ocr page 1

UJden an Je

DOOR

, fllb. Pluyr

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

P-y

ij

Hel Lijfleifl Hart van tos.

OVERWEGINGEN

VOOR IE DEREN DAG DER YASTEN

mkt

MIS- EN ANDERE GEBEDEN

Fr. ALBERTUS PLUYMAEKERS,

Ord. quot;Min.

BIBLIOTHEEK DER

, RIJKSUNIVERSITEIT

UTRECHT

COLL. THOMAASSE

LEIDEtfj j. W. VAN LEEUWEN, UrrORVKit ex Antiq. Boekhandel. Hoogewoerd 89.

1898.

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

1941 8171

ocr page 6

PLACET, IMPRIMATUR.

Fr. Stepiianiis van dk Burgt.

Mhi. Prov.

W ektiiae,

die 1 Decembris 1897.

•)

IMPRIMATUR.

H. Dankeuian, Lib)'. Censor.

Uahlkmi.

die 6 Decembris 1897.

i

ocr page 7

V O O R R E D B.

„Iemand heeft gezegd, (en zoo ik mij niet vergis was het Albkrtus Magnus), dat één traan, bij de overweging van Jezus' lijden gestort, meer verdienste heeft, dan een geheel jaar vasten op water en brood: wat zal het dan wel zijn, indien wij oorzaak worden, dat anderen hunne tranen bij de onze voegen?quot; Deze woorden van William Fader ') hebben dit nederig werkje in de pen gegeven en verklaren tevens het doel, dat het zich voorstelt, terwijl zijn titel genoegzaam te kennen geeft, dat dit doel beoogd wordt, door meer in het bijzonder te wijzen op de smarten, welke het Hart des Zaligmakers voor ons verduurd heeft.

Hoewel bepaaldelijk voor den heiligen Vastentijd ingericht, zullen deze overwegingen toch ook in den loop des jaars, vooral gedurende de maand Juni en op de eerste Vrijdagen, niet zonder vrucht kunnen

') All for Jesus, ch. I, sect. 4.

ocr page 8

iv voobreue.

dienen; want een waar vereerder van Jezus' Hart zal nooit moede worden Zijn lijden te overwegen. Ten einde het gebruik te vergemakkelijken, zijn hieraan toegevoegd Mis-, Communie- en Kruiswegoefeningen, alsmede de meest gebruikelijke gebeden en litanieën.

Hot boekje is gericht tot minnende, of althans voor liefde toegankelijke harten en hoopt alzoo op eene liefdevolle bejegening, die zich vooral moge uiten in een hartelijk gebed voor den

Schrijver.

's-Graveniuqe, Feestdag van den Z. Ai.nEitTus Magnus 1897.

ocr page 9

I N H O U D.

AANWIJZING:

A. Voor lt;le eerste Vrijdagen.

BL

Jan. Bloedig Zweet van Jezus..........

Febii. Gevangenneming van Jezus.........

Maart. Geeseling van Jezus............

April. Jezus wordt ter dood veroordeeld......

Mei. Jezus ontmoet Zijne Moeder.........

Juni. Jezus wordt aan het Kruis genageld.....

Juli. Jezus hangt aan het kruis..........

Aug. Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn .

Sept. Vrouw, ziedaar uw zoon...........

Oct. Ik heb dorst................

Nov. Vader in Uwe handen beveel ik mijnen geest . Dec. Jezus sterft aan hot kruis..........

13. Voor de maand Juni.

1. Instelling van het H. Sacrament........

2. Doodsangst van Jezus.............

3. Gebed van Jezus...............

4. Bloedig zweet.........

ocr page 10

VI INHOUD.

ULAUZ.

5. Verraad van Judas...............41

G. Gevangenneming van Jezus...........46

7. Kaakslag...... .............58

S. De Iiooge raad veroordeelt Jezus ter dood.... 70 9. Verloochening van Petrus............ 75

10. Jezus wordt naar Pilatus gevoerd........87

11. Pilatus zendt Jezus naar Horodes........99

12. Jezus en Barrabas...............111

13. Geeseling...................117

14. Doornenkroning................123

15. Ecco Homo...................129

16. Jezus wordt ter dood veroordeeld........152

17. Jezus valt onder het kruis...........163

18. Jezus ontmoet Zijne Moeder..........169

19. Simon van Oyrene...............175

20. Jezus troost de weenende vrouwen.......186

21. Kruisiging................... 203

22. Jezus hangt aan het kruis............208

23. Eerste kruiswoord...............213

24:. Tweede kruiswoord................219

25. Derde kruiswoord................225

26. Vierde kruiswoord...............231

27. Vijfde kruiswoord............• . . . 236

28. Zesde kruiswoord............. .... 241

29. Zevende kruiswoord...............246

80. Jezus sterft aan het kruis........... . 252

Inhoud der Gebeden.

Morgengebed....................267

Opdracht aan het H. Hart van Jezus........268

Avondgebed....................268

Gebeden onder de H. Mis..............270

Gebed vóór de Biecht...............278

Na de Biecht...................270

Gebeden vóór de H. Communie...........280

ocr page 11

INHOUD. VII

1JLADZ.

Na de H. Communie................282

Akte van toewijding aan liet H. Hart van Jezus . . . 285 Gebeden onder het Lof of bij een bezoek aan het H.

Sacrament....................288

Eereboete aan het H. Hart van Jezus........290

Litanie van den naam Jezus............292

Litanie van het H. Hart van Jezus.........29G

Litanie van het lijden O. H. Jezus Christus.....299

Litanie van de Allerheiligste Maagd........30G

Toewijding aan de Allerh. Maagd..........310

Smeekgebed tot de Onbevlekte Maagd Maria .... 311 Litanie der zeven smarten of droefheden van Maria . 312

Litanie van den H. Jozef..............317

Gebed tot den H. Jozef..............321

Litanie ter eere van den H. Antonius van Padua . . 322 Oefening van den H. Kruisweg...........327

ocr page 12
ocr page 13

Gebed van voorbereiding voor iedere overweging.

Met den diepsten eerbied kniel ik voor U neer, Verlosser van den zondigen mensch, om mij in deze oogenblikken met het wonder van liefde bezig te houden, dat Gij ons in Uw bitter lijden betoond hebt. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen, ik, die ü zoo dikwerf belee-digde. Uw lijden niet zelden vernieuwde? O wreed gefolterde Godmensch, heb medelijden met een boetvaardigen zondaar, die ü als het hoogste goed boven alles bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Verlicht mijn verstand, spreek tot mijn hart en stort in mij die gevoelens, welke mij bij de overweging Uwer smarten moeten bezielen, opdat ik, door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging worde aangespoord.

O Maria, moeder der smarten, bid voor mij !

1

ocr page 14

ASCH WOENSDAG.

INLEIDING.

(rij zijt stof en tot stof zult gij wederkeeren.

Gen. III. 10.

I Punt.

Onze moeder, de H. Kerk, herinnert ons heden aan eene verplichting, welke eigenlijk nimmer uit ons geheugen moest wijken. Rampzalige kinderen van een strafwaardigen vader, zijn wij allen behept met de erfschuld, welke wij bovendien nog vermeerderd hebben met een menigte zonden, die Gods rechtvaardige wraak over ons afroepen. Ons vonnis is geveld ; voor bijna zesduizend jaren heeft de Heer gesproken: Gij zijt stof en tot stof zult gij wederkeeren. Alleen aan Gods oneindige barmhartigheid moeten wij het toeschrijven, dat wij ons voor den eeuwigen ondergang kunnen behoeden, dat wij door werken van boetvaardigheid uit het stof van het graf kunnen verrijzen, om tot het onsterfelijk loven over te gaan. Tot die boetvaardigheid vermaant ons de Kerk bij het begin van den heiligen vastentijd; zij strooit asch. het zinnebeeld van dood en versterving, op onze hoofden en roept ons toe: Gedenk, o niensch, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeeren; zij gebiedt haren kinderen zich een gedeelte van het lichamelijk voedsel te onttrekken, maar spoort hen tevens aan hunne ziel

ocr page 15

3

des te meer te voeden met geestelijke spijzen. Vooral wijst zij op de overweging van Jezus' bitter lijden, dat aan onze verstervingen en boet-plegingen al haar waarde schenkt. De gedachte aan dat lijden moest ons steeds levendig voor den geest staan, met de heiligen moesten wij onophoudelijk zuchten en weenen over de smarten onzes Zaligmakers en met den Apostel kunnen getuigen, dat wij geen andere kennis hebben dan de kennis van Jezus, en dien gekruist. Want, zegt de H. Augustinus, „niets is zoo heilzaam, als dagelijks te overwegen wat de Godmensch voor ons geleden heeft.quot; De beschouwing van het lijden des Verlossers heeft dan ook steeds de heilzaamste vruchten in de Kerk voortgebracht. Door haar hebben hare heiligen zich gevormd tot die verheven deugden, welke het voorwerp zijn onzer bewondering en van onzen eerbied; zij maakte de martelaren, die bloed en leven ten olfer brachten voor Hem, die aan het kruis voor ons wilde sterven; zij ondersteunde den moed der kloosterlingen en kluizenaars op de lange loopbaan van een boetvaardig en verstorven leven. Ook voor ons zal die overweging eene rijke bron van genade wezen; op den lijdensweg, aan den voet van het kruis zullen wij de matelooze liefde leeren kennen, welke Jezus ons toedraagt, maar tevens de boosheid inzien der zonde, die Hem zooveel deed lijden; daar zullen tranen van berouw ontspringen aan

ocr page 16

onze oogen en de geest van boetvaardigheid zal onze ziel verhullen; daar, in één woord, zullen onze harten ontvlammen in liefde tot Jezus, waarin toch alleen ons geluk bestaat voor tijd en eeuwigheid.

II Punt.

Willen wij ons een juist denkbeeld vormen van Jezus' namelooze smarten en van de liefde, waarmede zij verduurd werden, dan mogen wij ons niet tot het uitwendige bepalen, dan moeten wij noodzakelijk trachten door te dringen tot in het heiligdom van Zijn Goddelijk Hart. De weg is niet moeilijk. Want alhoewel de H. Schrift ons weinig mededeelt nopens het inwendig lijden des Heeren, zoo kunnen wij dit toch gemakkelijk afleiden uit hetgeen Hij uitwendig geleden heeft. Het Hart van Jezus toch was gemaakt als het onze, en ons hart is het brand- en middelpunt niet alleen van het zieleleed maar ook der lichamelijke smarten. Wie kent de uitdrukkingen niet: mijn hart bloedt, breekt van droefheid? mijn hart krimpt ineen van pijn, het is overstelpt van wee? En heeft de koninklijke Profeet niet van den lijdenden Zaligmaker voorspeld, dat Zijn Hart geworden is als smeltend was in liet binnenste Zijner ingewanden? ') Nergens dus zijn de smarten van Jezus grievender en bitterder geweest dan in Zijn Goddelijk Hart.

ocr page 17

5

Overweeg bovendien, hoe al dat lijden Jezus' Hart folterde van het eerste oogenblik af Zijner menschwording. De geneesheer verbergt zorgvuldig voor den zieke het mes, dat zijne wonde zal openen, maar ach! voor Jezus was niets verborgen. Zijn alziend oog ontwaarde de geeselriemen, de doornenkroon, de nagelen: het kruis was, om zoo te zeggen, in Zijn Hart geplant, zooals Hij zelf aan de zalige Margareta verklaarde, en alle folteringen, welke Hij eenmaal ondergaan zou, stonden Hem voortdurend voorden geest. O, wat heeft dat Hart van Jezus dan geleden reeds voordat Het van angst en droefheid ineenkromp in den hof der Olijven, van pijn en smart brak op den Calvarieberg en geopend werd door de lans van Longinus! En mogen wij nu ieder stervende moeder de woorden van den H. Chrysostomus in den mond leggen: Mijne kinderen, vergeet mijne zuchten niet; denkt aan hetgeen ik geleden en aan de zorgen, die ik voor u gehad heb; met hoeveel meer recht moogt Gij dan, o goede Jezus, tot mij spreken : Mijn kind, vergeet de bloedige zuchten Mijns Harten niet; denk aan hetgeen Ik voor u geleden, en aan de oneindige liefde, welke Ik u in Mijn lijden betoond heb!

III Punt.

Hinds Adams val i.s het lijden de algemeene

ocr page 18

6

erfenis der menschen; van de wieg tot aan het graf vergezelt het ons en wij zijn alleen op deze wereld om door het lijden gelouterd te worden. Omdat gij van de vrucht hebt gegeten, waarvan Ik u geboden had niet te eten, zij de aarde vervloekt om hetgeen gij gedaan hebt, en gij zult uw brood eten in het zweet uws aanschijns Aldus sprak de vergramde God tot onzen ongehoorzamen stamvader. De Verlosser van het zondig menschdom heeft deze uitspraak niet veranderd, integendeel, Hij heeft haar verscherpt: Indien iemand Mijn volgeling wil wezen, hij verloochene zich zei ven, en neme zijn kruis op, en vol ge Mij 2). De kruisen die God ons ovei-zendt en onder welke Hij wil, dat wij gebukt gaan, maken den waren leerling van Jezus nog niet; slechts dan zullen wij Zijne volgelingen wezen als wij in stilte en voor God ons zeiven verloochenen, ons oproerig vleesch in bedwang houden, onze driften beteugelen, vrijwillige verstervingen en boetplegingen beoefenen. Maar dat alles is op zich zelve niet voldoende, het moet noodzakelijk vergezeld gaan van de liefde. Evenals ware liefde zonder lijden niet denkbaar is, zoo is het lijden zonder liefde ook zonder verdienste, zijn alle boetplegingen vruchteloos. Het kruis dat men liefheeft

') Gen. III. 17, li). =) Matth. XVI. 24.

ocr page 19

is maar een half kruis, omdat Je liefde alles verzacht, en alleen dan gevoelt men het lijden diep als men weinig liefde heeft. Tracht dus vooral die liefde op te wekken en steeds te vermeerderen; zij zal uw kruis licht maken, zij zal het u doen aanschouwen als een deeltje van het zware kruis uws Zaligmakers, wiens voorbeeld u aanmoedigt, wiens genade u versterkt en wiens goedheid u overvloedig beloont. Tracht uw hart te verwarmen aan den brandenden vuuroven van Jezus' Goddelijk Hart en bepaal dan de oefening van versterving, welke gij ter Zijner eer gedurende dezen heiligen vastentijd wilt onderhouden. En mocht dan soms het kruis u terneerdrukken, mocht het vasten u zwaar vallen of uw ijver in het volbrengen der vastgestelde oefening verflauwen, o vestig dan uwen blik op den gekruisten Heiland en verzucht:

,H. Hart van Jezus, ontferm U mijner!quot;

DONDERDAG NA ASCHWOENSDAG.

DE INSTELLING VAN HET If. SACRAMENT.

Doet dit tot Mijne gedachtenis. Lac. XXII. 11).

I Punt.

Verplaats u in den geest naar de eetzaal van Jeruzalem. De eeuwig gedenkwaardige stond is

ocr page 20

gekomen, waarop Jezus liet alles overtreffende bewijs Zijner oneindige liefde gaat geven. Alvorens voor ons te sterven, wilde Hij het H. Sacrament des Altaars instellen, dat als een kort begrip zon zijn van alles, wat Hij voor ons gedaan en geleden beeft, waarin Hij ons de volle liefde Zijns Harten en het onderpand onzer toekomstige onsterfelijkheid zou schenken. Door de voetwassching zijn de leerlingen reeds op den Goddelijken maaltijd voorbereid. Jezus neemt brood en wijn in Zijne gezegende handen, verandert ze in Zijn lichaam en bloed, en geeft aan de Apostelen en hunne opvolgers de macht hetzelfde te doen tot aan het einde der tijden.

Zoo stelt de Verlosser der wereld een nieuw Sacrament in en geeft onder de nederige gedaanten van brood en wijn Zijn Goddelijk lichaam en bloed tot spijs en drank. En wie zal mogen aanzitten aan Zijn liefdedisch ? wie worden uitge-noodigd tot dit gastmaal, bestemd om het bovennatuurlijk leven der ziel te behouden ? Allen zonder onderscheid; volmaakten en onvolmaakten, sterken en zwakken, onschuldigen en boetelingen, armen en rijken. En allen ontvangen evenveel, aan ieder in het bijzonder schenkt Jezus alles, wat Hij heeft en bezit. Het aanvallig kind, dat voor de eerste maal nadert, en de stervende grijsaard, wien de heilige Teerspijs wordt toegediend, ontvangen denzelfden Godmensch; de armste bede-

ocr page 21

9

liiiir en de rijkste koning, de eenvoudige landman en de geleerdste wijsgeer, de onderdaan en de magistraatspersoon, de rouwmoedige boeteling en de onschuldige dochter: zij allen zijn gelijk aan de communiebank.

Doch niet alleen bij de nuttiging, maar voortdurend is Jezus in dit heilig Sacrament tegenwoordig: Hij verblijft bij ons, Hij woont in ons midden, altijd bereid ons te ontvangen, onze gebeden te verhooren, onze kwalen te genezen.

Tevens stelt Jezus op dit hoogheilig oogenblik het offer der Nieuwe Wet in, dat de onbloedige voortzetting is van het offer des Kruises en hiervan niet wezenlijk verschilt. Immers, hetzelfde Paaschlam der Nieuwe Wet, dezelfde Hoogepriester die het offer opdraagt, hetzelfde doel der opdracht, aanbidding, dankzegging, verzoening en smeeking, worden in beide otters aangetroffen, en in de H. Mis worden de oneindige verdiensten, welke Jezus door Zijn offerdood aan het kruis verwierf, voortdurend toegepast. Want op de derde plaats stelt de Zaligmaker bij het laatste Avondmaal ook een blijvend priesterschap in, om het offer der Mis iu Zijnen naam aan Clod op te dragen tot aan het einde der eeuwen. O oneindig volmaakte liefde, die brandde in Jezus' Hart!

II Punt.

Nog duizendmaal onbegrijpelijker zal u de liefde

ocr page 22

10

van Jezus voorkomen wanneer gij overweegt, wat

in Zijn Goddelijk Hart omging op ditzelfde oogen- de

blik, waarop Zijne liefde tot de menschen haar oc

toppunt bereikte. Voor Zijne alwetendheid lag de le

toekomst bloot. Hij voorzag hoe Zijn Liefdegeheim gi

in den loop der eeuwen zou onteerd, bespot, mis- H

bruikt worden door ongeloovigen en ketters niet t(

alleen, maar zelfs door Zijne volgelingen, door g

Zijne vrienden en meest bevoorrechte kinderen. h

Hij zag de smaadvolle liefdeloosheid, waarmede o

zoovelen Hem bejegenen, de lauwheid, die vele e

Christenen van de heilige Tafel verwijderd houdt J

of hen koud en onverschillig doet naderen; Hij 1

zag den schandelijken hoon, het wangedrag, de c

oneerbiedigheden, waaraan zoovelen zich tot zelfs 1

in de kerk, in Zijne onmiddellijke tegenwoordigheid schuldig maken. Dat is niet alles. Eene menigte beleedigingen en verguizingen, welke wij niet eens kunnen waarnemen, stonden Jezus klaar en duidelijk voor den geest: die afschuwelijke huichelarij, die zich onder den dekmantel van vroomheid verbergt; die onverschilligheid van hen, die alleen uit gewoonte of uit menschelijk opzicht Hem uitwendige eerbewijzen schenken; die zondige gedachten en begeerten, die wulpsche oogslagen in Zijne aanbiddelijke tegenwoordigheid ; die gruwel der gruwelen, aan de communiebank gepleegd, waarvan de naam alleen ieder rechtgeaard Christenhart doet beven, die Jezus zou doen sterven,

ocr page 23

11

indien Hij niet onsterfelijk was, die de engelen des hemels zou doen tranen storten, wanneer zij oogen hadden om te weenen, die zelfs de duivelen der hel doet verstomd staan over de verregaande roekeloosheid der menschen. Ach, arm Hart van Jezus, hoe duur is Uwe liefde U komen te staan! hoe moet dat droevig vooruitzicht U gefolterd en U eene diepere en hreedere wonde hebben toegebracht, dan de lans van den soldaat op Golgotha! O mijne ziel, erken nu hoe gegrond en billijk de droevige klachten waren door uwen Jezus aan de zalige Margareta gedaan: ,Ziehier het Hart, dat de menschen zoozeer bemind heeft, dat Het zich als uitgeput en verteerd heeft om hun Zijne liefde te bewijzen. En toch, in plaats van dank ontvang Ik van de meesten hunner slechts ondankbaarheid, door hunne verachting, oneerbiedigheden, heiligschennissen en koudheid jegens Mij in het Sacrament Mijner lief Ie.quot;

Ill Punt.

De toepassing is gemakkelijk te maken, of liever gezegd, uw hart heeft reeds duidelijk gesproken. Wat, gevoeldet gij bij de overweging van de smartvolle droefheid, welke het teederminnend Hart van Jezus overstelpte? welken indruk hebben Zijne bittere klachten op u gemaakt? Kunt gij u tevreden stellen met het besluit, dat Jezus in het allerheiligst Sacrament uwe warmste weder-

ocr page 24

12

liefde verdient, eene wederliefde die zich moet uiten in den diepsten eerbied in Zijne tegenwoordigheid, in de teederste godsvrucht gedurende de H. Mis en vooral bij het ontvangen der H. Communie, in den vurigsten ijver om aan het lijdend Hart uws Zaligmakers eerherstel te brengen voor de beleedigingen en verguizingen, welke Het van zoovelen in het Sacrament Zijner liefde ontvangt ? O mijne ziel, mocht gij met volle overtuiging kunnen zeggen, dat dit besluit het eenige was, dat gij uit deze overweging moet trekken. Maar helaas! schande en schaamte overdekken mij, wanneer ik aan mijn eigen gedrag denk. Ach lieve Jezus, hoe spijt het mij zoo ondankbaar jegens U geweest te zijn! kon ik toch mijne misstappen en oneerbiedigheden ongedaan maken! O Jezus, met volle recht moogt Gij, op het H. Sacrament wijzende, door den mond van Isaias mij vragen: Wat heb Ik nog meer moeten doen voor Mijnen wijngaard 1), welk grooter blijk Mijner liefde kan Ik u nog geven ? Ach, teederminnende Verlosser, duld dat ik het U met de gevoelens der diepste nederigheid zegge ; schenk mij nog eens vergiffenis en zegen dan het onwrikbaar voornemen, dat ik thans in Uw liefdevlam-mend Hart neerleg, terwijl ik bid en verzucht: „Geloofd, aangebeden en met gevoel van dank-

') Is. 4.

ocr page 25

baarheid zij bemind Jezus' Hart in het allerh. Sacrament des Altaars, op ieder oogenblik, en in alle tabernakelen der gansche wereld, tot aan de voleinding der eeuwen. Amen.quot;

(100 d. afl. eens per dag. Racolta.) ')

VRIJDAG NA ASCHWOENSDAG.

JÜD.AS VERLAAT HET GEZELSCHAP VAN JEZUS.

Hij dan, als hij de bete genomen had, ging terstond uit. Joan. XIII. 80.

I Punt.

Verplaats u in den geest nog eens naar de eetzaal van Jeruzalem. Aan den stervenden vader gelijk, die zijne dierbare kinderen rondom zijne lijdenssponde vereenigd ziet, bevindt Jezus zich voor de laatste maal te midden Zijner twaalf bevoorrechte leerlingen. Woorden der zoetste teederheid ontvallen aan Zijne Goddelijke lippen, maar met den innigsten weemoed gaf Hij hun ook te kennen, dat een hunner Hem zou ven-aden. Doch het bevestigend antwoord des Heeren op de onbeschaamde vraag van Judas: ben ik het, Rabbi? hebben de overige leerlingen niet begre-

') Veraameling van gebeden en godvmclitige werken, .■lan welke de Pausen aflaten hebben verbonden. Maastricht, ter drukkerij der St. Paulns-Vereeniging.

ocr page 26

14

pen. Want toen Jezus voor de derde maal betuigde en zeide; Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: één van u zal Mij overleveren, zagen zij elkander aan, ,niet wetende van wien Hij sprak.quot; Petrus nu wenkte den leerling, dien Jezus liefhad, en zeide tot hem; Wie is het van wien Hij spreekt? Deze dan aan de borst van Jezus vallende, zeide tot Hem: Heere, wie is het? Jezus antwoordde: Die is het, wien Ik het brood, ingedoopt, zal toereiken. En toen Hij het brood had ingedoopt, gaf Hij het aan Judas Iskarioth, Simons zoon, en zeide tot hem: Wat gij doen gaat, doe dat spoedig!quot; 1) Deze woorden bevatten voorzeker geen bevel voor Judas maar integendeel nog een laatste vermaning om van zijn snood ontwerp af te zien, terwijl zij tevens de bereidwilligheid van Jezus te kennen gaven om den lijdenskelk te drinken. Het was alsof de Zaligmaker gesproken had: „Ga verrader, want Mijne ure is gekomen. Ik voor Mij word gepraamd om te lijden. Gjj van uwen kant wilt volstrekt uw voornemen niet laten varen. Al Mijne goedheid was vruchteloos. G-g zijt ons dus tot last. Mijne verdere waarschuwingen, onderrichtingen en vertroostingen zijn derhalve niet meer voor u. Wat gij dus van plan zijt te doen

') Joan. XIII.

ocr page 27

15

en volstrekt doen wilt, doe dat haastig.' ') Van dat oogenblik af werd liet Judas te benauwd in de zaal des Avondmaals, en voortgedreven dooide macht des boozen geestes, die na de bete broods in hem gevaren was, ging hij terstond uit.

II Punt.

Het afscheid heeft altijd iets droevigs, iets pijnlijks. In de ure der scheiding gevoelt men eerst recht hoe innig de genegenheid was voor hem, dien men moet verlaten. Deze kwelling ondervond ook het Hart van Jezus, dat aan het onze gelijk was. Ach, welke pijnlijke gewaarwordingen vervulden dat teederminnend Hart in een dei-twaalf een verrader te zien! welke schrijnende wonde werd. dat Hart toegebracht door de bekentenis, welke Jezus van Zijne apostelen aflegde; Ook gijlieden zijt rein, maar niet allen! Want, voegt de H. Joannes er bij, Hij wist wie het was, die Hem zoude ovov leveren. 2) De rampzalige Judas had behoord tot het uitverkoren twaalftal, dat Hem van nabij omringde en meer dan iemand anders recht had Hem Meester te noemen; gedurende drie jaren had hij vertrouwelijk met Hem omgegaan, de geheimen van het rijk Gods uit Zijnen mond vernomen. Zijne wonderen aanschouwd. Zijne

') 11. J. l'ierik. De lijdende Jems. -) Joan. Xlf, 10, 11.

ocr page 28

16

liefdeblijken genoten, met Hem verkeerd als een er vriend met zijnen vriend. Maar helaas, de geldzucht heeft Judas overmeesterd en die hartstocht

voert hem ten verderve. Jezus had hem reeds re

gewaarschuwd te Bethanië, toen zijne hebzucht de nu

handelwijze van Maria, de zuster van Lazarus, nc

afkeurde en hij zeide: Waarom is deze zalf de

niet voor drie honderd denariën ver- o\

kocht, en het geld aan de armen ge ge- h(

ven? 1) Ook dezen avond heeft Hij herhaaldelijk he

getracht hem tot inkeer te brengen, maar het n(

baatte niets; noch vermaningen, noch liefdebe- Je

wijzen waren in staat zijn toegeschroeid geweten ei

te treffen; de glans der zilverlingen heeft hem M

verblind. En thans is het oogenblik der scheiding tv

aangebroken. O vreeselijk lijden voor Jezus'Hart! zi

Met droeven blik staart Hij den beminden leerling m

na, die Zijn gezelschap voorgoed verlaat om er te

nimmermeer in terug te keeren! Nog eens slechts g'

zal Hij hem ontmoeten, maar dan helaas! aan te

het hoofd Zijner vijanden, op het oogenblik, dat t(

hij zijn snood verraad zal voltooien en zijne helsche e

lippen zullen gloeien op de aanbiddelijke wangen v

van Clods Zoon! O mijne ziel, wat moet het Hart z

van Jezus geleden hebben toen Judas de eetzaal n

verliet! Slechts de vader of moeder, die een dier- i'

baar kind het laatst vaarwel toeriepen, kunnen v

--\

') Jouii XII. 5. 1;

ocr page 29

17

3n er zich eenigszins een denkbeeld van vormen,

d- III Punt.

lit Veronderstel eens, dat bij de eerste kleine on-

is rechtvaardigheden, waaraan Judas zich schuldig

Je maakie, iemand tegen hem gezegd had: gij zult

s, nog zóóver komen, dat gij uwen Meester voor

l f dertig zilverlingen verkoopen en in den dood zult

r- overleveren; zou hij dit voor mogelijk gehouden

e- hebben? Zeker neen. Want alhoewel hij geen

k heilige was, was hij toch ook nog geen boosdoe-

st ner, anders had hij het in het gezelschap van

3- Jezus en de apostelen niet zoo lang volgehouden:

n en als toen de duivel hem had voorgesteld zijnen

n Meester voor geld te verkoopen, hij zou onge-

g twijfeld die gedachte met verontwaardiging van

! zich hebben afgeworpen. Maar Judas kende de

^ macht niet van den hartstocht, waaraan men

i' toegeeft en waarvan men de eischen inwilligt; hij

s gedacht niet de onfeilbare uitspraak des H. Gees-

i tes: Die het geringe veracht, zal langzamerhand

t tot val komen. Helaas, hoe velen hebben evenals Judas de waarheid dezer woorden onder-

i vonden! Zij waren in vriendschap met Jezus,

zij smaakten al het zoete van Zijn omgang, maar lieten vrijwillig de eene of andere ongeregelde neiging wortel schieten in hun hart; in weerwil van de stem des gewetens, in weerwil van de waarschuwingen en vermaningen van biechtvader of oversten, maakten zij zich de

2

ocr page 30

18

gewoonte eigen er steeds voldoening aan te schenken ; die neiging werd hoe langer hoe sterker, ging eindelijk over in toomeloozen hartstocht, die hun wil boeide, hunne oogen verblindde, zoodat zij den afgrijselijken afgrond niet ontwaarden, waarin zij gingen neerstorten. O mijne ziel, wat gevoelt gij bij deze overweging? heeft misschien eene droevige ondervinding u al het schrikwekkende van Judas' val nog beter doen inzien? of, zoo dit gelukkig niet het geval was, bestaan er ook soms redenen van vrees voor de toekomst'? Heb den moed een ernstig onderzoek in te stellen, en mocht het geweten u verwijten doen, mocht gij eene booze neiging, eene al te zinnelijke genegenheid voor zaken of personen in uw hart ontdekken, o luister dan naar de stem der genade. Zeg toch niet: ik zal slechts tot zoover gaan, ik zal slechts in kleinigheden mijne neiging involgen. Ach neen, ook die kleine overtredingen bedroeven het Hart van uwen Jezus, berooven u van Zijne bijzondere gunsten en zullen u ongemerkt tot groote ongetrouwheid brengen. Breek af, breek onvermijdelijk af met uwe kwade gewoonte, bestrijd ze met rusteloozen ijver en tracht dien ijver voortdurend aan te wakkeren door het veelvuldig gebruik der schietgebeden, door bijv. bij voorkomende opwellingen van uw ongeregelde neiging aanstonds te verzuchten;

„Mijn Jezus barmhartigheid!quot;

ocr page 31

19

ZATERDAG NA ASCHWOENSDAG.

JEZUS IN DENquot; HOF DER OLIJVEN.

Hij begon beangst en treurig tc woiden.

Marc. XIV. 33.

I Punt

Het uur van Jezus' lijden was nabij. Staat op. laat ons van hier gaan, 1) zoo luidde Zijn Goddelijk bevel; en daarna ging H ij uit met Zijne leerlingen over de beek Ce-dron, alwaar een hof was, dien Hij inging, Hij en Zijne leerlingen. Vervoeg u in den geest bij dit heilig twaalftal. Bleek en treurig rijst de volle maan omhoog en verspreidt baar zwaarmoedig licht over de donkere bladeren der olijven; het is nacht, maar een nacht zooals de schepping er nooit eene aanschouwde, die zonder weerga zal blijven in eeuwigheid, die getuige gaat worden van den doodsangst van den Vorst des levens.

Toen Jezus den hof van Gethsemani was ingetreden, zeide Hij tot Zijne leerlingen: Zit hier neder, terwijl Ik derwaarts ga, en bid-de. 3) De liefdevolle Meester kende de zwakheid der leerlingen en wilde hun het droevig schouwspel Zijner bezwijmingen en doodsangsten sparen;

') Joan. XIV. 31. «) XVIII. 7. ') Matth. XXVI. 3«.

ocr page 32

20

slechts Petrus, Jacobus en Joannes, die eenmaal op den berg Thabor de bemelsche heerlijkheid hadden aanschouwd, waarvan hun Meester schitterde, en daar de stem hadden gehoord van den eeuwigen Vader: Deze is Mijn welbeminde Zoon, in wien Ik Mijn welbehagen heb gesteld, 1) nam Hij met zich, en Hij begon beangst en treurig te worden.

