ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

w

m~. M. - l~ A ï/

HABTÏi BOEKJE

HARTELIJKE SAMENSPRAKEN,

Gebeden en Overwegingen

DOOR

1'. H AIITIM N VOW COCHEM

van de Orde der Capucijnen,

NAAR DE OORSPRONKELIJKE UITSAVE VAN HET JAAR 1699.

OPNIEUW UITGEGEVEN DOOR

P, BEWEBICTUS V A\ CAL.CAR

van dezelfde Orde.

Vertaald door een R. K. Pr.

Bibliot'ieamp;k Pastoreel Siudiecen'rum ya n—o e d ers \ Nijmegen

BOXTEI__

WILHELM VAN EUPEN,

Drukkek-üiïgever. 1894.

ocr page 4
ocr page 5

HARTIG BOEKJE

OF

lllflOIll §41113114111,

Crcbeden en Overwegingen

BENEVENS

eene krachtige cn gemakkelijke handleiding, om zonder moeite en zooder verlies van tijd goed en o!io|ihoadelijk te bidden.

is®i iiioi,

waaruit niet slechts geestelijke personen, maar ook wereldlijke, ja zelfs on geletterden in korten tijd zullen leeren, op welke wijze zij kunnen overwegen, en hoe zij langs den gemakkei ij ksten weg tot de volmaaktheid kunnen geraken DOOR

P. MARTINUS VON COCHEM

VAN DE ORDE DER CAPUCIJNEN Naar de oorspronkelijke uitgave van het jaar 1699,

OPNIEUW UITGEGEVEN I.OOR

P. BKtfKMICTUS VOW CALCAR,

UIT dezelrde' orde.

VERTAALD DOOR EEN R. K. PRIESTER.

ocr page 6

1 91 P R I M A T U H,

Haauen, '24 Aug. 1894.

L. BERKVENS,

Tihr. Censor.

ocr page 7

Voorbericht van den Uitgever.

Uit het groote getal der voortreffelijke werken van den godvruchtige!) P. Mart. von Cochem van de Orde der Capuc. heb ik bet onderhavige gekozen , om het aan alle Christenen ter lezing aan te bevelen; tot nu toe was het oorspronkelijke boekje, dat P. M von Cochem in het jaar 1699 onder den titel .,Hartiamp; Koi-.kjbquot; neder-schreef, en aan de abdis van het adelijk Stift Oehren opdroeg, geheel onbekend

Het boekje draagt met alle recht den naam „Hartig'', want het heeft ten doel, de harten der mensehen door de overweging der goddelijke waarheden tot berouw over hunne zonden en tot de innigste liefde tot G-od te bewegen. Maar het is bovendien nog een hartig boekje, wijl de godvruchtige Pater ons in dit boekje zijn hart toont, zijn hart n.1, zooals liet zich zelve met Gods genade in het waarachtige innerlijke gebed geoefend en in de liefde tot God en in alle goed ontvlamd heeft, — opdat, naar hij zelf zegt, allen , die dit boekje ijverig gebruiken, spoedig merkelijken voortgang maken op den weg der volmaaktheid.

In waarheid ! Bij het lezen van dit boekje komt ons het beeld voor den geest van den in het inwendige gebed verdiepten in geur van heiligheid levenden pater, en wonderlijk worden wij getroffen door de levendigheid van

ocr page 8

VI

zijn geloof, den gloed zijner liefde tot God, — wonderlijk ons de diepte van zijnen ootmoed, de overtuiging zijner onmacht, onwaardigheid en ellende, waardoor hij werd aangespoord, in verzuchtingen, samenspraken en in hartelijk smeeken genade en barmhartigheid van God te verlangen

quot;Wel wijkt zijne manier van overweging van de gewone wijze af. Wie er zich echter een tijd lang op toelegt, zal spoedig ontwaren, hoe zeer P. Mart. v. Cochem de ware behoeften van het menschelijk hart doorschouwde, en de daarmede overeenkomstige wijze van overweging heeft gevonden, zelf beoefend, en anderen geleerd.

Waarde lezer! Neem lees, en oefen u : dan wordt weldra in u het woord vervuld van den godvruchtigen pater ; Ik hoop van Gods barmhartigheid, dat dit hartig boekje door een veelvuldig gebruik u tot voortreffelijke deugden voeren zal.

Mainz, Juli 1879.

De uitgever.

ocr page 9

Onderrichting en opheldering over het gebed.

Weet, o godvruchtige ziel, dat men op vierderlei wijze kan bidden, n. 1. 1. met den mond. 2. Met het hart. 3. Met den geest. 4 Met het gemoed. Onder deze vier wijzen van bidden is het mond gebed het allerminste, het gebed des harten beter, dat des geestes vael beter, en dat des gemoeds het allerbeste, zooals gij uit de vijf volgende hoofdstukken kunt opmaken. Nadat ik verscheidene gebedenboeken heb laten drukken, en aan de godvreezende zielen de wijze heb aangetoond, waarop zij bidden moeten (ofschoon het my niet onbewust was, dat het mondgebed gewoonlijk met vele verstrooiingen gedaan wordt, terwijl het zelden eene ziel tot ware devotie beweegt), zoo heb ik 't nu noodzakelijk geacht, op mijnen ouden dag een nieuw boekje te schryven, om daarin geestelijke zoowel als wereldlijke personen te onderrichten, hoe zij met hart en geest bidden, en hun gebed met de

ocr page 10

via

grootste godsvrucht verrichten kunnen Wijl, echter vele godvreezende zielen klagen, dat de overweging haar zwaar valt, en zij daarmede niet gofd voort kunnen, zoo heb ik hun in dit boekjquot; eene gemakkelijke en zeer nuttige manier van overwegen willen voorhouden, waardoor rij in korten tijd tot de ware wijze van overwegen zullen geraken.

K och tans heb ik deze manier niet uit mij zeiven verzonnen, maar ec gevonden in de H.Schrift en in de heilige Vaders, zooals gij in de volgende hoofdstukken zult lezen. Gij zult u verheugen, eene zoo gemakkelijke wijze van bidden gevonden te hebben, door welke gij zonder bijzondere moeite en zonder veel tijd verlies kunt fo'dafert. veel verlangen, en veel bij God verdienen.

Dit boekje is wel is waar een klein,maar toch een hartig boekje, 't Is wel niet zwaar naar zijn gewicht, maar weegt toch zwaar wegens zijn inhoud. Het is daarom licht, opdat het des te vlugger en gemakkelijker geheel het land doorloope. Hartig is het, wijl het over het gebed handelt, en aan alle godvruchtige zielen eene nieuwe en zeer heilzame manier leert, met het hart te bidden, en hartelijke verzuchtingen tot G'od op te zenden. Bedien u daarom yvrig van dit hartige boekje, en volg de leer, die gij er in zult vinden, getrouw op : dan zult gij in waarheid bij u zeiven

ocr page 11

bevinden, hoe groot het onderscheid is tusschen het gebed des harten en het mondyebed, en hoe veel meer nut gij uit het eerde dan uit het tweede kunt trekken.

Wees ook mijner hij uw gebed indachtig en schenk mij slechts eene verzuchting onder de vele, die gij in het vervolgten hemelzultzenden.

Uw Dienaar in Christo P. MARTINUS v. COCHEM.

Quidq. in hoe libello scribo, judicio S. Matris Ecclesiae subjtcio.

ocr page 12

Volgt een eeuwige kalender,

in welken de grootste Heiligen, die men het geheele jaar door in de Katholieke Kerk vereert , voorkomen. Zij allen zijn zoo groote heiligen, en verdienen onze bewondering zoo zeer, dat gij, als gij hunne levens-geschiedenis zoudt lezen, u ten zeerste daarover zoudt verwonderen, en gij in liefde tot hen zoudt ontvlammen. Opdat gij nu deelgenoot moogt worden aan hunne voldoeningen en aan hunne voorspraak, zoo bid dagelijks tot den Heilige wiens feest het is, het volgende gebedje, waardoor gij hem op eene bizondere wijze zult eeren.

GEBED.

Ik groet u, o heilige N., welriekende bloem van het Paradijs, ik groet u door het allerzoetste Hart van Jesus Christus, en wensch ugelukmet de eer, die u heden door God en de heiligen bewezen wordt. Tot vermeerdering dezer eer offer ik u het Hart op van Jesus Christus, en bid u door dat Hart, dat gij den goeden God voor mij bidden moogt, en mij ten allen tijde getrouw bijstaan, vooral in mijne laatste oogenblikken. Amen

ocr page 13

A F E

DER

li

T

RSPR1NGENDE FEESTDAGEN.

c .2 I O s- ]

c

quot;fi cJ

i si)

agt; c5

1*'

V

C/3

C e3 tS3(l(

gt; s

03 quot;c

si

r- «

CH

00 ö S

0) w

14 Mei.

3 Jun. 25 Mei.

7 Jun.

30 Mei.

22 Mei.

4 Jun.

27 Mei.

12 Mei. 1 Jun.

23 Mei.

13 Jun.

28 Mei. 20 Mei.

8 Jun.

31 Mei. 17 Mei.

5 Jun.

27 Mei.

12 Mei. 1 Jun.

24 Mei

13 Jun

28 Mei |20 Mei I 9 Jun •24 Mei

16 Mrt.

5 Apr. 27 Mrt.

9 Apr.

1 Apr.

24 Mrt. j

6 Apr.i

29 Mrt.: 14 Mrt.

3 AprJ

25 Mrt.: 14 Apr.:

30 MrtJ 22 Mrt.

10 Apr.

2 Apr. 18 Mrt.

7 Apr.

29 Mrt. 14 Mrt.

3 Apr.

26 Mrt. 14 Apr.

30 Mrt. 22 Mrt.

11 Apr. 26 Mrt,.

2 1 5 1

5 ]

6

1

25 Mrt.

14 Apr. 5 Apr.

18 Apr. 10 Apr.

2 Apr.

15 Apr,

7 Apr. 23 Mrt. 12 Apr.

3 Apr. 23 Apr.

8 Apr. 31 Mrt. ; 19 Apr.

111 Apr. 27 Apr. 14 Apr.

7 Apr. 23 Mrt.

112 Apr. ; 4 Apr. 23 Apr.

8 Mrt. 31 Mrt. 20 Apr.

4 Apr.

15 Apr.

5 Mei. 26 Apr.

9 Mei.

1 Mei.

23 Apr.

6 Mei. IS Apr.

13 Apr. 3 Mei.

24 Apr.

14 Mei. 29 Apr. '21 Apr. ^10 Mei.

2 Mei. 18 Mei.

7 Mei.

28 Apr.

13 Apr.

3 Mei.

25 Apr.

14 Mei.

29 Apr. 21 Apr. 11 Mei. 25 Apr.

3 Mei.

23 Mei. 14 Mei.

27 Mei

19 Mei.

11 Mei.

24 Mei.

16 Mei.

1 Mei. 21 Mei.

12 Mei.

2 Jun.

17 Mei. 9 Mei.

28 Mei.

20 Mei. 6 Jun.

25 Mei

16 Mei.

1 Mei.

21 Mei.

13 Mei,

2 Jun,

17 Mei, 9 Mei

29 Mei 13 Mei

,124 Mei. !l3 Jun. 4 Jun.

17 Jun.

9 Jun.

1 Jun.

14 Jun.

6 Jun.

22 Mei. 12 Jun.

2 Jun.

23 Jun.

7 Jun. 30 Mei.

18 Jun.

10 Jun. 27 Mei.

15 Jun. 6 Jun.

22 Mei.

11 Jun.

3 Jun.

23 Jun. .. 7 Jun. i. 30 Mei. i.ilQ Jun.

Jun.

ocr page 14

JANUARI

1 a Besuijdeiiis des Heereu. H. Naam Jesus.

2 b H Marcarius de jonge. Abt. f 394. oud 99 j.

3 e H. Genoveva, Maagd t 512.

4 d H. Eigobertus, Aartsb. van libeims f 740.

5 e H. Simeon, zuübewoner f 459. oud 69 jaren.

6 f Ojjenb. des Hcercn, Drie koningen, volle afl.

7 g H. I,uciana3; Martelaar, f 318

8 a H. Gudula, Maagd. Pati-ou. v. Brussel f 712.

9 b H. Julianus. Martelaar, f 313.

10 c H. Wilhelm. Aartsb. van Bourges. t 1209.

11 d H. Theodosius, Abt. f 529.

12 e H. Arcadius, Martelaar, f 229.

13 f H. Hilarius, Bisscb. v. Poitiers f 868.

14 g H. Felix, Priester van Nola. f 256.

15 a H. Paulns, 90 jaren in de woestijn t 3 2.

16 b H. Macarius de Oude. Abt. 390, oud SO j.

17 c H. Antonius, Abt. t 356, oud 105 jaren.

18 d H. Petrus' Stoel te Rome, in '1 jaar 42.gt;

19 e H. Canutus, Kon. van Denera. Mart f 1086

20 f H. Sebastianus, met pijlen doorb. t 288.

21 g H Agnes, Maagd en Mart. te Rome. t 305-

22 a H Vincentius. Diaken en Martelaar, t 304.

23 b H. Raymundus de Pennaf. Predikh t' 1275.

24 e H. Timotbeus, Bisschop van Ephese. t ®' ■

25 d H Paulus' Bekeeriag in 't jaar 34.

26 e H. Polycarpus. Bia. v. Smyrna Mart. t

27 f H. Joan. Chrisost. hiss. v. Con star ti t 4-67.

28 g H. Cyrillus, Patriarch van Alexandrie. t 444.

29 a H. Franc de Sales. Biss. v. Geneve, t 1622.

30 b H. Joan , Aaltu. Patriarch v Alexan. t 619.

31 e H. Petrus Nolaseus, Ordestichter, t 1256.

ocr page 15

FEBRUARI.

1 d H. Ignatius, Biss. v. Antiochie, Mart, -j- 107.

2 e O. L. V. Zuivering. Lichtmis, volle afi.

3 f H. Blasius, Bias. van Sebast; Mart. f 316.

4 g H. Andreas, Bisschop v. Fiesole. f 1373.

5 a H. Agatha, Maagd en Mart. te Rome. 251.

6 b H Doroth., Maagd en Mart. te Ces. t 308.

7 c H. Romualdus, Abt. f 108G.

8 d H. Joannes de Matha, ordestichter, f 1213.

9 e H. Apollonia, M. en Mart. te Alex, f 250.

10 f H. Scholastica, M. zust. v. d. H. Bened. t 533. H g H. Severinus, Abt. van Agaune. t 5^7.

12 a H. Eulalia. Maagd en Mart. f 223.

13 b HH. Petr. Paul en gez. Mat. v. Jap. t 1597.

Heiligverklaard door Z. H. Pius IX. 1862.

14 c H. Valentin us, Martelaar te Rome. f 270.

15 d HH. Faustinus en Jovita. gebr. Mart. f l^l*

16 e H. Juliana, Mart. te Nicomedie.

17 f H. Silvanis, Bisschop, f 718.

18 g H. Simeon, Biss. v. Jerusal. Mart. f 120.

19 a H. Bonifacius. Biss. van Lausanne, f* 1260.

20 b H. Eleuther. Biss. v. Doornik, Mat. t 531.

21 c H. Margaretha. v. Cortona, boetel. f 1297.

22 d H. Petrus Stoel te Antiochie in 't jaar 35.

23 e H. Petrus Damianus, Biss. Kardin. t 1072.

24 1 H. Mathias, Apostel, in Judea. I. eeuw.

25 g H. Walburgis, Maagd f 779.

26 a H. Porphyris, Bisschop van Gaza f 420.

27 b H. Leander, Bisschop van Sevilla. t 596.

28 c HH. Mart. tijdens de pest te Alex, t 261, 263.

29 H. Oswaldus, Aartsbiss. van Jork. f 992.

(in het schriklceljaar)

ocr page 16

MAAR T.

1 d H. Switbertus, Bias. Ap. van Nederi. f 713.

2 e H. Simplicius, Paus. t 483.

3 f H. Cunegundis, Keizerin t 1040.

4 g H. Casirairus Prins v. Polj f 1453, oud 24.

5 a HH. Adrianus en Eubnlus, mart. gebr. f 309.

6 b H. Coletta, Maagd, stierf te Gent. 1447.

7 e H. Thomas van Aquine. Leeraar. f 1274.

8 d H. Joannes de Deo, Ordestichter, f 1550.

9 e H. Prancisca, Wed. Ordestichteres, f 1440.

10 f HH. 40 Martel, v. Sebast. krijgsl. f 320.

11 g H. Eulogius, Mart. in Spanje, f 859.

12 a H. Gregorius de Gr., Paus Leeraar. f 604.

13 b H. Euphrasia, Maagd. 410.

14 c H. Mathildis, Koningin van Dnitschl. 968.

15 d H. Longhms, sold., doorst Jesus'zijde, Mart.

16 e H. Joannes, Bisach. van Vicence f 1181.

17 f H. Gertrudis maagd abdis te Nivelle. f 659.

18 g H. Gabr. Aartsengel (kracht Gods) volle af.

19 a H. Jozef, Voed. O. H. J. C. Patr. d. K. volle afl.

20 b H. Wnlfranns, Biss. Ap. der Friez. f 726.

21 c H. Benedictus, Abt. Casino, f 543.

22 d H. Patricius, Apostel van Ierland, f 464.

23 e H. Toribio, Bis. v Lima in America f 1606.

24 f H. Simon, door de jod. verm. f 1472 2 j. oud.

25 g O. L. V. Boodschap.

26 a H. Lndgerus, Bisach. van Munster, f 809.

27 b H. Joannea, v. Egypte, kluizenaar f 394.

28 c H. Sixtus, Paua. f 440.

29 d H. Enatasins, Abt. van Luxeu t 623.

30 e H. Joan. Olimac. abt. f 603.

31 f H. Acaciua, flissch. van Antiochie t 250.

ocr page 17

APRIL.

Zondag na den 7 April, volle afl.

4* Zondag van April, volle afl.

1 g H. Hugo, Biss. v. Grenoble, f 1132.

2 a H. Franciscus v Paula, Ordesticliter. f 1505. 8 b H. Celestinus, Paus t 432.

4 c H. Isidorus, Bisschop van Seville, f 636.

5 d H. Juliana v. Cor. M. re Luik. t 1258 volieafl.

6 e H. Vine Ferrerius, Dominicaan, t 1412.

7 t Gelukzalige Germanus, Belijder, f 1236.

8 g H. Dionysius, Bissch. v. Corinthe. II eeuw.

9 a H. Maria van Egypte, boetelinge f 421.

10 b H. Macarius, aartsb. stierf te Gent. f 1012.

11 c H Leo de Groote, Paus Leeraar. t 461.

12 d H. Sabas, martelaar, f ^72.

18 e H. Hermenegildis, martelaar, f 586. 14 f H. Lidwina. maagd te Schiedam, f 1453. 16 g H. Petr. Gonzal., Patr. der Matrozen, t 1246.

16 a H. Drogo, Patroon der herders, t 1186.

17 a H. Simeon, Bissch. v Seleucia, mart. f 841.

18 c H. Apollonius, mart. te Rome. \ 186.

19 d H. Leo IX, Paus. t 1054.

20 e H. Agnes d. Monte Pul, M. en abdis f 1870.

21 f H. Anselm., Aartsb. v. Cantelb. Leer. t 1109.

22 g H. Soter, Paus en Martelaar, f 177.

28 a H. Georg. v. Cap., sold. Mart. f 290. volle afl.

24 b H. Fidelis v. Sigm., Kapuc. Mart. t 1622.

25 c H. Marcus, Evangelist. Mart t ^8.

26 d HH. Cletus en Marcellinus, Pausen en mart.

27 e Gelukz. Pet Can. S. J. (Pi. IX 1S64) t 1597.

28 f H. Vitalia. M. Vad. d. H. Gerv. en Prot. f 62.

29 g H. Robertus, Abt. van Molesme. f 1110. 80 a H. Catharina van Sienne, Maagd, f 1880.

ocr page 18

M E I.

Voor het vieren der raaand Mei. volle af,.

.1 b HH. Philippus en Jacobus, Apostelen. 3 c H. Athanasius, Patriarcli v. Alexan. f 578.

3 d H. Kruisvinding door de H. Helena in B26

4 e H. Monica, moeder v. d. H. August t 3S7.

5 f H. Pius, Paus. f 1572.

6 g H. Joannes, in den kokenden olie 95.

? a H. Stanislaus, Biss. v. Krakau, Mart. 1079.

8 b H. Micbael verschijning V. eeuw.

9 c H. Greg. v. Naz. Aartsb. v. Cons* f 389.

10 d H. Antoninus, Aartsb. v. Florence, t 1459.

11 e H. Franciscus d. Hier. Missionaris, f 1716.

12 f H. Epipbanius, Biss. v. Salamina, f 403.

13 g H. Joan.' d. Zwijger, Biss in Armenie. f 559.

14 a H. Pacomius, Abt van Tabeuna f 348.

15 b H. Dyrapbna, maagd en mart. te Gheel. f 605.

16 c H. Joan. Nepomucenus, Mart. t 1383.

17 d H. Pa^chalis Baijlon. Franciscaner, f 1592.

18 e H. Tlieodotus, herbergier, mart. t 303.

19 f H. Petrus Celestinus, Paus. f 1296.

20 g H. Bernardinus van Sienne. f 1444.

21 a H. Felix van Cantalicie, kapucijn t ljgt;87.

22 b H. Ivo, priester, vriend der armen, t 1803.

23 c H. Julia, Mart. te Corsica V eeuw.

24 d O. L. V. hulp d. Christ (Pius VIÏ, 1814).

25 e H. Gregorius VII, Paus. f 1085.

26 f H. Philippus Nerius, Ordestichter, t 1595.

27 g H. Maria Magd. de Pazzi. Maagd, f 1607.

28 a H. Germanus, Bisschop van Parijs, f 576.

29 b II. Maximinus Bisschop van Trier, f fgt;49.

30 c H. Ferdinandus, Koning v. Castilie. t 1252.

31 d H. Petronilla. Maagd. 1* eeuw.

ocr page 19

J UN !

1 e II. Justin us, geloofsverdediger, mart, f 167.

2 f HH. Mareellinus eu Petrus, Mart.

8 g H. Clotilda, Koningin v. Frankrijk, f 545.

4 a H. Franciseus Caracciolo. Ordes, f 1608.

5 b H. Bonifacius, Aartsb, v. Mainz, mart, f 755.

6 c H. Norb. Aartsb. v. Maagdenb, Orde. f 1134.

7 d H. Paul us, Biss. van Constantin. mart. | 350.

8 e H. Medardus, Bisschop van Vermand. 545.

9 f H. Pelagia^ Maagd en Mart. t K

10 g H. Margaretha.. Koningin v. Sclioll. f 1093.

11 a H. Barnabas. Apostel, gezel v. d. H. Panlns.

12 b H. Joan, d St. Fae. Pr. in Spanje t 1479.

13 c H. Antonius v. Pad. geb. in Portug. 1231.

14 d H. Basilius de Gr. Bis. v. Cesarea, Leer. f

15 e H. Landeliuus Abt. f 686.

16 f H. Joannes Franciseus Regis. S. J. f 1640.

17 g HH. Both, abt en Adulf. biss. gebr. VII eeuw

18 a HH. Marcus en Marcel, gebr. mart. t 280.

19 b H. Juliana Falco, Maagd. Florence, f 1340.

20 c H. Silverius, Paus Mart. f 538.

21 (1 H. Aloy. v. Gonz. S J. Patr. d. jeugd, f 1591.

22 e H. Paulinus, Bisschop van Nola. f 431.

23 f H. Maria van Oignies, bij Nivelles. f 1213.

24 g H. Joannes de Dooper, Geboorte.

25 a H. Prosper v. Aquitanie. Leeraar. V. eeuw. 20 b HH. Joan en Paul. Mart. te Rome. t 862.

27 c H. Ladislaus, Koning van Hongarie. f 1095.

28 d H. Ireneus, Biss. v. Lyonv Mart. f 202.

29 e H. Petrus, Prins der Apos. f 67. volle aji.

30 f H. Paulus, Apostel, f 67.

ocr page 20

1

JULI.

2' Zondag van Juli. volle aft.

3* Zondag van Juli. volle aft.

1 g H. Rumold. Biss. te Mechelen. Mart. t 775.

2 a O. L. V. Bezoeking bij Elizabeth.

3 b H. Phocas, hovenier Mart. t 303.

4 c H. Ulricus, Bisschop van Augsburg. 1 973.

5 d Michaël d. Sanct f 1624. (Pius IX. 1862). V'

6 e H. Goar. Kluizenaar, nabij Trier, f 575. ?

7 f H. Pantenus. Leeraar f 216.

8 g H. Elisabeth, Koningin van Port. f 1356.

9 a HH 19 Mart. v. Gore. f 1572. (Ti. IX. 1867).

10 b H. Felicitas met 7 zonen, Mart, quot;j* II. eeuw.

11 c H. Pius I, Paus en Martelaar, f 157.

12 d H. Joaunes Gualberlus, Abt. Ordest. f 1073.

13 e H. Eugenius, Bisschop v. Karthago. t 503.

14 f H. Bonaventura, Kard. Leeraar. f 1274-.

15 g H. Heuricus, Keizer, j- 1024.

16 a O. L. V. v. d. berg Karmel. (scapulier 1251.)

17 b H. Alexius, belijder. Rome. f IV. eeuw.

18 c H. Frederic., Biss. v. Utrecht, Mart f 830.

19 d H. Vincent a Paulo Ordestichter, f 1660.

20 e H. Margaretha, Maagd en Mart f ^75.

21 f H. Victor, Patr d. Molenaars, mart. III eeuw.

22 g H. Maria Magdalena boetelinge, f I. eeuw.

23 a H. Apollinaris, Bis v Ravenna Mart. f 76.

24 b H. Christina, Maagd en mart f ^0.

25 c H. Jacobus de Meerdere Apostel, f 44.

26 d H. Anna, moeder d. allerh. Maagd, volle afl.

27 e H. Pantaleon, geneesheer, Mart. t 303.

28 f HH. Nazarius en Celsus, Mart. t 68

29 g H. Martha zust v. M. Magd. en Lazar|I eeuw.

30 a HH. Abdon en Sennen, Perzen. Mart. t 250.

31 b H. Ignatius v. Loyola, Ordestichter, f *556. ^

ocr page 21

AUGUSTUS.

Zondag onder het Oct. van 15 Aug. volle afl. Zondag na het Oct. van 15 Aug. volle af,.

1 c H. Petrus-Banden, in 't jaar 44.

2 d H. Alphons. Leeraar Ordes, f 1787 volle afl,

3 e H. Stephanus, vinding zijner reiiquiën 415.

4 f H. Dominicus. Ordestichter, f 1221.

5 g O. L V. ter Sneeuw. Rome IV eeuw.

6 a Gedaanteverandering O. H J. C.

7 b H. Cajetanus, Ordestichter f 1574.

8 c HH. Cyriacus en 22 gez mart. Rome 303.

9 d H. Romanus, Mart. Rome. f 258.

10 e H. Laurentius, Diaken Mart. Rome. f 258.

11 f H. Philomena, M. Mart. Reiiquiën gev. 1802,

12 g H. Clara, Maagd en abdis. Assisie. f 1253.

13 a O. L. V. Toevlucht der zondaars.

14 b H. Eusebius, Mart. III eeuw.

15 c O. L. V. Hemelvaart, volle afl.

16 d H. Rochus, Patroon tegen de Pest. f 1327.

17 e H. Mammes, Mart in Capadocic t 274.

18 f H. Helena, Keizerin. Moeder v. Gonst, f 328,

19 g H. Timotheus, Mart. f 304.

20 a H. Bernardus, Abt. v. Clairv Leer. f 1153.

21 b H. Joanna Francis, d Chan wed f 1641.

22 c H. Symphorianus, Mart. II eauw.

23 d H. Philipp. Benitius. v. Florence f 1285.

24 e H. Bartholomeus, Apostel in Indië. I eeuw.

25 f H. Lodewijk, Koning v Frankr. f 1270.

26 g H. Zephyrinus, Paus en Mart f 219.

27 a H. Werenfridus, Ap. der Nederl. VlII eeuw.

28 b H. August. Biss. van Hippone, Leer. f 430.

29 c H. Joannes de Dooper. onthoofding.

80 d H. Rosa v. Lima, in America, Maagd f 1617-31 e H. Isabella, zust. v. d. H Lodew. M. f 1270.

ocr page 22

SEPTEMBER

1° Zondag v:in Sei)t. voile afl.

3* Zondag van Sepi. voile afl.

1 f H. Egidius, Abt. f VII eeuw.

2 g H. Stephaims, Kouing v. Hongarië. f 1038.

3 a H. Remaclus, Biss. v. Maastricht, f 674.

4 b H. Kosa v. Viterbo, Maagd f 1252 oud 18 j

5 c H, Laurent, .lust Patriarch v. Ven. f 1455.

6 d 11. Rosalia, Maagd te. PaJertno. f 1160.

7 e H. Lupus, Aarts. v. Soissons. f 623.

8 f O. L. V. Geboorte, volle afl.

9 g H. Naara van Maria.

10 a H. Nieolaus v. Tolentiju, Priester, f 1309.

11 b H. Paphnutius Biss. iu Tbebaïs. f IV eeuw.

12 e H. Gnido v. Aoderlecht bij Brus. f 1012.

13 d H. Nothburga v Rottcnb. Maagd, f 1313.

14 e H. Kruisverheffing iu het jaar 629. volle afl. IB f H. Eutropia, quot;Wed. V eeuw.

16 g H. Cornelius, Paus en Mart, f 252.

17 a H. Lamb., Bis. Mart. Luik. f 708.

18 b H. Jozef v. Curpertino v. Napels, f 1663.

19 e H. Januari us, v. Napels, biss. Mart. 305.

20 d H. Eustaehius, soldaat, mart. II eeuw.

21 e H. H. Mattheus, Apostel en Evangelist.

22 f H. Mauritius en gez. (Theb. leg.) M. f 216.

23 g H. Linus. Paus en Mart. 1 eeuw.

24 a O. L. V. v, Barrah. (orde gesticht 1213.)

25 b H. Hildegardis, duitsche Maagd, f 1179.

26 c H. Thomas v. Villan. aartsb. v. Val. f 15511

27 d H. Cos en Dam. br. geneesh. Mart, f 285.

28 e H. Eustochia, Maagd te Bethlehem, t 419.

29 f H. Michaël, (Wie als God ?) aartse volle afl,

30 g H. Hieronimus, priester, Leeraar. f 420.

ocr page 23

OCTOBER.

1 a H. Bavo Patr. v. Gent en Haarl. V eeuw.

2 b HH. Engelbewaarders.

3 c TI. Gerardus, Abt. in Namen, f 959.

4 d II. Francisc. v. Assisie, Ordestichter. 1 1226.

5 e H. Placidus en gezellen, mart, f 546.

6 f H. Bruno, Ordestichter f 1101.

7 g It. Sergius, sold Mart, order Maximinnus.

8 a H. Birgitta, Weduwe f 1373.

9 b H. Dionysius, biss v. Parijs en gcz. M. f 272.

10 c 11. Fran else us v. Borgia. S. J Rome, f 1572.

11 d H. Ludovic. Bertr v. Valencia, f 1580.

12 e H. Mnximilinan, Bisschop en Mart f 283.

13 f H. Ed nardus, Koning v. Engel, f 1066.

14 g H. Caüxtus, Paus, en mar:, t 226.

15 a H Theresia, geb. te Avila overl. te Alba 1582.

16 b II. Gallus, kluizenaar, f 646.

17 c H Marg. Maria Alacoq (li Hart) 1 1690.

18 d H Lucas, Evangelist. 1 eeuw

19 e H. Petrus v. Alcant. in Spanje, geb. 1499

20 f H. Joannes Cantius in Polen, f 1473.

21 g H. Ursula en Gezellinnen, mart V eeuw

22 a I I Maria Salome, I eeuw.

23 b H. Joannes Capist, Franciscaan, f 1456

24 c H. Raphaël, (hulpmiddel Gods.) aartsengel.

25 d HH. Crisp, en Crispiuni. met els. doorb. f 287.

26 e H. Evaristus, Pans cn Mart, f 112.

27 f H. Friimentius, Hiss in Etiopie. IV eeuw.

28 g HH. Sim en Jud Apost. in Egypie en Lybie

29 a II. Narcissus, Bisschop v. Jerusalem, f 212.

30 b H. Alphousus Rodriguez S. J. f 1617.

31 c H. Wolf^angus, Biss. v. llegensburg. f 994.

ocr page 24

NOVEMBER.

1 d Allerheiligen, volle aflaat.

2 e Allerzielendag, volle aflaat.

3 f H. Hubertus, 1' biss. v. Luik. t 727.

4 g H. Carol. Bor., Aartsb. v Milaan, kard. 1584.

5 a Zachariaa, vader v. d. li. Joannes Bapt.

6 b H. Lconardus, Abt. f 559.

7 c H. Willibr. Ap. d. Nederl. 739.

8 d H. Willihadus, Bs. en Ap. d Friez. en Saks.

9 e H. Theodorus, Martelaar, f 300.

10 f H. Andreas Avellin. priest, te Nap f 1608.

11 g H. Martin us, Biss. v. Tours f 400.

12 a H. Martinus Paus en Martelaar, f 655. IB b H. Stanisl- Kostk.

14 c H. Alberik, Bissoh v. Utrecht, f 784.

15 d H. Gertrudis, Maagd, abdis f 1334.

16 e H Edmondus, Bis. v. Engeland, f 1242.

17 f H. Greg. Thaum biss v. N. Cesarea. t ^70.

18 g H. Odiïo, Abt van Cluni. t 942.

19 a H. Elisabeth v Hongarië weduwe f 1231.

20 b H. Felix v. Valois. Belijder, t 1212.

21 e O. L. V. opdracht in den tempel.

22 d H. Cecilia, Maagd en Mart. t ^30.

23 e H. Clemens, Pans en Mart. t 1 ^0.

24 1 H. Joannes a cruce, Carmeliet f 1591.

25 g H. Catharina v Alex., M., Mart. t 307.

26 a H. Conradus, Aartsb. v. Constance, t ^76.

27 b H. Oda. Maagd, t 726.

28 c H. Stephauus de Jonge, Mart VlIÏ eeuw.

29 d li. Saturninus, biss. v. Toulouse, mart 250. 80 e H. Andreas, Ap in Scyth. en Achaije 1 eeuw.

ocr page 25

DP: GEMBER

1 f H. Eligius. B. (eerste muntmeester) f ^59.

2 g H. Bibiana, Maagd en Mart, t 363.

3 a H. Francisc. Xaver. Ap. d. Ind. S. J. 1 1552.

4 b H. Barb. Patron, in 't doodsuur, mart, f 306.

5 c H. Crispica, Mart, in Thebaate. t 304.

6 d H. Nicolaus, Biss, v. Myra. t 352.

7 e H. Ambros. biss. v. Milaan, Leeraar. f 297.

8 d O. L. V. Onb. Outv. (Pius IX. 1854.) voile ajl.

9 g H. Leoc.adia, Maagd Mart, f IV eeuw.

10 a H. Eulalia, Maagd Mai't. t IV eeuw.

11 b H. Damasus, Paus. f 884.

12 e H. Alex, en Gez. Mart, te Alexandrië. f 250.

13 d H. Lucia, Maagd Mart. Syracuse, t 804.

14 e H. Odilia, Maagd mart. Elsas. f 720.

15 f H. Christiana. Apost. d. Iberiërs. IV eeuw.

16 g H. Adelaide, Keizerin, t ^^9.

17 a H. Begga. stichteres der Beggijnen. f 694.

18 b H. Gatianus, Birsch. v. Tours, f 407.

19 c H. Nemesius, Mart. te Alexandrië. f 240.

20 d H. Philogonus, Biss. v. Anüochie.

21 e H. Thomas, Apostel in Africa en Azië.

22 f H. Hungerus, Bissch. van Utrecht, f 866.

23 g H. Victoria. Maagd en Mart. t 250.

24 a HH. Tharsiila en Emiliana, zust. M.

25 b Geboorte O. H. J. C. volle ajl.

26 c H. Stephanus le Mart. Jerusalem, f 33.

27 d H. Joannes Apostel en Evangelist, f 100.

28 e HH. Onnoozele kinderen.

29 f H. Thomas, Mart. f 73.

30 g H. Sabinus, Biss. v. Assisie, mart. f 304.

31 a H. Silvester, Paus. j 835.

ocr page 26
ocr page 27

HOOFDSTUK I.

Over de noodzakelijkheid van het Gebed.

De heilige Vaders zeggen eenstemmig, dat niets voor den niensch zou noodzakelijk is als het gebed, en wel, omdat hij alles, wat hij naar lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid behoeft, door het gebed van God moet verkrijgen; ja de goede God zou zijne gaven en genaden van den hemel niet afzenden, zonder alvorens door het gebed daarom gesmeekt te zijn. Dat zegt de heilige Thomas, en zoo schrijft ook de heilige Gregorius: Niemand erlangt de hulp van God, tenzij door het gebed. Want, aldus spreekt Christus, de Heer; „Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan.quot; De heilige Chrysostomus noemt het gebed eenen grondslag van

Cochem, Jlartig Boekje. 1

ocr page 28

2 Iloüfdst. 1. Over de uoodzakelijkheiJ van Let Gebed.

alle deugden, en zegt: Even zooals een huis zonder fundament niet kan bestaan, kan ook ons leven zonder het gebed niet bestaan. Daarom moeten wij ons ge-heele leven lang bidden, want wij hebben het gebed zoo zeer van noode, als de boomen het vocht; en even zoo min als de boomen zonder vocht vruchten kunnen voortbrengen, zullen wij zonder gebed vruchten van goede werken kunnen voortbrengen. Ik houd mij overtuigd, dat het volstrekt onmogelijk is, zonder het gebed e e n e deugd te verwerven, of ze te behouden en goed te leven. Als gij het gebed verwaarloost, zijt gij er even zoo slecht aan toe als de visch, dien men het water onthoudt. Want zooals het water het leven is voor den visch, zoo is het gebed het leven voor uwe ziel. Als gij niet bidt, dan zijt gij dood, en hebt gij het leven niet meer in u. Dit alles zegt ons de heilige Chrysostomus, en hij geeft ons daardoor de noodzakelijkheid van het gebed genoegzaam te kennen.

Eveneens spreekt ook de heilige Am-brosius: De menjch, die het gebed verwaarloost, stertt naar de zi e 1, wijl het

ocr page 29

Hoofdst. 1. Over de noodzakelijkheid van het Gebed. 8

gebed de spijze der ziel is. Wie zich van deze spijze berooft, vermoordt en doodt zijne ziel Heeft iemand derhalve den tijd niet, zich voortdurend met het gebed bezig te houden, zoo moet hij ten minste een gedeelte van zijnen tijd inruimen, opdat hij daarin de levendmakende spijze kunne genieten, en niet sterve, noch den weg des verderts opga.

Met hem stemt de heilige Bonaventura overeen, die zegt: Zooals het gesteld is met de bijen, die zonder honig, met de muren die zonder kalk, met de spijzen, die zonder zout te gronde gaan, 'zoo is het ook gesteld met het leven der geestelijke personen zonder het gebed, daar hare godsvrucht dor en onvolmaakt is, en ten ondergang neigt; en eene geestelijke persoon, die het gebed verzuimt, is niet alleen ellendig, maar draagt voor het aanschijn van God eene doode ziel in een levend lichaam.

