ocr page 1

fa. /ffc nr 6. /

GRONDBELASTING

OP

Proeve van aantooning der wensehelijkheid het Landrente-stelsel in te trekken — en een grondbelasting-stelsel in te voeren, met staking der proef die op JAVA (Preanger-regent-schappen; met Kadastrale opname genomen wordt.

Een woord naar aanleiding van de rede, gehouden door den Oud-Indisch Hoofdambtenaar Oud-Chef van het Kadaster, F. VER-ST1JNEN, en de daarop gevolgde discussie, in de Vergadering van het Indisch Genootschap, dd. 15 Januari 1895.

DOOR

H. J. TIJ DEM AN,

(Oud-Resident van Tegal.)

TWEEDE DRUK.

'S - G R A VEN 11 A G E, Kon. Boekhandel van M. M. C O U Y É E 189 5.

ocr page 2
ocr page 3

Yö^z.

GRONDBELASTING

OP

cr^/V-A..

Proeve van aantooning der wensehelijkheid het Landrente-stelsel in te trekken — en een grondbelasting-stelsel in te voeren, met staking der proef die op JAVA (Preanger-regentschappen) met Kadastrale opname genomen wordt.

Een woord naar aanleiding van de rede, gehouden door den Oud-Indisch Hoofdambtenaar Oud-Chef van het Kadaster, F. VER-STIJNEN, en de daarop gevolgde discussie, in de Vergadering van het Indisch Genootschap, dd. 15 Januari 1895.

DOOR

H. J. TIJ DEM AN,

(Oud-Iicsideiit van Tegai..)

TWEEDE DRUK.

's - G 1! A V E N I [ A G E, Kon. Boekhandel van M. M. COUVÉE 1895.

ocr page 4
ocr page 5

INLEIDING

Er zijn denkbeelden, opvattingen, overtuigingen, die zicli bij ons menschen in den loop der tijden door allerlei /.amen-werkende oorzaken, wijzigen, — er zijn er ook. die blijven bestaan, en waarin wij meer en meer versterkt worden. Ongeveer drie en twintig jaren geleden meende ik, dat de invoering eener (jrondbelasliiKj op Java wenschelijk zoude zijn en mocht ik aan het slot van een geschriftje over het grondbezit op Java ') het volgende zeggen:

«Indien de inlander zijn velden niet moer voor de Gon-))vernementscultiiur zal benoeven at te staan en iiij derhalve «niet telkens zijn sawahs op een andere plek ontvangt — »iiidien door invoering eener grondbelasting, de sawahhezilter mved, dal een bel ere productie zijner velden in zijn volle ygt;voordeel is en niet zooals thans hij het landrentestelsel, stevens zijn belasting doet stijgen — als hij ondervindt wat »het zegt, niet onverwachts voor heerendiensten opgeroepen »te kunnen worden en met rustige arbeidzaamheid, de «productie van zijn sawaits en zijn eigen toestand te kunnen «verbeteren — dan lijdt liet geen twijfel of hij zal individueel «bezit van zijn velden verkiezen en weten te apprecieëren.quot;

') Was liet grondbezit op Java oorspronUelijk communaal of individueel — ecnige resultaten van het op last der liegeering over dit onderwerp gehouden onderzoek, medegedeeld door 11. I. Ti.idemax, controleur op Java, Arnliem bij P. fionde Quint, lirina J. A. NijhoffS: Zoon. 187!2. — Pag. 30 en 31 —

ocr page 6

4

Thans, na 23 jaren, moen ik deze woorden nog met volle overtuiging te mogen onderschrijven en geloof dat de vrucht van zoovele en grondige onderzoekingen door de ambtenaren sedert dien gedaan, thans tot volle rijpheid gekomen en liet geschikte tijdstip voor de hervorming aangebroken is. Of ik dan door liet hier aangeboden vlugschriftje als hervormer wil optreden of zelfs maar iets tot zulk een hervorming denk bij te brengen?! Ik maak er mij weinig illusie van; Genoeg, als ik eenige weerklank bij de ambtenaren, bij de oud - collega's moge ondervinden, hen daardoor kunne aansporen om ook hunne inzichten in dezen mede te deelen en iets moge bijdragen, om eenige belangstelling in het onderwerp bij de lezers te wekken.

Aan de enkele cijfers, die ik opgaf, wil ik niet gehouden zijn — ze zijn slechts globaal, als voorbeelden, gesteld. Wat als de meest geschikte grenzen tusschen de verschillende grondsoorten kan aangenomen worden, enz. moet op Java uitgemaakt worden. Maar aan de wijze van bepaling der hapiIaaIswaarde van den erond. (al is die wellic.lit, theoretisch in strijd, met wat op wetenschappelijke gronden, een alge-meeno »oeconotnie politique» leert,) meen ik te moeten vasthouden, als de, m. i.. meest practische voor Java, de meest geëigende voor de daar bestaande toestanden, de meest geschikte voor het doel. dat beoogd wordt. Ook het gestelde één procent van de kapitaalswaarde zal m. i. niet veel blijken af te wijken van het cijfer, dat vereischt wordt om, in verband met de nevenbelastingen, verzekerd te zijn dat de fiscus geen schade lijdt.

Ten slotte druk ik — zij het ten overvloede — den wensch uit, dat wat ik tegen een kadastrale opname op Java, de proef in de Preanger en de opdrachten voor de andere Residenties, in het algemeen de geheele thans bestaande regeling, heb meenen te moeten aanvoeren. — door de Herren

ocr page 7

O

ambtenaren van het kadaster, waaronder ik zoovele goede bekenden heb, die ik de meeste achting toedraag, wel niet ais tegen hun personen gericht, moge opgenomen worden,— het betreft hier geheel een quaestie van beginselen, waarin ik gaarne toegeef te kunnen falen.

's-Hage, 1 Februari 1895. H- I. T.

ocr page 8

I.

Motieven voor de wenschelij kheid te breken met liet vigerende landrente-stelsel eu een. in beginsel daarvan geheel afwijkend, grond-belasting-stelsel in te voeren.

II.

Grondbelasling. Hecht begrip der zoogenaamde bezwaren daartegen.

III.

Nevcnbclastingen, adliaercnt aan het stelsel van grondbelasting.

IV.

Overgang van landrente-stelsel op grond-belasting-stelsel; zonder eenig bezwaar, omdat het eerstgenoemde stelsel reeds moer en meer het karakter van een grondbelasting heeft aangenomen. Voorbereiding eenvoudig. Proeve van een te ontwerpen ordonnantie der grondbelasting.

V.

Voordeelen van het nieuwe stelsel voor den kleinen man. het Gouvernement, ook voor de particuliere industrie. Vereenvoudiging in den werkkring der ambtenaren.

VI.

Finanhëole rcsuUatcn voor het Gouvernement.

ocr page 9

I.

Een ulgemeene drang tot wijziging, tot herziening, tot verbetering in de toepassing van liet landrente-systeem, tot meer gelijkmatige heffing dier belasting, tot opheffing van de daaraan klevende gebreken, tot liet bekomen van betere waarborgen omtrent de billijke individueele heffing door de dessahoofden — doet en deed zich sinds lang overal op Java en in het moederland gevoelen. Maar behalve in de genoemde richtingen uit zich die drang vooral in het verlangen naar vastheid. En die drancj loopt door van de hoogste Regeerders tot de laagste geregeerden, den kleinen man. Wij hebben het op de laatste vergadering van het Indische Genootsshap bij monde van den Oud-Resident van Soerakarta, A. J. Spaan, gehoord, hoe indertijd in een dessa in Djatitogo. de kleine man onderling overeengekomen is, den door ieder bezeten grond voor vasl, in den vorm van een grondbelasting, aan te slaan, onafhankelijk van wisselende productie-resultaten en individueel aan te brengen verbeteringen of achteruitgang door slechte bewerking, enz. ')

Men is ze eindelijk moede, die voortdurende onvastheid, het dan weder opdrijven, dan weder dalen der belasting, dat wankelen en hinken tusschen verschillende stelsels! De kleine man moet liet wel moede zijn uit den mond van] Hoofdinspecteurs. bij de voorbereidende onderzoekingen der nieuwe proef-heffingsysteemen te mogen hooren „Zeg mij de volle

!) liij latere verhoogde ol' verlaagde aanslag van bestuursvvege, zal de verdeeling onder de individuen dan ongetwijfeld ponds pondsgewijze geschiedt zijn.

ocr page 10

8

Wiuirlicid hoe alles in den boezem der gemeente toegaat, gij kunt onbevreesd spreken want verhooging der aanslag is geenszins ons doelquot; en dan tot belooning hunner oprechtheid toch verhooging te moeten ondergaan —laat ons er dadelijk bijvoegen, niet, als een gevolg van opzettelijke misleiding door die Hoofd-lnspecteurs maar vaak als noodzakelijk gevolg van den eisch tot geljkmatlgheid en billijkheid \n den aanslag — want evengoed werden zij. die bleken naar de regelen van dit of dat systeem te hoog aangeslagen te zijn, verlaagd. De Regeering en ambtenaren zullen het wel evenzoo moede zijn, sedert nu bijna één eeuw proeven te nemen, steeds weder proeven te nemen met nieuwe systemen van aanslag en eindelijk tot de bekentenis te moeten geraken „wij komen niets ot weinig verder!quot; nog altijd blijken de ongelijkmatigheden. de onbillijkheden, de weinige waarborgen tegen knoeierijen door de dessahoofden, nog altijd blijkt de onvastheid voor den kleinen man te blijven bestaan! Bij elk nieuw proefsysteem geraakt de geheele ambtenaarswereld in beweging (mijn collega's-tijdgenooten zullen zich de gejaagde werkzaamheid, de zenuwachtige inspanning nog wel herinneren, die alle betrokken Europeesche en inlandsche ambtenaren zicli getroost hebben gedurende de voorbereiding van het systeem Dr. Sollkwijx Gelpke, en die den dienst al te zeer in beslag namen en daardoor wel eens verkeerd inlluenceerden op de vele andere werkzaamheden!) en wat zijn de resultaten? ..De fout is gelegen in onkunde omtrent de productiesquot; zegt de een, en hernieuwde aanschrijvingen tot nauwkeurige proefsnitten door de kontroleurs te nemen met invoering van periodieke staten hunner verrichtingen, zijn het gevolg! „Neenquot; zegt de ander „het kwaad is gelegen «in de ongecontroleerde knoeierijen door de dessahoofden ))die het dubbele van den aanslag innen en zich toeëigenen. «Zij moeten scherper gecontroleerd worden.quot; — «De kleine

ocr page 11

9

«man is tegenwoordig vrijmoedig genoeg om in die gevallen te «komen klagenquot; — zal weder een ander hooggeplaatst «Regeerings-persoon zeggen — maar de inlander misleidt «ons in de uitgestrektheden! Als wij (als bij de tegenwoordige «proef in de Preanger) overal 40 % meer velden vinden, »dan stijgt immers de landrente in eens evenveel, zonder «eenige meerdere druk voor den kleinen man! Daar zoowel »als in een verkeerde landrenteheffing, selinilt dus een der «grootste fouten! De velden nauwkeurig, minutieus nauw-«keurig op te meten moet het doel zijn, en dat is alleen «mogelijk door Europeesche landmeters met de beste instru-«menten, wij krijgen dan een hlokkaart voor geheel Java! «dat denkbeeld moet cóulc qui cöute, verwezenlijkt worden.quot; En zoo staan wij voor een allerkostbaarste kadastrale opname van Java! voorloopig als proef in de PreaiKjerregenlschappen.

Grooter „coup de desespoirquot; om uit de ellende van het landrentestelsel te komen dan het denkbeeld dier kadastrale opname, bestaat er, n. b. m. wel niet. leder, die van nabij bekend is met de groote moeielijkheid om een blok kaart voor de verponding van een enkele hoofdplaats op Java gereed te krijgen (naar ik meen. zijn ze nog nergens op Java geheel in orde) zal beselfen welk een onbegonnen werk, welk een „mer a boirequot;. welk een enorm kostbaar werk vooral, zulk een opname voor de millioenen bouws velden op geheel Java zijn zal! En is zij wel noodig? De proef woi'dt genomen in de Preangerregentschappen. Nu is de Preanger juist de residentie, waar, om politieke redenen, de statistieke opname in der tijd niet gewerkt heeft. En dit is de voornaamste zoo niet de eenige reden waarom in de Preanger bij deze proef zooveel meer velden gevonden werden. Had de statistieke opname ook daar gewerkt, dan zouden die meerderheden toen gevonden zijn. De statistieke opname heeft over geheel Java aan het licht gebracht welk een belangrijk gedeelte

ocr page 12

10

der aanwezige bouwgronden steeds verzwegen was gebleven en heelt dit rnet weinig van den waren toestand afwijkende zekerheid gedaan. En dit koude wel niet anders, do daarbij gevolgde werkwijze moest wel een waarborg voor die zekerheid zijn. De kaarten der toen afgeloopen militaire opname van Jam ivcrden, namelijk, door ons aJs brouitlons gebruikt. De op grootere seliaal gemaakte dessakaarten werden in die militaire kaarten overgenomen. Nu waren in laatstgenoemde kaarten wel vele onnauwkeurigheden, maar een triangulatie lag toch tot grondslag en liet bevonden complex der bouwgronden sloot zich aan aan de wegen, rivieren, erven, bosch-randen enz. Het verschil met de werkelijke toestand kon de dus zoo belangrijk niet zijn. Wanneer nu een kadastrale opname volgt, zullen hier en daar op Java, ook tengevolge van verzwegen grond-veranderingen of nieuwe ontginningen (hoewel ook die evengoed door een ,.statistieke bijhoudingquot; kunnen worden opgenomen) wel weder enkele onnauwkeurigheden of lacunes geconstateerd worden, maar — de heer Vkksïunen boude mij ten goede dat ik ten zeerste meen te mogen betwijfelen of zijn taxatie dat gemiddeld over Java naar ik ineen '20o/0 meer bouwgronden zullen bevonden worden wel voldoende gemotiveerd is door den waren staat van zaken, 'j Ik ineen dit te mogen beweren op grond van wat mij van de statistieke opname bij ondervinding bekend is (ik was in der tijd chef der opname Sectie Kadoe) en van

Di! lieer Versti.inen' deelde ons mede, dat de dossas, waai'van de opname-uitslag hem tot grondslag voor zijn taxatie strekt door de Residenten werden aangewezen. Nu ligt liet voor de hand, dat de Resident juist die dessas (een viertal onder de duizenden!) koos, waarvan hij do gegevens loantrouiorfc (bijv. dessas in het gebergte, waar ondersteld werd, dat dessahoofden nieuwe ontginningen verzwegen hadden, enz.) Mag de uitslag van die opname van zuv enkele dessas onder de duizenden op Java, nu wel als grondslag gelden voor een suppositie van zoo groots algenieene meerder bevinding van SOO/o?!

ocr page 13

n

liutgeen ik later uok van oud-lioofdambtenaven vurnani. Het was merkwaardig welke Juiste opraetingen door de inlandsclie opnemers verricht werden met de eenvoudige goedkoope liandbousoles en alleen met vóórslagen werkend, en zelfs bij een systeem van grondbelasting is grootere nauwkeurigheid door minutieuse kadastrale opname geheel onnoodigen. wegens de ongeevenredigie kostbaarheid, x.elt's ongewenscht, met volle recht zoude iiier van toepassing zijn «le mieux est rennemi du bien»! En dio taxatie van meerder bevindingen, grooten-deels gebaseerd op een proef in de Preanyer, die om bovengenoemde reden, een volkome onjuislen maatstaf van de rest van Java aangeeft, zoude nu een dei' voornaamste motieven voor de Regeering mogen zijn om een kadastrale opname voor geheel Java wenschelijk te achten?! Wordt nu, bij de proef in de Preanger, de opname, wegens te hooge kosten, geplooid in een minder kostbare, en minder nauwkeurige, dan nadert men weder gei teel tot het stelsel der statistieke opname, en spreke men'^niet meer van een kadastrale opname!

