——— 1
■. - ;
■
05.:
1
'HA } •-
.
Irquot;;,;
_
SAMENGESTELD
UIT ALLE
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN, GEBEDEN EN GEZANGEN
Gedurende het geheele Jaar in gebruik.
Door een Pater Dominicaan.
Onder de bescherming van Maria en da voorbede van St. Liduina.
SCHIEDAM, T. S. C. TJI_. S3^^KT.
189 1.
Vak 87
7
Aan den godvruchtigen Christen.
VOORREDE.
Reeds lang heeft men, om verschillende, en zee/ zeker billijke redenen, gewen scht , dat een nieuw boekje voor de leden der Schiedamsche Processie naar Kevelaar, het licht zou zien. Door de uitgave van dit boekje wordt waarschijnlijk aan dat verlangen voldaan. Ik heb echter gemeend goed te doen door het zoo in te richten, dat het niet enkel dienst zou doen, in de weinige dagen der Processie, maar tevens ook zou kunnen gebruikt worden bij andere gelegenheden; b. v. in de Mei- en Rozenkransmaand; in de Congregatie, en bij meer kerkelijke oefeningen in den loop des jaars. Het bevat in 't kort eene verzameling van verschillende devoties.
Moge God dit werkje zegenen, dm twijfel ik niet, of het zal tot meerdere godsvrucht stemmen jegens onze lieve Moeder Maria; het vertrouwen op Gods Heiligen in onze harten meer en meer verlevendigen, en zóó vooral de eer verméerdercn van onzen God en Koning, Wien lof en glorie gebracht worde door alle eeuwen henen.
1
iquot;
REGLEMENT
van de Broederschap der Processie van Schiedam naar 0. L.fronw van Kevelaar, opgericht in het jaar 1844 in de Kerk van den H. Joannes den Dooper, der
E.E. P.P. Dominicanen.
Art, 1.
Het doel dezer Broederschap is vooral, de levende en overledene leden deelachtig te maken aan alle H.H. Missen, gebeden en goede werken, die van wege de Broederschap ter eere der allerheiligste Maagd Maria gedaan worden.
2.
De Z. Eerw. Pastoor der St. Janskerk, of een ander door Z. Eerw daartoe benoemd Geestelijke , is Directeur van de Broederschap.
3.
De Z. Eerw. Directeur wordt in het bestuur bijgestaan door een zeker getal leden, Broeder-meesters genaamd.
4.
De Broedermeesters doen alles zooveel mogelijk kosteloos in het belang der Broederschap.
m
5 5.
Iedereen kan lid worden der Broederschap, tegen eene jaarlijksche contributie van één gulden, dertig cents.
Het lidmaatschap begint den lquot;811 Juni en eindigt den 308ten Mei. Wanneer men bij den aanvang van het contributie]aar niet op nieuw betaald heeft, wordt men beschouwd geen lid meer te zijn.
7.
Jaarlijks vertrekt de Processie naar Kevelaar. Tijd, vertrek en duur met verdere aanwijzingen voor den Pelgrimstocht, zullen tijdig aan de leden worden bekend gemaakt.
8.
Van wege de Broederschap wordt te Kevelaar eene waskaars van 100 pond, ter eere van de allerheiligste Maagd geofferd; en de H. H. Missen te Harer eer opgedragen.
9.
Op de feestdagen der H. Maagd zal er in de Broederschapskerk eene H. Mis voor de levende leden worden opgedragen. Jaarlijks, na den terugkeer uit Kevelaar, zal in de Broederschapskerk eene plechtige H. Mis van dankzegging worden opgedragen.
10.
Bij het overlijden van een lid der Broederschap
m
quot;M
6
zullen vier H. H. Missen tot lafenis zijner ziel opgedragen worden.
m
11.
Jaarlijks zal er in de Broederschapskerk, als het I geschieden kan na Allerzielendag, eene plechtige H. Mis van Requiem opgedragen worden voor de \ leden, die in den loop des jaars overleden zijn.
12.
Op de feestdagen van Maria, alsmede op al de Zaterdagen van het jaar, zal er bij het Maria-altaar, ter Harer eer, licht ontstoken worden.
Aldus vastgesteld in de Bestuursvergadering den 1 Mei 1844.
Namens het Bestuur
DE DIRECTEUE
Jje Pastoor der St. Jamkerk.
WL
m
m
EERSTE AFDEELING.
lt;3-E SB 33 EXT.
Bij het aanvaarden der Bedevaart.
lu den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
( Vijftig dagen aflaat, zoo dikwijls men met een rouwmoedig hart
het Krniiteeken maakt.
Honderd dagen als men dit teeken maakt met gewijd water.) (28 Juli 1863.)
Zoete Troosteres der Bedrukten, ik onderneem deze bedevfaart ter eere der allerheiligste Drieëen-heid, tot Uwe verheerlijking, uit dankbaarheid voor de tallooze weldaden, welke Gij mij door Uwe tusschenkomst verworven hebt; tot boete mijner zonden en ongetrouwheden, en ter bekoming van eenen aflaat, voor mij of voor de zielen van N. N. Door Uwe bemiddeling ook, o lieve Moeder, hoop
ik hulp en troost te verkrijgen in........
Maria, neem deze pelgrimsreis met moederlijke welwillendheid aan. Ik vereenig mij met die vrome pelgrims, die meer dan ik Uw moederzegen waardig zijn. O, Maria, zie met barmhartige liefde, ook op mij, armen en hulpbehoevenden pelgrim, neer.
Almachtige, eeuwige God, die zoo dikwijls door wonderen getoond hebt, hoe aangenaam vrome
8
bedevaarten, ter eere Uwer lieve Moeder ondernomen, ü zijn, ach, zie met goedertierenheid ned er op dezen pelgrimstocht. Schenk mij een groot en ijver en een vast en onwankelbaar vertrouwen op de hulp en de voorspraak mijner goede Moeder Maria.
Heilige Engelbewaarder, bescherm en geleid mij op dezen pelgrimstocht. Amen.
MORGENGEBED (Bij den aanvang der reli.)
Almachtige en eeuwige God, zie ons hier in aanbidding neergeknield voor den troon Uwer oneindige heerlijkheid. De lang gewenschte dag is dan aangebroken, waarop wij de reis naar het genadevolle oord, aanvaarden, waar Uwe lieve Moeder met hare zegeningen ons wacht. Heilig, o God, al de krachten van ons lichaam en van onze ziel, en geef, dat wij met eene zuivere meening deze reis ondernemen, alleen om U te verheerlijken en Uwe en onze lieve Moeder te vereeren.
Te gelijk met onze nederige aanbidding, offeren wij U al onze gedachten, woorden en werken van dezen dag op. Ontvang elke ademhaling, die wij doen, als eene verzuchting van liefde tot U en Uwe goede Moeder. Alle aflaten, gunsten en genaden, die wij dezen dag verdienen kunnen, offeren wij U op tot uitboeting onzer zonden en tot lafenis der geloovige zielen in het Vagevuur. Al onze gebeden en goede werken, onze schreden, onze vermoeienissen, onze ontberingen aan dezen pelgrimstocht verbonden, offeren wij U met bereid-
vaardigheid op. Wij vereenige/i onze gebeden eu lofzangen met die der Engelen en Heiligen; met de verdiensten der allerheiligste Maagd, onze beminde Moeder, met het verdienstvol leven, het bitter lijden en den smartvollen kruisdood van Jesus Christus. Mogen zij, op die wijze verdienstvol gemaakt, strekken tot verheffing onzer Moeder de H. Kerk, tot heil onzer zielen, tot verlossing der arme zielen in het Vagevuur, tot welzijn onzer dierbare betrekkingeiren tot zegen der gansche Christenheid.
Geef, goede God, dat wij deze bedevaart op zulk eene waardige wijze verrichten, dat wij er al de voordeelen van verwerven. Zend Uwe Engelen af uit den Hemel om ons op deze reis te geleiden, te bewaken en te beschermen; en moge de Heilige Geest ons tot alle goed aansporen en kracht schenken om het te verrichten.
Lieve Moeder Maria, met kinderlijk vertrouwen wenden wij ons tot U. Neem deze bedevaart, die Uwe kinderen te Uwer eer ondernemen met moederlijke welwillendheid aan. O Moeder, die zooveel vermoogt op het Hart van Jesus, Uwen Zoon; Gij, die ons zoo teeder liefhebt en onze zaligheid zoo vurig verlangt, o, draag Gij, goede Moeder, onze gebeden en goede werken aan Jesus op, steun ze door Uwe machtige voorbede. Jesus, die U zoo innig liefheeft, zal zeker op Uwe bede, de eer. die wij U bewijzen, den lof, dien wij U toezwaaien, honderdvoudig beloonen. Bid daarom Uwen lieven Zoon, dat Hij met welgevallen neerzie op onze zwakke pogingen, ter bevordering van Uwen eere-dienst. Smeek Hem, o goede Moeder, dat Hij ze
1
10
die vruchten doe dragen, die wij er van durven verwachten. Vraag Hem, dat deze bedevaart vooral moge strekken tot heil onzer ziel, en dat wij in Uw geliefd Kevelaar, gesterkt in Uwen dienst, behouden tot onze betrekkingen mogen wederkee-ren. Verwerf ons eindelijk, o lieve Moeder, dat wij op het einde van onzen grooten pelgrimstocht door dit leven, bij U en uwen Zoon in den Hemel voor eeuwig rust vinden. Amen.
ALGEMEEN MORGENGEBED.
O God, voor Uwe oppermajesteit knielen wij op dezen geheiligden grond aanbiddend neer. Moge deze dag, waarop Uwe goedheid mij tijd schenkt, om voor de eeuwigheid te werken, aan U geheel zijn toegewijd. Geef, dat ik heden zóó voor Uw aanschijn wandele, dat ik mij, bij het vallen van den avond aan geen plichtverzuim schuldig kenne. Uwe liefde zij mij een spoorslag tot alle goede daden; rechtschapenheid besture de uitvoering mijner goede voornemens; ongeveinsde liefde tot den naaste zij de drijfveer mijner handelingen, en U alleen te dienen het doel van heel mijn streven.
Maar wat zijn al mijn goede voornemens, o God, wanneer Gij ze niet zegent ? Dien vaderlijken zegen smeek ik daarom, bij het aanbreken van den morgen, over alles, wat ik heden verrichten ga, met kinderlijk vertrouwen af. Weiger, o God, weiger mij Uwe hulp niet; want uit mij zeiven ben ik zoo zwak en tot niets goeds in staat. Mogen al mijne gedachten, woorden en werken gestempeld zijn met het verheven merk der reinste en zuiver»te
m
m
I
liefde. Moge alles U ter eere geschieden. Ik vereenig daarom al mijne werken, met de lofzangen der Engelen, met de verdiensten der allerheiligste Maagd, en met het lijden en sterven van Jesus Christus, opdat zij op deze wijze verdienstelijk gemaakt, U meer tot eer en mij meer ten zegen strekken. Lieve Moeder Maria, wees Gij mijne voorspraak bij God, en verwerf voor mij de genade, getrouw te zijn aan de goede voornemens, die ik heden maak. H. Engelbewaarder, en Gij mijn Beschermheiligen, bidt God voor mij, opdat deze dag voor mij een dag van genade en van verdiensten voor den Hemel zijn moge.
AVONDGEBfD.
* De ondervinding leert, dat niets zoozeer tot getrouwe plichtsvervulling aanspoort, dan, vooraleer men zich ter ruste begeeft, zich af te vragen, hoe men dien dag, zijne plichten jegens God, den naaste, en zich zelven heeft vervuld.
De dag is voorbij! Kan ik voor U, Alwetende de getuigenis afleggen, dat ik hem goed heb doorgebracht? Volmondig moet ik bekennen, dat Gij met vaderlijke goedheid uwe weldaden aan mij hebt geschonken. Was ik er dankbaar voor ? O God , aan hoeveel fouten en gebreken heb ik mij schuldig gemaakt? Wat heb ik door gedachten, woorden en werken veel misdaan ! Ik vraag er U ootmoedig vergiffenis voor, o barmhartige en liefdevolle Hemelvader. Ach, Gij weet zoo goed, hoe zwak ik ben. Zoo dikwerf' reeds heb ik beloofd U trouw te zullen blijven; nog dezen morsren vormde ik de
12
beste voornemens, en toch aau hoeveel ongetrouw-heden maakte ik mij jegens U niet schuldig?
O God, laat mij genade vinden voor Uwe oogen. Gij, die de liefde zelve zijt. Gij toondet den zondaar zoo menigmaal Uwe barmhartigheid, wanneer hij slechts met een rouwmoedig en vernederd hart Uwe ontferming inriep; ach, verstoot ook mij, armen zondaar, niet, maar wees mij genadig. In het volle vertrouwen, dat Gij mij mijne overtredingen zult vergeven hebben, ga ik mij ter ruste begeven. Bewaar mij dezen nacht voor alle gevaren naar lichaam en ziel. Dat Uwe Engelen over mij waken en alle onheil van mij afkeeren. Zal ik morgen weer ontwaken, o God ? Ik weet het niet. Maar, indien Gij mij dezen nacht voor Uwen rechterstoel roept, barmhartige God, wees mij dan genadig, om wille van Jesus, Uwen Zoon, die onze Middelaar, onze Verlosser, onze Verzoening, onze Hoop en de Redder onzer arme, schuldige zielen is.
Lieve Moeder Maria, als een vreesachtig kind neem ik tot U mijne toevlucht. Ik ga mij ter ruste begeven; zal 't de laatste maal mijns levens niet zijn? Barmhartige Moeder, ik vertrouw mij aan U toe. Waak over uw kind, o goede Moeder, en bid voor mij, nu en in het uur van mijnen dood.
„ Engel Gods, aan wiens zorg mij de Voorzienigheid heeft toevertrouwd , verlicht, bescherm, geleid en bestier mij.'5 Amen.
* Telken» 100 dagen aflaat. Volle aflaat op 't leest der Engelbewaarders, als men het 's morgens en 's avonds gedurende het jaar heeft verricht : onder de gewone voorwaarden. Pias VI, 2 October 1795.— Volle aflaat eens in de maand , als men het dagelijks doet, op een dag naar verkiezing; en in het uur des doods, als men 't gedurende
13
geheel zijn leven dikwerf gedaan heeft. Pius VI , 20 Sept. 1795; Pius VII. 15 Mei 1821.
Onze Vader — Wees gegroet.
Ik geloof in God den Vader.
Akte van Geloof, Hoop, Liefde. Gewetensonderzoek. Akte van Berouw.
Gtebeden onder de 1, Mis,
ter eere van de allerheiligste Maagd, de Koningin van den allerheiligsten Eozenkrans.
Ieder lid van 't Aartsbroederschap , die de Kozenlrans-mis bijwoont, kan al de aflaten verdienen , aan het bidden van den geheelen Rozenkrans verleend. Clemens X, •» Cm-lestinm munervm,quot;
Groote God ! ik kom Uwe genade vragen om met den diepsten eerbied dit H. Misoffer te kunnen bijwonen. Ik vereenig mij met den Priester, die dit onbloedig Offer gaat opdragen, tot Uwe meerdere eer en glorie, als een gedachtenis aan Uw H. Lijden en Uwen bitteren dood, als eene dankzegging voor al Uwe weldaden, als een voldoening onzer zonden. Moge dit H. Offer mij en allen, zoo levenden als overledenen , voordeelig zijn.
Allerbeminnelijkste Moeder Maria, Koningin van den H. Rozenkrans, die met zooveel standvastigheid hebt gestaan onder het kruis van Jesus, Uwen Zoon, sta mij bij, nu ik mij naast U kom plaatsen onder den kruisboom, geplant op den geheimzinnigen berg des Altaars.
Laten wij den Heer prijzen, want Hij is goed, en Zijne barmhartigheid duurt eeuwig.
14
CONFITEOR.
O Jesus, die voor mijne zonden in tien hof der Olijven zijt bedroefd geweest tot den dood , niet Gij, maar ik had voor die zonden moeten boeten. Ik belijd daarom voor den Al machtigen God, voor de H. Maagd Maria, en voor alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb, door gedachten, woorden en werken. Voor die zonden, o goede Jesns, zie ik U hier lijden en Uw maagdelijk Lichaam door den drukkenden last mijner ongerechtigheden met een bloedig zweet overdekt. Ach, schenk mij een oprecht berouw over die zonden; heb medelijden met mij, en wil ze mij vergeven door de voorbede van alle Heiligen; doch vooral door die Uwer lieve Moeder, de Koningin van den H. Rozenkrans. Amen.
INTROÏTUS.
Gegroet, Gij, heilige Wortel, waaruit de heiligheid ontsproot. Gegroet, Gij roem der wereld ! o Maria, gelijk aan eene roos of lelie, bloeiend te midden der maagden: smeek voor ons Uwen dierbaren Zoon. Begenadigd is Zij, boven de begenadigden, die reine en heilige Vrouwe. Glorie zij den Vader, enz. Gegroet, enz., tot Begenadigd.
Wees gegroet, o heilige Moeder, uit wie de Schepper van hemel en aarde geboren is. ü groeten de hemelsche Geesten, U loven zij vol vreugde , als hunne Koningin; U groeten de Christenen op aarde met een dankbaar hart; U noemen zij vol vertrouwen hunne 'Troosteres. Ook ik, ellendige zondaar, groet U, onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria. O zoete Moeder, luister naar mij en wees mijne Voorspreekster bij Jesus, uwen Zoon.
15
KTRIË.
Ontferm U onzer, hemelsche Vader, door de voorspraak van Maria, Uwe uitverkorene Dochter.
Ontferm U onzer. Heer Jesus Christus, ter wille van Maria, uwe lieve Moeder.
Ontferm U onzer, o Heilige Geest, om Maria, Uwe onbevlekte Bruid.
Maria, Koningin van den H. Rozenkrans, bid voor ons.
GLORIA.
Glorie aan God in den allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden wille. Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken U om Uwe groote glorie. Heer God, Hemelsche Koning. God Almachtige Vader. Heer, Jesus Christus, eengeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, Die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem ouze smeekingen aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de Heilige , Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.
O e b e d.
Almogende en barmhartige God, die van eeuwigheid hebt geordend, dat Uw eeniggeboren, in natuur gelijke, en medezelfstandige Zoon, naar het vleesch in den Geest van heiligmaking onze
i
w
16
Heer Jesus Christus zou zijn, en de allerheiligste en boven alles welgevallige Maagd Maria Hem voor alle eeuwen tot Moeder hebt verkoren; geef ons, smeelcen wij U, dat wij door de verdiensten, van Jesus en van Zijne H. Moeder Maria, verworven door de vijftien geheimen, die de allerheiligste Rozenkrans vereert, ons zoodanig aan Hem toewijden, dat wij ook in de hemelsche glorie hun vruchten zonder ophouden genieten mogen. Door denzelfden Heer J. C enz.
BIJ DE ORATIES
Wij bidden U, Heer, schenk ons, Uwe dienaren, te allen tijde Uwen zegen naar ziel en lichaam, bevrijd ons door de voorspraak der glorievolle Maagd en Moeder Gods Maria van de ellende des levens en maak ons deelachtig aan de vreugde der eeuwige zaligheid.
Almachtige, eeuwige God, die in den schoot der reine Maagd Maria, door de medewerking van den H. Geest, eene waardige woonplaats voor Uwen Zoon bereid hebt, geef, dat Zij, wier aandenken ons met blijdschap vervult, door hare bemiddeling ons voor tijdelijke rampen en voor den eeuwigen dood beware. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
BIJ HET EPISTEL.
Uit het boek der Wijsheid. (Eccl. C. II. 24.)
Ik ben de bloem des velds en de lelie der dalen. Als de lelie tusschen de doornen, zoo is mijne vriendin onder de dochteren. Uwe lippen zijn een
amp;
u
17
druppelende honigraat; honig en melk vloeit onder uw tong en de geur uwer kleederen is als de geur van wierook. Gij zijt een besloten tuin, mijne zuster, mijne bruid; een besloten tuin, een verzegelde fonteiii. Uwe scheuten zijn een paradijs van granaat-boomen, met granaten beladen. Als de wijnstok heb ik een zoeten geur van mij gegeven, en mijne bloemen zijn de vruchten mijner verhevenheid en reinheid. Ik ben de moeder der schoone liefde, der vreeze Gods, der wijsheid en der heilige hope. In mij is alle genade van leven en waarheid, bij mij alle hoop op leven en kracht. Komt dan tot mij, gij allen, die mij lief hebt, laat u met mijne zegeningen overladen. Want mijn adem is zoeter dan honig, en mijn erfdeel gaat honig en honigraat te boven.
r. Mijn welbeminde is de mijne en ik ben de zijne; onder de leliën verwijlt Hij tot den dag aanbreekt en de schaduwen vlieden.
v. Als de lente sierden haar bloeiende rozen en de leliën der dalen.
Alleluia, Alleluia. De stam van Jesse heeft gebloeid, eene Maagd heeft den Godmensch gebaard, en door het hoogste met het geringste te vereenigen heeft God ons den vrede hergeven. Alleluia.
Van Septuagesima tot Paschen. Verblijd u, o Maagd Maria, want Gij hebt alleen alle ketterijen verwonnen. Het woord van den Aartsengel Gabriël hebt Gij geloofd.
Bij het baren van den Godmensch, hebt Gij uwe maagdelijkheid niet verloren, en na Zijne geboorte zijt Gij de onbevlekte Maagd gebleven. Moeder Gods, wees onze voorspraak.
9
18
In den Paaschf.ijd. Alleluia, Alleluia. De lieer is verrezen. Hij is aan de vrouwen verschenen zeggende : Weest gegroet. Toen kwamen zij nader en omarmden zijne voeten. Alleluia.
In, den Hemelvaartstijd. Alleluia, Alleluia. Christus heeft in Zijn hemelvaart de slavernij gevankelijk met zich gevoerd ; Zijn gaven heeft Hij uitgestort over het menschdom. Alleluia.
HET HEILIG EVANGELIE VOLGENS DEN H. LUCAS,
s
■
i i
In dien tijde doorreisde Jesus steden en dorpen en predikte en verkondigde het rijk Gods. En de twaalf waren met Hem. Ook eenige vrouwen, die van booze geesten en ziekten genezen waren: Maria, genaamd Magdalena, van welke, zeven booze geesten waren uitgegaan, en Joanna de huisvrouw van Chusas, de hofmeester van Herodes en Susanna en vele anderen, die Hem bijstonden met haar vermogen. Toen er nu eene groote schare bijeenkwam en men uit al de steden naar Hein henenliep, sprak Hij in eene gelijkenis : Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En terwijl hij zaaide, viel een deel langs den weg en het werd vertreden , en de, vogelen des hemels aten het op. En een ander deel viel op de rots en opgeschoten zijnde verdorde het, doordien het geen vochtigheid had. En een ander deel viel onder de doornen, en de doornen schoten mede op en verstikten het. En een ander deel viel in fle goede aarde en het kwam op en bracht honderdvoudige vruchten voort. Dit zeggende riep Hij : die ooren heeft om te hooren, hij hoore. Zijne, leerlingen nu vroegen Hem, welke
I I i
I'i
19
deze gelijkenis was. En Hij zeide tot hen : U is 't gegeven de verborgenheid van het rijk Gods te kennen, maar de overigen in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien en hoorende niet verstaan.
CREDO.
Bid : Ik geloof in God den Vader; enz.
Verleen mij o mijn God, door de voorspraak der H. Maagd Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans een vast en onwankelbaar geloof, dat zich, bij alle moeielijkheden, die Uwe goddelijke Goedheid mij zal gelieven over te zenden, zal doen kennen in al mijne woorden en werken; en laat mij, o Fleer, in dat geloof leven en sterven. Amen.
BIJ DE OFFERANDE.
Wees gegroet, Hemelkoninginne, Moeder van 3 den Koning der Engelen ; o Maria, als een roos of lelie bloeiend fe midden der Maagden, bid uwen » dierbaren Zoon voor het welzijn der geloovisen. 1 Alleluia.
G EBED.
Geef ons, smeeken wij U, barmhartige God dat wij allen, die in de heilige broederschap van den | Rozenkrans de Moeder Gods Maria, haren eenigen j Zoon ter eere, zijn ingeschreven, U, door onze ^ vohnaante en volkomene toewijding van lichaam en ziel mogen behagen, opdat wij door getrouwe vervulling onzer beloften in den tijd, door Uwe tus-| schenkomst tot de eeuwige belooning mogen geraken. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer.
m
20
BIJ DB PEEFATIE.
Waarlijk , het is een waardige, rechtvaardige, billijke en heilzame daad, dat wij TJ,, o God, altijd en overal lofzingen, zegenen en verheerlijken, bij de vereering van den allerheiligsten Rozenkrans der altijd zalige Maagd Maria. Die door de overlommering des H. Geestes Uwen eenigen Zoon heeft ontvangen, en met behoud Harer maagdelijke glorie, Jesus Christus, onzen Heer, het eeuwig licht aan de wereld geschonken heeft; Hem door Wien de Engelen Uwe Majesteit loven ; de Heerschappijen U aanbidden, de Machten U dienen; de Hemelen en de Krachten des Hemels U bezingen in vereeniging met de Seraphijnen. Met Hen vereenigen ook wij onze stemmen en roepen U eerbiedig en nederig toe :
Heilig, heilig, heilig is de God der Heerkrachten ! Hemel en aarde zijn vol van Zijne Majesteit!
BIJ DEN CANON.
Wij smeeken U, o oneindig barmhartige Vader, door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer, met welgevallen neer te zien en het Ofh-r te zegenen, dat wij U aanbieden ; opdat het U behage Uwe Kerk te bewaren , te beschermen en te besturen, met al hare leden, den Paus, de Bisschoppen en allen die het H. Geloof belijden.
Bewaar in Uwe liefde ons en al de onzen door de voorspraak van Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen; bevrijd onze ouders,
k _—_=:
n
21
bloedverwanten, vrienden en weldoeners van alle rampen naar ziel en lichaam; schenk ons Uwen vrede en verlos ons van alle zichtbare en onzichtbare vijanden onzer zaligheid. Stort Uwen zegen over ons allen uit door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Beminnelijke Koningin van den H. Rozenkrans, hulp der Christenen en Troosteres der bedrukten, zie met barmhartige oogen op ons neder, bid voor en met ons Uwen lieven Zoon Jesus, die zoo aanstonds vol ontferming op onze altaren zal nederdalen.
BIJ DE CONSECRATIE.
Wees gegroet. Heilig Lichaam, geboren uit de zuivere Maagd Maria en voor ons geslachtofferd op het kruis. Wees mijn kracht, mijn troost en mijn voedsel in dit dal van tranen.
Eeuwige Vader, ik offer U het allerkostbaarst Bloed van J. Chr. op, tot voldoening voor mijne zonden, en voor de behoeften der H. Kerk. (100 dagen aflaat Pius VII, 29 Maart 1817.)
Het allerheiligste en goddelijkst Sacrament zij elk oogen blik gedankt en verheerlijkt. (100 dagen aflaat Pius VII, 7 Dec. 1819.)
te
NA DE CONSECRATIE.
O Jesus, met een onwrikbaar geloof belijd, vereer en aanbid ik U, onder de gedaante van brood en wijn.
O Maria, hoogverheven Eozenkrans-Koninginne, hoe groot moet uwe liefde voor de menschen geweest zijn, toen Gij onder het kruis, uwen lieven Zoon hebt opgeofferd. Gij wist, lieve Moeder, dat Zijn dood ons het leven zou geven. Voltooi het werk uwer liefde, o H. Maagd, en bid in deze
F
oogenblikken uwen lieven Jesus, dat de voortzetting van dat H. Offer mij en allen tot zaligheid strekke.
Wees ook onze broeders en zusters gedachtig, die nog in het vagevuur vertoeven; zie met medelijden op hen neer en verlos hen van alle pijnen; opdat zij U en uwen lieven Zoon in de hemelsche heerlijkheid mogen aanschouwen. Vooral beveel ik uwe barmhartigheid die zielen aan, voor welke ik
verplicht ben te bidden, voornamelijk..........
Zij hebben in hun leven U zoo dikwijls begroet als de Deur des Hemels; o wees hen dan in werkelijkheid de deur, waardoor zij het Paradijs kunnen binnengaan. Amen.
PATER NOSTER.
Bid hier met aandacht het Onze Vader.
Bevrijd ons, o Heer, van alle kwaad, van de straffen der zonde, van alle tegenwoordige en toekomende rampen; en schenk ons door de voorspraak van de glorievolle, altijd maagdelijke Moeder Gods Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen, Uwen vrede; opdat wij, door Uwe barmhartigheid geholpen van zonde vrij en van alle onrust bevrijd mogen blijven. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
m
De vrede des Heeren zij steeds met ons. Amen.
AGNUS DEI.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
m
1^.
23
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U on/.er.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons deu vrede.
v66k de communie.
Lieve Jesus! o lioe vurig hebt Gij ons toch bemind! Uw dierbaar Bloed hebt Gij voor ons vergoten; onder ons wilt Gij wonen in het Heilig Sacrament. Dagelijks zelfs offert Gij U in het H. Misoffer voor ons, arme zondaren, aan Uwen hemelschen Vader op; en als waart Gij daarmede nog niet tevreden, verlangt Gij zelfs niets vuriger dan ons door de H. Communie op het innigst met U te vereenigen. Hoe gelukkig zoude ik zijn, wanneer ik TJ thans met den Priester in mijn hart ontvangen mocht! Maar dewijl dit nu niet werkelijk kan geschieden, bid ik U, o kom ten minste op eene geestelijke wijze in mijn hart. Ik omhels U, alsof ik LT werkelijk ontvangan had en ik vereenig mij geheel en al met U; laat niet toe, dat ik mij ooit van U scheide.
na de h. communie.
O ! wat zijt Gij liefelijk en schoon in de zoete vreugde uwer maagdelijkheid. H. Moeder van mijn God. De dochters van Sion zagen ü in lentedos te midden der bloeiende rozen eu leliën der dalen; daarom hebben zij U zalig geprezen en de koninginnen Uwen lof bezongen. ( Alleluia.)
te
u
Gebed.
Sla, o almachtige God, een goedgunstig oog op ons allen neer, die de eerbiedwaardige geheimen van den Rozenkrans vieren, door Uwe, in TJ geloo-vende Kerk ingesteld, ter eere der altijd Maagd geblevene Moeder Gods Maria, opdat Gij aan allen, die op U betrouwen, de weldaad van Uwen bijstand schenkt, en wij de kracht der geheimen en de vrucht, der op ons genomen verplichtingen mogen genieten. Door J. C. onzen Heer. Amen.
BIJ DEN ZEGEN.
De zegen van den Al machtigen God, den Vader, den Zoon en den H. Geest, dale over ons neer en blijve altijd met ons. Amen.
SLÜIT6EBED.
God van goedheid, ik dank ü. dat ik dit Heilig Misoffer heb kunnen bijwonen. Vergeef mij goedertieren mijne lauwheid en verstrooidheid en schenk mij Uwen bijstand om voortaan zóó te leven, dat ik de vruchten van dit H. Offer niet verlieze.
Koningin van den H. Rozenkrans, die de genade van God ontvangen, steeds zorgvuldig bewaard en daarmede getrouw hebt medegewerkt, verkrijg voor mij de gunst, dat dit H. Offer voor mij niet vruchteloos blijve; maar mij sterkte geve om voortaan het pad der deugd te bewandelen en altijd met U en Jesus, uwen Zoon, vereenigd te blijven.
F
25
NA DE H. MIS.
Driemaal het Wees gegroet.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhar-hartigheid !
Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet !
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva !
Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen.
Daarom dan onze Voorspreekster, ach ! sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams.
O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria !
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Chris-
tus.
Laten wij bidden.
0 God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt, en verhoor barmhartig en goedgunstig, door de voorspraak der glorierijke en altijd onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, van de H. Apostelen Petrus en Pau-lus en alle Heiligen, de gebeden, die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd !
m
u
m
26
Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeekeu wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijl satan en alle andere booze geesten , die tot verder! der zielen over de wereld rondgaan, dooide goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS
VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.
VOORBEKJslDKND GJiBJiD.
Almachtige God, die in Uwe rechtvaardigheid eene plaats hebt bereid, waar de zielen, die niet ten volle htbben atgeboet in bun leven, verblijven en lijden, o wij weten het. Uwe Barmhartigheid verlangt vurig, dat die zielen worden verlost. Die arme zielen kunnen echter niets voor zich zeiven verdienen; maar wij kunnen aan Uwe Keel it vaardigheid voldoening geven. O Jesus, getroffen door het Jijden dier arme zielen, vereenigen wij ons met Uw vurig verlangen en met de begeerte der H. Maagd, en gaan dit H. Misoffer bijwonen tot rust der geloovige zielen en bijzonder voor de ziel
van.......... O Jesus, neem onze smeekingen in
M
genade aan, en geet aan de arme zielen de eeuwige'
rust.
CONÏITEOK.
Heer ! indien Gij onze ongerechtigheden gadeslaat , wie zal er dan voor U bestaan ? Wees ons
dus, o Heer, genadig.
M
27
Kunt Gij, o God, Uwe straffende hand nog laten rusten op ons en de geloovige zielen, wanneer Gij, Uwen eenigen Zoon in den Olijvenhof om onze zonden tot den dood toe bedroefd ziet?
Om dien vreeselijken doodstrijd, o God, ontferm U over ons en over de zielen in het vagevuur.
GEBED.
God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, luister genadig naar ons gebed, waarin wij Uwe Barmhartigheid ootmoedig smeeken, dat Gij de zielen Uwer geloovigen, die Gij uit deze wereld hebt opgeroepen, bij Uwe Heiligen wilt toelaten in het rijk van vrede en zaligheid.
Voor ons zeiven vragen wij den bijstand Uwer genade, opdat wij door oprechte boetvaardigheid onze zonden uitwisschen, voortaan voor U alleen leven en de eeuwige rust eenmaal mogen binnengaan , die wij aan de geloovige zielen toewenschen. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
EPISTEL.
Ik hoorde eene stem uit den Hemel , die mij zeide : „ Schrijf! Zalig zijn de dood en, die in den Heer sterven.quot;
,/Van nu af, sprak de Geest, rusten zij van hunnen arbeid uit; want hunne werken volgen hen.quot;
EVANGELIE.
In dien tijd sprak Martha tot Jesus : » Heer ! indien Gij hier geweest waart, mijn broeder zou niet gestorven zijn. Doch ook nu geloof ik nog, dat God U alles verleent, wat Gij Hem vraagt.quot;
1
28
de ziel van
a
Eh Jesus sprak tot haar : // üw broeder zal verrijzen.quot; Martha antwoordde : // Ik weet, dat Hij verrijzen zal bij de verrijzenis der dooden op den jongsten dag. quot; Daarop zeide Jesns : ,7 Ik ben de Verrijzenis en het leven, die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; en ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij ditquot;? „ Ja Heer, zeide zij; ik geloof, dat Gij de Christus zijt, de Zoon van den levenden God, die in deze wereld zijt gekomen.quot;
OFFEEANDE.
Heer Jesus Christus, Koning der glorie, verlos de zielen van alle geloovige overledenen van alle pijnen des vagevuurs. Uw hemelsche Strijder, de heilige Michaël, brenge haar tot het aanschouwen van dat heilige licht, dat Gij aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt. O Heer! wij bieden U offers en lofzangen aan; neem ze genadig aan voor die zielen, voor welke thans dit H. Offer wordt opgedragen. H. Moeder Gods, Moeder der geloovige zielen, bied in onzen naam en in onze plaats deze H. Offerande en onze gebeden aan den hemelschen Vader aan. tot lafenis van alle zielen in 't vagevuur, maar vooral van die het meest verlaten zijn.
GEBED.
O God, zie genadig neder, op de heilige offerande, die wij Ü in vereeniging met den Priester tot lafenis der geloovige zielen en bijzonder voor
opdragen ; en daar zij eens
m
U
in het geloof aan U, als Uwe vrienden op aarde leefden , wees haar nu genadig en voer ze in het gezelschap uwer Uitverkorenen. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen,
PEEFATIE,
Heilige en Almachtige Vader, het is waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen, door Christus onzen Heer. Door Wien de Engelen Uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten sidderen , de Hemelen en de Krachten der Hemelen en de gelukzalige Seraphijnen ü met eenparige jubelzangen verheffen. Wij srnceken U, te gelijk met hunne stemmen ook de onzen aan te nemen , terwijl wij U nederig lovende , zeggen :
Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der Heerscharen! Hemel en aarde zijn vervuld van uwe glorie. Hosanna in den Hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ! Hosanna in den Hooge !
(Zie verder de voorgaande Mis bladzijde 20 tot aan de
AGNÜS DEI.
Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de rust.
Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de rust.
29
Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt, geef haar de eeuwige rust.
m
30
li
m
COMMUNIE,
O Jesus, mocht ik zoo gelukkig zijn, met den Priester U in mijn hart te onUangen, om den dorst mijner ziel te lesschen. Maar nu ik dit niet op eene waarachtige wijze verrichten kan, zoo wensch ik toch vurig mij op eene geestelijke wijze met U te vereenigen. Ik bid U, dierbare Jesus, mij uwe liefde te schenken, en wees, om wille Uwer lieve Moeder Maria, de geloovige zielen genadig.
NA DE COMMUNIE
Doe Heer, om wille Uwer barmhartigheid de geloovige zielen het eeuwig licht aanschouwen met Uwe Heiligen.
Heer, geef haar de eeuwige rust; en dat het eeuwig licht haar verlichte.
Om wille Uwer barmhartigheid, doe haar liet eeuwig licht aanschouwen.
LAATSTE GEBEDEN,
Almachtige God, wij bidden U, verleen genadiglijk, door de heilige Offerande, die wij [J in vereeniging met den Priester, tot lafenis der geloovige zielen hebben opgedragen, en vooral voor
de ziel van....... . , dat zij volkomen vergeving,
kwijtschelding van alle straffen en de eeuwige rust erlangen mogen. Door Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
31
BT.T HET EINDE DER H. MTS.
(rroote God, ook mij 7,nlt Gij eens naar de eeuwigheid roepen. Maar wanneer ? Misschien is de dood niet ver meer van mij verwijderd! O, leer mij daarom, den korten tijd mijns levens getrouw mijne plichten vervullen; opdat ik in het doodsuur mij gerust op Uwe barmhartigheid kunne verlaten. Geef, dat ik niet uitstelle mijne zaligheid te bewerken, opdat de nacht des doods, mij niet onverwachts overvalle. Laat mij nooit vergeten, dat niets mij in de eeuwigheid volgen zal, dan alleen mijne goede werken. Leer mij daarom de zonde vermijden, het goede doen en geduldig lijden. Schenk mij de genade der volharding ten einde toe, en eene plaats in Uw Koningrijk. Vmen.
riierna de De profundi».
Oefeningen vóór de Biecht.
(Volgens den H. Leonardus a Porte Mauritio.)
Opwekking tot berouw.
Mijne ziel, ach beween uwe zonden, verzaak ze uit geheel uw hart en neem u vast voor ze oprecht te belijden. Want door die zonden hebt gij God, uwen Vader, beleedigd, die u als Zijn kind heeft aangenomen en erfgenaam maakte des hemels. Gij hebt God beleedigd, uw hoogste goed, de bron van alle weldaden en genaden, te zelfden tijde, dat Hij u met zijne gunst,en overlaadde.
Beween uwe zonden, mijne ziel; want gij hebt daardoor een God beleedigd, Die uit liefde tot u is mensch geworden. Arm is Hij geboren in Beth-lehems stal, arm en onbekend heeft Hij geleefd in het huisje van Nazareth, om uwe zonden te boeten. Voor die zonden is Hij tot den dood toe bedroefd geweest in den hof van Olijven. Voor die zonden heeft Hij zich laten binden en mishandelen , beschimpen , bespotten, bespuwen , geeselen, met doornen kroonen. Uit liefde tot u , en om voor uwe zonden te boeten, heeft Hij den zwaren kruisbalk gedragen. Aan dat kruis heeft Hij zich laten vastnagelen; aan dat kruis is Hij gestorven, uit liefde tot u, om te voldoen voor uwe zonden. Gij hebt een God beleedigd, die voor al Zijne weldaden niets anders van u heeft gevorderd, dan bemind te worden, en die liefde enkel vorderde, om
«
~ m
33
u in dit en liet nnrler leven gelukkig, eeuwig gelukkig te dnen zijn.
En dien God, die u bemint, nis den appel Zijner oogen, hebt gij vprgramd ! Ach, mijne ziel , hoe is 't mogelijk, dnt gij toch zoo ondankbnnr hebt kunnen zijn ? Kunt gij nnn Gods liefde denken en nan uw ontrouw zonder dnt u het hnrt van droefheid breke, zonder dnt liet woord u over de lippen kome : ,/ mijn God, mijn God, die zonden zijn mij van hnrie leed?quot; Mijne ziel, gij hebt door de zonden zoo menigmaal reeds verdiend gestraft te worden, gij hadt rteds voor eeuwig kunnen verwezen zijn nnnr de straffen der hel. Doch in overmant van goedheid schonk God u keer op keer vergiffenis. Nu weder, na andermaal gevallen te zijn, schenkt Tlij u tijd en genade om boete te doen en vergeving te bekomen. O mijne ziel, begin dan van dit uur af, uwe zonden voor eeuwig te haten en God te beminnen uit geheel uw hart.
Ach, mijn God, heb medelijden met mij, armen zondaar. Ik verznak mijne zonden uit den grond van mijn hnrt. Ik zal ze oprecht belijden, voortaan TJ beminnen, en U nimmermeer beleedigen.
Gebed vóór de Biecht.
Zie mij hier, o mijn God, vol droefheid voor U neergeknield Ach, ik verlang zoo vurig door een waardige biecht mij met U te verzoenen. Maar, mijn God , zonder Uwen bijstand vermag ik niets. Verlicht mij cm nl mijne zonden te kennen; stel mij levendig hare snoodheid, hare afschuwelijkheid voor oogen; opdat ik ze uit geheel mijn hart ver-
8 ^
34
foeie. O Bron van barmhartigheid, ik nader tot U otn gereinigd te worden ! Zon van rechtvaardigheid, verlicht mij, armen blinde ! Goddelijke Geneesheer, genees dezen kranke! Zuivere Liefdevlam, doe mijne ziel van wederliefde branden ! O, moge deze H. Biecht mij eens van leven doen veranderen. Moge ik, na gezuiverd te zijn, mij nimmermeer van U, o Jesus, verwijderen.
ACTE VAN BEROUW.
Mijn God, Gij hebt mij geschapen om U te beminnen. Van af mijne kindsche jaren hebt Gij mij met weldaden overladen, om mij tot wederliefde te bewegen; en ach, ik heb ze misbruikt om U te vergrammen ! Wat ben ik ondankbaar geweest, o mijn God ! Door eigen schuld heb ik Uwe liefde , Uwe genade. Uwe vriendschap verloren. Door eigen schuld heb ik mij van het erfdeel des hemels beroofd. Ik sidder en beef, wanneer ik er aan denk, dat ik reeds voor eeuwig verworpen had kunnen zijn. O, wanneer de dood mij onverwacht had weggerukt, ik lag voor eeuwig in de hel. Maar Gij biedt mij op nieuw Uwe genade aan; Gij geeft mij nog tijd om mij te bekeeren, om mijne zonden te beweenen. Ik kan alles nog herstellen door een oprecht berouw. O God, wat zijt Gij toch oneindig goed. Die goedheid grijpt mij aan, en ik beween mijne zonden vooral; omdat ik daardoor U, die de goedheid zelve zijt, heb vergramd. Ik haat en verzaak ze uit liefde tot U. Ik zal ze oprecht belijden. Ach, Jesus, voortaan geen zonden meer.
m
35
GEBED TOT MARIA.
Neergeknield aan uwe voeten, o lieve Moeder Maria, in deze heilige plaats, door U boven dui-zende uitverkoren, om ons uwe overvloedige weldaden mede te deel en, roep ik uwe hulp en uwen bijstand in. Wees gegroet, zoete Troosteres der bedroefden , die hier uwen genadetroon hebt gevestigd , om alle bedrukten liefdevol te ontvangen, alle smeekingen aan te hooren en alle zielen door inwendigen troost te verkwikken ! Goede Moeder, laat mij, ongelukkige, bij U hulp en troost vinden. Ach, ik heb Jesus, uwen Zoon, door mijne zonden beleedigd ; ik heb uw moederhart bedroefd. Maar ik wil doen wat in mijn vermogen is, om mijne ziel te zuiveren. O voer mij tot Jesus , en bid voor mij uwen lieven Zoon om genade en barmhartigheid Met Hem verzoend , zal ik uwe moederliefde meer waardig wezen. Dan zal ik U beter kunnen vereeren en meer zegen van U verwerven. Lieve Moeder, bid voor uw kind!
Na de Biecht.
Lieve Jesus, wees in eeuwigheid gedankt! Gij hebt mij mijne zonden vergeven. Gij hebt mij het kleed der onschuld teruggeschonken en mij op nieuw hersteld in mijne rechten op mijn eeuwig erfdeel. Loof, mijne ziel, den Heer, en wil Zijne weldaden niet vergeten. O mijn God , ik gevoel mij thans zoo gelukkig! Maar ach, wanneer ik er aan denk, dat ik nog altijd in staat ben U te vergrammen, en dieper nog te zinken dan voorheen, dan grijpt vrees en droefheid mij aan. Ik ben
:3G
zoo zwak, o mijn God, ik ben zoo onstandvastig ! Ach, sta mij daarom bij met Uwe genade, bescherm mij in de bekoringen en laat mij liever sterven, o mijn Jesus, dan U op nieuw te beleedigen.
Ja, mijn besluit is genomen, nimmermeer wil ik zondigen. Ach, hadde ik U toch nooit bedroefd Kon ik al die bedreven zonden ongedaan maken ! Nu zal ik ten minste trachten , in mijn volgend leven, alles te herstellen. Ik wijd mij geheel aan U toe, al mijn doen en laten zij aan uwen dienst gewijd. U wil ik toebehooren in leven en in dood.
Lieve Moeder Maria, ik ben met Jesus verzoend, en daartoe hebt Gij zooveel bijgedragen. Ik dank er U oprecht en hartelijk voor. Ik heb gezegd met David, den grooten boeteling, ,/ nu zal ik beginnen;quot; maar ach, goede Moeder, dat heb ik zoo dikwerf reeds gezegd, en ik werd toch ontrouw aan mijne beloften. Gij kent de zwakheid, de ongetrouwheid van uw kind. Lieve Moeder, sta mij daarom bij in alle gevaren des levens. Bid voor mij, opdat ik getrouw blijve aan mijne goede besluiten, en nimmermeer in de zonde hervalle. Amen.
Oeleuingen vóór de H. Communie.
Oefening van geloof.
Mijn Jesus, ik geloof vastelijkj dat Gij met lichaam en ziel, met, Godheid en Menschheid in het 11. Sacrament tegenwoordig zijt. Ik geloof, dat ik in de H. Communie dienzelfden Jesus nuttig, die voor mij mensch geworden, geboren, gestorvenen verrezen is. Ik geloof, dat dit H. Sacrament het eeuwig leven geeft aan hen, die het waardig ontvangen. Dit alles geloof ik, o Jesus; maar ik bid U, vermeerder mijn geloof in uwe heilige tegenwoordigheid in het aanbiddelijk Sacrament.
Oefening van hoop.
O mijn Jesus, Gij zijt mijne hoop. Op U stel ik geheel mijn vertrouwen. Ik hoop vastelijk, dat Gij , bij uwe komst in mijne ziel, haar zult reinigen, zult heiligen en met hemelsche verlangens vervullen , om voor IJ alleen te leven.
Heiligmaker der zielen, heilig mij; eu wanneer Gij tot mij zult gekomen zijn, o, blijf dan bij mij, lieve Jesus; want als ik U bezit, ben ik rijk genoeg.
Oofening van liefde.
O Jesus, mijne Liefde, wat zijt Gij goed, wat zijt Gij beminnelijk !
Gij gaat U geheel en al in de H. Communie aan mij wegschenken ! Mijn God, ik bemin U uit ge-
1
38
heel mijn hart, met al de krachten mijner ziel. Ik bemin U meer dan mij zeiven; want Gij zijt het eenig voorwerp mijner verlangens. O, hadde ik duizend tongen om Ü te loven , en een hart aan dat uwer lieve Moeder Maria gelijk, om ü te beminnen ! Mijne ziel, bemin uwen Jesus, want Hij alleen is waardig bemind te worden. O Maria, mijne Moeder, bid voor mij, opdat ik Jesus boven alles beminne.
Oefening van berouw.
Mijn God, wat zijt Gij toch oneindig goed! Zoo menigmaal heb ik Uwe liefde versmaad. Uwe weldaden met ondank vergolden, en Gij hebt mij telkens vergiffenis geschonken niet alleen, maar mij ook weder in genade aangenomen. Gij noemt mij weder Uw vriend, Uw kind, Uw lieveling, en noo-digt mij heden weer uit aan Uw Goddelijk Gastmaal te komen aanzitten, om mijne ziel te voeden met Uw eigen Vleesch en Bloed.
O, mijn God, wanneer ik Uw oneindige goedheid overweeg, ach! dan begrijp ik eerst, hoe ondankbaar ik geweest ben. Ik heb den besten der Vaderen beleedigd door de zonden. Miju Jesus, ik heb er innig berouw over. Vergeef mij mijne menigvuldige overtredingen. Voortaan zal ik U niet meer beleedigen, o mijn God. Wasch mij daarom in Uw j dierbaar Bloed, en maak van mijn hart, eene, U waardige, woonplaats.
Lieve Moeder Maria, o verwerf voor mij een op-i recht berouw over mijne zonden; en bid voor mij, opdat ik Jesus in een rein en zuiver hart ontvange, en nooit meer verlieze. Amen.
m
ÉL
%
amp;
Oefening van verlangen.
Zie, mijne zie], het oogenblik is daar, dat gij uwen lieven Jesns zult ontvangen. In de H. Communie wacht u de Koning der Koningen, de Heer der Heerscharen; daar wacht u, uw Vriend, uw Vader, uw Bruidegom, de Vreugde des Hemels, de Blijdschap der Engelen. Zie uw Bruidegom komt, ga Hem te gemoet. Wel hoe, mijne ziel, zijt gij nog koud, en brandt gij niet van verlangen om met dat hemelsch Manna gevoed te worden ? Ach, de overmaat der goddelijke barmhartigheid moest u doen branden van liefde, en gij blijft nog ongevoelig. Denk er aan, mijne ziel, indien gij slechts éénmaal in uw leven de H. Communie kondet ontvangen, met welk een ijver, met welk een vurig en brandend verlangen, zoudt gij dan tot dat H. Gastmaal naderen? En nu, nu gij zoo menigmaal moogt aanzitten aan dien hemelschen Bruiloftsdisch, nu zijt gij loom en traag! O verzucht naar uwen Jesus, verlang naar Hem, gelijk het dorstig hert naar de frissche wateren, en zeg tot den Bruidegom uwer ziel, ja Jesus, ik kom.
Lieve Jesus, kom, om mijne ziel te voeden. Goede Herder, kom, om mij te geleiden. Kom, Licht der zielen, Verkwikker der harten, kom, Troost der bedrukten. Kom, o Jesns, Wellust van mijn hart, reikhalzend verlang ik naar U. Ach kom, en toef niet langer. Zonder U kan mijne ziel niet leven. Kom daarom, mijn Jesus, ik smeek het U, kom !
Lieve Moeder Maria voer mij aan uwe hand tot Jesus; verwijder van mij alles, wat mijne ingetogenheid storen kan. Schenk mij een levend geloof,
m
1
4.U
diepen ootmoed, onwankelbaar vertrouwen, vurig verlangen en brandende liefde; om Jesus in een rein en zuiver hart te ontvangen. Bid Hem, dat Hij mij met Zijne zegeningen vervulle, en dat deze H. Communie mij en allen, die mij dierbaar zijn , vol verdiensten moge wezen. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Wees welkom, lieve Jesus, wees welkom in mijne ziel. O, ik heb zoo vurig naar Uwe komst verlangd. Ja, ik weet wel, dat mijn hart voor U geen waardige woonplaats is, en ik zou met Petrus wel tot U willen zeggen : Heer, ga van mij ; want ik ben een zondig mensch. quot; Maar ik snisek het U, lieve Jesus, ach neen, ga niet weg van mij; want als Gij mij verlaat, blijlt niets mij over; ach ! zonder U ben ik de armste van allen.