Overweeg nu, dat Jezus deze aandoeningen van angst en droefheid kon lijden, omdat Zijne men-schelijke natuur, als zoodanig, noodzakelijk aan die aandoeningen onderworpen was ; maar dat Hij door dezelve niet kon overvallen worden, omdat de kracht Zijner Godheid deze noodzakelijkheid kon beletten, evenals Hij soms de stormen dei-zee door een enkel woord tot kalmte bracht. Doch gelijk Hij bij andere gelegenheden aan de winden toeliet de golven op te zweepen, terwijl Hij met wondere gerustheid over dezelve heen-wandelde en de bruisende baren onder Zijne voeten vertrad; zoo gedoogde ook thans Zijn Goddelijke wil, dat Zijne menschelijke natuur leed en onderging, wat haar als menschelijke natuur eigen was. Geheel vrijwillig dus aanvaardt Jezus den lijdenskelk om hem te ledigen tot den bodem toe ; al de bitterheden, druppel voor druppel, zal Hij er van voelen en smaken. Vandaar die vrees

') Matth. XVII. 5.

ocr page 33

21

en verdeling, die angst en droefheid, waaraan gij Hem hier ten prooi ziet. Mijn God. welk een schouwspel! Jezus, die aan ontelbare martelaren, zelfs aan zwakke maagden en kinderen moed en kracht zal verleenen om de hevigste folteringen met blijdschap te verduren ; die kort te voren nog gezegd had; Ik moet met een doopsel gedoopt worden, Ik moet lijden en sterven. Mijn Goddelijk bloed vergieten, en hoe word Ik geprangd totdat het volbracht worde, hoezeer verlang Ik het te kunnen doen, -- Hij is bevreesd en bedroefd. Hij siddert en beeft!

II Punt.

Jezus begon beangst en treurig te worden : mijn God, wat een afgrond van smarten voor het Hart des Zaligmakers liggen in deze weinige woorden opgesloten ! Wie zal ooit begrijpen hoe vreeselijk wreed de angst dit Hart deed lijden V Als een ware tiran vertoonde en vergrootte hij voor Zijne oogen al de onmenscbelijke folteringen, welke Hem wachtten: de ruwe geeselslagen, de pijnlijke doornenkroning, de smartvolle kruisiging, den smadelijken dood. O, roept de H. Leonardus van Porto-Maurizio uit, „aan welke kwelling was het H. Hart van mijnen Jezus ten prooi in den hof! Zijn angst was zoo groot, dat, indien Zijn lijden in gruwelijkheid al de pijnen der martelaren overtrof, de schrik, dien Hij er thans voor gevoelde,

ocr page 34

22

nog vreeselijker was dan Zijn lijden zelf.' M En waarlijk, in den loop van het lijden zullen al die

martelingen slechts beurtelings en bij tusschen- (Jei

poozing het onschuldig slachtoffer overvallen en de

pijnigen, maar hier in den hof drukken allen te bh

zamen als een loodzware last op Zijn gefolterd ni

en beangstigd Hart. na

Jezus begon treurig te worden; maar wie kent te

niet de vlijmende smarten, de akelige walging, cr;

de pijnlijke moedeloosheid, het bitter zielsverdriet, w

welke hevige droefheid in staat is over een hart vc

uit te storten'? De H. Schrift vergelijkt de droef- oi

beid meermalen met eene onstuimige zee; en or

inderdaad, zij heeft hare bittere wateren, welke o(

zij tot in het diepste der ziel, tot in het binnenste k

des harten doet doordringen, zij heeft hare woeste d

baren, welke zij met onweerstaanbaar geweld J

voortstuwt en die het hart doen breken. Ach, hoe d

snijdend en wreed moet dan het lijden Uws Harten s

geweest zijn, lieve Jezus, daar de profeet uit- s

drukkelijk voorspeld had. dat Uwe droefheid \

groot is als eene zee! 2) hoe moet het afgrij- c

selijk schrikbeeld van het aanstaand lijden en den i

naderenden dood Uw Hart gefolterd hebben! 1

III Punt. 1

i

De gedachte aan den dood was de laatste her-

ocr page 35

23

■^11 innering, welke Adam uit het paradijs had mee-d'6 genomen. Ofschoon hij krachtens zijne natuur aan enquot; den dood onderworpen was, had het toch niet in en de plannen des Scheppers gelegen hem aan ont-te binding prijs te geven. Immers God stelde zich 3r(3 niet tevreden met den mensch in de orde der natuur tot het volmaaktste der zichtbare schepselen 3nt te verheffen, Hij schonk hem nog bovennatuurlijke 'dj gaven, waaronder ook de gave van onsterfelijkheid, waardoor het in 's menschen macht was den dood voor immer te ontwijken. Maar Adam zondigde, efquot; en van dien dag af klonk hem voortdurend het 6,1 onherroepelijk vonnis van den vergramden God in de ooren: Gij zult den dood sterven. 1) Gelukje kig werd deze verpletterende uitspraak verzacht door de belofte van den toekomstigen Verlosser. En ja, ld Jezus heeft door Zijn dood, door den angst en de

)e droefheid, welke Hij bij het naderen van Zijn

!n stervensuur verduurde, aan onzen dood zijne ver-

schrikkelijke bitterheid ontnomen. De getrouwe d volgeling van Christus beschouwt den dood als

jquot; den doortocht door de Roode Zee naar het land

n van belofte, dat overvloeit van melk en honig;

hij begroet hem als het einde der verdrukking, als den overgang uit de treurige ballingschap naar het dierbaar vaderland. Voor hem is de gedachte aan den dood in zoetheid veranderd, zij is

•) Gen. II. 17,

ocr page 36

24

eene bron geworden van moed en opbeuring, een E] behoedmiddel tegen verflauwing in den dienst des

Heeren. — Mijne ziel, wat gevoelt gij bij deze over- noot weging? staat de heilzame gedachte aan den dood u menigmaal voor den geest ? Sterven moet gij,

van dit vonnis is geen hooger beroep mogelijk;

en sterven zult gij op die plaats, op dien dag, op D

dat uur als het Gods behaagt. Uw leven spoedt Zali

misschien reeds ten einde, maar is het ook een zagi

waardige voorbereiding tot een zaligen dood ? mei

indien gij op dit oogenblik moest sterven, hoe Hei

zou het met u gesteld zijn? wat staat u dan te Zijr

doen? 0 Jezus, zie, ik ben tot alles bereid, spreek dr

Gij tot mijn hart en heb medelijden met de zielen, vaa

die heden deze aarde moeten verlaten. vre

„O goedertierenste Jezus, minnaar onzer zie- Ve

len, ik smeek U door den doodstrijd van Uw ja,

allerheiligst Hart en door de smarten Uwer Onbe- kis

vlekte Moeder, wasch in Uw Bloed de zondaren U

der geheele wereld rein, die thans in doodstrijd ik

verkeeren en nog heden zullen sterven. Amen. de

„Hart van Jezus in doodstrijd gekomen, ontferm 0|:

U over de stervenden.' or

(100 dagen aflaat. Raccolta.) glt;

le

h

ocr page 37

25

EERSTE WEEK DER VASTEN. ZONDAG.

DOODSANGST VAN CHRISTUS IN DEN KOF VAN OLIJVEN.

Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe.

Marc. XIV. 34.

I Punt.

De droefheid, waaraan wij onzen CToddelijken Zaligmaker in de vorige overweging ten prooi zagen, werd hoe langer hoe heviger, totdat Zijne menschheid dreigde te bezwijken, de doodsangst Hem overviel en Hij met verdoofde stem aan Zijne leerlingen klaagde: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe. En aan den gevaarlijken zieke gelijk, die, zijn einde ziende naderen, vreest alleen te blijven, bidt en smeekt Hij: Verbeidt hier en waakt met Mij.1) Ach ja, lieve Jezus, innig getroffen door Uwe roerende klachten, kniel ik in Uwe nabijheid neder om met U te waken en te bidden. Doch helaas, wat zie ik! Gij, de oorsprong des levens, worstelende met den dood! Gij, die gezegd hadt: Ik ben het leven, op het punt van te sterven! Gij, de schoonste onder de kinderen der menschen, bleek, ontsteld, geheel in smarten gedompeld! Ach lieve Jezus, leer mij toch, wat U in dien pijnlijken toestand gebracht heeft. — Maar hoe kan ik er aan twijfelen ? heeft de profeet Isaïas dit treurtooneel niet reeds

') Matth. XXVI. 38.

ocr page 38

26

beschreven ? W ij hebben allen gedwaald als schapen; ieder onzer heeftop zijnen weg gedoold: de Heer heeft de ongerechtigheden van ons allen op Hem gelegd. l) Ja al de ongerechtigheden der wereld zijn neergestort op den Goddelijken Zaligmaker. Jezus ziet zich beladen met al de zonden, die ooit bedreven werden of zullen bedreven worden; al die ontelbare misdaden staan een voor een klaar en duidelijk voor Zijn geest, Hij kent en begrijpt hare boosheid, den hoon en den smaad door ieder afzonderlijk Zijnen Vader aangedaan; en op dat gezicht deinst Hij terug, Hij durft den hemel niet meer aanschouwen, Zijn hoofd zinkt op de borst en Hij staat op het punt van te bezwijken onder dien ondragelijken last, onder de menigte Zijner misdaden, dat is te zeggen, van onze misdaden, die thans waarlijk de Zijne geworden zijn.

II Punt.

Tracht u nu eenig denkbeeld te vormen van het onbegrijpelijk lijden, waaraan het Hart van Jezus gedurende Zijn doodsangst ten prooi was. Schrik en siddering overvallen een rechtgeaard en gevoelig hart bij het zien eener misdaad, bij het hooren eener godslastering: ach, hoe moet dan het Hart van den Verlosser der wereld gebeefd en

') LITI. fi.

ocr page 39

27

gesidderd hebben onder den last dier onnoemelijke gruwelen, door liet zondig menschdom bedreven en Hem zeiven thans aangerekend! — De zalige Margareta had eens in het spreken aan een gevoel van eigenliefde toegegeven. Toen zij alleen was, verscheen haar de Zaligmaker met een streng gelaat en berispte baar ernstig: „Wat hebt gij. stof en aseh, waarop gij kunt roemen'?. . . Opdat gij door de grootheid Mijner gaven u niet zoudt miskennen, zal Ik u de gesteltenis uwer ziel laten zien.' Aanstonds zag zij in een tafereel al hare zonden, gebreken en onvolmaaktheden. En dit gezicht veroorzaakte haar een zoo levendigen afkeer van zich zelve, dat zij bijna in onmacht viel en uitriep: „Mijn God, doe mij sterven of verberg mij dit gezicht; ik kan bij het zien er van niet leven.quot; 0 mijne ziel, overweeg dan wat er in het binnenste van Jezus' Hart omging bij het aanschouwen van den onbegrijpelijk afschuwelijken staat, waarin onze zonden Hem gebracht hadden; de schaamte, walging en afkeer ontrukten Het den bloedigen zucht: Mijne ziel is bedroefd tot den dood, tot stervens toe. Jezus in doodsangst! Ach, wie zal ons zeggen, wat er omgaat in het hart eens stervenden? het hart leeft bet langst, het gevoelt en overleeft alle andere smarten, die het langzaam uitputten en eindelijk doen breken. Het Hart van Jezus is tot dit uiterste gebracht. O rampzalig menschdom. sidder, want

ocr page 40

28

het eenige Hart, dat u nog bemint, wiens liefde tot hiertoe niet kon overwonnen worden, dreigt op te houden voor u te kloppen ! Doch neen, Zijne liefde is sterker dan de dood; de Godheid ondersteunt de menschheid, omdat Jezus nog door zwaarder lijden wil toonen hoe lief Hij den mensch had. Ach lieve Jezus, waarom is het mij niet vergund mij om Uwen hals te werpen, U te omarmen, mijn hoofd op Uwe borst te doen rusten, mijne tranen met de Uwe te vermengen en Uw ternedergeslagen Hart op te beuren !

III Punt.

Hetzelfde middel, waardoor satan onze stamouders in het ongeluk stortte, gebruikt hij nog dagelijks om den mensch tot afval te brengen; hij stelt de zonde voor als een kleinigheid, een zwakheid, en vergroot in dezelfde mate het behaaglijke, dat daarin gelegen is, of wijst zelfs op de gemakkelijkheid der biecht, die immers wederom vergiffenis schenkt. Sluwe list van den vorst dei-duisternis, waardoor zoovelen, helaas, bedrogen worden! Maar hoe, de zonde een kleinigheid, een zwakheid! O mijne ziel, mocht de bekoorder u ooit deze gedachte instorten, denk dan aan den zieltogenden Godmensch in den hof van Olijven, aan den afkeer en de walging, welke het Hart van uwen Jezus in doodsangst brachten, en leer welke haat en afschuw u voor de zonde.

ocr page 41

29

zelfs voor de vrijwillige dagelijksche zonde, uioeteu bezielen. Laat u niet misleiden door het bedriege-lijk schijnvermaak, dat niets dan bitter naberouw voortbrengt, noch door de voorspiegeling van de gemakkelijkheid der biecht. Want nauwelijks zult gij aan den giftbeker gedronken, de zonde bedreven hebben, of de duivel zal van taal veranderen. Wel wetende, dat hij u niet zoover zal kunnen brengen, dat gij u nooit zoudt willen bekeeren, dat gij voor altijd zoudt willen verzaken aan de vriendschap met uwen Mod, zal hij u aanzetten tot uitstel, dat niet anders dan aller-noodlottigst zijn zou, omdat de eene zonde zoo gemakkelijk de andere na zich sleept en omdat eene uitgestelde bekeering altijd moeilijker wordt en zelfs het ergste doet vreezen; of wel zal hij u eene valsche schaamte inboezemen door te zeggen : maar hoe, gij wilt die afschuwelijke zonde, bedreven in het binnenste van uw hart. op die eenzame plaats, in het donkere van den nacht, aan den biechtvader bekend maken ? wat zal die biechtvader van u denken'? — 0. laat u toch nooit door die drogredenen misleiden! Mocht gij het ongeluk gehad hebben in zonde te vallen, verlevendig dan uw geloof, verlies den moed niet; herinner u, dat de zonde, den priester beleden, begraven ligt in een afgrond van het diepste stilzwijgen, dat de priester de plaats bekleedt van Hem, die kwam om te zoeken wat verloren xvas;

ocr page 42

30

herinner n, dat gij den vrede, de rust uws harten niet kunt wedervinden dan door eene oprechte, rouwmoedige biecht: neem uwe toevlucht tot-het lijdend Hart van Jezus, en tracht door de beschouwing van Zijnen doodsangst gevoelens van berouw en leedwezen over uwe zonden op te wekken, wanneer gij den stoel van boetvaardigheid nadert en maak u gewoon dikwijls te verzuchten: „Heilig Hart van Jezus, ontferm U mijner!quot;

EERSTE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

(iEBED VAN JEZUS.

Miju Vader! indien het mogelijk i», laat deze kelk Mij voorbijgaan. MattU. XXVI. 3!).

I Punt.

Het is der droefheid eigen een vriendenhart te zoeken om zich daarin uit te storten, zijn medelijden te verwerven. Zoo ook wendt Jezus zich tot de bevoorrechte leerlingen, die in Zijne nabijheid vertoeven, terwijl Hij eenige schreden verder gegaan was om te bidden ; tot driemaal toe komt Hij hun Zijn angst mededeelen, hunne genegenheid afsmeeken. Doch, helaas, zij slapen! in weerwil hunner betuiging van getrouwheid, in weerwil der verzekering, dat zij bereid waren met Hem in den dood te gaan, laten zij zich door den slaap overmeesteren en bekreunen zich niet om den uitersten nood, waarin Jezus zich bevindt. Met

ocr page 43

31

den treffenden, droefgeestigen kreet: Zoo vermocht g ij 1 i e d e n dan niet één uur mot Mij waken, 1) keert de Zaligmaker tot het gebed terug en verwacht nog slechts troost en hulp van Zijn Hemelschen Vader. Te midden van Zijn smartelijk zielelijden en angstvollen doodstrijd verheft Hij Zijne oogen ten hemel en bidt: Mijn Vader! indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan; nochtans niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij! —• Maar hoe en in welken zin kon Jezus aldus hidden ? Hij weigerde immers geenszins voor ons te sterven; Hij had vrijwillig en gaarne den dood aangenomen om ons Zijne liefde te bewijzen ; bovendien kende Hij het Goddelijk raadsbesluit, waardoor de Christus moest lijden, en aldus overwinnen en in Zijne heerlijkheid ingaan; Hij had zelfs tot Joannes en Jacobus gezegd; Kunt gij den kelk drinken, dien Ik drinken zal? 2) Doch herinner u dat Jezus niet slechts God, maar ook mensch was. Hij laat thans de menschelijke natuur handelen alsof zij met de Goddelijke niet vereenigd was, alsof zij dus niets wist van het Goddelijk raadsbesluit, dat de verhooring hier onmogelijk moest maken; waaruit duidelijk blijkt, dat de Zaligmaker niet enkel een schijnlichaam heeft aangenomen, zooals sommige ketters hebben beweerd, en dat de God-

') ilattli. XXVI, 40. 2| Mare. X, 38.

ocr page 44

82

lieid Zijne menschheid niet voor smarten bewaarde. Die menschheid kon dus sidderen en beven bij het gezicht van het aanstaand lijden, zij kon vragen, dat de lijdenskelk haar voorbijging; maar bemerk wel, hoe zij ten volle onderworpen bleef aan Gods heilig welbehagen: niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij !

II Punt.

Hoe grievend en pijnlijk de verlatenheid, waarin Jezus zich bevond, voor Zijn gevoelig Hart geweest is, kunnen wij afleiden uit de woorden, welke de zalige Margareta vernam. Toen zij eens de smarten van haren Verlosser in den hof van Olijven overwoog. hoorde zij eene stem, die haar toesprak : „Hier heb Ik inwendig meer geleden dan in geheel Mijn overig lijden, omdat Ik Mij van hemel en aarde ganschelijk verlaten zag, tegelijk beladen met de zonden der gansche menschheid. Zoo verscheen Ik voor de heiligheid Gods, die, zonder acht te geven op Mijne schuldeloosheid, Mij in Zijnen toorn kastijdde. Geen schepsel is in staat de hevigheid der folteringen te beseffen, welke Ik alstoen doorstond.' Ach ja, arm Hart van Jezus, ik versta U; Gij lijdt verschrikkelijk veel! Ten prooi aan de hevigste droefheid, op het punt van te sterven, roept Gij, maar niemand geeft ü antwoord; Gij ziet in het rond, maar er is niemand om U te helpen, om ü te troosten! Uwe

ocr page 45

33

beminde leerlingen slapen en de Hemelsche Vader beeft Zijne oogen van U afgewend! Hij zendt U sleebts een engel om U te versterken, om ü nieuwe krachten te verleenen, ten einde nog meer te kunnen lijden voor het zondig menschdom! — Ja, mijne ziel, het Hart van Uwen Jezus lijdt. nog meer, er is nog eene andere smart, welke Het op dit oogenblik foltert. Bedenk slechts, dat Jezus uit liefde voor de zondaars mensch werd. dat Zijn Goddelijk Hart brandt en verteerd wordt door het vurigst verlangen om alle zielen te verlossen en dat Hij in Zijne alwetendheid voorziet voor hoevelen Zijn kostbaar bloed vruchteloos zal vergoten worden. Ach pijnlijk vooruitzicht! Welk nut is er in Mijn bloed1) roept Hij zuchtend uit. De afschuwelijke zonde, welke Ik onder zooveel tranen en lijden ga uitboeten, zal toch herleven en duizenden zielen in den afgrond der hel nederstorten. Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan; nochtans niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij!

III Puat.

Overweeg nu het schoone voorbeeld, dat ons hier gegeven wordt. Lijden en wederwaardigheden zijn nu eenmaal onafscheidelijk met ons leven

gt;) Ps. XXIX. 10.

ocr page 46

34

vereenigd; daar komen oogenblikken. waarop wij nemi behoefte gevoelen aan opbeuring, aan troost, en roep het is ons niet verboden alsdan dien troost te bel zoeken. Maar ware. bestendige troost kunnen wij of 1 slechts vinden bij God. Hem mogen wij onzen schij nood klagen, ons leed bekend maken, bevrijding ongi afsmeoken. Doch steeds moeten wij tot God bidden, onte zooals Jezus bad, met een kinderlijk vertrouwen, lich met de vaste overtuiging, dat Hij onze Vader is, trol die ons bemint met de allerteederste liefde, die ren niets vuriger verlangt dan ons heil en geluk. Dan aan ook zal ons gebed vergezeld gaan van die alge- bek heele onderwerping aan Gods heiligen wil, die naai Jezus te kennen gaf door de woorden: noch- lief tans niet ge 1 ijk Ik wil, maar ge 1 ijk Gij! uw Ootmoedig en nederig moeten wij ons hoofd Ha buigen voor de beschikkingen Zijner vaderlijke te voorzienigheid indien ons gebed onverhoord blijft. ^ In alle omstandigheden des levens, in voor- en tegenspoed, in gezondheid en ziekte, in verheffing en vernedering, in blijdschap en droefheid moet ^

onze wil zonder eenig voorbehoud onderworpen zijn aan Gods welbehagen, overtuigd als wij moeten zijn, dat Hij oneindig beter weet wat ons nuttig en noodig is dan wij zelf

Mijne ziel, hoe is onder dit opzicht tot hiertoe uw gedrag geweest? hebt gij ten tijde van droefheid en lijden niet troost gaan zoeken en afbedelen — bij de schepselen, en vergeten uwe toevlucht te

ocr page 47

35

'ij nemen tot Hem, die u Zijn Hart toont en u toe-n roept; Komt tot Mij allen die belast en ie beladen zijt en Ik zal u verkwikken?') ij of wat nog erger ware, hebt gij u bij liet ver-n schijnen van het geringste kruisje van tegenspoed g ongeduldig getoond, door bittere klachten uwe i, ontevredenheid te kennen gegeven wanneer een i, lichte ziekte u aantastte, een klein ongeval u i, trof? hebt gij misschien tegen God durven mor-e ren? — Hoe was het met uwe gehoorzaamheid? i aanzaagt gij uwe oversten steeds als de plaats-bekleeders van God, die u Zijn heiligen wil bekend gt; maken? volbracht gij steeds hunne bevelen met liefde, met kinderlijke eenvoudigheid? — Erken ! uw ongelijk en beloof het lijdend en gehoorzaam Hart van uwen Jezus beterschap ; tracht dat Hart te troosten in Zijne verlatenheid en verzucht dikwijls:

„Zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde.quot; EERSTE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

BLOEDIG ZWEET VAX JEZÜS.

Eu Zijn zweet werd als druppels bloed, dat ter aarde afdruipt. Lue. XXII. 44.

I Punt.

Toen het verlossingswerk van bet zondig menscli-*) Matth. XL 28.

ocr page 48

36

dom een aanvang nam had Maria tot den engel gezegd ; Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woord. 1) Dat groote werk spoedt thans ten einde; de bittere lijdenskelk is Jezus aangeboden en Hij heeft hem aanvaard, ook Hij heeft gesproken : Vader, niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede! 2) En 's Vaders wil zal geschieden; het heiligbloed des Lams gaat vloeien om de kinderen Israels te teekenen. — Mijne ziel, aanschouw nogmaals uwen op den grond uitgestrekten Zaligmaker. Vrijwillig heeft Hij de zonden der wereld op zich genomen ; Hij is van allen verlaten, sidderend en bevend bij de gedachte aan Zijn aanstaand lijden maar meer nog aan deszelfs vruchteloosheid voor zoovelen, bedroefd tot stervens toe, aan een mensch gelijk, die met den naderenden dood worstelt en op het punt is van deze wereld te scheiden. Aanschouw uwen Jezus daar neerliggen in het stof, met dat doodsbleek gelaat, waarvan het zweet met stralen ter aarde vloeit. Maar God, mijn God, welk een schouwspel! het is geen eenvoudig zweet meer, dat van Zijn aanbiddelijk aangezicht en de andere deelen des lichaams door de half geopende poriën neerdruipt, want zie, het is roodkleurig, omdat door de hevigheid van den angst het bloed er zich mede vermengd heeft. En Zijn zweet werd

') Luc. J. 38. -) Lue. XXII. 42.

ocr page 49

87

w

als druppels bloed, dat ter aarde af-!U' druipt. Bloedzweet dus verfde de plaats in )at ftethsemam waar Jezus zich bevond, waar Hij 3re bad, met den dood worstelde en de eerste teugen 3m dronk uit den lijdenskelk, dien onze zonden Hem

bereidden. O beilig bloed, vol erkentelijkheid werp ' ik mij in den geest voor u neder en begroet u

^ met den diepsten eerbied en in dankbare vervoe-

ring mijns harten ! Acb, goede Jezus, laat niet en toe, dat Uw kostbaar bloed, waarvan hier de eerste

£ druppelen vloeien en dat weldra uit duizend

11 ; wonden voor het heil mijner ziel zal gutsen,

vruchteloos voor mij vergoten werd ; geef veeleer, er dat ik mijne tranen van oprecht berouw en leed-

11' wezen met Uw heilig bloed menge. ten einde de

' misdaden uit te wisschen, die oorzaak van Uw

lijden waren !

w

, II Punt.

at

!n Bepaal u hier vooral niet tot het uitwendige,

!n maar tracht bij het licht der genade door te dringen

r' tot de bron van dat Goddelijk bloed, tot het lijdend

quot;e Hart uws Zaligmakers. Het bloedig zweet, dat

!n van Zijn lichaam vloeide, kan niet verklaard worden

,r dan door een onbegrijpelijk geweldige beklemming

^ Zijns Harten, die den loop van het bloed stuitte

^ en het noodzaakte naar buiten te dringen. Mijn

God, wat werd er een bloedige strijd gestreden in het Hart van Uwen dierbaren Zoon, een strijd op

I

ocr page 50

38

leven en dood! — De heilige ziel van Jezus kon liet gewicht der smarten niet langer dragen en werd toch door de Goddelijke rechtvaardigheid in het lichaam weerhouden; bedroefd tot, stervens toe, kon zij toch niet sterven; buiten staat een einde te stellen aan haar lijden of het langer te verduren, worstelt zij tegen den dood en het leven, totdat het Hart van benauwdheid ineenkrimpt, de gewone werking weigert, het uitgezonden bloed niet meer opneemt, maar het dwingt langs ongewone wegen zich een uitgang te zoeken. Welk een ondoorgrondelijk geheim! Geen geeselzweep heeft Jezus' vleesch geraakt, geen doorn Zijn voorhoofd gekwetst, geen nagel Zijn handen of voeten doorboord : en zie! het Goddelijk Hart zendt zijn kostbaar bloed uit. De stille stroom rolt voort, om te toonen, hoe dat Hart met vrijwillige liefde verlangt voor de menschen te sterven; elke klopping, die het bloed door de poriën drijft, verraadt den doodstrijd, die om onze zonden in Zijn binnenste gevoerd wordt, maar ook de oneindige liefde, waarmede Het voor die zonden wil voldoen. Ja, mijne ziel, uwe ongetrouwheden hebben het Hart van Jezus gewond en Zijn Goddelijk bloed doen stroomen; wreeder dan de onmeedoogende beulen, wier marteltuigen het Hart huns slachtoffers niet genaakten, hebt gij door uwe zonden dat Hart gewond en doorstoken. Zeker is het, dat, indien gij minder hadt gezondigd, het Hart van Jezus

ocr page 51

39

bon ook minder zou geleden hebben; en hoe meer

en genoegen en vermaak gij in de voldoening uwer

bedorven neigingen gevonden hebt, in diezelfde ens mate hebt gij ook den angst en de benauwdheid

een van het Hart uws Zaligmakers vermeerderd. Wat

• te blijft u dan over dan te weenen en wederliefde te

ren j schenken aan het Hart, dat uit liefde tot u zoo-

ipt, veel heeft willen lijden?

0601 III Punt.

ge-

een In de hartroerendste woorden beklaagde Jezus

■eft zich bij de zalige Margareta over de liefdeloosheid

3fcl der menschen en voegde erbij; „Zij is Mij pijnlijker

or. dan alles, wat Ik in Mijne passie geleden heb ; ja, Ik zou dat alles voor niets achten, en, ware het

3ni noodig, nog meer voor hen doen, indien zij slechts

fde Mijne liefde met wederliefde wilden vergelden.'

ip- Bij elke verschijning sprak Hij over Zijne beleedigde, versmade liefde, over de oneer, den hoon, de

g^e verguizingen der menschen; in droefgeestige wee-

(Je klacht verzuchtte Zijn Hart: „zal er dan niemand

fa zijn, die medelijden met Mij heeft, niemand, die met Mij lijdt en deelneemt in de droefheid, waartoe

en de zondaars Mij brengen?quot; En geen wonder. Liefde

in toch vraagt vanzelf wederliefde; niets is pijnlijker

;et voor een minnend hart, dan zijne toegenegenheid

rt met koude onverschilligheid beantwoord te zien.

en Welnu, mijne ziel, hoe hebt gij de bloedende liefde.

ls van Jezus' Hart bejegend? (rij kunt, helaas! de

i

ocr page 52

40

oneer, welke uwe zonden dat Hart hebben aangedaan, niet wegnemen, de beleedigingen niet ongedaan maken, Zijne wonden niet heelen ; maar gij kunt Het toch ti'oost verschaffen, eenigszins vergoeding schenken door uwe liefdeblijken. En dit juist vraagt Jezus van u, het is de voorwaarde, waarop Hij u vergiffenis wil schenken. Waar zijn nu de bewijzen uwer liefde? Wat hebt gij voor Jezus gedaan, geleden; welke werken van boetvaardigheid hebt gij beoefend om uwe vroegere dwalingen en misstappen uit te wisschen ? Of meent gij misschien, dat Jezus door alles voor u te lijden, u schier niets meer te doen heeft overgelaten? dat Hij slechts de man van smarten geweest is om u te machtigen een zinnelijk en onverstorven leven te leiden? Ach neen, bedrieg uniet! Jezus' nameloos lijden is niet in strijd met Zijne G-oddelijke leer, die ons tot werkdadige wederliefde vermaant, die ons de versterving, de zelfverloochening, de kruisen aanbeveelt; door Zijn eigen leven voor ons ten offer te brengen, heeft Hij de Goddelijke rechtvaardigheid voorbereid om de zwakke offerande onzer boetvaardige liefde, die zonder Zijn lijden en sterven vruchteloos zoude geweest zijn, te aanvaarden. Alles komt dus aan op de liefde; tracht haar in u op te wekken, voortdurend te vermeerderen en maak u gewoon aan het schietgebed:

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik TJ immer meer beminne.' (300 dagen aflaat. Raccolta.)

ocr page 53

41

EERSTE WEEK DER VASTEN. WOENSDAG.

VERRAAD VAN JUDAS.

ITij no, die Hem overleverde, had hun een teeken gegeven, zeggende: Wien ik kussen zal, die is het. Marc. XIV. 44.

I Punt.

Nauwelijks was de bange doodstrijd volstreden, of Jezus naderde met vasten tred Zijne leerlingen, wekte hen uit hunnen slaap en sprak: Het uur is gekomen... Staat op, laat ons gaan! Zie, die Mij zal overleveren is nabij. En terwijl Hij nog spreekt nadert Judas aan het hoofd eener bende, afgezonden door de opperpriesters en ouderlingen om Jezus gevangen te nemen. De verrader nu had hun een teeken gegeven, zeggende: Wien ik kussen zal, die is het; grijpt Hem en leidt Hem behoedzaam weg! En gekomen zijnde, trad h ij terstond naar H e m t o e, e n z e i d e: W e e s gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.1) O hemelen ontstelt, en gij aarde, beef in uwe grondvesten ! de helsche slang kronkelt zich om den boom des levens, op de Goddelijke wangen van Jezus branden de duivelsche lippen, die zooeven tot de priesters zeiden: Wat wilt gij mij geven en ik zal Hem u overleveren! 2)

') Mare. XIV. 41—45. 2) Matth XXVI. 15.

ocr page 54

42

onder de teederste betuiging der vriendschap verbergt Judas de snoodheid van zijn verraad, het zoetste vredeteeken maakt hij tot het teeken van den eerloosten aller aanslagen! Mijn God. wie had ooit kunnen gelooven, dat een beminde leerling, een vertrouweling van Jezus aan het hoofd Zijner beulen verschijnen en zelf het geheele ontwerp van Zijn dood geleiden zou ? Ach vreeselijke waarheid, die in Judas' val ligt opgesloten! wanneer men zich eenmaal door de vernieuwing van zeden, gelijk deze leerling, aan Jezus verknocht heeft, wanneer men de dwaling der wereld en de groote waarheden van het geloof heeft gekend, en men, gelijk hij, ontrouw wordt, dan kent de ongetrouwheid geene palen meer; men is tot alles in staat, zoodra men de genade, die ons uit de ongeregeldheid had getrokken, kan ijdel maken. De trap van deugd, tot welke men verheven was, wordt de maat van den afgrond, dien men voor zich delft, wanneer men afvalt, en er zijn geene buitensporigheden, welke men niet moet verwachten van degenen, die, na eenigen tijd in Gods wegen gewandeld te hebben, tot de wereld wederkeeren en zich nog tegen Jezus verklaren.

