zaligheid mijner ziel.

Veroorloof mij o Vader, in vereeni-ging met Uw welbeminden Zoon, U deze zuivere, vlekkelooze offerande aan te bieden, om aan Uwe majesteit eene waardige hulde van aanbidding en liefde te betuigen, eene nulde, waartoe ik uit mij zeiven in mijn geestelijke armoede niet in staat ben. Onmachtig ben ik om U te aanbidden gelijk Gij het verdient, en evenmin kan ik u verschul-digden dank brengen voor de weldaden, welke Gij niet ophoudt mij te bewijzen, — mij het onwaardigste en ondankbaarste Uwer schepselen. Gedoog dan, goede Vader, dat ik U den kelk des heils ten offer breng en mijne stem, hoe onwaardig dan ook, vereenig met de heilige smeekingen van dat kostbaar Bloed Uws Zoons, om zoo aan U

ocr page 426

398 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

voor den troon Uwer heerlijkheid, den meest welkomen lofzang van dank en eer te brengen.

Doch luister ook, o God en Vader, naar de stem van dat aanbiddelijk Bloed, dat U om genade en ontferming smeekt voor alle ongelukkige zondaren. Ik, de grootste zondaar van allen, o God, heb behoefte aan ontferming en ik durf U nogmaals dat kostbaar Zoenbloed aan te bieden ter vergiffenis mijner zonden. Moge dat H. Bloed mij besproeien en zuiveren, moge het mij een kleed worden, dat al mijne misdaden voor de oogen Uwer rechtvaardigheid bedekt.

Vergeef mij, ö Vader, al mijne zonden ter liefde van Jesus Uwen welbeminden Zoon, in wien Gij behagen hebt, let op mijne zwakheid en ellende, denk aan mijne armoede en geestelijke behoefte en verleen mij de genade, die ik noodig heb, om met bereidwilligheid en volharding U en Jesus te beminnen en alles te doen en te onderhouden, wat Uw heilige wet gebiedt en de zaligheid mijner ziel vereischt. Amen.

ocr page 427

GEBEDEN ONDER DE H. MIS. 399

VAN HET BEGIN DER H. MIS TOT HET EVANGELIE.

Doordrongen van het besef mijner nietigheid en diepe ellende, belijd ik, o mijn God, dat ik een onwaardige ben I en niet verdien tegenwoordig te zijn bij dit ontzagwekkend offer, het heiligst en verhevenste, wat onze godsdienst bezit, 't Is dan ook door mij diep te vernederen en mij te vereenigen met Jesus, die op onbloedige wijze Zijn smartelijk lijden en sterven van Cal-varie ü tot glorie, mij tot zaligheid gaat hernieuwen, dat ik het wagen durf hier in Uwe tegenwoordigheid te verschijnen en genade en ontferming van ü te verhopen. Om U met Jesus te verheerlijken, vereenig ik mij met het kruisoffer op Golgotha, en met de gevoelens, welke Jesus hier bezielen op het H. Altaar. Ik vereenig mij met de verhevene wenschen en heilige verlangens, waarmede de H. onbevlekte Moeder des Heeren stond onder het kruis en hier haren Zoon met geheel den Hemel begeleidt. O mocht

ocr page 428

400 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

ik in mijn hart kunnen overstorten de gevoelens van aanbidding, van diepe vernedering en van smartelijk lijdende liefde, die hare reine onbevlekte ziel vervulden, toen zij op den bloedigen lijdensberg hare tranen mengde met het Bloed van haren eenigen Zoon en door eerie vereeniging van smart, van liefde en onderwerping, met haar Goddelijk Kind, Uwen eenigen Zoon, één offer werd!

Mocht ik de zonde kunnen haten, mijn God, gelijk Maria ze haatte, toen zij zag welk lijden het haren Jesus kostte om ze voor ons uit te boeten. Mocht ik kunnen weenen als die troos-telooze Moeder, toen zij haar Godde-lijken Zoon overdekt zag met wonden van het hoofd tot de voeten, uitgeput van smarten, oververzadigd van smaadheden en ondankbaarheid! o Mocht ik de zonde kunnen verfoeien zoo als zij, de Onbevlekte, ze verfoeide, toen zij bij het naderen van den dood de oogen van haar stervend Kind zag breken en Zijn laatsten stervenskreet. Zijne laatste zuchten hoorde! — Ja, mijn God, ik verfoei ze uit den grond mijns harten,

ocr page 429

GEBEDEN VOOE DE H. COMMUNIE. 417

mijn edelmoedige Verlosser, in wien alleen onze zaligheid is; levend Brood van den hemel nedergedaald om ons voedsel te worden: niet te vreden dat Gij al Uw bloed vergoten hebt, om de menschen zalig te maken, gewaar-digt Gi] y nog, door eene overmaat van liefde, ons aan Uwe heilige Tafe! toe te laten, en ons aldaar Uw Heilig Lichaam en Uw dierbaar Bloed te geven. Wat is dan toch de mensch, dat een zoo groote God zich gewaardigt aan hem te denken, en van hem een voorwerp Zijner zorgen en teederheid te maken? Maar ik zelf, wat ben ik, dan een enkele niet, en door mijne ongerechtigheden beneden het zelf? En echter. God van majesteit, hoe onwaardig ik ook ben voor U te verschijnen, komt Gij Zelf mij te gemoet. Gijquot; noodigt mij tot Uw gastmaal, en de kostbare spijs, waarmede Gij mij wilt voeden, is wezenlijk CJw Lichaam en Uw aanbiddelijk Bloed! Wees voor altoos gezegend, Vader der barmhartigheden en God aller vertroosting, voor zulk eene uitstekende weldaad; maar geef mij, Heer, dat bruiloftskleed, de reinheid van

27

ocr page 430

418 GEBEDEN VOOB DE H. COMMUNIE.

geweten, zonder welke men niet schul deloos aan Uwe Tafel kan nederzitten. Laat niet toe, dat ik tot diegenen behoor, die hunnen Zaligmaker nuttigen, zonder hunne zaligheid te ontvangen, en die zich door het Sacrament met Uw Lichaam vereenigen, zonder zich met Uwen Geest te vereenigen door Uwe genade. O goede Jesus! behoed mij van den dood te vinden in de bronnen des levens zelf.