Maria, mijne lieve Moeder, en Gij, Engelen en Heiligen des hemels, leent mij uwe van liefde brandende, harten; opdat ik Jesus liefhebbe, zoo-als Gij.
Oefening van dankzegging.
O Jesus, ik bedank U uit den grond van mijn hart, dat Gij U gewaardigd hebt tot mij te komen en de spijs mijner ziel te worden. Wat zal ik U wedergeven, lieve Jesus, voor zooveel goedheid, voor zulk eene onbegrijpelijke weldaad ? Hoe zal ik U daarvoor naar waarde vergelden ! Wat zal ik doen? O Maria, ik weet het, ach! ik heb niets
1
Ia
41
en ik vermag niets om Jesus liefde te vergelden. Ik bid U, dank Gij Hem voor mij. En Gij, Engelen en Heiligen des hemels, helpt mjj Jesus dank zeggen, looft en prijst Hem in mijne plaats voor Zijne oneindige goedheid.
VEKTROUWVOL GKHED
.0 mijne ziel, gij zijt thans een levende tempel, waarin de God van hemel en aarde woont ! Jesus rust in uw hart! 't Is nu tijd om te vragen, om van Jesus alle gunsten en weldaden voor u en de uwen af te bidden. Nu staan de hemelen open ; nu ziet de oneindig Barmhartige met liefde op u neer, nu zijt gij een voorwerp van Zijn eeuwig welbehagen. O mijne ziel, verlies toch geen enkel dezer onwaardeerbare oogenblikken. Verruim uw hart, verlevendig uw geloof, vraag met kinderlijk vertrouwen, en Jesus, uw Vriend, zal u niets weigeren.
O Jesus, Gij zijt dan in mijn hart neergedaald om mij Uwe weldaden te schenken, ja ! Gij noo-digt mij zelfs uit U die te vragen. Hoor dan, lieve Jesus, wat mijn hart U vraagt. Ach, Heer, geef mij meer geloot, meer vertrouwen, meer liefde en vooral een waar berouw over mijne zonden. Schenk mij ootmoedigheid, zuiverheid en geduld, in een woord, geef mij alle deugden en ruk alle ondeugden uit mijn hart. Verander dat hart, dat vol eigenliefde is, en geef' mij een nieuw hart, dat geheel overeenkomt met Uwen H. Wil; dat altijd alleen Uwe eer zoekt; dat al zijne neigingen , al zijne verlangens en wenschen tot U stiert; dat U alleen, boven alles, in allen en alles bemint. Schep
M
'M
iu mij een zuiver hart en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. Mijne ziel is Uwe woning, Uw tempel, eu Gij, o God, zijt een overlieerlijken tempel waardig. Wel hoe, zou ik dan geen groote gunsten vragen aan zulk een grooten en goeden God? Geef mij dan, o Jesus, wat ik U vraag, verhoor mij om de liefde, die Gij mij toedraagt, en om de verdiensten Uwer lieve Moeder Maria, die haar kind, zoo gaarne rijk begunstigd ziet.
* Bid hier om alles, wat Gij voor U zelven wenscht, en voor allen, die u dierbaar zijn, of voor wie gij verplicht zijt te bidden. Vraag veel, vraag vurig, met volharding, met vertrouwen. Vergeet ook de geloovige zielen in het vagevuur niet.
M
Akte van toewijding.
Mijn Jesus, nu Gij U geheel aan mij gegeven hebt, eischt de dankbaarheid ook van mij, dat ik mij geheel en al aan U wegschenke. Door Uwe komst hebt Gij mij geheiligd. Mijn geheugen wijd ik U, opdat ik voortaan aan U alleen denke. Mijn verstand, opdat ik het gebruike om U alleen te leeren kennen. Mijn wil, om U alleen voortaan te beminnen. Als eene eeuwige offerande wijd ik U vooral mijn hart. O Jesus, verteer, door Uw goddelijk liefdevuur, al wat daarin het Uwe niet is. Amen.
m
43
Godvruchtige verzuchtingen,
VAN DEN H. THOMAS VAN AQU1NB.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Bloed van Christus, verheug mij
Water van Christus' zijde, wasch mij.
Lijden van Christus, versterk mij.
O goede Jesus, verhoor mij.
In Uwe H. Wonden, verberg mij.
Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand, bescherm mij.
In het uur des doods, roep mij.
En gebied, dat ik tot U kome;
Opdat ik U met Uwe Heiligen love
In de eeuwen der eeuwen. Amen.
* Pius IX heeft den 9gt;ien Januari 1854 een aflaat verleend van 300 dagen aan alle geloovigen, iederen keer , als zij dit gebed met een ronwmoedig hart bidden.
Een aflaat van 7 jaren, eens op een dag, aan alle Priesters , na hunne H. Mis; en aan alle geloovigen na hunne H. Communie.
Een vollen aflaat eens in de maand , op een dag naar verkiezing , voor hen, die ten minste eenmaal daags gedurende eene maand , rouwmoedig dit gebed zullen gebeden hebben, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben en in eene openbare kerk of kapel eenigen tijd bidden naar de meening van den Paus. Deze aflaat is ook toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur.
m.
Zie, o goede en allerzoetste Jesus, ik kniel voor Uw aanschijn neer, en bid en smeek U met de grootste vurigheid des gemoeds, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, van waarachtig leedwezen over mijne zonden, en een zeerkrach-tigen wil om die uit te boeten, gelieft in te storten : terwijl ik met groote liefde en droefheid des harten, uwe vijf wonden bij mij zeiven beschouw en in mijn geest overweeg , dit voor oogen hebbende wat de profeet David reeds van U, o goede Jesus, zeide: n Zij hebben mijne handen en voeten doorboord : zij hebben al mijne beenderen geteld. quot;
44
TWEEDE AFDEELING.
LITANIE VAN DEN ZOETEN NAAM JESUS,
Z. H. Paus Leo XIII heeft een aflaat van 300 dagen verleend , eenmaal daags te verdienen , toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur, aan een ieder die berouwvol en eerbiedig deze Litanie zal bidden. 16 Januari 1886.
|
Kyrie, eleison. Christe, eleison. Kyrie, eleison. Jesu, audi nos. Jesu, exaudi nos. Pater de coelis Deus, Eili Redemptor mun- di Deus, Spiritus Sancte Deus, i' Sancta Trinitas, unus § Deus, a Jesu, Fili Dei vivi, § CT1 f/J* Jesu, splendor Patris, Jesu, candor lucis se- ternse, Jesu, rex glorise, Jesu, sol justitise. |
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. God, hemelsche V ader. God Zoon, Verlosser der wereld, O God, heilige Geest, ^ Heilige Drievuldig- g heid, één God, Jesus, Zoon van den ^ levenden God, § Jesus, glans des Va- ® ders, Jesus, gloed van het eeuwig licht, Jesus, koning der glorie, Jesus, zon der rechtvaardigheid, m |
46
|
Jesu, Fili Mariae Vir- ginis, Jesu, amabilis, Jesu, admirabilis , Jesu , Deus fortis, Jesu, pater futuri sse-culi, Jesu , magni consilii Angele, Jesu potentissime, Jesu patientissime, Jesu, obedientissime. ^ «J CD gt;-t Jesu, mitis et humi- S lis corde, o 3quot; Jesu, amator castita- S' tis, Jesu, amator noster, Jesu, Deus pacis, Jesu, auctor vitae, Jesu, exemplar vir- tutum , Jesu, zelator anima-rum, Jesu, Deus noster, Jesu, refugium nostrum, Jesu, pater paupe-rum. |
Jesus, Zoon der H. Maagd Maria, Beminnelijke Jesus, Wonderbare Jesus, Jesus , sterke God , Jesus, vader der toekomende eeuw; Jesus, verkondiger van het groote raadsbesluit, Allermachtigste Jesus, Allergeduldigste Jesus, . c A. 11 e r g e h o orzaamste S-Jesus, S Jesus, zachtmoedig ^ en ootmoedig van f harte, o Jesus, minnaar der g zuiverheid, ^ Jesus, onze minnaar, Jesus, God des vredes, Jesus, bewerker des levens, Jesus, toonbeeld der deugden, Jesus, ijveraar der zielen, Jesus, onze God, Jesus, onze toevlucht, Jesus, vader der armen , |
47
|
Jesu, thesaurus fule- liura, Jesu, bone Pastor, .Tcsu, lux vera, Jesu, sapientia reter-na, Jesu, bonitas infinita, Jesu, via et vita nostra, Jesu, gaudium Ange- lorum, Jtsu, rex Patriar- ^ charutn, S Jesu, magister Apos- 12 tolorum, quot; Jesu, doctor Evan- o_ gelistarum, 5quot; Jesu, fortitudo Mar- tynun, Jesu, lumen Confes- sorum, Jesu, paritas Virgi- num, Jesu, corona Sanctorum omnium, Propitius esto, paree nobis, Jesu. Propitius esto, exaudi nos, Jesu. Ab omni malo, libera nos Jesu. |
Jesus, koning Oud vaders, Jesus, meester Apostelen, Jesus, leeraar Evangelisten, Jesus, sterkte Martelaren, Jesus, licht der Belijders, Jesus, zuiverheid der Maagden, Jesus, kroon van alle Heiligen, Wees genadig, spaar ons, Jesus ! Wees genadig, verhoor ons, Jesus ! Van alle kwaad, verlos ons, Jesus ! Jesus, schat der ge- loovigen, Jesus, goede Fierder, Jesus, waarachtig licht. Jesus, eeuwige wijsheid, Jesus, oneindige goedheid, Jesus, onze weg en ons leven, Jesus, blijdschap dei-Engelen, dei-der dei-der |
■a*
48
|
A.b omni peccato, A.b ira tua, Ah insidiis diaboli, A spiritu fornicatio-nis, A movte perpetua, Aneglectu inspiratio- num tuarum, Per mysterium saric-tpe Incarnationis tnpe, Per nativitatemtuam, Per infantiam luam. Per divinissimarn vi- tam tuam. o Per labores tuos, Per agoniam et pas- p sionem tuam, Per crucem et dere- ^ lictiouem tuam, S Per languores tuos, Per mortem et sepul- turam tuam. Per resurrectionem tuam, Per ascensionem tuam, Per gaudia tua. Per gloriam tuam, Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, parce nobis, Jesu. |
Van alle zonden, Van uwe gramschap. Van de lagen des duivels. Van den geest der onkuischheid, Van den eeuwigen dood, Van de verwaarloo-zingUwer inspraken. Doorliet geheim Uwer H. Mensch wording. Door Uwe geboorte,. Door Uwe kindsheid. Door Uw goddelijk leven, Door Uwen arbeid, DoorUwen doodstrijd en Uw lijden, Door Uw kruis en Uwe verlatenheid. Door Uwe droefheden. Door Uwen dood en Uwe begrafenis, Door Uwe Verrijzenis, Door Uwe Hemelvaart . Door Uwe vreugden. Door Uwe glorie. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus ! |
M
49
|
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exau-di nos, Jesu ! Agnns Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis, Jesu ! Jesu, audi nos ! Jesu, exaudi nos ! OREMUS. Domine Jesu Christe, qui dixisti : Petite, et accipietis ; quserite, et invenietis; pulsate, et aperietur vobis, qufesu-mus; da nobis petenti-bus , divinissimi tui a-moris aflectum, ut te toto corde, ore, et opere diliganius, et a tua nun-quam laude cessemus. Sancti Kominis tui, Domine, timorem pari-ter et amorem fac nos habere perpetuum : quia numquam tua guberna-tione destituis, quos in |
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer, Jesus! Jesus, hoor ons ! Jesus, verhoor ons ! LAAT OHS B1DDEK. Heer Jesus Christus , die gezegd hebt : vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt en gij zult vinden ; klopt en u zal worden opengedaan; wij bidden U, geef ons, die erU om vragen, dat wij getroffen worden door Uwe goddelijke liefde, opdat wij U met geheel het hart, met den mond en met de daad beminnen en nooit op-honden U te loven. Maak Heer! dat wij altijd metdevreeze tegelijk ook liefde hebben voorü-wen H.Naam, omdat Gij hen nooit onttrekt aan Uwe bescherming, dieGij 4 * |
50
|
soliditate tuse dilectio-nis instituis. Qai vivis et regnas etc. OBKMÜS. Deus, c[ui gloriosissi-mmn Nomen Jesu Chris-ti Filii tui Domini nos-tri, fecisti fidJibus tuis summo suavitatis affec-tu amabile, et inalignis spiritibus tromsndum at-que terribile : concede propitius, ut omnes qui hoc Nomen Jesu devote venerantur in terris, sanctse consolationis dul-cedinem in prsesenti per-cipiant et in futuro gau-dium exultationis, et in ■ terminabilis beatitudi-nis obtineant in cce'.is. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum, rilium tuum ; Qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia ssecula sseculorum. Amen. |
hebt bevestigd in de vastheid Uwer lieftk. Die leeft en heerscht, enz. LAAT ONS BIDDEN. O God, die deu glorierijken Naam van Uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, voor üwegeloo-vigen zeer beminnelijk en voor de booze geesten zeergeduchten verschrikkelijk hebt gemaakt, verleen genadig, dat allen, die dezen H. Naam Jesus op aarde godvruchtig eeren , mogen ontvangen inliet tegenwoordig leven de zoetheid der heilige vertroosting, en in het toekomende leven, de blijdschap, vreugde en zaligheid des Hemels. Door denzeltden Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in du eenheid des H. Geest's. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
1
51
LITANIE
ter eere van het H. Hart van Jesus .
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, onterm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Hart van Jesus, zelfstandig vereenigd met het Woord Gods, ontferm U onzer.
Heiligdom der Godheid,
Tempel der H. Drievuldigheid,
Afgrond van wijsheid.
Oceaan van goedheid.
Troon van barmhartigheid,
g Uit welks volheid wij alles ontvangen , 5; ^ Onze vrede en onze verzoening, 3
s Toonbeeld aller deugden,
gt; Oneindig beminnend en oneindig beminnens- ^ quot;S waardig, §
Bron van water springend ten eeuwigen £ leven,
Voorwerp van het welbehagen des Vaders , Met bitterheid voor ons vervuld.
Bedroefd tot den dood in den hof der Olijven, Met versoiaadheden overladen ,
m
m.
1
52
Hart van Jesus, door liefde gewond, ontferm U • onzer.
Met een lans doorstoken.
Om onze zonden van droefheid verbrijzeld. Nog dagelijks door ondankbare mensclien ^ beleedigd in het H. Sacrament Uwer liefde, O g Toevlucht der zondaren, S;
gt; Volharding der rechtvaardigen, 0
h Heil van allen, die in U hopen, g
Zoete steun van al Uwe aanbidders, §
Wellust der Heiligen,
Onze hulp iu de rampen, die in groote mate over ons neerkomen.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
ontferm U onzer, Jesus.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte. b. Maak ons hart gelijkvormig aan het Uwe.
GEBED.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan Uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw goddelijk Hart te openen, maak dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde mogen weergeven, en door waardige eerbewijzen den smaad herstellen, waarmede de ondank-
m
m
5.3
baarheid der meuschen het overlaadt. Die leeft en heersclit met den Vader en den H. Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED
ter eere van het H. Hart van Jesns.
Ik groet U, heilig Hart van Jesus, levende en levendmakende bron van het, eeuwig leven, einde-looze schat der Godheid; brandend fornuis der goddelijke liefde; Gij zijt mijne schuilplaats en toevlucht. O mijn beminnelijke Zaligmaker, ontsteek in mijn hart de vurige liefde, waarvan het Uwe ontvlamd is; stort in mijn hart dien overvloed van genade, waarvan het Uwe de bron is; en maak, dat mijn hart zóódanig met het Uwe vereenigd worde, dat Uw wil de mijne zij; want ik verlang dat deze voortaan den eenigen regel mijner begeerten en handelingen uitmake.
Toewijding aan het H. Hart van Jesus.
Aanbiddelijk Hart van mijn Verlosser, uit erkentelijkheid voor de eindelooze liefde , die Gij den meuschen toedraagt, wijd ik U heden toe, al wat ik ben, met alles, wat ik bezit; mijn lichaam, mijne ziel, mijne gedachten , mijne verlangens , mijne woorden, mijne werken; mijn lijden en mijne moeielijkheden; maar bijzonder wijd ik U mijn hart met al zijne genegenheden. Aanvaard dit offer, o goddelijk Hart van Jesus, en zuiver mij, heilig mij, ontvlam mij door het heilig vuur Uwer liefde. Amen.
S ia
quot;M
m
54
LITANIE tot den Heiligen Geest.
Heer, ouifenn U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontterm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt,
Geest der eeuwige waarheid.
Geest van wijsheid en verstand.
Geest van raad en sterkte.
Geest van dc vrees des Heeren , q
Geest van kracht, liefde en matigheid, Êf
H. Geest, door wiens ingeving de Profeten ge- B sproken hebben, d
H. Geest, die de Apostelen vervuld en in hun- o nen mond Uwe woorden gesteld hebt, g
H. Geest, wiens zalving ons alle dingen leert, ^ H. Geest, die de dolende zondaren bekeert, H. Geest, die uwe ware geloovigen één van
hart en ziel maakt,
H. Geest, die uwen kinderen de ware vrijheid verleent.
!K
55
H. Geest, die de dubbelhartigen en geveinsden
ontvlucht, ontferm U onzer.
H. Geest, die ons in alles Gods wet kunt doen volbrengen,
H. Geest, die zelf ook de Gever van bet bidden zijt,
H. Geest, die zelf in en voor ons door onuitsprekelijke verzuchtingen bidt,
H. Geest, die onze harten van droefheid verlost, O en ze met liefde, blijdschap en vrede vervult, g; H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid en 3
goedheid verleent,
H. Geest, die onze zielen met zachtmoedigheid -H en zedigheid versiert, §
H. Geest, die ons de onthouding en kuisch-
beid verleent,
H. Geest, die de liefde Gods in onze harten stort, H. Geest, die in uwe geloovigen als in uwe
tempels woont,
H. Geest, die in ons wonende , onze sterfelijke lichamen zult levend maken.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van alle zonden, verlos ons, Heer. Van vermetelheid en wanhoop, Van onsreloovisheid en hardnekkigheid tesfen ü
de bekende waarheid,
Van alle bekoring en lagen des duivels, §
Van afgekeerdheid, tweedracht, gramschap en
Van alle onreinheid naar ziel en lichaam, 5 Van onboetvaardigheid en verstoktheid des gemoed s,
m
m
quot;M
w
Van eiken geest, die ann U tegenstrijdig is, verlos ons. Heer.
Door Uwe altijddurende voortkomst van den Vader
en den Zoon, verlos ons, Heer.
Door Uwe wonderbare werking, waardoor Christus in liet lichaam der zuivere Maagd ontvangen is, verlos ons. Heer.
Door Uwe uederdaliug over Christus ten tijde Zijns
Doopsels, verlos ons. Heer.
In den dag des oordeels, verlos ons. Heer. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen involgen,
Dat Gij den geest der gerechtigheid in onze ^ harten wilt vernieuwen, ^
Dat Gij ons nooit wilt verlaten, er-
Dat Gij ons wilt versterken om moedig het, g;
Dat wij U nooit bedroeven of U wederstaan, lt; Dat wij altijd arm van geest mogen wezen. Dat Gij ons de christelijke en heilige droef- a heid wilt leeren, g-
Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de recht- g vaardigheid wilt maken, o
Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhartig- S
heid tot alle menschen wilt instorten,
Dat wij den vrede met onzen naaste zóó onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden,
Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zien.
Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten.
M
K
57
Dat Gij ons tot het einde toe in het goede wilt
bevestigen, wij bidden U. verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
ontferm U onzer.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. De genade van den H. Geest,
a. Verlichte onze zinnen en harten.
laten wij bidden.
God, die de harten der geloovigen, door de verlichting van den iï. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over Zijne vertroosting mogen verblijden. Door Christus onzen Heer. A.inen,
|
Veni, sancte Spiritus , Et emitte ccelitus Lucis tuse radium. Veni, pater pnuperum, Veni,dator munerum; Veni, lumen cordium. Cousolator optime, Dulcis hospes animse, Dulce refrigerium. |
Kom, Heilige Geest, doe een straal van Uw licht uit den hemel op ons nederdalen. Kom, vader der armen , kom, gever aller goede gaven, kom. Licht der harten. Volmaakte trooster, zoete gast der ziel, en zoete verkwikking. |
58
In den arbeid zijt Gij onze Rust, in de hitte onze Verfrissching; in droefheid en tranen onze Troost.
O gelukzaligst Licht! vervul het binnenste van de harten uwer ge-loovigen.
Zonder Uwe hulp is er niets in den mensch, is er niets zuiver.
Wasch ons van alle smet, besproei wat dor is ; genees al wat lijdt.
Maak onze hardvochtigheid week , verwarm onze koude; richt onze verdoolde stappen.
Verspreid Uwe zevenvou-digegaven overUwege-loovigen , die hun vertrouwen in U stellen.
Verleen hun de verdiensten der deugd
^8quot; ' uiteinde en
de
zalig
eeuwige vreugde. Amen.
O Lux beatissima Reple cordis intima Tuorum ftdelium.
Sine tuo Numine,
Nihil est. in homine ;
Nihil est innoxiutn.
Lava quod est sordidum,
Riga quod est aridum;
Sana quod est saucium;
Ilecte quod est rigidutn;
Fove quod est frigidum,
Rege quod est devium.
Da tuis fidelibus,
In Te confidentibus,
Sacrum septenarium.
Da virtutis meritum,
Da salutis exitum,
Da perenne gaudium
Amen.
Aan al de geloovigcn, die do Hymne Veni fiancte Spi-ritus eens of meermalen daags, in welke taal ook, voor de gewone intentiën der H. Kerk bidden, een vollen aflaat eens in de maand, op een dag naar verkiezing , na gebiecht en gecommuniceerd te hebben.
In labore requies, In ffistu Temperies, In fletu Solatium.
59
Bovendien 300 dagen aan degenen , die haar zullen bidden op Pinksterdag en gedurende het octaaf.
Eindelijk 100 dagen, telken male als men de Hymne zal bidden op andere tijden.
Toevoegelijk aan de zielen in het Tagevuur. (Pius VI, den 26sten Mei 1796.)
Deze aflaten gelden ook voor de Yeni Creator Sjpiritns.
Xj I T j£±. UT I E
tot Jesus in het Allerheiligste Sacrament.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm Ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Levend Brood , uit den Hemel neergedaald, Verborgen God en Zaligmaker,
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die maagden voortbrengt, O
Voedzaam Brood en vermaak der koningen, S; Altijddurend offer, g
Zuivere opdracht.
Vlekkeloos Lam,
Verborgen hemelsch Brood,
Woord, dat Vleesch geworden zijten onder ons
woont.
Heilige Hostie,
60
Gezegende drinkbeker, ontferm U onzer. Geheim des geloofs,
Voortreffelijk, hoogwaardig Sacrament, Allerheiligste offerande.
Waarachtige verzoening voor levenden en dooden, Hemelsch behoedmiddel tegen de zonden. Geheim, ontzagwekkend boven alle andere wonderen ,
Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,
Gave, die alle volheid te boven gaat. Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde. Overvloeiende Bron van Gods milddadigheid. Allerheiligst en wonderbaar geheim, Geneesmiddel voor de onsterfelijkheid. Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, Brood, dat door de almogendheid des Woords
zijt vleesch geworden.
Onbloedige offerande,
Spijs en medegast.
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen,
Teeken van- genade ,
Offeraar en offerande.
Geestelijke zoetheid, die in haar eigen oorsprong gesmaakt wordt,
Verkwikking der heilige zielen.
Versterking dergenen, die inden Heersterven, Pand der toekomende heerlijkheid.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, varhoor ons, Heer.
Van het onwaardig nuttigen van Uw Lichaam en Bloed, verlos ons. Heer.
61
Vau de begeerlijkheid des vleesches, verlos ons, Heer.
Van de begeerlijkheid der oogen ,
Vau de hoovaardij des levens,
Van alle gevaar der zonde,
Door het groot verlangen , dat Gij gehad hebt ® om dit Paaschlam met Uwe leerlinffen te eten, Squot;
O 'CC
Door den diepsten ootmoed, waarmede Gij de o voeten Uwer Apostelen gewasschen hebt, S Door de vurigste liefde, waarmede Gij dit Hei- .
lig Sacrament hebt ingesteld, fT1
Door Uw dieibaar Lichaam en Bloed, dat Gij r5
ons op het altaar hebt nagelaten,
Door de vijf Wonden, die Gij in Uw allerheiligst Lichaam ontvangen hebt,
Wij zondaren , wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardigt, het geloof, den eerbied, en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren , i Dat Gij U gewaardigt, ons door eene ware be-lijdenis onzer zonden tot het dikwerf nutti- 2^ gen dezer geestelijke spijs voor te bereiden, S Dat Gij ü gewaardigt, ons van alle ketterij, -ongeloovigheid en verblindheid des harten te cj bevrijden, ~
Dat Gij U gewaardigt, ons aan de kostbare ® en hemelsche vruchten van dit H. Sacrament oquot; deelachtig te maken , quot;
Dat Gij U gewaardigt, ons in het uur des doods 2
met deze hemelsche spijs te versterken,
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer !
i
62
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons , Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Gij hebt hun een brood uit den Hemel gegeven.
e. Allerlei aangenaamheid in zich bevattend-.
Laten wij bidden.
God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef . dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vrucht Uwer Verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Eereboete aan onzen Heer Jesus Christus in het Allerheiligste Sacrament des Altaars.
* Op de dagen der maandelijksche vergadering van het Genootschap, wordt deze eereboete openlijk gedaan vóór den zegen van het H. Sacrament
Onze H. Vader Paus Leo XIIT heeft den 20^en December 1879 een aflaat van 100 dagen vergund aan al de leden van het Q-enootschap, die met een rouwmoedig hart deze eereboete zullen doen; eenmaal daags te verdienen. Toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs.
Aanbiddelijke Zaligmaker, door het onbegrijpelijke wonder Uwer liefde tot ons, daalt Gij uit den
63
Hemel neer, en verbergt Gij U in het H. Sacrament des Altaar?, om er de gedurige offerande te zijn der Nieuwe Wet; liet onschuldig slachtoffer voor nnze zonden; de hemelsche spijs onzer zielen; onze liefderijke geneesheer; onze goede meester ; onze machtige middelaar; en onze teedere vader. Maar, helaas! met welke ondankbaarheid van onzen kant wordt uwe oneindige goedheid vergolden !
Neergeknield aan den voet van dit altaar, waar Gij even wezenlijk tegenwoordig zijt, als in het hoogste der hemelen, doen wij eene openbare herstelling van al de beleedigingen en ondankbaarheden, welke Uw H. Hart daar moet verduren. Ontvang dus, o goddelijke Jesus, eetie plechtige eereboete voor al de beleedigingen U aangedaan in het Sacrament Uwer liefde.
Vergiffenis, o Heer! vergiffenis voor zoo vele christenen, die U vergeten, U miskennen, U belee-digen of U met zoo weinig voorbereiding en vracht ontvangen.
Vergiffenis voor zoo vele ketters, die U beschimpen, voor zoo vele goddeloozen en afvalligen , die U vervolgen. Acli , konden wij U door de levendigheid onzer liefde U eenige vergoeding geven voor hunne versmadingen en heiligschennissen !
Hoe gelukkig zouden wij zijn , o Jesus, indien wij door onzen eerbied, onzen ijver en zelfs do .r het vergieten van ons bloed de versmadingen konden herstellen, die Uwe Majesteit zijn aangedaan ! Verleen ons ten minste, o aanbiddenswnardige Zaligmaker, de genade, U in het Allerheiligste Sacrament des Altaars, met de teederste, de edelmoe digste en standvastigste liefde te beminnen.
r
64
Allerheiligste M aagd , onze goede en teedere Moeder, leid ons door TJw onbevlekt Hart binnen, in het aanbid denswaardige Hart van Uwen godde-lijken Zoon Jesus Christus. Amen.
Lof en dank zij elk oogenblik gebracht aan het Allerheiligst en Allergoddelijkst Sacrament.
* 100 dagen aflaat, eiken dag, 300 dagen op al de Donderdagen des jaars en alle dagen gedurende het octaaf yan het H. Sacrament, als men dit schietgebed driemaal op al die dagen bidt; en een vollen aflaat eens in de maand, aan allen , die het gedurende eene maand dagelijks gebeden hebben, biechten en te Communie gaan en bidden volgens de meening der H. Kerk. Toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur.
LITANIE
ter eere der allerheiligste Maagd Maria.
Z. H. Paus Pius YII heeft den 30sten September 1817 300 dagen aflaat verleend, aan allen, die deze litanie godvruchtig en met een berouwvol hart zullen bidden.
Aan allen, die haar dagelijks bidden een vollen aflaat op de vijf voornaamste feestdagen van Maria, t. w. Onbevlekte Ontvangenis; Maria Geboorte; Maria Boodschap; Maria Lichtmis en Maria Hemelvaart; onder voorwaarde, dat zij gebiecht en gecommuniceerd hebben, eene openbare kerk bezoeken ea bicden tot intentie van Z. EL den Paus.
65
|
Kyrie eleison. Christe eleison. Kyrie eleison. Christe, audi nos. Christe, exnudi hos. Pater de coelis Deus, miserere nobis. Fi1i, Redemptor mundi Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte Deus, miserere nobis. Sancta Trinilas, unus Deus, miserere nobis. Sancta Maria, Sancta Dei Genitrix, Sancta Virgo Virgi- num. Mater Christi, Mater divinae s^ratipe, O Mater purissima, p Mater castissiina, 'S Mater inviolata, o Maler intemerata, S' Mater amabilis. Mater admirabilis. Water Cnatoris, Mater Salvatoris. ^'irgo prudentissima. |
Heer, ontferm Ü onzer. Christus, ontfermU onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer. Heilige Maria, Heilige Moeder Gods, Heilige Maagd der Maagden, Moeder van Christus, Moeder der goddelijke genade, cö Allerreii ste Moeder, 5-Allerzuiverste Moeder, g Ongeschonden Moe- S der, o Onbevlekte Moeder, Minnelijke Moeder, \\ onderbare Moeder, Moederdes Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, |
66
m
|
Virgo veneranda, Virgo preedicanda, Virgo potens, Virgo clemens, Virgo fidelis, Speculum justitife. Sedes sapientise, Causa nostr® Ifetitirc, Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insifftie devotio- llosa mystica, ïnrris Davidica, g Tnrris eburnea, Janua coeli, Stella matutina, Salus infirmorum, Refugium peccato-rum, Consolatrix afflieto-rura, Auxilium Christiano- rum, Regina Angelorura, Regina Patriarcha-rum, M____ |
Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der reclitvaar- digheid. Zetel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap , Geestelijk vat. Eerwaardig va.t, Schoon vat van godsvrucht. Verborgen roos, Toren van David, Ivoren toren. Gulden huis. Ark des verbonds. Deur des hemels. Morgenster, Behoudenis der zieken. Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten , Bijstand der Christenen, Koningin der Engelen, Koningin der Aartsvaders, |
67
|
Eegiiia Prophetarum, Eegina Apostolorum, I Kegiim Martyrum, Regiua Confessorum, Eegina Virginum, Eegina Sanctorum om- g nium, Eegina sine labe ori- quot; | ginali concepta, Eegina sacratissimi ■ Eosarii Eegina sacratissimi Eosarii, Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi! nos , Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. v. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix, r. Ut digniefficiamurpro-missionibus Christi. |
Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren , Koningin der Belij- Koningin van alle 0 Heiligen, p Koningin zonder erfzonde ontvangen, Koningin van den Al- lerli. Eozenkrans, Koningin van den Al-lerh. Eozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verboor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons. v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods, a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. |
|
OREMUS. Gratiam tuam, quae-sumus, Domine, inenti-bus nostris infuntle; ut qui, Angelo uutitiante, Christi Filii tui lucar-uationem cognovimus, per Passiou.em eius et Crucem, ad resurrectio-nis gloriain perducainur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. A- |
LATBN WIJ BIDDEN. Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij , die door de boodschap des Engels de Mensch wording van Christus, Uwen Zoon , gekend hebben , doorZijn Lijden en Kruis mogen gebracht wordeu tot de heerlijkheid der verrijzenis. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. |
Refrein in de processie te Kevelaar. •
Maria, Maria, wij bidden U, ach help ons nu en in den dood, o allerzuiverste Maagd Maria.
Schietgebed.
O mijne Meesteres ! o mijne Moeder, gedenk dat ik de Uwe ben. Bewaar mij, verdedig mij als iets, wat U in eigendom toebehoort.
100 dagen aflaat als men dit gebed 's morgens en 's avonds bidt. — Bidt men het dagelijks gedurende eea maand , een volle aflaat mits men gebiecht en gecommuniceerd hebbe , en eene kerk bezoeke. — 40 dagen aflaat als men in een of andere bekoring 't eerste gedeelte bidt. Pius IX, o Aug. 1851 .
m
m
GEREDE» DER BROEDERSCHAP
van het Onbevlekte Hart van Maria, tot bekeering der zondaren.
Gebed
om f.lki: godoruchtiqe oefcniny der Aorlshrotdertcluip
aan Ma.b.ia op te drayen, tot het verkrijgen van de bekeering der zondaars.
O allerheiligste, verhevene en liefderijke Maagd Maria, werp uit den hemel een blik van bescherming, op Uwe kinderen, aan den voet van Uw altaar vereenigd.
Ons doel is, o Moeder van barmhartigheid, door een dienst van liefdeen vertrouwen, Uw allerhel ligst en onbevlekt Hart te vereeren, in vereeniging met datzelfde Hart de allerheiligste Drieëenheid en het goddelijk Hart van Jesus te aanbidden, en in naam van onze Aartsbroederschap, door uwe alvermogende voorspraak bij God, onze bekeering en die van alle zondaren af te smeeken.
O Maria ! zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen. Wees ge groet, enz.
Gebed
vóór de fl. Mix, ter eere vart het 11. Hart van Mum a , 0(w de bekeering der zondaren.
Nedergeknield voor Uwe voeten, o H. Moeder
i.
It
1
70
van Jesus, mijnen Zaligmaker, bid ik U, mij de genade te. verwerven, bij dit goddelijk offer tegenwoordig te zijn met de gevoelens der diepste aanbidding, der teederste liefde, der levendigste dankbaarheid en met het oprechtste berouw over mijne zonden. Mijne bedoeling is, o goede Moeder, door de verdiensten van dit goddelijk Offer, de aanbiddelijke Drie eenheid te bedanken voor de oneindige genade, waarmede zij uw allerheiligst en onbevlekt Hart heeft verrijkt, en, door de verdiensten van Jesus Christus en de heiligheid van Uw Hart, de genade van mijne bekeering en die der arme zondaren, van de goddelijke barmhartigheid af te smeekeu. Heilig Hart van Maria, onbevlekt ontvangen, bid voor mij, bescherm mij. Wees gegroet, enz.
Xj I T HST I IE
ter eere van het H. Hart van Maria
Heer, ontferm U ouzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. ■
God, Hemelsche quot;Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm TJ onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm TJ onzer.
M
IE
'1
w
Hart van Maria, bid voor ons.
Zoet geschenk cks hemels,
Voorwerp van Gods welbehagen ,
Vereenigd met het H. Hart van Jesns, Werktuig van den H. Geest,
Iltiligdom der allerheiligste Drievuldigheid, Tabernakel van het meuschgeworden Woord, jT Bevrijd van de smet der erfzonde.
Waarin het Bloed van den Verlosser ge- jS S vormd werd,
gt; Gezegend onder alle harten, ^
[Xlt; Afgrond van ooi moedigheid •'
Brandoffer van goddelijke liefde.
Spiegel der volmaaktheden Gods,
Met Jcsns Christus aan het kruis gehecht. Troost der bedroefden.
Toevlucht der zondaren.
Hoop der stervenden.
Zetel van barmhartigheid.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zenden der wtreld,
ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Maria, caibevlekt ontvangen, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
71
E. Maak mijn hart gelijkvormig aan dat van J esus.
M
72
Laten wij bidden.
God van goedheid, die tot zaligheid der zouda-ren en tot vertroosting der bedrukten aan het heilig en onbevlekt Hart der allerheiligste Maagd Maria, gelijkvormigheid in liefde en barmhartigheid met het aanbiddelijk Hart van Uwen goddelijken Zoon verleend hebt; maak, dat wij, de gedachtenis vierende van dit beminnelijk Hart, door de verdiensten en voorbede dier onbevlekte Maaffd. ons hart mogen vormen naar het H. Hart van Jesus. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Memorare, o piissima Virgo, etc.
Gedenk, o goedertieronste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, Uwen bijstand verzocht, of Uwe voorspraak inriep, door U is verlaten geworden. Door dit vertrouwen bemoedigd, vlucht ik tot U, o Maagd der Maagden, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor Uwe voeten neder; o Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan, en gewaardig U die te verhooren. Sta mij bij in al mijne noodwendigheden, nu en altijd, maar vooral in het uur van mijnen dood. O zachtmoedige, o goedertierene, o zoete Maagd Maria !
Sub tuum praesidium.
Onder Uwe bescherming nemen wij onze toe-
73
vlucht, o H. Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd ! v. Vergun dat ik U love, o H. Maagd ! a. Geef mij sterkte tegen mijne vijanden, v. Gezegend is God in zijne Heiligen, a. Eu heilig in al zijne werken.
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods !
a. Opdat wij deel mogen hebben aan de beloften van Christus.
GEBED.
O God van barmhartigheid! ondersteun onze zwakheden, opdat wij, die op aarde de gedachtenis van Maria, Gods Heilige Moeder vereeren , door de hulp harer voorspraak uit onze ongerechtigheden mogen opstaan. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
schietgebed-
O Maria ! onbevlekt ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen. Amen. TTees gegroet, enz.
Paree Domine.
Spaar, Heer ! spaar U.w volk, e.n blijf niet in eeuwigheid op ons vertoornd.
ü i
v. Bekeer ons. God van onze zaligheid. r. En wend Uwe gramschap van ons af.
GEBED.
O God van goedheid en barmhartigheid, verhoor
i.
quot;1
u
de gebeden, welke «ij bedroefd over onze broeders, die zich in liet eeuwig verderf werpen, voor Uw aanschijn storten, opdat zij van hunnen dwaalweg terugkeerende, bevrijd mogen blijven van den eeuwigen dood, en waar de zonde meaigvuldig was, de genade nog overvloediger worde.
God, wien het eigen is altijd te sparen en genadig te zijn, verhoor ons gebed, opdat uwe goe-dertierene barmhartigheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden geboeid zijn, genadig ontbinde. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen.
Refugivim peccatorum.
O, H. Maria! toevlucht der zondaren, bid voor ons. Wees gegrott, enz.
H. Joannes de Doop(r, bischf rmheilige dezer stad, bid dat de zondaren, die zich in haar midden bevinden, tot inkeer komen en aan de stem der genade beantwoordtn, opdat God, op uwe voorspraak, zijnen zegen over ons allen in ruime mate uitstorte.
O God, dat de alltrheiligste Maagd Maria, uwe Moeder, wier Hart op het oogenblik van uwen dood, door een zwaard van droelheid werd doorboord, bij TJ onze voorspraak zij en ons een zaligen dood verwerve. Amen.
75
ij n rr isr x ie
TEli EKllE UEB
Koningin van den H. Rozenkrans.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm L onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm II onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer. II. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H, Maria, Koningin der Hemelen, die van uw verheven troon , uwe kinderen voortdurend bewaakt.
Koningin van den H. Kozenkrans, die deze godsvrucht aan den H. Dominions, als een krachtig middel ter zaligheid hebt aanbevolen,
Heilige Koningin, wier Rozenkrans ons de hei- S ligste geheimen van onzen godsdienst leert ^ kennen, g
Minnelijke Koningin, wier H. Rozenkrans de ~ zoetste troost van den Paus, van de Pries- §
ters en van alle geestelijke Orden is,
Hoogachtbare Koningin, die in de koninklijke paleizen en in de hutten der armen door den H. Rozenkrans vereerd wordt.
Roemrijke Koningin, door millioen geloovigen, die den H. Rozenkrans bidden, dagelijks gekroond ,
m _^ y m
Koningin der wereld, die van alle volkeren der aarde door den H. Eozenkrans gegroet wordt, bid voor ons.
Goedertierene Koningin, die de H. Kerk, door den Ff. Rozenkrans, als met een ondoordringbaar schild beschut,
Machtige Koningin, die door den FL Rozenkrans, ontelbare legers der vijanden van ons H. Geloof vernietigd hebt.
Hoogverheven Koningin, wier H. Rozenkrans een zegepralend wapen is, tegen den duivel, de wereld en het vleesch ,
Minzame Koningin, wier FT. Rozenkrans den FTemel verblijdt en de vreugde der geluk- ^ zaligen vermeerdert, £:
Ontzaglijke Koningin, wier FT. Rozenkrans lt; satan en de helsche mochten doet sidderen, o Goedgunstige Koningin, die overvloedige ge- c naden uitstort, over degenen, die U door 5 den Ff. Rozenkrans vereeren.
Allerzuiverste Koningin, die door den H. Rozenkrans de lelie der onschuld in de harten der jeugd onbevlekt bewaart.
Barmhartige Koningin, die door den Ff. Rozenkrans ontelbare zondaren bekeerd en geheiligd hebt,
Mildadige Koningin, die door den Ft. Rozenkrans den zieke, den arme, den slaaf, de weduwe, den wees, en alle bedrukten vertroost. Behulpzame Koningin, wier bijstand de schipbreukeling afsmeekt, met den Ff. Rozenkrans, als de laatste hoop op behoud, aan het hart gedrukt,
77
Mededoogende Koningin, wier hulp de sterbenden inroepen, met den Rozenkrans op de koude lippen, bid voor ons.
Heraelsche Koningin, die de Engelen neder-zendt, om de ij veraars van den H. Rozenkrans op eene bijzondere wijze te bewaken en te beschermen,
Liefdadige Koningin, die de verdiensten aan het godvruchtig bidden van den H. Rozenkrans verbonden, tot in het Vagevuur doet neder-vloeien, 2
Koningin van het heelal, van wie wij eene kroon ■quot; verwachten in den Hemel, tot vergelding van den FI. Rozenkrans, dien wij U hier op aarde opdragen ,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
ontferm U onzer.
v. Bid voor ons, o Koningin van den H. Rozenkrans, a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Gebed.
O God van genade en barmhartigheid , vergun ons het geluk van altijd te mogen genieten de krachtdadige bescherming van de roemrijke Maagd Maria, die wij door den H. Rozenkrans vereeren ; opdat wij door haren bijstand en door de verdiensten van die onschatbare godsvrucht ondersteund, in Uwe liefde mogen leven en sterven. Amen.
w
al lt;
o o
78
LITANIE ¥
ter eere van O. L. V. van^Smarten,
-M- -
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H, Drievuldigheid , één God, ontferm U onzer. H. Maria, Moeder van Smarten, bid voor ons. Lijdende Moedermaagd, die van af de geboorte van Uwen Zoon, reeds getroffen waart door Zijn toekomstig lijden,
Smartvolle Moeder van den Verlosser, die gedwongen waart Uw teergeliefd Kind op stroo W in eene armoedige kribbe neer te leggen, ^ Teerhartige Moeder, die uwen Jesus bemindet o als uwen Zoon en uwen God, en daarom door H het grievendst voorgevoel werd gepijnigd bij 2 de voorzegging van Simeon, quot;
Beangste Moeder, die door duizende ongerustheden werd gekweld, toen Gij genoodzaakt waart met het goddelijk Kind naar Egypte te vluchten ,
Weenende Moeder, wier medelijdend hart diep bedroefd werd door den dood der Onnoozele Kinderen ,
k
79
Ontroostbare Moeder, wier ziel aan den wreed-sten angst ter prooi was, toen Gij gedurende drie dagen uw verloren Kind rusteloos zocht, bid voor ons.
Behoeftige Móeder, die met uwen .Jesus het
brood der armoede hebt gegeten,
Moeder van den vervolgden Zaligmaker, die de bedreigingen en den smaad der Parizeen tegen uwen goddelijker! Zoon in het diepste uwer ziel gevoeldet,
Beklagenswaardige Moeder, wier Zoon tot uwe overgroote smart, verraden, gevangen genomen en mishandeld werd.
Gefolterde Moeder, die in de wreedste droefheid werd gedompeld bij de onmenschelijke geeseling van uwen, zoo innig beminden Zoon, Wreed bedroefde Moeder, die zoo onuitsprekelijk veel hebt geleden bij de doornenkroning uws teergeliefden Zoons,
Gemartelde Moeder, wier hart van droefheid dreigde te bezwijken, toen uw verguisd Kind tot den schandelijken kruisdood verwezen werd. Gekruiste Moeder, die uwen Jesus naar de strafplaats volgend. Hem voor uw moederoog aan het vloekhout zaagt vastklinken.
Rouwvolle Moeder, die bij den doodsnik van uwen goddelijken Zoon, een zoo hartverscheurend leed gevoeldet, dat Gij, zonder een mirakel, zoudt gestorven zijn,
Allerbedruktste Moeder, wier droefheid nog vermeerderde, toen men uwen Jesus, levenloos en met bloed en wonden overdekt op uwen moederlijken schoot nederlegde.
E?
5^ lt;
o o
w
'M
80
O Maria, Moeder der Smarteu, Koningiji der Martelaren, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ous. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer. Heer.
v. Bid voor ons, Maria, Moeder van Smarten, a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
GEBED.
Koningin der Martelaren, allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, die de smarten, veroorzaakt door het zevenvoudig zwaard, dat Simeon, U, bij de opoffering van uw teergeliefd Kind, in den tempel voorspelde, met zulk eene groote liefde en onwrikbaar geduld verduurd hebt, verkrijg voor ons, uwe kinderen, dat wij steeds elk zielelijden, dat ons overKomt, naar het voorbeeld van uwen Goddelijken Zoon, met ootmoedige onderwerping en standvastig geduld, uit liefde tot Hem mogen dragen. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Aan de Moeder van smarten
Gegroet zijt Gij, o Maria, vol van smarten, de Gekruiste is met U; Gij zijt medelijdenswaardig onder de vrouwen, en medelijdenswaardig is de vrucht uws licliaams, Jesus.
Heilige Maria, Moeder des Gekruisten, ver-
M
81
werf ons, die uwen Zoon gekruisigd hebben, tranen, au en in het uur van onzen dood. Amen.
( .Aflaat Tan 100 dagen telkens. Pius IX, 33 December 1847- Toovoegelijk aan de zielen in het Tagevuur.)
Gebed tot O. L. Vrouw van Smarten.
O Moeder van Smarten, Koningin der Martelaren, Gij, die uwen Zoon, voor mijne zaligheid aan het kruis gestorven, zoozeer hebt beweend, waartoe zullen mij uwe tranen dienen, indien ik het ongeluk heb verloren te gaan? Ach, neeu, goede Moeder, doe mij dien afgrond van alle kwaad, welke ik, helaas, door mijne zonden zoo dikwijls verdiend heb, ontwijken. Verwerf mij integendeel door de verdiensten van uw lijden, een waar leedwezen over mijne zonden, en een oprechte verandering van leven. quot;Verkrijg mij ook , o, medelijdende Moeder, het verlangen en den moed om tot uitwissching van zoo menige ondankbaarheid, waardoor ik uw lijden en dat van uwen teerbeminden Zoon zoo dikwerf vernieuwde, uit wederliefde iets te mogen lijden.
Met den H. Bonaventura zeg ik U dan : ,/ O mijne Vorstin, indien ik U beleedigd heb, eischt de liefde, dat ook mijn hart gekwetst worde; heb ik U echter gediend, dan toch vraag ik U, dezelfde wonden tot belooning; want het zou eene schande voor mij zijn niets te lijden, terwijl ik zie, hoe mijn Jesus, en Gij, mijne Moeder, uit liefde tot mij, met het zwaard van het grievendst lijden doorstoken zijt.quot; Eindelijk, o Koningin de Martelaren, door de smart, die Gij gevoeld hebt, toen uw
6 gt;
__.
1
82
goddelijke Zoon, onder uwe oogen, op het kruis in de hardverschêurendste folteringen den geest gaf, verwerf voor mij een goeden dood. Ik smeek U ook, o Voorspreekster der zondaren, sta mijne ziel in dien vreeselijken overgang van dit leven naar de eeuwigheid bij; en wijl uw heilige naam; met die van uw goddelijk Kind, in dit leven mijne zoetste hoop uitmaken, doe mij sterven met de vertrouwvolle woorden op de lippen : .Tesus, Maria in uwe H. handen beveel ik mijne ziel. Amen.
öebed tot O L. Vrouw van Smarten.
O heilige Maagd, teedere Moeder, Vrouw van Smarten ! hier aan den voet uws Altaars neergeknield, wordt mijne ziel bij het aanschouwen uwer beeltenis met het diepste medelijden vervuld. Wie toch was onmenschelijk genoeg, ü zoo te doen lijden ? Wie zoo wreed het volmaaktste moederhart met een zevenvoudig zwaard te doorsteken ? Wie was de ondankbare, die, na tallooze weldaden ontvangen te hebben, zijne weldoenster met zooveel grievend leed beloonde? Ach, lieve Moeder, ik zelf was dat snoode, ongevoelige schepsel, dat uwe teederste liefdeblijken met den zwartsten ondank vergold. Ik was het, die door mijne zouden, met eigen hand het zwaard van droefheid zoo menigmaal opnieuw in dat lijdend moederhart stiet. O goede Moeder van Smarten, ik beken hier ootmoedig mijne schuld: ach, vergeef mij het onnoemelijk lijden, dat ik U en uwen goddelijken Zoon veroorzaakt heb, en helaas, zoo dikwerf vernieuwde. Ach, verstoot de dringende bede van uw berouwvol
M
m
83
m
m
kind niet; vergeet lieve Moeder, ik smeek liet U, de droefheid, die ik uw liefdevol hart aandeed, en verkrijg voor mij de vergiffenis mijner menigvuldige zonden en ongetrouwhedeu; alsmede de genade om voortaan met eene groote liefde en edelmoedigheid het enge pad der deugd te bewandelen en nimmermeer, zelfs niet door de kleinste vrijwillige zonde, uw moederhart te bedroeven, en liet lijden van uw teergeliefden Zoon te hernieuwen.
O bedrukte Moeder, thans meer dan ooit treffen mij uwe smarten. Met een innig gevoel van medelijden neem ik deel in de droefheid, die het eerste zwaard U veroorzaakte, toen de heilige grijsaard Simeon U al het lijden voorspelde, dat uw Zoon zou te doorstaan hebben;' doch dierbare Moeder, door die smartvolle gedachtenis , welke uwe ziel gedurende zoovele jaren verscheurde, smeek ik ü, gedoog niet, dat ik ooit weer behagen scheppe in lichtzinnige, ijdele en zondige gedachten; maallaat geheel mijn leven, en vooral in het uur van mijn sterven, het lijden van Jesus en uwe droefheden in mijn hart gegrift blijven.
O lijdende Moeder, ook het tweede zwaard, dat uw gevoelvol hart doorboorde, stemt mij tot diep medelijden. Ach, wat moet er in uwe ziel zijn omgegaan, toen gij uw onschuldig Kind aan den haat van een wreeden dwingeland zaagt blootgesteld ; en gij dien goddelijkeu Schat aan de gevolgen eener lange, moeielijke reis en aan een verblijf in een vreemd land moest onderwerpen. O, ik bid ü, lieve Moeder, door deze smart mij de genade te bekomen, al het lijden en den rampspoed van dit ellendig leven met geduld te verdragen , om
m
tt
84
daardoor in het ander leven de eeuwige pijnen te ontgaan, die ik, helaas, zoo dikwijls verdiend heb.
