ocr page 1
ocr page 2

Bij den uitgever J. DEN BOER, te Breukelen zijn vanwege „F IL IP PUSquot; de volgende Boekjes uitgegeven. Zij zijn ook bij de depóthouders voorhanden, alsmede bij iederen solieden boekhandelaar te verkrijgen.

IV. Dina 's Kijkje. 3de druk. J 0,05 VIII. Drie belangrijke sterfbedden. 2de druk. » 0,06 XIV. De weg naar huis; gedachten en aanwijzingen aangaande de reis naar den Hemel. » 0,06

XVI. Gelooven op gezag. Dat mag.....? 2de druk. » 0,04

XVII. Treffende bijzonderheden uit de geboortegeschiedenis der Chr. Geref. Kerk. » 0,20

XVIII. Een praatje over de kermis met een paar boerenjongens, door J. P. BULENS. 2de dr. » 0,04

XXX. De heiliging van den dag des Heeren. » 0,10

XXXI. Huiselijke opvoeding, door L. BEOUWER. » 0,10 XXXIII. (P)Auna, de jeugdige getuige, door J ohannes.2e dr.» 0,05

XXXV. Stem en Snaren, ingen. » 0,70

» » geb. » 0,80

» » geb. in prachtb. » 1,00

XXXVI. Een gemengd huwelijk. » 0,03 XLVI. Uit de diepte roep ik tot U; door H. B. » 0,05 XLVII. Dagboekje van de 12 jarige Marie. » 0,06 XLVIII. Lijdens-, Paasch- en Pinksterliederen. » 0,02s L1V. Ds. T. Bos. Het Arbeiders-vraagstuk en bet Evangelie.» 0,10 LV. Uitreddingen van een zeevaarder. » 0,08 LVI. A. Littoorj. Het Wesleyaansche Methodisme. „ 0,22' LVII. J. Smelik. Twaalf liederen voor schoolgebruik. » 0,10 LVIH. A. Littooy. Het geven. » 0,07' LX. Brieven van Van der Groe. » 0,50 LX1. P. A. Augusti; of de bekeering, enz. » 0,08 LXIV. Reisindrukken; of, over Domburg en Wiesbaden

naar Dusseldorp; door 8. A. v. d. Hoorn. » 0,40

LXIX. Iets over de verloving en het huweljjk. » 0,05 LXX. 7 pijlen in het hart van het Romanisme, door Nap.

Ronsel; in cartonnen bandje. » 0,30

LXXI. Gód waakt over de Zjjnen. 2e drnk. » 0,05

LXXIII. Robert Flockhart. » 0,05

LXXVI. Twee Samenspraken voor Chr. Jongel. Vereen. » 0,15 LXXVIII. Apollos. » 0,05 LXXX. Eene roepende zonde. 2e druk. gt; 0,03

LXXXH. L. Lindeboom. Onze roeping tegenover Rome. » 0,10 LXXXIV. De uitnemende rijkdom van Gods heer-

schappijvoerende genade. » 0,03

ocr page 3

GEHEIME ZONDEN.

Een woord aan Ouders en Opvoeders.

DOOR

J. A. G. DE WAAL.

Hoofd der Christelijke School.

ocr page 4

Den 26 Augustus '93 leverde ik een opstel over Onanie, op de vergadering der Af deeling Zivolle en omstreken van de Christelijke Onderwijzers Vereeniging.

Dit opstel werd belangrijk genoeg geacht om onder de oogen van vele ouders en opvoeders gebracht te worden.

Daarom bood ondergeteekende het der Vereeniging »F'ilip-jyusquot; ter verspreiding aan, die het nu uitgeeft onder den titel; Geheime zonden.

Dit dient ook in aanmerking genomen te worden, nu er onlangs eveneens een werkje door den Heer Schöttelndreier over het zelfde onderwerp is uitgegeven.

Gebiede de Heere Zijn zegen op alles wat gedaan ivordt tot bestrijding van de vreeselijke zonde der zelfbevlekking.

J. A. G. de Waal.

ocr page 5

De grijze eeie- voorzitter der Unie, Eloat van Soeterwoude, richtte in het jaar 1883 een woord tot de Hoofdonderwijzers der Scholen met den Bijbel, dat hij inleidde niet 2 Petr. 2 vs. 10.

In vers 9 tracht Petrus den aanstoot wefc te nemen van hen, die niet goed kunnen vatten, hoe de Heere de boozen schijnt te bevoorrechten boven de godzaligen; want hij betuigt, dat de Heere tijd en wijze weet wanneer Hij den goddelooze zal geven het loon zijner ongerechtigheid. In dit vers leest men dan ook: De Heere weet de godzaligen uit de verzoekingen te verlossen, maar de onrechtvaardig en te bewaren tot den dag des oordeels om gepijnigd te worden. Als voorbeelden worden wij gewezen op Noach en Lot. fin onder die onrecht vaardigen telt vers 10 voornamelijk degenen, die naar liet vleesch in den wellust der onzuiverheid wandelen of, zooals het in onze Staten-overzetting wordt gelezen, die naar het vleesch in onreine begeerlijkheid wandelen.