OEFENING VAN BEBOUW.

O Goddelijk Lam, dat de zonden dei-wereld wegneemt, wisch de mijnen uit, ik verloochen ze voor Uw aanschijn. Gevoelig voor het leed, dat zij U veiquot;ooozaakt hebben, getroffen door Uwe eindelooze goedheid jegens mij, bezield door het vurigste verlangen om U te behagen, U, o schoonheid vol bevalligheden! vasteliik besloten alles te verliezen, alles te 'lijden, liever dan U te beleedigen, verzaak ik uit geheel mijn hart en bovenal, de menigvuldige zonden, waaraan ik mij heb plichtig gemaakt, en ik vraag U daarvan aller-

ocr page 431

GEBEDEN VOOR DB H. COMMDNIE. 419

ootmoedigst vergiffenis. Ach! ware ik zoo gelukkig reeds genoeg gezuiverd te zijn! wasch mij meer en meer, reinig mij door Uw dierbaar Bloed, dat Gij zoo edelmoedig voor alle zondaars vergoten hebt, en bereid U Zelf in mijn binnenste eene woning, die Uwer min ■ der onwaardig is.

OEPENIJSTG VAN LIEFDE.

Ik bemin U, Heer, uit geheel mijne ziel, maar maak mijne liefde vuriger; o Gij! die mij zoodanig bemind hebt, dat Gij niet alleen voor mij hebt willen lijden en sterven, maar zelfs U bij mij hebt willen inlijven, om mij gedurende de eeuwigheid aan Uw verheerlijkt leven deelachtig te maken; ja, ik bemin U, o mijn God! meer dan alles op aarde, omdat geen goed met U kan vergeleken worden, en ik betuig, dat, met de hulp Uwer genade, voortaan niets in staat zal zijn om mij van Uwe liefde te scheiden.

OEFENING VAN HOOP.

Nu dan hoop ik, o mijn God, dat ik met betrouwen tot U mag naderen. Ik

ocr page 432

420 GEBEDEN VOOB DK H. COMMUNIE.

zal U niet alleen beschouwen als eenen vreeselijken Rechter, en wreker dei-zonde, maar als eenen liefde vollen Vader, die de armen tot zijne kinderen uitstrekt; als eenen geneesheer vol me-dedoogen, die eenen armen zieke wil genezen.

Waarom dan, mijne ziel, zijt gij verdrietig? waarom geeft gij U aan droefheid over? Uwe zonden verschrikken u, uwe hartstochten verootmoedigen u, uwe vijanden verdrukken u; maar hoop op God, die u niet verwerpt en die uwe zaligheid nog wel wil wezen. Gij zult mij dan ontvangen. Heer. en ik zal in mijne hoop niet te leur gesteld worden: Gij zult mijne sterkte zijn tegen de bekoringen en de zegepraal over mijne hartstochten. Gewaardig U mijn betrouwen op U nog sterker te maken!

OEFENING VAN OPDRACHT.

Gij hebt mij bevolen, Heer, met geene ledige handen voor Ü te verschijnen. Ik ga U, mijn beminnelijke Jesus, ontvangen ; maar wat kan ik U aanbieden, dan Uwe eigene gaven, die Gij Zelf

ocr page 433

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE. 421

mij geven hebt? Ontvang dan al mijne zielsvermogens, welke ik U voor altijd toewijd.

Ik offer U mijn geheugen, mijn verstand, mijnen wil op: laat ik voortaan U alleen indachtig zijn, niets weten buiten U, niets beminnen dan U;laat Uw heilige wil het richtsnoer zijn van den mijnen, opdat ik niets wille, dan hetgene Gij wilt.

OEFENING VAN VERLANGEN.

O beminnelijke Jesus! hoe zeer verlang ik U te bezitten! mijne ziel kwijnt, zij verzucht naar U. Kom, Welbeminde van mijn hart! laat mij U zien, die mijn heil, mijn troost, mijne genoegens, mijn God, mijn al zijt! Mijn hart is bereid, en ware het zoo niet, Gij kunt het met eenen enkelen Uwer blikken bereiden, verteederen, ontvlammen. Kom dan. Heer Jesus, kom: dat ik mij in U verlieze, laat mij slechts met U één zijn.

ocr page 434

422 GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

GEBED TOr DE ALLERHEILIGSTE

MAAGD, ONZEN BESCHERM-ENGEL EN ONZE H. PATRONEN.

Heilige Maria! beminnelijke Maagd! ik smeek u, door de zoo teedere en volmaakte liefde, die uwe ziel zoo nauw met God vereenigd heeft, verwerf mij door uwe gebeden de heilige zielsgesteldheid, die mij voor altoos met Jesus Christus moet vereenigen in de H. Communie, en geef mij tevens de genade om daaruit onophoudelijk de overvloe-digste vruchten te trekken.

O goede Engel! die mij tot bewaarder gegeven en hier tegenwoordig zijt, breng mijne wenschen en zuchten voor den troon van God, en bid op dit oogen-blik voor mij, opdat ik verwerve al wat mij nog ontbreekt, om mijnen Schepper en Zaligmaker waardig te ontvangen.

En ook gij, mijne Heilige Patronen, gij allen, bewoners van het Hemelsche Vaderland, verwerft mij eenliefdevonkje, dat u verslindt voor Jesus, en al de godvruchtige gevoelens, die u bezielden.

ocr page 435

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE. 423

toen gij hier op aarde aan het Hemel-sche Gastmaal van den Bruidegom kwaamt aanzitten. Amen.

GEBEDEN NA. DE H. COMMUNIE.

OEFENING VAN DANKZEGGING.