De Heer Vekstjjnex hoeft ons in zijne rede in het Indisch Genootschap veel wetenswaardigs omtrent de proef in de PreangerregentscJiappen en de kadastrale opname in liet algemeen, medegedeeld en ook uiteen gezet wat Z.H.Edelg. zich van de goede resultaten daarvan voorstelt. Zijn werk verdient, m. i., de meest mogelijke appreciatie en belangstelling. Blijkens hel daarop gevolgd, uit den aard der zaak beknopt, debat, acht ook de Heer Verstijnen een grondbelasting als desideratum, er bestaat dus ook bij Z.H.Edelg. de algemeene drang naar die hervorming, waarover ik boven sprak. In zijn redevoering had. evenwel, m. i., geen bepaalde bestrijding van het landrentestelsel, qua stelsel, uit een principieel oogpunt alzoo, plaats. Integendeel wil Z.H.Edelg. (zij het wellicht voorloopig) dat landrente-stelsel behouden, en alleen

ocr page 14

12

ol'u betere i'egeliug van de heflinij der landrenten in het leven roepen. ')

Wanneer men nu sedert bijna één eeuw liet landrente-stelsel in zijn toepassiny tracht te verbeteren — de gebreken dan hier, dan daar zoekt en niet ot' weinig verder komt, —dan moet men eindelijk tot het hv/Acht komen dat het stelsel zelue niet deugt. — Waar alle vormen vau toepassing van hetzelfde stelsel te vergeefs beproefd zijn. daar schuilt de fout in hel vicieuse van het stelsel zelve! En wel moet het een vicieusstelsel zijn, dat, hoe ook toegepast, altijd nog aanleiding tot dezelfde klachten geeft, ongelijkmatige werking, gebrek aan waarborgen voor billijke inning, enz. enz.! En vicieus, in herjinsel vooral zeer vicieus, is het stelsel zeker! — Gelukkig voor den Javaan, dat de Regeering in de eerste plaats zelve nooit van haar macht gebruik gemaakt heeft om tot de maximumileffiing ('/2 van het product) overtegaan. — Gelukkig voor den Javaan, dat de kontroleurs vooral, met en onder den kleinen man levende en verblijf houdende, bekend met hun nooden, bezield met het verlangen een tevreden geest bij het landbouwende volk te kweeken en te behouden, — in het kort hart hebbende voor hun volk,—steeds getracht hebben in de toepassing, het vicieuse stelsel zoo dragelijk mogelijk te maken. Op welke wijze daar waar een nieuw proefsysteem bleek, nauwkeurig toegepast, al te bezwarend te zijn, — wel eens geschipperd is moeten worden in de toepassing, moge bij de Regeering wel onbekend gebleven zijn (dat behoort tot die zaken, die nu eenmaal niet altijd officieel erkend mogen worden) maar dat het wel geschied

1) Ook onder de punten van het behandelingsprogramma, opgenomen in het Convocatiebillet dei' Vergadering van 15 Januari, komt, wel is waar, voor do uitdrukking «het nieuwe slelsch, maar uit de redactie, in liet verband met de daaraan voorafgaande zinsnede, wordt daarmede bedoeld liet stelsel van landrenlehefllnri als onderdeel en alzoo met behoud — van het vigeerende landrentestelsel als zoodanig.

ocr page 15

13

is en vaak gesdiieilen moest, on» orger gevolgen te voorkomen — geloof ik mijn oud-collega-ambtenaren en evenmin de tlii»ns in dienst zijnde als ccn nieuwtje te behoeven te vertellen! Maar voor een gezonden toestand pronveert dit niet! Er; hierdoor alleen reeds (door het feit dat een stelsel hier en daar de gebiedende noodzakelijkheid tot modderen en schipperen in de toepassing vordert) is de veroordeeling van een stelsel n. b. tn. voldoende uitgesproken en geconstateerd. Maar het kan ook nuttig zijn meer gedetailleerd het vicieuse van het stelsel aan te toonen en de verschillende werkingen daarvan te onderscheiden (qui bene distinguit, bene docet). En dan lettemen opde3 volgende gezichtspunten -.Primo, — Het landrentestelsel, onder liet Engelse!i tusschenbestuuringevoerd, is (hoewel zeker ook op Britsch-Indische grondslag) een voortzetting van het oud-Javaansclie systeem — de 5de bos padie voor den Souverein — met dit onderscheid dat men tijdens de ontwerping van dat stelsel bij zeer mooie bouwgronden in plaats van '/ö w0' meende tot '/2 te mogen gaan Het is dus een belasting op het product \ Nu kan er, dunkt mij. voor den landbouwer niets meer ontmoedigend, niet hatelijker gedacht worden dan de wetenschap dat met zijn productie ook zijn belasting stijgt. Door degelijke bewerking, door veel zorg voor zijn waterleiding, door nauwgezet wieden, door nauwkeurig op do juiste tijdstippen droogleggen en onder water zetten zijner velden, heeft hij de productie weten te

J) Hot landrcnto-stelsol volgens ilü beginselen van het Engelsch tusschen-liestnur schijnt nooit door afkondiging bij ordonnantie ol' op andere wijze wcltUj door ons gesanctionneerd te zijn. Evenwel hebben wij het steeds stilzwijgend als werkend beginsel erkend en zijn er op blijven voortbouwen. Eerst bij de classenregeling Staatsblad 1872 no. CO zijn bepaalde te innen hoeveelheden genoemd, maar ailmodiatie, waarvan de „draagkrachtquot; slechts een gewijzigde vorm is. bleef toch in de toepassing steeds daaraan verbonden. Tn theorie is een vast helfingsquantum een zwevend begrip. In de pral.tijl: is men op Java nooit liooger gegaan dan Yo van ',0t product.

ocr page 16

44

verdubbelen, maar betaalt nu ook de dubbele belasting! — »Ja inaar« zal men tegenwerpen, «dat gebeurt immers bij «grondbelasting ook. de classificatie der kapitaalswaarde van ))den grond is toch ook op de productie gebaseerd, en de «verponding wordt immers telkens naai' die productie herzienquot; liet is hier maar de quaestie goed te onderscheiden! Er is een groot verschil tusschen een billijke taxatie van den grond naar een gemiddelde productie in verband met andere factoren eenmaal voor goed of althans voor een ruim tijdvak aangenomen, waarnaar een maliye verponding zich regelt, en een jaarlijks lluctueerende directe belasting, beslagleggende op een ruim deel van dat product! Het laatste is bet beginsel van het landrente stelsel (jaarljksche proefsneden, /a«Wlt;/7rst7/c aanslag) en juist omdat bet vicieuse daarvan gevoeld werd. zijn bij alle proefsysteemen met verschillende landrente-regelingen pogingen zichtbaar daaraan te gemoet te komen en getracht grenzen te trekken voor te hooge opdrijvingen al te groote afwisselingen in den aanslag. Zoo bij liet systeem Sollewijn Gelpke, de grenzen tusschen een minimum en maximum procentage (dat maximum was nog verre beneden het volgens Engelscbe begrippen geoorloofde) — Zoo de proef (ik meen op instigatie van Directeur Kuneman genomen) om de na tijdelijk te hooge opdrijving weder sterk gedaalde landrente voor 5 jaren onveranderd vast te stellen. — Zoo zeide de Iloofd-Inspecteur Gelpke op de vergaderingen «naar fixiteii moet gestreefd wordenquot;. Maar dit alles zijn zwakke, schoorvoetend genomen proeven in de toepassing van een zelfde in beginsel vicieus systeem, dat bijna sedert een eeuw was en tot heden gebleven is: een belasting op hel produel en moge al door de kontroleurs (zie boven) veel ten goede gedaan zijn en nog gedaan worden en dan ook over hel algemeen in de praktijk bet landrentestelsel vrij mild zijn toegepast en betrekkelijk matig drukkend zijn. de aard en

ocr page 17

het wezen van het viciouse systeem is wat hel beginsel betref l lot den luüdigen flag gebleven wat liet is. De Regeering beeft de macht, booger en booger bedrag te heffen en de inlander staat er aan bloot dat door een enkele wenk van boogerhand zijn belasting stijgt, zonder dat eenige wet hem waarborgt, wat hem thans ook door den practiscben gezonden zin, den humanen geest, die de kontroleurs, en de ambtenaren in het algemeen bezielt, ten deel valt! — Secundo — Maar ook uit een ander oogpunt in het landrentestelsel zoo vicieus; wanneer men bet namelijk beschouwt in verband met ons Regeeringssysteem op Java, waarbij wij door tusschenkomsl der inlandse]ie hoofden moeten regeeren. Zoo zijn dan ook de dessahoofden de inners der belastingen! Zij zijn de laagste trede van den hierarchieken ladder, tot welke wij afdalen en waarmede wij ons officieel inlaten, en dan nog hebben wij met duizenden zulke dessahoofden te maken : ons met de millioenen landbouwers-belastingscbiildigen zelve in te laten, zoude eenvoudig ondoenlijk zijn. Om ons een behoorlijken waarborg te schenken dat de belastingen binnen komen, hebben wij die dessahoofden dan ook aansprakelijk gesteld voor de opbrengst aan landrenten voor bun geheele dessa. Tüj wanbetaling door eenige ingezetenen brengt het dessaboofd toch de geheele aangeslagen som op, — klachten bij een districtshoofd over wanbetalers, zouden slechts aanleiding geven een geringen dunk te krijgen van betpouvoir van het dessaboofd over zijn geadministreerden! (Dat veelal door de dessahoofden eer te veel dan te iveinhj gefnd wordt laten wij thans buiten beschouwing, waar bet geldt het jwincipieel vicieuse van het landrentestelsel aan te toonen. maar dat er in tegenstelling ook streken zijn op Java, waar velen het algemeen zoo begeerlijk ambt van dessaboofd niet wenschen te bekleeden omdat ze te vaak voor de wanbetalers moeten opkomen, is, meen ik. een feit). Nu spreekt bet van

ocr page 18

lü

zelf dat liet eigenbelang van liet dessalioofd medebrengt, dut bij zijn aansprakelijkheid liefst zoo laay ningelijk houdt.

liet is voor hein een groot verschil of hij moet instaan voor een som van bijvoorbeeld /'2000, dan wol voor ƒ3000 of /quot;4000! Veel aanmoediging om door uitstekende zorg voor een goede bewerking enz. de productie der velden van zijn dessa te verhoogen is dus in het stelsel voor hem zeker niet gelegen, want door die zorg zoude immers de landrente zijner dessa en daarmede zijn responsabiliteit stijgen. Of onder die geringe zorg voor zijn dessavelden ook zijn eigen velden kunnen lijden, daarom zal hij weinig geven; die ambtsvelden toch zijn over het algemeen zoo uitgestrekt, dat hij ook bij zeer geringe productie, daaruit nog een ruim bestaan voor zijn gezin niet alleen, maar nog een groot overschot aan padie om te verhandelen zal overhouden. (Ik heb vaak, vooral in bergdessas tal van loemboengs op de erven der dessahoofden gezien, waarin gi-ootè pad ie-voorraad opgestapeld lag, vaak 0 a 7 maal de hoeveelheid jaarlijks noodig voor zijn gezin.) Nu behoeft men slechts een schrede verder te gaan om te onderstellen dat een dassaboofd op-zeftelijk de boiuvvelden van de aan zijn zorg toevertrouwde dessa verwaarloost en doel verwaarlozen, (natuurlijk binnen zekere grenzen en zorgvuldig den schijn van plichtverzaking vermijdende) om aldus geleidelijk tot vermindering in den aanslag te geraken; Wellicht geschiedt dit uitsterste zelden of niet; maai' het landrentesysteem, als zoodanig, kan er, in principe, de aanleiding toe zijn!

Tertio. In de derde plaats houdt het landrente-stelsel rekening met zooveel bijzaken, — er zijn zooveel factoren betrokken bij de berekening en den aanslag, er wordt zooveel van links en rechts bij gesleept, ook datgene wat er eigenlijk niets mede te maken heeft, dat daardoor de vastheid van beginsel, de éénheid van gedachte geheel verloren moet

ocr page 19

gaan. Dat warnet van bijzaken gaf aanleiding tot de vele uiteenloopende proefsi/stemen. Dat warnet is oorzaak v.'!.n ile vele verscliillunde opvattingen der kontroleurs (dikwijls van aangrenzende aldeelingen) in de toepassiuy van het stelsel, waarbij werkelijk verschillende toestanden waarmede rekening geho iden moei worden, doch waarbij ook geheel individueele en persoonlijke fictieve begrippen in aanmerking-komen. Dat warnet is het vooral dat aan de dassahoofden aanleiding geeft den kleinen man te misleiden, aan die hoofden allerlei voorwendsels aan den hand doet. waarmede zo tegenover de landbouwers hoogere heflingen en kleinere of grootere knoeierijen rechtvaardigen! — Ifet eigenlijke verschil tnsschen bruto en //^/Zo-product, in verband daarmede het quantum berekend voor inclrooyen, het quantum voor snij loon (hoewel veelal op '/s berekend, zeer verschillend en zich naai' vraag en aanbod regelend], de productiekosten (bij de regeling Sollkwux G-elpkk te berekenen door, met het horloge in de hand. bij elk onderdeel van sawali-hewerking te staan toekijken, hoeveel uitgestrektlieid een landbouwer bijv. in een half uur afploegt, evenzoo omspit, egt. enz. en/., en dan in verband met de dagloonen de kosten in geld te berekenen, waarbij men uit den aard der zaak tot de meest uiteetdoopende resultaten kwam ■) de draajkracht derdessa, waai-bij, behalve met eeuige der bovengenoemde, nog met allerlei bijzaken wordt rekening gehouden, toestand der erven. I'd!liny der dessa nabij passars, de yeleyenheid lot yeldverdienen bij particulieren, de algemeene grotdyesteldheid, de traditie,

') Die productie-kosten zijn dan ook nagenoeg onmogelijk met jnistlieid na te gaan. Ook liet snijloon versclult zoozeei'. Men moet dan ook niet naar liet ))iil(gt;aalc( van juiste kennis van liet «iwllu-iiradiicU( streven. Dat ideaal is nagenoeg onbereikbaar. Men stelle zich er mede tevreden vooreen kapitaals-waarde berekening hel »hrulii-ji)-oihicl. droof/«, tot grondslag te nemen. Mlt;'t de wijze van berekening, die ik zal aangeven, komt men daarbij geenszins tot een te hoog grondbelasting-cijfer.'

ocr page 20

18

ril. de overlevering van wat bij de oude ingezetenen bekend was omtrent periodiek terugkeerende misgewassen, enz. enz., alzoo tal van factoren, die zeker nog met velen, die mij thans ontgingen, vermeerderd kunnen worden en waaruit bet bedoelde warnet is samengesteld.

Bovengenoemde 3 hoofdgebreken, inbaerent ann het landrentestelsel zelve zullen door een /.-«drts/ra/c opname van Java zeker niet opgeheven worden !! De Regeering kan niets ver-standigers doen dan bet denkbeeld zoo spoedig mogelijk voor geheel Java op te geven — de proef in de Preanger te staken, en deze Residentie verder door mantris der statistieke opname met de band-bousole te doen opnemen en in kaart brengen, onder toezicht van ambtenaren van liet binnenlandsch Bestuur, zooals de vroegere kontroleurs der statistieke opname of bij-houding eveneens als toen bijgestaan door een Europeescbe landmeter voor bet technische gedeelte. Voor de vele daarbij noodige navragen naar den aard van het grondbezit enz. enz. die thans ook door de kadaster-ambtenaren geschieden (overigens geheel gerechtvaardigd door opdrachten van Regeringswege) zijn nu eenmaal de kontroleurs de aangewezen ambtenaren.

Nu moge door den practischen zin der controleurs — ik herhaal liet — veel ten goede gedaan en zeker in den laatste tijd veel verbeterd zijn, toch altijd blijft het vicieuse-stelsel te veel aanleiding geven tot onvastheid tot onzekerheid \oor den kleinen man, tot willekeurig of door de omstandigheden gedwongen opdrijven of verlagen van den aanslag, om niet het stelsel met volle zekerheid als een vicieus-stelsel te mogen veroordeelen. De bewijzen beeft men slechts voor het grijpen ! liet plotseling onder leiding van Dr. Sollewijn Gelpke in de meeste Residenties sterk gestegen aanslagcijfer werd latei-even spoedig weder verlaagd. Eenige jaren vroeger, ik meen nog onder de werking van het systeem Levysohn Norman, had in de Residentie Madioen een lijdelijk verzet der be-

ocr page 21

19

volking plaats, dat zulke afmetingen aannam, dut de Resident zich genoodzaakt zag toe te geven en de landrente aanmerkelijk te verlagen. Duizende inlanders trokken naar het hoofd van plaatselijk Bestuur op en verklaarden te hoog te zijn aangeslagen. De betrokken kontrolenr kreeg in last het cijfer tot op de helft te verlagen. Alle staten werden overgewerkt, de aanslag vooraf vastgesteld en daarna achteruit gewerkt en fictieve productie-cijfers berekend, die met den vooraf bepaalden aanslag overeenkwamen. De nieuwe aanslag werd bekend gemaakt, maar ook nu was de kleine man niet tevreden, het tijdelijke verzet hield aan en een nieuwe verlaging op dezelfde wijze volgde tot een billijke aanslag verkregen was! liet is overigens bij de ambtenaren genoeg bekend dat de Hoofd Inspecteur Sollewijn Gelpke op zijn rondreizen de aanslagen overal in de opgemaakte registers dassagewijze naging en het door de kontroleurs vastgestelde procentage voor vele dassa's met een pennenstreek eenige procenten verhoogde of verlaagde, naar mate hem dit, en volgens zijn systeem zeer terecht, in verband met de vele neven-factoren, wenschelijk of billijk voorkwam! Tot zulke wisselingen mag een stelsel geen aanleiding hunnen geven! Er moeAvastheid zijn! «Maar», zullen de kontrolenrs zeggen, «wij zijn inden «laafsten tijd door alle mogelijke opnamen zoozeer achter de «waarheid gekomen, wij hebben door nauwkeurige bereke-»ningen alles zoozeer verbeterd en dat in overeenstemming «met den kleinen man. dat nu, in onze afdeelingen althans, »die vastheid verkregen is en de aanslag jaren zoo blijven »kan, zoodat het landrentestelsel, op deze wijze toegepast, nog »zoo kwaad niet is en al vrij wel het karakter van een grond-ygt;belasting verkregen heeft!, wij behoeven dus niet van systeem «te wisselen.» Wij zouden zeggen «.reden te meen)!, waar gij noodig gevonden hebt het geheele karakter van het stelsel te wijzigen, zoodat van het oorspronkelijke stelsel weinig

ocr page 22

'20

meer overblijft, dan bestaat alle aanleiding het stelsel zelve op te geven en een stelsel in te voeren dat liet door U daaraan gegeven karakter draagt. De praktijk is veranderd, laat nu ook de theorie volgen. Het zij voortaan onmogelijk dat uit vicieuse theorie weder slechte praktijk kunne ontstaan.