Bij deze woorden teekent Calvijn aan: want aangezien God ze allen straffen zal, hoe zouden die ontgaan, welke als het onredelijke vee, zich aan alle boosheid overo-even. Naar het vleesch wandelen, is tot het vleesch genegen zijn, gelijk de onvernuftige dieren zonder rede en oordeel gedreven worden, alleen volgende hun lust, dien zij lot leidsman hebben. Door de begeerlijkheid der bevlekking, verstaat hij, die vuile en ongebreidelde wellusten, als de menschen, niet passende op eerbaarheid, maar afgelegd hebbende alle schaamte, tot onreinheden gedreven worden. Dit is het eerste kenteekeu, waarmede hij hen teekent,

ocr page 6

4

die onzuivere mensclien zijn, en clan eerst volgen nog andere kenteekenen.

Uit de woorden van Petrus blijkt tevens, dat in diens dageia de toestand der maatschappij niet veel beter was dan nu. Ook nu vinden we die onreinheid ten platte lande en in de steden, in huisgezinnen en scholen, op vloot en in leger, in fabrieken en op werkplaatsen, bi] oud en jong, bij aanzienlijk en gering: wij zouden bijna zeggen bij allen, bij wie niet aanvankelijk gedood werd de begeerlijkheid des vleesches, de begeerlijkheid der oogen en de grootschheid des levens.

Ook de Apostel Pauius noemt in Gal. 5 vs. 19 niet alleen de meer in 't licht tredende 'hoeverij en overspel, maar evenzeer onreinheid, en ontuchtigheid. Elders spreekt hij: van hetgeen heimelijk geschiedt, üs schandelijk om te zeggen.

Wij hebben als ouders en opvoeders in deze eene gewichtige taak te vervullen. Wij hebben in de eerste plaats onze kinderen aan te sporen, den Heere Jezus aan te doen en niet het vleesch tot begeerlijkheid, te verzorgen. Wij moeten den kinderen hunne geneigdheid tot allerlei zonden voorhouden, daar wij weten, dat de kennis der zonden hen genaakt of huiten de Heilige Schrift en dan met hare verleidelijkheid, 5f door de Heilige Schrift, doch dan met hare voorbehoedmiddelen of hare straf. Wij moeten het kind zooveel mogelijk brengen in eene atmosfeer, waar het met 's Heeren hulp, als 't ware vatbaarder wordt om de hoogste waarheden aan te nemen; waar het het heilige inademt, honger en dorst krijgt naar het betere, gebracht wordt tot waarheid, tot nuttige kennis, tot vol-hardender arbeid, tot ondergeschiktheid, orde, zindelijkheid, bovenal tot dienende liefde, zoo in als buiten de ouderlijke woning en school. Eene zeer gewichtige voorwaarde tot

ocr page 7

verkriiging van goede uitkomsten is de samenwerking van ouders en onderwijzers. Wij hebben dus wel toe te zien aan wie wij onze kinderen toevertrouwen en te zorgen, dat ze niet komen waar vrede, welwillendheid, kieschheid, knischheid, matigheid, tucht niet worden in acht genomen.

Moeten wij, zooals wel eens gezegd wordt overal oogen hebben, vooral dienen wij te letten op de verschijnselen van die ijselijke zonde welke bekend staat onder den naam van Onanie.

Door Onanie verstaan we eene handeling, waardoor iemand door middel van gedurige aanraking der geslachts-organen of door herhaalde bewegingen van het lichaam, of enkel docr de fantasie die organen prikkelt, zoodat er uitstorting van zekere vloeibare witte stof plaats beeft.

Die naam Onanie is afgeleid van Onan, een zoon van Jnda, van wien we lezen in Gen. 38 vs. 9. Deze Onan maakte zich schuldig aan eene dubbele zonde. Hij minachtte eerstens eene goddelijke verordening, door het met opzet onvruchtbaar maken van den echt, door de natuurlijke gemeenschap niet te voltooien en ten andere minachtte hij eene goddelijke rijJcsbelofte, die na den dood van zijne oudere broeders hem aanging.