Wat zal ik U wedergeven, mijn Heer en mijn God, mijn Goddelijke Zaligmaker en goede Vader, wat zal en kan ik ü wedergeven voor de onschatbare weldaad en uitstekende gunst, welke Gij mij bewezen hebt? Het was U dan niet genoeg mij uit het niet getrokken, mij vrijgekocht te hebben voor den prijs van Uw Bloed en leven; het was u niet genoeg mij met alle goed overladen te hebben; Gij hebt mij de bron zelve van alle goed willen schenken, door U Zei ven aan mij te geven. Welke innige dankbaarheid ben ik U niet verschuldigd, Heer, voor zulk eene onbe-sefbare weldaad! Maar welke dankbetuigingen ben ik in staat U te bewijzen,

ocr page 436

424 GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

die aan Uwe edelmoedigheid en tee-derheid jegens mij beantwoorden?

Mijne ziel, loof den Heer; al mijne geestvermogens; vereenigt u. om Zijnen Heiligen Naam te verheerlijken en Hem eeuwige dankbaarheid te betuigen voor de uitstekende gunst, welke Hij mij zoo even heeft bewezen. Dat alle menschen en Engelen, hemel en aarde, alle schepselen U voor mij loven en danken, o Heil mijner ziel, mijn God en mijn Al! Uwe oneindige goedheid en barm hartigheid hebben zich voor mij als uitgeput, door mij Uw Lichaam, Uw Bloed en geheel U Zeiven wezenlijk in dit aanbiddelijk Sacrament te geven.

OEFENING VAN VERZOEK.

Welke genade zoudt Gij mij dan nu kunnen weigeren, na mij in U den oorsprong, den schat, de bron aller genade gegeven te hebben? Mijne onwaardigheid zou met reden mijn vertrouwen kunnen verzwakken; maar, Heer, nu mijne ongerechtigheden en al mijne ellende dit uitstekend wonder Uwer eindelooze barmhartigheid niet

ocr page 437

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE. 425

hebben kunnen verhinderen, moet ik alles van Uwe goedheid verwachten. Ja, mijn Goddelijke Zaligmaker, Gij hebt U Zeiven aan mij gegeven, ik kan en moet dan alles van U hopen: ik zal derhalve in dezelfde gevoelens van Uwen god-vreezenden dienaar Jacob, tot U zeggen: Ik zal ü niet laten gaan, voor dat Gij mij gezegend hebt.

Ik hoop dan, met een vast betrouwen, van Uwe barmhartigheid, o mijn God! de vergeving van al mijne zonden. Een groot vertrouwen moet uit eene groote goedheid ontstaan; maar eene grenzelooze goedheid, zoo als de Uwe is, moet ook een grenzeloos vertrou wen inboezemen; in dit volkomen vertrouwen smeek ik dan ook de almogende hulp Uwer genade af, en vraag U eene onschendbare zuiverheid, eene oprechte ootmoedigheid, eene verduldigheid zonder zwakheid, eene grenzelooze liefde, eene onwrikbare getrouwheid, eene volharding zonder herval. Ik smeek U, maak, dat ik U nooit meer verlate; ondersteun mij in de bekoringen en wees mijn schild tegen de aanvallen des duivels, opdat ik, zege-

ocr page 438

426 GEBEDKN NA DE H. COMMUNIE.

vierend over al de vijanden mijner zaligheid, die ook de Uwe zijn, niet meer leve dan om ü te beminnen en U te behagen.

OEFKNING VAN GOED VOORNEMEN.

Ik wijd mij voor altoos en zonder verdeeling toe aan Uwen dienst en aan de volbrenging van Uwen heiligen wü. Ik vernieuw aan Uwe voeten de heilige beloften van mijn doopsel, welke ik het ongeluk heb gehad zoo menigwerf te verbreken.

Ik verzaak uit geheel mijn hart aan de gevaarlijke vermaken der wereld, aan de noodlottige neigingen van het vleesch, aan alle kwade gedachten, aan alle strafwaardige werken, aan al de verleidende aanlokkingen des duivels, aan al de hoogmoedige IJdelheden der wereld, Uwe verklaarde vijandin, en aan alles wat met Uwe heilige wet in strijd is.

Voortaan wil ik niet meer leven, dan volgens Uw H. Evangelie, geen ander richtsnoer voor mijn leven hebben, dan Uwe woorden en voorbeelden, en ik

ocr page 439

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE. 427

verfoei uit den grond mijns harten alles, wat mij van U kan verwijderen, en bijzonderlijk mijn heerschenden hartstocht, die mii reeds zoo menigwerf Uwe vriendschap heeft doen verliezen : zorgvuldig zal ik het gevaar vluchten, dat zoo dikwijls voor mijne zwakheid noodlottig is geweest. Wat is er, mijn God, op aarde, dat U mijn hart moet betwisten? wat is er in de wereld, dat ik U niet moet opofferen, en ik U reeds nu niet opoffer? Vermaak, achting der menschen, vriendschap der stervelingen, aardsche goederen, menschelijk opzicht, gemakken des levens, alles, o mijn God! moet wijken voor Uwe verheerlijking, voor Uwen goddelijken wil en voor mijne zaligheid.

U wil ik voortaan alleen beminnen, wijl Gij eindeloos beminnenswaardig zij't; U wil ik boven alles verkiezen: ik wil mijnen naaste beminnen uit liefde tot U.

Maar gij kent. Heer, mijne zwakheid; ook ik ken mijne onstandvastigheid in het goede, en mijne neiging, om telkens van Uwe heilige wet af te wijken; ik gevoel het juk mijner kwade ge-

ocr page 440

428 GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

woonten; maar ik weet ook, dat ik met de hulp Uwer genade alles vermag: weiger mij deze niet, smeek ik u nogmaals; versterk mij in de goede voornemens, welke Gij mij ingeeft ; help mij om ze te volbrengen, en zorg dat ik, na U onder den sluier van het aanbiddelijk Sacrament ontvangen te hebben in dit leven, ü love, zegene en bezitte in den luister Uwer heerlijkheid gedurende eene gelukzalige eeuwigheid. Amen.

OEFENING VAN LIEFDE TOT DEN NAASTE.

