ocr page 1

^ e 2 a n ij e ij

TE It EE RE VAN

M pERAFUNSCHEN y ADER

FRANCISCUS

ENT VAN DEN

. ANTOHUS YAN PADUA.

Â¥. H. J, BEKKER,

AMSTERDAM.

issü

ocr page 2
ocr page 3

XjIEID TIEIR/

VAN DEN

Smlijnseh^ Vader Fra^ciscus»

Zalig zijn de armen van geest! want hunner is het rijk der hemelen.

Matth. V : 3.

Wijze; Maria's beeld ie midden.

O Serafijnsche Vader,

Wij minnen U zoo teer:

Van uit uw gloriewoning,

Zie op I'w kind'ren neêr.

Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden;

wranciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

De goed'ren dezer aarde

Vertradt Gij als liet slijk,

Om 't eeuwig goed te winnen

In 't hemelsch Koningrijk,

Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

De Koningin der deugden. De Vorstelijke Vrouw,

ocr page 4

4

üie Jezus eenmaal huwde,

Schenkt Gij Uw hand en trouw. Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden ;

Franciscus, ÏFranciscm, Vader zegen ons.

Zij hing om Uwe schoud'ren,

Eene arme, grove pij,

En sloeg een ruwe koorde

Om Uw verstorven zij.

Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

Zij wees U op de kribbe

In d' armen beestenstal; Op Jezus aan zijn kruishout.

Met wonden zonder tal. Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

Daar strekte Jezus teeder

Zijne armen naar haar uit. En schonk ook U Franciscus,

Zijne armoe tot Uw bruid. Met Uw doorboorde handen O zegen Uwe panden;

Franciscus, Franciscus, Vader zegen ons.

ocr page 5

O

Leer ons o dierbre Vader,

Verheven Serafijn,

Ons hart aan de aarde onthechten.

En gansch aan Jezus zijn.

Geef, dat wij Hem beminnen Eu kruisen onze zinnen.

Franciscus, Franniscun, Vader zegen ons.

GEZANGEN OP HET FEEST VAN PORTIÜNCÜLA.

i.

Wijze: Flus Nonus.

Heft nu blijde jubelzangen,

Kiud'ren van den Serafijn Op dit feest, zoo vol ontferming

Moet uw hart vol vreugde zijn. Hoort, hoe de Euglen van hierboven

Op hun gouden harpen slaan. Met hun feestlied moet het onze in één zangtoon samengaan.

Heil'ge nacht, waarin Franciscus, Neergeknield in 't Heiligdom, In verrukking mocht aanschouwen Zijner ziele Bruidegom.

ocr page 6

fi

Wat al licht raoclit gij verspreiden

Uit het klein Portiuneula,

Over gansch de wereld henen. Wat al strooraen van gena.

Als de zon, die uit haar lichtgloed

Telkens nieuwe stralen zendt. Glanst, o nacht, uw blij gesternte

Aan het homelsch firmament. Dank Franciscus, arme Vader,

Die in 's levens schoonsten nacht. Uit Portiuncula's ka])elle

Ons des Hemels rijkdom bracht.

Ja wij heffen jubelzangen

Over uw verheerlijkt graf,

En wij smeekeu uwen zegen.

Over Vader Leo af. Zie goedgunstig op Hem neder

Hoogverheven Serafijn,

Wil in droefheid zijn Vertrooster, En in nood zijn toevlucht zijn.

11.

\\ ijze: Sur celte Colliue.

(Pelgrimslied van Lourdes.)

Wij groeten van verre Met dankbaar gemoed.

ocr page 7

7

Portiuncula's muren

Ontvangt onzen groet.

Ave, Ave Franciscus, Ave.- (bis.)

Daar daalt op uw altaar

Met glansrijk gelaat l)e Koning der Eeuwen, In schittrend gewaad.

Ave, Ave Franoiseus, Ave. (bü.)

Terzijde van Jezus,

Knielt 's Hemels Vorstin, Eu de Eng'len zweven.

Het Heiligdom in.

Ave, Ave Franciscus, Ave. {bis.)

Daar nadert Franciscns,

En stort zich ter neer, In heiige vervoering

Voor Jezus zijn Heer.

Ave, Ave Franciscns, Ave. {bis )

Zijn hart zwelt van liefde.

Zijn blind geweend oogstaart schreiend van vreugde,

Naar Jezus omhoog.

Ave, Ave Franciscus, Ave. {bis.)

ocr page 8

8

Hij smeekt voor deu zondaar

lu rouw en in druk,

Vergitf'nis en leven,

En eeuwig geluk.

Ave, Ave Frauciscus, Ave. (bis.)

Ue liefdrijke Jezus

Verhoort nauwgezet.

Op Moeders verlangen,

Frauciscus' gebed.

Ave, Ave Frauciscus, Ave. (te.)

Wij danken te zamen,

U, Heiige zoo groot,

lin sineeken Uw zegen,

In leven en dood Ave, Ave Franciscus, Ave. (bis.)

Grezangen ter eere

VAN DEN

Antonius va.n Padua,

W ijze: J'ius Nonus.

Uit het edelst bloed gesproten.