Van kindsbeen aan behaagt de onanie de menschheid en brengt ze eene verwoesting aan »waartegen de Heere

O O ~

alleen in behoudeiiis zetten kan.quot;

Een onzer dichters riep vol ontroering uit:

»Door wellust* heeft de ziel haar eersten glans verloren, »Sy levt als sonder glans en niet gelijk te voren.quot;

En dat deze zonde algemeen is getuigt o.a. de Heer lieveillé Parise, eene medische specialiteit als hij schrijft;

* Het woord a\ e 11 u s t wijst reeds etymologisch op liet woord volupteit, dit beteekent, afrollen \iiii zijne hoogte, door eene kracht in ons van hetgeen oiivathaar is voor geloot, liefde en gehoorzaamheid, die ten leste alles in het vleesch. duet opgaan.

ocr page 8

6

»geen pest. geen oorlog, geen pokken, geen cholera, nor.li andere dergelijke epidemische ziekten, hebben, naar mijn oordeel, meer verwoestingen voor de menschheid opgeleverd, dan deze verderfeliike gewoonte. Zij is het meest vernielend beginsel der beschaafde samenleving, dat zooveel werkzamer is, naarmate het onafgebroken op de maatschappij inwerkt en de bevolking der aarde langzamerhand ondermij ut.''

Met alle recht kan gezegd worden van haar: »Zii is eene pestilentie, die in de donkerheid wandelt, een verderf, dat op den middag verwoest! waarlijk »al hare gedooden zijn machtig velen!quot;

Dat het voor ouders en opvoeders in de eerste plaats noodig is, dat zij deze dingen weten, is dunkt ons dui-clQlyk. En toch komt het maar te vaak voor, dat zij niet met deze zaken op de hoogte zijn, niettegenstaande op verschillende wijze de aandacht op deze vreeselijke zonde gevestigd werd. Moge het volgende iets bijdragen tot meer ernst in de behandeling dezer zaak.

Zullen wij evenwel de noodige overgegevenheid bij deze moeilijke zaak verkrijgen, dan moeten wij steeds vervuld zijn met die liefde welke iemand* het volgende deed schrijven:

»Zijt van mij hartelijk gegroet in den naam van Goci, die de liefde is, en die u allen geroepen heeft tot het leven en tot eene volkomen vreugde in Hem. Zijn vrede ruste op u en Zijn machtige zegen vergezelle n door geheel uw leven, opdat het u een zekere weg naar der. hemel zij, die immers reeds nu ons dierbaarst vaderland zijn moet.

Deze wensch vervult mij. zoo vaak ik uwer zie. Hoe slaat mij dan het hart, hoe gaarne wilde ik u dan bij do hand vatten en uw oog, dat nog zoo jong is en de booze * Kop ff.

ocr page 9

wereld inblikt, tot het vaderland daarboven opheffen 1 En als ik gelooven mag, dat gij op den weg naar den hemel zijt, o, welk eene blijdschap! Gerust is de vreugde, wanneer in de lente het leven zich overal openbaart in sneeuwwitte en rozenkleurige bloesems de boomen overdekken, maar nog grooter is de vreugde wanneer uit uwe frissclie ieuffd een geur der eeuwige lente waait, welker bloesems

.f O O O

door geen vorst verwelkt worden. Niet te beschrijven daarentegen is de smart, door eene bedorven jeugd veroorzaakt, welker bloesems door den honigdauw der wellusten roestig ineengekrompen of zwart door de vorst tegen den grond liggen. Ach en hoevelen liggen zoo

O O Oö oo

daarneder. Hoe menigeen van uwen leeftijd staat daar als een verdorde boom welks merg door alles vernielende wonnen verteerd is. En hoe menige grafheuvel vertoont zich aan ons oog als een huiveringwekkend gedenkteeken

O ~ o

van een verkwist leven, waaromtrent wij niet verder vragen mogen, omdat wij het schrikwekkend antwoord ontvangen: »Een zelfmoordenaar verrot onder deze aarde.quot; Daar ik zulke zonden en zulke ellenden der jeugd met weenende oogen aanzie, nader ik u met de bede, die een vroom man uit den ouden tijd tot een groot keizer richtte. De keizer hud hem veroorloofd eene gunst te vragen, maaide edele man had niets hoogers dan de bede, die hij, de hand op des vorsten borst leggende, aldus uitsprak: •»Keizer heb acht op uxve ziel! Ook ik leg mijne hand op uwe borst en bid u, geliefde jongelingen en jongedochters: Hebt acht op uwe zielen! Een verschrikkelijke vijand staat n naar het leven, hoedt u voor zijne netten en voor zijne kluisters!quot;

Dan zal het onze innige en aanhoudende bede zijn; Heere! ontferm u onzer kinderen, want zij zijn deerlijk van den duivel bezeten.

ocr page 10

8

Tn zulk eene gemoedsstemming zullen wy niet rusten totdat wij gedaan hebben wat wij kunnen om dien gevaarleken vgand der jeugd te bestrijden en te helpen bestrijden.