Gij gebiedt mij alle menschen te beminnen, o mijn God! Welk gebod kan er zoeter zijn ? Gij zijt de Vader van ons allen, en wij allen zijn Uwe kinderen, alle broeders onder elkander. Ik betuig U dan, dat ik hen allen bemin, zonder er een enkelen van mijne liefde uit te zonderen, en ik bemin hen om U te behagen, wijl Gij het mij gebiedt; ik bemin hen uit liefde tot U; en daar ik thans het geluk heb U te bezitten, volbreng ik met des te meer vertrouwen het gebod, dat Gij ons gegeven hebt

ocr page 441

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE. 429

om voor elkander te bidden. Ik bied U mijne gebeden aan voor alle men-schen, die, even als ik, tot het eeuwige en hemelsche erfdeel geroepen zlin. O Jesusl die voor allen gestorven zijt, maak ieder onzer zalig; duld niet, dat er iemand verloren ga. O God van goedheid, die in Uw leven hier op aarde overal weldaden verspreiddet, doe wel aan al Uwe kinderen, en maak vooral, dat zij door hunne handelingen zich Uwer gunsten waardig maken. Op bijzondere wijze bied ik ü mijne dringende bede aan voor al degenen, welke ik U, volgens de schikkingen Uwer Voorzienigheid, meer bijzonder moet aanbevelen: stort, o teedere Jesus! al den overvloed Uwer gunsten uit over mijne ouders, over allen, aan welke Gij mij met de banden des bloeds verbonden hebt. Zegen mijne vrienden, mijne weldoeners, en ook hen, die mij kwaad doen of willen; ik bid u hierom in al de oprechtheid van mijn hart. Verleen aan ieder de noodige genade om tot de zaligheid te komen.

Geef aan de zondaren den geest van boetvaardigheid en de genade der be-

ocr page 442

430 GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

keering; aan de rechtvaardigen de volharding in het goede, aan de geloovige overledenen, en bijzonderlijk aan die, welke meerdere aanspraak op mijne gebeden hebben, eene plaats van licht, verfrissching en vrede.

GEBED TOT DE H. MAAGD,

ONZEN BESCHERMENGEL EN ONZE PATRONEN.

Allerheiligste Maagd, Moeder Gods, duld niet, dat ik ooit het Lichaam en het Goddelijke Bloed van Uwen Welbeminden Zoon ontheilige: bid voor mij, opdat ik mijn lichaam en mijne ziel in eene volmaakte zuiverheid beware, in onschuld leve, en in de liefde van Jesus en de uwe sterve.

Mijn goede Engel, gij neemt te veel deel in mijn geluk, om mij niet te helpen God voor eene zoo grootc weldaad te bedanken, en de vrachten der H. Communie, welke ik zoo even heb ontvangen, eeuwigdurend te maken : ik smeek u dan, voor mij te willen bidden.

En gij, mijne Heilige Patronen, al de Heiligen des Hemels, slaat uweoogen

ocr page 443

GEBEDEN ONDER HET LOF. 431

op mijne zoo behoeftige en zwakke ziel; beweegt het hart van onzen God, opdat Hij Zich ge waardige haarmet Zijne gaven te verrijken, hare zwakheid te ondersteunen en mij spoedig nog met eene verdubbeling van vurigheid en liefde aan Zijne Heilige Tafel toe te laten. Verwerft mij die getrouwheid, die volharding, welke mij eindelijk den hemel openen, om eens in uw eeuwig geluk te deelen. Amen.

GEBEDEN ONDER HET LOF.

GEBEDEN TOÏ JESUS.

O Jesus, Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament; dit geloof ik vast, wijl Gij het Zelf gezegd en geopenbaard hebt. Ik aanbid U met den diepsten eerbied als mijnen Schepper, mijnen Verlosser, mijn opperste goed, mijnen Heer en mijnen God.

O Heer! zie genadig van uw heilig

ocr page 444

432 GEBEDEN ONDER HET LOF.

Altaar op mij, ellendigen zondaar, neder. Met eenen bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met betraande oogen bid ik U, o mijn God! vergeef mij mijne zonden, zij zijn mij van harte leed; ik haat en verfoei ze ter Uwer liefde. Verwerp mij niet van Uw aanschijn; keer Uw aangezicht van mijne zonden af, wisch al mijne ongerechtigheden uit: schep in mij een zuiver hart, vernieuw den rechten geest in mijn binnenste; maak mij, naar Uw voorbeeld, nederig en ootmoedig van hart, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, geduldig in het lijden, standvastig in Uwen dienst, en in alles onderworpen aan Uwen goddelijken wil.

Steunende op Uwe vaderlijke goedheid, o mijn Zaligmaker! bid ik U ook voor al degenen, met welke ik dooide banden van den Godsdienst en der i natuur vereenigd ben, zegen onzen heiligen Vader den Paus, de Bisschop pen, de Priesters; beziel hen met eenen vurigen ijver voor Uwe glorie en met eene teedere liefde voor de schapen, welke Gij hun toevertrouwd hebt. Ik beveel U, Heer, mijne ouders.

ocr page 445

GEBEDEN ONDER HET LOP. 433

die zooveel voor mijn welzijn gedaan hebben, dat ik het hun nooit' vergelden kan, maar Gij kunt hen daarvoor loo-nen; ik bid U ootmoedig, geef hun alles, wat hun naar ziel of lichaam noodig is voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor al mijne weldoeners, mijne vrienden en vijanden.

ó Heer! mochten toch alle men-schen, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren! Geef hun daartoe Uwe genade, ontferm U over hen, o Jesus, dien ik met het oog des geloofs in dit Heilig Sacrament aanschouw. Gij hebt aan het kruis voor hardnekkige zondaars gebeden, laat dat gebed ook nog voor hen, die in zonde leven, genade verwerven.

De zielen der overledenen, die nog in het vagevuur lijden, beveel ik aan Uwe goedertierenheid; vervul het vurig verlangen, dat zij hebben om Uw beminnelijk gelaat te genieten.

En om niemand in mijn gebed te vergeten, bid ik U, Heer, voor de zieken, die U met ons niet kunnen komen aanbidden; troost hen in hun lijden.

-

28

ocr page 446

434 GEBEDEN ONDER HET LOF.

sta de stervenden bij, opdat zij in Uwe liefde uit deze wereld scheiden. Eindelijk bid ik voor allen, voor wie ik verschuldig ben te bidden; laat hen aan Uwen dierbaren zegen en Uwe genade deelachtig worden.

