309
PBR.
\tmk 143
IJ (,
VOLLEDIG
MEDITATIE- EN GEBEÃE\B(l[k
VAN KEN
H. Alphonsus Maria de Liguori
MET BISSCH. GOEDKEURING VAN HET VIC. APOST. TE ROERMOND.
In orde gesteld
naar de vierde Hoogduitsche Uitgave , en nauwkeurig vergeleken met de laatste oorspronkelijke Uitgave.
Twaalfde druk.
'S-BOSCH, G. MOvSMANS ZOON,
Markt A 14.
|S-C,ris ace art'
ib 1 $;ao'-n L'TRECHT /
V' 'Jrnrnsr B.b'.otheek 5^^
TAFEL OF AANWIJZING
DER
ROERENDE FEESTDAGEN.
|
PINKSTEREN. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Eenige woorden aan den Lezer.
Een aanzienlijk getal godvruchtige personen., welke hunne zaligheid en die van hunne medebroeders zeer ter harte neuten, heihen ran over lang een middel van ons verlangd om de vruchten der Missiën te he war en. â Daar alzoo volgens het gevoelen van alle heilige Vaders der heilige Kerk, niets krachtiger is om in de liefde Gods te volharden en grooien voortgang te maken , als ook om de overvloedige weldaden van God te verkrijgen, dan het ?ebed vereenigd met de godsvrucht tot den lijdenden Jesus, tot het allerheiligste Sacrament en tot de allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria; zoo hehhen wij, om aan dit heilig verlangen te voldoen, niets bekwamer geoordeeld, dan aan onze broeders een Meditatie- en Gebedenboek ie geven, hetwelk behalve dal het deze godvruchtige oefeningen op de volmaaktste wijze leert, nog daarenboven fut werk van renen Heilige h , en van eenen l[ei li ge ^ 'He Jesus en Maria met de allerteederste liefde beminde, te weten van den heiligen Alphonsus Maria de Tiguori, bisschop rati St. Agatha en stichter van de Vergadering des allerheiligsten Verlossers, in wiens menigvuldige schriften men niet alleen een hart brandende van zuivere liefde tot God, tot Jesus en Maria vindt, maar ook eene uitmuntende geleerdheid en de allerkrachtigste onderrichtingen, ten einde de middelen, welke God ons geeft om tot de volmaaktheid te komen, goed te gehruike,!. Daarom zijn zijne werken ook van zoo vele doorluchtige mannen, Bisschoppen, Kardinalen, en zelfs van (die Pausen, sedert Benedictus den XIV tot onzen heiligen vader Leo XIII toe, gelezen, geacht en aanbevolen Hoor wat onder andere Paus Leo de XII in een zijner brieven van hem zegt : ,, Onder de schrijvers, zegt hij, die zich door hunne godvruchtigheid onderscheiden hebben, is namelijk, en nut groot recht, aan te merken de H. Alphonsus de Tiguori, een man van eene uitstekende heilig hi. id en geleerdheid, die bijzonderlijk
nitrnv.nt door ecu onycmeen vuur van er.ue feedere godsvrucht , en die in zijne schriften zeer bezorgd is hei dikwijls gébruik der heilige Sacramenten aan te bevelen; de liefde tot Jesus , het betrouweti op zijne barmhartigheid en verdiensten in te boezemen , en de eeredienst der allerheiligste Maagd Maria te onderhouden. quot; Tins VII gaf ook esn voortreffelijk bewijs van de hooge achting, die hij voor den heiligen Alphonsus en zijne kostbare werken had; hij noemde hem niet alleen , in een zijner decreten , eene glinsterende ster in de strijdende Kerk : maar hij gebood zelfs, dat men hem de drie vingeren van onzen heiligen Schrijver naar Rome zond. Ziehier zijne woorden : â Baf zij naar Home komen, die heilige vingeren , die zoo goed voor de eer van God, van de heilige Maagd Maria en van den godsdienst geschreven hebben. quot; â M^t recht dan verheugen wij ons , aan de godvruchtigheid van onze. broeders de liefdevolle g'beden, die uit het vlammend hart van esnen zoo grooten Heiligen gevloeid zijn, te kunnen aanbieden. En wat kan. er ook. voordee-liger en troostrijker voor ons, en aangenamer aan God zijn , dan te kunnen bidden gelijk de heilige Alphonsus geiteden heeft f 'Neem dan, o beminde Lezer, dit kostbaar boek met dezelfde liefde aan, waarmede wij v hetzelve opdragen; en vooral gij , die het geluk gehad hebt eene Missie bij te wonen : want het is voor ii, dat wij hetzelve vertaald hebben, als onderpand van ons vurig verlangen om u voor eeuwig gelukkig te zien.
Wij hebben aan het hoofd van dit boek eene Aanleiding tot een Christelijk leven geplaatst, getrokken uit de werken ran den If. Alphonsus, opdat de godvruchtige Christen zich zeiven onderwijze, wat hij te doen heeft, en hoe hij dit boek gebruiken moet, om er vruchten uit te trekken.
Dat de liefde van Jesus en Maria altijd onze vreugde zij ! Jesus, Maria, Joseph, Alphonsus!
VI
Aanleiding tot een Christelijk leven.
Het is niet genoeg om zalig te worden , dat men wenscht in den hemel te komen; men moet ook de middelen die Jtsus Christus ons daartoe achtergelaten heeft aanwenden. Doen wij dit niet, dan zal het ons, als wij in staat van zonde gestorven zijn, in den dag d1?» ojrdeels niet helpen ons daarmede te verontschuldigen, dat de bt-koringen te sterk , en wij te zwak geweest zijn. â Want God had ons de mildelen gegeven ora met zijne genade al onze vijanden te overwinnen: en daarom is liet onze schuld, als wij die niet aangewend hebben ca overwonnen geworden zijn. â Allen willen zalig worden, maar dewijl zij nalaten de middelen daartoe te gebruiken, vallen zij in de zonde en gaan verloren.
EERSTE MIDDEL OM ZALIG TE WOEDEN.
Men moet de gelegenheid der zonden vluchten.
Het eerste middel om in de genade te volharden is het â vluchten der gelegenheid.quot; Wie niet zorgvuldig is om de gelegenheden der zonden ( en bijzonder de zonde tegen de zuiverheid) te vluchten, zal noodzakelijk door de bekoringen overwonnen worden. De H. Philippus Nerius was gewoon te zeggen , dat in den strijd met de zinnen diegenen die de vlucht nemen, de overwinnaars zijn. De gelegenheid is als een band voor de oogen, welke maakt dat men niets meer ziet, noch God, noch de hel, noch de goede voornemens die men gemaakt heeft. De heilige Schrift leert ons, dat â het onmogelijk is op gloeiende kolen te gaan, zon Ier zich te branden.quot; Het is bijni onmogelijk dat degene, die zich vrijwillig in gevaar stelt, niet valle , al had hij nog zoo vele goede voornemens en beloften gemaakt. De val van zoo vele arme zielen, die de gelegenheid van zonden niet vermijden, bekrachtigt dagelijks deze waarheid. Maar zij, bij welke de zonden tegen de heilige zuiverheid ee ne gewoonte geworden is, moeten niet alleenlijk de naaste gelegen-
AANLEIDING TOT EEN CHRISTELIJK LEVEN. VII heid der zonden vluchten, maar ook verwijderen; daar zij zeer lichtelijk in hunne zonden terusrvallen. â Liten wij ons toch door den duivel hiermede niet bedriegen , dat de persoon, tot welke wij eene bekoring hebben, heilig is, want het gebeurt dikwijls dat de bekoring zoo veel te sterker is, naarmate de persoon godvruchtiger is. â De H. Thomas zegt : dat de godsvrucht de menschen beminnelijker maakt. De bekoring begint met den geest, en eindigt met het vleesch.
De godvruchtige Pater Caputo, van het gezelschap van Ji»-sus, was gewoon te zeggen , dat de duivel ons verleidt met ons in het begin de deugden, daarna de persoon te doen beminnen , waarna hij ons verblindt en in den afgrond stort.
Wij moeten ook de kwade gezelschappen vermijden; wij zijn zoo zwak; de duivel bekoort ons zonder ophouden; onze zinnelijkheid trekt ons tot het kwaad, en de gelegenheid der zonden, welke ons een slecht gei.elschap aanbiedt, zal ons zeker tot val brengen.
Het eerste middel, dat wij derhalve moeten in het werk leggen om zalig te worden, is de vlucht van alle gelegenheid tot zonden , cn van alle gevaarlijke gezelschappen. Bovendien moeten wij ons geweld aandoen, en alle menschelijk opzicht verachten. Al wie zich geen geweld aandoet, gaat verloren. Het is waar, wij mogen niet op on^e eigene krachten, maar alleen op den bijstand Gods ons betrouwei/ stellen; doch God wil dat wij ons best doen en ons geweld aandoen om den hemel te winnen, ,⢠De geweldigen nsmen hem in.quot; (Matth. 11.)
TWEEDE MIDDEL OM ZALIG TE WORDEN.
JTet overwegend of inwendig gebed.
Hij, die van dit middel geen gebruik maakt, zal moeielijk langen tijd in de genade Gods volharden. De H. Geest zegt ons ; â Denk aan uwe uitersten, en in eeuwigheid zult gij niet zondigen.quot; Die dikwijls zijne uitersten, dat is de dood, het oordeel, de eeuwigheid der hel en des hemels betracht, valt niet in de zonde. Doch daar men deze waarheden niet met de oogen des
VIII AANLEIDING
lichaaras ziet, maar alleen met de oogen des geloofs, zoo verdwijnen zij uit de gedachten, indien men ze niet overweegt; en als de zinnelijkheid ons dan aanlokt, worden wij gemakkelijk overwonnen, zoo wij de eeuw!se waarheden niet voor oo?en hebben. Daarom is het dat zoo velen zich aan de schrikkelijke zonden overgeven en verloren gaan. â Alle Christenen gelooven aan den dood, aan het oordeel; maar vermits zij er weinig aan denken, leven zij in de zonde en verre van God. â Zonder het overwegend gebed, blijft het verstand zonder licht, en men wandelt in de duisternis: en wie in het donker gaat, kan de gevaren die hem dreigen, niet meer erkennen; hij kan er geen middel tegen in het werk stellen; hij bidt G (d niet meer om bijstand, en gaat verloren. Daarom zegt ook de kardinaal Bel-larminns, dat het een Christen, die de eeuwige waarheden niet overweegt, bijna onmogelijk is in de genade Gods te volharden.
Hij integendeel, die iederen dag eene overweging doet, zal moeielijk in de zonde vallen; en zoo hem dit ongeluk overkwam, zou hij, indien hij terstond bidt, ook terstond tot God weder-keeren. Maak dan het voornemen van dagelijks des morgens , zoo het mogelijk is, een half uur te mediteeren. L^es ook dikwijls de Inleiding tot het overwegend gebed. ( bladz. 205.) Het is verders genoeg, zoo gij gedurende den tijd van overweging de eene of andere meditatie (waarvoor gij de in dit boek voor-sestelde kunt kiezen) leest, en van tijd tot tijd eenige akten verwekt of een kort gebed doet. Ik bid u, om de liefde Gods , deze wijze van dagelijks te mediteeren niet g^nsch te verlaten , hoe vele moeite zij u ook koste; zoo gij mijnen raad volgt, zult gij zeker zalig worden. â Het is mede zrer nuttig: dat men dagelijks ook een half uur of ten minste een kwartier uurs eene geestelijke lezing doet, in een boek waarin he* leven eens Heiligen verhaald wordt, of dat over de christelijke deugden handelt. Voor hoe velen is de lezing van een goed boek de oorzaak hunner bekeering en hunner heiligmaking geworden; zoo als b. v. van den H. Wilhelmus Colombino , van den H. Ignatius en van zoo vele anderen.
TOT EEN CHRISTELIJK LEVEN.
DEEDE MIDDEL OM ZALIG TE WOEDEN.
Set veelvuldig gébruik der Sacramenten,
Men moet ook dikwijls biechten en corarauniceeren. De heilige Biecht reinigt ons hart, en bekomt ons niet alleen de vergiffenis onzer zonden, maar ook groot ere hulp om de bekoringen lt;e wederstaan. Verkies u dan eenen zielsbestier-der, bij wien gij u altijd biecht; en dien gij in alle gewichtige omstandigheden moet raadplegen, en in alles gehoorzamen , bijzonder als eij gewetensangsten hebt. Die den bifchtvader gehoorzaamt, moet niet vreezen dat bij zich zal bedriegen. â Die u hoort, hoort mij.quot; De stem des biechtvaders is de stem van God.
De heilige Communie wordt een hemelsch brood genoemd: want gelijk het aardsche brood het leven des lichaams onderhoudt , zoo onderhoudt ook de heilige Communie het leven der ziel. Zoo gij het vleesch van den Zoon des menschen niet eet, â zult gij het leven in u niet hebben.quot; Die integendeel dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. Daarom noemt ook de kerkvergadering van Trfnte de heilige Communie: âeen middel dat ona van dagelijksche zonden reinigt, en van de doodzonde bewaart.quot; Maak dan derhalve het vast besluit, van ten minste alle acht dagen te com-municeeren , en van dit niet om tijdelijke bezigheden achter te laten. â Daar is geen gewichtiger zaak, dan de eeuwige zaligheid. Hoe meer gij met tijdelijke behoeften overladen zijt, zoo veel te meer bekoringen tot zonde hebt gij te onderstaan, en diensvolgens zoo veel grooteren bijstand hebt gij van noode. â Om deze heilige. Sacramenten goed te gebruiken , bedien u van de biechtgebeden, (bladz. 47.) alsook van de oefeningen voor en na de heilige Cjmmunie, (bladz. 50 tot 64?) en dikwijls van de liefdezuchten, (bladz. 05 )
IX
AANLEIDING
VI EU DE MIDDEL OM ZALIG TE WOEDEN.
Het hijivonen der heilige Mis.
Gij moet, zoo mogelijk, lederen morgen de heilige Mis hooren. Als wij d^ heilige Mis bijwonen, bewijzen wij God meer eer, dan al de Engelen en Heiligen in den hemel. Deze zijn maar enkele schepselen , en knnnen Hem maar als zoodanige eeren : maar in de heilige Mis offeren wij aan God Jesus Christus op, die Hem eene oneindige eer bewijst.
Maak dikwijls gebruik van de onderrichting om de heilige Mis bij te wonen; (bladz. 27) alsdan zult gij er eenen grooten zegen uit trekken.
VIJFDE MIDDEL OM ZALIG TE WORDEN.
De lezoehing van het allerheiligste Sacrament des Altaars en der zaligste M.aagd Maria.
Bid, zoo het mogelijk is, dagelijks een van de Bezoeken van het allerheiligste Sacrament (bladz. 103 tot 177), in eene kerk of te huis, en verricht een van de gebeden tot Maria (bladz. 105 tot 179), voor een harer beelden. Jesus Christus is in iedere kerk op het altaar tegenwoordig, om aan allen die hem bezoeken genaden uit te deelen. Daarom bekomen ook diegenen, die deze schoone oefeningen van godsvrucht volgens gewoonte verrichten, talrijke weldaden van God. â De genaden, om welke gij Jesus en Maria in deze Bezoekingen gansch bijzonder moeten bidden, zijn : de liefde tot God, en de volharding in de genade tot den dood toe.
ZESDE MIDDEL OM ZALIG TE WORDEN.
Set qébed.
Het zesde middel, waarvan ik u het gebruik vooral aanbeveel is het heilig gebed. Het is zeker dat wij zonder het gebed niets voor de zaligheid onzer ziel kunnen doen. God ver-ekert ons, dat Hij alleen de genaden geeft aan diegenen , die
X
TOT EEN CHRISTELIJK LEVEN. XT
Hem daarom bidden : â bidt en u zal gegeven worden.quot; Wie derhalve niet bidt, zegt de H. Theresia, ontvangt niets. Daarom is het de algemeene leer der Kerk, dat zonder het Gebed, het onmogelijk is in de genade Gods te volharden en zalig te worden. Wie integendeel bidt, kan vast daarop staat maken, dat God hem zal bijstaan, want zijn woord kan ons niet bedriegen, en hij heeft ons dit maar al te dikwijls in het Evf-ngelie herhaald: al wat gij in het gebed begeert, gelooft dat gij het zult bekomen , en het zal u gegeven worden. (1) God geeft alles waarvoor wij hem in den naam van Jesns Christus bidden. Willen wij dan zalig worden, zoo moeten wij Hem met ootmoedigheid, met betrouwen en met volhar-^ ding bidden. Daarom is het inwendig gebed zoo noodzakelijk, omdat wij in hetzelve aan onze verplichting denken van te bidden, en omdat wij anders het gebed vergeten en derhalve verloren zouden gaan. De H. Theresia zeide : dat hare wenich van alle menschen zalig te zien, zoo groot was, dat zij op eenen ber? zou hebben willen klimmen om van daar allen toe te roepen'⢠bidt, bidt! De oudvaders spraken eens lang daarover: welk wel het beste middel was om zalig te worden? en zij kwamen ten laatste overeen, d;it het zekerste middel ter zaligheid bestaat, in gedurig deze woorden van David Ie herhalen: â God, kom tot mijne hulp! Heer, haast u om mij te helpen!quot;
Gij kunt de voordeeligste gebeden vinden,( bladz. 12 tot 26.)
Vooral moeten wij God om zijne liefde , en om de genade van volharding bidden; doch laat ons toch geenszins nalaten de allerheiligste Maagd Maria aan te roepen, opdat zij door hare voorspraak ons die genade bekome. Maria wordt eene uitdeelster der goddelijke genaden genoemd; zoo wij haar daarom bidden, bekomt zij ons die zeker bij God. Daarom roept ons de heilige ISernardus toe: â laat ons de genade zoeken, maar laat ons ze door Maria zoeken.quot; Zij bekomt al wat zij van God verlangt, want Hij kan haar niets weigeren.
(1) n Voorvaar ^ voorwaar, \h zeg het u : al vat yij den Vader in mijnen naam zult vragen, zal Hij u geven.'''*
GEBEDEN
DIE MEN GEDURENDE DEN DAG VERRICHT.
MORGENGEBEDEN.
Laat ons, zoo haast wij opstaan, liet teeken des heiligen Kruises maken en zeggen:
Mijn God ! ik aanbid U , ik bemin U uit geheel mijn hart.
Ik dank U voor al de weldaden, die Gij mij bewezen hebt. en bijzonder dat Gij mij dezen nacht zoo genadig bewaard hebt.
Alles wat ik van daag doen of lijden zal, offer ik U op : ik vereenig al mijne werken en al mijn lijden met het lijden van Jesus en Maria, en ik maak het voornemen de aflaten, aan welke ik kan deelachtig worden, te willen winnen.
Ik noem voor de zonde te vluchten.
Hier moeten wij ons voornemen maken, aangaande de zonde in welke wij het meeste vallen.
En ik bid U: om de liefde van Jesus, mij de genade van volharding te verleenen. Ik neem bijzonder voor; mij in allen tegenspoed aan uwen heiligen wil te onderwerpen, en U te zeggen : Heer! uw wil geschiede.
o Mijn Jesus! draag mij van daag in uwe handen. Allerheiligste Maagd Maria! _ laat mij eene schuilplaats onder uwen mantel vindem En Gij, hemelsche Vader! help mij om de liefde van Jesus en Maria. Mijn bewaarengel, mijne heilige Patronen ! staat mij bij.
Een Oii:c Vader en Wees gegrod Maria, fn het Geloof, alsook driemaal TVees gegroet, allerzuiverste Maagd Maria.
GEBEDEN GEDURENDE DEX DAG.
Eer wij leginnen te arbeiden.
Hoer! ik offer U de moeite op, die ik nu zal hebben.
Voor Tiet tien.
Mijn God! ze^eu mij, zesien deze spijs, opdat ik bij bet eten geene zonde begaan moge, en opdat alles tot uwe eer zij.
Isa het eten.
Ik dank U, o Heer, dat Gij mij, die uw vijand geweest ben, goed gedaan hebt.
Als de JcloTc slaat.
Mijn Jesus 1 ik bemin U; laat niet toe dat ik U nog ooit beleedige , dat ik mij nog ooit vau U seheide.
In den tegenspoed.
Alzoo hebt Gij gewild, o Hoer! dat uw wil geschiede.
Zoo haast wij eene bekoring dfs vijands bespeuren, moeten wij dikwijls deze woorden Jesus! ai Maria! â¢ââ herhalen.
Als wij bemerken , dat wij eene zonde begaan hebben, of ook wanneer wij daaraan twijfelen, raceten wij terstond uitroepen :
Het is mij leed , o mijn God, dat ik U, de oneindige goedheid, vergramd bob; ik wil dit nooit meer doen.
En indien het eene doodzonde ware, moeten wij d'e aanstonds biechten.
13
2
GEBEDEN
GEBEDEN
die wij dagelijksoh kannen verrichten, om de genaden die tot de zaligheid noodig zijn te verkrijgen.
Qéhed toi Jesus Christus, om zijne hsilige liefde.
o Mijn gekruiste Jesus! ik beken dat Gij waarlijk de Zoon Gods en mijn Verlosser zijt. Ik aanbid U, en ik dank U dat Gij voor mij hebt willen sterven. Zie, niets berouwt mij meer, dan dat ik U beleedigd heb, en ik begeer niet anders dan uwe liefde. Gij hebt beloofd van te verhooren al wie U aanroept ; ik bid U dan, om de verdiensten van uw bitter lijden, geef mij uwe liefde ; trek mijn hart tot U; maak dat ik van nu af U uit al mijne krachten beminne; dat ik niets dan U beminne, om U eens in den hemel, gedurende de geheele eeuwigheid te kunnen beminnen.
Geled om volharding tot het einde toe.
Mijn Heer en mijn God! ik dank U dat Gij mij geschapen, door Jesus Christus verlost, christen laten worden, en tot het waar geloof geroepen hebt: dat Gij mijne bekeering, na zoo vele zonden begaan te hebben, afgewacht hebt. O oneindige Goedheid! ik bemin U bovenal, het is mij uit ganscher harte leed U beleedigd te hebben. Ik hoop dat Gij mij mijne zonden reeds vergeven hebt; maar zie, ik ben in gevaar U nog op nieuw te beleedigen. Ik bid U dan, om de liefde van Jesus, mij de volharding in uwe genade tot den dood toe te verleenen. Gij weet zeer wel hoe zwak ik ben ; sta mij bij, en laat niet toe dat ik mij nog ooit van U scheide; ik wil liever sterven, dan uwe genade nog te verliezen.
14
GEDURENDE DEN DAG.
Gebed om het hetrouwen op de verdiensten van Jesus Christus, en op de voorspraak van Maria te lekomen.
o Homelselie Vader! ik bedank U uit gansoher harte, voor mij en voor alle menschon, dat Gij uit liefde tot ons uwen goddelijken Zoon hebt willen op de aarde zenden, laten mensch worden en sterven, om ons zalig te maken. Ik dank L' daarvoor, en om U een bewijs mijner dankbaarheid te geven, wenseh ik U zoo zeer te beminnen, als eene zoo groote genade verdient.
Jesus heeft de straf, die wij verdiend hebben, zelf onderstaan, en Hij heeft aan Uwe goddelijke rechtvaardigheid voldaan : en daarom vergeeft Gij ons, om Zijne verdiensten, onze zonden: om Jesus verdiensten neemt Gij ons, arme zondaars, die niet dan straf en schande verdienen, weder genadig tot uwe kinderen aan; om de verdiensten van Jesus wilt Gij dat alle menschen eens met à in den hemel heerschen; om de verdiensten van Jesus hebt Gij U verplicht alle genaden en weldaden, die men U in Zijnen naam zal vragen, toe te staan.
Ik dank U, o oneindige goedheid, dat Gij, na ons Jesus tot Verlosser gegeven te hebben , om ons betrouwen nog te vermeerderen, ons ook Maria, uwe lieve Dochter, tot voorspreekster gegeven hebt; opdat zij, die vol barmhartigheid is , zonder ophouden alle zondaars, die tot haar hunne toevlucht nemen, door hare voorspraak zoude helpen; ik dank U, omdat Gij gewild hebt dat hare voorspraak zoo machtig bij U ware ; dat het U onmogelijk is, haar de kleinste genade om welke zij U bidt, te weigeren. Het is dan Uw heiligste wil, dat wij een volkomen betrouwen in de verdiensten van Jesus en in de voorspraak van Maria hebben ,
15
GEBEDEN
maar dit betrouweu is eene genade, en eene groote genade, die Gij alleenlijk dengenen toestaat, dien Gij wilt zalig maken. Om de verdiensten van Jesus en Maria, geef mij, o mijn God! dit betrouwen op het Bloed van Jesus, en op de voorspraak van Maria; ik bid U daarom, door de verdiensten van Jesus en Maria.
Gedurende den dag.
Ik keer mij tot U, o mijn allerminzaamste Verlosser! Gij hebt voor mij, misdadige, om mij dit betrouwen te kunnen inboezemen, aan het kruis willen sterven : maak dan dat ik de allergrootste hoop en een waar betrouwen in de verdiensten , die Gij door uw lijden vergaderd hebt, verkrijge.
En gij , o mijne moeder Maria, gij die na Jesus Christus mijne hoop zijt : verwerf mij een vast betrouwen op de verdiensten van uwen Zoon, en op uwe krachtige voorspraak, die bij God alles vermag. O geliefde Jesus ! o zoete Moeder Maria! ik betrouw op u, aan u geef ik mijne ziel over; gij hebt mij zoo zeer bemind; heb medelijden met mij, maak mij zalig.
Gehed om de 'genade van volharding in het gebed.
Ik hoop, o mijn God, dat ik door uwe barmhartigheid reeds in staat van genade ben ; ik hoop dat Gij mij alles, waardoor ik U beleedigd had, vergeven hebt. Ik bedank U daarvoor uit geheel mijn hart, en ik hoop IJ gedurende de gansche eeuwigheid te danken. Ik erken dat ik alleenlijk daarom zoo dikwijls in de zonde terug gevallen ben, omdat ik verwaarloosd heb in de bekoringen mijne toevlucht tot U te nemen en U de genade van volharding te vragen. Ik neem vastelijk voor in het vervolg altijd tot U mijne toevlucht te nemen : bijzonder wanneer ik meest in gevaar ben, U op
16
GEDURENDE DEN DAG. 17
nieuw te beleedigen. Ik neem voor, zonder ophouden tot uwe barmhartigheid te vluchten en dikwijls de heilige namen van Jesus en Maria aan te roepen, omdat ik vast overtuigd ben, dat Gij mij alsdan de noodige kracht om mijne vijanden te wederstaan niet zult weigeren. Ik beloof U dit mijn voornemen uit te voeren ; maar o mijn God! wat helpen al mijne beloften, zoo Gij mij door uwe genade niet helpt ze ten uitvoer brengen , zoo Gij mij niet bijstaat, om mij in het gevaar tot U te wenden. Hemelsche Vader! om de liefde van Jesus, help mij, en sta niet toe dat ik in de bekoringen op nieuw nalate te bidden. Ik ben vast overtuigd , dat zoo dikwijls ik tot U mijne toevlucht neem, Gij mij zeker zult bijstaan; maar ik vrees dat ik nog verwaarloozen zal mij U aan te bevelen, en dat ik om deze nalatigheid den kostbaren schat uwer genade verliezen en mij in het verderf storten zal.
Geef mij, om de verdiensten van Jesus, de gaaf des gebeds; geef mij die in zoo hoogen graad, dat ik met ijver en zonder ophouden bidde. Ik weet wel, o lieve Moeder Maria, dat telkens als ik mij tot u gekeerd heb , gij mij de noodige hulp gaaft om God niet meer te beleedigen.
Daarom keer ik mij nu tot u, o Maria, opdat gij mij nog eeue grootere genade bekomt, namelijk : in allen nood uwen goddelijken Zoon en n om bijstand aan te roepen. Gij bekomt van God alles wat Gij Hem vraagt; bekom mij dan , om de liefde die gij Jesus toedraagt, de genade om altijd te bidden, en tot mijnen dood toe in het gebed te volharden.
Plechtige verklaring voor hef doodsuur.
Mijn God! dewijl mijn dood zeker is, en daar
GEBKquot;DEN
ik niet weet wanneer hij mij zal treffen, wil ik er mij van nu af op voorbereiden. Ik verklaar dan, dat ik alles geloof wat de heilige Kerk gelooft , en bijzonder het geheim der allerheiligste Drievuldigheid, de Menschwording en den dood van Jesus Christus: den hemel en de hel; dewijl Gij , die de waarheid zelve zijt, al deze waarheden geopenbaard hebt. â Ik heb duizendmaal de hel verdiend: evenwel verwacht ik van uwe oneindige goedheid, dat Gij mij, om de verdiensten van Jesus, de vergiffenis mijner zonden, de genade van volharding en de eeuwige zaligheid in den hemel zult geven.
Ik verklaar dat ik U bovenal bemin, omdat Gij de oneindige goedheid zijt, en om de liefde die ik U toedraag, berouwen mij bovenal de beleedigin-gen die ik U heb aangedaan, en neem voor liever te sterven, dan U nog te vergrammen. Ik bid ü, neem mij liever uit deze wereld weg, dan toe te laten dat ik U nog op nieuw door mijne zonden verlieze. Ik dank U, o mijn Jesus, door al de pijnen die Gij uit liefde voor mij onderstaan hebt; ik dank U voor al de barmhartigheden, welke Gij mij, die U zoo dikwijls beleedigde, bewezen hebt.
Ik verheug mij, mijn geliefde Zaligmaker, dat Gij ten hoogste gelukkig zijt, en dat zoovele heilige zielen in den hemel en op de aarde, U beminnen. Ik wensch dat alle menschen U kennen en beminnen. Ik verklaar dat ik uit liefde tot U, o mijn Jesus , aan allen die mij ooit beleedigd hebben , vergeve , en ik bid U hun goed te doen. Ik verklaar dat ik gedurende mijn leven en voor mijnen dood de heilige Sacramenten wil ontvangen : en maak de intentie nu de ontslaging mijner zonden te ontvangen , ingeval ik in het uur mijns doods niet bekwaam ware die te vragen ; ik neem
18
GEDURENDE DEN DAG. 19
den dood, en al da smarten die hem zullen vergezellen , bereidwillig aan , en vereenig die met de smarten en den dood van Jesus Christus op het kruis.
Ik neem, o mijn God, alle tegenspoed en lijden die Gij mij voor mijnen dood zult toezenden , gewillig aan. Doe met mij en met al wat mij toebehoort , al wat Gij wilt: geef mij uwe liefde en heilige volharding, ik verlang niets anders. Lieve Moeder Maria! sta mij bij, vooral in mijnen doodstrijd, en help mij nu, opdat ik in den staat van genade volharde. Gij zijt mijne hoop, in uwe armen wil ik leven on sterven. Heilige Josef! heilige Aartsengel Michacl! mijn heilige Bewaarengel! helpt mij altijd, maar bijzonder in het uur van mijnen dood. En Gij, mijn allerliefste Jesus! die om mij eenen gelukzaligen dood te verschaffen eenen zoo bitteren dood hebt willen onderstaan, verlaat mij niet in mijnen laatsten stond ; van nu af hecht mij nauw aan U, om in uwe armen te kunnen sterven. Ik verdien de hel, maar ik geef mij geheel aan uwe barmhartigheid over. Door uw bloed hoop ik in uwe liefde te sterven, en als ik voor uwen rechterstoel zal verschijnen, uwen zegen te ontvangen. Ik geef mijne ziel over in uwe gezegende handen, die Gij, om mij zalig te maken , met nagels liet doorboren. Ik hoop de straf der hel te ontgaan. âOp U, o Heer, hel ik gehoopt : in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.quot; Sta mij altijd bij, maar bijzonder in het uur des doods. Maak dat ik vol liefde t.ot U mijnen geest geve, dat mijne laatste ademhaling eene akte van liefde zij, die mij van de aarde in den hemel voere, om à aldaar de gansohe eeuwigheid door te kunnen beminnen. Jesus, Maria, Josef! staat mij bij in het uur des doods. Jesus, Ma-
GEBEDEN
ria, Josef! ik geef mij aan U; staat mij bij in dat schrikkelijk oogenblik!
Geh/'d tot den gekruiden Zaligmaker, en tot de
bedrukte Moeder Gods, om eenen zaligen dood.
Mijn Heer Jesus Christus! om de smarten die Gij aan het kruis geleden hebt, toen uwe heilige ziel zich van uw lichaam scheidde, heb medelijden met mijne zondige ziel, als deze eens mijn ellendig lichaam zal verlaten en de eeuwigheid intreden.
En gij, o Maria ! om de smarten dio gij op den Calvarieberg gevoeld hebt, toen gij Jesus aan het kruis zaagt sterven : verkrijg mij eenen gelukzaligen dood, opdat ik, na Jesus en u op de aarde bemind te hebben; u eeuwig in den hemel moge beminnen.
Schietgebeden en liefdezuchten, waarvan men er eenige dikwijls door den dag kan herhalen.
ö God! wie weet welk mijn lot zal zijn? ik zal voor eeuwig gelukkig of voor eeuwig ongelukkig zijn.
Wat helpt mij alles in de wereld, zonder God? dat ik alles verlieze, zoo ik God maar niet verlieze!
Ik bemin U, mijn Jesus, die voor mij gestorven zijt.
Ware ik liever gestorven, dan U ooit belee-digd te hebben !
Ik wil liever sterven, dan God vergrammen.
Jesus en Maria! Gij zijt mijne hoop,
Mijn God! om de liefde van Jesus, sta mij bij.
Mijn Jesus ! Gij zijt mij genoeg.
Laat niet toe, dat ik mij nog van U scheide!
Geef mij uwe liefde, en doe dan met mij wat Gij wilt!
20
GEDURENDE DEN DAG. 31
Wat kan ik nog nevens U beminnen, o mijn God !
Eeuwige Vader! om de liefde van Jesus, sta mij bij.
Ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U.
Hier ben ik, o Heer ! doe met mij volgens uw welbehagen.
Wanneer zal ik geheel aan U zijn, o mijn God!
Wanneer zal ik zoo gelukkig zijn, te kunnen zeggen ; mijn God ! ik kan U niet meer verliezen.
Maria, mijne hoop! heb medelijden met mij.
Moeder Gods! bid Jesus voor mij.
Wie ben ik, o Heer, dat Gij van mij wilt bemind worden ?
Mijn God I TJ alleen wil ik, en niets anders.
Alles wat Gij wilt, en alleen wat Gij wilt, wil ik ook.
Konde ik mij geheel voor U slachtofferen , die U gansch voor mij geslachtofferd hebt!
Anderen was ik dankbaar ; U alleen , o mijn God , was ik ondankbaar !
Ik heb TJ dikwijls genoeg beleedigd; ik wil U niet meer beleedigen.
Indien ik in zonden gestorven ware, 7.00 konde ik U niet meer beminnen.
Laat mij eerder sterven; dan U nog te beleedigen.
Gij hebt mij gewacht, opdat ik U beminne; welaan dan, ik wil U beminnen.
Ik wijd U al de dagen mijns levens toe, die mij noo- overblijven,
ö Mijn Jesus! trek mij ganscli tot U.
Gij wilt mij niet verlaten, zoo wil ik U dan ook niet verlaten.
Ik hoop, o God mijner ziel, dat wij altijd elkander zullen beminnen.
Maak dat ik, oer ik sterf, gansch aan U zij, 0 Jesus !
GEBEDEN
ria, Josef! ik geef mij aan U; staat mij bij in dat schrikkelijk oogenblik!
Gdied tot den gelcruiden Zaligmaker, en tot de. bedrukte Moeder Gods , om eenen zaligen dood.
Mijn Heer Jesus Christus! om de smarten die Gij aan het kruis geleden hebt, toen uwe heilige ziel zich van uw lichaam scheidde, heb medelijden met mijne zondige ziel, als deze eens mijn ellendig lichaam zal verlaten en de eeuwigheid intreden.
En gij, o Maria ! om de smarten die gij op den Calvarieberg gevoeld hebt, toen gij Jesus aan het kruis zaagt sterven : verkrijg mij eenen gelukzaligen dood, opdat ik, na Jesus en u op de aarde bemind te hebben; u eeuwig in den hemel moge beminnen.
ScMetgeheden en liefdezuchten, waarvan men er eenige dikwijls door den dag kan herhalen.
o God! wie weet welk mijn lot zal zijn? ik zal voor eeuwig gelukkig of voor eeuwig ongelukkig zijn.
Wat helpt mij alles in de wereld, zonder God? dat ik alles verlieze, zoo ik God inaar niet verlieze!
Ik bemin U, mijn Jesus, die voor mij gestorven zijt.
Ware ik liever gestorven, dan U ooit belee-digd te hebben!
Ik wil liever sterven, dan God vergrammen.
Jesus en Maria! Gij zijt mijne hoop.
Mijn God! om de liefde van Jesus, sta mij bij.
Mijn Jesus ! Gij zijt mij genoeg.
Laat niet toe, dat ik mij nog van U scheide!
Geef mij uwe liefde, en doe dan met mij wat Gij wilt 1
20
GEDURENDE DEN DAG. 21
Wat kan ik nog nevens U beminnen, o mijn God !
Eeuwige Vader! om de liefde van Jesus , sta mij bij.
Ik geloof in U, ik lioop op U, ik bemin U.
Hier ben ik, o Heer ! doe met mij volgens uw welbehagen.
Wanneer zal ik geheel aan U zijn, o mijn God!
Wanneer zal ik zoo gelukkig zijn, te kunnen zeggen : mijn God ! ik kan U niet meer verliezen.
Maria, mijne hoop! heb medelijden met mij.
Moeder Gods! bid Jesus voor mij.
Wie ben ik, o Heer, dat Gij van mij wilt bemind worden ?
Mijn God! U alleen wil ik, en niets anders.
Alles wat Gij wilt, en alleen wat Gij wilt, wil ik ook.
Konde ik mij geheel voor U slachtofferen , die U gansch voor mij geslachtofferd hebt!
Anderen was ik dankbaar; U alleen, o mijn God , was ik ondankbaar !
Ik heb U dikwijls genoeg beleedigd ; ik wil U niet meer beleedigen.
Indien ik in zonden gestorven ware, 7.00 konde ik U niet meer beminnen.
Laat mij eerder sterven; dan U nog te beleedigen.
Gij hebt mij gewacht, opdat ik U beminne; welaan dan, ik wil U beminnen.
Ik wijd U al de dagen mijns levens toe, die mij nog overblijven,
ö Mijn Jesus! trek mij gansch tot U.
Gij wilt mij niet verlaten, zoo wil ik U dan ook niet verlaten.
Ik hoop, o God mijner ziel, dat wij altijd elkander zullen beminnen.
Maak dat ik, eer ik sterf, gansch aan U zij, 0 Jesus !
22 GEBEDEN
Maak dat ik eens in U eenen genadigen Hechter vinde.
Gij verdient maar al te zeer mijne liefde; ik bemin U , ik bemin ü.
Neem de liefde van eenen zondaar aan, die U maar al te dikwijls beleedigd heeft.
Gij hebt U geheel aan mij gegeven; ik schenk mij geheel aan U.
Ik wil U in deze wsreld waarlijk beminnen, om U ook in de andere wereld te kunnen beminnen.
Doe mij kennen, hoe groot uwe goedheid is, opdat ik à oprecht beminne.
Gij bemint die U bemint; ik bemin U, bemin mij dan ook.
Geef mij de liefde, die Gij van mij verlangt.
Ik verheug mij, dat Gij oneindig gelukkig zijt.
Hadde ik U toch altijd bemind , en ware ik toch gestorven eer ik U beleedigd had !
Maak dat ik alle moeielijkheden overwinne, om U te behagen.
Ik geef U mijnen wil over, handel met mij volgens uw welbehagen.
Mijne vreugde zal voortaan zijn U te behagen, oneindige goedheid.
Eeuwige God! ik hoop U in eeuwigheid te beminnen.
Gij zijt almachtig, maak mij heilig.
Toen ik van U vluchtte, zocht Gij mij; Gij zult mij dan niet van U wegjagen, nu , dat ik U zoek.
Ik dank U dat Gij mij nog tijd verleend hebt om U te beminnen ; ik dank U, ik bemin U.
Van nu af wil ik mij gansch aan U schenken.
Straf mij, zoo als Gij wilt, maar beroof mij niet van het geluk U te beminnen.
Uit al mijne krachten wil ik U beminnen, o mijn God !
GEDURENDE DEN DAG 23
Alle moeite, alle veracliting wil ik gaarne verdragen, als ik U maar beminnen kan.
Ik wensch te sterven voor U, die voor mij gestorven zijt.
Ik wensch dat allen U beminnen, gelijk Gij het verdient.
Ik wil gaarne alles doen, waardoor ik geloof U te kunnen behagen.
Uw welgevallen is mij liever dan al de vreugden dezer wereld.
O wil van mijnen God ! Gij zijt mijne liefde.
O Maria ! trek mij geheel tot God.
O mijne Moeder Maria ! maak dat ik altijd tot u mijne toevlucht neme.
Gij moet mij heilig maken, ik hoop dit van u.
Avondgebed.
Eer wij slapen gaan, moeten wij ons geweten onderzoeken. Wij moeten vooreerst God bedanken voor alle weldaden, die Hij ons bewezen lieefc, en daarna alle werken die wij door den dag verricht hebben , alle gedachten en woorden in ons geheugen terug roepen, ons over alle kwaad dat wij begaan hebben, berouwen, en de volgende akten verwekken.
Akte van Geloof.
Mijn God! Gij zijt de onfeilbare waarheid; ik geloof alles wat de heilige Kerk mij beveelt te ge-looven, omdat Gij het veropenbaard hebt. Ik geloof dat Gij mijn God zijt, de Schepper van hemel en aarde; dat Gij alle rechtvaardigen in den hemel loont, en de boozen eeuwig in de hel straft. Ik geloof, dat Gij één in Wezen en drievuldig in Personen zijt : de Vader, de Zoon en do heilige Geest. Ik geloof de Menschwording en den dood van Jesus Christus; ik geloof eindelijk al wat de heilige Kerk gelooft; ik dank U , dat Gij mij tot dit heilig geloof geroepen hebt, en ik verklaar in dit heilig Geloof te willen leven en sterven.
GEBEDEN GEDURENDE DEN DAG.
Akte van Hoop.
Mijn God! ik hoop vol vertromven op de vervul-ling uwer beloften, dewijl Gij machtio;, gei.rouw en
'armhartig- zijt; ik hoop, door de verdiensten van Jesus, de vergiffenis mijner zonden, de volhardino-tot het einde, en de eeuwige zaligheid.
Akte van Liefde en Berouw,
O mijn God ! ik bemin U uit geheel mijn hart en bovenal, omdat Gij de oneindige goedheid en eene oneindige liefde waardig zijt; ik bemin ook mijne naasten uit liefde tot U. Mijne zonden berouwen mij uit geheel mijn hart, omdat ik U, o oneindige goedheid, daardoor beleedigd heb; zij smarten mij meer dan alle ander kwaad. Met uwe genade, om welke ik U nu en voor altijd bid, neem ik vastelgk voor, liever te sterven, dan U nog eens te beleedigen.
Ik neem ook voor, de heilige Sacramenten in mijn leven en aan mijnen dood te ontvangen.
(De Paus Benedictus XIV heeft zeven jaren aflaat ver-â¢u i,aa^ j6 6 a^e.n verwekken, en men kan dan noff in t begin der maand, indien men biecht en communiceert, eenen vollen aflaat winneu.)
tu ^ S^te! mei1 litanie van de allerheiligste Maagd Maria, den Rozenkrans en het volgende bidden.
Mijn God! ik dank U dat Gij mij heden bewaard hebt; en ik bidt U mij nog dezen nacht te behoeden en mij van alle zonden te bewaren. Ik wil mij nu ter rust leggen om U te behagen, en ik maak het voornemen, U door iedere ademhaling te loven , te beminnen en te danken, gelijk de Heiligen in^den hemel doen. Mijne Moeder Maria ! zegen mij, en bewaar mij onder uwen mantel. Mijne heilige Patronen ! bidt voor mij.
24
GEBEDEN ONDER DE H. lil.
Onderricht om de heilige Mis bij te wonen.
Om de heilige Mis met voordeel te hooren, moet men ver-eeaipd met den priester deze heilige Offerande opdrasen, en de vier doeleinden voor welke zij ingesteld is, voor oogen hebben. Wij moeten derhalve :
T«n eerste, God de oneindige eer die Hem toekomt, daardoor bewijzen, met zijne heerschappij over alles te erkennen.
Ten tweede , moeten wij, door het opdragen der heilige Mis , aan de goddelijke rechtvaardieheid voor onze zonden voldoen.
Ten derde, moeten wij God daardoor voor zijne aan ous bewezene weldaden danken.
Ten vierde, moeten wij door dit heilig Sacrificie Gods bijstand en genade afsmeeken.
Wij mogen niet vergeten, als wij de heilige Mis bijwonen, dat wij aan het ambt des priesters deelnemen, dewijl hij de Mis in onztn naam opdraagt, en ons vermaant zamen mei hem God te bidJen, dat Hij zijne en onze otl'erande wille aannemen. Daarom moeten wij ons inderdaad met hem vereenigen, en gezamenlijk de heilige Mis opofferen.
Om ons nu deze oefening gemakkelijk te maken, is het zeer voordeelig deze wijze van de heilige Mis bij te wonen, te volgen.
Als in het begin der Mis, de priester zich voor het altaar verootmoedigt en den Confiteor bidt, moeten wij hetzelfde doen; een weinig ons geweten onderzoeken, trachten eene akte van waar leedwezen te verwekken. God ootmoedig om de vergiffenis onzer zonden, om den bijstand des heiligen Geestes en der allérheiligste Maagd Maria bidden , opdat wij deze Mis met groote godsvruchr en eerbiedigheid bijwonen. Daarna moeten wij de vier deelen der heilige Mis betrachten, opdat wij mogen voldoen aan de vier srenoemde verplichtineen die wij God schuldig zijn, en om welke Jesus Christus deze heilige Offerande ingesteld heeft.
T^an het begin der Mis tot aav hei Evangelie.
In het eerste deel, van het begin tot aan hot Evangelie, moeten wij het voornemen maken onze eerste schuld aan God te betalen, te weten : wij moeten Hem, aan wien wij eene oneindige eer en onuitsprekelijken lof schuldig zijn, eeren en prijzen, en ons, gedenkende aan onze nietigheid, voor God verootmoedigen. Herinneren wij ons dan, dat wij waarlijk
26 GEBEDEN
voor de oogen van dien oneindigen God niets zijn; bekennen wij onze ellende, onze onmacht, en stellen wij ons niet tevreden met dit alleen in ons hart te gevoelen, maar verootmoedigen wij ons ook uitwendig, en bidden wij God, dat wij deze heilige Mis met de betamelijke inwendige en uitwendige eerbiedigheid mogen hooren. Laat ons dan met aandacht het volgende bidden.
Mijn God! ik aanbid ü, en erken U als den Heer en den Meester van mijn hart. Ik beken voor de gansche wereld, dat, al wat ik ben en bezit, alleen aan uwe milde hand te danken heb. Maar aangezien die hoogste macht, die Gij over alles uitoefent, eene oneindige eerbiedigheid van ons vraagt, en mijne ellende en armoede zoo groot zijn, dat ik zelfs mijne plichten tot U niet vervullen kan, zoo offer ik U de vernederingen en eerbewijzingen, welke Jesus Christus U op dit altaar opdraagt. Hetgene Jesus doet, wil ik ook doen; met Hem vernietig ik mij voor uwe oneindige heerlijkheid; ik verheug mij waarlijk, dat uw allerheiligste Zoon U in mijne plaats eene oneindige eer bewijst. Zoo als Jesus, aanbid ik U, en beken dat ik alle goederen alleen aan uwe oneindige barmhartigheid te danken heb.
Hier kan men liet boek sluiten, en voortgaan met inwendige akteu van ootmoedigheid te verwekken. Verheugen wij ons ook, dat wij God zoo oneindig vereerd zien, en laat ons meermaals het volgende gebed herhalen.
Het verheugt mij waarlijk, o mijn God, dat uwe oneindige Majesteit door deze heilige Offerande zoo onuitsprekelijk geëerd wordt; mijne vreugde is zoo groot, dat ik ze met geene woorden kan uitdrukken.
\\ ij moeten ons nochtans aan deze woorden niet houden , maar ingekeerd en met God vereenigd, zeggen wij hem wat onze godsvrucht ons ingeeft : op deze wijze voldoen wij het beste aan den eersten plicht, dien wij Godquot; schuldig zijn.
ONDEE DE H. MTS.
Van het Evangelie tot aan de Consecratie.
Onze tweede plicht jegeus God, aan welke wij van het Evan-gelie tot aan de Communie moeten voldoen, komt van de vele en jjroote^ zonden, waardoor wij de goddelijke rechtvaardigheid beleedigd hebben. Om dan aan God te voldoen , moeten wij hem met een ootmoedig hart alzoo bidden.
Ik, o mijn God, ik ben die verrader, die trouwelooze, die zoo dikwijls tegen U opgestaan ben; beschaamd, vol leedwezen en droefheid verzaak ik mijne ontelbare zonden, en ik offer U, opdat Gij ze mij moogt vergeven, de verdiensten van Jesns, uwen goddelijken Zoon op. Als Jesus zich op dit altaar opoftert, neemt Hij mijne schuld op zich, om aan TJ, in mijne plaats, te voldoen. Ik draag- TJ alzoo de verdiensten en het bloed van dienzelfden Jesus op, wiens godheid en menschheid, onder de gedaanten van brood en wijn, op dit altaar nederdaalt, en die als slachtoffer zich op nieuw voor mij levert. Dewijl dan die goddelijke Jesus, uit liefde tot mij op dit altaar nedergedaald, mijn middelaar en mijn voorspreker zijn wil; dewijl zijn kostbaar bloed voor uwen strengen rechterstoel vergiffenis voor mij vraagt, zoo vereenig ik mijn gebed met het bloed dat Jesus uit liefde tot mij vergoten heeft; ik roep vol betrouwen uwe goddelijke barmhartigheid aan; ik bid U, uit liefde tot Jesus, vergeet en vergeet mij mijne groote en menigvuldige zonden. Het bloed van Jesus,... mijn bedroefd en ootmoedig hart, roepen om barmhartigheid, o mijn God , God mijns harten! Zoo mijne tranen U niet terstond kunnen verzoenen; kunt Gij aan de zuchten en tranen van Jesus wederstaan ? Zou de barmhartigheid van Jesus, die Hij op het kruis en door het vergieten van zijn bloed tot verlossing-van gansoh het menschelijk geslacht bewezen heeft',
27
GEBEDEN
zou zij niet in staat zijn om op dit altaar, mij de vergeving mijner zonden te bekomen? O, ik hoop vast dat Gij mij om dit aanbiddenswaardig bloed al mijne zonden, zelfs de scliromelijksto vergeven zult, en ik beloof U, dat ik tot mijnen laatsten adem toe niet zal ophouden dezelve te beweenen.
Hier sluit men weder het boek , en men verwekt meerdere acten van een waar en oprecht leedwezen, opdat de liefde Gods ons moge ontvlammen: zonder woorden uit te spreken, kunnen A-ij in het dirpsté van ons hart bidden :
O lief waardigste Jesus ! geef aan mijne oogen de tranen van den H. Petrus, aan mijn hart het berouw van de heilige Magdalena, aan mijne ziel de droefheid van alle Heiligen, die, na groote zondaars geweest te zijn, ware boetvaardigen geworden zijn ; opdat ik deze heilige Mis bijwonende , de vergeving van al mijne zonden moge bekomen.
Deze akte moet men dikwijls herhalen, en op deze wijze zullen wij door de hulp van Jesus, rijkelijk onze zondenschuld aan God betalen.
Van de Consecratie tot aan de Communie.
Van de Consecratie tot de iSuttiging, moeten wij voldoen aan onze derde verplichting die wij God schuldig zijn, om de gansch bijzondere en ontelbare weldaden die Hij ons bewezen heeft. Wij offeren Hem alzoo tot dankbaarheid een ge-scheuk van eene oneindige waarde, het Lichaam en Bloed van Jesus Christus. Wij moeten alle Engelen en Heiligen verzoeken, dat zij God in onze plaats danken; tot dit einde kunnen wij zoo als volgt bidden :
6 Mijn God! Gij, die mij zoo teeder bemind hebt, en die ik nooit zoo zeer als Gij het verdient zal beminnen; Gij ziet mij van weldaden overladen, weldaden die Gij mij op de aarde bewezen hebt, en die klein zijn in vergelijking met diegene, welke Gij mij in de eeuwigheid bereidt. Ik erken en
28
ON'DER DE H. MIS. 29
boken, dat de bewijzen uwer barmliartiglieid jegens mij ontelbaar zijn, en dat Gij niet moede wordt mij genaden te geven. Ja, uwe barmhartigheid en weldadea zijn oneindig : maar ik ben ook bekwaam aan uwe strenge rechtvaardigheid volkomen te voldoen ; dit goddelijk Bloed,dit aanbiddenswaardig Lichaam, deze reine, heilige, onbevlekte Hostie, die ik U door de hand des priesters tot bewijs mijner dankbaarheid opoft'jr, is meer dan genoeg om uwe genade te vergoeden ; deze vergelding is meer dan genoeg voor de gaven met welke Gij mij overladen hebt. Dit geschenk, hetwelk eene oneindige waarde heeft, is grooter dan al wat ik tot vandaag toe van U ontvangen heb, dan al wat ik nog in het vervolg bekomen kan. O gij, Eigelen des Heeren, gij gelukzalige inwoners des hemels ! dankt God voor mij, en offert Hem voor zoovele genaden, niet alleen deze Mis op, maar al degene, die nu op de gansche aarde gelezen worden, opdat mijn edelmoedig en liefdevol verlangen om mij met weldaden te overladen, volkomen beloond worde , en opdat ik Hem, voor al de genaden, die Hij mij bewezen heefc, die Hij mij nog ieder oogenblik bewijst, en die Hij mij tot in de eeuwigheid bewijzen zal, volkomen moge voldoen.
God zal zulke bewijzen van ilankh varlieid, en de opoffurinï van een zoo oneiodig geschenk zeker met behagen en liefdï aannemen : maar om de godvruchtige gevoelens nog meer in ons op te wekken, en er groot're waarde aan te geven, moeten wij alle inwoners des hemels verzoeken, God in onze plaats te danken, en teeder uit gansch ons hart het volgende gebed te zeggen :
Ik bid u allen, gij mijne Patronen, gij he-melsche Gessten ! dankt de onuitsprekelijke goedheid Gods voor mij, opdat ik mij in het vervolg niet
3
30 GEBEDEN
aan de verfoeielijkste ondankbaarheid jegens Hem schuldig make, opdat ik niet in de zonden sterve; bid â¢-fem, dat Hij mijnen goeden wil ontvange, en de rechtzinnige gevoelens mijns harten aan-schouwe; smeek Hem dat Hij op de liefdevolle dankzeggingen, die Jesus Hem voor mij in deze heilige offerande opdraagt, nederzie.
Van de Consecratie tot het einde der Mis.
In het vierde deel, van de Communie des priesters tot het einde der Mis, moeten wij onze vierde schuld ann God betalen, en zijnen bijstand aanroepen. Zoo dikwijls wij niet met de daad communiceeren, kunnen wij net geestelijkerwijie doen; en om dit waardi? te doen, moeten wij, beJroefil om onze zonden, eene akte van waar en ootmoedig berouw verwekken ; wij moeten ons eeloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Cnristus in de heilige Hostie op nieuw in ons opwekken. Daarna moeten wij eene vurige akte van liefde tot God en eene waarachtige begeerte verwekken; om ons. met Jesus te vereeniaen , en Hem vervolgens bidden , gelijkerwijze iu ons hart te komen rusten ; wij kunnen dit alles met het volgende gebed doen.
O mijn God, voorwerp van al mijn verlangen! mijne ziel is bedroefd dat ik U zoo dikwijls be-leedigd, zoo dikwijls van mij verstooten heb ; U mijn eenigste, mijn opperste Goed; U, de goedheid zelve, die oneindige goedheid, die alken waardig zijt het voorwerp van al onze verlangens zijn. Ik wenschte het leven verloren en U nooit be-leedigd te hebben; maar nu heb ik vast beslotea liever duizendmaal te sterven, dan U nog eens te vergrammen. Allerminnelijkste, alleraanbiddens-waardigste Jesus ! Ik geloof dat Gij op dit altaar waarachtig tegenwoordig zijt; ja ik geloof vast, dat de heilige Hostie, de heilige Kelk waarlijk uw allerreinste Lichaam, uw kostbaar Bloed inhouden. Gij zijt de allerteederste aller vaders ; daarom bemin ik ü boven al. Kom, o mijn Jesus! kom in mijn arm hart, kom en verzadig al mijne ver-
ONDER DE H. MIS. .31
lan^ens; kom en heilig mijne ziel; kom mijn allerzoetste Jesus! haast li mijn hart in bezit te nemen.
Laat ons hier een ooarenhlik stil blijven, en om onze g.gt;d-vruchtigneid te venrrooten, stellen wij'ons voor, dat de allerheilige te Maagd Maria, of wei onze Bewaarengel . of onze heilige Patroon, ons de heilige Hostie aanbiedt. Na daarop Jesus volle liefde in ons hart ontvangen te hebben, zullen wij meermaals de volgende woorden innig herhalen :
6 Mijn teeclere Jesus! ik bemin (J, ik bemin U, ja ik bemin L'; Gij zijt mijn eenigste hoop, Gij wilt mij zalig maken; o zoo laat dan toch niet toe, dat ik het ongeluk hebbe mij nog van U te verwijderen.
Na deze geestelijke Com'r.unie, moeen wij niet vergeten, dat God zrll in ons hart tegenwoordig is : wekken wij ons aan op, en laat ons Hen vol betrouwen bidden, niet om kleine en eerintre dingen, neen, maar laat ons Hem om de grootste genaden bidden; want als wij aau den eeuwigen Vader zijnen god-delijken Zoon opofferen, dragen wij Hem het grootste geschenk op da*quot; Hij ontvangen kan. Laat ons dan ootmoedig bidden:
Ik erken, o mijn God, dat ik onwaardig ben uwe weldaden te ontvangen. Ik beken voor ü mijne ellende, en ik weet dat, om mijne vele en groote zonden, ik in het geheel niet verdien van U verhoord te worden. Maar zoude het mogelijk zijn dat Gij hetgebed van Jesus , dat Hij op dit altaar doet, alwaar Hij zijn leven en zijn bloed opoffert, onverhoord liet? O God mijns harten! aanzie genadig het gebed van Hem die zich voor mij tot Li keert, en om des Heeren Jesus wille, geef mij alle genaden die mij noodzakelijk zijn om zalig te worde' Jesus boezemt mij het betrouwen in, U om vergeving van al mijne zonden, om uwe he' liefde, om de onschatbare genade der volh;-in uwe liefde en in uwen dienst, te vraget ik nu al mijn betrouwen op den bijstand v stel, zoo bid ik L', o mijn God, om het
�3 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
alle deugden, en zulks in eenen lioogen graad van volmaaktheid; zoo bid ik U om uwen krachtigen bijstand, opdat ik een ware heilige worde. Ik bid U ook om de bekeering van alle geloovigen en van alle zondaars, in het bijzonder om de bekeering van die met mij eenigzins verbonden zijn, of door het bloed of door geestelijke maagschap. Ik bid U ook om de verlossing, niet van eene, maar van alle zielen die zich nu in het vagevuur bevinden. Verlos haar allen, opdat de gansche wereld erkenne, dat deze goddelijke offerande machtig genoeg is om dezen kerker, in welke zij gereinigd worden, te ledigen.
Bekeer, o Heer, alle zielen die Gij naar uw beeld geschapen hebt, en die door de geheels wereld verspreid zijn, opdat deze ellendige wereld zich in een paradijs van wellusten verandere, en opdat alle harten even zoovele tempels worden, in welke Gij moogt bemind, geprezen, gediend en aangebeden worden, tot dat wij allen U eens, door de altijddurende eeuwigheid, loven en beminnen. Alzoo hoop ik, alzoo zij het!
Bidden wij ook met een vast betrouwen voor ons, voor onze bloedverwanten en vrienden, om al wat wij ons en hun maar wenschen kunnen : bidden wij bijzonderlijk voor de heilige Kerk, niet met lauwheid, maar m et een vast betrouwen, overtuigd zijnde, dat ons gebed vereer igd en op zekere wijze één met het gebed van onzen goddelijken Zaliamaker, zeker zal verhoord worden.
5
ANDERE GEBEDEN
OKDER DE HEILIGE MIS.
In den naam des Vilders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.
Het is in uwen naam, aanbiddelijke Drievuldigheid,^ en om U de eer en den lof die ü toekomt te bewijzen, dat ik tegenwoordig ben bij de allerheiligste en allerhoogwaardigste Offerande.
Sta mij toe, goddelijke Zaligmaker, dat ik mij met den dienaar van uw altaar vereenige, om het dierbaar Slachtoffer mijner zaligheid aan U op te dragen, en geef mij de gevoelens, welke ik zoude gehad hebben, indien ik op den Kal-varieberg bij de bloedige offerande van uw heilig lijden tegenwoordig geweest ware.
Confiteor.
Ik beschuldig mij voor U, mijn God, van al de zonden aan welke ik plichtig ben; ik beschuldig mij er over in de tegenwoordigheid van Maria, de allerzuiverste der Maagden, van alle Heiligen, en van alle geloovigen, omdat ik gezondigd heb, met gedachten, woorden en werken: door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de allerheiligste Maagd, en alle Heiligen, voor mij te willen bidden.
Verhoor, Heer, mijn gebed, en verleen mij de kwijtschelding en vergiffenis mijner zonden.
Kyrie eleison.
Heer, die onze zielen hebt geschapen: heb medelijden met het werk uwer handen. Vader der barmhartigheid! ontferm U over ons, uwe kinderen.
34 ANDERE GEBEDEN
Eeuwipr Woord des Vaders, die voor ons mensch geworden en aan het kruis gestorven zijt: maak mij deelachtig aan de verdiensten uws doods en van uw dierbaar bloed. Minnelijke Zaligmaker! zoete Jesus ! ontferm U onzer, en vergeet' ons onze zonden.
Gloria in Excelsis.
Glorie zij aan God in den hoogste, en op de aardt) vrede aan de menschen van goeden wille. Wij loven U, wij zegenen , wij aanbidden U, wij danken U om uwe srroote glorie; o Heer God! hemelsche Koning , God Vader, almachtisr! o Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon! o Heer God! Lam Gods, Zoon des Vaders! die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer; die wegneemt de zonden der wereld, ontvang ons gebed ; die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer; want Gij zijt alleen heilig. Gij zijt alleen do Heer, Gij zijt alleen de allerhoogste; Jesus Christus, met den heiligen Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.
Gebed.
Verleen ons, o Heer, door de voorspraak van de heilige Maagd , en de Heiligen die wij eeren, al de genaden die uw dienaar voor zich en voor ons van TJ vraagt. Ik vereenig met hem mijne gebeden, en draag ze aan U op, voor allen voor wien ik verplicht ben te bidden: en ik verzoek Ã, Heer, voor mij en voor hen, al den bijs;and die ons noo-dig is om het eeuwige leven te bekomen; in den naam van Jesus Christus, onzen Heer. Ameu.
ON D KR DE H. MIS.
Epistel.
Mijn God! Gij hebt mij tot de kennis van uwe heilige wet geroepen, buiten zoo vele volkeren die leven in de onwetendheid van uwe geheimen. Ik aanvaard uit geheel mijn hart die goddelijke wet; ik luister met eerbied naar de heilige wourden , die Gij door den mond der Profeten en Apostelen hebt uitgesproken, en ik verlana: uit ganscher harte er mijn leven naar to schikken.
Evangelie.
Het zijn niet meer, o mijn God, de Profeten en de Apostelen die mij onderwijzen in mijne plichten, het is uw eenige Zoon, wiens woord ik mag aan-hooreu. Maar helaas! wat zal het mij baten dat ik geloof in uwe woorden, zoo ik. Heer Je»us, volgens dit geloof niet leve ? Waartoe zal het mij dienen, wanneer ik voor uwen rechterstoel zal verschijnen, het geloof zonder de verdiensten der goede werken gehad te hebben ?
Credo.
Ik geloof in éenen God. den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aaide, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in eenen Heer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en uit den Vader voor alle eeuwen geboren; God van God, licht van licht; waarachtige God van den waarachtigen God; geboren en niet gemaakt, eenwezig met den Vader, door wien alle dingen gemaakt zijn. Die om ons menscheu en om onze zaligheid nedergedaald is uit den hemel en (quot;nder deze woorden knielt men) het vleesch heeft aangenomen, door den heiligen Geest, uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is
35
36 ANDERE GEBEDEN
ook voor ons gekruist onder Pontiui Pilatus; Hij heeft geleden en is begraven. En Hij is, volgens de Schriftuur, ten derden dage verrezen. Eu Hij is opgeklommen ten hemel. Hij zit aan de rechterhand des Vaders. En Hij zal wederkomen met glorie, om te oordeelen de levenden en de docden; aan wiens rijk geen einde zal zijn. En in den heiligen Geest, den Heer en levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; Die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en verheerlijkt wordt, en door de Profeten gesproken heett. En éene heilige, katholieke en apostolische Kefk. Ik belijd een doopsel tot vergiffenis der zonden, en ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het eeuwig toekomende leven. Amen.
Offerande.
Heilige Vader, almachtige en eeuwige God! hoe onwaardig ik ben om voor U te verschijnen, durf ik U tcch, door de handen des priesters, deze slacht-offerande opdragen, met de meening welke Jesus Christus gehad hoeft, toen Hij deze offerande instelde, en welke Hij nog heeft, op het oogenblik dat Hij zich hier voor ons opoffert Ik draag U dezelve op, tot erkentenis uwer opperheerschappij over mij en over alle schepselen, tot uitwissching mijner zonden, en tot dankzegging voor al de weldaden welke Gij mij verleend hebt; alsook om van uwe oneindige goedheid voor mij, mijne ouders en weldoeners, voor mijne vrienden en vijanden, die dierbare gei aden der zaligheid te bekomen, die aan geenen zondaar kunnen gegeven worden, dan ten aanzien der verdiensten ran Hem, die zich het slachtoffer van verzoening voor ons allen gemaakt heeft. Ik beveel U ook,
ONDER DE H. MIS. 37
mijn God, geheel uwe heilige katholieke Kerk, onzen heiligen Vader den Paus, onzen Bisschop, al de Herders der zielen, al de christene Vorsten en alle volkeren die in U gelooven.
Wees ook gedachtig, o Heer, de geloovige zielen ; en om de verdiensten van uwen Zoon, geef haar eene plaats van verkwikking, licht en vrede.
Vergeet niet, mijn God, uwe en mijne vijanden; heb medelijden met alle ongeloovigen, met de ketters en alle zondaren; vervul met uwen zegen allen die mij vervolgen, en vergeef mij mijne zonden , gelijk ik hun vergeef al het ongelijk dat zij mij hebben aangedaan of zouden willen aandoen. Amen.
Prefatie.
Almachtige en eeuwige Vader! niets is redelijker, niets voordeeliger, dan dat wij ons met .lesus Christus vereenigen, om U onophoudelijk te aanbidden ; het is door Hem dat alle zalige Geesten uwe Majesteit loven; het is door Hem dat al de krachten der hemelen, bevangen door eenen eerbiedigen schrik, zich vereenigen om U te verheerlijken. Gedoog, Heer, dat wij onze zwakke lofgangen vereenigen met die der hemekche Geesten , ' en dat wij te zamen in verrukking van blijdschap en verwondering uitroepen : heilig ! heilig! heilig is de Heer, de God der hterscharen! hemel en aarde is met zijne heerlijkheid vervuld. Dat de gelukzaligen Hem loven in den hemel! Gezegend zij Hij, die tot ons komt op aarde ; God en Heer, gelijk Degene die Hem afzendt.
Canon.
Wij smeeken, in den naam van Jesus Christus , uwen Zoon en onzen Heer, oneindige barmhar-
ANDERE GEBEDEN
tige Vader ! de offerande die wij U opdragen te zegenen en gunstig aan te nemen, opdat het U believe de heilige katholieke Kerk te bewaren , te beschermen en te bestieren; met al hare Lidmaten, den Paus, onzen Bisschop, en in hel algemeen allen die uw heilig Geloof belijden.
Wij bevelen 11 in het bijzonder, Heer, al degenen voor welke wij uil rechlvaardigheid, dankbaarheid en liefde 'verbonden zijn te bidden ; al degenen die bij deze aanbiddelijke offerande tegenwoordig zijn, en voornamelijk voor N. N, En op-dat. onze eerbewijzing U aangenamer muge zijn, vereenigen wij onze gebeden met de glorierijke Maria, altijd maagd, moeder uws Zoons Jesus Christus, mei de Apostelen, gelukzalige Martelaren en alle Heiligen , die met ons eene en dezelfde Kerk uitmaken.
Elevatie.
Jesus ! eeuwig W oord des Vaders! God en mensch ! ik verneder mij voor U , ik aanbid U , ik bemin L1 eit ik draag mij geheel aau U op; ik aanbid het dierbaar bloed dat Gij aan het kruis vergoten hebt. O, dat hel toch voor mij niet te vergeefs uitgestort zij, maar mij zuivere en ver-slerke ten eeuwigen leven.
Geloofd en gedankt zij teu allen tijde het allerheiligste en goddelijke Sacrament.
Vervolg van den Canon.
Het is nu, o eeuwige Majesteit, dal wij door uwe genade, waarlijk en eigenlijk U opdragen het zuiver , heilig en onbevlekt slachtoffer, dal Gij zelf ons hebt willen verleenen, en waarvan al de anderen maar afbeeldsels waren. Ja, groote God !
38
ONDER DE H. MIS.
hier is meer dan al de offeranden van Abel, A.bra-hann en Melchisedecli; het is het eenige slachtoffer, uw altaar waardig : onze Heer Jesus Christus, uw Zoon, het eenig voorwerp van uw eeuwig welbehagen.
Dat allen, die hier met den mond of met het hart aan dit heilig slaciitoffer deel hebben, met deszelfs zegen vervuld worden; dat deze zegea zich uitstorte, o mijn God, over de zielen der geloovigen die in den vrede der Kerk gestorven zijn, en bijzonder overdo ziel van N. N. Verleen hun, o Heer, uit kracht van deze offerande, de volle verlossing van hunne pijnen.
Gewaardig à deze genade ook eens aan ons te verleenen, oneindig goedertieren Vader, en maak dat wij deel mogen hebben met uwe heilige Apostelen, Marte'aren en alle Heiligen, opdat wij U eeuwig met hen mogen beminnen en verheerlijken. Amen.
Pater Noster.
Hoe gelukkig ben ik, o miju God, à te hebben voor Vader! Welk eene vreugde te mogen denken, dat de hemel, waar Gij zijt, eens mijne woonplaats zal zijn ! Dat uw heilige naam geëerd zij door geheel de aarde : heersch volkomen over al de harten en willen : weiger aan uwe kinderen hut geestelijke en lichamelijke voedsel niet. Wij vergeven van harte, vergeef ons ook. Ondersteun ons in de bekoringen en in de rampen van dit ellendig leven, en bewaar ons van zonden, het grootste van alle kwaad. Amen.
Agnus Dei.
Lam Gods , voor ons geslacht! wees ous genadig. Aanbiddelijk Slachtoffer onzer zaligheid ! maak ons
39
ANDERE GEBEDEN
zalig. Goddelijke Middelaar! verwerf ons genade bij uwen Vader, en geef ons uwen vrede.
Communie.
ö Minnelijke Zaligmaker ! welk geluk voor mij , indien ik U in mijn hart mocht binnen leiden, U daar mijnen schuldigen eerbied bewijzen, ü daar mijne noodwendigheden vertoonen, en deelachtig zijn aan de genade, welke Gij geeft aan degenen die U wezenlijk ontvangen ! Maar dewijl ik mij daartoe onwaardig bevind, vergoed, o God, het-gene aan de bereiding mijner ziel ontbreekt; vergeef mij al mijne zonden; ik verfoei ze uit geheel mijn hart, omdat zij ü mishagen; aanvaard de oprechte begeerte welke ik heb, om mij met U te vereenigen; reinig mij door een uwer oogslagen , en maak mij waardig om U ten eerste te ontvangen. Dien gelukkigen dag verwachtende, smeek ik U, Heer, mij deelachtig te maken aan de vruchten die de Communie des Priesters moet uitwerken in alle geloovigen, welke bij deze heilige Offerande tegenwoordig zijn. Vermeerder mijn geloof door de kracht van dit goddelijk Sacrament; versterk mijne hoop; vervul mijn hart met uwe liefde, opdat het U alleen betrachte, en voor U alleen leve. Amen.
Laatste Collecte.
Mijn God ! Gij slachtoffert U voor mijne zaligheid; ik wil mij slachtofferen voor uwe glorie : ik ben uw slachtoffer, spaar mij niet ; ik aanvaard gewillig de kruisen die Gij mij zult gelieven over te zenden; ik neem die uit uwe hand aan, en vereenig ze met het uwe.
Ik zal aan uwe wet getrouw zijn; ik zal de gelegenheden der zonden vluchten, bijzonder van die
40
ONDER DE H. MIS. 41
zonde, waartoe mijr.e neiging mij met geweld vervoert; ik heb vastgesteld liever alles te verliezen en alles te lijden, dan U te vergrammen.
Benedictie.
Zegen, o God, deze heilige voornemens; zegen ons allen door de hand van uwen dienaar : en dat de uitwerksels van uwen zegen eeuwig op ons berusten. In don naam des Vaders , en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.
Evangelie van den H. Joannes.
In den beginne was het Woord, en hot Woord was bij God, en hel Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt; en zonder dat is er niets gemaakt van hetgene er gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der men-sehen; en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet bea'repen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat zij allen door hem gelooven zouden; hij was het licht niet, maar hij was om getuigenis van het licht te geven. Dit was liet waarachtig licht, hetwelk verlicht allen mensch, komende in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigen, doch de zijnen namen Hem niet aan. Maar aan allen, die Hem aangenomen hebben heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden; degenen die in zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den
iför sfc»
43 andeke gebeden ondee de h. mis.
wille (les vleesches, noch uit den wille des mans , maar uit God geboren zijn. En (dit zeggende, knielt men) hkt woord is vleesch geworden , en heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid van den eenig-geboren Zoon des Vaders, vol genade en waarheid.
Gebed na de Mis.
Ik dank U, Heer, voor de eenade welke Gij roii verleend hebt, met te dulden, dat ik van daag bij de heilige Offerande der Mis ben tegenwoordig geweest, buiten zoo vele anderen, die dit geluk niet gehad hebben ; ik vraag U vergiffenis over al de gebreken, die ik in dezelve door mijne flauwhartiaheid en verstrooidheid bedreven
^k ga nu met betrouwen aan mijne bezigheden , tot welke uw goddelijke wil mij roept; ik zal o-eheel den dag herdenken de gunst die Gij mij bewezen hebt, en ik zal trachten dat er mij niet een woord, niet een werk, geen gedachte, noch eene begeerte ontvalle, die mij de vrucht zou kunnen doen verliezen van de heilige Mis welke ik nu heb bijgewoond. Dit is hetgeen ik mij voorstel met de quot; hulp uwer goddelijke genade. Amen.
BIECHT-GEBEDEN.
Voorbereiding tot de heilige Biecht.
Alvorens wij bifehten, moeten wij God bidden, dat Hij ons verlichte, opdat wij de zonden die wij be?aan Hebben, mo^en kennen en openhartig belijden : ten dien einde kun-nen wij het volgende gebed 'ezeu.
O heilige God, die altijd bereid zijt de zondaars in genade te ontvangen en ze te versolioonen : aanschouw barmhartisr mijne ziel, die na zoo menio--vuldige zonden op nieuw tot U wederkeert, om door uw heilig Sacrament versiftenis te bekomen. Verleen mij hiertoe de noodzakelijke voorbereiding: verlicht mijn verstand, opdat ik al mijne zonden kenne; vermurw mijn hart, npdat zij mij waarlijk berouwen; en bestier mijne tong, opdat ik ze alle oprecht biechte en daarvan versriffenis bekome; laat niet toe dat mijne eigenliefde mij verblinde !
Heilige Maria, moeder der genade, en toevlucht der arme zondaars! bid nu voor mij, opdat ik deze heilige biecht wèl moge doen, en door dezelve de vergiffenis en de genade om mijn leven te beteren, moge bekomen.
yJcie van Berouw voor de hciüije Biecht.
Gij ziet voor uwe voeten, o oneindig groote God, de verrader die U zoo dikwijls belèedigd heeft, maar die U ootmoedig om vergiffenis bidt : ;/ een hart dat zich voor U verootmoedigt, verwerpt Gij niet. (Ps. 50.)
Ik dank U, dat Gij mij tot heden toe bewaard hebt, en dat Gij mij niet in de zonden hebt laten sterven. Door de verdiensten van .lesus Christus hoop ik, wijl Gij, o mijn God, mij tot nu toe
44 VOORBEREIDING TOT DE H. BIECHT.
geduldig verdragen hebt, dat Gij in deze biecht alle zonden vergeven zult die it begaan heb. Mijne zonden berouwen mij, o mijn God! het doet mij zeer leed dat ik ze begaan heb, wijl ik daardoor de hel verdiend en den hemel verloren heb. Maar zij berouwen mij niet alleen, omdat ik daardoor de eeuwige straffen verdiend h^b ; neen^, zij zijn mii leed, omdat ik U, oneindige goedheid, daardoor beleedigd heb. Ik bemin U, o mijn opperste Goed! en wijl ik U bemin, beu ik bedroefd over de beleedigingen die ik U heb aangedaan. Ik heb U verlaten, ik heb U niet de eer die U toekomt bewezen, ik heb uwe genade, uwe vriendschap veracht! Ik heb U, o Heer, vrijwillig verloren. Vergeef mij, om de liefde tot Jesus, ^al mijne zonden, ik beween dezelve uit geheel mijn hart , ik verzaak ze. O mijn God! niet alleen de doodzonden; omdat ik U ook door deze beleedigd heb : ik neem voor U in het toekomende niet meer vrijwillig te beleedigen. Ja, mijn God! ik wil liever sterven dan nog te zondigen.
Zoo wij eene zonde biechten, in welke wij dikwijls vallen, moeten wij het vaste voornemen maken ze met meer te be-eaan; wij moeten alsdan besluiten de gelegenheid daarvan te vermijden , en onzen biechtvader vragen, dat hij ons een krach-tig middel aanwijze om ons te beteren.
Gebed na de heilige Biecht.
O mijn allerliefwaardigste Jesus! hoe groote dankbaarheid ben ik U niet schuldig! Ik hoop dat Gij mij door de verdiensten van uw bloed mijne zonden vergeven hebt. Ik dank U daarvoor uit geheel mijn hart: ik brand van verlangen, om uwe barmhartigheid in den hemel eeuwig te prijzen. Tot nu toe, o mijn God, heb ik U dikwijls ver-
OEFENINGEN TOT DE H. COMMUNIE. 45
loren , maar in het vervolg wil ik U niet meer verliezen, ik wil veranderen van leven; Gij verdient al mijne liefde, ik wil U waarachtig beminnen : ik wil niet meer van U verwijderd worden; ik heb U beloofd liever te sterven, dan U nog te beleedigen : ik vernieuw nu mijne belofte, en w il ze houden. Ik beloof U de gelegenheid der zonden te vluchten, en het volgende middel aan te wenden ( hier noemt men dit middel) om niet meer te zondigen. Maar Gij kent mijne zwakheid o mijn God! geef mij de genade U getrouw te blijven tot den dood toe, en help mij ieder-maal als ik bekoord word, om tot U mijne toevlucht te nemen. Help mij, o Maria! gij zijt de
Moeder der volharding; in u stel ik al mijne hoop. ---gt;â¢*gt;--
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
TOT DE HEILIGE COMMUNIE.
BemerJcing over de voorbereiding tot de heilige Communie.
Nergens, zegt de H. Franciscus van Sales, toont zich onze goddelijke Zaligmaker rainnelijker, nergens geeft Hij grootere bewijzen zijner liefde, dan in de heilige Communie: daar vernietigt Hij zich, om zoo te zeggen; daar wordt Hij voedsel, om zich met de zielen, ja zelfs met het lichaam der geloovigen te vereenigen; daarom is er ook, volgens den geleerden Gerson, geen krachtiger middel dan de heilige Communie, om de godsvurcht en de liefde Gods in de harten te ontsteken.
Willen wij aan God behagen ? Als wij Hem in de heilige Com-munie ontvangen, geven wij Hem zekerlijk de grootste vreugd : dewijl de liefde , volgens den H. Dionisius, naar vereeniging tracht , en er is geene grootere vereeniffing, dan de vereeniging van eene ziel met Jesus in de heilige Communie. Daarom zegt ook onze Zaligmaker zelf: 7 Die mijn vlee^h eet, en mijn
46 godvruchtige oefeningen
bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem.quot; ( Joan. 14..) Indien gij, zegt de H. Augnstinus, dagelijks de goddelijke Sacramenten met godsvrucht ontvangt, zult gij meer en meer in de liefde Gods toenemen. .
Zoeken wij een middel tegen de krankaeden onzer ziel f Nergens kunnen wij een krachtiger vinden, dan in de heilige Communie, die van de kerkvergadering van Trente een bewaarmiddel genoemd wordt, â hetwelk ons van de dagehjksche zonden zuivert en ons van de zonden bewaart.
Hoe komt het dan, vraagt de kardinaal Bona , dat menigeen na zoo vele Communiën , zoo weinig voortgang in de deugd maken , en altijd in vroegere fouten terugvallen ? Niet in het voedse., antwoordt hij, ligt de oorzaak er van, maar in den staat, in welken hij, die het ontvangt, zich bevindt. In het hoek der Spreuken vraagt de wijze Salomon ; â Kan iemand vuur in zijnen boezem verhergen, zonder zijne kleederen te verbranden . (Prov. 6: 37.) God is een verslindend vuur, dat Hij zelf in onze harten, in de heilige Communie ontsteekt, Hoe is het dan mogelijk, vraagt Guillielmus, Bisschop van Parijs, dat in het midden van zulk een vuur zoo vele zielen kond en zonder het minste gevoelen der goddelijke liefde blijven ?
De slechte voorbereiding is er alleen de schuld van; droog hout brandt snel, maar nat hout, omdat het slecht is , brandt moeie-lijk. De Heiligen werden zeer gezegend in de H. Communie, omdat zij er zich zeer zorgvuldig toe bereidden. deh. Aloysius de Gonzagua bereidde zich drie dagen lang tot de H. Communie, en hij besteedde deuzeli'den tijd om God daarvoor te danken.
Als wij ons tot de H. Communie voorbereiden, moeten wij bijzonder twee dingen voor oogen hebben : â wij moeten trachten ons meer en meer van de schepselen te onthechten, en vurig verlangen om iu de liefde Gods aan te groeien.
Daarom moeten wij beginnen met alle aangekleefdheid aan aardsche dingen te verzaken, met alles uit ons hart te verbannen, wat God niet is. Christus zegt : die gewasschen is, heeft niets anders noodig dan de voeten tewasschen;quot; (Joan. 13.) hetwelk volgens dc uitlegging van den H. Bernardus be-teekent ; dat, om voordeel uit dit goddelijk Sacrament te trekken, men niet alleen zuiver van groote zonden, maar ook aan de voeten rein moet zijn, dat is, rein van de aardsche neigingen , welke , dewijl zij ons aan de aarde vasthechten , God zeer mishaïen, de ziel vervullen en de zegenrijke uitwerkingen der H. Communie beletten. De H. Gertrudis aan den Heer vragende, hoe zij zich tot de H. Communie moest voorbereiden , autwoorde hij haar ; â Ik verlang nie-:s anders dan dat gij, wanneer gij mij ontvangt, gansch ledig van u zelve zijt.quot;
Maar om met voordeel te communiceeren, moeten wij ook een groot verlansren hebben om Jesus en zijne heilige liefde te ont-
TOT DE H. COMMUNIE. 47
vangen. â , Alleen degene, zegt Gerson, die hongerig tot deze heilige Tafel nadert, wordt verzadigd.quot; De heilige Maagd Maria had dit alreeds gezegd ; â Hij heefc de hongerigen met zijne goederen vervuld.quot; Gelijk Jesus, volgens het zeggen van Avila, eerst toen op de aarde wilde komen , als het verlangen naar Hem allervurigst was, en als men Hem overal verwachtte, zoo wil Hij ook nu niet tot eene ziel komen , die geen verlangen heeft om Hem te ontvangen , dewijl het niet betaamt eene zoo koste-lijke Spijs te geven, aan dengene die er een walg van heeft.
Eens zeide Jesus aan de H. Mechtildis *. Ds drifc waarmede eene bij zich op de bloemen hecht om er den honig uit te zuigen, is een zwak afbeeldsel van de liefdevolle verlangens die Ik heb, om mij aan de zielen in mijn Sacrament te schenken. Daar alzoo de wensch van Jesus , om in ons hart te komen, zoo groot is, zoo is het ook redelijk, dat wij ook , als wij comraunic?eren , vurig verlangen Hem en zijne liefde te ontvangen. Volgens den heiligen Pranciscus van Sales moet het bij «onderste oogwit eener ziel, die communiceert, daarop gericht zijn, om in de liefde Gods te groeien ; want het betaamt dat men Dengene uit liefde ontvangt, die alleen uit liefde zich gansch aan ons geeft.
ACTEN VOOR DE H. COMMUNIE.
Acte van Geloof.
â Ziet hij komt springende over de bergen, hup-helend over do heuveleiv' (Gez. II. 8.) Gij wilt dan in het allerheiligste Sacrament U geheel met mij vereenigen, allerminnelijkste Jesus! Maar helaas, welke vernederingen hebt Gij moeten onderstaan, öm nu tot mij te kunnen komen. Gij zijt God, en Gij zijt mensch geworden; Gij zijt het oneindig' Wezen, en gij zijt een kind geworden; Gij zijt de Heer aller dingen, en Gij zijt een slaaf geworden; uit den schoot uws hemelschen Vaders zijt Gij nedergedaald in den schoot eener Maagd ; Gij verliet den troon uwer heerlijkheid, om U aan een kruis te laten slaan ; en heden daalt Gij nog op nieuw van den hemel in mijn hart neder.
â Zie, mijn beminde staat achter den muur, hij ziet door het venster, en kijkt door de traliën.quot; (Gez. 11. 9.) Zie , lieve ziel, dezelfde Jesus, die aan
* a».
48 GODVRUCHTIGE OEFENIKGEN
het kruis hangende, uit liefde tot ons stierf, blijft nu, van dezelfde liefde tot U ontvlamd, verborgen in het allerheiligste Sacrament. â Even als een teedere bruidegom die wederliefde verwacht, blijft Jesus in de Hostie verborgen, gelijk achter eene gesloten tralie; Hij ziet door dezelve zonder gezien te worden. Hij betracht u nu, Hij ziet hoe gij u voorbereidt, om zijn heilig lichaam te ontvangen ; Hij geeft acht öp hetgene gij denkt; Hij ziet wat gij zoekt, wat gij verlangt, wat gij bemint, welke genade gij hem vragen zult, en welk een geschenk gij voorgenomen hebt Hem op te offeren. Zoo bereid u dan, o lieve ziel, om Jesus te ontvangen. Zeg Hem met een hart vol geloof: in weinige oogenblikken, mijn lieve Verlosser, komt Gij in mijn hart. O mijn verborgen God, dien de meeste menschen miskennen ; kom tot mij; ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk tegenwoordig zijt; ik belijd dit mijn geloof uit geheel mijn hart, en ik aanbid U in dit Sacrament als mijnen Heer en mijn God; met vreugde wilde ik mijn leven verliezen voor de belijdenis dezer waarheid. Gij komt om mij met genade te vervullen en om U geheel met mij te vereenigen; groot moet dan mijn betrouwen op uwe liefdevolle aankomst zijn 1
Acte van Hoop.
quot;Vergroot uw hart, mijne lieve ziel! Jesus kan u met alle goederen verrijken , Hij bemint u zoo zeer; hoop dan groote genade van uwen Zaligmaker, die vol teederheid en liefde tot u komt. Ja, allerzoetste Jesus ! Gij zijt mijne hoop; ik verwacht van uwe liefde tot mij, daar Gij U vandaag geheel aan mij geeft, dat Gij de schoone vlammen uwer goddelijke liefde in mijn hart zult ontsteken, en dat
TOT DE H. COMMUNIE. 49
Gij mij den oprecliten wensch van U te behagen zult indrukken, opdat ik in het toekomende alleen wil wat Gij wilt.
Acte van Liefde.
o Mijn God, mijn God! Gij alleen zijt de ware vriend mijner ziel. Kondet Gij meer doen om mijne liefde te winnen, dan Gij voor mij gedaan hebt? Gij hebt niet alleen voor mij willen sterven, goddelijke Zaligmaker! Gij hebt nog dit allerheiligste Sacrament ingesteld, om U door hetzelve geheel aan mij te schenken, om U zoo nauw met een zoo verachtelijk en ondankbaar schepsel te vereenigen. En wat meer is, Gij verzoekt mij zelfs om U te ontvangen, Gij wenscht vurig dat ik mij met U veree-nige. O oneindige, o onbegrijpelijke liefde! een God wil zich aan mij geven. Gelooft gij dit, lieve ziel? Wat doet gij dan , wat zegt gij hierop? O God, o liefwaardige, oneindige God! Gij alleen verdient de liefde van al uwe schepselen; ik bemin U uit geheel mijn hart. ik bemin U boven al, ik bemin U meer dan mijzelven, meer dan mijn leven. Konde ik U toch van allen bemind zien; konde ik toch maken dat alle harten U beminden, gelijk Gij het verdient! Ik bemin U, allerliefwaardigste God! en om U te beminnen, vereenig ik mijn arm hart met de harten der Serafs, met het hart van Maria : zoo dat ik, o oneindige Goedheid, dezelfde liefde tot U draag, met welke alle Heiligen, met welke de goddelijke Moeder ontstoken is. ïk bemin U alleen; want Gij alleen verdient al mijne liefde, en Gij verlangt dat wij U beminnen. Gaat dan uit mijn hart, gij aardsche genegenheden, die God niet tot voorwerp hebt. Maria, Moeder der schoone liefde!_ help mij, opdat ik mijnen God beminne. Hij die zoo vurig verlangd bemind te worden.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Acte van Ootmoedigheid.
In weinige oogenblikken, mijne ziel, zult gij u met het heilig vleesch van Jesus Christus voeden; maar zijt gij ook waardig Hem te ontvangen? O mijn God! wie ben ik, en wie zijt Gij? Ik weet het. Ik erken maar al te goed, wie Gij zijt, dieU aan mij geeft. Maar Gij, o mijn God, weet Gij wie ik ben, ik die U aanstonds ga ontvangen? Hoe is het mogelijk, dat Gij, de oneindige reinheid, verlangt in mijn hart te wonen; in dit hart dat zoo dikwijls uwe vijanden ontvangen heeft, dat zoo dikwijls door de zonden is bevlekt geworden. Ik erken, o Heer, uwe oneindige heerlijkheid en mijne groote ellende; ik word rood en schaam mij voor U te verschijnen; ik zou mij uit eerbiedigheid van U willen verwijderen. Maar indien ik U, o mijn Leven, verlate, tot wien zal ik mij wenden? waar zal ik hulp zoeken? wat zal alsdan van mij geworden? Neen, neen, ik wil mij niet meer van U verwijderen; neen, ik wil altijd meer tot U naderen; het geeft U niet alleen vreugde dat ik U als mijn voedsel ontvange, maar Gij bidt mij zelfs tot U te komen. Ik kom dan, allerliefwaardigste Jesus, beschaamd over mijne zonden en gansch verootmoedigd; maar vol betrouwen op uwe barmhartigheid en op uwe liefde tot mij, kom ik om U heden in mijn hart te ontvangen.
Acte van Berouw.
Hoe smart het mij. God mijner ziel, U tot hiertoe niet bemind te hebben, ja zelfs in plaats van U te beminnen, zoo dikwijls, om mijne hartstochten te bevredigen, uwe oneindige goedheid belee-digd en bedroefd te hebben. Hoe smart het mij, mijn Jesus, dat ik uwe genade en vriendschap, dat
50
TOT DE H. COMMUNIE.
ik zelfs U, mijnen Heer en mijnen God, vrijwillig heb willen verliezen. Het is mij leed uit geheel mijn hart, ik ben er ten uiterste over bedroefd; ik haat en verzaak; alle dood- en dagelijksche zonden die ik begaan heb; ik haat ze meer dan alle ander kwaad, omdat zij U, de oneindige Goedheid, beleedigd hebben. Ik hoop dat Gij mij reeds vergeven hebt; maar ware dit niet, zoo vergeef mij eer ik ontvange; wasch met uw dierbaar bloed deze mijne ziel, in welke Gij aanstonds komt wonen.
Acte van Verlangen,
Zie, mijne ziel, het oogenblik is gekomen, waarop uw Jesus in u zijne woning wil nemen. Zie, den Heer van hemel en aarde, zie uwen Zaligmaker en uwen God : Hij nadert. Hij is op het punt van in u te komen. â Bereid u dan, om Hem met een hart vol liefde te ontvangen; verlang naar Hem en bid Hem : n kom, o Jesus ! kom in dit hart dat naar U zucht; maar eer Gij U aan mij geeft, wil ik mij aan U schenken: zie, ik geef U dit ellendig hart over ; neem het aan en haast U om er bezit van te nemen.
Kom dan, mijn God! kom en vertoef niet, mijn eenigste, mijn hoogste goed, mijn schat, mijn leven, mijne üefde, mijn al! Met dezelfde liefde waarmede de heilige en vurigste zielen, en uwe heilige Moeder Maria, U ontvangen hebben, wensch ik U nu in mijn hart te bezitten; ik vereenig mijne Communie met de hunne. O allerheiligste Maagd, mijne Moeder Maria! zie, ik ben nu op het punt van uwen goddelijken Zoon te ontvangen; ik wensch uw hart, uwe liefde te hebben. Geef mij uwen Jesus, gelijk gij hem aan de Herders en aan de drie Koningen gegeven hebt. Ik verlang Hem uit uwe zuivere handen te ontvangen. Zeg
51
\
I
^ ^ tr.i
32 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
hem dat ik uw toegenegen dienaar ben; uw allerzoetste Jesus zal mij dan nog meer beminnen, en nu tot mij komende, zich nog inniger met mij vereenigen.
Bemerkingen op de dankzegging na de H. Communie.
Geen gebed is er aangenamer aan God en voordeeliger aan de ziel, dan de dankzeggincr na de heilige Communie. Het ge-voelen vau vele groote godgeleerden is, dat God, gedurende den tijd dat de sacramenteele gedaanten onverteerd blijven, aan de ziel, zoo zij zich door akten van deugden daarvoor bereidt, zonder ophouden nieuwe genaden geeft; en de Kerkvergadering van 1'lorentiën leert ons hetzelfde, als zij verklaart, dat het heilig Sacrament dezelfde werking heeft als het aardsche voedsel, hetwelk, nadat men genoten heeft, meer of min goed werkt, volgens dat het lichaam meer of min wel gesteld is.
Daarom zijn de godvruchtige zielen zeer zorgvuldig om na de heilige Communie, zoo lang het haar maar mogelijk is, in het gebed te volharden. Da eerbiedwaardige Pater Avila bad zelfs in zijne missiën, twee uren lang na de heilige Communie, en Pater Balthazar Alvarez zeide, dat men veel moet houden van den tijd na de heilige Communie , en zich voorstellen, dat men uit den mond van Jesus deze woorden hoort, die Hij eertijds Han zijne Leerlingen zeide: âMij hebt gij niet altijd bij u.quot;
Men doet dan niet goed, indien men, zoo als sommigen; terstond na de heilige Communie begint te lezen ; het voordee-ligste is, van alsdan, ^en minste jredurende eenigen tijd, heilige bewegingen in zich te verwekken , en zonder boek, zich alsdan alleen met Jesus, die in ons hart woont, te onderhouden, en tenminste verscheidene malen een gebed van verzuchtingen, of eenige akten van liefde, al waren zij altijd dezelfde, te verwekken. â Drie uren lang herhaalde Jesus Christus in den hof van Oliveten hetzelfde gebed.quot; (Matth. 25.) De ziel moet zoo ook na de heilige Communie zich in het gebed met Christus onderhouden, en verzekerd zijn dat, daar zij alsdan met Jesus vereenigd is, deze godvruchtige oefeningen eene veel grootere waarde hebben en van veel grootere verdiensten zijn, dan indien men ze op eenen anderen tijd verrichtte. Bovendien is Jesus Christus na de heilige Communie meer genegen zijne genaden uitte deelen, en de H. Theresia zegt: dat, als Jesus in de heilige Communie in ons hart komt, Hij zich in onze ziel gelijk op eenen troon van genade bevindt, en ons vraagt: vat wilt gij van Mij ? Even alsof hij zeide ; zie, lieve ziel. ik ben daarom tot u gekomen, om u met genaden te vervullen: bid derhalve ook om al wat gij wilt. Ik zal uw
TOT DE H. COMMUNIE. 53
gebed verhooreu. Welke schatten van aenaden zouden wij niet ontvangen, indien wij na de heilige Communie ons een uur, of tenminste een half uur, met Jesus onderhielden. Ten dien einde kunnen wij aandachtig en langzaam de volgende gebeden lezen. Bovendien moeten wij ons den ganschenquot; dag door, op welken wij gecommuniceerd hebben, door het inwendiquot;' gebed , met Christus voreenigd houden.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
Acte van Geloof.
Mijn God keeft mij bezocht, mijn Jesus heeft zijne woning in mijne ziel genomen , mijn allerzoetste Jesus is in mijn hart! Hij is gekomen, opdat Hij aan mij en ik aan Hem zij! Zoo is dan Jesus aan mij, zoo ben ik dan aan Hem. Ja, Jesus is gansch aan mij, ik ben gansoh aan Hem !
O oneindige goedheid, o oneindige barmhartigheid, o oneindige liefde! een God vereenigt zich mot mij, een God wil gansch aan mij zijn! Wat zult gij dan nu doen, mijne ziel, gij die zoo innig met Jesus verbonden, die één met Jesus geworden zijt? Wilt gij Hem niets zeggen, wilt gij niet met uwen God, die in u tegenwoordig is, spreken? Verwek dan uw geloof op nieuw; denk dat de Engelen hunnen God, die in u woont, aanbidden, en aanbid Hem ook; keer n inwendig lot uwen Jesus, en verdrijf alle andere gedachten; vergader al uwe liefde-gevoelens; offer ze aan uwen allerzoetsten Jesus, en zeg Hem :
Acte van Begroe'ting.
o Mijn teedere Jesus ! mijne liefde, mijn oneindig goed! ik begroet U en dank U dat Gij in mijn arm hart gekomen zijt. â Maar ach, mijn goede Jesus, mijn God! waar bevindt Gij U, waar zijt Gij gekomen ? In mijn hart, in een hart dat veel onreiner is dan de stal waarin Gij geboren zijt ; in dit hart dat vol aanklevingen, vol eigenliefde en
lt;*®w
54 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
ongeregelde genegenheden is! Hoe is het mogelijk dat Gij daarin hebt willen komen wonen? Ach, ik zou U wel gaarne met den H. Petrus zeggen : « ga van mij, want ik ben een zondig mensch,quot; ga van mij, o schoone Jesus! ik verdien niet dat een God van oneindige goedheid in mijn hart wone; ga van mij, en neem uwe woning in die zuivere zielen, die U met zoo groote liefde dienen.
Wat heb ik gezegd? Neen, o mijn Jesus! neen neen, verlaat mij niet; want zoo Gij mij verlaat, ben ik verloren, Ocbneen, ga van mij niet weg! ik omhels U, ik hecht mij nauw aan U vast, want Gij zijt mijn leven. O hoe dwaas ben ik geweest, ü uit liefde tot de schepselen, verlaten te hebben. Helaas, welke ondankbaarheid, mijn Jesus ! ik heb U uit mij weggejaagd. Maar nu, o God mijner ziel, nu wil ik U voor immer in mijn hart houden : ja, van nu af wil ik dat Gij gansch aan mij zijt, dat ik gansch aan U zij: wil ik met U vereenigd leven en sterken. Allerheiligste Maria! Serafs, en gij zielen die God met de allerreinste liefde bemint! bidt Hem dat Hij mij uwe liefde geve, opdat ook ik mijnen lieven en zoeten Jesus goed gezelschap houde.
Acte van Dankzegging.
Ik dank U, mijn Heer en mijn God, voor de genade die Gij mij komt te bewijzen; ik dank U dat Gij in mijn hart hebt komen wonen; ik zou willen dat mijne dankbaarheid overeenkwame met de groote genade die Gij mij bewezen hebt, maar hoe zou het mogelijk zijn, dat ik arm mensch, U op eene waardige wijze zou kunnen danken? Pater Segneri zegt ; dat de bekwaamste acte van eene ziel die gecommuniceerd heeft, de verwondering is, als zij denkt wie zij ontvangen heeft. â Een God; een God is in mijn hart gekomen, een God!quot;...
TOT DE H. COMMUNIE. 55
David zeide : ;/ VV at zal ik den Heer geven, voor alles wat Hij mij gegeven beeft?quot; Maar ik, wat zal ik U geven, aan U die, na mij met zoo vele weldaden vervuld te hebben, mij nog dezen morgen uw eigen Vleesch en Bloed gegeven hebt ? O mijne ziel! dankt en zegent uwen God, zoo zeer gij maar kunt. En gij mijne moeder Maria! gij mijne heilige Patronen, mijn Bewaarengel, en gij allen die God bemint! komt gij allen die den Heer vreest, en hcort hoe groote dingen Hij aan mijce ziel gedaan heeft; komt mijnen God in mijne plaats danken en prijzen; bewondert en looft Hem, om de groole genade die H ij mii bewezen heeft.
Acte van Opoffering.
// Mijn welbeminde is aan mij, en ik aan Hem.quot; (Hoogl. 2.) Zoo een koning eenen armen herder in zijne hut bezocht, kende hem die herder wel iets anders dan deze hut zelve, zoo als zij is, aanbieden ? Daar Gij alzoo, mijn goddelijke Koning, Jesus, deze arme hut mijner ziel hebt willen bezoeken , zoo bid ik U, ^ om ze als uw eigendom aan te zien; ik geef mij geheel aan U over; ik schenk U mijne vrijheid en mijnen wil; w mijn welbeminde is aan mij; en ik aan hem.quot; Gij hebt ü gansch aan mij gegeven, ik geef mij gansch aan ü :' ja van nu af, o allerteederste Jesus, wil ik niet meer aan mij zeiven ^ijn, ik wil aan U, gansch aan U zijn : ik wil dat Gij de Heer mijner zinnen zijt, en dat zij mij alleen dienen om U te behagen; want niets kan ons, volgens den H. Petrus van Alcantara, meer vreugde^ geven, dan U, o mijn liefwaardigste, mensohlievendste en zoetste Jesus ! te behagen. Ik schenk U al de krachten mijner ziel en mijns li-chaams; en ik wil dat zij allen en voor altijd U toe-
56 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
behooren; mijn geheugen zal mij niet meer dienen, dan om uwe weldaden, uwe liefde te gedenken; mijn verstand wil ik alleen aanwenden, om aan U, die zonder opliouden op mijn welzijn denkt, te peinzen; mijn wil zal mij voortaan alleen dienen, om ü, mijnen God , mijnen zoeten Jesus, te beminnen, om alleen te willen wat Gij wilt.quot;
Ik offer U van daag op al wat ik ben en bezit, o allerliefwaardigste Zaligmaker I ik offer U op mijne zinnen, mijne gedachten, mijne genegenheden, mijne wenschen, mijne begeerten, mijne vrijheid, met één woord, mijn lichaam en mijne ziel, alles stel ik in uwe handen. Neem, o oneindige God! neem dito H'er aan, dat de ondankbaarste aller zondaars, dien de aarde ooit gedragen heeft, I! opdraagt : neem mij genadig aan, die zich nu gansch aan U schenkt. Doe met mij, o Heer, wat Gij wilt. Handel met mij naar uw welbehagen. Kom o verslindend vuur, o goddelijke liefde ! kom in mij vernietigen al wat mijn is en wat aan uwe zuiverste oogen mishaagt, opdat ik van nu ai'geheel aan U zij, en voortaan alleen leve, om niet slechts uwe geboden en uw raden, maar ook al uwe verlangens en al wat U behaagt, te vervullen.
O allerliefste en allerheiligste Maria ! draag in uwe zuivere handen dit mijn offer aan de heilige Drievuldigheid op; maak dat God het genadig aanneme; en dat hij mij genade geve, van Hem tot den dood toe getrouw te blijven. Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
Acte van Verzoek.
ó Mijne ziel! wat doet gij nu? gij moogt geen oogenblik tijds verliezen, want hij is kostbaar, omdat gij nu gemakkelijk alle genade, om welke gij bidt, bekomen kunt. â Ziet gij niet hoe verliefd
T
TOT DE H. COMMUNIE. 57
de eeuwige Vader u nu aanschouwt, daar Hij in uw hart zijnen beminden Zoon, het voorwerp zijner teederste liefde ziet ? Verwerp dan alle andere gedachten ; wek uw geloof op, vergroot uw hartquot;cn vraag al wat gij wilt. Hoort gij niet dat Jesus zelf u zegt ; â wat wilt gij dat ik u doe ? Zeg geliefde ziel, wat begeert gij van mij ? Ik ben in uw hart gekomen om n rijk en gelukkig te maken, vraag met betrouwen, en gij zult bekomen alles wat gij verlangt.quot; O mijn allerzoetste Jesus ! dewijl Gij dan in mijn hart gekomen zijt om mij uwe genade te geven, en dewijl Gij wenscht dat ik U daarom bid: zie, ik verlang niet de goederen dezer wereld, ik wensch noch rijkdommen, noch eer, noch aard-sche vreugden, maar geef mij, bid ik U, eene groote droefheid over hel mishagen dat ik U veroorzaakt heb, en laat mij erkennen hoe ijdel de wereld is, en hoezeer Gij onze liefde verdient. Verander dit hart; bewaar het van alle aankleving aan aardsche dingen, geef dat het in alles uw vergenoegen zoeke; ja, mijn Jesus, dat het ü altijd ver-heuge, en dat het niets anders verlange dan uwe heilige liefde ; geef mij een nieuw hart, o mijn God!
Ik verdien niet dat mijn gebed verhoord worde, maar Gij, mijn allerzoetste Jesus, die nu in mijn hart woont. Gij hebt dit voor mij verdiend : ik bid, om uwe verdiensten, om die van uwe heilige Moeder, en om de liefde die Gij uwen hemelschen Vader toedraagt : verhoor mijn gebed.
Laat ons hier een weinig stil Mijven en Jesns bidden ora eenige bijzondere genade voor ons, reor onze bloedverwanten, vrienden, weldoeners, enz. Laat ons ook niet de zondaars en de zielen des vagevuurs vergeten.
Eeuwige Vader ! Jesus Christus zelf heeft ons gezegd : â voorwaar, voorwaar! ik zeg u, zoo gij den Vader iets in Mijnen naam zult vragen.
58 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Hij zal het u geven.quot; (Joan. 16.) Verhoor mij clan uit liefde tot dezen uwen goddelijken Zoon , die nu in mijn hart woont, en geef mij wat ik van U gevraagd heb.
Mijn zoete Jesus ! Jesus en Maria! voor U wil ik lijden, voor U wil ik sterven : maak dat ik geheel
aan U, en dat ik nooit meer mij zeiven zij. â*§*â â
GODVEUOHTIGE OEFENINGEN tot het
ALLERH. SACRAMENT DES ALTAARS.
Die tot voorbereiding en dankzegging na de heilige Communie of gedurende de heilige Mis, de Vespers en het Lof kunnen dienen.
Liefdezuchten tot Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament.
I.
âGaat uit, gij dochters van Sion, en aanschouwt den koning Salomon met de kroon, met welke zijne moeder hem op den dag zijner bruiloft gekroond heeft.quot; ( Hoogl. 3.) O gij, dochters der genade, gij godminnende zielen! gaat uit en verlaat de duisternissen dezer aarde ; aanschouwt uwen Jesus met doornen gekroond, met eene kroon van verachting en smart, met welke Hem zijne moeder: de goddelooze Synagoog, op den dag zijner bruiloft kroonde; dat is op den dag zijns doods, en waardoor Hij met onze zielen aan het kruis in echtverbond trad. Ga op nieuw
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. 59
uit; aanschouw üem vol liefde en goedheid., nu dat Hij zich met u in dit Sacrament van liefde komt vereenigen.
O mijn lieve Jesus ! hoe veel heeft het U niet gekost om U met de zielen in dit allerheiligste Sacrament te kunnen vereenigen ! Welken bitteren en smadelijken dood moest Gij niet eerst lijden ! O kom, kom spoedig en vereenig U wederom met mijne ziel. Daar was, helaas, een tijd dat zij door de zonden uwe vijandin was ; maar nu wilt Gij met haar door uwe genade in huwelijk treden; kom, mijn goddelijke Bruidegom! kom, mijn Jesus! ik wil U niet meer verraden ; ik wil U voor eeuwig getrouw blijven. Gelijk eene bruid vol liefde, wil ik aan niets anders denken dan om U te behagen ; wil ik U alleen beminnen, wil ik g.msoh aan ü zijn, mijn Jesus! geheel, ja geheel wil ik aan U zijn. â
II.
âMijn welbeminde is mij gelijk een mirren-bosje. (Hoogl. 3. 12.) Als een mirrenbosje afgesneden wordt, vloeit er een heilzaam sap uit : alzoo wilde ook onze Jesus zijn goddelijk bloed onder de schromelijkste smarten vergieten, om het ons geheel tot onze zaligheid in dit brood des levens te kunnen geven.
Kom dan, o geheimvol mirrenbosje, o miin zoete Jesus ! die mij , als ik U verwond op het kruis aanschouw, _droefheid en medelijden inboezemt, maar als ik U in dit allerzoetste Sacrament ontvang, dan brengt Gij mij meer vreugde, dan een uitgekozen druiventros aan eenen dor-stigen geven kan.
âMijn welbeminde is mij eene Cvprusdruif van lingaddis wijnbergen.quot; ( Hoogl. 1. 13.) Kom dan
60 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
in mijn hart, versterk en verzadig mij met uwe heilige liefde ! O welke vreugde bezielt mij niet, als ik denk dat ik nu denzelfden zoeten Jesus, die om mij gelukkig te maken al zijn bloed vergoten heeft en op het kruis voor mij heeft willen ge-slachtoffert worden, in mijn hart ga ontvangen !
O mijn Jesus! laat niet toe, dat ik U op nieuw uit mijn hart verdrijve : dat ik U dwinge mij wederom te verlaten. Ik wil U altijd beminnen, ik wil altijd met U nauw vereenigd blijven; ik wil voor eeuwig aan Jesus zijn : Jesus zal altijd aan mij zijn, ja, altijd, altijd, altijd zal hij in mijn hart wonen.â
III.
âAls de koning in zijn slaapstede was, gaf mij de Mardus zijnen zoeten reuk.quot; (Hoogl. 12 11.) Als Jesus door de heilige Communie in een hart komt wonen, hoe klaar ziet en kent niet de ziel alsdan, aan het licht dat deze Koning des hemels met zich brengt, hare verworpenheid ! Gelijk aan den Nardus, die de geringste der planten is, zoo erkent zich de ziel voor het nederigste aller schepselen. Als de ziel zich alzoo verootmoedigd heeft, o wat liefelijken geur verbreidt zij dan ! Ãn die goddelijke Koning bidt haar alsdan, zich nog nauwer met Hem te vereenigen. â
Wilt gij alzoo, lieve ziel, dat Jesus in u wone, overweeg uwe nederigheid, bedenk wat gij zijt, wat gij verdient; verneder u zoozeer gij maar kunt, verjaag uit u allen hoogmoed die Jesus van u verwijdert, en Hem hindert tot u te komen. â
Kom dan, o mijn welbeminde Zaligmaker! kom, en laat mij bij het licht uwer genade mijne nederigheid, mijne ellenden, mijne nietigheid erkennen, opdat Gij met welbehagen in mij moget rusten, en opdat Gij mij nooit meer zoudet verlaten. â
TOT HET ALLERH. SACRAMENT.
IV.
«Denk goed van den Heer.quot; (Wijsh. I. 1.) Waarom zijt gij , lieve ziel, niettegenstaande de oneindige goedheid en liefde die uw Zaligmaker u betoont, zoo vreesacttig en zoo kleinmoedig? waarom mistrouwt gij Hem? Nu dat gij waardig gemaakt zijt om Jesus Christus in uw hart ontvangen te hebben , moeten uwe gevoelens aan eene zoo groote genade beantwoorden; en gij moet al uw betrouwen stellen op de oneindige goedheid amp;ods, die zich geheel aan u gegeven heeft. Het is waar, schrikkelijk zijn de oordeelen Gods, maar alleen schrikkelijk voor de hoovaardigen en voor de versteende zondaars; de ootmoedigen, die boetvaardigheid doen, en die wenschen God te beminnen, oordeelt Hij met barmhartigheid, en alles wat Hij hun overzendt, komt uit een hart vol van liefde en goedheid; zoodanig dat David, de oordeelen Gods overwegende, overstroomende van betrouwen zong : // ik heb overvloedig gehoopt in uwe oordeelen0quot; (Ps. 118.) Zij vervullen hora met vreugde en troost, « Uwe oordeelen zijn beminnelijk.quot; (Ib.) â Ik heb ;/ uwe oordeelen overdacht en ben getroost gewor-w den.'' (Ib.) â O, die groote God is te goed en te liefdadig voor die Hem met liefde zoeken. â De Heer is goed voor de ziel die Hem zoekt. quot; (Klaagl. 4.) O, hoe liefelijk behandelt God degenen die hunnen wil aan zijnen wil zoeken te onderwerpen ; ii hoe goed is do God van Israël voor die oprecht van harte zijn.quot; (Ps. 72.) Mijn God, mijne liefde, mijne hoop, mijn al! ik wil niet dan U, U alleen wil ik bezitten om U te beminnen, te behagen , en altijd uwen heiligen wil te kunnen doen. Maak dat ik U vinde, dat ik U verheuge, dat ik U niet meer verlate. Zoo zij het. Amen.
61
62 godvruchtige oefeningen
V.
â De stem van mijnen welbeminden roept: doe open, mijne zuster, mijne vriendin, mijne duif, mijne onbevlekte!quot; (Hoogl. 5. 2) Ziedaar de zoete stem, die Jesus in het allerheiligste Sacrament laat hooren, aan die Hem beminnen en die Hem wen-schen : open mij uw hart, lieve ziel! zegt Hij , opdat ik er binnenga en mij nauw met U vereenige; en alsdan, door uwe gelijkvormigheid met mij, zult gij mijne zuster, door de mededeeling mijner goederen m\jne vriendin, door uwe christelijke eenvoudigheid mijne duif, en door de zuiverheid des harten, met welke ik u versieren zal, mijne onbevlekte worden. Hij gaat voort en roept: u doe mij open, want mijn hoofd is vol dauw, mijne lokken zijn vol nachtdruppelen;quot; (Hoogl. 5.) alsof Hij zeide: bedenk, o mijne beminde ziel, dat ik gedurende den langen nacht uws zondigen levens, toen gij in de duisternissen en dwalingen wandeldet, op u heb moeten wachten. Zie mij hier, in plaats van met eenen geesel te komen om n te straffen, kom ik, in dit Sacrament, met de haren vol van hemelschen dauw, om daardoor uwe onzuivere verlangens uit te dooven, en het vuur mijner liefde in uw hart te ontsteken. â
Zoo kom dan, o mijn welbeminde Jesus ! bewerk in mij al wat Gij van mij verlangt: ik verzaak aan alle aankleving, aan al wat U niet is, om gansch aan U te zijn; en opdat Ciij mij geheel gelijkvormig maket aan uwen heiligen wil, gelijk Gij het verlangt.
VI.
ii Dat mijn welbeminde in zijnen hof kome, en dat J-lij de vruchten zijner appelboomen ete.quot; (Hgl. 5.)
tot het allekh. sacrament. 63 Met deze woorden noodigt de ziel, die wenscht te commumceeren, Jesus uit. Kom, mijn Welbeminde, zegt zij, kom in mijn hart, dat helaas' eenen ongelukkiger! tijd van U is verwijderd o-e'
S0^'quot; T'j quot;1«quot; Komen pârf
miL hZt I s,en\ ile GlJ bii uwe bezoeking in quot; ' tifc , Ach 'quot;yquot; Go'1! oquot; uwe onein-f , quot;e^Hjkheid, reinig mijn hart, versier het
X'quot;' ,!1 mel quot;'rquot; 'quot;f'1». quot; â¢Â«t kei zoo
w»quot;pquot;»r,.rvs','i,t ^ââ*»â¢
VII.
Y.quot; de.borsten zal men u dragen.quot; (Lmi. 66 ) in W il t -v altaar roePt (1« Hefde.oUe Jesus . Hft618316 Sa1crament de zielen toe : komt, in dü ^ ' 'l11?1 de ^^lijke melk, die ik u
lef BloPdraT?t'tberei(1 ^el); komt' - mijquot;
L w r u ' lk u te drinken geef. O roent ..en SSquot;?quot; ⢠0' quot;«' Vindt âeâquot;S
Moea 3« 'n quot;fquot; quot;'quot;P6quot; mquot; «'â¢gt;'
laatt. De teederste moeders o-even zelfs
marGrr ^ -eemde^voedstf
maar Grij, o goddelijke Herder, die van liefde
vnprl nan J' wüt 0118 met uw eigen bloed voeden. Daarom is het dat de H. Ca.harina van
enen, als zij tot de heilige Communie gino- een
te zS ïr?-11 ^ T l'eze goddelijke melk
naar de borïpn2''-'''quot;11 0611 i geleek' het,velk het ook dT i v ^ern moe(ler scIlreit- Daarom is beminden r' ,rU1 (ler ?ezan?en tot haren wel-
wiin f Hnnaf i )quot; uwe borsten zijn beter dan ijn, (Hoogl. 1 ) waardoor zij, volgens de nit
legging der heilige Vaders, Jde leffen, tt%
(Ji godvruchtige oefeningen
do melk der genade, die ons in dit Sacrament gegeven wordt, hooger achtte, dan al de vreugden dezer wereld , die, gelijk ons de wijn de vreugde en wellust geeft vergankelijk en ijdel zijn.