Uit deze getuigenissen der heilige Vaders verneemt gij, hoe hoognoodig voor een ieder het gebed is, en hoe noodlottig het voor eene ziel is, zelden of in 't geheel niet te bidden. Daarom,

ocr page 30

4 Iluofdst. 1. Over de noudzakelijklieid van liet Gebed

mijn waarde Christen, bemin het gebed van harte, en wees daarin voortaan ijvriger, dan gij het tot nu toe geweest zijt. Opdat ik u echter tot nog grooteren ijver bewege, zoo zeg ik u, dat de vervloekte Satan voortdurend u op den voet volgt, en op alle middelen bedacht is, ten einde u te bedriegen, te verleiden en te verderven naar de woorden van den heiligen Petrus : „Zijt matig, en waakt! want uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekend, wien hij kan verslinden.quot; Insgelijks spreekt ook de heilige Paulus : „Wij hebben den kampstrijd niet tegen vleesch en bloed (d. i. niet tegen de zichtbare menschen), maar tegen de overheden en machten, tegen de wereldbeheerschers dezer duisternis, tegen de geesten der boosheid in het bovenaardsche.quot; Wij hebben n.1. te strijden tegen den vervloekten Satan, wiens kracht zoo groot is, dat geene macht of geen gezag dezer wereld hem wederstaan kan. Hoe willen wij dan arme zwakke menschen tegen zoo woedende leeuwen en wolven, tegen zoo geweldige vorsten en machten strijden, als wij geene hulp

ocr page 31

Hoofdst. 1. Over de noodzakelijkheid van liet Gebed. 5

van boven erlangen ? Hoe willen wij echter deze hulp bekomen, wanneer wij niet ernstig er om srneeken, vurig er om bidden ?

Des aangaande schrijft de heilige Chry-sostomus : Als Mozes bad, overwon zijn volk ; als hij ophield te bidden, werd zijn volk door den vijand verslagen Niemand is dan ook te verontschuldigen, wanneer hij door den vijand overwonnen wordt, dewijl hij het gebed verzuimde. Want hij, die ophoudt te bidden, geeft den vijand macht tegen zich zeiven, en wie niet goed bidt, geeft zich aan den duivel zelfs gevangen. Zoo dikwerf gij echter bidt, zoo dikwerf beangstigt gij den vijand, want het gebed mat den vijand steeds af. Wanneer de duivels ons met het gebed gewapend zien, vluchten zij ijlings heen, zooals de boosdoeners vluchten, wanneer zij zich door de gewapende macht achtervolgd zien.

Deze meening zijn alle heiligen toegedaan : kortheidshalve verzwijg ik hunne .voorden, en zeg slechts alleen, dat de duivels met hunne aanvechtingen vooral daarnaar streven, ons van het gebed af te

ocr page 32

Ö Houfdst. 1. Over de noodzakelijkheid van het Gebed.

houden, en ons in het gebed te verstrooien, wijl zij wel weten, dat ons heil en onze zaligheid van het gebed afhangt. Niets staat hun daarom meer tegen dan het gebed, en zij zoeken ook niets zoo zeer te verhinderen als het gebed. Zoodra de mensch den wil opvat, te bidden, zegt de heilige Agatha, schieten de duivels toe, om hem van het gebed af te houden, en hem in het gebed te verstrooien, daar zij wel weten, dat wij hunne booze aanslagen niet beter kunnen verhinderen dan door het gebed.

Hieruit kan men licht opmaken, waar het van daan komt, dat deze of die wereldlijke of geestelijke persoon, door het vleesch, door de wereld, ja bijna door alle schepselen zoo dikwijls en zoo hevig bekoor d en zoo menigmaal o ver-w o n n e n wordt. Dat komt vooral daar van daan, dat zij of in 't geheel niet, of niet genoeg, of niet goed bidt. Daarom zegt de heilige Chrysostomus; Al wie zich niet tot het gebed begeeft, begeeft zich in dé bekoring, en hij voegt er bij : Wanneer ik zie, dat iemand het gebed niet bemint, dan weet ik zeker.

ocr page 33

Hoofdst. 2. Hoc dikwijls moet men biildcn. 7

dat hij geene deugd, cn. niets goeds bezit. Wanneer ik echter zie, dat iemands lust tot het gebed nooit voldaan is, en hij de vervvaarloozing van het aanhoudende gebed als zijn grootste nadeel beschouwt, dan weet ik zeker, dat hij een ware tempel Gods en een vat vól deugden is.

HOOFDSTUK II

Hoe dikwijls moet men bidden?

, Hoe dikwijls wij arme menschen bidden moeten, vinden wij genoegzaam uitgesproken, in het goddelijke Woord, dat geen dag of geen tijd bepaalt, maar veel meer ons vermaant, a 11ij d te bidde n. Want aldus spreekt de H. Geest: „Laat niets u beletten, gedurig te bidden, want Gods vergelding duurt ir eeuwigheid.quot; De heilige Paul u-s schrijft aan de Thes-salonicensen: Bidt zonder ophouden ! want dit is de wil Gods.quot; Tot de Colossensen zegt hij; „Volhardt in het gebed, wakende daarinquot;. En tot de Ephesiërs spreekt hij: „Bidt met alle gebed en smeeking ten

ocr page 34

8 Hoofdst. 2. Hoc dikwijls moet men bidden.

allen tijde in den Geest.quot; Ten laatste spreekt Christus zelf: „Bidt ten allen tijde, dat gij waardig moogt gekeurd worden, alle deze dingen, die toekomende zijn, te ontvlieden.quot; En wederom : „Men moet altijd bidden, en niet verflauwen.quot; Het woordje „men mo etquot; sluit een gebod in, zoodat het bidden niet een werk naar vrije keuze, maar eene verplichting schijnt te zijn. Het beteekent niet, dat men onophoudelijk moet bidden, maar dat men zoo dikwijls moet bidden, als het gevoegelijk kan geschieden, n. 1. wanneer men niet door ziekte, bezigheden of dringende noodzakelijkheid daarin verhinderd wordt.

Hoor, wat de heilige Bernardus zegt, het wekt onze verbazing. Bid gedurig, bid zonder ophouden, bid bij dag en bij nacht, want de wapenen des gebeds moet ge altijd gebruiken; het gebed moet u nooit verlaten; zucht en klaag ten allen tijde, sta des nachts op om te bidden, sluit des

nachts een weinig de oolt;ren, en bid dade-1 •' 1 .

lijk weêr, want het gebed is het voornaamste middel tegen de zwakheid van den geest, en het meeste bevorderlijk tot het bereiken der volmaaktheid. Dit mid-

ocr page 35

Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet men bidden. 9

del moet men voortdurend gebruiken, zooals men immers de schildwachten ook voortdurend uitzet, om de vesting te bewaken.

De profeet David spreekt; „Gezegend zij God, die mijn gebed, en zijne barmhartigheid niet van mij afnam,quot; Op deze woorden teekent de heilige Augustinus aan; Zoo lang wij leven, moeten wij van God begeeren, dat hij ons gebed en zijne barmhartigheid niet van ons afneme, d. i. moeten wij bidden, dat wij gedurig en zonder ophouden mogen bidden, en Hij zich ook gedurig en zonder ophouden over 'ons moge ontfermen. Vele menschen bidden ijverig bij hunne bekeering maar worden weldra lauw in hun gebed, vervolgens koud, eindelijk geheel nalatig, alsof zij van hunne zaligheid verzekerd waren. Als zij nu bemerken, dat hun gebed hun afgenomen is, zoo moeten zij ook gelooven, dat de barmhartigheid Gods hun onttrokken is.

Deze woorden van den heiligen Augustinus verdienen wel behartigd te worden door die geestelijke personen, die zoo zelden, en zoo w e i n i g b i d d e n, en

ocr page 36

10 Hoofilst, 2. Hoe dikwijls moet men bidden.

zoo veel tijd in b e u z e la c h t i g e ^ e-sprekken, slapen en lediggang verkwisten. Want dit is een zeker teeken, dat de genade en barmhartigheid Gods zich langzamerhand meer en meer van hen verwijdert, en hun eindelijk geheel en al onttrokken wordt. Diegenen echter, die voortdurend kleine schietgebeden tot God opzenden, mogen met vertrouwen verhopen, dat de genade en barmhartigheid Gods hoe langer hoe meer tot hen komt, en over hen uitgestort wordt.

De heilige Augustinus prijst in veree-niging met alle heilige Vaders zoo zeer het gedurige gebed, en geeft daaraan de voorkeur boven alle andere gebeden, omdat het 't hart met kracht tot God verheit, en de ziel steeds stelt in de tegenwoordigheid van God, terwijl het ook groote genaden en gaven erlangt, en den goeden God steeds beweegt, ons hulp te zenden tegen de wereld, het vleesch en den duivel, en wijl dit korte gebed de ziel in eenen oogenbük met God vereenigt op eene zeilde wijze als de beschouwing.

Gij mocht nu echter vragen: Moet men dan niets doen dan bidden ?

ocr page 37

Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet men bidden. 11

Moet men dan niet werken, niet lezen, schrijven, spreken, studeer en en zijne noodzakelijke bezigheden verrichten? Ik antwoord : Voorzeker moet men dat alles doen, evenwel tegelijk altijd bidden. Alen moet n. 1. onder het studeeren, schrijven, lezen, reizen, werken gedurig verzuchten, en dikwijls in zijn hart tot God spreken ; O God, wees mij genadig! of o God, verlaat mij niet! of o God, moge dit werk u aangenaam z ij n ! Al deze en dergelijke verzuchtingen kunt gij meermaals fherhalen, en aldus in 't geheim bij u zeiven bidden, zonder dat hij, die toevallig bij u is, of met wien gij spreekt, het bemerkt. Op deze wijze kunt gij tegelijk werken en bidden, tegel ij kschr ij-ven en bidden. Indien gij nu in dezer voege niet gedurig bidt, doch slechts op zekere t ij d e n van den dag of van den nacht, dan zult gij ontwaren, dat de ijver en devotie, die gij bij uw vorig gebed hadt, in het tijdsverloop tusschen het eene en het andere gebed zeer verkoeld of zelfs vér d wenen zijn. Verzucht ge daarentegen gedurig onder uwe bezigheden, dan

ocr page 38

12 Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet uien bidden.

wordt de devotie onderhouden en vermeerderd, en het vuurder liefde Gods op het altaar van uw hart vlammend gehouden ; want zoo dikwijls gij in uw hart verzucht, zoo dikwijls legt gij een blokje hout op dit vuur.

Wij lezen in het leven der oudvaders, dat de kluizenaars in Egypte onder hunne werkzaamheden en bezigheden, onder hun gaan en staan gedurig baden en tot God verzuchtten. Al wie hen hierin navolgt, heeft een dubbel voordeel en eene dubbele winst: want hij bidt en werkt te gelijk, verdient eene groote belooning bij God, en bewerkt, dat zijn bezigheden beter van de hand gaan. Hij wordt ook bewaard voor vele zonden, die onder zulke werken gewoonlijk geschieden, en beveiligd tegen vele bekoringen van den kwade.

Wij lezen ook van de heilige Apostelen Jacobus en Bartholomëus, alsmede van den heiligen Patricius, dat zij gedurende den dag en den nacht eenige honderden malen op hunne knieën vielen en baden. En juist hetzelfde wordt verhaald van de heilige kluizenaars en van vele groote dienaren van God. Van den heiligen Apollonius

ocr page 39

Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet men bidden. ] 3

heet het in zijn leven, dat hij honderd maal des daags en honderd maal des nachts bad. Er staat daar ook van eene maagd geschreven, dat zij gedurende den dag en den nacht zeven honderd maal gebeden heeft. Van den heiligen Angelus lezen wij, dat hij zijne knieën dagelijks duizend maal gebogen, en telkens een schietgebedje gesproken heeft. Van den heiligen Martinus zingt de heilige Kerk: Oogen en handen hield hij voortdurend ten hemel geheven. Zijn kloeke geest was onafgebroken in het gebed verslonden.

De heilige Vaders dringen zeer aan op dit voortdurende gebed ; kortheids-halve teeken ik hier nog slechts aan, wat de geestrijke Kardinaal Bona daarover schrijft:

Het aanwenden van schietgebedjes, zegt hij, is zooveel waard, om spoedig tot de volmaaktheid te geraken, dat alle heiligen en alle geestelijk verlichte mannen zeer veel waarde daaraan gehecht hebben, daar toch al onze zonden verteerd en al onze ondeugden uitgedelgd worden, als dit vuur in onze harten ontstoken wordt. De aanhoudende, vurige verzuchtingen nemen alles weg, wat ons van de aarde

ocr page 40

11 Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet men biddeu.

aankleeft, wat onze gelijkenis op God ontsiert, en wat de heilige vereeniging met Hem verhindert. Door middel dei-verzuchtingen worden de bekoringen Overwonnen, wordt het verstand met een hemelsch licht bestraald, de wil ontvlamd, de geneigdheid ten goede gericht, het gemoed tot de beschouwing bekwaam gemaakt, en de geheele mensch in God vervoerd. Deze gebedjes, schrijft hij ver der, worden daarom schietgebedjes genoemd, wijl zij als pijlen snel ten hemel vliegen, het Goddelijke Hart treffen, en de hemelsche gaven op ons doen afdalen.

Dit en nog meer schrijft de genoemde Kardinaal, en met hem eene groote menigte geestelijke schrijvers, om ons de groote kracht der schietgebeden aan te toonen, en ons tot het gedurig gebruik daarvan op te wekken.

Bijaldien deze ook niets daarover geschreven hadden, zoo zou toch voor ons genoeg zijn het woord, dat Christus sprak ; .(Men moet altijd bidden, en niet verflauwen.quot; Dit nadrukkelijke woord van Christus wordt in 't geheel niet opgevolgd, door hén, die den geheelen dag aan hunnen

ocr page 41

Hoofdst. 3. Hue dikwijls moet men bidden. 15

arbeid besteden, en slechts nu en dan e e n o n z e V a d e r, j a d i k w ij 1 s in ' t geli eel niet bidden! En toch zouden zij met weinig moeite, en zonder eenig tijdverlies, en zonder het minste in hun werk te verzuimen, den geheelen dag kunnen bidden, indien zij zich maar gewoon wilden maken, meermaals te verzuchten, en zij zich het een ol ander schietgebed e i g e n w i 1 d e n maken. Maar wij 1 zij dit met doen, ook niet willen doen, berooven zij d e n g o e d e n G o d v a n z ij n e e e r en v r e u g d e, benadeelen zeer hunne zaligheid, •en blijven hun leven lang ellendige zondaren, zonder eenige ware godsvrucht, zonder eenige ware deugd, en zonder eenigen voortgang in het geestelijke leven. Hoe dusdanige geestelijke en wereldlijke personen voor God zullen bestaan, weet ik niet; ik vrees echter zeer, dat zij kwa-1 ij k zullen bestaan.

Maar zij, die zich vlijtig oefenen in het gedurig gebed, indien zij ook geene groote boetplegingen doen, geene rijke aalmoezen geven, en buitendien niet veel goeds doen kunnen, zullen beter voor •God bestaan, en veel spoediger de

ocr page 42

16 Hoofdst. 2. Hoe dikwijls moet men bidden.

goddelijke genade en barmhartigheid, waarom zij zooveel duizend maal met den tollenaar verzucht hebben, bij hunnen dood erlangen. Daarom vermaant de heilige Franciscus zijne broeders met zooveel ijver in zijnen regel, als hij schrijft; De broeders moeten boven alles den geest des Heeren en zijne heilige werkingen begeeren, zij moeten ook voortdurend in heilig gebed tot Hem roepen. Zij moeten wel is waar arbeiden, maar zoo, dat zij den geest des g e b e d s en der godsvrucht, waaraan alle tijdelijke dingen ondergeschikt moeten zijn, niet uitdooven. Hij wilde daarmede zeggen ; Zij moesten zoo arbeiden, dat zij ook tegelijk konden bidden, en in den geest ingetogen blijven.

Deze oefening van het gebed, onder alle werk en onder alle bezigheid, is zoo krachtig en van zoo veel nut, dat zij vele eenvoudige en ongeleerde men-schen, mannen en vrouwen, boeren en ambachtslieden, knechten en meiden en vele anderen uit den geringen stand, die nooit in hun leven konden lezen of schrijven, door niemand onderricht werden, ja in

ocr page 43

Hoofdst. 3. Wat is het Gebed. 17

woestijnen en in wouden leefden, tot heiligheid en somwijlen tot den hoogstent rapdervolmaaktheid gevoerd heeft. Zij, zeg ik, die nooit in hun leven anders geleerd hadden, en in niets anders bedreven waren dan in bidden en arbeiden, en in 't verzuchten tot God gedurende hun werk, zij zijn vele anderen ver vooruit gestreefd, en groote dienaars en dienaressen van God geworden. Stel u dezen als heldere spiegels voor oogen, volg hen ernstig en voordurend na, zoo zal de H. Geest ook ongetwijfeld veel in 'u uitwerken, en u van eenen ellendigen zondaar in eenen grooten vriend van den almachtigen God veranderen.

HOOFDSTUK III.

Wat is het gebed.

Bidden is naar het gevoelen der heilige Vaders :methetharttotGo d sp reken. Want aldus zegt de heilige Au-gustinus: Als gij leest, zoo spreekt God tot u, als gij echter bidt, zoo spreekt gij

2

Cochem, Hartig Boekje.

ocr page 44

18 Hoofdst. 3. Wat is liet Gebed.

tot God. Hieruit kunt gij besluiten, dat het gebed een bij uitstek edel werk is; want de ziel wordt door het gebed tot God verheven, en heeft de eer en genade, in 't geheim met God te spreken en om te gaan. Wanneer wij tot eenen mensch willen spreken, moeten wij met den mond tot hem spreken, daar de mensch een lichaam heeft, en ons niet kan verstaan tenzij door middel van gesprokene woorden ofteekens. Maar als wij tot God spreken, is het niet noodig, met woorden of teekens tot Hem te spreken, doch is het genoeg, dat wij met het hart of de ziel tot Hem spreken, wijl God geen lichaam heeft, maar een Geest is, en alles verstaat en ziet, wat men met de gedachten zegt. Daarom spreekt Christus; „God is een Geest, en die hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden!

Uit deze woorden van Christus blijkt, dat het i n w e n d i g e gebed beter is dan het mondgebeden dat het veel verdienstelijker is, met het hart al leen, dan met den mond alleen te bidden. Daarover zegt de heilige Gregorius: Het ware gebed bestaat niet in de woorden van den

ocr page 45

Hoofdst. 3. Wat is het Gebed. 19

mond, maar in de gedachten van het hart, want niet de woorden, maar de begeertens roepen in de ooren van God. Als wij met den mond alleen, en niet met het hart, om het eeuwige leven bidden, dan z w ij g e n w ij s t i 1, al roepen wij ook nog zoo luid; als wij echter met 't hart begeeren, en met deh mond zwijgen, da n d r i n gt ons geroep door tot in den Hemel, tot voor den troon van God.

In dit opzicht bedriegen zich vele men-schen, die groote moeite doen, maar zonder voordeel, wijl zij slechts mondelings bidden, en op hun gebed geen acht geven. Het is voorzeker zeer te betreuren, dat niet al'een wereldlijke maar ook geestelijke personen slechts mondelings bidden, en slechts in de boeken lezen, doch van het gebed des harten schier niets weten, ofschoon dit veel-beter is dan het m o n d g e b e d De kerkelijke getijden, de aflaatgebeden, en de door gelofte of ah, poenitentie opgelegde gebeden moet men mondelings uitspreken. De vrijwillige gebeden echter brengen grooter voordeel aan, indien zij slechts

ocr page 46

20 Hoofdst. 3. Wat is liet Gebed.

met het hart gesproken worden.

Het is niet noodig, dit uit de heilige schrift of uit de heilige Vaders te bewijzen ; veeleer kan een ieder dit uit zijne eigene ondervinding opmaken. Mijn waarde lezer, wanneer gij eenige mondgebeden uit een boek, of ook wel van buiten opzegt, is het dan niet waar, dat gij gewoonlijk zeer verstrooid wordt, weinig godsvrucht gevoelt, de grootste moeite moet doen, om uwe gedachten bijeen tc houden? Als gij daarentegen alleen met het hart bidt, dwalen uwe gedachten zoo gemakkelijk niet af, en gevoelt gij eene veel grootere godsvrucht, troost en beweging in uw hart. Wie dit nog niet heeft ondervonden, behoeft 't slechts een paar maal te probeeren, en hij zal ontdekken, dat ik waarheid spreek. Indien dit nu zoo is, waarom verandert gij dan uwe vele mondgebeden niet in weinige inwendige ?

Maaf indien gij mij nu vraagt, h o e gij inwendig moet bidden? zoo zeg ik u, wat Christus sprak : „Wanneer gij bidt, zult gij niet veel spreken, gelijk de heidenen ; want zij wanen, dat zij door

ocr page 47

Hoofdst. 3. Wat is het Gebed.

hunne veelheid van woorden verhoord zullen worden. Wordt hun derhalve niet gelijk ; want uw Vader weet, alvorens gij Hem bidt, wat gij van noode hebt.quot;

Uit deze leer van Christus begrijpt gij, dat gij in uw gebed niet veel woorden moet gebruiken, maar met weinige en korte woorden nederig en eenvoudig uwen nood moet voordragen. Ja hoe nederiger en eenvoudiger gij tot God spreekt, des te liever is 't Hem, en des te voordeeliger is 't voor U. Gij vindt dit in eenige schoone voorbeelden uit de ■ heilige Schrift bevestigd.

De tollenaar, zegt Christus, stond in den tempel van verre, en waagde het niet, zijne oogen ten Hemel op te heffen, maar hij sloeg op zijne borst, en sprak: „O God, wees mij zondaar genadig.quot; Dit woord heeft hij, zooals wij gelooven mogen, niet eenmaal maar meermalen herhaald, en daardoor zijn hart immer meer tot berouw gestemd.

Eveneens lezen wij van de Chananeesche vrouw, dat zij Christus naliep, en uitriep; „Jesus, Zoon van David, ontferm u mijner.quot; Dit woord herhaalde zij zoo dikwijls,

21

ocr page 48

22 Hoofdst. 3. Wat is het Gebed.

dat de lieilige Apostelen er verdrietig over werden, en tot Christus spraken : „Laat haar toch gaan, want zij roept ons naquot;. Maar daarom verkreeg zij, wat zij verlangde.

Toen Christus aan den Olijfberg bad, sprak Hij: „Mijn Vader! indien het mogelijk is, laat dezen kelk van mij voorbijgaan, nochtans niet, gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt.quot; Nadat hij eenen tijd lang had gebeden, ging Hij tot zijne leerlingen, vond hen slapende, en begaf zich weder in het gebed, terwijl Hij dezelfde woorden herhaalde. Na korten tijd ging Hij nogmaals tot zijne leerlingen, en van dezen weder tot het gebed, terwijl Hij het boven vermelde gebed bad. Hierdoor wilde Hij ons leeren, dat wij in het gebed met vele woorden moeten gebruiken; maar slechts eenige krachtige schietgebeden moeten uitkiezen, ten einde ze tot meerdere opwekking van onzen ijver dikwijls te herhalen.

In het leven der oudvaders leest men; Toen de heilige Paphnutius de groote zondares Thais bekeerd, en in een klooster tusschen vier muren tot boetedoening

ocr page 49

Hoofdst. 3. Wat is liet Gebed. 28

opgesloten had, liet hij haar dagelijks slechts water en brood voorzetten; en sprak tot haar : „Wijl gij om uwe groote zonden niet waardig zijt, den Naam van God uit te spreken, zoo moogt gij aldus slechts bidden : „Gij die mij geschapen hebt, o ntferm u m ij n e rquot;. Nadat zij nu drie jaren opgesloten zat, en onophoudelijk dag en nacht dit gebed verrichtte, en hare zonden beweende, zag de heilige Paulus de leerling van den heiligen Anto-nius in geestverrukking in den hemel teenen zeer schitterenden troon, en als hij bij zich zeiven nadacht, voor wien die troon zijn mocht, hoorde hij eene stem, die sprak : deze troon is gereed gemaakt voor de zondares Thais. Toen de heilige Paphnutius dit vernomen had, gaf hij haaide vrijheid weder, en zij stierf vijftien dagen later eenen zaligen dood.

In het leven van den heiligen Antonius staat te lezen : Een zijner leerlingen had een groot verlangen, andere kluizenaars te bezoeken, om van hen te leeren, wat hij doen moest om goed te bidden, en God te dienen. Maar als hij zijn plan aan den heiligen Antonius openbaarde, sprak

ocr page 50

24 Hoofdst. 3. Was is het Gebed.

deze tot hem : Vergeet alle andere oefeningen, blijf slechts in uwe cel, en spreek in uw hart de woorden van den tollenaar; God wees mij, zon daar genadig, en aldus zult gij volmaakt worden.

De heilige Chrysostomus zegt: Wilt gij krachtig bidden, spreek dan in uw hart: „O God, ontferm u mijner.quot; en gij hebt reeds genoeg gebeden, en uw gebed volbracht. Want al wie aldus spreekt, bekent zijne zonden, en bidt om barmhartigheid. Wie zegt: O God, ontferm u mijner, hij ontvangt vergiffenis van zijne zonden, en wordt om haar niet gestaft. Wrie spreekt: O God ontferm u mijner, hij verdient het Rijk der hemelen, want God verlost den-gene, over wien hij zich ontfermt, niet alleen van de straf, maar Hij maakt hem ook waardig, de toekomstige hemelsche goederen te bezitten. Wijl dit korte gebed zoo verdienstelijk is, zult gij het altijd met u in uw hart omdragen, en het dagelijks dikwijls uitspreken.

Leer uit bovenstaande les, dat gij u niet eens met vele verschillende gebeden moet vermoeien, en niet nu weer dit, dan dat moet gebruiken ; doch gij kunt naar

ocr page 51

Hoofdst, 3. Wat is het Gebed. 25

uwe devotie enkele schietgebeden uitkiezen, die u het meest tot grooter berouw en tot ootmoedigheid brengen, om ze ten allen tijde in uw gemoed te hebben, en ze zoo dikwijls het u slechts mogelijk is, te herhalen. Hadt gij ook evenals de boeteling Thais duizend en duizendmaal God aangeroepen om zijne genade, houd des niettemin niet op, maar herhaal het zoo dikwijls, als het noodzakelijk is,om uwen geest te vernieuwen. Want God wordt niet door schoone woorden bewogen, maar gedwongen door een ootmoedig en berouwvol hart. Opdat het u echter niet vervele, een enkel gebedje zoo dikwijls te herhalen, zoo wil ik u eenige bladzijden verder velerlei verzuchtingen en schietgebedjes aangeven, uit welke gij juist die kiezen kunt, welke u het meest bevallen.

' Deze schietgebedjes kunnen ook zeer nuttig in het Choor onder de getijden gesproken worden, wijl door de schietgebedjes het gemoed zich tot God verheft, en de geest voor verstrooiende gedachten behoed wordt. Ofschoon elke geestelijke persoon verplicht is, alle woorden der

ocr page 52

26 lloofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteeren

getijden uit te spreken, zoo is zij toch niet verplicht, onophoudelijk op den inhoud der psalmen te letten. Ja, het is beter, zich met een vurig gemoed tot God te verheffen, want daardoor volhardt men langer in zijne godsvrucht, en wordt men des te vuriger in de liefde tot God, zooals de ondervinding genoegzaam leert.

Volg die les naarstig op, zoo zult gij uwe getijden godvruchtiger bidden, en veel oplettender zijn. Zulke schietgebedjes zult gij echter niet met den mond, doch slechts in uw binnenste, zonder uwen mond te bewegen, uitspreken, en van vele verzuchtingen doen vergezeld gaan.

HOOFDSTUK IV

Hoe men zonder groote moeite zijne overweging nuttig zal doen.

Ik schrijf hier niet voor geleerde en vernuftige mannen en vrouwen, die in de overweging duizendmaal meer ervaren zijn dan ik, neen ik schrijf slechts voor eenvoudige ongestudeerde lieden, ja ook voor

ocr page 53

Hoofilst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteeren. 27

hen, die niet kunnen lezen of schrijven, en ik wenschte hun gaarne het overwegen te leeren. Want zulke eenvoudige menschen zijn de overweging zoo weinig genegen, dat zij er niets van hooren willen, en met allen ernst zeggen, dat het hun onmogelijk is, te overwegen, en dat zij het niet eens zouden kunnen of willen leeren. Wijl het overwegen echter zoo noodzakelijk is, dat men zonder het te doen tot geene ware godsvrucht kan komen, en dien-, tengevolge zijne geestelijke oefeningen zeer dor verricht, daarom wil ik zulke arme zielen bij de hand geleiden, en haar eenen z achten weg toonen, die tot de overweging voert.

De leermeesters, die hunnen leerlingen het overwegen willen leeren, schrijven hun vooi, hoe zij over een geheim uit het leven en lijden van Christus, of over de afschuwelijkheid der zonde, de bitterheid van den dood, de verschrikkelijkheid van het oordeel, de wreedheid van de hel, of over de ellendigheid van den mensch moeten nadenken, een geruimen tijd daarover eene bespiegeling moeten houden, en

ocr page 54

28 Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal meditceren.

eindelijk eenen akt van vrees of van haat of van liefde of van medelijden bij zich zeiven moeten verwekken. Tegen deze wijze van overwegen wil ik wel is waar niets inbrengen, integendeel aan een ieder de wijze van overweging overlaten, die hem het beste bevalt. Toch geloof ik, dat het voor alle godvruchtige zielen veel nuttiger zoude zijn, als zij zich het geheim, dat zij overwegen willen, levendig voor oogen stelden, diep in hun geheugen prentten, en alsdan enkel verzuchtingen en schietgebeden daarover tot God opzonden. Welke verzuchtingen gij bij ieder geheim gebruiken kunt, wil ik U iets verder genoegzaam verklaren.

Indien gij zonder groote moeite en met veel vrucht wilt overwegen. Iaat dan het vele bespiegelen na, en oefen u slechts in het inwendige gebed en in hartelijke verzuchtingen. Hoe gij echter inwendig moet bidden, kunt gij uit het vorige Hoofdstuk genoeg opmaken ; wat hier volgt, voeg ik er nog aan toe,, opdat gij de ware manier van overwegen leeret kennen.

ocr page 55

Iloofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteereu. 29

Zoo gij op de plaats gekomen zijt, voor de overweging bestemd, en gij uw gebed wilt beginnen, val dan op uwe knieën, en teeken uw voorhoofd, uwen mond en uw hart met het kruisteeken, roep den heiligen Geest aan om zijné genade, en maak de voorbereiding tot uw gebed, die gij hieronder zult vinden. Buig vervolgens diep uw hoofd, aanbid uwen God in den diepsten ootmoed en eerbied, en begin, h arte 1 ij k tot Hem te verzuchten, ■en Hem om genade aan te roepen.

gt; Opdat gij echter beter kun net begrijpen, hoe gij u in uw gebed moet gedragen, wil ik u hier eene vergelijking voorstellen.

De dienaar van eenen Koning was wegens eenen misstap bij zijnen Heer in ongenade gevallen. Toen hij nu de gelegenheid vond, op audiëntie te worden toegelaten, viel hij zijnen Heer te voet, boog zich diep voor hem, en sprak onder veel tranen en met jammerende stem: „O genadigste Heer, ik ontrouwe knecht heb uwe Koninklijke Majesteit maar al te zeer vergramd, en haren rechtvaardigen toorn en wraak verdiend. Daarom verschijn ik hier voor uwe hoogste Majesteit,

ocr page 56

30 Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal meditceren.

werp mij ootmoedig voor uwe voeten, en bid uit den grond mijns harten om genade en vergeving. Maar de Koning gaf geen antwoord op deze ootmoedige bede; de arme knecht echter bleef voor hem neder-liggen, en wachtte op hetgeen de Heer zoude zeggen. Toen deze nu niets zeide, sprak de knecht na eene korte poos wederom ootmoedig met eene hartelijke verzuchting : „Ach allergenadigste Heer, ik bid om Gods wil, wil mij toch vergiffenis schenken.quot; Als de vertoornde Koning nog niets wilde zeggen, ging de bedroefde knecht toch nog niet aanstonds weg, maar bleef op den grond liggen, snikte smeekend, weende, en begon op nieuw jammerend te spreken : „Ach mijn genadigste heer, vergeef mij toch mijnen misstap.quot; Op deze wijze bleef hij smeeken, en bleef zoo lang op de knieën liggen, tot dat de Koning hem beval, heen te gaan. Daar de arme knecht nu nog geene genade verkregen had, gaf hij zich alle moeite, om den volgenden dag wederom ter audientie te worden toegelaten, wierp zich nogmaals op de knieën, en sprak met aandoenlijke stem; „Genadigste Koning en Heer, hoewel ik

ocr page 57

Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal meditceren. 31

gisteren geene genade verkregen heb, zoo heb ik evenwel zoo groot vertrouwen in uwe goedheid en barmhartigheid, dat ik het voor zeker houd, uwe Koninklijke genade te verwerven. Daarom werp ik mij nogmaals voor de voeten van uwe Majesteit, en bid van harte om de vergiffenis voor mijnen misstap. Nu bleef de knecht wederom voor den Koning liggen, en luisterde aandachtig naar het antwoord, en, daar hij nog geen antwoord bekwam, herhaalde hij zijne bede des te vuriger, en deed niets meer dan zuchten en weenen. De Koning had wel een groot welgevallen in het berouw en de bede van den knecht, maar gaf hem nochtans geen antwoord, om zijne standvastigheid op de proef te stellen, en liet den knecht dikwijls komen, tot dat hij hem eindelijk vergiffenis schonk, en in zijne genade opnam.

Even zooals deze knecht zich bij de Koninklijke audientie gedroeg, zoo moet ook gij u gedragen, als gij uwe overweging wilt beginnen, en bij God verhooring wilt vinden. Gij moet u niet inbeelden, dat God ver van u verwijderd is, maar

ocr page 58

32 Hoofdst. 4. Hoe men mefe vrucht zal inediteeren.

vastelijk gelooven, dat Hij zeer dicht bij u is, ja zelfs in u en in uw hart als op eenen Koninklijken troon rust. Daarom stel u voor, dat gij uwen God als den Heer van oneindige majesteit, glorie en heerlijkheid, met uwe lichamelijke oogen aanschouwt, bewijs Hem de grootstequot; eer, klaag u aan van uwe menigvuldige zonden, en bid Hem ootmoedig en dringend om vergeving. Kies u uit vele schietgebedjes een enkel uit, dat u het beste bevalt, spreek het uit niet met uwen mond, doch in uwe gedachten, maar uit geheel de kracht van uwe ziel, en herhaal het zoo dikwerf, als gij er smaak of devotie in vindt.

Volg bij het begin van uw inwendig gebed het voorbeeld van den tollenaar, van wien Christus zegt : „De tollenaar stond van verre, en wilde zelfs de oogen niet ten hemel opheffen, maar sloeg op zijne borst, en zeide : „God wees mij zondaar genadig.quot; Doe gij ook zoo, buig uw hoofd, slüit uwe oogen, sla zacht op uwe borst, zoodat die tegenwoordig zijn het niet bemerken, en spreek met een berouwvol hart: „God wees mij zondaar genadig.quot;

ocr page 59

Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteeren. 33

Wacht dan een weinig, zucht in stilte uit den grond van uw hart, en spreek wederom in uw binnenste; O God, wees mij armen zondaar genadig ! Spreek dadelijk daarna wederom in verzuchting des harten : Ach mijn God wees mij den ellen-digsten zondaar genadig! Ga op deze wijze voort, en blijf zoo lang bij dit eene schietgebedje, als het u bevalt, ja zoo gij zelfs een kwartier aan dit gebedje alleen besteedet, zou uw tijd niet slecht, maar integendeel zeer goed en nuttig besteed zijn.

Deze wijze van overweging, of innerlijk te bidden is zeer gemakkelijk, en voor allen dienstig, die niet kunnen lezen. Als zulke eenvoudige menschen op deze manier hun gebed verrichtten, zouden zij naar mijne opvatting meer doen, dan wanneer zij vele roze krans en bidden, maar gewoonlijk verstrooid, ja indien zij het eene maand lang dagelijks volhielden, zouden zij, naar ik geloof, gedurende dat tijdverloop in het geestelijke leven meer vooruitkomen, dan zij anders in een ha 1 f jaar zoudeu doen. Daarom bid ik allen, die niet

3

Cochem, Hartig Boekje.

ocr page 60

34 Iloofdat. 4. Hoe men met vrucht zal mediteereu.

kunnen lezen, dat zij deze mijne leering opvolgen, en het slechts acht dagen willen beproeven : Ze zullen dan zelf inzien, dat zij bij deze wijze van bidden meer devotie hebben, dan zij ooit bij hun ander gebed gehad hebben.

Ik merk hierbij nog op, dat deze wijze van overwegen, of innerlijk bidden, niet alleen nuttig en heilzaam is voor ongeleerde en gewone menschen, maar ook voor grondig geoefende en geleerde, geestelijke zoowel als wereldlijke personen. Want dit kort gebedje omvat alles, wat de mensch voor tijd en eeuwigheid behoefc, en als (jod dit gebed verhoort, verkrijgt de mensch het beste, wat hij verlangen kan, en wat in dit leven te vragen en bekomen is. Dit bewijs ik uit geenen heiligen Vader (dien men misschien mocht tegenspreken), maar uit de woorden van Christus zelf, die betuigt, dat de tollenaar op dit gebedje door God verhoord werd. „Hij ging gerechtvaardigd naar huisquot;. Van een booswicht werd hij een godvruchtig mensch, van een openbaar zondaar een rechtvaardig man, van een kind des dui-

ocr page 61

Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteeren. 35

veis een zoon des hemelschen Vaders, en een erfgenaam des hemels. Daarom echter stelt Christus ons het voorbeeld van dezen tollenaar voor oogen, cn daarom maakt Hij dit gebedje aan de heele wereld bekend, opdat wij den tollenaar navolgen, en hem dit gebedje nazeggen. Maar ik voeg er nog bij, dat wij dit gebedje dikwijls moeten herhalen, opdat het, wanneer het ons in het begin niet wel ter harte gaat, langzamerhand moer ter harte gaan moge, en het eindelijk ons hart, dat zoo hard is als steen, moge vermurwen, en tot waar berouw over onze zonden bewegen.

Voor dit gebedje getuigt ook de heilige Antonius, daar hij, zooals boven bereids aangehaald is, tot dien broeder sprak : Denk niet meer aan alle andere oefeningen, maar spreek slechts in uw hart: „O God wees mij armen zondaar genadig,quot; en gij zult in de genade bewaard blijven. Dit gebedje moet dus wel verbazend krachtig zijn, daar de heilige Antonius daaraan boven zoo vele andere langdurige gebeden de voorkeur gaf, en aan hem, die het dikwijls van harte spreekt, het eeuwige

ocr page 62

36 Hoofdst. 4. Hoc men niet vrucht zal mediteeren.

leven belooft. Dit zelfde gebedje wérd ook door de boeteling Thais uitgesproken, terwijl zij bad : „Gij die mij geschapen hebt, ontferm u mijner.quot; Nadat zij het drie jaren lang met een rouwmoedig hart gebeden had, verdiende zij niet slechts de vergiffenis harer zonden, maar ook eenen aller-kostbaarsten troon in den hemel.

