ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6
ocr page 7

VuA: h

P H I L O T lXG -

of Inleiding ^ aH111

dezul-

H. FRANCISCUS DE SALES,

Prins-Bisschop van Genevr.

Naar het Fransch.

Menwo Uitsrave, vprmeerderd mot Morden- Avond-.Mis- Uiecht-en Onminnnie-srebetlen : houevens de ijitanien voor alle da^en der week.

lt;y : ; : /y

; 'Qy X lt;

Jlfff Goedltevrhin. f -lt;gt;gt;—

VENLOO, W e d. 11. B o n t a m p I 8 9 5.

ocr page 8

ke: zie eei vn ten dit UOl

opi eu liei ble En gel en sell

ocr page 9

VüJ/f }i

GOBDKKÜRIXG.

Gij zieleu, norsch en wederspauuig aan de godsvrucht, die haar nimmer beoefent en dezulken beschimpt, die zich geheel tot haar begeven, ziehier wat voor u lezenswaardig is om u daarin eenigen smaak te doen krijgen. En gij, o godvruchtige zielen , die zoo zoet de aangename vruchten van godsvrucht smaakt en proeft, doorleest dit boek, en gij zult daarin vinden, wat u genoegen geven en ook behagen zal. Ja, gij zult opmerken, dat in hetzelve klaar uitschijnt de ijver en de liefde, die de eerwaardige schrijver, wiens heilig geloof bij zoo vele gelegenheden heeft gebleken, gehad heeft tot de zaligheid der zielen. En dit boek stelt ons geene dingen voor, dan die geheel overeenkomen met het waarachtige geloof en met de heilige, christelijke, algemeene room-sche Kerk.

0. Robertus Berteiot,

Bisschop van Damasco , Viearius van Lyon.

0. Stephanus Caerte,

Ducior in dc godgeleerdheid en prior van hel klooster van O. L. Vrouw van Confort.

IMPRIMI POTEST.

lUinrmund:»', h:quot;ic 2 Obris. i860.

P. CANOV, (Jan. theol. ad hoe deputatns.

ocr page 10

GEBED TOT JESUS,

WIJ /. E VAN O P D 11A C HT ,

Haar m H. Frandscos de Sale:;.

O lieve Jesus, mijn Heer, mijn Heiland en mijn God ! hier voor uwe voeten neergestrekt , draag ik dit werkje uwer opperste grootheid op. Bekrachtig door uwen zegen mijne woorden , opdat de zielen, voor welke ik het heb geschreven, daardoor uwe zalige inspraken, die ik hun toewensch , mogen ontvangen, en dat zij ook door hunne gebeden uwe oneindige barmhartigheid voor mij mogen verwerven , opdat ik , d e anderen den weg tot de godvruchtigheid in deze wereld wil aanwijzen, in de andere wereld niet voor eeuwig verworpen en beschaamd gemaakt worde; doch met hen te zamen het zegelied moge zingen, dat ik in het midden van al de wisselvalligheden dezes aardschen levens met zulk groot betrouwen uitspreek : leel', o Jesus I leef, ja. Heer Jesus ! leefquot; en heersch in onze harten tot in eeuwigheid ! Amen.

ocr page 11

V O O R K E D E van den heiligen Schrijver.

De bloemwerkster Grlvcera wist hare bloemen zoo aardig onder elkander te vlechten , en van die bloemen eene zoo talrijke menigte van bloemtak)es te maken, dat de schilder Pansias ze niet met groote verscheidenheid konde naschilderen.

Op dezelfde wijs weet de heilige Geest de godvruchtige onderrichtingen zijner dienaren zoodanig af te wisselen, dat, alhoewel zij dezelfde stof voorhanden hebben, hare voorstellingen nochtans zeer verschillend zijn. Voorwaar , ik mag noch wil in deze onderrichtingen anders schrijven, dan hetgeen onze voorvaderen ons dienaangaande hebben nagelaten. Derhalve zijn het dezelfde bloemen , beminde lezer, die ik u voorstel ; maar mijn bloemtuintje zal van het huune verschillen , omdat ik de bloempjes op eene andere wijze onder elkander heb gevlochten.

Degenen , die eertijds over de godvruchtigheid gehiindeld hebben, spraken meest voor menscheu, die gausch van allen hau-«Iti! der wereld waren afgencheiden, ui' '/ij trachtten ten minste hen tot zoo een©

ocr page 12

geselloidculicicl to bewegen ; maar miju dool is dezulken te onderwijzen, die in steden, in een huisgezin, aan de hoven der prinsen, of in den gewonen handel der menschen gehouden zijn te leven, en die soms , op voorwendsel van onmogelijkheid, er niet eens aan willen denken een godvruchtig leven aan te nemen , daar zij zich laten voorstaan , dat, even als de dieren niet durven eten van zeker kruid of zaad, genaamd Vahna Christi, alzoo ook geen mensch , die in hel gewoel der wereld leeft , naar den palmtak der christelijke godsvrucht mag haken.

Ik, integendeel wil hun beuoonen, dat evenals de parelslakken in zee leven, zonder van het zeewater te proeven ; even als omtrent de Calidonische eilanden , :n het midden der zee, zoete waterbronnen gevonden worden, en even als de Fvranste i door hel midden van hel vuur vliegen , zonder hunne vleugelen te verbranden; evenzoo eene kloekmoedige en standvastige ziel, zelts in het midden der ■yereld, kan leven zonder den wereldschen geest in te zuigen; dat zij aldaar, in het midden van al die bittere wateren , zoete bronnen van godsvrucht kan vinden , en door de aardsehe vlammen vliegen, zonder de vleugelen eener heilige begeerte tot het godvruchtig leven te moeten verbrande»». Fk beken gaarne, dat hetzelve

ocr page 13

zeer mpeiclijk is om uit te werken ; maar die moeielijkheid zeli's doet mij weuschen, d;it men zich hierop wat meer toelegde , als men tot nog toe gedaan heeft. Te dien einde heb ik de pen opgevat, om diengenen den weg te wijzen , welke eens met meerdere dapperheid dezen loffelijken aanslag zullen gelieven te ondernemen.

Ik liet mij in het begin niet \ooi-staan , dat deze Inleiding tot de godcruchtigheld , gedrukt zou worden. Zekere achtenswaardige en vrome vrouw, door Gods hulp begeerig zijnde om godvruchtig te leven , verzocht daartoe mijne bijzondere hulp: en wijl ik haar zeer verplicht was, en ook van sedert langen tijd zeer goede gesteltenissen in haar had bemerkt, heb ik mij eindelijk met ijver tot haar onderricht gekeerd , en haai-, volgens hare bekwaamheid, eene afbeelding van het godvruchtig leven in schrifc gesteld, opdat zij tot dit schrift hare toevlucht zoude kunnen nemen. Zij liet dit naderhand lezen aan een zeer geleerd en godvruchtig kloosterling, die, zich inbeeldende dat het velen menschen zoude kunnen nuttig zijn, mij voordroeg hetzelve te laten drukken : hiertoe kon hij mij zeer licht bewegen, omdat zijne vriendcchap en zijn gezond oordeel bij mij in hooge waarde waren.

Doch om hetzelve te nuttiger en aange-genamer te maken , heb ik liet op nieuw

ocr page 14

— 8 —

orerlezen, in betere orde gesteld , en nog C4o

Torsclieideue onderrichtingen erbij gevoegd : gel

echter alles met zeer groeten spoed : diens- de

volgons zult gij het niet zeer opgesmukt. gel

vinden. Ook is mijn verlangen , dat het voor Hii

niets anders aangezien worde, dan voor eene liet

verzameling van godvruchtige onderwijzin- der

gen, die ten klaarste, volgens het mij mo- zod

gelijk was, getracht heb uit te leggen; want zij

wat de welsprekendheid aangaat, daarop zou

heb ik zelf niet eens willen denken, dewijl ik

ik andere zaken verplicht ben te behartigen. zie!

Ik richt mijne woorden tot Philothea , da£

hetwelk zooveel beteekent als Godminnende In

ziel, omdat ik nu mijn werkje tot aller nai

zielen zaligheid wil laten dienen . hetgeen haj

ik in het eerst slechts voor eene alleen had te

ondernomen. En dewijl ik niets anders be- dei oog, dan de ziel tot Gods liefde- aan te

zetten, zoo heb ik deze Inleiding in viji dei

deelen verdeeld. In het eerste deel tracht ik , scl

door eenige onderrichtingen en oefeningen , er

de eerstbeginnenden, goede genegenheid van klc

Philothea in een vroom en vast voornemen aai

te veranderen, hetwelk zij ten laatste te weeg zoc

brengt door eene algemeene biecht en eene en

Communie, iu welke zij, zich zelve aan zee

haren Zaligmaker overgevende, tot zijne te

heilige liefde wordt toegelaten. Dit gedaan m£

zijnde, wija ik hmir twee gróote middelen If,

nan , door welke zij nog meer inwendig met \oi

ocr page 15

1

og God kan vereonigd worden : te weten, het

d ; gebruik der heilige Sacramenten , door welke

10- de goede God tot ons komt; en het heilig

kt. gebed, waardoor Hij ons tot zich trekt,

tor Hiervan spreek ik in het tweede deel. In

ne het derde leer ik haar, hoe zij in de deug-

in- den moet voortgaan, door haar eenige bij-

10- zondere onderwijzingen voor te stellen, die

nt zij van elders of uit zich zeiven niet licht

op zou gekregen hebben. In het vierde tracht

ijl ik haar eenige listen van de vijanden harer

m. ziel te ontdekken , toonende hoe zij zich

a , daartegen zal wapenen en dezelve verijdelen,

de In het vijfde-deel leid ik haar een weinig

er naar de eenzaamheid en ingekeerdheid, om

en haar wat te ververschen, en hare krachten

ad te vernieuwen, ten einde zij des te zeker-

•e- der tot het godvruchtig leven geraken zou.

te Het is mij zeer wel bekend, dat wij in

iji deze eeuw met vele lastige en grillige men-

k, schen te doen hebben , en ik voorzie , dar

a, er velen zullen zeggen, dat het maar aan

m kloosterlingen en aan dergelijken , en niet

in aan Bisschoppen , voornamelijk die met een

eg zoo zwaar Bisdom belast zijn als het mijne,

ne en wier verstand door zoo gewichtige zaken

m zeer verstrooid moet wezen, toestaat boeken

ie te schrijven volgens liet godvruchtige leven ;

m maar daarop zal ik, lieve lezer, met den

su H, DionvsiuM, antwoorden, dat het wel

vooniunielijk dlt;* Binnohoppen toenUmt, tie _

ocr page 16

zielen lot de volmaaktheid aan te leiden omdat hunne waardigheid en hun staat de verhevenste is onder de mensehen , gelijk de serafs onder de engelen zijn; zoo datzij hunnen arbeid nergens beter toe besteden kunnen, dan tot dusdanige zaken. De oude Bisschoppen en de Vaders van de heilige Kerk, zijn ten minste zoo vlijtig geweest in liet bedienen van hun ambt als wij , en nochtans hebben zij daarom niet nagelaten, voor verscheidene menschen die tot hen hunne toevlucht namen, zorg te dragen, zoo als uit hunne zendbrieven genoegzaam blijkt; terwijl zij daarin het voorbeeld der Apostelen volgden, die , alhoewel zij de ge-geheele wereld verzorgen moesten , echter eenige zielen met eene bijzondere zorgvuldigheid waarnamen. Wie weet niet, dat Timotheus, Titus , Philemon. Onesimus , Thecla, Appia, de geliefde kinderen waren van den heiligen Apostel Paulus ? Marcus en Petronilla , van den H. Petras? En heelt de H. Joannes ook niet een zijner brieven aan de godvruchtige vrouw Electa geschreven ?

Ik beken , dat het zeer lastig is voor bijzondere zielen zorg te dragen : maar het is een last, die troostelijk is , even als de last der maaiers, die nooit beter tevreden zijn, dan wanneer zij veel werk hebben. Het is een arbeid , die door zijne zoetheid het hart

ocr page 17

— 11

va» tlou arbeider verkwikt, cn rtio, gelijk dc Cinumommun van Arabic, zijne dragers versterkt.

Men zegt, dat het wijfje der tijgers, na een van hare jongen gevonden te hebben , hetwelk de jager, om tijd te winnen, op den weg laat liggen, hetzelve ras naar haren kuil draagt, en daarom niet met minder snelheid den jager vervolgt : zal dan een vaderlijk hart, na eene vurige ziel gevonden te hebben, zich niet nog liever daarmede beladen, en dezelve als eene moeder, in zijnen schoot dragen ? Maar daartoe wordt buiten twijfel een vaderlijk hart vereischt; en daarom hebben de apostelen en de apostolische mannen hunne leerlingen niet alleen kinderen maar lieve kindertjes genoemd.

Verder, beminde lezer, belijd ik, dat ik van het godvruchtige leven ach rijf, zonder zelf godvruchtig te zijn ; niettemin heb ik daartoe een groot verlangen, en dit moedigi mij aan, om u ook te onderwijzen; want gelijk eertijds een zeer geleerd man zeide , nat het rechte middel, om geleerd te worden , is de onderwijzingen te aanhooren, en goede onderrichtingen te zoeken, om er anderen deelachtig aan te maken, alzoo zegt insgelijks de H. Augustinus in zijnen brief aan Florentina, dat degene Ciie geeft, ver-dieni te ontvangen, en dat het ambt van

ocr page 18

oinN'rwij/rn cm middel is , om zelf jio^ ^elet^rder to worden.

Alexander de Groote deed hel portret der schoone Compaspa, die hij zeer beminde , door de kunstige hand van Appelles schilderen ; deze hierdoor gedwongen zijnde, haar dikwijls met groote aandacht te beschouwen, werd op haar zoo verliefd, dat Alexander hem eindelijk haar ten huwelijk gaf. In deze daad prijst Plinius de edelmoedigheid van Alexander ten zeerste. Aldus is het ook met mijn doelwit gelegen, beminde lezer, om de goddelijke deugden en de ware godsvrucht op dezelfde wijs in de harten mijner lezers te prenten; eensdeels om te voldoen aan mijnen plicht, en nog veel meer in de hoop , dat ik zelf misschien op haar verliefd zal worden, met er anderen van te spreken, hetwelk , als God zulks ziet, hij mij dezelve buiten twijfel tot eene eeuwige bruid ver-leenen zal.

De zuivere Rebecca werd Izaiiks bruid , door zijne kameelen te drenken , en zij werd met kostbare oorringen en armbanden begiftigd. Alzoo verwacht ik ook van de goddelijke goedheid, dat mijne ziel , met aan zijne lieve schapen de gelukzalige wateren der godsvrucht voor te stellen , van Hem tot zijne bruid zal aangenomen worden : dut Hij mijne ooren/al versieren door de gulden woorden zijner heilige liefde, en hij mijne

ocr page 19

hcreleii: immers hierin hcBtaai tic ware der godsvrucht. Om dit te verkrijgen, bid ik L(je God, en verzoek de gebeden van al de kin-deren zijner heilige Kerk , aan wier oordeel laar ^ mljne schriften, woordi'n. werken en .en gedachten onderwerp.

Te ANNECY . op St.-Mugdalena-dag 1608.

net de cht ers ian

gt;P. zal gt;n . Ive ev-

d , .rd

30-gt;d-an en sm lat

en ne

en, ider leze ran

ocr page 20

de

7,lilt gl

regelclt

Geli,

8611 Zij •j gelijke alzoo naar 5 teu glt; dat h vast, wraal tong

Vermaningen en Oefeningen, noodig om eene nat I

acht€ ande hij i

H( lOKDSTÜK.

I.

Seschrijvinf/ van de ware Godsvruchl.

'

Gij wensolit ongetwijfeld godvruchtig to|| zijn. beminde Philothea, dewijl gij, Christen zijnde, wol weet, dat deze deugd Godel zeer aangenaam is. Doch om hierin we voort te gaan, moet gij eerst weten, wal^ eigenlijk de godsvrucht is ; want eene zaak in het begin verkeerd op te vatten, is daai -j na van een allerzwaarste gevolg. Er is maai eene eénige ware godsvrucht; alle andere

slJ

of Inleiding

TOT HET GODVRUCHTIG LEVEN,

EERSTE DEEL.

ziel van de eerste goede begeerte af tot een vast voornemen van een godvruchtig leven aan te zetten.

tegei sma; andlt; uitd vija nen hur toe me: tig Stn dei lke(

ocr page 21

— 15 —

^fcuaBVviirhf) is veiTalschf.; derhalve, indien jrij de ware godsvrucht niet ve-kiest, zoo zult gij noodzakelijk eene valsche en ongeregelde godsvrucht aannemen.

Gelijk de schilder Aurelius de beeldtenis-sen zijner schildei'ijen schilderde naar de gelijkenis der vrouwen, die hij beminde , alzoo ook schildert iedereen de godsvrucht , naar zijne genegenheid af. Die tot het vasten genegen is, laat zich somtijds voorstaan , dat hij zeer godvruchtig is. als hij maar vast, al is het, dat hij daarbij een zeer wraakgierig hart heeft: en terwijl hij zijne tong met wijn , of zelfs met water niet durft eene nat maken , zal hij niet vreezen dezelve door een achterklap en lastertaal te bezoedeleu. Een en ander zal zich godvruchtig achten, omdat hij dagelijks vele gebeden leest, al valt hij tegen de huisgenooten en geburen, door smaad en scheldwoorden menigmaal uit. Een ander zal gaarne aalmoezen aan de armen uitdeelen; maar hij zal niet gaarne aan zijne g til vijanden vergeven. Anderen zullen wol hun-ris-i nen vijanden vergifl'enis schenken, maar odel hunne schulden niet betalen, tenzij zij daar-W(' toe door het recht gedwongen worden. Zulke watl menschen zal men gewoonlijk voor godvruch-aakl tig houden; maar nochtans zijn zij het niet. iar-|j Saul's knec.hton , die David zochten, wer-aaia door Mie hol bedrogen, omdat zij zijn

orel heeld , hetwelk mei, zijne kleedoren over-

ocr page 22

trokken in het bed la^ , roor David zelren aanzagen. Alzoo bevredigen zich ook velen , met eenen nitwondigen schijn van gods-vruclit; de wereld ziet hen ook voor godvruchtig aan; maar het zijn inderdaad niet anders dan gemaakte beelden van eene nagebootste godsvrucht.

De oprechte godsvrucht, i'hilothea , is vooral gegrond op Gods liefde, ja zij is eigenlijk niet anders dan eene vurige liefde Gods. Maar alle liefde is dezelfde nie* ; want het woordje liefde wordt zeer verschillend verstaan. Gods liefde, voor zoo veel 2ij onze /.iel versiert en ons aangenaam maakt aan God, wordt genade genoemd; voor zco veel zij ons sterkte geeft, om het te doen, wordt zij liefde geheeten ; en als zij volmaakt is, en ons het goede niet alleen doet doen, maar hetzelve met vermaak en vlijt doet uitwerken: alsdan wordt zij godbvruclit geheeten. De volgende gelijkenis zal u dit nog klaarder doen verstaan : De struisvogels vliegen nooit; de hennen vliegen zelden ; maar de arenden , duiven en zwaluwen, vliegen snel, dikwijls en hoog. !N u , ook de zondaren vliegen zoo niet op tot God, maar kruipen langs de aarde ; de menschen, welke niet vee1, zondigen , maar nog niet godvruchtig zijn, vliegen wel somtijds tot God door goede werken, maar zelden en met moeite; doch de godvruchtige menschen vliegen tot G jd zeer

ocr page 23

— 17 —

dikwijls en met groote vlijt. Immers, de godsvrucht is niets anders dan eeno geestelijke vurigheid , waardoor de Helde in ons , ol wel wij door de liefde , met vlijt en ijver hel goede uitwerken. En gelijk het eigen is , aan de liefde, den mensch alle geboden van God te doen volbrengen, zoo ook is het eigen aan de godsvrucht, ze met vlijt uit te voeren ; daarom mag degene, die niet al de geboden van God onderhoudt, noch voor goed , noch voor godvruchtig gehouden worden ; want om goed te zijn , moet men de liefde hebben , die de geboden volbrengt : en om godvruchtig te wezen , moet men nog bovendien mei ijver de liefdewerken beoefenen.

Dewijl dan de godsvrucht in eene ijverige en sterke liefde bestaat, zoo maakt zij ons niet alleen bekwaam, kloek en naarstig, om G-ods geboden te onderhouden, maar zij wekt ons nog verder op, om met vlijt de goede werken te verrichten, zelfs al zijn zij slechts aangeraden. Evenals een mensch, die eerst uit eene ziekte opstaat, niet meer gaat dan noodig is, en dit nog zeer bezwaarlijk , zoo zal ook een eerstbekeerde zondaar wel enkel doen wat Crod gebiedt , maar niet verder gaan, tenzij hij godvruchtig worde. Doch als iemand godvruchtig is, zal hij niet alleen gaan, Tnanr tot alle goed 1 oopen en vliegen.

ocr page 24

— 18 —

Er bostuafc derhalve geen ander verschil iusscheu de liefde en de godsvrucht, dan tusschen de vlam en het vuur ; want de liefde is een geestelijk vuur, en wordt godsvrucht genoemd, als zij vlammen uitwerpt; de godsvrucht brengt niet anders aan de liefde dan eene vlam , die de liefde vaardig , vlijtig en naarstig maakt, niet alleen tot het onderhouden der geboden, maar ook tot beoefenen van alle deugden en goddelijke inspraken.

II. HOOFDSTUK.

Van de eigendommen en de verhevenheid der godsvrucht.

Degenen , die de Israëlieten wilden doen al zien van naar het beloofde land -,e trekken , maakten hun wijs, dat het een land was , hetwelk zijne eigene inwoners vernielde , en dat er de lucht zoo ongezond was . dat men er niet lang leven konde : ja, dat de inwoners wreede reuzen waren, die de andere mensehen als sprinkhanen opaten. De wereld , beminde Philothea , tracht ook zoo de heilige godsvrucht af te malen, daar zij zich inbeeldt, dat de godvruchtige men-arhen norsch , droevig en zeer misnoegd zijn, en dat de godsvrucht eene groote zwaarmoedigheid te weeg brengt. Maar gelijk Jozuc

ocr page 25

♦mi Oalol» o|)eu1ijk gofcuigdon , duf. Iiefc belool-• lo luutl niet alleen srlioou on ^uod , iiiaur ook deszelfs lucht rear gezond en aangenaam was, aldus verzekert ons ook de heilige Geest, door den mond van al de Heiligen , en onze Zaligmaker zelf', dat het godvruchtig leven een zeer goed , gelukkig en aangenaam leven is.

De wereld ziet de godvruchtige menschen vasten , bidden, ongelijk verdragen , zieken dienen , aalmoezen geven , veel waken, hunne gramschap bedwingen, hunne kwade neigingen overmeesteren, het vermaak aan hunne zinnen onttrekken , en andere dergelijke werken doen, die uit zich zeiven hard, streng en moeielijk zijn; maar de wereld merkt niet op, dat de inwendige godsvrucht des harten dit alles zoet, licht en aangenaam maakt. Aanzie de bijen op den thymus vliegen: het sap, hetwelk zij er uitzuigen is wel bitter, maar zij weten liet door hare bewerking in honig te veranderen. Het is wel waar, o wereldsche menschen! dat de verstervingen hard en pijnlijk zijn; maar in het werken worden zij aangenaam. Het vuur, de toortsen , de pijnbanken, de zwaarden, waren den martelaren aangenamer dan bloemen en aangename reukwerken, omdat zij godvruchtig waren. Indien dan de godsvrucht de allerwreedste folteringen, Ju den dood zei ven

ocr page 26

20

kun zoet makuu , wat 7.n\ zij dan niet kun non doen ten aanzien van deugdzame werken ? De suiker maakt de onrijpe vrurhien zoet , en verbetert liet kwade der rijpe : alzoo is ook de godsvruoht eene ware geestelijke suiker , welke de bitterheid aan de versterving , en de schadelijkheid aan de vertroosting ontneemt. Zij doet den weemoed van den arme, den hoogmoed van den rijke, de droefgeestigheid van den bedrukte , de dartelheid van den voorspoedige, hel verdriet van het eenzame leven en de ongebonden-lieid van de gezelschappen verdwijnen. Des winters dient zij tot vuur, des zomers tot dauw : overvloed en armoede kan zij dragen , eer en oneer maakt zij ons even nuttig. Zij ontvangt de genoegens en smarten met een en hei zelfde gemoed, en maakt cns alles aangenaam.

Geel acht op de ladder van Jacob: zij is een oprecht voorbeeld van een godvruchtig leven. De twee rechte stijlen, waartusschen men opklimt en waarin de sporten zijn vas— gemaakt, beteekenen het gebed en de heilige Sacramenten , waardoor men de liefde Gods bekomt: de sporten zijn niet anders dan verscheidene trappen van liefde , door welke men van de eene deugd tot óe andere overgaat , hetzij dat men afdaalt door den bijstand zijns naasten, hetzij dat men opklimt door liet overdenken van Gods ver-

ocr page 27

heveiiheid. Maar merk eens op, bid ik u, wie deze ladder op- en afgaan. Het zijn menschen. die engelen-harten hebben, of wel engelen met menschelijke lichamen. Zij zijn niet jong, maar zij schijnen het, omdat zij vol moed en ijver zijn ; zij hebben vleugelen, om te vliegen, en st ellen zich tot voor Gods troon door hot heilige gebed; maar zij hebben ook voeten , om door eenen heiligen , vriendelijken omgang met de schepselen te verkeeren. Hun gelaat is schoon en vrolijk, omdat zij alles met zoetheid en minzaamheid aannemen; hunne voeten . armen en hoofden zijn bloot , omdat hunne genegenheden. werken en gedachten, geen ander doelwit hebben , dan God te behagen. Het overige van hun lichaam is bedekt, doch met schoone, reine en lichte kleederen ; omdat zij werkelijk zich wel van we-reldsche zaken bedienen , doch met matigheid alleen gebruiken wat zij noodig hebben. Zoodanig zijn de godvruchtige menschen.

Geloot' mij , beminde Philothea! de godsvrucht is zoet boven alle zoetheid, ja zij is de koningin der deugden , en de volmaaktheid der liefde. Indien de liefde melk is, dan is de godsvrucht de room ervan. De liefde is de plant, do godsvrucht is de bloem ; de liefde is het gesteente , en de godsvrucht is deszelfs glans; de liefde is de balsem, de godsvrucht is de geur ervan, Ja zoodanige

ocr page 28

22 —

geur, «tal It ij do mensohon vorstorkt 011 dt' 1 vind

engelen TorlieugU | «Irage

■ algeir

III. HOOFDSTUK. 1 ^een

^ tusee

Alle mensclien levnnen de godsvrucht beoefenen. vrucl

■ als d

Bij de schepping der wereld beval God

aan alle planten, dat zij elk , volgens haren niet

aard, vruchten zouden voortbrengen ; zoo maal

beval hij den Christenen ook , die de levende tegei

planten van zijne Kerk zijn, dat; elk vruch- iems

ten van godsvrucht naar zijne roep en staat eene

geven zoude. Dus wordt de godsvrucht op hare

eene heel andere wijs beoefend door eenen besc

edelman, door eenen ambachtsman , door jeuf

eenen dienstknecht, door eenen prins, door god

eene weduwe , door een jong meisje of door der

eene gehuwde vrouw. Ja, men moet nog sier

bovendien de godvruchtige oefeningen schik- ten

ken en voegen naar de kracht, staat en hoi

plicht van ieder bijzonder mensch. Wat elk

dunkt u, Philothea, zou het wel betamen, goc

dat een Bisschop zoo eenzaam zoude leven , in

en van de menschen afgescheiden, als een onlt;

karthuizer ? Dat de gehuwden niet meer da:

fortuin wilden maken dan de capucijnen ? zij Dat een ambachtsman zoo veel in de kerk

zoude wezen als de kloosterlinge)! ? En dat eei

de kloosterlingen zich zoo ver bemoeiden te

als een Bisschop ? Zoude zulk eene gods- ui

ocr page 29

2.1

(If I vfiiclit niet belachelijk . ongftrogold on ouvoi-; ilragelijk ziju . .Nor.lH.aii8 in flit tuisbruik vrij ulgemeen, on dewijl de wercldsclie monsciien 1 geen onderaolieid maken of willen maken, tuseehen eene ongeregelde en eene ware goda-\en, vrucht versmaden zij de eene even zoo wel

als de andere.

^od Neen, Philothea, de ware. godsvrucht is

•on niet schadelijk noch ongerijmd , maar vol-^oo maakt integendeel alles. Ja , datgene , wat ide tegen den staat zonde strijden, waartoe ïh- iemand wettig is geroepen , is buiten twijfel lal eene valsche godsvrucht. De bijen zuigen op haren honig uit de bloemen, zonder ze te en beschadigen , en laten die zoo schoon en or jeugdig, als zij die gevonden hebben. De •or godsvrucht doet nojï meer; immers zij be-or derft niet alleen niemands stand , maar ver-og siert denzelven. En even als de edelgesteen-k- ten nog schitterender glinsteren , als zij met 3n honig gereinigd worden, zoo wordt ook at eiken staat veel schooner. wanneer er de godsvrucht bijkomt. Zij brengt den vrede i, in de huisgezinnen , vermeerdert de liefde •n onder de gehuwden; zij maakt den onder-ïr daan trouwer, en alle handelingen vervult

zij met vriendelijkheid.

k Het zoude eene groote dwaling , Ja zelfs

't eene ketterij wezen , het godvruchtige leven

n te willen verbannen uit den soldatenstand.

i- uit de werkhuizen der ambachtslieden , uil

ocr page 30

— 94

d« hoven der vorsten, uit de huisgezinnen der gehuwden. Hel. is wel waar, Philothea! dat de godsvruoht welke men tusschen de kloostermuren aantreft, zoo niet in eiken anderen stand beoefend kan worden ; maa er zijn andere godvruchtige oefeningen , die aan deze standen eigen zijn, en die hen tot de volmaaktheid kunnen brengen: Abraham, Izaiik, Jacob, J^avid , Job, Tobias, Sara, Rebecca en Judith, zijn hier voorbeelden van ten tijde der oude wet: en wat de nieuwe wet betreft, de H.H. Josef, Lv-dia , Crispinus , enz. wisten wel heilig te leven in hunne werkhuizen ; de H.H. Anna , Martha, Monica, Aquilas, Priscilla, in hare huisgezinnen; Cornelius. Sebastianus. Mauritius, te midden der wapenen; Con-| stantius, Helena, Lodewijk, Amatus en Eduardus in hunne koninklijke paleizen. Ja. het gebeurt somtijds, dat er velen in de eenzaamheid , die toch voor de volmaaktheid zoo gunstig is, verloren gaan, en dal anderen de volmaaktheid bewaren in het gewoel der menschen, hetwelk nochtans zoo nadeelig schijnt te wezen. Lolh, zegt de heilige Gregorius , bleef in Sod om a onder liet gewoel der menschen zuiver , en in de eenzaamheid werd hij bedorven. In welken stand wij ons dan ook bevinden , zoo kunnen en moeten wij naar volmaaktheid streven.

Ifoe

(i

T

naai den woo gele Phil gera die Dez te {j dat Goc geh mai gek' I stre van daa van boo geh ziel 9V

ocr page 31

ÏV. HOOFDSTUK.

Ifoe noodzakelijk een leidsman is, om tof de godsvrucht fe geraken en voortqanq in dezelve te doen.

Toen den jongen Tobias werd bevolen naar Eages te trekken , zeide bij, dat hij den weg niet wist. Doch zijn vader antwoordde hem ? ga en zoek iemand die u geleide. Ik legn ook hetzelfde op, beminde Philothea ! indien gij tot de godsvrucht wilt geraken, zoek een geleerd en vroom man , die u geleiden en den weg aanwijzen kan. Deze is de gewichtigste vermaning die ik n te geven heb. De godvruchtige Avilla zegt. dat men door geener weg zoo zeker den wil Gods zal vinden , als door de ootmoedige gehoorzaamheid aan eenen geestelijken leidsman ; een middel, zoo zeer geprezen en nagekomen door alle godvruchtige menschen.

De heilige moeder Theresia , ziende de strenge lijfkaetijdingen der H. Catharina van Cordua, was zeer genegen om haar daarin na te volgen, zelfs tegen den raad van haren biechtvader, die haar zulks verbood , zoodat zij hem hierin bijna niet zoude gehoorzaamd hebben. Maar zij onderwierp zich , en God zeide tot haar : Mijne dochter. gij bewandelt eenen rnstigen en goeden weg;

innt-n the: m de eiken maar , die n tot Vbra-biaa , Toor-i wat , Ly-ig 'te nna, , in mis. Con-i en izen. n in lakt-dal het i zoo de ader i de Iken cun-re-

ocr page 32

af,

hu,tl- Ujflcctstijdinyen hehayen u; maar ih sfal uwe rfeïworzaamheid non hooier op pr ja. Ook beminde zij deze deugd zoo zeer , dat zij, behalve do gehoorzaamheid, die zij harer overste schuldig was, zich nog verbond, om den raad en het bestuur vau eenen man in te volgen , waar:.n zij grooten troost vond. Aldus hebben ten allen tijde vele goede zielen zich voorgenomen , bunnen eigen wil aan den wil van Gods dienaren te onderwerpen , om des te getrouwer des Heeren wet na te leven. De heilige Catha- ! rina van Senen prijst die ook zoo zeer aan in hare zamenspraken. De godvruchtige vorstin Elisabeth onderwierp zich met eene allergrootste gehoorzaamheid aan den leeraar Conrardus, en de heilige koning Lodewijk gaf op zijn doodsbed deze vermaning aan zijnen zoon : biecht dikwijls uwe zonden, en l ies eeneii goeden hiecliivnder, die a met zekerheid Leere, hetgeen u noodzakelijk is.

Jïen trouwe vriend , zegt de H. Schrift, (1) is eene sterke horstviering , en die zulle eenen vindt , die rindt eenen schat, Jïen trouwe vriend is een geneesmiddel tot een onsterfelijk leven-, en die den Heer vreezen, zillen der-gelijken vriend vinden.

Deze goddelijke woorden , zooals gij licht begrijpen kunt, doelen voornamelijk op het

(1) Eccl. vj. H.

ocr page 33

eeuwige loven, lot hetwelk men het meest dezen trouwen vriend noodig heeft, om door zijnen raad en vermaning bestuurd , tegen het bedrog des vijands beschermd te worden. Hij zal ons zijn als een schat van wijsheid in ouze benauwdheden en afwijkingen, en als eeu geneesmiddel, om onze harten in onze geestelijke ziekten te verkwikken. Hij ?.al ons besehermen van het kwaad; onze goede werken zal hij verbeteren, en als ons eenige zwakheid wedervaart, zal hij beletten dat zij een doodelijk gevolg heeft, en ons wederom opbeuren. Maar wie zal dezen vriend vinden ? De Wijze-man antwoordt: Die den Heer vreezen. Dat wil zeggen : de ootmoedige menschen, die hunnen voortgang behartigen.

Daar er dus zooveel gelegen is , o Philo-thea, aan eenen goeden leidsman op den weg der godsvrucht, zoo bid G-od vurig dat hij u eenen verleene volgens zijn hart. Indien gij er wel om bidt , zal hij hem zeker geven , al zou hij u zelfs eenen engel uit den hemel afzenden, gelijk hij aan den jongen Tobias gedaan heeft.

Dezen moet gij aanzien als eenen engel, en niet als een mensch , en u aan hem onderwerpen als aan dengenen, door wiens mond God tot u zal spreken , om u kenbaar te maken wat u tot de zaligheid dienstig is. Ook moet gij hem aanhooren »1« een engel,

ocr page 34

— 28 —

die ran den heuiel is nedergedaald . om ill? em ^ naar den liemol te leiden. Handel dan melll ^ hem met een open hart; ontdek hem

groote getrouwheid al uw goed en kwaad, 1 zonder eenige dubbelzinnigheid. Aldus zal in u het goed gezift, en het kwaad verbeterd, ja gansch genezen worden. Door hem zult gij worden verlicht en versterkt in uwe benauwdheden, en niet uitgelaten zijn in uwe vertroostingen. Stel vervolgens een eer-

biedig vertrouwen op hem; zoo evenwel. tkigii/n

dat de eerbied het vertrouwen niet vermin- tijd is

dere, en ook het vertrouwen den eerbied men t

niet beneme. Betrouw op hem met ontzag, do g(

zoo als eene dochter op haren vader; ontzie »ch \

en eer hem met vertrouwen , gelijk een zoon j|ct si

zijne moeder. Met één woord , deze vriend- doode

schap, alhoewel zij sterk en zachtaardig .Als e

moet wezen, moet echter gansch heilig, de tr(

godvruchtig en geestelijk zijn. jen.

Daarom , zegt Avilla , kies eenen uit dui- haar j

zend, en ik zeg u : kies eenen uit tien dui- do br

zend: want men vindt er minder , die tot den c

dezen last bekwaam zijn, dan men met mensi

woorden kan uitdrukken. Hij moet niet laten,

alleen liefdevol, maar ook verstandig en die h

voorzichtig zijn. Indien hem iets van deze ®ftrel

drie zaken ontbreekt, zoo is er gevaar, fk heid

zeg u dan nogmaals , smeek hem van God |enefi af, en na hem verkregen te habben , loof

en dank zijne goddelijke Majesteit. 15lijf' O

ocr page 35

— 29 —

^ra ii ^em ?e^rouw • zoe^ geeneu anderen, maar ;« eenroudig , ootmoedig en met betrouwen . oort, en gij zult uwe reis gelukkig vol-

ra'Xl^-

s zal Y. HOOFDSTUK.

erbe-

hem Dal men beginnen uioei met zijne ziel tc uwe reinigen,

n in

eer- De bloemen , zegt de hemelsclie bruidegom wel. acgiitJien in ons land te onthulcen, de snoei-min- tijd is aangekomen. (1) Wat zijn de Moe-'bied men van ons hart anders , o Philothea , dan tzag, de goede begeerten ? Wanneer dan deze atzie zich beginnen te vertoonen , zoo moet men zoon |et snoeimes in de hand nemen, om alle end- doode en nuttelooze werken uit te snijden, irdig ils een rreemd meisje eenen Israëliet zou-ilig, fe trouwen, moest zij haar oud kleed atleg-len, hare nagels afkorten en haar hoofd-dui- haar afscheren. Alzoo moet eene ziel, die dui- de bruid van den Zoon G-ods wil worden , tot den ouden mensch afleggen en den nieuwen met mensch aantrekken , door de zonde te verniet laten. Voorts moet zij alle beletsels afsnoeien, r en die haar van Gods liefde zouden kunnen ieze aftrekken. Immers liet begin der ge/ond-fk heid bestaat in schadelijke en kwaadaardige ürod genegenheden te reinigen.

looi

Jlijf , (') Cant, li , 12.

ocr page 36

— 30 —

De heilige apostel Paulus werd eensklaps i niet Tolkomeu gezuiverd , gelijk ook de heilige rmi-Catharina van Genua, Maria Magdalena, : Pelagia en eenige anderen; maar die zuivering is een mirakel, en zoo buitengewoon in de genade, als de verrijzenis der dooden in de natuur. Wij mogen dan op zulke zuivering niet steunen. De gewone zuivering en genezing, zoo naar ziel als naar lichaam . geschiedt maar allengskens en trapsgewijze. hetwelk moeite en arbeid moet kosten.

De engelen op de ladder van Jacob, hebben vleugelen, en vliegen nochtans niet :

maar zij gaan op en af, van trap tot trap. De ziel, die zich uit de zonden weder opricht tot godsvrucht , wordt bij den dageraad vergeleken , die niet eensklaps , maar lanszamerhand de duisternissen verdrijft. De genezing die zachtjes en voet voer voet geschiedt, zeggen de geneesheeren, is altijd de allerzekerste. De ziekten , zoowel van de ziel als van het lichaam , komen als te paard.

maar gaan zoo ras niet weg, en daarom moet gij uwe zuivering met kracht en stand-vastigheid aanvatten.

Ach , wat een droef vertoog is het, dat eene ziel, nadat zij een weinig tijds de godsvrucht heeft beoefend, verdriet begint te krijgen , den moed laat zinken , zich door del j bekoring laat overwinnen, en lot hare dorvenhoid wederkeert! Maar is het onk||

.

ocr page 37

— 31 —

I niet integendeel eene zeer zware bekoring , dat men zich op eens als volmaakt i zal achten, en reeds wil gaan vliegen , alvorens de vleugelen daartoe geschikt zijn ? Zulke zieken vervallen het gevaarlijkste , die te vroeg de handen der geneesheeren ontloopen. Dus sta niet op, zegt de profeet David , voor het daq is : maar sta op , nadat \ gij gezeten zijt, (1) Hij zelf stelde die les in het werk; na zijne reiniging, vroeg hij om nog meer gereinigd te worden.

Deze zuivering kan niet voltrokken worden, dan met het einde van ons leven. Vervolgens mogen wij ons om onze onvolmaaktheden niet ontstellen ; want onze volmaaktheid bestaat in dezelve te bevechten. Dooh wij kunnen dezelve niet bestrijden , tenzij wij ze vinden. Onze overwinning is derhalve niet gelegen in deze'ive niet te gevoelen, maar in haar niet te volgen en er niet in te bewilligen.

Dus, gekweld worden, is geen toestemmen : het is , integendeel, ons dikwijs nuttig , dat men in dezen geestelijken strijd dapper moet kampen : maar wij worden niet overwonnen, tenzij wij den moed verliezen en het geestelijk leven verlaten. De onvolmaaktheden dan . en dagelijksche zonden , kunnen het geestelijk leven niet wegnemen ;

(.1) J'aahu 120 , 2.

ocr page 38

32 —

immei's het wordt uiet verloreu , dan duor doodzundeu. Wij moeteu dus wel ai lit nemen, dat ons de dagelijksche gebreken den moed niet benemen; het is uit dien hoofde, dat David zeide : verlos mij, o Heer, van de kleinmoedigheid. Zoo gelukkig zijn wij , dat wij in dezen doodstrijd altijd overwinnaars blijven, als wij maar manmoedig strijden.

VT. HOOFDSTUK.

fierste zuivering, namelijk de znitering der doodzonde.

Onze eerste zuivering bestaat daarin , om /.ieh van de zonden te zuiveren, hetwelk in het heilig Sacrament van penitentie ot boet-doening geschiedt. Zoek dan den bekwaam-sten biechtvader dien gij vinden kunt; neem , ter uwer onderrichting , een dier boekjes ter hand . die gemaakt zijn om de menschen tot eene goede biecht voor te bereiden ; zoo als bij voorbeeld : de Leidsman der zondiiren, van I.ode wijk van Grenada , Bruno , Arias, Augerus, enz. Lees ze wel, en bemerk, van punt tot punt, waarin gij moogt misdaan liebben, van den tijd ai dat gij volkomen de rede hebt beginnen te gebruiken, tu( dit uur toe, eu indien gij nw geheugen mis trouwt, stel d*u sllss in schrift. Wees,

ocr page 39

— 33 —

waimeor al do vlokken van uw go mood aldus bijeen verzameld zijn, daarover van ganscher harte bedroefd. Tot deze droefheid zult gij kunnen geraken door de volgende vier middelen : 1. Door te overdenken, dat gij door de zonde G-ods genade hebt verloren. 2. Dal gij u zeiven van het erfdeel des hemels hebt beroofd. 3. Dat gij de eeuwige pijnen dei-hel hebt verdiend , en 4. de oneindige liefde van God hebt verstooten.

Gij bemerkt wel, Philothea , dat ik van eene algemeene biecht van uw geheel leven wil spreken. Ik beken, dat zoodanige biecht niet altijd noodig is; maar daar ik weet , dat zij u voor het begin veel nut aanbrengt, kan ik niet nalaten u dezelve zeer sterk aan te raden.

Dikwijls gebeurt het, dat de biechten van menschen , die de godsvrucht niet behartigen , vol groote gebreken zijn; want soms ontbreekt de voorbereiding, soms het noo-dige berouw, en soms biecht men ook zonder de zonden te willen verlaten, en zonder de middelen te gebruiken, die tot een beter leven vereischt worden. In al deze voorvallen is de algemeene biecht hoogst noodig , om de ziel tot rust te brengen. Doch bovenal brengt ons nog zulk eene biecht tot onze zelfkennis; zij verwekt in ons eene zalige aehaamte over ons voorgaande leven ; zij dot»t ons verstomd staan over de goddelijke barm

ocr page 40

hartigheid, die ons met zoo groot geduld al'gewacht lieelt; zij bevredigt ons gemoed, versterkt onzen geest, wekt ons op om ons te beteren, geeft een middel aan onzen geestelijken vader, om ons naar onzen staat bekwaam te besturen , en opent ons hart, om in de volgende biechten onze inwendige gesteltenissen beter uit te leggen.

Daar ik dan spreek van eene algemeene vernieuwing des harten en van eene gansche bekeering der ziel tot G od , zoo vind ik het raadzaam , Philothea , om tot de godsvrucht te geraken , dat gij met zulk eene algemeene biecht uwe bekeering begint.

VIT. HOOFDSTUK.

Tweede zuivering, namelijk van de geneigdheden tot de zonden.

Al de kinderen Israels vertrokken wel naar het lichaam uit het land van Egypte, maar niet allen met het hart; daarom beklaagden er zich velen in de woestijn, dat zij geene uien en vleeschspijzen hadden, die zij in Egypte gewoon waren. Alzoo vindt men ook biechtelingen , die wel met de daad de zonden , maar niet de genegenheid tot dezelve verlaten. Dat is, zij nemen wel voor niet meer te zondigen, maar met zekere tegenzin des harten, daar zij zich het ramp-

ocr page 41

— 35 —

uld talige genot dor zouden niet willen ontzeg-efj «*en. Hun hart verlaat en verzaakt de zonden ons we^ * maar daarom laat het niet zelden na . zen om naar zonde om te zien, zoo als Lot's aat huisvrouw naar Sodoma omzag. Zij onthou-om den zich van zondigen , gelijk de zieken zich gQ. van de meloenen onthouden : zij wachten zich wel van die te eten, omdat ze door de ene geneesheeren met den dood bedreigd worden ; 3^ maar het smart hun , dezelve te moeten onthef heren; zij spreken er van , en verlangen zeer eht om er van e^en' ^en min8te zij ruiken ze, 3ne en achten degene voor gelukkig , die er van eten. Eveneens onthouden de zwakke bekeerden zich wel voor eenigen tijd van de zonde , maar het is met tegenzin ; zij wenschen te mogen zondigen , zonder verdoemd te worden, en zij spreken van de zonden met smaak. Bij voorbeeld : een wraakgierig menscli schijnt in de biecht van geneigdheid te vervel anderen; maar kort daarna zal men hem te f onder zijne vrienden vermaak zien nemen in be- zijne twisten te verhalen, door te zeggen, lat dat hij dit of dat zoude gedaan hebben, in-dien hij God niet vreesde. Ook zal hij wel dt klagen dat die goddelijke wet, namelijk ad zijnen vijanden te vergeven , zwaar en moeie-tot lijk is , daar hij wenscïite dat men zich mocht ior wreken. Helaas ! wie ziet niet, dat deze «re ellendige mensch, alhoewel hij de zondeniet bedrijft, evenwel nog in derzelver genegen-

.

ocr page 42

heid ingewikkeld blijft; en dat hij, met het lichaam Egypte verlatende, niettemin hetzelve bemint gelijk de Israëlieten, van welke wij te voren spraken ! Het gaat evenzoo met eene vrouw , die , hare onkuischheid verlatende , evenwel nog zoekt gestreeld, bezocht en bemind te worden. Ach , in wat gevaar verkeeren dergelijke menschen.

Dewijl gij dan, lieve Philothea, een godvruchtig leven wilt aanvaarden , zoo moet gij niet alleen de zonden verlaten , maar ook uw hart van alle zondige genegenheden zuiveren ; want behalve het gevaar van te hervallen, verzwakt deze ellendige geneigd-lieid zoodanig den geest, dat hij geenszins met vlijt en liefde het goede zal uitwerken: en daarin is nochtans de oprechte godsvrucht gelegen.

De zielen , die , nadat zij de zonden verlaten hebben, nog aan hunne genegenheid onderworpen blijven, zijn , naar mijn inzien, gelijk aan die zwaargeestige meisjes, die wel eigenlijk geene ziekte hebben, maar wier werken evenwel allen krank zijn. Zij eten zonder smaak , zij slapen zonder rust, zij lachen zonder opgeruimdheid, en slepen zich meer voort dan zij gaan. Ald is doen ook die zielen het goede zoo zeider. en met zoo grooten tegenzin, dat zij alle menschen doen walgen.

ocr page 43

37

VUT. HOOFDSTUK.

Middel, om deze tweede zuivering wort (c hrengen.

Het voornaamste middel en de grond dezer tweede zuivering is, eene sterke en levende overdenking van de voorname boosheid der zonde, om daardoor tot een groot en krachtig leedwezen opgewekt te worden. Want even als een volmaakt berouw, alhoewel nog klein, voornamelijk als het met de kracht der heilige Sacramenten wordt gesterkt , ons genoegzaam van de zonde zuivert, zoo ook zal het ons, als het groot en sterk is, van alle kwade genegenheden tot de zonde reinigen. Een niet veel beduidende en Hauwe haat maakt, dat wij met tegenzin bij dengenen blijven , dien wij haten; maar als die haat groot en doodelijk is, zullen wij niet alleen van hem vluchten en hem schromen, maar zelfs het gezelschap van zijne ouders, vrienden en bloedverwanten vlieden; ja zelfs zijn afbeeldsel, en alles wat hem aangaat. Aldus, wanneer eer. hoogmoedig mensch met een klein en zwak, doch waarachtig berouw , zijne zonden verzaakt . neemt hij wel rechtzinnig voor, niet meer te zondigen; maar indien hij een moedig en krachtig berouw heeft, zal hij

ocr page 44

niet alleen van de zoude , maar ook van alle zondige neigingen, aanlokselen en aanleidingen afzien.

Dus moet men , o Philothea! zijn berouw en leedwezen zoo zeer doen aangroeien als het mogelijk is , opdat het zich ook tot de minste zondige neigingen uitstrekke. Aldus verloor Magdalena zoo volkomen allen smaak voor de zonde, dat zij er niet eens meer aan dacht. David verzaakte ook niet alleen de zonde, maar ook alle aanleiding tot dezelve. En hierin bestaat wel voornamelijk de vernieuwing van de ziel, die dezelfde profeet vergelijkt bij de vernieuwing van eenen arend.

Om dan tot zulk een levendig berouw te geraken , is het goed de volgende waarheden ernstig te overdenken, die met Gocts hulp de zonde en hare genegenheden ten eenemaal zullen uitrukken, en welke ik daarom wat breedvoeriger wil aanhalen. Gij zult dezelve dan, de eene na de andere, overdenken, en die in uw hart prenten volgens de orde zoo als zij hier voorgesteld worden, door u met ééne alleen voor eiken dag te vergenoegen. Gij zult daarvan, indien het mogelijk is, des morgens uwe meditatie of overweging maken, daar dit de geschiktste tijd daarvoor is, en dezelve dan den geheelen dag in uwe gedachten houden. Doch, indien gij nog onervaren zijt in het mediteeren , zoo lees

ocr page 45

datgene, wafc rau dc moditatio in het: tweede deel dezer Inleiding gezegd wordt.

TX. HOOFDSTUK.

Eerste Meditatie of Overweging.

Over de schepping van den mensch.

Voorbereiding.

1. Stel ic in Gods tegenwoordigheid,

2. Hid hem, dat hij u ingeve hetgene gij deswege moet overdenken.

BEMERKINGEN.

1. Merk op , dat g:j voor weinige Jaren , namelijk oer gij geboren werdt-, slechts een enkel niet waart. Waar waren wij in dien tijd, o mijne ziel? De wereld had nu al zoo lang bestaan, en niemand wist van ons te spreken.

2. God heeft u uit dit niet getrokken, om u te maken wat gij nu zijt, en dit uit loutere goedheid , zonder u in het minste noodig te hebben.

3. Let op het wezen, hetwelk God u gegeven heeft; immers het is het verhevenste wezen der gansche zichtbare wereld, geschikt om eeuwig te leven en om met de goddelijke Majesteit volkomen vereenigd te worden.

ocr page 46

Liefderijke verlangens en caste voornemens»

1. Verootmoedig u zeer diep voor Q-od . en zeg van harte met den Profeet: o Heer ! ik hen een louter niet voor U; hoe zijt Gij mijner indachtig geweest om mij te scheppen ? Helaas , mijne ziel, gij waart versmoord in het oude niet, en gij zoudt er nog in liggen, zoo God u niet daaruit getrokken had. En wat zoudt gij toch in het niet kunnen verrichten ?

2. Bedank Grod. O groote en goede Sche .S-per! hoe zeer ben ik u verplicht, dewijl Gij mij uit mijn niet hebt getrokken, om mij door uwe barmhartigheid te maken wat ik ben! Hoe zal ik uwen heiligen naam naar waarde kunnen loven, en uwe oneindige goedheid genoeg kunnen bedanken.

3. Wees beschaamd. Maar helaas! o mijn Schepper! in plaats van mij door liefde en godsdienstigheid met TJ te vereenigen , ben ik U door mijne ongeregelde begeerlykheden wederspannig geweest; ik heb mij van U afgescheiden, en de zonde gaan beminnen ; uwe goedheid heb ik niet meer geacht, alsof Gij mij niet geschapen hadt.

4. Verneder u voor God. O mijne zie'i! weet, dat de Heer uw God is. Hij heeft u geschapen; gij niet. O God! ik ben het werk uwer handen.

5. Ik wil dan voortaan geen 'zelfbehagen meer hebben, dewijl ik door mij zeiven

ocr page 47

maar een niet ben. Waarin verhooraardigt gij u , o stof en aflch ? of beter, o ware niet! waarom verheft gij u ? Om m\j dan te verootmoedigen , wil ik deze en die zaak doen, deze en die versmaadheid verdragen; ik wil van levenswijze veranderen en mijnen Schepper navolgen; ik wil mij mi gaan verheerlijken door het wezen, hetwelk God mij gegeven heeft, door hetzelve aan te wenden om onderdanig te zijn aan zijnon wil, door de middelen, die mij zullen geleerd worden , en die ik, met den raad van mijnen geestelijken vader, in het werk zal stellen.

Besluit.

1. Dank God. Loof den Heer , o mijne ziel. en alles wat in mij is, love zijnen heiligen naam (1). Want zijne goedheid heeft mij uit het niet getrokken , en zijne barmhartigheid heeft mij geschapen.

2. Offer u aan hem op. O mijn God! ik offer ii het wezen op , hetwelk Gij mij hebt verleend ; ik geef het, o Heer! en schenk u hetzelve van ganscher harte.

3. Bid. O God ! versterk mij in deze goede voornemens; o heilige Maagd! beveel dezelve , met al degenen die mij nog ontbreken, aan de barmhartigheid van uwen Zoon. Onze Vader, Wees gegroet.

(1) Psalm 102, 1.

ocr page 48

Xa het eindigen van uw gebed zult gij een poos heen en weer wandelen, en deze overdenkingen alle bij elkander verzamelen , en er u den geheelen dag van te bedienen.

X. HOOFDSTUK.

Tweede Meditatie of Overweging.

Over het doeleinde waartoe wij geschapen zijn.

Voorbereiding.

1. Stel ii in Gods tegenwoordigheid.

2. Bid hem, dat hij u ingeve hef gene gij deswege moet overdenTcen.

BEMERKINGEN.

1. God heeft u niet in deze wereld gesneld , omdat hij u noodig had; immers gij kunt hem geen voordeel bijbrengen , maar enkel om u zijne goedheid le toonen , met u zijne genade te verleenen. Daarom heeft hij u het verstand gegeven , om hem te kennen; het geheugen , om aan hem te denken; den wil om hem te beminnen; de verbeeldingskracht, om u zelf zijne weldaden voor te houden ; de oogen, om de wonderheden zijner werken te aanschouwen; de tong, om hem te loven, en alzoo al de andere geestvermogens.

2. Dewijl wij dan tot zulk een verheven doeleinde geschapen , en in deze wereld gesteld zijn , moeten wij al de werken die

ocr page 49

— 43 —

tegen dit doeleinde strijden, of tot hetzelve niet dienen, als ijdele en nuttelooze zaken verachten.

3. Neem in aanmerking het ongeluk der wereldsche menschen, die daarop niet eens denken , maar leven alsof zij gelooven, dat zij tot geen ander doel geschapen zijn, dan om huizen te bouwen, boomen te planten. schatten te vergaderen, en zich met duizende beuzelarijen te bekommeren.

Liefderijlce verlangens en vaste voornemens.

1. Verneder u, en verwijt uwe ziel hare ellenden , waardoor zij te voren weinig of niet op dit alles dacht. Ach, mijn God ! zult gij zeggen , wat dacht ik, als ik op u niet dacht ? Waarmede was ik bekommerd , als ik u vergat ? Wat beminde ik , toen ik u niet beminde ? Helaas! ik moest mij sedert lang met de waarheid gevoed hebben, en ik vervulde m;J met ijdelheid , ik diende de wereld, die slechts geschapen is om mij te dienen.

2. Verfoei uw voorgaande leven. Tk verzaak u , o gij , onedele gedachten; ik vervloek u, o nuttelooze herinneringen , ik verloochen u, o geveinsde en trouwlooze vriendschap f ellendige en verlorene gedienstigheden , ondankbare dankzeggingen en schadelijke voorkoming.

3. Bekeer u tot God. O mijn God en Zaligmaker ! voortaan zult Gij het eeiuge

ocr page 50

14 —

roui'werp mijuar gedachten zijn ; vooiiaan wil ik mijueu geesl niet bekommeren met gedachten die TT miahagen ; mijn geheugen zal zich al de dagen mijns levens bezig houden met uwe goedertierenheid te overdenken ; Grij zult het vermaak mijns harten en de zoetheid mijner genegenheden zijn.

4. Welaan dan ! deze en die beuzelarijen , waarover ik mij weleer bekommerde ; deze en die ijdele oefeningen, waarin ik mijne dagen sleet; deze en die genegenheden , welke te voren mijn hart belemmerden , zullen mij voortaan een gruwel wezen; ten dien einde zal ik deze en die hulpmiddelen gaan gebruiken.

Beiluit.

1. Dank God , die u tot zulk een verheven doel geschapen heeft. Gij hebt mij, o Heer ! voor U geschapen , opdat ik de oneindigheid uwer heerlijkheid eeuwig zoude genieten. Wanneer zal ik zulks waardig zijn ? Wanneer zal ik u naar behooren loven ?

2. Doe uwe opdracht. Ik oHer XT , o mijn beminde Zaligmaker ! al deze genegenheden, goede begeerten en voornemens op , uit geheel mijne ziel en van ganscher harte.

3. Bid. Ik bid U met ootmoed, o mijn God ! wil genadig al mijne begeerten , voornemens en beloften aannemen, en nwen heiligen zegen aan mijne ziel verleenen, opdat jij dezelve volbrsn^e, door c\e ver-

ocr page 51

45 —

dieiifieu rau liet dierbare bloed uwg Zoüqs, hetwelk hij voor ons aan liet kruis heeft vergoten.

Vergader wederom , na liet gebed , al deze overdenkingen bijeen, om u daardoor tot godsvrucht aan te zetten.

XI. HOOFDSTUK.

Derde Meditatie of Overweging'.

Over Gods weldaden.

Voorbereiding.

1, Stel u in Gods tegenwoordigheid.

2, Jiid hem, dat hij n inqeve, hetqere gij deswege moet overdenken.

Bemerkingen.

1. Neem in aanmerking de lichamelijke weldaden, die God U verleend heeft. Uw lichaam met al zijne deelen ; al die gemakken om hetzelve te onderhouden ; uwe gezondheid ; zoo vele geoorloofde vertroostingen en zoo vele vrienden. Vergelijk u met zoo vele andere menscheu , die , beter dan gij , echter van deze weldaden beroofd zijn. Sommigen hebben een bedorven en ongezond lichaam en verminkte ledematen ; anderen zijn onderworpen aan beleedigingeu eu ver-*inaadheden ; anderen vervallen tot armoede.

quot;i, jSeem in aanmevking de gaven van 'ien

i

ocr page 52

heiligen G eest. Hoe menige domme, uitzinnige en dolle menschen vindt men niet in de wereld ? En waarom tcch zijt gij ook zoodanig niet ? Het is God, die u heeft willen begunstigen. Hoevelen zijn er niet opgekweekt in ongeschiktheid en onwetendheid ; en de goddelijke Voorzienigheid heeft u geregeld en goed doen opvoeden.

Neem nu in aanmerking de bovenmituur-lijke genaden, Philothea. Gij zijt een kind der heilige Kerk. God heeft u van der jeugd af in zijne kennis onderwezen. Hoe menigmaal heeft hij u zijne heilige Sacra* menten verleend ? Hoe menige heilige inspraken , inwendige verlichtingen en berispingen heeft hij, ter verbetering uws levens, in uw hart gestort 5 Hoe dikwijls heeft hij u uwe fouten vergeven ? Hoe menigmaal heeft hij u uit het gevaar des verderfs getrokken ? Heeft dit niet alles te voren gediend om het goede in uwe ziel te vermeerderen ? Bemerk in het bijzonder, hoe liefderijk en goedertieren God jegens u is geweest.

Liefderijke verlangens en vasfe voornemens.

1. Verwonder u over Gods grootheid. Ach , hoe goed is mijn God tot mij! Hoe rijk, o mijn Heer! zijt Gij in barmhartigheid, en hoe mild in goedertierenheid ! O mijne ziel! verkondigen wij gedurig de gunsten en genaden , die hij ons heeft bewezen.

ocr page 53

— 47 —

2. Verwonder u over uwe eigene ondank» baarheid. Maar wie ben ik , o Heer! dal Gij mijner gedachtig zijt ? Ach ! hoe groot is mijne onwaardigheid. Helaas! uwe weldaden heb ik veracht, uwe genade heb ik onteerd, door dezelve te misbruiken tot verachting uwer opperste goedheid. Eeuen afgrond van ondankbaarheid heb ik tegen den afgrond uwer genaden en gunsten gesteld.

3. Wek u op tot erkentenis. Welaan dan , mijne ziel! wil voortaan aan uwen zoo grooten weldoener niet meer ondankbaar en trouwloos wezen. Hoe! zou ik niet onderworpen zijn aan Q-od, die in mij , en om mijnentwil, zoo vele wonderen en genaden heeft uitgewerkt ?

4. Welaan dan, Philothea ! onttrek aan uw lichaam deze en die genoegens; besteed hetzelve tot den dienst van Grod , van wien gij alles ontvangen hebt; wek uwe ziel op, om hem te bedanken door zulke oefeningen . die daartoe dienstig zijn ; gebruik zorgvuldig de middelen, die ons in de heilige Kerk zijn verleend om zalig te worden, en God meer en meer te beminnen. Ja, voortaan zal ik mij meer tot het gebed en tot de heilige Sacramenten begeven. Ik zal Gods woord aanhooren, en trachten zijne inspraken in het werk te stellen.

4

ocr page 54

Besluit.

1. Dank God voor de kennis van uwen plicht, en voor al de weldaden, die gij van Hem hebt ontvangen.

2. Offer hem uw hart met uwe voornemens op.

3. Bid Hem , door de verdiensten van den dood zijns Zoons, dat Hij u versterke , om deielve trouw te volbrengen. Verzoek de voorspraak der heilige Maagd en van de Heiligen. Onze Vader, Wees gegroet.

Vergader wederom deze waarheden bij elkander, om er uwe godsvrucht mede te voeden.

XII. HOOFDSTUK.

Vierde Meditatie of Overweging.

Over de zonden.

Voorbereiding.

1. Stel n in Oods tegemroord iglieid.

2. Bid hem, dat hij u in geve hetgeen ui) deswege moet overdenken.

BEMERKINGEN.

1. Denk , sedert hoe lang gij hebt beginnen te zondigen, en merk op, hoe zeer de zonden , gedurende dien tijd, in uw hart

ocr page 55

— 49 —

rermeDigmkligd en ran dag tot dap aan-gegrooid zijn, mol legen God , legen u zei ven en legen uwen evennaaste, door werken , woorden , begeerten en gedachten te misdoen.

2. Overdenk uwe ongeregelde driften en neigingen, en merk op , hoe menigwerf gij dezelve hebt gevolgd; en door deze overdenkingen zult gij zien , dat uwe schulden en misslagen menigvuldiger zijn dan de haren van uw hoofd, ja dan de zandkorrels der zee.

3. Neem in het bijzonder in overdenking de zonde van ondankbaarheid tegen God , die zoo algemeen is en zich uitstrekt tot alle andere zonden, door deze oneindig te bezwaren. Bemerk , hoe vele weldaden God n heeft bewezen, die gij gebruikt hebl om er den Gever zei ven door te vergrammen. Overweeg hijzonder, hoe vele goddelijke inspraken gij hebt versmaad ; hoe veel goeden aanleg verijdeld, en bovenal . hoe dikwijls gij de heilige Sacramenten zonder vrucht ontvangen hebt. Waar zijn de kleinooden, waarmede uw bruidegom u had versierd ? Uwe boosheden hebben dezelve alle over-sluierd. Uwe ondankbaarheid is zelfs zoo ver gegaan , dat, terwijl God innig trachte u /.alig te maken, gij , integendeel, van hem zijt gevlucht, om n in het verderf te storten.

ocr page 56

— 50 —

Lief der ijke verlangens en vaste voornemens*

1. Woes beschaamd over uwe eigene ellende. O mijn God I hoe durf ik voor uwe oogen verschijnen ? Helaas ! ik ben niet dan onreinheid en een modderpoel van ondankbaarheid en boosheid. Is het mogelijk , dat ik zoo trouwloos ben geweest, dat ik niet een van al mijne zinnen , of van mijne geestvermogens ongeschonden heb bewaard ; en dat er niet één dag mijns levens is voorbij gegaan, zonder misdaad ? Moet ik aldus de weldaden van mijnen Schepper en het vergoten bloed van mijnen Zaligmaker vergelden ?

2. Bid om vergiffenis, en werp u voo:? de voeten des Heeren, als een verloren zoon , als eene Magdalena , en als eene vrouw, die 1 laren echt door overspel heelt geschonden. O Heer! wees toch deze zondige ziel barmhartig ! o bron van medelijden ! wees deze ellendige toch genadig ?

3. Maak een vasl voornemen om uw leven te beteren. Ik zal, o Heer, door uwe genade mij nimmermeer aan de zonde overgeven. Ik heb ze maar al te veel bemind , doch nu verzaak ik dezelve, om mij aan u te hechten. O Vader van barmhartigheid! in U wil ik voorlaan leven en sterven.

4. Om mijne voorgaande zonden uit Ie wisschen , zal ik er mij vrijmoedig van be-

ocr page 57

schuldigen, en dezelven uit mijn liart verbannen.

5. Ik zal alles doen, wat in mijn vermogen is ! om ze tot den wortel toe uit te roeien : en voornamelijk deze en die zonden, aan welke ik meest verkleefd was.

6. Om dit ten uitvoer te brengen , /.al ik met standvastigheid de middelen bij de hand nemen, die mij, als daartoe dienstig , zullen aangeraden worden : nimmermeer zal ik ophouden mij vnn zoo groote gebreken steeds meer en meer te verbeteren.

Besluit.

1. Dank God , dat hij u tot dit uur toe heeft verwacht, en u deze liefderijke verlangens heeft ingestort.

2. Offer hem uw hart op , om dezelve te volbrengen.

3. Bid hem, dat hij u daarin gelieve te versterken , enz. Onze Vader, Wees gegroet.

Breng deze waarheden bijeen, om die door den dag te overdenken.

XIII. HOOFDSTUK.

Vijfde Meditatie of Overweging.

Over den dood.

Voorbereiding.

1. Stel u in Qods tegenwoordigheid.

2. Verzoek hem uwe hulp.

ocr page 58

— 52 —

3. Verbeeld u, dat gij op uw doodsbed ligt, zonder hoop den dood te hunnen ontgaan.

BEMERKINGEN.

1. Bemerk , o mijne ziel de onzekerheid van uw verscheiden; buiten twijfel zult gij eens van dit lichaam moeten scheiden.. Maar wanneer zal dit zijn ? Des winters of des zomers ? In de stad of op het land ? Hij dag of bij nacht? Onvoorziens of met voorkennis ? Door ziekte of door ongeluk ? Zult gij den tijd hebben uwe zonden te biechten of niet? Zult gij door uwen biechtvader of zielbestuurder bijgestaan worden ? Helaas! wij weten er volstekt niets van. Dit alleen is zeker, dat wij eens sterven moeten, en altijd eerder dan wij denken.

2. Merk op , dat alsdan ten uwen opzichte de geheele wereld vergaan zal, want voor u zal er alsdan geene wereld meer wezen. Alles zal'voor uwe oogen omgekeerd worden. Het vermaak , de ijdelheden , de wereldsche genoegens , de ijdcle verlangens zullen als een droom en eene schaduw verdwijnen. Wee mij, ellendige! voor welke beuzeling heb ik mijnen God vertoornd ! Dan zult gij zien dat gij voor een niet God hebt veriaten; integendeel zullen de godsvrucht en goede werken u alsdan zeer aangenaam en troost-tend schijnen. Ach ! zult gij zeggen , waarom heb ik dien schoonen en aangenamen weg

ocr page 59

— 63

met iugeslagen ? Doch de zonden die gij ais klein aanzaagt, zullen zich als bergen , en uwe goede werken zeer klein vertoonen.

3. Let op dat droevig vaarwel , dat uwe ziel aan deze wereld zal zeggen, wanneer zij haar afscheid zal moeten nemen van de schatten , van de IJdelheden, van de nutte-looze gezelschappen en van alle genoegens ; van vrienden en buren , van ouders en kinderen , van echtgenoot en gade, van broeders en zusters ; met één woord van alle schepselen , zelfs van haar eigen lichaam , hetwelk zij uitgestrekt , bleek, leelijk, mismaakt en stinkend zal achterlaten.

Merk op, hoe spoedig men zelfs dat lichaam zal wegnemen , om het te begraven ; waarna de wereld zoo min aan u zal denkeu , als gij op aarde aan anderen dacht. Men zal zeggen : G-od verleene haar de eeuwige rust, en daarmede is het gedaan. O dood, hoe ongenadig zijt gij ! Maar hoe weinig wordt dit overwogen.

5. Denk , als de ziel uit dat lichaam scheidt, dat zij ter linker- of ter rechterhand haren weg neemt. Waar zal de uwe gaan ? welken weg zal zij inslaan ? In waarheid , geenen anderen, dan dien, welken zij in deze wereld bewandeld zal hebben.

ocr page 60

TAefderijke verlanqens en vaste voornemem.

1. Did Clod , on werp u iu zijuc arniün. O Heer! bescherm mij iu dien schrumelijken dag; mauk dal mij dat uur gelukkig en zalii; zij , en dat veeleer al de andere dagen mijns levens met droefheid en verdriet vervuld zijn.

2. Veracht de wereld. Wijl ik het uur uiet weet, o wereld , op welk ik u verlaten moet, zoo wil ik u geenzins aanhangen. Ü mijne lieve vrienden en beminde magen ! duldt, dat ik u niet beminne, dan met eene heilige vriendschap, die in eeuwigheid dure. Waarom zou ik mij aan u met boeien en banden binden, die eens met smarten moeten verbroken worden ?

3. Ik wil mij tot dit uur voorbereiden , en zorg dragen , om deze reis gelukkig ten einde te brengen. Uit al mijn vermogen wil ik trachten mijn geweten te verzekeren , en mij van zulke misslagen voortaan beteren.

Besluit.

Dank God voor deze voornemens , die hij u heeft ingestort, en offer die aan zijue goddelijke Majesteit op. Bid hem ootmoedig , dat uw dood zalig zij, door de verdiensten van den dood zijns Zoons. Aanroep de voorspraak der heilige Maagd, en van ul de andere heiligen. Onze Vader, Wees gegroet. Verzamel deze waarlieJeu , ora u tot drasl'heiil over uwe zondea op te wekken.

ocr page 61

Xtv. HOOFDSTUK.

Zesde Meditatie of Overwegifig.

Over het oordeel.

Voorbereiding.

1. Slel u in Gods teqenwoordigheul.

2. Bid hem, dat hij u in ff ere hetqeen q[ï deswege -moet overdenken.

BEMERKINGEN.

1. Nadat de tijd van der wereld loopbaan zal ten einde zijn, zal, na versehillendtt schromelijke voorteekens, waardoor de raen-scheu van schrik en vrees als verdwijnen zullen, een vuurstroom alles vernielen , zonder dat er iets zal overblijven.

2. Na dezen stroom van vuur en bliksem , zullen de meuschen uit de aarde verrijzen; behalve degenen, die al reeds verrezen zijn, en op het geroep van den aartsengel in Josaphats dal voor den rechter verschijnen. Doch met welk onderscheid! Sommigen zullen geheel roemrijk en klaarblinkend , anderen zeer schrikkelijk en leelijk zijn.

3. Overdenk de heerlijkheid, waamp;rmude de opperste Rechter daar zal te voorschijn komen , omringd vau »1 de Engelen en Heiligen, met zijn kruis yoor zich, klaar-

ocr page 62

biinkeud als de zon, een teeken van genade voor de goeden , en van schrik voor de verdoemden.

4. Deze opperste Rechter zal door zijn alvermogend bevel, hetwelk op staanden voet volbracht zal worden , de goeden van de kwaden scheiden, stellende dezen aan zijne rechter- en genen aan zijne linkerzijde. Eene eeuwige afscheiding, waarna «ij nooit meer bij elkander zullen komen.

5. Na deze scheiding zullen de gewetens-boeken geopend worden. Daar zal men klaar zien de boosheid der ondeugden en hunne minachting van God, en te gelijker tijd , de boetvaardigheid der goeden en de uitwerking der goddelijke genaden , die zij ontvangen hebben. Niets zal er verborgen zijn. O God 1 wat schaamte voor de eenen en wat troost voor de anderen !

Let op het doemvonnis der kwaden : Gtaa! van mij , gij vervloekten / in het eeuw ige vuur, dat voor den duivel en zijnen aanhang bereid is. (1) Overweeg deze gewichtige woorden : Qaat van mij. Het is een woord van eene eeuwige verwerping der boezen van Gods aanschijn. Hij noemt hen vervloekten , maar, o ziel, wat is dit voor eene vervloeking? Zij is algemeen en besluit alle kwaad ; zij is onherroepelijk en zal eeuwig duren. Hij

(1) Matth. ïxv. 41.

ocr page 63

voegt er bij : in hel eeuwige vuur. Overdenk, o mijne ziel , deze eindelooze eeuwigheid.

O altijddurende eeuwigheid van de straffen en pijnen, hoe schromelijk zijt gij !

Geef acht, integendeel, op het vonnis der goeden : komt, zegt de Rechter; o ! dit ia liet zoete en aangename woord der zaligheid , waardoor ons Q-od tot zich trekt, en in zijnen barmhartigen schoot ontvangt : gij, gezegen-den mijns Vaders, o liefderijke zegening, waarin alle zegens begrepen zijn.

Bezi t hef rijJc, hetwelk u voorbereid is van hef begin der wereld; o God ! welke genade! Dit rijk zal nimmer eindigen.

Liefderijke verlangens en vaste voornemens.

1. Beef, o mijne ziel! over deze overweging. O Heer I wie zal mij in rust stellen voor dien dag , op welken zelfs de pilaren des hemels van verbazing zullen sidderen.

2. Verfoei uwe zonden ; immers die alleen kunnen u op dien dag schaden. Ach! ik wil mij zeiven nu verwijzen, opdat ik niet verwezen worde. Mijn geweten wil ik onderzoeken , en mij zeiven veroordeelen en teven» verbeteren , ten einde de Rechter op dien schromelijken dag mij niet verdoeme, Tk zal dan mijne zonden belijden en de noodige middelen aannemen.

ocr page 64

Besluit.

1. Dank God, dut hij u liet middel heolt gegeven, om u tegen dien dag te beschutten , en tijd om boetvaardigheid te plegen.

2. Offer hem uw hart en uwe begeerten op, om dezelve in het werk te stellen.

2. Bid hem om zijne genade , om liet gelukkig ten uitvoer te brengen. OnzeVader, wees gegroet.

Voeg deze waarheden te zamen , om ze gedurende den dag te overdenken.

XV. HOOFDSTUK.

Zevende Meditatie of Overweging.

Over de hel.

Voorbereidi ng.

1. Stel u in Gods tegenwoordigheid.

2. Verootmoedig u, en verzoek zijne hulp.

3. Stel u eetie. zeer duistere stad voor oog en, die, door stinkende pek en zwavel, geheel in brand staat, en welker inwoner* niet kunnen gered worden.

BEMERKINGEN.

De verdoemden zijn in den afgrond der hel, even als iu eene zoo rampzalige stad.

ocr page 65

_ 59 —

alwaar zij in al huuno zinnen on lidmaten onuitsprekelijke pijnen verduren. Even gelijk zij al hunne zinnen en lidmaten gebruikt hebben tot de zonde , zoo zullen deze ook de straffen moeten ondergaan , die aan iedere zonde toekomen. De oogen, om hunne zondige blikken , zullen het afgrijeelijke gezicht der duivelen en der hel moeten zien. De ooren, omdat zij in ondeugende en onzuivere gesprekken vermaak hebben genomen, zullen niets anders hooren, dan een droevig schreien, kermen en wanhopen, enz.

2. Behalve al deze pijnen, is er nog eene veel grootere, namelijk de berooving van Grods heerlijkheid ; waarvan zij voor altijd verstoken zullen blijven. Indien dan Absalon meer droefheid had , omdat hij het vriendelijke gelaat zijns vaders moest ontberen, dan om zijne ballingschap, wat eene droefheid zal het niet wezen , voor eeuwig beroofd te blijven van het zoet en liefderijk aanschijn (rods ?

2. Geef voornamelijk acht op het eeuwig duren van al deze pijnen, hetwelk alleen de hel ondragelijk maakt. Indien de hitte eener lichte koorts ons eenen korten nacht verdrietig en lastig kan maken , hoe schromelijk zal dan de eeuwige nacht niet zijn, die met zoo veelvuldige pijnen vervuld ia ? En de eeuwigheid dezer pijnen is oorzaak van eeuwige lasteringen en razernij.

ocr page 66

Liefderijke verlangens en vaste voornemens.

1. Wok uwe ziel tot schrik en verbaasdheul op, door de woorden van Isaïas (1) : o mijne ziel! zult gij voor eenwig kunnen wonen in een. verslindend vuur en altijddurende vlammen / Zoudt gij G-od voor altijd willen verliezen ?

2. Beken, dat gij de hel verdiend hebt : en hoe menigmaal! Voortaan, o Heer' wil ik eenen anderen weg inslaan. Waarom zou ik mij in dien gruwzamen afgrond werpen?

Ik zal dan op deze en gene wijze de zonde schuwen, daar zij mij slerhts tot den eeuwigen dood kan brengen.

Besluit, Dank , offer en bid God.

XVI. HOOFDSTUK.

Achtste Meditatie of Overweging.

Over den hemel. Voorbereiding.

1. Stel u in Gods tegenwoordig heul.

2. Roep hem om hulp aan.

BEMERKINGEN.

1. Stel u voor oogen eenen het r lij ken en helderen nacht, en denk : hoe schoon ;.s de

(1) Isai. 33, 14.

ocr page 67

hemel met die ontelbare sterren ! Voeg daar nog bij de liefelijkheid van ecnen helderen dag, zonder nochtans dat het zonnelicht het aanschouwen der maan en sterren belet. En zeg dan vrij , dat al die schoonheid te zamen niet het minste kan vergeleken worden bij de uitmuntende schoonheid en heerlijkheid des hemels. O hoe liefelijk is deze plaats !

2. Aanschouw den adeldom, de schoonheid en de menigte der burgers en inwoners dier gelukkige stad; die tallooze menigte Engelen , Cherubijnen en Seraphijnen ; die menigte van Apostelen , Martelaren, Belijders, Maagden en heilige Vrouwen, wier getal ontelbaar is. Ach ! hoe gelukkig is dit geselschap ! de minste van alle is schooner dan de gansche wereld. Wat zal het dan zijn, o mijn Q-od, deze alle te zamen te aanschouwen! Wat een geluk, voor altijd het zoete eu bekoorlijke gezang der eeuwige liefde te mogen aanheffen; altijd te leven in een onveranderlijk en rein vermaak, in eene aangename zamenleving, in eene onverbrekelijke vereeniging.

Bemerk ten laatste het groot geluk , hetwelk zij genieten in het aanschouwen van Gods aanschijn, die hun hart met een on-endig vermaak vervult. Welk een geluk is het niet, met zulk een uitmuntend wezen vereenigd te zijn ! Zij zijn daar als de vogelen der lucht, die in het licht der godheid vlie-

ocr page 68

— 62 —

^en, en ziugeu, daar zij zonder nijd, elk als om strijd, den lof van hunnen Schepper verkondigen.

Wees voor altijd geloofd, zeggen zij, o opperste Schepper en Zaligmgker! die zich zeiven aan ons met zoo groote goedheid mededeelt. Hij zegent ook met eenen eeuwigen zegen zijne Heiligen , zeggende ; weest gezegend, mijne lieve schapen, en looft mij met eene eeuwige liefde , omdat gij in deze wereld mij gediend hebt.

Liefderijke verlangens en vaste voornemens.

1. Verwonder u, en roem dit hemelsch Vaderland. O, hoe schoon zijt gij, geliefd Jeruzalem ! Hoe gelukkig zijn de burgers , die u bewonen !

2. Berisp uw hart over deszelfs kleinmoedigheid ; omdat het zoo weinig den weg, die l ot deze heerlijke woning geleidt, heeft betreden. Waarom heb ik mij, o ellendige! zoo zeer van mijn opperste goed vervreemd ? Om walgelijke en ongeoorloofde genoegens heb ik zoo menigwerf de oneindige en eeuwige vreugd verlaten. Welke geest heeft mij bewogen, om zulke aangename goederen achter die geringe dingen te stellen !

3. Verlang naar deze zoo liefelijke woning. Dewijl het den oppersten Heer, door zijne oneindige goedheid , gewaardigd heeft mijne

ocr page 69

gangen recht te makeu, /00 wil ik ook zijne wegen blijven bewandelen. Laat ons gaan, 0 mijne ziel, tot die eeuwigdurende rust. K'omt, laat ons optrekken naar dat gezegend, beloofde land. Wat blijven wij in dit ellendig Egypte vertoeven r

4. Ik zal mij dan van die en deze dingen wachten, die mij van den rechten weg kunnen arteiden. En, integendeel, zal ik deze en die dingen doen , die mij tot den hemel kunnen brengen.

Besluit. Dank en bid God.

XVIT. HOOFDSTUK.

Negende Meditatie of Overweging.

Dienende om (Jen hemel ie verkiezen.

Voorbereiding:.

1. Stel it in (rods ie/ienwoordigheid.

2. Verdof moedig u voor hem, en bid , (Int hij c 'mg eve hetgeen ft ij moet overdenken.

BEMERKINGEN.

1. Verbeeld u, dat gij alleen in een vlak veld zijt, met geen ander gezelschap , dan met uwen goeden engel, zooals eertijds de jonge Tobias, toen hij naar Bagei ging. en dat hij u den hemel opent en u zijne schoonheid toont, te zamen met al die zielsgeuoe-geua, die wij u in de voorgaande meditatie

ocr page 70

— G4

hebbeu vuurgesLekl. Dut hij u ook zou do ouder u geopende hel vertooue met al hare tolteringen, die wij u in de zevende meditatie hebben beschreven. Denk , dat gij op die plaats voor uwen engel nederknielt.

2. Denk ook : dat gij waarlijk tusschen den hemel en de hel gesteld zijt, en dat de eene plaats, zoo wel als de andere open staat, om u te ontvangen, volgens hetgene dat gij verkiezen zult.

3. Overdenk ook. dat hetgeen gij in deze wereld verkiezen zult. iu het toekomende eeuwigdurend zal zijn.

4. En alhoewel de beide plaatsen open staan , om \\, naar uwe keus . te ontvangen . dat God, die bereid is u de eeue . dooi* reoht-vaardigheid , of de andere, door barmhartigheid , te verleeuen, nochtans met eene onuitsprekelijk verlangen wenscht. dat gij den hemel zoudt verkiezen ; dat uw goede tngel u ook daartoe aanzet, en van Gods wege dui-zende genaden en hulpmiddelen aanbiedt, om li te helpen, wanneer gij ten hemel klimt.

5. Christus Jesus ziet u met alle goedertierenheid van boven aan . en roepl u zeer liefderijk, zeggende: kom, o mijne welbeminde ziel! tot de eeuwigdurende rust, in mijne goedertierene armen : want ik heb n , uit liefde, een eeuwigdurend vermaak bereid. Denk ook , dat de heilige Maagd u zeer moederlijk aanwakkert, zeggende : wil

ocr page 71

toch , Hof kind, noch de bogcorton van mijuon Tioou, noch mijne verzuchtingen lot uwe zaligheid versmaden. Aanzie de Heiligen, die u vermanen. alsmede een oneindig getal van zalige zielen, die u vriendelijk noodi-gen , en niet andera wenschen dan dat uw hart met het hunne vereenigd worde, om in eeuwigheid God te loven. Zij verzekeren u . dat de weg zoo doornig niet is als de wereld u tracht wijs te maken. Welaan dan , zeggen zij , stap kloekmoedig voort, o zeer beminde ziel! want al wie maar den weg der godsvrucht, langs welken zij zijn geklommen , aandachtig wil betrachten, zal moeten bekennen . dat wij tot dit geluk /.iju gekomen door eenen weg . die aangenamer is dan de breede baan zelve van de wereldsche genoe-gelijk heden.

Verkiezing'.

1. O bel! ik verzaak u nu en in eeuwigheid; ik verzaak al uwe pijnen en folteringen. Ik verzaak u, ongelukkige en rampzalige eeuwigheid: en bovenal verzaak ik de eeuwige lasteringen en vervloekingen , die de verdoemden zonder ophouden tegen mijnen Heer en (Tod uitbraken. En terwijl ik mijne ziel en mijn hart tot u keer, o schoone hemel! o eeuwige glorie! o altijddurende zaligheid ! verkies ik n tol mijne woonplaats en mijn eeuwig verblijf. Ik loof en zegen ,

ocr page 72

06 —

ü rniju God! uwe groote barmhartigheid, en aanvaard het oH'er, dat Gij mij zelf gelieft aan te bieden. Ik neem uwe eeuwige liefde aan, o Jesus, mijn Zaligmaker! en van ganseher harte aanyaard ik de woning , die Gij voor mij in het gelukzalige Jeruzalem hebt bereid gemaakt, om TT in eeuwigheid te loven en te beminnen.

2. Aanvaard ook die minnelijke goedgun-stigheden , die de allerheiligste Maagd en de andere Heiligen u aanbieden: beloof dat gij uwen weg naar hen zult richten; geel de hand aan uwen goeden engel, t?n einde hij u daartoe gelieve te geleiden, aan te moedigen en uwe ziel tot deze keuze op te wekken.

XVIII. HOOFDSTUK.

Tiende Meditatie of Overweging.

Tiïenendc fo/ verJciezing van een godvrnchluj leven.

Voorbereiding.

1. Stel n in Gods te (jen woordicj li e'id.

2. Verneder v , en verzoek zijne hulp.

BEMERKINGEN.

1. Verbeeld u andermaal, dat gij in een vlak veld alleen met uwen goeden eugel zyt. eu gij ter linkerzijde den duivel ziet zitten op eenen hoogverheven troon, omringd ?an

ocr page 73

fcae jjrootc menigte helsc.he geesten . en rondom hem een oneindig getal van wereld-minnaren , die hem alle met blooten hoofde eerbied bewijzen, en als hunnen heer en koning erkennen; eenigen door deze, anderen door die zonden. Betracht het gedrag ran deze rampzalige liorelingen van dien vervloekten koning. Zie den eenen razend van haat en gramschap ; sommigen slaan elkander dood , anderen zijn mager en uitgemergeld, vol achterdocht, en voortdurend bekommerd om schatten te vergaderen ; eenigen behebt door ijdelheden , zonder nochtans iets anders dan een valscli vermaak te kunnen bekomen, anderen vol boosheid, en als in hunne schandige lusten versmoord; allen woest en ongeschikt van zeden. Zie, hoe zij elkander versmaden. en nochtans elkander met een valcheu schijn beminnen. Immers, gij ziet daar eene ongelukkige menigte , door eenen wreeden tiran bedwongen, die over hen den meester speelt. Wat is er ellendiger ?

2. Zie aan de rechter-zijde Jesus, hangende aan het kruis, die met een teedere liefde de ellendige en verleide menschen bidt, dat zij toch van die gruwelijke slavernij eens mogen verlost worden. Beschouw rondom hem eene groote menigte godvruchtige menschen , te zamen met hunne engelen. Overdenk de schoonheid van dit zalig koninkrijk.

ocr page 74

Hoe heerlijk , hoc schoon is dc menigte van maagden , mannen en vrouwen, veel witter dan leliën; die vergadering van weduwen vol ootmoed en versterving. Aanzie de vergaderplaats der gehuwden , die zoo minnelijk te zamen leven , dat men daardoor tot liefde ontstoken wordt. Zie hoe die godvruchtige zielen de uitwendige zorgvuldigheden des huisgezins , met het geestelijk leven , en de liefde , die zij hunne mans toedragen , met de liefde van hunnen hemelschen bruidegom weten te vereenigen. Zie overal, en gij zult bemerken , dat zij allen met eene heilige, zoete en vriendelijke gestadigheid naar Christus, onzen Heer. luisteren, en dat een ieder hem gaarne in het midden van zijn hart zoude planten.

3. Zij verheugen zich, maar met oene reine en welgeregelde vreugde. Zij ben;minnen elkander, maar met eene heiligo en zeer zuivere liefde. Indien sommigen hunner met moeielijkheid en zwarigheid overvallen, ontstellen zij zich niet, noch worden ongeduldig. Aanschouw ten laatste, hoe de oo-gen van onzen Zaligmaker, die hen met alle minnelijkheid vertroost, op hen zijn geslagen , en hoe zij allen naar hem verlangen.

4. Gij hebt nu den duivel met zijn rampzalig gezelschap , door de goede begeerten , die gij hebt ontvangen, verlaten : mf.ar tot dusverre hebt gij u niet gansch overgegeven

ocr page 75

— 69 —

aan .TeeuB nwen koning . noch u gevoegd bij Hat zalig en heilig gezelschap iler god-vi-uchtige zielen, maar gij zijt nog als fns-fchen heide iu het midden gebleven.

5. Welaan dan, de heilige Maagd, met den heiligen Josei', de heilige I.odewijk . (ie heilige M onica en honderd duizend anderen, die in het midden der wereld geleefd hebben noodigen u en wakkeren u aan.

ti. Zelfs de gekruiste Koning roept u bij uwen naam, zeggende: kom, o mijn beminde, kom, dat ik u krooue.

Verkiezing.

1. O wereld! o gij verTloekte benden ! nooit zult gij mij onder uwen standaard zien. Uwe razernij en ijdelheden heb ik voor eeuwig verlaten. O trotsehe koning ! o koning van weedom en ellenden ! o helsehe dwingeland 1 ik verzaak u met al uwe pracht. ik verfoei u met al uwe werken.