Zoo ineen ik dan voldoende aangetoond te hebben dat het landrente stelsel, qua stelsel, niet deugt en dooi* een ander stelsel, dat meer stabiliteit aanbiedt, moet vervangen worden. En dat nieuwe stelsel moet, m. i., zijn «.een zuivere yroiul-helasting/»

II

Grondbelasting op Java met intrekking van het bijna een eeuw oude landrente-stelsel! De Regeering is steeds zoo bevreesd geweest voor schol-ken door nieuwe regelingen onder de inlanders te weeg te brengen (en zeker zeer terecht!) De voorzichtige Ilollandsche aard brengt mede, dat elke nieuwigheid vooraf deugdelijk onderzocht, beiidviseerd, van alle kanten bekeken, gewikt en gewogen wordt, (zeker evenzoo zeer terecht!) En nu zoo eensklaps, — mir nichts dir nichts — met één pennestreek zulk een ingrijpende verandering, onvoorbereid, onbeadviseerdü Zou dat niet een onbekookte, gevaarlijke onverantwoordelijke daad zijn!? Ik meen gerust te mogen verzekeren, dat in dit geval, werkelijk de overgang al dadelijk, zonder nadere adviezen, zonder nadere voorbereiding (dan die uit den aard der zaak voortvloeit) kan geschieden! Zonder speciale voorbereiding: Omdat de overgang uit de logica der feiten volgt, omdat de drang jmst tot deze overgang, zij liet onbewust, sedert jaren bij Regeerders en geadininistreerden gevoeld werd en meer en meer tot bewustheid kwam tot ze zich nu uitte in een onveranderde vaststelling der landrente voor 5 jaren; omdat de bedoelde

ocr page 23

24

schokken onder tic inlanders niet ontstaan l:unnen en de overgang bij hen alleen het aangename gevoel van de grootste rust en verademing na tijden van de meest onzekere soliommeUngen kan opwekken; omdat de nieuwe belasting vorm den druk op lien, die nu het slaclitolTer waren van liet systeem van draagkracht (dat vaak slechts voor een (jedeelte der dessa gold, maar toch op de yeheele dessa moest toegepast worden) zal verminderen; omdat door het streven der laatste jaren de landrente-regeling in de praktijk, zooals wij boven zagen, den vorm van een (jrondbelasl'inj aannam, en de kleine man, zooals steeds waai' het zijn belang geldt, ook nu zul medewerken om de overgang te doen tot stand brengen. — zooals wij dan ook uit het frappante, door den oud-Resident van Solo. A. 1. Si'a an aangehaalde, voorbeeld zagen; — omdat voor de noodige nevenbelastingen, de gelegenheid, zooals wij beneden zullen aantoonen, niet behoeft geschept te worden door nieuwe ordonnanties, maar reeds aanwezüj is, ten !2'k' zonder nadere adviezen; omdat als een gevolg van ai het bovengezegde, geen adviezen meer noodig zullen zijn. daar geen gegronde bezwaren tegen den overgang kunnen bestaan. De voornaamste daarbij betrokken partij toch. de kleine man. hoewel het groote jirincipieele verschil der twee stelsels niet begrijpende, hetgeen in casu ook geheel on noodig is, beseft daarentegen zeer goed het praclische resultaat, waardoor hij nu voor vast aangeslagen wordt en zal daarin juichen! En wat de Indische Regeering betreft, zoo is de tegenwoordige Gouverneur-Generaal Z. Excellentie Jonkh. C. A. II. Aan dku Wjjck, ook door persoonlijke ondervinding, zoo uitstekend op de hoogte van deze geheele quaestie, dat Z, Excellentie, de zaak luenschende, zeker wel allerminst nadere adviezen noodig heeft of verlangen zal. De adviezen, hoeveel vertraging in de zaken ook vaak gevende, hebben ons dikwijls voor veel kwaad behoed, maar bij waarheden, die zich als algemeen

ocr page 24

22

erkend onomstoolelijk vuordoen, zijn ze, dunkt inij, niet noodig en zouden door het zoeken naar bezwaren, die geen ernstige bezwaren zijn, wel eens het recht begrip der zaken kunnen embrouilleren, en dan meer kwaad dan goed doen, gezwegen van liet uiterste geval, dat ze den voortgang eener gewenschte zaak ijehecl zouden kunnen stuiten.

En zoo zijn er ook bezwaren togen een grondbelasting aan to voeren, maar zijn ze wel overwegend ? en niet grooten-deels fictief te noemen ? Laten wij die bezwaren eens nader nagaan en op hun rechte waarde trachten te schatten!

«Grondbelasting op Java! Maar grondbelasting heft men »van de eigenaars van den grond en de Javanen zijn immers »geen eigenaars, maar slechts bezitters, vruchtgebruikers, wij, »de Souvereinen, zijn de eigenaars — wij zouden dus ons ygt;zelven den grondbelasting moeten betalen! Door het heffen «van een grondbelasting zouden wij bovendien stilzwijgend verkennen, dat de Javanen volle eigenaars zijn! Welk een «gevaarlijk begrip, dat uit een politiek oogpunt verstrekkende «gevolgen kan hebben! En welk een mal figuur zullen wij «tegenover de andere koloniale mogendheden slaan, als zij «vernemen, dat wij verponding heffen van het mic/zfr/eZmu/f. «In liet kort, een grondbelasting is geheel strijdig met den «aard van hel grondbezit op Java en zoolang de Javaan niet «als onbeperkt eigenaar erkend is, houden wij aan ons begrip «vast, dat grondbelasting voor Java onmogelijk is!» Zoo ongeveer zullen de opwerpers van dit bezwaar spreken! Het begrip, dat zij vasthouden is; in beginsel, volkomen waar! Nu zijn er begrippen, die de wereld hervormen (mens agitat molem) maar er zijn ook begrippen, die geen effect hoegenaamd hebben, die in de praktijk niet inwerken, die niets anders zijn dan een onpractisch woordenspel. Ik zoude ze, in tegenstelling met de werkzame levende begrippen, — ygt;doode begrippen» willen noemen. En uit zulk een dood begrip

ocr page 25

23

komt het bovenaangehaalde be/waar voort! Het is waar,de Javanen zijn in principe slechts bezitters, vruchtgebruikers, en de uiterste grens, welke de Regeering in de laatsten tijden aannam, is agrarische eigendom., met verbod van vervreemding aan niet-inlanders! Maar heeft niet van de vroegste tijden van ons bestuur af, in de praktijk, voor den inlander het grondbezit op Java het karakter van eigendom bezeten9 Hebben wij niet altijd, zooveel mogelijk, dat karakter gehandhaafd en als zoodanig gerespecteerd en aanleiding gegeven dat de Javaan zich als volle eigenaar, of althans niet veel minder, konde beschouwen?! Bestaat bij hen niet het erf-recht, de schenkingen, vooral waar individueel grondbezit heerscht, de onderlinge verkoop van bouwgronden. En zelfs bij de eenigste restrictie, die. nu nog bestaat, het verbod van verkoop aan niet-inlanders, werkt daar niet, nota bene. de Regeering zelve mede om haar eigen verbod te ontduiken'?! Als een inlander zijn sawah aan een Europeaan of Chinees wil verkoopen, verklaart Inj eenvoudig «dat hij den grond vrijwillig verlaten heeft» De grond wordt nu — als «kennelijk verlaten» -- domein, en nu verkoopt het Gouvernement zijn domein aan bedoelden Europeaan of Chinees. De inlander-bezitter ontvangt echter de eigelijke koopsom van den Europeaan of Chinees, wel is waar onderhandsch en in den vorm van schadeloosstelling voor zijn vrijwillige verlating, maar deze handeling wordt ijeheel gesanctioneerd door uitdrukkelijke opname in het procesverbaal! Behalve deze onder-handsche koopsom aan den Javaan-bezitter, betaalt de Europeaan of Chinees dan bovendien een tweede officieel erkende in den regel matigen koopsom aan het Gouvernement voor het verkochte domein. — En door deze (overigens zeer rationeele en practische) goocheltour heeft de Javaan zijn onvervreembare grond toch vervreemd, en eenvoudig een daad van vol grond-eigenaar verricht !

ocr page 26

24

Iluuzeer verder liet Gouvernement de gelieditlieid van den Javaan aan den grond zijner voorvaderen, zeer terecht, respecteert, blijkt ook uit de groote moeijelijkheid, mij bij ondervinding bekend, om een Javaan, (bijvoorbeeld een lastig sujet, opstoker bij opstootjes) van Java verbannen te krijgen terwijl dit onder gelijke omstandigheden bij een Clnnees(al is hij op Java geboren) betrekkelijk gemakkelijk gaat. ') Van het standpunt van den Javaan, moet deze zich als vol-eigenaar beschouwen en het bovengenoemde bezwaar is m. i, niet meer dan een wasse neus, een bezwaar, dat in de praktijk niet weegt. — Blijft men aan zulk een dood begrip toch nog liangen, is men inderdaad nog zoo bevreesd zich ridicuul te maken bi j de koloniale mogendheden, welnir dan spreke men van a'jrarische (jrond-helastiuj of welke meer geschikte naam de aanvoerders van het bezwaar vinden kunnen! —

Ken tweede fictief bezwaar tegen yrondbelastiny kan opge-worpen worden uit een fiscaal oogpunt. Een grondbelasting — zal men zeggen —moet minder opbrengen dan landrente. Het Gouvernement zal er bij verliezen! Als landrente beffen wij nu (systeem Sollewijn Gelpke) tot !G0/o van de bruto-opbrengst en wij mogen veel hooger gaan tot Va, zegge 50% maar een verponding (grondbelasting) gaat nergens ter wereld liooger dan l0/o van de kapitaals-waarde. — Men make zich uiet ongerust. Bij do zoo matig gestelde landrente volgens Dr. Gelpke (speling tusschen 8en lü procent, naar ik meen) zoude een grondbelasting ad'1% der kapitaalswaarde ongeveer evenveel op brengen. Om een voorbeeld te noemen — neem een productie aan van f 50.— bruto per bouw, (bijvoorbeeld 25 picol hnilo doch droog product a /'2 — per picol marktprijs) stel

!) Ili heb. althans, in der tijd, de verbanning van een 5 tal in een complot betrokken ('hinezen van Tri/al kunnen bewerken maar daarentegen een Javaan, die de, bevolking tegen den Landlieer van de Pemanochan en Tjiassem-lanclcn in Kfawamj opstookte, niet verwijderd kunnen krijgen.

ocr page 27

25

een land renle van lÜ0/o (systeem {Telpke) geeft/quot;5.— landrente per bouw. — Nu de grondbelasting onder dezelfde omstandigheden ; volgens de op datzelfde veld, sedert jaren vrij wel bekende, gemiddelde bovengenoemde productie, wordt het geclassificeerd onder die klasse van gronden, waaronder die van /'500.— (de genoemde gemiddelde productie gekapitaliseerd door liet tienvoud te nemen) vallen. l0/o van /' 500.— geeft aan verponcliiKj of yrondbelastiny weder juist hetzelfde bedrag der landrente n. I. f 5.— Bovendien is thans nog in het landrentecijfer begrepen een zeker bedrag, dat getaxeerd wordt naar billijkheid uit een hoogere draaykracht (een zamenstel van de hoogere besproken gnnstige omstandigheden, gelegen buiten de eigenlijke waarde van den grond als zoodanig) te kunnen voortvloeijen. De landrente bestaat dus (terecht werd het door den kuntrolenr Tollenaar in de vergadering van het Ind. Genootschap gezegd) uit de eigenlijke landrente -f- een belasting op die nevenomstandigheden. Nu is een der nader te bespreken gezonde gevolgen van de invoering van een grondbelasting dat de landrente in die 2 factoren yesplitst wordt, n.l.— yrondbelaslinij afzonderlijk en — ne ven belast in (jei i afzonder lij k. De opbrengst der grondbelasting mag dus zooveel lager zijn als die. op de nevenbelastingen overteb ren gen, draagkrachten bedragen, zonder nadeel voor het Gouvernement. Wil men echter meer zekerheid in deze, dan kan men gemakkelijk vooraf nagaan, hoeveel de (jemiddelde landrente per bouw op Java in de laatste jaren opbracht en het lixum-procent voor de grondbelasting, in verband met de nevenbelastingen, daarnaar regelen. Ziet men dan, dat dit bijvoorbeeld 1procent van do kapitaalswaarde moet zijn (waaraan ik twijfel, vooral in verband met de te verwachten slijijing der bovengezegde, hieronder nader te behandelen, »lt;?t'e»-belastingen) dan is er wel geen bezwaar dat I '/4 procent aan te nemen. Is dit volgens een in de

T

ocr page 28

26

oeconumie aangoiiomen beginsel te lioog, dan make men, zoo noodig, een uitzondering op dien aangenomen regel, die wellicht ook weder op doode begrippen steunt. Wij moeten per slot van rekening ons eigen huishouden op Jam besturen en de bij andere koloniale mogendheden, bestaande begrippen behoeven, n b. m., daarop niet te enfluenceren.

Mijn bezwaar tegen de landrente is ook geenszins dat de aanslag te hoog opgedreven of te zwaar zoude zijn, en het doel cener grondbelasting behoeft geenszins te zijn den kleinen man te verligten. maar het bezwaar tegen landrente is vooral gelegen in de onvastheid, en de vaak niet te vermijden ongelijkheden, waartoe het stelsel aanleiding geeft en tegen bovengenoemde tweeslachtigheid, gelegen in den factor der daarin opgesloten nevenbelasting.

liet derde bezwaar is ))dat grondbelasting nog niet past in de tegenwoordige oeconomische toestanden op Java.)) Wat wil men daarmede eigenlijk zeggen?! Er bestaan geen toestanden, die men niet onder woorden zoude kunnen brengen! Wil men daarmede o. a. zeggen, dat de op Java nog zoo onzekere en ongelijk verdeelde particuliere industrie, ongelijke en onzekere, aan allerlei wisselingen onderhevige, toestanden in het leven roept, waardoor voor den inlander de gelegenheid tot geldverdienen in de verschillende deelen van Java zeer ongelijk is. in de eene Residentie veel, te veel gelegenheid daartoe bestaat (Pasoeroean, Soerabaija) in de andere (Bagelen) niet of te weinig — dat die gelegenheid bovendien, ook daar waar ze bestaat, zeer onvast is, zelfs eensklaps kan ophouden te bestaan (bijvoorbeeld door sluiting van Suikerfabrieken in tijden van malaise, opheffing van kwijnende ondernemingen, enz. enz.) ? Maar dan past een grondbelasting veel heter in deze oeconomische toestanden, dan een landrente-stelsel, want het zal veel gemakkelijker zijn de correctie voor die afwisselende welvaart te vinden in verhooging of verlaging van

ocr page 29

27

de iievenbela.stingen (bijvoorbeeld : een bedi-ijfsbelastingschul-dige krandjangmaker bij een suikerfabriek wordt, als de fabriek sluit, wegens staking van zijn bedrijf van het bedrijfs-register afgevoerd) dan in afzondering van het vage bedrag dat als belasting op de draagkracht nog in de landrente-omslag opgesloten was. of weder opdrijving daarvan bij toenemende welvaart (in liet laatste geval zullen bij een grondbelasting stelsel de nevenbelastingen van zelve stijgen). —

Wil men onder die «oeconomische toestand van Java» ook rekenen het groote verschil in marktwaarde van de padie (stel in den oosthoek van Java /quot;12 — de picol, in Bagelen f 2.— de picol) waarvan de waarde der bouwgronden afhangt, ook daarbij past dan beter een grondbelasting, waarbij men een veel meer zuivere rekening met üe grondwaarde houdt, dan bij de tweeslachtige landrente. Wil men de nog niet overal geregelde irrigatie onder de oeconomische toestanden brengen, waardoor vaak belangrijke misgewassen ontstaan, waarbij afschrijving van landrente noodig is? — maar men kan immers evengoed in die gevallen vrijstelling van grondbelasting verleenen!

Er zijn zeker nog tal van onderdeden, die den oeconomischen toestand bepalen, maar voor geen daarvan zoude grondbelasting in. i. bezwaar opleveren en deze past juist n.h. m. in den oeconomischen toestand van Java. Wat de bovengenoemde draagkracht, de algemeene welvaart betreft, verdient hier nog opmerking, dat bij den landrente-aanslag (systeem Gelpke) met de algemeene welvaart van een geheele dessa (de aanslag geschiedt steeds dessasgewijze, nooit individueel, ook niet waar individueel grondbezit heerscht) werd rekening gehouden — de nabijheid van groote passars. de gelegenheid tot geld verdienen, de gunstige irrigatietoestand, enz. enz.— maar nu zijn er vele groote dessas, die, qua éénheid, volkomen in dien toestand van groote draagkracht verkeeren, maar waar,

ocr page 30

28

in imlividuen ontleed, eenigo gemeenteleden, (bijvoorbeeld in. vaak van de kern-dessa verafgelegen, gehuchten, of wegens andere redenen) ttiel uj lueiniy in dien gunstigen toestand deelen. Nu werd het procentage der cjeheele dessa eenige proeenten weyens de yroole draaykrachl verhoogd! De kwaden moesten dus met de yoeden lijden! Zeer onbillijk! De/e onrechtvaardigheid nu wordt geheel opgeheven door een zuivere yrondbolasliuy. De groote welvaart laat zich in den regel altijd onder een of andere bedrijfs- of andere neven-belastingen brengen en de aanslag der bedrijfsbelasting en van alle andere nevenbelastingen op Java geschiedt steeds individucel! Men heelt dus hij een grondbelasting de correctie der thans, uit het landrente-stelsel voortvloeiende onbillijkheden, steeds in den hand! !

Een 4de bezwaar kan tegen een grondbelasting aangevoerd worden, dat ook met oecunomische toestanden verband houdt: — hel Communaal bezil.

«Behalve het (bij het l«tc bezwaar reeds besproken) gemis »aan vol eigendomsrecht» — zal men zeggen — »is het bezit »niet eens overal individueel. Hij de jaarlijksehe herver-»deelingen ontvangen Jan, Piet en Klaas hun stukken bouw-))grond weder op geheel andere plaatsen en wellicht wel «eens in grootere ot kleinere aandeelen. Hoe kunnen dan «behoorlijke dessa registers door de dessa hoofden aangelegd «worden, die toch bij grondbelasting behoorenNu is dooide onderzoekingen der laatste jaren overal aan het licht gekomen, dat in verreweg de groote meerderheid der dessas met communaal grondbezit, de aard daarvan reeds lang geweest is (of wel de bevolking yeheel uit eigen beweyiny, allengs gekomen is tot) — een communaal yrondbezit met vaste aandeelen [drany van het volk naar vastheid!) een toestand, die zeer weinig afwijkt van het zoogenaamd individueel bezit op Java, op de zuiverheid waarvan ook nog al wat

ocr page 31

29

al'tedingen valt. Maar al was of' is het zoo, dat in vek' dessas nog afwisseling van aandoelen voorkomt, dan nog zie ik liet onoverkomelijke van liet bezwaar, daarin gelegen tegen grondbelasting, niet in. De inrichting van ons Bestuur brengt nu eenmaal mede dat wij de aanslag, bij tv elk systeem ooi:, dessasgewijze moeten doen. Wanneer wij nu, met de classi-licatie der soorten bouwgronden (en die soorten zijn reeds overal voldoende bekend) in elke dessa-complex rekening lioudende, de (jrondbelastimj per bouw vaststellen, dan is bet bedrag voor elk grooter of kleiner individueel aandeel gemakkelijk na te gaan : als den inlander liet bedraj per houw bekend gemaakt wordt, dan weet deze volkomen waaraan bij zich te houden beeft en met bovengezegde vaststelling per bouw zijn er dan ook geheel voldoende en aan het doel beant-woordende gegevens te bekomen, voor aan te leggen dessd-registers. Zeker zoude de toestand zuiverder zijn, wanneer in die weinige dessas geen wisseling van gronden meer plaals vond. wanneer op Java een zuiver individueel grondeigendom bestond, volgens Weslersche begrippen, maar men moet nu eenmaal rekening houden met den bestaanden staat van zaken en de volmaaktheid is nergens in do wereld te vinden!