Wij willen u nu in 't kort wijzen op middelen ter voorkoming, ter ontdekking en ter genezing der onanie. 1)

I. Ter voorkoming van de geheime zonde der ontucht.

Evenals altijd in de eerste plaats in de geneeskunde de raad gegeven wordt: tracht eene ongesteldheid te voorkomen, zoo geldt deze waarschuwing ook hier in dubbele mate. De verleidingen tot liet kwaad liggen meestal in liet verborgen. Hiertoe behooren bet omgaan met ontuchtige lieden; het slapen met oiiknische personen; het zien van ontuchtige dingen; het aanhooren van gemeene en vuile vertellingen; het lezen van onzedelijke romans: het bezoeken van schouwburgen, café-chantants en andere plaatsen der ijdelheid, het lang zitten op privaten. Ook het dansen, het klauteren, het wrijven der geslachtsdeelen bij het verschoonen, het spelen met hobbelpaarden, het heen en weer schuiven op stoelen en banken, het ophouden van het water kunnen schaden.

Voorkom lediggang en verveling. De lediggang is het begin van alle ondeugden, onze geest kan niet ledig zijn. Hij moet werken. Doet hij niets nuttigs, dan zoekt hij andere afleiding en gt; weeft in dwaze, zondige gedachten vaak overal heen. Hij verdiept zich in allerlei drooire-rijen en schept zich een bonte en dolle menigte van beelden, waaruit maar al te licht ongeregelde lusten en begeerten voortkomen.

Bestrijd alle weekelijkheid. Schadelijk zijn zachte, al te warme bedden. Matrassen zijn 't best om op te slapen.

') Zie Jlaandschrift voor Ciu'. üpv. 5de Jaarg. blz.-llg.

ocr page 11

9

De stroozak van den soldaat is oneindig beter, dan het dons van den koning; nauwsluitende kleeding is te ver-

O ' D

werpen; lang te bed liggen, zonder slaap, is al zeer gevaarlijk; verhittende dranken en prikkelende spijzen dienen eveneens vermeden.

Waak tegen alle onmatigheid in spijs en drank, vooral tegen het veel en overmatig gebruik van vette spijzen, eieren, melk of prikkelende dranken. Te veel eten en drinken maakt loom en vadzig en vermindert de helderheid en bedaarde bezonnenheid.

Ontraad te veel en te vertrouwelijken omgang met het andere geslacht en volg het voorbeeld van den kuischen man. die gezegd beeft; Ik heb een verbond gemaakt met mijne oogen. hoe zou ik dan acht gegeven hebben op eene maagd. (Evenzoo op eenen jongeling. 1)

Laat vooral geen slechte boeken lezen. Romans, liefdesgeschiedenissen en onzedelijke werken verhitten de verbeelding. Honderd duizenden zyn aan dit gif gestorven.

Verbied plaatsen, waar alles er op aangelegd is, om de booze lusten op te wekken, hetzij door vuile liederen, door schandelijke teekeningen, door liederlijke kleeder-dracht, door schilderstukken naar quot;t naakt. Boven den ingang tot al die plaatsen moest men schrijven: »Terug, gij die nog blozen kunt.1'

Waak voor den eersten stap. Laat de vlieg niet om de kaars fladderen. Verpletter het ei voor de basilisk er uit kruipt.

Een en ander saamgevat zouden wij, ter voorkoming, deze regelen willen aangeven:

1. Ernstige bede om bewaring en verlossing van dit kwaad.

') Job 31 vs}. 1

ocr page 12

10

2. Tronwe vermaning en waarschawing naar het Woord Gods.

3. Een zorgvuldig en waakzaam opzicht, vooral bij het te bed liggen en liet gaan naar de privaten.

4. Aanhoudende, nuttige en aangename bezigheid,.

5. Bewaring van orde, vlijt en opmerkzaamheid.

G. Het wekken van de overtuiging dat God alles hoort en ziet, tot zelfs de geheimste schuilhoeken van ons hart doorzoekt.

7. Aankweeking van schaamte voor elk onzedelijk woord of onbetamelijke handeling.

II. Ter ontdekking van de gelieime zonde der ontucht.

Gelijk de Heere aan Kaïn, den eersten broedermoorder een teek en stelde, dat niemand hem versloeg, die hem vond, zoo maakt Hij ook teekenen aan die jeugdige zelfmoordenaars, opdat zij ontdekt zouden kunnen worden, voordat y.ij geheel door de ontucht zijn ongelukkijf geworden of vermoord. Want al straft de

on

Heere deze zonde niet altijd even als Onans gruweldaad onmiddellijk met den dood, toch zijn de noodlottige gevolgen meestal op te merken.