Liefderijke en aanbiddelijke Jesus, mijn Zaligmaker en mijn God! die U door de vurigste en wonderbaarste liefde tot een slachtoffer in het hoogwaardigste Sacrament des Altaars gegeven hebt, welke droevige gevoelens moeten er in Uw Heilig Hart ontstaan, daar Gij in de harten van de meeste men-schen niets vindt dan versteendheid, vergetenheid, ondankbaarheid en verachting! Het was U dan niet genoeg den moeielijksten en pijnlijksten weg gekozen te hebben, om onze zaligheid te bewerken! het was niet genoeg U overgegeven te hebben aan eenen wreeden en angstigen doodstrijd, veroorzaakt door het aanschouwen onzer zonden, welker last Gii op U genomen hadt! Gij hebt U nog aan al de ver-smaadheden willen blootstellen, die door de boosheid der menschen en der hel

ocr page 447

GEBEDEN ONDER HET LOF. 435

kunnen uitgevonden worden: met een verootmoedigd hart en eene diepe droefheid vraag ik U duizendmaal vergiffenis voor al de versmadingen, die Gij op Uwe altaren ontvangen hebt. Ach, mocht ik met mijne tranen bevochtigen en met mijn bloed afwasschen al de plaatsen, waar üw Hart versmaad is geworden en waar men Uwe liefde met verachting heeft beloond! ö kon ik door verootmoediging en vernedering zoo veel heiligschennis en onteering herstellen I Mocht ik al ds harten der menschen meester zijn, om ze ü op te offeren en aldus eenigzins hunne vergetenheid en ongevoeligheid te vergoeden, daar zij U niet hebben willen erkennen, of U gekend hebbende, U zoo weinig hebben bemind!

Maar, o liefderijke Zaligmaker, wat mij het meest met schaamte bedekt en waarom ik het diepste zucht, is, dat ik onder het getal dier ondankbaren ben. Gij, o mijn God! die het binnenste van mijn hart doorziet. Gij kent de droefheid, die ik over mijne ondankbaarheden gevoel; Gij weet, dat ik bereid ben daarvoor alles te doen

ocr page 448

436 GEBEDEN ONDER HET LOF.

en te lijden, zooveel in mij is, om die te herstellen. Zie dan, o Heer! hier ben ik om van uwe hand te ontvangen, al wat Gij mij zult gelieven op te leggen. Sla en kastijd mij, o Heer! ik zal de hand, die mij zoo rechtvaardig kastijdt, zegenen en kussen. Gelukkig zou ik wezen, indien ik door alle mogelijke pijnigingen voor zoo vele versmadingen eenigzins voldoen kon. Maar, indien ik die genade niet verdien, neem ten minste de oprechte begeerte aan, die ik daartoe heb, en geef kracht aan het voornemen, dat ik maak, van nooit iets na te laten, om U, mijn Zaligmaker, in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars te beminnen en te eeren.

Heer Jesus! als ik overweeg, hoe genadig en wonderbaar Gij hier tegenwoordig zijt in het heilig Sacrament, dan moet ik uitroepen: o Heer, hoe groot zijt Gij! Gij zijt bij ons, in het midden van ons als een vader bij en onder zijne kinderen, als een geneesmeester bij zijne zieken; hoe teeder bemint Gij ons! Mochten toch ik en alle menschen U hartelijke weder-

ocr page 449

GEBEDEN ONDER HET LOF. 437

liefde toedragen! Hoe ongelukkig zijn zij, die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardige Sacrament tegenwoordig zijt; verleen hun toch het licht des Geloofs, opdat zij uit hunne blindheid getrokken, tot den schoot Uwer Kerk gebracht worden, en met ons U in dit geheim aanbidden, en dus begrijpen mogen hoe gelukkig Uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig hunnen nood en zwakheden aan ü, als aan hunnen vader en geneesheer, mogen klagen, vast vertrouwende, dat Gij hen niet ongetroost zult laten weggaan.

GEBED TOT DE H. MAAGD MAEIA.

o Heilige Moeder Maria! ik weet, hoe vele genaden gij voor mij reeds verkregen hebt, en ik zie ook tevens, hoe ondankbaar ik mij jegens u heb gedragen; maar ofschoon ik geene weldaden meer verdien, zoo wil ik echter het vertrouwen op uwe barmhartigheid, die veel grooter is dan mijne ondankbaarheid, niet verliezen. Heb medelijden met mij, mijne machtige voorspreekster! Gij deelt alle genaden uit, die

ocr page 450

438 GEBEDEN OH DEE HET LOF.

God aan ons bewijst; God heeft uzoo machtig, zoo rijk, zoo milddadig gemaakt, opdat gi] ons in onze ellenden te hulp zoudt komen. O Moeder dei-barmhartigheid! help mij in mijnen nood. Gij neemt de ongelukkigsten, die zich tot u wenden, onder uwe bescherming: verdedig dan ook mij, die nu tot u roep. Zeg mij niet, dat liet onmogelijk is mijne zaligheid te bewerken, want de grootste hindernissen worden licht overwonnen, indien gij ons verdedigt. In uwe handen stel ik dan mijne zaligheid; ik vertrouw u mijne ziel toe, gij moet ze door uwe voorspraak redden. Ik wil onder het getal uwer ijverigste dienaars zijn; verstoot mij niet; gij zoekt de ellendigen op, om hen te helpen; wil dan ook mij, armen zondaar, die tot u mijne toevlucht neem, niet verlaten. Spreek voor mij één woord aan uwen Zoon, die u toch alles geeft, waarom gij Hem bidt. Neem mij onder uwe bescherming, en ik ben tevreden; ja, zoo gij mij bijstaat, vrees ik niets. Ik vrees dan mijne zonden niet, omdat ik weet, dat gij het kwaad, hetwelk zij mij toegebracht hebben, zult