2. En terwijl ik mij tot TJ keer , o zoete Jesus! koning van alle geluk en van eene eeuwige heerlijkheid, omhels ik U uit al de krachten mijner ziel. Ik aanbid TJ uit ganscher hart. en verkies U thans voor mijnen eeuwigen koning en vorst. Aan U alleen zweer ik getrouwheid en onderdanigheid. Tkonderwerp mij aan uwe heilige wetten.

ocr page 76

O allerheiligste Maagd , mijne liere Moeder ! ik verkies u voor mijne geleidster; ik schaar mij onder uwen standaard, ik ofter ii eenen ouderlingen eerbied en dienstvaardigheid op.

4. O mijn heilige engel ! draag mij bij die heilige vergadering voor; wil mij ook niet verlaten . totdat ik gekomen zal zijn tot dit gelukkig gezelschap , met hetwelk ik , tot petuige mijner verkiezing, nu en in eeuwigheid zal blijven zeggen: leve Jesuv! leve Jesus /

XIX. HOOFDSTUK.

Over het doen eener algemeene of generale biecht.

Hier hebt gij , o lieve Philithea 1 de overdenkingen , die tot uw doelwit dienen. Wanneer gij aldus bereid zult zijn , ga dan vrij met ootmoed uwe algemeene biecht beginnen. Doch laat uw gemoed niet ontsteld worden. De scorpioen is vergiftig als hij kwetst, maar in olie veranderd , is hij een zonderling geneesmiddel tegen zijne eigene vergiftige steken. Zoo ook is de zonde schadelijk , als wij dezelve bedrijven ; maar in belijdenis en boetvaardigheid veranderd , is zij nuttig en genezend. Het waarachtige berouw en de biecht zijn zoo schoon en van

ocr page 77

— 71 —

/oo aaugcnameu geur in den liernel en op de aarde, dat zij de leelijkheid der zonde geheel wegnemen, en haren steek gansch vernietigen. Simon , de melaatsche, zag Ma^-dalena voor eene zondares aan , maar onzen Zaligmaker, hare zonden vergetende, sprak alleen van den welriekonden balsem, dien zij over hem had uitgegoten, en van de grootheid harer liefde. Indien wij waarlijk ootmoedig zijn, Philothea, zullen buiten twijfel onze zonden ons zeer mishagen, omdat God door dezelve vergramd wordt; maar de beschuldiging onzer zonden zal ons zoet en aangenaam wezen, omdat zij strekt tot eer en verheerlijking van God. Ja , liet dient zelfs tot verlichting, dat men aan een geneesheer zijne kwalen mag kenbaar maken. 8tel u voor, dat als gij aan de voeten van uwen geestelijken vader zult geknield zijn , op den berg van Calvarië te zijn; liggende ouder de voeten van den gekruisten Jesus , wiens dierbaar bloed van alle kanten vloeit , om uwe boosheden al te wassehen. Want al is het niet hetzelfde bloed , dan is het evenwel door de verdiensten (van hetzelve, dat de boetdoende biechtelingen in den biechtstoel worden besproeid. Open dan uw hart, om door de biecht al uwe zonden daaruit te werpen: want hoe volkomener zij daaruit geworpen zijn, des te meer zullen de onwaardeerbare verdiensten van Chris-

ocr page 78

tus in de plaats komen. om uw hart met genade en zegen te vervullen.

Maar biecht alles eenvoudig en oprecht, om eens voor goed uw geweten genist te stellen. Kn dit gedaan zijnde , luister met nandacht naar de vermaningen en bevelen van Gods dienaar, en zeg bij u zelve : spreek, Heer 1 want uwe dienares luistert naar IJ. Immers liet is God, Philothea, die u door zijne stadhouders aanspreekt, van welke hij heelt gezegd: die n hoort, hoort mij. Nadal j:ij alles aangehoord hebt, spreek alsdan oprecht de volgende verklaring uit, die u zal dienen tot voltrekking van uw bercuw. Lees dezelve dan met zoo groote aandacht en ontroering des harten . als het u mogelijk zal zijn. Doch om zulks naar behoorer. te doen, moet gij u daarin eenigen tijd te voren geoefend hebben.

XX. HOOFDSTUK.

Grondige verklaring, behelzende een vast voornemen om God voortaan uit ganscher hart te dienen , hetwelk hef besluit der algemeene biecht is.

fk ondergeschrevene; staande in de tegenwoordigheid van den eeuwigen God en van geheel het hemelseh hof, overdenkende Gods oneindige barmhartigheid ten opzichte van

ocr page 79

— 73 —

mij, onwaardig en verworpen schepsel, hetwelk hij uit uiet geschapen, bewaard, ondersteund , uit zoo menige gevaren verlost en met zoo vele weldaden overstelpt heeft; en bovenal beschouwende de onbegrijpelijke zachtmoedigheid en barmhartigheid, waarmede die goede G-od mijne boosheden zoo goedertieren heeft verdragen, en mij zoo dikwijls door zijne minnelijke inspraak heeft aangezocht, teneinde ik mijn leven zoude beteren; mij verwachtende met het allergrootste geduld tot leedwezen en boetvaardigheid, tot dit tegenwoordige jaar.... mijns ouderdoms, ondanks al mijne ondankbaarheden en ontrouw waardoor ik mijne bekeering gedurig vertraagde, zijne genade verachtend en hem zoo vermetel vergramd heb.Verder, dat ik mij in mijn hciligdoopscl zoo heilig, aan mijnen God heb toegewijd, als zijne dochter, en dat ik legen die belijdenis. in mijnen naam gedaan, zoo menigmaal mijne ziel heb besmet en ontheiligd , door alles tegen mijnen God te misbruiken. zoo keer ik nu eindelijk tot mij zeiven, en werp mij van harte voor den troon der goddelijke rechtvaardigheid , belijdende dat ik te recht beschuldigd en overtuigd ben van kwetsing der goddelijke Majesteit en plichtig aan den dood en het lijden van mijnen Heer «Tesus Christus, ter oorzake van mijne zonden, waarvoor hij is

ocr page 80

gcstorvon on tic pijucn aan hel kruis geleden heeft ; zoo dat ik in waarheid verdien voor eeuwig verworpen en verstooten te worden.

Doch , terwijl ik mij tot de oneindige barmhartigheid van mijnen God wend; en de boosheden van mijn voorgaand leven van ganscher harte verfoei, bid ik ootmoedig om vergiil'enis en genade, teneinde al mijne zonden afgewasschen worden door de kracht en de verdiensten van den dood en het lijden van denzelfden Heer. Verlosser en Zaligmaker mijner ziel, die alleen de s'.:eun van al mijn betrouwen is. Ik vernieuw dan wederom de heilige beloften, die aan Grod van mijnentwege in het doopsel gedaan zijn, en verzaak voor altijd den duivel, de wereld en het vleesch, met al hunne booze ingevingen , ijdelheden en begeerlijkheden ; en mij tot mijne goedertierenen en genadigen God kcerende, maak ik een besluit van hem te dienen en te beminnen, van nu alquot; lot in eeuwigheid. Ten dien einde draag ik Hem mijnen geest en mijne ziel met al hunne krachten op, mijn hart met al zijne genegenheden, mijn lichaam met ai zyne zintuigen en ledematen , betuigende dat ik dit alles voortaan niet meer wil misbruiken tegen wil en dank van zijne goddelijke en opperste Majesteit, aan welke ik mij in den geest gansch en onherroepelijk opoffer als een trouw , gehoorzaam en onderdanig

ocr page 81

schepsel. En bijaldien ik tot mijn ongeluk , hetzij door de raenschelijke zwakheden , tegen dit mijn voornemen iets zoude misdoen , zoo verklaar ik van nu af, dat ik, door de genade van den heiligen Geest terstond weder wil opstaan, en mij bekeeren zoodra ik hetzelve bemerk , daar ik zonder uitstel tot de barmhartigheid Gods mijne toevluoht nemen wil.

Dit is mijn wil. mijne meening en mijn vast voornemen, hetwelk ik ongeschonden en onherroepelijk wensch te onderhouden, hetwelk ik op nieuw in al zijne deelen bevestig in dezelfde tegenwoordigheid van mijnen Heer en mijnen God, in het aanzien van de zegepralende en strijdende Kerk . mijne Moeder, die deze mijne verklaring verstaat en aanneemt door degenen. die als haar dienaar mij aanhoort. Gewaardig dan, o eeuwige, almachtige en goede God: Vader, Zoon en heilige Geest! dit mijn voornemen in mij te versterken , en deze mijne inwendige offerande tot een zoenoffer te aanvaarden. Evenals het u behaagd heeft mij den wil tot dit alles te geven , zoo verleen mij ook, o mijn God ! de macht om hetzelve te volbrengen; want Gij zijt alleen mijn God , de God van mijn hart, de God mijner ziel en de God van mijnen geest. In deze gevoelens wil ik. van nu af tot in eeuwigheid, t) bul ij den en aanbidden. Ltve Jesus

ocr page 82

XX r. HOOFDSTUK.

Beshiit van de eerste zuivering.

Open, na deze belijdenis gedaan te hebben , de ooren van uw hart, om in den geest te aanhooren . de woorden van uwe ontbinding, die uw Zaligmaker , gezeten op den troon zijner barmhartigheid . in den hemel zelf uitspreekt in tegenwoordigheid der engelen en van zijne Heiligen , ten zelfden tijde als de priester u hier op aarde in zijnen naam ontbindt. Zoodat zelfs al die Heiliger, zich over uw geluk verblijden, daar zij met eeue onuitsprekelijke vreugde eenen blijden lofzang zingen, en auu uw hart, hetwelk nu geheiligd en in genade hersteld is, den kus van vrede geven.

Zalig verbond , o Philothea 1 door hetwelk gij met God zoo wonderlijk vereenigd wordt. Want met u aan hem over te geven , wint gij hem en u zelve tot het eeuwige leven. Kr blijft dan niets anders over. dan dat gij uwe verklaring van harte onderteekent, en daarna tot het altaar gaat, waar God u ook van zijnen kant uwe kwijtschelding en belofte van den hemel zal teekenen en bezegelen, met zich zei ven , als een goddelijk zegel, door het heilig Sacrament in uw hart (»» prenten: en alzoo zult gij , o Philothea van

ocr page 83

lt;lo zouden «?u van allo zoudlgo goiiegculiedcn gereinigd worden. Maar dewijl deze iieigirigen zeer licht in onze ziel herleven door onze zwakheid en door de begeerlijkheid, die gedurende dit leven wel getemd, maar niet geheel gedood kan worden, zoo zal ik u eenige onderrichtingen voorschrijven. door welke gij u niet alleen van doodzonden , maar ook van de zondige neigingen zult kunnen behoeden. en door aldus dezelve uit uw hart te sluiten. nog volmaakter gereinigd worden.

XXTT. HOOFDSTUK.

Ti((t wfgt;n zich woef zuiveren van (tr nel qui yen tot de dagelijkscï/e zonden.

Hoe klaarder de da^ begint te aohijnen . des te heler kan men ook in een spiegel vlekken en onreinheid op ons gelaat bemerken. Op dezelfde wijs, hoe meer het inwendige licht van den heiligen Geest ons geweten bestraalt . des te duidelijker wij de zonden , de kwade genegenheden en onvolmaaktheden bemerken , die ons kunnen beletten tot de ware godsvrucht: te geraken; en hetzelfde licht. hetwelk ons de vlekken eu onvolmaaktheden doet zien. ontsteekt in ons ook het verlangen om ons daarvan te reinigen.

ocr page 84

Gij zult dan ontwaren , o beminde Piü-lothea ! dat er, behalve de doodzonden, waarvan Gij door de genoemde oefening gezuiverd zijt, in uwe ziel nog verscheidene genegenheden en ongeregelde begeerten tot de dagelijksohe gebreken besloten liggen, ik spreek niet van de dagelijksche zonden in zich zelve, maar van de genegenheid tot de dagelijksche zonden en van de aangekleefd-heid , waarmede zij bemind worden. Het een is zeer onderscheiden van het ander : want wij kunnen nooit geheel zuiver van da dagelijksche zonden zijn, of ten minste wij kunnen niet lang in die zuiverheid verblijven; maar wij kunnen zeer wel zonder eenige liefde en genegenheid in dagelijksche zonden leven. Het ia voorwaar eene andere zaak , eens of tweemaal al lachende eene lichte leugen te zeggen, dan wel in het liegen zelfs behagen te scheppen, en die zonde te beminnen.

Ik zeg dan, dat men de ziel van alle genegenheden tot dagelijksche zonden moet zuiveren : dat is te zeggen, dat men wetens en willens de begeerte niet mag voeden van in eene of andere dagelijksche zonde te blijven volharden; want het ware eene al te groote lafhartigheid , willens en wetens de begeerte tot iets, dat aan God mishaagt , te behouden ; doch de dagelijksche zonde, hoe klein zij ook zij, mishaagt aun God, alhae*

ocr page 85

— 79 —

wel zoo zeer niet , «lat hij ons daarom zou willen verdoemen. Wijl dan de dagelijkeche /,onde aan God mishaagt, zoo is de liefde en «jenegenheid lot dezelve niet anders, dan eene opzettelijke wil van aan zijne goddelijke Majesteit te willen mishagen. Zou het wel mogelijk zijn, dat eene rechtschapene ziel zoodanige genegenheid zou willen behouden ?

Deze genegenheden, o Philothea ! strijden rechtstreeks tegen de godsvrucht, even gelijk de genegenheden tot de doodzonden tegen de liefde strijden. Zij verflauwen de geestvermogens; zij beletten de goddelijke vertroostingen; zij geven ingang aan alle beko* ringen; en alhoewel zij de ziel niet dooden . maken zij echter dezelve zeer zwak. De zwervende vliegen, zegt de Wijze-man . he-dcv ven de zoelheid des balsems. (1) Hij wil zeggen , dat de vliegen , die maar als in het voorbijvliegen van den balsem proeven , maar alleen het weinige, dat zij mede nemen, bederven; dat zij den geheelen balsem doen bederven, als zij daarin blijven. Even zoo kunnen de dagelijksche zonden , die hare verblijfplaats niet nemen in eene godvruchtige ziel, haar slechts weinig beschadigen; maar zoo zij daarin blijven wonen bederven zij de zoetheid van den balsem der heilige godsvrucht.

(1) Keel. 10. 1.

G

ocr page 86

— *0 —

De spiuneu doodeu do bijen uicf , mnar zij bederven hareu honig , en bewinden allengs-kens de ratelen zoo zeer met haar webben , dat de bijen haar werk niet kunnen voortzetten. Op dezelfde wijze doodt de dagelijk-sclie zonde wel de ziel niet, maar zij bederft de godsvrueht en belemmert, door kwade gewoonten en ongeregelde genegenheden , de zielskrachten zoozeer, dat zij niet meer met vlijt, waarin nochtans de godsvrucht bestaat, de werken der Heide kan volbrengen. Tk spreek hier van dagelijksche zonden, waarin men met genegenheid blvjlt. Het is wel eene geringe zaak, eens eene leugen te zeggen, zich een weinig te buiten te gaan in woorden, in werken , in oogwenken , in kleeding, in vermaak , in spelen, in dansen , indien wij aanstonds , gelijk de bijen doen, deze geestelijke spinnen uit ons hart verdrijven; maar indien wij dezelve n ons hart laten vertoeven , met genegenheid blyven behouden en laten vermenigvuldigen, zullen wij welhaast onzen honig bedorven , en den bijkorf van ons geweten gansch belemmerd vinden. Fk zeg dan noe eens, dal eene kloekmoedige en vrome ziel haar vermaak niet zal scheppen in haren God te mishagen, noch zal blijven beminnen wat hij haat.

ocr page 87

— 81 —

XXTII. HOOFDSTUK.

Dal men zich ook moet zuiveren eau dt genegenheden lot nuttelooze en gevaar-lijlce dingen.

Spelen, dausen, maaltijd honden, steekspelen, enz., kunnen wel uit zich zeiven onverschillige werken zijn, naarmate zij wel ol kwalijk gedaan worden; doch zij zijn immer gevaarlijk ; en nog gevaarlijker is het dezelve tc beminnen. Ik zeg dan, Philothea ! alhoewel liet niet altijd ongeoorloofd is te spelen, te dansen, zich op te sieren, eerlijke schouwspelen bij te wonen , feesten te houden , enz. dat nochtans de genegenheid tot die dingen gevaarlijk , en zeer strijdig aan de godsvrucht is. Het is wel geene zonde, dat men zulks in sommige voorvallen eens doet, maar het is zonde, dat men tot zulke beuzelarijen genegenheid heeft. Het is een onkruid, hetwelk de ziel belemmert, de plaats van de ware liefde inneemt, en ons hart in zijne voornaamste werkingen wederhoudt.

De Nazareers, in de oude wet, onthielden zich niet alleen van geestrijke dranken , maar ook van druiven en van versch druivensap; niet dat deze dronken maken; maar omdat door het gebruiken van versch druivensap, de begeerte konde ontstaan om druiven te eten; en door het eten van druiven, de ge-

ocr page 88

negenheid ontstokou komlo worden , om most of wijn te drinken. Tk zeg dan niet dal het ongeoorloofd is eenige van die gevaarlijke voorwerpen te gebruiken, maar dat wij er geene genegenheid toe kunnen hebben, zonder daardoor de ware godsvrueht te beschadigen. Als de herten te veel gegeten hebben, begeven zij zich naar hunne schuilplaats, omdat de overtollige spijs hen bezwaar': en ongeschikt maakt, om door snelheid den jager te ontvluchten. Aldus ook , als het hart van den mensch met die nuttelooze en gevaarlijke genegenheden te zeer overladen is . zoo kan het gewis niet zoo licht en vaardig loopen naar zijnen God , die het eenige en waarachtige doel der godsvrueht is. l)e kinderen zijn zeer genegen om vlinders te vangen; men laat hun dit toe, omdat het kinderen zijn: maar zou het niet belacJie-lijk wezen, dal mannen van verstand deze vlinders gingen najagen en, om dezelve te vangen, zich in gevaar stelden van te vallen ? Ik zeg u dan, Philothea, dat men zich van deze genegenheden moet reinigen; want alhoewel de zaak zelve niet altijd tegen de godsvrueht strijdt , zijn echter de neigingen haar te» allen tijde zeer schadelijk.

ocr page 89

83 —

XXTV. HOOFDSTUK.

Dat men zich ooJc moet zuiveren van derzei ver nafuurlijlce onvoImaaJclheden en qeneqen-heden.

Wij hebben no? bovendien . o Philoihea ' zekere natuurlijke genegenheden , die , dewijl zij hunnen oorsprong niet hebben uit eenige bijzondere zonden, eigenlijk wel geene zonden zijn. maar toch onvolmaaktheden en gebreken. Bijvoorbeeld , de H. Paula was . volgens het schrijven van den H. Hierony-mua, zeer geneigd tot droefheid, zoo zeer, dat zij door het weenen over den dood van haren echtgenoot en kinderen, gevaar liep om van droefheid te sterven. Dit was eeno onvolmaaktheid, maar geene zoude, dewijl het tegen haren wil geschiedde. Sommige menschen zijn zoetaardig van inborst; anderen zijn norsch en stuursch ; eenige zijn moeielijk om te overtuigen: deze licht gestoord ; gene grammoedig; andere minzaam ; immers er zijn weinige mensehen of zij hebben hunne onvolmaaktheden. Eu al zijn dit natuurlijke gesteltenissen, kan men niettemin dezelvo verbeteren, intoomen, ja zelfs verdrijven. Ik zeg u dan , dat men deze ook moet zuiveren.

Indien men wel een middel heeft gevonden om bittere amandelboomen in zoett» te doen

ocr page 90

- S4

verundereu , door alleen eeiie opening aan den wortel te maken, om het bittere sap daaruit te doen loopen, waarom zouden wij dan onze kwade genegenheden ook zoo niet kunnen verbeteren ? Er is geene inborst zoo goed , of zij kan door kwaden omgang bedorven worden ; er ia ook geene inborst zoo kwaad, die door Gods genade en door de oplettendheid niet kan overwonnen en tot hel goede gebracht worden.

Dientengevolge ga ik u onderrichtingen . oefeningen en middelen voorstellen, waardoor gij nwe ziel van hare kwade begeerlijkheden, onvolmaaktheden en neigingen tot d:igelijksche zonden zult kunnen reinigen , en te gelijker tijd ook uw geweten meer en meer wapenen tegen alle doodelijke zonden. God geve. dat gij dezelve getrouw ir. het werk moget stellen.

ocr page 91

of Inleiding

TOT HET GODVRUCHTIG LEVEN.

TWEEDE DEEL.

Bevattende verschillende onderrichtingen, om de ziel door het gebed en het gebruik der heilige Sacramenten tot God te verheffen.

I. HOOFDSTUK.

Nood zake! ijlcheid des geheds.

I. Niets verlicht zoo zeer ons verttand in zijne onwetendheden en onzen wil in zijne bedorvene driften, dan het gebed; immers het bestraalt ons verstand door eene goddelijke klaarheid , en het ontsteekt onzen wil door eene hemelsche liefde. Het gebed ii als een gezegend water, hetwelk onze goede neigingen doet aangroeien en vruchten dragen ; dat onze ziel van hare onvolmaaktheden reinigt en ons hart van zijne ongeregelde driften geneert.

ocr page 92

S6

2. Maar bovenal raad ik u aan het inwendig gebed , en het godvruchtig overdenken van het leven en lijden onzes Zaligmakers. Daardoor zal uwe ziel met hem ingenomen worden , en zult gij uwe handelwijze naar de zijne schikken. Hij ia het licht der wereld . dienavolgeus moeten wij in , door , en om hem verlicht worden: hij is de gewenachte boom , onder wiens schaduw wij ons moeten vert'risschen: hij is de levende bron van Jacob, om onze vlekken af te wasschen. Eindelijk, zoo als de kinderen . door het dikwijls aanhooren, allengs hunne moedertaal leeren spreken, aldus zullen wij ook , met de goddelijke hulp, door het overdenken zijner woorden , werken en genegenheden , leeren spreken zoo als hij. Geloof mij , Philothea! doe dit, en houd u daaraan ; want er is geene andere deur om tot God den Vader te geraken, dan zijn Zoon. Even als het glas van een spiegel niet zou weerschijnen , zoo het van de achterzijde niet met kwik en lood bedekt ware , alzoo zouden wij ook niet naar behooren in deze wereld de godheid kunnen beschouwen, indien zij in onzen Zaligmaker met zijne heilige menschheid niet ware vereenigd geweest , wiens leven en dood het aangenaamste, het zoetste , het nuttigste en bekwaamste voorwerp onzer overdenking wezen moet.

Het is niet zonder reden, dat de Zalig-

ocr page 93

— 87 —

maker zich zelf noerat het brood, hetwelk van den hemel nedergedaald is; want gelijk het brood met allo toespijs gegeten wordt, zoo moet cok onze Zaligmaker in al onze gebeden en werken aandachtig overwogen , opgemerkt en gezocht worden. Zijn leven en zijnen dood is door vele schrijvers in verscheidene deelen verdeeld, om tot ouze overdenking te dienen. Ik raad u onder andere aan de heiligen Bonaventnra, Bel-lintanns , Bruno . Capilia , Lndovieus van Grenade, en de Ponte. (1)

3. Besteed hiertoe dagelijks een uur voor den middag, en, zoo mogelijk des morgens vroeg, omdat alsdan uw geest minder belemmerd is. Meer dan een uur zult gij daartoe niet besteden; tenzij uw geestelijke vader u uitdrukkelijk anders gebood.

•1. Indien gij deze oefeningen in de kerk kunt doen, en aldaar genoegzame rust en stilte vindt, zal zulks u tot nut strekken: omdat noch vader, noch moeder, noch man. noch vrouw, noch iemand anders u kan beletten een uur in de kerk te blijven, daar gij u, integendeel, zoo gij te huis zijt, en aan vele voorvallen onderworpen, niet goed

(1) Deze hoeken heeft men juist niet allen in hef Nederlandsch, maar wel andere, die even nnttig zijn. Bijvoorbeeld;//!?/ leven van Christus; Meditatien op het leven, de geheimen en leering en van Jesus Christus enz.

ocr page 94

een geheel vrij en ledig uur kunt beloven.

5. Begin altijd uwe gebeden, hetzij in- oi uitwendige , met u in Gods tegenwoordigheid te stellen. Laat dit nooit achter, en gij zult gewis bevinden, dat dit gebruik zeer voor-dcelig is.

0. Begin ook altijd met liet Onze Vader, het Wees gegroet en het Geloof, en let aandachtig op hetgeen gij leest; bid niet achteloos en met haast, maar overdenk alles ; zoo dat gij meer met het hart dan met den mond bidt. Want één Onze Vader met aandacht gelezen, is van meerwaarde, dan eene groote menigte spoedig en lichtvaardig uitgesproken gebeden.

7. L)e Rozenkrans is ook eene voordeelige manier van bidden, als liet naar behooren geschiedt, zooals sommige boekjes dit voorschrijven. Het is ook zeer nuttig te lezen de Litaniën van onzen Zaligmaker, van onze lieve Vrouw en van alle Heiligen Gods : alsook andere gebeden, die men in gebedenboeken kan aantreffen ; nochtans , indien gij inwendig en met het hart kunt bidden, zoo maak daar altijd uw meeste werk van, al ware het, dat gij zelfs, om uwe andere bekommeringen, de andere gebeden moest achterlaten. Sluit echter uw inwendig gebed met het Onze Vader , het Wees gegroet, en het Gelooi.

6. Indien gij, met den mond biddende *

ocr page 95

gewaar wordt , dat uw hart genegen is oni inwendig te bidden , zoo wedersta hieraan maar laat uwen geest deze neiging volgen zonder n te verontrusten, al kunt gij de voorgenomene mondgebeden niet volbrengen. Want het inwendig gebed, hetwelk gij in plaats van deze mondgebeden hebt gedaan. is God voel aangenamer, en voordeeliger aan uwe ziel; uitgenomen nochtans de kerkelijke getijden , indien gij dezelve verplicht zijt te lezen , want dan moet gij vooral aan uwen plicht volkomen voldoen.

9. Zoo de geheele morgenstond voorbijging , zonder het inwendig gebed te kunnen oefenen , hetzij door de menigvuldigheid uwer bezigheden , ol door eenige andere oorzaak , die gij nochtans zoo veel moet voorkomen als het u mogelijk is, tracht dan deze fout des middags te verbeteren . op een daartoe geschikt uur, te weten; eenigen tijd na het middagmaal, want aanstonds na het eten te bidden, zou niet goed kunnen geschieden, omdat men alsdan te loom is, en dat zulks aan de gezondheid zou kunnen hinderen.

10. Indien gij dengeheelen dag door belet wordt inwendig te bidden , zoo moet gij de schade herstellen door menigvuldige schietgebedjes , of door het lezen van een godvruchtig boek ; leg u daarbij eenige vrijwillige boetpleging op, om het gevolg vau dergelijke

ocr page 96

gebreken te stuiten, en maak een vast voornemen van den volgenden das; uwe goede gewoonten weder te hernemen.

TT. HOOFDSTUK.

Bc'knopt omlerwijs om wel fe oDerdenlen, en vooreerst om zich in Gods tegenwoordigheid te stellen, hetwellc het eerste deel der voor-hereiding tot het imrendig gebed is.

Wellicht weet gij nog niet genoegzaam, Philothea, hoe gij inwendig moet bidden; want het is betreurenswaardig hoe weinig menschen daar heden kennis van hebben. Tk zal het u dan met korte woorden uitleggen , opdat üij daarna , door het lezen van verscheidene schoone boeken , welke daarover geschreven zijn, nog grondiger in deze stof moogt onderwezen worden. Ik begin dan met de voorbereiding, die in twee deelen bestaat, waarvan het eerste is : zich in Gods tegenwoordigheid te stellen; en het tweede : zijne goddelijke hulp in te roepen. Om u in Gods tegenwoordigheid te stellen . schrijf ik u hier vier middelen voor, waarvan gij u aandachtig in het begin kunt bedienen.

Het eerste middel is , te overdenken, dat God in alles , en alomtegenwoordig quot;s, zoo dat er noch plaats , noch zaak ter wereld uitgedacht kan worden , of hij is er te vinden;

ocr page 97

want oreti als de vogelen . waar sij oolv vliegen, overal lucht ontmoeten, zoo vinden wij ook overal G-od bij ons. Elkeen weel. dit wel, maar elkeen begrijpt deze waarheid niet. Al is het dat de blinden, ale zij bij eenen koning zijn, hem niet zien, laten zij echter niet na hem eerbied te bewijzen; maar het is ook waar, dat daar zij den lgt;pning niet zien, zij zich ook lichter verbeelden , dal zij niet in 's konings tegenwoordigheid zijn , en aldus dien eerbied niet blijven behouden. Helaas! wij zien (rod niet, die nochtans bij ons is, en alhoewel het gelooi' ons van zijne tegenwoordigheid overtuigt; verdrijven wij die waarheid nil de gedachten , omdat wij hem met de oogen niet zien, en wij leven dermate, alsof God zeer ver van ons was; immers, als men op die waarheid niet denkt, is het alsof men dezelve niet kende. Daarom moeten wij altijd voor het gebed Gods tegenwoordigheid in onze ziel hernieuwen. Dit deed David, toen hij uitriep: Idim ik in den hemel, o mijn God! gij zijt daar: en daal lie tot in de hel, gij zijt daar ook (1) Wij mogen ons ook zeer wel bedienen van Jacobs woorden, die na de geheimzinnige ladder gezien te hebben; aldus uitriep: Ach , hoe vreeselijk is deze plaats, Voorwaar, de Heer is hier,

(1) l'saliu 133, S.

ocr page 98

en Ik wist het met. (1) Mij wilde xeggen , dat. hij daarop niet dacht: \raiit het was hem genoeg bewust , dat G-od in alles en overal tegenwoordig is. .Als gij u dan tot het gebed begeeft, moet gij uit ganscher harte zeggen : o mijne ziel ! God is waarlijk hier tegenwoordig.

Het tweede middel, om zich in Gods heilige tegenwoordigheid te stellen, is te overdenken , niet alleen dat God in die plaats is, waar gij zijt, maar dat hij ook op eene bijzondere wijs in uw hart, en in het binnenste van uwen geest is, die hij dooi* zijne goddelijke tegenwoordigheid levend maakt. Want hij is daar, als zijnde het leven van uw hart en de geest van uwen geest, öelijk de ziel, door geheel het lichaam verspreidt , in alle ledematen gevonden wordt, en zich nochtans op eene bijzondere wijs in hei: hart ophoudt, zoo ook is God , is hij overal , nochtans bijzonder in onzen geest: en daarom noemt hem David den Ood ran zijn hart )2) : en de H. .Apostel Paulus zegt : dat iüij in hem leven. ons in hem hewegen en in hem het wezen hebhen (3). Gij zult dan door het overdenken dezer waarheid in uw hart een grooten eerbied opwekken voor God , die aldaar zoo innerlijk tegenwoordig is.

(1) Gen. 28, 17.

(2) Psalm 12, 2(1.

(3) Werken dor Apostelen, 17, 2^.

ocr page 99

— 93 —

Het derde middel is, uwe oogen (e slaan op onzen Zaligmaker , die van uit den hemel in zijn menschelijk wezen alle menschen der wereld aanschouwt, maar Toornamelijk de Christenen , die zijne kinderen zijn ; en daarenboven die, welke bidden, op wier werken en zeden hij gestadig acht neemt. Het is geene ingebeelde zaak maar eene onwrikbare waarheid, dat hij ons van oj) zijnen glorie-Iroon aanschouwt, al zien wij hem niet. Aldus zag hem de H. Stephanus toen hij gesteenigd werd; zoo dat wij met de geestelijke bruid zeer wel mogen zeggen : zie , hij staat achter den muur. gij ziet door de vensters, en loert door de traliën. (1)

De vierde wijze bestaat enkel in de verbeelding , als wij ons door de gedachten den menschgeworden Zaligmaker voor oogen stellen , even alsof hij bij ons tegenwoordig ware, op dezelfde wijze, gelijk wij gewoon zijn onze vrienden ons voor oogen te stellen; ja ook te zeggen : het schijnt mij toe, dat ik hem dit of dat zie doen , enz. Doch indien gij in de tegenwoordigheid van het heilig Sacrament zijt, zoo is het geene enkele verbeelding meer, maar eene ware dadelijke tegenwoordigheid. Want de gedaante van het heilig Sacrament is als een doorschijnende doek , waardoor onze Zaligmaker ons aanschouwt, al zien wij hem met.

(1) Cant. 2, P.

ocr page 100

— 9-1 —

Gni zult dan een «lezer middelen gebruiken . om uwe ziel voor bet gebed in Gods tegenwoordigheid ie stellen. Gij behoeft die niet allen te zamen in liet werk te leggen ; maar sleihtu een voor een, zonder daarbij te lang te blijven stil staan.

TIL HOOFDSTUK.

Over ke! aanroepen can Qods hulp: tweede

deel lier voorbereiding.

Men roept Gods bulp aldus aan : nadat «zij uwe ziel in Gods tegenwoordigheid gesteld hebt . werp n dan met i;rooteu eerbied voor hem neder . en beken u onwaardig . om voor zoo eene verhevene Majesteit te verschijnen. Maar wetende dat dit Gods wil is, zou verzoek hem zijne hulp. om hem naar eist h te dienen en te aanbidden. Gij moogt, indien gij wilt, eenige korte en vurige schietgebedjes daartoe gebruiken, zoo als de volgende uit Davids psalmen : verwerp mij niet, o mij??. God, van uw aangezicht! of : neem uwen heiligen Geest van mij niet weg. Toon uw aanschijn aa?? uwe dienstmaagd, en ik zal de wonderhede?), uwer wet aanschouwen Geef mij verstand, en ik zal uwe wet onderzoeken. en dezelve uit ganscher harte bewaren. Ili hen uwe dienstmaagd: geef mij uwen geest; of dergelijke. Het zal u ook dienstig wezen

ocr page 101

daarbij te voegen, de aanroeping van uwen heiligen Engel en van de heilige godvruchtige menschen, die bij het geheim tegenwoordig geweest zijn , hetwelk gij gaat overdenken ; als bij voorbeeld, in liet overwegen van den dood onzes Hoeren , zult gij met voordeel aanroepen de heilige Moeder Gods . den H. Joannes, de H. Maria Magdalen» en den goeden moordenaar, opdat dezelfde neigingen en inwendige gevoelens, die zij aldaar ontvingen , u mogen medegedeeld worden. En in de o\ erdenking van uw' eigen dood , kunt gij uwen goeden Rngel, die daar buiten twijfel aanwezig zal zijn , aanroepen , enz.

TV. HOOEDSTüK.

quot;VootsIelVcng van het rjehehv , dat wen wil orerdenlcen ; derde deel der voorhereid'tm/.

Er is nog eene derde voorbereiding , die in sommige meditatiën of overwegingen dienst ig kan zijn, en welke men noemen kan inwendige verheeld'mg. Dit is niet anders gt; dan dat men in zijne gedachten als afschildert het geheim , dat men wil overdenken, eveneens alsof men bij de gebeurtenis zelf tegenwoordig was. ]3ij voorbeeld, willende de kruisiging van uwen Zaligmaker overwegen , zult gij u verbeelden , dat gij op den Oal-varieberg zijt, en aldaar al zijne woorden en

7

ocr page 102

— —

workou aauBchoiiwt. Üf, wal hotzelldo is , gij /uit denken, dat uw Zaligmaker op de plaats zelve waar gij zijt, gekruisigd wordt, en dit op dezelfde wijs, gelijk het de heilige Evangelisten beschrijven.

(rij kunt hetzelfde doen bij het overdenken van den dood , van de hel, en zoo ook van de andere waarheden, die zichtbaar en tastbaar zijn. Maar wat aangaat de waarheden, die met de zinnen niet gevat kunnen worden, als van Gods grootheid, enz., daarbij komt dusdanige verbeelding geenszins te pas. Het is wel waar, dat men onze overdenkingen door eenige gelijkenissen mag behulpzaam zijn , maar die zijn hier niet zoo licht te vinden , en die moeten in den beginne door gemakkelijke wegen bestuurd worden.

Deze verbeelding dient, om als het ware ons verstand te kluisteren , opdat het in de voorgenomene overweging zou blijven, en niet van het eene tot het andere over en weder gaan.

Sommigen zeggen echter, dat het betei' ware zich die geheimen maar door een enkel gezicht van liet geloof en van het verstand voor te stellen, fk loochen dit ook niet; want de werkingen van den geest zijn van meerdere waarde en verdiensten, dan de werkingen der enkele verbeelding ofver-healdöüdc? krach!; maar «Ie beginueuden

ocr page 103

kunnen aanvankelijk /00 ver niet geraken ; en daarom raad ik u , o Philothea ! dat gij in deze laagte, die ik u aanwijs, liever vrat zoudt blijven, tot dat Clod u hooger verheft.

V. HOOFDSTUK.

Over de bemerkingen. die het tweede deel der overweging uïtrnnken.

Na de verbeelding volgt de werking van bet verstand; en dit is eigenlijk de over-wegingof de overdenking, waardoor wij worden bewogen tot de liefde van God en tot de goddelijke zaken; welke liefde eigenlijk liet verschil maakt tnsachen overwegen en studeeren, of aandachtig overdenken . daar de studie geen ander doel heeft dan de zaak te vatten, om geleerd en onderwezen te worden.

Daar uw verstand aldus opgesloten ligt binnen de palen der genoemde overwegingen , zult gij eenige bemerkingen daarop beginnen te maken, gelijk wij u in het eerste deel, TX hoofdstuk en de volgende, voorgesteld hebben. Indien uwe ziel in de overdenking smaak vindt, zult gij daarbij blijven , zonder verder te gaan , volgende daarin de bijen, die niet van de bloem eoheiden , zoolang als zij er honig in vinden; maar indien gij in die of deze bemerking zoo grooteu aiuauk niet vindt, zult ^ij tut eene

ocr page 104

- 9S

vu dor c overgaan , doch wee» hierin niet te haastig, want sommige waarheden willen eerst overdacht zijn, eer men er smaak in vmdr.

VI. HOOFDSTUK,

Over de goede heg eer 1 en en vaste voornemens, die het derde deel der overweging zijn.

])ie levende overdenking van de waarheid , brengt heilige gevoelens in den wil en in de ziel voort; bij voorbeeld, liefde tot God en tot zijnen evennaaste; verlangen tot den hemel, en tot de eeuwige glorie; ijver tot de zaligheid der zielen, ol tot het navolgen van het leven onzes Zaligmakers; medelijden , verwondering, vreugd, vrees on God te mishagen; schrik voor het oordeel en voor de hel, haat tegen de zonde , betrouwen op Gods barmhartigheid, schaamte ove;* ons ongeregeld voorgaande leven , enz. In deze bewegingen en goede betrachtingen moet onzen geest zoo lang verblijven als het hem mogelijk is. Om hierin nog meer voortgeholpen te worden, kunt gij de godvruchtige boeken lezen, die deze waarheden grondig behandelen.

Gij moet nochtans niet al te lang \n deze enkele gevoelens verblijven : maar gij moei er eeuige verzuchting en voornemens tot

ocr page 105

— 99 —

verbetering uwn lerens bijvoegen. Bij voor beeld de eerste woorden , die Christus , onze Zaligmaker . aan het kruis gesproken heeft, zullen, buiten twijfel, uwe ziel bewogen, om ook uwen vijanden te vergeven, en die van harte te beminnen; dit is te weinig , indien gij daar geene bijzondere voornemens bijvoegt; bij voorbeeld op deze wijze: welaan dan, ik zal mij iu het vervolg niet meer storen aan de spijtige woorden , die deze of gene tegen mij spreken , noch ook over deze en die verachting, die mij van deze of gene wordt aangedaan; integendeel, dit en dal zal ik doen . om hen te overwinnen en te verzoenen. Hiertoe, Philothea, zult gij in korten tijd uwe gebreken verbeteren, het-gene gij door loutere overdenking in gerui-men tijd niet zoudt te weeg brengen.

VIT. HOOFDSTUK.

Over het hes luit der o oer weging.

Ten laatste moet men de overweging door deze drie zaken ootmoedig sluiten. Ten eerste met God te danken voor de genegenheden , die hij ons heeft ingestort, al» ook voor zijne goedheid en barmhartigheid , waarmede hij onze overdenking heeft gezalfd. Ten tweede, wij moeten aan öod opofferen zijne eigene goedheid en barmhartigheid,

ocr page 106

— 100 —

den dood, het bloed, de deugden en de verdiensten van zijnen Zoon , en ook te zamen on/gt;e goede verlangens en voornemens. Ten derde, wij moeten God bidden met, prooto vurigheid, dat hij ons mededeele de genade en deugden van zijnen Zoon , en zijnen zegen verlcene over onze goede voornemens ; ten einde wij dezelve getrouw in het werk mogen leggen. Wij moeten ook bidden voor de heilige Kerk, voor onze geestelijke herders , voor onze ouders, vrienden en anderen , met daartoe de voorspraak van «ie heilige Moeder Gods, van de Engelen er. van alle Heiligen Gods aan te roepen. Ten laatste, zoo als ik aangeteekend heb, moet men het Onze Vader, het Wees gegroet en het Geloof lezen, ala zijnde de algemeene en noodzakelijke gebeden van alle geloovigen.

Eindelijk . zoo als ik heb gezegd , moet men een' kleinen ruiker maken, om te sluiten, en zich daarvan door den dag bedienen. Want even als degenen , die in eenen fraai en tuin hebben gewandeld, er niet gaarne uit gaan , voor dat zij eenige bloempjes geplukt hebben, om die mede te nemen en er door den dag aan ruiken, zoo moet ook onze geest, die door de overdenking cenig geheim heelt doorwandeld, twee of drie puntjes verkiezen, waarin hij den meesten sraaak heeft gevonden, om die door den «eheelen

ocr page 107

dag te overdenken en daaraan op eene geestelijke wijs te ruiken. T)eze moet men verkiezen ter plaatse , waar wij onze overdenking hebben gedaan , om daarna dezelve tusichen onze andere werken te overleggen.

VTTT. HOOFDSTUK.

Eenigr zcrr nattigr onderrichtingen, over de overweqiug.

Wanneer fle overweging nu geëindigd i§. moet gij, Philothea. goede voornemens wel onthouden . en dezelve ten minste gedurende dien dag zorgvuldig in het werk stellen. Hierin bestaat de groote vrucht der over-weging, anders is zij dikwijls niet alleen onvoordeelig maai' zelfs schadelijk. Want de gedachte, maar niet uitgewrochte deugden, verhoovaardigeu ons dikwijls. doordien wij ons licht laten voorstaan . dat wij zoo zijn . gelijk wij gedacht hebben te wezen. Wij zijn inderdaad zoo , als onze voornemens vast en levendig zijn; maar indien men dezelve niet in het werk stelt; zoo zijn zij ijdel en gevaarlijk. Wij moeten derhalve alle gelegenheden waarnemen , om dezelve uit te werken. Bijvoorbeeld ; indien ik voorgenomen heb het gemoed van hen, die mij misdaan hebben, door zachtmoedigheid te winnen , zoo zal ik nog op dienzelfden dag

ocr page 108

Hon trachten te ontmoeten, ora hen door penige groetenis of anderzins vriendelijk te bejegenen : of indien ik hen niet kan ontmoeten , zal ik ten minste trachten iets goeds van hen te zeggen, en God voor hen te bidden.

Nadat gij hei inwendig gebed geëindigd hebt, moet gij n wel wachten, uw hart te zeer te verstrooien, want alzoo zoudt gij den balsem uitstorten, dien gij door het gebed verkregen hebt. Tk wil /.eggen, dat gij u, bij mogelijkheid, een weinig in stilte moet houden, en uw hart zachtjes vin het jjebed tot uwe lichamelijke werken overbrengen, om zoo lang als het zijn kan, de goede genegenheden en verlangens, die gij in u hebt opgewekt, te blijven bewaren. Iemand, die in eene schoone porceJeinen kom cenigen kostelijken balsem ontvangen hoeft, om hem naar huis te brengen, zal buiten twijfel zeer langzaam gaan en goed voor zich zien, zonder de oogen te laten rondgaan , opdat hij niet valle en den balsem uitstorte; aldus moet gij ook doen, als uwe overweging geëindigd is. Wil u dan niet dadelijk om- of rondkeeren, maar zie eenvoudig voor u. JJij voorbeeld : indien gij iemand ontmoet, dien gij moet spreken , kunt of moet gij dit niet beletten ; maar spreek op zoodanige wijs, dat gij zoo weinig van uwe zalving verliest , als mogelijk is.

ocr page 109

— 103 —

Men moet zich ook gewennen, tan na het pebed met ijver tot de andere wettige oefening van zijnen staat over te gaan, alhoewel zij schijnen te strijden tej^en de zalving die men in het gebed heeft ontvangen, als bijvoorbeeld : een advocaat, tot het pleiten van rechtsgedingen; een koopman, tot zijnen koophandel; eene gehuwde vrouw , tot de plichten van haren staat en tot de andere huiselijke zaken. Doch dit moet geschieden met zulk een bedaard gemoed, dat daardoor de geest niet ontsteld worde. Want daar het eene zoo wel als het andere volgens Gods wil is, zoo moet men in den geest van ootmoedigheid en godsvrucht van het eene tot het andere overgaan.

Het zal ook soms gebeuren , Philothea . dat uw geest na eene korte voorbereiding , dadelijk tot God ontstoken wordt: gij moet alsdan uwen geest in vrijheid laten, zonder hem aan al die voorbereiding te willen vasthechten : want alhoewel de bemerkingen gewoonlijk vóór de begeerten en voornemens moeten gaan: moogt gij echter, indien de heilige Geest u die goede begeerten voor het overdenken geeft, alsdan de overdenkingen vrij achterlaten , mits zij tot geen ander doel moeten dienen, dan om goede begeerten te doen ontstaan ; zoo dat gij ten allen tijde die goede verlangens moet involgen, hetzij dat zij vóór of na de over-

ocr page 110

— 104 —

denkiug komen ; wanfc dat; ik dc oreifden-kiogen eerst en daarna de goede begeerten ,

fifp], is slechts om de verschillende deelen tan het ^ebed te ouderschcideu. Doch de ^

algemeenc regel is. dat men ten allen tijde de goede begeerten moet aannemen en voorthelpen. Hetzelfde versta ik ook door de goede bewegingen van dankzeggingen, tot sv

opofferen en tol bidden, enz. Het is echter zc

goed . dat men daarna aan de overdenking v«

plaats geeft. Maar wat de goede voornemens w

betreft, die moet men maken na de goede j as

begeerten. op het einde der overweging , hlt;

een weinig voor hel sluiten. Want, indien fl

wjj ons voor dien tijd die bijzondere zaken m

wilden voor oogen gaan stellen, zouden wij vi gevaar loepen van groote verstrooiingen te

hebben. I hi

Het is ook nuttig tusschen deze gevoelens, h\ verlangens en voornemens, cenige zamen-

spraken te gebruiken , met ons nu tot God , et

dan tot de engelen en tot de personen te dj

keeren . die in het geheim ons voor oogen i »»

worden gesteld ; erenzoo tot de Heiligen , al

tot ons zeiven, tot ons eigen hart, tot dp ( te

zondaren . ja zelfs lot de onredelijke en on- o]

bezielde schepselen. gelijk wij zien, dat h

David in zijne Psalmen , en andere Heiligen gi

somtijds hebben gedaan. d

ocr page 111

IX. HOOFDSTUK

Van de dorheden des qccstes . die ons soms in de overweging overkomen.

Zoo liet gebeurt , Philothea, dat gij noch pniaak . noch troost in do OTerwegin^' vindt, 7,00 bid ik n , dat gij daarom den moed Tiiet verloren geeft; maar bidt alsdan mondelings, ween roor den Hoer , en belijd uwe lvla« ht aan Jesne; kns eerbiedig zijn beeld en spreek hem aan met deze woorden van Jacob : fTrer ! ik zal u niet laten gaan , alvorens Gij mij gezegend heht, (1) Of wel mei de woorden van de Cananeeeche vrouw, het is waar, 0 Heer / (dat ik maar een hond ben ) maar de hondjes eten ook van de hrokkelingen, die van huns meesters tafel vallen. (2)

Gij kunt ook een boek ter hand nemen , en daarin met aandacht blijven lezen , tot dat uw geest wordt opgewekt. Moedig u ook Ran door uitwendige godsvrucht, namelijk als gij alleen zijt; door u hijvoorbeeld plat ter aarde te werpen , uwe armen kruiswijze op uwe borst te leggen of een Christusbeeld hangende aan het kruis , te omhelzen. Indien gij dan nog niet vertroost wordt, ontstel u daarom niet over uwe groote dorheid, maar

(1) Gen. 23, 26.

(2) Matth. 15, 27.

ocr page 112

— 106 —

blijf u godvruchtig voor Öode aanschijn houden.

Hoevele hovel iugeu verschijnen wellicht meer dan honderdmaal op een Jaar in het vertrek van hunnen vorst, zonder hoop nochtans van hem eens te spreken, maar alleen om van hem gezien te worden en om hunnen schuldigen plicht te bewijzen. Al-zoo moeten wij ook , beminde Philothea , tot het heilig gebed komen , enkel om aan onzen schuldigen plicht te voldoen, en onze getrouwheid aan God daardoor te betuigen. Indien hel God belieft tot ons te spreken, en door inwendige inspraken te vertroosten, zal zulks ons buiten twijfel van groot nut zijn; maar indien het hem niet belieft ons deze genade te bewijzen , moeten wij daarom zijne tegenwoordigheid niet verlaten , maar ons met vrede en geduld voor zijne barmhartigheid blijven houden , en hij zal buiten twijfel onze volharding belooneu eu ons door de zoetheid des gebeds vertroosten. Maar al deed hij zulks niet, is het dan ons nog niet een groot geluk en eene voorname eer, Philothea , dat wij voor hem mogen verschijnen en in zijne tegenwoordigheid verblijven ?

X. H O O K D S T U K, Morgen-oefening.

Behalve dit inwendig gebed en de andere

ocr page 113

mond^cbedeii die gij des morgeus volbrengt , zijn er nog andere stonden en wijzen van bidden , die uit het inwendig gebed hunnen oorsprong nemen. Het eerste is het morgengebed , hetwelk als eene voorbereiding is tot de werken van den dag. Gij zult dit op deze wijze beoefenen.

1. Aanbid God met ootmoed, en dank hem voor de weldaad , wolke hij u bewezen heeft, met u den verleden nacht te bewaren: en bid hem, indien gij gezondigd liebl , om vergiffenis.

2. Denk, dat de tegenwoordige dag ugegeven is, om daarmede de toekomende eeuwigheid te winnen ; en maak een vast voornemen van dezen dag daartoe te gebruiken.

3. Kegel uwe werken en uwen handel; overleg hoe gij God zult dienen, die gelegenheden van zonden vluchten, en uwe gramschap . ijdelheid of andere ongeregeld-liedeu verbeteren. Maak ook een vast voornemen de middelen, die God u verleenen zal, wel te gebruiken om in godsvrucht aan te groeien, en datgene te vluchten en te bevechten, wat tegen uwe zaligheid en Gods glorie zoude mogen strijden. Doch het is niet toereikend zulke voornemens te maken ; men moet ook de middelen gebruiken. Bij voorbeeld, indien ik voorzie , dat ik heden met een grammoedig menach, over eenige /.^.keii zal moeten handelen , /.al ik hem niet

ocr page 114

— 10 s —

alleen geene oorzaak tot gramschap geven , maar bovendien eenige zachtaardige woorden bedenken , waardoor ik hem zal kunnen voorkomen: of ik zal eenen vriend trachten te winnen om hem te wederhouden. Indien ik voorzie, dat ik eenen zieke zal kunnen bezoeken , zal ik te voren de hulp en vertroostingen bereiden , om liem te verkwikken, enz.

4. Verootmoedig u , na dit gedaan te hebben , voor God, en beken , dat gij uit u zeiven uw voornemen niet kunt uitwerken. hetzij om het kwaad te vluchten, hetzij om liet goed in het werk te stellen; en offer, alsof gij uw hart in uwe handen hadt, het aan zijne goddelijke Majesteit met al uwe goede voornemens , en bid hem met ootmoed , dat hij hetzelve in zijne bescherming wil nemen en versterken , om in zijnen dienst voort te gaan. Dit zult gij doen met deze of dergelijke woorden ; o Heer , aanzie dit arm en ellendig hart, hetwelk door uwe goedertierenheid eenige goede begeerten heeft voortgebracht; dan helaas, het is veel te zwak , om het goed. waarnaar het wenscht, uit te werken, zoo Grij mij uwen hemelschen zegen niet verleent, welken ik van U, o goedertieren Vader ! ten diea einde verzoek , dooide verdiensten van het lijden uws Zoons , tot wiens eer ik dezen dag en al de dagen mijns levens wil opofferen en toeheiligeu. Aanroep ook de heilige Moeder Ooda, uwen

ocr page 115

— 109 —

JiüBcliüriu*t)Dgol , eu alle Hoiligen, teu einde zij door hunne voorspraak u bijstaan.

Al deze geestelijke oefeningen moeten beknopt en met eeueu grooten ijver gedaan worden, eer men uit de kamer gaat. indien hel mogelyk is ; opdat door deze oefening alles , wat gij op dion dag zult verrirhten . als met oenen hemelschen dauw besproeid worde. Dus bid ik u, Philothea , dat gij dit nooit verzuimt.

XI. HOOFDSTUK.

Over hef avondgebed en het gewefens-onderzoele.

Even als gij voor het middagmaal, eenen geestelijken maaltijd voor de overweging moet houden, zoo moet gij ook des avonds . voor het eten, een klein geestelijk avondmaal houden, of ten minste eene godvruchtige verversching nemen. Tracht dan, een weinig voor liet avondmaal, eenigen tijd te bekomen, en werp u voor Gods aanschijn, terwijl gij u in den geest voor den gekruisigden Zaligmaker stelt. Vernieuw aldaar door eenige schietgebeden, den ijver uwer morgenaandacht, of wel herhaal andermaal de puntjes, waarin gij den meesten smaak gevonden hebt, of doe overigens zoo als het u het beste bevalt.

Wat het gewetens-onderzoek aangaat i hel-

ocr page 116

— no

wolk alle dagen , eer men slapen gaat, gedaan moet worden. dienaangaande weet een ieder wel hoe men dit in liet werk moet stellen.

1. Men dankt Crod, omdat hij ons dezen dag heeft bewaard.

2. Men onderzoekt, hoe men zich op alle uren van den dag heeft gedragen , en om zulks des te gemakkelijker te doen , zal men overdenken met wie en in welke gelegenheden men zich bevonden heeft.

3. Zoo men bevindt dat men iets goeds gedaan heeft , moet men God daarvoor danken , maar zoo men integendeel, door woorden , werken of gedachten, iets misdaan heeft, bidt men Q-od om vergiffenis , mei een vast voornemen, van hetzelve met de eerste gelegenheid te biechten, «'n zich daarvan te beteren.

4. Hierna beveelt men zijn lichaam , zijne ziel, do Kerk, zijne ouders, zijne vrienden, enz. , aan de goddelijke Voorzienigheid ; men bidt de heilige Moeder Gods , den Beschermengel, en alle G-ods lieve Heiligen , om over en voor ons te willen waken , en nadat men zich met het tceken des heiligen kruiaes gezegend heeft, begeeft men zich ter ruste.

Deze oefening mag, zoo min als die van des morgens, nooit vergeten worden: want door liet morgengebed opent gij de vensters uwfi' ziel aan de zon van rechtvaardigheid .

ocr page 117

— ill —

en door het aroudgebed sluit gij dezelve voor do hclsclie duistcrnisseu.

XII. HOOFDSTUK.

Over de ingetogenheid des Tiarfen.

Tk wenacli, Philothea, dat gij deze iu-•^etogeiilieid bemint; want zij is een der krai-litigste middelen, om inliet godvruchtige leven voortgang te maken.

Stol dan door den dag, zoo dikwijls gij kunt , uwen geest in Gods tegenwoordigheid , door een der vier middelen die ik u heb voorgesteld. Bedenk wat God . en wat gij doet; en gij zult zien , dat hij zijne oogeu, door eene onuitsprekelijke liefde, altijd op u heeft geslagen. Gij zult hem dan in dezer voege aanspreken : o God! waarom zie ik U niet altijd aan. gelijk G\j mij gedurig aan-soliouwt ? Waarom denkt Gij , o mijn fleer , zoo dikwijls aan mij , en ik zoo weinig aan IJ? Waar zijn wij. o mijne ziel? onze ware woonplaats is in God , en waar blijven wij verwijlen ?

Even als de vogelen luinne nesten op de hoornen hebben, om, zoo noodig, zich daar te verschuilen ; en gelijk de herten hunne schuilplaatsen en legers hebben, waar zij zich verbergen, om in den zomer ouder de schaduw de verkoeling te genieten, zoo moeten ook onze zielen , o Philothea ! alle

ocr page 118

dagen eene zekere plaats rerkie^en . of op den Calvarieberg , of in de wonden des Hpp-ren, of wel ergens elders bij hem, om in alle gelegenheden ons daarheen te begeren , onze verTersching aldaar te gaan zoeken tusschen onze bezigheden , en daar te schuilen als in eene versterkte plaats, die ons te^en allo bekoringen beschut. Gelukkig is de ziel, die met waarheid tot den Zaligmaker kan zeggen : Gij zijt mijn sleitn en mijne for-vlucht, mijne sterkte en mijne verzekering ; mijn dak tegen den regen , en mijne schaduw tegen de hitte.

Wees dan trouw, o Philothea I in u dikwijls tusschen uwe wereldsche bekommerin-gen tot de eenzaamheid des harten te begeven. Dit inwendige vertrek kan niet ingenomen worden door de menigte personen die u omringen ; want zij zijn niet rondom uw hart, maar alleen rondom uw lichaam , indien gij maar met uw hart in Gods tegenwoordigheid verblijft. David hield ziel gedurig in de eenzaamheid: niettegenstaande al zijne menigvuldige bekommeringen, zoo als hij in eenige zijner psalmen zelve gr-luigt: o Heer ! zegt hij, ik hen altijd hij lr: ik had den Heer altijd voor mijne ooqen. Tot U, die in de hemelen woont, heh ik mijne oogen opgeheven. Mijne oog en zijn altijd tof den Heer geslagen.

Ook zijn onze zaken gewoonlijk van zoo

ocr page 119

— ! 15 —

groot gewicht, «iet, dat wij ons hnxt niet van tijd lot tijd van dezelve zouden kunnen aftrekken, om tot God in de eenzaamheid (e keeren.

Al» de ouders van de H. Catharina van JSenen liaar alle plaats en gelegenheden benomen hadden , om te kunnen overwegen , leerde haar de Heer een inwendig bidplaats]e in haar hart maken, alwaar zij zich in don jreest begaf, en in het midden van al hare uitwendige bezigheden, zich zeer wel in de heilige eenzaamheid des harten konde oefenen. En van dien tijd af, zelfs als zij van de wereld omringd werd, voelde zij daar geen ongemak in, omdat zij zich , gelijk zij zeide, opsloot in de binnenkamer barer ziel . alwaar zij van haren hemelschen Bruidegon eenen zaligen troost ontving. Ook gaf zü daarna denzelfden raad aan hare geestelijk dochters , haar leerende in baar hart een»' binnenkamer te maken, om aldaar har' woonplaats te kiezen.

Duld dan , dat uwe ziel somtijds tot in het binnenste van uw hart trede, alwaar gij, afgescheiden van alle meuschen, met uwen (rod hart aan hart moogt handelen , en met üavid zeggen : ik heb gewaakt, en hen. yelij oeworden aan den pelikaan der woestijn ik hen (ieworden ah eene nachtraaf in een eer vallen huis. en als eene eenzame mmch onder

ocr page 120

— 11-4 —

kef dak, (I) Doze woorden, behalve den letterlijken zin, die te kennen geeft dat deze koning eenige uren besteedde aan liet overdenken van geestelijke zaken , wijzen ons , ook naar den geestelijken zin, drie zeer uitnemende plaatsen aan, waarin wij onze eenzaamheid kunnen beoefenen, naar het voorbeeld van onzen Zaligmaker , die op den Calvarieberg, als een pelikaan , door zijn dierbaar bloed zijne doode jongen deed herleven ; die bij zijne geboorte in eenen verlaten stal , als eene nachtraaf in een vervallen huis, onze zonden en gebreken beweende, en die op zijnen hemelvaartsdag, als eene musch ten hemel vloog. Tol deze drie verblijfplaatsen kunnen wij ons in het midden onzer bekommeringen begeven. De zalige BI sea rins , graaf van Arian, in Provence . ontving na lang afwezen eenen bode van zijne zeer kuiscbe en godvruchtige gade, Delphina, door welken zij hom naar z.jnen gezondheidstand liet vragen ; het ant woord dat de bode mode kreeg was : ik hen zeer wel te pas, mijne dierbare echtgenoote, maar zoo yij mij toil/ zien . zoek mij dan in dr wonde der zijde van mijnen lieven Zaligmaker, want daar woon ik, daar zult gij mij vinden , en .elders zult gij mij ie vergeefs zoeken. Dit was waarlijk een christelijk en heilig edelman.

,(/1) l'salm 101 , 8.

ocr page 121

\ ITT. HOOFDS TUK.

Over de verzuchtingen, schietgebeden eii goede gedachten.

Men begeeft zicli tot God , als men tot hem verzucht en verlangend naar hem tracht : zoo dat de geestelijke eenzaamheid en het verzuchten tot God , elkander onderling ondersteunen , en beide hunnen oorsprong uit de goede gedachten nemen.

Verzucht dan zeer dikwijls tot God, o Philothea , door korte en vurige schietgebeden. Verwonder u over zijne schoonheid; roep zijne hulp in; werp u, in den geest, voor den gekruisigden Zaligmaker; aanbid zijne oneindige goedheid; ondervraag hem menigwerf naar hetgeen uwe zaligheid aangaat ; offer hem gedurig uwe ziel op; vestig uwe oogen op zijne zachtmoedigheid ; steek de hand naar hem uit, ais naar uwen vader, opdat hij u geleide; draag hem in uw hart; plant hem als eer.en standaard in uwe ziel, en tracht uw hart op allerlei wijzen tot hem te bewegen, om zijne liefde in u te doen aangroeien , en de teederheid tot uwen hemelschen Bruidegom op te wekken.

Dit zijn eigenlijk schietgebedjes , die de heilige Augustinus zoo zeer aanprijst aan de

ocr page 122

11(1 —

godvruchtige Proba. Geloof mij , Philothea ! indien onzen geest zich tot de handeling niet God en tot zijne gemeenzaamheid begeeft, zal hij buiten twijfel door zijne volmaaktheden geheel vervuld worden. Deze oefening is ook niet zeer moeielijk ; want /.ij kan zeer licht tusschen onze dagelijksche bezigheden ingelascht worden. zonder dezelve in het minste te storen. I'mmers die geestelijke inkeer tot God. en die inwendige schietgebedjes kunnen op een oogenblik geschieden; en evenwel wordt men zeer door dezelve versterkt, even als een reiziger, die wel een weinig tijds besteedt om zicli ie ververschen, doch daarom zijne reis niet vertraagt, maar integendeel krachten krijgt, om dezelve des te vlijtiger te voltrekken. Derhalve , vertoeft hij slechts om beter zijnen weg te bevorderen.

Verscheidene godvruchtige menschen hebben een aantal van die korte schietgebedjes bijeen verzameld die hoogst voordeelig zijn: maar , naar mijn oordeel , behoeft gij u niet aan eenige woorden te hechten, maar spreek uit hetgeen uwe liefde u zal ingeven. Want eene minnende ziel vindt in haar hart altijd eenige schichten, die zij tot haren bruidegom kan sturen. Het ia echter waar, dat de eenen meer kracht hebben dan de anderen ; doch neem er bovenal uit degenen, die men zoo overvloedig in Davids harp-

ocr page 123

- in —

/-angeu en in de andere boeken der heilige Schrift kan vinden. Het is ook zeer nuttig geestelijke liedjes te zingen , en den naam Jeans aanteroepen.

Immers , gelijk de wereldsche beminnaren altijd hun hart gekeerd hebben tot hetgene zij beminnen , en hetzelve nooit uit hunne gedachten laten gaan, alzoo moeten ook degenen, die God liefhebben, steeds naar hem verlangen, tot en van hem spreken ; ja zij zouden moeten wenschen zijnen god-delijken naam in aller menschen harten te etsen , indien zulks in hunne macht was.

Ook worden zij door alles tot deze liefde aangemoedigd. Alles roept hen tot het beminnen van hunnen Zaligmaker; en zij zeggen even ais den H. Augustinus en den B. Antonius : alle schepselen prediken ons zwijgend , doch op eene zeer verstaanbare wijs, die liefde van den Schepper aan. Alles zet ons aan tot goede gedachten, waaruit de verzuchtingen tot God hunnen oorsprong nemen. Eenige voorbeelden zullen u dit duidelijker doen besellen.

De H. Gregorius van Nazianzen bemerkte , terwijl hij eens aan den oever der zee wandelde, gelijk hij zelfs in een sermoon aan zijne geloovigen verhaalt, hoe de baren der zee tot op den oever spoelden, alwaar zij vele schelpjes, hoorntjes, worteltjes, oester-tjes en andere dergelijke dingen aanbrachten,

ocr page 124

— ] 18 —

en hoe, als de zee wederkeerde, wederom andere baren een groot deel derzeive terug-sleepten, terwijl de zeeduiven tegen al het gebruisch der baren onbeweeglijk bleven staan. Uieruit nam deze heilige vader gelegenheid aan zijn volk te leeren , hoe ook de zwakken zich als schelpjes en hoorntjes laten wegslepen, door verscheidene wisselvalligheden der fortuin , nu tot droefheid en dan tot blijdschap; maar dat kloekmoedigen blijven staan en zich door het onweder niet laten verschrikken. En deze gedachte bracht hem deze woorden van David in het geheugen: maak mij zalig, o God, uant de mater en zijn tot aan mijne ziel gekomen. Verlos mij van de diepten der wateren: ik hen gekomev tot de diepte der zee, en de storm heeft mij verdronken. Want hij was in dien tijd in grooten angst en vrees . om het onrechtvaardig geweld , hetwelk Maximus over zijn bisdom trachtte te bewerken.

De heilige Fulgentius , bisschop van Kus-pen, bevond zich eens te midden van den geheelen romeinschen adel, tot welken The-odoricus , koning der Gothen , eene lange asnspraak deed: en toen hij de pracht van die heer en , die allen op het best uitgedoscht waren, beschouwde, zeide hij: oHeer, hoe schoon moet het hemelsche Jerv.zalem zijn . dewijl het aardse he Rome zoo grooten luister heeft! Wal glorie moet gij voor uwe v.xleer-

ocr page 125

hoornen niet heivaren , wijl de heminnaren der i]delheid hier zoo opgepronkt zitten.

Men zegt dat de H. Anselmus, bisschop van Cantelberg , in de beoefening van dergelijke uoede gedachten uitnemend was.

Toen deze heilige eens op reis was, liep een haas . zeer sterk door honden vervolgd, onder zijn paard , om aldaar eene schuilplaats tegen don dood te zoeken ; en zie, de rondom hem blaffende honden durfden hem niet genakeu. Dit zonderlioge voorval wekte bij zijn gezelschap een algemeen gelach op; maar de heilige bisschop zeide weenend tot hen: Qij lacht, doch dit arme diertje lacht niet. De vijanden eener ziel, die van alle 1canten wordt nagejaagd , en door verscheidene omwegen tot allerlei zonden wordt verleid, staan aldus ook hereid, om haar door den dood te verslinden; en zij, verbaasd, zoekt overal om hulp; maar , die niet vindende, wordt zij door hare vijanden uitgelachen. Na dit gezegd te hebben , reisde hij zuchtende verder.

Constantinus de Groote schreef aan den H. Antonius eenen zeer heerlijken brief, waarover zijne mede-kluizenaars zeer verwonderd waren. Maar Antonius zeide hun : verwondert u niet, dat een koning aan eenen mensch schrijft; maar verwondert u, dat de eeuwige Qod aan sterfelijke menschen zijne heilige wet heeft gezonden; en, wat meer is,

ocr page 126

120 —

dezelve door zijnen eenigen Zoon mondeling heeft toegesproken.

De heilige Franciscus eens een schaap iu het midden eener kudde bokken ziende , zeide tot zijnen medegezel: zie een*, hot zachtmoedig dit schaap onder die hokken is; a/zoo was ook onze Zaligmaker zachtmoedig en ootmoed/tg onder de Pharizeërs. Op eenen anderen tijd zag hij een lammetje , hetwelk door een zwijn werd verscheurd ; toen zeide hij weenend : o lief lammetje, hoe levendig stelt gij den dood van mijnen Zaligmaker voor.'

Een vermaard man van onzen tijd, Franciscus de Borgia, oefende zich . ter jacht gaande, toen hij nog hertog van Gaudia was , dikwijls in zulke godvruchtige gedachten. Ik verwonder mij, zeide hij eens, dat de valken op de hand komen , zich de ooqen laten bedekken en lt;ia,i een' paal vastmaken . en dat de menschen echter zoo wederspaniiig zijn aan het woord van Ood.

De heilige Basilius de Groote zegt, dat de roos, die onder de doornen groeit, den menschen deze waarheid leert: hetgeen het aangenaamste in de wereld is, o stervelingen ! is met droefheid vermengd. Niets is zuiver: de droefheid is steeds aan de blijdschap verbonden. De weduwlijke staat aan dien van het huwelijk; de zorg aan de vruchtbaarheid : dr schande aan den roem : de moeiel ijk heden aan de eer; de walging aan de lekkernijen; de

ocr page 127

ziekte aan de gezondheid. De roos, zegt dezelfde Heilige, is tvel eene schoone bloem : waar zij welct in mij eene groote droefheid op, door mijne zonden te herinneren , waardoor de aarde veroordeeld is om doornen voort te brengen.

Zekere godvruchtige ziel, die in eene beek zag , en daarin op eenen helderen nacht den sterrenhemel aanschouwende: zeide: o mijn God\ die sterren, die na hoven mij schijnen te ïoezen, zullen eens onder mijne voeten gesteld worden , als gij mij in uwe heilige fdbernakelen zvlt doen wonen. l£n eren als de sterren des hemels hier op aarde vertoond worden in deze klare heek, alzoo worden ook de menschen der aarde hierboven vertoond in de levende bron der goddelijke liefde.

IC en andere riep aldus , terwijl hij eene stroomende rivier beschouwde; mijne ziel zal nooit rust hebben, dan als zij in den afgrond der goddelijke zee , waaruit zij haren oorsprong heeft, verslonden zal wezen.

De heilige Francisca beschouwde eens een zeer liefelijk riviertje, op welks oever zij knielde, om te bidden, en zij werd verrukt in den geest, terwijl zij deze woorden herhaalde: de genade ran mijnen God vloeit zoo stil en zoo zachtjes , als he\ water van dit riviertje.

Een ander zeide , op hel gezicht van bloeiende boomen , zuchtende : waarom ben

ocr page 128

— 122 —

ik alleen zonder bloesems in den tuin der heilige Kerk ? Reu ander, ziende eenige jonge kuikens onder hunne moeder vergaderd , zeide ; o Heer ! hescherm mij ook aldus onder de schaduw uwer vleugelen.

Iemand riep, bij het zien der zonnebloem, tot God : o Heer ' wanneer zal mijne ziel Inch de zoete aanlokzelen uwer qoed er tieren-heid navolgen ? En ziende de penséebloempjes (zekere bloempjes schoon van kleur, maar zonder geur), ach! zeide hij. zoo zijn ook mijne gedachten, schoon in den sch ijn , maar zonder uitwerksel. en zonder iets goeds voort te brengen.

Ziedaar , geliefde Philothea ! hoe men uit alles , in dit sterfelijk leven , goede gedachten en heilige begeerten kan trekken. Rampzalig zijn zij , die door de schepselen van hunnen Schepper atgetrokken worden , om zich tot de zonde te begeven, en integendeel, gelukkig diegenen, welke door de schepse.en ter verheerlijking van hunnen Schepper worden aangemoedigd. De heilige Gregoriua van Nazianzen zeide, dat hij gewoon wax uit alles zijn geestelijk nut te trekken. Lees ook daarvoor het leven der heilige Paula , beschreven door den heiligen Hieronimus . hetwelk vol van dergelijke bemerkingen is.

Echter is het beoefenen van deze schietgebeden en van dien geestelijken inkeer. voornamelijk het groote werk der godsvrucht

ocr page 129

gelegen , want /-ij kunnen de plants innemen van andere langere gebeden. Zonder deze kan men niet wel godvruchtig leven , noch zich van zonden bevrijden. Zonder deze zijn alle werken ledig; en daarom vermaan ik n ten ernstigste , dat gij deze oefening behartigt.

XfV. HOOFDSTUK.

f ïcct' de tjoddelijke diens! der Mis, en hoe men dezelve hijwonen moe!,

l. Ik heb tot dusverre u niet gesproken van de voornaamste der geestelijke oefeningen . te weten van het allerheiligste Mis-ofTer: het middelpunt des christelijken godsdienst . het hart der godsvrucht , het onuitsprekelijke geheim, waarin vervat is de afgrond der goddelijke liefde, en waarin God , door zich-zelven mot ons te vereenigen. ons zijne gaven en gunsten op het allertreffendst mededeelt.

1. Het gebed, met dit goddelijk offer ver-eenigd, heeft eene onuitsprekelijke kracht, óm de ziel zeer overvloedig met alle hemel-sche gunsten te verrijken , als steunende op haren welbeminde, die haar met zijne geestelijke geuren vervult, zoo dat zij zeer gelijk wordt aan dien opgaanden kostelijken geur van het brandoftersaltaar . waarvan zoo dikwijls in de heilige Schrift gesproken wordt.

3. X)oe dan uw uiterste best, om alle

ocr page 130

— 124 —

dag^n in de goddelijke dienst tegenwoordig (e zijn, opdat «;ij to zamcn met den priester, het heilige offer van uwen Verlosser en Zaligmaker, aan God den hemelschen Vader , roor u en voor de geheele heilige Kerk , moogt opolFeren. De engelen zijn daar altijd in talrijke menigte tegenwoordig, gelijk de heilige Joannes Chrvsostomus getuigt, om dit goddelijke en allerheiligste geheim te rereeren ; en indien wij aldaar met hen in denzelfden geest vereenigd zijn, zoomoeten wij noodzakelijk voordeden van zoo een verheven gezelschap ontvangen. Al de lidmaten, zoo van do zegepralende als van de strijdende Kerk, vervoegen zich in dit goddelijk werk bij Christus, onzen Zaligmaker, om met, in cn door hem, het hart van den hemelfechen Vader tot ons te trekken, en zijne barmhartigheid voor ons te verwerven. Wat een groot geluk voor eene ziel, deel te mogen hebben in zulk eene verhevene zaak !

4. Indien gij door eenig onvermijdelijk beletsel niet persoonlijk in dit heilige offer kunt tegenwoordig zijn, stuur ten minste uwen geest derwaarts. Verkies daartoe den morgens, indien gij naar de kerk niet kunt iiaan, een geschikt uur; vereenig u in den peest met degenen die Mis hooren, en doe in uw huis, heigeen gij in de kerk zoudt doen.

5. Doch om de heilige dienst der Mis , hetzij werkelijk . hetzij alleen met den geest,

ocr page 131

fce hooien zoo alf? het betaamf, moet gij ♦ ten oerete , u ecnigen tijd voor do Mis. tot dat de priester naar liet altaar gaat, te zamen met hem voorbereiden, welke voorbereiding hierin gelegen is, dat men zich in Gods tegenwoordigheid stelt, zich onwaardig bekent , en vergiffenis van zijne zonden verzoekt. 1. Van den tijd af, dat de priester naar het altaar gaat, tot aan het Evangelie toe, overdenk in het kort de komst en het leven Tan onzen Heer Jesns Christus op narde. 3. Van het Evangelie af tot aan de Offerande, stel u voor oogen de prediking van onzen Heer, met belofte van in zijn geloof, in de leer en in de eenheid zijner heilige katholieke Kerk te willen leven en sterven. 4. Van de Offerande af, tot aan den Pater-noster, overdenk de geheimen van den dood en het lijden uws Zaligmakers , die in deze heilige offerande zich te zamen met den priester en al de geloovigen wezenlijk aan (rod den hemelschen Vader , ter zijner eer en uwe zaligheid , opdraagt. 5. Van den Pater-noster tot de Nnttiging zult gij n opwekken tot liefde, wenscheudc zeer vurig voor altijd met uwen Heer en Zaligmaker , door eenen eeuwigdurenden hand . vereenigd te blijven. 0. Xa de Xuttiging lot het einde toe, zult gij de goddelijke Majesteit bedanken voor zijne menschwording, voor zijn leven . zijnen dood , zijn smartelijk

ocr page 132

— 126 —

lijden , rn voor de liefde , die hij om betoont-in dil heilig offer, hem niet allen ootmoed door hetzelve biddende , dat hij onze ouders en Trienden en de geheele heilige Kerk altijd gelieve genadig te zijn. Eindelijk , terwijl gij ii uit ganscher harte vernedert, ontvang met godsvrucht den goddelijken zegen , die onze Heer en Zaligmaker n door den priester verleent.

Indien gij onder de Mis wilt overwegen de geheimen , die gij van dag tot dag gewoon /,ijf te overdenken , kunt gij zulks doen , met in het eerste uwe meening met het heilige offer te vereenigen, en den Heer te aanbidden. Want de geheimen der Mis kuimon in al de oefeningen en overwegingen invloeien.

Kr is in het uederduitüch ceu boekje, getiteld ; beste manier om niis te iiooren, hetwelk men met voordeel kan lezen, in hetzelve wordt aangetoond, dal men niet beter doen kan, dan zich in ,il de jrebeden met den priester te vereenigen.

XV. HOOFDSTUK.

O oer dr aulere kerkelijke dien* ten.

(4ij moet nog bovendien . Philothea . op de zon- en feestdagen, zoo veel als gij kunt. in de andere kerkdiensten tegenwoordig zijn ; immers die dagen zijn aan God toegewijd. Men is alsdan gehouden meer goede oeleniu-gen tot Gods eer en verheerlijking te doen,

ocr page 133

- 127 —

dan op andere tijden. Hierdoor uult gij nog meer in godsvrucht aangroeien, gelijk de H. Augnstinus van zicli getuigt, zeggende: dat zijn hart in het begin zijner bekeering , door het aanhooren der goddelijke lofzangen, met zoetheid , en zijne oogeu met tranen van barmhartigheid overgoten werden. Want cm dit eens vooral te zeggen : de algemeene kerkdiensten zijn altijd van meerdere kracht, dan de bijzondere godsvruoht-oefeningen , omdat het G od beliefd heeft het algemeene gebed boven het bijzondere te stellen.

Treed ook gaarne in de broederschappen , die de godsvrucht voor doel hebben ; want die gehoorzaamheid en onderwerping aan hunne godvruchtige regelen , is Gode aangenaam; en alhoewel zij niet noodzakelijk zijn , keurt de Kerk ze evenwel goed, met hun verscheidene aflaten te verleenen ; want het is altijd nuttig , te zamen eenige godvruchtige werken te beginnen. En alhoewel men in liet bijzonder diezelfde goede werken kan doen, is God nochtans meer gediend door die vereeniging met onze medebroeders.

Tk zeg hetzelfde van de andere openbare werken van godsvrucht; want zij zijn verbonden onzen evennaaste met goed voorbeeld voor re gaan, en hem tot den dienst vau üud op te wekken.

ocr page 134

— 12S — XVT. HOOFDSTUK.

Over den plicht van de Heiligen te teren en aan te roepen.

Dewijl cms God dik wij Ib door zijne Engelen goede gedachten toezendt, moeten wij ook dikwerf door hen onze begeerten tot God terug sturen. Daar- de heilige zielen , die den hemel bewonen , volgens het woord Tan on-jen Zaligmaker , den Engelen gelijk zijn, zoo bewijzen zij ons ook dezelfde dienst , door ons In onze geheden te ondersteunen. Laten wij dan, Philothea! onze harten bij deze bemelsche geesten en zalige zielen voegen; want gelijk de jonge naehtegalen van de oude leeren zingen, alzoo znllen »ij ook door de heilige gemeensehap der lieni 'lb 111 gers veel beter kunnen bidden, en de goddelijke lofzangen volmaakter zingen. Daarom zegt David : II zal uwen lof zinqen in het aanschouwen der Engelen. (1)

Gij zult ook met eene bijzondere liefde uwen eerbied bewijzen aan de heilige en roemrijke Maagd Maria , want zij is de Moeder van onzen Zaligmaker, onzen oppersten Vader; vluchten wij dan tot haar, en werpen wij ons als hare kleinkinderen in haren echoot; zoeken wij deze zoete moeder; laten wij hare moederlijke liefde aanroepen , hare

(1,1 Psslib IS'j j 2,

ocr page 135

deugden navolgen en haar een recht kinderlijk hart toedragen.

Leeft in eene eerbiedige gemeenzaamheid met de heilige Engelen, en hebt ontzag voor hunne onzichtbare tegenwoordigheid. Bewijst eene bijzondere eer aan den Bescherm-engel van het bisdom waar gij woont; aan de Engelen van hen, met wie gij verkeert, en voornamelijk aan uwen heiligen beschermengel. Aanroept en looft hem dagelijks ; ver zoekt hunnen bijstand in al uwe zoo geestelijke als tijdelijke verrichtingen, ten einde zij u in al uwe werken ter hulp komen.

Toen de vermaarde Pieter Falter, eerste priester, eerste predikant en eerste leeraar der Jezuiten , en ook eerste medegezel van den H. Ignatius, hunnen insteller, eens op zekeren tijd uit Duitschland kwam , alwaar hij tot Gods verheerlijking veel gearbeid , en door het bisdom , zijne geboorteplaats , reisde, vertelde hij, dat hij in het doorreizen van vele kettersche plaatsen groote vertroostingen had ontvangen , door het aanroepen der Bescherm-engelen van de plaats, waardoor hij ging, en dat hij hunne bescherming dikwerf had gewaar geworden, hetzij met hem te bevrijden van de strikken , die hom van de Ketters gespannen werden, hetzij met de harten dergenen, die hij aansprak . voor Ie bereiden en leerzaam Ie maken , om de leer der zaligheid te ontvangen • en dit

ocr page 136

prentte liij zijnen toehoorders zoo krachtig in, dat slechts over vier jaren zekere jui-frouw , die dit , nog jong zijnde, van hem had gehoord , ons hetzelve met een groot genoegen verhaalde, alhoewel het meer dan zestig jaren geleden was. Ik heb een jaar geleden met grooten troost een altaar op die plaats gewijd, alwaar God dien zeer godvruchtigen man heelt laten geboren worden , namelijk in het dorpje Villaret, gelegen te midden onzer hoogste bergen.

Verkies ook eenige bijzondere Heiligen, in wier leven gij den meesten smaak vindt, die gij best kunt navolgen , en in wier voorspraak gij een bijzonder betrouwen moogt .stellen. Doch degene wier naam gij draagt . is n alreeds van uw doopsel af toegenchikt.

WIL HOOFDS TUK.

O eer de wijze hoe men Gods woord motl aanhoor en.

Wees altijd ijverig tot Gods woord, hetzij dat gij het hoort in gezellige gesprekken met uwe geestelijke vrienden, hetzij in het. ser-moon. Aanhoor hetzelve ten allen tijde met groote aandacht en eerbied ; tracht er nut uit te trekken; laat het geenszins op den grond vallen ; maar ontvang het in uw hart, sle tienen kostbaren balaem, in navolging

ocr page 137

ran het voorboeld der allerheiligste Maagd, die in haar hart zorgvuldig al de woorden bewaarden , die tot lof van haren Zoon gezegd werden. Denk ook , dat God de woorden , die wij in onze gebeden tot hem spreken , ontvangt op dezelfde wijze waarop wij de woorden waarnemen, die hij tot ons spreekt door de serraonen.

Heb altijd een godvruchtig boek bij u , bijvoorbeeld van den H. Bonuventura , van Öereon, van Dionysius den karthuizer, van Lodewijk Blosins , van Grenada . van Stella , van Arias, van Pinelli, van de Ponte, van Avila, den (jeestelijlcen strijd, de belijdenissen can den IT. Atiqustlnus, d# brieven can den H. Hieronymus en andere. Lees uit dezelve dagelijks iets met groote aandacht, even alsof het brieven waren, die u van den hemel worden toegezonden , om u den weg der zaligheid aan te wijzen, en u te zameu daartoe aan te moedigen. Lees ook de levens der Heiligen, in welke gij, als in eenen npiegel, een klaar voorbeeld van het christelijke leven zult zien, en trek daaruit uw voordeel. Want alhoewel vele hunner werken niet goed te midden der wereldsche bekommeringen kunnen geoefend worden, kan men dezelve niettemin altijd op zekere wijze eenigszins navolgen. Bijvoorbeeld , de eenzaamheid van den H. Paulus , den kluizenaar, wordt eenigzins nagevolgd door den

ocr page 138

— 132 —

geeetelijlren inkeer tot God, waarvan wij hiervoren in het XII. Hoofdstuk gesproken hebben , en nog spreken zullen. De aller-«trengste armoede van den H. Franciscus wordt ook nagevolgd door andere oefeningen van armoede . waarvan wij aanstonds zullen gewagen, enz.

Het is waar, dat de levens van sommige Heiligen ons nuttiger zijn dan de levens van anderen, bijvoorbeeld: liet leven van de H. Tb ores ia, den H. Franciscus Xaverius , den H. Carolus Borromeus , aartsbisschop van Milaan, den F. Lodewijk, den H. Ber-nardus, den H. Franciscus, en meer andere. Het is ook waar, dat er eenigen meer te verwonderen zijn, dan na te volgen; als bij voorbeeld. het leven van de H. Maria van Egypte , den lï. Simeon Stilites , de beide H. Catharina's van Sencn en van Greiuia , do H. Angela en meer andere ; maar daarom zijn zij toch altijd voordeelig, en wakkeren zij ons tot (rods liefde aan.

XVIII. HOOFDSTUK.

Hoe inea de goddelijke inspraken moet ontvangen»

Onder goddelijke inspraken oi ingevingen verstaan wij alle aanlokselen, bewegingen, inwendige wroegingen en knagingen def; ge-

ocr page 139

wetens; ook alle verlichtingen en kenmssen. die God ons instort door zijne lorg en vaderlijke liefde, door ons hart met zijne genade 'e begiftigen, om oua te wekken, te doen opstaan, voort te drijven en aan te sporen lot de deugd , tot- de goddelijke liefde, tot goede voornemens , kortom tot alles wat ons ter eeuwige zaligheid dienstig is. Dit noemt de bruidegom in het boek der Gezangen . 'tan de (leur klojipen; tot het hart van zijne hruid spreken; haar wckJcen als zij slaapt: haar naroepen als zij weg gaat: haar nooden. om appelen eit bloemen in zijnen tuin te plukken; om te zingen en hare toelluidcndv stem te laten hooren , enz. Doch dit zal men dour oene gelijkenis nog beter beseffen.

Tot een volkomen huwelijk zijn er, van wege de dochter die men uithuwelijken wil, drie zaken noodig. ïen Iste men stelt haar den bruidegom voor; ten 2de zij neemt dc voorstellingen aan; en ten 3de zij stemt er iu toe. Even zoo, als God eenig groot liefdewerk in of door ons wil uitwerken , stelt hij het ons ten eerste voor , doop zijne goddelijke inspraken ; ten tweede , begint het ons te behagen: en ten derde, stemmen wij er in toe. Want gelijk er drie trappeu zijn lot de zonde, namelijk ; de bekoringen, het behagen en de toestemming, alzoo zijn er ook drie trappen . om tot de deugd op te klimmen , te weten : de goddelijke inspraak ,

ocr page 140

»triidettdlt;s tegen de bekoring; helt; behagen in de goddelijke inspraak , strijdende tegen het behagen in de bekoring; en de toestemming aan de inspraak, strijdende tegen de toestemming in de bekoring.

Al duurden de goddelijke inspraken onzen geheelen levenstijd door, toch zouden wij daarom God niet aangenaam zijn, indien wij in dezelve geen behagen hadden ; ja God zou, integendeel, daardoor zeer vergramd worden, gelijk hij was tegen de kinderen van Israël, bij welke hij veertig jaren lang was geweest, zooals hij zeil getuigt, hen gedurig vermanende, opdat zij zich van hunne zonden zouden bekeeren, zonder dat zij ooit naar zijne stem wilden luisteren; waarom hij dan ook in zijne gramschap r.woer, dat zij nimmer in zijne rust zouden komen.

Het behagen , hetwelk men schept in de goddelijke inspraken , is buiten twijfel eenen grooten voortgang tot Gods eer en verheerlijking; en daardoor begint men aan God aangenaam te worden. Want alhoewel dit behagen nog geene volkomene toestemming is, leidt het er evenwel toe. Even als het een zeer goed teeken is, behagen te scheppen in Gods woord, hetwelk als eene inwendige toespraak is, zoo is het ook den Heere zeer aangenaam , zich in zijne inwendige inspraken te verheugen. Dit is de

ocr page 141

rreugd , waarvan de heilige Bruid spreekt in het boek der gezangen , als zij zegt; mijne ziel is van vreugd gesmolten toen mijn Beminde sprak. (I)

Evenwel is het de toestemming , die ten laatste het deugdelijke werk voltrekt. Want indien wij . na behagen te hebben gehad in de goddelijke inspraken , nog weigeren daarin toe te stemmen , dan zijn wij werkelijk ondankbare versmaders van de goddelijke Majesteit. Aldus ging het met de geestelijke bruid: want nadat zij op zekeren tijd de aangename stem van haren bruidegom met vermaak gehoord had . maar echter de deur niet opende, trok de bruidegom heen, en verliet haar; zoodat zij naderhand langen tijd naar hem moeei zoeken. Maak dan een vast voornemen, Philothea, van altijd en zonder uitstel aan de goede inspraken van God toe te geven. JJeem dezelve aan als gezanten, die u van den hemelschen koning toegezonden worden , om eene geestelijke echtverbintenis met u aan te gaan. Overleg dezelve wel; aanzie de liefde, waarmede zij u worden ingestort , en ontvang ze met vreugde.

Stem er in ioe met eene vaste, grondige liefde; want alzoo zult gij God, schoon hij u niets in het minste verschuldigd is , tot

(1) Cant. 5, G.

ocr page 142

u trekken-. Doch als er u eenige gewichtige en bijzondere zaken invallen, spreek er altyrl uwen geestelijken leidsman over, oer gij dw in liet werk stelt, ten einde hij kunne oor-deelen, of })et eene ware en niet eene bedriegelijke inspraak is.

Want als de helsche vijand eene ziel zich ziet beijveren om aan de inspraken te bewilligen , tracht hij haar somtijds valsclie inspraken voor te stellen . om haar Ie bedriegen; hetwelk hij nochtans niet goed te weeg kan brengen , zoolang eene ziel met ootmoed aan haren geestelijken leidsman raad vraagt en hem onderdanig is.

Als nu de zaak toegestemd en bewilligd ie. moet zij met groote vlijt ten uitvoer gebracht worden, dewijl de voltrekking van de deugd daarin gelegen is. Immers in iets toe te stemmen, zonder hetzelve uit te voeren , is zoo veel als een wijngaard planten en deszelts vruchten niet willen genieten.