Nu rest nog een 5^« bezwaar, dat tegen een grondbelasting kan aangevoerd worden, n.1. de hoogergenoemde inrichting van ons Bestuur op Java, die medebrengt dat het dessalioofd do laagste sport van den hierarchieken ladder is tot welken wij afdalen — en dat wij ons met de millioenen individuen-belastingschnldigen zeiven. nimmer inlaten — (wol worden hier en daar in streken waar individueel bezit heerscht, aan elk landbouwer afzonderlijk kleine individueele landrente-aanslag-billetjes uitgereikt, en, wanneer dit steeds nauwkeurig kan geschieden, is dit zeker een goede maatregel, maar die uitreiking heeft weder geheel door hisschenkomst der dessaboofden of dessaschrij vers plaats en bet is de vraag

ocr page 32

30

of door gebrek aan (ie noodige controle, de zaak althans niet ten deele op «een wassen neus» nederkomt. en anderdeels is er geen reden, wanneer de maatregel, die dan toch jaarlijks geschiedt, goed blijkt te zijn. ze ook in de jaarlijks van grondbezit wisselende dessas toepassen.) — «Zoolang wij »ons niet persoonlijk met elk der bovengenoemde raillioenen «individuen in contact stellen en ze, een voor een. in een «officieel verpondingsregister brengen, hebben wij weinig »verbetering van een grondbelasting te verwachten. Waar «alles toch aan de dessahoofden blijft overgelaten, hebben «wij niet den minsten waarborg, dat de kleine man in gunstiger «conditie komt!» zullen de opwerpers van dit bezwaar zeggen. Naar mijn overtuiging zullen wij dien waarborg echter zeer voldoende bezitten en wel in de zuiverheid van beginsel en in den vasten vorm der intevoeren grondhelasiing. De kleinen man zal weten dat hij jaren lang heizelfde bedrag moet opbrengen, de dessahoofden zullen de nevenzaken niet meer als voorwendsels kunnen gebruiken om den kleinen man een tantième boven de landrente te doen opbrengen. De belasting-vorm, als alleen met den grond rekening houdende en geen verband zoekende met allerlei nevenzaken, zal den kleinen man als een zuiverder beeld voor oogen staan, de controle van boven af en onderling door vergelijking met zijn dessa-genoten en leden van naburige gemeenten, gemakkelijker zijn. Het dessaregister, waarin de vasle aanslag per bouw van elk der 3 of 4 dassen van bouwgronden voor goed. of althans voor een zeer ruim tijdvak genoteerd is, zal ten overvloede steeds door oenige meer ontwikkelde landbouwers geraadpleegd kunnen worden. De volmaaktheid zal niet bereikt zijn. maar beter een aanvankelijk minder volmaakte grondbelasting, dan het meest volmaakte landrente-stelsel van het Engelsche tusschenbestunr!

Mocht nu, ondanks alle verbeteringen in den kaatsten tijd

ocr page 33

31

in den landrente-aanslag gebracht en die den overgang tot grondbelasting zoo gemakkelijk, zoo «als aangewezen «maken, bij de Regeering nog bet algemeen bezwaar blijven bestaan, dat de zaak niet genoeg voorbereid is, nog aangenomen worden: «Er »is nog te weinig éénheid, nog te veel verschil van opvatting, »nog te veel onzekerheid omtrent de gegevens, vooral die «omtrent producties en padieprijzen.» dan meen ik te mogen «zeggen: «geen beter middel om tot die éénheid te komen, dan «een dadelijke invoering der grondbelasting, want dan ife het ^beginsel, waarvan men moet uitgaan, vastgelegd, en dan «bestaat geen twijfel meer omtrent de richting, waarnaar ^gestuurd moet wordenjgt; Eerst moeten de ambtenaren bevrijd worden uit het warnet der nevenzaken, die men ,,draagkrachtquot; noemt, want die geven aanleiding tot de verschillende opvattingen tot het gebrek aan éénheid] Om een voorbeeld te stellen: Een kontroleur wordt geplaatst in een welvarende aldeeling tegen den tijd dat een nieuwe landrenteaanslag op til is. Hij heeft echter tijd genoeg gehad om zijn afdeeling te leeren kennen. Hij moet toegeven dat ze welvarend is. maar toch acht hij de landrente te hoog opgedreven: wellicht zonder er zich bepaald rekenschap van te geven, gevoelt hij toch — als een individueel besef — dat in het vage en zwevende van het begrip der «draagkracht», die aanleiding tot die opdrijving gaf, een onregelmatigheid gelegen is. waartegen bij hem een tegenzin bestaat, „Zij betalen daarvoor reeds erf- en bedrijfsbelastingquot; meent hij, en iiij zoekt naar middelen den landrente-aanslag te verlagen.

Konde hij het procentage maar verminderen, dat was het eenvoudigste, dan was hij dadelijk klaar! — want daarin zit juist de quintescens van zijn bezwaren (de draagkracht zijner afdeeling), maar aan het percentage te tornen, doet hij liever niet — een enkel procent lager voor eenige dessas, zoude er door kunnen — maar een algemeene verlaging van 2 of

ocr page 34

procent voor zijn gelieele afdeeling zomie niet gaan. Behalve dat liij daannede een der voornaamste steunpilaren van het «landrentsysteem Dr. Gelpke» (de «draagkracht» nl.) aan liet wankelen zoude brengen, een voornaam antribiint. waarmede dat systeem staat of valt, zoude aantasten — lieeft liij bovendien, toevallig,een Chef (Resident of Ast.-Resident)die den «drang» naar vastheid in hooge mate bezit. Ook isin den landrente-staat, door Dr. Gelpke Ingevoerd, een afzonderlijke kolom voor die procentages bestemd, hetgeen voor andere gegevens niet het geval is. o. a. niet voor den marktprijs, die verscholen ligt in de cijfers der kolom «producties in geld berekend.» Geen ander geschikt middel vindende — en toch willende bereiken wat hij gewensciit acht — komt hij eindelijk — ten einde raad — op de jiadie^rijzen. Hoewel daarvoor toch iveds veelal den mm/jnnm-marktprijs wordt aangenomen, laat hij —-in overeenstemming met zijn districtshoofden (die c. q. in der. regel dadelijk den kontroleur volgen in wat hij wenscht) — den marktprijs in zijn landrentestatcn nog wat dalen onder dat minimum. — Zijn collega-kontroleur in de onmiddellijke aangrenzende afdeeling heeft, echter, een geheel andere opinie omtrent den «draagkracht» —en. hoewel diens afdeeling volkomen even welvarend is — behoudt deze den ouden marktprijs. Het feit van gebrek aan éénheid is daar!! — de bron der onzekerheid is ontstaan!! Later, ais de geheele aanslag voor de Residentie is afgeloopen en nu moet gearresteerd worden, gaat de Resident of een Inspecteur den aanslag na — vindt in één aldeeiing de landrenten gedaald — zoekt naar de oorzaken en stuit op den padie-rnarl:tprijs! Er zijn zoo zaken — kleine onregelmatigheden, die eigenlijk niet oflicieel erkend mogen worden — maar. bij navraag, komt de kontroleur er toch rond mede voor den dag, — hij heeft dan ook ter goeder trouw gehandeld en de zaak, die, per slot van rekening, toch in het ludaug van zijne bevolking

ocr page 35

was, niet anders kunnen regelen. Maar daarmede is de zaak niet beeindigd, er moet éénheid, gelijkheid tussclien gelijk welvarende afdeelingen bestaan, — en nu begint het wikken en wegen welke der beide kontroleurs-opvattingen de meest ware, of althans de billijkste is. waarbij op de bevolking maar ook op den fiscus dient gelet te worden. De bron van weifeling en onzekerheid is daar! Er wordt beslist in een zekeren zin, — maar op hetzelfde oogenblik heeft een dergelijke quaestie zich voorgedaan in een ander gedeelte van Java en daar wordt weder in een anderen zin beslist.!!!

En nu is het tjebrek aan éénheid voor eenige jaren vastgelegd ! en deyelijk vastgelegd! Bij de vaststelling van vooraja.ren onveranderde landrenten-aanslag, werd geen duimbreed daarvan afgeweken, (althans tijdens den termijn, dien ik nog bijwoonde.) Door de Regeering (of althans van Regeer!ngswege) werd strikt en onherroepelijk aan liet cijfer vastgehouden en als er een onbillijkheid in den aanslag aan het liclit kwam, zoude die 5 jaren hebben moeten voortduren, tenzij ze wellicht hier en daar, door liet plegen van een kleine —«onregelmatigheid)) — eenigzins verzacht werd. Als men nn al dadelijk een (jrondbelasting invoert, en aanvankelijk wat vrijgevig is met de te geven bevoegdheid van partieele herzieningen (die juist de 2 hoofdzaken, productie en marktprijzen betrelïen) — dan zal er al dadelijk éénheid van begrip bij alle kontrolenrs op geheel Java bestaan, omdat in ]\et stelsel zelve xan grondbelasting, die éénheid van begrip aanwezig is. De ambtenaren zullen niet meer afgeleid worden door de nevenzaken der «draagkracht.» Allen weten waaraan zij zich te houden hebben, de vaste richting waarin gestuurd moet worden. Men staat voor de urgenties van het „fait accompliquot;, en daarbij heeft men dan nog het voordeel, dat men met die «partieele herzieningen» jaarlijks kan voortgaan waai' ze noodig blijken en dus geen ongelijkheden, als thans hij een vijfjarige on-

3

ocr page 36

34

lieiToepeliJk vaststaande landrente-aanslag, gedurende 5 jaren laat voortduren!

Moge het vreemd klinken en een «contradictio in terminis» daarin gelegen zijn, om de voorbereiding lot een in te voeren stelsel na de inwerkingtreding van datzelfde stelsel te doen plaats vinden, — liet is m. i. de eenige doeltreffende manier, en men noeme die voorbereiding dan «verzekering van bétere werking door partieele herzieningen,» liet geen ze in casu dan toch ook inderdaad is.

Hiermede meen ik de voornaamste bezwaren wederlegd te hebben. Zijn er, waarop ik niet geattendeerd mocht hebben, of meent men dat de aangevoerde niet voldoende opgelost zijn, dan iioop ik dat andere ambtenaren of oud-ambtenaren ook linnne zienswijze in deze zullen kenbaar maken.

ITL

De nevenhelastingen. Bij invoering van een matige grondbelasting, zullen de nevenbelastingen aanmerkelijk kunnen stijgen. «Wanneer wij de landrente konden splitsen in een grondbelasting en in nevenbelastingen, die nu nog gedeeltelijk in de landrenten begrepen zijn — dan zouden wij er zijn!)) zeide terecht de kontroleur Tolt.knaau in de laatste vergadering van het Indische Genootschap. — Nu! ndan zijn wij er!» meen ik te mogen zeggen, want de vorm dier nevenbelastingen bestaat reeds (belasting op het bedrijf, belasting op de erven, hoofdgeld enz.) en wij kunnen bedoelde nevenbelasting onder één van die vormen brengen. Van groot belang is het feit, dat bij invoering van grondbelasting, een geheele zeer groote classe van bedrijvingen, die tot dusver totaal buiten de bedrijfbelasting stond, nu daarin zal vallen. Ik bedoel de landbouwer-padiehandelaars. liet beginsel staat vast dat geen product in dezelfde hand. door twee. hdasüwgen

ocr page 37

tegelijk mag get rollen worden. Nu valt bij de landrente, als belasting op het product, de verhandeling van dat product, (de padie, die na verbruik door zijn gezin, voor den landbouwer overschiet) geheel buiten de belasting op het bedrijf, want, sloeg men hem als padiehandelaar aan, dan zoude hetzelfde product in handen van een en dezelfde persoon tweemaal belast worden. Bij een zuivere grondbelasting echter, die geen rekening houdt met het product en waarbij de huid-bouwer desnoods zijn grond, desverkiezende, geheel braak kan laten liggen, — wordt hij wel degelijk bedrijfsbelastingschuldig voor zijn padiehandel. — Welk een enorme tak van handel dit op Java is, weet ieder, die de passars bezocht heeft en de groote opeenstapeling van bossen padie in den op eiken passar daarvoor vast bestemde plaats, den padie-hoek, gadegeslagen heeft. En de (luizende dessahoofden zelve, wier grootste bron van inkomsten (van de eerlijke dessahoofd nl.) de padie-verkoop is, de verhandeling van het product van hun groote uitgestrektheid ambtsvelden, zullen het grootste contingent aan die belasting leveren. Want men denke er niet aan die dessahoofden, als een- privilegie voor hun stand, als een tegemoetkoming voor hun gewichtige werkzaamheden, of uit égard voor al de «soesah» aan hun baantje verbonden, bij grondbelasting, voor hun groote inkomsten als padishandelaar te blijven vrijstellen. Men sla ze gerust aan! Ze houden, met den vrij matigen maatstaf, dien ons Gouvernement ook bij de bedrijfsbelasting op Java over het algemeen gesteld heeft, nog ruim genoeg aan winsten over! Het dessahoofd is, wel is waar, het officieel erkende hoofd, zelfs van een soort van ambtscostuum voorzien, maar hij staat buiten de patricische of aristocratische kaste der inlanders van hoogen afkomst, waaronder wij bij voorkeur onze hoogere hoofden kiezen, en die terecht nog eenige privilegies genieten. Het dessahoofd wordt uil de landbouwers door deze zelve gekozen en is

ocr page 38

30

en blijft zelf «kleine man», liij is in zuiveren toestand de «primus inter pares», meer niet! En het zoude een ziekelijke philantropie verraden die menschen (de goeden niet te na gesproken in den regel groote knoeiers, als ze niet goed gecontroleerd worden] uit welk soort van égard ook, vrijstelling van een hoogst billijke belasting op het bedrijf te geven. Ook bij de middelen tot inning van deze belastingen moet de Regeering m. i. niet te overdreven kieskeurig zijn. Wat in Holland vexatoir, inquisitoriaal zoude zijn. is liet op Java geenszins. De toestanden verschillen nu eenmaal en, hoe groot voorstander men ook van verbeteringen vooruitgang kan zijn, men moet er rond voor uit durven komen, dat het «liberaal in Holland, conservatief in Indië» nog in veel opziciiten een verstandige stelregel is. Om de goede werking en vlotte inning van zulk een belangrijk deel van de bedrijfsbelasting als de padie-handel dan zal innemen, te verzekeren, zonde ik er, bijvoorbeeld, niet het minste bezwaar in zien, dat de districthoofden persoonlijk nagingen en nota hielden van den voorraad padie in alle loemboengs in de dessas; dat hun wekelijksche rapportdagen, waar zij alle dessahoofden, de voornaamste padie-handelaars, bijeen hebben, door een vertrouwd sujet (een schrijver of rnagang) van den ondercollecteur, als belastinggaarder, met zijn kasboek, werden bijgewoond, en aan die dessahoofden gelast werd eiken rapportdag een deel van hun aanslagsom in mindering aftedragen; — en dat evenzeer op elke passardag (in den regel eens in de 5 dagen) zulk een belastinggaarder in den padie-hoek op de passars met zijn kasboek plaats nam, aan welken, des noods met hulp van eenige mindere hoofden steeds op passer-dagen aanwezig, de padiehandelaarseen deel van de contanten, die zij pas ontvingen en noy in handen hebben, tegen behoorlijk bewijsje, in mindering zouden moeten afdragen. Zulke maatregelen, wel verre van vexatoir op Java te zijn.

ocr page 39

37

vallen geheel in het begrip van liet volk, dat zuo lichtvaardig met zijn contanten omspringt en is, per slot van rekening, in zijn eigen belang, daar het exuties, onderhandsche of officieele, wegens wanbetaling, voorkomt! — Nu zijn er vele dessas, waar het dessahoofd zijn padie niet direct verhandelt, maar zijn, voor het onderhond van zich en zijn gezin overtollige, bonwvelden aan zijn dessagenoten verhuurt, — dien grondverlumr kan men na invoer van grondbelasting niet door een belasting trelten (de grond zou dan tweemaal in denzelfden hand door een belasting getroffen worden), maar dit geeft, den fiscus geen nadeel, daar het verhandelbare product niet verloren gaat, doch eenvoudig verplaatst wordt, in andere handen komt. ]n de dessas waar dit geschiedt zal de padi-handel der ingezetenen, huurders van de gronden van het dessahoofd, dan natuurlijk zooveel uitgebreider zijn, en de belasting op het bedrijf van padie-handel zal dan ook, met bovengenoemde maatregelen, bijna onmogelijk te ontduiken zijn. (Dat het gedeelte der padie, dat elk landbouwer verhandelt om aan contanten voor zijn belasting te komen, vrij van belasting moet zijn, spreekt m. i. van zelve). De belastingen op de verschillende uitingen van welvaart (draagkracht) der bevolking, —- die thans voor een deel in de landrente begrepen zijn, voor een deel in de bestaande nevenbelastingen geheven worden — moeten, bij invoer van grondbelasting geheel op de laatstgenoemden overgaan. Daarvoor is het niet noodig nieuwe belastingen te creëeren. Het aan de eigenlijke landrente geheel vreemde onderdeel, dat in den vorm van belasting op de «draagkracht» door het systeem Gelpke daarbij ingeslopen is — het stiefkind van den landrente aanslag — moet, als een daaraan vreemd ..parasitisch uitwasquot;, daaruit verwijderd worden en kan volkomen overgeënt worden op de beslaande nevelbelastingen, waardoor beide belastingen — grondbelasting en nevenbelastingen — hun eigen-

ocr page 40

38

aardig, zelfstandig karakter bekomen zullen en een gezonde toestand verkregen zal worden. De belasting op het bedrijf zal dan in de eerste plaats evenredig stijgen —- verder zal waarschijnlijk do belastincj op erven eenige verhooging kunnen ondergaan — en zoo noodig het hoofyeld met eenige opcenten vermeerderd kunnen worden. De belasting op het bedrijf zal m. i. alleen geheel voldoende zijn als aequivalent — na een paar jaren werking van hot grondbelastingsysteem zal men volle zekerheid hieromtrent hebben! ')

De meerdere draacjkracht, de grootere welvaart van een dessa is, dunkt mij, altijd te ontleden in factoren, die dooide een of ander der bestaande belastingen kunnen getroffen worden. De meerdere gelegenheid tot geld verdienen, als een

]) Nieuwe directe belastingen in te voeren is niet wenschelijk. Aan de beslaande directe belastingen is de inlander nu eenmaal gewend, maar liét ligt geheel in den volksaard van den inlander een bepaalden voorkeur aan indirectc belastingen te geven. Mocbt te eeniger tijd het Indische budget hooger inkomsten wenschelijk maken — dan komen in. i. een verhooging van indirecte belastingen daartoe in de eerste plaats in aanmerking. Om een voorbeeld te noemen: het zoutmonopolie. Deze indirecte belasting brengt meen ik, in onzen archipel ± 7 millioen op. Ieder huisgezin heeft eenige weinige centen per weck noodig aan zont — men zoude m. i. gerust en zonder eenig bezwaar den zoutprijs met 10% kunnen verhoogen, zonder dat de inlander daarvan eenig merkbaar bezwaar zoude ondervinden en waardoor, zonder eenige verhooging van perceptie-kosten, de schatkist dadelijk eenige tonnen meer zouden ontvangen. Men heeft gezegd dat de waronghoudsters en zoutverkoopers op de passers zulk een verhooging als voorwendsel zouden nemen om den prijs nog eens te verdubbelen, zoodat, om één ton voor den fiscus te winnen, de druk op den armen inlander feitelijk met 2 of meer ton zouden toenemen! Ik kan deze, minstens zeer overdreven, bewering niet aannemen en geloof dat men daarvoor niet bevreesd behoeft te zijn. Omdat de zoutbelasting verdeeld is over elke levende ziel, elk gezin daarin deelt, is ze zoo weinig drukkend. Het is bekend, hoe spoedig op Java, de gehate f/u'ccfe;tabaksbelasting moest ingetrokken worden, die bovendien betrekkelijk weinig opbracht. En de beste resource om den schatkist te stijven stuit m de 2de Kamer al' op liet doode begrip dat de arme verdrukte Javaan zijn schamel korreltje zout, zijn eerste levensbehoeften, niet duurder mag betalen! Ik moet dit bezwaar, waar het door de, op finantieel gebied als zoo bekwaam erkende, autoriteiten gesteund wordt, respecteeren — maar begrijpen doe ik het niet!

ocr page 41

39

der oorzaken van de welvaart, bestaat toch in de uitoefening van bepaalde bedrijven, die gelegenheid wordt gevonden in bepaalde werkzaamheden, zij het als daylooners. De meerdere vruchtbaarheid der erven vindt uiting in een hoogere belas-tingswaarde. i)e betere toestand van den grond, die in een vaste classificatie onder een betere grond-soort, wordt uitgedrukt, blijlt. als de grondslag voor de {irondbelastiny, thans, waar het de nevenbelaslinfjen geldt, buiten beschouwing. Maar de bij-omstandigheden, die de zoogenaamde draagkracht in een dessa verhoogen, zullen m. i. steeds voldoende onder een der beslaande belastingvorinen vallen. — De vroeger oi' later uit een algemeene welvaart voortvloeiende blijvende gegoedheid, rijkdom aan bezittingen van waarde enz., blijlt evenwel zekerlijk onbelast — onder een vermogensbelasting of iets wat daarop gelijkt, gaat de gelukkige welvarende Javaan tot nog toe niet gebukt!!