Volg gij deze heilige boeteling na, en als gij het eerste gebedje moede zijt, spreek dan in plaats daarvan; „O God, Die mij geschapen hebt, ontferm u mijner.quot; Als gij dit gebedje dikwijls verricht, en het met een rouwmoedig hart uitspreekt, wees dan getroost, weet, dat gij niet alleen de vergiffenis van uwe zonden, maar ook eene groote glorie in den Hemel zult verwerven.

Hebt gij met de heilige Thais eenen tijd lang verzucht en gebeden, zoo spreek met de Chananeesche vrouw: „Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner.'' Want dit gebedje verkreeg zoo groote genade, dat het den duivel uit hare dochter verdreef, en haar (zooals men wel ge-looven mag) eene leerling van Christus gemaakt heeft. Bid dus ook gij uit den

ocr page 63

Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mcditesren. 37

grond van uw hart; „Jesus, Gij Zoon van Maria, ontferm u mijner ! Jesus, Gij Zoon Gods, ontferm u mijner.quot; Als gij in dezer voege deze en soortgelijke woorden, met vollen ernst bij uwe overweging spreekt, en ze dikwijls rouwmoedig herhaalt, wees dan verzekerd, dat gij den vervloekten duivel met zijnen aanhang van u zult verdrijven, en hoe langer hoe meer in een deugdzaam leven zult vooruitkomen.

Daarom moeten alle godvruchtige zielen, vooral de beginnenden, den openba-• ren zondaar, de boeteling Thais en de Chananeesche vrouw navolgen, alle nieuwsgierige bespiegeling ter zijde stellen,, om slechts naar de genade en de barmha-rtigheid van God te verlangen. Want op deze wijze hebben ten allen tijde in het Oude en Nieuwe Verbond de H. Vaders gebeden, en schier uitsluitend Miserere ,,0 God ontferm u mijnerquot; tot hun gebed gemaakt. Dit nu is niets anders dan Gods genade ver-lang.en. Ofschoon de mensch vele deugden en verdiensten hebben moet ; zoo zijn evenwel, deze alle met al het goed, dat men doen kan, zonder de genade van

ocr page 64

38 Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal mediteeren.

God niets waard, en niet verdienstelijk. Maar de genade van God alleen, zonder al het andere, is voor den mensch genoeg, en geen grooter goed daji al het goede in den hemel en op aarde. Daarom zal men ook terecht niets anders verlangen dan genade en barmhartigheid, wijl deze alleen in leven en dood noodzakelijk en voldoende z ij n.

En hoe zal men de genade Gods zekerder verwerven, dan door de zooeven genoemde wijze van bidden ? Indien men n. 1. zoo dikwijls tot God verzucht, en het krachtige gebedje zoo voortdurend dikwijls in zijn hart herhaalt, moet immers het zondige hart, al ware het ook van staal, vermurwd, en tot berouw over zijne zonden opgewekt worden. Zoodra nu het berouw in het hart komt, gaat de zonde er uit, en komt de genade er binnen. Was zij echter reeds te voren in het hart aanwezig, zoo wordt zij werkelijk steeds meer en meer vermeerderd. Dit zal zoo licht niet geschieden,, in geval men bij zijne overweging veel bespiegelt, en groote geheimen betracht.

ocr page 65

Hoofdst. 4. Hoc men met vrucht zal mediteeren. »i9

Tot het verkrijgen van Gods genade helpen ook bovenal veel de verzuchtingen, die onder het gebed geschieden, wijl deze eene geweldige, ja schier ongeloofe-lijke kracht in zich bevatten. Verneem het wonderbare, dat Christus zelf hierover aan de heilige Mechtildes openbaarde:

Het verzuchten, sprak Christus, heeft zulke kracht, wijl de mensch nooit tot mij verzucht, zonder dat hij mij nader komt, dan hij 't mij te voren was. Want indien het verzuchten uit berouw en smart ' over de zonden voortkomt, verzoent het de ziel met Cod, verkrijgt voor haar genade, en beurt het bedroefde hart op. Indien het verzuchten echter voortkomt uit liefde tot mij, of uit verlangen naar mijne genade, werkt het in de ziel drie zaken: Op de eerste plaats het versterkt de ziel, en geeft haar kracht, zooals een liefelijke geur den mensch versterkt en hem verkwikt. Vervolgens, het verlicht de ziel, zooals de zon dit vermag, als zij in eenen duisteren afgrond schijnt. Eindelijk het verzoet de ziel zoodanig, dat al haar doen en laten haar zoeter voorkomt.

Uit deze woorden van Christus verneemt

ocr page 66

40 Hoofdst. 4. Hoe mcu met vrucht zal mediteeren.

gij, Koe groote kracht zoowel die verzuchtingen hebben, wélke uit berouw, als die, welke uit liefde voortkomen, en wat zij in het menschelijke hart uitwerken. Hieruit volgt dan ook, dat het gebed, waarin men meer verzucht dan bespiegelt, ja, waarin men bijna mets meer doet, dan v e r z u c h t e n en weeklagen, v e r boven het andere gebed gaat, en redelijkerwijze de voorkeur verdient boven de bespiegeling. Dit is de reden, waarom ik u nogmaals ter wille van uw eigen heil verzoek, onder uwe overweging onophoudelijk i n 't geheim te verzuchten, eh zóóveel gij het zonder moede te worden, vermoogt, bij ieder schietgebed eene v e r z u c h t i n g ten H emel op t'e zenden. Want, daar iedere verzuchting, naar de woorden van Christus drie vo o r-t r e f f e 1 ij k e vrucht é n voortbrengt, zoo kunt gij daaruit opmaken, hoeveel honderd vruchten gij in elke dusdanige overweging kunt verzamelen, en hoe verbazend rijk gij daardoor uwe arme ziel kunt maken.

Opdat gij nu het verzuchten niet moede wórdt, wil ik u hieronder eene groote

ocr page 67

Hoofdst. 4. Hoe men met vrucht zal meiliteeren. 41

menigte van allerhande verzuchtingen aan de hand doen, waaruit gij de beste kunt uitkiezen, om ze onder uwe overweging tot uw eigen zeer groot voordeel te gebruiken. Ja, niet alleen onder de overweging, maar ook onder uwe bezighe-d e n, en ten allen t ij d e, bij iedere g e-1 e g e n h e i d moet ge zulke schietgebeden gebruiken, en u daaraan gewoon maken. Hoe noodzakelijk en voordeelig dit is, hebt gij reeds in het vorige hoofdstuk t gelezen, en zult gij, naar ik hoop, meermalen lezen, opdat gij des te meer deelachtig wordet aan de vruchten, die uit het onophoudelijke gebed en de verzuchting voortvloeien.

Gave God, dat men deze eenvoudige manier, om gemakkelijk onder al zijne bezigheden te bidden en te verzuchten, aan alle menschen zoowel wereldlijke als geestelijke zoo diep konde inprenten, dat zij ze aannamen, en gedurende hun geheele leven in beoefening brachten, dan konde men hen niet alleen gerust stellen otn-trent hunne zaligheid, maar hun ook den troost geven, dat zij, indien

ocr page 68

42 HoofJst. 4. Hoe de vooruitgaanden m. overwegen.

zij hierin steeds volharden, in korten tijd zonder veel moeite hunne ondeugden en slechte geneigdheden zullen afleggen, en in eenen nieuwen mensch zullen veranderd worden.

HOOFDSTUK V.

Hoe de vooruitgaanden moeten overwegen.

Op vierderlei wijze kan men bidden of tot God spreken, n. 1. met den mond, met het hart, in den geest en in het gemoed. De wereldlijken bidden gewoonlijk slechts met den mond, die het geestelijke leven beginnen, bidden met het hart, die in het geestelijke leven vooruitgaan, bidden in den geest, d. i. zonder uiterlijke of innerlijke woorden, met enkel stilzwijgende begeerten, met liefdevol minnelijk aanschouwen en met innige hartelijke verzuchting, eindelijk de volmaakten bidden in het gemoed.

ocr page 69

Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaanden ra. overwegen. 43

Heeft iemand zich nu genoegzaam geoefend in de wijze, die in het vorige hoofdstuk is aangegeven voor de begin-n end en, en ondervindt hij werkelijk, dat God hem tot de tweede wijze, die der vooruitgaanden, trekt, zoo moet hij de eerste wijze, van met het hart te bidden, verlaten, en deze andere, van in den geest te bidden, aannemen. Of hij door God daartoe getrokken wordt, kan hij gemakkelijk hieruit opmaken : indien hem de vorige wijze, die der beginnenden niet meer bevalt, maar ze hem nagenoeg tegenstaat, en indien hij zich goed bevindt bij de tweede wijze van bidden, en hij er gemakkelijk mee slaagt.

Hij nu, die deze andere wijze van gebed en van het beschouwende leven wil beoefenen, moet doen, zooals in de vorige manier van de beginnenden gezegd is ; hij moet n. 1. na eene korte voorbereiding van de ziel, met den grootst mogelijken ootmoed en eerbied in de tegenwoordigheid van God nederknielen, alsdan zich inwendig tot God wenden, niet met den mond, noch met het hart spreken, en voortdurend met liefdevolle

ocr page 70

44 Hoofdst. 4. Hoc de vooruitgaandcn ra. overwegen.

begeerten en met de diepste ootmoedigheid God aanschouwen. Dit is niets anders, dan in den geest tot God zeggen ; O mijn God, ontferm u mijner! of o God, wees mij armen zondaar genadig.

Deze taal of dit aanschouwen verstaat God veel spoediger en beter dan alle woorden , die men met den mond of met het hart spreekt. Want God Iet niet op onze woorden, maar op' óns hart, en op onze meening, ja veel meer op den grond van ons hart en van onze ziel, d. i. H ij ziet, wat wij gaarne zouden willen zeggen en doen, en wat wij wen-schen, zoeken en verlangen, en dit alles weet en erkent God veel beter, dan wij zeiven. Diensvolgens bestaat al ons bidden in de begeerten van het hart, en in den wil om te begeeren, zoo men ook zelts geen woord spreekt ot denkt, maar alleen met liefdevolle begeerten God aanschouwt, en zich in zijne tegenwoordigheid houdt. Om die reden ook kan een ongeleerd man of eene eenvoudige vrouw even zoo volmaakt bidden als de grootste geleerde daar tot zulk gebed niets anders dan een goed hart,

ocr page 71

Iloofdst. 4. Hoe de vooruitgaanden ni. overwegen. ■iS

eenc oprechte meening en een liefdevolle begeerte noodzakelijk is. Bij voorbeeld: als gij bidt, of iets van God begeert, of zijne tegenwoordigheid wilt genieten, zoo stel u alleen met een levendig geloof in de tegenwoordigheid van God, en zie Hem slechts ootmoedig en smeekend aan, zooals een bedelaar eenen rijken heer aanschouwt. God verstaat u dan even zoo goed, als wanneer gij het met vele woorden zoudt te kennen geven. Op zulke wijze heeft de heilige Magdalena gebeden, toen zij voor de voeten van Christus lag, en van hem de vergiffenis harer zonden begeerde. Want wij lezen niet, dat zij een enkel w oord heeft gesproken, maar slechts, dat zij gezucht en geweend heeft, en Christus nu en dan met bedroefde oogen aanschouwd heeft. De Pharizeër verstond deze hare taal en dit haar s t i 1 z w ij gen d gebed volstrekt niet, maar maakte er zich veel meer boos over ; Christus daarentegen verstond deze taal zeer goed, en zij beviel heia zoo zeer, dat Hij aan Magdalena niet alleen hare zonden vergaf, maar ook haar hart in zijne goddelijke

ocr page 72

46 Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaanclen m. overwegen.

liefde ontvlamde.

Van dit gebed zegt de profeet David: Het verlangen van de armen hoeft de Heer verhoord ; de voorbereiding van hun hart heeft uw oor vernomen.quot; Hij wilde zeggen : God verhoort niet slechts de woorden der menschen, maar ook hunne liefdevolle begeerten, ja zelfs de voorbereiding van hun hart, voor aleer zij iets begeeren.

Deze wijze van zonde r innerlijke of uiterlijke woorden, en niet dan met verzuchtingen en begeerten te bidden, beoefent voor alle anderen de heilige Geest zelf, en Hij spoort de menschen aan, dat zij deze wijze van bidden zullen aanwenden, zooals de heilige Pau-lus schrijft: „De Geest komt aan onze zwakheid te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest zelf is voorspraak voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen,quot; d. i. de heilige Geest geeft ons in, hoe, en waarom wij moeten bidden. Hij verwekt in ons niets dan verzuchtingen en heilige begeerten opdat onze geest met verzuchtingen en begeerten leere bidden.

Gevoelt iemand zich nu en dan geheel

ocr page 73

Hoofiist. 5. Hoe de voomitgaanden m. overwegen. 47

verstrooid, verlaten en dor; zoo .moet hij uit zijn hart een schietgebedje ten hemel zenden, en verzuchten : „O Heer help mij,quot; of met den heiligen Macarius zeggen ; „O Heer, ontferm u mijner, zooals gij weet en zooals gij wilt!quot; Kan echter iemand met deze wijze van overwegen niet voort komen, en brengt hij den meesten tijd des gebeds tegen zijnen wil in verstrooiing door, zoo moet hij zich op de vorige wijze van bidden toeleggen, en met het hart tot God spreken.

Men moet zich nu niet bedroeven, noch eene gewetens-zaak er uit maken, wanneer men tegen zijnen wil, en zonder er aanleiding toe gegeven te hebben, onder het gebed verstrooid wordt, want wij hebben het niet altoos in onze macht, langen tijd zonder verstrooiing te bidden. Het is voldoende, dat zij ons mishaagt, en dat wij, zoodra wij de verstrooiing opmerken, ons gemoed zonder bizonderen dwang daarvan afkeeren, en het wederom tot God wenden. Maar niemand mag voorbedachtelijk in de verstrooiing volharden, want zoo een zoude in waarheid, op audientie en in de tegenwoor-

ocr page 74

48 Hoofdst. 3. Hoe de vooruitgaanden m. overwegen.

digheid van de goddelijke Majesteit, God den Heer den rug toelieeren, en met die zaken, aan welke hij .denkt, schertsen en spelen. Dit zou den mensch zeker als een groote oneerbiedigheid worden aangerekend, en God tot groote oneer verstrekken.

Eindelijk anoet men nog weten, dat al wat in de vier voorgaande Hoofdstukken vermeld is, ook hier voor de vooruitgaanden thuis behoort, en door hen trouw moet worden nagekomen, zonder dat zij ook het minste er van verzuimen, uitgezonderd eene zaak, n. 1. deze. dat zij in plaats van inwendige woorden, die men in het gebed met het hart spreekt, liefdevolle begeerten en h a r t e 1 ij k e ver z u c h ti n g e n moeten gebruiken. Maar vooral moeten zoowel de vooruitgaanden als de volmaakten daarop bedacht zijn, dat zij even als de beginnenden de ootmoedigheid en eerbiedigheid, de vreeze Gods en het berouw over hunne zonden nooit uit hun hart verliezen. Ja, ik zeg nog eens, dat niet sléchts de groote en openbare zondaars en zondaressen, maar ook de godvruchtige en brave, ja

ocr page 75

Hpofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m. overwegen.

ook de heilige raenschen in het gebed hunne zonden voor .00gen moeten houden, en van harte daarover moeten zuchten. •

Dit leeren wij van den profeet David, die van zich zeiven zegt: „Mijne zonden zijn boven mijn hoofd gestegen,quot; en als een zware last drukken zij op mij; Ik ben diep bedroefd, en diep verootmoedigd ; ik steunde van het zuchten mijns harten.quot; Zie, deze heilige koning had in zijn leven (zooveel men weet) slechts twee zware zonden bedreven, en toch heeft hij ze, zoolang hij leefde, bitter beweend en betreurd. Derhalve moeten ook de godvruchtige menschen dezen heiligen man navolgen, en hun leven lang hunne zonden berouwen en er vergiffenis over vragen. Want aldus spreekt de heilige Geest; „Wie God lief heeft, zal om de vergiffenis zijner zonden bidden.quot; En verder spreekt Hij; „De wijze opent zijnen mond tot het gebed, en hij vraagt vergiffenis over zijne zonden.quot; In beide deze uitspraken wordt niet gezegd, dat de zondaar om vergiffenis moet bidden, want dit ware immers niets vreemds, maar iets zeer gewoons. Daarom staat er

4

Cochem, Hartig Boekje.

ocr page 76

50 Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaande ra. overwegen.

uitdrukkelijk; „De wij zequot; en „wie God lief heeftquot; zal om de vergiffenis zijner zonden bidden. Om die reden is liet niet verkeerd, maar zeer rechtmatig en goed, dat alle godvruchtige menschen alle dagen, ja hun leven lang, om de vergiffenis hunner zonden bidden.

De reden hiervan is, wijl niemand zeker is, dat zijne zonden hem vergeven zijn. En ware iemand ook hiervan verzekerd, zoo moet hij desn:ettemin vreezen, zooals de heilige Geest zegt: „Wees over de verzoende zonde niet zonder vreeze.quot; Zoo vreesde de heilige koning David, die, ofschoon de profeet hem gezegd had: „De Heer heeft uwe zonden van u weggenomenquot; nochtans ze dag en nacht beweende en betreurde : „Ik heb mij in mijn zuchten afgemat, wasch iederen nacht mijn bed, en bevochtig met mijne tranen mijne legerstede.quot; Hij heeft zijne zonden ook ninmiei' kannen vergeten, zooab hij betuigt met de woorden : „Ik erken mijne misdaad, en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.quot; Daarmede wilde hij zeggen : mijne zonden staan mij altijd voor oogen, en bezwaren mij het geweten zeer.

ocr page 77

Hoofdat. 5. Hoe de vooruitgaande m. overwegen. 51

Dit weten wij ook van den heiligen Apostel Petrus, die zijn geheele leven zijne verloochening beweende. Insgelijks leidde de heilige Magdalena haar leven lang een boetvaardig leven, en de boeteling Thais bad tot aan haren dood om barmhartigheid.

Van den heiligen vader Franciscus lezen wij : Toen hij met broeder Leo eens in de woestijn was, en zich zijne zonden herinnerde, die toch slechts weinig in getal waren, begon hij te zuchten en te zeggen : O Franciscus, gij hebt in de wereld zoovele zonden bedreven, dat gij de hel goed verdient. O Franciscus, gij hebt uwen God zoo veel en zoo groote oneer aangedaan, dat gij waard zijt, eeuwig vervloekt te worden. O God, o Gij Heerban hemel en aarde, ik heb zoo veel kwaad voor uwe goddelijke Majesteit bedreven, dat ik oprecht erken, verdient te hebben, van uwe Glorie terug gewezen, en eeuwig verdoemd te worden. O gij ellendige Franciscus, denkt gij van God, dien gij zoo zwaar beleedigd hebt, vergiffenis te erlangen ! Vermeent gij, ondankbare, bij God barmhartigheid te vinden ?

De heilige vader sprak deze woorden

ocr page 78

52 Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m. overwegeu.

onder zoo veel zuchten, en tranen, sloeg daarbij., zoo dikwijls op zijne borst, dat liet scheen, als ware hij de grootste zondaar der wereld. En toch was hij eeil heilige man, zooals broeder Leo getuigde, die door God verlicht, op alle beschuldingen van Franciscus verzekerc'.c, dat li j Gods genade en de eeuwige glorie erlangen zoude. Zijn voorbeeld moeten niet alleen de groote zondaren, maar ook de volmaakte zielen zich niet schamen na te volgen, en hunne vroegere zonden hun leven lang betreuren en beweenen.

Daarom schrijft de heilige Ambrosius: Eenen waarlijk verstandigen mensch staan zijne zonden altijd voor oogen, en wanneer hij bidt, klopt de zonde bij zijn geweten aan. Ook zegt de heilige Chrysostomus ; In de heele wereld is niets zoo oud en meer gewoon, dan over zijne zonden na te denken en daarvoor te bidden, want hierdoor verkrijgt men spoedig de deugden en de volmaaktheid.

Onthoud dit, en gedraag u daarnaar, mijn godvruchtige Christen, gij moogt geestelijk of wereldlijk, geleeid of o n g e 1 e e r d, gij moogt beginnend

ocr page 79

Moofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m. overwegen. 53

of v o o r u i t g a a ii d of ze! fs v o 1 m a a k t zijn, en doe het, zeg ik, bij dag en bij nacht, en laat, zoo lang gij leeft, niet na, uwe vroegere zonden te be\vee-nen.

Wat zullen diegenen hierop zeggen, die nauwelijks de wereld versmaad h e b b e n, nauwelijks hunne zonden v e r-laten hebben, nauwelijks het pad d e r deugd bewandelen, en reeds alle hunne zonden en slechte neigingen vergeten, de vrees voor den strengen Rechter afleggen, en aldus rustig leven, alsof zij nooit hadden gezondigd ! Met betrekking tot dezulken vehaalt Gerson, dat er ten zijnen tijde menschen waren, die van berouw en herinnering aan hunne zonden niets meer wilden weten, terwijl zij zeiden, dat dergelijke grove dingen slechts voor menschen in de wereld en groote zondaren pasten, of allerminst voor hen, die beginnen te overwegen. Daarom spraken zij van niets anders, dan van louter geestelijke oefeningen, hemelsche verrukkingen, goddelijke vereenigingen, en het zich verdiepen in den goddelijken afgrond. Velen van hen waren hooge geestelijke overheids-

ocr page 80

54 Hoofdst. 5. Hoe de yooruitgaande m. overwegen.

personen, met alle deugden versierd, en uitmuntende in den geest des gebeds. Wijl zij echter de kennis van zich zeiven. en de herinnering aan hunne zonden, (door welke men in de ootmoedigheid en in de vreeze Gods wordt staande gehouden), hadden laten varen, vervielen zij langzamerhand in een groot vertrouwen op zich zeiven, en in de strikken des duivels, en gingen eeuwig verloren.

Opdat ook u een dergelijk onheil niet overkom e, zoo volhard geheel uw leven bij de herinnering aan uwe zonden, en verdiep u hoe langer hoe meer in de ootmoedigheid. Houd het ook voor eene on fe i 1 bare waarheid, dat gij nooit goed overweegt, noch in het gebed en in het beschouwende leven vooruitgaat, noch aan God den Heer welgevallig zijt, als gij niet altijd bij het einde van het gebed ootmoediger zijt, dan gij het tevoren waart. Dit is een zeker tee ken van een goed gebed, en een verzekerend bewijs, dat God in u gedurende uw gebed wat goeds heeft uitgewerkt, wanneer gij n. 1. na zulke goddelijke werking meer

ocr page 81

Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m. óverwegen. 55

ootmoedigheid in u ontwaart.

Wat nu de derde wijze, van in het gemoed te overwegen, en den staat der volmaakten aangaat, zoo moge niemand meenen, dat deze wijze van bidden te gering en te eenvoudig is voor de volmaakten, maar een ieder moge zeker zijn, dat, wanneer hij in de aangegevene wijze van overwegen voortdurend volhardt, hij van zelf en als't ware ongemerkt van den eenen trap der beschouwing tot den anderen, ja tot den allerhoog-sten gevoerd wordt. Dat echter zoo weinigen op andere wijzen en langs andere wegen der overweging tot den hoogsten staat van het geestelijke leven komen, vindt gewoonlijk zijne oorzaak hierin, wijl zij in de natuur en in het natuurlijk verstand, zooals ook in h u n n e eigene werken (die zij voor louter goddelijke invloeden en werkingen aanzien) blijven steken en hangen, zich daarmede tevreden stellen, en niet verder trachten te komen.

Zooals nu de eerste staat der beginnen-den daarin bestaat, dat men inwendig in het hart met God spreekt, en zooals de

ocr page 82

56 Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m. overwegen.

tweede staat daarin gelegen is, dat men met hartelijke begeerten en met niets dan innerlijk en liefdevol aanschouwen met God spreekt, zoo bestaat de derde staat (zooals de leeraars in het geestelijke leven zeggen) in het eenvoudig d en ke n en in de h e ri n nering aan God,'die echter geene n at u.u r 1 ij ke, maar eene zuivere goddelijke werking is, met welke de mensch in den zelfden oogenblik, waarin deze eenvoudige herinnering en goddelijke werking plaats heeft, in een volmaakt genot vervoerd wordt, en van zijnen kant niets anders te doen heeft, dan dat hij zich in deze herinnering, zoolang het hem mogelijk is, ophoude, en zijnen God met een levendig geloof geheel innerlijk, ja op het allerin-n e r 1 ij k s t aanschouwe, en zich ook in volmaakte vereeniging met God houde.

Van dezen staat wil ■ ik niets meer zeggen, opdat niet de eene blmde den-anderen geleide, en beiden in de groeve vallen. Dit alleen zeg ik, dat. in 't geval iemand zoo ver zoude gekomen zijn, er van zijnen kant niets zoude ontbreken, en het voor hem dienstig zoude zijn.

ocr page 83

Hoofdst. 5. Hoe de vooruitgaande m, ovenvegeu. 57

zoo zou God zelf hem bij de hand nemen, en hem in dezen staat binnenleiden. Verondersteld echter, dat God iemand, die ook zijn uiterste best deed, en van zijnen kant in niets te kort bleef, zijn ge-heele leven in den staat der beginnenden of vooruitgaanden liet blijven, (wat in zulk geval menigwerf door Gods toelating geschiedt, wijl het beter en zaliger voor hem is), zoo moet hij toch weten, dat hij God den Heer daarom niets te minder 'lief en aangenaam is, en ge ene geringere glorie en zaligheid te verwachten heeft.

Na deze korte verklaring van het innerlijke gebed wil ik nu verschillende verzuchtingen , (samenspraken) aanvoeren, die men bij dag en bij nacht onder het werk en de bezigheden, zooals ook onder het bidden en overwegen moet in beoefening brengen, ze gebruiken, en ten hemel zenden; - de kracht en de werking er van hebt gij in het derde hoofdstuk gelezen, herlees het nog dikwijls, opdat gij grooteren ijver en grooter verlangen naar voortdurend verzuchten in u ontsteken moget.

ocr page 84

Vurige

verzuchtingen en schietgebeden

Onthoud, dat gij de volgende verzuchtingen niet niet den mond, maar slechts met het hart moet spreken of denken; want, wanneer gij ze met den mond uitspreekt, zijn ze geen inwendig maar eert uitwendig gebed, dat veel minder waard is dan het inwendige. Gij moet ook iedere verzuchting niet eens maar meermaals spreken, op zijn minst driemaal, herhalen, ja zoo lang er bij blijven, als het u smaakt, ' want de meermaals herhaalde verzuchting heeft groote kracht,, en ontvlamt eindelijk het hart; zooals ook iemand, die een vuur wil aanblazen, het zelden met een enkelen ademtocht ont-vlamt, maar dikwijls blaast, hoe langer zoo sterker, tot dat hij het eindelijk door zijn herhaald blazen ontvlammen doet.

Zooals deze moet ook gij in uw gebed

ocr page 85

Vurige Verluchtingen en Schietgebeden. 59

doen, en iedere verzuchting, die indruk maakt op uw gemoed, meermaals herhalen, en daarin voortgaan, tot dat zij het goddelijke vuur in uw koud hart ontsteekt. Het komt er immers niet op aan, om veel, maar wel, om goed te bidden. Menigeen bidt veel, en maakt maar groo-ten haast, om het gewone getal zijner gebeden vol te hebben. Dezulken echter zullen nooit waarlijk godvruchtig bidden, of bewogen worden naar het hart, , en zooals een dergelijk gebed het hart niet beweegt, zoo beweegt het ook God niet, en verkrijgt van Hem maar zeer weinig.

Houd na ieder schietgebedje een weinig op, en verzucht uit uw hart tot God. Het is natuurlijk niet noodig, deze schietgebeden naar de aangegeven volgorde uit te spreken, verricht iedere verzuchting veel eer, zooals ze u nvalt. Gij kunt ze ook uit dit boekje lezen, zonder ze noch-thans met den mond uit te spreken; zoodoende zult gij u langzamerhand aan het overwegen, en het inwendige gebed, dat veel vruchtbaarder is dan het mondelijke, gewennen.

ocr page 86

Hartelijke

verzuchtingen van eenen zondaar.

O God, wees mij armen zondaar genadig !

O God, wees mij armen zondaar barmhartig !

O Jesus, Gij Zoon van David, ontferm u mijner!

O jesus, (jij zoon van Maria, ontferm u mijner!

O Jesus, Gij zoon van God, ontferm u mijner !

Gij, Die mij geschapen hebt, ontferm ii mijner !

Gij, Die mij verlost hebt, ontferm u mijner !

Gij, Die mij geheiligd hebt, ontferm u mijner !

O liefste Jesus, ontferm u mijner. !

O God, ontferm u mijner naar uwe groote barmhartigheid!

O bavmhartigste God, ontferm u mijner, en laat mij niet eeuwig verloren gaan!

O God, verlaat mij niet! O God verstoot mij niet! O God, verdoem mij niet!

O mijn Jesus, komt mij ter hulp! O

ocr page 87

Hartelijke vemiehtiugeu vau eeu zuudaar. Öl

mijn Jesu.s, sta mij bij! O niijn Jesus, neem mij onder uwe bescherming!

O jesus, aan U beveel ik mij! O Jesus, aan U offer ik mij op ! O Jesus! U schenk ik mijn lichaam en mijne ziel!

In uw hart, O Jesus, sluit .ik mij op ! In uwe wonden, O Jesus, verberg ik mij! In uwe barmhartigheid, O Jesus, dompel ik mij !

Ach God, hoe ben ik zoo ellendig! Ach. God, hoe ben ik zoo slecht!

Ach, dat God in den hemel zich ont-ferme, daar ik zoo diep ellendig ben!

Ach, dat God in den hemel zich ont-ferme, daar ik zoo geheel goddeloos ben!

Ach, mijn God ! Ach, mijn lieve God! Ach, mijn goedertierene God ! ontferm u toch over mij !

Uit den grond van mijn hart verzucht ik tot U, o mijn God !

Uit den grond van mijne ziel verzucht ik tot U, o mijn goedertierene God !

Uit den grond van mijn gemoed verzucht ik tot U, o barmhartigste God!

Ach, mijn God, verlaat mij niet! Ach, mijn God, verstoot mij niet! Ach, mijn God, veracht mij niet!

ocr page 88

62 Hartelijke verzuchtingen van ean zondaar.

Wanneer Gij mij verlaat, dan ben ik verlaten! en als Gij mij verstoot, dan ben ik verstooten !

Want, wie zal mij kwaadwilligen aannemen, indien gij mij verstoot, wijl immers noch in den hemel, noch op de aarde iemand goedertierener is dan Gij !

Welaan, mijn God, zoo neem mij dan in genade op, en laat mij niet eeuwig te schande worden!

Laat niet toe, dat mijne boosheid mij verderve, dien mye goddelijke goedheid geschapen heeft!

Aanzie het werk uwer handen en gedenk, hoe edel gij mij geschapen hebt!

Het ware voorzeker eeuwig te bejammeren, indien dit edele schepsel verloren zou gaan!

Het ware immers eeuwig te bejammeren, indien mijne edele ziel U eeuwig zou onttrokken worden, en den vervloekten satan ten deel zou vallen.

Daarom sta ik U deze edele parel af, en bid u, dat Gij U haar nimmer uit de handen laat rukken!

ocr page 89

Berouw over zijne zonden.

Berouw over zijne zonden.

Christus sprak tot de heilige Gertrudes {458): „Opdat gij erkennet, hoe hoog ik het aanreken, als eene geloovige ziel na de zonde haren misslag berouwt, en een ernstig voornemen opvat, van nu af de zonde, zooveel in haar vermogen is, fe vermijden, zoo moet gij weten, dat de zoetheid niet te schatten is, waarmede mijn hart vervuld wordt, zoo dikwijls iemand met droefheid bedenkt, dat hij door de afdwaling van zijn hart, of door de uitgelatenheid zijner gesprekken, of door de onderneming van ijdele zaken van Mij is afgeweken. Indien dus een rouwmoedig hart in zijne gedachten op deze of dergelijke wijze spreekt: Ach, ik ellendige, hoe heb ik mijnen tijd toch zoo nutteloos besteed, terwijl ik op God, mijnen Heer geen acht heb geslagen ! — zoo zing ik naar mijne Menschheid op eenen allerlief-sten toon mijner Godheid op de heerlijkste wijze voor mijnen hemelschen Vader, en breng het geheele hetnelsche hof in groote verwondering, en hieruit ontstaat vreugde in den Hemel over eenen zondaar,

63

ocr page 90

Berouw over zijne zonden.

die boetvaardigheid dóet. Ja wanneer ik eene dusdanige geloovige ziel na haar levenseinde naar het hemelsche paleis geleid, dan stort ik haar op dezen wonderbaren weg, bij het binnengaan n. 1. van den hemel, onder de overige liefelijkheden, met welke ik haar verheug, ook al die vreugden in, die zoowel ik, al-s geheel het hemelsch hof ooit ondervonden- over het berouw, dat dusdanige ziel op verschillende tijden over hare zonden verwekte.quot;

Uit deze woorden van Christus erkent gij, hoe onmetelijke vreugde de Godheid en de Menschheid van Christus zoowel als alle engelen en heiligen des hemels gevoelt, als een arme mensch over zijne zonden zucht, en er berouw over verwekt,, en hoe Christus in den hemel aan zulke ziel zijne gesmaakte vreugde wil mede-: deelen. Daarom zult gij terecht zeer dikwijls in uwen handel en wandel over uwe zonden zuchten, en onder*uwe overweging de volgende verzuchtingen wèl ter harte nemen, ze ieder afzonderlijk meermaals herhalen, en daarbij die woorden nog voegen, welke de heilige Geest u ingeeft. Ja in dien gij gedurende uwe geheele

6i

ocr page 91

Berouw over zijne zonden.

overweging niets anders deed, dan rouwmoedig verzuchten, zoo hadt gij uwen tijd zeer goed besteed, en aan geheel den hemel nieuwe vreugde en verrukking verschaft. Indien ge ook in geheel uw leven geen groot zondaar geweest waart, zoo spreek desniettemin de volgende of daarmee overeenkomstige verzuchtingen over uwe kleine zonden, want de kleine zonden zijn voor God grooter, dan gij meent, en de heilige menschen hebben zulke zonden meer beweend, dan groote zondaars hunne groote misdaden gewoon zijn te beweenen. Gij moet uwe zonden ook niet om u zelf, of om 't nadeel, dat gij daardoor geleden hebt, betreuren, maar vooral, ja alleen daarom, wijl gij uwen God, vergramd hebt. Want Tauler schrijft, dat een klein gering berouw uit zuivere liefde tot God, God den Heer aangenamer is, dan al het berouw, en al het leed, dat alle menschen ooit uit liefde voor zich zelf gehad hebben.

Begin nu uw gebed, overdenk alle woorden goed, verzucht dikwijls en doe uw best, om uw hart tot berouw te bewegen.

In den geest van ootmoedigheid en Cochem, Hartig Boekje. 5

65

ocr page 92

66 Berouw over zijne zonden.

met een rouwmoedig hart val ik voor U neder, o mijn God, en wil over mijn zware zonden voor U zuchten, en ze be-weenen.

Ik waag niet, mijne oogen tot U op te heffen, ook niet uwen heiligen Naam met mijnen onreinen mond uit te spreken.

Mijne bedrevene zonden zijn talrijker dan de haren van mijn hootd, ja menigvul-diger dan de zandkorreltjes aan het strand der zee.

Ik ben niet alleen uit onwetendheid of uit zwakheid gevallen, veel meer heb ik zeer dikwijls uit louter boosheid en vermetelheid gezondigd.

Daarom ben ik geene vergiffenis waardig, en waag ik het nauwelijks. God om vergiflenis te bidden.

Maar wijl uwe barmhartigheid oneindig groot is, en wijl uwe eer des te grooter wordt, hoe grooter de zondaar is, dien gij vergiffenis schenkt;

Om die reden wil ik U met groot vertrouwen om genade smeeken, en wil ik mijne zware zonden met heete tranen be-weenen

O mocht ik toch mijne zonden goed

ocr page 93

Berouw over zijne zosden.

erkennen! O mocht ik toch in mijn hart gevoelen, hoe grooten 'smaad ik mijnen God aangedaan heb!

O God, geef mij toch de genade, mijne zonden goed te kennen, en ze in de oprechtheid van mijn hart bitter te betreuren.

O heilige Geest, verlicht toch mijn blind verstand, en vervul mijn hart met niets dan bittere tranen.

O liefste Jesus, laat mij toch mijne zonden gevoelen, zooals gij ze op aarde gevoeld hebt, en laat mij dezelven zoo smart-telijk betreuren als gij ze toenmaals beweend hebt.

Toen gij nog in den schoot waart uwer moeder, hadt gij al mijne zonden voor oogen, en gevoeldet gij ze allersmartelijkst in uw hart.

Zooveel dagelij ksche zonden ik bedreven heb, zooveel steken heb ik gedaan in uw hart; — zooveel doodzonden ik echter bedreven heb, zooveel doodelijke wonden heb ik in uw goddelijk hart gestoken.

Al deze steken en wonden hebt gij uw leven lang in uw hart gedragen, en gij hebt zoo groote smarten daarin geleden, dat gij alle oogenbliken daarvan

67

ocr page 94

68 Berouw over zijne zonden.

gestorven waret, als God u niet behouden had.

Toen gij eindelijk aan den olijfberg uw lijden zoudt beginnen, en mijne zonden uitboeten,

En toen gij voor oogen zaagt, hoe vele wreede pijnen gij om mijne zonden moest lijden, toen geraaktet gij in zoo groote zielesmart, dat gij plotseling op den grond vielt, op uw aangezicht laagt, met den dood worsteldet, en met een bloedig zweet overdekt werd.

Ja, indien God u niet door eenen engel had laten troosten, dan waart gij toen reeds den bittersten dood gestorven.

Dit alles heb ik kwaadwillige zondaar gedaan, - dit alles hebben mijne zware zonden veroorzaakt.

In deze verschrikkelijke zielesmart hebben U al mijne zonden gestort, tot dezen bitteren doodsangst hebben u mijne zonden gebracht.

Mijne zonden hebben u ter aarde geworpen, mijne zonden hebben u het bloedig zweet uitgesperst. Ach, ach, wat heb ik gedaan! Ach mijn God, wat heb ik gedaan

ocr page 95

Berouw over zijne zonden.

O, mijn lieve Jesus, wat heb ik gedaan! Ach mijne lieve Jesus, in welke zielesmart heb ik U gedompeld.

Ik heb U slechter behandeld dan uw ergste vijand. Ja ik heb u meer gepijnigd, dan uwe verwoede beulen U gepijnigd hebben.

Want deze hebben slechts uw lichaam gepijnigd, maar ik heb uw Hart en uwe ziel gepijnigd.

Ja, ik heb niet alleen uwe Menschheid gepijnigd, maar heb ook uwe goddelijke Majesteit beleedigd.

Deze beleediging is oneindig groot, omdat ook uwe beleedigde Godheid oneindig groot is.

Ik heb echter uwe Godheid niet slechts eens, maar veel duizend en duizendmaal vergramd en beleedigd.

Niet alleen met mijne doodzonden, maar ook met mijne dagelijksche zonden heb ik U, o God, beleedigd, onteerd en gegriefd.