Hiertoe is het hoogst nuttig, in den morgenstond goed te bidden, en zich gedurende den dag dikwijls tot Qnd te keeren , zooal» wij hiervoren geleerd hebben; want door dit middel zal men zich bereiden, om de deugd, niet alleen in het algemeen, maar ook in liet bijzonder in het werk te stellen.

ocr page 143

TÏX. HOOFDSTUK,

Over het Sacrament der Biecht of penitentie^

Christus , onze Zaligmaker. heeft zijue heilige Kerk het heilig Sacrament van penitentie achtergelaten. opdat wij daardoor van alle boosheden en zonden gezuiverd zouden worden, zoo veel en zoo dikwijls als wij zondigeu. Dat dan uw hart, o Phi-lothea! nooit lang door de zonde besmet blijve, dewijl gij zulk een gemakkelijk middel hebt om u te zuiveren. Eene ziel, die in de zonde heelt toegestemd, moet eenen afschrik van zich zelve hebben en zich aanstonds reinigen, alleen uit den eerbied, dien zij aan Grod verschuldigd is, en wien zij in dien staat zoo zeer mishaagt. Waarom zouden wij dan eenen geestelijken dood sterven , daar wij zulk een groot geneesmiddel ter beschikking hebben ?

Q-ij zult alle acht dagen ootmoedig te biechten gaan, ja zoo dikwijls, indien zulks mogelijk is, als gij hel allerheiligste Sacrament des Altaars wenscht te ontvangen, al vindt gij u door geene doodzonde bezwaard. Want door de biecht zult gij niet alleen vergiffenis van de dagelijksche zonden verkrijgen , maar ook versterkt worden om er u in het toekomende van te wachten , en verlicht, om ze beter te kennen. Gij zult

ocr page 144

— 13S —

genade rerwcrTcu, om do schade die gij door dezelve geleden hebt, te vergoeden en u daardoor ook oefenen in de deugd van ootmoed, van gehoorzaamheid, van eenvoudigheid en van liefde.

Heli steeds een waar en oprecht mishagen van de zonden, die gij zult biechten, hoe klein zij ook schijnen mogen, en een vast voornemen van u in het toekomende daarin te beteren. Er zijn vele menschen, die uit gewoonte hunne dagelijksche zonden biechten, zonder zich te beteren, maar altijd in dezelve blijven; doch dezen doen zich daartoe groot nadeel. Indien gij dan biecht, bij voorbeeld, dat gij somtijds, zelfs zonder iemands schade, hebt gelogen, of dat gij cenige ongepaste of onzedige woorden hebt gesproken, of uwen tijd verkwist in het tpelen, zoo wees er altijd bedroefd oveir, en maak een voornemen u daarvan te beteren ; want het is een groot misbruik, de zonden te biechten , zonder zich daarvan te wachten, dewijl de biecht om deze reden alleen is ingesteld.

Wacht u, als gij uwe belijdenis doet, van alle ongepaste en onnoodige beschuldigingen, zoo als sommigen uit gewoonte doen , als bij voorbeeld : ik heb God niet bemind zoo als ik behoorde; ik heb zoo godvruchtig niet gebeden als ik moest; ik heb mijnen naaste zoo lief niet gehad, als ik verplicht ben ;

ocr page 145

139 —

dc heilige Sacramenten niet met zulken eer-bied ontvangen als het wel betaamde, en meer andere dergelijke. De reden hiervan is, omdat gij door al die beschuldigingen uwen biechtvader niet zegt. datgene waaruit hij den rechten staat van uw geweten kan kennen; want alle menschen, ja zelfs de Heiligen in den hemel, zouden hetzelfde moeten zeggen, zoo zij te biecht kwamen.

Geef dan acht op de bijzondere redenen , die gij hebt, om u van dusdanige dingen te beschuldigen; en als gij die ontdekt zult hebben , beschuldig u eenvoudig over de fouten, die gij daarin hebt begaan. Bij voorbeeld , gij beschuldigt u , dat gij uwen evennaaste niet hebt lief gehad gelijk gij verplicht zijt, wellicht omdat gij een arm en behoeftig man , dien gij lichtelijk kondel helpen en vertroosten, niet behulpzaam zijt geweest. Welaan, beschuldig u daarvan , en zeg : ik heb dezen of geenen behoeftigen mensch , naar mijn vermogen niet bijgestaan , en dit uit onachtzaamheid , onbarmhartigheid of gierigheid , volgens de oorzaak, die gij zult bemerkt hebben. Even zoo , zeg niet, dat gij niet hebt gebeden met zoo groote godsvrucht als het behoorde; maar indien gij in het bidden vrijwillig verstrooid zijt geweest, of andere bijzondere misslagen hebt begaau , beschuldig u dan eenvoudig volgeua de schuld die gij in u bevindt.

ocr page 146

no

Bevredig u niet met uwe dagelijksclie zonden te biechten; maar beschuldig u voornamelijk wegens de beweegreden, die dezelve u heelt doen bedrijven. Bij voorbeeld . bepaal u niet met te zeggen, dat gij zonder iemands schade hebt gelogen, maar zeg er bij , of het is geweest uit ijdelen roem, en om li zeiven te prijzen, of om u ergens in te ontsehuldigen , of uit vermaak, of uit hardnekkigheid. Indien gij misdaan hebt door het speleu , verklaar dan of zulks is geweest nit zucht tot winst, of om het gezelschap te believen, enz. Zeg even zoo , hoe langen tijd dat gij in het kwaad zijt gebleven; wijl de langdurigheid de zonde zeer vermeerdert. Waut het is grooi; verschil , of iemand maar voor een oogenblik ergens in misdaan heeft, of dat hij gansehe dagen daarin is blijven steken. Men moet dan de daad , de beweegreden , alsmede du langdurigheid der zonden biechten. Wam alhoewel men doorgaans niet gehouden is de dagelijksche zonden zoo in het bijzonder up te wegen en te biechten, is zulks nochtans noodig aan eene ziel, die zich volkomen wil zuiveren; dewijl zij aan haren geestelijken geneesmeester de kwalen en gebreken, waarvan zij wenscht genezen te worden, bekend moet maken zoo als zij zijn.

Zeg ook alles wat noodig is, om den biechtvader den reehteu staal uwer Ifwaal

ocr page 147

te doeu verstaan. Bij voorbeeld , iemand , die met mij niet wel staat , zal mij iets zeggen om te lachen; en aanstonds zal ik er mij aan storen; nochtans indien een vriend mij nog ergere dingen had gezegd , zou ik alles in het goed hebben opgenomen. Deze zonde moet ik aldus biechten : Tk heb mij door gramschap laten vervoeren en iemand spijtige woorden gegeven, door kwalijk t« nemen wat. hij mij zeide, niet zoo zeer omdat hij het verdiende, als omdat ik eenen afkeer van hem had. Ja, indien het noodig is om uwe zaak bloot te kennen te geven , zoo zeg zei I's de eigene woorden , die er zijn voorgevallen. Als men zich dan oprecht beschuldigt , veropenbaart men niet alleen de zonden , die men heelt bedreven, maar ook de kwade genegenheden, gewoonten en ander»' wortelen der zonden . waardoor de geestelijke vader eenc volmaaktere kennis kan krijgen van het hart, en ook zal kunnen zien, welke hulpmiddelen de noodigste en ge-achiktste zijn. Echter moet gij u wachten , zoo veel als gij kunt, van uwe medeplichtigen kenbaar te maken.

Er moet ook zeer gelet worden op vele zonden, die dikwijls ongemerkt in het hart heerschen , opdat gij dezelve door de biecht rnoogt uitroeien. Ton dien einde zult gij mei aandacht lezen liet tU*; 28'-, 29«; -35e;

ocr page 148

— 142

en 36«, hoofdstuk van het dorde dool , eu het 7p hoofdstuk van het vierde deel.

Verander niet licht van biechtvader , maar blijf als gij eenen gekozen hebt , bij hem volharden; geef hem op de gestelde dagen rekening van uw geweten, en openbaar de zonden, die gij bedreven hebt, openhartig. Daarenboven zult gij nog van tijd tot tijd , als bij voorbeeld van twee maanden, den staat van uwe neigingen kenbaar maken , al hebt gij door dezelve niot gezondigd : bij voorbeeld, of gij gekweld wordt door droefheid , zwaarmoedigheid, korzelheid , of gedreven door al te groote blijdschap, door zucht tot rijkdommen, of door andere dergelijke kwade neigingen.

XX. HOOFDSTUK.

Over hel dikwijls communiceren.

Men zegt, dat M it hid rates , koning van Pontus, een zeer krachtig tegengift gevonden had, en zijn lichaam daardoor zoo versterkte, dat hij zich door vergift het leven niet konde benemen. Aldus heeft Christus, onze Zaligmaker, het hoogwaardige heilig Sacrament van zijn vleesch en bloed ingesteld, opdat degene die het eet, in eeuwigheid zoude leven. Kn daarom versterken al degenen , die het dikwijls met godsvrucht ontvangen, daardoor zoo zeer de gezondheid

ocr page 149

6i« het let en hunuer ziel, dal het bijaaoü' mogelijk is, dat zij door oenige kwade neigingen vergiftigd zouden worden. Neen, men kan door dit vleesch des levens niet gevoed worden, en nog blijven leven in liet verlangen van den dood; want gelijk de mensch in liet paradij», door kracht van de vrucht des leveus, zich tegen den dood konde bevrijden, alzoo kan zich ook een Christen , door de kracht van dit heilig Sacrament, tegen den geestelijken dood versterken. Indien dan zei I's de allerweekste vruchten, als krieken , abrikozen , aardbeziën , enz,, ingelegd met een weinig honig of suiker , gemakkelijk het geheele jaar kunnen bewaard worden, is het dan te Terwonderen, daf onze harten, hoe krank en teer zij zijn mogen, van alle bederf der zonde V: unnen bevrijd worden , als men hen door de krachtige zoetheid van het vleesch en bloed van den Zoon Gods versterkt ?

Daarom zullen de Christeneu , Philothea, die verloren gaan, geene verontschuldiging tegen den rechtvaardigen Rechter kunnen bijbrengen: want hij zal hun klaar doen zien, dat zij zich in het leven konden zalig maken door het nuttigen van zijn heilig lichaam , hetwelk hij hun ten dien eindo had nagelaten. O ellendigen ! zal hij zeggen, hoe zijt gij gestorven , daar gij het brood des levens bij de hand hadt ?

10

ocr page 150

— 144 —

Het dagelijks ontvangen van het heilig Sacrament des Altaars, wil ik noch prijzen , noch laken; maar alle zondagen te communiceren , raad ik iedereen aa n, doch zij moe-(en vrij zijn van alle genegenheid tot de zonde. Znlks is het gevoelen van den heiligen A ugusünus , met wien ik ook het dagelijks nuttigen van het heilig Sacrament noch berisp, noch prijs, ik laat het besluit daar-vsn aan den raad van den biechtvader. Want dewijl de vereischte bereiding, om zoo dikwijls het heilige Sacrament te nuttigen , zeer volmaakt en uitmuntend moet wezen, zoo is het geenszins goed hetzelve in htt algemeen aan te raden en, integendeel, omdat deze voorbereiding , ofschoon zij zeer uitmuntend moet zijn, nochtans in sommige goede zielen tan aangcf,rellen worden, daarom is het ook niet goed, een ieder in het algemeen daarvan af te houden. Dus moet men hier acht geven op elks gesteltenis, en daarom kan mengeenen algcmeenen regel voorschrijven ; maar men moet daarin ; zoo als ik gezegd heb, voornamelijk den raad volgen van eenen ervaren zielbestuurder. De heilige Ca-tharina van Senen antwoordde eens zeer wrjs-selijk aan eenen, die de noorden van den H. Augustinua bijbracht, om haar dikwijls communiceren te berispen : dewijl de heUii/e Augustinu* het dikwijls commumceren iiiet müprijst, zeide zij , :oo versoelf iku, dat gij

ocr page 151

— 145 —

het ook niet misprijst, en ik zal tevreden zijn.

Gij ziet daardoor . Philothea, dat de H. Augustinus ons aanraadt alle zondagen het H. Sacrament te nuttigen; doe dit dan , zoo reel het u mogelijk is; want daar ik mij vast laat voorstaan , dat gij geene genegenheid hebt, niet alleen tot doodelijke, maar zelfs niet tot dagelijksche zonden, zoo hebt gij daartoe, naar het zeggen van dezen heiligen vader , de noodige gesteldheid. Ja zelfs indien gij geene ware liefde meer hebt tot eenige dagelijksche zonde, zoo moogt gij, somtijds naar den raad van uwen zielsbe-stuurder , nog dikwijler gaan dan alle zondagen.

Er kunnen nochtans dikwerf zelfs eenige wettige beletsels voorkomen, zoo wel van uwen kant als van wege de menschen, met welke gij omgang hebt, om welke redenen een voorzichtig zielbestuurder u soms zou mogen zeggen , dat gij zoo dikwijls ter heilige Tafel niet gaan zoudt. Bij voorbeeld, indien degenen onder wie gij staat, het euvel nemen en als georgerd worden, omdat zij u zoo dikwijls tot het heilig Sacrament zien naderen. Alles overlegd, zal het somtijds goed zijn, in dusdanig geval hunne zwakheid eenigzins te gemoet te komen , met alsdan maar alle veertien dagen tot de tafel des Heeren te naderen , indien men deze zwarig-

ocr page 152

— 146 —

heid op geene andere wijze kan oTei'winneD; immers , men moet hierin doen, wat on* ran onzen geestelijken vader zal aangeraden worden ; dit zeg ik evenwel, dat men het niet langer dan van maand tot maand mag uitstellen.

Doch indien gij voorzichtig zijt, zoo zal u noch vader. noch moeder, nocli echtgenoot, noch vronw beletten dikwijls tot het heilig Sacrament te naderen; want dewijl gij op den dag van de heilige Communie, volgens uwen plicht en uwen staat, u nog beleefder, aangenamer en vlijtiger s:ult too-nen , dan op andere tijden, zoo is het dus niet waarschijnlijk , dat zij u daarvan zullen willen terughouden, dewijl zij er niet het minste ongemak van hebben. Zij zouden dan wel gansch onredelijk moeten zijn, en in dit geval zal misschien uw geestelijke ziels-bestuuurder, zoo als ik gezegd heb, u aanraden , dat gij hunne zwakheid eenigzins te gemoet moet komen.

Voor de gehuwden moet ik enkel in het bijzonder zeggen, dat God in de oude wet niet wilde, dat men de schuldenaren opriep op de feestdagen, zonder nochtans degenen te berispen, die, opgeroepen zijnde, alsdan hunne schuld betaalden; alzoo is het ook volstrekt onbetamelijk , alhoewel geene groote zonde, op d* n dag van de H. Communie , de huwelijksplicht te vragen ; doch het in

ocr page 153

H;

•

daarom geen kwaad, maar zelfs rechtvaardig, om daaraan, wanneer die gevraagd is, te voldoen. Deze voldoening dan moet iemand van de heilige Tafel afbonden , die anderzins wel bereid zoude zijn. Voorwaar , de eerste Christenen gingen in het begin der heilige Kerk bijna dagelijks tot de Tafel des Heeren , alhoewel zij gehuwd waren en van God met een talrijk kroost gezegend werden. Daarom heb ik gezegd. dat het dikwijls ontvangen van het heilig Sacrament geen beletsel kan bijbrengen , noch aan vader of moeder, noch aan man of vrouw , indien zij maar voorzichtig te werk gaan. Wat do lichamelijke ziekten aangaat, deze moeten ook daarvan niet afhouden , ten ware iemand misschien tot braken genegen was.

Om alle acht dagen tot de Tafel des Heeren te mogen gaan, wordt er vereischt: dat men van doodzonden en ook van begeerte tot dagelijksche , vrij zij , waarbij nog gevoegd moet worden een groot verlangen tot de heilige Tafel. En om het heilig Sacrament dagelijks te ontvangen , moet men bovendien al zijne kwade neigingen overwonnen hebben . en zulks niet ondernemen , dan met den raad van zijnen biechtvader.

ocr page 154

— 148 —

XXT. HOOFDSTUK.

Over de wijze hoe men fot de heilige Communie moei gaan.

Grij zult u reeds des avonds te voren beginnen bereid te maken, om het allerh. Sacrament te ontvangen, door verzuchtingen en schietgebeden , en wat eerder ter ruste gaan, om des anderen daags vroeger te kunnen opstaan. Houd u , als gij des nachts ontwaakt; bezig met eenige liefderijke waarheden , omdat uie als een welriekende geur opstijgen tot uwen bruidegom, die altijd waakt, Ja, die ook, terwijl gij slaapt, u zijne gunsten bereid maakt, zoo gij maar in staat zijt om dezelve te ontvangen.

Sta des morgens op met groote vlijt en met eene vurige betrachting over het geluk , hetwelk u op dien dag te beurt valt, en ga , na gebiecht te hebben, met een vast betrouwen en eene diepe ootmoedigheid tot de tafel des Heeren, om deze hemelsche spijs te nuttigen , die u kracht en voedsel tot de onsterfelijkheid zal geven. IS'a deze heilige woorden : Heer ! ik ben niet waardig. dat gij onder mijn dale komt; maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden. (1) zult gij den mond stil houden ,

(1) Matth. 8. 8,

ocr page 155

— 149 —

zonder bidden of zuchten , het hoofd recht en zonder beweging, den mond betamelijk geopend, de tong een weinig vooruitgestoken, opdat de priester gevoegelijk het lichaam des Heeren in uwen mond kunne brengen. Ontvang alsdan met een groot geloof, hoop en liefde dengenen , in wien, aan wien . door wien en voor wien gij gelooft , hoopt en bemint.

Verbeeld u, Philothea, dat gelijk de bij haren honig, dien zij uit de bloemen vergaderd heelt, in haren bijkorf brengt, alzoo ook de priester, na den Zaligmaker dei-wereld , den waarachtigen Zoon Gods, de vrucht van eene Maagd , die als eene bloem uit de aarde van onze menschheid is voortgekomen , van het altaar genomen te hebben , Hem als eene zoete spijs in uwen mond stelt, en als een oprecht voedsel in uw lichaam. Wekt, als gij hem ontvangen hebt, uw hart lot de erkentenis op, die gij aan zijne opperste Majesteit schuldig zijt; met belofte van hem altijd trouw te dienen. Handel met hem over uwe inwendige en geestelijke belangen ; aanzie hem als rustende in uw hart, alwaar hij tot geen ander doel, dan tot uw voordeel is gekomen. Eindelijk, ontvang hem met allen mogelijken eerbied., en gedraag u zoo, dat men in al uwe werken kan bespeuren, dat G od met u is.

Wanneer gij het gel tik niet kunt genieten,

ocr page 156

15»

werkelijk onder den goddelijkuu dienst dei-Mis het heilig Sacrament te ontvangen , ontvang dan hetzelve ten minste met het hsrt pn in den geest , terwijl gii u door een vurig verlangen met het levendmakende fleesL'h van uwen Zaligmaker vereenigt.

CV voornaamste doel in het ontvangen vtiu dit heilig Sacrament moet zijn, in de liefde Gods vorderingen te maken. u te versterken en u te troosten ; want gij moei uit liefde ontvangen . wat de liefde alleen u heeft geschonken. De Zaligmaker kan geene meerdere liefde bewijzen , dan óat hij , om zoo te spreken , zich zeiven vernietigt voor u , en zich in spijs verandert. om te kunnen doordringen tot in het binnenste uwer ziel; opdat hij zich aldus op liet aller-inwendigste aan de ziel en liet lichaam zijner geloovigen zou hechten.

Indien de woreldsche menschen vragen . waarom gij zoo dikwijls tot de Tafel des Heeren gaat, geef hun tot antwoord : om öod te leeren beminnen; om van de onvolmaaktheden gezuiverd . van de ellenden verlost, in benauwdheden vertroost en in de zwakheden ondersteund te worden. Zeg hnn rechtuit, dat er twee soorteu van menschen dikwijls tot de tafel des Heeren moeten gaan. Ten eerste de volmaakten, omdat zij . daartoe wel bereid zijnde. /.eer kwalijk aoudeu doen . indien zij lich van die heilig®

ocr page 157

151

bron en v»n den oorsprong aller volmaaktheid onttrokken. Ten tweede de onvolmaak-ten. om tot de volmaaktheid te kunnen geraken. De sterken moeten het doen, om niet zwak te worden , en de zwakken, om sterkte te verkrijgen ; de zieken, om genezen te worden : de gezonden , om in geene ziekte te vervallen. Vervolgens, dewijl gij onvolmaakt. zwak en ziek zijt, dat gij zeer dikwijls omgang moet hebben met dengenen, die uwe volmaaktheid , uwe sterkte en uw geneesheer is. Zeg hun verder , dat zij die weinig wereldsche bezigheden hebben, dikwerf tot liet heilig Sacrament moeten gaan . omdat het hun wel gelegen is, en dat zij die met vele bekommeringen bezwaard zijn. dit moeten doen . omdat de nood hen dwingt : even gelijk zij die veel arbeiden, door krachtig en sappig voedsel versterkt worden. Zeg hun ten laatste . dat gij dikwijls het heilig Sacrament ontvangt, om hetzelve behoorlijk te leeren ontvangen, dewijl men zelden een werk naar eisch kan doen, als men het niet dikwijls verricht.

Ga dan menigmaal, oPhilothea! tot het heilig Sacrament, ja zoo dikwijls als gij kunt, volgens den raad van uwen geestelijken bestuurder, en geloof mij, dat. gelijk de hazen in onze bergen in den winter wit worden, omdat zij niets anders zien noch eten dan sneeuw dat gij ook aizoo door

ocr page 158

152 —

hot aanbidden eu dikwijls nuttigen van de opperste schoonheid , goedheid en zuiverheid , die in dit heilig Sacrament bevat is , buiten twijfel geheel schoon , vroom en zuiver zult worden.

-

ocr page 159

?'W]lQ:rïliA,

of Inleiding

TOT HET GODVRUCHTIG LEVEN,

DERDE DEEL.

Waarin vervat zijn verschillende onderrichtingen betreffende het beoefenen der deugden.

I. HOOFDSTUK.

Over hef onderscheid m het verkiezen en beoefenen fier deugden.

De kouing der bijen vertoont zich nooit in het open veld, tenzij omringd van den geheelen zwerm; evenzoo komt de liefde nooit in het hart van den mensch, tenzij in gezelschap van het geheele lieer van al de andere deugden , die zij nevens zich in de ziel doet wonen en te werk stelt, even als een kapitein zijne soldaten. Maar dit doet zij niet altijd dadelijk en op dezelfde wijs. De rechtvaardige , zegt de proleet David. i-v gelijk aan eene hloem, die naast de wateren

J_

ocr page 160

geplant is, en die zijne vruchten op tijd voort* hrengt. (1) Zoo ook brengt zij , wanneer zij eene ziel bevochtigt, deugdelijke werken voort: maar elk op zijnen tijd. De muziek, alhoewel aangenaam in zich, hnochtans vervelend in den tijd van rouw, zegt de Wijze-mau. Daarom is het een groot misbruik, elke deugd in alle voorvallen te willen te voorschijn brengen; even zoo als onder de oude wijsgeer en sommigen altijd wilden lachen , anderen altijd weeuen Ja , men zou nog erger doen met iemand te berispen, omdal: hij niet bestendig dezelfde deugden beoefeut. Men moet zich met den blijden verblijden, en met den droeven bedroeven, zegt de heilige Apostel. De liefde is geduldig, goedertieren . voorzichtig , medelijdend , enz.

Echter zijn er eenige deugden, dis nagenoeg in alle gelegenheden te pas komen, en zich over alle andere goede werken uitstorten , zoo als : men heeft zelden gelegenheid om de kloekmoedigheid en grootmoedigheid te oefenen; maar de zachtmoedigheid , de matigheid , de eerbaarheid , de ootmoedigheid zijn deugden, die al de werken van ons geheel leven moeten versieren. Er zijn ook wel andere deugden, die veel meer luister bezitten ; evenwel is de beoefening der voorgenoemde ons het noodigst. De suiker ia

(1) Psalm 1, S,

ocr page 161

reel aangeoamer dan hel zout, en echter wordt het zout meer en dikwijler gebruikt. Dus moeten wij ous altijd wel voorzien van deze algemeene deugden, wijl men dezelve bijna gedurig moet gebruiken.

In het beoefenen der deugden moet men diegene voor alle andere verkiezen, welke met onzen staat het meest overeenkomen , eu niet zulke, die ons wellicht het meest behagen. De H. Paula had groot behagen in de verstervingen des lichaams, omdat zij daardoor te meer de geestelijke zoetheden zou mogen genieten; maar de gehoorzaamheid aan de overste was haar meer noodig. Derhalve bekent de H. Hieronymus, dat zij te berispen was, omdat zij , tegen den raad van haren bisschop, zich aan een al te streng vasten had overgegeven. De apostelen, integendeel , wien bevolen was het Evangelie te verkondigen en den geloovigen het hemelsch brood uit te reiken . oordeelden zeer wijs . dat zij het verzorgen der armen , alhoewel eene zeer uitnemende deugd, daar achter moesten stellen. Elke bijzondere staat heelt dan zijne bijzondere deugden. Deze deugden /.ijn b. v. eigen aan eenen bisschop of pastoor ; gene aan eenen wereldschen vorst; die aan eenen soldaat; andere aan eene gehuwde vrouw ; andere wederom aan eene weduwe; eu alhoewel eenieder met alle soort van deugden behoort versierd te zijn, zoo ia

ocr page 162

— 156 —

nochtans een ieder niet verbonden alle deug-den gelijk te beoefenen. Maar elk mensch moet zich voor namelijk tot die deugden begeven , welke van hem , wegens den staat waartoe hij geroepen is , eigenlijk vereischt worden.

Ouder die deugden, die onzen staat en onzen plicht niet zoo zeer in het bijzonder fretten, moet men de nuttigste kiezen, en niet degene die allermeest van de menschen geacht kunnen worden. De staartsterren schijnen ons gewoonlijk meer te zijn dan vaste sterren, en echter zijn zij noch in grootte, noch in schoonheid bij de vaste Rterren te vergelijken ; maar zij schijnen ons grooter, omdat zij ons naderbij zijn en van grovere stof dan de andere sterren. Zoo zijn er ook zekere deugden , die, als ons nader, fastelijker en, om zoo te spreken, van grovere stof zijnde, meer dan de andere geacht worden. Aldus maakt men meer werk van de lichamelijke aalmoezen dan van de geestelijke, van de haren kleederen, het vasten , de lijfkastijding, de andere verstervingen des lichaams, dan van de zachtmoedigheid, goedertierenheid , zedigheid en een aantal andere verstervingen des harten, die evenwel veel verhevener en uitmuntender zijn.

Verkies dan, o Philothea ! de beste deugden , eu niet de meest geprezene; de nuttigste, en niet de aanzienlijkste. Tk zeg de beste

ocr page 163

en niet die wolko uaar hot uitwendige de schoonste zijn.

Het is hoogst nuttig dat een ieder eenige voorname dengden bijzonder oefent; niet om de andere daar te laten, maar om deze meer te behartigen.

Op zekeren tijd verscheen ecu schoon jong meisje, klaarblinkoude als de zon, versierd met koninklijk gewaad en gekroond mot eenen olijfkrans, aan den H. Joannes, bisschop van Alexandria, en zeide hem ; ik ben de eerstgeborene dochter van den koning : indien gij mij tot vriendin kunt hebben , zal ik u tot voor zijn aanschijn brengen. Dc heilige man bemerkte, door deze openbaring, dat de barmhartigheid tot den arme hem van God bijzonder werd aanbevolen: ook nisakte hij zijn werk zoo zeer Tan deze deugd, dat hij den naam van aalmoezenier verwierf.

Eulogius van Alcxandrö wengchte God op oenigerlei wijze bijzonder te dienen , endaar hij geene sterkte genoeg had, noch tot het eenzame, noch tot liet kloosterleven, nam hij in zijne woning een zeer ellendig, me-laatgch man, om in zich de liefde en de versterving te oefenen. Om dit beter te doen, nam hij voor , den melaatsche te eeren, tc dienen en te behandelen als zijnen heer ' Indertusschen werden zij beide, de melaatsche en Eulogius. naderhand bekoord om

ocr page 164

— 158 —

van elkander te scheiden. Beide gingen dus naar den H. Antoniun , die hun zeide: wacht u wel, mijne geliefden, van elkander te scheiden; want dewijl uw einde nadert, zoo zijt gij, indien de engel u niet te zamen vindt, in gevaar van uwe kroonen te verliezen.

De heilige koning bodewijk bezocht dc gasthuizen , alsot het zijn dagelijks ambt ware geweest, en diende de zieken met zijne eigene handen. De H. Franciscus beminde inzonderheid de armoede, die hij zijne vrouw en zijne meesteres noemde. De H. Dominic us had eene bijzondere geneigdheid voor het prediken , waarvan ook zijne orde den naam van Predikers bekomen heeft. De H. Qre-gorius de Groote had eene zonderlinge genegenheid om , naar het voorbeeld van den grooten patriarch Abraham, de vreemdelingen te ontvangen en hun alle vriendschap te betoonen , en daarom heeft hij ook, zoo als Abraham , den koning der eeuwige heerlijkheid . onder de gedaante van eenen pelgrim , geherbergd. Tobias oefende zich in de deugd van de dooden te begraven. De H. Elisabeth beminde, ondanks zij eene voorname vorstin was, bovenal dc verworpenheid van zich zelve. De H. Catharina van Genua begaf zich , na den dood van haren echtgenoot , in den dienst van een gasthuis.

Cassianus verhaalt ons, dat zekere juf-

ocr page 165

vrouw , die zeer genegen was voor de deugd van verduldigheid , den H. Athanasius daarover raadpleegde, die haar; volgens haar verzoek , eeue arme, maar ook zeer korzele, inoeielijke en onverdragelijke weduwe zond, die haar gelegenheid genoeg zou geven om de zachtmoedigheid, de goedaardigheid en liet geduld te oefenen. Aldus hebben zieh sommige dienaren Gods toegewijd om de zieken te dienen; sommigen om de armen bij te staan; anderen om de kinderen inde christelijke leer te onderwijzen; weder anderen om verlorene en dwalende zielen op te zoeken en op den rechten weg te helpen ; nog anderen om kerken en altaren te versieren; en eindelijk anderen om den vrede en de eendracht onder de menschen te brengen. Al deze ijveraars gelijken hierin zeer wel aan de borduurwerkers , die op verscheidene gronden hunne kleuren , goud en zilver, zoo wel weten te leggen , dat zij er alle soort van bloemen van weten te maken. Immers de bijzondere deugden , die deze godvruchtige zielen ter hand nemen , zijn als de gronden van hun borduurwerk , waar zij al de andere deugden naar weten te schikken, en die, aldus te zamen gevoegd , een zeer fraai werk uitmaken.

Als wij door eenige zonde aangezocht worden , dan moeten wij, zoo veel mogelijk , de tegenovergestelde deugd beoefenen. Want

U

ocr page 166

door «lit middel zullen wij Imifcen twijl'ol onzen vijand ovorwinnon, en te gelijk in do deugd voortgaan. Indien ik dan door hoogmoed , of door gramschap aangezocht word, zoo moet ik bovenal de ootmoedigheid en zachtmoedigheid beoefenen , en al mijne oefeningen , gebeden, heilige sacramenten, voorzichtigheid , st andvastigheid, enz. moet ik , ter bekoming dezer deugden in het werk stellen. Want gelijk de wilde zwijnen hunne voortanden scherpen met hunne andere tanden , die daardoor ook te gelijk gescherpt worden, alzoo moet ook een deugdelijk mensch , die tot de volmaaktheid wenscht te geraken , de deugd welke hij meast noodig heeft, door zijne andere deugden versterken ; die door dit middel ook zelve uitmuntender zullen worden. Zoo is het ook gegaan met den H. Job, die zich door het geduld wapende tegen alle bekoringen , waarmede hij bezocht werd; en daardoor is hij ook in alle andere deugden zoo volmaakt geworden. Ja. het gebeurt somtijds , zegt de H. G-regorius van Nazianzen, dat iemand door het beoefenen van ecnige deugd tot de volmaaktheid van andere deugden komt en hij brengt het voorbeeld bij van Rahab, die, door de herbergzaamheid te beoefenen , tot eene allergrootste glorie is gekomen. Maar dit wordt verstaan, als men die deugd volmaakt oefent, dat is, met grooten ijver en liefde-

ocr page 167

II. HOOFDSTUK.

Vervolg over liet ver kiezen der deugden.

De H. Augustinus zegt, dat zij , die zicli in de godsvrucht beginnen te oefenen en aan eenige gebreken onderworpen zijn , alhoewel zij volgens de strenge wetten der volmaaktheid moeten gelaakt worden , evenwel te prijzen zijn , omdat zij tot meer godsvrucht geleiden. Die domme en slafelijke vrees, die de harten der nieuwbekeerden zoo zeer pijnigt , is voor de beginnenden eene zeer prijzenswaardige deugd, en een zeker voorteeken van de toekomende reinheid van geweten; maar dezelfde vrees is te berispen in hen , die alreeds voortgang in de deugd hebben gedaan , omdat in hen de liefde moet heerschen, door welke allengskens die slafelijke vrees wordt uitgedreven.

De H. Bernardus was in het begin zeer streng over degenen, die zich onder zijn bestuur begaven, hun van het begin af zeggende , dat zij hun lichaam moesten buiten laten; en met den geeet alleen binnenkomen. Als hij hunne biecht hoorde , veroordeelde hij mei zoo groote strengheid alle gebreken , hoe klein zij ook waren, en porde zoo vurig de arme leerlingen tot de volmaaktheid aan , dat er vele door een al te sterk aandringen

ocr page 168

terugkeerden, want zij verloren den moed, doordien zij al te sterk aangezet werden, om eenen zoo lioogen en eteilen berg te beklimmen.

Gij ziet wel, Philotbea , dat deze handeling van den Heilige voortkwam uit eenen zeer brandenden ijver naar de volmaaktheid. Die ijver was wel eene groote deugd , maar evenwel berispelijk. Ook heeft God dit alles in hem verbeterd, door hem eenen zeer zoeten , zacht moedigen en liefderijk en geest in te storten, waardoor bij, geheel veranderd zijnde, zichzelven beschuldigde, dat hij ai te streng was te werk gegaan, «la, hij werd daarna zoo minnelijk en medelijdend voor iedereen , dat hij zich met een ieder gelijk stelde, alleen om hem te winnen.

Nadat de H. Hieronymus, in het leven der H. Paula, had verhaald, dat zij dermate de lijlkastijdingen oefende, dat zij zelfs naar den raad van den H. Epiphanius. haren bisschop, niet luisteren wilde, en nog bovendien zoo zeer den dood barer vrienden beweende, da»: zij daardoor in een gedurig gevaar van sterven was. voegt bij daarbij : wellicht zal men mij zeggen, dat ïic , in plaats van. den lof der Heiligen te beschrijven, in-teffendeel hunne gebreken ontdek; maar ik neem Jesus, dien zij, en ik ook, trachten te dienen, tot getuige, dat ik noch van den eenen, noch can den anderen kant onwaarheid

ocr page 169

ipff , waar oprecht' verhaal hetqeen waar is gt; zooals hel eenc n Christen het aam t: dat is te zr.ijgen, dat ik hunne gebreken niet toil verheffen en prijzen, alsof het deugden ivoren. Nochtans was do liefde tot die strengheid prijzenswaardig; maar de overmaat was te berispen. Alzoo zijn er vele dingen, die , ofschoon goed in de onvolmaakten, nochtans in de volmaakten ve misprijzen zijn. Hot is oen goed toeken voor eenen zieke, dat, als hij begint te gene/en, zijne beenen opzwellen en dik worden; want dit duidt aan, dat de natuur sterk genoeg begint te worden om de kwade voohten naar de onderste deelen te drijven; maar ditzelfde zou een slecht teekon zijn bij eenen gezonden mensch; want dit zou aantoonen, dat zijne natuur niet sterk genoog is om die bedorvenheden te verjagen.

Lieve Philothea! wij moeten altijd oen goed gevoelen hebben van degenen , die wij de deugd zien beoefenen, al loopter eenigo. onvolmaaktheid onder, dewijl zelfs de Heiligen dikwijls ook zoo waren. Maar wij moeien niet trachten de deugd alleen getrouw te blijven , maar ook haar voorzichtig uitwerken. met acht te geven op den raad van den Wijzen-man; die zegt, dat men niet op zijne eigene voorzichtigheid mag steunen, maar wel op den raad dorgenen, die ous van God tot bestuurders en leidslieden gegeven zijn.

ocr page 170

— 164 —

Er zijn ook zekere Hingen , dip Hoof reis mensehen alp Heugden geachi worHon, en Hie echter geeue Heugden zijn, waarover ik thans een woordje moet zoggen. Ik spreek over die wonderlijke opgetogen lieden des geesles, die ongevoeligheden, onlijdelijkhe-Hen , hesehouwingen, verheffingen, gedaanteveranderingen en dergelijke andere dingen , waarvan sommige schrijvers zooveel gewag maken, willende He mensclien tot al Hie verhevene trappen van geestelijkheid, zouals zij liet noemen, verheffen.

Al Hie volmaaktheden, Philotliea, zijn geene deugden ; maar, als er geen bedrog ouder schuilt, vergeldingen, die God voor He Heugden verleent, en als een voorsmaak Her toekomende zaligheid , om He menschen Hes te vuriger naar Hen hemel te Hoen verlangen. Maar met «lat alles moet men naar Hie Hingen niet trachten , dewijl zij geenszins iiooHig zijn om God wel te dienen en te beminnen : hetwelk immers ons eigen oogmerk moet wezen. Ook zijn dit geene gunsten, Hio Hoor eigene pogingen kunnen verkregen worden, wijl zij van onze eigene werkingen geenzins afhangen. Ik voeg er nog bij, Hat. mijn eenig doel is alle menschen tot He Heugd en de godsvrucht aan te vuren, en Hat ik slechts die eene zaak, en anders geene , moet betrachten. Maar indien God ons tot die verhevene gunsten gelieft te

ocr page 171

verlieffeu, zal zulk»* ons ppo groot geluk /ijn. Onrterlussclien moeten wij ous penvoii-dip; , ootmoedig ou godvruchtig oefenen in die kleine en algemeene deugden, die God van ons verlangt: zooals bij voorbeeld zijn: het geduld, de goedertierenheid , de versterving des harten, de ootmoedigheid, de armoede, de zuiverheid, de liefde tot onzen evennaaste , hot verdragen zijner onvolmaaktheden, de naarstigheid, de heilige ijver, euz. Laten wij die uitnemende volmaaktheden gaarne over aan verhevene zielen; wij zijn zulk ecu groot geluk niet waardig. Doch wij zullen buiten twijfel gelukkig genoeg zijn , zoo wij maar dos Hoeren minste dienaren mogen wezen. Het komt hem toe, indien het hom goed dunkt, ons hoogor te verheften , en ons tot in zijne binnenkamer en zijnen geheimen raad te brengen.

.la , zoo is hel , Philothea 1 want deze verheven koning loont zijne knechten , niet naar de waardigheid van hun ambt, maar volgons de liefde en de ootmoedigheid, waar-mede zij hetzelve bedienen. Saül immers , toen hij de ezels van zijnen vader zocht, bekwam het rijk van Israël; Rebecca, met aan de kameelen van Abraham drinken te geven, werd de bruid van Izaak, zijnen zoon; Ruth, door de korenaren achter de maaiers van Booz op te rapen, werd tot zijne hu is vrouw verheven. Voorwaar, die

ocr page 172

betrachtiogeo van zoo uiiBtekende eo meer Haw algemeene zaken, zijn zeer onderhevig aan allerhande bedrog, en het gebeurt aoni-tijds , dat degenen die als engelen schijnen , zelfs geene deugdzame menschen zijn, zoo-dat hunne verwaande grootheid meer in woorden dan in waarachtige werken gelegen is. Men moet nochtans die zaken niet licht verachten of veroordeelen. Maar laten wij , terwijl wij God loven over die zoo groote verhevenheid van anderen, ons zei ven zeer ootmoedig houden in onzen eenvoudigen staat, als zijnde veel veiliger en geruster, ootmoediger en meer gematigd naar onze kleinheid en onbekwaamheid. ICn net aldus ootmoedig en getrouw daarin te volharden , zullen wij buiten twijfel van God met meerdere verhevenheden beloond worden.

rn. HOOFDSTUK.

(gt;ocr hel geduld,

\)p A postel zegt : gij mod ijcduldifi zijn , omdat gij, door Gods wil uil te werken , de beloofde goederen hek om l : (1) en de Zaligmaker zegt , door uto geduld zuil gij uwe zielen bezitten. (2) Het ware geluk van den mensch, Philothea , bestaat in zijne ziel te

(1) Hebr. 10, 30. (2) Luc. 21 , 19.

ocr page 173

bfizitf-eu ; docb naarmate liefc geduld volmaak-Ier in, zoo bezit men ook des te volmaakter zijne ziel. Overdenk dan dikwijls, hoe onze Zaligmaker ons door liet lijden heeft zalig gemaakt, en dat wij eveneens door lijden en kwellingen onze zaligheid moeten winnen.

liepaal uw geduld niet tot zulk ol zulk lijden; maar strek liet uit tot alles , wal God u zal toezenden of laten overkomen. Men vindt mensehen, die geen ongelijk willen verdragen, dan hetgeen treffend is ; bij voorbeeld, in den oorlog gekwetst of gevangen te worden; vervolgd of mishandeld te worden om het geloof; in eenigen twist, op het punt van oer, daar zij de overhand behouden, hun goed te verliezen ; enz. doch zulke beminnen niet zoo zeer het ongelijk en de kwelling als wel de eer, die er uit voortkomt. Ken opreeht geduldig menseh en waaraehtig dienaar Gods , verdraagt op dezelfde wijs den tegenspoed die met schande gemengd is , zoo wel als dien , waarin eer gelogen is. Van ondeugende menscheli berispt, veracht of beschuldigd te worden , dat trekt zich een edeldenkend man min aan , maar van deugdzame lieden en van vrienden bestraft of slecht behandeld le worden, valt zwaar en hard. Ik acht veel meerdezaeht-moedigheid , waarmede de heilige Borromeus langen tijd de openbare bestraffing verdroeg van een vermaard predikant, die op den

ocr page 174

kaiiBel tegen hem uitviel, dan al de andere vprrolgingen , die liij van anderen lieefl, moeien lijden. Want irelijk do bijen door haren an«;el grootere pijn veroorzaken dan de vlieden , aldus zijn ons ook de bestraffingen van voorname lieden pijnlijker, dan die van slechte menschen. En nochtans gebeurt het dikwijls dat twee vrome menschen, die beide liet goed voor hebben, elkander zeer sterk tegenspreken, ja zelfs vervolgen.

Wees geduldig niet alleen in den grootsten tegenspoed, maar ook in mindere voorvallen. Velen zonden wel een weinig tegenspoed lijden, als het hun geen ongemak kostte. Sommigen zeggen : ik zou hel mij niet aantrekken . dat ik arm ben geworden, indien hef mij niet belette mijne vrienden te koes-leren en mijne kinderen eerlijk op te brengen. Anderen zullen zeggen: ik zon er weinig om geven, zoo iedereen zich inbeeldde, dat het mij door mijne schuld is overkomen ; een ander zou wel wat achterklap willen verdragen , als men maar den achterklap niet gelooide. A nderen zeggen , dat ze wel iet of wat, maar niet te veel ongemak willen hebben; zij zijn niet ongeduldig zeggen zij , omdat zij ziek zijn, maar omdat zij geen geld hebben om de kunst van een geneesheer in te roepen , of wel, omdat zij aan hunne oppassers te lastig zijn. Doch ik zeg u . Philothea , dat men niet alleen geduldig moet zijn in

ocr page 175

— 169 —

rip tr-nr jjektp , nmaf in ulle ziptten ilie(t'i'I ons toezendt, en wol zoo hefc lietn helieven zal. AU u eouig kwaafl overkomt, gehruik dan daartegen bekwame hulpmiddelen, die met den wil God» overeenkomen; want anders zoudt gij schijnen God te tergen: maar geef u , als gij de middelen gebruikt hebt, in alles aan de goddelijke Voorzienigheid over. Indien het liem belieft door de hulpmiddelen het kwaad te verdrijven, bedank hom dan mei ootmoed ; maar zoo het hem belieft, dat het kwaad do overhand neme , loof hem dan toeh met geduld.

Als gij rechtvaardig beschuldigd wordt over eeuige bedrevene fouten, verootmoedig u dan, zegt de heilige Gregorius (wiens gevoelen ik hierin gaarne volg,) omdat gij nog meiT verdiend liebt. Maar indien de beschuldiging onrechtvaardig is , verontschuldig u dan met zachtzinnigheid, door te ontkennen . dal gij daaraan plichtig zijt: want dit zijt gij aan de waarheid schuldig, en ook aan uwen evennaaste, dien gij moet stichten. Maar indien men u, na uwe rechtvaardige verontschuldiging , nog blijft beschuldigen , wees daarom niet gestoord, noch al te zeer bekommerd . om uwe verontschuldiging te doen aannemen; want nadat gij aan de waarheid gegeven hebt, wat gij haar schuldig zijt, zoo moogt gij ook wel iets aan de ootmoedigheid geven. En op die wijze zult gij geen-

ocr page 176

sitis t,p kort rloen . noch nan II Wf i5er, nnrti ann iip zachtmuerliglioid, noch ook aan tlon ookmoed des harten.

-Beklaag u zoo weinig mogelijk over lief ongelijk , hetwelk u is aangedaan ; want. hel-Mtaat vast, dat de klagende gewoonlijk zondigt, doordien de eigenliefde ons het ongelijk altijd grooter doet achten dan het werkelijk is. Maar bovenal znlt gij u wachten van te klagen aan menschen, die grammoedig of kwaadaardig zijn. Indien het noodig ol' dienstig is , dat gij aan iemand uwe klachten doet, hetzij om het ongelijk te horstellen, hetzij om uwen geest te stillen, moet zulks geschieden aan vreedzame menschen , die God beminnen; want anders zondt gij; in plaats van uw hart te verlichten, uwe ongerustheden verdubbelen, en in plaats van den doorn uit te trekken, zoudt gij den-zclven nog dieper insteken.

Sommige menschen onthouden zich wei van klagen, als hun eenige ziekte 01 kwelling overkomt, om standvastig en moedig te schijnen, maar zij worden evenwel gaarne van andoren beklaagd en over hunne kloekmoedigheid geprezen. Dit is slechts eene val-sche verduldigheid, of, om beter te zeggen . eene doortrapte eerzucht; en dergelijken, zoo als de Apostel zegt, moeten niet verwachten van God beloond te worden. ])e oprecht verduldige klaagt niet, noch wenscht

ocr page 177

— 171 —

van anderen beklaagd Ie worden. Hij spreekt ongeveinsd vau zijn ongemak ; doch zonder hetzelve te vergrooten ol' te zeer te beklagen. Indien men hem beklaagt, draagt hij dit geduldig, tenzij dat men hem beweone , om cenige kwaal die hij niet heeft: want aU-dau geeft hij zacht te kennen, dat hij daarvan bevrijd is; en alzoo behoud hij de waar-beid en te gelijk ook het geduld, bekennende zijn ongemak zonder te klagen.

Wees in allen tegenspoed , die u in het betrachten der godsvrucht zal wedervaren , het woord dea Heeren gedachtig, dat luidt: tene vroum, die haart, heeft droefheid, omdat haar uur qelromen is ; maar nis zij een kind ter wereld gebracht heeft, dan gedenkt zy haver droefheid niet, om de hlijdscha^j. dat uit haar een mevsch géboren is. (1) Gij hebt in uwe ziel de waardigste vrucht ontvangen , die ooit op de wereld geweest is , namelijk Jesus Christus; doch eer dat hij volkomen gebaard is, moet gij noodzakelijk pijn en smart ondergaan ; maar heb goedeu moed . want na het einde dier pijnen, zal u de eeuwige blijdschap overblijven , omdat gij zulk een kind tev wereld gebracht hebt. Ku wanneer zult gij hem volkomen gebaard hebben ? Als gij hem in uw hart en in al uwe werken , door liet navolgen zijner voel-

(l) Jimu. 1«, 1^.

ocr page 178

— 172 —

sUip^oii , ten oenomaal r.nh hobbon uitgedrukt.

Offer, als gij ziek zijt, al uwe smarten eu zwarjghedeu aan onzen Zaligmaker op. en bid hem ootmoedig, dat hij dezelve geheve te Tereenigen met de pijnen, die hij ^ oor u geleden heeft. Wees den geneesheer gehoorzaam ; neem de hulpmiddelen uit helde tot God, gedenkende, de gal en den azijn, die Christus ter onzer lielde gesmaakt heelt. Wenseh genezen t e worden , omdat gy hem beter zoudt mogen dienen; maar weiger ook uiet ziek te zijn, om hem te gehoorzamen; en bereid u tot den dood j indien het hem belieft , dat gij aterft) om hem in eeuwigheid te loven en te genieten. .Bedenk, dat de bijen, als zij dan honig vergaderen, gevoed worden met bittere spijs, en dat wij ook alzoo nooit beter de.i zoeten honig der deugden kunnen verzamelen en de verduldigheid oefenen , dan als wij het brood van bitterheid eten, en in verdruk-king leven. Ja, gelijk de honig, die uit bitteren tymus vergaderd wordt, de beste is, alzoo is ook de deugd , die met de meeste bitterheid en nederigheid wordt voortgebracht , de uitmuntendste.

Stel u dikwijls deu gekruisten Zaligmaker voor oogen , van alles ontbloot, gelasterd, bespot , beschimpt, verlaten en ten laatste uok overvallen van angst , benauwdheid ,

ocr page 179

vcrdnol., ilrocfhcid cu van do uiiordc Hiiiar-ten. Overdenk ook, dat al uw lijden op geenerlei wijze bij het zijne kan vergeleken worden , en dat hetgeen gij voor hem lijdt. nooit zal kunnen vergeleken worden met hetgeen hij voor u geleden heeft.

Overweeg de pijnen, die de martelaren eertijds geleden hebben, en die nog heden ten dage geleden worden door zooveel brave menschen; en zeg dan vrij. overdenkende hoe ver zij de uwe ovenreften: helaas! mijne smarten moeten vertroostingen genoemd worden , en mijne doornen rozen , ten aanzien van die, welke zonder hulp of troost in eenen gedurigen dood leven , daar zij door oneindig meer droefheden en pijnen overvallen zijn.

TV. HOOFDSTUK.

Over de ui!wendige ootmoedigheid.

De proleet Elizeüs zeide eertijds aan eene arme weduwe: qn heiten en leen van uwe huren zooveel ledige va/en als gij leunt, en giet er hei weinige olie in, dat u nog overig is, (1) Om Gods genade in onze harten te ontvangen, moeten wij dezelve ontdoen van onzen eigen roem.

ocr page 180

— 17.1

Men zegt , dat zekere vogel , Cenchrin geheeten , dooi' zijn gezicht en door eene zekere verborgene kracht de roofvogels verdrijft, en daiirom van de duiven, die bij hem in volle veiligheid leren, zeer bemind wordt. Alzoo verjaagt ook, Philothea , de ootmoedigheid den duivel, en bewaart iti «ns de gaven vau den heiligen Geeal. Daarom hebben al de Heiligen , en bovenal onze Zaligmaker en zijne heilige Moeder , deze waardige deugd, boven alle unde-e deugden , geëerd en bemind.

Mon zondigt door ijdelen roem , ala men zich verheft, over let» dat in ons niet ia. of over iets, dat ons niet toobehoart, achoon liet waar is; of over iets, dat men niet waardig is , al behoort het ons ton. De adeldom van ons geslacht, bij voorbeeld de gnnst der groote heeren , de eer die meu ona bewijst, enz. zijn zaken , die in ons niet zijn , maar die in onze vooronders waren. Men vindt er die hoovuardig zijn o]gt; een schoon paard, hetwelk zij berijden; om een Iraaie pluim, die zij op den hoed dragen , ol om de kostbaarheid van hunne kleederen : doch indien daarin eenigen roem gelegen was, dan zoude die niet aan u , maar aan het paard , of aan de pluim , of aan den kleermaker toekomen. Anderen zijn trols op hunne knevels, op hunnen nitgekamden baard , die zij door hunne hand late'i glijden ;

ocr page 181

up liun gokruld liaar; op limine zarhtc liamlen ; 0|i him dansen , spelen of zingen. Jloi'h kan er grooter kinderachtigheid ge-vonden worden . dan op zulke beuzelarijen lo roemen ? Anderen , die wat neimwijs schijnen , willen zicli voordoen, alsof eenieder bij hen ter school moest komen. Anderen sicken het hoofd op en meenen. dat eenieder hen acht, omdat zij een fraai gelaat hebben , enz. Doch hoe nietig zijn al deze beuzelarijen! en nochtans wil men om al zulke kinderachtigheden geacht worden.

Het ware vrome wordt op dezelfde wijs, als ile oprechte balsem , onderscheiden. Men neemt de proef van den balsem; door hem in hot water te laten druppen; want die zinkt , wordt voor den kostclijksten gelion-dcn. Alzoo ook moet men , om een oprecht, wijs. geleerd, kloekmoedig en deftig man te kennen , zien of hij ootmoedig, zedig en nederig is ; want alsdan is zijne voortreffelijkheid oprecht. Maar indien zij boven allen willen drijven en gezien worden , dan is hunne vroomheid vervalscht en bedriegelijk. .De paarlen , die in de lucht groeien , zijn valse be paarlen ; alzoo hebben ook de begaafdheden, die door hoogmoed, opgeblazenheid en ijdel pronken voortgebracht worden , niets anders dan den uitwendigen schijn van goed : en inderdaad zijn zij maar enkel bedrog.

ocr page 182

— 176 —

Be eer . de hooge «mbteu en naarcligherlen voot selijken zeer aan don saffraan , die zooveel i heel Ie beier opwast, lioe meer liij met voeten : twa

getreden wordt. Be sehoouheid lieelt nooil solt

meer glans, dan als zij reraelit wordt. De (en

geleerdheid onteerd ons, wanneer zij ons titc

verhoovaardigt. -ull.

Indien wij stijfliooldig naar den voorrang ho

ftaan , zoo loopen wij. behalve de scliimp- zoi

stefeeu, waaraan wij ons blootstellen, als ev

men eeus grondig onzen slaat zal gaan on- nv

derzoeken. nog bovendien gevaar (egenge- en

sproken en veracht te worden. Want'gelijk vt

men tlegenen acht. die de eer verachten, ie

aldus veracht men ook dezulken die er naar b

dingen. Als do pauw zich op liet schoonste e.

wil opsmukken, dan stelt zij hare schande i

ten toon. Be schoonste bloemen verwelken il

als men ze in de hand neemt. Hoi mandra- z

gore-kruid geeft van verre eenen aacgenamen t

geur, maar van dicht bij zal hel iemand 1 slaperig en ziek maken. Aldns zijn ook de eerbewijzingen en de eerambten niet schadelijk aan hem, die er zijn hart niet op stelt-maar zij zijn verderfelijk en maken dengenen verachtelijk , die dezelve betracht.

Be betrachting en liefde tot de deugd, is het begin van een deugdzaam leven ^maaide betrachting en liefde tot de eer, is het begin van oneer en schande. Ken vroom en verstandig man bekommert zich niet om

ocr page 183

roorraog . Fprbpwij/,pn ru groetenisoon ; hij heeft wel wat audcvs in het hoold. I*ilt;' paarlon kan bekomen, /.al zicli niet met sclielpen beladen; en die de den^d betrachten . bekreunen zii h woinij; om al die oere-titels. Eenieder mag nochtans de eereplaats innemen, die hem toekomt, en zich daarop honden, als het kan zijn zonder twist en zonder de ootmoedigheid te krenken. Want even als degenen, die van Peru komen, niet alleen goud en zilver, maar ook apen en papegaaien mede brengen, omdat ze niet veel kosten . en de schepen niet zeer belasten; aIzoo ook laten degenen , die de deugd behartigen, daarom niet na de plaats en de eer te ontvangen , die men hun schuldig is , indien het niet te veel moeite en zorgvuldigheid moet kosten, en geschieden kan /.onder uieuwe bezwaren en zonder twist oC tweedracht. Doch ik spreek hier niet van hen , wier eer en waardigheid het gemeene-hest betreft, noch \ an eenige bijzondere \oorviillen, die soms kwade gevolgen zouden kunnen hebben; want alsdan moet eenieder behouden wat hem toekomt; doch mei voorzichtigheid . liefde en beleefdheid.

V. HOOFDSTUK.

Oner de inwendige oolmoedïqheid. (rij wenscht buiten twijfel, l'hilothea, dat

ocr page 184

— !7? —

ik ii tof uof; oonc wanrdigero ootmoedigheid lelde; immers hetgene wij tot hiertoe gezegd hebhen, is reelcer wijsheid dan ootmoedigheid. Ik zal dan verder gaan. Vele men-schen durven de genaden niet overdenken , die God hun in het bijzonder verleend heeft, uit vrees voor ijdcle roem daarin te sehep-peu; maar zij dwalen zeer; want indien, gelijk de heilige Thomas leert, het geschiktste middel om tot Gods liefde te komen , is zijne weldaden te overwegen, zoo is het zeker, daf wij hem ook zoo veel te meer zullen beminnen hoe meer wij zijne weldaden kennen. Eu daar de bijzondere weldaden ons meer ter harte moeten gaan , dan gewone, zoo moeten wij ook dezelve met meer aaudaeht overwegen. Tnderdaad, niets kan ons meer verootmoedigen voor de barmhartigheid Gods, dan de menigte zijner weldaden ; en niets kan ons meer voor zijne rechtvaardigheid beschamen, dan de menigte onzer zonden. Overwegen wij dan wat hij voor ons heeft gedaan . en wat wij tegen hem hadden misdaan ; en even als wij onze zonden in het bijzonder onderzoeken, zoo laat on» ook zijne genaden en weldaden in hel bijzonder onderzoeken, zoo laat ons ook zijne genaden en weldaden in het bijzonder overdenken. Ook moet men niet vreezen . dar deze kennis ons zal hoovaardig maken , indien wij maar indaehtig zijn , dat al het

ocr page 185

— 179 —

.

•pi'd «^üüd , liel welk in ons is , geenzias uit zich oglt;I zeil komt. Inderdaad , blijven de muilezels ^ig- niet altijd domme en stinkende dieren, al en- worden zij ook met k os tel ijken en welrie-Jn , kenden huisraad van eenen vorst beladen ?

'ft, Wal goed held gij, vraagt de heilige Apos-

tel, hetwelk gij niet ontvangen hebt ? Doch n , indien gij hef ontvangen hebt, waarover he-

tt- roemt gij u dan? (I) Integendeel, eene le

is vende overdenking van de ontvangene wei-

et daden moet ons ootmoedig maken; want de

?r kennis brengt de erkentenis voort. Doch

ii- indien wij , de goddelijke weldaden overwe-

n gende, door eenige ijdelheid bekoord worden ,

ï- hebben wij daartegen een krachtig hulpmid-

r | del, namelijk liet overdenken onzer eigene i ondankbaarheid , onvolmaaktheid en ellen

den. Want indien wij opmerken wat wij gedaan hebben, toen God met ons niet was, t zoo zullen wij spoedig bekennen , dat wij

aan ons zeiven niet moeten toeschrijven wat wij doen, als hij met ons is. Wij zullen ons wel over dit goed verheugen , maar wij zullen de eer toeschrijven aan God , die hetzelve in ons heeft voortgebracht. Alzoo bekende de heilige Maagd , dat God haar groote dingen had gedaan; maar het was om zich te verootmoedigen, en God te verheerlijken. Mijne ziel, zegt zij , verheft grontelijks den

(1) Oor. 4, 7.

ocr page 186

— ISO —

tletr: omdat hij, die almachtig is, mij qroote dingen heeft gedaan. (1)

Wij zeggen wel dikwijls, dat wij een wie/ zijn, ja de ellende zelfs, en het vuil der wereld, maar wij zouden het zeer euvel ue-meii, zoo wij bij ons woord gevat en voor zoodanig genomen werden. Wij doen ook somtijds alsof wij vluchten en ons wilden verbergen ; maar het is omdat men ons zoude naloopen en opzoeken ; wij veinzen alsof wij de laatste, en niets als de laagste plaats verlangden: maar het is om met zoo veel llt;' meer eer aan het hoofdeinde le geraken. Doch de ware en oprechte ootmoedigheid wil zelfs niet voor ootmoedig aangezien worden, en zij verbergt niet alleen de andere deugden , maar ook zich zelve. Ja, i.idien het haar veroorloofd ware te liegen; te veinzen en haren evennaaste te ontstichten, zoude zij zicli trotsch en hoovaardig toonen, om zich onder dien schijn te bedekken, en al-zoo onbekend en verborgen te blijven.

Wij mogen dan zelfs, naar mijn inzien, geene ootmoedige woorden gebruiken, tenzij, dat; wij inwendig meenen wat zij beteekenen. Laat ons ook nooit onze oogen nederwaarts slaan. tenzij dat wij tevens onze harten vernederen. Doen wij niet blijken, dat wij de laatsten willen zijn. tenzij wij dit van harte

[\) Lue. M , (» , 49.

ocr page 187

— 181 —

meenen. Dit houd ik voor een' ulgemeeueii regel. Alleen voeg ik er bij , dat de beleefdheid soma vereischt, dat men nu en dan aan iemand den voorrang aanbiedt , schoon men wel weet , dat hij het zal weigeren. Dit is echter geene geveinsdheid of valsche ootmoedigheid , maar eene beleefde voorkomenheid , die zeer wel met de waarheid overeenkomt. Hetzelfde zeg ik ook van eenige eerbiedige woorden, die, naar de letter genomen , onwaar schijnen; schoon zij inderdaad waarachtig zijn, als men daardoor rechtzinnig wenscht dengenen te eeren, tot wie dezelve gesproken worden. Want alhoé-wel die woorden soms zeer veel beteekenen, misdoen wij toch niet, als wij maar de gewone wijs van spreken houden. Nochtans wenschte ik wel, dat de woorden altijd recht met onze genegenheid overeen kwamen, om in alles de openhartigheid en de eenvoudigheid ongeschonden te bewaren.

Een mensch , die waarlijk ootmoedig is , kan beter dulden, dat een ander van hem zegt, dat hij een ellendeling en een ondeugend mensch is , dan dat hij dit zeiven zoude zeggen; ja , indien men zulks van hem zegt, zegt hij er niets tegen : maar hij stemt het van harte toe , mits hij zich voor dusdanig aanziet. Velen zeggen, dat zij het inwendig gebed voor de volmaakten laten . en zij niet waardig zijn zich daarin te oefenen; aurn-

ocr page 188

1 fJ2 —

migen betuigen, dat zij tot de Tafel de» Heeren niet durven naderen , dewijl zij zieh niet zuiver genoeg kennen ; anderen omdat /.ij de godsvrucht vreezen schande aan te doen, indien zij dikwijls willen communi-ceeren, zij, die zoo zwak en zoo ellendig /.ijn. Anderen wederom , weigeren hun talent te gebruiken ten dienste van God en van hunne naasten , omdat zij , volgens hun zeggen, hun zwakheid kennende, vree/en, dat zij zich daardoor zouden verhoogmoedigen. Doch dit alles is doorgaans niets anders dan bedrog en eene doortrapte geveinsdheid, waardoor men, onder voorwendsel van ootmoedigheid , de kleinachting der goddelijke zaken bewimpelt, en zijne eigene vermetelheid , traagheid en zinnelijkheid bedekt.

De proleet Isaïas zeide eertijds tot den goddeloozen koning Achab : eUch een leeleii ran den Heer! uwen Qod; hetzij uit den heme} , hetzij uit den afgrond : en hij antwoordde : ïk zal het niet eischen, opdat 'ik. den Heer niet terqe. (1) Ziedaar zijne boosheid; hij wil aan God grooten eerbied schijnen te bewijzen, en nochtans onder voorwendsel van ootmoedigheid, weigert hij de genade te ontvangen, die hem wordt aangeboden. Weet hij dan niet, dat het hoogmoed is , de goddelijke genaden te weigeren, en dat men ge-

(1) laai. 7, 31.

ocr page 189

houden is dc/elvc to ontvangen; integendeel , dat liet ootmoedigheid is, Gods begeerte , zoo veel het ons mogelijk is op te volgen ? Doch wat wil God anders , dan dat wij volmaakt zouden zijn, en ons zoo zeer met hem vereenigen als het in ons vermogen is ?

De hoovaardige heeft, omdat hij op zich zeiven betrouwt, reden van niets te durven ondernemen; maar de ooi moedige heelt des te meer moed, naarmate hij zich zwakker en kranker kent. Doch naarmate zijner bekende ellenden wordt hij kloeker en stouter , wijl hij al zijn betrouwen op God stelt, die zijn behagen neemt om zijne almacht in onze zwakheid te doen uitschijnen , en zijne barmhartigheid in onze ellenden te verheerlijken. Dus moeten wij ootmoedig en heilig alles durven ondernemen, hetgeen van onze ziels-bestuurders als dienstig tot onze vordering geoordeeld wordt.

Zich laten voorslaan dat men weet, wat men niet weet, is openbare dwaasheid. Te willen schijnen te weten, wat men zekerlik niet weet, is onverdragelijke ijdelheid. W at mij aangaat, ik zoude niet willen te pronk stellen hetgeen ik weet: noch ook geveinsden weet niet spelen. Als dan de lietde zulks vereischt, moet men oprecht en met zachtaardigheid aan onzen evennaaste mededeeleu, niet alleen hetgeen tot zijn onderricht uoo-

ocr page 190

— 18-1

dig is, maar uuk wat hem tot troost en uui : vol

kau ilienen. Want de ootmoedigheid , die de 701

deugdeu bedekt eu verbergt, om dezelve te hel

bewaren , openbaart die ook als het de liefde en

vereiaoht, omdat zij hierdoor vermeerderd , \vf

verbeterd en voltrokken worden. 1'ven gelijk j do

zekere boom op het eiland Tylos , die zijne I m

heerlijke, roode bloemen dca nachts toesluit. I z\

en dezelve slechts met den zonnen-opgang i \

ontsluit, zoo dat de inwoners daarvan zeg- 5 h

gen, dat die bloemen des nachts slapen; al- d

zoo bedekt en verbergt de ootmoedigheid al t v

onze deugden en volmaaktheden, en nooil 1 s

veropenbaart zij die , dan als het de ware 1 3

goddelijke liefde, de zon aller deugden, ver-eischt; zoo dat de ootmoedigheid , die tegen de lielde strijdt, geene ware, maar een valsche ootmoedigheid is.

Ik zou niet gaarne den dwaze noch deu wijze spelen : want gelijk de ootmoedigheid mij verbiedt mij voor wijs te doen doorgaan , alzoo verbiedt mij ook de eenvoudigheid en de oprechtheid , den dwaze te Teinzen. Want indien de ijdelheid strijdig is tegen de ootmoedigheid , zoo is het bedrog en de geveinsdheid buiten twijfel ook strijdig tegen de oprechtheid en de eenvoudigheid. Bijaldien nochtans eenige groote Heiligen zich voor dwaas hebben uitgegeven, om voor de wereld verachtelijk en verworpen te schijnen , moet men hen daarin bewonderen , doch «iet na-

ocr page 191

— 185

volgen. Want zij liebbeu daarfoe gevria bijzondere redenen gehad , die wij tder niet hebben. Watb. v. David aangaat, hij danste en sprong voor de ark des verbonds wel een weinig meer dan de betamelijkheid vereisi'hte, doch niet, om danrooor den dwaas te spelen , maar eenvoudig om de groote blijdschap van zijn hart te kennen te geven. Daarom , als Michol, zijne gade , hem dit ala eene dwaasheid verweet, beklaagde hij zich niet over dezen smaad , maar in zijne blijgeestigheid voortgaande, verheugde het hem eenige schande voor Gods eer te mogen lijden. Derhalve, indien men u, om eenige werken van oprechte godsvrucht, voor slecht, eenvoudig oi' dwaas aanziet, moet de ootmoedigheid u over dit heilig verwijt verhengen, want de schande daarover is niet in u, maar in uwe versmaders.

Vl! HOOI'USTÜK.

Ile ootmoedigheid doet ons ook onze eiffene verworpenheid beminnen.

Ik ga nog verder, en zeg u , Plulothea ! dat g?j in alles en overal uwe eigene verworpenheid moet beminnen. Maar gij zult zeggen: wat beduidt dat, zijne eigene verworpenheid beminnen : Verworpenheid be-teekeut, in het latijn , ootmoedigheid, en

ocr page 192

180 —

ootmuüdiglieid is niets anders dan verworpenheid. Daarom, als de heilige Moeder Gods in haren heiligen lofzang zegt, dat zij van alle volkeren zal zalig genoemd worden, omdat God de ootmoedigheid zijner dienstmaagd heefl aangezien, wil zij daardoor niets anders zeggen , dan dat de Heer hare verworpenheid , nietigheid en nederigheid heeft aangezien . om haar met zijne genade te vervallen. Kr is nochtans eenig verschil tusschen de ootmoedigheid en de verworpenheid. Want de verworpenheid is de kleinheid , de nederigheid en nietigheid die in ons is , ook zonder dat wij er op denken ; maar de deugd van ootmoedigheid is eene ware kennis en vrijwillige erkentenis onzer verworpenheid. Doch de volmaaktheid dezer ootmoedigheid is niet alleen gelegen in vrijwillig onze verworpenheid te bekennen, maar in haar te beminnen en er behagen in te scheppen; niet uit lafhartigheid , maar* om de goddelijke Majesteit des te meer te verhellen , en zijnen evenmensch boven zich te achten; en dit is het eigenlijk , waartoe ik u vermaan. Doch om dit noch beter te verstaan , moet gij weten , dat onder de rampen , die wij hier lijden , sommige voor verworpen en andere voor eerlijk worden beschouwd. Het grootste getal menschen wil wel de eerlijke aanvaarden: maar bijna niemand de slechte en verworpene. Ontmoet men ergens een

ocr page 193

— 187 —

goflviMvhiig kluizenaar met een ^eeeheurd kleed en bibberend van koude , ieder eert dan zijne gescheurde kleederen en heeft deernis met hem die de koude verdraagt; maar indien men , integendeel. eenen armen ambachtsman, eenen armen edelman , of eene arme juffrouw in dien toestand ziet, worden zij veracht en bespot, omdat men deze behoefte voor verworpen aanziet. Een monnik ontvangt goedhartig de onzachte berispingen van zijne oversten, ot een kind van zijnen vader, en elk zal dit versterving , gehoorzaamheid , wijsheid noemen ; maar indien een edelman ol eene juH'rouw hetzelve van iemand verduldig en oprecht uil lielde tot. God verdraagt, zal men dit blooheid en lafhartigheid noemen.

Ziellier nog een ander voorbeeld. Iemand beeft den kanker aan den arm ; een ander beeft dien in het aangezicht: den eerste lijdt Hechts de pijn, maar den andere lijdt nog bovendien smaad en schande. Daarom zeg ik , dat men niet alleen de kwaal moet beminnen , hetgeen verduldigheid is: maar ook de verworpenheid, die met de kwaal vermengd is, hetwelk eigen aan de deugd van ootmoedigheid is. Er zijn aldus ook eenige deugden , die slecht en verworpen , en andere , die eerlijk echijnen. De verduldigheid , bij voorbeeld , de zachtmoedigheid , dp eenvoudigheid , en zelfs ook de ootmoe-

ocr page 194

— 1SB —

rligheid . sijn ilovigilon, die de ereldech6 Tnenschon voor sleclit. ou vprworj^eu achten; «mi integendeel achten /.ij voor aanzienlijk «ie voorzichtigheid, de dapperheid en milddadigheid. Men kan ook somtijds; voor het beoetenen van eene en dezelfde deugd, van sommigen veracht en van anderen geprezen worden. Aalmoezen geven en vergeven hetgeen tegen ons misdaan is, zijn twee werken . «lie uit de liefde voortkomen ; cn echter wordt het eerste van eenieder geprezen , en het andere in de oogen der menschen versmaad. Een jong edelman ot eene Jol ge jntter, «üe geen deel wil nemen in de ongeregeldheden van een bedorven gezelschap in het malle cn ongebonden gepraat, in her. spelen, in hel dansen, in het drinken, in zich op te smukken, enz. zal door anderen berispt en beschimpt worden, hare zedigheid zal gemaaktheid of geveinsdheid genoemd worden; doch deze versmadingen beminnen, jr de verworpenheid beminnen.

Ziehier nog een ander slag: wij worden, bij voorbeeld, gezonden om de zieken te gaan bezoeken ; indien men mij tot den el-lendigsten en slechtsten zendt, zal het naar den geest der wereld eene verworpenheid wezen, en daarom zal ik die trachten te beminnen ; indien men mij tot rijken zendt: is het ook eene verworpenheid , doch alleen naar den Gee«t Gods , dewijl daarin minder

ocr page 195

— 1S9 —

rpt'dienete on minder deugd plegen «a ; deee verworpenheid zal ik echter ook beminnen. Indien ik in het midden dor straat \ al. hel» ik nog zeker . behalve de pijn , schande io ondergaan; die schande moet ik ook liel-hebbeu. Ja, er zijn sommige lonten, waarmede geen ander kwaad vermengd is , dan alleen zekere schande en zekere verworpenheid; en alsdan vereischt de ootmoedigheid niet, dat wij die fouten wetens en willens bedrijven, maar ons niet ontrusten als zij bedreven zijn. Dusdanig zijn sommige misslagen , domheid, onbedachtzaamheid; en gelijk men dezelve moet schuwen eer zij geschieden , om aan de beleefdheid en voorzichtigheid te voldoen , ahoo moei men zich ook gerust stellen als zij geschied zijn, door do versmading, die daaruit voortkomt, to omhelzen, om de heilige ootmoedigheid daardoor Ie oefenen. Tk zeg nog meer: indien ik mij door gramschap of ongeregeldheid heb te buiten gegaan , door eenige onbetamelijke woorden te spreken, waardoor ik God en den evenmensch vergramd heb , zal ik leedwezen over het kwaad verwekken, on hetzelve zoo veel mogelijk trachten te herstellen; maar evenwel zal ik de versmading en de verworpenheid, die ik daardoor behaald heb, als eene verdiende straf omhelzen. Ja , zoo het eene van het andere kon gesoheiden worden, zou ik de fout ofquot; de

ocr page 196

/.otirlr met ijver verwerpen, en hnre ver-Kinndiug met ootmoed behouden.

Poch , al moet men de versmading beminnen , die uit het kwaad voortspruit, map; men daarom echter niet nalaten het kwaad zelf door geschikte middelen te verbeteren , bijzonder wanneer er nog meer kwaad uit volgen kan. Indien ik , bij voorbeeld . in mijn aangezicht een zweer heb, die mij ver-smadelijk maakt, zal ik mijn best doen om die te genezen, maar geenszins om de versmading te doen vergeten , die ik daardoor heb behaald. En, indien ik iets zonder iemands leed misdaan heb , zal k mij niet verontschuldigen , want deze fout is nu voorbij , zonder iemands schade , vervolgens kan de verontschuldiging slechts dienen om de versmading weg te nemen, di? daaruit voortkomt. Doch dit laat de ootmoedigheid niet toe. Maar zoo ik onbedachtzaam of uit spot iemand misdaan of geërgerd heb. zal ik die misdaad door eene oprechte verontschuldiging verbeteren, omdat het kwaad blijft voortduren en de liefde mij verplicht hel weg te nemen. Het gebeurt ook soms , dat wij , uit liefde, die versmading zelve ook moeten wegnemen , namelijk , om onzen evennaaste, aan wien onzen goeden naam en faam noodig zijn , te kunnen nuttig wr-zen. Maar in dit geval moeten wij onze versmading, die wij uit het oog van onzen

ocr page 197

evennaaste wegnemen, om de ergernis te beletten , in ons hart opsluiten, opdat hij niet geërgerd , maar gesticht worde.

Gij verlangt nu buiten twijfel te weten , Philothea! welke de allerbeste versmadingen zijn ? Tk antwoord, dat ons het nuttigste zijn en het aangenaamste aan God , zulke , die ous overkomen door, of ter oorzake van dien wij beleven ; omdat wij zeiven die niet verkozen, maar ontvangen hebben, gelijk God belieft ons dezelve toe te zenden, wiens verkiezing altijd veel beter dan do onze is. Doch indien zij van onze keuze afhingen, zoo zouden de grootste de beste zijn ; en dezulke zijn de grootste, die het allermeest tegen onze genegenheden strijden , zoo zij maar met onze roeping overeenkomen. Want, om het eens voor al te zeggen, onze verkiezing verminderd bijna al onze deugden. Wie zal ons dan de genade schenken , om met den Profeet tc mogen uitroepen: Ik heh liever verworpen te zijn in het huis des Hteren , ilan te wonen in de tenten der zondaren. (!) Niemand kan dit doen , lieve Philothea , dan hij, die om ons te verhetfen, in zijn leven en sterven de spot der Heidenen, en de verachting van zijn eigen volk geweest is. Ik heb u hier al veel gezegd , wat u in het eerste hard zal schijnen ; maar geloof mij,

(I) Psalm SO, 11,

ocr page 198

— 192 —

het zal u itüeter damp;n honig worden , indien gij hetzelve maar begint te bewerkstelligen.

VII. HOOFDSTUK.

Hoe men te gelijk met de ootmoedigheid zijn naam en faam moet bewaren.

De lof, de eer en roem wonltm niet ge-geyeu a»n de mensfhen voor kleine eu gewone deugden, maar voor uitmuntende en uitstekende werken. Want door den lof willen wij de andere bewegen , om de uitmuntendheid dergenen te achten , die wij pr'yzen; en voor de eerbewijzing betuigen wij, dat wij zeiven door die personen hoogachting hebben. Zoodat de roem . uaar mijn inzien, niets anders is dan de glan^ van een goeden naam, die uit verdubbelden lol en eer ontluikt. Doch daar de ootmoedigheid niet duldt dat wij ons boven anderen verheffen, zoo kan zij ons ook n et toelaten d»t wij lof, eer en roem betrachten. Maai-toch stemt zij in den raad van den Wijzen-man toe, die ons vermaant zorg te dragen voor onzen goeden naam, omdat een goede naam geene uitmuntendheid, maar alleen een eenvoudig vroom leven vereischt, bet-welk de ootmoedigheid toelaat in ons zeiven te kennen , en voor zoodanig bekend te zijn. Wel is waar, zou de ootmoedigheid den naam sn de faam self r tie maden , zoo de liefde

ocr page 199

— 193 —

zulk» toeliet; maar wijl die in het gewone leven noodig zijn, en wij anderzius aan het gemeenebest niet alleen onnuttig , maar zelfs schadelijk zouden zijn , zoo vergt de liefde en de ootmoedigheid. dat wij dien goeden naam betrachten en zorgvuldig bewaren.

Gelijk de bladeren der boomen, alhoewel zij uit zichzelve van geringe waarde ziju, nochtans zeer dienen, niet alleen om den boom te versieren, maar ook om de vruchten , als zij nog zwak en teer zijn, te bewaren; alzoo is ook de goede naam , ofschoon van weinig waarde uit zich zei ven, niet alleen nuttig en dienstig tot ons sieraad , maar ook tot het behouden onzer deugden , voornamelijk als zij nog zwak en teêr zijn. De zorg voor een en goeden naam , moedigt een dapper man aan tot vrome en deugdelijke werken, opdat hij zoo moge wezen, gelijk hij van de menschen gehouden wordt. Bewaren wij dan, lieve Philothea, onze deugden , opdat zij aangenaam zijn aan God , die het hoogste en voornaamste doel van al onze werken moet wezen. Maar gelijk degenen, die ooft willen bewaren, niet alleen bet/elve eonüjten , maar het ook in potten leggen ; alzoo mogen wij ook, al is het dat de liefde Gods de voornaamste bewaarster van onze deugden moet zijn , nochtans daartoe nog wel den goeden naam gebruiken *!§ zijnde ten uiterste dienitig.

ocr page 200

194

Zulke mag echter geenzins met al te groote zorgvuldigheid en stiptheid geschieden, want anders zouden wij gelijk zijn aan die teêre en gevoelige menschen , die in het minste ongemak hunne toevlucht nemen tot geneesmiddelen, en daardoor hunne gezondheid gansch bederven. Want die zoo nauw op de eer letten , verliezen dezelve licjhtelijk ; omdat zij door die nauwgezetheid de kwaadsprekers tot beknibbeling opwekken.

Zich gedragen alsof men het ongelijk en den laster niet hoorde, is gewoonlijk veel beter en zaliger , dan wel daarover te twisten en voldoening te vragen. De verachting doet den laster licht verdwijnen. Immers, indien men zich daaraan stoort, zoo schijnt men eenigzins plichtig. De krokodillen beschadigen slechts degenen, die hen vraezen : alzoo zijn ook de achterklappers bijta niemand schadelijk dan hen , die er zich aan storen.

Die groote vrees voor zijne faam , geeft eenig mistrouwen te kennen, aisof zij niet op vaste gronden gevestigd ware, namelijk op een oprecht vroom leven. De steden, dit* over hare groote rivieren niet anders hebben dan houten bruggen, zijn altijd in vrees voor het geweld der stroomen; maar zij , die ateenen bruggen hebben , vreezen niet dan voor buitengewone watervloeden. Alzoo ook verachten degenen , wier ziel wel gegrond èu geveitigd is op de deugd , gewoonlijk de

ocr page 201

— 195 —

lastertaal; maar die teer en zwak zijn, nemen dit zeer ter harte. In waarheid, Philothea; dip metgeweld zijnen goeden naam wil behouden, verliest denzelven bij eenieder, en hij verdient zulks; want zulk eene spitsvinniglieid verdient niet anders dan smaad en verachting.

De goede naam is bijna gelijk aan een uithangbord , hetwelk ons de woonplaats der deugd aanwijst. Dus moet de deugd iu alles liet grondwerk van den goeden naam wezen. Daarom, indien men van u zegl , dat gij een vrinsaard zijt, omdat gij de godsvrucht bp-tracht, indien men u voor een' lafhartige en kleinmoedige uitmaakt, omdat gij bel aangedane ongelijk vergeeft , versmaad dit alles: want behalve dat zulke vonnissen slechts van onverstandige en dwaze men-ichen kunnen komen , mag u dit evenwel niet bewegen om van het pad der deugd af le wijken; want men moet altijd de vrucht hooger schatten dan de bladeren. Dil wil zeggen , dat de ware inwendige deugd , boven den uitwendigen schijn gesteld moot worden. De naam en faam moet men wel voorstaan, maar niet als onzen afgod eeren. Gelijk men dan de goeden niet mag verergeren, alzoo mag men ook de oogen der boozen niet trachten te believen. De baard is een sieraad voor den man, en het hoofdhaar is een sieraad voor de vrouw. Indien men den geheelen baard, en al het haar met den wortel te

ocr page 202

— If6 —

zamen wil uitrukken, zal liet niet licht herwassen ; maar zoo men het eenc en het andere enkel afkort, of met een scheermes afscheert, zal het aldra en nog sterker uitkomen dan te vuren. Zoo ook, al is het dat onze goede naam een weinig verkort of gekrenkt wordt, ja zelfs afgeschoren door de lastertaal, moet men zich daaraan echter niet storen, want hij zal eerlang wederom uitspruiten, niet alleen zoo schoon als te voren , maar ook veel deftiger en moediger. Doch indien onze zonden, onze lafhartigheid en ons ondeugend leven ons beroofd hebben van onzen goeden naam, dan zal hij zeer bezwaarlijk wederkeeren, omdat de wortel ook mede is uitgerukt; immers de wortel van den goeden naam is de oprechtheid van de deugd , die zoo lang zij in ons biijft, steeds wederom de eer en de hoogachting, die men haar schuldig is , kan voortbrengen.

IJdele gesprekken , onnutte bijeenkomsten en vruchtelooze vriendschap moet men verlaten , indien zij hinderlijk aan onzen goeden naam zijn; want de goede naam is meer te achten. Maar indien men , om het godvruchtige leven, om den voortgang in de deugd en om het betrachten der hemelsche goederen, ons tegenspreekt, bestraft, beknort of lastert, verdraag het en laat vrij de honden tegen den man blaften. Want indien zij daardoor eonig kwaad vermoeden tegen onze

ocr page 203

fpr verwekken, en aldm een weinig het haar onzer faam afkorten of zelfs afscheren , zal liet echter weldra wederom uitwassen , en het scheermes van den achterklap zal slechts tot meerderen luister dienen ; even zoo als het snoeimes aan den wijngaard voordeelig ia, en hem met overvloedige vruchten verrijkt.

Slaan wij dan altijd onze oogen op den bekruisten Christus, en gaau wij in zijnen dienst eenvoudig en voorzichtig voort. Hij zal de beschermer zijn van onze faam : en zoo hij toelaat dat zij gekrenkt of vernietigd worde , zal hij dezelve, of wederom herstellen , of die versipading zal ons uitermate in de heilige ootmoedigheid doen aangroeien. waarvan een enkel ons meer te waarderen is, dan duizend ponden eer. Indien men ons onrechtvaardig belastert, laat ons vreedzaam de waarheid tegen den laster stellen; indien de laster altijd blijft duren , zoo laat om toch ook in de ootmoedigheid blijven volharden , en aldus onze eer en onze ziel in Gods handen bevelen. Wij kunnen dezelve immers nergens beter in veiligheid stellen. Laat ons , naar het voorbeeld van den H. Paulus, God zoowel dienen door den kwaden als door den goeden naam , teneinde wij met David mogen zeggen : om V, o Heer ! heb llc het verwijt en de heschaamd-heid mijns aangezichtn verdragen. (1) (1) Psalm 68, S.

ocr page 204

— 19S —

Ik zonder nochiauB hiervan af den laster, zij

die zoo zwaar en zoo schandelijk is, dalt; zej hem niemand zwijgend mag verdragen, als is hij zich maar met gerechtigheid daartegen za kan verweren. Ook moet men zekere personen uitzonderen, die door hunnen goeden ge naam vele menschen moeten stichten; want m alsdan moet men met vreedzaamheid de ge herstelling van het aangedane ongelijk ver- bt volgen, zoo als de godgeleerden betuigen. ui

VII. HOOFDSTUK. %

Over dv zachtmoedigheid en hel vteilelijden J

tot den naaste, en over de hulpmiddelen |l

tegen de qramschap. 11

li.

Het heilige Chrisma wurdt geuiaukt van dquot;

olijfolie en balsem te zamon gemengd , on k beteekent ouder andere, de twee deugden,

die in hel leven onzes Zaligmakers aller- | meest hebhen uitgeschenen , en die hij ook „ bovenal aanraadt, zeggende : leert mn mij, v 'lat ik zrwMmoedig en ootmoedig van harte r, ben. (1) De ootmoedigheid voltrekt onze B plichten jegens deu evennaaste. De balsem , o die, gelijk hiervoren gezegd is , altijd uaar z den bodem zinkt , beteekent de ootmoedig- t heid, en de olijfolie die steeds boven zwemt, \ beteekent de zachtmoedigheid en de goedhartigheid , die zich boven alles verheft, alf ( (1) Matth. 11, is9.

ocr page 205

— 199 —

/.ijnde het merg Her liefde , die, naar het zeggen van den H. Bernardns , dan volmaakt is , als zij niet alleen verduldig, maar ook zachtmoedig en vriendelijk is.

Wees dan bezorgd , o Philothea ! dat dit geestelijk Chrisma, bestaande uit de ootmoedigheid en zachtmoedigheid , in uw hart gevonden worde. Want het is een helsch bedrog, zich maar te bekommeren met den uitwendigen schijn; en zonder de inwendige genegenheden te onderzoeken , zich intebeel-den , dat mm zachtmoedig en ootmoedig is, daar de werken liet tegendeel bewijzen ; hetwelk men daaraan lichtelijk kan kennen , indien men aanstonds om het minste ongelijk driftig en gramstorig wordt. Men zegt , dat degenen, die zeker tegen-vergift gebruiken , St. Paulus-zalf genoemd , niet opzwellen , als aij van slangen gestoken worden, Evonzoo , als de ootmoedigheid en do zachi-moedigheid oprecht is, beschermt zij ons van alle oploopendhoid wegens het ontvan-gene leed. Maar indien wij , van de kwaadsprekende tongen gestoken zijnde, terstond opzwellen en gramstorig worden, dan is zulks een teeken, dat onze ootmoedigheid en zachtmoedigheid niet oprecht , maar ver-valscht is.

Toen de heilige patriarch Josef zijne broeders uit Egypte weder naar hnns vaders huis zond , gaf hij hun slechts dit eenig

ocr page 206

— 136 —

zamen wil uitrukken, zal Jiet niet licht lierwussen; maar zoo men het eene en het andere onkel afkort, of met een scheermes afscheert, zal het aldra en nog sterker uitkomen dan te vuren. Zoo ook, al is het dat onze goede naam een weinig verkort of gekrenkt wordt, ja zelfs afgeschoren door de lastertaal, moet men zich daaraan echter niet storen, want hij zal eerlang wederom uitspruiten, niet alleen zoo schoon als te voren , maar ook veel deftiger en moediger. Doch indien onze zonden, onze lafhartigheid en ons ondeugend leven ons beroofd hebben van onzen goeden naam, dan zal hij zeer bezwaarlijk wederkeeren, omdat de wortel ook mede is uitgerukt; immers de wortel van den goeden naam is de oprechtheid van de deugd , die zoo lang zij in ons blijft, steeds wederom de eer en de hoogachting , die men li aar schuldig is , kan voortbrengen.

IJdele gesprekken , onnutte bijeenkomsten en vruchtelooze vriendschap moet inen verlaten, indien zij hinderlijk aan onzen goeden naam zijn; want de goede naam is meer te achten. Maar indien men , om het godvruchtige leven, om den voortgang in de deugd en om het betrachten der hemelsche goederen, ons tegenspreekt, bestraft, beknort of lastert, verdraag het en laat vrij de honden tegen den man blaften. Want indien zij daardoor eenig kwaad vermoeden tegen onzo

ocr page 207

fer verwekken, en aldui een weinig het haar onzer faam afkorten of zelfs afscheren , zal liet echter weldra wederom uitwassen , en het scheermes van den achterklap zal slechts tot meerderen luister dienen ; even zoo als het snoeimes aan den wijngaard voordeelig is, en hem met overvloedige vruchten verrijkt.

Slaan wij dan altijd onze oogen op den gekruisten Christus, eu gaan wij in zijnen dienst eenvoudig en voorzichtig voort. Hij zal de beschermer zijn van onze faam : en zoo hij toelaat dat zij gekrenkt of vernietigd worde , zal hij dezelve, of wederom herstellen , of die versipading zal ons uitermate in de heilige ootmoedigheid doen aangroeien , waarvan een enkel ons meer te waarderen is , dan duizend ponden eer. Indien men ons onrechtvaardig belastert, laat ons vreedzaam de waarheid tegen den laster stellen; indien de laster altijd blijft duren , zoo laat ons toch ook in de ootmoedigheid blijven volharden , en aldus onze eer en onze ziel in Gods handen bevelen. Wij kunnen dezelve immers nergens beter in veiligheid stellen. Laat ons , naar het voorbeeld van den H. Paulus, God zoowel dienen door den kwaden als door den goeden naam , teneinde wij met David mogen zeggen : om TT, o Reef ! heh ik het verwijt en de hexc/iaamd-hfld mijns aangezichtn verdrattm. (1) (1) 1'aalm BS, s.

ocr page 208

Ik sonder norhtaUB liiervau af den laster , die zoo zwaar 011 zoo ecliaudelijk is, dal hem niemand zwijgend mag verdragou, als hij zich maar met gerechtigheid daartegen kan verweren. Ook moet men zekere personen uitzonderen, die door hunnen goeden naam vele nieiischen moeten stichten; want alsdan moet men met vreedzaamheid dr herstelling van het aangedane ongelijk vervolgen , zoo als de godgeleerden betuigen.