Dewijl (iij, o mijn lieve Jesus, mij dezen morden in de heilige Communie met uw eigen bloed wilt voeden; zoo is het ook redelijk dat ik, uit liefde tot U, aan alle vreugden en vermaken, die de wereld mij aanbiedt verzake. Ja, ik verzaak er aan, en ik beloof U dat ik liever, met U vereenigd, alle kwaad wil lijden, dan van U verwijderd, alle vreugden dezer wereld te genieten. In plaats van al deze genoegens; is het mij genoeg, al mijn vermaak te vinden in U te behagen; want Gij verdient dat wij U zonder ophouden zoeken te behagen , wat het U ook kosten moge. Geef mij, bid ik U, geef mij alleen uwe liefde en uwe genade, dit is genoeg, ik ben er volkomen mede tevreden.
VIII.
,/Eet vrienden, en drinkt, en maakt u dronken, mijne allerliefsten.quot; (Hoogl. 5.) Wanneer de vrienden, dat is, de beginnenden in het geestelijk leven, die nog maar sedert een korten tijd de goddelijke vriendschap genieten, in de heilige Communie het Vleesch van Jesus Christus eten, doen zij dit niet dan met moeite; die, welke reeds verder in de deugd gevorderd zijn, drinken het Bloed van hunnen Zaligmaker met weiniger moeite; maar door de allerliefsten worden de volmaaktste zielen verstaan die, dronken van de goddelijke liefde, deze wereld schijnen verlaten te hebben, dewijl zij van zich zeiven, gelijk van al het aardsche losgerukt, alleen leven om haren God te beminnen en Hem te behagen. â
Ach, mijn lieve Jesus! ik ben nog niet onder het
TOT HET ALLEEH. SACRAMENT. 65
getal der volmaakten ; maar Gij wilt dat ik volmaakt worde. Om mijne verledene zonden en ondankbaarheden , behoor ik nu nog niet onder uwe allerliefsten; maar nog dezen morgen kunt Gij mij met uwe liefde dronken maken. n Ons toekome uw rijk; kom, mijn allerliefste Jesus ! neem aansch mijne ziel in bezit; bevestig in mij uw rijk; geef dat uwe liefde mij leide, dat zij alleen in mij heersche, en dat ik in uwe liefde alleen gehoorzame. Maak mij dronken, maak mij gansch dronken van de liefde; maak dat ik mij onthechte van de schepselen, van mijne aardsche belangens , van mijzelven, van alles, om niets meer te beminnen dan U alleen, mijn God, mijn schat, mijn eenigste goed, mijn al. Dat ik naar U alleen zuchte, U alleen zoeke, aan U alleen denke, aan U alleen behage; doe dit door de verdiensten van uw lijden. Om dit alleen bid ik U; o mijn Jesus, verhoor mijn gebed; dis hoop ik.
IX.
Verkwik mij met bloomen, versterk mij met appelen; wantik kwijn van liefde. quot; (Hoogl. 2.) De ziel kwijnt van liefde, als zij, haar zelve en hare voordeelen vergetende, alleen bezorgd is om door heilige verlangens, die de bloei, en door heilige werken, die de vruchten der goddelijke liefde -zijn , een middel voor haar liefdevolle kwaal te vinden. â O mijn in het Sacrament verborgen God ! Gij wilt dat ik gansch aan U zij : doe dan met mij volgens uwen wil. Geef dat ik alles vergete wat tot uwe liefde niet behoort, vermeerder zonder ophouden in mij het verlangen om U te behagen : doch maak ook dat deze bloei niet altijd blijve, maar geef dat hij vruchten drage, opdat ik ook iets voor U doe en lijde, voor U, die zoo veel
66 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
voor mij gedaan on geleden hebt. O mijn God, God mijner ziel! maak dat ik, eer ik sterf, U beminne, maar waarlijk beminne; dat ik het niet alleen met woorden, maar ook met werken toone.
X.
â Mijn welbeminde is wit en rood, uitgekozen uit duizenden.quot; (Hoogl. 3.) Wit is onze.Jesus door zijne goddelijke zuiverheid, maar rood door het vuur zijner liefde. O onbevlekt Lam Gods, van liefde tot mij ontstoken : wanneer zal ik U eens gelijken, wanneer zal ik rein zijn gelijk Gij? O zuiverste liefde! wanneer zal ik van liefde tot U branden, gelijk Gij voor mij brandt? Ja van nu af verzaak ik aan alle andere liefde, en ik heb besloten U alleen, mijn God, mijn allerzoetste Jesus , mijn eenigste goed te beminnen. Weg schepselen! wat wilt gij van mij ? Gaat en zoekt de liefde van die naar U verlangen; ik wil niets dan God alleen : God alleen wil ik mijn hart, en aan Hem alleen mijne genegenheden schenken.
XI.
ii De goedheid en menschlievendheid van God onzen Zaligmaker, heeft zich getoond. quot; (Tit. 3.) De H. Paulus zegt dat, als God mensch werd, Hij aan de wereld een bewijs zijner liefde tot de men-schen gaf. Maar daar Jesus Christus in dit H. Sacrament onder ons blijft, zoo toont Hij hoe verre de teederheid zijner liefde tot ons zich uitstrekt; want schijnt het niet eene dwaasheid, vraagt de H. Au-gustinus, als hij zegt: eet mijn vleesch, drinkt mijn bloed? alsof Hij zeide : ziet menschen, om u te toonen hoezeer ik u bemin, wil ik dat gij u met Mijn vleesch voedet. O heilig geloof! wie had dit ooit durven verlangen; wie zou dit zelfs
TOT HET ALLE1UI. SACRAMENT. 67
ooit hebben durven denken, zoo Jesus zelf het niet gewild en uitgevoerd had? Als eenige der Leerlin-
Igen van Jesus uit zijnen eigen mond vernomen hadden, dat Hij hun zijn lichaam tot spijs wilde geven , zeiden zij dat dit al te hard was, en dat quot;zij niet konden hooren, noch gelooven; ,, dit. gezegde is hard, wie kan het hooren ? quot; (Joan. 6.) En inderdaad , dewijl zij het niet wilden gelooven, verlieten zij hem. En het is nochtans zoo : Jesus Christus is wezenlijk uit liefde tot ons in het allerheiligste S icrament tegenwoordig. En voor alles wat Jesus voor ons gedaan heeft, verlangt Hij niets dan onze liefde, gelijk de Heer eertijds aan zijn volk te kennen gaf: âEn nu, Israël, wat vraagt de Heer uw God anders van u, dan dat gij hem bemint en uit geheel uw hart dient.quot; (Deuter. 10.)gen van Jesus uit zijnen eigen mond vernomen hadden, dat Hij hun zijn lichaam tot spijs wilde geven , zeiden zij dat dit al te hard was, en dat quot;zij niet konden hooren, noch gelooven; ,, dit. gezegde is hard, wie kan het hooren ? quot; (Joan. 6.) En inderdaad , dewijl zij het niet wilden gelooven, verlieten zij hem. En het is nochtans zoo : Jesus Christus is wezenlijk uit liefde tot ons in het allerheiligste S icrament tegenwoordig. En voor alles wat Jesus voor ons gedaan heeft, verlangt Hij niets dan onze liefde, gelijk de Heer eertijds aan zijn volk te kennen gaf: âEn nu, Israël, wat vraagt de Heer uw God anders van u, dan dat gij hem bemint en uit geheel uw hart dient.quot; (Deuter. 10.)
O mijn allerliefwaardigste Jesus! hoe groote dingen belooft en geeft Gij niet aan dieU bemint; Gij belooft hem uwe liefde; « ik bemin die mij beminnen.quot; (Prov. 8.) Gij belooft hem uwe omhelzing, ofschoon hij U vroeger den rug gekeerd heeft : n bekeert u tot mij, en Ik zal mij tot u keeren.quot; ( Zaoh. 1.) Gij belooft hem, met den Vader en den heiligen Geest voor altijd in zijn hart te komen wonen : i, die Mij bemint, zal van mijnen Vader bemind worden. En Wij zullen tot hem komen, en in hem wonen.quot; (Joan. 14.) Omijn Jesus ! kondet Gij den menschen meer beloven, kondet Gij hun meer geven om hen tot wederliefde te bewegen? Ik heb U verstaan, o lieve Zaligmaker! Gij wilt mijne liefde. Welaan, ik bemin U uit geheel mijn hart; maar zoo ik U nog niet bemin gelijk Gij het verlangt, o leer mij U beminnen gelijk Gij wenscht van mij bemind te worden. Ja, allerzoetste Jesus! maak dat ik U beminne, dat ik U teeder beminne; geef mij wat Gij beveelt, en beveel dan wat Gij wilt.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
XI.
ff Bemerk niet dat ik bruin ben, want de zon heeft mij misverwd.quot; (Hoogl. 1.) Het vuur mijner hartstochten, zegt de heilige Bruid, heeft mij ontsteld. Ook ik, lieve Jesus, moet dit van mij zeggen : //ik ben zwart, maar schoon.quot; (Hoogl. 1.) Ja, o mijn Zaligmaker, ik ben zwart door mijne slechte werken; maar door uwe verdiensten, o zoete Jesus, ben ik schoon. In dien tijd dat ik alleen en van U verwijderd was, was ik zwart : maar nu, dat ik met U veréenigd ben , heeft uwe genade, uwe liefde mij schoon gemaakt. Ja, mijn Jesus, dit hoop ik; ik dank en prijs U er voor. â Sta niet toe dat ik U nog ooit verlieze en U op nieuw hatelijk worde. Ik bemin U, ononeindige schoonheid : ik wil dat mijne ziel altijd schoon blijve, opdat zij altijd aan uwe goddelijke oogen behage, opdat Gij haar in der eeuwigheid moget beminnen.
XIII.
^ Trek mij naar U, zoo zullen wij loopen op den reuk uwer zalven.quot; (Hoogl. 1.) Daar ik, lieve Jesus, zoo lang ik hier op aarde ben, mij niet tot U kan opheffen, zoo wilt Gij tot mij nederdalen, om U in dit heilig Sacrament van liefde met mij te vereenigen. Trek mij dan, o mijn Heer en mijn God, trek mij gansch tot U; ik wil ü niet tot mij trekken, opdat Gij mijne wenschen zoudet voldoen : neen, ik verlang dat Gij mij met uwe zoete aan-loksels geheel tot U trekket, opdat ik niets anders wensche en doe dan wat U behaagt. Het betaamt dat ik al mijne neigingen aan uwen heiligen wil onderwerpe. Vereenig mij geheel met U , opdat ik , aan U gebonden, verlost zjj van alle t.ardsohe genegenheden, en met uwen bijstand in den weg der
68
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. 69
deugden loope, en in dit leven, zoo wel als in het andere, in de vervulling van eenen heiligen wil den vrede vinde : â ik zal daarom in vrede slapen en rusten. quot; (Ps. 4.)
XIV.
// Hij leidde mij in den wijnkelder, en regelde in mij de liefde. (Hoogl. 2.) Door dezen wijnkelder verstaat de H. Bonaventura de heilige Communie, in welke de ziel, aldaar bij haren goddelijken Koning ingeleid , en met Hem reeds verbonden, den wijn der goddelijke liefde proeft, welke het verlangen tot de schepselen verzwakt, en aan de ziel eene wel geschikte liefde seeft. Aldaar leert men kennen, dat men zich zeiven matig, den naasten weldadig, en God, die meer dan alle schepselen verdient bemind te worden, bovenal moet beminnen.
ö Mijn Koning Jesus, eenige Heer van mijn hart! Gij hebt mij al in dien schoenen kelder van liefde, dat is in U zeiven geleid, toen Gij U met mij door dit Sacrament van liefde vereenigd hebt. Ja, ik gevoel het, o Jesus! Gij hebt mijn hart reeds veranderd; ik word in mij een heilig verlangen gewaar, hetwelk mij vrede geeft, dat mij haat tegen de ongeregelde liefde inboezemt, en mij met liefde tof, U, o mijn God, ontvlamt. â
Nadat Gij mij, o mijn zoete Jesus , de intrede van dezen gelukkigen kelder geopend hebt, zoo laat dan ook niet meer toe dat ik dezen nog verlate : nadat Gij ü met mij vereenigd hebt, zoo ga dan ook niet meer van mij weg. Geef dat ik mij meer en meer van de aardsche dingen losrukke, en vereenig mij altijd meer en meer met U op deze aarde, om eens volkomen met U in den hemel verbonden te zijn, alwaar ik U openlijk zal aanschouwen.
70 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
en zonder ophouden U uit al mijne krachten de altijddurende eeuwigheid door, zal beminnen.
XV.
t. Mijn welbeminde is in mijnen hof gegaan, â om in den hof te weiden en lelien te plukken. quot; (Hoogl. 6.) Wijl Gij dan, o mijn allerzoetste Jesus, van uit den hemel in mijne ziel zijt nedergedaald, zoo maak ook, door uwe genade, dat Gö in dezen hof lelien en vruchten naar uw welbehagen moget plukken. Vergeef mjj zoo ik U ooit beleedigd heb; en zoo ik U ook verlaten heb, neem mij toch nu, daar ik vol droefheid tot U terug kom, weder aan. Geef mij die reinheid des harten, die Gij van mij verlangt: geef mij de noodige kracht om uwen heiligen wil te vervullen; met één woord, geef mij uwe liefde; want alsdan zal ik ü zeker behagen. Ik offer U mijne neigingen op, en ik werisch of wil niets anders dan U te verheugen.
XVI.
De Bruid der gezangen noemt haren welbeminden : //gansch verlangenswaardig.quot; â Jesus is aan de zielen, die Hem als ware bruiden beminnen, altijd verlangenswaardig; hetzij Hij haar troost of droefheid overzendt; hetzij Hij dichtbij of verre van haar is; omdat zij weten dat Hij alles uit liefde deed, en om van haar bemind te worden. Zoo behandel mij dan, o mijn Jesus, gelijk het U behaagt, ik wil U altijd beminnen; Gij kunt mij troost of lijden toezenden, ik weet dat alles uit uw liefdevol hart komt, en tot mijn welzijn is. if Mijn hart is bereid, o mijn God! mijn hart is bereid! quot; Ik heb besloten om alles wat Gij mij overzendt, met vreugde te ontvangen. ii In alle tijden zal ik den Heer zegenen. quot; n Ja in voorspoed of in tegenspoed, altijd, altijd wil
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. 71
ik U loven en beminnen, o mijn God! Na U door mijne zonden zoo vele smarten veroorzaakt te hebben, wil ik geenen troost zoeken: want ik verdien geenen meer : neen, ik wil niets zoeken dan U te behagen. O ja, mijn Jesus! gaarne vvil ik alle straffen, die Gij mij kunt toezenden, lijden, indien Gij maar over mij tevreden zijt. Mijn Jesus, mijn zoete Jesus ! Gij moogt verre of dicht bij mij zijn. Gij zijt mij altijd verlan-genswaardig, altijd lief: ja Gij kunt mij troosten of bedroeven, ik wil L' zonder ophouden beminnen, ik wil U zonder ophouden danken.
XVII.
;; Wie is deze, die daar uit de woestijn opkomt, overvloeiende van wellusten, rustende op haren welbeminden? (Hoogl. 8.) Welke zijn de zielen die, schoon zij hier nog op de aarde leven, de wereld toch als eene woestijn aanzien; en die van de aardsche dingen onthecht, alleen in God leven, alsot er niets in de wereld was dan God alleen ; die Hem alleen zoeken te behagen, en die om zoo te zeggen, de wereld, boven welke zij zich verheffen, reeds verlaten hebben, en de zoetheden genieten, die de zielen proeven, welke aan God alleen willen zijn en in Hem al hunne hoop stellen.
Welke zijn die getrouwe zielen anders, dan die zich menigmaal uit reine liefde met Jesus in het allerheiligste Sacrament vereenigen ? Ik ook, o mijn God! ik wensch ook van die gelukkigen te zijn. Geef door uwe genade dat ik, van allss onthecht, gansch aan U zij. Van nu af zal de wereld voor mij eene wildernis zijn , in welke ik, uit vrees van mij ergens aan een schepsel te hechten, alleen aan U wil denken, alsof Gij en ik alleen in de wereld waren. In U alleen wil ik hopen, U alleen
72 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
wil ik beminnen, mijn God, mijn lieve God:
mijne hoop, mijne liefde, mijn al!
XVIII.
ii Indien zij eene muur is, zullen wij op haar zilveren bolwerken bouwen; is zij eene poort zoo zullen wij ze met cederplanken versterken,quot; (Hoo^l. 8. 9.) Dit doet Jesus, als Hij in de heilige Communie tot eene ziel komt. Hij ziet dat zij eene te zwakke muur is, om tegen de hel te kunnen strijden; daarom versterkt Hij dezelve door de kracht, die Hij haar in dit Sacrament geeft; Hij versterkt ze met zilveren bolwerken, dat is , door zijne goddelijke verlichtingen. Hij ziet dat deze poort dreigt in te storten; daarom vernieuwt Hij haar en verbetert dezelve met planken van cederhout, die kracht en duurzaamheid beduiden, omdat het cederhout een hard en onbederfelijk hout is. Te weten. Hij geeft haar eene heilige vrees en eenen grooten afkeer van de schepselen; Hij verleent haar de liefde tot het gebed, heilige verlangens en bijzonder zijne goddelijke liefde: want dit alles zijn middelen van volharding. â
n Het brood versterkt het hart des menschen met deze woorden geeft Jesus ons te verstaan dat, gelijk het aardsche brood het leven des lichaams onderhoudt, het hemelsche brood dat wij in de heilige Communie ontvangen, aldus het leven der ziel bewaart, n Wie Mij eet, die zal voor Mij leven; die Miin vleesch eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.quot; (Joan. 6.) Ziedaar de zoete belofte die Jesus dengenen doet, die Hem in het allerheiligste Sacrament ontvangt. â Ach, mijn Jesus! wie is gebrekkiger en trouweloozer dan ik? Gij weet hoe dikwijls ik voor mijne vijanden geweken ben, hoe dikwijls zij de poort, dat is, mijn wil ingenomen
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. 73
hebben en in mijn hart ingedrongen zijn, en mij, met mij van uwe vriendschap te berooven, in het grootste ongeluk gedompeld hebben. Versterk mij door uwe goddelijke verlichtingen en door uwe kracht, opdat ik U niet meer verlieze, U niet meer uit mijn hart verdrijve. Mijn geliefde Jesus, indien ik U in het vervolg nog beleedigen zoude, o zoo laat mij liever sterven, nu, dat ik hoop in uwe genade en met U vereenigd te zijn. Ik verzaak aan alle betrouwen op mijne eigene krachten. O lieve Jesus ! ik wil niet meer van U verwijderd leven. Maar zoo lang ik hier op aarde ben, kan ik van wil veranderen en U op nieuw verraden , zooals vroeger. Help mij dan, o Jesus! en gij, allerheiligste Maagd Maria! help mij ook, heb medelijden met mij ; gij zijt de moeder der volharding. Bekom mij van Jesus deze groote genade, bij uzoek ik dezelve, van u hoop, van u verlang ik dezehe.
XIX.
âIk heb gevonden dien mijne ziel bemint; ik bezit Hem en ik zal Hem niet laten gaan.quot; (Hoogl. 8.) Zoo moet de ziel spreken, die met Jesus Christus in het H. Sacrament vereenigd is. Schepselen, verwijdert u, gaat uit mijn hart. Gedurende eenen tijd beminde ik u, omdat ik blind was, maar nu bemin ik u niet meer, en ik kan u nu niet meer beminnen, omdat ik een ander, een oneindig lief-waardiger goed dan gij, gevonden heb. Ik heb mijnen Jesus in mijn hart gevonden, zijne schoonheid heeft mij met liefde ontstoken : ik heb mij nu geheel en gansch aan dezen mijnen beminden geschonken. Jesus heeft mij voor zijn eigendom erkend, en daarom behoor ik ook niet meer aan mijzelven toe. Vaartwel schepselen , gij hebt geen deel meer aan mij, ik zal nooit meer aan u zijn ;
74 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
ik heb mij aan Jesus geschonken, ik zal immer met mijnen Jesus vereenigd blijven. Hij is nu aan mij en zal altijd zijn eigendom blijven : ik hield Hem, en ik zal Hem niet laten gaan. Nu dat ik Jesus in de heilige Communie ontvangen heb, druk ik Hem aan mijn hart; voortaan wil ik altijd door mijne liefde met Hem vereenigd blijven, en niet meer toelaten dat Hij zich nog uit mijn hart verwijdere.
O allerminnelijkste Zaligmaker ! laat toe dat ik mij zoo nauw met u vereenige, dat ik nooit meer van u kan afgescheiden worden. Zie, ik druk U aan mijn hart; mijn Jesus ! ik bemin U en ik wil U beminnen gelijk Gij het verdient; ik wil dat al mijneblijdschap en al mijne troost zij Ute beminnen, U te behagen. Gebied de schepselen, dat zij mij gerust laten en mij niet stooren; zeg hun : âIk bezweer u, â ontwaakt haar niet, wekt mijne beminde niet op.quot; (Hoogl. 35.) Ach ! zoo ik zelf het niet wil, kunnen de schepselen nooit in mijn hart indringen, mij stooren en mij van U afscheiden. Versterk dan mijnen wil, vereenig mijn arm hart met uw goddelijk hart, opdat ik alleen wille wat Gij wilt. Doe dit, o Heer, om uwe verdiensten. Amen. Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
XX.
âWaai weg noordewind, en kom zuidewind ! doorblaas overal mijnen hof, en zijae reukwerken zullen zich verspreiden.quot; (Hoogl. 4 ; Weg van mij schadelijke en verderfelijke noordewind der aard-sche genegenheden : kom, o zoete en warme zuidewind der goddelijke liefde, die u t het hart van mijnen in het heilig Sacrament verborgen Jesus uitgaat, doorblaas mijn arm hart, datJesus reeds tot zijnen lusthof verkozen heeft. Doorblaas het, en alsdan zullen nieuwe en zoete reukwerken van
TOT HET ALLEKH. SACRAMENT. 75
heilige deugden uit mij komen. O mijn teedere Jesus ! Gij kunt dit doen; van U hoop ik het.
XXL
âIk heb mijne mirre en mijne reukwerken ingezameld.quot; (Hoogl. 5.) Eene ziel die Jesus ontvangen heeft, moei; maar bezorgd zijn mirre te verzamelen , opdat zij altijd den reuk dier deugden verbreiden moge, die een gevolg der versterving zijn.. âIk heb den honigraat, met mijnen honig gegeten; ( Hoogl. 5. 2.) want de ziel die God alleen bemint, vergenoegt zich niet met den honig, zij wil ook den honigraat, en zegt daarom aan haren Jesus : o Heer ! uwe vertroostingen vergenoegen mij niet, zoo Gij mij U zeiven, de bron aller vertroostingen, niet schenkt. De vruchten uwer liefde vergenoegen mij niet, indien Gij mij U zeiven, het voorwerp mijner liefde niet geeft. Zoo zeg ik l' dan ook, o mijn lieve Jesus ! Gij alleen zijt mij genoeg: ik ben bereid aan alle vertroosting die Gij mij geven kunt te verzaken, om ü alleen te bezitten, U, mijnen God, mijn eenigste goed ! Ik bemin U, niet om mij , neen, maar om U te behagen; Gij verlangt dat ik U beminne, en Gij verdient al de liefde eener ziel, hetzij Gij haar blijdschap of droefheid overzendt.
XXII.
âIn eene weide heeft hij mij ajeplaatst; niets zal mij daar ontbreken.quot; (Ps. 32. 2.) O mijn geliefde Jesus! wat zoude mij- kunnen ontbreken, na mij genoodigd te hebben tot deze tafel der liefde, alwaar Gij mij met uw eigen Vleesch voedt ? âDe Heer is mijn licht en mijne zaligheid, wien zal ik vreezen.quot; (Ps. 3ö.) Wien zou iic nog ooit k tinnen vreezen, daar Gij, o almachtige God, mijn licht en
76 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
mijne zaligheid zijt? Ik geef mij gansch aan U, neem mij tot uwen dienaar aan, en doe dan met mij wat Gij wilt, straf mij, behandel mij alsof gij zeer tegen mij vergramd waart; doe mij sterven, vernietig al wat mijn is, ik wil niet ophouden U met Job te zeggen : xelfs indien Gij mij dooddet wil ik toch op U hopen.quot; (Job 13. 15.)
Indien ik maar met U blijf, indien ik U maar beminnen kan, zoo ben ik tevreden, behandeldet Gij mij ook nog zoo hard; ja indien Gij mij vernietigdet, zou ik nog tevreden zijn, als ik à daardoor maar konde behagen.
XXIII.
âZie, in mijne handen heb ik ugeteekend; uwe muren zijn altijd voor mijne oogen.quot; (Isai 49. 16.) Zie hoe zorgvuldig God voor eene ziel is, die Hij zich heeft uitgekozen. Hij draagt ze in zijne handen geschreven, om ze niet te vergeten; en Hij voegt er bij, dat eene moedor eerder haar kind vergeten zoude, dan Hij eene ziel die in staat van genade is; âen indien zij het ook vergat, zoo zal Ik u toch niet vergeten.quot; (Isai 49. 15.) En uwe muren zijn altijd voor mijne oogen ; âzijn oog is op deze ziel gevestigd; om dezelve te verdedigen, en opdat hare vijanden haar niet zouden schaden. â â Heer ; met het schild van uwen goeden wil hebt Gij ons omringd.quot; ( Pa. 5. 13.)
Onze goede God ontbindt ons met zijnen liefdevollen wil, die alleen op ons welzijn bedacht is en die ons van alle gevaren bevrijdt. O mijn God ! o oneindige goedheid, die mij meer bemint dan iemand, en die mijne zaligheid verlangt ; ik geel mij gansch in uwe handen over : dat mij alle hoop ontbreke, Gij zult mij toch niet ontbreken. Ik weet dat het nog grooter moeite kosten zal, eer ik
TOT HET ALLERH. SACRAMENT, 77
daartoe gekomen zij van uwen heiligen wil volko-
mHnpquot;e/te-VU I6quot;' quot;�ere/! wat verlangt Gij van mij dat is al war, ik U zeggen kan ; zie ik ben
bereiden heb beslofen , o allerzoetste Jesus, alles
te doen wat ü behaagt âUw wil geschiede'quot; Ik
begeer mets anders te doen, dan wat Gij van mij
ilt. Maar help mij, want anders ben ik niet in
staat het minste goed te doen; laat mij alleen
het onW lil Vanquot;nm-Jquot; Verlanot ⢠maar bewerk het ook tenzelfde tijd in mij. âLeer mij uwen
heiligen wil volbrengen.quot; Maak, o eeuwige Vader toïn m- waarhoid zfgen kan , gelijk uwen Jesus^
altM w f n0g 0P-- de aarcle wandelde : â ik doe altijd wat aan mijnen Vader behaagt. â O miin
God ! dit wensch ik, dit begeer ik, dit hoop ik,
door de verdiensten van Jesus en Maria.
xxrv.
// Mijn kind geef mij uw hart.quot; (Spreuk 23. 26.) le ievo z1®! wilt uw God van u verlangt, nu dat Hij u bezoekt: Hij wil uw hart; uwen wil. _ ilij geett zich gansch aan u, het betaamt dan ook, dat gij u zonder verdeeling aan Hem geeft, en
fnLSr-t0rgTUM g be(lacllt quot;'iï om in alles zijnen goddehjken wil te volbrengen. â Dan zal de Heer wederkeeren, en zich over u, en over al het goed
Ma i?1Ji 5C ,aaiT llebt' verlleugen.quot; (Deutr. 30.) Maak dat, als Jesus u op nieuw komt bezoeken, Hij zich verblijden kunne, ziende dat gij zijnen heiligen wil vervuld hebt. J
o Mijn Jesus! ik wil U behagen; vermeerder dit
watquot;Gij wiït611' ^ ^ kraCht' en d0e met
XXV.
m''U'a' zou i!c a,atl mijn wijngaard nog hebben
moeten doen, dat ik met gedaan heb? (Isai. 5. 4.)
6
78 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Geef acht, lieve ziel, ophetgene uw God u zegt : «wat konde Ik nog voor u doen, dat Ik niet gedaan heb?' Uit liefde tot u ben Ik mensch geworden : //het Woord is vleesch geworden.quot; Ofschoon Ik de Heer aller dingen ben, ben Ik een slaaf geworden; Hij nam de gedaante van eenen slaaf aan : «Ik heb zelfs, gelijk een worm, in eenen duisteren stal, alwaar de dieren alleen voortteelen, willen geboren worden :quot; â Ik ben een worm en geen mensch. quot;â â Voor u heb Ik zelfs willen sterven, en dat op een met den vloek beladen hout.quot; Hij is gehoorzaam geworden tot den dood toe, ja tot den dood des kruises. ,/ Konde ik meer voor u doen dan mijn leven voor u slachtofferen?quot; Eene grootere liefde dan deze, heeft niemand, dat hij zijn leven voor zijne vrienden ten beste geeft.quot; (Joan, 15. 13.) Doch mijne liefde heeft nog iets grooter voor u uitgevonden; ja mijne liefde heeft nog meer voor u gedaan. Ik heb na mijnen dood in het heilig Sacrament willen blijven, om mij als voedsel gansch aan u te geven. Zeg mij nu, wat konde Ik toch meer doen om uwe liefde te verdienen ?
Mijn God en mijn Zaligmaker! Gij hebt gelijk ; wat kan ik er U op antwoorden? De woorden ontbreken mij! Gij hebt mij met eene al te groote goedheid behandeld, en ik ben U al te ondaakbaar geweest. Ik bewonder uwe oneindelijke goedheid : ik zie mijne ondankbaarheid in; ach! ik werp mij voor uwe voeten neder : o mijn Jesus! heb medelijden met mij, die uwe liefde mee zoo groote ondankbaarheid betaald heb. Wreek U over mij, wreek U, maar niet met mij te verlaten; straf mij, maar verander mij terzelfder tijd; laat niet toe dat ik ü nog ooit ondankbaar zij; geef dat ik U ten minste uit dankbaarheid beminne, en dat ik, eer ik sterf, uwe liefde met wederliefde vergelde.
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. 79
XXVL
n Stel mij als een zegel op uw hart.quot; (Hooo-1.
0;) Verlnits ik U, o mijn Jesus, mijn hart toegewijd heb, zoo is het redelijk dat ik U, geliik een zegel van liefde, op hetzelve stelle, opdat bij er den ingang van aan alle aardsche genegenheden sluitet, en opdat alsdan een ieder kenne dat mijn hart aan U is, dat Gij alleen er in heerscht. Maar, o Heer! wat kunt Gij van mij hopen, zoo Gij zelf dit in mijne plaats niet doet? ik kan mets anders dan U mijn hart geven op-dat Gij er mede doet naar uw welbehagenzie ik geef het U gansch, ik heilig het U toe, ik open het U. Bezit het voor altijd, ik wil er 'lt;reen deel meer aan hebben. Zoo Gij het bemint, ralt J het. 11 bewaren. O laat niet toe dat ik het U nog ooit ontroove. O liefwaardige God ! o oneindige Goedheid ! dewijl Gij zoo zeer verlangt dat ik U beminne, zoo bid ik, maak dat ik U be-minne, maak dat ik U beminne ! Ik wil van nu at leven om ü te beminnen, en ik wil U alleen beminnen om U te verheugen. Daar Gij toch reeds een wonder gedaan hebt, om door dit heilig Sacrament in mijn hart te komen wonen, zoo doe dan nog een ander, en maak dat ik gansch aan Z1J' maar gansch en geheel, onverdeeld, zonder iets over te houden, zoo dat ik hier op aarde en door de altijddurende eeuwigheid zeggen kunne, dat Gij de eenigste Heer mijns harten, dat Gij ai mijn rijkdom zijt : â God van mijn hart en mijn aandeel in eeuwigheid ! quot;
O allerheiligste Maagd Maria! mijne hoop! help mij , alsdan zal ik zeker verhoord zijn. Amen. Dit wensch ik, dit hoop ik, dat het zoo zij.
TWEEDE DEEL.
BEZOEKEN VIS HET ALIEKH. SACRAMEST DES ALTAARS
en vaa de allerzaligste Maagd Maria, voor iederen dag der maand, ook om als voorbereiding en dankzegging bij de heilige Communie, bij de heilige Mis, of ook om gedurende de Vespers en in het Lof te gebruiken.
Het geloof leert ons, en wij durven daaraan niet twijfelen, dat liet Licliaam van Jesus Christus waarlijk onder de gedaante van brood in de geconsacreerde Hostie tegenwoordig is. Wij mogen ook niet vergeten, dat Christus op onze altaren is, gelijk op eenen troon van liefde en van barmhartigheid, om zijne genade uit te deelen, en dat Hij dag en nacht onder ons verborgen blijft, om een bewijs zijner liefde te geven. V\ ij weten dat de heilige Kerk heilige Sacramentsdag met een plechtig Octaaf, met uitstelling van het Hoogwaardigste en met processiën, voornamelijk ingesteld heeft, opdat de Christenen door hunne eerbiedigheden, dankzeggingen en liefdebewijzen, de minnelijke tegenwoordigheid en het verblijf van Jesus Christus in het Altaar-Sacrament zouden erkennen en vereeren. Maar, o God! hoe vele beleedigingen en verachtingen moest onze Zaligmaker eertijds , en moet Hij nog heden in dit Sacrament van dezelfde menschen niet uitstaan, om wier liefde Hij hier beneden op onze altaren heeft willen blijven! De Heer beklaagde er zich eens over, aan zijne dienares, zuster Mar-garetha Alacoque, gelijk ons de schrijver des boeks : ;/ Over de godvruchtigheid tot het hart van
BEZOEKEN TAN HET H. SACRAMENT. 81 Jesus,quot; verhaalt. Op zekeren dag, als Margare-tha voor het hoogwaardigste Sacrament knielde, toonde Jesus haar zijn Hart op eenen troon van vlammen, gekroond met doornen, en op hetzelve een kruis; en Jesus zeide haar: aanschouw dit Hart, hetwelk de menschen zoo zeer bemint, dat het niets gespaard heeft, en nog bereid is zich voor hen op nieuw te slachtofferen : en aanschouw ook hoe het meestendeel der menschen zulk eene liefde met ondankbaarheid beloont, en hoe zij Mij met lauwheid, oneerbiedigheden, heiliff-schendingen en verachtingen in dit Sacrament van liefde beloonen; doch dit is mij nog het Gevoeligste, dat harten die Mij toegewijd zijn. Mij op zulke wijze behandelen. â Daarop gebood Je-sus aan zuster Margaretha, dat op den eersten V r ij dag na het octaaf van het allerheiligste Sacra-ment een bijzondere feestdag ingesteld wierd, om zijn aanbiddelijk Hart te eeren; opdat de Jesus-minnende zielen, door hare aanbiddingen en lief-debewijzen, de mishandelingen die Hij in dit Sacrament te onderstaan heeft, zouden vergoeden; en de Heer beloofde de overvloedigste genaden
aan die Hem op deze wijze zouden eeren. _
Dit leert ons, dat Jesus Christus, gelijk hij het eertijds door een zijner Profeten gezegd heeft, zijne vreugde vindt met onder de menschen te wonen, en dat Hij, niettegenstaande zij Hem verachten en vergeten, zich toch niet van hen kan scheiden. â Ook kunnen wij hieruit duide-Iijk zien, hoe lief zg aan het Hart van Jesus zijn, die Hem dikwijls bezoeken, en die Hem gaarne in de kerken, waar Hij in dit Sacrament tegen-woordig is. gezelschap houden. Christus zelf beval aan Maria Magdalena de Passis, Hem dagelijks dne-en-dertig keeren in het allerheiligste
BEZOEKEN
Sacrament te bezoeken. Deze minnende bruid gehoorzaamde en gevoelde zich, gelijk de schrijver van haar leven getuigt, zoo zeer voor haren Zaligmaker ingenomen, dat zij zelfs met het lichaam zoo dicht mogelijk tot het altaar zocht te naderen. Konden toch de godvruchtige zielen, die zich dikwijls met Jesus in het heilig Sacrament onderhouden, in mijne plaats spreken : zij zouden ons zeggen, welke genaden, welke verlichtingen, welke vlammen van liefde hun aldaar gegeven worden, welk geluk zij in de tegenwoordigheid van hunnen in het heilig Sacrament verborgen God genieten.
Als de vrome dienaar Gods, de eerwaardige pater Ludovicus La Nuza, vermaarde missionaris op Sicilië, nog als jongeling in de wereld leefde, was hij met eene zoo groote liefde tot Jesus bezield, dat het scheen, dat hij, om den troost welken hij in de tegenwoordigheid van zijnen zoeten Zaligmaker genoot; zich niet meer van Hem konde verwijderen. Men zegt van hem dat, toen zijn biechtvader hem verboden had langer dan een uur voor het allerheiligste Sacrament te blijven, men bemerken kon, welk geweld hij zich moest aandoen om, als het uur voorbij was, te gehoorzamen, en zich van de borst van Jesus af te trekken, even als een kind dat men juist dan, wanneer het met begeerte heeft begonnen te zuigen, van de borst zijner moeder wegrukt; en dan, eer hij de kerk verliet, bleef hij nog eenigen tijd staan, en zijne oogen op het altaar gevestigd houder de, verdubbelde hij zijne kniebuigingen, zoo dat hij duidelijk te kennen gaf, welke pijn het hem kostte zich uit de zoete tegenwoordigheid van zijnen lieven Jesus te moeten verwijderen. Men had ook aan
82
VAN HIST ALLERH. SACRAMENT. 83
den Heiligen Aloysius de Gonzaga moeten bevelen, niet meer zoo lang voor het allerheiligste Sacrament te blijven; maar zoo diWijls als hij er toen voorbijging, voelde hij zich gedwongen staan te blijven, en kon zich niet dan met geweld er van afrukken. // Ga van mij, o Heer! ga van mi],35 riep hij met eene toedere liefde uit. â De heilige Franciscus Xaverius, vermoeid door de zwarigheden en den grooten arbeid, dien hij op zijne apostolische reizen in Indic uit te staan had, kwam zich verkwikken en uitrusten voor het allerheiligste. Den dag bracht hij door met de menschen bij te staan, en den nacht met te bidden aan den voet des altaars. Zoo deed ook de heilige Franciscus Regis, die, als hij de kerk gesloten vond, getroost was dat hij, knielende voor de kerkdeur, in regen en in koude, zich van verre met zijnen Zaligmaker in het heilig Sacrament kon onderhouden. â De heilige Franciscus van Assisien ging zelfs al zijne moeie-lijkheden en lijden aan Jesus in het allerheiligste Sacrament mededeelen. Maar bijzonder teeder was de godsvrucht van den koning Wenceslaus, die Jesus in het heilig Sacrament zoo zeer beminde, dat hij niet alleen met zijne eigene handen het graan en de druiven verzamelde, om daarmede brood en wijn te bereiden voor de heilige Mis, maar hij ging zelfs 's middernachts in den winter zijnen Jesus in de kerken bezoeken; zijne schoone ziel werd daar zoo zeer door de liefde Gods ontvlamd, dat zelfs zijn lichaam dusdanig brandde; dat, als hij sneeuw ot ijs aanraakte, deze hunne natuurlijke koude verloren. De schrijver vanzijn leven verhaalt dat, als de dienstknecht, die den koning in deze nachtbezoekingen vergezelde, zich eens beklaagde over zijne koude voeten, wegens een gedurigen sneeuw, die zij moesten doorwaden, de koning beval van
BEZOEKEN
in zijne voetstappen te treden, hetgeen de dienaar doende, geene koude meer gevoelde. â
Gij zult, beminde Lezer, in deze Bezoekingen nog andere voorbeelden van godminnende zielea vinden, die hier op aarde al haren troost vonden in zich met haren Jesus in het heilig Sacrament te kunnen onderhouden: gij zult zien, dat alle Heiligen doordrongen geweest zijn met de teeder-ste liefde tot deze godsvrucht, hetwelk niet te verwonderen is; want de menschen kunnen hier op aarde geen grootere vreugd, geen grooter goed dan Jesus in het heilig Sacrament vinden. Het is zeker dat, na het gebruik der heilige Sacramenten, het aanbidden van Jesus Christus in het Hoogwaardigste, onder alle godvruchtige oefeningen, de verlievenste, de aangenaamste aan God en de voordeeligste voor ons is. Welaan dan, verzuim niet langer deze godsvrucht te oefenen; verwijder u van het gezelschap der menschen, en ga van heden af dagelijks ten minste een half of een kwartier uurs in eene kerk, om u met Christus in het heilig Sacrament te onderhouden. a Beproeft en ziet hoe zoet de Heer is.quot; (Ps. 33.) Beproeft het maar eens, en gij zult zien hoe zoet en hoe voordeelig dit is. Weet dat de tijd, dien gij met godvruchtige oefeningen voor het allerheiligste Sacrament doorbrengt, niet beter kon besteed worden, en u in het uur des doods, ja in de gansche eeuwigheid, het meeste zal troosten. â Weet ook dat gij in een kwartier uurs, dat gij aan den voet des altaars bidt, misschien meer wint, dan door alle geestelijke oefeningen, die gij door den ganschen dag verricht.
Het is waar dat Jesus, dewijl Hij dit beloofd heeft, overal onze gebeden verhoort: n vraagt en gij zult ontvangen;quot; maar mijn welbeminde Leerling zegt
84
VAN HET ALLERH. SACRAMENT. 85
ons ook, dat Christus allermeest diegenen met zijne genaden verrijkt, die Hem in het allerheiligste Sacrament bezoeken. De gelukzalige Henricus Suso was gewoon te zeggen : dat Christus op de altaren meer dan elders het gebed dergeloovigen verhoort. Hebben dan de Heiligen hunne groote voornemens niet voor bet heilig Sacrament gemaakt? En wie weet of gij, die dit leest, ook niet eens aan den voet des altaars een vast voornemen zult maken van u oprecht aan God te schenken. Uit dankbaarheid tot mijnen in het heilig Sacrament verborgen Jesus, moet ik bekennen, dat ik het aan de godsvrucht tot het allerheiligste Sacrament, die ik zeker flauw en gebrekkelijk oefende, te danken heb, dat ik de wereld, in welke ik tot mijn ongeluk tot in mijn 36ste jaar leefde, verlaten heb. Gelukkig zijt gij, indien gij, vroeger dan ik, dit doet, en u geheel aan Hem geeft, die zich geheel voor u geolferd heeft. Ik herhaal het, gij zult niet alleen gelukkig in de eeuwigheid zijn, maar gij zult het ook in deze wereld zijn. Geloof mij, alles is ijdelheid; feesten, schouwspelen, vergaderingen, verlustigingen : dit zijn de vreugden dezer wereld, maar vreugden vol bitterheid en doornen ; geloof mij, want ik weet het door eigene doch smartelijke ondervinding, en ik kan u te gelijk verzekeren, dat Christus aan eene ziel, die met een weinig godsvrucht voor het allerheiligste Sacrament knielt, meer troost geeft, dan de wereld met al hare feesten en vermaken geven kan.
Welke zuivere vreugde gevoelt men niet, a!s men met geloof voor een altaar nederknielt, en aldaar, niettegenstaande men somtijds maar weinig godsvrucht gewaar wordt, toch vertrouwelijk met Jesus kan spreken, met Jesus die daar wacht om ons gebed te hooren en te verhooren! Welken
BEZOEKEN
troost geeft het niet, Hem om vergiffenis te bidden, en Hem zijne noodwendigheden te kunnen vertellen, gelijk een vriend aan zijnen vriend, in welken hij al zijn vertrouwen stelt; Hem zijne genade, zijne liefde, den hemel te kunnen vragen. Welk geluk, akten van liefde te kunnen verwekken tot Dengenen, die op het altaar zijnen eeuwigen Vader voor ons bidt; die aldaar uit liefde tot ons brandt; ja het is zijne liefde alleen die Hem verborgen, miskend, zelfs veracht, vreugde doet vinden in bij ons te blijven. â Doch waartoe dienen die woorden ? « Beproef en zie. quot;
Wat de Bezoekingen der heilige Maagd Maria aangaat, ziehier de algemeen erkende uitspraak van den H. Bernardus ; â God deelt al zijne genaden door de handen van Maria uit. God wil niet dat wij iets bezitten, hetwelk niet door de hand van Maria tot ons komt. Daarom zegt Pater Su-arez : ,, het is een algemeen en aangenomen gevoelen der heilige Kerk, dat de voorspraak van Maria niet alleen voordeelig, maar noodzakelijk is om genade te ontvangen. quot; â Dit gevoelen wordt zeer bekrachtigd, als men bemerkt, dat de heilige Kerk deze woorden der heilige Schriftuur aan Maria toeëigent: â bij mij is alle hoop des levens en der deugd: komt allen tot mij. quot; (Eccl. 24.) Komt allen tot mij : door mijne voorspraak moogt gij alle goederen hopen; daarom voegt zij er bij ;
gelukkig die mij hoort en die dagelijks aan mijne deur waakt.quot; (Spreuk. 8.) Zalig hij die zorgt van dagelijks aan mijne deur om mijne machtige voorspraak te kloppen : â want die mij gevonden heeft, die heeft het leven, het eeuwige leven gevonden. quot; (ibid.) Daarom wil de heilige Kerk, en met recht, dat wij Maria onze algemeens hoop noemen en begroeten : ,/ wees gegroet, onze hoop.quot;
86
VAN HEÃ ALLERH. SACRAMENT. 87
De H. Bernardus, die Maria den grondslag van al onze hoop noemt, zegt dat, als wij genaden zoeken, wij die door Maria moeten zoeken. Want, voegt de H. Antonius er bij : âindien wij zonder de voorspraak van Maria de genade verlangen, zouden wij zonder vleugels willen vliegen, en ons gebed zoude onverhoord blijven.quot;
Men leest in het boek ; Wederkeerige aanmoediging, van P. Auriemma, ontelbare genaden, die Maria bekomen heeft voor hen, die haar dikwijls in eene kerk of voor een beeld bezochten. Men leest er de menigvuldige genaden, die zij in zulke bezoeking aan den zaligen Albertus den Grooten, aan den Abt Hubertus, aan den P. Suarez bezorgd heeft; daar lezen wij, dat de Moeder Gods hun in hunne bezoekingen die groote kennissen gaf, waardoor zij tot eene zoo hooge wijsheid en vermaardheid in de kerk gekomen zijn. In hetzelfde boek wordt verhaald, welke genaden den jongeling Joannes Bergohmans, uit het gezelschap van Jesus, van Maria ontvangen heeft, hij die haar dagelijks in eene kapel van het E-oomsch Collegie bezocht en daar plechtig aan alle wereldscbe liefde verzaakte, om na God, alleen Maria te beminnen, hij schreef deze woorden onder een harer beelden : âik wil niet rusten, zoolang ik geene teedere liefde tot mijne moeder Maria bekomen heb.quot;
Wie kan de genaden tellen, die Maria voor den H. Bernardus van Senen verkregen heeft? Nog jong zijnde, ging hij dagelijks, in eene kapel dicht bij de poort der stad, haar bezoeken; hij riep zonder ophouden, dat de liefwaardige Maagd zijn hart gestolen had : hij noemde haar zijne welbeminde , en liet zich nooit van de vreugd van haar te bezoeken berooven. Door Maria had hij de genaden bekomen van aan de wereld te ver-
BEZOEKEN
zaken, en een zoo grootè Heilige en zoo beroemde Apostel van Italië te worden.
Tracht dan, beminde Lezer, dagelijks als gij de bezoekingen tot het allerheiligste Sacrament bidt, ook Maria in de kerk of voor een harer beelden te bezoeken. Zoo gij deze godsvrucht met betrouwen en liefde uitoefent, kunt gij grootere dingen van deze dankbare koningin verhopen, die, volgens het zeggen van den H. Andreas van Creten, âde kleinste dienst met de grootste genaden beloont.quot;
Over de geestelijke Communie.
Daar aan het einde van iedere bezoeking de geestelijke Communie aanbevolen is, zoo is het noodzakelijk, dat ik uitleg waarin zij bestaat, en hoe groot het voordeel derzeive is. â Volgens den H. Thomas bestaat de geestelijke Communie in âeene brandende begeerte om Jesus in het heilig Sacrament te ontvangen, en eene liefdevolle vereeniging met Hem, alsof men Hem inderdaad ontvangen had.quot;
De Heer gaf aan de zuster Paulina Maresoa, stichteres van het klooster St. Catharina in Napels, te kennen, hoe aangenaam de geestelijke Communie aan God is, en welke genaden Hij door dezelve uitdeelt; haar toonende, gelijk het in de beschrijving van haar leven verhaald wordt, twee vaten, het een van goud en het ander van zilver; en zeide haar, dat in het gouden vat de Sacra-menteele, en in het zilveren de geestetijke Communiën bewaard werden. Ook zeide Hij aan de H. Joanna van het heilig Kruis, dat zoo dikwijls zij geestelijk communiceerde, zij gelijke genade zoude ontvangen, als welke haar in de sacramenteele Communie zouden gegeven worden. Met één woord, het is genoeg dat wij weten,
88
VAN HET ALLERH. SACRAMENT. 89
dat de kerkvergadering van Trentbe de geestelijke Communie zeer aanprijst, en de geloovigen opwekt om dezelve dikwijls te doen.
Daarom communioeeren alle godvruchtige men-schen zonder ophouden op deze wijze. De zalige Agatha van het heilig Kruis deed het 300 maal daags, en de H. Petrus Le Fèvre, eerste medegezel van den H. Ignatius, was gewoon te zeggen, dat de geestelijke Communie een groot middel is, om met veel zegen de sacramenteele Communie te ontvangen. Ik vermaan ieder die in de liefde van Jesus groeien wil, om ten minste eens daags op deze wijze, bij de bezoeking van het allerheiligste Sacrament, even als gedurende iedere miste communiceeren; ja, het is nog beter zoo men dit alsdan driemaal, in het begin, in het midden en op het einde der Mis doet. Deze oefening is veel voordeeliger dan menige denken, en zij is tevens zoo gemakkelijk te doen; want, zegt de H. Joanna van het heilig Kruis : â zonder gemediteerd, zonder gevast te hebben, zonder verlof van zijnen biechtvader, kan men geestelijk communiceeren, en men kan het zoo dikwijls doen als men wil, dewijl er maar eene acte van liefde toe vereischt wordt.quot;
Wijze om geestelijk te communiceeren.
Die men bij iedere bezoeking herhaalt.
Mijn Jesus! ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ik bemin U boven al, ik wensch U in mijn hart te ontvangen; daar ik U echter niet wezenlijk ontvangen kan , zoo kom ten minste geestelijkerwijze in mijn hart; ik omhels ü; ik vereenig mij met U, alsof Gij nu inderdaad in mijn hart gekomen waart; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U scheide. â
BEZOEKEN
Korte mjze om geestelijk te communiceer en.
Ik geloof, o Jesus, dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ik verlang mij met U te vereenigen; kom in mijn hart... Ik omhels U, verwijder U niet meer van mij !
GEBED
dat men geicoonlijk in het hegin van iedere bezoeking aan het allerheiligste Sacrament hidt.
Mijn Heer Jesus Christus, die uit liefde tot de menschen dag en nacht, vol van goedheid en liefde , in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig blijft, en allen die U bezoeken roept en vol liefde ontvangt : ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ik aanbid U uit den afgrond van mijnen niet, en dank U voor zoo vele aan mij bewezene weldaden, maar bijzonderlijk, omdat Gij U in dit Sacrament aan mij gegeven hebt, omdat Gij mij uwe heilige Moeder tot voorspreekster geschonken en mij geroepen hebt om à in deze kerk te bezoeken. Ik groet dan heden uw minzaam Hart, en dit ten eerste : om U te danken voor de groote genade van U hier te mogen bezoeken; ten tweede, om U alle oneer te vergoeden, die U van uwe vijanden in dit Sacrament aangedaan wordt; en ten derdè, om U door dit bezoek op alle plaatsen te aanbidden, alwaar Gij in het allerheiligste Sacrament weinig vereerd, ja gansch verlaten zijt. O mijn Jesus! Ik bemin U uit gansch mijn hart; het berouwt mij uwe oneindige goedheid zoo dikwijls belee-digd te hebben. Met den bijstand uwer genade maak ik een vast besluit, U voortaan niet meer te beleedigen. Ik geef mij gansch aan U , niettegenstaande mijne ellende, en ik verzaak aan
90
VAN HET ALLERH. SACRAMENT. 91
mijnen eigen wil, aan mijne neigingen, aan mijne wenschen, aan al war, mij toebehoort. Doe van nu af met mij en met alles wat ik heb, volgens uw welbehagen. Ik zoek niets dan uwe heilige liefde, de volharding en de volmaakte vervulling van uwen heiligen wil. Ik beveel U de zielen des vage-vuurs, en voornamelijk diegene die op de aarde eene bijzondere godsvrucht tot het allerheiligste Sacrament en tot de allerzaligste Maagd Maria hadden. Ik beveel U ook alle arme zondaars, en ik vereenig, o allerzoetste Zaligmaker, al mijne genegenheden met de neigingen van uw verliefd Hart, en aldus vereenigd, otter ik ze uwen eeu-wigen Vader op, en bid Hem, in uwen naam, dat Hij uit liefde tot U mijn gebed wille aannemen en verhooren.
EERSTE BEZOEK.
Hoor, hoe de bron aller goederen, Jesus in het allerheiligste Sacrament, ons toeroept: â die dorst heeft, dat hij tot mij kome. quot; Hoe vele genaden hebben niet de Heiligen in het allerheiligste Sacrament aan deze bron van genaden geschept; hier, waar Christus al de door zijn lijden verworvene verdiensten uitdeelt, gelijk het reeds de Profeet door deze woorden voorzegd had : â gij zult met blijdschap de waters uit de bronnen des Zaligmakers scheppen. quot;
De gravin van Feria, dat doorluchtige leerkind van Pater A villa, werd, na de orde der H. Clara ingetreden te zijn, om den langen tijd dien zij voor het Hoogwaardigste overbracht, de bruid van het allerheiligste Sacrament genoemd. Als men haar eens vroeg, wat zij dan gedurende zoo vele uren voor het Hoogwaardigste deed, antwoordde zij : â Ik zou daar de gansche eeuwigheid blijven; vindt men dan
BEZOEKEN
in het allerheiligste Sacrament wezenlijk God niet, die het genot der gelukzaligen in den hemel is? Mijn God! men vraagt wat men er doet? wat zou men doen? men bemint, men looft, men dankt, men bidt. Wat doet een arme in de tegenwoordigheid eens rijken, een kranke bij een geneesheer, een dorstige bij eene klare fontein, een hongerige aan een welbezette tatel?
O mijn liefwaardigste, mijn zoetste, mijn allerliefste Jesus! mijn leven, mijne hoop, eenig voorwerp mijner liefde! hoeveel heeft het U niet gekost om bij ons in dit heilig Sacrament te kunnen blijven! Gij hebt moeten sterven, om onder ons op onze altaren te kunnen wonen. En die genade, van met ons te blijven, heeft men U met beleedigingen beloond; en niettegenstaande heeft uwe liefde en uw verlangen om door ons bemind te worden, ü er niet van kunnen afschrikken. Kom dan, o mijn Jesus! kom in mijn hart; sluit het voor die schepselen, die deel zouden willen nemen aan eene liefde die U alleen toekomt en die ik U gansch wil schenken. â Heersch over mij, o mijn Zaligmaker ! maak dat ik aan U alleen zij; en zoo ik ü somtijds niet spoedig gehoorzamen zou, straf mij strengelijk, om daarna bereidwillig te zijn om uwen heiligen wil te volbrengen. Geef dat ik niets anders verlange en geene andere vreugde zoeke, dan U te verheugen, dan U dikmaals op de altaren te bezoeken., dan mij met U te onderhouden en U in de heilige Communie te ontvangen. Dat hij die wil, andere goederen zoeke : ik bemin, ik begeer niets anders dan de groote schat uwer liefde; U alleen zoek ik voor het altaar. Geef dat ik mij zei ven vergete, om alleen aan uwe goedheid te denken. Ik benijde uwe heerlijkheid niet, o gelukzalige Serafs! maar wel uwe liefde tot
93
van het allellh. sacrament. 93
uwen en mijnen God; o leert mij toch wat ik doen moet om Hem zoo te beminnen, zoo te behagen.
.Schietgebed. Mijn Jesus ! ik wil u alleen be-minnen, aan u alleen behagen.
Nu de geestelijke Communie', \A*.h.. 89, en na - e quot;ldt men d,: volgende Bezoeking aan Maria.
Aan Maria.
Eene andere gelukkige bron van genaden voor ons, is onze Moeder Maria, die, volgens den H. urnardus, zoo rijk aan goederen en genaden is, a o. geen mensch op de aarde gevonden wordt, die daaraan geen deel heeft : âuit hare volheid nebben wij allen ontvangen.quot;
\ olgens de woorden des Engels, was Maria vol van genaden wees gegroet, vol van genade.quot; Hier voegt de H. 1 etrus Chrysologus bij, dat zij die vol-leid van genaden niet alleen voor haar ontvino-, maar ook om dezelve aan hare dienaars uit te deepen : met alleen voor haar, maar om de zaligheid aan de wereld te geven ontving Maria die genade.quot;
öchietgebed. Oorzaak onzer blijdschap ! bid voor ons. â j r
einde1 dW»quot; ^ t0tMaria lees' men dil?eIijk8 het deegachtig te wordenquot;.' ^ maCllti?e
A-UerheiHgste onbevlekte Maagd, mijne Moeder Maria. tot u, de Moeder van mijnen Heer, de koningin der wereld, de voorspreekster, de hoop en de verdedigster der zondaars, neem ik, de ellendigste van allen, heden mijne toevlucht. Ik keer mij tot u, groote koningin, en dank u voor zoo vele aan mij bewezene weldaden, bijzonder omdat gij mij bewaard hebt van de straf der hel, die ik zoo dikwijls verdiend heb. Ik bemin u, o aller-
94 BEZOEKEN
liefwaareligste Koningin ! en uit liefde tot U, beloof ik u altijd te dienen, en mijn best te doen om u nog van anderen te doen beminnen. Ik stel al mijn betrouwen op u, en ik verwacht mijne zaligheid door uwe voorspraak. Neem mij tot uwen dienaar aan, en bewaar mij onder uwen schuts-mantel, o moeder van barmhartigheid ! en wijl gij zoo machtig bij God zijt, bevrijd mij van alle bekoringen, of bekom mij ten minste alle kracht, om dezelve tot mijnen dood toe te overwinnen ; aan u vraag ik de ware liefde tot Jesus, van u hoop ik eenen gelukzaligen dood. O mijne Moeder ! om de liefde die gij tot God hebt, bid ik u, sta mij bij tot den laatsten oogenblik mijns levens, verlaat mij niet, tot dat gij mij zalig in den hemel ziet, alwaar ik u zal danken en uwe barmhartigheid gedurende de gansche eeuwigheid verkondigen. Amen, Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
TWEEDE BEZOEK.
De godvruchtige pater Nieremlerg zegt, dat, rcijl het hrood eene spijs is die men nuttigen of bewaren kan, Christus op de aarde onder de gedaante nan hrood heeft willen blijven, om zich niet alleen door de Commnnie te vereenigen met de zielen die Hem. beminnen, maar ook om, in het TaiiernaM opgesloten, hij ons tegemcoordig te blijven, opdat wij altijd zijne liefde tot ons zouden indachtig zijn.
â Hij heeft zich zei ven vernietigd, de gedaante van eenen knecht aannemende,quot; zegt de H. Pau-lus. Maar wat moesten wij zeggen, als wij Hem de gedaante van brood zien aannemen? De H. Petrus van Alcantara zegt : âgeene tong is bekwaam de grootheid der liefde van Christus tot de menschen die in staat van genade zijn, uit te drukken. Onze
van het allerii. sacrament. 95
zoete Bruidegom, de aarde verlatende, gaf ons
HH !! /Ch eiquot;S heilig Sacrament, in hetwelk Hij zeli onder ons verblijft, opdat zijne aanwezio--heid ons met van Hem scheide. Hij wilde niet dat een enkel gedenkteeken Hem in ons o-eheu-gen terug nep, maar Hij heeft door zijne wezen-lij-e tegenwoordigheid het geheugen zijner liefde tot ons wezenlijk in cds willen behouden. Wiil ^D'-? 'H1-111 /esus' tier opgesloten tegen-woorthg zijt, om de gebeden der ellendigen, die bij U gehoor zoeken, aan tehooren, zoo verhoor nu °?k het Sfed van den ondankbaarsten zondaar, die op aarde leeft. Ik werp mij rouwmoedig voor uwe voeten â neder, want ik erken
heb rf iht ik bega,an heb als ik 0 ^^baagd
heb. Ik b d U dan vooral, vergeef mij de ü aangedane beleedigingen. O mijn God, had ik ü toch nooit beieedigd! Weet Gij ook waarom ik U nog bid. Zie, ik heb ingezien hoe beminnenswaardig quot;ij zijt, en daarom bemin ik U, en begeer niets anders dan U te beminnen en U te behagln ; maar le krachten ontbreken mij om mijnen wensch zon-eruwen bestand uit te voeren. Laat, o almachtige trod, de Heiligen in den hemel getuigen uwer almacht en uwer oneindige goedheid zijn, en maak dat ik die zoo d'kwijis tegen U opgestaan ben, L waarlijk beminne! Gij kunt en wilt dit doen.
oorzie in alles wat aan mij ontbreekt, opdat ik U waarlijk beminne, en opdat mijne liefdebewii-^minste de beleedigingen die ik ü aanVe-daan heb evenaren. Mijn Jesus! ik bemin U ik bemin L boven al, ik bemin U meer dan mijn leven; mijn God, mijne liefde, mijn al!
Schietgebed. Mijn God en mijn al!
De geestelijke Communie, bi. 89.
bezoeken
aan maria.
Laat ons met betrouwen tot den troon der genade gaan, om voor den tijd van nood barmhartigheid te verwerven.quot; De H. Antonius zegt: //die troon is Maria, door wie God al de genaden uitdeelt quot; O allerliefwaardigste Koningin! gij verlangt niets meer dan de zondaars te helpen; zie ik ben een groot zondaar, die tot ü zijne toevlucht neemt; help mij derhalve, help mij spoedig.
Schietgebed van den H. Augustinus. â Toevlucht der zondaars! heb medelijden met mij.quot;
Het gewone gebed. bl. 93.
DEKDE BEZOEK.
â Mijne vreugde is onder de kinderen der menschen te zijn.quot; Zie hoe Jesus, niet tevreden van uit liefde tot ons gestorven te zijn, nog na zijnen dood bij ons in het allerheiligste Sacrament heeft willen blijven. Hij verzekert ons, dat Hij zijne vreugde vindt onder de menschen te zijn. âO menschen! roept de H. Theresia uit, hoe kunt gij toch eenen God beleedigen, die u verklaart, dat Hij bij u zijne vreugde vindt.quot; Jesus vindt bij ons zijne vreugde, en wij vinden geene vreugde bij Jesus, en bijzonder wij, die de eer hebben in zijn huis te wonen! Welke groote eerbewijzing gelooft niet een onderdaan te ontvangen, aan wien de koning eene woonplaats in zijn eigen paleis aanwijst? Maar is dan dit niet het paleis van onzen koning? wonen wij dan niet in het huis van Jesus Christus? Laat ons Hem dan danken, laat ons voordeel trekken uit de zamenle-ving met Jesus Christus. O mijn Heer en mijn God! zie mij voor dit altaar, op hetwelk Gij dag en nacht
96
van het alleeh. sacrament. ^)^
uit liefde tot mij tegenwoordig zijt, Gij die de bron aller goederen, de geneesheer aller kwalen, de grootste schat dei armen zijt; aanzie den ellen-digsten aller zondaars, die zich hier voor uwe voe-ten werpt; ik ben krank en smeek uw medelijden at, ontferm U mijner! Doch ik wil om mijne ellende den moed niet verliezen, want ik zie U van den hemel in dit Sacrament nederdalen ; en dit alleen om mij goed te doen. Ik loof en dank U, ik bemin ü , en zoo Gij toestaat dat ik U om eene aalmoes bid, hoor dan wat ik noodio-heb, en neem mijne bede aan : ik wil U nie't meer beleedigen, en bid U mij licht en genade te geven, om ü uit aj mijne krachten te beminnen. Mijn Heer en mijn God! ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin U uit al mijne krach-ten : geet dat ik dit met waarheid en altijd hier op aarde en door de altijddurende eeuwio-heid moge zeggen. Heilige Maagd Maria, mijne heilige voorspreekster bij God ! heilige Engelen des hemels! helpt mij, opdat ik mijnen allerheiligsten itoü beminne.
Schietgebed. Goede Herder! waar Brood! Jesus! ontferm U onzer, voed ons, bescherm ons toon U aan ons in het land der levenden.
-D« geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
quot; flare banden zijn banden van zaligheid,quot; (Eccl. 6.) De godvruchtige Pallarto zegt : â de liefde tot Maria is een keten, met welke wij tot de eeuwige zaligheid opklimmen. ' Laat ons onze Koningin bidden, dat zij ons immer meer met de Keten der liefde aan het betrouwen in hare voorspraak vastbinde.
y8 bezoeken
Schietgebed, ó Genadige, o barmliartige, o zoete Maagd Maria!
Het gewone gebed. bl. 93.
VIERDE BEZOEK.
â Uw omgang heeft niets bitters, en uw gezelschap niets verdrietigs.quot; (Wijsh. 8.) De vrienden der wereld vinden zoo veel vergenoegen bij elkander, dat zij gansche dagen verliezen met zich zamen te onderhouden. Hij alleen, die Jesus niet bemint, vindt verdriet bij Hem in het heilig Sacrament ; want de Heiligen vonden daar den hemel op aarde. De H. Theresia zeide eens aan een harer kloosterzusters, aan welke zij na haren dood verscheen : âwij in den hemel, en gij op de aarde, moeten elkander gelijken in reinheid en in liefde; wij in het genieten; en gij in het lijden; want hetgeen wij in den hemel voor de Godheid zelve doen , moet gij op de aarde voor het allerheiligste Sacrament doen.quot; Het allerheiligste Sacrament is dus onze hemel op aarde.
o Onbevlekt Lam! Gij die U voor ons op het kruis geslachtofferd hebt; gedenk dat ook ik eene van de zielen ben, die Gij met zoo vele smarten, ja met uwen dood zelve hebt afgekocht. Maak dat ik geheel aan U zij, en sta niet toe dat ik L' ooit verlieze, Gij die U voor mij geleverd hebt, en die U nog dagelijks voor mij op het altaar opoffert. O Jesus! maak dat ik geheel aan U zij, opdat Gij met mij zoudet doen wat Gij wilt. Ik geet U mijnen wil over, opdat Gij hem met de zoete banden uwer liefde vastketent, en opdat hij immer onderdanig zij aan uwen heiligen wil. Ik wil niet meer leven om mijne lusten te bevredigen , maar alleen om aan uwe goedheid te behagen. â
VAK HiST ALJ.ERil. SACRAMENT. 99
Vernietig in aij al wat U mishaagt, en geef mij de genade voortaan aan niets anders te den-Ken , dan hoe ik U kan behagen, niets anders te wenschen, dan wac Gij van mij verlangt. Ik bemin U uit geheel mijn hart, o zoete Jesus! ik be--Ti-' -' 0,r1'1 a't wenscht, ik bemin U, om
dat (tij-aHeen beminnenswaardig zijt. Ik ben be-droefd dat ik U niet bemin gelijk Gij het verdient; uit helde tot U zou ik willen sterven. O mijn Heer en mijn God ! ontvlam in mij het verlangen om b te beminnen; geef dat ik geheel aan U zij Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
Schietgebed, ó Heilige wil Gods ! ik offer mii geheel aan U op.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aak maria.
âIk ben de moeder der schoone liefde,quot; ze^t Maria; dat is : ik ben de moeder van die liefde, welke de zielen aan God aangenaam maakt. De , a.nil Magdalena van Pazzis zag de allerheiligste Maagd eenen zoeten balsem, die de o-odde-lijke liefde l)eteekende, uitdeelen. Door Maria alleen wordt ons de gaaf der goddelijke liefde gese-
ven; bij Maria alleen moeten wij die zoeken. _
Schietgebed. Mijne Moeder! mijne hoop! maak clat ik geheel aan Jesus zij.
â Het gewone gehed, bl. 93.
VIJFDE BEZOEK.
De musch vindt zich een huis en de tortelduif een nest, waarin zij hare eieren legt: ik uwe altais11; , ,,eer der Heerscharen , mijn Koning en mijn ! (Psalm 83.) De musch, zegt David, vindt eene woning in onze huizen; de tortelduif verbem
100 b zoeken
zicli in haar nest; maar Gij, mijn Heer en mijn God, Gij hebt uw nest gebouwd, en eene woonplaats hier beneden op de altaren gevonden, opdat een ieder U vinde, en om onder ons te kunnen blijven ! Waarlijk, mijn Heer en mijn God ! Gij bemint de menschen al te zeer, en Gij kunt niets meer doen dan Gij reeds gedaan hebt om hen tot wederliefde te bewegen. Maar doe nog dit, o allerlief-waardigste Jesus, dat wij ook van liefde tot U ontvlamd worden; want het betaamt immers niet, dat wij deze zoo groote liefde van onzen God met lauwheid vergelden. Trek ons door het zoet geweld uwer liefde tot U; laat ons altijd meer en meer erkennen hoe liefwaardig Gij zijt.
6 Oneindige Majesteit! o oneindige Goedheid! Gij hebt de menschen zoo zeer bemind, Gij hebt zoo veel gedaan om van ons bemind te worden ! Hoe is het dan mogelijk dat er zoo weinigen zijn die U beminnen ? Ik wil niet meer gelijk vroeger onder het ongelukkige getal van deze ondankbaren zijn; ik heb vast besloten U uit al mijne krachten te beminnen; en niets te beminnen dan U; Gij verdient het. Gij beveelt het mij zoo dringend; ik wil uwen wil vervullen! Bewerk, o God mijns harten, dat ik volkomen voldoe; ik bid er'U om, door de verdiensten van uw lijden, en ik hoop dat Gij mijne bede zult verhooren. Geef de goederen dezer wereld aan die dezelve wenschen, ik wensch en zoek niets anders dan den grooten schat uwer liefde. Ik bemin U, o mijn Jesus! ik bemin U, oneindige goedheid; Gij zijt al mijn rijkdom, al mijn welbehagen, al mijne liefde.
Schietgebed. Mijn Jesus! Gij hebt U geheel aan mij gegeven, ik wil mij ook geheel aan U geven.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
van het allerh. sacrament. 101
aan mabia.
o Mijne Koningin ! de H. Barnardus noemt u
eene dievin der harten;quot; hij zelt;rt dat gij met uwe schoonheid en goedheid de harten rooft. Ach , steel, bid ik u, ook dit mijn hart; ik geef het u onverdeeld, opdat gij het, vereenig-d met uw hart, aan (^od zoudet opdragen.
Schietgebed. Minnelijke Moeder Maria! bid voor mij.
Het gewone geled, bl. 93.
ZESDE BEZOEK.
quot;Alwaar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. (Luc. 13.) Jesus Christus zegt, dat men met zijne neigingen is, alwaar men gelooft eenen schat te bezitten. Daarom schonken de Heiligen die geenen anderen schat kenden noch beminden dan Jesus Christus, hun hart en al hunne nei-gingen aan het allerheiligste Sacrament. O mijn allerhefwaardigste, in het heilig Sacrament verborgen Jesus ! Gij die uit liefde tot mij hier dao-en nacht tegenwoordig zijt : trek, bid ik U, mijn hart gansch tot U; opdat ik maar aan U alleen denke, en niets beminne, niets wensche, niets zoeke dan U alleen. Bewerk dit in mij om uiv bitter lijden, door welks verdiensten ik de vervulling mijner bede hoop.
o Mijn Zaligmaker, mijn goddelijke Bruidegom ! hoe beminnelijk zijn de teedere uitvindingen uwer helde om zielen te winnen ! O eeuwig Woord des Vaders! het was U niet genoeg mensch te worden en voor ons te sterven : Gij hebt zelf in dit Sacrament bij ons als voedsel en onderpand des eeu-wigen levens willen blijven ! â» Dan verschijnt Gij onder ons als een klein kind in eenen stal, dan als een arme in eene werkplaats, dan als een
103 bezoeken
kwaaddoener op het kruis, nu als brood op een altaar. Zeg mij, o mijn Jesus, wat hadt Gij nog meer kunnen doen om onze liefde te winnen ? O liefwaardige, oneindige God! wanneer zal ik eens beginnen aan eene zoo teedere liefde te beantwoorden? Mijn Jesus! ik wil van nu af niet meer leven dan om U alleen te beminnen. Waartoe zou mij ook een langer leven dienen, zoo ik dit niet besteede om U te beminnen, om U te be-liagon, U mijnen geliefden Zaligmaker! die uw leven voor mij opgeofferd liebt. En wat zou ik ook nog anders kunnen beminnen dan U, die de schoonheid, de goedheid, de minzaamheid, de liefde zelve zijt? Ik wil voortaan alleen leven om U te beminnen; geef dat mijn hart bij het enkel geheugen uwer liefde ga^sch aan U zij; maak dat, zoo ik maar de woorden van krib, kruis. Sacrament hoor, ik terstond ontvlamd worde van verlangen om groote dingen voor U te doen , o mijn Jesus, die maar al te veel voor mij gedaan en geleden hebt.
Schietgebed. Geef mij de genade, o mijn Jesus, dat ik, eer ik sterve, iets voor U doe.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
â Ik gelijk aan eenen schoonen olijfboom in het veld.quot; Ik ben die schoone olijfboom, zegt Maria, van welken altijd olie van )armhartigheid afvloeit. En daarom sta ik in het veld, opdat allen mij zien en tot mij snellen. Laat ons met den H.Augustinus zeggen : gedenk, o goeder-tierenste Maria! dat men nog nooit gehoord heeft, dat iemand die tot u zijne toevlucht genomen heeft, is verlaten geworden.quot; Ik zal ook die ongelukkige niet zijn, die van u verlaten wordt,
van het allerll. sacrament. 103
na mijne toevlucht tot u genomen te hebben.
Schietgebed, ó Maria! geef mij de genade, dat ik altijd tot u mijne toevlucht neme.
Het gewone gebed, bl. 93.
ZEVENDE BEZOEK.
// Ziet, ik ben met u alle dagen, tot het einde der wereld.quot; (Matth. 38.) Onze geliefde Herder, me zijn leven voor zijne schapen gelaten heeft, heett zich ook na zijnen dood niet van ons willen verwijderen. Ziet, zegt Hij, geliefde schaapjes. Ik ohjr altijd bij u; ben Ik op de aarde in dit Sacrament gebleven, gij vindt Mij hier om u te troosten en om u te helpen, zoo dikwijls gij het verlangt : Ik verlaat u niet tot het einde der wereld; Ik blijf bij u zoo lang ^ij hier op de aarde blijft, n Onze goddelijke Bruidegom, zegt de heilige Petrus van Alkantara, wilde gedurende zijne lange afwezigheid aan zijne bruid een gezelschap geven, om haar niet alleen te laten, en daarom stelde Hij dit Sacrament in, in hetwelk Hij zelf verblijft, als het beste gezelschap dat Hij voor eene christelijke ziel konde verkiezen.
o Allermildste en allerliefwaardigste Jesus ! ik bezoek U nu voor dit altaar; maar Gij vergeldt mijn bezoek met eene veel grootere liefde, als Gij door de heilige Communie in mijne ziel komt. Alsdan zijt Gij niet alleen in mij tegenwoordig, maar Gij wordt mijne_ spijs; Gij vereenigt U alsdan zoo nauw met mij, dat ik met waarheid zeg-
,^al': mijn Jesus! Gij zijt nu geheel aan mij. Dewijl Gij U dan gansch aan mij geeft, zoo betaamt het ook, dat ik mij gansch aan U geve. Ik ben een zwakke aardworm, en Gij zijt een almachtige God. O God van liefde! o liefde mijner ziel! wanneer zal ik eens, niet alleen in
104 bezoeken
woorden maar inderdaad geheel de uwe zijn ? Gij kunt dit bewerken door de verdiensten van uw voor mij vergoten bloed; vermeerder in mij dit betrouwen, en maak, dat eer ik sterve, ik geheel aan U zij, en mij zelve op geene wijze meer toe-behoore. Gij verhoort, o Heer, het gebed van allen; verhoor dan ook nu het gebed eener ziel, die U waarlijk verlangt te beminnen. Ik wil U beminnen uit al mijne krachten, ik wil alles doen wat Gij van mij verlangt, zonder eigen voordeel, zonder troost, zonder loon. Ik wil U dienen uit liefde, alleen om U te behagen, en om uw hart, dat mij zoo vurig bemint, te bevredigen. Mijn loon zal zijn U, o welbeminde Zoon des eeuwigen Vaders, te kunnen beminnen; ontneem mij mijne vrijheid, mijnen wil, al wat aan mij is, ontneem mij mij zeiven en geef mij U : ik bemin U, ik zoek U, ik zucht naar U, ik verlang U alleen te bezitten.
Schietgebed. Mijn Jesus! maak mij gansch den uwen.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
ö Onze allerwaardigste Koningin ! de gansche Kerk begroet U : w onze hoop.quot; Daar gij alzoo de hoop van allen zijt, wees ook de mijne. De H. Bernardus noemt u ; // de grondslag van al zijne hoop,quot; en hij zegt : H die wanhoopt, moet nog in u hopen.quot; Ik wil dan nu ook zeggen : o Maria! gij redt die welke wanhopen; daarom stel ik al mijn betrouwen in u.
Schietgebed. Maria, Moeder Gods ! bid Jesus voor mij.
Het gewone gtled, bl. 93.
105
VAX HET ALLEEH. SACRAMENT.
ACHTSTE BEZOEK.
..
Jesus zegt aan iedere ziel, die Hem in het allerheiligste Sacrament bezoekt, hetgeen Hij aan oe .Bruid der gezangen toeriep; âsta op, nader, mijne vriendin, mijne schoone, en kom.quot; Ziel die mij bezoekt, sta op, verlaat uwen ellendigen toe-a-j i kier om u met genade te verrijken.
ader, kom tot mij, gij moet mijne heerlijkheid niet vreezen, want ik hel) mij in dit Sacrament geheel vernederd, om u alle vrees te benemen, en om u betrouwen in te boezemen. Mijne vrien-dm noem ik u, want gij zijt mijne vijanden niet meer, gij bemint mij en ik bemin u. Mijne schoone, mijne genade heeft u schoon gemaakt; hom, om-els mij, bid mij om al wat gij wilt, maar met een groot betrouwen.
, 11quot; Theresia zegt; âonze groote Koning heett de gedaante van brood aangenomen en zijne neerlijkneid verborgen, om ons moed in te boezemen , ten einde wij met het grootste betrouwen tot zijn goddelijk hart zouden naderen.quot; Laat ons alzoo met groot betrouwen en met eene groote liefde onzen Zaligmaker bezoeken, ons met Hem vereenigen en Hem om zijne genade smeeken. w j quot;r00t mo.ot mijno vreugde zijn, o eeuwio-Woord, voor mij mensch geworden en hier in dit Sacrament tegenwoordig, dat ik tot U kan komen, tot L, mijnen God, de oneindige goedheid, die' mijne ziel zoo bemint! O gij zielen die in den emel en op de aarde God bemint: bemint Hem ook voor mij. Mijne Moeder Maria! help mij Hem beminnen; en Gij, o mijn allerliefwaardigste Jesus! wees het voorwerp van al mijne liefde, wees de Heer van al mijn willen, bezit hem gansch: ik geef U mijn verstand, opdat het altoos aan
106 bezoeken
uwe Godheid denke; mijn lichaam, opdat het mij helpe U te behagen; mijn hart, opdat het geheel aan U zij. Ik wenschte, o Geliefde mijner ziel, dat alle menschen de teedere liefde die Gij hun toedraagt, kenden, opdat zij voortaan alleen mochten leven om U te eeren en U te verheugen, gelijk Gij dit verlangt en verdient. Maak dat ik ten minste nooit meer uwe oneindige schoonheid vergete. Van nu af wil ik alles doen wat mij mogelijk is om U te behagen. Ik neem voor, alles ten beste te geven, wat Gij van mij verlangt, welke moeite het mij ook koste; en al moest ik zelfs alles, ja het leven daarom verliezen. Gelukkig ben ik, zoo ik alles verlieze, om U, mijnen God, mijn grootste goed, mijne liefde, mijn al te winnen.
Schietgebed. Jesus, mijne liefde! neem mij gansch , bezit mij gansch.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
fi Indien iemand klein is, dat hij tot mij kome.quot; (Spreuk 8.) Maria roept tot alle kinderen, die geene moeder hebben, dat zij tot haar, de allerliefste onder al de moeders zouden vluchten. De godvruchtige P. Nieremberg zegt : de liefde van al de moeders is maar eene schaduw, in vergelijking met de liefde van Maria tot een ieder van ons. Mijne Moeder! moeder mijner ziel! gij die mij bemint en die naast God mijne zaligheid meer dan iemand verlangt, toon dat gij mijne moeder zijt.
Schietgebed. Mijne Moeder! maak dat ik altijd aan u denke.
Het geivone gehed. bl. 93.
107
VAN HET ALLERH. SACRAMENT.
negende bezoek.
I -oSef baminnes Zequot;!' ,lat hij 'len Heer raet eenen
den Zoon 0mg0rlt; , : quot;ik iemand, die | (len Zoon des menschen geleek.... onder de borst
-gord met.eenen gouden band.quot; (Openb 11)
p zulke wijze is Jesus in het allerheilio-ste
Sacrament des altaars tegenwoordig; zijne borst
is volmeJk van genade, quot;lie Hij ons uit bam-
moeÃeidirlmldeCl,eelen l en quot;eliik aan eene
om zich van t quot; ''T borsten aanbiedt, om zich van haar zog te ontlasten, verwacht ons
-(ireioan cle borsten zal men u
in Iie..eerHieilwfardige Pater Alvarez zag Jesus het allerheiligste Sacrament de handen vol I an genade en zoekende aan wien Hij ze kon
SenCT dat Verfh;laU van (le H- Catharina van
zelve naderd^ Tt quot;00 gr00te VUriquot;hei(l tot het zeive naderde, dat zij aan een kind sreleek aan
hetwelk de moeder hare borst aanbiedt.
ken rfaf6Pfl w Zoon1(.les eeuwigen Vaders ! ik er-: zift Ik wpn,\ waardigste voorwerp mijner liefde
i verdient âf ? quot; Z-00 zeer te l)eminilen als Gij het verdient, of ten minste, ik verlang- U zoodani?
| beminnen als er op aarde eene 'ziel bekvvaam
heb n tetn'-T ik' lt;lie U ^rraden
tP I1Q ⢠g opgestaan ben, niet verdien U
£ trs li01 uquot; kren --quot;ikil gt;â quot;»«
leze Kerk: doe; maar ik weet ook dat n;; mijne liefde zoekt, ik weet dat Gij mij zegt; mij,
uwen Gol^r ^ ~ ^ ^r,
weet dat «li .nil g ® ,lart beminnen.quot; Ik v*n â , ] alle®n mijn leven verlengd en mii niet van overlang m de hel geworpen hebt owl at ik
Sanscl1 aan uwe liefde schenke. Daar Gij alzoo
BEZOEKEN
van mij nog wilt bemind worden, zoo sla nu uwe oogen op mij, o mijn God! hier ben ik, ik volg U, ik ireef mij aan U, ik bemin U, o miju God, die geheel goedheid, geheel liefde zijt! Ik verkies ü voor den eenige Koning en Heer van mijn arm hart : Gij wilt dat het aan U zij, ik zal het U geven ; het is koud, het veroorzaakt U eenen walg; maar zoo gij het aanneemt, zult Gij het veranderen. Verander, o mijn Jesus! verander mij : ik wil voortaan niet meer leven gelijk ik tot nu toe geleefd heb, te weten, zoo ondankbaar en zonder liefde, niettegenstaande de oneindig veel liefdebewijzen die lt;iij mij gegeven hebt, en die eene oneindige wederliefde verdienen. Geef dat ik van nu af door mijne liefde tot U mijne vroegere ongetrouwheid vergoede. â
Schietgebed. Mijn God, mijn God! ik wil U beminnen, ik wil U beminnen, ik wil U beminnen. De geestelijke Communie, hl. 89.
AAN MARIA.
Maria gelijkt in alles haren Zoon Jesus ; en daarom verheugt zich deze Moeder van barmhartigheid, als zij de ellendigen kan helpen en troosten. De begeerte van deze onze moeder, om genade uit te deelen, is zoo groot, dat Bernardinus van Bustus met recht van haar zegt : âzij heeft een grooter verlangen om ons goed te doen en ons genade uit te reiken, dan wij om ze te ontvangen.
Schietgebed. Wees gegroet, onze hoop.
Het gewone gehed. bl. 93.
TIENDE BEZOEK.
Uitzinnige wereldkinderen, zegt de H. Augus-tinus, ellendigen ! waar gaat gij om uw hart te vreden te stellen ! komt tot Jesus, want Hij alleen
108
VAN HET ALLE RH. SACRAMENT. 109
kim u dië vreugd geven, die gij zoekt,quot; O mijne ziel. Jaat u met tot zco eene uitzinnigheid verleiden, zoek God alleen. âZoek een goed, in hetwelk aüe goederen zich bevinden.quot; Wilt gij Jesus ter-stond vmden, zie, Hij is u zeer nabij; zeg hem wat gij van Hem begeert, want Hij is hier tegen-woonhg om u te troosten, - om u te verhoeren.
i es,la zeSt : is aan iedereen niet
geoorloofd met den koning te spreken, wat men ten hoogste kan hopen, is hem zijne begeerte door een derden mede te deelen; maar om met â 0 ^omng der glorie te spreken, hebben wij geenen derden persoon van noode; Grij zijt altijd bereid allen in het allerheiligste Sacrament te verhooren. Iedereen die maar wil, vindt U daar altijd, en kan op het vertrouwelijkste met U spre-Ken. Jin indien men ook eindelijk toegang- tot den koning bskomt, welke moeite kost dit niet' JJe koningen geven zelden in het jaar gehoor maar met U, o mijn God, kan men ia dit Sacrament dag en nacht spreken, zoo dikwijls men maar wil. J
O Sacrament van liefde ! zoowel in de heilio-e Communie, als ook wanneer Gij enkel op onle altaren verblijft, trekt Gij door het zoete o-eweld uwer liefde alle harten tot U, die, bewogeS door zoo eene oneindige goedheid, van liefde tot ü brandende, zonder ophouden aan U denken. Neem dan ook mijn ellendig hart gevangen; want het begeert U alleen te beminnen, en voortaan in den dienst uwer liefde te leven. Van nu af geef ik al mijne belangen, al mijne hoop, mijne neigingen, mijne ziel, mijn lichaam, al wat ik heb aan uwe goedheid over. Neem mij aan, o Heer, en doe dan met mij wat U behaagt. Ik wil mij niet meer beklagen, o mijne liefde! over uwe heilige
110 bezoeken,
beschikkingen, ik weet dat zij uit uw liefdevol hart voortkomen, en clat zij tot mijn welzijn strekken : het is mij genoeg, dat Gij het alzoo wilt; ik onderwerp mij in alles, in den tijd en in de eeuwigheid. Doe met mij wat U belieft, ik vereenig mij met uwen wil, die geheel heilig, geheel goed, geheel volmaakt, geheel liefwaardig is. O wil van mijnen God ! Hoe lief zijt gij mij! met u vereenigd, wil ik leven en sterven. Uw welbehagen is mijn welbehagen : ik wil dat uwe wenschen ook mijne wenschen zijn. Mijn God, mijn God! help mij, maak dat ik van nu af alleen voor u leve, dat ik maar leve om te willen wat Gij wilt, om uwen allerliefwaardigsten wil te beminnen. Geef dat, gelijk Gij uit liefde voor mij gestorven en mijn voedsel geworden zijt, ik ook uit liefde voor U sterve. Ik betreur dien tijd, op welken ik, met mijnen eigen wil te volgen, U zoo zeer mishaagd heb. O wil van mijnen God 1 ik bemin u, gelijk God zeiven, omdat gij één zijt met God. Ik bemin U uit geheel mijn hart, ik schenk mij gansch aan U.
Schietgebed. O wil van mijnen God! gij zijt het voorwerp van al mijne liefde.
J)i' geestelijke Communie, bl. 89.
aan mama.
Onze groote Koningin zegt : âik heb rijkdommen met mij, om diegenen die mij beminnen te verrijken.quot; (Spreuk. 8.) Indien wij rijk in genade willen worden, zoo moeten wij Maria beminnen. Een groote dienaar Gods noemt haar : âde schatbewaarster der genade.quot; Gelukkig degene, die met liefde en betrouwen zijne toevlucht tot Jesus neemt!
van het allerh. sacrament hi
O mijne Moeder, mijne hoop! gij leunt mii lieilig maken, ik hoop het van u.
Schietgebed. Allerminzaamste Moeder' bid voor ons.
Het gewone gehed. bl. 93.
ELFDE BEZOEK.
âLaat ons zorgen, zegt de H. Theresia, ons met van Jesus te verwijderen en onzen lieven herder Jesus niet uit het gezicht te verliezen; want die schapen , welke zich dicht bij den herder houden, worden altijd meer geliefkoosd, zij bekomen dikwijls deeltjes van zijne eigene spijs. Valt de herder m slaap, zoo verwijdert het schaap zich niet, tot dat hij ontwaakt, of totdat het hem zelfs opwekt en alsdan ontvangt het nieuwe liefkozingen.quot; O mijn in het Sacrament verborgen Zaligmaker! Zie ik ben nu dicht bij U, ik verlang niets van U dan den ijver en de volharding in uwen dienst.
Ik dank u, o heilig Geloof ; want gij leert en verzekert mij, dat in het allerheiligste Sacrament des altaars, in dit hemelsch brood, o-een brood, maar mijn Heer Jesus Christus, met zijne godheid en menschheid, uit liefde tot mij teo-en-woordig is. Mijn Heer en mijn al! ik geloof dat bij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordio-zijt, en alhoewel Gij aan de oogen des lichaams verborgen zijt, zoo erken ik U toch door het licht des heiligen Geloofs in deze heilige Hostie, als den Heer van hemelen aarde, als den Zaligmaker der wereld. O mijn allerzoetste Jesus! gelijk Gij mijne hoop, mijne zaligheid, mijne sterkte, mijn troost zijt, zoo wil ik ook, dat Gij alleen mijne liefde, het eenig voorwerp mijner gedachten, mijner wenschen, mijner genegenheden zijt. Het oneindig geluk dat Gij geniet, en dat Gij in alle eeu-
113 BEZOEKEN
wigheid genieten zult, geef mij meer vreugde dan alle goederen, die ik op de aarde en in den hemel zou kunnen bezitten. Niets verheugt mij meer dan dat Gij, mijn Jesus, volkomen tevreden en oneindig gelukkig zijt. Heersch, o Heer, over mijne ziel; ik geef ze geheel aan ü over; bezit ze voor altijd : mijn wil, mijne zinnen, al de krachten mijner ziel zullen aan uwe liefde onderworpen zijn, en mij op aarde alleenlijk dienen om U te beminnen en uwe eer te bevorderen. Op zulke wijze leefdet gij op aarde, o Moeder van J esus ! O allerheiligste Maria! help mij, bekom mij die genade, dat ik van nu af zoo leve als gij, en geen ander geluk zoeke, dan heel aan God te zijn.
Schietgebed. Mijn Jesus! maak dat ik geheel aan U zij, en dat Gij geheel aan mij zijt.
Dn geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
âGelukkig de mensch, die dagelijks aan den ingang van mijn huis waakt, en mij op den drempel mijner deur aanmerkt.quot; (Spreuk. 8.) Gelukkig diegene, welke bij Maria, de poort der barmhartigheid, even als de armen voor de deur der rijken, de genade als aalmoezen zoekt! Maar nog gelukkiger diegene, die de deugden, welke hij in Maria aanmerkt, vooral hare zuiverheid en ootmoedigheid tracht na te volgen.
Schietgebed. Maria, mijne hoop, kom mij te hulp.
Het gewone gelei, bl 93.
TWAALFDE BEZOEK.
â God is de liefde, en die in de liefde blijft, blijft
VAN HET ALTjEKH. SACRAMEKT. 113
.lt;?od .?n l16111- «Wie Jesus bemint, die
blijft bij Jesus, en Jesus bij hem.quot; (Joan. 1.) // Die Mij bemint, zegt Jesus, zal van mijnen Vader bemind worden, en Wij zullen tot hem komen en onze woning bij hem nemen.quot; (Joan. 14.)
Als de H. Philippus Xerius de heilige teerspijs ontving, riep hij op het aanschouwen van het allerheiligste Sacrament uit: ;/ziedaar mijne liefde, ziedaar mijne liefde! quot; Zoo zou ook een ieder van ons in de tegenwoordigheid des allerheiligsten Sacraments moeten uitroepen : ziedaar mijne liefde, ziedaar het voorwerp van al mijne liefde op de aarde en voor de gansche eeuwigheid! Gij hebt, o mijn Heer en mijn God, in het Evangelie gezegd: dat Gij dengenen bemint d e U bemint, en quot;dat Gij tot hem komen, in hem wonen en hem niet meer verlaten zult. Ik bemin U meer dan alle goederen dezer wereld; bemin mij dan ook : want ik acht uwe liefde meer dan al de koninkrijken der aarde. Kom, woon in mijne arme ziel, en sluit U in dezelve op, opdat Gij ze niet meer verlatet, of eerder, opdat ik U nooit meer uit dezelve verjage; want Gij verlaat ons niet, zoo wij U niet verdrijven, en gelijk ik ü eertijds verdreven heb, kan ik dit nog doen. O sta niet toe dat de wereld getuige zij van zulk eene ondankbaarheid, van zoo een gruwzame boosheid, dat ik, dien Gij op zulke bijzondere wijze begunstigd hebt, U na zoo vele aan mij bewezene genaden, wederom uit mijn hart verdrijve. Doch dit kan geschieden, en daarom wenschte ik, zoo Gij daarmede tevreden waart, te sterven, opdat ik, door den dood met ü vereenigd zijnde, eeuwig met U vereenigd leve. Ik hoop van ü, o mijn Jesus, dat Gij mij mijne bede zult toestaan. Ik omhels U, ik druk U aan mijn arm hart; maak dat ik U altijd beminne,
mm
bezoeken
en dat Oij nooit ophoudt mij te beminnen. Ja mijn allerliefvvaardigste Zaligmaker! ik wil U eeuwig beminnen, en ik hoop dat Gij nooit meer uwe liefde van mij zult afkeeren.
Ik hoop, o God mijner ziel, dat wij ons de altijddurende eeuwigheid door zullen beminnen.
Schietgebed. Mijn Jesus! ik wil U altijd beminnen , en altgd van U bemind worden.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan ma-bi a.
âWie in mij zijn werk doet, zondigt niet.quot; (Eccl. 34.) Al wie in mijnen dienst getrouw blijft, zegt Maria, verzekert zich de genade der volharding; en al wie zich beijvert, opdat anderen mij ook kennen en beminnen, is tot het eeuwig leven voorbereid. Ik beloof, zoo dikwijls ik de gelegenheid zal vinden, hetzij openlijk, hetzij in het geheim, de eer van Maria en de godsvrucht tot haar te bevorderen.
Schietgebed. Heilige Maagd Maria ! laat toe dat ik uwen lof verkondige.
Het gewone gehed, bl. 93.
DEETIENDE BEZOEK.
// Mijne oogen en mijn hart zullen daar al de dagen zijn. quot; (III. Reg. 19.) Jesus Christus heeft deze schoone belofte in het allerheiligste Sacrament des altaars, in hetwelk Hij dag en nacht bij ons blijft, vervuld. Het zou genoeg geweest zijn, zoo Gij, o mijn Zaligmaker, bij dag, wanneer Gij aanbidders vindt die U gezelschap houden , bij ons bleeft; waarom wilt Gij dan ook nog oij nacht bij ons wonen, wanneer de menschen de kerken sluiten, in hunne huizen blijven en U alleen laten? Maar ik versta U : de liefde heeft U onzen ge van-
114
VAN HET ALLEEH. SACRAMEIsT. 115
genegemaakt; de groote liefde die Gij ons toedraagt, heeft U bewogen om op aarde te blijven, om ons noch bü dag noch bij nacht te verlaten. O liefwaardigste Zaligmaker! zulke teedero liefde moest toch alle menschen bewegen om voor de altaren bij U te blijven, tot dat men ze met geweld van ü trok, en zelfs dan nog moesten zij ten minste hun hart en al hunne genegenheden aan eenen mensch-gewor-den God schenken, die hier in een tabernakel opgesloten blijft, om in onze noodwendigheden te voorzien, om ons te beminnen, en om hot bezoek van de Hem beminnende zielen af te wachten.
Welaan, mijn Jesus! ik wil uwe wenschen vervullen. Ik geef U mijnen wil over met al mijne genegenheden. O oneindige Majesteit van mijnen God! Gij zijt niet alleen in het allerh. Sacrament tegenwoordig, om in ons midden en dicht bij ons te blijven, maar voornamelijk om ü aan uwe geliefde zielen te geven. Maar, mijn Zaligmaker! wie zou het durven wagen zich met uw vleesch te spijzen? en wie zou kunnen toestemmen zich van U te verwijderen, dewijl Gij alleen daarom in de heilige Hostie verborgen tegenwoordig zijt, om tot ons te komen, om ons hart geheel te bezitten. Gij wilt dat wij U ontvangen; Gij wenscht ü met ons te vereenigen. Kom dan, o mijn Jesus! kom, ik wensch U te ontvangen; wees de God van mijne ziel, van mijnen wil; dat al wat mij toebehoort allerliefwaardigste Jesus! aan uwe liefde opgeofferd zij : heersch, zegepraal over mij, vernietig en verdelg in mij al wat het mijne en niet het uwe is. Sta niet toe, o mijne liefde, dat mijn hart, in hetwelk na de heilige Communie een God woont, zich wederom aan de schepselen vastkleve. Ik bemin U, o mijn God! ik bemin U, ik wil U alleen en dat voor altijd beminnen.
bezoeken
Schietgebed, ó Mijn Jesus! trek mij tot U* met de banden uwer liefde.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
De H. Bernardus moedigt ons aan met deze woorden : ,/laat ons de genade zoeken, maar laat ze ons door Maria zoeken.quot; De H. Petrus Damianus zegt van Maria : â dat zij den ganschen schat der goddelijke genade bezit.quot; Zij kan en wil ons verrijken. Zij zelve biedt ons haren dienst aan als zij zegt: // wie zwak is, dat liij tot mij kome. (Spr. 9.) O allerliefwaardigste, allerhoogste, allerminnelijk-ste Koningin ! help eenen armen zondaar, die zich aan u aanbeveelt en al zijn betrouwen in u stelt.
Schietgebed. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods.
/lei gen:one gebed, bl. 93.
VEERTIENDE BEZOEK.
Ik hoor u, allerminnelijkste Jesus, mij uit dit tabernakel toeroepen : ,/ dit is hier mijne rustplaats in eeuwigheid : hier zal ik wonen, dewijl ik ze verkozen heb.quot; (Psalm 131.) Daar Gij al-zoo uwe woning onder ons op de altaren gekozen hebt, dewijl Gij in het Sacrament onder ons verblijft, en dewijl Gij uit liefde tot ons hier uwe rust gevonden hebt, zoo betaamt het dat ook onze harten door hunne genegenheden zich niet meer van U verwijderen, en al hunne rust en vreugde bij U vinden. O gelukkig zijt gij, minnende zielen, die in de wereld geen gelukkigere rust vindt, dan u dicht bij uwen in het Sacrament verborgen Jesus te kunnen ophouden ! Gelukkig ben ik, o mijn God, zoo ik van nu af geene grootere vreugde vinde, dan in uwe tsgenwoor-
116
VAN het ALLEEH. SACRAMENT. 117
digheid te zijn en altoos aan U te denken, aan U, die in het allerheiligste Sacrament zonder ophouden aan mij en aan mijn welzijn denkt.
6 Mijn Heer en mijn 6lod! waarom heb ik zoo vele jaren verloren in welke ik Lr niet beminde? Ongelukkige jaren ! ik bejammer ze, maar ik dank U, o oneindige goedheid van mijnen God, die mij ondankbare, zoo langen tijd verduldig verdragen hebt. Maar waarom hebt Gij voor al mijne ondankbaarheid U niet gansch van mij afgewend? waarom, o mijn God, waarom? Opdat ik eindelijk door uwe barmhartigheid en liefde overwonnen, mij geheel aan U zoude schenken. Ik wil U niet langer wederstaan, ik wil niet langer ondankbaar zijn, o mijn Jesus ! het betaamt dat ik U ten minste den korten tijd schenke die mij nog overig blijft. Ik hoop, mijn Jesus, dat Gij mij zult helpen, opdat ik geheel aan U zij. Gij hebt mij zjo zeer begunstigd toen ik van U vluchtte en uwe liefde misachtte; hoe veel te meer zal ik nu, daar ik U zoek en U verlang te beminnen, durven hopen dat Gij mij zult bjjstaan. Geef mij de genade ü te beminnen, o mijn God! dewijl Gij eene oneindige liefde verdient. Ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin U bovenal, ik bemin U meer dan mij zei ven , meer dan mijn leven ! Het berouwt mij U beleedigd te hebben, o oneindige goedheid! vergeef mij en schenk my ten-zelfden tijd de genade om U tot den dood toe en gedurende de geheele eeuwigheid te beminnen. Vertoon aan de wereld dit wonder uwer almacht, dat eene zoo ondankbare ziel als de mijne ziek bekeere, en U meer dan alle andere beminne. Verhoor mijn gebed, o Jesus, om uwe verdiensten. Ik begeer maar dat alleen, en ik neem voor, om gedurende mijn geheel leven niets anders te
118 bezoeken
willen. Gij die mij dezeu wensch inboezemt, maak dat ik hem uitvoere.
ScurETGEBED. Mijn Jesus ! ik dank U dat Gij mij tot nu toe geduldig verdragen hebt.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
,/Niemand, zegt de H. Germanus, wordt zonder u zalig, o Maria!quot; Niemand wordt zonder u van zijne kwalen verlost; niemand wordt eene gaaf toegestaan, zonder u. Indien gij dan niet helpt, mijne Koningin, mijne hoop, zoo ben ik verloren en kan u nooit in den hemel loven noch prijzen. Maar ik weet, mijne Koningin, dat alle Heiligen zeggen, dat gij nooit iemand verlaat, die tot u zijne toevlucht neemt; hjj alleen gaat verloren, die zich tot u niet wendt. Zoo neem ik ellendige dan nu mijne toevlucht tot u, en stel in u al mijn betrouwen.
Schietgebed van den H. Bernardus. Op Maria stel ik al mijn betrouwen, zij is de grondslag-van al mijne hoop.
Het gewone gebed, bl. 93.
VIJFTIENDE BEZOEK.
H Ik ben het vuur op de aarde komen brengen , en wat wil ik anders dan dat het brande.quot; (Luc, 12.) De Pater Franciscus Olympio, van de orde der Theatijnen, zeide : dat niets op aarde het vuur der goddelijke liefde meer in de harten ontvlamde, dan het allerheiligste Sacrament des altaars. Daarom toonde zich de Heer aan de H. Catharina van Senen in het heilig Sacrament als een gloeiende oven, uit welke beken der goddelijke liefde stroomden , die zich over de gansche aarde verspreidden ; maar hetgeen de Heiligen in de grootste verbaasd-
t
VAN HET ALLEllH. SACRAMENT. 119
lieid wierp. was dat de mensehen, na zoo eene liefde van God tot hen, nog leven konden, zonder van liefde te branden. Mijn Jesus, maak dat ik van liefde tot U verteerd worde, maak dat ik aan U alleen denke, niets wensche en zoeke dan U alleen. O hoe gelukkig zou ik zijn, indien het heilig vuur uwer liefde mij gansch verteerde, en indien, hoe ouder ik worde, de aardsche genegenheden immer meer en meer in mij verminderden.
O goddelijk Woord ! o mijn Jesus ! ik zie U uit liefde tot mij op het altaar geheel opgeofferd, vernietigd en verdelgd. Het is redelijk dat, gelijk Gij U als een slachtoffer van liefde voor mij hebt willen opdragen, ik mij ook geheel voor ü op-oltere. Welaan, mijn Heer en mijn God, ik otter U mijne ziel op, ik otter U mij zelven , mijnen wil, mijn loven op; ik vereenig dit mijn gering en arm offer, o eeuwige Vader, met het oneindig otter dat uw Zoon en mijn Zaligmaker Jesus Christus, U eens aan het kruis opgedragen heeft, en dat Hij nog dagelijks zoo dikmaals op de altaren vernieuwt. Neem dan om de verdiensten van Jesus dit mijn otter aan, en geef rnij de genade van het dagelijks te vernieuwen; laat mij sterven en mij volkomen aan U opofferen! Ik bid U om de genade, die Gij aan zoo vele martelaars gegeven hebt! om uit liefde tot U te sterven ; maar indien ik zulke genade niet waardig ben, geef ten minste, o Heer, dat ik U mijnen wil en mijn leven daarvoor opoffere met, aan uwen heiligen wil onderworpen, den dood aan te nemen, dien Gij mij bestemd hebt. Ik wensch deze genade, o Heer! ik wil sterven om ü te eeren, om U te behagen; ik offer U nu mijn leven op, en ik draag van nu af mijnen dood, welke hij ook moge zijn en wanneer hij mij ook overkome, tot slachtoffer op.
o bezoeken
Schietgebed. Mijn Jesus ! ik wil sterven om U te behagen.
Be yeestelijlee Communie, bl. 89.
aan mama.
Laat toe dat ik u nog eens met den H. Bernardus toeroepe : /, o mijne allerzoetste Koningin! gij zijt de grondslag van al mijne hoop,quot; en met den H. Joannes Damascus ; « op u heb ik al mijne hoop gesteld.quot; Gij moet mij, o Maria! de vergiffenis mijner zonden, de genade der volharding tot den dood toe, en de bevrijding van het vagevuur bekomen. Die zalig worden, worden zalig door uwe voorspraak : gij moet mij derhalve zalig maken, o Maria! âDie gij wilt, zal zalig zijn,quot; zegt de heilige Bona venture. Zoo gij wilt, zal ik zeker zalig worden; maar gij bekomt de zaligheid voor allen die u aanroepen. Zie ik roep u aan en zeg u :
Schietgebed. Zaligheid van die u aanroepen ! maak mij zalig.
Het gewone gthtd, bl. 93.
ZESTIENDE BEZOEK.
Zoo de menschen in hun lijden altijd hunne toevlucht tot het allerheiligste Sacrament namen, zij zouden zeker niet in eenen zoo droevigen toestand blijven als zij nu zijn. De profeet Je-remias riep met eene droevige stem uit : /, is er dan geen balsem in Galaild, is er dan geen geneesheer te vinden?quot; De berg Gakad in Arabic, welke overvloeit van welriekendsn balsem , is volgens den eerbiedwaardigen Bedt,, een afbeeldsel van Jesus Christus, die ons in dit Sacrament alle hulpmiddelen voor, onzie kwalen
van het allek1i. sacrament. 121
aanbiedt. Waarom beklaagt gij u, kinderen van Adam, scliijnt onze Zaligmaker ons toe te roepen, waarom beklaagt gij u over de grootheid uwer kwalen, daar Gij in dit Sacrament den geneesheer en het hulpmiddel tegen dezelve vindt ! â Komt allen tot mij; ik zal u verkwikken.quot; â O, mijn allerzoetste Jesus! met de zusters van Lazarus roep ik u toe: h zie, degene dien Gij lief hebt, is krank.quot; Ik ben de ellendige dien Gij bemint; mijne ziel is door de zonden verwond; ik kora tot U, goddelijke Geneesheer ! Help mij. Gij kunt het zoo Gij wilt. Genees mijne ziel, want ik heb tegen u gezondigd.
Trek mij, o allerteederste Jesus, met het minnelijk geweld uwer liefde geheel tot U; uwe liefde is mij kostbaarder dan de heerschappij over de geheele wereld. Ik begeer niets anders dan uwe liefde; ik kan ö maar weinig geven; maar indien ik alle koninkrijken der wereld konde bezitten , ik zou die maar alleen daarom willen, om ze uit liefde tot U te kunnen verzaken. Ja, mijn allerliefste .lesus ! uit liefde tot U verzaak ik aan alles wat ik heb, aan bloedverwanten , vrienden, voldoeningen, gemakken, en zelfs aan alle geestelijke vertroostingen; ik verzaak aan mijne vrijheid, aan mijnen wil; aan U wil ik al mijne liefde schenken. Ik bemin U, oneindige goedheid, ik bemin ü meer dan mij zeiven, en ik hoop U in alle eeuwigheid te beminnen.
Sbhietgebed. Mijn Jesus! ik geef mij aan U, neem mij aan.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
Gij, o mijne Koningin, hebt zelve aan de H. Bri-gitta gezegd : zoo dikwijls de mensch zondigt, indien hij met een waar verlangen van zich te bete-
bezoeken
ren tot mij komt, zoo ben ik terstond bereid hem te ontvangen; want ik zie niet op de menigte zijner zonden, maar op de goedheid van zijnen wil. Ik weiger niet zijne wonden te verbinden en te genezen; want men noemt mij met recht: eene moeder van barmhartigheid. Zoo gij mij dan kunt en verlangt te genezen, o Maria, aanzie mij, die nu tot u kom. Genees de menigvuldige wonden mijner ziel; want indien gij één woord aan uwen Zoon zegt, zoo zal ik genezen zijn.
Schietgebed. O Maria! heb medelijden met mij.
Het gewone gehed, bl. 93.
ZEVENTIENDE BEZOEK.
De zielen die beminnen, kennen geene grootere vreugde, dan daar te zijn, waar zij het voorwerp hunner liefde vinden. Beminnen wij waarlijk Jesus: ziet, wij zijn in zijne tegenwoordigheid; want Jesus, in het allerheiligste Sacrament, ziet en hoort ons. Hebben wij hem dan niets te zeggen ? Wij moeten in zijne tegenwoordigheid troost vinden; wij moeten ons verheugen over zijne glorie en over de liefde, die zoo vele aanbidders des allerheiligsten Sacraments tot Jesus gevoelen; wij moeten wenschen dat alle menschen Jesus in het Hoogwaardigste beminnen en Hem hunne harten opofferen; wij moeten Hem ten minste al onze genegenheden schenken. Hij moet al onze liefde, het voorwerp van al onze verlangens zijn. De pater Zalesius, uit het gezelschap van Jesus, was getroost in al zijn lijden, zoo hij maar van het allerheiligste Sacrament konde spreken; hij werd nooit moede hetzelve te bezoeken; riep men hem aan de poort, keerde hij weder naar zijne kamer, moest hij hier of daar gaan, zoo zocht hij altijd in deze gelegenheid de bezoekingen
122
van het alleüh. sacrament. 123
aan zijnen beminden Jesus te verdubbelen, en men bemerkte dat er bijna geen uur voorbij ging, zonder dat hij Jesus in het allerheiligste Sacrament bezocht had. Daarom heeft hij ook verdiend, door de handen der ketters, in het verdedigen der wezenlijke tegenwoordigheid van Christus in het allerheiligste Sacrament te sterven.
O, had ik nog eens het geluk op zulke wijze te sterven ! o kondeik ook, gelijk hij, de waarheid van een Sacrament verdedigen, door hetwelk Gij, o liefwaardigste Jesus, de grootheid uwer liefde geopenbaard hebt !
Allerzoetste Jesus ! Gij hebt reeds zoo vele wonderen door dit Sacrament gedaan, ach ! maak toch nu ook dat ik geheel aan U zij ; trek mij gansch tot U, Gij verlangt mij geheel te bezitten en Gij verdient dit maar al te zeer! Geef mij dan de kracht ü uit gansch mijn hart te beminnen, geef de goederen dezer wereld maar aan wien Gij wilt, ik verzaak er aan voor altijd; ik wil niets dan uwe liefde; uwe liefde, mijn Jesus, zoek ik; en ik wil nooit meer iets anders zoeken dan uwe liefde, ik bemin U, mijn allerzoetste Jesus! maak dat ik U zonder ophouden beminne, en dat ik niets anders dan U beminne.
Schietgebed. Mijn Jesus! wanneer zal ik U waarlijk beminnen ?
Be geestelijke Communie, bl 89.
aan maria.
Mijn allerzoetste Koningin ! hoe schoon is de naam, dien u uwe geliefde dienaars geven ; «liefwaardigste Moeder !quot; Gij zijt waarlijk liefwaardig, o zoetste Koningin mijns harten ! Uwe schoonheid heeft zelfs uwen God tot u getrokken. De H. Bona-ventura zegt : ,/ dat uw naam aan allen die u bemin-
bezoeken
nen zoo liefelijk is, dat, als zij hem noemen of hooren noemen, het verlangen om u te beminnen in hen opgewekt en vermeerderd wordt. Het betaamt dan, o mijne allerliefwaardigste Moeder ! ja het betaamt dat ik u baminne; maar ik houd mij niet tevreden n met eene gemeene liefde te beminnen ; ik wensch u hier op aarde, en eens in den hemel, u naast God meer dan alle anderen te beminnen. Zoo mijn wensch te stout is, uwe liefwaardigheid en de bijzondere liefde die gij mij bewezen hebt, zijn er de schuld van. Zoo gij minder liefwaardig waart, zou ik minder verlangen u te beminnen. Neem dan mijn wensch aan, o Maria! en tot teeken dat gij hem met liefde aangenomen hebt, verkrijg mij van God die liefde, om welke ik u bid; want hoe meer men u bemint, hoe meer men ook God bemint.
Schietgebed. Mijne allerliefwaardigste Moeder! ik bemin u.
Het getcone gebed, bl. 93.
ACHTTIENDE BEZOEK.
In het dal van Josaphat zal Christus op eenen troon van heerlijkheid verschijnen; maar hier in het heilig Sacrament is Hij op eenen troon van liefde. Indien een koning, om aan eenen herder zijne liefde te bewijzen, in het dorp deszelven wilde wonen, opdat deze herder hem dikwijls zoude komen bezoeken , zoude die herder geene ondankbare zijn, indien hij, het verlangen van zijnen koning verachtende, hem niet bezocht? O, mijn Jesus I ik versta ü; ja Gij zijt uit liefde tot mij hier in dit Sacrament des altaars tegenwoordig. Indien het mogelijk ware, zoo zou ik dag en nacht in uwe tegenwoordigheid blijven. Indien de engelen in den hemel, verbaasd over uwe liefde
124
TOT HET ALLERH. SACRAMENT. ]25
tot hen, zich niet vermoeien uwe heerlijkheid te aanschouwen, zoo betaamt het, dat ik, die U hier uit hefde tot mij op dit altaar zie, U ten minste zoek te behagen met de liefde en c-oed-heid, die Gij voor mij hebt, te loven en te prijzen. , ik zal voor het aangezicht der Engelen uwen lof zingen; ik zal ü in uwen heiligen tempel aanbidden, en om uwe barmhartigheid en waarheid zal ik uwen naam prijzen.
O in het Sacrament verborgen God ! o Brood der Engelen ! o goddelijke Spijs ! ik bemin U ⢠maar noch Gij, noch ik ziju met mijne liefde tevreden. Geef, o mijn Jesus ! geef dat ik alle schoonheid en goedheid kenne van dengenen die ik bemin; geef dat mijn hart aan alle aardsclie genegenheden verzake, en dat het zich met uwe goddelijke liefde vervulle. Gij komt dagelijks van den hemel op het altaar, opdat ik U alleen be-rainne, opdat ik mij gansch met U vereenio-e Is het dan niet redelijk, dat ik ook van nu quot;af op mets anders denke dan om U te beminnen, u te aanbidden, U te behagen! Ik bemin U uit gansch mijn hart, ik bemin U uit al mifne krachten; allerliefste Jesus! Wilt Gij mijne liefde vergelden. O ik bid JJ, zoo vergroot dezelve, en. maak dat ik U altijd meer bemlnne, dat ik altijd meer en meer verlange U te behagen
bGHUSTGBEED. Jesus. mijn geliefde! geef mij uwe liefde. *
De geestelijke Communie, bl. 89.
AAN MARIA.
Gelijk de arme kranken, van ieder verlaten nog in een algemeen gasthuis eene woning vinnen, zoo zijn ook de ellendige zondaars, ofschoon van allen verlaten, toch niet zonder alle
9
bezoeken
hulp, dewijl de barmhartigheid van Maria voor hen zorgt. God heeft de allerheiligste Maagd Maria aan de wereld gegeven, opdat zij volgens het zeggen van den H. Basilius, eene toevlucht, een gasthuis voor de zondaars zij. âGod heeft den zondaars een algemeen hospitaal geopend,quot; daarom noemt haar ook de H. Ephrem : âde herberg der zondaars.quot; Indien ik dan totu, o mijne Koningin, mijne toevlucht neem , zoo durft gij mij om mijne zonden niet wegjagen ; ja, hoe ellendiger ik ben, hoe meer recht ik heb op uwen bijstand : want God heeft u geschapen om de toevlucht der ellendigen te zijn. Ik keer mij dan tot u, o Maria, ik zoek eene schuilplaats onder uwen mantel; gij zijt de toevlucht der zondaars, en diensvolgens mijne toevlucht, de hoop mijner zaligheid.
Indien gij mij niet aanneemt tot wien zal ik gaan?
Schietgebed. Maria, mijne toevlucht! maak mij zalig.
liet (jeicone gebed. bi. 93.
NEGENTIENDE BEZOEK.
Ieder mensch is zeer gaarne bij eenen welbeminden vriend. Zal het dan ook voor ons niet zoet zyn, in dit tranendal bij den allerbesten der vrienden te blijven, bij eenen vriend die ons de grootste weldaden bewijzen kan, en die ons zoo zeer bemint, dat hij gedurig bij ons blij ven wil! â In het allerheiligste Sacrament kunnen wij ons zoo lang als wij willen met Jesus onderhouden : wij kunnen Hem ons hart openen, Hem onze noodwendigheden voorstellen en Hem om zijne genade bidden; wij kunnen ons in dit Sacrament gansch vertrouwelijk met den Koning des hemels onderhouden.