IV.

Roven werd opgemerkt dat een grondbelasting al dadelijl: konde ingevoerd worden, behoudens de voorbereiding die uit den aard der zaak- voortvloeit en ik zal thans trachten te omschrijven, waarop die bewering steunt. Juist omdat door de ondervinding der vele proefnemingen met allerlei landrente regelingen (die proefnemingen zijn dus toch tot iets nuttig geweest!) in den laatsten tijd, door de lofwaardige toewijding der kontroleurs vooral, zooveel verbeterd is, juist omdat men door die proefnemingen, door die onafgebroken toewijdende werkzaamheid der kontroleurs. meer en meer tot de overtuiging gekomen is, dat de fout in de onvastheid en onzekerheid gelegen was, en dan daardoor ook meer en meer tot vastheid en zekerheid van regeling gekomen is, in die mate, dat het stelsel van landrente nagenoeg volkomen het karakter van

ocr page 42

40

een vaste (jrondbelastinij (behoudens de ongelukkige parasiet der dfaagkraclitj verkregen heeft. — juist daarom zal de overgang tot een stelsel van vaste grondbelastincj zoo gemakkelijk eu geleidelijk zijn. In zekeren zin behoeft hetgeen reeds daad geworden is, slechts ook nog den naam daarvan te bekomen. Wij hebben uit al het hooger gezegde gezien, dat het principieele verschil tusschen de twee stelsels dan nog groot genoeg blijft, een verschil dat, in casu. geen afbreuk hoegenaamd doet aan de groote eenvoudigheid en gemakkelijkheid van den practischen overgang. —- Maar eenige voorbereiding, die uit den aard der zaak bij elke overgang vereischt wordt, zal toch noodig zijn. En die voorbereiding bestaat uit de regeling der drie volgende zaken: lo de verwijdering van den parasiet der draagkracht uit den landrente-aanslag; 2° de evenredige verhooging der nevenbelastingen; 3° de classificatie der grondsoorten voor de grondbelasting.— 1° de verwijdering van den parasiet der „draagkrachtquot; uit den landrente-aanslag. Behoefde men dit niet te doen. dan konde men met mathematische zekerheid omtrent een gelijke opbrengst voor den fiscus, de landrente in grondbelasting omzetten. Men behoefde dan slechts, na classificatie der 3 grondsoorten, het totaal der gemiddelde producties van die 3 soorten voor geheel Java te nemen, die totaal-productie te kapitaliseeren en na te gaan welk procent op de kapitaals-waarde van den grond zouden moeten geheven worden om een opbrengst aan grondbelasting te bekomen volkomen gelijk aan den tegenwoordigen landrente-opbrengst. Nu men den «parasiet» er uit verwijderen moet en nog niet met volkomen zekerheid weet hoe hoog de nevenbelastingen kunnen opgedreven worden om een zuiver aequivalent daar te stellen, moet men bij benadering werken. Bij het thans vigeerende systeem Gelpke bestaat speling tusschen 7 en 10 procent van het product, landrente en draagkracht te zamen;

ocr page 43

41

en naar ik meen, berekende die Hoofd-Inspecteur, dat een gemiddeld vast landrenteprocent, waarbij een gelijke totale opbrengst aan landrente voor geheel Java zouden verkregen worden, als thans bij fluctuatie dier procenten verkregen werd, 12 procent zoude moeten zijn. Bij. onder gunstige omstandigheden verkeerende, dessa's werd het procentage met eenige procenten verhoogd, 1, 2 of 3 procenten, bij ongunstige evenzoo verlaagd. Dat, bij het min of meer vage begrip van draagkracht, hier een greep bij benadering gedaan weid, spreekt van zelf, men konde niet met mathematische zekerheid bepalen juist hoeveel procent verhooging of verlaging door die meerdere of mindere draagkracht vereischt werd — wellicht zoude men mei fracties van procenten hebben moeten werken, betgeen te omslachtig zoude zijn.

Men moet dus, bij de afzondering van den «parasiet» nu ook bij benadering te werk gaan en dan is de aangewezen rationeele weg om de grondbelasting voorloopig vast te stellen op een paar procenten heneden het gemiddelde. Men stelle c. q. voor geheel Java de grondbelasting, in stede van op het gemiddelde van l20/o dor landrente, op 10 procent van het product, en zette die, na kapitaliseering van het product, om in procent aan grondbelasting — liet product gekapitaliseerd door het 10-voud te nemen, dan komt 10% product dus juist overeen met l0/0 der kapitaalswaarde. üe grondbelasting wordt dns over geheel Jaca, uniform voor alle verschillende grondsoorten, zij het voorloopig, vastgesteld op l0/o der grondwaarde. Men zal bovendien vooraf nog zoo zuiver mogelijk kunnen taxeeren wat de bedrijfsbelasting (na overenting van den parasiet on opname der padiehandelaars zal kunnen opbrengen, en dan bij de voorloopige vaststelling van bedoeld procent, daarmede rekening kunnen houden.

2°. De verhooging der nevenbelastingen. Daar. zooals boven gezegd word. verwacht kan worden dat de bedrijfsbelasting

ocr page 44

42

alleen voldoende zijn zal um daarop de parasiet der draagkracht. als aequivalent voor de daarvoor bovenaangegeven 20/o verlies aan landrente, over te enten, zoo kunnen de andere nevenbelastingen buiten beschouwing blijven. Mocht het noodig blijken ook die te verhoogen, hetgeen de ondervinding leeren moet, dan zullen de uitkomsten der bedrijfsbelasting van zelve aangeven, wat in dezen zal moeten geschieden. Hij de eerste jaarlijksche aanslag van de belasting op het bedrijf, na bovengenoemde vaststelling der grondbelasting, zal al dadelijk blijken hoeveel die aanslag (door opname der padie-handelaars, en door ahjemeene verhooging als aequivalent voor hetgeen de inlander door de verwijding van de draagkracht uit de vroegere landrenten, minder aan grondbelasting behoeft op te brengen), gestegen is. Wil men zekerheidshalve nog een tweede jaar ondervinding in deze hebben, dan wachtte men nog een jaar, vóór men tot de definitieve vaststelling van liet procent aan grondbelasting overgaat.

3°. De classificatie dei- grondsoorten. Deze neme men over van de landrente-registers, zooals die classificatie thans in de productie-cijfers bestaat. Zooals bekend is, heeft men van oudsher op Java de i«tp. 2lt;lc en 3lt;le soort bouwgronden, naaide producties, en deze onderscheiding in 3 soorten heeft zich steeds in den loop der tijden, bij de meeste proef-stelsels en regelingen, zoo blijven handhaven. ') Zij berust op de, in de dessas zeer goed bekende, verschillen in producties en soorten van bouwgronden, nader bevestigd en gecontroleerd door de prnefsneden. Behalve de door de kontroleurs zelve met groote nauwkeurigheid genomen proefsnitten (buiten de voorgeschrevene, meer of minder

!) De tijdelijko verdeeling in 10 dassen (systeem 1872) is later weder vervallen.

ocr page 45

43

naar mate van de persoonlijke ambitie dier ambtenaren) werden steeds en overal, jaarlijks, door of van wege de districtshoofden, door de onderdistrictshoofden met dedessa-hoofden, in elke dossa, zulke proefsuitten voor el1:e grondsoort genomen, en. al worden ze niet altijd aan de kontioleurs ingediend, zoo koude uien in elke kawedanan de daarvan opgemaakte staten dessasgewijze vindenMen moet de mate van juistheid dier proefsuitten, op haar ware waarde stellen! Men schatte de waarde daaraan te hechten niet te hoog, maar ook niet te laag. Ik heb persoonlijk gedurende mijn geheele diensttijd steeds tal van dergelijke proefsnitten op de velden genomen en wel eens, bij de nameting van het aangewezen en door de hoofden uitgemeten stuk, bevonden, dat men. quasi bij vergissing (die toevallig altijd in hun voordeel was) eenige □ roeden minder dan de werkelijke uitgestrektheid opgegeven had, en het mag aangenomen worden dat in alle bovengenoemde dessasgewijze staten eenige opzettelijke lagere opgaven gedaan worden. Maar, en gros, komen zij toch, over het algemeen, vrij nabij de waarheid, en werden die proeven sedert jaren vrij wel ter goeder trouw genomen, en gecon-troleerd. Waar dit nu reeds sedert lange jaren, van vroeger af, zoo uitvoerig geschiedde, is de waarde der grondsoorten in zeer bevredigende mate bekend, en make tie Regeering zich geen illusie dat zij. door noy eenige, meer of minder talrijke proefsneden, tot beter resultaat zal komen! M. i. kan men ze, als grondslag voor een classificatie van grondsoorten, even als thans bij het landrente-stelsel voor de 3 gemiddelde p'ocfatc/te-soorten. in voldoende mate vertrouwen en aannemen Heeft men thans in sommige dessas verschil in de soorten

!) Deze reeds aanwezige gegevens zullen dan ook een veel beter maatstaf aangeven, dan een, m. i. geheel noodelooze opname van één proefveld voor een geheel blok. bestaande uit meer dessas, zooals de Heer Verstijnen wenschelijk acht.

ocr page 46

44

omdat wat bijvoorbeeld in de éene dessa 2^0 soort is, in een andere de l^tc is, dan moet dit benam in gs-versr 11 il, bij de vaste grondbelasting, geredresseerd worden. Indien, bijvoorbeeld, aangenomen is een bruto productie beneden de 20 picols padie als derde soort, tusschen de 20 en 30, 2''« soort, boven de 30 als 1ste soort, maar men in een dessa, waar deze eerste soort niet bestaat en geen veld meer dan 30 produceert, de velden tusschen de 20 en 30 als soort opgegeven heeft, daar brenge men ze terug tot waf ze zijn, 2lllt;' soort. De maatstaf der soorten moet voor geheel Java (jelijkluidend zijn, om alzoo tot geen misverstand aanleiding te kunnen geven. De benaming der grondsoorten moet, ik herhaal het, constant zijn voor geheel Java en het procent grondbelasting moet evenzoo constant zijn. Het in de verschillende streken vereischte verschil in het bedrag der grondbelasting, afhankelijk van de verschillende kapitaals-waarde van een en dezelfde grondsoort, vindt zich van zelf in den factor der marktprijzen, die zoo belangrijk uiteenloopen over geheel Java, en die de verschillende kapitaalswaarde der grondsoorten van volkomen gelijke productie bepalen. Zelfs bij het landrentestelsel — zoude (bij gelijke draagkracht) de factor der marktprijzen alleen, als eentje factor het verschil voor liet aanslag-cijfer moeten aangeven. Waar in Hagelen een grondsoort 25 picols bruto droog produceert a /^marktprijs der padie, = /'50 product, gevende alzoo bij 100/o landrente /quot;5 — daar zal dezelfde grondsoort met hetzelfde product van 25 pikols in Soerabaya, doch met een daar geldende marktprijs van bijvoorbeeld f8 per picol f200 opbrengen en bij gelijke draagkracht als in Bagelen met hetzelfde procenfage a 100/o in plaats van f5.— een landrenten geven van f20.— Evenzoo bij grondbelasting, — bovengenoemde productie van 25 picols per bouw, in geldswaarde gekapitaliseerd in Bagelen a f2 marktprijs = /quot;500 — 1% grondhe-

ocr page 47

45

lasting geeft /quot;5 - dezelfde productie maar met /quot;8 marktprijs gekapitaliseerd in Soerabaya = f 2000 — hetzelfde constante -|o/o grondbelasting geeft weder f 20 grondbelasting in Soerabaya. Het berust dus op een dwaling (ontstaan door de begripsverwarring, waartoe de «draagkracht» aanleiding geeft, tot rle mate van welke draagkracht immers een hoogere of lagere padie-productie zelve, evenzeer als de nevenomstandigheden. bijdraagt) het berust — zeg ik — op een divaliny dat men een uitdrukking van de wisseling in welvaart, die deels een gevolg van nevenomstandigheden deels van de padie-productie zelve is, ook voor zoover ze uil de laatste voortvloeit, (') dooi' jluctuatie in het [iroceniage der landrente zoekt of zonde willen zoeken. Integendeel moet dat pro-centnge zich overal en altijd gelijk blijven, een constant cijfer voor geheef Java zijn — en dit «a plus forte raison» bij (jrond-belaslintj. Evenzoo moet de classe dei' grondsoort, gebaseerd op de vrij constante padie-productien der laatste jaren, een constante grootheid zijn — eerst en alleen de, voor elke streek van Java verscllillende doeli zich vrij gelijkblijvende. marktprijs moet de juiste verschillen in kapitaalswaarde bepalen, waarvan de constante i0o heffing, een even juist verschil vooreen billijken grondbelasting aangevende, slechts een noodzakelijk gevolg is. — Voor die streken van Java, waarvan de toestand zich, na vaststelling der grondbelasting, geheel mocht wijzigen, waar, bijvoorbeeld, door aanleg van een belangrijk waterstaats werk, irrigatie voor tot dusver ongeirrigeerde gronden of belangrijke verbetering in irrigatie is aangebracht, zal men

1) Voor zoover zo uit de nevenomslandkiheden voortvloeit, mag ze bij grondbelasting geen invloed hoegenaamd op In t percentage hebben, zooals boven gezegd is; dat is juist de parasiet die verwijderd moet worden. Ik wijs bier meer bepaald op de padie productie omdat, bij het debat in bet Indisch Genootschap, het hier bedoelde misverstand scheen te heerschen, en naar ik meen, beweerd werd, dat men bij hoogere producties ook hoogere proeentages moest of kon hellen.

ocr page 48

40

den grondslag der gronden-classilicatic, alzoo jxxrlieel voor die streken, moeten herzien. Zulke partieele herzieningen, die immers nergens en nimmer behoeven uitgesloten te zijn, komen in beginsel beter voor, dan de correctie te zoeken in een nevens de grondbelasting te heften waterrecht. De inlander heeft nu eenmaal een bepaalden afkeer van nieuw in te voeren directe belastingen en een «waterrecht» zoude zeer moeielijk billijk te regelen en te kon troleeren zijn en tot een eindelozen administratie ven omslag leiden. Maar overigens zullen de ahjemeene herzieningen voor de grondbelasting spaarzaam en slechts na ruime tijdvakken van bijvoorbeeld 20 jaren, en op zijn meest na elke 10 jaren moeten plaats vinden. Eerstens om vastheid te geven — er is door de voortgaande uitbreiding der particuliere industrie op /«va in vele streken meer neiging tot stijging der kapitaalswaarde, dan tot daling — het lang onveranderd blijven der grondbelasting zal dus in het voordeel wellicht tijdelijk te zeer in liet voordeel van den kleinen man zijn, — welnu dat kwaad is niet groot en de beschermers van den verdrukten inxanen zullen erin juichen! Maar in de 2|10 plaats zuilen die veelvuldige algemeene herzieningen m. i. niet noodig zijn. Ais men de producties der laatste jaren nagaat, zal men zien, dat, die, voor elk stuk grond, zich vrij gelijk blijven. Sedert onheugelijke jaren geven eenige streken in Zuid-Bagelen dezelfde ellendige productie — sedert onheugelijke jaren schenken de sawahs in de delta van Soerabaja dezelfde prachtige opbrengsten aan de gelukkige bezitters. M. i. zijn ook de grenzen der 3 soorten gronden in elke dessa vrij constant en zeer goed bij de dessa-lieden bekend en zullen gemakkelijk opgenomen kunnen worden. (behoudens eenig bezwaar bij het stellen van den juisten middellijn bij langzamerhand in elkander overgaande grondsoorten.) De statistieke opname kan dat werk blijven verrichten en de individueele dessaregisters kunnen gaandeweg verbeterd

ocr page 49

47

worden ten behoeve van do eerste algemeene hei ziening. Ook de zoo belangiijke factor der padieprijzen blijft zieii overal vrij wel gelijk. Sedert onheugelijke jaren is de padieprijs in Zuid-Bagelen laag — stel voor sommige dessas /' i —per picol— in Soerabaja boven de /10 per picol. Ook deze factor is overal vrij constant. Waar de particuliere industrie zich ontwikkelt (Banjocmas) zullen die prijzen zeker stijgen, maar dan zij van toepassing hetgeen boven over de verbetering van irrigatie is gezegd (partieele herzieningen.) — Wanneer men de kontroleurs van BB. met verlof hoort, hebben zij in de laatste jaren zooveel tot verbetering in den landrente-aanslag gedaan, zijn gaandeweg zoo bekend geworden met de toeslanden, hebben die wetenschap zoozeer uitdrukking doen vinden en vastgelegd in hun landrenteregisters, dat men — zoo niet de volmaaktheid lieeft bereikt — althans tot zeer goede resultaten is gekomen. En, naar hetgeen ik nog niet lang geleden op Java gezien heb, zijn dit geen ijdele woorden, maar verdient hetgeen die kontroleurs zeggen het volle vertrouwen! Het wordt nu eindelijk eens tijd dat die betere regelingen zich in een beter stelsel oplossen. Er moet eindelijk eens genoeg zijn gedaan! En steeds kunnen de kontroleurs daarbij met voldoening constateeren. dat het streven altijd naar vastheid in den landrente-aanslag gericlit werd, dat men de grenzen van zekerheid, billijkheid en vaste regeling thans zoozeer genaderd is, dat de landrente nagenoeg het karakter van een grondbelasting verkregen heeft. Zoude het dan niet tijd worden — zoude gunstiger gelegenheid nog afgewacht moeten worden — om nu eindelijk de laatste schrede over genoemde grenzen te doen — en daarmede het lang verbeide desideratum — een grondbelasting — te bereiken — en die alzoo voor goed in te voeren ?! Zooals ik boven zeide, er is geen andere voorbereiding meer noodig dan die uit den aard der zaak voortvloeit. Deze bepaalt zich dan.

ocr page 50

48

zooals boven omschreven, slechts daartoe, dat men, na afvoer van het draagkracht-cijfer en na een classificatie, die nagenoeg reeds gereed ligt. liet procent alleen, voorzichtigheidshalve, in verband met den uitslag dei' nevenbelastingen, vooreerst nog voorloopig op 'i0,o vaststelt. Reeds over 2 of 3 jaren kan men dat procent van de kapitaals waarde voorgoed (of althans voor een zeer ruim tijdvak) op het dan noodig gebleken bedrag vaststellen en proclameren. M. i. zal dan het tijdvak gerust op 20 jaren gesteld kunnen worden, en vóór den alloop daarvan alleen pcoiieele herzieningen mogen plaats vinden.