VII. HOOFDSTUK.

f gt;t'( i' dc zachtmoedigheid cn hei ineiUlijden fol den naaste, eu over de hulpmiddelen tegen de gramscha-p.

Het heilige Chrisma wordt gemaakt van olijfolie en balsem te zamen gemengd , en he toekent ouder andere, de twee deugden , die in hel leven onzes Zaligmakers aller-inecst hebhen uitgeschenen , en cie hij ook hovenal aanraadt, zeggende : teert van mij, dat ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben. (1) De ootmoedigheid voltrekt onze plichten jegens den evennaaste. De balsem . die, gelijk hiervoren gezegd is, altijd naaiden bodem zinkt, beteekeut de ootmoedigheid, en de olijfolie die steeds boven zwemt, beteekent de zachtmoedigheid en de goedhartigheid , die zich boven alles verheft, als (1) Mutth. 11, Ü9.

ocr page 209

— 199 —

ïijnde hst merg Her liefde , die, naar het zeggen van deu H. Bcrnardus , dan volinsakt is , als zij niet ulloeu verduldig , maar ook zachtmoedig en vriendelijk is.

Wees dan bezorgd , o Philothea ! dat dit geestelijk Chrisma, bestaande uit de ooi-moedigheid en zaohtmoedigheid , in uw hart gevonden worde. Want het is een helsch bedrog, zich maar te bekommeren met deu uitwendigen schijn; en zonder de inwendige genegenheden te onderzoeken , zich inteheel-den , dat men zachtmoedig en ootmoedig is, daar de werken het tegendeel bewijzen ; hetwelk men daaraan lichtelijk kan kennen , indien men aanstonds om het minste ongelijk driftig en gramstorig wordt. Men zegt , dat degenen, die zeker tegen-vergift gebruiken , St. Paulus-zalf genoemd , niet opzwellen , als zij van slangeu gestoken worden. Evonzoo , als de ootmoedigheid en de zacht-moedigheid oprecht is, beschermt zij ona vai; alle oploopendheid wegens het outvan-gece leed. Maar indien wij , van de kwaadsprekende tongen gestoken zijnde, terstond opzwellen en gramstorig worden, dan is zulks een teeken, dat onze ootmoedigheid en zachtmoedigheid niet oprecht, maar ver-valscht is.

Toen de heilige patriarch Josef zijne broeders uit Egypte weder naar hun» vaders huis zond , gaf hij hun slechts dit eenig

ocr page 210

berel , wilt onderwe/je nlef yram worden. (1) fk zeg u ook hetzolfde, Philotliea. Dit ellendig leven is niet anders dan een weg tot de zaligheid; laat ons dan onderweg tegen elkander niet gram worden; laat ons met al onze broeders en gezellen zachtmoedig en minzaam leven. Ja, ik zeg u zonder eenige bepaling : indien het mogelijk is , maak u nimmer gram, noch verleen de gramschap eene plaats in uw hart. Want de Et. Jacobus zegt zonder uitneming : de gramschap van den mensch werlct Gods rechtvaardigheid uit. (2) Ik beken, dat men het kwaad krachtdadig wederstaan , en de gebreken dergenen, die aan onze zorg aanbevolen zijn, beteugelen moet; raaar dit geschiede nochtans niet zachtmoedigheid en vrede. Niets is er , dat de gramschap van cenen vertoornden olifant kan stillen dan het aanzien van een lam ; ook is er niets, dat de krachr, des ge-sehuts meer wederstaat dan de wol. De berisping . die uit een , alhoewel met reden , ontsteld gemoed voortkomt, is zoo krachtig niet als degene , die uit de rede alleen voortspruit. Want olschoon de redelijke ziel uit hare natuur onderworpen is aan de rede , is zij nochtans aan de onstuimige driften niet onderworpen , dan door bedwang ; en daarom wordt, als de driften zich onder de rede vermengen , de rede zelve hatelijk. De (1) Ge». 45 , 24. (2) Jiie. 1 , 20.

ocr page 211

— 201 —

vorsten en koningen worden van hunne onderdanen met groote liefde ontvangen, ala zij met een' vreedzamen stoet van dienaren hen komen bezoeken; maar als zij met legers aankomen, wordt, alhoewel zij het algemeen welzijn beoogen, hunne aankomst niet te min altijd geschroomd. Want, niettegenstaande zij onder de krijgslieden zoo goeden regel trachten te onderhouden als doenlijk is, kunnen zij toch nooit alles zoo wel schikken, of er zal altijd ecnig leed on schade geschieden, waardoor de goede onderdanen verdrukt worden. En even zoo lang als de rede de heerschappij voert, en met zachtmoedigheid kast ijdt, bespot en vermaant, worden de berispingen, al vallen zij hard, bemind en goedgekeurd; maar als er drift en gramschap, die door den H. Au-gustinus vergeleken wordt bij soldaten, tua-schen loopt, dan wordt zij meer gevreesd dan bemind. Het is veel beter, zegt dezelfde heilige vader in zijnen brief aan Profuturus, aan alle gramschap, hoe redelijk en hoe klein zij ook schijne , den ingang te weigeren , dan haar in het hart in te laten; want als zij binnen gelaten wordt, is het zeer moeielijk dezelve wederom er uit te drijven. Zij komt er binnen als een teeder spruitje, maar zij verandert weldra in eenen zeer hoogen boom; en indien zij eens den nacht kan winnen , zoo dat de zon , hetgeen de

ocr page 212

Apostel rerbiedi, over onze gramschap on= Hergaal , verkeert zij zeer lirht iu haat, eu Han zijn er bijna geeno middelen meer om haar Ie verjagen ; want zij voedt zich door duizende verschillende kwade vermoedens , dewijl de gramstorige zich altijd laat voorslaan , dat zijne gramschap billijk is.

Het is du» veel nuttiger zonder eenige gramschap te leven , dan de gramschap ma-lig en voorzichtig te gebruiken ; daarom i» hel beter dezelve terstond , hoe klein zo ook zij, te verdrijven , dan eenige overeenkomst mei haar aan Ie gaan : want zij zal in korten tijd den meester spelen, en, ev m als eene slang , weldra geheel haar lichaam inwringen , zoo men slechts aan den kop den ingang verleent. Indien gij mij nu vraagt, hoe men haar verdrijven kan, antwoord ik u , dat men haar in liet begin met alle zachtheid en kracht, maar zonder geweld , moei tegengaan ; want gelijk dikwijls in de raadhuizen, de deurwaarders , door stilte te gebieden , meer gerucht maken dan degenen die zij doen zwijgen , alzoo geschiedt het ook menigmaal , dat wij , door met geweld onze gramschap te bedwingen , ons hart meer ontroeren dan de gramschap zelve zou gedaan hebben, en het hart, aldus ontsteld zijnde, heeft zijn eigen meesterschap verloren.

Na dit geweld zult gij den raad volgen , die den H. Angustinus in zijnen ouderdom

ocr page 213

— 203 —

gal aan eenen jongen bisschop, met name Auxillius. Doe, zegt hij, hetgeen een mensch hetacvmt. Indien u datgene overlcomt, waarvan David spreelct in zijne psalmen: mijn oog is door gramschap ontsteld ; (1) neem terstond mve toevlucht tot God , en roep : ontferm U mijner, o Heer ? opdat hij zijne hand uitstéke om uwe gramschap te bedivin-gen. Ik wil zeggen, Philothea , dat wij Q-oda hulp moeten aanroepen, als wij zieu, dat wij door gramschap ontsteld worden, zooals de Apostelen deden , als zij door wind eu storm in het midden van de zee geslingerd werden. Want hij zal buiten twijfel onze driften gebieden , dat zij zich zouden bedaren en ons met rust laten, en de kalmte zal er op volgen. Doch ik vermaan u; dat het gebed, om de gramschap te bedwingen , met groote zachtmoedigheid en niet in drift geschieden moet; want tegen de gramschap moet men altijd de zachtmoedigheid stellen.

Verder , zoodra gij bemerkt, dat gij iets uit gramschap gedaan hebt, verbeter dan die fout door eenig werk van zachtmoedigheid , hetwelk gij dadelijk aan dien mensch , tegen welken gij u vertoornd hebt, zult bewijzen ; want gelijk er geen beter hulpmiddel is tegen de leugentaal, dan dadelijk zich zeiven tegen te spreken en aanstonds te

(l) Psalm 80, 10.

ocr page 214

— 204 —

herroepen wat men heeft miszegd , alzoo i» het ook een allerkrachtigst geneesmiddel tegen de gramschap, dezelve op staanden voet door een tegenstrijdig werk van zachtmoedigheid te verbeteren. Want, zooals men gewoonlijk zegt, de versche wonden zijn het gemakkelijkste te genezen.

Wanneer gij vrij zijt van alle ontsteltenis. tracht alsdan den oogst van zachtmoedigheid in te jamelen, door dezelve , zoo veel mogelijk , in al uwe woorden eu werken Ie oefenen , en te gedenken, dat de bruid in het Boek der gezangen , den honig niet alleen op hare lippen en hare tong , mt.ar ook in haar hart heeft. En niet alleen honig, maar ook melk. Immers , wij moeten niet slechts onzen evennaaste zachtmoedig toespreken , maai' geheel ons hart, dat is, het binnenste onzer ziel, moet ook met zachtmoedigheid vervuld wezen. .Ia, wij mogen met de zachtmoedigheid alleen niet tevreden zijn , maar bij dezelve nog de zoetheid van de melk hebben, onder de huisgenooteu en naaste buren. Hieruit volgt dus , dat diegenen hiertegen zeer zondigen , die op de straat als engelen schijnen, en in laiis als het ware duivels zijn.

ocr page 215

— 205 —

IX. HOOFDSTUK.

Over de zachtmoedigheid jegens onx zelve».

De zachtmoedigheid moet ook ten opzichte van ons zeiven plaats grijpen. Dat wil zeggen , dat wij noch op ons zei ven , noch op onze onvolmaaktheden mogen vertoornd ■-dijn. Want alhoewel de rede vereisoht, dat wij bedroefd zijn als wij in eenige fout vallen , moeten wij nochtans allo bitterheid eu grani-ichap bedwingen. Hiertegen misdoen vele menschen , die , als zij gramstorig geweest of in eenige andere fout govallon zijn , zich zeiven wel met vuisten zouden slaan; want daardoor zelfs blijven zij de gramBchap in hun hart nog voeden, door zich aldus iu de gelegenheid te stellen om weder gramstorig te worden. Verder leiden die korzeligheden tegen zich zeiven , tot hoogmoed, daar zij uit niets anders voortspruiten, dan uit eigenliefde. Het mishagen dan, hetwelk wij over onze gebreken moeten hebben . moet vreedzaam, bedaard en hondig zijn; want, even als een rechter veel beter de boosdoeners bestraft, als hij zijn vonnis naar de rede en met bedaardheid uitspreekt, dan alti hij met gramschap en dril t te werk gaat, dewijl hij anderzins met drift te werk gaande, zou zeer het kwaad niet itraft als zijne eigene hartstochten uitvoert; zou bestramp;ffeu

ocr page 216

wij ons zei ven ook beter door een vreedzaam, bedaard en gestadig leedwezen, dan door eene ongeruste en verbitterde droefheid; dewijl zoodanige droefheid het kwaad niet naar verdiensten, maar naar eigene genegenheid straft. Bij voorbeeld: iemand, die de zuiverheid bemint, zal zich zeer ontstellen, ook om de minste fout tegen die deugd bedreven, en daarentegen zal hij zich weinig bekreunen , dat hij grooten achterklap tegen zijnen naaste gesproken heeft. Integendeel, iemand die de ao titerklap zeer haat, zal zeer ontstellen, omdat hij van iemand een weinig kwaad heeft gesproken: maar hij zal wellicht weinig werk maken , dat hij eene grove zonde tegen de zuiverheid heeft begaan, enz. Die zoo handelen, bestraffen hunne zonden niet naar de rechte rede , maar naar de eigenzinnigheid.

G eloof mij , Philothea , dat, even als de zachtmoedige berispingen van eenen vader veel meer kracht hebben om een kind te verbeteren , dan de gramstorige bestratingen , ons hart ook , indien wij ergens in misdaan hebben , door zachtmoedigheid en medelijden tot een veel sterker leedwezen zal worden opgewekt, dan door eene bitse en stuursche bestraffing.

Indien ik eenen grooten afkeer had van de ijdelheid , en nochtans de zonde had bedreven . dan zoude ik , bij voorbeeld , mij

ocr page 217

— 207 —

m, p zelvpu aldus niet willen toeroepen; »Wee Dol1 ii, gij ellondige en rampzalige ziel, die u , id ; ? na zoo Tele goede voornemens; lot de ijdel-liet lieid hebt laten vervoeren ! Sterf nu van uc- schaamte, en wacht u wel van uwe oogen die nog te durven opslaan naar den hemel! Gij ut- onbeschaamde, ondankbare en wederspandie nige ziel! enz.quot; Maar ik zou liever met icli reden en medelijden te werk gaan, zeggenier- de ; aeh ! mijne ellendige ziel, wij zijn ver-al't. vallen tot datgene wat wij meenden te vereer mijden; welaan. laat ons opstaan en de ran zonde voor altijd verlaten. Aanroepen wij ui: Gods barmhartigheid , en hopen wij op hem ; n , bij zal ons bijstaan , om voortaan standvas-eid t,ig«r te wezen. Keeren wij terug tot den be- weg van ootmoedigheid. Heli goeden moed , ite mijne ziel, en zijn wij voortaan beter op onze hoede. God zal ons helpen en wij de zullen door hem groote dingen verrichten. Ier Na deze berisping zoude ik een oprecht en te vast voornemen opvatten , van niet meer in in, zulke fout te vallen, en daartoe de ge-au schiktste middelen en den raad van mijnen en ^eestelijken leidsman te gebruiken, en ■ Maar indien iemand bemerkt, dat zijn he hart door deze zachte en minnelijke beris-jiing nog niet genoeg bewogen wordt, dan an zal hij tegen zichzelven eenig verwijt, of Je- eene hardere berisping kunnen bezigen, om uij zijne ziel beschaamd te maken : zoo nochtans ,

I i

ocr page 218

— 208 —

dftf. hy dese strafheid met eenige verzoeting flluite, stellende eeu heilig betrouwen op God, en volgende de voetstappen na van dien grooten boetvaardigen koning, die , foen hij zijne ziel bedroefd zag, dezelve aldus aansprak : Waarom zijt gij hedroefd , o mijne ziel! en waarom ontstelt gij mij ? Betrouw op Ood, want ik zal hem nog loven, hij is mijn Zaligmaker en mijn Ood. (1)

Sta dan zachtjes op, o Philothea , als gij gevallen zijt, en verootmoedig u voor God , door uwe eigene ellenden te bekennen , zonder u zeer te storen en te ontrusten over uwen val; want het is geen wonder, dat de zwakheid valt, of dat de ellende ellendig wordp. Gij zult niet te min uwe misdaad uit gansrher harte verfoeien on, met groot betrouwen op Gods barmhartigheid den we;; der deugd, dien gij verlaten hadl , weder op nieuw bewandelen.

X. HOOFDSTUK.

Men moet alle zaken met vlijt, maar nochtans zonder angst verrichten.

l)e zorg en vlijt, waarmede wij onze zaken moeten waarnemen , zijn zeer verschillend van eene al te groote zorg en benauwdheid. Do engelen dragen zorg voor onze zaligheid, en

(1) Psalm 43, 5.

I_

ocr page 219

— 269 —

nemen deselvp ieer tor harte, doch zonde»quot; angst. De zorg dan komt zoer wel overeen met de liefde, die zij ons toedragen; maar de angst en de benauwdheid kan met hunne gelukzaligheid niet bestaan, dewijl het zorgen zeer wel kan te zamen gaan met oenen vredelievenden geest, maar niet de angst met de ongedurigheid.

Wees dan bezorgd , o l'hilotheal over allo zaken, die u aanbevolen zijn; want God, die u dezelve heeft aanvertrouwd, verlangt dat gij daarvoor zoudt zorg dragen. Maar , indien het mogelijk is, wees daarom niet beangst of ontsteld; dat is : onderneem dezelve niet met angst en drift , noch wees or niet aan verslaafd. Want alle bekommering ontstelt de rede en belet ons zelfs onze zaken wel uit te voeren.

Toen onze Zaligmaker Martha berispte, zeide hij haar deze woorden : Martha, Martha ! gij zijt heanqsi en bekommerd met vele laken. (1) Indien zij maar eenvoudig bezorgd was geweest, zoude zij niet ontsteld zijn geworden ; maar omdat zij beangst en ongerust was, daarom berispte haar de Heer. De rivieren, die over eenen elfen grond zachtjes heen vloeien, kunnen groote schepen en kostelijke koopwaren dragen. De regen, die zachtjes op de aarde valt, maakt dezelve vruchtbaar; maar de rivieren , die met groot

(1) Lnc. 10, «.

ocr page 220

— 210 —

getreld afstroomeu , bederven bet bijliggenrle laud en zijn voor den koophandel ongestthiki ; aldus verwoesten ook de geweldige slagregens velden en weiden. Geen werk wordt ooit wèl gedaan, als het met drift en belemmering geschiedt. Men moet, zoo als het spreekwoord zegt, zachtjes te werk gaan : want wie haastig is, zegt Salomon , di# zal Jicht struikelen. (1) Men doet alles vlug genoeg , als men het maar wel doet. De hommels maken meer gesnor en zijn veel meer bekommerd dan de bijen, en nochtans maken zij geenen honig, maar enkel was. Zoo ook verrichten zij , die zich veel ontrusten, gewoonlijk weinig , en hetgeen zij nog doen , Ik zelden wèl gedaan.

De muggen en de vliegen hinderen ons «liet zoo zeer dour hare kracht, als door bare menigte. Evenzoo storen de gewichtige zaken niet zoo zeer als de menigvuldigheid van vele kleine. .Aanvaard dan met vrede alles wat u overkomt, en tracht met rust bet eene voor , en het andere na te volbrengen. Want indien gij alles oogenblikkelijk wilt doen en zonder orde, zal buiten twijfel «Ie arbeid u overrompelen; uw geest zal ver-Mauwen , en gij zult, zonder iets uit te richten, onder den last bezwijken.

Steun altijd in uwen handel op de voorzienigheid Gods, door welke alleen al uwe

(1) lJroT. 1«, 2.

ocr page 221

— 211

ondernemingen tot een gelukkig einde gebracht kunnen worden. Werk nochtans mede van uwen kant, maar met vrede; en vertrouw vast, dat, indien gij waarlijk uw betrouwen op God stelt, hij alles ten beste zal keeren, al viel het zelfs tegen uwe meening uit.

Doe zoo als kleine kinderen, die zich met de eene hand aan hunnen vader vasthouden , en met de andere de beziën langs den weg afplukken. Alzoo moet gij ook , met de eene tijdelijke goederen behandelen, en met de andere op uwen hemelschen Vader steunen , terwijl gij u van tijd tot tijd tot hem keert, om te onderzoeken of uw handel hem behaagt. Doch wacht u wel van uwe hand ooit van hem af te trekken, door zijne bescherming te verlaten , op voorwendsel van met beide handen te zamcn meer te kunnen vergaderen; want indien hij u verlaat, zult gij niet een' enkelen voetstap meer kunnen stellen , zonder in het zand te vallen. Ik wil hierdoor zeggen, Philothea, dat gij in het midden van uwe groote bekommeringen , die geene groote aandacht vereischen, u meer naar God dan naar uw werk moet keeren; en, integendeel , als uwe werken om hunne lastigheid al uwe aandacht vere schen . dat gij alsdan van tijd tot tijd uwe oogen tot God moet opslaan, gelijk de zeevaarders doen . die , om liet gewenschto land te be-

ocr page 222

reikeu , meer uasr den hemel dan naar de wateren zien. Aldus zal God met, in eu voor u arbeiden, en uw arbeid zal met troost vervuld worden.

XI. HOOFDSTUK.

Orer de (jfhuorxaamhetJ.

De lielde alleen brengt wel de volmaaktheid mede. maar de gehoorzaamheid, de zuiverheid en de armoede zijn de drie krachtige middelen, om de liefde te verkrijgen. De gehoorzaamheid heiligt ons hart, de zuiverheid ons lichaam , en de armoede onze tijdelijke middelen tot den dienst Gods. Dit zijn de drie stukkeu van het geestelijk kruis , eu deze drie steunen op een vierde, namelijk op de ootmoedigheid. Ik zal hier van deze drie deugden niet gewagcu , voor zoo veel als zij het voorwerp der kloosterbeloften zijn; want dit gaat alleen de kloosterlingen aan, of degenen, die zich in het bijzonder door belofte verbinden. Doch alhoewel deze beloften vele verdiensten bezitten, zijn zij evenwel niet noodzakelijk tot de volmaaktheid , dewijl men dezelve zonder beloften onderhouden kan; ook kan deze onderhouding , zelfs zonder kloosterbeloften, den mensch tot de volmaaktheid brengen.

Beoefenen wij dun naar onzen staat dezo drie deugden met vlijt ; waut al'ioawel onze

ocr page 223

— 213 —

staat geen staat van rolmaaktheid ii, zal echter deze getrouwe onderhouding om de volmaaktheid vevleenen. Ook ia een ieder daartoe verbonden, ofschoon niet op dezelfde wija.

De gehoorzaamheid ia tweederlei : eauo noodzakelijke en eene vrijwillige. Door de noodzakelijke gehoorzaamheid, zijt gij verbonden onderdanig te zijn aan uwe geestelijke oversten, zoo als zijn de Paus, de Bisschop, de Pastoor , enz. Door dezelve zijt gij ook verplicht uwe wereldsohe overheid te gehoorzamen : dat is te zeggen : aan uwen wettigen vorsten aanzijn bestuur. Het is ook door dezelve, dat gij gehouden zyt u te onderwerpen aan de oversten van uw hui», aan vader, moeder, meester en meestere». Doch deze gehoorzaamheid wordt noodzakelijk geheeten, omdat niemand van die gehoorzaamheid ontslagen kan worden ; want de oversten zijn van Q-od aangesteld om ons te gebieden en te besturen; een ieder naar den last, die hem is opgelegd. Onderhoud dan hunne geboden; want dit is noodzakelijk. Maar om volmaakt te zijn , zoo volg nog bovendien hunnen raad , zelfs ook hunne genegenheid, voor zoo veel als de liefde eu de voorzichtigheid u zulks zal toelaten. Wees hun gehoorzaam, zelfs als zij u iets gebieden wat u onaangenaam is ; bij voorbeeld : in hel eten, drinken, verkwikkingen, enz.

ocr page 224

— 214 —

Alhoewel het geene groote deugd schijnt , in zoodanige Toovvallen te gehoorzamen, zou het evenwel eene groote font wezen zich daarin niet te willen achikken. Wees hun ook onderdanig in dingen, die uit zich zeiven noch goed, noch kwaad zijn , als bij voorbeeld , deze of gene kleederen te dragen : langs dezen of dien weg te gaan; te zingen of te zwijgen; en deze gehoorzaamheid zal prijzenswaardig zijn. Wees hun gehoorzaam in zware, moeielijke en lastige zaken , en die gehoorzaamheid zal eene volmaakte gehoorzaamheid zijn. Wee» hun eindelijk gehoorzaam zonder tegenspreken , zonder uitstel en met vreugd; maar bovenal wees hun gehoorzaam om de Helde vau hem, die om onzen wil gehoorzaam is geweest tot den dood des kruises, en die, gelijk de heilige Bernardus zegt, liever hot leven dan de gehoorzaamheid heeft willen verliezen.

Om met liefde uwe oversten te leeren gehoorzamen , zoo schik u gemakkelijk naar den wil van uws gelijken; volg hun goeddunken , indien het geen kwaad is, zonder daar tegen te twisten. Wees ook inschikkelijk , zoo veel als de rede zulks toelaat, aangaande den wil en de begeerte van hen. die minder zijn dan gij ; zonder eenig gebiedend gezag over hen te willen gebruiken, zoo lang als zij zich voegen om goed te doen.

Diegenen bedriegen zich. die aan de wettige)

ocr page 225

— 215 —

I

it , oversten, welke yan Q-od gesteld zijn , weder-

gt;n, staan, zich inbeeldende, dat zij lichtelijk

ch zouden gehoorzamen, indien zij in eenig

un klooster leefden.

en Wij noemen gewillige gehoorzaamheid, de-or- zulke , die ons van een ander niet wordt n : opgelegd, maar waartoe wij ons door eigene en verkiezing verbinden. Men verkiest doorhal gaans niet zijnen eigen vorst, noch zijnen m bisschop, noch vader ot'moeder, enz., maar en men verkiest wel zijnen biechtvader en gees-;e- telijken bestuurder. Nu dan, hetzij men, [e- hem verkiezende, zich noch door eene bij-it- zondere belofte van gehoorzaamheid aan hem m verbindt (gelijk gezegd wordt, dat de hei-m lige Theresia zich verbond aan pater Grati-m anus) hetzij men hom geene bijzondere be-»e loite doet, wordt zoodanige gehoorzaamheid le evenwel altijd vrijwillig genoemd , omdat die keus van onzen wil en verkiezing oorspren-B- kelijk afhangt.

ir Men moet onderdanig zijn aan alle over-

l- sten; aan een ieder hetgeen zijn ambt be-

sr treft; aan de prinsen en wereldlijke over-

ï- heid, hetgeen dc wereldsche regeering aau-

i- gaat; aan de bisschoppen , in hetgeen het

e geestelijke en kerkelijke bestuur belangt; in

d hetgeen het huisgezin raakt, aan vader ,

o moeder, meester of man; en in alles wat aangaat het bijzondere bestuur van onze ziel,

* aan onzen biechtvader of zielbestuurder,

ocr page 226

— 21K —

Doe ii vervolgens door uwen biechtvader eenige godvruchtige oefeuiugen voorschrijven , want deze zullen dubbele verdiensten zijn, eerst uls godvruchtige werken, en bovendien als zijnde uit gehoorzaamheid 011-dernoiuen.

XII. HOOFDSTUK.

Uver de noodzakelijkheid dei' gehoorzaamheiil.

De zuiverheid is de lelie der deugden; zij maakt de menschen bijna aan 'Engelen gelijk. Want niets is er schoon, dan door de reinheid; en de reinheid der menschen is do zuiverheid. Men noemt de zuiverheid ook nog eerlijkheid, eerbaarheid, onbedorvenheid. Met een woord, zij heeft tot eigenen en bijzoudereu roem , dat zij , gansch rein en wit zijnde, de glans van ziel en 'lichaam is.

De vleeschelijke wellusten zijn altijd verboden , behalve in een wettig huwelijk . door welks heiligheid de ongeregeldheid, die in de wellusten te vinden is, verbeterd wordt. Ja zelfs in het huwelijk moet men een eerlijk, heilig doel beoogen. opdat, indien er eenige ongeregeldheid in bet gebruik gelegen is , dezelve niet gevonden worde ir. den wil.

Ken rein hart is gelijk aan eene pareloester , die geen ander water inneemt dan hetgeen uit den hemel valt; want hel zal

ocr page 227

— 217 —

der ^een ander vermaak zoeken dan van het rij- huwelijk, hetwelk in den hemel ingesteld ten is; daarbuiten zal het zelfs niet eens met lio- vrijwillig behagen daaraan mogen denkeu. »1- Voor den eersten trap der dengd . zult

gij u wel wachten, Philothea , van eenige , uok de minste, verbodene wellusten toe te laten, zooair degene die men buiten het huwelijk zonde kunnen genieten; en zelf» in het huwelijk al degenen die buiten de regels van dezen heiligen staat zijn. zij Voor den tweeden trap , onthoud u , zoo

e- veel mogelijk , van alle nuttelooze en on-le noodige zinsvermaken. al is het , dat zij

is ook toegelaten en geoorloofd zijn. id Voor den derden trap . wil zelf uw liart

r- niet stellen op de genoegens, die u bevolen

n zijn; want alhoewel gij diegene niet kunt

n ontvluchten, welke volgens het einde en de

i. instelling van het huwelijk zijn, moogt gij

nochtans uw hart en zinnen op dezelve niet r vestigen.

li Deze deugd is iedereen noodig. De we-

duwen moeten niet alleen door de zuiver-| heid de tegenwoordige en toekomende voor-• dragingen verachten, maar ook wederstaan

i aan de verbeelding dergene , die zij in het

huwelijk hebben genoten. Deze zijn dan aan grootere bekoringen onderworpen. Daarom verwonderde zich de H. Augustinus zeer over de reinheid van Alipius, die alle vlee-

ocr page 228

— 218

si helijke genoegens geheel had vergeten , oi-schoon hij dezelve vroeger in zijne jeugd somtijds had gesmaakt. En waarlijk, zoo lang als de vruchten nog ongeschonden zijn , kunnen zij gemakkelijk bewaard worden : eenige in stroo, andere in zand, weer andere in hare eigene bladeren. Maar als zij geschonden zijn, dan kunnen zij niet bewaard worden, tenzij in suiker gekookt. Het is ook zoo met de zuiverheid gelegen. Zoo lang als zij ongeschonden is , kan zij licht en op velerlei wijzen bewaard worden; maar eens geschonden zijnde, kan men ze niet bewaren, dan door eene zeer groote en buitengewone godsvrucht, die, zoo als ik dikwijls heb gezegd , de suiker van de ziel is.

De zuiverheid der maagden moet zeer eenvoudig zijn , om uit het hart alle soort van nieuwsgierige gedachten te bannen, en om met eene volkomene verachting allerlei oneerlijke genoegens te versmaden. Dat dan die zuivere zielen zich wel wachten , van ooit te twijfelen of haar maagdelijke staat onvergelijkelijk beter is dan alles, wat strijdig is aan deze deugd. Immers , de H. Hiero-uymus zegt : de duivel vervolgt het meest de maagden, en zoekt haar met 8.11e kracht tot de zinvermaken te trekken, die hij haar veel aangenamer voorstelt, dar zij zijn , waardoor zij niet zelden ontsteld worden, umdat zij datgene als zoet aanzien, wat zij

ocr page 229

— 219 —

niet; kennen. Want gclijlc de vlinder» en muggen , uit nieuwsgierigheid, gedurig rondom de vlam vliegen, even als om te proeven of zij ook zoet is als zij schoon schijnt, tot dat zij door de eerste proef zich branden : alzoo laat zich ook menigmaal een onervaren persoon dwaasselijk verleiden door de valsche inbeeldingen, daar men bovenal moest schroo-men zich door zoo eerloos en rampzalig vuur te laten verbranden.

Wat de gehuwden aangaat, het is zeker, ofschoon men zich gewoonlijk dit niet laat voorstaan , dat zij de zuiverheid zeer behoeven, Doch deze bestaat niet in zich ten ^enenmale van alle vleeschelijke wellusten te onthouden, maar in de rechte maat te te bewaren. Doch gelijk dit gebod ; wees gram zonder te zondigen, (1) naar mijn oordeel veel zwaarder is dan een gebod , hetwelk ons zoude gebieden nooit gram te worden , dewijl men gemakkelijker de gramschap kan schuwen dan dezelve matigen; alzoo is het ook veel lichter zich geheel van de vleeschelijke genoegens te wachten , dan daarin de rechte maat te houden. Het is waar , dat alles, wal in den heiligen staat van het huwelijk is toegelaten , eenigzins diant om het vuur der begeerlijkheid uit te blusschen ; maar de zwakheid laat zich zeer licht ver-

(1) Psalm 4, 5,

ocr page 230

— 220 —

moeren van het geoorloofde tot het ongeoorloofde, en van het gebruik tot het misbruik. En gelijk men soms eenige rijke menichen ziet stelen, niet uit nood, maar uit gierigheid , zoo ziet men ook vele gehuwden zich te buiten gaan door onmatigheid en onkuisoh-heid, niettegenstaaade zij zich met hot w«t-lige gebruik des huwelijks konden en moesten vergenoegen. Maar hunne begaerlijkheid is een aWerslindend vuur , hetwelk geene palen kent.

Het is altijd gevaarlijk hevige en straffe geneesmiddelen te gebruiken. Want indien men ze te veel gebruikt, of zoo zij niet goed bereid zyn, doen zij aanstonds groot nadeel. Zoo is ook het huwelijk wel gezegend en ten deele geschikt, om tot een hulpmiddel te dienen tegen de begeerlijkheid ; doch dit hulpmiddel, alhoewel buiten twijfel zeer goed, is echter zee- geweldig en straf, en derhalve ook zeer gevaarlijk . tenzij dat het met groote voorzichtigheid en bescheidenheid wordt gebezigd.

Ik voeg hier nog bij, dat de menigvuldige wisselvalligheden der menschelijke zaken , en ook somtijds langdurige ziekten , de gehuwden dikwijls voor eenigen tijd van elkander gescheiden houden, en daarom hebben zij tweederlei zuiverheid noodig: de eerste tot eene volkomene onthouding, voor »1 den tijd dat zij gehouden zijn van elkan-

ocr page 231

— 221 —

der te blijven: de andere tot matigheid , als zij te zamen 111 het gewone gebruik des huwelijks leveu. Dus xag de H. Oatharina van Senen onder de Terdoemden een groot aantal zielen, die zeer gepijnigd werden, omdat zij de heiligheid van het huwelijk geschonden hadden; niet omdat die zonden (ie gruwelijkste waren, immers moorden en godslasteringen zijn veel zwaarder, maar omdat zij, dezelve zonder wroeging bedrijvende , tot het einde huns levens daarin volhardden.

Q-ij ziet dus wel; dat de zuiverheid aan alle raenschen noodzakelijk is. De apostel /-egt: betracht den vrede en de heiligkeid met alle menschen, zonder welke niemand God zien kan. (1) Doch door de heiligheid verstaat hij de zuiverheid , zooals de H. Hie-ronymus en de H. Chrijbostomus opmerken. Waarlijk, Philothea, zonder zuiverheid zal niemand God zien; niemand zal in zijne heilige tabernakelen wonen , tenzij dat hij zuiver van hart is : gelijk G-od-zelf zegt : de honden en onkuischen zullen er uitgebannen mrden. (2) En wederom : zalig zijn degenen, zegt de Zaligmaker, die zuiver van. harte zijn , want zij zullen Ood zien. (3)

(2) Apoc. 22, 15.

(1) Hebr. 12, 14. (3) Matth. 5, 8.

ocr page 232

— 22-2 —

XTII. HOOFDSTUK.

Kenige onderrivhhngen om de zuiverheid h heivaren.

Wees altijd zeer bezorgd om alle toegan-gen tot de onzuiverheid re sluiten, en alle aanlokselen van u al te weren; want dit kwaad kruipt allengskens voort, ook zonder dat men het gewaar wordt; en van zeer kleine beginselen, brengt het iemand tot •rrooten val. Ja, het is gemakkelijker het te schuwen dan het te genezen.

De lichamen der menschen zijn gelijk aan glazen vaten, die men niet op elkander mag dragen en tegen elkander stooten , ol men is in gevaar dezelve te breken zij zijn ook gelijk aan ooft, het welk, alhoewel verach en ongeschonden, beschadigd wordi als hel elkander aanraakt. Het water zelfs, hoe versch en hoe koel het ook zij , zal, toegestopt zijnde, niet lang zijne verschheid bewaren, indien zich daarin eenig diertje bevind. Laat dan, Philothea, nimmer toe dat iemand met u stoeic , hetzij uit dartelheid , hetzij uit beleefdheid of nit scherts. Want alhoewel de zuiverheid tusschen eenige, meer lichtvaardige dan boosaardige aanrakingen, misschien wel kan bewaard worden, lijdt echter die bloem en de frischheid der

ocr page 233

223

zuiverheid daardoor altijd eeuig leed; maar zich oneerlijk te laten aanraken, is het volkomen verderf en de pest der zuiverheid.

Deze deugd hangt zoowel van het hart , als van haren oorsprong af; maar zij ziet het lichaam aan als hare stof, en daarom gan- kan zij ook door al de uitwendige zinnen alle des lirhaams , zoo wel als door gedachten en dit begeerten, verloren worden. Het is onkuisch-ider heid , oneerlijke dingen te zien, te hooren , zeer daarvan te spreken, dezelve aan te raken, tot als het hart er zich mede bemoeit en er het vermaak in schept. Daarom zegt de heilige apostel Paulus met beknopte woorden tot aan de geloovigen : dat men onder u de onlcuisch-mag heid zelfs met noeme. (1) De honigbijen wil-men len niet alleen de doode lichamen niet aan-ook raken, maar zij vluchten zelfs al het bedor-rech vene en allen stank, die daaruit voorkomt, hel De heilige bruid wordt ons in het boek der hoe Gezangen beechreven, als hebbende handen , toe- die afdruipen van mirre, een sap, hetwelk heid onbederfelijk is. Hare lippen zijn gebonden srtje met eenen rooden purperen band, ten teeken toe van schaamte in het spreken ; hare oogen zijn rtel- als oogen van duiven, om hare reinheid en erts. kuischheid; hare ooren zijn versierd met lige, gouden oorringen, tot een bewijs harer zui-nru- verheid; hare neus is als een cederboom van den . Libanus, wiens hout onbederfelijk is, zooda-(1) Ephes. 5 , ti.

d i,

15

ocr page 234

— 224 —

uig inuel ook eeu godvruchtige /iel wezeu; tiquot; weten , kuisch van handen, van lipjK'U, vim ooren, van oogon eu van geheel het lichaam.

Hier zou derhalve zeer wel te pas komen de volgende spreuk, die Cassianus bijbrengt, zijnde die van deu H. Basilius de Groote , die van zich zeiven eens sprekende, zeide : Ik beken geene vrouw, en nochtans beu ik geene maagd. Voorwaar de zuiverheid kan op zoo vele wijzen verloren worden, als er velerhande onkuischheden te vinden zijn, waarvan eenige, naarmate zij groot of klein zijn, de zuiverheid of bezoedelen, of kwetsen, of ook gansch vernietigen. Er zijn zekere onbescheidene, dartele en zinnelijke vrijheden, losheden en driften, die wel de zuiverheid niet schenden, maar evenwel dezelve besmeuren en hare schoone witheid bevlekken. Er worden andere gevonden , die niet alleen onbescheiden, maar ook ondeugend zijn; niet alleen dartel, maar ook oneerbaar ; niet alleen zinnelijk, maar ook vleeschelijk; en door deze wordt de zuiverheid ten minste zeer gekwetst en beschadigd. Ik zeg : ten minste, omdat zij inderdaad ook sterft en geheel en gansch vernietigd wordt, als die dartelheden in het lichaam de laatste werking van het vleeschelijk vermaak veroorzaken. Ja en wat meer is , de zuiverheid wordt alsdan veel onwaardiger , leelijker en rampzaliger verloren, dan wel door ontucht.

ocr page 235

Want al is hot dat de ontucht zeor grooto boosheid is , zoo zegt Tertuliauus iu zijn boek over de zuiverheid, dat die andere zonden monsters zijn en wanschepsels van boosheid. Docli Cassianus gelooft niet, noch ik, dat de H. Basilius van zulke ongeregeldheden heeft willen gewagen, als hij de bovengemelde woorden heeft gesproken. Want ik verbeeld mij, dat hij dit klleen zegt van de onzedige en vleeschelijke gedachten , die, alhoewel zij zijn lichaam niet hadden besmet, evenwel zijn hart ontreinigd hadden; voor welke reinheid des harten de kuische zielen zoo zeer groote zorg dragen.

Heb nooit omgang met onkuische personen, voornamelijk als zij daarbij , zoo als het meest gebeurt, nog onbeschaamd zijn. Want eveu als de bokken, wanneer zij met hunne tong de zoete amandelboomen aanraken, dezelve bitter maken; zoo kan men ook slecht met die onzedige menschen spreken of handelen , zonder besmeurd te worden; want zij zijn gelijk de basilikus , die het vergift verspreidt door zijnen adem en door zijne oogen.

Integendeel, verkeer steeds met deftige , eerbare en vrome personen; overdenk en lees dikwijls de heilige boeken; want Q-ods woord is rein, en het maakt ook al degenen rein, die er vermaak in scheppen. Eu daarom wordt het door David vergeleken bij zeker edelgesteente, topaas genoemd , het»

ocr page 236

— 22b —

welk eene bijzondere kracht heeft om do oneerlijke driften te stuiten.

Houd u altijd bij den gekruisten Jesua , hetzij op eene geestelijke wijze door overweging , hetzij met hem wezenlijk te ontvangen in het heilig Sacrament. Immers, gij zult niet lang bij hem zijn, of gij zult aanstonds gewaar worden, dat hij , die het zuivere en onbevlekte lam is de harten en genegenheden kuisch en rein maakt.

XIV. HOOFDSTUK.

Ui er de armoede van qeesi , er, hoe men die tt midden der rijTcdommen bewaren Tcan.

Zalig zyu de armen van geest, want het rijk der hemelen behoort hun toe. (1) Diensvolgens, ongelukkig zijn de rijken van geest, want de pijnen der hel behooren hun toe. Doch diegene is rijk van geest, die de rijkdommen in het hart, of wel het hart in de rijkdommen heeft. En, integendeel, dezulke is arm van geest, die geenszins de rijkdommen in hei hart, noch zijn hart in de rijkdommen heeft.

Zekere vogel, A Icy on genoemd . maakt gewoonlijk zijn nest rond als een bal, latende| slechts eene kleine opening van boven. Dit nest plaatst hij op den oever der zee , en maakt het zoo sterk en dicht, dat er geen

(1) Malt. S.

ocr page 237

water in kan, dewijl het altijd, ondanks de springende baren, blijft boven /wemmen. Uw hart, beminde Philothea, moet ook zoo wezen. Het moet alleen van boven naar den hemel open zijn, maar dicht gesloten voor de rijkdommen en al het vergankelijke. Indien gij dan schatten bezit, laat er uw hart niet aan gekleefd zijn; maar dat het altijd boven zwemme, zijnde in het midden der rijkdommen alsof het dezelve niet bezat. Uw hart, hetwelk hemelsch is, moet boven het aardsche zijn, altijd meester van het tijdelijke goed en nimmer slaaf.

Er bestaat een groot verschil tusschen gift bij zich te hebben en gift te drinken. De artsenijmengers hebben altijd gift in hunne winkels , om hetzelve in verschillende voorvallen te gebruiken; maar daarom worden zij niet vergiftigd. want zij hebben het in hun lichaam niet, maar alleen in hunne vaten. Aldus kunt gij ook de rijkdommen bezitten, zonder door dezelve besmet te worden ; namelijk, als gij die enkel in uw huis en in uwe beurs, maar niet in uw hart hebt. Rijk te zijn met der daad, en arm naar den geest, is een groot voordeel voor een' Christen; want aldus heeft hij het gemak der rijkdommen in deze wereld, en de verdiensten der armoede in het toekomende leven.

Helaas , Philothea ! niemand zal belijden

ocr page 238

— 228 —

dal liij gierig is ; iedereen verfoeit dieu schau-digen naam. Maar mon verschoont zich mei den last der kinderen, en met de voorzichtigheid , die ons praamt, zoo men zegt, om te zorgen voor bestaanmiddelen, en aldus heelt men nooit veel, want men vindt altijd eenen schijn van noodzakelijkheid om nog meer te vergaderen. Zell's de allergierigsten zullen nooit bekennen , noch zich inbeelden, dat zij gierig zyn ; want de gierigheid is eene vreemde kwaal; hoe grooter zij is, des te minder men dezelve gevoelt. Mozes zag het heilige vuur in het braambosch branden , zonder dat het verteerd werd; maar, integendeel , vuur van gierigheid verteert den gierigaard , zonder dat hij het ziet of voelt, zelfs als het op het felste braadt.

Indien gij lang en met groote drift naar rijkdommen haakt, zult gy te vergeefs zeggen , dat gij dezelve niet onrechtvaardig wilt bezitten ; gij zult daarom niet nalaten gierig te zijn. Want wie lang en dikwijls drinkt, al is het maar water, die geeft klaar zijne koorts te kennen.

Ik weet niet, Philothea, ol'het eene bil-l'yke begeerte is, te wenschen rechtvaardig te bekomen, wat een ander met gerechtigheid bezit; want het schijnt, dat wij daardoor ons gemnk willen zoeken dooi- uens andern ongemak. Heeft iemand, die zeker goed rechtvaardig bezit, niet meer reden om hel

ocr page 239

— 229 —

te behouden, dau wij om het rechtvaardig te willen bekomen ? En waarom toch verlangen wij hetgeen hij met recht bezit ? Immers , indien zulk een verlangen tegen de rechtvaardigheid niet strijdt, is het toch zeker niet volgens de liefde : want wij zouden niet willen, dat dit aan ons geschiede. Dit was de zonde van Achab, die den wijn-gaarJ van Kaboth aanvankelijk wel rechtvaardig wilde bekomen, maar die Kaboth noch rechtvaardiger behouden wilde.

Wacht u dan, beminde Philothea , van het goed uws naasten te begeeren, tenzij hij zelf begint te wenschen het te verkoopen. Want alsdan zal zijne begeerte de uwe niet alleen billijken , maar ook met de liefde doen overeenkomen. Ik wil wel, dat gij zorg draagt om uwe goederen wat te doen aangroeien , maar niet dan volgens de gerechtigheid en de regelen der liefde.

Indien gij uwe genegenheid stelt op uw goed, daarmede sterk bekommerd, en daarover beangst zijt, geloof mij, gij zijt nog niet ten eenemale van de koortsvrij; want zij die eenen buitengewonen dorst hebben en altijd trachten te drinken, zijn niet gezond. Alen kan niet wel zijn behagen in eenige dingen nemen, tenzij men die zeer fiemint. Indien gij dan ook zeer bedroefd zijt om eenig verlies, zoo besluit daaruit volstrekt, dat gij die zaak met aangekleefd

ocr page 240

— 230 —

lioid beiuitit; waut men kan geen klaarder betoog daarvan hebben, dan deze droefheid.

Verlang dan geenszins opzettelijk hetgeen gij niet hebt, en verkleef uw hart niet aan hetgeen gij hebt, noch wees al te bedroefd als gij het verliest; en alsdan zult gij mogen gelooven , dat gij , rijk zijnde, niet rijk maar ajm van geest zijt, en derhalve gelukkig , als het rijk der hemelen u toebehoort.

XV. HOOFDSTUK.

Hoe men werTcelijic de armoede moet beoefenen , al is het dat men rijk blijft.

Toen de schilder Parrhasius de ongestadigheid en veranderlijkheid van het volk van Athene wilde voorstellen, schilderde hij, op een en hetzelfde stuk, verschillende figuren, ook heel verschillend van aard : als de gramschap en de zachtmoedigheid , den hoogmoed en de ootmoedigheid , enz. Maar ik , beminde Philothea , zou gaarne te gelijk in uw hart willen stellen de rijkdommen en de armoede ; de zorg, om ze te bewaren, en te zamen de edelmoedigheid in die te verachten.

Wees dan nog meer bezorgd om uwe goederen nuttig te gebruiken, dan de wereldsche menschen; en om dit wel te verstaan , vraag ik u : dragen de tuiniers der groote prinsen

ocr page 241

— 231 —

nici meer zorg voor de tuinen van hunne lieeren, dan voor hunne eigene ? En waarom dat? Buiten twijfel om daardoor de gunst der prinsen te winnen. Doch de goederen, die wij bezitten, behooren ons niet toe , maar aan God , die ons dezelve heeft gegeven , om ze wel te gebruiken, en die verlangt , dat wij er voordeel mede doen; diensvolgens is het hem aangenaam dat wij er zorg voor dragen.

Maar het moet eene volmaaktere zorg zijn, dan die der wereldsche menschen, die slechts voortkomt uit liefde tot zich zeiven; want de onze moet ontstaan uit liefde tot Q-od. Gelijk de eigenliefde driftig, oploopend en belemmerend is, alzoo de zorg, die daaruit voortspruit, vol beroerte en gewoel; integendeel, even als de liefde Gods zachtmoedig , vreedzaam en gerust is , alzoo is ook de daaruit voortkomende zorg minnelijk en zoek, vriendelijk en aangenaam. Laat ons dan met die minnelijke en aangename zorg onze tijdelijke goederen bewaren, ja zelfs vermeerderen, indien ons daartoe eenige billijke gelegenheid wordt verleend; doch slechts zooveel als onze staat vereischt, want God wil, dat men dit om zijne liefde doet.

Doch zie wel toe, dat de eigenliefde u niet bedriegt, want zij maakt zich soms zoo gelijk aan de liefde Gods , dat men haar licht daarvoor zoude nemen. Om u dan tegen

ocr page 242

dit bedrog te wapenen. en opdat de zorg voor het tijdelijke in geene gierigheid Ter-andere, zoo moet gij u, behalve hetgeen u in het voorgaande hoofdstuk gezegd is, te midden der rijkdommen, die God u gegeven heeit, nog dikwijls oefenen in de ware armoede dea geestes.

Ontdoe u dan van een deel uwer middelen tot bijstand der behoeftigen. Hoe meer gij geeft, des te meer gij u in de geestelijke armoede zult oefenen, want geven is zich verarmen ; doch God zal het u wedergeven, niet alleen in het andere leven, maar ook in het tegenwoordige , dewijl men nergens meer door Gods zegen verwerft dan door de aalmoezen. Heilig en rijk is de armoede, die men door de aalmoezen bekomt.

Bemin dan de behoeftigen en ook de armoede; want door de liefde zult gij waarlijk arm worden; mits wij, naar het zeggen der heilige Schrift, gelijk zijn aan hetgeen wij beminnen. De liefde maakt de minnaars aan elkander gelijk. Wie is er krank, zonder krank te zijn f vraagt de heilige Apostel Paulua. (1) Hij konde ook zeggen; wie is er arm, zonder arm te zijn ? Immers de liefde maakt hem gelijk aan degene, die hij beminde. Indien gij dan de bef oeltigen bemint , zoo zult gij waarlijk deelachtig zijn Ran hunne armoede, en arm met hen.

(1) 2. Cer. 11, 21).

ocr page 243

Doch indien gij hen bemint, 200 bevind u dikwijls onder hen; wees blijde als zij tot u komen; schep uw vermaak in hen te bezoeken; verkeer gaarne met hen; wees met hen arm in het spreken; spreek hen aan als uws gelijken; maar wees rijk met de handen, door hun uwe goederen milddadig uit te deelcn , dewijl gij beter voorzien zijt dan zij.

Indien gij nog meer wilt doen, Philothea , zoo bevredig u niet met de armoede der armen, maar wees nog armer. Dit zult gij op deze wij» kunnen uitwerken : de knecht is minder dan zijn heer. Maak u dan een dienaar der armen; ga en dien hen zelve als zij krank zijn; bereid zelve hun eten; bezorg hun lijnwaad te wasschen, enz. Deze dienst der armen, Philothea, is boven de koninkrijken te schatten. Ik kan mij niet genoeg verwonderen over den ijver, waarmede de heilige koning Lodewijk dezen raad heeft opgevolgd. De armen , die hij onderhield, bediende hij zeer dikwijls aan tafel, en meest alle dagen deed hij drie armen aan zijne tafel aanzitten, terwijl hij zelfvan hun overschot at. Als hij de ziekenhuizen bezocht, hetwelk hij zeer dikwijls deed, wilde hij met, eigene handen zalfa de walgelijke zieken dienen , zoo als de raelaataehen, zij dio den kanker hadden , enz.; hij diende hun met blooten hoofde en gebogene knieën.

ocr page 244

— 254 —

eereude in hunnen persoon den Zaligmaker der wereld , en hun betoonende zulke teedere liefde , als eene moeder haar kind zou bewijzen. De H. Elisabeth, dochter van den koning van Hongariö , stelde zich gewoonlijk te midden der armen; en ale zij blij van geest wilde zijn, kleedde zij s:ich somtijds onder hare hof-dames als eene arme vrouw, zeggende: indien ik arm was , zoude ik mij aldus willen kleeden. Ach, Philothea! hoe arm was deze prins en deze prinses te midden hunner rijkdommen ! En hoe rijk waren zij in hunne armoede !

Zalig zijn zij, die op zoodanige wijs arm zijn, want het rijk der hemelen hehoort hun toe. (1) En de Koning der armen zal hun in den joogsten dag zeggen : Ik héb honger gehad , en gij hebt mij gespijsd; ik was naakt, en gij hebt mij gekleed; bezit het rijk, hetwelk u van af het begin der wereld bereid is. (2) _

Wie is er, die niet somtijds eenig gebrek moet lijden ? Men zou somtijds wensehen, bij voorbeeld eenen gast vriendelijk te onthalen ; maar. of wel de tijd , of dc macht ontbreekt, of men is niet goed opgeschikt, of er schort iets aan den wijn, of de keuken is niet goed voorzien, enz. Hoe rijk iemand

(1) Matt. 5, 3.

(2) Idem, sap. 24-, 34, 35, 36.

ocr page 245

— 235

ook zij kan dit echter al soms voorvallen. Doch dit is ten deele arm zijn voor dit maal, en alle dergelijke voorvallen moot gij, Phi-lothea, uit liefde tot de armoede, gaarne omhelzen.

Als li ook eenige ongevallen overkomen, die u verarmen , zoo als bij voorbeeld brand , watersnood, onvruchtbaarheid, diefstal, schadelijke rechtsgedingen, enz., dan is het al weder de geschikte tijd om zich in de armoede te oefenen, door dusdanig verlies met zachtmoedigheid en geduld te verdragen.

Esali had ruwe met haar bewassen handen , en Jacob verscheen ook aldus voor zijnen vader; maar de ruwheid van Jacob, die alleen voortkwam door de vellen die zijne handen bedekten, kon licht geweerd worden, zonder hem te kwetsen; daarentegen wijl de ruwheid van Esau aan zijn vel vast was , kon zij nimmer zonder groote pijn afgetrokken worden. Aldus ook, indien de rijkdommen aan ons hart gehecht zijn, wat-al klachten eu ongeduld zullen wij dan niet aan den dag brengen , als wij dezelve verliezen ! Maa r als men op God betrouwt eu zijn hart op de rijkdommen niet stelt, zullen wij, al worden zij ons ontnomen, onze verduldigheid daarom geenszins verliezen. Dit verschil is er ook tusschen de meuschen en de dieren; de kleeding der dieren is aan hun vel vast. eu de kleederen de? menscheu ,

ocr page 246

— 23G —

alei'hU iiuugutrokkeu zijnde , kunnon zonder liinder wider nfgeleud worden.

XVI. HOOFDSTUK.

Soe men de armoede desgeesfes moet leoefenen , als men inderdaad hehoejïig is.

Maar indien gij wellicht werkelijk behoeftig zijt, beminde Philothea, zoo wees toch daarbij ook arm van geest; maak Tan den nood eene deugd, en gebruik daze kostbare paarlen volgens hare waarde. Derzelver luister wordt wel van de wereld niat gekend, maar daarom is zij niet minder dierbaar en uitermate schoon.

Wees geduldig, want gij hebt tot gezel-schaj) onzen Heer en Zaligmaker, de heilige Maagd , de Apostelen , en zoo vele andere Heiligen , die, arm zijnde en zich knnnende verrijken, dit echter niet wilden. Hoe vele grooten naar de wereld hebben niet met eene onuitsprekelijke liefde de heilige armoede in klooster- en gasthuizen gezocht ? Zoo als blijkt in den H. Alexius , de H. Paula, den H. Paulinus, de H. Angela en vele andere. En gij , o Philothea! hebt dezelve zoo gemakkelijk gevonden , en zij komt zoo liefelijk tot u. Omhels ze dan als de allerliefste vriendin van Christus Jesus, die in de armoede , geboren is ; in armoede ge-

ocr page 247

leefd heeft eu in armoede gestorven is; ja, zij is zijno voedster geweest, 7.00 lang Hij op aarde verkeerde.

Uwo armoede, Philothea ! heelt twee groote voordeelen , die u zeer verdienstelijk kunnen zijn. Het eerste , dat zij u niet is overkomen door uwe eigene keus, maar alleen door Grods wil , die u arm heeft gemaakt , zonder eenig toedoen van uwen eigen wil. Doch hetgeen wij aldus van God ontvangen, is hem altijd zeer aangenaam, zoo wij het met een goed hart en uit liefde tot zijnen heiligen wil aannemen. Hoe minder van het onze in eenig goed werk gevonden wordt, des te meer God daar liet zijne bijvoegt ; en die eenvoudige aanneming van Q ods wil, maakt bet geduld wonderlijk rein.

Het tweede voordeel dezer armoede ia, dat zij waarlijk arm is. Als de armoede ge-eerd en geprezen wordt, is zij in zekeren zin rijk; immers zij is niet ten eenemaal arm. Voor hen alleen is eene volkomene armoede, die misprezen , verar-ht en verstoo-ten wordt; en zoodanig is gewoonlijk de armoede dergenen, die in de wereld arm zijn ; want dewijl zij niet arm zijn door eigene verkiezing, maar alleen door noodzakelijkheid, daarom is hunne armoede ongeacht en ongeëerd, en diensvolgens is zij armer dan de armoede der religieuzen, alhoewel deze van eenen anderen kant zeer uitmuntend

ocr page 248

— 238 —

is, omdat zij uit eigene verkiezing voortkomt.

Beklaag u dan niet over uwe armoede , Philothea; want men klaagt niet, dan over datgene wat ons mishaagt: doch indien de armoede u mishaagt, zoo zijt gij niet arm, maar rijk van geest.

Wees ook niet kleinmoedig, omdat gij zoo veel niet wordt bijgestaan als noodig zoude zijn ; want daarin bestaat de uitmuntendheid der ware armoede. Te willen arm zijn zonder ongemak te lijden, is loutere eerzucht; want dit is de eer der armoede, en te gelijk het geraak der rijkdommen begeeren.

Wees niet beschaamd arm to zijn en aalmoezen te vragen. Ontvang met ootmoedigheid die , welke u gegeven worden, en wees verduldig als men u dezelve weigert. Denk dikwijls op de reis van de Moeder Gods , toen zij met haren lieveling naar Egypte moest vluchten, en hoe vele versmadingen , behoefte en ellende zij aldaar heeft moeten verduren. Indien gij aldus leeft, zult gij in uwe armoede overvloedig rijk zijn.

XVII. HOOFDSTUK.

Over de vriendschap in het algemeen , en

vooreerst van de ondeugende en schadelijke vriendschap.

De liefde bekleedt de eerste eu de voornaamste plaats onder al de driften der ziel ;

ocr page 249

— i39 —

/y is de koningin van al de bewegingen des harten; zij trekt ze alle tot zich, en maakt ons gelijk aan datgene , wat zij lief heeft. Wacht ii dan wel , Phitothea , van eene boozc en ondeugende liefde; want aldra zoudt gij ook ganscli ondeugend worden. Doch onder alle liefde is er geenc zoo gevaarlijk als de vriendschap; want alle andere liefde kan bestaan zonder gemeenschap; maar dewijl de vriendschap op de gemeenschap ge-vestigd is, zoo kan men niet wel met iemand vriendschap houden , zonder van zijne eigenschappen mede te deelen.

Alle liefde is geene vriendschap ; want men kan beminnen, zonder bemind te worden; en alsdan bestaat er wel liefde, doch geene vriendschap. De vriendschap dan is »;one onderlinge liefde, die van beide zijden ; bestaat. En dit is nog niet genoeg; maar de personen, die vriendschap willen houden, l moeten van die onderlinge liefde kennis hebben; anderzins bestaat er wel liefde tus-schen elkander , maar nog geene vriendschap. I Eindelijk moet er nog onder elkander eenige gemeenschap zijn ; want die is de grond der I vriendschap.

Naar de verscheidenheid der gemeenschap, is ook de vriendschap verschillenddoch de gemeenschap is verschillend, naar de verscheidenheid der goederen, die zij elkander mededeelen; indien de goederen valsch en

ut. ie , velde •m,

zoo ade eid der ant het

lal-iig-ees

3iik

ds , pte en , ten

1 in

m

)or-iel ;

ocr page 250

— 240 —

liednegelijk aijii, dan is ook de vriendschap die daarop steunt, Talsch en ijdel; indien het oprechte goederen zijn, dan is de vriendschap ook oprecht. Ja , hoe uitmuntender de goederen zijn, des te treffelijker is ook de vriendschap. Want evon als die honig de beste is, welke uit de beste bloemen vergaderd wordt, zoo is ook die vriendschap de beste, welke op de beste en uitstekendste mededeeling gevestigd is. Integendeel, gelijk te Heraclea een vergiftige honig gevonden wordt, die hen, welke er van eten, dolzinnig maakt, omdat hij üt zekere vergiftige kruiden gezogen wordt, zoo is ook de vriendschap, die op de mededeeling van valsche en bedriegelijke goederen steunt, ten reiiemnale vergiftig, valsch e'.i bedriegelijk.

i)e gemeenschap \ an vleeschelijke geneugten , is wel eene onderlinge genegenheid tot ; elkander , en een dierlijk aanloksel tot het ; kwaad; maar deze verdient waarlijk niet meer den naam van vriendschap onder de menschen , daar dusdanige toomelooze driften den naam van vriendschap verdienen onder dc dieren. Ja, indien er in den hu- ; welijkeu staat geene andere gemeenschap ware, dan zou het niet eens den enkelen naam zelfs van vriendschap verdienen. Maar omdat daarin bovendien nog eene gemeenschap bestaat van leven, van zorg, van goederen, van genegenhedei en van eene

ocr page 251

— 2-41 —

ouTerbrekelijke trouw , ilanrom is ile Triend-sehap des huwelijks eene waarachtige, ja eene heilige vriendschap.

De vriendschap, welke slechts op de rae-dedeeling van zinnelijk vermaak steunt, is de naam van vriendschap niet waardig; gelijk ook niet dezulke , die enkel op ijdele en nuttelooze zaken , die slechts van de zinnen afhangen , gevestigd is. Ik noem zinnelijk vermaak. datgene , hetwelk enkele zinnen betreft, bij voorbeeld, het vermaak dal men heeft in schoonheden te zien, in eene aangename stem te hoeren, in zachte dingen aan te raken, enz. Ik noem ijdele en nuttelooze zaken, zekere trekken en ijdele begaafdheden, die van bekromjiene verstanden dikwijls deugden en volmaaktheden ge-heeten worden. Hoor maar eens het grootste deel van het vrouwelijk geslacht en van de jongheid spreken; zij zullen onbeschaamd zeggen : die edelman is zeer deugdzaam, hij heeft vele schoone begaafdheden. En waarom toch ? Hij dan»t wel; hij bespeelt allerlei instrumenten ; hij kleed zich netjes; hij zingt bevallig ; hij weet met de menschen om te gaar. en genoegelijk te redeneereu; hij is fraai , schoon van gelaat en wel. gemaakt van leden. Ja, de komedianten achten onder elkander diengenen den besten, die de beste huichelaar is. Doch gelijk dit alles maar de «innen aangaat, zoo is ook de vriendschap ,

ocr page 252

die daaruit voortspruit , zinnelijk . ijdel en onnut, en verdient veeleer den naam van malligheid en huichelarij, dan van ware vriendschap. Zoodanig is gewoonlijk de vriendschap van jonge , onervarene personen en van menschen zonder oordeel, die dikwijls de vriendschap doen bestaan in hon- zotte derd beuzelarijen en nietige uitwendigheden, kelijl als in kleeding. in het wel praten . in de g0 gesteltenis des lichaams , in den zwier en orri , in den uitwendigen schijn. Vriendschap , jj^e]( voorwaar , die zeer wel aan minnaars past. zien maar die, wanneer zij noch grond , noch Warr deugd heeft, geheel vergankelijk en ijdel „aan is. en als sneeuw voor de zou verdwijnt. aanz

zich uit i

Over den dwazen mmnenhandel. Dezt

dwaj

Als deze dartele gemeenschap bestaat tus- ten schen personen van verschillend geslacht en verv zonder doel van een huwelijk , dan wordt:

die een dwaze minnenhandel, of galanterie genoemd; maar zij verdient den naam van vriendschap olquot; liefde niet, dewijl zij niet anders is dan ijdelheid, dartelheid en wanorde. En nochtans is er niets zoo algemeen.

Doch alhoewel deze gemeenschap gewoonlijk tot zeer schandelijke onkuiscHieden vervalt,

is dit het eerste oogmerk niet van hen, die dezelve beginnen; want alsdan zoude het

niet

eer t er zi der i onzu den

XVIIT. HOOFDSTUK.

aan

aan

dwai

heef

nocl

zij v

eer ,

aanz

men

zich

ocr page 253

243

I en

niet meer eene dwaze verkeering , maar veel-van eer eene eerlooze onkuisehheid wezen. Ja , ivaie er zuiien aonis vele jaren voorbijgaan, zon-rtc der dat er tusschen lien eenige uitwendige onzuiverheid bedreven wordt; maar zij hou-den zich alleen bezig met ik weet niet wat ^on~ zotten praat, en, gelijk zij zeggen, verma-den, kelijk tijdverdrijf.

1 Sommigen hebben geen ander inzicht dan

^ eu om van liefde te spreken , en elkander met iaP • ijiele woorden den zak te vullen; maar zij ►ast. z[en niet, }10e licht zij zich in netten ver-loch warren , die zij naderhand niet kunnen out-ijdel gaan. Anderen stellen hunnen roem in eenig L aanzienlijk hart tot zich te trekken, en aan zich te verslaven. Weer anderen doen het uit ijdelheid en te gelijk uit dwaasheid, enz. Deze vriendschap , Philothea , is ondeugend, dwaas en ijdel. Zij is ondeugend, omdat zij ^l,e' ten laatste altijd tot vleeschelijke zonden t en vervalt, en de liefde en het hart onttrekt ordt aan Q-od en aan een wettig huwelijk, waar-.ene aan jjgt alleen gegeven mag worden. Zij is vj111 i dwaas, omdat zij noch grond noch reden nic^ ' heeft; zij is ijdel, omdat zij noch voordeel noch eer, noch vrede bijbrengt. Integendeel, zij verkwist den tijd en is schadel jk aan de | eer , zonder ander vermaak dan dat men aanzoekt en vervolgt , zonder te weten wat men verlangt. Deze ellendige menschen laten zich wel voorstaan . dat er in dit over eu

alt, die het

ocr page 254

— 244 —

woêr niiimeu, iets goeds eu vermakelijk» bestaat; maar als men hun vraagt wat zij vóór hebben , weten zij niet wat te antwoorden; maar zij toonen een hart vol van ruste-looze driften, jaloezieën, minnetochten en dergelijke dwaasheden.

De H. Gregorius van Nazianzen, schrijvende tegen de ijdelheid der vrouwen , zegt vele treffende dingen, die op cleze dwaze minnaars zeer wel kunnen toegepast worden : bewaart, zegt hij , uwe latuurlijTce schoonheid voor uweu man alleen; want wat zal er, indien gij die als een net voor velen wilt uitspannen, ten laatste van komen ? Deze zal u hehagen, gene uwe schoonheid prijzen. Oij zult hem ooJc oogwenk voor oogivenk geven, en gezicht voor gezicht; daarop zal het toelachen volgen: verder de liefdewoorden , eerst hehnelijk, en dan in het openbaar. Maar, wacht u, mijne tong, de verdere gevolgen uit te drukken. Vit zeg ik alleen, dat al die gemeenschappen groote aanlokselen zijn tot het kwaad, en dat het verdere gevolg daarop zal volgen, even als het eene ijzer, dat dooi* den zeilsteen aangetrokken wordt, ook ander ijzer naar zich trekt.

God gave, dat dit niet al te waar ware I maar wat inzicht hebt gij toch in uwen handel ? Een ander tot liefde op te wekken ? Zoo gij die zoekt, zult gij zelfs gewis gevangen worden; want in dit spel wordt al

ocr page 255

- 245 —

wie vangt, gevangen, 'a Menschen hart ia maar al te gelijk aan zeker kruid , aproxis geheeten, hetwelk vuur vat, zoodra als het er omtrent komt. Gij zult mij zeggen : ik wil wel wat liefde opvatten , maar niet veel. G ij bedriegt u ; dat vuur kent geene palen. Als gij meenen zult maar een vonkje gevat te hebben , zult gij eensklaps geheel in brand zijn, en al uwe voornemens zullen in asch en uw goede naam in rook verdwijnen. De wijze-man vraagt ; wie zal medelijden hébben met eenen bezweerder . die van eene slang gebeten wordt ! (1) En ik zeg ook met hem : o gij dwaze en uitzinnige! meent gij de liefde te kunnen betooveren, om dezelve naar uwen wil te bedwingen ? Gij wilt met haar spelen, en zij zal u den doodsteek toebrengen , en alsdan zal iedereen met u spotten , omdat gij de liefde hebt willen betooveren , en op een vermetel betrouwen die schadelijke slang uwen schoot hebt laten binnensluipen, welke u bedorven, en uwe eer en ziel geschonden heeft. Goede God ! welke blindheid, op zoo slechte verzekering een zoo edel deel onzer ziel te willen verspelen ! God verlangt den mensch, Philo-thea ; doch om niets anders dan om zijne ziel; de ziel om harentwil en den wil om zijne liefde. Dan , helaas ! hoe veel ontbreekt er niet aan onze liefde om eenen God waar-(l) Reel. U. 13.

ocr page 256

— 246 —

dig te zijn ! Eu torh , wij, ellendelingen , Verkwisten onze liefde in beuzelarijen en nietige dingen , alsol wij liefde te veel hadden ! Wat strenge rekening zal ons die groote God niet afeiaclien , over zoo goddeloos misbruik van eene zaak, die hij voor zich alleen had bewaard, als zijnde onze Schepper en Zaligmaker! Indien hij eene zoo strenge rekening zal afvorderen van elk ijdel woord ; denk dan wat hij doen zal van die ijdele , onbetamelijke, dwaze en schandeliike liefde!

De notenboom is zeer schadelijk aan akkers en wijnbergen, omdat hij , zeer hoog zijnde, al het vocht, dat noodig is tot het voedsel der andere planten , tot zich trekt; zijne bladeren beletten den zonneschijn, en zijne vruchten lokken de voorbijgangers aan , waardoor de omliggende grond vertreden wordt. De dwaze liefde brengt de ziel dezelfde schade bij; want zij belemmert haar zoo zeer , dat zij niet in staat is eenige goede werken voort te brengen. Hare bladeren , dat is te zeggen, de bezoeken, gemeenzaamheden en het ijdel gepraat, zijn zoo menigvuldig, dat zij al den tijd verkwisten , en ten laatste trekken zij zoo vele bekoringen, verstrooiingen en bekommernissen naar zich , dat er het hart als gansch door vertreden wordt. Eindelijk die dartele Terkeeringen verbannen uit het hart niet alben de goddelijke liefde, maar ook de vreeze Gods.

ocr page 257

— 247 —

Zij verzwakken den geest en krenken den goeden naam ; zijn zij dan ook het vermaak aan de hoven, zij zijn niettemin de pest der zielen en het verderf der zeden.

XTX. HOOFDSTUK.

Over de oprechte vriendschap.

O Philothea ! bemin een ieder met eene ware liefde , maar knoop mot niemand vriendschap aan, dan met degenen , met welke gij over deugdzame dingen kunt handelen. Hoe deugdelijker deze zaken zijn , des te volmaakter is de vriendschap. De gemeenschap wegens eenige wetenschappen, is buiten twijfel zeer loffelijk; maar nog loffelijker indien zij de deugden betreft, bij voorbeeld, de voorzichtigheid, matigheid, sterkte, rechtvaardigheid, enz. Doch indien uwe onderlinge gemeenschap tot poel heeft de liefde, do godsvrucht en de christelijke volmaaktheid onder elkander te bevorderen, alsdan zal uwj vriendschap de verhevenste zijn, omdat zij van God komt, tot Grod gaat, en eeuwig in God zal duren. O , hoe goed is het op aarde te beminnen , wat men in den hemel eeuwig beminnen zal 1 Ik spreek niet van die gewone liefde, die men alle men-schen moet toedragen, maar van eene geestelijke vriendschap, waardoor twee of drie , of ook meer vrome zielen, hunne godsvrucht

ocr page 258

— 248 —

eu geestelijke genegenheden aun elkander in eenen en denzelfden geest mededeelen. Deze mogen met recht zeggen: o , hoe goed en vermafcelijlc is het, dat broeders te zomen tronen! (1) Het is gewis vermakelijk; want de aangename balsem der godsvrucht drupt, door eene gedurige mededeeling. van het eene hart in het andere; zoo dat meu mag zeggen, dat God over deze vriendschap zijnen zegen en het eeuwige leven uitstort.

Ik meen , dat alle andere vriendschap bij deze vergeleken, niet anders dan eene schaduw is, en hare banden slechts glazen banden zijn, ten opzichte van dezen vasten band der godsvrucht, die de harten op eene onverbrekelijke wijze vereenigt.

Tracht dan geene andere dan dergelijke vriendschap aan te gaan. Ik spreek van vriendschap , die nog aan te gaan is ; want men mag daarom de natuurlijke of de voorgaande vriendschap, waartoe men verbonden is, als van maagschap, buren of weldoeners . niet afbreken. Ik spreek enkel van vriendschap, die het u vrij staat aan te gaan of te laten.

Wellicht zullen sommigen zeggen, dat men geene bijzondere vriendschap met iemand behoort aan te gaan , omdat daardoor het hart bekommerd , de geest verstrooid en dikwijls afgunst wordt gebaard. Maar zij dwalen , omdat zij do zaak niet ten rechte opnemen.

ocr page 259

— 249 —

Zij hebben misschien in godvruchtige schrijvers gelezen ; dat eene bijzondere vriendschap en gemeenzaamheid aan kloosterlingen zeer nadeelig zijn, en zich daarom laten voorslaan , dat het ook alzoo met de andere menschen is gelegen. Maar het verschil is groot. Want dewijl in een goed klooster ieder de oprechte godsvrucht betracht, zoo hebben zij de bijzondere gemeenschap niet noodig, uit vrees dat daaruit eenige partijdigheden mochten voortspruiten. Maar wat de deugdzame menschen aangaat, die buiten kloosters leven , desaangaande is het noodig. dat zij zich door eene heilige en godvruchtige vriendschap onder elkander verbinden. Want alzoo geeft de eene den anderen moed, en zij helpen elkander voortgang in de deugd maken. Doch gelijk men op eene effene baan elkander de hand niet behoeft te geven, maar wel op eenen slechten glibberigen weg , om het vallen te vermijden , aldus moet men in welgeregelde kloosters die bijzondere vriendschap niet hebben ; maar de wereld-lingen hebben ze noodig , om zich te versterken, en elkander zoo veel mogelijk, in zoo vele kwade en gevaarlijke wegen te ondersteunen. Want zij betrachten niet allen hetzelfde einde , noch hebben allen denzelf-den geest; dus moeten zij zich afzonderen en vriendschap zoeken, die met hun bijzonder doel overeenkomt. Deze uitzondering is

ocr page 260

geeue partijdigheid, maar eene vereeniging met de goeden, en eene noodige afscheiding van menachen, die ons niet dienstig zijn.

Men kan immers niet loochenen dat onze Zaligmaker bijzonder den H. Joannes, Lazarus , Martha , Magdalena beminde; want de heilige Schrift getuigt dit duidelijk. Be H. Petrus beminde met eene zeer teedere liefde den H. Marcus en de H. Petronella; gelijk ook de H. Paulus zijnen geliefden leerling Timotbeüs en de heilige ïhecla. De H. Gregorius van Nazianzen beroemt zich zeer dikwijls over zijne groote vriendschap met den H. Basilius , en hij beschrijft dezelve op deze wijze: het scheen, dat w ons beide slechts eene eenige ziel was in twee lichamen. Alhoewel men geen geloof voet geven aan hen, die zeggen, dal alles in allen is, mag men echter gelooven , dat wij heide maar één waren, en dat de eene in den andere was. Wij hadden heide maar een en dezelfde begeerte , oon de deugd te beoefenen , en om het doel van geheel ons leven naar de toekomende hoop te schilclcen. Zoo ook getuigt de H. Augustinus, dat de H. Ambrosius bijzonder de H. Monica lief had , om de uitstekende deugden, die hij in haar bemerkte; en dat zij hem van haren kant als eenen engel Gods beminde.

Ik handel niet goed met zoo lang in eene too klare zaak te verblijven. Do H. Hiero-

ocr page 261

— 251 —

oymus , Augustiuus, Qrogorius , Beruardus, on al de grootste dienaren Gods, hebben sleeds met sommigen eene zeer bijzondere vriendschap gehouden, zonder dat zulks aan hunne volmaaktheid eenigen hinder toebracht. De H. Apostel Paulus, de Heidenen berispende, verweet hun , dat zij zonder liefde en vriendschap waren. Ook gevoelt ieder, dat de vriendschap eene deugd is; en daarom is zij ook goed. Doch eene volmaakte vriendschap kan zich geenszins tot vele personen uitstrekken. De volmaaktheid dan is niet gelegen in eene vriendschap te hebben, maar in geene andere te hebben, dan degene welke goed , heilig en godvruchtig is.

XX. HOOFDSTUK.

Ouev het verschil tusschen de oprechiv en de ijdele vriendschap.

Ziehier eene gewichtige onderrichting. De vergiftige honig van Heraclea, waarvan wij hiervoren spraken, is zeer gelijk aan den goeden honig; maar er is groot gevaar in den eenen voor den anderen, of den eenen met den anderen gemengd te gebruiken; want de deugdelijkheid van den eenen , zou de schadelijkheid van den anderen niet kunnen beletten. Men moei dan op zijne

ocr page 262

11 oei I o /. ijn om in deze Tricudschap uiot bedrogen te worden, Toornamelijk als zij wordt aangegaan tusaehen personen van verschillend geslacht, uit wat inzicht zulks ook mocht wezen ; want de duivel mengt daar dikwijls groot bedrog tusschen. Men zal somtijds heilig beginnen; maar als men niet voorzichtig is, zal de ijdele liefde zich licht er onder vermengen ; de zinnelijke liefde zal volgen, en ten laatste zal ook de vleesche-lijke liefde zich openbaren. Ja zell's, er bestaat gevaar in de geestelijke liefde , indien men niet goed toeziet, ofschoon zij niet zoo licht aan verwisseling onderworpen is, omdat hare zuiverheid aldra de onreinheid doet kennen , die de duivel daaronder zou willen zaaien. Maar hetgeen hij zoo openlijk niet kan uitwerken , tracht hij met list te weeg te brengen.

Gij zult de wereldsche vriendschap van de heilige en vrome onderscheiden, even als men den honig van Heraclea van den anderen onderscheidt. De honig van Heraclea is veel zoeter op de tong dan de gewone honig, omdat het vergift zijne zoetheid nog vermeerdert. De wereldsche vriendschap brengt ook gewoonlijk eene menigte zoete woorden, gevlei, streelingen over de natuurlijke schoonheid , enz., mede. Maar de heilige en geestelijke vriendschap is zeer eenvoudig in hare woorden ; zij kan niet

ocr page 263

— 253 —

anders prijzen dan de deugd en de genade Gods ; waarop zij steunt. Wanneer men den honig van Heraclea ingezwolgen heeft, veroorzaakt hij aanstonds duizeling in het hoofd; de valsche vriendschap veroorzaakt eene duizeling in den geest, die den mensch wankelbaar in de zuiverheid en in de godsvrucht maakt; want zij brengt hem tot onkuische blikken, vleeschelijke vleierij, ongeregelde klachten, dat men niet bemind wordt; verder , tot omhelzingen , en tot dergelijke oneerbare aanrakingen , enz.; die zekere onfeilbare voorteekenen van het naderend verderf der gansche zuiverheid zijn. Maar de heilige vriendschap heeft geene andere dan eerbare en eenvoudige blikken, geene liefdebewijzin-gen dan die zuiver zijn ; geene verzuchting, dan tot den hemel; geene vrijheden dan om den geest aan te wakkeren ; geene klachten dan als Grod niet bemind wordt; oprechte en gewisse teekenen eener waarachtige zuiverheid. De honig van Heraclea krenkt het gezicht, en de wereldsche vriendschap krenkt het oordeel der menschen; want zij meeneu wel te doen daar, waar zij kwalijk handelen, en zij zien hunne verontschuldigingen voor bondige redenen aan. Zij vreezen het lichf en beminnen de duisternis. Maar de heilige vriendschap heeft helderziende oogen; zij verbergt zich niet, en vertoont zich gaarne asn wijze menschen. Ten laatste , de honig

ocr page 264

— 254 —

van Heraclea veroorzaakt eindelijk groote bitterheid in den mond en in de keel; aldus eindigt ook altijd de vulsche vriendschap in ondeugende, vleeschelijke en onkuische woorden en aanzoekingen. Doch indien men ze afslaat, dan komt zij tot kwaadspreken. lasteren, bedriegen , geweld en nijd, en dikwijls nog tot vele ergere gevolgen. Maar de zuivere vriendsehap is altijd even eerlijk , beleefd , minnelijk . en eindigt zeker in eene volmaakte en zuivere vereeniging d-28 geestes, die het levende voorbeeld is van de gelukzalige vriendschap des hemels.

Eindelijk geeft de jeugd, die zich zoo gedraagt, dat zij niet gaarne van ouders of oversten in haren handel betrapt zoude worden , maar al te duidelijk te kennen , dal haren handel niet heel deugdzaam is. De heilige Maagd werd ontroerd toen gt;;ij eenen engel zag in de gedaante van eenen man , omdat zij alleen was, en van hem begroel werd met eenen uitnemenden, docli hemel-schen lof. De zuiverheid zelve vreest eenen engel in menschelijke gedaante; hoe zullen dan zij, die de onzuiverheid zelve zijn, niet eenen mensch schromen , al kwam hij ook in de gedaante van eenen engel, al? hij niet anders dan menechelijken en vleeHchelijken lof uitgalmt ?

ocr page 265

XXT. HOOFDSTUK.

llulpmiddeJen tegen de ondeugende vriendschap.

Maar wat raad is er tegen al deze dware liefde en aanlokselen tot onzuiverheden ? Zoodra gij iets dergelijks gewaar znlt worden, zoo keer u terstond met afschuw daarvan al , en vlucht in den geest tot liet kruis nws Zaligmakers. Neem zijne doornen kroon, om uw hart daarmede te bezetten , opdat de listige vossen belet worden daarin te sluipen. Wacht u wel van eenig verdrag met uwen vijand aan te gaan. Zeg nooit: ik zal hem uithooren , maar zijn verzoek niet inwilligen ; ik zal naar hem wat luisteren , maar mijn hart zal ik hem weigeren. Om de liefde Gods; lieve Philothea, wapen u toch met ernst en stuurschheid in zulke voorvallen. De ooren en het hart hebben te groote gemeenschap , met elkander; en even als het onmogelijk is den loop eener afvloeiende beek te stuiten . zoo is het ook zeer moeielijk te beletten , dat de liefde , die langs de ooren is binnsngevallen, niet aanstonds tot in het hart geraakt. Want ons hart haalt als door de ooren zijnen adem, gelijk het door de tong zijne gedachten of adem uitblaast. Bewaren wij dan onze ooren zorgvuldig tegen de kwade lucht der dartele woorden ; andera

17

ocr page 266

— 251'. —

kan ons liarl do besmottiu^ niol outgHau. Luister naar geeuo aauzoeking; sla alios vrijmoedig at'; want in zulk eene gelegenheid is het heilig en loffelijk, streng en onbeleefd te zijn.

Herinner u, dat uw hart aan God is toe-geheiligd , zoo dat het eene heiligschennis zoude zijn , hem uwe liefde te onttrekken. Offer hem uwe liefde wederom op; houd u te midden uwer heilige voornemens, gelijk een hert zich in zijne schuilplaats ophoudt. Roep God aan, en hij zal u bijstaan , en zijne liefde zal de uwe in bescherming nemen , opdat zij aan en voor hem ongeschonden blijve.

Tndien gij reeds in de netten der dwaze liefde gevangen zijt, o God! hoe moeielijk is het dan, u daaruit te verlossei ! Stel u evenwel in Gods tegenwoordigheid; beken voor hem de grootheid uwer ellende en zwakheid, en verfoei, terwijl gij al uwe lichaamsvermogens verzamelt, aanstonds deze begonnen liefde, verzaak haar gebruik , en maak een vast voornemen van uw hart nimmermeer in zulke strikken te laten verwarren. Indien gij de oorzaak der liefde kunt schuwen, zoo ware dit verreweg de beste raad, want men kan zeer moeielijk genezen worden , zoo lang men nog blijft verkeeren met dengenen , die ons hart gewond heeft. Verandering van plaats ia ten uherste dien-

ocr page 267

atig, o»h koiuiuer en drocfhoid \v «(.illon. maar wol allenneeHl , om de wonden eener dwaze liefde te genezen.

Nadat de jongeling, van welken de heilige Ambrosius in zijn tweede boek over de boetvaardigheid spreekt, eene zeer lange reis gedaan had, keerde hij geheel verlost van de uitzinnige liefde, waaraan hij te voren verkleefd was, terug. Ja, als zij . die hij te voren bemind had, hem te gemoet kwam, en zeide : hoe, kent gij mij niet ? ik ben immers dezelfde, die gij te voren bemindet ? gaf hij haar ten antwoord : zijt gij dezelfde, ik ben dezelfde niet meer. Zoo groot was de verandering, die de afwezigheid in hem had ten uitvoer gebracht. De H. Augustinus zegt ook, dat hij , om zijne droefheid ovelden dood van zijnen vriend te verzachten , van Sagaste; alwaar deze gestorven was, naar Carthago ging wonen.

Maar wat zal hij doen, aan wien het onmogelijk is zich geheel te vervreemden , of van daar te vertrekken 5 Hij moet noodzakelijk van alle bijzondere onderhandeling afzien, allen verborgen handel, alle toelachingen, en in het algemeen alle gemeenschap en aanlokselen , die dit stinkende en rookende vuur nog zouden kunnen ontsteken , vermijden. Of indien hij genoodzaakt is den medeplichtige aan te spreken , moet hij hem ronduit verklaren, dat hij niet meer

ocr page 268

— 258

niet hein wil te doen hebben. Ik roep dan overluid tot al degenen , die in de strikken dezer dwaze liefde gevangen liggen ; snijdt ze door, breekt en scheurt ze aan stukkeu. Die dwaze banden te willen losmaken, is tijd verloren ; men moet ze terstond verscheuren ; want er is niets goeds van te bewaren. Men moet waarlijk geene liefde verschoo-nen, die zoo zeer tegen Gods lielde strijdt.

Indien gij mij vraagt, of er, wanneer deze liefde op die wijze verbroken is, geene gevoelens en lidteekens meer van zullen overblijven « dan de schroom van het kwaad , en gij zult van de kwade geneigdheid tot den persoon, dien gij verlaten hebt, ontslagen zijn. Indien er nochtans , om de onvolmaaktheid van berouw , nog eenige kwade geneigdheden waren overgebleven, moet gij uwe ziel trachten te genezen door de inwendige geestelijke eenzaamheid , zoo als ik u hiervoren geleerd heb. .Begeef u in dezelve zoo dikwijls als het mogelijk is ; verzaak , door menigvuldige verhetüngen des harten , al uwe kwade bewegingen , en verfoei ze uit al uw vermogen. Lees meer dan naar gewoonte godvruchtige boeken ; ga dikwijler te biechten en tot de H. Communie. Handel ootmoedig met uwen geestelijken leidsman , indien gij de gelegenheid hebt, of ten minste met eenige andere godvruchtige zielen , over de bekoringen , die n debwege ontrua-

ocr page 269

ten. er» houd voor vast, dat God u ten eenemaal zal verlossen, zoo gij in deze oefeningen getrouw blij i t volharden.

Maar wellicht zult gij nog verder vragen : zoude dit niet eene groote ondankbaarheid zijn, eene oude vriendschap zoo plotseling en met geweld af te breken ? Ach! hoe /.alig is deze ondankbaarheid , die ons met God vereenigt! Neen zeker , Philothea ' het is geene ondankbaarheid , maar eene groote weldaad , welke gij dengenen bewijst die u beminde ; want door uwe banden te breken, zult gij ook de zijne verbrijzelen. dewijl zij u beide eigen waren , en alhoewel hij vooralsnog dit zijn geluk niet kent, zal hij het misschien daarna beseften, en met u ten teeken van dank zingen: o Meer! Qij licht mijne banden verbroken: daarom zal ik n een dankoffer opdragen, en uwen heiliqen naam aanroepen. (I)

XXX. HOOFDSTUK.

Kenigr andere onderrichtingen , betreffende de vriendschap.

De vriendschap vereischt, zoo als wij gezegd hebben, eene zeer groote gemeenschap tusschen degenen, die elkander beminnen;

(1) Psalm, 115 . 7.

ocr page 270

want ander» kan /,ij niet bestaan noch blijven duren. Maar daardoor gebeurt liet ook dikwijls, dat tegelijk met de vrieudachap elkanders driften en genegenheden , van het eene hart in liet andere, ongemerkt insluipen; voornamelijk als men eene groote aeh-tiug voor zijnen vriend heeft. Want alsdan opent men onverwijld het hart, en alzoo krijgen eens anders genegenheden , hetzij goede of kwade , daar licht ingang. Waarlijk . ile bijen van Heraclea zoeken niet anders dan honig; maar zij zuigen ter zeiver tijd met hem ook liet vergift uit de kruiden , waaruit zij den honig halen.

Wij moeten dan zeer stipt op een woord van onzen Zaligmaker letten, die, gelijk ons vele oudvaders getuigen , gewoon was te zeggen : wees goede wisselaars; dat is : wilt geen slecht geld met het goede ontvangen , scheidt het kostelijke van het slechte. En zulks te recht : want men vindt bijna niemand , of hij heeft nog altijd eenige onvolmaaktheden. Doch waarom moeten wij de gebreken van onzen vriend te gelijk met de vriendschap omhelzen ? Wij moeten hem wel beminnen , maar zijne onvolmaaktheid mogen wij volstrekt niet liefhebben , noch aannemen. De vriendschap vereischt de gemeenschap in het goed, maar niet in het kwaad. Even als degenen, die het stofgoud in den Tagus vergaderen, het goud Llléén mede

ocr page 271

— 261 —

nemen en het zand daar laten. zoo raoefc men ook in de vriendschap het zand der onvolmaaktheden uit de ziel sluiten. De H. Gregorius van ]S'azianzen getuigt van den H. Basilius, dat velen, uit liefde tot hem , zelfs zijne lichamelijke onvolmaaktheden trachten na te volgen : bij voorbeeld, zijne trage wijs van spreken, zijn diepzinnig, stroef gelaat, het opmaken van zijnen baard, zijnen gang, enz. Wij zien ook dagelijks vele menschen , die de slechte manieren aannemen van hen , die zij bewonderen en beminnen; doch ten onrechte; immers elk mensch heeft gebreken genoeg van zichzel-ven, zonder dat hij zich met die van anderen belast. Ook vereischt zulks de vriendschap niet , dewijl zij integendeel veeleer moet dienen om elkanders onvolmaaktheden te verbeteren. Dus moet men wel eens anders gebreken verdragen, doch geenszins die goedkeuren noch navolgen.