O smartvolle Moeder, ook neem ik innig detl in het lijden der diepe hartewond, U door het derde zwaard toegebracht. Wie beschrijft het hartzeer, dat Gij doorstondt, bij het verlies van uw dierbaar Kind. Verwerf mij, o teedere Moeder, door deze droefheid de genade van nimmermeer mijn God door de zonde te verliezen; maar na mijn geheel volgend leven met Hem vereenigd te zijn geweest, ook door dien heiligen liefdeband omsloten te sterven.
O bedroefde Moeder, welk leed gevoelt mijn hart bij de overdenking der zielesmart, welke het vierde zwaard, de veroordeeling van uwen dierbaren Jesus tot den schandelijken kruisdood, U deed ondergaan. En wie schetst het naamloos lijden, toen Gij Hem, den Redder der menschen, op Zijn Moedigen tocht, met een zwaar kruis beladen, aanschouw-det. Welk een schat van reine liefde en medegevoel lag er in uwen blik, die den Zijne ontmoette. O mijne edelmoedige Voorspreekster, verwerf mij door de verdiensten van zooveel droefheid de genade, van in eene volmaakte onderwerping aan Gods H. Wil te leven, en de kruisen, welke God mij zal overzenden uit dankbaarheid en wederliefde met geduld te dragen.
O beproefde Moeder, met kinderlijk medelijden deel ik ook in de smart, uw moederhart toegebracht, toen het vijfde zwaard U wondde en Gij op den Kal-varieberg onder uw moederlijk oog den teedersten Zoon, in de gruwzaamste pijnen, op liet kruis zaagt lijden en sterven, zonder Hem de minste verzachting
i
il
lil m1
m
ïï
85
te kunnen bieden. Ach, lieve Moeder, verkrijg mij | door dat grenzenloos zieleleed de genade van te leven en te sterven, gekruist aan alle aardsche zaken, i Doe mij voor God alleen leven om Hem eeus van aanschijn tot aanschijn te mogen aanschouwen.
O medelijdenswaardige Moeder, ik deel in de droefheid U door het zesde zwaard veroorzaakt, toen Gij het H. Hart van uwen reeds gestorven en teerbeminden Zoon nog met eene lans ziagt doorsteken. Ik smeek U, teedere Moeder, mij door die smart de genade te bekomen, van immer in het H. Hart van Jesus, in alle bekoringen en gevaren, welke mijne ziel bedreigen, eene schuilplaats te zoeken; eene schuilplaats, waar de wereld met haar bedriegelijk schoon mij niet vervolgen kan; maar waar mijne gedachten en genegenheden slechts den God van liefde tot voorwerp hebben.
O allerteederste Moeder, met het innigste mede-doogen deel ik ook in uwe zevende smart, toen Gij het ontzielde, doorwonde en misvormde lichaam van uwen Jesus in uwe armen ontvingt. Door zoovele verschillende martelingen, die Gij toen moest verduren, verwerf mij, o liefdevolle Moeder, vergiffenis van al de beleedigingen, waaraan ik mij ten opzichte van God heb plichtig gemaakt; ach, lieve Moeder, zij zijn mij innig leed. Neen, nimmer wil ik weder zoo ondankbaar zijn. Bjschenn mij ook in de bekoringen; opdat ik in den strijd met den vijand mijner ziel niet bszwijke; maar door U bijgestaan, eens in die veilige haven aanlande, waar ik gedurende de geheele eeuwigheid uwen lof en dien van Jesus, uw goddelijken Zoon, moge bezingen. Amen.
m
m..
m
86
GEBED.
Wij bidden U, Heer Jesus Christns ! laat voor ons, bij Uwe goedertierenheid, nu en in het uur des doods, de H. Maagd Maria, Uwe Moeder spreken, wier allerzaligste ziel in het uur van Uwen dood, door een zwaard van droefheid is doorstoken. Dit bidden wij U, Jesus Christus, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
( 100 dagen aflaat, aan allen, die vrijdags 's namiddags ten drie uur , knielende, godvruchtig bidden, vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet, ter gedachtenis van 't lijden en den doodstrijd van J. C., tot intentie van Z. H. den Paus. ( Benedictus XTV. 13 December 1840.)
( 300 dagen aflaat, aan allen, die knielende , ter cere van Jesus'lijden en doodstrijd, driemaal Onze Vader, en ter eere van Maria's smarten driemaal Wees gegroet bidden, voor hen, die in doodstrijd zijn; en een vollen aflaat, eens in de maand, op een dag naar keuze, onder de gewone voorwaarden , aan allen, die deze oefening dagelijks in de maand verrichten.)
L I T A N I E
ter eere van den Heiligen Joseph.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
m
M
87
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, onbevlekte Maagd, bid voor ons. H. Maria, Moeder Gods, bid voor ons.
H. Maria, Bruid van den H. Joseph, bid voor ons. Heilige Joseph, bid voor ons.
Patroon der Kerk,
Helper en waar beeld van Maria,
Goede Herder van het Lam Gods,
Leidsman van Jesus op de vlucht.
Bestierder der Vleeschgeworden Wijsheid, Volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid, Getrouwe bewaarder van den Hemelsehen Schat,
„ Beschermer van de maagdelijke zuiverheid Ü, van Maria, ^
| Schitterende lelie van zuiverheid, g
^ Werktuig van den grooten Raad, °
fjH Voedstervader van Hem, die alles spijzigt, o Werkman verhevener dan de koningen, ® Pleegvader van den Zoon Gods,
Die Jesus op uwe armen hebt gedragen, Verlosser des opgeofferd en Verlossers,
Die den Redder der wereld gered hebt. Beschermer der menschen,
Die in alles met Gods welbehagen overeenstemt.
Maagd, Bruidegom der Moedermaagd, Vol ijver voor de zaligheid der zielen. Allervurigste in liefde,
Allernederigste in ootmoedigheid,
Die door den H. Geest zelf rechtvaardig zijt verklaard,
1
88
H. Joseph, Man uaar Gods hart, bid voor ons.
H.Joseph, getrouwe en wijze dienaar, bid voor ons.
H. Joseph, medehulp van Maria, bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bid voor ons, heilige Joseph,
E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
GEBED.
Wij bidden U, Heer Jesus, dat Gij ons door de verdiensten van den zuiveren Bruidegom uwer heilige Moederhulp wilt verleenen, opdat, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen verkrijgen, door zijn voorspraak ons geworde. Die leeft en heerseht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
( 300 dagen aflaat. Pius VII.)
GEBED TOT DEN HEILIGEN JOSEPH.
Voorgeschreven door Z. H. Paus Leo XIII.
Tot u, heilige Joseph, vluchten wij in onze beproeving en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af. Wij bidden u ootmoedig, bij die liefde, die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jesus hebt om-
M
m
helsd, dat gij goedgunstig nedarziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door zijn Bloed, en ons in den nood met uwe sterkte ea bijstand te hulp komt.
O zorgvolle Bewaarder van het Goddelijk Gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Chrisius; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten; o onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed; en beschut ieder onzer met uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld, en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.
- Aan ieder die dit gebed, waarvan wij bovenstaande Tertaling bij deze goedkeuren, godvruchtig bidt, heeft Z. H. Paus Leo XIII eea aflaat verleend telkenmale van 7 jaren en 7 quadragenen. quot; Z. D. H. Mons. P. M. Snickers , aartsb. van Utrecht.
Memorare van den H. Joseph
Z. H. Pius IX heeft 300 dagen aflaat gehecht aan dit gebed, eens daags te verdienen.
Gedenk, o allerzuiverste Bruidegom van de Maagd Maria, heilige Joseph, mijn bemi ide Beschermer, dat het nooit gehoord is, dat iemand , die onder uwe bescherming zijne toevlucht nam en uwe hulp inriep, zonder troost is gebleven. Door dit vertrouwen aangemoedigd, kom ik tot U en
90
beveel mij driugend aan TJ. O Gij, die de Voedstervader des Verlossers waart, verstoot mijne gebeden niel; maar gewaardig U ze aan te nemen en te verliooren. Amen.
GEBED VAN OUDEHS VOOB HTTNNE KIKDEREN.
Verheven H. Joseph, die onzen goddelijken Zaligmaker tot vader verstrekte om Hem met Zijne dierbare Moeder te verzorgen en te bewaren, wij, die belast zijn met de verheven, maar zware verplichting onze kinderen tot Zijne eer op te voeden, naderen tot TJ om in de vervulling onzer ouderlijke plichten, door uw voorbeeld en uwe voorbede geholpen te worden. Verkrijg ons een liefdevol geduld, eene wijze voorzichtigheid, eene niet tegrootc toegeeflijkheid. Leer ons, behoorlijke zorg te hebben voor het tijdelijk welzijn onzer kinderen; maar schenk ons vooral een grooten ijver om hunne geestelijke opvoeding te behartigen, zoowel door onze onderrichting, als door ons voorbeeld; en mocht het noodig zijn, door eene tijdige berisping.
Wij dragen U op en wijden U toe de dierbare kinderen, die God ons heeft toevertrouwd. Wees hun een beschermer en vader; bewaar den schat hunner onschuld; behoed hen voor alle gevaren naar ziel en lichaam; boezem hen, reeds van hunne vroegste jaren, eene teedere liefde in voor U, voor Maria, uwe onbevlekte Bruid, en voor Jesus, haren goddelijken Zoon. Dat uwe heilige bescherming onze beminde kinderen tegen alle gevaar beveilige; dat uw vaderlijke zorg over hunne handelingen wake, en hen in hunne ondernemingen bestiere. Gelief hen voortdurend te bewaren tot
91
aan hunnen dood; opdat Gij hen moogt binnenvoeren in het rijk der hemelen, waar zij in alle eeuwigheid de goddelijke barmhartigheid en uwe vaderlijke goedheid zullen loven, en onze vreugde, gelijk wij hopen, zullen vermeerderen. Amen.
GEBED VAN DE JEUGD.
Heilige Joseph, die als een goed vader en getrouwe leidsman Jesus Christus in Zijne jeugd bestierd hebt, ik bid U, door de vaderlijke liefde, die Gij betoond hebt aan den Zoon Gods tijdens Zijn sterfelijk leven, wil ook mij voor uw kind aannemen.
In de jaren mijner jeugd, door de verleiding der wereld, en door de strikken van den duivel aan zoovele gevaren blootgesteld, behoef ik vooral een wijzen raadsman, een voorzichtigen geleider, een liefdevollen vriend, die mij op den weg mijns levens bestieren, geleiden en bewaren wil. Daarom kies ik U, heilige Joseph, met kinderlijke eenvoudigheid tot mijn vader en beschermer. Onder uwe vaderlijke hoede heb ik niets te vreezen; want Gij zijt de machtige behoeder der jeugd.
Verkrijg voor mij eene groote leerzaamheid en onderworpenheid aan de geboden Gods en de beschikkingen mijner Ouders en Oversten; bewaar in mij de zuiverheid naar ziel en lichaam. Sta mij ter zijde bij al mijne gedachten, woorden en werken; schenk mij de wijsheid en voorzichtigheid, de waakzaamheid des harten, de beteugeling der zinnen en den ijver in alles, wat mijn geestelijk heil bevorderen kan. Ondersteun mij, opdat ik in jaren toenemend, tevens moge aangroeien in wijs-
92
heid en behagelijkheid bij God en de menschen. Sta mij bij al de dagen mijns levens, opdat Jesus het begin en het einde zij van alles, wat ik ooit verrichten zal. Amen.
GEBED OM VOORLICHTING IN HET VERKIEZEN VAN EEN LEVENSSTAAT.
Roemrijke H.Joseph, die zoo bereidwillig de inspraken van den H. Geest hebt opgevolgd, verkrijg voor mij de genade om den levensstaat te kennen, waartoe Gods Voorzienigheid mij geroepen heeft. Ik weet, dat alle licht van den Hemel moet komen, en de mensch zich zoo gemakkelijk misleiden kan in alles, wat zijn tijdelijke bestemming aangaat; daarom neem ik bij deze gewichtige levensvraag met betrouwen mijne toevlucht tot U, o H. Joseph.
Duld niet, dat ik mij bedriege in de beslissing eener keus, waarvan mijne eeuwige zaligheid afhangt, Maak, dat ik verlicht zijnde door de fakkel des geloofs en der rede, bestuuvd door den wijzen raad van anderen, den goddelijken wil kenne en getrouw opvolge; opdat ik den weg bewandele, dien de Heer mij heeft aangewezen, aldus mijn tijdelijk geluk verzekere en mijne eeuwige bestemming bereike. Amen.
SCHIETGEBED.
Doe ons, o Joseph, een onschuldig leven leiden, en moge het onder uwe bescherming veilig zijn.
(300 dagen aflaat, eenmaal daags.) Leo XIII. 18 Maart 1882.
93
LITANIE ter eere van den H. Dominicus.
Hefr, ontfeim U oiiztr.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hernelschc Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Groote H. Vader Domimcus,
Licht der Kirk,
Glans der aarde,
,o Prediker der genade,
o Dorstend naar het zielenheil, ~
Vurig verlangend naar den marteldood, g tj Wijze zielbestierder,
Man naar Gods hart,
Leeraar der waarheid.
Ivoor van zuiverheid.
Apostel hij uitnemendheid.
Arm in tijdelijke goederen,
-U
94
Rijk door de zuiverheid des levens, bid vooï ons.
Brandende als een fakkel voor de bekeering der zondaren,
«T Bazuin des Evangelies,
.2 Heraut des Hemels,
'S Toonbeeld van versterving,
S Zout der aarde,
^ Glanzend als een zon in deu tempel Gods, pH Gesterkt door de genade van Christus, 2 Omkleed met den koninklijken mantel.
Bloem, heerlijk bloeiend in den hof der Kerk, = De aarde heiligend door uw kostbaar bloed, quot;■ Opgenomen in de vergadering der Heiligen, i Schitterend in het koor der Maagden,
Hoofd en Vader der Predikheeren,
Opdat wij in dit leven van alle gevaren naar ziel
en lichaam mogen bewaard blijven.
Opdat wij in het uur van onzen dood in den hangen strijd door Gods genade mogen geholpen worden,
Opdat wij met U en uwe kinderen onder het getal der Heiligen eenmaal mogen worden opgenomen ,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der werdil,
verhoor ons Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer Jesus.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
95
Q- e b e d.
Geef ons, smeeken wij U, o almachtig God, dat wij, die onder den last ouzer zonden gebukt gaan, door de voorspraak van den H. Dominicus mogen verlicht worden. Door Christus onzen Heer, A.raen.
Besponsormm: O Spem miram.
v. O wonderbare hoop, die gij gegeven hebt aan hen, die u in het uur van uwen dood beweenden, toen gij beloofdet uwe broeders na uwen dood te zullen bijstaan.
Vervul, o Vader, wat gij beloofd hebt, eu help ons door uwe gebeden.
Gij, die door zoovele wonderen hebt uitgeschenen, in het genezen van lichamelijke ziekten, genees ook onze geestelijke kwalen door voor ons de genade van Christus te verkrijgen.
Vervul, o Vader, wat gij beloofd hebt, en help ons door uwe gebeden.
Glorie zij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest.
Vervul, o Vader, wat gij beloofd hebt, en help ons door uwe gebeden.
Antiphoon. Groote H. Vader Dominicus, neem ons bij u in het uur van onzen dood, en aanschouw ons hier altijd met een gunstig oog.
v. Bid voor ons, H. Vader Dominicus.
u,. Opdat wij mogen waardig worden de beloften van Christus.
H
w
1
96
Ijaten wij bidden.
O God, die U gevaardigd hebt Uwe Kerk te verlichten, door de verdiensten en leeringen van Uwen Belijder, den H. Yader Drminicus, geef dat haar door zijne voorspraak geen hulp ontbreke in het tijdelijke , èn dat zij altijd moge toenemen in het gerstelijke. Door onzen Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBEDEN ter eere van den H. Dominicus,
tot afwering der verschillende rampen, waarmede God de wereld bedreigt.
Perste Gebed.
v. Goede Jrsns, om de bede van Dominicus, u. Maak ons welbehagelijk in Uwe oogen. O goedertieren Vader H. Dominicus, die door God aan de wereld tot heil der menschen gegeven zijt, gewaardig u hen , die . in den nood hunne toevlucliu tot u nemen, goedgunstig bij te staan. Verhoor ons op den dag, waarop wij u in onze ellenden aanroepen, gij, die door uwe verdiensten bij God zoo machtig zijt, verlos ons van alle zichtbare en onzichtbare vijanden, en verkrijg ons na dit rampvol leven de eeuwige vreugde drs hemels. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vaderj enz.
M
m
t
97
Tweede gebed.
v. In al onzp kwellingen en wederwaardigheden E. Helpe ons de II, Dominicus.
O medelijdende Vader, 11. Dominicus, moedige verdediger der Kerk en krachtige voorspraak van het menschelijk geslacht, hoor de gebeden der ge-loovigen aan, die in druk en angst verkeeren. Verzoen ons door uwe heilige en vermogende gebeden met God, djen wij door onze menigvuldige zonden vertoornd hebben, bevrijd ons van alle gevaren naar ziel en lichaam, en bid voor ons, opdat wij eenmaal in den hemel worden opgenomen, waar geen kommer en verdriet meer zijn zal. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vader, enz.
Derde gebed.
v. De H. Dominicus beware ons als den appel
zijner oogen,
R. En bescherme ons onder de schaduw zijner vleu-
gelen.
O allerteederste Vader H. Dominicus, zekere troost en krachtige hulp voor ongelukkigen, open uw medelijdend hart voor hen, die onder de slagen der rechtvaardige Voorzienigheid gebukt gaan. Verstoot onze nederitce gebeden niet, maar verlos ons van alle geeestelijke en tijdelijke, rampen, die ons i'ii de geheele wereld bedreigen, bid voor ons, arme bannelingen op de reis naar de eeuwigheid, en voer ons over naar het rijk van vrede en zaligheid. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vader, enz.
7
m
98
X-. I T -A. I^T I E
ter eere der heilige Maagd en Martelares Barbara, bijzondere Patrones tegen een onvoorzienen dood.
Heer, oiiÜerm Ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons.
H. Maagd der Maagden, bid voor ons.
H. Barbara, bid voor ons.
Welbehagelijk aan God den Vader,
Bemind door God den Zoon,
Vol liefde tot God den H. Geest,
Vurige vereerster van de H. Drievuldigheid, ^ Maagd en Martelares, 2-?
cë Minnares der Zuiverheid,
Trouwe leerlinge van Jesus den Gekruiste, Verwinnares des vleesches,
Vervvinnares der helsche bekoringen,
M|
99
Uitgelezen voorbeeld der jeugd, bid voor ons. Troosteres der Christenen,
Hulp op het eind van ons leven,
Bijstand in den doodstrijd van uwe dienaars
en dienaressen,
Teeder bezorgde beschermster van den ziel
torenden en stervenden Mensch,
Voorspraak der afgedwaalden om niet tot
het laatst in de zoude te volharden. Geruststelling van den christen, die in zijn laatste oogenblikken te zeer Gods oor-deelen vreest.
Maagd, die op een geheel bizondere wijze door God zelf verlicht en in het geloot -T onderwezen zijt,
J| Maagd, die de eenheid van God in wezen, 5^ g en Zijne Drievuldigheid in personen zoo c ^ standvastig beleden hebt, S
PC Maagd, die uwe maagdelijkheid boven alle 0 schatten der wereld gesteld hebt, 3
Maagd, die alle wereldsche genoegens, bezittingen en grootheid uit liefde tot Jesus met voeten getreden hebt.
Maagd, vol vertrouwen op uw loon in den hemel. Die in uw stervensuur, voor ons, die uw dood vereeren, een zaligen dood verkregen hebt. Maagd, die den pijnlijksten dood voor ons
H. Geloof gestorven zijt.
Martelares, iu wier doorwond lichaam brandende fakkels zijn gestoken, wier borst geschonden en wier hoofd met hamers is geslagen geweest,
Wier vleesch door de beulen met scherpe
100
haken is verscheurd geworden , bid voor ons. H. Barbara, die door uw eigen vader zijt onthoofd, bid voor ons
O Jesus! Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door hare voorspraak, laat ons toch niet sterven zonder te biechten,
O Jesus ! Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door hare voorspraak, iaat ons niet sterven zonder het H. Sacrament des Altaars.
O Jesus! BruMegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door den bitteren dood, dien zij voor Uwen H. Naam is gestorven, laat ons niet sterven zonder het H. Oliesel.
O Jesus ! Minnaar der zielen, die niet den dood van den zondaar begeert, maar zijne bekeering on zaligheid; wij bidden U, door al het lijden van onze Patrones Barbara, laat ons niet van deze wereld scheiden, zonder alle genademiddelen onzer Moeder de H. Kerk te hebben ontvangen.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
spaar ons, Jesus !
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld,
verhoor ons, Jesus !
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld , ontferm U onzer !
H. Barbara, hoogvereerde Patrones,
I i
Bewaar ons van een haastigen dood.
LAAT ONS BIDDEN.
O Maasjd en Martelares Barbara! verlaat mij toch niet in mijn uiterste, maar verwerf voor mij, door uwe voorspraak bij den al machtigen God, dat mijne ziel, eer zij van deze wereld scheidt, eerst door
'M
w
101
de Biecht gezuiverd, met het Allerheiligste Lichaam van mijn God gevoed en met het H. Oliesel versterkt worde, opdat nlzoo de eeuwige znligheid mijn deel moge zijn. en ik, die U hier als mijne Beschermster heb geëerd en aangeroepen, altoos den hemel bezitte. Amen.
VËkSOHILLENDE «DER
van de Broederschap der H. Barbara.
O God! die de H. Barbara, tot troost der levenden en stervenden, hebt verkozen, verleen ons, door hare voorspraak, dat wij altijd in uwe Goddelijke liefde mogen leven, en al onze hoop in de verdiensten en het bitter lijden van Jesus Christus stellen, opdat wij nooit door de zonde beheerscht, en na van de laatste H. Sacramenten te zijn voorzien, in uwe vriendschap en liefde tot de eeuwigheid mogen overgaan. Dit bidden wij door onzen Heer Jesus Christus. Amen.
Almachtige God! Heer van mijn leven en dood, vol angst bedenk ik, dat mijn aardsch bestaan voortdurend naar het einde spoedt, en dat ook voor mij vroeg of laat het laatste uur zal slaan. Zal ik volharden tot het einde toe, of zal mijn uiteinde het uiteinde der zondaren wezen? Zal ik bij Uw oordeel liefde waardig zijn of haat ? Zal ik eenmaal Christus' beloften waardig worden bevonden, of zal mijn deel zijn met de rampzaligen, die voor eeuwig van Uw aanschijn zullen gebannen worden? Zal mijn eeuwig-
m
102
heid gelukkig of ongelukkig zijn? Ik weet het nietj mijn God! maar dit weet ik, dat Gij mij in Uw oneindisre barmhartigheid een Uwer Heiligste Bruiden tot Patrones en Beschermster hebt gegeven van mijn stervensuur. Ik stel mij dan van heden at onder haar hoede en voorspraak.Bescherm mij, If. Barbara, in hut uur der bekoring, opdat ik niet in zonde valle, en mijner ziele zaligheid voor een luttele voldoening prijs geve. Bid voor mij, zoo ik ooit in staat van doodzonde leef, dat God zich wederom mijner ont-ferme, en mij zijn heilige vriendschap terngschenke. Waak over mij, dat ik steeds zoo leve, dat ik ieder oogenblik voor mijn Rechter kan verschijnen. Wees steeds zoo mijn voorspraak bij den Algoede, dat ik immer in mij de heiligmakende genade vermeerdere, en steeds meer en mejr in Gods liefde moge aangroeien. Dan, Heilige Patrones, behoef ik niet meer te vreezen voor den dood, maar kan ik met den Apostel verlangen ontbonden te worden en met Christus te zijn. Dan zal ik moed hebben om het offer van mijn leven te brengen, wanneer God het mij vraagt. Dan ben ik overtuigd dat mijn dood niet anders zal zijn dan de overgang tot een beter leven. Dan zult gij in vereeniging met Jesus, Maria en Josef mijn ziel ontvangen in haar laatsten snik, en met U zal ik opgaan tot den God, die door uw gebed mij geen streng rechter, maar een liefdevol Vader wezen zal. Heilige Barbara! bid voor ons en voor allen die ons dierbaar zijn.
Opdat wij nimmer getroffen worden door een haastigen en onvoorzienen dood. Amen.
■ - p
103
GEBED OM EEN ZALIG AFSTERVEK VAK EEN AFGEDWAALDE.
O groofe Heilige Pidrones, met weemoed is mijn hart vervuld, wanneer ik aan de toekomst denk, welke de ziel van JV., mij door de banden van vriend-schaj) en bloed zoo nauw verbonden, wellicht wacht. Gaarne aanbid ik in zijn beklagenswaardigen toestand de heilige inzichten Gods, die den onwaardige Zijn genads onthoudt; maar tevens weet ik, dat ik voor hem kan en moet bidden. Ik smeek u dan. Zalige Maagd en Wartelaresse Barbara, bi) al het lijden dat gij voor Jesus ondergaan hebt, dat gij deze arme ziel onder uwe hoede wilt nemen. quot;Verwijder toch van haar alle gevaren, welke haar een haastigen en onvoorzienen dood kunnen berokkenen. Weerhoud de straffende hand van den Allerhoogsts, wanneer Hij, na lang genoeg getergd te zijn, eensklaps den roe-kei ooze zou willen treffen, en hem, mogelijk midden in de zonde, voor Zijn Eechterstoel zou dagen. Verw erf gij, die zooveel vermoogt bij uw Jesus, voor deze ziel de genade der bekeering, en mocht zij zulks nietmeer I waardig zijn bij haar leven., verkrijgdan voorliet minst die gunst in haar laatste ziekte. Vraag voor haar in de laatste dagen des levens een helderen blik in haar deerniswaardig lot, een groote vrees voor de aanstaande eeuwigheid, een vurig verlangen naar den hemel, een groot vertrouwen op de verdiensten van Christus' zoenbloed, en een innig berouw over al haar ongerechtigheden. Leid nog tijdig tot haar sterfbed den priester, die haar met den hemel verzoent, haar sterkt met het Sacrament der liefde, hare schulden verlicht door het Sacrament der Ster-
1
venden, oprlat er weder een zondaar te meer uwe eindelooze barmhartigheid lofzinge in alle eeuwigheid. Heilige Barbara, Patrones der stervenden, bid voor ons en allen die ons dierbaar zijn, opdat geen van hen in staat van doodzonde sterve. Amen.
GEBED TOT DEN GODDELIJKEN ZALIGMAKER.
HeerJesus, in Wiens hauden mijn leven is en mijn dood, ik bid U door de bittere pijnen die Gij voor mij, zondaar, aan het kruis hebt geleden, en wel bizonder in dat uur, waarop Gij stervende tot Uwen Vader riept, „ Het is volbracht!quot; ontferm U toch over mijne ziel, als ik zieltogende op mijn sterfbed zal liggen. Gedoog niet, dat een onvoorziene dood mijn eeuwig lot beslisse, maar verleen mij op het einde van mijn leven nog genoegzaam tijd, om met rijpheid het duistere boek van mijn geweten te doorbladeren; om nog eens, en dat voor het laatst, geheel mijn levensloop in het diepste van mijn hart te overdenken. Aldus zal ik, met een oprecht berouw, eene rechtzinnige belijdenis vaa alle mijne zonden kunnen doen. En dan, verzoend met U, mijn Zaligmaker! zal ik uw H. Vleesch en Bloed als mijne laatste teerspijs nuttigen , en blijmoedig mijne vijf zintuigen aanbieden , om daarop het H. Oliesel te ontvangen. Dat dan ook, o Jesus ! Uwe lieve Moeder en de H. Barbara, mijne bizondere Patrones, mij te hulpe komen, opdat ik, door hunne voorspraak, zelfs U in mijnen doodstrijd, wanneer vrienden en naast-bestaanden mij zullen verlaten, voor mijnen Beschermer moge hebben, en alzoo den dood der rechtvaardigen sterve. Amen.
105
AFLATEN.
De aflaten door Z. H. Paus Pius IX, den 9'len November 1848 verleend aan het Broederschap ter eere van de heilige maagd en martelares Barbara, Patrones tegen een haastigen dood, opgericht in de kerk der E.E. P.P. Predikhee-ren te Schiedam zijn de volgende :
Voli/r Aplaat.
lo Den dag, waarop men zich in dit Broederschap zal laten inschrijven.
2° Den 4'Jen December; feestdag van de heilige maagd en martalares Barbara, en op eiken dag van het octaaf.
3° Op eiken laatsten Zondag der maand, en op alle Woensdagen des jaars, mits men. na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, voor de voortplanting van onzen H. Godsdienst in voornoemde kerk zal bidden.
4° Zijne Heiligheid verleent aan al de leden van dit Broederschap een vollen aflaat in het uur des doods ; indien zij met de laatste H. Sacramenten zijn voorzien, of bij onmogelijkheid hiervan, ten minste met een oprecht berouw den Allerheiligsten naam Jesu» zullen hebben aangeroepen.
Eindelijk vergunt Z. H. zeven jaren aflaat aan al de leden van dit Broederschap op de vier volgende Onze-lieve-Vrouwedagen, den 2lt;teii Februari, den 25sten Maart, den 15den Augustus en den 8'ten September, mits zij op die dagen voornoemde kerk bezoeken en daar voor de uitbreiding van on'.en H. Godsdienst zullen hebben gebeden.
i 1
106
LITANIE OM EENEN ZALIGEN DOOD
(Opgesteld door eene bekeerde, vijftienjarige Protestante, welke in den ouderdom van achttien jaren in geur van heiligheid overleed.)
Heer Jesus ! goedertieren God, barmhartige Vader ! ik verschijn voor U met etn verootmoedigd, verslagen en vermorzeld hart; ik beveel ü mijn laatste uur aan , en al hetgeen daarop zal volgen.
Wanneer mijne verstijfde voeten mij zullen te kenner geven, dat mijn loopbaan op aarde ten einde spoedt; barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner !
Wanneer mijne, door den naderenden dood, verduisterde en gebrokene oogen hunne treurige en stervende blikken op U zullen vestigen ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer Uw aanbiddelijke Naam voor de laatste maal van mijne koude en bevende lippen zal vloeien; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer mijn verbleekt en loodkleurig gelaat, de aanwezigen, met afschrik en medelijden zal vervullen, en mijn, met doodzweet bedekt voorhoofd, mijn naderend einde zal aankondigen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
If
m
Wanneer mijne ooren, reeds gesloten voor de taal der wereld, nauwelijks de korte verzuchtingen zullen vernemen, welke men mij zal ingeven, ten
M
J 07
einde mij met U te vereenigen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer mijn geest, verontrust door den aanblik mijner ongerechtigheden en door de vrees voor uwe rechtvaardigheid, zal strijden tegen den engel der duisternis, die zal trachten, mij het vertrouwen op Uwe oneindige barmhartigheid te benemen en mij tot wanhoop te brengen; barmhartige Jesus, ontferm TJ dan mijner !
Wanneer mijn hart, door de smarten der ziekte afgemat, bevangen door den schrik des doods, uitgeput zal worden, door den laatsten strijd tegen de vijanden mijner zaligheid; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer ik de laatste tranen zal plengen tot teeken mijner ontbinding, neem die dan aan, ter uitwissching mijner zonden , opdat ik als een waar boetvaardige sterve, en in dat verschrikkelijk oogen-blik, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner !
Wanneer mijne, rondom mijn sterfbed vergaderde bloedverwanten en vrienden, door mijn toestand getroffen, ü voor mij zullen aanroepen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Wanneer ik het gebruik mijner zintuigen zal verloren hebben, de gansche wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik den strijd en de angsten des doods zal gevoelen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner '
Wanneer de laatste zuchten van mijn hart mijne ziel zullen doen scheiden van mijn lichaam, beschouw ze dan als verzuchtingen van een heilig verlangen om met U vereenigd te worden, en barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner!
108
Wanneer mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende , voor altijd zal scheiden uit deze wereld , en mijn lichaam koud, verstijfd en levenloos zal achterlaten, neem dan de vernietiging van mijn aardsche leven aan als een hulde, welke ik wil brengen aan uwe opperheerschappij eu aan uwe onsterfelijkheid, en barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Ten laatste, wanneer mijne ziel voor TJ zal verschijnen, en over al hare verrichtingen door U zal geoordeeld worden, verstoot haar dan niet van uw aanschijn, maar barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
GEBED.
O God ! die ons tot den dood veroordeeld hebt, maar het uur en het oogenblik voor ons hebt verborgen gehouden, verleen mij de genade, al de dagen mijns levens in gerechtigheid en heiligheid door te brengen , ten einde door uwe genade in vrede en in liefde met U deze wereld te verlaten. Dit bid ik U door onzen Heer, Jesus Christus, dis met U leeft en regeert in de eenheid des heiligen Geestes. Amen.
109
LITANIE TER EERE VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE.
PATROON DER ZUIVERHEID.
Heer, outfenn ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , Hetnelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, onterm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Thomas, bid voor ons.
Engel van Zuiverheid ,
Cherubijn van Wijsheid,
Serafijn van Liefde,
cd
lt;1 O
o
O 3
Leeraar der Kerk ,
Uitlegger der goddelijke geheimen. Zanger van het H. Sacrament, Verkondiger der waarheid. Verdediger des geloofs,
Geesel der ketterijen ,
Man van gebed ,
Minnaar der armoede,
Spiegel van ootmoed ,
Toonbeeld van gehoorzaamheid. Gids der volmaaktheid,
no
H. Thomas, Glorie der Predikheeren Orde, bid voor ons.
H. Thomas, Patroon der heilige Deugd, bid voor ons. Opdat wij de reinheid naar ziel en lichaam mogen
bewaren, bid voor ons.
Opdat wij met hemelsche wijsheid mogen bestraald
worden, bid voor ons.
Opdat wij in liefde tot God en het H. Altaargeheim mogen toenemen, bid voor ons. Lam Gods, dat, wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm ü onzer.
v. Bid voor ons H. Thomas.
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus,
LATEN WIJ BIDDEN.
O God , die door de wondervolle leer van den H. Thomas, Uwen Belijder en Leeraar, Uwe Kerk verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij U, te mogen begrijpen, wat hij geleerd en te mogen navolgen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen,
Ge!)ed tot God, om de gave van Zuiverheid.
Almachtige God, die, door de bediening der Engelen, de lendenen van den H. Thomas, onder de bescherming der allerzuiverste Moedermaagd, zoo krachtdadig met de koord der zuiverheid hebt omgord, dat hij van dat oogenblik af niet de minste onreine beweging meer ontwaarde, wij bidden
Ill
U, geet ons door de tusschenkomst van dien En-gelachtigea Leemar, dat wij verdienen van alle onzuiverheid naar ziel en lichaam bevrijd te worden, opdat nooit onze oogen iets zien, onze ooreu iels hooreu, of onze tong iets spreke, dat onkuisch of onzedig is.
Bewaar ons, opdat wij niiumer toegeven aan het vleesch, dat tegen den geest opstaat, doe ons met geheel het verstand en geheugen zoozeer aan U hechten, dat wij niets verlangen dan U, niets beminnen dan U, in niets behagen vinden dan in U. Ontvlam ons hart door zulk een lietde en ijver, dat wij nimmer in onze tegenwoordigheid iets ge-doogen, wat aan de oogen Uwer onbevlekte Majesteit kan mishagen; opdat wij, na dit gevaarvol en vergankelijk leven, waardig zijn, om U in den Hemel met zuivere oogen te aanschouwen. Amen.
GEBKD TOT DEN H. THOMAS.
Beschermer der Zuiverheid
Uitverkoren lelie van onschuld, tillerzuiverste H.Thomas, die het kleed der -onschuld altijd onbevlekt bewaard hebt, en omgord door twee Engelen, eene ware Engel in het vleesch zijt geworden , wij bidden u, ons aan Jesus, het onbevlekte Lam, en aan Maria de Koningin der Maagden aan te bevelen; opdat wij, die de bedorvenheid onzer natuur zoo menigwerf ondervinden, de gaaf der zuiverheid ontvangen en u zoo navolgen op deze aarde, dat wij met u, o groote Beschermer onzer Zuiverheid, eenmaal onder de Engelen in het Paradijs gekroond worden. Amen.
M
ff
1
112
Gebeden ter eere van den H. Petrus,
Martelaar der Predikheeren orde.
De zieke bidt bij het gebruik Tan dit water gedurende negen achtereenyolgende dagen de onderstaande gebeden. Mocht deze hiertoe niet in staat zijn, dan kunnen ook anderen Toor hem de Noveen verrichten. Men kan ook in de plaats dezer gebeden dagelijks den H. Rozenkrans bidden en dien ter eere van den heiligen Martelaar Petrus aan God opdragen.
I.
Geled hij het gebruik van het water, gewijd ter eere van den H. Petrus.
God, die tot heil van het menschelijk geslacht in de natuur des waters de verhevenste geheimen hebt verborgen, aanhoor goedgunstig onze smee-kingen, opdat wij, die dit water, gezegend met de overblijfselen van den H. Martelaar Petrus, godvruchtig gebruiken, de kracht dezer hemelsche zegening mogen ondervinden. Laat door tusschenkomst van dien Gelukzaligen Martelaar dit geheiligd water een heilzaam middel zijn ter genezing onzer kwalen; bevrijd ons van de listen der booze geesten, verwijder van ons de ziekten en zwakheden naar lichaam eu ziel, en verleen, dat al wie dit water zal gebruiken of zich daarmede zal besproeien, verlost worden van allen geestelijken en lichamelijken tegenspoed, en zich in eene volkomene gezondheid moge verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Driemaal Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
M
M:
113
ïï
II.
Geheel om door de voorspraak van den H. Petrug de gezondheid te herkrijgen.
O Heer, God der hemelsclie krachten, die door de macht van Uw woord elke ziekte en ongesteldheid van de lichamen der menschen kunt verwijderen, help genadiglijk mij Uwen dienaar (Uwe dienares), die zijne toevlucht neemt tot de bescherming van Uwen Martelaar, den H. Petrus. Geef, dat door zijn voorspraak mijne ziekte verdwijne, mijne krachten herstellen, en ik, na het verkrijgen mijner gezondheid, Uwen heiligen naam zegenen moge. Om de verdiensten van den H. Petrus bevrijd mij voortdurend van alle kwellingen naar lichaam en geest; bewaar mij door Uwe genade van de zonden, zoodat ik verdiene na mijn leven tot de eeuwige vreugde te geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Driemaal Ovze fader, Weesgegroet, Glorie, enz.
III.
Gehed tot den H. Pet nis, tijdens eene ziekte.
O H. Petrus, roemwaardige Martelaar, die gedurende uw leven door uw vurig geloof zooveel wonderen voor de lijdende menschheid verricht en na uwen marteldood zooveel ongelukkigen in hunne ziekten bijgestaan hebt, ik bid u allerootmoedigst en met het grootste verlrouwen, dat gij door de verdiensten van uw geloof en uwen marteldood, voor mij de gezondheid wilt verwerven, en mij van alle geestelijke of lichamelijke kwalen bevrijden. Mocht het echter Gode behagen, mij tot mijn eeu-l 8 *
wig geluk, niet van mijne kwellingen td verlossen of mij met nog grootere droefheden en pijnen te bezoeken, verkrijg dan voor mij de genade, om alle lijden met geduld uit Gods vaderhand aan te nemen. Bewaar mij vooral van de geestelijke ziekten, de zonden namelijk, die mijne ziel den eeuwigen dood kunnen toebrengen; verwerf voor mij , dat ik met Gods genade, na het lijden dezer wereld , door een godvruchtig leven en zaligen dood , den hemel moge verkrijgen. Amen.
Driemaal Onze Vader, Weesyegroet, Glorie , enz.
LITANIE
ter eere van den H. Petrus, Martelaar.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons God hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Petras, roemrijke Martelaar,
Die reeds in uwe jeugd moedig het geloof hebt 3?
Die de lelie der zuiverheid altijd ongeschonden o hebt bewaard, quot;■
Die uw leven zonder doodelijke zonden hebt 2 doorgebracht, quot;
Die uw vleesch voortdurend gekastijd hebt.
115
'M
w
Die de armoede en nederigheid bemind hebt, bid voor ons.
Die de Predikheeren-Orde door den glans uwer
deugden versierd hebt,
Die door uwe ervarenheid in de H. Wetenschappen geschitterd hebt.
Die met een Apostolischen ijver het geioof
verkondigd hebt,
Die met onverschrokken moed de dwaling be- ^ streden hebt, o
O
Die als een steenrots onwrikbaar waart in het quot;■ geloof, §
Die door uw gebed vele zieken genezen hebt, ^ Die met blijdschap uw leven voor de waarheid
hebt opgeofferd.
Die een drievoudige kroon, van zuiverheid, geleerdheid en martelaarschap verworven hebt. Die na uwen dood door vele wonderen verheerlijkt zijt.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Door de verdiensten van den H. Petrus, wij bidden
U, verhoor ons.
Dat wij onder zijne bescherming van alle ziekten mogen bevrijd blijven, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij door zijne voorspraak van onze kwellingen mogen verlost worden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij door zijne tusschenkomst in ons lijden het geduld mogen bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
M
amp;
116
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm U onzer.
Christus, verhoor ons.
Christus, hoor ons.
v. Bid voor ons, H. Petrus.
A. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LA.TEN WIJ BIDDEN.
Geef bidden wij U, almachtige God, dat wij met eene waardige godsvrucht het geloof navolgen van uwen Martelaar, den H. Petrus, die voor de verbreiding van hetzelfde geloof verdiend heeft den martelpalm te verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
quot;M
117
L I T A M I E ter eere van den H. Antonius van Padua.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Moeder Gods, beschermster van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en leidsman van den H. Antonius,
H. Antonius, luister der heilige Kerk ,
Licht van Frankrijk,
Fakkel van Italië en Spanje,
Hoop van alle volkeren.
Navolger van den H. Franciscus,
Getrouwe onderhouder van uwen H. Regel,
cd
lt;
c
Wonder van boetvaardigheid , Verachter der wereld ,
Minnaar der armen. Overwinnaar der begeerlijkheid. Vriend der armoede,
Lelie van zuiverheid, Verkondiger van het Evangelie, Orakel van den H. Geest, Vat van heiligheid.
118
Gids op den weg der volmaaktheid,
Schrik der hel,
Doorgronder der gewetens,
Leidsman der onwetenden,
Vertrooster der bedrukten,
Verdediger der onschuld ,
- Machtig in woorden en werken, ^
.ö Lieveling van het Kindje Jesus, ~
o Brandend van iiver voor de zaligheid der o j= zielen, °
Die toekomstge gebeurtenissen voorspeld 2 tri hebt,
Die dooden ten leven hebt opgewekt, Die met vrucht wordt aangeroepen in het
zoeken van verloren zaken.
Krachtdadige beschermer in elk gevaar.
Glorie der Orde van den H. Eranciscus, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , ontferm U onzer, Jesus.
v. Bid voor ons, H. Antonius,
a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Gebed.
Allergoedertierenste Jesus, die Uwen belijder, den H, Antonius, door de mirakelen, welke hij heeft gedaan, hebt beroemd gemaakt, geef ons, bidden wij Ü, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten bekomen mogen, hetgeen wij U met
'M
1
r
119
vertrouwen vragen. Door onzen Heer, Jesus Christus. Amen.
Smeekgebed tot den H. Antonius.
O H. Antonius, machtige helper in alle noodwendigheden, wijl zooveel menschen uwe krachtige hulp roemen, wil oot ik in uwen trouwen bijstand troost zoeken. Ik kniel hier voor uw beeld neder, o, groote Heilige en getrouwe Triend Gods, met de vaste overtuiging, dat gij mij kunt en wilt helpen. Vervul smeek ik U, mijn verlangen zoo het volgens Gods H. Wil is. Zou het echter strijdig zijn met het welzijn mijner ziel, wil mij dan eene volkomen onderwerping aan Gods oneindige raadsbesluiten verwerven.
Ach, verhoor mij toch, liefderijke H. Antonius; neem mijn smeeken goedgunstig aan; geef, dat mijn onwrikbaar vertrouwen niet vruchteloos zij ; opdat allen Ü prijzen en zeggen ; Hij heeft op den H. Antonius vertrouwd, en is verhoord geworden. Ik bid Ü dan, o getrouwe Beschermer, zoowel ter wille uwer eigen eer, als te mijnen gunste, voor mij de zoo vurig afgebeden genade te willen verkrijgen; want uw lof moet over geheel de aarde verkondigd, en uwe machtige hulp door alle eeuwen heen geprezen worden. Let ook niet op mijne onwaardigheid; maar gedenk, hoe aangenaam uw gebed aan God steeds is. Ach, versmaad dan toch, groote H. Antonius, een ootmoedig en vermorzeld hart niet, gelijk ook God het niet veracht; maar draag mijne dringende bede den goddelijken Zaligmaker op. Amen.
■1
i
1
w
120
GEBED OM VERLOREN ZAKEN VAN GROOT GEWICHT TERUG TE VINDEN.
O Jesus, ik heb gedwaald als liet schaapje, dat verloren was; ach, zoek Uwen dienaar (Uwe dienares) op. Uwe geboden niet meer indachtig, ben ik ver van U afgeweken, en daarom dan ook, dewijl ik U beleedigde, heb ik ingevolge Uwe gerechtigheid ook het tijdelijke verloren. Om dit weder terug te bekomen, smeek ik U ootmoedig, o Jesus, geel geen acht op mijne onwaardigheid, maar op de voorbede van uwen dienaar Antouius, wien Gij de macht verleend hebt, het verlorene weder terug te brengen. Daarom richt ik mij tot U, o H. Antonius, Patroon voor het terugvinden van verloren zaken. Aan allen, die u met een oprecht gemoed aanroepen, brengt gij trouw het verlorene terug; overal klinkt uw lof :
,/ Niets wat verloren ging ,
Dat jong en oud, die bad.
Niet weer terug ontving. quot;
Verhoor ook mijne bede, en schenk mij terug, wat ik door ongeluk of anderszins verloren heb. Ik weet, wel is waar, dat de Heer het mij gegeven, en het mij weder ontnomen heeft, daarom zeg ik met Job : De naam des Heeren zij gezegend ! Dewijl ik echter niet weet, wat de goddelijke Voorzienigheid met mij voorheeft, kom ik tot U, o H. Antonius, met de ootmoedige bede, dat ik, door uwe voorspraak, indien het Gode welgevallig .is, terug-vinde, hetgeen ik verloren heb. O goedertieren Vader, gij kent het verlies, dat ik ondervind, en
M
M,
131
tien nood, die mij drukt; verlaat mij dan niet in deze aangelegenheid, opdat ik met vreugde aan den voet van uw altaar terugkeere, U luide dankzegge, en uwen lof, benevens al de mij bewezen weldaden overal moge verkondigen. Amen.
GEBED IN ALLERLEI TEGENSPOED.
(Dit gebed kan ook dienen als Noveen.)
Met een vermorzeld en vernederd hart kom ik tot u, o medelijdende II Antonius, troost der bedroefden; ik smeek u op mijne knieën, aanschouw mijn lijden en den zwaren last des kruises, waaronder ik zucht. Kom ook mij te hulp, dewijl gij bereid zijt, allen te helpen, die u aanroepen. Bid voor mij bij onzen lieven Jesus, die onze gebeden uit hoofde Zijner barmhartigheid wel verhoort, doch om onze onwaardigheid rechtvaardig Zijne hulp uitstelt. Gij echter, H. Antonius, die Gods getrouwe dienaar zijt, zoudt gij niet alles vermogen bij dit liefdevol Vaderhart ? Wat kan deze rechtvaardige Rechter Zijnen trouwen vriend ooit weigeren ? Daarom bid ik u , o edelmoedige Beschermer , verkrijg mij vóór alles de genade, om de zonde te verlaten, opdat ik de gevraagde hulp in mijn lijden des te eer bekome. Geef, dat ik verhooring vinde in deze aangelegenheid; opdat ik den God , die wonderbaar is in Zijne Heiligen, hier in den tijd, en daar boven voor eeuwig moge loven en prijzen. Amen.
120
GEBED OM VERLOREN ZAKEN VAN GROOT GEWICHT TERUG TE VINDEN.
O Jesus, ik heb gedwaald als het schaapje, dat verloren was; ach, zoek Uwen dienaar (Uwe dienares) op. Uwe geboden niet meer indachtig, ben ik ver van U afgeweken, en daarom dan ook, dewijl ik U beleedigde, heb ik ingevolge Uwe gerechtigheid ook het tijdelijke verloren. Om dit weder terug te bekomen, smeek ik U ootmoedig, o Jesus, geef geen acht op mijne onwaardigheid, maar op de voorbede van uwen dienaar Antonius, wien Gij de macht verleend hebt, het verlorene weder terug te brengen. Daarom richt ik mij tot IJ, o H. Antonius, Patroon voor het terugvinden van verloren zaken. Aan allen, die u met een oprecht gemoed aanroepen, brengt gij trouw het verlorene terug; overal klinkt uw lof :
,/ Niets wat verloren ging ,
Dat jong en oud, die bad,
Niet weer terug ontving. quot;
Verhoor ook mijne bede, en schenk mij terug, wat ik door ongeluk of anderszins verloren heb. Ik weet, wel is waar, dat de Heer het mij gegeven, en het mij weder ontnomen heeft, daarom zeg ik met Job : De naam des Heeren zij gezegend ! Dewijl ik echter niet weet, wat de goddelijke Voorzienigheid met mij voorheeft, kom ik tot U, o H. Antonius, met de ootmoedige bede, dat ik, door uwe voorspraak, indien het Gode welgevallig .is, terug-vinde, hetgeen ik verloren heb. O goedertieren Vader, gij kent het verlies, dat ik ondervind, en
1
amp; 1
121
den nood, die mij drukt; verlaat mij dan niet in deze aangelegenheid, opdat ik met vreugde aan den voet van uw altaar terugkeere, U luide dankzegge, en uwen lof, benevens al de inij bewezen weldaden overal moge verkondigen. Amen.
GEBKD IN ALLERLEI TEGENSPOEl).
(Dit gebed kan ook dienen als Noveen.)
Met een vermorzeld en vernederd hart kom ik tot u, o medelijdende H. Antonius, troost der bedroefden; ik smeek u op mijne knieën, aanschouw mijn lijden en den zwaren last des kruises, waaronder ik zucht. Kom ook mij te hulp, dewijl gij bereid zijt, allen te helpen, die u aanroepen. Bid voor mij bij onzen lieven Jesus, die onze gebeden uit hoofde Zijner barmhartigheid wel verhoort, doch om onze onwaardigheid rechtvaardig Zijne hulp uitstelt. Gij echter, H. Antonius, die Gods getrouwe dienaar zijt, zoudt gij niet alles vermogen bij dit liefdevol Vaderhart ? Wat kan deze rechtvaardige Rechter Zijnen trouwen vriend ooit weigeren ? Daarom bid ik u, o edelmoedige Beschermer , verkrijg mij voor alles de genade, om de zonde te verlaten, opdat ik de gevraagde hulp in mijn lijden des te eer bekome. Geef, dat ik verhooring vinde in deze aangelegenheid; opdat ik den God , die wonderbaar is in Zijne Heiligen, hier in den tijd, en daar boven voor eeuwig moge loven en prijzen. Amen.
.Mi
122
LITANIE ter eere van de H. Liduina,
Voorbeeld van geduld en lijdzaamheid
Heer, ontferm U rmzer.
Christus , ontferm TJ onzer.
Heer , ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus , verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, Koningin der Maagden, bid voor ons.
Heilige Liduina, sieraad onzer stad.
Voorbeeld van lijdzaamheid in de beproevingen.