Met het oog op het hooger gezegde zullen m. i. vooreerst de jaarhjkschep'oe/.sHedeft voorloopig kunnen gestaakt worden — men hoeft werkelijk genoeg aan wat men op dat gebied thans bezit. -— Men hervatte ze eerst weder als een algemeene herziening op handen zal zijn (c. q. ook bij partieele herzieningen.) Thj een classificatie der gronden, naar de bekende productiën in padie of welk ander gewas ook — waaruit de kapitaals waarden geconstateerd worden, heeft men, bij grondbelasting, voortaan, in elk tijdvak van grondbelasting, geheel genoeg aan de welenscluip dier kapitaalswnarde, als eenig en alleen noodig voor de bepaling van hei bedrag der grondbelasting. Het kan m. i. voortaan, binnen elk tijdvak, van ondergeschikt belang en vrij onverschillig zijn (uit een fiscaal-oogpunt namelijk, geenszins onverschillig in vele andere opzichten) te weten ol een stuk grond geirrigeerd wordt of niet, of het tegal of savvah heet, of de inlander lust heeft het geheel braak te laten liggen of te bebouwen, als men de kapitaalswaarde slechts goed kent en geboekt heeft. De legger van de landrente, voortaan de legger van de grondlasten is een zuiver fiscaal stuk. M. i. kunnen al die extra gegevens, die tot dusver in de land rente-registers opgenomen werden, en die in een oeconomisch-staatkundige beschrijving van Java te huis behooren — voortaan daaruit gerustelijk

ocr page 51

49

weggelaten worden. De grondlast-legger wordt dan tot zijn eenvoudigste vorm gereduceerd (zie bijlage dezes) en zoo men wil, kunnen die gegevens, als noot, in de kolom ..aanmerkingenquot; als totaal voor een district worden opgenomen. Wil men ze, ouder gewoonte, absoluut, dessasgewijze uit den legger kunnen putten, dan rest niets anders dan de traditio-neele geliefkoosde kolommen er maar weder in te lasschen! Iets anders is de wenschelijkheid om in elke dessa afzonderlijke neven-registers aan te houden, en dit wel individueel bij de steeds toenemende neiging tot individueel bezit op Java, waarin voor elk stuk grond al die noodige gegevens worden genoteerd en bijgehouden en die voor de wetenschap van eventueele waarde-vermeerdering of -vermindering van elk stuk grond, tegen den tijd, dat een algemeeme herziening der grondbelasting noodig is, van onschatbare waarde kunnen zijn om deze vlot te doen alloopen.

Het kringen-stelsel zal voortaan vervallen. Het is, zooals men weet gebaseerd op de «draagkracht». Waar eenige dessas ongeveer in dezelfde omstandigheden, die den draagkracht bepalen, verkeeren — wordt een uniform percentage landrente voor zulk een dessa-complex geheven. Nu zal daarbij steeds een zeer verklaarbare neiging bestaan tot vorming van afgeronde complexen. Wel werden, als er te midden van zulk een complex, een of meer dessas in ongun-stigen staat verkeerden, deze tot een andere, mindere kring gebracht. Maar hoe te handelen, als enkel een gehucht van een dessa in ongunstige conditie verkeert?! Bij dessasgewijze aanslag kan men dat gehucht toch onmogelijk bij een andere kring brengen! De kwaden moesten dus weder met de goeden lijden, en de onbillijkheden blijven bestaan! Bij een grondbelasting met constant en uniform procent, en volledige oplossing van de draagkracht in de nevenbelastingen, vervalt echter geheel het nut, dat het kringen-stelsel bij landrente

4

ocr page 52

50

kan opleveren, ze dienen tot niets meer — het «raison d'etre» bestaat niet meer!

Men wordt, door een grondbelasting, van zelve bevrijd uit den doolhof van gecompliceerde toestanden, van allerlei verwikkelingen, waartoe het landrente-stelsel wegens hel vicieuse van het beginsel, aanleiding geelt. De toestand wordt door grondbelasting opgeklaard en beter gedefinieerd. Elke dessa staat weder op zich zelf en ontsnapt aan het gevaar om iets. tot haar nadeel, aan den beteren toestand van een buurman-dessa te behoeven te ontleenen om — het illumineuse idee van een kringen-stelsel tot zijn recht te doen komen!

Wat de stijging der nevenbelastingen (ad 2° bovenbesproken) betreft kan nog opgemerkt worden, dat de padie-handel in sommige streken van Java, voor een groot deel, in handen van Chineezen is. Deze zijn vaak de groote opkoopers op de passars en hebben voldoende kapitaal, om de padie te blijven opschuren tot de prijzen eventueel tijdelijk mochten stijgen. De omzet der inlanders, die bedrijfsbelasting schuldig was, wordt nu in handen der Chineezen nogmaals belastingschuldig. Bovendien bestaat bij chineezen hier en daar vrij uitgebreid clandestien grondbezit van sawahs, die ten gevolge van voortgezet geldelijk voorschot op den oogst, enz. in hun handen kwamen. Men kan hier en daar dan ook (o. a. in Kadoe) eenige sawahs door Chineesche koelies zien bewerken. Het kwaad is moeielijk te keeren, maar kan m. i., althans een geldende reden zijn om met den bedrijfs-aanslag der Chineezen zoo fiscaal mogelijk te werk te gaan. En nu wij rnet de Chineezen bezig zijn, zij mij hier een kleine uitweiding omtrent dat volk geoorloofd. Het is hier wellicht een minder geschikte gelegenheid om een «philippica» tegen de Chineezen op Java te houden, maar men boude mij ten goede, dat ik aan de neiging daartoe geen weerstand kan bieden.

ocr page 53

51

Enkele goede individuen, die ik met genoegen leerde kennen en apprecieeren, niet te na gesproken, ineen ik dat het Chineesche element voor de vloei: van Java moet gehouden worden. ')

Men hoeft gezegd «ze zijn zoo noodig en een weldaad »voor den tussehenliandel en voor de kleine nijverheid «en bedrijven. Zonder hen zou de groothandel kwijnen en «zoude de industrie zulk een vlucht nooit genomen hebben.» Ja! het is altijd moeielijk te zoggen wat zoude geschied zijn, als iets anders niet geschied ware, maar met evenveel recht meen ik te mogen vragen: »als er nooit een «Chinees op Java geweest was, zoude zich dan uit de iu-«landers geen tusschenhandelaren, ais nu de Chineezen ziju, «ontwikkeld hebben?» Zelfs thans treft men eenige energieke inlanders als tusschenhandelaren aan — verder trekken o. a. de Bawéanners overal Java als klein-handelaren rond. Ook onder de inlanders vindt men knappe indnstrieelen (o. a. de bekende meubelmakers van Japara). Zijn de Chineezen niet juist een hcletsel geweest voor de uitbreiding van kleinhandel en industrie onder de Javanen omdat eerstgenoemden hen verdrongen hebben, en is liet wonder dat de Javanen zich Helen verdringen, als men ziet dat de Chineezen het in dit opzicht zelfs van de energieke Amerikanen gewonnen hebben?! Maar de macht van de volksregeering in Amerika heeft het mogelijk gemaakt ze daar uit te drijven. Die volksmacht

!) Gaarne geef ik too dat de Chineesche immigratie op Sumatra do enorme vlucht der particuliere industrie diuir mogelijk gemaakt of bevorderd heeft en dat de Delische tahaksondernemingen zonder dat niet zulke prachtige winsten zouden afwerpen maar de toestanden zijn geheel verschillend van die op Java. ln. vormen de Chineezen op Sumatra, als het ware, een afzonderlijke kolonie op Woeste gronden, mot een vaste -werkkring, die geen aanleiding geeft den inlander uittezuigen. 2°. als de Chinees op Sumatra met het volk in aanraking komt vindt hij in don trotschen flinken Sumatraan een geheel ander ras tegenover zich. dan waartoe do nederige zachte Javaan behoort.

ocr page 54

52

liebben de Javanen echter niet! Maar waar zelfs liet vrije Amerika zijn poorten voor de Chineezen sluit, blijven wij voortgaan ze een gemakkelijke toegang tot Java te ver-leenen. Alleen met een pas van den Consul van Singapore gewapend, waarop niet eens een signalement voorkomt, zoodat elke Chineesclie vagebond zulk een pas zonder gevaar van zijn confrater-landverhuizer kan koopen, — komen ze vrij op Java aan — en, eenmaal voet aan wal gezet, weten zij er in den regel wel te blijven. Wel beijverden wij ons in den laatsten tijd, bij de beslissing over de definitieve toelating

— op grond van gemis van vast geregeld bedrijf — eenige naar China terug te zenden, maar dat aantal is toch betrekkelijk gering in verhouding tot de blijvende, vooral tot de van vroeger af verblijf houdende. En dit betreft nog maar alleen de «singkés» maar tegen de groote toename van de «pranakkans» valt, uit den aard der zaak, niets te doen. De nederzettingen van Chineezen tot hoog in het gebergte toe, klein en onaanzienlijk begonnen, breiden zich langzaam maar zeker uit, ze vreten voort op de omgeving als een olievlak op een blad papier — overal zijn het de zich met zoet gevlei bij den inlander indringende woekeraars, de vam-pijrs, die op hen azen. En toegegeven dat het Javaansche volk te weinig energiek is daaraan wederstand te bieden, dan mag men daarom nog niet zeggen, dat de inlander wegens zijn zwakheid geen beter lot verdient en is het de vraag of wij niet verplicht zijn hem, meer dan thans, tegen die uitzuiging te beschermen. Maar wellicht is geen ander middel dan het Araerikaansche daartoe in staat en zeker zoude men dat op Java moeielijk kunnen toepassen, in elk geval niet op de «pranakkans». Het kwaad is, in zoover, onoverkomelijk,

— het heeft reeds te groote afmetingen aangenomen en het begin van een thans nog partieele „mongolisatiequot; is reeds merkbaar. Maar wat wij wel konden doen, en wat o\) politieke

ocr page 55

53

zoowel ;ils finantieele en oeconomische gronden allezins gerechtvaardigd zoude zijn, dat is: onze vrijgevigbeid ten liunnen opzichte beperken, bepalingen in het leven roepen, waardoor zij bij eenige belangrijke uitbestedingen volstrekt uitgesloten \ orden, waardoor zij evenzoo geheel belet worden landbouw- en andere ondernemingen, vooral in de binnenlanden te bezitten en te boheeien, maatregelen te nemen en regelingen te treilen waardoor het monopolie der winstgevende bronnen van inkomsten, dat hen van Regeeringswege thans nagenoeg verzekerd is, voor hen ophoude te bestaan. Alle of nagenoeg alle winstgevende bronnen van inkomsten van liet Gouvernement zijn in handen van Chineezen en werpen voor hen nog bovendien veel grooter winsten af, die wij, althans grootendeels (na aftrek van hetgeen bij Chineezen uit oneerlijke middelen voortvloeit) in eigen beheer, zei ven daaruit zouden kunnen putten. A 11e belangrijke transporten, hetzout-transport, het vervoer van brieven, goederen en personen (de «postpaarden») — de pachten — opium-, pandhuis- en andere pachten — de aankappen en exploitatie van groote perceelen in de Gouvernements djattibosschen, — dat alles is in hun handen! Behalve eenige suikerfabrieken, kwamen in den laatsten tijd ook erfpachten in hun bezit. Eenige jaren geleden viel het eenigste stuk transport dat tusschen de land-lijn Samaramj-Batavia (n.1. het stuk Pekalongon-Tegal-Cheribon) nog in handen van een Europeaan was, bij de heruitbesteding ook in handen van een Chinees. Ik deed al het mogelijke om het aan den op één na voordeeligste inschrijver (een Nederlander) te doen gunnen, maar het is mij niet mogen gelukken! Omstreeks denzelfden tijd werd een belangrijk djattibosch. diep in het binnenland gelegen, waarvan de pachtsom duizende guldens bedraagt en waarvan de exploitatie over tien jaren loopt, bij openbare uitbesteding aan een Chinees gegund. Weder was een Europeaan, opéén

ocr page 56

54

na, de voordeeligste inschrijver, het verschil met den Chinees bedroeg slechts een luttele som in het nadeel van liet Gouvernement, weder deed ik al het mogelijke en helaas weder zonder succes. En zoo verkreeg een rijk Chinees met zijn nasleep van Chineesche geëmployeerden het volle, door de Regeering als een natuurlijk gevolg van het contract in alle opzichten te steunen en te beschermen, recht gedurende Hen jaren zich in een streek neder te zetten en te wortelen, waar tot dusver nog geen Chinees geweest was, en zoo gaan de belangrijke winsten, die het Gouvernement hetzij in eigen beheer van zulk een exploitatie zelve zoude kunnengenieten of althans aan een landgenoot Nederlander gunnen, over in de zakken der Chineezen. Dat die Chineesche nederzetting, na ommekomst der tien jaren, de kern van een blijvende Chineesch kamp zal vormen, is wel als zeker aan te nemen! En indirect knaagt dat Chineesche beheer, ook voor alle andere bovengenoemde bronnen van inkomsten, door de voorkeur die zij natuurlijk geven aan Chineesch personeel voor den nasleep van kleine beambten en bedienden, weder asm de welvaart van den inlander. En zoo hebben wij, bij deze uitweiding, toch ook weder een band gevonden met liet onderwerp van behandeling: de welvaart als grondslag voor de nevenbelastingen. Wil men weten waar een deel der rijkdommen uit welvaart ontstaan. — in zoover die uit goederen van waarde, gouden en zilveren artikelen, juweelen enz. bestaan, blijven, — dan ga men naar een pantjeshuis, liefst één gelegen in een belangrijke Chineesche kamp, de woonplaats van veel woekeraars — de hoofdoorzaak der toevloeing van panden — en men vrage de bewaarplaats der goederen van waarde te zien. De pandhouder ontsluit dan voor u een massief vervaardigde kist, groot als een huis, en ge ziet, (als ge een vreemdeling in Jerusalem zijt, zeker met verbaasde blikken) die kist tot den rand toe gevuld met

ocr page 57

55

een amalgama van louter gouden, zilveren en juweelen artikelen, gouden en zilveren krisscheden. dito sirihdoozen, tal van diamanten oorknoppen in de meest afwisselende soorten enz. enz., in een woord een groote waarde aan goud, zilver en juweelen. En bijna die geheele rijkdom komt, bij de periodieke venduties, voor een appel en een ei in handen vandenChi-neeschen pachter van het pandhuis. Geregeld kunnende vendu-mandaten voor het grootste gedeelte door de Heeren Gouver-nements-kashouders, ter zijner tijd, met gesloten beurzen betaald worden, omdat de houder van liet mandaat, tevens zelfde grootste opkooper was. Het is of door de een of andere geheime beweegreden de inlandsche pand-inbrenger, in het algemeen de geheele inlandsche bevolking bevreesd is. teruggehouden wordt op de, toch tijdig in de dessas bekend gemaakte, venduties hetzij hun pand terug te koopen, of in het algemeen wat ook te koopen. Ik beproefde alles om den inlander daartoe te krijgen, liet ze zelfs door de kontroleurs contanten ter hand stellen en mot zachten dwang naar de venduties voeren — het helpt allemaal niets! — de inlanders koopen niet op pandhuisvenduties en, bij gebrek aan bieders, verkrijgt de Chineesche pandhuishouder zelve op de allergemakkelijkste en goedkoopste wijze, voor een appel en een ei, bijna te geefsch, den eigendom van een grooten voorraad artikelen van waarde. En waar uit de toename van draagkracht, toename van welvaart bij den Javaan ontstond, en uit deze weder toename van bezit van goederen van waarden — daar vloeit op noodlottige wijze die rijkdom geregeld en zeker weder weg en komt onherroepelijk terecht in de zakken der Chinezen en de daardoor door de Chineezen gewonnen schatten gaan evenzoo onherroepelijk voor een groot deel voor Java verloren, dooi' de groote overmaking van geldswaarden door Chinezen aan hun Chineesche familiebetrekkingen in China. Hetzelfde kan in hoofdzaak voor de overige bronnen van

ocr page 58

56

inkomst, zoo goedw illig aan Chinezen afgestaan, gezegd worden. Men ziet dat er in elk geval een goed gemotiveerde aanleiding bestait om in de belasting op liet bedrijf voor Chinezen een welkom supplement te vinden van de nevenbelastingen der Javanen — een supplement, dat door de meest fiscale toepassing — het minste wat wij wel tegen de woekerwinsten dor Chinezen mogen overstellen — zeker nog aanzienlijk stijgen kan.