ocr page 451

GEBEDEN ONDER HET LOF. 439

herstellen: ik vrees dan ook den duivel niet, want gij zijt machtiger dan de gansche hei; ik heb dan eindelijk ook niets te vreezen van mijnen Rechter Jesus, want één uwer gebeden stilt Zijne gramschap. Ik vrees alleen, dat ik door eigene nalatigheid vergeten zal mij aan u aan te bevelen, en zoo verloren ga. O mijne Moeder! verkrijg mij de vergiffenis van al mijne zonden, de liefde tot Jesus-Christus, de volharding, eenen zaligen dood en eindelijk den Hemel; maar bijzonder verkrijg mij de genade om mij altijd aan u aan te bevelen. Het is waar, dit alles zijn te groote genaden voor mij, die ze niet verdien; maar zij zijn niet te groot voor u. die van God zoo zeer bemind wordt, dat Hij u alles geeft, wat gij wilt; het is genoeg, dat gij Hem één woord zegt, om alles te bekomen. Bid dan Jesus voor mij; zeg Hem, dat gij mij wilt bijstaan, en Hij zal zeker medelijden met mij hebben. Mijne Moeder! op u vertrouw ik, en in deze hoop wil ik leven en sterven. Amen. Leve Jesus! onze liefde, leve Maria! onze hoop.

ocr page 452

LITANIE

VAN DEN ZOETEN NAAM^JESUS.

Heer ontferm ü onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm TJ onzer.

Jesus, Zoon van den levenden God, ontferm U onzer.

Jesus, schitterend licht des Vaders, ontferm U onzer.

Jesus, glans van het eeuwige licht, ontferm U onzer.

ocr page 453

LITANIE VAN DEN ZOETEN NAAM JESUS. 441

Jesus, koning der heerlijkheid, ontferm

IJ onzer.

Jesus, zon der rechtvaardigheid,

Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Beminnelijke Jesus,

Wonderbare Jesus,

Jesus, sterke God,

Jesus, vader der toekomende eeuwen, Jesus, verkondiger van Gods verheven raad.

Allermachtigste Jesus, 0

Allerverduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus, Sf

Jesus, zoet en ootmoedig van harte, 3 Jesus, minnaar der zuiverheid, ^ Jesus, onze liefde, 0

Jesus, God des vredes, a

Jesus, oorsprong des levens, ®

Jesus, voorbeeld der deugden,

Jesus, ij veraar der zielen,

Jesus, onze God,

Jesus, onze toevlucht,

Jesus, vader der armen,

Jesus, schat der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesus; waar licht,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid.

ocr page 454

442 LITANIE VAN DEN

Jesus, onze weg en ons leven, ontferm

U onzer. o

Jesus, blijdschap der Engelen, g.

Jesus, koning der Patriarchen, S5

Jesus, meester der Apostelen, 3

Jesus, leeraar der Evangelisten, ö

Jesus, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders, §

Jesus, zuiverheid der Maagden, S

Jesus, kroon van alle Heiligen, ^

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

Van alle zonden.

Van Uwe gramschap.

Van de listen des duivels,

Van den geest van onkuischheid, lt;;

Van den eeuwigen dood, ?

Van de veronachtzaming Uwer in- g

spraken, 0

Door het geheim Uwer heilige g

menschwording.

Door Uwe geboorte, ®

tfl

Door Uwe kindschheid, c

C/2

Door Uw allergoddelijkst leven.

Door Uwen arbeid.

Door Uwen doodstrijd en Uw lijden, Door Uw kruis en Uwe verlatenheid,

ocr page 455

ZOETEN NAAM JESUS. 443

Door Uwe smarten, verlos ons, Jesus. Door Uwen dood en Uwe begrafenis,

verlos ons, Jesus.

Door Uwe verrijzenis, verlos ons, Jesus. Door Uwe hemelvaart, verlos ons, Jesus. Door Uwe vreugde, verlos ons, Jesus. Door Uwe heerlijkheid, verlos ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt, en gij zult verkrijgen, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal opengedaan worden; wij bidden U, verleen ons op onze smeekingen. Uwe aller-goddelijkste liefde, opdat wij U uit geheel ons hart door woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden U te loven.

ocr page 456

LITANIE

TOT JESUS IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontf. U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, dat uit den Hemel 0 gedaald zijt, g.

Verborgen God en Zaligmaker, S5 Tarwe der uitverkorenen, 3

Wijn, die maagden voortbrengt, ^ Voedzaam Brood en vermaak der o koningen, ö

Altijddurende offerande, 2

Zuivere opdracht,

Vlekkeloos Lam,

Allerzuiverste maaltijd.

Spijs der Engelen,

ocr page 457

LITANIE VAN HET ALLEKH. SACRAMENT. 445

Verborgen hemelsch Brood, ontferm U onzer.

Gedachtenis van Gods wonderen, Bovennatuurlijk Brood,

Woord, dat vleesch geworden zijnde onder ons woont,

H. Hostie,

Gezegende drinkbeker.

Geheim des Geloofs,

Doorluchtig en hoogwaardig Sacrament,

Allerheiligste Offerande, §

Waarachtige verzoening voorleven- g;

den en dooden, g

Hemelsch behoedmiddel tegen de

zonden, cl

Allerheiligste gedachtenis van het g lijden des Heeren, n

Wonder boven alle wonderen, ?■ Gaaf, die alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde.

Overvloeiende bron van Gods milddadigheid.

Allerheiligst cn wonderbaar geheim, Geneesmiddel der onsterfelijkheid. Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament,

ocr page 458

446 LITANIK VAN HET

Brood, dat door de almacht Gods zijt vleesch geworden, ontferm U onzer. Onbloedige offerande.

Spijs en medegast,

Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen, g

Teeken van genade, ö;

Band van liefde, g

Offeraar en offerande.

Geestelijke zoetheid, die in haren d eigen oorsprong gesmaakt wordt, o Verkwikking der heilige zielen, § Versterking dergenen, die in den 3

Heer sterven.