Die dag en nacht Jesus' lijden overdacht. Verrijkt met de vijf H. Wonden,
jT Troosteres der hopelooze zieken,
• S Toevlucht bij langdurige beproevingen, 3 Die door uwe voorbede ook tijdelijke ram- S ^ pen van ons afweert, S
jij Die in alle gevaren naar lichaam en ziel 2 ons beschermt,
Die in alle beproevingen des levens ons de onderwerping leert aan Gods H. Wil, Trouwe dienares der vlekkelooze Moeder-
1 maagd, \% ___
123
Lelie van maagdelijke onschuld, bid voor ons. Die van af uwe jeugd den Heer n hebt toegewijd,
Die het kleed der zuiverheid altijd vlelc-keloos hebt gedragen,
•£ Die over de wereld en hare verleiding hebt 3 gezegevierd,
- Die kinderlijk met uwen H. Engelbewaar-rr' der verkeerd hebt.
Vurige vereerdster van het H. Sacrament, ^ Onvermoeide voorspreekster voor de lijdende g: zielen,
Opdat wij in ziekte en in nood den geest van S
geduld en onderwerping mogen bezitten,
Opdat wij alle lijden mogen beschouwen als 5
een bewijs van Gods vaderlijke liefde.
Opdat wij in voor- en tegenspoed Gods H. Wil
mogen eerbiedigen.
Opdat wij pijnen en lijden als welverdiende
boetestrafïen rouwmoedig mogen verduren. Opdat wij tot in den dood volharden mogen in de deugd,
H. Liduina, onze liefderijke Beschermster, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
ontferm U onzer.
v, In al onze droefheden en pijnen,
a. Wees onze bijzondere Beschermster, o Heilige Liduina.
v. Bid voor ons, Heilige Liduina,
1'
134
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus, die de H. Maagd Liduina tot een schitterend voorbeeld hebt gemaïikt van geduld en van lijdzaamheid, geel, dat wij door haar geduld aangemoedigd en door hare lijdzaamheid gesterkt, de wederwaardigheden en het lijden van dezen tijd met volkomen onderwerping aan Uwen H. Wil geduldig en lijdzaam verdragen, opdat wij die hier, met Haar gedeeld hebben in Uw lijden, eenmaal ook met Haar in uw heerlijkheid deelen mogen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Dat de allerrechtvaardigste , allerhoogste en allerbeminnelijkste wil van God, in alles volbracht, geprezen en in eeuwigheid hoog verheven worde. Amen.
100 dagen aflaat, éénmaal daags; — volle aflaat, onder de gewone voorwaarden, éénmaal in 't jaar, op een dag naar verkiezing ; — volle aflaat in het uur des doods, als men dit gebed üikwijls in het leven gebeden zal hebben , en den dood met onderwerping aan Gods H. Wil aanneemt. Pius VIII, 19 Mei 1818.
GEBBD OM EEN GEESTELIJKE OP TIJDELIJKE GUNST.
Heilige Liduina, die zoo menigmaal van God verschillende guusten hebt verkregen voor hen, die uw voorbede afsmeekten, ik wend mij thans tot u en roep met een vast en levendig vertrouwen uw krachtigen bijstand in. Gij kent de begeerte mijns harten; gij weet, welke gunst ik gaarne van
m
125
Gods goedheid verkrijgen zou, maar welke ik door mijne zonden niet waardig ben te ontvangen. Welnu nadert gij in mijne plaats tot God, draag hem mijn nederige bede voor; ter wille van uwe verdiensten zal Hij mij de gevraagde gunst verleenen. Dat echter hierin niet mijn wil geschiede, maar dat in mij, met mij en door mij de allerrechtvaardigste , de allerhoogste en allerbeminnelijkste Wil Gods in alles volbracht worde. Gods H. Naam zij door alten overal geloofd en geprezen in den tijd en in de eeuwigheid. Amen.
.1
126
LITANIE
ter eere van den H. Blasius.
Patroon tegen keelziekten.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, Koningin der Martelaren, bid voor ons. H. Blasius, Bisschop en Martelaar,
Die van uwe jeugd af God vreesdet. Die brandend waart van liefde tot God en
de menschen.
Toonbeeld aller deugden,
TV* • O J
Die een sieraad waart van den bisschoppe-
lijken zetel,
Aan wien zelfs de dieren des wouds ge- 5 • 3 hoorzaamden, ~
S Die, tot geloofsverzaking gedwongen, on- =
verschrokken uw geloof hebt beleden, K Die om uwe standvastigheid wreedaardig S geslagen zijt.
Die in den kerker geworpen, door het
kruisteeken alle zieken genezen hebt. Die andermaal voor den rechter gebracht, in uw geloof onwankelbaar bevonden zijt.
127
Die een jongeling door doodelijke keelziekte
aangetast, genezen hebt, bid voor ons. Die om uw trouw aan God en zijne wetten wreedaardig gegeeseld zijt.
Wiens lichaam met ijzeren tangen is verscheurd geworden,
Die in het water geworpen, er vrij over
heen wandeldet,
Aan wien een Engel de kroon der glorie
heeft toegezegd.
Die veroordeeld zijt om onthoofd te worden, .2 Die voor uwe beulen gebeden hebt,
CD . O J
^ Die beloofd hebt een voorspraak te zijn ^ voor allen, die zich aan U zouden aan-pj bevelen,
Die uit 's Heeren mond vernomen hebt, dat aan al uwe verlangens zou worden voldaan,
Die daarna den marteldood gestorven zijt. Door wien God vele mirakelen uitwerkt, Bijzondere Patroon voor hen, die aan keelziekten lijden.
Toevlucht in lichamelijke smarten,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, Heer.
v. Bid voor ons, H. Blasius,
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
W
a: ■lt;
O O
O E3
126
LITANIE
ter eere van den H. Blasius.
Patroon tegen keelziekten.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, Koningin der Martelaren, bid voor mip. H. Blasius, Bisschop en Martelaar,
Die van uwe jeugd af God vreesdet. Die brandend waart van liefde tot God en
de menschen,
Toonbeeld aller deugden.
Die een sieraad waart van den bisschoppe-
lijken zetel,
Aan wien zelfs de dieren des wouds ge- ^ .5 hoorzaamden.
Die, tot geloofsverzaking gedwongen, on- 9
verschrokken uw geloof hebt beleden, Die om uwe standvastigheid wreedaardig =
geslagen zijt.
Die in den kerker geworpen, door het
kruisteeken alle zieken genezen hebt. Die andermaal voor den rechter gebracht, in uw geloof onwankelbaar bevonden zijt,
li
filil
pc
1 f
m
127
Die een jongeling door doodelijke keelziekte
aangetast, genezen hebt, bid voor ons. Die om uw trouw aau God eu zijne wetten wreedaardig gegeeseld zijt.
Wiens lichaam met ijzeren tangen is verscheurd geworden,
Die in het water geworpen, er vrij over
heen wandeldet.
Aan wien een Engel de kroon der glorie heeft toegezegd,
^ Die veroordeeld zijt om onthoofd te worden, .2 Die voor uwe beulen gebeden hebt, W
(O O y »-— •
^ Die belootd hebt een voorspraak te zijn ^ ^ voor allen, die zich aan U zouden aan- o H bevelen, ^
Die uit 's Heeren mond vernomen hebt, 2 dat aan al uwe verlangens zou worden •to voldaan.
Die daarna den marteldood gestorven zijt. Door wien God vele mirakelen uitwerkt. Bijzondere Patroon voor hen, die aan keelziekten lijden.
Toevlucht in lichamelijke smarten,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, Heer.
v. Bid voor ons, H. Blasius,
a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
a ^
m
w
Laten wij bidden.
Vergun ons, o Heer, de genade, naar het voorbeeld van Uwen Martelaar den H. Blasius, alle uitwendige verdrukking, vervolging en lijden, ons aangedaan, zoo geduldig te verdragen, dat wij daardoor meer en meer in deugden mogen aangroeien, door Christus onzen Heer. Amen.
Door de verdiensten en de voorspraak van Uwen H. Martelaar Blasius, verlos mij Heer, van keelziekten, en van alle andere kwalen. In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen
128
11
129
Xj I T iTI E
van Overgeving aan Gods H. Wil.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm Ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.
God Zoon, Verlosser der wereid, ontferm L onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Gij, die alles weet en voorziet, ontferm U onzer.
Gij, die alles bestuurt en beschikt, ontferm U onzer.
Gij, die volgens Uwe verborgen inzichten alles op eene wonderbare wijze uitwerkt, ontferm U onzer.
Gij, die het kwaad toelaat om er goed uit te trekken, tot zaligheid Uwer uitverkorenen, ontferm U onzer.
In alle zaken en voorvallen , uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In alle omstandigheden of tegenspoeden , Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijn staat en btdiening, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijn handel en in mijne bezigheden, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In el mijne werken, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijne bezittingen en goederen, Uw allerheilig
In mijn eer en goeden naam, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijne gezondheid en krachten, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In al mijne kwellingen en bekoriogen, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijne ziel en in mijn lichaam, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mijn leven en in mijn dood, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In mij en in allen, die mij aangaan, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In alle menschen en Engelen, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In alle schepselen , Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In alle plaatsen der aarde. Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
In alle tijden, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
De geheele eeuwigheid door, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Al valt het hard aan mijne eigenliefde en zinnelijkheid, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Alleen uit liefde tot U en om Uw welbehagen, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Ik roep uit met alle rechtvaardigen en Heiligen, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Ik roep uit met de allerheiligste Maagd Maria, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Ik roep uit met Jesus in den hof der Olijven, Uw allerheiligste Wil geschiede, o Heer.
Onze Vader, enz.
m
f
131
GEBED,
O God, ik aanbid ootmoediglijk Uwen sller-heiligsten Wil, en onderwerp mij aan Uwe ondoorgrondelijke oordeelen en allerrechtvaardigste schikkingen. En omdat de volmaakte volbrenging van Uw welbehagen de grondsteen is van alle volmaaktheid, de regel van alle deugd, en de eenigste oorsprong van alle inwendige rust en ware voldoening, wensch noch verlang ik iets anders, dan , dat Uw hoogste welbehagen in mij en door mij op de volmaaktste wijze volbracht worde. Amen.
♦
Gelatenheid in den H. Wil van Q-od.
Hetgeen God wil, wil ik in al mijn tegenheden. Hetgeen God wil, wil ik in alF omstandigheden, Hetgeen God wil, wil ik in voorspoed en in nood, Hetgeen God wil, wil ik in leven en in dood.
Dit woord : „ het is Gods Wil,quot; schenkt mij steeds
vergenoegen, 0 ja, 't is God alleen, die mij dit toe kan voegen; Gods Wil zij dan mijn troost in droefheid en in
smart,
Gods heil'ge Wil zij steeds de vrede van mijn hart.
De Wil van God alleen doet alle kwaad verdwijnen , Gods Wil doet over ons de zon van voorspoed schijnen;
Al wie de leiding volgt van Gods algoeden Wil, Diens hart is steeds gerust, diens rust is altijd stil.
u.
m
132
Gods Wil versterkt het hart in 5t midden der gevaren ;
Die zich Hem overgeeft, dien zal Hij steeds bewaren; Gods Wil geeft in den strijd de sterkte en den moed, En is voor zulk een mensch een algenoegzaam goed.
O God, welk een geluk altijd te kunnen zeggen : In Uwen schoot, o Heer, wil ik mij nederlegsjen, In U, o liefd'rijk God, smaak ik den grootsten lust, In Uwen Wil alleen vindt mijne ziel haar rust.
In Uwen Vaderschoot kan nimmer mij iets deren. Al zou zich tegen mij geheel de wereld keeren. Ik vrees geen bliksemstraal, 'k ben voor geen
storm vervaard.
Wijl Uw Voorzienigheid voor onheil mij bewaart.
Ik bid U dan, o God, wil mijne ziel toch neigen Naar Uwen Vaderwil; geef mij altoos te zwijgen. Wanneer de roe' mij slaat van Uw gerechtigheid; Opdat ik Uwen Wil ook loov' in dJ eeuwigheid.
Dat de allerheiligste, allerverhevenste, allerbeminnelijkste en allerrechtvaardigste Wil Gods geschiede en in alles geloofd en verheerlijkt worde in eeuwigheid. Amen.
Vader, niet mijn, maar Uw wil geschiede !
133
LITANIE
voor de geloovige zielen.
Heer, ontferm U over haar.
Christus, ontferm U over haar.
Heer, ontferm U over haar.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U over haar. God Zoon, quot;Verlosser der wereld, ontferm ü over haar.
God, Heilige Geest, ontferm U over haar.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm (J over haar.
H. Maria, bid voor haar.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Michaël,
Alle H. H. Engelen en Aartsengelen,
Alle H. H. Koren der zalige geesten.
Alle H. H. Apostelen en Evangelisten,
Alle H. H. Martelaren,
Alle H. H. Bisschoppen en Belijders, Z~
Alle H. H. Leeraren, g
Alle H. H. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen,
Wees genadig, spaar haar. Heer.
Wees genadig, verhoor haar. Heer.
Van Uwen toorn, verlos haar. Heer.
Van de strengheid Uwer rechtvaardigheid, verlos haar. Heer.
ai
lt;1 O O
Van den knagenden worm des gewetens, verlos haar. Heer.
n
1U
Van dc pijnigende vlammen, verlos haar, Heer. Van de onverdragehjke koude,
Van de sclirik ver wekkende duisternis, i.
Van het droevig weenen en jammeren, °
Door Uwe diepe ootmoedigheid, iquot;
Door Uwe vaardige gehoorzaamheid, ~-
Door Uwen doodsangst en Uwe smarten, §
Door Uw Kruis en Uw allerbitterst lijden, •' Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Die Maria Magdalena vergiffenis geschonken
en den goeden moordenaar verhoord hebt, Die uit genade zalig maakt, die zalig worden, ^ Die de sleutels hebt van den dood en de hel, Dat Gij onze ouders, bloedverwanten en wel- sj doeners van de straffen des Vagevuurs wilt 2 bewaren,
Dat Gij allen overleden geloovigen de eeuwige -rust wilt schenken, ^
Dat Gij U wilt ontfermen over allen, die op 3-aarde geene bijzondere voorsprekers hebben, o Dat Gij hen in het gezelschap der uitverkore- o nen wilt opnemen, S
Koning van ontzaglijke heerlijkheid.
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
geef haar rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
geef haar rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld ,
geef haar de eeuwige rust.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Van de poorten der hel,
r. quot;Verlos, o Heer, hare zielen.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
k. En mijn geroep kome tot U.
GEBED.
God, Schepper en quot;Verlosser aller geloovigen, verleen aan de zielen Uwer dienaars en dienaressen de vergeving van al hunne zonden; opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige gebeden mogen verwerven. Die leeft en heerscht met den' Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Ontvang genadig, o barmhartige God, het gebed der liefde voor de overleden geloovigen, en schenk mij kracht en moed tot verbetering van mijn leven, opdat ik meer en meer zuiver van zonden. Uwe liefde waardig worde; om eenmaal met de zielen, door onze gebeden en goede werken uit het Vagevuur verlost, U in den Hemel te aanschouwen, te beminnen, te loven en te aanbidden in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
m
1
136
LITANIE VAN HET H, KRUIS.
Ontferm U oyer ons, o Heer,
Zie gunstig op ons smeeken neer.
Zie, Jesus, ons bij 't kruishout staan ,
Ff oor ons nu Uwe kinderen aan.
God, Vader, in des Hemels woon, Wij knielen neder voor Uw troon. God, Zoon, die met Uw kostbair Bloei Voor 's werelds schulden hebt geboet.
God, Heil'ge Geest, die trooster z'jt, 2.
En met Uw gaven ons verblijdt. a
Drieëenig, eeuwig Opperheer, 2!
O Heilig Kruis van ons gegroet,
Bepurperd met het kostbaarst Bloed. Wij groeten U, o edJle stam.
Gij altaar van het godd'lijk Lam.
O Levensboom, wiens vrucht ons voedt En voor den eeuwigen dood behoedt. O Zegeteeken van den Held,
Die dood en heimacht heeft geveld.
% f
%
137
Die ons ook ter verwinning wenkt, O Heilbanier, die vrede schenkt, O Sterfbed van des menschen Zoon, Een offer- en een glorietroon.
O zoete troost in 's levens smart, Verkwikking voor 't gebroken hart. O trouwe Leerstoel aller deugd , En milde bron van zielevreugd.
O Gids op onze pelgrimsbaan. Gij wijst den weg ten Hemel aan. Gij, wolk bij dag. Gij licht bij nacht. Die onzen pelgrimstocht verzacht.
O alverwervend Zoenaltaar,
Gij hoop en heil der christenschaar. Ik sla mijn blikken naar omhoog; Gij staat in glorie voor mijn oog.
Gij zijt der zaaFgen zielsgeneugt. Gij aller Eng'len eeuwige vreugd. Gij 't Reddingsteeken na den val, Voorspeld van 't oud Profetental.
O Schepter van den Middelaar, O Heilstaf der Apostelschaar, Der Martelaren kracht en troon, Hun luister en onsterflijk loon.
O vreugde van het Paradijs,
Gij, der Belijd'ren roem en prijs. Die 't Maagdenkoor in 't blanke kleed Haar Bruidegom steeds volgen deedt.
Ct'
1
M
O Rijksbanier van 's Hemels heer. En aller Heilagen lof en eer,
ü zweren wij voor immer trouw, En roepen , ach, vol zielsberouw : S
CD_
O god'lijk Lam, dat voor ons stierf, 2 Ons 't leven aan liet kruis verwierf, g Wanneer mijn stervensuur zal slaan,
Laat dan mijn ziel in vrede gaan.
139
WIJZE OM H. KRUISWEG TE BIDDEN.
In de kerk gekomen om den Kruisweg te houden, knielt men voor het Altaar neder en tracht zich door het verwekken van een acte van berouw tot deze heilige oefening voor te bereiden. Vervolgens gaat men de onderscheidene Statiën in volgorde bezoeken, werpt zich voor elk dezer op de knieen en zegt met gevoel : Wij aanbidden XT, Chhisttjs , enz. Su blijft men een weinig tijds het geheim van Jesüs lijden overwegen, dat door die Statie wordt voorgesteld , en na een kort gebed tot den lijdenden Verlosser, bidt men ; Onze Vader, — Wees gegroet en Glorie zij den Vader, enz. Op deze wijze gaat men voort tot aan de laatste Statie, en zich dan weder tot bet Altaar begevende, bedankt men God voor de oiitvangene weldaden.
Als de Kruisweg in Processie gehouden wordt, is het om het aantal geloovigen niet noodig de 14 Statiën te volgen; men kan dan op zijn plaats blijven, als men zich slechts knielend vereenige met de gebeden van den Priester, en opsta, wanneer de Processie van de eene Statie tot de andere gaat.
De aflaten, welke men door deze oefening verdienen kan , zijn dezelfde, welke zij verdienen, die de Statiën van den Kruisweg te Jeruzalem in persoon bezoeken. Vele van deze zijn volle aflaten, welke mon voor zich zelf of voor de zielen in het Vagevuur kan verdienen. Men maakt daarom eene intentie aan welke zielen men die aflaten wil toevoegen.
VOORBEREIDEND GEBED EN ACTE VAN BEROUW.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Verlosser van den zondigen mensch, en innig getroffen over het lijden, dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblik-ken met dat wonder van liefde bezig houden, door
140
B'
U in den geest op uwen bloedigen Kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen? Ik, die U zoo dikwerf beleedigde, uw lijden niet zelden vernieuwde. Ja, j mijn Jesus, ik beken het^ ik ben zondaar, een onwaardige; maar Gij kunt mij rechtvaardig en uwe liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij, verwerp mij niet van Uw Aanschijn en vergeef den boetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed boven alles bemint, en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God ! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zoo beminnen, dat ik éénmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie Uw Bloed niet vruchteloos vergoten werd,
ïot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik U deze oefening op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest, en geef, dat ik door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging aangespoord worde; maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten; opdat zij mij behulpzaam zijn om in dit leven Uwe erbarming en hierna Uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
pte STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus en loven U,
Omdat Gij door Uw 11. Kruis de wereld verlost hebt.
1
Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jesus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich aan hetzelve, uit liefde tot u onderwerpt. Ach ! dat gij
amp;
141
1
f
u toch eens schaamdet; gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods verdiendet, gij gewaar-digt u nauwelijks eene geringe versterving -lan te nemen, tot welke Hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jesus, uwen Bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde ;
GEBED.
Dierbare Jesus, Uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij blozen; het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleediging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen om voortaan, met Uwe heilige hulp, elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm, U onzer, Heer ! ontferm U onzer.
2de STATIE.
Jesus neemt het Kruis op zijne schouderen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, beschouw uwen Jesus: zie met welk eene teederheid Hij het Kruis omhelst; met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach ! bloos over die on-
M
142
verduldigheid, waaraan gij u. bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het Kruis beladen Jesus, en zeg Hem :
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jesus, wanneer ik ü het kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd Kruis, zoo liefderijk zie omhelzen; terwijl ik aarzelde die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke Uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo veel genadehulp dragelijk maakte. Vergeef het mij, bid ik U, daar ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met Uwe geliefde heilige ïheresia U onophoudelijk te smeeken: of lijden of sterven, het kruis of den dood.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer , Heer ! ontferm U onzer.
gde STATIE.
J emu valt de eerste maal onder het Krui».
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jesus te verduren heeft ? En echter zwijgt Hij, en verdraagt alles uit liefde tot u : en hoe ongeduldig zijt gij niet, wanneer ceue lichte ziekte u aantast; wanneer een gering ongeval u
143
m
treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet. Ach, werp u met tranen van berouw voor JesusJ voeten neder , en bid Hem :
GEBED.
Beminnelijke Jesus, met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach! schenk mij de genade om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden gaarne te verduren.
Onze Vader, — Wees qegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer , Heer ! ontferm Ü onzer.
41« STATIE.
Jems ontmoet zijne H. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach! welk eene hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jesus' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd? Ween, mijne ziel, ween bij dit hartverscheurend schouwspel, en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze :
GEBED.
Liefderijke Moeder, ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jesus, aan die barbaarsche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van
144
droefheid, dat uw moederhart doorboorde. Ach! ik heb er berouw over, en smeek U beiden om erbarming en vergeving; erbarming, heilige Maria! mijn Jesus ! erbarming met eencn zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen , en tot dat einde dikwijls te overwegen de smarten van Jesus en Maria.
Onze Vader, — Ween gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm ü onzer , Heer ! ontferm U onzer.
560 STATIE.
Jesus ivordt door Simon van Cytene in het krvisdragen geholpen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Denk eens na, mijne ziel, welke beleediging de Cyreneer Jesus aandeed, door Hem in het kruis-dragen zijne hulp te weigeren. Maar beleedigt gij Hem niet meer, als gij het Kruis, dat Jesus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torscht, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten? Ach ! verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jesus:
GEBED.
Liefdevolle Jesus, ik belijd het, ik was die Cjre-neër, ik die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht heb hetzelve te ontvluchten. Ach ! ik erken mijne misdaad, jk smeek om vergeving en genade voor de toekomst;
'M
145
zend mij vrij die kruisen, welke U zoo dierbaar zijn, met Uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze Fader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer , Heer ! ontferm U onzer.
(5de STATIE.
Vermica droogt Jews H. Aanschijn met eenen zweetdoek.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet van liefde en teederheid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hem betoonde daad van medelijden ? Hij stelde haar in het bezit van Zijne in den zweeidoek afgedrukte aanbiddelijke Gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelfde wijze ook met u handelen, door Zijn heilig Wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet ? Ach ! geef dan van dat gemis aan u zeiven alleen de schuld, en zeg Hem :
GEBED.
Gefolterde Godmensch, zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U; neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit Uwe smarten ? Ach ! ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan Uw bitter
10 ■te
146
lijden dikwijls overwegen; opdat Gij met onuitwisch-bare letteren in mijn hart moogt gegrift blijven.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm U onzer.
7de STATIE.
Je sus valt ten tweeden male onder het kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach ! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij ! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jesus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen? Ach! verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen gevallen Vriend beterschap.
GEBED.
Ja, mijn Jesus, ik beween mijne trotschheid , waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde; en wijl ik hierdoor oorzaak van Uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door Uwe vermogende genade.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
m..
'1
117
8ste STATIE.
Jesus troost de weenende Vrouwen.
Wij aanbidden U , Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Zie, mijne ziel, hoe de voor Jesus geplengde tranen, met de door Hem gegeven vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jeruzalein's vrouwen, of Jesus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geenen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geen tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
GEBED.
Beminnelijke Verlosser, al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien ; maar des te meer beween ik dezelve, omdat zij oorzaak van Uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o! versmaad dan ook de mijne niet; opdat ik , zoowel nu als in het uur van mijnen dood, door U getroost worde.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm, U onzer.
9de STATIE.
Jesus valt ten derden male onder het kruis. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. k _
It
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen, hier ten derdeu male op den grond gevallen Jesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken . . Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torsen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar te zijn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart :
GEBED.
Goede Jesus, het is maar al te waar, Uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, omdat ik aan Uwe genade zoo slecht beantwoordde : maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geen genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder Uwen bijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Uwe genade te geraken.
Onze Vader, — Wees gegroet
Glorie zij den Vader , enz.
Ontferm U onzer , Heer ! ontferm U onzer.
10^ STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U , Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoe Jesus maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe Zijn smaak hier verbitterd werd. Ach! uwe onbeschaamdheid, uwe
Ë.
148
149
zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofden u van uwe onschuld, rukten Jesus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende :
G E B E ü.
Lijdende Jesus, ja, ik beween mijn ijdel pogen, om in de wereld eenige vertooning te maken ; ik verwensch mijne onwaardige begeerten , ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld ; geef, dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove, dat ik mij nooit meer aan overdaad plich-tig inake; en door de eenvoudigheid mijner kleeding, de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze fader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm U onzer.
Tl-ie STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide, afgematte Jesus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten die scherpe nagelen waren, waarmede Zijne Handen en Voeten doorboord werden ; dat uw bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha weergalmen deden. Ach ! smeek Hem hierover vergeving door te zeggen :
150
G E B B D.
Mijn gekruiste Jesus, duld, dat ik vol droefheid eu leedwezen mijne zonden en ondankbaarheid in Uwe doorboorde Handen legge, niet om U „p nieuw te kruisigen; maar opdat mijne trouweloosheid met U gekruist zijnde, van weedom sterve, om in eene eeuwige trouw te veranderen.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm U onzer.
I2de STATIE.
Jesus bidt voor Zijne kruisigers.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen, aan het Kruis gehechten, Jesus. Zie, hoe treffend Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet. En gij aarzelt nog vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u beleedigden. En echter zijt gij het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruist hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoo vele zoiiden, uwe stem tot Jesus en zeg Hem ;
GEBED.
Beminnelijke Zaligmaker, Uwe stem, waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naasten alle verongelijking vergeven, maar ook LT
151
voor mijne beleedigers om vergeving sineeken moet. Gehoorzaam aan die stfin, verfoei ik dan ook mijne, tot hiertoe gevolgde, hardvochtigheid, en maak het voornemen, om hun, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hoeren moge : n heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn. quot;
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm V onzer.
l8de STATIE.
Jtsus vjordt van Jut Kruis genomen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U .
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jesus in Marians schoot legdet zoo dikwerf gij Hem in het H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschendende wijze, in uw hart ontvangen hebt en Hem zoo doende in uw binnenste deed sterven. Ach! vraag Jesus hiervoor vergeving; bid Maria om hare voorspraak.
GEBED.
Ja mijn God, het is waar, ik was ongevoelig genoeg door mijn gedrag, opnieuw zulk een droevig schouwspel te vormen , dewijl ik zoo dikwerf Uwe j| heilige Tafel naderde ,zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht ij en met een, aan het aardsche gehecht, hart. Ach! dit
152
berouwt mij ea spoort mij tevens aan om voortaan het Brood der Engelen zoodanig te ontvangen, dat het voor mij een onderpand worde der toekomende heerlijkheid.
Onze Vader, — Wees y.f/roet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
I t46 STATIE.
■Tesus wordt in het graf gel egd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het Ij was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk gebalsemd , werd Hij in hetzelve nedergelegd. Dan, helaas ! uw hart is voor uwen Jesus geen nieuw grat meer, daar gij der zonde in hetzelve eerst eene [ plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu | ten minste te vernieuwen, en bid Hem , dat Hij [ | in U een geheel ander hart scheppe.
GEBED.
Liefde mijner ziel, ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf; maar vol schaamte en berouw bid ik U: Schep in mij een nieuw en zuiver | hart, en geef dat ik hetzelve met den balsem van 1 de gedachtenis aan uw lijden zalve, en met liet reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd |
M
153
in mijn hart rusten als in een graf , dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
Onze Vader, — Wees gegroet.
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer ontferm U onzer.
SLUITGEBED.
Hartelijk dank zij U, o Heer, voor al Uwe weldaden, en inzonderheid voor die, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd geheel van het aardsche losscheuren ; mij in de geheimen van Uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O ! dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef goede Jesus, dat zij ook aan die afgestorven geloovigen voor-deelig zijn, voor wie ik dezelve heb opgedragen ; en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben, ge waardig U dan, dezelve aan die zielen toe te voegen, voor wie geen bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben ; beschik over dezelve gelijk het U behaagt.
Eindelijk verleen mij, dat ik Uw heilig lijden bestendig in mijne gedachten houde, mijnen wandel daarnaar regele en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.
Zes maal Onze Vader, — Wees gegroet, en Glorie zij den Vader , enz.
i,
154
1
Stabat Mater,
100 dagen aflaat , lelluns als men de Stabat Mater bidt.
Innocentius XI. 1 Sept. 1681.
|
Stabal Mater dolorosa Juxta crucem lacrvmosu, Dum pondebat Filius. Cujus animam gementem Contristatam et dolentcm, Pertransivit gladius. O lt;|uam tristis et afflicta, Fuit illa benedicta Mater Unigeniti. Qtise mojrebat et dolebat Pia Mater, dum videbat Nati pasnas inclyti. Quis est homo, qui non fle-ret, Matrem Christi si videret In tanto supplicio ? |
Schreiend, och zoo droef en teeder, Stond zij bij het kruis ter neder, Daar haar lieve Zoon aan hing. O! wat leed dat zuchtend harte, Wien het zwaard der felste smarte Piep verscheurend binnendrong. O! wat was ze in wee en rouwe, De gebenedijde Vrouwe Moeder van Gods een'gen Zoon ! Wat ze schreide, wat zo snikte, Als ze op de doodstraf blikte Van haar kind, zoo eind'loos schoon. Wie is mensch en zou niet schreien ? Zag hij Jesus Moeder Jijen In het lijden van den Zoon ! |
1
|
amp; 1 Quis non posset contristari, Christi Matrem contem-plari, Dolentem cum Filio? Pro peccatis suse orentis , Vidit Jesum in tormentis, Et flagellis subditum. Vidit suum dulcem Na-tum , Moriendo desolatum, l)um emisit spiritum. Eja Mater fons amoris, Me sentire vim doloris Fao, ut tecum lugeam. Fac, ut ardeat cor raoum In araando Ohristum Deum, Ut sibi complaceam. Sancta Mater istud agas, Crucifixi fige plagas Cordi meo valide. |
gt;5 Wie kunne er niet mede rouwen, En de Moedor daar aanschouwen , Lijdend met haar Lieveling? Voor zijn volk, voor onze zonden, Heeft zij Hem zien gees'len, wonden , Kronen met do doornenkroon. Haar beminden Eengeboor-ne, Moeders eenig' uitverkoorne Zag zij aan den dood ten buit. Moeder, Moeder, bron van liefde! Dat uw zwaard ook mij doorkliefde Dat ik treuren moge als Gij ! Doe mij minnen, dcc mij klagen; Laat mij Christus toch behagen , Met een vurig minnend hart. Heil'ge Moeder, 'k bid U, hoor het, 't Lijden des Gekruisten boor het. Krachtig wondend mij in 't hart. |
156
|
Tui Nati vulnerati, Tam dignati pro me pati, PcEnas mecum divide. Pac me tecum pie flere , Crucifixo condolere, Donec ego vixero. Jiixta crucem tecum stare, Et me tibi sociare, In planet u desidero. Virgo virginum prieclara , Mihijam non sis amara, Fao me tecum plangere. Pac, ut portem Christi mortem, Passionis fac consortem Et plagas recolere. Fac me plagis vulnerari, Fac me cruce inebriari Et cruore Filii. |
Metüvv Zoon, die om mijn zonden Zich zoo gruwzaam liet verwonden , Wil ik deelen in de smart. Doe me in liefde met u klagen, 't Lijden des Gekruisten dragen, Tot mijn stervensuur zal slaan. O ik voel mijn ziel versmachten Om te deelen in uw klachten. En met U bij 't Kruis te staan. Maagd der maagden ! hoog verheven Wil mijn beden niet weerstreven Laat me met U droevig zijn. Laat mij dragen Christus plagen, Deelgenoot zijn zijner slagen, Immer denken aan Zijn pijn. 'kZij met Hem aan 't Kruis geklonken, Van de smart des kruises dronken En hetzoenbloed van uwZoon. |
k
157
|
Flammis ne urar succen-sus, Per te, Virgo, sim defen-sus In die judicii. Christe, cum sit hincexire. Da per Matrem me venire Ad .palmam victorise. Quando corpus morietur, Fac, ut animse donetur Paradisi gloria. Amen. |
Wees, opdat geen hel mc ooit dere. Gij mijn voorspraak bij den Heere Zeet'lend op Zijn Eechter-troon. Christus, als ik zal verscheiden. Laat Uw Moeder mij dan leiden Tot den palm der zegepraal. Als het lichaam weg zal sterven, Doe mijn zieledan verwerven, Dat zij van Uw glorie straal! Amen. |
v. Ora pro nobis Virgo dolorosissima. R. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
OREMUS.
Interveniat pro nobis, qusesumus Domine, apud tuam sanctissiraam clementiam nunc et in hora mortis nostras püssima Virgo Maria Mater tua : cujus sacratissimaiü animain in hora benerlictee pas-sionis tuse doloris gladius pertransivit, et in gloriosa resurrectione tua ingens gaudium leetificavit. v. Vere languores nostros ipse tulit a. Et dolores nostros ipse portavit.
Respice, qusesumus Domine, super hanc familiam tuam, pro qua Dominus no ster Jesus Christus non dubitavit manibus tradi nocentium, et crucis subire tormentum. Per Christum Dominum etc. Amen.
158
* Door de oefening van den H. Kruisweg verdient men al de aflaten, die door de verschillende Pausen verleend zijn aan hen, die te Jerusalem de heilige plaatsen bezoeken
Daarvoor is noodig, dat men het lijden des Heeren over-wege ; en vau de eene statie tot de andere zich begeve.
Zieken , gevangenen , en in 't algemeen al degenen , die in de onmogelijkheid zijn, in eene kerk of bidplaats ne staties te bezoeken, kunnen die aflaten verdienen, door veertien maal het » Onze Vader , Wees gegroet, en daarna vijfmaal het ■/ Onze Vader , Wees gegroet en Glorie zij den Vader enz,quot; en ten slotte één » Onze Vader tot intentie van den Paus te bidden. Zij moeten alsdan een koperen Kruisbeeld in de hand hebben , daartoe afzonderlijk gewijd. Clemens XIV, 23 Januari 1773. Aan de leden van het Broederschap van den Kruisweg is een volle aflaat verleend op het feest van Kruisvinding , den 3 Mei, en van Kruisverheffing, den 14 Sept: of op den daarop volgenden Zondag onder voorwaarde van Biecht, Communie en Kerkbezoek.
40 dagen aflaat en evenzooveel quad?agenen op tien feestdagen in 't jaar naar verkiezing.
Volle aflaat op één Zondag van elke maand en iederen Zondag in de Vasten; onder voorwaarde , dat men gebiecht, gecommuniceerd en een kerk bezocht hebbe, en bidde tot intentie van den Paus.
Maandelijks een aflaat van 300 dagen voor 't bijwonen der eerste maandelijksche vergaderingen.
Alle aflaten zijn toevoegelijk aan de geloovige zielen.
Pius IX. 8 Dec. 1867.
iquot;
1
160
ONDER HET LOF
ter eere van het heilige en onbevlekte Hart van Maria.
Wees gegroet, enz.
O Maria, zorieler zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen.
Ter eere van den H. Joannes den Dooper, Patroon der stad.
|
Inter natos mulierum non surrexit major Joanne Baptista. v. Fuit homo missus a Deo. e. Cui nomen erat Joannes. oremus. PrsestaquBesumus, om-nipotens Deus ut familia tua per viam salutis in-cedat, et Beati Joannis Prsecursoris hortamenta sectando, ad eum, quem preedixit, secura perve-niat, Dominum nostrum Jesum Christum Filium |
Onderhen, die uit eene vrouw geboren zijn, is niemand grooter dan Joannes de Dooper. v. Er werd een menscli van God gezonden. a. Wiens naam was Joannes. gebed. Verleen, bidden wij, almogende God, dat Uwe kinderen den weg des heils bewandelen, en de vermaningen van den II. Joannes, Uwen Voorloo-per, opvolgend, vertrouw-voltotHem komen. Dien hij voorzegd heeft, onzen |
161
'M
tuum, Qui tecum vivit Heer Jesus Christus, liet regnat per omnia sse- wen Zoon, die met U leeft cula seeculorum. Amen. en heersclit, in de eeu-
weu der eeuwen. Amen.
Hierna een lofzang ter eere van het H. Sacramert. Vervolgens de Litanie van de H. Maagd, bladz.
Aa de predikatie: Sub tuum.
Sub tuum preesidium Ouder uwe bescherming
coufugimus sancta Dei nemen wij onze toevlucht,
Genifrix; nostras depre- o H. Moeder Gods, ver-
cationes ne despicias in stoot onze gebeden niet
necessitatibus, sed a,pe- in onzen nood, maar ver-
riculis cunctis libera nos los ons altijd van alle ge-
semper Virgo gloriosa et varen, o roemrijkeen sre-
benedicta. zegende Maagd.
v. Ora pro nobis sancta v Bid voor ons, H. Moe-
Dei Genifrix. der Gods.
r. Ut digni efficiamur a. Opdat wij waardig wor-
promissionibus Christi. den de beloften van
Christus
oremus. gebed.
Concede , misericors God van barmhartig-
Deus, fragilitati nostrse heid, ondersteun onze
praesidium, ut qui sane- zwakheid ; opdat wij, die
tae Dei Genitricis memo- op aarde de gedachtenis
riam agimus, interces- vereeren der H. Moeder
sionis ejus auxilio a nos- Gods, door de hulp harer tris iniquitatibus resur- 1 voorspraak, uit onze on.
ii
i.
162
|
gamus. Per eumdmn Christum, Dominum nostrum. Amen. |
gerechtigliedea mogen opstaan. T)oor denzelfden Jesus Christus, onzeu Heer. Amen. |
Gebed voor de bekeering der zondaren.
Paree Domine , paree j Spaar, Heer, spaar Uw populo tuo, ne in seter- | volk, en wees niet in num irascaris nobis. 1 eeuwigheid op ons ver-
! bolgen.
Dit Gebed zingt men driemaal.
|
v. Converte nos Deus sa- lutaris noster. r. Et averte iram tuam a nobis. oremus. Deus misericors et cle-mens, exaudi preces, quas pro fratribus pereun-tibus gementes in con-spectu tuo effundimus : et conversi ab errore vife suee, liberentur a morte; et ubi abundat delictum, superabundet gratia. |
v. Bekeer ons God , Die onze zaligheid zijt. a. En wend Uwe gramschap van ons ai. gebed. Barmhartig en goedertieren God verhoor de gebeden, welke wij voor onze broeders, die zich in het eeuwig verderf storten, bedrukt voor Uw Aanschijn tot U opzenden ; opdat zij van hunnen dwaalweg terugkeerend, bevrijd mogen blij ven van den eeuwigen dood; en waar de zonde menigvuldig was, de genade voortaan nog ruimer vloeie. |
163
|
Deus, cui proprium est misereri semper et parcere : suscipe depreca-tionem nostram, ut nos et omues famulos tuos, quos delictorum catena constringit, miseratio tuse pietatis clementer absol-vat. Per Dominum nostrum Jesum Christum Fi-lium tuum, Qui tecum vivit et regnat per omnia ssecula sseculorum. Amen. v. Dominus vobiscum. k. Et cum spiritu tuo. v. Benedicamus Domino. r. Deo gratias. |
God, wien is, altijd te sparen en genadig te zijn, verhoor ons gebed, opdat Uwe goedertieren barmhartigheid ons en al Uwe dienaren, die in de ketenen der zonden geboeid zijn, genadig ontbinde. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen. het eigen v. De Heer zij met u. a. En met uwen geest, v. Danken wij den Heer. a. God zij lof. |
Voor den zegen.
Defensor noster, aspice, | Insidiantes, reprime,
Zie Gij beschermend op ons neer;
Behoed ons voor balagers, Heer !
Sta de Uwen met Uw almacht bij;
Gij kocht hen door Uw zoenbloed vrij.
Gubema tuos famulos,
Quos sanguine mercatus
es.
Wij zuchten in dit lichaam, Heer !
| Memento nostri Domine,
|
In gravi isto corpore, Qui es defensor animse, Adesto nobis Domine. Deo Patri sit gloria, Bjusque soli Filio. Cum Spiritu Paraclito, Et nunc etin perpetuum. Amen. v. Panem de coelo pree- stitisti eis. r. Omne delectamentum in se habentem. oremus. Vide Domine, infirmi-tates ovium tuarum, et quod olim ad corporum sanitatem, prodeunte ex verbo et vestimentis vir-tute efficere dignatus es, nunc ad animarum salu-tem per haec sacramenta clementer operare. Qui vivis et regnas etc. |
If O zie mecdoogend op ons neer, Bescherm de zielen, U gewijd. Gij, die onze Toevlucht zijt. Zij God, den Vader, eeuwige eer En Jesus, onzen God en Heer; Zij de eigen eer aan God den Geest, Die neerdaalde op liet Pinksterfeest. Amen. v. Hij heeft hen brood uit den hemel gegeven a. Alle zoetheid in zich bevattend. gebed. Zie Heer, de zwakheden Uwer schapen, en doe heden o God, door dit H. Sacrament, voor het heil der zielen, wat Gij weleer voor de genezing der lichamen, door de kracht van Uw woord en het aanraken Uwer kleederen hebt gedaan. Gij, die God zijt, leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen. |
165
Zij die ingeschreven zijn in 't Broederschap van 't H. Hart van Maria, verdienen telkens 300 dagen aflaat, indien zij om God te bedanken voor de voorrechten aan Maria geschonken, 's morgens, 's middags en 's avonds driemaal Glorie zij Jen Vader enz. bidden; en een vollen aflaat, onder de gewone voorwaarden , éénmaal in de maand , indien zij dagelijks dit bidden.
Pius quot;VTI, 10 Sept. 1814.
DERDE GEDEELTE,
CONGREGATIE OEFENINGEN.
168
1
Irtf min ^nnnijiing.
JESUS, MARIA, JOSEPH,
Ik............
in de tegenwoordigheid — van geheel het he-melsch Hof, — kies u op dezen dag — tot mijne Patronen en Beschermers; ik offer u op, — en heilig u plechtig iu deze Congregatie toe, — mijn l'ichaaui en mijne ziel, — alles wat ik heb , — en alles wat ik hen; — ik maak het vaste besluit — als een goed christen te zullen leven, — om als een uitverkorene te kunnen sterven. — Welk een geluk voor mij, — eens uit de armen — van Jesus, Maria, Joseph, — van deze aarde overgebracht te worden — in de armen van den Vader, — den Zoon, en den Heiligen Geest in den Hemel, — en dat voor eene eeuwigheid ! — Dit hoop ik. — Amen, zoo zij het !
169
DE PLECHTIGE OPDRACHT.
Zie Aote van Toewijding.
Hikkop spreekt de Eerwaarde Bestuurder :
|
Et ego, iu Nomine Sanctissimae Trinitatis et ex facultate mihi conces-sa, vos omnes adscribo Archisodalitati (vel Soda-litati) Sanctfo Eamilife Jesu, Mariaj, Joseph, in hac nostra Ecclesia ca-nonice erectfe, vosque participes declaro omnium gratiarum et Indulgentia-rum quie Archisodalitati ejusdem Sanctse Eamilise Leodii in Ecclesia B. M. V, Immaculate, a Sancta Sede Apostolica similiter erecte, a Summo Ponti-fice Pio Papa IX con-cessoe sunt: Deum ac Dominum nostrum Jesum Christum enixe depre-cans, ut vos in Sancto Dei servitio confortare, |
En ik, in naam der Allerheiligste, Drieëen-heid en door de mij verleende macht, neem u allen aan in het Aartsbroederschap (of broederschap) der heilige familie Jesus, Maria, Joseph, in deze onze kerk wettig opgericht ; en verklaar u deelachtig aan alle gunsten en aflaten, welke door Zijne Heiligheid Paus PiusIX, verleend zijn aan hetzelfde Aarisbroeder-schap der H. Eamilie te Luik, door den heiligen Apostolischen Stoel in de kerk van de heilige en onbevlekte Maagd Maria insgelijks opgericht: onzen Heer en God, Jesus Christus, vurig smeeken- |
170
|
in pace mutuaque cliari-tate conservare , et per-severantiatn in fide ope-ribusque bonis concedere dignetur. In nomine Pa-tris ct Filii, t et Spiritus sancti. Amen. |
de, dat Hij u in den heiligen dienst van God gelieve te sterken, in onderlinge vrede en liefde te bewaren, en de volharding in het geloof en in goede werken te ver-leenen. In den naam des Vaders en des Zoons t en des heiligen Geestes. Amen. |
Gebed bij het zegenen dek medailles.
v. Adjutorium nostrum in nomine Domini. r. Qui fecit coelum et terram.
v. Dominus vobiscum.
r. Et cum spiritu tuo.
o hem i's.
Omnipotens sempiterne Deus, qui Sanctorum imagines sculpi ajut pingi non repro bas , ut, quoties illas oculis corporis intueinur, toties eorum actus et sanctitatem ad imitandum memorise oculis me-ditemur ; has quaesumus imagines in honorem et inemoriam Unigeniti ï'ilii tui Domini nostri Jesu Christi, Beatissimse Virginia Maria? et Beati Josephi adaptatas, bene f dicere et sancti f ficare digneris, et prfesta : ut quicumque coram illis Unigenitum Rlium tuum , Beatissimam Virginem, et gloriosum Josepbum suppliciter colere, et honorare studuerit, ülorum meritis et obtentu, a te gratia ni in prae-
ï\
171
senti, et seteniam gloria m obtineat in futuro. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.
Bij het omhangen der medailles , spreekt de Eerwaarde Bestuurder ;
Accipe, Frater hoe numisma benedictum, sin-gulare signum Archisodalitatis Sacrae Familise Jesu, Maria?, Joseph, ut ita indutus, sub eorum patro-cinio perpetuo vivas.
Benedictio Dei omnipotentis, Patris et Filii f et Spiritus Sanoti, descendat super vos et maneat semper. Amen.
m
K
172
Bij de Opening der Congregatie.
OP DE GEWONE DAGEN.
Aanroeping van den Heiligen Q-eest.
allen. Kom, Heilige Geest, daal in dit uur fbis.J In onze harten neêr; ontsteek ze in liefdevuur.
Komt gij onze oogen niet verlichten.
Dan dwalen wij van •'t ware pad,
Geen mensch zoo wijs, die niet zou zwichten, fbis.J Als gij aan zijn verstand uw licht onttrokken hadt. Allen. Kom, Heilige Geest, enz.
üe hel alleen kon niet ons hart vermannen ;
Zij riep om hulp de list der wereld aan; En meer dan duizend strikken aijn gespannen;
Ach God! help ons, opdat wij niet vergaan. fbis.J Allen. Kom, Heilige Geest, enz.
Verlicht ons hart door uwer wijsheid stralen,
Dan missen wij het ware welzijn niet; Dan nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen, En de oude dag kent geen verdriet. fbis.J Axlen. Kom, Heilige Geest, enz.
-C-
173
Voor de Feestdagen.
Lofzang: Veni, Creator Spiritus
Veni, Creator Spiritus, j Kom, Schepper, Geest,
daal in 't semoed
|
Mentes tuorum visita : Imple superna gratia. Quae tu creasti pectora. Qui Paracletus diceris, Donum Dei altissimi, Fons vivus, ignis, cha- ritas, Et spiritalis unctio. Tu septiformis munere, Dextrse Dei tu digitus, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura. Accende lumen sensibus, lufunde amorem cordi-bus. |
Van die op uw genade wachten, Vervul het met den overvloed Van bovenaardsche ziele- krachten. U prijzen wij als wonderbaar. Als Godsgeschenk en leventeeler, Als liefde en vuur op 't zielsaltaar. Als zalvend boezemwon- denheeler. Gij, zevenvoudig Godsgeschenk , En vinger van zijn eeuwge sterkte. Die, op des Vaders al- machtswenk, In tonggevonkel taalkracht werkte. Ontsteek uw licht ons in den zin, En vloei uw liefde ons in het hart. |
174
|
Inftrma uostri corporis Virtute tirmans perpeti. Hostem repellas longius, Pacemque dones proti-ii us; Ductore sic te prrevio, Vitemus omne noxium. Per te sciamus da Pa-trem, Noscamus atque Milium; Te, utriusque Spirituin, Credamus omni tempore. Sitlaus Patri cum Filio, Sancto simul Paraclito : Nobisque mittat Filius Charisma sancti Spiritus. Amen. v. Emitte Spiritum tu-um et creabuntur. k. Et renovabis faciem |
Uw kracht neem onze zwakheid in, Opdat zij moedig 't euvel tarte. Dan maakt nooit vijand ons bevreesd, Eu mogen wij steeds vrede smaken; Daar, in uw hoede. Heiige Geest, Geen leed ons immer kan genaken. Doch geef, vooral, dat, door uw kracht, Wij U en Zoon en Vader tevens Erkennen als de hoogste macht, Als einde en aanbegin des levens. Zoo zij den eeuwgen Vader lof. Den eeuwgen Zoon, die door Zijn lijden. Ons plaats bereidde in 't Hemelhof, En ü, den eeuwgen Geest van beiden. Amen. v. Zend uwen Geest uit en zij zullen geschapen worden. a. En Gij zult het aan- |
175
|
terree. OREMUS. Deus, qui corda fide-lium sancti Spiritus illu-stratione docuisti ; da nobis in eodem Spiritu recta sapere, et de ejus semper consolatione gau-dere. Per Christum Do-minum nostrum. Amen. |
schijn der aarde vernieuwen. LAAT ONS BIDDEN. O God ! die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijn vertroosting mogen verblijden. Door Christus onzen Heer. Amen. |
TOT DE HEILIGE PATRONEN VAK HET JAAR EN VAN DE AFDKELING.
v. Bid voor ons, heilige Patronen van onze Congregatie.
R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons ieder jaar eenigen van Uwe he-meliugen tot Patronen schenkt, geef genadiglijk , dat wij en al onze naastbestaanden, vrienden en vijanden, door de tusschenkomst der heiligen, welke wij dit jaar van Uwe goedertierenheid tot Patronen ontvangen hebben, voor het tegenwoordige den bijstand Uwer genade mogen gevoelen, opdat wij, door
de hulj) van diezelfde genade versterkt, de deugden mogen beoefentn, welke zij ons door hunne voorbeelden geleerd hebben.
Wij smeeken Ü, Heer. dat al Uwe heiligen ons overal bijstaan , opdat wij hunne voorbidding mogen gevoelen, terwijl wij hunne verdiensten vcr-eeren. Door .Jesus Christus, onzen Heer. k. Amen. v. Heilige Patronen van onze Congregatie, u. T5idt voor ons.
H, I T 35T I E VAN DE HEILIGE FAMILIE.
Heer, ontferm U oTizer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, .verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm TJ onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Jesus, Maria, Joseph, wij nemen allen onze toevlucht tot U.
Jesus, Maria, Joseph, waardige voorwerpen van eeredienst en liefde, wij nemen allen onze toevlucht tot U.