Al deze beleedigingen zijn zoo ontzaggelijk groot, dat geen engel ze kan uitspreken, en geene menschelijke werken van boetvaardigheid ze waardig kunnen boeten.

69

ocr page 96

70 Berouw over zijne zonden.

O mijn God, met hoe zware schulden ben ik beladen ! O mijn God, in hoe diepe ellende bevind ik mij!

O mijn God, wat zal ik dan aanvangen! O mijn God, hoe zal ik uit mijn over-groote ellende geraken.

Ik weet geen ander middel, dan dat ik mijne zonden betreure, en met den verloren zoon in den diepsten ootmoed mij voor u aanklage.

O God, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U, en ik ben niet waardig, uw kind genoemd te wordep.

Ik werp mij voor U op mijn aangezicht, en uit den grond van mijn hart verzucht ik tot U.

Mijne ziel is bedroefd tot den dood, en uit groot berouw weent mijn hart bittere tranen.

Mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart, en zullen mij leed doen tot in mijnen dood.

Ik betreur mijne zonden, zooveel ik kan, maar niet zooveel als ik het gaarne wenschte en billijkerwijze moest doen.

Daarover bedroef ik mij, dat mijn berouw niet grooter is, en wensch van

ocr page 97

Berouw over zijne zonden.

harte, dat het duizend maal grooter ware.

Gave God, dat mijne zonden mij zoo zeer ter harte gingen, als zij U, o mijn Jesus aan den Olijfberg, ter harte gegaan zijn.

Gave God, dat ik mijne zonden bitter beweenen konde, ja gave God, dat ik bloedige tranen uit mijne oogen weenen konde!

Gave God, dat ik uit louter berouw ziek moest worden, gave God, dat ik uit groot berouw den bittersten dood moest sterven.

Gave God, dat mijn hart uit berouw -* moest wegkwijnen, ja gave God, dat mijn hart door groot berouw geheel ver-morseld ware!

Zie, o Jesus, hier is het.booze hart, dat jegens U zoo ontrouw geweest is, en dat U in het grootste harteleed gebracht heeft.

Wreek U aan dit goddelooze hart, en behandel het even zoo slecht, als het U behandeld heeft.

Stort het zoo groote droefheid in, als het U aan den Olijfberg veroorzaakt heeft, en geef het zoo menigen doodelijken steek, als het U door zijne zonden toege-

71

ocr page 98

Berouw over zijne zonden.

bracht heeft.

O liefste heilige Geest! ach vervul mijn hart met rouw, mijne borst met zuchten, en mijne oogen met tranen, opdat ik dag en nacht mijne zonden beweene, er over zachte, en ze betreure.

Dompel mijne ziel in zoo groote droefheid, dat ik nimmer vreugde kan smaken buiten God

Zoo wil ik dan nu beginnen te treuren en te klagen, en wil ik alle dagen van mijn leven over mijne zonden zuchten en ze bevveenen.

In de bitterheid van mijn hart wil ik mijne vorige jaren overdenken, en mijne bedreven zonden mij voor oogen stellen.

O God, hoe smart het mij, dat ik U zoo dikwijls vergramd heb! O God, hoe bedroeft het mij, dat ik U zoo dikwijls beleedigd heb!

Ach, ach, hadde ik het niet gedaan! . Ach God, hadde ik-het niet ge-da a n !

Ach, dat God zich ontferme ! Dat ik zooveel kwaad gedaan heb! O, wat wilde ik geven, indien ik het niet gedaan hadde!

72

ocr page 99

Berouw over zijne zonden. 73

O mijn God, konde ik het herroepen! O mijn God, konde ik maken, dat het met geschied ware!

Mijn leven gave ik er voor, als ik het herroepen kon, den bittersten dood wilde ik ondergaan, als ik maken kon, dat mijne zonden niet geschied waren !

Wijl ik het echter nimmer herroepen kan, zoo doet liet mij leed in mijn hart, en het zal mij leed doen tot in mijnen dood. O wee mij. kwaadwilligen mensch ! Wee mij, goddeloozen zondaar!

O God, hoe zal ik voor U bestaan ? O God, hoe zal het mij gaan in uw oordeel ?

Daar ik niet alleen vroeger vele zonden heb bedreven, maar ze dagelijks meer en meer bedrijf, en mijn leven in niets dan nalatigheid slijt !

Ongetwijfeld zult Gij mij zooals dien luien knecht aan handen en voeten binden, en in de uiterste duisternis laten werpen !

Ongetwijfeld zult Gij mij als uwen erg-sten vijand aan den vervloekten duivel overgeven, en mij met alle helsche straffen laten pijnigen !

Hierdoor geschiedt mij geen onrecht,

ocr page 100

74 Bid nu om vergiffenis.

want ik beken, dat ik waarlijk de hel verdiend heb !

Bid nu om vergiffenis.

O Gestrenge Rechter, treed niet met mij in het oordeel, want voor U zal geen mensch gerechtvaardigd verschijnen.

O Christus Jesus, ik bid om genade. O Christus Jesus, ik bid om barmhartigheid !

Vergeef mij, o mijn Jesus, ach vergeef mij, want mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart.

Om wille van uwe oneindige goedheid, om wille van uwe grondelooze barmhartigheid schenk mij vergiffenis.

Om wille van uw bitter lijden schenk mij vergiffenis, om wille van uwen smade-lijken dood schenk mij vergiffenis.

Om wille van uwe heete tranen schenk mij vergiffenis, om wille van uw rooskleurig bloed schenk mij vergiffenis.

Ach, laat niet toe, dat mijne boosheid nog verdoemt, dien uwe groote goedheid geschapen heeft.

Gij hebt immers nog nooit een ootmoe-

ocr page 101

Ernstig voornemen ter verbetering. 7 5

dig en vermorzeld hart versmaad, zoo zult Gij dan ook nu mijn ootmoedig en berouwvol hart niet versmaden.

Ik houd niet op te bidden, tot dat Gij mij verhoort, en houd niet op, te verzuchten tot ik uw hart doordringe.

ik verzucht van de aarde tot U in den hemel, en ik twijfel niet, of Gij zult mij in genade opnemen.

In vereeniging met alle rouwmoedige verzuchtingen verzucht ik tot U, en geloof vastelijk bij U genade te verwerven.

Verwek nu een ernstig voornemen ter verbetering van uw leven.

Ik maak een vast voornemen, mijn leven te verbeteren, en U, mijn goeden God nimmer meer te vergrammen.

Ik wil de zonde als eene slang vermijden, en wil slecht gezelschap als eene pest vluchten

Ik wil elk ongeluk liever verduren, dan nog eens te zondigen, ja ik wil liever sterven, dan U nog eens te vergrammen.

Dit mijn voornemen is mij zoo ernstig gemeend, als het mij ernstig gemeend is,

ocr page 102

76 Ernstig vooniemcn ter verbetering.

in den hemel te komen, en als het noo-dig ware, zou ik het met cenen eed willen bekrachtigen.

• Dit ernstige voornemen verlang ik alle uren te vernieuwen, en daarin tot aan het einde van mijn leven te volharden.

O God, bekrachtig het in den hemel, en houd mij voortdurend in dezen goeden wil.

Ik beveel het aan aan uw goddelijk Hart, opdat het nooit daaruit weggerootd kunne worden.

O God, bewaar mij in de toekomst voor de zonden, en houd mij staande in uwe goddelijke genade.

O God, laat niet meer toe, dat ik zondige, o God, laat mij liever sterven, dan nogmaals zondigen !

Verhoor deze mijne bede, o liefste Jesus, en behoud mij in dit ernstige voornemen tot aan mijnen dood.

Versterk mijne zwakheid door uwe goddelijke kracht, en weer alle noodlottige bekoringen van mij af.

Ik echter geef u mijnen eigenen, vrijen wil, opdat Gij hem met geweld van de zonden moogt afhouden.

ocr page 103

Oofening van ootmoedigheid.

Oefening van ootmoedigheid.

Niemand kan ootmoedig zijn, wanneer hij zich zelf niet kent. Adam was door God geheel heilig geschapen, en al zijne nakomelingen moesten deze heiligheid van hem erven ; maar toen hij zondigde, verloor hij zijne heiligheid, en zijne natuur werd bedorven, en tot het kwade geneigd. Het verstand werd verduisterd, het geheugen verzwakt, en de wil boos. Deze ellendige natuur erven wij allen van hem, en wij zijn zoo vol ellende en booze begeerlijkheid, dat wij het niet volkomen kunnen inzien. Wij zijn niet in staat, uit ons zeiven iets goeds te doen, of te denken, doch het goed, dat wij doen, doet God in ons; het kwaad, dat wij doen, doen wij uit ons zeiven.

Uit den afgrond van mijn niets verzucht ik tot U, o mijn God! en bid U om de kennis van mij zeiven

O God, mocht ik mij goed leeren kennen ! O God, geef mij de genade, mij goed te kennen !

Ach, ach, hoe ben ik zoo ellendig! Ach, ach, hoe ben ik zoo vol boosheid 1

77

ocr page 104

78 Oefening van ootmoedigheid.

Ik ben een vat vol bederf en verwarring ik ben eene groeve vol onreinheid.

Ik ben een algrond van boosheid, en ben geneigd tot alle zonden en misslagen.

Ik heb een recht valsch hart in mijn lichaam, dat met alle boosheid vervuld is.

Mijn hart is zoo vol booze begeerten, dat het een afgrond van zonden kan genoemd worden.

Het is zoo vol booze begeerlijkheid, dat het door een woord of cene voorstelling tot onkuischheid aangelokt wordt.

Het is zoo vol gierigheid, dat het alles wil hebben wat het ziet, en niets gaarne wil weggeven.

Het is zoo vol nijd, dat het afgunst voedt tegen allen, dien het beter gaat dan zich zeiven.

Het is zoo vol gramschap, dat het om eene kleinigheid toornig wordt, en den be-leediger iedere vriendschap ontzegt.

Het is zoo vol haat, dat het langen tijd daarin volhardt, en zich moeielijk verzoent.

Het is zoo vol zinnelijkheid, dat het voortdurend het beste wil eten, en in alles overvloed verlangt.

Het is zoo vol traagheid, dat het voort-

ocr page 105

Oefening van ootmoedigheid. 79

durend wenscht zonder bezigheid te zijn, en geen ongemak duldt.

Het is zoo vol eigenliefde, dat het in alle zaken zich zeiven, en zijnen eigenen troost en voordeel zoekt.

Maar het meeste is mijn hart met hoo-vaardighcid vervuld, en dit vergif ligt diep in den grond van mijn boos hart.

Want alles, wat in mij is, smaakt naar hoovaardij, en al mijn doen en laten riekt naar eergierigheid.

Spreek ik iets, zoo doe ik het, opdat ik voor verstandig doorga, en geprezen worde.

Doe ik iets, zoo zoek ik daarin eene ijdele eer.

Kleed ik mij schoon, zoo wenschte ik gaarne van anderen aangezien te worden.

Houd ik mij ingetogen, zoo wenschte ik gaarne voor ootmoedig door te gaan.

Ga ik goed naar de kerk, zoo wordt ik gaarne voor godvruchtig gehouden.

Vast ik, of doe ik boetvaardigheid, of geef ik veel aalmoezen, zoo wenschte ik, dat alle menschen het wisten, en eene goede meening van mij hadden.

Ja ik ben zoo hoovaardig, dat, zoo ik

ocr page 106

$() Oofening van obtmoediglieid.

ook goddeloos leef, ik toch nog niet voor goddeloos wil doorgaan.

O, mijn God, hoe ben ik toch zoo slecht! O mijn God, hoe ben ik toch zoo goddeloos!

Ikquot; haat mij zeiven om mijne boosheid, ik heb eenen afschuw van mijne afschuwelijke fouten.

Moest ik in zulken toestand sterven, en voor uwe oogen verschijnen!

O wee, hoe zou ik bestaan! O God wat zoude van mij geworden!

O, welken afschuw zoudt Gij van mij hebben! O met vergramde oogen zoudt Gij mij aanschouwen 1

O God, richt mij toch op uit deze ellende !

O God, trek mij toch uit dezen afgrond 1

Want nu zie ik in, dat alle zonden hare wortels hebben in den grond van mijn hart en mij voortdurend tot al wat kwaad is aanzetten.

Nu zie ik in, dat mijn hart eene diepe groeve is vol slechte begeerten, die onophoudelijk opstijgen, en mij m het grootste gevaar brengen te zondigen.

Nu zie ik in, dat ik tot alle zonden

ocr page 107

Oefening van ootmoedigheid. 81

bekwaam ben, en dat ik a!le fouten beging, zoo God mij daarvoor niet behoedde.

Daarom haat ik mij zeiven van harte, en wil het voor goed aannemen, indien alle menschen mij haten.

Ja billijkerwijze moesten alle menschen mijn gezelschap vermijden, en mij ellendige ontvluchten.

Billijk ware het, dat mij alle menschen verachtten, en mij als een kwaadwilligen zondaar bekend maakten.

Dit alles erken ik voor billijk en rechtmatig, en zoude het mij overkomen, '/.oo wil ik het met geduld verdragen.

O mijn God, versterk mij in dit voornemen, en geef mij de genade om hierin te volharden.

O God, geef mij toch de ootmoedigheid, want uit mij zeiven kan ik ze niet hebben.

Geene deugd valt mij zoo zwaar om te beoefenen, als de ootmoedigheid, ja geene deugd staat mij zoo zeer tegen als jiii.st de ootmoedigheid.

Want mijne hoogmoedige natuur wil altijd geprezen worden, en wil van niemand veracht en gering geschat zijn.

Coehern, Hartig Boekje. C

ocr page 108

32 Oefening van ootmoedigheid.

Ach mijn God, ruk toch het hoovaar-dige hart uit mijn binnenste, en geef mij daarvoor in de plaats een ootmoedig hart.

O Jesus, die gezegd hebt; Leert van mij, want ik ben ootmoedig van harte, ach, geef mij, dat ook ik ootmoedig van

harte zij. .. t ,

O ootmoedigste Jesus geef mij toen de ootmoedigheid, want slechts gij kunt

ze mij geven. .

O ootmoedigste Jesus, geef mij toch de ootmoedigheid, want ik kan u imrners niet aangenaam zijn zonder de ootmoedigheid.

Daarom houd ik niet op, van u ootmoedigheid af te smeeken, en wil met ophouden te verzuchten, tot dat ik de ootmoedigheid verkrijge.

O ootmoedigste maagd Maria, stoit mij den sjeest der ootmoedigheid in. O gij lieve heiligen, helpt mij tóch, opdat ik ootmoedig worde.

ocr page 109

Oefening der drie goddelijke deugden Geloof, Hoop en Liefde.

Wijl deze deugden geheel goddelijk zijn, en God tot doel hebben, daarom is de oefening dezer deugden zeer aangenaam aan God, en voor ons zeer verdienstelijk.

Oefening van geloof.

Ik geloof aan U, o almachtige God, en erken u als mijnen waren God en Heer.

Ik erken U als mijnen Schepper, Verlosser en Zaligmaker, en beken, dat slechts Gij alleen volkomen macht over mij hebt.

Ik geloof alles, wat Gij geopenbaard hebt, en ik geloof het juist daarom, omdat Gij geboden hebt, het te gelooven.

Ik geloof ook alles, wat de heilige katholieke Kerk gelooft, en in dit waar geloof wit ik leven en sterven.

Ofschoon ik vele geloofsartikelen niet begrijpen kan, zoo geloof ik ze toch, en houd ze voor goddelijke waarheden. Dit mijn geloof bekrachtig ik met eenen

ocr page 110

84 Oefening van Hoop.

eed, en ben bereid lichaam en ziel daarvoor prijs te geven.

U, mijn God, beveel ik dit mijn heilig geloof, en bid u, dat Gij mij toch gestadig in dit geloof wilt staande houden.

Zou mij bij mijn sterven iets tegen dit heilig geloof invallen, zoo wil ik het bij dezen herroepen, en te niet gedaan hebben.

Ik bid u ook, dat Gij het hei'ig katholiek geloof over de geheele wereld wilt uitbreiden, en alle dwalingen en ketterijen wilt verdelgen en uitroeien.

Ik bid u, dat Gij alle dwalende zielen wilt bekeeren, opdat zij niet eeuwig verloren gaan.

Oefening van Hoop.

De oefening van hoop is zeer noodig voor allen. Daar de Satan in ons sterfuur hevig bij ons zal aandringen, om ons in kleinmoedigheid en wanhoop te storten, daarom moet eenieder zieh dikwijls bij zijn leven in de hoop oefenen, opdat hij bij zijnen dood zich daarin wete te oefenen, en hij den boozen geest wederstaan kunne. quot;Wie dit verzuimt, zal zich al zeer licht laten verschrikken, en tot moedeloos vervoerd worden.

Mijn God! Gij hebt mij voor de zaligheid bestemd, daarom hoop ik, dat Gij mij

ocr page 111

Oefening van Hoop. 85

zalig zult maken!

Ofschoon mijne goede werken ter zaligheid noodzakelijk zijn, zoo vertrouw ik evenwel niet op die werken, wijl zij veel te gering zijn.

Ik hoop op uwe goddelijke belofte, want ik weet, dat uwe belofte waar is.

Ik hoop op mijn erfdeel, omdat gij mij als uw kind op- en aangenomen hebt.

Ik hoop op de rijke verdiensten van Jesus Christus, die Hij aan alle geloovi-gen in zijn Testament vermaakt heeft.

Ik hoop op zijn bitter Lijden, door hetwelk Hij voor mijne zonden voldaan heeft.

Ik hoop op zijnen bitteren dood, door welken Hij mij van den eeuwigen dood verlost heeft.

Ik hoop op de kracht van de heilige Sacramenten, die Hij mij zoo dikwijls heeft medegedeeld.

Ik hoop op het offer der heilige Mis, dat Hij tot mijn heil ingesteld heeft.

Ik hoop op de voorspraak van de Heilige Moeder Gods, en op den trouwen bijstand van alle lieve Heiligen.

Boven alles echter hoop ik ook op uwe

ocr page 112

86 Oefening van Hoop.

oneindige goedheid en barmhartigheid, welke niemand, die vast op u vertrouwde, ooit verlaten heeft.

Ik vertrouw zoo zeker op uwe barmhartigheid, dat ik meen: het is onmogelijk, dat ik ooit verloren kan gaan.

En had ik ook nog duizendmaal meer gezondigd, zoo wilde Ik evenwel hopen, zalig te zullen worden.

Want uwe barmhartigheid is oneindig grooter dan mijne zonden, en Gij kunt vele zonden even zoo gemakkelijk vergeven als eene enkele zonde. Ja hoe grooter de zondaar is, des te grootere eer ontvangt Gij, als Gij hem vergiffenis schenkt, want uwe barmhartigheid komt daardoor schitterender uit.

Daarom wil ik op U hopen, o Gij oneindige goedheid ! en op U wi lik oprecht vertrouwen, o Gij grondelooze Barmhartigheid !

Van deze hoop zal mij geen mensch afbrengen, ja alle duivels uit de hel zullen mij deze hoop niet ontnemen.

Zou ik misschien bij mijn sterven in deze hoop wankelen, zoo verzet ik mij reeds nu daartegen, en bid, dat Gij het

ocr page 113

Oefening van Liefde.

als niet geschied wilt beschouwen.

Dit mijn vast vertrouwen sluit ik op in uw goddelijk Hart, opdat het nimmer kunne verslappen.

Oefening van Liefde.

De heilige Gertrudis begreep n eene openbaring ilat, wanneer eene beminnende ziel zich geheel naar den Heer toekeert met den oprechten wil, zoo het in hare macht stond, God den Heer, iedere verongelijking van aijn eer, met de grootste bereidwilligheid te vergoeden, en zij aldus gedurende het gebed, brandend van de vlammen der liefde, den Heer vriendelijk toespreekt, deze ziel Hem dan zoo zeer verteedert, dat Hij somtijds degeheele wereld zoude sparen. Want eene beminnende ziel kan van God voor levenden en afgestorvenen meer verkrijgen, dan vele niet in waarheid beminnende zielen.

Bovendien moogt gij weten, dat het ons niet vrijstaat, maar dat het een streng gebod is. God te beminnen. Dit wordt, ons in het Oude zoowel als in het Nieuwe Testament met de volgende woorden bevolen: «Gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hartquot; enz. Dit is het eerste en grootste gebod. De leeraars der Kerk verklaren, dat een ieder op doodzonde quot;verplicht is, dikwijls in zijn leven eene werkelijke liefde tot God te verwekken. Men moet vreezen, dat velen om de verwaarloozing van dit gebod verloren gaan. Op dat gij dit gevaar ontgaat, zoo spreek nu en dan eenige van de volgende verzuchtingen, en ga daarmee zoo lang voort, tot dat gij een vonkje der liefde Gods in uw hart bespeurt.

87

ocr page 114

88 Oefening van Liefde.

O God van mijn hart! nu begeer ik, mijn hart voor U uit te storten, en het met uwe liefde te ontsteken.

Evenals eene beminnende bruid zich met haren bruidegom pleegt te onderhonden, aldus wil ik met U een vriendelijk gesprek voeren, en U de liefde van mijn hart openbaren.

Want Gij, o God ! zijt mijn uitverkoren bruidegom, en de eenige .schat van mijne ziel.

Niemand in deze wereld bemint mij zoo zeer, als Gij mij bemint, daarom heb ik U al.-i mijnen hartelijkst geliefden bruidegom uitverkoren.

O mocht ik toch inzien, hoe zeer Gij mij bemint, opdat ook ik U evenzoo zeer beminnen mocht.

Ik bemin U wel is waar, mijn God, zoo veel ik kan, ik bemin U echter niet zooveel ik moest, en gaarne zoude doen.

Ach geef mij toch, dat ik U meer moge bemiiiiien, en dagelijks in uwe goddelijke liefde toenemen.

Ach geef mij te kennen, hoe liefelijk Gij zijt, opdat mijn hart ontstoken worde in uwe goddelijke liefde.

ocr page 115

Oefening van Liefde. 89

O mijn God, welk een goede God zijt Gij toch ! O mijn God. welkeen wonderbare God zijt Gij toch !

O God, hoe schoon zijt Gij ! O God, hoe zoet zijt Gij !

O God, hoe zijt Gij zoo vriendelijk! O God, hoe zijt Gij zoo liefderijk ! O God, hoe zijt Gij zoo goedertieren ! O God, hoe zijt Gij zoo genadig! O God, hoe zijt Gij zoo barmhartig ! O God, hoe zijt Gij zoo heerlijk ! O God, hoe zijt Gij zoo voortreffelijk! O God hoe zijt Gij zoo roemwaardig!

Al het goede, dat men slechts bedenken kan, het is in U, en al wat een hart slechts verlangen kan, dat vindt het in U.

Wie zou U toch niet willen beminnen, U, o hoogste God ! Wie zou U niet willen beminnen, U, o liefderijkste God !

Ik bemin U wel is waar, zooals ik meen, van harte, maar deze mijne liefde is al te gering.

Ach, zij is zelfs lauw en koud, ach zij is zelfs bedorven en onbestendig.

Daarom bid ik U, dat Gij mijne onreine liefde wilt reinigen, en deze mijne koude liefde door uwe goddelijke liefde

ocr page 116

Oefening van Liefde.

verwarmen.

Ach, verwond mijn hart met den pijl uwer liefde, en ontsteek mijn gemoed met uw hemelsch vuur.

O heilige Geest! Gij die de harten der geloovigen met vuur doorgloeit, ach bewerk toch, dat mijn hart in goddelijke liefde ontbrande !

Ach laat slechts een vlammetje, ach slechts een kooltje, ach slechts een vonkje uit den hemel in mijn hart vallen, en laat het nooit daarin uitdooven.

Ach, vereenig mijn hart met het hart -van God, opdat het door de hitte van het Goddelijk Hart geheel in vlam gezet worde !

Ach, wanneer zal ik eindelijk deze genade verkrijgen, dat ik een vonkje der goddelijke liefde in mij gevoele !

Ach, wanneer komt toch deze gelukkige dag ? Ach wanneer komt toch dit vurig verlangde uur !

Ach, wanneer komt toch dit gezegend oogenblik ? Ach wanneer komt toch deze lang gewenschte genade ?

Ach wanneer, ach wanneer zal ik geheel met mijnen God vereenigd, en door

90

ocr page 117

OefeniDg van Liefde.

het vuur der liefde geheel in Hem veranderd worden ?

Ach, dat toch dit genadenrijke uur spoedig aangebroken ware ! Ach dat dit gezegend oogenblik reeds nu gekomen ware !

O, mij dunkt, het is reeds nu gekomen ? O, mij dunkt, ik bespeur in mijn hart een vonkje der goddelijke liefde.

Want ik voel mij geheel geneigd om te beminnen, en mijn hart begint van louter liefde te kloppen.

Ik bemin U, o God de Vader, ik bemin U, o God de Zoon, ik bemin U, o God de heilige Geest.

Ik bemin U, o oneindig Goed, en wil U tot in alle eeuwigheid beminnen.

Ik bemin U uit den grond van mijn hart, ik bemin U uit den grond van mijne ziel, ik bemin U uit den grond van mijn gemoed, ik bemin U uit al mijne krachten.

O mijn God ! hoe heb ik U zoo lief! O mijn God, hoe heb ik U zoo lief! Gij zijt immers mijn ware Vader, Gij zijtmijn trouwste vriend. Gij zijt mijn hartelijkste bruidegom. Gij zijt mijn beste schat. Gij zijt mijn eenigste troost, Gij zijt mijne

91

ocr page 118

9^ Oefening van Liefde.

geheele hoop, Gij zijt mijn vast vertrouwen, Gij zijt mijn ware vriend, Gij zijt mijn tijdelijk geluk. Gij zijt mijne eeuwige zaligheid, en Gij zijt mij alles, wat ik kan wenschen en verlangen.

Wanneer ik dit alles goed bedenk, dan verheugt zich mijn hart, en juicht mijn geest in God mijnen Zaligmaker.

Ik wensch mij zeiven geluk, dat ik in U een zoo groot Goed bezit, en dat ik dit oneindig Goed in eeuwigheid bezitten zal.

O kon ik mijne gelukzaligheid maar goed beseffen ! O mocht ik mijn hoogste Goed toch maar oprecht beminnen !

Neem toch, o mijn God, deze geringe liefde van mij aan, en vermeerder haar alle uren in mijn hart.

Gij wilt immers, dat ik door de liefde geheel met U vereenigd worde, en ik wil immers ook hartelijk gaarne met U vereenigd zijn.

Welaan, zoo bewerk dan, dat ons beider wil vervuld worde, en volvoer Gij door U zeiven, wat ik door mij zeiven niet vermag.

ocr page 119

Overwegingen voor het geheele jaar.

Het ligt niet in mijne bedoeling, u voor iedeven dag van het jaar eene afzonderlijke overweging voor te schrijven, want dit ware voor n noch nnttig, noch raadzaam : van den eenen kant, omdat gij groote moeite zondt hebben, om zulke overwegingen van buiten te leeren, ten anderen echter ook, omdat gij onder ket overwegen uw verstand en uw geheugen te zeer zondt moeten inspannen, wat veel tijd en moeite kost, en weinig vrucht oplevert. Want indien men met vrucht wil overwegen, moet men het verstand weinig, maar den wil het meeste gebruiken. Daarom geef ik voor i e d e r e n t ij d v a n het jaar slechts eene overweging, n. 1. eene voor den Advent, eene voor den Kersttijd, zeven voor den Vastetijd^ over het bittere Lijden, dat ook bet onderwerp der overweging voor den tijd van Pinksteren tot aan den Advent is. Eene voor den Paaschtijd, eene voor Pinksteren, eene voor de H. Sa-cramentsweek, eene over de Moeder Gods, en eene over de heiligen, die men op de feestdagen gebruiken kan.

Deze overwegingen zijn niet alleen voor den g e e s-t e 1 ij k e n , maar ook voor den w e r e 1 d 1 ij k e n stand. De menschen in de wereld kunnen, zoo zij op de werkdagen geen tijd hebben, op de Zon- en Feestdagen eene overweging uit dit boekje nemen, en deze langzaam lezen, terwijl zij de woorden niet met den mond uitspreken, maar ze veel meer met het hart overwegen. Die woorden echter, welke meer indruk maken op hun hart, zullen ze eenige malen in den geest

ocr page 120

94 Orer weging in den Advent.

herhalen.

Zij echter, die niet lezen kunnen, moeten zich eene overweging door iemand anders laten voorlezen, de woorden goed ter harte nemen, en op zijn minst eene verzuchting onthouden, die zij vervolgens dikwijls tot God in den hemel moeten opzenden. Die menschen in de wereld, welke dusdanige oefeningen niet ondernemen, en de Zon- en Feestdagen slechts willen doorbrengen met spelen en niets doen, zullen voor God slecht bestaan, zooals in het eerste en tweede Hoofdstuk genoegzaam verklaard is.

Het moge echter voor niemand een bezwaar zijn, dat ik voor het geheele jaar hier zoo weinige overwegingen nederschrijf. Ik houd het voor veel beter weinig overwegingen goed, dan vele slecbt te verrichten. Ja eene enkele zou voor uw heil toereikend zijn, indien gij ze maar van harte doen kondet. Mischien heeft Christus dit willen leeren, als hij sprak: Martha, Martha ! gij zorgt en zwoegt voor veel; slechts één is noodig. Maria heeft het beste deel verkozen. Luc. X. 41—42.

Overweging in den Advent.

Voorbereidings-gebed.

(Voor iedere overweging te bidden).

Almachtige eeuwige God! Ik uw onwaardigst schepsel, werp mij in den allerd.iep-sten ootmoed voor U neder, aanbid U, en bewijs aan U, groote God, de verschuldigde eer en verheerlijking : Ik kom hier

ocr page 121

Overweging in den Advent. 95

voor uw goddelijk Aangezicht, om met U, mijnen God, te spreken, mijne behoeften te openbaren, en mijn hart voor U uit te storten. Wijl ik echter niet in staat ben, dit op eene U waardige wijze te doen, bid ik U ootmoedig om uwe goddelijke genade, en om den bijstand van den heiligen Geest, opdat Hij mijn gemoed tot U opheffe, mijne gedachten in toom houde, mijn steenen hart vermur-we, en mij helpe om eene nuttige overging te doen. En opdat mijne overweging des te vruchtbaarder worde, wil ik ze doen in vereeniging met alle overwegingen en geestelijke oefeningen van onzen Heer Jesus Christus, van zijne gezegende Moeder, en van al zijne lieve heiligen en uitverkorenen, ja uit de kracht en de werking van het Hart van Jesus, juist alsof ik dat Hart in mijn hart hadde, en ik mijn gebed met Hem verrichtte. Ik wil in geene verstrooide gedachten toestemmen, en zouden ze mij invallen, zoo zullen ze voor U niets tellen. Verleen mij daartoe uwe goddelijke genade, en ik begin nu in den Naam des f Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.

ocr page 122

Overweging in den Advent.

Overweging

Bedenk en overweeg, hoe de engel de Maagd Maria groette, en haar zeide, door God gezonden te zijn, om haar te boodschappen, dat Gods Zoon mensch wilde worden, en haar onder alle vrouwen als zijne Moeder had uitverkoren. — Stemt Maria in dit raadbesluit toe, dan zal de Zoon van God oogenblikkelijk uit den hemel dalen, om in haren maagdèlijken schoot de menschelijke natuur aan te nemen. — Maria verschrok van deze boodschap en achtte zich uit diepe ootmoedigheid eene zoo groote eer onwaardig — Nadat de engel echter verzekerde, „de heilige Geest zou over haar komenquot; en haar waardig maken - en haar de verzekering gat, dat zij maagd zou blijven, en tegelijk Moeder Gods zijn, stemde zij toe en sprak, terwijl zij het aanbiddings-waardige geheim verstond: ,,Zie ik ben de dienstmaagd des Heeren, mij geschiedde naar uw woord. — Al dadelijk vormde de H. Geest een menschelijk Lichaam schiep eene edele ziel, en op denzelfden oogenblik vereenigde de Zoon Gods,deze

96

ocr page 123

Overweging in den Advent.

schiep eene edele ziel, en op denzelfden oogenblik vereenigde de Zoon Gods deze menschelijke natuur mei zijne Godheid in één Persoon. — Aldus werd „het Woord Vleeschquot;, de Zoon Gods Mensch, en rustte Hij als Kind in den zuiversten schoot der heilige Maagd Maria.

Denk nu, dat gij vuur dit goddelijke Kind knielt, stort uw Hart voor Jesus uit, en verwek verschillende samenspraken.

Indien gij niet in staat zijt, zulke samenspraken te verwekken, leg dit boekje dan voor u, beschouw slechts de woorden, en spreek in uw hart, zonder den mond te bewegen, langzaam de volgende woorden. Maken eenige schietgebeden geen indruk op uw gemoed, herhaal ze dan zoo dikwijls, tot dat ge er smaak in vindt. Zoude heilige Geest u andere woorden ingeven, spreek dan ook deze uit, en houd er u zoo lang bij op, als zij u bevallen. Want gij moet u niet streng aan deze volgende woorden houden, maar veel meer de beweging van uw eigen hart involgen. Neem ook niet alle volgeiide schietgebeden achter elkander, maar houd er mee op, waar gij wilt. —

S a m e n s p rake n.

O gij lief, edel, aanminnelijk Kindje! \ oor U val ik nèer op mijn aangezicht, en aanbid U in den schoot uwer heilige Moeder.

97

Ik aanbid U in den naam van alle en-

7

Cochrm Hartiquot; Bo-kje.

ocr page 124

98 Overweging in den AdvenJ.

gelen en heiligen, en in den naam van alle menschen en schepselen.

Ik wensch U geluk met de genaden-rijke Menschwording, en met de oneindige schatten, die de heilige Geest aan uwe Menschheid heeft medegedeeld.

Hij heeft U zoo edel en voortreffelijk geschapen, dat Gij alleen meer genaden en gaven bezit, dan alle schepsels te zamen.

Ö lief Kindje, hoe edel en voortreffelijk zijt Gij toch! O hoe heilig, hoe luisterrijk en hoe volmaakt zijt Gij toch!

O Gij schoon, o Gij zoet, o Gij aanminnig Kindje! mijne oogen verlangen U te zien, en mijn hart verlangt U te beminnen.

Ach, leg U in mijn hart, en blijf altijd daarin,' opdat mijne ziel zich in U verheu-ge en verlustige.

Ach, hoe verlangt mijn hart naar U, ach, hoe verzucht het zoo dikwijls tot U !

Even zoo als de oudvaders naar U verzucht hebben, zoo verzucht mijn hart naar

uwe komst!

Want Gij zijt de eenige troost van mijn hart, en Gij zijt de innigste zoetheid van

mijne ziel.

Welaan, zoo kom dan tot mij, en neem

ocr page 125

Overweging in den Advent.

voor eeuwig uwe woonplaats in mij.

O eeuwige Zoon van God den Vader! Hoe oneindig groot wa.s uwe liefde, die U van den hemel deed neerdalen, en U deed mensch worden.

Om ons menschen en om onze zaligheid hebt Gij u ontdaan, en de gestalte van eenen armen knecht aangenomen.

Opdat wij niet eeuwig verloren gingen, zijt Gij gekomen, om ons te zoeken en zalig te maken.

Opdat wij niet eeuwig moeten lijden, hebt Gij een sterfelijk lichaam aangenomen, en van den eersten oogenblik uws levens willen lijden.

O, wat eene oneindige liefde! O wat eene ondoorgrondelijke en onbegrijpelijke liefde!

O Christus Jesus, hoe willen wij U deze liefde vergelden ! Hoe willen wij U daarvoor genoeg dienen en danken.

Ik dank U hartelijk in naam van alle menschen, vooral in naam van hen, die door Uwe Menschwording gered zijn geworden.

Ik bied mij ook aan, om U mijn leven lang daarvoor te dienen, maar vooral om

99

ocr page 126

100 Overweging in den Advent.

mij gedurende dezen tijd van den Advent met'allen ijver in alle goed te oefenen

Mijn lichaam en mijne ziel offer ik U op tot uwen dienst, en alles, wat ik doen en lijden zal, schenk ik U tot uwe meerdere glorie!

Nu wend ik mij nogmaals tot U, o liet Christuskindje, en wil in mijn hart overdenken, hoe veel gij geleden hebt.

O hoe zwaar is U uwe Menschwording gevallen! O hoe waart Gij toch zoo gelijkvormig aan ieder menschenkind . Ach, hoe leedt Gij veel meer, daar Gij een volmaakt verstand hadt, en uwen toestand kendet!

Maar alles hebt Gij om onzentwille gaarne geleden, en offerdet het voor onze zonden op. .... . Weinig echter was dit in vergelijking

met uwe innerlijke smarten, die onbegrijpelijk groot en bitter waren. J

Want toen plantte uw Vader in uw hartje uw kruis, dat tot in den dood er niet meer uitgekomen is. ,

Toen gaf God U te verstaan, wat G;j zoudt lijden, en hoe duur Gij de zonden tier wereld zoudt moeten betalen.

ocr page 127

Overweging in den Advent. 101

Toen zaagt Gij zeer duidelijk, hoé Gij gegeeseid, met doornen gekroond en gekruisigd zoudt worden, en den allerbitter-sten dood aan het kruis zoudt sterven.

O hoe bitter was dit voor U! O hoe smartelijk hebt Gij daarover gezucht!

Ach, (jij arm kindje! Hoe vroeg is reeds uw lijden begonnen, en hoe bitter is het voor uw hart geweest!

Ach, hoe groot medelijden heb ik met U, o zwak Kindje ! Ach hoe innig gaat mij uw lijden ter harte!

Want ik ben er voor een goed deel de schuld van geweest, en mijne zonden hebben uw lijden ontzaggelijk vergroot.

Ach, dat ik U toch zoo gepijnigd heb! Ach, dat ik zooveel gezondigd heb!

Het is mij van harte leed, ja mijne ziel is bedroefd, omdat ze uw hart zoo dikwijls bedroefd heeft.

Ik kus in den geest uw teeder Hart, en begeer het ieder leed te ontnemen, dat ik het zoo dikwijls heb aangedaan.

Uw Vader heeft ook toen uw hart met de doornen kroon omgeven, en de woedende doornen er diep ingedrukt.

Deze smart is zeer bitter voor U ge-

ocr page 128

102 Overweging in den Advent.

vveest, omdat alle zonden van geheel de wereld U toen in uw hart zijn gedrongen.

Zoovele zonden reeds bedreven waren en nog zouden bedreven worden, zoo vele vergiftige doornen hebben uw teeder

hart doorstoken.

Ach, hoe vele verwoede doornen neo ik U tóch in uw hart gestoken! Ach, hoe vele wonden heb ik U toch veroorzaakt!

Want mijne zonden zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd, ja meei in getal, dan men kan tellen en uitrekenen.

Zoo heb ik U dan vele duizenden wonden toegebracht, en U vele duizenden onuitstaanbare smarten veroorzaakt.

Deze smarten van het hart waren zoo veel bitterder dan de smarten van het lichaam, als het hart en de ziel gevoeliger zijn dan het lichaam. . „

O God, wat heb ik toch gedaan! ü Jesus, hoe slecht heb ik gehandeld!

Ach, ik heb het hartelijk geliefd Kindje tot den dood toe bedroefd.

Ach, ach, wat heb ik gedaan . Ach, ach, hadde ik het toch niet gedaan!