11 Punt.

De zwarte ondankbaarheid en het snood verraad van Judas beantwoordde Jezus met de hartroerende woorden; Yriend! waartoe zijt gij

ocr page 55

43

gekomen'? 1) Wat ligt er eene pijnlijke droefheid in deze woorden! hoe moet het Hart van Jezus op dit oogenblik gebloed hebben! welk een foltering voor dat teedergevoelig Hart in den vriend, den apostel, uitgekozen en bestemd om Jezus van alle menschen te doen kennen en aanbidden, om voor Hem en Zijne leer te sterven, den voornamen bewerker van Zijn ondergang te aanschouwen! zal de lans van den soldaat op Golgotha het Goddelijk Hart wel eene diepere en breedere wonde kunnen toebrengen dan deze verraderlijke kus van Judas? Wanneer een, ongelukkige moeder klaagt over de ondankbaarheid van een ontaarden zoon, dan somt zij onder snikken en tranen alles op wat zij voor hem gedaan heeft, wat zij voor hem geweest is. Dat doet Jezus niet; Zijn Hart was te zeer overstelpt van droefheid, te zeer bewogen door medelijden. In één woord vat Hij alles samen; Vriend! waartoe zijt gij gekomen? Ach ja, het Hart van Jezus beminde Judas nog; alles was nog niet verloren ; dat Hart bezat nog genade en vergeving voor hem, die op het oogenblik van zijn afschuwelijk verraad den zoeten naam van vriend ontving. O eindelooze lankmoedigheid van het Goddelijk Hart! - Judas schijnt geveinsd te hebben, dat hij toevallig op die plaats kwam en niet tot de bende behoorde, die hem volgde.

') Matth. XXV r. 50.

ocr page 56

44

Maar Jezus geeft hem te kennen, dat Hij weet, Vr

wat er omgaat in zijn hart, en verwijt hem in de zei:

zachtmoedigste woorden zijn verraad; Hij beproeft set

nog eene uiterste poging om den ongelukkige te we

redden. Doch helaas, ook deze laatste kreet Zijner pu

liefde voor het heil der ziel van dien ellendeling gr

wordt niet gehoord! O afgrijselijke foltering voor dk

Jezus' Hart! Rampzalige Judas, hadt gij toch beter wc

het oneindig barmhartig Hart gekend, dat zoozeer he

naar uwe zaligheid dorstte en u zoo gaarne ver- als

giffenis schenken wilde! uw wanhoop vei-oorzaakte or

Het duizendmaal meer pijn dan uw verraad, zij de

zette de kroon op uwe duivelsche boosheid. n£

III Punt.

zc

Gave de goede God, dat de trouwelooze apostel vi

geen navolgers vond! Doch mijne ziel, hoe gaarne te

gij ook uwe oogen van zijn afschuwelijk gruwel- n:

stuk zoudt willen afwenden, moet gij toch den G

moed nog hebben de overeenkomst te overwegen o

tusschen de zonde van Judas en de heiligschen- G

nende Communie: gij zult er nog beter het lijdend h

Hart van Jezus door leeren kennen. v

Judas maakte zich schuldig aan de zwartste l

ondankbaarheid ; hij vergat wat Jezus voor hem £

geweest was en versmaadde de eindelooze liefde, c

welke op het oogenblik van zijn verraad voor 1

hem, evenals voor alle menschen, den dood tege- 1 moet ging, de liefde, welke hem nog toeriep ;

J

ocr page 57

45

Vriend, waartoe zijt gij gekomen. Diezelfde snoode ondankbaarheid laadt de heiligschenner op zich, omdat hij de liefde van Jezus, welke in het H. Sacrament des Altaars haar toppunt bereikt heeft, veracht, omdat hij Jezus grieft en beleedigt op het oogenblik zelf, waarop die beste aller vaders onder de gedaante van een weinig brood zich geheel aan hem wil schenken, hem met al Zijn goederen wil verrijken. —■ Evenals Judas verbergt de heiligschenner zijne misdaad onder het huichelend masker der vriendschap. Met den uitwendigen schijn van eerbied en godsvrucht nadert hij de communiebank; hij klopt zich op de borst, alsof hij het bitterst leedwezen over zijne zonden gevoelde, terwijl hij tot den laagsten graad van boosheid gezonken is, eene boosheid, die niet terugdeinst voor de grootste aller misdaden, de misdaad van Judas. Want gelijk dit monster den Goddelijken Meester aan Zijne bitterste vijanden overleverde, zoo levert de heiligschenner zijnen God en Zaligmaker over aan satan, die in zijn hart heerscht en gebiedt. Ach, wat bitter lijden voor het Hart van Jezus! wat onbegrijpelijke boosheid der menschen ! Moge ten minste hunne gelijkenis met den afvalligen leerling niet geheel en al volmaakt worden, moge de wanhoop uit hunne harten verwijderd blijven ! O Jezus, wees hun genadig! spaar Heer, spaar Uw volk! Ik bid en zal dagelijks bidden voor de bekeering

ocr page 58

4G

dier ongelukkigen. Kon ik hen toch allen tot ü terugvoeren! Kon ik toch beletten, dat Uw Goddelijk Hart nog ooit door eene heiligschennende Communie beleedigd werd !

„Tk aanbid ü ieder oogenblik O levend Brood des hemels, verheven

Sacrament.

O Jezus, o Hart van Maria, U smeek ik

mijne ziel te zegenen.

0 allerheiligste Jezus, mijn Zaligmaker, aan U geef ik mijn hart.quot;

(200 dagen aflaat. E a c c o 11 a.)

EERSTE WEEK DER VASTEN. DONDERDAG.

GEVANGENNEMING VAN JEZUS.

Zij namen Hem gevangen. Luc. XXII. iU.

I Punt.

Ofschoon de bende het afgesproken teeken des verraads ontvangen en Jezus tot tweemaal toe verklaard had, dat Hij het was, dien zij zochten, hadden zij Hem toch niet gegrepen ; integendeel, toen de Zaligmaker sprak: „Ik ben het. weken zij achterwaarts en vielen ter aarde. 1) Ja, hunne woede moest het zelfs machteloos aanzien. dat Petrus zijn zwaard trok en den knecht des hoogepriesters het rechteroor afhieuw, want

') Joan. XVIII, 6.

ocr page 59

47

duidelijk en zonneklaar zou het bewezen zijn, dat Jezus zelf het oogenblik bepaald had. waarop Hij zich vrijwillig in hunne handen overgaf. Dat oogenblik kondigde Hij aan door te zeggen : Dit is uwe ur e, en dit de macht der duisternis. 1) En nauwelijks zijn deze woorden aan de Goddelijke lippen ontsnapt, of zij vallen met al de razernij van den lang getergden baat op Jezus aan en boeien Hem met knellende koorden. Op dit gezicht worden de leerlingen met schrik bevangen ; zij vergeten de beloften, welke zij hunnen Meester dien avond gedaan hadden van Hem overal te volgen, denken slechts op zelfbehoud en vluchten schandelijk weg. Alsdan verlieten Hem Zijne leerlingen, en namen allen de vlucht 2). Maar zal dan niemand in dezen droevigen nacht met Jezus willen lijden ? Ach neen, het is de nacht des verraads en der ergernis ; de voorspelling wordt vervuld: Ik zal den herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden; 3) de Goddelijke Lijder bevindt zich geheel alleen te midden Zijner vijanden, als een lam, dat ter slachtbank wordt weggeleid. Mijne ziel, welk een schouwspel! het Lam Gods ten prooi aan bloeddorstige wolven! de God der heerscharen,

') Luc. XXII. 53. 2i Marcus. XIV. 50. 3j Matth. XXVI. 31. 4) Is. LUI. 7.

ocr page 60

48

de Schepper van het heelal, de Bestierder van 1

hemel en aarde, geboeid door eene bende ellende- i

lingen ! „0 Jezus,' roept hier terecht de H. Ber- z

nardus uit, „wat hebben de slavenketenen gemeen f

met U, den Heilige der heiligen, den Koning der 1

koningen, den Heer der heeren 1quot; ^ Dat Maria U c

in windsels wikkelde en vastbond ; dat Gij in het z

aanbiddelijk Altaargeheim als het ware gebonden u

en gevangen zijt : het zij zoo ! maar dat ondank- b

bare joden U boeien als een boosdoener, om door o

de straten van Jeruzalem, van de eene rechtbank fi

naar de andere gesleurd te worden, o Jezus, neen, v

duld het niet, verbreek die boeien en toon Uwe d

oppermacht! Doch neen, lieve Jezus, ik begrijp z

het: niet zoozeer de boeien, maar de liefde, welke z

in Uw Hart voor de menschen brandt, houdt U o gevangen en dwingt U voor ons te lijden en te

sterven. O Goddelijke liefde, gij alleen hebt een H

God aldus kunnen binden ! hi

11 Punt.

P!

Om hier het lijden van Jezus' Hart in al zijn J(

uitgestrektheid te beseften zoudt gij de oneindige G

liefde moeten begrijpen, welke Het ons toedroeg. Zi

Maar verlies daarom den moed niet; tracht ten za

minste eenige schichten op te vangen, die dat zv

Hart doorboorden, ten einde uw hart met gevoe- m

') De Pass. C. IV.

.

ocr page 61

49

lens van medelijdende liefde te kwetsen. O hoe pijnlijk was het voor het minnend Hart van Jezus zich van al de Zijnen verlaten te zien! hce grievend voor den Goddelijken Herder Zijne geliefde schapen te zien afdwalen! Alleen zal Hij dus lijden, zonder de hulp, zonder de opbeuring, zonder den troost der vriendschap! Droevig vooruitzicht. dat zelfs het ongevoeligst hart zou doen beven ! In weemoedige woorden beklaagt zich clan ook de Zaligmaker door den mond van den profeet Isaïas over die eenzame verlatenheid: D e wijnpers heb Ik alleen getreden en uit de volkeren was niemand met Mij. Ik zag rond, en er was geen helper; en Ik zocht, en daar was niemand om Mij te ondersteunen ').

Overweeg vervolgens hoe de liefde van Jezus' Hart moet gebloed hebben over de ondankbaarheid der joden. Niets stuit ons zoozeer tegen de borst, niets is zoozeer in staat ons hart op de pijnlijkste wijze te grieven als de ondankbaarheid. Jezus' Hart was ook hierin aan het onze gelijk. Getuige hiervan de bittere klachten, welke de Zaligmaker bij schier iedere verschijning aan de zalige Margareta uitte. Bedenk dan aan welke zwarte ondankbaarheid de joden zich schuldig maken ten opzichte van den Verlosser van Israël.

!) Is. XLIIl.

4

ocr page 62

50

Hij was gekomen om de lielsche boeien te verbreken, waarmede satan sinds vierduizend jaren het mensclidom knelde, en zij slaan Hem zeiven in boeien! Hij kwam om hen uit de slavernij des duivels te verlossen, en zij nemen Hem als een misdadiger en boosdoener gevangen! Hij kwam om Israël te redden, en Israëls oversten beramen moordaanslagen tegen Hem! Hij, gehoorzaam aan den aanbiddelijken wil Zijns Vaders, brengt edelmoedig het offer Zijner vrijheid om hun de ware vrijheid weder te schenken, en zij, verblind door hunnen onverzoenlijken haat, beladen Hem met slavenketenen! O Goddelijk Hart van Jezus, hoe moet deze ondankbaarheid U gefolterd hebben, wat moet Uwe liefde groot geweest zijn om dit alles te verdragen!

lil Punt.

Toen Jezus Zijne gezegende handen uitstrekte en zich vrijwillig overleverde, doorzag Zijne alwetendheid alle eeuwen; Hij dacht aan alle men-schen, aan ieder in het bijzonder. Voor hen toch liet Hij zich als een boosdoener boeien om hen uit de slavernij te verlossen en door de banden der liefde aan zich te binden. Jezus dacht dus ook aan u, mijne ziel. Maar zoudt gij durven hopen, dat die gedachte Zijn lijdend Hart troostte, of is zij veeleer een nieuwe bron van smarten geweest? Koep u eens de plechtige stonden voor

ocr page 63

den geest, waarop gij aan God onverdeelde liefde, eeuwige getrouwheid beloofdet, waarop gij met de leerlingen verzekerdet liever te willen sterven dan uwen Heer en Meester ontrouw te worden, en ga dan eens na, lioe dikwijls misschien gij, evenals de leerlingen, uwe beloften vergeten, hoe menigmaal gij uwen Jezus schandelijk verlaten en Zijn Goddelijk Hart bedroefd hebt.

Overweeg verder, dat de Verlosser vrijwillig de schande heeft willen ondergaan als een misdadiger gebonden te worden, ten einde ons de genade te verdienen de ketenen af te schudden, welke ons aan de zonde boeien. Hebt gij steeds met die genade medegewerkt, altijd aan die genade beantwoord? treed in uw binnenste en onderzoek eens of er geen gevaarlijke, ongeregelde neiging schuilt, die u gevangen houdt, uwe liefde verzwakt en u ongemerkt tot zonde leidt; zie eens of gij misschien de slavenketenen eener slechte gewoonte torst, want wees innig overtuigd, dat niets zoo ongelukkig en noodlottig is dan slechte gewoonten aan te nemen. Zij vereenzelvigen zich langzamerhand met ons, en wanneer men er eindelijk de droevige uitwerkselen van ontwaart, kan men ze soms niet dan uiterst moeilijk afleggen. üit past vooral op de gewoonte van zich vrijwillig aan de gelegenheid tot zonde bloot te stellen, door bijv. steeds aan zijne zinnen den vrijen teugel te laten, een al te vertrouwelijken

ocr page 64

52

omgang te onderhouden, onnoodige bezoeken af te leggen, lichtzinnige boeken of geschriften te lezen, én dergelijken meer. Zulke gewoonten worden sterke ketenen, die moeilijk te verbreken zijn; men slaagt er nooit in ze te verbrijzelen als men het niet plotseling en in éénen keer doet; zij zijn de verderfelijke weg, waarlangs de duivel onvoorzichtige zielen tot aan den boord des afgronds leidt, en dan is de geringste stoot genoeg om ze neer te storten. 0 mijne ziel, wees dankbaar voor de verlichting, welke gij in deze meditatie ontvangen hebt; verbreek edelmoedig de banden, die u beletten vrij tot Jezus' Hart te gaan. Wees niet bevreesd, eene kwade gewoonte wordt door eene goede overwonnen ; vertrouw op de hulp dei-genade, welke Jezus u bij Zijne gevangenneming verdiend heeft, maar vergeet niet die genade dikwijls af to smeeken.

,H. Hart van Jezus, ontferm U mijner.'

EERSTE WEEK DER VASTEN. VRIJDAG.

JEZUS WORDT NAAI1 ANNAS GELEID.

En zij leidden Hom weg, eerst naar Annas.

Joan. XVIII. 13.

I Punt.

Het begin der ongerechtigheid was voltooid, de Almachtige was machteloos geworden tegenover

ocr page 65

Zijne vijanden, de lang gehate Galileër is eindelijk in de handen der schriftgeleerden en farizeën: en zij leidden Hem weg. — O mijne ziel, vervoeg u bij dien treurigen stoet. Maar roep eerst een laatst vaarwel toe aan den hof van Gethsemani, die bevoorrechte plek, waar uw Jezus gewoon was te komen bidden, waar gij Hem in doodsangst aanschouwdet, die de'eerste druppelen van Zijn Goddelijk bloed mocht opvangen; en vergezel dan den tweeden Adam, die uit Zijn Paradijs verdreven en naar de met distelen en doornen bezaaide aarde heengewezen wordt. Doch welk een verschil tnsschen dezen tweeden Adam en den eersten! De stamvader van het menschelijk geslacht gebukt onder eigen schuld, de Verlosser van het menschdom beladen met de zonden van anderen; Adam, het slachtoffer zijner ongehoorzaamheid jegens God. Jezus het offer Zijner liefde voor den mensch!

Overweeg nu aan welke mishandelingen de Goddelijke Zaligmaker blootstond, gedurende de overvoering van Gethsemani naar Jeruzalem. Alhoewel de Evangelisten die mishandelingen stilzwijgend voorbijgaan, kunnen wij ze toch gemakkelijk gissen. Wat kan men niet verwachten van ruwe krijgsknechten, die het bevel ontvingen een boosdoener gevangen te nemen en behoedzaam weg te leiden, die bovendien aangemoedigd en opgehitst worden door de oversten der volks,

ocr page 66

54

wier lang verkropte haat zich eindelijk lucht mag geven? Aanschouw dan het onschuldig, weerlooze Lam, afgemat dooi den doodsangst en uitgeput door het bloedverlies, te midden dier bloeddorstige wolven; zie, hoe zij Hem met ruw geweld, onder slagen en stooten voortsleuren, totdat de inmiddels

altijd meer en meer aangegroeide menigte het

paleis van Annas, den schoonvader van den hooge- i priester Caïphas, bereikt heeft. Deze Annas was

de wettelijke hoogepriester, het hoofd van het i

hoogepriesterlijk geslacht, en aan deze waardig- I

heid. maar meer nog aan zijn algemeen bekenden i

haat tegen Jezus had hij het te danken, dat de lt;

bende hem een eerbewijs wilde geven door de i

voorstelling van den geboeiden gevangene. En zij (

leidden Hem weg. eerst naar Annas. \

II Punt.

e

Niemand zal er aan twijfelen of edele zielen s

worden meer gepijnigd door verachting en ver- s

smading dan door lichamelijk lijden. Alhoewel dus c

de verbeelding niet gemakkelijk zal overdrijven 1:

in de voorstelling der uitwendige mishandelingen, s

welke Jezus tijdens de overvoering van Gethsemani f

naar Jeruzalem te verduren had, zal het echter v

veel gemakkelijker te begrijpen zijn, dat het lijden d Zijns Harten nog duizendmaal pijnlijker geweest is. Overweeg slechts welke onzeggelijke schande,

welke ongehoorde smaad den Goddelijken Zalig- ]

ocr page 67

55

rg maker werden aangedaan. Langs denzelfden weg, je die vijf dagen geleden met palmtakken bestrooid it en met kleederen bedekt was, toen Hij als Koning je en Zoon van David zegevierend de stad binnen-Br reed, wordt Hij thans, als verleider en bedrieger Is met ketenen beladen, voortgesleurd naar de recht-et bank van den Hoogen Eaad, die Zijn ondergang e- reeds gezworen. Zijn vonnis reeds geveld had. as Toen riep de juichende menigte onder het gewuif et der palmen Hem blijde toe; Hosanna den g- Zoon van David! Gezegend Hij,diekomt en in den naam des Heeren! ') en thans om-de geven Hem knotsen en zwaarden, terwijl de lucht de weergalmt van helsch getier, van verwenschingen ; ij en godslasteringen; toen rees Sions dochter op van blijdschap omdat haar Koning tot haar kwam, zachtmoedig, gezeten op het veulen eener ezelin, 2) en thans beven hare zonen van duivelen sche woede tegen het Goddelijk Lam, dat ter sr- slachtbank geleid wordt zonder den mond te us openen; toen raakte de ganse he stad in en beweging, en zeide;Wieisdeze-?Ende m, scharen zeiden: Deze is Jezus, de Pro-mi feet van Nazareth in Galilea, 3) en thans ;er worden Jerazalem's bewoners uit den slaap gewekt en door het geschreeuw: de bedrieger is gevangen! sst _

. ' M Matth. XXI. '-) Joan. XII 15. 8) JIatth. XXX

'gquot; 10. 11.

I

ocr page 68

toen ging Jezus den tempel Gods in, en dreef uit allen, die verkochten of kocli-ten in den tempel1), en thans wordt Hij naar liet paleis des hoogepriesters gesleept en si rekt tot helscli vermaak aan den goddeloozen Annas. God, mijn God, welk een afgrond van vernedering, welk eene ondraaglijke schande! 0, hoe moet het edele Hart van Jezus geleden hebben bij zooveel smaad ! Doch wat was dat lijden in vergelijking met de bloedige zuchten, welke dat Hart slaakte over de verblindheid van het ondankbaar volk, dat Het zoozeer beminde! En toch, mijne ziel, Jezus' Hart lijdt en zwijgt. Maar, o! hoe roept dat stilzwijgen u toe: Neemt Mijn juk op u. en leert van Mij! want Ik ben zachtmoedig en nederig van Harte. 2)

III Punt.

Door de menschen geacht, geëerd en geprezen te worden, beschouwt de wereld als iets groots, als een goed van de hoogste waarde ; vandaar, dat eerzucht doorgaans de drijfveer, zelfverheffing het einddoel is van hare daden en zij niets zoozeer ducht als beschaamd en vernederd te worden. Geheel anders denkt en oordeelt de ware leerling van Jezus' Hart. Overtuigd, dat vernedering de zekerste en veiligste weg is tot de ootmoedigheid,

') Matth. XXI. 12. 2) Matth. XI. 29.

ocr page 69

dat zij een rijke bron van onvergankelijke schatten voor het eeuwig leven bevat, wenscht hij onbekend te leven en voor niets geacht te worden ; ja hij beschouwt het als een weldaad des Heeren, wanneer hij somwijlen naar de aarde gebogen en vernederd wordt, hij is Gode daarvoor dankbaar, en tracht zich na het bedaren van den storm met nieuwe levenskracht en kloeken moed weder op te beuren. Ongetwijfeld vallen zulke vernederingen pijnlijk aan de bedorven natuur, maar wat wij uit eigen krachten niet vermogen, dat kunnen wij niet de hulp der genade. En die genade heeft Jezus ons door Zijne vrijwillige vernederingen overvloedig verdiend; Hij is ons voorgegaan en roept ons door woord en voorbeeld onophoudelijk toe: Leert van Mij, want Ik ben nederig van Harte. Zonder ootmoed zullen wij ons tevergeefs vleien ware vereerders van Jezusquot; Hart te wezen ; zij is de grondslag en de maatstaf onzer volmaaktheid, terwijl zij van haren kant op de eerste plaats het geduldig verdragen der vernederingen vordert.

Welnu, mijne ziel, hoe staat het met uwe nederigheid? erkent gij in de oprechtheid des harten, dat gij slechts stof en asch /ijt en enkel verdient, zooals de Apostel zegt, behandeld te worden als het uitvaagsel der wereld, dat vertreden en weggeworpen wordt? bemint gij de vernederingen, of ten minste, verdraagt gij ze met geduld en gela-

ocr page 70

tenheid? welke is uwe handelwijze bij liet mislukken eener onderneming ? welk is uw gedrag wanneer anderen boven u gesteld worden, wanneer uwe oversten uwe goede hoedanigheden volgens uw oordeel over het hoofd zien, wanneer zelfs uwe beste bedoelingen schijnen in twijfel getrokken te worden ? hoe aanvaardt gij de geringe verstervingen, waartoe hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt ? Heb den moed deze vragen te beantwoorden, en zoo gij u plichtig vindt, erken dan uw ongelijk, beloof uwen om uwentwille zoo diep vernederden Jezus beterschap en maak u gewoon aan het schietgebed :

„Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijkvormig aan het Uwe.'

(300 dagen aflaat. E a c c o 11 a.)

EERSTE WEEK DER VASTEN. ZATERDAG.

EEN DIENSTKNECHT DES HOOGEPRIESTEUS SLAAT JEZUS IN 11 ET AANGEZICHT.

En als hij dit gezegd had, gaf een der dienaren, die daarbij stond, Jezus oenen kaakslag. Joan. XVIII. 22.

I Punt.

Annas schijnt den Zaligmaker niet lang in zijn paleis gehouden te hebben; hij zond Hem ge-

ocr page 71

59

bonden naar Caïphas, die dat jaar de hooge-priesterlijke waardigheid bekleedde, bij wien daarom de opperpriesters, ouderlingen en schriftgeleerden, die den Hoogen Raad der joden uitmaakten, reeds vergaderd waren en den gevangene met ongeduld wachtten. De goddelooze Caïphas opende aanstonds het verhoor. Zijne vragen liepen over Jezus' leerlingen en over Zijne leer. Ach, van de leerlingen kon Jezus op dit oogenblik niet veel goeds zeggen en iets kwaads wilde Hij niet zeggen; Hij zweeg dus over henr ons leerende, hoe wij in soortgelijke omstandigheden moeten handelen; maar omtrent Zijne leer gaf Hij het heerlijkst antwoord, Gods Zoon volkomen waardig: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken; Ik heb altijd geleerd in de synagoog en in den tempel, waar al de joden samenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Waarom ondervraagt gij Mij'? Ondervraag hen, die gehoord hebben wat Ik tot hen gesproken heb: zie, dezen weten wat Ik gezegd heb 1) Welk eene vrijmoedige waardigheid ligt in deze woorden! hoe getuigen zij van Jezusquot; volle bewustzijn, dat zelfs de meest verbitterde vijanden in Zijn levenswandel niets afkeurenswaardigs zullen ontdekken, dat al Zijn woorden en daden steeds den stempel der hoogste

•) Joan. XVIII. 20. 21.

ocr page 72

60

volmaaktheid droegen! Mijne ziel, zoudt gij hetzelfde beroep durven doen, zoo men een onderzoek instelde omtrent de woorden en werken van uw vorig leven ? — Nauwelijks heeft Jezus uitgesproken, of een der dienaren geraakt in woede en slaat Hem met al de kracht, waarover hij beschikt, iu het aangezicht, terwijl hij Hem op ruwen toon toesnauwt: Moet gij zóó aan den hoogepriester antwoorden?1) Mijn God, wat gaat hier gebeuren! do arm van koning Jeroboam verdorde weleer, toen hij dien.slechts uitstrekte tegen een profeet des Heeren ; Oza viel dood ter aarde, omdat zijne hand de gewijde ark des verbonds oneerbiedig had aangeraakt: wat zal dan van dezen woesteling geworden ! Doch hemelsch schouwspel! de zoo wreedaardig mishandelde Jezus vergenoegt zich met den onverlaat op de zachtmoedigste wijze onder het oog te brengen, dat Hij in werkelijkheid den hoogepriester niet onbetamelijk geantwoord had : Indien Ik k wa 1 ijk gesproken heb, getuig van het kwade; maar heb Ik wel gesproken, waarom slaat gij Mij? 2)

II Punt.

Tracht n hier wederom een denkbeeld te vormen van Jezus' hartewee, dat duizendmaal pijnlijker

') Joan. XVIIL 22. 2j Joan. XVIII. 23.

ocr page 73

61

was. dan de uitwendige marteling, welke de woeste krijgsknecht Hem toebracht. Overweeg vooreerst hoe Caïphas de nog bloedende wonde, door de ongetrouwheid der leerlingen het Goddelijk Hart geslagen, op de onmeedoogendste wijze wederom openscheurt. De goddelooze rechter kende het verraad van Judas, de schandelijke vlucht der overige apostelen: dit doet hij Jezus gevoelen, door Hem spottend naar Zijne leerlingen te vragen. En Jezus' Hart lijdt en zwijgt! — Overweeg verder, hoe deze smartvolle vernedering onmiddellijk gevolgd werd door de hartverscheurende schande van den kaakslag ; denk aan de waardigheid van Hem, die den hoon ondergaat, aan de laagheid van den beleediger en aan het afschuwelijke der beleediging. Kan men een grooter beleediging uitdenken dan die, welke men iemand aandoet, door hem een slag in het aangezicht te geven ? en het is een lage dienaar, een ellendeling, die dezen smaad durft toebrengen aan den Koning der heerscharen! Zijn aanbiddelijk gelaat draagt den glans der Goddelijke majesteit, de profeten hadden gewenscht, dat gelaat temogen aanschouwen en in den hemel maakt het de vreugde uit van engelen en heiligen: en het wordt door een misdadige hand gruwelijk geslagen, terwijl noch de liooge-priester, noch de rechters, noch iemand uit het volk een enkel woord spreken om die schanddaad af te keuren, maar integendeel door hun stilzwijgen

ocr page 74

te kennen geven, dat Jezus niet betei- verdient! Begrijpt gij thans eenigermate hoezeer die booswicht, hoezeer zij, die zijn schelmstuk goedkeurden, het edele Hart des Zaligmakers griefden? begrijpt gij thans, hoe het antwoord van Jezus de heerlijkste toepassing was Zijner vermaning: L e e r t v a n M ij, want Ik ben zachtmoedig van Harte?

Ach, wat moet de liefde van dat Hart toch groot geweest zijn voor die ondankbare menschen! O lijdend Hart van Jezus, welke ziel, die U verkleefd is, kan dit zien en hoeren en hare tranen bedwingen ?

III Punt.

Denk echter niet, dat het voldoende is, tranen te storten wij moeten ook de les behartigen, welke hier gegeven wordt. Zelfs bij de meest onmensche-lijke behandelingen bewaarde Jezus het stilzwijgen en sprak geen enkel woord ter Zijner verdediging ; maar het verwijt van den onbeschaaraden dienstknecht, door alle aanwezigen stilzwijgend goedgekeurd, als zoude Hij tegen den eerbied, den hooge-priester verschuldigd, misdaan hebben, liet Hij niet onbeantwoord. En tegen Zijn antwoord werd niets ingebracht, kon niets worden aangevoerd, wat er de minste kracht aan ontnam; de bewijsvoering was klemmend, der Goddelijke Wijsheid overwaardig. Indien Ik kwalijk gesproken heb, getuig van het kwade; maar heb Ik wel gesproken, waarom slaat gij mij? -

ocr page 75

68

Leer hier de achting en den eerbied kennen, welke aan de priesterlijke waardigheid in het Nieuwe Testament toekomen. Moge hij, die deze waardigheid bekleedt, om persoonlijke hoedanigheden bij anderen achter staan, moge hij zelfs met gebreken en fouten behept zijn, zijn priesterschap verheft hem boven iedere minachting; Jezus duldde niet eens de beschuldiging, ook maar op onbetamelijke wijze gesproken te hebben tegen den hoogepriester der Oude Wet, niettegenstaande de drager dezer waardigheid een afzichtelijk monster van haat en goddeloosheid was.

Overdenk vervolgens hoe Jezus zich verdedigt met kalmte en zachtmoedigheid. Diep gegriefd door het onrechtvaardig verwijt van den gerechtsdienaar, zag Hij zich verplicht te antwoorden, want Zijn stilzwijgen zou aan het verwijt een schijn van billijkheid gegeven hebben; doch Zijn antwoord is zonder gramschap en toorn; geen bits verwijt komt over Zijne lippen; Hij vraagt met waardigheid: Waarom slaat gij Mij? O mijne ziel, ziedaar uw voorbeeld! Zoolang wij op de aarde zijn, blijven wij aan beleedigingen en vervolgingen blootgesteld, vooral indien wij godvruchtig willen leven. Vernederingen, bespottingen, valsche beschuldigingen zijn ongetwijfeld pijnlijk voor de bedorven natuur; maar daarom is het nog niet geoorloofd in toorn en gramschap te ontsteken, gevoelens van afgekeerdheid en wraak-

ocr page 76

«4

zucht te voeden ; het Hart van Jezus leert u anders. Welke was tot hiertoe uwe handelwijze ? Hoe ver-droegt gij de beleedigingen ? was een onbeduidend woord, eene ondoordachte daad soms genoeg om uwe gramschap op te wekken ? hebt gij gaarne en van harte het ongelijk vergeven en vergeten, dat u werd aangedaan ? Onderzoek u en bid dikwijls : , Jezus zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijkvormig aan het Uwe.'

(300 Dagen aflaat. E a c c o 11 a.)

TWEEDE WEEK DEE VASTEN. ZONDAG.

CAÏPHAS ZOEKT BENE AANLEIDING OM JEZUS TE KUNNEN VEEOORDEELES.