Jesus, Maria, Joseph, die door de taal van alle eeuwen de Heilige Familie genoemd wordt, wij nemen allen onze toevlucht tot U.
k
177
Jesus, Maria, Joseph, voor altijd gezegende ; men van den Vader, van de Moeder en van het Kind, welke de Heilige Familie uitmaken ,
Jesus, Maria, Joseph, nieuwe Bruidegom, nieuwe Bruid, nieuw Kind, die de familie, welke vervallen was vóór het Christendom, hersteld hebt,
Jesus, Maria, Joseph, afbeeldsel van de aanbiddelijke Drievuldigheid op aarde,
Heilige Familie, wier zuivere verbintenis voorbereid werd door eeue onschuldige en deugdzame jeugd ,
Heilige Familie , beproefd door de grootste wederwaardigheden ,
Heilige Familie, beproefd op uwe reis naar Bethlehem ,
Heilige Familie, van iedereen verstooten en genoodzaakt in een stal te gaan herbergen, Heilige Familie , begroet door het gezang der Engelen,
Heilige Familie, bezocht door arme herders. Heilige Familie, vereerd door de drie Koningen, Heilige Familie, hooggeprezen door den heiligen grijsaard Simeon ,
Heilige Familie, vervolgd en naar een vreemd
land verbannen ,
Heilige Familie, verborgen en onbekend te Nazareth,
Heilige Familie, zeer getrouw aan de wet des Ileeren ,
Heilige Familie, voorbeeld van de christelijke familie,
o
c*-
c5
[ 12
1
178
Heilige Familie, wiarin vrede en eendracht heer-schen ,
Heilige quot;Familie, van wie het Hoofd een voorbeeld is van vaderlijke waakzaamheid , ^ Heilige Familie, van wie de Bruid een voor- .si beeld is van moederlijke zorgvuldigheid , z Heilige Familie, van wie het Kind een voor- | beeld is van gehoorzaamheid en kinderlijke 2
liefde, a
Heilige Familie, die een arm, werkzaam en 2
boetvaardig leven hebt geleid ,
Heilige Familie, die uw brood hebt gewonnen |
in het zweet uws aanschijns ,
Heilige Familie, arm in aardsche, maar rijk iu g hemelsche goederen, i
Heilige Familie, versmaad bij de menschen,
maar groot in de oogen van God , -
Heilige Familie, onze steun gedurende het leven ?
en onze hoop in het uur des doods, r
Heilige Familie, patrones en beschermster van •
onze Vergadering,'
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer !
Laten wij bidden.
God van goedheid en barmhartigheid, die U ge-waardigd hebt ons te roepen tot deze godvmchtigii Vergadering van de Heilige Familie, verleen ons de genade van Jesus, Maria en Joseph, altijd te ver-
m
179
eeren en na te volgen, opdat wij, na hun aangenaam geweest te zijn op aarde, hunne tegenwoordigheid mogen genieten in den hemel ; door denzelfden Jesns Christus, onzen Heer. Amen.
Memorare van de H. Maagd.
Gedenk, o goedertieren ste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, uwTen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door U is verlaten geworden. Bemoedigd door dit vertrouwen, snel ik tot U, o Maagd der Maagden, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die gunstig aan en ge waardig U die te verhooren. Amen.
300 dagen aflaat telkens. Een volle aflaat eenmaal in de maand, als men onder de gewone voorwaarden , dit gebed eenmaal daags verricht. Pins IX, 25 Juli 1846.
Memorare van den H. Joseph.
Herinner U, o beste, beminnelijkste, zoetste en barmhartigste Vader, heilige Joseph, dat de groote heilige Theresia verzekert, dat zij nooit hare toevlucht tot uwe bescherming genomen heeft, zonder verhoord te zijn. Aangemoedigd door dit betrouwen, o mijn zeer beminde heilige Joseph, kom ik en neem ik tot U mijne toevlucht; en zuchtende onder het zwaar gewicht van mijne menigvuldige zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O al-lermeedoogendste Vader! verwerp mijne arme en zwakke gebeden niet, maar aanhoor die gunstig en gewaardig U ze te verhooren. Amen.
180
Eén Onze Vader en Wees gegroet voor de overleden leden van de H. Familie.
Één Wee» gegroet om de genade te verkrijgen van vrucht te trekken uit de Conferentie.
DE CONFERENTIE.
ONDERZOEK VAN GEWHTEN.
Onderzoeken wij ons geweten, om de fouten te kennen, welke wij gedurende dezen dag bedreven hebben, en vragen wij er uit den grond van ons hart aan God vergiffenis over.
AKTE VAN BEROUW.
O God van oneindige barmhartigheid, uit den grond onzes harten beweenen wij de zonden, die wij dezen dag en in ons vorig leven bedreven hebben. Ook is het ons innig leed, dat wij zoo vele gelegenheden om in uwe liefde te vorderen nutteloos hebben laten voorbij gaan. Dit alles is ons leed, o God! niet zoo zeer uit vrees voor de straf, maar uit liefde tot U, omdat wij U, de opperste goedheid beleedigd, en ons jegens U ondankbaar getoond hebben; dan, voortaan zullen wij U getrouw blijven. Geef ons hiertoe uwe heilige genade. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
AANROEPING VAN JESUS, MARIA, JOSEPH.
Jesus, Maria, Joseph, ik geef U mijn hart en mijne ziel.
Jesus, Maria, Joseph, staat mij bij in mijn doodstrijd.
r
Jesus, Maria, Joseph, geeft dat ik in Uw gezelschap in vrede sterve.
(300 dagen aflaat voor iederen keer. Dezen aflaat kan men aan de geloovige zielen toevoegen. Pius quot;VII. 1807.)
GEESTELIJKE COMMUNIE.
Kom, Heer Jesus, ik bemin U, ik verlang naar U, kom in mijn hart; ik bind mij aan U, ik vereenig mij met U, scheid U nooit van mij af.
Qebed voor de overledene leden.
O God, schenker der vergiffenis en minnaar van de zaligheid der menschen, wij smeeken Uwe barmhartigheid, geef aan onze overledene broeders (zusters) der congregatie dat zij door de voorspraak van de H. Maagd Maria en den H. Joseph, met al uwe Heiligen, tot de gemeenschap der eeuwige zaligheid mogen geraken. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Qebed voor de zieken.
Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen; wij smeeken U om den bijstand uwer barmhartigheid voor de zieken onzer congregatie. Verhoor onze gebeden, opdat zij in de gezondheid hersteld, U en de H. Kerk hunne dankbaarheid mogen bewijzen. Door Christus onzen Heer. Amen.
181
Ps. 112.
- laudate nomen Do-
Laudate, pueri Dorninum, mini.
182
Sit nomen Domini benedictum, - ex hoc nunc et usque in sseculum.
Laudate, pueri. etc.
A solis ortu usque ad occasum. - laudabile no-men Domini.
Laudate, pueri. etc.
Excelsus super omnes gentes Dominus, — et super coelos gloria ejus.
Laudate, pueri. etc.
Quis sicut Dominus Deus nostsr, qui in altis habitat, - et humilia respicitin coelo et in terra?
Laudate, pueri etc.
Suscitans a terra inopem, - et de stercore eri-gens pauperem.
Laudate, pueri. etc.
Ut collocet eum cum principibus, - cum priu-cipibus populi sui.
Laudate, pueri. etc.
Qui habitare facit sterilem in domo, - matrem filiorum Isetantem.
Gloria Patri, etc.
Vóór den zegen met het heilig Sacrament :
Genitori, Genitoque Laus et jubilatio.
Salus, honor, virtus quo-que
Sit et benedictio; Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.
Tantum ergo Sacramen-tum
Veneremur cernui;
Et antiquum documentum Novo cedat ritui;
Prasstet fides supplemen-tum
Sensuum defectui.
v. Panem de coelo prsestitisti eis. b. Omne delectamentum in se habentem.
183
OREMUS.
l)eus qui nobis snh Sacramento mirabili passionis tuee memoriam reliquisti; tribue quffisumusj ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria vencruri, ut redemptionis tusp fructum in nobis jugiter sentianaus. Qui Tivis.....
Ps. 116.
Laudate DominLm, omnes gentes - laudate eum omnes pnpuli.
Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus, — et Veritas Domini manet in seternum.
Gloria Patri, etc.
ACTE VAN TOEWIJDING
van een Christelijk Huiegezin aan de H. Familie , (uitgegeven op last van Z. H. Leo XIII.)
Olfsus, onze alkrbeminnelijkste Verlosser, die van den hemel gezonden zijt om de wereld door leer en voorbeeld te verlichten, die het grootste gedeelte van uw sterfelijk leven in het nederig huisje van Nazareth hebt doorgebracht en door uw onderdanigheid aan Maria en Joseph dat huisgezin geheiligd hebt, tot voorbeeld voor alle christelijke tamiliën, — neem dit ons huisgezin, hetwelk zich thans geheel aan U toewijdt, genadig aan. Bescherm en bewaar het; bevestig daarin een heilige vreeze voor U, met den vrede en de een-draclit d(r christelijke liefde, opdat het gelijkvormig worde aan het goddelijk voorbeeld van Uwe Familie, en aldus alle leden deelachtig worden aan de eeuwige gelukzaligheid.
O lielderijkste Moeder van Jesus Christus en ook onze Moeder, Maria, bewerk door Uwe liefde
en goedertierenheid, dat Jesus deze toewijding aan-neme en ons zijne weldaden en zegeningen scheuke.
O Joseph, heilige Beschei mer van.Jesus en Maria, kom ons in alle behoeften naar ziel en lichaam door Uwe gebeden te hulp, opdat wij tegelijk met U en met de allerheiligste Maagd Marii, eeuwigen lof en dank mogen brengen aan onzen Verlosser, Jesus Christus.
Gebed, hetwelk men dagelijks verrichten kan voor een afbeelding der H. Familie, (uitgegeven op last van Z. H. Leo Xlll.)
O liefdevolle Jesus, die door de onuitsprekelijke deugden en voorbeelden van uw huiselijk leven , het door ü uitverkoren gezin op aarde hebt geheiligd, zie genadig neder op ons huisgezin dat zich aan uwe voeten werpt, en biddend Uwe genade afsmeekt. Gedenk, dat dit gezin ü thans toebehoort, omdat het zich aan U door eene bijzondere toewijding heeft opgedragen en weggeschonken. Bescherm het genadig, red het uit de gevaren, help het in de nooden en schenk het kracht, opdat het volharde in de navolging van uwe heilige familie, en eenmaal, na getrouw te zijn gebleven in den tijd van dit aardsche leven, in gehoorzaamheid aan U, en in liefde voorU, in den hemel (J eeuwig lofzinge.
O Maria, allerzoetste Moeder, wij smeeken U om uwe bescherming, vast vertrouwende, dat uw eeniggeboren Goddelijke Zoon uwe bede zal verhoeren.
En ook Gij, glorievolle Patriarch, heilige Josjpli ,
ykom ons met uwen machtigen bijstand te hulp enkom ons met uwen machtigen bijstand te hulp en
n
ïï
185
leg onze beloften in de handen van Maria, opdat Zij ze Jesus Christus aanbiede.
Een aflaat van 300 dagen kan dagelijks eenmaal verdiend worden door al degenen, die zich aan do heilige Familie toewijden naar het fopmnliop door de Congregatie der Riten uitgegeven. Leo P. XIII.
•fesus, Maria, Josef, verlicht ons, helpt ons, maakt ons zalig. A.men.
200 dagen aflaat. — Leo P. XIII.
M
m
1
188
GEZANGEN TOT JESUS.
i.
Dat Jesus leev'!
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet des harten ,
Dat Jesus leev'! de leeraar aller deugd, Naam, dien ik nooit van mijn lippen laat vloeien . Zonder de liefde in mijn hart te doen gloeien.
Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet der hope Voor 't schuldig hart, dat zijne misdaad voelt. Hij zet den boetling meer moed bij en sterkte, Hij kroont het goed, dat zijn hulp in hem werkte. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg. Jesus, uw naam aan uw dienaars zoo teeder,
Stort in den afgrond de duivelen neder.
Dat Jesus leev'! (bii.)
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet der liefde.
God, die voor 't oog slechts brood op 't altaar zijt;
189
'k Weet is alleen om mijn liefde te winnen,
'k Wil van nu af getrouw U beminnen.
Dat Jesus leev'! (his.)
2.
Aanbidding van Jesus in het H. Sacrament.
o Groote God, wat zijn uw Tabernakels Voor mijne ziel verrukkelijk en schoon !
Daar openbaart Gij ons uw heilorakels,
Daar heft geloof, daar liefde zich ten troon, {his)
Gelukkig hij, die U daar mag beschouwen, En aan den voet van uwe altaren smacht!
Wat is eene eeuw in aardsche praalgebouwen Bij 't oogenblik, bij U hier doorgebracht ? (bis.)
Ja, de almacht troost door duizend zegeningen Mijn zuchtend hart, de wenschen mijner ziel;
Ik voel het vuur der liefde mij doordringen , Terwijl ik hier ootmoedig nederkniel. (bis.)
Een talloos heir van Eng'len, die me omringen, Bewond'ren stil Gods tegenwoordigheid
In mijne ziel, terwijl er duizend zingen,
Het hoofd gebukt voor de Oppermajesteit, {bis.)
Heersch over mij, als Heer van dood en leven, Heersch over mij, vooral door 't liefderecht,
Wijk , wereld! wijk, die mij geen heil kunt geven! Mijn hart blijft steeds aan Jesus vastgehecht, (bü.)
3.
Voorbereiding tot de H. Communie.
o Bron van leven !
Wat is uw liefde groot!
Gij wilt ii geven Aan mij in schijn van brood. Ik kniel aanbiddend neer;
Gij zijt mijn Opperheer;
Maar door 't geloof gesteven,
Rijs ik met hope weer.
o Bron van leven, (bis.)
o Teed're Vader!
Mijn zonde baart mij smart;
Ik treed u nader,
Met rouw en leed in 't hart. Verteer o God'lijk Lam Mij door uw liefdevlam.
Snij af mijn levensader Eer ik ö nog vergram,
o Teed're Vader! (his.)
Heil aller menschen!
o Rustpunt mijner ziel!
Ach, of mijn wenschen Uw gunst ten erfdeel viel!
Mijn hart vol liefdegloed.
Zucht smeekend naar een goed. Dat de eeuwen niet verflensen. | Ach nader dan met spoed.
Heil aller menschen ! (his.)
k __________________________
w
191
4.
Gebed voor de H. Communie.
Gelijk een hert zicli dorstend zoekt te drenken, Zoo dorst mijn ziel naar ü, o levensbron !
Naar U die mij het ware heil kwam schenken, En door uw Bloed mijn minnend harte won. Kom dan, o kom, ontdaan van gloriestralen, Terwijl de schijn van brood uw glans omhult, Kom Jesus ! kom, wil in mij nederdalen ) ^ In mij, voor U van wedermin vervuld. )
Ja Christenen komt, wilt biddend nederknielen, Waakt nu en buigt: Hij komt, Hij komt de Heer, De glorie vorst, de Bruid'gom onzer zielen; Hij waakt, Hij daalt op 't heilig altaar neer. Ja Christenen, wilt van reine liefde blaken, En gaat uw Vorst, uw Koning te gemoet! Hij komt. Hij komt uw zielen zalig maken; ) ^ U voeden met zijn dierbaar Vleesch en Bloed. )
5.
Na de H. Communie.
Geloofd zijt Gij door deze blijde tonen, o Jesus, vreugd en blijdschap mijner ziel; Geloofd zijt Gij, die in mijn hart wilt tronen. Voor Wien ik hier aanbiddend nederkniel. Gij rijke God, zijt tot uw slaaf gekomen, Gij hebt hem met uw hemelsch Brood gevoed. Door mijne ziel een nieuwe kracht doen stroomen ) HaarspijzendmetnwGodd'lijkVleeschenBloed. )
m
H
192
Wil nu mijn ziel, in 't jubelend koor der Englen, Wier lofzang klinkt, waar mijn Verlosser troont, Uw nederig lied, maar blij en dankbaar mengelen Ter eer van Hem, die in uw harte woont. Hij kwam tot U, in liefdegloed ontstoken. En schonk zich TJ, gehuld in schijn van Brood! Nooit worde meer die liefdeband verbroken;)^, o Blijft met Hem vereend tot in den dood ! )
6.
Geloofd zij Jesus Christus.
Geloofd zij Jesus Christus Door al wat leef, erkend Aanbeden en geprezen In 't heilig Sacrament.
Verlosser der wereld, verborgene God,
Wien de Engelenkoren daarboven.
Waar Gij met uw liefde de Kei 1'gen vertroost.
Aanbiddend en zegenend loven !
o God van erbarming, voor ons aan het Kruis
In naamlooze smarten bezweken;
Kom, Jesus, ons hart nog zoo zondig, zoo koel In liefde voor uw hart ontsteken!
Geloofd enz.
In 't stof neergebogen, aanbidt ons geloof
TJw macht en verborgene Godheid ; 't Omsluierde licht van uw Goddelijk schoon,
Dat Gij in de heemlen ten toon spreidt! Ons hart zingt het loflied der Engelen na. Die eeuwig uw altaar omzweven ,
19:3
En florsl .ils het hert naar de heilrijke bron, Ontspringend ten eeuwigen leven.
Geloofd enz.
o Goddelijk gastmaal, bereid door den Heer!
o Manna der zuiveren van harte!
o Heilige teerspijs en troost mijner ziel,
Mijn toevlucht in lijden en smarte ! o Liefdrijke Jesus, geef kracht in den strijd,
Elijf met ons tot de avond zal dalen ; Vertroost onze ziel in haar uitersten stond. Dat ecuwig uw licht ons bestrale !
Geloofd enz.
Akte van Geloof.
Broeders, welk geloof hebt gij? Zegt uw Credo, antwoordt mij.
Credo 't Evangelie Gods Met de vastheid van de rots. Credo I Credo !
Zegt mij dan op welk gezag Zulk een vastheid steunen mag?
Op mijns Gods waarachtigheid. Die niet faalt en niet misleidt. Credo ! Credo !
Maar van waar, uit welken mond. Weet gij wat God heeft verkond ?
194
Uit den mond van Jesus Bruid,
Die zich klaar voor mij ontsluit.
Credo ! Credo !
Ja, maar wijst de bron mij dan,
Waar de Kerk uit putten kan ?
't Woord van God, dat God haar liet, 't Zij 't geschreven staat of niet.
Credo ! Credo!
Maar wat baatte nog die bron.
Zoo de kerk eens falen kon ?
Jesus' woord blijft eeuwig waar,
Dat Hij altijd is met haar.
Credo ! Credo!
Zal uw Credo van dit uur.
Broeders zijn van langen duur ?
Én in voorspoed, én in nood Credo, Credo tot mijn dood.
Credo ! Credo !
8.
Rouwvolle Bede.
God van broost ! mag 'k de oogen wenden
Naar den hemel waar Gij woont ? Mag ik komen vol ellenden
Waar uw godd'lijk wezen troont ?
M
Mag ik nog — hoe ook vol zonden — Hopen op barinhartigheid ?
Gij, mijn God ! geneest de wonden Van het hart, dat tot U schreit.
Ach, mijn God ! mijn liefste Vader ! 'k Ben een zondaar, ik heb schuld!
Maar gedoog, dat ik U nader'. Ik bezweer U : heb geduld.
Vader ! Vader vol ontferming !
Neem mij tot uw kind weer aan.
Neem mij weêr in uw bescherming, 'k Zweer U liefde en trouw voortaan.
Geef mij weêr die zoete dagen.
Die 'k beleefd heb in mijn jeugd.
Toen ik U nog mocht behagen
Door mijn onschuld, door mijn deugd.
Ware ik toch maar gestorven.
Eer ik deed het eerste kwaad,
Eer mijn harte werd bedorven Door zoo menig booze daad.
Geef mij weêr mijn lieve Moeder Tot geduur'ge troosteres.
Geef mij Jesus tot Behoeder,
Die mijn smachtend harte lesch', —
Laat me U eenmaal eeuwig prijzen.
Vader van barmhartigheid !
Die geen zondaar af kunt wijzen,
r
Als hij om ontferming schreit.
i
a
9.
De berouwhebbende zondaar.
Ik, ik ben die booze zondaar,
Die God uit mijn harte dreef,
En nu in het slijk gezonken,
Ver van mijn Verlosser leef.
Ach, mijn God ! wil 't mij vergeven. Wat ik tegen u misdeed;
Schenk, o God ! mij uw genade.
Want mijn zonden zijn mij leed !
Ach! hoe vaak drukte ik de doornen In uw schoon, aanbiddelijk hoofd;
Van Uw liefde, van den hemel Heeft die misdaad mij beroofd.
Ach, mijn God, enz.
Door 't verachten der genade Heb Jk U slagen toegebracht;
'k Heb verscheurd uw godd'lijk Lichaam, En uw goedheid zoo veracht.
Ach, mijn God, enz.
'k Dorst dan zoo wreedaardig wezen. Dat ik U aan het kruishout klonk !
'k Heb gedood in koelen bloede Hem, die mij het leven schonk.
Ach, mijn God, enz.
Toch bleef mij uw liefde volgen.
Toen ik, zondaar, U verliet.
Toch bleef mij uw liefde zoeken,
Toen ik U, mijn heil verstiet.
Ach, mijn God, enz.
1M7
k Ben beschaamd, gedrukt, verslagen, Om de zonden die ik deed.
Daar ik ver van U verwijderd,
Ver van 't leven, 't leven sleet.
Ach, mijn God, enz.
Wil me, o God ! aan U nu boeien;
Reik mij toch uw Vaderhand;
Bind mijn wil aan uw verlangen Door uw gouden liefdeband.
Ach, mijn God, enz.
Geen rechtvaardig vonnis vraag ik, 'k Vraag alleen barmhartigheid;
'k Smeek, bij 't storten mijner tranen. Dat Gij mij genadig zijt.
Ach, mijn God, enz.
10.
Gedenklied aan 's Heeren Lijden.
Gansch des Heeren aardsche leven Was een kruis en marteling :
't Voegt zijn knecht. Hem na te streven Op den Kruisweg, dien Hij ging.
'k Zal dan al mijn levensdagen Denken aan de beulen wreed.
Denken aan de felle slagen.
Die mijn lieve Jesus leed.
'k Zal uw kruis gedachtig blijven, Nagels, rietstaf, kroon en speer;
In mijn hart uw wonden schrijven, Liefdeteekens van den Heer.
1
19S
z/ Zie Mij aan eti tel de wonden,
// Die Ik voor uw ondank draag :
i; Boet in tranen uwe zonden ;
// Zou 'i te veel zijn, wat ik vraag?quot;
'k Wil dan 's werelds vreugde derven,
Neem den rampspoed willig aan-'k Wil met ü aan 't kruishout sterven, Om mijn leven in te gaan.
u.
Aan Jesus' H. Wonden.
Gegroet, o wonden van den Heer, o Liefdepanden, grens'loos teer,
Waaruit een eindelooze vlotd Ons toestroomt van zijn purperbloed.
Geen ster straalt met zoo helderen schijn,
Geen roos, noch balsem geurt zoo fijn, Geen keurgesteent heeft uw waardij,
Geen honig is zoo zoet als Gij.
Voor onze redding ligt de Heer Vertreden in de wijnpers neer,
Eu geeft, slechts denkende aan ons heil. Den laatsten bloeddrup voor ons veil.
Komt allen, die de diepe smart Des doods gevoelt in 't schuldig hart; Want wie in ^t heilhad van Gods Zoon Zich afwascht, wordt weer rein en schoon.
199
12.
De zoete Naam van Jesus.
Gegroet, o nooit volprezen Naam Waarbij Gods Englen knielen !
Geen sterre, die er zachter blinkt,
Geen lofzang, die er zoeter klinkt.
Geen naam troost zoo de zielen.
Uw licht gloeit als de dageraad Van goud en purpren rozen;
Uw glans doet om den Hemeltroon
De Maagdenreien voor Gods Zoon Van liefde en onsehuid blozen.
De Martelaren droegen 1 ,
Als myrrhe op hunne harten;
U dankt de Kluizenaar zijn deugd.
De Apost'lenschaar ging welverheugd Voor U in dood en smarten.
O Naam van .Jesus! zoete Naam,
In 't hoogste Licht verheven !
De heemlen juichen U ter eer,
De hel valt siddrend voor Ü neer,
De aarde aanbidt U — 't Leven.
O troost en leven mijner ziel.
Aanbeden Naam van Jesus !
Wanneer mijn hart voor 't laatst zal slaan,
Doe mij den H emel opengaan,
O zoete Naam van Jesus.
1
200
TWEEDE AFDEELING. GEZANGEN TOT MARIA.
Maria leve!
Maria leev'! Wat glans en luister menglen ,
Zich in dit hart van alle vlekken vrij !
Maria leev', de koningin der Bng'len
De Moedermaagd aan ■'t hoofd der maagdenrij.
Maria leve i
Met God haar kind. f
Leve Maria, J Jgt;*-
Die ons als Moeder mint. i
Maria leev'! Komt laat ons vóór haar knielen, Ze is Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid ,
Maria leev', de Toeverlaat der zielen !
Haar milde hand stort hemelgunsten uit.
Maria leve! enz.
Maria leevquot;! Zij deed den Morgen dagen
Haar zuiver hart riep 's Hemels glanzen neêr ,
De reinste Maagd alleen kon God behagen,
Door Jesus schonk zij de aarde 't leven weer.
Maria leve! enz.
Maria leev'! Haar liefde doet mij leven,
Aan hare zij vrees ik dood noch pijn;
Als eens de dood mij zondaar zal omzweven, Wil, Moeder Gods! dan mijne voorspraak zijn.
Maria leve ! enz.
m
f
«01
2.
Maria, Onbevlekt Ontvangen.
Laat ons, Moeder van den Heer,
Laat ons om uw zetel dringen;
Laat uw kind'ren u ter eer 't Zielverrukkend loflied ziugen :
't Moet weerklinken luid en blij : ) ^ Moeder , Onbevlekt zijt yij. )
't Heeft reeds 't wijde wereldrond, En herscheppend , overklonken ,
't Woord door Pius mond verkond; En uw kinderen vreugdedronken,
Jub'len op 'uw feestgetij : )
Moeder, Onhenlekl z'tjt gij. )
Neen, dat loflied zwijgt niet meer! Tot aan 's werelds verste palen.
Zullen met het hemelsch heer ,
Al uw kinderen 't luid herhalen,
't Woord van 't zalig jubeltij : ) ^ Moeder, Onbevlekt zijt gij. )
En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen.
Wie, wie dankt niet met ons meê ,
Voor al 't heil door U ontvangen ,
In het zalig jubeltij ; ) ^ .
Moeder, Onbevlekt zijt gj. ) '''
Zonnezuiv're Moedermaagd !
Om de glorie U gegeven.
Hoor ook wat ons hart U vraagt :
a
i
202
Dat wij na een schuldloos leven,
Eeuwig jub'len aan uw zij : ) Moeder, Onhevleht zijt ff ij. )
3.
O Moeder Gods.
o Moeder Gods, o Reinste Maagd,
Naar 't voorbeeld onzer vaderen ; Vertrouwen wij,
Nooit vruchteloos TJ smeekende te naderen. (bis.J
Wij bidden U/ o Koningin,
Wend minzaam toch uwe oogen; Van 't glorielicht,
Waarin gij troont,
Oj) ons in 't stof gebogen, f his.)
Wij zuchten in • Dit trabendal,
Ver van het eeuwig leven;
Vaak klaagt ons hart In bange smart. Van droeve zorg omgeven, (his)
o Ster van troost.
Kom in den nacht Ons duister pad bestralen ; Dat onze schreên Door 't aardsche dal.
Niet verre van U dwalen, fhis.)
203
De wereld tracht Door schijngeluk,
Ons aan de deugd te onttrekken, Och geef dal wij. Het bruiloftskleed.
Door zonden nooit bevlekken, (bis.)
Het vleesch is zwak. Ons hart geneigd , De wereld na te jagen;
O mochten wij Om broos geluk Het eeuwig heil nooit wagen, (bis.)
Maria, smeek,
Smeek uwen Zoon,
Dat wij, van zonde omgeven.
Toch rein van hart,
Oprecht en stil Toor Jesus aanschijn leven. (bis.J
Leid onze ziel,
Als de avond daalt, Het hemelsch Sion binnen ! Om onzen God,
L w lieven Zoon ,
Daar eeuwig te beminnen. fbis.J
A.
Avondgroet aan Maria.
Marians beeld te midden
Van vroolijk schittrend licht, Noodt ons te komen bidden Bij 't altaar haar gesticht.
204
Komt, God getrouwe zielen Voor Jesus Moeder knielen,
Maria, (bis) Moeder smeek voor ons.
U loven alle harten
Voor uwe moedermin.
Gij lenigt alle smarten,
Volschoone Heil vorstin;
Uw hand heelt alle wouden, Geslagen door de zonden.
Maria, {bis) enz.
o Neig met medelijden
Uw hart tot onze beê.
Schenk ons na 't aardsche strijden
De zoete hemelvreê.
Sla uwe blikken teeder Erbarmend op ons neder !
Maria, {bis) enz.
Zie ons aan uwe voeten,
Neem ons genadig aan;
Aanvaard onze afscheidsgroeten
Voor dat wij van U gaan : Ons hart klopt blij te moede,
In uwe trouwe hoede.
Maria, {bis) enz.
5.
Lofzang aan Maria.
Maagd, o schoonheid nooit volprezen. Moeder van 't Oneindig Wezen, Wat luister schittert van uw troon !
205
De Seraf, aan zich zelv' onttogen,
Juicht, voor uw grootheid neergebogen : o Koningin, wat zijt gij schoon ! {bis.)
Al derven wij bij 't aardsche duister. Het licht van uwen hemelluister.
Toch koestert ons uw liefdegloed. De Cherub roeme uw heerlijkheden. Wij zondaars jubelen hier beneden :
o Moedermaagd, wat zijt gij goed! (bis.)
o Moeder, altoos even teeder,
o Zie met welbehagen neder
Op 't offer van uw dierbaar kroost!
Schrijf in uw hart ons aller namen.
Voer ons voor Jesus troon te zamen :
Wees Gij na God onze een'ge troost! (bis.)
Eens zal geen vrees ons hart meer klemmen Wanneer wij ginds met Wijder stemmen.
God prijzen om Zijn glorietroon. Dan juichen wij uw Zoon ter eere :
Maria, Moeder van den Heere,
Wat zijt gij goed , wat zijt gij schoon! (bis.)
É
DE MEIMAAND.
Juicht nu, blijde Sionskoren,
Laat uw jubelzangen hooren.
Door het ruim der hemelwoon ! Meimaand stijgt ten bloementroon
~06
Om de heiFge Maagd te tooien,
Ziet de roos haar blad ontplooien.
Gansch natuur vereert de Maagd, Die het kleed der onschuld draagt.
Gulden Zonne, doe uw stralen Van 't azuur des hemels dalen! Bloemengeur, doorzweef den hof. Tot Marians eer en lof.
't Heilig Kind, heur roem en eere,
Jesus haren Zoon en Heere,
Drukt zij aan haar vroom gemoed... Moeder Gods, o, wees gegroet!
Yoorbeeld van de moederliefde.
Zelfs nog toen Zijn kruis U griefde. Op U staren wij met vreugd. Leidsvrouw op het pad der deugd. Ja, uw vlek'loos heilig leven,
Is ten gids aan ons gegeven,
't Zij in vrede of bangen strijd,
Uwer zij ons hart gewijd.
Laat ons met de heilige Eng'len, 't Schoonst gebloemt ten lofkrans streng'len En U met verheugden geest.
De offers biên van 't lentefeest.
ü met frissche rozen kronen Moeder ons U liefde toonen U, die de uitverkoor'ne waart.
En den Redder schonkt aan de aard'.
7.
MEILIED.
Heuvels, dalen, bosschen, velden, Vloeden, wilt den lof vermelden,
T)oet den prijs der deugden gelden, Van Maria morgenschoon. fbis.J
Beekjes, met het lief geklater.
Van uw zilverkleurig water.
Vogeltjes, met zoet geschater.
Zingt Maria 't loflied toe. (hh.)
Zingt, o Moeder-koninginne,
Schoonste Maagd en rijksvorstinne. Maak dat ik U steeds beminne,
Eer aan God, wijl Hij U schiep, (hu.)
Gij zijt door uw liefdestralen Eene zon der hemelzalen.
Niets kan bij uw reinheid halen,
o Gij maan van 't hemelrijk. (his.)
Geur verspreidt gij als de rozen, 't Hoogste schoon moet voor U blozen, Lelie ouder vlekkeloozen,
Toonbeeld van lieftalligheid. { his.)
God ziet onder duizendtallen U de ootmoedigste van allen.
't Is met eind'loos welgevallen
Dat Hij op uw schoonheid ziet. (his.)
208
Heilige Maria, Moeder,
Dochter van den Albehoeder,
Wees uw kind'ren steeds tot Moeder, Bij uw Jesus, bij uw Zoon. (his.)
8.
Zie ons Moeder.
Zie ons. Moeder! opgetogen
Heden voor uw troon geschaard; Sla op ons uw minzame oogen,
Zijn wij oolc die gunst niet waard. Hoor ons juichen, de Albehoeder
Kwam ons nieuwe gunsten bién: 't Is weer Meil wat schoonheên, Moeder ! Lusthof is 't al wat wij zien.
God riep weer uw beeld in 't leven;
In dien overschoonen hof.
Die in 't Hooglied staat beschreven,
Lezen we uw verdienden lof:
Nooit gaaft ge onkruid uit te rukken;
Immer bood uw rijke grond Schooner bloem en vrucht te plukken, Dan God ooit op aarde vond.
Dan, natuur roept ook ons tegen : I/ Moet ge zelf geen hofjen zijn ? „ Schonk u God geen zaad en regen, ,/ Malschen dauw en zonneschijn ? n Bij wat vruchten, bij wat bloemen, „ Ziet, hoe 't onkruid welig schiet! // Kunt gij op uw hofjen roemen ? z/Neen, Maria volgt ge niet.quot;
209
n
r
Ja, 't is waarheid; — zie, we vallen.
Moeder ■ rouwig voor U neer : Bid voor ons, en in ons allen
Bloeie een eeuw'ge lente weer!
Laat uw geest ons hart doordringen ;
't Worde zoo een sclioone hof, Bloemen, vruchten zullen zingen Jesus en Maria's lot'.
Maria onze Beschermster.
Onbevlekt zijn de Eng'len-reien,
Voor des Hoogsten heiligen troon.
Maar nog schooner zijt ge, o Moeder Van Jehova's een'gen Zoon.
Gij, Maria ! neêrgezeteld In het Hemelsch vaderland,
Als de voorspraak van het menschdom, Aan des Hoogen rechterhand.
Daar verheven boven de Eng'len, Kent uw harte leed, noch druk ;
Daar smaakt steeds uw zuivre boezem, 't Ongestoordst en reinst geluk ;
En van daar, wijl ge aan de wereld, Den Bevrijder hebt gebaard ,
Blik ge steeds, het oog vol liefde, Neder op de ellendige aard !
Worden wij door storm geslingerd. Op des levens Oceaan ,
Ja, dan hoort Gij medelijdend
Ü.
M
14
Onze bange kreten aan.
Is de kalmte ons weêr gegeven, Staam'len wij een dankend lied ,
O dan weigert 't Moederharte,
Harer kind'ren hulde niet.
Zie dan van uw hemelzetel ,
Moeder van den Opperheer,
Op uw hier vergaarde kind'reu Met uw teed're liefde neêr :
Schoon bewust van vele zonden, Schoon met zware schuld belaaiï,
Smeeken wij, — hoor toch genadig , Onzen zwakken lofzang aan !
Zie toch , Hemelkoninginne !
Zie ons innig harteleed
Over 't kwaad van ons uw kind'ren , Dat uw Zoon eens lijden deed.
Ja , dat kwaad heeft uwen Jesus Zijne doornenkroon gi;vlecht.
't Heeft Hem zoo ontaard gegeeseld , En aan 't schandelijk kruis gehecht.
Ach , verwerf ons nu vergeving ,
Door uw zoete moederstem;
Want één woord, één zucht uws harten Heeft de grootste kracht op Hem.
Toon Hem al zijn bitter lijden ,
Toon Hem 't bloed dat Hij vergoot;
Wijs Hem op zijn wreede wonden, Wijs Hem op zijn' bitteren dood.
10.
De Kinderen van Maria.
Wij allen zijn Maria's kincFren :
Onder 'i kruis nam zij ons aan !
Ziju wij bij haar, niets kan ons hind'ren, En onze harten zijn voldaan !
Maria,
Allen zijn we uw kinderen ;
Maria,
Zie ons als Moeder aan.
We aanschouwen TJ, met de armen open De hand omstraald met Gods genmlelicht;
Wat mag uw kind van U niet hopen ? God heeft uw troon naast zijnen troon gesticht. Wij allen zijn Maria's kinderen : enz.
Ben sterrenkrans blinkt om uw slapen , Uw glans verdooft den felsten zonnegloed ; Gij keert Gods gramschap met het edelst wapen , Den strengen Rechter toont gij Jesus bloed. Wij allen zijn Maria's kind'ren: enz.
De wereld toont haar brooze goed'ren ,
Roemt 't schijngeluk, dat hare slaven vleit;
Maar Gij, o Moeder aller moed'ren ,
Hebt uwen kind'ren hooger heil bereid. Wij allen zijn Maria's kind'ren : enz.
Boei steeds ons hart en geest en zinnen , o Koningin van 't zalig Hemelhof;
Dat wij, naast Jesus, U beminnen , En kinderlijk verheffen uwen lof.
Wij allen zijn Maria's kind'ren ; enz.
I
212
U.
Vreugd der kinderen van Maria onder hare bescherming.
Kind'ren van Maria,
Zwaait de zegevaan ;
Zingt het alleluja,
Nooit kunt gij vergaan !
Uit haar Moederblikken Straalt een zachte glans,
Als het morgenblozen Langs den gouden trans.
Kind'ren vnn Maria, enz.
Boven alle liefde ,
Is de liefde teer
Van uw heilig harte,
Moeder van den Heer !
Kind'ren van Maria, enz.
Blijde ster der zeeën Licht ons vredig voor ,
Toon ons naar den Hemel 't Eenig veilig spoor
Kind'ren van Maria, enz.
M
Moeder van den Heiland Pronkstuk der natuur. Troost ons met uw liefde
In ons stervensuur. Kind'ren van Maria, enz.
m
213
12.
Ave Maria.
Wees gegroet, op kindertoon,
Wees gegroet, Maria, Moeder Van Gods eengeboren Zoon,
Onzen Heiland en Behoeder, U, die onze Moeder zijt, ) U, zij ook mijn lied gewijd. )
Vol van gratie noemde U God, Vol van gunsten en genaden; O waar' dit ook hier mijn lot.
Op de smalle levenspaden !
Moeder Gods, o bid voor mij, ) , .s Dat ik die steeds waardig zij. )
God is met U, welk een eer !
Wie zal U dan tegenstreven ? O mocht ik ook God den Heer,
Als Gij, gansch ter eere loven. Bid, Maria, bid voor mij, ) ^.g Dat Gods eer mijn streven zij. )
Heerlijk blonk reeds in uw jeugd Uw onwrikbaar Godvertrouwen; God beloonde uw stille deugd;
Koos U boven alle vrouwen. Bid, Maria, bid voor mij ) ^ Dat ook ik gezegend zij. )
214
Ook uw goddelijke Zoon,
Onze Heer zij mij ten zegen;
Stroom' Zijn liefde en gunstbetoon
Op uw smeekgebed mij tegen.
Moeder Gods, o bid voor mij ) ^
Dat uw zoon mijn Heiland zij. )
Lieve Moeder, o mijn vreugd.
Bid voor mij, o bid voor allen.
Die door godsvrucht, reine deugd.
Streven naar uw welgevallen.
Bid voor ons in allen nood, ) ^
En in 't uur van onzen dood. )
13.
De groete des Engels.
Wij groeten U, Maria nooit volprezen ,
Gij vol gena, en met U is de Heer;
Want Hij heeft U tot Moeder uitgelezen, Op U zag Hij met welbehagen neer. (bis.)
Wij groeten U, die boven alle vrouwen.
Als Moeder Maagd, van God gezegend zijt; Wij bidden U met kinderlijk vertrouwen, U, onze hoop, en toevlucht voor altijd. (bis.)
Gezegend zij door alle hemelkoren,
Gezegend zij de Vrucht van uwen schoot, Die Jt hulpgeschrei der wereld wilde hooren, Endoor Zijn komst haar redde uitden dood. (bis.)
215
O Moeder Gods, wil voor ons zondaars spreken,
Maria , zie in allen nood ons aan ;
Maar dan vooral, als eens onze oogen breken, Wil dan op ons uw Moedcrblikken slaan, {bh.)
14.
Opdracht van ons hart aan Maria.
Laten wij ons thans verblijden.
Zingen tot Maria's eer,
Dankbaar nu ons harte wijden Aan de Moeder van den Heer. (bis.) O Maria, zie, ik nader vol betrouwen tot uw troon; Spreek voor ons bij onzen Vader, en bij Jesus uwen
Zoon,
En bij Jesus uwen Zoon.
Laat ons de Moeder Gods, laat ons Maria loven; Want Zij, de Heinelinaagd,die satans macht verwon, Ze is schooner dan de maan, gaat sterrenglans te
boven;
En voor haar luister wijkt het stralend licht der zon.
Lieve Moeder wees geprezen Voor het goede, dat Ge ons doet;
Wat, wat heett uw kind te vreezen.
Dat Gij dagen nacht behoedt? (bis.)
Laat ons luid uw liefde prijzen, vol van ijver voor
uw eer;
Altijd moet ons danklied rijzen voor de Moeder van
den Heer, Voor de Moeder van den Heer.
F
n
216
Laat ons Maria's hart, zoo vol van teederheden , Laat ons dat Moederhart, dat ons zoo trouw bemint, Vereij ren dag aan dag, met lofzang en gebeden; Ach! dat het over de aard' toch weierliefde vind'!
Moeder, hoor, voor heel ous leven Wijden wij ons aan uw hart;
Wil ons daar een schuilplaats geven Bij gevaar in vreugd en smart, {bis.)
Voer ons hart steeds op naar boven, maak het aan
uw Hart gelijk; Ja, dan zullen wij ü loven in het zalig hemelrijk.
In het zalig hemelrijk.
15.
Maria.
Bloem der maagdelijke zeden.
Moeder, waar geen schuld in woont, Koninsin vol teederheden
Met een sterrenkrans gekroond! Ver, ver boven d' Eng'len zalen
Straalt Gij, Maagd! in 't hemelsch land lu een kleed van gouden stralen. Aan des Konings rechterhand.
Lieve Moeder vol genade,
's Zondaars toevlucht. Ster der zee. Na de schipbreuk, na de schade,
Onzer zielen een'ge reê !
Deur des hemels, hulp der kranken ,
Ach, verwerf bij uwen Zoon,
Dat ik eeuwig Hem moog danken Neergebogen voor Zijn troon.
m
u
1
16.
Naam van Maria.
Maria, van mijne kiudsche jaren.
Klont mij uw naam zoo streelend schoon; Hij schonk mij 't hoogste welbehagen
Met dien van Jesus uwen Zoon.
Die namen zijn als melodieën
Een bron van aardsche zaligheid Gepaard met 's hemels harmonieën Een klank die ■'t eeuwig Sion vleit.
O Gij Maria, mij zoo teeder.
Gij Moedermaagd zoo hemelszoet: Aan uwe voeten kniel ik neder ,
Bij U te zijn, is mij zoo zoet Na Uwen Zoon, o lieve Moeder
Na Jesus voor mijn hart zoo zoet; Na mijnen God en Albehoeder Bemin ik U, als 't hoogste goed.
Blijf zóó Maria mij bewaken
Dat 'k nooit een struikelsteen ontmoet. Laat nooit de duivel tot mij naken ;
Of plet zijn kop met uwen voet. O doe mij, bij mijn laatste zuchten Als 't stervensuur voor mij zal slaan, Met U uit deze wereld vluchten ,
Met ü naar uwen Jesus gaan.
217
Aan Maria.
Maria, mijne Moeder Mijn troost, mijn toevluchtsoord,
Üw Zoon is mijn behoeder Die immer U verhoort.
'k Wil eeuwig U beminnen, O groote Koningin,
Prent in ons hart en zinnen Ü en uw Jesus in.
1T zoeken te gelijken , Is plicht voor wie ü mint;
Zich met uw deugd verrijken Zij 't streven van uw kind. 'k Wil enz.
O beeld der schoone liefde Maria, Joseph's Bruid,
Als ooit ons leed hier griefde Goot Gij uw balsem uit.
'k Wil enz.
Wij vallen aan uw voeten. Neem ons genadig aan.
Ontvang omz' laatste groeten Voor dat wij huiswaarts gaan. 'k Wil enz.
18.
Smeeklied.
Lieve Moeder vol vertrouwen,
Kniel ik aan uw voeten neer; 'k Smeek met tranen in mijn oogen, Om uw voorspraak bij den Heer.
Sla uw oogen op ons neder
Dié zoo ongelukkig zijn;
Dat uw liefde moog verzachten Onzen kommer, druk en pijn.
19.
Maria's Hemelvaart.
Hoe versmachtte Uw Moederharte
Naar Uw goddelijken Zoon,
Sinds Hij in Zijn eeuw'ge glorie Zetelt op Zijn heerscherstroon ! Sinds het eeuwig : „ Heilig, Heiüg!quot;
's Werelds smaad en hoon verving, Sinds Hij U in 't rijk der heem'len De eerste plaats bereiden ging!
Ach, hoe moest Uw Harte bloeden
Serafijnsche Moedermaagd,
Toen Gij 't voorwerp van Uw liefde
Uit Uw oog verdwijnen zaagt! Neen, gij moogt niet langer rusten
Aan Zijn minnend godd'lijk Hart, Jesus is Uw liefde ontnomen, — Gij blijft achter met Uw smart.
220
Neeu, Gij bleeft niet eenzaam achter
In dit aardsclie ballingsoord :
Jesus' Hart blijft U beminnen,
Jesus heeft Uw klacht gehoord. Zie, hoe 't heer der zaal'ge Eng'len
Nederdaalt uit 's hemels woon U het heilig : ,/ A.vequot; zingen. En U voeren voor Gods troon.
Rust nu zacht aan Jesus' Harte,
Moeder van het eeuwig Woord. Zing den Lof van Jesus' Harte Met der Eng'len lofakkoord.
Maar gedenk ook ons Uw kindren
Die Gij voortbracht onder 't Kruis, Dat we eens met U opwaarts stijgen Ver van 's werelds woest gedruisch.
20.
Aan Maria.
Dorenlooze Hemelroze,
Koningin des Rozenkrans, Ach, blik teeder Op ons neder Uit den hoogen hemeltrans.
Uitverkozen Krans van rozen Geuren de englen om uw troon; Of wij leven Mochten, zweven , Medeprijken in die kroon.
M.iar Tiog strenglen Wij met de englen Hier den Beê-geheimenkrans; Wil ons laven Met uw gaven;
Leen aan ons Uw glorieglans.
Want zij welken Onze kelken,
Kwijnend in dit dal van smart, In dit duister Strale Uw luister Vreugden in ons droevig hart.
Eeuwig bloeit Gij,
Eeuwig gloeit Gij In den Hemel-rozengaard ; Balsemgeuren,
Zonnekleuren Spreide Uw bloemkelk over de aard.
Hof gesloten.
Overgoten Met genadedauw zoo schoon,
Laat de regen Van Gods zegen Op ons dalen uit uw troon.
Dan, Vorstinne,
Koninginne Van den heilgen Rozenkrans,
Zult Ge ons roemen :
n Mijne bloemenquot;;
Plant Ge ons boven 's Hemels trans,
In Uw lusthof — Zoete rusthof — 't Onverwelkbaar, eeuwig Thans, Waar wij, krone Om Uw trone.
Bloeien in Uw glorieglans.
Mr
223
DEEDS AFDllLim GEZANGEN TER EERE VAN DEN H. JOSEPH.
i.
Dat Joseph leev'!
Dat Joseph leev' 1 die naam wekt stil vertrouwen, Dat Joseph leev' die naam versterkt ons hart , Dat Joseph leev'! zijn troost'rijk beeld te aanschouwen
Stemt ons tot vreugd, zijn naam verjaagt de smart. Dat Joseph leev'! [bis.)
Dat Joseph leev'! zoo zingen de eng'lenscharen , Dat Joseph leev'! zou zingt deze aarde mee. Dat Joseph leev'! geknield voor Gods altaren, Schenkt Josephs beeld de ziele zoeten vree. Dat Joseph leev'! (bis).
Dat Joseph leev'! naam, dien de vromen minnen, Dat Joseph leev'! die naam roept ons tot deugd, Dat Joseph leev'! die naam leert ons verwinnen. Geleidt ter kroon door eindelooze vreugd.
Dat Joseph leev'! .{bis).
Als eens mijn ziel in 't rijk der zaligheden Deu palm behaalt der strijders van het Kruis, Dan is 't'uw naam, o Joseph! 't zijn uw beden. Die 'k loven zal in 't eeuwig Vaderhuis.
Dat Joseph leev'. [bis).
I ^
224
2.
De H. Joseph onze beschermer.
Leev' Joseph, voedstervader Van Jesus onzen Heer !
Wij treden biddend nader En knielen voor u ueêr.
Gij draagt op vaderarmen Het God'lijk Jesus-kind.
Wil onzer u erbarmen, ) ^ o Dierbre zielenvritid. )
Richt, Joseph, onze dagen.
En schik ons verder lot
Naar Jesus welbehagen En Godes heilgebod.
Wil door uw zorg ons geven, o ZeekJre toeverlaat!
Dat we onzen roep beleven, ) ^ En heilgen onzen staat. )
Blijf Joseph ons tot Vader,
Bewaak ons Nederland.
Leid ons tot Jesus nader.
Spreid vrede langs ons strand.
Blijf 't vaderland ten hoeder, Ten schild in iederen strijd.
En blijv' het oude Neerland, ) ^ Aan Christus dienst gewijd.)
m
m.
m
225
3.
De H, Joseph en het Goddelijk Kind.
Hoe ontroerd, o eecFle Grijsaard,
Zit Gij naast de Moedermaagd,
Die op 'i kribje ligt gebogen.
Dat haar sluimerend Kindje draagt!
Heilage Joseph, uitverkoren Tot beschermer van den Heer! Zeg, — waarom ziet ge in de kribbe Met een' droeven glimlach neer ?
// Groote God,quot; roept hij verteederd, // Vorst der vorsten, welk een troon! // Ach, vergeef het! 'k heb niets anders, n Dan die kribbe voor uw Zoon.,..quot; Treurend blijven de oogen staren,
In de kribbe van het Kind; —
// 'k Heb niets anders ! Godd'lijk Kindje, // Hoe mijn hart U ook bemint.quot;
Zuchtend, zwijgt hij ; maar de Kleine Voelt zijn sluimering verstoord,
Want al slapend, heeft zijn Godheid Josephs klachten aangehoord.
Joseph ziet het, en omhelzend.
Drukt hij, — uur van zaligheid !
Aan zijn jagend hart het Kindje,
Jesus, Vorst van Majesteit.
HeiFge Joseph ! zie, wij komen Nederknielen in den stal;
Naast Maria, voor het Kindje,
'M
■2-26
Yoor den Schepper van 't Heelal. Leer ons, trouwe, heil'ge Grijsaard, Leer ons bidden tot dien God;
Leer ons Zijne wet volbrengen, Luisteren naar Zijn heilgebod.
4.
Bede tot den H. Joseph.
O Joseph, Voedstervader
Van Jesus onzen Heer, Wij treden biddend nader En knielen voor u neer.
Want in uw vaderarmen
Draagt gij het goddelijk Kind, 't Zal onzer zich erbarmen , Wij] 't uw gebed bemint.
Wil, Joseph, voor ons vragen,
Dat wij in 's levens lot, Ons naar zijn wil gedragen ,
Getrouw aan zijn gebod. Wil door uw beê verwerven
O trouwe toeverlaat.