O liet Kindje, hoe slecht heb ik U behandeld! Ach, ach, hoe heb ik U zoo

ocr page 129

Overweging voor den Kersttijd. 103

wreed gepijnigd!

Ik ben wel is waar geene vergiffenis waard, maar toch heb ik er eene zeer groote behoefte aan.

Daarom bid ik U ootmoedig om genade, en om volledige vergiffenis van mijne zonden.

Vergeef mij, o allerliefst Jesuskindje, ach vergeef mij, o lief Kindje!

Overweging voor den Kersttijd.

quot;Voorbereidingsgebed zooal^ BI. 94.

Overweging.

Overweeg en denk bij U zeiven na: Toen de tijd der geboorte naderde, moest iedereen zich in de plaats, waar hij geboren was, laten opschrijven. Maria en Joseph reisden daarom naar Bethlehem. — Om den grooten toevloed van zooveel menschen vonden zij hier bij bloedverwanten geene huisvesting, zelfs was er voor hen geen plaats in de herberg.— Voor de stad was eene grot, waarin de herders plachten te overnachten; — daarheen begaven zij zich en richtten hier hun armoedig verblijf in. — Om middernacht

ocr page 130

104 Overweginj; voor den Kersttijd.

nu, terwijl Joseph voor de grot bad. maar Maria in eenen hoek der grot in God vervoerd was, baarde zij liaren eengeboren zoon. Zooals eene roos haren geur voortbrengt, sprak Maria tot de heilige Brigitta, aldus heb ik mijnen Zoon ter wereld gebracht. En toen mijn Zoon geboren werd, was het mij, alsof als t ware mijn half hart van mij uitging.

Ik baarde Hem met zulke vreugde naaide ziel en het lichaam, dat mijne knieën bijna den grond niet voelden. Als Maria nu haar zoet Kindje voor zich zag liggen, dan sloeg zij hare beide armen kruiselings over de borst, en sprak zij, terwijl zij het met den diepsten eerbied aanbad: Wees welkom, mijn lieve God! Wees welkom, mijn hoogste Heer! Wees welkom, mijn allerzoetste Zoon ! — Vervolgens nam zij het Kindje wikkelde het in armoedige doeken, legde het in de kribbe, knielde met den heiligen Joseph voor de kribbe, en zij aanbaden het Kindje.

Samenspraken. O allerzoetst, o allerliefst Kindje! Met

ocr page 131

Overweging voor den Kersttijd. 105

den diepsten ootmoed val ik voor U op mijne knieën neder, en aanbid U met den grootsten eerbied.

Met de hartelijkste vriendelijkheid groet ik U, met de innigste vreugde mijner ziel heet ik U welkom.

Wees welkom, mijn groote God 1 Wees welkom, mijn genadige Heer! Wees welkom mijn teeder geliefd Broertje!

Uit geheel mijn hart verheug ik mij over uwe genadenrijke geboorte, en uit den grond van mijne ziel zeg ik U dank voor uwe intrede in de wereld.

O welke eer en genade is ons arme menschen ten deel gevallen, dat onze God zich gewaardigd heeft, van den Hemel nêer te dalen, om ons in onze ellende te bezoeken.

Gezegend zij deze goddelijke liefde, en gezegend zij uwe blijde komst in deze wereld.

Ik dank U, hemelsche Vader, dat Gij uwen Zoon gezonden hebt. Ik dank U, o God de Zoon, dat Gij U gewaardigd hebt, van den hemel af te dalen.

Ik dank U, o God de heilige Geest, dat Gij tot ons heil zoo veel hebt mede-

ocr page 132

106 Overweging voor den Kersttijd.

gewerkt. Ik dank u, o allerheiligste Maagd, dat gij ons dit lief Kindje gebaard hebt.

Help mij, o Maria, uw lief Kindje vereeren, en het dankzeggen voor zijne groote liefde en goedheid.

Help mij, o heilige Joseph, het zoet Jesus Kindje aanbidden, en het de verschuldigde eer en hulde betoonen.

Helpt mij, o, gij lieve engelen, het lofwaardigste Kindje prijzen, en het waardige lofprijzing en dank geven.

O beminnenswaardig Kindje, ik buig mij diep voor U neder, en bewijs U ware goddelijke eer en aanbidding.

Met den diepsten ootmoed kus ik uwe heilige voetjes, en bevochtig ze met blijde, liefdevolle tranen.

O Gij lief, o Gij zoet, o Gij aanminnig Kindje! Lang heb ik naar U verlangd, en nu heb ik U tot vreugde van mijn hart gevonden.

Wees dan duizend en duizendmaal van mij gegroet, en veel honderd duizendmaal geloofd en geprezen.

Evenals eene bloeiende roos hare blaadjes naar de zon uitspreidt, aldus spreidt

ocr page 133

Ovenveging voor den Kersttijd. 107

zich mijn hart naar U uit in de begeerte, U te ontvangen.

Daarom strek ik mijne onwaardige armen tot U uit, en neem U met hartelijke liefde en godsvrucht op in mijne armen.

O mijn liefste Schat! mijn hart schreit van vreugde, en mijne ziel smelt van zoetheid.

O mijn allerminnelijkst Broertje! Heb ik U nu dan in mijne armen, heb ik U nu dan in mijne macht?

Welaan, zoo oordeel mij dan ook waardig, U eenen vriendelijken kus te geven, en U aan mijne zondige wangen te drukken .

O lief Jesuskindje zooals ik U met hartelijke liefde omhels, zoo omhels ook Gij mijne zondige ziel.

Ach, neem toch uwe woning in mijn hart, en blijf er voortdurend in. Daar mijn hart echter zoo geheel onwaardig is, zoo bereid Gij U zeiven daarin eene U aangename woning.

Zooals de heilige Geest U in den maagdelijken schoot eene waardige woning bereidde, zoo moge Hij ook voor U in mij eene waardige woning gereedmaken.

ocr page 134

108 Overweging voor den Kersttijd.

Ach mijne zonden maken mij weer zoo geheel onwaardig, daarom zijn ze mij leed uit den grond van mijn hart.

O genadenrijke Jesus ! Ach vergeef mij, dat ik U zoo dikwijls en zoo zwaar belee-digd, en aan uwe Godheid oneindigen smaad berokkend heb,

Gedenk, dat Gij in de wereld gekomen zijt, om te zoeken wat verloren, en om zalig te maken wat berdorven was.

Welaan dan, zoo zoek dan ook mijne verlorene ziel, en reinig ze van al hare boosheid.

Ach, neem mij weder in genade op, en om uwe genadenrijke geboorte verleen mij de genade, U nimmer meer te vergrammen.

Verleen mij ook de genade, U van harte te beminnen, en in uwe goddelijke genade immer 'meer en meer toe te nemen.

O mijn allerlietst Kindje! Als ik uwe schoonheid overweeg, dan moet mijn hart in uwe liefde ontstoken worden.

Uwe schoonheid overtrett de schoonheid van alle menschenkinderen, ja zij is een waar wonderwerk van de almachtige hand Gods.

Zon en maan verwonderen zich over

ocr page 135

Overweging voor den Kersttijd. 109

uwe schoonheid, ja alle engelen en heiligen kunnen zich niet verzadigen in de aanschouwing daaraan.

O, indien ik U slechts een oogenblik aanschouwen konde, zoo zou ik zoo geheel en al op U verliefd worden, dat ik buiten U niets konde beminnen.

Hoewel ik het niet zie, zoo geloof ik het toch vastelijk, en verlief mij op uwe schoonheid van ganscher harte.

Ik bemin U, o liefderijke Jesus, uit al mijne krachten, en wil altijd trachten U meer te beminnen.

Ik bemin U als mijn eigen leven, en wilde liever mijn leven dan uwe liefde verliezen.

Ik bemin U als mijn eigen hart, en wilde liever mijn hart uit mijn lichaam laten rukken, dan U mijnen God vergrammen.

Ik bemin U meer dan de eeuwige zaligheid, want ik wilde liever met U in de hel, dan zonder U in den hemel zijn.

O lief Jesuskindje, houd mij staande in deze hartelijke liefde, en vermeerder ze alle uren in -mijn hart.

Ga nu voort, U io liefde te ontsteken, en indien gij

ocr page 136

110 Overwegingen voor den Vastetijd.

niet genoeg hebt aan deze schietgebeden, neem er dan nog eenige uit de oefening der liefde.

Zeven Overwegingen over het bittere Lijden voor den Vastetijd.

(Voor elke week eene overweging.)

Hoe nuitig deze overwegingen zijn, leert ons de heilige Gertrudes, aan wie geopenbaard werd, dat het onvergelijkelijk krachtiger is, iets ter eere van het Lijden van Christus te bidden, of iets uit dat Lijden te lezen, dan eene andere oefening te verrichten. Want zooals het niet mogelijk is, meel te dragen, zonder met stofbedekt te worden, zoo is het niet mogelijk aan het Lijden des Heeren te denken, al gebeurt het ook met weinig aandacht, zonder de eene of andere vrucht daaruh te trekken. Tot de heilige Mechthildes sprak Christus: Zoo dikwerf iemand bij de overweging van mijn Lijden uit liefde verzucht, zoo dikwerf raakt hij zacht ah? met eene bloeiende roos mijne wonden aan. Maar indien hij uit godsvrucht tot mijn lijden weent, wil ik het beschouwen alsof hij voor mij geleden hadde.

K e k s t e Overweging.

Droefheid van Christus aan den Olijfberg.

(Voorbereidingsgebed zooals BI. 94.)

Na het laatste Avondmaal, zoo schrijven de Evangelisten, begaf Christus zich met

ocr page 137

OverwegiugeQ voor den Vastetijd. i] l

zijne leerlingen naar den Olijfberg, waar een grot was, in welke Hij dikwijls placht te bidden. — Toen Hij nu in den hof gekomen was, begon Hij bedroefd en beangst te worden, doodsangst overviel Hem. „Mijne ziel, sprak Hij, is bedroefd tot den dood toequot; — Dan verwijderde Hij zich een steenworp ver van zijne leerlingen, knielde neder, bad en sprak: „Vader, indien Gij wilt, neem dezen kelk van Mij: noch-thans niet mijn wil, maar de uwe geschiede.quot; Nadat Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot zijne leerlingen, vond ze echter van droefheid slapend, en begaf zich weder in het gebed. — Ten tweedemale kwam Hij tot zijne leerlingen: toen Hij ze nu weder slapende vond, ging Hij ten derden male uit, om te bidden, viel op zijn aangezicht, en smeekte om wegneming van zijn Lijden, maar werd niet verhoord. — Want God de Vader toonde Hem alle zonden, die bedreven waren, en die nog zouden bedreven worden, alle zonden, voor welke Hij voldoen moest. — Nu zag Christus in den geest het ontzaggelijk getal van alle zondaars, die gewapend als met een lang, breed en

ocr page 138

112 Overwegingen voor lien Vastetijd.

scherp mes, tot Hem kwamen, en zijn hart en zijne ledematen met zooveel doo-delijke steken verwondden, als ieder van hen doodzonden bedreven had, en tot het einde der wereld bedrijven zoude. — Deze geestelijke wonden waren zooveel heviger en smartelijker dan de lichamelijke, als de ziel edeler en gevoeliger is dan het lichaam. — Daarom veroorzaakten deze doodelijke steken aan Christus zoo verschrikkelijke pijnen, dat Hij op den grond viel, bloedige tranen stortte, bloed zweette, met den dood worstelde, en in zoo hulp behoevenden toestand geraakte, dat Hij gestorven zoude zijn, indien zijn Vader Hem niet door eenen engel had laten vertroosten en versterken.

Als gij dit een weinig overwogen hebt, stort dan uw hart voor Hem uit, en houd in uw gemoed de volgende

Samenspraken.

O allerbedroefdste Jesus, tot U kom ik in den hof van Olijven, en wil U in uwen grqoten nood eenige hulp brengen.

In uwe uiterste droefheid wil ik U

ocr page 139

Overweging voor den Yastetijd. 113

vertroosten, en uw arm afgetobt hart laven en verkwikken.

O, kende ik dit toch goed doen, en U mijn lieven God door een hartelijk medelijden verblijden.

\ erleen mij hiertoe uwe goddelijke genade, en vermurw mijn hart door een oprecht berouw.

Ach, mijn getrouwe Verlosser, als ik uw zielesmart goed overdenk, dan moet mijn hart van spijt breken.

Ach, hoe waart Ciij toen toch te moede, toen Gij spraakt: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe !

O hadde ik toen uw hart kunnen zien, welke ondoorgrondelijke bitterheid zoude ik er in ontdekt hebben.

Gij zaagt toen uw geheele lijden zoo duidelijk voor oogen, als Gij het naderhand in werkelijkheid gevoelen zoudt.

Uw hoofd veroorzaakte U toen zooveel smart, als ot de giftige doornen reeds toen er in gestoken waren.

Uwe handen en voeten veroorzaakten U reeds toen zooveel pijn, alsof ze werkelijk met de nagelen doorboord waren.

Uw geheel lichaam veroorzaakte U

Cochem, Hartig Boekje. y

ocr page 140

Hi Overweging voor dcu \astetijd.

reeds toen zooveel smart, als of het werkelijk door de geeselslagen verscheurd was.

Wijl Gij begreèpt, dat uw Lijden alle menschelijke kracht te boven zoude gaan, daarom hebt Gij U daarvoor zoo bevieesd gemaakt, dat Gij sidderdet over uw geheel lichaam.

Ach, ach, mijn getrouwe Verlosser^ in welke bitterheid was toen uw hart ! Ken wonder is het, dat het van smait niet geheel gebersten is !

Ach, ik ellendige ! Mijne zonden hebben U in dit Lijden gebracht, mijne zonden hebben deze zielesmart voor U grootehjks

vermeerderd.

Want elk welbehagen, dat ik n de zonden gevonden heb, heeft U nieuwe bitterheden veroorzaakt.

Deze bitterheden waren zoo verschrikkelijk groot, dat iedere in t bizonder he-vig genoeg was, om U het leven tc benemen. I A u

Ach God ! wat heb ik gedaan ! Ach,

mijn lesus, wat heb ik gedaan !

Ik heb LT bedroefd tot den dood toe, ik heb uw teeder hart met drakengal en addergift vervuld.

ocr page 141

Overweging voor den Vastetijd. 115

Ja hierbij heb ik het niet gelaten ; veel meer heb ik U als mijnen grootsten vijand behandeld.

Want zoovele dagelijksche zonden ik bedreven heb, zoo dikwijls heb ik uw hart bedroefd.

Zooveel doodzonden ik echter bedreven heb, zooveel doodelijke wonden heb ik aan uw goddelijk hart toegebracht.

Deze geestelijke wonden waren voor u veel smartelijker, dan alle pijnen uws lichaams, en duizend dezer pijnen zouden u niet zooveel smart veroorzaken, als eene enkele geestelijke pijn U aangedaan heeft.

Al deze wonden hebt Gij gedurende uw geheele leven in uw hart gevoeld, en ze zouden u iederen oogenblik gedood hebben, indien God U niet in 't leven behouden had!

O wee, wat heb ik gedaan ! O God, hoe slecht heb ik gehandeld! • Ik heb mijnen lieven jesus erger ge

pijnigd, dan Hem de beulen gefolterd hebben. Ik heb Hem meer dan duizend doodelijke wonden aan het hart toeee-bracht.

ocr page 142

116 Overweging voor den Vastetijd,

Mijne zonden hebben Hem bloedige tranen doen storten, mijne zonden hebben Hem het bloedige zweet uit zijn lichaam geperst.

Mijne zonden hebben Hem m doodsangst gebracht, ja mijne zonden hebben Hem aan het kruis doen sterven.

Ik ben een verwoede tyran voor mijnen God geweest, ja ik ben een wreedaardig moordenaar van mijn God geworden.

Ach, ware ik toch nimmer geboren, want ik ben tot louter pijn en marteling van mijnen God geboren geweest

Ach God, wat zal ik beginnen! Ach mijn God, hoe zal ik uwe genade weder

bekomen! . . • ,

Ach, ach, mijn hart wil zich met laten vertroosten, ach het zou willen sterven uit

louter droefheid. ■ .

O Jesus, vermeerder dit berouw in mij, ach, maak het zoo groot, dat ik van droefheid wegkwijne.

Stort in mijn hart de volheid uwer bit-terheid, en doorsteek het met zooveel wonden, als ik uw edel hart doorstoken heb.

Ach, mocht ik toch bloedige tranen

ocr page 143

Overweging voor den Vaskiijd. 117

weenen! Ach, konde ik toch bloed zwecten over mijne zonden !

In plaats van mijn zwak berouw offer ik ii, o God, het bittere berouw van mijnen Jesus op, en in plaats van mijne tranen offer ik u op zijne bloedige tranen en zweetdruppels.

Deze mogen voor mij om genade roepen, deze mogen mijne ziel van alle vlekken reinigen.

O, mijn bedroefde jesus, wees toch indachtig, hoe overvloedig Gij voor mijne zonden aan den Olijfberg boete gedaan hebt, en laat deze boetedoening voor mij niet verloren gaan.

T W K E 1) li O V E K W E G I N G.

Over de geesseling van Christus.

(Voofbereidings-gebed BI. 94.)

Overweeg, o Christelijk hart, wat uw minnelijke bruidegom na het bloedige doodszweet aan den Olijfberg geleden heeft, en stel U voor oogen, hoe Hij gevangen genomen - gebonden — voor Annas en Caiphas gebracht -— den gan-

ocr page 144

118 Overweging voor den Vastetijd.

schen nacht bespot — des morgens naar Pilatus geleid — door hem naar Herodes gezonden — en na vele bespotting naar Pilatus teruggevoerd wordt. 1 oen nu de Joden niet ophielden, zijnen dood te eischen — Pilatus echter zijne onschuld beleed — het hij Jesus, om het volk te voldoen, en Hem dan los te laten, gees-selen. - Overdenk nu, hoe uw Zaligmaker door de beulen, in het voorhof gevoerd — naakt uitgekleed — en aan eene steenen kolom gebonden wordt. — Twee der beulen geesselden Hem met roeden, twee andere met zweepen, en twee met ijzeren kettingen, waaraan kleine scherpe haken hingen, die zijn vleesch verscheurden en vaneen reten. — Nadat deze zes beulen het teedere lichaam aan den eenen kant geheel ontvleescht hadden, keerden zij Hem om, en kneusden en vermorzelden ook het andere gedeelte des li-chaams, dat te voren door de kolom beschut werd, tot dat het heilig lichaam gruwelijk misvormd was. — Hoe vlceide nu het rooskleurige bloed op den grond, en vormde het eenen rooden krans om de kolom ! — De arme Jesus echter

ocr page 145

Overweging voor den Vastetijd. 119

sidderde van namelooze smarten, en zuchtte uit den grond zijns harten tot God. — Hij zag zijne heulen dikwijls aandoenlijk aan, en hoopte ze tot barmhartigheid te bewegen — Zij echter sloegen zoo lang, tot dat de arme Christus geheel machteloos werd, en geheel zijn lichaam ineenzakte. — Nu kwam iemand toegéloopen, sneed de koorden door, en Jesus viel half dood ter aarde neder. Denk nu bij U zeiven, dat gij er bij tegenwoordig waart — stort uw hart uit voor uwen Zaligmaker — en verwek in uw gemoed volgende ot dergelijke

S a m e n s p r a k en.

Ach mijn innigst geliefde Jesus ! Zie ik U nu geheel ontbloot aan de kolom gebonden, en U over uw geheele lichaam gegeeseld!

O allerzedigste jesus ! Wie heelt U van uwe kleederen beroofd, en aan de blikken van al het volk blootgesteld.

Hoe is het U mogelijk, zoo grooten smaad te verdragen, en door vele duizenden onkuische oogen aangezien te worden.

Waarheen hebt gij uwe oogen gewend,

ocr page 146

] 20 Overweging voor den Vastetijd.

en hoe hebt Gij uwe ooren gestopt, om niet het onreine gespot en gelach te hoo-ren ?

O mijn God! hoe werd die ontblooting zoo bitter voor U ! O welke diepe wonden maakte /.ij in uw hart!

Gij zijt immers de allerreinste, ja de reinheid /.elf!

Daarom is deze smaad U nameloos zwaar gevallen, ja veel zwaarder dan alle lichamelijke pijnen!

Op deze wijze hebt gij de allerschandelijkste zonden der miiischea moeten uitboeten, en hunne onbeschaamdheid met uwe schaamte moeten betalen.

In 't bizonder hebt gij echter aan mij gedacht, en voor mijne zonden geboet.

Ik was de oorzaak van uwen smaad, maar Gij hebt voor mij moeten lijden.

Ik zou deze schande hebben moeten verdragen, maar Gij hebt ze ontvangen.

Jesus, hoe groot is uwe liefde tot mij, en hoe groot is mijne boosheid jegens U.

O Jesus, hoe heb ik mij tegen U bezondigd, ach welke schande, welken smaad heb ik U veroorzaakt.

Ach, het is mij leed uit den grond van

ocr page 147

Overweging voor den Vastetijd. 121

mijn hart, en ik bid U duizendmaal om vergiffenis.

Ik wend mij nu tot uwe geesseling en zie onder het grootste harteleed toe, hoe wreed Gij gemarteld zijt!

Over uw geheele lichaam zijt Gij gekneusd en ontvleeschd, en van het hoofd tot de voeten is niets gezond aan U.

Ik ben uit hartelijk medelijden ter nauwer nood in staat, mijne oogen tot U op te heffen, en U in zoo erbarmelijken toestand te aanschouwen.

Ach, Gij bedroefde Jesus, hoe schrikkelijk zijt Gij verwond, en hoe wreed zijt Gij mishandeld!

Ach, hoe is uw heilig lichaam vaneen gegeesseld ! Ach hoe i.s uw heilig gebeente uiteen gerukt.

O wee uw ziek lichaam! O wee uwe teedere ledematen! O wee uwe groote smarten! O wee uwe bittere pijnen!

O mijn getrouwe Verlosser! Ik heb een zoo groot medelijden met U, dat mijn hart ziek wordt.

Uwe diepe wonden gaan mij zoo zeer ter harte, dat ik meen, ze zeil in mijn lichaam te gevoelen.

ocr page 148

122 Overweging voor den Vastetijd.

Gave God, dat ik lichamelijkenvijze iets van uwe smarten mede gevoelen konde, en mijn leven lang met U uwe wonden dragen moest.

Want ik ben de schuld van deze smartelijke geesseling, en ik zou ze met recht moeten ontvangen.

Gij echter hebt mij uit louter liefde tot mij van deze pijn verlost, en ze aan uw onschuldig lichaam willen lijden.

Om mijne bedrevene zonden hebt Gij deze geesseling moeten uitstaan, en mijne snoode begeerlijkheid met zoo groote smarten moeten uitboeten.

Ach, de bevrediging van mijne zinnelijkheid heeft U gegeesseld, en mijne booze lusten hebben U bespottelijk gemaakt voor het volk.

Ach, ik onverstandige zondaar! Hoe heb ik toch kunnen zondigen, terwijl ik toch wist, dat Jesus om mijne onreinheid moest gegeesseld worden.

O wee mij! Ik heb door iedere onreine zonde de geesseling van Christus vernieuwd, en Hem nagenoeg met mijne eigene handen gegeesseld.

Ach, God, wat heb ik gedaan! Ach,

ocr page 149

Overweging voor deu Vastetijd. 123

mijn Jesus, wat heb ik gedaan!

Ik heb U niet slechts eenmaal, maar wel duizend en duizendmaal gegeesseld.

Ach God, wat zal ik aanvangen! Ach God, hoe zal ik vergiffenis bekomen!

Ach, hoe zal ik mijne zonden genoeg betreuren! Ach hoe zal ik ze genoeg kunnen beweenen!

Voor U. o mijn gegeesselde jesus, val ik op mijn aangezicht, en klaag mij vol droefheid over mijne bedrevene zonden aan.

Zij zijn mij leed, wijl ik U deze ziele-smart heb aangedaan, U naar het lichaam gegeesseld, maar nog veel meer naar de ziel gepijnigd heb.

Ik zelf ben uw beul geweest, ja ik heb U dikwijlder en smartelijker gepijnigd, dan de Joden en Heidenen het gedaan hebben.

Ik ben geen vergiffenis waard, en ik waag ter nauwer nood ze te begeeren.

Wijl Gij echter hebt willen gegeesseld worden, opdat Gij voor ons vergiffenis zoudt verwerven, daarom smeek ik U, dat Gij mij vergiffenis wilt schenken.

Ik offer U, o God, de smartelijke gees-seling en de overvloedige bloedstorting

ocr page 150

124 o vern-eging voor den Vastetijd.

op voor mijne onreine zonden, en voor de zware straffen, die ik daardoor verdiend heb.

Ik maak liet vaste voornemen, van nu af kuisch te leven, en de heilige zuiverheid van harte te beminnen.

Ach, stort toch de liefde tot de heilige zuiverheid in mijn hart, en laat haar nooit uit mijn hart verdwijnen.

I) E K 1) E O V E R W E ü I N G.

Over de kroning van Christus.

(Voorbereidings-gebed El. 94.)

Verbeeld u, o Christelijke ziel, als waart gij tegenwoordig, en als zaagt gij met eigerie oogen, hoe uw lieve Jesus geheel uitgeput in zijn bloed ter aarde ligt. — Na eenigen oogenblikken staat Jesus op, zoekt zijne kleederen, om er zich mede te bedekken. — De beulen brengen Hem alsdan in het voorhof van het rechthuis van Pilatus, berooven Hem op nieuw van zijne kleederen, slaan Hem eenen purperen mantel om, en dwingen Hem, zich op

ocr page 151

Overweging voor deu vastetijd. 125

eenen steen neder te zetten — Nu vlechten zij eene kroon van doornen, zetten ze op zijn hoofd, drukken ze met geweld er op, en slaan ze met een riet diep daarin.

— Zie, nu begint het bloed te stroomen, met de hersenen vermengd over het voorhoofd en het aangezicht te vloeien. — Het Hart van Christus siddert, daar de doornen in het hoofd steken en branden.

— Maar de beulen hebben niet slechts geen medelijden met Hem, zij bespotten Hem nog, en lachen Hem uit, buigen spottend voor Hem de knieën, spuwen in zijn aangezicht, geven Hem een riet in de hand, groeten Hem als koning der Joden, ontrukken Hem het riet, en slaan daarmede op zijn hoofd. —■ Nadat zij Hem een geruimen tijd bespot hebben, brengen zij Hem terug naar Pi-latus ; deze nu stelt Jesus aan het volk voor, om het tot medelijden met Hem te bewegen, terwijl hij spreekt: Ecce homo : Ziet, den Mensch ! — Wanneer gij dit nu een weinig bij u zeiven overdacht en behartigd hebt, stort dan uw hart voor Christus uit, en verwek in uw hart volgende of dergelijke samenspraken, zooals

ocr page 152

126 Overweging voor den Vaatetijd.

de heilige Geest ze u ingeett. Kent gij ze niet van buiten, lees ze dan in dit boekje, maar niet met den mond, doch in den geest. Zouden ze te talrijk zijn, kies dan eenige uit, en herhaal ze zoo dikwijls, als ze u smaken en bevallen.

Samenspraken.

O roemwaardigste Koning van hemel en aarde, Christus-Jesus ! Ach, in welke gedaante zie ik U voor mij.

Gij zijt immers die ontzaggelijke God, voor wien de engelen nedervallen, en de hemelsche krachten sidderen.

Wie heeft U zoo vernederd, en bespottelijk gemaakt voor alle slechte menschen?

Ach dat hebben mijne hoovaardigheid en mijn hoogmoed gedaan! Om deze ondeugden uit te roeien, moest Gij aldus gepijnigd en bespot worden.

Daarom val ik ootmoedig voor U neder, en wil mijnen hoogmoed voor U afzweren en uitboeten.

O mijn allerliefste Jesus ! Nu vind ik U in eenen zoo erbarmelijken toestand, dat ik vrees, U in 't crelaat te zien.

ocr page 153

Overweging voor den Vastetijd.

Ach! Welk een schrikkelijk gezicht is het, te zien, hoe de lange doornen zoo diep in uw hoofd gedreven zijn, en op vele plaatsen er uit-steken.

Ach, God! Welk eene wreede smart moet dat zijn ! Ach, mijn Jesus ! Hoe kunt Gij ze verdragen !

O, hoe branden de doornen in uwe hersenen, hoe woedt en raast de smart in uw hoofd. Een wonder is het, dat Gij uw verstand niet verliest, een wonder is het, dat Gij uw leven niet verliest.

Steekt een kleine doorn in mijnen vinger, welke ondragelijke smarten veroorzaakt hij mij! Ach, wat onzagelijke smarten veroorzaken U de doornen, die zoo diep in uw hoofd dringen!

Indien ik dit goed overweeg, zoo gevoel, ik zulke pijn, als of uwe doornen mijn hoofd verwondden.

Gave God, dat slechts een dier doornen door mijn hoofd drong, opdat ik bij het gevoelen van uwe smarten des te grooter medelijden met U hadde!

Ach! welk eene woedende pijn leedt Gij, toen de beulen met een riet op de kroon sloegen, en de doornen diep in uw

127

ocr page 154

128 Overweging voor tien Vastetijd.

hoofd drongen!

Bij iederen slag sidderde uw lichaam en uwe ziel, en te gelijk met U siddert ook mijn hart in mij.

Ach! Wat heb ik innig medelijden met U, o mijn gekroonde Jesus! Ach, wat heb ik innig medelijden met U, o mijn gemartelde Jesus!

O ware ik toch tegenwoordig geweest: ik zou alle slagen van U afgeweerd, en hun mijn hoofd aangeboden hebben.

Maar Gij, o jesus, hebt deze slagen om mijne zonden moeten ondergaan, om de hoovaardij en de eigenzinnigheid van mijn hoofd uit te boeten.

Om deze zonden wildet Gij spottenderwijze aanbeden, in het aangezicht geslagen en bespuwd, ja zelfs in dien deerniswaar-digen toestand tot uwe groote schande aan al het volk voorgesteld worden.

Ach, mijn God! Wat hebt Gij om mijnen hoogmoed moeten lijden ! O Koning aller Koningen! Hoe hebt Gij om mijne hoo-vaardigheid moeten bespot worden!

Wijl ik voortdurend geprezen wil worden, daarom moest Gij bespot worden; wijl ik altijd geëerd wil zijn, daarom moest

ocr page 155

Overweging voor den Vastetijd. 129 Gij onteerd worden.

O hoe noodlottig moet toch de hoogmoed zijn, wijl hij door niemand anders dan door den Zoon (.iods zelf kon uitgeboet worden.

O mijn God! Hoe zwaar heb ik mij dan door mijn hoovaardigheid bezondigd, wijl ik den Heer der Heeren in de grootste schande gebracht heb!

O mijn God ! Hoe zal ik voor U bestaan ! O mijn Jesus ! Hoe zal het met mij gaan in uw oordeel!

Ongetwijfeld zult Gij mij door alle engelen en duivels laten bespotten, en mij met den hoovaardigen Lucifer in den afgrond der hel storten.

O gestrenge Rechter! Bewaar mij voor zoo een oneindig ongeluk, want ik betreur mijne hoovaardigheid, en beloof ernstige beterschap.

Ik wil van nu af aan alle hoovaardigheid afleggen, en mij voortdurend in de ootmoedigheid oefenen.

Ik wil mij van nu af aan nooit meer prijzen, en ook niet toestaan, dat andere mij prijzen.

Wanneer anderen mij verachten, zoo Cochem, Hartig Boekje. 9

ocr page 156

130 Overweging voor den Vastetijd.

wil ik het geduldig verdragen, en bij mij zeiven denken, dat ik om mijne vele zonden aller verachting waardig ben.

Om de ootmoedigheid, die Gij bij uwe kroning geoefend hebt, vergeef mij mijne hoovaardigheid, en verleen mij uwe ootmoedigheid.

Ruk uit mijn hart den wortel der hoovaardij, en plant in mijn gemoed den wortel der ootmoedigheid.

Jk dank U, dat Gij bij uwe kroning zooveel voor mij geleden, en uw rozenkleurig bloed onder zooveel smarten voor mij vergoten hebt.

O,Ter Gij zelf dit alles voor mij op aan de goddelijke rechtvaardigheid tot vergiffenis van alle zonden, die ik door mijne hoovaardigheid bedreven heb.

Ik bid U ook voor allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en voor wie Gij uw bitter Lijden doorstaan en opgeofferd hebt.

V 1 E R D E O V E K W E G 1 N G.

Over de Kruisdraging van Christus.

(Voorbereidings-gebed BI. 94.)

Godvruchtige ziel, sta nu ijlings op, en

ocr page 157

Overweging vour den vastetijd. lol

vergezel uwen Zaligmaker op den laatsten weg van zijn leven, en neem wel ter hai te welk een bittere kruisweg deze was. — Toen het woedende Joodsche volk niet ophield, den dood van Christus te eischen, zette Pilatus zich neer, om uitspraak tc doen, en veroordeelde den Zoon Gods tot den allersmartelijksten dood des Kruises. — Al spoedig bracht men een zwaar kruis, wierp het Christus voor de voeten, en beval Hem, dat kruis op te nemen en te dragen. — De geduldige Christus viel neder voor het kruis, kuste het godvruchtig, nam het op zijne verwonde schouders, en droeg het met de grootste moeite eene wijl vooit. — Dc beulen stuwden Hem aan, om den gang te verhaasten, trokken Hem vooruit met de koorden, sloegen Hem, en vermoeiden Jesus zoo zeer, dat Hij op dezen bitteren kruisweg niet slechts eens maar driemaal ter aarde viel. — Het losbandige grauw, dat er naast liep, zooals ook allen, die voorbijkwamen, lachten Hem uit en bespotten Hem, braakten verwenschingen en Godslasteringen tegen Hem uit, overlaadden Hem met smaad en verwijtingen, en deden

ocr page 158

1 32 Overweging voor den Vastetijd.

Hem alle kwaad. — Maar de arme Kruisdrager ging zijnen weg onder namelooze smarten — de spitse steenen verscheurden zijne bloote voeten -- het harde kruis verwondde meer en meer zijne schouders — zijn hoofd werd door de doornenkroon onuitsprekelijk gepijnigd. — Hij werd zoo uitgeput, dat Hij bijna half dood op den Calvarieberg aankwam. — Hebt gij nu, godvruchtige ziel, dit alles als 't ware met uwe oogen aanschouwd, en bij U zeiven goed overwogen, verwek dan een hartelijk medelijden met uwen Zaligmaker, vertroost Hem op dezen harden weg, en stort uw hart in liefde tot Hem op de volgende wijze uit. Kunt gij deze schietgebeden niet alle onthouden, zeg dan maar alleen, en herhaal dikwijls: Ach, Gij arme kruisdragende Jesus, ontferm U mijner! Om uw zwaar kruis ontferm U mijner, enz.

S a m e n s p r aken.

Waartoe zijt Gij nu gekomen, o mijn getrouwe Verlosser! daar men U ter dood veroordeeld heeft, en als den grootsten misdadiger uit de stad weg voert!

ocr page 159

Overweging voor den Vasletijd. 133

Ach ! Is het niet verschrikkelijk, te booren, dat de Rechter der levenden en der dooden door eenen aardschen rechter ter dood veroordeeld wordt!

Waarlijk! Hierover moesten hemel en aarde sidderen, en aïIe schepselen zich tot den dood toe bedroeven.

Ach! hoe treurig was het, om te zien toen mijn Zaligmaker voor het kruis ne-derviel het godvruchtig kuste, en het be reidwillig op zijne schouders nam.

Ach! Hoe droevig gingt Gij daarhenen, o mijn lieve Jesus! En hoe moeilijk was voor U deze harde kruisweg!

Ach ! H oe hard was voor U deze zware last, en niet welke moeite en pijn droegt Gij het harde kruis !

Ach! hoe waren uwe heilige voeten zoo ijsselijk gekwetst: hoe uwe heilige knieën zoo erg bezeerd!

Ach! hoe was uw schouder zoo diep verwond, en hoe stiet het kruis zoo dikwerf tegen uw met doornen gekroond hoofd!

Ach! hoe vele zware zweetdruppels vloeiden neder van uw aangezicht, en hoe-vele smartelijke zuchten stegen opuit uw

ocr page 160

Overweging voor den Vastetijd.

Hart!

Ach ! hoevele harde slagen hebt Gij op uwen weg ontvangen, en hoevele verwen-schingen en godslasteringen hebt (jij gehoord !

Ach ! hoe doodelijke angst heeft U overvallen, en door hoe zware flauwten werd gij ter aarde geworpen.

Niemand is in staat te doorgronden, hoe bitter deze Kruisweg vuor U geweest is. en hoevele in- en uitwendige pijnen Gij geleden hebt.

Want wijl Gij wist, dat Gij den bitter-sten dood te gemoet gingt, daarom gevoelde uwe menschelijke natuur een zoo onbegrijpelijke!! angst.

O als ik toen uw Hart had kunnen aanschouwen, ach, welken onmetelijken angst en verdriet zoude ik er in gezien hebben!

Uwe beschaming was zoo groot, dat Gij uw oogen niet durtdet opslaan, om iemand aan te zien.

Want wijl Gij de Heer van oneindige Majesteit waart, en ook bij al het volk om uwe Heiligheid in groot aanzien stondt, daarom was het voor U de allergrootste smaad, dat Gij als de laagste booswicht

131.

ocr page 161

Overweging voor den Vastetijd. 135

uw kruis, waaraan Gij moest genageld worden, zelf dragen moest.

Als ik bovendien nog overweeg, hoe uwe -marten door uwe Moeder zelfs nog vermeerderd werden, dan weet ik in 't geheel niet, wat ik daarvan denken moet.

Toen Gij deze ontmoettet, en toen Gij haar in hare onbegrijpelijke zielesmart aanschouwdet, toen gevoeldet Gij de diepste smart en het hartelijkste medelijden met haar.

Ach, ach. dat allergrootste hartelijden! Ach, ach, die allerbitterste ellende!

(3 wee, uw zwak Hart! O wee uwe bedroefde ziel!

O Jesus, wie zou zich niet over U bedroeven ! Wie zou geen medelijden met U hebben!

Mijn hart ontfermt zich over U, en mijne ziel vergaat bijna van medelijden, wijl ik weet, dat Gij om mijnentwille in deze zielesmart gekomen zijt, en om mij te verlossen dezen bitteren Kruisweg gaan moet.

Al mijne zonden hebt Gij op uwe schouders genomen, en deze drukken U wel duizendmaal meer, dan uw kruis U drukt.

ocr page 162

Overweging vour den Vastetijd.

Oai mijne zonden nios.st Gij voor den grootsten booswicht doorgaan, en door het volk als dusdanig bespot worden.

Om mijne traagheid moest Gij dezen moeielijken weg bewandelen, en den zwa-ren last des kruises op uwe schouders dragen.

Omdat ik zoo langzaam voortga op den weg der deugden, daarom moest Gij op uwen weg met slagen voortgedreven worden.

Omdat ik zoo dikwerf in zonden en onvolmaakheden val, daarom zijt Gij zoo dikwijls en onder zooveel smarten met uw kruis ter aarde gevallen.

Omdat ik elke moeite en last in den dienst van God schuw, daarom hebt Gij zooveel moeite en last bij uwe Kruisdraging moeten ondervinden.