Toen scheurde de hoogepriester zijne kleederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd ! Mattli. XXYI. 65

I Punt

Verbeeld u andermaal tegenwoordig te zijn bij het verhoor, waaraan Caïphas den Goddelijken Zaligmaker onderwierp. Onwaardiger vertoon, lagere bespotting van alle recht dan dit verhoor, zijn niet denkbaar. Want bij Caïphas en bij alle leden van den Hoogen Eaad stond het van te voren vast, dat Jezus van Nazareth in dien nacht ter dood veroordeeld moest worden; het kwam er slechts op aan voor den schijn de vormen van een regelmatig rechtsgeding te bewaren. De arme

ocr page 77

65

Jezus weet dat alles ; Zijn alziend oog dringt door tot in het diepste hunner harten, en Hij zwijgt! Toen Hij echter op de vragen des hoogepriesters en der andere raadsheeren, noch op de beschuldigingen der valsche getuigen geen antwoord meer gaf, achtte Caïjjhas het raadzaam een einde aan het onderzoek te maken ; want het ontging hem niet, dat het volk meer en meer tot bedaren kwam, omdat het de verlegenheid der rechters opmerkte en zelfs begreep, dat de getuigen tegen Jezus niet overeenstemden. Plechtig rijst hij dus van zijnen zetel op en gebiedt stilte aan de vergadering ; met geveinsden eerbied verheft hij zijne stem om Gods heiligen naam aan te roepen en bezweert den beschuldigde bij den levenden God, dat Hij de waarheid spreken en zeggen zal wie Hij is. I k bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij de Christus zijt, de Zoon Gods. 1) Welke duivelsche sluwheid en boosheid in den onrechtvaardigen rechter 1 nu Gaïphas geene getuigen vindt, die eene afdoende beschuldiging opleveren, zoekt hij Jezus uit Zijne eigene belijdenis te veroordeelen; want hij verwachtte vanzelf een bevestigend antwoord op zijne vraag ; en zijne bedoeling was Hem, om dit antwoord, schuldig te verklaren aan godslastering, welke misdaad volgens de wet van Mozes met

■) Matth. XXVI. 63.

ocr page 78

66

den dood moest gestraft worden. Nauwelijks heeft dan ook de Zaligmaker geantwoord : G ij li e b t liet gezegd! Docli Ik zeg u lieden: van nu aan zult g ij den Zoon des menschen zien, gezeten ter rechter-zijde der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels, 1) of Caïphas huichelt de diepste verontwaardiging, verscheurt zijne kleederen en roept uit: Hij heeft God gelasterd !

II Punt.

Vreeselijk groot en pijnlijk waren hier wederom de smarten van het Hart uws Zaligmakers. Ieder rechtgeaard mensch toch heeft een onweerstaan-baren afschuw van huichelarij en schijnheiligheid. Mijn God, welke walging moet dan het Hart van den alwetenden Jezus overstelpt hebben bij het aanschouwen van dat afschuwelijk mengsel van laster en meineed, van haat en bloeddorst, overdekt met een leugenachtig vernis van wettelijkheid ! welke verontwaardiging moet dat Hart bezield hebben tegen die snoode huichelaars, die den grootsten ijver voor Jehova's wet veinsden, terwijl hunne harten door nijd verteerd werden tegen den Zoon Gods ! welke afkeer moest dat Hart vervullen bij het schandelijk gedrag van deze

quot;J Matth. XXVI. 64.

ocr page 79

67

rechters, die den naam Zijns Vaders en de heiligheid van den eed op de meest schromelijke wijze misbruikten en onteerden ! Doch wat waren deze martelingen vergeleken bij het helsche verwijt: Hij heeft God gelasterd ? O mijne ziel, wie voelt zijn hart niet beven bij het aanhooren eener godslastering ? Caïphas braakte in tegenwoordigheid van Jezus de vreeselijkste godslastering uit, en hiermede nog niet tevreden, durfde de booswicht Jezus zeiven van die misdaad beschuldigen. Ach, arme Jezus, moest het dan zoover komen ! moest Uw lijdend Hart ook nog deze foltering ondergaan! G-ij waart op de wereld verschenen om den wil Uws Vaders te volbrengen, om de mensehen tot Hem terug te voeren ; de glans dei-Goddelijke majesteit schittert op Uw gelaat ; Gij hebt Uwe Godheid bewezen, de waarheid verkondigd en mocht met volle recht zeggen : Vader, Ik heb U verheerlijkt op de aarde: Ik heb het werk volbracht, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 1) en thans, nu Gij de waarheid belijdt en verklaart, dat Gij de Christus z ij t, de Zoon Gods, nu wordt Gij miskend, veracht, als godslasteraar uitgekreten ! toen Gij weleer do ooggetuigen Uwei-wonderwerken vermaandet, ze aan niemand bekend te maken, gehoorzaamden zij niet, maar geraakten

•) Joan. XVII. 4.

ocr page 80

68

des te meer in verrukking en riepen uit: H ij heeft alles wel gedaan! 1j en thans verheft niemand zijne stem om U te verdedigen, allen verklaren ü schuldig aan de vreeselijkste misdaad! en dat alles lijdt Gij uit liefde tot mij! O Goddelijk Hart, kon ik U toch eenigen troost verschaffen ! 0 Jezus, ik geloof aan üw woord ; ik erken en aanbid U als mijn Verlosser en Zaligmaker, als den Rechter, die komen zal om alle menschen te oordeelen. Ach, dat die dag voor mij een dag van vreugde en zaligheid zij!

III Punt.

De laaghartige huichelarij van Caïphas boezemt walging en afkeer in. En terecht. Want huichelarij is niets anders dan eene door woord en daad voortgezette leugen, waardoor men zich beter en vromer voordoet, dan men eigenlijk is, om anderen in dwaling te brengen. Maar dan blijkt ook duidelijk, dat haar wezen in tegenspraak is met de waarachtigheid van God, dat zij een voorwerp van afschuw moet zijn in Zijne oogen. God toch is een God der waarheid. Hij moet noodzakelijk alle geveinsdheid, alle dubbelhartigheid, iedere leugen haten en verfoeien. Vandaar, dat de zachtmoedige Jezus in zoo bittere woorden uitvoer tegen de schijnheiligheid: Wee u, Schriftge-

') Marc. VII. 37.

ocr page 81

69

leerden en F arize ën, gg huichel aars ! omdat gij gelijk zijt aan gepleisterde grafsteden, die van buiten wel schoon schijnen aan de menschen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid!1) Voeg hier nog bij, dat de huichelarij in schreeuwende tegenspraak is met de waardigheid des menschen. Immers die waardigheid bestaat juist hierin, dat de mensch naar Gods beeld en gelijkenis geschapen is. Doch wat doet nu de huichelaar? In plaats van zich door een oprecht en waarheidlievend gedrag aan den oneindig Waarachtige gelijkvormig te maken, verduistert hij in zich Gods evenbeeld en neemt in dezelfde mate de overeenkomst aan met den aartsvader der leugentaal, met satan. Wie zou dan de huichelarij van den goddeloozen Caïphas niet veroordeelen ? Maar, mijne ziel, onderzoek eens, of gij u omtrent dit pimt niets te verwijten hebt; want deze ondeugd is meer algemeen dan men denkt, en volgens het getuigenis van den H. Hieronymus, zijn slechts zeer weinigen, die er zich niet aan pliclitig maken. Was het wel altijd uw eenig streven, ware, degelijke godsvrucht te bekomen, of steldet gij u tevreden met den uit-wendigen schijn van deugd? beoogdet gij in uwe handelingen en bedieningen niet meer de achting

') Matth. XXIII. 27.

ocr page 82

70

en den lof der menschen, dan de goedkeuring en het welbehagen van God ? hebt gij nooit getracht, minder loffelijke, wellicht zondige bedoelingen te verbergen achter den schijn, alsof de eer van God, het heil der zielen en de liefde tot de deugd u boven alles ter harte gingen? Vraag vergiffenis aan het Hart van Jezus, dat ook gij bedroefd hebt, en beloof beterschap.

,Bemind zij overal het Allerheiligst Hart van Jezus.quot;

(100 dagen atl. dagel. eenmaal. Raccolta).

TWEEDE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

DE 1TOOGE RAAD VEROORDEELT JEZUS TER DOOD.

Hij is des doods schuldig. Matth. XXVI. G6.

I Punt.

Verplaats u in den geest op den heiligen, ge-heimnisvollen stond, waarop Jezus voor den Hoogen Raad plechtig Zijne Godheid belijdt; aanschouw den Zoon Gods voor de vierschaar der menschen, in nederige houding, de handen gekluisterd, Zijn vonnis afwachtend; hoor met welke majesteit en kalmte Hij de laatste vraag van Caïphas beantwoordt : G ij hebt het gezegd. Ik ben de Christus, de Zoon Gods. Deze verklaring en vooral de woorden, welke Jezus daarop volgen liet: Van nu aan zult gij den Zoon des men-

ocr page 83

71

schen zien, gezeten ter rechterzijde dei-kracht Gods, en komende op de wolken des hemels, maakten een onbeschrijfelijken indruk; de gemoederen waren tot bedaren gebracht, er heerschte stilte. De goddelooze rechters ontstellen en vreezen. dat hunne prooi hun zal ontsnappen ; doch de voorzitter herneemt zijne tegenwoordigheid van geest en gebruikt eene helsche list om de gemoederen wederom op te hitsen : hij maakt misbaar, verscheurt zijne kleederen. huichelt afschuw en droefheid, en beschuldigt Jezus van godslastering. .Deze list had de gewenschte uitwerking. Want toen Caïphas vroeg ; Wat hebben wijnoggetuigenvannoode? zie, nu hebt gij de go ds 1 ast ering gehoord. Wat dunkt u. tot welke straf moet die godslasteraar naar onze Wet veroordeeld worden ? riepen allen eenstemmig en woedend: Hij is des doods schuldig!1) — Vreeselijk oogenblik, zooals de wereld er nooit een had aanschouwd! het menschelijk gerecht spreekt het doodvonnis uit over den toekomstigen Rechter van levenden en dooden! Israël verwerpt plechtig en formeel zijnen Messias en verdoemt Hem tot den dood! Hij kwam in Zijn eigendom, tot Zijn uitverkoren volk, en de Z ij n e n namen Hem niet aan!2)

') Mattli. XXVI. G5. CG. ') Joan I. 11.

ocr page 84

72

II Punt.

Verbeeld u den ongelukkige, die zijn doodvonnis hoort voorlezen. Zie hem verbleeken, sidderen en beven ; zijn oog staart naar den grond, het bloed stolt in zijn aderen, zijne ademhaling stokt, zijne borst zwelt op en zijn hart klopt hoorbaar. O mijne ziel, hebt gij het beeld van uwen Zaligmaker herkend, die in Zijne menschelijke natuur tegen den dood en het daarmee gepaard gaand lijden opziet'? hebt gij Zijn Goddelijk Hart hooren kloppen toen het onrechtvaardig vonnis over Hem werd uitgesproken ? Ach, gij knieldet in den geest naast uwen Jezus neer in den hof van Gethsemani ; gij aanschouwdet Hem in de uiterste droefheid, in doodsangst, met bloedig zweet overdekt bij de gedachte alleen aan den naderenden dood : en thans wordt dat doodvonnis over Hem uitgesproken : thans schreeuwen de rechters en al het volk het uit; Hij is des doods schuldig! Mijn God, welk een verschrikkelijk oogenblik voor het Hart van Uwen Zoon ! hoe moet die woeste kreet als een tweesnijdend zwaard in Zijn Hart zijn doorgedrongen I — Maar bevatte dat vonnis dan waarheid ? was Jezus werkelijk des doods schuldig ? Ja, mijne ziel. Doch niet als boosdoener, als godslasteraar, maar als het Lam Gods, dat beladen is met de zonden der wereld; als het Zoenoffer, dat zich aanbiedt om de ware schuldigen te redden ; als de vlekkeloos Heilige, die optreedt

ocr page 85

73

om door geëvenredigde boete Gods rechtvaardige gramschap te ontwapenen. De heiligschennende uitspraak der joden wordt dan ook alom bekrachtigd. Hij is des doods schuldig, zoo luidt het onherroepelijk vonnis des eeuwigen Vaders, omdat Hij de misdaden van het zondig menschdom vrijwillig op zich heeft genomen en Mij voldoening wil schenken voor hunne beleedi-gingen. Hij is des doods schuldig, zoo zuchten de engelen, omdat Hij de zetels, door den opstand van Lucifer opengevallen, wil aanvullen. H ij is des doods s c h u 1 d i g, zoo jubelen de rechtvaardigen in het Voorgeborchte der hel, omdat Hij ons den hemel wil openen. Hij is des doods schuldig, zoo herhalen de volkeren der aarde, omdat Hij het op zich nam onze slavenketenen te verbreken. Hij is des doods schuldig, zoo grinneken de duivelen, omdat Hij kwam om ons ryk te verwoesten. Al deze uitspraken ploften neer op het gefolterd Hart van Jezus. En toch, met en boven alle deze veroordeelingen weerklonk de stem Zijner liefde : H ij is des doods schuldig, omdat Hij den raensch tot het uiterste bemint! 0 matelooze liefde van Jezus' Hart, gij alleen overtroft de smarten, welke het doodvonnis Het aandeed !

III Punt.

Overdenk nu meer in het bijzonder waarom

ocr page 86

74

eigenlijk Jezus liet doodvonnis over zich liet uitspreken. Zijn doel was geen ander, dan om ons te verlossen van den dood, van den geestelijken dood der zonde, van den eeuwigen dood der verdoemenis. Bekennen wij het toch volmondig, wij waren des doods schuldig, wij hadden door onze zonden en misdaden verdiend eeuwig door God verworpen te worden. Maar Jezus ontfermde zich orer ons; om onzentwil liet Hij zich ter dood veroordeelen en zal den schuldbrief, die tegen ons getuigt, aan het kruis hechten en vernietigen; Hij zal Zijn Goddelijk bloed vergieten en sterven voor alle menschen, voor ieder in het bijzonder, ook voor u. mijne ziel. Wat gevoelt gij bij deze overweging? Kunt gij nu nog twijfelen of Jezus het ernstig meent met uwe zaligheid;) haar vuriger wenscht dan gij zelve haar kunt verlangen? zult gij nu nog gevoelens van vrees en wantrouwen in uw hart toelaten ? Ach neen, vertrouw op de goedheid en barmhartigheid van uwen Verlosser, die zich uit liefde tot u aan het onrechtvaardigst vonnis onderwierp en die u zoo gaarne vergiffenis schenkt als gij berouwvol aan Zijne voeten neerknielt en uzelve veroordeelt. Bedenk eens hoe diep een kind het hart zijner moeder zou grieven wanneer het met leedwezen zijn misstap beleed maar tevens aan hare vergevensgezindheid bleef twijfelen ; even zoo en nog meer zou de vrees, alsof uwe zonden, welke gij immers oprecht gebiecht

ocr page 87

75

hebt, niet vergeven waren, beleedigend zijn voor het Hart van uwen Jezus, die nog nooit een vermorzeld en vernederd hart verstooten heeft, die den dood des zondaars niet wil maar dat hij zich bekeere en leve, die tot de Apostelen en hunne opvolgers gezegd heeft: Wier zonden gij vergeven zult, dien worden zij vergeven.1) Vertrouw op Zijn woord en tracht voortaan Hem door uwe getrouwheid vergoeding te geven voor uwe vroegere afwijkingen, uwe schulden af te betalen door boetedoeningen en verstervingen. Verlevendig dus uw geloof en uwen ijver, hernieuw de voornemens, welke gij bij het begin der Vasten gemaakt hebt; en mochten ooit gevoelens van vrees en wantrouwen u overvallen, o, aanschouw dan het Hart van Jezus, werp u in de armen Zijner eindelooze ontferming en roep uit: „Mijn Jezus barmhartigheid!'

TWEEDE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

VERLOOCHENING VAN PETRUS.

En naar buiten gegaan zijnde, weende hij bitterlijk. Matth. XXVI. 75.

I Punt.

Bij de gevangenneming des Zaligmakers hadden de apostelen schandelijk de vlucht genomen; de

■) Joan. XX. '23.

ocr page 88

76

voorspelling was in vervulling gegaan, de Herder was geslagen en de schapen der kudde waren verstrooid geworden. Petrus echter, beschaamd over zijn lafhartig gedrag en meer nog gedreven door nieuwsgierigheid, om te zien hoe de zaken met zijn Meester zouden afloopen, gaat naar Jeruzalem en weet het voorhof van den hoogepriester Caïphas binnen te komen. Helaas, hij slaat de vermaning van Jezus, die hem voor het gevaar gewaarschuwd had, in den wind, zijne roekeloosheid zal hem ten val brengen! — Petrus zette zich met de overigen bij het vuur neder en warmde zich. Doch nauwelijks was hij gezeten, of eene dienstmaagd, de deurwachtster van het paleis, kwam nader en hem ziende, zeide zij; Ook gij waart met Jezus, den Galileër! Doch hij loochende het in tegenwoordigheid van allen, zeggende: Ik weet niet wat gij zegt! Terwijl hij nu naar buiten ging, zag hem eene andere dienstmaagd en zeide tot degenen, die daar waren: Ook deze was met Jezus, den Nazarener! Petrus loochent het opnieuw en ditmaal met eenen eed en zegt: Ik ken dien mensch niet! Na deze tweede verloochening aan de voorpoort der woning van Caïphas, was Petrus wederom naar binnen gegaan, en sprak daar met dezen en genen, die hij daar aantrof. En zij, die naast hem bij het vuur stonden, zeiden tot Hem ; Waarlijk, gij zijt een Zijner

ocr page 89

I I

leerlingen, want gij zijt een Galileër, uwe spraak maakt u bekend. Een bloedverwant van Mal-chus, wien Petras het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet bij Hem in den hof gezien'? Toen begon hij zichzelven te vervloeken, en te zweren, dat hij dien mensch niet kende. En terstond kraaide de haan. En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, dat Hy gezegd had: Eer de haan zal kraaien, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buitengegaan zijnde weende hij bitterlijk. 1)

II Punt.

Overweeg nu hoe ijselijk diep de arme Petrus gevallen is. hoe bitter grievend hij het Hart zijns Meesters heeft beleedigd. Wat toch waren de mishandelingen van het baldadig gemeen, wat waren de beschuldigingen der valsehe getuigen bij zijne drievoudige verloochening? wat was de wreede kaakslag van den woesten krijgsknecht bij den driedubbelen slag, dien hij aan Jezus' liefde toebracht? wat waren de godslasteringen, door het krijgsvolk tegen Jezus uitgebraakt, bij de vloeken en verwenschingen, waaraan Petrus zich schuldig maakte ? wat was de uitspraak van het Sanhedrin : Hij is des doods schuldig bij de verklaring

') Matth. XXVI. Joan. XVIII.

ocr page 90

78

van Petrus: Ik ken dien mensch niet? Inderdaad. wat kan een gevoelig hart meer grieven dan zich in tegenspoed en lijden niet alleen van zijn beste vrienden verlaten te zien maar hen zelfs te hooren samenspannen met zijne vijanden, en dit na de plechtigste verzekering van eeuwige liefde en getrouwheid? Ach lijdende Jezus, hoe gegrond was Uw stilzwijgen op de vraag van Caïphas omtrent üwe leerlingen ! de meesten hadden de vlucht genomen, de rampzalige Judas had ü verkocht, en Petrus, de eerste der herders, de kolom der Kerk, die Gij zalig noemdet, omdat de Hemelsche Vader hem de geheimen van den Christus geopenbaard had, hij kent ü niet! Mijne ziel, beseft gij thans eenigszins, wat het Hart van Jezus hier geleden heeft? begrijpt gij nu, dat de verloochening van Petrus als een scherp en vlijmend zwaard het Hart van den goddelijken Meester doorstak? Overdenk slechts, dat die bevoorrechte leerling, de prins der apostelen, eens, bestraald door het licht van boven, getuigde dat hij Jezus kende en sprak; Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God;1) overdenk hoe diezelfde Petrus op den Thabor van God den Vader gehoord had wie Jezus was, toen uit de wolk de stem weerklonk, die zeide: Deze is mijn wel-beminde Zoon, in wien Ik Mijn welbeha-

') Matth. XVI. 1G.

ocr page 91

79

gen heb gesteld; hoort naar Hem!1) Overdenk eindelijk, hoe hij voor weinige uren zich bereid verklaard had met Jezus in de gevangenis en in den dood^ te gaan: en hoor hem nu Jezus tot driemaal toe schandelijk verloochenen, hoor hem nu vloeken en zich zei ven verwenschen om te doen gelooven, dat hij Jezus niet kent en Hem niet toebehoort! Groote God, welke val! maar ook, welke schromelijke beleediging voor het tee-derminnend en gevoelig Hart des Zaligmakers 1

III Punt.

Eene vraag dringt zich hier vanzelf aan den geest op, de vraag namelijk; Hoe was het toch mogelijk, dat Petrus zoo diep en telkens dieper viel? hoe kon hij zijne beloften, zijne liefdesbetuigingen zoo schandelijk met voeten treden? hoe vermocht hij van zijnen beminden Meester, die hem eenige uren tevoren de voeten gewasschen, priester aangesteld, met Zijn Goddelijk vleesch en bloed gespijsd en gedrenkt had, verklaren: I k ken dien m e n s c h niet? Het antwoord is bekend; de voornaamste reden van Petrus' betreu-renswaardigen val bestond hierin, dat hij onvoorzichtig het gevaar opzocht, de gelegenheid niet ontvluchtte. Neen, Petrus was niet voorzichtig; hij sloeg de vermaningen, de voorspellingen van Jezus

1

Matth, XVII. 5.

ocr page 92

80

in den wind. Wat had hij te doen onder de vijanden van zijn Goddelijken Meester? Hij is daar enkel uit nieuwsgierigheid, om het einde te zien, om te zien hoe het met zijnen Meester zou afloopen; maar dat was geene reden, om zich aan het grootste gevaar bloot te stellen. Petrus valt, en ach, had hij toen ten minste de oogen geopend en aanstonds de vlucht genomen! Maar hij blijft in de gelegenheid, hij valt dieper en dieper, totdat de voorzegging van Jezus ten volle bewaarheid was: Voorwaar zeg Ik u, dat gij heden, in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben. Mij driemaal zult verloochenen.1) — Mijne ziel, hebt gij bij deze overweging ook soms u zelve herkend? Ook gij waart gewaarschuwd voor het gevaar, gij kendet de onfeilbare uitspraak van den H. Geest: Wie het gevaar bemint zal er in vergaan;2) wellicht hadden uwe oversten, uw biechtvader u op dat gevaar gewezen; doch tevergeefs, uwe onvoorzichtigheid bracht u ten val. En helaas, een misstap blijft zelden alleen; de eerste afwijking, wanneer men niet aanstonds tot God terugkeert, wordt gewoonlijk gevolgd door eene nog grootere en deze tweede door eene derde, die de beide vorige overtreft. Doch verlies daarom den moed niet. Want zie, te midden der

') Marc. XIV. 30. 2) Eccli. III. 27.

ocr page 93

81

mishandelingen, welke den Zaligmaker worden aangedaan, in weerwil van het onbeschrijfelijk hartewee, dat Petrus hem berokkend heeft, vergeet Hij toch Zijnen apostel niet, maar werpt een medelijdenden blik op hem. Petrus ontwaart dien blik, hij verstaat de taal van Jezus' Hart; de vermorzelde, berouwhebbende zondaar gaat naar buiten om bittere tranen te storten, en zijn misslag was vergeven! Gelukkig hij, die met Petrus gevallen, hem ook in zijne bekeering weet na te volgen! Gelukkiger nog, die door waakzaamheid en gebed den val voorkomt!

„H. Hart van Jezus, ontferm u mijner.quot;

TWEEDE WEEK DER VASTEN. WOENSDAG.

BESPOTTING VAN JEZUS IN HET HUIS VAN CAÏP1IAS.

ïoon spuwden zij Hem in het aangezicht.

Matth. XXVI. 67.

I Punt.

Nadat het hemeltergend vonnis over Jezus was uitgesproken, waren Gaïphas en zijne rechters heengegaan om het overige van den nacht te rusten; doch den armen, uitgeputten Zaligmaker werd geene rust vergund. Zonder eenige verdediging bleef Hij overgeleverd aan de willekeur en den barbaarschen moedwil der krijgsknechten, die Hem wreedaardig bespotten, op de onmensche-

6

ocr page 94

82

lijkste wijze mishandelden en volgens de voorspelling des Profeten met versmadingen verzadigden. 1) De hand der Evangelisten moet wel gesidderd hebben, toen zij al de gruwelen van dien lijdensnacht in korte woorden neerschreven. Toen spuwden zij Hem in het aangezicht, zoo verhaalt de H. Matthaeus 2), en gaven Hem vuistslagen; en anderen sloegen Hem met de vlakke hand in het aangezicht, zeggende: Pro feteer ons, Christus! wie is het, die ü geslagen heeft? De H. Marcus schrijft3): En eenigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaren gaven Hem kaakslagen. Terwijl eindelijk de H Lucas verhaalt4): En de mannen, die Hem in bewaring hielden, bes po t-teden Hem, en sloegen Hem. En Hem overdekt hebbende, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vroegen Hem zeggende: Profeteer, wie is het, die ü geslagen heeft? En vele andere dingen zeiden zij, al lasterende, tegen Hem. Mijn Clod, welk een ontzettend tooneel! en dat wreede spel, die allerbitterste bespotting zal tot aan den vroegen morgen worden voortgezet! Let-

1

) Thran. III. 30. =)XXVI. 67. 68. 3) XIV. 65. ') XXII. 63-65.

ocr page 95

83

terlijk wordt hier de voorspelling van Isaïas vervuld, waar de Messias Zijn vreeselijk lijden en smaad afschildert: Ik gaf Mijn lichaam over aan hen, die Mij sloegen, en Mijne wangen aan hen, die Mij den baard uitrukten. Mijn gelaat verborg ik niet voor hen, die Mij lasterden en spuwden 1). O onbegrijpelijke boosheid der menschen! den Koning der glorie, den Goddelijken weldoener van Israël, die nooit iemand beleedigde, spuwt men in het aangezicht; de zachtmoedigste onder de kinderen der menschen wordt geschopt en gestooten; het gelaat, waarvoor de engelen uit eerbied hun aanschijn bedekken, wordt door kaakslagen onteerd! men blinddoekt den Alwetende en roept Hem spottend toe; Profeteer ons, Christus, wie heeft U geslagen! Waarlijk in dien nacht werd het woord bewaarheid, dat Jezus in Gethsemani tot de bende sprak: Dit is uwe ure, en dit de macht der duisternis2).

II Punt.

Hoe pijnlijk en smartvol de uitwendige mishandelingen ook waren, waaraan Jezus urenlang blootstond, onbeschrijfelijk grooter nog was het lijden Zijns Harten. Aanschouw het Goddelijk Lam, alleen temidden dier grijpende wolven, die Het

quot;) Ts. L. 6. 2) Lue. XXII. 53.

ocr page 96

84

als hun prooi beschouwen en naar hartelust bespotten en beleedigen, terwijl er niemand is, die ook maar één enkel woord ter Zijner verdediging spreekt. 0 pijn, voor een gevoelig hart, dat zich van zijne onschuld volkomen bewust is ! — Overweeg vervolgens hoe de onmenschen den armen, weerloozen Jezus vernederen, zoo diep mogelijk door het slijk der verguizing halen. Zij spuwen Hem in het aangezicht: mijn God, welk eene afschuwelijke beleediging, veel vreeselijker dan de kaakslagen, eene beleediging, die niet alleen bij de joden maar zelfs bij de heidenen het teeken dei-diepste verachting was! En waarlijk, kan men iemand dieper grieven, gevoeliger in het hart wonden, dan door hem in het aangezicht te spuwen ? En deze walgelijke onteering, deze lage verguizing wordt hier niet een schepsel, wiens gelaat het beeld en de gelijkenis der Godheid slechts weerkaatst, maar den Zoon van den eeuwigen God zei ven aangedaan ! Doch hierbij bleef het niet. De H. Lucas getuigt: En vele andere dingen zeiden zij, al lasterende tegen H e m. Arm Hart van Jezus, wat doen deze woorden veel raden ! wat al vloeken en verwen-schingen braakten die ellendelingen uit, die ü als zoovele dolksteken doorboorden ! welke smaad- en schimpwoorden kan men niet verwachten van ruwe krijgsknechten, van het laagste gemeen, tegen iemand, die immers als boosdoener, als bedrieger.

ocr page 97

85

als godslasteraar des doods schuldig verklaard was! O Goddelijke Hart, Uw onuitputtelijk geduld alleen kon hunne verguizingen overtreffen ! Ja, de geduldige Jezus lijdt en zwijgt, Hij laat zich zelfs beschimpen en bespotten in Zijne dierbaarste hoedanigheid. De woestelingen herinneren zich, hoe Hij tot Caïphas gezegd had, dat Hij de Christus, de Zoon van den levenden God was ; dat opende eene nieuwe bron van onteering en versmading. 0 mijne ziel, laat den vrijen loop aan uwe tranen en heb medelijden met uwen Jezus ! de Koning der heerlijkheid, de Profeet der profeten, de alwetende God wordt geblinddoekt en geslagen, terwijl men Hem schimpend toevoegt; Profeteer ons, Christus! wie is het, die ü geslagen heeft. Welke vernederingen! welke bloedige wonden voor het Hart van Jezus! Ach, hoe menigmaal moet dat Hart in dien lijdensnacht verzucht hebben : O dwaas en uitzinnig volk, dit is het dan, wat gij uwen Heer wedergeeft! ') De os kent zijnen meester en de ezel zjjnen stal; doch Israël kent Mij niet! 2)

III Punt.

De snoode handelwijze der ruwe bende boezemt walging en afschuw in; men staat verstomd over

^ Dent. XXXII. G. 2) Is. I. 3.

ocr page 98

86

de roekeloosheid dier ellendelingen, die den Zoon van den levenden God mishandelen en bespotten, die den Alwetende durven blinddoeken, wiens alziende blik harten en nieren doorgrondt en wiens rechtvaardige wraak hen ieder oogenblik kan treffen. De ongelukkigen, zij willen Jezus blinddoeken, en blinddoeken zichzelven! — Doch is hunne verblindheid grooter, dan die des zondaars, die zich afzondert op eenzame plaatsen, die de duisternis zoekt om vrijer en ongestoorder zijnen God te kunnen beleedigen? wil ook hij niet, om zoo te spreken, een sluier werpen over 's Heeren gelaat, opdat Hij de hand niet zie, welke roekeloos en vermetel zich tegen Hem verheft? O, stond de gedachte: God ziet mij! steeds levendig voor den geest der menschen, het zoude gedaan zijn met satan's rijk op aarde, de zonde zou uit de wereld verdwijnen. Want indien de tegenwoordigheid van iemand, voor wien men achting gevoelt, reeds voldoende is om elke onbetamelijke handeling te voorkomen, zal dan de gedachte, het levendig geloof aan de tegenwoordigheid van den driemaal heiligen God, die alles ziet en allen zal oordeelen, ons niet beletten Hem te beleedigen'? Hoevelen zouden van schaamte sterven, indien hunne zonden openlijk aan alle menschen werden bekend gemaakt? tegen welken prijs zelfs zou men zijne ijdele en hoovaardige gedachten, zijne onedele en zelfzuchtige bedoelingen willen open-

ocr page 99

87

baren'? Maar men bedenkt niet, dat men zijnen toekomstigen Rechter wel kan beleedigen. Zijn Goddelijk Hart wel kan grieven, maar dat niets voor Zijn alziend oog verborgen, niets ongestraft blijft. Rampzalige verblindheid des zondaars! God is niet voor zijn aanschijn en daarom zijn zijne wegen altijd bezoedeld1), zegt de Koninklijke Profeet. En de H. Franeiscus van Sales zegt: „Bijna alle fouten, welke geestelijke personen tegen hunnen regel en vrome oefeningen begaan, hebben hun oorsprong in de gemakkelijkheid, waarmede zij Gods tegenwoordigheid uit het oog verliezen.quot; Mijne ziel, de toepassing biedt zich vanzelf aan. Onderzoek u, maak voornemens voor de toekomst en herhaal dikwijls met eerbied en aandrang het schietgebed: „Allerzoetst Hart van Jezus, wees mijne liefde.'

TWEEDE WEEK DER VASTEN. DONDERDAG.

JEZUS WORDT NAAR PILATÜS GEVOERD.

En de ganscho menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatas. Luc. XXIII. 1.

I Punt.

