CSBSAiraBET O
TER EERE VAN DE
H. Maagd Maria,
VAN DEN
II. Franeiseus van Asmië
EN VAN DEN
H.ANTONIUS VAN PADUA
1S90.
MAASTRICHT. STOOMDR. âCOIIRRIKK DE I.A MKUS
TER E E R E
VAN Dli
II. Ilau^jl Maria.
(Voor de Meimaand.)
1_
Wijze: St. Servatius-lied.
Laat stijgen thans de blijde lofgezangen
Uit aller borst tot voor Maria's troon! Gaan wij tot haar, in heilig zielsverlangen Herhalend luid op kinderlijken toon : 0 Kóninginne,
Onbevlekte Maagd,
Dat ik u steeds beminne /
i L ig
Is wat mijn harte vraagt. I
H oor ons gezang, Maria, hoor uw kindren,
Die deze maand u loven luid en blij. N iets zal de vreugd van onze harten hindren, 7,oo gij slechts waakt, o Moeder, aan ons zij. O Kóninginne, enz.
Ontvang, o Maagd, gij vreugd der hemel-
lingen,
Ons aller hart ton eeuwig liefdepand. Tot dankbaarheid voor al de zegeningen. Ons toegevloeid door uwe milde hand. O Koninginne, enz.
Blijf, Moederlief, voor uwe kinderen waken. Die toeven nog in 't droevig ballingsoord, Dan zal geen smart noch onheil ons genaken, Wij treden steeds als overwinnaars voort. O Koninginne, enz.
Neigt eensin 'tstofons moede hoofd ter neder,
Sta dan vooral uw kinderen ter zij,
Reik uwe hand zoo liefdevol en teeder En voer ons heen naar :t eeuwig feestgetij. 0 Koninginne, enz.
S-
Maria's beeld, te midden
Van vroolijk schittrend licht. Noodt ons te komen bidden Bij !t outer haar gesticht. Komt laat ons tot haar ijlen. Een kleine poos verwijlen. Maria, Maria, Moeder zegen ons.
I
5
Wij vallen voor uw voeten,
Waar ons uw liefde wacht : Ontvang onze avondgroeten,
Bij 't ingaan van den nacht. Dan vreezen we in uw hoede Voor satans list noch woede. Maria, Maria, Moeder zegen ons.
En weer bij :t uchtendgloren,
0 Moeder zoet cn teer.
Zal u ons hart behooren
En 't dagwerk u ter eer. Zoo willen we u behagen Bij nachten en bij dagen.
Maria, Maria, Moeder zegen ons.
u
Mocht eindlijk de avond naken, Waar 't levenslicht voor daalt. Doe gij ons dan ontwaken.
Waar 't eeuwig daglicht straalt. Daar zullen we aan uw voeten U eindloos, eindloos groeten. Maria, Maria, Moeder zegen ons.
5
3.
Lieve Moeder van den Heer ! Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kindren, u ter eer, t Zielverrukkend feestlied zingen, 't Moet weerklinken, luid en blij : ) Moeder, onbevlekt zijt gij ! '
't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken,
't Woord door Pius' mond verkond ; Bn uw kinderen vreugdedronken Juublen op uw feestgetij : 1
Moeder, onbevlekt zijt gij ! ' '
Neen, dat loflied zwijgt niet meer ; Tot aan 's werelds verste palen
Zullen met het hemelsch heer Al uw kindren 't luid herhalen : 't Woord van 't zalig jubel tij : ) Moeder, onbevlekt zijt gij ! '
En we voegen dank en bêe Aan de blijde feestgezangen :
Wie, wie dankt niet met ons mêe Voor al 't heil door u ontvangen In het zalig jubel tij ;
Moeder, onbevlekt zijt gij!
7
Zonnezuivre Moedermaagd, Om de glorie u gegeven,
Hoor ook wat ons hart u vraagt ; Dat we na een schuldloos leven, Eeuwig juublen aan uw zij ; ( Moeder, onbevlekt zijt Gij ! '
4.
Wijze ; Piws Nonus.
Schep behagen alle dagen In den lof der Lieve Vrouw ;
Zing haar daden, haar genaden,
Vier haar feesten vroom en trouw.
Hef dan de oogen naar den hoogen Vol bewondring om haar eer ;
Zie en roem haar, prijs en noem haar Maagd en moeder van den Heer.
Toen ze baarde, schonk ze aan d'aarde Schatten zonder wederga :
Aan ons duister licht en luister Van Gods gunst en heilgena.
Luid verkonde iedre stonde rt Zegepralen van die Maagd ;
Roem de Moeder van den Hoeder, Die Gods vloek heeft weggevaagd.