De keuteekenen zijn tweeërlei: a. lichamelijke, //. geestelijke.

a. Lichamelijke kenteekenen.

1. Een onanist heeft een om-asten, schuiven blik. Zijn blik is als van iemand, die meent dat ieder hem aanziet, van iemand, die vermoedt, dat hij doorgrond wordt. Die blik wordt met het toenemen van 't kwaad steeds strakker. De oogen krijgen iets glasachtigs en zijn omgeven door grijsblauwe kringen, dikwijls over den neus door een dergelijke streep verbonden, welke tegenover zekere licht-roode vlekken op de wangen sterk teekenen.

ocr page 13

11

2. De kleur van liet gelaat is akelig bleek, loodachtig, terwijl soms kleine puisten over het geheele aangezicht verstrooid liggen en slechts verdwijnen om voor andere weer plaats te maker,. Vooral op het voorhoofd, aan de slapen en om den nens vertoont zich die uitslag.

ü. Bij de onanisten neemt men ook dikwijls eene zekere onrust en heving aan handen, vingers, voeten en teen en waar en een waggelenden onvasten gang met zwakte in de knieën.

4. Eene algeheele verslapping van het zenuwgestel. Wie maar eenigszins met het zenuwleven op de hoogte is, kan bevroeden wat hiervan de gevolgen moeten zijn. Juist wijl de zenuwen het fijnste en innerlijkste des lichaams zijn, laten zij, wat in haar bedorven en verstoord wordt, minder open en niet zoo duidelijk te voorschijn komen. Gelijk een huis nog een tijdlang schoon en in zijn geheel kan blijven terwijl de balken enz. steeds aan 't vermolmen zijn, doch vaak plotseling in een stort, bij de minste ongewone beweging, zoo gaat het ook dikwijls met menigeen, die op het oog niets ziekelijks hebbende reeds inwendig is verteerd. Wat de zenuwen aantast, tast de ziel aan. Daarom is de invloed der onanie op de ziel veel sterker en geweldiger dan op het lichaam.

5. De spijsvertering is in den regel ook geheel in de war. Sommigen schijnen onverzadelijk, anderen kunnen geen spijzen meer verdragen.

6. Uar t klopping en, hoest, slapende koorts, hoofdpijn, ingewandsontsteking enz, Boerhave noemt als gevolgen der onanie: vermoeidheid, zwakte, traagheid der leden, magerheid, opdroging der sappen, pijn in de hersenvliezen, stompheid van zinnen, uittering van het ruggemerg.

b. Geestelijke kenteekenen.

Zooeven wezen wij reeds op de verzwakkingen van het

ocr page 14

12

zenuwleven. Als gevolg daarvan kannen wij de volgende geesteliike kenteekenen opnoemen:

1. Eene zekere menschmvrees, waarbij komt een zucht naar eenzame plaatsen.

2' Eene in het oogloopende verstrooidheid, onoplettendheid bij het onderwijs, afwezigheid met zijne gedachten

3. Bij de meeste onanisten heerscht eene groote at-keerigheid van godsdienst en van alles wat edel en verheven is. Wat andere mensclien treft en bezielt laat hem koud en onverschillig. Hun hart is vet als smeer (Ps. 119). Zij komen niet meer buiten den engen kring van hun ik. Zelfs dit ik kunnen zij niet meer liefhebben. Zij worden hoe langer hoe meer grimmig tegen alles, tegen God en mensclien, tegen zich zeiven!

Deze kenteekenen weder samenvattende halen wij nog aan wat twee beroemde geneesheeren over de onanie schreven.

Schrikkelijk is de stempel, dien de natuur op zulk een zondaar drukt. Hij is eene verwelkte roos, een in den bloei verdorde boom, een wandelend lijk. Alle vuur en leven wordt door deze stomme ondeugd gedood en daar blijft niets over dan krachteloosheid, werkeloosheid, doods-bleekte, verwelking van het lichaam en neerslachügneid der ziel. Zij spreken weinig en als het ware slechts gedwongen. Alle vorige levensvrijheid des geestes is verstikt. Jongelieden, die genie en vernuft hadden, worden middelmatige wezens of domkoppen. De ziel verliest den smaak voor alle goede en verheven gedachten. De inbeeldingskracht is geheel bedorven. Iedere aanschouwing van een vrouwelijk of mannelijk voorwerp wekt begeerten op. Angst, berouw, beschaamdheid en vertwijfeling aan de genezing van het kwaad maken den pijnlijken toestand volkomen. Het geheele leven van zulk een mensch is een. reeks van geheime verwijtingen, pijnigend gevoel, van