Op den vreeselijken nacht van pijnen en smarten, welken Jezus in het huis van Caïphas had door-

■) Fs. IX. 26.

ocr page 100

88

gebracht, volgde de dag, die sedert dien. Goede Vrijdag genoemd wordt en waarop het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, zal geslachtofferd worden op het altaar des kruises. Reeds vroeg in den morgen belegde Caïphas een tweede vergadering, waarbij de gansche Hooge Raad dei-joden tegenwoordig was. De veroordeeling van Jezus leed wel geen twijfel, zij was hun eene uitgemaakte zaak; doch volgens de joodsche rechtspleging konden doodvonnissen uitsluitend bij dag worden uitgesproken : ook dien schijn wilden de afschuwelijke huichelaars bewaren. Deze tweede zitting in het hoogepriesterlijk paleis duurde dan ook zeer kort. Jezus werd in hunne vergadering gebracht en het verhoor nam aanstonds een aanvang. Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons! En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, zult gij Mij niet gelooven; en zoo Ik u ook ondervraag, zult gij Mij geen antwoord geven, noch Mij loslaten. Doch van nu aan zal de Zoon des menschen gezeten zijn ter rechterzijde der kracht Gods. Zij nu zeiden allen; Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide: Gij zegt het; want Ik ben het. Meer verlangden de goddelooze rechters niet. Wat behoeven w ij nog getuigenis? riepen zij uit; want w ij zeiven hebben het uit Zijnen

ocr page 101

89

mond gehoord, 1) dat Hij zich voor den Zoon Gods uitgeeft. En ten tweeden male werd het vonnis : Hij is des doods schuldig, over den Zaligmaker uitgesproken. Nu kwam het er nog maar op aan de bekrachtiging van den landvoogd te verkrijgen, zonder wiens toestemming de joden, sinds Judea eene romeinsche provincie geworden was, niemand mochten ter dood brengen. Ten einde nu door hun aanzien en gezag den landvoogd als het ware te dwingen het doodvonnis over Jezus uit te spreken, stond geheel het sanhedrin op en leidde Hem tot Pilatus, die destijds in naam van keizer Tiberius Judea bestuurde, en gedurende den toevloed van vreemdelingen, uit hoofde van het Paaschfeest, met eene afdeeling krijgsknechten van Caesarea naar Jeruzalem gekomen was, om de orde te handhaven.

II Punt.

Overweeg hier het onbeschrijfelijk wee, dat het Hart van Jezus verscheurde, toen de opperpriesters, ouderlingen en schriftgeleerden, die den Hoogen Eaad uitmaakten. Hem voor de tweede maal des doods schuldig verklaarden. Arm Israël, zoo moet Het wel verzucht hebben, ongelukkig Juda, in welke handen zijt gij gevallen ? aan welke roofzieke wolven zijt gij ten prooi geworden !

') Luc. XXII. 66-71.

ocr page 102

90

Want ja, het Hart van Jezus was nog meer bedroefd over de rampen van het misleide volk, dan over Zijn eigen lijden. En toch, hoe vreeselijk was dat lijden! Wie zal ooit in staat zijn de geheele diepte te peilen van het hartewee, dat den God-delijken Zaligmaker door den optocht naar het paleis van Pilatus werd aangedaan! Mijne ziel, aanschouw uwen Jezus, met koorden gebonden, als een misdadiger geboeid, voorafgegaan en omgeven van ruwe krijgsknechten, gevolgd door eene menigte rechters, die vast besloten zijn een Gods-moord te plegen; zie die duizenden vreemdelingen, die wegens het Paaschfeest naar Jeruzalem gekomen zijn en nu van alle kanten samenstroomen. Ontelbaren onder hen hebben Jezus vroeger gezien, gehoord; aangetrokken door Zijne beminnelijkheid en meegesleept door Zijne woorden, waren zij Hem gevolgd naar de woestijn en hadden gegeten van het brood, dat Hij op wonderdadige wijze vermenigvuldigde; zij hadden zich gelukkig geacht Zijne kleederen te mogen aanraken en hadden Hem tot koning uitgeroepen ; velen zelfs waren door Hem genezen op wonderbare wijze. En diezelfde menigte bespot en veracht Hem thans als een bedrieger, een verleider, een valschaard, een godslasteraar! niemand verheft zijne stem ter Zijner verdediging, men hoort slechts smaadwoorden en verwenschingen! Mijn God, welk eene beschaming, welk eene vernedering! Waar is

ocr page 103

91

het hart, dat sterk genoeg is, om zooveel smaad te verdragen? De liefde van Jezus' Hart alleen bezat die sterkte en wist nog meer te verduren; zij treurde en bloedde over de rampzalige wispelturigheid van Jeruzalems bewoners, die voor vijf dagen den Zoon van David onder het gewuif dei-palmen en het zingen van lofliederen hadden ingehaald , en thans de gebalde vuisten tegen Hem opheffen, terwijl de stilte slechts verbroken wordt door den akeligen bloedkreet: Gevloekt degene, die hangen moet aan het hout! Glijdend Hart van Jezus, wat is Uwe liefde tot de men-schen toch groot!

III Punt.

Palmzondag en Goede Vrijdag: God, wat eene verandering in vijf dagen ! O mijne ziel. leer hier toch de ijdelheid van den lof der menschen, het nietswaardige der aardsche grootheid kennen ; leer hielde dwaasheid beseften van hem, die op menschen bouwt en de gunst der menschen najaagt! Zoolang de fortuin u tegenlacht, zal men u prijzen, uwe vriendschap zoeken, doch nauwelijks heeft zij u den rug gekeerd, of men zal zich uwer niet meer herinneren. En verondersteld zelfs, dat het blijde licht van geluk en voorspoed uwe levensdagen blijft beschijnen; hoe lang zal het duren? Tot aan het sterfbed; daar zal zijn glans uitdooven met het zwakke licht der doodskaars. Plaats het lijk van

ocr page 104

92

den gelukkigen en gevierden wereldling op een praalbed : al die luister zal u toegrijnzen : ijdelheid der ijdelheden! Dat men zijn stoffelijk overschot insluite in eene kostbare kist: zij zal een laatste offer zijn aan de ijdelheid gebracht! Laat een welsprekend redenaar zijnen lof verkondigen, zijne daden prijzen : de slotrede zal altijd moeten wezen : ijdelheid der ijdelheden! Laat de geoefende hand van den beeldhouwer zijne roemvolle bedieningen, zijne eeretitels op den grafsteen bijtelen: die grafsteen zelf zal het. aan de nageslachten verkondigen : ijdelheid der ijdelheden! Koning Salomon, die toch met volle teugen aan den geluksbeker der wereld gedronken en al hare grootheid aanschouwd bad heeft het gezegd, en de honderdduizend menschen, die dagelijks deze aarde verlaten, herhalen het dagelijks honderdduizend maal : de lof der menschen is ijdel, de roem der wereld is slechts kortstondig. Maar gelukkig hij, die zijn glorie in den dienst des Heeren zoekt, die zijn vertrouwen op God vestigt. ! Hij bouwt op vasten grond en mag met Paulus uitroepen: Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?1) hij zal waren, onvergan-kehjken roem verwerven. Ja, Heer Jezus, Gij zult voortaan mijne toevlucht, mijn steun, mijne hoop mijne verwachting, mijn eenige glorie zijn. En zoo ik tot hiertoe de achting en de loftuitingen der

') Bom. VIII. 31.

ocr page 105

93

menschen gezocht en Uw Goddelijk Hart bedroefd heb, ik vraag ootmoedig vergiffenis en beloof beterschap voor de toekomst. Van nu aan zal ik trachten aan ü alleen te behagen, Uw lijdend Hart te troosten en steeds virriger te beminnen,

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak, dat ik U immer meer beminne.quot;

(300 Dagen aflaat. Eaccolta.)

TWEEDE WEEK DER VASTEN. VRIJDAG.

JEZUS VOOR PILATUS.

Welke beschuldiging brengt gij in tegen dezen menseh V Joan. XYIII. 29.

I Punt.

De treurige en voor den armen Jezus zoo vernederende tocht hield stil voor het paleis van Pilatus. Met overhaasting hadden de joden dien tocht voortgezet, opdat voor het invallen van den avond, wanneer het paaschfeest begon, liet doodvonnis zou kunnen voltrokken zijn. Do Goddelijke Zaligmaker werd door de gerechtsdienaars in het rechthuis binnengeleid, doch de opperpriesters, ouderlingen en schriftgeleerden bleven buiten staan om niet outreinigd te worden, maar het Pascha te kunnen eten. Pilatus, die aan de joden zocht te behagen, voegde zich naar hunne zienswijze; hij kwam naar buiten, vertoonde

ocr page 106

94

zich op eene verheven plaats van het rechthuis en vroeg: Welke beschuldiging brengt gij in tegen dezen mensch? Naar het voorschrift der romeinsche rechtspleging namelijk, wilde hij eene bepaalde beschuldiging tegen Jezus hoo-ren uit den mond Zijner beschuldigers. De joden toonden zich door deze vraag beleedigd, waardoor zij reeds duidelijk de onrechtvaardigheid hunner handelwijze te kennen gaven. Indien deze geen boosdoener ware, zoo schreeuwden zij, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd. En de opperpriesters begonnen vele beschuldigingen tegen Jezus in te brengen. Doch Pilatus erkende aanstonds en zonder moeite het valsche van al deze beschuldigingen en den doo-delijken haat der aanzienlijke joden, waaruit zij voortkwamen. Op eene slechts meende hij te moeten acht slaan : Jezus zou namelijk verboden hebben schattingen te betalen aan den keizer en zich zelfs tot koning hebben opgeworpen. Hij ging dan het rechthuis wederom in; en hij riep Jezus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der joden? Jezus antwoordde: Zegt gij dit uit u zei ven, dat is te zeggen, hebt gij uit eigen ondervinding reden om te vermoeden, dat Ik oproerig gezind ben tegen den keizer, of hebben anderen het u van Mij gezegd? aldus Pilatus doende gevoelen, dat Hij door de joden valschelijk beschuldigd was. Vervolgens

ocr page 107

95

belijdt de Zaligmaker, dat Hij koning is, maar verklaart tevens, dat Zijn koninkrijk niet gelijk is aan de koninkrijken dezer wereld. En liet bewijs volgt: Indien Mijn koninkrijk van deze wereld ware, Mijne dienaren zouden wel strijden opdat Ik niet overgeleverd wierde aan de joden. Pilatus zeide dan tot Hem: Gij zijt dus een koning'? Jezus antwoordde: Gr ij zegt het: Ik ben een koning. Hiertoe ben Ik geboren en bier toe in de wereld gekomen, om getuigenis te geven aan de waarheid. Al wie uit de waarheid is hoort naar Mijne stem M.

II Punt

Vestig ook hier wederom uwe aandacht op het lijdend Hart van Jezus, en aanstonds zult gij het overstelpend wee ontwaren, waaraan Het ten prooi was. Jezus wordt het rechthuis van Pilatus binnengeleid : ach, hoe moet Zijn gevoelig Hart gebeefd en gesidderd hebben bij de gedachte aan de wreede en onmenschelijke mishandelingen, welke Hem hier wachtten! Dat Hart leed nu reeds de pijnen der geeseling en der doornenkroning, nu reeds werd Het verzadigd met al den smaad, waarmede de Verlosser der wereld zou overladen worden, nu

') Joan. XVIII.

ocr page 108

96

reeds meende Het de godslasterende moordkreten der menigte te hooren en het doodvonnis te vernemen, dat de lafhartige Pilatus over Hem gaat uitspreken. Verheeld u den ongelukkige, die voor het hoogste gerechtshof gevoerd wordt, dat hem om zijne misdaden ter dood zal veroordeelen : wie zal geen medelijden gevoelen met zijn onzeglijk lijden, met zijne ondraaglijke beschaming? Maar wat gevoelt gij dan bij de overweging der liefde van Jezus' Hart, die om uwentwil deze foltering doorstaat?

Overweeg vervolgens met welke walging en afschuw het Hart van Jezus vervuld werd dooide duivelsche veinzerij der joden, die zich uitwendig, voor het oog der menschen, zoo nauwgezet van geweten toonen, dat zij zelfs de geringste smet niet zouden kunnen dulden, terwijl in de oogen van Jezus hunne ziel vol is van haat en moord ; die vreezen verontreinigd te worden door het rechthuis des rechters, en niet vreezen het bloed eens onschuldigen te vergieten; die liet lam der voorafbeelding hooger schatten dan het waarachtig Lam Gods, wiens dood zij gezworen hebben. En die hemeltergende leugens, die valsche beschuldigingen, welke de Sanhedristen bijbrachten, waren zij niet zoovele scherpe pijlen, die het Hart van Jezus doorboorden? Ach, hoe moet dat waarheidlievend Hart gebloed hebben bij den aanblik van zooveel boosheid en woede! Eindelijk, wat pijn

ocr page 109

97

moet het voor het teedergevoelig Hart van Jezus geweest zijn, voor den heidenschen landvoogd de belijdenis af te leggen en het bewijs te leveren, dat Hij Koning was, terwijl Hij als boosdoener en oproermaker geboeid, in den deerniswaardigsten toestand voor hem stond. Wat smart, toen de trotscbe Romein op Zijne verklaring: Al wie uit de waarheid is hoort naar M ij n e stem, antwoordde: Wat is waarheid? en zonder verdere uitlegging af te wachten, henen ging !

III Punt

Verre zij het van u, mijne ziel, hier het dwaze gedrag van Pilatus na te volgen, die het hoogst gewichtige onderhoud met Jezus op lichtzinnige wijze afbreekt en zich van Hem verwijdert. Tracht integendeel den zin te begrijpen dier heerlijke woorden, welke de Zaligmaker met heiligen ernst verkondigde. Jezus verklaart plechtig, dat Hij Koning is, want het koningschap was volgens de voorspellingen der profeten een der hoofdkarakters van den Messias; maar Hij is geen koning in den zin door Pilatus bedoeld, geen aardsche koning, zooals de joden zich hem voorstelden. Neen, het koninkrijk van Jezus is niet van deze wereld, is van natuur en oorsprong niet een wereldsch koninkrijk; Zijn rijk is in den hemel, in den schoot des Vaders, in de onveranderlijke eeuwigheid, daar, waar de Goddelijke Meester

7

ocr page 110

98

gisteren avond tot Zijne leerlingen zeide, dat Hij hun eene plaats ging bereiden; rijk van eeuwig geluk en onvergankelijke vreugde, waar Hij vol-maaktelijk lieersclit, waar engelen en heiligen Hem onophoudelijk het driewerf heilig toezingen ; rijk, dat Hij ons leerde vragen in het Onze Vader, maar waarvan Hij tevens getuigde, dat het geweid lijdt, dat zij alleen, die geweld gebruiken, het zullen innemen. Wilt gij dus eenmaal bezit nemen van Jezus' rijk in den hemel, wilt gij met Jezus heerschen, dan moet gij hier onder Zijn vaandel strijden, dan moet gij tot de getrouwen behooren, die hier op aai'de Zijn koninkrijk uitmaken. Want ja, ook op aarde is Jezus koning, doch niet van wereldsgezinde menschen, neen, alleen van minnende harten, die wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn, die hunne booze neigingen en hartstochten in bedwang houden, een verstorven en voor de wereld verborgen leven leiden, het zoete en minnelijk juk van Jezus op zich hebben genomen en met blijdschap dragen, die in één woord, naar de uitspraak van Jezus uit de waarheid zijn en naar Zijne stem hooren. Ziedaar, mijne ziel, het Goddelijk koningschap van Jezus, ziedaar Zijn rijk, dat zich uitstrekt niet alleen over de eindelooze woningen des hemels, maar ook over alle deelen der aarde. Gelukkige onderdanen, die zulk een koning mogen dienen! gelukkige dienstbaarheid, waarvan met volle recht gezegd wordt:

ocr page 111

99

God dienen is heerschen, waarin de mensch uitsluitend zijn eenig ware doel bereiken kan! 0 mijne ziel, behoort gij tot het getal dier gelukkigen ? Kunt gij in waarheid zeggen, dat Jezus uw koning is, dat uw hart geheel en onverdeeld aan Hem toebehoort? Onderzoek u en bid steeds met eerbied en aandrang;

„Ons toekome Uw rijk.quot;

TWEEDE WEEK DER VASTEN. ZATERDAG.

PILATUS ZENDT JEZUS NAAR HBRODBS.

Horodes mot zijuo krijgslieden verachtto Hem. Luc. XXIII. 11.

I Punt.

De getuigenissen en beschuldigingen, welke de joden tegen den Zaligmaker inbrachten, hadden op Pilatus geen andere uitwerking, dan dat hij Zijne onschuld boe langer hoe duidelijker inzag, zoodat hij dan ook aan de leden van den Hoogen Raad en al liet volk openlijk verklaarde: 1 k vind geene schuld in dezen mensch.1) Doch deze verklaring, verre van de woede van Jezus' vijanden te bedaren, deed integendeel hunne verbittering en hun blinden haat nog hooger stijgen. Opnieuw en altijd luider begonnen zij te schreeuwen, dat hun gevangene een bedrieger, een

') Luc. XXI1L 4.

ocr page 112

]00

verleider was, die het volk had opgeruid door geheel Judea en Galilea. Bij het hooren van den naam van Galilea flikkerde een straal van hoop voor de oogen van den lafhartigen Pilatus; hij meende een middel gevonden te hebben, om, zender aan de joden te mishagen, deze lastige zaak van zich af te schuiven. Indien Jezus een Galileër was en in Galilea volksoploopen had veroorzaakt, dan behoorde Hij tot bet rechtsgebied van Herodes, die zich op dit oogenblik te Jeruzalem bevond om het Paaschfeest te vieren. Daarom haastte hij zich den Zaligmaker naar Herodos te zenden, opdat deze de beschuldiging zou onderzoeken en een vonnis over Hem zou uitspreken.

Herodes, ten zeerste ingenomen met dit bewijs van vertrouwen, hem door Pilatus geschonken, maar veel meer nog verheugd, omdat hij eindelijk den man mocht zien, over wiens wonderwerken hij reeds zooveel had hooren spreken, nam deze zaak geheel anders op. Hij luisterde niet eens naaide vele en hevige beschuldigingen der joden, maar beproefde op alle mogelijke wijzen het een of ander wonder uit te lokken, dat Jezus voor hem en zijn hofstoet zou doen, ten einde zijne gunst te winnen en zoo in vrijheid gesteld te worden. En hij ondervroeg Hem met vele woorden, verhaalt de Evangelist, d. w. z. hij vroeg Hem vele dingen. Wat de rechter bij deze gelegenheid gevraagd heeft, wordt niet vermeld;

ocr page 113

101

maar dat hij niet ééne vraag deed, welke antwoord noodig bad of waardig was, blijkt genoeg daaruit, dat Jezus bem op al zijne vragen niets antwoordde: Docb Hij antwoordde bem niets ') Eu toen gebeurde wat men van zulk een recbter verwachten kon; bij laat de zaak gelijk zij was. Evenals Pilatus ziet hij wel in, dat de beschuldiging, tegen Jezus ingebracht, valsch is, maar hij wil Hem niet vrijspreken; bij behandelt Hem als een nietigen en zinneloozen mensch. Herodes met zijne krijgslieden verachtte H em.

II Punt.

De onverwachte teleurstelling, welke de joden in hunnen haat ondervonden, toen Pilatus Jezus niet aanstonds veroordeelde, maar naar Herodes zond, laat ons gemakkelijk de mishandelingen raden, die de Zaligmaker bij deze overbrenging te verduren had; maar tevens doet zij ons wederom onzen blik vestigen op bet lijdend Hart van Jezus, dat alweer met boon en smaad verzadigd werd. Ach mijne ziel, overweeg wat er moet zijn omgegaan in bet Goddelijk Hart van den Eeuwigen Recbter, toen Hij werd voortgesleurd naar de vierschaar en overgeleverd aan de willekeur van een rechter, die zelfs geen onderzoek wil instellen, die niet eers luistert naar de beschuldigingen, maar wiens

') Lue. XXIII. i)

ocr page 114

102

goddelooze nieuwsgierigheid niets anders dan een vermakelijk schouwspel verwacht; overweeg, wat het allerzuiverst Hart van Gods Zoon moet geleden hebben, toen Hij in de diepste vernedering terechtstond voor den troon van een overspelige, wiens schandelijk gedrag den ganschen volke tot ergernis strekte; overweeg, wat pijn het moet geweest zijn voor het zachtmoedig en nederig Hart van Jezus, machteloos in handen te vallen van den trotschen wreedaard, die Joannes den Dooper ten ofter gaf aan eene danseres en aan hare helsche moeder. Mijn God, de wellustige moordenaar behoeft slechts één woord te spreken en het is gedaan met Jezus' leven! Doch neen, ditmaal wil hij geen onschuldig bloed vergieten, maar zal toch niet nalaten het Hart van den onrechtvaardig beschuldigde zoo diep mogelijk te grieven. Zie, hoe de ellendeling den heiligsten ernst huichelt, hoe hij zelfs met schijnbare welwillendheid den Zaligmaker ondervraagt. Arme Jezus, en Gij doorschouvvdet de geheimste plooien van zijn afzichtelijk en bedorven hart. Gij wist, dat die geveinsde beleefdheid en die navorschingen niet voortkwamen uit liefde voor de waarheid, maar enkel en alleen uit zijne lage en onwaardige nieuwsgierigheid: o foltering voor Uw gevoelig Hart! Ach lieve Jezus, waarom zwijgt Gij? Vergeet Gij dan in welken afgrond van vernedering het stilzwijgen U gaat storten ? Ziet Gij niet, dat U eene schande wacht, duizend-

ocr page 115

103

maal pijnlijker, voor üw edel Hart, dan alle licba-melijke smarten? De wulpsche moordenaar en zijne krijgslieden gaan ü als een dwaze, een zinnelooze bespotten en Gij antwoordt niet! — Neen, mijne ziel, Jezus antwoordde hem niets, maar roept u des te luider toe: Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en ned eri g v a n H arte. V) III Punt.

Men weet waarlijk niet wat hier meer afkeuring verdient, de lafhartige houding van Pilatus, die den Zaligmaker openlijk onscbuldig verklaarde, maar Hem uit vrees voor de joden toch niet losliet, of de snoode en niet minder laffe handelwijze van Herodes, die den weerloozen en valschelijk beschuldigden Jezus tot voorwerp van zijn spotlust maakte. Doch waartoe deze bespiegelingen? Beschouw liever hun gedrag van eene praktische zijde en vestig uwe aandacht op het menschelijk opzicht, om te zien, of gij u omtrent dit punt niets te verwijten hebt. Denk toch niet. dat die valsche schaamte uitsluitend wordt aangetroifen bij menschen, die wij nog wel leden der Katholieke Kerk noemen, maar ook alleen, omdat zij het heilig Doopsel ontvangen hebben; denk toch niet, dat het menschelijk opzicht enkel afschuwelijk en noodlottig is, wanneer het groote verplichtingen doet verzuimen of zware zonden doet bedrijven:

') Matth. XI. 2!)

ocr page 116

104

O neen! die helsehe dwingeland maakt ook zijne slachtoffers onder de gewone geloovigen en zelfs onder de vromen, en veroorzaakt eene menigte van fouten en misstappen, die weinig erkend en nog minder in de biecht beleden worden, maar die niettemin het Hart van Jezus pijnlijk aandoen. Hoe dikwijls keurt men bijv., iiit misplaatsten eerbied voor een machtigen persoon zaken of handelingen met den mond goed, terwijl men haar in het hart terecht veroordeelt? Hoe dikwijls geeft men den meerdere gelijk, van wien men toch weet dat hij ongelijk heeft, terwijl men den mindere, die in zijn recht is, in het ongelijk stelt, omdat men den moed niet heeft volgens zijne overtuiging te spreken? Hoe dikwijls luistert men stilzwijgend en zonder de minste afkeuring te kennen te geven naar kwaadwillige gesprekken, die den eerbied jegens de oversten of de liefde jegens den evennaaste kwetsen, alhoewel men in zijn hart die gesprekken verafschuwt? Hoe menigmaal maakt men zich plichtig aan overtreding van het een of ander voorschrift enkel en alleen, omdat men aan anderen niet durft mishagen ? En wie zal zeggen, hoevele goede werken van godsvrucht, van versterving, van naastenliefde, niet verricht worden uit vrees voor de spotternij van anderen? O mijne ziel, onderzoek u; wees altijd oprecht in woord en daad, handel nooit tegen uw geweten uit menschelijk opzicht; en al mochten

ocr page 117

105

anderen met u den spot drijven, denk aan het voorbeeld van Jezus aan het hof van Herodes en bid:

„Jezus zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijkvormig aan het Uwe.'

(OOG Dagen aflaat. Raecolta.)

DERDE WEEK DER VASTEN. ZONDAG.

UERODES ZKNDT JEZUS NAAR J'ILATUS TERUG.

Hom een wit kleed omgedaan heljbemle, bespotte bij Hem. en zond Hom aan Pilatus terug. Luc. XXIH. 11.

I Punt.

De goddelooze Herodes, in den beginne zoozeer verheugd over de verschijning van Jezus, zag zich weldra in een neteligen toestand verplaatst. Redenen om den beschuldigde te veroordeelen had hij niet, wilde die ook niet eens onderzoeken, omdat hij van den beginne af raadzamer vond deze zaak aan Pilatus over te laten ; maar toch, oin niet aan de joden te mishagen en het hem door Pilatus geschonken vertrouwen niet af te wijzen, maar vooral gedreven door zijn verlangen het een of ander wonder te zien, onderwierp hij den gevangene in tegenwoordigheid van al het volk aan een langdurig verhoor, doch stuitte tegen alle verwachting in op een volslagen stilzwijgen. Wat zal hij nu doen om zijn gekwetsten hoogmoed te wreken, hoe zal hij een einde maken aan dit on-

ocr page 118

106

waardig vertoon ? 0 geen nood, de sluwe vos, zooals Jezus hem reeds vroeger genoemd had, !) heeft spoedig een helschen kunstgreep gevonden; hij behandelt den Zaligmaker als een nietigen, zinneloozen mensch, die niets dan verachting en bespotting verdient, en weet nu behendig het volk in eene opgewekte, vroolijke stemming te brengen, welke zijne teleurstelling geheel en al doet vergeten. De valschaard herinnerde zich namelijk de beschuldiging der joden, dat Jezus zich tot koning had willen opwerpen ; de koningen nu droegen dikwerf witte kleederen tot teeken hunner waardigheid, en daarom liet hij Jezus een witten, versleten lap omwerpen, vertoonde Hem zoo aan het volk en zond Hem naar Pilatus terug. — Mijn God, welk een schreeuwend onrecht! men vindt niet de minste schuld, en toch wordt de arme, afgematte Jezus niet vrijgesproken, maar in spotgewaad van den eenen rechter naar den anderen gesleept! Voor de vierde maal wordt Hij langs Jeruzalems straten voortgesleurd, terwijl de tierende menigte altijd aangroeit, terwijl de razernij der schriftgeleerden en farizeën bij de vertraging van het doodvonnis steeds hooger stijgt, terwijl de onmenschelijke wreedheid der krijgsknechten door het goddelooze voorbeeld van He-rodes nog meer was aangehitst. Neen waarlijk,

') Lao. XIU. 31.

ocr page 119

107

mijne ziel, de Evangelisten behoefden hier niet te verhalen, wat Jezus bij deze overbrenging te verduren had ; gij kunt gemakkelijk gissen door welke mishandelingen de onmenschen hunne lang getergde woede op het onschuldig slachtoffer koelden.

II Punt.

Onwillekeurig en als vanzelf denkt men ook hier wederom aan het lijden van Jezus'Hart; doch nimmer zal iemand in staat zijn, dit lijden te begrijpen. Bedenk eens, mijne ziel, welke bitterheid het Hart van uwen Jezus vervulde, toen de onwaardige koning Herodes Hem het koninklijk spotkleed liet omwerpen en door zijn goddeloos voorbeeld alle aanwezigen aanspoorde Hem te versmaden ; toen Hij zag en hoorde en gevoelde, — Hij. de eeuwige Wijsheid, — hoe men Hem uitkreet voor een dwaas en Hem, als een onnoozele en nietswaardige voortsleurde langs Jeruzalems straten. Ach, elke schaterlach, die uit de menigte opsteeg, deed het Hart van Jezus sidderen ; iedere kreet van helsch genoegen, welken de schriftgeleerden en farizeën uitten over de mishandelingen. Hem aangedaan, deed Het beven voor hunne aanstaande zegepraal! En welke foltering voor Uw Hart, o mijn Jezus, lag in de schandelijke ont-eering ü aangedaan ! is er een diepere vernedering denkbaar, dan dat de eeuwige Wijsheid, die uit loutere liefde voor do menschen de men-

ocr page 120

108

schelijke natuur aannam, door diezelfde menschen als dwaas en zinneloos behandeld wordt? was dat niet het toppunt der nederige zachtmoedigheid Uws Harten ? Mijne ziel, wilt gij al het grievende, het hartverscheurende van dezen smaad eenigszins begrijpen, tracht het dan af te leiden uit de woorden van Jezus zei ven. De Zoon des mensehen zal bespot... worden: 1), zoo luidde Zijne voorspelling, en Hij stelde dit lijden op eene lijn met de geeseling en Zijn dood aan het kruis. Zal bij de geeseling het maagdelijk lichaam van den (Todmensch met bloed overgoten en doorkerfd worden : hier bloedt Zijn Hart, dat men op de gruwelijkste wijze verscheurt; zullen bij de kruisiging de handen en voeten van Israels Verlosser worden doorboord ; hier kruisigt men Zijn eeuwig Koningschap en Zijne hemelsche wijsheid ; zal de lans van Longinus het ontzielde Hart des Zaligmakers doorsteken : hier brengt de spotternij van Herodes Het een allergevoeligste wonde toe. Mjjn God, wie denkt hier niet aan de woorden van den Psalmist, welke uit het lijdend en gefolterd Hart van Uwen Zoon opstijgen : Ik ben een worm en geen m e n s c h ; de spot der menschen en de verachting des volks. Allen, die mij zien, bespotten Mij.

•) Luc. XVIII. 32. a) Ps. XXI. 7. 8.

ocr page 121

109

III Punt.

Herodes zond Jezus aan Pilatus terug; liij wilde de verantwoordelijkheid in deze zaak niet op zich nemen en liet de rechtspraak aan den landvoogd over; alleen trachtte hij zijne teleurgestelde ijdel-heid op de vreeselijkste wijze te wreken. De rampzalige ! hij erkent den dag zijner bezoeking evenmin als het ongelukkig Jeruzalem en daarom blijft het heil ook voor zijne oogen verborgen; de wellustige moordenaar van Joannes toont zich even hardnekkig bij het welsprekend en wondervol zwijgen van Jezus, als hij vroeger voor de donderstem des Boetgezants geweest was; hij zendt Jezus weg, den Gever aller genaden stoot bij van zich af, hij veracht en bespot Hem! — Gave de goede God, dat dit voorbeeld van den verblinden Herodes alleen stond! maar ach, droevige gedachte, hoevelen volgen het na! Het heil staat voor hunne oogen, de waarheid vertoont zich in hare zegepralende majesteit, de genade spreekt tot bun hart en het Hart huns Zaligmakers verzucht onophoudelijk uit het tabernakel: Komt tot Mij, allen die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken '); en zij blijven koud en ongevoelig, zij blijven volharden in hunne boosheid! de heilige vastentijd, waarin het lijden en de liefde van Jezus zoo wel-

') Matth. XI. 28

ocr page 122

110

sprekend optreden, is niet in staat hunne uitspattingen en zondige vermaken te betengelen; de zegenrijke paaschtijd nadert, waar Jezus allen aan Zijn liefdedisch zal uitnoodigen: doeli hoevelen zullen Hem wegzenden, weigeren de heilige Sacramenten te ontvangen ook dit jaar, misschien bet laatste huns levens! O mijne ziel, hebt gij deze nieuwe bron van lijden voor het Goddelijk Hart herkend ? begrijpt gij thans de droefgeestige weeklacht, welke Jezus herhaaldelijk aan de zalige Margareta deed: „Zal er dan niemand zijn, die medelijden met Mij heeft, niemand die met Mij lijdt en deelneemt in de droefheid, waartoe de zondaars Mij brengen?quot; O, wacht u wel, Jezus ooit weg te zenden, uw hart voor Zijne inspraken te sluiten; luister altijd gewillig naar de stem Zijner genade. Maar tracht Zijn Hart ook te troosten door veel, door onophoudelijk te bidden voor de verblinde zondaars. Laat vooral in dezen heiligen vastentijd geen dag vooroijgaan, zonder de bekeering van een dier ongelukkigen te hebben afgesmeekt. Wees er doch innig van overtuigd, dat gij aan het lijdend Hart van den Goddelijken Herder geen grootere vreugde kunt verschaffen, dan wanneer gij een afgedwaald schaap tot Hom terugbrengt; houd dus niet op te verzuchten :

„Bemind zij overal het Allerheiligst Hart van Jezus!quot;

(100 dagen aflaat. Raccolta.)

ocr page 123

Ill

DERDE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

JEZUS ENquot; BARUAUAS.

Weg met dezen, en laat ons Bamibas vrij.

Luc. XXIII. 18.

I Punt.