Sloot ons allen Eva's vallen 't Heerlijk paradijs op aard ;
Haar gelooven voert naar boven, En liaar ootmoed hemehvaart.
Moog zij geven, dat wij leven Naar de lessen van haar Zoon :
En bij 't sterven ons verwerven, Dat wij juichen voor Zijn troon.
5.
O Naam ! zoo zoet in de ooren.
Van wie Maria mint : O Naam ! zoo innig dierbaar.
Aan 't harte van haar kind ; üeei dat uw Naam, Maria, Steeds in mijn ziele leev', En in de stervensstonde Nog op mijn lippen zweev'.
O Naam 1 die de Onbevlekte
In al haar grootheid prijst ; O Naam I die op de Moeder Der zeven smarten wijst. Geef dat, enz.
0 Naam ! die ons de liefde
Der lieve Vrouwe noemt ; O Naam ! die 't alvermogen
Der Koninginne roemt. Geef dat, enz.
O Naam ! een milde balsem Voor iedre zielskwetsuur, En telkens nieuwe voeding
Voor 't blakend liefdevuur. Geef dat, enz.
ü krijgsleus in hot strijden : O hulpkreet in den nood ; O onderpand dor zege In loven en in dood !
Geef dat, enz.
6.
O gij, die troont,
Waar Jezus woont. Zie gunstig op ons neder; . Ons zondig hart Verkwijnt van smart; Toon u onz' Moeder tecder.
10
Verhoor onz' boen,
Stil liet geween Van die uw zegen vragen ; Ten allen tijd Zal 't hart verblijd U dankend hulde dragen.
Weer van ons af Der zonden straf,
Van 't onboetvaardig sterven ; Xoen, neen, het kind.
Door n bemind,
Zal nooit genade derven.
Klim' kindertoon Tot voor den troon. Waarop gij zijt verheven, Dan volgen wij. Uw kindrenrij, In Sions zaalge dreven.
Schenk ons nu deugd. Hierna de vreugd Vtm met de hemellingen Vereend van geest Op 't eeuwig feest Maria's naam te ïingen.
11
'7.
Maria leev: ! Wat glans en luister menglen
Zich in dit hart van alle vlekken vrij !
Maria leev' I De koningin der englen !
üc Moedermaagd aan 't hoofd der maagdenrij. Maria leve Met God haar kind I Leve Maria !
Die ons als moeder mint.
Maria leev' 1 Kom laat ons voor haar knielen ;
Ze is dochter Gods, Gods Moeder en Gods bruid. Maria leev' ! De blijdschap onzïr zielen :
Door hare hand stort God Zijn gunsten uit. Maria leve ! enz.
Maria leev' ! Haar liefde lacht ons tegen,
Als haar ons hart met liefde en eerbied groet. Maria leev' I Haar handan spreiden zegen, Minzaam en mild, gelijk een moeder doet.
Maria love ! enz.
Maria leev' ! Voor haar ook wil ik leven,
Met haar vereend vrees ik noch dood noch injii : Do laatste zucht, die uit mijn hart zal zweven. Het zal een zucht van liefde voor haar zijn. Maria leve ! enz.
12
T K R E E R E
VAN DKN
1b. fuandscus van Hssisic.
(Voor de vijf Zondarjen ter eere van de H. Wondteekenen.)
1.
WIJZE: Sur cette coïHnc.
Francisciis, o Vader,
Wat zetelt gij hoog !
Duld dat ik u nader,
Met blijdschap in 't oog.
Ave, ave, o Vader ave. bis.
Ik hoorde op onze aarde Den lof uwer deugd;
Nu zie ik haar waarde. Do hemelsche vreugd.
Ave, enz.
En thans is de woning Der englen uw woon,
't Verblijden belooning,
Het kruis uwe kroon.
Ave, enz.
13
Ik zag ii in 't leven Vernederd, bespot;
Thans zljt gij verheven,
Nu heerseht gij bij God. Avo, enz.
Franciscus, zoo heilig.
Bij God onze tolk. Bewaar ons, beveilig
Ons, bid voor uw volk. Ave, enz.
s.
0 Franciscus, o Vader der armen,
O Franciscus, bid voor ons ! O Franciscus, o wil u erbarmen, Heilige Vader, zegen ons!
Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo feeder, üp uwe kindren uit t hemelrijk neder. 0 Franciscus, bid voor ons!
Heiige Vader, zegen ons!
0 Franciscus, in deugden verheven,
0 Franciscus, bid voor ons! 0 Franciscus, o let op ons streven, Heiige \ ader, zie op ons!
14
Help ons on ons èn do wereld verachten; Doe ons de liefde van Jezus betrachten. O Franeiscus, bid voor ons '
Heiige Vader, zie op ons 1
O Franciscus, verkrijg ons genade,
O Franciscus, bid voor ons 1 O Franciscus, bewaar ons voor schade, Heiige Vader, wees met ons!