Ik spreek hier slechts van onvolmaaktheden; want, wat de zonde aangaat, die mag men zelfs in zijnen vriend niet dulden. Het is voorwaar eene wreede vriendschap , zijnen vriend te zien vergaan , zonder hem te helpen ; hem te zien sterven van een gezwel , zonder het te durven opensnijden, om hem in het leven te houden. De ware vriendschap kan in zonde niet blijven duren. Men zegt, dat de salamander het vuur uit-

ocr page 272

bhiBcht . terwijl hij er in blijft liggen ; alzoo vernietigt ook eene bijblijvende zonde de vriendschap. Do voorbijvliegende zonde zal de vriendschap aanstonds door de berisping verjagen ; maar voor eene bijblijvende zoude moet de vriendschap zelve wijken, dewijl zij niet anders wil verblijven dan met de dengd. Hoe veel te minder mogen wij dan . om iemands vriendschap, de zonde begaan : Hij , die zijnen vriend tot het verderf wil brengen , verdient alle vriendschap te verliezen; ja, het is een duidelijk teeken van valsche liefde, als men den vriend der boozen blijft. Want indien de vriendschap niet op de deugd gevestigd is, zoo moet zij noodzakelijk op de zinnelijkheid en op de ondeugd steunen.

De gemeenscha)gt; der kooplieden is slechts eene schaduw van de ware vriendschap, omdat zij aangegaan wordt, niet uit liefde tot de menschen , maar uit winst.

Ëindelijk de twee volgende spreuken zijn als twee pilaren, om het christelijk leven wel te verzekeren. De eene is van den wijze-man : me Ood vreest, zegt. hij , dlc zal eene ware vriendschap kehhen (1) De andere is van den heiligen apostel Jacobus, die zegt: de vriendschap dezer wereld is vijandin niet Ood. (2)

(1) Eccl. 6. 27. (2) Jac. 4-, 4-.

ocr page 273

XXIlï. HOOKDSTÜK.

Over kct beoefenen der uitioendiye verstero'uigen.

Zij . die over den landbouw schrijven, verzekeren ons, dat, wie op eene ongekwetste amandel eenige letters schrijft. en haar. nadat zij wederom in hare schelp gelegd en wel toegesloten is . in den grond plant, men op al de vruchten van den boom, die er van voortkomen hetzelfde woord zal vinden. Derhalve heb ik nooit den handel kunnen goedkeuren van sommigen, die om eenen mensch te bekeeren, eerst met het uitwendige willen beginnen , als bij voorbeeld met het gelaat, met de kleeding , of met het haar.

Hel dunkt mij integendeel, dat men eerst met het binnenste moet aanvangen; daarom zegt God : bekeer u tot mij uit geheel nat hart. (1) En wederom : mijn kind, geef mij uw luvrt. (2) Want dewijl het hart do oorsprong van alle werk is, zoo zijn ook de werken altijd gelijk het hart, om deze reden zegt do hemelscho Bruidegom tot de ziel: stel mij ah een zegel ojp uto hart, en als een zegel op uwen urm. (3) En wel met recht; want wie Jesus in zijn hart draagt , die

(1) Joë.1 2, 12. (2) Prov. 23, 20,

(3) Cant. 8, 6.

ocr page 274

hfeft hem ook aldra in al zijne werken. Daarom Philothca, wil ik vóór alle andere dingen deze heilige woorden : Jesus leve, in uw hart prenten , wel verzekerd zijnde dat al de werken van uw leven, die nit uw hart, even als een amandelboom uit zijne kern, voortkomen , met dit heilig merk zullen geteekend zijn, zoo dat gij waarlijk met den heiligen apostel Paul us zult kunnen zeggen : ik leef nu ; niet ik, maar Christus leeft in mij, (I) Immers, als men het hart gewonnen heeft, dan heeft men den geheelen mensch gewonnen. Doch het hart, waarmede wij willen beginnen , moet noodzakelijk onderwezen worden, hoe het zich in zijnen uitwendigen handel moet gedragen, opdat er niet alleen eene heilige godsvrucht, maar ook eene groote wijsheid en eene rijpe voorzichtigheid uit schijne. Hiertoe ga ik u eenige beknopte lessen voorschrijven.

Indien gij kunt vasten, zoo zuil gij goed doen , met boven de geboden vastendagen nog eenige andere dagen daartoe te besteden; want behalve dat het vasten den geest verheft , het vleesch bedwingt, do deugd doet beoefenen en ons een groot loon in den hemel bezorgt: zoo beteugelt het nog bovendien de gulzigheid en de zinnelijke begeerlijkheid , het onderwerpt het v.eeseh aan

(I) Gal. 2, 20.

ocr page 275

den gpo«t . on maakt ons geducht aan den vijand, 's Woensdags, vrijdags en zaterdags zijn van ouds de gewone vastendagen der Christenen; verkies dan zoo veel van die dagen, als uw zielsbestuurder u dit aanraden zal.

Tk wil u ook wel zeggen, wat de H. Hie-ronymus eertijds aan de godvrnehtige Lega schreef: Het laag en onmatig vasten, zegt hij , mishaagt mij zeer, voornamelijk hij hen, die nog jong en teer zijn. Door ondervinding heb ik geleerd, dat als een jonge ezel vermoeid is, hij niets tracht dan van den weg af te wijken. Dat is te zeggen , dat jonge personen , welke door onmatig vasten tot eenige zwakheid zijn vervallen , zich zeer licht tot lekkernijen keeren. ])e herten kunnen in twee gevallen zeer slecht loopen, namelijk als zij te vet, en als zij te mager zijn. Wij zijn hel meest aan bekoringen onderworpen, als ons lichaam al te goed olquot; te slecht gevoed is. Het eene maakt ons te mal en dartel, en het andere maakt ons al te kleinmoedig. En even als het lichaam ons bezwaard . wanneer het te vet is , zoo bezwijkt het als het te mager is. Ook maakt deze onmatigheid in het vasten, tuchtigen, haren kleederen dragen en andere gestrengheden, dat wij daarna in de beste jaren niet geschikt zijn, om de liefde aan anderen te blijven bewijzen. Zoo geschiedde hel ook met den

ocr page 276

H. Beraardus, wieu het berouwde in het begin al te groote gestrengheid over zijne jonge medebroeders gebezigd te hebben. Want hoe strenger men het lichaam in het eerste behandelt, des te meer men liet naderhand verzachting moet verleenen. Ware het dan niet beter het te behandelen volgens zijue krachten en volgens dat het kan blijven volharden I

Hel vasten en werken krenken beide liet vleesch; maar indien uw werk noodig en dienstig is ter eere van Grod, zoo heb ik liever, dat gij het werken, dan het vasten verdraagt. Dit is ook de geest de;? H. Kerk . die degenen van het vasten ontulaat, die , tot den dienst van God o( van den evennaaste , /.waren arbeid moeten vorrichten-l)e eene liijuigt zich zelven door vasten ; de andere door liet verplegen der zieken . door bet bezoeken der gevangenen, door het biecht hooren, prediken , bidden . verlatene menschen bij te staan, en door andere der-gelijke oefeningen. Maar de moeielijkheid, die uit deze laatste oefeningen voortkomt, is veel beter dan die. welke uit het vasten voortspruit; want behalve dat zij beide even veel het vleeseh vermoeien en bedwingen . hebben de laatste echter nog vele andere voordeden , die in het vasten niet gevonden worden. En daarom is het gewoonlijk beter, een weinig meer lichamelijke sterkte te be-

ocr page 277

houden , dan dezelve te zeer te krenken; immers als men de natuurlijke krachten eens heeft afgemat, zijn zij niet terug te krijgen als men zulks verlangt.

Het schijnt mij toe, dat men de woorden , die Christus, onze Zaligmaker. tot zijne leerlingen sprak, in groote waarde behoort te houden: Eet, zegt hij, van hei geen u voorgesteld wordt. (1) Want ik meen, dat het beter is zonder keuze te eten hetgeen men voorstelt, hetzij het ons smaakt ol' niet. dan altijd het geringste te kiezen. Het laatste schijnt wel strenger, maar er is evenwel in het eerste meer overgeving en zelfverloochening gelegen; want daardoor verzaken wij niet alleen aan onzen smaak, maar ook zelfs aan onze keus. Inderdaad , het is geene geringe versterving zijnen smaak ten allen tijde te bedwingen en hem in alle voorwerpen onderworpen te houden. Overigens wordt deze versterving door geene menschen bemerkt; zij is aan niemand lastig , en is zeer overeenstemmend met een burgerlijk leven. De spijs gedurig te verschuiven , om andere te nemen ; van alles te proeven , zonder iets te vinden dat ons aanstaat; op eiken beet iets weten te zeggen, zijn teekenen van een hart, dat aan lekkere spijzen is verslaafd. Tk acht; veel meer, dat

^1) Lne. 10, 7.

ocr page 278

do 11. BonmrdiiB olio dronk in phiuls van water ot wijn , dan dat liij mel. voordaclil alseniwatei* gedronken had; want bet was een teeken, dat hij geen acht op zijnen drauk gaf. En door deze oplettendheid wordt volledig deze les beoefend: eet van hetgeen u voorqezet wordt. Ik zonder hier echter van uit zulke spijzen , die schadelijk zijn aan de gezondheid of aan den geest, zoo als aan vele de verhittende spijzen, spectTijen, enz. en ook sommige voorvallen , waarin het lichaam mogelijk iets meer noodig heeft, om eenigen bijzonderen arbeid te kunnen verduren. Eene volhardende en gematigde soberheid is meer te prijzen dan eene strenge onthouding, die dikwijls afgebroken en weder hernomen wordt.

De lijfkastijding, met mate gebruikt, wekt den geest op tot godsvrucht. De haren kleederen temmen zeer het lichaam; maar zij zijn doorgaans niet dienstig , noch voor gehuwden , noch voor zwakke menschen, noch voor degenen die zwaren arbeid verrichten. Het is nochtans goed die versterving te gebruiken op de voornaamste boetedagen, volgens den raad van eenen ervaren biechtvader.

Eenieder moet zoo veel slapen als hij noodig heeft, om den dag goed te besteden. En daar de morgenstond als de jjeschiktste tijd tot de godsvrucht door de H, Schrift

ocr page 279

209 —

cu lt;li» Kluiligim wordt aangeprezen , zoo dunkt mij, dat hotzeer nuttig is des avonds vroeg slapen te gaan, opdat men met den vroegen ochtend kunne opstaan. De vogelen zelfs noodigen ons uit, om des morgens vroeg den Heer te loven. Ja , het is even dienstig voor de gezondheid als voor de godsvrucht.

Balaam reisde, op zijne ezelin gezeten , naar den koning Balaiic; maar omdat zijn inzicht slecht was, wachtte hem de Engel op den weg op , met een zwaard in de hand , om hem te dooden. De ezelin, die den engel zag, bleef tot driemaal toe stil staan, alhoewel Balaam haar geducht sloeg ; zoo dat zij , door overmaat van slagen, ten gronde vallende, hem door een groot wonder aldus aansprak : wat helt ik u misdaan ! waarom slaat gij mij tot driemaal toe ? En terstond gingen de oogen van Balaam open, hij zag den Engel, die hem zeide : waarom slaat gij uwe ezelin tot driemaal toe ? Indien zij van den weg niet afgewelcen, en geen plaats ge-maalt had, zoude ïk u dood geslagen hehhen , en zij zonde, leven. Alsdan zeide Balaam tot den Engel : ik heb gezondigd, daar ik niet wist, dat gij tegen mij waart. (Tl

Ziet gij wel . Philothea, Balaam is oorzaak van het kwaad, en hij slaat zijne ezelin, die schuldeloos was. Zoo gaan wij ook menigmaal te werk : cene vrouw , hij voorbeeld , ziet (1) Nura, 22, 28 en volgende.

ocr page 280

— 270 —

haren man otquot; haar kind ziek liggen , en terstond begeeft hij zich tot het vasten, haren kleederen of lijf kastijdingen, gelijk David in eeue dergelijke gelegenheid deed. Ei, lieve vriendin, gij slaat dien armen ezel, gij kastijdt uw lichaam , hetwelk immers geen schuld heeft, dat God zijn zwaard tegen u heeft uitgetogen ; hestraf veeleer uw eigen hart , gij , die uwen man als eenen al god bemint, die aan uw kind duizende gebreken toelaat, en hetzelve tot allen hoogmoed, ijdel-heid en eergierigheid aanzet. Een ander ziet, dat hij dikwijle onkuischheid bedrijft; zijn geweten begint te knagen, en hem te ontstellen. Hierop gaat hij aanstonds zijn vleesch wreed te keer met ontberingen, strenge lijfkastijdingen , haren kleederen, enz. Wel, mijn vriend , zoo uw vleesch kon spreken, gelijk de ezelin van Balaiim , zoude het u zeggen : waarom slaat gij mij ? Het is tegen u , mijne ziel, dat God zijne wraak wapent; gij zijt de plichtige; want waarom geleidt gij mij in het ondeugend gezelschap? waarom gebruikt gij mijne oogen, mijne handen , mijne lippen tot oneerbaarheid ? Waarom ontroert gij mij door zondige verbeeldingen ? Heb goede gedachten , en ik zal van geene kwade beroerte weten. Handel met eerlijke en kuische menschen, en ik zal door mijne begeerlijkheid u niet ontsteken. Helaas', gij werpt mij in het vuur, en gij wilt niet dat

ocr page 281

— 271 —

ik brand ? Gij jaagt mij den rook in de oogen, en gij wilt niet dat zij ontstoken worden ? God zegt bniten twijfel in die gelegenheid tot u : sla , breek , verbrijzel en scheur; maar voornamelijk nw hart; want het is tegen hetzelve , dat mijn toorn ontstoken is.

Om eene zekere huidziekte te genezen is er niets beter dan het bloed te zuiveren ; het dikwijls baden zal er weinig aan helpen. Even zoo is het, om onze gebreken te genezen , in waarheid wel goed zijn vleosch te kastijden en te versterven: maar het is nog noodiger onze genegenheden te reinigen en onze harten te verkoelen. Doch men mag niet licht die buitengewone lichamelijke gestrengheden aannemen, zonder aan onzen zielbestuurder raad te vragen.

XXTV. HOOFDSTUK.

Over de qezelschappen en uver de eenzaamheid.

Het gezelschap zeer te zoeken en hetzelve te schuwen, zijn twee buitensporigheden, die in de burgerlijke godsvrucht, waarvan ik spreek , te laken zijn. Het gezelschap te schuwen, geeft eene zekere versmading van den evenmensch te kennen , en het te zeer te zoeken , is een teeken van een lui en onnuttig leven. Men moet zijnen evennaaste

18

ocr page 282

beminnen gelijk zich zclven ; en om te too-nen, dal men hem bemint, moet men zich wachten Tan zijn gezelschap te schuwen. Doch om te betuigen dat men zich zeiven lief heeft, moet men bij zich zeiven blijven, als men aan zich zeiven is , doch men is aan zich zeiven als men alleen is : deiik op xi zeiven, zegt de H. Bernardus, an daarna of) anderen. Indien gij dan geene reden hebt om een bezoek af te leggen of bezoek te ontvangen y zoo blijf bij ii zei ven en «preek tot uw hart. Maar indien gij gezelschap krijgt , of wettige reden hebt om ergens ^e gaan , zoo ga in Gods naam, Philothea , en bezoek uwen naaste gulhartig.

Br zijn kwade gezelschappen , die toteenig zondig einde gehouden worden, of waar niet anders dan booze en bedorvene men-schen bijeen komen ; dusdanige moet men vluchten , omdat er in zulk gezelschap niet dan schade te halen is, bijzonder als men nog zwak in de godsvrucht is.

Er zijn gezelschappen, die nergens toe dienen dan tot vermaak , en om den afge-matten geest te verkwikken. Deze, alhoewel men zich daaraan niet geheel mag overgeven, mogen en moeten matig gebruikt worden.

Andere bezoeken geschieden uit enkele beleefdheid. Schoon men deze niet zeer moet zoeken of al te nauwkeurig onderhouden, mag men ze evenwel niet onbeleefd afbreken;

ocr page 283

maar moet men zonder uitgelatenheid aan dezelve voldoen, uit vrees van onwelvoege-lijkheid.

Eindelijk , er zijn vourdeelige bezoeken , tussehen godvruchtige en vrome menachen. Het zal u altijd nuttig ziju , Philothea , dergelijke te vinden. De wijngaard, die in het midden der olijfboomen geplant is , brengt druiven voort, die naar de olijven smaken; alzoo moet ook eene ziel , die dikwijls met vrome menschen verkeert, van hunne deugden iets ontvangen. De hommel» alleen kunnen geenen honig maken; maar te zamen met de bijen kunnen zij daartoe helpen. Het is dus een groot nut, om de godsvrucht te beoefenen , door met godvruchtige menschen omgang te hebben.

De oprechtheid , de eenvoudigheid . de zachtmoedigheid en de zedigheid moeten in alle gezelschappen de eerste plaats bekleeden. Men vindt menschen, die zich zoo gemaakt en gewrongen houden, dat zij zich nauwelijks in het gezelschap zullen roeren , of van gelaat veranderen ; doch gelijk degene, die in het gaan op iederen pas zouden willen letten, of in het spreken de zangmaat onderhouden , aan anderen zeer lastig zouden vallen , zoo is ook het gezelschap van die personen , wier houding en manieren zoo gemaakt zijn, ten uiterste vervelend. Onze zamenhandelingen moeten dan altijd met

ocr page 284

— 274 —

«Mie pviualigilo vroolijkboid vermengd zijn. Do H. Antonius en de H. Romvialdus worden zeer geprezen , omdat zij , niettegenstaande hunne groote strengheden., echter altijd zekere vroolijkheid en beleefdheid behielden. Verblijd u met den blijde, en ween met den weenende, (1) zegt de H. Paulus, en wederom : wees altijd blijde In den Heer: ik zeg lief nog eens, wees blijde dat uwe zedigheid allen meuschen beleend zij. (2) Doi*h om u in den Heer te verheugen , moet de raden uwer vreugde niet alleen geoorloofd, maar ook eerlijk zijn. Dit zeg ik , omdat sommige pc-oorloolde dingen niet altijd eerlijk zijn. En opdat uwe zedigheid allen menschen bekend zij , wacht u van alle dartelheid , die buiten twijfel altijd berispelijk is. Den eener. te doen struikelen, den anderen zwjirt te maken of te prikken , eenen eenvoudigen te tergen , enz., zijn ongeregelde en ongeschikte vermaken.

Behalve de geestelijke eenzaamheid , waarvan ik in het XITe hoofdstuk van het tweede deel heb gesproken, en die gij ook in het midden der gezelschappen kunt onderhouden . moet gij niettemin ook de uitwendige of lichamelijke eenzaamheid beminnen. Niet dat gij , gelijk Maria van Egypte, Paulus de kluizenaar, Antonius. Arsenius en andere

(1) Hem. 12. 15. (2) Phil. 4, 4-, 5.

ocr page 285

heilige kluizenaren, naar de woestenij moet vluchten, maar u een weinig iu uwe kamer, of in uwen tuin, of ergens alleen houden , ora uwen geest te vernieuwen en uwe ziel door het lezen van goede boeken en het verwekken van goede gedachten te versterken, naar het voorbeeld van den bisschop Gre-gorius van Nazianzen, die van zich zeiven zegt : 11c wandelde alleen met mij zeiven om-streeJcs zons-onderganq , en bracht mijnen tijd door op den oever der zee; want ilc was gewoon dit vermaak te smaken, tot vitspannwg in mijne daqelijksche moeielijkheden. En met gelegenheid spreekt hij van de goede gedachten , die hem invielen , waarvan ik u op eene andere plaats gesproken heb.

De H. Augufltinus getuigt van den H.Am-brosius, dat hij dikwijs in zijne kamer komende (immers derzelver ingang werd aan niemand geweigerd ) hem vond lezen , maar dat hij, na eenigen tijd gewacht te hebben. wegging zonder hem aan te spreken, uit vrees van hem te ontrusten, denkende , dat de korte tijd , die dezen grooten Bisschop in liet midden zijner veelvuldige bekommeringen overbleef, en dien hij gebruikte om zijnen geest een weinig te herstellen, hem geenszins ontnomen moest worden. Zoo ook , als de Apostelen op zekeren tijd aan den Heer hadden verhaald, hoe zij het evangelie gepredikt en veel gewerkt hadden,

ocr page 286

zeide Chiristus tot hen : Tcomt allen in eene eenzame plaats, en rnH daar wat. (1)

XXV. HOOFDSTUK Over de zedigheid in de kleeding.

]gt;o heilige apostel Paulus verlangt, dat de godvruchtige vrouwen (hetzelfde moet ook van de mans verstaan worden) zich eerbaar en zedig kleeden. Doch de eerbaarheid in de kleeding ia gelegen in de stoquot;, in den zwier en in de netheid. Wat de zindelijkheid aangaat, deze behoort altijd dezelfde te zijn; want het betaamt niet, dat men zijne kleederen besmeure. Ook geeft de uitwendige netheid eenigzins de inwendige eerbaarheid te kennen. Ja , God zelf vereischt de lioha-melijke netheid van degenen, die zijne altaren genaken , en die bovenal de godsvrucht moeten behartigen.

Aangaande de stof en het maaksel der kleederen , dienaangaande wordt de eerbaarheid bepaald naar verschillende omstandigheden , te weten : van den tijd, ouderdom . staat, gezelschap en voorvallen. Men kleedt zich gewoonlijk beter op de feestdagen, en minder goed op de dagen van boetpleging. Oj) bruiloften draagt men bruiloftskleedereu , bij uitvaarten rouwkleederen; als men met

(1) Marc. G, 31.

ocr page 287

vorsten omgang heeft, houdt men meer opschik en zwier, clan als men te huis is; eeue gehuwde vrouw mag zich bij haren echtgenoot iets meer versieren, wanneer hij zulks verlangt; aan jonge meisjes wordt ook iets meer toegelaten , uit inzicht op een treffelijk huwelijk. Men kan zulks ook niet kwalijk nemen aan weduwen, die op nieuw zoeken in den echt te treden, maar zij moeten alle oneerbaarheid zorgvuldig vermijden, bijzonder indien zij kinderen hebben. Wat nu de oprechte weduwen aangaat, die het van harte zijn, deze moeten zich niet anders versieren dan met ootmoedigheid, zedigheid en godsvrucht. Want indien zij nog manspersonen tot liefde willen aanlokken . zijn het geene ware weduwen meer. Doch indien zij dit niet willen , waartoe zich dan opgesierd ? Wie geen herberg meer wil houden , moet het uithangbord stilletjes intrekken ; want men spot maar met oude menschen, die zich nog als jongelieden optooien.

Wees dan zindelijk in uwe kleederen , Philothea , dat men die nooit gescheurd, los, onordelijk aangetrokken ziet. Het is smaad aandoen aan degenen , met welken men omgang heeft, indien men onordelijk te voorschijn komt. Maar wacht u ook wel van alles, wat naar hoogmoed , ijdelheid , nieuwsgierigheid of dartelheid zweemt. Houd

ocr page 288

2 If 9

a altijd aan de eenvoudigheid en aan de zedigheid, die buiten twijfel het grootste sieraad voor de schoonheid, en de allerbeste verontschuldiging voor de leelijkheid is. De heilige apostel Petrus vermaant voornamelijk Jonge meisjes . van zich niet te versieren door het vlechten en krullen van het haar. De lafhartige mannen, die hunnen tijd daaraan besteden, worden met recht voor verwijfde mannen aangezien , en de vrouwen , die zich tot zulke ijdelheden begeven, voor lichtekooien. Indien gij mij zegt, dat gij daarin geen kwaad beoogt, zal ik u antwoorden, dat de duivel er kwaad in meent. Wat mij betreft, ik zou wel willen, dat de godvruchtige menschen, die mij aanhooren, hetzij mannen of vrouwen, altijd op het zindelijkst gekleed waren, doch zonder bijzonderheid en zonder pracht, maar versierd. gelijk de Wijze-man zegt, met zedigheid en lieftalligheid. De H. Lode wijk zegt met beknopte woorden, dat een ieder gekleed moet gaan naar zijnen staat, zoodat de verstandige menschen niet kunnen zeggen, dat men te veel of te weinig doet. Doch in alle geval is het nog beter wat te weinig dau te veel.

ocr page 289

XXVI. HOOFDSTUK.

Over het spreken, en vooreerst hoe wen van Oor? moei sprelcen.

De geneesheeren kennen aanstonds de gezondheid of ziekte, uit liet zien van iemands tong; aldus zijn ook onze woorden ware teekenen der inwendige gesteltenis onzer ziel. Uit uwe woorden. zegt de Zaligmaker, zult gij gerechtvaardigd worden . en vit uwe woorden zult gij verwezen worden. (1) Wij leggen terstond de handen op de plaats, die ons pijn vei*oorzaakt. en de tong op datgene, wat wij beminnen.

Indien gij dan, Philothea, God zeer vurig bemint, zult gij van hem dikwijls spreken in uwe gewone zamenspraken, met uwe huisgenooten. vrienden en buren. Want de mond der rechtvaardigen zal de wijsheid heratten en hunne tong zal rechtvaardige dingen uitspreken. (2) En gelijk de honigbijen met hare snuitjes niets anders dan den honig aanraken, zoo zal ook uwe tong altijd mei G od, even als met honig bestreken zijn ; en nooit zult gij meerdere zoetheid gevoelen . dan als uwe lippen zijnen heiligen imam zullen loven.

(1) Matt Ik Vl, 37. (5) Paalm 30 , 30.

ocr page 290

— 280

Maar spreek van God , zoo als het öode J

betaamt, dat is, met grooten eerbied en v

godsvrucht, niet alsof gij den geleerden t

spelen wildet, maar met zoetheid dien aan- r

genameu en lieflijken honig in de ooren , c

die gij nu bij den eenen , dan bij den an- r

deren instort, zooals van de bruid in het 1

boek der Gezangen wordt verhaald; door \

God van harte te bidden, dat hj dien hei- e

ligen dauw believe te doen deilen in het d

binnenste dergenen , die u aanhooren. v

Die vermaningen moet gij doen, niet als d

berispende, maar met groote zachtmoedig- s

beid; want men kan niet verklaren hoe li

krachtig de vriendelijkheid iemand tot het u

sjoede aanlokt. d

Spreek dan nooil van God uit lichtvaar- v

digheid, noch uit gewoonte , maar steeds b

met godsvrucht. Hiertegen misdoen dezul- h

ken grootelijks welke, godvruchtig willende i]

schijnen, hunnen roem stellen in altijd van k

heilige zaken te spreken, alsof zij daardoor d

groote Heiligen waren, schoon zij zulks h

achteloos en oneerbiedig doen. gi

XXVII. HOOFDSTUK. | ei

d

Over de eerhaarheid in de woorden; en over den li

eerbied, die men de menschen bewijzen moet. h

H'/t in woorden niet misdoe!-, zegt de H.

ocr page 291

281

Jacobus, (1) die is een volmaakt man. Warht ii dan zorgvuldig van eeuig oneerbaar woord te spreken ; want alhoewel gij dit misschien met geene slechte bedoeling zegt, kunnen de anderen, die het aanhooren , het kwalijk nemen. Een oneerbaar woord , dat in het hart van een zwak mensch valt, breidt zich uit als een druppel olie op een laken kleed, en het vervult somtijds zoo zeer het hart, dat er menigvuldige oneerbare gedachten uit voortkomen; want even als het gift dooiden mond in het lichaam komt, zoo ook sluipt het geestelijke gift door de ooren in liet hart; en de tong, die zulke woorden uitbraakt, is een zielenmoordster. al is het dat het uitgestorte gift zijne verderfelijke werking niet doet. Want het heeft aan hare boosheid niet ontbroken, dat zij die ziel niet heeft doen sterven. Niemand zegge mij dan: ik had er niet op gelet; want de Zaligmaker , die de harten kent. zegt uitdrukkelijk: de mond spreekt van datgene, waarvan het hart vol is. (2) En al beoogden wij daarin geen kwaad. zoo heeft de duivel, gelijk wij gezegd hebben, er altijd groot kwaad in, en gebruikt die zedekwetsende woorden zoodanig , dat hij de aanhoorders met dezelve liet hart doorsteekt. Men zegt. dat zij, die het kruid Angelica eten, altijd eenon zoeten

(]) Juc. 3, 3. (2) Mattii. o-k

ocr page 292

-_gt; aaa ■

en

eu welriekendeu adem hebben: /00 zullen zij , die de eerbaarheid en zuiverheid in het hart bezitten , steeds zuivere, beleefde en eerbare woorden spreten. Wat de on-kuische dingen aangaat, de Apostel wil niet, dat men ze zelfs noeme, daar hij verzekert . dat de zedekiveltende redenen dp goede zeden leder ven. (1)

Indien de oneerbare redenen op eene bedekte wijs en met scherpzinnigheid worden uitgesproken , dan zijn zij de:? te vergiftiger. Want gelijk een schicht, naarmate hij scherper is , dieper en lichter door het lichaam gaat, zoo doordringt ook een oneerbaar woord, hoe scherpzinniger hetzelve wordt uitgesproken, des te dieper tot in het binnenste van het hart. Kn die zich daardoor beschouwen als vermakelijke en bevallige merschen , weten niet, waarin het echte vermaak bestaat. De gezelschappen moeten zijn als bijenzwermen, die vergaderen om den honig van eenig deftig vermaak voort te brengen ; maar niet als een hoop wespen , die gezamenlijk op een bedorven lichaam vallen. Indien u dan een dwaas met onbetamelijke woorden aanspreekt, zoo toon, dat uwe ooren daardoor ontsticht zijn . hetzij met u van hem af te keeren . of door eenig ander teek en , gelijk gij raadzaam zult vinden.

(1) Cor. 15, 8S.

ocr page 293

— 283 —

,k De schimptaal is in een gezelschap oen id «Ier ergste gebreken. Deze zoude wordt zeer ie door God gehaat, en werd eertijds zeer streng n- door hem gestraft. Kiets is zoo strijdig tegen t, de liefde, en nog meer tegen de godsvrucht t , ftan het bespotten van zijnen evennaaste; m want men kan met hem niet spotten zonder hem te verachten ; zoo dat de leeraren wel )e- mei reden de bespottingen voor het grootste en kwaad houden, hetwelk door woorden aan er. don evenmensch wordt aangedaan. Met an-er- iler kwaad kan nog eenig ontzag bestaan; am maar de bespotting is de versmading zelve, aar Wat nu de snedigheid en vermakelijkheid rdt van woorden of redenen aangaat, waardoor ►in- men iemand tot lachen opwekt, die is in oor zich zelve geen kwaad. Doch men moet acht Uge geven dat men van de vermakelijkheid niel rer- lot spotternij overgaat, en dat de waarheid zijn cn eerbaarheid ongeschonden blijven. Dit mig verschil is er tusschen deze twee dingen, jen ; ^at de bespotting iemand tot lachen opwekt. aen- om eens anders versmading , en dat de alien u dere vroolijkheden tot lachen opwekken, rden om zekere bevalligheid , die aan niemand door uadeelig is. De H. Lodewijk zeide eens tot if te oenige geestelijken, die aanstonds na het lelijk middagmaal van verhevene za'sen wilden spreken: het is na den tijd niet, om van ïzulke fjewicJitlge dingen te spreken ; maar we! I om zich met eenige genoegeXijke gesprekken te

ocr page 294

— 2S1 —

vermaken; en hij voosde or bij, dal ieder met eerbaarheid mocht zeggen wat hem goed dacht. Dit zeide hij , om do edellieden, die hij hem waren, te vervroolijlien. Maar laten wij , Philothoa. de uren van Termaak zoo doorbrengen, dat wij de gelukzalige oeuwig-heid door godsvrucht mogen erlangen.

XXVTTI. HOOFDSTUK.

Uivr hei Hchteaardig oordeeleu.

Oordeel niet, en gij zuil niet geoordeeld worden. zegt Christus , onze Zaligmaker; veroordeel niet, en gij zult niet veroordeeld u-orden. (I) Daarenboven zegt de heilige apostel l'aulus : wil niet oordeelen voor den tijd , dat de lieer komt, die datgene, mat in de duisternissen verhorqen lag, aan het licht zal brengen, en de begeerten des harten zal openharen. (2) De lichtvaardige oordeelvellingen mishagen hem ten uiterste. De oordeelen der menschen zijn vermetel, omdat zij elkanders rechters niet zijn ; doch door een ander te vonnissen, nemen zij het recht , hetwelk den Heere alleen toekomt. Zij zijn vermetel. omdat de voornaamste boosheid

(1) Luc. 6. 37. (2) Cor. 5.

ocr page 295

der zonde van do iuwendigo mociiirig des li arte ii aihaugt. die voor ons een gesloten boek en een verborgen geheim is. Zij zijn vermetel, omdat een ieder meer dan genoeg heeft met zich zeiven. Om dan door den Heer niet veroordeeld te worden , moet men niet alleen anderen niet veroordeelen, maar nog bovendien zich zei ven oordeelen. Want gelijk de Heer het eene verbiedt, alzoo gebiedt ons de heilige Apostel het andere, zeggende : zoo wij ons zeiven oordeelden, zouden wij niet geoordeeld worden. (1) Maar jammerlijk doen wij jnist het omgekeerde. Immers hetgeen ons verboden is , doen wij gestadig, door onzen evenmensch te oordeelen; en hetgeen ons geboden is, namelijk ons zeiven te vonnissen , doen wij nooit.

De lichtvaardige oordeelvellingen moeten verbeterd worden volgens derzelver verschil-Irndc oorzaken. Kr zijn sommige stunrsche, norsche en spijtige menschen , die alles in bitterheid en spijt veranderen, en die het oordeel, gelijk de profeet zegt: in alsem veranderen , (2) door hunnen evennaaste streng te oordeelen. Deze hebben eenen goeden geneesheer noodig; want die natuurlijke strengheid is ten uiterste moeielijk te genezen , en alhoewel zij in zich zelve geene zonde is. maar eene onvolmaaktheid, is zij

(1) I, Cor. 11, 31. (3) Amos. 5. 7.

ocr page 296

— 286 —

mol.temiu vol gevaar, omdat cr lirlitvnanlifjo oordeelvellingen en achterklap mt volgen.

Anderen oordeelen vermetel , niet uit strenfiheid , maar uit hoogmoed , daar zij zich laten voorstaan, dat zij hunne eigene eer zoo veel te meer verheffen , hoe meer zij de eer van anderen onderdrukken. Deze ver-metelen verwonderen zich over zich zeiven , en achten zich zoo verheven , aU zij anderen verkleinen. Iklen M gelijk andere meu-sclven, zeide de verwaande Fanzeir. (1)

Anderen zijn wel zoo hoogmoedig met; maar zij nemen hun behagen in gebreken te vinden in andere menschen, om zoo zij meenen , zich in de tegenstrijdige deugden te oefenen. Maar dit behagen is zeer verborgen; en zoo men er niet naarstig op let, zal men het niet ontdekken. Ja zelts degenen , die er aan gehecht zijn , bemerken het niet, tenzij het hun worde aangewezen. Anderen , om zich te verschoonen en de wroe-•nuc van hun geweten te verzachten, oordeelen zeer gaarne , dat hun evenmensch onderworpen is aan dezelfde gebreken als zij: of wel aan grootere, daar zij zich laten voorstaan, dat hunne boosheid, om dc me-uiTte der goddeloozen, zoo groot of zoo ver-fooielijk niet is. Men vindt er ook velen , die vermetel oordeelen , alleen uit zeker ver-

(1) Luc. IS, 11.

ocr page 297

maak , hetwelk zij scheppen in de gebreken en genegenheden der menschen te onderzoeken en daarover te redeneeren, alsof zij daardoor hun verstand wilden oefenen. En indien zij soms den nagel op den kop slaan . spoort hun dit aan, om in deze hunne boosheid nog verder en verder te gaan.

Andereu oordeelen uit drift eu geneigdheid. Zij denken niet dan goed van degenen , die zij beminnen, en niet dan kwaad van hen. die zij haten, tenzij dat door eenig bijzonder voorval de liefde in jaloezie verandert, wanneer zij , om de minste reden. alles in kwaad verkeeren.

Ziehier nu eenige geneesmiddelen tegen zoo groote kwalen. Zij , die liet sap drinken van zeker kruid , Ophinsa genaamd , mee-nen , dat zij overal slangen zien ; even zoo zien zij, die den hoogmoed , den haat , den nijd en de eergierigheid hebben ingedronken . niet anders dan hetgeen kwaad en berispelijk schijnt. De eerste moeten , om genezen te worden, palmwijn drinken. Hetzelfde zeg ik voor den laataten : drinkt zoo veel liefdewijn als het u mogelijk is ; deze zal al die nor-sehe gezichten , boosaardige opnemingen en verkeerde oordeelvellingen verdrijven ; want de liefde vreest liet kwaad te ontmoeten , in plaats van het te zoeken; ja zelfs . wanneer /.ij liet ontmoet , keert zij er haar aangezicht van af, daar zij zich eenvoudig laat voor-

19

ocr page 298

slftiin , (lui zij liot kwaail uioi. 'iel , iiiuur alleen dun schijn van hetzelve. Doch als het Vwaad zonneklaar is, tracht zij , om het met te zien, het te vergeten. De liefde dan is wel het krachtigste hulpmiddel tegou alle kwaad . maar voornamelijk tegen dergelijk kwaad. Men meent, dat, om eenen geelzuchtige te genezen, aan wie alles geel schijnt, geen beter geneesmiddel gevonden wordt, dan celidoniekruid onder het plat zijner voeten te leggen. aarlijk de zonde van lichtvaardige oordeelvelling is eene geestelijke geelzucht, die alles anders en verkeerd doet schijnen aan hen , die met deze kwaal besmet zijn ; maar zij . die daarvan genezen willen worden, moeten liet hulpmiddel niet op de oogen, noch op hel verstand, maar op de genegenheden leggen . die als de voeten der ziel zijn. Indien uwe genegeuheden liefdadig en goedertieren zijn . zullen ook uwe oordeelvellingen goedertieren en minnelijk wezen.

Ik ga u hiervan drie sehoone zaken voor oogen siellen. Tzaiik had Abimelech wijs gemaakt, dat Rebecca zijne zuster was; doch daar de koning naderhand zag, dat hij al te vrij met haar leefde, oordeelde hij terstond, dat zij zijne huisvrouw was. Een kwaadaardig niensch zoude veeleer geoordeeld hebben, dat het z\jne bijzit was , of, •was het siiue ïustev , dat hij met haar in

ocr page 299

oukuiscliheid leofde; maar Abimelech oordeelde hier volgens de liefde. Men moet hetzelfde doen, Philothea, door alles zoo veel mogelijk , in eenen goeden vouw te slaan. Indien eene zaak verschillend kan aangezien worden . moet men ze van de schoonste zijde nemen. Maria was bevrucht , en Jozef merkte dit wel; maar daar hij van den anderen kant haar zoo heilig, zoo zuiver en engelachtig leven kende, konde hij nooit gelooven, dal zij tegen haren plicht, en op eene onbehoorlijke wijze bevrucht was geworden; hij nam dun voor, haar te verlaten en het oordeel van dit geheim aan God over te geven. Hij wilde haar niet veroordeelen, alhoewel hij gewichtige redenen tot kwaad vermoeden had. En waarom oordeelde hij aldus ? De H. Schrift zegt : omdat hij rechtvaardig was: want een rechtvaardig man keert. als hij geenen weg meer ziet om liet werk van iemand , die vroom is, te verontschuldigen , er zijn oogen af , en laat het oordeel aan God over. Zoo heeft ook onze Zaligmaker. hangende aan het kruis, gedaan; want daar hij de zonden van hen , die hem gekruisigd hadden , niet ten eenemaal konde verechoo-nen, heeft hij hunne boosheid eenigzins verminderd met hunne onwetendheid bij te brengen. Als wij dan onzen eveumensch niet geheel kunnen verontschuldigen, zoo laten wij ten minste medelijden met hem hebben.

ocr page 300

— 290 —

met het kwaad toe to schrijven aan de ver-dragelijkste oorzaak , namelijk hetzij aan de onwetenheid , of aan de zwakheid.

Mag men dan nooit zijnen naaste veroor-deelen ? Neen , zoo lang als de zaak in twijfel is. Het Is God alleen, die de boosdoeners naar de gerechtigheid oordeelt. Doch hij heeft de wettige overheden aangesteld , om . ons zijne stem door hen te laten hooren. /ij zijn dan zijne tolken, en moeten niet anders uitspreken , dan hetgeen zij van hem hebben geleerd. Indien zij hunne eigene neigingen volgen, dan zijn zij het die oardeeleu. maar zij zullen ook geoordeeld worden.

' Eene zaak te zien of te kennen , is geen oordeel vellen; want oordeel vellen schijnt ? altijd vermengd met eenige duisterheid, die y door het vonnis weggenomen moet worden. Daarom zegt de heilige Schrift: dat degene, die niet gelooft, alreeds veroordeeld is, (l) | omdat er aan zijne verdoemenis geen t wij tel is. Het is derhalve niet altijd kwaad . aan zijnen evennaaste te twijfelen; want hot is niet verboden te twijfelen , maar wel te ; oordeelen. Men mag evenwel niet verder f| twijfelen, dan nadat er weinige redenen zijn . anders zijn die kwade vermoedens vermetel. Zoo een kwaadaardig mensch gezien had . dat Jacob. bij de bron. Rachel omhelsde .

(1) Jimu. 3,

ocr page 301

291 —

of too hij Rebecca de oor- en armsieradea van Eliëzer , die vreemdeling was, had zien aannemen, zou zulk een buiten twijfel kwaad vermoeden gehad hebben, doch ten onrechte ; want als eene zaak in zich noch goed noch kwaad is, dan is het vermetelheid iets kwaads diaruit te besluiten, tenzij er andere redenen bestaan.

Eindelijk , degenen die voor hun geweten zorg dragen. zijn niet veel aan zulke lichtvaardige oordeelen onderworpen. Want gelijk de bijen in mistig weder in hare korven blijven, om binnenshuis haar eigeu werk te doen, zoo laten ook de vrome menschen hunne gedachten niet vallen op verwarde of twijfelachtige werken van hunnen evennaaste , maar gaan liever in hun eigen hart, om op hunne goede voornemens te waken en zich met hunne eigene huiszaken te bekommeren.

Zich met eens anders leven te bemoeien . is een teeken van eene losse en onnuttige ziel, tenzij dat men voor hen zorg moet dragen ; want alsdan is men daartoe verbonden . en men moet met liefde zijnen plicht volbrengen. Maar nadat dit gedaan is , moet men tot zich wederkeeren , oir. zijn eigen hart te doorzoeken.

ocr page 302

— 292 —

XXIX. HOOFDSTUK.

Over den achterklap.

Het lichtvaardig oordeelvellen brengt onrust , versmading zijns naasten, hoogmoed.

zelf behagen en andere tallooze rampen voort, waaronder de achterklap wel een der ergste is, als zijnde de ware pest der menschelijke vereenigingen, Och • ol' mij eene vurige kool van het heilige altaar werd gegeven, om de lippen der menschen daarmede aan te raken ;

opdat daardoor hunne boosheid weggenomen en hunne zonden mochten gezuiverd worden, gelijk de seraf den mond zuiverde van den proleet Isaïas 1 Voorwaar, hij die den achterklap konde wegnemen, zoude ecu groot deel der zonden uitroeien.

Al wie den goeden naam van zijnen even-mensrh onrechtvaardig beneemt, is verbonden zijne eer te herstellen; want niemand kan in den hemel komen , die eens anders goed beneemt; do« h de eer gaat alle tijdelijk goed te boven. De achterklap is op zekere wijze een doodslag. Want wij hebben een ^xva drievoudig leven, namelijk het geestelijk leven. [^oe het welk in de genade bestaat; het lichamelijke leven, hetwelk van de ziel komt, en in ons den goeden naam voortbrengt. De zonde beneemt ons het eernte leven , de dood het tweede, en de achterklap het derde.

ocr page 303

— 293 —

Wat meer ie. de achterklapper bedrijft drie moorden in eenen slag. Hij doodt zijne eigene ziel, en die van hem , die hem aanhoort, en hij beneemt het burgerlijke leven aan oü. dengenen, van wien hij achterklap spreekt. Dcd. Want, gelijk de heilige Bernardus zegt. 01.t hebben de achterklapper, en hij , die den gste achterklapper aanhoort, beide den duivelin; ijkc maar de eene in de tong, en de andere in lt;00] zijne ooren. De profeet David zegt van de 1 de achterklappers : zij hébben scherpe tongen als :cn; stangen. (1) Doch de slangen hebben eene men tweepuntige tong: zoodanig is ook de tong vor- van O0nen achterklapper, die met den/.elf-vall den slag de ooren van den aanhoorder en den eer van dengenen, van wien hij spreekt,

een kwetst»

Tk bid u dan , beminde Philothea . dat gij ven- nooit van iemand kwaad spreekt. Wacht u bon- ^an we^ Tan 00^ ©enige valsche misdaad land aan uwe11 evennaaste op te leggen ; van eenig ders ^oder . hetwelk verborgen is, te openbaren ; ijde- 00^ vai1 ^et openbare te vermeerderen, kerc Wacht u wel van eenig goed werk in het een kwaad te keeren , van eens anders goed te )ven. loochenen; boosaardig te verbergen . of door ime- moorden te vermeerderen; want door dit eu alles zoudt gij u vergrammen. Maar wacht j)e u bovenal van uwen naaste valsch te beschul-dood

erde. 1 (^) l,8alni

ocr page 304

— 294 —

iligciA, of ilc waarheid tot ziju nadeel te loochenen ; want het is eene dubbele zonde , le liegen , en door liet liegen zijnen naaste pchade te doen.

Zij , die den achterklap weten te bewimpelen en netjes op te smukken, zijn de schadelijkste van al de achterklappers. Ik verklaar u , zeggen zij , dat ik hem lief heb; en dat hij in alle andere zaken een zeer voortreil'elijk man is ; maar evenwel, om de waarheid te zeggen , heeft hij groot ongelijk van dit ol dat te doen. Het is waar , dat deze of die een zeer braaf meiêje is , maar evenwel is zij eens op een leelijk Jeit betrapt, enz. Ziet gij het bedrog wel? Die met den handboog wil schieten , trekt den pijl zoo zeer naar zich toe als hij kan, maar liet is om des te krachtiger den pijl voort te drijven. Zulke schijnen ook hunnen achterklap in te trekken , maar het is om hem «les te krachtiger in de harten der aanhoorders te doen binnendringen. De achterklap, die al lachende geschiedt, is wreeder dan alle andere; want alsdan doet hij den meesten indruk in de ooren en harten van hen, die hem aanhooren. David zegt van deze : zij heihen het (fijt van eene adder onder hunne tong, (1) De 'adder geeft hare giftige steken zoo schielijk en listig . dat men het nauwe-

(1) Psalm 13, 3.

ocr page 305

— 295 —

lijks kan bemerken. Haar gift veroorzaakt aanstonds een aangenaam jeuken , middelerwijl geraakt het tot in liet hart, en alsdan is er geene hulp meer voor.

Zeg ook niet: deze is een dronkaard, al liadt gij hem eens dronken gezien , of hij is een dief, al hadt gij hem op deze misdaad eens betrapt. Want een enkele keer is geene afdoende reden , om aan iemand dus-danigen naam te geven. De zon bleef eens onbeweeglijk staan , om Jozue in zijne overwinning behulpzaam te wezen , en zij werd verduisterd bij den dood van onzen Zaligmaker; niemand nochtans zal daarom zeggen . dat de zon stil staat, of dat zij duister ie. Noe bevond zich eens in dronkenschap en Loth ook ; en echter was noch den eene noch den andere een dronkaard. De heilige Petrus was geen bloeddorstig mensch, al heeft hij eens bloed vergoten, noch een lasteraar, alhoewel hij eens heeft gelasterd. Om den naam van eenige zonde aan iemand te geven, is het niet genoeg, dat hij eens die zonde bedreven heeft, maar hij moet eene volhardende genegenheid daartoe hebben. Het ware dan lasterlijk, iemand grammoedig , of dief te noemen, omdat men hem eens heeft zien stelen of gram zijn. Ja, al ware iemand langen tijd aan eenige zonde onderworpen geweest, zoude men zich nog in gevaar stellen met hem booswicht te

ocr page 306

— 296 —

noemen. Simon de melaatsche, noemde Mag-dalena eene zondares , omdat zij zulks kort te voren geweest was , en evenwel bedroog hij zich ; want zij was het niet meer, integendeel , zij was eene zeer heilige boete-liuge , wier bescherming Christus zoo feestelijk aannam.

Do verwaande Farizecr zag den Publikaan voor eenen grooten zondaar aan, en wellicht ook voor eenen onrechtvaardige voor eencn overspeler en eenen roover, maar hij bedroog zich ; want op staanden voet was hij gerechtvaardigd. quot;Wel hoe! indien Gods goedheid zoo groot is, dat men op een enkel oogenblik zijne genade kan bekomen, welke verzekering kunnen wij hebben. dat iemand die gisteren een zondaar was, dit heden nog zal zijn ? Noch de voorgaande dag kan over den tegenwoordigen, noch de tegenwoordige over den voorgaanden een oordeel vellen. Doch de laatste dag alleen kan een zeker vonnis vollen. Men mag dan nooit tonder gevaar van liegen zeggen , dat iemand hoos is. Indien wij gehouden zijn te sproken . mogen wij niet anders zeggen dan , dat hij zoodanig geweest is, dat hij dit of dat kwaad bedreven heeft ; dat hij in dien tijd niet goed geleefd heeft, of dat hij nu slecht leeft ; maar men mag geen besluit trekken van gisteren tot heden , noch van heden tot gisteren , en veel minder van heden tot morgen.

ocr page 307

— 29; —

Oferhoon men zich wol moet wachten kwaad te spreken van zijnen naaste, moet men van den anderen kant naarstig toezien, dat men niet valle in eene geheel tegenstrijdige zonde, namelijk, van het kwaad zelfs te prijzen, of goed te noemen. Indien gij dan iemand kent, die waarlijk een achterklapper is, en zeer geneigd om van iemand kwaad te spreken, zeg toch niet, dat hij ongeveinsd en openhartig is. Indien gij eenen verwaande ziet , zoo noem hem niet edelmoedig. Wil ook de gevaarlijke gemeenschappen niet eenvoudig of oprecht noemen; noch de ongehoorzaamheid, ijver; noch de trotschheid, edele handelwijzen; noch de onkuischheid , vriendschap; want men mag , om den achterklap te vermijden, de andere zonden niet voorstaan , noch vermindereu ; maar men moet rechtuit het kwaad noemen . cn misprijzen wat te misprijzen is. En aldus bewijzen wij eer aan God , indien wij do volgende voorwaarde onderhouden.

Om wel en loffelijk de gebreken van anderen tc misprijzen , moet hel voordeel van dengenen van wien wij , of tot wien wij spreken , dit vereischen. Men verhaalt. hij voorbeeld . in tegenwoordigheid van jonge meisjes , de ongeregelde gemeenzaamheid van deze en die personen, die klaarblijkelijk vol gevaar is: de losheid en ongeschiktheid van dezen of genen in zijne woorden, in zijn

ocr page 308

tioomen. Simon de melaatsche, noemde Mag-dalena eene zondares , omdat zij zulks kort te voren geweest was , en evenwel bedroog hij zich ; want zij was het niet meer, integendeel , zij was eene zeer heilige boete-liuge , wier bescherming Christus zoo feestelijk aannam.

Di' verwaande Farizeër zag den Publikaan voor eenen grooten zondaar aan, en wellicht ook voor eenen onrechtvaardige voor eenen overspeler en eenen roover, maar hij bedroog zich; want op staanden voet was hij gerechtvaardigd. Wel hoe! indien Gods goedheid zoo groot is, dat men op een enkel oogenblik zijne genade kan bekomen, welke verzekering kunnen wij hebben. dat iemand die gisteren een zondaar was, dit heden nog zal zijn ? Noch de voorgaande dag kan over den tegenwoordigen, noch de tegenwoordige over den voorgaanden een oordeel vellen. Doch de laatste dag alleen kan een zeker vonnis vellen. Men raag dan nooit londer gevaar van liegen zeggen , dat iemand hoos is. Indien wij gehouden zijn te sproken . mogen wij niet anders zeggen dan , dat hij zoodanig geweest is, dat hij dit of dat kwaad bedreven heeft; dat hij in dien tijd niet goed geleefd heeft, of dat hij nu e-lecht leeft ; maar men mag geen besluit trekken van gisteren tot heden , noch van heden tot gisteren, en veel minder van heden tot morgen.

ocr page 309

— 297 —

Ofschoon men zich wel moet wachten kwaad te spreken van zijnen naaste, moet men van den anderen kant naarstig toezien, dat men niet valle in eene geheel tegenstrijdige zonde, namelijk, van het kwaad zelfs te prijzen, of goed te noemen. Indien gij dan iemand kent, die waarlijk een achterklapper is, en zeer geneigd om van iemand kwaad te spreken, zeg toch niet, dat hij ongeveinsd en openhartig is. Indien gij oenen verwaande ziet, zoo noem hem niet edelmoedig. Wil ook de gevaarlijke gemeenschappen niet eenvoudig oi oprecht noemen; noch de ongehoorzaamheid, ijver; noch de trotschheid, edele handelwijzen; noch de onkuischheid , vriendschap; want men mag , om den achterklap to vermijden, de andere zonden niet voorstaan , noch verminderen ; maar men moet rechtuit het kwaad noemen, cn misprijzen wat te misprijzen is. En aldus bewijzen wij eer aan God , indien wij de volgende voorwaarde onderhouden.

Om wel en loffelijk de gebreken van anderen te misprijzen , moet het voordeel van dengenen van wien wij , of tot wien wij spreken , dit vereischen. Men verhaalt, bij voorbeeld . in tegenwoordigheid van jonge meisjes , de ongeregelde gemeenzaamheid van deze en die personen, die klaarblijkelijk vol gevaar is : de losheid en ongeschiktheid van dezen of genen in zijne woorden, in zijn

ocr page 310

gelaat en lu gelicel zijn gedrag. het welk ge* wie oneerbaar en onzuiver is; indien ik dit kwaad niet met vrijmoedigheid misprijs, maar hetzelve wil verontschuldigen , zullen de zwakken, die het aanhooren, daaruit licht gelegenheid nemen om hetzelve ook te bedrijven. Hun voordeel vereischt dan van mij , dat ik aanstonds die dingen vrijmoedig bestraf, tenzij ik zulks tot eenen geschikteren tijd kan uitstellen , om het alsdan te doen met mindere schade van dengenen van wien men spreekt.

Daarenboven gaat dit ons zelf betrekkelijk ook aan , omdat men van het gezelschap is , en men, door te zwijgen, aan de zonde zou schijnen toe te stemmen. Maar vooral moet men zijne woorden wel overwegen, opdat men niet te veel zegt. Bij voorbeeld, om zekere gemeenschap van eenen jongeling met een jong meisje als gevaarlijk te berispen , moet ik hunne handelingen rechtzinnig overwegen, zonder het kwaad in het minste te vergrooten : indien er dan maar een lichte schijn van kwaad is , zal ik het niet grooter maken. Indien er maar eene geringe onvoorzichtigheid in steekt, zal ik het ook maar voor onvoorzichtigheid doen gelden : indien er noch onvoorzichtigheid. noch eenige waarschijnlijkheid van het kwaad in gelegen is, en dat slechts eenige kwaadwillige geesten daaruit oorzaak van achter-

ocr page 311

— 299 —

klap kuiineii iiemen, zal ik de zaak rechtuit zeggen, en meer niet. Want zoo lang ala ik van mijnen naaste spreek, is mijne tong in mijnen mond, gelijk aan het mes in de hand des heelmeesters. De steek, dien ik wil geven, moet wel overwogen worden. En eindelijk moet men ook toezien, dat men, als men de zonde berispt, dien persoon welke er mede hesmet is . naar ons vermogen spare.

Men mag echter van eerlooze , openbare eu bekende zondaren vrijmoedig spreken . indien het met liefde en medelijden geschiedt. en niet uit trotschheid en verwaandheid, noch om in eens anders kwaad vermaak te scheppen. Want dit geeft een hardvochtig en lafhartig gemoed te kennen. Ik neem er ook de openbare vijanden van Q-od eu van zijne heilige kerk uit; bij voorbeeld. ketters en scheurmakers; voornamelijk de aartsketters , tegen welke men te recht mag uitvaren en hen beschrijven. zoo als zij zijn; want het is een liefdewerk, den wolf als hij onder de schapen komt. dooi* geschreeuw aan te duiden.

Een ieder neemt bijna thans de vrijheid om naar zijne genegenheid de vorsten eu geheele volkereu te oordeeleu; Philothea. wacht u daarvan. want behalve dat men Ood daarmede vertoornt , kan het nog bovendien menigen twiat veroorzaken.

ocr page 312

— 300

Indiou t*ij van iemand kwaad hoort zeggen , maak dut. zijne beschuldiging twijtel-achtig worde, indien gij zulks met gerechtigheid kunt doen ; zoo gij dit niet kunt, verontschuldig dan ten minste de meening van den beschuldigde. Indien gij dit ook niet vermoogt, toon dan uw meielijden, en tracht de reden op iets anders te brengen . terwijl gij u herinnert , en ook het gezelschap indachtig maakt. d:it degene die niet zondigt, zulks aan Gods hulp te danken heeft. Vermaan den achterklapper, en doe hem zachtjes tot zich zeiven keeren ; indien gij iets goeds weet van hem die benadeeld wordt, zoo maak zulks bekend.

XXX. HOOFDSTUK.

F.enige andere onderrichtingen aangaande hef spreken.

Onze woorden moeten altijd zachtaardig . onbedwongen , knisch , eenvoudig , oprecht en getrouw zijn. Wacht u van alle dubbelzinnigheid, bedrog en geveinsdheid; want alhoewel het niet raadzaam is elke waarheid ten allen tijde te openbaren, is het nochtans nooit geoorloofd de waarheid tegen te spreken. Gewen u nimmer willens en wetens te liegen, om wat reden het oo* zij. gedenkende, dal God de God der waarheid U,

ocr page 313

- 301

(ndieii u onvoorziens eonige onwaarhüid ontvalt. die gij terstond door eeuige verklaring kimt verbetereu , doe zulks zonder uitstel ; want eene rechtzinnige verontschuldiging is zeer goed, om dusdanigen misslag te herstellen.

Alhoewel men somtijds met voorzichtigheid, door eenige omwegen van woorden, de waarheid mag verbergen, mag men het evenwel niet doen , dan in zaken van groot gewicht, bij voorbeeld. als de eer en den dienst Gods het volstrekt zouden vereischen : anderzins is alle bewimpeling gevaarlijk. Want de heilige Schrift zegt: de heilige Geest verhlij/t niet hij den geveinsde, (1) Er is niets zoo aangenaam als de eenvoudigheid.

De wereldsche voorzichtigheid des vleesehes is eigen aan de kinderen der wereld , maar de kinderen Gods wandelen zonder omwegen en zijn eenvoudig van hart. Wie eenvoudig wandelt, zegt de Wijze-man , die wandelt met vastheid. (2) De leugen , integendeel, de dubbelhartigheid en de geveinsdheid, zijn altijd teekenen van een lafhartig en laag gemoed.

De H. Augustinus had in het vierde boek zijner belijdenis gezegd : dat zijne ziel en die ran zijnen vriend, te zamen maar éêne ziel vaar en , eu dat hij niet gaarne na hef over-

(1) Wij ah. 1, 5. (2) Spreuk. 10, 9.

ocr page 314

lijden van zijnen vriend leefde t omdat hij niet half wilde leven; maar dat hij ook vreesde te sterven , wijl zijn vriend niet geheel gestorven zoude zijn. Deze woorden schenen hem daarna al te lichtvaardig en te ver gezocht; en daarom keurde hij dezelve af in zijne Hoeken met herroeping. Ziet gij wel, beminde Philothea , hoe teeder dat de heilige vader in deze zaak was? Voorwaar, de eenvoudigheid en oprechtheid der woorden is een groot sieraad aan het christelijk leven. Ik heh vastgesteld, zeide David. mijne wegen te hewaren, omdat ik niets met mijne tong zou misdoen. Heer ! stel toch eene wacht aan mijnen mondt en eene deur aan mijne lippen. (1)

De heilige Lode wijk gaf tot raad , nooit iemand tegen te spreken (tenzij men , met te zwijgen, zoude schijnen aan eenig kwaad toe te stemmen) om alzoo allo twistredenen te vermijden; doch als men iemands goeddunken moet tegenspreken, dan moet men het doen met groote behendigheid , en niet met geweld den anderen willen overwinnen. Want wat zal toch de strafheid baten ?

Het weinig spreken , bij de ouden zoo zeer geprezen , beteekent niet. dat men juist weinige woorden , maar dat men geene nut-telooze woorden spreken mag. Want in het spreken moeten de woorden niet zoo zeer

(1) Psalm 33»3 eu Psalm 140, 3.

ocr page 315

geteld, maai' gewogen worden. Dus moet men hierin twee buitensporigheden traehten te vermijden. In een gewoon gezelaehap al te lang te blijven zonder spreken, geefteene zekere verachting te kennen; en al te voel en gedurig klappen, is een teeken van uitgelatenheid en losheid.

Be heilige I -odewijk wilde, dal men in een gezelschap, voornamelijk aan tafel, niemand in het oor zoude spreken, om geene oorzaak van kwade vermoedens te geven. Die over tafel, in een goed gezelschap , iets vroolijks heeft fe zeggen, zegt hij, zegge het zoo, dat hel een ieder hoore. Indien het gewichtige zaken zijn, dan moet men zwijgen tof eenen anderen tijd.

XXXt. HOOFDSTUK.

Ore/ de vermalcelijkheden; en vooreerst over degene* die loffelijk zijn.

De geest en het lichaam moeten somtijds door eenig vermaak verkwikt worden. De heilige Evangelist Joannes , gelijk ons Cas-sianus verhaalt, werd eens van eenen jager gevonden, met eene patrijs op zijne hand, die hij uit vermaak liet zitten en streelde. De jaglt;4r vroeg hem, hoe hij, daar hij zoo een man was, zijnen tijd met zulke beuzelachtige dingen konde doorbrengen ? waarop de heilige Joannes hem ook vroeg : waarom

20

ocr page 316

— 304 —

houdt gij uwen boog niet altijd gespannen ? Uit vrees, zeide de jager, dat hij, altijd gespannen zijnde, zijne kracht zoude verliezen. Verwonder udan ook niet, zeide de heilige Joannes, indien ik, mijnen geest wat willende ontspannen , mijne bekommeringen ter zijde stel, om een weinig vermaak te scheppen , om mij daarna des te vuriger aan het overdenken van het goddelijke over te geven. — Het is buiten twijfel oene fout , zoo streng, norseh en onbeleefd te zijn, dat men noch aau zich zeiven, noch aan anderen eenig vermaak wil toelaten.

Ben luchtje te scheppen , wat te wandelen , vriendelijk zamen te spreken, de lluit of eenig ander speeltuig te behandelen, muziek to zingen , ter jacht te gaan , is zulk eerlijk tijdverdrijf, dat men met eene gewone oplettendheid zeer loffelijk al deze dingen kan gebruiken, te weten, als men het doet op tijd en met behoorlijke maat.

De spelen, waarin aan den winner, ter vergelding Jijner dapperheid , zeker loon wordt voorgesteld , kaatsen , kolven , naar den ring steken , met het dam- of schaakbord spelen, zijn vermakelijkheden, die in zich zeiven goed en geoorloofd zijn; men moet enkel toezien , dat men daar niet te veel tijd in doorbrengt, o' om te grooten prijs speelt. Want indien men er te veel tijd aan besteedt, is het geen vermaak , maar

ocr page 317

— 305 —

eeuo bekommering, die, in plan Is van iU-\i geest of het lichaam te verlichten , revmoeirl-heid bijbrengt, gelijk een ieder bij ondervinding weet. Indien ook de prijs, daar men om speelt, te aanzienlijk is, wordt de begeerlijkheid der spelers geprikkeld; en liet is daarenboven ook onrechtvaardig, zoo groote vergelding op zoo onnutte en weinig beduidende behendigheid te stellen. Maar vooral moet men toezien, Philothea , dat men zijn hart niet op dusdanig tijdverdrijf stelle : want hoe eerlijk zij ook zijn mogen, is echter de aangekleefdheid altijd kwaad. Ik zeg niet, dat men geen vermaak in het spelen mag hebben ; want alsdan is hot geen verzet ; maar ik zeg, dat men zijn hart daarop niet mag stellen cn er zich over ont-rusten.

XXXII. HOOFDSTUK.

Over de verbodene spelen.

Het spelen met dobbelsteenen, met kaarten cn dergelijke, waarin de winst voornamelijk van het geluk afhangt, zijn niet alleen gevaarlijke tijdverdrijven , zoo als het dansen , maar zij zijn in zich zeiven ook kwaad; en daaróm zoo wel door de wereldlijke als door de geestelijke wetten verboden. M aar gij zuil mij vragen, wat kwaad is hierin toch gelegen ? Ik antwoord , dat de winst in devge-

ocr page 318

— 306 —

lijke Bpelen . bij geluk zeer dikwijle valt op deugen en, dio hel uoch door behendigheid. noch door voorzichtigheid heeft verdiend. ou daardoor strijdt tegen do rede. Maar wij zijn , zult gij mij zeggen , op die wijs met elkander overeengekomen. Tk antwoord , dat daaruit wel volgt, dat hij, die wint, aan den anderen niet te kort doel; maar niet, dal de overeenkomst , ja het spel zelf, wettig on naar do rede is. Want de winst, die de vergelding van het vernuft behoorde te zijn, wordt de vergelding vau het toeval, hetwelk immers geene vergelding Ilt;an verdienen . dewijl wij daaraan gesn deelhebben.

Daarenboven zijn dergelijke spelen goens-/-ins vermakelijk ; want zij zijn vol van hevige driften en kommer. Zijn hev. niet inderdaad ellendige uitspanningen , die gedurige oplettendheid , die achterdochl en die vrees ? Kan er iets verdrietiger gevonden worden . dan de diepe aandacht van zulke spelers ? Men mag onder het spelen niet een woord spreken, niet eens lachen of kuchen , of zij zijn op hot punt om in gramschap uit te barsten.

Ten laatste is er in dit spel geene vreugd, dan voor de winners. Doch is dezo vreugd niet onrechtvaardig, dewijl zij enkel door het verlies van een ander verkregen wordt ? Dusdanig vermaak is voorwaar niet eerlijk. En om deze drie redenen zijn zulke spelen

ocr page 319

— 307 —

b op verboden. Toen de H. Lodewijk vernam, dat

jid . de graaf Tan Anjou , zijn broeder, en de heer

nd. Wauter van Nemours met dobbelateeneu

wij spoelden, stond hij op, alhoewel ziek zijnde,

met iring waggelende in hunne kamer; nam het

dnt speelbord, de steenen en een deel van het

aan geld, en wierp het met verbolgenheid uit

©t, het venster in zee. Dus zeide de H. Sara

ret- met reden, sprekende tot God van hare on-

dic schuld : Gij weet, Heer ! dat ik nooit vief

te die spelers omgang héb gehad. Cl)

al,

liequot; XXXIIT. HOOFDSTUK.

us- Over de hals, en andere toegelatene. doch

ige gevaarlijJce vermakelijJcheden.

iad

op- Het dansen is in zich zelf noch goed noch

3s ? kwaad , maar volgens de wijze als het nu

m, doorgaans geschiedt, helt het zeer naar het

'8 ? kwaad over en is diensvolgens vol gevaar.

)rd Het gebeurt gewoonlijk bij nacht en in de

zij duisternissen , dat is , in het midden van

te omstandigheden, waarin de ondeugendeu veel kwaad kunnen stichten. Men danst tot

;d, diep in den nacht; de volgende ochtend is

gd verloren; want men is ongeschikt, om God

►or te dienen en om godvruchtige werken te

t ■ oefenen. Het is vooreerst s;eene kleine dwaas-ik.

en ^ (1) Tui». 9. 17.

ocr page 320

— 308 —

heid, den dag voor den nacht, het licht ve voor de duisternissen , en de godvruchtige zij oefening te verwisselen voor onzinnige ge- ha noegens. Verder, eenieder komt op die bals sle het prachtigste opgesmukt; men ziet er niets nu dan ydelheid en aanloksels tot alle soort nij van dartelheid. ha Ik zeg u dan van het dansen, Philothea , al' hetgeen de heelmeesters «van «ie kampernoe- m liën zeggen; de allerbeste, zeggen zij , deugen D niet. Zoo zeg ik ook. de allerbeste bals zijn dc niet goed. Indien men echter genoodzaakt ve is kampernoeliën te eten, moet men wel or toezien . dat zij wel bereid gemaakt worden; li( indien gij dan ook, om eenige oorzaak, die n( gij niet kunt vermijden, gedwongen zijt te vc (lansen, ziet dan ook wel toe, dat uw dansen wel bereid is. ki Maar hoe zal men dit doen ? Dit is waar- di lijk zeer moeielijk. De zedigheid, de geschikt- m heid en de goede meening moeten uwe be- zii reiding zijn. De heelmeesters zeggen van de oj kampernoeliën, dal men er weinig en zelden vé van eten mag; want al zijn zij goed gekookt w en goed bereid, loopen er niettemin vele vergiftige onder. Dans dan ook weinig en bt zelden . Philothea; want zoo gij anders doet, bi stelt gij u in gevaar van equot; genegenheid hlt; toe te krijgen , hetgeen zeer kw iad zoude zijn.

De kampernoeliën , naar het zeggen van tii PHnius . zuigen zeer gemakkelijk de bedor- | gt

ocr page 321

— 309 —

venheid in, die in hare nabijheid is, zoodat zij zelfs het gift der slangen inzuigen. De bals en dergelijke nachtelijke bijeenkomsten slepen ook gewoonlijk verscheidene zonden mede, als bijvoorbeeld: twisten, krakeelen, nijd , beschimpingen , minnehandel , oneerbare woorden, onknische blikken, enz., die allengskens tot in het hart geraken en den mensch tot schandelijke zonden bewegen. Deze onbetamelijke tijdkortingen zijn dan doorgaans vol gevaar; zij verstrooien en verjagen den geest van godsvrucht, benemen ons alle geestelijke krachten , verflauwen de liefde, en verwekken in do ziel vele kwade neigingen, zoodat men zich niet genoeg voor dezelve kan wachten.

Men zegt nog verder, dat men op de kampernoeliën goeden en sterken wijn moet drinken; alzoo zeg ik hetzelfde, dat, indien men genoodzaakt is geweest te dansen , men zich daarna eenige heilige bemerkingen moet opleggen, om de schadelijke verbeeldingen van dat ijdel vermaak te verdrijven. Maar welke bemerkingen moet men dan maken ?

1. Dat op denzelfden lijd, dat gij op het bal waart, eene menigte zielen in de hel brandden, om de zonden die zij met en door het dansen bedreven hebben.

2. Dat op dienzelfden tijd veel godvruchtige mensehen bezig waren met God lofzangen te zingen. Doch hoe veel beter zoude

ocr page 322

310 —

het u zijn , zoo gij dien tijd ook aldus hadt doorgebracht.

3. Dat ten tijde dat gij daustet, vele zielen met groote benauwdheid uit de wereld zijn getrokken, en dat er duizenden, zoo mannen als vrouwen, op dieuzelïden tijd menigvuldige pijneu, zoo van ziekten , als ander-zins . hebben moeten verdureu, zonder rust te vinden. En middelerwijl hebt gij geene deernis met hen gehad. Denkt gij niet, dat gij ook eens in diezelfde pijnlijkheden zult vallen ?

4. Dat onze Zaligmaker, de heilige Moeder Gods, de engelen en de heiligen, u aan den dans gezien hebben. Ach ! wat medelijden hebben zij met u gehad, ziende uw hart met zoo groote ijdelheid en dartelheid bekommerd !

2. Helaas: terwijl gij daar geweest zijt, is de tijd voorbijgesneld, de dood genaderd; ziet hoe hij nu met u spot, terwijl hij u ook tot zijnen dans roept, waarin gij van het leven tot den dood zult overgaan. Deze dans zal eene rechte tijdkorting zijn ; want op één oogenblik zal men van den tijd tot de eeuwigheid overgaan. Ziedaar eenige kleine bemerkingen, die ik u voor oogen stel; God zal er u nog andere ingeven , indien gij hem vreest.

ocr page 323

311 -

dt

XXXTT. HOOFDSTUK.

ea

jn Wanneer men spelen of dansen mag.

,11-

ig- Het dansen en spelen , om geoorloofd te

er- zijn, moet geechieden tot verkwikking van ist den geest , en niet omdat men er van harte ne toe geneigd is. Het mag maar zelden gelat beuren en voor korten tijd ; want die het jlt dikwijls en veel doet, zal er al zijne bezigheid van maken, en alsdan ia het geen Ier uitspanning meer. Maar in welke gelegenen held mag men spelen of dansen ? Dit is niet en gemakkelijk te bepalen. De verbodene spelen art mogen nauwelijks ooit gebruikt worden. Ik 3e- zoude zelfs niet durven bepalen, hoe zeer dat men in die zaak mag toegeven aan de jt, beleefdheid, om aan eenig gezelschap ver-•d; maak te doen. Een ieder moet daarin met u de voorzichtigheid en zijn geweten te rade an gaan. De inschikkelijkheid , om iemand al-ïze lengskens tot het goede te winnen . zet som-int tijds aan, om iets meer toe te geven dan tot men anderzins zou hebben gedaan. En de ine liefde gebiedt ook soms zoodanige inschik-od kelijkheid te gebruiken. Dus las ik met ge-em noegen in het leven van den H. Carolus Borromeus , dat hij den Zwitsers sommige dingen toeliet, waarin hij , in andere voorvallen , zeer streng was , en dat de H. Ig-

ocr page 324

— 312 —

natius Loyola, toen hij eens tot het spel genoodigd was, zicli liet gezeggen. De H. Elisabeth van Hongarië , speelde en danste somtijds , als zij door het gezelschap daartoe aangespoord werd, zonder daardoor hare godsvrucht te schaden , dewijl deze in hare ziel hecht was ingeworteld; zoodat dezelve in haar nog nieuwe sterkte kreeg te midden van de pracht, die zij , om de verhevenheid van haren staat, niet altijd kon vermijden. Een groot vuur wordt door den wind nog meer aangeblazen; maar een klein vuur wordt er door vernietigd en uitgedoofd.

XXXV. HOOFDSTUK.

Men moei zoo wel in kleine ah groote dingen aan God (jetrouw zijn.

De H. Bruidegom zegt in het Boek der Gezangen, dat zijne bruid hem zijn hart geroofd had door ('én har er oogen. en door een eenig haar van haar hoofd. Hoe moet dat verstaan worden ? Onder al de uiterlijke lidmaten van den mensch , is er geen edeler dan het oog; zoo om de groote kunst van deszelfa maaksel, als om de levendigheid. En van den anderen kant is er niets geringer dan een haar. De herrelsche Bruidegom wil ons dan door die spreuk te kennen

ocr page 325

— 313 —

el geven, dat niet alleen de groote, maar ook ï. de minste werken van godsvrucht hem bete hagen ; en dat men, om hem wel te dienen, oe de kleine bevelen, zoo wel als de groote , re moet waarnemen , dewijl wij zoo wel beide re door zijne liefde kunnen winnen. ve Maak u dan bekwaam , Philothea ! om

3n ter liefde van Christus groote moeielijkheden, id ja den dood zells te verdragen; oiler hem n. het dierbaarste en liefste dat gij hebt, als hij jg u daarvan wil berooven ; vader of moeder, ir broeder of zuster, vrouw of man, kinderen of vrienden, ja ook zelfs uwe oogen en uw leven ; want tot dit alles moet gij uw hart voorbereiden. Maar dewijl de Voorzienigheid ! u zoo zware beproeving niet toezendt, en u uwe oogen niet afvraagt, zoo offer hem en ten minste uw haar. Ik wil hierdoor zeggen, verdraag geduldig de kleine versmadingen en ongemakken, die u dagelijks overkomen; er want zoo gij dit uit liefde doet, zult gij zijn re- hart winnen en zijn vriend worden. Als, ei/ bij voorbeeld , kleine dagelijksche werken van at liefde, hoofd- of tandpijn , lastige inborst van {e man of vrouw, breken van het eene of andere er huisraad, versmading, uitlachen , verlies van in handschoenen , van eenen ring of zakdoek , d. klein ongemak , van laat slapen te gaan en e- 's morgens vroeg op te staan, om te bidden, of e- om tot de communie te gaan; kleine schaam-»n 1 te van soms in hot openbaar zekere werken

ocr page 326

314 —

van godsvrucht te oefenen; al deze kleine ongemakken , met liefde aangenomen, zijn aan de goedertierenheid Gods zeer aangenaam , dewijl hij ook voor eenen teug water zijnen geloovigen den hemel heeft beloofd. En dewijl deze gelegenheden gedurig voorvallen , zoo zijn zij een vruchtbaar middel. om allerhande geestelijke rijkdommen te vergaderen.

Als ik in het leven van de H. Catharina van Senen las, de menigvuldige verheffingen des geestes. en hare zoo verhevene en wijze aanspraken, liet ik mij voorstaan, dat zij met haar verstand tot in den hemel moest zijn geweest; maar ik achtte haar ook zeer , als ik haar in de keuken van haren vader het spit zag draaien , het vuur opsteken, de spijs bereiden, enz., met eenen liefdevollen ijver tot God , en vol nederigheid. Ik achtte niet minder die kleine heilige bemerkingen, waarin zij zich oefende, als zij met het geringste huiswerk bezig was , dan al de verrukkingen van den geest, die haar zoo dikwijls overkwamen , en die haar misschien gegeven werden ter vergelding voor hare ootmoedigheid en de minachting van zich zelve. Dit waren hare bemerkingen: Zij liet zich voorstaan , wanneer zij bij voorbeeld . iets bereidde voor haren vader , dat zij dit als eene andere Martha, voor den Heer zelf bereidde; dat hare moeder de plaats van de

ocr page 327

— 315 —

heiligo Moeder Gods bekleedde, en hare broeders de plaats van de Apostelen; en op deze wijs wekte zij zich in don geest op, ora geheel het hemelscbe hof te dienen, welke kleine gedienstigheden zij mei ixroote liefde volbracht, wijl zij wist, dat zulks (rods wil was. Dit voorbeeld heb ik aangehaald, opdat gij weten zondet, hoe veel er nan gelegen is, dal wij al onze diensten, hoe gering zij ook zijn, tot Gods eer en dienst schikken.

Tk raad n dus aan, dat gij de voetstappen van die kloeke vrouw , die door Salomon zoo geprezen wordt, zou navolgen. Deze, alhoewel zij de gewichtige zaken van het huisgezin zelve verzorgde, verzuimde echter niet te naaien en te spinnen. Steek dan uwe handen ook uit tot vrome dingen; oefen u in het gebed en in het gebruik der heilige Sacramenten; wek de menschen op tot de liefde jegens God; geef hun goede vermaningen , en doe meer andere verhevene werken naar den eiseh van uwen staat. Maar vergeet echter noch de naainaald noch het spinnewiel; dat is te zeggen , oefen u ook in die kleine en ootmoedige deugden, die als schoone bloemen aan den voet van het kruis groeien; bij voorbeeld, het verzorgen der armen, het bezoeken der zieken, het verzorgen van het huisgezin, en vermeng al die werken met heilige betrachtingen,

ocr page 328

— 316 —

gelijk ik van do heilige Cathariua verhaald heb.

De gelegenheden om groote dingen tot den dienst Gods te verrichten , vallen zelden voor, maar men kan dagelijks die kleine deugden oefenen. Doch die over weinig getrouw is geweest, zegt de Heer, zal over veel gesteld worden. (1) Doe dan alles in den naam van God, en alles zal wel gedaan zijn; hetzij gij eet, drinkt of slaapt, u vermaakt, of eenig ander nederig werk verricht, alles zal, indien gij het maar wel weet te schikken , u bij God voordeelig zijn.

XXXVI. HOOFDSTUK.

In alles moet men hillijk en met reden te werk gaan.

Wij zijn maar menschen, voor zoo veel als wij rede gebruiken , en nochtans worden dezulken zelden gevonden, die de rechte rede plaats geven, omdat de eigenliefde ons gewoonlijk van de rede aftrekt, en ons , ongevoelig tot duizende verscheidene kleine , doch gevaarlijke ongerechtigheden verleidt. die. als de kleine vosjes, van welke in het Bock der Gezangen gesproken wordt, den wijngaard onzer ziel geheel omverwerpen en bederven. Want omdat zij klein zijn, worden zij niet geacht; maar omdat zij groot in

(1) Matth. 25, 21.

ocr page 329

— 31/ —

getal /ijn f richten zij groot nadeel aan. Denk. er wel op , Philothea, en zie of al de volgende dagelijksche gebreken niet zoo vele onbillijkheden en ongerechtigheden zijn.

Wij beschuldigen , bij voorbeeld , onzen evennaaste dagelijks om de minste feilen , en ons zeiven zullen wij nooit beschuldigen. Wij willen het duurste verkoopen en voor lagen prijs inkoopen. Wij willen, dat men anderen met alle gestrengheid behandele, maar dat men ten onzen aanzien medelijdend zij. Wij willen, dat men onze woorden altijd in het goed keere , en wij zijn , integendeel , aanstonds geraakt door het minste woordje , hetwelk ons mishaagt. Wij wenschen , dal onzen evenmensch ons zijn goed overlate voor den prijs dien het hem gekost heeft; maar zoude het niet billijker zijn , hem zijn goed te laten , en wij ons geld te houden ? Wij nemen het euvel, dat hij zich daarin niet wil schikken; maar heeft hij niet moer reden van kwalijk te nemen, dat wij hem zoo veel last aandoen ?

Indien wij tot zekere oefening zeer genegen zijn, versmaden wij alle andere, en berispen wij alles, wat naar onzen zin niet is. [ndien iemand van onze onderdanen ons niet wel bevalt, of zoo wij eens tegen hem eenen haat hebben opgevat, nemen wij al hetgeen, wat hij doet, in het kwaad op , wij houden niet op hem te bedroeven, en

ocr page 330

— 318 —

wjn altijd bereiil om hem te bestraffen, lu legemleel, indien iemanil, om zijne licJiame-tijke heKanfdlicdon ons behaagt, zal men in hem alles versehooneu. Er ziju ouders die hunne verstandige en deugdzame kinderen , omdat zij lichamelijke gebroken hebben. bijna niet mogen zien , en er zijn boosaardige kinderen, dier om eenige begaafdheid des lichaams, van dn oudere bemind worden. Over het algemeen acht men meer de rijken dan de armen, alhoewel zij zoo deugdzaam niet zijn. Ja, men acht tien tinkel soms moer. omdat zij beter gekleed gaan. Wij willen ons recht tot het uiterste stipje uitroeren . en wij verlangen , dat een ander jegens ons loegevend zij. Van het punt van eer willen wij in het minste niet afwijien , en wij be-geeren dat een ander zich altijd voege. Wij klagen licht over onzen evennaaste, en wij willen niet, dat iemand over ons klage. Hetgeen wij voor anderen doen, schijnt ons groot en van waarde; maar hetgeen een ander voor ons doet, komt ons als gering voor. Met één woord , wij zijn zeer gelijk aan de patrijzen van Paphlagonië, die twee harten hebben; want wij hebben een liefderijk en meödoogend hart voor ons /-elven, een straf en streng hart voor onzen naaste. Wij hebben ook tweederlei gewicht : het een zeer roordeelig om onze eigene zaken te wegen, en het ander licht gewicht, om te wegen

ocr page 331

— 319 —

met schade hetgeen een ander aangaat. Doch dit wordt in de H. Schrift gehouden voor eene vloekwaardige zaak.

Philothea! wees eenvoudig en oprecht in uwen handel. Stel u altijd in de plaats van uwen naaste, en hem in de uwe, en alzoo zult gij een goed en rechtvaardig oordeel vellen. Houd u als gij iets koopt, alsof gij de verkooper waart; en stel u . als gij iets verkoopt, in de plaats van den kooper , en gij zult buiten twijfel altijd rechtvaardig handelen.

Al deze onrechtvaardigheden zijn wel gering , omdat zij ons niet verbinden tot vergoeding , dewijl zij binnen de palen der ruime rechtvaardigheid blijven; maar wij zijn echter verplicht ons van dezelve te beteren. Want dit alles geschiedt bij gebrek van rede en liefde. Het zijn zware bedriegerijen, waarmede men niet dan beuzelarijen kan winnen. Integendeel, men doet nimmer schade, met volgens de gerechtigheid en naar de rede edelmoedig te handelen. Onderzoek dan dikwijls uw hart, Philothea , of het zoo gesteld is ten opzichte van uweu naaste, gelijk gij zoudt wenschen, dat zijn hart voor u ware ; want dit vereischt de rechte rede. Toen de keizer Trajanus van zijne vrienden berispt werd , dat hij de keizerlijke waardigheid al te gemeenzaam maakte, gaf hij ten antwoord : zulks ia waar, maar behoor ik'niet 21

r

ocr page 332

— 320 —

zuudauigu keizer tot mijne outlcrcluiiou te zijn, als ik een keizer over mij zoude wen-schen te hebben, als ik een onderdaan was r

XXXVII. HOOFDSTUK.

Over de wenschen en verlangens.

Iedereen weet wel, dat men niets kwaads raag verlangen ; want het verlangen tot iets ondeugends, maakt ons ook ondeugend. Ik zeg u dan , Philotheii, weasch nooit naar iets dat nadeelig is voor de ziel; bij voorbeeld naar te dansen, of to spelen , enz. , als ook naar eer of hooge bedieningen; zelfs iiiet naar verschijningen of openbaringen ; want daar schuilt menigmaal groot bedrog en gevaar onder. Wensch ook niet iets, dat in langen tijd niet kan geschieden, waardoor vele mensehen zich te vergeefs kwellen eu ontrusten. Indien een jonkman lang voor den bekwamen tijd naar eenig ambt of bediening wenscht, ik vraag u, wat baal heeft hij daarbij ? Indien eene gehuwde vrouw in een klooster verlangt te gaan, waartoe zou dit dienstig zijn ? Indien ik verlang om het goed van iemand te koopen, eer hij het wil verkoopen, kwel ik mij dan niet ten on- v; rechte ? Indien ik ziek ben eu weusch te preken of mis te doen , of de zieken te gaau bezoeken, enz., zijn dit niet ijdele eu nutte-

ocr page 333

— 321 —

loozn begeerten , omdat liet in mijne macht niet is dezelve te \ olbreugen 5 Echter benemen die ijdele begeerten de plaats van andere deugden , als bij voorbeeld , van geduld , gehoorzaamheid en zachtmoedigheid , welke God begeert, dat ik die op dien tijd zoude oefenen. Zijn wij inderdaad niet gelijk aan de beluste vrouwen, die krieken in den herfst en druiven in de lente willen hebben ?

Ik keur geenszins goed, dat iemand, die aan eenig ambt verbonden is, naar eenen anderen staat verlangt, die met zijnen tegen-woordigen staat niet overeenkomt. Want het hart wordt daardoor in deszell'a noodige oefeningen verstrooid en verzwakt. Indien ik, bij voorbeeld , Bisschop zijnde, naar de eenzaamheid der Karthuizers wenschte, is het tijd verloren , en die wensch vervult de plaats van eenen anderen, die mij aanbevolen ia. namelijk, van mij in mijne tegenwoordige bediening wel en deugdelijk te kwijten. Het schijnt mij zelfs toe, dat men niet moet wenschen naar meer verstand ol scherpzinnig oordeel; want die begeerten zijn te vergeefs, en beletten integendeel de andere, die iedereen hebben moet, te welen, van het verstand, hetgeen men heeft, wel ,.gt;,te gebruiken. Ik zonde ook niet wenachen uaar geacluktere middelen, om Q-od te dienen . dau die mij verleend zijn; maar wel um degene, die ik heb, trouw te gebruiken.

ocr page 334

— 322 -

Docli dit alios wordt, verstaan van begoorton , die liel hart zeer bekommeren : want eene eenvoudige en voorbijgaande wensch kan , als liet niet te menigvuldig is, geene sohade bijbrengen.

Wensch naar geen lijden of nieuwe kruisen, dan voor zoo veel als gij ziet, dat gij de voorgaande wel geduldig hebt verdragen. Want het is groot misverstand, te wenschen naar den marteldood , eu integendeel niet een smaadwoord te kunnen lijden. De duivel verwekt in ons dikwijls die begeerten tot groote dingen, die nooit zullen gebeuren, om ons hart van de tegenwoordige af te trekken, en welke ons groot nut zouden knnnen aanbrengen. Wij strijden aldus met onze gedachten tegen de wilde dieren van Afrika, en, bij gebrek aan oplettendheid, laten wij ons dooden door kleine slangen , die op onzen weg zijn.

Wensch ook niet naar bekoringen, want dit ware vermetelheid; maar maak uw hart bereid, om deze kloekmoedig af te wachten en te bevechten. als zij u zullen overvallen.

Velerlei spijzen bezwaren de maag, en als zij zwak is, kunnen zij dezelve geheel bederven. Zoo ook wordt het hart bezwaard met al te vele begeerten- Ik zeg niet mei wereldsche begeerten, wart die zouden u gausch bederven ; maar zei s niet met gee* telijke , want die zouden u belemmereii-

ocr page 335

— 323 —

au neer onze ziel gezuiverd is , en over-vallen wordt door booze neigingen . dan is zij driftig naar alle soort van geestelijke oefeningen, als van verstervingen, lijikastij-dingen, vernederingen , liefde, gebed . enz. Deze geestelijke honger is wel een goed tee-ken, Philothea ! maar zie wel toe , dat gij niet meer eet, dan gij kunt verceeren. Verkies dan, met den raad van uwen geestelijken vader, hetgeen n dienstig is. en oefen ii daarin. G-od zal u door den tijd tot andere geleiden, en aldus zult gij geenen tijd verliezen door onnutte en ijdele begeerten, ïk zeg u niet dat men de goede begeerten moet verachten, maar dat de eene voor, en de andere na moeten volgen. Diegem n, die niet aanstonds in het werk gesteld kunnen worden, moet men in zijn hart opsluiten, totdat de gesehikte tijd zal komen, en 011-dertusaehen diegenen, die strijdig zijn . volbrengen. Doch dit zeg ik niet alleen voor de geestelijke, maar ook voor wereldlijk^ mensehen; want anderzins zou ons leven met eene gestadige ongedurigheid en bekommering vervuld zijn.

XXXVIIf. HOOFDSTUK.

Beknopt onderricht ocer de gehuwden. Het huwelijk is een groot Sacrament: ik

ocr page 336

— 324 —

teg in Christus en in de Kerk. Het is derhalve eerwaardig voor allen, in allen, en in alles, dat wil zeggen , in al deszelt's opzichten; voor allen, immers de maagden zelve moeten het met ootmoed eeren; in allen, want het is even zoo heili? onder armen als onder rijken; 'tn alles, want alles is er heilig, deszelfs instelling, vorm, stof. einde en nuttigheden. Het is de staat, waardoor God de aarde met geloovige aanbidders bevolkt , om het getal zijner uitverkorenen in den hemel te vermeerderen; zoo dat het, tot geluk en welzijn van iederen stand, volstrekt onontbeerlijk is de eerbaarheid en heiligheid van het huwelijk te bewaren.