Omdat ik zoo lauw en zoo lusteloos ben in het goede, daarom hebt gij op dezen Kruisweg zooveel moeten lijden en verdragen.

Op deze wijze hebt Gij mijne traagheid moeten uitboeten, en mijne daardoor verschuldigde straffen moeten betalen.

Maar nu, o Jesus! belijd ik mijne schuld,

136

ocr page 163

Overweging voor den Vastetijd, 137

en zie ik in, hoeveel Gij om wille mijner traagheid hebt moeten doen en lijden.

Ik beken, dat ik mij in deze hoofdzonde zeer bezondigd heb, cn maar al te traag in uwen goddelijken dienst geweest ben.

Ik begrijp ook, dat deze ondeugd zeer noodlottig voor mij was, en dat ik daarom tot geene ware godsvrucht en deugd geraken kon.

Daarom schaam ik mij over deze traagheid, en het doet mij innig leed, dat ik zoo lang aan deze fout overgegeven geweest ben.

Het doet mij leed, omdat ik mijnen lieven Jesus daardoor beleedigd, en Hem in zoo zware pijn gebracht heb.

Vergeef het mij, o mijn lieve Jesus! want ik beloof U oprechte verbetering en grooteren ijver in uwen dienst.

Door uwe zoo uiterst moeielijke Kruisdraging, en door alles, wat Gij daarbij gedaan en geleden hebt, bid ik U ;

Verleen mij de genade, mijn kruis op te nemen, en U op uwen bitteren Kruis-weg getrouw na te volgen.

ocr page 164

Overweging voor den Vastetijd

V ij k d e Over w e g i n g.

Over de Kruisiging van Christus.

(Voorbereidings-gebed BI. 94.)

Godvruchtige ziel ! Wanneer gij u voorbereid hebt, zooals in den Advent, verbeeld u dan, dat gij op den Calvarieberg waart, en met eigen oogen zaagt, hoe uw getrouwste Verlosser, om uwe zonden van zijne kleederen beroofd, op het kruis gelegd, en onder namelooze smarten er aan vastgenageld werd. — Kerst werd zijne rechterhand met eenen stompen nagel doorboord, en aan het kruis gehecht. — Dan werd zijne linkerhand met een touw omwonden, met alle geweld uitgerekt, tot dat ze de opening bereikte, die men in het hout had geboord, en ze werd nu onder vele hamerslagen aan het kruis geklonken. — Nu trokken de beulen met wilden euvelmoed ook den rechtervoet uit, nagelden hem vast, legden dan den 'inkervoet over den rechtervoet, en klonken ook dezen met eenen afzonderlijken nagel aan het kruis. De smarten van het uitrekken der ledematen en van het hech-

138

ocr page 165

Overweging voor den Vastetijd. 13!)

ten aan den Kruisbalk waren zoo groot, dat de arme Jesus bij eiken slag over zijn gehecle Lichaam sidderde, en dat het merg tot in het binnenste van zijn Mart trilde — Zijne heilige Manden en Voeten werden blauw en zwart, zijn rozenrood bloed spatte in de hoogte, onuitsprekelijke pijn doorwoelde zijn Hart, en doodelijke angst en benauwdheid vervulden de Ziel van den armen Jesus. — Val nu, o ziel, in den geest voor Hem neder, beschouw nauwkeurig de wonden der heilige 1 landen en Voeten, verwek een hartelijk medelijden met uwen Zaligmaker, en spreek in uwe hart de volgende

S a m e n s p r a k e n

O allerpijnlijkste Jesus 1 In de bitterheid van mijne ziel val ik voor U neder, en in de droefheid van mij hart aanschouw ik U in uwe uiterste ellende.

Ach, ach mijn Jesus! Ach, ach mijn Zaligmaker! O wee! Welke smarten! O wee! welke pijnen !

Ach welke wreede wonden zijn dat toch! Ach welke wreede martelingen zijn dat toch!

ocr page 166

140 Overweging voor den Vastetijil.

Ik durf mijne oogen niet tot U opheffen. ik durf uwe vastgenagelde Handen en \ oeten niet aanschouwen !

O mijn God! Welke smarten lijdt Gij toch! O mijn Jesus, hoe kunt Gij ze verdragen !

Gij -zijt toch met handen en voeten zoo vast genageld, dat Gij U noch bewegen, noch verroeren kunt.

Gij zijt toch zoo zeer van het gebruik uwer ledematen beroofd, dat Gij U niet helpen kunt.

Ach Uwe arme beenen zijn met zulke kracht uit elkaar getrokken, dat geen gewricht meer in het andere .sluit.

De wonden uwer handen en voeten zijn ach zoo groot, dat men ze bijna niet aanschouwen kan.

De smart woedt en raast zoo geweldig in alle ledematen, dat uw Hart er door breken kon.

Ach, Gij arme Jesus! Ach, Gij gemartelde Jesus ! Van harte heb ik medelijden met U, uit den grond mijner ziel heb ik medelijden met U !

De wonden uwer Handen gaan mij zoo innig ter harte, dat ik geloof, 'ze zeif aan

ocr page 167

Overweging voor den Vastetijd. 141

mijne handen te gevoelen.

De wonden uwer Voeten gaan mij zoo innig ter harte, dat ik geloot ze zelf aan mijne voeten te gevoelen.

Uwe pijnen en uwe smarten gaan mij zoo innig ter harte, dat hetmij is, alsof ik ze in mijn hart heb.

Gave God, dat ik ze in mijn hart hadde, opdat ik met U moest lijden, en daarom grooter medelijden voor U gevoelen konde.

O gij wonden der Handen van mijnen jesus, verwondt toch mijne handen!

O gij wonden der voeten van mijnen Jesus, verwondt toch mijne voeten!

O gij smarten van het Hart van mijnen Jesus, doordringt toch mijn hart.

O mijn gekruisigde Jesus! Kruisig ook mij met U, opdat ik met U aan het kruis hangen en met U lijden kunne.

Ach hoe is het mogelijk, dat mijn hart niet breekt van smart, terwijl ik U in zoo uiterste ellende zie. en uwe pijnen zoo goed begrijp.

Ja niet alleen begrijp, maar dat ik ook bedenk, dat ik er de oorzaak van ben en dat ik ü aan het kruis heb genageld!

O God ! zou dit waar zijn, dat ik zelf

ocr page 168

142 Overweging voor den \;istetijd,

U aldus gekruisigd heb!

Dat is toch verschrikkelijk om aan tc hooren, en nauwelijks te gelooven.

Maar ach! Helaas het is waar, ja nog meer dan waar!

Ach, ach mijn Jesus I Ik ben de verwoede beul, die U gekruisigd heeft, ik ben de wreedaard, die de plompe nagels door uwe handen en voeten gedreven heeft.

Ja ik heb U niet slechts eens gekruisigd, maar zoo dikwijls, als ik eene doodzonde bedreven heb.

Dit zegt de II. Schrift, en verzekeren alle heilige Vaders.

O wee dan mij armen zondaar! O wee dan mijne arme ziel!

Ach God! Wat heb ik gedaan ! Ach God! Ach God! Wat heb ik gedaan!

Ik heb mijnen Jesus gekruisigd. Ik heb mijnen God en Schepper gekruisigd!

Ach ik heb hem niet slechts eenmaal, maar veel duizendmaal gekruisigd.

Mijn kruisigen smartte Hem ook veel meer dan het kruisigen der Joden en Heidenen.

Want deze hebben zijne Handen en Voeten doorboord, maar ik heb zijne ziel

ocr page 169

Overweging voor den Vastetijd.

en zijn Hart doorstoken.

Zij hebben het onwetend gedaan, maar ik wist, wat ik deed.

Daarom verdien ik geene vergiffenis, veeleer ben ik de eeuwige straf waard.

Ach God 1 Wat vang ik aan ? Ach God ! Wat vang ik aan ?

Waarheen wil ik mij wenden! Waar wil ik genade zoeken en vinden ?

Tot U wil ik mij wenden, o mijn gekruisigde Jesus! Hij U wil ik genade zoeken, en zal ik ze zeker vinden.

Voor U val ik op mijne knieën neder, en ik klaag mij aan met een rouwmoedig hart.

Van verre sta ik met den openbaren zondaar, en sla op mijne schuldige borst, en beken;

O mijn gekruisigde jesus! Ik ben die booswicht, die U zoo wreed gekruisigd en zoo verschrikkelijk gepijnigd heeft.

Ik heb uit den grond van mijn hart berouw over mijne misdaad, en wil er berouw over hebben alle dagen van mijn leven.

Ik kus de nagels, die ik heb ingedreven, en kus de wonden, die ik U veroorzaakt heb.

143

ocr page 170

144 Over weging voor den Vastetijd.

Ik aanbid het Bloed, dat uit uwe wonden gevloeid is, en offer het op tot vergeving van mijne zondenschulden.

Ik bid U, door al uwe smarten, die Gij bij de uitrekking uwer ledematen en bij de nageling aan het kruis hebt uitgestaan, dat Gij mij mijne zware zonden in genade wilt vergeven.

Ach vergeef mij, o mijn gekruisigde Jesus, en gedenk nooit den smaad, dien ik U heb toegevoegd.

ZESDE Overweging.

Over de smarten van Jesus aan het Kruis.

(Voorbereidings-gebed BI. 94)

Lieve ziel, stel U thans in den geest het kruis voor, en beschouw uwen Zaligmaker van het Hoofd tot de Voeten. — Beschouw het eene lidmaat na het andere, en bedenk, wat Hij aan ieder lidmaat lijdt. Verwijl bij elk afzonderlijk eenigen tijd, totdat uw hardvochtig hart vermurwd, en tot medelijden bewogen wordt. — Verwek bij ieder lidmaat innige samenspra-

ocr page 171

Overweging voor den Vastetijd.

ken in uw hart, beklaag de bittere pijn, die Jesus aan elk lidmaat lijd, en spreek in uw gemoedt de volgende

Samen sp ra ken.

O lijdende Jesus, ootmoedig val ik neder voor uw kruis, en aanbid U, terwijl ik mijn hoofd eerbiedig buig.

Ach mijn liefste Zaligmaker ! In welken ellendigen toestand zie ik U, en in welke smarten vind ik U aan het kruis hangen.

Ach Gij hangt in zoo beklagenswaar-digen toestand, dat de mensch die U goed beschouwt, tot in het diepste van zijn hart geschokt wordt.

Ach uw Koninklijk Hoofd is door de vele slagen dermate verwond, dat er geen gezond deel aan te vinden is.

Ach uw Hoofd steekt vol scherpe doornen, wier stekels onder onuitstaanbare smart tot in de hersenen dringen.

Ach, hoe diep liggen uwe oogen van overgroote pijn in hunne holten, zoodat zij nauwelijks gezien kunnen worden.

Ach, hoe is toch uw aangezicht door de vele slagen zoo opgezwollen, en door bloed en speeksel schandelijk misvormd.

Cochera, Hartig Boekje. 10

145

ocr page 172

146 Overweging voor den V aslolijd.

Ach, hoe is uw mond zoo vol geronnen bloed, en uwe tong van dorst zoo droog, dat zij overal aan het verhemelte kleeft.

Ach, hoe zijn uwe schouders door het zware kruis zoo zeer verwond, dat er niets gezond meer aan is.

Ach, hoe is uwe borst door de geessel-slagen dermate verscheurd, dat op veel plaatsen het gebeente alleen te zien is

Ach, hoe zijn uwe knieën door het herhaaldelijk neder vallen zoo zeer gewond, zoo vol bloed cn vol pijnen.

Ach, uwe beenen gelijken eenen jongen boom, dien men van de schors ontdaan heeft.

Ach, welke smarten lijdt Gij aan al uwe ledematen, en hoe zwaar wordt uwe borst gedrukt, daar gij nauwelijks kunt adem scheppen.

Ach hoe zijn toch uwe beide handen zoo vast aan het kruis gehecht, dat Gij ze niet bewegen, noch ook gebruiken kunt.

Ach hoe zijn uwe voeten door de nagels zoo zwaar verwond, dat de pijn in 't geheel niet te verdragen is.

Ach hoe brandt en woedt de smart in

ocr page 173

Overweging voor den Vastctijd. 147

geheel uw binnenste, zoodat het bijna niet meer om uit te houden is.

Ach, hoe is uwe heilige Ziel zoo geheel met bitterheid vervuld, dat Zij in niets meer hare vreugde vindt.

Ach, bovendien hangt Gij naakt en bloot aan het kruis.

Ach, ik tel aan uw teeder lichaam meer dan vijf duizend wonden, en weet, dat iedere wonde u namelooze smart veroorzaakt.

Ach, hoe hangt Gij zoo ellendig en betreurenswaardig aan het kruis, daar Gij geen lidmaat kunt gebruiken, uwe wonden niet kunt bevoelen, ze niet kunt af-droogen.

Ach, Gij kunt U niet omwenden, niet uitstrekken, niet op de ee.ne of de andere zijde leggen, Gij kunt U niet verroeren of bewegen, maar moet steeds aan deze vier nagels hangen.

Ach, gij kunt uwe moede en uitgeputte ledematen niet laten uitrusten, zij verstijven, en gaan bijna geheel dood, terwijl Gij onbeweeglijk aan de harde ijzeren nagels moet hangen.

Ach, in al deze kwellingen hebt Gij

ocr page 174

148 Overweging voor den Vasteiijd.

noch hulp, noch troost, noch rust, noch duur, noch laving, noch verkwikking.

Ach, geen mensch spreekt U een troostend woordje toe, en geen schepsel ter wereld bewijst U eenigen dienst.

Ach, men geeft U niet de minste spijze, om uwe zwakheid te versterken, niet een druppeltje water, om uwe uitgedroogde tong te bevochtigen.

Ach, men laat U hangen, als waart Gij geen mensch, men laat U versmachten, als waart Gij het allernietigste wormpje.

Maar ik, o Jesus ! doe niet zoo met U, veel meer ben ik van harte bedroefd over uw onmetelijk lijden.

O, indien ik tegenwoordig geweest ware, hoe zou ik U hebben willen verstroosten en verkwikken.

Zie! tranen storten mijne oogen ter lessching van uwen dorst, en het medelijden van mijn hart offer ik U op tot verkwikking van uw Hart.

Want ik heb zoo groot medelijden met U, dat ik bij de overweging van uw bitter lijden van medelijden en droefheid bijna versmacht.

Wanneer ik nu nog overweeg, dat Gij

ocr page 175

Ovenveg'ing voor Jen Viutetijd. 149

dit alles voor mij lijden moest, en wanneer ik bedenk, dat ik de oorzaak van al deze pijnen ben,

Ja, wanneer ik er nog bijvoeg, dat ik zelf U al deze martelingen aangedaan, en U meer naar uwe ziel, dan uwe vijanden naar uw lichaam gepijnigd heb.

Dan overvalt mij eene zoo bittere smart, dat ik van droefheid zou willen sterven.

Mijn hart kwijnt van droefheid, en mijne ziel dompelt zich in de diepste bitterheid.

Ik weet mij niet anders te vertroosten, dan door uw lijden en mijne zonden op-oprecht te beweenen en te beklagen.

Ach, was ik toch in staat mijne zonden aldus te betreuren en te beweenen, zooals de heilige Petrus en de heilige Mag-dalena hunne zonden betreurd en beweend hebben.

Ach, was ik in staat uw lijden aldus te beweenen en te beklagen, zooals het uwe Moeder en de heilige Joannes beweend en beklaagd hebben.

Ach, liefste Maagd Maria,! Verruil uw hart met het mijne, opdat ik moge gevoelen, wat gij onder het kruis gevoeld hebt.

ocr page 176

350 Overweging voor den Vastetijd.

Ach, lieve heilige Joannes, wond mijn hart met een dusdanig medelijden, als waarmede uw geliefde Jesus aan het kruis uw liefhebbend hart gewond heeft.

O mijn innigst geliefde Jesus ! In plaats van het medelijden, dat ik niet heb, maar toch van harte gaarne zou hebben, offer ik U het hartelijk medelijden op, dat uwe liefste Moeder en al uwe volgelingen met uw lijden gehad hebben,

Ik ofler U hunne tranen, die zij om U geweend, en de hartelijke liefde, die zij U toegedragen hebben.

Ik offer Ü ook het heilig Bloed, dat Gij aan het Kruis vergoten hebt, tot vergiffenis mijner zonden en tot zuivering van alle misslagen

Daar ik nu onder uw kruis sta, zoo laat uw heilig bloed, over mij afvloeien, opdat mijne onreine ziel geheel gereinigd worde.

Reinig mij, o gekruisigde Jesus! met het warme Bloed, dat daar vloeit uit uwe heilige handen, dat daar vloeit uit uwe heilige voeten, dat daar vloeit uit uw heilig hart en uit geheel uw verwond lichaam.

ocr page 177

Overweging voor ilcn Vastelijd. 151

Giet uw rozenkleurig Bloed uit over mijne ziel, over mijn lichaam en over mijn hart, en ua.-ch ze zoo rein, dat zij aan uwe goddelijke oogen aangenaam zijn.

Z e v e n i) J-; O v i; k w e lt;; i n g

Over den dood van Christus.

(Voorbereidings-gebed BI. 1)4.)

Christelijke ziel! Indien gij dit geheim goed overwegen wilt, verbeeld C' dan, clat gij op den Calvarieberg waart, en zaagt, hoe uw Zaligmaker met den dood worstelt. — Nadat Jesus n. 1 drie uren lang aan het Kruis gehangen, en zooveel pijnen naar lichaam en ziel geleden had, dat alle menschen te zamen zulke martelingen niet zouden kunnen verdragen, toen naderde eindelijk het stervensuur, en de allerzwaarste strijd begon. — Verschrikkelijk was voor uwen Verlosser de dood, want zijne allerheiligste Ziel moest scheiden van zijn heilig Lichaam, dat hare woning en het werktuig onzer zaligheid was. — Toen het oogenblik van afsterven meer naderde, begon zijn geest door vrees bevangen te worden, zijne ziel van schrik ge-

ocr page 178

152 Overweging voor den Vastetijd.

heel te ontstellen ; verschrikkingquot; overmeesterde zijne verbeelding, huivering overviel zijn gemoed, sidderen en beven doorliep geheel zijn Lichaam. — De dood bleef niet uit. — „Vader in uwe handen beveel ik mijnen Geestquot; riep Jesus met luider stem; nu rekten zich alle ledematen des Heeren, waaruit al het Bloed was weggevloeid, zijn aangezicht verbleekte, zijne oogen braken, zijn hoofd neigde zich, en Jesus gaf zijnen geest. — De geheele natuur vernam den machtigen uitroep van den stervenden Jesus; hij vervulde de hemelen met vreugde, de aarde met zegen, de hel met ontzetting ; rotsen spleten vaneen, de graven openden zich, dooden stonden op, en ontwaakten tot het leven. — Overweeg dezen bitteren dood. o Christen, verwek bij u zeiven de volgende

S a m e n s p r a k e n.

O mijn stervende Zaligmaker! Voor uw kruis lig ik op mijn aangezicht, en waag uit louter smart niet, mijne oogen tot U op te heffen.

Gij hangt zoo ellendig aan liet kruis, en lijdt zulke bittere smarten, dat de

ocr page 179

Overweging voor den Vastetijd.

gehcelc natuur er door getroffen wordt.

In de drie uren hebt Gij aan het kruis zooveel geleden, dat alle menschen te zamen niet in staat waren het te verdragen.

Maar de smarten van uwen dood zijn zoo onmetelijk, dat zij met geen pijnen te vergelijken zijn.

Geen mensch iieeft zulken bitteien dood ondergaan, en geen mensch is in staat te begrijpen, hoe bitter uw dood geweest is.

O mocht ik toch slechts een druppeltje van deze bitterheid proeven, opdat ik des te grooter medelijden met U gevoelen konde.

Opdat Gij de bitterheid van onzen dood verminderen, en ons van de eeuwige straffen verlossen kondet, daarom hebt Gij den a'lerbittersten dood moeten proeven en ondergaan.

Niemand heeft U daartoe gedvvonijen.

o frgt;

maar Gij hebt hem zelf uit enkel liefde tot ons vrijwillig aangenomen.

O wat eene onvergelijlijke liefde! O wat eene oneindige liefde !

O Christus Jesus! Gij hebt mij zoo

158

ocr page 180

154 Overweging vour ilcn Vastetijd.

bemind, dat Gij liever wildet sterven, dan dulden, dat ik verloren ging.

Gij hebt in waarheid mijn heil boven uw heil verkozen. Gij hebt mijn leven meer dan uw leven geacnt.

Het is voorzeker een veel grooter ongeluk, wanneer aan U, den oneindigen God, het minste onheil overkomt, dat dat alle schepselen eeuwig verloren gingen.

Maar desniettegenstaande, is uwe liefde zoo groot geweest, dat Gij liever de grootste smart wildet lijden, dan ons in het ongeluk laten blijven.

Hoe hebben wij dat toch aan U verdiend ? Of welke belooning hebt Gij van ons te verwachten ?

Ach, ik heb het voorzeker niet aan U verdiend, en heb het ook tot nu toe niet vergolden.

Veel meer heb ik U goed met kwaad vergolden, en heb U voor uwe liefde slechts boosheid bewezen

Want ik heb U helpen pijnigen, en heb U zooveel aan mij lag, helpen doo-den.

Want mijne zonden waren de joigt;:aak van uwen dood, en waren er ook geene

ocr page 181

Overweging voor den Vastetijd. 155

andere zonden geweest dan de mijne, zoo zoudt gij uit liefde toch daarvoor gestorven zijn.

Ja, wat nog erger is, ik heb U niet eens, maar zoodikwijls gekruisigd, als ik doodzonden bedreven heb.

Want, zoo dikwijls ik eene doodzonde bedrijf, zoo dikwijls hernieuw ik uwen dood, daar ik opnieuw de oorzaak van uwen dood ben.

O God, wat heb ik gedaan ! O God,, wat heb ik gedaan!

Mijnen goeden God heb ik gedood, en ben een moordenaar van jesus Christus, een godsmoordenaar geworden!

O wee mijner arme ziel! O wee mijner arme ziel!

Ach, ach wat heb ik een groot kwaad bedreven! Ach, ach, aan welk eene oneindige boosheid heb ik mij schuldig gemaakt!

Mijne zonde is oneindig, de beleediging van God is oneindig, en de verschuldigde straf is oneindig.

Ach, God! wat heb ik gedaan ! Ach God, wat heb ik gedaan !

Nu word ik door alle engelen en heiligen als een godsmoordenaar aangezien,.

ocr page 182

Overweging voor den Vastetijd.

nu word ik door alle menschen en kwade engelen als dusdanig veroordeeld.

O wee over mij armen zondaar! O wee over mij armen zondaar!

Ach waartoe hebben mijne zonden mij toch gebracht, dat ik niet er voor terugschrikte, den eeniggeboren Zoon Gods op nieuw te kiuisigen.

O God, wat zal ik beginnen? O God, hoe zal ik weder genade verwerven!

Ik kan ter verontschuldiging niets aanvoeren, wijl ik meestendeels uit zuivere boosheid gczoi.digd heb!

O Christus Jesus! Indien een van uwe kruisigers voor uw kruis ware neergevallen, en U vol berouw om vergiffenis gesmeekt had, voorzeker Gij hadt hem dadelijk zoowel als den goeden moordenaar vergiffenis geschonken.

Zie ik val ook in den geest voor mijnen gekruisigden Jesus, op mijne knieën, en bid met 't hart vol droefheid om vergiffenis.

Het is mij leed, o Jesus ! uit den grond van mijn hart, dat ik uwe pijnen aan het kruis zoo zeer vermeerderd en uwen dood bitterder gemaakt heb.

156

ocr page 183

Overweging voor den Yastetijd. 157

Dit doet mij zoo innig leed, dat mijn hart in den grond bedioefd, en mijne ziel in verwarring is.

Ja ik wenschte, zoo bedroefd te zijn, dat ik mijn geheele leven buiten u nooit meer blijde zijn kon.

Ach, zoo schenk mij dan vergiffenis, o mijn Jesus! en wees de groote beleedi-gingen, die ik U heb aangedaan, niet meer indachtig.

Ik bid U door uwe bittere smarten aan het kruis, en door uwen allerbittersten dood, dien Gij gestorven zijt, —

Ik bid U door uwe heete tranen, en door uw dierbaar vergoten bloed, —

Dat gij mijne zonden wilt vergeven, en mijne groote schulden kwijt schelden.

Ik maak het vaste voornemen, mij te verbeteren, en U van nu af aan nooit meer te beleedigen.

Versterk Gij mij in mijn gemaakt besluit, en bewaar mij voor het hervallen.

Help mij een godvruchtig leven leiden, en geef mij genade, om in deugden toe te nemen.

ocr page 184

158 Overweging voor dca Paaschtijd.

Overweging voor den Paaschtijd.

Voorbereidings-gebed. BI. 94.

O v c r w e g i n gquot;.

Godvruchtige ziel! Overweeg in dezen blijden tijd de heerlijkheid van uwen lieven Zaligmaker, en doe uw best, u in liefde tot Hem te ontvlammen. — In de vroegte van den Paaschmorgen kwam de ziel van Christus, uit het voorgeborgte naar het graf, waarin het Lichaam van Jesus lag, en eensklaps vereenigde zich de heiligste Ziel met haar gezegend Lichaam. — Glorierijk steeg de Zaligmaker nu uit het graf op, schitterender dan de zon, schooner dan de engelen, welriekende!' dan aller bloemen geur, en zoo vriendelijk en liefdevol, dat zelfs een hart van steen Hem zoude hebben moeten beminnen, zoo het den Zoeten Jesus in zijne heerlijkheid aanschouwd had. — De wonden, die men het heilig Lichaam had toegebracht, waren nu veel schooner om aan te zien dan juweelen, in goud gevat, — en de vijf wonden in de handen, de voeten en de zijde zetten aan het Lichaam eene onver-

ocr page 185

Overweging voor ilcn Paasclitljd. 159

gelijkelijk grootere pracht bij dan de zon geeft aan het firmament. — Het goddelijke Aangezicht, te voren geheel misvormd, was nu zoo onuitsprekelijk schoon, liefderijk, vriendelijk en aanminnelijk, dat de aanwezende engelen zich niet verzadigen konden, in het te aanschouwen. — Dan vielen alle engelen en oudvaders neder, aanbaden hunnen God en Zaligmaker, wenschten Hem geluk met zijne blijde opstanding, en juichten met luid klinkende stem. — Hier werd het woord vervuld derH. Schrift, die zegt; „Ik hoorde de stem van vele engelen, en hun getal was duizend maal duizend, en zij spraken met luider stem : Het Lam, dat gedood werd, is waardig te ontvangen de macht en de Godheid en wijsheid en sterkte en eer en glorie en dankzegging. En ik hoorde alle schepsel, dat in den hemel is, en op aarde, en onder de aarde, en op de zee en in de zee, allen hoorde ik zeggen; Aan hem, die op den troon zit, en aan het Lam zij de lof en de eer en glorie, en de macht in de eeuwen.quot; — Vereenig u met Hem, en oefen u gedurende den Paaschtijd in de verheerlijking Gods, en

ocr page 186

160 Overweging voor den Paaschtijd.

prijs uit den grond van uw hart uwen verrezen Zaligmaker. — Want God wil door ons geloofd worden, en heeft ons daartoe geschapen, opdat wij reeds op aarde zouden beginnen Hem te loven en in de eeuwigheid zijnen lof zouden voortzetten. — Neem derhalve dit boekje in uwe handen, en lees in uw gemoed de volgende lofspraken. Kunt gij niet lezen, spreek dan dikwijls : Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest.

Samenspraken.

Ik aanbid U, o roemwaardigste Koning van hemel en aarde, en uit al mijne krachten prijs, zegen en verheerlijk ik U.

Ik groet U, o zegevierende Held, Christus Jesus! en wensch U geluk wegens uwe glorierijke Verrijzenis. .

Ik verheug mij van harte over den gelukkigen strijd, dien Gij gestreden hebt, on om de heerlijke zegepraal, die Gij behaald hebt. Gij hebt ridderlijk gestreden tegen de wereld, het vleesch en den duivel, tegen de zonde en den dood.

Tegen deze vijf machtige vijanden hebt Gij zoo hevig gestreden, dat Gij veel dui-

ocr page 187

Overweging voor den Paaschtijd.

zenden wonden bekomen, en uw edel leven er bij gelaten hebt.

Desniettemin hebt Gij ze met uwe wonden verwond, en met uwen dood gedood.

Maar nu zijn uwe wonden genezen, uw dood is verdwenen, en uwe vijanden zijn overwonnen.

Uw bitter Lijden is in louter zoete vreugden verkeerd, en uw deerniswaardig voorkomen is in de allerheerlijkste schoonheid veranderd.

Uwe helderheid schittert meer dan duizend zonnen, en verlicht geheel het Hemelrijk.

Uw minnelijk Aangezicht is zoo verbazend schoon en liefelijk, dat de lieve engelen zich niet verzadigen kunnen in het aanschouwen daarvan.

Uwe glorie en heerlijkheid zijn zoo oneindig groot, dat de lieve heiligen ze niet genoeg loven en prijzen kunnen.

Daarom jubelen zij zonder ophouden, zooals de heilige Schrift zegt: Het Lam dat gedood werd, is waardig te ontvangen de macht en de Godheid en wijsheid en sterkte en eer en glorie en dankzegging.

Zoo verheug U dan, Gij verrezen Jesus!

Cochem, Hartig Boekje. 11

161

ocr page 188

162 Overweging voor den Paaschtijd.

in uwe allergrootste gelukzaligheid, en denk niet meer aan al uwe uitgestane smarten.

Jubileer en triomfeer om uwe luisterrijke verrijzenis, en om de oneindige heerlijkheid, die uwe Menschheid daardoor verworven heeft.

Juich van blijdschap, o roemwaardigste Jesus! Want aan U is alle Macht gegeven in den hemel en op aarde.

Verblijd u van harte, o gezegendste Jesus! Want gij zelf zijt de ware God, en zult de ware God en Heer in alle eeuwigheid blijven.

Ik wensch U geluk, en verheug mij van harte, omdat Gij zijt de almachtige, allerheerlijkste en onwederstaanbare God, en omdat Gij eeuwig leeft, regeert en heerscht over alles, wat in den hemel en op de aarde is.

Ik verheug mij van harte, omdat Gij een zoo machtig Heer zijt, aan wiens bevel niemand wederstaan kan, en voor wiens Majesteit alle schepselen sidderen.

Zoo juich dan, en regeer de hemelen en de aarde, en geniet het oneindige goed, dat Gij in u zei ven bezit.

ocr page 189

Overweging voor den Paaschtijd. 163

Juich, bezit en geniet uwe oneindige rijkdommen, verheerlijkingen en gelukzaligheden, en verblijd u van harte, omdat Gij deze in oneindigen overvloed bezit, en eeuwig zult genieten.

Ik verheug mij met U, o allerliefste Jesus! en ik verheug mij uit den grond van mijn hart over uwe oneindige rijkdommen.

Ja, het doet mij meer vreugde en 't is mij aangenamer, dat gij mijn God ze bezit, dan wanneer ik ze zou bezitten en eeuwig genieten.

Want ik zeg U in vollen ernst, dat ik, indien ik alles had, wat Gij hebt, mij van alles wilde ontdoen, om U al deze schatten edelmoedig te schenken.

Als de heilige Gertrudes zoo sprak, ontving zij van Christus ten antwoord: zoo gij in uw hart ondervindt, dat gij aldus jegens mij handelen wilt, dan moet gij zeker weten, dat ik eveneens met u handelen wil, ja dit zooveel te meer, als mijne goedheid en liefde de uwe ver overtreft.

Verblijd U ook, mijne lieve ziel! want Jesus deze glorierijke Heer is uw bruidegom, en heeft U tot zijne bruid uitverkoren.

ocr page 190

104 Overweging voor den Paaschtijd.

Hij wil U al zijne rijkdommen mede-deelen, en gij zult deze eeuwig bezitten

en genieten. .

Zijn hemel is de uwe, en gij zult dien

eeuwig bewonen. ..

Zijne helderheid is de uwe, en gij zult ze eeuwig aanschouwen.

Zijne schoonheid is de uwe, en gij zult u daarin eeuwig verlustigen.

Zijne zoetigheid is de uwe, en gij zult ze eeuwig smaken.

Zijne vriendelijkheid is de uwe, en gij zult ze eeuwig genieten.

Zijne liefde is de uwe, en gij zult ze eeuwig in uw hart gevoelen.

Zijn Hemelrijk is het uwe, en Gij zult met Hem eeuwig regeeren.

Ja, Hij zelf is de uwe, en gij zult Hem eeuwig met de armen der zoetste liefde

omvatten. ..

Welaan! zoo verblijd u dan, mijne lieve

ziel! en juich over uwe onschatbare gelukzaligheid. , • , ■, Zeo- uwen Koninklijken bruidegom uit geheel uw hart dank, wijl Hij U, arme wees tot zijne bruid heeft uitverkoren. Dien Hem uit al uwe krachten, en dat

ocr page 191

Overweging voor den Paasehtijd.

niets u zwaar valle, wat gij in zijnen dienst doet.

Bemin !Tcni uit geheel uw hart, en bemin gecnen anderen dan Hem, zooals eenc bruid haren bru'degom.

O mijn hartelijkst beminde bruidegom, Christus Jesus! Ik bedank U van harte voor deze onuitsprekelijke weldaad, en bid U, dat Gij ze mij eeuwig laat genieten.

Paaschlof.

(Ten alle tijde tc gebruiken.)

Dewijl hemel en aarde het lieve Paasch-lammetje en God den Vader geloofd hebben, zoo loof ook gij ze in dezen Paasch-tijd, en wel met eene afzonderlijke hooge lofspraak.

Deze manier van God te loven bestaat in de begeerte: de mensch moet namelijk verlangen, op de volmaaktste wijze zijnen God te loven. Indien hij zijne verlangens met der daad niet ten uitvoer kan brengen, zoo meent God het toch aan, en beloont het ook even zoo goed, als wanneer het daadwerkelijk uitgevoerd ware. Bovendien moet men den lof

165

ocr page 192

166 Overweging voov den Paaschtijd.

van geheel den hemel, vooral van de Menschheid van Christus, ja van de allerheiligste Drievuldigheid zelf aan den Allerhoogsten opofferen. Want God neemt dit aan en beloont het, alsof de mensch zelf het verricht hadde. Zooals nu iemand, die op eenen eerzuchtigen heer eene lofrede houdt, des te grootere eer en dank bij hem verdient, zoo zal ook hij, die aan den lofwaardigsten God de eer geeft, die Hem toekomt, grootere eer en dank bij Hem verwerven, en eene rijke belooning ontvangen.

Ó allerroemwaardigste God! Wijl Gij mij geschapen hebt met het doel, opdat ik op aarde U beginne te loven, en dit eeuwig voortzette in den hemel, — wijl gij het grootste behagen schept in den lof, die U alleen toekomt, — daarom wil ik mij oefenen in uwen lof, en U zoo grooten lof geven, als 't mij maar ooit zal mogelijk zijn.

Ik loof U derhalve, o lofwaardigste God, uit geheel mijn hart, uit geheel mijn ziel, uit geheel mijn gemoed en uit al mijne krachten.

Ja ik loof U o mijn God! en verlang U

ocr page 193

Overweging voor den Paaschtijd. 167

te loven uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel, uit geheel uw gemoed, en uit al uwe krachten. Ja ik loof U o mijn God ! en voed de innige begeerte, U allen lof te geven, die u gegeven is, en nog gegeven wordt door alle menschen, die geleefd hebben, nu leven, en in de toekomst zullen leven.

Ik loof U ook, o almachtige God, en heb de grootste begeerte, U allen lof te geven, dien alle menschen U zouden hebben kunnen geven, en in de toekomst, indien zij wilden, U geven konden, maar die helaas uit louter nalatigheid het verzuimen, en hunnen tijd liever aan nutte-looze dingen besteden.

Ik loof U, oneindige God! en wenschte ontelbare tongen en ontelbare harten te bezitten, opdat ik U daarmede voldoende konde loven, verceren, en Hemel en aarde met uwen lof vervullen.

Ik loof U, o hoogwaardigste God! en wensch vurig, dat ik aan alle sterren des hemels, aan alle stofjes der lucht, aan alle druppeltjes der wateren, aan alle zandkorreltjes der zee, aan alle stofdeeltjes der aarde, aan alk grashalmpjes der

ocr page 194

168 O verweging voor den Paasehtijd.

weiden, am alle bloempjes der tuinen, aan alle Maderea der boomen, en aan alle steenen der w ereld tongen en harten konde verschaffen en geven, opdat zij U daarmede onophoudelijk tot het einde der wereld, ja tot in alle eeuwigheid konden loven en prijzen.

Ik loof U, o allerhoogste God, en verlang U te geven al den voortreffelijken lof, dien U gegeven hebben, nu werkelijk geven, en in eeuwigheid geven zullen alle negen koren der engelen en alle scharen der uitverkorenen, die U u t al hunne krachten prijzen, zegenen en verheerlijken.

Ik loof U, o allerwijsste God! en voed de ernstige begeerte, U te geven den aller-waardigsten lof, dien U gegeven hebben en eeuwig zullen geven de allerheiligste maagd Maria, en de allerhoogwaardigste Menschheid van onzen Heer Jesus Christus. Maar omdat ik U dezen hoogsten lof met geven kan, daarom offer ik U dien lof op door beide hunne heiligste harten, en verlang iederen oogenblik van mijn leven U dezen lof op de krachtigste wijze op te offeren.

Eindelijk loof ik U, o allerhoogwaardig-

ocr page 195

Overweging voor den Paaschtijd. 169

ste Drievuldigheid, en verlang uit den grond van mijn hart, U allen lof en eer te geven, dien Gij zelf slechts van ons verlangen kunt. Ik wensch mij zeiven ook toe, dat ik, indien het bestaan konde, uw goddelijk Hart bezat, ten einde U daarmee maar genoeg te kunnen I j ven en beminnen, overeenkomstig de oneindige volheid uwer hoogwaardigheid, en overeenkomstig den hoog.sten plicht, dien ik tegenover U heb als uw grootste schuldenaar.

Ik wenschte ook, dat ik van het begin der wereld af was begonnen, U uit geheel mijn hart te loven, en dat ik in staat was in alle eeuwigheid deze lofprijzing voort te zetten.

Maar dewijl al deze lof veel te gering is voor uwe Goddelijke Majesteit, en dewijl alle zuivere geesten te zamen U, wegens uwe ondoorgrondelijke waardigheid, niet naar waarde kunnen loven, daarom offer ik U nu dien goddelijken lof op, dien in uwe Drie eenheid de eene Persoon aan de andere van eeuwigheid af op de volmaakste wijze gegeven heeft, en tot in eeuwigheid geven zal.

ocr page 196

170 Overweging voor den Paaschtijd.

U love, o allerzoetste Drievuldigheid, uwe oneindige almacht, uwe ondoorgrondelijke wijsheid, en uwe allergoedertie-renste Liefde.

U love uwe strengste Rechtvaardigheid, uwe teederste barmhartigheid, en uwe gestadige onveranderlijkheid.

(J love uwe allerliefste schoonheid, uwe liefelijkste vriendelijkheid en uwe allerzoetste zoetheid.

U love uw allerschoonste sieraad, uwe hartelijkste liefde, en uwe eeuwigdurende glorie.