Josef bevond zich te gelukkig, als God met zijne
126
VAX HET ALLEEH. SACRAMENT. 127
fpnatie' fellJ'k die Schriftuur betuigt, in zii-
Hiiï.n (nt:d1e,'daalde1 om Hem te troosten; // ij daalde tot hem m den kerker neder en verliet hem met m zijne banden.quot; (Wijsh. 10.) Maar hoe
if Un lger T ,wij' die in deze ellendige pi ... n( 6r ophouden onzen menschgeworden God bij ons hebben; Hij die ons door zijne wezen-i hjke tegenwoordigheid, gedurende geheel ons le-
« f00 ? ll1eff(een barmhartigheid bijstaat! | Welke troost is het niet voor eenen amen ^e-| 'i angene, indien een getrouwe vriend hem gezel-i ^chap hondt hem troost, hem moed geeft, hem bi staat en alle middelen zoekt om hem uit zijne
I Ip ride ^ ? ! Eveilzoo troost ons onze al-' erbeste vriend, Jesus Christus, die ons in dit Sa-
! m?e g®eft'. zegKende; âziet, ik ben
va i ^ i11'. ' ^ ben daarom alleen ^an den hemel in uwe gevangenis nedergedaald om u te helpen en u te bewaren. Weigert mij dan met, neen maar vereenigt u. met mij; blijft bij quot;quot;J, en gij zult uwe ellende niet meer gevoelen daarna zal ik u m mijn koninkrijk leiden, al-naar ik u volkomen gelukkig zal maken.
o t^od ! o onbegrijpelijke liefde! dewiil Gii ons on- !Æ r° 6 llef(le,)ewijzen geeft, en, om dichter bij altar.en wilt blijven gt;' zoo neem ik voor, U dikwijls te bezoeken, om , zoo veel
vu -il' Uquot;'e zoete tegenwoordigheid, die de zaligimd der Hmhgen in den hemel uitmaakt, te
te aanhquot; ! 1 lmmer hier blijven om U
te aanbidden, om acten van liefde tot U te ver-
wekkeni Koep mij tot U, indien ik uit lauwheid
nalaten rT.T'111'11!6 bezi^eden zou
Jesus quot;nni k(?,nen.. bezoeken. Mijn allerzoetste
wills V Ti miJ,den vurigen wensch om dik-ijls dicht bij U verborgen in het Sacrament te
bezoeken
zijn. â O minnelijke Jesus I waarom heb ik U niet altijd bemind?... Maar de gedachte, dat ik niet alleen in den hemel, maar zelfs nog hier op aarde den tijd heb om U te beminnen, troost mij. Ja mijn Jesus! ik kan U hier nog beminnen; ik heb ook vast besloten op dit oogenblik te beginnen : ik wil U waarlijk beminnen. Ik bemin U, mijn hoogste goed, mijne liefde, mijn Jesus, mijn al! ik wil ü uit al mijne krachten beminnen.
Schietgebed. Mijn God! help mij U te beminnen.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
De godvruchtige Bernardinus van Bustis zegt: â zondaar, twijfel niet, maar neem vol betrouwen uwe toevlucht tot de machtige Koningin, in wier handen gij zeker genade en barmhartigheid zult vinden; weet dat haar verlangen om goed te doen grooter is, dan uw verlangen naar haren bijstand.quot; Ik zal God zonder ophouden danken, dat Hij mij Maria heeft leeren kennen. Hoe ellendig zou ik zijn, zoo ik u, Maria niet gekend of zoo ik u vergeten had; slecht zou alsdan de zaak mijner zaligheid staan. Ik loof u, mijne Moeder! ik bemin u, ik betrouw op u; ik geef mij gansch in uwe handen over.
Schietgebed. O Maria! gelukkig die u kent, die op u betrouwt.
Het gewone gehed, bl. 93.
TWINTIGSTE BEZOEK.
n Op denzelfden dag zal zich eene bron openen voor het huis van David , en voor de in voners van Jeruzalem, tot afwassching der zonden.quot;(Zach. 13.) â Jesus in het allerheiligste Sacrament is die van de Profeten voorzegde bron, die voor allen open
128
tan het allkrh. sacrament. ]29 | staat: en in welke wij, zoo dikwijls als wij willen onze ziel van de zonden, met welke wij dezelve dagelijks bevlekken, kunnen afwasschen.
Als men eene fout begaan heeft, is het heilig sacrament het allerkrachtigste middel om ons te genezen. Daarom, o mijn Jesus, wil ik nu tot i U in het heilig Sacrament mijne toevlucht nemen, wetende dat de wateren der goddelijke bron met alleen reinigen, maar ook verlichten, en kracht geven om niet te vallen en alle moeieliik-heden geduldig te lijden, en dat deze tegelijk uwe liefde in ons ontsteken. Ik weet, mijn Jesus, dat (tij mij daarom verwacht, en dat Gij het bezoek van die U beminnen met groote genade beloont. Mijn Jesus! hier ben ik: zuiver mij van al de gebreken die ik heden begaan heb; ik ben er bedroefd over, omdat zij U mishagen; geef mlJ quot;e.. noodige kracht om niet meer te vallen geef mij terzelfder tijd een groot verlangen om ü te beminnen. Och ! kende ik toch immer in uwe tegenwoordigheid blijven, gelijk uwe getrouwe dienares Maria Diaz, die ten tijde der heilige Iheresia leefde, en welke van den bisschop van Avila verlof had om op het zangkoor van eene wonen, waar zij zonder ophouden bad voor het Hoogwaardigste, dat zij haren gebuur noemde, en die nooit beneden kwam, dan om hare biecht te spreken of om de heilige Communie te ontvangen. â
Als de eerbiedwaardige broeder Franciscus van net kind Jesus, de ongeschoeide Carmeliet, eene '.. waar het allerheiligste Sacrament rustte, voorbijging, dan kon hij niet nalaten het te bezoeken; zeggende : âhet betaamt niet dat een vriend, me het huis van zijnen vriend voorbijgaat, niet intrede, ten minste om hem te groeten en hem
bezoeken
een woord te zeggen.quot; Hij vergenoegde zich evenwel niet met eenige woorden, maar hij bleef, zoolang als het hem toegelaten was, in de tegenwoordigheid van zijnen beminden Zaligmaker. â
Mijn eenigste, mijn oneindig Goed ! Gij hebt dit Sacrament ingesteld; Gij blijft op dit altaar, opdat ik U beminne. Daarom hebt Gij mij ook een hart gegeven, dat bekwaam is om U vurig te beminnen. Helaas ! hoe komt het dan, dat ik U niet bemin; dat ik, ondankbare, U zoo weinig bemin? Neen, het is niet redelijk, dat een zoo liefwaardig goed als Gij zijt, slechts weinig bemind wordt: uwe liefde tot mij verdient maar al te zeer mijne wederliefde. Gij zijt een oneindige God, en ik ben een ellendige aardworm. Zoo ik ook stierf, zoo ik mij ook uit liefde tot U opofferde, dit alles zou toch niets zijn in vergelijking met hetgeue Gij voor mij gedaan hebt; Gij die uit liefde voor mij gestorven zijt, die U nog dagelijks voor mij op het altaar opoffert. Gij wilt dat wij U vurig beminnen : ik wil uwen wil, o mijn allerzoetste Jesus, vervullen. Sta mij bij, help mij, maak dat ik U bemin, mijn Jesus! en dat ik altijd doe wat Gij van mij verlangt, dat ik doe wat Gij van mij begeert.
Schietgebed. Mijn welbeminde is aan rnij, en ik aan Hem.
De geestelijke Communie, bl. 8!i.
aan maria.
Mijne allerzoetste, mijne allerliefwaardigste Koningin ! welk een groot betrouwen boezemt de heilige Bernardus diegenen in, die tot u hunne toevlucht nemen. Hij zegt : « dat gij nooit de verdiensten van die u aanroepen onderzoekt; maar dat gij zonder uitzondering allen die u bidden,
130
van het allekh. sacrament. 131
bijstaat.quot; Daar gij derhalve wanneer ik u aanroep, vol liefde op mij nederziet, zoo hoor waarom ik u bid : ik ben een arme zondaar, die de hel verdiend heb; maar ik wil mij beteren, ik wil God beminnen, Hem dien ik zoo menigmaal beleedigd heb. Van nu af wil ik u dienen, hoe ellendig ik ook ben. Help dan dengenen, d;e niet meer zich zeiven, maar die u toebehoort. Hebt gij mij verstaan? Ik hoop, o mijne zoete Maria, dat gij mij niet alleen verstaan, maar ook verhoord hebt.
Schietgebed. O Maria! ik ben de uwe, maak mij zalig.
Hc-t geioone gebed, bl. !)3.
EENVEN-T WINTIGST K BEZOEK.
«Waar een lichaam is, daar. verzamelen zich de arenden.quot; (Luc. 17.)
Door dit lichaam verstaan de Heiligen gewoonlijk Jesus Christus, en door de arenden de zielen, die zich van de wereld onthecht hebben, en zich boven de aardsche dingen verheffen en naar den hemel vliegen; aangezien zij met hunne gedachten en genegenheden zonder ophouden naar God, naar den hemel zuchten, die hier op de aarde reeds hunne woning geworden is. Overal waar Christus in het heilig Sacrament tegenwoordig is, vinden de zielen haar Paradijs, zij verzadigen zich nooit van bij Hem te blijven. â
De H. Hieronymus zegt: // als de arend den geur van een dood lichaam ruikt, zoekt hij er aanstonds naar;quot; zoo moesten wij ook tot Christus in het heilig Sacrament loepen en vliegen; want Hij biedt ons in hetzelve de heilzaamste spijs voor onze ziel aan; en daarom liepen ook de Heiligen in dit tranendal, gelijk dorstige herten, tot deze hemelsche bron.
bezoeken
De Pater Balthazar Alvarez sloeg dikwijls zijne oogen, zelfs te midden zijner verstrooiende bezigheden , naar de plaatsen waar hij wist dat het allerheiligste Sacrament rustte; hij bezocht het zonder ophouden, en bleef' er dikwijls gansche nachten voor nedergeknield. Hij weende, als hij dacht, dat de paleizen van de grooten dezer wereld vol menschen zijn, die zonder ophouden hun hof maken aan eenen mensch, van welken zij niets dan eenig ijdel aardsch goed te verwachten hebben, terwijl de kerken zoo leeg zijn, in welke nochtans de Heer van hemel en aarde, rijk in oneindige en eeuwige schatten, bij ons op eenen troon van liefde woont. Hij schtte de kloosterlingen te gelukkig, omdat zij zoo dikwijls als zij willen, bij dag of nacht in hunne eigene huizen, dezen grooten Heer kunnen bezoeken ; een voordeel dat de wereldsche menschen niet hebben. â
Daar Gij dan, o mijn allerliefste Jesus, niettegenstaande mijne zonden, mijne ondankbaarheid en ongeloovigheid aan zoo eene groote liefde, mij toch nog zoo liefderijk tot U roept, zoo wil ik om mijne ellende den moed niet verliezen. Zie, ik kom, ik nader tot U. O verander mij, verban uit mijn hart alle liefde die voor ü niet is, alle verlangens die U mishagen, alle gedachten die U niet tot voorwerp hebben. Mijn Jesus, mijne liefde, mijn al! ik wil aan U alleen behagen , U alleen verheugen; Gij alleen verdient al mijne liefde! Maak dat ik aan alles verzake en mij gansch aan U geve; maak dat ik zoo vast aan U gebonden zij, dat ik noch hier op aarde, noch in den hemel van U kan afgescheiden worden. â
Schietgebed. Allerzoetste Jesus! laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Be geestelijke Communie, bi. 89.
132
van het allerh. sacrament.
aan maria.
Dionvsius de Karthuizer noemt Maria : /, de voorspreekster van alle zondaars die tot haar vluchten.quot; Daar het alzoo, o heilige Moeder Gods, uw ambt is, de grootste zondaars die tot u vluchten te verdedigen, zoo zie dan ook op mij, die mij nu hier voor uwe voeten werp, en die u met den H. Thomas van Villa Nova zegt : n welaan dan, o mijne allerliefste voorspreekster, vervul uw ambt en neem mij aan. quot; Het is waar dat ik maar al te lang ongetrouw geweest ben jegens mijnen God, dien ik zonder ophouden beleedigd heb, niettegenstaande de groote weldaden en menigvuldige genaden die Hij mij bewezen beeft; maar het kwaad is nu gedaan ; gij kunt mij nog helpen, want God vergeeft mij, God maakt mij zalig-, zoo gij Hem mijn gebed opdraagt, zoo gij mij verdedigt.
Schietgebed. Mijne lieve Moeder! gij moet mij zalig maken.
Het gewone gebed, bl. 93.
TWEE- EN- TWINTIGSTE BEZOEK.
De bruid der Gezangen zocht haren welbeminde , en daar zij hem niet vond, vroeg zij : â hebt gij hem niet gezien, dien mijne ziel bemint?quot; (Hoogl. 3.) Christus was toen nog niet op aarde gekomen; maar als nu eene ziel die Jesus bemint, Hem zoekt, zoo kan zij Hem altijd in het allerheiligste Sacrament vinden. De eerbiedwaardige Avila was gewoon te zeggen : n dat men geen beminnelijker heiligdom vinden of wenschen kan, dan eene kerk waar het allerheiligste Sacrament rust.quot;
O oneindige liefde aan mijnen God? Gij verdient oneindelijke wederliefde. Hoe is het toch mogelijk
133
134 bezoeken
dat Gij, o mijn Jesus, U zoo diep hebt kunnen vernederen? dat Gij, om U met ons te vereenigen , onder de gedaante van brood hebt willen bij ons blijven wonen? O vleeschgeworden Woord I uwe vernedering is oneindig, omdat uwe liefde oneindig is. Hoe is het toch mogelijk dat ik, wetende wat Gij gedaan hebt om mijne liefde te winnen, U niet uit gansch mijn hart beminne? Ik bemin U, en daarom wil ik uw welbehagen voor alle eigene voordeelen, voor alle voldoeningen, ja voor mijnen eigen wil stellen. Gij zijt mijne vreugde, ja al mijn vermaak is, aan U mijnen Jesus, mijnen God, mijnen liefde, te behagen.
Ontvlam in mij een groot verlangen, om altijd bij U, mijnen in het heilig Sacrament verborgen God, te blijven, ü te ontvangen, U gezelschap te houden. Ik zou ondankbaar zijn, indien uwe zoo zoete en minnelijke uitnoodigingen mij niet tot U trekken. Vernietig in mij, o Heer, alle neigingen tot geschapene dingen ; en wees Gij, o mijn Schepper, het voorwerp van al mijne verlangens, van al mijne liefde. Ik bemin U , o liefwaardigste goedheid van mijnen Jesus! ik zoek niets dan U alleen, en ben tevreden met wat U behaagt. Neem, o mijn Jesus, den goeden wil van eenen zondaar die U bemint aan. Help mij met uwe genade, en maak dat ik, die tot nu toe een ellendig dienaar des duivels geweest ben, een gelukkig dienaar uwer liefde worde.
Schietgebed. Ik bemin U, o Jesus, mijn hoogste goed ! meer dan alle andere goederen.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan maiua.
Mijne zoetste Koningin! mijne liefste Moeder
van het allerh. sacrament. 135
Maria! zie, ik heb mij tegen uwen machtigen Zoon in opstand gesteld; maar ik werp mij vol leedwezen voor uwe voeten, opdat Gij mij vergiffenis ver-krijget. Antwoord mij niet dai dit u onmogelijk is; want de H. Bernardus noemt u â middelares der' verzoeningquot; en van u moeten allen die in gevaar zijn, hulp verwachten, dewijl de H. Ephrem u den ,/ steunstok der waggelenden noemt.quot; O mijne Koningin! wie kan in grooter gevaar zijn dan ik, die mijnen God verloren heb, die zeker weet dat ik de hel verdiend heb, en die onzeker ben of God mij vergeven heeft; maar gij kunt mij alles verkrijgen, van u hoop ik alle goeds : de vergiffenis, de volharding, den hemel. Ik hoop eens in den hemel eene van die te zijn , welke uwe barmhartigheid het meest zullen prijzen. O Maria ! help mij door uwe voorspraak.
Schietgebed. In alle eeuwigheid wil ik de barmhartigheid van Maria zingen; in alle eeuwigheid wil ik ze verkondigen. Amen.
Het getcone gebed^ hl. 93.
DEI E- EN- TWINTIG STK BKZOEK.
Zeer vele Christenen vermoeien zich en stellen zich aan groote gevaren bloot, om het heilig land en de plaatsen te bezoeken, waar onze minnelijke Zaligmaker geboren is, waar Hij geleden heeften voor ons is gestorven. Doch wij hebben niet noo-dig zoo verre te reizen, om ons aan zoo groote gevaren bloot te stellen, want dezelfde Jesus is dicht bij ons; Hij woont in onze kerk, slechts weinige voetstappen van ons af.
De H. Paulinus zegt ; indien de pelgrims zich gelukkig achten een weinig stof van de krib of van het graf van onzen Jesus te Jeruzalem mede te brengen, moeten wij dan niet met eenen veel
BEZOEKEN
grooteren ijver in bet allerheiligste Sacrament, in hetwelk dezelfde Christus lichamelijk tegenwoordig is, bezoeken, wijl wij dit zonder groote moeite ol gevaar kunnen doen ? Een kloosterzuster, aan wie God eene groote liefde tot het allerheiligste Sacrament gegeven had, schreef onder andere het volgende in eenen brief : ,/ Ik erken dat ik alle goed, wat ik bezit, aan het allerheiligste Sacrament te danken heb. Ik heb mij gansch aan mijnen in het Sacrament verborgen God opgeofferd. Ik weet dat eene ontelbare menigte van genaden niet gegeven wordt, omdat men dezelve niet aan Jesus in het allerheiligste Sacrament gaat vragen. Ik zie de groote begeerte, die onze Zaligmaker heeft, om in het heilig Sacrament zijne genade uit te deelen. O groot Geheim, o allerheiligste Hostie! waar toont God meer zijne almogendheid dan in de Hostie? In deze Hostie vindt men alles wat God ooit voor ons gedaan heeft! Wij moeten het geluk der zaligen niet meer benijden, neen, want wij hebben op aarde denzelfden God met nog meer wonderen zijner liefde bij ons. Maak dat allen die gij kent, de godsvrucht tot het heilig Sacrament vurig oefenen. Ik spreek op deze wijze, omdat dit Sacrament mij gansch uit mij zelve verrukt. Ik kan mij niet verzadigen van een Sacrament te spreken, dat zoo grocte liefde verdient. Ik weet niet wat- ik niet doen kan voor Jesus in het allerheiligste Sacrament. quot;
O Serafs! die mijnen en uwen van liefde ontstoken God omringt: niet uit liefde tot u, maar uit liefde tot mij heeft deze groote Koning van hemel en aarde bij ons in dit Sacrament willen verblijven. Laat mij ook, gij liefdevolle Engelen ,
136
van het alle11h. sacrament. 137
van liefde branden; ontsteekt in mij liet vuur uwer liefde, opdat wij gezamenlijk God prijzen! 0 Jeaus, allerteederste Jesus, allerzoetste Jesus! laat mij de grootheid uwer liefde tot de mensclien kennen, opdat bij het aanzien van eene zoo groote liefde, de wensch van U te beminnen, U te behagen, altijd meer en meer in mij vergroote. Ik bemin U, allerliefwaardigste Zaligmaker! ik wil U zonder ophouden beminnen, en dit alleen om U te behagen.
Schietgebed. Mijn Jesus! ik geloof ia U, ik hoop op U, ik bemin L1, ik geef mij gansch aan U.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
O allerliefwaardigste Maagd! de H. Bonaventura noemt u: âde moeder der weezen;quot; de heilige Ephrem .â ,/de bescherming der weezen.quot; Ach, deze ongelukkige weezen! zijn het niet de arme zondaars, die God verloren hebben ? Allerheiligste Maagd Maria! ik neem mijne toevlucht tot u, ik heb mijnen Vader verloren, maar gij zijt mijne Moeder; help mij Hem wederom vinden. In mijnen grooten nood aanroep ik u om hulp. Wilt gij mij ongetroost van U laten weggaan? Neen, zegt Paus Inno-centius III ; want wie heeft haar ooit aangeroepen en is niet verhoord geworden?quot; Wie, van die bij u hulp gezocht hebben , is ooit verloren gegaan? Hij alleen gaat verloren, die zich niet tot u wendt. Maak dan, o mijne Koningin, zoo gij mijne zaligheid wenscht, dat ik u altijd aan-roepe en een groot betrouwen in u hebbe.
Schietgebed. Mijne heilige Moeder Maria 1 geef mij een groot betrouwen op u.
Het gewone gebed, bl. 93.
BEZOEKEN
VIEK-EN-TWINTIGSTE BEZOEK.
u Gij zijt waarlijk een verborgen God.quot; (Isai. 45.) In scene andere werken der goildelijke liefde, toont zich de waarheid dezer woorden zoo klaar, als in de aanbiddenswaardige geheimen van het allerh. Sacrament, alwaar onze God, gansch verborgen tegenwoordig is. Als de Zoon Gods vleesch werd , verborg Hij zijne godheid, en verscheen als mensch op aarde ; maar in het allerh. Sacrament verbergt Hij zelfs zijne menschlieid, en Hij schijnt maar brood te zijn, om ons te toonen hoe vurig Hij ons bemint. Verborgen is de Godheid, verborgen is de menschheid, zijne oneindige liefde alleen is openbaar. Als ik denk op deze overmaat uwer liefde tot de menschen , o goddelijke Zaligmaker ! dan ga ik geheel uit mij zeiven en weet niet meer wat te zeggen. â Gij verbergt in dit allerheiligste Sacrament, uwe liefde tot ons, uwe goddelijke heerlijkheid. Gij verduistert en zelfs vernietigt, op eene zekere wijze, uwe heerlijkheid, uw goddelijk leven. â Gij zijt alleen daarom op onze altaren, om de menschen te beminnen , en om hun te toonen hoezeer Gij hen bemint. Maar op welke wijze danken zij U, o groote Zoon Gods? O Jesus! Gij bemint, laat toe dat ik het zegge, de menschen te zeer, want Gij stelt hun welzijn boven uwe eigene eer.
Wist Gij dan niet aan welke verachtingen uwe liefde U zou blootstellen ? Ik weet, en Gij zelf weet het best, dat de meeste menschen U niet aanbidden, dat zij U in dit Sacrament niet erkennen voor dengenen, die Gij waarlijk zijt. Ik weet dat dezelfde menschen dikwijls de heilige Hostie met voeten getreden, op de aarde, in het watei;, in het vuur gew.orpen hebben. Helaas! ja zelfs
138
van het allerh. sacramekt. 139
het grootste deel dergenen die aan U gelooven, o God, in plaats van door hunne aanbiddingen deze beleedigingen te herstellen, beleedigen (J op nieuw door hun oneerbiedig gedrag in de kerken, of zij laten U alleen op het altaar, dikwijls zelfs zonder eene brandende lamp of zonder de noodzakelijke versierselen. Konde ik toch, mijn allerzoetste Zaligmaker, met mijne tranen, ja zelfs met mijn bloed die ongelukkige plaatsen afwas-schen, alwaar uw liefdevol hart op zulke wijze in het allerheiligste Sacrament beleedigd wordt! Maar daar ik dit niet doen kan, zoo wil ik toch ten minste U dikwijls bezoeken, mijn Jesus ! om U te aanbidden gelijk ik liet nu doe, om de beleedigingen te vergoeden, die Gij in het allerheiligste Geheim lijden moet. Neem, hemelsche Vader, deze zwakke eerbewijzing aan, die de armste der menschen U heden opdraagt, om de beleedigingen goed te maken, die uw goddelijke Zoon in bet allerheiligste Sacrament heeft moeten lijden. Neem dezelve aan, in vereeniging met de oneindige eer, die U Jesus op het kruis, en in het heilig Sacrament dagelijks geeft. Konde ik toch bewerken, o mijn in het heilig Sacrament ver-borgen Jesus, dat alle menschen van liefde tot het Hoogwaardigste mochten branden !
Schietgebeü. O allerminnelijkste Jesus ! maak dat allen U kennen en beminnen.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
O mijne machtige Koningin ! hoe zeer vergroot mijn betrouwen, als ik, vol vrees voor mijn eeuwig geluk, tot u vlucht, en bedenk dat gij mijne Moeder, en zoo rijk in genade zijt, dat de heilige Joannes Damascenus u : âeene zee van genadequot;
140 bezoeken
de H. Bonaventura : âeene bron in welke alle genaden te zamen vloeien,quot; de H. Ephrem : /,de bron der genaden en van allen troost,quot; en de H. Bernardus : âde volheid van alle goed,quot; noemen,â en als ik bovendien bedenk, dat gij zoo genegen zyt, om goed te doen, dat men u belee-digdt, gelijk de H. Bonaventura zegt, indien men u niet om genade bidt. O rijkste, wijsste en al-lergenadigste Koningin ! ik weet dat gij beter dan ik de noodwendigheden mijner ziel kent, en dat gij mij meer bemint dan ik u beminnen kan. Zoo hoor dan welke genade ik u nu vraag. Verkrijg mij die genade, die gij weet mij het meest noodzakelijk te zijn. Bekom ze mij bij God, en ik ben tevreden.
Schietgebed. Mijn God! geef mij de genade, die Maria voor mij vraagt.
Het gewone gebed. bl. 93.
VIJF-EN-TWINTIGSÃE BEZOEK.
De H. Paulus looft de gehoorzaamheid van Jesus Christus, zeggende : âdat Hij zijnen he-melschen Vader tot den dood toe gehoorzaamde.quot; (Phil. 2.) Maar Christus heeft in dit Sacrament nog meer gedaan, want Hij heeft in hetzelve niet alleen aan zijnen hemelschen Vader, maar zelfs aan de menschen willen gehoorzaam worden, en dit niet tot zijnen dood, maar tot het einde der wereld toe. Hij, de Koning des hemels, volgt den wil der menschen, en daalt op de aarde neder, en blijft op onze altaren, om daar zelfs de menschen te dienen. âIk spreek niet tegen.quot; (Isai. 20.) Daar blijft Hij onbeweeglijk, Hij laat zich stellen waar men Hem stellen wil, in eene Remonstrans om uitgesteld te
VAN HET ALLERH. SACRAMENT. I t L
worden, of in het Tabernakel om verborgen te blijven. Hij laat toe dat men Hem in de Communie geve, aan wien men Hem geven wil, hetzij aan rechtvaardigen of aan zondaars. De H. Lucas zegt, dat, zoo lang Jesus op aarde leefde ; « Hij aan Maria eu aan den H. Josef gehoorzaam was ;quot; maar in dit Sacrament gehoorzaamt Hij aan zoo vele schepselen als er priesters op aarde zijn. â Ik spreek niet tegen.quot; Gedoog, o allerliefste Hart van Jesus, die de bron van alle Sacramenten en bijzonder de bron van dit Sacrament van liefde zijt, duld dat ik mij heden geheel vertrouwelijk tot U keere. Ik verlang U lieden even zoo veel eer te bewijzen, als Gij zelf in dit Sacrament, in onze kerken, aan uwen hemelschen Vader geeft. Ik weet dat Gij op dit altaar dezelfde liefde tot mij hebt, die Gij mij bewezen hebt, als Gij U op het kruis in zoo schromelijke smarten voor mij slaclitofferdet. O goddelijk Hart! verlicht allen die U niet kennen. Verlos, om uwe verdiensten, of ten minste troost in het vagevuur de lijdende zielen die U reeds toebehooren. â Vereenigd met allen die U in den hemel en op aarde beminnen, aanbid ik U. dank ik U, bemin ik U, allerreinste Hart van Jesus! zuiver mijn hart van alle aanklevingen aan aardsche zaken, en geef mij uwe liefde. Bezit, o allerzoetste Hart, bezit geheel mijn hart, zoodat ik van nu af zeggen kan ; H wie kan mij van de liefde Gods, die in Jesus Christus is, afscheiden? (Phil.3.) Schrijf, o allerheiligste Hart, schrijf in mijn hart alle smarten, die Gij zoo lange jaren uit liefde tot mij hebt willen voldoen; opdat ik, aan dezelve denkende , het lijden dezer wereld verlange of ten minste geduldig verdrage. â Allerootmoedigste Hart van Jesus ! maak mij ootmoedig gelijk Gij zijt â Allerootmoedigste Hart van Jesus! maak dat ik
10
142 bezoeken
zachtmoedig worde gelijk Gij. â Neem uit mijn hart weg al wat U mishaagt; geef dat ik mij gansch aan TJ schenke, en dat ik niets wil of verlang, dan wat Gij van mij verlangt; met één woord, maak dat ik alleen leve om U te gehoorzamen , om U te beminnen, om U te behagen. Ik weet dat ik U oneindig veel schuldig ben, om de oneindige liefde die Gij tot mij hebt, en dat het eene kleine zaak zoude zijn, indien ik uit liefde tot U mij zeiven slachtofferde.
Schietgebed. O Hart van Jesus! wees de eenigste Heer van mijn Hart.
De geestelijke Communie, bl. 89.
aan mama.
De H. Barnardus zegt: â Maria is die hemelsche ark, in welke, zoo wij erin tijds vluchten, wij ons zeker van de schipbreuk der eeuwige verdoemenis zullen bewaren.quot; De ark, in welke Noe tijdens den zondvloed zich redde, was een afbeeldsel van Maria. Maar Hesichius zegt n dat Maria eene veel grootere en sterkere ark is dan die van Noc, in welke maar weinige menschen en dieren zich konden redden; maar dat Maria allen die onder haren mantel vluchten, ontvangt, en hunne zaligheid verzekert. O, hoe arm zouden wij zijn, indien wij Maria niet hadden! Maar hoe velen gaan er toch nog verloren ! O mijne geliefde Koningir. ! waarbij komt dit ? omdat zij niet tot u hunne toevlucht nemen : want wie is ooit verloren gegaan, die zich tot u gewend heeft?
Schietgebed. Heiligste Maagd Maria! maak dat allen zonder ophouden tot u hunne toevlucht nemen.
Bet gewone geled, bl. 98. ,
VAN HEÃ ALLEEH. SACRAMENT, 143
ZES-EN-TWINTIGSTE BEZOEK.
,/Verheugt u en zingt, gij die in Sion woont, want de Heilige van Israël is groot in het midden van u. quot; (Isaias. 12.) O God! welke vreugde moeten wij menschen niet gevoelen, welke hoop, welke liefde moet ons niet bezielen, als wij er aan denken, dat in ons vaderland, in onze kerken, zeer dicht bij onze huizen, onze ware God in het allerheiligste Sacrament des Altaars woont en leeft. Hij die de liefde zelve is.; want de H. Ber-nardus zegt : u dat Hij niet alleen bemint, maar dat Hij de liefde zelve is.quot; Dit Sacrament is niet alleen een teeken van liefde, maar het is de liefde zelve; het is dezelfde God die, om zijne oneindige liefde tot de schepselen, de liefde zelve genoemd wordt, en ook waarlijk is. God is de liefde. Maar ik hoor U klagen, o mijn in het Sacrament verborgen Jesus! ik hoor U roepen : /, Ik was uw gast, en gij hebt mij niet ontvangen.quot; Gij hebt recht, o fleer! Gij hebt recht; ja ik ben ook onder het getal van deze ondankbaren, die U alleen gelaten, die U niet bezocht hebben. Straf mii zoo zeer als Gij wilt, doch niet gelijk ik het verdiend heb, te weten door U van mij te verwijderen ; ik wil mij beteren, ik wil mij nooit meer ondankbaar jegens U gedragen; van nu af wil ik ü niet alleen dikwijls bezoeken, maar ik wil bij U verblijven zoo lang als ik maar zal kunnen. â Geef mij de genade, allerliefste Jesus, dat ik U getrouw blijve, opdat ik door mijn voorbeeld ook anderen bewege, om U in het allerheiligste Sacrament gezelschap te houden. Ik hoor wat de eeuwige Vader ons toeroept: âDeze is mijn Zoon, in wien ik mijn behagen vind! quot;
Hoe! een God vindt in u zijn welbehagen, en
bezoeken
ik, helaas ! arme menscli, zou er mijne vreugde niet in vinden, in dit tranendal dicht bij U te blijven ? O verslindend vuur! vernietig in mij alle gehechtheid aan geschapene dingen, dewijl zij mij alleen ongetrouw jegens U kunnen maken; dewijl zij mij alleen van U kunnen verwijderen. Gij kunt het zoo Gij wilt, o Heer! indien Gij wilt, kunt Gij mij rein maken. Gij hebt reeds zoo veel voor mij gedaan, doe dit ook nog : verjaag uit mijn hart alle liefde, die U niet tot voorwerp heeft. Zie, ik geef mij gansch aan U, o allerzoetste Jesus! ik offer alle overige dagen mijns levens op aan de liefde tot dit allerheiligste Sacrament. â Zoo lang ik leef, zult Gij, o Jesus, in dit heilig Sacrament, mijne kracht en mijn leven, en als ik sterf, zult Gij mijne reisspijs en mijn leidsman tot den hemel zijn; dit hoop ik, o Jesus. Amen. â Vervul mijne hoop !
Schietgebed. Wanneer, o Jesus, zal ik uw schoon aangezicht zien ?
De geeslelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
In u, allerheiligste Moeder, vinden wij het geneesmiddel voor al onze kwalen , in u vinden wij de kracht voor onze zwakheid. Daarom noemt u de H. Germanus : âde kracht onzer zwakheid.quot;-âGij zijt de deur die ons geopend is, om de slavernij der zonden te ontgaan,quot; zegt de H. Bonaventura ; in u vinden wij den vrede, daarom noemt u dezelfde Heilige : âde zekerste rustplaats der menschenin u vinden wij verkwikking in het lijden van dit leven; daarom begroet u de H. Laurentus Justinianus als âde troost op onze reis.quot; Met één woord, in u vinden wij de genade Gods, God zelf; want de H. Bonaventura noemt u : âde troon der goddelijke
144
van het allerh. sacrament. 145
genade, en de dienaar Gods, Petrus : » eene brug, over welke God tot de mensclien komt,quot; eene gelukkige brug; over welke God, die zich om onze zonden van ons verwijderd had, tot ons komt, om met zijne genade in onze harten te wonen.
Schietgebed. 6 Maria! gij zijt mijne sterkte, mijne verlossing, mijn vrede, mijne zaligheid.
Het gewom; gebed. bl. 93.
ZKVKN-EN-TWIXTIGSTE BEZOEK.
De heilige Kerk zingt in de getijden van het allerheiligste Sacrament: /, daar is geen ander volk zoo groot, dat zijne goden zoo nabij zich heeft, gelijk onze God dicht bij ons is.quot; (Deuter. 4.) Toen de Heidenen hoorden, wat onze God uit liefde to; ons gedaan heeft, riepen zij uit : ,/ o, hoe goed is God, hoe goed is die God der Christenen!quot; Als men de geschiedenis leest, zoo vindt men dat, ofschoon de Heidenen hunne goden naar hun welbehagen maakten, zij toch niettegenstaande al hunne verdichtsels en menigvuldige goden, die zij uitvonden, zich geenen God hebben kunnen uitdenken, die de menschen zoo zeer konde beminnen, dat hij, gelijk onze waarachtige God, om aan zijne aanbidders zijne liefde te bewijzen, en om hen met genade te vervullen, een zoo groot wonder zoude doen, en voor altijd, dag en nacht, de verborgen medegezel der menschen op hunne altaren zoude worden, om hun te toonen, dat Hij zich geen oogenblik van hen verwijderen kan.
;/ Hij heeft eene gedachtenis zijner wonderen hier gelaten.quot; (Ps. 110.) Zoo hebt Gij dan, o allerzoetste Jesus, dit grootste wonder willen doen , om uw oneindig verlangen van dicht bij ons, in onze tegenwoordigheid te blijven , te bevredigen. â Hoe is het toch mogelijk, dat de menschen uwe
bezoeken'
tegenwoordigheid vluchten ? hoe kunnen zij toch zoo lang van U verwijderd blijven, en U zoo zelden bezoeken ? Blijven zij een kwartier uurs bij U, zoo schijnt hun dit eene eeuwigheid, om het verdriet dat zij bij U vinden. O hoe groot zijt Gij, verduldigheid van mijnen Jesus ! ik versta ü, o Heer! zij is groot, omdat uwe liefdé tot de men-schen groot is, ja het is deze liefde, die u dwingt gedurig onder ons, ondankbaren, te blijven.
ö Mijn God, gelijk uwe volmaaktheden oneindig zijn, evenzoo is uwe liefde oneindig; laat niet toe, mijn allerteederste Jesus, dat ik in de toekomst weder, gelijk vroeger, onder het getal zij van hen die uwe liefde met ondankbaarheid vergelden. Geef mij eene liefde, die met uwe waardigheid, met de grootheid mijner verplichting jegens U overeenkomt. Daar was een tijd, dat ik ook, helaas! verveling in uwe tegenwoordigheid gevoelde, omdat ik U niet beminde, of omdat ik ü weinig beminde; indien ik echter, met uwe hulp , zoo gelukkig word U waarlijk te beminnen, dan zal het mij niet meer moeielijk vallen, dag en nacht voor het allerheiligste Sacrament te blijven. O eeuwige Vader! ik breng U uwen eeniggeboren Zoon ten offer; neem Hem in mijne plaats aan, en geef mij, om zijne verdiensten , eene zoo teedere 3n brandende liefde tot het heilig Sacrament, dat ik mij zonder ophouden in den geest tot eene kerk wende, alwaar het Hoogwaardigste rust; dat ik er altijd aan denke, en onverduldig den tijd afwachte, om mij in uwe tegenwoordigheid met U te kuunen onderhouden.
Schietgebed. Mijn God! geef mij, uit liefde tot Jesus, eene groote liefde tot het allerh. Sacrament.
De geestelijke Communie, hl. S9.
146
van het allerh. sacrament. 147
aan maria.
Maria is de toren van David, waarvan de heilige Geest in de Gezangen zegt : /. dat liij met bolwerken gebouwd is; dat er duizend schilden aan hangen, de gansche wapening der dapperen.quot; (Gez. 4.) Een toren, die met duizend bolwerken omringd is, dio duizenden verdedigers, middelen en wapenen bereid houdt voor die er naar toe vluchten. Gij zijt alzoo, o allerheiligste Maagd Maria, gelijk u de H. Ignatius noemt; â de krachtigste verdediging van hen, die zich in den strijd bevinden.quot; O hoe vele aanvallen, mijne geliefde Koningin, moet ik zonder ophouden van mijne vijanden, die mij van de genade Gods en van uwen bijstand berooven willen, onderstaan. Maar gij zijt mijne sterkte, want gij weigert niet voor hen te strijden, die op u betrouwen; daarom noemt de H. Ephrem u ook : â de verdedigster van die in u betrouwen.quot; Verdedig mij dan, strijd voor mij, die zoo groote dingen van u hoop, die al mijn vertrouwen in u stel.
Schietgebed. Maria, Maria! uw naam is mijn wapen.
Het gewona gebed, bl. 93.
ACHT-EN-TWINTIGSTE BEZOEK.
ii Welk goed kan God ons nog weigeren, zegt de H. Paulus, na ons zijnen eenigen Zoon gegeven te hebben ? Hoe zal Hij ons met Hem ook niet alles geven ? quot; (Eom. 8.) Wij weten dat de eeuwige Vader al wat Hij bezit, aan Jesus heeft overgegeven ; // alles gat Hem de Vader in zijne handen.quot; (Joan. 3.) Danken wij dan alzoo onzen zoo op ons verliefden God voor zijne goedheid, zijne barmhartigheid, zijne milddadigheid; want Hij heeft ons met alle
148 BEZOEKEN
goederen en genade verrijkt, als Hij ons Jesus in het allerheiligste Sacrament gaf : â in alles zijt gij rijk geworden door Hem, zoo dat het u aan geene gaven ontbreekt.quot; (I. Cor. 1.)
Zoo kan ik dan overtuigd zijn, o raengchgeworden Woord, dat, indien ik maar wil, Gij aan mij en geheel aan mij zijt; maar kan ik ook van mij zeggen, dat ik geheel aan U ben, gelijk Gij het van mij verlangt? Help mij, o Jesus, en laat niet toe, dat de wereld getuige zij van eene zoo groote ondankbaarheid, dat, terwijl Gij verlangt dat ik U toe-behoore, ik U wedersta, en niet aan U wil zijn. â Ach! laat niet toe dat dit ooit zoo zij; en is het voorheen zoo geweest, och! maak dat dit nooit meer geschiede! Ik offer mij heden geheel aan U op. Ik wil, dat in den tijd en in de eeuwigheid, mijn leven, mijne gedachten, mijn wil, mijne handelingen, mijn lijden U tcebehooren. Zie, ik beu geheel aan U : gelijk eene offerande, die U reeds opgedragen is, verzaak ik aan alle schepselen, geef ik mij geheel aan U over. Och, dat toch de vlammen uwer goddelijke lieixle mij verteerden, mijn Jesus! ik wil niet dat de schepselen nog ooit deel aan mijn hart hebben. De bewijzen uwer liefde, die Gij mij gegeven hebt, toen ik verre van U was, doen mij hopen dat nu, daar ik U waarlijk bemin en mij uit liefde geheel aan U overgeef. Gij mij zeker niet zult verstooten. â
Ik offer U heden, o hemelsche Vader, alle deugden, alle handelingen, alle neigingen des harten, door uwen welbeminden Jesus; neem ze, bij gebrek van de mijne aan, en om zijne verdiensten, die gansch de mijne zijn, vermits Gij ze mij gegeven hebt, verleen mg deze genade, die Jesus voor mij verlangt. Door de verdiensten van Jesus, dank ik
van iiet allekh. sacbament. 149
U voor al uwe barmhartigheid, die Gij ten mijnen opzichte geoefend hebt; door zijne verdiensten voldoe ik U voor mijne zonden; door zijne verdiensten hoop ik alle genade, de vergiffenis, de volharding, den hemel, en bijzonder die groote genade: uwe liefde. Ik weet, dat ik alleen de oorzaak ben, die het ontvangen van al deze genaden belet. Neem ook dit kwaad van mij weg. Ik bid U daarom in den naam van Jesus Christus, die ons beloofd heeft; ;/ zoo gij den Vader iets in mijnen naam vraagt, zal het u gegeven worden.quot; )Joan. 14.) Gij kunt het mij dan niet weigeren; ik wil niet anders, o Heer, dan U beminnen, dan mij geheel aan U geven. Ik wil niet meer gelijk voorheen, uwe liefde met ondankbaarheid vergelden. Bewaar mij er voor o Jesus! verhoor mij; geef, geef dai; ik mij heden geheel aan U geve, om nooit meer op te houden U te beminnen. Ik bemin U, o mijn God ! ik bemin U oneindige goedheid; ik bemin ü, mijne liefde, mijn hemel, mijn Jesus, mijn goed, mijn al!
Schietgebed. Mijn Jesus! mijn al! Gij wilt dat ik aan U zij : ik wil gansoh aan U zijn.
De geestelijke. Communie, bl. 89.
aan maria.
Welke verkwikking gevoel ik niet in mijne ellenden, welken troost in mijne bedruktheden, welke sterkte in de bekoringen, als ik aan u denk, o allerzoetste, allerheiligste Moeder Maria ! als ik uwen bijstand aanroep. Ja, Heiligen! gij hadt gelijk, toen gij, zoo als de H. Ephrem, mijne Koningin: de haven der bedrukten noemdet; als gij met den H. Bonaventura uitriept: â gij bevrijd ons van onze rampen; gij zijt de troost der ellendigen; gij droogt onze tranen af. quot; Troost mij, o Maria! want ik ben door mijne zonden gansch ontsteld,
bezoeken
en van mijne vijanden sterk omringd, zonder deugden en kond in den dienst van God. Troost mij, troost mij , en maak dat ik een nieuw leven beginne; een leven dat waarlijk aan uwen god-delijken Zoon en aan u behaagt.
Schietgebed. 6 Mijne Moeder Maria! verander mij in een nieuwen mensch. Gij kunt het door uw gebed.
Het gewone gebed, bl. 93.
NEGEN-EN-TWINTIG STE 15 EZOEK.
« Ik sta voor de deur en klop aan.quot; (Apoc, 5.) O allerzoetste Herder, die uit liefde tot uwe schapen niet alleen op het kruis voor ons hebt willen sterven, maar verborgen op onze altaren in dit goddelijk Sacrament, nabij ons hebt willen blijven, om dikwijls aan de poort van ons hart te kloppen , en om U den ingang tot hetzelve te bekomen. Och, hoe gelukkig ware ik, indien ik mij zoo in uwe tegenwoordigheid konde houden, gelijk de Bruid der Gezangen, wanneer zij uitroept : « onder de schaduw, waarnaar ik verlangd heb, rust ik.quot; (Gez. 3.)
Indien ik U beminde, indien ik U waarlijk beminde, o aller lief waardigst Sacrament! zou ik verlangen dag en nacht dicht bij TJ voor het altaar te blijven; daar, onder de schaduw uwer heerlijkheid, verborgen onder de gedaanten van brood en wijn, zou ik dat geluk, die tevredenheid vinden , welke Gij geeft aan hen, die U oprecht beminnen.
Trek mij door den glans uwer schoonheid en der oneindige liefde, die Gij in dit Sacrament openbaart , tot U; a trek mij naar U, wij zullen den geur uwer reukwerken naloopen. quot; (Gez. I.) ⢠Maak, o mijn Zaligmaker, dat ik aan alle
150
VANquot; HET ALLERH. SACRAMENT. 151
schepselen, aan alle vermaken dezer wereld ver-zake, om tot U, die in het heilig Sacrament verborgen zijt, te loopen, âgelijk jonge olijf-boomen uwe tafel omgeven.quot; Wat schoone vruchten van deugden, gelijk aan bloeiende planten, dragen deze gelukkige menschen niet aan God op, die met liefde voor het Hoogwaardigste knielen.â Ik schaam mij, o Jesus, zoo arm, zco ontbloot van deugden voor U te verschijnen. Gij wilt dat degene, die voor uw altaar komt, om U te vereereu, niet met ledige handen kome : âhij zal niet ledig voor mijn aangezicht verschijnen.'' ( Exod. 35.) Wat zal ik dan doen ? zal ik U niet meer bezoeken ? Neen, dit zou U nog meer mishagen. Zie, ik kom gansch arm, en ik hoop dat Gij zelf al die gaven, welke Gij van mij verwacht, zult schenken. Ik weet dat Gij in dit heilig Sacrament niet alleen tegenwoordig zijt om uwe minnaars te verrijken, maar dat Gij ook hier zijt om aan de armen uwe gaven mede te deelen. Zoo begin heden met mij, o Heer! ik aanbid U! Koning des harten, minnaar der menschen, herder, ontvlamd van liefde voor uwe schapen! ik nader nu tot den troon uwer liefde, en schenk ü, dewijl ik niels anders bezit, mijn arm hart, opdat het geheel aan uwe liefde, aan uw welbehagen toegeheiligd zij. Ik kan, ik wil U met dit hart zoo zeer beminnen, als ik maar immer kan. â Trek mij tot U, bind mij aan uwen heiligen wil, opdat ik van nu at vol tevredenheid met uwen leerling moge zeggen : âik ben met de ketenen uwer liefde aan U gebonden.quot; (Eph. 3.)
Vereenig mij, o Heer, gansch met U; geef dat ik mij zeiven geheel vergete, en eens zoo gelukkig zij, alles, ja ook mijzelven te verliezen.
152 bezoeken
om ü alleen te vinden, om U zonder ophouden te beminnen. â Ik bemin ü, o mijn in het Sacrament verborgen Jesus ! ik bind mij aan U, ik vereenig mij met ü: maak dat ik ü vinde, dat ik U beminne, en verlaat mij nooit meer.
Schietgebed. Mijn Jesus! Gij alleen zijt mij genoeg.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
De H. Bernard us noemt Maria : âden zekeren weg om tot den Zaligmaker te gaan, om zalig te worden.quot; Indien het waar is, o mijne Koningin, hetgeen dezelfde Heilige van U zegt : âdat gij het zijt, die onze zielen tot God voert,quot; o zoo wacht dan niet, tot dat ik zelf tot God ga, maar draag mij op uwe armen tot Hem; draag mij en indien ik wedersta, zoo neem mij met geweld; dwing mijne ziel met alle geweld; dwing, door de zoetste aanloksels uwer liefde, mijnen wil, die de schepsels niet verlaten wil, dwing mij, opdat ik God alleen en zijnen heiligen wil zoeke. Toon aan het hemelsch hof', hoe machtig gij zijt. Na nog veel andere wonderen , doe nog dit wonder uwer barmhartigheid, en trek dien, die verre vau God was, gansch tot Hem.
Schietgebed. O Maria! gij kunt mij heilig maken ; ik hoop het van U.
Eet gewone gehed. bl. 93.
DERTIGSTE BEZOEK.
âWaarom verbergt Gij uw aangezicht?quot; (Job. 14.) Job was verschrikt, toen hij zag dat God zijn aangezicht voor hem verborg; maar wij hebbengeene reden om bevreesd te zfln, ziende dat Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament zijne heerlijk-
VAN HET ALLERH. SACRAMENT. 153
heid verbergt; integendeel, dit moet ons met betrouwen en liefde vervullen, vermits Jesus zich onder de gedaante van brood verbergt, om ons zijne liefde te toonen. God verbergt in dit Sacrament zijn aangezicht, maar Hij toont in hetzelve zijne liefde. Want wie zou met betrouwen tot Hem durven naderen. Hem zijne verlangens en genegenheden openbaren, indien deze Koning dos hemels den glans zijner heerlijkheid op het altaar toonde ?
O mijn Jesus ! wat liefdevolle uitvinding. Gij verbergt U iu dit Sacrament onder de gedaante van brood, opdat men à beminne, en opdat diegenen, welke naar U verlangen, U vinden. De Profeet had recht als hij den menscaen beval door de gansche wereld te verkondigen, wat groote dingen onze God voor ons gedaan aeeft: â maak aan alle volkeren zijne uitvindingen bekend.quot; (Isai. lS.) O beminnend Hart van mijnen Jesus! Gij verdient alle harten uwer schepselen te bezitten ; o Hart, dat gedurig vol van de zuiverste vlammen van liefde zijt; o verteerend vuur! verteer mij gansch, en geef mij een nieuw leven vol liefde en genade. Vereenig mij zoo met U, dat ik mij nooit meer van ü kan verwijderen. O Hart van Jesus! schuilplaats der zielen! neem mij aan; o Hart, dat op het kruis zoo zeer bedroefd waart om de zonden der wereld : geef mij eene ware droefheid over mijne zonden.
Ik weet dat Gij in dit goddelijk Sacrament met dezelfde liefde bezield zijt, welke Gij op den Calvarieberg gevoeldet, en dat Gij daarom vurig verlangt, U geheel met ons te vereenigen. Ware het mogelijk dat ik niet langer aan uwe liefde, aan uwe verlangens wedersta ? Om uwe verdiensten, o allerliefste Jesus, verwond mij, bind mij aan ü, vereenig mij gansch met uw hart; heden neem ik
bezoeken'
voor, met den bijstand uwer genade, U zoo zeer als ik maar kan te behagen; allemenschelijkeopzichten onder de voeten te treden; mijne neigingen, mijne verlangens, mijne gemakken, die mij beletten kunnen U volkomen te behagen, te verzaken.
Maak, o Heer, dat ik uitwerke, wat ik nu voorgenomen heb, en dat ik van nu af U in al mijne handelingen, in mijne gevoelens, in mijne genegenheden, met één woord, in alles behage. O liefde van mijnen God! verwijder uit mijn hart alle andere liefde. O Maria, mijne hoop! gij kunt alles bij God : bekom mij de genade, dat ik tot mijn dood toe Jesus getrouw diene. Hem, die mij zoo oneindig bemind heeft. Amen. Alzoo hoop ik-alzoo zij het, in den tijd en in de eeuwigheid.
Schietgebed. Wie zal mij van de liefde van Jesus scheiden.
Be yeestelijhf Communie, bl. 89.
aan maria.
De H. Bernardus getuigt : âdat de liefde van Maria niet grooter, noch werkzamer zijn kan, dan zij inderdaad is; en dat zij zonder ophouden medelijden met ons lijden heeft, en ons door hare macht helpt.quot; Dewijl Gij dan, o mijne Koningin! rijk in macht, en vol liefde zijt, zoo wenschtgij allen te redden, zoo kunt gij allen helpen. Ik bid u, en ik wil niet ophouden met den godvruch-tigen Blosius te roepen : â o mijne Koningin! sta mtj bij in den strijd, ondersteun mij als ik wankel. O allerheiligste Maagd Maria ! help mij in den schrikkelijken strijd, dien ik altijd tegen de hel zal te onderstaan hebben; en indien gij ziet dat ik wankel, ach, mijne Koningin, zoo reik mij uwe hand, en sta mij krachtig bij. O mijn | God! hoe vele bekoringen zal ik nog tot aan
154
van het alle1ui. sacrament. 155
mijnen dood moeten onderstaan ? O laat niet toe , Maria, mijne hoop, mijne toevluclit, mijne sterkte ! dat ik ooit de genade Gods verlieze. Ik maak nu het vast voornemen in alle bekoringen tot u te vluchten, en tot u te roepen ;
Schietgebed. Help mij, Maria ! help mij !
Het (jncone gehed, bl. 93.
EEN- EN- DERTIGSTE BEZOEK.
ö Welk heerlijk gezicht was het niet, toen onze zoete Jesus eens, van de reis vermoeid, vol goedheid en liefde aan eene bron zat, en de Samaritaan-sche vrouw afwachtte om haar eeuwig gelukkig te maken! //Jesus zat aan eene bron.quot; [Joan. 4.) Op zulke wijze doet Hij nu dagelijks met ons : Hij daalt van den hemel op onze altaren neder, en wacht daar, aan deze bron van liefde, de men-schen die Hem willen gezelschap houden. Hij noo-digt ze daarom. Hem, ten minste voor eenen oogen-blik, te bezoeken, om hen alzoo meer en meer tot Hem te trekken. Het schijnt als of Christus van onze altaren, waarop Hij rust, tot ons roept : waarom vlucht gij mijne tegenwoordigheid, o men-schen? waarom komt gij niet, waarom nadert gij niet tot Mij, die u zoo zeer bemin, en die voor uw welzijn hier geheel vernederd, tegenwoordig ben ? Wat vreest gij ? Ik ben nog niet om te oor-deelen hier op aarde gekomen; neen, ik ben in dit Sacrament van liefde verborgen, om aan allen goed te doen, om allen die tot mij hunne toevlucht nemen, zalig te maken. ,, Ik ben niet gekomen om de wereld te oordeelen, maar om de wereld zalig te maken.quot; (Joan. 12.) Overdenken wij, da(, // gelijk Jesus Christus gedurig in den hemel bezig is met voor ons te bidden.quot; (Hebr. 7.) Hij op dezelfde wijze in het allerheiligste Sacrament, dag en
BEZOEKEN
nacht op de altaren dit ambt van voorspreker uitoefent, en zich aan zijnen hemelschen Vader als slachtoffer opdraagt, om voor ons barmhartigheid en ontelbare genaden te bekomen. Daarom zegt ook de godvruchtige Thomas a Kempis ; u dat wij tot Christus in het allerheiligste Sacrament zonder vrees voor straffen moeten naderen, gelijk een vriend tot zijnen vriend nadert.quot;
Daar Gij het mij dan toelaat, zoo wil ik U, mijnen verborgen Heer en Koning, vol betrouwen mijn hart openen. O mijn Jesus! o minnaar der menschen ! ik ken maar al wel hoe groot onrecht de menschen U aandoen. Gij bewijst hun niets dan goed, en zij verachten U. Gij zelf komt ben te gemoet, om U met hen te onderhouden : maar zij willen niets van U (veten; Gij biedt hun uwe genade aan, en zij weigeren dezelve. O mijn Jesus ! het is maar al te waar, dat ik mij voorheen zelf met die ondankbaren vereenigd heb om U te be-leedigen. Het is maar al te waar, o mijn God ! maar ik wil mij beteren; ik wil de dagen mijns levens, die mij nog overblijven, alleen daarmede doorbrengen, om aan U zoo zeer ik maar kan te behagen, en alzoo mijne U aangedane beleedigin-gen weder goed te maken. Zeg mij, o Heer! wat verlangt Gij van mij ? ik wil zonder uitneming alles doen; laat het mij, door middel van de heilige gehoorzaamheid kennen; ik hoop U in alles te gehoorzamen. Vast besloten, beloof ik, o mijn God , van nu af alles te doen, wat ik weet dat U behagen kan, al moest ik ook daarom alles, ouders, vrienden, aanzien, gezondheid, ja zelfs het leven verliezen. Alles, alles mag verloren gaan, indien ik U maar behage. Gelukkig verlies, hetgene men doet om uw hart, o God mijner ziel, te verheugen !, ik bemin U, o allerhoogste God! want Gij zijt
156
van het allerh. sacrament. 157
liefwaardiger dan alle andere goederen; ik vereenig mijn arm, maar U beminnend hart, met de harten der Serafs, die van liefde tot U branden : ik vereenig het met het hart van Maria, met het Hart van Jesus. Ik bemin U uit al mijne krachten; ik wil U alleen beminnen, ja U alleen wil ik beminnen; in alle eeuwigheid wil ik U alleen beminnen.
Schietgebed. Mijn God, mijn God! ik beu geheel aan U, Gij zijt geheel aan mij.
Be geestelijke Communie, bl. 89.
aan maria.
De gelukzalige Amadeus zegt; â dat onze heilige koningin Maria zonder ophouden bij God het ambt van voorspreekster voor ons uitoefent, en dat zij altijd hare machtige gebeden aan God voor ons opdraagt; want, voegt hij er bij, zij ziet onze ellenden en de gevaren, in welke wij ons bevinden en zij heeft gelijk eene liefderijke Moeder, medelijden met ons : zij komt ons te hulp.quot;
Gij ziet dan nu in dit oogenblik, o mijn liefwaardigste Moeder en voorspreekster! hoe ellendig ik ben, in welke gevaren ik mij bevind; en gij bidt voor mij. Ja, bid voor mij; bid en houd niet op te bidden, tot dat gij mij in den hemel ziet, alwaar ik u eeuwig zal danken. De godvruchtige Blosius zegt mij, o allerzoetste Maagd Maria, â dat gij, na uwen Zoon Jesus, de zekerste middelares der zaligheid voor uwe getrouwe dienaars zijt. quot; Ik bid u heden om de genade van tot den dood toe uw getrouwe dienaar te blijven, opdat ik u in den hemel love : in den hemel, waar ik zeker ben, nooit meer van u verwijderd te worden.
Schietgebed. 6 Maria ! maak dat ik altijd aan u zij.
Ãet gewone gebed. bl. 93.
11
GEBEDEN TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.
voor iederen dag der week, om door hare voorspraak de noodiire genaden te verkrijgen.
VOOR DEN ZONDAG.
Gehed om vergiffenis der zonden.
ö Maria, liefste Moeder Gods ! Gij ziet hier voor uwe voeten eenen ellendi^en zondaar en eenen slaaf der hel, die tot u zijne toevlucht neemt en in u al zijn betrouwen stelt. Het is waar, ik verdien niet dat gij mij aanschouwt; maar ik weet, dewijl uw goddelijke Zoon gestorven is om de zondaars zalig te maken, dat gij niets meer verlangt dan hen te helpen. O Moeder der barmhartigheid! sla uwe oogen op mijne ellenden en heb medelijden met mij. Ik hoor dat een ieder u de toevlucht der zondaars, de hoop der wanhopenden, den bijstand der veriatenen noemt. O wees dan ook mijne toevlucht, mijne hoop, mijn bijstand; door uwe voorspraak moet gij mij zalig maken. Om de liefde van Jesus, haast u om mij te helpen; reik uwe hand uit tot eenen ellendigen, die onder den last zijner zonden ligt en die zich aan u beveelt. Ik weet dat het u verheugt eenen zondaar te kunnen bijstaan; kom mij dan nu te hulp, daar gij mij helpen kunt! Door mijne zonden heb ik de genade Gods verloren, en mijne ziel in het verderf geworpen : ik werp mij nu in uwe handen; zeg mij wat ik doen moet om mij wederom met mijnen God te verzoenen, want ik ben bereid alles tegt; doen wat Gij mij gebiedt. God wil dat ik mij tot
gebedeï; tot de h. maagd maria. 159 u wende. Hij wil dat ik uwe barmhartigheid aanroepe, opdat niet alleen de verdiensten van uwen Zoon, maar ook uwe gebeden mij helpen en mij van de eeuwige verdoemenis bewaren. Ik neem dan tot u mijne toevlucht, o Maria! gij bidt voor zoo vele anderen, bid dan ook Jesus voor mij : zeg Hem dat Hij mij vergeve, en Hij zal het zeker doen; zeg Hem dat gij mijne zaligheid verlangt, en Hij zal mij zonder twijfel zalig maken. Toon aan de wereld hoe veel goed Hij doet aan die op u betrouwen. Amen.
VOOR DEN MAANDAG.
Gehed om de fjtnade der volharding.
ö Koningin des hemels! na langen tijd een ellendige slaaf des duivels geweest te zijn, kom ik mij nu voor altijd aan uwen dienst toewijden; ja ik verbind mij van daag om u mijn gansche leven te eeren, en u altijd te dienen: neem mij dan genadig aan, en verstoot mij niet gelijk ik het verdien. O mijne Moeder! in u heb ik al mijne hoop gesteld, van u verwacht ik al mijn geluk. Ik loof en dank God, die mij, uit barmhartigheid alleen, dit betrouwen in u gegeven heeft; want ik houd hetzelve voor eone groote verzekering van mijn eeuwig geluk. Helaas! ellendig ben ik vroeger in de zonde gevallen, omdat ik u niet aangeroepen had. Maar nu hoop ik, dat God, door de verdiensten van Jesus Christus en door uwe gebeden, mij vergeven heeft. Doch ik kan op nieuw de goddelijke genade verliezen; het gevaar is nog altijd hetzelfde, want mijne vijanden waken altijd. Ach, hoe vele bekoringen blijven mij nog te overwinnen! O mijne allerzoetste Koningin! sta mij bij, en duld niet dat ik op nieuw een dienaar der zonde worde;
160 GEBEDEN
besclierm mij altijd. Ik weet dat, zoo ik mij maar aan u aanbeveel, gij mij zult bijstaan, en dat ik met uwen bijstand alles zal overwinnen. Maar dit is juist wat ik vrees: ja, ik vrees dat ik het vergeten zal, u te midden der bekoringen aan te roepen, en dat ik alzoo voor eeuwig zal verloren gaan. Ach neen, Maria! laat dit niet toe, bid ik u; verwerf mij de genade, dat ik u â in al mijne bekoringen moge aanroepen; maak dat ik altijd in de aanvallen der hel tot u mijne toevlucht neem en uitroepe; help mij, Maria, liefste Moeder! laat niet toe dat ik God op nieuw door de zonde verlieze !
VOOR DEN DINSDAG.
Gebed om eeuen gelukzaligen dood.
ó Maria! hoe zal mijn dood zijn? Angst en vrees overvallen mij; ja, ik sidder en beef, als ik aan mijne zonden en tegelijk aan dat schrikkeljjk oogenblik denk, waarvan mijne eeuwige zaligheid of mijne eeuwige verdoemenis afhangt; als ik op het laatste uur mijns levens denk, waarna het oordeel volgt. O mijne allerliefste Moeder Maria! ik stel al mijne hoop iu het bloed van Jesus Christus en in uwe voorspraak. O Troosteres der bedrukten! verlaat mij niet,, troost mij in dien grooten nood, in welken ik mij alsdan zal bevinden. O Maria, indien nu de knagingen van mijn geweten over mijne zonden, de onzekerheid of God mij vergeven heeft, het gevaar van weder in de zonden te vallen, en de strengheid der goddelijke rechtvaardigheid, mij reeds zoo schrikkelijk pijnigen, wat zal ik dan in mijn doodsuur niet uit te staan hebben! Ach, ik ben verloren, indien gij mij alsdan niet bijstaat! O mijne allerliefste Koningin! bekom mij, eer dit schromelijk uur
TOT DE ALLEKH. MAAGD MARIA. 161
daar is eene groote droefheid over mijne zonden, eene oprechte bekeering en de volharding in den dienst Gods; en dan, als het laatste oogenblilr mijns levens daar is, zoo help mij, o Maria, mijne hoop, in de groote benauwdheid in welke ik alsdan zal liggen ; versterk mij, opdat ik bij het aanzien mijner zonden, die de duivel mij alsdan zal voor oogen stellen, niet in wanhoop valle; bekom mij de genade, dat ik u dan zonder ophouden aanroepe, opdat, als ik den geest geef, ik uwen naam en den naam uws Zoons nog op de lippen hebbe. Ook bid ik u, geliefde Koningin, (vergeef mij mijne stoutheid) van zelve, eer ik sterf, mtj met uwe zichtbare tegenwoordigheid te troosten; want gij hebt toch deze genade aan zoo velen uwer dienaars bewezen, en daarom verlang en hoop ik dezelve ook. Het is waar, ik ben een zondaar, ik verdien zoo groote genade niet; maar ik ben ook uw dienaar, die u bemint en die al zijn betrouwen in u stelt. O Maria! mijne oogen zullen u in mijn doodsuur zoeken; laat mij in dat akelig oogenblik niet troosteloos te vergeefs naar u omzien. Maar indien ik zoo groote genade niet verdien, sta mij toch ten minste van uit den hemel bij, opdat ik, van liefde tot God en tot u ontvlamd, dit leven verlate, om u voor de altijddurende eeuwigheid in den hemel te gaan beminnen.
VOOE DEN WOENSDAG.
Gebed om van de hel bevrijd te Korden.
Ik dank u, o allerminnelijkste Koningin mijns harten, dat gij mij zoo dikwerf van de hel bewaard hebt, die ik om mijne menigvuldige zonden maar al te dikwijls verdiend heb. Ja, daar was een tijd, wanneer ik, ellendige, reeds tot deze schromelijke
GEBEDEN
163
gevangenis veroordeeld was; en dit vonnis zou misschien, na de eerste doodzonde die ik begaan heb, ten uitvoer gebracht zijn geweest, indien gij mij niet uit medelijden geholpen hadt. Uit enkele goedheid, zonder dat ik u daarom gebeden heb, hebt gij de goddelijke rechtvaardigheid als teruggehouden : maar daarmede waart gij niet tevreden ; neen, gij hebt nog de versteendheid van mijn hart overwonnen, en mij bewogen om mijn betrouwen op u te stellen. Ach! hoe groote zonden zou ik niet bedreven hebben, in zoo vele gevaren waarin ik mij bevonden heb, indien gij, o aller-liefwaardigste Moeder, mij niet door uwe genade, welke gij mij van God verkregen hebt, bewaard hadt. O mijne Koningin ! bevrijd mij ook voortaan van de hel. Waartoe zouden mij ook uwe barmhartigheid en liefdebewijzen dienen, indien ik voor eeuwig verloren ging ? Is er ook een tijd geweest dat ik u niet beminde, zoo bemin ik u toch nu, naast God, boven alles. O laat niet toe, dat ik u en mijnen God, aan wien, door uwe voorspraak, ik zoo groote barmhartigheid te danken heb, ooit verlate. O allerminnelijkste Koningin! gedoog niet dat ik u gedurende de gansche eeuwigheid in de hel zoude haten en vervloeken. Kunt gij wel toelaten dat een uwer dienaars, die u oprecht bemint, verloren gaat? O Maria! wat antwoordt gij hierop ? Ik ga zeker tot mijn eeuwig verderf, indien ik u verlaat. Maar wie zou het wagen u te verlaten? Hoe zou het ook mogelijk zijn de liefde te vergeten, welke gij voor mij gehad hebt? O mijne Koningin! gij hebt reeds zoo veel voor mijne zaligheid gedaan; voltrek uw werk en blijf mij bijstaan.... Wilt gij mij ook helpen ? Ach, wat zeg ik! Indien gij mij nu reeds zoo veel goeds bewezen hebt, in den tijd dat
TOT DE ALLERH. MAAGD MARIA. 163
ik aan u niet dacht, hoeveel te meer moet ik dan hopen, nu dat ik u bemin en mij u aanbeveel. Neen, waarlijk; die zich aan u beveelt, gaat niet verloren; hij alleen gaat verloren, die u niet aanroept, die niet bij u hulp zoekt. O mijne Moeder! lever mij toch niet aan mij zeiven over, want alsdan zou ik mij in het verderf storten; integendeel, maak dat ik altijd tot u mijne toevlucht neme. Maak mij zalig, o mijne hoop! bewaar mij voor de hel; maar vooreerst van de zonde: want deze alleen kan mij tot de hel verdoemen.
VOOR DEN DONDERDAG.
ÃL-bed om in den hemel te komen, o Hemelsche Koningin, dio boven alle kooren der Engelen het naaste bij God zijt: ik, arme zondaar, groet u uit dit tranendal, en bid u, uwe medelijdende oogen tot mij te wenden; want waar gij uwe oogen slaat, daar verbreidt gij genade. Zie, o heilige Maagd Maria, in hoe vele en groote gevaren ik mij nu bevinde, aan welke ik gedurig blootgesteld ben zoo lang als ik op de aarde leef, van mijne ziel, den hemel en mijnen God te verliezen. Maar in u, o mijne allerliefste Maria! heb ik al mijne hoop gesteld. Ik bemin u, en ik zucht naar het gelukkig oogenblik u in den hemel te zien en te loven. O mijne Moeder, wanneer zal die gelukkige dag verschijnen, dat ik aan uwe voeten zal vallen, en u, de Moeder van mijnen God en mijne Moeder, die zich zoo vele moeite gegeven heeft om mij van het eeuwig verderf te bewaren, zal aanschouwen ? Wanneer zal ik de hand kussen die mij zoo dikwijls van de hel bevrijd heeft, ja die mij, zelfs toen ik door mijne schuld verdiende van een ieder verlaten en gehaat te zijn, met zoo vele genaden verrijkte? Mijne geliefde Konin-
164 GEBEDEN
gin! hier op aarde ben ik tegen u ondankbaar geweest, maar als ik in den hemel zal komen, dan zal ik u niet meer ondankbaar zijn, dan zal ik u de altijddurende eeuwigheid door, zoo zeer beminnen als het in mijne macht is; ja, dan zal ik mijne ondankbaarheid herstellen, met u zonder ophouden te prijzen en te danken. O allerliefste Moeder ! ik dank God ! dat Gij mij een zoo groot betrouwen in het bloed van Jesus Christus en in u gegeven hebt. Gij moet mij zalig maken, gij moet mij van mijne zonden bevrijden ; gij moet mij door uwe voorspraak licht en kracht verkrijgen om Gods wil te vervullen; gij moet mij in den hemel leiden. Dit alles hebben uwe getrouwe dienaars van u gehoopt, en niet één is bedrogen geweest. Neen, ik zal mij ook niet bedriegen, o Maria! het zal dan alzoo zijn, gij zult mij zalig maken. Bid uwen Zoon Jesus, gelijk ik hem nu ook bid, dat Hij om zijn bitter lijden dit heilig betrouwen altijd in mij beware en vergroote, want alsdan word ik zonder twijfel zalig.
VOOR DEN VRIJDAG.
Gehed om de liefde tol Jesus en Maria te hamp;komen.
Ik weet, o Maria, dat gij het edelste, verhe-venste, reinste, schoonste, milddadigste en heiligste , met één woord, het allerliefwaardigste onder allo schepselen zijt. O, dat toch allen u kenden en beminden, mijne Koningin, gelijk gij het verdient! Intusschen troost het mij, dat er in den hemel en op aarde zoo vele gelukkige zielen zijn, die uwe goedheid en schoonheid beminnen; mf.ar het verheugt mij bijzonder, dat God u meer dan alle menschen, ja zelfs meer dan alle engelen te zamen bemint. O mijne allerminne-lijkste Moeder! ik arme zondaar bemin u ook;
TOT 1)E ALLERH. MAAGD MARIA. 165 maar mijne liefde is nog zoo zwak, ik wensch u meer en teederder te beminnen. Ocli! bekom mij toch deze genade; want de liefde tot u is een teeken, dat men uitverkorei is, om eeuwig te leven : zij is eene genade, die God alleen geeft aan hen, die Hij wil zalig maken.
Ik erken ook, o geliefde Moeder, hoe Teel dankbaarheid ik uwen goddelijken Zoon schuldig ben; ik erken dat Hij van ons oneindig verdient bemind te worden. Daarom moet gij dan ook, gij die niets zoo zeer verlangt als Hem van allen bemind te zien, mij de genade bekomen van Jesus vurig te beminnen. God geeft u alles wat gij verlangt; bekom mij dan ook de genade mijnen wil zoo nauw met dien van God te vereenigen , dat niets in staat zij mij van Hom te verwijderen. Ik zoek noch de goederen dezer wereld, noch hare eer, noch hare rijkdommen; alles wat ik verlang, is hetgene gij het vurigste verlangt mij te geven, te weten ; de liefde tot God. Zou het mogelijk zijn dat gij dit verlangen, hetwelk u zoo zeer behaagt, niet zoudet willen vervullen? Neen, gij helpt mij reeds nu; gij bidt reeds nu voor mij; bid, bid voor mij en houd niet op met bidden, tot dat gij mij in den hemel ziet, buiten gevaar van mijnen God nog te kunnen verliezen, en verzekerd van Hem met u, o allerteederste Moeder, vereenigd, de gansche eeuwigheid te kunnen beminnen.
VOOR DEN ZATERDAG.
Gebed om voorspraak van Maria.
ö Allerheiligste Moeder Maria! ik weet hoe veel genade gij mij reeds verkregen hebt, en ik zie tevens ook hoe ondankbaar ik mij tegen u gedragen heb; maar ofschoon ik, ondankbare, geene
GEBEDEN
166
weldaden meer verdien, zoo wil ik toch het betrouwen op uwe barmhartigheid, die veel grooter is dan mijne ondankbaarheid, niet verliezen. Heb medelijden met mij, machtige Voorspreekster ! Gij deelt alle genaden uit, die God aan ons ellendigen bewijst; God heeft u zoo machtig, zoo rijk, zoo milddadig gemaakt, opdat gij ons in onze ellenden te hulp zoudet komen. O Moeder der barmhartigheid ! help mij in mijnen nood. Gij neemt de el-lendigsten en veriatenen, die zich tot u wenden, onder uwe bescherming; verdedig dan ook mij , die nu tot u roep. Zeg mij niet dat het moeielijk is mijne zaligheid te bewerken, want de grootste hindernissen zijn licht overwonnen , indien gij ons verdedigt. In uwe handen stel ik dan mijne zaligheid; ik vertrouw u mijne ziel toe; zij is dicht bij haar verderf; gij moet haar door uwe voorspraak redden. Ik wil onder het getal uwer ijverigste dienaars zijn, verstoot mij niet; gij zoekt de ellendigen op om hen te helpen; ach ! wil dan ook mij, arme zondaar die tot u mijne toevlucht neem, niet verlaten. Zeg voor mij een woord aan uwen Zoon, die u toch alles geeft, waar gij hem om bidt. Neem mij onder uwe bescherming, en ik ben tevreden; ja zoo gij mij bijstaat, vrees ik niets. Ik vrees dan mijne zonden niet, omdat ik wel weet dat gij het kwaad, hetwelk zij mij toegebracht hebben, zult herstellen; ik vrees dan ook den duivel niet, want gij zijt machtiger dan de gansche hel; ik heb dan eindelijk ook niets te vreezen van mijnen rechter Jesus, want een van uwe gebeden stilt zijne gramschap. Ik vrees alleen dat ik, door eigene nalatigheid, vergeten zal mij aan u te bevelen, en dat ik alzoo zal verloren gaan. O mijne Moeder 1 verkrijg mij de vergiffenis van al mijne zonden, de liefde tot Jesus Christus, de heilige
TOT DE ALLERH. MAAGD MARIA. Ifi7
volharding, eenen zaligen dood, en eindelijk den hemel; maar bijzonder verkrijg mij genade, mij altijd aan u te bevelen. Het is waar, dit alles is te groote genade voor mij, die ze niet verdien : maar zij zijn niet te groot voor u, die van God zoo zeer bemind zijt, dat Hij u alles geeft wat gij wilt; het is genoeg, dat gij Hem één woord zegt, om alles te bekomen. Bid dan Jesus voor mij; zeg Hem, dat gij mij wilt bijstaan, en Hij zal zeker medelijden met mij hebben. Mijne Moeder ! op u betrouw ik, en in deze hoop wil ik leven en sterven. Amen. Leve Jesus, onze liefde !
leve Maria, onze hoop!
----
Aandachtige cn liefdevolle oefeningen tot de zeven smarten van Maria.
Paus Benedictus XIII heeft 200 dagen aflaat voor ieder Onze Vader en Wees gee roet verleend, aan die dezelve vrijdags en in den vastentijd bidden, en 100 da?en aflaat voor de andere dagen. Die dezelve zeven jaren lang bidt, verdient eenen volkomen aflaat, welke men aan eene ziel in het vagevuur kan toevoegen.
Eerste smart.
Ik heb medelijden met u, mijne teedere Moeder Maria? als ik denk aan het zwaard van smarten dat uw hart doorboorde, toen de heilige Simeon u al de mishandelingen voor oogen stelde, die uw Jesus van de menschen moest lijden, en die u alle door de heilige Schriftuur bekend waren. Ja , gij wist zelfs dat Hij voor uwe oogen op het kruis, na al zijn bloed vergoten te hebben, den geest zou geven, verlaten van allen, zonder dat gij
168 OEFENINGEN TOT DE ZEVEN
hem zoudt kunnen helpen of verdedigen. Ik bid u, mijne Koningin, om deze bittere herinnering, die zoo lange jaren uw hart bedroefde; verkrijg mij de genade dat ik het lijden van Christus, en uwe smarten, in het lijden en bij mijn sterven, altijd in mijn hart drage.
1 Ome Vader, 1 Wees qeqroet, 1 Glorie zij den Vader.
Tweede smart.
Ik heb medelijden met u, mijne beminde Moeder Maria ! als ik denk aan het tweede zwaard van smarte dat uw hart doorboorde, toen gij zaagt, hoe uw onschuldige, eerstgeboren Zoon, van dezelfde menschen om welker zaligheid Hij in de wereld gekomen was, vervolgd werd. Gij moest toen in het midden van den nacht, stil naar Egypte vluchten. Om de verdiensten van al het lijden dat gij, o teedere Maagd, met uw verdreven Kind, op deze lange en moeielijke reis door wilde en ruwe landen, en bij uw verblijf in Egypte, hebt moeten onderstaan, waar gij, onbekend en vreemd, vele jaren arm en veracht leef-det, bid ik u, mijne lieve Koningin : verkrijg mij de genade om geduldig en met u vereenigd, tot mijnen dood toe, alle lijden van dit ellendig leven te verdragen, ten einde eens van de pijnen der hel, die ik verdiend heb, bevrijd te zijn.
1 Onze Vader, 1 JVees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Derde smart.
Ik heb medelijden met u, mijne lieve Moeder
SM ARTS N VAN MARIA. 169
Maria, om het derde zwaard van amart dat u door-hoorde, als gij uwen lieven Zoon Jesus verloren hadt, toen Hij drie dagen lang van u verwijderd in Jeruzalem bleef. O mijne lieve Koningin! alsdan het voorwerp uwer liefde niet meer bij u ziende, en niet wetende waarom Hij U verlaten had, vondt gij zeker dag en nacht geene rust meer. Zonder twijfel hebt gij toen zonder ophouden naar Dengenen gezocht, die uw grootste goed was. Ik bid u, om deze zuchten, welke gij gedurende de drie bittere en voor u al te lange dagen tot God zondt, verkrijg mij de genade van nooit meer mijnen God te verliezen; opdat ik altijd hier op aarde met Hem vereenigd leve, en in zijne genade deze wereld verlate.
1 Ome Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Vierde smart.
Ik heb medelijden met u, mijn geliefde Moeder Maria, om het vierde zwaard van smart, dat uw moederhart doorboorde, als gij uwen Jesus tot den dood veroordeeld, met koorden en ketens gebonden, met bloed en wonden bedekt, met doornen gekroond op den weg zaagt vallen onder het zware kruis, dat Hij op zijne verwonde schouderen droeg, gaande gelijk een onschuldig lam, uit liefde voor ons tot den dood. Toen aan-schouwdet gij elkander, en uwe oogslagen werden evenzoo smartelijke pijnen, met welke uwe van liefde tot elkander ontvlamde harten verwond werden. Door deze groote smarten bid ik k, om mij de genade te verkrijgen, dat ik altijd overgegeven in den wil van mijnen God leve, en vol
170 OEFENINGEN TOT DE ZEVEN
vreugde, met Jesus vereenigd, mijn kruis tot mijnen laatsten adem toe drage.
1 Onze Vader, 1 Wees (jtgroet, 1 Glorie zij den Vader.
Vijfde smart.
Ik heb medelijden met u, mijne geliefde Moeder Maria, om het vijfde zwaard van smart dat u doorboorde, wanneer gij op den Calvarieberg uwen geliefden Zoon Jesus onder zoo schromelijke smarten, van de mensohen bespot, langzaam op het harde en ruwe kruis, \oor uwe oogen zaagt sterven, zonder Hem ook de kleinste verzachting te kunnen geven, die men zelfs aan de grootste kwaaddoeners in het doodsuur niet weigeren zoude. Om den doodsangst welke gij, liefste Moeder, aldaar met uwen stervenden Zoon uitstondt, om de droefheid die gij gevoeldet, toen Jesus voor de laatste maal van het kruis tot u sprak, toen hij afscheid van u nam, en ons allen met den H. Joannes als uwe kinderen aan u overgaf; en om de schrikkelijke smart die gij leedt, toen Htj zijn hoofd boog en gij Hem zaagt den geest geven, bid ik u, verkrijg mij van uwen gekruisten lieven Jesus de genade, dat ik ook dood zij aan alle dingen dezer wereld, en dat ik geheel mijn leven alleen voor God leve, en alzoo eens daartoe kome, dat ik Hem van aanschijn tot aanschijn in den hemel moge aanschouwen.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Zesde smart.
Ik heb medelijden met u, mijne geliefde Moeder Maria, om het zesde zwaard van smart, dat u
SMARTEN VAN MARIA. 171
doorboorde, als men dat liefdevol hart van uwen dooden Zoon doorstak, hetwelk reeds voor deze ondankbaren, die zelfs na zijnen dood niet moede waren Hem te mishandelen, gestorven was. Om deze onuitsprekelijk groote smart, bid ik u, verkrijg mij de genade, dat ik altijd in het voor mij doorboord en geopend hart van Jesus moge wonen, in dat hart, hetwelk de liefdekamer is, waar alle zielen, die God beminnen, hare rust vinden; opdat ik aldaar, zoo lang ik leef, aan niets anders denke en niets anders beminne dan God alleen. O allerheiligste Maagd Maria ! gij kunt dit doen, van u hoop ik het.
1 Ome Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie, zij den Vader.
Zevende smart.
Ik heb medelijden met u, mijne geliefde Moeder Maria, om het zevende zwaard van smart dat u doorboorde, als gij uwen dooden Zoon in uwe armen hield. Hij is niet meer lief en schoon, gelijk eertijds, toen gij Hem in de stal te Betu-lehem in uwe armen hield; neen, Hij is vol bloed, zijn heilig lichaam is gansch verscheurd door de geeselslagen, en zijne beenderen zijn zelfs door de wonden ontbloot. O mijn allerliefste Zoon ! zoo zeidet gij toen, mijn allerliefste Zoon ! waartoe heeft uwe liefde u gebracht! En als men Hem in het graf droeg, wildet gij Hem vergezellen en Hem met uwe eigene handen in het graf nederleggen, om, na voor de laatste maal van Hem afscheid genomen te hebben, uw liefdevolle hart daar te laten. Om al dat schromelijk lijden dat uwe heilige ziel gevoeld heeft, verkrijg mij, o Moeder der schoone liefde, de
172 KORTE UITLEGGING
vergiffenis van alle beleedigingen die ik mijnen, mij zoo vurig beminnenden God, aangedaan heb, en die mij uit geheel mijn hart berouwen. Sta mij bij, o Maria, in alle bekoringen; sta mij bij in mijn doodsuur, opdat ik zalig worde door de verdiensten van Jesus, en door de uwe, en eens met uwen bijstand, na deze ellendige ballingschap op aarde, den lof van Jesus en den uwen voor eeuwig in den hemel moge zingen.
1 Onze Vader, 1 We ei gegroet, 1 Glorie zij dm Vader.
Bid voor ons, allerbedruktste Moeder Maria! opdat wij deelachtig worden der beloften van Christus.
Gebed.
O God, in wiens lijden , volgens de voorzegging van Simeon, een zwaard van smarten de allerzoetste ziel der glorierijke Maagd en Moeder Maria doordrong : geef genadig, dat wij, die met vereering aan hare smarten denken, aan de gelukkige uitwerksels van uw lijden deelachtig worden : Gij die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
KOETE UITLEGGING
DER VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN ROZENKRANS.
f In het lste blijde geheim van den Rozenkrans âdien gij, o Maagd, ontvangen heht!quot; overweegt men, hoe de aartsengel Gabriël aan de allerheiligste Maagd verkondigde, dat zij onzen
VAN DEN ROZENKRANS. 173
Heer Jesus Christus ontvangen en baren zoude.
Overdenk, o beminde ziel, de liefde van onzen God, die ons zou hebben kunnen zalig maken , met ons eenen engel te zenden om ons te verlossen; maar die daarmede niet tevreden zijnde. Zelf heeft willen komen, om voor ons eeuwig geluk te sterven.
Doch waar vindt men de liefde en dankbaarheid, die de menschen aan eenen zoo liefwaardigen God schuldig zijn ? â Laat ons Maria gedurende dit deel van den Rozenkrans bidden, dat zij ons de liefde Gods verkrijge. O heilige Moeder Gods! gij waart altijd van liefde tot mijnen Zaligmaker ontvlamd, die, om ons van de hel te bevrijden, uw Zoon heeft willen worden; verkrijg mij van Jesus Christus de genade, om Hem uit al mijne krachten te beminnen.
f In liet 2de blijde geheim : dien gij, Misdbelh bezoekende, gedragen hebt, overweegt men, hoe de allerheiligste Maagd Maria, na vernomen te hebben dat hare nicht Elisabeth zwanger was, aanstonds tot haar reisde en drie maanden bij haar bleef.
Overdenk dat de bezoeking van Maria dit gan-sche huis gelukkig maakte.
Zalig is hij, die van Maria bezocht wordt. â
Laat ons Maria bidden, dat zij dikwijls ons hart bezoeke, en dat zij ons heilig make.
f Ia het 3de blijde geheim: dien gij, o Maagd, gebaard hebt, overweegt men, hoe de allerheiligste Maagd, de tijd der geboorte van Jesus daar zijnde, onzen Zaligmaker te Bethlehem, in eene krib tusschen twee dieren, ter wereld bracht. â
Overdenk hoe Maria, den tijd der baring nabij zijnde, zich te Bethlehem bevond, waar men haar nergens wilde ontvangen; zoodat zij gedwongen
12
174 KORTE UITLEGGING
was in eenen stal tusschen de dieren eene plaats
te zoeken om den Zoon Gods te baren.
Jesus wilde op de aarde als een klein kind in eene krib liggen, om de zondaars meer betrouwen in te boezemen; wij kunnen derhalve geen mistrouwen in God hebben.
Bidden wij dan Maria, dat zij ons een groot vertrouwen op God verkrijge.
f In liet 4de blijde geheim : dien gij in den tempel geofferd held, overweegt men, hoe de allerheiligste Maagd, 40 dagen na de geboorte van Christus, de tijd der reiniging voorbij zijnde, haren heiligen Zoon in den tempel opofferde, en Hem op de armen van den grijsaard Simeon legde. â
Maria had niet noodig zich te reinigen, dewijl zij altijd zonder vlek geweest was; maar om aan de wet te gehoorzamen en uit ootmoedigheid, wilde zij voor de oogen der wereld onrein gelijk de andere vrouwen verschijnen.
Zou het mogelijk zijn, nadat Maria, die zoo heilig zijnde, zich niet geschaamd heeft voor onrein aangezien te worden, dat ik mij schaam al mijne zonden te biechten ? Laat ons de allerheiligste Maagd bidden, dat zij ons helpe alle valsche schaamte in de heilige biecht te overwinnen.
f In het 5de blijde geheim : dien gij in den tempel wedergevonden helt, overweegt men, hoe Maria, na haren goddelijken Zoon verloren en drie dagen gezocht te hebben. Hem eindelijk den derden dag in den tempel vond, zittende als eeu leeraar onder de schriftgeleerden, en nog geen twaalf jaren oud zijnde. â
Overdenk hoe de allerheiligste Maagd, met den heiligen Josef, na met hunnen kleinen Jesus den tempelbezocht te hebben. Hem op hunne terugtocht verloren; bedroefd en zuchtende zochten
VAN DEN KOZENKRAUS. 175
zij Hem drie dagen lang, en vonden Hem eindelijk in den tempel.
Maria had niet de genade van Jesus Christus, maar alleen zijne persoonlijke tegenwoordigheid verloren; en evenwel heeft zij Hem met zoo vele tranen gezocht. Hoeveel te meer moest degene, die zijne genade verloren heeft, Jesus al weenende zoeken! i)ie Hem op zulke wijze zoekt, vindt Hem zonder twijfel weder.
Bidden wij Maria, dat zij ons eene ware droefheid over onze zonden verkrijge.
f In het lste droevig geheim : die voor ons hloed gezweet heeft, overweegt men, hoe Jesus, in den hof biddende, bloed zweette. â
Overdenk hoe onze Zaligmaker, zoo haast Hij in den hof aangekomen was, van zulke droefheid bevangen werd, dat Hij zelf zeide, dat zij groot genoeg was om Hem te dooden : â Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe.quot; Vragen wij ons, wie Jesus in den hof zoo zeer bedroefd heeft, wie de oorzaak geweest is, dat Hij bloed gezweet heeft? Het aanzien van onze zonden heeft Hem dezen doodsangst veroorzaakt. Laat ons onze droefheid met die van Jesus vereenigen.
Laat ons Maria bidden, dat zij ons eene ware droefheid verkrijge.
f In het 2dc droevig geheim : die voor ons ge-geeseld is , overweegt men de schrikkelijke geese-ling van Jesus Christus in het huis van Pilatus, in welke Hij, volgens de openbaring van de heilige Brigitta, 6666 geeselslagen ontving.
Overdenk dat deze geeseling zoo gruwelijk was , dat zijn heilig lichaam, volgens de voorzegging van Isaïas, aan het lichaam van eenen melaatsche geleek, dat is : dat Hij van het hoofd tot de voeten met wonden bedekt was. De godgeleerden zeggen :
176 KORTE UITLEGGING
dat Christus deze scliromelijke smart vooral daarom heeft willen lijden, om voor onze zonden van onkuischheid te voldoen. Hebt gij het verstaan, gij zondaar? Uwe onkuischheid heeft Jesus Christus gegeeseld! ach, geesel Jesus dan toch niet meer.
Laat ons Maria bidden, dat zij ons bevrijde van deze boosheid, die de hel vervult.
f In het 3de droevig geheim : die voor ons met doornen gekroond is, overweegt men de doornen-krooning van Jesus Christus, die uit spot als een koning behandeld werd.
Overdenk hoe de gruwelijke beulen, na Jesus gegeeseld te hebben, Hem op eenen steen deden zitten, boe zij Hem aldaar een riet in plaats van eenen schepter in de hand gaven. Hem een oud kleed, in plaats van eenen koninklijken mantel op de schouderen wierpen, Hem een krans van doornen, in plaats van eene kroon op het hoofd stelden, en hoe zij met stokken op de doornen sloegen, waardoor deze in het hoofd drongen. Daarop bespotteden zij Hem en riepen Hem toe : weesgegroet. Gij koning der Joden! en sloegen Hem in zijn goddelijk aangezicht.
Evenzoo doen de zondaars, die terstond na gebiecht te hebben, de kerk verlaten en door hunne zonden Jesus op nieuw beleedigen : zij slaan Hem , gelijk de Joden, in zijn schoon heilig aangezicht.
Laat ons Maria bidden, dat zij ons verkrijge van eerder te sterven, dan Jesus op nieuw te beleedigen.
f In het 4de droevig geheim : die voor ons het kruis gedragen heeft, overweegt men, hoe, nadat Pilatus Jesus veroordeeld had, men, om zijne schande en smart te vergrooten, Hem het kruis op zijne schouderen wierp. â
Overdenk hoe Jesus vol liefde dit kruis omhelst,
VAN DEK ROZENKRANS 177
om voor onze zonden te voldoen. â Het is redelijk, dat wij ook, om God voor zoo vele belee-digingen, die wij Hem aangedaan hebben, te voldoen, alle kruisen en lijden die Hij ons overzendt, gewillig aannemen.
Laat ons Maria bidden, dat zij ons overgeving en geduld in al ons lijden verkrijge.
f In bet 5de droevig geheim ; die voor ons gekruist is, overweegt men, hoe men Jesus, op den Calvarieberg aangekomen zijnde, de kleederen van zijn lichaam aftrok, en Hem op het kruis nagelde, waaraan Hij in tegenwoordigheid van zijne bedrukte Moeder stierf. â
Overdenk welken bitteren dood onze Zaligmaker heeft willen lijden, om onze liefde te winnen. Laat ons dikwijls onze oogen op een krucifix slaan en tot onzen Zaligmaker roepen : ik bemin u, o mijn Jesus , die uit liefde tot mij hebt willen gedood worden!
Laat ons Maria bidden, dat zij ons de genade verkrijge van dikwijls aan de liefde te denken, die Jesus Christus ons op het kruis bewezen heeft.
f In het lste glorierijk geheim : die van den dood opgestaan is, overweegt men, hoe Jesus den derden dag na zijnen dood, zegepralend en heerlijk opgestaan is, om niet meer te sterven. â
Laat ons overdenken de heerlijkheid van onzen Zaligmaker in zijne verrijzenis, na door zijnen dood den duivel overwonnen, en de menschen uit zijne slavernij verlost te hebben. Welke dwaasheid begaat niet de zondaar die, nadat Jesus hem uit de macht des duivels bevrijd heeft, om een ellendig genoegen of om eenige aardsche goederen, zich op nieuw als slaaf aan den Satan geven wil!
Laat ons Maria bidden, dat zij ons nauw door de liefde van Jesus vereenige, dat wij nooit meer van den duivel overwonnen worden.
178 KOKTF, UITLEGGING
f In het 2de glorierijk geheim : die ten hemel opgevaren is, â overweegt men hoe Jesus, 40 dagen na zijn verrijzenis, in de tegenwoordigheid van zijne heilige Moeder en van zijne Leerlingen, zegepralend en verheerlijkt ten hemel opklom. â Overdenk, hoe de hemel tot dan toe gesloten was, en hoe onze Zaligmaker hem voor allen, die Hem beminnen , geopend heeft.
Welk een ellende is het niet, als men bedenkt dat onze Zaligmaker zoo veel heeft willen lijden om ons den hemel te verwerven, en dat er evenwel zoo vele dwaze zondaars zijn, die den hemel verzaken en zich zeiven om een ellendig vermaak, om een niet, tot de hel verdoemen. Laat ons Maria bidden, dat zij ons bij God verlichting bekome, opdat wij erkennen hoe ijdel de goederen dezer wereld zijn, en hoe groot de vreugde des hemels is, welke God in den hemel bereid, voor die Hem op de aarde beminnen.
f In het 3de glorierijk geheim : die den heiligen Geest gezonden heeft, overweegt men hoe Jesus Christus, die aan de rechterhand des hemelschen Vaders zit, den heiligen Geest zond over de Apostelen, die met Maria in eene eetkamer te Jeruzalem vergaderd waren. Overdenk hoe de Apostelen, eer zij den heiligen Geest ontvangen hadden, zwak en koud in de liefde Gods waren, ja zoodanig dat, gedurende het lijden van Christus, de een H em verraadde, de een Hem verloochende, en allen Hem verlieten ; maar hoe zij, na den heiligen Geest ontvangen te hebben, van eene zoo vurige liefde tot Jesus ontvlamd waren, dat zij vol vreugde hun leven voor Jesus opofferden.
De H. Augustinus zegt : âwie bemint, vindt geene moeielijkheid; wie God bemint, die verheugt zich indien hij te lijden heeft.quot;
VAN DEN ROZENKRANS. 179
Laat ons Maria bidden, dat zij ons van den heiligen Geest de gaaf der liefde Gods bekome, en alsdan zal alle lijden dezer wereld ons zoet voorkomen.
f In het 4de glorierijk geheim ; dat u in dm hemel opgenomen heeft, overweegt men hoe Maria , 12 jaren na de verrijzenis van Jesus Christus , de wereld verliet, en van de Engelen in den hemel gedragen werd.
Daar Maria heilig geleefd had, zoo was ook haren dood zoet en vol troost. Onze dood zal niet zoo zoet zijn als de dood van Maria, omdat onze zonden ons in dat oogenblik verschrikken zullen. Die nochtans zijn ongeregeld leven verlaat, en zich in. den dienst van Maria begeeft, die kan hopen dat zijne goede Moeder Maria aan hem denken en hem bijstaan zal, opdat hij getroost sterve, hetgeen zoo vele dienaars van Maria ondervonden hebben.
Ik stel mij onder uwe bescherming, o Maria ! ik neem vast voor mij te beteren; ik bid u mij in mijn doodsuur bij te staan.
f In het 5de glorierijk geheim : die u in den hemel gekroond heeft, overweegt men hoe Maria van haren goddelijken Zoon gekroond werd, en welke heerlijkheid de Heiligen in den hemel genieten. â Toen Maria in den hemel van God gekroond werd, bestemde Hij haar te gelijk tot onze voorspreekster; daarom zegt de H. Amadeus : w zij bidt zonder ophouden voor ons.quot;
Het is wel waar, dat Maria voor allen bidt; maar het is ook zeker, dat zij op eene gansch bijzondere wijze voor diegenen bidt, welke haar vurig om hare voorspraak aanroepen.
Laat ons Maria met de heilige Kerk bidden : n heilige Maria, Moeder Gods I bid voor ons ; quot; en met den H. Philippus Nerius : â Maria, Moeder van God ! bid J esus voor ons.quot;
INLEIDING TOT HET INWENDIG GEBED OF MEDITATIE.
Het inwendig gebed of medilatie is bijna noodzakelijk om zalig te worden, omdat men de eeuwige waarheden en de geheimen van onzen heiligen godsdienst alleenlijk met de oogen des verstands, wanneer men dezelve dikwijls en ernstig overweegt, leert kennen. Diegene die dit verzuimt , zegt de heilige Augustinus, wandelt met geslotene oogen, en kan volstrekt niet weten welken weg hij moet inslaan, en welk middel hij moet in het werk stellen, om tot zijne bestemming, dat is, in den hemel te komen.
Maar voornamelijk is het inwendig gebed tot de zaligheid noodzakelijk, omdat, wie niet mediteert, niet bidt, en wie niet bidt, gaat verloren. â Wie niet gedurig mediteert, bekomt geene duurzame deugden, omdat diegene alleen met volharding de deugd oefent, die in het gebed volhardt; daarom is het ook dat onze Zaligmaker zegt : n men moet altijd bidden en nooit ophouden.quot; â Wie niet mediteert, zal moeielijk langen tijd de doodzonde vermijden : want hij zal in de verstrooidheid leven, zijne gebreken niet erkennen, de gevaren in welke hij zich bevindt, klein achten, weinig bezorgd zijn om de middelen aan te wenden, ten einde dezelve te vermijden; en eindelijk, daar hij niet meer erkennen zal hoe noodzakelijk het gebed is, zoo zal hij dit gansch verlaten, en zelfs verloren gaan.
Omdat men de eeuwige waarheden niet overweegt , is de wereld vol van zonden en de hel vol van verdoemden : â de gansche aarde is onbebouwd en woest, omdat niemand overweegt.quot; Wie in-
INWENDIG GEBED OP MEDITATIE. 181 tegendeel dikwijls aan den dood, het oordeel en de eeuwigheid denkt, die zal of wel de zonde of wel het gebed verlaten, omdat de meditatie en de zonde zich niet met elkander verdragen : » denkt aan uwe uitersten, en in eeuwigheid zult gij niet zondigen.quot;
Als wij mediteeren, spreekt God met ons, en God redeneert veel beter dan alle predikanten. Door de meditatie zijn de Heiligen heilig geworden; want men leert in dezelve het hart van alle aardsche neigingen aftrekken en het tot God keeren . n wanneer ik overwoog, ontvlamde mijn hart in mij.quot;
Tot voorwerp onzer overdenking, moeten wjj, volgens de uitspraak der Heiligen, voornamelijk de eeuwige waarheden en de bijzonderste geheimen van onzen heiligen godsdienst kiezen. Wij moeten de zonden, den hemel en de hel, de menschwording van Jesus Christus, zijn heilig lijden, den machtigen bijstand van Maria en van den H. Josef dikwijls overwegen; omdat dit ons betrouwen vergroot en ons bekwaam maakt om de genade, die God ons door zijn lijden en door de voorspraak der Heil;gen wil laten toekomen, te ontvangen. (1)
Het best is, dat men in de kerk de overweging doet. Indien men nochtans daartoe geenen tijd of gelegenheid had, zoo kan men dezelve ook in zijne kamer doen, ja zelfs in het veld, of terwijl men met de handen werkt, hetwelk den geest niet belet zich tot God te verheffen. De morgenstond is de beste tijd om te overwegen; al wat men door den das: verricht, gelukt veel beter, als men 's morgens zijn gebed goed gedaan heeft. Indien het mogelijk is, zoo zal men ook, eer men slapen gaat, een half uur, gelijk 's morgens, aan de medi-
(1) Over al deze onderwerpen vindt gij meditatien in dit boek.
INLEIDING TOT HEX
tatio besteden; kan men dit nochtans niet, zoo is het genoeg voor de eerstbeginnenden als zij dagelijks een half uur raediteeren. Eer men de meditatie begint, knielt men godvruchtig neder (zoo men zonder de gezondheid te schaden, gedurende de meditatie knielen kan, moet men dit doen, anders kan men ook zitten of staan.) â Hierop volgt de voorbereiding tot de meditatie, waarbij men niet vergeten moet zich vooreerst in Gods tegenwoordigheid te stellen, hetgeen men met de volgende woorden doen kan : « mijn God ! ik geloof dat Gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet.quot; Daarna vernedert men zich voor God en men zegt: â o Heer! om mijne zonden verdiende ik reeds in de hel te branden; het is mij leed dat ik U beleedigd heb; vergeef mij om uwe barmhartigheid.quot; Ten laatste bidt men God, dat Hij ons verlichte : n o eeuwige Vader! om de liefde van Jesus en Maria, verlicht mij gedurende de meditatie, opdat ik er voordeel uit trekke.quot;
Eindelijk kan men nog een ,, wees gegroetquot; eu een âglorie zij den Vaderquot; ter eere van den H.Josef, onzen heiligen Engelbewaarder en onze Patronen bidden. Men moet deze acten en gebeden met groote opmerkzaamheid verrichten, maar zonder er zich lang mede op te houden.
Eer men de meditatie zelve begint leze men aandachtig een punt der meditatie. (1) Gevoelt men zich in het begin van de eene of andere waarheid getroffen, zoo moet men niet verder voort-lezen ; âmen moet doen, zegt de heilige Fran-ciscus van Sales, gelijk de bijen, die zoo lang op eene bloem blijven tot dat zij er al den honig uitgezogen hebben.quot; Men moet aanmerken dat,
(1) Men vindt deze punten in de hier navolgende meditatiën met getallen geteekend.
183
INWENDIG GEBED OF MEDITATIE. 183 alhoewel men gewoon is eene waarheid des se-loofs eerst met het verstand te overwegen. en alsdan nadenkt over de noodzakelijkheid en het voordeel van hetgene men overweegt, gelijk over de middelen en beletsels om er toe te komen, niettemin het wezenlijke der meditatie in het volgende gelegen is: vooreerst dat wij godvruchtige bewegingen in ons opwekken; dat is wij moeten ons inwendig verootmoecigen, God danken, ons geloot' en onze hoop verlevendigen, en voornamelijk acten van berouw en van liefde verwekken; wij moeten ons gansoh aan God opofferen, ons volkomen aan zijnen heiligen wil overgeven, en dikwijls de beweging hernieuwen, tot welke wij ons het meest getrokken voelen.
Ten tweede moeten wij God bidden. In de overweging toont ons God onze ellenden, en hoe zeer wij zijne genade noodig hebben, om onze kwade neigingen en al onze andere vijanden te overwinnen; daarom is het alsdan de bekwaamste tijd om te bidden. Onze zaligheid hangt van het gebed af. God geeft gewoonlijk zijne genade, en bijzonder de genade van volharding, aan hen die bidden : â bidt en gij zult ontvangen.quot; Wie derhalve niet bidt, zegt de H. Theresia, die ontvangt niets.
Ten derde moeten wij goede voornemens maken. Nadat wij door de meditatie erkend hebben, wat wij van onzen kant te doen hebben, om gelijkvormig met den heiligen wil van God te leven, en nadat wij God om zijnen bijstand gesmeekt hebben, moeten wij, opdat de meditatie niet zonder nut voor ons blijve, datgene in het werk stellen, dat wij gemeend hebben noodzakelijk te moeten doen. Wij moeten alsdan ook een vast voornemen maken, van het een of ander kwaad ernstig te vermijden,
184 INLEIDING TOT HET
van dit of dat goed werk te verrichten, zoo haast er zich de gelegenheid toe aanbiedt. Gedurende den dag moeten wij de voornemens, die wij gemaakt hebben, menigmaal in het geheugen terug roepen; opdat, als de gelegenheid zich aanbiedt, wij dezelven indachtig zijn.
Hierna volgt de sluiting der meditatie. Wij danken alzoo eerst God voor de verlichtingen die wij in de meditatie ontvangen hebben. Wij maken dan ook nog een vast besluit, alle goede voornemens, die wij gemaakt hebben, getrouw te vervullen; en wij bidden God, dat Hij ons uit liefde tot Jesus en tot Maria wil helpen , opdat wij mogen vervullen hetgeen wij beloofd hebben.
Eer wij ons met andere dingen bezig houden, moeten wij Gode de arme zielen des vagevuurs, de heilige Kerk, de arme zondaars, onze ouders, vrienden en weldoeners aanbevelen, en een Ome Vader en Wees gegroet bidden; want deze zijn de zegenrijkste gebeden, die Jesus Christus zelf en zijne heilige Kerk ons geleerd hebben.
Hebben wij dagelijks, volgens den raad van onzen biechtvader, eenen bepaalden tijd voor de meditatie vastgesteld, zoo moeten wij ten tijde der geestelijke dorheid, dezelve daarom niet nalaten, en ons niet verontrusten, indien wij zelfs niet de minste godsvrucht meenen te gevoelen. De H. Franciscus van Sales zegt, dat eene menigte hovelingen zich dagelijks bij hunnen vorst bevinden, om hem hunnen eerbied te bewijzen, en dat zij tevreden zijn, zoo hij hun maar een enkelen oogslag verleent. Als wij mediteeren, dan eeren wij God en geven Hem een bewijs onzer liefde. Wil Hij zich alsdan met ons onderhouden en ons troosten, zoo moeten wij Hem voor eene zoo
inwendig gehed of meditatie. 185 groote weldaad danken ; maar wil Hij ons deze genade niet verleenen, zoo moeten wij tevreden zijn met aandachtig in zijne tegenwoordigheid te blijven, tot Hem te bidden, en Hem onze noodwendigheden mede te deelen. Indien God ook alsdan niet gevoelig aan ons bart spreekt, zoo neemt Hij evenwel de bewijzen onzer getrouwheid genadig aan. Hij neemt acht op ons betrouwen en verhoort ons gebed.
DERDE DEEL.
Wijze om gedurig vertrouwelijk met God te verkeeren.
1. Toen de heilige man Job overwoog', welke zorg God gedurig voor het welzijn der menscheu draagt, zoo dat het schijnt dat Hem niets nauwer aan het hart ligt dan ons te beminnen en onze wederliefde te bekomen, riep hij uit: « wat is de meu sch, dat Gij hem verheft, of waarom wendt Gij uw hirt tot hem?quot;
Hieruit ziet men dat de mensch zich bedriegt, die gelooven zou dat men zondigt tegen de achting, die wij der oneindige Majesteit Gods schuldig zijn, zoo wij Hem met een groot betrouwen en vol openhartigheid nadert. Het is waar, wij moeten God met ootmoedigheid eeren, en ons in zijne tegenwoordigheid vernederen, bijzonder als wij bedenken hoe ondankbaar wij geweest zijn, en welke beleedigingen wij Hem vroeger aangedaan hebben ; maar dit moet ons nochtans niet beletten, met de innigste en vertrou-wenvolste liefde, die ons maar mogelijk is, met
180 TVIJZE OM MET GOD
God om te gaan. God is de oneindige heerlijkheid, maar Hij is ook de oneindige goedheid en liefde. Wij kunnen ons geenen machtiger Heer inbeelden dan God; maar wij kunnen ons ook niemand voorstellen, die ons meer beminnen kan dan Hij. God versmaadt ons niet: neen, Hij verheugt zich, als wij met hetzelfde vertrouwen, met dezelfde openhartigheid en teeder-heid, die een kind tot zijne moeder heeft, met Hem omgaan. Hij zelf verzoekt ons tot Hem te naderen, en Hij belooft ons vooral het vriendelijkst onthaal.- « aan de borsten zal men u dragen, en op de knieën zal men u liefkozen; gelijk een kind, dat van zijne moeder geliefkoosd wordt, zoo zal ik u troosten.quot; Gelijk eene moeder hare vreugd vindt in haar geliefd kind op haren schoot te hebben, en het aldaar te voeden en te vleien, evenzoo verheugt zich God, als Hij op gelijke wijze zielen behandelen kan, die zich gansch aan Hem geschonken hebben, en die op zijne goedheid al haar betrouwen stellen.
3. Wees overtuigd; geliefde ziel, dat gij geenen vriend, geenen broeder, geenen vader, geene moeder, geenen man, dat gij niemand hebt, die u meer bemint dan uw God. De genade Gods, is die schat, door welken wij, van verachtelijke schepselen en knechten , de geliefde vrienden onzes Scheppers worden; « want zij is eene ondoorgrondelijke .schat voor de menschen; wie haar waarneemt, wordt der vriendschap Gods deelachtig.quot;
Om ons betrouwen te vergrooten, u heeft God zichzelven vernietigd; Hij is mensch geworden, om vertrouwelijker met ons te kunnen omgaan : Hij wandelde onder de menschen.quot;
Opdat ons betrouwen tot Hem groeie, is Hij als een kind op de aarde verschenen , is Hij arm
TB VERKEhBEN.
geworden, heeft Hij aan het kruis willen sterven, blijft Hij onder de gedaante van brood bij ons, wordt Hij onze gezel op aarde, vereenigt Hij zich op het innigste met ons : â wie Mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem.quot; Uit dit alles ziet gij, geliefde ziel, dat zijne liefde tot u zoo groot is, dat Hij maar u alleen schijnt te beminnen; zoo moet gij dan ook niets anders dan God alleen beminnen , opdat gij Hem met de bruid der Gezangen toeroepen kunt: «mijn beminde is aan mij, en ik aan Hem.quot; God heeft zich geheel aan mij geschonken, ik wil Hem geheel toebehooren; Hij heeft mij tot voorbeeld zijner liefde verkozen, ik wil Hem en Hem alleen beminnen: mijn beminde is wit en rood, uitgekozen onder duizenden.quot;
3. Gij moet dikwijls tot God zeggen ; âwaarom bemint Gij mij zoo zeer? wat vindt Gij goeds in mij? hebt Gij vergeten, hoe dikwijls ik U beleedigd heb? ware het mogelijk , dat ik in het vervolg nog iets anders beminde dan U, mijn hoogste Goed, mijn Alles, die in plants van mij in de hel te werpen, gelijk ik het verdiend heb , mij met genaden overlaadt.
n Allerliefwaardigste God ! wat mij het meeste berouwt, is dat ik U, die eene oneindige liefde verdient , door mijne vroegere zonden mishaagd heb; ja deze gedachte smart mij meer dan de straffen, die ik daarvoor verdiend heb. Maar een vermorzeld en vernederd hart zult Gij, o God, niet verstooten.quot;
O! indien ik toch voortaan in dit en in het ander leven niets wenschte dan U alleen ; » wat heb ik in den hemel, en wat wil ik anders op aarde dan U, God mijns harten en mijn aandeel in eeuwigheid.quot; Gij alleen zijt en blijft de eenige Heer van mijn hart, van mijnen wil; Gij alleen zijt mijn eenigste goed, mijn hemel, mijne hoop;
187
188 WIJZE OM MET «OD
mijne liefde, mijn al! n God mijns harten, mijn
aandeel in eeuwigheid ! quot;
4. Geliefde ziel! om uw betrouwen in God te vermeerderen, zoo overdenk dikwijls hoe liefdevol Hij u tot nu toe geleid, en welke middelen Hij aangewend heeft, om u aan uwe vroegere ongeregelde levenswijze, en aan de aankleving aan aardsche dingen te doen verzaken, en om u tot wederliefde te bewegen. Indien gij vast besloten hebt God te beminnen, en Hem zoo zeer te behagen als het u mogelijk is, zoo moet gij vreezen van met een klein betrouwen tot uwen God te naderen. De barmhartigheid, waarmede God u behandeld heeft, is het zekerste teeken van de liefde die Hij u toedraagt; maar het mishaagt God , als zielen, die Hem waarlijk beminnen en die Hij bemint. Hem nog mistrouwen. Indien gij alzoo aanzijn liefdevol hart wilt behagen, zoo moet gij van nu af met het grootste betrouwen en met alle mogelijke teederheid met God omgaan : â zie, in mijne handen heb ik u geteekend, uwe muren zijn altijd voor mijne oogen.quot; Waarom vreest gij geliefde ziel, waarom zijt gij zoo kleinmoedig ? Ik, uw God, heb u in mijne handen geteekend, om niet te vergeten u goed te doen. Vreest gij misschien uwe vijanden ? Weet dat ik altijd bedacht ben u te verdedigen, want het is mij onmogelijk u te vergeten. Daarom riep David van vreugde uit: âHeer! gelijk met een schild, hebt Gij ons met uwen goeden wil gekroond. Als Gij, o Heer, ons met uwe goedheid en liefde verdedigt en van alle zijden beschermt, wie kan ons dan schaden 3 Maar vooral moet gij uw vertrouwen versterken, door te denken aan het groot geschenk, dat God ons gedaan heeft met ons Jesus Christus te geven : n want, zoo lief heeft
TE VERKEEREN. 189
God de wereld ^ebad, dat Hij zijnen eenigen Zoon gegeven heeft. Hoe kunnen wij tocli vreezen, roept de Apostel uit, dat God ons nog een goed, welk het ook zij, weigeren zal, na ons zijnen eenigen Zoon gegeven te hebben : â voor ons alleen heeft Hij Hem geleverd; hoe zou Hij ons ook niet met Hem alles geschonken hebben ?quot;
5. âMijn vermaak is bij de kinderen der men-schen te zijn.quot; Het hart der menschen is , om zoo te zeggen, een paradijs voor God. God bemint u, zoo bemin dan ook uwen God. Het verheugt Hem als Hij bij u kan zijn; Iaat het dan ook uwe vreugde zijn met Hem vereenigd te leven, en uw gansch leven door bij Hem te blijven, in wiens allorliefwaardigste gezelschap gij de zalige eeuwigheid wenscht door te brengen.
6. Gewen u dan, geliefde ziel, alleen en verborgen , vertrouwelijk en gansch openhartig met God te spreken, gelijk met uwen dierbaarsten en ge-liefsten vriend. Men dwaalt zeer, indien men meent dat men vreesachtig en gelijk een angstige slaaf, die vol vrees en sidderende zijnen heer nadert, met God moet verkeeren. Maar men zou zich nog meer bedriegen, indien men meende, dat de omgang met God bitter en vervelend is, âwant zijn omgang heeft niets bitters, en zijn gezelschap niets verdrietigs.quot; Ondervraag de zielen, die God waarlijk beminnen, en zij zullen u bekennen , dat zij in het lijden dezes levens geenen grooteren troost vinden, dan den allerminzaamsten omgang met God.
7. Men verlangt niet van u, dat gij zonder ophouden uwen geest dwingt, en alzoo aan uwe^gewoon-lijke bazigheden en toegelatene verkwikkingen verzaakt ; men wil niet anders dan, dat gij , zonder uwe gewone bezigheden te verzuimen, u ten
13
190 WJJZE OM MET GOD
opzichte van God houdt, gelijk ten opzichte van
degenen die gij bemint en die u beminnen.
8. God is altijd in uwe tegenwoordigheid, Hij is in uw hart, «want in Hem leven wij, bewegen wij ons, zijn wij.quot; Gij hebt niet noodig u door eenen derden te laten aankondigen; God wenscht dat gij u, vol vertrouwen , onmiddelijk tot Hem wendt. Spreek met Hem van uwe bezigheden, van uwe ondernemingen, van uw lijden, van uw benauwdheden, van al uwe zaken. Doe dit met groot betrouwen en openhartigheid ; want God is niet gewoon met diegenen te spreken, die niet met Hem spreken; ook zouden zij Hem niet verstaan, vermits zij aan zijnen omgang niet gewoon zijn. Hierover beklaagt zich God in de Gezangen, zeggende : âonze zuster is klein, wat zullen wij met haar doen ? Hare Helde is te zwak, wat zal ik doen? zij verstaat mij nog niet!quot; Als wij de genade Gods verachten; dan wil Hij, dat wij in Hem eenen machtigen en ontzaggelijken Heer leeren kennen; maar zoo lang wij Hem beminnen, wil Hij, dat wij Hem als onzen liefsten vriend behandelen, en dat wij vol betrouwen, zonder de minste vrees, met Hem spreken.
9. Het is waar, dat men God altijd den grootsten eerbied bewijzen moet; maar als Hij u de genade verleent, en duidelijk zijne tegenwoordigheid en zijnen wensch te kennen geeft, dat gij met Hem die u bovenal bemint, zoudt spreken, dan moet gij openhartig en vol betrouwen uitroepen : «God tracht degenen, die naar Hem verlangen, te voorkomen, door zich ten eerste aan hen te toonen.quot; Indien gij Hem waarachtig verlangt te beminnen, zoo wacht Hij niet totdat gij Hem opzoekt, neen. Hij komt tot u, en biedt u de genade en de middelen van zaligheid aan , die Gij noodig hebt. Hij wacht maar daarop, dat gij Hem aanspreekt, om
TE VERKEEIIEK
u te toonen, hoe dicht Hij bij u is, en hoe bereid Hij is u te verhoeren, en te troosten.