Dat wij den hemel erven,
Als eens ons sterfuur slaat.
Wij smeeken u te gader, Patroon van Nederland,
Blijf, Joseph, ons ten vader,
Bescherm 't u dierbaar pand , Vraag ons, met Jesus Moeder, Zijn hulp in allen nood.
En blijf ons trouw ten hoeder Van nu tot in den dood.
5.
Bede tot den H. Joseph.
Heil'ge Joseph vol betrouwen
Brengen we U ons nederig lied,
Want van aangenomen kind'ren
Smaadt gij 't dringend smeeken niet, Waker van den kleinen Jesus,
Hoed ons van de prilste jeugd ; Dan gewis voor God en menschen Groeien we op in eer en deugd.
Mogen we altoos Jesus volgen ,
Van de wieg tot aan het graf, Die van ootmoed en van liefde
Ons het schoonste voorbeeld gaf. Waker, enz.
Ach, bescherm ons heel het leven , Sta ons bij in ramp en smart,
Toon ons altijd, beste leidsman.
Toon ons steeds uw vaderhart. Waker, enz.
228
6.
Aan den H. Joseph.
Betchermer der Kerk.
Wees gegroet, o Voedstervader,
Van Gods menschgeworden Zoon, Duld dat ik U heden nader
En U mijne hulde toon'
U, Patroon der Kerk verklaard.
Door Haar zichtbaar Hoofd op aard.
Wees gegroet, o trouwe Hoeder Van Gods uitverkoren Maagd,
Hoed de Kerk, ons aller Moeder,
Die van TJ thans bijstand vra;:gt, Zie, hoe Jesus' Bruid nu lijdt Red haar uit den bangen strijd.
O Beschermer, help haar strijden. Tegen 's vijands helsche macht, Die Haar immer zal benijden,
Dat zij steunt op Jesus' kracht; Red de Kerk, o Joseph zoet.
Eens gesticht door Jesus' bloed.
Help ons in dit treurig leven,
In dit droevig lijdensoord,
Toon ons 's hemels schoone dreven.
Waar geen smart meer 't hnrte stoort Ach ! versmaad het ned'rig lied Van der Kerk getrouwen niet.
229
11
m
7.
De H. Joseph en zijn glorie.
o Joseph, pronkjuweel der hemelstad, en tevens Beschermer onzer aarde en zek're hoop des levens! Ontvang den blijden zang, dien 't jubelend gemoed Uw naam ter eere rijzen doet.
U heeft de Almachtige tot bruidegom verheven Der kuische Moedermaagd; aan U den naam doen
geven
Van vader van het Woord, en uwen dienst aanvaard Bij 't groot verlossingswerk der aard.
Den Heiland, in een stal te Bethlehem geboren. Wiens komst de Profetie begroette in blijde koren. Hebt gij verrukt aanschouwd, en knielend voor het
Wicht
De aanbidding tot uw God gericht.
Aan den drieëenen God zij lof en 't eeuwig leven, Die Joseph op den troon van glorie heeft verheven, Om Joseph's bede schenke ons God het zalig loon Van vrede en vreugde in 's hemels woon.
m
amp;
VIERDE AFDEEL ING,
GEZANGEN TOT MARIA, Koningin van Jen H. Rozenkrans.
O. L. V. van den H. Rozenkrans.
Sclioon zijt gij, o hemelroze, Bals'mend door uw zoeten geur :
Sious docht'ren, U bewonderend Bloeiende in de rozenkleur,
En het leliewit der dalen.
Hebben zalig U genoemd.
En een schaar van Koninginnen U haar Koningin geroemd.
Wat mag sierlijker II tooien, Koningin naast Jesus' troon; Wat gebed U meer behagen Dan de rozen-bedekroon ?
Dan de bloemkrans der geheimen. Dien van uit uw Hemelglans,
Gij uw kind'ren leerdet streng'len In den heiTgen Rozenkrans.
Aan Dominicus, den Heil'ge,
Schonk uw milde moederhand 't Machtig onverwin'lijk wapen, Schitt'rend als de diamant.
5'
231
En Dominicus de Heil'ge,
Heeft uw gave aan de aard verkond; Beden, jubel voor het harte,
Beden, honig voor den mond.
Heil U, vlekk'loos blanke roze In het wit der maagdelijkheid !
Roos, die met het Godd'Hjk zoenbloed Onder 't Kruis gepurperd zijt!
Roos, verguld door 't gouden zonlicht! Dat daarboveu U omspeelt!
Die door 't geuren der geheimen 't Minnend kinderharte streelt.
O, niet vruchtloos, bloem des Hemels,
Heeft U 's Konings eigen hand,
In de Jerichoosche velden
Langs den watervloed geplant.
Langs de waat'ren der beproeving,
Stortend over 't lijdend hart,
Biedt ge uw bloemkelk ons ter rustplaats —
Zielsverkwikking in de smart.
Teed're Moeder, Koninginne,
Stralend in uw sterreglans !
Hoor de beden uwer kind'ren In den HeiTgen Rozenkrans.
Moge uw Rozenkrans ons leiden,
Roos, die zonder doornen groeit.
Langs het doornig pad des levens. Tot waar 's Hemels lusthof bloeit.
M
m..
232
CE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.
Eerste blijde Geheim.
De Boodschap des Engels.
Volschoone Stad der bloemen, Bevoorrecht Nazareth!
Geen stad mag naast U roemen,
Geen goud zoo zonder smet;
Gij droegt de Vlekkelooze,
De schoonste lenteroze,
Maria, Maria.
Als geur van frissche rozen,
Stijgt stil uit Nazareth,
Naar 's Hemels morgenblozen , Het maagdelijk gebed;
Maria doet de stralen
Der Heilzon nederdalen,
Maria, Maria.
Daar komt Hij nederdalen De bode van het Licht
Hij buigt zijn gouden stralen En heilrijk aangezicht;
Hij huldigt zijn Vorstinne,
De Hemelkoninginne,
Maria, Maria.
Hoe jub'len alle sferen In 't vreugdevol akkoord :
z/Mij, Dienares des [leeren,
Geschiede naar uw Woord.quot; — Groet, al wat leeft! de Moeder Van Jesus uwen Hoeder,
Maria, Maria.
De koningsdochter prijke
Met gouden staf en kroon.
Doch gij , Genaderijke,
Zijt in uw ootmoed schoon. Gegroet, o kroon der vrouwen, O ster van ons vertrouwen,
Maria, Maria.
Tweede blijde Geheim.
Maria's bezoek bij Elisabeth.
Maria, zie wij treden Met loflied en gebeden ,
Waar nog uw stille schreden In 't heilig bergpad staan.
Ons hart volgt alle paden,
Waar gij met liefdedaden, Bekroond met heilgenaden , Elisabeth bezoekt.
't Zong alles langs uw wegen Van redding, heil en zegen, De palm en wijngaard negen Vol vreugde en diep ontzag.
m
234
O! Maagd, in 't stof gebogen ! Elisabeth, bewogen,
Joannes, opgetogen,
Volprijzen reeds uw naam.
Straks zullen volkeren rijzen, Met koningen en wijzen Uw deemoed zalig prijzen.
Verborgen Moedermaagd.
Ootmoedigste der vrouwen,
Bekroon ons stil vertrouwen;
O! geef ons God te aanschouwen In 'themelsch Paradijs.
Derde blijde Geheim.
Jesus' Geboorte.
De God der Schepping daalde neêr In 't vleesch der stervelingen.
Geef aarde, geef zijn grootheid eer Met al de Geestenkringen.
Aanbid zijn liefde, o aardsch geslacht! Uw God in 't vleesch verschenen.
Heeft vrede aan 't aardrijk weêrgebracht En heilgena met eenen.
o Nacht, waarvoor de glans verdwijnt Der volle middagstralen !
Welzalig wien uw licht beschijnt. Welzalig duizendmalen !
De Heer der Schepping daalde op de aard ! Eer de Almacht in den Hooge !
m
M.
II
235
Het rijk des levens is herbaard
Door d'opslag van zijn oogen.
O God, Gij werdt aan ons gelijk ! Als Mensch voor ons geboren Geeft ge ons het hoogste liefdeblijk, \oor 'toog der Englenkoren,
De hemel werd met de aard vereend 1 //Een Zoon is ons gegeven Triomf! ons hart heeft uitgeweend. Die Zoon hergeeft ons 't leven.
Juicht, heem'len, galmt het zegelied Tan Vrede en Welbehagen;
De wraak der Godheid is te niet, Wij van den vloek ontslagen !
Ziet hier den Schepper van 't Heelal Met schepslenstof omgeven !
Zijn deernis met der schepselen val Hergeeft ons allen 't leven.
Wat voelt gij, teed're Moedermaagd, Aanbiddend neergebogen ?
Uw reinheid heeft aan God behaagd En d' Engelen' uit den hoogen. Hoe staart uw oog op ;t Godd'lijk wicht, Dat, om ons aller zonden ,
Hier in een schamel kribje ligt, Met nietig doek omwonden.
Juicht, heem'len, galmt het zegelied Van Vrede en Welbehagen ;
De wraak der Godheid is te niet; Ons levenslicht mocht dagen !
m
m
236
Maria heeft den Zoon gebaard,
Die, God uit God geboren,
Den vloek verdwijnen doet van de aard. Tot vreugd der Englenkoren.
Vierde blijde Geheim
De opdracht van Christus in den Tempel.
Juich, Sions hooge woning,
De blijde morgen daagt :
Groet uw Profeet en Koning In 't Kind der Moedermaagd.
Heilige Maria, Heilige Maria ,
Toon ons eenmaal van uw troon ,
Jesus uwen lieven Zoon.
Die opgaat langs uw drempel Is meer dan Salomon ;
Aggëus zag uw tempel In 't goud dier Vredezon.
Heilige Maria, enz.
Hoe gaat de Hemel open Nu Simeon dien Vorst,
In wien de volk'ren hopen ,
Op bevende armen torst!
Heilige Maria, enz.
Maar 's grijsaards mond spelt lijden En diepe zielesmart;
Zoo scherp zal 't wee-zwaard snijden Door 't heilig .Moederhart.
Heilige Maria, enz.
237
O Moeder, hoe vol liefde
Droegt gij toen 't zuiver Lam , Dat schuldeloos 't hart doorgriefde ,
Waaraan Het rusten kwam. Heilige Maria, enz.
Vijfde blijde Geheim.
De wedervinding van Christus in den Tempel.
Wat zijn bij 't lied der pelgrims De wegen Sions schoon!
Maar ach ! wie troost Maria ?
Zij derft haar lieven Zoon.
Wat zijn de lentestralen Der zonne zonder Hem ?
Wat alle blijde zangen Bij zijne zoete stem ?
Zij zoekt Hem allerwegen,
Haar eenig dierbaar Kind.
// Ach ! hebt gij Hem gevonden,
Dien heel mijn ziel bemint?quot; —
Maar al die blinde pelgrims Zij zagen Jesus niet;
Och ! schoone Bloem uit Jesse,
Hoe bleek uw verf verschiet '■
Bloei op, bestorven Roze,
Herneem uw blijden glans :
Zie, troostelooze moeder!.
Wat blinkt de tempeltrans!
Daar vindt gij bij de leeraars Uw goddel ijken Zoon. —
Nu klinkt weer 't lied der pelgrims Langs Sions wegen sclioon.
Maria, blijde Moeder,
Leid mij tot Je sus weer;
Geef, dat mijn ziel Hem vinde, Verlieze nimmermeer.
O ! leer mij Hem te zoeken In allen druk en nood;
Hem trouw van hart te volgen In lijden, kruis en dood.
DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.
Eerste droevig öeheim.
Doodstrijd van Christus in den Hof der Olijven.
Kom, mijn ziel, vertroost uw Jesus
In dien vreeselijken strijd;
Zie wat angsten Hem vermeesteren
Hoe Zijn Goddelijk Harte lijdt.
Kom, mijn ziel, vertroost uw Jesus
Met een edelmoedig hart,
Want voor U wordt Hij gefolterd Door de wreedste zielesmart.
Op d'Olijfberg ving de kruisweg Van den Zoon des' menschen aan ;
239
Weg van nooit gekende smarten,
Tot men Hem aan 't kruis zou slaan, z/k Ben, mijn Vader, klaagt mijn Jesus,
,/k Ben bedroefd tot aan den dood. u Ach, hoe bitter is de beker n Dien Ge Uw Welbeminde boodt.quot;
Nu reeds ziet Hij in de toekomst
Judas goddeloos verraad.
Ziet Hij, hoe een woeste bende
Hem met slagen overlaadt.
Ziet Hij zich verscheurd met geesels,
Met een doortienhoed gekroond. Aan het schandlijk Kruis geklonken, , Door den moordenaar gehoond.
Zie Hem in zijn bloedzweet baden,
Zie 't voor ons geslachte Lam, Dat den last van 's werelds zonden
Vol ontferming op zich nam.
Jesus zal den beker drinken.
Met het smart'lijkst wee gevuld, Hij zal boeten voor het menschdom. Voor mijn gruwbre zondenschuld.
O mijn Jesus, om Uw mart'iing
In den hof Gethsemane,
Sterk mij in den strijd des levens Door uw Goddelijk lijdenswee.
Neen, ik zal den strijd niet vluchten,
Die uw volgelingen wacht ;
In uw doodstrijd op d' Olijfberg Ligt een onverwinbre kracht.
w
m
240
Sterk mij, Moeder der bedrukten. Als mijn stervensuur zal slaan. En ik voor de ontzagbre vierschaar,
Van uw lieven Zoon zal staan. Smeek uw Jesus in die stonde.
Als de wereld van mij scheidt, Dat ik kracht vinde in zijn doodstrijd. Troost in zijn verlatenheid.
Tweede droevig Geheim.
De geeseling van Christus.
Opgeruid door blinde Priesters,
Eischt de ontzinde Jodenschaar, Kruisdood voor den Onbevlekte, Vrijheid voor den moordenaar. En Pilatus, Rome's landvoogd,
Vreezend voor het volksgewoel. Geeft den Heer ter gees'ling over. En verzaakt zijn plichtgevoel.
Zoo moest mijn Verlosser lijden Om mijn dart'le zinn'lijkheid,
Reeds zijn scherpe geeselkoorden
Voor zijn marteling bereid.
Ziet, daar heffen zij de geesels.
Met van woede brandend oog, Ter verbrijzeling van zijn lichaam, In de wreede vuist omhoog.
Zeg ons, diepbedroefde Moeder,
Drong geen zwaard U in 't gemoed Toen de slag der geeselsnoeren Woede in Jesus' vlekloos bloed?
a
m
m
241
Toen Gij Hem als een Melantsche
Voor Pilatus zaagt gebracht,
En het vonnis der vervloeking
Werd geveld door 's afgronds macht ?
Zóó verscheen Hij Isrels Ziener,
Isaïas, zijn Profeet;
I/ k Heb gezien den Man van Smarten,
,/ Die van 't grievenst lijden weet; // Onze schuld heeft Hem verbrijzeld
,/ En zijn Godd'lijk Hart doorwond : quot; v Als een Lam gaat Hij ter slachtbank // En geen klacht ontglipt zijn mond.quot;
Ach ! mijn Jesus, zie erbarmend
Op een armen zondaar neer;
Voor een grenzelooze liefde
Gaf ik U slechts ondank weêr. Ik verfoei de zucht naar vreugde,
Weelde en zondig zingenot,
'k Wil den lijdensbeker drinken Met mijn wreed verguisden God.
Derde droevig Geheim
De Kroning van Jesus met doornen.
Gegroet, Gij Man van smarten Met doornen wreed gekroond;
Gegroet, Gij Isrels Koning
Bespot, versmaad, gehoond. We aanbidden ü als Koning
Gods eengeboren Zoon,
En kussen in aanbidding
Uw kostbre doornenkroon.
te
m
if?
iquot;
24^
De woede der soldaten
Ontvlamt door Jesus' Bloed. Zij vlechten scherpe doornen
Tot eenen doornenhoed. We aanbidden enz.
Zij bieden Hem als Scheptsr Een broozen rietstaf aan, Waarmee zij dol van woede Op Jesus doornen slaan. We aanbidden enz.
O Bloed van Jesus'' wonden, Besproei mijn dor gemoed , Eu wasch mij van mijn zonden In 's levens kostbren vloed. We aanbidden enz.
Vierde droevig Oeheim.
De Kruisdraging van Christus.
De vloakkreet ,/ Weg met dezen,
,/Aan Jtschand']ijk kruis met Hem!quot; Gaat op van alle zijden,
Als klonk één zelfde stem.
Die kreet heeft Romes landvoogd
Van alle kracht ontbloot:
Reeds heeft hij d^Onbevlekte,
Verwezen tot den dood.
Hoe vaardig neemt mijn Jesus
Het schandelijk kruishout aan; Gevormd door 's werelds zonden, Met 's Hemels wraak belaan.
I i
M
i
i
Zijn Godd'lijk Boed stroomt neder
Uit iedere nieuwe wond,
En de afgematte Godmensch Stort driewerf op den grond.
Gij allen die voorbijgaat,
Acli, kent gij scherper smart Dan 't grievend zielelijden,
Van Jesus' Goddelijk Hart ? Wat klaagt gij! Isrels Dochters, Bij 't zien van zulk een hoon ? Maria slechts besefte
Het lijden van haar Zoon.
Toch volgt zij onverschrokken.
Haar kind met ■'t kruis belaan. Toch zal zij onder 't vloekhout
Als Jesus' Moeder staan.
Zij zal voor Jesus' strijders
Een koninginne zijn.
Een kracht in hun vervolging Eu felste martelpijn.
Hebt gij den moed, mijn ziele,
Dien kruisweg in te slaan.
Hebt gij den moed, met Jesus Den krnisberg op te gaan ? Of blijft gij aan den ingang Van den Olijfberg staan. En valt het u te pijnlijk Op Jesus' lijdensbaan ?
Ik draag het kruis, mijn Jesus, U niet gewillig na;
Ik volgde U op den Thabor,
Maar vluchtte Golgotha,
Ik volgde U bij 't Hosanna
Yan 't blij Jerusalem Maar vluchtte bij het hooren
Der moordkreet: „ Kruisig Hem 1quot;
Genade, lieve Jesus,
Voor mijn ondankbaarheid;
Ik zal uw kruis beminnen,
U door mijn schuld bereid.
'k Zal naast uw lieve Moeder Op uwen kruisberg staan. Met haar door kruis en lijden Gods glorie binnengaan.
Vijfde droevig Geheim
Jesus Kruisiging en Dood.
'k Wensch met 's Heereu droeve Moeder
Op te gaan naar Golgotha,
Waar uit Jesus dierbre wonden
Vloeide een stroom van heilgena. W aar de hel eens werd verslagen.
Waar eens Juda's Leeuw verwon. Waar de glans van zon en sterren Buigen moest voor 's levens Zon.
'k Zie mijn God door wreede beulen Aan 't gevloekte kruishout slaan; ^k Hoor de felle hamerslagen
Door zijn Godd'lijk lichaam gaan.
245
Ach ! daar hangt mijn lieve Jesus,
's Vaders veelbeminde Zoon;
Jood en heiden spannen samen, Spotten met dien bitteren hoon.
Hoe, zou ik geen schuilplaats zoeken
Bij dat onbevlekte Lam , Dat, verteerd door liefdevlammen,
Mijne zonden op zich nam ;
Rusten wil ik in de schaduw
Van dien kostbren Levensboom, Rusten aan dat Goddelijk Harte, Drinken uit dien purperen stroom.
O mijn Jesus, ware uw kruisdood
Diep gegrift in mijn gemoed.
Mocht ik mij van alle smetten
Wasschen in uw kostbaar Bloed. Mocht ik met uw lieve Moeder,
Weenend naast den kruisbalk staan, Mocht ik met Haar onverschrokken , Uwen heilagen kruisweg gaan.
'k Zal vertrouwen in de Moeder,
Die de Heer aan 't Kruis mij gaf; Onder hare teedre hoede
Sla ik iedren aanval af.
Als de stormen der bekoring
Woeden met ontembre kracht.
Zoek ik troost bij Jesus' Moeder, Die mij in haar armen wacht.
246
Jk Zal een zoete rustplaats zoeken
In des Heeren Harte wond. Mij verbergen in zijn zijde
In dien bangen stervensstond. Komt gij allen, die vermoeid zijt,
Zet u neer bij Jesus' Kruis, Kiest de zoetheid van den Godmenscli Boven 's werelds woest gedruis.
DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN.
Eerate glorierijk Geheim.
Jesus' Verrijzenis.
Leg af uw rouw, o Maagd! uw Eengeboren, Uw Jesus leeft, uw Jesus zegepraalt!
Reeds daagde 't licht, en nog vóór 't uchtendgloren, Ontsteeg Hij ^t graf, van heerlijkheid omstraald. Hoor, o Maria!
Hoor dit ons lied.
Bij 't juichend Alleluja,
Vergeet uw kindren niet.
Hoe blinken nu de teekenen der wonden. En stralen 't oog der grafsteenwachters blind ! Wat vlamt dat hart, gebroken om mijn zonden, Een lichtzee, waar mijn ziel haar vreugde vindt. Hoor, o Maria! enz.
n
247
Thans drukt Zijn hoofd geen kroon van wreede
doornen;
Maar schitterend als de God van Majesteit, En eersteling van ^ Hemels uitverkoornen,
Leeft Hij gekroond met eer en heerlijkheid.
Hoor, o Maria ! enz.
Zoo moest uw Zoon, zoo moeten al uw zonen, Door lijden slechts de glorie binnengaan. Gij Koningin, neemt met de jubeltonen Ook 't smeekgebed van uwe kind'ren aan.
Hoor, o Maria! enz.
O ! worde mij dat leven eens gegeven.
Ons door uw Zoon, voor wie Hem volgt, bereid; Zijn glorie zij mijn onderpand ten leven. En zoete hoop van zaal'ge onsterflijkheid.
Hoor, o Maria! enz.
Tweede glorierijk Geheim.
De Hemelvaart van Christus. .
Zingt volken de victorie
Van 's Vaders een'gen Zoon, Die opgaat in zijn glorie,
Bestijgt zijn Godheidstroon !
Ziet, de Englenkoren dalen,
Hun Koning te gemoet.
Die ons zijn hemelzalen Heropende in zijn bloed.
m
En iü de hemelsferen
En op zijn troongesticht Blijft eeuwig Hij regeeren In 't God'lijk glorielicht. En naast. Gods troon verheven,
Heeft Hij in heerlijkheid Voor wie zijn wet beleven , Een glorietroon bereid.
O Jesus, opgevaren
In schitterenden glans, Wij blijven hopend staren
Naar 's hoogen hemelstr.ins. Eens daalt Gij op de wolken.
Omstraald van vlammend lichl, Als Rechter aller volken.
Bij 's werelds eindgericht.
Geef, dat ons zieleleven.
Wars van het aardsche slijk, Naar U slechts moge streven.
En 't zalig hemelrijk. Als dan die dag zal dagen,
En Gij de vierschaar spant, Laat de Englen dan ons dragen Naar 't hemelsch Vaderland.
Maria goedertieren , _
Moge ik dan door uw beê Bij Jesus zegevieren
In 't rijk van vreugd en vree.
249
Aan cVavond van ons leven
Bevrijd van 's werelds stóf, Laat ons tot Jesus zweven Ten schoonen hemelhof.
Derde glorierijk G-ehe m.
De Zending van den H. Geest.
God zendt Zijn Geest herscheppend neder, En 't leven keert op 't aardrijk weder, Door d'adem van dien Geest herbaard ; De wet van liefde en geest en leven, In 't hart van goeden wil geschreven, Beheerscht voortaan de juichende aard.
O Moeder Gods, met wat verlangen Hebt Gij die kracht, dien troost ontvangen ! Wat zalving toen U die gewerd !
O! stort voor ons uw moederbede.
Smeek voor en met uw kind'ren mede. Den Trooster voor 't verlaten hart!
Kom, Heilige Geest, kom in ons dalen, Verkwik ons door uw liefdestralen, Verwarm ons door uw hemelgloed;
Sort balsem in de hartewonden,
Schenk reiniging van schuld en zonden. En breng tot God 'quot;t verdoolde weer.
250
Vierde glorierijk Geheim.
Maria's Hemelvaart.
Heft aan uw gezangen, o Engelenkoor '•
Weerschallen uw stemmen Het hemelruim door :
„ Ave ! Ave ! Ave ! Mariaquot;.
„ Geen boei houdt de Maged /, Gekluisterd in Jt graf,
,/ Wier Zoon aan het menschdom // Het. leven hergaf ,
I/ Ave ! enz.
// Zij stijgt van deze aarde „ Als hemel vorstin,
„ Door Cherubs gedragen „ Den hemelhof in.
„ Ave ! enz.
En bij Haar verrijzen Uit deez; woestenij,
Klinkt 't juichlied der Eng'len In lofmelodij :
// Ave ! enz.
En Jesus, Haar Zoon, komt Met d'Engelenstoet,
En biedt zijne Moeder Den wellekomstgroet: ,/ Ave ! enz.
En blij klinkt het welkom In heel 't Paradijs;
M
3
251
't Ontvangt zijn Vorstinne Met hemelsche wijs : // Ave ! enz.
En eeuwig zal 't gnhnen Het hemelruim door,
Het lied aan Maria Van 't Engelenkoor : ,/ Ave ! enz.
En wij hier op aarde Wij jubelen mee,
En vlechten onz' Moeder De rozenkrans-beo : // Ave! enz.
quot;Verwerf ons den hemel, o Maagd, bij uw Zoon;
J)an zingen wij eeuwig In dank voor uw troon : „ Ave ! enz.
Vijfde glorierijk Geheim.
Maria's Kroning.
Boven alle wereldkoren,
Boven licht en morgenglans,
Steegt Ge, o zaligste ooit geboren. Tot den hoogsten hemeltrans. Boven alle Geestenscharen Zijt Gij schitterend opgevaren;
Daar ontvingt Ge uw hemelkroon Van uw Goddelijken Zoon !
Zie, ons smeekend neergebogen. Koningin van 't Hemelhof!
252
Wend een blik vol mededoogen Op uw broed'ren uit dit stof.
Laat uws harten liefdestralen Op hun beden nederdalen,
Eer ze uw Goddelijken Zoon Door U worden aangeboón.
Boven 't licht der Serafijnen Hemelkoningin gekroond,
Ziet Ge uw hoofd den glans omschijnen. Waar het Beu wig Woord in troont. Heerlijk staat uw naam geschreven : // Moeder van ons eeuwig levenquot;, lu de stralen van uw kroon,
Weerschijn van uw Jesus' troon.
n Moeder van ons eeuwig levenquot; ! Neen, zoo schoon een naam werd nooit In een aardsche kroon gedreven. En geen schepsel droeg hem ooit. Gij, tot 's aardrijks heil geboren, Gij, tot Moeder uitverkoren Van den Menschgeworden Zoon,
Draagt hem in uw gloriekroon.
n Moeder van ons eeuwig levenquot; !
O, wij knielen dankend neer.
Eere zij uw Zoon gegeven,
Jesus, onzen God en Heer.
Eere zij uw Zoon gegeven,
„ Moeder van ons eeuwig levenquot; ! Glorie, Glorie zij uw Zoon,
Voor de aan U geschonken kroon.
253
VÓÓR HET BIDDEN VAN DEN H. EOZENKEANS.
Wees gegroet, o Koninginne,
Schittrend in uw hemelglans,
Duld, dat U uw kindren groeten,
Moeder van den Ruzenlcrans.
Duld, dat we onze beden strenglen Tot een bloemkrans U ter eer,
En zie minzaam op uw kindren In dit dal van tranen neêr.
DE V I.I F BLIJDE GEHEIMEN.
Na het eerste Tientje.
't God'lijk Woord daalt uit Zijn glorie In uw schoot op aarde neêr,
Onderworpen bidt Gij needrig :
,/Zie de dienstmaagd van den Heer.quot;
Teedre Moeder, om het voorrecht Door uw ootmoed U bereid.
0 ! verwerf ons van uw Zoon Christelijke ootmoedigheid.
Na het tweede Tientje.
't Hart van zuivre liefde brandend, Storttet Gij den liefdegloed ,
Die in IJ voor Jesus blaakte, In Elisabeths gemoed.
Kom, o Moeder, en bezoek ook Mijne ziele met uw Kind;
Geef, dat steeds mijn liefde spreke Van Hem , Dien mijn ziel bemint.
254
Na het derde Tientje.
Wees gegroet, Gij die te Bethlem 't Heil der wereld hebt gebaard!
Door het Wichtjeu op het stroobed Schenkt de hemel vree aan de aard.
o Maria, om uw vreugde Bij het baren van uw Kind ,
Geef mijn hart dien zoeten vrede ,
Dien het slechts in Jesus vindt.
Na het vierde Tientje.
Zaalge vreugde, toen Ge uw Jesus Aan den Heer ten offer boodt!
Simeon zag 't heil der wereld, En verbeidt in vree den dood.
Zuiv're Moeder, o verwerf mij Vlekkelooze zuiverheid :
Dat ook ik mijn God aanschouwe, Als mijn ziel van hier verscheidt.
Na het vijfde Tientje.
Met wat angst, beminde Moeder,
Hebt Ge uw goddelijk Kind gezocht;
Maar wie schetst uw moedervreugde Toen Gij 't wedervinden mocht ?
Geef, dat steeds mijn hart moog' wezen 't Tabernakel van den Heer ,
Eu mocht 'k ooit mijn God verliezen. Dat 'k rouwmoedig tot Hem keer'.
255
DE VIJF DEOEVIGE GEHEIMEN.
Na het eerste Tientje.
Jesus kampt in bitteren doodstrijd ,
't Bloedzweet drui pt op aarde neer; Maar gesterkt bidt Hij verlaten :
,/Slechts Uw wil geschiede, o Heer!quot; O Maria , om dien doodsangst,
En om Jesus' bloedig zweet, Bid, dat ik de zonde hate,
Die een God dus lijden deed .
Na het tweede Tientje.
Wreed verscheurd door geeselstriemeu Stort het Goddelijk Lam Zijn bloed; Purpren stroom op stroom vloeit neder :
Zóó wordt, mensch, uw val geboet! Dierbre Jesus, om Uw smarten,
Om Uw wreede geeselpijn,
Om de droefheid uwer Moeder ,
Wasch mij van mijn zonden rein !
Na het derde Tientje.
't Godd'lijk hoofd vanéén gereten Door de scherpe doornenkroon, 't Riet ten schepter, 't purp'ren spotkleed!
Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om den smaad, beminde Jesus,
Dien Gij hier geduldig lijdt,
Schenk ook mij de kostbre gaven :' Ootmoed en verduldigheid.
256
Ka het vierde 'Eentje.
't Kruishout torschend gaat de Godmensch Smartvol tot KalvarieJs top;
Driewerf stort hij machteloos neder, Maar Zijn liefde richt Hem op.
Niet de kruisbalk — mijne zonden Stortten U ter aarde neêr.
God, vergeving, heb erbarmen !
Jesus! neen, geen zonde meer!
Na het vijfde Tientje.
Zie, mijn ziel, daar hangt het offer O]) des werelds zoen-altaar;
Smachtend, troostloos, afgemarteld Sterft Hij, onze Middelaar.
Eindelijk , 't offer is voltrokken :
Liefde , thans zijt Gij voldaan.
O ' ontvlam me in wederliefde ;
Neem mijn hart ten offer aan.
DE YIJT GLOEIEBIJKE GEHKIWEN.
A'a het eerde Tientje.
o Maria , juich en jubel,
Nu uw Jesus zegepraalt ;
Dood en afgrond ligt verwonnen ,
Zijner Godheid glorie straalt!
Uw verrijzenis, mijn Verlosser,
Worde mij ten onderpand,
Dat ik heerlijk eens verrijze Tot het hemelsch Vaderland.
H
m
m
257
Na het tweede Tientje.
Nog één blik, een lantste zegen: Triomfeerend stijgt Gods Zoon Yan deze aard ter hemelglorie .
Zetelt naast des Vaders troon. Hopend blikken wij naar boven,
Jesus, tot Uw Majesteit Wil ons daar een plaats bereiden In de zalige eeuwigheid.
Na het derde Tentje.
Niet als weezen bleven we achter
Was al Jesus hier niet meer, In den schijn van vuurquot;ge tongen
Daalt zijn Geest, de Trooster, neer. Daal in mij, o Geest van lietde.
Kom, vertroost mijn dor gemoed; Sterk het door Uw hemelbalsem En ontvlam het door Uw gloed.
Na het vierde Tientje.
EngVenreien voeren jub'lend
Jesus Moeder tot haar God,
Thans, Maria, moogt Gij smaken,
't Al te lang verbeid genot.
Moed, mijn ziel! hier kamp, hier lijden.
Ginds een eeuwige zegepraal!
Moeder, bid, dat ^k hier volhardend Eens de lauwerkroon behaal.
Na het vijfde Tientje.
Met den zonneglans omhangen ,
Ü
a
t Sterrenheir ter gloriekroon ,
258
't Zilver maanlicht aan haar voeten ,
Zetelt Zij naast Jesus' troon. Glorievolle Koninginue,
Moeder, liefderijk en teer,
Blik steeds van uw gloriezetel Gunstig op uw kind'ren neêr.
Na het hulden van den Rozenkrans. Hoor, o Moeder, deze beden
Van uw kind'ren minzaam aan ;
Bied ze aan Jesus en verwerf ons ,
wij op de levensbaan,
Veilig onder uwe hoede
Voortgaan op het pad der deugd , En U eenmaal zalig prijzen
In des hemels eeuw'ge vreugd.
De H. Rozenkrans.
O Maria, hoor ons smeekeu.
Hoor ons need'rig smeeklied aan; Zie ons allen als uw kind'ren Biddend voor uw beelt'nis staan. Zie, wij bieden U de geuren Van een krans van rozengloed ;
Blik gij op dit offer neder,
Als een teedre moeder doet.
Eeuwig blijven wij uw kind'ren. Aan uw Moederhart gewijd.
En gij zult ons immer toonen,
T)at gij onze moeder zijt.
Zie, wij bieden U de geuren
259
Van een krans van rozengloed;
Blik gij op dit offer neder,
Als een teedJre moeder doet.
Leid ons door des levens paden Aan uw zachte moederhand.
In uw hoede gaan wij veilig Naar ons eeuwig Vaderland.
Zie , wij bieden U de geuren Van een krans van rozengloed;
Blik gij op dit offer neder,
Als een teêd're moeder doet.
Eenmaal staren we op de glansen Van uw hemelschoon gelaat,
Waar der Godheid morgenluister Doorstraalt als een dageraad.
Maar hier bieden we ü de geuren Van een krans van rozengloed;
Blik gij op dit offer neder Als een teêd're moeder doet.
Ter eere van Onze Lieve Vrouw
H. ROZENKRANS.
Gegroet, Gij zuiv're Moedermaagd, Wier hoofd de rijke krone draagt. Als Koningin des Rozenkrans, Gegroet, Gij in uw hemelglans.
Wij zingen om uw troon geschaard. De vreugde, die gij vondt op aard.
200
Wij treuren om uw bitter wee, Wij juuVleu in uw glorie mee.
Blij is de groet te Nazareth, 't Bezoeken van Elisabeth,
De baring, de opdracht van uw Kind Dat gij met vreugde wedervindt.
Hoe fol'trend is voor 't Moederhart Uw Jesus5 angst en geesel smart. En kroon en kruis en bittre dood : Om ons draagt Gij dien wreeden nood.
Maar glorievol verrijst uw Zoon, ■ Klimt van deez' aard ten hemeltroon. Stort in uw hart den lleil'gen Geest, Kroont U Vorstin van 't eeuwig feest.
Komt, plukt u bloemen, Christenschaar, Van deez' geheimen rozelaar.
Vlecht geurige kransen Haar ter eer. De lieve Moeder van den Heer.
Lied van 't Rozenkransken. C1)
Rozeukransken, u zij lof
Uit den iiof Van den Hemel neêrgezonden; Van verscheiden bloemkeus schoon
Als een kroon Wel gevlochten en gebonden !
Dit eenvoudige, schoon liedeken werd vervaardigd door Bededictus van Haeften, in de eerste helft der XVIIe «eeuw. a
261
Edel kransten, dat wel stnat
Voor sieraad Op het hoofd van Gods vriendinne; Gulden krone, die bekroont
En verschoont 's Hoogen Hemels Koninginne.
Allerliefste Roos-plantsoen ,
Altijd groen,
Daar gij draagt sneeuwitte rozen; Op elk blaadje, zeer bekwaam.
Staat de naam Van Maria, d'Uit verkor en !
Dit uw kransken, Moeder-Maagd,
God behaagt:
'k Zie er tusschen vijf robijnen (1) Van ons Heeren Gods gebed.
Wonder net Uw rooskens tusschen schijnen. (3)
Psalsterken (3) uw schallen vreest
Satans Geest,
Die eens Saül kwam bespringen ; Als hij hoort met zoete taal
Menigmaal,
't,/ Wees gegroet, Maria \quot; zingen.
Kostelijkste ketenken,
Dat ik ken !
Beter was er nooit te vinden
(1) De vijf Ouze Vadera.
(2) De tien Wees gegroeten.
(3) Harpje
w
262
Om den boozen vijand fel
Van de Hel Krachteloos en vast te binden.
Kransken, als ik zonderling, (1)
Toor een ring U ga dragen aan mijn vinger , Tegen dat hoovaardig vat,
Goliath ,
Zijt gij mijnen Davids slinger.
Gij behelpt mij waar ik ga,
Waar ik sta,
Zal ik ergens gaan of reizen,
Met u kort ik weg en tijd,
Die ik slijt Met gebed en overpeinzen.
Als ik in mijn kamerken
Met u ben,
In de kerk, of ia een hoeksken , Dikwijls strekt gij mij te met
Een gebed,
Volgeschreven, vriend'lijk boeksken!
Dat dit lieve kransken zij
't Snoer, dat mij Met Maria voegt te zamen ,
Dat ik , die Haar gaarne dien,
Haar mag zien In het eeuwig leven. — AMEN.
(1) In 't bijzonder.
=1
263
VIJFDE AFDEELING.
GELEGENHEIDSLIEDEREN.
Ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid.
Lof, roem en dank zij U, drieënig Wezen!
Lof roem en dank tot in der eeuwigheid! God ! wiens begin geen Engel zelfs ooit schetste. God ! die een eeuw'ge woontent U veste, LT , uit dit stof ) ^
Klinkt onze lof! )
Diep in het stof, kniel ik aanbiddend neder;
Vader en Zoon, en U, o HeiFge Geest! Schepper en Heer! die 't bestaan ons kwaamt geven Eedder der menschen! U, Geestkracht van't leven!
U alleen lof, God! uit dit stof!
Machtige God ! heel de aard moet U aanbidden!
Want alles meldt zoo luid Uw Majesteit. Is ieder bloem van Uw grootheid een wonder, Hoor ik Uw macht in den statigen donder.
M
Gij schikt ons lot, )
Machtige God ! )
Lof roem en dank in hemel en op aarde ! Lof roem en dank, den hoogen God gewijd!
m
264
Juicht Eüg'lea, juiclit' looft zaal'gea! met ons i Smeekt over 't aardrijk om zegen en vrede
Zingt met ons stof ) }. ______ i,.# \ quot;W'
Gods roem en lof. ) I.
Ter eere van het H. Hart van Jesus
Voor 't Hart van Jesus zinge Mijn hart op blijden toon,
Dat mijn lofstem dringe Tot in de hemelwoon.-
O Hart van Jesus zoet !
Zijt liefdevol gegroet,
Gegroet van ons op aarde Gegroet in d' eeuwigheid.
O Hart voor mij gebroken Op 't kruis in diepen druk.
Met een lans doorstoken.
Voor mijn zwaar zondenjuk.
O Hart van Jesus zoet! enz.
O Hart laat mijn hart gloeien Van zuiver liefdevuur.
Wil het aan Jt Uwe boeien.
Tot in het stervensuur.
O Han van Jesus zoet! enz.
Wil 't mijn naar 't Uwe vormen, O toonbeeld aller deugd !
Om eens na 's levens stormen,
Met U te zijn in vreugd.
O Hart van Jesus zoet! enz.
w
M
m
'W
265
II.
Aan het H. Hart van Jesus.
Komt, laat ons Jesus' godtFlijk Hart aanbidden,
Het Offer, door de liefde aan 't Kruis gedood! Komt, zuiv're Serafijnen! in ons midden;
Aanbidt dat Hart, waaruit ons leven vloot. — Komt allen, die belast zijt en beladen.
Aanbidt den Troon van Helde en heilgenaden, Het Goddelijk Hart van Jesus.
o Goddelijk Hart ! in hemel en op aarde
Wat is aan Uwe majesteit gelijk ! De Maagdelijke Moeder , die U baarde
Dankt uw waardij de kroon van 't Hemelrijk : In eenheid van Persoon met 't Woord verbonden, Aanbiddelijk, maar in wezen ongeschonden, o Goddelijk Hart van Jesus.
o Liefd'rijk Hart van 's Vaders Eengeboornen !
Om ons gedompeld in een zee van smart; Verguisd, versmaad, gekroond met scherpe doornen. Voor ons aan 't Kruis doorstoken need'rig Hart! Ach! of die sclierpe lans ook mij doorgriefde!
Of ik vergelden mocht Uw groote liefde, o Goddelijk Hart van Jesus.
o Godd'lijk Hart, vol liefde en mededoogen. Ontsluit uw schatten voor mijn arme ziel; Ach! of mijn hart gena vond in Uw oogen
En Uw erbarming mij ten deele viel!
Schenk ons den vrede, dien wij van ü wachten, Uw zegen tot de verste nageslachten, o Goddelijk Hart van Jesus !
M
M.
Mquot;
:266
II!.
Hulde aan het H. Hart van Jesus.
O, Heilig Hart, van 't vuur der lieMe gloeiend, Dat voor het heil van 'i zondig menschdom blaakt; i Genadebron van Hemelzegen vloeiend, | Die hart verkwikt, dat TJ met liefde naakt.
Harte van Jesus, Ons hoogste goed, Aanvaard de hulde
Van 't kinderlijk goed.
Neen Jesus, neen, geen Engel kan 't ons malen Hoe gaarn' Ge Uw Hart aan 't hart des menschen
bindt.
Geen schetst de kracht, den gloed der liefdestralen. Die Ge overstort in 't bart, dat U bemint. Harte van Jesus, enz.
Geen menschen tong kan TJ naar waarde schatten, O, Heilig Hart, geheim der liefde Gods;
Geen menschen geest kan dat geheim bevatten, O, ned'rig Hart! versmaad door sterv^lings trots. Harte van Jesus, enz.
O, Heilig Hart, wat vuur moest U verslinden ïoen Ge aan den Heer als liefdeoffer vroegt.
Dat Hij Zich Zelv' op 't nauwst aan ons zou binden, Wijl dra voor Hem het uur van scheiden sloeg.-Harte van Jesus, enz.
• O, Heilig Hart, wie kan Uw vreugd verkonden Als Gij Uw wensch tot waarheid zaagt gemaakt.
m
M
267
En voor de ziel een spijze wordt gevonden
In 't Sacrament als zelfs geen Engel smaakt ? Harte van Jesus, enz.
Wees dan geloofd, o Jesus Goddelijk Harte !
Nooit worde ■'t vuur der liefde in ons gebluscht; Blijf onze kist zoowel in vreugde als smarte. Tot eens ons hart met U en in V rust. Harte van Jesus, enz.
IV.
Aan Jesus' H. Hart.
Hart van mijn gekruisten Heer,
Beeld en bron der hoogste liefde. Hart van Jesus, toen een sneer
' j.
U nog in den dood doorgriefde, Boodt Gij water ons en bloed. Tot een dubb'len levensvloed.
Zaal'gend Hart van d' Offeraar,
Heilfontein van liefde en leven Nog blijft Ge altijd op 't altaar Ü voor ons ten offer geven.
Zijt Ge ons. Heer, op wondere wijs. Daar ten zoen en zielespijs.
Teeder Hart, voor ons doorwond. Breid Uw stroomen van genade Wijder uit met eiken stond.
Dat er alle ziel in bade.
Godd'lijk Hart, dat eindloos mint. En zoo weinig liefde vindt.
268
Geef het, Jesus, nu nog meer;
Wij zijn immers U te nader,
Minnelijk Hart van onzen Heer,
Sinds ons aller, dierb're Yader,
Die zich reeds bij U verblijdt.
Ons aan U heeft toegewijd.
Wij dan, hoe de vijand woedt,
Wij dan blijven op U hopen,
Godd'lijk Hart, oneindig goed;
Altijd voor ons, zondaars, open.
Beeld en bron der eenw'ge min Zegen ons en ons gezin.
V.
O God, van liefde, hoor het biddend smeeken Van ■'t zondig hart, gebogen voor uw troon !
Voor mij liet Gij uw Hart aan 't kruis doorsteken, Voor mij werd Gij ten prooi aan wreeden hoon.
Ontvang mijn hart, o God van heilgenaden. Gij vraagt het mij als liefdes onderpand,
O neem het aan ! doe 't in Uw liefde baden! En boei 't aan U met onverbreekb'ren band !
Uw Harte, met een doornen krans omwonden, Zegt mij, wat Ge in Uw liefde voor mij leedt;
En 't kruis, waaraan Gij stierft voor mijne zonden, Vraagt, dat ik nooit uw bitt'ren dood vergeet!
Mijn Jesus ! neen ■'k vergeet nooit uwe liefde, Nooit Uwen dood, dien Gij voor mij doorstondt!
Vergeef mijn schuld, die U het Hart doorgriefde Om 't kostbaar Bloed van Uwe nartewond !
269
VI.
Wees gegroet, aanbidd'lijk Harte,
Hart van mijnen Jesus zoet.
Bron van liefde, veiFge rustplaats, Gofld'lijk Hart, wees mij gegroet.
Welt ook niet, als op Calvarie,
Uit dat Hart liet zoenbloed neer,
Steeds nog stroomt er lieilgenade Mild uit de open wonde neer.
Zie 't nu glansen in zijn luister,
Zie, hoe glorievol liet praalt.
Tintelend van louter liefde,
Met een gouden glans omstraald.
Koesfrend als de lentezonne.
Stort liet leven in ons hart;
Zorg en duisternissen wijken ;
't Breekt de neev'len, stilt de smart.
Mocht een straal slechts van die liefde Dringen in mijn dor gemoed ! —
Zij geprezen, lieve Jesus,
'k Voel reeds Uwen liefdegloed.
Jesus, ik wil,de Uwe wezen;
In mijn hart heb ik een troon
Yoor I, Koning, opgeslagen :
Kom, en vestig daar Uw woon.
Snoer mijn hart met 't'Uwe samen.
Dit noch vreugd, noch smart het scheid'.
Aan T. w harte wil het rusten ,
Rusten tot in eeuwigheid.
270
KERSTLIEDEREN.
I.
Herders! hoe — ontwaakt gij niet?
Schouwt in 't ronde, wat geschiedt !
Hoort! een stem van Hemelingen Klonk door lucht en sterrenkringen :
Gloria, Gloria.
O ! wat wonder werd dees nacht Hier op aarde wel volbracht ?
Ziet, de glans van 't firmament Maakt iets heiligs ons bekend.
Hoort gij ginds die Englenstem,
Die ons roept naar Bethlehem?
Van een Maagd, door God verkoren,
Werd een Heilig Kind geboren :
Gloria, Gloria.
't Is de Schepper van 't Heelal,
Die daar ligt in armen stal:
Herders, spoedt u, spoedt u voort Naar 't van God gezegend oord.
Wat geschenken voert ge mee ?
Kiest ge van uw schoonste vee ?
Ach, van 'tgeen gij op kunt dragen.
Zal uw hart Hem 't meest behagen.
Gloria, Gloria.
Neen, geen offer is te groot Voor het Kind, dat God ons bood;
Maar geen schijnt Hem ook te kleen,
Brengt uwe KekF 'et naar Hem heen.
_m
371
Welkom Kindje, wees gegroet; Zie onze otters aan uw voet; Welkom, dierbaar wicht, in 't leven ! Mogen we U ons harte geven ! Gloria, Gloria.
Glorie zij aan God omhoog ! Vreugde straalt ons uit het oog, Want Gij, Kindje, God en Heer, Daalt hier vredebrengend neer.
Lieve Moeder van dit wicht.
Dat in de arme kribbe ligt,
Boven allen uitgelezen Moest gij .fesus Moeder wezen.
Zuiv're Maagd, Moedermaagd, Als ge in liefde hoog verrukt 't Heilig Kind aan 't harte drukt. Neem naast Hein, die ons bemint. Elk van ons dan aan als kind.
II.
Herders, hebt gij niet vernomen,
Ik der Eng'len blij geschal, Dat Messias is gekomen.
Die heel de aard verlossen zal ?
Ziet den Hemel overgoten
Met verrukking buiten grens : Juicht! de vrede is besloten
Tusschen d' Opperste en den mensch.
Denkt, hoe God ons al te gader Ongemeten heeft bemind.
272
Als de Zoon van God den Vader
Nederdaalt gelijk een Kind.
Heel de wereld was verloren,
Als ons Jesus redding bracht, In een armen stal geboren,
Midden in den winternacht, (öis.)
Komt, laat ons den Heer gaan vinden,
■quot;t Harte vol van dankbaarheid. Ziet, in doekjes laat zich winden
De allerhoogste Majesteiti Laat ons dien Verlosser loven;
Laat ons zingen voor en na, Met de Geesten van hierboven : In Excelsis gloria. (dis.')
111.
De schaduwen verdwijnen, Wij zien aan 's Hemels trans, Met schitterenden glans, De schoonste ster verschijnen : Die heilrijk komt verkonden, Dat 's levens Opperheer Daalt van zijn trone neer Om onze droeve zonden.
Komt allen , stervelingen ! Verheft uw hart en stem, Om 't nced^rig Bethlehem Een lofzang toe te zingen.
Want daar is Hij geboreji,
In eenen armen stal,
Die u herstellen zal In't heil, door u verloren.
Komt, volgen wij de reien Van juichend Englendom En blijden herderdrom , Met fluiten en schalmeien.
Laat ons den lof verbreiden Van wie, voor onze schuld, Des Vaders recht vervult.
En ons ten heil zal leiden.
Geeft eere en lof den Vader,
Die in zijn eenogen Zoon Zijn liefde spreidt ten toon En Heilig Recht te gader.
IJ, Heer van dood en leven ! Zij daarvoor dank en lof Van de aarde en 't Hemelhof In eeuwigheid gegeven.
IV.
Het Her zij God in Juda's dreven. Gezongen door der Eng'len stem,
Deed eenmaal blijde herders streven Naar d' armen stal van Bethlehem.
Eeïhuin : Komt snellen wij, o broeders! henen, Op 't spoor der stille herderwaclit; Ons offeruur is nu verschenen, Het offer voor de krib gebracht!
274
Ook wij, wij hooren heden zingen :
,/ Den mensch zij vree en lof aan God ! quot; Ook wij, wij mogen binnendringen, o Jesus ! in uw arme grot.
Maria's stem, zij roept zoo teeder
Ons naar de krib, naar 't Kindje zoet; Komt, knielen wij daar biddend neder Bij 't kind dat onze zonden boet.
Kom, Jesus ! in ons harte le''en, Kom, daal in onze zielen neer; Wij willen U ons harte geven,
Schenk. Gij ons hart uw vrede weer.
V.
Welkom, lief Kind, dat Maria ons baarde, Komt, stervelingen, staat biddende stil :
Glorie aan God in den hooge, op aarde Vrede aan de menschen van deugdzamen wil.
'k Haak, al heb ik dons noch doeken, ü in 't stalken te Bezoeken,
't Kindje vol bevalligheid.
Dat ons door uw komst verblijdt. God, mijn hart begint te branden. 't Reikt zoo lieflijk mij zijn handen, 't Kindje vol bevalligheid,
Dat ons door uw komst verblijdt. Welkom, lief Kind , enz.
Mocht ik eens wat nader treden,
Raken aan die teed're leden.