Alle namen, alle wonden, en alle uitdrukkingen, die men maar ooit op U kan toepassen, of van u kan zeggen, mogen U voor mij en voor alle menschen loven, prijzen, en in eeuwigheid verheerlijken.

Eindelijk offer ik U op den allerhoog-sten, goddelijken lof, dien de vergoddelijkte Menschheid van Christus U op aarde gegeven heelt, nu nog in alle heilige Missen geeft, en tot aan het einde der wereld geven zal

Insgelijks offer ik U op den ondoor-grondelijken lof, dien deze gezegende Menschheid in de hemelsche glorie aan

ocr page 197

Overweging voor den Paaschtijd. 17 i

uwe Godheid volgens hare oneindige waardigheid gegeven heeft, nu geeft, en in alle eeuwigheid geven zal.

O allerlofwaardigste Godheid! wil al dezen onschatbaren lof van mij uw ellendig schepel genadig aannemen en U laten welgevallen, tot vergoeding van den lot, dien ik en alle menschen verzuimen, U te geven, of tot nu toe nalatig gegeven hebben.

Onder de getijden.

Zij, ilie het brevier bidden, kunnen zeer goed onder bet gebed hun gemoed tot God verheffen, terwijl zij in hun gemoed spreken, zooals God de heilige Mechtildis leerde:

Mijn goedertierenste God ! ik loof U,

en wat ik niet op waardige wijze vermag^

wil Gij dat voor mij vervullen.

Of zij kunnen spreken :

Heilig, heilig, heilig is de Heer, God Sabaoth ! Hemel en aarde zijn vol van de glorie zijner Majesteit!

of;

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest, gelijk het was in den be-

ocr page 198

172 Overweging voor den Pinkstcclijd.

ginne, zoo nu cn altijd, cn in alle eeuwen der eeuwen.

Overweging over den heiligen Geest.

(Voor den Pinkstertijd.)

Overdenk bij u zeiven, hoe de heilige Apostelen met alle geloovigen na de Hemelvaart van Christus op den berg Sion vergaderd bleven, en onophoudelijk de zending van den heiligen Geest afsmeekten, — want zij waren te dien tijde arme verlatene weezen, te midden van kwaadwillige joden, die hunnen goeden Meester gedood hadden, en jegens hen vijandelijk gezind waren. — Daarom behoefden zij noodzakelijk de hulp Gods, om uit hunnen benarden toestand gered te worden. — Nadat zij nu tien dagen lang gebeden hadden, zie, daar daalde op het Pinksterfeest de heilige Geest van den hemel. Er ontstond plotseling van uit den hemel een gebruis als van eenen opkomenden geweldigen wind, cn er verschenen verdeelde tongen, als van vuur — het geheele huis, in hetwelk dc geloovigen in 't gebed vergaderd waren, beefde, en op een ieder van hen zette zich eene

ocr page 199

Overweging voor Jen Pinkstertijd. 11 amp;

vurige tong neder. — Dit goddelijke vuur nu verbrandde hunne lichamen niet, maar ontstak hunne harten, en maakte ze brandend in de goddelijke liefde. — Het verlichtte hun verstand, en verleende hun de kennis van alle geheimenissen. — Het vervulde hunne gemoederen ook met een zoo overvloedig hemelsch geluk, dat zij het niet begrijpen konden, en, uit louter vreugde, Gods lot begonnen te zingen. _ Al het volk echter stroomde naar den berg Sion, om dit wonder tc zien. — De heilige Apostelen nu kwamen naar buiten voor het volk, en, ontvlamd door hemelsch vuur, predikten zij het geloof in Jesus Christus, en bekeerden dien dag drie duizend menschen

Hebt gij dit nu een weinig overwogen, verwek dan bij u zeiven eene vurige begeerte, om den heiligen Geest te ontvangen, en smeek Hem van harte, dat Hij zich aan u mededeele. Begin naar het voorbeeld der Apostelen dadelijk op den dag na de Hemelvaart van Christus, en verwek al dien tijd door de volgende of dergelijke samenspraken. Is haar getal te groot, neem er dan dagelijks eenige

ocr page 200

1 74 Overweging voor den Pinkstertijd.

van, en herhaal ze elk afzonderlijk eenige malen.

Samenspraken in e t d e n Heiligen Geest.

In de ootmoedigheid van mijn hart, aanbid ik U, o genadenrijke Heilige Geest, en bewijs U de eer, die den waren God toekomt.

Ik geloof, dat Gij de derde persoon van de heilige Drievuldigheid zijt, en eenzelfde God met den Vader en den Zoon,

Ik geloof, dat Gij een zuiver vuur der goddelijke liefde zijt, en de bron van alle genaden en van alle barmhartigheid.

Daarom bemin ik U van ganscher harte, en verzucht naar U uit geheel mijn hart.

Zooals de heilige Apostelen naar U verzucht hebben, zoo verzucht ook ik naar U, en verlang U in mijn hart te bezitten.

Maar ach! Ik ben uwer in 't geheel niet waardig, veel meer verdien ik, door U verlaten en verstooten te worden.

O lieve Heilige Geest! Voor uwe goddelijke voeten werp ik mij ootmoedig neder, en met groot berouw beken ik, dat ik gedurende mijn geheele leven valsch

ocr page 201

Overweging voor den Pinkstertijd. 175

tegen U geweest ben.

Ik heb U maar al te dikwijls uit mijn hart gestooten, en zelfs, .wanneer Gij aan-kloptet, toch niet willen open doen.

Ach, hoe menig verdriet hek ik U veroorzaakt, terwijl ik in mijn hart zooveel booze begeerlijkheid binnen liet.

Ach, hoe zwaar heb ik U vergramd, terwijl ik mijn hart van U afkeerde, en het naar de schepselen richtte.

Ach, hoe zeer heb ik U bedroefd, terwijl ik U zoo menige liefde en vreugde, die Gij in mijn hart had kunnen hebben, ontroofd heb.

Een wonder is het, dat Gij mij niet als een valsch mensch verstooten, en U niet geheel van mij afgewend hebt.

Evenwel zijt Gij nuj altijd nagegaan, en zijt Gij er op bedacht geweest, mij op alle wijze tot uwe liefde te trekken.

O Gij getrouw, goddelijk Hart! Het doet mij innig leed, U zoo dikwijls bedroefd en beleedigd te hebben.

Ach vergeef het mij slechts nog dezen keer, ik wil het mijn leven lang niet meer doen.

Ik wil U van nu af aan getrouwer zijn.

ocr page 202

176 Overweging voor den Pinkstertijil.

dan ik het ooit geweest ben, en wil U ijveriger dienen, dan ik het ooit gedaan heb.

Dit vermag ik echter niet zonder uwe genade, want zonder deze kan ik immers niet het geringste goed doen ter zaligheid.

Mijne natuur is zoo zeer tot het kwaad geneigd, dat ik uit mij zeiven bijna niets meer kan, dan kwaad doen en zondigen

Met U echter kan ik al het goede doen, en mij met alle deugden en genaden verrijken.

Wanneer ik U heb, dan heb ik al het goede, ja dan heb ik de bron van alle genaden in mijn bezit en' in mijne macht.

Daarom begeert mijn hait naar Ü, o gedadenrijke Heilige Geest! en mijne ziel dorst en verzucht naar deze heilige bron.

O hoe gelukkig ware ik, wanneer ik U had, o hoe rijk ware ik. wanneer ik U zoude bezitten.

Dan zou ik immers den allerhoogsten God des hemels in mij hebben, ik zou de bron hebben, waaruit alle zaligen gedrenkt worden.

Welaan kom dan, kom o Heilige Geest 1 Welaan dan kom, en neem woning in

ocr page 203

Overweging voor den Pinkstertijd. 177

mijne ziel !

Mijn ziel wil ik U in eigendom geven en schenken, mijn hart wil ik voor U gereed maken, en het tot een rustplaats voor U maken.

Welaan dan kom tot mij ellendige, en vervul de vurigste begeerte van mijn hart.

ik heb een zoo groot verlangen naar U, dat ik niét vertroost kan worden, zoolang ik U niet bij mij heb.

Mijn hart is zoo hevig op U verliefd, dat het dag en nacht verzucht en verlangt.

Het zal bok niet ophouden, te verzuchten en te bidden, totdat het verkrijgt, wat het zoo innig begeert.

Het wil overigens gaarne aan alles, wat in den hemel en op aarde, is verzaken, indien het U maar kan verkrijgen en als zijn eigendom bezitten.

O welke genade Was het toch, indien ik U, mijn God, in eigendom had!

Ö hoe rijk zoude ik zijn, indien ik den allerrijksten God in eigendom had!

O hoe gelukkig zoude ik zijn, indien ik dért gèlukkigsten God in eigendom

Cochem, Hartig Boekje. 12

ocr page 204

178 Overweging voor den Pinkstertijd'.

had !

O hoe heilig zoude ik zijn, indien ik den hellig.iten God in eigendom had !

O goedertierene Heilige Geest! O barmhartige HeiligeGeest! O milddadige Heilige Geest!

Ach verhoor mijn smeekgebed, en wees Gij mijn in eigendom ! Ach verhoor mijn smeekgebed, en schenk mij uwe genade !

Let niet op mijne zoo groote onwaardigheid, maar veel meer op uwe oneindige goedertierene liefde.

Let niet op mijn zoo groot onvermogen, veel meer op mijnen uitersten nood e.i hulpbehoevendheid.

O Gij zoete Heilige Geest ! O Gij troostrijke Heilige Geest ! O Gij gena-denrijke Heilige Geest!

Ach, kom tot mij, en blijf eeuwig bij mij. Ach kom tot mij, en vereenig mij met U.

Ik noodig U vol liefde uit, en bid U innig hartelijk.

Ach versmaad mijn verzoek niet, en veracht de woning niet, die ik voor U bereid heb.

ocr page 205

Overweging voor den Pinkstertijd. 179

Mijn hart is weliswaar geheel bedorven, maar Gij kunt het reinigen.

Alt;?h, het is geheel duister, maar Gij kunt het verlichten.

Ach, het is geheel hard, maar wil Gij het vermurwen.

Ach, het is geheel boos, maar wil Gij het toch goed maken.

Ach, het is geheel arm, wil Gij het rijk maken.

Ach, het is geheel zwak, wil Gij het toch versterken.

Ach, het is geheel krank, wil Gij het toch genezen.

Ach, het is geheel dor, wil Gij het toch bevochtigen.

Ach, het is geheel onvruchtbaar, wil Gij het toch vruchtbaar maken.

Ach, het is geheel wereldsch, wil Gij het toch ingetogen maken.

Ach het is met alle kwaad vervuld, wil Gij het met al, wat goed is, vervullen.

ocr page 206

180 Ovevw. ovev liet Allerheiligste Saer.

Overweging over het Allerheiligste Sacr. des Altaars.

(Voov het Allerheiligste Saer te verriehten.)

Overweeg, o Christelijke ziel, welke onschatbare weldaad Christus ons heeft bewezen, toen Hij uit liefde tot ons het Al-lerh Sacrament des altaars heeft ingesteld.

__Dit deed Jesus weinige uren voor zijn

bitter Lijden, nadat Hij eerst zijn leerlingen de voeten gewasschen, het laatste Avondmaal met hen genuttigd, en zooals men gelooven kan, hun verklaard had, hoe groote genade Hij hun bij zijn afscheid wilde achterlaten. — Jesus nam brood in zijne gezegende handen, hief zijne oogen ten hemel, dankte zijnen Hemelschen Vader in naam van alle geloovigen, brak het brood, en sprak tot zijne leerlingen: „Neemt «n eet, dit is mijn Lichaam.quot; —

Door deze goddelijke woorden werd het brood in het waarachtige Lichaam van Christus veranderd. Na deze verandering deelde Christus het Hoogwaardigste Sacrament aan zijne leerlingen uit, en zij •ontvingen het, verlicht door den Heiligen lt;3eest, met de grootste aandacht, eerbied

ocr page 207

Ovenv. over het Allerheiligste Saor. J81

on vol levendig geloof. — Daarna nam Jc^Li.: den kelk in zijne Handen, zegende hem, en veranderde den wijn in zijn waarachtig goddelijk ISloed. —

Ook dit gaf Hij aan zijne Apostelen te drinken, en sprak: Doet dit tot mijne gedachtenis,quot; alsof Hij wilde zeggen : zooals ik het brood in mijn Lichaam, en den wijn in mijn Bloed veranderd heb, zoo moet ook gij hetzelfde tot mijne gedachtenis doen. — Mét deze woorden gaf Hij hun de macht, het allerheiligste Sacrament te consecreeren, en Priesters te wijden.— Deze weldaad van Christus is zoo groot, dat zij door woorden niet genoeg kan verklaard worden. — Gij nu, o Godvruchtige Christen! verwek gij met Jesus in het Allerheiligste Sacrament de volgende

S a m e n s p r a k e n.

(Voor het Allerheiligste Sacrament).

Ü Allerheiligst, hoogwaardigst Sacrament des Altaars ! Op mijne knieen val ik voor U neer, en met diep gebogen hoofd aanbid ik U.

Zooals de engelen en heiligen met den grootsten eerbied ü vereeren en aanbid-

ocr page 208

182 Overw. over het Allerheiligste Sacr.

den, aldus begeer ook ik U uit al mijne krachten te vereeren en te aanbidden.

Ik aanbid U ook in naam van hen, die U niet kennen, die U verloochenen en onteeren, en ik begeer U duizendmaal grootere eer te bewijzen, dan deze U schande en smaad aangedaan hebben.

Ik geloofvastelijk, dat onze Heer Jesus Christus onder de gedaanten der heilige Hostiën waarlijk tegenwoordig is, en mij met zijne lichamelijke oogen onophoudelijk aanschouwt.

Dit geloof ik zoo vastelijk, dat ik liever mijn leven zou willen geven, dan deze goddelijke waarheid verloochenen.

Ik wil in dit geloof leven en sterven, en wensch van harte, dat ik alle menschen tot dit geloof konde bekeeren.

O allerzoetste Jesus! Hoe zullen wij U genoegzaam kunnen dankzeggen, dat Gij in dit heilig Sacrament voortdurend persoonlijk tegenwoordig zijt, en om ons tegenwoordig blijft!

Ik dank U in naam van alle Christenen oneindige millioenen malen, en offer U alle dankzeggingen op, die U ooit zijn gedaan.

ocr page 209

Ovenv. over het Allerheiligste Sacr, 183

Gave God, dat ik alle schepselen voor U kende nederwerpen, en ze allen tesamen tot aanbidding van U en lot dankzegging konde bewegen.

Wat anderen nalaten, dat wensch ik te vergoeden, en wil U nu in naam van geheel de wereld vereeren, beminnen en aanroepen.

O allergoedertierenste Jesus I Hoe oneindig groot is uwe Liefde tot ons, dat Gij U onder de gedaante van brood verbergt, en tot onze zielespijs maakt.

O mijn Jesus! Zijt Gij werkelijk zoo na bij mij ?

Zijt Gij werkelijk persoonlijk bij mij ?

O mijn Jesus! Zijt Gij waarlijk tegenwoordig? Zijt Gij met Lichaam en Ziel tegenwoordig ?

O wat ben ik gelukkig! Ik mag. bij mijnen God zijn, en mondelings met Hem spreken!

Moest ik het niet als de grootste genade beschouwen, wanneer ik met lichaam en ziel voor uwen goddeüjken troon in den hemel konde kn'elen?

Zie! Nu kniel ik met lichaam en ziel evenzoo voor U, en kan U evenzoo goed mijnen nood klagen als wanneer ik voor

ocr page 210

IS 1 Over»-, voor het Allerheiligste Sacr.

U in den hemel knielde.

Zoo wil ik dan mijn hart geheel voor u uitstorten, en u uit den grond mijner ziel vol vertrouwen aanroepen.

Wijl ik nu zoo gelukkig ben, bij eenen zoo grooten heer ter audientie te zijn toegelaten, daarom wil ik ook eene groote genade van Hem afsmeeken.

O mijn God! Gij hebt dikwijls in het oude Verbond gesproken ; Zijt heilig, zooals ook ik heilig ben.

O mijn Jesus ! Gij hebt in het Nieuwe Verbond herhaald: Zijt volmaakt, zooals uw hemelsche Vader volmaakt is.

Ü mijn Jesus ! Ik weet, dat ik verplicht ben overeenkomstig mijn roep naar'de volmaaktheid te streven.

Maar ach, helaas! Ik heb tot nu toe maar al te weinig daarnaar gestreefd, en mij nog weiniger moeite, daarvoor gegeven

Ach, hoe ver ben ik van de volmaak-heid verwijderd! Ach, God! Hoe ver ben ik nog van de ware heiligheid!

Ach waarlijk, ik ben er nog oneindig ver af! Ach ik ben er nog zoover af, dat ik vrees, ze mijn leven lang niet te kunnen bereiken !

ocr page 211

Üvcnv. voor liet Allerheiligste Saer. J.S5

Indien ik nu in deze mijne groüte on-valniaaktheid moest komen te sterven ! Ach God ! Hoe zou liet mij gaan ! Ach God ! Hoe zoude ik bestaan !

Nu kan ik echter de volmaaktheid niet verkrijgen, tenzij door eene bizondere hulp en genade.

Ik kan ook de daartoe noodzakcl jke middelen niet aanwenden, tenzij door eene bizonder genade.

Daarom smeek ik, o God ! om deze hulp, daarom smeek ik, ojesus! om deze-genade.

Gij hebt beloofd: Bidt en gij zult ontvangen, klop':, en u zal worden opengedaan.

Óp deze belofte vertrouwend, bid ik om genade, zoek ik deze genade, en blijf ik smeeken om deze genade.

Deze genade is wel zeer groot, maar uwe Liefde is oneindig grooter. Ach Jesus ! maak mij heilig ! Ach Jesus maak mij volmaakt 1

O mijn jesus ! Wend uwe ooren uit dit heilig Sacrament naar mij, en zie hoe zeer ik deze genade behoef.

Zie, hoe onvolmaakt ik ben: zie, hoe .schuldig en zondig ik ben.

ocr page 212

186 Overw. voor het Allerheiligste Sacr.

(Herhaal de volgende verzuchtingen zeer dikwijls).'

Ach, verleen mij verbetering van mijn leven!

Ach, bewaar mij voor noodlottige bekoringen !

Ach, verleen mij geduld in het dragen van mijn kruis!

Ach, geef mij ware godsvrucht in mijn gebed!

Ach, maak mij ijverig in al het goede!

Ach, laat mij toenemen in alle deugden !

Ach, ruk uit mijn hart alle slechte neigingen!

Ach, maak mij begeerig naar alle verstervingen!

Ach, bewerk, dat ik mij zeiven afsterve, en voor U alleen leve!

Ach, geef mij een waar verlangen naar de volmaaktheid!

Ach help mij streven naar de ware heiligheid!

Ach, maak mij volmaakt! Ach ware ik toch heilig !

Wanneer zal ik volmaakt, wanneer zal ik wel heilig worden ?

Ach wanneer! Ach wanneer ! Ach

ocr page 213

Ovcrw. voor het Allerheiligste Sacr. 187

wanneer ! Wanneer komt toch de gezegende dag ?

Wanneer komt toch het verlangde uur? Wanneer komt toch het gewenschte oo-genblik ?

O Jesus, maak toch, dat het spoedig geschiedt ! O Jesus, maak, dat het nog heden geschiedt! O Jesus, maak, dat het nu geschiedt!

O Jesus, ontdoe mij geheel van mij zeiven ! O Jesus, trek mij geheel tot U!

O Jesus, doe mij sterven aan mij zeiven ! O Jesus, doe mij leven voor U !

Om al dezen genaden smeek ik U, wijl Gij wilt, dat ik daarom bidden en ze verkrijgen zal.

tk begeer ze niet om mijnentwil, maar alleen om uwentwil.

Opdat ik U destemeer behage, en Gij destemeer vreugde van mij ondervindet.

Ofschoon ik de verlangde genaden niet waardig ben noch verdien, weet ik toch, dat gij mij deze genaden waardig, en mij daartoe bekwaam wilt maken.

ocr page 214

Echo zeer krachtige manier om de heilige Mis té hooren.

Aaufrczieu icderccu verplicht is, «aar de volmaaktheid le streven, en vurig daarom te bidden, zoo kan hij dit biina niet kraehtiger doen dan bij de H. Mis en de 11. Commiuiie. Daarom plaats ik hier versehillende samenspraken, die echter meer met liet nart dan met den mond moeten uitgesproken worden.

Bij het begin der heilige Mis.

O allerheiligste Drievuldi-hcid ! Het is mijne oprechte meening en begeerte, de/.c heilige Mis met de hartelijkste godsvrucht te hooren, en dit allerheiligste Misoffer op zoodanige wijze, met zoo oprechte meening, en tot zulk einde aan U mijn God, op te offeren, als het door Jesus Christus zelf, en door alle godvruchtige priesters en geloovigen opgeofferd is geworden, liet is ook mijn vurig verlangen en mijne opt echte meening, met deze heilige Mis te gelijkertijd alle heilige Missen te hooren, die op dezen

ocr page 215

Ki'acUtigc inniiipv óm de heilige Mis te hnnven. 189

ooCTenblik over cie gehcele wereld gehoord worden, cn deze persoonlijk bij te wonen. Maar omdat dit niet mogeliik is, zend ik miinen !;eest naar alle kerken, opdat hij alle priesters bijsta, onder alle geloovigen kniele, cn Christus Jesus zelf iielpe, om dit goddelijke offer op de werkzaamste wijze op te offeren, opdat het den geheelen hemel tot de grootste eer en vreugde, der geheele wereld tot geluk en wel/.iin, het geheele vagevuur tot troost en tot lafenis, en mij zeiven tot vermeerdering der genaden, en tot verwerving der volmaaktheid verstrekken moge. Amen.

Daar nu ren ieder eenige dagelijksclie devoties en gebeden te verrichten heeft, zoo kunnen deze tot aan de. Consecratie gebeden worden. Bij de Consecratie echter moet hij ophouden, en de volgende gebeden verrichten

Voor de Consecratie.

Wanneer de priester de Consecratie beginnen wil, spreek dan in uw gemoed:

O Jesus ! Dit werk, dat Gij thans wilt volbrengen,, is zoo hoogwaardig, dat hemel en aarde .zich daarover verwonderen. Ik bid U ootmoedig, dat, zooals .Gij uit

ocr page 216

190 Krachtige manier om de heilige Mis te hooren.

liefde tot mij brood en wijn in uw Vleesch en Bloed verandert, Gij ook aldus mij arm aardwormpje in u zeiven geheel wilt veranderen. Amen.

Als de priester knielt, buig dan uw hoofd, en spreek:

Ik aanbid U, o mijn goedertierenste Jesus ! op dit en op alle altaren, op welke Gij tegenwoordig zijt, en bid ootmoedig om genade.

HerinDer u bij de opheffing de woorden van Christus Joës XII 32: ,/Wanneer ik van de aarde zal opgeheven zijn, zal ik alles tot mij trekkenquot; : daarom sla op uwe borst, en bid:

O Jesu.?! wees mij genadig. O Jesus ! wees mij barmhartig. Ü Jesus ! trek mijn hart tot U.

Spreek nu tot God :

Zie, o hemelsche Vader ! hoe uw geliefde Zoon, die eens op het kruis verheven werd, nu wederom verheven is geworden, en U wordt opgeofferd. Door de handen van dezen pi iester bied ik U Hem aan, en offer Hem op tot uwe grootste eer, tot vreugde van geheel den hemel

ocr page 217

Krachtige manier om de heilige Mis te hooren. 191

tot geluk van geheel de wereld, tot troost van geheel het vagevuur, tot vergiffenis van al mijne zonden en tot vermeerdering van uwe goddelijke genaden. Amen.

Als de priester knielt, zoo buig uw hoofd, en bid;

Ik aanbid U, o heilig Bloed ! op dit en op alle altaren, op welke Gij tegenwoordig zijt, en bid ootmoedig om genaden.

Spreek bij de opheffing:

O heilig Bloed! vloei neder op mijne zondige ziel. O zuiver Bloed ! zuiver mijne onzuivere ziel. O goddelijk Bloed! versier mijne arme ziel.

Offer nu het heilig Bloed op:

Hemelsche Vader! Nu offer ik U door de handen van uwen Zoon en van alle priesters dit rozenroode Bloed op, tegelijk met al de liefde, met welke het vergoten is geworden: — ik offer het U op tot uwe grootste eer, en opdat het den zoetsten geur verspreide der aanminnigheid, ter vergiftenis mijner zonden, betaling mijner schulden, zuivering mijner fouten, verbetering mijner nalatigheden en voldoening

ocr page 218

192 Krachtige manier om de heilige Mis te hooreu.

voor al mijne verzuimenissen. Zoo ook tot geluk van al mijne vrienden, tot troost van alle bedroefden, zieken en stervenden, tot bekeering van alle zondaars en onge-loovigcn, en tot lafenis van alle gcloovi-ge zielen.

Vurig gebed tot Christus.

O Christus Jesus! Nu wend ik mijne oogen en mijn hart naar U, ach wend Gij uwe oogen en uw Hart naar mij, en aanschouw mijnen uittersten nood en mijne ellende. Ach met hoeveel zonden ben ik beladen, en hoezeer tot al, wat kwaad is, geneigd. Zie toch, hoe hoovaardig, eigenzinnig, ongeduldig, toornig, haatdragend, nalatig ik ben. Ach wanneer zal ik eens van zooveel kwalen verlost worden ! Ach, wanneer zal toch het zalig uur slaan, waarin ik uit dezen afgrond vari zonden getrokken word ! Ach wanneer ! Ach wanneer ! Ntj is het gewenschte uur gekomen. Nu is. de geneesheer daar, die mij genezen kan. Nu is het bad, waarin mijne onreine ziet kan gebaad worden, op het altaar. Welaan dan. o Jesus, help mij I Welaan dah^ o Jesus, Gij zoon van David, onffcrm f it

ocr page 219

Krachtige manier om de heilige Mis te hooreu. 193

over mij, want mijne ziel wordt door den boozen geest hevig geplaagd! O Jesus, maak mij ootmoedig, o Jesus, maak mij geduldig. O Jesus, maak mij godvruchtig. Ach, maak mij toch ijverig; ach maak mij toch kuisch, ach maak mij toch geduldig, ach maak mij toch barmhartig. Ach baad mijne ziel in dezen heiligen kelk, en zuiver haar van al hare vlekken. Ach besproei haar met uw heilig Bloed, en versier haar met alle deugden. Ach onsteek mijn hart met uwe liefde, en sluit het op in uw goddelijk Hart. Amen.

Tot God den Vader.

Allerheiligste Vader! Wend nu uwe barmhartige oogen naar dit heilig altaar, en zie goedgunstig neer op hetgeen uw lieve Zoon tot uwe eer en tot mijn geluk doet en uitwerkt. Zie, hoe Hij op eene wonderbare wijze zijne Menschwording hernieuwt, en zijn heilig Bloed vergiet. Dit alles doet Hij tot mijn geluk met juist dezelfde liefde, waarmede Hij het eens op aarde tot geluk van geheel de wereld gedaan heeft. Zie toch, hoe diep

Cochem, Hartig Bo«kje. 13

ocr page 220

194 Krachtige mamei' om ile heilige Mis te hooren.

Hij zich voor U verootmoedigt, ja zich /00 verloochent, dat Hij zich niet slechts onder de gedaante der groote Hostie, maar ook onder het kleinste gedeelte verbergt, en bijna niets schijnt te zijn. Is dit niet een onbegrijpelijk iets, dat God zich zoo geheel ontdoet ? Zal nu deze uiterste vernedering van uwen goddelijken Zoon bij U niet zooveel vermogen, dat Gij mij barmhartigheid bewijst ? Zal dan deze allerdiepste ootmoedigheid van mijnen Jesus niet zooveel uitwerken, dat Gij mij de deugd der ootmoedigheid mededeelt! Zoo luister toch, o Vader ! naar de stem van uwen Zoon, die van dit altaar al tot U roept. Hoor toch, hoe zijn goddelijke mond smeekt, en wel met zooveel woorden, als Hij er op aarde gesproken heeft. Hoor hoe zijn goddelijk Hart roept, en wel met zooveel verzuchtingen, als Hij op aarde verzucht heeft. Hoor hoe zijne diepe wonden luid roepen, en wel met zoo veel stemmen, als Hij wonden op aarde ontvangen heeft. Hoor, hoe zijn rozenkleurig Bloed smeekt, en wel zoo luid, als Hij vele bloeddruppels op aarde vergoten heeft. Dit geroep is immers

ocr page 221

Krachtige manier om de heilige Mis te hooren. 195

almachtig: dit geroep doorklieft immers de wolken, opent immers den hemel, en dringt door tot in Uw vaderlijk Hart ? Indien dit U niet kan bewegen, wat zal U dan 'nog bewegen ? Indien d:t geene genade vindt, wat zal dan nog genade verkrijgen ? Ik twijfel er ook volstrekt niet aan, ja ik houd er mij stellig van verzekerd. Gij zult de stem van uwen hartelijk geliefden Zoon even zoo goed verhooren, als Gij ze aan het kruis verhoord hebt, en mij zooveel genaden en deugden verkenen, als slechts tot uwen dienst en mijne zaligheid noodzakelijk zijn. Amen.

Geestelijke Communie.

Nu, o Jesus ! hernieuwt Gij uw laatste Avondmaal, en deelt Gij uw heilig Lichaam en Bloed even zoo uit, als Gij ze eens aan uwe leerlingen hebt uitgedeeld. Daarom verlangt mijn hart naar dit zoete Hemelbrood, en mijne ziel dorst naar dezen goddelijken drank. Want waardoor zou ik wel beter van al mijne kwalen kunnen verlost, en met alle deugden kunnen verrijkt worden, dan juist door de

ocr page 222

196 Krachtige manier om de heilige Mis te hooreu

nuttiging van liet ware Vleesch en Bloed van den Zoon Gods ! Daarom open ik mijnen mond, en verlang, o mijn allerliefste Jesus, van harte uw allerheiligste Vleesch en Bloed uit uwe handen te ontvangen. Zooals Gij zelf aan uwe geliefde leerlingen de Communie hebt uitgereikt, zoo moogt gij ook nu aan mij de Communie willen uitreiken, en mij eene zoo groote godsvrucht en begeerte naar dezen hemelschen maaltijd instorten, als Gij aan uwe leerlingen ingestort hebt. O Gij goddelijk vleesch van Jesus Christus! dat ik nu geestelijker wijze nuttig, spijzig mijne ziel, en versterk ze in al het goede. O Gij goddelijk Bloed van Jesus ! dat ik nu geestelijker wijze drink, verkwik mijn hart en zuiver het van alle fouten. O goddelijk Sacrament des Altaars ! dat ik nu geestelijker wijze ontvang, vereenig mij met mijnen lieven Jesus, en verbind mij met Hem door den band van eeuwige liefde. Amen.

Einde der heilige Mis.

Aanvaard, o allerheiligste Drievuïdig-heid, deze hoogheilige Mis, die ik U nu

ocr page 223

Krachtige mauieï om de heilige Mis te iiooreu. 197

tot uwe grootere eer en mijne zaligheid, met de grootste godsvrucht, die mij mogelijk was, opgeofferd heb. Ik heb U oen Offer gebracht, dat U oneindig aangenaam is, en U even zoo veel waard is, als Gij zelf waard zijt. Zoo zult Gij dan dit Offer van oneindige waarde in aanmerking nemend, de bede niet ver-stooten, die ik tot U gericht heb, ze in tegendeel genadig tot uwe meerdere verheerlijking inwilligen. Hierom bid ik U nog ten slotte : wil dit heilige Misoffer door uwe engelen in den hemel laten dragen; en op uw hoog altaar voor uw heilig Aangezicht stellen, opdat het ten allen tijde uwe oneindige goddelijke Majesteit love, en U onophoudelijk bidde, dat Gij mij niet van deze wereld wilt roepen, vooraleer mijne ziel zoo zuiver en zoo met deugden versierd is, dat ik aan uwe goddelijke oogen volmaakt behage. Amen.

ocr page 224

Bieclitgebeden.

Ellce goede oprechte biecht heeft eene zeer groote Icracht, niet nlleen om de zonden te vergeven, maar ook om de fouten van de ziel af te wasschcn, de genade Gods te vermeerderen, den mensch hoe langer hoe meer met deugden te versieren, en hem tot grootere volmaalctheid op te voeren. Hoe heter gij u daartoe nu voorbereidt, en hoe rouwmoediger gij dit zeer heilig Sacrament ontvangt, des te grooter. is ook de vrucht, die dit Sacrament oplevert. Bereid u daarom zeer godvruchtig voor, en spreek de volgende gebeden meer met het hart dan met den mond.

Gebed voor de Biecht.

Groote God ! Ik wensch nu het heilzame Sacrament der Biecht te ontvangen, U mijne menigvuldige zonden te belijden, en den zwaren last van mijn geweten voor uwe heilige voeten neder te leggen, opdat ik bij U wederom genade verkrijge, mijne ziel door dit krachtige Sacrament zuivere, en ze met deugden versiere. Maar Gij, o mijn God ! weet wel, dat ik een zoo gewichtig werk, waarvan het heil

ocr page 225

Bieclitgebeden.

mijner arme ziel afhangt, uit mij zeiven in 't geheel niet kan verrichten, doch alleen door uwe goddelijke hulp en genade. Daarom val ik ootmoedig voor uwe voeten neêr, en bid U bij de begeerte, die Gij hebt naar de bekeering der zondaars, dat gij mij overvloedige genade wilt verleenen, om mijne zonden duidelijk te kennen, er waar berouw over te hebben, ze oprecht te biechten, ze ernstig te vermijden, en ware vruchten van boetvaardigheid voort te brengen. Om deze groote genade bid ik nogmaals door het bloedige zweet, dat onze Heer Jesus Christus aan den Olijfberg gestort, en door den bitteren dood, dien Hij aan den boom des Kruises voor. mij geleden heeft. Amen.

Onderzoek nu uw geweten, verwek droefheid en berouw over uwe zonden, en bid het berouw, dat hierboven achter Hoofdstuk V. bij het begin der gebeden te lezen staat. Indien gij liet langzaam en verzuchtend spreekt, zal het, naar ik hoop, uw hart vermurwen.

Gebed na de Biecht.

O hoe oneindig groot is uwe goedheid, o mijn God ! dat Gij mij mijne menigvuldige zonden en de zware U toegevoegde

199

ocr page 226

Bieclitgebeden.

200

beleediging zoo gemakkelijk vergeven, en ze door de kracht van dit heilig Sacrament gehee! uitgedelgd hebt. Gezegend zij uwe allergrootste goedheid door mij en alle zondaren, en door alle engelen en heiligen. Uit dankbaarheid wil ik nu de opgelegde penitentie getrouw volbrengen, en verlang U daardoor eenen duizendvoud grooteren dienst te doen, dan ik U door mijn zonde smaad en verdriet heb aangedaan. Amen.

Bid uu uwe penitentie.

ocr page 227

Communiegebeden.

Onder alle geneesmiddelen heeft niet ecn eenc zou gruotc kracht, om de ziekten des licbaams te genezen, als de heilige Communie kracht bezit om de ziekten der ziel te genezen. Daarom is het ten hoogste te wondcrcnl wanneer iemand die dikwijls ter Communie gaat, niet merkelijk godvruchtige!- en deugdzamer wordt. De oorzaak hiervan moet, naar ik meen, daarin gelegen zijn, dat men zich zoo slecht daarop voorbereidt, en deze hemelsche spijze met zoo weinig godsvrucht ontvangt. Daarom wil ik met Gods hulp hier zeer krachtige gebeden plaatsen en u vurig smeeken ze met de grootst mogelijke godsvrucht te willen bidden, en ze meer met hetquot; hart dan met den met mond tc willen uitspreken.

Gebed voor de Communie.

Christus Jesus! Gij, die ons het allerheiligste Sacrament als een allerkrachtigst geneesmiddel tegen alle zielsziekten uit louter genade hebt voorgeschreven, zoo wil ik allerellendigste mensch nu dit goddelijk geneesmiddel gebruiken, opdat mijne doodzieke ziel gezond worde. Aan U mijnen hemelschen geneesheer maak ik mijne menigvuldige kwalen bekend, en

ocr page 228

Communiegebeden.

openbaar ik vol vertrouwen alle doode-lijke wonden mijner ziel. Zie o mijn liefste Jesus, mijne diepe ellende, en mijne onbegrijpelijke boosheid.

Ik lijd aan de doodelijke ziekte der hoovaardigheid en wel zoo hevig, dat ik in al mijn doen en laten ijdele eer en glorie zoek. Ik lijd aan de doodelijke ziekte der onreinheid, zoodat ik door gedachten, blikken, woorden maar al te spoedig tot onkuischheid bekoord word. Ik lijd aan de doodelijke ziekte van den nijd, en wel zoo hevig, dat ik niemand dan alleen mij en mijnen vrienden wat goeds gun, en iedereen om zijne lichamelijke of geestelijke goederen benijd. Ik lijd aan de doodelijke ziekte der gramschap, en wel zoo zeer, dat ik om iedere kleinigheid hevig opvlieg, en zelfs langen tijd in gramschap volhard. Ik lijd aan de doodelijke ziekte der zinnelijkheid, en wel zoozeer, dat ik in alles de voldoening van mijne vijf zintuigen tracht in te volgen, en hun in niets weder-staan wil. Kortom, ik ben met zooveel doodelijke ziekten geplaagd, dat ik ze alle niet opnoemen, vele ook niet eens kennen noch uitspreken kan.

203

ocr page 229

Comnumiegebeden. 203

Aan deze ontelbare ziekten heb ik reeds vele jaren geleden, en ofschoon ik dikwijls het allerheiligste geneesmiddel der Biecht en Communie gebruikt heb, zoo ben ik nochtans niet gezond, maar hoe langer hoe gevaarlijker ziek geworden. Want deze giftige kwalen hebben mijne arme ziel met zooveel schadelijke wortels doorschoten, en zoo doodelijk verwond, dat ik eene door en door slechte, ja zelfs eene doode ziel met mij moet omdragen.

Wat vang ik in dezen grootfen nood dan aan, o mijn goedertierenste jesus! Zal ik het kostbare geneesmiddel van uw heilig Vleesch en IMoed wederom gebruiken, dan vrees ik zeer, dat het mij meer nadeel dan voordeel doet; want daar het mij na een zooveelvuldig gebruik dikwijls meer schade heeft toegebracht, mag ik met recht vreezen, dat het mij nu eveneens gaan zoude. Wat zal ik doen! O mijn Jesus! wat zal ik doen! Zal ik arm ziek mensch geen geneesmiddel gebruiken, dan word ik hoe lang hoe zieker. Zal ik het echter gebruiken, dan kan ik met recht vreezen, dat ik mijn dood en oordeel ete.

In dezen twijfel vertroost mij het zoete

ocr page 230

Communicgebcdeu.

woord, dat Gij, o Jesus, gesproken hebt: „Niet die gezond zijn, hebben eenen geneesheer van nooden, maar die ziek zijnquot;. En wederom : „Ik ben niet gekomen, rechtvaardigen te roepen, maar zondaren.quot; „En andermaalquot; Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal u verkwikken.quot; Op deze vriendelijke uitnoodi-ging vertrouwend wil ik nu weer tot U komen, en het kostbare geneesmiddel, dat Gij zelf voor mij bereid hebt, met den grootst mogelijken eerbied ontvangen, in de vaste hoop, de gezondheid te bekomen.