Onder de overgangsmaatregelen kan de boven reeds besproken staking der kadastrale opname niet bepaald gerekend worden, daar zulk een opname, afgescheidtn van elk verschil in belastingstelsel, kan geschieden. Dat ik die staking uit een fiscaal oogpunt dringend noodig acht, is reeds gezegd — wil men die opname goedkooper maken door minder personeel, door goedkooper instrumenten, door op den eiscb van minutieuse nauwkeurigheid wat af te dingen, dan verliest ze weder haar karakter en bekomt den aard van een statistieke opname. Maar ook dan nog moet ze, m. i. in beginsel voor de bouwgrond op Java afgekeurd worden en een weder-afscheiding en herleving van de Statistieke opname plaats vinden. De vereeniging in een hand dier beide takken van dienst, de oplossing van de vroegere statistieke opname en bijhouding in het kadaster, is, m. i.. een groote fout geweest, een groote misgreep niet alleen uit een fiscaal maar ook uit een oeconomisch politiek oogpunt: uit een/iscaaZ oogpunt, omdat wat men onder een kadastrale opname verstaat, uit den aard der zaak een op onevenredig veel kostbaarder leest geschoeide opname is, dan wat op Java de statistieke opname was. en uit een politiek oogpunt, omdat de toestanden op Java het bestaan dier 2 stelsels nevens elkaar, doch geheel afgescheiden van elkaar, dringend vorderen. Onder het kadaster behoort eigenaardig de opname der erven en perceelen voor een blok kaart op de hoofdplaatsen, veelal aan Europeanen en vreemde Oosterlingen

ocr page 59

57

toebeboocende, verdei' de opname der suiker- en andere fabrieken en aan Europeanen afgestane erfpaciiten en rechten van opstal, alle zaken, waarvan een individueel jeragelde belasting, verponding of canon geheven wordt en waar men met Europeanen of vreemde Oosterlingen te doen heeft. Daarentegen behoort, geheel afgescheiden daarvan, onder de statistieke opname onder toezicht der kontroleurs R.B., het opmeten der millioeuen bouw sawalis en bouwgronden door inlanders bezeten. De cultuur op die gronden is werkelijk zoo intensief nog niet, dat het er voor ons op aan zoude komen, op een C roede na, de juiste uitgestrektheid daarvan minitieus te doen nameten. Wat kan het ons benadeelen of op die millioenen of zelfs op elk dessa-gebied, dat nog vaak uit duizend of althans honderdtallen boLiws bestaat, eenige □ roeden te weinig bekend zijn ?! Bijna overal in het gebergte komen, bovendien, jaarlijks eenige nieuwe ontginningen voor; — moet nu op een langdurige kadastrale opname, ook van die stukjes grond, gewacht worden voordat men een beter belastingstelsel invoert. -—dan wordt die invoering zeker ad Calendas Graecas verwezen! Maar wat den doorslag voor het dringend noodige der afscheiding geeft, is liet groote practische verschil van de classe van personen, waarmede men te doen heeft. Het kadaster mei Europeanen en vreemde Oosterlingen — de statistieke opname met do inlandsche bevolking, en daarom wil ik de laatste, evenals vroeger, onder de kontroleurs van B.B. gesteld hebben, omdat hun geheele opleiding, theoretisch en practisch,van de academie af gedurende hun geheele verdere loopbaan, hen gemaakt heeft tot de ambtenaren, die in den geest van het volk doorgedrongen, met deze het beste kunnen omgaan En dat de ambtenaren van het kadaster, hoe kundig en respectable ook, door hun carière, die hen bijna uitsluitend met de Europeanen en vreemde Oosterlingen op de hoofdplaatsen

ocr page 60

58

iu contact brengt en verder grootendeels aan hun bureaux en teekentafel bindt, — in bedoeld o/jztc/i/bij de ambtenaren van moeten achterstaan, zuilen de ambtenaren vau het kadaster zelve de eersten zijn mij toetegeven. En bij de opmeting (hetzij van nieuwe ontginningen door de eenvoudige dessalieden van het gebergte, hetzij van de overige velden op geheel Java) komt te veel navraag en onderzoek bij de bezitters te pas, omtrent aanwijzing van juiste grenzen, aard van het grondbezit enz. (want het kadaster had de laatste jaren in last het individueel bezit, afgezonderd, op te meten) dan dat men zich zoude mogen wagen aan de gevolgen van, vaak te diep in het grondbezit ingrijpende, misverstanden, waartoe een onderzoek door elk ander dan een Jcontroleur kan aanleiding geven. En dat die misverstanden, gelukkig spoedig door de ambtenaren van B.B. geredresseerd, reeds plaats l vonden, heeft de ondervinding geleerd. Een staking der kadastrale opname is dus vooral uit een politiek en fiscaal oogpunt dringend noodig!

In slechts enkele dessas op Java daalt het landrente-procen-tage (systeem Gelpke) — als ik het wei heb — belangrijk beneden de 10 o/0 (overeenkomende met 1 o/o grondbelasting). Maar waar dit zoo is en de bevolking dus bij een grondbelasting nadeel zoude lijden, is er, dunkt mij, geen bezwaar voor die enkele dessas, dan, bij wijze van uitzonderingswet, te bepalen, dat het Gouvernement slechts de helft der verschuldigde grondbelasting innen zal — hen alzoo voor de helft vrijstelling te verleenen. Gronden die minder dan een zeker minimum, bijvoorbeeld 5 picols per bouw bruto, mochten opbrengen, kunnen, als niet-grondlast-plichtig, vrij van grondbelasting blijven.

De wet of ordonnantie, waarbij de grondbelasting wordt gedecreteerd, kan, dunkt mij, zonder veel omhaal, uit weinige artikelen bestaan. Ik stel mij voor dat deze, in den behoor-

ocr page 61

59

lijken vorm gegoten, op liet volgende zoude nederkomen:

PROJECT-ORDONN A NT IE. ')

Art. I.

«De thans werkende landrente-regeling {Staatsblad . . .) «wordt, ingaande .... ingetrokken.»

Art. 2.

«Aanvangende met in het vorige artikel genoemd tijdstip «wordt op Java ingevoerd een ijrondbelastiny.»

Art. 3.

«De grondbelasting zal bestaan uit een van de kapitaals-»waarde van den grond te heffen recht, niet boven L,0/o van sdie kapitaalswaarde gaande.»

Art. 4.

«Als grondslag van de kapitaalswaarde van den grond »wordt aangenomen de thans, volgens de proefsneden der «laatste 3 of meer jaren bekende producties in padie of andere »op elke grondsoort geregeld geteeld wordende hoofdge-»wassen. De bouwgronden worden voor geheel Java naar «die producties in 3 soorten geclassificeerd. Als kapitaals-»waarde wordt voor elke grondsoort aangenomen hel -gt;) tienvoud van het (jeldswaardiy bedrarj der (jemiddelde y)jaarlijIcsche productie van die urondsoorl. Die geldswaarde »wordt berekend volgens de thans bekende gemiddelde markt-»prijzen der laatste 3 jaren van elk hoofdgewas.»

!) Als een dor overwegingen liij de publicatie zoude kunnen dienen ; Overwegende dat het wenschehjk voorkomt liet landrentestelsel op Java door een ander stolsel, dat moor stabiliteit in den aanslag waarborgt, te vervangen on dat alzoo de tot heden gevolgde beginselen, gebaseerd op die van het Engelsche tussclionbestuur, voortaan niet meer tot richtsnoer voor een nieuw in te voeren belastingstelsel zullen strekken, enz.

ocr page 62

56

inkomst, zoo goedwillig aan Chinezen afgestaan, gezegd worden. Men ziet dat er in elk geval een goed gemotiveerde aanleiding besta it om in de belasting op het bedrijf voor Chinezen een welkom supplement te vinden van de nevenbelastingen der Javanen — een supplement, dat door de meest fiscale toepassing — liet minste wat wij wel tegen de woekerwinsten der Chinezen mogen overstellen — zeker nog aanzienlijk stijgen kan.

Onder de overgangsmaatregelen kan de boven reeds besproken staking der kadastrale opname niet bepaald gerekend worden, daar zulk een opname, afgescheidtn van elk verschil in belastingstelsel, kan geschieden. Dat ik die staking uit een fiscaal oogpunt dringend noodig acht, is reeds gezegd — wil men die opname goedkooper maken door minder personeel, door goedkooper instrumenten, door op den eisch van minutieuse nauwkeurigheid wat af te dingen, dan verliest ze weder haar karakter en bekomt den aard van een statistieke opname. Maar ook dan nog moet ze, m. i. in beginsel voor de bouwgrond op Java afgekeurd worden en een weder-afscheiding en herleving van de Statistieke opname plaats vinden. De vereeniging in een hand dier beide takken van dienst, de oplossing van de vroegere statistieke opname en bijhouding in het kadaster, is, m. i., een groote fout geweest, een groote misgreep niet alleen uit een jlscaal maar ook uit een oeconomisch politiek oogpunt: uit een fiscaal oogpunt, omdat wTat men onder een kadastrale opname verstaat, uit den aard der zaak een op onevenredig veel kostbaarder leest geschoeide opname is, dan wat op Java de statistieke opname was. en uit een politiek oogpunt, omdat de toestanden op Java het bestaan dier 2 stelsels nevens elkaar, doch geheel afgescheiden van elkaar, dringend vorderen. Onder het kadaster behoort eigenaardig de opname der erven en perceelen voor een blokkaart op de hoofdplaatsen, veelal aan Europeanen en vreemde Oosterlingen

ocr page 63

57

toebehoorende, verdei' de opruune der suiker- en andere fabrieken en aan Europeanen afgestane erfpachten en vechten van opstal, alle zaken, waarvan een individueel geregelde belasting, verponding of canon geheven wordt en waar men met Europeanen of vreemde Oosterlingen te doen heeft. Daarentegen behoort, geheel afgescheiden daarvan, onder de statistieke opname onder toezicht der kontroleuvs R.B., het opmeten der raillioenen bouw sawahs en bouwgronden door inlanders bezeten. De cultuur op die gronden is werkelijk zoo intensief nog niet, dat het er voor ons op aan zoude komen, op een □ roede na, de juiste uitgestrektheid daarvan ininitieus te doen nameten. Wat kan het ons benadeelen of op die millioenen of zelfs op elk dessa-gebied, dat nog vaak uit duizend of althans honderdtallen bouws bestaat, eenige □ voeden te weinig bekend zijn ,'! Bijna oveval in het gebevgte komen, bovendien, jaarlijks eenige nieuwe ontginningen voor; — moet nu op een langdurige kadastrale opname, ook van die stukjes grond, gewacht worden voordat men een beter belastingstelsel invoert. —dan wordt die invoering zeker ad Calendas Graecas verwezen! Maar wat den doorslag voor het dringend noodige der afscheiding geeft, is het groote practische verschil van de classe van personen, waarmede men te doen heeft. Het kadaster met Europeanen en vreemde Oosterlingen — de statistieke opname met de inlandsche bevolking, en daarom wil ik de laatste, evenals vroeger, onder de kontroleurs van B.B. gesteld hebben, omdat hun geheele opleiding, theoretisch en practisch,van de academie af gedurende hun geheele verdere loopbaan, hen gemaakt heeft tot de ambtenaren, die in den geest van het volk doorgedrongen, met deze het beste kunnen omgaan En dat de ambtenaren van het kadaster, hoe kundig en respectable ook, door hun carière, die hen bijna uitsluitend met de Europeanen en vreemde Oosterlingen op de hoofdplaatsen

ocr page 64

in contact brengt en verder grootendeels aan hun bureaux en teekentafel bindt, — in bedoeld upzicht bij de ambtenaren van B,B. moeten achterstaan, zullen de ambtenaren van het kadaster zelve de eersten zijn mij toetegeven. En bij de opmeting (betzij van nieuwe ontginningen door de eenvoudige dessalieden van het gebergte, hetzij van de overige velden op geheel Java) komt te veel navraag en onderzoek bij de bezitters te pas, omtrent aanwijzing van juiste grenzen, aard van liet grondbezit enz. (want het kadaster had de laatste jaren in last het individueel bezit, afgezonderd, op te meten) dan dat men zich zoude mogen wagen aan de gevolgen van, vaak te diep in het grondbezit ingrijpende, misverstanden, waartoe een onderzoek door elk ander dan een kontroleur kan aanleiding geven. En dat die misverstanden, gelukkig spoedig door de ambtenaren van B.B. geredresseerd, reeds plaats ] vonden, heeft de ondervinding geleerd. Een staking der kadastrale opname is dus vooral uit een politiek en fiscaal oofjjmnt dringend noodig!

In slechts enkele dessas op Java daalt bet landrente-procen-tage (systeem Gelpke) — als ik het wel heb — belangrijk beneden de 10 o/0 (overeenkomende met 1 0/o grondbelasting). Maar waar dit zoo is en de bevolking dus bij een grondbelasting nadeel zoude lijden, is er, dunkt mij, geen bezwaar voor die enkele dessas, dan, bij wijze van uitzonderingswet, te bepalen, dat het Gouvernement slechts de helft der verschuldigde grondbelasting innen zal — hen alzoo voor de helft vrijstelling te verleenen. Gronden die minder dan een zeker minimum, bijvoorbeeld 5 picols per bouw bruto, mochten opbrengen, kunnen, als niet-grondlast-plichtig, vrij van grondbelasting blijven.

De wet of ordonnantie, waarbij de grondbelasting wordt gedecreteerd, kan, duukt mij, zonder veel omhaal, uit weinige artikelen bestaan. Ik stel mij voor dat deze, in den behoor-

ocr page 65

lijken vorm gegoten, up liet volgende zoude nederkomen :

PRO.TECT-ORDONNANTIE. ')

Art. 1.

«De thans werkende landrente-regeling (Staatsblad . . .) «wordt, ingaande .... ingetrokken.»

Art. 2.

«Aanvangende met in het vorige artikel genoemd tijdstip «wordt op Java ingevoerd een yrondbelastiny.))

Art. 3.

«De grondbelasting zal bestaan uit een van de kapitaals-»waarde van den grond te hellen recht, niet boven 20/o van »die kapitaalswaarde gaande.»

Art. 4.

«Als grondslag van de kapitaalswaarde van den grond «wordt aangenomen de thans, volgens de proefsneden der «laatste 3 of meer jaren bekende producties in padie of andere «op elke grondsoort geregeld geteeld wordende hoofdge-«wassen. De bouwgronden worden voor geheel Java naar «die producties in 3 soorten geclassificeerd. Als kapitaals-«waarde wordt voor elke grondsoort aangenomen hel »tienvoud van het (jeldswaardig bedrmj der gemiddelde r)jaarlijksche productie van die urondsoort. Die geldswaarde «wordt berekend volgens de thans bekende gemiddelde markt-«prijzen der laatste 3 jaren van elk hoofdgewas.»

1) Als een dor overwegingen liij Je publicatie zoude kunnen dienen : Overwegende dat het wenschelijk voorkomt liet landrentestelsel op .lava door een ander stelsel, dat meer stabiliteit in den aanslag waarborgt, te vervangen en dat alzoo de tot heden gevolgde beginselen, gebaseerd op die van liet Engelsche tussehenbestuur, voortaan niet meer tot richtsnoer voor een nieuw in te voeren belastingstelsel zullen strekken, enz.

ocr page 66

60

Art. 5.

«De grondbelasting wordt voorloopig voor 3 jaren vast-»gesteld op 1 procent van de in liet vorig artikel omschreven «kapitaals waarde.»

Art. ti.

«Na ommekomst van genoemde 3 jaren, wordt het, als «grondrecht te lieden, procent definitief vastgesteld, in geen «geval voor korter dan 20 jaren.

Art. 7.

«De in art. 4 genoemde classiücatie der gronden treedt «evenwel reeds dadelijk in en zal geldig zijn voor 23 jaren «— behoudens, door belangrijke wijziging van grond- of «cultuur-toestand, noodig gebleken, partieele herzieningen.«

Art. 8.

«Evenzoo zal de in art 4 bedoelde bepaling der kapitaals-»waarde reeds dadelijk intreden en geldig zijn voor 23 jaren «— behoudens, door belangrijke wijziging der marktprijzen «van de hoofdgewassen noodig gebleken, partieele herzie-«ningen.«

Wil men ook hel beginsel van het veranderde stelsel aan den kleinen man verklaren, dan kan men dit doen, maar noodig is het m. i. niet. De Javaan is een bij uitstek pmctisch wezen. Onze theoriën van verschillende stelsels laten hem koud — het is er hem alleen om te doen te weten hoeveel hij betalen moet. Nu komt, zooals wij hooger zagen, het 10% landrente (systeem Gelpke) overeen met de bij invoering eener grondbelasting te proclameeren 1% der kapitaalswaarde. In plaats van den inlander het laatste mede te deelen, kan hem dus even goed en meer geeigend voor zijn gedachten-

ocr page 67

61

gang, gezegd worden, dat hij voortaan 100/o of 1/10 van het gemiddelde der laatste oogsten zal opbrengen.

Na proclamatie der ordonnantie zullen de komroleurs ongetwijfeld de duizende landbouwers uit de honderde dessas van elk district, districtsgewijze in de „kawcdananquot; verzamelen en stel ik mij dan voor, dut ze de volgende rede tot het volk kunnen richten:

«.Verzamelde landbouwërs van dit dislricl!