Daar Herodes den Goddelijken Zaligmaker eenvoudig aan Pilatus terugzond, moest deze natuurlijk besluiten, dat ook liij geen schuld in Hem vond. De landvoogd zag zich dus in zijne verwachting bitter bedrogen en stond opnieuw voor dezelfde moeilijkheid : of aan de oversten der joden mishagen, of den onsehuldigen Jezus veroordeelen. Nu gaat hij, teu einde zich uit zijne verlegenheid te redden, een tweede middel beproeven, dat hem onfeilbaar toeschijnt, maar dat in werkelijkheid slechts zal dienen om het lijden van Jezus' Hart te vermeerderen. Bij de joden namelijk bestond het gebruik, dat bij het Paaschfeest, ter herinnering aan hunne bevrijding uit de slavernij van Egypte, een gevangene werd losgelaten, dien het volk uit de door den rechter voorgestelden kon kiezen. In die dagen nu bevond zich in de gevangenis een booswicht, wiens beeld, zeker niet toe-

O '

vallig, door alle vier Evangelisten ontworpen is: zijn naam was Barrabas. De H. Matthaeus noemt hem een berucht,en gevangene '); Marcus teekent hem als gevangen met de oproer-

i) XXVII. ifi.

ocr page 124

112

makers, die in het oproer een moord begaan had '); volgens den H. Lucas was hij iemand, die om een zeker oproer, dat in de stad had plaats gehad, en om een doodslag in de gevangenis was geworpen 2); terwijl eindelijk de H. Joannes er bij voegt: B a r r a b a s nu was een r o o v e r 3).

Ten einde dan Jezus aan de woede der San-hedristen te onttrekken, zal Pilatus een beroep op het volk doen; want liij wist, dat zij Hem uit nijd over Zijn aanzien bij het volk hadden overgeleverd 4); het kwam hem als zeker voor, dat de menigte, eene keus moetende doen tusschen Jezus, die al weldoende was rondgegaan en den beruchten boosdoener, van wien iedereen om zijne algemeen bekende misdaden gruwde, zonder bedenken de voorkeur zou geven aan Jezus. Hij laat dus Barrabas uit den kerker halen en plaatst hem naast den Goddelijken Zaligmaker. Op dit gezicht ontstaat eene doodsche stilte; doch helaas, het is de stilte van den naderenden storm, die weldra zal losbreken in een oorverdoovend geschreeuw. De opperpriesters en schriftgeleerden hebben de bedoeling van den landvoogd aanstonds begrepen; zij doorloopen de menigte om haar tegen Jezus op te bitsen, en op de vraag van Pilatus: Welken wilt gij, dat ik u los-

■) XV. 7. *, XXIII. l'J. «) XVIII. 40. ♦) Matth XXVII, 18

ocr page 125

113

late? Barrabas, of Jezus, die Christus genoemd wordt? 1) weergalmde de luclit van den helschen kreet; Niet Hem, maar Barrabas!2) Weg met dezen en laat ons Bar r a b a s v r ij !

II Punt.

Overweeg hier, welke foltering het Hart van Jezus wordt aangedaan van den kant van Pilatus, van den kant van Barrabas en van den kant der joden.

Pilatus had de onschuld van Jezus openlijk erkend; voor de gatische vergadering herhaalde hij die belijdenis, er zelfs bijvoegende, dat ook Herodes geen schuld in hem gevonden had. En toch blijft hij de vrijspraak uitstellen! Voor weinige Oogenblikken nog heeft hij plechtig betuigd: Ik vind geen schuld in Hem, en thans laat hij de beslissing aan het volk over, zeggende: Welken wilt gij dat ik u loslate? Barrabas, of Jezus, die Christus genoemd wordt? Mijn God, welk eene schreeuwende onrechtvaardigheid, welk eene schromelijke tegenspraak, die loodzwaar neerploft op het Hart van Jezus!

Dat is echter niet alles. Niets grieft voorzeker het onschuldig mensehenhart dieper, dan zich met de goddeloozen gelijk gesteld te zien ; en bij dezen

n Matth XXVII. IT. quot;-) Joan. XVIII. -10.

ocr page 126

114

zelfs achtergesteld te worden, is de pijnlijkste aller vernederingen. Ook deze pijn was aan liet Hart van Jezus voorbehouden. Inderdaad, wie worden hier gelijk gesteld? O, de lichtglans van Gods heerlijkheid en het afbeeldsel van Zijn wezen, die alles draagt door het woord Zijner macht, l) en een ellendig, zondig schepsel! de heiligheid en onschuld zelve, en een oproerig roover! de oorsprong, de Gever des levens, en een misdadig moordenaar ! Jezus, de Verlosser van het menschdom, en Barrabas, het uitvaagsel des volks ! — Ach, lieve Zaligmaker, hoe moet deze hemeltergende gelijkstelling üw teergevoelig Hart gewond hebben! Ja waarlijk, hier zijt Gij veracht, zooals Isaias voorspeld had, en de laatste der menschen. 2) En toch, mijne ziel, deze pijnlijke vernedering werd nog duizendmaal grievender door de keus der joden. Overdenk slechts wat Jezus voor de kinderen van Israël geweest was. Onder hen wilde Hij geboren worden en leven; hun had Hij Zijne hemelsche leer verkondigd, onder hen Zijne wonderen verricht, ui hunne zonen Zijne leerlingen gekozen; Hij kwam om hen te bevrijden uit de slavernij des duivels, om hen te redden van den eeuwigen ondergang. En datzelfde bevoorrechte volk, voor wien Zijn Hart ook nog op dit oogenblik, o zoo teeder

■) Hohr. I. 3 2) LUI. 3.

ocr page 127

115

klopt, gewaardigt zicli niet eens Zijnen naam te noemen, het stelt Barrabas boven Hem: Weg met dezen, en laat ons Barrabas vrij! Vreeselijk oogenblik voor het Hart des Verlossers ! het uitverkoren volk verwerpt zijnen Messias, zijnen Zaligmaker! Arme Jezus, moest Uwe eindelooze liefde met zooveel ondank vergolden worden!

III Punt.

Overweeg nu hoe de karakterlooze Pilatus bij zijne eerste toegevendheid, waardoor Hij Jezus naar Herodes zond, eene veel grootere voegt door Hem met Barrabas gelijk te stellen. Zoo gaat het altijd, wanneer men eenmaal zijn plicht verzaakt en zijn toevlucht neemt tot ongeoorloofde middelen: men komt van kwaad tot erger. Wel is waar, dat de landvoogd zich een edel, en verheven doel voorstelde ; hij wilde immers het leven van Jezus sparen. Maar niettemin maakte hij zich schuldig aan de schreeuwendste onrechtvaardigheid, omdat het middel, dat hij aanwendde, door den onschuldigen Jezus naast Barrabas te stellen en Hem zoo aan de willekeur van het wispelturige volk over te laten, ongeoorloofd en slecht was; en nooit of nimmer kan een doel, al ware het nog zoo heilig, de middelen wettigen, wanneer deze op zich zeiven zondig en slecht zijn. Slechts in zooverre kunnen wij de misdaad van Pilatus

ocr page 128

116

eenigszins verontschuldigen, dat zij voortkwam uit zwakheid. — Veel grooter en misdadiger ongetwijfeld was de zonde, door Israels zonen bedreven. Zij verwierpen Jezus van Nazareth, die niemand kwaad gedaan had, van wien zij niets dan weldaden ontvangen hadden, dien zij als hun Messias hadden kunnen en moeten erkennen en stelden Hem achter een beruchten 'roover en moordenaar. Welverdiend was dan ook het bittere verwijt; dat de prins der Apostelen in eene zijner eerste predikatiën hun toevoegde: Gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend en ge-eischt, dat u een moordenaar wierde geschonken, en don Oorsprong des levens hebt gij gedood! !) Doch ook hunne zonde vindt nog eenige verschooning in het slechte voorbeeld hunner oversten. Dezen hebben voorzeker de grootste schuld, omdat zij uit baat en boosheid zondigden en bovendien door hunne ophitserij en verleiding het volk tot zonde brachten. En toch, ook hen verontschuldigt de H. Petrus nog eenigermate. Op zijn bitter verwijt laat hij volgen: En nu, broeders! ik weet, dat gij bet uit onwetendheid gedaan hebt, gel ij k ook uwe oversten. 2) Doch welke verontschuldiging zal er bestaan voor den Christen, die Jezus als zijnen C4od en Zaligmaker erkent en Hem toch

') Act. III. 14. 15. =) v. 17.

ocr page 129

117

offert aan de voldoening van een lagen hartstocht? Welke verontschuldiging zal er bestaan vooral voor hen, die, door hun gezag of waardigheid geroepen, anderen van het kwaad af te houden, hun een steen des aanstoots zijn en hen tot zonde brengen ? — Mijne ziel, wat gevoelt gij bij deze overweging? moet ook gij wellicht met diep schuldgevoel belijden, dat gij het booze gedrag der joden, misschien zelfs hunner oversten, hebt nagevolgd? Vraag vergiffenis aan het lijdend en barmhartig Hart uws Zaligmakers, beloof beterschap voor de toekomst en verzucht: ,H. Hart van Jezus, ontferm U mijner!'

DERDE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

GEESELING VAN JEZUS.

Toen dan nam Pilatus Jozus en goeselde Hem. Joan. XIX. 1.

I Punt.

Dewijl nu eenmaal het volk tegen de verwachting en tot ontsteltenis van Pilatus aan Barrabas de voorkeur gegeven had, liet hij den onschuldi-gen Jezus geeselen: Toen dan nam Pilatus Jezus en geeselde Hem. De onrechtvaardige rechter hoopte nog wel daarmede de joden tevreden te stellen en eenig medelijden bij hen op te wekken; maar de rampzalige bedacht niet, dat dit middel juist diende om het lijden van het schuldeloos slachtoffer te vermeerderen en boven-

ocr page 130

118

dien nieuw voedsel te schenken aan de woede der beschuldigers. Dezen immers hadden nauwelijks durven verwachten, dat zij de schandelijkste aller straffen, de straf van den kruisdood, voor Jezus zouden verkrijgen; hoogstens hadden zij gehoopt Hem te mogen steenigen. Maar omdat hij de Eomeinen de kruisiging gewoonlijk door eene geeseling werd voorafgegaan, begrijj^en zij hunne volle overmacht over den lafhartigen en zwakken landvoogd en zullen nu ook het uiterste beproeven. — Mijne ziel, verbeeld u tegenwoordig te zijn bij dit hartverscheurend schouwspel. Zie, hoe de beulen Jezus aangrijpen en van Zijne kleederen berooven; zie, hoe het Goddelijk Lam aan eene kolom wordt vastgebonden. Zijn rug is gebogen. Zijne ademhaling belemmerd; al Zijne ledematen sidderen en diepe zuchten ontsnappen aan Zijne beklemde borst. Daar wordt het teeken gegeven: o hemelen ontstelt, en gij, aarde, schud op uwe grondvesten! een bui van slagen valt neer op het maagdelijk lichaam van Gods Zoon, welks reinheid den glans der leliën verduistert; die slagen worden herhaald, iedere slag doorkerft het vleesch, iedere slag maakt diepe Avonden en uit elk dier wonden gutst een stroom van Goddelijk bloed. De beulen zijn met dat bloed bespat, de aarde is er mede gedrenkt, en nog komt er geen einde aan deze barbaarsche foltering. De wet verbood uitdrukkelijk bij eene geeseling het getal van veertig

ocr page 131

119

slagen te overschrijden, maar bij den armen Jezus worden de slagen '^niet geteld; de bloeddorstige beulen hebben uit de handelwijze van Herodes en Pilates maar al te zeer begrepen, dat zij ditmaal vrij spel hebben, terwijl zij bovendien nog worden aangehitst door de toejuichingen der joden ; zij verdubbelen dan ook hunne slagen totdat zij afgemat en vermoeid zijn. En nu beginnen weer anderen met nieuwe woede te slaan, totdat het geheele lichaam van Jezus slechts eene wonde meer is, zoodat stukjes vleesch worden afgescheurd en langs alle kanten vliegen en men Zijne beenderen kan tellen. De arme Jezus zinkt neer in een plas van bloed. Hij kan niet meer en zou zeker bezwijken, indien de Godheid Zijne mensohheid niet ondersteunde. Hemelsche Vader, hoe kunt Gij het dulden ? engelen des hemels, waarom snelt gij niet ter hulp? en gij, mijne ziel, hoe kunt gij uwe tranen bedwingen?

II Punt.

Zoo ergens, dan zou men hier geneigd zijn de lichamelijke folteringen van Jezus boven het lijden Zijns Harten te stellen. En toch, mijne ziel, bij eenig nadenken zal u het tegenovergestelde blijken. Die wraakroepende onrechtvaardigheid van Pilatus, die op het oogenblik zelf, dat hij Jezus onschuldig verklaarde. Hem niettemin aan deze ijselijke kastijding overleverde; die ongehoorde wreedheid

ocr page 132

120

der bloeddorstige beulen, die in het voltrekken van dit bevel alle menschelijk gevoel hadden afgelegd en do bepaling der wet straffeloos overschreden ; dat schaterlachen van helscb genoegen,, waarmede de menigte de woede der beulen aanwakkerde : ach, hoe moet dat alles het Hart v.m Jezus verbrijzeld hebben! En wie zal den schrik en de siddering begrijpen, waarvan dat Hart bij iederen slag beefde ? wie zal Zijne benauwdheid en machteloosheid beseffen, daar iedere nieuwe wonde des lichaams Zijn Goddelijk bloed met geweld naar buiten dreef en verminderde ? — Doch zou dit het grootste lijden van Jezus' Hart geweest zijn ? Neen, mijne ziel, duizendmaal pijnlijker was de schande, waarmede de Zaligmaker overladen werd. Of hebt gij er wel eens ernstig aan gedacht, wat het zeggen wil, de bloedige strafoefening der geeseling te moeten ondergaan'? O, het was de straf, waaraan alleen slaven en zij die niet boven de slaven gesteld werden, waren blootgesteld, omdat ieder Eomeinsch burger door eene uitdrukkelijke wet tegen haar was gevrijwaard ; het was de straf der misdadigers, der eerloozen ; het was de straf, die gewoonlijk den schandelijken kruisdood voorafging, maar waarbij het slachtoffer niet zelden door bloedverlies en lijden uitgeput den geest gaf! Hebt gij er wel eens ernstig aan gedacht, mijne ziel, in welke zee van folteringen het Hart van uwen Jezus als gedompeld wei'd.

ocr page 133

121

toen de woestelingen Hem van Zijne kleederen beroofden, naar de plaats der strafoefening voortsleurden en met ruwe koorden aan de geeselkolom vastbonden ? Mijn God, toen Adam bemerkte, dat bij naakt was, vluchtte hij weg en verborg zich uit schaamte; ach, welke beschaming moet dan het maagdelijk Hart van Jezus overvallen zijn, toen Hij zich ontbloot aan de wulpsche blikken Zijner vijanden zag overgeleverd! De uitdrukkingen schieten hier tekort: een rein en zuiver hart alleen kan zich eenigszins een denkbeeld vormen dezer grievende smart.

III Punt.

Onnoodig hier te vragen waarom Jezus zoo vreeselijk heeft willen lijden, het antwoord is overbekend. Zijn Goddelijk Hartebloed vloeide bij stroomen om eene misdaad uit te wisschen, die de aarde met ellende, de hel met verdoemden vervult, die de engelen des hemels zou doen tranen storten, indien zij oogen hadden om te weenen; Zijn maagdelijk vleesch werd doorkerfd om te boeten voor eene ondeiigd, die hare slachtoffers ongelukkig maakt voor tijd en eeuwigheid. O mijne ziel, nader uwen Jezus; zie Hem neerliggen aan de geeselkolom in dien plas van bloed; leg uw oor aan Zijn Goddelijk Hart en luister of niet elke klopping van dat Hart u toeroept; Zalig z ij n ze, die van r ein en harte z ij n !

quot;

ocr page 134

122

want zij zullen God zien. l) Ach ja, hierbij de geeselkolora verstaat men die woorden nog beter dan op den berg der acht zaligheden, toen zij van Jezus' Goddelijke lippen vloeiden ; hier vertoont zich de ontucht in al hare afschuwelijkheid ; hier begrijpt men wat de zonde van onzuiverheid Jezus heeft doen lijden, maar hisr erkent men ook den troost, welken de zuiveren van harte Hem brengen, de zaligheid, welke Hij over hen uitspi-eekt. Terwijl er voor den onkuisch-aard geen geluk bestaat, geen rust, geen ware vreugde, geniet de zuivere ziel een zoeten, onver-stoorbaren vrede, een rein geluk; de volle stroomen van Gods genade komen op haar neer, een hemelsch licht bestraalt haar en zij heeft reeds een voorsmaak van het lot der hemelingen. Terwijl den oukuischaard niets wacht dan de eeuwige duisternissen der hel, zullen de zuiveren van harte zich baden in eindelooze tlaarheid, zij zullen God zien en het Lam volgen overal waar Het gaat. Waarlijk, mijne ziel, de zuiverheid is het schoonste sieraad, de kostbaarste schat, dien gij bezit; zij is de koningin der deugden, een voorwerp van bewondering voor hemel en aarde, zooals de H. Geest zelf getuigt: 0 hoe schoon is een kuisch en zuiver geslacht! het is geacht bij God en bij de menschen. 2) De zuiverheid maakt u gelijk aan

M Matth. V. S. -) ) Sap, IV. 1

ocr page 135

123

de hemelsehe geesten, waarom zij dan ook de engelachtige deugd genoemd wordt; ja, nog meer, deze deugd geeft u eenigermate gelijkenis met die hoedanigheid van God, welke wij vooral in Hem bewonderen. God is het oneindig Wezen, Hij bezit alle volmaaktheden in den hoogsten graad. Bewonderenswaardig is Zijn almacht, die alles wat bestaat uit het niet te voorschijn riep; bewonderenswaardig is Zijne wijsheid, die alles bestuurt; bewonderenswaardig Zijne rechtvaardigheid, die een ieder vergeldt volgens zijne werken ; maar het meest en liefst bewonderen wij God als het vlekkeloos, reine Wezen, dat ontoegankelijk is voor de minste smet. O mijne ziel, moge het schouwspel van Jezus' geeseling uwen afschrik vermeerderd hebben voor alles, wat met de deugd van zuiverheid in strijd is! moge het uwe liefde voor deze deugd hebben aangevuurd! O bid en herhaal dikwijls:

„Allerzuiverst Hart van Jezus, ontferm U mijner!quot; DERDE WEEK DER VASTEN. WOENSDAG.

DOORNEN KRONING.

En de krijgsknechten vlochten eene kroon van doornen, en zetteden die op Zijn hoofd.

Joan. XIX. 2.

I Punt.

Na de geeseling hadden de wreede beulen de boeien, welke den Zaligmaker aan den geeselpaal

ocr page 136

124

knolden, ontbonden en Hem de kleederen wederom aangedaan of ten minste toegelaten, dat Hij zelf met de hier en ginds door hen verspreide kleederen Zijn maagdelijk lichaam weder bedekte. Thans voeren zij Hem naar het binnenhof van het paleis, waar de gansche krijgsbende, die de lijfwacht van Pilatus uitmaakte, wordt bijeen-gei-oepen, ten einde zich op ongehoorde en dui-velsche wijze met den Goddelijken Zaligmaker te vermaken. Hun bloeddorst was nog niet gestild; het goddeloos voorbeeld van Herodes en de blijkbare toegevendheid van Pilatus, wiens waardige dienaars zij waren, hadden hunne woede ten top gevoerd; misschien ook waren zij aangemoedigd en omgekocht door de joden, terwijl het hun duidelijk was, dat zij naar willekeur en hartelust met hun slachtoffer konden handelen. Arme Jezus, wat staat ü hier te wachten! - De onmenschen waren bij het rechtsgeding tegenwoordig geweest en hadden herhaaldelijk hooren gewagen van Jezus' koningschap: welnu, zij zullen Hem als spotkoning inhuldigen. Met ruw geweld rukken zij de kleederen van Zijn lijf, waardoor menige wonde opnieuw begon te bloeden, en werpen Hem een ouden, scharlaken mantel om de schouders, welk kleedingstuk ook door veldoversten en koningen gedragen werd. Vervolgens vlechten zij een krans, of liever een hoed van doornen en drukken dien op het Goddelijk hoofd des Ver-

ocr page 137

125

lossers, terwijl zij Hem een rietstok voor schepter in de hand geven. Mijn God, welk eene smart, welke ijselijke pijniging! Deze doornenkroon ,bestond, niet uit droge, maar veeleer uit versch gesneden groene doornen, die veel scherper steken en wier hout door zijn veerkracht de spitse punten dieper doet doordringen. Zij omringde het gansche hoofd tot over de slapen. Zij moest met kracht, zou zij vast staan, op het hoofd van Jesus worden vastgedrukt.quot; ^ Nog eens, welke ijselijke pijniging ! Een enkele doorn in den poot van een leeuw, zegt de H. Leonardus a Porto Maurizio, pijnigt hem zoo hevig, dat hij in woede ontsteekt en de wouden van zijn gebrul doet weergalmen: ach, welke foltering moeten dan zooveel doornen veroorzaakt hebben, doornen ingedrukt niet in een voet, maar in liet hoofd van Jezus! wie toch kent de gevoeligheid van dit teeder deel des lichaams niet? Zonder vrees van ons te bedriegen, mogen wij dus zeggen, dat de doornenkroon Jezus zoovele dooden aandeed als zij doornen had.

II Punt.

Nadat nu de Goddelijke Zaligmaker de teekenen der koninklijke waardigheid ontvangen had, begon het laag gespuis de vereering na te bootsen, welke de koningen op den dag hunner inhuldiging

l) 11. J. Pieriek. De 1 rj d e n (1 e J e s n s, IT, bl. 700.

ocr page 138

126

ontvingen. Ach, mijne ziel, heb den treurigen moed dit hemel en aarde ontzettend schouwspel gade te slaan! Zie, Jezus heeft plaats genomen op eene hoogte, misschien op een steen, die Zijn troon moet verbeelden; Hij is omhangen met den purperen lap, de doornenkroon foltert Zijn hoofd, de rietstok rust in Zijne hand. Mijn God, welk een smaad, duizendmaal pijnlijker voor het Hart van Uwen Zoon dan alle lichamelijke smarten! Doch hierbij blijft het niet; de krijgsbende vermeerdert dezen smaad met de drievoudige hulde, van de aanbidding, de begroeting en van den kus. Dit alles geschiedt ter bespotting, zooals de Evangelist uitdrukkelijk opmerkt; 1) en het is zeker de gruwelijkste, de meest helsche bespotting, welke voor Jezus denkbaar was. Beurtelings naderen de onmenschen den diep vernederden Zaligmaker, zetten zich op de knieën voor Hem neder, aldus de hoogste eer betoonende, welke de Oosterlingen hunnen vorst bewijzen, en roepen Hem spottend toe: Wees gegroet. Koning der joden! 2) Dan staan zij weder op, naderen met gehuichelden eerbied, rukken den rietstok uit Jezus' hand en slaan er zoo vreeselijk mede op Zijn hoofd, dat de scherpe doornen al dieper en dieper doordringen. Eindelijk moet ook nog de huldigingskus, die bij de inhuldiging der koningen werd toege-

') Matth. XXVII. 20. 2) Ibid.

ocr page 139

127

laten, worden nagebootst. Dezen verbeelden de ellendelingen door Jezus kaakslagen, 1) often minste slagen met denzelfden rietstok te geven, en meer nog door den krenkendsten smaad bij de smart te voegen, door Hem in Zijn Goddelijk aangezicht te spuwen.2) Lijdende Jezus, wie zal de diepte dezer vernedering peilen ? maar ook, wie zal het overstelpend wee begrijpen, waaraan üw Hart ten prooi was? Ach, hoe voelde Het al de afschuwelijkheid der woeste vreugdekreten van Uw bevoorrecht, maar ondankbaar volk! hoe treurde Het over de verblinde boosheid dier on-menschelijke krijgsknechten, voor wie Gij toch ook Uw Goddelijk bloed vergoot! en die vreeselijke bespotting van den Koning der glorie, die weldra ook naar Zijne menschheid met eer en glorie zal gekroond worden door den Vader: helaas, hoe moet zij Uw Hart gekwetst en doorstoken hebben ! En toch, lieve Jezus, Gij lijdt en zwijgt! Gij lijdt voor mij, maar Gij lijdt ook om mij!

III Punt.

Ja, mijne ziel, Jezus lijdt om u, door uwe schuld; ook gij hebt uw aandeel in de smarten van Zijn gefolterd Hart. Zijn alziende blik drong door in de toekomst, hij ontwaarde de zonden aller men-schen, hij zag ook uwe zonden; en dat droevig vooruitzicht deed het Hart des Zaligmakers meer

li

i j .

') Joan. XIX. .3. ^ Mare. XV. 19.

ocr page 140

128

pijn, dan de kroon van doornen, welke de woeste soldaten op Zijn gezegend hoofd drukten. Ach neen, ontveins het u niet: toen Jezus aan de zalige Margareta verscheen, toonde Hij haar Zijn Hart, rustende op een troon van vlammen, langs alle zijden liefdevlammen uitschietend en geteekend met het heilig kruis; maar rondom dat Hart kronkelde ook eene kroon van doornen, waarin menigvuldige bloeddruppelen als zoovele paarlen en robijnen schitterden. Aanschouw dien bloedigen krans! wat leert hij u anders, dan dat de doornen. welke het hoofd van uwen Jezus doorstaken, slechts eene kleine pijniging waren, vergeleken bij die, welke Zijn teeder gevoelig Hart doorboren ? wat zegt bij u anders, dan dat de zonden de scherpe doornen zijn, die Zijn Goddelijk Hart kwetsen en wonden? Ja, uwe ongeregelde neigingen, uwe hoovaardige en zondige gedachten, uwe misdadige werken hebben eene doornenkroon om Jezus Hart gevlochten ; uwe ondankbaarheid vooral heeft dat Hart gewond en doen bloeden. Of had de barmhartige Jezus u Zijn Hart niet aangeboden als een toevluchtsoord in allen nood, in ieder gevaar ? En hoe is uw gedrag geweest, hoe hebt gij aan die liefdevolle inzichten beantwoord ? Helaas, wanneer gij bedroefd waart, dan gingt gij bij de schepselen, bij de wereld troost zoeken en afbedelen, terwijl toch de bron voor allen troost, het medelijdend Hart des Zaligmakers voor u open stond;

ocr page 141

129

wanneer bekoringen u overvielen, gevaren u bedreigden, dan dacht gij er niet aan te vluchten in de veilige schuilplaats van Jezus' Hartewonde. En zoo kwam het, dat de vijand u overwon, dat gij herhaaldelijk nieuwe en scherpe doornen vlocht in 's Heeren lijdenskroon. Gelukkig nog, zoo gij ten minste na uwen val aanstonds tot het medelijdend Hart van Jezus zijt teruggekeerd en Het niet korteren of langeren tijd hebt doen bloeden door uwe onboetvaardigheid! O Jezus, ik heb misdaan, ik heb Uw Hart gewond! Maar zie, ik heb er berouw over en smeek ootmoedig om vergiffenis.

„H. Hart van Jezus, oorsprong van goedheid en barmhartigheid, ontferm ü mijner!'

DERDE WEEK DER VASTEN. DONDERDAG.

JEZUS AAN HET VOLK VOORGESTELD.

Ziedaar, de mensch! Joan. XIX. 5.

I Punt.

Pilatus maakte ten laatste een einde aan het barbaarsch tooneel, dat op liet binnenhof van zijn paleis werd afgespeeld. Toen hij Jezus in den erbarmelijken staat wederzag, erkende hij, dat de soldaten zijne bevelen overschreden hadden, doch had den moed niet hen te berispen ; hij gevoelde medelijden met den zoo wreed mishandelden onschuldige en zijn geweten verweet hem zijne strafbare toegevendheid. Kon hij nu ten minste het

9

ocr page 142

130

zwakke overschot van leven, dat de beulen aan hun slachtoffer gelaten hadden, redden ! Kon hij mi de woede der joden bedaren en den beschuldigde loslaten, zonder zich hunne ontevredenheid op den hals te halen ! De laffe rechter gaat het beproeven. In de stellige hoop, dat de menigte, wanneer zij Jezus in dien jammerlijken toestand ziet, zal bevredigd zijn en niet verder op Zijne doodstraf zal aandringen, laat hij den Zaligmaker naar buiten brengen met de doornenkroon op het hoofd en den purperen mantel om de schouders ; hij zelf gaat voor Hem uit en spreekt tot het volk: Zie, ik breng Hem tot u buiten, opdat gij weten moogt, datikgeene schuld in Hem vind. 1) Met deze woerden gaf hij hun te verstaan, dat bij Jezus ging loslaten, gelijk hij bad aangekondigd ; dat hij er niet aan twijfelde, of dit besluit hunne volle goedkeuring zou wegdragen, dewijl hij evenmin als Herodes eenige schuld ontdekt had, en de gevangene, mocht Hij in bun oog hebben misdaan met zich tot koning uit te geven, daarvoor thans overvloedig had geboet. En om zijne rechtspraak te rechtvaardigen en hen van derzelver billijkheid te overtuigen, wees hij op den gegeeselden en bloedigen Zaligmaker, die daar voor hen stond, uitgedost als een spotkoning, en riep bun toe :

') Joan. XTX. 4.

ocr page 143

131

Ziedaar, de tnens ch ! Als wilde hij zeggen : Ziet, daar is de menscli, dien gij mij hebt overgeleverd ! ziet, wat er overblijft van den onschuldige, dien gij aan uwe woede hebt ten offer gebracht ! Niettegenstaande ik geen schuld in hem vond, heb ik hem om u te believen laten geeselen ; en nu vertoon ik hem u niet alleen gegeeseld maar ook nog met doornen gekroond, aller vree-selijkst mishandeld. Is nu aan tfwen haat, aan uwen bloeddorst nog niet genoeg voldaan ? gevoelt gij geen medelijden met hem? heeft hij nu nog niet genoeg geboet voor de misdrijven, waarvan gij hem beschuldigdet ? en begrijpt gij thans, dat er niets te benijden en ook niets te vreezen is in zulk een vernederden en erbarmelijken koning? Ziedaar, de mensch ! in wien geen men-schelijke gedaante meer te erkennen, die aan een aardworm gelijk geworden is.

II Punt.

Wat pijnlijke gevoelens moeten het Hart van Jezus overstelpt hebben toen de zwakke landvoogd ook nu nog de vrijspraak bleef uitstellen! Bij het zien van den zoo deerlijk mishandelde gevoelde hij innig medelijden, hij las in Jezus' altoos even zachte en onschuldige oogen een nieuw bewijs voor Zijne onschuld, en toch blijft hij overmeesterd door de vrees voor de joden en bereidt eene nieuwe en allerpijnlijkste foltering voor het Hart

ocr page 144

132

van den Godmensch! O mijne ziel, tracht bij liet lielit der genade een blik te werpen in het lijdend Hart uws Zaligmakers! Jezus kwam dan buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed, verhaalt de Evangelist Joannes. M Ach, bemerkt gij die bange gejaagdheid, waarmede Zijn Hart klopt wegens het overmatig bloedverlies ? ziet gij dat Hart sidderen en beven, daar iedere schrede de schrijnende wonden nog wijder openrijt en telkens weer nieuw bloed afperst ? ziet gij het ineenkrimpen van pijn bij de gedachte aan de ondraaglijke schande, welke den Koning der glorie wacht ? Mijn God, de Koning uit het bloed van David gesproten en door de profeten voorspeld ; de Verlosser in het paradijs beloofd en sinds vier duizend jaren afgesmeekt; de groote Profeet, dien Judea aan de aarde moest geven, die het licht en het heil aller volkeren zou zijn ; in één woord, Jezus kwam... buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed, om een voorwerp van helsche spotternij te zijn voor Zijn eigen volk, om den schaterlach van duivelsch genoegen te vernemen, waarmede de priesters en schriftgeleerden Zijne vernedering zouden begroeten. En toch toont het Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, niet het minste verzet; de afge-

') XIX. 5.

ocr page 145

133

matte Jezus sleept zich voort met eene onderwerping, met een geduld, die de hoogste bewondering afdwingen, maar die nog veel luider verkondigen, dat de liefde Zijns Harten al deze pijnen en folteringen verre overtreft. O, wat moet die liefde toch groot geweest zijn ! Mijne ziel, erken toch eens voor goed, hoezeer het Hart van Jezus uwe wederliefde verdient! bedenk toch eens aan welke schromelijke ondankbaarheid gij u plichtig maaktet, toen gij Hem uwe liefde weigerdet!

III Punt.