Machtige vriend van den hemelschcn\' ader, Wees onze helper, beschermer en rader, O Franciscus, bid voor ons!
Heiige Vader, wees met ons !
3.
Wijze : Lieve Moeder tan den Heer. Heiland, wie kan zonder smart Aan het bruishout U aanschouwen?
Sint Franciscus voelde t hart Op 7t gezicht TJws lijdons rouwen.
Als hij dankbaar, dag en nacht, \ ^ Aan Uw liefde en lijden dacht '
Hij vond zijn geluk en troost In Uw heilige vijf wonden,
En dan riep hij onverpoosd: gt;.0 ondankbaarheid der zonden !
Jezus, hoe bemint üe Uw kind, -En Uw liefde is niet bemind !quot;
15
Niet in de eer, die de aarde biedt. Maar in U zocht hij zijn glorie, Andre roem voldeed hem niet Dan op 't kruishout der victorie : Daaglijks meer aan U gelijk. Werd hij ook Uw gunsten rijk.
Hij zag U, omstraald van licht, Op Alverne in God verslonden, Hij wilde ook gekruisigd zijn, En ontving de heiige wonden Aan de zijde, hand en voet, In zijn hart een liefdegloed.
Feller werd zijn liefdesmart, Liefde en lijden was zijn streven ;
Met een liefdezucht in 't hart Nam hij afscheid van dit leven; Thans mint hij in eeuwigheid, 's Hemels vreugd is hem bereid.
4.
Wijze : Marias beeld te midde, 0 Serafijnsche Vader,
Wij minnen u zoo teer : Van uit uw gloriewoning Zio op uw kiudren neer.
16
Met nw doorboorde handen
0 zegen uwe panden ;
Franciscus, Franciscus, Vader, zegen ons!
De lieflingsdeugd van Jezus, De vorstelijke vrouw.
Die Hij op aarde huwde,
Schenkt gij uw hand en trouw.
Met uw enz.
Zij wees u op de kribbe In d'armen beestenstal,
Op Jezus aan Zijn kruishout Met wonden zonder tal.
Met uw enz.
Daar strekte Jezus tecder Zijne armen naar haar uit.
En schonk ook u, Franciscus,
Zijn armoe tot uw bruid.
Met uw enz.
Leer ons, o dierbre Vader,
Verheven Serafijn,
Ons hart aan de aarde onthechten. En gansch aan Jesus zijn.
Geef, dat wij Hem beminnen En kruisen onze zinnen.
Franciscus, Franciscus, Vader, zegen ons.
17
o_
Wijze : Maria leen' tranciscus eer ! ja, u, o dierbre Vader,
Zij nu een lied, een loflied toegewijd, Wij zingen mi, liier voor uw beeld, te gader \an uwen roem, waardoor gij heerlijk zijt. Franciscus eere,
In s hemels woon ;
Eer zij Franciscus Op zijnen glorietroon !
1'ranciscus eer ! de botmoedige des Heeren,
Die aardschen lof, zich zeiven heeft veracht, Doch Godes roem steeds trachtte te vermeèren, O Heiige Gods ! bekom ook ons die kracht. Franciscus eere, enz.
1'ranciscus eer! den patriarch der armen,
Die 't schittrend goncl veracht heeft als het slijk, Doch zich den mensch in 't lijden wist te erbarmen, O He;lge Gods ! maak ons aan u gelijk ! Franciscus eere, enz.
Franciscus eer! het levend beeld des Heeren,
Daar hij op aard zijn .iezus wonden droeg ; Van liefdevuur zijn hart voor God verteêren : 2ie, dat was hem, op deze aard genoeg.
Franciscus eere, enz.
18
T ER E E R E
VAN DEN
1b. Bntouius van ipaöua.
(Voor de negen Dinsdagen).
Wijze : Lieve Moeder van den Heer.
Heiige minnaar van den Heer,
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw dienaars u ter eer Voor uw beeld een loflied zingen. O wij smeeken luid en blij ) ^ Heiige Antonius, bid voor mij ! '
Ziet, met welke liefde gij 't Kindje Jezus in uw armen
Mocht aanschouwen van nabij ; Laat zich Jezus ons erbarmen! O wij smeeken enz.
Voor uw beeld hier neergeknield Op den schoonen dag van heden. Storten wij, met hoop bezield, Voor uw troon de vuurge beden. 0 wij smeeken enz.