ocr page 15

18

inwendig zelfverwijt, van veroorzaakte zwakte, onbeslistheid, levenszatlieid, en het is geen wonder, wanneer eindelijk aanvechtingen tot zelfmoord ontstaan, waaraan niemand meer blootstaat daa de onanist. Het schrikkelijk gevoel van levend doodzijn maakt den werkelijken dood wenschens-waard. Het verspillen van wat leven geeft, werken het meest die walg en zatheid des levens, die onzen tijd eigen is.1) Evenzoo spreekt een ander beroemd geneesheer. Hij noemt als gevolgen en kenteekenen der onanie vooral geheel verval van het lichaam; verlies van het geheugen; ijlhoofdigheid; alle gebreken van den ouderdom in de jaren, waarin men het sterkst moest zijn; ongeschiktheid voor elke verrichting; de vernederende rol om een nut-telooze last der aarde te zijn; knorrigheid; ontevredenheid met zich zeiven en met anderen; afkeer van het leven; een angst erger dan pijn, vreeselijke knagingen van het geweten, die dagelijks toenemen en zonder twijfel na den dood sterker ja, tot een hel en een onuitblusschelijk vuur worden. 1) En hoewel de schrijver van de sexueele hygiëne, een boek dat den laatsten tijd algemeen de aandacht trekt dit gevaar der onanie niet zoo groot acht, als beide aangehaalde geneesheeren, en zelfs beweert dat er overdreven wordt, toch komt hij ten slotte tot bijna dezelfde gevolgen. 2) Ons dunkt het bovenstaande genoeg om bij u de overtuiging te vestigen, dat het gebiedend noodzakelijk is, op deze zonde te letten niet alleen, maar alles te doen wat wij kannen om haar te voorkomen, te bestrijden en zoo mogelijk te overwinnen. Daarom ten slotte nog iets over hare genezing.

O O

III. Ter genezing van de zonde der ontucht. De geneeskundigen kunnen tegen dit kwaad iets maar

O O O

1

Hufelaud ^ Tissot. 2) Scxueele Hygiëne. Dr. Seved llibbiug blz. 101 enz.

ocr page 16

14

zeker het minst doen. Misschien is het daaraan toe te schrijven, dat zij en over het algemeen zoo weinig acht schijnen te geven op dit kwaad. Wij weten het ook dat de genezing vati deze zonde niet gemakkelijk gaat. Van deze onreine geesten, welke de duivel in de gedaante van schandelijke handelingen en overdenkingen op de kinderen der menschen afzendt, geldt het zeer zeker: » Dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.quot; Eigen wil

7 o

en eigen kracht lijden hier schipbreuk.

Wij kunnen als opvoeders indirect en direct te werk gaan tot bestrijding. Indirect door als de gelegenheid het medebrengt in het algemeen te wijzen op de vreese-lijke gevolgen der ontucht. Wie zich er dan aan schuldig maakt kan de lessen op zich zeiven toepassen. Dit kan bijv. gebeuren bij de behandeling van het zevende gebod. Hij die gelegenheid kan gewezen worden op de verkeerde gewoonte om met de handen op plaatsen te komen, waar ze niet hooren, en dan tevens wijzen op de nadeelige gevolgen van dergelijke handelingen. Wij kunnen streng toezien op het gezelschap en telkens waarschuwen als er woorden en uitdrukkingen worden gebezigd, die onkiesch zijn en onreine gedachten kunnen doen oprijzen. Van de vroegste tijden af moeten wij over deze zaken, zoo nooduj spreken met den grootsten afkeer, met een afkeer, als waarmede God zelf salie werken der Nicolaïten haatte.quot; Eens zeide iemand, als men deze zonde wil aantasten, dan moet men zich voorzien met ijzer en het hout eener spies. (2 Sam. 23 vs. 6). Dit een en ander kan opgehelderd en duidelijk gemaakt worden met verhalen als die van Cham, Jozef, David, enz. Het gedichtje van N. Bkets, onder het opschrift Bleekneusje, waarin de dichter hoogstwaarschijnlijk ook op dit kwaad zinspeelt, kan ook dienst doen. Wij laten het daarom hier volgen;

ocr page 17

15

Bleekneusje moest zoo bleek niet zijn.

Zij is niet ziek; zij voelt geen pijn;

Zij kent geen zorgen, die haar prangen;

En toch altijd die bleeke wangen ....

Bleekneusje moest zoo bleek niet zijn.

Bleekneusje, weet gij 't waarlijk niet.

Waar gij zoo treurig bleek van ziet?

En zie me eens aan, en goed in deoogen! Nu, bloost ge en maakt mijn woord ten logen.

Bleekneusje, weet gij 't waarlijk niet ?

Gij weet het wèl ?. ... Dan weet ik 't ook.

Och, of de roos nog weer ontlook, Die 'tkinderlijke bekje kleurde.