Ik beken voor hemel en aarde, dat ik geheel en gansch onwaardig ben uw goddelijk Vleesch en Bloed te ontvangen, en dat ik als voorbereiding niets anders heb dan alleen een groot berouw over mijne zonden, eenen wezenlijken afschuw van al mijne onvolmaaktheden, en een hevig verlangen, door dit allermachtigste geneesmiddel van mijne vele ziekten genezen te worden. Wil Gij, o mijn Jesus, wat verder nog tot eene goede voorbereiding vereischt wordt, uit uwe oneindige rijkdommen mij mcdedeelen, en aan

204

ocr page 231

Communiegebeden.

mijne uiterste armoede te hulp komen.

Zie, ik geef-mijn boosaardig hart en mijne doodzieke ziel over in uwe goddelijke handen, en smeek u bij de groote liefde, waarmede Gij ons uw Vleesch en Bloed alseene kostbare spijze en eenen heilzamen drank geschonken hebt: wil mijne ziel afwasschen met uwe kostbare tranen, besproeien met uwe kostbare deugden, verrijken met uwe rijke verdiensten, begiftigen met de zeven gaven van den Heiligen Geest, en wil U in mijne ziel eene zoo aangename woning bereiden, dat uw goddelijk Hart zich er over verheuge, en hartelijk begeere, er in te wonen. Amen.

Tot de heilige Moeder Gods.

Gezegende maagd Maria! Nu wil mijne ziel opgaan, om met uwen liefsten Zoon vereenigd, en met Hem geheel vereenzelvigd te worden. Daarom noodig ik u op dit heilig bruiloftsfeest uit, en smeek U ter versiering van mijne ziel uw kostbaarste feestgewaad meê te willen brengen. Zooals de Heilige Geest uw lichaam en uwe ziel tot eene waardige woonplaats voor den Zoon Gods bereid heeft, wil gij

205

ocr page 232

206 Communiegebeden.

ook aldus mijn lichaam en mijne ziel tot eene zijner waardige woonplaats bereiden, en haar uit den overvloed uwer deugden zoo schoon versieren, dat zij aan de oogen van uwen Zoon zeer behage.

O gij mijne liefste heilige patronen! o gij lieve engelen en heiligen, versiert mij met uwe deugden cn genaden, opdat ik mijnen en uwen God waardig ontvange, en door deze heilige Communie tot groo-tere volmaaktheid gerake. Vergezelt mij ook naar dit hemelsch gastmaal, en maakt gij door uwe rijke deugden en verdiensten goed, wat mij aan waardige voorbereiding ontbreekt. Amen.

Onmiddellijk voor de Communie.

O allerliefste Jesus ! Nu nadert het gelukkig uur, waarin ik U mijnen liefsten God, in mijne ziel opnemen, en in mijn hart opsluiten zal. Zie, ik kom met een hartelijk verlangen tot U, en snel U met uitgebreide armen te gemoet. Welaan dan! zoo breid ook Gij uwe armen naar mij uit, en ontvang mij met dezelfde liefde, waarmede, gij, de armen uitgebreid aan het kruis, bereid waart alle rouwmoe-

ocr page 233

Communiegebeden.

dige zondaars te ontvangen. Welaan dan, kom tot mij, en trek mij geheel tot U! Kom in mijn hart, en maak van mij ecnen mensch naar uw hart! Kom in mijne ziel, en verlustig U in haar als in uw waar evenbeeld. Amen.

Ga nu heen, en doe niets meer, dan in uw hart naar Jesus verzuchten en zeggen:

O mijn Jesus! Zal ik U nu ontvangen? o hoe gelukkig zoude ik zijn, wanneer ik U waardig ontvangen zoude! O Jesus! Ik ben niet waardig. O Jesus ! ware ik toch waardig. O Jesus! maak mij toch waardig.

Na de Communie.

Zijt gij na het ontvangen iler heilige Communie op uwe plaats teruggekeerd, houd dan uwe gevouwene handen voor den mond, sluit uwe oogen, buig uw hoofd, en verzucht in uw hart tot uwen Jesus. Zoudt gij iets van de volgende gebeden van buiten kennen, en ze slechts met -uw hart uitspreken, zoo zoudt gij grootere godsvrucht gevoelen, dan wanneer gij ze uit dit boekje leest.

O mijn Jesus! O mijn liefste Jesus 10 mijn hartelijkst geliefde Jesus! O Jesus, ■Gij troost van mijne ziel! O Jesus, Gij vreugde van mijn gemoed! O Jesus, Gij

207

ocr page 234

2 O 8 Communiegebeden.

zoetheid van mijn hart! Gezegend zij uwe komst in mij! Gezegend zij uwe oneindige liefde, die U bewogen heeft, persoonlijk tot mij te komen, en de armzalige woning van mijn hart niet te versmaden. O mocht ik U toch zoo kunnen verwelkomen, zooals U uwe liefste Moeder, na U ontvangen te hebben, verwelkomde! O mocht ik U zoo kunnen vereeren en beminnen, zooals U alle godvruchtige zielen na de Communie vereerd en bemind hebben! O hoe gelukkig ben ik, dat ik mijnen Zaligmaker bij mij heb, die mij uit al mijn ongeluk redden kan. Zoo wil ik Hem dan. al mijne ellenden bloot leggen, en alle wonden van mijn hart openbaren.

O Gij, beste Geneesheer van mijne ziel, Christus Jesus! Voor deze Communie heb ik U mijne uiterste ellende blootgelegd, maar nu behoef ik het niet meer te doen, want Gij ziet het met uwe eigene oogen. Nu ziet gij, hoe mijn hart zoo vol boosheid is, en met zoovele kwade begeerten vervuld is. Nu ziet Gij, hoe het zoo zeer geneigd is tot hoovaardij, gierigheid, onreinheid, nijd, gramschap, gulzigheid, traagheid. Nu ziet Gij, hoe

ocr page 235

Communiegebeden.

al deze zonden, en nog honderd andere in den grond van mijn hart liggen als giftige kwalen, die mijn hart vervullen, en U en geheel den hemel walgen. Daarover klaag ik tot U, o mijn Jesus! Dit toon ik U, o mijn Je.sus! Dit openbaar ik U, o mijn Jesus ! Ik roep tot U met de Cha-naneesche vrouw, en houd niet op te roepen, totdat Gij mij verhoort. O Jesus, Gij Zoon van David, ontferm U mijner, mijne ziel wordt maar al te zeer door den duivel gekweld ! O Jesus, hoe ben ik zoo ellendig ! O Jesus, hoe ben ik zoo vol boosheid ! O Jesus, hoe wordt ik zoo hevig door mijn slechte begeerlijkheid geplaagd ! Ach hoe lang reeds heb ik onder dit zware juk gezucht. Ach, hoe lang zal ik nog onder dit zware juk moeten gebukt gaan! Ach! Wanneer zal ik eens van dezen zwaren last verlost worden ! Ach wanneer komt de gevvenschte dag ! Ach, wanneer komt het verlangde uur! Ach, wanneer komt het gezegende oogenblik ! Ach wanneer! Ach wanneer! Komt hij nu niet, dan vrees ik dat hij nooit meer komt. Want nu heb ik den allerbesten Geneesheer bij mij, die mij oogenblik-

Cochem, Hartig Boekje. 14

20Ü

ocr page 236

210 Communiegebedeu.

kelijk gezond kan maken. Nu heb ik mijnen Zaligmaker bij mij, die mij het allerbeste kan genezen. Nu heb ik mijnen waren Verlosser bij mij, die mij het allergemakkelijkst kan verlossen.

Zoo val ik U dan te voet, o allergoe-dertierenste Jesus! en bid U om wille der Zaligheid van mijne ziel, kom mij te hulp. O Jesus, mijn getrouwe Verlosser, verlos mij. O Jesus, mijn ware, mijn beste Geneesheer, maak mij gezond. Uw rein Vleesch, dat ik nu genuttigd heb, moge mijn onrein vleesch gezond maken, uw kostbaar Bloed, dat ik nu gedronken heb, moge mijn bevlekt hart afwasschen. Uwe heiligste Ziel, die ik nu ontvangen heb, moge mijne onheilige ziel heilig maken. Uw liefderijk Hart. dat ik nu in mijn hart heb, moge mijn hart in uwe liefde ontsteken. Uwe hoogste Godheid, die nu in mij is, moge mij in zich trekken. Uw rechtvaardige wil moge mijn onrecht-vaardigen wil met zich vereenigen. Uwe hoogste volmaaktheid moge mijne menigvuldige onvolmaaktheden uitwis.schen. Uwe goddelijke Liefde moge mijne eigenliefde vernietigen, en dat al uwe deugden

ocr page 237

Communiegebeden.

mijne ondeugden uitroeien !

O allerhartelijkst geliefde Jesus! Al deze deugden begeer ik van U, omdat ik er zoo groote behoefte aan heb. Ik begeer ze van U, omdat Gij ze mij zoo gemakkelijk kunt geven. Ik begeer ze van U, — omdat Gij een zoo groote God zijt van wien men niets moet verlangen, dat gering is of weinig waarde heeft, — en omdat Gij even zoo gemakkelijk veel als weinig kunt geven. Al deze genaden begeer ik met grooten ernst van U, en ik zal niet ophouden, daarom te bidden, tot dat ik ze verkregen heb. Ik wil zoo lang bidden, tot ik ze verkrijg: ik wil zoeken, tot dat ik ze vind, ik wil aankloppen, totdat mij opengemaakt wordt.

O hemelsche Vader! Ik offer U uwen lieven Zoon op, dien ik nu bij mij heb, U smeekend, dat gij mij uit mijnen zondigen toestand wilt trekken.

O Heilige Geest! Ik offer U uwen lieven Jesus op, en smeek U, dat Gij mij tot de volmaaktheid wilt voeren.

O allerheiligste maagd Maria! Ik stel u uwen lieven Zoon voor, u biddend, dat gij mij heilig wilt maken.

211

ocr page 238

Communiegebeden.

O gij lieve engelen! Ik stel u uwen liefsten Jesus voor, u biddend, dat gij mij iets van uwe heiligheid wilt mededee-len.

O gij lieve heiligen! Ik stel u uwen liefsten Zaligmiker voor, u biddend, dat gij mij met iets van uwe deugden wilt vereeren.

Eindelijk, o Jesus! offer ik U zeiven aan U zeiven op, U biddend, dat gij mij niet met ledige handen van U laat weggaan. Uit ganscher harte dank ik U voor deze heilige Communie en voor alle genaden, die Gij mij door de heilige Communie bewezen hebt. Ik bid U ook voor levenden, stervenden en afgestorvenen, voor welke Gij wilt, dat ik U bidde, en voor wie ik verplicht ben te bidden. Zij allen zullen deel hebben aan deze h. Communie, en ik bid U, dat Gij hun zooveel genaden wilt mededeelen, als wanneer zij allen te zamen dit hoogwaardigste Sacrament ontvangen hadden. Amen.

212

ocr page 239

L I T A N I E N.

üe litanien behooren naar mijne meening tot de krachtigste gebeden, want zij zijn enkel verzuchtingen en schietgebeden tot God. Daarom kunnen de volgende litaniën in plaats van de samenspraken zoowel onder het werk als onder het gebed en de overweging nuttig gebruikt worden. Opdat gij ze echter des te liever bidt, zoo weet, dat de Moeder Gods tot den heiligen Alanus sprak : De dienst, die aan de heiligen bezwezen wordt, is als zilver; de dienst, die mij bewezen wordt, is als goud; die mijnen Zoon bewezen wordt, is als diamant, die aan de Allerheiligste Drievuldigheid bewezen wordt, is als de schittering der sterren. Zooals nu, eene ster veel helderder schittert dan zilver, goud en diamant, zoo is ook de dienst, dien men God bewijst, veel beter en verdienstelijker dan de dienst, dien men aan de Menschheid van Christus, Maria en de Heiligen bewijst. B. Alonu» rediviv. /, _7.

Litanie

VAN DEN

Allerheiligsten Naam Jesus.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

ocr page 240

214 Litanie van den Allerh. Naam Jesns.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon Verlosser der wereld. God, Heilige Geest,

H, Drievuldigheid, één God,

Jesus, Zoon van den levenden God, Jesus, glans des Vaders,

Jesus, klaarheid van het eeuwige licht, Jesus, Koning der glorie,

Jesus, zon van rechtvaardigheid, o

Jesus, Zoon der Maagd, Maria, cl,

Beminnelijke Jesus, g

Wonderlijke Jesus,

Jesus, sterke God, ^

Jesus, vader der toekomende eeuwen, o Jesus, Kngel van den grooten raad, n Allermachtigste Jesus, r1

Allerverduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,

Jesus, zachtmoedig en nederig van harte,

Jesus, Minnaar der kuischheid,

Jesus, onze Minnaar,

Jesus, God des vredes,

Jesus, oorsprong des levens,

Jesus, voorbeeld der deugden.

ocr page 241

Litanie vim den Allerh. Naam Jcsus. 315

Jesus, IJveraar der zielen,

onze God,

onze toevlucht,

Vader der armen,

schat der geloovigen,

goede Herder, o

waarachtig licht, 5-

eeuwige wijsheid, £ï

oneindige goedheid, 3

m onze weg en ons leven, c;

^ vreugd der Engelen, 0

Koning der Patriarchen, g

Meester der Apostelen, ?

Leeraar der Evangelisten,

sterkte der Martelaren,

licht der Belijders,

zuiverheid der Maagden,

kroon van alle Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. ^ Van alle zonde, lt;]gt;

Van uwe gramschap, o*

Van de lagen des duivels, q

Van den geest der ontucht,

Van den eeuwigen dood, S

Van het veronachtzamen uwer inspraken, S

ocr page 242

216 Iiitauie van den Allerh. Naam Jesus.

Door het geheim uwer heilige Mensch-

wording,

Door uwe geboorte,

Door uwe kindsheid, lt;

Door uw allergoddelijkst leven,

Door uwe vermoeienissen, °

Door uwen doodstrijd en uw lijden, 0

Door uw kruis en uwe verlatenheid, Ij*

Door uwe uitputtingen,

Door uwen dood en uwe begrafenis, ^

Door uu-e verrijzenis, 5

Door uwe hemelvaart, —

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

IjAAT ons bidden.

Heer, Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en

ocr page 243

Gebed tot den zoeten Naam.

gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan; geef ons, die er om vragen, de gevoelens uwer goddelijke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart, met mond en werken beminnen, en nimmer ophouden U te loven.

Geef ons, o Heer, dat wij altijd uwen H. Naam te gelijk vreezen en beminnen, daar Gij nooit uwe leiding onthoudt aan hen, die Gij in uwe liefde hebt gegrondvest. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

GEBED TOT DEN ZOETEN NAAM JESUS.

Ü goede Jesus, o goedertierenste Jesu.s, o zoetste Jesus, o Jesus, Zoon van God en van de Maagd Maria, vol van barmhartigheid en goedertierenheid, o zoete Jesus, volgens uwe groote barmhartigheid, ontferm U mijner O genadigste Jesus, ik smeek U door dat kostbaar Bloed, dat Gij voor de zondaren vergoten hebt, wil alle mijne ongerechtigheden afwasschen en neerzien op mij, ellendige en onwaardige, die ootmoedig om vergeving smeek, en uwen heiligen Naam aanroep. O Naam van Jesus, welgevallige Naam, o Naam

217

ocr page 244

Gebed tot den zoeten Naam.

218

van Jesus, beminnelijke Naam, want wat is Jesus tenzij Zaligmaker? Dus om uwen heiligen Naam, o mijn Jesus, wees mij een Jesus, en maak mij zalig. Duld niet, dat ik veroordeeld worde, dien Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht. O goede Jesus, mijne boosheid storte mij niet in het verderf, dien uwe almachtigste goedheid geschapen heeft. O welwillendste Jesus, ontferm U mijner, wijl het nog tijd is van ontferming, opdat Gij mij niet veroordeelet, als de tijd van te oordeelen daar is. O goedertierenste Jesus, indien mij uwe gestrenge rechtvaardigheid wil veroordeelen, beroep ik mij op- en neem mijne toevlucht tot uwe goedertierenste barmhartigheid. O beminnelijkste Jesus, o verlangens waardigste Jesus, o zachtmoedigste Jesus, neem mij aan onder liet getal uwer uitverkorenen. O Jesus, zaligheid van die in U gelooven ! O (esus, hoop van die tot U vluchten ! O Jesus, zoetheid van die U beminnen ! O Jesus, geef, dat ik U liefhebbe, met U getrouw vereenigd blijve, en na dit ellendig leven gelukkig tot U kome. Amen.

ocr page 245

Litanie van de heilige Moeder Gods. 219

Litanie

of

Samenspraken met de heilige Moeder Gods.

Den heiligen Alanus de Rape heeft de Moeder Gods geopenbaard, dat de geringste dienst, haar bewezen, was het ook slechts door een Wees Gegroet, veel meer waarde hcefi, dan wanneer men een duizendmaal grooteren dienst aan andere heiligen zou bewijzen, bijaldien men n. 1. de heiligen met haar wilde vergelijken. Hij voegt er bij : Zooveel de hemel grooter is dan een enkele ster, zooveel meer barmhartigheid is in Maria dan in alle heiligen.

Daarom moet gij de Moeder Gods meer vereeren en aanroepen dan de heiligen, vooral door verzuchtingen en schietgebeden, want deze geschieden met groote vurigheid en zonder verstrooiing. Bid met dit doel dikwijls de volgende litanie, spreek ze slechts in uwe gedachten, en herhaal ieder gebedje eenige malen.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer.

ocr page 246

230 Litanie van de heilige Moeder Gods.

H. Drievuldigheid, één God, ontfér:

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke gratie. Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder, Ongeschondene Moeder,

Onbevlekte Moeder,

Beminnelijke Moeder,

Wonderbare Moeder,

Moeder des Sc eppers.

Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

Stoel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap.

Geestelijk vat.

Eerwaardig vat,

Uitmuntend vat van devotie,

ocr page 247

Litanie van de heilige Moeder Goils.

Geestelijke roos,

Toren van David,

Ivoren toren,

Gulden huis,

Arke des verbonds.

Deur des Hemels,

Morgenster,

Behoudenis der kranken.

Toevlucht der zondaren, ?!

Troosteres der bedrukten.

Hulp der Christenen, o

Koningin der Engelen, °

Koningin der Patriarchen, o

Koningin der Profeten, Ën

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder erfsmet ontvangen. Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden de der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

221

ocr page 248

232 Litanie van de heilige Moeder Gods.

der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer ontferm U onzer.

Christus, ontferm Ü onzer.

Meer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade

GEBED.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods verstoot onze gebeden niet in onzen nood ; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons, heilige Moeder Gods, Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de

ocr page 249

Samenspraken met de heilige Moeder Gods. 223

boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der vjrrijzenis gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Samenspraken met de H. Moeder Gods.

(Ten allen tijde vooral op hare leestdageu te gebruiken.)

Weet, dat gij de volgende verzuelitigen niet alle moet lezen of overwegen, doch maak naar believen eene keuze, en herhaal meermaals die, welke Ü het beste bevallen.

O genaden rijke maagd Maria! Nu kom ik tot uwe genadebron, en wil mijn hart voor u uitstorten.

Naast God zijt gij mijn grootste troost en de zekere hoop mijner zaligheid.

Wie op u vertrouwt, heeft goed vertrouwd, en wie zich op u verlaat, zal niet verlaten worden.

Want gij zijt na Christus de beste middelares en de machtigste hulp aller geloovigen.

God heeft u meer genaden medegedeeld dan allen heiligen, en Hij heeft u gesteld over alle koren der engelen.

Hij heeft u gekroond als koningin des

ocr page 250

224 fiamenspvaken met ile heilige Moedev Goils.

hemels, en heeft u macht gegeven in den hemel en op aarde.

Zooveel als de hemel grooter is dan een ster, zooveel meer barmhartigheid is bij u, dan bij alle heiligen.

Zooveel de zon meer vermag dan de sterren, zooveel helpt gij uwe dienaren meer, dan de heiligen de hunne.

Daarom neem ik mijnen toevlucht tot u, en stel geheel de hoop mijner zaligheid naast God op u.

Zooals een kind zijne moeder bemint, aldus bemin ik u, o Maria! en zooals een kind in allea nood tot zijne moeder vlucht, zoo vlucht ik in al mijnen nood tot u, o Maria!

Ik stel op u een zoo sterk vertrouwen dat ik meen; het kan mij, zoolang ik u maar dien, niet slecht gaan.

Ik neem u voor mijne ware moeder, en wil u altijd een kinderlijk hart toedragen.

Geheel mijn leven wil ik u eeren, en tot aan het einde van mijn leven wil ik u dienen.

Ach! neem ook gij mij als uw lief kind aan, en draag mij altijd een moederlijk hart toe.

ocr page 251

Samenspraken met de heilige Moeder GoiU. 325

Ach! sluit mij op in uw moederlijk hart, en laat mij hieruit nooit meer verwijderd worden.

Ach! draag zorg voor mij, zooals eene moeder zorg draagt voor haar geliefd kind, en bewaar mij zorgvuldig voor alle kwaad.

Ik beveel mij nu en ten allen tijde aan in uwe moederlijke bescherming, en bid u, dat gij mij dagelijks aan uwen lieven Zoon wilt aanbevelen.

Ach houd mij steeds staande in zijne gunst, en maak dat ik in zijne genade toeneme.

Help mij een waarlijk Christelijk leven leiden, en ontsteek mijn hart in de goddelijke liefde.

Ach! Versterk mij in alle bekoringen, en bewaar mij voor alle zonden en fouten.

Aanschouw mijnen uitersten nood, o Maria, en bedenk mijn groote ellende.

U, o Maria! klaag ik al mijnen nood, en u openbaar ik mijne uiterste ellende.

Ach, zie toch, in welken gevaarlijken toestand ik ben, en hoe licht ik eeuwig verloren zou kunnen gaan.

Want alle booze geesten hebben tegen

Coehem, Hartig Boekje. 15

ocr page 252

236 Samenspraken met lt;le heilige Moeder Gods.

mij samengespannen, om alle middelen te gebruiken, ten einde mij in het verderf te storten.

Hoe zal ik ellendige tegen zoo vele machtige vijanden wel kunnen strijden, wanneer ik geene hulp van boven ontvang!

Want ik ben even zwak en ellendig als een onmondig, gebrekkelijk kind.

Daarom vlucht ik tot u, mijne innigst geliefde Moeder, en roep van harte tot u om hulp.

O lieve Moeder Gods, kom mij ter hulp, o lieve Moeder Gods, sta mij bij.

O heilige Maria! bewaar mij, o heilige Maria! bescherm mij O heilige Maria! behoud mij.

O heilige Maria! verlaat mij niet. O heilige Maria! verstoot mij niet. O heilige Maria! versmaad mij niet.

Indien gij mij verlaat, dan ben ik verlaten en indien gij mij verstoot, dan ben ik verstooten.

Want, wie wil mij opnemen, indien gij mij niet opneemt; en wie wil mij aannemen, indien gij mij niet aanneemt ?

Er is immers na God niemand barmhartiger, dan gij, en er is ook niemand

ocr page 253

Samenspraken met de heilige Moeder Gods. 227

die zich de armen zoo zeer aantrekt, als wederom gij.

Daarom roep ik uit alle krachten tot u, en smeek u uit den grond van mijn hart om barmhartigheid.

O gij lieve Moeder Gods! o gij zoete Moeder Gods! O gij barmhartige Moeder Gods!

Ach! ontferm u mijner. Ach! ontferm u mijner.

Ach! wees mijne hulp! wees gij mijne voorspreekster.

Sta mij ten alle tijde bij in mijn leven, en kom mij te hulp in het uur van mijnen dood.

Herinner u dan, hoe ijverig ik u nu heb aangeroepen, en met hoeveel vertrouwen ik mij U heb aanbevolen.

Ik noodig u uit op mijn laatste einde en bid u, dat gij dan komen wilt.

Zooals eene trouwe moeder haar stervend kind bijstaat, sta gij mij aldus in mijnen laatsten nood bij.

Zooals gij uwen stervenden Zoon hebt bijgestaan, wil gij ook aldus mij uw arm kind bijstaan.

Zoude ik u alsdan misschien niet kun-

ocr page 254

228 Litaaie van alle Heiligeu.

nen aanroepen, zoo roep ik u nu in de

plaats aan.

Welaan ! mijn hartelijkst geliefde voorspreekster! Sla alsdan uwe barmhartige oogen op mij neder, en toon mij Jesus de gezegende vrucht uws lichaams. O goedertierene, o liefdevolle o zoete maagd Maria!

Litanie van alle Heiligen.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, bid voor ons.

ocr page 255

Litanie van allo heiligen.

H. Maagd der Maagden,

H. Michaël,

H. Gabriël,

H. Raphael.

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, Alle heilige Koren der zalige geesten, H. Joannes de Dooper,

H. Joseph,

Alle heilige Patriarchen en Profeten, Petrus,

Paulus,

H. Andreas,

H. Jacobus,

H. Joannes,

H. Thomas,

H. Jacobus.

H. Philippus,

H. Bartholomeus,

H. Mattheus,

Simon,

Thadeus,

H. Mathias,

H. Barnabas,

H. Lucas,

H. Marcus,

Alle heilige Apostelen en Evangelisten, Alle heilige Discipelen des Heeren,

229

H. H.

CTquot;

EL lt;

o o -t

O D

c/i

H. H.

ocr page 256

230 Litanie van alle Heiligen.

Alle heilige onnoozele Kinderen, H. Stephanus,

H. Laurentius,

H. Vincentius,

H. Fabianus en Sebastianus, H. Joannes en Paulus,

H. Cosmas en Damianus, H. Gervatius en Protasius,

Alle heilige Martelaars,

H. Silvester,

H. Gregorius,

H. Ambrosius,

H. Augustinus,

H. Hieronymus,

H. Martinus,

H. Nicolaus,

H. Willebrordus,

Alle heilige Bisschoppen en Belijders,

H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus,

H. Dominicus,

H. F ranciscus,

H. Ludovicus,

Alle heilige Priesters en Levieten, Alle heilige Monnikken en Kluizenaars, Heilige Maria Magdalena,

ocr page 257

Litanie van alle Heiligen.

H. Agatha, H. Lucia, H. Agnes,

H. Cecilia, lt;

H. Barbara, §

H. Catharina, quot;

H. Anasta.sia, §

Alle heilige Maagden en Weduwen, ^ Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Van alle kwaad, veros ons, Heer. Van alle zonden.

Van uwe gramschap.

Van eenen haastigen en onvoorzienen dood,

Van de listen en lassen des duivels, lt;

O fD

Van gramschap, haat en allen kwaden rL wil, °

Van den geest van onkuischheid, o Van bliksem en onweder, y

Van den eeuwigen dood, ^

Door de geheimenis uwer mensch- re* j- ^

wording, r1

Door uwe toekomst,

Door uwe geboorte,

Door uw doopsel,;en heilig vasten.

Door uw kruis en lijden

231

c a.

ocr page 258

232 Litanie van alle Heiligen.

Door uwen dood en uwe begrafenis verlos ons, Heer.

Door uwe heilige verrijzenis, verlos ons. Heer.

Door uwe wonderbare hemelvaart, verlos

ons. Heer !

Door de nederdaling van den heiligen Geest, den Vertrooster, verlos ons, Heer. In den dag des oordeels, verlos ons. Heer. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij U gewaardigt ons te vergeven. Dat Gij U gewaardigt goedertieren met

ons te handelen,

Dat Gij U gewaardigt ons tot eene

ware boetvaardigheid te brengen, 5; Dat Gij U gewaardigt uwe heilige Kerk o-te bewaren, 3

Dat Gij U gewaardigt den Roomschen C Paus, de geheelc geestelijkheid in lt; uwen heiligen godsdienst te bewaren, 5 en de vijanden der heilige Kerk te o vernederen, -gt;

Dat Gij U gewaardigt alle christen o koningen en vorsten vrede en ware S eendracht te verleenen.

Dat Gij U gewaardigt alle christen volken vrede en eenheid te geven

ocr page 259

Litanie van alle Heiligen. 23ti

Dat gij U gevvaardigt ons in uwen heiligen dienst te versterken, en te bewaren,

Dat gij U gewaardigt onze harten door heilige en hemelsche verlangens op ^ te wekken en te verheffen, '

Dat Gij U gewaardigt al onze wel- ~ doeners met de eeuwige goederen a. te beloonen, 3

Dat Gij U gevvaardigt onze zielen en cl de zielen van onze broeders, vrienden lt; en weldoeners, van de eeuwige ver- quot; doemenis te behoeden, o

Dat Gij U gewaardigt de vruchten der 5 aarde te geven en te bewaren, o

Dat Gij ü gewaardigt allen overledenen u-. geloovigen de eeuwige rust te ver-leenen,

Dat Gij U gewaardigt ons gebed te

verhooren.

Zoon Gods,

Lam Gods. dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

ocr page 260

234 Samenspraken met de Heiligen.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. En leid ons niet in bekoring. K. Maar verlos ons van den kwade.

Samenspraken met de Heiligen.

(Ten allen tijde, vooral op hunne feestdagen te gebruiken.)

Ik meen, dat het nuttiger is, alle heiligen tegelijk te vereeren en aan te roepen, dan.eenen alleen; want door zulk gebed worden alle heiligen en iedere heilige afzonderlijk even zoo goed vereerd en aangeroepen, als wanneer men den etnen na den anderen zoude aanroepen. Men houdt ook meer tijd over, om met God te spreken, en zich met Hem te onderhouden, wat aan de heiligen aangenamer is, dan wanneer gij met hen spreekt.

Van de heilige Gertrudes lezen wij : (1. 4. c. 56). Toen zij eens op het feest van de heilige Elisabeth, de daggetijden van deze heilige medezong, en onder het zingen niet aan de heilige Elisabeth maar aan God dacht, verscheen haar deze heilige, en Gertrudes sprak tot haar: Beschouwt gij het niet als eene tekortkoming aan uwen lof, dat ik bij het gezang op uw feest op u bijna niet let, en slechts acht geef op Hem, van wien gij al het goede, waarom gij geprezen wordt, ontvangen hebt? Elisabeth nu antwoordde: In 't geheel niet. Veel meer

ocr page 261

Samenspraken met de Heiligen. 23o

Leb ik dit onuitsprekelijk liever, en gij bereidt mij hierdoor eene vreugde in zooveel hoogeren graad, als iemands oor meer gestreeld wordt door eene liefelijke muziek dan door liet geblaat der schapen of het loeien der runderen.

O gii lieve engelen en heiligen, voornamelijk gij, mijne lieve patronen] U allen en ieder in 't bizonder groet en vereer ik met hartelijke godsvrucht.

Uwe hemelsche glorie gun ik U van harte, en begeer deze zooveel mogelijk te vermeerderen.

Ik offer u allen het allerzoetste Hart van Jesus Christus op, opdat gij er eene bizondere vreugde en zaligheid door geniet.

Ik stel mij onder uwe hoede en bescherming, u biddende, dat gij mij voor alle kwaad wilt bewaren.

Ach, zijt mijner toch voortdurend indachtig, en draagt zorg voor mij, ellendigen mensch.

Ach bidt den goeden God, dat ik Hem getrouw moge dienen.

Klaag Hem mijnen nood, opdat Hij zich over mij wille ontfermen.

Ach, draagt zorg voor het heil mijner ziel, en helpt mij uw gezelschap bereiken.

ocr page 262

236 Samenspraken met de Heiligen.

Groet voor mij mijnen liefsten Jesus, en bewijst Hem voor mij eene bizondere eer.

Bemint Hem voor mij met een bizondere liefde, en verwerft door uwe voorspraak, wat ik door mij zeiven niet vermag.

Ontsteekt mijn hart in zijne liefde, en versiert mijne ziel met uwe deugden.

Helpt mij uwe voetstappen navolgen, en maakt mij deelachtig aan uwe verdiensten.

Ach gij lieve vrienden en dienaars van God! maakt mij tot eenen vriend en dienaar Gods.

Ik aanroep, u van harte want ik weet, dat gij veel bij God vermoogt.

Ik weet ook, dat gij mij kunt helpen, en dat God u geen billijk verzoek weigert.

Gij kunt mij wel in den hemel helpen, als trii maar vertrouwvol voor mij bij God bidt.

Welaan dan! Gedenkt, dat Christus mij duur gekocht heeft, en maakt, dat zijn lijden voor mij niet verloren ga.

Ach, staat mij bij in mijnen laatsten nood, en komt dan, om mij te bezoeken en te vertroosten.

ocr page 263

Samenspraken met de afgestorvenen. ~37

Ik noodig u allen en ieder in 't bizonder uit op mijn laatste einde, en beveel mijne ziel in uwe heilige handen.

Herinnert u alsdan dit mijn gebed, en de hartelijke verzuchtingen, die ik tot u in den hemel heb opgezonden.

Ik bid u door de liefde, die gij God toedraagt: wilt mij dan getrouw bijstaan!

Verdrijft alsdan den vervloekten duivel van mij, en versterkt mij tegen alle aanvechtingen.

Vertroost alsdan mijn benauwd hart, opdat ik niet moedeloos moge worden.

Doet dan voor mij, wat ik gaarne voor u zou doen, indien gij in mijne en ik in uwe plaats ware.

Dit mijn gebed zij u opgeofferd, opdat het tot uwe eer en tot mijne zaligheid strekke.

Samenspraken met de afgestorvenen.

Ontferm n over de geloovige zielen, opdat u na uwen dood barmhartigheid geschiede.

Ik groet u, lieve zielen! en zend u

ocr page 264

238 Samenspraken met de afgestorvenen.

dezen groet toe door mijnen engelbewaarder.

Uwe groote ellende bedroeft mij, en mijn hart heeft een groot medelijden met u.

Daarom wil ik uwen nood aan God voordragen, en om uwe verlossing ijverig bidden.

O vader van alle barmhartigheid, ontferm U over de geloovige zielen.

Christus Jesus, Gij verlosser der wereld, verlos de geloovige zielen uit hunne kwellingen.

O Heilige Geest, Gij God van alle liefde! red de geloovige zielen uit hare hevige smarten.

Genadenrijke maagd Maria] verkrijg haar genade en kwijtschelding harer straffen.

Alle lieve, heilige engelen ! bezoekt en troost haar in haren kerker.

Alle Gods lieve heiligen 1 ach bidt God voor de arme noodlijdende zielen.

Valt neder 'voor don troon van God, en roept tot Hem om genade en barmhartigheid.

O God! verhoor het gebed van uwe heiligen, en verlos om hunnentwille de

ocr page 265

Samenspraken met de afgestorvenen. 339

geloovige zielen.

Ik roep tegelijiv met hen tot U, en stel U al hare kwellingen voor oogen.

Ach, wend toch uwe barmhartige oogen naar het vagevuur, en denk aan de hevige kwellingea der lijdende zielen.

Ach zie! hoe wreed zij in de vuurvlammen met de bitterste smarten gepijnigd worden.

Ach, ontferm U over haar, o barmhartige God! Ach ontferm U over haar, o genadenrijke God!

Om wille van het bittere Lijden van Jesus Christus, ontferm u over haar ! Om wille van zijnen smartelijken dood, ontferm U over haar!

Tot zuivering van hare zielen offer ik U zijne heete tranen op, en tot leniging van hare pijnen offer ik U zijn bloedig doodzweet op.

Tot verzoening harer zonden offer ik U zijn bitter Lijden op, en tot betaling van hare zonden offer ik U zijn rozenkleurig Bloed op.

Tot hare verlossing offer ik U alle heilige Missen op, die dagelijks opgedragen worden, en het goddelijke Bloed, dat in die heilige Missen vergoten wordt.

ocr page 266

240 Besluit van dit buekje.

Dit alles stort ik uit op hare zielen, opdat zij daardoor verfrischt en verkwikt worden.

O God! neem dit dierbaar offer in genade aan, en laat het aan alle zielen ten goede komen.

Besluit van dit boekje.

Godvruchtige ziel! Het lust mij niet, meer gebeden in dit boekje te plaatsen, omdat ik U niet gaarne met vele gebeden zou willen bezwaren, maar veel eer uw hart tot de overweging verheffen. Want de zuiver mondelijke gebeden worden gewoonlijk met verstrooiingen verricht. Het -gebed des harten echter geschiedt gewoonlijk met inwendige beweging des harten. Tot het gebed des harten nu kan men niet gemakkelijker komen dan door de samenspraken ; daarom heb ik U in dit boekje enkel samenspraken en geene gebeden voorgesteld. Indien gij U eenen tijd lang daarin zult oefenen, dan zult gij bemerken, dat gij veel aandachtiger zijt, dan gij ooit te voren waart. Ik beveel U in het Hait van Jesus, en mij in uw aandachtig gebed.

Einde.

ocr page 267

lat m.

^e-

INHOUD.

Hoofdstuk I. Over de noodzakelijkheid des Gebeds 1

Hoofdstuk II. Hoe dikwijls moet men bidden . . 7

• Hoofdstuk III. Wat is het gcbe.l......17

Hoofdstuk IV. Hoe men zonder groote moeite zijne

^ overweging nuttig zal doen.......'26

Hoofdstuk V. Hoe de vooruitgaande moeten over-

wegen..............42

gt; Vurige verzuchtingen en Schietgebeden .... 58

Hartelijke verzuchtingt n van ceneu Zon (in ar . , fi()

Berouw over zijne zonden........O.S

-O Bid nu om vergiffenis.........71-

3e Verwek een ernstig voornemen ter verbetering

lit van uw leven...........7'gt;

C- Oefening van ootmoedigheid.......77

ïH Oefeningen der drie goddelijke deugden :

JIJ Oefening van geloof .........83

jt, Oefening van hoop..........84

in Oefening van liefde ..........S7

1- ' Overwegingen voor het geheele jaar.....93

Overwegingen in den Advent ......94

Overwegingen voor den Kersttijd.....103

Zeven overwegingen over het bittere Lijden voor

,

ocr page 268

£42 Inhoud.

den Vaste tijd...........110

1. Overweging: Over de droefheid van Christus aan den Olijfberg.......110

2. Overweging: Over de geeseling van Christus...........117

3. Overweging: Over de kroning van Christus...........124

4. Overweging: Over de kruisdraging van Christus...........130

5. Overweging; Over de kruisiging van Christus . . . . '.......138

6. Overweging: Over de smarten van Jesus aan het kruis.........144

7. Overweging: Over den dool van Christus 151

Overweging voor den Paasehtijd......158

Paaschlof.............165

Onder de Getijden..........171

Overweging over den H. Geest......172

Overweging over het Allerh. Sacrament . . .180

Eene zeer krachtige manier om de heilige .Mis te

hooren..............188

Biechtgebeden.............]98

Communiegebeden...........201

Litaniën:

Litanie van den Allerh. Naam Jesus . . , . .213 Litanie of samenspraken met de H. Moeder Gods 219 Litanie van alle Heiligen.........228

ocr page 269

Inhoud. 243

Samenspraken niet de Heiligen.......284

Samenspraken met de Afgestorvenen.....237

Besluit van dit boekje..........240

3 9 8

ocr page 270
ocr page 271
ocr page 272
ocr page 273
ocr page 274

* ' ■

':m

■-)

te

L

-

g-m

quot; 1'

mjÊ

...- .

ocr page 275