«Gijlieden brengt thans een landrente op naar de draag-wkracht van de dessas, waarin ge woont, (de inlander heeft «een uitdrukking voor het begrip van „draagkrachtquot;, nl.: «Jav. Kr. Koewawi Ng. Koewat, woordelijk vertaald = „sterkquot;). » Als de dessa uwer inwoning. Ijij voorbeeld door bijzonder mooie «erven, zeer«sterk» bevonden werd, dan onderging uw landrente «eenige verhooging. Maar enkelen uwer hebben toch ook «minder goede erven en dan moet gij toch maar met de «meerderheid in Uw dessas een hoogere landrente opbrengen. «Het Gouvernement heeft het dus billijker gevonden er «voortaan alleen maar op te letten hoe „sterkquot; Uw houw-ygt;gronden zijn. Uw veldenbelasting wordt dus voor Uw dessas »(ot naar omstandigheden: «voor verreweg liet meerendeel «Uwer dessas») al dadelijk verlaagd. Gij j/ult voortaan betalen «Vio deel van den gemiddelden opbrengst der laatste oogstjaren. «De 3 grondsoorten, die ge altijd gehad hebt, blijven bestaan, en «daar ook de padie-marktprijs voor dit gelieele district even «hoog is, betaalt gij allen dezelfde belasting van de bouw «voor eenzelfde grondsoort, altijd ccn tiende gedeelte van «het gemiddelde van Uw laatste opbrengsten in geld berekend. «Er bestaat dus alleen verschil naar Uw drie grondsoorten en «naar de uitgestrektheid, die ieder Uwer bezit. Het Gouverne-«ment zal den aanslag voor 23 jaren, onveranderd laten en is «niet van plan ze te verhoogen. Alleen zal wellicht over 3 jaren «een kleine wijziging plaats vinden, want, daar deze regeling nog

ocr page 68

62

«nieuw is, moeten wij een paar jaren aanzien of wij U iets te »veel of te weinig verlaagd hebben; maar dan kunt ge er «zeker van zijn dat Uw belasting zoo blijft, (tenzij er groote «veranderingen in Uw dessagronden ontstaan). Wij zullen «U dan ook, althans de eerste jaren niet meer plagen met «padieproefsneden en herhaalde oproepingen om inlichting «over Uw velden en meer of mindere „sterktequot; (draagkracht). «Doe dus nu maar voortaan goed Uw best Uw velden uit-«stekend te bewerken en veel padie daarvan te oogsten : al «wat ge daaraan verdient, zal dus in Uw volle voordeel zijn! «Daarentegen zullen voortaan de padiehandelaars onder U «bedrijfsbelasting betalen — en gij — dessahoofden — zult «daarvan niet vrijgesteld zijn (de kleine man zal dit inwendig «me/ het grootste genot hooren, maar volgens zijn aard «daaraan geen uiting hoegenaamd geven. — het blijft een ygt;stil genot.) Uw bedrijfsbelasting zal over het algemeen we l «wat. stijgen, naar dat ge „sterkquot; zijt, maar maak U niet «ongerust! wij zullen zorgen dat Uw bedrijfsbelasting met «Uw velden-belasting te zamen geenszins meer bedraagt dan «wat die 2 belastingen te zamen, tot dusver voor ulieden «bedroegen. Daar Uw velden-belasting per houw voor elke ^grondsoort, in het geheele district, precies evenveel bedraagt, «is daarin geen vergissing mogelijk. Gij hebt dus alleen maar «goed op de door ieder Uwer bezeten uit gestrektheid te letten «om er zelve voor te kunnen waken, dat ge niet te veel aan «het dessahoofd betaalt! Maar die berekening zal U niet «moeielijk vallen en ten overvloede zullen wij zorgen, dat in «elk Uwer dessa's een individueel dessaregister aanwezig is, «waarin de uitgestrektheid en belasting van ieders aandeel «voorkomt, dat moet ge dan maar inzien en, als ge niet «lezen kunt, U door den dessaschrijver of een ander dessa-«genoot die lezen kan, laten helpen. lilt; twijfel niet of gijl. «zult tevreden zijn met de nieuwe regeling en gijl. wedeno,

ocr page 69

03

sonderdistnctljoofrlen en dassahoofden! betoont U trouwe «dienaren van het Gouvernement en verzekert alzoo de goede «werking van de nieuwe regeling, die nu in alle opzichten »zoo eenvoudig en billijk ingericht en zoo gemakkelijk te «controleeren is.»

V.

De voordeelen voor het Gouvernement en den kleinen man beiden m. i. gelegen in de meerdere vastheid, zekerheid en billijkheid, verkregen bij grondbelasting zullen wel niet nader aangetoond behoeven te worden, daar in dit geheele vlugschriftje getracht werd een doorloopend betoog daarvan te leveren. Ook de particuliere industrie, bijvoorbeeld waar de suikerfabriekanten bij hun grond-inhuur. betaling der landrente als verplichting op zich nemen, zal daarbij gebaat worden. Die fabriekanten zullen dus voortaan ook alleen een zuiveren grond-last, als zoodanig, te vergoeden hebben en niet tevens bet quantum aan «belasting op draagkracht» in de landrente opgesloten, behoeven te voldoen, een draagkracht, die zij zeiven reeds voldoende indirect steunen en verhoogen door de werking hunner fabriek, dan dat het noodig zoude zijn daaraan bovendien nog direct geldelijk -bij te dragen door te vergoeden wat aan die parasiet der landrente dooiden landbouwer schuldig is aan den fiscus!

Als algemeen, in hun strekking en werking blijvende voordeelen, (grootendeels reeds boven behandeld], voortvloeiende uit het nieuwe stelsel, verdienen m. i. vooral de volgende de aandacht: voor l». de Ambtenaren, 2°. liet Gouvernement, 3°. den inlander.

lü. Voor de ambtenaren tevens indirect voor het Gouvernement en den inlander: De vermindering van den admini-nistratieven omslag. De eindelooze proefnemingen met

ocr page 70

64

:illerlt'i regelingen — (hoezeer wij aan de resultanten van hetgeen elke regeling, vooral de thans werkende (systeem Gelpke) aan goeds in zich sloot, de tegen-woordigen vrij bevredigenden toestand, vooral, wat de juiste (jegevens betrett, te danken hebben, en die proefnemingen dan ook in zooverre,dankbaar moeten geapprecieerd worden)leggen toch op den duur een te veeleiscllende taak op de schouders dei', toch reeds met werk overladen, Europeesche en inlandsche ambtenaren. Men kan van liet goede ook te veel hebben en bovendien zij hebben ons nu m. i. genoeg geleerd — bet terrein van onderzoek en regeling is, dunkt mij, uitgeput. Wellicht is ook niet algemeen bekend hoezeer die alles om-vattende onderzoekingen op Java, door herbaalde oproepingen, volksvergaderingen, navragen naar alles en nog wat, direct ingrijpen in het volksleven v;in den Javaan en het hem zeer lastig maken. Aan dat alles kan nu voor goed, althans voor een zeer ruim tijdperk een einde gemaakt worden. De daardoor vrijgekomen diensttijd kan door de ambtenaren niet minder nuttig besteed worden aan een meer nauwgezette studie der werking van de nevenbelastingen, thans als zuiver uitdrukking van de «draagkracht», en van de welvaart.

2°. Het Gouvernement zal een zuiverder toetssteen voor de male van die welvaart verkrijgen.

De bevordering der welvaart op Java heeft het Gouvernement terecht steeds als een dei- eerste eischen gesteld. Maar om een zaak te verbeteren moet men ze in de eerste plaats kennen. Bij een volkomen afscheiding nu der nevenbelastingen uit wat daarvan tot nog toe nog in de landrente begrepen was, ontvangt de Regeering een veel zuiverder heeld van de welvaart op Java, zooals zich dat in de fluctiatie der nevenbelastingen afdrukt, zich in de meer of minder gunstige resultaten dier belastingen afspiegelt. De Regeering kan niet meer op een dwaalspoor gebracht worden als waartoe

ocr page 71

een onzuiver landrente-systeem, dat met die welvaart rekening meent te moeten houden, aanleiding geeft. Zij zal uit de jaarlijksclie stijging of daling der nevenbelastingen dadelijk kunnen waarnemen en op zuiverder grondslag dan thans, kunnen opmaken in welke streek van Java de welvaart toe of afneemt, en zelfs rjedelailleerd kunnen nagaan, waar hem de schoen wringt, in welk bepaald bedrijf voor- of achteruitgang te bespeuren is, — ze heeft dus een zuiverder Icevtecken van de maat van welvaart — om daarop verder een onderzoek te kunnen baseren, waaruit afgeleid en beslist moet worden wat gedaan kan worden om een eventueel kwijnend bedrijf te steunen of op andere wijze de kwijnende welvaart nieuw leven te schenken.

Door de vastheid der belasting zal verder de Regeering vele jaren voor een onderdeel van haar Indisch budget een niet of weinig aan wisselingen onderhevig cijfer, waarop te rekenen valt, kunnen stellen.

30. Voor den inlander zal een grondbelasting, behalve de vastheid en zekerheid, een grooter mate van billijkheid geven en een toestand in het leven roepen, waarbij de gelegenheid tot afzetterijen door hun dassahoofden geheel of nagenoeg geheel uitgesloten wordt. Hij zal bovendien eindelijk eens rust bekomen na de vele schommelingen, die hem vooral tijdens de proefnemingen en ook daarna, in zijn vreedzaam landbouwbedrijf kwamen storen!

VI.

Finantieele resultaten voor het Gouvernement.

Dat de Regeering zich niet ongerust behoeft te maken dat een grondbelasting nadeel voor den fiscus zal ten gevolge hebben, zagen wij boven. Zij heeft het dan overigens, na 3 jaren, bij de dofinitieve vaststelling van het procent bovendien volkomen in haar macht, dat te beletten.

ocr page 72

G6

Maar ik meen met grond te mogen aannemen, dat, door de zuiverder administratieve afscheiding en regeling der nevenbelastingen en vooral door het bedrijfsbelasthig-schuldig worden van een cjeheele uitgebreide tak van handel, een ge-heele classe van handelaren, die tot dusverre geheel huiten-gestoten was, die der landhouwers-padie-handelaars nl. — de door een invoering van grondbelasting te creëeren nieuwen toestand de inkomsten nog belangrijk zal doen stijgen

Ik meen te mogen eindigen met den wensch — zij het ten overvloede — dat een haast niet denkbaar verlangen naar het behoud van het achterdeurtje, opengehouden inde bevoegdheid van de nog altijd vigeerende landrente-beginselen om tot een zoo iiltrallscale heffing als '/2 van bruto product, te mogen stijgen, wel niet een beletsel zal mogen of kunnen zijn tegen een overgang tot een stelsel van grondbelasting!

Wei is waar zal een grond belastingstelsel het Gouvernement niet, als het landrentestelsel, de vrijheid laten tot die zoo hooge heffing van ,/i van het bnitoproduct te stijgen maar daar het sedert bijna een eeuw nimmer van dat recht gebruik gemaakt heeft en integendeel steeds haar eischen vrij matig heeft gestelt, —zal het Gouvernement, zeker geen bezwaar hebben zich voortaan er ook luettig toe te verbinden de grenzen eener billijke belasting niet te oversell ij den.

's-Gravenhage, I Februari 1805.

II. I. TIJDEMAN.

ocr page 73

f

tf

C • ~2

I : § ^

;c! -a £

— o ®

CN 1 = ^

t

I s

lE|i 1 J-

is Id

|

»C

-s

O

2

—

8

O

C

-n c

I

I ü 3I

Iji'jijiquot; i

1-Ë ~|

C3

11

% H

CQ

J W W Q

0

Ph 0

Ph

w fl

Ph W 0 0 w

J

?i

It

8

có

?i

1 5 -Ö _

P ^

i

o\

^r

1

I-

o

CE H

W

ln/o der Kapi-

taalswaarde. Grondbelasting per bouw.

lO co

^ = « =4-1

O Hp

l ^ •4 l

cS

f 700. f 500 f 300.

Geldswaardig bedrag der bouw, met marktprijs van f2 per picol.

o ö O ït | iO co

^ l c H

Product bruto, droog per bouw, picols.

lO i xO lO \ CC (M

i

r- • rÖ '-S 1

21 | 'quot;

O C 1 amp; O ^

O CM j CC 1

I ® ic ' ?.«)

'-§1 -f 41

.2 .i quot; -c : .= = HU 11 Ë — ^ ' - s I

•S-ic

c a ?c?

M

s,

-

1

-

1

CD

c r

quot; S

s

2^ K

Q

lt;

O

w

ö lt;

S

n

ocr page 74

04

allerlei regelingen — (hoezeer wij aan de resultanten van hetgeen elke regeling, vooral do thans werkende (systeem Gelpke) aan goeds in zich sloot, de tegen-woordigen vrij bevredigenden toestand, vooral, wat de juiste gegevens betreft, te danken hebben, en die proefnemingen dan ook in zooverre,dankbaar moeten geapprecieerd worden)leggen toch op den duur een te veeleischende taak op de schouders der, toch reeds met werk overladen, Europeesche en iniandsche ambtenaren. Men kan van het soede ook te veel hebbenen

O

bovendien zij hebben ons nu m. i. genoeg geleerd — het terrein van onderzoek en regeling is. dunkt mij, uitgeput. Wellicht is ook niet algemeen bekend hoezeer die alles omvattende onderzoekingen op Java, door herhaalde oproepingen, volksvergaderingen, navragen naar alles en nog wat, direct ingrijpen in het volksleven v;in den Javaan en het hem zeer lastig maken. Aan dat alles kan nu voor goed, althans voor een zeer ruim tijdperk een einde gemaakt worden. De daardoor vrijgekomen diensttijd kan door de ambtenaren niet minder nuttig besteed worden aan een meer nauwgezette studie der werking van de nevenbelastingen, thans als zuiver uitdrukking van de «draagkracht», en van de welvaart.

2°. Het Gouvernement zal een zuiverder toetssteen voor de mate van die welvaart verkrijgen.

De bevordering dei' welvaart op Java heeft het Gouvernement terecht steeds als een der eerste eischen gesteld. Maar om een zaak te verbeteren moet men ze in de eerste plaats kennen. Bij een volkomen afscheiding nu dei' nevenbelastingen uit wat daarvan tot nog toe nog in de landrente begrepen was, ontvangt de Regeering een veel zuiverder J)eeld van de ivelvaart op Java, zooals zich dal in de fluctiatie der nevenbelastingen afdrukt, zich in de meer of minder gunstige resultaten dier belastingen afspiegelt. De Regeering kan niet meer op een dwaalspoor gebracht worden als waartoe

ocr page 75

05

een onzuiver landrente-systeem, dat met die welvaart rekening meent te moeten houden, aanleiding geeft. Zij zal uit de jaarlvjksche stijging of daling der neven belastingen dadelijk kunnen waarnemen en op zuiverder grondslag dan thans, kunnen opmaken in welke streek van Java de welvaart toe of afneemt, en zelfs gedelailleerd kunnen nagaan, waar hem de schoen wringt, in welk bepaald bedrijf voor- of achteruitgang te bespeuren is, — ze heeft dus een zuiverder kenleeken van de maat van welvaart — om daarop verder een onderzoek te kunnen baseren, waaruit afgeleid en beslist moet worden wat gedaan kan worden om een eventueel kwijnend bedrijf te steunen of op andere wijze de kwijnende welvaart nieuw leven te schenken.

Door de vastheid der belasting zal verder de Regeering vele jaren voor een onderdeel van haar Indisch budget een niet of weinig aan wisselingen onderhevig cijfer, waarop te rekenen valt, kunnen stellen.

Bo. Voor den inlander zal een grondbelasting, behalve de vastheid en zekerheid, een gvooiev vnate van billijkheid gexen en een toestand in het leven roepen, waarbij de gelegenheid tot afzetterijen door hun dassahoofden geheel of nagenoeg-geheel uitgesloten wordt. Hij zal bovendien eindelijk eens rust bekomen na de vele schommelingen, die hem vooral tijdens de proefnemingen en ook daarna, in zijn vreedzaam landbouwbedrijf kwamen storen!

VI.

Finantieele resultaten voor het Gouvernement.

Dat de Regeering zich niet ongerust behoeft te maken dat een grondbelasting nadeel voor den fiscus zal ten gevolge hebben, zagen wij boven. Zij heeft het dan overigens, na 3 jaren, bij de definitieve vaststelling van het procent bovendien volkomen in haar macht, dat te beletten.

ocr page 76

06

Maar ik meen met grond te mogen aannemen, dat, door de zuiverder administratieve afscheiding en regeling der nevenbelastingen en vooral door het bedrijfsbelasting-schuldig worden van een geheele uitgebreide tak van handel, een ge-heele classe van handelaren, die tot dusverre geheel buitengesloten was, die der landbouwers-padie-handelaars nl. — de door een invoering van grondbelasting te creëeren nieuwen toestand de inkomsten nog belangrijk zal doen stijgen

Ik meen te mogen eindigen met den wensch — zij het ten overvloede — dat een haast niet denkbaar verlangen naar het behoud van liet achterdeurtje, opengehouden inde bevoegdheid van de nog altijd vigeerende landrente-beginselen om tot een zoo ultraliscale heffing als ll2 van het bruto product, te mogen stijgen, wel niet een beletsel zal mogen of kunnen zijn tegen een overgang tot een stelsel van grondbelasting!

Wel is waar zal een grondbelastingstelsel het Gouvernement niet, als het landrentestelsel, de vrijheid laten tut die zoo hooge heffing van '/2 van brutoproduct te stijgen maar daar het sedert bijna een eeuw nimmer van dat recht gebruik gemaakt heeft en integendeel steeds haar eischen vrij matig heeft gestelt, — zal het Gouvernement, zeker geen bezwaar hebben zich voortaan er ook luettig toe te verbinden de grenzen eener billijke belasting niet te overschijden.

's-Gravenhage, 1 Februari 1895.

11. I. T1JDEMAN.

ocr page 77

® i ® til ® £ «• ! 1 '-ï

quot;lli'6

f i

2

1 -2

i

li

Mc —

O o

-

I

OT

cj _r

c---

lil li ï« •H.sc

.2.® •quot; quot; I .S !=

--ss ; -sz

£||

ö

2: H

H

5Q lt;1

s pq

Q %

0 iS ö

s p

Ph H 0 Ö w

w ö lt;!

s

I-

o

DC h-

U)

■a -J.s .

■*111 $ s ^ ~

i ^ C/2 r—

2 -r- O

O

b .

CS

^ g

C/3 O

ii PH PH

tl

lO oö

! = - i VH

§ O 5 l— iCl co

Ï4_( S4-H

Geldswaardig bedrag der bouw, niet marktprijs van f2 per picol.

O t—

Ï4-(

O S

H-H ^4-1

Product bruto, droog per bouw, picols.

iO CC

ÜJ »C 1 Ol

^3

§ 1 0 0

D

1

2de id. '

______1

i5de id.

ËJiJS ^11

O ifc

- =

£ ^ ^ ' -E ^

tf

ocr page 78
ocr page 79
ocr page 80