Eer wat gij weet haar bloei versteurde!

Gij weet het; en dan weet ik 't ook.

Wij wijzen onze kinderen er dan op, dat een Jozef de grootheid der zonde recht besefte, toen hij uitriep: »zoii ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God.quot; Hoe David boete deed en in 't stof zich boog van schaamte en berouw en bekende: »Tegen t/alleen heb ik gezondigd. Dat evenzoo de verloren zoon na zijn liederlijk leven wanhopend beleed: »Ik heb gezondigd tegen den hemel.

Direct kan op de genezing gewerkt worden door bij de ontdekking van het kwaad alles weg te nemen, wat aanleiding gegeven had en nog geeft. Men late den schuldige zoo min mogelijk alleen, bespiede zijn lektuur, zijn omgang. Men zorge voor aanhoudenden arbeid, voor flinke lichaamsbewegingen, voor niet te prikkelende spijze en dranken. Men late den patiënt niet op bed liggen als hij niet slaapt. Men zij vooral voorzichtig bij het bestraffen en doe dit liefst onder vier oogen. Niet hard,

ocr page 18

14

zeker het minst doen. Misschien is het daaraan toe te schrijven, dat zij en over het algemeen zoo weinig acht schijnen te geven op dit kwaad. Wij weten het ook dat de genezing van deze zonde niet gemakkelijk gaat. Van deze onreine geesten, welke de duivel in de gedaante van schandelijke handelingen en overdenkingen op de kinderen der menschen afzendt, geldt het zeer zeker; » Dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.quot; Eigen wil en eigen kracht lijden hier schipbreuk.

Wij kunnen als opvoeders indirect en direct te werk gaan tot bestrijding. Indirect door als de gelegenheid het medebrengt in het algemeen te wijzen op de vrecse-lijke gevolgen der ontucht. Wie zich er dan aan schuldig maakt kan de lessen op zich zeiven toepassen. Dit kan bijv. gebeuren bij de behandeling van het zevende gebod. Bij die gelegenheid kan gewezen worden op de verkeerde gewoonte om niet de handen op plaatsen te komen, waar ze niet hooren, en dan tevens wijzen op de nadeeligo gevolgen van dergelijke handelingen. Wij kunnen streng toezien op het gezelschap en telkens waarschuwen als er woorden en uitdrukkingen worden gebezigd, die onkiesch zijn en onreine gedachten kunnen doen oprijzen. Van de vroegste tijden af moeten wij over deze zaken, zoo noodig spreken met den grootsten afkeer, met een afkeer, als waarmede God zelf »alle werken der Nicolaïten haatte.quot; Eens zeide iemand, als men deze zonde wil aantasten, dan moet men zich voorzien met ijzer en het hout eener spies. (2 Sam. 23 vs. 6). Dit een en ander kan opgehelderd en duidelijk gemaakt worden met verhalen als die van Cham, Jozef, David, enz. Het gedichtje van N. Be ets, onder het opschrift Bleekneusje, waarin de dichter hoogstwaarschijnlijk ook op dit kwaad zinspeelt, kan ook dienst doen. Wij laten het daarom hier volgen:

ocr page 19

15

Bleekneusje moest zoo bleek niet zijn.

Zij is niet ziek; zij voelt geen pijn;

Zij kent geen zorgen, die haar prangen;

En toch altijd die bleeke wangen ....

Bleekneusje moest zoo bleek niet zijn.

Bleekneusje, weet gij :t waarlijk niet,

Waar gij zoo treurig bleek van ziet?

En zie me eens aan, en goed in deoogen! Nu, bloost ge en maakt mijn woord ten logen.

Bleekneusje, weet gij 'twaarlijk niet?

Gij weet het wèl ? . . . . Dan weet ik 't ook.

Och, of de roos nog weer ontlook, Die 'tkinderlijke bekje kleurde,

Eer wat gij weet haar bloei versteurde!

Gij weet het; en dan weet ik 't ook.

Wij wijzen onze kinderen er dan op, dat een Jozef de grootheid der zonde recht besefte, toen hij uitriep: »zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God.quot; Hoe David boete deed en in 't stof zich boog van schaamte en berouw en bekende: »Tegen Ualleen heb ik gezondigd. Dat evenzoo de verloren zoon na zijn liederlijk leven wanhopend beleed: »Ik heb gezondigd tegen den hemel.