Kindje., waarom lacht Gij zoo
275
In uw arme wieg op stroo ? Kom lief Wichtje, in mijne armen : 'k Zal U aan mijn hart verwarmen. Kindje, waarom lacht ?ij zoo In uwe arme wieg op stroo ? Welkom lief Kind, enz.
Maar ziet eens dat borstje jagen. Hoort die zuchtjes troosting vragen; Ach, aan mijn geprangd gemoed •Doen zijn/ zuchtjes zoo een goed, Kindje, ziet Gij dan de smarten In het binnenste mijns harten ? Ach, aan mijn geprangd gemoed Doen zijn zuchtjes zoo een goed. Welkom, lief Kind, enz.
Kindje, kant Gij hen die lijden En die zuchten, zoo verblijden ? Voel mijn hart, hoe 't lichter wordt. Kindje, daar Gij tranen stort; Laat die rollen op mijn wangen, Die daar aan nw oogjes hangen; Voel mijn hart, hoe 't lichter wordt. Kindje, daar gij tranen stort; Welkom, lief Kind, enz.
'k Ga die lieve Moeder vragen Kindje, die U heeft gedragen Of 'k mag blijven tot den dood Aan Uw' zijde op haar schoot. Wees o Jesus, Gij mijn Broeder,
276
En die lieve Maagd, mijn' Moeder, Aan TIw zijde op haren schoot Wil ik blijven tot den dood.
Welkom, lief Kind, enz.
TER EERE VAN HET H. SACRAMENT.
I.
Als 't eerste duister breekt. Ontwaakt mijn hart en spreekt:
Geloofd zij Jesus Christus. De heiPge feestklok luidt, En roept het plechtig uit : Geloofd zij Jesus Christus.
Wat is de schoonste klank ? De zoetste toon van dank ?
Geloofd zij Jesus Christus. In 's Heeren heilig huis, Is 't eerste beegerois
Geloofd zij Jesus Christus.
In mijn gelukkig uur Zing ik met liefde en vuur : Geloofd zij Jesus Christus. Bij al wat ik begin,
Eocp ik met hart en zin : Geloofd zij Jesus Christus.
Zingt hemel, aarde en zee,
Zing al wat ademt mee :
Gelooid zij Jesus Christus.
't Weêrklinke wijd en luid Voor Hem eeuw in, eeuw uit : Geloofd zij Jesus Christus.
II.
O Jesus! laat ons ned'rig lied,
In ■'t jub'lend koor der Engelen, Dat heden uw altaar omzweeft.
Zich blij en dankbaar meng'len; Tot lof van 't heilig Sacrament, Waarin Gij, ons ten leven, U als een liefde-onderpand.
Geheel hebt weggegeven.
O! Godd'lijk Gastmaal, ons bereid,
O Manna onzer harten.
Blijf steeds de toevlucht onzer ziel,
In lijden en in smarten. Kom duizendmaal, verborgen God!
Hier onze zielen drenken. Om eenmaal aan ons brandend hart, U eeuwig weg te schenken.
Dan zullen wij, rondom uw troon,
In de eeuwige Opperzalen, Vereenigd met het Eng'lenkoor
Dit blijde lied herhalen : ,/ Gedankt, geprezen en geëerd,
I/ Geloofd en aangebeden,
„ Zij 't heilig, vlekloos Offerlam, i, In alle eeuwighedenquot;.
278
III.
Voor •'t tabernakel neergebogen, Waar we L , o God, aanbidden mogen Met 't Engelenkoor, dat LT omgeeft: Wil U ons harte dank bewijzen. Uwe eindelooze liefde prijzen,
Ti'ijl Gij voor ons op 't altaar leeft.
O Jcsus, starend op uw wonden. Die uwer liefdegloed verkonden
Door haren purperrooden glans; Wil onze ziel zich aan U hechten. En al haar daden samenvlechten Tot eenu liefde-bloemenkrans.
O God, wiens glorie Js hemels zalen quot;Van starrendoovend licht doet stralen,
En die hier zoo verborgen zijt; O neig uw oor naar onze bede :
Deel meer nog van uw liefde mede Aan 't hart, geheel U toegewijd.
IV.
O Bruidegom der zielen ,
Zoo eindloos rijk en schoon; Wnt doet U nederdalen
Van 's Hemels glorietroon? Wat hult er in geheimenis Uw stralend aangezicht. En houdt den glans omsluierd. Van 't ongeschapen licht ?
Toen Gij op aarde leefdet
Tn uwe sterflijkheid,
quot;Werd U een' arme kribbe, Een houten kruis bereid.
TJoe woont Gij hier zoo eenzaam
Des Vaders eeuwig Woord, Wat heeft in 't dal van tranen Uw oog en liart bekoort ?
O kinderen der menschen,
Wat mijne ziel verheugt. Dat is, bij U te wonen :
Zietdaar mijn zoetste vreugd. De goddelijke liefde.
Die heel mijn hart doorgloeit, Zij houdt Mij op uw outer Met al liaar kracht geboeid.
Maar als ik dan uw zielen
Zoo eindeloos veel bemin, O treedt dan met gedachten
Mijn heilagen tempel in. Gij ziet IVlij door zoovelen
Verlaten en veracht:
Door u, mijn trouwe vrienden. Zij eerherstel gebracht.
V.
Komt, Cliristenscharen, laten wij,
Aanbiddend nederlsnielen;
Voor Jesus Christus, onzen God, Den Bruidegom onzer zielen,
280
1
Die zich in't heilig Sacrament
Uit liefde heeft gegeven, Om tot den jotigsten dag met ons In ons te kunnen leven.
O Jesus, laat ons ned'rig lied,
In 'i jubelend koor der Eng'len, Dat heden Uw altaar omzweeft,
Zich blij en dankbaar meng'len, ïer eer van 't levendmakend Brood,
Dat Gij, in liefde ontstoken, Den nacht, dat Gij verraden werd. Voor allen hebt gebroken.
O Goddelijk Gastmaal, ons bereid,
O Manna onzer harten.
Blijf steeds de toevlucht onzer ziel,
In lijden en in smarten. Kom, duizendmaal, verborgen God!
Hier onze zielen drenken. Om eenmaal aan ons brandend hart U eeuwig weg te schenken.
Dan zullen wij, rondom het Lam,
In de eeuw'ge opperzalen Vereenigd met het Eng'lenkoor
Dit blijde lied herhalen : '/ Gedankt, geprezen en geëerd,
// Geloofd en aangebeden v Zij 't heilig, vlekloos Offerlam, // Tot in alle eeuwigheden.
m
VI.
Dank Jesus ! dank, voor al uw zegeningen,
Uw Hart ontvloeid, gestort in ons gemoed; Wij willen nu met dankb're harten zingen : Van U, o God ! van LT daalt alle goed ! O! moog het U behagen Het offer U gebracht,
En ons het heil, verwerven,
Dat onze ziel van Uwe liefde wacht.
Dank Jesus ! dank, voor al uw kost'bre gaven.
Ons in dit uur zoo ruimschoots toebereid : Gij wilt ons hier met uw vertroosting laven, En wacht ons eens in 't rijk van zaligheid, O ! moog het U behagen Het offer U gebracht.
En ons het heil verwerven.
Dat onze ziel van Uwe liefde wacht
KINDERLIEDEREN voor het (Jenootsehap der H. Kindsheid.
i.
Zie wij komen tot U Heer !
En wij naadren zonder schromen.
Want wij hooren telkens weer :
„ Laat de kind'ren tot Mij komen ! quot; Daarom Jesus, knielen wij ) ,z- .
Wederminnend aan Uw zij. ) '
283
Ja, omdat Gij ons bemint,
Wilt Gij zeeg'uend, in ons midden Luist'ren naar de laai van 't iind,
Hooien naar zijn staam'lend bidden. Heer! verboor dan, vragen wij, ) ,, • . Het gebed der kinderrij. ) ?
God'!ijk Kindje ! eens waart Gij
't Toonbeeld aller kinderscharen;
Geef ons Jesus, dat ook wij
In ons hart Uw beeld bewaren;
Dat Uw leven 't onze zij, )
Jesus, dat Uw kinderdeugd
In ons toeneme alle dagen;
Dat w' als Gij, in onze jeugd
Steeds ,/ aan God en mensch hehagen !quot; Geef dat aller streven zij. ) • ,
Meer te worden zóó als Gij ! )
II.
Zie ons andermaal, o Heer !
Naad'ren tot U zonder schromen.
Want wij hoorden 't heden weer :
Laai de kind'ren tot Mij komen! quot; Kindje Jesus! o zoo blij ) w • ,
Scharen we ons weer aan Uw zij )
Hoor, o Jesus ! boor dan nu.
Wal wij U voor and'ren vragen :
Roep de kinderkens tot U,
Die wet ons Uw Naam niet dragen; Dat eens aller danklied zij ; ) • ,
U alleen aanbidden wij. ) '
(lis.)
Ginds iu ''t verre heiden land,
Leven honderclduizeiidtallen.
Zuchtend dat de zondeband,
Aan hun zielen mocht ontvallen,
Jesus maak die armen vrij ) ,, ■ .
Van des duivels slavernij. )
Zegen in deez' heiPgen stond
Allen, die Uw troon omringen.
Steun ons kinderlijk Verbond,
Sterk het door Uw zegeningen; Knielend biddend smeeken wij, ) /7 • i Elijf o Jesus ! ons ter zij. ) '
in.
Lief Kindje Jesus, wees gegroet!
Wij liggen voor U neergebogen, En zijn vol zuivre liefdegloed.
En eerbied voor U opgetogen.
O zie op ons genadig neder;
Neem onze beê met goedheid aan; Lief Kindje Jesus, zacht en teeder, Ach, zie met liefde LTvv kindren aan.
O, Jesus, glans van 't eeuwig licht;
Gij zijt het heil der stervelingen. Gij, voor wien alle schoonheid zwicht. Duld, dat Uw kindren U omringen. Zij kennen U als bron van 't leven,
Als 's Vaders eengeboren Zoon, Die ons ten voorbeeld zijt gegeven Tot loon in de eeuwige Hemelwoon.
284
Lief Kiudje zalig is ons lot, Zij mogen aan U toebehooren ;
Zij danken daarvoor U, o God, En loven U met d' Engelenkoren;
Maar droefheid moet mijn hart vervullen, Wanneer het zich gelukkig ziet;
Want wie de dwalingen omhullen Zijn, Jesus ! zoo gelukkig niet.
O Jesus, hoor onz' vuur'ge beê Gedenk Uw kruis in bittere smarte,
Schenk ook die kleinen Uwen vree, En druk ze aan Uw minzaam Harte.
Geef, dat zij met ons in U g'looven, Zij, vrijgekocht ook in Uw Bloed;
En eeuwig eens met ons U loven, O, Kindje Jesus, lief en zoet.
IV.
Aan het Kindje Jesus.
Lieve Jesus, hoor ons smeeken. Luister naar der kinderen beê;
Laat het harte tot U spreken Deel ons Uw genade meê.
Zie , wij vallen U te voet, ) ^ Kindje Jesus , wees gegroet. )
In de Kindsheid opgeschreven.
Onder Uw gevolg geschaard,
Kunnen we in ons jeugdig leven Alreeds weldoen op deez' aard.
En dat weldoen doet ons goed, ) Kindje Jesus, wees gegroet. ) s'
w
M
M
Ja, wij geven blij van harte 't Kleine offer, dat Gij vraagt;
En dat Gij, o troost in smarte Naar het lijdend China draagt.
O dat offer doet zoo'n goed , ) ^ Kindje Jesus, wees gegroet. )
Zegen Kindje , Yriend der kinderen, Zegen deze kinderschaar;
Laat de ijver nooit verminderen Voor die arme kleinen daar.
Jesus zoet, Gij zijt zoo goed; ) Kindje Jesus, wees gegroet. )
Zegen alle brave menschen,
T)ie der Kindsheid bijstand biên;
Hoor ons aller beê en wenschen, Doe ons eens Uw Hemel zien.
U te zien, is, o, zoo zoet, ) ^ Kindje Jesus, wees gegroet. )
GEZANGEN
tot de Moeder der Smarten.
i.
Arm en als een zondaresse,
Toog Maria tempelwaart,
Bood haar Zoon, den lieven Jesus, Aan den Schepper dezer aard;
230
Simeon drukt in vervoering Zijn Verlosser aan het hart ,
Maar voorspelt diens heil'ge Moeder Maatloos groote zielesmart.
Ach Maria, welk een lijden Heeft Uw Moederhart doorboord, Toen .Tudea's vorst uit afgunst Betl'hems kleinen had vermoord, Toen gij, duchtend voor het leven Van den kleinen Jesus, vloodt Langs Egypte's woeste wegen.
Dat U nauw een schuilplaats bood !
^k Zie ü schreiend, o Maria ,
Zoeken naar uw dierbaar Kind, 'k Hoor U zuchten // wijs mij Jesus,quot; h Dien mijn hart zoo feeder mint.quot; Ja, het drietal droeve dagen.
Dat gij Jesus hebt verbeid Waren voor uw moaderharte Als een droevige eeuwigheid.
Dieper drong het zwaard iu 't harte Toen d'apostel Hem verried, Vreezend voor de doodsgevaren 't Jong'rental Uw Zoon verliet ; 't Lijden werd voor U een doodstrijd, Toen, gegeeseld en gekroond. Uw Geliefde met het kruishout Voor zijn weldoen werd beloond.
.Nooit zag iemand zulk een lijden Als Uw Zoon daar onderging ,
287
M
1
Maar als ^ij leed nooit een moeder. Toen aan 't kruis Uw Jesus hing; 't Wee-zwaard ging door al Uw leden Bij Zijn bitt're zieleklacht,
Toen de bergen luid herhaalden 't Laatste woord : ,/ ?Tet is volbracht/'
Weenend staart ge in zware droefheid Op liet zielloos lichaam neer,
't Rust een wijl nog aan Uw boezem Mn ar vergroot Uw smart nog meer. Talloos zijn de breede wonden Nog gekleurd van 't dierbaar bloed. Talloos waren ze ook Maria In Uw diepbedroefd gemoed.
't Leven dreigde U te begeven T5ij het overdierbaar graf Van Uw teerbeminden Jesus, Die voor ons zijn leven gaf.
Moeder, als ons smarten knellen. Als ons hart in lijden is.
Schenk ons door Uw maatloos lijden Moed en kracht en lafenis.
H.
O Gij droevigst aller vrouwen Laat ons Moeder vol vertrouwen.
En vol deernis tot U gaan Ziet g' ons met uw smart bewogen Heb met ons ook mededoogen Hoor, ach hoor uw kind'ren aan.
m.
m
288
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die U ging door 't moeclerharte,
Bij het woord van Simeon; Hoe doorgriefde U 't vreeslijk lijden. Dat uw Jesus door moest strijden, Eer Hij dood en hel verwon.
Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die U gi ng door 't moederharte;
Toen Gij Eeth'lcm om den dood Van ziju wichtjes hoordet kermen, En Gij met Uw Kindje in d' armen Bevend naar Egypte vloodt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die U ging door 't moederharte Kj 't verliezen van uw Kind; Dat g' eerst na drie lange dagen. Na veel vragen, en veel klagen, In den tempel wedervindt.
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die U ging door 't moederharte
Toen G' uw Zoon ter dood zaast gaan, En Hem onder 't Kruishout hijgend, Afgemarteld nederzijgend
't Smartlijk Oog op U zaagt slaan.
Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die IJ ging door 'quot;t moederharte
Toen Gij met Uw Zoon gewond. Met Hem al Zijn pijnen lijdend. En den wreeden doodkamp strijdend. Onder 't bloedig kruishout stondt.
289
m
'M
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die LT ging door 't moederharte, Toen, als alles was volbracht. Gij Uw Zoon, van 't kruis genomen, In Uw' armen neêr zaagt komen. Toen aan al Uw kind'ren dacht.
Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die U ging door 't moederharte,
Toen Ge Uw Zoon in 't graf geleid. Aan Uw' oogen heel onttogen,
Diep bewogen , neergebogen. Eenzaam, Moeder, hebt beschreid.
Moeder dan der Zeven Smarten , Trouwe troost der droeve harten.
Sta, o sta Uw kind'ren bij. Dat we dragen al de dagen 's Levens plagen zonder klagen,
Leer ons lijden, zoo als Gij.
Ach, dat ik genezing vonde Tan de wonde mijner zonde.
Die ik pleegde, keer op keer; Voer, o Moeder van erbarmen!
Voer mij in de broederarmen Van Uw lieven Jesus weer.
Ach, dat mij Uw beê verwerve, Dat ik leve, dat ik sterve,
In de liefde van Uw Zoon;
Dat ik zegenrijkste Vrouwe !
Eens Uw heerlijkheid aanschouwe, Waar Gij zetelt naast Zijn troon.
m
19
290
Aan den H. Dominicus.
(o Sjpem miram.)
O ! wat wondervol betrouwen,
Mocht Ge in 't uur van uwen dood In der droeven hart ontvouwen,
AVien Ge uw laatsten zegen boodt.
Gij beloofdet na uw sterven
't Overdierbaar broed^rental,
Gunst en hulp te verwerven Op den weg door 't tranendal.
Vader ! laat uw blijde woorden
Altijd in vervulling gaan,
Blijf ons in deez' ballingsoorden Met uw beê ter zijde staan.
In ontel'bre lichaamskwalen,
Deedt Gij, groot in wondermacht, 's Hemels bijstand nederdalen.
Hebt gij uitkomst aangebracht.
Vader, zie ons door de zonden
Zwak en krank naar hart en geest. Gij , die onze zielewonden
Door uw smeekgebed geneest.
Eere zij den eeuw'gen Vader,
Eere zij den eeuw'gen Zoon, Met den H. Geest te gader !
Lof en dank en jubeltoon !
quot;M
m
291
Op den feestdag van den H. Dominicus.
Insteller van den H. Rozenkrans.
Schoonstralende ster van geleerdheid en deugd,
Heraut van het Hemelsche Hof,
Uw feestdag verheugt ons, ontlokt aan ons hart De tonen van jubel en lof.
Bemind bij uw God en de hemelsche Maagd,
Ontvangt Gij de Eozenkransgift ,
Gij. predikt den ketters het ware geloof,
Beteugelt hun toomlooze drift.
Verslonden door liefde tot God en den mensch,
Wiens jammer U 't harte doorboort,
Gevolgd door uw trouwen, doorkruist Gij het land, Strooit kwistig het zaad van Gods woord.
Gesterkt door Gods kracht en verlicht door zijn
Geest
Vereenigt Gij mannen te zaam,
Die, drukkend het spoor, dat de Meester hun liet. Verwierven onsterflijken naam.
Uw Orde, Bewaakster van 't heiligdom Gods,
Bewaart uwe wijsheid en deugd.
Zij leidt steeds het menschdom langs 't doornige pad Naar d' eeuwig onstoorbare vreugd.
m
m
1
292
Beu leven van liefde, verdiensten en smart
Werd heerlijk bekroond door uw dood,
Toen Gij, op den grond uwer celle geknield. Uw kinderen den zegen nog boodt.
» Mijn kind'ren,quot; zoo spraakt Gij, /(- ach staakt uw
geween ,
u Ik ga naar het hernelsche feest,
,/ Voor u zal ik smeeken, u nuttiger zijn n Dan 'k u op deez' aard ben geweest. quot;
Welaan clan. Apostel van waarheid en deugd,
O Vader, zoo liefd'rijk en teer.
Ach sla op uw feest, dat ons harte verblijdt, Op ons uwen liefdeblik neer.
O sta voor den Rechter van heme! en aard
Uw kind'ren als voorspreker bij.
Verkrijg ons genade in den rampvollen strijd En 't hernelsche vreugdegetij.
Hulde aan den H Patriarch Dominicus,
Initeller van de Orde der Predlkheeren.
Wat flonkerend licht schijnt aan deu Hemel,
Wat held're ster verspreidt haar glans , Wie troont nu boven 't stargewemel,
Biedt zijne hulp van 's Hemels trans?
m
m
Rquot;
1
293
Wie deed eens 't hart van liefde ontgloeien, Een traan aan veler oog ontvloeien, Wie bood liet hart den vredekus, Wie heeft, zes eeuwen ruim geleden.
Voor Jesus' eer met vuur gestreden? Wie anders dan Dominicus ?
God zond Zijn^ Engel op deez' aarde,
z/Ga,quot; sprak Hij, r/ zoek m' een moedig held ,/ Die in mijn oog heeft groote waarde, // Die satans macht eens nedervelt.quot; Dra heeft die Engel, afgezonden ,
Dien heil'gen Strijder hier gevonden,
In Guzmans edel nageslacht 't Was Aza's dochter, die het leven Dien edelen telg heeft geyeven,
Zoo hoog door iedereen geacht.
Een fakkel toont hoe in de zielen Het liefde-vuur ontvlambaar is,
Hoe Hij, bij biddend nederknielen,
Een licht zal zijn in duisternis.
Een ster toont, hoe Hij in zijn leven Door deugden-glans zal zijn omgeven, Zal schitt'ren op zijn heldenbaan ;
En Hij, getrouw aan 's ITeeren Woorden, Daar men alom zijn stem aanhoorde. BewandeldJ der Apostelen paan.
Bezield met ware naastenliefde,
Trok Hij zich 't lot der menschen aan, En niets, dat 't teeder hart meer griefde. Dan hunne snoode euveldaan.
u
291
Een lelie, vlek'loos rein van harte,
Roos van geduld in lijdens-smarten.
Een afgrond van ootmoedigheid.
Bevlekte zonde nooit zijn' handel,
Toch was zijn gansche levenswandel Een spiegel van boetvaardigheid.
Toen Hij door liefde-vlam ontstoken.
Jehova's eere had verbreid.
Heeft Diens Gezant Hem toegesproken:
,/ Treed in de vreugde, U bereid.quot;
Ku is de goede strijd gestreden En zijne ziel in 't zalig Eden,
Tot voor den troon van 't Lam geleid. Nu juicht Hij, waar Gods Heil'gen troonen. Geniet aldaar het rijkst beloonen.
De kroon der eeuw'ge heerlijkheid.
Tot U dan wenden w'ons te gader,
o! Sta ons bij in allen nood.
Wees hier een Voorspraak en een Vader,
Ook in het uur van onzen dood.
Wees ons een toevlucht in het lijden,
Help steeds des Satans list bestrijden.
Geleid ons op de rechte baan.
Wil door uw bede ons verwerven.
Dat wij, als Gij eens mogen sterven. Als Gij den Hemel binnengaan.
'M
m
295
T.
fte II. Liduina, verheerlijkt op aarde.
Juicht, Christenschaar,juicht met der Eng'lenchoren,
Zingt thans den lof der luisterrijke Maagd, Die te Schiedam hoe need'rig ook geboren. Om hare deugd de hemelkrone draagt !
Heilage Liduina,
Zie op ons neer 1 Wees immer onze voorspraak Bij Jesus, onzen Heer.
Uw levensloop verborg zich in het duister.
Met zorg ontvlood uw ootmoed aardschen glans, Thans schittert gij met onverdoofb'ren luister Als flonkerstar aan Js hemels hoogen trans.
Heil'ge Liduina, enz.
Wat zoete geur van frischontloken rozen.
Het lieflijk beeld van Eng^lenzuiverheid, Ging uit van haar, die Jesus lud verkozen Tot Zijne Bruid, de God van Majesteit!
Heil'ge Liduina, enz.
Gij droegt het beeld van Jesus' bitter lijden,
Uw hart werd wreed gefolterd en doorwond. Doch 'sHeeren komst bracht heeling en verblijden. Een hemelgloed omstraalde uw stervensspond. Heilige Liduina, enz.
U schonk de Heer de teekens Zijner wonden.
Versterkte uw ziel met kostbre Hemelspijs; Gods Engel dreef van u de smet der zonden. En voerde u op naar 't hemelsch Paradijs. Heilage Liduina, enz.
m
m
'M
296
Waak, smeeken wij, waak over uwe stede.
Dat Gods genu haar liefdevol bestraal'; Wij volgen u, gesteund door uwe bede.
Getrouw en vroom door 't Kruis ter zegepraal. Heil'ge Liduina, enz.
IT.
De H. Liduina, veiiieerlijkt in den Hemel.
Verheven Maagd, hoe straalt in Jesus' choren
Het lelieblank van uw genadekleed '
Hoe mag uw oog van hemelliefde gloren Nu gij het Lam geheiligd nadertreedt.
Heil'ge Liduina
Zie op ons neer '
Wij smeéken u, Liduina,
Bemin uw broed'ren teer.
Hoe laaft gij thans met volle levenstogen
Uw brandend hart aan de eeuw'ge liefdebron ! Gij leest verrukt in Jesus' godd'lijke oogen;
Mijn kind. Ik geef wat de aard niet geven kon. Heil'ge Liduina, enz.
Voor 't aardsche schoon, door u versmaad, omgeven
De glanzen u van 't eeuwig Paradijs.
Gij stierft aan de aard; nu troont ge in 't hemelsch
leven
En zingt het Lam, op hemelsche Eng'lenwijs. Heil'ge Liduina, enz.
Gij smaakt den wijn, den hemel wijn der Maagden, In parel vloed aan Jesus' brui lol tsdisch,
m
%
297
Geschonken aan wie hier Zijn oog behaagden. Het eeuwiï blijk, 'lat Hij haar Bruigom is. Heil'ge Liduina, enz.
O Heil'ge, wij zijn nog in 't kleed der aarde. Zoo vaak ten spel aan 't wilde driftgewoel, Gij roept ons toe ; n slechts éene zaak heeft waan ,/Erken, o mensch, uw hemelsch levensdoel!
Heil'ge Liduina, enz.
Verkrijg ons kracht om u steeds na te streven,
Bescherm de stad, waar ge eens voor Jesus leedt En mogen wij, met u gezaligd, leven
Waar gij in 't choor der heil'ge Maagden treedt. Heil'ge Liduina, enz.
III.
Ha H. Liduina, patrones van lijdzaamheid.
Wat marteling hebt gij geleden. Wat langen zwaren strijd gestreden,
Liduina, die 't geluk der jeugd Zaagt blinken, maar zoo vroeg verdwijnen , Toen lijdenssponde en tol ter pijnen
Voor immer stoorden 's levens vreugd.
Uw lichaam krimpt in een van smarte ; Toch stijgt geen klaagtoon uit uw harte, Hoe hevisj ook de folfring woedt, — Het Kruis hebt gij tot deel verkoren, Aan 't Kruis uw eeuwquot;ge trouw gezworen. Met Jesus valt u 't lijden zoet.
M
K.
1
298
Al dreigt het leven te bezwijken,
Toch zult gij niet van 't Kruishout wijken,
De liefde geeft steeds nieuwe kracht; Zoo bleeft gij tot uw doodsnik kampen, ïoen voerde God u uit deez' rampen
Naar 't oord, waar eeuw'ge vreugde lacht.
Nu moogt gij 't eeuwig hoogtij vieren, Met zegepalmen t hoofd u sieren,
Gij hebt verwonnen in den strijd. Gij blikt thans uit dien Hemel teeder Op uwe dierbre stede neder
En ziet, hoe menig hart daar lijdt.
Liduina, hoor ons droevig klagen, Ons drukken vaak zoo zware plagen ,
De smart vervolgt ons overal.
O, sta ons bij in 't bange strijden, Versterk ons in dit aardsche lijden, O, troost ons in dit tranendal.
Geleid ons in dit oord van zoude.
Opdat geen kwaad ons 't hart verwonde.
Geleid ons aan uw zachte band Door 't lijden van dit rampvol leven Naar d'altoos blijde hemeldreven;
O, voer ons naar dat Vaderland!
IT.
D« II. Liduina, de bruid van Jesus.
Teed're bloem uit onze stede,
O, Liduina, wonderschoon Blinkt gij in der Zaal'gen lusthof In de schaduw van Gods troon.
i
m
m
quot;M
m
'299
Ja, uw harte was te kostbaar
Dat dee/Z aard liet winnen zou; Jesus wilde uw Bruigom wezen,
Hem schonkt gij uw liefde en trouw.
Voor dien Bruigom uwer ziele
O
Brandde slechts uw zuiver hart. Hem boodt gij uw jeugdig leven,
Voor Hem leedt gij pijn en smart.
Nu ook moogt gij altoos juh'len
In de Bruidzaal van den Heer, Schitterend in de Maagdenreien Zingt ge uw Jesus eeuwig eer.
Daar zijt gij in vollen luister
Met den diadeem gekroond ,
Dien de Heer in 't bitter lijden ü reeds hoopvol had getoond.
Voer ons allen, rein ais Engten, Uit deezJ droeven zondennacht Eens den schoonen Hemel binnen, Waar gij ons, uw kind'ren, wacht.
m
V.
Igt;e H. Liduina, patrones un Schiedam.
Stralend boven aardsche stof.
Hoor, Liduina, onze bede, Passiebloem uit JesusJ hof.
Vreugde en glorie onzer stede. O, Liduina, sta ons bij,
Onze Toeverlaat zijt gij.
1
300
Hier streedt gij veracht, gehoond, Aan het ziekbed vastgeklonken. Hier steegt gij gevierd, gekroond, Naar den Hemel, vreugdedronken.
O, Liduina, enz.
Ondanks eigen bittere smart
Waart gij liefderijk, onverdroten. Troost voor het bedroefde hart. Toevlucht uwer stadgenooten.
O, Liduina, enz.
Dreigt de vijand, woest en wild,
Uw Schiedam sluw te overvallen. Met uw ondoordringbaar schild Dekt gij trouw de stedewallen.
O, Liduina, enz.
Thans, nu gij door 's Pausen woord
Zijt verheven op d^altaren,
Zingen we in één lofakkoord
Uwen roem met d^Bng'lenscharen.
O, Liduina, enz.
Smeek ons Jesus' liefdegloed ,
Leer ons deelen in zijn lijden. Dat we in voor- en tegenspoed Ons in Jesus' Kruis verblijden.
O, Liduina, enz.
VI.
Jubellied.
Jubelt met ons. Geesten scharen ! Huwt Lw toonen aan ons lied.
m
i
m.
M
I
m
m
301
Dat, van 't aardrijk opgevaren Met Uw lofzang samenvliet,
Jubelt met ons Geestenscharen ! Een zij beider jubellied !
Heerlijk straalt zij in Uw clioren, Met uw eigen glans gekroond, Waarin reinheid, eenvoud gloren En de vlam der Lietde woont. Heerlijk straalt zij in Uw choren, Liduina, rijk gekroond.
Jubelt met ons, Hemelingen,
Op het feest der stadgenoot'. Ja, Gij moogt ons feestlied zingen, Dat ons hart haar glorie bood. Jubelt met ons Hemelingen ,
Zij is Uwe heil genoot'!
Dalen Jesus' hemelgaven
Door haar bede in ons gemoed. Laat ze ons dorstend harte laven En het loufren door heur gloed Dalen Jesus' liefdegaven Op haar bede in ons gemoed.
Jubelt met ons, Hemelingen,
Eén zij beider liefdetoon, Om Liduina's lof te zingen.
Want zij deelt Uw Eng'lentroon. Jubelt met ons. Hemelingen, Eén zij beider liefdetoon.
a
m
m
Ter eere van den H. Antonius van Padua.
En gratulemur hodie.
Komt, zingen wij met blijden lof, Den Godmenscli, die als Koning troont , In wiens verheven gloriehof Antonius nu juichend woont.
Zijns Vaders spoor verlaat hij niet.
Maar streeft in al Franciscus na,
Om, als een beek haar bron ontvliet, Te spreiden 't water der gena.
Hij stroomt in 't wijde en breede voort,
En wie ten dood van dorst versmacht.
Herstelt hij, door het zaal'gend woord En 'shemels dauw, in 's levenskracht.
Als zoon is hem een steun zeer hecht Zijn vader, die de wonde draagt.
En zich vertoont aan 't kruis gehecht,
Wanneer zijn zoon van 't kruis gewaagt,
In 't strijdperk onder zulk een held Verwon hij zich, werd niet gedeerd,
Is, nu door geenen strijd gekweld.
Als strijder met zijn hoofd vereerd.
Dat wij , die nog in 't oorlogsland,
Steeds ijv'ren om der vad'ren kroon.
Getrouw aan onzen naam en stand,
Met eer verwinnen smaad en hoon.
w
302
303
Dat dit de Vader ons verleen'. Des Vaders Zoon, de Heil'ge Geest, De Trooster, met hun beiden een; Die ons ten Schepper is geweest.
Si queeris mlracula.
Verlangt ge een tal van wouderheen ? En dood, en ramp, en dwaling vliedt. Met duivel, en met pest;
De kranke richt zijn veege leen, Die hij genezen ziet.
De boei zij valt, de zee, zij wijkt. En jong, en oud, wat gij verloort, Het zij een lichaamslid.
Het zij een zaak, die u verrijkt. Vraagt slechts, gij zijt verhoord.
Gevaar, hoe dreigend, iioe verblind, Is op zijn voorbeê dra vergaan. En nood, hoe bang, houdt op;
Verhaal bet ons, die 't ondervindt. Verbaal het Paduaan.
De boei, zij valt enz.
Eer zij den Vader en den Zoon,
Eer zij met Hem den Heil'gen Geest,
Eer den drie-éénen God,
Wiens oppermacht en glorietroon
Van eeuwen zijn geweest.
De boei, zij valt enz.
304
v. Bid voor ons, Heilige Antonius.
a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Wij bidden U, o God, dat de voorbede van den Heiligen Antonius, Uwen belijder. Uwe Kerk verblijde, opdat zij altijd door geestelijke hulp beschut worde, en verdiene de eeuwige vreugde te genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Bede tot de H. Barbara.
De zieken hoort men tot u smeeken; O Barbara! elk roept u aan;
Wijl tal van feiten luide spreken Hoe gij hen steeds hebt bijgestaan.
Strek dan ook mij tot schild en wapen, Bid God dat Hij niet streng wil zijn.
Laat mij in Zijn gena ontslapen.
Bevrijd mij van de helsche pijn.
Wanneer de spraak mij zal begeven. Ik strijden zal den laatsten strijd;
Bewaar mij in dat uur van beven Voor 's duivels groote listigheid.
Toon dan mijn patrones te wezen,
Treed gunstig voor mij tot Gods troon.
Verwerf me een sterfuur zonder vreezen. Vol hoop op 't schitt'rend hemelloon.
Ik zal uw deugden altoos prijzen.
Zoolang ik leven zal op aard ;
305
Maar meerder nog u eer bewijzen,
Zoo gij voor de eeuwigheid mij spaart. Bij 't slaken van mijn lichaamsbanden.
Daal dan met uwen Jesus neêr; Ontvang mijn ziel in uwe handen. En schenk haar rein haar Schepper wéér.
Ave Barbara, beata Zaal'ge Barbara zie tceder Peccatomni advocata, Op ons, avme zondaars, neder Salus morientium. In den zwaren stervensstrijd. Ave Virgo, Martyr, ave, Maagd en M art'lares, wij smeeken Q useso mill i Virgo tave i Van uw gunst dit liefdeteeken, Semper in anxilinm. Dat gij dan nabij onszijt.
|
Nominatim ne gravere Apud Deum obtinere Subito ne moriar; Sed ut omnibus peccatis Ante mortem expiatis Christi carne fovear. |
W il vooral van God verwerven. Dat Hij vooreen haastig sterven Ons op uwe beé behoedt; Dat, van alle schuld ontheven , Stervend wij in Jesus leven Door zijn Godd'lijk Vleesch en Bloed. |
|
Sacra quoqueunctione, Tua intereessione, Eite Trui valeam , Fac, ut ope tuair.ecum; Et post hoe in fado tecum , In a;ternum gaudiam. |
Zalve, o Zajipe, op uw beden 't.Heilig Oliesel mijn leden. Eer mijn ziel deze aard verlaat; Moge ik boven 't stofgewemel Met u juichen in Gods hemel, Waar de vreugde 't hart verzaadt. |
20 m
m
306
Lied op onze Bedevaart.
Eenlgen.
Wat spoedt ge, o Pel£(rimscharen!
Ter vrome beevaart heen ,
Laat ge aardsche zorgen varen En denkt aan God alleen?
Allen.
Wij zijn hier vreemdelingen, Ons doel is niet op aard',
Maar in Gods hemelkringen ; Zoo leert de bedevaart.
Eenigen
Wat spoedt ge, o pelgrimscharen !
Ter heil'ge Hoogtijds-Mis, En knielt gij om de altaren En Jesus' Liefdedisch ?
Allen.
Is Hij niet hier beneden
Als pelgrim voorgegaan ? Hem volgen onze schreden Op onze pelgrimsbaan.
Eenigen.
O goddelijke goedheid !
Daar is Hij ons ten spijs, En smaken wij de zoetheid Van 't hemelsch Paradijs !
307
Allen.
Daar wordt voor 't aa.rdsche leven Ons alle troost en kracht,
Daar alle hoop gegeven Voor onzen stervensnacht.
Eenig-en,
Wat spoedt ge, o Pelgrimscharen! Naar Brielle's stede heen,
En brengt er jaar aan jaren üw lof- en smeekgebeên ?
Allen.
Wij eeren onze Broeders,
Daar voor 't geloof vermoord;
Daar werden ze onze hoeders. Wier bede God verhoort.
Benigen
Daar dreef men onder slagen Hen in processie om.
En steen en straat gewagen Van al hun marteldom.
Allen.
Daar gaan we, o Pelgrimscharen! Waar 't heilig water welt.
Ons in 't gebed vergaren Op 't roemrijk martelveld.
Eenljfun.
Daar zien zij van hun tronen Ons bidden op hun graf.
En bieden God de kronen. Die hun Zijn liefde gaf.
m
%
308
Allen.
Zoo daalt genade neder
Voor ons in allen nood; Gesterkt gaan wij dan weder, Voor leven en voor dood.
Lof- en Smeeklied op het graf H. H. Martelaren.
Gij, Helden Gods' ziet op ons af. Hier neergebogen op uw grat; Gekroonde Strijders van den Heer ! Uw broeders zingen u ter eer; Zij, nog in 't aardsche stof. Zij roepen •'t hemelhof En alle taal en stemmen zaara, Dat ze, o Broedertal '•
Over 't wijd heelal De glorie melden van uw naam.
Gij, Helden Gods! ziet op ons af, Hier neergebogen op uw graf; Gekroonde Strijders van den Heer ! Uw broeders zingen u ter eer;
Maar ook, hier smeeken zij ; Staat ons toch altijd bij.
Daar is zoo véél, zoo groot gevaar: Dat in allen nood,
Nu en tot den dood. Uw trouwe voorspraak ons bewaar'.
Gij, Helden Gods! ziet op ons af, Hier zingend, biddend op uw graf;
a
309
Gekroonde Strijders van den Heer Hém zingen wij in u ter eer;
Den Heer en zijne Bruid Verheffe ons maatgeluid;
Maar spreek' met ons uw martelbloed, Dat Hij door Ziju kracht Haar voor 'svijands macht En hier en op heel de aard' behoed'.
Gij, Helden Gods ! ziet op ons af.
Hier zingend, biddend op uw graf;
Hier gingen eens ten hemeltop Gods Eng'len juichend af en op. En brachten u de kroon.
En voerden u ten troon. En 't lichaam , dat tot in den dood Tempel was geweest Yan den HeiFgen Geest,
't Bleef hier ter rust in 's aardrijks schoot.
Maar eens nog. Vrienden van den Heer ! Eens komen 's hemels Eng'len weer; Aan al de hoeken van 't heelal Weerklinkt hun luid bazuingeschal. En 't lichaam uit het stof Yaart ook ten hemelhof;
Geliefde Broeders, hoort ons aan ; Vraagt, o vraagt, dat wij,
Dan voor eeuwig blij ,
Met u ter glorie, binnengaan.
31Ü
SMEEKLIED
l'OT ONZE GORKUMSGHE MARTELAARS,
Mr
Als Beschermheiligen voor een zaHgen dood.
Klink', Neêrlands Kerk'- uw feestgeschal
Voor kinderen van uw grond;
Voor Gorkums Heilig Broedertal Klink' luid uw lofzang rond ! Ten derden maal kwam 't eeuwgetij,
Van hun roemzuchten dood ,
Toen voor 't geloof die llcldenrij Zich God ten offer bood.
Verhef, mijn Kerk van Nederland !
De glorie ons geschied ,
Want neen ! volmaakter offerand
Dan 't leven is er niet.
En niet een vluchtig oogeublik
Schonk hun de zegekroon :
Eerst lange, bange stervensschrik Verwierf hun 't hemelsch loon.
Maar daarom is hun marteldood
Zoo kostbaar in Gods oog,
Spreekt nóg die liefdedaad, zoo groot,
Voor ons bij Hem omhoog ;
Voor ons, want de ónzen waren zij,
Van landaard, taal en bloed. En daarom, Neêrlands Heldenrij !
Neem onze hulde en groet.
m
311
Manr vraag ook, dierb're Broederschaar !
Dat, om uw martelpijn,
God ons voor alle kwaad bewaar'
En we eenmaal met u zijn;
Die iti''t geloof zijt voorgegaan,
Trouw tot den folterstrik ,
Vraag, dat ook wij onwrikbaar staan Tot d' allerlaatsten snik.
En daar gij eerst ua strijd op strijd
Uw zegepalmen wont.
En nieuwe Schutspatronen zijt
Voor 's levens jongsten stond : O vraagt bij Jesus' troon.
Voor ons een zalig stervensuur En 't eeuwig glorieloon.
Ter eere van de H. Catharina
M
van Sene.
Leve Jesus, onze God !
Wie Zijn liefde toebehoorea, Deelen hier Zijn kelk en lot. Worden door het Kruis herboren. Boven klinkt het feestkoraal: n Door het Kruis de Zegepraalquot;.
Sene's sohoone passiebloem Droeg het merk van Jesus lijden, Zijne smaadheid- was haar roem. Zijne wonden haar verblijden ; Blijde klonk haar liefdetaal: „Door het Kruis de Zegepraalquot;,
w
M
812
Zingt dan Catharina's lof!
In het midden der choralen Kwam uit 's wereld droevig stof,
Jesus Zijne Bruid onthalen Aan het hemelsch brui lof smaal,
„ Door het Kruis de Zegepraal
Uitverkoren, sterke vrouw ,
Steun den Paus door uwe bede;
Lenig onzen diepen rouw;
Schenk de Kerkgewenschten vrede.
't Kruis is sterker dan het staal :
z/Door het Kruis de Zegepraalquot;.
Smeeklied tot den H! Geest.
Daal neder, Geest van licht! onvotik doorUwe stralen
't Goedwillige gemoed van dit vereend gezin ! Opdat wij van den weg der waarheid niet verdwalen, Maar ons vereenigd hart Gods wetten steeds beminn' Bestraal mijn' zinnen,
O Geest van licht!
Om God te minnen Uit liefde en plicht.
Daal neder. Geest van licht! verklaar mij wat Gods
vinger
Van eeuwigheid in 't hart van zijne schepselen
schreef I
Verlicht me, opdat mijn geest in 't aardsche zich niet
slinger'
Maar aan Gods wet alleen zijn' hulde eneerbied gee v'. Bestraal mijn zinnen, enz.
m
m.
313
Daal neer, zoo als voorheen in Sion's bede-zalen, Waar 't vroom Apostel-koor met Jesus' Moeder
bad!
Of neen — wij zijn niet waard dien luister Uwer
stralen...
Een enk'le vouk, o God! is ons een dierbre schat. Bestraal mijn' zinnen, enz.
Wij vragen U geen licht om wonderen te spreken. Maar in eenvoudigheid te doen wat God gebiedt; Beveel, o Geest van God, aan al onze gebreken! Wij zijnwel krank enzwak,maar wederspannigniet. Bestraal mijn' zinnen, enz.
Het H. Huisgezin.
U, Joseph, is mijn lied gewijd ;
Maria, die Gods Moeder zijt,
U zing ik, en Uw dierb'ren Zoon Aanbid ik op Zijn hemeltroon.
o Heilig Huisgezin !
Daar eer ik Joseph in;
ik eer Maria Moedermaagd,
Met haar godd'lijk Kind,
Bat ons teeder mint En niets van ons dan liefde vraagt.
Waar leed ooit huisgezin een nood. Een armoede en gebrek zoo groot.
Als 't allerheiligst Huisgezin ? Dat boezemt troost bij 't lijden in. o Heilig Huisgezin '■ enz.
M
an.
Was ooit een liuisgessiu O)) aard Zoo onze liefde en eerbied waard? O ! zingt het heilig Drietal lof;
De knie gebogen in het stof!
o Heilig Huisgezin! enz.
Was ooit op aard een huisgezin Zoo mild, zoo rijk aan menschenmiu? Ontvang daarvoor ons hart, o Heer! Als Uw geheiligd offer weer.
o Heilig Huisgezin ! enz.
Aanroeping tot Jesus, Maria, Joseph.
Gij hoort daarboven
Uw Namen loven,
Jesus ! Maria ! Joseph !
Vol vreugd herhalen De hemelzalen :
Jesus ! Maria ! Joseph !
Wie op deze aarde Roemt U naar waarde? Jesus ! Maria ! Joseph !
Gij troost in smarte 't Bezwijkend harte, Jesus ! Maria ! Joseph !
Gij kunt die lijden Tan 't leed bevrijden, Jesus ! Maria ! Joseph !
m
m
PIquot;
n
31a
Gij stelt voor 't hopen Ons hart weer open, Jesus ! Maria ■ Joseph !
Blijft ons bewaren In zielsgevaren,
Jesus 1 Maria ! Joseph !
Versterkt die kampen Met 's levens rampen, Jesus ! Maria ! Joseph !
Lant ons na 't sterven De kroon verwerven, Jesus ' Maria ! Joseph !
Zij 't ons gegeven Met U te leven,
Jesus ! Maria ! Joseph !
Dan zal daarboven Ons hart U loven, Jesus ! Maria ! Joseph I
OPDRACHTSLIED.
Wij werpen ons vol eerbied aan Uw voeten ; o Groote God ! zie gunstig op ons neer! Wat ons Uw hand vol goedheid heeft geschoi Wij brengen het als offer aan U weer. O ! moog het U behagen Het offer U gebracht ;
En ons het heil verwerven.
Dat onze ziel van Uwe liefde wacht.
316
Ontvaug ons hart, o Jesus, dierb're Meester ! Gij vraagt het ons als liefdeonderpand.
Ontsteek in ons door 't vuur vau Uw genade Een liefdegloed, die immer voor U brandt! God ! Welk een heilgenade ,
Te rusten aan Uw Hart,
o Goddelijke Heiland ,
Ik blijf U trouw in blijdschap en in smart!
U, Koningin ! U, smettelooze Moeder Zoo rijk gekroond om Uwe maagdelijkheid ! U smeeken wij: schenk ons door Uwe beden Een zuiver hart, dat ons tot Jesus leidt,
0 Moeder van mijn Jesus !
01 neem ons offer aan !
Laat ons in Uw hoede
Langs 'i doornenpad ter eeuwige vreugde gaan !
Wij wijden ons aan U, o heil'ge .Joseph ! tin smeeken U, versterk ons in den strijd ! Gij, die weleer het godd'lijk Kind behoede , Ol hoed ook ons, die U zijn toegewijd ' O ! voer mij na dit leven ,
Geleid aan Uwe hand ,
Verrijkt met schoone deugden , Vol blijdschap op naar 't hemelsch Vaderland !
O! blijve ons hart met Jesus Hart vereenigd ■ Maria's hulp verwerve ons trouwe deugd ; En Joseph's steun versterke ons door dit leven, Geleide ons eens ter zaal'ge hemelvreugd ! Aanvaar, o God ! dit offer ,
Dat ik U blijde bood ! —
Jesus, Maria, Joseph,
Ik zweer ü trouw — van nu tot in den dood !
1
i
317
Vaandellied
VAN HET HEILIG HUISGEZIN.
Ziet de feestvaan weer op heden ,
Broeders! prijken voor ons oog; 't Zegt ons, hoe dit Drietal Leden Door den strijd ter glorie toog ;
Stijg' met onze dankgebeden 't Plechtig vaandellied omhoog !
Ziet het Toonbeeld ons gegeven
In dat Heilig Godsgezin;
Schuldeloos, werkzaam, huislijk leven.
Vader-, moeder-, kindermin ;
Al hun deugden na te streven : Dit heeft onze strijdvaan in !
Trouw met Joseph dan gestreden ,
Met Maria, met Haar Kind !
't Hoogst heeft dat Gezin geleden,
Schoon het hoogst door God bemind; Wie ter glorie op wil treden :
't Is de Kruisvaan, die haar wint.
Op die Vaan dan 'i oog geslagen.
Waar ons Toonbeeld op ons ziet, En ons wenkt vol welbehagen !
Zoo dan roep ik : „Wat geschied'', ,/ Neen ! in al mijn levensdagen , i; Neen ! 'k verlaat mijn vaandel, niet
m
M
Smeekgebed voor de Zielen in het Vagevuur.
Zie, Jesus, zie tneêdoogencl Op Uw verlosten neer !
Zij wenschen Ü te aanschouwen, Hun Rodrler en hun Heer.
Zij wenschen U te aanschouwen. Te aanbidden in Uw rijk,
O ! geef van uw genade Hun 't laatste liefdeblijk !
Zij wenschen U te loven
Voor 't leven door Uw bloed;
Laat hun Uw troostwoord hooren: //Uw schulden zijn geboet!quot;
Verhoor ons need'rig smeeken Voor die ons dierbaar zijn !
Gij ziet die zielen lijden, Gij kent hun folterpijn.
Gij weet, hoe zij verlangen , Uw Godd'lijk aangezicht
Te aanschouwen in de glorie, Van 't eeuwig zaalgend licht.
o Jesus, zie meêdoogend Op de arme zielen neer,
En mogen ze U aanschouwen. Hun Redder en hun Heer !
m
w
•'519
Gebed tot Jesus, Maria, Joseph voor de afgestorvenen.
lleil'ge Vader! Uwe kinderen Zuchten thans ia 't vagevuur;
Wil hun smarten tocli vermind'ren Schenk vergeving in dit uur. Ach! ontferm U; wees genadig; Redding, Heer, maar niet te laat! Zij verzuchten ook gestadig : Ach ! verzacht hun lijdensstaat.
Goede Vader, wij verlangen Eu wij smeeken onvermoeid ,
Om deez' éene gunst te ontvangen, Breek den kluister, die hen boeit. Wij, wij willen hen bevrijden ;
Om het bloed van Uwen Zoon,
Om Zijn dood en bitter lijden.
Vader '■ voer hen naar Uw troon.
o Maria, hoor onz' zangen ,
Hoor ons smeeken gunstig aan ! Gij vervult steeds ons verlangen , Doe wat Ge altijd hebt gedaan.
't Zijn Uwkind'ren, die U smeeken Voor Uw kind'rpn , heil'ge Maagd; Wil hun boeien toch verbreken ,
Schenk hun wat ons hart U viaagt.
Tot U, Joseph, Voedstervader,
Hoofd van 't heilig Huisgezin,
m
m
m
320
Treden wij verzuchtend nader,
Voer hun ziel den hemel in.
Want in üwe Yaderarmen Draagt Gij 't goddelijke Kind , 't Zal zich over hen erbarmen, Wijl het uw gebed bemint.
Heilig Drietal, hoor onzJ bede, Ach, verhoor ons need'rig lied! En Gij, broeders, rust in vrede. Maar vergeet uw broeders niet. Wilt eens door uw beê verwerven. Dat wij met U, vroeg of laat, Ook den schoonen hemel erven. Als het bange sterfuur slaat.
Voor de geloovige zielen.
Vergeet ons niet! zoo zucht Het droevig tal van zielen. Die lijden thans in 't vuur
Der heil'ge zmv'ringsbrand; Vergeet ons niet' nu wij lit 's Heeren handen vielen , En smachten naar 't genot Van 't hemelsch Vaderland.
Vergeet ons niet! o gij Die God in 't aardsche leven Tot bloedverwant of wel
Tot trouwe vriend ons gaf; Vergeet ons niet ! en wilt Vooral nu blijken geven
m
M
Dat Gij 07is nog bemint Ann rlezo zij van 't graf.