Bij het woord van Pilatus: Ziedaar, de menschi denkt men als vanzelf aan het woord van Joannes den Dooper: Ziedaar liet lam Gods, ziedaar die de zonde der wereld wegneemt!1) Van den beloofden Messias toch was voorspeld: De Heer legde op Hem ons aller misdaad, en Hij is gewond om onze zonden.2) Er valt dan ook niet aan te twijfelen, het was de zonde, die Jezus tot dien deerniswaardigen staat gebracht heeft, waarin Pilatus Hem aan de joden vertoonde. Die zonde moet dus wel boos zijn en ook haar slachtoffer diep ongelukkig maken. En waarlijk, rampzalig is de staat des zondaars! van hem ook kan men zeggen; ziedaar een mensch, die van den troon zijner waardigheid is neergestort

■) Joan. I. 29. 2) Is. LUI. 5, 8.

ocr page 146

134

en tot de diepste ellende vervallen is. Het blanke kleed zijner onschuld is verscheurd en met bloed bevlekt; Gods evenbeeld is in hem uitgewischt, zgn erfrecht op de hemelkroon heeft hij verbeurd, en de koninklijke macht over zijne hartstochten is gelijk geworden aan het zwakke riet. In zijne verblindheid vond hij het zoete juk des Heeren te zwaar en schudde het af; en thans gaat hij gebukt onder de ondraaglijke slavernij des duivels, gekneld en voortgedreven door zijne booze lusten, die telkens nieuwe en grootere eischen stellen, maar nooit bevredigd worden. Zijne ziel, weleer het voorwerp van Gods welbehagen en Zijner teederste voorliefde, heeft hare schoonheid verloren en is een voorwerp van walging en afkeer geworden, terwijl zijn gefolterd geweten, sinds zijne lage ondankbaarheid jegens God voortdurend in opstand, alle rust en vreugde en kalmte onmogelijk maakt. Arme zondaar, roept terecht de H. Bernardus uit, gedenk wat gij waart, denk aan de heldere dagen, toen de zon van onschuld uw hart bescheen, en schaam u, bloos over de roekeloosheid, waarmede gij uw eigen ' geluk verwoest hebt; gedenk, wat gij thans zijt, erken den ellendigen toestand uwer ziel, en zucht, stort tranen van droefheid; gedenk, wat u wacht, zie de hel met hare eindelooze pijnen u tegengrijnzen, en sidder! — Mijne ziel, gij gevoelt medelijden met uwen Jezus en zoo gaarne zoudt gij Hem troosten. Welnu, bedenk, dat de

ocr page 147

135

ongelukkige zondaars Hem zoo mishandeld hebben en dat hun rampzalige staat nog voortdurend Zijn Hart foltert. Want o, ook voor hen heeft dat Hart gebloed en hunne bekeering is Zijn vurigste wensch. Tracht dien wensch zooveel het in uw vermogen is te vervullen en bid dikwijls :

,H. Hart van Jezus, toevlucht van alle zondaren, ontferm ü onzer!'

DERDE WEEK DEE VASTEN. VRIJDAG.

DE OPPERPRIESTERS EISCHEX JEZUS' KRUISDOOD.

Kruisig, kruisig Hem. Joan. XIX. fi.

I Punt.

Verplaats u in den geest naar het gerechtshof van Pilatus op het oogenblik dat de landvoogd den Goddelijken Zaligmaker aan de joden voorstelt en een beroep doet op hun menschelijk gevoel. De heiden zelf is door medelijden diep bewogen en het schijnt ook, dat eenzelfde gevoel zich van de menigte des volks heeft meester gemaakt. Dit meenen wij te mogen afleiden uit het verhaal van den H. Joannes. Gewoonlijk toch schreeuwen allen te gelijk en eischen den dood van Jezus, doch bij dit ontzettend tooneel verheffen alleen de opperpriesters en hunne dienaars de stem: Toen dan de opperpriesters en de dienaars Hem zagen, schreeuwden zij, zeggende: Kruisig, kruisig Hem! Pilatus

ocr page 148

136

ontstelt hevig; hij begrijpt zijne nieuwe teleurstelling en wordt verstoord. En wel wetende, dat het recht van leven en dood den joden door de Romeinen ontnomen was en dat hij hun in geen geval de vrijheid mocht geven om de doodstraf aan een misdadiger te voltrekken, dat bovendien het kruisigen niet behoorde tot de doodstraffen, bij de joden in gebruik, voegt hij hun spottend toe: Neemt gij Hem en kruisigt Hem; want ik, ik vind in Hem geene schuld. Doch 7.1] antwoordden: Wij hebben eene wet, en volgens die wet moet Hij sterven, omdat Hij zich tot Zoon van God heeft gemaakt. Welk eene hemeltergende valschheid ! Nu de booswichten uit de herhaalde verklaringen des rechters begrijpen, dat hunne beschuldiging van oproer geen ingang vindt, betichten zij den Zaligmaker van godslastering, welke misdaad volgens hunne wet 1) met den dood moest gestraft worden. Maar deze nieuwe beschuldiging bad op den lafhartigen Pilatus eene geheel tegenovergestelde uitwerking. Vreesde hij tot hiertoe den onschuldige te veroordeelen omdat zijn geweten hem afschrikte, thans vreesde hij nog meer, dewijl hij in zijn beidensch bijgeloof vermoedde, dat Jezus wellicht de zoon van een of anderen god was, wiens toorn hij op zich zoude laden

') Lcvit. XXIV, 16.

ocr page 149

137

door Hem ter dood te brengen ; hij besloot dus deze zaak te onderzoeken en zeide tot Jezus: Van waar zijtGij? Doch Jezus gaf hem geen antwoord. Pilatus zeide dan tot Hem: Spreekt G ij tot m ij niet? Weet G ij niet, dat ik macht heb om U te kruisigen, en macht heb om U los te laten? Jezus antwoordde: Gij zoudt tegen Mij geene macht hebben, ware u dit niet van boven gegeven; daarom heeft hij, die Mij aan u overleverde, grooter zonde. En van toen af begeerde Pilatus Hem los te laten, ') d. w. z. van toen af besloot Pilatus rechtstreeks te doen wat hij vroeger reeds zijdelings beproefd had, namelijk Jezus uit de handen der joden te bevrijden.

II Punt.

Ware in dit smartvolle uur het Hart van Jezus zichtbaar geweest, men zou Het heviger hebben zien bloeden dan de wonden Zijns lichaams. Ja, mjjne ziel, wees er innig van overtuigd, de schrijnende wonden, welke uw Zaligmaker bij de gee-seling ontvangen had, de scherpe doornen, die Zijn hoofd doorstaken, waren minder pijnlijk dan de onbegrijpelijke boosheid der opperpriesters, die Zijne oneindige liefde beantwoordden met den

gt;) Joan. XIX.

ocr page 150

138

diepsten haat, waarvoor het mensehelijk hart vatbaar is. En welke foltering voor het Hart van Jezus, Zijn volk, Zijn teeder bemind volk overgeleverd te zien aan valsche huurlingen, die het opzettelijk van hun waren Herder verwijderden en naar den afgrond leidden! Arm Israël, zoo verzuchtte dat Hart, dierbaar volk, hoe zijt gij misleid ! Op den stoel van Mozes zijn de schriftgeleerden en de farizeërs gezeten, ') en zij, die gij als uwe profeten beschouwt, brengen u op een dwaalspoor en beoogen niets dan uw ongeluk! O mijne ziel, verbeeld u de smart, die de ziel van den liefhebbenden vader doorvlijmt, omdat zijn bemind kind in de handen van een duivelschen verleider gevallen is, omdat al zijne zorgen, zijne opofferingen, zijne vermaningen verijdeld worden, omdat dat kind zich altijd verder en verder van hem verwildert en zijne kinderlijke genegenheid in bitteren haat verandert ; en oordeel dan wat het Kart van Jezus hier geleden heeft. Bedenk slechts wat de Heer voor de joden geweest was, hoe Hij hen met vaderlijke bezorgdheid verloste uit de slavernij van Egypte en naar het land van belofte overvoerde, op velerlei wijze tot hen sprak door Zijne profeten en hun eindelijk Zijn eenigen Zoon, den beloofden Messias zond. Die Grodmensch, Jezus

'j Matth. XXIII. 2.

ocr page 151

139

Christus had hun niets dan weldaden bewezen, had hun de leer Zijns Vaders bekend gemaakt, de schitterendste wonderen onder hen verricht. En ook nu nog bemint Jezus hen met de teederste, de innigste liefde; Hij wenscht niets vuriger dan te sterven om hen van den dood te verlossen, en helaas, dat alles is vruchteloos, zij zijn misleid en verblind! Al heeft bij het woord van Pilatus: Ziedaar, de mensch! een gevoel van medelijden zich van hen meester gemaakt, er was toch niemand, die zijne stem voor Jezus verhief, niemand, die ook maar een enkel woord ter Zijner verdediging sprak ; integendeel, na weinige oogen-blikken zullen zij, opnieuw aangehitst door hunne verleiders, de schandelijkste, de onteerendste straf eischen voor hunnen Weldoener, voor hunnen Vader, ü wreede foltering voor Jezus'vaderhart! O Goddelijk Hart, wie zal Uwe smarten peilen!

III Punt.

Wie gloeit niet van verontwaardiging bij het zien van den haat, welken de opperpriesters der joden den Goddelijken Zaligmaker toedragen ? I)ie haat zal tot het uiterste gaan en niet rusten vooraleer zijne prooi verslonden is, want hij kwam voort uit de meest vergiftigde aller bronnen, uit gekrenkten hoogmoed, uit nijd. volgens het verhaal van het heilig Evangelie waren die opperpriesters trotsche, opgeblazen menschen, vol heb-

ocr page 152

140

zucht en eigenliefde, die niets beoogden dan de achting, de toejuichingen des volks, schijnheiligen, die zeiven niets volbrachten van hetgeen zij anderen voorhielden. Nu was Jezus van Nazareth, een mensch van geringe afkomst^ de zoon van den timmerman ') verschenen en had door Zijn eenvoudig en heilig leven, door Zijne hemelsche leer, door Zijne wonderen de liefde en het vertrouwen des volks in die mate gewonnen, dat het Hem plechtig binnen Jeruzalem inhaalde en zij bekennen moesten: „Zie, de heele wereld is Hem nageloopen! 2) Dat was te veel voor hun hoogmoed; zij meenden hun gezag, hun invloed bij het volk verminderd te zien, en, ontstoken door nijd en afgunst, zwoeren zij den gehaten Galileër van kant te maken. Zelfs voor den heidenschen rechter bleven hunne booze plannen niet onbekend; vandaar, dat Pilatus alles beproefde om Jezus uit hunne handen te bevrijden, want hij wist, zegt de Evangelist Marcus, dat de opperpriesters Hem uit nijd hadden overgeleverd. 3) O mijne ziel, leer hier. tot welke rampzalige verblindheid de afgunst kan leiden! Zij is de oorzaak geweest van Jezus'dood en richt nog dagelijks de droevigste verwoestingen aan onder Zijne kinderen; zij brengt verdeeldheid onder de leden van een en hetzelfde gezin, ver-

') Mattb. XIII. 55. 2) Joan. XII. 19. XV. 10.

ocr page 153

141

bittert den eenen broeder tegen den anderen, maakt de eene zuster van de andere afkeerig en is eene rijke bron van zonden tegen de liefde, die het Hart van Jezus pijnlijk kwetsen. Onderzoek u en verzucht:

„H. Hart van Jezus ontferm ü mijner!quot;

DERDE WEEK DEE VASTEN. ZATERDAG.

PILATÜS WASCHT ZICH I)E HANDEN.

Ik ben onschuldig aan liet bloed van dezen rechtvaardige! Grjlieden moogt toezien!

Matth. XXVII. 24.

I Punt.

De stilte en het medelijden, die bg de verschijning van Jezus ontstaan waren, duurden slechts eenige oogenblikken; het goddeloos voorbeeld en de ophitsing der opperpriesters ontstaken de woede opnieuw en nauwelijks heeft Pilatus te kennen gegeven, dat hij Jezus wil vrijspreken, of allen schreeuwen als uit eenen mond: Zoo gij dezen loslaat, zijt gij geen vriend des keizers; want al wie zich tot koning maakt, verklaart zich tegen den keizer.1) Die woorden klinken als een vreeselijke donderslag in de ooren des rechters; hij is overwonnen, want de vriendschap des keizers stelt hij boven alles; en hij weet hoe hoog de misdaad van gekwetste

gt;) Joan. XIX. 2.

ocr page 154

142

majesteit bij Tiberius staat aangeschreven; bij begrijpt ook hoe gemakkelijk de verwoede joden bij den bovenmate achterdocbtigen keizer toegang zullen vinden. Zijn besluit is dus genomen: hij zal zich niet langer tegen den eisch der joden verzetten, maar zal toch de verantwoordelijkheid zooveel mogelijk van zich afschuiven en op de beschuldigers zeiven terugwerpen. Hij laat Jezus wederom naar buiten voeren en maakt zich gereed om het vonnis openlijk en plechtig uit te spreken; hij neemt plaats op den rechterstoel en, altijd bedacht, de joden voor het vonnis aansprakelijk te maken, roept hij de vergaderde menigte spottend toe: Ziedaar uw koning! Allen hebben uit de toebereidselen van den rechter gezien, dat de beslissing nadert; bovendien heeft zijn woord de woede ontstoken, die dan ook losbarst in den helschen kreet: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus is nog niet bevredigd; hij wil nog beter doen uitkomen, dat hij niet verantwoordelijk is voor de onrechtvaardige doodstraf, weïke zij om Jezus' voorgewend streven naar het koningschap afeischen, en roept hun andermaal tartend toe: Zal ik uwen koning kruisigen? Doch ook andermaal verneemt hij de gevreesde bedreiging: W ij hebben g e e n e n koning dan den keizer!1) Nu oordeelde

■) Joan. XIX. 14. 15.

ocr page 155

143

Piliitus het genoegzaam bewezen, dat liij slechts zwichtte voor het geweld der joden; met veel vertoon laat hij zich een bekken met water brengen, wascht zich voor de oogen der geheele menigte plechtig de handen en verklaart voor de zesde maal de onschuld van Jezus, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van dezen rechtvaardige! Gijlieden moogt toezien !

II Punt.

Overweeg hier hoe het Hart van Jezus moet geleden hebben door de steeds toenemende laffe handelwijze van den onrechtvaardigen rechter. Reeds bij het eerste verhoor had hij Jezus onschuldig verklaard 1) en toch naar Herodes gezonden; bij Zijne terugkomst herhaalde hij dezelfde bekentenis 3), maar stelde Hem niettemin naast Bar-rabas, en toen de joden dezen beruchten moordenaar boven Jezus verkozen, beleed hij voor de derde maal Zijne onschuld 3), doch liet Hem des ondanks wreedaardig geeselen en vertoonde Hem in den deerniswaardigsten toestand aan het volk, waarbij hij wederom tweemaal verklaarde, dat hij geen schuld in Hem vond4). En thans, nu hij tegen zijn overtuiging en tegen zijn geweten in den onschuldige gaat veroordeelen, nu wil hij door eene zinnebeeldige handeling zich zuiver wasschen van een moord, die zonder zijne

M Luc. XXIII. 4. =) Ibid. 14. :l) Ibid. 22. 4) Joan. XIX. 4. 6.

ocr page 156

144

toestemming niet kon geschieden; nu wil hij door uitwendig vertoon doen voorkomen, alsof de joden alleen den dood des Zaligmakers zullen verantwoorden. Onbegrijpelijke verblindheid, o strafwaardige lafhartigheid, wat moet gij het Hart van Jezus gefolterd hebben!

Overweeg vervolgens in welk een afgrond van pijnen het Hart van Jezus gestort werd dooide afgrijselijke boosheid der ondankbare joden. „O zoete Jezus,quot; roept de H. Bonaventura uit, „wie zou zoo hardvochtig zijn, dat hij die ijselijke kreten: Weg met Hem! Kruisig Hem! zonder zuchten en ontroering des geestes kon hooren of overwegenl' ') God, mijn God, hoe moeten die woeste kreten dan het minnend Hart Uws Zoons doorvlijmd hebben! Ach, hoe verzuchtte dat Hart: „Mijn volk, wat heb Ik u misdaan, of waarin heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij ! Omdat Ik u uit het land van Egypte gevoerd en u gedurende veertig jaren langs de woestijn geleid en in het land van belofte gebracht heb, hebt gij een kruis bereid voor uwen Verlosser! Mijn volk, wat heb Ik u misdaan? Antwoord Mij!' 2) En o, mochten die klaagtonen alleen op de joden betrekking hebben! mochten zij alleen het Hart des Zaligmakers met droefheid overstelpen! Maar neen, Zijn alziend oog dringt door

1) De ligno vitae. '2) Offtc. eccl. in Parasc.

ocr page 157

145

de eeuwen heen, het ontwaart de zondaars der gansche wereld, die het K rui si g, kruisig Hem! herhalen. Arme Jezus, wie zal het lijden Uws Harten beschrijven? Uwe liefde is tot het uiterste gegaan en in volle waarheid kunt Gij zeggen: Wat kon, wat moest Ik nog meer voor u doen, o mensch?1) en helaas, zoovelen verstoeten het geluk, dat Gij hun aanbiedt en gaan voort met U te beleedigen!

III Punt.

Pilatus bezat ongetwijfeld prijzenswaardige gevoelens van rechtvaardigheid. Bovendien gaf hij blijk van manmoedige sterkte door aan de woede des volks en aan de hardnekkigheid der Sanhe-dristen geruimen tijd weerstand te bieden en hunne verborgene afgunst, niettegenstaande zij deze onder schoonschijnende voorwendsels verborgen, aan de kaak te stellen. Maar dat alles was toch geen ware, geen degelijke deugd; het werd beheerscht door eigenbelang, door berekening; de zucht om aan het volk te behagen, de vrees van de gunst des keizers te verliezen, voerden hem van de eene onrechtvaardigheid naar de andere, en hadden ten slotte dezelfde uitwerkselen, welke volslagen boosheid zou gehad hebben: zij deden hem Jezus geeselen, het doodvonnis over Hem

gt;) Is. Y. 4.

10

ocr page 158

146

uitspreken en de onschuld zelve kruisigen. Nu moge hij de verantwoordelijkheid van zich afschuiven en zijne handen wasschen, het zal niet baten ; de volgelingen des Gekruisten zullen tot aan het einde der tijden belijden : „Ik geloof... in Jezus Christus, .... die geleden heeft onder Pontius Pilatus.quot; Doch gave de goede God, dat die volgelingen des Gekruisten nooit den lafhartigen Pilatus navolgden, dat eigenbelang en berekening steeds buiten hunne oordeelvellingen bleven! mochten ten minste zij, die over anderen gesteld zijn, hunne onderhoorigen steeds naar billijkheid en recht beoordeelen, zonder bijoogmerken, zonder aanzien van personen! O mijne ziel, onderzoek u in dit teore punt, het is uwe aandacht over-waardig. Gebeurt het u nooit, dat gij tegen uwe overtuiging in iets goed- of afkeurt om aan een ander te behagen, om zijne gunst te winnen'? hebt gij u in uwe oordeelvellingen nooit laten leiden door de vrees van een tijdelijk verlies, door gehechtheid aan een bediening of ambt? heeft de stem uws gewetens nooit moeten zwichten voor de eischen van het akelig eigenbelang? Moge het voorbeeld van Pilatus u wijzer maken! Hij zocht de joden tevreden te stellen, en zij, steeds stouter geworden, klaagden hem aan bij Vitellius, den landvoogd van Syrië ; hij begeerde de vriendschap des keizers, en de keizer ontzette hem van zijn ambt en zond hem in ballingschap; hij offerde

ocr page 159

147

den Gever des levens op, en hij eindigde met zich zeiven het leven te benemen.

„Heilig Hart van Jezus, fontein van alle rechtvaardigheid, ontferm ü onzer.'

VIERDE WEEK DER VASTEN. ZONDAG.

DE JOUEN HOEPEN GODS WRAAK OVER ZIOH AF.

Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen. Matth. XXVIL 25.

I Punt.

Roep u nog eens het plechtig oogenblik in het geheugen terug, waarop Pilatus voor de laatste maal den joden de keus laat om hunnen Koning te erkennen. Ziedaar uw Koning! zoo sprak de rechter, en tot antwoord klonk hem de kreet van geheel het volk in de ooren : Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Zal ik uwen Koning kruisigen? vraagt hij wederom, en de overpriesters antwoorden in naam der natie : W ij hebben g e e n e n koning dan den keizer. — Het is volbracht: Jezus zal dit woord na eenige uren kunnen spreken, de joden kunnen het thans reeds zeggen ; het is volbracht, Israël heeft zijnen Koning, zijnen Messias, zijnen Verlosser verworpen !

Pilatus laat zich water brengen en wascht zijne handen. De joden begrijpen zeer goed de betee-

ocr page 160

148

kenis dezer zinnebeeldige handeling, want zij was ook bij hen in gebruik; zij begrijpen, dat de rechter de volle verantwoordelijkheid van het afgeperste vonnis op hen wil werpen. Doch zij bekreunen er zich niet om, zij blijven koud en ongevoelig. Mijn God, welk eene verblindheid, welk eene hardnekkige boosheid ! Zij zelf hebben niets tegen den beschuldigde in te brengen, bij het eerste verhoor reeds hebben zij de tegenspraak der valsche getuigen opgemerkt; zij weten, dat Herodes geen schuld in Jezus vond en tot zesmaal toe hebben zij de verklaring Zijner onschuld uit den mond van Pilatus vernomen ; en thans nog laat de rechter hun op de duidelijkste wijze gevoelen, dat zij zich schuldig maken aan de afschuwelijkste misdaad : alles tevergeefs ! niets is in staat hunne woede te bedaren, niets kan menschelijke gevoelens doen herleven in hunne versteende harten! het laatste protest, de laatste wanhopige poging van den onrechtvaardigen rechter wordt beantwoord door den vreeselijken kreet van het geheele volk, door den vloekkreet, die opstijgt tot voor den troon des Allerhoogsten : Z ij n bloed k o m e over ons en over onze kinderen!

II Punt.

Green smart is pijnlijker dan de smart der miskende liefde ; en naarmate die liefde vuriger is, in diezelfde mate neemt ook haar lijden toe, wan-

ocr page 161

149

neer zij met ondank vergolden wordt. Om u hiervan te overtuigen, behoeft gij u slechts af te vragen, waarom wij ons op deze aarde geen groo-ter smart kunnen denken dan die der moeder, die door haar eigen kind wordt beleedigd en veracht. Is het niet, omdat wij nergens vuriger liefde kunnen veronderstellen dan de liefde van het moederhart ? Maar wat is nu de liefde eener aard-sche moeder, vergeleken bij de liefde, welke het Hart van Jezus den joden toedroeg ? of, beter gezegd, kan de liefde eener moeder wel vergeleken worden bij de liefde van Jezus' Hart ? is die vergelijking niet overbodig, ja zelfs der Goddelijke liefde onwaardig? Want hoe innig, hoe onbegrijpelijk teeder de liefde eener moeder ook zijn moge, zij blijft toch altijd eene menschelijke, eene eindige liefde ; maar het Hart van Jezus brandt van eene Goddelijke, bijgevolg oneindige liefde. Met die oneindige liefde heeft Jezus de leer Zijns Vaders aan de joden verkondigd, hen gevoed met een wondervol brood, hunne zieken genezen ; met die oneindige liefde verlangt Hij ook nu nog voor hen te sterven: en ach ! daar weerklinkt hun laatste woord: Weg, weg met He m! Kruisig Hem! Z ij n bloed k o m e o v e r ons en over onze kinderen! O mijne ziel, hebt gij er ooit aan gedacht, welke namelooze pijn deze verwensching aan het Hart van Jezus veroorzaakte ? wat is hierbij de pijn der ongeluk-

ocr page 162

150

kige moeder, wie een ontaarde zoon den dolk in het hart stoot ? Jezus moet het machteloos aanzien, hoe Zijn bemind volk, Zijne dierbare kinderen Hem vermoorden en zieh zeiven in het ongeluk storten ; hun vloek is door God gehoord en het bloed van den Godmensch zal Israël en zijn nageslacht schandvlekken met het brandmerk van den Godsmoord; zij verwerpen hunnen Koning, en zij zullen zonder koning blijven ; zij onteeren hun priesterschap door den moord van het Lam Gods, het eenige en ware zoenoffer voor de zonden der wereld, en hunne offers, hun altaar, hunne priesters zullen te niet gaan ; zij dooden den Christus, en de Romeinen, wien zij het vonnis hebben afgeperst, zullen de werktuigen zijn van Gods wraak en hunne stad en hunnen tempel verwoesten ! O, dat alles rijst op voor Jezus' geest en overstelpt Zijn Hart met de bitterste droefheid. Luistert hemelen, zoo verzucht dat Hart, en gij, aarde, leen uw oor, want Jehova spreekt: Ik heb kinderen opgevoed en gekweekt, doch zij versmaadden M ij I De os kent z ij n e n meester, en de ezel den stal van z ij n e n heer, maar Israël kent M ij n i e t I 1).

'I Is. I. 2. 3.

ocr page 163

151

III Punt.

Overweeg nu verder, hoe het Hart van Jezus leed door het vooruitzicht der geestelijke verblindheid en verstoktheid van hen, die Zijne volgelingen zijn en duizendmaal meer blijken Zijner liefde ontvangen dan de joden. Ach, welke smart, welke bange bezorgdheid veroorzaakt aan het Hart van haren Bruidegom de ziel, die van haren eersten ijver is afgeweken en tot den staat van lauwheid vervallen is ! Zij sloeg de waarschuwingen barer oversten, de vermaningen van haren biechtvader in den wind, maakte zich meer en meer gewoon aan dagelijksche vrijwillige overtredingen, wist de stem van haar verontrust geweten door allerlei verstrooiingen en schijnredenen aan het zwijgen te brengen en leeft nu gerust voort, geheel verblind en onverschillig voor het gevaar, waaraan zij blootstaat. En toch, hoe groot, hoe dreigend is dat gevaar! een enkele schok zal voldoende zijn om haar in den afgrond der doodzonde te doen tuimelen, om haar voorgoed van Jezus te verwijderen. Wie erkent hier niet eene bittere bron van lijden voor het Hart des Zaligmakers ? En wat dan te zeggen van die hardnekkige en verstokte zondaars, die alle vreeze Gods hebben afgelegd, wier hart koud geworden is als de steen en hard als metaal, die van de zonde een spel maken en ongevoelig blijven voor oordeel en hel evenzeer als voor de schoonheid der deugd

ocr page 164

152

en de beloften des hemels ? Ook voor hen heeft het Hart van Jezus Zijn Goddelijk bloed gestort, ook hen bemint Het r.c0quot;, on helaas, zij verachten Zijne goedheid en roepen met de joden, zoo niet door woorden, dan toch door hunne daden : Z ij n bloed k o m e over o n ;j! O mijne ziel, open uwe oogen en zie. of gij u niets te verwijten hebt; erken ten minste, hoe gij het lijdend Hart van uwen Jezus kunt troosten. Bid, o bid veel voor de verblinde slachtoffers der zonde. Onderzoek hoe gij de voornemens zijt nagekomen, welke gij bij het begin der Vasten gemaakt hebt; hernieuw die voornemens en hei-haal met liefde en aandrang : „H. Hart van Jezus, toevlucht van alle zondaren, ontferm U onzer !quot;

VIERDE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD .

En Pilatas velde het oordeel, dat hun eisch geschieden zou. Luc. XXIII. 24.

I Punt.

Verbeeld u den romeinschen rechter op zijn verheven rechterstoel, bekleed met al de teekenen zijner waardigheid, omgeven door gerechtsdienaars en soldaten; Jezus, de Zoon van den levenden God, staat voor hem, beladen met boeien, met doornen gekroond, den rooden spotmantel om de schouders; op het plein voor het rechthuis ziet

ocr page 165

153

gij de oversten der joden, die, hunne hoovaardig-heid koelend, zich eindelijk mogen wreken op hun vermeenden vijand; welk eene genoegvolle flikkering in die valsche oogen! welke geveinsde trekken op dat lachend gelaat! welk een hoonende uitdrukking in geheel dat wezen! Achter hen verdringt zich de tierende menigte, die nu op het teeken van den landvoogd eene ademlooze stilte bewaart. Hemel, aarde en hel verkeeren in de hoogste spanning. Daar verheft Pilatus zijne stem en spreekt luide het vonnis der kruisiging over Jezus van Nazareth uit. De Evangelisten verhalen niet, in welken vorm die uitspraak geschiedde ; de H. Lucas zegt alleen: Pilatus velde het oordeel, dat hun eisch geschieden zou, terwijl de H. Joannes schrijft; Toen gaf hij Hem hun over om gekruisigd te worden. t) Wij mogen echter veronderstellen, dat de romeinsche stedehouder geen anderen vorm zal gebezigd hebben, dan die door de gebruiken der romeinsche rechtspleging geheiligd en gewettigd was; deze vorm wamp;s zeer kort en luidde: „Gij zult aan het kruis gaan!' 2) O mijne ziel, verbeeld u dan Pilatus met verheffing van stem en op plechtigen toon te hooren zeggen: Jezus van Nazareth, Gij zult aan het kruis gaan ! Mijn God, wat heb ik gehoord? Ziedaar dan, waarop

l) Joan. XIX. 1G. -J Ad crucem ibis.

ocr page 166

154

al de ondervragingen, die de onschuld des Zaligmakers klaarblijkelijk hebben aangetoond, uitloo-pen! O Eeuwige Rechter, hoe kunt Gij het ge-doogen! En toch, de Hemelsche Vader bekrachtigt dit vonnis, hoe bloedig, hoe onrechtvaardig het ook is, want zoozeer had Hij de wereld lief, dat Hij Zijn eenigen Zoon voor haar ten beste gaf; de engelen weenen bitter, de hel juicht, de joden heffen zegekreten aan, de arme Jezus blijft kalm en rustig, Hij lijdt en zwijgt! En gij, mijne ziel, wat gevoelt gij? o nader uwen Jezus, betoon Hem uw medelijden en beloof uwe wederliefde!

II Punt.

Overweeg nu meer bijzonder het lijden van Jezus' Hart. De Verlosser der wereld staat daar kalm en rustig, maar daarom niet ongevoelig; neen. Zijn Hart gevoelt al de angsten van een veroordeelde, uitgezonderd alleen het berouw, de wroeging over de misdaad, omdat Hij door al de zwakheden van de menschelijke natuur, de zonde alleen uitgenomen, heeft willen gaan. O mijne ziel, denk nog eens terug aan den hof van Grethsemani; daar hebt gij het Hart van Jezus zien ineenkrimpen van angst, daar hebt gij Zijn bloed zien vloeien alleen bij de gedachte aan den naderenden kruisdood: ach, wat moet dan in dat Hart zijn omgegaan, toen Pilatus het doodvonnis uitsprak! Tn Grethsemani klaagde Jezus over

ocr page 167

155

Zijnen doodsargst en zocht troost bij Zijne leerlingen, bij Zijnen Vader: hier komt geen enkel woord over Zijne lippen; met kalmte en gelatenheid onderwerpt Hij zich aan het onrechtvaardig en gruwzaam vonnis, omdat de Vader het zoo wil, want de wil des Vaders is ook Zijn wil; Zijn Hart verheft zich ten hemel en herhaalt de woorden van den Psalmist: Zie, Ik kom, o Vader, om Uwen wil te volbrengen! Mijn Hart is bereid, Het brandt van onweerstaanbare liefde tot de mensclien! en, o schromelijke foltering! die zuchten Zijner liefde worden overschreeuwd door de verwenschingen der oversten, door de jubelkreten des volks ! Ach, hoe bloedde het Goddelijk Hart over dien zwarten ondank, over die schandelijke bespotting van alle recht en billijkheid! Dubbel onrecht is tegen Jezus gepleegd. Hij, de Eengeboren Zoon van God, de lichtglans Zijner heerlijkheid en het afbeeldsel van Zijn wezen,1) die Zijne Goddelijke zending door de schitterendste wonderen heeft gestaafd, is volgens de joodsche wet veroordeeld als godslasteraar; en volgens de wet der Komeinen is Hij veroordeeld als schuldig aan majesteitschennis, terwijl toch de rechter zelf getuigt, dat de titel van Koning der joden, welken Hij zich heeft toegeëigend, geen reden is om Hem tot den kruisdood te ver-

M Hul)!-. I. 3.

ocr page 168

150

oordcelen, wijl Zijne daden met het werkelijk streven naar een koningschap in strijd zijn. O Jezus, open Uw Goddelijk Hart en laat mij de gevoelens zien, welke Het bezielden, toen het doodvonnis over U werd uitgesproken: doe mij iets begrijpen van Zijne namelooze smarten en van Zijne onbegrensde liefde, opdat mijn gevoelloos hart tot medelijden opgewekt en tot wederliefde ontstoken worde!

III Punt.