19
Breng ons hulp in allen nood ; Wil ons steeds een vader wezen ;
Help vooral ons in don dood, Als wij voor Gods oordeel vreezen. O wij smeeken enz.
0, als kindren bidden wij,
Dat wij, na een christlijk leven,
Eeuwig doelen aan uw zij In de glorie, u gegeven.
C wij smeeken enz.
s.
wijze : o Naam, zoo zoet in de oor en. Gij waart Franciscus waardig,
In ootmoed hem gelijk.
Nu juicht ge, als hij verheerlijkt,
In Jezus' koningrijk.
Antonius, zoo machtig,
0 hoor ons dankbaar lied ;
Gezeteld in Gods glorie.
Vergeet uw kindren niet.
Hier schitterde in uw ziele
De zulvre lelieglans;
En vormt thans om uw voorhoofd
Den schoonsten gloriekrans. Antonius, enz.
20
Daar daalde uit 's Hemels woning In 't midden van den nacht
De zoete lieve Vrouwe,
Die 's werelds Licht ons bracht.
Antonius, enz.
Zij droeg aan 't moederharte Het Kind van Bethlehem,
En groette u eindloos minzaam Met wonderzoete stem.
Antonius, enz.
En Jezus, Hij, de oneindge. De onmeetbre Hemelheer,
Zette als lieftallig Kindje Zich op uwe armen neer.
Antonius, enz.
0 help ons Jezus volgen In blijdschap en in smart,
Opdat ook wij eens ruscen Aan Zijn beminnelijk Hart.
Antonius, enz.
3.
Antonius van Padua,
Zoo heilig en zoo gced; Wij loven God, die door uw hand Zoovele wondren doet.
21
Geen geur en kleur van bloemen is Zoo aangenaam en fijn,
Als voor een ziel, die God bemint. Uw schoone deugden zijn.
Antonius enz.
De liefde Gods en Godes eer Bewogen uwe tong.
Waardoor berouw en zaalge vrees In aller harten drong.
Antonius enz.
Gij waart een schild en zijt het nog Voor de onsehuid in gevaar ;
Al wie u bidt wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.
Antonius enz.
Antonius, gij menschenvriend. En vriend van God den Heer,
Wij smeeken u met vurigheid: Zie gunstig op ons neer.
Antonius enz.
Al komen wij ook telkens weer Voor vijand, of voor vriend.
Of voor ons zelv , toon dat men u Niet vruchteloos eert en dient.
Antonius enz.
22
4.
Wijze : Maria's beeld te midden.
Hoe liefdevol en teeder,
O heiige Paduaan,
Slaat gij uw blikken neder
Op 't hart u toegedaan. Wij treden biddend nader, Ontvang ons al te ga der. Antonius, Antonius, u vereeren wij
Uw beeltenis aanschouwend
Met Jezus, 't Godlijk Kind, Doet ons, op u betrouwend.
Hem naadren, Die ons mint. Wees gij ons ten verzoener, O groote Wonderdoener, Antonius, enz.
De christen, die in lijden Bij u zijn hulpe zocht.
Roerat 't wondervol verblijden
Dat de Almacht door u wrocht Wil onzer dan erbarmen. Die vluchten in uw armen. Antonius, enz.
23
Blijf immer voor ons waken, Gij, trouwe schutspatroon, Opdat wij veilig naken
De zaalge hemelwoon.
Daar zullen voor uw voeten Wij eindeloos u groeten.
Antonius, enz.
5_
Wijze ; Pins Nonus.
Lol u, groote Wonderdoener ! Lof u, trouwe schutspatroon !
Die, thans jubelt in de glorie Van de zaalge hemelwoon.
Door den adel van uw streven
Mocht gij dra in hooger sfeer 't Loon ontvangen voor uw arbeid, Juichen met het heilgenheer.
Zie wij naadren tot uw altaar
Door uw heiligheid gestreeld, Ja wij komen deugden leeren,
't Leven spieglen in uw beeld. Leer ons allen om Gods liefde
Do armoe minnen op deez' aard. Dat mot aardsche grootheid derden Eeuwge schatten gaan gepaard.
O ö c à â O , ,
Leer mv minnaars, heilig toonbeeld,
Leven in gehoorzaamheid.
Leer ons 't schuldig vleesch versterven,
Pal staan in den helschen strij . Hoe zal onze ziel dan sclnttren
Hier in zuivren lelieglans En omstrenglen onze slapen
Eens de schoonste lauwerkrans.
Doch sla onze zwakheid gade, 0 gij. Helper in den nood.
Wil ons bijstaan in gevaren Tot in 't ure van den dood.
O dan zullen uw vereerders
Hier God dienen ongestoord. En u dankend eenmaal juichen In het zalig vreugdenoord.