10. Dewijl God onmeetbaar is, zoo is Hij overal tegenwoordig; maar Hij bevindt zich op twee plaatsen op een geheel bijzondere wijze, te weten : in den hemel, alwaar hij heerscht in zijne heerlijkheid, die Hij aan de Heiligen mededeeld, en op de aarde in eene ootmoedige ziel, die Hem bemint; âwant Hij woont bij diegenen, welke van eenen vermorzelden en ootmoedigen geeat zijn.quot; Alhoewel God in zijne heerlijkheid in den hemel woont zoo versmaadt Hij evenwel niet, zich dag en nacht met zijne getrouwe dienaars in de eenzaamheden en stille kamers te onderhouden, om hun aldaar zelfs die goddelijke vertroostingen te doen toekomen, waarvan eene enkele alle vreugden der wereld verre overtreft, en die men alleen daarom niet wenscht, omdat men ze niet kent; âbeproefd en ziet, hoe zoet de Heer is.quot;
11. Vrienden komen op bestemde tijden te zamen om zich met elkander te onderhouden, doch zij moeten weder scheiden : maar gij, zoo gij wilt, moet u nooit van God afscheiden : â gij zult rusten, en uw slaap zal zoet zijn, want de Heer is aan uwe rechterhand.quot; God waakt aan uwe zijde, als gij slaapt. Hij verlaat u niet, Hij denkt zonder ophouden aan u, om, als gij des nachts ontwaakt, zich door zijne inspraak met u te onderhouden, om van u eenige akten van liefde, van onderwerping aan zijnen wil, en van dankzegging te kunnen ontvangen, en op zulke wijze zijne zoete en liefdevolle onderhouding met u nooit te onderbreken. Ja; menigmaal laat u God, zelfs terwijl gij slaapt, zijne stem hooren, opdat gij, zoo haast gij ontwaakt, terstond zijnen wil zoudt mogen volbrengen : âdoor droomen zal ik tot Hem spreken.quot;
191
1(J3 WIJZE OM MET COU
13. Des morgens vroeg als gij ontwaakt, verwacht u de Heer, om eenige woorden van liefdeen van betrouwen van u te vernemen; Hij wacht om uwo eerste gedachten en alle handelingen, die gij door den dag uit liefde tot Hem verrichten, om alle lijden dat gij, om Hem te verheerlijken, onderstaan wilt, aan te nemen. Maar gelijk Hij niet nalaat zich aan te bieden, op het zelfde oogen-blik dat gij ontwaakt, zoo moogt gij ook nooit nalaten terstond op Hem eenen verliefden oogslag te werpen, en u te verheugen over de blijde tijding, dat uw God niet meer van u verwijderd is, gelijk in dien tijd, toen de zonde u van Hem afscheidde; gij moet alsdan vol vreugde u herinneren, dat Hij u bemint, dat Hij uwe liefde begeert, dat Hij zelf u toeroept : «gij zult den Heer uwen God, uit geheel uw hart beminnen.quot;
13. Doe niet gelijk het meestendeel der menschen: vlucht nooit de zoete tegenwoordigheid van uwen God; spreek met Hem zoo dikwijls als gij kunt : want Hij wordt daardoor niet ongeduldig en verontwaardigd, gelijk de heeren dezer wereld ; zoo gij Hem waarachtig bemint, dan zult gij Hem ook iedermaal wat te zeggen hebben. Vertel Hem al wat u en uwe zaken betreft, even alsof gij eenen goeden vriend voor u hadt. Gij moet niet meenen, dat God op eenen machtigen vorst gelijkt, die maar met voortreffelijke lieden wil omgaan, en slechts over gewichtige zaken handelen wil. Neen, God vernedert zich gaarne tot ons ; Hij verheugt zich als wij Hem onze kleinste en onbeduidenste zaken mededeelen. Hij bemint u zoo zeer, eu draagt zoo groote zorg voor u, dat het schijnt, alsof hij niets anders te doen heeft dan aan u alleen te denken. Hij is zoo zorgvuldig op uw voordeel bedacht, dat zijne Voorzienigheid Hem maar alleen schijnt te
TE VERKEEREN.
dienen en u bij te staan, zijne almacht om u te helpen, zijne barmliaitigheid en goedheid, om medelijden met u te hebben, om u goed te doen en door zijne teedere liefde uw betrouwen en 'awe liefde te winnen. Zoo open Hem dan ook vrijmoedig uw hart, en bid Hem dat Hij u zoo gelieve te leiden, dat gij altijd op het volkomenste zijnen heiligen wil vervult, en dat al uwe wenschen en ondernemingen geen ander oogwit hebben dan zijn welbehagen. ;/ Bid God, dat Hij uwe voetstappen leide, en dat al uwe raadslagen in Hem verblijven. quot;
14. Breng niet bij dat het onnoodig is. God uwe noodwendigheden kenbaar te maken, dewijl Hij ze beter kent dan wij zeiven. Hij kent ze; maar Hij gedraagt zich jegens ons alsof Hij niets wist van al wat wij hem verzwijgen, en voor hetgeen wij bij Hem geene hulp zoeken. Onze Zaligmaker wist dat Lazarus gestorven was, en evenwel gaf Hij dit eerst te kennen, nadat Magdalena het Hem gezegd had, waarop hij haar terstond troostte, belovende dat haar broeder verrijzen zoude.
15, Ook moet gij, als u eene ziekte, eene bekoring of vervolging overkomt, terstond tot het gebed uwe toevlucht nemen, opdat de Heer u bijsta. Het is genoeg zoo gij Hem toeroept: « zie mij aan , o God! want ik word geplaagd ; quot; Hij zal u alsdan zeker troosten, of ten minste kracht geven om geduldig uw lijden te verdragen; hetgene u nog nuttiger is, dan indien Hij u geheel daarvan bevrijde. Zeg Hem, welke gedachten u pijnigen, wat gij vreest, waarom gij bedroefd zijt; zeg Hem : â o mijn God! op U stel ik al mijne hoop; ik offer U dit lijden op, ik geef mij gansch aan uwen heiligen wil over; heb medelijden met mij, bevrijd mij van den last die mij nederdrukt, of geef mij ten minste
193
194 WIJZE OM MET GOD
kracht om hem te dragen.quot; De belofte, die Hij in het Evangelie gedaan heeft, ons in alle lijden te troosten en ons zoo dikwijls wij tot Hem onze toevlucht nemen, bij te staan, zal Hij alsdan vervullen : â komt tot mij allen die belast en beladen zijc, en ik zal u verkwikken.quot;
16. God wordt niet ontevreden als gij in uw lijden troost bij uwe vrienden zoekt, maar Hij wil dat gij voornamelijk tot Hem uwe toevlucht neemt. Hebt gij dit nagelaten, zoo moet gij tenminste, nu dat Gij bij schepselen hulp gezocht en geenen troost gevonden hebt, u tot uwen Schepper wenden en Hem zeggen : âHeer! mijne vrienden hebben maar woorden,quot; zij kunnen mij niet troosten ; ik verzaak nu aan hunne vertroostingen. Gij alleen zijt mijne hoop, mijne liefde. Troost mij, o mijn God! geef dat mijn troost daarin besta, in nu te doen wat U het meest behaagt; zie ik ben bereid dit lijden gedurende mijn geheel leven te dragen , ja, ik wil het door de geheele eeuwigheid dragen, indien het U alzoo behaagt; sta mij maar bij.
17. Vrees niet aan God te mishagen, als gij u dikmaals teederlijk bij Hem beklaagt en Hem zegt: Heer, waarom zijt Gij zoo verre van mij ? Gij weet, mijn God, dat ik niets anders dan uwe liefde verlang; kom mij uit liefde te hulp; verlaat mij niet! â Duurt uw lijden te lang, is uw angst al te groot, zoo moet gij u met den bedroefden en stervenden Jesus aan het kruis vereenigen, Hem om barmhartigheid smeeken en uitroepen : ,/ mijn God, mijn God ! waarom hebt Gij mij verlaten ? quot; Uw lijden moet u daartoe dienen, om u altijd meer voor God te vernederen, bedenkende, dat wie God beleedigd heeft, geenen troost verdient; en om uw betrouwen te vermeerderen, wetende dat God al ons
TE VERK KEREN. 19 5
lijden ten beste schikt, of voor ons welzijn toelaat; â alles strekt hun tot goed. quot; Maar als gij door angst en mistrouwen geplaagd wordt, zoo roep dan vol betrouwen uit: n de Heer is mijn licht en mijne zaligheid, wien zal ik vreezen!quot; Gij moet mijn verstand verlichten, o Heer ! Gij moet mij zalig maken; op U betrouw ik, /, op TJ, Heer, heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.quot; De gedachte dat niemand, die op God zijn betrouwen gesteld heeft, verloren gegaan is, moet u gerust stellen : « niemand van die op den Heer gehoopt hebben, is beschaamd geworden.quot; Bedenk dat God u meer bemint, dan gij u zeiven beminnen kunt; wat vreest gü dan toch? Troost u met de schoone woorden van David : â de Heer zorgt voor mij.quot;Heer! ik geef mij gansch aan ü over, ik wil aan niets anders meer denken dan, hoe ik U beminnen , hoe ik U behagen kan; zie, ik ben bereid alles te doen wat Gij van mij verlangt. Gij wenscht niet alleen dat het mij welga, neen, Gij zelf draagt zorg voor mijn best; Gij zelf zoekt alle mogelijke middelen uit om zalig te maken. Ik verlaat mij op U, ik wil mij zonder ophouden op U verlaten; want Gij wilt dat ik altijd al mijne hoop op u alleen stelle : ;/ ik slaap in vrede en rust; want Gij, Heer, hebt mij in de hoop vastgesteld.quot;
18. u Denk goed van den Heerquot; De wijze-Man leert ons door deze woorden, dat ons betrouwen op de goddelijke barmhartigheid veel grooter, dan de vrees voor de goddelijke rechtvaardigheid zijn moet, omdat God ons oneindig liever weldaden dan straffen toezend; want volgens den H. Jacobus, ii verheft zich de barmhartigheid boven het oordeel.quot; Daarom leert ons de H. Petrus dat, als wij voor ons tijdelijk ot eeuwig welzijn bevreesd zijn ,
WIJZE OM MET GOD
wij ons geheel aan de barmhartigheid Gods moeten overgeven, omdat Hij de grootste zorg voor ons draagt; âwerpt al uwe zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.quot; Als wij dit overwegen, dan erkennen wij dat David gelijk had, toen Hij zeide : ii onze God is een God vol zorg om ons zalig te maken,quot; hetgene volgens de uitleggirig vïn Bel-larminus beteekent, dat het Gods eigenlijke bezigheid is, niet te verdoemen, maar alleen zalig te maken; en dat, alhoewel Hij allen die Hem verachten, met zijne ongunst dreigt. Hij toch zeker allen die Hem vreezen, zijne barmhartigheid belooft, volgens de woorden van Maria : // zijne barmhartigheid komt over degenen die Hem vreezen.quot; Ik stel u, geliefde ziel, al deze teksten der heilige Schrift voor oogen , opdat, als de gedachten u beangstigen, dat gij niet kunt zalig worden, dat gij niet uitverkoren zijt, uwe arme ziel moge getroost worden, denkende aan de beloften, die God u voor het eeuwig leven gedaan heeft, en op zijnen wensch u zalig te maken, indien gij besloten hebt Hem te dienen en te beminnen.
19. Gaat het u goed, zoo moet gij maarniet het voorbeeld der meeste ondankbare en ongetrouwe menschen volgen, die ten tijde des lijdens tot God vluchten, maar die als gerustere dagen komen. Hem vergeten en verlaten. Bewijs alsdan aan God dezelfde getrouwheid, welke gij eenen geliefden vriend zoudt toonen, die deel aan uw geluk neemt; deel Hem terstond uwe vreugde mede; prijs Hem, dank Hem, beken dat alle goed van Hem komt; verheug u over uw geluk, â omdat zijne liefde het u bereid heeft,quot; en alsdan zult gij u in Hem alleen verheugen, in Hem alleen uwen troost vinden : /, Ik zal mij verheugen in den Heer, en mij vervrolijken in God, mijnen Zaligmaker.quot;
TE VERKEEREN
Ik prijs U, o mijn Jesus ! ik wil u zonder ophouden prijzen voor de vele genaden, die Gij mij bewezen liebt, alhoewel ik; om de beleedigingen U aangedaan, niets dan straf verdiend had. Ik dank U, o Heer ! ik wil nooit de weldaden, die Gij mij eertijds bewezen hebt, en die Gij mij nu nog bewijst, vergeten, om U daarvoor de geheele eeuwigheid te loven en te prijzen.
20. Indien gij God waarachtig bsmint, geliefde ziel, zoo moet gij u meer over zijn. dan over uw eigen geluk verheugen. Die eenen vriend zeer bemint, heeft meer vreugd in dezelfs geluk, dan in zijn eigen welzijn. quot;De kennis der oneindige gelukzaligheid van uwen God moet uw g-rootste geluk zijn; gij moet dikwijls tot Hem spreken en Hem zeggen : âlieve God! ik verblijd mij meer over uwe zaligheid, dan over mijn eigen welzijn; want ik bemin U meer dan mijzelven.quot;
21. Gij kunt God ook een bewijs van uw betrouwen op Hem geven, wanneer gij, na eenen misslag begaan te hebben, u niet schaamt om terstond Hem te voet te vallen en Hem vergiftenis te vragen. Bedenk, dat het verlangen van God om zondaars te vergeven zoo groot is , dat, als zij zich van Hem verwijderd hebben. Hij hun verlies beklaagt; en ze liefderijk tot zich terug roept : âwaarom wilt gij sterven, huis van Israël, bekeer u en leef.quot; Hij belooft aan ieder, die Hem verlaten heeft, dat, zoo haast hij in zijne armen terugkeert. Hij hem weder vriendelijk zal aannemen : âwendt u tot mij, en ik zal mij tot u wenden.quot; Mochten toch de zondaars begrijpen, met welke liefde de Heer hen afwacht om hen te vergeven : âde Heer wacht om zich uwer te ontfermen.quot; Mochten zij begrijpen, hoezeer hij wenscht hen bekeerd te zien, hoe gaarne
197
IDS WIJZE OM MET GOD
Hij liua de straf zou sparen, hoe gaarne Hij ze omarmen en aan zijn hart drukken zou. Hij bezweert het, zeggende : «zoo waar als ik leef, ik wil den dood des goddeloozen niet, maar dat hij zich bekeere van zijnen weg, en dat hij leve,quot; en Hij voegt er bij ; ,/komt en beklaagt u aan mij; als uwe zonden als scharlaken waren, zullen zij wit worden gelijk sneeuw, en indien zij rood gelijk purper waren, zullen zij wit worden gelijk wol alsof Hö zeide : berouwt u o zondaars, dat gij mij beleedigd hebt, en keert tot mij terug. Klaagt over mij, zoo ik u niet aanstonds vergeve; spreekt kwaad van mij , behandelt mij als eenen die ziju woord niet houdt; maar neen, ik houd mijne belofte : indien gij komt, weest overtuigd, ofschoon ook uw geweten door uwe zonden nog zoo zwart ware; dat ik het door mijne genade terstond wit als sneeuw zal maken.
32. God zelf verklaart ons dat, als het eene ziel berouwt Hem beleedigd te hebben. Hij al hare zonden vergeeft : «ik zal zijne misdaden niet meer gedenken.quot; Wend dan, zoo haast gij eenen misslag bedreven hebt, terstond uwe oogen tot God, verwek eene akte van liefde, beken uwe schuld, hoop vastelijk dat Hij u vergeven zal, en zeg Hem : «Heer ! zie, dien Gij bemint, is ziek;quot; dit hart dat Gij bemint, is ziek, is vol wonden, genees mij, want ik heb voor uw aanschijn gezondigd. Gij zelf zoekt de rouwhartige zondaars op ; zie hier eenen grooten zondaar die U zoekt en U te voet valt. Het kwaad is geschied, wat zal ik nu doen ? Gij wilt niet dat ik wanhope; zelfs, nadat ik gezondigd heb, wilt Gij nog mijn heil. Ik bemin U, ja mijn God ! ik bemin U uit geheel mijn hart. Het berouwt mij dat ik U mishaagd heb; ik neem vast voor dit nooit meer te
TE VERKEEREN'
doen; zijtgij dan niet //mijn zoete, mijn zachtmoedige, mijn barmhartige God?quot; Laat mij, gelijk eertijds Magdalena, deze troostelijke woorden hoo-ren : //uwe zonden zijn u vergeven,quot; en versterk mij, opdat ik u in het vervolg getrouw blijve.
23. Hebt gij eenen misslag begaan, zoo moet gij ook, om niet den moed te verliezen, aanstonds uwe oogen op den gekruisten Jesus slaan: gij moet aan den hemelschen Vader zijne verdiensten opofferen, en vast vergiffenis hopen ; dewijl God, om uwe zonden te vergeven, zijnen eenigen Zoon niet gespaard heeft. Gij moet vol vertrouwen tot Hem zeggen ; n aanzie uwen gezalfde !quot; bedenk, o mijn God, dat uw eigen Zoon voor mij gestorven is; en uit liefde tot Hem, vergeef mij ! Vergeet nooit, geliefde ziel, dien raad, dien u alle geestelijke zielbestierders geven, van iedermaal als gij eenen misslag begaan hebt, al zoude dit ook honderdmaal op oenen dag geschieden, spoedig tot God uwen toevlucht te nemen, en alsdan u terstond gerust te stellen ; doet gij dit niet, zoo zult gij moedeloos en ongerust worden wegens uwe begane misslagen, gij zult u al minder en minder met God onderhouden; de wensch om Hem te beminnen zal altijd meer in u verkoelen; uw vertrouwen zal vermindereu, en gij zult weinig voortgang op den weg der zaligheid maken. Maar indien gij u oogenblikkelijk tot God keert, indien gij Hem om vergiffenis bidt, indien gij Hem belooft u te beteren, zoo zullen uwe misslagen zelfs dienen om uwe liefde tot God te vermeerderen. De vriendschap tusschen de men-schen wordt dikwijls veel grooter wanneer, ala de eene den andere beleedigd heeft, de plichtige zich vernedert en om vergeving bidt. â Zoo moet gij het met God doen; gij moet maken, dat uwe
199
200 WiJZE OM MET GOD
misslagen dienen om u altijd meer in de liefde
tot God te vestigen.
24. Getrouwe vrienden beraden met elkander als hun twijfelingen voorkomen; gij moet insgelijks met God doen : gij moet Hem bidden, dat Hij u te kennen geve, wat Hij van u wenscht. «Geef, o Heer, uw woord in mijnen mond, en uwen raad in mijn hart,quot; â âzeg mij wat ik doen, wat ik antwoorden moet, ik wil u volgen.quot; â ,/Spreek, o Heer! uw dienaar boort.quot;
25. Gij moet niet alleen uw eigen, maar ook den nood van anderen vertrouwelijk Gode aanbevelen. Hoe aangenaam moet het God zijn, als Hij ziet, dat gij menigmaal uw eigen voordeel vergeet om Hem de ellende van anderen, bijzonder van diegenen welke zwaar onderdrukt zijn, aan te bevelen : als gij Hem bidt dat Hij medelijden hebbe met zijne geliefde zielen in het vagevuur, die naar het aanschouwen van hunnen God zuchten ; als gij Hem bidt, dat Hij zich der arme zondaars wille ontfermen. O mijn God ! Gij zijt zoo liefwaardig, Gij verdient oneindige liefde : hoe kunt Gij verdragen, dat zoo vele zielen in de wereld, die Gij zoo veel goeds doet, U niet kennen, Ã niet beminnen willen, U beleedigen en verachten! Maak, o allerlief waardigste God, dat allen U kennen en beminnen; âgeheiligd zij uw naam, ons toekome uw rijk.quot; Mochten toch allen uwen heiligen Naam aanbidden; Mocht uwe liefde in aller harten wonen! Laat mij niet van U gaan, zonder dat Gij mij eene genade voor deze arme zielen, voor welke ik nu bid, verleend hebt.
26. Men zegt, dat in het vagevuur eene bijzondere straf diegenen afwacht, die hier op aarde maar eene kleine begeerte gehad hebben om in den hemel te komen ; en dit met recht, want zij geven
)
ÃE VEBKEEREN. 201
daardoor te kennen, dat zij dit onwaardeerbaar geluk, het eeuwig leven dat Jesus Christus ons door zijnen dood verworven heeft, weinig schatten. Daarom moet gij dan ook dikwijls, geliefde ziel, naar den hemel zuchten, en voor God bekennen en belijden, dat de tijd op welken gij Hem van aanschijn tot aanschijn zien kunt, u onuitsprekelijk lang valt. Gij moet wenschen deze plaats van verbanning, alwaar de zonde heerscht en waar wij altijd in gevaar zijn God te verliezen, te kunnen verlaten, om in uw waar vaderland, alwaar de liefde heerscht en waar gij uwen God uit al uwe krachten beminnen zult, aan te landen. O mijn God! zoo lang ik hier op aarde leef, ben ik altijd in gevaar U te verloochenen, uwe liefde te verliezen; wanneer zal het gelukkige uur slaan , dat ik deze wereld, op welke ik U toch altijd beleedig, zal verlaten, om U uit geheel mijn hart te beminnen, om mij gansch met U te vereenigen, zonder vrees van mij nosr ooit van U te verwijderen. Op zulke wijze zuchtte de H. Theresia om vereeniging met God : zij verheugde zich als zij de klok hoorde slaan; zij dacht alsdan, dat er al weder een uur voorbij gegaan was , dat zij haren God had kunnen beleedigen. Haar verlangen naar den dood en naar het aanschouwen van God was zoo groot, dat zij van begeerte tot den dood stierf, en daarom is het, dat zij in een harer gezangen uitriep : n ik sterf, omdat ik niet sterven kan ! quot;
27. Uit alles wat ik tot nu toe gezegd heb , geliefde ziel, volgt dat, indien gij aan het liefdevolle hart van uwen God behagen wilt, gij uit al uwe krachten moet zoeken u zonder ophouden en vol vertrouwen met Hem te onderhouden. Hij zal u zonder twijfel antwoorden, en op gelijke wijze met
202 WIJZE OM MET GOD
u spreken. Het is waar, uwe lichamelijke ooren zullen de stem Gods niet vernemen, maar indien gij aan de onderhouding met de schepselen verzaakt, indien gij gansch alleen met God spreekt, zoo zal Hij op eene zeer verstaanbare wijze aan uw hart antwoorden : n Ik zal ze in de eenigheid leiden, en tot haar hart spreken.quot; God zal u beloonen, en door insprekingen, door inwendige verlichtingen, doordekennis zijner goedheid, door zoete bewegingen des harten, door de verzekering dat uwe zonden u vergeven zijn, door den voorsmaak des hemelschen vredes, door de hoop van welhaast in den hemel te komen, door een inwendig geluk, door die zoetigheid, welke alleen een vrucht der genade kan zijn, door zijne allerliefste vereeniging met u, zal Hij uw betrouwen op Hem vergelden. Hij zal eene liefdetaal spreken, die maar van diegenen verstaan wordt, welke den Heer beminnen , en die niets anders dan God zoeken.
28. Opdat gij alles, wat ik tot nu toe gezegd heb, gemakkelijk in uw geheugen zoudt kunnen terug roepen, zoo wil ik u hier eene onderwijzing geven, hoe gij al uwe handelingen aan God recht aangenaam maken kunt.
Als gij des morgens ontwaakt, zoo moet uwe eerste gedachte op God gericht zijn : gij moet alles wat gij gedurende den dag doen of lijden zult, Hem opdragen; gij moet Hem bidden, dat Hij u met zijne genade bijsta, en de intentie maken, alle aflaten die gij door den dag kunt verdienen , te winnen. Daarna moet gij uw morgengebed verrichten. God danken, acte van liefde verwekken, Hem om zijnen bijstand bidden, en vaste-lijk voornemen den tegenwoordigen dag over te brengen, alsof het de laatste van uw leven ware. De Pater S. Jure leert, dat men des morgens
TE VE1ÃKEEREN.
met God moet overeenkomen, dat iedermaal als men een zeker teeken maakt, bij voorbeeld, als men de liand op het hart legt, of den hemel of een krucifix aanziet, men het voornemen maakt van eene acte van liefde of van overgeving in den wil van God, of dergelijke acten te verwekken. Nadat gij alsdan uwe ziel in de zijdewonde uws Zaligmakers, onder de bescherming van Maria verborgen hebt, opdat zij u door den dag zoude verdedigen, moet gij, eer gij begint te arbeiden, ten minste een half uur lang bidden, of eene meditatie doen; gij moet voornamelijk de smarten en versmadingen, die Jesus gedurende zijn lijden uitgestaan heeft, tot voorwerp uwer godvruchtige overweging kiezen; want de zielen die God beminnen, overdenken dit het liefst, omdat het lijden van Christus het meeste de liefde Gods in ons ontsteekt. Wilt gij voortgang in het geestelijk leven maken, zoo moet gij u bijzonder aan deze aandachtsoefeningen houden : de godsvrucht tot het lijden van Christus, tot de heilige Maagd Maria en tot het allerheiligste Sacrament des Altaars. Terwijl Gij bidt, moet gij ook dikwijls acten van berouw, van liefde tot God en van overgeving in zijnen wil, verwekken. Pater Caraffy zeide ; dat eene vurige acte van liefde tot God, die men des morgens verwekt, genoeg is om ons gedurende den dag ijverig in den dienst Gods te bewaren.
29. Eer gij eene andere bezigheid begint, bij voorbeeld, de studie of handwerken, volgens dat uw stand van u vereischt, moet gij niet vergeten, in het begin van ieder werk, dit aan God op te offeren, en Hem te bidden dat Hij u bijsta om dit zonder zonde te verrichten. Laat ook niet na dikwijls eenen oogopslag op uw inwendig te werpen,
203
204 WIJZE OM MET GOD
en u door acten van liefde met God te vereenigen , gelijk de H. Catharina van Senen deed. Doe al wat gij verricht met God en voor God. Verlaat gij uw huis of uwe kamer, of keert gij daarin terug, zoo beveel u iedermaal door een ,/wees gegroet'' aan Gods Moeder. Begeeft gij u tot het eten, zoo offer vooreerst het genoegea of den tegenzin dien gij kunt hebben in de spijzen of dranken, die men u voorzetten zal, aan God op; hebt gij gegeten, zoo zeg : Heer! hoeveel goed bewijst Gij mij , die U beleedigd heb ! â Vergeet ook niet, door den dag eene geestelijke lezing en een bezoek tot het allerheiligste Sacrament des Altaars en tot de allerzaligste Maagd Maria te doen; bid uwen Eozen-krans; onderzoek des avonds hoe gij den dag toegebracht hebt; verwek de acten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw, en maak een vast voornemen van u te beteren, en gedurende uw leven en nabij uwen dood de heilige Sacramenten te ontvangen. Maak ook de intentie om alle aflaten die gij verdienen kunt, te winnen. Wanneer gij te bed gaat, bedenk dan dat gij verdiend hebt in de hel te branden; omhels uw krucifix en zeg : ik slaap in vrede en rust.
30. Ik wil u hier in het kort de aflaten opnoemen, die met de verscheidene gebeden en godsvruchtoefe-ningen, die ik u aanbevolen heb, verbonden zijn.
Al wie de acten van Geloof, Hoop en Liefde verwekt; wint iederen dag zeven jaren, en zoo bij ze gedurende eene maand verwekt, eenen vollen afliat, die men ook aan de zielen in het vagevuur of aan zich zeiven voor het doodsuur toevoegen kan.
Daarenboven wint men aflaten, indien men de volgende gebeden verricht; 1. den Kruisweg. 3 de Meditatie op de zeven weeën van Maria. 3. den Ko-zenkrans. 4. De Groetenis des Engels driemaal
TE VERKKEREN
daags. 5. de Litanie van Lorette. 6. het Salve Eegina. 7. het Wees gegroet en Glorie zij den Vader. 8. â De heilige, onbevlekte en allerreinste Ontvangenis der allerheiligste Maagd Maria zij gezegend.quot; En als men bij â Eere zij den Vaderquot; en bij de namen â Jesus en Mariaquot; het hoofd buigt, of als men de heilige Mis bijwoont, voor het allerheiligste Altaarsacrament eene kniebuiging maakt, een kruis kust, enz. Wie een half uur mediteert, wint eenen aflaat, en indien hij dit dagelijks, gedurende eene maand doet, zoo kan hij eenen vollen aflaat winnen.
31. Opdat gij altijd ingekeerd en met God ver-eenigd zoudt blijven, zoo moet gij in al wat gij doet en hoort, iets trachten te vinden, wat uw gemoed tot God verheffen kan of aan de eeuwigheid kan doen herinneren. Giet men water uit, zoo bedenk, dat op gelijke wijze uwe dagen wegvlieten , en de dood nadert. Ziet gij een licht, dat bij gebrek aan olie uitgaat, bedenk dan dat even zoo uw leven eens eindigen zal. Aanschouwt gij eene begrafenis of een lijk, zoo herinner u dat een dergelijk lot u wacht. Ziet gij hoe de grooten dezer wereld zich in uwe tegenwoordigheid over hunne rijkdommen en waardigheid verheugen, heb medelijden met hunne dwaasheid en zeg; mijn God is mij genoeg! â deze verlaten zich op hunne wagens, en die op huune paarden, maar wij roepen den naam des Heeren aan. â Zij zoeken hunnen roem in ijdelheden; ik wil hem in de genade Gods en in zijne liefde zoeken.quot; Houdt men plechtige lijkdiensten of uitvaarten van aanzienlijke personen : zoo denk : wat helpt hun al deze pracht, indien zij in de hel zijn ! Wandelt gij op den oever der zee, en vindt gij ze kalm of zeer ontsteld, zoo maak de vergelijking van eene ziel, die in staat
U
205
206 WIJZE OM MET GOD
van genade is, met een hart, dat door de zonden van God verwijderd is. Vindt gjj eenen verdorden boom, zoo denk, dat eene ziel die God niet bemint, in het vuur verdient geworpen te worden. Hebt gij de gelegenheid tegenwoordig te zijn, als een groot kwaaddoener, sidderend van angst en schaamte, zijn oordeel ontvangt, bedenk dan, welken angst de zondaar eens voor den rechterstoel van Jesus Christus zal uitstaan. Zijt gij bevreesd als het dondert of bliksemt, zoo denk aan de pijnen, die de verdoemden in de hel, alwaar zij gedurig den donder der goddelijke rechtvaardigheid hooren, moeten uitstaan. Hoort gij dat een ter dood veroordeelde wanhopend uitroept : kan ik dan alzoo den dood niet meer ontgaan ! denk dan terstond aan de wanhoop eener ziel, die ter hel veroordeeld, luide uitroept : geen middel blijft mij over, den eeuwigen ondergang te ontvluchten!
32. Aanschouwt gij eene schoone streek, de zee, bloemen, vruchten en andere voorwerpen, wier aanzien het oog verlustigt, zoo kunt gij uitroepen : indien God reeds hier op aarde zoo schoone dingen geschapen heeft, opdat ik Hem beminne, o wat geheel andere vreugde moet Hij mij dan in den hemel bereid hebben. De H. The-resia zeide dat, als zij liefelijke heuvelen en aangename dalen aanschouwde, het haar scheen, alsof deze haar de ondankbaarheid jegens God verweten, en de stichter der Trappisten, de abt Eance, herinnerde zich door de schoone werken Gods, zijne plicht Hem te beminnen. De H. Augustinus had reeds voor Hem uitgeroepen : ,/ hemel en aarde, alles zegt mij dat ik U beminnen moet.quot; Men verhaalt dat een godvruchtig man de bloemen en kruiden, die hij op het veld vond, met zijnen stok sloegen uitriep : zwijgt, toont mij niet langer mijne
TE VERKEEREN. 207
ondankbaarheid tegen God; ik heb u verstaan , zwijgt en laat mij gerust. Als Maria Magdalena de Pazzis eenen schoonen appel of eene liefelijke bloem aanschouwde, zoo gevoelde zij dat het vuur der goddelijke liefde zich in baar hart ontstak; zij overdacht, dat God van alle eeuwigheid daaraan gedacht had, om dezen appel, die bloem te scheppen, om haar een bewijs zijner liefde te geven.
33. Rivieren en beken moeten u herinneren dat, gelijk deze waters zonder ophouden tot de zee vloeien, gij ook nooit moogt ophouden naar God, uw eenigste en boogste goed, te streven. Als gij rijdt of vaart, zegt dan tot u zeiven : zie, deze onschuldige dieren vermoeien zich om mij te dienen , en ik, geef ik mij ook wat moeite om God te dienen, om Hem te behagen ? â Ziet gij eenen hond, die om een ellendig stuk brood zijnen meester zoo getrouw dient, overweeg alsdan , welke verplichtingen gij hebt om God getrouw te blijven, God, die u geschapen heeft, en die u gedurig onderhoudt, bewaart en met zoo vele weldaden overlaadt. Hoort gij het gezang der vogelen, zoo zeg ; geliefde ziel! hoort gij niet den lof Gods, dien deze kleine schepselen verkondigen ? en gij , wat doet gij, looft gij hem ook door acten van liefde ? â Kraait de haan, overdenk alsdan dat ook gij even als Petrus, uwen God verloochend en zijne smart en tranen vernieuwd hebt. Ziet gij een huis of eene plaats, alwaar gi] vroeger gezondigd hebt, zoo bid God: n Heer ! gedenk niet de zonden mijner jeugd en mijner onwetendheden.quot;
34. Beschouwt gij een aanlokkelijk dal, overweeg dan dat, gelijk hetzelve door de van de bergen afvloeiende waters bevrucht wordt, de hemelsche genade maar in ootmoedige harten nederdaalt, en dat de hoovaardigen ledig blijven. Eene schoone
208 WIJZE OM MET GOD
versierde kerk zij het afbeeldsel eener ziel , die in Gods genade is, en die waarachtig een tempel Gods verdient genoemd te worden. â De zee toont u de oneindigheid en grootheid Gods. â Ziet gij vuur of licht op het altaar, zoo zeg tot u zei ven : â sedert hoe vele jaren heb ik verdiend in de hel te branden ! Gij , o mijn God, hebt mij tot nu toe gespaard; geef dat mijn hart, zoo als dit hout of dit licht, van liefde tot U brande.quot; Bewondert gij den sterrenhemel, zeg alsdan met den H. Andreas Avilinus : « eens zal ik hoog boven deze sterren verheven zijn.quot;
35. Om u zeer dikwijls de geheimen des levens van onzen Verlosser te herinneren, moet gij telkens als gij hooi, of eene krib, of eenen stal ziet, aan het kindje Jesus in Bethlehem denken. Ziet gij eene zaag, eene schaaf, eenen hamer, zoo stel u Jesus voor, hoe Hij in de werkplaats van den H. Josef arbeidde. Koorden, banden, ketenen, doornen en nagels moeten u het lijden en den dood van uwen Zaligmaker in het geheugen terugroepen. Als de H. Franciscus van Assisië een lam zag, begon hij aanstonds te weenen en zeide: « voor mij liet zich de Heer Jesus als een lam ter dood leiden.quot; Aanschouwt gij een altaar, eenen kelk of eenen kasuifel, zoo denk aan de liefde van Jesus Christus, die zich aan u in het allerheiligste Sacrament des Altaars geschonken heeft.
36. Gedurende den dag moet gij u dikwijls, gelijk de H. Theresia, aan God opofferen en Hem zeggen: n zie Heer! hier ben ik: doe met mij wat Gij maar wilt; zeg mij wat Gij van mij Terlangt; ik ben tot alles bereid.quot; Verwek, zoo dikwijls gij kunt, ac-ten van liefde tot God; want de H. Theresia zegt, dat deze het hout gelijken, en in het hart vuur der goddelijke liefde onderhouden. Begaat gij eene
TE VERKEEREN. 209
zonde, zoo verneder u, en tracht door eene des te vuriger acte van liefde wederom van uwen val op te staan. Overkomt u eenig ongeluk, zoo offer dit lijden aan God op, en onderwerp u aan zijnen heiligen wil; gewen u daarom, in allen tegenspoed tot u zeiven te zeggen : dit is nu Gods wil, en daarom wil ik het ook. Daar is geene acte van liefde, die aan God aangenamer is, dan de overgeving in zijnen wil.
37. Gij moet ook, eer gij een voornemen maakt, of anderen eenen gewichtigen raad geeft, u ieder-maal aan God bevelen. Herhaal, zoo dikwijls gij kunt, dit gebed met de H. Rosalia van Lima: ;/ Heer! help mij, laat mij niet aan mij zeiven over!quot; Werp dikwijls uwe oogen op een kruisbeeld of op een beeld van Maria: roep de heilige namen : Jesus en Maria uit, en dit bijzonder ten tijde der bekoringen. God, die oneindig goed is, wenscht niet meer dan ons zijne genade mede te deelen. Pater Alvarez zag op zekeren dag onzen Zaligmaker, de handen vol genade, en zoekende wien Hij dezelve geven konde. Maar God wil dat wij Hem om zijne genade bidden : â bidt en gij zult ontvangen.quot; Doen wij dat niet, zoo trekt de Heer zijne hand van ons af; bidden wij Hem integendeel, zoo geeft Hij ons wat wij wenschen : âwie die Hem aangeroepen heeft, is verstoeten geworden?quot; David zegt, dat God barmhartig jegens diegenen is, die Hem aanroepen : â Gij zijt goed en zeer barmhartig voor allen, die U aanroepen.quot; Hoe goed en milddadig toont zich de Heer jegens allen , die Hem minnelijk zoeken ; â God is de Heer voor diegenen, die op Hem hopen, voor de ziel, die Hem zoekt. quot; Indien diegenen die Hem niet gezocht hebben, Hem vinden, hoe veel te gemakkelijker zullen zij Hem vinden, die Hem zoeken, om zich geheel aan zijnen dienst toe te wijden.
MBDIT.VTIEN VOOR
38. De H. Thereaia zegt, dat de rechtvaardigen op aarde, in de liefde aan de zaligen in den hemel gelijken moeten; gelijk deze moeten zij met God alleen bezig zijn; zij moeten aan niets anders denken en niets anders wensohen dan zijne eer, zijne liefde. â Zoo ook met u, geliefde ziel! God zij hier op aarde uwe zaligheid: Hij zij het eenig voorwerp uwer genegenheden, en het doel van al uwe handelingen en wenschen, tot dat gij eens in den hemel, alwaar al uwe begeerten voldoening zullen vinden, Hem volkomen en onophoudelijk zult beminnen.
â
BETRACHTINGEN EN MEDITATIEN VOOR IEDEREN DAG DER WEEK.
Over de gewichtigste waarheden onzer zaligheid.
MAANDAG.
Ãén alleen u noodzakelijk ; dat wij zalig tcordcn.
1. Ãén alleen is noodzakelijk: het is niet noo-dig, dat men hier op aarde rijkdom, eer, gezondheid en vreugde bezit of geniet, maar het is noodzakelijk dat men zalig worde; want daar is tusschen den hemel en de hel geen midden; en wij zullen, als dit kort leven eindigt, of wel voor eeuwig gelukzalig in den hemel, of voor eeuwig ongelukkig in de hel zijn.
ó Mij n God! wat zal er van mij worden ? zal ik zalig worden, zal ik voor eeuwig verloren gaan? een van deze twee zal mijn lot zijn. Ik hoop dat ik mij redden zal, maar wie is daar zeker van? â Ik weet, dat ik zoo dikwijls de hel verdiend heb. Mijn Jesus, mijn Zaligmaker! uw dood is mijne hoop.
210
IEDEHEN DAG DER WEEK. 211
2. Hoe vele menschen, die hier op aaide de grootste rijkdommen bszaten, die hoog vereerd werden, die de eerste ambten bekleedden, die zelfs den troon beklommen hebben, bevinden zicli nu in de hel, waar alle grootheid en pracht, die zij genoten hebben, alleen daartoe dient, hunne smart, hunne wanhoop te vermeerderen.
Hooren wij wat onze Zaligmaker ons zegt : ii verzamelt u geene schatten op de aarde, maar vergadert u schatten in den hemel, waar noch mot, noch roest dezelven zullen verteeren. quot; De dood rooft ons alle aardsche goederen, maar de hemelsche goederen, die duizendmaal meer waard zijn, duren eeuwig.
8. God zelf zegt ons, dat Hij de zaligheid aller menschen wil. Hij wil allen zalig maken, en hij geeft aan allen den noodwendigen bijstand om daartoe te komen. Wee degene, die verloren gaat, hij alleen is er de schuld van; âuw eigen verderf zijt gij, Israël; bij mij is niets dan hulp voor u.quot;
4. De schromelijkste smart der verdoemden bestaat in de kennis, dat zij door hunne eigene schuld verloren gegaan zijn. â « De wraak tegen het goddeloos vleesch is vuur en wormen. quot; (Eccl. 7.) Vuur en verteerende wormen, dat is de knaging van het geweten, zijn de beulen der verdoemden. Het geweten, die verteerende worm, zal hen eeuwig pijnigen, en hun veel meer smart veroorzaken, dan het vuur. Hoe droevig zijn wij niet, als wij door onze schuld iets van groote waarde verloren hebben, bijvoorbeeld een edelgesteente, eene horloge of eene beurs vol geld; wij kunnen noch eten, noch slapen, wij denken zonder ophouden aan ons verlies, ofschoon wij dit meestal op eene andere wijze kunnen her-
MED1TATIEN VOOR
stellen. Maar welk eene afgrijsselijke smart moet niet een verdoemde gevoelen, als hij bedenkt, dat hij, door eigene schuld, zijnen God en den hemel verloren heeft, en dat hij nooit meer hopen kan dit verlies te herstellen! â Wij hebben ons dan bedrogen I zoo zullen de verdoemden, razend en wanhopende de gansche eeuwigheid door uitroepen : wij hebben ons bedrogen, vrijwillig hebben wij ons in het verderf gestort, ons verlies is onherstelbaar!
5. De tijd, de veranderingen, de volkomene overgeving in den wil van God, verlichten het ongeluk, dat ons hier op aarde overkomt; maar geen dezer middelen blijft ons over, na in de eeuwigheid aangeland te zijn, indien wij niet hier op aarde den weg des hemels bewandeld hebben. Daarom vermaant ons de H. Paulus, om ons eeuwig geluk met angst te bewerken, om het niet te verliezen : â bewerk uwe zaligheid al vreezende en bevende ! quot; Zoo wij deze vrees hebben, dan zullen wij altijd bedacht zijn, om alle gelegenheid van zonde te vluchten, ons aan God onophoudelijk aan te bevelen, en op deze wijze onze zaligheid te bewerken. Bidden wij derhalve God, dat Hij deze gedachte diep in ons hart drukke: dat ons eeuwig geluk, onze eeuwige verdoeming van onzen laatsten adem afhangt.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ik heb dikwijls uwe genade veracht, o mijn God! ik verdien niet dat Gij mij vergeeft; maar de Profeet zegt mij, dat Gij medelijden met diegenen hebt, die U zoeken : âde Heer is goed voor degenen die in Hem hopen, voor de ziel, die Hem zoekt.quot; (Jerem. 32.) Vroeger heb ik U verlaten, o mijn God! maar nu zoek ik U; ik
312
IE DEREN DAG DEB WEEK. 218
wensch , ik wil en bemin niets anders dan U alleen; ik bid U, verstoot mij niet; denk aan de smarten, die Gij voor mij geleden hebt; deze smarten en uwe voorspraak, o Maria, zijn mijne hoop.
DINSDAG.
Men moet de wereld en hare vreugde verachten.
1. De gedachte, dat alles in de wereld ijdel, dat alles wat de wereld schat, leugen en bedrog is, heeft vele zielen bewogen zich gansch aan God te schenken. « Wat helpt het den mensch, zoo hij de gansche wereld wint, maar schade aan zijne ziel lijdt?quot; (Matth. 16.) Wat zal het ons helpen, indien wij de gansche wereld gewonnen, en voor eeuwig onze ziel verloren hebben ? Hoe vele jonge lieden zijn er niet, die na het woord des Evangelies gehoord te hebben , hunne ouders, hun vaderland, de eer dezer wereld, ja zelfs de koninklijke waardigheid verlaten hebben, en in een klooster of in eene kluis gevlucht zijn, om zich daar met God alleen bezig te houden!
2. In de heilige Schriftuur wordt de dag des doods een dag van ondergang genoemd ; « dag des ondergangs:quot; want alle goederen, die wij op de aarde gewonnen hebben en bezitten, moeten wij op onzen doodsdag verlaten. Daarom heeft de H. Am-brosius recht als hij zegt, dat wij deze ten onrechte onze goederen noemen, omdat wij dezelve naar de andere wereld, waar wij toch de gansche eeuwigheid door moeten blijven, niet kunnen medenemen; hij zegt : n wat wij niet kunnen met ons nemen, dat behoort ons niet toe; de deugd alleen vergezelt ons; alleen het goed dat wij gedaan hebben, nemen wij met ons : dit alleen troost ons in de eeuwigheid.quot; â
Op het sterfbed verliezen de rijkdommen , de
214 MEDITATIEN VOOR
hoogste waardigheden, zilver, goud, de kostbaarste edelgesteenten hunnen glans; de vreeselijke donkerheid des doods maakt, dat men noch schep-ter, noch kroon ziet; zij maakt dat men erkent; dat al wat de wereld hoogacht, niets dan ijdelheid, ellende en vergankelijken damp is. Wat baten aan den stervende, aan wien niets overblijft dan eene kist van hout, in welke hij moet rotten, al de rijkdommen, die hij met zoo groote moeite vergaderd heeft ? wat baat de schoonheid des lichaams, indien er maar een handvol stof en eenige afgeknaagde beenderen van overblijven?
3. Wat is het leven van den mensch op aarde ? Hoort wat ons de H. Jacobus zegt : â wat is uw leven? het is een damp, die voor korten tijd verschijnt en dan verdwijnt. quot; (Jac. 4 ) Deze is heden machtig, aangezien, gevreesd en gevleid; morgen veracht, gelasterd, vervloekt. Hij is niet meer in zijn prachtig paleis, dat hij met zoo groote kosten gebouwd had; wat is van hem geworden? Stof in het graf.quot; â Ik zag den goddelooze geheel verheven : ik ging voorbij, en zie, hij was niet meer.quot; (Ps. 35.)
4. De heilige Geest waarschuwt ons, ons niet door da wereld te laten bedriegen; dewijl zij hare goederen in eene valsche waag weegt : âzij heeft eene bedriegelijke waag in hare hand.quot; (Os. 1.) Wij moeten alles met de waag des geloofs wegen, die ons alleen de waarachtige goederen leert kennen, en ons toont, dat wat zoo snel eindigt, geen waar goed kan genoemd worden.
5. De H. Theresia zegt : dat men geene waarde op dingen moet stellen die met den dood eindigen. Wat blijft er over van zoovele staatsministers , veldheeren; van zoovele prinsen en keizers, nadat zij hunne rol gespeeld hebben en in de
IBDEREN DAG DER WEEK. 215
eeuwigheid getreden zijn ? â hunne gedachtenis is verdwenen met het geluid.quot; (Ps. 98.) Zij hebben veel geruchts gemaakt, hun naam heeft door de gansche wereld weêrgalmd; maar nadat zij gestorven zijn, heeft alles een einde genomen, en terstond daarna zijn zij vergeten. Ik vond het volgende opschrift van een kerkhof, waar vele heeren en vrouwen van rang begraven waren : â hier eindigt alle grootheid, hier eindigt alle schoonheid en pracht; aan het einde onzer loopbaan, blijft ons niets meer over dan eenige wormen, een eenvoudige steen en een weinig stof. quot;
6. Ons leven gaat voorbij gelijk eene vertooning in een toneelspel; het eindigt voor allen, voor den edelman en voor den landbouwer, voor den koning en onderdaan, voor rijken en armen. Gelukkig degene, die in de toneelplaats dezes levens zijne rol voor God goed gespeeld heeft.
Philippus III, koning van Spanje, die in zijn drie en dertigste jaar stierf, zeide aan diegenen die rondom zijn sterfbed stonden : n verkondigt na mijnen dood wat gij gezien hebt, en zegt aan allen, dat de koninklijke waardigheid alleen daartoe dient, om het geweten te bezwaren, wegens dit ambt dat men op de aarde bekleed heeft. quot; En al zuchtende voegde hij er bij : « met een veel grooter betrouwen zou ik nu voor den rechterstoel van Jesus Christus verschijnen, indien ik mijn leven in eene kluis doorgebracht had, waar ik mij alleen met mijne heiligmaking zou bezig gehouden hebben.quot; â De H. Franciscus van Borgia bekeerde zich, als hij het lijk van de keizerin Isabella, die eene der schoonste vrouwen van haren tijd was, aanschouwde; haar aanzien deed hem al sidderend uitroepen : alzoo eindigen dan de goederen dezer wereld !quot; En hierop schonk hij
216 MEDITATIEN VOOR
zich gansch aan God. Och, of wij allen, eer dat wij sterven, zijn voorbeeld volgden! Wij moeten ons haasten : de dood vervolgt ons; wjj weten niet wanneer hij ons aantreffen zal. God geve dat, als wij eens de sterfkaars in de hand zullen hebben, het licht, dat zij ons nu geeft, niet slechts daartoe diene om den angst des gewetens en de rekenschap die wij bij Hem gaan afleggen, te vermeerderen. â Maken wij dan toch het voornemen voortaan te doen, hetgene wij alsdan zullen wenschen gedaan te hebben, en waarvoor ons dan geen tijd meer zal overblijven.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Neen, mijn God! Gij hebt mij lang genoeg verdragen ; ik wil U niet langer meer laten wachten , ik wil mij gansch aan U geven. Gij hebt mij reeds zoo dikwijls vermaand aan de wereld te verzaken en U alleen te beminnen; ook nu roept Gij mij, zie hier ben ik, neem mij in uwe armen; ik geef mij nu gansch, ja gansch aan ü over. O onbevlekt Lam 1 Gij die U aan het kruis op den Calvarieberg voor mij opgeofferd hebt; reinig mij vooreerst in uw bloed, vergeef mij alle beleedigingen die ik U aangedaan heb, en ontvlam mij alsdan met uwe heilige liefde: ik bemin U bovenal, ik bemin U uit ganscher harte. O wat zou ik toch op de aarde kunnen vinden, dat mijne liefde meer bemint dan U? Moeder Gods, mijne voorspreekster, Maria! bid voor mij, en maak dat ik waarachtig en voor altijd van leven verandere; ik betrouw op u.
WOENSDAG.
Be zonde.
1. De doodzonde is eene â afvalling van God,quot; zegt
IEDEEEN DAG DER WEEK. 217
de H. Thomas met de H. Augustinus. Degene die zondigt, keert den rug naar God, hij veracht zijne genade en zijne liefde; hij beschimpt Hem zonder vrees, en zegt : ik wil U niet dienen; ik wil wat mij behaagt; het is mij gelijk, of ik U daardoor beleedig of niet, of ik daardoor uwe genade verlies of niet.
Qm te begrijpen, wat groot kwaad de zonde is, zouden wij moeten begrijpen wat God is, en wat de mensch is, die Hem door de zonde be-leedigt. Zelfs de Engelen en Heiligen zijn niets voor God; en de mensch, een ellendige aardworm, is niet bevreesd zijnen God te vergrammen ! Die zondigt, beleedigt niet alleen eenen God van oneindige Majesteit, neen, hij beleedigt ook eenen God, die hem zoo zeer bemint, dat Hij uit liefde tot den mensch heeft willen sterven. â
Eene eeuwigheid is alzoo niet genoeg om eene enkele doodzonde te beweenen. â Wat doet hij die zondigt? Hij onteerd God, want hij schat de voldoening zijner ijdelheid, zijner gramschap, zijner zinnelijkheid hooger dan God, dan God, die zoo groot zoo goed is. â O mijn God! zoo ik U uit liefde tot mij aan het kruis zag sterven , zou ik alle hoop op vergiffenis verliezen; maar uw dood is mijne hoop. ,/In uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; Ik beveel U deze mijne ziel, door welke Gij uw kostbaar bloed vergoten en uw leven geslachtofferd hebt; hoe dat ik U beminne, dat ik U niet meer verlieze. Ik bemin U, mijn Jesus, mijne hoop, mijne liefde ! Is het mogelijk, dat ik mij nog op nieuw van U, mijn eenig, mijn hoogste goed, scheiden zoude, nadat ik heb ingezien hoezeer Gij mg bemint ?
2. Welke smart veroorzaakt het ons niet als
MEDITATIEN VOOR
iemand ons beleedigt, aan wien wij weldaden bewezen hebben. God kan geene smart gevoelen ; kende Hij dit, zoo zou hij van smart en droefheid over de ondankbaarheid zijner schepselen, voor welke Hij zelfs zijn leven ten beste gegeven heeft, sterven. â O schrikkelijke zonde ! duizendmaal verfoei en vervloek ik ze; want zij zijn de oorzaak geweest, dat ik mijnen Zaligmaker, die mij zoo zeer bemint , leed aangedaan heb.
O gij, ongelukkige zielen, die nu in de hel brandt! toen gij nog onder ons leefdet, zeidet gij : de zonde is geen groot kwaad; maar nu moet gij bekennen, dat gij onaangezien uw groot lijden, nog niet gestraft zijt, gelijk gij het verdiend hebt.
8. De zonde moet wel een zeer groot kwaad zijn , dewijl God , die de barmhartigheid zelve is , zich gedwongen ziet, dezelve met eene hel, die eeuwig duurt, te straffen. Ja, om aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen, heeft zelfs een God zijn leven moeten opofferen.
ó Mijn God! wij weten dat de hel eene schromelijke straf is; en evenwel vreezen wij de zonden niet, die ons in de hel trekken. Wij weten, dat een God gestorven is om ons onze zonden te kunnen vergeven, en toch zondigen wij altijd op nieuw.
4. Het verlies van het kleinste aardsche goed veroorzaakt ons onrust en pijn, en het verlies van God, door de zonde, zou ons niet treurig en bedroefd voor gansch ons leven maken ?
ö Mijn God ! ik dank U, dat Gij mij nog tijd geeft om de smarten die ik U veroorzaakt heb, te beweenen.
ó Mijn Jesus! ik vervloek mijne zonden ; geef mij grooter berouw en meerder liefde; opdat ik de beleedigingen die ik U aangedaan heb, beweene, en dit niet zoozeer om de straffen, die ik daarvoor
218
IEDEREN DAG DER WEEK. 2Ã9
verdiend, als wel om het mishagen, dat ik U daardoor veroorzaakt heb.
5. Welke onrust en angst staat met een hoveling uit, die gelooft dat hij zijnen vorst belee-digd heeft! En wij die zeker weten dat wij God beleedigd hebben, en dat er een tijd was, in welke wij zijne vriendschap verloren hadden; wij leven gerust, wij zijn niet gedurig van leed en droefheid doordrongen ! Hoe zorgvuldig vermijden de menschen niet het vergift, dat het lichaam doodt; en men geeft zich zoo weinig moeite om het vergift der zonde te vermijden, hetwelk de ziel doodt, en oorzaak is dat wij God verliezen.
Laten wij ons niet door den duivel met deze hoop bedriegen : ik zal mij later biechten; op zulke wijze heeft hij er reeds zeer velen in de hei gestort.
O mijn God ! van over zoo lange jaren heb ik verdiend in de hel te branden ; Gij zijt mij genadig en barmhartig geweest, opdat ik uwe barmhartigheid prijze, opdat ik U beminne. O mijn Jesus ! Ik geloof en bemin ü, ik hoop op uwe verdiensten; dat ik nooit meer van uwe liefde moge gescheiden worden! Maar zoude ik wel durven hopen, zoo ik U na zulke groote gena-â¢den op nieuw beleedigde, dat Gij mij dan nog niet verlaten zoudt, maar mij op nieuw mijne zonden zoudt vergeven! O mijn God! laat niet toe dat ik U nog ooit beleedige.
6. God is barmhartig voor degenen die Hem vreezen, maar niet voor die, welke Hem verachten. Degene die God beleedigt, omdat Hij barmhartig is, wekt Hem daardoor nog tot eene grootere straf op. Wie God beleedigt, omdat Hij barmhartig is, die bespot Hem, eu met God is het niet goed te spotten. De duivel zegt u misschien : indien
320 MEDITATIEN VOOE
gij ook deze zonde nog begaat, zoo kunt gij even wel nog zalig worden. Hoor wat ik u antwoord : gij verdoemt u zeiven tot de hel, indien gij zondigt. Het is waar, het is mogelijk dat gij u nog zalig maket, maar het kan ook gebeuren, ja het kan veel gemakkelijker gebeuren, dat gij verloren gaat. Is dan het eeuwig geluk eene zoo onbeduidende zaak, dat men het voor een «het is mogelijkquot; op het spel durft zetten? â Uwe zonde veroordeelt u zeiven, indien Gij stierft, indien God u verliet, wat zou er van u worden.
Neen, mijn God! ik wil u niet meer beleedigen, ik beb u dikwijls genoeg vergramd. Hoe velen, die minder zonden dan ik begaan hebben, branden nu in de hel? Ik wil niet meer voor mij, maar voor U, ja voor U alleen leven. U schenk ik mijnen wil, mijne vrijheid : ,;ik ben de uwe, maak mij zalig, bewaar mij van de hel, na mij eerst van de zonde bevrijd te hebben. Ik bemin TJ, mijn Jesus! eu ik wil U niet meer verlaten.quot;
7. De heilige Vaders zeggen : dat God het getal der zonden, welke Hij aan een ieder vergeven wil, bepaald heeft. Daar wij nu dit getal niet kennen, zoo zouden wij bij iedere zonde, die wij begaan, moeten vreezen, dat God ons zal verlaten. Deze gedachte, «wie weet of God mij nog vergeven zal?quot; zou ons van de zonden terug moeten houden : hebben wij deze vrees, zoo zullen wij zalig worden.
Wie van God meer genade en verlichtingen bekomen heeft, die moet meer dan anderen vreezen, dat God hem, zoo hij zondigt, verlaten zal.â De H. Thomas zegt : //hoe grooter de ondankbaarheid is van hem die zondigt, des te grooter is ook zijne zonde.quot; Ongelukkig is derhalve de Christen, dien God met vele genaden verrijkt heeft, en die Hem niettemin door doodzonden beleedigt.
lEDBEEN DAG DER WEEK. 221
6 Mijn God ! wij hebben, om zoo te spreken, met elkander gestreden, Gij om mij te vergeven, en ik om U te beleedigen; Gij om mij goed te doen, ik om U te verachten; maar nu bemin ik U uit geheel mijn hart, en ik wil door mijne liefde de beleedigingen weder goed maken, die ik U vroeger aangedaan heb; verlicht en versterk mij.
8. Wie geene groote vrees voor de doodzonde heeft, die zal welhaast in dezelve vallen. Daarom moeten wij zoo veel mogelijk de kivade gelegenheden vluchten. Maar wij moeten ook de dagelijk-sche zonden vermijden. Pater Alvarez zegt u : het is waar, de kleine vrijwillige zonden dooden de ziel niet, maar zij maken haar zwak; zoodat, als een zware bekoring tot eene doodzonde opkomt , men geene kracht genoeg heeft om aan dezelve te wederstaan, en men daarom in de doodzonde inwilligen zal.
Neen, mijn Jesus! ik wil ü niet meer beleedigen, noch door kleine, noch door groote zonden; ik heb te veel reden om U te beminnen; ilc wil liever sterven, dan U vrijwillig het kleinste misnoegen te veroorzaken. Gij verdient immers geheel onze liefde, en daarom wil ik U uit al mjjne krachten beminnen; sta mij bij.
9. Men noemt ten onrechte de dagelijksche zonden een klein kwaad; hoe kan men hetgene God mishaagt, een klein kwaad noemen?
Indien misschien iemand die de dagelijksche zonden zonder vrees begaat zeide : het is mij genoeg als ik maar zalig worde : zoo antwoord ik hem dat, indien hij zoo voortleeft, hij niet zalig kan worden; want gelijk de H. Gregorius zegt : de ziel blijft niet liggen, waar zij eens gevallen is; «immer dieper.quot; De H. Isidorus leert ons,
15
222 MF.MTATIEN VOOR
dat God toelaat, dat hij, welke de dagelijksche zonde weinig vreest, in doodzonde valle, en dit tot straf, omdat hij God zoo weinig liefde bewijst. Onze Zaligmaker heeft aan den H. Henri-cus Suso gezegd : dat de zielen die de dagelijksche zonden klein achten, in groot gevaar zijn , indien zij zoo voortleven, van ia de genade niet te volharden.
De kerkvergadering van Thrente leert : dat wij zonder eenen bijzonderen bijstand Gods, niet in de genade volharden kunnen. Wie God beleedigt met vrijwillige dagelijksche zenden, zonder zich te willen beteren, die verdient dat God hem zijne hulp onttrekt.
ó Mijn God! straf mij niet gelijk ik het verdien ; vergeef mij de beleedigingen die ik U aangedaan heb, beroof mij niet van uw licht en van uwe hulp. Ik wil mij beteren, ik wil U geheel toebehooren. O almachtige God, neem mij tot uwen dienaar aan, en maak dat ik mij betere, ik hoop dit van U.
10. De Heer zelf zeide aan de zalige Anna van Foligno : n die welke van mij verlicht zijnde op den weg der volmaaktheid gevoerd worden, en dan toch nog op den gewoonlijken weg willen wandelen , zullen zich van mij verlaten vinden. quot; Wie God dient, en niet vreest Hem door dagelijksche zonden te mishagen, die geeft te verstaan, dat God niet verdient dat wij Hem met grootere zorgvuldigheid dienen, ja, hij verklaart daardoor , dat God geene zoo groote liefde waardig is, dat wij ons dwingen zouden om zijn welgevallen aan onze neigingen voor te trekken. De zonden van gewoonte, zegt de H. Augustinus, gelijken aan eene melaatschheid, die de ziel zoo zeer ontsteld , dat God zich van haar afkeert.
ó Mijn God! ik erken dat, alhoewel ik het zoo
lEDEREN DAG DER WEEK. 223
dikwijls verdiend heb. Gij mij toch niet verlaten hebt; geef mij kracht om mij uit de lauwheid te rukken : ik wil U nooit meer met opene oogen beleedigen; ik wil ü uit geheel mijn hart beminnen. O mijn Jesus ! help mij , op U stel ik mijn betrouwen.
11. De H. ïranciscus zeide : â het is eene list des duivels, de zielen eerst met een haar vast te binden, om ze daarna met eene ketting te kunnen boeien, en tot zijne slavinnen te maken.quot; Laat ons acht geven, dat wij ons door geene driften laten binden. â Eene ziel, die door eene hartstocht beheerscht is, is of wel verloren, of zij is haren val nabij.
De eerwaardige Moeder Strada zeide : â zoo de duivel niet veel hebben kan, dan vergenoegt hij zich met weinig; maar met dit weinig wint hij later veel.quot; God zelf verklaart: â dat hij de lau-wen uit zijnen mond spuwt.quot; (Openb. 5.) Dit uitspuwen beteekent de verlating van God. â De lauwheid is eene uiterlijke koorts; men merkt dezelve bijna niet, maar zij leidt ontwijfelbaar tot den dood. De lauwheid maakt, dat de ziel geene gewetensknaging meer gevoelt.
ó Mijn Jesus! verlaat mij niet gelijk ik het verdiend heb; sla uwe oogen niet op mijne ondankbaarheid , maar wel op de pijnen, die Gij voor mij uitgestaan hebt; alle beleedigingen berouwen mij, die ik U aangedaan heb. Ik bemin U, o mijn God! en ik wil van dezen oogenblik af alles doen, wat mij mogelijk is, om U te behagen. O mijne liefde! ik heb U genoeg beleedigd ; maak dat ik U de nog overige dagen mijns levens waarachtig beminne. O Maria , mijne hoop I sta mij door uwe voorspraak bij.
MEDITATIEN VOOR.
DONDERDAG.
De dood en het oordeel.
1. Stel u voor dat gij op uw sterfbed ligt, strijdende met den dood, en dat u ten hoogste nog een uur overblijft te leven. Stel u voor, hoe gij binnen kort voor uwen Eechter Jesus Christus zult verschijnen, om rekenschap te geven over geheel uw leven. Ach! niets zal u alsdan verschrikken, dan een kwaad geweten. Daarom moet gij, eer de dag daar is waarop gij rekenschap geven moet, uw geweten in orde brengen.
Daar wordt er gehandeld van de eeuwigheid in te gaan. â In welke vrees en \erwarring zullen ons niet, in ons doodsuur, onze zonden, het mistrouwen dat ons de duivel alsdan injaagt, en de onwetendheid over het toekomende werpen. Verbinden wij ons dan van nu af zoo nauw mogelijk aan Jesus en Maria, opdat zij ons in dat schrikkelijk uur niet verlaten.
2. Welken angst zal ons deze gedachte injagen : a in welke oogenblikken zal Jesus Christus mij oordeelen ! quot; Als de heilige Magdalena van Pazzis ziek was, vroeg haar biechtvader haar : waarom zij zoo zeer sidderde ? « O eerwaardige Vader! antwoordde zij : het is eene groote zaak voor zijnen Eechter Jesus Christus te moeten verschijnen. quot;
6 Mijn Jesus! gedenk dat ik ook een van uwe schaapjes ben, die Gij door uw kostbaar bloed afgekocht hebt. «Wij bidden U, o Heer, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostelijk bloed verlost hebt.
3. Het is een algemeen aangenomen gevoelen , dat in dezelfde plaats, op hetzelfde oogenblik,
324
IEDEREN DAG DEK WEEK. 225
dat de ziel zich van het lichaam scheidt, Jesus Christus dezelve oordeelen zal. Vervolgens zal op hetzelfde oogenblik het oordeel gehouden, het vonnis uitgesproken en de straf uitgevoerd worden.
O schromelijk oogenblik, van hetwelk voor een ieder van ons het zalig of ongelukkig lot voor de altijddurende eeuwigheid afhangt.
Als P. Ludovicus de Pante aan het laatste oordeel dacht, sidderde hij zoo zeer, dat zelfs zijne kamer begon te beven.
o Mijn Jesus ! indien Gij mij nu wiklet oordeelen, wat zou van mij geworden ? Eeuwige Vader! ;/ aanzie het aangezicht van uwen Gezalfde. quot; Ik ben bedroefd over al de beleedigingec , die ik ü aangedaan heb; aanzie het bloed, aanzie de wonden van uwen Zoon, en wees mij barmhartig.
4. De stervende heett den geest gegeven, de omstanders twijfelen nog aan zijnen dood. â Intusschen is hij reeds in de eeuwigheid. Be priester, na zich overtuigd te hebben dat hij dood is, besproeit het lichaam met wijwater, en aanroept de Engelen en Heiligen, opdat zij die arme-ziel helpen ; âkomt haar te hulp, gij Heiligen Gods ; quot;snelt toe, gij Engelen des Heeren.quot; Maar is de ziel veroordeeld, â helaas ! dan kunnen haar de Engelen en Heiligen niet helpen.
Jesus zal in het oordeel met dezelfde wonden verschijnen, die Hij voor ons in zijn lijden ontvangen heeft. Deze wonden zullen de troost der boet vaardigen zijn, die op de aarde met eene ware droefheid hunne zonden beweend hebben. â Maar zij zullen ook terzelfder tijd diegenen tot schrik dienen, die in hunne zonden gestorven zijn.
ö Mijn God! welke afgrijsselijke smart zal die
226 MEDITATIEN VOOR
ziel gevoelen die, als zij U voor de eerste maal aanschouwt, in U eenen vergramden Rechter zal herkennen! â Deze smart zal grooter zijn dan al de pijnen der hel.
5. De ongelukkige ziel ziet haren Eechter in zijne heerlijkheid; zij erkent, wat Hij uit liefde tot haar geleden, met welke barmhartigheid Hij haar behandeld heeft, hoe vele middelen Hij haar aangeboden heeft om zalig te worden; zij erkent de ijdel-heid der aardsche, de waarde der eeuwige goederen. - Zij erkent al deze waarheden â maar dit alles helpt haar niet meer; de tijd om hare dwaling te herstellen is voorbij; wat geschied is, kan niet meer veranderd worden.
O geliefde Zaligmaker! maak dat, als ik U voor de eerste maal zal aanschouwen , ik U niet over mij in gramschap vinde; geef mij daarom nu licht en kracht om van leven te veranderen. Ik wil ü zonder ophouden beminnen; indien ik ook vroeger uwe genade veracht heb, zoo schat ik dezelve nu hooger dan alle koninkrijken der wereld.
' 6. Welken troost zal niet in den dag des oordeels gevoelen hij , die uit liefde tot Jesus alle dingen dezer wereld verlaten, de verachting en versterving bemind, met één woord, die niets dan God lief gehad heett; welke vreugde; als zijn Zaligmaker hem zal toeroepen : âga in, mijn goede en getrouwe dienaar, ga in de vreugde des Hee-ren!quot; Verblijd u, gij zijt zalig: gij hebt niets meer te vreezen !
Maar de ziel, die deze wereld in staat van doodzonde verlaat, is reeds veroordeeld, eer Jesus Christus haar de hel schuldig verklaart, eer Jesus Christus haar verdoemt.
1ÃDEREN BAG J)ER WEEK. 237
O mijne machtige voorspreekster Maria! bid Jesus voor mij, help mij nu, dewijl gij mij nog helpen kunt. â Want zoo haast als ik verloren gegaan ben, kunt gij mij niet meer helpen.
7. Wat de mensch zaait, dat zal hij maaien. (Gal. 6. 7.) In den dag des oordeels maaien wij, wat wij hierop aarde gezaaid hebben; laat ons nu zien, wat wij tot nu toe gezaaid hebben, laat ons nu doen, wat wij alsdan zouden wenschen gedaan te hebben. Indien wij heden, binnen een uur, voor den rechterstoel Gods moesten verschijnen, wat zouden wij niet willen geven om nog een jaar te kunnen leven! Hoe willen wij de jaren, die ons nog te leven overblijven, doorbrengen! â Als do abt Agathan, na vele jaren in boetvaardigheid doorgebracht te hebben, aan het laatste oordeel dacht, riep hij uit: â wat za: er van mij worden in den dag des oordeels?quot; Job had voor hem uitgeroepen : n wat zal ik doen, als God opstaat om te oordeelen? wat zal ik antwoorden, als Hij rekenschap eischt?quot; Wat zullen wij antwoorden, als Jesus Christus rekenschap zal vragen over de genade, die Hij ons bewezen heeft, en over de wijze, waarop wij dezelve waargenomen hebben ?
6 Mijn God ! geef de zielen uwer belijders niet aan de wilde beesten over.quot; (Ps. 73.) Ik verdien niet dat Gij mij vergeeft^ maar Gij wilt dat ik op uwe barmhartigheid betrouwe ; maak mij zalig; o Heer! trek mij uit den drek mijner zonden; ik wil mij beteren, sta mij bij!
8. In ons doodsuur wordt er gehandeld over ons eeuwig geluk en ons eeuwig ongeluk : daarom moeten wij alle zorgvuldigheid aanwenden om te zegepralen. Iedereen erkent, dat het zoo is; hoe komt het dan, dat niet eenieder alles verlaat,
228 MED1TATIEN VOOR
om zich gansch aan God te schenken ? u Zoekt den Heer, terwijl Hij te vinden is.quot; (Is. K. 55.) Wie God in den dag des oordeels verloren heeft, kan Hem niet meer vinden.
Mijn Jesus! indien ik ook vroeger uwe liefde veracht heb, zoo wil ik toch niet anders dan U beminnen en van U bemind worden. Maak dat ik U beminne, o God mijner /.iel 1
9. O gij, uitzinnige wereldkinderen! in het dal van Josaphat wacht ik U af; daar zult gij de zaken met andere oogen aanschouwen dan nu; gij zult uwe uitzinnigheid beweenen, maar zonder hoop van dezelve nog ooit te kunnen herstellen.
Schep moed, geliefde ziel! gij die hier op aarde zeer beproefd zijt geworden; in dien dag zal uw lijden in hemelsche vreugde veranderen. De Heiligen die op de aarde veracht werden, zullen alsdan luisterrijk glinsteren, en menige koningen en vorsten, over welke alsdan het doem-vonnis uitgesproken wordt, zullen te afgrijsselijk zijn om aan te zien.
O mijn gekruiste en verachte Jesus! ik omarm uw kruis; wat is de wereld, wat zijn genoegens en eer, in vergelijking met U? Mijn God! U alleen wil ik, niets anders.
10. Welke schromelijke angst zal het niet voor de verdoemden zijn, als zij dien dag uit de tegenwoordigheid van Jesus Christus met deze schrikkelijke woorden zullen verstooten worden; w gaat weg van mij, gij verdoemden.quot;
6 Mijn Jesus! ook ik heb zulk een vonnis verdiend; doch ik hoop, dat Gij mij nu vergeven hebt. Laat niet toe, dat ik mij nog van U verwijdere; ik bemin U, ik hoop dat ik U altijd beminnen zal.
O mijn lieve Zaligmaker! door uw bloed hoop ik dat ik onder het getal van deze gelukkigen zal
IEDEREN DAG DER WEEK. 229
zijn, om met U vereenigd, U voor de altijddurende eeuwigheid te kunnen beminnen.
11. Laat ons ons geloof opwekken; laat ons denken, dat wij ook eens in Josaphat's dal, of aan de rechterhand onder de uitverkoornen, of aan de linker onder de verdoemden zullen staan. Werpen wij ons voor een krucifix neder, doorgronden wij ons inwendig, en indien wij niet goed bereid zijn om voor Jesus te verschijnen, maken wij, hetgene slecht is, goed, terwijl het nog tijd is. Onthechtea wij ons van alles wat niet God is, binden wij ons zoo nauw mogelijk aan Jesus Christus vast, en dit door de betrachting der eeuwige waarheden, door de heilige Communie, door versterving, maar vooral door het gebed. Indien wij deze middelen , die God zelf ons in de hand geett, tot onzer zielen zaligheid aanwenden, dan mogen wij dit reeds als een teeken onzer voorbeschikking aanzien.
Mijn Jesus ! Gij die eens mijn Rechter zult wezen; ik wil U niet meer verliezen, neen, ik wil u altijd beminnen. Ik bemin U, mijne liefde, ik bemin U, en hoop dat ik U dit toeroepen zal, als ik U voor de eerste maal als mijnen Eechter zal aanschouwen. Heden bid ik U dit, indien Gij mij, gelijk ik het verdiend heb, straffen wilt, Gij het doen moogt, zoo Gij mij maar niet van uwe liefde berooft. Maak dat ik U altijd beminne, dat ik altijd van U bemind worde; en doe dan met mij al wat U belieft.
V RIJD AG.
Be pijnen der hel.
I. De grootste pijn, die de verdoemden in de hel uit te staan hebben, wordt hun door hun geweten veroorzaakt : ,/hun worm sterft niet.quot; (Mare. 9.) Deze worm, die niet sterft, is het
MEUITATIEK VOOll
geweten, dat de gansche eeuwigheid door aan het hart der verdoemden zal knagen. â Ach! welke afgrijsselijke worm zal voor eenen verdoemden Christen de gedachte zijn, dat hij om eene kleine zaak verloren gegaan is; zoo heb ik dan, zal hij uitroepen, voor een voorbijgaand vergiftig vermaak den hemel en mijnen God verloren, en mij zeiven veroordeeld om voor de gansche eeuwigheid in deze rampzalige gevangenis te blijven! Ik heb het geluk gehad, in het waar geloof opgevoed te worden : maar later heb ik God verlaten ; ik heb een ongelukkig leven geleid, om nog een veel ongelukkiger leven in dezen vurigen afgrond te leiden. God heeft mij zoo vele verlichtingen, zoo vele middelen gegeven om mij zalig te maken, en ik ongelukkige, ik zelf heb willen verdoemd worden !
Ach, mijn Jesus! indien Gij mij, toen ik voor de eerste maal zondigde, hadt doen sterven, zoo zou ik nu op dezelfde wyze kermen. Ik dank U voor de barmhartigheid die Gij mij bewezen hebt. Ik heb eenen afschrik van de beleedigingen die ik U aangedaan heb. Indien ik in de hel ware, dan zou ik U nooit meer kunnen beminnen; maar nu kan ik U nog beminnen, nu wil ik U uit geheel mijn hart beminnen. Ik bemin U, mijn God, mijne liefde, mijn al!
2. Indien wij op ons vorig leven terugzien, schijnt het ons niet als een droom, als een oogenblik? Hoe kort zullen dan wel aan den verdoemde de 40 of 30 jaren van zijn aardsch leven voorkomen , nadat hij al duizend millioenen jaren in de hel gebrand heeft, en dan nog zien zal, dat zijne ongelukzalige eeuwigheid immer eerst weder op nieuw begint!
Hoe ellendig zal hem dat kort vermaak toeschijnen; om hetwelk hij verdoemd geworden is'
230
IEDEEEN DAG DER WEEK. 331
Om die vervloekte vergenoeging, die zoo snel voorbij ging, zal hij uitroepen, moet ik voor de gansche eeuwigheid van alles verlaten, in dit schromelijk vuur branden!
Maar ook de gedachte, hoe gemakkelijk hij zich zou hebben kunnen gelukkig maken, zal den verdoemde pijnigen. Hij zal uitroepen : ach ! had ik het onrecht vergeven, had ik dat menschelijk opzicht overwonnen, had ik die gelegenheid vermeden, dan zou ik niet vervloekt geworden zijn. Hoe weinig moeite zou het mij gekost hebben , dezen spot te verdragen , dit vermaak te vermijden , dit afschuwelijk vergenoegen te verloochenen; ja, had het nog veel meer moeite gekost, ik zou alles hebben moeten doen om zalig te worden; ik heb het niet gedaan, ik kan dit verlies door de gansche eeuwigheid niet meer herstellen. Indien ik dikwijler de heilige Sacramenten ontvangen had, indien ik het gebed niet verlaten, indien ik mij Gode aanbevolen had, dan zou ik niet in de zonde teruggevallen zijn. Ik had zoo menigmaal voorgenomen dit of dat goed werk te doen. â Ik heb het niet gedaan. Ik heb somtijds er mede begonnen, â later heb ik niet willen volharden : daarom ben ik verdoemd geworden.
ó God mijner ziel! hoe dikwijls heb ik beloofd U te beminnen, en hoe dikwijls heb ik U daarop den rug weder gekeerd. Mijn Jesus! om de liefde , die Gij aan het kruis bewezen hebt, geef mij berouw over mijne zonden, geef mij uwe liefde geef mij de genade in alte bekoringen tot U mijne toevlucht te nemen.
3. Aan den verdoemden Christen zullen de menigvuldige genaden, die God hem hier op aarde verleend heeft, de kennis der waarheid, de inwendige insprekingen, even zoo vele steken in
232 MEDITATIEN VOOR
zijn hart zijn, die het met smarten zullen doorboren; want hij zal gedurig tot zich zei ven zeggen: hoe gemakkelijk zou ik hebben kunnen zalig worden, en helaas ! voor altijd, voor de gansche eeuwigheid ben ik nu ongelukkig.
Maar nog veel meer smart zal de verdoemde gevoelen, als hij bedenkt dat hij vrijwillig door zijne eigene schuld verloren gegaan is, nadat Jesus Christus aan het kruis gestorven was, om voor hem de gelukzalige eeuwigheid te winnen. Ach ! zal hij roepen, ach ! een God heeft willen sterven, om mij zalig te maken; en ik, verblinde uitzinnige, heb mij vrijwillig in dezen brandenden afgrond willen nederstorten; ik heb mijnen God, ik heb den hemel verloren ; o hoe ongelukkig ben ik ! â Zoo kermen de verdoemden de gansche eeuwigheid door.
6 God mijner ziel, dien ik veracht, dien ik verloren heb : maak dat ik U wedervinde, nu, daar het nog tijd is. Daarom, lieve Zaligmaker! laat mij deel nemen aan uwe droefheid, die Gij in den hof van Gethsemani om mijne zonden gevoeld hebt. De beleedigingen die ik U aangedaan heb, pijnigen mij meer dan alle ander kwaad. Geef mij uwe genade, o mijn Jesus! ik beloof U altijd te beminnen, en niets te beminnen dan ü alleen.
Stel u eenen kranke voor, wiens ingewand door de schromelijkste pijnen versmeurd is, en met wien niemand medelijden heeft. â Die, welke hem omringen, mishandelen hem; de een verwijt hem zijne ongebondenheid, de andere bespot hem, een derde trapt hem zelfs met de voeten. Nog veel erger wordt de verdoemde in de hel behandeld : hij lijdt alle mogelijke pijnen, zonder dat iemand met hem medelijden heeft. Ach! konde de ongelukkige in dat schrikkelijk vuur maar zijnen God
IEDEREN DAG D,KB WEEK. 233
beminnen, zijnen God, die hem, dewijl Hij rechtvaardig is; straffen moet; maar niettegenstaande hij weet, dat God de beminnelijkheid zelve is, zoo moet hij Hem evenwel Laten. Daarin bestaat de grootste straf der hel, dat men God, het hoogste Goed, niet meer beminnen kan.
Konde de verdoemde zich in den wil Gods overgeven en verduldig lijden, gelijk de godvruchtige zielen hier op aarde, â de hel zou ophouden eene hel te zijn. â Neen, de rampzalige zal over de straffende roeden der goddelijke rechtvaardigheid woeden en razen, en zijne woede zal hem tot niets dienen dan om zijne pijnen te vergrooten.
Indien ik in de hel ware, mijnJesus, dan kon ik U niet meer beminnen, dan moest ik U voor altijd haten. Wat hebt Gij mij gedaan om U te haten? Gij hebt mij geschapen, Gij zijt voor mij gestorven. Gij hebt mij zoovele bijzondere genaden bewezenâ zie, dat is het kwaad dat (7ij mij gedaan hebt. Straf mij volgens uw welbehagen; maar laat niet toe dat ik eens zou moeten ophouden ü te beminnen. Ik bemin U, o mijn Jesus ik wil U onophoudelijk beminnen.
5, Stel u voor, welke schrik de ziel overvallen zal, als zij de hel intreedt. â Zoo ben ik dan verdoemd, roept zij uit; ach, ik heb mij bedrogen!â De verdoemde zoude een middel zoeken om zijn verlies te herstellen; maar hij weet dat hij in eeuwigheid niet geholpen kan worden.
Meer honderden millioenen jaren, dan er druppels in de zee, dan er zandkorrels op de aarde, dan er bladeren aan de boomen zijn, zullen voorbijgaan, en de hel zal voor den verdoemde altijd eerst beginnen. Konde de onzalige tenminste zich zeiven bedriegen, en vragen : wie weet of de hel toch niet eens voor mij zal eindigen? Neen , in de hel geeft het geen einde. Het is zeker dat de
MEDITATIEN VOOR
verdoemde alle smarten, die Hij ieder oogenblik gevoelt, de gansche eeuwigheid door lijden moet. O mijn God! men gelooft aan de hel, en men zondigt toch nog!
Degene die dikwijls over de hel nagedacht, en niettemin zich zeiven er in geworpen heeft, zal veel meer te lijden hebben dan anderen. Verliezen wij derhalve geenen tijd; laat ons aan alles verzaken, maar ons nauw aan Jesus Christus verbinden. â Alles wat wij doen om de hel te vermijden, is maar weinig in vergelijking met de straffen, die mei^ daar te lijden heeft, â Laat ons sidderen : want wie niet voor de hel beeft, die wordt niet zalig.
ö Mijn Jesus ! uw bloed , uw dood is mijne hoop; alle menschen mogen mij verlaten, zoo Gij mij maar niet verlaat. Gij biedt mij vergiffenis aan: zie, ik wil mijne zonden beweenen. Gij offert mij uwe genade, uwe liefde; zie, ik wil U beminnen. Ja, mijn Jesus ! mijn leven, mijn schat, mijne liefde! ik wil mijn gansche leven door de belee-digingen, die ik U aangedaan heb, beweenen, ik wil U boven alles beminnen.
⢠ö Mijn God ! indien ik U ook vroeger verloren heb, zoo wil ik U toch niet meer verliezen. Zeg mij, wat Gij van mij verlangt; ik wil uwen wil vervullen. Maak dat ik in uwe genade leve en sterve, en doe dan met mij alles wat Gij wilt. O Maria, mijne hoop! neem mij onder uwe bescherming, en gedoog niet dat ik nog ooit mijnen God verlieze.
ZATERDAG.
Be barmhartigheid Gods.
1. Volgens den heiligen Augustinus is Gods
234
IEDEREN DAG DEB WEEK. 235
wensch om ons zijne genade mede te deelen, grooter dan ons verlangen om dezelve te ontvangen. Het is, omdat de goedheid door hare natuur gedwongen is zich mede te deelen; derhalve, God, die de oneindige goedheid is, moet oneindig verlangen zich zei ven aan zijne schepselen te schenken, en hun zijner goedheid deelachtig te maken.
Hieruit komt dan ook de groote barmhartigheid voort, met welke God ons, ellendige menschen, behandelt. David zegt, dat de aarde vol is van de barmhartigheid Gods, niet vol van zijne rechtvaardigheid; want God gebruikt zijne rechtvaardigheid tegen de zondaars alleen dan, wanneer rfif ziek zeer daartoe gedwongen vindt; maar licht, gaarne en zonder ophouden oefent Hij jegens allen zijne barmhartigheid uit. Daarom schrijft de heilige Jacobus ; n de barmhartigheid verheft zich over de gerechtigheid.quot; (Jac. 3. 13.) De barmhartigheid wederhoudt onophoudelijk de gerechtigheid van de straften, die voor de zondaars bereid waren; zij bewerkt hunne vergiffenis. Daarom noemde ook de Profeet God, de barmhartigheid zelve: u God, mijne barmhartigheid.quot; En op eene andere plaats roept hij: // om uwen naam, o Heer, heb medelijden met mijne zonden!quot; alsof hij wilde zeggen; vergeef mij, want Gij zijt de barmhartigheid zelve.
2. Isaias zegt dat, als God straft, Hij iets verricht dat aan zijn hart onbekend is; â want de Heer zal zich vergrammen, omdat Hij zijn werk doet, welk werk aan Hem vreemd is.quot; (Is. 28.) Deze zijne groote barmhartigheid heeft Hem eindelijk zoo zeer bewogen, dat Hij zijnen eenigen Zoon in de wereld gezonden heeft, om mensch te worden, om aan het kruis te sterven, om ons van den eeuwigen dood te verlossen. Daarom zegt Zacharias : n door de innerlijke barmhartig-
236 MED1TAT1EN VOOR.
beid van onzen God, door welke het raensch-geworden Woord, uit het hoogste komende, ons bezocht heeft.quot; Hij zegt de innerlijke harmJiartig-heid, omdat deze barmhartigheid in den diepsten grond van het goddelijk hart haren oorsprong heeft: God gaf liever zijnen menschgeworden Zoon aan den dood, dan ons aan het eeuwig verderf over.
3. Om ons van Gods liefde en van zijne begeerte om goed te doen, wel te overtuigen, moeten wij anders niet dan deze woorden van het Evangelie lezen: «bidt en U zal gegeven worden.quot; Konde iemand, die aan zijn vriend een bewijs zijner liefde wilde geven , meer zeggen dan : « vraag mij alles wat gij maar wilt, ik zal het u geven!quot; en God zegt dit aan een ieder van ons.
Op het aanschouwen onzer ellende roept Hij ons tot zich, en belooft ons dat hij ons zal verlichten : â komt allen tot mij, gij die vermoeid en beladen zijt, en ik zal u verkwikken.quot; Als de Joden zich eens over God beklaagden, en verklaarden, dat zij Hem om geene genade meer bidden zouden, vroeg God aan den profeet Je-remias; waarom wil mijn volk niet meer tot mij komen ? ben ik misschien een ondankbaar of traag land, dat geene of maar late vruchten draagt?quot; (Jerem. 2. 30.) God berispte het gedrag der Joden, die aan zijne goedheid twijfelden. Hij die altijd bereid is degenen, die Hem in hun lijden aanroepen, te troosten, gelijk Hij zelf door Isaias verklaard heeft: « als hij roept, zoo antwoordt Hij u, zoodra Hij het hoort. quot;
4. Gij hebt gezondigd: wenscht gij vergiffenis bij God? «Vrees niet, zegt de H. Joannes Chrysosto-mus, want God wenscht meer u te vergeven, dan gij zelf wenscht vergiffenis te bekomen.quot; Ziet God,
lEDEREN DAG DEll WEEK. 237
iemand die in zonde volhardt, dan wacht Hij geduldig op zijne bekeering, om hem barmhartigheid te kunnen bewijzen: H D j Heer wacht om zich uwer te ontfermen.quot; (Is. 70.) Hij toont ons somtijds de straf die wij verdiend hebben, opdat wij in ons zei ven zouden gaan : ,, aan die TJ vreezen, geeft Gij een teeken om voor den boog te vluchten, opdat uwe beminden gered worden.quot; (Is. 39.)
5. a Hij klopt aan de deur van ons hart, opdat wij Hem dezelve openen. quot; (Op. 3, 16.) Hij volgt ons overal, en roept: âwaarom wilt gij dan sterven, huis van Israël?quot; (Ezech. 18.) alsof Hij ons medelijdend toeriep : mijn zoon, waarom wilt gij verloren gaan ? De H. Dominicus zegt: dat God ons zelfs bidt, ons niet in het verderf te storten; en de H. Paulus bidt de zondaars, dat zij zich met God verzoenen : n wij bidden u, in den naam van Christus , verzoent u met God. quot; Hierop bemerkt de H. Chrysostomus ; â Christus zelf bidt u ; waarvoor ? â dat gij u met God verzoenet.quot;
6. Indien na zulke verlangens eenigen toch noch versteend blijven, is het de schuld van God? Zelfs aan dezen belooft Hij dat, zoo zij vol berouw zich tot Hem wenden, Hij hen niet zal verstoeten; â die tot mij komt, zal ik niet weg-stooten; quot; (Joan. 6, 37.) Hij verklaart, dat Hij bereid is een ieder, die zich tot hem wendt, te ontvangen: bekeert u tot mij, en ik zal mij tot u keeren.quot; (Zachar. 1, 3.)
Hij belooft vergiffenis aan alle zondaars, die zich bekeeren willen. Hij belooft hun dat Hij al hunne zonden vergeven zal. â Maar indien de god-delooze boetvaardigheid doei, over alle zonden die hij begaan heeft, dan zal hij leven; ik zal al zijne begane misdaden niet meer gedenken.quot; (Ez. 18. 2, 12.) Hij gaat zoo ver, dat Hij zegt: âkomt,
MED1TATIEN VOOR
en klaagt over mij; indien uwe zonden gelijk aan scharlaken zijn, zij zullen sneeuwwit worden.quot; (Is. 18.)
Hij zegt: klaagt, of met andere woorden ; komt maar tot mij , gij boetvaardigen ; en zoo ik u niet ontvang, dan laat ik toe mij te beschuldigen, dat ik mijn woord niet gehouden beb. God stoot nooit een hart vol berouw van zich weg: â een boetvaardig en ootmoedig hart zult Gij, o God, niet verachten.quot; (Ps. 50.)
In het Evangelie van den H.Lucas, leest men, met welke vreugd de Heer het verloren schaapje wedervindt, met welke liefde Hij den verloren zoon, die zich aan zijne voeten wierp weder aannam. En God zelf zegt met klare woorden, dat, â in den hemel grootere vreugde is over cenen boetvaardigen zondaar, dan over negen-en-negentig rechtvaardigen.quot; (Luc. 15. 7.) De H. Gregorius leert ons, dat dit daardoor komt, wijl de boetvaardige zondaars gewoonlijk God meer beminnen, dan de rechtvaardigen, die al te licht lauw in zijnen dienst worden.
GEVOELENS EN GEBEOEN.
Dewijl Gij mij, o mijn Jesus, zoo langmoedig afgewacht, dewijl Gij mij zoo ik hoop, met zoo veel liefde vergeven hebt, zoo wil ik U dan ook oprecht beminnen; maar deze liefde is wederom uwe gaaf. Geef mij dezelve, o mijn God, want het zoude U maar weinig eer bijbrengen, indien een zondaar, aan wien Gij zoo vele genaden bewezen hebt, U maar weinig beminde. O mijn Jesus! wanneer zal mijne dankbaarheid eens de goedheid, die Gij tot mij hebt, gelijken? In plaats van dankbaar te zijn, heb ik U vroeger beleedigd en veracht; zal ik mij dan in het toekomende nog alzoo tegen U gedragen, tegen U, die niets gespaard hebt om mij gelukkig
238
IEDEREN DAG DEK WEEK. 239
te maken en mijne liefde te winnen? â Neen, mijn Zaligmaker! ik wil U uit geheel mijn hart beminnen, ik wil ü nooit meer mishagen. Gij verlangt dat ikUbeminne; ik verlang niets anders ; Gij zoekt mij, ik zoek niets anders dan U. Sta mij bij, want zonder U kan ik niets. O Maria, mijne Moeder! heb medelijden met mij ; leid mij tot God.
ZONDAG.
God moei alleen het doel van al onze handelingen zijn.
1. In alles wat wij doen, moeten wij aan God alleen; en niet aan onze bloedverwanten, niet aan de groeten dezer wereld, niet aan ons zei ven zoeken te behagen : want wat men niet voor God doet, is voor de eeuwigheid verloren. Wij doen nochtans zoo veel om aan de menschen te behagen, om hun misnoegen niet op ons te trekken, ofschoon de H. Paulus zegt : indien ik nog aan de menschen wilde behagen, zoo zou ik geen dienaar van Christus zijn.quot; Daarom moeten wij God alleen, bij al wat wij doen in het oog hebben : â ik doe altijd wat Hem behaagt.quot; (Joan. 8:)
Al wat wij bezitten, komt ons van God; van ons zeiven hebben wij alleen den niet en de zonden. God alleen heeft ons waarachtig bemind; Hij heeft ons van alle eeuwigheid bemind; Hij heeft ons zoo zeer bemind, dat Hij zich zeiven aan ons op het kruis en in het allerheiligste Sacrament geschonken heeft. Daarom verdient God alleen onze liefde.
3. Arme ziel! gij die eene gehechtheid aan iets, wat God mishaagt, in uw hart bewaart; hier op de aarde zult gij nooit den vrede vinden, en gij zijt in groot gevaar de rust des harten voor alle eeuwigheid te verliezen. Zalig integendeel de-
340 MEDITATIEN VOOR
gene die U alleen, o mijn God, zoekt, en die uit liefde tot U aan alles verzaakt ; hij zal de kostbare parel, uwe liefde, eenen grooteren schat dan alle schatten en rijkdommen dezer wereld vinden. Wie zich hiertoe besluit, die bekomt de ware vrijheid der kinderen Gods; want hij heeft zich van de banden bevrijd, die ons aan de wereld hechten, en die ons beletten ons geheel met God te vereenigen.
U, o mijn God, o mijn Al, ü heb ik liever dan alle schatten, alle eeretitels, alle wetenschappen, alle goederen die Gij mij schenken kunt. Gij zijt mijn eenigste goed. Gij alleen vergenoegt mij; want Gij zijt de oneindige schoonheid, de oneindige goedheid, de oneindige beminnelijkheid; Gij zijt het eenigste waarachtig goed. Buiten U kan ik mij met geen goed tevreden stellen. Ik herhaal het en zal het zonder ophouden herhalen : U alleen en niets anders verlang ik; alles wat niet van U of wat minder dan U is, kan mij niet bevredigen.
O, wanneer zal die gelukkige tijd gekomen zijn, dat ik U alleen love, U alleen beminne, alleen uw welbehagen zoeke; wanneer zal de tijd daar zijn, dat ik niet meer aan de schepselen, noch aan mij zeiven denk! Sta mij bij, als Gij ziet, o Heer, dat mijne liefde tot U verflauwt , als Gij ziet, dat ik in gevaar ben op nieuw in. de schepselen of in de aardsche vreugden mijn behagen te zoeken. â Eeik mij uwe hand uir, de hoogte, red mij en verlos mij van de vele waters. (Ps. 143.) Bevrijd mij alsdan uit het gevaar, op nieuw van U verwijderd te worden. « Dat de anderen wenschen en zoeken wat zij willen, ik zoek niets anders dan U, mijn God, mijne liefde, mijne hoop.quot; (Ps. 72. 36.) Want, wat heb ik in den hemel, wat heb ik op de aarde, buiten U? â God
IEDEREN DAG DER WERK. 241
mijns harten en mijn deel in eeuwigheid, mijn God en mijn al! (Ps. 72. 35. 26.) Och! wildet gij toch erkennen, sterfelijke menscaen, dat alle goed, dat u van de schepselen komt, niets anders dan leugen en bedrog is, en dat God U alleen bevredigen kan. In dit leven genieten wij God maar op eene onvol-komene wijze; Hij laat ons slechts een klein deel van zijne goedheid, die in den hemel onze erfenis zijn zal, kennen. Daar zal Hij ons aan de zaligheid, die Hij zelf bezit, laten deel nemen; Hij zal ons toeroepen : â gaat in de vreugde des Heeren.quot; De hemelsche troost, dien God aan zijne dienaars op aarde geeft, is maar eene lokspijs, om hun verlangen tot den hemel te vergrooten.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Maak, o almachtige, liefwaardige God, dat ik van heden af, in al mijn doen , niets anders begeere, niets anders zoeke dan uw welbehagen ; maak dat Gij alleen het voorwerp mijner liefde zijt, dewijl Gij alleen verdient, om de dankbaarheid die wij à schuldig zijn, dat wij U al onze neigingen schenken. Niets pijnigt mij meer dan de gedachte, dat ik eertijds zoo weinig uwe oneindelijke goedheid beminde; maar ik hoop en heb met uwen bijstand vast besloten, U in het toekomende uit al mijne krachten te beminnen, â ik hoop dat ik op mijn sterfbed U alleen, mijn hoogste goed, zal beminnen.
Heilige Moeder Gods ! bid voor mij, ellendige ; uw gebed wordt zeker verhoord; bid Jesus, opdat ik Hem geheel toebehoore.
MAANDAG.
Door htt geled worden wij zalig.
1. Het gebed is niet alleen voordeelig, het is noodzakelijk tot onze zaligheid. Daarom heeft dan
MEDIÃATIEN VOO H
ook God, die de zaligheid van ons allen wil, het ons als een gebod voorgeschreven : « bidt, en u zal gegeven worden.quot; (Matth. 7. 7.) De Kerkvergadering van Constantien heeft de ketterij van Wiclef, dat het gebed maar een raad en niet een gebod is, gedoemd. /, Men moet zonder ophouden biddenquot; zegt de H. Schriftuur; zij zegt niet, 't is voordeelig, het betaamt dat men bidde. Derhalve leeren ook de godgeleerden, dat hij, die zich niet ten minste eenmaal in de maand Gode aanbeveelt, en die niet iedermaal, als hij zich in eene groote bekoring bevindt, tot Hem zijne toevlucht neemt, eene doodzonde begaat.
Dat komt daarbij, omdat wij van den eenen kant onbekwaam zijn uit onze eigene krachten iets goeds te doen, zelfs maar eene goede gedachte te hebben : ,/ zonder mij kunt gij niets doen.quot; ( Joan. 15.) âWij zijn niet bekwaam van ons zeiven iets te denken.quot; (3. Cor. 3. 5.) Daarom zeide de heilige Philippus Nerius : dat hij aan zich zeiven wanhoopte. Van den anderen kant is het gebed noodzakelijk, dewijl, gelijk de H. Augustinus zegt, ofschoon God ons zijne genade uitdeelen wil. Hij ze nochtans maar aan diegenen geeft, welke Hem daarom bidden; quot; en Hij voegt er bij, dat bijzonderlijk de genade van volharding alleen aan hem gegeven wordt, die ze verlangt.
3. Daar de duivel onophoudelijk op ons loert om ons te verslinden, zoo moeten wij ook noodzakelijkerwijze ons zonder ophouden door het gebed tegen hem verdedigen; waarom ook Christus zelf ons vermaant ; ;/ men moet altijd bidden, en nooit ophouden.quot; (Luc. 18.) Want hoe zouden wij ook anders aan de gedurige bekoringen, die ons de duivel en de wereld bereiden, kunnen wederstaan?
343
IEDEBEN DAG DER WEEK. 243
Het was eene ketterij van Jansenius, welke de heilige Kerk gedoemd heeft, dat wij niet in staat zijn eenige geboden te onderhouden, en dat ons dikwijls de genade ontbreekt om ze te kunnen volbrengen. quot;God is getrouw, â schrijft de H. Paulus, â Hij zal u niet laten bekoren boven uwe krachten.quot; Hij wil dat, als wij beproefd worden, wij tot Hem onze toevlucht nemen, om te kunnen wederstaan. De H. Augustinus zegt ; ;/ het gebod is ons gegeven, opdat wij de genade verlangen; de genade wordt ons gegeven, opdat wij het gebod vervullen.quot; Dewijl wij door onze krachten, zonder de genade, het gebod niet kunnen vervullen, daarom heeft God ons het gebod gegeven om de genade, met welker hilp wij het volbrengen kunnen, te verlangen : bidden wij, zoo geeft God ons de genade om zijne geboden te onderhouden.
De H. Kerkvergadering van Trenthe zegt hetzelfde in weinige woorden : // God beveelt ons niets onmogelijks; als Hij ons iets beveelt, leert Hij ons doen wat in onze kracht is, en Hem te bidden, opdat Hij ons bijsta in hetgene onze krachten te boven gaat; daarin helpt Hij ons datgene vervullen, wat aan ons alleen onmogelijk was.quot; Ofschoon God bereid is ons te helpen, opdat wij de bekoring overwinnen, zoo geeft Hij ons evenwel slechts dan zijn bijstand, als wij in den tijd der bekoring tot Hem onze toevlucht nemen, en bijzonderlijk in de bekoringen tegen de deugd van zuiverheid, volgens de uitspraak van den wijzen-man : wetende dat ik niet anders konde rein zijn, tenzij het mij van God gegeven wierde, zoo ging ik voor den Heer, en ik bad Hem. (Wijsh. 8. 17.)
Indien God ons niet helpt, indien Hij ons zijne genade niet geeft, kunnen wij die vleeschelijke lus-
344 MEDITATIEF VOOR
ten niet overwinnen, en indien wij niet bidden, helpt God ons niet; maar , indien wij bidden , bekomen wij zonder twijfel de noodige kracliten, om aan de ganscbe hel te wederstaan; want God is alsdan onze macht, en wij kunnen dan ook met den H. Paulus uitroepen : alles kan ik in dengenen die mij versterkt.quot;
Een krachtig middel om de goddelijke genade te bekomen, is het aanroepen der Heiligen om hunne voorbidding bg God : dewijl zij zeer machtig zijn, en voor degenen die hen op eene bijzondere wijze eeren, de grootste weldaden van God verkrijgen. De H.Thomas zegt: â dat men niet gelooven moet, dat de vereering der Heiligen in het algemeen eene willekeurige aandacht zij; want de gegronde schikking van God vereischt, dat wij sterfelijke men-schen, door liet gebed der Heiligen, de hulp bekomen die ons tot onze zaligheid noodig is.quot; Vooral moet men dit aan de H. Maagd Maria toeëige-nen; want hare gebeden hebben eene hoogere waarde in de oogen van God, dan die van al de Heiligen, en zulks te meer âdewijl, â volgens den H. Bernardus, âwij door Maria tot Christus onzen Zaligmaker en Middelaar toegang bekomen, quot; en omdat, â gelijk dezelfde Heilige en met hem de grootste godgeleerden staande houden, â â alle genaden die God ons geeft, door Maria tot ons komen.quot; Daarom roept ons dezelfde Leeraar toe: â bijaldien wij genade zoeken, zoo moeten wij ze door Maria zoeken; want, wie zoekt vindt, en zal niet bedrogen worden.quot;
Laat ons dan bidden, maar laat ons met betrouwen bidden : â gaan wij alzoo met betrouwen voor den troon der genade, opdat wij barmhartigheid vinden, en in den tijd van nood genade verkrijgen. quot; (Heb, 4. 1. 6.) Jesus Christus zit nu op eenen troon
IE DEREN DAG DER WEEK. 245
van genade, om allen die tot hem hunne toevlucht nemen, te troosten , Hij roept ons toe ; « bidt, en u zal gegeven worden.quot; In den dag des oordeels zal Hij ook op eenen troon, maar op eenen troon van rechtvaardigheid zitten. Welke dwaasheid zou het niet zijn. den dag des oordeels te willen afwachten, wanneer Jesus als Rechter verschijnt, wanneer er geene oarmhartigheid meer te hopen is : en nu, terwijl Jesus ons vergiffenis aanbiedt, tot Hem onze toevlucht niet te willen nemen! â Heden roept Hij tot ons : «al wat gij in het gebed vraagt, gelooft dat gij het bekomen zult, en het zal u gegeven worden. (Mark. 11 ; 12.)
Kan iemand aan zijnen vriend, om hem een bewijs zijner liefde te geven, meer beloven dan dat hij hem alles, waarvoor hij hem bid, zal toestaan ? De H. Jacobus voegt er nog bij : âzoo aan iemand onder u wijsheid ontbreekt, dat hij God, die aan allen in overvloed geeft, en die geene opwerpingen doet, bidde, en dezelve zal hem gegeven worden.quot; De wijsheid van welke de Apostel hier spreekt, is die, welke ons leert wat wij moeten doen om onze ziel gelukkig te maken; men moet alzoo, om ze te verkrijgen, God om de noodzakelijke genade tot de zaligheid bidden. â Zal God ze U ook geven quot;? Ja zeker, en dat in overvloed; Hij zal ons meer van zijne genade me-dedeelen dan wij verlangd hebben. Laat ons ook deze woorden van den Apostel bemerken : «dat God geene opwerpiugen doet, // want Hij handelt niet gelijk de menschen, die aan den ondankbare zijne ondankbaarheid verwijten, en hem daarom zijne bede afslaan. God geeft gaarne alles, ja nog meer dan wij Hem vragen. Daarom, indien wij willen zalig worden, moeten wij zonder ophouden en tot den dood toe bidden en tot God roepen :
346 MEDITATIES VOOR
â help mij, o Heer, mijn Jesus, wees mij genadig! Maria, sta mij bij!quot; â Wij zijn verloren, indien wij het gebed verlaten. Laat ons dan bidden : bidden voor ons, bidden voor de zondaars, dewijl dit aan God zoo aangenaam is; laat ons dagelijks voor de arme zielen in het vagevuur bidden, want zij toonen zich onuitsprekelijk dankbaar voor diegenen die met hen medelijden hebben. Zoo dikwijls wij bidden, moeten wij God bidden, dat hij ons zijne genaden door de verdiensten van Jesus wil geven; want Hij zelf leert ons, u dat zoo wij Hem in zijnen naam iets vragen , wij het zullen verkrijgen.quot;
GEVOELENS EN GEERDEN'.
Mijn God 1 ik bid U, dat Gij mij om de verdiensten van Jesus de genade wilt geven, dal ik mijn geheel leven door, maar bijzonder ten tijde der bekoring, mij aan U bevele, en dat ik vast hope dat Gij mij uit liefde tot Jesus en Maria zult bijstaan. Heilige Maagd Maria! verkrijg mij deze genaden ; mijne zaligheid hangt van u af.
DINSDAG.
Wij hawerken onze zaligheid, ah wij geduldig ons kruis dragen.
1. Op Goeden Vrijdag zingt de heilige Kerk : «ziet daar het kruis, aan hetwelk de zaligheid der wereld gehangen heeft!quot; Door kruis en leed worden wij zalig, namelijk als wij aan de bekoringen wederstaan, en als wij de vreugde der wereld verachten. De ware liefde Gods toont zich in kruis en tegenspoed.
Wij moeten dus oen vast voornemen maken het kruis, dat Jesus Christus ons oplegt, geduldig te dragen, en aan hetzelve uit liefde tot Jesus te ster-
IEDKELEN DAS DER WEEK. 247
ven, even gelijk Hij, uit liefde tot ons, zich aan het kruis opgeofferd heeft. Er is geen andere weg tot den hemel, dan de verduldigheid in den tegenspoed, en dat tot den dood toe; er is geen ander middel om den vrede in het lijden te bewaren , dan de overgeving in den wil Gods; alleen dan, wanneer wij willen wat God wil, blijven wij verduldig; zoo wij een ander middel zoeken, zullen wij, wij mogen doen al wat wij willen, den last van het kruis niet ontgaan; integendeel, zoo wij het goedwillig op ons nomen, zal het ons in den hemel dragen, en ons hier op aarde den vrede geven.
Wie het kruis van zich wil werpen, die maakt het nog zwaarder; wie het geduldig draagt, verlicht zich den last; ja dan wordt het zelfs de oorzaak van rijkelijken troost: want God vervult met zijne genade diegenen, welke met goeden moed hun kruis op zich nemen om Hem te verheugen. Aan onze natuur zal het lijden nooit behagen, maar zoo de liefde Gods in het hart brandt, dan lijdt men gaarne.
2. Wij zullen ons niet over het lijden beklagen dat God ons laat overkomen. Indien wij ernstig nadenken welke zaligheid God ons in den hemel bereidt, zoo wij Hem op de aarde getrouw blijven; en indien wij zonder klagen de moeite op ons nemen die Hij ons toezendt, dan kunnen wij met Job uitroepen ; ,/ dit is mijn troost, dat Hij mij met smarten, zonder verachooning, plaagt, en dat ik de woorden des Heeren niet tegenspreek.quot;
3. Hebben wij God zeer beleedigd, hebben wij de hel verdiend, zoo moeten wij ons in het lijden daarover verheugen, dat God ons hier op aarde straft, omdat dit een zeker te eken is , dat Hij ons in de eeuwigheid sparen wil. Medelijdenswaardig is de zondaar, aan wien alles hier in deze wereld
248 MED1TATIEN TOOR
gelukt! â Wij moeten, zoodra ons eenig groot lijden overkomt, terstond eenen oogslag op de bel werpen, die wij verdiend hebben; zeker, het grootste lijden zal ons alsdan klein schijnen.
Indien wij gezondigd hebben, moeten wij zonder ophouden tot God roepen : « Heer! spaar mij niet, laat mij lijden, maar geef mij kracht om geduldig te lijden, opdat ik niet tegen uwen heiligen wil strijde, maar mij in alles aan uwe schikking onderwerpe, en met Jesus zegge: «ja Vader! zoo behaagt het U.quot; (Matth. 11. 26.)
4. Eene ziel die God bemint, zoekt Hem alleen. « Gave ook een mensch al wat hij bezit voor deze liefde, als een niet zou men het achten.quot; (Gez. 8. 7.) Wie God bemint acht alles klein; hij verzaakt aan alles wat zijne liefde tot God niet vergroot : â door zijne goede werken, door de boetvaardigheden en moeielijkheden, die hij op zich neemt om God te eeren, zoekt hij noch geestelijken troost, noch zoetigheden : hij zoekt niets anders dan God te behagen. Hij verzaakt aan alle vreugden dezer wereld, dewijl Hij onophoudelijk zich zei ven verloochent, en dit maakt hem noch ijdel, noch hoovaardig; integendeel, hij erkent dat hij een onwaardige dienaar is, hij verkiest gaarne de laatste plaats, en geeft zich geheel in den goddelijken wil, do goddelijke barmhartigheid over.
5. Indien wij ons willen heilig maken, dan moeten wij onze zinnen veranderen; want wij zullen ons nooit waarachtig met God vereenigen, indien wij met daartoe komen , dat ons de zoetheden bitter, en de bitterheden zoet schijnen. Alleen dan, wanneer wij de kleine en groote tegenspoeden, die ons dagelijks overkomen, geduldig lijden, alleen dan kunnen wij hopen zalig te wor-
1EDEREN DAG DER WEEK. 249
den en in de volmaaktheid te groeien. God wil dat wij lijden, om te boeten voor de zonden die wij begaan hebben, om het eeuwig leven te verdienen en om aan Hem te behagen; en dit is het edelste doel, dat wij in al onze handelingen moeten in het oog hebben.
Wij moeten derhalve altijd bereid zijn het kruis, dat God ons oplegt, goedwillig te dragen; wij moeten ons reeds vau nu af voorbereiden, alle moeielijkheden uit liefde tot Hem aan te nemen, opdat, als het lijden komt, wij het met eene vol-komene overgeving ontvangen en met Christus uitroepen ; n zou ik den kelk, dien mijn Vader mij aanbiedt, niet drinken! quot; (Joan. 18. 11.) God schikt mij dit kruis voor mijn geluk, kan ik dan weigeren het aan te nemen?
6. Schijnt ons een lijden, dat God ons toezendt, onverdragelijk, zoo moeten wij terstond tot het gebed onze toevlucht nemen, opdat God ons alsdan versterke, om het met verdiensten te kunnen lijden. Herinneren wij ons de woorden van den H. Paulus, die ons leert, dat « alle lijden dezer wereld, hoe smartelijk zij ook zijn, niet kunnen vergeleken worden met de heerlijkheid, die ons in den hemel zal medegedeeld worden.
Als wij zeer bedroefd zijn, dan moeten wij ons geloof opwekken, vooral moeten wij eenen oogslag op onzen Zaligmaker werpen, die uit liefde tot ons aan het kruis uitgerekt, heeft willen sterven; daarna moeten wij naar den hemel zien, en bedenken welke schatten God bereidt voor degenen, die om zijne liefde lijden. Indien wij het altijd zoo deden, zouden wij ons nooit beklagen; integendeel, wij zouden God danken voor het lijden dat Hij ons laat overkomen, en Hem zelfs bidden dat Hij het vergroote.
280 MEDITATIEN VOOR
De Heiligen in den hemel verblijden zich niet over de eer en vreugde, die zij op aarde genoten hebben, maar over hetgene zij uit liefde tot Jesus geleden hebben. Al wat vergankelijk is, is van kleine waarde, alleen het eeuwige, het onvergankelijke, is hoog te achten. O hoe troostelijk, o mijn Jesus, zijn mij de woorden die Gij mij door uwen Profeet toeroept : â bekeert u tot mij, en ik zal my tot u keeren. quot; (Zach. 1. 3.)
GEVOELENS EN GEBEDEN.
ó Mijn God! om de schepselen, om mijne ellendige genegenheden heb ik U vroeger verlaten; maar nu verlaat ik alles en schenk mij aan U ; ik ben zeker dat, zoo ik U waarlijk bemin. Gij mij niet verstoeten zult, maar dat Gij bereid zijt mij te omhelzen. â Ik zal mij tot U keeren.quot; Neem mij dan alzoo genadig aan, laat mij kennen welk groot goed gij zijt, en hoe zeer Gij mij bemint, opdat ik U nooit meer verlate. Vergeef mij, o Jesus! vergeef mij, allerliefste Jesus ! vergeef mij dat ik ü zoo dikwijls beleedigd heb. Geef mij uwe liefde, en doe met mij al wat U behaagt. Straf mij gelijk het U goeddunkt, ontneem mij alles, behalve U zeiven. Ik bezweer het U, dat indien ook de wereld mij al hare schatten aanbied, ik aan alles verzaken zoude, om U alleen te bezitten. O Maria ! beveel mij aan uwen god-delijken Zoon; Hij staat alles toe, ja, alles wat gij Hem vraagt.
IEDEBEN DAG DER WEEK.
WOENSDAG.
Drie, overwegingen of meditatiën oter den Hemel,
welke men op den 8 October en met ouzes Heeren Hemelvaart doen kan.
EEESTE OVEEWEGING.
Voor Paaschdag.
1. O, hoe gelukkig zullen wij zijn, wanneer wij hier op aarde alle rampspoeden dezes levens geduldig lijden. Er zal een dag komen, waarop al onze vrees en angst zal eindigen, cp welken ziekte , vervolgingen alle kruis zal ophouden; ja, indien wij zalig worden, dan verwisselen zicli al deze smarten, in even zoo vele vreugden en heerlijkheid in den hemel. Jesus Christus spreekt ons moed in en zegt : â uwe droefheid zal in vreugde veranderd worden.quot; (Joan. 16. 30.)
De vreugden des hemels zijn zoo groot, dat wij sterfelijke menschen die noch beschrijven, noch begrijpen kunnen; u geen oog heeft het gezien , noch oor gehoord, en het is nooit in 's menschen verstand opgekomen, wat God bereid heeft aan die Hem liefhebben. quot; (I. Cor. 39.) Nooit heeft een oog eene schoonheid gezien, welke aan de schoonheid des hemels gelijk is. Nooit heeft een oor het zoet geluid gehoord, dat met het zoet geluid des hemels konde vergeleken worden; en nooit kan het menschehjk hart zoo ver komen , om zich eene zaligheid te verbeelden, als die, welke God bereid heeft voor die Hem beminnen. Schoon is het aangezicht van een landschap dat met heuvelen, dalen, bosschen en zeeoevers ver-
251
252 MEDITATIEK VOOR
sierd is; schoon is het gezicht, hetwelk een tuin vol bloemen, vruchtboomen en bronnen aanbiedt : â maar ach, hoe veel schooner is de hemel!
2. Om te bevatten, hoe groot de vreugden des hemels zijn moeten, is het genoeg te weten, dat in dit rijk van zaligheid, een almachtige God zijnen zetel gevestigd heeft, die onophoudelijk hiermede bezig is, om de zielen, welke Hij zoo zeer bemint, gelukkig te maken. De H. Barnardus zegt : ;/ de hemel is eene plaats, waar zich niets bevindt, dat wij niet wenschen, en waar alles is , dat wij maar wenschen kunnen.quot; In den hemel is het nooit nacht, in den hemel is geene afwisseling van winter en zomer, daar is het voortdurend heldere dag, daar is het altijd het liefste lenteweder. In den hemel is geene vervolging, geen nijd, want allen beminnen elkander in oprechtheid, en een ieder verheugt zich over het geluk des andeien, alsof het zijn eigen ware. In den hemel zijn geene ziekten, geene smarten, want het lichaam is daar aan geen lijden meer onderworpen ; daar is geene armoede, wijl een ieder rijk genoeg is en niets meer te wenschen heeft. Daar is ook geene vrees, want de ziel is er in Gods genade gevestigd , en kan niet meer zondigen, en kan het hoogste goed, dat zij bezit, niet meer verliezen.
3. In den hemel is alles wat wij maar kunnen verlangen. Daar wordt het oog door het aanschouwen dezer schoone stad en harer bewoners, die allen gelijk koningen optreden, volkomen bevredigd ; want alle bewoners des hemels zijn terzelfder tijd koningen van dit eeuwig rijk. Daar zullen wij de schoonheid van Maria zien, die schooner is dan alle Heiligen en Engelen te zamen. Daar zullen wij ondervinden, hoe schoon Jesns Christus
IEDEREN DAG DER quot;VVEEK. 353
is, die nog oneindig schooner is dan Maria. De reuk wordt verkwikt door den aangenamen geur des hemels, het gehoor zal door het hemelsch zoet geluid en door de gezangen der gelukzaligen verheugd worden, die met de grootste liefelijkheid, Gods lof door de geheele eeuwigheid verkondigen.
AANDOENINGEN.
Ach, mijn God! ik heb niet den hemel, neen, ik heb de hel verdiend; uw dood doet mij hopen evenwel nog zalig te worden. Ik hoop in den hemel te komen, ik bid Lf daarom, en dit niet zoo zeer om mijne eigene zaligheid, maar veel meer om het geluk, U door de geheele eeuwighaid te kunnen beminnen, en om zeker te zijn t) nooit meur te kunnen verliezen. O mijne lieve Moeder Maria, gij zeester! leid mij door uw gebed in den hemel.