Gave God , dat Jesus Christus , zijn geliefde Zoon, bij alle huwelijken, zooals bij dat I e Cana , was genoodigd , de geestelijke wijn van goddelijke vertroosting en zegening zou er nimmer ontbreken; want , dat er dikwijls geen troost, geen zegen bij is, komt hierdoor , dat men den Mammon in plaats Tan den Heer,, en Venus in plaats van de allerzaligste Maagd er bij inroept. Hij, die verlangt dat zijn huwelijk gelukkig ie, moei ile heiligheid van het Sacrament niet uit het oog verliezen; maar , integendeel, hoe dikwijls wordt een huwelijk aangegaan met ijdelheid, met eene uitzinnige vreugde , met onmatigheid en oneerbaarheid, zoo in woorden als in daden ? Moet men zich dan wel

ocr page 337

n-

— 325 —

der- I verwonderen, daf er de gevolgen ook on» , en treregeld Tan zijn ?

jell's Bijzonder vermaan ik de gehuwden, el-den kander met eene wederzijdsche liefde te • in beminnen, zooals de H. Geest het hun be-Lder veelt. Het is niet genoeg, dat gij elkander lleg met eene natuurlijke liefde bemint, want tof. die liefde treft men ook buiten het mensch-iar. dom aan; het is ook niet genoeg, dat gij lers elkander met eene menschelijke liefde benen mint, want zulks doen de heidenen ook. lef, Maar ik zeg u met den grooten Apostel: rol- | yLj 'inaiinen, heht uwe vrouwen lief, gelijk eil Christus zijne Kerk lief heeft; en gij vrouwen, hébf uwe mannen lief', gelijk de Kerk haren ge. Zaligmaker lief heeft. God stelde Eva aan Adam voor , en gaf haar aan hem tot vrouw; j^e liet is ook God , die door eene onzichtbare iUg hand , den heiligen huwelijksband heeft vaster geknoopt, en u aan elkander heeft gegeven;

waarom zoudt gij dan elkander niet met atg eene geheel heilige en geestelijke liefde bede minnen ?

Jie De eerste uitwerking onzer liefde i§ , de □el on verbreek bare vereeniging der harten, na-dat zij is geheiligd geworden door de toe-l0e voeging der verdiensten van het bloed van Jesus Christus in het H. Sacrament; daar-let om is deze vereeniging zoo sterk , dat de jr_ ziel van den man of van de vrouw eerder [rel van haar lichaam moet scheiden, dan dat

ocr page 338

— 326 —

de man cü de vrouw van elkauder scheideo ; en deze vereeniging is niet zoo zeer van de lichamen als van de harten te verstaan.

De tweede uitwerking dezer liefde is , de onschendbare trouw der beide echtgenooten. Oudtijds was het zegel op den ring gegraveerd , welken men aan ien vinger droeg , zoo als men zelfs in de heilige Schrift leest. Ziehier dan de beteekenis van eene der plechtigheden , die bij het aangaan van een huwelijk in gebruik zijn.

De Kerk zegent, door de hand des priesters eenen ring , welken hij eerst aan den bruidegom geeft , als het zegel van het Sacrament, waardoor hij zijn hart sluit voor alle andere liefde, dan voor die van zijne bruid , zoo lang zij zal leven ; dan steekt de bruidegom den ring aan den vinger van zijne bruid, opdat deze ook weten zou, dat zij , zoo lang als zij zal leven , haar hart voor vreemde liefde moet gesloten houden.

De derde vrucht van het huwelijk is, de voortteeling van kinderen en hunne behoorlijke opvoeding; en het strekt tol eer van dezen staat, dat God er zich van bedient, om de zielen te vermeerderen, door welke hij wil geloofd en verheerlijkt worden.

Gij mannen, behoudt dan voor uwe vrouwen eene teedere, oprechte en standvastige liefde. Wel verre dan, dat gij haar; om hare zwakheden of krankheden, zoo naar

ocr page 339

9

— 327 —

lichaam als naar ziel; zoiult minachten, moet u dat zelfs tot een zoet en vriendelijk medelijden bewegen, dewijl God haar heeft geschapen zoo als zij zijn ; opdat, daar zij irenoodzaakt zijn um van uwe bescherming af te hangen; zij meer eerbied voor u zouden hebben, en gij hare hoofden en oversten zoudt zijn, ofschoon God haar aan u tot medegezellinnen heeft gegeven. Eu gij, vrouwen , hebt voor uwe mannen eene zoo eerbiedige als teedere en oprechte liefde; want God heeft hun eene sterkte gegeven, waardoor zij de overhand zouden hebben om de vrouw te verplichten van den man af te hangen. Maar de heilige Schrift, die u deze onderdanigheid zoo sterk aanbeveelt, verzacht die ook grootelijks voor u , omdat, als zij zegt, dat gij met liefde aan uwe mannen moet gehoorzamen. zij aan uwe mannen gebiedt , dat zij niet dan met liefde en zachtmoedigheid van hun gezag gebruik moeten maken.

Gij mannen, zegt de apostel Petrus , qnat op eene oerstandif/e wijze niet mee vrouwen om, beschouwt kaar als liet zwakste geslacht, en weet, dat zij mede'èrfqenamen van de genaden des levens zijn. (I)

Maar als ik u vermaan, dat gij voor elkander eene wederzijdsche liefde moet heb-

(l) Pet. III, 7.

ocr page 340

— 328 —

ben, «oo geeft nochtans wel acht, flat sij niet tot ijverzucht overslaat: omdat men dikwijs ziet, dat, gelijk er in de beste vruchten wormen komen, er ook bij de vurigste liefde ijverzucht ontstaat, en als de liefde daarmede is besmet, volgen er allengs mistrouwen, twisten, oneenigheden en scheidingen; wel is het waar , dat, als de liefde van beide zijden op eene ware deugdzaam-heid is gegrond , zij niet vatbaar is voor ijverzucht: daarom is de ijverzucht een onfeilbaar teeken van eene onvolmaakte en zinnelijke liefde, en die in het hart, waaraan zij gehecht is, eene zwakke, ongestadige deugd ontdekt, en alzoo aanleiding tot mis-t rouwen geeft. Het is dan eene groote dwaasheid , als men de vriendschap wil doen blijken door de ijverzucht; want al is de ijverzucht een teeken van de vurigheid van den geest, zoo is zij echter geen teeken van eene zuivere en volmaakte vriendschap, omdat de volmaakte vriendschap eene vaste deugdzaamheid veronderstelt in den persoon, wien men bemint, en de ijverzucht integendeel , trekt dezelve in twijfel.

Gij mannen, als gij verlangt dat uwe vrouwen u zeer getrouw zullen zijn, geeft er haar zelve een goed voorbeeld van. Hoe kunt gij eischen, zegt de H. Gregorius van Nazianzen, dat uwe vrouwen zich volgens de wetten der eerbaarheid gedragen, als gij zelve

ocr page 341

— 329 —

aan den wellust den vrijen teugel geeft? Wilt (jij dat zij kuisch zijn, zoo doet zeioen niets tegen het woord, hetwelk gij haar heht gegeven; en dat een ieder van u . zoo als de Apostel Paulus zegt, wete zijn vat te bezitten in heiligheid en eer : als gij zelve haar met een voorheeld van dartelheid en oneerbaarheid voorgaat , verwondert u dan niet, dat hare ontrouw u bespottelijk maakt. Maar gij, vrouwen, wier eer met de kalschheid zeer nauw is verbonden, bewaart uwen roem zorgvuldig, en gedoogt nimmer, dat de glans van uwen goeden naam door oneerbaarheid bezwalkt worde.

Hoedt u tegen alle aanrallen, hoe klein zij ook mogen schijnen; laat nimmer eenigo liefkozingen toe , en sluit het oor voor zotte vleierij : houdt hem verdacht, die uwe schoonheid of uwe begaafdheden prijst; waut men /egt gewoonlijk , dat iemand , die eenige waren, welke hij niet kan koopen, zeer sterk prijst, gewoonlijk bekoord wordt om die te stelen. Maar als men , u prijzende, daarbij uwen man veracht, beleedigt men u len hoogste; want dan blijkt het, dat men niet slechts u tot den val wil brengen, maar dat men u reeds half overwonnen rekent : en waarlijk de koop is met den tweeden kooper schielijk getroffen , als men van den eersten eenen afkeer heeft. De kuische Rebecca ontving uit naam van Izaak , haren

ocr page 342

— 330 —

bruidegom, kostbare ooiTingou, als een eerste onderpand zijner liefde ; ik gelooiquot;, dat dit sieraad, hetwelk de vrouwen ten allen tijde hebben gedragen, geheimzinniger is dan men meent, en dat Plinius er over schrijft, die er geene andere reden van geeft, dan omdat het een aangenaam geluid verwekt. Tk voor mij geloof, volgens deze aan-teekening der H. Schrift, dat het is om te kennen te geven, dat de man het recht heeft op het hart van zijne vrouw , die het oor moet sluiten voor iedere stem, die de zijne niet is ; want men moet wet jn , dat het gift door het oor in het hart dringt.

Als de liefde en getrouwheid te zamen gaan , is er tusschen de echtgeuooten een zoet en wederzijdsch vertrouwen , en dat geven zij aan elkander te kennen , door de blijken van eene teedere, maar kuische en oprechte genegenheid : aldus hebben de Heiligen in hunne huwelijken geleefd. Dat heeft de heilige Schrift ook vermeld ten opzichte van Izaük en Rebecca, en Abimelech merkte daaraan, dat zij echtelingen waren. De heilige Koning Lodewijk is bijna van sommige misprezen geworden, omdat, daar hij zoo streng voor zich zeiven was . hij zulk eene teedere liefde voor de koningin zijne gemalin had, aan wie hij zeer dikwijls er de duidelijkste blijken van gal : maar men moet hem veeleer daarom prijzen , dat h j , als hij wilde ,

ocr page 343

331 —

zijnen beUlcnnioed wist af to loggen, om de plichten te volbrengen . die noodig zijn om de huwelijksliefde te onderhonden ; want schoon die kleine bewijzen van liefde de harten niet te zamen binden , doen zij dezelve tot elkander naderen. en dienen tot eenen aangenamen omgang.

Toen de H. Monica den H. Augustinns nog in haren schoot droeg, offerde zij hem meermalen aan den Christelijken Godsdienst en aan de eer van God op, zoo als hij zelf getuigt, dat hij reeds in den schoot zijner moeder het heilige en goddelijke zout gesmaakt heeft. Dat is eene goede les voor de christene vrouwen , die hare kinderen, voor dat zij geboren worden, aan God moeten opdragen ; omdat God , die met welbehagen aanneemt hetgeen men hem met een nederig hart aanbiedt, gewoonlijk het geloof en de liefde der moeders zegent; dat blijkt in den Samuël, in den H. Thomas van Aqui-nen , in den H. Andreas Corsinus , en meer anderen. De moeder van den EL Bernardus, eene waardige moeder van zulk eenen zoon, nam hare kinderen , zoodra zij geboren waren, in hare armen, droeg die aan Jesus Christus op , en begon dezelve als een door God aan haar toebetrouwd pand, eerbiedig te beminnen ; en hare godsvrucht werd bekroond met de heiligheid van al hare zeven kinderen. Maar ala de rede zich in de kinderen

ocr page 344

— 332 —

begint ie ontwikkelen, dan moeten de ouder» zeer bezorgd zijn , om de vree/.e Gods in de harten hunner kinderen in te prenten. De koningin Blanca nam dezen plicht zorgvuldig waar ten opzichte van haren zoon , den H. Lodewijk; zij zeide hem zeer dikwijls : mijn zoon, hoe zeer ïk v. hemvn, zou ik u echter liever voor mijne oog en zien sterven , dan dat gij eene eenige doodzonde hegingt: en dat maakte zoo grooten indruk op het hart van den jongen prins, dat hij , zoo als hij zelf heeft betuigd, nooit eenen dag liet voorbijgaan , zonder er aan te c'enken, en het te doen dienen tot eene waanchuwing, om zich tegen alle zondige gelegenheden te hoeden.

Wij zijn gewoon in onze taal de geslachten en huizen te noemen , en de Hebreërs bedienden zich , om de voortteeling en opvoeding der kinderen aan te duiden, van deze uitdrukking, die dikwijls in de H. Schrift voorkomt : een huis louwen, zijn huis ophouwen, En het is in dien zin, dat er gezegd is, dat God de huizen der voedvrouwen van Egypte opbouwde. (2 B. Moz. 1. 21.) Laat ouh daaruit leeren, dat een goed huis niet hierin bestaat, dat men het met allerlei wereldsche goederen versierd, maar dat men er de kinderen in de vreeze Gods en iu de beoefening der deugd opvoedt; en omdat zij de kroon der ouders zijn , moat men daartoe geene zorg noch moeite

ocr page 345

_ 333 —

idern sparen. Do Heilige Monica beoireed met.

n de zeer veel ijver en standvastigheid de booze

De neigingen van haren zoon Augustinus ; zij

vul- volgde hem ter zee en te land; eindelijk

den verkreeg zij van God , dat hij zich bekeerde,

ijla : en hij werd meer een zoon van hare tranen,

\k u dan hij door de geboorte een zoon van haar

ven , bloed was.

: en Onder de verdeeling der zorgen tusschen

hart (le echtgenooteu , legt de Apostel Paulus aan

hij de vrouwen de huisselijke zorg op : en men

3or- heeft waarlijk reden te gelooven, dat hare

it te godsvrucht beter is om eene goede orde in

zich de huisgezinnen te houden, dan die der

Jen. mannen, die om hunne bezigheden er niet

iten altijd bij tegenwoordig zijn , en daarom zulk

he- «ön goed opzicht op de huisgenooten niet

jroe- kunnen hebben. Daarom is het, dat Salomon,

leze 111 zijn boek der spreuken, de goede orde

rifl en het geluk van het huisgezin toeschrijft

op. aan de wijze zorgen eu aan de vlijt van die

ge- kloeke vrouw, van welke hij de beschrijving

ou- opgeeft.

. 1. Wij lezen in de H.Schrift, dat Izaak den oe(j Heer heeft gebeden voor zijne huisvrouw Renet becca , die onvruchtbaar was , en volgens deu aar Hebreeuwschen tekst, dat zij beiden, ieder ads van zijnen kant, hebben gebeden. Ziedaar it; juist de beste eu nuttigste vereeniging, die ju , er tusschen deu man eu de vrouw kan we-ijte zen . namelijk de godsvrucht, waartoe zij

ocr page 346

olk and er mot ijvor moeten opwekkon. Want een man . die niet godvruchtig is, is ruw , stuursch, en van een lastig humeur; hij gelijkt aan die vruchten , die wrang van smaak zijn, zoo als de kweeperen, die niet wel smaken, indien zij niet in suiker zijn ingelegd. En eene ongodsdienstige vrouw is zeer zwak, vol van gebreken, en in gevaar om de deugd, welke zij nog bezit, te verliezen : het gaat met haar, als met die weeke vruchten , die niet goed blijven , tenzij zij, gekonfijt worden. De H. Apostel ï'aulus zegt: de ongeloomge man is geheiligd door de qeloovige vrouw, en de ongeloomge vrouw is geheiligd door den geloovigen man (1); omdat de huwelijksliefde aanleiding geeft om de deugd van den man of van de vrouw te volgen. Maar hoezeer zal God dan een huwelijk zegenen , waar beide echtgenooten geloovigen zijn, elkander heiligen door eene ware vreeze Q-ods!

Overigens moeten zij elkanders zwakheden en gebreken zoo weten te verdragen , dat zij zich ten minste nimmer te gelijker tijd vertoornen , opdat er tusschen hen geen twist noch oneenigheid ontsta : want gelijk de honigbijen zich niet ophouden op eene plaats , alwaar men den echo hoort, zoo woont ook de heilige Geest niet in een huis, alwaar men twist, tweedracht en gekijf' hoort.

(1) Cor. Vil, 14.

ocr page 347

— 335 —

Be H. Gregoriue van Naiianseo verhaalt, dat in zijnen tijd de Christenen jaarlijks de gedachtenis van hunnen trouwdag vierden : en dat gebruik zou ik ook onder ons zeer goedkeuren; mits men het niet deed met wereldsche en zinnelijke vermaken, maar dat men zich heiligde door de biecht en de communie ; dat men op nieuw en vurig God had om de voorduring van zijnen zegen, dat men een goed voornemen maakte om zich in zijnen staat te heiligen, en dat men elkander op nieuw van liefde en trouw verzekerde; want aldus zou men in Jesus Christus nieuwe kracht krijgen , om al de plichten van zijnen staat te volbrengen, en om er met geduld de moeielijkheden van te dragen.

XL. HOOFDSTUK.

Ouderrichting voor de weduwen.

De heilige Apostel Paulus leert in den persoon van zijnen geliefden Timotheüs aan alle geestelijke overheden , hoe zij zich ten opzichte der weduwen moeten gedragen , als hij zegt: eer de weduwen, die loaarlijTc loeda-wen zijn. ( 1. Tim. V, 3.) Om nu eene ware weduwe te zijn, worden de volgende voorwaarden vereischt,

ïen eerste wordt er vereischt, dat zij met het hart eene weduwe is, dat wil zeggen,

22

ocr page 348

flat lij een vast besluit heeft genomen om in eeueu kuischeu weduwstaut tot het einde liarer dagen te blijven leven : want die vrouwen , die slechts zoo lang weduwen zijn, tot dat zij gelegenheid hebben om weder te trouwen, hebben haai- hart reeds op het huwelijk gezet. — Als eene ware weduwe zich door eene belofte van iuisehheid aan God wilde toewijden, zou zij haren staat een groot sieraad bijzetten, en haar gemaakt besluit daardoor verzekeren ; want, omdat zij aan hare belofte trouw moet blijven om den hemel niet te verliezen, zou zij alle genegenheid, en de geringsb gedachte om een ander huwelijk aan te gat.n, uit haren geest en uit haar hart verbannen, zoodal die belofte als een scheidsmuur zou zijn tussehen hare ziel, en hetgeen wat zich tegen haar besluit zou kunnen verzetten. De heilige Augustinus raadt dit aan de christene weduwen sterk aan , en Origenes raadt het zelfs aan getrouwde vrouwen aan, in veronderstelling dat hare mannen vóór haar komen te overlijden, en zij hare vorige vrijheid daardoor hebben bekomen; opdat zij , zegt hij , bij het zinnelijke , dat er in het huwelijk is, als bij voorbaat aan de verdienste van eeuen kuischtn weduwstaat deelachtig worden.

Eene belofte is eene zeei uitmuntende zaak ; want behalve dat die werken waarvan

ocr page 349

— 337 —

uien ocne bclol'te heeft gedaan, aan God wel beha gel ijk er zijn, en dal zij moed en sterkte geeft om dezelve te oefenen, schenkt zij aau God tegelijk onze werken. die de vruchten van onzen goeden wil zijn, en onzen wil zeiven, waarvan de werken voortkomen , gelijk de vruchten van den boom.

De eenvoudige kuischheid onderwerpt het lichaam aan den geest Gods, zonder aan iemand de vrijheid te benemen , er door een huwelijk over te beschikken; maar de belofte van kuischheid draagt aan God het lichaam, en de vrijheid om er altijd over te beschikken, op: en aldus treedt men op cene heilige en gelukkige wijze in den dienst van God, wien te dienen veel beter en heerlijker is dan de schoonste kroon van de wereld te bezitten. — Ik keur dan den raad van die twee groote Mannen ten hoogste goed ; maar ik wenschte ook , dat diegenen welke naar die volmaaktheid wilden streven , dezelve niet ondernamen zonder de regels der Christelijke voorzichtigheid te hebben overwogen; en daartoe moeten zij haar hart wel doorgronden, hare krachten beproeven. God om zijne heilige inspraak bidden , met eenen godvruchtigen en verstandigen zielzorger raad nemen: dit is de wijze, om alles met meer vrucht en zekerheid te doen.

Ten tweede moet het besluit om geen huwelijk meer aan le gaan, uit een zuiver-

ocr page 350

— 338 —

en oprecht inzicht geschieden, alleen uit begeerte om zich beter met (tocI te veree-nigen , en hem te vrijer en te volmaakter te dienen ; want indien zij weduwe blijft, om hare kinderen meer te verrijken, of uit eenig ander wereldsch inzicht, zal zij misschien door de menscben er om geprezen worden , maar niet door God , bij wien niets eeno ware verdienste heeft., dan hetgeen , wat om hem wordt gedaan.

Ten derde moet zij, on: eene ware weduwe te zijn , zich de ijdele en wereldsche vermaken ontzeggen ; want eene weduwe; die in weelde leeft, zegt de heilige Apostel Pau-lus, is levende dood. (I. Tim. V. 7.) En. waarlijk, weduwe te willen blijven , en gaarne geliefkoosd en gevleid te worden; op bals en bij prachtige maaltijden te verschijnen , zich zinnelijk te gedragen, zich door ijdelen opschik op te sieren , zou een teeken zijn, dat zij , alhoewel levende voor de oogen dei-wereld , eene doode weduwe was in Gods oogen. Want wat onderscheid is er tusschen , of de wereldsche liefde , om tot haar inzicht te komen , zich bedient van de prachtigste en rijkste kleederen, of van een met list uitgedacht aanlokkend rouwgewaad, welks sombere kleur aan de natuurlijke schoonheid eene nieuwe sierlijkheid bijzet? Zoodanige weduwe is niet anders dan een valsch beeld van den weduwstaat.

ocr page 351

— 339 —

De snoêitijd is gekomen • de tortelduif heeft hare stem laten hooren. (1) Deze woorden leeren ons , dat zich van alle ijdele eu we-reldsche overdaad te onthouden , noodzakelijk is voor iedereen, die godvruchtig wil leven, maar voornamelijk voor eene weduwe, die als eene kuische tortelduif, nog over den dood van haren man weent. Toen Noëmi uit het land van Moab te Bethlehem terug kwam . zeide zij tot de vrouwen, die haar groetten : noemt mij niet Noëmi, dat is schoone, maar noemt mij Mara, dat is bittere; want sedert den dood van mijnen man, heeft de Heer mij met groote bitterheid vervult, (2) Aldus moet ook eene christene weduwe nimmer schoon willen heeteu , noch om haar uiterlijke geprezen worden , maar zij moet zich vergenoegen diegene te wezen, welke God wil, dat zij is ; namelijk , nederig in zijne oogen.

De lampen waarin welriekende olie brandt, geven eenen aangenamen geur, als zij uit-gebluacht worden; en de weduwen , die gedurende haar huwelijk eene zuivere en oprechte liefde hebben gehad , verspreiden overal eenen liefelijken geur van deugd en heiligheid , als haar licht, dat is, haar man , door den dood is uitgeblazen. Eenen echtgenoot beminnen. zoo lang hij leeft, ia eene

(1) Oant, 11, 12. (2) Kuth. 1, 20.

ocr page 352

— 340 —

algemeene deugd ; maar hem na zijneu dood zoo beminnen, dat men aan die eerste liefde getrouw blijft, en geenen anderen wil beminnen , ia de deugd der ware weduwen. Op God betrouwen , zoo lang als men door den mau ondersteund wordt , is geene zeldzame zaak; maar op God betrouwen, als men dien steun heeft verloren, is hoogst prijzenswaardig ; daarom doet de weduwstaat beter de deugden zien . welke men gedurende het huwelijk heeft gehad.

Als een»' weduwe kinderen heeft, en het noodig is, dat zij zorgt om die tot eeneu staat op te leiden, en vocrnamelijk voor hunne zaligheid . moet zij die nimmer verlaten , want de heilige Apostel Paulus zegt, dat de weduwen verplicht zijn aan hare kinderen diensten te bewijzen , welke zij zelve van hare ouders hebben ontvangen ; en dar degene , die voor de zijnen, en voornamelijk voor zijne huisgenooten , geene zorgdraagt, erger is dan een ongeloovige. (1) Maar indien hare kinderen hare leiding niet meer behoeven, moet eene weduwe met al hare gedachten en zorgen streven , om zich in de liefde Gods te volmaken. Bijaldien niet eene volstrekte en onvermijdelijke noodzakelijkheid haar verplicht, om zich in eene groote beslommering van wereldsche zaken te begeven . raad ik haar aan , om er zich

(1) Tim. v. 8.

ocr page 353

— 341 —

ïod geheel van te ontdoen, en hare zaken zoo in te richten , dat zij een gerust leven leidt , alhoewel dat minder voordeelig mag schijnen. 011 • En waarlijk , het voordeel van die beslom-)0r raering zou wel groot moeten zijn, om bij de vruchten van een gerust leven te kunnen als vergeleken worden , behalve dat die we-3d' reldsche beslommering den geest verstrooit, en dat men, om aan diegene te behagen, welker bescherming noodig schijnt, dikwijls iets doet, dat aan God mishaagt, en dat de | deur van het hart opent voor de vijanden der kuischheid.

01, Het gebed moet de gestadige oefening van

)V' eene weduwe zijn; want dewijl God het t. eeuigste voorwerp harer liefde moet wezen , n- moet zij ook bijna niet dan tot God spreken;

en gelijk het ijzer niet door den zeilsteen al wordt aangetrokken, als er een diamant bij ik ligt, maarzoodra men den diamant wegneemt, den zeilsteen aanhangt ^ alzoo moet ook het aquot; hart eener weduwe , die gedurende het le-3r ven van haren man al de aanloksels der goddelijke liefde niet kon volgen , na zijnen n dood ijverig oj) de wegen Gods wandelen , op den geur der hemelsche reukwerken , en zij moet met de geestelijke Bruid zeggen : o Heer / daar ik nu geheel op mij zelve hen, n neen? mij geheel voor de uwe aan: trek mij, en ik 1' zal in den geur uwer reukbalsems u volgen. (1) (]) Cant. 1, ö.

ocr page 354

— 342 ~

De eigenlijke deugden eener ware weduwe zijn : eene rolmaakte zedigheid, het Terzakeu Tan wereldsohe eer, van wereldsohe bijeeu-komsten , en Tan allerlei ijdelheden; ijTerig te zijn om armeu te helpen, om bedroefden te troosten, om de mehijes tot een god-Truchtig leven op te leidea, en zieb zoo te gedragen , dat zij een volmaakt voorbeeld is voor de jonge Trouwen. Eene noodzakelijke en eenvoudige dracht moet alleen het sieraad van hare kleeding zijn : de nederigheid en de liefde moeten hare werken Tersiereu; zij moet in het spreken zedig en zachtaardig zijn: de kuischheid moet uit hare oogen blinken , en tot grond Tan dat alles, moet de gekruiste Jesus haar ee iigste Beminde zijn. Met één woord. eene weduwe moet onder de Trouwen en meisjes zijn, wat de Tiolet onder de bloemen is. Die bloem heeft eenen zoeten geur, zij verbergt zich tusachen breede bladeren, hare kleur is niet scherp, zij groeit het beste in frissche lucht en als zij alleen staat: een zinnebeeld van de liefelijke godsvrucht, van de nederigheid, van de versterving, van de kuischheid, en van de stille eenzaamheid eener ware weduwe, die hef goed is, zegt de H. Apostel Paulus, dat tij in dien staat blijft. (1 Cor. YII. 8.)

Ik had haar nog vele andere zaken te zeggen . maar ik zal haar illes hebben gelegd , mei haar aan te radeu aandachtig de

ocr page 355

34.1 .. .

iwe schoone brieven te lezen , welke de H. Hie-

keu ronymtis aan Furia, aan Salvia, en aan

^en- andere vrouwen heeft geschreven . die het geluk hadden zijne geestelijke dochters te

ieu zijn : want ik weet er niets bij te voegen ,

od- dan alleen , dat zij nimmer diegene moet

te laken, die tot een tweede, zelfs tot een derde

is en vierde huwelijk overgaan. Q-od beschikt

ike liet in sommige gevallen aldus tot zijne

ad meerdere eer. en men moet alujd de lessen

en der Oudvaders in het oog houden , dat noch

zij de weduwen , noch de maagden eene andere

iig plaats in den hemel hebben, dan die. welke

en de nederigheid haar aanwijst.

)ei

XLI. HOOFDSTUK.

iet

de Korle onderrichtinff voor jonge doc/iferrt.

ift

3n Jougedochter I ik heb u slechts twee woor-

0, (leu te zeggeu . want gij zult het OTerige wel Is elders viudeu. Indien gij een huwelijk tracht e- aan te gaan, bewaar zorgvuldig uwe eerste ,u liefde voor den persoon . welken de hemel n voor u beschikt; want het is eene groote s. bedriegerij hem , iu plaats van een geheel

1. eu oprecht hart, een hart aan te biedeu . dat reeds door de liefde bezeten. versleten

e eu bedorven is.

i- Maar, indien gij zoo gelukkig zijt, dat

e gij wordt geroepen om de kuische en maag-

ocr page 356

delijke bruid van het onbevlekte Lam te zijn, bewaar dan met het teederste geweten uwe liefde voor dien goddelijken Bruidegom , die , daar hij de zuiverheid zelve is , niets meer bemint dan de zuiverheid, en aan wien de eerstelingen van alles, maar voor- i namelijk die van de liefde , toekomen. In ! de brieven van den H. H eronymus zult gij al de andere onderrichtingen vinden, die voor u noodig zijn ; en dewijl uw staat u tot de gehoorzaamheid verplicht. kies eenen , geestelijken Bestuurder, onder wiens geleide gij met meer zekerheid en heiligheid u aan God kunt opdragen.

ocr page 357

PÏJIL©

i te )ten 3ni, iets

igt; a

aan

□or- i

In

ot Inleiding

t TOT HET GODVRUCHTIG LEVEN.

it u nen side aan

VIERDE DEEL.

Bevattende de noodige onderrichtingen tegen

de geringste bekoringen.

I. HOOFDSTUK.

Men woef naar het gepraat der wereldseh'

gezivden niet luisteren.

Zoodra de wereldsehgezinden gewaar worden , Philothea. dat gij godvruchtig wilt gaan leven , zult gij buiten twijfel aanstonds van hen als een schijnheilige belasterd en afgeschilderd worden. Zij zullen zeggen, dai gij ergens van iemand verstooten zijt, en u daarom tot de godsvrucht keert. Uwe vrienden zullen iu schijn van voorzichtigheid u trachten daarvan af te wenden. Zij zullen u zeggen, gij zult zwaarmoedig, van de wereld veracht, en bij eenieder ondragelijk worden.

ocr page 358

— 346 —

Öij zult roor uwen tijd oud worden, en uw huisgezin zal er door lijden. Men moet in de wereld met de wereld leven ; men kan wel anders zalig worden , enz.

Doch dit alles . Philothea ! zijn niet anders dan dwaze woorden. Dit volk behartigt noeh u, noch uwe gezondheid, noeh uwe zaken. Wan het, dat gij roor de wereld waart, zegt Christus, zoude de wereld het hare bemind heihen; maar omdat gij voor de wereld niet zijt, daarom haat zij n. (I) Men zier somwijlen menschen, die geheele nachten met spelen doorbrengen , doch is er wel eeue zwaarmoedigere aandacht te rinden . dan die in een ander spel vereiecht wordt: nochtans spreekt men daar niet tegen, eu Trienden zijn er niet voor beducht. Maar, om eene geestelijke overdenking van een uur, of om wat vroeger op te staan dan men gewoon is . tot het waardig ontvangen der heilige Sacramenten . zou men wel den heelmeester roepen , om die zwaarmoedige gedachten, zoo als zij die noemen, te doen verdrijven. Al bad meu dertig nachten met dansen eu zingen doorgebracht , zal men echter niet klagen ; maar als men op kersnacht een weinig waakt, dan hoest eu klaagt men over hoofden buikpijn. Wie ziet dan niet. dal de wereld een onbillijke rechter is, zeer inschik

(]) Joan. 15, 19.

ocr page 359

r

kelijk jegens hare kindpren . maar streng en straf tegen do kinderen Q-ods ?

Wij kunnen met de wereld niet wel staan, dan als wij ons niet haar in het verderf storten. Het is onmogelijk haar tevreden te stellen , want zij is te grillig. Onze Zaligmaker zegt: Joannes is gekomen, noch hrood etende; noch wijn drinkende, en gij zegt : hij heeft lt;len duivel in. De Zoon des menschen is gekomen , etende en drinkende, en gij zegt : ziet dien gulzigaard en dien loijnzidper. (1) Waarlijk , Philothea! zoo wij uit gevocgelijkheid met de wereld lachen, spelen en dansen, zal zij er over geërgerd zijn; indien wij het weigeren, zal zij ons van schijnheiligheiden geveinsdheid beschuldigen; indien wij ons versieren, zal zij ons eenig kwaad doel toeschrijven : indien wij ons nederig kleeden , zal zij het aan kleinmoedigheid toeschrijven. Onze vroolijkheid zal zij uitgelatenheid, en onze verstervingen zwaarmoedigheid noemen. Dus, hoe wij het keeren of niet, wij kunnen haar nooit behagen. Zij vergroot onze onvolmaaktheden; van onze dagelijksche zon-dem maakt zij doodelijke ; de zonden, die uit zwakheid voortspruiten, verandert zij in moedwillige gebreken. En gelijk de Apostel /-egt, de liefde is goedgunstig, (2) de wereld is boosaardig ; de liefde denkt geen kwaad ,

(1) Luc. 7, 33 en 34-. (2) T, Cor. 18, 4.

uw

in vel

ers )cli en. rt. he-ehi ;ier ten me 3ie iu.s en ne )ni is . quot;a-)e-oo Al n-

la-lig

d-re-k-

ocr page 360

348 —

de wereld dcnki altijd kwaad; en als zij onze werken niet kan beschuldigen , beschuldigt zij onze meeningen. Zij doet even als de wolf : of de lammeren horens hebben of niet, of zij wit zijn of zwart , om het even , hij verscheurt ze en eet ze op.

Dus , hoe wij het aanleggen of niet, de wereld zal ons altijd bestrijden. Indien wij wat te lang bij den biechtvader blijven, zal zij vragen, wat wij daar toch zeggen ? Indien wij hel niet lang maken . zal zij zeggen, dat wij niet alles biechten. Al onze bewegingen zal zij beloeren, en om een enkel grammoedig woordje, zal zij roepen, dat wij onver-dragelijk zijn. Onze zorg over het tijdelijke zal zij gierigheid, en onze zachtmoedigheid kleinhartigheid noemen; maar als hare beminnaars gram worden, dan heet zij dit kleinmoedigheid ; hunne gierigheid is zorgvuldigheid ; een te vrije omgang is beleefdheid. De spinnen kunnen nooit dienstig zijn aan de bijen , zoo ook niet de wereldgezin-den aan godvruchtige menschen.

Laat dan die blinde wereld maar praten , Philothea! laat haar schreeuwen even als een nachtuil, die de vogelen des lichts tracht te ontrusten. Laat ons standvastig in ons voornemen blijven. Onze standvastigheid zal de deugdelijkheid van Ons werk doen zien. De kometen en planeten verschillen niet veel van elkander in de oogen der menschen;

ocr page 361

— o40 —

maar de eerste vertoouen zich maar weinig tijde. Alzoo wordt ook de geveinsdheid van de ware deugd onderscheiden. De geveinsdheid verdwijnt spoedig , de ware deugd blijft bestendig. Het is zeer voordeelig aan de

I godsvrucht, in het eerst belasterd en versmaad te worden, want daardoor worden wij tegen den ij delen roem en den hoogmoed bevrijd , die even zijn als de vroedvrouwen ; van Egypte, aan wie de helsche Pharao be-: volen heeft onze goede werken, van hunnen | oorsprong af, te vermoorden. Wij zijn ge- godsvrucht, in het eerst belasterd en versmaad te worden, want daardoor worden wij tegen den ij delen roem en den hoogmoed bevrijd , die even zijn als de vroedvrouwen ; van Egypte, aan wie de helsche Pharao be-: volen heeft onze goede werken, van hunnen | oorsprong af, te vermoorden. Wij zijn ge-

I kruist voor de wereld, dus moet de wereld ook voor ons gekruist zijn; zij acht ons voor H dwazen, laat ons hare wijsheid niet benijden. kruist voor de wereld, dus moet de wereld ook voor ons gekruist zijn; zij acht ons voor H dwazen, laat ons hare wijsheid niet benijden.

II. HOOFDSTUK.

Men moet den moed niet licht verliezen.

Alhoewel het licht uit zich zelf zoo schoon en aangenaam is, verblindt het echter onze oogen, als zij wat lang in het donker geweest zijn; en alvorens men de bewoners van een vreemd land gewoon if., zal men , hoe beleefd zij ook zijn mogen , evenwel over hunne zeden verwonderd staan. Alzoo kan er ook wel, o Philothea, in het begin dezer verandering eenigen tegenstand in uw hart ontstaan ; en dit algemeen verlaten der we-reldsche ijdelheden mogelijk cenige droefheid

ocr page 362

— 550 —

en neêrslachtigheirl in u veroorzaken. Maar, ik bid ii. heb wat geduld ; want het zal niet lang duren; het is maar eene enkele verslagenheid . daarna zult gij duizende vertroostingen ontvangen. Het zal u misschien wat moeielijk vallen zoo eensklaps den roem en de eer te verlaten, met welke de dwazen hunne ijdelheden bejegenden; maar zoudt gij de eeuwige heerlijkheid daarvoor wel willen verliezen ? De ijdele genoegens, waartoe gij geneigd waart, zullen u nog voor den geest komen, om uw hart te verlokken ; maar zoudt gij zoo dwaas zijn, van daarvoor eene gelukkige eeuwigheid te willen wagen ? Geloof mij , indien gij blijft volharden, zult gij zoo aangename vertroostingen gevoelen , dat gij zult moeten bekennen. dat de wereld niet dan gal heeft in vergelijking van dien zoeten honig; en dat een eenige dag, in godsvrucht doorgebracht, beter is dan duizend jaren volgens de wereld te leven.

Maar gij zijt verschrikt door de hoogte van den berg der christelijke volmaaktheid , en gij zegt : hoe zal ik zoo hoog kunnen klimmen? Schep moed, Philothea! als de bijen nog jong zijn, kunnen zij de bergen en heuvelen nog niet opvliegen , om den honig te vergaderen; maar gevoed zijnde met den honig der ouden, krijgen zij allengs vleugelen , zoodat zij ten laatste, meer en meer versterkt, overal kunnen komen , om haar

ocr page 363

— 351 —

nas te zoeken. Wij zijn in waarheid nog als jonge bijtjes in de godsvrucht; wij kunnen nog niet tot de gewenschte volmaaktheid opvliegen , maar ais wij eenmaal beginnen vleugeltjes van goede verlangens te krijgen . zoo moeten wij betrouwen, dat wij eens volmaakte geestelijke bijen zullen worden. Laat ons. iutusschen , ons zeiven opvoeden met den honig der onderrichtingen, die onze godvruchtige voorouders ons hebben nagelaten , en God bidden , dat hij ons vleugels als die van eene duif gelieve te geven. ten einde wij zoo mogen vliegen ten tijde van dit leven . dat wij daarna in eeuwigheid mogen rusten.

TIL HOOFDSTUK.

Over den aard der bekoringen, en over hef verschil fusschen helcoord te worden , en aan ile helcoring zijne toeafewming te-ver leenen.

Stel u eene thea. die van bemind wordt ren booswicht haar tot overs stelt haar de meester voor. mishaairt haar jonge prinses voor, IMiilo-haren bruidegom ten uiterste , en denk dat haar door zeke-een bode wordt gezonden, om pel aan te zoeken. Vooreerst bode het verzoek van zijnen 2. Het voorstel behaagt of . Zij stemt er in toe, of zij 2-3


ocr page 364

— 352 —

verwerpt liet schelmstuk. Zoo ook handelen de duivel, de wereld on het vleeach . ala /.ij zien, dat eene /iel tot de bruid van don Zoon Gods verkoren is, zenden zij haar bekoringen toe, waardoor ten eerste de zonde haar wordt voorgesteld; ten tweede hehaa^t of mishaagt haar do zonde; ten laatste. stemt zij or in toe, of zij verwerpt ze. Dit zijn in het kort drio trappen, langs welke men gewoonlijk tot de boosheid komt, namelijk : de bekoring, het behagen en de toestemming. En alhoevrel men deze drio trappen in alle soort van zonden zoo openlijk niet bemerkt, worden zij evenwel zeer duidelijk in groote misdaden gekend.

Al bleef de bekoring tot eenige zonde . hoedanig zij wezen mocht, ons geheel leven duren, zouden wij daarom in het minste aan God niet mishagen, zoo wij daarin geen behagen scheppen, noch onze toestemming geven ; omdat wij in de bekoring alsdan niet medewerken, maar dezelve alleen lijden , zonder behagen ; dus hebben wij goene schuld. De heilige Apostel Paulus heeft langen tijd de vleeschelijke bekoringen ondergaan , en verre van daardoor aan God te mishagen . is het hem, integendeel, zeer verdienstig geweest. De zalige Angela van Foligny gevoelde zoo schrikkelijke vleeschelijke bekoringen , dat zij een ieder tot medelijden verwekte alsjij die verhaalde. De fl, Pranciscua

ocr page 365

— .353 —

on flc heilige nonodiotus liebbon ook dus-diinige bekoriugeu gehad; do eenc wentelde zich in de doornen , de andere in de sneeuw , om dezelve te bedwingen ; en nochtans waren /ij niettemin aangenaam aan God, en werden er , integendeel, zelfs heiliger door.

Men moet dan, o Philothea ! groolen moed hebben in de bekoringen, en zich niet laten ontroeren, zoo lang als zij ons mishagen ; men moet ook wel letten op het verschil, dat er is tusschen de bekoringen te gevoelen en aan dezelve toe te stemmen. Want men kan die wel gevoelen zonder er behagen in te nemen: maar zonder behagen kan men aan dezelve niet toestemmen. Laat dan de vijanden onzer zaligheid zoo vele aanloksels voorstellen als zij willen ; laat ze voor de deur van ons hart blijven wachten , om er in te geraken ; laat ze ons zoo sterk aanzoeken als zij verlangen : zoo lang als wij er geen behagen in scheppen , kunnen wij God daardoor niet beleedigen : even gelijk de bruidegom van die prinses , van wie ik u heb gesproken , zich over zijne bruid niet kan vergrammen, om de boodschap . die haar is toegezonden , indien zij er geen behagen in heeft genomen. Dit verschil is er nochtans tusschen de ziel en de prinses . dat deze prinses op het eerste woord dieu bode kan wegjagen, en hem voortaan niet meer kan hooren spreken; maar het is mei

ocr page 366

— 354 —

altijd in de macht van de ziel, de bekoringen te verdrijven, alhoewel het in hare macht is, in dezelve niet toe te stemmen. Daarom kan de bekoring, ofschoon zij lang blijft duren , ons niet hinderen, zoo lang als zij ons mishaagt.

Wat nu het behagen aangaat, hetwelk uit de bekoring volgt, moeten wij weten dat er twee verschillende deelen in onze ziel dienaangaande bestaan : het redelijke en het zinnelijke deel; dewijl het zinnelijke deel niet altijd aan het redelijke onaerworpen is, heeft de zinnelijkheid somtijds behagen in de bekoringen , zonder dat het redelijke deel er in toestemt. En dit is den strijd. welken de heilige Paulus beschrijft, als hij zegt : dat het vleesch heg eert tegen den qeesf , en den geest tegen het vleesch ; dat er eene andere wet is in zijne ledematen . die tegen de wet van zijnen geest strijdt. (I)

Philothea! hebt gij soms niet eenen hoop brandende kolen gezien met asch overdekt Indien men acht of tien uren daarna naar het vuur komt zoeken, vindt men er nauwelijks een vonkje meer van, en evenwel kan men met dat enkel vonkje al de andere uitgedoofde kolen weer aansteken. Hetzelfde geschiedt ook te midden der bekoring met dc liefde , die een geestelijk vuur is. Want

(1) Gal, 5, 17. Korn » 7, 23.

daar de b /elv« mim | bijm zevo h vind alho nooi ben

i ou8 | dil

t over ^ tig i rrij» 1 z on tl

^ -l8

E oin deze Dej spre met kuie loks moe

ocr page 367

daar- «ie bekoring eenig behagen ver-wekt in de zinnelijkheid der /-iel. zoo bedekt zij d^

I zelve, zoo het schijnt, met asch . on verminden dermate de Helde Gods, dal zij die I bijna vernietigt. Want zij wordt nergens meer gevonden, dan in den grond van het hart, ja het kost moeite om dezelve daar nog te ; vinden; en nochtans is zij daar, omdat wij , alhoewel geheel ontroerd in lichaam en ziel, nooit aan de zonde olquot; aan de bekoring hebben toegestemd, en het zinnelijk vermaak ons gestadig heeft mishaagd. Alhoewel mi dil vermaak rondom de ziel is, is het er evenwel niet in , omdat wij er niet vrijwillig in toestemmen; dus zoo lang er geene vrijwillige toestemming is; bestaat er geene i zonde. zelve, zoo het schijnt, met asch . on verminden dermate de Helde Gods, dal zij die I bijna vernietigt. Want zij wordt nergens meer gevonden, dan in den grond van het hart, ja het kost moeite om dezelve daar nog te ; vinden; en nochtans is zij daar, omdat wij , alhoewel geheel ontroerd in lichaam en ziel, nooit aan de zonde olquot; aan de bekoring hebben toegestemd, en het zinnelijk vermaak ons gestadig heeft mishaagd. Alhoewel mi dil vermaak rondom de ziel is, is het er evenwel niet in , omdat wij er niet vrijwillig in toestemmen; dus zoo lang er geene vrijwillige toestemming is; bestaat er geene i zonde.

IV. HOOFDSTUK.

Twee merkwaardige ooorheelden over dif onderwerp.

Er is zoo veel aan gelegen , Philothea , om deze stolquot; wel te begrijpen, dat ik u dezelve nog wat duidelijker wil uitleggen. De jongeling van wiende heilige Hieronymus spreekt, die op een zacht bed gelegd , en met zijden banden vastgekluisterd, tot on-kuischheid opgewekt werd door allerlei aan-loksels van een ontuchtig vrouwspersoon, moest buiten twijfel zeer voel in zijne zinnen

ocr page 368

— 366 —

rn verbeelding lyden; en nochtans, te midden van al die beroerten der zinnelijke bekoringen, die hem van alle kanten bestormden , toonde hij , dat zijn hart niet overwonnen was , en zijn wil daaraan niet toestemde. Want toen hij zag, dat hem alles wederspannig was, en hij niet een enkel lidmaat meer in zijne macht had dan zijne tong, beet hij die af, en spoog dezelve in liet aangezicht van die lichtekooi, die hem onverdragelijker was, dan de wreedste beulen.

Het verhaal der uit- en inwendige bekoringen , waarmede God toeliet, dat de booze geesten de heilige Catharina van Senen tegen de kuischheid aanvielen, : s hoogst bewonderenswaardig , ja men kan zich niets ijsse-lijker verbeelden, dan hetgeen wat zij in dien geestelijken strijd leed, zoo in hare verbeelding als in haar hart, door de dui-velsche inblazingen. Alhoewel al deze at-grijsselijke dingen slechts uitwendig waren, lt;1 rongen zij door middel van de zinnen, tot in haar hart, en deze maagd bekent zelve, dat haar hart er vol van was , en dat in haar niets was , dat niet werd bestormd , dan alleen het redelijke deel van haren wil. Deze beproeving duurde geruimen tijd, tot dat eindelijk Jesus Christus haar verscheen, tot wien zij zeide : waar waart gij toch , o goedertierene Heer 1 als mijn hart zoo vol was van al die vuiligheid en duisternissen ?

ocr page 369

— 357 —

lirl- waarop hij haar antwoordde: mijne lieve ijke dochter , ik was in het midden van uw hart. be- Wel hoe, zeide zij , waart gij in mijn hart, aiet waarin zoo veel onreinheid was ? woont gij liet dan ook, o Heer ! in dusdanige plaatsen ? lies Maar onze Zaligmaker gaf haar ten ant-kel woord : mijne dochter, zeg mij eens , veroor-ijne zaken deze zoo vuile gedachten u vermaak in ; en behagen , of wel droefheid en smart ? Zij em | antwoordde terstond: waarlijk, Heer, zij en. waren mij zeer bitter. Christus vroeg daarop : ko- wie was het toch , die deze groote bitterheid oze in uw hart stortte, dan ik , die in het midden den van uw hart verborgen bleef? G-eloof on- mij, mijne dochter, indien ik daar niet ise- tegenwoordig ware geweest, zouden de gein dachten, die uwen wil omringden, hem are ^ buiten twyfel overwonnen hebben, en gij ui- zoudt die door uwen vrijen wil met vermaak af- : hebben aangenomen. Maar omdat ik er te-311, | genwoordig was , stortte ik in uw hart dat tot mishagen en dien tegenstrijd, waardoor het re , weigerde aan de bekoring toe te geven. Doch in daar het de bekoring niet geheel kon ver-id , drijven, had het daarover groote droefheid , ril. die u tot meerdere verdiensten en tot meer toi j deugd gediend heeft.

3n, -5 Ziet gij nu wel, Philothea, hoe dit vuur , o met asch bedekt was , en hoe de bekoring vol £ on het behagen zelfs het hart en den wil m ? i van alle kanten omringd had; doch die door

ocr page 370

den Zaligmaker- geholpen. getrouw wederstond en weigerde toe te stemmen, W at eene smart heeft soms ^ene Godminnende ziel , omdat zij niet weet of G od in haar i» . en : of de goddelijke liefde , waarvoor zij strijdt, in haar misschien niet is uitgebluscht5 Maar daarin is de volmaaktheid der hemelsche liefde gelegen, dat de beminnaar voor de liefde strijdt, zonder dat bij zeker is, of hij de liefde heeft, waarom en waarvoor hij strijdt.

V. HOOFDSTUK.

Aanmoediging voor eene ziel, die hekoord wordt.

Lieve Philothea! die groote strijd en die sterke bekoringen worden door God toegelaten , om de ziel tot eene volmaaktere liefde ; te brengen. Men mag echter daaruit niei besluiten, dat men daartoe zeker zal geraken ; want het is dikwijls gebeurd , dat sommigen , die standvastig waren gebleven in de geweldigste strijden, daarna door lichte ' bekoringen zijn overwonnen geworden, omdat zij de goddelijke weldaden niet waarnamen. Dit zeg ik u , opdat gij moogt weten. dat het u een groot voordeel is, door geweldige bekoringen beproefd en door God gereinigd te worden; maar opdat gij evenwel altijd zoudt blijven rreezen, van door

ocr page 371

der- lichte bekoringen overwonnen te wotden j jeu0 (in daarom moet gij God gefcrouw blijTen jol , ; aanhangen.

en Op welke wijze dan ook bekoord wordt, jdt, Hebt gij. zoo huig als uw wil zijne toestem-aar ming weigert, geene reden u daarover te ch»' verontrusten : want God wordt daardoor »ic geenszins beleedigd. Als iemand in onmacht j dlt;' valt en geene teekenen van leven meer geeft, jdl. dan lejzt men gewoonlijk de hand op zijn hart. en uit de minste beweging, die men daar gevoelt , oordeelt men , dat hij niet dood is , en dat men wel door een olquot; ander middel *lt;/ hem zijne krachten kan doen herkrijgen. Alzoo schijnt ook somtijds de ziel door het geweld der bekoring al hare krachten te die ï verliezen, zoo dat men er geen geestelijk ge- leven meer in meent te vinden; maar willen fdf wij zekerheid hebben, zoo laat ons de hand liei op het hart leggen , en voelen of er nog be-ra weging in is; dat is , oiquot; het weigert in die lat 1 bekoring en in dat behagen toe te stemmen, en •; I ndien het zoo is, zijn wij verzekerd, dat ite j i er nog liefde en leven in is ; dat Christus , m- alhoewel bedekt, te midden er van woont, ir- en dat wij door het gebed en de heilige ii, Sacramenten onze krachten nog zullen her-je- i] krijgen, en volmaakt leven.

ad i

n- I _

or g

ocr page 372

— 360 —

VI. HOOFDSTUK.

flor de bekoring en het enkel hehagen zonde kunnen zijn.

De prinses , van welke wij te voren gesproken hebben, is de oorzaak niet, dat haar zulk een oneerlijk verzoek wordt voorgesteld , dewijl het tegen haren wil geschiedde ; maar zoo zij daaraan door eenige aan-loksels oorzaak had gegeven , dan zoude zij buiten twijfel ook schuldig zijn aan het aanzoek , zelfs al scheen zij het te verwerpen, en met recht zou zij er over bestraft worden. Insgelijks maakt ook soms de bekoring alleen ons aan de zonde plichtig, omdat wij er oorzaak van zijn. Bij voorbeeld, ik weet, dat ik door het spel licht tot toorn en tot laster gebracht wordt, en vervolgens , dat het spel mij eene bekoring is : dan zondig ik zoo dikwijls als ik speel, en ben schuldig aan al de bekoringen, die daaruit zullen voortkomen. Even/.oo, indien ik weet, dat eenig gezelschap mij tot bekoring dient, ben ik , indien ik er wetens en willens naar toe ga, buiten twijfel schuldig aan al de bekoringen , die mij daardoor zullen overkomen.

Als men het vermaak , hetwelk uit de bekoring voortkomt, kan vermijden , zoo is het zonde dit vermaak ol die verlustiging toe te

ocr page 373

— 361 —

Inton , grooto of kleine , naarmate van hot heilagen en van de toestemming. Het is altijd berispelijk , als die jonge prinses, van ule wje wjj hebben gesproken , na het aanhoo-ren der oneerlijke boodschap , daar behagen | in genomen en haar hart daarmede bekom-'equot; merd had. Want alhoewel zij de zaak zelve niet wilde volbrengen, laat zij evenwel haar gt;rquot; hart op zekere wijze daaraan toestemmen, namelijk door het behagen. Nu , het is immer n' kwaad, zoo wel het hart als de zinnen op !,J oneerbare dingen te stellen.

a' Als gij dan bekoord wordt tot eenige

1» zonde, zie wel toe , of gij vrijwillig oorzaak pquot; tot die bekoring hebt gegeven. Want alsdan © . stelt u de bekoring zelfs in zonde, voor het ü gevaar , waarin gij u hebt geworpen. Dit » moet nochtans verstaan worden, indien gij

de gelegenheid daarvan redelijkerwijze hebt ^ kunnen schuwen , en het aankomen der be-

ï koring hebt kunnen voorzien. Maar zoo gij

gt; geene oorzaak aan de bekoring hebt gegeven .

1 zoo kan zij u in geenerlei wijs tot zonde

^ worden gerekend.

Als het vermaak , hetwelk uit de bekoring volgt, geschuwd kan worden , en men zulks niet vermeden heeft, dan is er altijd eenige zonde in gelegen, mindere of meerdere, naarmate van het genomen vermaak.

Rene vrouw , die zonder oorzaak te geven , tan iemand geliefkoosd wordt, en nochtans

ocr page 374

daarin vermaak schept , verdient berispt en bestraft te worden , indien namelijk dit ver= maak geene andere oorzaak 1 leeft dan dp liefkozing zelve. Maar indien, bij voorbeeld, de minnaar zeer wel op de fluit speelde, on zij vermaak nam, niet in zijn oneerlijk aanzoek, maar in het zoete en aangename geluid . dan zou daarin geene zonde gelegen 7.ijn; maar zij zoude dit niettemin moeten afbreken, als zij zijn doel gewaar wordt. Insgelijks, zoo mij iemand eene list voorstelde, om mij over rnijnan vijand te wreken , en dat ik geen vermaak noch toestemming geefquot; in de wraak, doeh eenig vermaak nam in de scherpzinnigheic' van dit listig uitgedacht middel, dan zoude ik wel niet zondigen , maar ik zou nochtans niet lang daarin mogen blijven , uit vrees dat de wraak mij allengskens mocht behagen.

Men gevoelt somtijds onvoorziens in hel begin der bekoring eenig schielijk vermaak; dit is geene, of zeer kleine zonde; maarzij wordt grooter, indien men verzuimt dit vermaak te verwerpen , en nog groot er , indien men er zich vrijwillig bij ophoudt. Maar als men met voorbedachtheid en met een moedwillig opzet in dergelijk vermaak behagen blijft scheppen, dan is dit opzet zelf eene zeer groote zonde , zoo de zaak , waarin men vermaak schept, merkelijk kwaad is. Het is zeker eene groote misdaad , als eene vrouw

ocr page 375

303 —

oneerlijke liefde voedt, alhoewel zij de daad nooit zou willen bedrijven.

VIT. HOOFDSTUK.

Hulpmiddel in zware bekoringen.

Zoo haast als gij eenige bekoringen gewaar wordt, doe, gelijk de kleine kinderen, die. als zij in het veld een wolf ot een beer zien aankomen , terstond naar hunne ouders loo-pen, ot' ten minste zij roepen hen om hulp. Neem ook alzoo uwe toevlucht tot God; bid hem om zijne hulp en barmhartigheid. Dit is liet middel. hetwelk Christus ons leert . /.eggende : hirf. opdat gij in gr ene heJcorinq valt. (I)

Indien gij ziet , dat de bekoring blijft duren, of nog vermeerdert, omhels inden L:eest het heilige Kruis. alsot gij Christus aan hetzelve voor u zaagt hangen ; zeg hem . dat gij aan de bekoring niet wilt toestemmen ; verzoek zijnen bijstand en blijf volharden zoo lang als de bekoring duurt, om aldus aan God te betuigen , dat gij op geene wijze dezelve wilt aannemen.

Doch terwijl gij daarmede bezig zijt, keer u niet te zeer naar de bekoring, maar vestig uwe oogen op Christus alleen. Want indien !»ij de bekoring te zeer aanziet , voornamelijk

(J) Mat tl». 35, 14.

ocr page 376

— .0i64 -

»1» zij geweldig is , zoudt gij cr licht onder bezwijken.

Houd uweu geest bezig met oenige goede oefeningen; want door deze bekommering zullen alle bekoringen en kwade ingevingen allengskens verdwijnen.

Ken goed en algemeen hulpmiddel tegen alle bekoringen, is , zijn hart aan zijnen ziel-bestuurder rechtzinnig te openen en hem alle ingevingen en genegenheden te kennen te geven. Want het eersve , hetwelk de diii-vel van eene ziel, die hij wil verleiden , tracht te verkrijgen, is het zwijgen ; gelijk een losbol doet, die eene vrouw of eene jonge dochter tot schande tracht te brengen, öod wil, integendeel, dat men alles aan zijne geestelijke leidslieden zal kenbaar maken.

Indien de bekoring ons hardnekkig blijft vervolgen, moeten wij niet anders doen dan van onzen kant standvastig onze toestemming blijven weigeren. Niemand kan trouwen , zoo lang hij neen zegt; alzoo kan ook de ziel geenszins tot zonde vervallen , als zij neen zegt.

Wacht u van met uwen vijand te twisten : geef hem geen antwoord , dan alleen liet geen hem onze Zaligmaker zeide , om hein te beschamen : vertrek satan; den Keer. uwen God, zult gij aanbidden , en liem alléén dienen. (1) En gelijk eene eerbare en kuiaohe

(1) Matth, 16;

ocr page 377

— 30 5 —

vrouw uioi cou on kol woord bolioort ie spro-keu tegen hom , dio Imarzoekt tc verleiden, ja zelfs hom niet eens te bezien , maar haro getrouwheid tot haren bruidegom moet vernieuwen , alzoo moei eeno godvruchtige ziel niet aan den bekoorder antwoorden, maar zich tot Jesus, haren bruidegom, wenden, en hem hare standvastige getrouwheid vernieuwen.

VIII. HOOFDSTUK.

l\Ten moet de kleine bekoringen wedersfaan.

Alhoewel men tegen zware bekoringen met eenen onoverwinnelijken moed behoort te strijden, en dat hare overwinning ons ten uiterste nuttig is, kunnen wij niet te min somtijds nog meer nut trekken uit de kleine te overwinnen. Want gelijk de eerste de kleine in grootheid te boven gaan , zoo overtreffen de kleine de andere zoodanig in getal , dat hare overwinning aan de eerste met recht mag vergeleken worden. De wolven en de beeren zijn ongetwijfeld veel vreeselijker dan de vliegen en muggen : maar de eerste doen ons zoo veel ongemak en kwelling niet aan. Het is gemakkelijk zich van eenen doodslag te onthouden; maar het is moeielijk de-kleine dagelijksehe gramschappen te mijden. Üet ia licht aan man en vrouw zich van

ocr page 378

— 360 —

overspel te wachten, maar zoo licht niet. zich te wachten van dartele lonken, liefkozingen, omniet een minnewoord je te zeggen , of het met vermaak aan te hooren, enz. Het is hun gemakkelijk , geene uitwendige ijverzucht te veroorzaken. maar zoo licht niet alle vreemde liefde uit het hart te verbannen. Het is licht eens anders goed niet te stelen, maar zoo licht niet hetzelve niet te begeeren. Het is licht geene valsche getuigenis in het recht te spreken . maar moe lelijk zich van alle leugens te wachten. Het is licht zich niet dronken te drinken . maar lastig in alles matig te leven. Het is licht niet te staan naar iemands dood , maar lastiger hem nooit eenig ongemak toe te weu-schen. Het is licht zijnen naam en faam niet te benemen , maar het is moeielijk hem nooit te misprijzen. Kortom . al deze bekoringen van haastigheid, van argwaan, van nijd . van ijverzucht, van ijdelheden , van geveinsdheden, van listigheden, en van oneerbare gedachten , zijn de dagelijksche oefeningen, zelfs van de allergodvruchtigste en standvastig-ste menschen. Daarom moeten wij ons, lieve Philothea ! tot den strijd bereid maken; en wees verzekerd, zoo dikwijls als wij die kleine vijanden overwinnen, dat wij zoo vele nieuwe verdiensten bij Clod verwerven. Dewijl wij dan de gelegenheid afwachten om groote bekoringen te bestrijden, moeten wij

ocr page 379

— 357 -

niet .ma intunBcbei! surgvuUUg warHten dese

liet- lilpinprr dRgolijlisclie nauvallen.

zeS'

enz. IX. HOOFDSTUK.

dige | .

licht Hidpmiddelen tegen de kleine hckorlnqvn. ver- !•

niet lt; ]gt;e leegte wijze om aan die bekoringen to niet wedcrstaan , waarvan wij niet minder bevrijd ge- blijven dan van de listigheid der vliegen en )eie- muggen, is, er zich niet over te kwellen. Het Want al die verdrietige kwellingen kunnen mar ons niet schaden, indien wij maar den Ifeer icht: getrouw willen dienen.

las- Veracht dan al deze kleine aanvallen , en ven-1 gewaardig u niet eens daarop te letten. Laat niet dezelve rondom uwe ooren zwermen zoo lang ooit ^ zij willen , laat ze heen en weèr vliegen en )gen loopen, gelijk men de vliegen laat snorren; lijd . i doch als zij u steken, en eenigzins in nw nsd- hart blijven, jaag ze dan weg . alsof zij uwe gramschap niet waardig waren. Oefen u zelfs .somtijds in eenige tegenstrijdige werken, voor-stig- namelijk in de liefde Gods; maar wees ook lievei niet al te veel bezorgd om op elke bijzonen dere bekoring te letten , of om altijd eene tegenstrijdige deugd te willen oefenen; want dit ware als met die bekoring twisten; en zij verdienen zoo veel niet. jSadat gij dan iets in het algemeen tegen de kwellingen gedaan znlt hebben, keer dan uw hart tot

24

die velt' De-on» wij

ocr page 380

— 368 —

de» gekruisien Jesus , en kus in den geest zijne heilige voeten.

Dit is het beste middel, om altijd, zoo wel in groote als in kleine bekoringen, den Tijand te overwinnen. Want dewijl de liefde Gods in zich zelve al de volmaaktheden van de andere deugden op de verhevenste wijze bevat, zoo is er ook niets krachtiger tegen alle aanvechtingen ; en indien gij u gewoon maakt dit hulpmiddel tegen alle aanvallen trouw te gebruiken, zult gij bevrijd zijn van den aard der bekoringen te moeten onderzoeken. Dit hulpmiddel is ook zoo schrikkelijk aan den helschen vijand ; dat hij liever zal nalaten u te bekoren, dan door zoodanige liefde tot God overwonnen te worden.

Dit zij genoeg wegens die kleine en bijna dagelijkse he bekoringen, waarmede men zich het hoofd niet veel moet breken, om ze in bet bijzonder te willen vernietigen.

X. HOOFDSTUK.

Hue men zich tegen de hekorlngtn moet wapenen.

Onderzoek van tijd tot tijd , welke driften en genegenheden allermeest in uwe ziel de overhand hebben. Als gij die ontdekt hebt, zult gij eene leefwijze aannemen , die daarmede strijdig is in gedachten, woorden en

L_

ocr page 381

wcrkcu. Bij voorbeeld , indien gij u geneigd rindt tot IJdelheid, zoo overdenk dikwijls dc ellende van het menschel ijk e leven; met wat kwelling die ijdelheden uw geweten op uw doodsbed zullen vervullen ; hoe onbetamelijk zij zijn voor eene edelmoedige ziel , dewijl het niets anders zijn dan beuzelingen , enz. Spreek ook dikwijls me»; verachting tegen de IJdelheid . alhoewel zulks niet van harte gaat; want zoodoende zal u de tegenstrijdige deugd allengskens beminnelijk en die zonde hatelijk worden. Oefen u ook, zoo veel als het u mogelijk is , in werken van vernedering, niettegenstaande uw tegenzin ; daardoor zult gij meer bevestigd worden in de ootmoedigheid , en de ijdelheid zal op hetzelfde oogenblik ook verminderen , zoo dat, als de bekoring zal aankomen , zij u zonder genegenheid zal vinden, en zooveel te gemakkelijker zal kunnen bestreden worden.

Indien gij tot gierigheid geneigd zijt, denk dikwijls op de dwaasheid dezer drift, die ons slaven maakt van datgene, wat maar geschapen is om ons te dienen, en hetwelk wij, stervende, misschien zullen moeten overlaten aan dengenen, die het zal misbruiken , of die er zijne verdoemenis mede /.al bewerken., enz. Spreek ook zeer sterk fle gierigheid tegen; prijs zeer het verachten der wereldsche goederen ; doe u geweld aan , om aalmoezen te geven en liefdewerken te

ocr page 382

— 370 —

oefenen , pn IbbI Rotniijds oenige gelegpohei^ vau wijigl. voorbijgaan.

fndien jjij genegen zijt om tc beminnen on bemind te worden , denk , lioe gevaarlijk zulk* voor n en voor anderen is; hoe onbetamelijk liet is, de edelste genegenheid van ons hart te misbruiken, en hoe zeer dil verdient als eene dwaze lichtzinnigheid van eenieder berispt te worden. Spreek dikwijls met lof vau de zuiverheid des harten , en oefen u, zooveel mogelijk in de werken, die met deze deugd overeenkomen: versloot alle ijdelheid en liefkozerij.

Eindelijk, oefen u, ten tijde van vrede; dat. is , als de bekoringen tot de zonden . waartoe gij meest genegen zijt, u niet kwellen, in vele werken van deugden, die tegen zulke zonde strijden : zoek er do gelegenheid van op ; want door zoo te handelen , zult gij uw hart tegen de aanstaande bekoring versterken.

XI. HOOFDSTUK.

()oer de ongerustheid.

De ongerustheid is niet alleen eene bekoring, maar eene overvloedige en slechte bron van vele andere bekoringen. Dus moeten wij hiervan een woordje spreken. De droef-heid is niets anders dan eene kwelling des geestes, over eenig kwaad , hetwelk ons te-

ocr page 383

— 371 —

gen onzen wil ia overkomen , hetzij dat dit kwaad uitwendig is : als armoede , ziekte , versmading; hetzij inwendig: als onwetendheid , dorheid der ziel, bekoring, enz. Als de ziel dan zoo iets gevoelt, mishaagt dit haar, en dit is droefheid; en dadelijk wenscht zij daarvan verlost te zijn. Tot hiertoe heelt zij reden; want een ieder verlangt natuurlijk het goed en vliedt liet kwaad.

Doch indien de ziel middelen zoekt, om van haar kwaad verlost te worden uit liefde tot God , zal zij dezelve geduldig, nederig en gerust zoeken , en meer hare verlossing van de goedheid en voorzienigheid G-ods, dan van haar eigen verstand en arbeid ver-wachten. Maar indien zij de verlossing verwacht uit eigenliefde, zoo zal zij met angst de middelen zoeken, alsof zij meer van haar zelve, dan van God moesten komen. Ik zeg niet, dat de ziel inderdaad zulks meent, maar zij handelt , alsof zij dit meende.

Tndien zij aanstonds niet. datgene verkrijgt wat zij verlangt, wordt zij ongerust en ongeduldig; en indien het kwaad door onze middelen niet weggenomen, maar nog vermeerderd wordt, zoo vervalt zij tot zoodanige weemoed en benauwdheid, dat er tegen haar kwaad geene hulpmiddelen meer over schijnen. Gij ziet hier dan duidelijk , dat de droefheid, die in het begin goed en rechtvaardig was, de ongerustheid, voort-

ocr page 384

— 372

brtuigl/, on dc ongornetheid, du weemoed, die tea laatste wel tot de wanhoop zoude leiden.

Behalve de zonde; is de ongerustheid het grootste kwaad, hetwelk aan de ziel kan overkomen. Want gelijk de binnenlandsche oorlogen de schadelijkste zijn aan een rijk . alzoo is ook de ongerustheid het verderfelijkste aan onze ziel, dewijl zij hierdoor allengskens de kracht verliest, zoowel om de verkregene deugden te behouden, als om de bekoring des vijands te wederstaan , die alsdan zijn uiterste best doet, om , zoo men zegt, in troebel water te visschen , en de /.iel in zijn net te vangen.

De ongerustheid komt voort uit een ongeregeld verlangen, om van het kwaad, hetwelk men gevoelt, verlost te worden; ol om het goed te verkrijgen , en dat men verlangt; en nochtans is er niets zoo geschikt om het kwaad te vermeerderen en het goed te verhinderen , dan die gedurige angst. De vogelen blijven in de netten hangen . omdat zij , na ergens aan vast geraakt te zijn. met heen en weer te springen , willen losraken; waardoor zij nog meer in het net verwarreu. Wanneer gij dan zeer begeerig zijt om van eenig kwaad verlost te worden, of om eenig goed te bekomen, tracht vooral uwen geest te bedaren , eu ugt;v oordeel eu nweu wil te ■tillen, om alsdan zachtjes tot hut oogmerk

ocr page 385

— 373 —

van uw verlangen to komen. Doch al» ik zog op eene zacht© wijze, dan wil ik niet zeggen met traagheid, maar zonder angst of overijling. Want anders zult gij , in plaats van uw doel te bereiken , alles bederven, en u nog veel meer verwarren. Mijne ziel u altijd in mijne handen, zeide David, en uwe wei heb ik niet vergeten. (1) Onderzoek dikwijls door den dag , maar ten minste *s morgens en 's avonds , of gij uwe ziel in uwe handen hebt, en of zij u niet ontnomen is door eenige drift of ongerustheid. Zie, of gij nog meester zijt van uw hart, of dat het u ontsnapt is door eenige ongeregelde drift van liefde , haat, nijd gierigheid , vrees, verdriet of blijdschap. En bijaldien het in iets is afgedwaald , tracht het allengskens tot Gods tegenwoordigheid weder te brengen , door O]) nieuw al uwe driften onder de gehoorzaamheid en liet bestuur van zijnen goddelijken wil te stellen. Gelijk degenen . die vreezen iets kostbaars te verliezen, hetzelve gestadig in hunne handen houden . alzoo moeten wij , naar het voorbeeld van dien godvreezenden koning; altijd zeggen: o mijn God ! mijne ziel is in gevaar; daarom draag ik haar in mijne hand . opdat ik uwe heilige wet niet vergete.

haat nimmer (oe. dal uwe geuogduhedeu .

(1) Pdalra 118 gt; IJ9.

ocr page 386

— 374 —

hoe klein zij ook zijn, in het minste uw hart ontrusten; want na kleinere zonde zou licht eene j^rootere ontsteltenis volgen. Maar als gij ziet dat: gij ongerust wordt, beveel u dan aan God , en maak een vast besluit van uw verlangen niet in te volgen, tot dat awe ongerustheid over is , ten ware de zaak niet uitgesteld kon worden ; ;.n zulk geval moet gij met een zacht geweld den stroom uwer begeerte tegenhouden en matigen zoo veel als gij kunt; en doe dan datgene, wat de rede, en niet datgene, wat uw verlangen van u vordert.

Indien gij uwe ongerustheid aan uwen zielbestuurder, of tenminste aan eenen trouwen en godvruchtigen vriend, kunt kenbaar maken, zult gij buiten twijfel aanstonds bedaard worden en tot vrede geraken. Want de ontsluiting van de droefheid des harten heeft dezelfde kracht jegens de ziel, als het aderlaten in eene brandende koorts op het lichaam. Dit middel is ten uiterste goed. De H. Koning Lodewijk gaf ook dezen raad aan zijnen zoon : Indien gij eenige ongerustheid in uw hart gevoelt, zeq het aanstonds aan uwen biechtvader of' aan ten ander vroom man; alzoo zult gij mv ongeniale, door de versterking die a gegeven zal worden, lichter kunnen dragen.

1

ocr page 387

— 375 —

\IX. HOOFDSTUK.

Over de droefheid.

De droefheid', die volgens God is, zegt de H. Paulus, brengt eene boetvaardigheid voort, h die standvastig is ter zaligheid; maar dr droefheid der wereld haart den dood. (1) 33e droefheid dan kan goed en kwaad zijn, volgens de verschillende uitwerksels die zij in ons voortbrengt. Zij brengt nochtans meer kwade dan goede voort; want zij brengt maar twee goede voort. namelijk : de barmhartigheid en de boetvaardigheid; en integendeel wel zes kwade, te weten: de angstvalligheid , de traagheid, de gramschap, de ijverzucht, den nijd en het ongeduld, hetwelk den Wijze-man heeft doen zeggen : de droefheid heeft er velen gedood , en er is geen : voordeel in haar te vinden: (2) dewijl er uit haar tegen twee goede takken wel zes kwade voortspruiten.

De duivel neemt den tijd van droefheid waar, om zijne bekoringen tegen vrome menschen in het werk te stellen. Want gelijk hij tracht de boozen in hunne zonden te verheugen , zoo zoekt hij tevens de goeden mistroostig te maken ; en geiijk hij ons tot liet kwaad niet brengt, tenzij door ous het

(l) Cor. 7, 10. (2) Eoch SO. 25.

ocr page 388

— 3/0 —

kwaad uaugcuuam te makon, zoo kim hij o ons van het goed niet aftrekken , dan met renste aan ons hetzelve te laten mishagen. De dui- mijne vel verblijdt zich in onze zwaarmoedigheid . degon omdat hij zelf zwaarmoedig is . en het eeuwig ^e zal blijven. Dus wenseht hij . dat een ieder der d zij zoo als hij. dat a

De slechte droefheid ontstelt en neemt de drieti vrede der ziel weg, veroorzaakt onmatige na di vrees, en walging tot bidden ; zij bezwaart die c het hoofd, berooft de ziel van raad , oordeel. te m verstand en sterkte, door haar al hare krach- daar' ten te ontnemen. Met één woord, zij is als tegei eene felle koude, die al de schoonheid der aarde vernielt, en al het gedierte doet ver- ^ stijven, want zij beneemt aan alle zielen daar alle zoetheid en maakt haar machteloos tot | gew alles. zoo

Indien het somtijds gebeurde , Philothea , we^ dat gij met deze slechte droefheid bevangen 'iU werdt, zoo gebruik daar het volgende middel dw( tegen, hetwelk de H. Jacobus ons voor- I schrijft: Is er iemand ran u bedroefd, dat hij hidde. (1) Het gebed is een zeer goed en j 7'xegt; algemeen hulpmiddel want het verheft den 7WI geest tot God . die onze eenigc vreugd en drc al onze vertroosting is; maar als gij bidt , ^ zult gij woorden gebruiken, die u tot be-trouweu op God opwekken. Bij voorbeeld ^

lie

(1) Jac 5. 13, li®

ocr page 389

— 377 —

o God aller barmhartigheid! o goedcriic-reuste Zaligmaker! o God van mijn hart, mijne vreugd! mijne hoop! mijn lieve bruidegom ! welbeminde mijner ziel! enz.

Stel u kloekmoedig tegen de beginselen der droefheid, en alhoewel het u toeschijnt, dat al uwe werken op dien tijd lauw , verdrietig en onachtzaam zijn , laat daarom niet na daarin te volharden. Want de duivel, die ons door de droefheid lauwhartig tracht te maken , door te zien, dat wij het goed daarom niet nalaten, maar dat wij , ook tegen onze genegenheid , hetzelve uitwerken , zal ons wel gerust laten.

Verkwik u door een geestelijk lied, want daardoor is de booze geest soms gedwongen geweest zijne bekoringen op te schorten , zoo als blijkt uit den kwaden geest , door welken Saill gekweld werd, wiens kracht en geweld door het harpspel van David bedwongen werd.

Het i« ook zeer goed, zich met eenige uitwendige werken bezig te houden , om de ziel van hare droefheid af te wenden , en de zwaarmoedigen op te wekken. Immers de droefheid komt voort uit een koud en droog lichaamsgestel.

Verricht deze uit wendige werken met ijver, al vindt gij daarin geeneu smaak. Omhels het beeld van den gekruisten «Tesus; druk hst aan uw hart; kus het aan handen en

■1 llij met ! dui-iieid . uwig ieder

it do itige a aan (eel. ich - ' als der m'-ïlen tot i

ea. ; »eii del or-faf I en li len en t .

)e-i :

ocr page 390

— 378 —

voeten ; het uwe hauden en uwe oogeu hemelwaarts ; verhef uwe stem tot God door vurige woorden , als bij voorbeeld: mijn he-minde is aan mi), ev ik aan hem ; mijn beminde is mij als een bundeltje mirrhe; oy mijn hart zal hij rusten. (1) Mijne oog en zijn beziveken in uw woord, o mijn God ! wanneer zult rfij mij vertroosten ? (2) o JeBus ! wees mij een Zaligmaker. Leve Jesus , en mijne ziel zal leven. Wie zal mij scheiden van de liefde van mijnen God (.'gt;)

Een matige 1 ijtkastijding kan ook goed zijn tegen de droefheid, omdat deze vrijwillige kastijding de inwendige vertroostingen verwerft, en omdat de ziel door de uitwen-dige pijn hare inwendige duoefheid vergeet, Hiertoe is ook voortreffelijk, dikwijls het H. .Sacrament dos Altaart te ontvangen: want dit hemelsch brood versterkt het hart en verheugt den geest.

Openbaar nederig aan uwen geestelijken leidsman al de smarten, genegenheden, verlangens , driften en ingevingen , die uit uwe droefheid voortkomen ; zoek het gezelschap van geestelijke personen, en wees bij hen zoo veel als het u mogelijk is. Ten laatste, geef u gansch over in de handen van uwen God, door u te bereiden om deze pijnlijke

(1) Cant. 1 , la en 3, IG. (2) Panlm 118 , 82 (3) Kom. S . 35.

droeft

^ recht* •i Uen, | genoe; 1 droef l

li Oi.w en

Br • nudei de le herfe : wint ande 1 Selijl

! quot;'IgC andc andi s i en men klei den: vlie dan kan doo gen spo of i

ocr page 391

— 379 —

u ho- droefheid geduld lo verdragen, als de dooi- reohfcvaardige straf van uwe ijdelo verroa-n he- ^en, eu twijfel niet of God zal u, na u n 5e-1genoegzaam beproefd te hebben, van deze ; opt droefheid verlossen.

XIII. HOOFDSTUK.

wan-

Bus ! (frer de geestelijke en gevoelige vertroosfingen , gt; eu ■ cn hoe men zich daarbij moei gedragen, nden |

Er bestaan in deze wereld gedurige vergoed ^ :mderingen , waardoor de dag in den nacht, wil- leute in den zomer, de zomer in den igen herfst, de herfst in den winter , en de ren- winter wederom in de lente gestadig ver-eet, { 'inderd worden, en geen van al die dagen het [j gelijken ooit volkomen aan elkander. Som-en ; uiige dagen zijn mistig , eenige regenachtig. art andere droog en winderig. Doch deze veroudering brengl aan de wereld een groot een sieraad bij. Hetzelfde geschiedt ook in den er- mensch , die, volgens het spreekwoord, eeue we kleine wereld gelijkt. Want hij blijft nooit in iaj» denzelfden stand , en zijn leven loopt als een en vlietend water voorbij ; nu drijft hij hoog , te, dan weer van den eenen tot den anderen en kant, dan door de hoop omhoog , daarna ke door de vrees omlaag ; nu door vertroostingen naar den rechterkant, dan door tcgen-*2 spoed naar den linker. Nooit heeft hij een dag of een uur , die volkomen voor hem gelijk is.

ocr page 392

— 380 —

Ziehier nu een gewichtig oiiderricht : ■' trachten wij , in het midden van al deze Ter-anderingen eene volmaakte gelijkheid van geest te bewaren; en blijven wij, alhoewel alles rondom ons draait en verandert, nochtans onbewegelijk naar onzen God opzien , op hem letten , en naar hem trachten. Dat het schip eene streek neme zoo als het wil; laat het zich wenden naar het oosten of naar het westen, naar het noorden of zuiden ; het kompas zal toch altijd naar de poolster zien. Laat alles , niet alleen rondom ons , maar ook binnen ons, omgekeerd worden ; dat is, laat de ziel droef of blijde , welgemoed of beangst, verlicht of duister, in bekoring of in vrede, in smaak of in walging, dor of blijgeestig, vurig oi' lauw zijn; keer u altijd naar de noordster van uw hart, dat is , naar de liefde van God uwen Schepper eu Zaligmaker. Hetzij wij lecen, hetzij wij sterven, zegt de heilige Apostel, wij hekoo-ren den Heere toe. Wie zal ons scheiden can de liefde Gods? (1) Niets , noch tegenspoed, noch benauwdheid , noch dood , noch leven, noch de tegenwoordige droefheid , noch de vrees voor het toekomende, noch de listen des duivels, noch de zoetheid der vertroostingen , noch de bitterheid der kwellingen , noch de gierigheid , noch de dorheid des

(1) Hom. 14* j 3 en 35.

ocr page 393

— 381 —

geestos, mag üiis ran deze heilige liefde, die in Christus is, aftrekken.

Zulk een sterk voornemen, van nooit God of zijne liefde te verlaten, dient aan onze ziel tot een tegenwicht, om haar in al de ! wisselvalligheden des levens in eene heilige gelijkmatigheid te behouden. Want even als de bijen, wanneer zij merken dal zij door den sterken wind overvallen worden, kleine steentjes aangrijpen, om niet zoo lichtweg geslingerd te worden , alzoo moet ook onze i ziel, in het midden der veranderlijkheden, zoo geestelijke als tijdelijke , en zoo in- als uitwendige, standvastig zien te blijven in de liefde van God , die zij verloren heeft.

Maai- behalve deze algemeene les, hebben wij nog eenige bijzondere onderrichtingen : noodig.

Ik zeg dan ten eerste, dat de godsvrucht niet gelegen is in die zoetheid, in dien I smaak, in dien troost en gevoelige beweeglijkheid des harten. die ons dikwijls tranen doet storten, en ons in de geestelijke oefeningen eene zeer aangename voldoening geef t. Neen, Philothea ! dit is de godsvrucht niet; want men vindt vele menschen, die deze dingen gevoelen en evenwel vol zonden zijn , en diens volgens noch oprechte liefde, noch godsvrucht hebben. Saiil vervolgde den on-schuldigen David, die voor hem vluchtte, zelfs tot in de woestijn Engaddy, waarin

ocr page 394

— 382 —

Saül hiouptt ging. Daar hij geetie arhterdocbt Toedrle, koude David hem aldaar gemakkelijk hei leven benemen; maar verre van daar : hij wilde hem zelfs niet verschrikken . maar riep hem na, om hem zijne onschuld te betuigen, en hem te doen zien, hoe hij hem in zijne handen gehad had. Wat deed Saül hierop? Hij werd ontroerd; hij noemde David zijnen zoon; hij storte tranen; hij prees zijne goedaardigheid; hij bad God voor hem : voorzeide hem zijne toekomende grootheid , beval hem zijne nakomelingen aan. Welke groot ere minzaamheid konde hij hem nog verder betoonen ? Maar met dat alles was zijn hart niet veranderd, hij bleef David even sterk vervolgen. Aldus worden ook vele mensohen tot tranen , verzuchtingen en gebeden bewogen , als zij het lijden van onzen Zaligmaker overdenken, en men zou zeggen, dat zij zeer godvruchtig zijn; maar als men hen nader beschouwt, zal men bevinden dat al die tranen zeer gelijken aan eenen zomerschen regen, die wel met groote druppelen neerstort, maar niet aanhoudt, en in de aarde niet doordringt. Dus is hij maar geschikt om paddestoelen te doen groeien. Alzoo zijn ook de tranen; zij gaan in het hart niet, zij laten den mensch gelijk hij is , zonder zijne genegenheden te veranderen. De mensch zal daarom, bij voorbeeld, geen cent wedergeven van hetgeen hij on-

ocr page 395

— 383 —

rechtvaardig bezit, oi niet eene booze genegenheid verlaten, of eenig het minste ongemak op zich willen nemen ten dienste van dengenen , welken hij zoo zeer beweend. Al die goede bewegingen van hun hart zijn aldus niet dan een valsch gevoel van godsvrucht geweest; zij zijn niet alleen geene godsvrucht, maar zelfs dienen zij aan den duivel, om de menschen daardoor gerust te stellen, en hen te bedriegen , omdat zij naar de ware godsvrucht niet zouden trachten . die bestaat in eenen vasten en vaardigen wil van in alles de goddelijke wetten te volbrengen.

Ken kind zal bitter weenen , als het ziet . dat zijne moeder wordt achtergelaten; maar indien de moeder alsdan van het kind zijnen appel, of iets dergelijks, vroeg, zoude datzelfde kind het niet willen overgeven. Zoo zijn meest al onze godvruchtigheden. Als wij het hart van onzen gek ruisten Christus met eene lans doorstoken zien, weenen wij; het is billijk, Philothea! dat wij over den dood en het lijden van onzen Zaligmaker weenen : maar waarom geven wij hem niet die kleiue zaak , welke hij ons vraagt, namelijk ons hart ? waartoe geven wij hem niet die kleine genegenheden en voldoeningen, welke hij uit onze handen verlangt? Is dit niet een klaar bewijs, dat wij de vergankelijke dingen nog meer lief hebben dan hem ? Do godsvrucht

ocr page 396

3rt 1 —

dau is geeuaiuö golegou in cli« aand'umiugen en t-epro j^enegonhedeTi, die soras vourtkomnn uit «en lichaamsgestel, dat licht te bewegen I is, en die de duivel dikwijls opwekt, gelijk wij hiervoren gezegd hebben, om de men-schen tot eene nadeelige rust te brengen.

Evenwel zijn deze gevoelige aandoeningen, als zij uit godsvrucht voortkomen , zeer goed en nuttig; want zij wekken den lust en de | begeerte der ziel op; zij versterken den geest, en voegen bij de gestadige godsvrucht eene 3 heilige vroolijkheid, die ook eenen uitwen-digen luister aan onze werken toebrengt. Het was van dezen smaak , dat David riep ; | hoe zoet zijn uwe ivoorden aan mijne leeel! % zij zijn zoeter dan honig aan mijnen mond. (1) Waarlijk, de minste godvruchtige vertroosting is in alle opzichten meer waard . dan het grootste vermaak der wereld. Do gunsten van den hemelschen bruidegom zijn aan onze ziel veel smakelijker, dan alle j aardsche genoegens; en die ze gesmaakt heeft, zal licht alle andere vertroostingen verachten. Gelijk degenen, die een weinig van het kruid Scitica in den mond hebben . or zoo groote zoetheid van ontvangen . dal zij noch honger noch dorst gevoelen, zoo ook kunnen diegenen, die eons de hemelsche zoetheden en de vertroostingen van dit god-

(1) Psalm, 118, 103

ocr page 397

— 385 —

igfquot; (lelijk inanua hobhcn g«^proeffi , in don Ü'oühI

inrn (Jer wereld geen amaak meer vinden. Deze

?gen zijn als eene kleine voorsmaak van de een-

elijk wige zoetheden, die God verleent aan de

uen- zielen , die hera zoeken. Zij zijn als de suiker

iquot; van zijne kinderen , en als een hartverster-

gen. kend water; het zijn ook somtijds verzeke-

joed ringen van de toekomende eeuwige vergel-

i de ding. Men zegt, dat Alexander de Groote ,

ïesl. toen hij eens ver in zee was, het gelulcTcige

?ene ArahiP gewaar werd, door den aangenamen

ren- geur, die hem door den wind werd aange-

ugt. bracht, waardoor hij zich , en ook zijn volk .

ep ; zeer aanmoedigde. Kvenzoo ontvangen wij

vel! ook dikwijls eenige zoetheden in de zee van

wd. dit vergankelijk leven, die als voorboden

ver- zijn van de genoegens des hemelschen vader-

vd , lands . waarnaar wij verlangen.

De Ten derde . naardien er sommige gevoelige

zijn vertroostingen van God komen, en andere

alle integendeel onvoordeelig , gevaarlijk , ja zelfs

akt schadelijk zijn, voortkomende of uit de na-

gen tuur, of wel van den helschen vijand zel-

nig ven zoo is er veel aan gelegen, dat wij

mi . dezelve weten te ouderscheiden. Poch het

ilal bekwaamste middel daartoe, Philothea , is,

zoo ie zien welke vruchten en uitwerksels zij

•he voortbrengen. Ons hart is de boom, de

gt;d- drift en genegenheden zijn de takken , en onze werken zijn de vruchten. Het hart is j/oed . als de genegenheden ^oed 2iju en de

ocr page 398

gouügeulierleu zijn good, ala /.ij goede en heilige werken voortbrengen. Indien dan deze zoetheden, bewegelijkheden en inwendige vertroostingen , ons ootmoediger , geduldiger . minnelijker en medelijdender maken tot onzen naaste, ijveriger om onze begeerlijkheden te versterven , standvastiger in onze oefeningen, onderdaniger aan onze oversten, en eenvoudiger in onzen handel, dan komen zij buiten twijfel van God. Maar indien zij geene andere zoetheid hebben dan voor ons zeiven , indien zij ons nieuwsgierig, oploopend , stuurseh, korzelig . onverduldig, hardnekkig , hoovaardig , vermetel, onbarmhartig en ongohoorzaam maken , dan zijn het zeker valsehe en schadelijke vertroostingen, die geenszins van God kernen. Want eene goede boom brengt niet dan goede vruchten voort.

Ten vierde, als wij zulke vertroostingen gevoelen, moeten wij ons voor God verootmoedigen , en ons wel wachten Aran daarom te zeggen : o Heer , hoe godvruchtig ben ik Neen , Philothea! deze dingen maken ons niet beter ; want gelijk ik reeds gezegd heb. de godsvrucht bestaat daarin niet. Maar laat ons zeggen : o hoe goed is God voor degenen , die in hem hopen , en voor de ziel die hem zoekt! Wie suiker in den mond heeft , die raa^ niet zeggen , dat zijn mond zoet is: maar hij moet zeggen. dat de suiker

ocr page 399

— 337 —

zoet is. Evenzoo volgt daar niet uit, alhoewel deze geestelijke zoetheden zeer goed zijn, en dat G^od, die ze geeft, de allerbeste is, dat degene die ze ontvangt, daarom goed is.