Pand der toekomende heerlijkheid. Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van het onwaardig nuttigen Uws Li-chaams en Bloeds, verlos ons. Heer. Van de begeerlijkheid des vleesches, C Van de begeerlijkheid der oogen, Van de hoovaardij des levens, g Van alle gevaar der zonde, ©

Door het groot verlangen, dat Gij § gehad hebt, om dit Paaschlam ' met Uwe leerlingen te eten,

Door den diepen ootmoed, waarme- ®

ocr page 459

ALLERHEILIGSTE SACRAMENT. 447

de gij de voet.en Uwer leerlingen ge-wasschen hebt, verlos ons, Heer. Door de vurige liefde, waarmede Gij g dit heilig Sacrament hebt inge- g-steld, 02

Door Uw dierbaar Bloed, dat Gij ons g op het altaar hebt nagelaten, i» Door de viif wonden, die Gij in Uw ^ allerheiligst Lichaam voor ons g ontvangen hebt.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat het ü believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te ver- ^ meerderen en te bewaren, c;

Dat het ü believe ons, door eene cr ware belijdenis onzer zonden, tot g; het dikwijls nuttigen dezer gees- g telijke spiis te bereiden,

Dat gij ons van alle ketterij, onge- -loovigheid en verblindheid des lt; harten wilt bevrijden, g.

Dat het U believe, ons aan de kos- § telijke en hemelsche vruchten van ^ dit heilig Sacrament deelachtig te g maken, quot;

Dat het U believe, ons in het uur des doods met deze hemelsche

ocr page 460

448 LITANIE VAN HET ALLERH. SACRAMENT.

spijs te versterken en te beschermen, wij bidden U, verhoor ons.

Zoon van God, wij bidden ü, verhoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van üw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht Uwer Verlossing gedurig in ons mógen gevoelen. Gij, die met den Vader in de eenheid van den H. Geest leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 461

ALLERH. HART VAN JESDS. 451

wateren tot het eeuwige leven, ontferm U onzer.

Hart van Jesus, verzoening onzer zonden,

Hart van Jesus, troost van alle

bedrukte harten,

Hart van Jesus, hoop dergenen, die

in U sterven.

Hart van Jesus, ons leven en onze

verrijzenis.

Hart van Jesus, toevlucht aller zon- § daren, g;

Hart van Jesus, met bitterheid voor g

ons vervuld,

Hart van Jesus, met versmaadheden ^ voor ons verzaad, g

Hart van Jesus, om onze boosheden g doorwond, r-

Hart van Jesus, om onze zaligheid

aan het kruis gestorven,

Hart van Jesus, met eene lans doorstoken.

Hart van Jesus, levende, heilige en

God behagende offerande.

Hart van Jesus, altaar, waarop al

de Heiligen geofferd worden, Lam Gods, dat de zonden dor wereld wegneemt, spaar ons, Jesus.

ocr page 462

LITANIE ENZ.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. v. O Koning der heerlijkheid, Gij zult

nooit versmaden:

r. Een boetvaardig en vernederd hart.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jesus-Christus, die U gewaar-digd hebt aan Uwe H. Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw goddelijk Hart kenbaar te maken! geef dat wij waardig worden aan de liefde van dit allerheiligste Hart te beantwoorden, en de versmadingen, aan hetzelve dooide ondankbaarheid der menschen aangedaan, dooi waardige dienstbewijzen te mogen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met God den Vader en den Heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

452

ocr page 463

LITANIE

TER EEEE VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

GodHemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden.

Moeder van Christus, 2quot;.

Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder, o

Allerzuiverste Moeder, °

Ongeschondene Moeder, o

Onbevlekte Moeder, »

Beminnelijke Moeder,

Wonderbare Moeder,

ocr page 464

454 LITANIE TEE EEBE

Moeder des Scheppers, bid voor ons.

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat, o-

Eerwaardig vat, S

Schoon vat van godsvrucht, lt;

Geestelijke roos, §

Toren van David, v

Ivoren toren, s

Gulden huis, quot;

Ark des verbonds.

Deur des Hemels,

Morgenster,

Behoud der kranken,

Toevlucht der zondaren.

Troosteres der bedrukten,

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Aartsvaders,

Koningin der Profeten,

ocr page 465

VAN DE H. MAAGD MARIA. 455

Koningin der Apostelen, bid voor ons. Koningin der Martelaars, ^

Koningin der Belijders, amp;

Koningin der Maagden, lt;

Koningin van alle Heiligen, §

Koningin zonder erfsmet ontvangen, ^ Koningin van den Allerheiligsten s Rozenkrans. quot;

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer, enz.

Onze Vader, enz.

Antiph. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd! onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.

ocr page 466

456 LITANIE VAN HET

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods, b. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap desEngelsdemensch-wording van Christus Uwen Zoon gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE

TER EEEE VAN HET H. HART VAN MARIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer.

ocr page 467

H. HART VAN MAEIA. 457

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Hart van Maria, zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons.

Hart van Maria, onder alle harten

gezegsnd.

Ootmoedig Hart van Maria,

Zuiverst Hart van Maria, Beminnelijkst Hart van Maria,

Hart van' Maria, heilige rustplaats

van de allerh. Drievuldigheid,

Hart van Maria,zeer gelijkvormig aan het allerheiligste Hart van Jesus, Hart van Maria, tabernakel van God, S Mensch geworden op den dag amp; uwer boodschap, o

Hart van Maria, met nieuwe ge- ° naden in uw bezoek bij Elisabeth o vervuld, j»

Hart van Maria, woonplaats van Jesus,

Hart van Maria, overgoten met blijdschap in de geboorte van Jesus, Hart van Maria, vol van verwondering in de aanbidding der Wijzen, Hart van Maria, met het zwaard van droefheid in uwe zuivering doorstoken.

ocr page 468

458 LITANIE VAN HKT

Hart van Maria, vol zorg en angst in de vlucht naar Egypte, bid voor ons. Hart van Maria, bedrukt over het verlies van Jesus, en weder verblijd over Zijne vinding in den tempel.

Hart van Maria, met dat van Jesus in den hof der Olijven van droefheid bevangen,

Hart van Maria, wreed verscheurd

in Zijne geeseling.