TWEEDE OVEKWEGIXG.
Voor Faawh-maaniJarj.
I. Stellen wij ons eene ziel voor, die de wereld verlaat, om in staat van Gods genade de eeuwigheid in te gaan : vol ootmoedigheid en vertrouwen nadert zij tot Jesus Christus, haren Eechter en Zaligmaker. Jesus omhelst deze ziel, zegent dezelve, en doet haar de volgende troostrijke woorden vernemen : verheug u, geliefde ziel, gij zijt zalig; kom, mijne bruid, kom, gij moet gezuiverd worden. Zoo zendt Jesus haar tot het vagevuur, en de ziel neemt met volkomene over-geving deze straf aan; want zij zelve wil niet tot den hemel, in dit vaderland der volmaaktste reinheid, ingaan, zoo lang ook zij niet volkomen rein is. Hierop verschijnt de Engel-bewaarder, om de ziel naar het vagevuur te brengen ; eerst dankt de ziel hem, dat hij haar gedurende haar
17
254 MBDITATIEN VOOR
leven zoo getrouw heeft bijgestaan, en dan volgt
zij hem geheel gehoorzaam.
Ach, mijn God! wanneer zal die zalige dag komen, dat ook ik deze aarde, die zoo vol gevaren is, kan verlaten, en zeker kan zijn U nooit weêr te verliezen. Ach! ik zal mij bereidwillig in het vagevuur begeven, dat mij afwacht; met vreugde zal ik alle pijnen aannemen, die mij aldaar wachten; het is mij genoeg U in dit vuur uit geheel mijn hart te kunnen beminnen, ja, dat ik aldaar niets anders kan beminnen dan U alleen.
2. Nadat de ziel haar vagevuur ondergaan heeft, keert de Engel wederom tot dezelve terug, en roept haar toe: kom, o schoone ziel, uwe smarten zijn voorbij, kom om het aanschijn van uwen God te aanschouwen, die u in den hemel afwacht! Daar verheft zich de ziel boven de wolken en boven de sterren, en treedt den hemel binnen. O mijn God 1 wat zal zij nu zeggen, als zij voor de eerste maal haar heilig vaderland betreedt, als zij voor de eerste maal dit oord van vreugden aanschouwt? De Engelen, de Heiligen, en vooral de heilige Patronen komen haar te gemoet, begroeten haar juichende en roepen : wees welkom, onze beminde gezellin, wees welkom ! O mijn Jesus 1 laat mij ook een zoo groot geluk verdienen.
2. Welk een troost voor eene ziel, wanneer zij hare bloedverwanten, hare vrienden, die haar in den tijd zijn vooruitgegaan, terugvindt! Doch hare vreugde zal nog veel grooter zijn, als zij hare koningin Maria ziet, als zij haar de voeten kust, en voor zoo vele gunsten dankt, welke zij van haar bekomen heeft. Deze Koningin des hemels omarmt de ziel, en voert ze zelve tot.
IEDEE.EN DAG DER WEEK. 255
Jesus, die haar als zijne bruid begroet. Vervolgens geleidt Jesus Christus de ziel tot zijnen hemelschen Vader, die haar omhelst, zegent en zegt: wga binnen in de vreugde uws Heeren,quot; waarop God haar laat deelnemen aan de zaligheid, welke Hij zelf geniet.
AANDOENINGEN.
Ach, mijn God! maak toch dat ik U hier op aarde waarlijk beminne, opdat ik U door de geheele eeuwigheid op het innigst kan liefhebben. Gij immers zijt het waardigste voorwerp van onze liefde. Gij verdient al mijne liefde; zie, ik wil niets anders beminnen dan ü alleen. Geef mij de genade om dit mijn voornemen ten uitvoer te brengen ; en gij, o mijne lieve Moeder Maria, sta mij bij.
DEEDE OVERWEGING.
Voor den dinsdag na Taschen.
1. De schoonheid der Heiligen, liet hemelsch zoet geluid en alle andere vreugden van het paradijs, zijn echter slechts de geringste belooningen die ons in den hemel wachten. Het goed, hetwelk de ziel volkomen gelukkig maakt, bestaat hierin , dat zij God van aanschijn tot aanschijn zien en beminnen kan. De H. Augustinus zegt dat, wanneer God zijn schoon aangezicht aan de verdoemden toonde, de hel met al hare pijnen zich weldra voor hen in eenen hemel zoude veranderen. Indien God hier op aarde zijne tegenwoordigheid aan eene ziel in het gebed te kennen geeft, indien Hij haar door eene straal van hemel-sche verlichting laat zien, hoe goed Hij is, en welke liefde Hij de ziel toedraagt, o dan gevoelt zij zoo grooten troost, dat zij van liefde vergaan en smelten zoude. Maar hier op aarde kunnen wij
256 mediïatikn voor
God tocli niet zoo aanschouwen gelijk Hij is; wij zien Hem slechts in liet duister, en als overdekt met eenen dichten sluier. Ach, wat zal het daar dan wel zijn, als God den sluier wegneemt, als Hij zich geheel openlijk, van aanschijn tot aanschijn vertoont! O mijn God! daar ik U zoo menigmaal verlaten heb, verdien ik het niet U ooit te aanschouwen ; maar vol vertrouwen op uwe goedheid, hoop ik toch nog U eens te zien en U de geheele eeuwigheid door in den hemel te beminnen. Op deze wijze spreek ik, wijl ik met eenen God spreek, die gestorven is om mij den hemel te verleenen.
2. Hier op aarde zijn de zielen, die God beminnen , zeker de allergelukzaligste; desniettegenstaande kunnen zij toch nooit op deze wereld tot eene volmaakte tevredenheid komen. De vrees, welke haar de onzekerheid veroorzaakt, of zij Gods haat of liefde waardig zijn, maakt dat zij bijna altijd moeten lijden; doch in den hemel is de ziel verzekerd , dat zij God bemint en dat zij van God bemind wordt. Daar erkent zij, dat die zoete band van liefde, welke haar met God vereenigt, de geheele eeuwigheid door niet meer kan verbroken worden.
De liefdevlam zal intusschen nog grooter worden, wanneer de ziel nu beter dan te voren inziet, hoe groot Gods liefde geweest is , daar Hij voor haar mensch geworden en gestorven is, ja, dat Hij zich in het heilig Sacrament des altaars geheel en gansch opgeotferd heeft; die liefdevlam zal nog veel grooter worden, wanneer de ziel zoo duidelijk alle genaden herkent, welke God haar bewezen heeft om haar in den hemel te helpen; alsdan zal zij inzien, dat alle kruisen, die zij op aarde onderstaan heeft, ïoo vele bewijzen van Gods liefde waren om haar zalig te maken. De ziel zal dan erkennen, hoe barmhartig God jegens haar gewèest
lEDEJi.EN DAG DEE WEEK. 257
is, hoe menigmaal hij haar verlicht en tot boetvaardigheid uitgenoodigd had. Van uit den zetel harer verhevene vreugde zal de ziel er velen in de hel ontdekken, die voor kleinere zonden dan de hare verdoemd zijn, en zich zelve zal zij zalig en in het bezit van haar God zien, welke zij de geheele eeuwigheid door niet meer kan verliezen. Mijn Jesus, mijn Jesus! wanneer zal ook voor mij deze zalige dag iianbreken ?
3. Het geluk der zaligen wordt hierdoor volmaakt, dat zij weten, den God, dien zij thans genieten, voor de gansche eeuwigheid te zullen genieten. Zoo de gelukzaligen ooit konden vreezen, dat zij den God, dien zij nu bezitten, wederom zouden kunnen verliezen, zoo zoude de hemel terstond ophouden een hemel te zijn. Maar neen, met dezelfde zekerheid, waarmede de gelukzalige weet dat er een God is, weet hij ook, dat hij dit hoogste goed, hetwelk hij thans geniet, ook voor de geheele eeuwigheid zal genieten. De tijd zal deze vreugde niet verminderen, want zij zal altijd nieuw verschijnen. De gelijkzalige zal altijd tevreden zijn, en dan nog onophoudelijk naar deze tevredenheid verlangen. Hiernaar zal hij altijd dorsten, en gestadig zal zijn dorst gelescht worden.
Zoo dus onze vijanden ons op aarde bedroeven, zoo moeten wij de oogen naar den hemel wenden, en ons zeiven troosten en uitroepen : schoone hemel ! deze kwellingen zullen eens een einde nemen; ja, zij zullen zelfs het voorwerp onzer vreugde worden ! De Heiligen aanschouwen ons, de Engelen, en vooral Maria, zien op ons neder, Jesus houdt reeds de kroon in zijne handen, om ons dezelve op te zetten, zoo wij Hem getrouw blijven.
godvruchtige oefeningen
aandoeningen.
O mijn God ! wanneer zal de zalige dag komen, dat ook ik U zal bezitten, en U zal toeroepen ; o mijne liefde, ik kan ü niet meer verliezen ! O Maria, mijne hoop ! lioud niet op voor mij te bidden, tot
dat gij mij zalig ziet voor uwe voeten in den hemel. â*£«â
VIERDE DEEL.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN TOT HET KINDJE JESUS.
Voor lederen da? der week, bijzonder van Kerstavond tot Nieuwjaarsdag te verrichten.
Gebed dat men voor of na iedere meditatie tot het Kindje Jesus doen kan. (1)
O God ! kom mij ter hulp.
Heer! haast U om mij te helpen.
Glorie zij den Vader gt; enz.
Onze Vader, enz.
358
a. O Jesus, allerzoetste Kind! die uit den schoot des Vaders, om onze zaligheid nedergedaald, door den heiligen Geest ontvangen zijt; die den schoot eener Maagd niet gevreesd, en als het menschgeworden Woord, de gedaante van eenen slaaf aangenomen hebt : ontferm U onzer.
(1) Pius VII heeft den 23 Nov. 1819 eenen vollen aflaat verleend, die men den 25 van iedere maand winnen kan; mits gebiecht en dien dag gecommuniceerd te hebben, en in eene kerk de plechtigheid der twaalf geheimen van 'de
tot het kindje jesus. 239
u. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm IJ onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind ! die door uwe maagdelijke Moeder, Elisabeth en Joannes den Dooper, uwen voorlooper bezocht, met den heiligen Geest vervuld, en hem reeds in het lichaam zijner moeder geheiligd hebt : ontferm U onzer.
r. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind ! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind! die negen maanden in den schoot uwer Moeder opgesloten, met het grootste verlangen van de Maagd Maria, en van den H. Josef verwacht, en van God den Vader voor de zaligheid der wereld opgeofferd werdt: ontferm U onzer.
u. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind ! die van de Maagd Maria te Bethlehem geboren, in arme doekjes gewonden, in eene krib gelegd, van de Engelen aangekondigd en door de herders gezocht werdt.
r. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wij loven U, o Jesus,
Die uit de Maagd geboren zijt.
Met den Vader en den heiligen Geest; In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
kindschheid Jesus bij te wonen en naar de meening van Zijne Heiligheid denFaus te bidden. Pins VII heeft insgelijks eenen aflaat van 300 dagen verleend aan al degenen, die voor zich alleen deze oefening met een rouwmoedig hart houden. Deze aflaat kan maar ééns daags gewonnen en aan de arme zielen in het vagevuur, alsook de volle aflaat, toegevoegd worden.
260 godvruchtige oefeningen
Christus is nabij ons.
Komt, laat ons Hem aanbidden.
Onze F ader, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind ! die na acht dagen in de besnijdenis verwond, met den glorierijken naam Jisi.s genoemd, en zoowel door uwen naam als door uw bloed, als den Verlosser der wereld voorbeduid werdt : ontferm U onzer.
k. Ontferm ü onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O jesus, allerzoetste Kind! die aan de drie Wijzen door eene ster aangekondigd, op den schoot uwer Moeder door hen aangebeden, en met goud, wirook en mirre begiftigd werdt : ontferm U onzer.
u. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind ! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind! die door uwe maagdelijke Moeder in den tempel opgedragen, door Simeon op de armen genomen, en door de profetesse Anna aan de Joden geopenbaard werdt : ontferm U onzer.
n. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind ! onti'erm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. O Jesus, allerzoetste Kind! die van den god-deloozen Herodes tot den dood gezocht, van den H. Josef en uwe Moeder naar Egypte gedragen, van eenen afgrijsselijken dood bewaard en doo;-het glorierijke marteldom der onschuldige kinderen verheerlijkt wordt : ontferm U onzer.
r. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind ! ontferm ü onzer.
Wees gegroet, enz.
tot het kindje jesus. 261
Wij loven U, o Jesus,
Die uit de Maagd geboren zijt,
Met den Vader en den heiligen Geest; In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Christus is nabij ons.
Komt laat ons Hem aanbidden.
Onze Vader, enz.
A. o Jesus, allerzoetste Kind! die met uwe heilige Moeder Maria en met den heiligen Patriarch Josef tot den dood van Herodes in Egypte gebleven zijt : ontferm IJ onzer.
k. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. 6 Jesus, allerzoetste Kind! die uit Egypte met uwe Ouders in het land Israël teruggekeerd , en na vele moeielijkheden op de reis uitgestaan te hebben, te Nazareth aangekomen zijt ; ontferm U onzer.
b. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. o Jesus, allerzoetste Kind ! die in het heilig huis te Nazareth, uwen Ouders onderdanig, in de hoogste heiligheid wandeldet en door armoede en moeielijkheden gepijnigd, in wijsheid, ouderdom en genade gedurig versterkt werdt : ontferm U onzer.
quot;R. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind ! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
a. 6 Jesus, allerzoetste Kind! die in het twaalfde jaar uws ouderdoms naar Jeruzalem geleid , door uwe Ouders met de grootste smarten gezocht, en den derden dag onder de Schriftgeleerden met vreugde gevonden werdt : ontferm U onzer.
262 godvruchtige oefeningen
r. Ontferm U onzer, o Jesus, goddelijk Kind! ontferm U onzer.
Wees gegroet, enz.
Wij loven U, o Jesus,
Die uit de Maagd geboren zijt.
Met den Vader en den heiligen Geest; In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Het Woord is vleescli geworden. Alleluja. r. En heeft onder ons gewoond. Alleluja. V. Christus heeft zich aan ons geopenbaard. Alleluja.
r. Komt, laat ons Hem aanbidden. Alleluja.
Gebed,
Almachtige, eeuwige God? Heer van hemel en aarde, die U aan de kleinen openbaart : wij bidden U, verleen ons, dat wij ons de allerheiligste geheimen van uwen Zoon, het kindje Jesus, met waardigen eerbied herinneren en Hem waardig navolgen, om alzoo tot het hemelrijk, hetwelk Gij aan de kleinen beloofd hebt, te komen : door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in alle eeuwen der eeuwen! Amen.
VOOR DEN ZONDAG, OF VOOR KERST-AVOND.
De geboorte van Jesus Christus.
1. De geboorte van Jesus Christus verbreidde eene algemeene vreugde over de gansche aarde, want Hij was de Verlosser, naar welken het menschdom sedert zoo lange jaren met bange zuchten verlangd had, en die daarom de gewenschte der volkeren, de gewenschte der eeuwige heuvelen genoemd werd. Ziet, Hij is reeds gekomen. Hij is in eenen kleinen stal geboren geworden.
2; Stellen wij ons voor, alsof de Engelen die
TOT HET KINDJE JESUS. 263
groote vreugde, die zij de herders aankondigden, ons nu ook aankondigden, en alsof zij ons zeiden : âziet, ik verkondig u eene groote vreugd voor alle volkeren, want heden is u in de stad van David de Zaligmaker geboren.quot; (Luc. 2, 10.) Welk feest houdt men niet in een koningrijk als de erfprins geboren is ? Maar veel vrolijker moet voor ons de dag zijn, op welken wij den Zoon Gods zien geboren worden, Hij, die door zijne groote barmhartigheid bewogen, van den hemel is nedergedaald om ons te bezoeken , /, door de innerlijke barmhartigheid van onzen God, door welke het menschgeworden Woord, uit de hoogte komende, ons bezocht heeft.quot; (Luc. 1, 78.) Wij waren verloren, en ziet. Hij is gekomen om ons zalig te maken : âom onze zaligheid is Hij van den Hemel nedergedaald.quot; Ziet daar de goede Herder, die gekomen is om zijne schaapjes van den dood te redden, en om zijn leven uit liefde tot hen ten beste te geven. H Ik ben de goede herder, de goede herder geeft zijn leven voor zijne schapen.quot; (Joan. 10, 11.) Ziet daar het Lam Gods, dat gekomen is om geslachtotterd te worden, opdat wij der goddelijke genade deelachtig worden; ja Hij is gekomen om onze Verlosser, om ons leven, ons licht en zelfs onze spijs in het allerheiligste Sacrament des Altaars te worden ! De H. Augustinus zegt, dat Jesus Christus, na zijne geboorte, in eene krib, in welke de dieren hun voedsel vinden, heeft willen gelegd worden, om ons daardoor te toonen, dat Hij ook daarom mensch geworden is, om zich aan ons als spijs te kunnen schenken. Dagelijks wordt Christus in het allerheiligste Altaarsacrament door de woorden des priesters in de Consecratie geboren; het altaar is alsdan de krib, aan welke wij met zijn
264 GODVRUCHTIGE OEFENINGEK
goddelijk vleesch gespijsd worden. Velen zouden wenschen dat goddelijk Kind in hunne armen te mogen houden, gelijk de heilige grijsaard Simeon; en zij bedenken niet dat het geloof ons leert, dat, als wij communiceeren, wij denzelfden Jesus die in eene krib te Bethlehem lag, niet alleen in onze armen, maar zelfs in ons hart dragen. Hij is willen geboren worden, om zich geheel aan ons te schenken : â een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.quot; (Isaias. 9.)
GEVOELENS EN GEBEDEN.
// Ik dwaalde gelijk een verloren schaap, zoek uwen dienaar.quot; O Heer! ik ben dat verloren schaapje, dat met zijne neigingen en begeerten te volgen zoo ellendig verdwaald is; maar Gij die te zamen Herder en het Lam Gods zijt; Gij zijt van den hemel nedergedaald, om mij door uwen offerdood aan het kruis te redden : â ziet het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld!quot; Wat heb ik te vreezen, indien ik mij wil beteren? Waarom zou ik niet een volkomen betrouwen op U stellen o mijn Zaligmaker, die alleen op aarde gekomen zijt om mij zalig te maken; âziet. God is mijn Zaligmaker, ik zal vertrouwelijk handelen en niet vreezen.quot; (Isaias. 13.) Nadat Gij mij U zeiven , o zoetste Zaligmaker, geschonken hebt, kunt Gij mij geen grooter bewijs uwer barmhartigheid meer geven. O hoe leed is het mij, dat ik ü, o allerliefst Kindje, beleedigd heb ! ik ben oorzaak geweest dat Gij in den stal te Bethlehem geweend hebt! Maar dewijl Gij gekomen zijt om mij te zoeken, zoo werp ik mij voor U op de knieën, en ofschoon ik à arm en lijdend in deze krib op een weinig
TOT HET KINDJE JESUS. 265
stroo aanschouw, zoo erken ik U evenwel voor mijnen Koning en Heer. De tranen die Gij hier vergiet, uw zoet gejammer wekken mij op om TJ te beminnen en ü mijn hart te schenken. Zie, mijn Jesus! ik breng het U; verander het, ontvlam het, want Gij zijt immers niet in de wereld gekomen, dan om de harten met uwe heilige liefde te ontsteken. Ik hoor hoe Gij mij uit deze krib toeroept : n gij zult den Heer uwen God uit geheel uw hart beminnen.quot; O mijn Jesus! wien konde ik toch willen beminnen, indien ik U niet beminde, die mijn Heer en mijn God zijt? Gij noemt U den mijne, omdat Gij hebt willen geboren worden om U geheel aan mij te geven, en ik zoude weigeren de uwe te zyn ? Neen, aller-liefwaardigste Zaligmaker! ik geef mij geheel aan U, ik bemin ü, ik bemin U, o mijn hoogste goed, o eenigste liefde mijner ziel! jSTeem mij heden aan en laat niet toe dat ik ooit ophoude U te beminnen. Ik bid u, mijne Koningin Maria, om den troost dien Gij gevoeldet, toen gij voor de eerste maal uwen Zoon aanschouwdet, en Hem voor de eerste maal in uwe armen druktet : bid Hem, dat Hij mij als zijnen dienaar aanneme , en dat Hij mij voor altijd door zijne heilige liefde met zich vereenige.
VOOK DEN MAANDAG.
or VOOR DEK EERSTEN KERSTDAG.
Jesus wordt ah een klein Mud geboren.
1. Opdat de herders den nieuwgeboren Zaligmaker zouden vinden, werd hun door een engel aangekondigd, dat zij hem in de gedaante van een klein kind zouden vinden. « Dit zal u een
266 GODVRUCHTIGE OEFEKIKGEN
teeken zijn : gij zult een kind vinden in doeken gewonden, liggende in eene krib.quot; (Luc. 2. 13.) De kleinheid der kinderen maakt dat iedereen zich tot hen getrokken voelt, de kleinheid van het kindje Jesus moest het ons des te liefwaardiger maken, dewijl Jesus, de oneindige God, een klein kind heeft willen worden. Adam kwam als een volwassen meusch op de wereld; het eeuwige Woord wilde als een klein kind verschijnen. Een klein kind is ons geboren, om onze harten met des te grooter geweld tot zich te trekken : n Hij wilde op deze wijze geboren worden, omdat Hij wilde bemind worden.quot; Hij kwam niet op de wereld om gevreesd, maar om bemind te worden, en daarom wilde hij vooreerst als een teeder arm kind verschijnen.
De H. Bernardus zegt ons over deze woorden van David; â groot is de Heer en zeer lofwaardig â // dat onze Zaligmaker groot is, en dat Hij verdient van God zei ven geprezen te worden.quot; Maar als hij Hem daarna als een kindje in den stal te Bethlehem overwoog, riep hij vol teeder-heid uit: ,/ klein is de Heer en zeer liefwaardig.quot; Mijn groote en machtige God is uit liefde tot mg een klein kind geworden. Ach! hoe is het toch mogelijk, dat hij die met geloof overweegt, dat God een klein kind geworden is, hetwelk in eenen stal op stroo ligt en weent, hoe is het toch mogelijk dat hij dit kind niet beminne, en niet alle menschen opwekke om het te beminnen, even gelijk de heilige Franciscus van Assise, die uitriep : n laat ons het Kindje van Bethlehem beminnen, laat ons het Kindje van Bethlehem beminnen ! quot; Het Kindje Jesus spreekt nog niet, het schreit; maar, o God ! zijn geschrei is eene stem van liefde, welke ons toeroept Hem te bemin-, nen, Hem ons hart te schenken.
TOT HET KINDJE JESUS. 207
2. Men bemint de kinderen, omdat men hunne onschuld bemint; alhoewel alle andere kinderen met de erfzonde geboren worden. Jesus werd als een klein kind geboren, maar zonder zonde, heilig , onschuldig, onbevlekt. De Bruid der Gezangen verkondigt, dat haar welbeminde rood is van liefde, en gansch wit wegens zijne onschuld, zonder de minste vlek der zonde; n mijn welbeminde is wit en rood, uitverkoren onder duizenden. quot; (Hoogl. 5. 10.) In dit Kindje vindt de eeuwige Vader zijn welbehagen; want, zegt de H. Gregorius: u in Hem alleen vindt Hij geene schuld.quot; Het is voor ons ellendige zondaars een troost, dat dit goddelijk Kind van den hemel nedergedaald is, om ons deze zijne onschuld, bij middel van zijn lijden, mede te deelen. Indien wij van zijne verdiensten een goed gebruik wisten te maken , zoo zouden zij ons weldra van zondaars, heiligen maken; in deze verdiensten moeten wij al onze hoop stellen, want zoo wij door deze God om genade bidden, bekomen wij alles wat wij begeeren.
GEVOELENS EX GEBEDEN.
Eeuwige Vader! ik ellendige, die de hel verdiend heb, en die niets bezit om U voor mijne zonden te voldoen, ik offer U de tranen, het lijden het bloed, den dood van dit Kindje op; het is uw eigen Zoon; om zijnentwil, ontferm U mijner. Zoo ik U niet dezen Zoon konde opofferen , dan was het met mij gedaan; dan bleef er voor mij geene hoop meer over; maar Gij hebt Hem mij gegeven, opdat ik U zijne verdiensten opdrage, en opdat ik vastelijk hope, door dezelve eens zalig te worden. Groot, o mijn Zaligmaker, is mijne ondankbaarheid geweest; maar uwe barmhartigheid is nog grooter; want welk grooter
268 GODVKLCHÃIGE OEFENINGEN
bewijs uwer barmhartigheid zoudt Gij mij nog kunnen geven, na mij uwen eeniggeboren Zoon tot Verlosser gegeven, na Hem als zoenoffer voor mijne zonden aangenomen te hebben ? Zoo vergeef mij dan, uit liefde tot Jesus Christus, alle beleedigingen die ik ü aangedaan heb; zij zijn mij van harte leed, omdat zij uwe oneindige goedheid beleedigd hebben. Uit liefde tot Jesus, verleen mij de genade van volharding. O mijn God! indien ik U nog op nieuw beleedigde, nadat Gij mij met zoo groot geduld afgewacht hebt, nadat Gij mij met zoo groote verlichtingen bijgestaan, en met zoo groote liefde mijne zonden vergeven hebt, zou ik dan niet verdienen, dat voor mij in het bijzonder eene hel bereid werd?
O hemelsche Vader! verlaat mij niet. Ik beef, als ik denk hoe dikwijls ik U reeds verraden heb, hoe dikwijls ik beloofd heb U te beminnen, en hoe dikwijls ik U op nieuw weder ongetrouw geworden ben. â O mijn God! laat niet toe dat ik nog ooit het ongeluk hebbe uwe genade te verliezen. Laat niet toe dat ik nog van U gescheiden worde. Ik herhaal het, ik wil het tot mijnen laatsten adem herhalen, ja Gij zult mij de genade geven van altijd dit gebed te kunnen herhalen: â laat niet toe dat ik nog ooit van U gescheiden worde. quot; Mijn Jesus, mijn allerliefste Kindje! bind mij met uwe liefde aan U vast. Ik bemin U, ik wil U altijd beminnen ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van uwe liefde afscheide. Ik bemin ook u, o mijne Moeder Maria ! bemin dan ook mij; en indien gij mij bemint, o zoo bekom mij de genade, dat ik nooit meer ophoude mijnen God te beminnen.
TOT HET KINDJE JÃSUS.
VOOK DEN DINSDAG.
OF VOOB DEN TWEEDEN KERSTDAG.
Jems in doeken gewonden.
1. Stel u voor alsof gij Maria zaagt, die, na haren goddelijken Zoon gebaard te hebben, â Hem met eerbied in hare armen drukt. Hem vooreerst als haren God aanbidt, en Hem daarna in doeken windt.quot; ( Luc. 3.) Zie het kindje Jesus, hoe het gehoorzaam zijne kleine handen en voeten aanbiedt, om dezelve te laten inwinden. Bedenk, hoe elke keer dat dit heilig Kind zich binden laat, het aan de koorden dacht, met welke men het eens in den hof van Gethsemani zou binden; hoe het aan die banden dacht, die het eens aan de kolom zouden hechten; hoe het aan die nagelen dacht, met welke men het aan het kruis zoude vastmaken. Als Jesus daaraan dacht, liet Hij zich gaarne inwinden, om alzoo onze ziel van de ketenen der hel te ontbinden.
3. Onze Zaligmaker, in doeken gewonden, ziet ons aan, en wekt ons op, om ons met Hem door de zoete banden zijner liefde te vereenigen : Hij slaat terzelfder tijd zijne oogen tot zijnen hemelschen Vader, en roept uit: mijn Vader! de menschen hebben hunne vrijheid misbruikt, zij zijn tegen U opgestaan, en zijn alzoo slaven der zonde geworden; Ik wil nu in deze doeken gewonden worden, om voor hunne ongehoorzaamheid te boeten. Op zulke wijze gebonden, offer Ik U mijne vrijheid op, opdat de menschen uit de slavernij des duivels verlost worden. Neem, o mijn Vader, deze windels aan, die Mij lief en kostbaar zijn, en dit des te meer, dewijl zij Mij aan de koorden herinneren, met welke Ik eens gebonden en tot
18
369
270 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
den dood zal geleid worden , om voor de men-schen de eeuwige zaligheid te verwerven.â âZijno banden zijn banden van zaligheid.quot; (Eccl. 6, 31.) Die banden van Christus waren de heilzame banden, aan welke wij de genezing onzer wonden te danken hebben.
Gij hebt alzoo, o mijn Jesus, uit liefde tot mij, in doekjes gewonden willen worden. O goddelijke Liefde! Gij alleen hebt eenen God tot uwen gevangene kunnen maken; en ik, o Heer! zou nog weigeren mij door uwe heilige liefde te laten binden ? Ware het mogelijk dat ik nog ooit den moed hadde, mij uit uwe liefwaardige en zoete banden los te rukken, en op nieuw een slaaf der hel te worden? Uit liefde tot mij, o Heer! ligt Gij gebonden in eene krib : ook ik wil voor altijd met ü verbonden blijven.
3. quot;De H. Magdalena van Pazzis zeide : « dat de banden, die ons moeten vasthechten, het vast voornemen moeten zijn, ons door de liefde met Rod te vereenigen, en terzelfder tijd, te verzaken aan de neigingen tot alles wat God niet is.quot; Daarom schijnt het dan ook, dat Jesus in het allerheiligste Sacrament des altaars op zekere wijze gebonden , en gelijk een gevangene, onder de gedaante van brood en wijn, heeft willen tegenwoordig blijven, opdat de zielen die Hem beminnen, ook de gevangenen zijner liefde zouden worden.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Hce zoude ik ook uwe straffen nog kunnen vreezen , o mijn allerliefste Kind! ziende dat Gij, in doeken gewonden, het U zeiven om zoo te zeggen , onmogelijk gemaakt hebt de hand op te heffen om mij te bestraffen. Uwe windsels geven mij te kennen^ dat Gij mij niet straffen wilt, indien ik mij maar
TOT HET KINDJE JESÃS. 271
van de banden mijner ondeugden wil losrukken, en mij met U verbinden. Ja, mijn Jesus! ik wil met U verbonden blijven. Het berouwt mij uit, go-heel mijn hart, dat ik mij vroeger van U afgescheiden en de vrijheid misbruikt heb, die Gij mij gegeven hebt; maar nu biedt Gij mij cene schoonere vrijheid aan, eene vrijheid die mij van de ketenen des duivels losrukt en mij onder de kinderen Gods stelt. Uit liefde tot mij hebt Gij, gelijk een gevangene, met deze windels willen gebonden worden. O gij zalige banden, gij schoone teekens van zaligheid, die de zielen met God verbindt: ketent mijn arm hart, maar ketent het zoo vast, dat het zich nooit meer van de liefde van zijn opperste goed kunne lostrekken. Mijn Jesus! ik bemin U, ik bind mij aan U, ik schenk U mijn ganscli hart, mijnen wil; neen, mijn allerliefwaardigste Jesus, neen, ik wil t nimmermeer verlaten.
Om mijne schuld te betalen, o allerliefste Zaligmaker, hebt «ij niet alleen van Maria in doeken willen gewonden worden, maar Gij hebt zelfs als een kwaaddoener van de beulen gebonden , door de straten van Jeruzalem tot den dood willen geleid worden , gelijk een onschuldig lam, dat men tot de slachtbank leidt. Gij hebtU aan het kruis laten vasthechten, en Gij zijt er niet van afgekomen, voor aleer Gij den üjeest gegeven hadt; o laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere, en dat ik op nieuw van uwe genade en uwe liefde beroofd worde. O Maria! gij die uw onschuldig Kindje in doeken wondt : bind ook mij, arme zondaar, vereenig mij zoo nauw met Jesus, dat ik Hem nooit meer verlate, dat ik met Hem verbonden leve en sterve; opdat ik eens het geluk hebbe, dat zalig Vaderland in te gaan, alwaar ik niet meer behoef te vreezen zijne heilige liefde nog te verliezen.
272 GODVHUCHTIGE OEFENINGEN
VOOR DENquot; WOENSDAG,
01' VOOR DEN DERDEN KERSTDAG.
â Team op het stroo.
1. Jesus wordtin den stal te Bethlehem geboren; daar vondt zijne arme Moeder noch wol noch pluimen, om voor haar teeder kindje een bed te kunnen bereiden. Wat doet zij dan ? Zij hoopte eenige handen vol stroo in eene krib te zamen, en legde haren Jesus daarop; n Zij legde Hem in eene krib.quot; (Luc. 2.) Maar, o mijn God! dat is toch een te hard bed voor een nieuwgeboren kindje! Waarlijk, de lidmaten van een klein kind zijn te gevoelig, om dezelve op het stroo te durven leggen, en voornamelijk de lidmaten van Jesus, die bijzonder teeder door den heiligen Geest gevormd waren, opdat Hij des te gevoeliger aan de pijnen zoude zijn : «Gij hebt mij een lichaam bereid.quot; Daarom veroorzaakte Hem ook dit zoo hard bed ongelooflijke smarten. Maar niet alleen smartelijk, neen, ook schandelijk was dit voor Jesus. Zoude men ook wel het kind van den armsten bedelaar, als het geboren wordt, op stroo leggen? Zekerlijk neen, het stroo is het bed der dieren; eh de Zoon Gods wilde geen ander bed op de aarde hebben dan een weinig stroo. â Als de H. Eranciscus van As-sisiën op zekeren dag aan de tafel zat, hoorde bij de volgende woorden van het Evangelie lezen : ii zij legde Hem in eene krib; quot; hij stond plotse-lijk op en riep uit : n hoe, mijn Zaligmaker ligt op stroo, en ik zoude blijven zitten 1 quot; â daarop wierp hij zich ter aarde neder, en eindigde aldaar zijn arm middagmaal, dat hg met tranen mengde, die hij uit medelijden vergoot, overdenkende
TOT HET KINDJE JESTJS. 273
het lijden van het kindje Jesus dat op stroo lag.
3. Maar waarom hield Maria, die met een zoo groot verlangen naar de geboorte van haren Zoon gewacht had, waarom hield zij niet haren Jesus, dien zij zoo vurig beminde, in hare armen! waarom legde zij Hem op dit harde bed? â üe H. Thomas van Vilanova zegt dat dit een geheim is, en de Heiligen leggen hetzelve op verscheidene wijzen uit; maar mij behaagt bijzonder de uitlegging van den H. Petrus Damascus, die zegt : » datjesus op stroo wilde gelegd worden, om ons daardoor de versterving onzer zinnen te leeren.quot; Om de zinnelijke vergenoeging heeft de wereld zich in het verderf gestort; daarom hadden Adam en zoo velen zijner nakomelingen de genade Gods verloren. Het eeuwig Woord kwam uit den hemel, om ons de liefde tot het lijden te leeren ; en reeds als een klein kind begon Hij ons daarin te onderrichten, met voor zich de bitterste smarten, die een kind lijden kan, te verkiezen. Daarom gaf dan ook Jesus zijne Moeder in, Hem niet langer op hare armen te houden, maar Hem op dit pijnlijk bed te leggen , opdat Hij meer de koude en de steken van het stroo zou gevoelen.
GEVOELENS EN GEliEDEN.
ü van liefde tot de zielen brandende, liefwaardige Zaligmaker! vergenoegde U dan niet het smartelijk lijden dat U wachtte, de bittere dood die men U aan het kruis bereidde ! moest Gij reeds van het eerste oogenblik uws levens, moest Gij reeds als een klein kind uw lijden beginnen? Ja, mijn Jesus! want als Gij nog een klein kind waart, wildet Gij reeds mijn Verlosser zijn, wildet Gij reeds aan de goddelijke rechtvaardigheid voor
274 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
mijne zonden voldotm. In piaats van op een bed, wildet Gij op een weinig stroo gelegd worden, om mij van het vuur der hel, dat ik zoo dikwijls verdiend heb, te bevrijden. Gij weent en schreit op het stroo, om door uwe tranen voor mij bij uwen hemelschen Vader vergiffenis te bekomen. Uwe tranen, o Jesus, vervullen mijn hart met smart en troost. Het bedroeft mij, als ik U, u lief onschuldig Kindje, om de zonden van anderen zoo veel zie lijden : maar ik ivord terzelfder tijd getroost, omdat ik weet dat uwe pijnen du oorzaak mijner zaligheid zijn. Ik zie hieruit, hoezeer Gij mij bemint. Maar, o mijn Jesus ! ik wil U niet alleen laten lijden en weenen, ik wil ook weenen, want ik alleen heb reden te weenen, dewijl ik U zoo dikwijls mishaagd heb. Ik heb de hel verdiend , en daarom wil ik geduldig alle lijden verdragen, als ik maar uwe genade, o mijn Zaligmaker, wederom bekome. Vergeef mij, neem mij genadig aan, maak dat ik U beminne, en kastijd mij dan gelijk (jij wilt. Bevrijd mij maar van de straften der hel, en doe dan met mij, al wat U behaagt. Ik zoek hier op aarde geene vreugde, ik verdien dezelve niet, omdat ik U, o oneindige goedheid heb durven mishagen; ik wil geduldig alle kruisen lijden, die Gij mij zult toezenden, want ik wil U beminnen, o mijn Jesus ! Maria ! gij die altijd uw lijden met al het lijden van Jesus vereenigdet : verkrijg mij de kracht om mijn kruis met geduld te dragen. Ongelukkig ware ik indien, na zoovele genade ontvangen te hebben, ik niets te lijden had; maar gelukkig ben ik, zoo ik u, geliefde en bedroefde Moeder, en U mijnen uit liefde tot mij bedroefden en gekruisten Jesus, met mijn lijden mag vergezellen.
TOT HET KINDJE i'ESUS.
VOOR DEN DONDERDAG,
OF VOOR DEN VIERDEN DAG NA KERSTMIS.
Jesus slaapt in de krihbe.
1. Kort en smartvol was de slaap van het Kiudje Jesus. Eene krib was zijr wieg, een weinig stroo was znn bed, een weinig stroo zijn hoofdkussen , dit harde bedje en de hevige koude waren dan ook oorzaak, dat zijn slaap dikwijls onderbroken werd. Ondertusschen, de wet der natuur overwon, en dit teeder kindje sliep van tijd tot tijd in, niettegenstaande al zijn lijden.
1. Maar de slaap van Jesus v, as zeer verschillend aan den slaap der andere kinderen. De andere bekomen door den slaap nieuwe krachten voor het lichaam : hunne ziel werkt alsdan niet, zij rust. Maar wanneer Jesus sliep, was dit zoo niet; «ik slaap, maar mijn hart waakt.quot; (lioogl. 5. 2.) Zijn lichaam sliep, maar zijne ziel waakte, maar dit kwam daardoor, omdat het goSdelijk Woord, dat niet slapen noch sluimeren kan, met de mensch-heid van Jesus verbonden was. tht heilig Kindje sliep, maar terwijl het sliep, dach\ het aan het lijden, dat het uit liefde tot ons, gsdurende zijn gansch leveu, en bijzonder bij zijnen smartelijken dood, wilde onderstaan. Jesus dacht reeds aan het ongemak, dat Hem in Egypte afwaihte; Hij dacht aan het arm verachtelijk leven , dat Hij te Nazareth zoude doorbrengen : maar voo:al dacht hij aan de geeseling, aan de doornen krcon, aan den smaad der Joden , aan zijnen doodstrijd, aan zijne verlatenheid op het kruis, aan zijner smartelijken dood. En terwijl Jesus sliep, offerde Hij God al dit lijden op, om voor ons vergiffenis en de eeuwige zaligheid te verkrijgen. Zoo ras dan
275
276 GODVBICHTIGE OEFENINGEN
zelfs de slaap van onzen Zaligmaker vol verdiensten voor ons, omdat Hij de gramschap van zijnen eeuwigen Vader stilde, en ons de genade verwierf. Laat ons dan ook nu onzen zoeten Zaligmaker bidden, dat Hij ons door de verdiensten van zijnen zaligen slaap, van den doodslaap der zondaars wil bevrijden, die ellendig in de zonde slapen, en noch God, noch zijne liefde kennen; laat ons Hem bidden, dat Hij ons laat slapen gelijk zijne geliefde Bruid, van welke Hij zelf zegt : «wekt niet, wekt toch mijne welbeminde niet op, tot dat zij zelve wil.quot; (Hoogi. 3. 8.) Deze slaap, welke God aan de zielen dia Hem beminnen, toe-schikt, is, volgens den H. Bazilius, niets anders dan a eene welkome vergetelheid van alle zaken, welke plaats heeft, als de ziel aan geene aardsche zaken meer denkt, om alleen aan God en aan al wat zijne eer betreet te denken.
GEVOï LENS EN GEBEDEN.
Gij slaapt, lief heilig Kindje! uw slaap vervult mijn hart met eene onuitsprekelijke liefde. Bij de overige menschen is de slaap een afbeeldsel des doods; maar bij U is hij een afbeeldsel van het eeuwig leven, want terwijl gij sliept, verdiendet Gij voor mi; het eeuwig leven. Gij slaapt, maar uw hart slaap* niet; het denkt aan het lijden en aan den dood, dien Gij voor mij zult uitstaan. Terwijl Gij slaapi, bidt Gij voor mij, en Gij verkrijgt mij van God de eeuwige rust, die mij in den hemel wacht. Maar eer Gij mij, naar ik hoop, zoo gelukkig-maakt van met U in den hemel te rusten, wil ik dat Gij voor altijd in mijn hart eene rustplaats zoudt vinden. Er was een tijd, o mijn God, op welken ik U uit mijn hart verdreven had; maar nu hoop ik dat Gij waarlijk in mijn hart teruggekeerd zijt, na
TOT HET KINDJE JESUS. 277
zoo dikwijls aan dezelfde deur geklopt te hebben, nu eens door mij vrees aan te jagen, dan door inwendige verlichtingen, dan weder door woorden van liefde.
Ik hoop dit, o mijn God, want ik gevoel in mij een groot betrouwen, dat Gij mij vergeven hebt; ik gevoel eenen grooten afschrik van de zonden, en een groot berouw over de beleedigin-gen, die ik U heb aangedaan. Dit berouw vervult mijn hart met groote droefheid, maar met eene droefheid die den vrede in mijne ziel laat, die mij troost en mij doet hopen, dat uwe oneindige goedheid mij reeds vergeven heeft, of zeker vergeven zal. Ik dank U, o mijn Jesus 1 en ik bid U mij nooit meer te verlaten. Ik weet wel dat Gij mij nooit verlaten zulr, , indien ik zelve U niet uit mijn hart verdrijve, maar juist om die genade, van L' nooit meer te verjagen, bid ik U; sta mij bij, maak dat ik altijd hierom bidde. Maak toch, o mijn Jesus, dat ik alles vergete, om niet meer dan aan U te denken, aan U, die onophoudelijk aan mij en aan mijn welzijn denkt. Maak dat ik ü, zoo lang ik nog leef, be-minne, tot dat ik stervende, mijne ziel in uwe handen overgeve, om, voor de altijddurende eeuwigheid , in U te rusten, zonder vrees van U nog ooit te kunnen verliezen. â O Maria! sta mij bij in het leven, sta mij bij in den dood, opdat Jesus in mij en ik in Jesus ruste.
VOOR DEN 7 RIJD AG,
OP VOOR DEN VIJFDEN DAG NA KERSTMIS.
Jesus weent.
1. De tranen van het Kindje Jesus waren zeer verschillend van de tranen der andere nieuwge-
278 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
borene kinderen; deze weenen van smart: Hij weent uit medelijden en uit liefde tot ons. Voor iemand weenen, is een groot teeken van liefde : daarom zeiden de Joden, als zij den Zaligmaker bij den dood van Lazarus zagen weenen : u ziet, hoe lief Hij hem liad.quot; (Joau. 13.) Hetzelfde konden de engelen zeggen ; zij konden, verwonderd over de tranen van het Kindje Jesus, uitroepen ; âziet, hoe lief Hij hen heeft! quot; Ziet, hoe zeer onze God de menschen bemint; want uit liefde tot hen is Hij munsch, is Hij zelfs een kind geworden, uit liefde tot hen weent Hij.
2. Jesus weende en offerde aan zijnen hemel-schen Vader zijne tranen op, om voor ons de veigiflfeuis onzer zonden te bekomen : ,, Die tranen, zegt de H. Ambrosius, wasschen mij mijne zonden af. quot; Door zijne tranen bad Hij om genade voor ons, die reeds tot den eeuwigen dood veroordeeld waren, en alzoo stilde Hij den toorn van zijnen Vader. O hoe krachtig waren de tranen van dit goddelijk Kind, om voor ons genade te verkrijgen ! â O hoe aangenaam waren zij aan God! Juist toen liet onze hemelsche Vader door de Engelen verkondigen, dat Hij \ rode met de mensohen maakte, en dat Hij ze weder in genade ontving: n vrede op aarde aan de menschen die van goeden wille zijn. quot;
3. Maar Jesus weende niet alleen van liefde, Hij weende ook van smart, ziende dat zoo vele zondaars, niettegenstaande zijne tranen, niettegenstaande het bloed dat Hij om hunne zaligheid vergieten zoude, toch nog zijne genade zouden verachten. Maar wie zou toch zoo wreed kunnen zijn dat hij , na het goddelijk Kind om onze zonden te hebben zien weenen, ook niet zou weenen en die zonden verfoeien, die oorzaak geweest zijn dat deze liefwaardige Zalig-
TOT HET KINDJE JBSUS. 279
maker tranen vergoten heeft ? O neen! wij willen de smarten van dit onschuldig Kind niet yer-grooten; wij willen het troosten, en onze tranen met de zijnen mengen. Wij willen God de tranen zijns Zoons opofferen, en Hem bidden dat Hij ons, om deze tranen, onze zonden vergeve.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O allerliefste Kindje! Als Gij in den stal van Bethlehem weendet, dacht Gij aan mij; van toen af zaagt Gij mijne zonden , welke U deden wee-nen. En evenwel, o mijn Jesus ! in plaats van U te troosten door mijne liefde en mijne dankbaarheid, na erkend te hebben hoe veel Gij geledtn hebt om mij zalig te maken, heb ik uwe smarten vergroot, heb ik U nog meer redenen gegeven om te weenen; had ik weiniger zonden begaan, zoo zoudt Gij weiniger geweend hebben. W een , ja ween, want Gij hebt redenen om te weenen, als Gij de ondankbaarheid der menschen, na hun zoo vele liefdebewijzen gegeven te hebben , aanschouwt. En dewijl Gij weent, ween dan ook voor mij, wan: uwe tranen zijn mijne hoop. Ook ik ween, wegens het mishagen, dat ik U veroorzaakt heb, mijn Zaligmaker! ik haat on verfoei, het berouwt mij van ganscher harte, U beleedigd te hebben. Ik beween al die ongelukkige dagen en nachten , in welke ik uw vijand, en van uwe schoone genade beroofd was. Maar wat zouden mij mijne tranen helpen, o Jesus, indien ook Gij voor mij niet geweend hadt? Ik oifer U, eeuwige Vader, de tranen van het Kindje Jesus op; hierdoor vergeef mij. En Gij , mijn allerzoetste Zaligmaker! offer aan uwen hemelschen Vader alle tranen op, die Gij op aarde voor mij vergoten hebt, en verzoen mij door deze met Hem.
280 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Ik bid U nog, o mijne liefde, door deze tranen mijn hart te raken, en het door dezelven met uwe heilige liefde te ontvlammen. O, kondeik toch van nu af door mijne tranen U zoo veel troost veroorzaken, als ik U door mijne zonden smart veroorzaakt heb. Maak, o Heer, dat ik U tot het einde mijns levens nooit meer mishage; maak dat de overige dagen mijns levens mij alleen dienen, om de smarten, die ik U veroorzaakt heb, te be-weenen, en om U uit geheel mijn hart te beminnen. â O Maria! om het teeder medelijden dat gij gevoeldet, zoo dikwijls als gij het Kindje Jesus zaagt. weenen, verkrijg mij de genade van eene onophoudelijke droefheid over de beleedigingen, die ik, ondankbare. Hem aangedaan heb.
VOOR DEN ZATEEDAG,
OF VOOR NIEUWJAARS AVOND.
Van den naam Jesus.
1. De Naam Jesus is een goddelijke Naam, welke God door den Engel Gabriël aan Maria liet verkondigen : â gij zult zijnen Nasm Jesus noemen.quot; (Luc. 1, 31.) Daarom wordt Hij ook genoemd : â een Naam boven alle namen.quot; (Phil. 2. 9.) Een Naam, door welken alleen wij zalig worden.quot; (Werken der Apostelen. 3.) De heilige Geest vergelijkt dezen verheven naam met olie : â Uw naam is eene uitgestorte olie; (Hoogl. 1, 2.) en wel daarom, zegt de H. Bernardus, omdat, gelijk de olie verlicht, voedt en geneest, zoo ook de Naam Jesus een licht is voor den geest, een voedsel voor het hart en een geneesmiddel voor de ziel. quot;
Hij is een licht voor den geest. Door dezen Naam werd de duisternis van den afgodsdienst; die de aarde overdekte, verdreven, en het licht des
TOT HET KINDJE JESUS. 381
geloofs overal verspreid. Wij die in deze landstreken geboren zijn, alwaar, voor de aankomst van Jesus Christus, onze voorouders Heidenen waren, zouden ook nog Heidenen zijn, indien de Zaligmaker niet gekomen ware om ons te verlichten. Welke dankbaarheid zijn wij derhalve Jesus niet schuldig, voor de gaaf des geloofs, en wat zou er van ons geworden zijn, indien wij inAzie, Afrika, America, of wel in het midden der ketters of schismatieken geboren waren ? â ,/ Wie niet gelooft, gaat verloren; want wie niet gelooft, zal verdoemd worden.quot; (Mare. 16. 16.) En alzoo zouden wij dan ook waarschijnlijk verloren gegaan zijn.
2. Maar de Naam Jesus is ook eene spijs, waarmede wij ons hart voeden, en dat deswege, omdat deze naam in ons geheugen roept, wat Jesus gedaan heeft om ons zalig te maken. Daarom troost ons dezen Naam in ons lijden; hij geeft ons kracht om op den weg der zaligheid voortgang te maken; hij geeft ons moed, als wij kleinmoedig worden; hij ontvlamt in ons de liefde, omdat Hij ons doet overdenken, wat Christus geleden heeft om ons zalig te maken.
3. Die Naam is ook een geneesmiddel voor onze ziel, want hij maakt ons sterk tegen de aanvechtingen die wij van onze vijanden uit te staan hebben. De H. Paulus zegt, dat de hel beeft en vlucht, als wij dezen heiligen Naam aanroepen. â In den Naam van Jesus zullen alle knieën zich buigen, van allen die in den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn.quot; (Philip. 2. 16.) Wie bekoord wordt en Jesus aanroept, die valt niet; en iedermaal als hij Hem aanroept, zal Hij van den val bewaard worden. âIk wil den Heer loven en aanroepen, en ik zal van mijne vijanden gered
283 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
worden.quot; (Ps. 17, 4.) En wie is toch ooit verloren gegaan, die in de bekoring Jesus aangeroepen heeft? Hij alleen gaat verloren, die Jesus niet om zijnen bijstand bidt, of die, zoo de bekoring voortduurt, ophoudt Hem aan te roepen.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Hadde ik U toch altijd aangeroepen, o mijn Jesus! alsdan zou mij zeker de duivel nooit overwonnen hebben. Maar ik heb daarom ellendig uwe genade verloren, omdat ik in de bekoringen veronachtzaamd heb U om bijstand te bidden. Maar nu stel ik al mijne hoop op uwen heiligen Naam. // Alles kan ik in Hem die mij versterkt.quot; Schrijf, o mijn Zaligmaker! schrijf in mijn arm hart den machtigen Naam Jesus, opdat, terwijl ik hem door mijne liefde tot ü in mijn hart beware , hem te gelijker tijd op mijne lippen drage, om ü in alle bekoringen, die de hel mij bereidt, aan te roepen. In uwen Naam, o Jesus , zal ik alle goed vinden. Ben ik droevig, zoo zal uw Naam mij troosten: wantik zal alsdan bedenken, hoeveel droeviger Gij uit liefde tot mij geweest zijt; indien ik kleinmoedig zoude worden, wegens mijne vele zonden, zoo zal uw .Naam mij moed ingeven : want hij zal mij herinneren, dat Gij alleen daarom in de wereld gekomen zijt, om de zondaars zalig te maken. Als er bekoringen over mij komen, dan zal uw Naam mij versterken ; want hij zal in mijn geheugen terug roepen , dat uw bijstand veel machtiger is, dan al het geweld van den boozen vijand; ware ik zelfs koud jegens U geworden, en niettegenstaande uwe groote liefde, zoo zal het aanroepen van uwen Naam mijn hart op nieuw verwarmen, en mij aan uwe oneindige liefde herinneren! Ik bemin U, mijn Jesus!
tot den lijdenden zaligmaker. 2s3
Gij zijt het eenigste voorwerp mijner liefde, en ik hoop dat Gij het altijd blijven znlt. Ik schenk U mijn hart; niets dan ü, ja U alleen wil ik beminnen; ik wil U zonder ophouden aanroepen. Ik wil sterven met uwen Naam op de lippen, want hij is een Naam van hoop, van zaligheid en van liefde. â Zoo gij mij bemint, o Maria, dan moet gij mij deze genade verkrijgen, dat ik zonder ophouden uwen en uws Zoons Naam aanroepe. Maak dat ik uwe zoete Namen gedurig, zoo lang ik leef, herhale, opdat ik bij mijne laatste ademhaling moge uitroepen : « Jesus en Maria ! staat mij bij; Jesus en Maria! ik bemin U; Jesus en Maria! ik beveel U mijne ziel! quot;
Godvruchtige Oefeningen tot den lijdenden Zaligmaker.
Voor iederen dag diT week, en voornamelijk vau Palmzondag tot Paaschavond te verrichten.
Gebed dat men voor of na iedere overweging tot den lijdenden Zaligmaker lean doen.
a. Zoetste Jesus! in den hof, diep bedroefd, uwen hemelschen Vader biddende, van doodsangst overvallen en met bloedig zweet bedekt; ontf. TJ onzer, v. Ontferm ü onzer J o Heer ! ontferm U onzequot;. a. Zoetste Jesus I door eenen verraderlijken kus in de handen van uwe vijanden geleverd, gelijk een moordenaar gevangen en gebonden, van uwe Leerlingen verlaten; ontferm ü onzer.
v. Ontferm ü onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus ! van den onrechtvaardigen Eaad der Joden gelijk een misdadige veroordeeld, en
284 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
aan Pilatus als een boosdoener overgegeven, van den goddeloozen Herodes bespot en uitgelachen ; ontferm U onzer.
v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! met doornen gekroond, met vuisten en roeden geslagen, met eenen purperen mantel omhangen, uitgelachen en met smaadwoorden onteard; ontferm U onzer.
v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! van uwe kleederen beroofd en aan eenen paal wreedelijk gegeeseld; ontf. U onzer, v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! achter eenen moordenaar gesteld, van de Joden verworpen en onrechtvaardig tot den kruisdood veroordeeld; ontferm U onzer, v. Ontferm U onzer, o Heer ! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! met het zwaar kruis beladen en tot de strafplaats geleid, gelijk een lam; ontferm U onzer.
v. Ontferm ü onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! onder de moordenaars gesteld, vervloekt en uitgelachen, met gal en edik gelaafd , en door de schrikkelijkste smarten van zes tot negen ure op het kruis gepijnigd; ontferm U onzer, v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! van het kruis afgenomen en met de tranen van uwe bedroefde maagdelijke Moeder bevochtigd; ontferm U onzer.
v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Zoetste Jesus! gansch verscheurd, met vijf wonden geteekend , met specerijen gezalfd en in het graf gelegd; ontferm U onzer.
v. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. a. Hij heeft waarlijk onze zwakheden op zich genomen.
v. En Hij zelf heeft onze smarten gedragen.
tot den lijdenden zaligmaker. 285
Laat ons bidden.
6 God, Gij die om de wereld te verlossen, hebt willen geboren worden, van de Joden verworpen, van Judas verraden, met koorden gebonden, gelijk een lam tot de slachtbank geleid, aan Annas, Caïphas, Pilatus en Herodes onbetamelijk voorgesteld, van valsche getuigen aangeklaagd , met gee-sels en vuistslagen doorwond, met spot en smaad overladen, in het aangezicht gespuwd, met doornen gekroond, geblinddoekt, met een riet geslagen, van uwe kleederen beroofd, met nagels aan het kruis gehecht, met het kruis opgeheven, onder moordenaars gesteld, met gal en edik gelaafd, en eindelijk met eene lans hebt willen doorstoken worden; door deze pijnen, o Heer, welke ik mij onwaardig ken, en door uw heilig kruis en uwen dood, bewaar ons van de pijrm der hei, en verwaardig U mij te leiden, waar Gij den met U gekruisten moordenaar geleid hebt; Gij die met den Vader en den heiligen Geest in eeuwigheid leeft en heerscht. Amen.
ZONDAG.
Over de liefde, die Jesus Christus om door zijn lijden hewezen heeft.
i. punt. De tijd na de komst van Jesus Christus is niet meer een tijd van vrees, maar een tijd van liefde, zoo als het de Profeet verkondigd heeft: w uw tijd is een tijd om te beminnen;quot; (Ezech. 16. 8.) want wij hebben eenen God voor ons zien sterven : â Christus heeft ons bemind en zich als slachtoffer voor ons overgeleverd. quot; (Eph. 52.) In het oud verbond, alvorens het eeuwig Woord mensch werd, konden de nnnschen
19
286 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
nog eerder twijfelen, of God hen ook teeder beminde; maar nadat zij gezien hebben, hoe .Tesus uit liefde tot ons al zijn bloed vergoten heeft, hoe hij op eenen schandelijken kruisboom bespot, hoe hij eindelijk gestorven is , kunnen zij er niet meer aan twijfelen . dat Hij hen met de grootste teederheid bemint. Wie zou ook nog daartoe kunnen geraken, de overmaat der liefde van Gods Zoon te begrijpen, daar Hij de straf voor onze zonden heeft willen onderstaan ? En niettemin is dit eene geloofswaarheid : n voorwaar, Hij draagt onze krankheden, en belast zich met onze smart; Hij is gewond voor onzo misdaden, geslagen voor onze zonden.quot; (Isai. 58. 4) Dit alles heeft Jesus geleden, om de groote liefde, die Hij ons toedraagt. t, Hij heeft ons bemind en gewasschen met zijn bloed;quot; (Openb. 1.) om ons van de vuiligheid onzer zonden te reinigen, heeft Jesus willen gedood worden, opdat Hij ons in zijn bloed een bad van zaligheid bereiden kunne. O oneindige barmhartigheid ! o oneindige liefde van eenen God!
AANMOEDIGING.
Ach, mijn Verlosser ! Gij hebt mij maar al te veel verplicht U te beminnen; mijne ondankbaarheid zou al te groot zijn, als ik ü niet uit geheel mijn hart beminde, O mijn Jesus! ik heb ü veracht, daar ik slechts geleefd heb zonder aan uwa liefde te denken. Ik heb U den rug gekeerd, en Gij hebt mij weder opgezocht; ik heb U beleedigd, en Gij hebt mij zoo dikwijls vergeven; ik heb U op nieuw beleedigd, en Gij hebt mij op nieuw mijne beleedigingen kwijtgescholden. O mijn Heiland Jesus! om deze liefde, die Gij mij aan het kruis bewezen hebt, vereenig mij nu op het innigste mpt
tot den lijdenden zaligmaker. 287 U door de zoete banden uwer liefde; maar hecht mij zoo nauw aan U, dat ik mij nooit wederom van ü afscheide. Ik bemin U , o opperste goed, ik wil U in het vervolg altijd beminnen.
ii. punt. Niet zoo zeer de dood, de smart en zelfs de smaad, welke Jesus voor ons onderstaan heeft, als zijn inzicht waarmede Hij deze menigvuldige groote pijnen onderstond, moet ons tot de liefde van Jesus Christus ontvlammen; want zijn eenig inzicht was, om daardoor zijne liefde te toonen en onze harten te winnen. ,/ Daaraan hebben wij de liefde Gods leeren kennen, dat Hij voor ons zijn leven ten prijs gaf.quot; (Joan. 3. 16.) Het was niet noodzakelijk voor de zaligheid onzer zielen, dat Jesus zooveel leedt en tevens voor ons stierf: één druppel bloed, één traan voor ons heil vergoten, had voldaan; want deze bloeddruppel, deze traan, door eenen ftodmensch vergoten, zoude genoegzaam geweest zijn om duizend werelden te verlossen. Maar neen, Jesus Christus heeft al zijn bloed vergoten; Hij heeft zijn leven in eene zee van smarten en verachting willen opofferen, opdat wij hieruit zouden leeren, hoezeer Hij ons bemind , en wij bewogen worden Hem wederliefde te bewijzen. De heilige Paulus zegt ; /, de liefde van Jesus Christus praamt ons; quot; (2. Cor. 5. 14.) hij zegt niet het lijden, de dood; neen, de liefde van Jesus Christus, roept hij uit, dwingt ons Hem te beminnen. En wie waren wij dan, o Heer, dat G;' cot eenen zoo kostbaren prijs onze liefde hebt willen winnen? Voor allen is Christus gestorven, opdat die, welke leven, niet mequot;r voor zich zeiven leven, maar voor Dien, welke voor hen gestorven is.
288 godvruchtige oefeningen
aanmoediging.
Zoo zijt Gij dan voor ons gestorven , o mijn Jesus! opdat wij allen door U en uwe liefde alleen leven. Maar, mijn arme Verlosser! duld dat ik U zoo noem ; Gij zijt zoo beminnenswaardig, Gij hebt zoo veel willen lijden, om van de menschen bemind te worden; hoe velen kan men dan rekenen onder het getal van die U beminnen? Alle menschen houden zich bezig met te beminnen; deze bemint de rijkdommen, gene de uiterlijke eer, die den wellust, zijne bloedverwanten, zijne vrienden, ja wat meer is, redelooze dieren. Maar ach! hoe weinige menschen zie ik die U beminnen, die toch alleen onze liefde verdient! Ach, mijn God! hoe klein is hun getal! Maar ook ik wil tot het getal dezer weinigen behooren, nadat ook ik U een tijd lang beleedigd heb, door zoo als de anderen stof en ijdelheid te beminnen. Maar zie, nu bemin ik U meer dan eenig ander goed. De smarten, o mijn Jesus, die Gij voor mij geleden hebt, verplichten mij maar al te zeer tot wederliefde; wanneer ik echter overdenk, hoe groot de liefde is, die Gij mij in uw lijden bewezen hebt, opdat ik ook U beminnen zou, zoo gevoel ik mij veel inniger tot U getrokken, zoo ontsteekt mij dat met nog veel grootere liefde! Uit liefde tot U, o mijn beminnenswaardigste Zaligmaker, hebt Gij U gansch en geheel aan mij willen schenken; zie uit liefde wil ik ook U volkomen toebebooren. Gij zijt uit lie:de tot mij gestorven; ook ik wil uit liefde tot U sterven, wanneer en hoe het TJ belieft. Neem mijne liefde aan, en maak door uwe genade, dat ik U op eene waardige wijze beminne.
ui. punt. Niets ontsteekt meer de harten met de liefde Gods, dan de overdenking van het lijden
TOT DEN LIJDENDEN ZALIGMAKER.
van Jesus Christus. De H. Bonaventura zegt, dat daar de wonden van Jesus liefdewonden zijn, en pijlen schieten welke de hardste harten wonden ; dat zij vlammen schieten welke de koudste zielen ontsteken, het onmogelijk is, dat eene ziel welke aan het lijden van Jesus gelooft en het dikwijls overweegt, haren Heiland kan blijven beleedigen; het is onmogelijk, dat zij Hem niet beminne, ja dat zij niet veel meer op eene heilige wijze dwaas worde, wanneer zij eenen God beschouwt, die uit liefde tot ons, om zoo te zeggen, dwaas geworden is; want, zegt de H. Laurentius Justinianus, wij hebben gezien, dat de wijsheid zelve, uit overmaat der liefde, dwaas geworden is. Daaruit komt het, dat de Heidenen , wanneer men Lun het lijden des gekruisten Heilands predikte, volgens de uitspraak des heiligen Paulus, hetzelve voor eene dwaasheid aanzagen : «wij prediken Christus den gekruisten, die voor de Joden eene ergernis en den Heidenen eene dwaasheid is. (1. Cor. ] 2 3.) Hoe is het toch mogelijk, riepen zij uit, dat een almachtige God, die zoo volkomen gelukkig is, zoo als men het ons leert, voor zijne schepselen heeft willen sterven!
AANDOENINGEN.
Zeggen dan ook wij, die door het heilig geloof overtuigd zijn dat Jesus inderdaad uit liefde tot ons gestorven is, zeggen ook wij : ach, mijn God! die de menschen zoo innig bemint, hoe is het toch mogelijk, dat de menschen eene zoo groote goedheid, eene zoo innige liefde, zoo slecht beantwoorden ! Men placht te zeggen, dat liefde met wederliefde vergolden wordt; maar welke liefde zal zoo krachtig kunnen zijn, om aan uwe liefde te beantwoorden ? Ach, dan was het noodig dat een
289
390 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
andere God voor u stierf, om die liefde, welke Gij ons door uwen dood bewezen hebt te vergelden. O kruis, o wonden, o dood van mijnen Jesus ! gij dwingt mij al te zeer, mijnen Zaligmaker lief te hebben. O eeuwige, oneindig beminnenswaardige God! Ik bemin Ã, ik wil alleen voor U leven; ik wil alleen leven, om U te behagen. Zeg maar wat Gij van mij verlangt; zie, ik ben bereid alles te doen. Maria, mijne hoop ! bid gij Jesus voor mij.
MAANDAG.
HkI hloediye zweet en den doodstrijd van Jesus.
I punt. Toen het uur van zijnen dood nabij was, begaf zich onze liefdevolle Verlosser in den hof van Gethsemané, waar hij zijn bitter lijden beginnen wilde, en toeliet, dat vrees, afkeer en droefheid riem overvielen : « Hij begon te sidderen , zich te bedroeven en te treuren.quot; ( Mark. 34. Matth. 29.) Hier gevoelde Hij eene groote vrees, eenen grooten afkeer van den dood en voor de pijnen, welken denzei ven zouden vergezellen. Hier stonden in eens al de geeselslagen, de doornen, de nagels, het kruis voor zijne oogen, Hij zag deze werktuigen van lijden, niet het eene na het andere, neen, allen pijnigden Hem te gelijker tijd; voornamelijk toch zag Hij de verlatenheid, in welke Hij sterven zoude, dat Hem alle men-schelijke en goddelijke hulp zoude ontbreken.
Ontmoedigd op het inzicht der toebereidselen, voor de zoo vreeselijke mishandelingen en schrikkelijke versmadingen, bad Hij zijnen eeuwigen Vader, Hem daarvan toch te willen bevrijden ; ,/Mijn Vader ! indien het mogelijk is, dat deze kelk vau mij wegga !quot; ( Matth. 35.) Maar was Hij daa dezelfde Jesus niet meer, die zoo zeer gewenscht had voor de menschen te lijden en te sterven,
tot den lijdenden zaligmaker. 391 dat Hij uitriep : ik moet met eea doopsel gedoopt worden, en hoe word ik geperst, opdat liet volbracht worde! ( Luc. 12.) O mijn Jesus! hoe komt het dat Gij nu voor deze pijnen en dezen dood bevreesd zijt ? Gaarne wilde Jesus voor ons sterven; maar dit gebed richtte Hij aan zijnen eeuwigen Vader, opdat wij niet zouden meenen, dat Hij om zijue Godheid geene smart had te verdragen, en opdat, wij zouden erkennen, dat Hij niet alleen uit liefde voor ons gestorven was, maar ook, dat Hij onder zulke vreeselijke pijnen stierf', dat Hij er de grootste vrees voor had.
ii. Punt. Alsdan gebeurde het ock nog, dat eene groote droefheid den Heei beviag, zoo dat Hij uitriep, alsof zij hevig genoeg was om Hem te doen sterven : «Mijne ziel is bedroefd tot den dood!quot; (Matth. 26.) Maar mijn Jesus ! indien Gij wilt, kunt Gij toch den smadelijken dood ontgaan, dien U de menschen bereiden ; waarom zijt Gij derhalve zoo treurig ? Ach! het waren niet zoo zeer de pijnen van zijn lijden, maar veel meer het aanzien onzer zonden, die den Zaligmaker zoo treurig maakten. Om de zonden weg te nemen, was Jesus in de wereld gekomen ; maar als Hij zag dat, niettegenstaande al zijn lijden, zoo vele goddeloosheden begaan werden, zoo veroorzaakte Hem dit eene smart, die Hem nog, eer Hij stierf, den doodsangst deed uitstaan, en zoo veel bloed uitperste, dat er de aarde door bevochtigd werd : â en zijn zweet werd gelijk druppelen bloeds, die op de aarde afliepen.quot; (Luc. 23.) Ja, dit geschiede alleen daarom, wijl Jesus alsdan de zonden zag, die de menschen na zijnen dood zouden begaan, al die
392 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
vijandschappen, die zonden van onkuischheid, al die diefstallen, die heiligschendingen en goddeloosheden, waardoor men Hem zoude belee-digen. Alsdan kwam iedere zonde met al hare boosheid, gelijk een gruwzaam wild dier op Hem los, en verscheurde Hem het hart, en Jesus riep uit ; is dat uw dank voor mijne liefde ? Ach ! wanneer Ik zag dat gij mij dankbaar waart, met welke vreugde zou Ik nu gaan sterven! Maar ach! zoo vele zonden, voor zulke schrikkelijke smarten; zoo grooten ondank, voor zoo innige liefde, ziet, dat is de oorzaak, waarom ik nu bloed moet zweeten.
AANDOENINGEN.
Waren het dan ook mijne zonden, lieve Jesus, die U zoo diep bedroefden ? Had ik dus minder gezondigd, dan hadt Gij ook minder te lijden gehad. Hoe grooter mijne vreugde was in U te beleedigen, des te meer heb ik uwe pijnen vermeerderd. Hoe is het dan mogelijk, dat ik niet van smart sterve, wanneer ik overdenk, dat ik uwe liefde beloond heb, met uwe smart en droefheid te vermeerderen ? Jegens de schepselen ben ik dankbaar geweest, tegen U alleen was ik ondankbaar. O mijn Jesus ! vergeef mij; zie, het doet mij leed uit geheel mijn hart.
in. Pukt. Jesus, zich nu met al onze zonden beladen ziende, viel op zijn aangezicht neder, als of Hij zich schaamde de oogen naar den hemel te wenden.â //En als Hij in eenen doodstrijd gekomen was' bad Hij des te langer.quot; (Luc. 32.) Toen, o mijn Jesus, badt Gij den eeuwigen Vader, dat Hij mij ook moge vergeven; toen ofïer-det Gij U zeiven aan Hem op, om door uwen dood voor mijne zonden te voldoen.
tot den lijdenden zaligmaker. 293 aandoeningen.
ö Mijne ziel! hoe kunt Gij nog langer wetlerstaan aan zoo groote liefde? Is het mogelijk, dat Gij dit gelooft, en toch nog iets anders bemint dan Jesus ? Werp u dan aan de voeten van uwen stervenden Verlosser, en spreek tot Hem ; o mijn liefste Jesus! hoe is het mogelijk dat Gij mij, die U zoo zeer beleedigde, toch innig bemind hebt? hoe is het mogelijk dat Gij, ofschoon Gij gezien hadt hoe ondankbaar ik tegen U zoude zijn, dan nog voor mij hebt willen sterven ? O mijn Jesus ! laat mij deel nemen in de smart, welke Gij in het hotje hebt geleden. Zie, ook ik verfoei al mijne zonden, en vereenig die afschuw met den afschuw, welken «ij er over gevoeld hebt. O liefde van mijnen Jesus! gij zijt het eenig voorwerp mijner liefde. Mijn God! ik bemin Ã, en uit liefde tot ü wil ik alle pijnen en zelfs den dood onderstaan. Door de verdiensten van den doodstrijd, dien Gij in den hof van Gethsemane hebt uitgestaan, verleen mij de genade van volharding. Maria, mijne hoop ! bid Jesus voor mij.
DINSDAG.
De gevangenneming en uitlevering van Jesus.
i. Punt. Als Judas in den hof was aangekomen en zijnen Meester door een kus verraden had, zoo vielen de wreede beulen op Jesus aan en boeiden Hem gelijk een misdadiger : « zij grepen Jesus aan en bonden Hem.quot; (Joan. 18.) Een God is gebonden! en door wie ? door zijne eigene schepselen. â Wat zegt gij hier, gij engelen des hemels? O mijn Jesus! Wat zegt Gij hier dan op? O Koning der koningen I roept de H. Bernardus , hoe komt Gij in boeien ? wat hebben de boeien
294 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
van slaven en misdadigers gemeens met. den Koning der koningen, met den Heilige der Heiligen? En zoo^ de mensciien het wagen U te binden , hoe komt het uu, dat Gij, de Almachtige, uwe boeien uiet losrukt, dat Gij U niet van de rampen bevrijdt, waarmee deze gruwzamen U willen overladen? Ach, het zijn niet deze banden, die ü biuden, hel is de liefde tot ons , die U vasthecht, die ü tot den dood veroordeelt! Zie, o mensch ! zegt de H. Bonaventura, hoe deze woedenden uwen Jesus mishandelen; deze houdt Hem vast, gene drijft Hem voort, een ander bindt Hem, «n anderen wederom slaan Hem. Zie hoe uw Jesus zich gelijk een zachtmoedig lam zonder allen tegenstand tot de slachtbank laat voeren. Maar wat doet gij dan nu, gij Leerlingen des Heeren ? Waarom snelt gij uiet toe om uwen Jesus uit de handen zijner vijanden te verlossen ? Waarom vergezelt gij Hem niet, om tenminste zijne onschuld voor de rechters te verdedigen? Ach, mijn God! toen de Apostelen Hem gevangen en geboeid zagen, vluchtten zij van Hem, verlieten zij Hem; n alsdan verlieten Hem zijne Leerlingen en vluchtten allen weg.quot; (Mare. 14.)
AANDOENINGEN.
ö Mijn verlaten Jesus! wie zal nog met U zijn , iuiiitu uwe liefste vrienden U zelfs verlaten ? Maar ach ! deze beleediging heeft met uw lijden nog geen einde genomen. Want ach, hoe vele zielen , die zich aan uwe navolging hebben toegewijd, hebben, nadat zij zoo vele bijzondere genaden van U ontvingen, om een gering voordeeï , om eene ellendige genoegte, of zelfs uit mensche-lijk opzicht, U op nieuw verlaten! Ach, ik ellendige, behoor ook onder het getal dezer ondank-
tot den lijdenden zaligmaker. 293 baren. O mijn Jesua ! vergeef mij, want ik wil U nooit meer verlaten. Ik bemin U en wil liever het leven verliezen dan uwe genade,
ii. Punt. Ais Jesus voor Caïphas gebracht was , zoo werd Hij ondervraagd over zijne Leerlingen en over zijne leering. Jesus antwoordde, dat Hij nooit in het geheim, maar altijd in het openbaar gespro-keu had, en dat zij, die om Hem stonden, zeiven wel het beste zouden weten wat Hij geleerd had : u Ik heb openlijk voor de wereld gesproken ; zie , deze weten wat ik gezegd heb.quot; (Joan. 18.) Als Jesus dit antwoordde, behandelde Hem een dei' gerechtsdienaren gelijk een verrnetelen mensen, gaf Hem eenen vreeselijken kaakslag en sprak : âantwoordt Gij zoo den hoogepriesterquot;5quot; O, geduld mijns Zaligmakers ! hoe kou een zoo zacht antwoord zulke beschimping verdienen ? en dat in tegenwoordigheid van zoo veel volk, ja van den hoogepriester zei ven, die, in plaats van den on-beschaamden eene berisping te geven , hem door zijn stilzwijgen goedkeurde ! â O mijn Jesus ! Gij hebt dit alles willen lijden, om de beleedigingen , die ik, vermetel mensch, U heb aangedaan, wederom te herstellen. Eeuwige Vader! vergeef mij om de verdiensten van Jesus Christus. Mijn Zaligmaker ! ik bemin U meer dan mij zei ven. â De hoogepriester vroeg Hem vervolgens, of Hij waarlijk de Zoon Gods was ? Uit eerbied voor den goddelijken naam beantwoordde Jesus deze vraag met //jaquot;; alsdan scheurde Caïphas zijne kleederen en riep ; Hij heefc God gelasterd! waarop allen schreeuwden : « Hij is des doods schuldig ! quot; ( Matth. 26.)
aandoeningen.
Ja, mijn Verlosser! Gij zijt waarlijk des doods
296 godvruchtige oefeningen
schuldig, want Gij hebt voor mij, die den eeuwigen dood verdiend had, willen voldoen. Doch nadat Gij mij door uwen dood het eeuwige leven hebt verworven, zoo is het ook billijk, dat mijn leven van nu af geheel aan U zij toegewijd. O mijn â¢Tesus ! niets anders verlang ik dan uwe liefde. Daar Gij dan, die boven alle koningen verheven zijt, uit liefde tot mij meer dan alle menschen hebt willen veracht worden, zoo wil ik ook, uit liefde tot U, alle ongelijk, dat men mij zal aandoen, geduldig verdragen; en door de verdiensten uwer versmading, geef mij de kracht om alles geduldig te Ijjden.
in. Pünt. Nadat de Raad der priesters den Zaligmaker des doods schuldig verklaard had, mishandelde Hem het volks-gespuis den geheelen nacht door, gelijk iemand die eerloos verklaard is, door slaan en stooten, terwijl zij Hem in het aangezicht spuwden : ,/ zij spuwden in zijn aangezicht en sloegen Hem met vuisten.quot; (Matth. 16.) En zij be-spotteden Hem en spraken : âzeg ons, indien Gij Christus zijt, wie U geslagen heeft.quot; O mijn geliefde Jesus! deze slaan U, gene bespuwen U, en Gij zwijgt en lijdt dit alles uit liefde tot cns, gelijk een lam, hetwelk zich niet beklaagt; â Hij blijft stom als een lam, voor hem die het scheert, en opent zijnen mond niet.quot; (Isai. 5S.) Ach! wanneer ook deze U niet erkennen, zoo beken ik het toch, dat Gij mijn Heer en mijn God zijt; zoo beken ik toch, dat alles wat Gij onschuldig hebt willen lijden. Gij uit liefde tot mij geleden hebt. Ik dank U hiervoor, o mijn Jesus, en bemin U uit geheel mijn hart. Als het dag geworden was, werd Jesus tot Pontius Pilatus gevoerd, opdat deze Hem ter dood zoude veroordee-len. Pilatus echter verklaarde Hem onschuldig
tot den lijdenden zaligmaker. 297 maar om zich van de Joden te bevrijden, die niet ophielden te roepen en te schreeuwen, zond hij Jesus tot den koning Herodes. Deze had gaarne uit enkel nieuwsgierigheid een wonderwerk gezien, en ondervroeg Jesus over onderscheidene dingen. Daar echter deze goddelooze mensch geen antwoord verdiende, zweeg Jesus. Hierop hoonde deze hoovaardige koning Hem, en liet hij Hem tot spot met een wit kleed omhangen.
aandoeningen.
ó Mijn God! ook ik heb U, gelijk weleer Herodes, veracht en bespot. Straf mij niet zoo als Gij Herodes bestraft hebt, door mij uwe stem niet meer te laten hooten. Herodes erkende U niet voor dien, dien Gij waart; maar ik, ik beken dat Gij mijn God zijt. Nooit heeft het Herodes berouwd ü te hebben beleedigd; maar ik beween het uit het volste mijns harten; Herodea beminde U niet, maar ik bemin U boven alles. â O mijn God! onttrek mij de stem uwer ingevingen niet. Zeg maar wat Gij van mij verlangt; met den bijstand uwer genade wil ik alles doen. Maria, mijne hoop! bid Jesus voor mij.
WOENSDAG.
Be geeseling van Chrütus.
i. punt. Pilatus, ziende dat de Joden niet nalieten den dood van Jesus te vorderen, gebood dat men Hem zoude geeselen; « alsdan nam Pilatus Hem en deed Hem geeselen,quot; (Joan. 29.) De onrechtvaardige rechter meende hierdoor de vijanden des Zaligmakers te bevredigen; maar dit middel om Hem te redden, vergrootte slechts zijne pijnen ; want de Joden vreesden, dat Pilatus Hem, gelijk hij door zijne eigene woorden had te ken-
298 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
nen gegeven, zoude loslaten: âik zal Hem kastijden en loslaten,quot; (Luc. 23.) en na de gee-seling in vrijheid te stellen ; zoo kochten zij de beulen om , om Hem zoo hevig te geeselen, dat Hij daarna mocht sterven.
Treed, beminde ziel, in de voorzaal van Pila-tus, die van daag de schrikkelijke schouwplaats der smarten en versmadingen geworden is. Zie, zoodra Jesus daar aankwam, legde Hij zelf, volgens de openbaring van de H. Brigitta, zijne kleederen af, en sloeg zijne armen om de kolom waaraan men Hem wilde geeselen. Hierdoor geeft ons Jesus te kennen, hoe bereidwillig- Hij voor ons menschen de vreeselijkste pijnen draagt, en hoezeer Hij ons bemint.
Zie hoe het onschuldig Lam , het hoofd ter aarde gebogen, geheel beschaamd , de schrikkelijke pijnen afwacht. Zie, hoe die wreedaards zich nu als woedende honden op hunne prooi werpen. Denk aan de gruwzame beulen : de eene slaat quot;Hem op de borst, de andere op de schouders, deze in de zijde, gene op de andere deelen van zijn heilig lichaam ; ja zijn heilig hoofd, zijn aangezicht blijft niet vrij van de slagen. O mijn God! reeds stroomt zijn goddelijk bloed langs alle kanten, reeds zijn de geeselroeden, de handen der beulen, de kolom, de aarde met bloed overdekt; ach ! de onmenschelijke vervolgers vinden geen gezond deel meer, zij maken wonden op wonden, en verscheuren geheel en gansch zijn heilig lichaam.
AANDOENINGEN.
6 Beminde ziel? hoe is het mogelijk geweest, dar, gij eenen God beleedigd hebt, die voor u gegee-seld is. En Gij, o mijn Jesus, hoe hebt Gij zoo vepl
TOT den lijdenden zaligmaker. 399 voor eenen ondankbaren willen lijden? O 'vonden van mijnen Jesus ! gij zijt mijne hoop. O mijn Jesus ! Gij zijt het eenig- voorwerp mijner liefde.
li. punt. IJselijk smartvol was deze areeselino; voor Jesns, want er waren 68 beulen aangesteld, die elkander afwisselden, volgens de openbaring die aan Maria Magdalenn de Pazzis geschied is; de werktuigen die men had uitgezocht, waren zoo vreeselijk, dat elke slag eene wonde toebracht.
T)e geeselslagen gingen over de duizend, zoo dat men zelfs de beenderen des Heeren aan de koorden zien kon, gelijk het aan de H. Brigitta i? geopenbaard; met één woord, Jesus was zoo schrikkelijk mishandeld, dat Pilatus meende, dat zelfs zijne vijanden tot medeleden zouden bewogen worden, toen hij Hem van zijn baïcon toonde, zeggende: //ziedaar eenen mensch.quot; (Jos. 19.) De profeet Isaïas heeft het ons reeds duidelijk voorzegd, in welk eene ellendige gesteldheid onze Zaligmaker door de geeseling zoude komen, en dat zijn heilig lichaam geheel zoude verscheurd worden. « Hij is verpletterd om onze zonden.quot; Ja, zijn gezegend lichaam zoude gelijk het lichaam van eenen melaatsche met wonden overdekt worden ; â wij hielden Hem voor eenen melaatsche. quot; (Isaïas. 53.)
aandoeningen.
Ik dank U, o mijn Jesus, voor zoo groote liefle; het doet mij leed, dat ik ook aan uwe geeseling heb deel genomen : ik verfoei de schandelijke genoegens, die L' zoo vele pijnen veroorzaakt hebben. Doe mij dikwijls uwe liefde gedenken, o mijn Jesus, welke Gij voor mij gehad hebt, opdat ik U beminne, opdat ik U niet meer beleedige. Ach! verdiende ik niet eene geheel bijzondere hel, als ik.
300 godvruchtige oefeningen
ellendige, nadat ik uwe liefde gekend heb, nadat Gij mij zoo dikwijls vergiftenis geschonken hebt, U desniettegenstaande op nieuw beleedigde, en mij daardoor op nieuw in het verderf stortte ? Ach! al deze liefde en barmhartigheid, die Gij jegens mij geoefend hebt, zou voor mij eene nieuwe en nog smartelijker hel wezen.
Laat het niet toe, o mijne liefde ! Ik bemin U, mijn hoogste goed, ik bemin U uit geheel mijn hart, ik wil U de geheele eeuwigheid door beminnen.
m. punt. Om voor al onze zonden, vooral voor de zonden van onkuischheid te voldoen, wil Jesus de schrikkelijke smart aan zijn onschuldig lichaam onderstaan: /, Hij is gewond om onze misdaden.quot; (Isaïas. 53.)
aandoeningen.
Wij, o mijn Jesus! wij hebben God beleedigd, eu Gij hebt de straf daarvoor willen dragen. Uwe oneindige liefde zij daarvoor de geheele eeuwigheid door geprezen en geloofd! Wat was er ook van mij geworden, wanneer Gij, o mijn God, niet voor mij voldaan hadt? Ach! had ik U maar nooit beleedigd; ach! ofschoon ik ook door mijne zonden uwe liefde ooit veracht heb, zoo wensch ik toch niets anders dan U te beminnen en van U bemind te worden. Gij hebt gezegd, dat Gij hem lief hebt die U bemint. Ik bemin U boven alles, ik bemin U uit geheel mijn hart; maak dat ik uwer liefde waardig worde. Ja, ik hoop dat Gij mijne zonden vergeven hebt, en dat Gij om uwe goedheid mij nu bemint. O mijn geliefde Jesus! keten mij vaster aan uwe liefde, en laat niet toe dat ik mij wederom van U scheide. Zie, ik ben geheel de uwe, straf mij gelijk het U belieft, maar duld niet dat ik ooit
tot dex lijdenden zaligmaker. 301 weder van uwe liefde beroofd worde. Maak dat ik U beminne, en doe met mij wat U belieft. Maria, mijne hoop! bid Jesus voor mij.
DONDERDAG.
Bk doornenkrooning en lic.t » Ecce homo.quot;
(Ziet den menseh.)
i. punt. De wreetle beulen, nog niet tevreden zijnde met het heiligste lichaam van Jesus door de geeseling zoo schrikkelijk te hebben verscheurd, wilden hem nu nog, door den duivel ca de Joden aangehitst, gelijk eenen spot-koning behandelen. Alsdan wierpen zij Hem een stuk rood laken om de schouders, welk eene.n koningsmantel moest beteekenen, gaven Hem, in plaats van eenen schep-ter, eene roede in de hand, zetteden Hem eene dooreengevlochten doornen kroon op het hoofd, en opdat deze Hem niet alleen tot spot, maar ook tot pijn zoude strekken, zoo sloegen zij met de roede op de doornen, om dezelve dieper in zijn heilig hoofd te doen doordringen; « zij namen de roede, en sloegen zijn hoofd daarmede.quot; (Mattb. 17.) Alsdan drongen de doornen, zegt de heilige Petrus Damianus, tot in de hersenen door, en er vloeide eene zoo groote hoeveelheid bloeds uit de wonden, dat volgens de openbaring van de heilige Brigitta, de baard, de oogen en al het haar van onzen Zaligmaker daarmede geverwd waren. De pijnen welke de doornen-krooning veroorzaakte, waren de hevigste en langdurigste; want zij hielden alleen met den dood van Jesus Christus op, wijl telkens, wanneer de doornen kroon op zijn heilig hoofd geroerd werd, de smart vernieuwde.
20
godvruchtige oefeningen
aandoeningen.
ö Gij ondankbare doornen, wat hebt gij gedaan ? hoe kunt gij uwen Schepper zoo schrikkelijk kwellen? Maar wat zeg ik, gij doornen! gij waart hetr beminde ziel, die, door uwe toestemming in kwade gedachten, het hoofd uws Zaligmakers gewond hebt. Ach, mijn geliefde Jesus! Gij zijt de Koning van hemel en aarde, en nu zijt Gij de Koning van bespotting en smart geworden. Ach ! waartoe heeft U de liefde tot uwe schapen gebracht. Zie, mijn God, ik bemin U; maar ach, zoo lang ik op aarde leef ben ik altijd in gevaar U te verlaten en aan uwe liefde te verzaken, gelijk ik dit vroeger gedaan heb. O mijn Jesus! zoo Gij mogt zien dat ik U in het vervolg op nieuw zoude beleedigen, o dan maak dat ik liever nu sterve, daar ik durf hopen mij in Gods genade te bevinden. Laat niet toe, o mijn God, dat ik U op nieuw verlieze; zeker had ik voor mijne menigvuldige zonden dit ongeluk verdiend; maar ach I Gij hebt het toch niet verdiend, dat ik mij wederom van U verwijdere. Neen, mijn Jesus ! neen, ik wil U niet weer verliezen.
li. punt. Dit goddeloos gespuis was niet voldaan, Jesus zoo gruwzaam te hebben gekroond, het wilde ook nog den spot met Hem drijven en Hem nieuwe beleedigingen, nieuwe pijnen veroorzaken. Dan knielden zij voor Hem neder; en Hem uitlachende, begroetten zij Hem als eenen koning der Joden. Zjj spuwden Hem in het aangezicht, en gaven hem kaakslagen, en hoonden en spotteden met Hem op de verachtelijkste wijze : n en zij bogen de knieën voor Hem, bespotteden Hem en spraken ;â wees gegroet. Koning der Joden... Zij bespuwden Hem en gaven Hem kaakslagen.quot; (Matth. 37.) ö Mijn Verlosser! waartoe is het met ü gekomen,?
302
TOT UEN LIJDENDEN ZALIGMAKER. 303 Ach God! zoo er destijds iemand voorbij gegaan ware, en had dezen mismaakten mensch gezien, die met een stuk rood doek bedekt, zulk eenen schepter in de hand hield, zulk eene kroon op het hoofd droeg; zoo hij gezien had, hoe dat goddeloos volk Hem bespotte en mishandelde, waarvoor anders zou hij Hem gehouden hebben dan voor den slechtsten en boosaardigsten mensch der wereld ? Laten wij dan overwegen, hoe de Zoon Gods geheel Jeruzalem tot bespotting diende.
AANDOENINGEN.
Ach, mijn Jesus! zoo ik aan uw lichaam denk , dan zie ik niets dan wonden en bloed, en wanneer ik uw hart zie, dan vind ik niets dan bitterheid en angst, dieU doodskwalen veroorzaken. Ach, mijn God! wie anders dan Gij, de Oneindige zelve, had zich zoo diep kunnen vernederen, om zooveel voor zijne schepselen te willen lijdeu. Maar dewijl Gij God zijt, zoo bemint Gij ook gelijk een God. Deze wonden, welke ik aan uw heilig lichaam beschouw , zijn even zoo vele bewijzen uwer liefde tot ons. Ach ! wanneer alle menschen U in den toestand beschouwen, in welken Gij eens een voorwerp van schrikkelijke smart, een voorwerp van achting werdt, wie kan dan nog langer koud aan uwe liefde wezen? O mijn Jesus ! ik bemin U, ik geef mij geheel en gansch aan U. Zie, ik bied U mijn bloed, mijn leven, alles wat ik bezit, ten offer aan. â Zie, ik ben bereid te lijden en te sterven, wanneer en gelijk het U belieft.
Wat kan ik U ook nu weigeren, nadat Gij mij noch uw bloed, noch uw leven geweigerd hebt ? neem barmhartig het offer van zich zeiven aan, hetwelk een ellendige zondaar U heden opdraagt, die TJ uit ganscher harte bemint.
304 godvruchtige oefeningen
ui. punt. Nadat Jesus tot Pilatus teruggebrackt was, toonde deze Hem uit een balkon aan het volk en sprak : «ziet daar den mensch; (Joan 19.) alsof hij wilde zeggen, ziet daar den mensch, dien gij voor mijn gezicht gesteld en aangeklaagd hebt, omdat Hij zich tot Koning wilde verheffen; ziet dit behoeft gij niet meer te vreezen. Nadat gij Hem zoo schrikkelijk mishandeld hebt, gelijk gij Hem hier ziet, kan Hij maar weinig tijds meer leven; laat Hem dan gaan, opdat Hij gerust in zijn huis kunne sterven, en dwingt mij niet een onschuldige te veroordeelen. Maar de Joden, die nog woedender waren dan te voren, riepen als dolzinnigen : ,/ Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!quot; (Matth. 27.) Zij schreeuwden van alle kanten ; n kruist Hem, kruist Hem, weg met Hem , kruist Hem!quot; (Joan. 19.) Doch even als Pilatus toenmaals onzen Zaligmaker van het balkon aan het volk vertoonde, zoo toont ons de eeuwige Vader zijnen goddelijken Zoon uit den hemel en roept: ziet den mensch, dien Ik u tot Verlosser beloofd heb en waarnaar gij zoo lang getracht hebt! ziet. Hij is mijn eenige Zoon, dien ik even zoo lief heb als Mij zeiven. Ziet, uit liefde tot u heeft Hij meer smart, meer verachting willen verdragen, dan ooit een mensch verdragen heeft. Denk zeer dikwijls aan zijn lijden, en bemin uwen Verlosser.
aandoeningen.
ó Mijn God! zie, ik overdenk nu het lijden van uwen Zoon. Zie, ik bemin Hem. â Maar zie ook op mij neder, en door de verdiensten van die smart en verachting, welke Hij onderstond, vergeef mij alle beleedigingen die ik U heb aangedaan. /, Zijn bloed kome over ons, quot; het bloed van dezen God-mensch, van uwen geliefden Zoon, kome
tot den lijdenden zaligmaker. 305 op onze zielen neder en verwerve ons barmhartis:-heid bij U. Het berouwt mij, oneindige Goedheid, U te hebben beleedigd ; ik bemin U uit geheel mijn hart. Maar Gij kent mijne zwamp;.kheid; sta mij bij, o mijn God! en ontferm U mijner. Maria, mijne hoop! bid Jesus voor mij.
VRIJDAG.
De veroordeelinp van Jems, en het gaan naar den Calvarieberg.
i. punt. Pilatus vreesde by den Keizer in ongenade te komen; derhalve veroordeelde hij Jesus eindelijk tot den kruisdood, ofschoon hij Hem meermaals onschuldig verklaard had. O mijn onschuldigste Verlosser! â zoo weent de heilige Bernardus â welk eene misdaad hebt gij dan begaan, dat Gij tot den dood veroordeeld wordt'? Ach! ik weet het welke groote zonden Gij bedreven hebt, zegt de Heilige verder : de groote liefde , die Gij ons menschen hebt toegedragen , is uwe zonde; deze veel meer, dan Pilatus, heeft U tot den dood veroordeeld.
Het goddeloos vonnis wordt voorgelezen; Jesus hoort liet aan, en met volkomene overgeving onderwerpt Hij zich aan den wil des eeuwigen Vaders, die zijnen dood, zijnen kruisdood voor onze zonden verlangt, i, Hij vernederde zich zeiven, en werd gehoorzaam tot den dood, ja tot den dood des kruises. quot; (Phil. 28.)
ö Mijn onschuldige Jesus! uit liefde tot mij hebt Gij den dood aangenomen. Zie, ik zondaar, neem uit liefde tot U den dood aan, wanneer en hoe Gij dien mij zoudt laten overkomen.
Het vonnis voorgelezen zijnde, grijpen de woedende beulen het onschuldig Lam Gods aan , doen Hem op nieuw zijne kleederen aan, en houden Hem
i
I
ii)
11
1
306 godvruchtige oefeningen
het kruis voor, dat uit twee ongekapte balken in elkander geslagen was. Jesus wacht niet tot dat men Hem het kruis op de schouderen legt, Hij zelf omarmt het, kust het, legt het op zijne gewonde schouderen en roept: kom, geliefd kruis ; want zie, sedert drie en dertig jaren heb ik u gezocht; op u wil ik sterven , uit liefde tot mijne schapen!
aandoeningen.
Ach, mijn Jesus! wat hadt Gij nog kunnen doen, om mij te dwingen tot wederliefde ? Wanneer een mijner knechten zich bij mij aangeboden had, om in mijne plaats te sterven, zoo had hij gewis mijne liefde verworven; hoe heb ik dan zoo lang kunnen leven zonder U te beminnen, daar ik toch weet, dat Gij, mijn eenige mijn hoogste Weldoener gestorven zijt, om mij mijne zonden te vergeven. Ik bemin U, mijn hoogste Goed, en wijl ik U bemin, berouwt het mij ü te hebben beleedigd.
ii. punt. De veroordeelers verlaten de gerechtszaal, en begeven zich op weg naar de gerechtsplaats. De Koning van hemel en aarde vergezelt hen mot zijn kruis op de schouderen; » en Hij droeg zijn kruis op de schouderen, en ging uit tot de plaats, die men Golgotha (of de plaats der doodshoofden) noemt.quot; (Joan. 19.) Verlaat ook gij nu den hemel, gij Serafs, en geleidt uwen Heer, die den borg opklimt, om aldaar gekruist te worden. O mijne ziel! aanzie uwen Verlosser, die voor u gaat sterven. Zie, hoe Hij het hoofd heeft neergebogen, hoe zijne knieën sidderen, hoe Hij geheel met wonden overdekt is, hoe uit al zijne wonden bloed stroomt, hoe Hij de doornen kroon op zijn hoofd, hoe Hij het zware kruishout op zijne schouderen draagt! Ach,
tot den lijdenden zaligmaker, 307 mijn God! Hij gaat zoo moeielijk voorwaarts, dat Hij schijnt ieder oogenblik den geest te zullen moeten geven. â Spreek tot uwen Zaligmaker ; o Lam Gods, waarheen begeeft Gij U dan ? Zie, uw Jesus antwoordt: ik ga om voor U te sterven. Wanneer gij mij dooden zult, o dan vergeet de liefde niet, welke ik u toegedragen heb; denk er alsdan dikwijls aan en bemin mij waarlijk.
aandoeningen.
Ach, mijn Zaligmaker! hoe is het mogelijk dat ik eerst geleefd heb, zonder aan uwe liefde te denken. O gij, schandelijke zonden 1 gij hebt het hart mijns Zaligmakers bedroefd, een hart dat mij zoo innig bemind heeft. O mijn Jesus! ik beween het ongelijk , hetwelk ik U heb aangedaan. Ik dank ü voor het geduld; waarmede Gij mij hebt verdragen; ik bemin U, ja ik bemin U van ganscher harte; U alleen wil ik beminnen. Ach! breng mij altgd die liefde in de gedachte, welke Gij mij hebt toegedragen, opdat ik nooit weer vergete U lief te li ebben.
ui. punt. Jesus Christus klimt op den Calvarieberg en noodigt ons uit om Hem na te volgen. Ja, mijn onschuldige Yerlosser! Gij gaat met uw kruis vooruit; stap maar altijd voorwaarts; zie, ik wil U niet verlaten. Leg mij een kruis op, welk het ook zijn moge, ik zal het opnemen en er U tot aan den dood mede navolgen; daar Gij voor mij gestorven zijt, wil ik ook met U vereenigd sterven. Gij beveelt mij dat ik U lief hebbe, zie, ik wensch ook niet anders dan U te beminnen. O mijn Jesus! Gij zijt, en Gij zult altijd het eenig voorwerp mijner liefde zijn. Sta mij slechts bij, opdat ik U getrouw blijve, Maria, mijne hoop ! bid Jesus voor mij.
If 1
i m
1 , f | ,
i
M'f
li
godvruchtige oefeningen
ZATERDAG.
i. punt. Zoo zijn wij dan op den Calvarieberg aangekomen, waar zich de grootheid van Gods liefdé tot den mensch vertoonde, waar een Gocl in eene zee van pijnen voor ons stierf. Als Jesus daar aangekomen was, scheurde men Hem met geweld de kleederen af, welke door het bloed aan zijn verscheurd lichaam waren vastgekleefd, en men wierp Hem op het kruis. Het Lam Gods legde zich op zijn sterfbed, strekte zijne handen voor de beulsknechten uit, en gaf zijn leven aan den eeuwigen Vader ten oifer, voor het heil der menschen. Zie, reeds hebben zij Jesus aan het kruis genageld, reeds richten zij het kruis op. Zie, beminde ziel, hoe uw Zaligmaker aan drie dikke nagelen hangt; zie, hoe Hij aan het hout vastgehecht is, waar Hij geen oogenblik rust vindt. Nu tracht Hij op zijne handen, dan op zijne voeten te steunen, doch waar Hij ook steunt, het vermeerdert slechts zijne smarten.
aandoeningen.
ö Mijn Jesus ! welk eenen bitteren dood moet Gjj onderstaan. Op het kruis lees ik deze woorden : //Jesus van Nazareth, Koning der Joden;quot; (Joan.) maar ach, buiten dit afschrift, waarmede men U bespot, ziet men niets, wat uwe koninklijke waardigheid te kennen geeft. Waarlijk toonen deze troon van smarten, deze doorboorde handen, dit verwond hoofd, dit verscheurd lichaam, dat Gij een koning zijt, maar een koning van liefde. Vol medelijden nader ik tot U, o mijn Jesus, om uwe gewonde voeten te kussen. Ik omhels het kruis, aan hetwelk Gij als een slachtoffer der liefde hebt willen sterven. Ach, mijn Jesus ! wat was er van mij geworden, zoo Gij niet voor
308
tot den lijdenden zaligmaker. 309 mij aan dg goddelijke rechtvaardigheid voldaan hadt. Ik dank U en bemin U alleen.
ii. punt. Als Jesus aan het kruis hing, zoo vond Hij niemand die Hem troostte; onder degenen die om Hem stonden, lasterden Hem sommigen en anderen bespotteden Hem, zeggende: «zoo gij de Zoon Gods zijt, kom af van het kruis.â Hij heeft anderen geholpen, en zichzelven kan Hij niet helpen.quot; (Matth. 37.) Ja zelfs diegenen, welke met Hem gevonnisd werden, verwekte Hij niet tot medelijden, ,/ want een der misdadigers, die daar hingen, lasterde Hem.quot; (Luc. 33.) Het is waar, ⢠ook Maria was onder het kruis en stond haren stervenden Zoon bij; maar in plaats van hierdoor getroost te worden, vergrootte het aanzien zijner bedrukte Moeder zijne pijn nog; want Hij wist, hoe groote smarten Maria uit liefde tot Hem moest verdragen. â Onze goddelijke Verlosser dan geen troost op aarde vindende, wendt zich tot zijnen liemelschen Vader, en deu hemel, maar ach ! de eeuwige Vader zag Hem beladen met aL de zonden der menschen, waarvoor Hij moet vol-' doen, en sprak derhalve : neen, mijn liefste Zoon, Ik kan U niet troosten. Ik moet U aan uw lijden overlaten. Ik moet U zonder troost laten sterven. Dan riep Jesus uit: â mijn God, mijn God ! waarom hebt Gij mij verlaten?quot; (Matth. 37.)
aandoeningen.
Ach, mijn Jesus! hoe bedroefd en ellendig hangt Gij aan het kruis. O, hoe vele reden hebt Gij niet om treurig te zijn, wanneer Gij overdenkt, dat Gij alleen hierom zoo veel lijdt, opdat U de menschen zouden beminnen, en dat U dan nog zoo ij weinigen zullen beminnen. O gij schoone liefde-1 vlammen, die het leven van eenen God verteerd
310 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
hebt : verteer ook in mij alle aardache geuegeu-heden, en maakt dat mijn hart alleen voor zijnen God brande , die voor mij aan den verachtelijken kruisboom heeft willen sterven. Maar, hoe is het mogelijk, mijn Jesus, dat Gij voor mij hebt willen sterven, daar Gij toch de beleedigingen hebt voorzien, die ik zoude aandoen? Wreek U nu aan mij, doch wreek U op eene wijze die mij tot de zaligheid verstrekt : geef mij zulke smart over mijne zonden, dat ik altijd met leedwezen aan de beleedigingen denke, welke ik U heb aangedaan. Komt, gij geeselen, gij nagelen, gij doornen; kom, o gruwzaam kruis, dat mijnen Zaligmaker zoo afgrijsselijk gepijnigd hebt, komt en doorwondt mijn hart, en maak dat ik altijd aan de liefde denke, welke Jesus mij heeft toegedragen. Maak mij zalig, o mijn Jesus? en geef mij dan ook de genade om U te beminnen, want uwe liefde is mijne zaligheid.
in. punt. Als nu onze goddelijke Verlosser den dood nabij was, riep Hij met eene stervende stem : ii liet is volbrachtquot; (Joan. 18.) alsof Hij zeide : ziet, menschen, alles is volbracht, uwe verlossing is voltrokken; bemint mij dan, want ziet, ik heb niets meer kunnen doen om van u bemind te worden ! O mijne ziel, zie, hoe uw Jesus sterft. Zie, hoe zijne oogen verduisteren, hoe zijn gelaat geheel verbleekt, hoe zijn hart maar langzaam meer klopt, hoe zijn heilig lichaam zich reeds stervende uitrekt. Zie, hoe zijne gezegende ziel op het punt is om zijn heilig lichaam te verlaten. Daar wordt plotseling de zon verduisterd, de aarde beeft, daar openen zich de graven, tot tee-ken dat de Schepper van het Heelal gaat sterven. Zie, hoe Jesus, na zijne heilige ziel den eeuwigen Vader te hebben aanbevolen, eene diepe
TOT DEN LIJDENDEN ZALIGMAKER. 311 zucht laat, hoe Hij vervolgens zijn hoofd buigt, tot een teeken dat Hij zelfs zijn leven aan God ten offer opdraagt, welke offerande Hij nog voor onze zaligheid vernieuwt; zie hoe Hij eindelijk aan de hevige smarten sterft, en zijnen geest in de handen zijns geliefden Vaders overgeeft.
AANDOENINGEN.
Treed nader bij tot het kruis, beminde ziel, omarm de voeten van uwen overleden Verlosser, en gedenk dat Jesus uit liefde tot u gestorven is. Ach, mijn Jesus! waartoe heeft uwe liefde tot mij U gebracht? wie heeft meer dan ik de vruchten van uwen dood genoten ? O mijn Jesus ! laat mij beseffen hoe groot de liefde moest zijn, die eenen God bewoog om voor mij te sterven, opdat ik in het vervolg niets anders meer beminne, dan U alleen. Ik bemin U, mijn hoogste goed, waarachtige beminnaar mijner ziel : in uwe handen beveel ik mijnen geest. Door de verdiensten van uwen dood, laat mij afsterven aan alle aardsche liefde, daar Gij alleen mijne liefde verdient. Maria, mijne hoop! bid Jesus voor mij.
Dat Jesus, onze liefde, en Maria, onze hoop, leven !
Mijn gekruisigd, goed, verwond harte van mijnen Jesus! laat mijn hart aan uwe zijde rusten.
GODVEUCHTIGE OEFENING
ïan de vijf wonden van den gekruisten Jeans.
1. Mijn Heer Jesus Christus! ik aanbid de wonde van uwen rechtervoet; ik dank U, dat Gij dezelve voor mg hebt willen onderstaan, onder zoo hevige smarten en met zoo groote liefde. Ik heb medelijden met uwe smart en met de smart uwer
313 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
bedroefde Moeder. Door de verdiensten dezer heilige wonde, bid ik U om vergiffenis mijner zonden; ik beween die van ganscher harte en meer dan alle ander kwaad, omdat ik Us de oneindige goedheid, daardoor beleedigd heb. Smartvolle Moeder Gods! bid Jesus voor mij.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
3. Mijn Heer Jesus Christus! ik aanbid de wonde van uwen linkervoet; ik dank U , dat Gij deze voor mij hebt willen lijden, onder zoo hevige smarten en met zulke groote liefde. Ik heb medelijden met uwe smart en met de smart uwer bedroefde Moeder. Door de verdiensten dezer heilige wonde bid ik U, dat Gij mij kracht wilt verleenen om in het toekomende nooit meer in doodzonde te vallen, maar tot aan den dood in Gods genade te volharden. Bedrukte Moeder Gods ! bid Jesus voor mij.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader, enz.
3. Mijn Heer Jesus Christus! ik aanbid de wonde van uwe linkerhand; ik dank U, dat Gij dezelve voor mij hebt willen lijden, onder zoo hevige smarten en met zulke groote liefde. Ik heb medelijden met uwe smart, en met de smart uwer bedroefde Moeder. Door de verdiensten van deze heilige wonde bid ik U, dat Gij mij van de hel wilt bevrijden, welke ik zoo dikmaals verdiend heb, en waar ik U niet meer zou kunnen beminnen. Bedrukte Moeder Gods! bid Jesus voor mij.
1 Onze Vader, 1. Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
4. Mijn Heer Jesus Christus! ik aanbid de wonde
TOT DEN LIJDENDEN ZALIGMAKER. 313
van uwe rechterhand; ik dank U dat Gij dezelve voor mij hebt willen lijden, onder zoo hevige smarten en met zulke groote liefde. Ik heb medelijden met uwe smart en die van uwe bedroefde Moeder. Door de verdiensten dezer heilige wonde bid ik U, dat Gij mij de glorie des hemels wilt verleenen, waar ik U volkomen en uit al mijne krachten zal beminnen. Bedrukte Moeder Gods, bid Jesus voor mij.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader, enz.
5. Mijn Heer Jesus Christus! ik aanbid de wonde van uwe heilige zijde; ik dank U dat Gij zelfs nog na uwen nood deze beleedigingen hebt willen verdragen , en wel met de grootste liefde, ofschoon zij U geene pijn meer veroorzaken konden. Ik heb ook medelijden met uwe bedroefde Moeder, die er toen de smart alleen van onderstaan moest. Door de verdiensten dezer heilige wonde bid ik U, dat Gij mij uwe heilige liefde wilt schenken, opdat ik U hier op aarde altijd beminne, om U hierna van aanschijn tot aanschijn de geheele eeuwigheid door te kunnen beminnen. Bedrukte Moeder Gods ! bid Jesus voor mij.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader, enz.
VIJFDE DEEL.
OVERWEGINGEN VOOR DE NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
TOT HET
AANBIDDELIJK HART VAN JESÃS.
Korte hemerkingen over deze godsvrucht.
De voornaamste godsvrucht voor eenen Christen blijft toch altijd, de liefde tot Jesus Christus; indien men namelijk dikwijls nadenkt, hoe zeer ons deze beminnenswaardige Zaligmaker bemind heeft, en hoe innig Hij ons nu nog bemint. Met recht beklaagt zich een godvruchtige schrijver daarover, dat vele menschen allerlei godsvrucht-oefe-ningen behartigen, en de godsvrucht tot Jesus veronachtzamen; dat vele predikanten en biechtvaders van alles weten te redeneeren, maar weinig van de liefde tot Jesus Christus spreken, die toch de voornaamste godsvrucht, ja als het ware de eenige godsvrucht voor eenen Christen zou moeten zijn. â Daarom moeten dan ook de predikanten en biechtvaders niets meer ter harte hebben, dan hunne toehoorders en biechtkinderen zonder ophouden deze godsvrucht in te boezemen, en de liefde tot Jesus Christus in hen te ontvlammen ; maar dewijl men dit veronachtzaamt, zoo komt het, dat menige ziel op den weg der deugd niet alleen kleinen voortgang
NEGEN I) A AGS CHE GODSVRUCHT.
maakt, maar dat zij altijd dezelfde kleine zonden begaat en dikwijls zelfs in doodzonde valt. Dat komt zeker alleen daardoor, omdat men niet aangemoedigd wordt, en terzelfder tijd ook niet daaraan denkt, om de liefde tot Jesus te bekomen, die toch de gouden keten is, welke de ziel met God vereenigt. De Zoon Gods is slechts daarom in de wereld gekomen, om bemind te worden. â Ziet, ik ben het vuur op aarde komen brengen , en wat wilde ik anders dan dat het brande.quot; (Luc. 12.) De eeuwige Vader heeft daarom zijnen Zoon in de wereld gezonden, om ons zijne liefde te kennen te geven, en ons daardoor tot wederliefde te bewegen; en God zelf geeft ons de verzekering, dat Hij ons beminnen zal, naarmate dat wij Jesus Christus beminnen : «de Vader zelf bemint u, omdat gö Mij bemind hebt.quot; (Joan. 10.) God geeft ons zijne genade, indien wij hem in den naam van Jesus daarom bidden ; â indien gij den Vader in Mijnen naam om iets bidt, zoo zal Hij het u geven.quot; (Joan. 16.) Ja, Hij ontvangt ons slechts dan in den hemel, als ons leven aan het leven van Jesus gelijkvormig is: âdie Hij voorgekend heeft, die heeft Hij ook voorbestemd, om aan het beeld van zijnen Zoon gelijkvormig te worden.quot; (Eom. 8. 29.) Maar wij zullen zeker nooit aan Jesus Christus gelijkvormig worden, indien wij dit niet wenschen, en indien wij niet dikwijls daarover nadenken, hoe groot de liefde van Jesus tot ons geweest is.
Van het leven van zuster Margaretha Alacoque, Visitandien, wordt verhaald, dat de Zaligmaker haar geopenbaard heeft, dat Hij wilde dat men in onze laatste tijden, in de heilige Kerk, het feest van het allerheiligste Hart van Jesus zoude instellen en deze godsvrucht verbreiden , opdat de
315
if 1
1 1
i â !
1 u
1
316 NEGENDAA.GSCHE GODSVRUCHT
deugdzame menschen door hunne aanbidding en hunne liefdebewijzen, de beleedigingen zouden kunnen herstellen, die zijn heilig Hart vau de ondankbaren bijzonder dan te lijden heeft, wanneer Hij in het Hoogwaardigste op onze altaren uitgesteld is. Er wordt noo- van het leven van dezelfde kloosterzuster, hetwelk de Bisschop Lanquot van Sens beschreven heeft, verhaald dat, als zij eens voor het allerheiligste Sacrament bad, Jesus haar zijn Hart toonde op eenen vlammenden troon, omkranst met doornen, en over hetzelve een kruis, en dat Hij haar zeide: â beschouw dit Hart, dat de menschen zoo zeer bemind heefc, dat het alles voor hen gedaan, ja dat het zelfs, om hun een bewijs zijner liefde te geven, zich zeiven heeft willen opofferen. Maar beschouw ook dat het tot loon voor zoo groote liefde, van het meestendeel der menschen, niets dan ondankbaarheid en verachting in dit Sacrament van liefde te lijden heeft. Doch wat mij de grootste smarten veroorzaakt, voegde Hij er bij, is dat harten, die mij toegewijd zijn, mij op zulke wijze behandelen.quot; Daarop beval de Heer haar, dat zij moest zorgen, dat op den eersten vrijdag na het octaaf van den heiligen Sacramentsdag een bijzonder feest ingesteld werd, om zijn goddelijk Hart te vereeren, en dit om drie oorzaken: ten eerste, opdat de geloovigen Hem zouden danken voor het groot geschenk, dat Hij hun in het allerheiligste Sacrament des Altaars op de aarde nagelaten heeft; ten tweede, opdat de zielen, die Hem beminnen, door hare aanbidding en liefdebewijzen, de verachtingen en mishandelingen die Jesus in dit Sacrament van den zondaar lijden moet, zouden vergoeden; en ten derde, opdat men door de
TOT HET H. HART VAN JESUS. 317
bijzondere eer, die men Hem betoont, op zekere wijze zoude herstellen, indien Hij in zoo vele kerken te weinig geëerd en aangebeden wordt. Eindelijk beloofde Jesus, dat Hij de schatten, die in zijn heilig Hart verborgen zijn, rijkelijk zal uitdeelen aan degenen die Hem vreezen zullen, en zulks bijzonderlijk op dezen feestdag, en eiken keer als men Hem in het allerheiligste Altaarsacrament bezoekt. «Zoo is dan de godsviucht tot het heilig Hart van Jesus niets anders, dan eene oefening van liefde tot eenen zoo beminnelijken God.
Maar welk is nu het voorwerp van deze godsvrucht ? Het onzichtbaar voorwerp derzelve is de liefde, die in het heilig hart van Jesus tot de menschen ontstoken is; en zulks om deze reden, dewijl men het hart als de woning der liefde beschouwen moet, gelijk men dit uit de volgende teksten der heilige Schriftuur zien kan : â mijn zoon, geef mij uw hart.quot; ( Spr. 23.) â mijn hart en mijn vleesch verheugen zich in den levenden God.quot; (Ps. 83.) ,/God mijns harten en mijn deel, is God in der eeuwigheid.quot; (Ps. 73.) â Dl-liefde Gods is in onze harten uitgestort door den heiligen Geest, die ons gegeven is.quot; ( Rom, 55.) Het zichtbaar voorwerp van deze godsvrucht is hei allerheiligste hart van Jesus, niet in zich zei ven alleen beschouwd, maar met de allerheiligste menschheid, en te gelijk ook met den tweeden god-delijken Persoon, het eeuwig Woord verbonden.
Deze godsvrucht verbreidde zich in korten tijd zoo zeer, dat behalve dat zij in vele vrouwenkloosters ingevoerd is, men reeds met inwilliging der geestelijke overheid, meer dan 40 Broederschappen ter eere van het allerheiligste hart van Jesus ( op het einde van de achttiende eeuw, ) opgericht had, en zulks niet alleen in Frankrijk, Savovo,
21
318 NEGBNDAAGSCHE GODSVRUCHT
Belgie, Duitschland en Italië, maar ook voor de Missiën bij de ongeloovigen. De Eoomsche Stoel heeft aan deze broederschappen vele aflaten verleend, en toegelaten om kapellen en kerken ter eere van het heilig Hart van Jesus te bouwen.
I. OVERWEGING.
Jesus' beminnenswaardig Hart.