Direct kan op de genezing gewerkt worden door bij de ontdekking van het kwaad alles weg te nemen, wat aanleiding gegeven had en nog geeft. Men late den schuldige zoo min mogelijk alleen, bespiede zijn lektuur, zijn omgang. Men zorge voor aanhoudenden arbeid, voor flinke lichaamsbewegingen, voor niet te prikkelende spijze en dranken. Men late den patiënt niet op bed liggen als hij niet slaapt. Men zij vooral voorzichtig bij het bestraffen en doe dit liefst onder vier oogen. Niet hard,

ocr page 20

16

niet op een bevelenden toon vange men zijne waarschuwingen aan. Liefde moet uit al onze vermaningen blijken, doch in deze vooral. De schuldige moet als 't ware verzekerd worden, dat als 't kwaad gelaten wordt, de gevolgen ook zullen ophouden of' verbeteren. Ook hier geldt het schriftwoord: wien zijne zonde belijdt en laai. zal barmhartigheid geschieden.

Het krachtigst behoed- en geneesmiddel is het gebed. Aan de gezing moet nimmer gewanhoopt worden. Jezus genas in zijne omwandeling op aarde de hardnekkigste kwalen, maar Hij eischte geloof, en bleek dit werkelijk aanwezig te zijn, dan was het: uw geloof heeft u behouden. Daarom moet het onze besliste begeerte zijn, met 's Heeren hulp natuurlijk, Daniels te vormen, die met het oog op God en wetende dat Gods oog op hen is in hun harte voornemen zich niet te verontreinigen, en Timo-theussen, die de begeerlijkheid der jonkheid vlieden.

Wij mogen ons niet laten afschrikken door de gedachte aan het vele onreine, waarmede wij in aanraking komen, als wij onze aandacht aan dit kwaad wijden. Het woord van Ezechiël 33 vs. 8 en 9 worde niet door ons vergeten; »Als ik tot den goddelooze zeg: Gij zult den dood sterven en ge spreekt niet, om hem van zijn zijn weg af te manen, hij zal in zijnen ongerechtigheid sterven; maar zijn bloed zal ik van uwe hand eischen. Maar als ge hem van zijn weg afmaant, en hij zich niet bekeert, zoo zal hij in zijne ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uwe ziel bevrijd!quot;

En wanneer wij dit gelooven, dan zullen wij ons haasten om te doen wat onze hand zal vinden om te doen, opdathet niet zoo ver kome, dat wij zouden moeten bekennen, dat er geen ander middel overbleef, dan dat het vleesch verdorven wordt, opdat de geest behouden worde in den dag van Jezus Christus.

ocr page 21

LXXXVII. „De kwalen van onzen tijdquot; door A Littooij. » 0,10 LXXXVIII. Gedichten van W. G. Stevens; gt; 0,176

XCI. Wat doet gij voor de komst vau het Koninkrijk Gods? » 0,05 XC1II. Merkwaardige Brieven. » 0,06

XCV. Wat Rome leert en wat de Bijbel leert. » 0,05

Boekjes a S ct.

Deze boekjes zijn, desverkiezende gesorteerd, de lOOex. f 1,20; 250 ex. f 2,80; 500 ex. f 5,40; 1000 ex. f 10.

Villa. Ter elfder ure. 4e druk.

Villi. Een eigengerechtige gered. 4e »

VIIIc. Een Roomsch meisje bekeerd. 4e gt;

XII. Drie Kerstliederen. 2e »

XXIII. De zegen eener vrijmoedige belijdenis. 2e »

XXV. (G) Avondgebed.

XXVI. Kan een soldaat Christus belijden? 2e » XXXII. Al weer iets over de kermis. 3e druk.

XXXVII. (P) De wereld zonder Bijbel. 3e gt;

XXXVIII. In het ziekenhuis te Leiden. 2e *

XXXIX. Drie jeugdigen, in den Heere ontslapen. 2e » XLIII. Gelooft gij? 2e » Lil. (T) Een nieuwe vriend; hoe zult gij hem verwelkomen ? 2e »

LUI. Vijf nieawe dingen. Voor kinderen. Bij het

nieuwe jaar. 2e »

LXII. Het doel van Christus' komst op aarde. LXV. Waarschuwing tegen het lichtvaardig aangaan

van een hnwelijk.

LX VI. De wonderbare uitredding. (Een verhaal voor kinderen.) LXXII. Over het ter kerk gaan. 2e

LXXIV. Iets voor brave en Godsdienstige menschen.

LXXV. Worden alle menschen zalig? 2e

LXXVII. Een gesprek over een normalen (acht- druk.

urigen) arbeidsdag. 2e

LXXIX. Een woord aan onze Godvreezende dienstboden. LXXXI. Gierigheid. 2e

LXXXIII. Een Zondag in de Kazerne.

LXXXV. De dood op de planken. 2e

LXXXVI. De wandelende Jood

LXXXIX. Was de Hoere Jezus Christus »revolutionair?quot; XC. De Hervormingsdag.

XCU. Zijt gij rijk?

XC1V. In Christus is uwe redding.

ocr page 22