Hart van Maria, inwendig met doornen doorstoken in Zijne kroning. S Hart van Maria, vol angst en be- amp; nauwdheden in de ontmoeting van o Jesus, Zijn kruis dragende, °

Hart van Maria, deelende in al de g pijnen en smarten van Jesus, ® Hart van Maria, met Jesus aan het

kruis genageld,

Hart van Maria, overstelpt van droefheid in den dood van Jesus, Hart van Maria, met Jesus in het

graf gelegd,

Hart van Maria, tot de blijdschap verrezen in de verrijzenis van Jesus, Hart van Maria, verrukt door liefde in de verschijning van Jesus,

ocr page 469

H. HART VAN MaRIA. 459

Hart van Maria, van onuitsprekelijke vreugd vervuld in de hemelvaart van Jesus, bid voor ons.

Hart van Maria, door eenen nieuwen overvloed van genaden in de nederdaling van den H. Geest geheiligd,

Hart van Maria, boven alle gelukzaligen verheven op den dag uwer ten hemel opneming.

Hart van Maria, toevlucht der zon- Squot;.

daren, ^

Hart van Maria, bescherming der o rechtvaardigen, °

Hart van Maria, gesteld aan de rech- o terhand van Jesus in den Hemel, » Hart van Maria, wellust der maagden,

Hart van Maria, troost der bedrukten en zieken,

Hart van Maria, hoop der stervenden, Hart van Maria, blijdschap der Engelen en Heiligen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

ocr page 470

460 LITANIE VAN HET H. HART VAN MARIA.

wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. v. O H. Maagd, gedoog dat ik u love: r. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus-Christus, en koningin der wereld, die niemand verlaat noch verstoot, zie mij aan met een barmhartig oog, verhevene Vrouw! en bekom mij bij uwen Zoon vergeving van al mijne zonden, opdat ik, nu in den geest, met alle mogelijke liefde en lof de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwegende, hierna de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge, door onzen Heer Jesus-Christus, die leeft en heerscht met God den Vader, in de eenheid van den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 471

LITANIE

TOT DEN HEILIGEN JOSEPH.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemclsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

H. Joseph, S

Beschermer van Jesus,

Bruidegom van Maria, o

Man naar Gods hart, ®

Trouwe en wijze dienaar, o

Bewaarder der zuiverheid van Maria, » Medehulp van Maria,

Leidsman en troost ]van Maria,

ocr page 472

462 LITANIE TOT DEN H. JOSEPH.

Die, om Maria met bijzondere genaden begunstigd zijt, bid voor ons. Allerzuiverste in reinheid, Allernederigste in ootmoed. Allervurigste in liefde, Allerverhevenste in beschouwing, Die door den H. Geest Zeiven rechtvaardig zijt verklaard,

Die in de goddelijke geheimen boven

anderen verlicht zijt geweest, Die door den Engel in het geheim der Menschwording onderwezen

zijt, £

Die met Maria, uwe bruid, naar ^ Bethlehem zijt gereisd, o

Die, in de herberg geene plaats -i vindende, in eenen stal uw intrek g hebt genomen, s»

Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in een krib gelegd werd.

Die met Maria het Kind Jesus in

den tempel hebt opgeofferd,

Die, op het woord van den Engel, met Jesus en Zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht,

Die, na den dood van Herodes, met Jesus en ZijneMoeder naar het land van

ocr page 473

LITANIE TOT DEN H. JOSEPH. 463

Israël zijt wedergekeerd, bid voor ons. Die het Kind Jesus, dat te Jerusalem gebleven was, met Maria, Zijne Moeder, vol droefheid gezocht hebt, S Die Hem na drie dagen met blljd- ^ schap gevonden hebt, zittende in o het midden- der wetgeleerden, ° Aan wien de Heer der heeren op o de aarde onderdanig geweest is, » Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt.

Onze voorspreker, hoor ons, H. Joseph. Onze beschermer,verhoor ons, H.Joseph. In al onzen nood, help ons, H. Joseph. In al onze benauwdheden, ^

In het uur onzes doods,

Door uwe allerzuiverste trouw, ^ Door uwe vaderlijke zorg en teeder- g held,

Door al uwen arbeid en zweet.

Door al uwe deugden, o

Door al uwe verdiensten, .g

Door uw eeuwig geluk, s*

Wij, die u als beschermer aanroepen,

wy bidden u, verhoor ons.

Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zonden wilt vragen, wij bidden u, verhoor ons.

ocr page 474

464 LITANIE TOT DEN H. JOSEPH.

Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij voor alle maagden en onge-huwden de gaaf van zuiverheid wilt verwerven,

Dat gij voor de gehuwdenquot;? eène onbevlekte trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen,

Dat gij voor alle vergaderingen eene ^ volmaakte liefde en overeenstem- 0: ming wilt verwerven, s

Dat gij de vaders der huisgezin- g; nen in het christelijk opvoeden 2 hunner kinderen wilt behulpzaam c wezen.

Dat gij alle oversten in het bestuur ® der hun toevertrouwden wilt be- S-hulpzaam zijn, §

Dat gij alle vergaderingen, die zich ^ bijzonder onder uwe bescherming s hebben gesteld, wilt begunstigen, Dat gij allen, die op uwe hulp vertrouwen, altijd en overal wilt beschermen.

Dat gij alle geloovige zielen door

uwe voorbede wilt helpen. Beschermer van Jesus,

ocr page 475

LTTANtE TOT DEN H. JOSEPH. 465

Bruidegom van Maria, wij bidden u,

verhoor ons.

Heilige Joseph, wij bidden u, verhoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm u onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Onze Vader, enz.

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, o Heer! dat wij dooide verdiensten van den Bruidegom üwei-allerheiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, hetgeen wij door ons zei ven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 476

GEBED

TOT DEN H. JOSEPH.

Tot U, heilige Joseph, vluchten ■wij, in onze beproeving, en na de hulp Uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af. AVij bidden U ootmoedig, bij die liefde, die U met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jesus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door Zijn bloed, en dat gij ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.

O zorgvolle Bewaarder van het Goddelük Gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten; o onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed; en beschut ieder onzer met uwe altijddurende bescherming, opdat wn naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.

Aan ieder die dit gebed godvruchtig bvlt, heeft Z.H. Paus Leo A'III een aflaat verleend, telkenmale van 7 jaren en 7 quadragenen.

ocr page 477
ocr page 478
ocr page 479
ocr page 480