Hij die zich in alles beminnelijk toont, wordt noodzakelijkerwijze bemind. O, indien wij toch ter harte namen om altijd meer te leeren kennen, om hoe vele redenen Jesus onze liefde verdient, zeker zouden wij dan allen de gelukkige noodzakelijkheid gevoelen, van Hem te moeten beminnen. Waar kende mon ook wel een beminnenswaardiger hart, dan het Hart van Jesus vinden? Zijn hart alleen is gansch rein en heilig, geheel van liefde tot God en tot de menschen vervuld ; want Jesus verlangt niets, dan de eer van zijnen hemelschen Vader en onze zaligheid. Dit is het Hart, waarin God zijne vreugde, zijn welbehagen vindt. In dit Hart heerschen alle volmaaktheden, alle deugden. Daar vindt men eene gloeiende liefde tot God den Vader, de diepste ootmoedigheid en eerbied, die men zich verbeelden kan, alsmede de diepste schaamte over onze zonden, die Jesus op zich genomen had, en terzelfder tijd het kinderlijkste vertrouwen van een teeder bemin-nenden Zoon. In het Hart van Jesus vind men den grootsten afschrik van onze zonden, en te gelijk het innigste medelijden met onze ellende; de schromelijkste pijnen , verbonden met de volmaaktste overgeving in den goddelijken wil. Zoo vinden wij dan in dit wonderbaar en heilig Hart alle beminnenswaardigheid, die men zich maar inbeeldeji
TOT HET H. HART TTAN JESÃS. 319
kan. Ãenige mensehen beminnen hunnen naaste, omdat hij schoon of omdat hij onschuldig is, of wel omdat hij aan zijnen omgacg gewoon is, omdat hij deugdzaam is. Maar indien er nu een persoon ware, in wien men al deze schoone eigenschappen en nog duizend andere vereenigd vond, zou het wel mogelijk zijn hem niet te beminnen ? Indien wij vernamen dat in een afgelegen land een vorst leefde, die schoon, ootmoedig , vriendelijk, deugdzaam , vol liefde en milddadig was, en die zelfs het kwaad met goed vergeldt, zonder twijfel zouden wij hem beminnen, ook zonder hem te kennen of zonder van hem gekend te zijn, en zelfs zonder hoop van hem ooit te kennen; zekerlijk zouden wij hem, zonder het te willen, cns hart schenken. Hoe is het dan toch mogelijk, dat Jesus Christus, die al deze deugden bezit, en dat op de volmaaktste wijze, en die ons te gelijker tijd zoo teeder bemint, hoe is het toch mogelijk, dat Jesus maar weinig van de menschen bemind wordt, dat Hij niet het eenigste voorwerp hunner liefde is, o mijn God! En Jesus, die alleen waarachtig beminnenswaardig is, en die ons zoo vele bewijzen zijner oneindige liefde gegeven heeft. Hij alleen, als ik zoo spreken mag, heeft het geluk niet dat Hij van ons bemind wordt, even alsof Hij onze wederliefde niet verdiende! Dit maakt dat de H. Sosa van Lima, Catharina van Genua, de H. Theresia, Maria Magdalena van Pazzis, van droefheid moesten weenen en vol smart uitriepen : // de Liefde wordt niet bemind! ach, de Liefde wordt niet bemind !quot;
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn beminnenswaardige Verlosser ! zou de eeuwige Vader mij wel een waardiger voorwerp
320 NEGEN IJ A. AG SCll E GODSVRUCHT
hebbeu kunnen doen beminnen dan U ? Gij maakt de schoonheid des hemels uit, Gij zijt de beminde Zoon uws Vaders; in uw Hart bevinden zich alle deugden. â O liefwaardig Hart van Jesus! Gij verdient maar al te zeer de liefde aller harten; ach, arm en ongelukkig is het hart dat U niet bemint. O mijn God ! al dien tijd dat ik IJ niet beminde, was ook mijn hart zoo ongelukkig, maar in het vervolg wil ik nooit meer in zulk ongeluk leven. Ik bemin U, mijn .Tesus ! Ik wil U altijd beminnen. O mijn Zaligmaker ! ik heb ü vroeger vergeten, welke straffen verdien ik niet daarom! Verdient mijne ondankbaarheid niet, dat Gij mij ook vergeet, dat Gij mij ook verlaat ? Neen, neen, mijne allerzoetste Zaligmaker ? Laat dit niet toe. Een God bemint U, en een ellendige zondaar; gelijk ik, die Gij met zoo groote weldaden overladen hebt, die Gij zoo innig bemint, zou U niet beminnen ! O gij, schoone vlammen van liefde die in het liefderijk Hart van mijnen Jesus brandt: komt en ontsteekt ook in mijn arm hart dit heilig en goddelijk vuur, hetwelk Jesus bewoog uit den hemel neder te dalen, om het op de aarde te ontsteken. Verbrijzel en vernietig alle onreine neigingen die in mijn hart opstaan, en die het beletten, U, o mijn Jesus, gansch toe te behoo-ren. Maak, o mijn God, dat ik alleenlijk leve om U te beminnen, ü alleen mijn geliefde Zaligmaker ! Indien ik U eenen langen tijd veracht heb, zoo zult Gij toch van nu af het eenigste voorwerp mijner liefde zijn. Ik bemin U, ik bemin U, en ik wil niets anders beminnen dan ü alleen. O mijn lieve Jesus ! versmaad niet de liefde van een hart dat U een tijd lang bedroefd heeft. Het strekt tot uw eer aan de Engelen te laten zien, dat een hart, hetwelk U eertijds vluchtte en zelfs beleedigde, van liefde tot U brandt. Allerheiligste Maagd
TOT HET H HAKT VAN JESUS. 321
Maria! gij zijtmijne hoop, sta mij bij, bidJesus, dat Hij mij cloor zijne genade verandere, gelijk Hij mij hebben wil.
II. OVEEWEGING.
Jesus' liefderijk Hart.
Konden wij arme menschen toch begrijpen , hoe het Hart van Jesus uit liefde tot ons brandt! Hij heeft ons zoo zeer bemind, dat, indien zich ook alle menschen op de aarde, alle Engelen en alle Heiligen met al hunne krachten vereenigden om ons te beminnen, zij toch niet het duizendste deel der liefde, die Jesus tot ons draagt, bereiken zouden. Hij bemint ons oneindig, en meer dan zich zei ven; Hij heeft ons bovenmate bemind ; n zij zeiden dat het bovenmate was, het-gene Hij te Jeruzalem zou vervullen.quot; (Luc. 9. 13.) Is er ook wel eene grootere overmaat van liefde. dan dat een God voor zijn schepsel sterft ? n Hij heeft ons tot op het uiterste bemind : daar Hij de zijnen beminde, zoo beminde Hij ze tot het einde toe.quot; (Joan. 13. 1.) Nadat ons God reeds door de gansche eeuwigheid bemind had, zoo dat er geen oogenblik in dezelve was, dat Hij niet aan ons dacht, en niet een ieder van ons beminde : n met eene eeuwige liefde heb Ik u bemind,quot; zoo hééft Hij toch nog uit liefde tot ons willen mensch worden, een smartvol leven en den dood aan het kruis willen lijden; Hij heeft derhalve ons meer bemind dan zijne eer, dan zijne rust, dan zijn leven : dewijl Hij dit alles opgeofferd heeft om ons de liefde, die Hij ons toedraagt, te kennen te geven. Is dan dit sreene overmaat van liefde, welke de Engelen in den hemel, de altijddurende eeuwigheid door,
323 NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
bewonderen zullen? Maar deze liefde heeft onzen Zaligmaker ook nog bewogen in het allerheiligste Altaarsacrament, gelijk op een troon van liefde, bij ons te blijven; daar vinden wij Hem onder de gedaante van een weinig brood in een Oiborium ingesloten, en het schijnt, alsof Hij zijne goddelijke heerlijkheid gansch vernietigt, en dat Hij daar is zonder beweging en zonder het gebruik zijner zinnen; het schijnt, alsof Hij daar niets anders doet, dan de menschen beminnen. De liefde maakt dat men de gedurige tegenwoordigheid van het geliefde voorwerp wenscht; deze liefde en dezen wensch waren dan ook de oorzaak, waarom Jesus onder ons in het allerheiligste Altaarsacrament wilde blijven.
De dertig jaren die Jesus op aarde met de menschen leefde, schenen aan den liefdevollen Zaligmaker een te korten tijd, en daarom geloofde Hij het grootste aller wonderen te moeten uitwerken, te weten : de instelling van het allerheiligste Sacrament , om ons zijn verlangen van altijd bij ons te blijven, te kennen te geven. Maar het werk der verlossing was toch reeds gansch volbracht , «Ie menschen waren toch reeds weder met God verzoend; waarom wilde Jesus dan nog in dit Sacrament op de aarde blijven? Hij blijft omdat Hij zich niet van ons kan scheiden; omdat, gelijk Hij zelf zegt. Hij zijne vreugde bij de menschen vindt. Deze liefde heeft Hem bewogen zelfs eene spijs onzer ziel te worden, om zich met ons te kunnen vereenigen, en om uit zijn en ons hart één harr, te kunnen maken : « wie mijn vleesch eet, blijft in Mij en Ik in hem.quot; (Joan. 6.) O wonderbare overmaat der goddelijke liefde?â Een groot dienaar placht te zeggen : indien iets mijn geloof aan het geheim des allerheiligsten Altaarsacrament?
TOT HET H. HART VAN JESUS. 323
konde doen wankelen, zoo ware dit niet de twijfel aan de mogelijkheid, dat het brood het Vleesch van Christus worde, noch de twijfel aan de mogelijkheid dat Jesus te gelijkertijd op meerdere plaatsen tegenwoordig zij, of dat Hij zich in eene zoo kleine ruimte bevindt; want op deze twijfelingen zou ik terstond antwoorden, dat God alles kan ; maar als men mij vraagt, hoe het toch mogelijk is, dat God de menschen zoo zeer bemint, dat Hij zelf hunne spijs heeft willen worden, dan blijft mij geen ander antwoord over, dan dat dit eene geloofswaarheid is die mijn verstand te boven gaat, en dat de liefde van Jesus onbegrijpelijk is. O liefde mijns Jesus ! maak dat de menschen U kennen, dat zij ü beminnen.
GEVOELENS EN GEBEDEN'.
O alleraanbiddenswaardigste Hart van mijnen Jesus! Hart, brandende van liefde tot de menschen ! o Hart, geschapen om de menschen te beminnen! hoe is het toch mogelijk dat de menschen U zoo weinig wederliefde bewijzen, dat zij U verachten? Ach, ik ongelukkige! ik ben ook een dezer ondankbaren geweest, die U niet weten te beminnen ! Vergeef mij, o mijn Jesus, deze mijne groote zonde U niet bemind te hebben, daar Gij toch zoo beminnenswaardig zijt, en mij zoo zeer bemind hebt, dat Gij niet meer voor mij kondet doen om mij tot wederliefde te bewegen. Ik erken het dat, dewijl ik zoo uwe liefde veracht heb, ik niet meer verdien U te mogen beminnen. Maar neen, neen mijn allerliefste Zaligmaker! straf mij gelijk Gij wilt, doch niet op deze wijze. Geef slechts dat ik U beminiie, en straf mij dan gelijk het TJ behaagt! Maar hoe zou ik toch
324 NF.GEXDAAGSCHE GODSVRUCHT
eene zoo schromelijke straf kunnen vreezen, daar Gij mij zelf het zoete gebod geeft, U, mijnen Beer en mijnen God, te beminnen : âgij zult uwen Heer en uwen God uit geheel uw hart beminnen.quot; Ja, mijn God! Gij zelf verlangt dat ik U beminne. Zie, ik wil U beminnen; zie, ik wil niets beminnen dan U alleen, die mij maar al te zeer bemind hebt. O liefde van mijnen Jesusl Gij zijt het eenigste voorwerp mijner liefde; o van liefde brandend Hart mijns Jesus ! ontvlam ook mijn hart. Laat niet toe dat ik in het vervolg nog ooit, al ware het ook maar één oogenblik, leve, zonder U te beminnen. Ik bid U dat Gij mij eerder wilt laten sterven, ja zelfs vernietigen, dan zulk een ongeluk toe te laten. O mijn God ! laat de wereld niet getuige zijn van eene zoo schrikkelijke ondankbaarheid, te weten : dat ik, die Gij zoo zeer bemint, die Gij zoo groote genade, zoo groote erkentenis gegeven hebt, op nieuw uwe liefde verachte. Neen, mijn Jesus, laat dit niet toe. Om het bloed dat Gij voor mij vergoten hebt, hoop ik dat ik U altijd beminnen zal, en dat ook Gij mij altijd beminnen zult, en onze wederzijdsche liefde in eeuwigheid niet zal ophouden. O Moeder der schoone liefde! allerzaligste Maagd Maria, die zoo zeer wenscht dat uw Jesus bemind worde : bind, hecht mij aan uwen Zoon, ja, vereenig mij zoo eng met Hem, dat ik nooit meer van Hem moge gescheiden worden.
III. OVERWEGING.
Jesus' liefde-verlangend Hart.
Jesus heeft ons niet noodig. Hij blijft met en zonder onze liefde even zoo gelukkig, even z,oo
TOT HET H. HAKT VAN JESTIS. 325
rijk, even zoo machtig, en evenwel zegt de heilige Thomas ; â daar Jesus ons bemint, verlangt Hij zoo zeer dat wij Hem beminnen, alsof de mensch zijn God was, en alsof zijne zaligheid van de men-schen afhingquot; Dit bewonderde de heilige man Job zoo zeer, dat hij uitriep: n wat is de mensch; dat Gij hem zoo groot acht, of waarom hecht Gij uw Hart aan hem! (Job. 7.) Hoe, een God wenscht en zoekt zoo vurig de liefde van eenen ellendigen aardworm! Het zou reeds eene groote genade geweest zijn, indien God ons maar enkel toegelaten had Hem te beminnen. Indien een onderdaan tot zijnen koning zeide : Heer! ik bemin u, zoo zou men hem zeker voor een onbeschaamd mensch houden. Maar wat zou men zeggen , zoo de koning aan den onderdaan zeide: ik wil dat Gij mij bemint. De koningen dezer wereld vernederen zich niet zoo zeer; maar Jesus, de Koning des Hemels, bidt ons vurig daarom, dat wij Hem beminnen ; ,, gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hart. Hij wenscht innig dat wij Hem ons hart schenken ; u geef mijn zoon, geef mij uw hart.quot; En indien eene ziel Hem ook uit haar hart verdrijft, zoo verlaat Hij ze toch nog niet; neen. Hij blijft voor de deur van haar hart staan, en roept en klopt om ingelaten te worden : « Ik sta voor de deur en klop aan.quot; (Openb. 3.) Hij bidt de ziel. Hem toch open te doen, en Hij noemt haar zijne zuster, zijne bruid: âdoe mij open, mijne zuster, mijne bruid.quot; (Hoogl. 5.) Met één woord. Hij vindt zijne vreugde in de liefde die wij Hem toedragen, en het troost Hem als eene ziel dikwijls uitroept: o mijn God, mijn God! ik bemin U! Dit alles is de werking der groote liefde die God ons toedraagt. ⢠Wie bemint, die wenscht noodzakelijkerwijze wederliefde; het hart
336 NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
verlangt het hart, liefde zoekt liefde. Waarom bemint God dan? « Om bemind te worden, quot; zegt de H. Bernardns. En God zelf heeft ons dit gezegd : n wat verlangd de Heer uw God van u ? dat gij Hem vreest en Hem bemint. quot; (Deut. 10.) Daarom leert Hij ons, dat Hij die herder is, die na het verloren schaap weder gevonden te hebben , allen tot zich roept, opdat zij zich met Hem verheugen zouden : « verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap gevonden , dat verloren was. (Luc. 15.) Hij leert ons, dat Hij die huisvader is, die, toen de verloren Zoon tot Hem terugkwam , hem niet alleen rergaf, maar hem zelfs teeder omarmde. Ja, Hij leert ons zelfs, dat wie Hem niet bemint, tot den eeuwigen dood zal veroordeeld worden : « wie niet bemint, die blijft in den dood,quot; (1. Joan 3.) en dat hij integendeel dengene, die Hem bemint, bij zich behoudt en hem als zijn eigendom aanziet: â wie in de liefde blijft, die blijft in God en God in hem.quot; (1. Joan. 4.) Zullen dan zoo vele beden, zoo vurige verlangens, zoo schrikkelijke bedreigingen, zoo schoone beloften, ons niet bewegen om eenen God te beminnen, die zoo zeer wenscht van ons bemind te worden ?
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Gij beveelt mij, mijn allerliefste Verlosser! â zeg ik met den H. Augustinus, â dat ik U be-minne, en Gij dreigt mij met de hel, indien ik U niet beminne. Maar kan er wel een schromelijker hel zijn, kan er wel een grooter ongeluk over mij komen, dan van uwe liefde beroofd te zijn? Wilt Gij mij dan vrees aanjagen, zoo dreig mij dat ik voortaan leven moet zonder ü te beminnen; deze bedreiging zal mij grooter angst geven dan cjui-
TOT HET H. HART VAN JESUS.
zend hellen! Indien de verdoemden, o mijn God, in het midden van het helsche vuur, van liefde tot ü branden konden, zoo zou de hel zich voor hen in eenen hemel veranderen. Indien integendeel de gelukzaligen in den hemel aan lewe liefde verzaken moeten, zoo zou de hemel zelfs voor hen eene hel worden. (H. Augustinus.)
Ik erken, o mijn allerzoetste Jesus, dat ik om mijne zonden verdiend heb van uwe genade beroofd en daartoe veroordeeld te worden, U niet meer te beminnen; maar ik weet ook, dat Gij evenwel voortgaat met mij te bevelen U te beminnen ; en ik gevoel te gelijker tijd in mij eenen levendigen wensch om U te beminnen. Deze wensch is een geschenk uwer genade. O mijn God! verleen mij de kracht, dat ik haar in het werk legge, en maak dat ik U van nu af rechtzinnig uit geheel mijn hart zeggen kan, en dat ik dikwijls herhale: mijn God I ik bemin U, ik bemin U, ik bemin U. Gij wenscht dat ik U beminne, en ook ik, ik wil U beminnen; vergeef mij dan, o mijn Jesus, alle beleedigingen die ik U heb aangedaan; maak dat wij in het toekomende altijd elkander beminnen ; ik wil U nooit meer verlaten, verlaat ook Gij mij niet. 6, Gij zult mij altijd beminnen, en ook ik, ik zal U altijd beminnen ! O mijn geliefde Zaligmaker! uwe verdiensten zijn mijne hoop; maak dat ik U immer beminne, maak dat een zondaar, die U zoo dikwijls beleedigd heeft, van liefde tot U ontvlamd worde. Onbevlekte Maagd Maria ! help mij, bid Jesus voor mij.
IV. OVERWEGING.
Jesus' smartvol Hart.
Het is niet mogelijk, indien men overweegt
327
â
il
328 NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
hoe vele smarten het Hart van Jesus uit liefde tot ons, zoo lang Hij op aarde leefde, geleden heeft, dat men geen medelijden met onzen Zaligmaker zou gevoelen. Jesus zelf leert ons, dat zijn Hart met zoo groote droefheid vervuld was, dat deze alleen genoeg was om Hem het leven te benemen, en Hem van smart te dooden, indien de kracht zijner Godheid niet door een wonder zijnen dood belet had. ,/ Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe. quot; (Mare. 14. 39.) De grootste smart voor het heilig Hart van Jesus, was niet de gedachte aan den marteldood die Hem wachte, noch de beleedigingen die Hij van de menschen moest uitstaan, neen , het was het aanzien van den ondank, met welken de menschen zijne oneindige liefde zouden betalen. Jesus voorzag duidelijk alle zonden die wij, niettegenstaande al zijn lijden, niettegenstaande zijnen zoo bitteren en verachte-lijken dood zouden begaan; maar in het bijzonder voorzag Hij , hoe schromelijk de menschen zijn aanbiddenswaardig Hart, dat Hij ons tot teeken zijner liefde in het allerheiligste Altaarsacrament zoude laten, beleedigen zouden. Ach, mijn God ! hoe vele oneerbiedigheid heeft niet Jesus Christus in dit Sacrament van liefde van de menschen moeten uitstaan 1 Zij hebben het op den grond en in de modder geworpen : zij hebben het met voeten getreden, om den duivel te verheugen ; en evenwel konden Hem deze zoo verachtelijke behandelingen niet weerhouden, ons dit groot onderpand zijner liefde hier op aarde aa te laten. Jesus haat bovenal de zonde, en evenwel schijnt het alsof zijne liefde tot ons groote? is, dan zijn haat tegen de zonde; want Hij wil liever zoo goddelooze beleedigingen uitstaan, dan de zielen die Hem beminnen van dit goddelijk voedsel
TOT HET H. HART VAK JESBS.
te berooven. Zal dan toch dit alles ons niet bewegen dit Hart te beminnen, hetwelk ons zoo zeer bemind heeft ? Heeft Jesus Christus misschien nog niet genoeg gedaan om onze liefde te verdienen ? Willen wij ondankbaren ook nog in het vervolg onzen Jesus op het altaar alleen laten, gelijk het de meeste menschen doen? Willen wij ons niet liever met de weinige godvruchtige zielen vereenigen, die Hem kennen, en die veel meer dan de lichten. Welke het Hoogwaardigste omgeven , van liefdevlammen verteerd worden ? Het Hart van Jesus verteert zich aldaar uit liefde tot ons, en wij zouden in zijne tegenwoordigheid niet van liefde tot Hom branden ?
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn aanbiddenswaardigste, mijn allerliefste Jesus! zie hier voor uwe voeten eenen armen zondaar, die zoo dikwijls uw allerbeminnens-waardigste Hart bedroefd heeft. O mijn God ! hoe is het toch mogelijk, dat ik dit Hart bedroefd heb, dat mij zoo vurig bemint, en dat niets gespaard heeft om mij tot wederliefde te bewegen. Maar troost U, mijn Zaligmaker! (laat toe dat ik zoo spreke) want zie, mijn arm hart, dat door uwe genade tot wederliefde ontstoken is, gevoelt zoo groote droefheid over de beleediging die ik U aangedaan heb, dat ik van droefheid konde sterven. Ach, Jesus ! had ik toch eene droefheid over mijne zonden, gelijk de smart, die Gij daarvoor in uw leven geleden hebt! Eeuwige Vader! ik offer U deze pijnen en dezen afschrik op, die uw Zoon om mijne zonden geleden heeft; en even daarom bid ik ü, mij eene zoo groote droefheid in te boezemen over de beleedigingen die ik U aangedaan heb, dat ik mijn leven in leedwezen
32!»
330 NEGENDAAGSCHE GODSVBXCHT
en tranen overbreng, altijd denkende, dat er een tijd was, op welken ik uwe vriendschap verachtte. En gij, o mijn geliefde Jesus ! geef mij van nu af eenen zoo grooten haat der zonden, dat ik zelfs van de kleinste onvolmaaktheden eenen afschrik hebbe; want dit alles mishaagt ü, en Gij hebt niet verdiend dat men U in kleine of groote dingen beleedigt; neen, Gij hebt integendeel oneindige liefde verdiend 1 Zie mijn geliefde Zaligmaker ! ik heb nu eenen afschrik naar alles wat U mishaagt, en ik wil in het vervolg niets beminnen dan ü, en hetgene U behaagt. Sta mij bij, geef mij kracht, geef mij, o mijn Jesus, de genade, dat ik U altijd aanroepe, en dat ik altijd de volgende woorden herhale : o mijn Jesus! geef' mij uwe liefde, geef mij uwe liefde, geef mij uwe liefde. En gij, o allerheiligste Maagd Maria! verkrijg mij de genade van altijd te bidden en onophoudelijk uit te roepen : mijne Moeder! maak dat ik Jesus bemin !
V. OVERWEGING.
Jesus' medelijdend Hart.
Waar konden wij wel een medelüdender, een teederder, waar konden wij wel een hart vinden, dat grooter medelijden met onze ellenden heeft, dan het hart van Jesus Christus ? Zijn medelijden met ons bewoog Hem, van den hemel op de aarde neder te dalen. Zijn medelijden deed Hem zeggen, dat Hij de goede Herder is, gekomen om het leven aan zijne schapen te geven. Om voor ons zondaars vergiffenis te bekomen, heeft Hij zich zeiven willen overgeven. Hij heeft zich zeiven aan het kruis willen opofferen, om door zijn lijden te voldoen voor de straf die wij verdiend hebben. Nu nog dwingt Hem zijn ndade-
TOT HET H. HART VAN JBSUS. 331
lijden en zijne barmhartigheid ons toeteroepen : ii waarom wilt gij sterven, o huis van Israël ? Keer u tot mij en leef!quot; (Ezech. 18, 13,) Hij roept ons toe : o gij, arme menschen, mijne lieve kinderen , waarom vlucht gij mij ? om eeuwig verloren te gaan? Ziet gij dan niet, zoo gij u van mij verwijdert, dat gij u in het eeuwig verderf stort? Erkent toch, dat ik uwen ondergang niet wil; neen, mistrouwt u niet van mij; want zoodra gij maar besloten hebt tot mij terug te keeren, zoo ben ik dadelijk bereid u het leven te geven : komt, en gij zult op nieuw het leven der genade bekomen; âkeert u tot mij, en leeft.quot; Dit medelijden doet Hem ook heden nog roepen, dat Hij die liefdevolle Vader is, die hoewel de zondaar Hem veracht, deze toch niet van zich stoot, maar hem teederlijk omarmt, indien hij maar vol leedwezen tot Hem terugkeert, en dat Hij alsdan alle belee-digingen, die Hij van hem heeft moeten uitstaan vergeet, n Ik zal al zijne misdaden niet meer gedenken.quot; De menschen doen het niet zoo; want indien zij ook vergeven, zoo vergeten zij toch de beleedigingen niet, die men hun aangedaan heeft, en zij bewaren in hun hart eene neiging tot wraak. En indien zij zich ook niet wreken, omdat zij God vreezen, zoo veroorzaakt het hun toch altijd een' groot en tegenzin, om met die om te gaan , welke hen beleedigd hebben. Maar Gij, o mijn Jesus ! Gij vergeeft de rouwhartige zondaars; ja Gij schenkt hun immers U zeiven hier op aarde in de heilige Communie, en Gij zult hen eerst in den hemel uwer heerlijkheid deelachtig maken, zonder dat Gij ook maar den kleinsten tegenzin gevoelt met de zielen die U zoo zeer beleedigd hebben, voor de altijddurende eeuwigheid ver-eenigd te blijven. Waar zou men dan toch , o
332 NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
mijn allerliefste Zaligmaker, een beminnenswaardiger , een medelijdender hart dan het uwe kunnen vinden ?
GEVOELENS EN GEBED .iN.
Medelijdend Hart van mijnen Jesus ! heb medelijden met mij. O allerzoetste Jesus! ontferm U mijner; geef mij de genade dat ik U altijd aanroepe. O zoetste Jesus! ontferm U mijner. Zelfs eer ik U beleedigd had, verdiende ik zeker niet eene eenige van al die groote genaden, die Gij mij verleend hebt : Gij hebt mij geschapen, Gij hebt mij zoo vele verlichtingen gegeven, en dit alles zonder mijne verdiensten. Maar na U beleedigd te hebben, heb ik niet alleen geene gunst, neen, maar heb ik de hel verdiend; ik heb verdiend voor eeuwig van U verwijderd te worden. Uwe barmhartigheid heeft U bewogen, mij wederom in genade aan te zien, mij, nadat ik in uwe ongenade gevallen was, weer in het leven terug te roepen. Uwe barmhartigheid heeft mij verlicht, heeft mij vergiffenis aangeboden, heeft mij droefheid over mijne zonden gegeven, heeft mij den wensch ingeboezemd U te beminnen. Zoo durf ik dan nu hopen in staat van genade te zijn. â- O mijn Jesus! ontferm U mijner, nu en in het toekomende. â Ik bid U, mij de genade, de noodige verlichting en kracht te geven, om nooit meer ondankbaar tegen U te zijn. O mijne liefde! ik verlang niet dat Gij mij op nieuw vergevet, zoo ik U wederom den rug keer : dat zou eene vermetelheid zijn, welke U zou terughouden U nog ooit mijner te ontfermen. Hoe zou ik ook maar durven hopen, dat gij U nog mijner ontfermen zoudt, indien ik, ondank-
TOT HET H. HART VAN JESUS. 333
bare, op nieuw uwe vriendschap verachte en mij weder van U verwijderde? O laat niet toe dat ik mij nog ooit van U scheide! Mijn Jesus! ik bemin U, ik wil U altijd beminnen; ik bid U, mij deze genade, om welke ik U smeek en die ik van U verwacht, te bewijzen, te weten : dat ik mij nooit meer van U verwijdere. Ach! laat niet toe dat ik mij nog ooit vaa U scheide. Ik bid u ook mijne lieve Moeder Maria! gedoog niet dat ik mij nog ooit van mijnen Jesus verwijdere.
VI. OVEEWEGING.
Jesus' milddadig Hart.
Menschen die een goed hart hebben, zoeken steeds een ieder tevreden te stellen, bijzonder diegenen, welke in nood of die zeer bedrukt zijn. Maar waar zou men wel iemand kunnen vindon die een beter hart heeft dan Jesus? Dewijl Hij de oneindige goedheid zelve is, zoo heeft hij het vurigste verlangen ons zijne rijkdommen mede te deelen : //bij Mij is de rijkdom â om rijk te maken die Mij beminnen.quot; ( Spreuk. 8.) Jesus is arm geworden, zegt de Apostel, om ons rijk te maken; n om uwentwille is Hij, daar Hij rijk was, arm geworden, opdat Gij door zijne armoede rijk wordet.quot; (II. Cor. 8. 9.) Daarom heeft Hij dan ook in het allerheiligste Altaarsacrament bij ons willen blijven; want wij vinden Hem daar met de handen vol genade (gelijk het aan den pater Balthazar Alvares geopenbaard werd) om ze aan diegenen uit te deelen die Hem in onze kerken bezoeken. Dit is ook de oorzaak waarom Jesus zich in de heilige Communie aan ons geheel en gansch heeft willen scheuken; want daardoor geeft Hij ons te kennen dat, na zich zeiven aan de
22
334 NEGBNDAAGSCHE GODSVRUCHT
menschen vergeven te hebben, Hij hun zeker zijne weldaden niet weigeren zal; « zou Hij ons daar niet alles met Hem geschonken hebben?quot; (Eom 8.) In het Hart van Jesus vinden wij alle goederen, alle genaden, die wij ons zei ven wenschen kunnen : «in alles zijt gij door Hem rijk geworden, zoodat gij aan geene genade gebrek hebt.quot; (I. Cor. 1.) Wij weten ook, dat wij aan het Hart van Jesus Christus moeten danken, al de genaden die wij ontvangen hebben, te weten : de genade der verlossing, des beroeps tot het Christendom, der verlichting, der vergiffenis onzer zonden, des bijstands in de bekoringen, der kracht om de tegenspoeden geduldig te verdragen; want zonder zijnen bijstand zijn wij niet bekwaam iets goeds te verrichten, ,/zonder mij kunt gij niets doen.quot; (Joan. 15.) En indien gij ook eertijds weinige genaden zoudt ontvangen hebben, zegt de Heer, zoo beklaagt u daarom niet over mij, neen, beklaag u liever over u zeiven, want gij zijt het die veronachtzaamd hebt er om te bidden; //tot
nu toe hebt gij om niets gebeden..... Bidt, en gij
zult ontvangen.quot; (Joan 16.) O hoe rijk en milddadig toont zich het Hart van Jesus jegens ieder die tot Hem zijne toevlucht neemt; «rijk is Hij voor allen die Hem aanroepen.quot; (Ps. 85.) Wenden wij ons dan altijd tot dit goddelijk Hart : bidden wij het met een groot betrouwen, en alles wat wij wenschen, zullen wij verwerven.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn Jesus ! Gij hebt niet geweigerd uw bloed voor mij te vergieten, uw leven voor mij te slachtofferen; en ik zou weigeren U mijn ellendig hart te schenken ? Neen, mijn geliefde Zaligmaker ! ik schenk het U geheel en gansch, en
TOT HET H. HART VAN JESUS.
|
i
335
lil
.i
h
geef mijnen wil aan U over; neem hem genadig aan; en doe dan met mij wat Gij wilt. Ik ben niets, ik kan niets, maar ik bezir, dit hart, dat Gij mij geschonken hebt, hetwelk mij niemand ontnemen kan : â men kan mij mijn vermogen, mijn bloed, mijn leven rooven, maar niet mijn liart. Met dit hart kan, met dit hart wil ik U beminnen. Leer Gij mij, o mijn God, de volko-mene verloochening mijns zeiven ; toon mij wat ik doen moet om uwe reine liefde te bekomen, tot welke uwe goedheid mij een zoo groot verlangen gegeven heeft. Zie, ik heb thans vast voorgenomen U te behagen; maar om U dit ook met de daad te kunnen bewijzen, heb ik uwe hulp noodig, o mijn God! ik verlang naar uwen bijstand, ik bid er ü om, en hoop dat Gij mij helpen zult. Van ü alleen, o beminnend Hart mijns Jesus, hangt het af, of mijn arm hart, dat vroeger zoo ondankbaar tegen U geweest is, en dat door eigene schuld van uwe genade beroofd was, in het vervolg U zal toebehooren. Maak, o mijn Zaligmaker, dat mijn arm hart van liefde tot U ontvlamd worde, even gelijk uw hart van liefde tot mij ontstoken is. Maak dat mijn wil gansch met uwen heiligen wil vereenigd zij, zoo dat ik in het toekomende nooit meer iets wil dan wat Gij wilt; dat, en van nu af, uw heilige wil de beweegreden van al mijne handelingen, gedachten en verlangens zij. Ik hoop, o mijn Zaligmaker , dat Gij mij niet de genade zult weigeren, dit voornemen in het werk te stellen, hetwelk ik nu hier voor uwe voeten maak. Zie, ik wil gaarne alles aannemen wat Gij over mij, en over al wat mijn is, zoowel in het leven als ook in den dood wilt beschikken! â O allerheiligste en altijd onbevlekte Maagd Maria ! uw hart was altijd
336 NEGENDAA.GSCHE GODSVRUCHT
in alle dingen met het hart van Jesus vereenigd. O mijne lieve Moeder! verkrijg mij de genade, dat ik in het vervolg niets wil noch wensch, dan hetgene gij en Jesus van mij verlangt.
VII. OVERWEGING.
Jesus' dankbaar Hart.
Het Hart van Jesus is zoo dankbaar, dat het zelfs het kleinste werk, dat wij uit liefde tot Hem doen, een woord ter zijner eere gesproken, een goed voornemen dat wij maken om Hem te behagen, niet onbeloond kan laten. Jesus is zoo dankbaar, dat Hij het ons alles honderdvoudig terug geeft, n gij zult het honderdvoudig ontvangen.quot; Ja, dankbare menschen plegen zelfs eene weldaad die men hun bewezen heeft, ten hoogste eenmaal te vergelden, waardoor zij, gelijk men gewoon is te zeggen, aan hunne verplichting voldaan hebben ; daarna vergeten zij de ontvangene weldaden. Maar Jesus Christus maakt het niet zoo met ons; â iedere goede handeling die wij verricht hebben om Hem te behagen, beloont Hij niet alleen honderdvoudig hier op aarde , maar ook nog oneindig in de andere wereld, alwaar Hij ons ieder oogenblik van de altijddurende eeuwigheid daarvoor beloont. Wie kan toch wel zoo lichtzinnig zijn, dat Hij niet alles verlangt te doen, om het dankbaar Hart van Jesus te bevredigen? Maar ach, mijn God! wat doen de menschen om aan Jesus te behagen ? Hoe is het toch mogelijk dat zij zich zoo ondankbaar jegens hnnnen Zaligmaker kunnen toonen I Had Jesus maar eenen druppel bloed, maareenen traan voor onze zaligheid vergoten, zoo zouden wij Hem reeds daarvoor oneindige groote dank-
TOT HET H. HART VAN JESUS. 837
baarheid schuldig zijn ; omdat deze eene traan, welke eene oneindige waarde zou gehad hebben, meer dan genoeg was om ons van God alle genade te verkrijgen. Maar Jesus heeft zich voor ons alle oogenblikken zijns levens willen opofferen; Hij heeft ons al zijne verdiensten, zijn lijden, zijn smaad, zijn bloed, ja Hij heeft ons zijn leven zelfs geschonken, zoodat wij niet eene maar oneindig vele redenen hebben om Hem te beminnen. Maar ach, jegens de dieren toonen wij ons dankbaar; zoo ons ergens een hondje een teeken van toeneiging geeft, dan schijnt het ons dat wij het moeten beminnen. En hoe kunnen wij dan toch zoo ondankbaar jegens God zijn ? Het schijnt alsof de weldaden Gods van natuur veranderen, en in plaats van weldaden, mishandelingen worden; want in plaats dat wij God daarvoor onze dankbaarheid en liefde bewijzen, vergelden wij dezelve met beleedigingen en verachtingen. O mijn God! verlicht ons, ondankbaren, opdat wij erkennen hoe zeer Gij ons bemint.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
6 Mijn allerliefste Jesus! zie een ondankbaren zondaar voor uwe voeten. Jegens de schepselen ben ik dankbaar geweest, tegen U alleen was ik ondankbaar; tegen ü, Heer! die voor mij gestorven zijt, en die niet meer zoudt hebben kunnen doen, dan Gij inderdaad gedaan hebt, om mijne liefde te verdienen. De gedachte, dat ik met een oneindig goed, een oneindig barmhartig Hart te doen heb, met een Hart dat mij de verzekering geeft de beleedigingen van die zondaars te zullen vergeten, die over hunne zonden bedroefd zijn en God willen beminnen, troost
338 NEGEN DAAG SCH E GODSVRUCHT
mij en geeft mij moed. O mijn geliefde Jesus! vroeger lieb ik U beleedigd en veracht, maar nu bemin ik U meer dan alle anderen, meer dan mij zei ven. Zeg mij maar, wat Gij van mij wilt: ik ben bereid met de hulp uwer genade alles te doen. Ik geloof, o mijn God! dat Gij mij geschapen, dat Gij uw bloed en uw leven voor mij gegeven hebt; ik geloof dat Gij uit liefde tot mij in het allerheiligste Sacrament hebt willen tegenwoordig blijven ; ik dank U daarvoor, o mijne liefde! maar laat niet toe, dat ik, na zoo vele weldaden en bewijzen uwer liefde, in het vervolg nog ondankbaar tegen U worde. Bind, hecht mij aan uw Hart, en gedoog niet dat ik U in het toekomende nog ooit mishage. Heb ik U lang genoeg beleedigd, o mijn Jesus! van nu af wil ik ü beminnen. O, kende ik toch die verloren jaren wedervinden; maar helaas! zij keeren niet meer terug , en misschien heb ik maar korten tijd meer te leven; edoch, hij moge kort of lang zijn, o mijn God ! ik wil de overige dagen mijns levens alleen daarmede doorbrengen, metU, mijn opperste Goed, die eene eeuwige en oneindige liefde verdient, te beminnen, â O mijne moeder Maria ! laat niet toe dat ik nog ooit jegens uwen goddelijken Zoon Jesus ondankbaar zij; bid hierom uwen Jesus voor mij.
VIII. OVERWEGING.
Het verachte Hart van Jesus.
Daar is geen grootere smart voor een minnend hart, dan zijne liefde veracht te zien, en deze smart is des te grooter, hoe grooter de liefde-bewijzen geweest zijn. Indien een mensch aan al zijne goederen verzaakte, en in eene wildernis
TOT HET H. HART VAK JESCS. 339
ging; indien hij zich daar slechts met wortels voedde en op de aarde sliep ; indien hij daar op allerhande wijze zijn lichaam pijnigde en zich ten laatste voor Jesus Christus liet ter dood brengen, zou dit niet eene geringe vergoeding zijn vooral het lijden dat Jesus uitgestaan heeft? voor het bloed, voor het leven zelfs, dat de Zoon Gods uit liefde tot ons opgeofferd heeft ? Indien wij ons ook ieder oogenblik van ons leven opofferen , zoo zouden wij toch verre verwijderd blijven van de liefde, die Jesus ons door zijne daargeving in het allerheiligste Sacrament bewezen heeft. En God verschijnt onder de gedaante van een weinig broods, en wordt het voedsel zijner schepselen ! Maar ach, mijn God! op welke wijze betoonen zij Jesu.s hunne dankbaarheid ! Zij mishandelen Hem, zij verachten zijn heilig gebod en zijne leering; zij beleedigen Hem op zulke wijze, als zij noch hunnen vijand, noch eenen slaaf, ja den ellendigsten der men-schen niet zouden durven behandelen. Hoe is het mogelijk dat wij aan al de mishandelingen denken, die Jesus geleden heeft en nog dagelijks lijdt, en dat wij niet de geringste droefheid daarover gevoelen, en niet het minste bezorgd zijn , om de oneindige liefde van zijn goddelijk Hart door onze liefde te vergelden ! Waarom beminnen wij dan niet dit Hart, dat in het allerheiligste Altaarsacrament van liefde tot ons brandt, dat niets zoo zeer wenscht als ons zijne goederen uit te deelen, en zich geheel en gansch aan ons te schenken; dat altijd bereid is, zoo haast wij maar tot Hem willen komen, ons in zijn hart te ontvangen !... â en die tot Mij komt, zal ik niet verstooten.quot; (Joan, 6. 37.) Waarom beminnen wij dan niet dit Hart ? â Het is bij ons als eene
340 KEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT
gewoonte geworden, van de schepping, van de mentchwording van Jesus, van de verlossing, van de geboorte van onzen Zaligmaker in eenen stal, van zijnen dood aan liet kruis te hooren spreken. O mijn God ! indien een ander mensch ons zulke weldaden bewezen had, zoo zouden wij hem zonder twijfel beminnen; God alleen schijnt dat ongeluk met de menschen te hebben, dat, ofschoon Hij toch niet meer voor hen had kunnen doen om hunne liefde te verdienen, Hij evenwel hierin tot zijn doel niet heeft kunnen komen, en dat Hij, in plaats van bemind te worden, verachting en achterstelling lijden moet. Dit alles komt daardoor, omdat de menschen de liefde Gods vergeten.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
o Hart van mijnen Jesus ! afgrond van barmhartigheid en liefde! hoe is het mogelijk, dat ik niet van droefheid starve en verteerd worde, als ik bedenk hoe goed Gij mij behandelt, en hoe ondankbaar ik tegen U geweest ben. O mijn Zaligmaker! na mij het aanzijn gegeven te hebben, hebt Gij ook nog uw bloed en uw leven voor mij willen opofferen. Gij hebt, uit liefde tot mij , U aan de verachting en aan den dood overgeleverd, ja Gij zijt zelfs daarmede nog niet tevreden geweest; Gij hebt het grootste wonder van liefde uitgewerkt, met U dagelijks op onze altaren te willen opofferen, ofschoon Gij vooruit wist hoe vele beleedigingen Gij aldaar van de menschen zoudt uit te staan hebben. O mijn God, o mijn Jesus! hoe is het toch mogelijk, dat ik niet van schaamte sterf, als ik aan mijne ondankbaarheid denk. O mijn Zaligmaker! maak dat mijn ondank eens een einde neme, en ver-
TOT HET H. HART VAN JESUS. 341
wond mijn hart met uwe liefde; maak dat het gansch aan U zij. Gedenk het bloed en de tranen, die Gij voor mij vergoten hebt, en vergeef mij. Laat niet toe dat uw schromelijk lijden voor mij verloren ga. Ofschoon Gij, o mijn God, den ondank en de beleedigingen erkend hadt, waarmede ik uwe liefde vergelden zou, zoo hebt Gij evenwel willen voortgaan met mij te beminnen : Gij bemindet mij als ik U niet beminde, als ik zelfs niet eens naar uwe liefde wenschte; o hoe veel te meer durf ik nu hopen dat Gij mij uwe liefde niet weigeren zult, dewijl ik niets wensch noch begeer dan U te beminnen en van U bemind te worden. O mijn God! vervul mijn verlangen, of veelmeer het uwe; want Gij zijt het, die mij dezen wensch ingeeft. Maak dat deze dag de dag mijner bekeering zjj, en dat ik eindelijk eens beginne te beminnen, om nooit meer op te houden. Maak dat ik mij zeiven gansch afsterve, om alleen voor LT te leven, en om onophoudelijk van liefde tot U ontstoken te blijven. O Maria ! uw hart was dat gelukkig altaar, op hetwelk de liefde Gods zonder ophouden brandde; o mijne lieve Moeder! maak dat ik aan u gelijk worde; bid uwen godde-lijken Zoon voor mij, want Hij verheugt zich, als Hij u eeren kan, met u te geven, wat gij Hem vraagt.
IX. OVEKWEGING.
Jesus' getrouw Hart.
ö Hoe getrouw is het schoone Hart van Jesus jegens diegenen, welke Hij tot zijne heilige liefde roept!... ;; getrouw is Hij, die u geroepen heeft. Hij zal het ook volbrengen.quot; (1. Thess. 5. 24.) De getrouwheid Gods is het, die ons het vertrou-
342 NEOENDAAGSCIIE GODSVllUCHT
wen geeft van alles te hopen; en indien wij ook niets verdienen, indien wij ook God uit ons hart verjaagd hadden, zoo moeten wij Hem maar de deur van dit ondankbaar hart openen, en terstond komt Hij er weder in terug ; « zoo iemand mij open doet, tot hem zal ik ingaan, en met hem het avondmaal nemen.quot; (Openb. 3.) Als wij genade wenschen, zoo moeten wij God maar in den naam van Jesus Christus daarom bidden; want Hij heeft ons beloofd dat wij ze alsdan zeker zullen bekomen; â al wat gij den Vader in Mijnen naam vragen zult, zal Hij u geven.quot; (Joan. 15.) Worden wij bekoord, zoo moeten wij ons betrouwen in zijne verdiensten stellen, want Hij zal niet toelaten dat onze vijanden sterker zijn dan wij: n God is getrouw; Hij laat niet toe dat wij boven onze krachten bekoord worden.quot; (1. Cor. 10.) O hoe veel beter is het met God dan met de men-schen te doen te hebben : want helaas! hoe dikwijls beloven de menschen en houdeji hun woord niet; dit komt, of wel omdat, als zij belooven , zij den wil niet hebben hun woord te houden , of wel omdat zij later van meening veranderen. Maar âGodquot; â zegt de heilige Geest in de heilige Schrift â a is niet gelijk de menschen , dat Hij liege; niet gelijk een zoon der menschen, dat Hij verandere. quot; (Nurm 22. 19.) God kan in zijne beloften niet ongetrouw zijn , omdat het onmogelijk is, dat Hij liege, die de waarheid zelve is. Hij kan niet van wil veranderen, omdat Hij altijd wil wat recht en goed is. Hij heeft beloofd een ieder die zich tot Hem wendt, te ontvangen , een ieder die Hem hulp vraagt te helpen, en dien te beminnen, die Hem bemint. Zal Hjj misschien zijne belofte niet houden ? Hij heeft het gezegd, zal Hij het dan niet doen? O waren wij maar zpo
TOT HET H. HART VAN JESUS. 343
getrouw jegens God, gelijk Hij jegens ons! Hoe dikmaals hebben wij Hem eertijds niet beloofd geheel de zijnen te worden. Hem te dienen en Hem te beminnen : en toch hebben wij Hem op nieuw verraden, op nieuw zijnen dienst verlaten en ons in de slavernij des duivels geworpen. Laat ons derhalve God bidden, dat Hij ons kracht ver-leene, om Hem in het vervolg getrouw te dienen. Gelukkig zullen wij zijn, indien wij Jesus Christus in het weinige dat Hij van ons verlangt getrouw blijven. O, Hij zal ons zeker met de grootste weldaden beloonen, en Hij zal in ons vervullen, wat Hij aan zijne getrouwe dienaars beloofd heeft ; ,/ welaan, gij goede en getrouwe dienaar, omdat gij over weinig getrouw geweest zijt, zoo wil ik u over veel stellen : ga in, in de vreugde van uwen Heer.quot; ( Matth. 35.)
GEVOELENS EN GEBEDEN.
6 Mijn geliefde Zaligmaker! ware ik toch zoo getrouw jegens U geweest, als Gij jegens mij geweest zijt. Zoo haast als ik ü mijn hart maar geopend heb, zoo zijt Gij tot mij gekomen om mij te vergeven, om mij wederom in uwe genade te ontvangen; ja, zoo dikwijls als ik U geroepen heb, zijt Gij mij ter hulp gekomen. Gij zijt mij altijd getrouw gebleven. Maar ach! ik ben toch al te ongetrouw jegens U geweest; ik heb beloofd U te dienen, en helaas! hoe dikmaals heb ik U niet weder den rug gekeerd; ik heb U mijne liefde beloofd, en hoe dikwijls heb ik niet op nieuw mijne belofte verbroken, alsof Gij, mijn God, die mij toch geschapen en verlost hebt, mijne liefde minder verdiend hadt dan de schepsels, dan de ellendige vreugde, waarvoor ik U verlaten heb. Vergeef mij, o mijn Jesus ! ik erken
344 NEGENDAAGSCHE GODSVRUCHT, ENZ.
mijne ondankbaarheid en heb er eenen afschrik van. Ik erken dat Gij eene oneindige goedheid zijt, die eene oneindige liefde verdient; wel bijzonderlijk van mij, daar Gij, niettegenstaande al de beleedigingen die ik U aangedaan heb, mij evenwel zoo zeer bemind hebt. Hoe ongelukkig ware ik, indien ik mij zeiven in het verderf wilde storten! De genade, aan mij bewezen, en de tee-kens van bijzondere liefde die Gij mij gegeven hebt, zouden in de hel voor mij eene nieuwe hel-sche pijn zijn. O mijne liefde! heb medelijden met mij; laat niet toe dat ik U nog ooit verlate, en dat ik, na door eigen schuld verdoemd te zijn , de liefde die Gij tot mij hebt, in de hel met haat en beleedigingen zou moeten vergelden. Liefderijk en getrouw Hart van mijnen Jesus ! ontsteek mijn ellendig hart met uwe liefde, opdat het voor U brande, gelijk het uwe van liefde tot mij brandt. O mijn Jesus ! het schijnt dat ik U nu beminne, maar mijne liefde is nog zwak; maak dat ik U zeer liefhebbe, en dat ik U tot den dood toe getrouw blijve. Ik bid U om deze genade, en te gelijk om de genade van U altijd daarom te bidden. Laat mij liever sterven, dan U op nieuw te verraden. O mijne Moeder Maria ! sta mij bij, opdat ik uwen Zoon getrouw blijve.
GODVEUCHTIGE OEFENINGEN
TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.
Voor iederen dag der week, maar die raeo bijzonder de week voor of na heilige Sicramentsdig benuttigen kan.
I. OVER WEGING.
De liefde van Jems ChristuH in het allerheiligste Sacrament des Altaars.
Als onze liefdevolle Zaligmaker, na door zijnen dood het werk der verlossing voleindigd te hebben, deze wereld verlaten moest, om tot zijnen Vader terug te keeren, en toen Hij zag dat het uur zijns doods aangekomen was ; âdaar Jesus wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld tot zijnen Vader te gaan,quot; (Joan. 18. 1.) zoo wilde Hij ons in dit tranendal niet alleen laten. Wat deed Hij dan? Hij stelde het allerheiligste Altaarsacrament in, in hetwelk Hij zich zei ven geheel en gansch aan de menschen schenkt.quot;
De H. Petrus van Alcantara zeide : â geene taal kan de grootheid van Jesus liefde tot de zielen , die in staat van genade zijn, uitdrukken. Onze zoetste Bruidegom, als Hij de aarde verliet, gaf ons ter gedachtenis dit heilig Sacrament, waarin Hij zelf onder ons blijft, opdat zijne afwezigheid ons niet van Hem scheide; en Hij wilde niet dat een enkel teeken Hem in onze gedachtenis zoude terug roepen; neen, Hij wilde door zijne wezen-
346 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
lijke tegenwoordigheid, de herinnering aan zijne
liefde tot ons levendig in ons behouden.
Jesus wilde zich alzoo door zijnen dood niet van ons afscheiden, maar Hij stelde dit Sacrament van liefde in, om tot het einde der wereld bij ons te kunnen blijven; â ziet, ik ben bij u tot het einde der wereld.quot; (Matth. 28.) Ziet, het geloof leert ons, dat Hij op al de altaren, alwaar Hij verborgen blijft, zich als in even zoo vele gevangenissen van liefde bevindt, opdat eenieder die Hem zoekt. Hem zoude vinden. Maar o mijn God, roept de H. Bernardus uit, dit betaamt toch niet voor uwe zoo groote heerlijkheid ! Het is genoeg, antwoordt Jesus, dat het aan mijne liefde betaamt. Diegenen, welke naar Jeruzalem gaan om den stal te bezoeken, waarin het menschge-worden Woord geboren is, het gerechtshof waar Jesus gegeeseld werd, den Calvarieberg alwaar Hij stierf, en het graf waarin Hij begraven werd, gevoelen in het aanzien van deze heilige voorwerpen eene zeer teedere godvruchtigheid; maar ach ! hoeveel grooter moest niet onze godsvrucht zijn; wanneer wij een altaar bezoeken, waar Jesus in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig is. De eerwaardige Joannes Avilla placht te zeggen, dat er geen heiliger Heiligdom is, dan eene kerk, waarin Jesus in het heilig Sacrament tegenwoordig is.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
ó Mijn geliefde Jesus ! o mijn van liefde tot de menschen ontstoken Heer en God! wat zou-det Gij toch grooters hebben kunnen uitdenken, om de liefde der ondankbare menschen te bekomen ! Ach ! indien de menschen U waarachtig beminden, dan zouden zekerlijk alle kerken zonder
TOT HET ALLERH. ALTAAKSACRAMENT. 347 ophouden met menschen gevuld zijn, die U aanbidden en van liefde ontvlamd, danken zouden, als zij U met de oogen des geloofs in een Tabernakel verborgen zouden zien. Maar neen, de meeste menschen vergeten U en uwe liefde; zij blijven bij eenen mensch, van welken zij een ellendig goed hopen. Maar U, o mijn God, U verlaten zij, U laten zij gansch alleen. Ach, konde ik toch, door mijnen ijver in U te dienen, eene zoo groote ondankbaarheid vergoeden! Het berouwt mij van harte, dat ik het vroeger even zoo gemaakt heb, gelijk deze lichtzinnige en ondankbare menschen; maar in het vervolg wil ik het niet meer zoo maken; neen, ik wil zoo lang ik kan in uwe te ⢠genwoordigheid blijven.
Ontvlam mij maar met uwe heilige liefde, o mijn Jesus, opdat ik van dit oogenblik af, alleen leve om U te beminnen en U te behagen. Gij verdient de liefde aller harten. O, indien ik U eenen tijd lang veracht heb, zoo wensch ik toch nu niets anders dan U alleen te beminnen. O mijn Jesus! Gij zijt mijne liefde en al mijn goed, mijn God en mijn al! â Allerheiligste Maagd Maria! bekom mij eene groote liefde tot het allerheiligste Sacrament des Altaars.
II. OVERWEGING.
Je.nis is op onze altaren tegenwoordig, opdat alle menschen Hem daar zouden vinden.
De H. Theresia zeide, dat hier op aarde niet alle onderdanen met hunnen vorst spreken kunnen ; hoogstens kan het arm volk hopen door eenen derden zich tot zijnen koning te wenden. Maar Gij, o Koning des hemels ! om met U te spreken, heeft men geenen derden persoon noo-
348 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
dig; ieder die maar wil, kan U in het allerheiligste Sacrament vinden, en zich daar gansch openhartig, zoo lang het hem behaagt, met U onderhouden. Daarom, voegde dezelfde Heilige nog er bij, heeft Jesus Cliristua zijne heerlijkheid met liefde in de gedaante van brood bedekt, opdat wij een grooter betrouwen zouden hebben, en opdat Hij ons alle vrees zoude benemen van tot Hem te naderen. Ach ! het schijnt alsof ons Jesus van het altaar onophoudelijk toeroept ; â komt allen tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken!quot; Komt, roept Hij uit, komt, gij armen, gij kranken, gij bedrukten , komt gij rechtvaardigen en zondaars : bij mij zult gij troost in uw verdriet en droefheid vinden. Het is het verlangen van Jesus Christus, om allen die tot Hem hunne toevlucht nemen, te troosten. Dag en nacht blijft Jesus op onze altaren , opdat allen Hem daar zouden kunnen vinden; opdat Hij aan allen daar zijne genade zoude kunnen uitdeden. Daardoor kwam het dat de Heiligen hier op aarde eene zoo groote vreugde vonden in de bezoekingen van hunnen in het Sacrament verborgen Zaligmaker, dat gansche dagen en nachten hun maar als een oogenblik schenen. Nadat de gravin Feria in de orde van de H. Clara getreden was, kon zij niet moede worden in het koor voor het altaar te knielen. Als men haar eens vroeg, wat zij dan toch zoo lang voor het Hoogwaardigste deed, antwoordde zij met verwondering : gij vraagt wat ik voor het allerheiligste Altaarsacrament doe ? wat zoude men daar doen ? â Men dankt, men bemint, men bidt. quot; â Als de H. PMlippus Nerius eens het Hoogwaardigste goed aanschouwde, zoo riep hij uit : ;/ ziet daar mijne liefde, al mijne liefde! quot;
TOT HET ALLERH. ALTAARS AC» AM RNT. 349 Ach! indien Jesus ook onze liefde ware, dan zouden ons ook gansche dagen en nachten gelijk weinige oogenblikken voorkomen.
GEVOELENS EN GEBEDEN'.
Zie, mijn Jeaus ! ik ook, ik hoop van nu af U eiken keer, als ik U aan het altaar bezoek, te kunnen toeroepen : zie daar mijne liefde, zie al mijne liefde! Ja , mijn beminde Jesus! ik wil niets anders beminnen dan TJ; ik wil dat Gij het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Ik zoude van droefheid sterven, als ik daaraan denk, dat ik vroeger de schepselen bemind en verre van U mijne vreugde gezocht heb, dat ik U, o oneindig Goed gevlucht heb. Daar Gij evenwel niet wildet dat ik verloren ging, zoo hebt Gij mij met zooveel geduld gedragen, en in plaats van mij te straffen, mijn hart met zoo vele liefdepijlen verwond, dat ik U niet langer wederstaan kan, dat ik mij eindelijk gansch aan U geschonken heb. Ik erken dat Gij wenscht dat ik U geheel toebehoore; maar dewijl Gij dit verlangt, o mijn Jesus, zoo doe het ook : want zie, Gij moet dit doen. Maak dat ik aan alle aardsche zaken, aan alle eigenliefde verzake, en dat ik niets anders zoeke dan U, dat ik van niets anders spreke dan van U, dat ik niets anders wensche, noch om iets anders zuchte, dan om van liefde tot U ontvlamd te zijn, dan voor U te leven en te sterven. O liefde tot Jesus! kom, bezit geheel mijn hart; vernietig er alle andere liefde in, die niet God tot voorwerp heeft. Ik bemin U, o mijn Jesus, die in het allerheiligste Sacrament verborgen zijt. Ik bemin U, mijn leven, mijn schat, mijne liefde, mijn al. â
23
350 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
O Maria, mijne hoop! bid voor mij, maak dat ik cransch aan Jesus zij.
III. OVERWEGING.
Welk een groot geschenk Jesm ons gedaan heeft, als Hij zich aan ons in het allerheiligste Sacrament des Altaars gegeven heeft.
Het was voor de liefde van Jesus Christus niet genoeg in eene zee van pijnen en smarten zijn goddelijk leven voor ons op te offeren en ons daardoor zijne liefde te kennen te geven : neen , ten einde ons nog meer tot liefde voor Hem te bewegen, wilde Hij in den nacht voor zijnen dood, zich gansch en geheel in liet allerheiligste Altaarsacrament aan ons als eene spijs achterlaten. God is almachtig, en nochtans kan Hij, na zich aan eene ziel in dit Sacrament van liefde geschonken te hebben, haar niets meer geven. t)e kerkvergadering van Trenthe zegt dat, als Jesus zich aan ons in de heilige Communie geeft, Hij, om zoo te zeggen, alle rijkdommen zijner oneindige liefde tot de menschen uitstort. Hoe gelukkig, zegt de H. Pranciscus van Sales, zoude zich een onderdaan achten, die door zijnen koning verzocht en gebeden werd, om aan zijne tafel en met hem uit dezelfde schotel te eten : ja, wat zoude hij wel zeggen, indien de koning hem uit liefde met zijn eigen vleesch wilde voeden ? Jesus geeft ons in de heilige Communie als eene spijs niet alleen een deel van zijn eigen voedsel, niet alleen een deel van zijn eigen lichaam, neen. Hij geeft ons wezenlijk zijn geheel lichaam : « neemt en eet, dit is mijn lichaam. En met zijn lichaam geeft Hg nog zijne heilige ziel en zijne Godheid zelve. Daardoor komt het , roept de H. Chrysostomus uit, dat als de Heer
TOT HET ALLERH. ALTAAKSACRAMENT. 351 zichzelven aan ons in het allerheiligste Sacrament geeft, dat Hij ons alles geeft wat Hij bezit, en dat Hem niets meer te geven overblijft; ,/ alles heeft Hij u gegeven: â zegt die Heilige â niets heeft Hij voor zich teruggehouden.quot; O bewonderenswaardig mirakel der goddelijke liefde! de God, die de Heer aller dingen' is, wordt ons eigendom !
GEVOELENS ES GEBEDEN.
6 Mijn allerliefste Jesus! wat zoudt Gij nog meer hebben kunnen doen om mijne liefde te winnen? Och, laat ons erkennen, welk eene overmaat van liefde het geweest is, die U bewogen heeft eene spijs te worden, om U daardoor zoo innig met ons arme zondaars te kunnen vereenigen. Gij, o mijn Zaligmaker, Gij hebt mij zoo zeer bemind; dat Gij U zoo dikwijls in de heilige Communie aan mij hebt willen schenken; en ik, ik heb U zoo dikwijls uit mijn hart durven verdrijven! Maar, o mijn Jesus! Gij kunt een ootmoedig en berouwvol hart niet verstooten. Gij zijt uit liefde tot mij mensch geworden; Gij zijt voor mij gestorven: Gij hebt zelfs mijne spijs willen worden : zeg, wat zoudt Gij nog meer hebben kunnen doen om mijne wederliefde te winnen? Ach! konde ik toch iedere keer van droefheid sterven, als ik er aan denk, dat ik uwe genade zoo zeer veracht heb. Het berouwt mij , o mijne liefde, van ganscher harte, dat ik U be-leedüd heb. Ik bemin U, o oneindige goedheid; ik bemin U, oneindige liefde. Ik verlang niets anders dan U te beminnen, ik vrees niets anders dan zonder uwe liefde te leven. O mijn geliefde Jesus ! weiger toch niet in mijn hart te komen. Kom, want zie, ik wil liever duizendmaal ster-
352 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
ven, dan U nog; ooit uit mijn hart te verjagen. Zie, ik wil alles doen wat in mijne macht is, om U te behagen. Kom en ontsteek mijn hart met uwe liefde. Maak, o Jesus , dat ik alles ver-gete; om aan U alleen te denken , om alleen naar U, mijn hoogste, mijn eenigste Goed, te zuchten. O mijne Moeder Maria! bid voor mij. en maak door uw gebed, dat ik mij dankbaar jegens de zoo groote liefde aan mijnen Jesus be-toone.
IV. OVERWEGING.
Welk eene groote liefde Jesus Christus ons in het
allerheiligste Altaarsacrament hewezen heeft.
n Daar Jesus wist dat zijn uur gekomen was, om uit deze wereld tot zijnen Vader te gaan, en daar Hij de zijnen.... lief had, zoo beminde Hij hen tot aan het einde.quot; (I. Joan. 13. 1.) Daar Jesus wist dat zijn doodsuur gekomen was, zoo wilde Hij ons, eer Hij stierf, het grootste teeken zijner liefde geven, dat Hij ons kon nalaten, te weten : het allerheiligste Sacrament des Altaars. De H. Chrvsostomus zea:t dat de woorden ; tot aan het einde beminde Hij henquot; beteekenen, dat Hij hen met oneindige liefde beminde. Ja, Jesus beminde de menschen met de grootste liefde, met welke Hij hen beminnen konde, dewijl Hij zich geheel en gansch aan hen schonk. Maar wanneer stelde dan Jesus dit heilig Sacrament in, waarin Hij zich zeiven aan ons naliet ? In den nacht die zijnen dood voorafging; â In den nacht dat Jesus verraden werd, schrijft de H. Paulus, nam. Hij dit brood en dankte, hrak het, en zeide : neemt en eet, dit is mijn lichaam.quot; (1. Cor. 11. 23-34.) In denzelfden tijd als de menschen zich bereid maakten, om Hem te dooden, wilde Jesus hun dit laatste
TOT HfcT ALLEEH. ALTAARSACRAMENT. 353 bewijs zijner liefde geven. Teekens van liefde, welke onze vrienden ons ten tijde van hunnen dood geven, maken eenen dieperen indruk op onze harten : en daarom wilde Jesus ons kort voor zijnen dood dit Sacrament nalaten. De H. Thomas heeft derhalve recht, als hij dit groot geschenk. n een Sacrament en onderpand der liefdequot; noemt, en de H. Bernardus als hij zegt ; ., het is de liefde der liefde;quot; want in dit Sacrament vereenigt Jesus Christus alle andere liefdebewijzen , die Hij ons ooit gegeven heeft. De H. Maria Magdalena de Pazzis noemde den dag toen Jesus dit Sacrament instelde : ,/ den dag der liefde.quot;
GEVOELEtiS EN GEBEDEN.
ó Oneindige liefde vau mijnen Jesus, die eent» oneindige wederliefde verdient! Gij, o mijn God! Gij bemint de menschen al te zeer : hoe is het toch mogelijk dat de menschen zoo weinig liefde tot U hebben ? Wat zoudt Gij nog meer hebben kunnen doen, om hunne liefde te bekomen ? ü mijn Jesus! Gij zijt zoo liefwaardig; Gij bemint ons zoo innig; maak toch dat de menschen ü kennen en beminnen. Och! wanneer zal ik ü beminnen gelijk Gij mij bemind hebt. O, laat mij toch immer meer de grootheid uwer goedheid erkennen, opdat ik altijd meer en meer van liefde tot ü ontstoken worde, opdat ik onophoudelijk en zorgvuldig U zoeke te behagen. O geliefde mijner ziel! had ik U toch altijd bemind! Maar helaas ! daar was een tijd, dat ik U niet alleen niet beminde, maar dat ik uwe genade en uwe liefde verachtte ! De droefheid die ik hierover gevoel, is mijn troost; want ik hoop dat Gij mij dat vergeven zult, dewijl Gij ons beloofd hebt, dat Gij dengenen, wien zijne zonden be-
354 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
rouwen, vergeven zult. O mijn Zaligmaker! zie, ik bemin U alleen; help mij uit liefde van uw bitter lijden, opdat ik ü uit al mijne krachten beminne. Och! konde ik voor U sterven, gelijk Gij voor mij gestorven zijt. O allerheiligste Maagd Maria, Moeder van mijnen God ! verkrijg mij de genade, om van nu af niets anders te beminnen dan God alleen.
V. OVERWEGING.
Hoe innig zich eene ziel met Jesus in de heilige Communie vereenigt.
De H. Dionysius de Areopagiter zegt : dat de liefde zich voornamelijk daaraan doet kennen, dat zij naar vereeniging zoekt. Hierom is het, dat Jesus de heilige Communie ingesteld heeft, namelijk , om zich geheel en gansch met onze harten te kunnen vereenigen. Jesus had zich reeds aan ons als onzen leeraar, als ons voorbeeld, als ons offer geschonken; er bleef nu alleen nog over, dat Hij zich aan ons tot eene spijs gaf, opdat Hij één met ons werd, gelijk het voedsel één wordt met dengenen die het neemt. En dit deed Jesus, toen Hij dit Sacrament van liefde instelde.
De H. Bernardus van Siena zegt; â het is het hoogste bewijs van liefde geweest, toen Jesus zich aan ons als spijs gat; want Hij gaf zich, om zich gansch en geheel met ons te vereenigen, gelijk de spijs en hij die ze gebruikt, met elkander vereenigd worden.quot; Het was voor onzen Zaligmaker niet genoeg, zich met onze menschelijke natuur vereenigd te hebben, neen, door dit heilig Sacrament wilde Hij zich met een ieder van ons in het bijzonder kunnen vereenigen, om voor een ieder die Hem ontvangen zoude, alles te Worden.
TOT HET ALLEKH. ALTAARS AC R A MEKT. 355 Daarom schreef de H. Franciscus van Sales : in sjeene andere handeling toont zich onze Zaligmaker teederder en liefdevoller dan in deze; dewijl Hij zich hier, om zoo te zeggen, vernietigt, en eene spijs wordt om onze zielen te doordringen , eu om zich met de harten zijner geloovigen te vereenigen. De H. Chrysostomus zegt : dat Jesus, dewijl Hij ons zoo vurig beminde, zich met ons in de heilige Communie vereenigen wilde, opdat wij één met Hem zouden worden. Met een woord, roept de H. Laurentius Justinianus uit; Gij wildet, o God van liefde, dat ons hart en uw hart maar één hart zouden worden! Hetzelfde gaf ons Jesus zelf te kennen, als Hij zeide : // wie mijn vleesch eet, die blijft in Mij en Ik in hem.quot; (Joan. 6. 17.( Wie derhalve communiceert, die is in Jesus, en Jesus in hem; en deze vereeniging is niet slechts eene enkele vereeniging des harten ; neen, het is eene waarachtige, eene wezenlijke vereeniging. Zoo als twee te zamen gesmol-tene wassen harten, zegt de H. Cyrillus van Alexandrië, zich met elkander vereenigen, zoo wordt ook hij, die communiceert, één met Jesus. Stellen wij ons alzoo voor, als wij communiceeren, alsof Jesus ons zeide, wat Hij eens aan zijne geliefde dienares Margaretha vamp;n Yperen zeide : « zie, mijne dochter, welk eene schoone vereeniging nu tusschen ons plaats vindt; beminnen wij ons dan, laat ons altijd door de liefde met elkander verbonden blijven, en laat ons nooit meer scheiden.quot;
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ach, mijn Jesus! dit alleen zoek ik bij U, dit alleen wil ik altijd in de heilige Communie zoeken, te weten, dat wij met elkander vereenigd blijven, en nooit meer scheiden. Ik weet het, o mijn
1
t i
4 i
3B6 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Jesus! dat Gij U niet van mij zult scheiden, indien ik mij niet van U verwijder. Maar dit is wat ik vrees, dat ik mij weder door de zonde van U zal scheiden, gelijk ik dit, helaas, vroeger gedaan heb. Och, laat dit niet toe, mijn geliefde Zaligmaker! gedoog niet dat ik mij nog van U scheide. Ach! tot mijnen dood toe ben ik in gevaar dit te doen, en daarom bid ik U, door de verdiensten van uwen dood, mij liever te laten sterven, dan U nog ooit eene zoo groote belee-diging aan te doen. Ik herhaal het, en bid U om de genade van het altijd te kunnen herhalen:
laat niet toe dat ik mij van U scheide.......
laat niet toe dat ik mij van U scheide. O God mijner ziel! ik bemin U, ik bemin U, ik wil U onophoudelijk beminnen, ik wil ü alleen beminnen. Bij hemel en aarde zweer ik het, dat ik ü alleen beminnen wil, en niets anders. â O Moeder van barmhartigheid, allerheiligste Maagd Maria ! bid daarom voor mij, en bekom mij de genade, dat ik mij nooit meer van Jesus scheide, dat ik nooit iets anders beminne dan Jesus alleen.
VI. OVEBWEGING.
Roe groot liet verlangen van Jesus Christus is, om zich met ons. in de heilige Communie te vereenigen.
Jesus wist dat zijn uur gekomen was, zegt de H. Joannes. (13. 1.) Dit uur, dat Jesus zijn uur noemde, was die nacht, in welke zijn lijden moest beginnen. Maar hoe is het toch mogelijk, dat de Heer een zoo schromelijk uur zijn uur noemt? Dit komt, wijl Hij gedurende zijn gansch leven naar dit uur zuchtte; dewijl Hij besloten had, ons in dezen nacht de heilige Communie
TOT HET ALLERH. ALTAARSACRAMENT. 357 na te laten, door welke Hij zich geheel en gansch vereenigen wilde met zijne geliefde zielen, voor welke Hij welhaast zijn bloed vergieten, zijn leven slachtofferen zoude. Laat ons hooren , wat Jesua in dien nacht tot zijne Leerlingen zeide : met begeerte hel ik verlangd dit paaschlam met ti te eten ! Mei deze woorden wilde Jesus ons het verlangen eu de begeerte te kennen geven, die Hij had, om zich met ons in dit Sacrament van liefde te vereenigen. De H. Laurentius Justinianus zegt, dat de woorden n met begeerte heb ik verlangd, quot; woorden waren, die uit het van oneindige liefde ontstoken Hart van Jesus voortkwamen; maar dezelfde vlammen, die toen in het Hart van Jesijs brandden, branden nu nog, en dezelfde uitnoodi-ging om Hem te ontvangen, die Hij toen aan zijne Leerlingen deed, doet Hij nog van daag aan ons, ons toeroepende : â neemt en eet, dit is mijn lichaam.quot; â Om ons aan te moedigen Hem met liefde te ontvangen, belooft Hij ons zelfs den hemel : â wie mijn vleesch eet.... die heeft het eeuwig leven.quot; (1 Joann. 6.) Ja, Hij gaat zoo verre, dat Hij ons met den dood dreigt, indien wij weigeren Hem te ontvangen : u indien gij het vleesch van den Zoon des menschen niet eet, zoo zult gij het leven in u niet hebben.quot; Al deze uitnoodi-gingen, al deze beloften en bedreigingen komen alleen voort uit het vurig verlangen van Jesus, om uit liefde tot ons, zich met ons te vereenigen. a Men vindt geene bij, â zeide eens de Heer aan de H. Mechtildis, â die zich met grootere drift op de bloemen hecht, om er den honig uit te zuigen, dan Ik begeerte en liefde heb, om tot eene ziel te komen, die naar Mij verlangt. Maar dewijl Jesus ons bemint, zoo verlangt Hij ook dat wij Hem beminnen; dewijl Hij ons wenscht
)
358 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
te bezitten, zoo verlangt Hij ook dat wij naar Hem verlangen. God dorst er naar, zegt de heilige Gregorius, dat wij naar Hem dorsten. Zalig is degene, die met een groot verlangen om zich met Jesus te vereenigen, tot de heilige Communie gaat.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
6 Mijn aanbiddenswaardigste Jesus! Gij kunt ons nu geen grooter bewijs uwer liefde meer geven. â Gij hebt toch reeds uw leven voor ons willen slachtofferen. Ja, Gij hebt zelfs in het allerheiligste Altaarsacrament bij ons willen blijven, opdat wij ons met uw heilig vleesch spijzen zouden, en Gij wenscht zoo vuriglijk dat wij U ontvangen. â O mijn Jesus! hoe is het toch mogelijk dat wij, die al deze teekens uwer liefde kennen, dat wij evenwel niet van liefde tot U ontstoken zijn? O gij, verkleefdheid aan aardsche dingen, verlaat mijn hart; want gij alleen hindert mij mijnen Jesus te beminnen , gelijk Hij mij bemint!... Waar zou ik ergens zoo groote teekens van liefde vinden als diegenen, welke Gij, o allerzoetste Zaligmaker, mij gegeven hebt? Uit liefde tot mij hebt Gij eenen zoo bitteren en sma-delijken dood geleden; uit liefde tot mij hebi Gij U bijna vernietigd, als Gij in het allerheiligste Sacrament eene spijs hebt willen worden, om U geheel en gansch aan mij te kunnen schenken. Ach, mijn God, laat niet toe, na mij zoo vele bewijzen uwer goedheid gegeven te hebben, dat ik uog ondankbaar jegens U blijve. Ik dank U, dat Gij mij nog tijd geeft om de beleedigingen die ik U aangedaan heb te beweenen, en om U mijne nog overige levensdagen te beminnen.' Het
TOT HET ALLERH. ALTAARSACRAMENT.
359
li
'
â !
berouwt mij, opperste Goed! dat ik vroeger uwe liefde zoo zeer veracht heb. Ik bemin U, onein-delijke goedheid. Ik bemin TJ oneindelijke schat. Ik bemin U, oneindelijke liefde, die oneindige wederliefde verdient. Help mij , o mijn Jesus, opdat ik uit mijn hart alle neigingen, die U niet tot voorwerp hebben, verdrijve, opdat ik van nu af niets verlange, niets zoeke en niets bemin ne dan U alleen. O mijn geliefde Zaligmaker! maak dat ik U altijd vinde, maak dat ik U altijd be-minne. Beneem mij al mijnen wil, opdat ik nooit meer iets anders wille dan wat ü behaagt. O mijn God, mijn God! wie zoude ik ook wel willen beminnen, zoo ik U niet beminde, die toch alle goed in U bevat. â Ja! U alleen wil ik, en niets anders. O Maria, mijne Moeder! trek mijn hart tot u, en vervul het met de reinste liefde tot Jesus Christus.
VII. OVERWEGING.
Be heilige Communie schenkt ons de volharding in de genade Gods.
A.ls Jesus in de heilige Communie tot eene ziel komt, dan brengt Hij daar alle goederen, alle genade, en vooral de genade der heilige volharding ; dit is de bijzonderste werking van het allerheiligste Altaarsacrament. Het voedt de ziel, die het ontvangt met dit Brood des levens , en verleent haar eene groote kracht om op den weg der volmaaktheid voort te gaan, en om de vijanden te wederstaan, die haren ondergang besloten hebben. Daarom noemt zich dan ook Jesus in het allerheiligste Altaarsacrament een hemelsch brood :
360 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
â Ik ben het levend Brood, dat van den hemel nedergedaald is. Wie van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. (Joan. 6 15.) Gelijk als het aardsche brood het leven des lichaams onderhoudt, even zoo onderhoudt dithemelsch Brood het leven der ziel, in welke het bewerkt dat zij in de genade Gods volhardt. De kerkvergadering van Trenthe (Zit. 13. c. 2.) leert ons ook, dat de heilige Communie het bewaarmiddel is, dat ons van de dagelijksche zonden zuivert en van de doodzonden bewaart. Paus Innocentius III zeide : dat Jesus ons door zijn heilig lijden van de be-drevene zonden gereinigd heeft, en dat Hij ons door het allerheiligste Sacrament des Altaars van de zonden bewaart, die wij nog begaan kunnen. Daarom zegt de H. Bonaventura, moeten de zondaars zich niet van de heilige Communie afhouden, omdat zij zondaren geweest zijn : neen, integendeel, omdat zij zondaars geweest zijn, moeten zij des te dikwijler communiceeren; want hoe zwakker zich iemand gevoelt, des te meer kracht-middelen heeft hij noodig.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Zie, o mijn God, hoe ellendig ik ben; maar ach ! waarom beklaag ik mij over mijne zwakheid , als ik zie hoe dikwijls ik in de zonden teruggevallen ben. Ach ! hoe zoude ik ook aan de aanvallen der hel hebben kunnen wederstaan, daar ik mij van U verwijderde, die al mijne kracht zijt ? Ware ik dikwijler tot de heilige Communie gegaan, o dan zoudea mij mijne vijanden zeker niet zoo dikwijls overwonnen hebben ! Zie, ik wil het voortaan niet weer zoo maken. n Op U, o Heer! heb ik gehoopt, in der eeuwig-
TOT HET ALLBRH. ALTAA.RSACRAMENT. 36] heid zal ik niet beschaamd worden.quot; Neen neen, ik wil geen betrouwen meer in mijne goede voornemens stellen; Gij alleen, o mijn Jesus, zult mijne hoop zijn. Gij moet mij de kracht geven om nooit weer in de zonden in te willigen. Zie, ik ben zwak, maar Gij moet mij in de heilige Communie de noodigo kracht verleenen , om aan de bekoringen te wederstaan : « alles kan ik in Hem, die mij versterktquot;.... Vergeef mij , o mijn Jesus, alle beleedigingen die ik U heb aangedaan, en die ik uit geheel mijn hart beween. Ik neem vast voor, eer te sterven, dan U nog ooit te beleedigen en ik hoop dat Gij mij om uw bitter lijden zult bijstaan, om tot mijnen dood toe in uwe genade te volharden: â op U, o Heer, heb ik gehoopt; in der eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.quot; Dit roep ik ook tot u, o mijne lieve Moeder Maria, met de H. Bonaventura: âop u, o mijne Koningin , heb ik gehoopt, in der eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.quot;
VII. OVERWEGING.
Over de voorbereiding en dankzegging hij de heilige Communie.
De kardinaal Bona vraagt : hoe het mag komen, dat zoo vele menschen, niettegenstaande zoo vele Communiën, evenwel zoo weinig voortgang op den weg der zaligheid maken ? Dat komt niet van het voedsel, antwoordt hij, maar van de voorbereiding dergenen die het ontvangen. Snel steekt het vuur droog hout in brand, maar niet het natte, omdat dit weinig tot branden geschikt is. De Heiligen trokken zoo groote voor-deelen uit hunne Communiën, omdat zij er op
362 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
bedacht waren zich daartoe zorgvuldig voor te bereiden. Op twee dingen moet eene ziel die zich tot de heilige Communie voorbereidt, bedacht zijn. Ten eerste moet zij aan alle schepsels afgestorven zijn : zij moet alles uit haar hart verdrijven , wat niet God of voor God is. Want alhoewel ook eene ziel in staat van genade is, indien zij zich toch met aardsche neigingen bezig houdt, dan vindt de liefde Gods des te weiniger plaats in haar hart, hoe meer deze aardsche begeerten daarin heerschen. Als de H. Gertrudis op zekeren dag aan den Heer vroeg, op welke wijze Hij verlangde, dat zij zich tot de heilige Communie zoude voorbereiden, zoo antwoordde haar Jesus ; Ik verlang niets anders van u, dan dat gij mij ledig van u zelve ontvangt. Maar om grooten zegen uit de heilige Communie te trekken, moet men ook nog een groot verlangen hebben om Jesus te ontvangen, om Hem altijd meer en meer te beminnen. Gerson zegt : dat alleen hij die hongerig tot deze tafel nadert, verzadigd wordt. De H. ÃVanciscus van Sales verlangt, dat het bijzonderste oogwit eener ziel, die communiceert, daarop gericht zij, om in de liefde Gods te groeien. Uit liefde, zeide hij, moet men dien ontvangen, die zich aan ons uit enkele liefde geschonken heeft. Daarom zeide ook eens Jesus aan de H. Mechtildis : als gij communiceeren wilt, dan moet gij u alle liefde toewensclien, die ooit een hart tot Mij gehad heeft, en dan zal Ik uwe liefde ontvangen , alsof zij zoo groot ware, als gij «e wenscht.
Maar na de heilige Communie moet men ook de dankzegging niet verzuimen. Daar is geen gebed Gode aangenamer, dan het gebed na d'; heilige Communie. De godvruchtige gevoelens
tot het allerii. altaarsacrament. 363 die wij alsdan in ons opwekken, hebben veel grootere waarde bij God dan die, welke wij op eenen anderen tijd zouden maken; want hunne waarde wordt alsdan door de tegenwoordigheid van Jesus, die met de ziel vereenigd is, vergroot: en indien wij God alsdan om iets bidden, zoo moeten wij denken, gelijk de H. Theresia zegt, dat Jesus, na de heilige Communie zich in onze ziel gelijk op eenen troon van genaden bevindt en ons toeroept: wat wilt gij dat ik doe? Zie, lieve ziel, ik ben juist daarom van den hemel tot u gekomen, om u met genade te vervullen; bid mij om al wat gij wilt, en hoeveel gij ook verlangen moogt, zie, alles zal u gegeven worden. O, welke genadeschatten verliezen diegenen, welke na de heilige Communie verzuimen God te bidden.
gevoflens en gebeden,
ö God van liefde ! Gij wenscht zoo vurig ons uwe genade uit te deelen, en wij zijn zoo weinig daarop bedacht, U om genade te bidden ! O welken angst zal het ons in ons doodsuur veroorzaken, als wij aan deze onze nalatigheid, die oes zoo schadelijk geweest is, zullen denken. O mijn God ! vergeef het verledene : zie, in het vervolg wil ik mij met uwe hulp beter voorbereiden, en zorg dragen om alle aardsche neigingen uit mijn hart te verdrijven, welke mij zouden kunnen beletten al de genade te ontvangen , die Gij mij wilt mededeelen. Maar ook na de heilige Communie wil ik, zoo goed als ik kan, U den noo-digen bijstand vragen, om in uwe liefde te groeien; geef mij maar de genade, om mijn goed voornemen uit te voeren. Ach, mijn Jesus! hoe weinig was ik er vroeger op bedacht om U te
364 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
beminnen. Ach 1 de tijd dien uwe barmhartigheid mij nog geven zal, zal voor mij een tijd zijn om mij tot den dood voor te bereiden , en om door mijne liefde de beleedigingen, die ik U heb aangedaan, wederom te vergoeden. Zie, ik wil dezen tijd ganach doorbrengen met mijne zonden te be-weenen en U te beminnen. Ik bemin U, o Jesus, mijne liefde! ik bemin U, mijn eenigste goed ! ontferm ü mijner en verlaat mij niet. En gij , o mijne Moeder Maria! mijne hoop ! laat ook niet na mij door uwe voorspraak te helpen.
GODVRUCHTIGE OKFENINGEN
TOT
DEN HEILIGEN GEEST.
Voor iederen dag der week, maar voornamelijk om van Zondag voor Pinksteren tot het heilig Pinksterfeest te verrichten.
Over de godsvrucht tot den heiligen Geest.
üader al de oefeningen van godsvrucht is de negendaagsclie godsvrucht tot don heiligen Geest eene der gewichtigste, dewijl de heilige Apostelen en de allerheiligste Maagd Maria deze het eerst in de eetzaal te Jeruzalem geoefend hebben, en zij met de grootste wonderen en genade vergezeld werd, vooral met de gaaf van den heiligen Geest zeiven, als een geschenk dat Jesus Christus ons door zijn lijden verworven heeft, üe goddelijke Zaligmaker zelf leerde ons deze waarheid, als Hij aan zijne Leerlingen zeide dat, zoo Hij niet stierf, Hij hun den heiligen Geest niet zenden kon : « indien Ik niet heen ga, zoo zal de Trooster niet tot u komen; maar ga Ik weg, dan zal Ik Hem tot u zenden.quot; (Joan. 16. 7.)
Het geloof leert ons, dat de heilige Geest de liefde is, die God de Vader en God de Zoon tot elkander hebben. Daarom schrijft men ook de mededeeling der liefde Gods bijzonderlijk den hei-ligea Geest toe, volgens deze woorden van den H. Paulus . n de liefde Gods is in onze harten uitgestort door den heiligen Geest, die ons gegeven is.quot; â Het zal derhalve gansch gevoegelijk zijn.
mm
m i' â¢'
mis
366 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
⢠⢠â¢
dat wij in deze godsvruclitoefening de hooge waarde der liefde Gods betrachten, opdat de wensch der-zelve in ons vermeerderd worde, en wij ons moeite mogen aandoen, om dezelve door godvruchtige oefeningen en bijzonder door het gebed te verkrijgen, dewijl God ze beloofd heeft aan die welke er Hem ootmoedig om bidden : ,/ uw Vader in den hemel zal den goeden Geest geven aan degenen, die Hem daarom bidden.quot; (Hom. 5. 5.)
fef!|
J-f
R'M li
\
om, di- zr.ven gaven van dr.n heiligen Geest, hetwelk wen voor of na iedere vereerivg van den heiligen Geest kan lezen.
a. Heilige Geest, Trooster der zielen! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon. Ik loof U met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank . U voor al de genade, die Gij aan de wereld be
wezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid ü, om met uwe genade en liefde in m:jn hart te komen, en mij d-i gaaf van vrees te verleenen, opdat dezelve mij belette wederom in de zonde te vallen, die ik vroeger begaan heb, en welke ik U bid mij genadiglijk te wallen vergeven. Glorie zij den Vader, enz.
r. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
k. Heilige Geest, Trooster der zielen! ik aanbid U als waren ttod, cén met den Vader en den Zoon. Ik loof U met de lofzangen der engelen
Pen serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle weldaden, die Gij aan de werel4 bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U ,en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle weldaden, die Gij aan de werel4 bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U ,
'li:
Fr
GEBED
tot den h geest. 367
om met uwe genade en liefde in mijn hart te komen, en mij de gaaf van godsvrucht te verlee-nen, opdat ik U in het vervolg ijveriger diene, spoediger uwe heilige inspraken volge, en getrouwer de geboden Gods onderhoude.
Glorie zij den Vader, enz.
u. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
a. Heilige Geest, Trooster der zielen! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon, Ik loof U met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle weldaden, die (Jij aan de wereld bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U, om met uwe genade en liefde in mijn hart te komen, en mij de gaaf van wetenschap te verleeaen, opdat ik de goddelijke dingen wel erkennen moge, en door U verlicht, den weg mijner eeuwige zaligheid bewandele.
Glorie zij den Vader, enz.
r. Heilige Geest, eeuwige liefde ! kom en ontvlam onze harten.
a. Heilige Geest, Trooster der zielen ! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon. Ik loof U met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle genade die Gij aan de wereld bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U, om met uwe genade en liefde in mijn hart te komen, en mij de gaaf van kracht te verleenen , opdat ik vol moed alle aanvallen des duivels en alle gevaren der wereld, die mijne zaligheid beletten kunnen, overwinnen moge.
Glorie zij den Vader, enz.
r. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
368 godvruchtige oefeningen
a. Heilige Geest, Trooster der zielen! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon. Ik loof ü met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle genade, die Gij aan de werel'T bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U, om met uwe genade en liefde in mijn bart te komen, en mij de gaaf van goeden raad te verleenen, opdat ik altijd verkieze wat tot mijn geestelijk welzijn het nuttigste is, en opdat ik alle strikken en lagen des duivels moge erkennen.
Glorie zij den Vader, enz.
k. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
a. Heilige Geest, Trooster der zielen! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon. Ik loof U met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle genade, die Gij aan de wereld bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U , om met uwe genade en liefde in mijn hart te komen, en mij de gaaf van verdand te verleenen , om de geheimen van God te kennen, en om, door de betrachting der hemelsche dingen, mijne gedachten en begeerten altijd meer en meer van de ijdel-heden dezer ellendige wereld af te wenden.
Glorie zij den Vader, enz.
B. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
a. Heilige Geest, Trooster der zielen ! ik aanbid U als waren God, één met den Vader en den Zoon. Ik loof U met de lofzangen der engelen en serafs. Ik offer U mijn hart op, en dank U voor alle genade, die Gij aan de wereld bewezen hebt en nog gedurig bewijst. Ik bid U, om met uwe genade en uwe liefde in mijn hart
TOT DEN IT. GEEST. 869
te komen, en mij de gaaf van u-ysJteid te verlee-nen, om door dezelve al mijne handelingen tot God als tot mijn laatste einde te richten, opdat ik, na Hem hier op aarde bemind en getrouw gediend te hebben, Hem hierna in de andere wereld gedurende de gansche eeuwigheid moge genieten.
Glorie zij den Vader, enz.
B. Heilige Geest, eeuwige liefde! kom en ontvlam onze harten.
VOOR DEN ZONDAG.
])e liefde Gods is een vuur dat onivlamt.
God had in de wet van Mozes bevolen, dat er op zijn altaar immer ren vuur zoude branden, ;/ maar het vuur op het altaar zal altijd branden.quot; De H. Gregorius zegt : â onze harten zijn Gods altaren, en de Heer wil, dat in dezelve zijne goddelijke liefde zonder ophouden brandt.quot; Daarom was het den eeuwigen Vader niet genoeg. ons zijnen Zoon Jesus Christus te schenken, opdat Hij ons-door zijnen dood zoude zalig maken; neen , Hij wilde ons ook den heiligen Geest zenden, opdat deze in onze harten zoude wonen, om dezelve zonder ophouden met zijne liefde te ontvlammen.
Christus zelf verzekert ons, dat Hij juist daarom op de aarde gekomen is, om onze harten door dit heilig vuur te ontvlammen, en niets anders wenscht dan dat het zich ontsteke; « Ik ben het vuur op de aarde komen brengen, en wat wil ik anders dan dat het brande.quot; Hij vergeet de beleedigingen en den ondank, die Hij op de aarde van de menschen heeft moeten uitstaan : en zoodra Hij ten hemel gevaren is, zendt
370 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Hij ons den heiligen Geest. â Gij bemint ons, o liefwaardigste Zaligmaker! in uwe heerlijkheid, gelijk Gij ons in uwen smaad en in uw lijden bemind hebt.
Daarom wilde ook de heilige Geest den Leerlingen onder de gedaante van vurige tongen verschijnen : â en daar verschenen hun verdeelde tongen gelijk vuur. (Werk. der Ap. 2.) En daarom leert ons de heilige Kerk bidden; â wij bidden U, o Heer! dat de heilige Geest zich verwaardige ons met het vuur te ontvlammen, hetwelk onze Heer Jesus Christus op aarde gezonden heeft, en hetwelk Hij in alle harten wil zien branden.quot; Dit heilig vuur ontvlamde de Heiligen, om gtoote dingen voor God te ondernemen, hunne vijanden te beminnen, naar verachting te verlangen, aan alle goederen dezer wereld te verzaken, en zelfs om met vreugde het marteldom en den schromelijken dood te onderstaan. De liefde kan zich niet vermoeien; zij zegt nooit : het is genoeg. Hoe meer eene ziel die God bemint, voor haren beminden doet, des te grooter wordt haar wensch om nog meer te doen, ten einde Hem te behagen, en om zijne liefde altijd meer en meer te verdienen. Dit heilig vuur der Jiefde Gods ontvlamt gedurende het inwendig gebed : âals ik overwoog, ontvlamde het vuur.quot; (Ps. 33.) Indien wij dus wenschen door de liefde Gods ontvlamd te worden, dan moeten wij het gebed beminnen, dewijl het aan een offeraltaar gelijkt, waarop het vuur der goddelijke liefde zich onophoudelijk ontsteekt.
GEVOELENS EN GTBEDEN.
Tot nu toe, o mijn God ! heb ik nog niets
TOT DEN H. GEEST. 371
voor U gedaan; daar Gij nochtans zoo groote dingen voor mij gedaan hebt. Ach! mijne lauwheid moest Li reeds sedert lang bewogen hebben om mij uit uwen mond te spuwen. O heilige Geest! i, verwarm hetgene koud ia,quot; en ontsteek in mij eene groote begeerte om U te behagen. Ik verzaak nu aan al mijne gemakken; ik wil liever sterven, dan U nog in het minste te mishagen. Gij wildet in de gedaante van vurige tongen verschijnen : zoo wil ik dan ook U mjjne tong toewijden, opdat ik U niet meer met dezelve be-leedige. O mijn God ! Gij hebt ze mij gegeven om uwen lof te verkondigen , en ik, ik heb er mij van bediend om U te beleedigen, en zelfs om anderen tot zonde te brengen ! Ach ! het berouwt mij uit geheel mijn hart, uit liefde tot Jesus Christus, die, toen Hij hier op aarde leefde, uwe eer zoo zeer door zijne tong bevorderd heeft; maak dat ik U van nu af waarachtig eere, uwen lof zinge, U om uwen bijstand aan-roepe, en uwe goedheid en de oneindige liefde die Gij verdient, verkondige. Ik bemin U, mijn hoogste Goed; ik bemin U, o God van liefde! O Maria ! gij zijt de welbeminde bruid van den heiligen Geest ; bekom mij dit vuur der liefde.
VOOR DEN MAANDAG.
l)e liefde is een licht dat, verlicht.
Een der grootste nadeelen, welke ons de zonde van Adam toegebracht heeft, bestaat hierin, dat ons verstand door de driften verduisterd is. Arme ziel, die u door eene drift laat beheerschen! De drift is een damp en een sluier, die ons belet de waarheid te kennen. Hoe kan men de boosheid vluchten, indien men niet meer weet wat de
372 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
boosheid is? hoe meer zonden wij begaan, des te donkerder wordt het in ons. Maar de heilige Geest, die een gelukzalig licht genoemd wordt, ontvlamt niet alleen door zijne goddelijke stralen onze harten met zijne liefde, maar Hij verdrijft ook de duisternis, en maakt dat wij, erkennen de ijdelheid der aardsche, en de groote waarde der eeuwige goederen, het gewicht van de zaligheid onzer ziel, don grooten schat der genade Gods, zijne goedheid, de oneindige liefde die Hij verdient, de oneindige liefde die Hij ons toedraagt. // De vleeschelijke mensch begrijpt de dingen niet, die den Geef. Gods aangaan.quot; (I. Oor. 2. 14.) De mensch, die zich door de bevrediging der aardsche wellusten bezoedelt, weet maar weinig van deze waarheden; en daarom bemint de ongelukkige, hetgeen hij moest haten, en daarom haat hij , wat hij zou moeten beminnen. Do heilige Maria Magdalena van Pazzis riep uit; // o liefde, die niet gekend wordt! o liefde, dio niet bemind wordt! quot; En daarom kon de heilige Theresia met recht zeggen : dat God niet bemind wordt, omdat men Hem niet kent. De Heiligen baden onophoudelijk dat God hen zoude verlichten : a zend licht, doorstraal mijne duisternis, open mijne oogen;quot; want zonder licht kunnen wij de afgronden niet vermijden, â kunnen wij God niet vinden.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O heilige, o goddelijke Geest! ik geloof dat Gij waarlijk God zijt, een eenige God , met den Vader en den Zoon. Ik aanbid U, ik erken U als den gever aller verlichtingen, door welke Gij mij hebt doen kennen welk groot kwaad ik begaan heb als ik U beleedigde, en welke verplichting
TOT DEN H. GEEST. 373
ik heb U te beminnen ; ik dank U daarvoor, en het berouwt mij bovenal U beleedigd te hebben. , Ik had verdiend dat Gij mij in de duisternis liet, maar ik erken nu dat Gij mij nog niet verstoeten hebt. Verlicht mij ook in het vervolg, o heilige Geest! laat mij altijd meer en meer uwe oneindige goedheid erkennen, en geef mij kracht, opdat ik U voortaan uit geheel mijn hart bemin-ne. Geef mij altijd meer genade, opdat ik, van dezelve overwonnen, gedwongen worde niets te beminnen dan U alleen. Hierom bid ik U, door de verdiensten van Jesus Christus. Ik bemin U, o mijn opperste Goed ! Ik bemin U meer dan mij zei ven. Ik wil geheel aan U zijn; neem mij aan, en laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijder. O mijne lieve Moeder Maria ! sta mij bij door uwe heilige voorspraak sta mij altijd bij.
VOOR DEN DINSDAG.
])'â liefde Gods is een water dat den dar si lescht.
De liefde Gods wordt ook eene levende bron genoemd. Onze Zaligmaker zeide tot de Samari-taansche vrouw : /, hij die van het water drinkt, dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geenen dorst hebben.quot; (Joan. 4. 13.) De liefde Gods is een water, dat den dorst lescht; immers, wie God waarlijk bemint, die zoekt en wenscht niets meer; want hij vindt in God alle goed. Daarom vergenoegt hij zich met God, en roept altijd vol vreugde uit: mijn God en mijn al!
God beklaagt zich over zoo vele zielea, die ellendige en korte vreugden bij de schepselen zoeken, en Hem, het oneindig goed, de bron
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
%â
pij
I'M 11 rl! I
Mi
4(!!
374
ü
r\i
[I
li . i
ts it 'â
T' â
K^r '
Jj.
1 :t I.
t
i
iiii'
aller vreugden, verlaten: «zij hebben mij, de bron der levende wateren verlaten : zij hebben zich putten gegraven, doorboorde putten die geen water kunnen behouden.quot; (Jerem. 2. 13.) Maar dewijl God ons bemint, dewijl Hij ons zoo gaarne in vrede wil zien, roept Hij ons toe: «indien iemand dorst heeft, dat hij tot Mij kome.quot; (Joan. 7. 37.) Wie gelukkig wenscht te zijn, die korae tot Mij, en Ik zal hem den heiligen Geest geven, die hem hier op aarde en eens in den hemel gelukkig zal maken. Hij gaat voort en zegt: z; die in Mij gelooft, uit diens lichaam zullen, gelijk de heilige Schriftuur zegt, stroomen van levende wateren vloeien.quot; (Joan. 7. 35.) Hij die gelooft, en te gelijk Jesus Christus bemint, zal met zoo vele genaden verrijkt worden, dat uit zijn hart (dat is, uit zijnen wil) bronnen van heilige deugden zullen vlieten, die hem niet alleen helpen zullen om het leven van genade voor zich te bewaren, maar die maken zullen dat ook anderen dit goddelijk leven zullen bekomen. Dit water, waarvan onze Zaligmaker spreekt, is de heilige Geest, de wezenlijke liefde, die Jesus Christus beloofd heeft ons na zijne hemelvaart te zenden : Dit zeide Hij van den heiligen Geest, welke diegenen, «die in Hem gelooven, ontvangen zouden; want de heilige Geest was nog niet gegeven, omdat Jesus nog niet verheerlijkt was.quot; (Joan. 7. 39.) De sleutel, met welken wij ons den ingang tot deze zalige waters openen, is het /iei-liff gthtd, hetwelk ons alle goed verkrijgt, dewijl de Heer ons beloofd heeft: u bidt, en gij zult ontvangen.quot; Wij zijn blind, arm en ellendig; maar door het gebed bekomen wij licht, kracht en alle schatten der genade. Theodoretus zegt: «het gebed, alhoewel het maar een is,' vermag
TOT DEN H. GEEST. 375
alles.quot; Hij die bidt, bekomt alles wat hij wenscht. God wil ons zijne genade schenken, maar Hij wil dat wij Hem daarom bidden.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
;/ Heer ! geef mij dit water.Met de Samari-taansche vrouw bid ik U, o mijn Jesus, geef mij dit water uwer liefde, opdat ik al wat aardsch is vergete, om enkelijk voor U, die oneindig liefwaardig zijt te leven. ,/ Bevochtig hetgene dor is.quot; Mijne ziel is eene dorre aarde, die niet dan distels en doornen der zonden voortbrengt; besproei dezelve met uwe genade, opdat zij, eer ik sterf, tot uwe grootere eer eenige vreugden drage. O gij bron der levende wateren, mijn hoogste Goed! hoe dikwijls heb ik U verlaten, om hier op aarde onreine geneugten op te zoeken, die mij uwe liefde hebben doen verliezen ! W are ik toch gestorven, eer ik U beleedigd had! Voortaan wil ik niet anders zoeken dan (J, o mijn God! Help mij, en maak dat ik U getrouw blijve. Maria, mijne hoop! bewaar mij onder den moederlijken mantel.
VOOR DEN WOENSDAG.
De lief de Gods is een dauw die bevrucht.
De heilige Kerk doet ons bidden : â dat de instorting des heiligen Geestes onze harten reinige, bevruchte, besproeie en met zijnen dauw door-dringe.quot; De liefde bevrucht de goede begeerten , de heilige voornemens en heilige werken, die uit het hart voortkomen; deze zijn de bloemen en de vruchten, die de genade des heiligen Geestes voortbrengt. Men noemt de liefde daarom ook een dauw, omdat zij het vuur der booze begeer-
pâ
Miin
GODVRUCHTIGE OEFEKIKGEN
ten en bekoringen uitbluschl. Derhalve wordt de lieilige Geest ook met recht een verzachtmiddel en eene. verkwikking in de hitte genoemd. Als wij bidden, dan daalt deze dauw in onze harten neder. Een kwartier uurs gebsd is genoeg om den haat en de ongeregelde liefde in ons hart uit te blusschen. /; Hij bracht mij in den wijnkelder, en regelde in mij de liefde.quot; Het inwendig gebed of de meditatie is de wijnkelder, in welken onze liefde geregeld wordt, zoodat wij den naaste gelijk ons zeiven en God boven al beminnen. Die God bemint, bemint het gebed; maar wie het'gebed niet bemint, dien is het bijna onmogelijk zijne driften te overwinnen.
GtVOELENS EN GEBEDEN.
O heilige Geest! ik wil niet meer voor mij zeiven leven; al de dagen mijns levens, die mij nog overblijven, wil ik enkel besteden om U te behagen en U te beminnen. Derhalve bid ik U om de genade des gebeds. Kom Gij zelf in mijn hart, en leer mij bidden. Geef mij kracht om het gebed ten tijde der dorheid nooit te verlaten; geef mij den geest des gebeds, dat is, de genade van altijd te bidden, en U om datgene te bidden, wat aan uw goddelijk hart meest behaagt. Om mijne zonden zou ik reeds verloren gegaan zijn ; maar ik erken, uit de teedere liefde met welke Gij mij behandeld hebt, dat Gij mij zalig, dat Gijquot; mij heilig maken wilt. Ja, ik wil heilig worden om U te behagen, en om altijd meer en meer uwe oneindige goedheid te beminnen. Ik bemin U, mijn opperste goed, mijne liefde en mijn al; en dewijl ik U bemin, zoo schenk ik mij geheel en gansch aan U. O Maria, mijne hoop ! sta mij bij.
ii Ipil Ir
â li
.876
â â
?iii! ïl
11; ^ i
a.:.
ft:
| r â
i jirfi â IjH
TOT DF.N 1{. GEKST.
VOOR DEN DONDERDAG.
Be liefde Otds is eenc rust die verkwikt.
De liefde wordt ook nog : rust in den arbeid, troost ia droefheid genoemd. De liefde Gods is eene rust die verkwikt; want de wezenlijkheid der liefde bestaat, in den wil des minnaars met den wil des beminden te vereenigeu. Voor eene ziel die God bemint, is het, wanneer zij beleedigd wordt, of smarten of verlies van goederen lijdt, genoeg om zich wederom aanstonds te troosten, als zij bedenkt dat het den wil \an haren Welbeminden is, dat zij de pijnen lijdt. Het is haar genoeg te zeggen : u mijn God wil het alzoo,quot; en teistond vindt zij in allen tegenspoed rust en tevredenheid. Dit is de vrede, die alle aardsche vreugden overtreft. Als de heilige Maria Magda-lena van Pazzis deze woorden : ,, den wil Gods, quot; uitsprak, werd zij met vreugde vervuld. Hier op aarde moet een ieder zijn kruis dragen, «maar â zegt de heilige Theresia â alleen voor dien is het kruis zwaar, die het onwillig draagt; niet voor dien, die het met vreugde cp zijne schouderen neemt.quot; Cp deze wijze wondt en geneest de Heer terzelfden lijd; want de heilige Geest maakt, door zijne zoete vertroostingen , dat ons smaad en lijden aangenaam en liefelijk voorkomen. âJa, Vader! alzoo heeft het U behaagd;quot; zoo moeten wij uitroepen, in alle tegenspoeden die ons overvallen ; // dit geschiedt o Heer! omdat het alzoo uw heilige wil is.quot; Als de vrees voor een tijdelijk ongeluk ons beangstigt, zoo moesten wij elke keer tot God uitroepen : doe o Heer! wat (J behaagt, ik ben bereid alles aan te nemen wat Gij mij wilt toezenden ! Het is ook zeer nuttig dik-
377
378 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
wijls gedurende den dag akten van overgeving in den goddelijken wil te verwekken, gelijk het de H. Theresia placht te doen.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
6 Mijn God! hoe dikwijls ben ik, om mijne zondige neigingen te voldoen, tegen uwen heiligen wil opgestaan; dit smart mij meer dan alle ander kwaad. O mijn God! van nu af wil ik U uit geheel mijn hart beminnen, n Spreek, Heer! uw dienaar hoort.quot; Zeg mij wat Gij van mij wilt; ik wil alles doen; uw wil zal altijd mijn eenigste verlangen, het eenigste voorwerp mijner liefde zijn. ,/ O heilige Geest! kom mijne zwakheid te hulp.quot; Gij zijt de goedheid zelve; hoe konde ik ook nog iets anders beminnen dan U alleen. Trek, door de liefelijkheid van uwe heilige liefde , al mijne neigingen tot U. Ik wil alles verlaten , om mij geheel aan U te schenken. Neem mij aan en sta mij bij. O Maria, mijne Mosder! in u stel ik mijn betrouwen.
VOOR. DEN VRIJDAG.
IM liefde Gods li eene kracht die ons versterkt.
« Sterk als de dood is de liefde.quot; ( Gez. 8. 6.) Gelijk er niets in de wereld is, dat aan den dood wederataan kan, zoo is er voor de ziel, die God bemint, geene moeielijkheid, die niet eindelijk voor de liefde wijken moet. Als het er op aankomt om aan den welbeminde te behagen , dan verdraagt de liefde alles : verlies, verachting en smarten. Niets is zoo hard, dat niet door het vuur der liefde vermorzeld wordt. Het zekerste teeken dat eene ziel God bemint, is, als zij Hem
TOT BEN H. GEEST. 37!»
in hare liefde getrouw blijft, niet alleen als het haar goed gaat, maar ook als haar tegenspoed overkomt. I)e H. Franciscus van Sales zeide ; n God is even zoo liefwaardig in den tegenspoed als in de vertroostingen, omdat Hij ons alles uit liefde toezendt.quot; Ja, hoe meer Hij ons hier op aarde bezoekt, des te meer bemint Hij ons. De H. JoannesChrysostomus achtte den heiligen Paulus gelukkiger als hij in de boeien zuchtte, dan wanneer hij tot in den derden hemel verheven was. Daarom verheugden zich de heilige Martelaren in het midden van hun lijden; zij bedankten den Heer als voor de grootste genaden die Hij hun bewijzen kon, als Hij ze uit liefde tot Hem liet lijden. De andere Heiligen, die geene tirannen vonden die hen wilden pijnigen, zijn, om aan God te behagen, door boetwerken hunne eigene tirannen geworden. De H. Augustinus zegt ; « dat hij die bemint, niet moede wordt; en zoo hij zelfs zoude moede worden, bemint hij deze vermoeidheid.quot;
GEVOELENS EK GEBEDEN.
ö God mijner ziel! ik zeg dat ik U bemin ; maar wat doe ik uit liefde tot U? â niets! â Dit is dan een teeken dat ik U niet bemin, of dat ik U weinig bemin. Geef mij derhalve, o mijn Jesus, den heiligen Geest, opdat Hij mij kracht verleene om, eer ik sterve, uit liefde tot U te lijden en iets voor U te doen. Laat mij niet sterven, o mijn allerliefste Zaligmaker! zoo koud en zoo ondankbaar gelijk ik het tot nu toe jegens U geweest ben. Geef mij kracht, opdat ik het lijden beminne, nadat ik zoo vele zonden begaan heb, voor welke ik de hel verdiende. O mijn God I die geheel goedheid en liefde zijt : Gij wenscht in dit hart
380 GOÃVK.ICHÃIGE OEFENINGEN
te wonen, waaruit ik U zoo dikwijls verdreven heb; kom, neem er uwe woning in, neem het in bezit, maak dat het gansch aan U zij. Ik bemin U, o mijn Heer! en zoo ik U bemin, dan zijt Gij reeds bij mij ingekeerd; want de heilige Joannes geeft mij de verzekering : â dat wie in de liefde blijft, hij in God blijft en God in hem.quot; Daar gij dan nu bij mij zijt, zoo vermeerder de liefde; bind mij vast met de banden uwer liefde, opdat ik iiiets wensche, niets zoeke, niets beminne dan U alleen, en opdat ik, met U vereenigd, mij nooit meer van uwe liefde moge afscheiden. Ik wil U toebeliooren, o mijn Jesus ! ik wil U gansch toebtliooren. O mijne Koningin en voorspreekster Maria! vei krijg mij liefde en volharding.
VOOE DEN ZATERDAG.
De liefde maakt dat God in ons hart woont.
De heilige Geest wordt een gast der ziel genoemd, zoete Gast der ziel.quot; Deze Gast heeft Jesus Christus aan degenen beloofd, die Hem beminnen, als Hij zeide : n indien gij Mij bemint â zal ik den Vader bidden, en Hij zal u eenen anderen Trooster geven, om in eeuwigheid bij U te blijven.quot; (Joan. 14. 15.) De heilige Geest verlaat de ziel nitt, indien zij zelve Hem niet uit haar hait verdrijft. God woont alzoo in een hait dat Hem bemint. Maar Hij zelve verklaart, dat Hij dan etrst met ons tevreden is, als wjj Hem uit geheel ons hart beminnen. De H. Augustinus verhaalt, dat de heidensche Romeinen Jesus Christus niet onder het getal hunner goden wilden aannemen, //omdat, zeiden zij. Hij een hoovaardige God ia, die alleen wil aangebeden gorden, en die niemand naast zich wil.quot; Zij hadden gelijk ;
TOT DEN H. GEEST. 381
Christus verdraagt niemand in een hart dat Hem bemint; Hij wil er alléén in wonen; Hij wil alléén bemind worden : en zoo Hij ziet dat wij nog iets anders dan Hem beminnen, aanziet Hij dat schepsel, hetwelk deel aan een hart heeft, dat Hij alléén wil bezitten (om zoo te spreken) met nijdige oogen. «Meent gij, zegt de H. Jacobus , dat de Schriftuur te vergeefs zegt : heeft de geest die in ons woont niet eene neiging tot den nijd ? « Met één woord zegt de H. Hieronimus, Jesus is nijdig; quot; en daarom looft onze hemelsche Bruidegom die zielen, die gelijk de tortelduiven eenzaam en van de wereld verwijderd leven; !â uwe wangen zijn schoon gelijk die der tortelduiven.'1 (Hoogl. 1. 9.) Daarom wil Hij niet dat de wereld deel neme aan eene liefde, die Hij alléén bezitten wil, en Hjj noemt zijne geliefde Bruid een gesloten hof: â mijne zuster, mijne bruid! gij zijt een gesloten hof.quot; (Hoogl. 4.) Een hof die voor alle aardsche liefde gesloten is. Verdient Christus clan al onze liefde niet ? â De H. Chrvsostomus zegt: if alles heeft Hij u gegeven; niets heeft Hij voor zich terug gehouden.quot; Hij heeft voor u zijn bloed, zijn leven ten beste gegeven : daar blijft Hem niets meer overig voor u te doen.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ik zie het, o mijn God ! Gij wilt dat ik geheel aan U zij. Ofschoon ik U zoo dikwijls uit mijn hart verdreven heb, zoo hebt Gij er toch nog in willen terug keeren om U met mij te vereenigen. Zoo neem dan nu volkomen bezit van mijn hart; ik schenk mij geheel en gansch aan U; neem mij aan, o mijn Jesus, en laat niet toe dat ik in het vervolg nog een oogenblik leve
25
382 GODVEIiCHTIGE OEFENINGEN
zonder U te beminnen. Gij zoekt mij; ook ik wil U, ja U alleen zoeken. Gij wilt dat mijn hart U gansch toebehoore : zie, mijn hart begeert niets anders dan U alleen. Gij bemint mij, ook bemin ik U; dewijl Gij mij dan bemint, zoo vereenig mij altijd nauwer met U, opdat ik mij nooit meer van U scheide. Heilige, hemelsche koningin Maria! op u stel ik al mijn betrouwen.
VOOR PINKSTER-ZONDAG.
De Vw.Jde Gods is ven land die ons met God verbindt.
Gelijk de heilige Geest, de ongeschapene Liefde, een onontbindbare band is, die God den Vader met zijnen Zoon verbindt, zoo is Hij ook een band, die de zielen aan God knoopt : â de liefde Gods, zegt de H. Augustinus, is eene deugd die ons met God verbindt.quot; Daarom riep de H. Laurentius Justinianus vol vreugde uit : « o liefde ! hoe sterk zijt gij, daar gij in staat geweest zijt eenen God met onze zielen te vereenigen.quot; De banden dezer wereld zijn banden des doods, maar de banden Gods, zijn banden des levens en der zaligheid : ;/ zijne banden zijn heilzame banden; quot; wijl zij ons door de liefde met God, die ons waar en eenig geloof is, verbinden.
Eer dat Christus op aarde kwam, vluchtten de menschen God. Vol aangekleefdheid aan de aard-ache dingen, wilden zij zich niet met hunnen Schepper vereenigen. Maar onze liefdevolle God heeft ze met banden van liefde tot zich getrokken , zoo als Hij het beloofd had door Oseas : â met menscheliike banden trok ik ze, met banden van liefde.quot; (Eccl. 11. 4.) Deze banden van liefde zijn de weldaden, die God on^ bewezen heeft, de inwendige verlichtingen , het gebod
ÃOà 1)£N H. GEÃSÃ. 383
Hem te beminnen, de belofte des hemels die Hij ons gedaan heeft, en voornamelijk het geschenk van Jesus Christus aan het kruis en in het allerheiligste Altaarsacrament, en eindelijk de zending van den heiligen Geest. â Daarom roept dan ook de Profeet uit : doe de banden van uwen hals los, o gij gevangene dochter van Sion. (Isaias. 52. 3.) O geliefde ziel, die voor den hemel geschapen zijt : doe do aardache banden los, en vereenig u met God door den band zijner heilige liefde! «Hebt de liefde, die de band der volmaaktheid is.quot; (Col. 3. 14.) De liefde is een band, die alle deugden in zich besluit, en de ziel volkomen maakt. «Bemin en doe alles wat gij wilt, zegt de H. Augustinus : want wie God bemint, draagt zorg om alles te vluchten wat aan zijnen Welbeminde mishagen kan, en zoekt in alle dingen aan God te behagen.quot;
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn dierbaarste Jesus! hoe vele redenen heb ik niet om U te beminnen, nadat het U zoo veel gekost heeft om mijne liefde te bekomen ! Het zoude waarlijk eene te groote ondankbaarheid zijn, indien ik, nadat Gij uw bloed voor mij vergoten en uw leven voor mij opgeofferd hebt, ü maar weinig beminde; of indien ik mijn hart tusschea U en de schepselen wilde verdeelen. Ik wil mij van alles ontdoen, en U alleen al mijne neigingen schenken. Maar ik ben zwak om mijnen wensch in het werk te leggen , en smeek U, die mij deze voornemens instort, geef mij ook kracht om ze uit te voeren. Doorwond, o Geliefdste! mijn arm hart met pijlen uwer liefde, opdat het altijd naar U zuchte;
384 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
maak dat het U onophoudelijk zoeke, dat ik zonder ophouden naar U verlange, dat ik U altijd vinde. O mijn Jesus! ik wil U alleen, maar U alleen. Geef dat ik U dan vinde. O mün Jesus! ik wil U alleen, maar U alleen. Geef dat ik dikwijls gedurende mijn leven, doch bijzonder ia het uur des doods, deze woorden herhale : U alleen begeer ik, buiten U verlang ik niets. O Maria, mijne Moeder! geef dat ik van nu af niets anders wil dan God alleen.
VOOE PINKSTER-MAANDAG.
De liefde Gods is een schat, die alle goederen in zich besluit.