Ten vijfde, laat ons bekennen. dab wij nog kleine kinderen zijn , die de melk noo-dig hebben, en dat die suiker ons wordt gegeven. omdat wij, nog zwak van geest zijnde, door deze zoete aanlokselen tot de liefde Grods moeten getrokken worden.

Ten zesde, wij moeten gewoonlijk die genade ootmoedig en eerbiedig aannemen, niet zoo zeer om hare eigene waarde, als wel omdat zij van God komt; even alsof eene moeder, om haar kind te liefkozen , zelve de lekkernij in zijn mondje stak. Do« h indien dit kind verstand had . zou het meer de vriendelijkheid der moeder , dan de zoetheid van den suiker achten. A.lzoo ook , Philothea , is het wel veel die zoetheden lt;e ^maken. maar het is oneindig meer. te overdenken , dat God zelf, als met zijne vaderlijke hand, dezelve in den mond . in hel hart, in de ziel en in den geest zijner kinderen stort.

Ten zevende . ala wij dezelve aldus ootmoedig aangenomen hebben , laat ons ze dan zorgvuldig gebruiken naar den wil van dengenen , die ze ons gegeven heeft. Doch waartoe geeft God ze ons ? Het is om ons min-

ocr page 400

— 388 —

/-amer tot elkander te maken en ons meer in zijne liefde te doen aangroeien. De moeder geeft iets lekkers aan haar kind, opdat het haar eens zonde omhelzen ; laat ons dan den Zaligmaker omhelzen , die ons die zoetheden verleent. Doch den Zaligmaker omhelzen , is niets anders dan hem gehoorzaam zijn , zijne geboden onderhonden, zijnen wil volbrengen , met één woord , hem met gehoorzaamheid en getrouwheid aankleven. Als wij dan eenige geestelijke vertroostingen ontvangen , moeten wij dien dag veel zorgvuldiger zijn , om ons te verootmoedigen en in de deugden te oefenen.

Ten achtste, wij moeten nog daarenboven van tijd tot tijd deze zoeve bewegingen en vertroostingen daar laten, ons hart daarvan afscheiden , en betuigen , dat, alhoewel wij die met ootmoed ontvangen en beminnen, wijl zij van God komen en ons tot zijne liefde opwekken , wij , zeg ik , zoo zeer niet haar als wel God en zijne heilige liefde zoeken . en niet zoo zeer trachten naar de vertroostingen , dan wel naar den Vertrooster en Zaligmaker, die hemel en aarde met zijne zoetheden vervult. Alzoo moeten wij ons gewennen , om standvastig in de liefde G-ods te blijven , al ontvingen wij nooit eenige dergelijke vertroosting, en om zoo wel op den Calvarieberg als op den Thabor te zeggen ? o Heer! het is ons goed hier met U

ocr page 401

— 380 —

1

te zijn, hetzij aan hot kruis, hetzij in uwe heerlijkheid.

Ten negende, eindelijk . vermaan ik u , als gij zulke buitengewone zoetheden, vertroostingen . tranen , enz., zult gevoelen , dat gij alles getrouw aan uwen zielsbestuur-der zoudt te kennen geven, opdat hij u leere. hoe gij u daarin gedragen moet. Immers er staat geschreven: indien gij honig gevonden hebt, eet er niet meer van dan het-gt;jeen gij noodig hebt. (1)

XTV. HOOFDSTUK.

Over de geestelijke dorheid en onvruchtbaarheid.

10.

Die aangename dagen zullen niet altijd duren, Philothea ! gij zult u, integendeel, somtijds beroofd vinden van allen godvruch-ligen smaak ; uwe ziel zal u schijnen te zijn , als een dor en onvruchtbaar land, waar noch weg tot God, noch eenig water van genade Ie vinden is om hetzelve te besproeien. Helaas ! hoe medelijdenswaardig is de ziel in zulk eenen staat, als het vooruamelijk wat straf gaat; want alsdan moet zij zich zelve, naar hol voorbeeld van David , met het brood van tranen voeden, dewijl ondortus-

(l) l'ro

ocr page 402

.190 —

9chen cic duivel haar tot waulioop tracht te brengen , zeggende , o rampzalige ! waar i» nu uw God? Hoe zult gij hem vinden ? Wie zal u de vrucht zijner genade wedergeven?

Wat dan gedaan, Philothea? Zie eerst van waar dit kwaad u overkomt: want wij zeiven zijn dikwijls de oorzaak onzer geestelijke dorheden.

1. Gelijk eene moeder aan haar kind . hetwelk aan wormen lijdt. «;een suiker wil geven, alzoo beneemt Q od ons dikwijls de vertroostingen, ais wij er eenig ijdel behagen in scheppen. Met is mij goed , zeide David, o mijn God/ dat Gij mij verootmoedigd heht. (1) Want eer ik verootmoediqd was, heb ik ü heleedlgd.

2. Als wij verzuimen do zoetheid der liefde Gods waar te nemen, dan trekt God ze dikwijls van ons af. tot straf van onze traagheid. De kinderen van Israël, die niet van des morgens vroeg hei manna vergaderden . konden het na zonsopgang niet meer vindon . omdat liet alsdan zeer spoedig smolt.

3. Wij zijn somtijds als overgoten mei-zinnelijke genoegens en vergankelijke vertroostingen , gelijk de bruid van het boek Her Gezangen was; de bruidegom onzer ziel klopt aan de deur van ons hart, en vermaant ons onze geestelijke oefeningen aan te vatten ; maar wij stellen het uit, omdat het ons wat

(1) Psalm 118,71.

ocr page 403

— 391 —

moeielijk valt die ijdelc voldoeniugon te verlaten. Dus gaat hij voorbij. en laat ons zitten : en als wij hem daarna willen zoeken, | hebben wij groote moeite om hem te vinden. Ook hebben wij het verdiend, dewijl wij zoo ontrouw nan zijne liefde zijn geweest, om de wereldsche zaken te volgen. Hij weigert ons het hemelsche manna, omdat wij ons met de tarwe van Egypte beladen, en ï hij onttrekt ons de zoetheid van den heiligen (leest , omdat wij met de wereldsche zoetheid vervuld zijn.

4. De dubbelhartiglieid van den geest en de geveinsdheid in het openharen van zijne oprechte gesteldheid aan den biechtvader, is . ook dikwijls oorzaak van die inwendige dorheid; want dewijl gij aan den heiligen Geest de waarhei» 1 verbergt. is hel. geen wonder , dal hij u zijne v ertroosting weigert. Gij wilt niet oprecht en eenvoudig zijn zoo als de kinderen; gij zult. dan ook de zoelheid der kleine kinderen niet verkrijgen.

5. Uw hart is misschien overstelpt van wereldsche genoegens; het is dan geen wonder. flat de geestelijke genoegens u walgen. Het spreekwoord zegt, dal de kersen aan verzadigde duiven bitter smaken. De heilige Maagd zegt: de hongerigen heeft hij met (joederen verould, e,i de rijken, heeft hij ij del weggezonden. (I) Die veel wereldsch vermaak

(1) Luc. 1, 53.

ocr page 404

— 332 —

hebben, zijn niet gesrhikl om geestelijk vermaak te genieten.

0. Tndien gij de vruchten van de ontvan-i^cne vertroostingen wel hebt bewaard, zoo zult gij buiten twiji'el wederom nieuwe vertroostingen verkrijgen. Want aan denqenen, die heeft, zal men nog geven, en hij zal overvloed hebhen. (1) Doch diengenen , die niet heeft hetgeen hem is gegeven, maar hetzelve door eigene schuld heeft verloren, zal men ook afnemen hetgeen hij niet heeft, dat is: men zal hem ook berooven van de genaden , die anderzins voor hem bereid waren. De regen geeft het leven aan de kruiden , die nog groen zijn ; maar die niet meer groen zijn, worden door den regen bedorven.

Wij verliezen dan die godvruchtige vertroosting door zeer vele oorzaken: laat ons derhalve ons geweten onderzoeken , of wij in ons die gebreken niet bemerken. Weet niettemin , o Philothea ! d£:t wij daarom niet al te beangst, of al te ongerust mogen zijn. Maar laat ons , wanneer wij ons zei ven onderzocht hebben , indien wij de oorzaak van het kwaad in ons bevinden , er God voor danken, want het kwaad is half genezen, als men de oorzaak ontdekt heelt; indien gij die niet vindt , zoek er niet al te angstig naar, maar onderhoud hei volgende :

(l) Muttli. 13, 12.

ocr page 405

— 393 —

1. Verootmoedig u voor God. door uw niet en uwe ellende te bekennen, en zeg : o Heer ! wat ben ik, als ik aan mij zeiven overgelaten ben? Anders niet, o Heer! dan eene dorre aarde , die naar den regen des hemels verlangt , en gedurig door den wind wordt uitgedroogd.

2. Roep Grod aan en verzoek zijnen troost. Geef mij mee zalige hlijd.schap weder, o Heer ! \ 1) Vader / indien het mogelijk is, laat dezen kelk mn mij weggaan. (2) Verwijder u, gij dorre wind, die mijne ziel verdroogt; en kom , o vertroostende wind! stort over mijne /.iel den welriekenden geur van uwen troost uit.

3. Ga tot uwen biechtvader: open hem uw hart, en neem ootmoedig den raad aan ,

I dien hij u geven zal. Want God , die de rwy 1 gehoorzaamheid bemint, maakt, dat de raad ®e, van een ander, voornamelijk van den gees-l.iet f telijken zielsbestuurder, ons dikwijls voor-Uö- deelig is in voorvallen, daar wij zulks niet ouquot; verhoopten. Alzoo werd Naaman van Elizens door de wateren der Jordaan van zijne me-laatschheid genezen , ofschoon die wateren slecht schenen.

4. Maar er is niets voordeeliger in die dorheden , dan verduldig te zijn, en zich geheel aan Gods voorzienigheid over te ge-

(1) i'smlm 50, l'k (3) Muttii. 26, :',9.

vanzoo ver-we» , omniet elve men ; is : leu, De die •oen

rer-ons

ocr page 406

- 394 -

Ten, opdat hy , zoo veel als het hem belieft . Luat zich van die goddelijke doornen bediene. den, om ons te reinigen en te bestraffen. Laat tegen ons dan aldus bidden : Vader I is liet moge- \terk , laat dezen Jcellc van mij weg gaan. Maar bruic voegen wij er met groote kloekmoedigheid eerec bij : nochtans, niet (felijlc ik wil, maar gelijk is; 1 (jij loilt. (^lquot;) En laat one daarbij blijven met wij ; zoo groote gerustheid . als het ons mogelijk ! van is. Want God . ziende dat wij ons aan hem lentt zoo volkomen overgeven, zal ons gewis ; veel door zijne genaden vertroosten. Aldus, wan- zij , neer hij zag, dat Abraham bereid was zijnen zoo : zoon Fzaiik op te offeren, was hij met zijnen ren, wil alléén tevreden , en vervulde hem mei als 1 de grootste zegeningen. Wij moeten dan in dan al onze zoo geestelijke als lichamelijke kwel- mine lingen . verstrooiingen en dorheden, oprecht dikv /.eggen : de. Heer heeft mij zijne vertroostin- denc gen verleend, de Heer heeft ze mij wederom lijke ontnomen : de naam des Heer en zij gezegend. | jaagi

1^2) Want zoo wij in de ootmoedigheid vol-harden, zal hij ons zijne gunsten wedergeven , gelijk hij aan Job deed, die in al zijne smarten niet anders dan deze woorden bezigde.

5. Kindelijk, Philothea! laat ons nooit om die dorheden den moed opgeven, maar met geduld de vertroostingen t;erug verwachten.

(1) Matth. 20. a. 39. (2; Job. 1, 21.

denl heid mee: den H well eige tot

God

ocr page 407

— 395

loff .Laat oiih altijd in onze godsvrucht volhar-ene, den, zonder te verzwakken: laat ons, in-Laat p tegendeel, indien liet mogelijk is, de goede loge- werken verdubbelen , en zoo wij aan onzen laar bruidegom geen gesmolten hart kunnen verheid eeren, laat het ons toch opdragen gelijk het elijTcl ia; het zal hem aangenaam wezen, indien wij maar een oprecht voornemen hebben van hem te willen beminnen. Als het in de lento fraai weder is, dan brengen de bijen veel honig, en weinige jongen voort; omdat zij , het schoon weder waarnemende , zich zoo zeer bekommeren met honig te vergaderen , dat zij alle andere zorg daarlaten. Maar als het in de lenle onstuimig weder is, alsdan brengen zij meer jonge bijen voort en minder honig. Alzoo gebeurt het ook zeer dikwijls, Philothea, dat de ziel, zich bevindende in het schoone voorjaar van geestelijke vertroostingen , dezelve zoo driftig najaagt , dat zij weinig op de goede werken denkt. En integendeel, als de ziel met dor-lieid gekweld is, dat zij zich dikwijls met meerdere vlijt tot het beoefenen der deugden begeeft.

Het is dan een zeer groot bedrog , hetwelk voornamelijk aan de vrouwspersonen eigen is. zich te verbeelden , dat hetgeen zij tot den dienst van God doen , zonder smaak en zonder die zoete bewegingen des harten . O-ode niet aangenaam is. (lelijk de verdroog-

ocr page 408

— 390 —

lt;lo rozen moer kracht hebben dan devorscbr, schoon zij zoo aangenaam niet zijn , alzoo zijn ook de werken , die met die zoete gevoeligheid gedaan worden , wel aangenamer aan ons, die deze zoetheid zoeken; maar do goede werken, die gedurende de dorheid beoefend worden, zijn, integendeel, krachtiger en aangenamer aan God. Want tentijdo van die geestelijke dorheid , worden wij als met geweld door onzen wil tot den dienst; Gods aangezet; en diemivolgens moet alsdan onze wil veel sterker en vromer zijn , dan ten tijde van die hartverrukkingen. Het is niet moeielijk eenen vorst te dienen tijdens den vrede , en in het midden der genoegens van het hof; maar hem te dienen te middev van beroerten en vervolgingen, is een op recht teeken van standvastige getrouwheid. Dus zegt de gelukzalige Angela van Folign\ met recht : dat gebed is het aangenaamste aan God, hetwelk met kracht en geweld gedaan wordt, dat is te zeggen . tot hetwelk wij ons begeven , niet door eenige zinnelijko zoetheden oi' genegenheid . maar door enkel verlangen om God te behagen , waartoe wij van onzen wil als tegen onzen dank worden aangedreven. Hetzelfde zeg ik ook van allo ander slag van goede werken; want hoe meer, hetzij uit- of inwendige tegenzin wij hebben om te bidden. des te aangenamer is ons ^ebed aan God • en hoe minder de eigeu-

ocr page 409

Hef rif iIrü! liooft in h«t vorvolgtui tier deugden , «les te moer Gods liefde in dezelve uit-Hchijnt. I^en kind zul licht zijne moeder omhelzen , als hel suiker ontvangt; maar het zou geen teeken van meerdere liefde zijn , indien het zijne moeder zeer lief had , nadat het eenen bitteren drank heeft moeten innemen ?

XV. HOOFDSTUK.

Bevestiging en opheldering van hef voorgaande, door een merlciraardig voor-heel d.

Om dit onderricht nog klaarder te maken; wil ik hier eenen trek uit het leven van den H. Bernardus bijbrengen. Het gebeurt gewoonlijk aan al degenen, die God beginnen te dienen, en deze inwendige geestelijke verwisseling niet gewoon zijn. dat zij, wanneer hun die dorheden overkomen en die teedere godsvrucht begint te verdwijnen . dadelijk den moed laten zinken en kleinmoedig worden. Personen, die door ondervinding hebben geleerd de zielen te besturen . geven er deze rede van : De mensch, zeggen zij . kan niet lang zonder eenige . hetzij aard-sche of hemelsche liefde zijn, doch de verhevene zielen . die de hemelsche genoegens gesmaakt hebben - laten licht de zinnelijke

ocr page 410

— 398 —

zaken varen; maar als hun door Gods toelating de geestelijke vreugd wordt onttrokken , en zij, van don anderen kant geene lichamelijke vertroostingen hebben , of niet gewoon zijn met geduld het goddelijk licht aiquot; te wachten , laten zij zich licht voorstaan, dal zij noch in den hemel, noch op de aarde zijn, en dat zij voor altijd in eenen gedurigen nacht van duisternissen versmoord zullen blijven , waardoor zij zich zeiven , als kinderen die men heelt gespeend , zeer ontrusten en kwellen.

Dit is Juist wat gebeurde aan zekeren nieuwbekeerde van het gezelschap van den H. Bernardus , met name Godfried van Per-ronne. Deze , na in dorheid gevallen te zijn, en beroofd van allen troost, begon aan zijne ouders, vrienden en verlatene goederen te denken; waarop eene felle bekoring volgde. Een zijner getrouwsle vrienden werd dit gewaar , en zeide hem met zachtmoedigheid. toen hij hem alleen had : Godfried, hoe zijt gij , tegen uwe gewoonte , zoo mistroostig Godfried antwoordde , diep zuchtende ; Lieve broeder! Kooit zal ik meer blijgeestig zijn. De andere maakte dit aanstonds aan den H. Bernardus bekend , die, het gevaar ziende, in eene bijgelegene kerk God daarover ging bidden. Ondertusschen was Godfried i met droefheid overgoten . in slaap gevallen.

ICen weinig tijds daarna stonden zij beide

ocr page 411

— 399 —

op , tie eeue uit liet gebed met do verkre-goue weldaad , en de andere uit den slaap met zooveel vrolijkheid . dat zijn vriend er over verwonderd stond. En daar die vriend hem met minzaamheid over zijne voorgaande onverduldigheid berispte, antwoordde Godfried : even als ik u te voren zeide. dal ik meer verheugd zoude zijn, zoo mag ik u nu verzekeren, dat ik nooit meer droevig zal wezen.

Dit was de uitval der bekoring van dezen godvrucbtigen man; maar geef acht, bid ik u , op de volgende bemerkingen :

1. God geeft gewoonlijk eenen voorsmaak van de hemelsche genoegens aan degenen, die zich tot zijnen dienst begeven, om hun, gelijk eene moeder haar kind je , door die zoetheid, van de aardsehe vermaken af te trekken , en tot de liefde aan te moedigen.

2. Somtijds ook onttrekt die goede God , volgens zijne oneindige wijsheid , ons de melk en den honig der vertroostingen , opdat wij ons zouden gewennen aan het drooge brood van eene vaste en betamelijke godsvrucht , die geoefend wordt in liet midden van de geestelijke dorheden en bekoringen.

3. Tijdens de dorheden ontstaan niet zelden ook groote bekoringen tegen ons; wij moeten alsdan de bekoringen met groote standvastigheid bevechten , dewijl zij van God niet komen. Maar die dorheden van

ocr page 412

— 400 —

den geeet moet meu verduldig verdragen , omdat God ze ons toezendt, als hij ons wil oefenen en beproeven.

4. Wij mogen in die gesteltenis nooit den moed laten zinken, noch zeggen met God-l'ried : ik zal nooit meer verheugd zijn ; wanl na den nacht moet men den dag verwachten. En wederom , als men in het midden van de vertroosteudste godsvrucht ie , mag men ook niet zeggen : nooit zal het mij verdrieten, want men moet, volgens den raad van den Wijzen-man, hi voorspoed ook den /egeiitjaoed gedenken. (!) In tegenspoed moet men hopen , en in voorspoed vreezen; maar in beide gelegenheden moet men zich altijd verootmoedigen.

5. Het is teu uiterste voordeelig, zijuc moeielijkheid te openbaren aan eenen ver-atandigen vriend, die ons kan verlichten en vertroosten.

Om deze belangrijke onderrichting te eindigen , moet ik nog aanmerken , dat God en de duivel hierin een gedeeltelijk verschillend doel hebben. Want God wil ons daardoor tot eene groote zuiverheid des harten en tot eene volkomene verloochening van alle eigenliefde, en tot alle volmaaktheid brengen. Maar de duivel tracht ons daardoor den moed te doen verliezen , om ons rot de

(1) Eeci. 11. 27.

ocr page 413

— 401 —

iftirmelijke rermaken te doen wederkeerei» , en ons aan ons zelven en anderen lastig te maken , opdat hij alzoo de godsvrucht verachtelijk zou doen voorkomen. Maar indien ^ij de onderrichtingen, die ik u heb voorgeschreven , waarneemt, zult gij buiten twijfel door die inwendige kwellingen nog meer in volmaaktheid en in deugden aangroeien. Ik moet niettemin nog een woordje van die inwendige kwellingen zeggen, te weten: dat die dorheden des geestes , en die onvruchtbaarheden somtijds uit eeue ongesteldheid des lichaams voortkomen , als bij voorbeeld , door te veel waken, te veel vasten, te arbeiden : waardoor men overvallen wordt met vermoeidheid , slaperigheid , zwaarmoedigheid en andere dergelijke krankheden. Want alhoewel die moeielijkheden maar liet lichaam raken, verhinderen zij echter den geesl. Doch, in deze voorvallen mag men nooit nalaten , door het vermogen van den geest de goede werken te oefenen. Want al schijnt onze ziel gedeeltelijk door zwaarmoedigheid te slapen , belet dit evenwel niet, dat onze werken aan God ten uiterste behagen. Zoo dat wij ook alsdan met de geestelijke bruid mogen zeggen : ïlc slaap , maar mijn hm! n aakl. (1) En schoon men in die werken , zoo als ik te voren zeide, weinig smaak vindt,

gen , s wil

; den Sod-want 'aeh-:iiien

maS

verraad 1 den moet i; naar iltijd

«ijoc : ver-ii en ;

ein- J J en

.

aar-rten i van beid ioor t de

(I) Cant. 5, 2.

ocr page 414

— 402. —

/n 1 lm echler deiv.elver verdiensten lt;lcs tc ' ^rooter ziju. Doch men kan in die gelegenheden het lichaam door eenig geoorloofd verinaak verkwikken. Dus beval de heilige Kranciscus aan zijne minderbroeders, hunne werken zóó te matigen , dat de geest niet onderdrukt werd. Ook werd deze Heilige zelfs eens met zoo groote zwaarmoedigheid overvallen, dat hij het niet meer konde ver- r bergen; want het ging zoo ver, dat hij zich met zijne religieuzen niet meer konde onderhouden, en als hij zich van hen wilde afscheiden . was het nog erger. Het vasten eu de lijfkastijdingen onderdrukten zijnen geest,

eu het gebed bracht hen. geenen troost aan. 0efe Hij bleef twee jaren lang in dezen staat. als gedeeltelijk van God verlaten. Maar nadat hij dit droevig onweder met groote ootmoedigheid en geduld had verdragen, werd hem ten laatste van onzen Zaligmaker , oji een oogenblik , den gewensehten troost wedergegeven. Dit heb ik willen verhalen, opdat daaruit zoude blijken , dat ook de grootste dienaren Gods aan deze bekoringen onderworpen zijn , en dat vervolgens de mindere zich niet moeten verwonderen , als hun ook somtijds dergelijke beproevingen over komen.

H

nam i zelvi i licht hij gt; kwaï uaar sterl ten .

ocr page 415

' •■j:; II.Kil» i.l

p'mmmA,

of Inleiding

TOT HET GODVRUCHTIG LEVEN,

VIJFDE DEEL.

Oefeningen en onderrichtingen, om het gemaakte besluit te vernieuwen, en de ziel in de godsvrucht te bevestigen.

I. HOOFDSTUK.

Men moe/ /aarlijles zijne goede voornemens rernievvien.

Het eerste deel dezer oefeningen is voor-namelijk bestemd om de gewichtigheid der-. zelve wel te kennen. De mensch wijkt zeer ; licht yan zijne goede genegenheden af. omdat hij zwak is en afgetrokken wordt door de kwade driften , die de ziel bezwaren en altijd naar beneden trekken , zoo zij zich uiet door sterke voornemens dikwijls omhoog verhelten . eveu gelijk de vogelen terstond naar de

ocr page 416

— 404 —

uurdc valleu, ■'.ou zij zich niet, door litól gestadig bewegen hunner vleugels, omhoog houden. Daarom moet gij, lieye Philothea. uwe goede voornemens, om God te dienen .

zeer dikwijls vernieuwen, uit vrees dat gij . ?— door zulks te verzuimen, tot uwen eersten in ti staat. of tot eenen nog ergeren zoudt ver- 1 vallen. Want de geestelijke val heeft datgene^ eigen, dat hij ons veel erger maakt . da» wij bij het begin onzer bekeering waren. De! allerbeste uurwerken moeten op hunnen tijd opgewonden worden , en men moet ze nog bovendien van tijd tot tijd schoonmaken en uit elkander doen : zco gaat het ook mei onze ziel. Indien wij goed zorg dragen, zoo moeten wij die, om zoo te spreken, des morgens cn des avonds tot öod verheffen door de oefeningen die ik u heb voorgeschreven. Daarenboven moet men den sta;il zijner ziel dikwijls onderzoeken , vernieuwen en herstellen; eii verder ten minste één! 'a jaars nauwkeurig alles ontvouwen , in hel bijzonder hare genegenheden en driiten onderzoeken , oin alzoo de fouten , die er ongemerkt zijn ingeslopen, te verbeteren. Kia gelijk degene , die bet uurwerk oppast, bel-zelve somtijds een weir.ig met olie bestrijkt, om het te zachter te doen loopen en vm den roest te bevrijden , alzoo moet ook eec godvruchtig meusch, viadat hij zijn hart al dus heeft ontvouwd , hetzelve bestrijken mei

ocr page 417

— 405 —

• het de olie van de heilige Sacramenten. Deze

hoog oefening zal uwe krachten, die met den tyd

;hea . verminderd waren . wederom herstellen ; zij

nen , zal uw hart meer en meer ontsteken, uwe

; gij . goede voornemens versterken en uwen geest,

psten in deugden doen bloeien.

vei- De eerste Christenen onderhielden dit

tgene1! zorgvuldig op den verjaardag van het doop-

dan sel des Zaligmakers ; wanneer zij , zoo als

i. De de H. Gregorius van Nazianzen getuigt, de

i tijd voornemens en beloften des doopsels ver-

gt; nog nieuwden. Laat ons ook zoo handelen: Phi-

m en lothea , door ons daartoe met ijver voor te

; met bereiden, en door hetzelve zorgvuldig te

, zou voltrekken.

, des Als gij derhalve , met raad van uwen

'ffen zielsbestuurder, eenen bekwamen tijd daar-

)orge- toe verkozen hebt, houdt u dan wat eenza-

stant i mer dan naar gewoonte , en overdenk de

uwenl volgende waarheden , op de wijze gelijk ik

ééns in het tweede deel heb voorgeschreven, n het

quot; oquot; II. HOOFDSTUK.

'r on-

i. Ju Bemerkingen op de weldaad van Ood . waardoor , liet- hij ons fot zijnen dienst geroepen heeft.

■r'jk' i

a vai Wees uwe betuigenis indachtig, wsarrau k eeï.i wij in liet XX Hoofdstuk van het Eerst» m al l Deel gesproken hebben. Vooreerst hebt gij n mm beloofd alle doodzonden te verlaten , te var-

ocr page 418

— -trM —

uanlc vallen , lt;00 /.ij zich niet, door het gestadig bewegen hunner vleugels, omhoog houden. Daarom moet gij , lieve Philothea. uwe goede voornemens, om God te dienen , leer dikwijls vernieuwen , uit vrees dat gij , door zulks te verzuimen , tot uwen eersten staat, of tot eenen nog ergeren zoudt ver-vallon. Want de geestelijke val hoeft datgene eigen, dat hij ons veel erger maakt , dan wij bij het begin onzer bekecring wareu. De allerbeste uurwerken moeten op hunnen tijd opgewonden worden , en me.'i moet ze nog bovendien van tijd tot tijd schoonmaken en uit elkander doen : zoo gaat het ook met onze ziel. Indien wij goed zorgdragen, zoo moeten wij die, om zoo te spreken, des morgens en des avonds tot God verheffen , door de oefeningen die ik u heb voorgeschreven. Daarenboven moet men den staat zijner ziel dikwijls onderzoeken , vernieuwen en herstellen: eh verder ten minste ééns 's jaars nauwkeurig alles ontvouwen , in het bijzonder hare genegenheden en driften 011-derzoekeu , om alzoo de fouten , die er ongemerkt zijn ingeslopen, te verbeteren, iïn gelijk degene, die het uurwerk oppast, hetzelve somtijds een weinig met olie bestrijkt, om het te zachter te doen loopen en van den roest te bevrijden , alzoo moet ook een godvruchtig mensch , nadat hij zijn hart aldus heeft ontvouwd , hetzelve bestrijken met

ocr page 419

— 405 —

de olie van de heilige Sacramenten. Deze oefening zal uwe krachten, die met den tyd verminderd waren. wederom herstellen ; zij zal uw hart meer en meer ontsteken. uwe goede voornemens versterken en uwen geest, in deugden doen bloeien.

De eerste Christenen onderhielden dit zorgvuldig op den verjaardag van het doopsel des Zaligmakers; wanneer zij , zoo als de H. Gregorius van Nazianzen getuigt, de voornemens en beloften des doopsels vernieuwden. Laat ons ook zoo handelen: Phi-lothea, door ons daartoe met ijver voor te bereiden, en door hetzelve zorgvuldig te voltrekken.

Als gij derhalve , met raad van uwen zielsbestuurder, eenen bekwamen tijd daartoe verkozen hebt, houdt u dan wat eenzamer dan naar gewoonte , en overdenk de volgende waarheden , op de wijze gelijk ik in het tweede deel heb voorgeschreven.

II. HOOFDSTUK.

Bemerkingen O}) de weldaad van Ood. waardoor hij ons tot zijnen dienst geroepen heeft.

Wees uwe betuigenis indachtig, waarvan wij in liet XX Hoofdstuk van het JEersU Deel gesproken hebben. Vooreerst hebt gij beloofd alle doodzonden te verlaten . te ver-

ocr page 420

IO li

werpen, ie verfoeien en voor altijd te .ver zaken. Ten tweede , hebt gij uwe ziel , uw hart en uw lichaam , tot de liefde en tot den dienst van God opgedragen. Ten derde , hebt gij gezegd, dat gij terstond , indien het «ebeurde van in eenige zonde te vallen, door de genade Gods uit dezelve zult trachten op te staan. Overdenk dus naarstig bij u zeiven , hoe heilig , hoe redelijk deze betuiging is . en hoe zeer zij verdient van eenieder betracht te worden.

2. Overdenk, aan wien gij die belofte hebt gedaan. Buiten twijfel aan God zeiven. Indien dan eenig verbond met eenen mensch aangegaan, zoo sterk verbindt, hoe veel sterker verbindt dan niet eene aan God gedane belofte ? David zeide : Heer! het is met u, dat mijn hart heeft gesproken : mijne ziel heeft een voornemen gemaakt, hetwelk ik nooit zal vergeten.

3. Overdenk , in wiens tegenwoordigheid gij die belofte hebt gedaan, te weten, in de tegenwoordigheid van geheel het hemelsch hof. Al de Heiligen hadden er het oog op, zij keurden uwe woorden goed , en zagen u met blijdschap voor de voeten uws Zaligmakers uitgestrekt, tot wiens dienst gij u opdroegt. Dit veroorzaakte eene bijzondere vreugd in het hemelsche Jeruzalem, alwaar die blijdschap vernieuwd zal worden, indien gij met een goed hart uwe betuigenis vernieuwt.

ocr page 421

107

t. Overdenk , met wolko gesteldheid gij uwe belofte voltrok!. O , hoe zoet was u G-od op dien tijd ! Wordt gij niet aangelokt door de zoetheid van den H. Geest ? De koorden, waarmede u G-od tot de zalige haven trok , waren koorden van liefde. Hij lokte u aan door zijne genaden , door de heilige Sacramenten , dooi- het lezen van goede boeken en door het gebed. Gij sliept, lieve Philothea 1 en God waakte over u; hij had goede gedachten over u , en hij wilde u in zijne liefde aannemen.

5. Overweeg op welken tijd God u tot zoo groote ondernemingen heeft gevoerd , te weten : in het beste van uw leven. Welk geluk , reeds vroeg te leeren, wat wij nooit te vroeg kunnen weten ! De H. Augustinns was omtrent dertig Jaren oud , toen hij zich bekeerde, en hij riep uit : o oude schoonheid. ik héb u zoo laat geleend ! Helaas ! gij standi voor mijne oog en , en ik zog u niet. Gij moogt ook wel met recht zeggen: o oude zoetheid ! waarom heb ik u niet eerder gesmaakt ? Maar helaas ! gij verdiendet zulks niet, Philothea : en daarom beken de genade Gods, die u van uwe Jeugd af tot zich getrokken heeft; en zeg met den heiligen Profeet David : Mijn God! Oij hebt mij van jongs aj verlicht, en daarom zal ik tot in eeuwigheid uwe grootheden verkondigen. ^ Doch indien (ï) Psalm 79. 17=

ocr page 422

— 408 —.

gij dat geluk niet hebt, dan op uwe hooge jaren , welke groote genade is dit voor u , Philothea, dat gij , na de verloopene jaren uwa levens zoo misbruikt te hebben, door öod voor uwen God geroepen zijt, en hij den loop uwer ellenden gestuit heeft. op een tijd , dat zij al ras door uwen dood voor eeuwig moesten duren.

6. Betracht na de gevolgen van deze roeping, en gij zult, zoo ik meen, zeer voor-deelige veranderingen in u bespeuren. Voorwaar, is het niet een groot geluk met God door het gebed te kunnen spreken ? genegen te zijn om hem te beminnen ? zoo vele driften , die u te voren bestreden , te hebben gestild ? hoe menige zonden en verwarringen des gemoeds hebt gij sedert niet ontgaan! Eindelijk, hoe dikwijls hebt gij het H. Sacrament niet ontvangen , en zijt gij vereenigd geweest met den oppersten en eenigen oorsprong der eeuwige genaden ? Welke groote weldaden zijn dit, indien zij opgewogen worden met het gewicht des hei-ligdoms ? Het is Gods rechterhand die dit alles heeft gedaan. De rechterhand den Hee-ren heeft 'krachtig geiverfct, zegt David: de rechterhand des Beer en heef, mij verheven : ik zal niet sterven, maar leven, en de wonderdaden des Heer en verkondigen. (I)

(1) Psalm 117, 10, 17.

ocr page 423

— 40 O —

Ma al deze bemerkingen, die, zoo als gij ziet, tot eene groote godsvrucht kunnen opwekken , zult gij dezelve sluiten door eene dankzegging en een gebed , en God met groot betrouwen verzoeken . dat hij die goede genegenheden in uw hart wil prenten , eu iu het werk doen leggen.

Til. HOOFDSTUK.

Onder zoele wegens den voortgang In hel godvruchtige leven.

Dit tweede punt van uwe oefening ia vrij wat langer; doch om hetzelve in het werk te leggen. is het niet noodig . dat alles terstond geschiede. Gij kunt dan op den eenen tijd uwe gesteldheid teu opzichte van God ; op eenen anderen tijd, uwe gesteldheid ten opzichte van u zeiven ; op eenen derden tijd, uwe gesteldheid ten opzichte van uwen naaste ; eindelijk op eenen vierden tijd, de gesteldheid uwer genegenheden onderzoeken. Het is ook niet noodig, dat geheel dit onderzoek knielend geschiede , behalve het begin en het einde, hetwelk voornamelijk in bidden bestaat. Het overige kan zittende , wandelende , of ook te bed liggende, als de slaap niet overvalt, verricht worden. Het schijnt mij echter toe , dat men moet trachten dit onderzoek op drie dagen af te doen .

ocr page 424

— 410 —

verkiezeudp daartoe d«in gescliikisien l/ijd, Waut auder» zou dit ouder/oek weinig kracli-tige indrukken voortbrengeu. Na elk deel van uw onderzoek zult gij de fouten aan-teekenen, die gij begaan, en de voornaamste beletsels, welke gij ontmoet hebt, om daarover raad te vragen, en u daartegen te wapenen. Alhoewel het niet noodig is, n op de dagen van deze oefening geheel van alle gezelschappen te verlaten, voornamelijk des avonds , om des te vroeger te kunnen gaan slapen, en zoowel naar liet lichaam als naar den geest , de rust cie tot dit onderzoek noodig is, te kunnen genieten. Gedurende den da«; zult gij ook dikwijls tot God verzuchten en den bijstand van de heilige Engelen en alle Heiligen te verzoeken.

Stel u dan , om dit onderzoek wel te beginnen , ten eerste, in Gods tegenwoordigheid; ten tweede, roep den H. Geest aan, en verzoek van hem verlichtte worden, om u wel te kennen, naar het voorbeeld van den H. Augustinus, die aldus ootmoedig bad ; o Heer ! geef' mij, dat ilc ü leenve . yeef myj, dat ilc mij Icenve. Of van den H. Franciscus, die in dezer voege zijn gebed hemelwaarts zond : wat zijt Gij, o mijn Ood , en wat hen ilc ? Betuig openlijk voor God , dat gij uwen voortgang niet wilt onderzoeken, om u in u ?elven te verblijden . of om op u

ocr page 425

zei ven ie roemeu, maar om n op den Hoer te verheugeu , om hem van alles de eer te geven, en hem daarover te bedanken.

Betuig ook nog, indien gij bemerkt, gelyk liet wel te vreezen is , dat gij weinig voordeel hebt gedaan, of zelfs achterwaarts zijt geweken , dat gij daarom geenszins den moed wilt laten zinken. of door kleinmoedigheid verflauwen : maar dat gij , integendeel, nieuwen moed wilt scheppen, u krachtiger opwekken , u meer verootmoedigen , en door Gods genade uwe gebreken wilt verbeteren.

Overdenk daarna met een bedaard gemoed, hoe gij u tot nog toe, ten opzichte van G-od, van uwen naaste, en van uw zeiven hebt gedragen.

IV. HOOFDSTUK.

Onderzoeh iveqens de gesteltenis van onze zie! ten opzichte van Ood.

1. Hoe is uw hart gesteld aangaande dc doodzonde ? Hebt gij een vast voornemen van die nooit te bedrijven , om wat oorzaak het mochte wezen ? Heeft dit voornemen van het begin uwer betuigenis al, tot nu toe, blijven duren ? In dit voornemen, Philothea, is de grondslag van het geestelijk leven gelegen.

2. Hoe is uw hart «resteld ton aanzien van

ocr page 426

de geboden Gode ? Vindt gij ie goed. aan-genaam en zo^t ? Die een goeden smaak en eene gezonde maag heeft, lieve Philothea , wenscht enkel naar goede spijs en hij verwerpt de slechte.

3. Hoe is uw hart gesteld ten opzichte der dagelijksche zonden ? Het is wel waar, dat men zich niet gedeeltelijk er van kan wachten; maar is er misschien niet eene , waartoe gij eene bijzondere neiging hebt, of, wat nog erger ware , waaras.n gij met uwe liefde en met uw hart gehecht zijt:

4. Hoe is uw hart ten aanzien van de geestelijke oefeningen gesteld : Hebt gij die lief? Acht gij die groot? Vallen zij u niet moeielijk en Terdrietig ? Hebt gij daar geenc walging van ? Tot welke gevoelt gij u meer of min geneigd ? Gods woord te hooren , hetzelve te lezen, daarvan te spreken en met aandacht te overdenken, uw hart tot God te verheffen, naar hem te verlangen, de zonde Ie belijden, naar goddelijken raad te luisteren, u tot de Tafel des Heeren voor te bereiden, het heilig Sacrament te ontvangen ; is er iets van dit alles , waarin uw hart misnoegen heelt? Zoo gij iets vindt, onderzoek dan van waar die walging komt.

5. Hoe is uw hart ten aanzien van God zei ven gesteld ? fs uwe ziel verheugd , als zij op God denkt ? Blijft er u daarna nog eenige zoetheid over ? llc héb op God gedac-hf,

ocr page 427

— -413 —

/ eide Dar id . en ik ben verblijd geweest. Wordf gij ook in uw hart gewaar eene zekere ongedwongenheid in hem te beminnen, en een' zonderlingen smaak in die liefde te genieten ? Is uw hart verheugd als het de goddelijke volmaaktheden overdenkt ? Indien u te midden der wereldsche bezigheden eenige gedachten van God invallen, vinden zij dan aanstonds plaats bij u ? Omringen zij uw hart ? Dunkt het u, dat uw hart zich derwaarts wendt en God als te gemoet gaat ? Ja , dusdanige menschenzijn er buiten twy-fel te vinden.

6. Zal eene vrouw , zoodra zij haren man van eene lange en verre reis ziet wederkomen , of als zij zijne stem meent te hoo-ren , niet terstond opstaan, om naar hem toe te gaan , hoe bezig zij ook met de gewichtigste zaken mocht zijn, zoo dat haar niets kan wederhouden , en zij alle andere gedachten laat varen, om aan haren teruggekomen man te denken ? Ditzelfde geschiedt ook aan de zielen , die God zeer beminnen, welke hoezeer zij ook bekommeid zijn, alle andere zaken, als zij op God beginnen te denken, bijna vergeten, cm de blijdschap over de wederkomst van hunnen welbeminde Waarlijk , dit is een zeer goed teek en.

7. Hoe is uw hart gesteld ten aanzien van Christus , onzen Zaligmaker? Schept gij er behagen in , te zijn in zijne nabijheid ?

ocr page 428

I V '»ijo» /.ijn gaarne oui eu bij hareu honig • on de wespen bij vuiligheden ; al zoo hebben ook de goede zielen een bijzonder behagen , om bij Jesns Christus te vrezen, terwijl de wereldschgezindt3 mensehen, integendeel , niet anders dan de ijdelheid beminnen.

S, Hoe is uw hart ten aanzien van de heilige Moeder Gods, van de andere Heiligen en van uwen Engelbewaarder gesteld ? Hebt gij die ook lief ? Hebt gij een zonderling betrouwen op hunne goedgunsv-igheid ? Behaagt het u hun leven, hunne beelden, hun lof ?

9. Wat uwe tong aangaat, hoe spreekt gij van God ? Schept gij vermaak in alle goed van hen te spreken , naar uw vermogen en naar gelegenheid ? Zingt gij ook gaarne geestelijke liederen ?

10. Wat uwe werken betreft, denkt of gij de uitwendige eer en verheerlijking Gods ter harte neemt, en of gij ter zijner eer iets goeds tracht uit te werken? Want zij , die God liefhebben, beminnen ook te gelijk den luister van zijn huis.

11. Hebt gij ook wel, om den wil Gods , aan eenige genegenheden verzaakt? Want het is een goed teeken, zich ergens van te onthouden uit liefde van hem, dien men bemint. Wat hebt gij om Gods wil tot nog ioe verlaten ?

ocr page 429

— 415

V. HOOFDSTUK.

Onderzoek wegens de gesteltenis van zich zeiven.

1. Hoe bemint gij u zeiven ? Beiuiut gij u niet te zeer met eene wereldsohe liefde? In dien gij u naar de wereld bemint, zoo zult gij altijd op de wereld zoeken te blijven , eu daartoe zorgvuldig goederen vergaderen. Maar indien gij u zeiven voor den hemel bemint, zult gij wensehen of ten minste toestaan . van hier te scheiden , als bet deu Heer be lieven zal.

2. Onderhoudt gij ook eene geregelde liefde voor u zeiven Want niets bederft ons meer dan de ongeregelde liefde tot ons zeiven. Poeh de geregelde liefde vereiseht, dat wij meer de ziel, dan het lichaam beminnen ; dat wij bovenal zorg dragen om deugden te verkrijgen; dat wij de hemelsche eer hooger schatten dan de uardsche en de verganke lijke. Een wel geregeld hart zal meermaals bij zich zelf denken : wat zullen de Engelen zeggen, indien ik op zulke zaken denk : als wel: wat zullen de meuachen daarvan zeggen ?

3. Welke liefde draagt gij tot uw hart ? Verlicht het u niet, hetzelve in zijne krankheden te dienen? Voorwaar, gij zijt gehouden het met alle zorgvuldigheid ter hulp te

27

ocr page 430

— 410 —

koTuon, on van andoren to (loon liolpou , ule liet door dvifteu gekwold wordt. Ja , gij inuol daarvan uw voornaamste work maken.

4. Hoe acht gij u voor Grod ? Buiten twijfel als oen niet; doch liet zoude geene groole ootmoedigheid zijn van eene vlieg, van zich ah een niet te achten in vergelijking van eenen grooten berg; maar de ootmoedigheid bestaat, in zich zeiven niet boven een ander te stellen, en in niet zeer van anderen te willen geacht worden.

5. Hoe gebruikt gij uwe tong ? Roemt gij u nergens op ? Streelt gij u niet, als gij van u zeiven spreekt ?

6. Wat uwe werken aangaat, neemt gij geen vermaak in werken, die tegen uwe gezondheid strijden ? Ik bedoel ijdele, nutte-looze genoegens , die tot laat in den nacht duren , enz.

VI. HOOFDSTUK.

OnderzneTc hoe men is gesteld opzirhtens onzen evenmensch.

Man en vrouw moeten e'.kander met eene vreedzame en standvastige liefde beminnen ; want God verlangt het zoo. Hetzelfde zeg ik van de kinderen, maagschap en vrienden . elk naar zijnen atnat en rang.

Maar, hoedanig is U'V hart tot uwen

ocr page 431

uiiuslro gUHtoId ? Bemint gij hein vim liurtc uu om God ? Om dit wel te ondorsclioideu, moet gij ii eeuigc nijdige, korzelige en on-beaehaafdc menschen voor oogen stellen; want in zulke oefent men de liefde G-ods tot zijnen naaste; voornamelijk als die iets tegen ons hebben misdaan , hetzij door woorden, of door werken. Onderzoek of uw hart vrijmoedig met hen handelt, en of gij groo-ten tegenzin hebt in hen te beminnen.

Zijt gij niet al te driftig, om ten nadeele van uwen cvenmensch te spreken, voornamelijk als hij u niet bemint? Misdoet gij noch openlijk, noch bedekt uwen naaste : Indien gij naar de reden en de gerechtigheid te werk gaat, zult gij dat gemakkelijk ontdekken.

VII. HOOFDSTUK.

Onderzoek wegens de neigingen van het qemoed.

Ik heb wat wijdloopig van de voorgaande zaken willen spreken, omdat in dit onderzoek de kennis van onzen geestelijken voortgang gelegen is; want wat aangaat het onderzoek der zonden, dit is goed voor de biecht dergenen, die zoo zeer op den in-wendigen voortgang niet letten.

Men moet nochtans niet al te lastig zijn in dit onderzoek ; maar met zachtmoedigheid

ocr page 432

__ 41S —

ziou, hou ons hart dieuaaugaaudo gesteld ia , en wat merkelijke gebreken wij daarin

hebben bedreven.

Doch. om alles kort te maken , laat ons geheel dit onderzoek brengen op het overdenken onzer driften en genegenheden, door te onderzoeken hoedanig wij geweest zijn . en hoe wij ons gedragen hebben aangaande de liefde tot God , tot oir-.en naaste en tot

ons zeiven.

Aangaande den haat tegen de zoude, die wij zelven bedreven hebber., en tegen eens anders zonde; want wij moeten zoo wel wensi-hen. dat de eene als de andere uitgeroeid worden.

Aangaande de zucht naar geld en goed, naar vermaak , eer en roem.

Aangaande het vreezen der gevaren van zondigen, en van het verlies der tijdelijke f oederen; want de eene vreest men te veel, en de andere te weinig.

Aangaande de hoop: of men dezelve met te zeer gevestigd heeft op de wereld en op de schepselen, en te weir.ig op God en op de eeuwige goederen.

Aangaande de droefheid ; ol zij niet te gt;'root is geweest om beuzelarijen.

Aangaande de blijdschap: of zij niet te groot is geweest over dingen , die het met

v erdiendeu.

Eindelijk, welke genegenheden ons hart

ocr page 433

tot nu toe belemmeren. eu welke driften hetzelve beheerschen; of waarin ons harl zich voornamelijk heeft te buiten gegaan.

Want uit het zorgvuldig onderzoek van de geneigdheden der ziel, kan men tot de ware kennis van zich zeiven geraken ; even gelijk een harpspeler, door al de snaren beurtelings aan te raken, ondervinden kan, of het instrument goed gestemd is, alzoo kunnen wij ook, met de eene na de andere te onderzoeken, de liefde, den haat, het verlangen , de vrees , de hoop , de droefheid en de blijdschap onzer ziel licht onderscheiden, welke van die niet overeenkomen met Gods verheerlijking, die wij moeten betrachten , om dezelve door zijne medewerkende genade met hulp en raad van onzen ziels-bestuurder te verbeteren.

VIII. HOOFDSTUK.

Oefeningen na dit onder zoele.

!Na dit onderzoek geheel gedaan , en gezien te hebben, wat gij inderdaad zijt, zult gij eenige godvruchtige bewegingen in uwe ziel trachten op te wekken op deze wijze :

Dank God over uwe, alhoewel kleine, verbeteringen , die gij in uw leven zult hebben bevonden ; en beken , dat zijne barmhartigheid alleen dezelve in u en voor a heeft uitgewerkt.

ocr page 434

__ 418 —

/.ion, hue uns hart clieuttttugaaudo geateld is , en wat merkelijke gebreken wij daariu hebben bedreven.

Doch . om alles kort te maken , laat ons geheel dit onderzoek brengen op het overdenken onzer driften en genegenheden, door te onderzoekeu hoedanig wij geweest zijn , en hoe wij ona gedragen hebben aangaande de liefde tot God , tot on/.en naaste en tot ons zeiven.

Aangaande den haat tegen de zonde, uie wij zeiven bedreven hebben . en tegeu eens anders zonde; want wij moeten zoo wel wenschen. dat de eene als de andere uitgeroeid worden.

Aangaande de zucht naar geld en goed . naar vermaak , eer en roem.

Aangaande het vreezen der gevaren van zondigen, en van het verlies der tijdelijke goederen; want de eene vreest men te veel. en de andere te weinig.

Aangaande de hoop: of men dezelve met te zeer gevestigd heeft op de wereld en op de schepselen, en te weinig op God en U|i de eeuwige goederen.

Aangaande de droethe.d : ot zij niet te groot is geweest om beuzelarijen.

Aangaande de blijdschap: of zij niet to groot is geweest over dingen , die het niel verdienden.

Eindelijk, welko gBUigenUeden ous hart

ocr page 435

tot un toe belemmeren. en welke driften, hetzelve beheerschen; of waarin ons hart zich voornamelijk heeft te buiten gegaan.

Want uit het zorgvuldig onderzoek van de geneigdheden der ziel, kan men tot de ware kennis van zich zeiven geraken ; even gelijk een harpspeler, door al de snaren beurtelings aan te raken, ondervinden kan, of het instrument goed gestemd is, alzoo kunnen wij ook, met de eene na de andere te onderzoeken , de liefde , den haat, het verlangen , de vrees, de hoop, de droefheid en de blijdschap onzer ziel licht onderscheiden , welke van die niet overeenkomen met Gods verheerlijking, die wij moeten betrachten , om dezelve door zijne medewerkende genade met hulp en raad van onzen ziels-bestuurder te verbeteren.

VIII. HOOFDSTUK.

Oefeningen na dit onder zoele.

Na dit onderzoek geheel gedaan , en gezien te hebben, wat gij inderdaad zijt, zult gij eenige godvruchtige bewegingen in uwe ziel trachten op te wekken op deze wijze :

Dank Q-od over uwe, alhoewel kleine, verbeteringen, die gij in uw leven zult hebben bevonden ; en bekeu. dat zijne barmhartigheid alleen dezelve in u en voor u heeft uitgewerkt.

ocr page 436

Verootmoedig li voor Groit , en betuif*. indien gij tot nog toe geenen gvooteu voortgang in het goed hebt gedaun, diit het nwo schuld is , omdat gij niet getrouw , kloekmoedig en standvastig de ingevingen, de verlichtingen en bewegingen hebt waargenomen . die hij u, zoo iu het bidden als au-derzins , heeft ingestort.

Beloof, dat gij hem voor altijd zult loven ou danken voor de genaden, die hij u verleend heeft, om u van uwe eigene genegenheden af te trekken en tot deze kleine verbetering te brengen.

Verzoek van hem vergiffenis over de ongetrouwheid , die gij hem hebt bewezen , met uiet te doen wat hij u beval.

Offer hem uw hart, opdat hij het ills meester en koning ganseh bezitte.

Verzoek ootmoedig, dat hij u voortaan getrouw make.

Roep de H. Moeder Gods aan, als ook uwen beseherm-eugel, uwen heiligen patroon, den H. Jozef en alle andere Heiligen , opdat zij u door hunne gebeden bij God behulpzaam zijn.

IX. HOOFDSTUK.

Heilige bemerlcingen, diensiig om ome goede voornemens te vernieuwen..

Kadat gij dit onderzoek naarstig gedaan.

ocr page 437

— 421 —

en mol ©enen roorzichtigeu ziolsbcstuurder wegens uwe gebreken en derzelver hulpmiddelen gehandeld zult hebben , moet gij ii oefenen in de volgende bemerkingen ; doe er dagelijks eene, bij wijze van overweging; overdenk die aandachtig, met dezelfde voorbereiding en bewegingen, gelijk wij in het Eerste Deel hebben geleerd; stel u in de tegenwoordigheid van G-od , en verzoek hem zijne genade, opdat gij bevestigd wordet in den dienst Gods en in zijne heilige liefde.

X. HOOFDSTUK.

Kerkte hemerlcing, wegens de voortreffelijkheid der ziel.

Overweeg de edelheid en voortreffelijkheid uwer ziel, die begaafd is met een verstand, hetwelk niet alleen kennis heeft van de wereldsche en zichtbare dingen, maar ook van de Engelen, van den hemel, en van dien oppersten, allerbesten en oneindig grooten God; hetwelk weet, dat er eene eeuwigheid is, en wat de mensch doen moet, om wel te leven, om tot het gezelschap der Engelen in den hemel te komen en God in eeuwigheid te bezitten.

Uwe ziel heeft nog bovendien eenen edelen en vrijen wil, die God kan beminnen , en hem in zich zelven , als zijnde het opperste

ocr page 438

goed niet. kan haten. Erken de voortreffe lijkheid van uw hart, hetwelk even als de bijen, die nergens op ruston dan op welriekende bloemen, ook in geene zaak rust kan vinden, dan in God, dewijl geene schepselen het kunnen verzadigen. Overweeg vrij al het vermakelijke, dat gij ooit in uw voorgaande leven hebt genooten, en zeg mij eens oprecht, of uwe ziel er eene ware rust in vond ?

Helaas ! als ons hart zich tot de schepselen keert, loopt het er met drift naar toe, hopende zijne verlangens datirdoor te ^*1quot; nen verzadigen; maar het heeft ze nauwelijks «eproefd, of het wordt derzelver nietigheid gewaar. Want God wil niet, dat ons hart hier op aarde in iets rust zoude vinden , opdat het, even als de duif. die Noê uit de ark liet vliegen, gcene plaats kon vinden om te rusten, en tot zijnen God, uit wie het zijnen oorsprong heeft, zoude weder-keeren. O , hoe groot is de voortreflelijkheid van ons hart! Waarom dan zouden wij het tegen zijnen dank, de slaaf der schepselen maken ?

Gij kunt, o mijne ziel, God kennen en hem beminnen; waarom zoudt gij u met geringere zaken vergenoegen ? Gij kunt de eeuwigheid betrachten; waarom wilt gij u aan vergankelijke zaken hechten ? Dit was onder anderen do klacht van den verloren

ocr page 439

zoon . die, daar hij in zijns vaders huis alles in overvloed had, gedwongen werd zich te verzadigen met zwijnendraf. O mijne ziel! gij zijt geschapen om God te genieten. Wee u. indien gij u met iets anders vergenoegd!

Verhef dan uwe ziel door deze bemerkingen ; toon haar aan, dat zij , onsterfelijk zijnde . waardig is , een eeuwig geluk te bekomen , en wek haar tot deze verhevene betrachting op.

XI. HOOFDSTUK.

Tweede hemerlcing wegens de voortreffelijkheid der deugden.

Overdenk, dat de deugden en de godsvrucht alleen uwe ziel in de wereld gerust en tevreden kunnen stellen. Bemerk, hoe schoon en heerlijk die deugden zijn; vergelijk deze met de zonden, die daar tegen strijden. Hoe zoet is het geduld . in vergelijking van de wraakgierigheid ; hoe vermakelijk is de zachtmoedigheid, vergeleken bij de gramschap; de ootmoedigheid bij den hoogmoed; de mildheid bij de schraapzucht; de liefde bij den haat; de matigheid bij de gulzigheid! Want de deugden hebben deze eigenschap, dat zij de ziel met eene onuitsprekelijke vreugde vervullen, terwijl de zonden integendeel haar zeer mistroofitig

ocr page 440

— i24 —

maken. Laat ons dan trachten die vreugde tc bekomen.

De kleine zoowel nis de groote zonden , maken den mensch misnoegd in plaais van vergenoegd; maar zelfs de minste deugden brengen hare zoete vergelding mede, en de vergenoeging groeit aan naarmate de deugden zijn. O godvruchtig leven ! hoe schoon en hoe aangenaam zijt gij ! gij veracht deu Iegenspoed en de ellende; gij maakt dc mistroostigheid zoet; zonder u, is zelfs het goede kwaad, en zijn de geneugten vol onrust en gebreken. Al wie u oprecht kende, zou met reden met de Samarhaansche vrouw uitroepen : Meer! geef mij van dit water, welke verzuchting de heilige Theresia en do heilige Catharina van Genua bijna in alle godvruchtige voorvallen gebruikten.

XII. HOOFDSTUK.

Derde bemerking , wegens het voorbeeld der Heiligen.

Geef acht op bet voorbeeld , hetwelk de Heiligen ons hebben gegeven. Wat hebben zij niet gedaan om God te beminnen en onder het getal zijner godvruchtige dienaren te wezen? Beschouw zijne martelaren, onwrikbaar in hun voornemen; wat folteringen hebben zij niet geleden , om daarin te vol-

ocr page 441

barden ! Maar aanzie bovenal , aanzie eens de jeugdige maagden, witter dan leliën, door de zuiverheid ; en rooder dan rozen , door de liefde. Eenige barer telden twaalf, andere dertien, veertien, vijftien jaren , en leden liever duizenderlei folteringen, dan hare voornemens te breken ; niet alleen in liet belijden van het geloof, maar ook in het beleven van de godsvrucht. Eenige hebben liever den dood geleden, dan de maagdelijke zuiverheid te verlaten; andere hebben liever alles verdragen, dan de armen niet bij te staan, de bedrukten niet te troosten, noch de dooden te begraven. Goede God ! welke kloekmoedigheid heeft dat zwakke geslacht niet dikwijls in dergelijke gelegenheden getoond.

Sla het oog op zoo vele heilige belijders; met wat moed hebben zij de wereld versmaad! Hoe vroom en onoverwinnelijk zijn zij in hunne voornemens geweest! Niets deed hen wankelen. Wat verhaalt de H. Augustinus niet van zijne moeder , de H. Monica ? Met wat standvastigheid heeft zij God gediend , zoo wel in het huwelijk als in den weduwstaat! Wat verhaalt de H Hieronvmus niet van zijne geestelijke dochter , de H. Paula , als zij door allerlei tegenspoed overvallen werd ? Wat zullen wij niet durven bestaan, als wij ons zulke uitmuntende voorbeelden voor oogen stellen? Zij waren menschen even

ocr page 442

aïs wij, on deden alles oiu Öod. \V ivavom zouden wij ook niet naav onzen staat en roep zoo veel doen, om one voornemen en onze heilige opdracht ten einde te brengen :

XIII. HOOFDSTUK.

t ierde bemerking, wegens de liefde, welke Christus ons toedraagt.

Beschouw de liefde, met welke Christus onze Zaligmaker, zoo veel in deze wereld heeft geleden, voornamelijk n den hof van Olijven en op den berg van Calvarie. Deze liefde strekte zich uit tot u ; en door al deze pijnen en smarten verkreeg hij van God , zijnen hemelsohen Vader, de goede voornemens van uw hart en de middelen om dezelve te bewaren , te voeden , te versterken, en te volbrengen. O heilige voornemens', hoe kostbaar zijt gij , wijl gij door het lijden van onzen Zaligmaker zijt voortgebracht! Hoe zeer moet mijn hart u beminnen, daar gij mijnen Jesus zoo veel gekost hebt! O Zaligmaker mijner ziel! gij stierft den dood. om mij die goede voornemens te bezorgen ; verleen mij ook de genade, dat ik liever sterve, dan dezelve te verliezen of te veranderen.

Het is zeker, beminde Philothea , dat het bar! van Jesua , uwen bf minnelijken Zalig-

ocr page 443

— 427 —

maker, van aan het kruis uw hart aauzag en beminde, en dat hij door die liefde voor u, al de goederen verwierf, die gij ooit zult genieten. Wij mogen dus met reden met den profeet Jeremias zeggen, dat de Heer ons gekend heeft, voor aleer wij geboren waren . en ons toen bij onzen naam noemde. Want zijne oneindige goedheid bezorgde ons van dan af zijne liefde en barmhartigheid , en ulle , zoo algemeene als bijzondere middelen tot onze zaligheid. Want gelijk eene vrouw vooruit zorgt voor haar kind. hetwelk zij verwacht; aldus zorgde de Heer, die ons aan het kruis ter zaligheid baarde , voor ai-les wat ons noodig was, om de zaligheid te bekomen en tot de volmaaktheid te geraken.

O Heer ! hoe sterk behoorden wij dit in ons hart te prenten! Ts het mogelijk, dat ik van mijnen Zaligmaker zoo zeer bemind werd , dat hij zoo aandachtig op mij heeft willen letten. en van toen at' alles heeft willen bereid maken , om mij tot zijnen dienst te trekken ? Wat wederliefde zijn wij hem daarvoor niet verschuldigd ! Ja , van toen af dacht hij op u, Philothea, eu was zoo zeer voor u bezorgd, alsof hij maar voor u alleen op de wereld had moeten zorgen. Gelijk de zon iedere plaats zoodanig verlicht, alsof er maar deze alleen te verlichten was . alzoo verzorgde de Heer ook van toen af ieder zijner kinderen, alsof hij maar op eeu

ocr page 444

colli;; had moeten denken. 1)quot;B zoide dr U. i'uulns : h 'tjj licej'l' vlij henilnd , e/r zich dooi' mij ten beste qeffeven. Also! liij wilde zeggen ? hij heeft zoo veel voor mij alleen gedaan . alsof hij voor de anderen niets had verricht. Dit moet gij , o Philothea ! diep in uw hart prenten, om uw voornemen, hetwelk den Heer zoo veel gekost heeft, wel ter harte te nemen en te benaarstigen.

XIV. HOOFDSTUK.

Vijfde lemerlcing, over de eeuwije liefde van God jegens ons.

Overweeg de eeuwige liefde van Ood tot u ; want voor aleer onze Zaligmaker in zijne menschelijke natuur voor u aan het kruis stierf, dacht de goddelijke Majesteit reeds op u, en beminde u. Doch van wanneer heeft God u beginnen te beminnen? Van af hij begon God te zijn. En wanneer begon hij God te wezen ? Nooit; want hij is altijd God geweest, zonder begin en zonder einde. Aldus heeft hij u van allo eeuwigheid lief gehad; en dus van alsdan af heeft hij de genade bereid, die hij u tot nu toe bewezen heeft. Daarom zegt hij door zijnen profeet : met eene eeuwige liefde heb ik u bemind , en uit medelijden heb ik u tot mij getrokken. Hij heeft ook quot;an toen af onder

ocr page 445

— 429 —

andere zaken geschikt, u den wil tc geven van hem te dienen.

O God ! hoe voortrettelijk zijn dan die i^oede voornemens, die God van alle eeuwigheid voorzien en beroid gemaakt heeft! Hoe hoog behooren zij door ous geschat te worden ! Wat moeten wij niet liever verdragen , dan dezelve te verlaten of te krenken, al moest zelfs de gansche wereld vergaan ; want eene eenige ziel is meer waard dan de gansche wereld, doch eene ziel zonder goede voornemens en goede begeerte wordt op niets gerekend.

XV. HOOFDSTUK.

Verzuchtingen wegens de voorgaande overdenkingen, dienende tot slot van deze oefening.

O geliefde voornemens ! gij zijt de boom des levens, dien mijn God in het midden van mijn hart heeft geplant; die mijn Zaligmaker met zijn dierbaar bloed heeft bevochtigd , ten einde hij vruchten zoude voortbrengen. Liever wil ik duizendmaal sterven , dan dat zij uitgeroeid worden. Noch de ijdel-heid , noch de wellusten, noch de rijkdommen , noch den tegenspoed zullen mij ooit mijn voornemen doen veranderen.

Gij zelf, o Heer ! hebt dezen boom geplant,

ocr page 446

eu hem van alle eeuwigheid, door uwe vaderlijke genegenheid, voer mijnen tuin bewaard. Hoe vele zielen zijn er, die nooit zoo groote weldaad ontvangen hebben ! Hoe zal ik mij dan ooit genoegzaam kunnen vernederen over zoo groote barmhartigheid !

O heerlijkeen heilige voornemens! indien ik u behoud, zult gij mij behouden; indien gij in mijne ziel leelt, zal quot;mijne ziel door u leven. Blijf dan voor altijó leven, dewijl gij eeuwig zijt in Gods barmhartige schikking; blijf en leef eeuwig in mij, opdat ik u nooit verlate.

Na deze opwekkingen moet gij in het bijzonder gaan deuken op de noodige middelen , om deze gqede voornemens in het werk te leggen , en dezelve getrouw te gebruiken. Deze zijn : dikwijls een vast besluit te maken van te bidden; de heilige Sacramenten te ontvangen ; goede werken te oefenen ; uwe gebreken te verbeteren ; de kwade genegenheden te schuwen , en den goeden raad , die u ten dien einde gegeven zal worden, naarstig bewaren.

Na deze opwekkingen moet gij voor God met eene verdubbelde vlij ; betuigen. dat gij in uwe voornemens wilt volharden; en offer , alsof gij uw hart , uwe ziel en uwen wil in uwe handen hadt, dié aan God op, met verzekering dat gij dit ofier uimmermeer zult terug nemen, maar hem in handen

ocr page 447

loten , om iu alios en overal zijne bevelen ie onderhouden. Bid (rod, dat hij van vi eenen nieuwen mensch make, en uwe voornemens zegene en versterke. Verzoek de voorspraak van de heilige Maagd, van uwen Beschermengel, en van de andere Heiligen.

Q-a met deze gesteltenis tot uwen geestelijken vader, en werp u voor zijne voeten neder,- terwijl gij u beschuldigt over uwe voornaamste gebreken, die gij in dit onderzoek zult bemerkt hebben. Ontvang de absolutie , vernieuw uw voornemen, en vereenig u met uwen Zaligmaker door het ontvangen van het heilig Sacrament.

XVI. HOOFDSTUK.

Over den indruk, die deze oefeningen in ons hart moeten achterlaten.

Op den dag van deze vernieuwing, en ook op de volgende dagen, moet gij dikwerf deze vurige woorden van den H. Apostel Paulus, van den H. Augustinus, van de H. Catha-rina van Genua, en van andere Heiligen herhalen : neen, ik behoor niet meer aan mij zeiven; hetzij ik leve, hetzij ik sterve, ik behoor toe aan mijnen Zaligmaker; in mij is niets meer van hetgene ik ben, noch iets van het mijne. Mijn al is Jeaus; mijn eonig goed i.s de zijne te wezen. O wereld!

28

ocr page 448

gij ïijl, altijd dezelfde; ik ben voorheou ouk altijd dezelfde geweest: maar voortaan wil ik dezelfde niet meer blijven. ÜS'een, wij zullen dezelfde niet meer zijn, want ons hart is veranderd, en de wereld, die ons zoo dikwijls bedrogen heeft, zal nu ook van on-zentwege bedrogen worden; want daar zij niet dan zeer langzaam onze verandering zal gewaar worden, zal zij ons nog voor Esau blijven aanzien , doch wij zullen Jakob zijn:

Al deze oefeningen moeten in het binnenste van ons hart verborgen blijven; wij moeten ons alzoo na deze overdenking wederom tot onze beroepsbezigheden begeven , doch met zedigheid, uit vrees, dat die kostelijke balsem van goede voornemens niet op een oogeublik uitgestort worde; want hij moet tijd hebben, om al de deelen van de ziel zachtjes te doorweken en te doordringen.

XVIT. HOOFDSTUK.

Antmoord op twee opwerpingen, die letjen dit hoek zonden gedaan hunnen loorden.

De wereld zal zeggen, fhilothea , dat deze oefeningen en onderrichtingen zoo menigvuldig zijn, dat degene, die ze zou willen onderhouden, zich op geene andere zaken zou kunnen toeleggen. lt; iPhilothea ! al deden wij niets anders, dan zouden wij genoeg

ocr page 449

— 433 —

ilooii, mits wij alles verrichten , w;v( ous in do wereld te doen staat. Maar let toch eens wol op dit tastelijk bedrog. Zoo wij al deze oefeningen op eiken dag moesten doen, dan zouden wij , wel is waar, werk genoeg hebben ; maar elke zaak moet slechts op haren tijd gedaan worden. Hoe vele wetten staan er in de wetboeken niet geschreven, die alle onderhouden moeten worden ! Doch dit wordt verstaan, iedere wet op haren tijd, en niet dat men ze alle dagelijks moet volbrengen. De koning David, die met vele moeielijke en gewichtige zaken belast was , stelde nog meer oefeningen in het werk, dan degene , die ik u hier voorgeschreven heb... De heilige koning Lodewijk , die door zich zeiven bijna van alles kennis nam , hoorde niettemin dagelijks twee missen , las de vesperen en de completen met zijnen kapellaan, deed zijne betrachtingen, alle vrijdagen bezocht hij de gasthuizen , ging te biecht en oefende vele verstervingen ; hij hoorde zeer dikwijls het woord Gods verkondigen , handelende menigmaal over geestelijke zaken ; en evenwel nam hij in alles he1: tijdelijk bestuur van zijn rijk zeer ijverig waar; ja, zijn hof was zelfs veel schooner en bloeiender, dan het ooit ten tijde van zijne voorgangers was geweest. Onderhoud dan vrij deze oefeningen gelijk zij u hier zijn voorgesteld, en God zal u gelegenheid en sterkte genoog verlee-

ocr page 450

— 43-1 —

ijpu , om al uwe ia kou waai' te neioeu ; want wij /.iju steeds tot alles geschikt, als Cfod met ons werkt.

2. De wereld zal daarenboven nog zeggen . dal ik bijna overal voor zeker houd, dat mijne Philothea de gaaf van het inwendige ijebed bezit, daar het nochtans zeker is , dat eenieder die niet heeft, en dat vervolgens deze onderrichtingen aan alle mensehen niet kunnen dienstig zijn. Ik antwoord daarop, dat eenieder die gaaf niet heeft, ofschoon eenieder nochtans, zelfs de onverstandigste mensehen , dezelve kunnen bekomen , zoo zij maar naar goede leidslieden zoeken , en ook van hunnen kant naar den eisch der zaak willen medewerken. Indien dan eenigeu deze gaaf niet hebben. hetgeen ik vermeen zelden te geschieden, zal een wijze zielsbe-stuurder licht dit ongemak verbeteren, met aan zijnen leerling de onderrichtingen en overwegingen. die in dit boek worden aangewezen , of zelfs te doen lezen, of dour iemand anders te doen voorlezen.

XVIIl. HOOFDSTUK.

Drie laatste voorname vermaningen.

Op den eersten dag van elke maand zult gij de betuigenis hernieuwen , die in het 'fierste Deel op het XX Hoofdatuk staat

ocr page 451

on zeg dioii dug iüdep oogenblik jqüI David.-in der eeuwigheid zal iJc uwe rechtvaardige wetten niet vergeten : want in dezelven hebt Oij mij levend gemaakt. En zoo gij eenige verflauwing gewaar wordt , neem uwe betui-genis in uwe hand, werp u ootmoedig voor de voeten van God , herhaal ze wederom , en gij zult buiten twijfel verlicht worden.

Betuig openlijk voor de menschen, dat gij de godsvrucht wilt beijveren. Schaam u niet de gewone middelen te gebruiken , die u tot Gods liefde kunnen brengen. Eeken, dat gij uw best doet om te overwegen: dat gij liever wilt sterven dan doodzonde te bedrijven; dat gij dikwijls de heilige Sacramenten wilt gebruiken en den raad van uwen zielsbestuurder volgen. Want die vrijmoedige belijdenis, dat men den Heer wil dienen en zich aan zijne liefde toeëige-nen, is aan God, die niet kan dulden dat iemand zich over hem of over zijn kruis zoude schamen , zeer aangenaam. Deze vrijmoedigheid snijdt ook vele beletselen af, en versterkt in ons het voornemen van God getrouw aan te hangen.

De philozofen gaven zich eertijds voor philozofen uit, opdat men hen op eene phi-lozofische wijze zou laten leven. Wij moeten ook aldus laten blijken, dat wij godvruchtig willen zijn , opdat men ons godvruchtig late lamp;ven Indien u iemand aaide , dat men wöI

ocr page 452

goilviMioliUg kan lovou zonder al (lio omlor-richtiügeu eu oofcningeu, raoogt gij dit vrij toestemmen , en dadelijk ook vriendelijk antwoorden , dat uwe zwakheid zoo groot is , dat gij meer dan andere moet voortgeholpen worden.

Ik vermaan u dan ten laatste , lieve Phi-lothea , bij alles , wat in den hemel en op de aarde heilig is : door het heilige doopsel , hetwelk gij ontvangen heb:; door de borsten , die Christus gezogen heeft:; door het minnelijk hart, waarmede hij u bemint; door die diepe barmhartigheid , waarin gij al uwe hoop stelt; blijf standvastig in dit gelukzalig voornemen van godvruchtig te leven. Onze dagen gaan voorbij, de dood is aanstaande; de trompet, zegt de heilige Gregorius van Nazianzen, blaast den aftocht. Dat dan eenieder zich bereid make, want het oordeel nadert. Toen de moeder van den heiligen Svmphorianus zag , dat men hem ter dood leidde, riep zij hem toe: Lieve zoon! denk op het eeuwige leven ; aanschouw den hemel en dengenen, die daar heerschappij voert; gij genaakt de kroon. Mijne lieve Philothea ! ik zeg u nog verder , aanschouw den hemel; wil hem toch om de aardsche goederen niet verlaten. Aanzie de hel: en werp er u toch niet in; om een oogenblikkelijk vermaak. Aanzie Jesus Christus , uwen Zaligmaker ; wacht u toch wel van hem om de wereld

ocr page 453

l-ii vci^ukciI. üu uIh tlü urbiïifl van liüi godvruchtige leven u zwaar zal schijnen, zeg met den H. Franciacus ;

De heerlijkheid des hemels, waarnaar ik zucht en verlamj , maakt mij alle moeielijk-heden zoet en licht.

Dat Jesus leve.' aan wien , met den Vader en den H. Geest, alle eer en heerlijkheid zij , nu en altijd . in de eeuwen der eeuwen. Amen.

APPROBATIO.

Imprimatur.

Mechlinai, 15 Octobris 1845.

J. B. Pauwels , vic. qkn.

ocr page 454

BIJLAGE VAN GEBEDEN.

MORGENOEFENING.

(Naar PilotheaITI. 10.)

Oedachten hij het ontwaken, opstaan en aai?-Tcleeden,

1. O God ! tot U verhef ik mij in den vroegen morgen! Mijn hart haakt naar ü; Gij zijt mijn God:, mijn deel in eeuwigheid. Laat mij op mijne legerstede in den morgenstond uwe grootheid aanbidden en uwe goedheid prijzen !

Gij waart en zijt mijn Vader en Behoeder, zoo lang ik leef, — ik wil juichen onder de schaduw uwer vleugelen. Ps. G2.

Eer zij God den Yader f die mij geschapen, eer zij God den Zoon f die mij verlost , eer zij God den heiligen Geest f die mij geheiligd heeft; — gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

2. Tn den naam onzes Heeren Jesus Christus sta ik op. Gekruiste Heiland ! Zegeu mij, help mij en bewaar mij naar lichaam

ocr page 455

— .1.-59

on /.iel. Ijajil mij oüiib roemrijk verrijzen , en dun het loon ontvangen voor de waakzaamheid in uwen dienst verricht.

3. Eeuwige Vader! Geef mij het kleed der onschuld terug, waai mede GHj in den heiligen doop mijne ziel versierdet. — Jesus , koning der glorie ! Gij wildet in spotklee-deren gelasterd worden, om onze zonden af te hoeten; bijzonder die, welke wij door hoovaardij en oneerbaarheid begaan hebben. Ach! laat mij hier voor de oogen van uwen heiligen engel, ootmoodig en tot het goede gestemd, die kleeren aantrekken , welke uwe goedheid mij heeft geschonken: opdat ik op den strengen oordeelsdag, door ijdelbeid en kwade lusten niet aan de geheele wereld tot schande moge verstrekken. — God, heilige Geest! versier mijne ziel met alle deugden der geheiligde menschheid des Verlossers, opdat de Vader ook aan mij zijn welgevallen hebbe.

4. Ontferm TJ mijner, o God, naar uwe groote barmhartigheid; reinig mij meer en. meer van mijne misdaden ; reinig mij van alle zonden, door het kostbare bloed van Jesus Christus !

Schep in mij een rein hart en vernieuw in mijn binnenste den rechten geest der kinderen Gods. Allerhoogste wezen ! Gij oneindige schoonheid en volkomene volmaaktheid ' help mij, opdat ik U hier beneden dikwijia

ocr page 456

— 410

in tU'ii H[)iegol iiwoi- werken betraclito, «-n eens waardig worde, om uwe heerlijkheid van aangezicht tot aangejiicht te aanschouwen. Amen.

Met deze olquot; dergelijke denkbeelden houde men zijne gedachten bezig; men kniele terstond in een slaapvertrek voor een kruisbeeld neder, en ga met het morgengebed voort.

MORGENGEBED.

Drieëenige God! hemekche Yader ! Gij die met uwen Zoon en den heiligen Geest. ook mij, uw gering Schepsel, hier in uwe alomtegenwoordigheid omvat! U aanbid ik in de diepste ootmoedigheid des harten. Ach ! laat mij nu uwen heiligen naam prijzen, met alle engelen en heiligen in den hemel, en op de geheele wereld met alle ware kinderen uwer Kerk ! — Gij zijt mijn God en mijn alles. Aan uwe vaderliefde heb ik mijn bestaan te danken, alles wat ik ben en heb in dit, en wat ik hoop in het andere leven. Bijzonder echter dank ik U, dat ik nog op dit oogenblik uwe liefderijke Majesteit in gezondheid aanbid. Terwijl ik gerust sliep . hebt Gij over mij gewaakt. — Uw engel moest mij ter zijde .staan en alles verwijderd houden, wat uw kind ergens schade kon toebrengen. Ach , heilige God ! uwe barmhartigheid heeft mij bewaard, boven zoo

ocr page 457

— -til —

vele aiulcron , wior zielen Gij in dezru nuclit voor uwen rechterstoel geroepen liebt! Gij beschermdet mijn leven , om mij nog tijd tot verbetering en heiliging over te laten. Tk dank U van ganaoher harte en bid : laat mij in waarheid U daarvoor danken , dat ik den kostbaren tijd, om mijn heil te bewerken , eindelijk getrouw ter hand zal nemen. Ja , dat wil ik heden met uwe genade. Gij zijt de liefde. — Gij zult ook mijn hoogste goed , mijn doel , mijn einde zijn. Daarom wil ik in geloof, hoop en liefde van nu af U alléén dienen. Wees Gij de God mijns harten, en help mij elk uur van dezen dag tot uwen dienst gebruiken ; help mij , dat ik heden alle dagen, die ik door uwe goedheid nog beleven zal , vele schatten voor den hemel verzamele; help nw arm kind, door Jesus Christus en den heiligen Geest. Amen.

2. Zoon Gods, mijn Heer en Verlosser! Gij zijt voor mij aan het kruis gestorven ; daarom wil ik dan heden ook de zonde geheel en al vaarwel zeggen. Ik wil over hart en zinnen waken, en bijzonder alle gelegenheden zorgvuldig vermijden, die mij op nieuw kunnen doen vallen. Doch ook bidden wil ik, en wandelen in uwe tegenwoordigheid. — Gij zijt de weg, do waarheid en liet leven. Toon mij door uw voorbeeld den weg ten hemel; uw goddelijk woord zij het

ocr page 458

_ ^42 —

In-lil. injjiior vortoii ; dat hot tot opbrniriug in den strijd Htrekke, die ik toj^en de zonde

van..... strijden wil, eene zonde waartoe ik

zeer geneigd ben; het z:ij dan mijn troost in alle lijden. Laat mij . o Jesus , naar uw voorbeeld, zalig, kuisch en eenvoudig, rechtvaardig en liefderijk door dit korte leven wandelen. Gij leeft nu eeuwig in de heerlijkheid des Vaders; oot ik wil zoeken, wat daar boven, doch niet wat op aarde is, opdat ik ginds eeuwig met ü leve. Amen.

3. God, heilige GeestTot IJ wend ik mij nog in het bijzonder. Gij zijt de instandhou-der onzer zielen. Zonder U, kan ik de zonden niet vermijden, en uwe genade moet mij sterkte geven, om het goede te willen en te volbrengen. Verlicht derhalve, o goddelijk licht, mijn verstand met uwe wijsheid, opdat ik in het ware geloof der Kerk wete, wat mij tot vrede strekt en mij in uwe oogen welgevallig maakt. Vervul mijn gemoed met een levendig verlangen naar de eeuwige goederen , met een vast doch ootmoedig vertrouwen op uwe genade , en met kinderlijke vrees voor God. Boven alles echter, o heilige Geest der liefde , stort in mijn koud hart eene heilige liefde tot J esus , opdat ik het zoete juk zijner geboden — ja ook zijn kruis, met vreugde opaeme en Hem staud-vaatii? vol?e tot in deu hemel. Amen,

ocr page 459

— 443

Overweeg liicr, welke oefeuingen b. v. der aandacht, der verstprviug, der liefde tol de naasten.... fïij u heden kunt voornemen, alsook welke bekoringen bijzonder van den kant uwer grootste neiging , en welke wederwaardigheden u overkomen kunnen; tracht daartoe een vast besluit te nemen en maak een goed voornemen,

AVONDGEBED.

Het is goed vóór of na het Avondgebed eene Litanie te bidden, b. v. van de heilige Moeder Gods, van den heiligen Naam Jesus.

Aanbidding en Dankzegging.

De Koning der eeuwigheid, de onsterfelijke en onzichtbare, de eenige G-od, worde aangebeden, geëerd en verheerlijkt; nu en in alle tijden ! Amen.

Geloofd zij, God, uwe onuitsprekelijke liefde , die mij altijd met zoo vele en groote weldaden overlaadt! Eeuwige Vader! Ik dank U, dat Gij mij geschapen hebt , naar uw evenbeeld en voor de; hemelsche glorie. Zoon Gods! ik dank U, dat Gij mij door uw dierbaar bloed verlost en zoo dikwijls van de zonden gezuiverd hebt. God heilige Geest! ik dank ü , wijl Gij mij in het doopsel tot een lief kind Gods verheven en in de gemeenscha]) van de eenige ware Kerk van Jesus opgenomen hebt, en mij nog immer door hare leer en Sacramenten heiligt.

ocr page 460

En lioo zal ik U, allerheiligste Drievuldigheid , behoorlijk danken voor al het goede waarmede Gij , iederen dag mijns levens, ; mij onwaardig schepsel , overlaadt naar li-chaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid ! | Door uwe meer dan vaderlijke voorzienigheid, hebt Gij ook heóen mij en de mijnen behouden, ja, door uwe H. Engelen mij zelfs voor alle gevaren behoed. Dank zij ü, liefderijkste God , voor leven en gezondheid, spijs en drank en elke vreugde, die ik heden genoten heb; dank, voer uwen gedurigen bijstand en zegen in de /aken van mijn beroep; dank voor elke versterking in den strijd tegen de zonde, en bijzonder voor al het goede , dat heden door uwe genade over mij, en aan mij geschied is! Dank zij U echter ook , o God, voor de bezwaren en lijden, welke Gij mij tot mijn heil hebt laten overkomen. Ach! ik ben te gering en onmachtig, om den rijkdom uwer goedheid te erkennen; hoe zoude ik U waardig danken kunnen! O neem het dankbaar en liefde- i volle hart van Jesus , i.i plaats van mijn arm hart; neem alle lofprijzingen en verdiensten 1 van Maria, van uwe Engelen en uitverkorenen in den hemel en. op aarde; — en neem te gelijk mij , en alles, wat ik ben en heb , tot een welgevallig lo - en dankoffer gunstig aan ! U bemin ik , o God, en ik zal ü eeuwig beminnen, in den naam van Jesus!

ocr page 461

'

— 145 —

Vergeet niet voor bijzondere weldaden, welke u heden ten deel geworden zijn , nojr bijzonder te danken, en God vergiffenis te vragen voor de zonden, door welke gij hem vergramd hebt. — Onderzoek daarom zorgvuldig uw geweten; om dit te vergemakkelijken , herinnere men zich : waar , bij wien. en in welke bezigheden en uitspannin

I gen men zich van 's morgens af heeft bevonden — men denke na, hoe men zich omtrent Goda ge boden gedragen heelt. Een kort overzicht der gewone zonden tegen de heilige tien geboden en de geboden der heilige Kerk, zal hier zeer heilzaam zijn. gen men zich van 's morgens af heeft bevonden — men denke na, hoe men zich omtrent Goda ge boden gedragen heelt. Een kort overzicht der gewone zonden tegen de heilige tien geboden en de geboden der heilige Kerk, zal hier zeer heilzaam zijn.

ocr page 462

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Welke voor het inwendige gebed zijn ingericht.

(Zie Philothea II. 14'.)

Overwegingen ter voorhereidrng.

1. Ik wil ingaan tot Gods altaar — in vertrouwen op de grootheid en menigvuldigheid uwer barmhartigheden. Heer! leid mij in uwe rechtvaardigheid. Ja , hier in het huis Gods, waar mijn Verlosser het onbloedige offer van zijn heilig Vleesch en Bloed opoffert, om de ofl'erande aan hel kruis te gelijkertijd te vernieuwen , en derzelver kostbare vruchten mede te deelen, aan allen , welke door het geloof en de liefde er aan deel nemen. Hier wil bet Lam Gods ook mijne zonden uitwisschen.

2. Zoon van den levenden God , Schepper en in standhouder aller wezens ! Gij , die na de zege over zonde en dood eeuwig in de heerlijkheid des Vaders zegeviert : Gij ontdoet Ü op het altaar van alle glorie, verrieden IJ nog dieper dan bij uwemensfh-wording opdat wij met U en in IJ do Godheid waardig aanbidden mogen.

ocr page 463

— 447 —

Wat zullen wij, arme menschen, den Heere vergelden, voor al het goede, dat hij aan ons gedaan heeft, en eeuwig doen zal ? Ach Jesus ! Gij geeft U in onze hand over, met alle verdiensten van uw leven eu uwen dood. IJ mogen wij, uls het waardige otfer -llt- van dankzegging, getroost den Vader opdra gen. Afgrond der goddelijke liefde ! hier mag ik met vertrouwen hidden, om alles wat ik voor mij en do mijnen naar lichaam en ziel uoodig heb; want ik bid met Jesus in zelf, eu met den priester, in den naam der lig- geheele Kerk. Ja , hier hoop ik deel te nemen mij aan »11© schatten van genade des hemels , het wanneer ik mij met den tegenwoordigen mid-iQe- delaar, tusschen God en de menschen. ver-ocd eenig door het geestelijk genot van zijn hei-! te ïig vleesch en bloed.

38t- 3. Maar mag ik, zondaar, mijne oogen

bu , flen troon des Allerheiligsten opslaan ?

aan Ach ! dit is de troon zijner genade. Tk sla ook met den boet vaardigen tollenaar op mijne borst. God! wees mij genadig! Het doet mij iper leed, dat ik nwe oindelooze liefde en bemin-, nH nelijkheid, zoo dikwijls en zoo zwaar belee-de digd heb. Tk wil gaarne boetvaardigheid doen )nt- en rcdj boteren. — Ik wend mij met den ^er. priester, den plaatsvervanger uwer gemeente, ifh- tot Maria, de moeder der barmhartigheid, de lot den Aartsengel Michaël en alle heilige li engelen , welke het altaar van den Qekruiaten

29

ocr page 464

— 448 —

onzichtbaar omringen , tot allo uitvorfcoronen Nai

God« ; dat zij mij genade en vergifiFonis voor zon

alle zonden helpen afsmeeken. öij echter , een drieëenige öod . neem genadig aan het offer

der aanbidding, dankzegging, verzoening , q.0( bede en voorspraak, dat wij van nu af met de geheele zegevierende en strijdende, en voor de geheele lijdende Kerk , in den geest der ootmoedigheid uwer Majesteit toewijden

en heiligen. Amen. j

Dot

Tot aan het Evangelie. zijn»

1. Zoozeer heeft Goc de wereld bemind,

dat hij zijnen eenigen Zoon voor haar gege- j

ven heeft.— Goddelijke Verlosser! Naar tT va^t verlangden alle vromen der vorige eeuwen.

om van het verderf der zondaars gered te _t

worden, en Gij daaldet neder van den hemel,

voor ons en onze zaligheid ; de heilige Geest j

der liefde gaf U, als den Zoon der Maagd vest

ons tot verzoener. Heer ! geef dat ik geloove. !l[w(

hope en beminne ! we

2. Zoon Gods ! Gij kwaamt in de wereld , woo' de wereld is door U gemaakt, en de wereld ej(re, heeft U niet gekend. Zelfs uw eigendom . g°e( het joodsche volk , nam U niet aan. Gij , de c|()ol liefde zelf, naamtvan nwe vroegste kindsch- tot. ! heid af, voor ons alle lijden der aarde, ar- jj moede, vernedering, elk bezwaar en elke en i ramp over . als ook uw verborgen leven te ,

ocr page 465

— 449 —

JMazareth, oin het tot zoenoti'er voor onze zonden op te offeren en altijd waart gij een voorbeeld van vroomheid, van kinderlijke gehoorzaamheid . wijsheid en liefde tot-God en den naaste. Laat on» U navolgen uit dankbare liefde !

Bij het Evangelie en de Credo.

Jesus, dien de Vader, Lij het ootmoedige T)oopseI in den Jordaan, verklaarde voor zijnen geliefden Zoon, welken allen aanhoo-ren moesten, en die door de verschijning des heiligen Geestes verheerlijkt werd : Gij begont nw leerambt met veertig dagen te vasten en te bidden, eu met bestrijding der bekoringen van den duivel in de woestijn ; — en ach, met welke moeitevolle pogingen hebt Gij ons den weg der zaligheid geleerd !

Heer! Gij zijt de eeuwige waarheid , bevestigd door ontelbare wonderen, van de alwetendheid en almacht Gods! Ik onderwerp gaarne mijn verstand aan uw goddelijk woord; ik geloof alles , wat Gij , zoowel met eigen mond , als door uwe , van den heiligen Geest verlichte Apostelen geleerd hebt, eu door hunne opvolgers in de katholieke Kerk , tot aan het einde der tijden , leeren zult.