Vergeet hen niet, o God ! Het zijn toch uwe telgen,
Het is uw deel, gekocht
Aan 't Kruis op Golgotha; Wil door Uw dierbaar bloed Al hunne schulden delgen, Verlos hen spoedig, Heer Heb meelij, schenk gena.
Vergeet hen niet, o Maagd ! En Moeder van genade,
Maria ! denk dat zij
1 w lievelingen zijn; Ach ! zoete Moeder sla Hun bitter lijden gade.
En w il hen door TJw bec Verlossen uit hun pijn.
Komt broeders, knielt voor God En voor Zijn heiltroon neder. Roept Jesus' Moeder aan
Voor die gij lijden ziet; Als gij voor hen Haar bidt. Pan vraagt Zij telkens weder Aan Jesus, Haren Zoon;
„ Vergeet mijn kinderen nietquot;
i-z-z
Bedevaartslied.
Komt, treden wij vertrouwend voort Tot Haar, die al de beden hoort
Die rijzen uit het hart;
Aan onze jvenschen wordt voldaan, quot;Wij zullen naar de beêplaats gaan Der Troosteres in smart.
Gaan wij gekromd door ziekte of pijn, Maria zal een balsem zijn
Voor 't diepst gewonde hart;
Zij ziet vol liefde op ons neer En smeekt om troost bij God, Haar Heer, Zij, Troosteres in smart.
Drukt ons de schuld der zouden neêr. De Moeder van den Opperheer ,
Smeekt voor 't rouwmoedig hart Genade af, bij den hemeltroon , Van Haren welbeminden Zoon , Zij, Troosteres in smart.
Maria, voor U neergeknield.
Kom ik, door liefde en berouw bezield.
Tot Uw zóó minnend Hart ;
Ach ! bid voor mij in allen nood,
Maar meest bij 't nad'ren van den dood, O ! Troosteres in smart.
Moge ik in dat verschrikk'lijk uur,
Bij 't bandenslakeu der natuur ,
Zacht rusten aan Uw Hart;
m
m
323
Dan looft mijn ziel in de eeuwigheid. Het goede, mij door U bereid, Als Troosteres in smart.
Naar Kevelaar.
o Driewerf schoone dag, zoo vurig afgebeden, Gij hoort niet langer tot het rijk der toekomst meer ! Wij zullen in uw licht den zaal'gen weg betreden, Naar 't heilig zegenoord der Moeder van deu Heer.
Wij gaan naar Kevelaar, de plaats, waar onze Moeder Haar gunsten mededeelt, aan ieder, die ze vraagt; Waar Zij vergeving smeekt, aan God, den Albehoeder, Dien Zij zoo liefdevol op moederarmen draagt,
o Onbevlekte Maagd ! zie hoe wij nederknielen Tn deze heil'ge plaats, met eerbied voor Gods troon, Wij allen zijn bereid , gezuiverd onze zielen ; Zie, goede Moeder, zie, wij snellen naar Uw woon. Wij gaan naar Kevelaar, enz.
Nog slechts een weinig tijds, en zie, wij liggen allen, Yoor Uw genadebeeld ootmoedig in het stof, Dan zal uit aller borst de schoone juichtoon schallen : Maria - Kevelaar, zij glorie eer en lof.
Wij gaan naar Kevelaar , enz.
Dan zal Uw Moeder blik ons aller hart verrukken, Die lach, als honing zoet, die Jt kinderhart zoo
streelt
Maar ook wij zullen daar dan onze lippen drukken, Met warme geestdrift op Uw heilig wonderbeeld. W ij gaan naar Kevelaar, enz.
m
324
En gunsten zonder tal, zult Gij Uw IdncPreii schenken, Want alles, wat men vraagt, geeft ons Uw Moeder-
in a olit ,
(ïij zult ons allen met een stroom van liefde drenken. Die ramp en kweliins stilt en droefenis verzacht Wij i^aaii naar Kevelaar, enz.
Zend dus mv zegen af! o, hoor toch ouzo beden Bescherm ons op de reis, keer van ons elk gevaar, En leid ons aan Uw hand, naar't zoo bekoorlijk Eden, Waar Gij vereerd wilt zijn, naar 't heilig Kevelaar. i Wij gaan naar Kevelaar , enz.
Morgenlied.
Zie, de nacht is weêr verdwenen , De ochtendzon, zoo pas verschenen;
Koestert reeds liet aardsche dal;
Ja de blijde vog'lenchoren,
Laten reeds hun loflied hooren,
Looft ook gij den God van 'i al.
Laat ook ons met blijde klanken,
Onzen goeden Vader danken,
Die deez' nacht ons heeft behoed;
Laat ons Hem een lofzang wijden,
Zijnen Naam ter eer belijden ,
Met een opgeruimd gemoed.
Onze eerste bezigheden ,
Zijn verzuchtingen, gebeden.
Zangen, tot Uw lof en eer;
Zie daarom met gunstige oogen ,
Op Uw kind'ren neergebogen Voor U, onzen Opperheer!
'M__^
Laat ODS weêr den dag van lieden Gansch voor U alleen besteden;
't Goede doen, de zonde niet;
'f Zij in vóór- ot te^enheden ,
Altijd blijven onze Ijeden :
Vader ! dat Uw wil .geschied.
Dat Uw' Eng'len ons besturen, Ons bewaken in de uren
Als de duivel ons belaagt;
Rn wij, door hen, met gedachten, Woorden , werken, niets betrachten, Dan wat enkel U behaagt.
Liefste Moeder! hoor de beden. Die er opgaan van beneden.
Tot den troon van Uwen Zoon; Vraag dat wij met de Eng'lenchoren, ■quot;t Driewerf Heilig eens doen hooren, Fn des hemels zaal'ge woon.
Avondlied.
Nu de zon haar laatste stralen Voor onze oogen weêr doet dalen, Laat ons bij haar schemeringen, Onzen God een danklied zingen. God, mijn God en Vader ! Gij mijn Opperheer ! Zie beschermend Eu ontfermend ,
Op Uw kind'ren neêr.
326
Laat ons deze gunst erlangen,
Dat Ge ons danklied wilt ontvangen: Eeuwig zij Uw Naam geprezen,
Voor het goede ons bewezen.
God, enz.
Hadden wij door deugdzaam leven, Ü steeds lof en eer gegeven '
Doch wil. Vader! ons verschoonen, 't Hart zal grooter liefde toonen.
God, enz.
Ja, wij zullen er naar streven, U te dienen heel ons leven :
Hart en ziel in vreugd en lijden, Willen wij U voortaan wijden.
God, enz.
Wil ons dezen nacht bewaren.
En voor ieder onheil sparen :
Keer den kwaden lust tot zonden , Door Uw macht van onze sponden.
God, enz.
Wil ons in Uw gunst gedenken. En ons Liw genade schenken;
Doe ons steeds de deugd betrachten, In woord en werk en gedachten.
God, enz.
Wil, o Moeder ! die wij eeren,
Door Uw bede van ons weren.
Al wat Jesus kan mishagen.
Dien wij zoeken te behagen.
God, enz.
UI
Mocht ons uur slaan van verscheiden, Dat dan de Eng'len ons geleiden, Om daarboven lof te zingen,
Met hen die Uw troon omringen. God, enz.
Afscheid van Kevelaar,
Dierbre Moeder, zie Uw kinderen.
Allen voor Uw troon geknield, Zie. de droefheid van het scheiden. Zie, wat smarte hen bezielt!
Helder licht aan 'shemels bogen,
Onbevlekte morgengloed,
Hoor de kinderlijke tonen
Van deez' laatsten afscheidsgroet.
Droevig valt het ja! te scheiden,
Van dit heilig zegenoord.
Waar Gij onbevlekte Moeder, 't Christenhart zoozeer bekoort;
Waar Gij Uwe zegengaven Overvloedig mededeelt,
En ons. Uwe dierb're kind'ren, Als een teed're Moeder streelt.
Balsem giet Gij in de wonden ,
Olie in 't verscheurde hart,
Droefheid doet Ge in vreugd verkeeren, Bij U vindt men troost in smart; De natuur moet naar U luisteren,
Alle pijn en ziekte kwijnt,
Waar Gij, nooit volprezen Zonne, Met Uw koestarend licht verschijnt.
Gij, Gij leilt ons door het duister,
Van dit droevig tiMtieudal,
Toont ons 't strikken van den duivel Die steeds loert op onz^u val; En als wij gevallen waren ,
Diep, ja onbegrijpelijk diep , 't Was toch altijd Owe stemme , Die ons weer tot Jesus riep.
Dan spraakt Gij voor ons ten beste,
En die goede .Vletischenvrind , Noemde ons weder Zijne kind'ren Die Hij altijd teêr bemint.
Door Uw voorspraak, lieve Moeder,
Daalde droefheid in ons hart, En Gij gaaft ons hoop en leven, En vertroosting in de smart.
Valt het dan niet hard te scheiden ,
Moeder! van Uw zegentroon ? Schreit het, hart dau niet van droefheid Als men heengaat uit Uw woon ? Maar Gij, Moeder, roept ons tegen Kind'ren, weent niet, nog één jaar z/En quot;ij zult Mij wedervinden, ,/ In Mijn dierbaar Kevelaar quot;
329
Hulde aan Maria.
Wonderschoon, prachtige, Wondergroot, machtige.
Lieflijk volzalige hemelsche Vrouw !
Wie 'k mij als teeder kind, Liefdevol toe verbindt,
Ja, mij met ziel en met lichaam vertrouw. Goed bloed en leven Wil ik Ü geven;
.Vlies, ja al wat ik ben van af nu.
Geef ik met vreugde Maria aan ü.
Sterren omglauzen U,
Zonnen omkransen ü.
Troostende ster in de nachtelijke vaart. Voor de betreurende,
't Meuschdom besmeurende, Zondesmet heeft U Gods alrancht bewaard. Zalige Moeder,
Jesus onz' Broeder,
Heiland en Redder van Adams geslacht, H ebt gij uit Sion op aarde gebracht.
Hemelsche Koningin,
's Eeuwigen Voedsterin,
Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk ! Sterkte der Strijdenden,
Zalving der lijdenden,
Levende bron in vertroostingen rijk ! U, o getrouwe.
Machtige Vrouwe,
Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder, och voer ons op zekere baan !
m
M
330
Gij zijt eu lieil en troost,
Voor 't ü steeds minnend kroost, Torst in des Hemels eu Moeder van God ! Spiegel der Zuiverheid,
Bijstand der Cliristenheid,
Ark des verbouds, en geleidster tot God ! Werp op mij neder,
Moeder zoo teeder;
Moeder! ja werp toch Uwe oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wand'len als Gij.
In lijden geoefende.
Kent Gij bedroevende Rampen, en pijnen en innige sman Niemand verlaat Gij ooit;
Kind'ren verstoot Gij nooit ; Niemand veracht ooit Uw moederlijk hart. Troost ons in 't lijden.
Sterk ons in 't scheiden,
Bid ook voor ons Uwen Godlijken Zoon, Als Hij ons roept voor Zijn' eeuwigen troon.
m
M,
ZESDE AFDEELING.
LATIJNSCHE GEZANGEN.
ADORO TE.
Adoro te devote, latens Deitas,
Quae sub his figuris vere latitas:
Tibi ge cor meum totum subjicit.
Quia te contemplans totum deficit. Ave Jesu, vere Mauhu, Christe Jesu, Adauge fidem omnium in te credentium.
Visus, gustus, tactus in te fallitur, Sed auditu solo tuto creditur;
Credo quidquid dixit Dei T'ilius, Nil hoc verbo veritatis verins.
In cruce latebat sola Deitas,
At hic latet simul et humanitas : Ambo tarnen credens, atque confitens, Peto quod petivit latro poenitens.
Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tarnen meum te confiteor : F:ic me tibi semper magis credere, In te spem habere, te diligere.
ir
amp;
T
532
O memoriale mortis Domini !
Piinis yivus vitam prsestaus homini, Prtesta mere menti de te vivere^ Et tc illi semper dulce sapere.
Pii', Pellicane Jesu T)ornine , Mo iinmundum munda tuo Sanguine, Gajus una stilla salvum facere Totum inuudum quit ab omni scelere
.lesu, quem velatum nunc aspicio, Oro fiat illud quod tam sitio ;
Ut te revelata cernens facie,
Visu sim beatus tiue glorise.
Adoro Te.
O verborgen Godheid, IJ aanbidt mijn hart, | TT, die in deez' schijnsels oversluierd werdt; ■quot;k Geef' mij ganscb gevangen voor Uw Majesteit, Zinkend, bij 't aanschouwen, in mijn machtloosheid.
Oogen, smaak en voelen, falen in dee// stond; Maar 't geloovig hooren, bied ons vasten grond. Ik geloot de leere, van Gods Zoon gehoord;
Aiets is 7,on onfeilbaar als het Waarheidswoord.
Aan het Kruis verborg zich 't God-zijn slechts alleen; Maar hier is het mensch-zijn schuilende meteen. Toch geloof ik beide, en belijd ze meê,
I Met den goeden moorder in een zelfde beê.
m
M:
m
Ik aanschouw, als Thomas, Uwe wonden niet, Manr Gij zijt mijn God toch, Wien ik linlde bied. Leer me in U gelooven, in U hopen. Heer, En U vurig minnen, immer, immer meer.-
O gedacht'nisteeken vnn des Heeren dood 1 Levend, en den sterveling levendmakend Brood; Geef mijn arme ziele, dat zij door U leev'. En meer hongerend iuimer naar U henen streev5.
I Pelikaan vol liefde, Jesus naam'loos «oed,
Wasch mij van mijn smetten in Uw goddelijk Bloed; [ Eén, ft een enk'lc druppel kan het wijd heelal Zuiveren van zonden, eindeloos in getal.
I Jesus , Dien mijne oogen, hier versoholen zien,
i Laat mijn smachtend harte quot;quot;t hooge heil geschiên,
I Dat ik zonder sluier ^t godd'lijk Aangezicht
I Zien moge, eeuwig zalig in Uw glorielicht. Amen.
v. Panem cceli dedit ! v. Hij heeft hun het eis. ! brood des hemels gegeven.
3.3.3
e. Pauem Angelorum | a. Do mensch heeft het
' brood der Engelen gegeten.
gebed.
manducavit homo.
oremus.
Sancti noministui, Do- Geef, o fleer, dat wij mine, timorem pariter, 1 altijd vrees en tevens et amorem tac nos ha- liefde hebben voor Uwen bere perpetuum ; quia 1 H. Naam; omdat Gij
334.
|
numquam tua guberna-tione destituis, quos in soliditate tuee dilectionis instituis. Per Christum Doiniimm nostrum. Amen. |
nooit ophoudt hen te besturen, die Gij in de duurzaamheid Uwer liefde bevestigt. Door onzen Heer, Jesus Christus. Amen. |
Ave verum.
Ave verum Corpus natum de Maria Virgine!
Vere passum , immolatum in Cruce pro homine !
Cujus latus perforatum vere fluxit Sanguine;
Esto nobis prsegustatum mortis in examine.
o Dulcis ! o pie • o Jesu ! Fili Mariae !
v Wees gegroet, waarachtig Lichaam, geboren uit de Maagd Maria. Dat waarlijk geleden hebt, en op het Kruis voor den mensch is geslachtofferd. Uit wiens doorstoken zijde water en bloed vloeide. Wees ons een voorsmaak in het uur des doods. O zoete 1 o goedertieren Jesus ' o Jesus, Zoon van Maria !
Ave Maria.
Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum : be-nedicta tu in milieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus. Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrse. Amen.
Wees gegroet Maria, enz.
■M
3:35
Angelus.
|
v. Angelus Domini uun-tiavit Mari;e. r. Et concepit de Spiritu Sancto. Ave Maria, etc. v. Ecce ancilla Domini. n. Fiat mihi secundum verbum tuum. Ave Maria, etc. v. Et Verbum Caro factum est. r. Et habitavit in nobis. Ave Maria, etc. v. O ra pro nobis Sancta Dei Genitrix. r. Ut digni efficiamur promissionibus Christi. oremus. Gratiam tuam, qufesu-mus Domine, mentibus nostris infunde, ut qui Angelo nuntiante Christi Eilii tui incarnationem cognovimus, per passio-nem ejus et crucem, ad |
' v. De Engel des Heeren heeft Maria gebood-schapt. a. Eu Zij heeft ontvangen van den H. Geest. Wees gegroet, enz. v. Zie de dienstmaagd des Heeren. a. Mij geschiede naar uw woord. Wees gegroet, enz. v. En het Woord is Vleesch geworden. a. En het heeft onder ons gewoond. M ees gegroet, enz. v. Bid voor ons Moeder Gods. a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. laat 0gt;ts biddf.n. Wij bidden U, o Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels, de meuschwording van Christus Uwen Zoon gekend hebben, door Zijn heilige |
M
M'
'M\
336
resurr^ctionis gloriam per- ' lijden en Kruis tot de heer-ducaüjtir. Per enmdem lijkheid der verrijzenis Christum Dominum nos- 1 gebracht worden. Door trnm. denzelfdcn Christus on-
r. Amen. zen Heer. a. A.men.
Zij die de Anjelus, en in den Paaschtijd de Regina caeli, die hierna volgt, 's morgens en 's avonds, bij het luiden der bedeklok bidden . verdienen een vollen aflaat, eenmaal in de maand : onder de gewone voorwaarden; en 100 dagen; eiken keer, als zij die gebeden op de aangegeven wijze bidden.
Benedictus XTII, 14 Sept. 1724. 's Zaterdags avonds en Zondag moet men de Angelus staande bidden. De Rejjina coeli bidt men in den Paaschtijd tol aan 't feest der H. Drievuldigheid, aitijd staande.
Regina Coeli.
|
v. Regina coeli laetare, | v. alleluia. r. Quia quein meruisti i a. portare, alleluia. v. Resurrexit sicut dixit, v. alleluia. r. Ora pro nobis Deum, a. alleluia. v. Gaude et laetare Vir- v. go Maria, alleluia. r. Quia surrexit Dominus vere, alleluia. oremus. Deus qui per resur- a. |
Koningin des Hemels verheug ü, alleluia. Omdat Hij, Dien Gij verdiend hebt te baren, alleluia. Vm-ezen is, gelijk Hij gezegd heeft, alleluia. Bid God voor ons, alleluia. Verblijd en verheug U, o Maagd Maria, al-leluin. Omdat de Heer waarlijk verrezen is, alleluia. laat ons bidden. O God, die U gewaar- |
337
|
rectionem Filii tui Do-mini nostri-Jesu Christi mundum Isetificare digna-tus es, prsesta qusesumus, ut per ejus Genitricem Virginem Mariam perpe-tuse capiamus gaudia vi-tee. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen JR. |
digd hebt, dc wereld door de. verrijzenis van Uwen Zoon, onzen Heer, Jesus Christus te verblijden, geef, smeeken wij, dat wij door Zijne Moeder , de Maagd Maria, de vreugde van 't eeuwig leven beërven. Door denzelfden Christus onzen ITeer. r Amen. |
Salve Regina.
|
Salve Regina, Mater misericordiae, vita, dulce-do et spes nostra, salve. Ad te clamnmus exules fi-lii Evse. Ad te suspiramus gementes et flentes in hac lacrvmarum valle. Eja ergo, Advocata nostra, illos tuos misericor-des oculosad nosconverte. Et Jesum benedictum fructum ventris tui nobis post hoe exilium ostende. o Clemens ! o pia, o dulcis Yirgo Maria'. |
Weesgegroet, o Koningin , Moeder van barmhartigheid, ons leven,onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot Ü roepen wij verbannen kinderen van Eva; tot U verzuchten wij treurende en weenende in dit dal van tranen. Welaan dan, onze Beschermster, wend Uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht van uwen schoot, Jesus. Ogenadige,o meê-doogende, o zoete Maagd Maria ! |
33
338
Sub tuum. Zie blaclz. 161.
M
n
Die 's morgens de Salve; en 's avonds de Sub tuum , bidt, 100 dagen aflaat, dagelijks. Zondags 7 jaar en 7 quadragenen.
Twee Zondagen in de maand, volle afl. : Grew, voorw. Ook op al de feestdagen der H. Maagd. Volle aflaat in het
uur des doods.
Pius YI. 5 April 17S6.
Inviolata.
luviolata, intacta et casta es, Maria!
Quse es effecta fulgicla coeli porta !
o Mater alma Christi carissiina!
Suscipe pia laudum prseconia.
Nostra ut pura pectora sint et corpora,
Te nunc flagitant devota corda et ora.
ïua per precata dulcisona ,
Nobis coucedas veniam per ssecula.
o 13enigna, qute sola inviolata permansisti ! —
Ongerept, vlekkeloos en kuiscli zijt Gij, Maria! Gij,die deschitterendepoort deshemelsgewordenzijt, O Allerliefste ! Hoogverheven Moeder van Christus, Ontvang onze teedere lofgezangen !
Nederig smeeken wij U thans met hart en mond, Dat wij zuiver mogen wezen naar ziel en lichaam. ■ Verwerf ons door de zoete kracht Uwer voorspraak 1 Voor altijd vergeving onzer schulden,
o. Gij, vol mededoogen, die alleen en altijd zonder
vlek gebleven zijt!
Gezegend zij de Heilige en Onbevlekte Ontvangenis der Zalige Maagd Maria.
Telkens 100 dagen aflaat. Pius VI. 21 Nov. 1792,
.1
1
M
.'339
o Sanctissima.
O sanctissima, o ])iissiraii, dulcis Virgo Maria ! Mater amata, intemerata ora, ora pro nobis. Tu solatium et refugium Virgo Mater Maria, Quidquid optamus, per te speramus, ora, ora pro
nobis.
Kcce debiles per quam flebiles salva noSj o Maria, In te speramus, ad te clamamus, ora, ora pro nobis.
o Sanctissima.
Allerheiligste, allerteederste, zoete Maagd Maria ! Beminde, vlekkelooze Moeder, bid. o bid voor ons-Gij, o Moedermaagd Maria, onze troost, onze toe-
vlucht!
Al wat wij wenschen, hopen wij door U, bid, o
bid voor ons.
Zie neer op ons, die zwak en zeer bedroefd zijn ,
en help ons, o Maria.
Op U hopen wij, tot U roepen wij; bid, o bid
voor ons, Maria.
Ave maris Stella.
Ave maris stella, Dei Mater alma.
At que semper Virgo, IVIix coeli porta.
Sumens illnd Ave Gabrielis ore,
IWda nos in pace, Mutans nomen Evse!
.1]
M:
340
Solve vincla reis,
Profer lumen ceecis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.
Monstra te esse Matrem :
Sumat per te preces,
Qui pro nobis Natus Tulit esse tuus.
Yirgo singularis !
Inter omnes mitis :
Nos culpis solutos Mites fac et castos '•
Vitam prsesta puram,
Iter para tutum,
Ut videntes Jesmn,
Sem])er collsetemur !
Sit laus Deo Patri ,
Summo Cliristo decus,
Spiritui Sanoto,
Tribus honor unus. Amen.
Ave maris Stella.
Wees gegroet, Gij ster van 't meer! Vruchtb're Moeder van den Heer, Altoos Maagd gebleven ,
Gulden poort der Hemeldreven.
Sinds ons n Ave quot; is verkond (Heilgroet uit den Eng'lenmoiid !) Laat het, sein van vreden ,
// Eva's quot; plaats bij ons bekleeden !
341
Slaak de zondaars uit den strik ! Ach ' verlicht dier blinden blik !
Alle kwaad verjagend ,
Alle goed voor ■'t menschdoin vragend.
Toon den moedernaam U waard : Dat Hij onze bede aanvaard,
Die , om ons geboren ,
Aan U wilde toebehooren.
Maagd, der maagden reinste bloem ! Zachte Maagd , der zaehten roem : Wierd ik, vrij van zonden,
Zacht en kuisch als Gij bevonden'!
liouter Gij ons levensbaan ,
't Pad beveiligend, dat wij gaan; Zóó, dat we U ter zijden •Tesus zien, met de eeuwig blijden!
Zij aan God den Vader eer Christus, onzen hoogen Heer,
En den Geest te zamen!
Allen de eigen glorie — Amen.
Jesu dulcis memoria.
Jesu dulcis memoria,
Dans vera cordi' gaudia ;
Sed super mei et omnia.
Ejus dulcis prsesentia.
ATil canitur suavius,
Nil auditur jucuudius,
Nil cogitatur dulcius,
Quam Jesus Dei Eilius.
m
m
34:4
Jesii, spes poenitcutibus,
Quam pius es petentibus;
Quam bonus te qnserentibus,
Seri quid invenientibus !
Nee lingua valet rlicere, Nee littera exprimere;
Expertüs potest credere,
Quid sit Jesum diligere.
Jesu dulcis memoria.
Aan Jesus denken is wel zoet,
't Geeft ware vreugde aan 't blij gemoed, Maar boven 't allerhoogste goed Gaat, wat zijn bijzijn smaken doet.
Zoo lieflijk ruiseht er geen akkoord, Zoo zoet een klank wordt nooit geboord; Geen denkbeeld brengt een vreugde voort Als Jesus, 's Vaders eeuwig Woord.
o Jesus, hoop van hem, die boet, Wat zijt Gij voor Uw smeek'ling goed, Hoe mild, voor wie er zoekend spoedt ! Maar wat den minnende aan Uw voet ?
Geen blijde tonge meldt het luid,
Geen letter is er, die het duidt — De ervaring weet, maar drukt niet uit, Wat Jesus liefde in zich besluit.
m
m
343
MAGNIFICAT.
|
Magnificat * anima mea Dominum ; Et exnltavit spiritus mens * in Deo salutari meo. Quia respexit liumilita-tem aHcillse suae: * ecce enim ex hoc beatam me dicenl omnes generatio-ues. Quia fecit milii magna qui potcns est, * et sanctum nomen ejus. El miscricordia ejus a progenie in progenies, * timentibns eum. Fecit potentiam in bra-chio sue : * dispersit superbos mente cordis sui. Deposuit pntentes de sede * et esaltavit hu-miles. Esurientes implevit bonis : * et divites di- n |
Mijne ziel verheft den Heer : Eu mijn geest heeft zich verheugd in God, mijn Heiland. Omdat Hij heeft neergezien op de nederigheid zijner dienstmaagd : want ziet: van nu at zullen alle geslachten mij zalig noemen. Omdat Hij, die machtig is, groote dingen aan mij gedaan heeft, en Zijn naam is heilig. En zijne barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor allen die hem vreezeu. Hij heeft kracht gedaan door Zijn arm; hij heeft de hoogmoedigen verstrooid in de meening huns harten. Hij heeft de machtigen van den troon geworpen, en de nederigen heeft Hij verheven. Hij beeft de hongerigen met goederen vervuld , * |
au
misit manes.
Suscepit Israël puerum suum,* recordatus inise-ricordue su;e.
Sicut locutus est ad patres nostras, * Abraham et semini ejus in ssecula.
Gloria Patri, etc.
Aan uilen, die eerbiedig dezen lofzang bidden 100 dagen aflaat eenmaal daags. Leo XICl, 20 Sept. 1879.
Te D e u m.
en de rijken heeft Hij ijdel weggezonden.
Hijheeftlsrael, zijuendie-naar, aangenomen, gedachtig zijner barmhartigheid.
Gelijk Hij gesproken heeft tot o'ize vaderen : tot Abraham en diens nakomelingen in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
|
Te Deum laudamus; * te Dominum confitemur. Te feternum Patrem * omnis terra veneratur. Tibi omnes Angeli, * tibi cteli et universte po-testates. TibiCherubim et Seraphim * incessabili voce proclamant. Sanctus , Sanctus, Sanctus : üoiniiius Deus Sabaoth. Plenisuntcceli et terra * majestatis glorife tuse. Te gloriosus * Aposto-lorum chorus. Te Prophetamm * lau-dabilis numerus. |
U, o God ! loven wij ; U, o Heer, belijden wij. U, o eeuwige Vader , vereert de geheele aarde. ü loven al de Engelen , de Hemelen en allquot;. Machten. Tot ü roepen zonder ophouden de Cherubijnen en de Serafijnen. Heilig! Heilig 1 Heilig is de Heer, de God der Heerscharen. Hemel en aarde zij n vol van de Majesteit uwer glorie. U looft het heerlijk koor der Apostelen. U prijst de loflijke schaar der Profeten. |
345
|
ïe Martyrurn candida-tus * laudat exercitus. Te per orbem terra-rum * saucta confitetur Ecclesia, Patretn * imtnensse ma-jestatis. Venerandum tuum ve-ruin * et unicum Filiura. Sanctum quoque* Pa-raclitum Spiritum. ïu Rex glorise * Chris- te. Tu Patris * sempiter-nus es Filius. Tu ad liberandum sus-cepturus hominem * non horruisti virginis uterum. Tu devicto mortis acu-leo * aperuisti credenti-bus regna coelorum. Tu ad dexteram Dei sedes * in gloria Patris. Judex crederis * esse venturus. ( Hier knielt men). Te ergoquresuraus, tuis famulis subveni, * quos |
U roemt het schitterend heer der Martelaren. U belijdt de heilige Kerk over geheel de aarde. Als den Vader van onmetelijke heerlijkheid. En ook uwen waarach-tigen , eenigen , aanbid-denswaardigen Zoon. Ook deu Heiligen Geest, den Vertrooster. Gij, o Christus, zijt de Koning der eeuwige glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt om den meusch te verlossen, den schoot eener schroomd. Gij hebt na den prikkel des doods verwonnen te hebben, den geloovigen het rijk der hemelen geopend. Gij zijt gezeteld aan de rechterhand van God in de heerlijkheid des Vaders. Wij gelooven , dat Gij eenmaal als Eechter zult komen. Maagd niet Daarom bidden wij U , kom uwe dienaren ter |
316
|
pretioso sanguine rede-misti. iEterna fac cum Sanctis tuis * in gloria nu-merari. Salvum fac populum tuum, Domme, * et be-nedic hsereditati tuae. Et rege eos et extolle illos * usque in eeternum. Per singulos dies be-nediciinus te. Et ]audamus Nomen tuum in saeculum * et in speculum sseculi. Dignare, Domine, die isto * sine peccato nos custodire. Miserere nostri, Do-mine * miserere nostri. Fiat misericordia tua, Domine , super nos , * quemadmodum speravi-mus in te. In te, Domine, spera-vi, * non confundar in seterniim. |
hulp, die Gij door Uw dierbaar bloed liebt vrijgekocht. Maak, dat zij allen in Uwe heerlijkheid onder het getal Uwer heiligen worden gerangschikt. Heer, maak Uw volk zalig, en zegen uw erfdeel. En bestier hen, en verhef hen tot in eeuwigheid. Dag aan dag prijzen wij U. Eu loven Uwen Naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen. Gewaardig U, o Heer! ons dezen dag zonder zonden te bewaren. Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer. Laat Uwe barmhartigheid over ons komen, o Heer! zooals wij op U gehoopt hebben. Op ü, o Heer ! heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. |
v. Benedictus es, Domine. Deus patrum nostrorum! e . Et laudabilis et gloriosus in saecula.
w.
m
3 7
v. Beneclicamus Patrem et Filium cum sancto Spiritu.
r. Laudemus et superexaltemus eum in ssecula. v. Benedictus es Domine Deus in firmamento coeli. r. Et laudabilis et gloriosus et superexaltatus in saecula.
v. Beiiedic anima mea Dominum.
r. El noli oblivisci omnes retributiones ejus.
v. Domine exaudi orationem meam.
r. Et clamor meus ad te veniat.
v. Dominus vobiscum.
r. Et cum spiritu tuo.
o r e m u s
Deus, cujus misericordue non est numerus, et bonitatis iufinitus est thesaurus : piissiinac majestati tuse pro coilatis donis gratias agimus, tuam semper clementiam exorantes ; ut qui ])etentibus pos-tulata concedis eosdem non deserens ad pram ia futura disponas.
Deus, qui corda fidelium S. Spiritus illustrati-one docnisti, da nobis, in eodem Spiritu recta sa-pere, et de ejus semper consolatione gaudere.
Deus, qui nemiuem in te sperantem nimium affligi psrmittis; sed pium precibus prsestas audi-tum : pro postulationibus nostris, votisque suscep-tis gratias agimus : te piissime deprecantes, ut a cunctis semper muniamur adversis. Per Dominum nostrum.
m
m.
1
;348
t
ZEVENDE AFDEEL lie.
GEBEDEN
VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.
|
IVIiserere mei - Deus, * — secundum magnam -misericordiam tuam. Et secundum - multi-tudinem - miserationum tuarum; * — dele ini-quitatem mearn, Amplius lava me ab iniquitate mea, * et a peccato meo munda me; Quoniam -iniquitatem -meam - ego cognosco : * — et peccatum meum -contra me est semper. Tibi soli peccavi - et malum coram te feci: * — |
Ontferm TJ mijner, o God '■ naar uwe groote barmhartigheid. En naar de veelheid U wer ontfermingen, wisch mijne boosheid uit. Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonden. Want ik ken mijne boosheid . en mijne zonden zijn altijd voor mijne oogen. Voor U alleen heb ik gezondigd, en kwaad ge- |
|
R--—quot; 3 ut justificeris - in sermo-nibus tuis, - et vincas -cum judicaris. Ecce enim - in iniquita-tibus conceptus sum : *— et in peccatis - concepit me mater mea. Ecce enim - veritatem dilexisti: * — incerta - et occulta - sapientiai tufp -manifestnsti mihi. Asperges me hyssopo -et mundabor ; * lavabis me - et super nivem dealbabor. Auditui meo - dabis gaudium - et laetitiam; * — et exultabunt - ossa humiliata. Averte - faciem tuam -a peccatis meis : * — et omnes iniquitates meas dele. Cor munduin orea - in me. Deus : * — et spi-rituin rectum - innova- in visceribus meis. |
Ne projicias me - a fa-daan in uwe tegenwoordigheid ; zoodat gij gerechtvaardigd wordt in uwe woorden, en overwint, als gij geoordeeld wordt. Want zie in ongerechtigheid ben ik geboren; i en in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen. Want zie, gij hebt de waarheid lief : de verborgenheden en geheimen ; uwer wijsheid hebt gij mij geopenbaard. Bespreng mij met hysop, en ik zal gereinigd worden : wasch mij en ik zal witter worden dan sneeuw. Mijn gehoor zult gij blijdschap en vreugde schenken ; en de verne- lt; derde beenderen zullen verheugd opspringen. W end uw aangezicht af van mijne zonden, en delg al mijne misdaden uit. Schep in mij, o God ! een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. Verwerp mij niet van |
350
cie tua: * et Spiritum uw aanschijn , en neem Sanctum tuum - ne aufe- uwen H. Geest niet weg ras a me.
Redde mihi - Isetiti-am - salutaris tui : * —
et spiritu - principali confirms me.
Docebo iniquos - vias tuas : * — et impii - ad te convertentur.
Libera me - de sangui-nibus Deus, - Deus salu-tis mete : * — et exul-tabit lingua mea - justi-tiam tuam.
Domine, - labia mea aperies: *— et os meum-annuntiabit laudemtuam.
Quoniam - si voluisses sacriücium, - dedissem utique : * — holocaus-tis - non delectaberis.
Sacrificium Deo - spiritus contribulatus; * —
cor contritum - et humi-liatum, - Deus, non des-picies.
Benigne fac - Domine,
in bona voluntate - tua,
Sion, —ut jedificeiitur-muri Jerusalem ,
van mij.
Geef mij weer de vreugde uws Iieils, en sterk mij door den koninklijken
geest.
Ik zal den boozen uwe wegen leeren , eu de god-deloozen zullen zich tot U bekeeren.
Bevrijd mij van de bloedschuld, o God, God mijns heils! en mijne tong zal juichend uwe recht-vaardigheid v erk o n digen.
Heer ! open mijne lip-1 pên, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Want hadt gij slachtoffers verlangd, ik zou ze zeker gebracht hebben: in brandoffers hebt gij geen behagen.
Een bedroefde geest is een slachtoffer voor God; een vermorzeld en ootmoedig hart zult gij, o God! niet versmaden. : Heer! handel in uwe 1 goedheid genadig met Sion , opdat Jerusalems muren worden opgebouwd.
351
|
Tunc acceptabis -sacri-ficiuiu justif.ite-oblationes et holocausta; * — tunc imponent - super altare tuum vitulos. Kequiem seternam * — dona eis, Domine. Et lux perpetua — ]u-ceat eis. |
Dan zult gij offers van gerechtiglieid , spijs- en brandoffers aannemen ; dan zal men kalveren leggen op uwe altaren. Heer, geef hun de eeu-i wige rust. En dat heteemvige licht hun beschijne. |
Jesu Salvator.
Jesu Salvator mundi, exaudi preces supplicura.
Miseremini mei, miseremini mei, saltem vos amici mei, quia manus Domini tetigit me.
Pelli inese, consumptis carnibus, adhsesit os meum.
Miseremini, etc.
Quare persequimini me sicut Deus et carnibus meis saturamini
Miseremini, etc.
Requiem seternam dona eis Domine, et lux perpetua luceat eis.
Miseremini, etc.
De Profundis.
De profundis clamavi j Uit de diepten heb ik ad te, Domine; * - Domi- tot U geroepen : Heer ! ne exaudi vocem meam. Heer, verhoor mijne stem,
Fiant aures tme-inten- Laat uwe ooren luiste-dentes, * — in vocem - de- ren naar de stem mijns precationis meae, ; gebeds.
Si iniquitates-observa- Indien Gij, o Heer! de ? ___
|
amp; 3 veris, Domine —Do-mine,- quis sustinebit? Quiaapud te-propitia-tio est * , — et propter -legem tuam-sustinui te, Domine. Sustiniiit anima mea -in verbo ej us ; * — spera-vit - anima meain Domino. A custodia matutina-usque ad noctem, —spe-ret Israël in Domino. Quia apud Dominum-misericordia, *— etcopi-osa - apud enm redemptio. Et ip^e redimet Israël , * — ex omnibus -iniquitatibus ejus. Eequiem aeternam* — dona eis , Domine. Et lux perpetua — lu-ceat eis. Pater noster , etc, I v. Et ne nos induces in tentationem. e. Sed libera nos a malo. v. A porta inferi. E. Erue, Domine,—ani-mas eorum. (animam ejus.) |
)2 ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal 't bestaan ? Omdat er bij U ontferming is , en om uwe wet heb ik U, o Heer! afgewacht. Mijne ziel heeft op Zijn woord gewacht; mijne ziel heeft op den Heergehoopt. Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing. En Hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden. Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht beschijne hen. Onze Yader, enz. v. En leid ons niet in bekoring. a. Maar verlos ons van den kwade. v. Van de poort der hel. a. Verlos Heer hunne zielen. |
35:3
|
v. Requiescant in pace. R. Amen. v. Domine, exaudi ora- tionem ineam. r. Et clamor mens — ad te veniat. v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo. oremus. Absolve, quaesumus Domine, animam famuli tui N., ut defunctus sse-culo tibi vivat : et quse per fragilitatem carnis humana conversatione commisit, tu venia mi-sericordissimae pietatis absterge. Deus, venise largitor, et humanse salutis auctor, qusesumusclementiam tuam, ut nostrse Congre-gationis f rat res, sorores, tamiliares et benefactores qui ex hoc sseculo transi-erunt, BeataMaria semper Virgine intercedente, cum v. Dat zij in vrede rusten. a. Amen. |
v. Heer verhoor mijn gebed. a. En mijn geroep kome tot U. v. De Heer zij met u. a. En met uwen geest. laat ons bidden. Verlos , bidden wij U , o Heer, de ziel vau uwen dienaar N! van alle banden der zonde, opdat hij, na verscheiden te zijn van deze wereld, voor U leve: en alle gebreken , welke hij gedurende dit leven door de zwakheid van het vleesch bedreven heeft, worden uitgewischt door de vergeving uwer aller-barmhartigste liefde. O God, die den zondaar vergeving schenkt, en de zaligheid der men-schen bemint, wij smee-ken uwe goedertierenheid, datGijdebroeders, zusters, naastbestaanden en weldoeners van onze congregatie, die uit deze wereld 23 m |
351
|
omnibus Sanctis tuis , ad perpetiue beatitudinis consortium per venire con- cedas. Fidelium Deus omnium Conditor et Redemp-tor, animabus famulo-rum, famularumque tua-rum remissionem cuncto-rum tribue peccatorum, ut indulgentiam, quam semper optaverunt, piis supplicationibus conse-quantur. Qui vivis et reg-nas in ssecula sseculorum. e. Amen. v. Requiem teternam do- na eis, üomine. r. Et lux perpetua luce- at eis. ( éi.) v. Requiescant ia pace. r. Amen. |
gescheidon zijn, door de voorspraak van de H. Maagd Maria, en van alle Heiligen, tot de deelne-neming der eeuwige zaligheid laat geraken. God, Schepper en Verlosser aller geloovigen , verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen de vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de kwijtschelding, waar zij steeds naar verlangden, door ootmoedige smeekingen mogen verwerven. Die leeft en heerscht in de eeuwigheid der eeuwigheden. a. Amen. v. Heer, geef hun de eeuwige rust. a. En het eeuwige licht beschijne hun. v. Dat zij rusten in vrede. a. Amen. |
Die dezen psalm met het gebed Ood, Schepper en Verlosser enz., een uur na zonsondergang bidden, verdienen 100 dagen aflaat elke keer; en een vollen aflaat eenmaal in 't jaar, indien zij dien psalm etc, dagelijks bidden ; onder de gewone voorwaarden. Clemens XII, 14 Aug. 1736.
Die dezen psalm niet kennen, voldoen met eenmaal het Onze Vader en Wees gegroet, eu het vers : Heer , geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen.
Pius VI, 18 Maart 1781.
1
355
Geloofd zij God.
Geloofd zij Gods heilige Naam.
Geloofd zij Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk
Mensch. Geloofd zij Jesus' Naam.
Geloofd zij Jesus Christus in het Allerheiligst
Altaar-Sacrament. Geloofd zij de hoogverheven Moeder Gods, de
allerheiligste Maagd Maria. Geloofd zij hare heilige en onbevlekte Ontvangenis, Geloofd zij de naam van de Moedermaagd Maria. Geloofd zij God in Zijn Heiligen en Engelen.
Elkeu keer oen jaar aflaat. Pius VII, 23 Juli 1801. Volle aflaat, ééns in de maand, ale men dagelijks dezen lofzang bidt, onder gewone voorwaarden.
Pin# IX, 8 Aug. 1847.
IMPRIMI PERMITTIMUS.
HUISSEN, in Conv. Rkg. s.s. Rosarii, In fesïo Epiphani^: Domini 1891.
fr. A. van den Elzen,
Prov.
IMPRIMATUR.
VOORSCHOTEN,
Die 14 Junii 1891.
M. BERNSBN,
Libr. Censor.
BLADWIJZER
Bladz.
Eeglement van de Broederschap der Processie . 4
EERSTE AFDEELING.
Gebeden bij het aanvaarden der Bedevaart. . . 7
Morgengebed..........................8
Algemeen morgengebed.........10
Gebeden onder de H. Rozenkrans-Mis .... 13
Gebeden na de H. Mis.........25
Gebeden onder de H. Mis voor de geloovige zielen. 26
Oefeningen vóór de H. Biecht.......32
Oefeningen na de H. Biecht...........35
Oefeningen vóór de H. Communie......37
Oefeningen na de H. Communie......40
TWEEDE AFDEELING.
Litanie van den Zoeten Naam Jesus.....45
Litanie ter eere van het 11. Hart van Jesus . . 51
Gel»eden ter eere van het H. Hart van Jesus. . 53
Toewijding aan het H. Hart van Jesus .... 53
Litanie tot den H. Geest.........54
Hymne «Veni, Sancte Spiritus.quot; Kom Heilige
Litanie tot Jesus in het Allerh. Sacrament. . . 59 Eereboete aan onzen Heer Jesus Christus in het
Litanie ter eere der allerh. Maagd Maria ... 64
BLADWIJZEE.
Bladz.
Gebeden der Broederschap van het onbevlekte
Hart van Maria, tot bekeering der zondaren . 69 Litanie ter eere van het H. Hart van Maria . . 70 „Memorare.quot; «Gedenk, o goedertieronste
« Sub t u n m. quot; „ Onder uwe bescherming. quot; . 72 „Paree Dom ine.quot; „Spaar, Heer.quot;. . . 73 „Refugium pecoatorum.quot; n Toevlucht
der zondaren.quot;...........74
Litanie ter eere der Koningin van den H. Rozenkrans...............75
Litanie ter eere van O. L. V. van Smarten . . 78
Aan de Moeder van Smarten.......80
Gebod tol O. L. V. van Smarten...... 81
Litanie ter cere van den H. Joseph.....86
Gebed tot den H. Joseph.........88
Memorare van dén H. Joseph.......89
Gebed van ouders voor hunne kinderen. ... 90
Gebed van do jeugd..........91
Gebed om voorlichting in het verkiezen van een
Litanie ter eere van den H. Dominicus. ... 93
Responsorium. „O Spemmiram.quot;.....95
Verschillende gebeden van de Broederschap der
Gebed om een zalig afsterven van een afgedwaalde. 103 Gebed tot don Goddelijken Zaligmaker .... 104
Aflaten van de Broederschap........105
Litanie om eenen zaligen dood.......106
Litanie tor eere van den H. Thomas van Aquine,
Patroon der zuiverheid.........109
Gebeit tot God, om de gave van zuiverheid . . 110 Gebed tot den H. Thomas........111
BLADWIJZE».
Bladz.
Gebed ter eere van den li. Petrus, Martelaar der Predikheeren-Orde en bijzondere Patroon dei-
zieken ...........
Gebed bij het gebruik van het water, gewijd ter
eere van den H. Petrus........112
Gebed om door de voorspraak van den H. Petrus
de gezondheid te herkrijgen.......113
Gebed tot den H. Petrus, tijdens eene ziekte . .113 Litanie ter eere van den H. Petrus, Martelaar . 114 Litanie ter eere van den H. Antonius van Padua. 117
Smeekgebed tot den 11. Antonius......119
Gebed om verloren zaken terug te vinden . . . 120 Gebed in allerlei tegenspoed, (als Noveen-gebed
Litanie ter eere van de H. Liduina, Patrones der
Gebed om een geestelijke of tijdelijke gunst . . 124 Litanie ter eere van den H. Blasius, Patroon
tegen keelziekten.....;.....126
Litanie van overgeving aan Gods H. Wil . . . 129
Gelatenheid in den H. Wil van God.....131
Litanie voor de geloovige zielen......133
Litanie van het H. Kruis........136
Heilige Kruisweg...........139
Atlaten aan den H. Kruisweg verbonden . . .158 Oefeningen ter eere van het Onbevlekte Hart van
Oefeningen onder het lof ter eere van het onbevlekte Hart van Maria.........160
m
m
BLAÜAVUZER.
I DERDE AFDEELING.
Bladz. j
Congregatie oefeningen.........167
Acte van toewijcling-..........168
De plechtige opdracht..........169
Bij de opening der Congregatie.
Aanroeping van den H. Geest.......173
Lotzana; : „ Veni, Creator Spiritusquot;.....173
Litanie van de H. Familie........176
Memorare van de H. Maagd.......179
Memorare van den II. Joseph.......179
Acte van toewijding, van e^n christelijk Huisgezin
aan de H. Familie..........183
Gebed, voor een afbeeldina: der H. Familie (door Z. H. Leo XIII.)...........184
EERSTE APDEEtiINQ.
GEZANGEN TER EERE VAN JESÜS, MARIA, JOSEPH.
Gezangen tot Jesus.
Dat Jesus leev'............188
Aanbidding van Jesus in het H. Sacrament . .189
Voorbereiding tot de H. Communie.....190
Gebed vóór de H. Communte.......191
Na de H. Communie..........191
Geloofd zij Jesus Christus........192
Acte van Geloof............193
RouTvvolle Bede............194
De berouwhebr)ende zondaar.......196
Gedenklied aan 's Heeren Lijden......197
Aan Jesus' H. Wonden.........198
De zoete Naam Jesus..........199
k S
i
BLADVVIJZEE. TWEEDE AEDEELINQ.
Gezangen tot Maria.
Bladz.
Maria leve........... . . . 300
Maria, onbevlekt ontvangen........201
Avondgroet aan Maria..........203
Lofzang aan Maria..............204
Maria onze Bescliermster......., . 209
Dc Kinderen van Maria.........211
Vreugd der kinderen van Maria onder hare bescherming .............212
De groete des Engels..........214
Opdracht van ons hart aan Maria......215
Maria's Hemelvaart...........219
DERDE APDEELING.
Gezangen ter eere van den H. Joseph.
Dat Joseph leev'...........223
De H. Joseph onze beschermer.......224
De H. Joseph en het Goddelijk Kind .... 225
Bede tot den H. Joseph.........226
Bede tot den H. Joseph.........227
Aan den H. Joseph..........228
De H. Joseph en zijn glorie........229
K
bla.u wijzer.
VIERDE AFDEELINO-.
Gezangen tot Maria, Koningin van den H. Eozenkrans.
Blad?..
O. L. V. van den H. Eozenkrans......280
De vijf blijdk geheimen. De Boodschap des
Maria's bezoek bij Elisabeth 233
Jesus' Geboorte............234
De opdracht van Christus in den Tempel . . .236
De wedervinding van Christus in den Tempel . 237 De vijf droevige geheimen. Doodstrijd van
Christus in den Hof der Olijven.....238
De geeseling van Christus........240
De kroning van Jesus mot doornen.....241
De Kruisdraging van Christus.......242
Jesus' Kruisiging en dood........244
De vijf glorierijke geheimen. Jesus' Verrijzenis ...............246
De Hemelvaart van Christus.......247
De zending van den H. Geest.......249
Maria's Hemelvaart...........250
Maria's Kroning............251
De vijf blijde geheimen.........253
De vijf droevige geheimen........255
De vijf glorierijke geheimen........25fi
De H. Eozenkrans...........258
Ter eere van O. L. V. van den H. Eozenkrans . 259
Lied van 't Eozenkransken........260
VIJFDE AFDEELINö.
Gelegenheidsliederen.
Ter eere van de allerheiligste Drievuldigheid. . 263 Ter eere van het H. Hart van Jesus. I. II. III.
IV. V. VI.............264
BLADWIJZER.
Bladz.
Kerstliederen, I. II. III. IV. V.......270
Ter eere van het H. Sacrament. I. II. III. IV.
Kiticlerliecleren voor het Genootschap der H.
Kindsheid, I. II. IH IV........2S]
Gezangen tot de Moeder van Smarten, I. II. . 385
Aan den H. Dominicus.........290
Op den feestdag van den H. Dominicus .... 291
Hulde aan den H. Patriarch Dominicus. . . . 292 Gezangen ter eere van de H. Liduina. I. II. III.
Ter eere van den H. Antonius van Padua . . . 302
Bede tot de H. Barbara.........301
Lied op onze bedevaart.........306
Lof- en smeeklied op het graf onzer H.H. Martelaren ..............308
Smeeklied tot onze Gorcumsche Martelaars . . 310 Ter eere van de H. Catharina van Sene . . .811
Smeeklied tot den H. Geest........312
Het H. Huisgezin...........313
Aanroeping tot Jesus , Maria, Joseph .... 314
Opdrachtslied..............315
Voor de geloovige zielen.........320
Afscheid van Kevelaar.........327
Laatste hulde aan Maria.........329
i m\
BLADWIJZER.
ZESDE AFDEELBSre.
Latijnsehe Gezangen.
Adoro Te (latijn)...........331
Adoro Te {hollandsch)..........333
Ave maris Stella (latijn).........389
Ave maris Stella (holland-ic/i).......340
Jesu dulcis memoria (latijn)........341
Jesu dulois memoria (hollandsch)......342
ZEVENDE AFDEELESTG.
Gebeden voor de geloovige zielen.
^ m
De liedjes van Mgr. v. u. Ploeg z. g. die in dit boekje zijn opgenomen, zijn gedeponeerd door L. \\. v. LKLUVNKN, Leiden, met voorbehoud van alle rechten.