De liefde Gods is een schat, waarvan het heilig Evangelie zegt, dat men alles verlaten moet, om haar te bekomen, omdat de liefde ons der vriendschap Gods deelachtig maakt. Zij is een oneindige schat, â wie haar bezit , wordt der vriendschap Gods deelachtig.quot; (Wijsh. 7. 14.) O mensch, zegt de H. Au'justinus, âwaarom zoekt gij goederen ? zoek één goed, in hetwelk alle goederen zich bevinden.quot; Maar dit één goed, God, kunnen wij niet vinden, indien wij niet de aardsche dingen verlaten. De H. Theresia zeide : â trek uw hart van de schepselen af, en gij zult God vinden.quot; Wie God vindt, die vindt alles wat hij maar wenschen kan : stel uwe begeerten in den Heer, dan zal Hij u alles geven wat uw hart verlangt.quot; (Ps. 3. 23.) Het men-schelijk hart zoekt noodzakelijker wijze goederen, die het kunnen gelukkig maken ; maar zoo het deze goederen in de schepselen zoekt, zal het hoe vele het er ook moge vinden, ,toch nooit tevreden zijn; doch indien ons hart niets dan
TOT DEN H. GEEST. 385
God alleen zoekt, dan bevredigt God al zijne wenschen. Wie is er wel gelukkig op aarde dan de Heiligen? Waardoor komt dat? Omdat zij niets willen of zoeken dan God alleen. â Als zekere vorst eens op de jackt ging, ontmoette hij in een bosch eenen kluizenaar: de vorst vroeg hem wat hij daar mocht zoeken? En wat zoekt gij dan, mijn vorst ? antwoordde de kluizenaar. Ik jaag naar wilde dieren, zeide de vorst; en ik, hernam de kluizenaar, jaag naar God.
Als een vervolger der Christenen den H. Clemens goud en edelgesteenten aanbood, om Jesus Christus te verloochenen, riep de Heilige al zuchtende uit: i, hoe is her, mogelijk, dat men eenen God met een weinig slij k ' ergelijken kan! quot; Gelukkig hij, die weet welk ern schat de liefde Gods is, en die haar zoekt te bekomen! Vindt hij haar; dan zal hij zich vrijwillig van alle aardsche dingen ontblooten, om niet te bezitten, dan God alleen.quot; ;/ Als het huis brandt, zegt de H. Pranciscus van Sales, dan werpt men alles het venster uit.quot; En pater Segneri placht te zeggen : » de liefde Gods is een dief, die ons alle aardsche neigingen rooft, quot; tot dat wij zoo ver gekomen zijn om uit te roepen : â wat zou ik anders willen , dan U alleen, mijn God.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Tot nu toe heb ik niet U, o mijn God ! maar mij zeiven en de voldoening mijner genegenheden gezocht, en ik heb derhalve D , hoogste goed! den rug gekeerd. ;; Goed is de Heer voor de ziel, die Hem zoekt.quot; Gij zelf zegt mij, o mijn God! dat Gij vol goedheid jegens diegenen zijt, welke U zoeken. Geliefde Zaligmaker! ik erken welk groot kwaad ik beging, als ik U
.quot;586 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
verlaten heb. Het doet mij leed van ganscher harte. Ik erken welk een oneindige schat Gij zijt; ik wil niet langer deze kennis misbruiken. Ik verzaak aan alles en verkies U voor eenig voorwerp mijner liefde. O mijn God, mijne liefde, mijn alles! ik bemin U, ik begeer U, ik zuolit naar U. O heilige Geest! kom en vernietig in mij door uw heilig vuur alle neigingen, die niet voor U zijn. Maak dat ik TJ gansch toebehoore, en dat ik al mijne vijanden overwinne, om U te behagen. â O mijne voorspreekster en moeder Maria! help mij door uw gebed.
VOOR PINKSTER-DINSDAG.
Middel om God te beminnen en om Jieilig ie worden.
Hoe meer men God bemint, des te meer groeit men in heiligheid. De H. Franciscus van Borgia zegt: // dat het gebed de liefde Gods in het hart plant; maar dat de versterving al het aardsche uit het hart wegneemt, en het geschikt maakt om dit goddelijk vuur te ontvangen.quot; Hoe meer aardsche neigingen in het hart zijn, des te minder plaats vindt de liefde Gods daarin, n De wijsheid vindt men niet in het land der wellustelingen.quot; (Joan. 18.) De Heiligen trachten zoo veel mogelijk de eigenliefde en hunne zinnen te versterven. âEr zijn weinig Heiligen; en zoo wij zalig en heilig willen worden, dan moeten wij leven gelijk die weinigen,quot; zegt de heilige Joannes Climachus. ,/ Wie volmaakt wil zijn, zegt de H. Bernardus, die moet op eene bijzondere wijze leven.quot; Maar vooral is het noodzakelijk, indien men heilig wil worden., dat men den wensch hebbe om heilig te worden; â wensch
TOT DEN H. GEEST.
en maak voornemens.quot; Er zijn eenigen die altijd wenschen, maar die nooit de hand aan het werk slaan. â Zulke twijfelmoedige zielen, zegt de H. Theresia, vreest de duivel niet;quot; âintegendeel, â voegt zij er bij, â God bemint de grootmoedige zielen.quot; De duivel doet al wat hij San , opdat het ons hoovaardigheid schijne, groote dingen voor God te willen doen. Het ware hoo-vaardigheid, indien wij meenden , het door onze eigene krachten te kunnen doen; maar het is geene hoovaardij, zoo men, op den bijstand Gods steunende, wil heilig worden; en dewijl er geschreven staat: « alles kan ik in Hem, die mij versterkt,quot; moeten wij den moed hebben, een vast besluit maken, en de hand aan het werk leggen. Het gebed vermag alles. Wat ons door onze eigene krachten onmogelijk is, dat kunnen wij met den bijstand Gods; want Hij heeft beloofd ons alles te geven, waar wij Hem om zullen bidden : n gij kunt bidden waarom gij wilt, het zal u gegeven worden.quot; (Joan. 15.)
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn allerliefste Verlosser! Gij wilt dat ik U beminne; Gij beveelt mij dat ik U van ganscher harte beminne. Ja, mijn Jesus! ik wil U uit geheel mijn hart beminnen. Vol vertrouwen op uwe barmhartigheid kunnen de zonden, die ik vroeger begaan heb, mij geenen schrik aanjagen, dewijl ik ze nu meer dan alle ander kwaad haat en verfoei, en dewijl ik weet dat Gij de U aangedane beleedigingen vergeet, als men er berouw over heeft en U bemint. Daar ik U meer dan iemand anders beleedigd heb, o mijn God ! zoo wil ik U ook, met uwen bijstand, op welken ik hoop, boven alles beminnen. O mijn God! Gij
387
388 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
wilt dat ik heilig worde: zie, ik wil heilig worden om U te behagen. Ik bemin U, oneindige goedheid! ik schenk mij gansch aan U. Gij zijt mijn eenigste goed, het eenigste voorwerp mijner liefde. Neem mij als uwen dienaar aan; maak dat ik gansch aan LT zij; laat niet toe dat ik U nog ooit beleedige. Maak dat, gelijk Gij U volkomen voor mij opgeofferd hebt, ik mij ook geheel voor U opoffere. O Maria, welbeminde Bruid des heiligen Geestes ! verkrijg mij de liefde Gods en de genade van volharding.
GODVRUCHTIGE OEPENIiNGEN voor de zeven
Voornaamste Feestdagen van Maria.
OVERWEGING
voor het feest dtr Zuivering van Maria m de Opofferiny van Jesus in den tempel.
1. Nadat de tijd gekomen was, dat Maria, om de wet te volbrengen, zich in den tempel tot de zuivering zoude begeven, om aldaar gelijktijdig haren Jesus aan den hemelschen Vader op te offeren, zoo begaf zij zich met den heiligen Josef op reis naar Jeruzalem. De heilige Josef nam de twee tortelduiven, welke zij moesten opofferen, en Maria nam haar liefste Kind. Zij droeg het Lam Gods, om het als een voorbeeld van dat ofter op te dragen, hetwelk dezelfde Zoon eens aan het kruis moest voltrekken.
o Mijn God ! ik offer mijzelven heden aan U
VOOR DE FEESTDAGEN VAN MARIA. 389 op, in vereeniging met de offerande, welke Maria U heden opdraagt; ik offer U uwen mensclige-worden Zoon, en bid U, dat Gij mij door zijne verdiensten uwe genade wilt verleenen; ik verdien deze wel niet, maar Jesus heeft toch zich zeiven aan U ten offer willen brengen, om mij die genade te verkrijgen. Ontferm U dan mijner, uit liefde tot Jesus.
3. Zie, beminde ziel, hoe Maria in den tempel treedt, hoe zij haren Zoon voor alle menschen ten offer daarbrengt. Jesus zelf offert zich heden op aan den hemelschen Vader. Zie, miin Vader! roept Hij uit, zie, ik offer U heden mijn leven op. Gij hebt mij in de wereld gezonden, opdat ik de wereld zoude zalig maken ; zie, ik offer U mijn bloed, mijn leven, alles draag ik U op voor het heil der wereld.
O, hoe ellendig was het met mij gelegen, wanneer Gij, mijn geliefde Zaligmaker, aan de goddelijke rechtvaardigheid niet voor mij voldaan hadt! Ik dank U hiervoor uit geheel mijn hart en bemin U uit al mijne krachten. Wien zoude ik ook liefhebben, wanneer ik U, mijn God, niet lief had, die zijn leven voor mij opgeofferd heeft.
3. Het offer van Jesus Christus was aan God aangenamer, dan dat alle menschen en engelen hun leven hadden komen opdragen; en wel hierom , omdat door dit eenige offer van Jesus Christus, eene oneindige eer, eene oneindige voldoening aan den eeuwigen Vader gegeven werd. Jesus Christus zeide eens tot de zalige Angela van Fo-ligno : Ik heb Mij voor u aan mijnen hemelschen Vader opgeofferd, opdat gij u aan Mij zoudet opofferen.
Ja, mijn Jesus ! wijl Gij uw leven voor mij
390 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
aan uwen hemelschen Vader hebt opgeofferd, zoo
wil ik U mijn leven ook ten offer geven.
Vroeger heb ik U door zoo groote ondankbaarheid beleedigd; maar, o mijn Jesus, Gij hebt beloofd de beleedigingen der zondaars, die over dezelve berouw hebben, te vergeten. Zie, zij zijn mij leed, en ik zoude er van droefheid over sterven. Door mijne zonden heb ik verdiend onder het getal der dooden gerekend te worden, maar door U hoop ik weder onder het getal der levenden te behoo-ren : ja, ik hoop dat ik mijn gansch leven door U beminnen zal. O oneindig Goed! maak dat ik U beminne. O mijn Jesus ! dat is alles wat ik van U verlang. Geef de goederen dezer wereld aan hem die ze begeert, ik wensoh niets anders dan den overgrooten schat uwer liefde. Mijn Jesus ! Gij alleen verzadigt mij. O mijne Koniiigin ! o mijne moeder Maria! door uwe voorspraak hoop ik alle goed.
OVERWEGING
voor den feestdag der Boodschap van Maria.
Wanneer God zijnen Zoon in do wereld wilde zenden, opdat Hij mensch zoude worden, om de menschen te verlossen, welke door de zonden waren verloren , (alsdan) koos Hij tot, moeder eene maagd, welke onder alle maagden de zuiverste, heiligste en ootmoedigste was.
Overdenk, geliefde ziel, hoe Maria, als zij in hare arme woning God bad den beloofden Verlosser te willen afrenden, eensklaps eenen engel zag, die tot haar zeide : » wees gegroet, gij vol van genade; de Heer is met u, gezegend zijt gij onder de vrouwen.quot; (Lucas 1.) Wat deed de ootmoedige maagd wel, toen zij deze eervolle be-
VOOR DE FEESTDAGEN VAN MARIA. 391 «froeting hoorde ? Zij werd daarom niet hoovaar-dig, neen, zij zweeg, zij verschrikte, wijl zij zich zulken lof gansch onwaardig achtte : « als zij dit hoorde, verschrikte zij.quot;
ö Maria ! gij zijt zoo nederig, en ik ben zoo hoovaardig; verkrijg mij de heilige ootmoedigheid.
â 1. Maar had deze lof niet gemaakt dat Maria ten minste begon te twijfelen, of zij niet dezelfde maagd zij, die voor den Zaligmaker bestemd was ? Neen, deze lof had geen ander gevolg, dan dat zij voor zich zelve vreesde, zoodat de engel baar moest bemoedigen met de woorden : Maria, vrees niet, want gij hebt genade bij God gevonden.quot; Daarop verkondigt haar de engel, dat zij het was, welke God tot Moeder van den Verlosser der wereld had verkoren: â zie, gij zult in uwen schoot ontvangen, en eenen Zoon baren, en gij zult zijnen naam Jesus heeten.quot;
Gelukkig zijt gij, o Maria! want hoe lief waart gij uwen God, en hoe lief zijt gij hem nog ! O ontferm U onzer.
2. Haast u, o heilige Maagd, roept de H. Ber-nardus Maria toe, waarom vertraagt gij nog uwe toestemming te geven? Het eeuwig Woord wacht deze uwe toestemming, alvorens hetzelve vleesch aanneemt en uw Zoon wordt. Wij allen, die als ongelukkige wezens tot den eeuwigen dood veroordeeld zijn, wij allen wachten daarop; wanneer gij toestemt de Moeder van Jesus te worden, o dan zijn wij allen bevrijd. Haast u derhalve , o mijne Koningin ! geef uw woord van ja, en wees de oorzaak niet, dat het heil der wereld, hetwelk van u afhangt, nog langer worde uitgesteld. Doch verheugen wij ons; want ziet, Maria antwoordt den engel : u zie, ik ben de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.quot;
392 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Zie, zeide zij ik ben eene dienstmaagd des Heeren, die doen moet, wat Hij van haar verlangt : indien de Heer zijne dienstmaagd voor zijne moeder kiest, zoo moet men niet de dienstmaagd, maar de goedheid des Heeren prijzen, die haar zoo hoog heeft willen verheffen.
o Nederige Maagd Maria! door uwe nederigheid hebt gij uwen God tot zuo groote liefde jegens u ingenomen , dat gij Hem daardoor bewogen hebt, uw Zoon en onze Verlosser te worden. Ik weet het, dat uw Zoon u niets weigert van hetgene gij Hem vraagt ; zeg Hem dus, dat ik Hem alleen bemin : bid Hem, dat Hij mij alle beleedigingen, die ik Hem aangedaan heb, vergeve. Bid Hem, dat Hij mij de genade van volharding in het goede verleene. Met één woord , beveel Hem mijne ziel; want een Zoon, die u zoo innig bemint, kan u niets weigeren. O Maria ! gij moet maken dat ik zalig worde; gij zijt mijne hoop. Amen.
OVERWEGING
voor den feestdag der Bezoeking van Maria.
(2 Juli.)
1. Maria verlaat Nazareth , om zich naar de stad Hebron te begeven, welke (volgens Bro-cardus) twintig mijlen van daar gelegen was, zoodat Maria ten minsten zeven dagen op deze reis doorbracht; de weg liep over moeielijke bergen, en de H.Lucas bemerkt, dat Maria hare schreden verhaastte ; âzij ging met spoed over het gebergte.quot; (Luc. 1.29.) Maar zeg ons r,och, heilige Maagd, waarom onderneemt gij,deze lange en moeielijke reis, en waarom haast gij u zoo
VOOR DE FEESTDAGEN VAN MARIA. 393 zeer ? Ik wil eenen plicht, die mij de liefde des evenmenschen oplegt, vervullen, antwoordde Maria; ik wil een voom huisgezin troosten. Indien het dus uw plicht is, o groote Moeder Gods! anderen te troosten en genaden aan de zielen uit te deelen, o! zoo troost en bezoek ook mijne arme ziel. üw bezoek heiligde toen het geheele huis der heilige Elisabeth; kom , o Maria, heilig mij ook.
3. Overdenk, hoe de heilige Maagd in het huis der heilige Elisabeth aankomt. Reeds is zij de Moeder van God geworden, maar desniettegenstaande groet zij eerst hare nicht : n zij kwam in het huis en groette Elisabeth.quot;
Elisabeth was door God ingelicht, en wist reeds dat de Zoon Gods mensch geworden was, dat Hij de Zoon van Maria had willen worden; derhalve zeide zij tot Maria : w gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams!quot; Vol beschaming en te gelijk vol vreugde riep zij uit : van waar komt mij dit, dat de Moeder des Heeren tot mij komt? Hoe had ik nu eene zoo groote eer durven hopen, dat de Moeder Gods zelve mij komt bezoeken ? Wat antwoordde de ootmoedige Maagd wel op deze woorden ? Zij antwoordde : mjjne ziel verheft den Heer! quot; alsof zij gezegd had : gij looft mij Elisabeth; ik integendeel loof mijnen God, die mij, zijne ellendige dienstmaagd, tot de hoogste waardigheid van Zijne Moeder te worden, heeft .willen verheffen; âwant hij heeft op de verworpenheid zijner dienstmaagd neder gezien.quot; O heilige Maagd Maria! gij deelt aan allen, die daarom bidden zoo groote genaden uit; daarom bid ik u, wil mij uwe ootmoedigheid verwerven. Gij erkent dat gij voor God niets zijt: maar zie,
394 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
ik ben zelfs nog ellendiger dan een niet, wijl ik niet alleen niets, maar tegeliik ook een zondaar ben. Gij kunt het bewerken, o Maria! dat ik ootmoedig worde ; doe het derhalve uit liefde voor God, die u tot zijne Moeder verkoren heeft.
3. Maar wat geschiedde als Elisabeth de groe-tenis van Maria hoorde! â Als Elisabeth de groe-tenis van Maria hoorde, sprong het kind van vreugde in haren schoot op, en Elisabeth werd met den heiligen Geest vervuld.quot; (Luc. 1. 14.) De heilige Joannes sprong van vreugde op, wijl hem nu reeds de heiligmakende genade, nog eer hij geboren was, gegeven werd. Elisabeth werd van den heiligen Geest vervuld, en Zacharias, de vader van den H. Joannes den Dooper, moest kort daarna hierdoor getroost worden , dat hij het gebruik der spraak terugkreeg.
Zoo is het dan maar al te waar, dat door uwe tussohenkomst, o mijne Koningin en Moeder Gods ! genaden uitgedeeld en de zielen geheiligd worden. Vergeet mij dus niet, o mijne lieve Moeder Maria I mij, die uw arme dienaar ben, die u lief heb en al mijne hoop op u vestig. God; die u zoo groote liefde toedraagt, verhoort al uwe smeekingen; hierom, mijne lieve Moeder! bid voor mij en maak dat ik heilig worde.
OVERWEGING
voor het feest der lltmelvaart van Maria.
(15 Augustus.)
1. Maria sterft; maar hoedanig is haar dood? Zij sterft geheel vrij van alle aangekleefdheid aan geschapene dingen. Zij sterft geheel vervuld van die goddelijke liefde, waarmede zij 'geheel haar
VOOR DE FEESTDAGEN VAN MARIA. 395 leven door bezield was, en die Laar heilig liart ten eenemaal ontvlamd had.
o Heilige Moeder Maria! gij verlaat de aarde, doeh gij vergeet ons ellendige ballingen niet, die in dit tranendal moesten blijven, waar ons zoo vele vijanden bestrijden, die niets anders wenschen, dan om ons voor de gansche eeuwigheid ongelukkig te maken. Ach! door de verdiensten van uwen heiligen dood, verkrijg ons de genade, dat wij de aardsche dingen meer en meer vaarwel zeggen, dat God ons onze zonden vergeve, dat wij Hem beminnen en tot aan den dood in zijne genade volharden; en wanneer ons laatste uur zal gekomen zijn , o dan sta ons bij door uw gebed in den hemel, en maak dat wij u alsdan in den Hemel onze dankbaarheid kunnen bewijzen.
2. Maria sterft; haar heilig lichaam wordt door de Apostelen naar het graf gedragen en nedergelegd, de engelen bewaken hetzelve daar drie dagen, waarna zij het ten hemel opvoeren. Maar de heilige ziel van Maria, van het lichaam gescheiden, gaat rechtstreeks, door ontelbare engelen en van haren Zoon vergezeld, in het rijk der gelukzaligen. Maria in den hemel gekomen, ottert zich geheel aan God den Heer op; zü aanbidt en dankt Hem, met onuitsprekelijke liefde, voor zoo vele genaden die Hij haar geschonken heeft. God de Heer omhelst en zegent haar, maakt haar tot Koningin des hemels, en verheft haar boven alle Enarelen en Heiligen, gelijk ons dit door de heilige Kerk geleerd wordt. Wanneer, volgens het woord des Apostels, het menschelijk verstand de groote heerlijkheid niet kan bevatten, welke God aan zijne dienaren hier op aarde, in
396 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
den hemel bereid heeft: o hoe groot mag dan wel de heerlijkheid zijn, die Hij zijne heilige Moeder toegekend heeft, dewijl zij Hem op aarde meer bemind heeft dan alle Heiligen en Engelen, en dit uit al hare krachten; zoo dat Maria alleen, in den hemel aangekomen, tot God kende spreken; indien ik, o mijn God, U op aarde niet lief gehad heb, zoo als Gij het verdient, dan heb ik U toch ten minste zoo zeer bemind, als het mijne krachten toelieten.
3. Verblijden wij ons derhalve met Maria over de glorie waarmede God haar verrijkt heeft; verblijden wij ons ook om onzentwille, wijl Maria, toen zij eene Koningin der wereld geworden is, ook teven.j onze voorspreekster geworden is. Zij is eene zoo barmhartige voorspreekster, dat zij gaarne alle zondaars aanneemt, die zich haar aanbevelen, en te gelijker tijd heeft zij eenen zoo grooten invloed op onzen Hechter, dat zij alle rechtszaken wint, die haar aanvertrouwd zijn.
ó Mijne Koningin en voorspreekster Maria! in uwe handen ligt mijn heil. Indien gij voor mij bidt, dan zal ik zalig worden; zeg uwen Zoon dat het uw wil is, dat ik in den Hemel kome; alles wat gij Hem vraagt, geeft Hij u. O Maria! ons leven, onze zoetheid, onze hoop! bid Jesus voor ons.
OVERWEGING voor den feestdag der Geboorte van Maria.
(8 September.)
1. Vóór de geboorte van Maria lag de geheele wereld in de duisternis der zonde begraven. Met
VOOR DE FEESTDAGEN VAK MARIA. 397 de geboorte van Maria brak de dageraad aan, zegt een Heilige. Van Maria wordt er in de heilige Schrift gezegd : â wie is zij, die daar komt aangetreden als een opgaande dageraad.quot; (Hoogl) Alles verheugt zinh, zoodra de dageraad verschijnt , want hij is de voorbode van den zonsopgang. â Gelijkerwijs verheugde zich de wereld toen Maria geboren werd, wijl zij een voorbode was van de zon der gerechtigheid, dat is van Jesus Christus, die, nadat Hij haar Zoon geworden was, ons wilde zalig maken. Derhalve roept ook de heilige Kerk uit : uwe geboorte o heilige Maagd en Moeder Gods! heeft de ge-heele wereld met vreugde vervuld; want uit u is de zon der gerechtigheid geboren, die ons het eeuwige leven heeft aangebracht. Zoo werd bij de geboorte van Maria het geneesmiddel voor onze kwaal, onzen troost en ons heil geboren : want door Maria hebben wij onzen Zaligmaker ontvangen.
2. Terwijl deze heilige Maagd bestemd was, de Moeder van het eeuwig Woord te worden, zoo verrijkte God haar met zoovele genaden, dat van het eerste oogenblik harer onbevlekte ontvangenis, hare heiligheid, de heiligheid van alle Heiligen en Engelen te zamen overtrof ; zij ontving namelijk genaden van hoogeren aard, gelijk de hooge waardigheid van eene Moeder Gods vorderde.
Zie, ik arme zondaar, begroet en vereer u heden, c heilig kind Maria! gij zijt vol van genade, gij zijt dus de geliefde, de vreugde van uwen God. Heb derhalve medelijden met mij, die door mijne zonden een voorwerp van haat en afschuw aan God geweest ben.
Gij, allerzuiverste Maagd! hebt van uwe
26
398 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
teederste jeugd in zoo hoogen graad de liefde van uwen God weten te verkrijgen, dat Hij u niets kan weigeren; dat Hij u alles verleent, waar gij Hem om bid. Op u stel ik mijne hoop; bid uwen God voor mij, en ik zal zeker niet verloren gaan.
3. Terwijl Maria tot Moeder van onzen Zaligmaker bestemd was, zoo wilde God ook dat zij eene middelares tusschen God en ons zondaren zoude worden ; daarom, zegt de H. Thomas, ontving Maria zoo vele genaden als noodig waren, om alle mensclien zalig te maken, en de H. Ber-nardus noemt Maria : eene volle waterleiding, aan welker volheid wij allen deelen.
O mijne Koningin Maria! o Middelares der zondaars! kwijt uwen plicht aan mij, bid God voor mij. Mijne zonden, o machtige Moeder Gods, zullen mijn vertrouwen op u niet verminderen. Neen, ik vestig mijn hoop op u, en mijn vertrouwen is zoo groot, dat, wanneer mijne zaligheid van mij zeiven afhing, ik deze dan nog liever aan u dan aan mij zeiven zou toevertrouwen. O Maria ! neem mij onder uwe bescherming, alsdan ben ik tevreden.
OVERWEGING
voor het feest der Opoffering van Maria.
(21 November.)
1. Het heilig kind Maria was nauwelijks drie jaren oud, of het bad hare vrome ouders reeds, dat zij haar mochten toestaan zich in den tempel op te sluiten, zooals zij dit aan God beloofd hadden. Als de daartoe bestemde dag gekomen was, zoo reisde de onbevlekte jonkvrouw Maria met den H. Joachim en met do heilige Anna
VOOR DB FEESTDAGEN VAN MAEIA. 399 van Nazareth weg. Eene menigte engelen vergezelden het heilige kind, dat naderhand de Moeder van haren Schepper moest worden. Begeef u, roept de heilige Germanus tot Maria, begeef u, o heilige Maagd, ia het huis des Heeren, eu wacht daar de aankomst van den heiligen Geest af, die u tot Moeder van het eeuwig Woord zal maken.
3. Als de heilige reizigers in den tempel te Jeruzalem gekomen zijn, zoo wendt zich het heilige kind Maria tot hare ouders, knielt neder, kust hunne handen, en bidt hen om hunnen zegen. Vervolgens bestijgt de heilige jonge Maagd, zonder om te zien, de trappen des tempels, verzaakt voor altijd aan de wereld en aan alles wat de wereld ons kan geven, geeft zich aan God over, en wijdt zich geheel toe aan zijnen dienst. Het leven, dat Maria verders ia den tempel voerde, was eene voortdurende oefening der liefde Gods en opoffering van zich zelve. Elk uur, ja ieder oogenblik nam Maria toe in deugden. Het is zeker dat Gods genade op eene bijzondere wijze in haar werkte, maar desniettegenstaande was zij er allerzorgvuldigst op bedacht, om uit al hare krachten met Gods genade mede te werken. â Eens verscheen de allerzaligste Maagd aan de H. Elisabeth en sprak : meent gij mijne dochter, dat ik de deugden zonder moeite verkregen heb ? weet dat ik niet eene enkele genade, zonder aanhoudend gebed, zonder vurige begeerte, zonder vele tranen en boetplegingen van God bekomen heb.
3. In den tempel deed Maria niets anders dan bidden; daar zij wist dat de menschen zich in het verderf gestort hadden en een voorwerp van Gods haat geworden waren, zoo bad zij den Heer
400 GODVEUCHTIGE OEFENINGEN
hoofdzakelijk, dat Hij den Messias mochte zenden. Toenmaals had zij gewenscht de dienstmaagd van die gelukkige jonkvrouw te mogen zijn, die bestemd was om de Moeder van haren God te worden. Wie had alsdan tot haar durven zeggen : heilige Maagd ! weet dat de Zoon Gods, om uw gebed, reeds bereid is op de wereld te komen om de menschen te verlossen; maar weet ook, dat gij die hooggezegende zijt, die uitverkoren is om de Moeder haars Scheppers te worden.
6 Heilig kind, o geliefd kind van uwen God! gij bidt voor allen, bid ook voor mij ; van uwe kindsheid af hebt gij u geheel aan de liefde van uwen God toegewijd, o ! verkrijg mij de genade, dat ik ten minste de nog overige dagen mijns levens alleen voor God leve. â Naar uw voorbeeld, zeg ik van heden af vaarwel aan alle schepselen, en geef mij geheel over aan de liefde van mijnen God. God! aan U offer ik mij op. O mijne Koningin! van dezen dag te beginnen, wil ik uw dienaar zijn. Neem mij aan tot uwen dienaar, en verkrijg mij de genade om uwen Zoon getrouw te blijven, opdat ik u eens in den hemel voor alle eeuwigheid kan loven en beminnen.
O VEEWEGING
voor liet feest der onbevlekte Ontvangenis van Maria.
(8 December.)
Het was betamelijk, dat de drie goddelijke personen der heilige Drievuldigheid Maria voor de erfzonde bewaarden. Het was betamelijk, dat de eeuwige Vader zulks deed, wijl Maria zijne eerst-
VOOR DE FEESTDAGEN VAK MARIA. 401 geborene dochter was. Even als Jesus de eerstgeborene des Heeren was ; » de eerstgeboren voor alle schepselen,quot; (Col. 1.) zoo werd ook Maria, die tot Moeder van Jesus bestemd was, altijd als de eerstgeborene en van den Heer aangeno-mene Dochter beschouwd, en derhalve was zij ook altijd door de goddelijke genade, een eigendom des Vaders.
Het was betamelijk, dat de eeuwige Vader, om zijnen goddelijken Zoon te eeren, deszelfs Moeder van alle vlek der zonden bewaarde. En ook daarom was het betamelijk, omdat deze heilige Maagd bestemd was het hoofd der helsche slang, die de menschen verleid had, te verpletteren, gelijk er in de hoilisre Schrift gezegd wordt : zij zal uw hoofd verpletteren. (Gen. 3. 15.) Hoe was het dan wel mogelijk geweest, indien zij zelve onder de heerschappij des duivels geleefd had ? Bovendien was Maria verkoren, eene voorspreekster der zondaars te zijn, en daarom was het betamelijk, dat God haar voor alle zondenschuld bewaarde, opdat zij niet zelve met de schuld der menschen, welker vergiffenis zij verbidden moest, beladen ware.
3, Het was betamelijk, dat de goddelijke Zoon, eene van alle schuld zuivere Moeder had. Jesus zelf had Maria tot zijne Moeder gekozen; wie zoude gelooven, dat een Zoon, die eene Koningin tot Moeder kon hebben, zich eene slavin zou kiezen ? en hoe kan men denken, dat het eeuwig Woord, hetwelk eene vlekkelooze en door de liefde altijd met God vereenigde Moeder kon hebben, eene Moeder zou verkiezen die door de zonde was besmet geweest, en die eenen tijd lang in de vijandschap van God geleefd had ? Bovendien moeten wij, zegt de H. Augustinus s
403 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
gedenken, dat het vleesch van Christus het vleesch van Maria is. Zeker had de Zoon Gods zijn heilig lichaam niet van eene heilige Agnes, niet van eene heilige Gertrudis of Theresia willen aannemen , wijl deze heilige Maagden voor hunnen doop door de zonde bevlekt waren, en wijl alsdan de duivel aan Christus, den Heer, het verwijt had kunnen doen, dat Hij zijn lichaam van een schepsel ontvangen had, dat hem eenigen tijd was onderworpen geweest.
Edoch, Jesus voelde volstrekt geenen afkeer uit Maria mensch te worden; wijl zij namelijk altijd geheel zuiver en onbevlekt gebleven was. De H. Thomas zegt, dat Maria van God bewaard werd, zoodat zij niet eene fout beging, ook niet de minste, wijl dit aan de hooge waardigheid van de Moeder Gods niet betaamd had. Maar hoe vele onwaardigen waren er wel vóórhaar geweest, indien zij met de erfzonde, waardoor de ziel een voorwerp van den goddelijken haat wordt, was bevlekt geworden ?
4. Het betaamde ook, dat Maria als eene geliefde Bruid van den heiligen Geest eene onbevlekte Maagd was. Nadat de verlossing der zondige menschen besloten was, zoo wilde de heilige Geest, dat zijne heilige Bruid op eene verhevener wijze dan alle andere menschen verlost wierde, en derhalve bewaarde Hij haar voor alle zonden. Indien God het lichaam van Maria na haren dood van bederf bewaarde, o met hoeveel meer reden moeten wij dan gelooven, dat Hij hare ziel voor het bederf der zonden behoed heeft. Daarom noemt haar hemelsche Bruidegom haar : een gesloten hof, eene verzegelde bron, wijl de vijanden der gezegende ziel van Maria daartoe geenen ingang vinden. Hij verkondigt
VOOH DE FEESTDAGEN VAN MARIA. 408 haren lof, en noemt liaar geheel schoon, en zegt, dat zij altijd zijne vriendin geweest en dat zij geheel zuiver is : «geheel schoon zijt gij mijne vriendin, en er is geene vlek in u.quot; (Hoogl. 4' 7.) O mijne beminnenswaardige Koningin! ik verblijd mij daarover, dat gij door uwe schoonheid en heilige reinheid uwen God zoo aangenaam zijt, en ik dank God, dat Hij u voor alle schuld bewaard heeft. O mijne Koningin! wijl de gansche heilige Drievuldigheid u zoo lief heeft, zoo wend ook uwe barmhartige oogen op mijne ziel, die met zoo vele zonden beladen is, en verwerf mij bij God vergiffenis mijner zonden en de eeuwige zaligheid. Zie genadig op mij neder, en verander mijn arm hart door uwe liefelijkheid. O heilige Maagd Maria! gij hebt reeds zoo vele harten met uwe liefde ontvlamd, ontvlam ook heden mijn hart, opdat ik in het vervolg niets beminne dan God en u. Gij weet het, dat ik al mijne hoop op u gesteld heb. O mijne lieve Moeder! verlaat mij niet, sta mij bij zoo lang ik leef, door uw heilig gebed. Doch bijzonder sta mij bij in het uur mijns doods ; maak dat ik u alsdan aanroepe, dat ik u alsdan liefhebbe; opdat ik u de gansche eeuwigheid door in den hemel kan beminnen. Amen.
ZESDE DEEL.
GODVRUCHTIGE OEFEKIKGEH
TOT
DEN HEILIGEN JOSEF,
Voor iederen dag der week, die men de zeven woensdagen welke zijnen feestdag voorafgaan, of de week voor en na denzelven kan verrichten.
Over de yodsvrucht tot den heiligen Josef.
Het voorbeeld van Jesus Christus, die, als Hij hier op de aarde wandelde, den H. Josef zoo zeer eerde, en hem zijn geheel leven lang gehoorzaamde, moet meer dan genoeg zijn om alle harten met liefde en godsvrucht tot dezen grooten Heiligen to ontvlammen. Van het oogenblik af, dat God den H. Josef voor zijnen plaatsbekleeder gekozen had, aanzag onze Zaligmaker hem als zijnen eigen vader, enlt; als zoodanig eerde en gehoorzaamde Hij hem 30 jaren lang. w Hij was hem onderdanig.'- (Lue. 31.) Dit beteekent, dat de eenigste zorg van onzen Zaligmaker daarin bestond, aan Maria en den H. Josef te gehoorzamen. De H. Josef, die aan het hoofd van deze kleine familie gesteld was, had het ambt van te gebieden, en Jesus, die hem onderworpen was, moest gehoorzamen; zoodat Hij geenen voetstap ging, noch spijs, noch drank of rust genoot, zonder eerst de toestemming van den H. Josef daartoe bekomen te hebben. De Heer zeicle eens
406 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Hetzelfde hebben ook andere personen ondervonden , aan welke ik geraden had zich aan hem aan te bevelen. Ik zou gaarne iedereen aanmoedigen, om dezen glorierijken Heilige zeer te vereeren, omdat ik zoo dikwijls de ondervinding gehad heb, dat hij zoo veel goed bij God bekomen kan. Ik heb nooit iemand gekend, die tot hem eene oprecht hartelijke godsvrucht gehad en hem bijzonder geëerd heeft, in wien ik ook niet eenen grooten voortgang in de deugden bemerkt heb. Sedert vele jaren verlang ik, op zijne feestdagen, eene bijzondere genade van hem, en telkens wordt mijne bede vervuld. Indien er iemand is, die mij niet gelooven wil, o ik bid hem in den naam van God dit te beproeven. â Ik begrijp niet, hoe men aan Maria, de Koningin der engelen, en aan den tijd toen zij met het kindje Jesus op deze aarde leefde, kan denken, zonder te gelijker tijd den heiligen Josef te danken voor de getrouwe dienst, die hij toen aan de Moeder en aan het Kind bewezen heeft. De H. Bernardinus van Senen zegt dan roet recht; â dat men niet twijfelen kan, dat onze Zaligmaker, die den heiligen Josef hier op aarde als zijnen Vader geëerd heeft, hem in den hemel niet alleen niets weigeren, maar hem alles zal geven wat hij zal vragen.quot; Daar wij allen sterven moeten, zoo laat ons den H. Josef op eene gansch bijzondere wijze eeren , om door hem eenen zaligen dood te bekomen, want alle Christenen aanzien hem als den voorspreker der stervenden, die zijne dienaars in het uur des doods bijstaat. En dat om drie redenen.
Ten eerste: omdat Jesus hem niet alleen als vriend, maar als vader bemint. Daarom is het ook dat zijne voorspraak veel machtiger is, dan
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 407
die van eenen anderen Heiligen. Gerson zegt: dat de gebeden van den H. Josef in zekeren zin bij Jesus bevelen zijn.
Ten tweede ; omdat de H. Josef eene bijzondere macht bekomen heeft tegen- de booze geesten, die ons in het uur des doods aanvallen. Dewijl Josef onzen Zaligmaker van de vervolging van Herodes bevrijd heeft, daarom heeft God hem de macht gegeven, de stervenden van de vervolgingen des duivels te bevrijden.
Ten derde ; den bijstand, welken Jesus en Maria aan den H. Josef in zijn doodsuur bewezen hebben, heeft hem het voorrecht gegeven, ook voor zijne getrouwe dienaars eenen heiligen en zoeten dood te verkrijgen. Indien zij hem derhalve in hun doodsuur aanroepen, zal hij hen niet alleen bijstaan, maar hij zal ook nog zorgen, dat Jesus en Maria hen te hulp komen.
GEBED
dat men voor of na iedere meditatie over den H. Josef zelf lezen kan. (i)
De 7 smarten en de 7 vreugden van den U. Josef.
I.
Zuivere Bruidegom der allerheiligste Maagd Maria! Heilige Josef! hoe schrikkelijk ook de smart was, die gij uitgestaan hebt, als gij meen-
(1) Men kan dagelijks, zoo men dit gebed leest, 100 dagen en de woensdagen 300 dagen aflaat verdienen; den 19 Maart en den derden Zondag na Paachen, kan men eenen vollen aflaat verdienen; alsook alle maanden, indien men het dagelijks bidt.
408 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
det dat gij uwe heilige en onbevlekte Bruid moest verlaten, even zoo groot was ook de vreugde die gij gevoeldet, als de engel u het geheim der menschwording van Jesus Christus verkondigde.
Wjj bidden u, om deze smarten en deze vreugd, ons nu en in het uur des doods te troosten; verkrijg ons van God de genade, om gelijk gij, zalig in de armen van Jesus en Maria te leven en te sterven.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
II.
ö Gelukzalige Patriarch, glorierijke Josef! die tot de hooge waardigheid van voedstervader des menschgeworden Woords verheven geweest zijt : de smart, welke gij gevoeldet, als gij het Kindje Jesus zoo arm zaagt geboren worden, veranderde zich welhaast in eene heilige vreugd, als gij het gezang der engelen hoordet, als gij zaagt al hetgeen in dezen vreugdevollen nacht geschiedde.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, verkrijg ons de genade, dat wij, als wij deze wereld verlaten, het heilig gezang der engelen hooren, en de heerlijkheid des hemels voor alle eeuwis:heid genieten mogen.
1 Onze Vader, ] Wees gegroet, l Glorie zij den Vader.
III.
ö Heerlijke H. Josef! volkomen vervuiler der goddelijke wet: uw hart was vol smarten, als gij zaagt hoe dat goddelijk Kindje in de besnijdenis zijn kostbaar bloed vergoot; maar gij wordt
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 409
wederom met vrede en troost vervuld, als men het den naam Jezus gaf.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, verkrijg ons de genade, dat, na hier op aarde de zonden uit onze harten gebannen te hebben, wij vol vreugde den dood mogen omhelzen, en alsdan met hart en mond den heiligen Naam Jesus aanroepen.
1. Onze Vader, 1. Weesgegroet, 1. Glorie zij den Vader.
IV.
O glorierijke H. Josef! aan wien, om uwe getrouwheid , de geheimen onzer verlossing geopenbaard werden : ofschoon u de voorzegging van Simeon, die u verkondigde wat Jesus en Maria zouden moeten lijden, eene schrikkelijke smart veroorzaakte, zoo gaf zij u ook terzelfder tijd eene groote vreugde, ziende dat de eeuwige zaligheid van eene ontelbare menigte zielen uit dat lijden zou volgen.
Wij bidden u om deze smart en deze vreugd, bid God, dat wij ook onder het getal dergenen mogen zijn, die door de verdiensten van Jesus Christus en door de voorspraak van Maria tot het eeuwig leven verrijzen.
1. Onze Vader, 1. Wees gegroet, 1. Glorie zij den Vader.
V.
O getrouwe bewaarder van den menschgewor-den Zoon Gods, roemrijke H. Josef! hoe veel hebt gij moeten lijden om den Zoon Gods te dienen, en om voor Hem het noodzakelijke onderhoud te kunnen bezorgen, bijzonderlijk gedurende de vlucht naar Egypte, maar hoe groot moet ook uwe vreugde geweest zijn, van altijd met den
410 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Zoon van uwen God te kunnen leven, en te zien hoe de afgodsbeelden bij zijne aankomst in Egypte nedervielen.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, dat gij door uwe voorspraak wilt bewerken, dat wij altijd den helschen vijand van ons afkeeren, bijzonder met de gelegenheid der zonden te vluchten , en dat wij alzoo de genaden verdienen, dat alle afgodsbeelden, te weten : de aardsche neigingen in onze harten, vernietigd worden; en dat wij in den dienst van Jesus en Maria alleen voor hen leven, en vol vreugd in hunne armen sterven mogen.
1. Onze Vader, 1. Wets gegroetgt; 1. Glorie zij den Vader.
VI.
0 glorierijke H. Josef! gij die eenen engel op aarde waart en die gansch verwonderd zaagt hoe de Koning des hemels aan uwe bevelen gehoorzaamde : de vreugd die gij gevoeldet als gij Jesus uit Egypte wederbracht, werd gestoord door de vrees van Arehelaus; maar nadat de engel u verzekerd had, bleeft gij gaarne te .Nazareth in het gezelschap van Jesus en Maria.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, dat wij zonder angst en vrees gerust met Jesus en Maria vereenigd mogen leven, en dat wij in ons doodsuur onze zielen in hunne landen mogen overgeven.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, \ Glorie zij den Vader.
VIL
O voorbeeld van heiligheid, heerlijke H. Josef! gij zocht drie dagen lang met de groptste smarten het kindje Jesus, hetwelk gij zonder uwe
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 411
schuld verloren hadt. maar in uw gansch leven hebt gij ook geene grootere vreugde gevoeld, dan toen gij Hem eindelijk in den tempel onder de leeraars der wet wedervondt.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, bid God voor ons, dat Hij nooit toelate dat wij nog het ongeluk hebben Jesus Christus door de doodzonde te verliezen, en dat, indien dit allergrootste ongeluk ons overkwam, wij Hem terstond vol droefheid mogen wederzoeken, totdat Hij ons opnieuw genadig wil zijn, bijzonder in het uur onzes doods; opdat wij, daarna in den hemel met u vereenigd, zijne oneindige barmhartigheid, de altijddurende eeuwigheid door mogen loven.
I Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Jesus was 30 jaren oud als men Hem voor den zoon van Josef hield.
v. Bid voor ons, heilige Josef.
a. Opdat wij deelachtig worden der beloften van Christus.
Gebed.
O God! wiens onbegrijpelijke voorzienigheid den H. Josef tot bruidegom van uwe allerheiligste Moeder gekozen heeft : wij bidden U, maak, daar wij hem als onzen bewaarder op de aarde eeren, dat wij mogen verdienen hem in den hemel tot voorspreker te hebben bij U, o God, die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
VOOR DEN EEESTEN WOENSDAG.
OF VOO» DEN MAANDAG.
De rein naar Bethléhem, waar Jesus géboren werd.
1. âEn Josef ging uit van Galilea, van de stad Nazareth naar Judea, in de stad van David, welke Bethlehem genoemd wordt.quot; O! hoe stichtend en hartroerend moet de onderhouding van Josef en Maria op deze reis geweest zijn, als zij spraken van de barmhartigheid Gods, die zijnen eenigen Zoon in de wereld ging zenden, om alle menschen zalig te maken; als zij zich over de liefde van den Zoon Gods onderhielden, die in dit tranendal wilde komen, om door zijn lijden en door zijnen dood, voor de zonden der menschen te voldoen.
3. Maar groot was de smart van den heiligen J osef, als men hem en Maria dien nacht, in welken het eeuwig Woord geboren werd, nergens in Bethlehem wilde ontvangen, zoodat zij gedwongen waren in eenen stal eene schuilplaats te zoeken. O, hoeveel moest niet de H. Josef lijden, als hij zijne heilige Bruid aanschouwde: Maria eene maagd van vijftien jaren, die gansch nabij hare verlossing, in deze natte en van alle kanten opene spelonk, van koude sidderde.
3. Maar onbeschrijfelijk groot was zijne vreugd, als plotseling Maria hem toeriep : kom Josef, kom wij zullen ons goddelijk Kindje aanbidden, het is reeds in dezen donkeren stal geboren, zie toch, hoe schoon het is; zie, in deze krib ligt op een weinig stroo de Heer der gansche wereld! zie, hoe Hij van koude beeft. Hij die de Engelen des hemels door zijne liefde ontvlamt; zie hoe Hij weent. Hij die de blijdschap der geluk-
412
TOT DEN HEILIGEN' JOSEF. 413
zaligen in den hemel uitmaakt! Wie kan de, liefde en vreugde van den H. Josef begrijpen, als hij met zijne eigene oogen den Zoon Gods, die een klein kind geworden was, aanschouwende; als hij de Engelen hoorde, die hunnen nieuwgeboren Heer omringden en zijnen lof zongen; als hij den stal helder verlicht zag. Daar viel Josef weenend van blijdschap op zijne knieën, en riep uit : ik aanbid U, Heer mijn God! welk geluk, dat ik, na Maria, de eerste ben die ü hier op aarde gezien heb ! O hoe gelukkig ben ik, want ik weet dat Gij in de wereld voor mijn kind gehouden en mijn zoon zult genoemd worden! O, zoo duld dan ook dat ik U van nu af mijnen Zoon, mijnen God noome ; dat ik mij gansch aan U geve, ik wil niet meer voor mij, maar voor U alleen leven; ja mijn leven zal mij voortaan alleen dienen, om U, mijnen Heer en mijnen God, te beminnen en te dienen. â Maar de blijdschap van den heiligen Josef werd nog zeer vergroot, als hij in dienzelfden nacht de herders, door een Engel geroepen om hunnen nieuwgeboren Zaligmaker te aanbidden, zag komen, en toen later de heilige drie Koningen uit ver afgelegene landen aankwamen, om den Koning des hemels te vereeren, die op de wereld gekomen was om ons, zijne schepselen, zalig te maken.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ik bid u, o heilige Josef, om de smarten die gij uitgestaan hebt, als gij het goddelijk Woord in eenen stal, zoo arm, zonder windsel, in den kouden nacht aanschouwende, en als gij het van koude zaagt beven en weenen. Verkrijg mij ware droefheid over mijne zonden, -want zij zijn de oorzaak geweest dat Jesus toen geweend heeft.
27
414 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Maar ik bid u ook, door den troost, dien gij gevoeldet, als gij voor de eerste maal dat schoon en lief kindje Jesus in de kribbe aanschowdet, (want van dat oogenblik af brandet gij van liefde tot een zoo minnelijk en liefwaardig kind) verkrijg mij de genade, dat ook ik, hier op de aarde, eene groote liefde tot Jesus bekome, opdat ik Hem eens, voor de geheele eeuwigheid, in den hemel bezitte en beminne.
Heilige Maagd Maria I beveel mij aan uwen Zoon, en bid Hem dat Hij mij alle beleedigin-gen, die ik Hem aangedaan heb, vergeve; verkrijg mij de genade Hem nooit meer te belee-digen. Vergeef mij, allerminnelijkste Jesus, uit liefde tot Maria en tot den^ H. Josef, en geef mij de genade U eens in den hemel te aanschouwen, om U aldaar te loven over uwe schoonheid en goedheid, die U bewogen heeft uit liefde tot mij een klein kind te worden. â Ik bemin ü , oneindige goedheid; ik bemin U, o mijn Jesus, mijn God , mijne liefde, mijn al!
VOOR DEN TWEEDEN WOENSDAG.
OF VOOR DEN DINSDAG.
Be reis mar Egypte.
1. Zie, de Engel des Heeren verscheen aan Josef in den slaap, en zeide : n sta op, en neem het Kind en zijne Moeder, en vlucht naar Egypte.quot; Nadat de heilige drie Koningen aan Herodes getoond hadden, dat de Koning der Joden reeds geboren was, beval deze wreede vorat, dat men alle kinderen die men in Bethlehem kon vinden, moest vermoorden. Maar God wilde toen zijnen Zoon nog sparen, en zond daarom eenen Engel,
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 415
om aan den H. Josef te zeggen, dat hij spoedig met de Moeder en het Kind naar Egypte moest vluchten. Laat ons hier bewonderen, hoe gewillig de gehoorzaamheid van den H. Josef was, die, ofschoon de Engel hem niet juist den tijd van het vertrek voorgeschreven had, evenwel, zonder lang te denken, wanneer en hoe hij deze reis op het beste kon doen , zonder te weten, welke streek hij in Egypte tot verblijfplaats zou verkiezen , terstond tot het vertrek bereid was. Hij ging alzoo zonder uitstel Maria dit bevel te kennen geven , en in denzelfden nacht nog begaf hij zich alleen met de allerheiligste Maagd en met het goddelijk Kind, zonder leidsman op deze moeielijke reis naar Egypte, waar men niet komen kan dan door wildernissen en over bergen, zonder weg- of aanwijzer, en hetwelk vele dagreizen van Bethlehem gelegen is. O hoe veel moest de H. Josef op deze reis lijden, als hij zag wat Maria uit te staan had, die met haar allerliefst Kind in hare armen (want nu eens moest Maria, dan de H. Josef hezelve dragen) niet gewoon was eene zoo moeielijke reis, in het midden van den winter, door wind en regen te maken, waarbij zij nog vreesden ieder oogenblik door de soldaten van Herodes aangetroffen te worden.
Hun voedsel op deze reis was een weinig brood, dat zij van huis medegenomen of onder weg gebedeld hadden, hunne nachtrust was nu eens in eene ellendige hut, en dan eens onder den blauwen hemel. Alhoewel de H. Josef geheel in den wil des eeuwigen Vaders, die zijnen god-delijken Zoon reeds als klein kind wilde zien lijden, om voor de zonden der menschen te voldoen, overgegeven was, zoo moest zijn teeder en liefdevol hart toch de grootste smarten uitstaan.
4] 6 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
als hij zijnen Zaligmaker, dat liefste kindje, van
koude en pijn zag sidderen en weenen.
2. Overdenk hier ook nog, lieve ziel, wat Josef gedurende het zevenjarig verblijf in Egypte te lijden had. Hij leefde aldaar onder de Heidenen, onder een vreemd volk, onbekend en zonder vrienden of bloedverwanten die hem konden bijstaan ; daarom zegt de H. Bernardus : « dat om Maria en het goddelijk Kind, hetwelk alle men-schen en dieren voedsel geeft; te kunnen onderhouden , de heilige Josef dag en nacht moest arbeiden.quot;
GEVOELENS EN GEBEDEN.
O mijn heilige Voorspreker! dewijl gij altijd zoo vaardig aan den wil van uwen God gehoor-zaamdet, verkrijg mij van uwen Jesus de genade om al zijne geboden op het volmaaktste te vervullen. Bekom mij ook op mijne reis naar de eeuwigheid, op welke ik nog zoo veel vijanden ontmoeten zal, de genade om altijd in het gezelschap van Jesus en Maria te blijven; want zoo zij mij vergezellen, zal mij alle moeite van dit leven en zelfs van den dood, zoet en lief zijn.
Heilige Maria, Moeder G-ods ! door het lijden dat gij , o teedere Maagd , op de reis naar Egypte uitgestaan hebt ; verkrijg mij krackt om alle moeielij kheden, die mij nog zullen overkomen, met geduld en overgeving te lijden.
O mijn liefwaardig kindje Jesus ! ontferm U mijner. Gij, mijn Heer en mijn God, die toch onschuldig waart, wildet reeds toen als een klein kind zoo veel voor mij lijden ; en ik zondaar, die zoo dikwijls de hel verdiend hob, ik word zoo ongeduldig en ontevreden, als ik maar iets voor U te lijden heb. Vergeef mij , mijn Zaligmaker!
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 417
want ik heb vatt besloten voortaan alles, wat Gij mij zult toezenden, geduldig te verdragen; ik ben bereid alle kruis en lijden , dat Gij mij zult toezenden, zonder morren aan te nemen. Maar help mij ook met uwe genade, want anders blijf ik niet getrouw. Ik bemin U, mijn Jesus, mijn schat, mijn al! ik bemin U, ik wil ü altijd beminnen; en om U te behagen, wil ik alles lijden wat Gij mij zult laten overkomen.
VOOR DEN DERDEN WOENSDAG.
OF VOOU DEN quot;WOENSDAG.
Het verlies van Jesus in den tempel.
1. //Het kind Jesus bleef' in Jeruzalem, en zijne ouders wisten het niet.quot; (Luc. 11. 43.) Als de tijd om uit Egypte terug te komen, daar was, zoo beval de Engel wederom aan den H. Josef, met het Kind en zijne Moeder naar Judea terug te keeren. De H. Bonaventura bemerkt, dat Josef en Maria op deze tweede reis nog meer dan op de eerste te lijden hadden; want daar Jesus toen omtrent zeven jaren oud was, zoo was Hij reeds te groot om op de armen gedragen te worden , en ook te zwak om eene zoo lange reis te voet te maken, waardoor dit allerliefwaardigste Kind ook zeer dikwijls van vermoeidheid nederviel.
2. Overweeg ook eens, lieve ziel, welke droefheid Josef en Maria gevoelen moesten, als zij na hunne terugkomst van Jeruzalem, Jesus in den tempel verloren hadden. De H. Josef was zoo zeer aan den omgang en aan het aanschouwen van zijnen lieven Zaligmaker gewoon; hoe groot moest dan zijne droefheid niet zijn, als hij drie dagen lang van Hem beroofd bleef, onzeker of
418 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
hij Hem nog ooit zou wedervindfn. Hij wist uiet waarom hij van Jesus afgescheiden was, en dit was zijne grootste droefheid; want dewijl hij zeer ootmoedig was, zoo vreesde hij dat, om eene fout die hij misschien begaan had, Jesus niet meer in zijn huis wilde leven en hem onwaardig hield, van met Hem om te gaan, van de eer voor Hem te zorgen en eenen zoo groo-ten schat te bewaren. Voor eene ziel die God alleen bemint, is er geene grootere pijn, dan de vrees Hem beleedigd te hebben. Josef en Maria brachten deze drie dagen zonder rust door; zij weenden zonder ophouden, en werden niet moede hunnen lieven Jesus te zoeken; gelijk Maria zelve aan Jesus zeide , nadat zij Hem in den tempel . wedergevonden hadden : â mijn Zoon! waarom hebt Gij zoo met ons gehandeld? zie, uw vader en ik hebben U met droefheid gezocht.quot; O mijn Zoon! welke bittere smarten hebt Gij ons drie dagen lang doen lijden; want al weenende hebben wij U zonder ophouden overal gezocht, zonder U te kunnen vinden, zonder het minste van U te vernemen.
3. Maar overdenk ook, geliefde ziel! de vreugde die de H. Josef gevoelde, na Jesus gevonden en vernomen te hebben, dat de oorzaak, waarom Jesus zich van hen verwijderd had, niet hunne schuld, maar alleen Zijn wensch, om de eer des eeuwigen Vaders te bevorderen geweest was.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Gij weent, o heilige Josef, omdat gij uwen Jesus verloren hebt; maar Gij hebt toch niet zijne liefde verloren. Hij heeft u altijd bemind, «n zijne liefde tot u is zoo groot geweest, dat Hij u tot zijnen voedstervader en beschermer
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 419
gekozen heeft. Laat mij weenen, die om de schepselen en mijne driften te kunnen volgen, zoo dikwijls mijnen God verlaten, verloren en zijne heilige genade veracht heb. Om de verdiensten dezer smart, die gij uitgestaan hebt toen gij Jesus verloren had, verkrijg mij de genade, dat ik gedurig de beleedigingen betveene, die ik mijnen Zaligmaker heb aangedaan. En om de vreugde die gij gevoeldet, als gij Hem in den tempel wedervondt, maak dat ik Hem ook weder-vinde, en, nadat Hij door zijne genade in mijn hart teruggekomen is, dat ik Hem nooit meer verlieze.
Allerliefste Moeder Maria! gij die de toevlucht der zondaars zijt : verlaat mij niet, heb medelijden met mij. Zoo ik ook vroeger uwen godde-lijken Zoon beleedigd heb, zie, nu berouwt het mij uit geheel mijn hart; nu ben ik bereid liever duizendmaal.het leven te verliezen, dan op nieuw aan zijne goddelijke genade te verzaken. Bid Hem dat Hij mij vergeve, en dat Hij mij de genade van volharding verleene.
Indien Gij, mijn lief waardigste Jesus ! mij nog niet vergeven hebt, och! zoo vergeef mij toch nu. Ik heb eenen afschrik aan alle beleedigingen, die ik U heb aangedaan. Zij doen mij zoo leed, dat ik verlang van droefheid te sterven. Ik bemin U, en dewijl ik U bemin, zoo acht ik uwe liefde en genade meer dan alle rijkdommen der wereld. Sta mij bij, mijn Jesus! opdat ik U altijd beminne, opdat ik U nooit meer beleedige.
420 GODVRTTCHTIGB OEFENINGEN
VOOR DEN VIEEDEN WOENSDAG.
OF VOOR DEN DONDERDAG.
Hoe de heilige Jonef hier op aarde altijd het (jezehchnp van Jesns genoot.
1. // En Hij (Jesus) ging met hen terug en kwam in Nazareth, en was hun onderdanig.quot; (Luc. 3. 15.) Nadat Jesus door Maria en Josef in den tempel wedergevonden was, keerde Hij-met hen naar Nazareth terug, alwaar hij in het gezelschap van den H. Josef, wien Hij als zijnen vader gehoorzaamde, tot diens dood zijn leven doorbracht. â Overdenk, geliefde ziel, welk heilig leven Josef bij Jesus en Maria leidde. In deze heilige Familie was men met niets anders bezig, dan met hetgene de eere Gods bevorderen kon; men dacht en wenschte niets anders dan God alleen te behagen; men sprak van niets anders dan van de liefde, die de menschen God schuldig zijn, en van de liefde van God tot ons, die zijnen eeniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, om voor de zaligheid der menschen te lijden en zijn leven in eene zee van smarten en verachting te verliezen. O, hoe vele tranen moeten Maria en Josef, die eer.e zoo groote kennis der heilige Schriftuur hadden, vergoten hebben , ah zij zich in de tegenwoordigheid van Jesus, over zijn bitter lijden en over zijn dood onderhielden ! Met de grootste droefheid overwogen zij met elkander, dat hun lieve Jesus, volgens do voorzegging van Isaias : /, die man van smarten en verachting was, quot; dat Hij van zijne vijanden zoo schromelijk mishandeld moest werden, dat men zijne vroegere schoonheid niet meer zou kunnen herkennen; dat de geeselslagen Hem verhak-
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 421
kelen en verscheuren zouden, en dat Hij aan eenen met wonden bedekten melaatsohe zou gelijken; dat hun allerliefste Kind dit alles geduldig zou lijden, zonder eens den mond open te doen, om zich over do grootste mishandelingen te beklagen; dat het zich, gelijk een lam tot de slachtbank zou laten leiden; dat het eindelijk aan het schandhout des kruises, tusschen twee moordenaars, van smart den geest zou geven.
Overdenk, lieve ziel! welke gevoelens van droefheid en liefde zulke zamenspraken aan het hart van den H. Josef moesten geven.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Heilige Josef! om de tranen die gij vergoten hebt, als gij het toekomende lijden van uwen Jesus overwoogt, verkrijg mij de genade, dat ik altijd met eene teedere godsvrucht aan de smarten van .mijnen Verlosser denke. Om de heilige liefdevlammen, die zich in uw hart vergrootten, als gij aan den dood van uwen Zaligmaker dacht of er van spraakt, maak dat een vonk er van in mijn hart valle, in dit hart, dat door zijne zonden oorzaak van Jesus lijden geweest is.
Heilige Maagd Maria! om de smarten, die gij in Jeruzalem bij het aanschouwen van het lijden en den dood van uwen lieven Zoon uitgestaan hebt, verkrijg mij eene groote droefheid over mijne zonden.
Allerliefste Jesus, die uit liefde tot mij zoo veel geleden hebt, die uit liefde tot mij gestorven zijt: maak dat ik nooit eene zoo groote liefde vergete. Mijn Zaligmaker! uw dood is mijne hoop. Ik geloof dat Gij voor mij gestorven zijt. Door uwe verdiensten hoop ik zalig te worden; ik bemin U uit gansch mijn hart, ik bemin U bovenal, ik be-
42a GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
min U meer dan mij zeiven. Ik bemin U, en uit liefde tot U wil ik gaarne alles lijden; niets baart mij grootere droefheid, dan dat ik U, mijn grootste Goed, beleedigd heb. Ik verlang niet dan U alleen te beminnen, U alleen te behagen. Help mij , mijn Zaligmaker! en laat niet toe dat ik mij nog ooit van TJ verwjjdere.
VOOK DEN VIJFDEN WOENSDAG.
OF VOOR DEN VRIJDAG.
Hot zeer de 11. Josef Jesiis en Maria beminde.
1. //En Jesus ging met hen terug, en kwam in Nazareth, en was hun onderdanig.quot; Overdenk vooreerst, geliefde ziel! hoe groot de liefde was, die Josef Maria toedroeg. Zij was de schoonste onder alle vrouwen; zij was ootmoedig, zachtmoedig, rein en gehoorzaam; zij alleen beminde God meer dan alle andere menschen, ja dan alle Engelen; en daarom verdiende zij dat de H. Josef, die de deugd zoo hoog wist te schatten, haar op het innigste beminde. Maar zijne liefde moest nog vergrooten, als hij zag, hoe zeer Maria hem beminde, en zonder twijfel haren lieven Bruidegom boven alle andere schepsels voortrok. Maar hij beschouwde haar te gelijk als de beminde Bruid van zijnen God, die uitgekozen was om de Moeder van zijnen eeniggeboren Zoon te zijn. Indien gij dit alles bedenkt, lieve ziel! zoo kunt gij u gemakkelijk voorstellen, hoe zeer Josef, die een zoo dankbaar en goed hart bezat, Maria moest beminnen.
2. Maar overweeg ook, hoe groot de liefde was die Josef tot zijnen Zaligmaker had. Nadat God dezen Heilige tot voedstervader van Jesus Christus
TOT DEN HEILIGEN GEEST. 423
bestemd had, moest Hij hem ook de liefde eens vaders, en des vaders van eenen zoo liefwaardi-gen Zoon, die te gelijk God was, inboezemen; daarom was ook de liefde des heiligen Josefs niet slechts eene natuurlijke liefde, gelijk die van andere vaders, maar eene bovennatuurlijke liefde; omdat Hij in den persoon van zijnen Zoon , te gelijk zijnen God erkende. Door de goddelijke openbaring wist de heilige Josef, dat deze kleine jongeling, die hem overal vergezelde, het goddelijk Woord was, dat uit liefde tot de menschen en in het bijzonder uit liefde tot hem, mensch geworden was. Hij wist dat Jesus Christus hem onder alle menschen uitverkoren had, om van hem beschermd te worden, en dat Hij zijn Zoon wilde genoemd worden. Overdenk dan, lieve ziel, welke vlammen van liefde in het hart van den heiligen Josef moesten branden, als hij zag dat zijn Zaligmaker hem als een gewoon leerling hielp, zijne werkplaats opende en toesloot, met hem hout zaagde, met de schaaf en bijl arbeidde, de spaanders verzamelde, het huis uitkeerde, met één woord, hoe Jesus alles deed wat hij Hem beval; Jesus deed niets zonder aan den heiligen Josef, dien Hij als zijnen vader aanzag, toestemming gevraagd te hebben. Welke liefde moest zich dan in het hart van 'den heiligen Josef ontsteken, als hij dit zoet Kind in zijne armen droeg, als hij het liefkoosde, als Jesus met zijne lieve handjes zijn aangezicht streelde, als hij de woorden des eeuwigen levens uit Zijnen mond vernam, die even zoo vele liefdepijlen waren, welke zijn hart doorstaken! Hoe zeer moest zijne liefde vergroo-ten, als hij dit goddelijk Kind aanzag, hetwelk hem in alle deugden het allerheiligste voorbeeld
gaf-
424 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
Een» lange en vertrouwelijke omgang maakt dikwijls, dat de liefde tusschen raensclien die voor elkander ingenomen zijn, verkoelt; want men leert immer meer en meer, hoe langer men met elkander omgaat, de wederzijdsche gebreken kennen. Maar dit was zoo niet met den heiligen Josef; want hoe langer hij met Jesus omging, hoe beter hij zijne heiligheid inzag. Daaruit kunt gij besluiten, lieve ziel, hoe zeer hij Jesus beminde, daar hij , gelijk men algemeen gelooft, vijf en twintig jaren lang zijn gezelschap genoot.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ik verheug mij, o heilige Josef! over het groot geluk en de hooge waardigheid die u ten deel geworden is, van, gelijk een vader die het recht heeft te verlangen dat men hem gehoorzame, aan Hem te kunnen bevelen , aan wien hemel en aarde onderdanig zijn. Daar een God u heeft willen gehoorzamen, zoo wil ik mij ook in uwen dienst begeven. Van nu af wil ik u dienen, vereeren en beminnen, als mijnen heer en mijnon gebieder. Neem mij maar onder uwe bescherming, en doe dan met mij wat u behaagt: want ik weet dat alles wat gij mij bevelen zult, ten mijnen beste en voor de eer van uwen en mijnen Verlosser zijn zal. O heilige Josef!' bid Jesus voor mij : want nadat Hij op de aarde al wat gij Hem bevolen hebt, vervuld heeft, zoo zal Hij u zekerlijk ook nu niets weigeren. Bid Jesus, dat Hij mij de beleedigingen, die ik Hem aangedaan heb , vergeve. Bid Hem, dat Hij mij maken wille, dat ik altijd meer en meer de schepselen en mij zeiven verloochene; bid Hem, dat Hij zijne heilige liefde in mijn hart ontsteke, en dat Hij dan naar zijn welbehagen met mij handele. â O heilige
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 425
Maagd Maria! uit liefde tot Josef, neem mij onder uwen mantel, en bid uwen heiligen Bruidegom, dat hij mij als zijnen dienaar aanneme.
En Gij, mijn liefwaardige Jesus! om voor mijne ongehoorzaamheid te voldoen, wildet Gij U zoo diep vernederen en aan eenen mensch gehoorzamen; om de verdiensten, die Gij mij daardoor verworven hebt, geef mij de genade dat ik van nu af, zonder uitneming alles wat Gij van mij verlangt vervulle. Om de liefde die Gij en Josef voor elkander hebt, verleen mij, oneindige Goedheid! eene groote en teedere liefde tot U, die verdient dat men ü uit alle krachten beminne. Vergeef mij de beleedigingen, die ik U aangedaan heb, en ontferm U mijner. â Ik bemin U, o Jesus mijne liefde ! Mijn God ! Ik wil U altijd beminnen.
VOOK DEN ZESDEN WOENSDAG.
OF VOOR DEN ZATERDAG.
De dood van den heiligen Josef.
1. if Kostbaar voor de oogen des Heeren is de dood zijner heiligen.quot; (I's. 113. 15.) Overdenk hoe de H. Josef, na Jesus en Maria zoo getrouw gediend te hebben, in het huis te Nazareth op het sterfbed lag. De engelen omringden hem ; de Koning der Engelen, Jesus Christus, zat op den eenen, Maria op den anderen kant van zijn arm bed, en in zoo een zoet en heilig gezelschap verliet hij vol hemelschen vrede deze ellendige wereld. Zacht en kostbaar was zijn dood in de tegenwoordigheid van Maria, nevens eenen Zoon, die te gelijk zijnen Verlosser was. Hoe zou ook de dood bitter voor hem kunnen geweest zijn, die in de armen van het eeuwig Leven stierf! Niemand kan
426 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
uitdrukken of begrijpen, welke acten van overgeving, welke vlammen van liefde, de woorden van het eeuwig leven, die Jesus en Maria hem in den laatsten oogenblik zijns levens toespraken, in het hart van Josef ontstoken hebben. Daarom schijnt het gevoelen van den H. Franciscus de Sales, dat de H. Josef uit liefde tot zijnen God gestorven is, zeer wel gegrond. Daar Josef altijd heilig geleefd had, zoo was zijn dood zacht, vreedzaam, zonder angst of vrees. Niet zóó sterft degene, die God vroeger beleedigd en de hel verdiend heeft; hij zal nochtans eenenonuitsprekelijk grooten troost gevoelen, indien de heilige Josef hem bijstaat en tegen de aanvallen des duivels verdedigt, die zonder twijfel zal gehoorzamen aan hem, aan wien God eens onderdanig was. Zalig is hij, die in deze schrikkelijke oogenblikken, gelijk de heilige Josef, in de armen van Jesus en Maria gestorven is. En daar Josef door de vlucht naar Egypte het kind Jesus van den dood bevrijd heeft, zoo heeft hij het recht bekomen van een bijzonderen Patroon der stervenden te zijn, en zijne getrouwe dienaars tegen de gevaren van den eeuwigen dood te beschermen.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Met recht, o heilige Josef, is u een zoo zalige dood verleend geworden, nadat gij uw leven zoo heilig overgebracht hadt. Ik verdien, om mijne menigvuldige zonden, slechts te sterven; maar indien gij mij bijstaat, zoo zal ik niet verloren gaan. Gij waart niet alleen de vriend, maar zelfs de voedstervader en beschermer van Dien, die mij eens oordeelen zal; Jesus zal mij niet verdoemen , indien gij een goed woerd voor m ij
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 427
spreekt. Na Maria kies ik ü, o heilige Josef, tot mijnen roorspreker en bewaarder. Ik beloof u den overigen tijd mijns levens dagelijks door de eene of andere zaak te vereeren, en dagelijks uwen bijstand aan te roepen. Neem mij tot uwen dienaar aan, niet om mijne verdiensten , neen , maar om uwe liefde tot Jesus en Maria. Om het zoet gezelschap dat Jesus en Maria hier op aarde gaven, bescherm mij zoolang ik leef, en maak dat ik mij nooit meer van mijnen God , door het verlies zijner genade verwijdere. Om den bijstand, die Jesus en Maria in de laatste oogenblikken uws levens gaven, sta mij bij in mijn doodsuur, opdat ik, alsdan vergezeld van Jesus en Maria, u eens in den hemei moge danken en in uw gezelschap gedurende de gansche eeuwigheid moge loven en prijzen.
Heiligste Maagd Maria, mijne hoop! gij weet het, dat ik door de verdiensten van Jesus Christus , en door uwe voorspraak, eenen zaligen dood en het eeuwig leven hoop. O mijne moeder! verlaat mij niet, en sta mij bijzonder bij in het uur mijns doods; verkrijg mij de genade dat ik u en Jesus alsdan aanroepe en beminne.
O allerliefste Zaligmaker! Gij die eens mijn Rechter zult zijn : vergeef mij alle beleedigingen, die ik U aangedaan heb, en welke mij van gan-scher harte leed zijn; maar vergeef mij spoedig, vergeef mij eer het uur des doods daar is, dat te gelijk voor mij het uur des oordeels zijn zal. O ik ongelukkige, hoe vele jaren heb ik verloren , in welke ik U niet bemind heb ! Geef mij de genade dat ik U beminne, dat ik den overigen tijd mijns levens eene groote liefde tot U hebbe; en als het oogenblik daar is, waarop ik dit leven verhaten en de eeuwigheid intrekken
428 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
zal, laat mij dan in brandende liefde tot U sterven. Ik bemin U , mijn Zaligmaker, mijn God, mijne liefde, mijn al! Ik bid U om niets anders, dan om de genade U te beminnen; ik wensch , ik begeer in den hemel te komen , om U uit al mijne krachten de gansche eeuwigheid door te beminnen. Amen.
Alzoo hoop ik, alzoo zij het. Jesus, Maria, Josef, ik geef U miju hart en mijne ziel. Jesus, Maria, Josef, maak dat ik in den doodstrijd met U vereenigd blijve.
VOOR DEN ZEVENDEN WOENSDAG.
or VOOK 1)EN ZONDAG.
Be heerlijkheid van den H. Josef in den hemel.
1. // Welaan, gij goede en getrouwe knecht! dewijl gij over weinig getrouw geweest zijt, zoo ga binnen in de vreugde van uwen Heer.quot; (Matth. 35. 23.) Hoe heiliger iemand hier op aarde geleefd heeft, des te grooter is de heerlijkheid, die God hem in den hemel bereidt. Het is meer dan genoeg om zich van de heiligheid des H. Josef een begrip te maken , zoo men deze woorden van het Evangelie nadenk : ,, maar Josef, haar man, omdat hij rechtvaardig was; enz.1' Een rechtvaardige man, dat is : een man die alle deugden bezat.
3. Indien derhalve de heilige Geest Josef toen reeds rechtvaardig noemde, als hij tot bruidegom van Maria uitverkoren werd, hoe zeer moest dan niet zijne liefde tot God, hoe zeer moest dan zijne deugden toegenomen hebben, door den geduri-gen omgang met Maria, die hem een zoo volkomen voorbeeld gaf door de oefening aller deugden ! Indien een woord van Maria genoeg was
TOT DEN HEILIGEN JOSEF. 439
om Joannes den Doopor te heiligen, en Elisabeth met den heiligen Geest te vervullen, tot welke heiligheid moest dan niet de sohoone ziel van Josef gekomen zijn, door den vertrouwelijken omgang met Maria, en dat gedurende vijf en twintig jaren.
3. Maar nog veel meer moest Josef in deugden en verdiensten toegenomen hebben, dewijl hij zoo vele jaren op het innigste met de heiligheid zelve, met Jesus Christus te zamen leefde, dien hij diende, dien hij voedde, dien hij hier op aarde in alles bijstond. Indien God dengenen belooning belooft, die uit liefde tot Hem aan eenen armen slechts een dronk water geeft, welk loon moet God dan niet den H. Josef in den hemel gegeven hebben, die Hem van de vervolging van Herodes bevrijdde, die Hem kleedde en voedde, die Hem zoo dikwijls op zijne armen droeg, die Hem zoo liefdevol optrok! Wij kunnen niet twijfelen dat het ieven van den heiligen Josef, die altijd Jesus en Maria voor oogen had, een gedurig gebed was, in hetwelk Hij zonder ophouden acten van geloof, hoop en liefde, en van overgeving in den godde-lijken wil verwekte. Indien het loon bestemd wordt volgens de verdiensten die men hier op aarde verworven heeft, hoe groot moet dan niet de heerlijkheid van den H. Josef zijn ! De H. Augustinus vergelijkt de andere Heiligen met de sterren, maar den H. Josef met de zon. Da pater Suarez zegt, dat het zeer waarschijnlijk is, dat na Maria de H. Josef alle Heiligen in verdiensten en heerlijkheid overtreft; en Barnardinus van Bustis houdt staande, dat Josef, als hij voor zijne vereerders genade verkrijgen wil, op eene zekere wijze Jesus en Maria in den hemel beveelt.
28
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Heilige Josef! dicht bij uwen geliefden Jesus, die u hier op de aarde gehoorzaamde, troont gij hoog verheven iu den hemel in uwe heerlijkheid; heb medelijden met mij, die van vreeselijke vijanden , van kwade geesten en van schandelijke driften omgeven ben: die gedurig tegen mij strijden om mij van de genade Gods te berooven. Om de groote genade, die u hier op aarde gegeven is, van zonder ophouden in het gezelschap van Jesus en Maria te hebben kunnen leven, bekom mij de genade, de nog overige dagen mijns levens innig met God vereenigd te blijven, aan de aanvallen der hel te wederstaan en in de liefde van Jesus en Maria te sterven; opdat ik eens met u vereenigd, uw gezelschap in het rijk der zaligen genieten moge.
Allerheiligste Maagd, mijne lieve Moeder! wanneer zal het zalig uur slaan dat ik, bevrijd van alle vrees om God door de zonden nog te verliezen, uwe voeten zal omhelzen om u nooit meer te verlaten? Gij moet mij helpen. Gij moet bewerken dat mij deze zaligheid ten deel valle. Wanneer, o mijn allerliefste Zaligmaker Jesus Christus! wanneer zal ik U toch in der hemel bezitten, wanneer U van aanschijn tot aanschijn beminnen , om U nooit meer te verliezen? Ach, zoo lang ik hier op aarde leef, ben ik in gevaar, O mijn Heer en mijn eenigste Goed! om de verdiensten van den H. Josef, dien Gij zoo zeer bemint, en dien Gij in den hemel zoo veel eer bewijst; om de verdiensten van uwe lieve en heilige Moeder, en voornamelijk door de verdiensten die Gij in uw leven en in het sterven verworven, en door welke Gij mij alle goed en al wat ik maar hopen kan,
430
VOOR ALLERZIELENDAG. 431
bekomen hebt : laat niet toe dat ik nog ooit hier op aarde van U verwijderd worde; maak dat ik TJ in den hemel, alwaar de ware Liefde woont, uit al mijne krachten moge beminnen en bezitten , en dat ik gedurende dé gansche eeuwigheid uwe tegenwoordigheid en uwe liefde geniete. Amen. Alzoo hoop ik, alzoo zij het.
NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
VOOR
ALLERZIELENDAG,
die men de week voor denzelven, of ook iedere andere week ia het ydht verrichten kan, om van God voor de arme zielen des vageïuurs verlossing of verlichting hunner pijnen te verkrijgen.
Bidt voor de arme zielen des Vayevimrs.
De aandachts-oefening van voor de arme zielen des vagevuurs te bidden, opdat God haar in haar lijden bijsta, en haar weldra in zijne heerlijkheid late ingaan, is ook voor ons zeer heilzaam; want deze heilige zielen zijn reeds voor alle eeuwigheid bruiden van Jesus Christus, en zij zullen niet nalaten zich dankbaar jegens diegenen te toonen, die haar de vrijheid of ten minste verlichting in haar lijden bekomen hebben. Als zij in den hemel aangeland zullen zijn, zullen zij zeker diegenen niet vergeten, die voor haar gebeden hebben. Het is daarenboven eene godvruchtige meening, dat God het aan de zielen in het vagevuur openbaart, als iemand voor haar bidt, opdat zij ook voor
433 NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
ons bidden zouden; want alhoewel de arme zielen aldaar niet voor zich zeiven bidden kunnen, omdat zij door het lijden aan hare schuld moeten voldoen, zoo knnnen zij nochtans, dewijl zij in Gods genade zijn, voor anderen bidden en voor hen genade verkrijgen. Als de H. Catharina van Bologna iets van groote aangelegenheid had, zoo wendde zij zich tot de arme zielen in het vagevuur, en zij werd terstond verhoord; zij zeide dat zij menige genade, die zij door de voorbede der Heiligen niet had kunnen bekomen, door de arme zielen des vagevuurs verkregen had. De genade, welke vele ijverige Christenen door de voorspraak der arme zielen des vagevuurs verkregen hebben, zijn ontelbiar. â Maar indien wij door hare voorspraak willen geholpen worden, zoo betaamt het, ja dan is het onze plicht, dat ook wg haar door ons gebed te hulp komen. Ik zeg, het is onze plicht; want de christelijke liefde wil, dat wij onzen naaste, als hij onzen bijstand noodig heeft helpen. Maar niemand heeft zoo zeer onze hulp noodig als de arme zielen, die zich in eene zoo smartvolle plaats bevinden. Zij bevinden zich gedurig in zulke vlammen, die veel grootere pijnen veroorzaken, dan al het aardsche vuur; zij zijn daarenboven van het goddelijk Jianschijn beroofd, hetgeen haar nog veel meer smart veroorzaakt. â Laat ons ook bedenken dat liet zeer mogelijk is, dat de zielen van onze ouders, broeders, zusters, van onze bloedverwanten en vrienden, in het vagevuur lijden, en dat zij, dewijl zij voor zich zeiven geene verlichting kunnen verdienen , en hare schuld niet dan met lijden aan God kunnen betalen, op onze hulp wachten; deze gedachte moet ons bewesen, om haar, zooveel het in onze macht is, te helpen.
VOOR ALLERZIELENDAG, 433
Doen wij dit, zoo zullen wij niet alleen God aangenaam zijn, maar wij zullen ook groote verdiensten voor ons zeiven verzamelen, en de arme zielen zullen ons nog groolere genade, en vooral onze eeuwige zaligheid bij God afsmeeken.
Ik ben vast overtuigd dat, als eene ziel door bet gebed van eenen Christen uit het vagevuur verlost wordt, deze , zoo haast zij in den hemel aangekomen is , niet zal nalaten voor denzelven te bidden. Laat niet toe, zal zij God zeggen, dat de ziel verloren ga, die mij uit het vagevuur verlost heeft, en die bewerkt dat ik U, o mijn God! eerder in den hemel genieten kan. Daarom heb ik ook de volgende aandachts-oefening gemaakt, opdat de geloovigen zeer ter harte zouden nemen, de arme zielen in het vagevuur , door de heilige offerande der Mis, door de aalmoezen en het gebed te helpen.
GEBED
dat men voor iedere overdenking herhalen kan.
Wij bevelen ü, o Heer en Zaligmaker , Jesus Christus, en u allerheiligste Moeder Maria , alle zielen in het vagevuur, onze bloedverwanten, onze weldoeners, onze vrienden en vijanden, en bijzonder de zielen voor welke wij verplicht zijn te bidden.
o God! wij offeren U ons gebed op, waarin wij de groote pijnen, die de arme zielen te lijden hebben, willen overgeven, om haar hierdoor eenige verlichting in haar lijden te verschaffen.
KEGENDAAGSCHE OEFENINGEK
Oefening voor de arme Zielen.
Op den eersten dag.
Veel smart hebben de arme zielen in het vagevuur uit te staan; maar haar grootste droefheid is de gedachte, dat zij zei ven de oorzaak zijn, door de zonden die zij in haar leven begaan hebben, dat zij nu zoo veel pijnen moeten onderstaan.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
0 mijn goddelijke Zaligmaker Jesus Christus! ik heb zoo dikwijls de hel verdiend. O, smartelijk zoude mij, indien ik nu verdoemd was, de gedachte zijn, dat ik zelf de schuld van mijne verdoemenis geweest ben! ik dank U dat Gij tot nu toe zoo groot geduld met mij gehad hebt. O mijn God! omdat Gij de oneindelijke goedheid zijt, bemin ik U boven al: het is mij uit ganscher harte leed U beleedigd te hebben. Ik beloof U, liever te sterven, dan U nog ooit te beleedigen ; verleen mij de genade van volharding. Ontferm D mijner, ontferm U ook der arme zielen die in het vagevuur branden. â Heilige Maria, Moeder Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet , voor de arme zielen des vagevutirs.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den tweeden dag.
Eene andere smart, die aan de arme zielen in het vagevuur groote pijnen veroorzaakt, is de gedachte aan den tijd, dien zij op de aarde verloren hebben, en op welken zij groote verdien-
434
VODE ALLERZIELENDAG. 435
sten had kunnen verkrijgen. De gedachte, dat zij dit kwaad niet meer kunnen herstellen, en geene verdiensten meer kunnen verzamelen, is voor haar eene groote smart.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
0 hoe ongelukkig ben ik toch, sedert zoo lange jaren die ik reeds op aarde leef, niets dan verdiensten voor de hel verzameld te hebben! Ik dank U, o mijn God! dat Gij mij nog tijd geeft, om een zoo groot kwaad te herstellen. Het is mij leed, o mijn God! dat ik uwe oneindige goedheid mishaagd heb; sta mij bij, opdat ik de overige dagen mijns levens alleen aanwende, om U te dienen en te beminnen. Ontferm U mijner, ontferm U ook over de arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moedor Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, voor de arme zielen des vagevnurs.
Oefening voor de arme Zielen.
Oji den derden dag.
Eene andere groote droefheid, die de zielen in het vagevuur pijnigt, is het schrikkelijk aanschouwen harer zonden, voor welke zij lijden moeten. Hier op aarde erkent men de hatelijkheid der zonden niet; maar in de andere wereld erkent men ze volkomen, en het aanzien harer zonden veroorzaakt daarom aan de arme zielen in het vagevuur eene der grootste smarten, die zij te lijden hebben.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Dewjjl Gij, o mijn God! de oneindige goedheid zijt, zoo bemin ik U boven al, en het berouwt
436 NEG1NDAA.GSCHE OEFENINGEN
mij uit den grond mijns harten U beleedigd te hebben; ik beloof U , dat ik liever wil sterven, dan U nog ooit te beleedigen; geef mij de genade van volharding. Ontferm U mijner, ontferm U ook over de arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, voor de arme zielen in het vagevuur.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den vierden dag.
Het veroorzaakt de arme zielen in het vagevuur, die reeds bruiden van Jesus Christus zijn, de grootste droefheid, als zij bedenken dal zij Jesus hier op aarde. God, dien zij zoo zeer beminnen, door bare zonden mishaagd hebben. Menige boet-vaardigen zijn van berouw gestorven, bedenkende dat zij een zoo oneindig goeden God beleedigd hadden. De arme zielen in het vagevuur, die God uit al hare krachten beminnen, erkennen veel beter dan wij, hoe liefwaardig God is; en daarom veroorzaakt haar de gedachte, dat zij Hem op aarde mishaagd hebben, eene droefheid die grooter is dan alle smarten.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
ö Mijn God ! dewijl Gij de oneindige goedheid zijt, zoo berouwt het mij uit geheel mijn hart dat ik U beleedigd heb. Ik beloof liever te willen sterven, dan U nog ooit te beleedigen ; verleen mij de genade van volharding. Ontferm U mijner, ontferm ü ook der arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
VOOR ALLERZIELENDAG. 437
1 Onze Vader. 1 Wees gegroet, voor de arme zielen den vagevuurs.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den vijfden dag.
De onwetendheid waarin de arme zielen zich bevinden, wanneer haar lijden eens een einde nemen zal, veroorzaakt baar eene onuitsprekelijke aroote smart. Het is waar, zij weten dat God iiaar zeker zal verlossen; maar het is de onwetendheid, wanneer dit heilig uur daar zal zijn, die haar dit groot lijden veroorzaakt.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Indien Gij, o mijn God, mij ongelukige verdoemd had, zoo had ik reeds de droevige zekerheid, dat ik deze plaats van kwalen nooit meer zou kunnen verlaten. Ik bemin U bovenal, o oneindige Goedheid! bet is mij van harte leed dat ik U beleedigd heb. Ik beloof dat ik liever wil sterven, dan U nog te beleedigen; verleen mij de genade van volharding. Ontferm U mijner, ontferm U ook der arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Onze Vader, 1 TVces gegroet, voor de arme zielen des vagevuurs.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den zesden dag.
Alhoewel de arme zielen in het vagevuur, als zij aan het lijden van Jesus Christus, en aan het allerheiligste Sacrament des Altaars denken, grooten troost gevoelen, omdat zij door den dood
438 NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
van haren Zaligmaker van de hel bevrijd geworden zijn, en omdat zij door de heilige Communiën en Missen eertijds zoo groote genade ontvangen hebben, en nog gedurig ontvangen, zoo pijnigt haar evenwel de gedachte, dat zij tegen Jesus Christus zoo ondankbaar geweest zijn, niettegenstaande Hij haar zoo groote bewijzen zijner liefde gegeven heeft.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ook voor mij zijt Gij gestorven, o mijn God! ook aan mij hebt Gij LT zoo dikwijls in de heilige Communie gegeven; en ik heb uwe liefde met zoo grooten ondank betaald! Nu bemin ik TJ, mijn opperste Goed! ik bemin U boven al, en het is mij van ganscher harte leed dat ik U beleedigd heb. Ik beloof dat ik liever wil sterven, dan U nog ooit te beleedigen : geef mij de genade van volharding. Ontferm ü mijner, ontferm U ook der arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Onze Vader, 1 TFees gegroet, voor de arme zielen des vagevuurs.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den zevenden dag.
De smarten der arme zielen in het vagevuur worden nog vermeerderd, als zij aan de bijzondere weldaden denken, die God haar bewezen heeft: als zij bedenken, dat God haar heeft laten geboren zijn; dat God hare boetvaardigheid afgewacht en hare zonden vergeven heeft; want zij erkennen daardoor altijd meer en meer hoe groot haar ondank tegen God geweest is.
VOOR ALLERZIELENDAG.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Wie is ondankbaarder tegen U geweest, o mijn God, dan ik? Gij hebt zoo lang geduld met mij gehad; Gij hebt mij zoo dikwijls met groote liefde mijne zonden vergeven : en ik, na TJ zoo dikwijls beterschap beloofd te hebben, heb U toch immer weder op nieuw beleedigd. O ! laat niet toe dat ik verloren ga; want ik wil U beminnen, en in de hel zou ik IJ niet beminnen kunnen. Het berouwt mij van harte , o oneindige Goedheid, dat ik U beleedigd heb- ik beloof liever te sterven, dan U nog ooit te beleedigen ; geef mij de genade van volharding. Ontferm U mijner, ontferm U ook der arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods ! help haar door uwe machtige voorspraak.
1 Ome Vader, 1 Wees gegroet, voor de arme zielen des vagevuurs.
Oefening voor de arme Zielen.
Op den achtsten dag.
De gedachte, dat God hierop aarde veel barmhartiger jegens haar, dan jegens anderen geweest is, veroorzaakt de arme zielen groote smart; dat zij door hare zonden God gedwongen hebben haar te haten en tot de hel te verdoemen, en dat Hij haar uit enkele barmhartigheid hare zonden vergeven heeft.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Zie, o mijn God! ik ben ook een van die ondankbaren , die, na zoo vele genaden van U ontvangen te hebben, evenwel uwe liefde veracht, en U gedwongen hebben hen tot de hel te ver-
439
440 NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
doemen. Oneindige Goedheid! ik bemin U boven al; het berouwt mij van ganscher harte U belee-digd te hebben; ik beloof liever te sterven, dan ü nog ooit te beleedigen : geef mij de genade van volharding. Ontferm U mijner, ontferm U ook der arme zielen die in het vagevuur branden. Heilige Maria, Moeder Gods! help mij door uwe voorspraak.
1 Onze Vader, l Wees gegroet, voor de arme zielen des vagevuur».
Oefening voor de arme Zielen.
Op den negenden dag.
Alle pijnen die de arme zielen in het vagevuur uit te staan hebben, het vuur, de duisternis, de onwetendheid wanneer God haar zal verlossen, het hartzeer dat zij gevoelen, veroorzaken aan deze heilige zielen geene zoo groote smart, als dat zij verwijderd zijn van haren God, en van zijn aanschijn beroofd zijn.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
ó Mijn God ! hoe is het mogelijk dat ik zoo langen tijd verre van U, en van uwe genade beroofd heb kunnen leven. O oneindige Goedheid I ik bemin U boven al; het berouwt mij van harte U beleedigd te hebben; ik belcof liever te sterven, dan à nog ooit te beleedigen. Verleen mij de genade van volharding, en laat niet toe dat ik nog ooit in uwe ongenade vuile. Ik bid U, heb medelijden met de arme zielen des vagevuurs; verzoet hare smarten, verkort den tijd harer gevangenis en roep ze haastiglijk in den hemel, alwaar zij U van aanschijn tot aanschijn zien en beminnen zullen. Lieve Moeder Gods, heilige
i.
VOO» ALLERZIELENDAG. 441
Maria! help haar door uwe machtige voorspraak; bid ook voor mij, die nog in gevaar ben voor eeuwig verloren te gaan.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, voor de arme zielen des vagevuur».
GEBED
tot Je sus Christus, om door de verdiensten van zijn lijden voor de arme zielen verlichtirig te verkrijgen.
(Men kan dit gebed na iedere overdenking herhalen.)
o Zoetste Jesus! om het bloedig zweet dat Gij in den hof van Getasemane vergoten hebt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
B. Ontferm ü harer, oHeer! ontferm U harer.
ó Zoetste Jesus! om de smarten die Gij bij de afgrijselijke geeseling uitgestaan hebt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
k. Ontferm U harer, o Heer! ontferm U harer.
o Zoetste Jesus! om de pijnen die Gij bij de smartelijke doornen krooning uitgestaan hebt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
r. Ontferm ü harer, o Heer! ontferm U harer.
6 Zoetste Jesus! om de smarten die Gij uitgestaan hebt, als Gij het kruis op den Calvarieberg droegt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
b. Ontferm U harer, o Heer! ontferm U harer.
6 Zoetste Jesus! om de smarten die Gij bij de pijnlijke kruisiging uitgestaan hebt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
B. Ontferm U harer, o Heer! ontferm U harer.
6 Zoetste Jesus! om de pijnen die Gij in uwen smartelijken doodstrijd uitgestaan hebt, ontferm U der arme zielen in het vagevuur.
442 godvruchtige oefeningen
r. Ontferm U barer, o Heer! ontferm U harer. ó Zoetste Jesus! om de oneindige smarten die Gij uitgestaan hebt, als Gij den geest gaaft, ont-i'erm U der arme zieien in het vagevuur. r. Ontferm U liarer, o Heer! ontferm U harer.
GEBED
tot de arme zielen des vagevmirs.
ö Heilige zielen ! wij hebben nu voor u gebeden, maar gij, die aan God zoo lief zijt, en verzekerd van Hem nooit meer te verliezen : bidt nu ook voor ons arme zondaars, die gedurig in gevaar zijn van verdoemd te worden , en God voor altijd te verliezen.
â*$«â
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
tot den heiligen Engel-bewaarder.
De H. Bernardus leert ons, dat wij onze heilige Bewaarengelen op drie wijzen vereeren kunnen, te weten : door de eerbiedigheid die wij hun bewijzen, door de aandacht die wij tot hen dragen, en door het vertrouwen dB,t wij in hen moeten hebben.
1. Wij moeten hun eene groote eerbiedigheid bewijzen; want deze heilige geesten, die met God in den hemel heerschen, zijn altijd nabij ons, en staan ons in al ons doen en laten bij. Daarom moeten wij dan ook uit eerbied voor onzen heiligen Engel-bewaarder alle handelingen vermijden, die hem zouden kunnen mishagen. De heilige Erancisea, eene romeinsche vrouw van
TOT DEN H. ENGEL-BETVAARDEB,. 443 rang, zag eens eenen heiligen Engel-bewaarder in menschelijke gedaante, die iedermaal dat iemand een onbetamelijk woord sprak, met zijne handen zijn aangezicht bedekte.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
ö Mijn heilige Engel-bewaarder! hoe dikwijls hebt gij om mijne zonden uw heilig aanschijn moeten bedekken! Ik bid u derhalve om vergiftenis, maak dat God mij ook vergeve, want ik heb vast besloten Hem nooit meer te beleedigen.
2. Wij moeten ook eene groote aandacht tot onzen heiligen Engel-bewaarder hebben, en zulks om den eerbied dien hij verdient, en om de groote liefde die hij ons toedraagt. De liefde van eenen vader, broeder of vriend kan niet grooter zijn, dan de liefde die onze heilige Engel-bewaarder voor ons heeft. De vrienden der wereld beminnen ons gewoonlijk om het een of ander tijdelijk voordeel, en daarom vergeten zij ons gemakkelijk als wij in nood zijn, of als wij hen beleedigd hebben. Onze heilige Engel-bewaarder, integendeel, bemint ons uit reine liefde, en daarom helpt hij ons ook in den nood; ja, hij helpt ons zelfs dan nog, wanneer wij God beleedigd hebben; â hij verlaat u niet als gij zondigt; quot; hij tracht alsdan u uwe zonden te doen erkennen, opdat gij door een waar leedwezen terstond weder tot God zou-det terugkeeren.
GEVOELENS EN GEBEDEN.
Ik dank u, o mijn heilige Engel-bewaarder, voor de heilige inspraken, met welke gij mij verlicht hebt. Ach, hadde ik toch altijd uwen raad
444 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN ENZ.
gevolgd! Ga voort met mijn verstand te verlichten; doe mij verwijtingen als ik eenen misslag bega, en verlaat mij niet, bijzonder in het laatste uur mijns levens.
3. Wij moeten ook een groot hetrouwen op den bijstand van onzen heiligen Engel-bewaarder hebben. God, in zijne oneindige liefde, vergenoegde zich niet met ons zijnen eenipen Zoon Jesus Christus tot onzen Verlosser, en Maria tot onze voorspreekster gegeven te hebben; Hij wilde ook dat zijne heilige Engelen onze bewaarders zouden zijn, en Hij heeft hun bevolen ons, zoo lang wij leven , bij te staan, n Om uwentwille heeft Hij zijne Ea-sjelen bevolen, u op al uwe wegen te bewaren.quot; (Ps. 90. 11.)
GEVOELENS EN GEBEDEN.
6, Oneindelijkebarmhartigheid Gods! zoudt Gij nog wel meer hebben kunnen doen om mijne zaligheid te bevorderen? Ik dank U daarvoor, o mijn God! â en u ook dank ik, o mijn heilige Engelbewaarder, dat gij mij reeds zoo vele jaren hebt bijgestaan. Dikwijls heb ik u verlaten, en evenwel hebt gij u nooit van mij verwijderd. Wie weet hoe veel tijd mij nog overblijft, eer het uur mijns doods slaat. O mijn heilige Ãngel-bewaarder ! leid mij in den hemel, houd niet op mij bij te staan, tot dat ik, voor de geheele eeuwigheid met u vereenigd, God loven en prijzen zal.
LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
la het alïsfltllipl® Sacpamon.i.
Zoowel vóór als na de heilige Communie, of ook op andere tijden voor liet allerheiligste Sacrament, bijzonderlijk onder het Lof of onder de Vesper dienstig te gebruiken.
I.
Gaat uit en beziet, gij dochters van Sion, den koning Salomon met zijne kroon , waarmede hem zijne moeder gekroond heeft, op den dag zijner hruitoft, en op den dag van zijns harten blijdschap. (Cant. III. 11.) O gij, dochters der genade, godminnende zielen! gaat uit de duisternissen der aarde , en bescliouwt Jesus , uwen Koning , met eene kroon van doornen, met eene kroon van veracliting en smart gekroond, welke Hem de joodsctie Synagoge, deze ontrouwe moeder, heeft opgezet op d^n dag zijner bruiloft, namelijk op den dag zijns bitteren doods, door welken Hij aan het kruis uwe zielen heeft getrouwd. Gaat nu op nieuw uit, om Hem vol liefde en minzaamheid te zien, waarmede Hij u hier in dit Sacrament verwacht, ten einde zich met u door de liefde te vereenigen.
Mijn allerheiligste Jesus! zoo kwam het U dan zoo duur te staan, tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament, U met ons te kunnen vereenigen. Moest Gij vooraf een' zoo smadelijken en pijnlijken dood doorstaan? O, kom slechts spoedig, en neem ook mijne arme ziel tot de vereeni-ging met U aan. Deze was eens wegens de zonde
446 LIEFDEZUCHT EN TOT JESUS
uwe vijandin; maar nu zult Gij haar door uwe genade tot de waarde uwer bruid verheffen. Kom , o goddelijke Bruidegom ! ik beloof voortaan in 't geheel geene ontrouw meer te begaan; als eene waarlijk minnende bruid wil ik op niets anders denken, dan om uw welbehagen te zoeken. U wil ik beminnen zonder eigenbaat, zonder ophouden, zonder uitzondering en voorbehoud. Ik verlang eenig en alleen U toe te behooren, geheel uw eigendom te zijn.
II.
Mijn heminde is een bundeltje mirre; hij zal tmschen mijne horsten wonen. ( Cant. I. 13.) Een mirreboompje, gekwetst zijnde, zweet uit de veroorzaakte opening een heilzaam sap. Onze beminde Jesus wilde bij zijn lijden aan zijn allerheiligste lichaam verwond zijn, opdat uit de ontvaugene wonden overvloedig bloed voortkwam, hetwelk Hij ons daarna in dit brood des levens tot onze zaligheid geven konde. O, onschatbaar mirrenbundeltje, o allerheiligste Jesus! Gij zijt mij een voorwerp van smart en medelijden, als ik U geheel verwond aan 't kruis zie hangen. Maar daar ik U nu in het dierbaarste Sacrament ontvange, zijt Gij mij veel aannemelijker, dan de beste wijn eenen dorstigen zijn kan. Kom in mijne ziel, verkwik en verzadig mij met uwe hevige liefde. Ach, welke zoetigheid ontwaar ik in mijnen geest, zoo ik mij voorstelle, dat ik dien Heiland ontvangen zal, die om .mijner zaligheid wille al zijn bloed heeft willen vergieten en aan het kruis geslachtofferd worden. Opdat ik U , o mijn Jesus, voortaan niet weder verdrijve, of oorzaak geve van mij te wijken, zoo wil ik U geheel vast aan mijnen boezem en aan mijn hart
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 447
drukken; aldaar zal uwe rustplaats zijn en blijven; ik wil altijd door liefde met Jesus vereenigd zijn, en mij zijn eigendom noemen, en Jesus zal altijd de mijne zijn.
III.
Toen de Koning in zijne rust was, heeft mijn nardm zijnen geur gegeven. (Cant. I. 11.) Als door de heilige Communie Jesus in eene ziel komt, om daarin te wonen, hoe klaar ziet en erkent dan deze ziel haar onvermogen, door het licht dat deze Koning des hemels met zich brengt! Gelijk een nardus voor den geringste onder andere planten gehouden wordt, zoo bekent zulk eene ziel de nederigste en slechtste onder alle andere te wezen. O, welken aangenamen geur geeft zij door deze hare vernedering aan dezen goddelijken Koning, die haar juist daarom zoo vriendelijk uitnoodigt, en des te meer tracht zich met haar te vereenigen en te verlichten.
Als gij dan verlangt, mijne ziel, dat Jesus in u zijne rustplaats neme, zoo betracht uwe zwakheid en uwe nederige afkomst; overweeg wie gij zijt; verneder u zoo veel gij kunt, en verdelg in u alle hoogachting van u zei ven, welke Jesus van u verwijdert en verhindert zijne rust bij u te nemen. Ach ! kom, o beminde Verlosser, met uw hemelsch licht, en doe mij mijne geringheid, mijne armzaligheid, mijne ellende en nietigheid behoorlijk erkennen, opdat Gij in mijne vernedering met genoegen altijd uwe rust vinden moogt.
IV.
Hebt goed gevoelen van den Heer. (Sap. 1. 1.) Waarom, mijne ziel, waarom zijt gij zoo moede-
448 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
loos en kleinmoedig ten aanzien der oneindige goedheid en liefde uws Verlossers ? Waarom hebt gij eenig mistrouwen ? Indien gij thans waardig zijt bevonden Jesus Christus te ontvangen, dan moeten ook uwe gevoelens door een vast vertrouwen overeenstemmen met de onmetelijke goedheid van eenen God, die u zich zeiven en wel geheel zich zeiven schenkt. Het is waarheid, zijne oordeelen zijn verschrikkelijk, doch slechts voor de hoovaardigen en hardnekkigen; maar voor de ootmoedigen en boetvaardigen, die Hem beminnen en verlangen Hem te behagen, zijn zijne oordeelen louter barmhartigheid en liefde. Zij komen uit een hart, vol van vaderlijke liefde en goedheid; zij zijn zoodanig geschapen, dat David bij deszelfs overdenkinst eenen overvloed van hoop in zich bespeurde. (Psalm 128.) De oordeelen Gods gaven hem louter vreugde en troost.
Ach! deze groote God is al te liefderijk en minzaam jegens dengenen, die Hem met een minnend hart zoekt. O, hoe liefderijk toont zich deze God dengenen, die zich er op toeleggen, om , in al hun doen en laten, naar zijnen heiligsteu wil en welbehagen te leven!
ó Mijti God, mijne eenige hoop en liefde! ik veriaiisr en hank naar niets meer, dan U alleen waarlijk en altijd te beminnen , uw welgevallen te vermeerderen, en uwen wil nauwkeurig te vervullen. Geef mij toch de genade, om dit werkstellig te maken, en er nimmer in te vertragen.
Ik hoor de stem mijns heminden : die Hopt; doe mij open, mijne zuster, mijne vriendin, mijne duif, mijne onbesmette! (Cant. V. 2.) Dit is de stem,
IN HET ALLEBH. SACRAMENT. 449
welke Jesus in het hart van dengenen, die Hem bemint en zoekt, doet weergalmen. Open mij uw hart, zegt Hij, en ik zal er binnen treden, om mij met u te vereenigen. In zulke vereeni-p;ing zult gij wegens de overeenkomst mijne zuster worden; mijne vriendin, door de mede-deeling mijner goederen; mijne duif, door de gave eens eenvoudigen en oprechten geestes; mijne reine, onbesmette, door de gave der zuiverheid, welke gij van mij ontvangen zult. Daarna vaart Hij voort te kloppen en te roepen, ter oorzake: want mijn hoofd is vol dauw, en mijne haarvlechten zijn vol nacht druppelen, (Ibid) alsof Hij zeide : bedenk wel, mijne beminde ziel, dat ik gedurende den ganschen nac'.t van uw in zonden doorgebracht leven tot hiertoe gewacht heb; zie mij thans aan : in plaats dat ik tot u had moeten komen met den geesel mijner gramschap, om u te tuchtigen, kom ik in dit geheim met van hemeldauw druipende haarvlechten, ten einde uwe onzuivere hitte tot de schepselen te verkoelen, en daarvoor hef vuur eener heilige en kuische liefde tot mij in u te ontsteken.
Zie, o mijn Jesus! ik op^n ü dauelijk de deur van mijn hart; kom spoedig binnen, en bewerk in mij datgene; wat Gij verlangt te doen. Ik verzaak alle andere genegenheden, opdat ik geheel de uwe zij, en Gij mij naar uwen wensch aan uwe oogmerken en verordeningen geheel gehoorzaam en onderdanig maket. '
VI.
Mijn beminde komt in zijnen hof, opdat hij de vruchten zijns appelbooms ete. (Cant. V. 1.) Dit moet juist de uitnoodiging zijn, zegt Cornelius a Lapide, waarvan zich eene ziel bedient, die Jesus
450 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
door de heilige CommuDie ontvangen wil. Kom , mijn Beminde, zegt zoodanige, kom in mijn arm hart, dat eens van uwe vijanden beheerscht werd, maar nu weder door uwe genade voor U geopend is. Kom en proef in mij die vruchten der deugden , welke Gij zelf door uwe komst mij zult medebrengen. Ach, mijn Heer en God! zuiver ten minste ter eere uwer overgroote Majesteit mijne ziel; versier haar, breng in haar voort de aangename vruchten uwer liefde; maak haar welbe-hagelijk voor uw goddelijk aanschijn, opdat zij U voortaan tot eene waardige woning diene.
VII.
Men zal u aan ie horsten dragen. (Isaï LXVI.) Met zulke liefderijke woorden spreekt Jesus uit het heilig Sacrament tot de zielen. Komt toch, en nadert tot mijn liefderijk en genaderijk hart; gij zult van hetzelve alle genade, zelfs mijn eigen bloed, hetwelk ik u in dit Sacrament even gewillig als milddadig mededeel, tot u trekken, gelijk een klein kind de melk uit de borst zijner moeder zuigt. Welke herder, zegt de H. Chrysos-tomus, spijst en drenkt immer zijne schapen met zijn eigen bloed? Ja, vele moeders willen zelfs van dezen last ontslagen zijn, en geven hunne kinderen aan minnen over. Maar gij , o goddelijke Herder ! door de liefde jegens onze zielen geheel ingenomen, wilt dezelve zelfs met uw bloed voeden. De H. Catharina van Senen had dus groote reden, dat zij, bij het ter Communie gaan , zulke ijverige begeerte en zulken dorst opwekte, om zich met dit uit het goddelijk hart van Jesus , voortwellende levenssap te verkwikken, gelijk een klein kind hijgend en angstig de borst zijner moeder nadert om te zuigen. De heilige
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 451
Bruid (Cant. IV.) had derhalve gegronde reden, om aan te duiden, dat zij de uit het dierbaarste hart van Jesus ontspringende en door het allerheiligste Sacrament tot ons vloeiende genadebronnen veel hooger achtte, dan alle andere zoetheden der gansche wereld, welke ijdel en vergankelijk zijn, even gelijk de aangenaamheid en zoetheid van den wijn zelfs voorbijgaat.
Wijl Gij dus, o Jesus, mi] in de heilige Communie met uw eigen bloed drenken wilt, zoo is het billijk en noodzakelijk, dat ik gewillig en bereidvaardig alle vermaken en zoetheden, welke mij de aarde geven kan, verzaak en versmaad. Ja, ja ik verzaak ze alle, en betuig dat ik veeleer verkies in vereeniging met U alle ongemak te verduren. Het is mij genoeg, dat ik U, mijn God, voldoe en U vreugde en welgevallen geven kan. Gij die waardig zijt op alle bedenkelijke wijze door ons verheugd te worden. Voor mij bid ik alleen om uwe heilige liefde en genade; en dit is mij genoeg tot mijne volkomene vreugde en tot allen rijkdom,
VIII.
Eet vrienden, en drinkt en wordt dronken, aller-liefden. ( Cant. V. 1.) Diegenen welke eerst onlangs Gods vrienden geworden zijn, en nog tot het aantal dergenen behooren, welke eerst op den weg der deugd aanvangen, moeten bij het ontvangen van het teeder lichaam van Jesus in de heilige Communie zich beijveren, opdat hun de goddelijke spijs wel gedije. Maar die reeds op den weg der deugd verder gevorderd zijn , worden zonder bijzondere moeite, even als een dorstige tot een aangenamen drank, door de liefelijkheid van dit heilig Sacrament getrokken. De volmaak-
452 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
ten eindelijk, dat zijn: door de zuivere liefde aan God geheel overgegevenen, en door Hem allerliefste, innigst beminde zielen genoemd, worden bij de nuttiging van dit gastmaal door de heiligheid en sterkte der liefde als het ware wel dronken, zoodat zij alle vreugden en zaken dezer wereld, zelfs zich zeiven vergeten, en in God diep verzonken , niets anders in gedachten hebben, dan Gods welbehagen altijd te bevorderen.
Mijn liefste Jesus! zoo volmaakt ben ik nog niet, maar Gij kunt mij tot dezo volmaaktheid brengen.
Wegens mijne menigvuldige fouten en gebreken, behoor ik nog niet onder het getal dergenen, die uwe allerliefsten genoemd worden; maar Gij, o Jesus, kunt mij gemakkelijk bij dat gelukzalig aantal voegen. Kom dan tot mij, o Koning der liefde, en neem bezit van mijne gansche ziel. Sticht en bevestig in hetzelve het rijk uwer liefde zoodanig, dat deze mij voortaan eenig en alleen bezig houde en beheersche, en ik altijd aan dezelve getrouw blijve. Plaats mij geheel buiten mij zeiven, en verdiep mij in U. Maak dat ik de schepselen, de vergankelijke vreugden , mij zeiven en mijne begeerten vergete, opdat ik niets anders bedoele, naar niets anders verlange, dan naar U alleen, en wat U kan aangenaam zijn. Mijn eenigste Goed! mijn onuitpulbare Schat! mijn God en Al! dit bid eu smeek ik van ü, door de verdiensten van uw bitter lijden en sterven. Amen.
IX.
Omring mij met bloemen, omring mij met appelen; wantik kicijn van liefde. (Cant. II. 5) Alsdan is eene in God verliefde ziel vermoeid en krachteloos.
IN HET ALI/ERH. SACRAMENT. 453
wanneer zij, zichzelve en al het overige vergeten hebbende, op niets anders peinst, dan om hare door het vuur der liefde verteerde krachten te herstellen, en zich bij hare liefdezwijming door hevige begeerten , als zoo vele welriekende bloemen , en door rechtvaardige werken , als waardige vruchten van ware liefde Gods te versterken.
O mijn in dit Sacrament verborgen God! wijl Gij wilt dat ik geheel voor u zal zijn, zoo handel met mij naar uw welgevallen. Doe mij alles vergeten , wat niet tot uwe liefde behoort; vermeenlec zonder ophouden in mij de begeerte, üw welbehagen te vermeerderen. Maak ook dat deze bloemen niet altijd bloemen zijn, maar dat er ook vruchten uit groeien , en dat ik uit liefde tot U veel r'oe en lijde, daar Gij zoo veel mijnentwege gedaan en geleden hebt. Verleen mij, o God, de genade U te beminnen , maar met werken en in waarheid, alvorens ik door den dood van deze aarde tot uw oordeel opgeëischt worde.
X.
Mijn welbeminde is wit en roodverwig, uitverkoren uit duizenden. (Cant. V. 10.) Onze beminde Jesus is geheel rood, wegens de vlammen zijner goddelijke liefde. O mijn onschuldig, onbevlekt, van liefde tot mij brandend Lam Gods ! wanneer toch, wanneer zult Gij mij aan U gelijkvormig maken ? wanneer zal ik zuiver worden , gelijk Gij zijt, als eene sneeuwwitte lelie? wanneer zal ik van liefde jegens U ontstoken zijn , gelijk gij van liefde tot mij blaakt ? Ik verzaak alle andeve liefde, en verkies U als mijn hoogste en beste goed bovenal te beminnen. Gaat vrij heen, gij schepselen ! wat verlangt gij van mij ? Gaat en streeft naar de liefde van Hem die u zoekt : ik zoek en verlang God
454 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
alleen; voor Hem alleen bewaar ik mijn hart, Hem
alleen staan al mijne begeerten ten dienste.
XI.
Be goedertierenheid en liefde van God, omen Zaligmaker, is verschenen. (Tit. III. 4.) Toen de Zoon Gods mensch werd, toonde Hij aan de gan-sche wereld zijne goedertierenheid. Maar daar Hij zelfs in dit Sacrament zich tegenwoordig stelt, hoe verre is de zoetigheid zijner liefde niet gegaan ! Zouden , zegt de H. Augustinus, bij het verval van het geloof, deze woorden : âeet mijn vleesch en drinkt mijn bloed,quot; iemand niet als eene dwaasheid voorkomen ? O, gij men-schen! zegt Jesus, ten einde u overvloedig te kennen te geyen hoe zeer ik u bemin, zoo wil ik dat gij tot mij komen en mijn vleesch eten zult. O, heilig geloof! wie had ooit zulks durven be-geeren ? Wien zoude het zelfs te binnen gevallen zijn, zoo niet Jesus zelf daaraan gedacht en het ook werkdadig gemaakt hadde ? Ãenige Leerlingen van Christus, uit zijnen mond hoorende, dat Hij hun zijn vleesch tot spijs geven wilde, hielden het voor eene harde en voor menschen afschuwelijke zaak, welke zij n iet hooren, veel minder gelooven konden. (Joan. VI.) Zij verlieten Hem daarom, en toch is het eene vaste ge-loofs-waarheid.
En wat zoekt Jesus Christus van ons door al datgene, wat Hij gedaan heeft, dan van ons bemind te worden? Gelijk eertijds God tot zijn volk zeide : ( 5. Boek. Moz. X.) âen na dit ai, o Israël, wat begeert de Heer, uw God van u , dan dat gij Hem bemint en hem van ganscher harte dient! quot;
O mijn Jesus! wat belooft Gij niet, en wat geeft
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 455
Gij niet nog bovendien aan dengenen die u bemint! Gij verzekert hem van eene onschatbare wederliefde; {Spreuk. VIII.) Gij belooft hem op de teederste wijze te ontvangen, ofschoon hij u menigmaal verlaten had; {Zach.. 1.) Gij belooft hem eindelijk, dat Gjj met den Vader en den heiligen Geest tot hem zult komen en uwe woning bij hem nemen. {Joan. XIV.) En wat kunt Gij toch meer beloven, ten einde de menschen tot liefde voor U over te halen ? Mijn beminnenswaardigste God en Heer! ik begrijp het: Gij wilt ook van mij bemind worden. Ja, ja, mijn God! dit geschiede! ik bemin U uit al het vermogen mijns harten ; en mocht ik U niet oprecht beminnen, o zoo leer mij toch de wijze, en geef mij de genade U naar uw welbehagen te beminnen. Amen.
XII.
Wilt mij niet aanmerken, dat ik bruin hen, want de zon heeft mij ontverwd. (Cant. 1. 5.) De hitte mijner begeerten, zegt de heilige Bruid, heeft mij ontverwd. Maar ik, o mijn liefste Jesus, moet zeggen ; de hitte mijner ongeregelde driften heeft mij mismaakt. Maar, ofschoon ik wegens mijne onvolmaakte werken zwart ben geweest, zoo ben ik toch door uwe verdiensten, mijn goddelijke Zaligmaker, weder gezuiverd. Ik was in den tijd, toen ik mij van U had gescheiden, geheel zwart en mismaakt; maar nadat ik weder met U vereenigd ben, heeft mij uwe genade, uwe liefde en de glans uwer schoonheid eene nieuwe en schoone gedaante medegedeeld. Wees daarom, o mijn Jesus, geloofd en geprezen, maar gedoog niet, dat ik de oorzaak mijner schoonheid verlieze, en tot mijne vorige afschuwelijkheid terugkeere. Ik bemin U, o ongeschapene, oneindige schoonheid! ik wensch en
456 UEFDFZUCHTEN TOT JESUS
smeek, dat deze schoonheid altijd meer en meer aan mijne ziel medegedeeld worde, opdat zij altijd aan uw goddelijk aanschijn behage en van U bemind worde.
xm.