Dank zij U in eeuwigheid voor dit geloof en de heilmiddelen der Kerk, miiue moeder !

quot;

ocr page 466

— 450 —

Miuik uiij al.imdvaotig en sterk in hel geloof eu de gehoorzaamheid !

Na den Credo tot aan den Pater noster.

1. Toen nw laatste levensstond naderde, wildet Gij , uit overgrcote liefde, ons het kostbaarste aandenken van uwen dood, uw eigen vleesch en bloed, tot oH'er en geestelijk voedsel achterlaten. Wij vieren heden uwe gedachtenis, o Jesnn! Uw gewijde priester neemt brood en wijn , om met het geheimvolle otter te beginnen. In een naam van IJ en van de geheele Kerk wijdt hij , niet zegen en gebed, de aardsche gaven, welke in hemelache zullen veranderd worden. Hij ottert ze, eu met dezelven ons eu alles wat wij zijn en hebben , aan den hemelsphen Vader op. — Neem dan , almachtige, eeuwige God, deze uwe gaven , eu al het onze; neem ook ons boetvaardig hart ten oli'er ! Ijaat het ous en allen, voor welke wij bidden, tot eeuwig heil verstrekken !

2. Het otter is op nw altaar; en nu, o God, vereenigt zich uwe gemeente met alle heerscharen des hemels, om uwe hoogste majesteit te prijzen. Ja , het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam , dat wij IJ altijd en overal dankzeggen. Hoe moeten wij dan, bij deze heilige gedachtenis van Jesus uwen Koon met de hemelache kooren

ocr page 467

— 451 —

el niet juichen ; heilig , heilig . heilig sijt Q-y , God Sabaolli! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie! Gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren 1 Hosanna in den hooge!

e, 3. De priester en de gemeente smeeken ,

iet o God , in stilte uwen zegen over de ofler-jw ande af, voor de geheele Kerk, hare voor-te- standers, en alle geloovigen. Wij vereenigen en ons smeekend en ootmoedig gebed, en trees- den te gelijker tijd met de strijdende Kerk ^e- in gemeenscha]) der zegevierende. De aller-im zaligste Maagd , de Apostelen, do Marte-ij , laars en alle uitverkorenen, zullen met ons m, tot den Verlosser naderen, ten einde het en. hart van God en zijne geheéle barmhartig-lea beid tot ons eigendom te maken. Ook gij , ten heilige Engelen, komt ons ter hulpe ! ige 4. Heden is bet plechtige oogenblik , waar-em in de Koning des hemels en der aarde alw aat onzen bemiddelaar op het altaar verschijnt, tot Komt, laten wij nedervallen en aanbidden.

Ach ! laten wij met David in zijne tegen-, o woordigheid weenen. Zoo werd zijn heilig ille lichaam aan het kruis verheven — het bloed ;ste stroomt uit de wonden der nagels , en onder en al die pijnen bidt hij: Vader, vergeef hun! wij — O Jesus ! bid nu ook voor mijne zonden , ten de oorzaak van uw lijden! — Aan het kruis ran beeft het bloed gestroomd, dat ik in dozen ren kelk aanbid; zuiver, heilig en bewaar mijne

ocr page 468

ziel . door deuen kostbaren prijs der ver- 1

zoenmg !

5. Jesus! Gij zijfc pr oster iu eeuwigheid, { volgens do orde van Melchisedech ! Gij ver- ] andorl heden, tot Gods eer en tot ons heil. * hot brood on den wijn in uw heilig Vleosch en Bloed. Gij ottert U zeiven met lichaam en ziel, met alle verdiensten uwer geheiligde menschheid aan den Vader op — en ach , l wij allen mogen deelnemen met do geheele Kerk Gods aan do eindelooze waarde van ï dit otter ! Zie, wij vereenigen onze aanbidding , dank en smeeking met do gebeden ^ van den priester, den dienaar en den plaatsvervanger uwer gemeente. Verzoen ons met den Vader — vergeef ons onze zonden — geef ons uwen heiligen Goest!

6. Door U, zoenoffer voor levenden en dooden, mogen wij in den naam der strijdende kerk ook voor de lijdende bidden. Gij wilt toch , dat een band der liefde al uwe ge-loovigen omvatten zal. .Eeuwige liefde! geel den afgestorvenen..., vrede en rust in U ! Laat hen deelnemen in de zalige gemeenschap der heiligen, en voer ons , zondaars , ook in der-zelver gezelschap; waarvoor wij , alleen op de menigvuldigheid uwer barmhartigheden vertrouwende , door de voorspraak der heilige Maagd , der Apostelen , Martelaars en alle uitverkorenen, met den priester in ootmoed bidden , in den naam van Jesue.

ocr page 469

— 453 —

'Dt~ Van den Pater noamp;ter tot de Communie.

d , Orerwee^ de gebeden van hei Onze Vader;

?r- Hid Tooral om deel te nemen aan hef. hrood

il. des levens ; en overweeg nvre zonden mei

cli een oprecht berouw, om u zoo tot de gees-

mi felijke Communie voor te bereiden.

de

ll , Van dc Communie tot het einde der H. Mis. ele

ai, 1. Heer! ik ben niet waardig..... Aon,

id, spreek tot mij het woord : Ik wil, wees ge-

eil reinigd! — Tk wil, wees heilig en zalig!

ts- Zijt Gij ook niet de goede herder mijner

iej ziel ? Voed mij tot het eeuwige leven . met

__nw heilig vleesch en bloed. Met de Cana-

neesche vrouw, smeek ik aan uwe voeten;

eil Heer, help mij ! Het brood uwer kinderen .jj. verdien ik niet, doch de hondjes eten toch ook de broodkruimels, welke van de tafel

Tequot;. huns meesters vallen. — Laatjmij , o Jesus . 3eC niet geheel ongetroost heengaan ! Mijne ziel lftt is voor ü gelijk verdroogde aarde. Mijn hart jei. verlangt naar TJ, en ik vertrouw op ü, ik 0r. bemin U. quot;Wanneer zal ik mogen komen en

^ voor uw aanschijn verschijnen, om U wer-er_ kelijk met de volheid uwer genade te ont-

[ge vangen ? Ach ! bereid mij van dit uur af

lle voor ; kom , Heer Jesus, mij meer en meer

ie(j zuiveren van alle kwade driften , en verrijk mij met geloof, hoop en liefde!

ocr page 470

— iö-l

2. Loof uiijue «iel . den Heer , en alles in mij verheerlijke den naam Jesus , die zijn volk zalig maakt Tan deszelfs zonden , die ons kroont met zijne barmhartigheden door het geheimvolle ofier! Tot ü, drieëenige God , wend ik mij heden in ootmoedigheid, smeekende om nwen zegen door de hand «les priesters; om zegen naar lichaam en ziel, voor mij, voor de mijnen.... en de ge-heele katholieke Kerk, God. ontferm U onzer en zegen ons! — Laat iw aanschijn ons verlichten, en ontferm U onzer: Vader f Zoon f en heilige Geest f in den naam van Jesus! Amen.

BIECHT GEBEÜEJM.

Gebed voor eene waardige roorhereidin//.

God de Vader f Öod de Zoon f God de heilige Geest! f Ontferm TT mijner! In uwe tegenwoordigheid stem ik heden mijne ziel voor de ernstige zaak der boetvaardigheid. Ik ben weder ontrouw geworden in uwen dienst, en mijn geweten is tegen mij opgestaan; ik voel het, dat ik weer gezondigd

ocr page 471

heb; ach ! dat ik dikwijls eu raisachien zwaar gezondigd heh voor ü, heilige, reclilvaardige God ! — Ja, ik moet en wil mijne ziel redden, door het waardig ontvangen van hel heilig Sacrament der boetvaardigheid. — Maar , o Heer ! wat kan ik zonder U ? Ik kon IJ zoo lichtzinnig verlaten, —- ik kon zoo diep vallen; — maar opstaan en tot ü terugkeeren, dat kan ik niet uit eigene krachten. Reeds moest ik heden wanhopen, wanneer Gij zelf — mijn beleedigde Rechter, mij niet zoo liefderijk uitnoodigdet tot het verl rouwvolle gebed om hulp en genade.

Daarom werp ik mij dan neder voor den troon uwer eeuwige barmhartigheid. en roep uit de diepte mijner ellende tot U : Heer , red mij ! Schenk mij den geest der boetvaardigheid ! Het is de grootste weldaad, die Gij mij heden bewijzen kunt. — Zend een enkelen straal van uw licht in mijn door de zonde verward en verduisterd verstand. Laat een vonk uwer liefde mijn koud hart verwarmen , en geef kracht aan mijnen zwakken wil, opdat ik eindelijk met vollen ernst mijne ziel van de zonde losrakke en mij voor altijd aan U geheel overgeve. Jeans Christus ! Ik klem mij aan uwe dierbare belofte vast, dat de Vader in den hemel ook mij — zijn onwaardig kind dat om brood bidt — geenen steen, maar, wat mij heden zoo noodig is, het brood der erkentelijkheid en liefde, den

ocr page 472

goeden heiligen Geest geven wil. Ja, ik houdi mij nan uw onfeilbaar woord vast: (rij will zelve datgene doen , waarvoor Hen hemelschen Yader in uwen naam gebeden wordt. — Verwerp mij niet van uw aau-st'hijn. Gij die nog niemand, die tot U gekomen is , verstooten , maar integendeel alle belastten en beladenen vaderlijk verkwikt hebt. Jesus! wek dan ook mijn beangstigd hart op, en geef aan hetzelve de vreugd in den heiligen Geest, en uwen vrede weder !

God, H. Geest! daal heden over mij neder , volgens de belofte des hemelschen Vaders en in den naam van zijnen Zoon- Kom en vervul mijne geheele ziel. Geest van dankbaarheid ! help mij, opdat ik mijn geweten nauwkenrig onderzoeke, opdat ik niet alleen elke uiterlijke misdaad en verzuim , maar ook mijne verborgene inzichten en beweeggronden inzie, en mijne neigingen zoodanig doorgronde, zooals ik eens in den dood mijne gebreken erkennen zal.

Geest der heilzame vreeze Gods ! Doorboor mijn hart met den afschrik voor de eeuwigheid, en laat mij eenen druppel van die bitterheid proeven, die den Heiland voor mijne zonden met doodsangst vervulde.

Maar, o levendmakende Geest, laat mij niet wanhopen ! Wek in mij het vertrouwen in den barmhartigen Verlosser op. Verwek in mij de liefde, welke mij in zijne armen

ocr page 473

— -157 —

terugvoere, met den vaaten wil Hem nim-mer-te verlaten. Eindelijk, o Geest der waarheid en oprechtheid! help mij alle monden mijner ziel zonder eigenliefde en bemanteling aan den plaatsvervanger van Christus, mijnen alwetenden rechter, openbaren, opdat ik door nwe genade genezen en geheiligd worde. Amen.

Wees dan met mij op dit nnr. drieeenige God! Voor nwe oogen wil ik de zaak mijner heiliging beginnen , en mij aldus zelf vonnissen , opdat ik niet door ü gevonnisd en gedoemd worde. Laat mij alles met uwe genade volbrengen naar uw welgevallen, door de verdiensten van het bloed van Jesus. Amen.

Heilige Maria , toevlucht der zondaren ! JSla mij heden bij met uwe moederliefde, gelijk in het uur van mijnen dood. — Mijn goede Engel! gij hebt mij als zondaar niet verlaten, ach, help mij nu boetvaardigheid doen, tot vreugde van het gansche hemelrijk. Gij, mijne getrouwe patronen..... bidt

voor mij met alle engelen en heiligen , eti gij bijzonder, gelukzalige belijders.... smeekt de genade voor mij af, om u na te volgen: door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

ocr page 474

— -io3 —

Over hel onderzoek dejs gewetens.

Hel is /.eer raad/.mim , en dikwijls noodzakelijk , hel geweten daags te voren, dat men fe biechten gaat te onderzoeken.

Een kort overzicht der tien geboden Gods , kan daartoe het best tot leiddraad dienen , nadat men het voorgaande gebed verricht heeft. — Voor de biecht zelve herinnert men zich dan reeds alle bekende zonden , in die orde en op die wijze, zoo als men zich daarvan beschuldigen wil, en overweegt dan met de meest mogelijke aandacht de volgende beweeggronden van berouw.

Opwekking van Berouw.

o God ! Gij ziet de grootte en de menigte mijner misdaden. Ach ! ik ben niet waardig de oogen op XJ te slaan, en kan alleen met den tollenaar van het Evangelie zeggen : God! wees mij zondaar genadig. O hemel , waarvoor ik geschapen ben : van u heb ik algezien, zoo dikwijls ik zwaar zondigde. Afgezien heb ik van de eeuwige rust, van die verheerlijking van lichaam en ziel, van dat onuitsprekelijke geluk va i zalige veree-niging met alle engelen en heiligen. — Ja , afgezien heb ik van het aanschouwen van de liefde en van het bezit van mijnen God

ocr page 475

üu Verlosser. — En aan welk gevaar heb ik mij door de zonde blootgesteld ? Ik weet, dat de onboetvaardige het verschrikkelijke oordeel hooren zal : ga van mij , vervloekte, in het eeuwige vuur, dat voor den duivel bereid is.

Kn hoe dikwijls wel heb ik niet zwaar gezondigd ? Hoe dikwijls heb ik door klein aohijnende zouden mij niet in gevaar gesteld om doodzonden te bedrijven ? Hoe dikwijls heb ik door dagelijksche zouden mij niet aan de stratten des vagevuurs schuldig gemaakt, waarbij al het lijden der aarde niet te vergelijken is! — Maar, ach! waren dan de eeuwige plagen niet te vreezen ? — Op de belooning van hen , die God uit ganscher harte beminnen, durf' ik geen aanspraak maken.

Rechtvaardige God! — Mijn hart is doordrongen van vrees voor uw oordeel. Neen, ik wil niet verloren gaan , maar het eeuwige leven bezitten, het koste wat het wil !

Maar wie delgt de zware schuld mijner zonden ? Wie helpt mij den hemel verdienen ? O, geprezen zij uwe eindelooze barmhartigheid, die mij door de genade van Jesus redden wil. Yader van barmhartigheid en God van allen troost! op U heb ik mijne hoop gevestigd; daar Gij zelve gezegd hebt, dat Oij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich betere en leve. Ik hoop

ocr page 476

— -160 —

op U; want daarom hebt (rij uwen Eenig-geborenen niet gespaard, maar hem den dood overgegeven, opdat geen enkele, die in hem gelooft, verloren gaat. Ik hoop op TJ; want Gij hebt ons in het heilig doopsel den geest van uwen Zoon gegeven, en geeft ons den-zelven ook in het heilig Sacrament van boetvaardigheid; opdat wij, voor de zonde dood, in geloof, hoop, en liefde met Jesus ver-eenigd, weder voor TJ leven kunnen. Ja, ik wil op U vertrouwen langmoedige God! Gij hebt mij tot nu toe verschoond, en met een vaderlijk geduld mijne bekeering verwacht en er mij toe aangespoord — in plaats van mij, zoo als ik het verdiende. te midden zijner zonden voor uwen rechterstoel te roepen ! Nu nog wilt Gij mij tijd en genade tot boetvaardigheid geven 1

óGod! uwe waarlijk onuitputtelijke barmhartigheid , welke ik helaas ! tot nu toe veracht en misbruikt heb, overlaadt mij met schaamte. En hoe moeten dan alle weldaden uwer liefde mij beschaamd maken en verootmoedigen , die oneindig menigvuldige en groote weldaden der schepping , verlossing en zaligmaking! Gij, die mij niet noodig hebt, hebt mij uit enkele liefde eene zaligheid voorbereid , die alle wenschen en denkbeelden te boven gaat; ik zal aan uwe eigene glorie deel nemen.

Uwe goddelijke voorzienigheid heelt mij

ocr page 477

V

— 461 —

roods zoo vele jaren.... behoudon , eu boven duizende anderen alle dagen en uren met weldaden overladen, uit liefde en ora mij tot liefde aan te sporen, terwijl ik zonder liefde tot U niet zalig ben ! — GHj hebt ons , toen het geheele menschelijke geslacht gevallen en zonder hoop verloren was , uwen Zoon gegeven; ja, ook voor mij hebt GHj hem gegeven — en Hij moest aan het kruis sterven , om ook mijne zonden in zijn bloed af te wasschen, en ook voor mij de gaven van genade des heiligen Geestes te verdienen. — Wee mij . dat ik uwe liefde, welke tegelijk mijn geluk en mijne hoop is, vergeten konde! Met eene verregaande ondankbaarheid , heb ik , zoo dikwijls als ik zwaar zondigde , het bloed van het verbond, waardoor ik in het doopsel gezuiverd werd, met voeten getreden , ik heb den geest der genade versmaad. — Maar evenwel, mijn God , wilt Gij TJ heden nog over mij erbarmen.— Gij zijt de liefde , ü moet en wil ik beminnen ! Ach , help mij ;

Hemelsche Vader! U bemin ik. Gij ziet met eene vaderlijke barmhartigheid mijne ellende aan, en Gij wilt mij , onwaardige . die niet waardig is uwe dienstknecht te zijn , als uw kind aannemen, ü val ik met den verloren zoon voor de voeten , en betreur met een vermorzeld hart mijne lichtzinuig-heid ea ondank baarheid , mijne gedurige ver-

ocr page 478

— 462 —

blindheid on liefdeloosheid. Ik omvat uw kruis, goddelijke Heiland! en ik beloof U, dat ik de zonde, waarvoor Gij zoo hard geboet hebt, haten en vermijden zal. Ja, ik verzaak van ganscher harte en uit alle krachten aan al het kwaad , waarmede ik tot nu toe uwe liefde beantwoord heb. Ik bemin U, Gij die mij te voren zoo onuitsprekelijk bemint. — U wil ik met oprechte eeuwige ' liefde aankleven. Ontferm Ü mijner !

O mijn God ! Waart Gij niet de oneindig volkomene liefde , hoe kondet Gij mij , in weerwil mijner afschuwelijke ondankbaarheid nog liefhebben? Ach! G^ij zijt eindeloos machtig, wijs en gelukzalig; Gij hebt geen ander wezen noodig - — Gij alleen zijt waarheid , heiligheid en liefde. Al het schoone en goede aan engelen en menschen komt van de onuitputtelijke bron uwer volkomenheid ; al het voortreffelijke is in eene oneindige hoeveelheid in U vereenigd. God , mijn hoogste goed, voor tijd en eeuwigheid, mijn en aller schepselen doel en einde! Gij zijt in ü zei ven het wezen, dat aller hoogachting en liefde waardigis; en ik heb U niet bemind en niet geëerd, ja, ik heb U zelfs veracht! Voor U , heb ik het korte slechte vermaak der zonde, de nederige en snoode winst van het vergankelijke gekozen! Hoe kan ik het genoeg betreuren , dat ik U, den heminnens-waardigen God, beleed igd heb! Ü do on-1

ocr page 479

— 463 —

reianderlijke , alles om vattende heilige liefde; U moest ik locli boven alles schatten en beminnen, wanneer Gij ook niet mijn God, mijne zaligheid, mijn grootsle weldoener waart! Mijn God en al! ik zal doen, wat ik slechts kan, om weder in lietde met U vereenigd te worden , en eeuwig vereenigd te blijven.

VOORNEMEN.

Ja, ik verzaak nu en altijd van ganscher harte aan de zonde , heilige . rechtvaardige Rechter en Vader! Ik haat en heb afschuw van al de zonden , die ik ooit bedreven heb , uit vrees en liefde. Wat U mishaagt, wil ik voortaan vluchten, meer dan alles wat slecht en schadelijk is. Nooit zal ik IJ voor waarlijk beleedigen . wanneer ik ook de geheele wereld daardoor koude winneu. — Ik wil met allen ernst, van dit uur af, een nieuw leven beginnen, in het vaste vertrouwen , dat de H. Geest mij daartoe helpen wil en zal. Geen lokaas van booze driften , geen voorbeeld van anderen zal mij tot inwilliging tot de zonde medeslepen; maar ook geen bezwaar, ook geene vrees, have en goed , gezondheid en leven te verliezen zal mij kunnen afhouden van uwen heiligen wil te volbrengen.

Daarom , o mijn God ! wil ik de gevaarlijke

30

ocr page 480

gelegenheden tot het boo^e ver-mijden ; daarom wil ik eindelijk hei door mijne aonden gedane onrecht en de veroorzaakte schade naar vermogen bersfellen.

Nu, o God van mijn hart, heb ik mei uwe genade begonnen U weder te beminnen . en van nu al wil ik alle krachten mijner ziel , gedachten. woorden en werken . mijn doen en lijden daartoe aanwenden , dat ik Ü van ganscher harie boven alles en in alles bp minne. Vader in den hem^l ! neem heden den verloren zoon weder aan; laai mij uit den mond van uwen plaatsvervanger hel woord hooren : zijl yeiroosf, moe zonden zijn u vergeven. Ja . ik zal mij mei berouw en ootmoedigheid beschuldigen in eenvoudigheid en waarheid. Jesus Ohristus, goede Herder! voer mij liefderijk tot uwe kudde terug. — Lam Gods ! neem wej» mijne zon den. — Heilige Geest! versterk mij tol eene oprechte bekentenis. — Drieeenige God ! ik geloof in ü . ik hoop op U, ik bemin IJ : — ik haat al de mij bekende en onbekende zonden.

In deze en dergelijke gevoelftiis kunt gij voortvaren, tot dat gij den priester nadert. Hel is heilzaam ook de plechtige bekeuteuis, Philothea 1. 20, vóór elke biecht te behartigen. Wie geene doodzonden weet, kan licht de bovenstaande beweeggronden van het berouw op zonden van zwakheid aanwenden.

ocr page 481

— 465 —

iv- Bij de biecht ielre zijn de lessen der Phi-

;n lothea 1. 19. 21.. en tl, 19 , wel te bemerkeu=

Ie

GEBEDEN NA, DE BIECHT.

re

«u Deze beslaan in dankzegging, en veruieuwiöj;

I van bet voornemen , gelijk ook betrekkelijk de

' verrichting der opgelegdr boete. Tot deze. kan men

door de volgende of dergelijke overdenkingen zich aansporen.

m Geloofd zij Jeans Christus! Gij hebt nu

i(, door uwen dienaar tol mij gezegd: uwe zon-

3i den zijn u vergeven; ga in vrede. «Ta, uw

gt;n Moed heeft mij van alle misdaden gezui-

n verd. — Ik mag u met volle vertrouwen

j- o|) uw woord weder Heiland noemen.

|p Laat, o Heer, mijne ziel ü loven, en

[e alles wat in mij is, prijze uwen heiligen

i Naam ! nimmer wil ik uw ontfermen ver-

e gelen. Gij hebt al mijne misdaden vergeven .

k Gij geneest mijne zwakheden , Gij redt mijn

leven van den ondergang , Gij kroont mij met barmhartigheid. Ik wil, o Jesus, met vernieuwden, standvastigen ijver mij uwe genade ten nutte maken !

Vader in den hemel, die ook mijn Vader zijt! Gij hebt mij weder als uw kind aangenomen; het is om mij , dat men zich in den hemel verheugt. Gij zijt waarlijk genadig en barmhartig, lankmoedig en van oneindige goedheid! Ik moet en wil u van nu

ocr page 482

— -166 —

af als mijn God Vader, door trouwe op-rolgers uwer heiligt» wei , eeren en beminnen,

Heiligp Geesfc der liefde! Gij zijf, ?,oo als ik ootmoedig hoop, op nieuw in mijne ziel teruggekeerd ; verlaat mij nimmer! Gij gaaft mij de vreugde des geluks terug; ik wil ze trouw bewaren. Zie, ik vernieuw het besluit, U in heiligheid en rechtvaardigheid al de dagen mijns levens te dienen.

Heden nog wil ik beginnen, dit mijn ernstig voornemen te vervullen. Dagelijks wil ik er aan denken, om de zoo dikwijls he-drevene zonden te vermijden en door boet-plegingen, volgens mijne geringe krachten, ze ten goede le veranderen. Ach! kom mij te hulp; begeleid en volg mij steeds met uwe alvermogende genade; zonder ü vermag ik niets; door U echter vermag ik alles.

Heilige Geest! Bewaar in mij een ingetogen en ootmoedig, doch ook een vertrouwend hart, tot aan mijnen laatsten ademtocht.

Vader, Zoon en heilige Geest vergezel nu , met het heilig kruis van Jesus, al mijne besluiten en gebeden , die U zoo aangenaam zijn! Laat mij door herhaalde boetpleging over den smallen weg en door de enge poort naar den Hemel gaan, door Christus mijn voorbeeld en mijn heil in eeuwigheid. Amen.

ocr page 483

— 407 —

COMMUNIE-GEBEDEN.

Oehecl op den vooravond en op den morgen, dat men tot de H. Communie nadert.

quot; Zend den Rechtvaardigen at', gij hemel; de aarde roepe Hem te voorschijn, den Eedder van Israel 1quot; Met deze woorden , die een heilig verlangen te kennen geven, drukten de vromen van het Oude Verbond hun hartelijk verlangen naar uwe komst uit, o goddelijke Heiland, vriend onzer zielen ! Met deze woorden , zucht ik ook tot U, inwendig naar het uur hakende, waarop Grij tot mij komen en mijne arme ziel zoeken , redden en heiligen wilt. Zie, Gij komt! reeds houdt Gij U gereed , mij de kostbaarste gaven en geschenken te brengen. Op, mijne ziel' uw bruidegom nadert, om U bovenmate gelukkig te maken ? Verhef u vol vreugde , weldra is Hij de uwe, eeuwig de uwe; verwijder u derhalve nimmer van Hem 1 Versier u, mijne ziel , met het kostbare sieraad van hartelijke aandacht, met een blinkend tooisel van heiligheid ! Eer Hem , die u bemint, en maak toch, dat Hij bij u eene goed voorbereide woning vinde. Mijn goddelijke Heer en Heiland ! moge ik thans het brood des levens ontvangen , met die vurige aandacht, als liet de Heiligen aan uwe tafel deden.

ocr page 484

Do.^h wie zal mijne asiel vleugels leenea, om van de aarde tot U te keeren 1 Verbreek GHj zelf de ketenen, die mijne gedachten en mijn gemoed aan de aarde kluisteren. Verbreek de banden der zonde, waaraan ik nog steeds gevangen lig ! Doordring mij gansch met uwe goddelijke liefde; dat al wat aardsch is en tot zonden lokt , in mij vernietigd worde! Doe in mij den nieuwen mensch geboren worden. Trek mij het bruiloftskleed aan , opdat ik van uw heilig maal niet worde uitgesloten. Zuiver mijn hart en mijne lippen , opdat ik niet mijn dood , nooh mijn oordeel ete.

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE. I. Verzuchting om den godgelijken bijstand.

Jesus Christus , Gij zoon van den levenden God ! In het zaligste oogenblik mijns levens , kniel ik voor uw aangezicht neder. Groot is het werk , waartoe ik mij gereed maak. Niet voor eenen sterlelijken koning, maar voor U, den onsterfelijk an en onzicht-baren God , Koning van hemel en aarde, wil ik eene woning bereiden. Ik gevoel mijne onmacht en mijne zwakheid; — hoe zal ik zulk een verheven Gast waardig ontvangen! Sta mij bij in myne zwakheid, o Heer! Versier 7eli het huis, dat Gij wilt binnen

ocr page 485

treden ! Wasoh mijn hart af, in den stroom van uw heilig bloed; beziel hetzelve met een vurig verlangen om met U vereenigd te worden, opdat het U verheugd te gemoed snelle, en ü geheel en al toebehoore.

2. Oeloof. — Van ganscher harte geloof ik , en beken verheugd met den mond, dat Gij , mijn goede Jesus , die bij den Vader in macht en heerlijkheid gelijk staat, waarachtig met godheid en menachheid, daar in het heilig Tabernakel, geheel in mijne nabijheid woont en verblijft; Gij, die in de doeken der krib geweend hebt en als slacht-otfer voor mij aan het kruis gestorven zijt; Gij die als voorspreker aan de rechterhand des Vaders zit, en als Rechter eenmaal op de wolken des hemels zult komen; Gij , die als verborgen G od, in de enge ruimte dei Tabernakels woont, en onder den schijn van brood , uw heilig vleesch en bloed , uw lichaam en ziel, uwe godheid en menachheid , uw glans en uwe onmetelijke grootheid verborgen houdt. Dit alles geloof ik , gesteund op uw heilig woord, zoo zeker en onwankelbaar, alsof ik het met mijne eigene oogen zag. In dit geloof werp ik mij vol eerbied neder, en aanbid U als mijn Schepper en Verlosser: als mijn hoogste goed. In dit geloof wil ik leven en sterven; — versterk en vermeerder dit mijn geloof.

3. Ifoo}). — Jeans! mijn God en Hoar,

ocr page 486

— 170 —

tlion ik mot do oogen dos geloofs in Iiot lioi-lig Sacrament zie : wat kan ik niet van U verwachten! Gij zijt de almachtige, die immer helpen kan; Gij zijt de algoede, barmhartige , die zoo gaarne helpen wilt, wiens genoegen het is genadig zegen uit te doelen. Gij staat aan de opening van ons hart, en verlangt binnengelaten te worden, om U zelve met de volheid uwer genade aan ons te geven. O , wat zult Gij mij nog mede-doelen , liefderijke Heiland, daar Gij IJ zelf met al hotgeno Gij zijt en bezit aan mij overgeeft! Gij zijt mijne toevlucht, mijne hoop , mijn heil, mijn leven, mijne zaligheid! Gij hebt beloofd alle vermoeiden en boladenon te verkwikken. Gij zijt het woord des eeuwigen levens. Gij zult ook aan mij uw woord houden. Gij hebt mij uwe tafel bereid, in weerwil van allen , dio mij angst aanjoegen, in weerwil van al de vijanden van mijn heil; daarom hoop ik aan uwe tafel sterkte te vinden , om te strijden tegen do wereld , het vleesch en de hel. Gij hebt mij deze spijs gegeven als artsenij voor de onsterfelijkheid ; door dezelve hoop ik op het eeuwig loven. Zalig is o Heer! do mensch, die op ü zijne hoop stelt! Vermeerder mijne hoop , en laat dezolYo niet dalen.

4. Liefde. — Zoetste Heiland! onder do gedaante van brood zijt Gij mijne hoop; G ij zijt ook mijne liefde. Want hoe groot en

ocr page 487

471 —

tilvormogond moet niet uwe liefde zijn , die U, den Zoon van den Allerhoogsten, wien alle hemelen aanbidden , yan den troon uwer heerlijkheid deed nederdalen op onze armoedige aarde, om onder ons te wonen en geheel ons eigendom te worden ! Het scheen uwer liefde niet genoeg te zijn, slechts eenige jaren onder ons stervelingen te vertoeven, Gij wildet eeuwig bij ons blijven; G-ij wildet niet slechts eenmaal aan den boom des krui-ses onder schrikkelijke pijnen uw bloed vergieten ; Gij wildet U voor altijd aan ons overgeven. O , onmetelijke afgrond van liefde van mijnen Heiland! Hoe koud en verkeerd moet het hart niet zijn, dat U geene wederliefde toedraagt. Ik bemin U , mijn Jesus 1 ik verlang ten minste ü oprecht te beminnen , en werkelijk zoo als Gij het verdient. Ontvlam mijn koud hart voor uwe liefde ; laat het vuur uwer liefde in mij branden en nooit uitgedoofd worden; laat deze liefde in mij sterker worden dan de dood. Niets zal mij meer van uwe liefde verwijderen ^Jesus ! geen leven , geen dood, geene wereld en geene wellust des vleesches , geen lijden en geene droefheid. In deze liefde wil ik volharden tot het laatste oogenblik , en U toebehooren in eeuwigheid, o Jesus !

5. Verlangen. — Kom dan, Gij Geliefde mijner ziel, dat ik in uwe liefde uitruste! Gij verlangt dit avondmaal met mij te hou-

ocr page 488

— 472 —

deu , en ik verlaag zoo aeei- aan uwe tafeï te zitten ! Verkwik mijne hongerige ziel aan uwe heilige Tafel, opdat ik op nieuw gesterkt wandele door het gevaarvolle leven , tot ik in uw rijk met uwe heiligen het eeuwige vreugdemaal moge houden. Heer'.verzadig mij in den rijkdom van uw huis! Naar U zucht en smacht mijne gansche ziel. Liefderijk bovenal is uwe woning, en zalig is het in uwe nabijheid ! Kom, o Koning der glorie ! kom en heersch in mijne ziel; — draal niet langer, mijn verlangen te voldoen !

6. Ootmoedigheid. — Kom evenwel, o mijn Heiland ! zoo als gij Jeruzalem binnen trokt, als een zaoht- en ootmoedige koning ! Hoe durf ik mij anders voor II vertoonen met mijne armoede en naaktheid? Voorü beven de machten des hemels en voor U trilt de aarde; Grij zijt mijn Hee:* en Schepper; — en ik — ik ellendige, ben uw schepsel, het werk uwer handen , een aardworm , slechts stof en asch. Gij zijt de heiligheid zelve en ik — ben een knecht der zonde. Geef geen acht op mijne onwaardigheid , maar alleen op mijn verlangen. Gij zelf roept mij toch , o Heer! en uwe stem moet ik volgen. Ik volg dan dezelve vol verlangen en ootmoed , in vertrouwen op uwe overgroote liefde, waarmede G ij de zondaars aanneemt. In dit vertrouwen nader ik. — Verzadig mij mei; het

ocr page 489

— 4?3

brood des levens, en bedwelm mij in den kelk des heils. Amen.

O . allerheiligste Maagd Maria ! gij , die den God-mensrh in uwen tuisclien schoot ontvangen en gedragen hebt : smeek voor mij de genade af, dat ik hem ook waardig in dit heilig Sacrament ontvangen moge en tot mijn heil in mijn hart beware.

En gij Heiligen ! en bijzonder mijne geliefde Patronen ! weeat mijne voorspraak bij uwen Heer en Heiland Jesus Christus, om Hem thans in het Sacrament des altaars zoo te mogen ontvangen, dat ik hem eens, van aanschijn tot aanschijn, met u eeuwig aanschouwen mag ; door Jesus Christus onzen Heer en Heiland. Amen.

Nu verwek bij het {jaan naar de Communiebank nog eenmaal in het kort de akten van geloot', hoop, liefde, ootmoed en verlangen; dan kniel met gebogen hoofd aan den voet der communiebank neder; bid met een rouwmoedig hart de al-gemeene belijdenis der zonden met den priester aan het altaar, en zeg driemaal, op uwe borst kloppend : o Heer! ik ben niet waardig, enz., en ontvang in de vrome gesteldheid uwer ziel vol ootmoedig verlangen het Lichaam des Heeren.

ocr page 490

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

1. Aanbidding. — Mijne ziel maakt groot den Heer, en mijn geest verheugt zich in God , mijn Heiland ! Gij , onuitsprekelijke , ondoorgrondelijke, Gij, dien hemel en aarde niet begrijpen kunnen, zijt waarachtig in mij tegenwoordig met Godheid en menschheid ! O Jesus, mijne liefde, mijn God en mijn alles , Zoon van den allerhoogsten , Koning des hemels en der aarde ! Gij hebt uwen troon in mijn hart geplaatst, U aanbid ik! In alle eeuwigheid moet U ieder schepsel loven voor de aan mij bewezene liefde , en elke mond moet zich openen om uwen lof te verkondigen , en ik . een klein gsdeelte uwer schepping , zal niet nalaten eiken dag mijns levens uwen naam te verheerlijken en denzelven groot te maken bij de kinderen der men-schen. O Gij zoete gast, Gij trouwe vriend , Gij machtige Heer! alle mijne wenschen zijn gestild door U te bezitten ! ïilijf eeuwig bij mij, zonder ü te verwijderen!

2. Dankzegqinq. — Maar wat zal ik U terug geven voor al hetgeen Gij aan mij gedaan hebt? Gij verlangt alleen mijn hart. /' Qeej mij, mijn zoon, uw hart ! quot; roept Gij mij toe. Zie, hier is het, ontvang hetzelve! Mocht dit hart altijd uit reine liefdevoor U

ocr page 491

— 475 —

branden! mocht hei toch nimmer door son-dige begeerten bevlekt en ontheiligd worden. Kon ik , even als de ranken met den wijn-stok , ook met U door den band der innigste - liefde vereenigd zijn, en U rijkelijke vruch-len voortbrengen! Ja, dat wil ik, mijn Heiland ! dat is mijn vurigste wcnsch; dat bo-; loof on verspreek ik U heden plechtig, daardoor alleen kan ik TJ danken voor uwe over-groote liefde.

i. Opoffering. — Q-ij in mij , en ik in U; — wie zal mij van uwe liefde scheiden? U behoor ik gansch! Ontvang mijn lichaam en ziel, al mijne krachten en bekwaamheden . [1 mijne begeerten en wenschen , mijn denken en handelen ! Fk wil mij zeiven gansch ver-«terven , doch IJ alleen toebehooren! slechts aan IJ wil ik denken, naar IJ alleen wenschen, quot; slechts voor U werken en alleen voor U leven! Uw wil zal de mijne zijn, uw gebod zal de leiddraad van mijn leven , de naleving van uwe wet zal mijne spijs en drank zijn.

4. Oehed. — Maar, o mijn Heiland! wie zegt mij , dat ik mijne belofte nakome ? Q-ij hebt mij den wil gegeven , geef mij nu ook de kracht om te volbrengen. Zonder U vermag ik niets; Gij woont nu als een teeder geliefde vriend in mijn hart, en verwacht slechts eene bede, om het dadelijk te vol-doen; zie, ik smeek niet om goederen der aarde, maar alleen om uwe genade ! Laat

ocr page 492

— 476 —

deze met mij zijn . met mij arbeiden . en met mij volharden lol aan hei einde'. Vermeerder m mij het. geloof, de hoop en de liefde; laRl mij over de deugd niet alleen spreken , maar dezelve ook beoefenen ! Laat mij bijzonder mijne broeders en zusters, die mei mij aan hetzelfde Maal deel namen, harle-lijk en oprecht beminnen. Wees mijn troost in droefheid, mijn redder in de gevaren des levens , en mijne kracht in den strijd. Be-vrijd mij uit de handen van diegenen , welke mijne ziel nadeel kunnen aanbrengen. Laai mij dadelijks toenemen in vroomheid en eenvoudigheid des harten; sta mij voornamelijk hij in de/,e of gene deugd van N. IN'. ( men noeme dezelve,) die mij in de beoefening nog zoo moeielijk valt. Laat mij de zonden altijd als het grootste en eenigste kwaad vluchten, voornamelijk d^e van N.K. (men noeme dezelve), waarin ik zoo dikwijls hervallen ben ! Laat het ontvangen van dit heilig Lichaam mij niet tot mijn oordeel en mijne verdoeming zijn, maar tot heil naar lichaam en ziel, tot reiniging mijner zonden . tot delging mijner schulden, tot sterkte mijner zwakheid , tot vermeerdering aller deugden , tot eene innige vereeniging met 17, en eindelijk tot mijne zaligheid ! Amen.

5, Gebed voor anderen. — Ik bid U ook . goede Heiland ! in dit gc nadevolle oogenblik voor al mijne bloedverwanten, vrienden en

ocr page 493

— 477 —

weldoenerB, roor allen die zich in mijn gebed aanbevolen liebbeu , voor alle leden der-katholieke Kprk . vooralle meusrhen, winde (en , lijk voor levenden en afgestorvenen. Hond bij- de vromen op nwen weg , sterk de zwakken , met bekeer de zondaars! 'Proost allo bedroefden , neem de urmen tot TT. Wees de weduwen en weezen een beschermer en vader. Geef den zieken genezing en verzachting van amart! Zegen de vruchten der aarde, behoud den vrede onder de volkeren , verhef uwe heilige Kerk, voor alle mensthen in het rijk der waarheid. leid ons allen tol. IT , om ü eeuwig te loven en in eeuwigheid te bezitten !

Dit verleene ons , o Heer ! de hemelsche Vader, door dezen uwen Zoon onzen Heer en Heiland , «Tesus Christus , die met TT leeft en regeert. in vereeniging met den heiligen ♦-leest . God van eeuwigheid lof eeuwigheid, A men.

Eenige vrome eerzuchtInqcn, die men op den dag der Communie eenige malen herhalen kan.

1. Mijn God! wie zijt Gij en wie ben ik , dat Gij mij zoo bemint ?

2. O Koning des hemels en der aarde ! vpees ook Koningen Heer van mijn hart; neem liet geheel in bezit.

3. IT behoor ik toe , o Jesus! — IJ blijf ik

.

ocr page 494

— 478 —

toebehoorea . o (Tpbus ! — TT w il ik toebe-hooieu, o Jprus. tot in eeuwigheid!

i. Öij '.ijl 'niju uitverkorene uit duieeii-deu , Gij de innig gclieide mijner ziel!

5. Veroorloof niet, o Jeans. dat ik , thiins nw vriend en kind , ooit uw verrader worde.

6. Wanneer zal ik ü. mijn God.vannan-pezicht tot aangezicht aanschouwen en U beier beminnen ?

7. Gij hebt mij alles gegeven, neem allei wat ik bezit terug 1

S. Geef, o Jesus! wat Gij van mij verlangt , en verlang hetgene Gij goedvindt.

9. Mochten alle menschen U erkennen . mijn liefderijke Jesus I en TJ beminnen zoo als Gij het verdient.

10.'Wat wilt Gij, o Heer! dal ik doen zal ? I k beu tot alles bereid.

11. Mijn hart is gerust, want het rust in U. Behoud mij deze rust Ml dezen vrede !

12. Die iu de liefde blijft voortgaan, die blijft in God en God in hem. Laat mij iu uwe liefde blijven, o Jesus'.

Uil deze sticlitciulc aprcukcu kan men cr ééiie ot ci'nigfi kiezen, en die op den dag der heilige Communie tot onderhond van het innerlijke gebed dikwijls herhalen.

ocr page 495

LITANIEN

VOOR ALLE DAGEN DER WEEK.

I.itanie tot de allerheiligste Drievuldigheid.

Hom'. ontferm VJ onzer.

Christus, ontferm XJ onzsr.

Heer, ontferm TT onzer.

Oliristus. hoor ons.

Christus . verhoor ona.

Cod, hemelsohe N ader, ontlorm U on/ur. Ood Zuou , Verlosser der wereld, (iod, heilige Geest.

Heilige Drievuldigheid , één God.

Heer , die een geest zijt, en in geest en O waarheid wilt aangebeden worden , £ Heer, wiens Godheid noch goud, nouli f1 zilver, noeh steen . of iets dergelijks is . B Heer, aan wien niemand gelijk is. en r;

buiten wien er geen Uod is, Ci

Koning der eeuwen, die alleen van ua- amp;

tuurswege de onsterfelijkheid hebt, Groote God. uit wien alles voortkomt ,

en door wieu ;illes behouden wordt, Heer, in wieu wij leven, on* bewegen en zijn ,

ocr page 496

— J80 —

Heer, die overal zijt, eu wieu» voorzienig

heid boven alle» is, ontferm U onzer. Heer, die zoo groot, zijt, dat u geene

gedachten kunnen begrijpen,

Heer, wieu geheel het aardrijk , noch

de hemelen kunnen bevatten ,

Heer , wieu geen mensch gezien heeft,

noch zien kan,

Heer, wiens oordeeleu ondoorgrondelijk

en wiens wegen onnaspeurlijk zijn,

Heer, voor wiens Majesteit wij maar

«tof en asch zijn,

Heer, die doet al wat U belieft in den ^ hemel, op de aarde , in de zee en in p de afgronden, n'

Heer, die de harten der menschen in 3 uwe hand hebt en ze neigt, waar Gij wilt,

Heer , die een verteereud v jur zijt, welks g gramschap niemand kan wederstaau. o Heer, die een ieder naar zijne werken • vergeldt,

Heer, die alles in getal, gewicht en maat schikt,

Heer, die onze harten onderzoekt eu

onze nieren doorgrondt,

Heer , die bemint al wat er ia, en niets

haat van al wat Gij geschapen hebt, Heer, die de zonden der menschen om hunue boetvaardigheid kwijtscheldt,

die in uwe woorden waarachtig.

ocr page 497

— 481 —

oil in uwe beloften getrouw zijt, outferm ü onzer.

Heer, die niet wilt, dat wij zullen vreezen, omdat Gij , onze God en helper met ons zijt, ontferm U onzer.

Allerheiligste God , met wiens glorie geheel

de aarde vervuld is , ontferm ü onzer. Heer, wien alle eer en heerlijkheid toekomt,

ontferm U onzer.

Heer, die zelf het loon uwer dienaars zijt,

ontferm IJ onzer.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle hoovaardigheid en opgeblazenheid

des geestes, verlos ons , heer.

Van alle onmatigheid en onzuiverheid, Van alle gramschap, nijd én kwaden wil

tegen onzen evennaaste.

Van traagheid en van aardschc en onge- lt;1 regelde droefheid , §-

Van gierigheid, die de wortel van alle S kwaad is, C)

Door uwe onbepaalde almogendheid , ^ Door uwe oneindige wijsheid,

Door uwe overvloedige goedheid , W

Door uwe ondoorgrondelijke alwetend- 3

heid en voorzienigheid ,

Door uwe volmaakte en onveranderlijke

gelukzaligheid ,

In den dag des oordeels ,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ona.

ocr page 498

— 482 —

J)al (Jij oils de genade wilt vurluoüBii, om U uit geheel onze ziel, uit geheel ons verstand , en uit al onze krachten te beminnen , wij bidden XJ, verhoor ons. Dat wij uwen heiligen Naam nooit lichtvaardig gebruiken,

Dat wij de zon- en heiligedagen , die IJ zijn toegewijd , in godsdienstige en andere goede werken mogen doorbren- 5? gen en heiligen ,

Dat wij aan onze ouders en alle over- gf heid , om uwentwil eer en gehoor- g; /.aamheid bewijzen, c

Dat wij nooit het leven oi' de eer van ^

onzen evenmenaoh krenken,

Dat onze zielen nimmer door onzuivere lt; «oorden. werken, begeerten ol ge- g, dachten besmet worden , §

Pat wij nooit iemand door onrechtvaar- quot;

digheid benadeelen,

Dat wij onzen mond van valsche getui- f genis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren ,

Dat wij de goederen der* wereld niet ongeregeld begeeren of beminnen,

Dat Gij onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen , Lam Gods, dat wegneemt de zondeu der

wereld, spaar ons, Heer.

Lam Godi dat wegneemt de zonden der wereld , verhoor ün» , Heer '

ocr page 499

— 485

Tiam (rod», dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm ü onzer.

Allerheiligste Drievuldigheid , hoor ous. Allerheiligste Drievuldigheid, verhoor ons. Heer, ontferm U onzer.

Christus , ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die uwen dienaars door de belijdenis van het ware geloofquot;, de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid hebt doen kennen, en in de oppermachtige Majesteit geleerd hebt één Wezen te aanbidden: wij bidden ü, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof bevrijd mogen worden van allen tegenspoed; door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

LiTANIE VAN DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm TJ onzer.

Heer , ontferm TJ onzer.

Christus , hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God ZoonfVerlosser der wereld, ontf. U onzer.

ocr page 500

— 4S-4 —

ö-od , Heilige Geest, ontferm TT onser* He»ligp -Drip.Tuldiglioid . één God,

Heilige Geest die van den Vader en den

Zoon voortkomt ,

Geest der eeuwige waarheid,

Grest van wijsheid en verstand,

Geest van raad en sterkte ,

Geest van de vree/.e des Heeron ,

Geest van heiligmaking ,

Great van kracht, liefde en matigheid , Geest door wiens ingeving de profeten

aesproken hebben,

H. Geest, wiens zalving ons alle dingen

leert, ^

H. Geesl , die de dolende zondaren be- ^ keert, d

H. Geest, die uwe ware gelooripen één o van hart en één van ziel maakt, S

H. Geest, die aan uwe kinderen de ware ^

vrijheid verleent,

H. Geest, die de dubbelhartigen en geveinsden ontvlucht,

H. Geest. die de ziel zijt van het lichaam

der H. Kerk,

H. Geest, die ons de duisterheden van de H. Schrift, door uwe H. Kerk verklaart,

H. Geest, die de Apostelen vervuld , en in hunnen mond uwe woorden gesteld hebt, H. Geest, die alleen ons Gods wet kunt doen volbrengen ,

ocr page 501

— 435 —

H. , die zelf ook de gerei* vftn het

bidden zijfc, ontferm ü onier.

H. Geest, die zelf in en voor ons bidt,

door onuitsprekelijke verzuchtingen, H. Geest, die onze harten van droefheid verlost, en deze met liefde, blijdschap en vrede vervult,

H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid en goedheid geeft,

H. Geest , die onze zielen met zachtmoedigheid . on zedigheid versiert,

H. Geest, die ons de onthouding en r* kuischheid verleent, 5

H. Geest, die de liefde Gods in onze ^ harten uitstort , c*

H. Geest, die in uwe geloovigen als in 0 uwe tempels woont, S

H. Geest, die uit uwe geloovigen stroo- S men van levende wateren doet voortvloeien.

H. Geest, door wien wij nu niet meer slaven zijn, maar kinderen Gods, en erfgenamen van zijn rijk,

H. Geest, door wien de slatelijke vreesachtigheid is weggenomen, en Gods kinderen met liefde en vertrouwen roepen tot hunnen Vader ,

H. Geest, die ons naar de voltrekking onzer aanneming en verlossing doet zuchten en verlangen ,

H. Geest, die, in ons wonende, onze

ocr page 502

_ 486 —

sterfelijke lichamen zult levend maken, ontferm U onzer.

Wees geuadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Van alle zonden, verlos ons, Heer. Van vermetelheid en wanhoop. Van ongeloovigheid en hardnekkigheid

tegen de bekende waarheid.

Van alle bekoringen en lagen ies duivels. Van afgekeerdheid, tweedracht, gramschap en nijd tegen onze naasten, Van alle onzuiverheid naar ziel en li- ^ chaam, »

Van alle onboetvaardigheid en verhard- o heid des gemoeds , ®

Van allen geest, die aan U tegenstrij- '

dig is , !?

Door uwe altijddurende voortkomst van 3

den Vader en den Zoon ,

Door uwe wonderbare werking, door welke Christus in het lichaam van de zuivere Maagd ontvangen is.

Door uwe nederdaling over Christus ,

ten tijde zijns doopsels ,

Door uwe nederdaling over de leerlingen van Christus,

In den dag des oordeels ,

Wij zondaren , wij bidden U , verhoor ons. Dat wij nooit de begeerten des vleesches

volbrengen, wij bidden U, verhoor ons. Dat GHj flen geest dor rechtvaardigheid in

ocr page 503

— 4S7 —

i, ; onxp harfcou wilt vernieuwen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij van ons nooit weggaat,

Dat GHj ons wilt versterken om met volharding het goede uit te werken ,

Dat wij IJ nooit bedroeven ,

Dat wij U nooit wederstaan ,

Dat Q-ij onze harten zoo wilt vervullen, dat de vermakelijkheden der wereld in ons geene plaats vinden ,

Dat wij alle geesten niet gelooven , maar ^ ^ wijsselijk onderscheiden , of zij uit Q-od er:

S zijn, er

o Dat wij door uwe genade in den geest ^ S der zachtmoedigheid de zondaren on-

* derrichten en vermanen ,

^ Dat wij altijd arm van geest mogen zijn , y 3 Dat Q-ij ons de christelijke en heilige ^ droefheid wilt leeren , ^

Dat G-ij ons hongerig en dorstig naar de 5 rechtvaardigheid wilt maken, ®

Dpt Q-sj ons zachtmoedigheid en barm- o hartigheid tot alle menschen wilt in- » storten,

Dat wij den vrede met onze naasten zoo onderhouden, dat wij kinderen öods mogen genoemd worden ,

is. Dat gij ons zuiver van hart wilt maken, es opdat wij God mogen zien ,

Dat wij de vervolging om de rechtvaar-in 1 digheid als een bijzonder geluk achten ,

ocr page 504

— 488 —

Dat gij oo» tol; hof mndp in het goede wilt

bevestigen, wij bidden IJ, verhoor ons. I Gods . dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons , Heer.

Lam Gods. dat wegneemt de zonden der

wereld , verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld , ontferm TJ onzer.

Christus, hoor ons.

Christus , verhoor ons.

Onze Vader , enz.

v. De genade des heiligen Geesl-es. K. Verlichte onze zinnen en harten.

Laat ons bidden.

C) God , die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen : geef ons, dat wij in denzelfden GeeM de ware wijsheid bezitten , en cms altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer Jesus Christus , uwen Zoon. Amen.

I^itanie van den zoeten Naam Jcsus.

Heer , ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Meer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

ocr page 505

I

It I Q'od . hprneUrhr Vader , ontierm TT onset.

I (^od Zoon. Verlosser der wereld, Eu* ^od , heilige Geest .

Heilige Drievuldigheid , één God , 31* Jesus, Zoon van den levenden God ,

ï .1 esus . glans des Vaders ,

or i «lesus, luister van het ec\iwige licht,

J esus . koning der glorie ,

«leens . zon der gerechtigheid .

Jesus , Zoon van de Maagd Maria , Reminnelijke Jesus,

Wonderlijke Jesiis ,

»1 esus ; sterke God . ^

Jesus, vader van het toekomstig leven, p Jesus, verkondiger van Gods raadsbe- ^ )v sluiten, §

r_ Allermachtigste Jesus , ^

Allerverduldigste Jesus. pr Allergehoorzaamste Jesus ,

Jesus. zachtmoedig en oot moedig van ^ n harte.

Jesus , beminnaar der zuiverheid ,

Jesus, onze beminnaar.

Jesus , God des vredes ,

Jesus, bron des levens ,

Jesus, voorbeeld van alle deugden ,

Jesus, ijveraar voor de zielen ,

Jesus , onze God ,

Jesus , onze toevlucht ,

Jesus , vader der armen ,

; Jesus, schat der geloovigen,

ocr page 506

— m —

fTepu*. goede herder, ontferm ü onzer.

Jesus, waarachtig licht,

JeSus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus , vreugd der engelen ,

Jesus , koning der aartsvaders ,

Jesus, meester der apostelen,

Jesus, leeraar der evangelisten,

Jesus , sterkte der martelaren ,

Jesus, licht der belijders,

Jesus , zuiverheid der maagden ,

Jesus , kroon van alle heiligen,

Wees genadig , spaar ons , Jesus.

Wees genadig , verhoor omi, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

Van alle zonden ,

Van uwen toorn ,

Van de lagen des duivels.

Van den geest der onkuischheid ,

Van den eeuwigen dood ,

Van het verwaarloozen uwer ingevingen ,

Door het geheim uwer heilige mensch-

wording ,

Door uwe geboorte,

Door uwe kindschheid,

Door uw allergoddelijkst leven,

Door uwen arbeid,

Door uwen doodstrijd en uw lijden , Door uw kruis en uwe verlatenheid , Door uwe smarten ,

ocr page 507

Door uweu dood on uwe begrafeuis, verlos

oils , Jesus.

Door uwe verrijzenis, verlos ons, Jesus. Door uwe hemelvaart, verlos ons, Jesus, Door uwe vreugden , verlos ons, Jesus. Door uwe glorie, verlos ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld , spaar ons , Jesus.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden dot-

wereld , verhoor ons. Jesus.

Lam Gods. dat wegneemt de zundau der

wereld, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons,

Jesus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

ft Heer Jesus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult ontvangen. zoekt en gij zult vinden , klopt en u zal geopend worden : stort. wij bidden er U om, uwe allergoddelijkste lielde in ons gemoed, opdat wij U steeds . van ganseher harte, met woord en daad beminnen en nooit ophouden TJ te loven.

Geef, o Heer, dat wij altijd uweu heiligen Naam vreezeu en beminnen, want Gij verlaat dengeue niet . dien O ij bevestigt iu uwe liefde.

ocr page 508

— -192 —

LITANIE

ter eere van

DE HEILIGE ENGELEN.

Hoer, ontferm U onzer.

Christus , ontferm U onzer.

Heer. ontferm TJ onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader. ontferm ü onzer. God Zoon. Verlosser der wereld, ontferm TJ onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid , één God , ontferm

tT onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

H. Michaèl,

H. Gabriel,

H. Raphael,

H. Bewaarengel, bc

Alle heilige engelen en aartsengelen, E' Die uwen Schepper altijd met eene uit- , nemende liefde Iiemind hebt, §

Die nooit in eenige de minste zonde zijt ~ gevallen, §

Goddelijke dienaars , die altijd bereid zijt quot; tot den dienst san Clods opperste Mti-jebteit ,

ocr page 509

•193

Die ii met. alien eerbied in zijne togonwoor-

digheid houdt, bidt voor onu.

Die in alles zijnen heiligen wil volbrengt ,

Zuivere geesten , aan wien G-od de bewaring der menschen heeft aanbevolen, Die gesteld zijt om de macht der duivelen van ons af te weren,

Die door het ingeven van goede gedachten, de kwade invallen van ons ver- ,, drijft, H

Die ons door goede bewegingen , de on- ~ geregelde driften doet overwinnen , 3 Heilige bestuurders, die ons van de ge- ° legenheden tot zonden verwijdert, o Die ons gedurig door goede ingevingen £

tot de deugd vermaant,

Die niets dan onze zaligheid zoekt ,

Die ons verheugt in ons goed leven ,

Die te zamen met ons om Gods genade

bidt, en ons tot bidden opwekt.

Die onze gebeden en goede werken aan

God opdraagt.

Wees genadig, spaar ons. Heer!

Ween genadig, verhoor ons. Heer!

Van alle gelegenheid tot zonden, door uwe

heilige engelen, verlos ons, Heer ! Van het misbruik uwer genade , door viwe

heilige engelen , verlos ons , Heer ! V»n alle gevaar naar ziel en lichaam , door uwe heilige engelen, verlos una, Heer'

ocr page 510

- 494 —

Vau alle kwade gezelschappeu , door uwel

heilige engelen, verlos ons, Heer! Van alle onzuiverheid, door uwe heilige!

engelen , verlos ons , Heer !

Van alle kwade bekoringen, door uwe heilige engelen, verlos ons, Heer.

Van alle kwaadwilligheid ten opzichte van ; onze oversten , door uwe heilige engelen , E verlos ons , Heer!

Van alle onachtzaamheid ten opzichte van J onze onderdanen, door uwe heilige enge-' len, verlos ons, Heer.

Van alle traagheid in u te dienen, door!

uwe heilige engelen, verlos ons , Heer. Wij zondaren , wij bidden IJ . verhoor ons. Dat wij in alles aan de besturiag van uwe heilige engelen onderdanig zijn. wij bid den Ü . verhoor ons.

Dat wij de goede gedachten waa -uemen, ^ 1 welke zij ons ingeven , ^ |

])at wij altijd hunne bewegingen tot tie gi deugd involgen, j

Dat wij door onze traagheid en onacht- 6 t zaamheid hen niet bedroeven en van rjl ons niet vervreemden, ^ 1

Dat wij hen mogen navolgen iu U te ^ |

beminnen en onderdanig te zijn , g

Dat wij , naar hun voorbeeld , onzen evennaaste, ook die minder is dan wij , gaarne dienen ,

Dat wij geduldig mogen verdragen de

ocr page 511

— 195 —

gehfeken van andere inniprhr-n, gelijk s(j de ODïe rerdragen . wij bidden tT, verhoor om.

Dat w'rj onzen evennaasten door geenc ^

kwade voorbeelden ergeren ,

Pal wij hen, zoo veel als in ons i», van 2^ alle kwaad bevrijden , pj

Dat wij door woorden en werken hunue

zaliglieid bevorderen, ^

Dat uwe heilige engelen ons in ons ® sterfuur mogen bijstaan, f

Dat wij U in eeuwigheid met hen mo- g gen loven en danken , Squot;

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld . spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons , Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, onferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Hoer, ontferm U onzer.

Ome Vader, enz.

Laat ons bidden.

O God, die door eene onuitsprekeiyke voorzienigheid uwe heilige engelen tot onze bewaring gewaavdigt te zenden : verleen ons ,

32

ocr page 512

— -i96 —

die IJ Bmeeken , dat wij door hunne hulp altyd beschermd worden , en hun geselschap eeuwig mogen genieten ; door «Tesns Cbristu» on^en Heer. Amen.

Xj X T 3Sr I E

TOT JESUS IN HET ALLERH. SACRAMENT.

Heer , ontferm U onzer.

Christus, ontferm IJ onzer.

Heer . ontferm TT onzer.

Christus , hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God. hemelsche Vader, ontferm tl onzer.

God Zoon , Verlosser der wereld , ontferm U onzer.

God. Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God , ontferm U onzer.

Levend brood , dat uit den hemel gedaald zijt, ontferm U onzer.

Verborgen God en Zaligmaker, ontferm ü onzer.

Tarwe der uitverkorenen, ontferm ü onzer.

Wijn, die maagden voortbrengt, ontferm Ü onzer.

ocr page 513

— 49? —

Toedaaam hrooA eu Termaak der koningeQ.

ontferm ü onzer.

Altijddurende otTerande,

Zuivere opdracht,

Lam zonder vlek ,

Allerzuirersle maalt ijd .

Spijs der engelen.

Verborgen hemelsch brood .

Oedai'htenis van Gods wonderen , Bovennatuurlijk brood.

Woord dat vleesch geworden zijt. en

onder ons woont, O

Heilige hostie,

(ie/.egende drinkbeker .

Geheim des geloofa ,

Hoogwaardig en uitmnntend Sacraincnl , Allerheiligste offerande ,

Offerande van verzoening voor levenden

en dooden ,

Hemelsch behoedmiddel tegen de zouden . Wonderlijk mirakel boven alle anderen, Allerheiligste gedachtenis van het lijden

des Heeren,

Gave , die alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde ,

l Ivervloeiende bron van Gods milddadigheid ,

Krachtige spijs der onsterfelijkheid , Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament ,

a

ocr page 514

498

Brood , dat door vie almogendheid des woords

xijf. vleesch geworden ,

Onbloedige offerande ,

Spijs en medegast, O

Allerzoetste maaltijd, bij welken de en- ^

gelen tegenwoordig zijn en dienen , Teeken van genade , 5

Band Tan liefde , rl

Offeraar en offerande , o

Geestelijke zoetheid die in haren eigen S oorsprong gesmaakt wordt, [5

Verkwikking der heilige zielen ,

Versterking dergenen, die in den Heer

sterven,

Pand der toekomende glorie ,

Wees genadig, spaar ons Heer!

Wees genadig, verhoor ons . Heer ! Van het onwaardig nuttigen uws lichaams

en bloeds , verlos ons . Heer !

Van de begeerlijkheid des vleesches. Van de begeerlijkheid der oogen , lt;1

Van de hoovaardij des levens ,

Van alle gevaren der zonde , S

Door de groote begeerte , die Gij gehad o hebt om dit Paaschlam met uwe leer- » lingen te eten ,

Door de diepe ootmoedigheid , waarmede G-y de voeten uwer leerlingen gewas- ® schen hebt,

Door de vurige liefde, waarmede Gij dit heilige Sacrament hebt ingesteld ,

ocr page 515

— 499 —

Door uw dierbaar bloed . dat Gij ons op het altaar hebt nagelaten, verlos ons, Heer. Door de vijf wonden, die Gij in uw allerheiligst lichaam voor ons ontvangen hebt, verlos ons , Heer,

Wij zondaren , wij bidden U , verhoor ons. Dat het U believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderlijk Sacrament in ons te vermeerderen en ^ te bewaren , er:

Dat het U believe ons door eene ware amp; belijdenis onzer zonden , tot het dik- £ wijls nuttigen dezer geestelijke spijs te g bereiden, ^

Dat Gij ons van ketterij, ongeloovigheid -en verblindheid des harten wilt be- ^ vrijden, 2-

Dat het IJ believe, ons aan de koste- § lijke en hemelsche vruchten van dit. ^ heilig Sacrament deelachtig te maken , § Dat het XJ believe, ons in het uur des 00 doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen ,

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , verhoor ons , Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld , ontferm Ü onzer , Heer.

Christus , hoor ons. Christus , verhoor ons. Onze Vader , enz.

ocr page 516

-= soo

Laat ons bidden.

O trod, die ons onder dit wonderlijk Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten : wij bidden TT , geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrucht uwer verlosaing gedurig in ons mogen gevoelen ; die met den Vader, in de eenheid van den heiligen Geest, leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

L I T A N I E OP HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS.

Heer . ontferm XJ onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer , ontferm TI onzer.

Christus, hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm TJ onzer. God Zoon , Verlosser der wereld, ontferm TJ onzer.

God , Heilige Geest, ontferm TT onzer. Heilige Drievuldigheid , één God, ontferm TJ onzer.

Jesus, om on/.e zouden in den hof van Olijven benauwd en bedroefd tot den dood toe, ontferm TT onzer.

ocr page 517

— 601

J esus , door eenen engel versterkt, opdat wij onze hulp in allen nood van den hemel zouden leeren verwachten, ontferm U onzer.

Jesus, die uwen verrader met minzaamheid hebt ontvangen . om ons de zachtmoedigheid te leeren .

Jesus , van uwe leerlingen verlaten, opdat wij op God alleen zouden leeren vertrouwen,

Jesus, van de Joden gebonden, om ons

van de zonden te ontbinden,

Jesus , voor Annas en Caiphas valsche-lijk beschuldigd, opdat wij alle onge- O lijk zouden leeren verdragen, ^

Jesus, door Petrus verloochend, opdat ® wij onze zwakheid zouden leeren ken- 3 nen en ons zeiven mistrouwen , cj

Jesus, door Herodes met een wit kleed o bespot, omdat wij het kleed der on- n schuld verloren hadden , r*

Jesus , achter Barrabas gesteld , opdat wij ons nooit boven anderen zouden verheffen,

Jesus. wreedelijk gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij het gemak en alle eerzucht zouden verfoeien ,

Jesus , gelasterd , bespogen en geslagen , opdat wij onze zinnen zouden versterven ,

Jesus, aan het volk ten toon gesteld,

ocr page 518

— 502 —

opdut wij uw voorbeeld zouden voor oogen hebben, en naar hetzelve leven, ontferm TJ onzer.

•lesus, door PilatuB aan uwe vijanden geleverd, om ons van onze vijanden te verlossen,

Jesus, met het kruis beladen , om ons te

leeren ons kruis met vlijt te dragen,

Jesus, aan het kruis genageld, opdat wij het vleesch met zijne driften en begeerlijkheden zouden kruisigen,

Jesus, tusschen twee moordenaars gekruisigd , om ons de vernederingen te ^ leeren beminnen, p

Jesus , die den goeden moordenaar in ge- ^ nade hebt ontvangen , opdat wij nooit 3 zouden mistrouwen,

Jesus , die aan het kruis hangende, voor ^ uwe vijanden hebt gebeden, om ons te g leeren onze vijanden te beminnen, ® Jesus, met gal en edik gelaafd, opdat ^ wij onze tong van alle zonden zouden bewaren,

Jesus , die stervende uwen geest in de handen uws Vaders bevolen hebt, opdat wij , stervende , onzen geest ook in uwe en zijne handen zouden bevelen , Jesus, die voor ons den bitteren dood gestorven zijt, om ons de boosheid onzer zonden te doen kennen,

Jesus, die door uwen dood ons het

ocr page 519

leven gegeven hebt, opdat wij niet voor ons, maar voor TJ zouden leven , ontferm U onzer.

Jesus, wiens zijde na uwen dood geopend is , om daarin onze zonden en zwakheden te verbergen , ontferm U onzer.

Jesus , begraven en ten derden dage verrezen , opdat wij, gestorven en begraven aan de zonden, tot een deugdzaam leven zouden verrijzen , ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Heer'.

Wees genadig, verhoor ons. Heer! Van alle kwaad, verlos ons. Heer! Van alle zonden,

Door uw bloedig zweet, 2-

Door uwe geeaeling, S

Door uwe doornen kroon , o

Door uw kruis en lijden , »

Door uwe allerheiligste vijf wonden,

Door uwen dood en uwe begrafenis,

Door uwe heilige verrijzenis, ®

Door uwe wonderbare hemelvaart,

In den dag des oordeels,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt, wij bidden Ü , verhoor ons.

Dat wij door het overdenken van uwe pijnen en smarten, alle ziekten, pijnen eu tegenspoed geduldig mogen verdragen ,

ocr page 520

500

Coat ons hidden.

O trod, die ons onder dit wonderlgk Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten: wij bidden IJ , geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vrncht uwer verlossing gedurig in ons mog'?n gevoelen : die met den Vader . in de eenheid van den heiligen Geest, leeft en heerscht , God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

L I T A N I E OP HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS.

Heer . ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer , ontferm TJ onzer.

Christus, hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm V onzer. Heilige Drievuldigheid , één God , ontferm U onzer.

Jesus, om onze zonden in den hof van Olijven benauwd en bedroefd tot den dotiil toe, ontferm TJ onzer.

ocr page 521

— 501 —

Jesus, door eenen engel versterkt, opdat wij onze hulp in allen nood van den hemel zouden leeren verwachten, ontferm TJ onzer.

Jesus, die uwen verrader met minzaamheid hebt ontvangen , om ons de zachtmoedigheid te leeren .

Jesus , van uwe leerlingen verlaten. opdat wij op God alleen zouden leeren vertrouwen,

Jesus, van de Joden gebonden, om ons

van de zonden te ontbinden,

Jesus , voor Annas en Caiphas valsche-lijk beschuldigd, opdat wij alle onge- O lijk zouden leeren verdragen, ^

Jesus, door Petrus verloochend, opdat 2 wij onze /wakheid zouden leeren ken- 3 nen en ons zelven mistrouwen , cj

Jesus, door Herodes met een wit kleed o bespot, omdat wij het kleed der on- S schuld verloren hadden ,

Jesus , achter Barrabas gesteld . opdat wij ons nooit boven anderen zouden verheffen ,

Jesus, wreedelijk gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij het gemak en alle eerzucht zouden verfoeien ,

Jesus , gelasterd , bespogen en geslagen, opdat wij onze zinnen zonden versterven ,

Jesus, aan het volk ten toon gesteld,

ocr page 522

— 502

opdat wij uw voorbeeld zouden voor oogeu hebben, en naar hetzelve leven, ontferm U onzer.

.1 esus , door f ilatus aan uwe vijanden geleverd, om ons van onze vijanden te verlossen,

Jeans, met het kruis beladen , om ons te

leeren ona kruis met vlijt te dragen ,

Jeaus, aan het kruis genageld, opdat wij het vleesch met zijne driften en begeerlijkheden zouden kruisigen,

Jesus, tnsachen twee moordenaars gekruisigd , om ons de vernederingen te _ leeren beminnen, p

Jeaus , die den goeden moordenaar in ge- ^ nade hebt ontvangen , opdat wij nooit | zouden mistrouwen, quot;

Jeaus, die aan het kruis hangende, voor ^ uwe vijanden hebt gebeden, om ons te g leeren ouze vijanden te beminnen, g Jesua, met gal en edik gelaafd, opdat ■quot; wij onze tong van alle zonden zouden bewaren,

Jeaus , die stervende uwen geest in de handen uwa Vaders bevolen hebt, opdat wij , stervende , onzen geest ook in uwe en zijne handen zouden bevelen , Jesua, die voor ons den bitteren dood gestorven zijt, om ons de boosheid onzer zonden te doen kennen,

Jeaus, die door uwen dood ous bet

ocr page 523

— 50,3 —

loven gegeven hebt, opdat wij niet voor ons, maar voor U zouden leven , ontferm U onzer.

Jesus, wiens zijde na uwen dood geopend is , om daarin onze zonden en zwakheden te verbergen , ontferm U onzer.

Jesus , begraven en ten derden dage verrezen , opdat wij, gestorven en begraven aan de zonden, tot een deugdzaam leven zouden verrijzen , ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Heer'.

Wees genadig, verhoor ons. Heer! Van alle kwaad, verlos ons, Heer ! Van alle zonden,

Door uw bloedig zweet, 2L

Door uwe geeseling, 2

Door uwe doornen kroon , o

Door uw kruis en lijden , *

Door uwe allerheiligste vijf wonden,

Door uwen dood en uwe begrafenis,

Door uwe heilige verrijzenis, ^

Door uwe wonderbare hemelvaart,

In den dag des oordeels,

Wij zondaren, wij bidden TJ , verhoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt, wij bidden U , verhoor ons.

Dat wij door het overdenken van uwe pijnen en smarten, alle ziekten, pijnen eu tegenspoed geduldig mogen verdragen,

w

ocr page 524

— .104 —

Dat wij in alien augst, droefheid en nood ons tot TJ keeren en uwe hulp afBmeekeu. wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij allen smaad, verachting en tegenspoed geduldig verdragen,

Dat wij de valsche beschuldiging en onrechtvaardige oordeelen , naar nw voorbeeld mogen verdragen,

Dat Gij ons de vruchten van uw kruis

wilt mededeelen ,

Dat wij door de kracht van uw kruis ^ den duivel, de wereld en het vleesch mogen overwinnen, o-

Dat wij in uw bloed van alle zonden £ mogen gereinigd worden, ST

Dat Gij ons wilt verleenen ons kruis dagelijks op te nemen, en TJ gaarne ^ na te volgen , ^

Dat wij eene genegenheid mogen krijgen, 2 om uw heilig lijden met liefde en dank- c baarheid dikwijls te herdenken , ®

Dat wij, dagelijks bemerkende dat Grij o uit liefde voor ons gestorven zijt, door £ wederliefde ontstoken worden , om niet voor ons zeiven , maar tot uwen dienst te leven,

Dat wij onzen troost in uwe heilige wonden mogen vinden ,

Dat Gij ons door uw kruis en uwen bitteren dood in liet uur onzes doods wilt versterken,

ocr page 525

Dat Q-ij ons door uve kruia in uwe glorie wilt brengen, wij bidden XT, verhoor ona. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , spaar ons, Heer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons , Heer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden dei-

wereld , ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm Ü onzer.

Heer , ontferm Ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Ovze Vader , enz.

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en den dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld zijner ootmoedigheid zoude navolgen : geef genadig , dat wij naaide lessen zijner lijdzaamheid leven, en deel verkrijgen in zijne verrijzenis ; door denzelfden Jesus Christus , onzen Heer. Amen.

ocr page 526

— soc —

LITANIE

tot de

Allerheiligste Maagd Maria.

Heer, ontlerm F onzer.

Christus, ontferm TJ onzer.

Hoer, ontferm IJ onzer.

Christue, hoor ons.

ChristuB, verhoor ons.

God, hemelsohe Vader, ontferm XJ onzer. God Zoon, Verlosser der were.d , ontferm TT onzer.

God, heilige Geest, ontferm TJ onzer. Heilige DrieTuldigheid, één God , ontferm

U onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige M aagd der maagden ,

Moeder vau Christus , tti

Moeder der goddelijke genade,

Allerreinste Moeder, J

Allerzuiverste Moeder, S

Ongesehondene Moeder, c

Onbevlekte Moeder, 2

Beminnelijke Moeder,

Wonderlijke Moeder,

Moeder des Scheppers ,

Muodur des Zaligmakers ,

ocr page 527

— 50? —

AUerwijeste Msagrf, bid roor ons, Rei wa»rdige Maagd,

liofwaardige Maagd .

Machtige Maagd ,

Goodertierenc M aagd ,

Getrouwe Maagd ,

Spiegel dor rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid ,

(gt;orz8ak ouzer blijdschap ,

Geestelijk vat,

Kerwaardig vat,

Uitmuntend vat van godsvrucht, Geheimzinnige roos ,

Toren van David , y

Ivoren toren , pj

Gulden huis,

Ark des verbonds .

Deur des hemels ,

Morgenstev, £3

Behoudenis der kranken,

Toevlucht der zondaren .

Troosteres der bedrukten,

Hulp der christenen,

Koningin der engelen ,

Koningin der aartsvaders,

Koning der profeten,

Koningin der apoiteleu ,

Koningin der martelaren,

Koningin der belijders,

Koningin der maagden ,

Koningin van alle Heiligen,

ocr page 528

— r,OG —

LITANIE

tot de

Allerheiligste Maagd Maria.

Heer, ontferm U ouzer.

Christus, ontferm XJ onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsohe Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld , ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U ouzer. Heilige DrieTuldigheid, één God, ontferm

U ouzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden ,

Moeder van Christus , td

Moeder der goddelijke genade, ^

Allerreinste Moeder, 2

Allerzuiverste Moeder, §

Ongeschondene Moeder, o

Onbevlekte Moeder, 2

Beminnelijke Moeder.

Wonderlijke Moeder,

Moeder des Scheppers ,

Molt;hW des Zialigmakei's ,

ocr page 529

— 50? —

A llerwijuate Mssjjdi, bid voor ons,

Kerwaardige Maagd ,

1 lofwaardige Maagd ,

Machtige Maagd ,

(icedertiereue M aagd,

Getrouwe Maagd ,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid ,

Oorzaak ouzer blijdachap ,

G-eestelijk vst,

Kerwaardig Tat,

Uitmuntend vat Tan godsvrucht,

CTcheimzinnige roos ,

Toren van David ,

Tvoren toren ,

Gulden huis ,

Ark des verbonds ,

Deur des hemels ,

Morgenster,

Behoudenis der kranken. Toevlucht der zondaren , Troosteres der bedrukten,

Hulp der christenen,

Koningin der engelen.

Koningin der aartsvader»,

Koning der profeten,

Koningin der apostelen ,

Koningin der martelaren, Koningin der belijders,

Koningin der maagden ,

Koningin van alle Heiligen,

ocr page 530

— SOS —

Koningin zonder de smef- der firfsonde ontvangen , bid voor ons,

Koningin van den allerhciligsleu Rozenkrans , bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons , Heer !

Lam Gods , dat wegneemt de zonden dnr

wereld , verhoor ons , Heer !

Lam Gods, dat wegneemt de zouden dor

wereld, ontferm U onzer. Heer! Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Wees gegroet Maria, enz.

Onder uwe bescherming nemen wij ouzo toevlucht , heilige Moeder G-ois ! versmaad onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons van alle gevaren. O roemwaardige en gezegende Maagd! onze Trouw , onze middelares, onze voorspreekster ! verzoen ons met uwen Zoon . beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods! A. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

Wij bidden U, o Heer ! stort uwe genade in onze harten, opdat wij , die door de boodschap des engels de menschwording van Christus , uwen Zoon, gekend hebben , door zijn lijden en kruis tot de haerlijkheid der verrijzenis gebracht worden : door Christus , onzen Heer.

ocr page 531

— 509 —

Gebed tol de heilige Maagd Maria

Herinner u , o goederfcierenal.c Maagd Af aria , da t hei nooit gehoord is , dat iemand , die tot u zijne toevlucht nam, uwe hulp inriep, ofquot; uwe voorbede verzocht, door u is verlaten geworden. Met dit vertrouwen be-

Izield. neem ik ook mijne toevlucht tot u, o Maagd der maagden, Maria, Moeder van Jesus Christus; ik kom tot u, ik snel naar gu, zuchtende als een zondaar; sidderendzield. neem ik ook mijne toevlucht tot u, o Maagd der maagden, Maria, Moeder van Jesus Christus; ik kom tot u, ik snel naar gu, zuchtende als een zondaar; sidderend

Iata ik voor u. Tk bid u; o Beheerscheres der wereld. o Moeder van het eeuwige Woord . versmaad mijne gebeden niet, maar | verhoor ze genadig; verhoor mij, ongelukkige, die tot u uit dit tranendal mijne stem ; verhefquot;. Sta mij bij, smeek ik u, in al mijne behoeften, nu en altijd, en vooral in het ^ uur van mijnen dood. O genadige , o goedertieren e , o zoete maagd Maria !ata ik voor u. Tk bid u; o Beheerscheres der wereld. o Moeder van het eeuwige Woord . versmaad mijne gebeden niet, maar | verhoor ze genadig; verhoor mij, ongelukkige, die tot u uit dit tranendal mijne stem ; verhefquot;. Sta mij bij, smeek ik u, in al mijne behoeften, nu en altijd, en vooral in het ^ uur van mijnen dood. O genadige , o goedertieren e , o zoete maagd Maria !

ocr page 532
ocr page 533

BLADWIJZER

BUda,

Gebed tot Josus, bij wijze van opdracht:

van den H. Franciscus de Sales . . i Voorrede van den heiligen Schrijver . 5

EERSTE DEEL.

Vermaningen en Oefeningen, noodig om eene ziel van de eerste goede begeerte af tof. een vast voornemen van een godvruch • tig leven aan te zetten.

Beschrijving van de ware godsvrucht . 14 Van de eigendommen en de verhevenheid der godsvrucht......13

Alle menschen kunnen do godsvrucht

beoefenen..........

Hoe noodzakelijk een leidsman is, om tot de godsvrucht te geraken en voortgang in dezelve te doen.....2'i

Dat men beginnen moet met zijne ziel

te reinigen. . . .......^9

Eerste zuivering , namelijk de zuivering

der doodzonde........32

Tweede zuivering, namelijk van de geneigdheden tot de zonden .... 31

33

ocr page 534

— 012 —

Middel om deze tweede zuivering voort

te brengen .........

Eerste meditatie of overweging. Over de schepping van den mensch. . . Tweede meditatie of overweging. Over het doel, waartoe wij geschapen zijn. Uerde meditatie of overweging. Over

Oods weldaden........

Tierde meditatie ot' overweg ng. Over

de zonden..........

Yijfde meditatie of overweging. Over

den dood ..........

Zesde meditatie of overweging. . . . Zevende meditatie of overweging. Over

de hel...........

Achtste meditatie of overweging. Over

den hemel..........

legende meditatie of overweging. Dienende om den hemel te verkiezen . Tiende meditatie of overweging. Dienende tot verkiezing van een godvruchtig leven........

Over het doen eener algemeene of generale biecht.........

Grondige verklaring, behelzende een ^ast voornemen om God voortaan van ganscher harte te dienen, hetwelk het besluit der algemeene biecht is . . Besluit van de eerste zuivering . . . Pat men zich ook moet zuiveren van de neigingen rot de dagelijksche zonden.

ocr page 535

— 513 —

Dfct men zich ook moet zuiveren van de genegenheden tot nuttelooze en

gevaarlijke dingen.......81

Dat men zich ook moet zuiveren van aerzelver natuurlijke onvolmaaktheden en genegenheden......83

TWEEDE DEEL.

Hztattende verschillende onderrichtingen, om de ziel door het gehed en het gébruik der heilige Sacramenten lof God te verheffen.

Noodzakelijkheid des gebeds . . . . 85

Beknopt onderwijs, om wel te overdenken , en vooreerst om zich in Gods tegenwoordigheid te stellen, hetwelk het eerste deel der voorbereiding tot

het inwendig gebed is......90

Over het aanroepen van Gods hulp;

tweede deel der voorbereiding ... 94 'Voorstelling van het geheim dat men wil overdenken; derde deel der voorbereiding ..........95

Over de bemerkingen , die het tweede

deel der overweging uitmaken. . . 97 Over de goede begeerten en vaste voornemens , dit het derde deel der overweging zijn.........98

Over bet besluit der overweging. . . 99

ocr page 536

— 511 —

Ecnigo zeer nuttige onderrichtingen ,

aangaande de overweging. . * . .101 Van de dorheden des geestes , die ona soms in de overweging overkomen . 105

Morgen-oefening........106

Over het avondgebed en het gewetensonderzoek . . ........10C

Over de ingetogenheid des harten . .111 Over de verzuchtingen, schietgebeden

en goede gedachten.......115

Over de goddelijke dienst der Mis, en

hoe men dezelve bijwonen moet . .123 Over de andere kerkelijke diensten . .126 Over den plicht van de Heiligen te

eeren en aan te roepen . . . . 12s Over de wijze hoe men Gods woord

moet aanhooren........130

Hoe men de goddelijke inspraken moet

ontvangen..........132

Over liet Sacrament der Biecht of penitentie...........137

Over het dikwijls communiceeren . . 142 Over de wijze hoe men tot de heilige Communie moet gaan......1 4^

DERDE DEEL.

Waarin vervat zijn verschillende onder richtingen betreffende het heoefene.i der deugden. Over het onderscheid in het verkiezen en beoefenen der deugden .... 15,5

ocr page 537

— 515 —

Vervolg over het verkiezen der deugden ............161

Over het geduld........106

Over de uitwendige ootmoedigheid . .173 Of er de inwendige ootmoedigheid . .17 7 De ootmoedigheid doet ons ook onze

verworpenheid beminnen.....185

Moe men te gelijk met de ootmoedigheid

zijn naam en faam moet bewaren. . 192 Over de zachtmoedigheid en het medelijden tot den naaste, en over de hulpmiddelen tegen de gramschap . 198 Over de zachtmoedigheid jegens ons

zeiven...........205

Men moet alle zaken met vlijt, maar nochtans zonder angst verrichten. . 208

Over de gehoorzaamheid......212

Over de noodzakelijkheid der zuiverheid . . .........222

Over de armoede van geest, en hoe men die te midden der rijkdommen bewaren kan.......• . . . 220

Hoe men werkelijk de armoede moet beoefenen, al is het dat men rijk blijft. 230 Hoe men de armoede des geestes moet beoefenen, als men inderdaad behoeftig is.......... : . . 230

Over de vriendschap in het algemeen , en vooreerst van do ondeugende en

schadelijke vriendschap.....238

Over den dwazen minnenhandel . . . 242

ocr page 538

— 516 —

Over de oprechte vriendschap. . . . 247 Over liet verschil tusschen de oprechte

en de ijdele Trieodechap. . . , . 251 Hulpmiddelen tegen de ondeugende

vriendschap.........255

Eenige andere onderrichtingen betreffende de vriendschap......259

Over het beoefenen der uitwendige verstervingen ..........263

Over de gezelschappen en over de eenzaamheid ..........271

Over de zedigheid in de kle3ding . . 27'i Over het spreken, en vooreerst hoe men

van G-od moet spreken.....2/9

Over de eerbaarheid in de woorden, en over den eerbied , die men den men-

schen bewijzen moet......280

Over hot lichtvaardig oordeel. . . , 254

Over den achterklap.......292

Eenige andere onderrichtingen aangaande het spreken........300

Over de vermakelijkheden, en vooreerst over degene , die loffelijk zijn . . .303

Over de verbodene spelen.....306

Over de bals , en andere toegelatene,

doch gevaarlijke vermakelijkheden . 307 Wanneer men spelen of dansen mag . 311 Men moet zoo wel in kleine uls in groote

dingen aan God getrouw zijn . . .312 In alles moet men billijk en met reden te werk gaan.........316

ocr page 539

Over de wonscheu en verlangens. . - 3*2^ Beknopt onderricht voor de gehuwden . SiH Onderrichting voor de weduwen . . . 335 Korte onderrichting voor de jonge dochters ............3 4 d

VIERDE DEEL.

Beval lende de noodige onderrichtirigen ieya; de geringste hekoringen.

Men moet naar liet gepraat der wö-

reldachgezinden niet luisteren . . .241 Men moet den moed niet licht verliezen. 3-4} Over den aard der bekoringen, en over het verschil tusschen bekoord te worden , en aan de bekoring zijne toestemming te verleenen......35L

Twee merkwaardige voorbeelden over

dit onderworp........355

Aanmoediging voor eene ziel, die wordt

bekoord...........353

Hoe de bekoring en het enkel behagen

zonde kunnen zijn.......3ö0

Hulpmiddelen in zware bekoringen. . S-U Men moet de kleine bekoringen wederstaal!............365

Hulpmiddelen tegen de kleine bekoringen ............3fgt;7

Hoe men zich tegen de bekoringen moet

versterken..........363

Over de ongerustheid.......370

ocr page 540

— 518 —

O-ver de droefheid........375

Over de geestelijke en gevoelige ver-tfoostingen , en hoe men zich daarbij

moet god ragen........379

O Ter de geestelijke dorheid en onvruchtbaarheid ..........389

Bevestiging en opheldering van het voorgaande, door een merkwaardig t oorbeeld........ . . .397

VIJFDE DEEL.

Otfeniiigen ea onderrichtingen, om het qe-maakte besluit te vernieuwen, en de ziel in de godsvrucht te bevestigen.

Mtn moet jaarlijks zijne goede Yoor-

liemens vernieuwen.......-103

Bemerkingen op de weldaad van God , waardoor hij ons tot zijne dienst heeft

geroepen..........405

Onderzoek wegens den voortgang in het

godvruchtige leven.......409

Onderzoek wegens de gesteltenis van

onze ziel ten opzichte van God . .411 Onderzoek wegens de gesteltenis van

zich zeiven..........415

Onderzoek hoe men is gesteld opzioh-

tens onzen evenmensch.....410

Onderzoek wegens de neigingen van het gemoed........ . . .117

ocr page 541

Oefeoingen na dit onderzoek . . . .419 Renige bemerkingen , dienstig om onze

goede voornemens te vernieuwen . .120 Rerste bemerking, wegens de voortreffelijkheid der ziel.......i2I

Tweede bemerking, wegens de voortreffelijkheid der deugden.....423

Derde bemerking, wegens liet voorbeeld

der Heiligen.........12 J

Vierde bemerking, wegens de liefde,

welke Christus ons toedraagt . . . 426 Vijfde bemerking, over de eeuwige

liefde van God jegens ons .... 428 Verzuchtingen wegens de voorgaande overdenkingen, dienende tot slot van

deze oefening.........429

Over den indruk , die deze oefeningen

in ons hart moeten achterlaten . .431 Antwoord op twee opwerpingen, die quot;egen dit boek /.ouden gedaan kunnen

worden...........432

Drie laatste voorname vermaningen. . 434

ocr page 542

— 520 —

BIJLAGE VAN GEBEDEN.

Morgcn-ocfcniug. — Gedachten bij liet ontwaken , opstaan en aankleedon . 138

4 40

443

Morgengebed. Avondgebed

Aanbidding en dankzegging . . . .143 Gebeden onder de heilige Mis , welke

tooi' liet inwendige gebed ingericht is. 446 Biechtgebeden. — Gebed voor eene

waardige voorbereiding.....454

Over het onderzoek des gewetens . .4 58 Opwekking tot Berouw . . . . . .458

Voornemen..........463

Gebeden na de Biecht.....,465

Communie-gebeden. — Gebed op den vooravond en op den morgen, dat men tot de heilige Communie gaat . . .467 Gebeden vóór de heilige Communie . 468 Gebeden na de heilige Communie . . 474 Eenige vrome verzuchtingen, die men op den dag der Communie eenige malen herhalen kan . . , . . .477

Litaniën voor al de dagen der week. Litanie tot de allerheiligste Drievuldig-

470

heid

ocr page 543

Litanio tot don heiligen Geest . . . 483 Litanie van den zoeten Kaam Jesus . 488 Litanie ter eere van de heilige Engelen. 492 Litanie tot Jesus in het allerheiligste

Sacrament..........496

Litanie op het lijden van onzen Heer

Jesus Christus........500

Litanie tot de allerheiligste Maagd Maria Gebed tot de heilige Maagd Maria . . 509

ocr page 544

1

ocr page 545

HERINNERING.

JUc hen gedoopt den

Ik heh mijne eerafe H. Communie fjedawn. damp;n

Ik hen gevormd den

ocr page 546

—

ocr page 547
ocr page 548
ocr page 549
ocr page 550
ocr page 551
ocr page 552