Maar nog eed'ler door uw deugd, Gaaft gij Jezus en Zijn Moeder Heel den bloeitijd uwer jeugd.

ocr page 9

9

't Ordeskleed van Sint Fraucisons Daalde van uw schoudrcn neer, Roemrijk sehitt'rend door uw wijsheid, Door uw godsvrucht eind'loos meer.

Toen gij de eerste bloedgetuigen

Van den Serafijnscheu stam Hunne kleedren rein zaagt wasschen

In het otterbloed van t Lam, Hun verscheurde ledematen

Rood geverfd in 't martelbloed, Stroomende uit hun heil'ge wonden, Vol van eerbied hadt gegroet;

Toen ook wildet gij gaan strijden

Onder Sint Franoiscus' vaan, Om den dood der martelaren

Voor uw Jezus te ondergaan.

In het arm versleten kleedsel,

Van Assist s Serafijn,

Zoudt ge een lic.ht der wereld worden.

En liet zout der aarde zijn Moog Antonius een vonkje

Van uw iieinelsoh liefdevuur.

Uwer kindren hart ontvlammen

In dit heilig avonduur.

Dat uw helderschijnend voorbeeld

Ons een licht in 't duister /.ij Door dit dal van tranen henen,

Naar het hemelsch feestgetij.

ocr page 10

10

II.

Wijze; O Beeld der schoone liefde.

Gij waart Franciscus waardig, In ootmoed hein gelijk,

Nu juicht Ge als Hij verheerlijkt, In Jezus' koninkrijk.

Antonius zoo machtig,

O hoor ons dankbaar lied,

Gezeteld in Gods glorie,

Vergeet Uw kindren niet.

Gij zocht om Jezus' liefde,

Als de arme Serafijn,

In armoe hier te leven.

Om eeuwig rijk te zijn.

Antonius, enz.

Hier schitterde in mv ziele De bloem der zuiverheid;

De aanschouwing van Gods aanschijn. Werd 't loou U toegezeid.

Antonius, enz.

Daar daalde uit 's Hemels woning, In 't midden van den nacht.

De Zoete Lieve Vrouwe,

Die 's erelds Licht ons bracht.

Antonius, enz.

ocr page 11

11

Zij droeg aan 't moederharte Het Kind van Bethlehem, En groette U eindloos minzaam, Met wonderzoete stem. . Antonius, enz.

Zij liet Haar Lieven Jezus,

Omstraald door 't eeuwig licht, Aan uwen boezem rusten;

Haar eigen Godlijk wicht Antonius, enz.

O help ons Jezus volgen,

In blijdschap en in smart, Opdat wij eeuwig rusten.

Aan Jezus' Godlijk hart. Antonius, enz.

UI.

Wijze : Lieve Moeder van den Heer.

Wees gegroet Kranciscus' zoon,

Wees gegroet, o dierbre Heiige, Onze voorspraak bij Gods troon ;

Dat uw hand ons steeds beveilge Langs het doornig levenspad, { ^ Naar de schoone Hemelstad. (

ocr page 12

12

Wees gegroet, o eeclle bloera,

Üit de Serafijnsclie gaarde ;

Eer der Orde, 's Vaders roem,

Uit de zandwoestijn der aarde, Door der Englen reine hand, f ^ Naar den Hemelhof verplant. I

Priester naar het Hart van God

Zie, vol heilig medelijden. Op /.00veler treurig lot;

Wil hen uit hun druk bevrijden. Zend uw bijstand van omhoog ; I ^ Wiscli de tranen uit hun oog. \

Breng ons eens, Antonius,

Uit het land van eeuwge glorie, Jezus zoeten vredekus

En den palmtak der victorie;

Wenk ons vriendlijk met uw hand / Naar het Hemelsch Vaderland, i ' quot;

IV.

Wijze.' O Naam, zoo zoet enz.

Er knielt vol teedre godsvrucht.

Bij de Altaartreden neer, Een Serafijn van liefde, Ontvlamd voor Jezus eer.

ocr page 13

13

üoorgloeie o dierbre Heiige,

In dit aanbiddingsuur, lgt;e harten uwer kind'ren, Uw hemelsoh liefdevuur.

De vijand dorst bestrijden.

Den Herder eindloos goed,

Waar Hij zijn schapen spijzigt).

Met quot;t eigen Vleesch en Bloed . Üoorgloeie enz.

Antonius vraagt, smeekend Voor (iods genadetroon. Een heerlijk schittrend wonder Tot delging van dien hoon. Doorgloeie en/,.

Daar heft hij, vol van eerbied,

In zijn gezalfde hand. Het Sacrament des Altaars,

Des levens onderpand . Doorgloeie enz.

En 't uitgehongerd lastdier.

Valt op dc knieën neer, En buigt, als in aanbidding,

Zich neder voor zijn Heer. Doorgloeie enz.

ocr page 14

Mem

14

De vijand is verslagen,

Eu aan den voet van 't kruis, Ligt hij rouwmoedig neder,

En keert naar 's Vaders huis. Doorgloeie enz

AMSTELODAMI,

die 30 Juliï 1886.

IMPRIMATUR,

f. T. H. VAN OGTR Libr. Cens.