Trek mij, wij zullen achter u loopen op den reuk uwer zalven. (Cant. I 3.) WijliV, door dit t'^en-woordige leven belet, mij met 'met liet lichaam tot TJ, 9 Jesus, tot den hemel kan verheffen, daarom hebt öij van den hemel willen neerdalen, om U met mij in dit geheim der liefde te vereenigen. Zoo trek mij dan, mijn opperste Goed, geheel tot U. Ik verlang thans niet U tot mij te trekken, ten einde aan mijne oogmerken en aan mijn genoegen voldoening te verschaften; veeleer is mijn wenscli, dat Gij mij door uw zacht geweld tot U trekket, opdat ik voortaan niets anders be-geere en doe, dan uwen allerheiligsten wil. Het is immers geheel billijk, dat al mijne neigingen aan uwe alwijze verordening ondergeschikt zijn. Haal den band dezer vereeniging geheel nauw toe, zoo zal ik, van de aardsche begeerten los, met U den weg der deugden bewandelen, welke mij lot het genot der kalme rust in uwen allerheiligsten wil voor dit en het toekomstige leven zal geleiden.
XIV.
Hij heeft mij in den wijnkelder geleid, hij heeft de liefde in mij geregeld. (Cant. 11. 4.) De H. Bona-ventura verstaat door dezen wijnkelder, waarin de bruid zich vermaakt, de heilige Communie, door welke de ziel, als eene koninklijke bruid, met dezen Koning der glorie vereenigd, rijkelijk den edelsten wijn der liefde smaakt, welke alle begeerte tot aardsche wellusten en allen smaak derzelve wegneemt, maar te gelijk eene welge-
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 457
regelde liefde medebrengt, waardoor de ziel zich zelve in eerbaarheid, den naaste met dienstvaardigheid, maar God van ganscher harte boven alles bemint.
ó Liefste Jesus, o Heer en Koning mijner ziel! Gij hebt mij ook in den kelder uwer liefde geleid, namelijk in U zei ven, vermits Gij door dit Sacrament met mij vereenigd zijt. Ja, mijn God ! ik bespeur in mij die verandering des harten; ik gevoel een heilig verlangen dat mijne rust bevordert; eenen afkeer van alle onzuivere driften, en mij jegens U, o Jesus, van zuivere liefde ontstoken. Ach, liefderijkste Jesus ! vermits Gij mij den ingang in dezen gelukkigen kelder hebt toegestaan, gedoog toch niet dat ik denzelven ooit verlate. Trek mij hoe langer hoe meer van alle aardsche liefde af, en vereenig mij steeds nauwer met U, opdat eindelijk de dag aanbreke, dat ik met U in den hemel volkomen vereenigd worde, alwaar ik in het genot uwer aanschouwing, met al mijne krachten, zonder ophouden, en met alle volmaaktheid, door de gansche eeuwigheid, U zal beminnen. Amen.
XV.
Mijn beminde is in zijnen hof gegaan, opdat hij in den hof opgevoed tcorde en lelien vergaders. (Cant. VI. 1.) Mijn dierbaarste Heiland ! daar Gij van den hemel nederdaalt, om in mijne ziel binnen te treden, zoo bewerk toch door uwe genade, dat zij U tot eenen aangenamen lusthof verstrekke, waarin Gij de sohoone lelien en de behagelijke vruchten vergaderen kunt. Vergeef mij dat ik U beleedigd heb; neem mij thans op, terwijl ik boetvaardig tot ü wederkeer, ofschoon ik IJ eens verlaten heb. Verleen mij die zuiverheid, welke Gij
458 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
van mij verlangt. Geef mij sterkte alles werkstellig te maken, wat Gij van mij begeert. Schenk mij uwe heilige liefde, dan zult Gij altijd aan mij uw welgevallen vinden. Intusschen schenk en bied ik U aan, als de eerstelingen mijner vruchten, de afzondering mijns harten van alle aardsche vreugden, van welke ik ten volle afzie, met het ernstige besluit, datgene te zoeken en te verlangen, wat uw goddelijk welgevallen wegdraagt.
XVI.
De heilige Bruid zegt van haren Beminde met waarheid, dat hij in en met al het zijne naar wensch is. (Cant. V.) Jesus is het aangenaamste voorwerp van het verlangen aller zielen, die als geestelijke bruiden Hem beminnen, hetzij Hij zich vertoone van nabij of van verre, hetzij Hij hun troost schenke, of droefheid en lijden beschikke; omdat zij wel begrijpen , dat Hij zulks uit liefde doet, en uit begeerte van door hen bemind te worden.
Daarom, o Jesus, handel ook met mij naar uw welgevallen. Ik wil U gestadig en oprecht beminnen; Gij moogt over mij hemelsche vertroosting, of kruis en lijden beschikken; ik weet, dat alles zijn oorsprong van uw hart vol liefde heeft, hetwelk altijd op mijn welzijn bedacht is. Ziedaar mijnen bereidvaardigen wil, om al wat U behaagt aan te nemen. Ik wil zoo wel ten tijde van welstand als van wederwaardigheden li, mijn Heer en God, loven en beminnen. Ik houd bij U niet aan om troost, dien ik niet verdien, naardien ik U door mijne zonden zoo vele onaangenaamheden veroorzaakt heb; uw goddelijk genoegen ligt mij alleen aan het hart. Als Gij slechts, mijn God, alle bedenkelijk welgevallen geniet, wil ik gaarne
IN HET ALLERH, SACRAMENT. 459
met nood en ellende mij vergenoegen. Mijn Jesus, mijn Jesus! Gij moogt U aan mij van nabij of als het ware van verre toonen, zoo zult Gij toch altijd eenig en alleen mij naar wensch zijn : ik zal nimmer ophouden U te beminnen ; ik zal nimmer ontbreken U mijnen dank te betuigen.
XVII.
Wie is deze, die van de woestijn opklimt, overvloeiende van wellustigheid, leunende op haren heminde ? ( Cant. VIII. 5.) Wie zijn toch de zielen , die op de aarde wonende, dezelve als eene woeste wildernis beschouwen? die daarom van aardsche dingen geheel als afgezonderd, God alleen beminnen, alsof er nergens eenige zaak te vinden ware dan God alleen, die van hen innig bemind wordt, en wien zij in alles trachten te voldoen; die zich boven de aarde verheffen, en zoodanige wellustigheden genieten, welke niemand smaakt, dan die God alleen zoekt, en Hem tot steun van al zijne verwachting en bedoeling maakt. Wie zijn toch deze gelukkige zielen ? Zijn het niet degenen, die zich dikwijls door zuivere oprechte liefde met jesus in het heilig Sacrament vereenigen? Ja, mijn God! deze zijn die gelukzaligen. Hakend verwacht ik ook onder dat aantal te komen, wanneer ik mij door uwe genade van al het aardsche vooraf zal afgezonderd hebben. Van dezen oogen-blik af wil ik de wereld niet anders beschouwen, dan als eene plaats vol van verwoesting, welke ik in mijne begeerten ontvlieden, en in mijne gedachten ontwijken wil, teneinde aan niets anders te denken dan aan U; als of er niets anders te vinden ware, buiten U, mijn opperste God, en ik, «w armzalig schepsel. Op D stel ik thans geheel mijn betrouwen; tot U neigt zich al mijne
460 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
liefde, o God mijns harten ! mijne Hoop ! mijn
beminnenswaardigste Goed ! mijn Al!
XVIII.
Is zij eene muur, zoo laat ons daarop zilveren voorkante/den timmeren; is zij eene deur, zoo laat ons die zamen voegen met cederen borden. (Cant. quot;VIII. 9.) Wat hier de bruidegom van zijne door heilige liefde ontvlamde bruid zegt, datzelfde zegt Jesus, door de heilige Communie tot eene ziel komende. Hij ziet, dat zij een veel te zwakke muur is, om de aanvallen der hel genoegzaam te wederstaan; daarom versterkt en bevestigt hij dezelve door zilveren voorkanteelen, namelijk door de mededeeliag van zijn goddelijk licht. Hij ziet, dat zij, even als eene van wormstekige balken opgerichte poort, door instorting bedreigd wordt; daarom voegt Hij er eene andere in, en bekleedt ze met hechte en duurzame boorden of planken in cederhout, dat aan verrotting en bederf niet onderhevig is. Dat is : Hij vervult haar met zijne heilige vrees, met afkeer, met verfoeiing jegens de schepselen, met lust tot bidden, met heilige begeerten en verzuchtingen, en nog veel meer met zijne goddelijke liefde, welke louter steunselen zijn voor de gelukzalige volharding,
Ach, mijn Jesus, is er wel iemand zwakker en ongestadiger dan ik? Gij weet het maar al te wel, hoe dikwijls ik voor mijne vijanden heb ondergedaan, en zij meester van mijn hart zijn geworden. Hoe dikwijls hebben zij zich meester gemaakt van mijne poort, dat is , van raijnen wil; zijn door dezelve ingedrongen , hebben mij van uwe vriendschap beroofd, en alles in mij verwoest. Ach ! ik bid U, bevestig mij met uwe goddelijke inspraken
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 461
cn genade, teneinde mij toch zulk ongeluk niet weder overkome. Mijn geliefde Heer en Zaligmaker ! zoude ik ü wellicht nog eenmaal beleedigen willen? o, zoo laat mij op dit oogenblik, terwijl ik vertrouw bij U in genade te zijn, liever sterven. Ik vertrouw mij zeiven niet meer, en ik wil geenszins meer zonder U, mijn liefste Jesus, leven. Maar zoo lang ik leef, ben ik aan verandering onderhevig, en blijf ik in staat tot mijne vorige ontrouw weder te keeren; help mij derhalve; sta mij bij , betoon mij uwe barmhartigheid. O allerheiligste Maagd, o Moeder der barmhartigheid ! verwerf voor mij van uwen Jesus die genade. Ik zoek dezelve bij TJ met volkomen vertrouwen; door uwe voorspraak hoop ik dezelve te bekomen. Amen.
XIX.
Ik Jieh gevonden dengenen, die mijne ziel bemint ik heb He/n gevonden, en ik zal hem niet laten gaan. (Cant. III. 4.) Aldus moet eene ziel spreken, welke met Jesus in het allerheiligste Sacrament is vereenigd. Gaat heen, gij schepselen! weg met u uit mijn hart. Ik beminde u eens, maar het was mijne blindheid. Maar nu verzaak ik alle liefde tot u, ik kan u voortaan ook niet meer beminnen , want ik heb eenen anderen gevonden, die oneindig meer beminnenswaardig is dan gij allen. Ik heb in mij zei ven mijnen Jesus gevonden, wiens schoonheid mijn hart geroofd en mij in Hem geheel verliefd gemaakt heeft; aan dezen mijnen eenig beminden heb ik mij geheel gewijd. Ook heeft Hij mij reeds als zijne beminde bruid aangenomen; daarom behoor ik mij thans niet meer toe, en ik heb over mij zei ven geene macht meer. Weg derhalve met u, gij schepselen! gij
30
4C3 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS
hebt, noch zult voortaan eenig deel aan mij hebben; ik ben en wil altijd geheel Jesus eigendom zijn; ook is Hij reeds mijn, en zal altijd en eeuwig mijn blijven. Waarlijk heb ik mij door de heilige Communie vastelijk met Hem vereenigd, en ik zal dezen band van vereeniging door de liefde steeds meer en meer toehalen, en niet dulden , dat er immer eene scheiding plaats hebbe. Sta mij toe, mijn allerliefste Heiland, dat ik U geheel vast omarme, opdat ik nimmer door eenige ontrouw van U scheids. Zie, o Jesus, het verlangen mijns harten. â Zie dat ik U waarlijk bemin. â Zie meer naar de zuchten mijns harten, dan op de woorden mijns monds, wijl ik geene vinden kan, om datgene, wat mij op het hart ligt, uit te drukken : ik bemin U, o Jesus! â ik bemin U, o Jesus ! â ik bemin U, o Jesus! en verlang U zoodanig te beminnen, als Gij het verdient. Dit zal mijne eenige rust, mijn eenig genoegen zijn, dat ik U bemin, en mij om het welgevallen van uw goddelijk hart beijvere. Beveel, o mijn God, den schepselen, dat zij mij in vrede, laten en mijne rust niet stooren; zeg hun toch; ik bezweer u, dat gij mijn beminde niet opwekket; noch hem in den slaap verontrustet. Maar wat zeg ik! Indien ik zelf niet wil, zoo kunnen immers de schepselen nimmer zoo ver komen, dat zij mij van U scheiden. Daarom bid ik veelmeer, bevestig en versterk mijnen wil in het goede; vereenig mijn hart met uw goddelijk hart, opdat mijne begeerten alleen beoogen datgene te volvoeren , wat U welbehagelijk is. Zoo hoop ik, o mijn God ! en aldus zal het geschieden. Amen.
IN HET ALLKRH, SACRAMENT.
XX.
Sta op nnordewind, en hom zuidewind, en doorwaai mijnen hof, en laat zijne welriekende specerijen vloeien. ( Cant. IV. 16.) Wijk van mij , o koude en schadelijke noordewind der aardsche genegenheden! Kom daarentegen en waai, warme en aangename zuidewind der heilige liefde, welke de heilige Geest inblaast, en welke uit het liefderijke hart van Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament voorkomt. Ach, gij alleen zult geheel mijne ziel doorwaaien, welke Jesus thans zich toteenen lusthof heeft verkoren. Sta op, want als gij begint te waaien , o welk eene nieuwe en aangename geur van heilige deugden gaat alsdan uit mijne ziel op! Gij , o Jesus , kunt bewerken dat dit geschiede ; en waarom zal ik het niet vast hopen ?
XXI.
li Jieh mijne mirre mei mijne kostelijke specerijen yemaaid : ik heb honigraat met mijnen honig gegeten. (Cant V. I.) Eene ziel die Jesus ontvangen heeft, moet wel op hare hoede zijn mirre te vergaderen, teneinde altijd eenen aaugenamen geur van deugden van zich te kunnen geven, welke van de zelfverloochening ontluiken. Ook is eene Godminnende ziel niet tevreden met den honig, maar zij verlangt en zucht ook naar den honigraat. Daarom spreekt zij tot Jesus : mijn dierbaarste Heiland! uwe vertroostingen verzadigen mij niet, indien gij niet ook U zei ven mij schenkt, van wien alle troost voortvloeit. Wat helpen mij de zoete vruchten der liefde, bijaldien ik ü niet heb, het voornaamste voorwerp mijner liefde? Ja, ik beken zelf, dat Gij, mijn Jesus, gansch alleen mij genoeg zijt. Daarom ben ik bereid, ook alle andere vertroostingen te
463
464 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS.
ontberen, als ik slechts het geluk heb, ü mijnen God, mijn opperste Goed, alleen te bezitten, ik bemin U, mijn God ! maar met geen eigenbatig oogmerk, niet wegens eenigen troost, maar alleen wegens uw allerheiligste welbehagen, om hetwelk Gij wilt dat ik U zal beminnen.
XXII.
Mij zal het aan nieU ontlreken; hij heeft mij op eme plaats gesteld, 'tcaar weide is. (Psalm 22. 16.) O , mijn milddadigste Jesus ! daar Gij mij noodigt ter tafel der liefde te gaan, waaraan Gij mij met uw eigen vleesch wilt spijzen, wat zal mij dan nog kunnen ontbreken, \oot wien zoude ik bang zijn, indien Gij, mijn almachtige God, mijn licht, mijn heil zijt ? Ach, neem mij in uwe genade en liefde op, en daarna doe met mij gelijk het U behaagt. Tuchtig mij , gelijk het U welgevallig is. Tuchtig mij, houd U alsof Gij op mij vergramd waart, zoo lang Gij wilt, laat alle onheil, de dood zelfs over mij komen. Aan niets zal het mij ontbreken. Ik zal dan niemand vreezen; ik zal met uwen geduldigen Job uitroepen : al zoudt Gij mij ook het leven benemen , toch wil ik op U mijn vertrouwen vestigen. {Job. XIII. 14.)] Bijaldien ik slechts U toebehoor, bijaldien ik U slechts bemin, zie, zoo ben ik bereid en tevreden, dat Gij naar alle gestrengheid met mij te werk gaat.
XXIII.
Ik heb u in mijne handen geschreven : uwe muren zijn altijd voor mijne oogen. (Isai. XLIX. 16.) Zie, zoo groot is de liefderijke zorgvuldigheid, welke God voor eene ziel draagt, welka Hij zich heeft «uitverkoren. Hij draagt dezelve in zijne handen opgeteekend, om haar nimmer te vergeten, daarbij
IN HET ALLERH. SACRAMENT. 465
verzekerende, dat eene moeder veeleer haar eigen kind, dan Hij eene ziel, bij Hem in genade zijnde zal vergeten. Hij houdt altijd een waakzaam oog ter bewaring van zulke ziel, teneinde zij niet door hare vijanden besohadigd worde. Deze goedertieren God omringt ons altijd door zijnen ter hulpe genegen goeden wil, als met een onoverwinnelijk schild, en daardoor bewaart Hij ons tegen alle gevaar. Ach, mijn God ! o oneindige Goedheid ! Gij die meer dan elk ander mij bemint en verlangt wel te doen, aan U geef ik mij ten volle over ; alle aardsche hoop wijke van mij ; doe mij alleenlijk aan U geen gebrek lijden. Ik erken wel, dat ik zelf ook moet medewerken om uwen heiligen wil te betrachten. Wat wilt Gij, o Heer: dat ik doen zal ? Ik kan niets anders zeggen dan , zie mij gewillig en bereid, mijn God, al wat U zal behagen werkstellig te maken.
Niets anders verlang ik, dan uwen heiligen wil te volvoeren; maar verleen mij daartoe uwe hulp, anders zal ik niets goeds uitvoeren. Leer mij niet alleen datgene, wat U behaagt erkennen, maar ook werkelijk volbrengen. Geef, o hemelscbe Vader, dat ik met waarheid zeggen kan, wat Jesus, uw welbeminde Zoon , nog op aarde onder ons zijnde, gesproken heeft : Ik doe altijd datgene, wat mijnen hemelschen Vader behaagt. ( Joan. XVIII.) Dit! dit mijn God , is wat ik zoek en wensch; dit hoop ik te bekomen, door de verdiensten uws Zoons, en door de voorspraak der allerheiligste Maagd. Amen.
XXIV.
Mijn zoon ! geef mij uw hart. ( Prov. XXIII.) Mijne ziele! zie, dit is alles wat uw God van u verlangt : daar Hij thans komt om u te bezoeken.
466 LIEFDEZVCHTEN TOT JESUS
t' verheugt Hij uw hart, uwen wil : Hij zelf geeft
zich geheel aan u , zonder de minste uitzondering. Is het dus niet redelijk en billijk, dat ook gij u geheel zonder het minste voorbehoud aan Hem schenkt, en wel acht geeft om zijnen wil in alles nauwkeurig na te komen ? Jesus zal op eenen anderen tijd tot u wederkomen; wees derhalve vlijtig, opdat Hij alsdan, wanneer Hij komt en ziet dat gij zijne verordeningen zijt nagekomen, aan u zijn welgevallen hebbe. Ja, mijn Jesus , ik wil mijn best doen om U alle mogelijk welgevallen te veroorzaken , ondersteun mijne begeerte door uwe genade, en handel overigens met mij naar uw believen.
XXV.
Wat heb ik nog meer aan mijnen wijngaard moeten doen, wat ik niet gedaan heb? ( Isai. V. 4.) Hoor wel, mij ne ziel, wat u uw God zegt ; wat heb ik nog meer voor u moeten doen, en heb het niet gedaan ? Uit liefde tot u ben ik mensch, van Heer een knecht geworden. Zoo verre heeft mij de liefde gebracht, dat ik in eenen stal heb willen geboren worden , op eene plaats die aan de geboorte der onredelijke dieren toekomt. Ik heb mij tot den dood toe vernederd, en wel aan een verachtelijk hout. Wit heb ik meer voor u kunnen geven ten bewijze mijner liefde, dan mijn eigen leven ? Maar ook dit zelfs gaat de beramingen en uitwerkselen mijner liefda- te boven : want ik wilde zelfs ook na mijnen dood in dit Sacrament u tot spijs zijn. Mu zeg mij, wat ik meer had moeten doen, om u tot liefde jegens mij te bewegen.
Ach, mijn Heer en Verlosser ! Gij hebt billijke reden mij dit voor te houden; en wat zal ik ant-
IN HET ALLEIin. SACRAMENT. 467
woorden ? Ik weet daartegen niets in te brengen. Gij zijt inderdaad te liefderijk en milddadig jegens mij geweest; ik intusscheu heb mij geheel ondankbaar jegens U betoond. Ik kan mij niet genoeg over uwe onmetelijke goedheid verwonderen; ik begrijp mijne ondankbaarheid, en werp mij voor uwe allerheiligste voeten neder, zeggende : o Jesus ! heb barmhartigheid met mij, als eenen zondaar flie uwe onbegrijpelijke liefde met zoo groote ondankbaarheid heeft vergolden. Oefen derhalve aan mij de welverdiende wraak, en tuchtig mij, maar niet in uwe verbolgenheid: kastijd mij, maar verstoot mij niet van ü; verander veeleer mijn hart, en gedoog niet dat ik voortaan in ondankbaarheid leve. Doe mij ten minste voor mijnen dood uwe zoo blijkbare liefde op eigenaardige wijze vergelden.
XXVI.
Siel mij als een teeken op uw hart.. (Cant. VIII. 6.) Ik weet wel, liefderijkste Jesus, dat Gij mij op uw goddelijk hart als een teeken der Heide diep hebt ingeprent; sta mij dan ook toe, dat ik, na U mijn hart met al zijne genegenheden geschonken te hebben , U als een teeken en zegel der liefde op hetzelve drukke, ten einde aldus den ingang voor alle aardsche liefde af te sluiten, en aan alle schepselen bekend te maken, dat mijn hart uw eigendom en werkelijk uitsluitend in uw bezit is. Maar, mijn God! ijdel en krachteloos is deze mijn goede wil en mijn verlangen, indien Gij mij door uwe krachtige genade niet versterkt. Ik, zwak en ellendig schepsel, kan niets anders doen dan U mijn arm hart schenken, opdat Gij hetzelve besturet, gelijk het aan U behaagt. Zie hetzelve hier voor uwe voeten vernederd als een
468 LIEFDEZUCHTEN TOT JESUS ENZ.
geschenk en slachtoffer, waaraan ik voortaan geen deel meer hebben wil. Gij zult het best weten, naar den aandrang uwer liefde hetzelve te gebruiken. Ik, o mijn Heiland, van mijne ongestadigheid overtuigd, vrees slechts dat ik spoedig terugkeere, om U hetzelve te ontrooven. Ach! wil zulks toch niet dulden : laat het nimmer in mijne macht terugkomen.
O liefderijke God! o grootste'Liefde! dat ik om niets meer leve, dan enkel om TJ te beminnen. O, dat ik U beminne wegens geene andere reden, dan om de vreugde en het genoegen van uw hart, zoo het mogelijk is, te vermeerderen. Gij wrocht in dit Sacrament zoo vele wonderen, opdat Gij tot mij zoudt kunnen binnentreden; verricht ook dit eenige aan mij dat ik mij als uw eigendom aan U overgeve, maar zonder verdeeldheid, zonder uitzondering en voorbehoud, ten einde ik mij tijdelijk en eeuwig daarop beroemen kunne, dat Gij, mijn God, de Heer mijns harten, mijn oneindige schat en onuitputtelijke rijkdom zijt.
O Maria, mijne Moeder, mijne hoop! help mij dit toch erlangen, zoo zal ik tevreden zijn. Amen.
o-
Gebeden tot de H. Moeder Gods.
VOOB, El,KEN DAG DER WEEK.
VOOR DEN ZONDAG.
Gebed tot de allerheiligste Maagd , om door hare voorspraak vergiffenis der zonden te bekomen.
Zie, verhevene Moeder Gotls! eenen ellendigen zondaar, die een slaaf der hel geworden is, hier voor uwe voeten vernederd, tot u zijne toevlucht nemen, terwijl hij op u geheel zijn vertrouwen stelt. Ik verdien, wel is waar, niet, dat gij een oog op mij slaat, maar ik weet tevens dat gij van hevige begeerte brandt, zondaars te helpen, zoo dikwjjls gij u herinnert aau den gruwelijken dood uws Zoons, welken Hij, om ben zalig te maken, heeft willen ondergaan. Moeder der barmhartigheid! aanzie den ellendigen staat mijner ziel, en heb medelijden met mij. Alles roept en noemt u de toevlucht der zondaren, de hoop dergenen, welke reeds aan den rand der wanhoop verkeeren, de helpster der veriatenen. Diensvolgens zijt gij ook mijne toevlucht, mijne hoop en mijne helpster. Ach, maak mij door uwe voorbede zalig! Eed mij door uwen bijstand, om der liefde wille, waarmede gij Jesus, uwen Zoon, bemint; reik eenen hulpeloozen gevallen zondaar, die zich aan u beveelt, uwe machtige hand. Ik weet, o barmhartige Moeder, dat uwe grootste vreugde hierin bestaat, dat gij eenen zondaar redden kunt; o, zoo red mij thans, terwijl gij mij nog redden kunt. Ik heb door mijne zonden
470 GEBEDEN TOà DE H. MOEDER GODS. de genade en vriendschap Gods en insgelijks mijne ziel verloren. Ik geef mij geheel in uwe handen over; onderricht mij wat mij te doen staat; om weder bij God in genade te komen. Ik ben bereid alles te vervullen, wat gij mij zult bevelen. Aan Jesus Christus, uwen Zoon, behaagt het dat ik tot u ga, opdat gij mij helpet; en dat ik uwe barmhartigheid te hulp roepe, ten einde, met zijne verdiensten, ook uwe voorspraak tot het heil mijner ziel medewerke. Tot u neem ik derhalve mijne toevlucht, opdat gij, daar gij voor zoo vele anderen spreekt, ook voor mij Jesus, uwen Zoon, bidt. Spreek slechts één enkel woord voor mij tot Hem, en Hij zal mij de kwijtschelding doen toekomen. Zeg Hem, dat gij verlangt mij onder de gelukzaligen te zien, en Hij zal mij zalig maken. Laat aan de geheele wereld zien, hoe genegen gij zijt degenen wel te doen, die hun vertrouwen op u stellen. Amen.
VOOR DEN MAANDAG.
Om de gaaf der volharding te bekornen.
O groote Koningin des hemels! ik was eens een ongelukkige slaaf der zonde, maar thans eigen en wijd ik mij aan uwen bestendigen dienst toe, o verhevene Vrouw des paradijzes ? en ik beloof, u gedurende geheel mijn leven kinderlijk te eeren. Neem deze bewijzen mijner volkomene overgeving goedgunstig aan, en verstoot mij niet van u, gelijk ik zulks wel verdiend heb. â Mijne Moeder! ik heb, naast Jesus, al mijn vertrouwen op u gesteld ; van u verwacht ik de voleinding mijner â¢zaligheid. Ik prijs de algoedheid Gods, dat Hij mij uit oneindige barmhartigheid een zoo groot vertrouwen op u heeft verleend. Ik beschouw
VOOE ELKEK DAG DER WEEK. 471
hetzelve als een geruststellend kenteeken van mijne eeuwige zaligheid. â Ach, mij ongelukkige ! waarom heb ik niet vroeger, toen ik, in zonde gevallen, Gods vriendschap verloor, tot u mijne toevlucht genomen? Thans blijft mij echter de hoop over, â o, mocht deze in mij standvastig blijven en door geene kleinmoedigheid geschokt worden ! â op de verdiensten mijns Zaligmakers, Jesus Christus, en op uwe machtige voorspraak, waardoor ik vertrouw vergiffenis verkregen te hebben. Maar eene zaak verontrust en benauwt mij nog zeer, de gedachte-: ik kan weder de genade van God verliezen; het gevaar voor mij heeft nog niet opgehouden te bestaan ; de vijanden, ofschoon zij den aan mij gemaakten buit moeten laten varen, zijn nog niet ontwapend, de gruwelijkste aanvallen, de verschrikkelijkste strijd, de gevaarlijkste bekoringen staan mij nog te duchten. â O, Moeder vol van barmhartigheid ! bescherm mij, en laat niet toe dat ik ooit weder hun buit worde; sta mij bij in allen strijd die mij nog wacht. Ik weet wel, dat gij, o medelijdende Moeder, mij zult bijstaan, indien ik slechts uwe hulp afsmeek, en ik zal zeker onder uwe bescherming zegevieren ; maar ik vrees, dat ik bij het gevaar en bij degelegen-heden, ten volle de tegenwoordigheid van geest zal verliezen, en verwaarloozen u aan te roepen, en in diervoege zal bezwijken. Daarom smeek ik thans tot u om de genade: verwerf voor mij bij God, dat ik in de oogenblikken der helsche aanvallen mij zonder verwijl tot u wende, tot u roepa ; o Maria, kom mij te hulp! o mijne Moeder, laat niet toe dat ik God verlieze 1 Amen.
472 GEBEDEN TOT DE H. MOEDER GODS
VQOE DEN DINSDAG.
Om door de voorspraak van Maria eenen zaligen dood te erlangen.
Maria! welken dood zal ik eens sterven ? Doode-lijke angst, vrees en schrik verontrusten mij, als ik aan den eenen kant de menigte en grootheid mijner zonden, maar aan den anderen kant dat gewichtig tijdstip overweeg, waarop ik van deze aarde zal verhuizen, en van mijnen rechtvaardigen ën onverbiddelijken Rechter het alles beslissende vonnis zal hooren. O, lieve Moeder! al mijne hoop is op het bloed van Jesus Christus en op uwe voorspraak gevestigd. O gij, Troosteres der bedrukten! verlaat mij toch te dien einde niet, en onttrek mij uwen bijstand en troost niet in dien allergrootsten angst. Daar de herinnering aan mijne vorige zonden, de onzekerheid der ontvangene vergiffenis, de gevaren van te hervallen, de gestrengheid van het goddelijke gerecht, thans reeds mijn geweten zoo zeer benauwen, hoe zal het dan met mij staan ! Zoo gij mij niet redt, ben ik wellicht verloren. O, machtige en verhevene Koningin! verwerf mij vóór mijn sterfuur een volmaakt berouw over al mijne zonden, en voor den mij nog overigen leeftijd ware beterschap en bekeering, en eene onverbreekbare trouw jegens mijnen algoeden God. En als het uur mijns doods nabij is, o Maria! kom mij dan te hulp, en laat alsdan uw moederlijk hart door de angsten mijner arme ziel tot medelijden bewogen worden. Versterk mij alsdan in het vertrouwen op Gods barmhartigheid, op de oneindige verdiensten mijns Verlossers, en op uwe voorspraak, o machtige beschermster, opdat
VOOR ELKEN DAG DEE WEEK. 473
ik door de voorstalling mijner zonden en de listen van den vijand mijner ziel niet tot wanhoop vervalle. Verwerf voor mij de genade, u alsdan meermalen aan te roepen, en bij het aanroepen van uwen en uws Zoons heiligsten Naam mijnen geest te geven.
O, liefderijkste Moeder! duld dat ik nog eene bede voor üwe voeten aflegge. Alvorens ik sterf, kom zelve, en vertroost mij met uwe tegenwoordigheid. Gij hebt deze gunst aan zoo vele anderen betoond, die u door ware godsvrucht toegedaan waren; daarom verlang en hoop ik ook dezelve. Ik ben wel een groote zondaar, en verdien ze daarom niet; maar gij zijt toch mijne Moeder, en ik uw kind, ik bemin u zeer, en heb groot vertrouwen op u. O, Maria! dit mijn vertrouwen op uwe goedheid doet mij hopen, dat gij u verwaardigen zult tot mij te komen en mij te vertroosten. Zend mij ten minste troost van den hemel, als ik deze genade niet waardig zoude zijn; opdat ik in de liefde Gods van deze wereld geheide, en tot de aanschouwing van u en van Hem kome, die leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
VOOE DEN WOENSDAG.
Om door de voorspraak van Maria van de hel bevrijd te blijven.
Ik dank u duizendmaal, mijne liefste Moeder, dat gij, zoo dikwijls ik reeds de hel door mijne zonden heb verdiend, mij daarvan door uwe voorspraak hebt gered. Hoe lang zou ik reeds ter hel veroordeeld zijn geweest, indien gij door uwe barmhartigheid mij niet gered haddet! On-gebeden, uit enkele goedheid van uw moederlijk
474 GEBEDEN TOT DE H. MOEDER GODS hart, hebt gij om uitstel van het doemvonnis bij de rechtvaardigheid aangehouden, teneinde tijd te winnen, dat mijn hart door uwe tusschenkomst mocht vermorzeld en bewogen worden tot u zijne toevlucht te nemen. O, in hoe vele andere misdaden zoude ik bij zoo vele voorkomende gevaren gestorven zijn, indien gij, liefderijke Moeder, mij door de van God afgebeden genaden niet hadt gered !
Ach, barmhartigste Koningin! houd niet op mij voor de zonden en de hel te beschermen. Wat zouden mij uwe barmhartigheid en uwe tot lieden toe bewezene weldaden baten, bijaldien ik eindelijk toch verloren ging. Heb ik u niet altijd bemind, zoo bemin ik u thans naast God toch boven alles.
Ach ! laat niet toe dat ik u weder verlate en mij van God verwijdere, die, door uwe tusschenkomst, mij zoo groote barmhartigheid betoond heeft. Beminnenswaardigste Moeder ! gedoog niet dat ik ooit zoo ongelukkig zij, â o verschrikkelijke gedachte! â u eeuwig te haten, u in de hel eeuwig te vloeken!!! â Zoudt gij wel eenen uwer dienaren, die u van harte bemint, eeuwig verdoemd met onverschilligheid kunnen aanzien ? O Maria! wat zegt uw teeder moederlijk hart daarbij ? Zal ik eeuwig verloren gaan ? Ja, ik vrees verloren te gaan, indien ik u verlaat! Maar wie zou de stoutheid hebben u te verlaten ! Hoe zoude ik de liefde vergeten, welke gij mij hebt toegedragen!
O, mijne Moeder ! naarmate gij reeds zoo veel voor mijne zaligheid hebt gedaan, o zoo voleind goedgunstiglijk. het begonnen werk, ga voort mij bij te staan. Duld, o teerminnende Moeder, dat ik u rrage : wilt gij mij dan nog ver-
VOOR ELKEN DAG DER WEEK. 475
deren bijstand verleenen ? Maar wat zeg ik, als gij jegens mij zoo barmhartig geweest zijt, toen ik zoo langen tijd in schuldige vergetenheid van u heb geleefd, hoe veel te meer kan ik thans op uwen bijstand bouwen, daar ik u naast God boven alles bemin en tot u mijne toevlucht neem. Neen , niemand gaat ligt verloren, die tot u vlucht. Hij slechts gaat den weg des verderfs in, die u versmaadt.
Moeder en machtige Koningin ! laat mij niet aan mij zei ven over, want dan ben ik waarschijnlijk verloren; maar laat mij altijd onder uwe bescherming leven. Bewaar mij, o hoop mijns levens ! bewaar mij voor alle zonden, want deze alleen kunnen mij ter verdoemenis brengen.
VOOR DEN DONDERDAG.
Otn door de voorspraak van Maria den hemel te mogen erven.
O, machtige boven alle engelenkooren en naast den troon Gods verhevene Koningin des hemels! ik verhef uit dit tranendal mijne oogen, stem en hart tot u. O, dat gij u moget verwaardigen een medelijdenden blik van uw moederlijk oog op mij te laten vallen, dat alles met zegen vervult, waarop gij u verwaardigt neder te zien. Zie, o Maria, in welke groote zielsgevaren ik mij thans bevind en nog steeds, zoo lang ik leef, op deze wereld bevinden zal. Ik heb op u mijn vertrouwen gesteld. Ik bemin u, ik zucht tot u, en reikhals naar den hemel, ten einde u weldra aldaar te zien en te loven.
o Maria! wanneer zal die gelukzalige dag komen, waarop ik mij voor uwe voeten zal zalig zien, en u, mijne allerliefste Moeder, als de moe-
476 GEBEDEN TOT DE H. MOEDER GODS der mijns Verlossers zal aanschouwen? Wanneer zal ik het onschatbare genoegen genieten, die moederhand te kussen, welke mij zoo dikwijls door uwe voorspraak van de hel bewaard, en mij tot zoo vele genade bevorderd heeft, juist toen ik wegens mijne zonden verdiende van elkeen gehaat, verfoeid en verlaten te worden. O, hoe ondankbaar was ik tot heden toe jegens u; maar help mij, opdat ik zalig worde, zoo wil ik door eene eeuwigdurende liefde mijne ondankbaarheid vergoeden. Aldaar zal ik U beminnen, onophoudelijk en met zoodanige vurigheid beminnen, als mijne ziel slechts zal vermogen. Ik wil niet ophouden de oneindige barmhartigheid Gods te verheffen en te danken, dat zij zich heeft verwaardigd, ondanks mijne onwaardigheid, mij een zoo groot vertrouwen op het bloed van Jesus Christus, en op uwe verdiensten te verleenen; en dat zij u het ambt, mij tot zaligheid te bevorderen, heeft overgegeven, waardoor het nu aan uwe zorg is toevertrouwd, mij tot mijn eeuwig heil bij te staan, mij voor zonden val te bewaren, voor mijn verstand licht, voor mijnen wil krachten te verwerven, om alles te volvoeren wat God wil en van mij verlangt. Gods goedheid heeft u eindelijk opgedragen, mij in het land der uitverkorenen ondanks duizenderlei gevaren ongekrenkt oyer te voeren. Dit hebben al uwe ware dienaren van u verwacht, en niemand is in zijne verwachting bedrogen geworden; ook mij zal zij niet te leur stellen. Amen.
VOOR DEN VRIJDAG.
Om door de voorspraak der Moeder Gods ware liefde tot Jesus en Maria te erlangen.
6 Maria! waarlijk, gij zijt onder alle schepselen
I'fl bi'
1 ®| '
n
ïwM'1
ir
|
i
f - !ï:
VOOR ELKEN DAG DER WEEK. 477
alleen de edelste, reinste, schoonste en liefderijkste, de zaligste, verhevenste, beminnenswaardigste en heiligste. O, mochten alle menschen uwe voortreffelijke eigenschappen kennen en beminnen zoo als gij het verdient! O, hoe verheug ik mij, dat zoo vele uitverkorene zielen, zoowel in den hemel als op de aarde, in uwe minzaamheid en goedheid geheel verliefd leven. Maar bovenal verheugt mij, dat gij alleen van God, meer dan alle overige schepselen zamen genomen, wordt bemind. Beminnenswaardige Koningin! ook ik bemin u, maar mijne liefde is nog veel te gering; ik wensch en verlaag u met veel vuriger en teederder liefde te beminnen. Wil voor mij door uwe voorspraak deze liefde verwerven.
Ik erken en belijd ook, dat ik de grootste en hoogste verplichting heb aan Jesus, uwen aller-liefaten Zoon; ik weet dat Hij oneindig boven alle schepselen verdient bemind te worden, en dat gij niets anders verlangt, dan Hem bemind te zien; het is derhalve deze genade, welke gij aan mij voor alle anderen zult verwerven, namelijk de genade eener overgroote liefde tot Jesus Christus. Uw aanzien vermag alles bij God; zoo verkrijg voor mij dan door uwe voorspraak de genade, zoodanig met Gods wil vereeuigd te leven, dat ik nimmer van Hem worde gescheiden. Ik verlang geene ijd le goederen van u, geene ij dele eer, geene rijkdommen dezer wereld, ik begeer slechts, wat uw eigen hart zoo reikhalzend wenscht: mijnen God van ganscher harte te beminnen. Kunt gij mij uwe hulp weigeren ter bereiking van dit mijn verianaren, dat u zelve zoo zeer voldoet? â Keen, want ik weet dat gij waarlijk voor mij bidt. Welaan! ga dan voort, o barmhartigste Maagd, voor mij te spreken, zoo lang, tot dat
47S GEBEDEN TOT DE H. MOEDER GODS gij mij van alle gevaar God te verliezen bevrijd hebt, en mij in zekerheid, Hem en u te gelijk zonder einde te beminnen, in den hemel zien zult. Amen.
VOOR DEN ZATERDAG.
Om de voorsjiraak van Maria te verwerven.
O Heiligste Moeder! hoe menigvuldige genaden heb ik reeds door uwe tusschenkomst verworven : en waarmede heb ik u tot heden toe vergolden , dan met louter ondankbaarheid! Ik ben nu wel uwer gunst onwaardig, intusscheu wil ik toch op uwe barmhartigheid geen mistrouwen stellen; want zij gaat al mijne ondankbaarheden oneindig te boven. Ach, mijn machtige Voorspreekster ! heb medelijden met mij; verlaat mijne ziel in hare armoede niet; gij zijt immers de middelares der ellendigsten onder de zondaren, der veriatenen zei ven, die tot u hunne toevlucht nemen; wees dan ook mijne redster, daar ik tot u mijne toevlucht neem. Versmaad deze mijne bede niet, en oefen uw ambt als middelares te mijner verdediging; dan toch zal mijne aanspraak moeielijk verloren gaan : het is immers bekend, dat niemand zijn recht verliest, wier verdediging gij op u hebt genomen, ofschoon ook zijne zaak zeer reddeloos scheen. â Wanneer alle aardsche hulp geen hoop meer overlaat, ook dan is uwe bescherming machtig in overvloed, om het verderf af te wenden. In uwe handen stel ik derhalve mijne zaligheid, aan u geef ik mijne ziel over; zij was verloren, maar gij zult door uwe voorspraak haar weder op den weg der zaligheid terug brengen. Verstoot mij niet van u, daar ik van ganscher harte verlang, onder het getal uwer getrouwste dienaren opge-
VOOR ELKEN DAG DER WEEK. 479
nomen te worden. Gij zoekt immers zelve, uit loutere barmhartigheid , de ellendigsten onder de menschen op, om hen te verkwikken; verlaat dan ook eenen ellendigen zondaar niet, die zijne toevlucht tot u neemt. Spreek maar een enkel woord voor mij, en het is voldoende : want uw Zoon laat geen uwer beden onverhoord. Ik heb niets anders noodig, dan dat gij te kennen geeft mijne beschermster te zijn. Ja, dit alleen is genoeg ; want, als ik op uwe bescherming kan rekenen, behoef ik voor niets ter wereld te duchten: niet wegens mijne zonden ; want gij zult, door uwe voorspraak, een veilig en heilzaam middel tegen derzelver nadoelige gevolgen weten te verschaffen , welke ik mij heb op den hals geladen; niet wegens de helsche geesten , want uwe macht is oneindig grooter dan alle macht der hel; niet voor Jesus Christus als mijnen E,echter, want een enkel woord, thans uit uwen moederlijken mond voor mij gesproken, bevredigt Hem volkomen.
Getrouwe Moeder! verwerf voor mij, door uwe voorspraak, kwijtschelding van al mijne zonden , liefde jegens Jesus Christus, volharding in het goede, een zaligen dood, en eindelijk den hemel. Inzonderheid verwerf voor mij de genade , van altijd uwe bescherming aan te roepen.
Het is waar, de genaden welke ik thans gevraagd heb, zijn niet zoo groot, dat gij, verhevene Koningin, niet zoudt in staat zijn ze voor mij te bekomen; gij toch wordt zoo hooge-lijk van God bemind, en vermoogt alles bij Hem. Slechts een woord uws monds, slechts eene zucht uws harten, een wensch alleen uwer gezegende ziel, en gij vindt alles van de almacht Gods uitgevoerd, wat gij hebt verlangd. Zoo spreek dan voor mij tot Jesus; zeg hem, dat ik
480 HE H. KRUISWEG,
uw beschermkind ben, en Hij zal mij barmhartigheid betoonen.
Goddelijke Moeder! ik vertrouw op u ; in deze hoop, in dit vertrouwen wil ik altijd leven en sterven.
Bat altijd leve Jems, onze liefde ! en Maria ! ome hoop /
DE HEILIGE KRUISWEG.
De Kruisweg stelt ons Christus voor, als Hij beladen mef zijn kruin, uit liefde tot ons, den berg van Calvarie opklom. Wij moeten dan deze godsvrucht-opfenin» met eene teedere liefde verrichten, en ons voorstellen dat wij onzen Zaligmaker vergezellen , om Hem ons medelijden en onze dankbaarheid te betoonen.
Eer wij den Kruisweg beginnen te hidden, moeten wij voor het hoogaltaar gaan knielen, alwaar wij eene akte van herouw moeten verwekken, en de meening maken om de aflaten , die er aan verhonden zijn, voor ons of voor de zielen in het vagevuur te winnen. Laat ons derhalve hidden :
Miju Heer Jesus Christus ! met zoo groote liefde en droefheid hebt Gij dezen weg gemaakt, om voor mij te sterven, en ik heb U , dos niettegenstaande, zoo dikwijls verlaten; maar nu bemin ik U uit geheel mijn hart, en dewijl ik ü bemin, berouwt het mij dat ik U beleedigd heb. Gij gaat uit liefde tot mij sterven ; ik wil ü volgen, om uit lief le tot U, mijnen lieven Zaligmaker, ook te sterven. Mijn Jesus ! met U akijd vereenigd, wil ik leven en sterven.
t
I. STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
v. Wij aanbidden U, o Jesus , en loven U.
DE H. KRUISWEG, 481
B. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk hoe Jesus Christus, nadat men Hem gegeeseld en met doornen gekroond had, onrechtvaardig door Pilatus tot den dood des kruises veroordeeld werd.
f Hier , en bij iedere andere Statie, houdt men een tceinig stil, overwegende, hoe Christus in deze Statie geleden heeft.)
Niet Pilatus, neen, mijne zonden waren het, die U , o allerliefwaardigste Jesus, tot den dood veroordeeld hebben. Om hetgene fnj op dezen smartelijken weg verdiend hebt, bid ik U, sta mij bij op den weg, dien mijne ziel tot de eeuwigheid afleggen moet.
0 Jesus , mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven ; het berouwt mij, U beleedigd te hebben. Laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik ü altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt, ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer! o Heer! ontferm U onzer.
t
II, STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouderen.
Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
r. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk hoe Jesus Christus, met het kruis beladen, op dezen smartelijken weg aan u dacht, en den dood, dien Hij te gemoet ging, voor u aan God opofferde.
DE H. KRUISWEG.
Liefwaardigste Jesus ! ik neem goedwillig alle lijden aan, dat Gij voor mij tot mijnen dood toe bestemd hebt; en ik bid U , door de verdiensten van de smarten die Gij, uw kruis dragende, geleden hebt, sta mij bij, opdat ik het mijne met groot geduld en overgeving moge dragen.
0 Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zei ven; het berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt, ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader , 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
t
III. STATIE.
Jesus valt voor de eerste maal onder, het kruis.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
ii. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk dezen eersten val van Jesus Christus onder het kruis. Zijn heilig lichaam was door de geeseling geheel verscheurd, zijn hoofd met doornen gekroond, Hij had veel bloeds vergoten ; en was daardoor zoo zwak, dat Hij bijna niet konde gaan. Daarenboven droeg Hij nog dezen zwaren last; de soldaten stieten Hem met geweld voorwaarts; en Hij viel meermalen op dezen smartelijken weg ter aarde neder.
Niet de last van uw kruis, o allerliefste Jesus! neen , maar de last mijner zonden heeft U zoo groote smarten veroorzaakt. Om de verdiensten
482
DE H. KRUISWEG. 483
van dezen eersten val, laat niet toe dat ik nog ooit in doodzonden valle.
ó Jesus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zei ven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer be-minne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
T
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijne hedroefde Moeder.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U. a. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk de ontmoeting van den Zoon en de Moeder; Jesus en Maria zien elkander aan; hunne oogslagen zijn even zoo vele pijlen, die hunne minnende harten verwonden.
Minnelijke Jesus! om de smarten die Gij in deze ontmoeting geleden hebt, geef mij de genade van uwe allerheiligste Moeder zeer te eeren en te beminnen; en gij, mijne bedrukte Koningin! bid voor mij, opdat ik vol liefde gedurig aan het lijden van uwen Zoon denke.
ó Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik ü altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt ik neem alles aan, wat Gij mij wilt toezenden.
DE H. KRUISWEG.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
t
V. STATIE.
Simon van Cyrene helpt Jesus het kruis dragen.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven ü.
R. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk hoe de Joden, Jesus zoo zwak ziende dat Hij bij iederen voetstap den geest zou moeten geven, en vreezende dat Hij op den weg stierf, Simon van Cyrene dwongen om Hem het kruis te helpen dragen , omdat zij Jesus op hetzelve wilden zien sterven.
ó Mijn allerzoetste Jesus! ik wil niet gelijk Simon het kruis weigeren te dragen; neen, ik omhels het, ik neem het aan, ik neem bijzonderlijk den dood aan, dien Gij mij bestemd hebt, met al het lijden dat hem vergezellen zal; ik vereenig dien met uwen dood, en offer denzel-ven U op. â Gij zijt uit liefde tot mij gestorven; ik wil sterven uit liefde tot U en om ü te behagen.
0 Jesus, mijne liefde! ik bemin IJ meer dan mij zei ven; het berouwt mij IJ beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik ü altijd beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
484
DE H. KRUISWEG.
t
VI. STATIE.
Veronica droogt het aangezicht van Jcsus af.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk hoe Veronica, als zij Jesus zoo ontsteld, met bloed en zweet bedekt, aanzag, Hem eenen doek aanbood, met welken onze Zaligmaker zich afdroogde, en zijn heilig aangezicht er in gedrukt liet.
Allerliefste Jesus' uw aangezicht was vóór uw lijden zoo schoon, maar nu is het niet meer schoon, het is door wonden en bloed geheel misvormd. Als mijne ziel eens in het heilig Doopsel uwe genade ontving, was zij ook schoon; maar ik heb dezelve door mijne zonden besmeurd. O mijn Vei losser! Gij alleen kunt haar hare vroegere schoonheid wedergeven ; doe dit om uw heilig lijden.
ó Jesus, mijne liefde! ik bemin IJ meer dan mij zei ven; het berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Ween gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
t
VII. STATIE.
Jemis valt voor de tweede maal onder het kruis.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
485
de h. kruisweg.
r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk den tweeden val van Jesus Christus onder het kruis, waardoor de smarten van zijn doorwond heilig hoofd en van zijne andere ledematen nog vermeerderen.
0 Allerliefwaardigste Jesus! hoe dikwijls hebt Gij mij vergeven, en hoe dikwijls ben ik weder in de zonden gevallen; hoe dikwijls heb ik U op nieuw beleedigd! Om de verdiensten van dezen tweeden val, help mij in uwe genade volharden tot den dood toe, en sta mij bij, opdat ik in alle bekoringen, die over mij zullen komen, mij altijd aan U bevele.
ó Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer t
VIII STATIE.
Jesus spreekt de weenende vrouwen aan.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk, hoe die vrouwen uit medelijden weenden, als zij Jesus zoo vol smarten aanschouwden, en zagen, hoe Hij den weg met zijn bloed bevochtigde; maar Jesus sprak tot haar :
11
DE H. KRUISWEG. 487
n weent niet over mij, maar weent over u en over uwe kinderen.quot;
Smartvolle Jesus! ik beween de beleedigingen , die ik U aangedaan heb; en dit niet zoo zeer om de straffen, die ik daardoor verdiend heb, als om het misnoegen, dat zij U, die mij zoo zeer bemint, veroorzaakt hebben. Ik beween niet alleen mijne zonden, omdat ik de hel verdiend heb ; maar omdat ik tegen U, o mijn Jesus, die mij zoo zeer bemint, ondankbaar geweest ben.
6 Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zei ven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer be-minne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze. Vader, 1 TTees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer.
i
t
IX. STATIE.
Jesus valt voor de derde maal.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
a. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk den derden val van Jesus Christus. Zijne zwakheid en de wreedheid der beulen, welke wilden dat Hij zich spoedde, daar Hij moeielijk den eenen voet voor den anderen kon stellen, waren oorzaak dat Hij voor de derde maal onder het kruis bezweek.
Smartvolle Jesus! om de verdiensten dezer zwakheid, die Gij op den weg tot den Calvarieberg hebt willen lijden, geef mij de kracht om
â J-88 DE H. KRUISWEG.
alle menschelijk opzicht en kwade neigingen te overwinnen, die mij voorheen verleid hebben om aan uwe vriendschap te verzaken.
ó Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet , 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer.
t
X. STATIE.
Jews wordt van zijne kleederen heroofd.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
k. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk, hoe de beulen, als zij Jesus met geweld de kleederen van het lichaam trokken, te gelijk het vel afscheurden, dat door de wonden, in de geeseling ontvangen, daaraan vastgehecht was. Heb medelijden met uwen Zaligmaker en bid :
ö Mijn onschuldige Jesus ! om de smarten, die Gij toen uitstondt, help mij, opdat ik, van alle neigingen tot aardsche zaken onthecht, U alleen beminne, die zoo zeer mijne liefde verdiend hebt.
u Jesus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
DE H. KRUISWEG. 489
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
t
XI. STATIE.
â Team wordt aan het kruis genageld.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
b. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk, hoe Jesus, op het kruis geworpen, zijne handen met liefde uitstak, en zijn leven voor onze zaligheid aan den eeuwigen Vader opofferde. De wreede beulen nagelden Hem aan het kruis, dat zij daarna omhoog trokken, om Jesus daaraan te zien sterven.
Hecht mijn hart aan uwe voeten, o mijn verachte Jesus, opdat ik altijd bij U blijve om U te beminnen, en U nooit meer te verlaten.
ó Jesus, mijne liefde! ik bemin ü meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer be-minne; en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, l Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer.
t
XII STATIE.
Jesus sterft aan htt kruis.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
490 de h. kruisweg.
r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk, hoe uw Jesus, na eenen doodstrijd van drie uren lang, zijn lichaam liet vallen, zijn hoofd boog en stierf.
ö Mijn Jesus, voor mij aan het kruis gestorven ! ik kus met droefheid het kruis waaraan Gij voor mij gestorven zijt. Voor mijne zonden heb ik eenen ongelukkigen dood verdiend; maar uw dood is mijne hoop.â O mijn zoetste Jesus! om de verdiensten van uwen bitteren dood, geef mij de genade van, aan uwe voeten vastgehecht, uit liefde tot U te sterven; in uwe handen beveel ik mijnen geest.
0 Jesus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven; het berouwt mij U beleedigd te hebben; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U ver-wijdere. Maak dat ik U altijd beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, \ Wees c/egroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer ! ontferm U onzer.
t
XII. STATIE.
Jesus wordt van het kruis afgenomen.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U. r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk hoe, nadat onze Zaligmaker den geest gegeven had, twee van zijne leerlingen, Josef en Nicodemus, Hem van het kruis afnamen en in de armen van zijne bedroefde Moeder nederlegden, die haren Jesus met eene teedere liefde ontving en Hem aan haar hart drukte.
de h. kruisweg. 491
O mijne bedrukte Moeder! neem mij, om uwe liefde tot Jesus, voor uwen dienaar aan , en bid Hem voor mij. En Gij, o mijn Verlosser, die voor mij hebt willen sterven , maak dat ik U bemin-ne en niets meer verlange dan U alleen.
O Jesus, mijne liefde ! ik bemin u meer dan mij zeiven; bet berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van ü verwijdere. Maak dat ik U altijd beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt, ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1. Onze Fader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heor! ontferm U onzer.
t
XIV. STATIE.
Jkhih wordt in het graf gelegd.
v. Wij aanbidden U, o Jesus, en loven U.
r. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.
Overdenk, hoe de Leerlingen, vergezeld van Maria, den gestorven Jesus naar het graf droegen. Zijne heilige Moeder legde Hem met hare eigene handen in het graf.
O mijn begraven Jesus ! ik kus het graf, waarin Gij nu rust ; maar na drie dagen zult Gjj van den dood opstaan. Om uwe verrijzenis, laat mij ook, in het laatste oordeel, verheerlijkt opstaan , om voor altijd met U vereenigd , U in den hemel gedurende de gansche eeuwigheid te loven en te beminnen.
O Jesus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven ; het berouwt mij U beleedigd te hebben ; laat niet toe dat ik mij nog ooit van U
493 DE ZEVEN BOET-PSALMEN.
verwijdere. Maak dat ik U altijd meer en meer beminne, en doe dan met mij al wat Gij wilt; ik neem alles aan wat Gij mij wilt toezenden.
1 Onze Vader, 1 Wees gegroet, 1 Glorie zij den Vader.
Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.
Nu bidt men nog 5 maal Onze Vader, 5 maal Wees gegroet, en 5 maal Glorie zij den Vader, ter eere van het lijden van Christus , om de aflaten te verdienen.
De zeven Boet-psalmen.
Antiph. Gedenk, o Heer, niet aan onze misdaden.
psalm vi.
Domine, ne in furore, etc.
De Profeet, door zijn geweten, dat hem vele overtredineen verwijt, beangst zijnde, vreest de gramschap van zijnen toekomstigen rechter , hij zoekt dezelve door leedwezen te stillen, en wenscht zich eindelijk geluk over de goHdelijke verzekering van troost en genade, den berouw hebbenden
Straf mij niet, o Heer, in uwe grammoedigheid, noch kastijd mij in uwe gramschap.
Heer, ontferm U over mij, want ik ben zwak : genees mij, Heer, want mijn gebeente is ontsteld, en mijne ziel is hevig ontroerd; maar Gij, Heer , hoe lang ?
Keer u tot mij , Heer! en verlos mijne ziel; red mij om uwe barmhartigheid.
Trouwens er is niemand, die in den dood IJ gedachtig is : en wie zal U in de hel loven ?
Ik ben afgemat van zuchten; alle nachten zal ik mijne sponde wasschen, en met tranen zal ik mijne legerstede bevochtigen.
1gt;E 2 EVEN BOET-PSALMEN 493
Mijn oog is ontroerd van de verbolgenheid; ik ben verouderd onder al mijne vijanden.
Gaat weg van mij , gij allen die ongerechtigheid bedrijft; want de Heer heeft de stem mijns weenens gehoord.
De Heer heefc mijne smeekingen verhoord; Hij heeft mijne bede aangenomen.
Laat al mijne vijanden schaamrood en ten eenemaal ontsteld worden ; dat zij zich ten spoedigste bekeeren en blozen.
Glorie zij den Vader, en den Zoon , en den heiligen Geest.
Gelijk , enz.
PSALM XXXI.
Beati, qtiorum remüsce.
I)r Profeet, zijne zondeu verzwijgende , gevoelt zware aandoeningen , terwijl hij , dezelve belijdende, opgebeurd wordt en kwijtschelding verkrijgt; waarom hij zijne geloofsgenoo-ten opwekt tot eene vroegtijdige bekentenis en boetdoening tevens aantoonende dat de geesels, welke God den zondaar toezendt; dienstig zijn om hem op den weg der gerechtigheid te brengen.
Zalig zij n zij, wier misdaden vergeven, en wier zonden bedekt zijn; zalig is de man , wien de Heer de zonde niet aangerekend heeft, en in wiens geest geen bedrog woont.
Omdat ik zweeg, zijn mijne beenderen verouderd , terwijl ik den geheelen dag riep.
Want bij dag en nacht is uwe hand op mij verzwaard; in mijne ellenden heb ik mij tot U gewend, wijl ik met doornen ( van wroegingen ) doorboord werd.
Ik heb mijne snoodheden aan U bekend gemaakt, en mijne ongerechtigheid heb ik niet verborgen ; ik zeide : mijne ongerechtigheid zal ik
32
494 UE ZEVEN BOET-PSALMEN.
voor mijnen Heer belijden; en Gij hebt de boosheid mijner zonden kwijtgescholden.
Hierom zal ieder Heilige tot U bidden ten ge-schikten tijde; ja, als er groote watervloeden komen , zullen zij Hem niet naderen.
Gij zijt mijn toeverlaat tegen de verdrukking-die mij gekweld heeft, mijne verheuging, verlos mij van hetgene mij omringt.
Ik zal u verstand geven , en u den weg aan-toonen, welken gij zult bewandelen; ik zal mijn oög op u gevestigd houden.
Wees toch niet gelijk een paard of muilezel, die geen verstand hebben; bedwing met gebit en toom de kinnebakken dergenen die niet tot U komen ; de geesels der zondaars zijn veelvuldig, maar die op den Heer hoopt, zal de barmhartigheid ontvangen.
Verblijdt u in den Heer, en verheugt u, gij rechtvaardigen , en roemt in Hem allen , die oprecht van harte zijn.
Glorie zij den Vader, en den Zoon , en den heiligen Geest.
Gelijk, enz.
PSALM XXXVIl
Domine, ne in furore, etc.
De Proleet, om zijne zonden door vele «Igemeene rampen geslagen , verbidt Gods toom , en smeekt om onderstand tegen zijne vervolgers.
Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in uwe gramschap.
Want uwe schichten steken in mij , en Gij hebt mij het gewicht uwer handen doen ontwaren. Er is geene gezondheid in mijn vleesch, ter
DK ZEVEN BOET-PSALMEN. 495
oorzaak uwer gramschap ; er is geen vrede (of rust) in mijn gebeente, om mijner zonden wille.
Want mijne ongerechtigheden zijn boven mijn hoofd gestegen, en gelijk eene drukkende last zijn zij mij te zwaar geworden.
Mijne wonden zijn stinkende en vervuild geworden, ter oorzake mijner dwaasheid.
Ik ben ellendig geworden, en ten uiterste ne-dergebogen : den geheelen dag ga ik bedroefd , wijl mijne lenden vol bedriegelijkheden zijn ; en er is geene gezondheid in mijn vleesch.
Ik ben bedrukt en geweldig vernederd; ik brieschte van het gezucht mijns harten.
Heer! al mijne begeerte is voor uw aanschijn, en mijne verzuchting is voor U niet bedekt.
Mijn hart is ontroerd: mijne kracht heeft mij verlaten: ja het licht mijner oogen zelfs is bij mij niet.
Mijne vrienden en mijne naasten zijn tot mij gekomen en opgestaan ; en mijne nabestaanden bleven van verre.
En die op mijn leven uit waren, pleegden geweld; en die mij kwaad zochten te berokkenen, spraken ijdelheden en verzonnen den geheelen dag bedrog; doch ik als een doove, hoorde niet, en als een stomme, deed ik mijnen mond niet open.
En ik was als een mensch die niet hoort, en die geene wederspraak in zijnen mond heeft.
Want op U, o Heer, heb ik gehoopt; Gij Heer, mijn God, zult mij verhoeren.
Wijl ik gezegd heb : dat toch mijne vijanden zich nooit over mij verblijden ; trouwens als mijne voeten wankelen , spreken zij trotsch tegen mij; want ik ben tot de geesels bereid, en mijne smart is altijd voor mijne oogen.
*V.)6 DE ZEVEN BOET-PSALMEN.
Want ik zal mijne misdaad openlijk belijden, en denken op mijne zonden.
Docli mijne vijanden leven en zijn machtiger dan ik ; en die mij ten onrechte haten, zijn vermenigvuldigd.
Die goed met kwaad vergelden, lasterden mij, omdat ik het goede volgde.
Verlaat mij niet, Heer, mijn God! wijk toch van mij niet af.
Wees bedacht op mijne hulp. Heer, God mijner zaligheid.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest. Gelijk, enz.
PSALM L.
Miserere mei. Deus, etc.
De Profeet, berouw over zijne begane misslaeen hebbende â ,
verheft zijne smeekbede tot God, en toont dat een vermorzeld en vernederd hart Gode het aangenaamste offer is.
Ontferm U mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid.
En naar de menigte uwer erbarmingen, wisch mijne boosheid uit.
Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonden.
Want ik beken mijne boosheid, en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd, en kwaad voor uw aanschijn gedaan, opdat Gij gerechtvaardigd wordet in uwe woorden, en overwinnet als gij geoordeeld wordt.
Want zie, ik ben in boosheid voortgebracht, en in zonde heeft mij mijne moeder ontvangen.
Want zie. Gij hebt de waarheid lief; de on-
DE ZEVEN BOEÃ-PSALMEN. 497
bekende en verborgene geheimen uwer wijslieiil hebt Gij mij geopenbaard.
Besproei mij met hysop, en ik zal gezuiverd worden; wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.
Gij zult vreugde en kalmte aan mijn gehoor geven; en dat mijne vernederde beenderen door verheuging opspringen.
Keer uw aanschijn van mijne zonden af, en wisch al mijne ongerechtigheden uit.
Schep in mij, o God, een zuiver hart, en vernieuw oenen oprechten geest in mijn binnenste.
Verstoot mij niet van uw aanschijn, en neem uwen heiligen Geest niet van mij.
Geef mij weder de blijdschap uws heils, en versterk mij met eonen geest, die mij aanleidt.
Ik zal de boozen uwe wegen toonen, en de goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.
Verlos mij van de bloedschulden, o God, God mijns heils ! en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid met blijdschap uitgalmen.
Open mijne lippen, o Heer; en mijnen mond zal uwen lof verkondigen.
Want hadt Gij een ort'er gewild, ik zoude zulks ongetwijfeld opgedragen hebben; aan brandoffers zult Gij geen behagen vinden.
Een bedrukte geest is God eene opdracht, en een vermorzeld en verootmoedigd hart, zult Gij o God , niet versmaden.
T)oe, Heer, volgens uwe goedgunstigheid aan Sion; opdat Jeruzalems muren mogen opgebouwd worden.
Dan zult Gij de offers van rechtvaardigheid, de opdrachten en brandgiften aannemen; dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen.
Glorie zij den Vader, enz.
DE ZEVEN BOET-PSALMEN.
PSALM Cl.
Domine, exaudi orationem meam,, etc.
De Profeet -smeekt in zijne benauwdheid om Gods hulp, en bidt om de herstelling van Sion, tevens te erkennen gevende, dat de vrijstelling van zijn volk ophanden is, om welke met eigene oogen te aanschouwen, hij zijne bede hemelwaarts opzendt.
Heer! verhoor mijn gebed, en mijne roepstem kome tot U.
Wend uw aangezicht van mij niet af, op wat dag ik verdrukking lijde : neig uwe ooren tot mij, op wat dag ik U aanroepe; verhoor mij zonder dralen.
Want mijne dagen zijn vergaan als rook, en mijne beenderen zijn verdord geworden als een uitgedroogd hout.
Ik ben verslagen als hooi, en mijn hart is uitgedroogd: omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.
Ter oorzaak van het geluid mijns zuchtens, kleeft mijn gebeente aan mijn vleesch.
Ik ben aan den pelikaan der wildernissen gelijk geworden : ik ben geworden gelijk de nachtraaf in een huis.
Slapeloos heb ik mijne nachten doorgebracht; ik ben geworden als eene eenzame musch op het dak.
Den geheelen dag beschimpten mij mijne vijanden , en die mij prezen, zwoeren tegen mij.
Omdat ik asch als brood at, en mijnen drinkbeker met tranen vulde.
Mijne dagen zijn als eene schim verdwenen, en ik ben als hooi verdord.
Maar Gij, o Heer, blijft ia eeuwigheid; en uwe gedenkzuilen van geslacht tot geslacht.
498
de zeven boet-psalmen. 499
Gij zult opstaan en U over Sion ontfennen; want het is tijd harer te ontfermen : want de tijd is genaderd.
Trouwens hare steenen behagen aan uwe dienaren ; en zij zullen zich over haar puin ontfermen.
En de volken zullen uwen' naam vreezen. Heer ! en al de koningen des aardrijks uwe heerlijkheid.
Omdat de Heer Sion opgebouwd heeft, en zich in zijnen luister vertoonen zal.
Omdat Hij gezien heeft op het gebed der vernederden, en hun verzoek niet miskend heeft.
Men teekene deae dingen op voor de nakomelingschap, en het volk dat geschapen zal worden , zal den Heer loven.
Omdat Hij van boven uit zijne heilige plaats nedergezien heeft : de Heer heeft van den hemel op de aarde nedergezien.
Om het zuchten der gekluisterden te hooren ; om de kinderen der gedooden te ontbinden.
Opdat zij des Heeren naam in Sion zouden verkondigen, en zijnen lof in Jeruzalem-, als de volkeren zullen te zamen komen, en de koningen , om den Heer te dienen.
Hij heeft hun op den weg zijner sterkte gezegd ; â geef mij het weinige mijner dagen te kennen. quot;
Euk mij niet weg in het midden mijner dagen : uwe jaren duren van geslacht tot geslacht.
iq het begin, o Heer! hebt Gij de aarde gegrondvest, en de Hemelen zijn de werken uwer handen.
Deze zullen vergaan, maar Gij blijft : en zij zullen allen als een kleed verouderen, en gelijk een gewaad zult Gij ze veranderen, en zij zullen veranderd worden.
500 de zeven boet-malmen.
Doch Gij blijft dezelfde, en uwe jaren zullen niet eindigen.
De kinderen uwer dienaren zullen woningen hebben, en hun zaad zal in eeuwigheid voortduren.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk, enz.
psalm cxxix.
Be profundis clamavi, etc.
De Proleet, onder het gewicht der straffen zuchtende, smeekt van God vergiffenis der zonden, en hecht alle hoop en vertrouwen alleen op zijne barmhartigheid.
Uit de diepte heb ik tot U geroepen : Heer! Heer ! verhoor mijne bede.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeekingen.
Als Gij, o Heer, de ongerechtigheden toerekent. Heer! wie zal dan kunnen bestaan ?
Omdat er bij ü genade is, en om uwe wet heb ik U verbeid.
Mijne ziel heeft getoefd op uw woord : mijne ziel heeft gehoopt op den Heer.
Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.
Ja, Hij zal Israël verlossen uit al zijne ongerechtigheden.
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk, enz.
psalm cxlix.
Domine, exaudi orationem meant.
De Profeet roept Gods bijstand in, tegen de hevige geweldenarijen zijner vervolgers ; hij smeekt om den bijstand de» heiligen Geest es, en voorzegt den ondergang zijner vijanden.
DE ZEVEN BOET-PSALMEN. 501
Heer ! verhoor mijn gebed ; ontvang, mijn gesmeek volgens uwe waarheid : verhoor mij, volgens nwe rechtvaardigheid.
En treed niet met uwen dienaar in rechtsgeding : want niemand, die leeft, zal voor uw aanschijn gebillijkt worden.
Want de vijand heeft mijne ziel vervolgd; hij heeft mijn leven ter aarde toe vernederd; hij heeft mij in 't duister geplaatst, als degenen die voorlang dood zijn.
En mijn geest is in mij beangst; mijn hart is in mij ontroerd geworden.
Ik ben de vorige dagen indachtig geweest; ik overwoog al uwe daden, de werken uwer handen ging ik na.
Mijne armen heb ik tot U uitgestrekt, mijne ziel is voor U als aarde zonder vocht.
Verhoor mij spoedig, o Heer ! mijn geest is bezweken. Keer uw aanschijn van mij niet af, anderszins zal ik dengenen gelijk zijn, die ten grave dalen.
Doe mij vroegtijdig uwe erbarming ontwaren, want op U heb ik gehoopt. Toon mij het pad, dat ik moet bewandelen, want tot U heb ik mijne ziel opgeheven.
Ontruk mij aan mijne vijanden, Heer! tot U heb ik mijne toevlucht genomen.
Laat mij uwen wil behartigen : immers Gij zijt mijn God. Uw goede geest zal mij geleiden op den rechten weg.
Om uwen naam zult Gij mij doen leven; door uwe gerechtigheid zult Gij mijne ziel uit de verdrukking leiden.
En door uwe barmhartigheid zult Gij mijne vijanden verdelgen, en ze allen vernielen, die mijne ziel verdrukken; trouwens ik ben uw dienaar.
502 LITANIE TOT DE
Glorie zij den Vader, enz.
Gelijk, enz.
Antiph. Gedenk, o Heer, niet aan onze misdaden, noch aan die onzer ouders, en neem geene wraak over onze zonden.
LITANIE
tot de allerheiligste Drievuldigheid.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid , één God,
Ongeboren Vader,
Eeniggeboren Zoon,
Heilige Geest, die van den Vader en den C Zoon voortkomt, ij»
Heilige Drievuldigheid, die alles geschapen ® hebt en alles bestiert, ®
Onmeetbare macht des Vaders, G
Onbegrijpelijke wijsheid des Zoons, o
Oneindige goedheid des heiligen Geestes, g Eén God in drie personen, ^
Heer der heerscharen,
Wonderlijke God aller dingen,
Groote en overal tegenwoordige God,
Eeuwige Koning aller tijden.
Heilige, sterke, onbegrijpelijke God,
Wees ons genadig, spaar ons, o Heer.
Wees ons genadig, verhoor ons, o Heer.
ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID. 503 Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
Van alle zonden,
Van uwe gramschap,
Van een schielijken en onvoorzienen dood , Van de bekoringen des duivels,
Van allen kwaden wil, 5-
Van den geest der onkuischheid , §
Van bliksem en onweder, ^
Van den eeuwigen dood , a
Door uwe onbepaalde almacht,
Door uwe oneindige wijsheid, K
Door uwe zoete goedheid , S
Door uwe groote barmhartigheid ,
Door uwe ondoorgrondelijke heerlijkheid,
Wees genadig, spaar ons, o allerheiligste Drievuldigheid.
Wij , arme zondaars , wij bidden U , verhoor ons. Dat wij uwen heiligen naam loven en eeren,
wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij ü oprecht dienen , wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij uwe geboden onderhouden , wij bidden
U , verhoor ons.
Dat wij uit geheel ons hart, en den naaste gelijk ons zeiven beminnen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij de aanschouwing van uwe heerlijkheid deelachtig worden, wij bidden U , verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons , Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, o Heer.
Allerheiligste Drievuldigheid , hoor ons.
504 LITANIE
Allerheiligste Drievuldigheid , verhoor ons.
Onze Vader, enz.
GEBED
Almachtige, eeuwige God! die uwe dienaars door het licht van het waar geloof de heerlijkheid van de eeuwige Drievuldigheid hebt leeren kennen , en in de macht uwe Majesteit één wezen aanbidden : wij bidden U, om altijd, door de standvastigheid van dit geloof, van allen tegenspoed bevrijd te worden; door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
---mlt;---
LITANIE
TOT DEN HEILIGEN GEEST.
Heer , ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Heilige Geest, hoor ons.
Heilige Geest, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld , q
God, heilige Geest, Vertrooster, =
Heilige Drievuldigheid , één God , Sf
Heilige Geest, die van den Vader en den 3
Zoon voortkomt, lt;
Geest der eeuwige waarheid, 0
Geest van wijsheid en verstand , g
Geest van licht en heiligmaking, S
Geest der vrees des Heeren,
Geest van geloof, hoop en liefde,
Geest van gedurige vreugde en vrede ,
Geest van geduld en zachtmoedigheid ,
TOT DEN HEILIGEN GEKST.
Geest van goedheid en matigheid, ontf. U onzer. Geest van zuiverheid,
Geest der uitverkoren kinderen Gods,
Bestierder en heiligmaker der Christenen, Doorgronder der menschelijke harten,
Uitdeeler der genade , C
Trooster der bedrukten , S-
Vreugd der Engelen , g
Verlichter der Patriarchen ,
Ingever der Profeten , ^
Leeraar der Apostelen , 2
Sterkte der Martelaren , g
Troost der Belijders,
Zuiverheid der Maagden,
Blijdschap van alle Heiligen,
Wees ons genadig, spaar ons, o heilige Geest. Wees ons genadig, verhoor ons, o heilige Geest. Van alle kwaad, verlos ons, o heilige Geest. Van alle zonden,
Van alle bekoringen des duivels, Van vermetelheid en wanhoop , .
Van hardnekkigheid tegen de waarheid , cT
Van nijd en tweedracht, oquot;
Van onboetvaardigheid en versteendheid des quot; harten, g
Van onreinheid des lichaams en der ziel, Van traagheid en verdriet in den dienst Gods, o Van ongeregelde droefheid , jT
quot;Van een schielijken en onvoorzienen dood, Er Door uwe wonderbare werking, door welke 'a Maria Jesus ontvangen heeft, q
Door uwe nederdaling in de gedaante van eene S duif, over Christus, als hij gedoopt werd, r~ Door uwe komst in vurige tongen over de
Leerlingen van Jesus,
In den dag des oordeels,
505
LITANIE
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U believe ons te sparen,
Dat het U believe de lidmaten der heilige
Kerk levendig en heilig te maken,
Dat het U believe ons uwe goddelijke genade te verleenen,
Dat het U believe in ons de ware vreeze Gods
te vermeerderen, ^
Dat het ü believe ons de genade des gebeds ^ en eene ware godsvrucht te geven, gt
Dat het U believe alle onze gedachten tot S-uwe eer te richten en te heiligen, s
Dat het U believe ons een ootmoedig hart c; te geven,
Dat het U believe het geduld en zachtmoedig- S heid in ons te planten, ~
Dat het U believe ons hart tot ware liefde ° en christelijke barmhartigheid te neigen, o Dat het à believe een' oprechten geest en een p
zuiver hart in mij te herscheppen ,
Dat het U believe ons in het lijden en in
den tegenspoed te versterken,
Dat het U believe aan onze harten waren
vrede en rust te geven ,
Dat het ü believe ons in uwe genade te bevestigen,
Dat het ü believe ons tot het eeuwige leven te leiden,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
stort den heiligen Geest over ons uit. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
zend ons den heiligen Geest.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld ,
geef ons den heiligen Geest.
Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
506
VAN DEN ZOETEN NAAM JESUS. 507 v. De genade des heiligen Geestes.
k. Verlichte onze zinnen en harten.
G EB B D
o God, die de harten der geloovigen door de verlichting des heiligen Geestes onderwezen hebt : geef ons de genade, dat wij door zijne inspraak tot de ware wijsheid mogen komen, en ons in zijne vertroosting altijd verheugen; door Christus, onzen Heer. Amen.
-i 3
d
Litanie van den Koeten Naam Jesus.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld.
God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God,
Jesus, glans des Vaders,
Jesus, luister van het eeuwige licht,
Jesus, koning der glorie,
Jesus, zon der gerechtigheid,
Jesus, Zoon van de Maagd Maria,
Beminnelijke Jesus,
Wonderlijke Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, vader van het toekomstig leven, Jesus, verkondiger van Gods raadsbesluiten, Allermachtigste Jesus,
Allerverduldigste Jesus,
508 LITANIE VAN DEN
Allergehoorzaamste Jesus, ontferm U onzer.
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
Jesus, beminnaar der zuiverheid,
Jesus, onze beminnaar,
Jesus, bron des levens,
Josus, voorbeeld van alle deugden,
Jesus, ij veraar voor de zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen ,
Jesus, goede herder,
Jesus, waarachtig licht,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid ,
Jesus, onze weg en ons leven,
Jesus, vreugd der Engelen,
Jesus, koning der Aartsvaders,
Jesus, meester der Apostelen,
Jesus, leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der Maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees 'genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus
Wees genadig, verlos ons, Jesus.
Van alle zonden.
Van uwen toorn.
Van de lagen des duivels.
Van den geest der onkuischheid,
Van den eeuwigen dood.
Van het verwaarloozen uwer ingevingen.
Door het geheim uwer heilige menschwording.
Door uwe geboorte.
Door uwe kindschheid.
ZOETEN NAAM JESUS. 509
Door uw allerproddelijkst leven, verlos ons, Jesus. Door uwen arbeid,
Door uwen doodstrijd en uw lijden,
Door uw kruis en uwe verlatenheid,
Door uwe smarten ,
Door uwen dood en uwe begrafenis.
Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Jeans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm ü onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
Laat ons bidden.
ó Heer Jesus, die gezegd hebt : vraagt en gij zult ontvangen, zoekt en gij zult vinden , klopt en u zal geopend worden : stort, wij bidden er U om, uwe allergoddelijkste liefde in ons gemoed, opdat wij ü steeds van ganscher harte met woord en daad beminnen, en nooit ophouden U te loven.
Geef, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Naam vreezen en beminnen; want Gij verlaat dengene niet, dien Gij bevestigt in uwe liefde.
Sixtus V heeft 200 da?en aflaat verleend, aan hen die de Litanie van den Zjeten Naam Jesus bidden.
LIT A.NIE TOT DEN HEILIGEN JOSEF.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, bruid van den H. Josef, bid voor ons.
H. Josef, bruidegom der allerheiligste Maagd
Maria, Moeder van Jesus,
H. Josef, maagdelijke bruidegom van de maagdelijke Moeder,
H. Josef, beschermer van Maria's maagdom, te H. Josef, vader van den Zoon Gods, ^
H. Josef, voedstervader van het kindje Jesus, o H. Josef, de stem van het zwijgende Woord ° Gods, onze Verlosser, o
H. Josef, verzorger van onzen Verlosser, ? H. Josef, behoeder van onzen Zaligmaker, H. Josef, geleider van Jesus op de vlucht, H. Josef, herberger van eenen God,
H. Josef, beschermer der menschgewordene Wijsheid,
H. Josef, helper der goddelijke raadsbesluiten, H. Josef, bewaarder van den hemelschen Schat,
H. Josef, arme ambachtsman, verhevener dan alle koningen,
LITANIE TOT DKN H. .IOSRF. 511
H. Josef, volmaakt rechtvaardige man, bid voor ons.
H. Josef, voorbeeld eener volmaakte gehoorzaamheid, W H. Josef, lelie eener onbevlekte reinheid, ^ H. Josef, volijver voor de zaligheid onzer zielen, g H. Josef, beschermer der godvruchtige huis- ?
gezinnen, o
H. Josef, verdediger van die op het sterven p liggen,
H. Josef, bijstand van die in den Heer sterven, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, o Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v.Bid voor ons, o heilige Josef!
r. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed.
Wij bidden ü, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder, mogen geholpen worden, opdat hetgeen ons vermogen niet verkrijgt, ons door zijne voorspraak gegeven worde. Gij die leeft en heerscht, in alle eeuwigheid. Amen.
Jesus, Maria, Josef! ik geef U mijn hart, mijnen geest en mijn leven.
Jesus, Maria, Josef! staat mij bij in den doodstrijd.
GEBED TOT DSN
Jesus, Maria, Josef! dat ik vreedzaam sterve in uw heilig gezelschap.
Pius VII heeft 300 dagen aflaat verleend, aan degenen , die deze drie schittgebeden godvruchtig zullen lezen, en eenen vollen aflaat in het uur des doods.
GEBED TOT DEN H.JOSEF,
opgesteld door Z.H. Paus Leo XIII, in zijne Encycliek van 15 Aug. 1889.
Tot u, gelukzalige Josef, nemen wij onze toevlucht in onzen nood, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met vertrouwen ook uwe bescherming af. Door die liefde welke u aan de onbevlekte Maagd en Moeder Gods verbonden heeft, en door die minne, waarmede gij het kind Jesus zoo vaderlijk verzorgd hebt, bidden wij u ootmoedig, dat gij op het erfdeel 't welk Jesus-Christus door zijn bloed verworven heeft, goedgunstig nederziet, en onze noodwendigheden met uwe macht en uwen bijstand te hulpe komt.
Bescherm, o allerzorgzaamste bewaarder der goddelijke Familie, het uitgelezen kroost van Jesus-Cbribtus; verwijder van ons, liefderijkste Vader, alle besmetting van dwaalleer en zede-bederf; sta ons genadig van uit den hemel bij in dezen strijd met de macht der duisternissen, gij, onze allersterkste Behoeder; en gelijk gij eertijds het kind Jesus uit het grootste levensgevaar gered hebt, zoo verdedig thans Gods heilige Kerk tegen de vijandelijke hinderlagen en allen rampspoed : bescherm een ieder onzer met uwen voortdurenden bijstand, opdat wij naar uw voorbeeld en door uwe hulpe gesteund, heilig leven, godvruchtig
512
HEILIGEN JOSEF. 513
afsterven, en de eeuwigdurende gelukzaligheid in
den hemel verwerven mogen. Amen.
-*amp;â -
Concordat cum originali
t Fr. A. H. BOERMANS,
Bisschop van Roermond.
Ruraemundae, 4 Sept. 1889.
0 0
KORTE OPDRACHT AAN DEN H. JOSEF.
Heilige Josef! mijn innig geliefde beschermer! Ik kom u de hulde mijner vereering, mijner liefde en van mijn kinderlijk vertrouwen aanbieden. Ontvang en zegen mijn oprechten wil, van U gedurende dezen dag telkens als de gelegenheid zich daartoe aanbiedt, nieuwe vereerders te bezorgen. Daarentegen hoop ik, dat uwe goedheid mij en allen, die met mij Uwe vereering willen bevorderen, heden gelieve te bewaken, en ons voor zonden te behoeden en ons in alle omstandigheden des levens, maar vooral in het beslissende oogen-blik van onzen dood bij te staan. Verwerf mij eindelijk de bijzondere gunst, waarna ik zoo zeer verlang.
Noem hier de genade, die gij verlangt.
O Jesus, o Maria! Gij hebt mij den II. Josef tot voorspre-ker en beschermer gegeven, ik betuig a daarvoor mijnen dank en ondanks mijne onwaardigheid vertrouw ik vastelijk, dat gij mijn gebed, om de eer van zynen naam zult verhooren.
Amen.
514 LITANIE TAN HET
LITANIE tot het allerh. Sacrament des Altaars.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
God, heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Brood der engelen.
Levend Brood, dat uit den hemel gedaald is, Brood, dat alle zoetigheid in zich behoudt. Brood, dat voor het leven der wereld gege- C ven zijt, =
Verborgen God en Zaligmaker, |
Kroon der uitverkoornen,
Vrucht van den boom des levens,
Bron der genade, g
Altijddurende en allerheiligste offerande, g
Onbevlekt Lam, rlt;
Spijs der Engelen,
Allerzuiverste en allerzoetste maaltijd, waarbij
de Engelen dienen.
Schat der geloovigen.
Vreugd der heilige zielen,
Gedachtenis van Gods wonderwerken,
Woord dat vleesch geworden zijt ea onder ons woont.
ALLEKH. SACEAMENT DES ALTAARS. 515 Verzoening der zondaars, ontferm U onzer.
Band van vrede en liefde, ontferm U onzer. Troost der bedroefden, ontferm U onzer.
Voedsel der hongerigen, ontferm U onzer. Genezing der kranten, ontferm U onzer. Onderpand der toekomende heerlijkheid, ontferm U onzer.
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, ontferm U onzer.
Aanbiddenswaardige Hostie, ontferm U onzer. Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, ontferm U onzer.
Allerliefste Jesus, ontferm U onzer.
Wees ons genadig, spaar ons. Heer.
Wees ons genadig, verhoor ons. Heer.
Van het onwaardig nuttigen uws Lichaams en
Bloeds, verlos ons, Jesus.
Van de begeerlijkheid des vleesches.
Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hoovaardij des levens.
Van alle gevaren der zonden, lt;
Door uw groot verlangen om dit Paaschlam g.
met uwe Leerlingen te eten, quot;
Door de diepe ootmoedigheid, met welke Gij g de voeten uwer Leerlingen gewasschen hebt, J® Door de vurigste liefde, met welke Gij dit ^ Sacrament ingesteld hebt, g
Door uw heilig Vleesch en Bloed, dat Gij quot;
ons in dit Sacrament nagelaten hebt. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat het U believe, het geloof, den eerbied en de godvruchtigheid tot dit allerheiligste Sacrament in ons te bewaren en te vermeerderen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons in uwe genade bevestiget en behoudet, wij bidden U, verhoor ons.
516 LIT. TOT HET ALIERH. SACEAMENT.
Dat Gij ons in alle aanvallen des duivels be-
schermet, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij ons altijd in U verheugen, wij bidden
U, verhoor ons.
Dat het vuur uwer liefde zich in onze harten
ontvlamme, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons met den band der eeuwige liefde
vereeniget, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons in het doodsuur met deze hexnelsche reisspijs wilt versterken en voorzien, wij bidden U, verhoor ons.
Jesus, Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, o Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, o Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm ü onzer, o Jesus.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader, enz.
GEBED.
ö God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten : wij bidden U, geef dat wij het heilig geheim van uw Vleesch en Bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons gevoelen; die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, God in eeuwigheid. Amen.
LITANIE
tot het allerheiligste Hart van Jesns.
Heer , ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , hemelsche Vader , ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld ,
God , heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid , één God,
Hart van Jesus, Zoon des eeuwigen Vaders, Hart van Jesus , Zoou van onze lieve Moeder Maria,
Hart van Jesus, eigene en waardige woning
des heiligen Geestes,
Hart van Jesus, schatkamer van de allerheiligste Drievuldigheid ,
Hart van Jesus, oneindig in heerlijkheid, Hart van Jesus, heerlijkheid en vreugde der Engelen,
Hart van Jesus, gloeiende brandoven der
liefde Gods,
Hart van Jesus, brandende van liefde tot ons, Allerminnelijkst Hart van Jesus, Allerootmoedigst Hart van Jesus,
Hart van Jesus, alle liefde waardig,
Hart van Jesus, vo) zegen en genade,
Hart van Jesus, de vreugd van hemel en aarde, Hart van Jesus, het licht der wereld,
Hart van Jesus , de kracht der strijdenden. Hart van Jesus, de troon der rechtvaardigheid, Hari van Jesus, de bron van alle goedheid en barmhartigheid,
518 LIT, TOT HET ALLEKH. HART VAN JESUS.
Hart van Jesus, woonplaats aller deugden, ont-
ferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindige afgrond van alle
hemelsche gaven,
Hart van Jesus, bron der springende wateren
voor het eeuwig leven ,
Hart van Jesus, zaligheid van die in U hopen, Hart van Jesus , troost der bedroefde harten, Hart van Jesus, hoop van die in U sterven , Hart van Jesus, toevlucht der zondaars, q Hart van Jesus, verzoening der zondaars , g. Hart van Jesus , ons leven en verrijzenis,
Hart van Jesus, voor ons met bitterheid vervuld, 1 Hart van Jesus, voor ons versmaad en veracht, c; Hart van Jesus, om onze zonden doorwond, 0 Hart van Jesus, om onze zaligheid aan het S kruis gestorven, ®
Hart van Jesus, allerheiligste offerande,
Hart van Jesus, altaar op hetwelk alle Heiligen geofferd worden,
Hart van Jesus , alle lof en eer waardig ,
Hart van Jesus, wien alle aanbidding moet
gegeven worden,
Allerliefst Hart van Jesus ,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, o Jesus,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, o Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, o Jesus.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer , ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
LITANIB VAN O. L. VBOL W. 519
v. Een boetvaardig en vernederd hart,
r. Zult Gij, o Koning der glorie nooit versmaden.
Gebed.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart aan uwe Kerk hebt willen openen : maak dat wij aan de liefde van uw allerheiligste Hart beantwoorden, en de versmadingen, die de ondankbaarheid der menschen aan hetzelve aangedaan heeft, door onze dienst- en liefdebewijzen vergoeden. Hierom bidden wij U, die leeft en heerscht, met den Vader en den heiligen Geest, God in eeuwigheid. Amen.
LITANIE VAN LORBTTEI.
ter eere der allerheiligste Maagd Maria.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontf. U onzer. Heilige Maria, zonder zonde ontvangen , bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, bid voor ons.
Heilige Maagd der maagden, bid voor ons. Moeder van Christus, bid voor ons.
520 LITANIE VAN O. L. TROUW
Moeder der goddelijke genade, bid voor
Allerreinste Moeder,
Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Zeer minnelijke Moeder,
Zeer wonderlijke Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat,
Schoon vat van godsvrucht,
Geestelijke roos,
Toren van David,
ivoren toren,
Gulden huis.
Ark des verbonds,
Deur des hemels.
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
VAN LOKETTEN.
Koningin der Belijders, Bid voor ons.
Koningin der Maagden, bid voor ons.
Koningin van aile Heiligen, bid voor ons. Koningin van den allerheiligsten Eozenkrans,
bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
ontferm U onzer. Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods! Verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke Maagd, onze gezegende Vrouw, onze Middelares en Voorspreekster! Verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods, r. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed.
ó Heer! wij bidden U, stort uwe genade in onze harten, opdat wij die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de glorie der verrijzenis mogen komen. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
531
LITANIE TOT DEN
Salve Regina.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid : onze zaligheid, ons leven en onze hoop, wees gegroet! â Tot u roepen wij , verbannen kinderen van Eva; tot u zuchten wij, kermende en weenende in dit dal der tianen. Welaan dan, onze Voorspreekster, wend uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht uws lichaams, Jesus. O goede, o zoetste , o milde maagd Maria.
v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods!
R. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed.
Almachtige! eeuwige God, die het lichaam en de ziel van de heilige Maagd en Moeder Maria tot eene waardige woning voor uwen Zoon, door de medewerking van den heiligen Geest, voorbereid hadt : maak dat wij, die ons verheugen als wij aan haar denken, door hare milde voorspraak bevrijd worden van het kwaad dat ons wacht. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE tot den heiligen Intonins van Padna.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, moeder en beschermster van den heiligen Antonius, bid voor ons.
522
H. AKTONIUS VAN PADUA.
H. Pranciscus, vader en onderwijzer van
heiligen Antonius, bid voor ons. H. Antonius van Padua,
Zalige vrucht van Spanje,
Nieuw licht van Italië,
Beschermer en luister van Padua,
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Pranciscus,
Lelie van zuiverheid.
Kostelijke parel van armoede ,
Klaar licht van gehoorzaamheid,
Spiegel van boetvaardigheid,
Eoos van geduid,
Schoone vlam van liefde,
- Eein vat van heiligheid,
§ Kolom der heilige Kerk,
g Verkondiger der genade,
a Uitroeier der zonden ,
Versmader der wereld ,
gj Verheffer van Gods glorie,
rS Ootmoedige Verberger der wijsheid, aj Leeraar der waarheid,
Blinkende Ster der Serafijnsche orde, Ark des Verbonds,
Trompet van den Allerhoogsten, Verdediger van het hoogwaardig Sacrament,
Brandende naar den marteldood ,
Geesel der ketters,
Schrik der ongeloovigen,
Eoede der tirannen,
Ijverige dienaar van Gods huis,
IJveraar der zielen ,
Wonderbare mirakeldoener,
Patroon in verlorene zaken.
Toevlucht der armen,
LITANIE TOT DEN
H. Antonius, gezondheid der kranken, bid voor ons.
Trooster der bedrukten,
« Hof der deugden ,
â¢| Kenner der harten ,
° Voorzegger der toekomende dingen ,⢠W
J? Verwekker der dooden , ^
. Schrik der duivelen , . o
33 Navolger der Patriarchen en Profeten, ° Afbeeldsel der Apostelen, o
Uitstekende onder de Leeraars , 5quot;
Luister der Heiligen,
Getrouwe beschermer en voorspreker van die u aanroepen,
Jesus, wees ons genadig, spaar ons , o Heer. Jesus, wees ons genadig, verhoor ons, o Heer. Van alle kwaad, verlos ons, o Heer.
Van alle zonden ,
Van de macht en listen des duivels,
Van pest, oorlog en hongersnood.
Van den eeuwigen dood,
Door de verdiensten van den H. Antonius, lt;. Door zijne brandende liefde, S5
Door zijnen grooten ijver voor de bekeering g' -der zondaars, o
Door zijne vurige begeerte tot den marteldood, S Door het standvastig onderhouden zijner be- quot; loften van gehoorzaamheid, armoede en c kuischheid,
Door zijnen onvermoeiden arbeid, 2
Door de zeldzame verscheidenheid en menigte
zijner wonderen ,
In den dag des oordeels,
Wij zondaren , wij bidden- U , verhoor ons. Dat gij ons een waarachtig leedwezen over onze zonden wilt verkrijgen , wij bidd. U , verh. ons.
524
H. ANTONIUS VAN PADUA. 525
Dat gij het vuur der goddelijke liefde iu ouze harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij ons der verdiensten en voorspraak van ^
den h. Antonius deelachtig wilt maken, Dat Gij dit land onder de bescherming van S'.
den H. Antonius wilt stellen en behouden, E Dat Gij dengenen, die tot den H. Antonius s hunne toevlucht nemen , gezondheid naar ziel en lichaam wilt geven ,
Dat wij door de verdiensten en voorspraak S van den H. Antonius in alle deugden mogen gquot; voortgaan , o
Dat Gij alle dienaars van den H. Antonius o in alles met uwen zegen wilt voorkomen, 3 Dat Gij U gewaardigd ons te verhoeren,
Jesus Christus, Zoon van den levenden God, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons s o Heer.
Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld ,
verhoor ons , o Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer , o Heer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Heer , ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Ome Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Antonius.
k. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed.
O goedertierenste Jesus, die uwen belijder den heiligen Antonius, door gedurige mirakelen
34
52C LITANIE TOT DEN
wonderbaar hebt doen uitschijnen : verleen ons genadig dat wij , door zijne voorspraak en verdiensten , met zekerheid mogen verkrijgen , hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Hierom bidden wij ü, die leeft en heerscht, met den Vader , en den heiligen Geest, in alle eeuwigheid. Amen.
LITANIE tot den H. Alpiionsus Maria de Liguori.
Bisschop Tan St. Agatha der Gothen, Stichter van de Vergadering des allerheiligsten Verlossers.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld , ontferm U onzer. God , heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid ,één God , ontferm U onzer. Heilige Maria, onbevlekte Maagd, bid voor ons. Heilige Alphonsus, die van uwe vroegste jeugd af een voorbeeld der teederste godsvrucht geweest zijt,
m Tot den dood toe van doodzonde bewaard , tp g Verachter der rijkdommen en ijdelheden amp; j| der wereld, g
JSr Die onophoudelijk den wil Gods volgdet, ° Rijk aan schatten der christelijke armoede, o Voorbeeld van geduld in het lijden, p
Voorbeeld van overgeving in den tegenspoed ,
H. ALPHONSUS DE LIGUORI. 527
Heilige Alphonsus, die naar de zaligheid der zielen dorstig geweest zijt, bid voor ons. Bestrijder der ketterijen,
Verdediger van het katholiek geloof,
Zonder ophouden bezorgd om den armen
het Evangelie te verkondigen,
Teedere trooster der bedroefden.
Die zoo ervaren waart in de wetenschap
om de zondaars te bekeeren;
Wijze geleider op den weg der zaligheid, Die aan allen alles geworden zijt, opdat
allen zalig zouden worden,
Nieuw sieraad van den godsdienst,
Uverige verdediger der geestelijke tucht. Gehoorzame ij veraar voor den roomschen
2 Stoel,
5 Waakzame herder van de schapen die u _2 toevertrouwd waren, W
3 Die zonder ophouden bezorgd waart voor ^ ^ het algemeen welzijn der Kerk, g §) Eer der Priesters en Bisschoppen, ° S Levendig vooibeeld aller deugden, o 33 Aandachtige vereerder van het kindje S
Jesus,
Die in het opdragen der heilige Mis van
liefde ontvlamd waart.
Vurige aanbidder vau Jesus Christus in
het allerheiligste Sacrament,
Smartelijke betrachter van het lijden van Jesus,
Uverige vereerder van de allerheiligste
maagd Maria,
Die onder uw prediken met verschijningen der allerheiligste maagd Maria zijt vereerd geweest,
In leven en zeden een Engel,
528 LITANIE TOT DEN H. ALPHONSt'S Heilige Alphonsus, een patriarch door uwe over-hartelijke zorgvuldigheid voor het volk Gods , bid voor ons.
Doorluchtig door de gaaf van mirakelen en
voorzeggingen,
Een apostel door uw arbeiden en goede uitvallen,
w Een martelaar door uw streng leven, S S Een belijder door uwe heilige werken,
| In uw lichaam en in uwen geest eene 2 maagd, ^
-5 Stichter der Vergadering des allerheilig- 2 sten Verlossers, ?
Een voorbeeld der Missionarissen,
Onze liefdevolle vader en beschermer.
Zalige Alphonsus Maria,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, o Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, o Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, o Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Ome Vader, enz. «
v. Bid voor ons, heilige Alphonsus Maria!
r. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed.
ó God, die door den heiligen Alphonsus Maria, uwen van zielenijver ontvlamden belijder en bisschop, uwe Kerk met een nieuw nakome-
LITANIE OM EENEN ZALIGEN DOOD. 529 lingschap bevrucht hebt : wij bidden U, dat wij door zijne heilzame vermaningen onderwezen en door zijne voorbeelden versterkt, gelukkig tot U mogen komen : door onzen Heer Jesus Christus, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des heiligen Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen.
Litanie om eenen zaligen dood.
Heer Jesus, God van goedheid en Vader van barmhartigheid ! ik verschijn voor ü met een vernederd, vermorzeld en ontsteld hart; ik beveel U mijn laatste uur en al wat mij na hetzelve wacht.
Als mijne koude onbeweegbare voeten mij zullen verwittigen, dat mijn wandel op deze aarde gaat eindigen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne berende en zwakke handen U niet meer kunnen vasthouden, maar het krucifix tegen dank op het bed mijns lijdens zullen laten vallen ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne verduisterde en gebrokene oogen van angst voor den naderenden dood, zich stervende totU zullen wenden; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne bevende koude lippen voor de laatste maal uwen aanbiddelijken naam zullen noemen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne wangen verbleekt en loodverwig, in hen die mijn sterfbed omringen, medelijden en afschrik zullen inboezemen; en als mijne haren, van doodzweet doortrokken, zich op mijn hoofd oprichtende, mijn aanstaand einde zullen aankondigen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne ooren zich voor altijd voor de taal
530 LITANIE OM EEN EN
der menschen gaan sluiten, en zich zullen openen om naar de stem te luisteren die het onherroepelijk vonnis zal uitspreken, waardoor mijn lot voor de eeuwigheid zal vastgesteld worden; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne inbeelding, door schrikkelijke en verbazende verschijnsels ontsteld, in doodelijke droefheid zal liggen, en als mijn geest, op het aanschouwen mijner zonden ontrust en van angst voor uwe rechtvaardigheid bevangen, met den engel der duisternissen zal strijden, die mij het troostelijk betrouwen op uwe barmhartigheid zal trachten te benemen, en in wanhoop zal trachten te storten; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijn zwak hart, door de smart der krankheid benauwd, door de vrees van den dood bevangen, en door den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid, van krachten zal uitgeput zijn; barmhar-ïige Josus, ontferm U dan mijner.
Als de laalste tranen, de voorteekenen mijns doods, uit de oogen zullen vloeien, neem dan dezelve voor eene boetofferande aan, opdat ik als een slachtoffer der boetvaardigheid moge sterven; in dien angstigen oogenblik, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne bloedverwanten en vrienden rondom mij zullen staan, en meteen teeder medelijden over mijnen ellendigen staat, U voor mij zullen aanroepen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als ik het gebruik mijner zinnen zal verloren hebben, als de gansche wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik in de benauwdheid van den laatsten strijd en van de pijnen des doods zal zuchten; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als de laatste ademtochten mijne ziel zullen dwingen, zich van mijn lichaam te scheiden,
ZALIGEN DOOD.
neem ze dan aan als verzuchtingen van een heilig ongeduldig verlangen om tot U te gaan ; barmhartige Jesus , ontferm U dan mijner.
Als mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, van deze wereld voor altijd zal afscheid nemen, en mijn lichaam koud zonder leven zal achterlaten, ontvang dan de vernietiging van mijn aardsch leven, als een teeken van vereering en erkentenis uwer opperste Majesteit; barmhartige Jesus , ontferm U dan mijner.
Als ten laatste mijne ziel voor U zal verschijnen, en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer heerlijkheid zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aanschijn , maar verwaardig U mij in den minnelijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik eeuwig uwen lof moge zingen : barmhartige Jesus , ontferm TJ dan mijner.
Gebed.
O God! die ons ter dood veroordeolende, het oogenblik en het uur verborgen houdt : maak dat ik al de dagen mijns levens in rechtvaardigheid en heiligheid overbrengende, moge verdienen van in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus , die met U leeft en heerscht, in de eenheid des heiligen Geestes. Amen.
531
DE VESPER-PSALMEN
VOOE DEN ZONDAG.
O God! denk op mijne hulp.
Heer! haast U om mij te helpen.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest.
Gelijk het was in het begin, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Looft God.
Van Septuagesima tot Paschen zegt men, in plaats van Looft God met blijdschap :
Lof zij U, o Heer, Koning der eeuwige eer.
I. Psalm 190.
De Heer heeft tot mijnen Heer gezegd : zit aan mijne rechterhand.
Tot dat ik uwe vijanden stelle tot eene bank uwer voeten.
De Heer zal den schepter uwer macht uit Sion doen komen ; heersch in het midden van uwe vijanden.
Bij U is het vorstendom ten dage uwer krachten , met vollen luister van heiligheid : voor den dageraad heb ik U uit den schoot voortgebracht.
De Heer heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen : Gij zijt Priester in eeuwigheid , volgens de wijze van Melchisédech.
De Heer is aan uwe rechterhand ; Hij heeft in den dag zijner gramschap de koningen vernield.
Hij zal recht doen onder de volkeren ; Hij zal de verwoestingen vermeerderen : Hij zal de hoofden van veie landen verdelgen.
tl
m
m
n
mm
i 11
de vesper-psalmen voor den zondag. 5H3
Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal hij het hoofd opheffen.
Eere zij den Vader , enz.
II. Psalm 110.
Heer ! ik zal U loven met geheel mijn hart; in den raad der rechtvaardigen en in de vergadering.
De werken des Heeren zijn groot : uitgelezen volgens zijnen wil en volgens zijn welbehagen.
Zijn werk is lofwaardig en heerlijk, en zijne rechtvaardigheid duurt in alle eeuwigheid.
De genadige en barmhartige Heer heeft eeu gedenkteeken zijner wonderen gesteld ; Hij heeft spijs verleend aan die Hem vreezen.
Hij zal eeuwig zijns verbonds gedachtig zijn : Hij zal de kracht zijner werken aan zijn volk bekend maken.
Om hun liet erfdeel der Heidenen te geven : de werken zijner handen zijn waarheid en rechtvaardigheid.
Al zijne bevelen zijn getrouw, voor eeuwig-bevestigd ; zij zijn in waarheid en rechtvaardigheid gemaakt. '
Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden : Hij heeft zijn verbond voor eeuwig geboden.
Heilig en ontzaggelijk is zijn naam : de vrees des Heeren is het beginsel der wijsheid.
Het versland is goed aan allen, die er naar handelen : zijn lof blijft in alle eeuwen.
Eere zij den Vader, enz.
III. Psalm 111.
Gelukkig is de man, die den Heer vreest: die groot vermaak heeft in zijne geboden.
Zijn zaad zal machtig op de aarde zijn : het
534 DK VESPEa-PSALMEN
geslacht der oprechten zal gezegend worden.
In zijn huis zal eer en rijkdom zijn : en zijne rechtvaardigheid duurt in eeuwigheid.
Voor de oprechten is in de duisternissen licht opgerezen : de genadige, barmhartige en rechtvaardige God.
Welbehagelijk is aan God de mensch die weldoet en uitleent : hij zal zijne woorden met oordeel beschikken , opdat hij in eeuwigheid niet, zal wankelen.
De rechtvaardige zal in eene eeuwige gedachtenis zijn : hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen.
Zijn hart is bereid op den Heer te vertrouwen : zijn hart is versterkt; hij zal niet ontroerd worden , tot dat hij nederziet op zijne vijanden.
Hij heeft {zijn goed) uitgedeeld en aan de armen gegeven; zijne rechtvaardigheid duurt in eeuwigheid : zijne macht zal met luister verheven worden.
De zondaar zal het zien en gram worden ; hij zal op zijne tanden knarsen en verdroogen; de begeerte der goddeloozen zal vergaan.
Eere zij den Vader, enz
IV. Psalm 113.
Looft den Heer, gij dienaars : looft den naam des Heeren.
De naam des Heeren zij verheerlijkt, van nu af tot in eeuwigheid.
Van den opgang der zon tot haren ondergang-is de naam des Heeren lofwaardig.
De Heer is verheven boven alle volkeren; er. boven den hemel is zijne heerlijkheid.
Wie is gelijk de Heer onze God, die in het
voo» den zondag. 535
hoogste woont, en die de nederigeti in den hemel en op de aarde gadeslaat.
Die den behoeftige uit het stof opwekt en uit den drek den arme opricht.
Om hem te stellen nevens de vorsten, nevens de vorsten van zijn volk.
Die de onvruchtbare in een talrijk huis doet wonen, en haar tot eene blijde moeder van kinderen maakt.
Eere zij den Vader, enz.
V. Psalm 113.
Als Israël uit Egypte trok, het huis van Jacob uit een vreemd volk.
Toen werd het Joodsche volk aan God toe-geheiligd , en Israël werd zijne heerschappij.
De zee zag het en vluchtte : de Jordaan keerde terug.
De bergen sprongen op als rammen, en de heuvelen als lammeren.
Wat was u, zee, dat gij vluchttet; en u, Jordaan, dat gij achterwaarts keerdet?
Dat gij, her gen , opsprougt als rammen : en gij heuvelen, als lammeren der schapen ?
De aarde daverde voor het aanschijn des Hee-ren; voor het aanschijn van den God van Jacob.
Die den harden steen veranderde in overvloedige wateren, en de rots in waterbronnen.
Niet aan ons, Heer, niet aan ons; maar geef de eer aan uwen naam.
Om uwer barmhartigheid en uwer waarheids-wille; opdat de Heidenen nooit zeggen : waar is hun God ?
Doch onze God is in den hemel : Hij doet hetgene Hem behaagt.
536 DE VESPER-PSALMEN
De afgoden der volkeren zijn zilver en goud : werken der menschen handen.
Zij hebben eenen mond, doch spreken niet; zö hebben oogen, maar zien niet.
Zij hebben ooren, maar hooren niet; zij hebben neuzen, maar ruiken niet.
Zij hebben handen, maar voelen niet; zij hebben voeten, maar wandelen niet; zij maken geen geluid met hunne keel.
Dat, die ze maken, hun gelijk worden : en allen die er op vertrouwen.
Het huis van Israël hoopt op den Heer : hij is hun helper eu beschermer.
Het huis van Aaron hoopt op den Heer : hij is hun helper en beschermer.
Die den Heer vreezen, hopen op den Heer : hij is hun helper en beschermer.
De Heer is onzer gedachtig geweest : en hij heeft ons gezegend.
Hij heeft het huis van Israël gezegend : hij heeft het huis van Aaron gezegend.
Allen die den Heer vreezen heeft hij gezegend, zoo kleinen als grooten.
De Heer zegene u meer en meer, u en uwe kinderen.
Weest gezegend van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
De bovenste hemel is voor dea Heer; maar de aarde heeft hij gegeven aan de kinderen der menschen.
De dooden, o Heer, zullen U niet loven, noch allen die in het graf dalen.
Maar wij, die leven, loven der. Heer; van nu af tot in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
VOOE DEK ZONDAG.
De Lofzang van Maria.
(Lucas i.)
Mijne ziel verheft grootelijks den Heer.
En mijn geest verheugt zich in God, mijnen Zaligmaker.
Omdat hij de nederigheid van zijne dienstmaagd heeft aangezien ; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.
Omdat de Almachtige aan mij groote dingen gedaan heeft, en zijn naam heilig is.
En zijne barmhartigheid strekt zich over alle geslachten uit, over hen die hem vreezen.
Hij heeft de kracht van zijnen arm uitgewerkt; hij heeft de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten verstrooid.
Hij heeft de machtigen van den troon gezet, en de nederigen heeft Hij verheven.
Hij heeft de behoeftigen met goederen vervuld, en de rijken ijdel weggezonden.
Hij heeft Israël, zijnen dienaar, ontvangen; indachtig zijnde zijner barmhartigheid.
Volgens hetgeen hij tot onze voorouders heeft gezegd, tot Abraham en zijn nageslacht, in alle eeuwen.
Eere zij den Vader, enz.
ANTIPHOON.
Alma Redemptoris.
Soemwaardige Moeder des Zaligmakers! altijd openblijvende deur des hemels, en ster der zee! help ons, vallenden, gij die altijd bereid zijt om het volk te doen opstaan van den val der zonden;
537
638 DE VESPER-PSALMEN
gij die, tot verwondering der natuur, uwen ge-zegenden Schepper hebt voortgebracht; die, nadat gij Moeder zijt geworden, Maagd gelijk te voren zijt gebleven ; verwaardig u de groetenis, die gij van den Engel Gabriël hebt ontvangen, ook van ons te aanvaarden, en medelijden te hebben met ons, arme zondaars.
v. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.
R. En zij heeft ontvangen van den heiligen Geest.
Laat ons bidden.
Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen komen. Boor denzelfden Christus, onzen Heer.
Vm Kerstavond tot Lichtmis, leest Men : Heilige Moeder, als hoven; maar het Vers en Gebed is als volgt:
v. Na het baren zijt gij onbevlekt gebleven.
R. Heilige Moeder Gods! wees onze voorspreekster.
Laat ons bidden,
ö God, die door de vruchtbare zuiverheid der heilige Maria, aan het menschelijk geslacht do gaaf der eeuwige zaligheid vergund hebt : wij bidden U, dat wij door de kracht van hare voorspraak mogen gewaar worden, door wie wij verdiend hebben te ontvangen den Oorsprong onzes levens: onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
voor den zondag.
Van Lichtmis tot woemday in de Goede week.
Wees gegroet, Koningin der hemelen! wees gegroet, Koningin der engelen ! heilige stam, uit welke gesproten is Degene die ons den hemel geopend heeft, en het ware licht der wereld is. Grlorierijke Maagd, die boven alle schepselen verheven zijt: geniet uw geluk, ontvang onzen eerbied , en verwerf ons genade bij Christus, uwen aanbiddelijken Zoon.
v. Verwaardig dat ik u love, heilige Maagd! r. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
laat ons biddek.
Ondersteun, o barmhartige God, onze krankheid, opdat wij, die de gedachtenis houden van de heilige Moeder Gods, door den bijstand van hare voorspraak van onze boosheden mogen verrijzen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Van zaterdag na Pinksteren tot den Advent.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid! Wees gegroet, ons leven, onze zoetheid en onze hoop! Tot u roepen wij, verbannen kinderen van Eva. Tot u verzuchten wij, kermende en weenende in dit dal der tranen. Welaan dan onze Middelares! keer uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht uws lichaaras : Jesus. O genadige, o medelijdende, o zoete Maagd Maria!
v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods ! r. Opdat wij waardig mogen worden der beloften van Christus.
539
540 DE VESPER-I'S ALM EN VOOR DEN ZONDAG.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, die het lichaam en lt;le ziel vau de luisterrijke Maagd en Moeder Gods Maria, door de medewerking van den heiligen Geest, bereid hebt eene waardige woonplaats van uwen Zoon te worden : geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verheugen, door hare goeder-tierene voorspraak van alle aanstaande kwaad en van den eeuwigen dood mogen bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
BLADWIJZER.
. Br.iuz.
l'-emge woonlen aan den lezer.......
Aanleiding tot een christelijk leven. . . . vi
Eerste Deel.
Gebeden die men gedurende den dag verricht. 12
Morgengebed...............13
Gebed tot Jesus Chrisms, om zijne heilige
liefde.............11
Gebed om volharding tot het einde toe . . 14 Gebed om het betrouwen op de verdiensten van Jesus Christus, en om de voorspraak
van Maria te bekomen.......
Gedurende den dag.........
Gebed om de genade van volharding in het
gebed ............
Plechtige verklaring voor het doodsuur . . Gebed tot den gekruisten Zaligmaker eu tot de bedrukte Moeder Gods voor eenen zaligen dood............
Schietgebed on liefdezuchten, waarvan men er eenige door den dag kan herhalen . . 20
Avondgebeden.............
Akte van geloof..........3%
Akte van hoop, liefde eu berouw .... 24
Gebeden onder do heilige Mis.....25
Andere gebeden onder de heilige Mis. . . 33 Hhcht-gebeden...........43
15
16
16 17
20
35
BLAUAVIJZEK.
Godvruchtige oefeningen tot de heilige
Communie...........45
Godvruchtige oefeningen tot het Allerheiligste Sacrament des Altaars.....58
Tweede Deel.
Bezoeken van het allerheiligste Sacrament des Altaars, en van de allerzaligste Maagd Maria, voor iederen dag der maand . . 80 Gebeden tot de allerheiligste maagd Maria,
voor iederen dag der week, om door hare voorspraak de noodige genade te verkrijgen 158 Aandachtige en liefdevolle oefening tot de
zeven smarten van Maria......167
Ivorte uitlegging der vijftien geheimen van
den Kozenkrans.......
Inleiding tot het inwendige gebed of meditatie 180
Derde Deel.
Wijze om gedurig vertrouwelijk met God te
verkeeren............185
Betrachtingen of meditatien voor iederen dag-der week, over de gewichtigste waarheden onzer zaligheid........ . . 310
Vierde Deel.
Godvruchtige oefeningen tot het kindje Jesus , voor iederen dag der week, bizonder van Kerst-avond tot Nieuwjaars-dag te
verrichten...........358
Godvruchtige oefeningen tot den lijdenden Zaligmaker, voor iederen dag der week, en voornamelijk van Palm-zondag lot Paasch-avond te verrichten. ... . 383
BLADWIJZER.
Godvruchtige oefening tot de vijf' wonden van den gekruisten Jesus......
Vijfde Deel.
Overwegingen voor de negendaagselie godsvrucht tot het aanbiddelijk Hart van Jesus . Godvruchtige oefeningen tot het allerheiligste Sacrament des altaars, voor iederen dag der week, maar die men bizonder de week voor of na heilig Sacramentsdag benuttigen kan . Godvruchtige oefeningen tot den heiligen Geest, voor iederen dag der week, maar voornamelijk om van Zondag voor Pinksteren tot het heilig Pinksterfeest te verrichten. Godvruchtige oefeningen voor de zeven voornaamste feestdagen van Maria . . .
Zesde Deel.
Godvruchtige oefeningen tot den heiligen Josei', voor iederen dag der week, die men de zeven woensdagen, welke zijnen feestdag voorafgaan, of de week voor en
na denzelven, kan verrichten.....
Negendaagselie oefening voor allerzielendag ⢠Godvruchtige oefening tot den heiligen
Engelbewaarder.........
liefdezuchten tot Jesus in het allerheiligste
Sacrament...........
Gebeden tot de heilige Moeder Gods, voor
eiken dag der week........
De heilige Kruisweg........
Re zeven Boet-psalmen........
Litanie tot de allerheiligste Drievuldigheid . Litanie tot den heiligen Geest.....
BLADTVIJZEU.
Litanie tot den zoeten Naam Jesus. . . . 507
Litanie tot den H. Josef.......510
Gebed tot den H. Josef, opgesteld door Z. H. Paus Leo XIII., in zijne Encycliek
van 15 Aug. 1889 ........ 512
Korte opdracht aan den H. Josel' . . . .513 Litanie tot het allerheiligste Sacrament des
Altaars............514
Litanie tot het allerheiligste Hart van. Josus 517 1 jitanie van Loretten , ter eere der allerheiligste Maagd Maria........5 l'.i
Litanie tot den H. Antouius van l'adua . . 533 Litanie tot den H. Alphonsus Maria de
Liguori............52fi
Litanie om eenen zaligen dood.....529
De Vesper-psalmen.........533
GOEDKEURING.
IMl'K I.MAT UK 'Datum HureminicUB 25 Jan. 1842.
J. A. PAEED1S. Aüm. Aposï.
HERINNERING.
Ik hm yedoopL, Och
Ik heh mijne ear sic H. Communie gedaan, den
Lk beu (jevurind, den
*
â