Pilatas gaf Jezus aan de joden over om gekruisigd te worden. Merk hier aanstonds op, dat deze soort van straf, de kruisiging, niet door den rechter gekozen is, maar door het volk verlangd werd, en overweeg het geheim, dat hierin ligt opgesloten. Wij zijn maar al te zeer gewoon de oorzaak van Jezus' lijden en sterven enkel en alleen bij de joden te zoeken. Voorzeker, zij waren plichtig, maar zij bleven toch werktuigen : de ware oorzaak was de zonde. De woeste kreten van het ondankbaar volk, dat den dood van Jezus eischte, verbeeldden de stem onzer zonden, die voor den troon des Allerhoogsten opstegen om voldoening, dat wil zeggen, om den dood te vragen van den Verlosser, die vrijwillig de zonden der wereld op zich had genomen. Dit leert ons de Apostel Paulus, wanneer hij schrijft, dat zij, die zondigen, wederom den dood van Jezus vragen, of, om zijne eigen woorden te gebruiken, den

ocr page 169

157

Zoon Gods opnieuw kruisigen, ') omdat zij de oorzaak van Zijnen dood vernieuwen. Daar nu alle menschen gezondigd hadden en de Goddelijke Zaligmaker voor allen ging sterven, wilde Hij ook, dat niet alleen de oversten Zijn dood eisohten, maar het gansche volk als in naam van alle zondaren, opdat wij allen het aandeel zouden erkennen, dat wij daaraan gehad hebben, en opdat wij door gevoelens van leedwezen en liefde tot Hem zouden terugkeeren. Maar ach, moeten wij niet vreezen tot Jezus te gaan, dien wij door onze zonden gekruisigd hebben ? O neen, mijne ziel; Zijn dood was de oorsprong van ons leven en de vergiffenis onzer zonden, en Jezus wilde, dat de wijze, waarop Hij dien dood zou ondergaan, niet door den rechter bepaald, maar aan de keuze van het volk en dus ook aan onze keuze werd overgelaten, ten einde ons te overtuigen, dat Hij, die bereid was voor ons te sterven op eene wijze zooals wij het verlangden, ook altijd bereid zal zijn ons met Hem te doen leven, indien wij het willen. O Jezus, ja ik wil het. Vol berouw over mijne zonden, maar ook vol vertrouwen op Uwe eindelooze goedheid, bid en smeek ik : laat mij leven met U ! laat mij U voortaan beminnen in tijd en eeuwigheid!

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik ü immer meer beminne.' (300 dagen afl. Raccolta.)

') Hebr. VI. G.

ocr page 170

158

VIERDE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

JEZUS NEEMT HET KRUIS 01' ZIJNE SCHOUDERS.

En Hij, Zijn kruis dragende, ging uit naar de plaats, die genoemd wordt Schedelplaats, in het Hebreeuwsoh üolgotha. Joan. XIX. 11.

I Punt.

Nauwelijks hadden de joden het doodvonnis over Jezus aan Pilatus afgeperst of men stelde zich in beweging het ten uitvoer te leggen. Volgens de roraeinsche wetten nu, moesten zij, die tot den kruisdood veroordeeld waren, niet alleen gegeeseld worden, maar ook hun eigen kruis dragen. — Verbeeld u dan te zien, hoe de krijgsknechten op den armen Jezus aanvallen, met ruw geweld en niet zonder nieuwe bespotting den purperen mantel van Zijne schouders rukken en Hem Zijne eigen kleederen wederom aantrekken, opdat Hij op den weg naar de strafplaats voor een ieder zou herkenbaar zijn en Hem alzoo geen enkele beschimping zou bespaard blijven. Naast Jezus verschijnen de twee moordenaars, die evenals Barrabas, tot den kruisdood veroordeeld zijn en bij gelegenheid van bet Paaschfeest hunne schandelijke straf zullen ondergaan. Doch Pilatus had den joden dezen laatste los gelaten, zoodat de twee boosdoeners, met hun kruis beladen, niet hun goddeloozen aanvoerder, maar den kruisdragenden Godmensch zullen vergezellen, en Jezus volgens de voorspelling

ocr page 171

159

van Isaïas nu voorgoed onder de misdadigers gerekend is.1) O mijne ziel, aanschouw uwen Jezus! zie met welke teederbeid Hij het zware kruis omhelst en op Zijnen doorwonden schouder legt! Ach, hoe drukt dat kruis Hem terneer! hoe scheurt het de versche wonden open, welke de bloedige geeseling heeft achtergelaten! —• Zie verder, hoe de treurige stoet zich in orde stelt; hij bestaat uit een groot getal opperpriesters, schriftgeleerden en oversten des volks, uit eene onafzienbare volksmenigte en uit eenige romeinsche krijgsknechten met een honderdman te paard aan het hoofd, deels om de vreeselijke doodstraf te volvoeren, deels ook om alle volksoploop te voorkomen. Voor den geheelen stoet, die den optocht uitmaakte, ging een heraut, die met luider stem de reden der veroordeeling verkondigde, terwijl nog bovendien voor ieder beschuldigde een wit bord, waarop hunne misdaad geschreven stond, werd uitgedragen. 2) Voor den Zaligmaker had Pilatus geschreven : „Jezus van Nazareth, Koning der Joden.quot; Bij het verlaten der stad koos men opzettelijk de meest begane wegen en straten, en trok langzaam voort naar de plaats, die genaamd wordt Schedelplaats, in het He-breeuwsch Golgotha.

1

)Is. LUI. .12. -gt;) Vgl. Pierik, De lijdende Jesus, p. 757.

ocr page 172

160 II Punt.

Roep u hier de verklaring in het geheugen terug, welke de Goddelijke Zaligmaker zelf aan de zalige Margareta gaf nopens de werktuigen van het bitter lijden, welke zij in Zijn Hart aanschouwde. Zij gaven te kennen, zoo vernam de bevoorrechte kloosterzuster, dat de oneindige liefde van dat Hart voor de menschen de bron van Jezus' lijden geweest was, dat van het eerste oogenblik af Zijner menschwording alle kwellingen Hem voor den geest gestaan hadden en het kruis, om zoo te zeggen, in Zijn Hart was geplant geweest. Ach, wat moet dan zijn omgegaan in het Goddelijk Hart van Jezus, toen Hij dat kruis eindelijk voor Zijne voeten zag neerwerpen, toen Hij het opnam, aan Zijn hijgenden boezem drukte en op Zijnen gewonden schouder legde! O kruis, o dierbaar kruis, zoo verzuchtte de Verlosser der wereld, o voorwerp van Mijn vurigsten wensch, zoolang reeds heb Ik naar u verlangd! O, Ik groet. Ik omhels u, omdat gij Mijn hartewensch zult bevredigen, omdat aan u de wil Mijns Vaders volbracht en den menschen zal getoond worden, hoezeer Ik hen liefheb; tot hiertoe waart gij het teeken der diepste verachting, maar Ik zal u verheffen tot het onder-scheidingsteeken der kinderen Gods, en de vereerders Mijns Harten zullen u op dat Hart zien prijken te midden der opstijgende liefdevlammen ! Zoo sprak het Goddelijk Hart van Jezus. Doch,

ocr page 173

161

mijne ziel, herinner u, dat Jezus niet alleen waarlijk God, maar ook waarachtig mensch was, dat Zijn Hart met het onze in alles overeenstemde, de zonde alleen uitgenomen, en gij zult lichtelijk begrijpen, hoe die gevoelens van oneindige liefde vergezeld gingen van pijnlijke smarten. De Godheid toch nam de menschelijke zwakheden en gevoeligheden niet weg, Zij ondersteunde die slechts, opdat zij niet zouden bezwijken. Welnu dan, verbeeld u den angst en de ontzetting, welke het hart des ongelukkigen folteren, die zijn eigen kruis moet opnemen, waaraan hij met ruwe nagelen zal worden vastgeklonken, waaraan hij gedurende drie lange uren zal moeten bloeden, totdat hij, uitgeput door het ondraaglijk lijden, den geest zal geven; en erken dan het zwaard van droefheid, dat het Hart van uwen Jezus doorvlijmde, erken dun, waarom het kruis boven Jezus' Hart prijkt.

III Punt.

Beschouw hier de overhaasting, waarmede de joden het doodvonnis, dat zij door hun geschreeuw en hunne bedreigingen Pilatus hadden afgeperst, trachtten ten uitvoer te brengen. Die kinderen der duisternis waren nog beducht, dat de rechter het vonnis zou herroepen, indien zij hem tijd lieten daarover na te denken; daarom halen zij aanstonds het reeds te voren gereed gemaakte kruis te voorschijn, stellen den optocht in orde en zoe-

11

ocr page 174

162

ken door drukte en beweging de opgewondenheid gaande te houden en een bedaard nadenken te verhinderen. Zij volgden hierin de handelwijze van hun vader, den duivel. Deze aartsvijand des Aller-hoogsten weet bij eigen ondervinding wat het zeggen wil, God te beleedigen; hij is overtuigd, dat de menschen, indien zij aan de boosheid der zonde dachten, haar meer zouden vluchten dan den dood; daarom verbergt hij hun hare afschuwelijkheid en wijst slechts op hetgeen zij zoets en aangenaams heeft, terwijl hij hunnen geest zoekt te verstrooien en door het gewoel der wereld, door de zorg voor tijdelijke zaken hunne oogen tracht af te wenden van het ongeluk, dat zij te gemoet loopen. Sluwe list van satan, den vorst der duisternis volkomen waardig! hij weet maar al te goed, dat hij eene brave ziel niet rechtstreeks tot zonde kan brengen; daarom bewandelt hij omwegen en gebruikt nu eens hare drukke bezigheden of tijdelijke zorgen, dar wederom hare meer dan gewone opgeruimde stemming om haar te verstrooien en zijne hinderlagen te verbergen. En heeft hij haar eenmaal in zijne strikken gevangen, dan tracht hij op alle mogelijke wijze hare aandacht van het gebeurde af te trekken en te beletten, dat zij in haar zelve keere om haren misslag in te zien. O mijne ziel, zijt gij nooit het slachtoffer geweest dezer helsche kunstgrepen ? heeft de overdreven zorg voor het tijdelijke u

ocr page 175

163

nooit de geestelijke oefeningen doen achterlaten en de noodige waakzaamheid verhinderd ? hebt gij nooit de rampzalige gevolgen te betreuren gehad eener uitgestortheid, waaraan men zich bij sommige gelegenheden zoo gemakkelijk overgeeft? hebben het gewoel en de loftuitingen der menschen u nooit bedwelmd en tot daden vervoerd, waarover gij later spijt gevoeldet? was gebrek aan ingekeerdheid en ernstig nadenken nooit oorzaak, dat gij uwe fouten en misstappen geruimen tijd over het hoofd zaagt? Onderzoek u en wees voorzichtiger in de toekomst; mistrouw u zelve en maak bij zulke gelegenheden gebruik van het een of ander schietgebed; herhaal dikwijls met liefde en aandrang:

„H. Hart van Jezus, ontferm ü mijner!'

VIERDE WEEK DER VASTEN. WOENSDAG.

JEZUS VALT ONDER HET KRUIS.

En zij leidden Hem uit om Hem te kruisigen. . Marc. XV. 20.

I Punt.

i Het was omstreeks bet middaguur, toen de

i droevigste aller optochten zich in beweging zette,

i De zon goot hare verzengende stralen uit over

t dien voor eeuwig beroemden weg, die sedert meer

? dan achttienhonderd jaren het voorwerp van god-

i ■ vruchtige aandacht, eene rijke bron van genaden

ocr page 176

164

en weldaden geweest, is en onder den naam van „Kruiswegquot; bekend staat. Mijne ziel, vervoeg u in stille overdenking bij dien treurigen stoet. Met wankelende schreden sleept de hijgende God-mensch zich langzaam onder het zware kruis voort; het bloedig zweet van den vorigen avond, de omnenschelijke mishandelingen der krijgsknechten, de wreede geeseling en doornenkroning, de aanhoudende rechtsverhooren hadden Hem tot stervens toe uitgeput. De Eyangelisten hebben niet alles opgeteekend, wat op dezen bloedigen tocht voorviel. Zoo vermelden zij niet, dat de Zaligmaker onder het kruis bezweken en tot driemaal toe gevallen is, gelijk de vrome overlevering getuigt, terwijl de liefde der geloovigen zelfs de plaatsen dezer gebeurtenissen bewaard heeft. Het Evangelieverhaal weerspreekt deze overlevering niet; integendeel, het bevestigt haar door de opmerking, dat de krijgsknechten Simon van Cyrene dwongen het kruis achter Jezus te dragen. Overigens is dit herhaald vallen op zich zelf reeds waarschijnlijk; vermoeid en afgemat als de Verlosser was, kon Hij zulk een last niet meer torsen. O mijne ziel, aanschouw uwen met het kruis beladen Jezus! zie hoe iedere schrede een bloedstreep achterlaat; zie hoe de krachten Hem begeven, hoe Zijne knieën knikken en buigen, Zijn hoofd, duizelend van pijn en bloedverlies, hoe langer hoe meer ter aarde neigt, Zijn lichaam

ocr page 177

165

altijd meer en meer voorover helt, zie hoe Hij bezwijkt en nederzijgt onder den zwaren kruisboom ! De onmenschelijke beulen rukken Hem met ruw geweld op, en wederom struikelt Hij voort, docht valt weldra opnieuw, wordt andermaal gedwongen zich op te richten en den weg te vervolgen; eindelijk kan Hij niet meer en stort voor de derde maal machteloos plat ter aarde. Mijn God, wat hartverscheurend tooneel, wat ontzettend lijden! De Almachtige voor ons zwak geworden, uitgeput! de Schepper van het heelal neerliggende onder Zijn kruis in het stof dei-aarde ! Wie kan zulk een geheim ernstig overwegen zonder tranen van medelijden te storten?

II Punt.

Kniel thans in den geest naast uwen gevallen Zaligmaker neer en tracht u eenig denkbeeld te vormen van het lijden, waaraan Zijn Hart ten prooi was. Ach, hoe moet dat Hart geklopt hebben wegens het aanhoudend bloedverlies! hoe trilde en beefde Het onder het horten en stooten van het harde kruishout! welk een vreeselijken schok gevoelde Het telken rnale dat Jezus ter aarde viel! Doch deze smarten, hoe hevig ook, waren nog niets in vergelijking met de veel heviger pijn, welke het Hart des Zaligmakers folterde, omdat Hij niet spoedig genoeg den Calvarieberg kon bereiken om het groote werk onzer

ocr page 178

166

verlossing te volbrengen. Bedenk slechts, mijne ziel, dat de Verlosser der wereld op aarde ver-sclienen was enkel en alleen om het menschdom te bevrijden uit de slavernij des duivels. Nu was het echter de wil des Vaders, dat Hij hiertoe Zijn leven zou ten offer brengen aan het schandelijk kruis. Dien wil wenschte Jezus volmaak-telijk te volbrengen. Zijn Hart haakte naar het vastgestelde oogenblik. Ik moet een doopsel ontvangen, zoo sprak de Goddelijke Meester tot Zijne leerlingen, en hoezeer word ik geprangd totdat het volbracht zij; ') en thans, nu dat gewenschte oogenblik nadert, nu de Calvarieberg zich aan Zijne blikken vertoont en het kruis op Zijne schouders rust, nu zijn de krachten Zijns lichaams uitgeput, nu kan Hij niet verder en ligt ademloos en bijna stervend ter aarde! Minnelijk Hart. van Jezus, hoe zal ik mij een denkbeeld vormen van het vreeselijk lijden, dat de liefde IJ hier om mijnentwille deed verduren? Slechts het, hart der moeder, die haar eenig kind in den uitersten nood ter hulpe snelt maar machteloos nederstort, kan het eenigszins begrijpen. Doch wat zou dat moederhart lijden, indien de omstanders haar ook nog met bespotting en beleediging overlaadden? Welnu, ook deze ongehoorde foltering onderging het Hart des

) Luc. XII. 50.

ocr page 179

167

Zaligmakers. Telken male als Hij ter aarde viel, barstte een woest geschreeuw uit de menigte los, braakten de opperpriesters de verschrikkelijkste vloeken en verwenschingen uit, omdat zij vreesden, dat hun slachtoffer zou bezwijken en zij het helsch genoegen zouden missen. Hem aan het kruis te zien sterven; terwijl de beulen onder smaad- en scheldwoorden den ter aarde liggenden Jezus slaan en stooten en rukken als ware het geen mensch maar een onwillig lastdier, dat daar op den grond nederlag. En in weerwil van dat alles haakt en verlangt het Hart van Jezus naar den Calvarieberg, om voor hen te sterven! O Goddelijk Hart, wat heeft de verlossing van het menschdom ü toch veel gekost!

III Punt.

Maak u de stoornis ten nutte, welke de optocht naar den Calvarieberg door Jezus' drievoudigen val ondervond, om uwen Verlosser te vragen of de last van het kruis alleen Hem deed bezwijken en ter aarde vallen. Doch Jezus zal op die vraag geen antwoord geven; het zou u al te zeer bedroeven en beschamen. Hij heft slechts het vermoeide hoofd op en aanziet u met een blik, waarin oneindige liefde, maar ook een zacht verwijt te lezen zijn. Verstaat gij dien blik. begrijpt gij dat sprakeloos verwijt? Die blik moet u leeren, dat niet zoozeer de zwaarte van het kruishout, maar

ocr page 180

168

de veel grootere last der zonde, die op dat kruis lag, Zijne krachten heeft uitgeput en Hem heeft doen nederzijgen. De voorspelling van Isaïas: De Heer heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem gelegd, 1) was in vervulling gegaan ; de zonde der gansche menschheid, van af de eerste zonde, die Adam bedreef toen hij at van de verboden vrucht, tot de laatste, die zal bedreven worden door den laatsten mensch, zij allen rustten op het kruis en vormden het ontzettend gewicht, dat den Godmensch deed bezwijken. Doch, mijne ziel, dat is het eenige niet wat de droeve blik van Jezus u leert; hij stiert u bovendien een zacht verwijt toe en herinnert u, dat ook uwe zonden op het kruis lagen en deszelfs last verzwaarden; hij herinnert u, dat Zijn herhaald vallen veroorzaakt werd, doordien gij aan Zijne genade zoo slecht beantwoordde!, dat uwe herhaalde zonden en trouweloosheden Hem tot driemaal toe ter aarde wierpen. Wat gevoelt gij bij deze overweging? zult gij onverschillig blijven en niet een diep en oprecht gevoeld berouw aan uwen Jezus aanbieden? zult gij het besluit niet maken om in het vervolg niet meer ondankbaar te zijn en geene genade onbeantwoord te laten? Maar dit kunt gij niet zonder Zijnen bijstand. O, wend u dan met vertrouwen en liefde

*) Is. LUI. (gt;.

ocr page 181

169

tot het minnelijk Hart des Zaligmakers, vraag de genade om uit den afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Zijne genade te geraken; verzucht dikwijls:

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik U immer meer beminne.quot;

(300 dagen afl. Raccolta.)

VIERDE WEEK DER VASTEN. DONDERDAG.

JEZUS ONTMOET ZIJNE LII5VE MOEDER.

Bij het kruis van Jezus stonden Zijne Moeder,... en Maria, de vrouw van Cleophas, en Maria Magdalena.

Joan. XIX. 25.

I Punt.

Maria, de heilige Moeder van Jezus, was bij gelegenheid van het Paaschfeest met Maria van Cleophas, Maria Magdalena en andere godvruchtige vrouwen uit Galilea naar Jeruzalem gekomen. Allerwaarschijnlijkst hadden de gevluchte apostelen haar de treurige gevangenneming van haar Goddelijken Zoon bericht, die overigens in den morgen van Goeden Vrijdag algemeen bekend was geworden, zoodat wij met alle recht mogen aannemen, dat Maria zich onder de menigte bevond, die het akelige doodvonnis over Christus hoorde uitspreken. En al zou dit het geval niet geweest zijn, dan moeten wij toch

ocr page 182

170

veronderstellen, dat de H. Joannes, die, gelijk zijn evangelie genoegzaam laat doorschemeren, ooggetuige was van alles wat Jezus bij Annas, Gaïphas en Pilatus te verduren had, haar van den aanstaanden schandelijken dood haars schuldeloozen en teeder beminden Zoons zal verwittigd hebben. Was het dus niet natuurlijk, dat Maria, ontroerd door het hooren of door de tijding van de veroordeeling van haren Zoon en van Zijn vertrek naar de strafplaats. Hem te gemoet snelde, ten einde Hem in Zijne laatste oogenblikken bij te staan '? Wat hier ook van zij. de vrome overlevering heeft ons op den „Kruiswegquot; de ontmoeting van den kruisdragenden Jezus met Zijne bedrukte Moeder als een allerdierbaarst aandenken bewaard ; en al hebben de Evangelisten dit voorval niet uitdrukkelijk vermeld, zoo laten toch de woorden van den H. Joannes: B ij het kruis van Jezus stonden Zijne Moeder en Maria, de vrouw van Cleophas, en Maria Magdalena hei genoegzaam raden. — Verplaatsu dan in den geest naar die heilige plek, waar dit hartverscheurend schouwspel plaats greep en die men nog heden ten dage den vromen pelgrim aantoont. Langzaam trekt de bloedige stoet aan Maria voorbij : de heraut, die het doodvonnis verkondigt, de tierende menigte, de juichende opperpriesters, de woeste soldaten, de spottende krijgsknechten, de tvvee kruisdragende moordenaars ; en eindelijk.

ocr page 183

171

daar nadert Jezus, gebukt onder liet zware kruis. „Ach, ga heen, gebenedijde Maagd!quot; roept hier de H. Leonardus van Porto- Maurizio uit; „Uwe teederheid is bijna wreedheid op dit oogenblik ; heb medelijden met Uwen Zoon en vermeerder niet aog Zijne droefheid door Uwe ontmoeting!.... Het is te laat, reeds hebben hunne oogen de tee-derste blikken gewisseld!' ') Jezus heeft het vermoeide hoofd opgeheven, en door het bloed heen, dat Zijn gezicht verduistert, heeft Hij Zijne Moeder, de Moeder van smarten aanschouwd ; Maria heeft den oogslag van haar Kind beantwoord, en als twee scherpe pijlen zijn die blikken in hunne Harten doorgedrongen.

II Punt.

Om u een juist denkbeeld te vormen van al het pijnlijke dezer ontmoeting zoudt gij de liefde moeten begrijpen, welke Maria haren Jezus en Jezus Zijne Moeder toedroeg. Verlies echter daarom den moed niet; geef den vrijen loop aan uwe verbeelding en tracht eenigszins althans de smarten in te zien, welke het Hart der bedrukte Moeder folterden: zij zullen u tot maatstaf dienen in de beoordeeling der smarten, welke het Hart van Jezus hier ver duurd heeft. Simeons woord, dat een zwaard hare ziel zou doorboren, was nooit door Maria ver-

') Quaresim. Serm. XXX.

ocr page 184

172

geten, en hier begon het in vervulling te gaan. Ach, hoe moet dat teederste aller moederharten gebeefd hebben bij het naderen van dien wreed-aardigen stoet, die haren Jezus ging vermoorden, bij het aanschouwen van de vreeselijke werktuigen, die tot de uitvoering der schrikkelijke straf moesten dienen, bij het hooren van het akelige doodvonnis, dat de heraut verkondigde, van de godslasteringen, die de beulen uitbraakten! En zie, daar ontwaart zij haren Jezus, daar ontmoet haar schreiend moederoog het kwijnend oog van haar eenigen, innigst geliefden Zoon. Mijn God, wat schouwspel! hoe is haar Goddelijk kind misvormd, wat heeft men haren Jezus wreed mishandeld! Ja, waarlijk, hier wordt in het teederste en zuiverste moederhart het verschrikkelijk zwaard gestooten, waarvan Simeon voorspelde, en dat op meedoogenlooze wijze wondt en doorsnijdt! Wie zal ons het lijden van Maria's Hart beschrijven? wie de geheele diepte barer droefheid peilen'? Een slechts was hiertoe in staat: Jezus, haar Goddelijke Zoon. Zijn oog alleen doorgrondde den diepen afgrond van onuitsprekelijke bitterheid, waarin de ziel Zijner geliefde Moeder gedompeld was; doch haar lijden drukte ook loodzwaar op Zijn gefolterd Hart en vervulde Het met onbeschrijfelijk wee; hare ontmoeting sloeg een der pijnlijkste wonden in het teeder-minneud Hart van Jezus. Verbeeld u dien God-

ocr page 185

173

delijken Zoon, die Zijne Moeder met de innigste, met de teederste liefde bemint en haar nu om Zijnentwil in de uiterste droeflieid aanschouwt! Ach, kon Hij haar ten minste eenigen troost verschaffen, een enkel woord toespreken ! Maar neen ; de onmenschelijke beulen stooten de Moeder terug en sleuren den Zoon onder vloeken en verwen schingen voort:. Arm Hart van Jezus, moest (lij dan ook deze bitterheid van den lijdenskelk nog proeven!

III Punt.

Tracht u hier het voorbeeld van de Koningin der martelaren ten nutte te maken, ten einde met hernieuwden moed den lijdenden Zaligmaker te volgen. Niettegenstaande hare zielskwellingen onbeschrijfelijk groot en menigvuldig zijn, zoodat zij met volle recht kan uitroepen: O gij allen, die langs den weg gaat, geeft achten ziet, of er een smart is gelijk aan de Mijne! 1) wijkt Maria toch niet meer van Jezus' zijde. Stap voor stap zal zij Hem in sprakelooze droefheid volgen tot op den Calvarieberg om met Hem den lijdensbeker tot den bodem toe te ledigen; Zijn smaad en schande zal zij deelen, al Zijne folteringen in haar moederhart gevoelen, al Zijne pijnen verduren; zij zal Zijne laatste woorden

gt;) Thren. I. 12.

ocr page 186

174

vernemen, Zijn laatsten zuclit opvangen. En omdat het de wil des Hemelschen Vaders is, dat haar Goddelijke Zoon aan het schandelijk kruis sterve om het menschdom te verlossen, daarom zal zij heldhaftig toestemmen in Zijn dood en als weleer te Nazareth met volle onderwerping spreken: Zie hier de dienstmaagd des Heer en; mij geschiede naar uw woord!1) O mijne ziel, erken dan het aandeel, dat Maria in uwe verlossing gehad heeft! Maar toon u ook dankbaar; vergeet het lijden en de zuchten uwer Moeder niet; neem Maria tot toonbeeld van medelijden jegens het bedroefde Hart van Jezus; hernieuw uwen ijver in de oefeningen van versterving en boetpleging, welke gij bij het begin der Vasten gemaakt hebt, hernieuw vooral uwen afschuw voor de zonde, die Jezus en Maria zoo wreed deed lijden. Neem vol vertrouwen uwe toevluclit tot de Moeder van smarten en vraag door hare voorspraak de genade, voortaan getrouw te zijn aan het Hart van Jezus en Het eenigermate voldoening te geven voor uwe vroegere beleedigingen; verzucht dikwijls en met liefde :

„Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.quot;

(300 dagen afl. Raccolta.)

gt;) Lne. I. 33.

ocr page 187

175

VIERDE WEEK DER VASTEN. VRIJDAG.

SIMON VAN CYEENE HELPT JEZUS HET KRUIS DRAGEN.

Eu ze dwongen ... Simon van Cyrene ... om Zijn kruis te dragen. Mare. XV. 21.

I Punt.

Drie Evangelisten 1) verhalen een voorval op den „Kruiswegquot;, dat onze aandacht overwaardig is. De natuurlijke krachten van den Goddelijken Zaligmaker, reeds zoozeer verminderd door het verduurde lijden en het aanhoudend bloedverlies, beantwoordden niet meer aan de overgroote taak, welke men Hem had opgelegd: Hij bezweek herhaaldelijk onder den zwaren kruisboom. Zijne vijanden zien dit met bitteren spijt; zij vreezen, dat Jezus de kruin van Golgotha niet zal bereiken, en Zijn dood op den weg zou hun geen genoegzame voldoening geven; zij willen dien dood wel, maar hij moet zoo bloedig, zoo schandelijk mogelijk zijn, want zij ineenen, dat hun onbegrensde haat slechts zal gekoeld worden door het genoegen van Hem aan het kruis te zien sterven. Daarom bedenken zij middelen om Hem hulp te verschaö'en; doch niemand van de gansche menigte, zelfs niet een der beulen, wilde er zich toe leenen, omdat men het als de outeerendste vernedering beschouwde, het kruis van een ter

gt;) Matth. XXVII. 32. Marc. XV. 21. Luc. XXIII. 20.

ocr page 188

176

dood veroordeelden misdadiger te dragen. Iedereen weet wat nu gebeurde. Maar, mijne ziel, denk hier niet aan toeval, een woord, dat onze onwetendheid bedacht heeft om de oorzaken uit te drukken, welker kennis ons verborgen is; neen, aanbid de beschikkingen der Goddelijke Voorzienigheid, die alles regelt, die vooral in de lijdensgeschiedenis van Jezus Christus ook zelfs de geringste omstandigheden verordend heeft. Deze Voorzienigheid was het, die Simon, een vreemdeling uit Cyrene, waarschijnlijk iemand van zeer geringen stand, van het land naar de stad deed terugkeeren en den bloedigen tocht deed ontmoeten, om den Goddelijken Zaligmaker eene hulp te brengen, welke Hem noodig was geworden, maar ook, en veel meer nog. om ons groote en heilzame lessen te geven. Alhoewel wij mogen veronderstellen, dat deze Cyreneër innig medelijden gevoelde met den uitgeputten Lijder, bood hij echter zijne hulp niet vrijwillig en uit eigen beweging aan; de Evangelisten zeggen uitdrukkelijk, dat hij er toe moest gedwongen worden. Toch is het niet onwaarschijnlijk, dat juist wegens zijne teekenen van medelijden de krijgsknechten, of misschien hun hoofdman op aanraden der joden, hem dwongen, volgens het recht, dat de Romeinen in geval van nood ten opzichte van vreemdelingen in de wingewesten lieten gelden, om Jezus het kruis te helpen dragen. Wat hier-

ocr page 189

177

van zij, Simon kon zich tegen den dwang, hem aangedaan, niet verzetten, en zoo werd hij beladen met het heilzame kruis van den Verlosser der wereld.

II Punt.

Eik rechtgeaard Christenhart smaakt ongetwijfeld een zoeten troost bij het zien, dat 'de arme, afgematte Jezus eindelijk eenige leniging vindt in Zijne smarten, een weinig hulp in Zijn ondraag-lijken last. Doch helaas, ook nu nog is Zijn Hart overstelpt van bitter wee! Die afschuwelijke vloeken en godslasteringen der krijgsknechten, die wegens de vertraging van den optocht in helsche razernij ontstaken; die duivelsche spijt, waarmede de joodsche oversten de machteloosheid van hun slachtoffer aanschouwden; ach, hoe deden ■/Aj het Hart van Jezus bloeden! En toch, dat Hart bonst van verlangen naar de strafplaats. Het wenscht niets vuriger, dan zoo spoedig mogelijk aan hunne woede te voldoen; maar Jezus kan niet meer. Hij is op het punt van te sterven. En daarom wordt Hij verwenscht en vervloekt, daarom wordt Hij gestampt en gestooten! daarom beven Zijne vijanden van spijt, omdat hun het genoegen dreigt te ontsnappen, dat zij van Zijn kruisdood verwachtten! Arm Hart van mijnen Zaligmaker, moest Gij ook deze foltering nog verduren! moesten Uwe vurigste verlangens naar

12

ocr page 190

178

den marteldood nog op zoo gruwzame wijze miskend worden !

Overweeg vervolgens wat het Hart van Jezus moet geleden hebben, omdat order die talrijke menigte niemand gevonden werd, die Hem eenige hulp wilde verleenen. Ach, pijnlijke gedachte ! Jezus had zoovele zieken genezen, aan zoovele kreupelen het gebruik hunner ledematen teruggegeven, en thans is er niemand, die ook maar eene hand uitsteekt om een dienst te bewijzen, waaraan Hij zoozeer behoefte heeft! En die getrouwe leerlingen, die bevoorrechte apostelen, die den avond tevoren nog plechtig betuigd hadden, dat zij bereid waren met hunnen Meester in het lijden, in den dood te gaan, waar zijn zij thans ? Petrus, waar zijt gij'? H. Joannes, gij bevindt u toch onder de menigte, gij aanschouwt de machteloosheid van Jezus, waarom dan blijft gij werkeloos? Engelen des hemels, gij kent Zijn onweerstaanbaar verlangen naar Golgotha, waarom snelt gij niet te hulp? O onbegrijpelijk geheim! maar ook, o foltering voor Jezus' Hart! Ach, is er dan niemand, zoo verzucht dat Hart, die Mij helpen wil, die Mijn kruis wil dragen ! Helaas, neen ! Simon, een vreemdeling, moest er toe gedwongen worden.

III Punt.

Nauwelijks heeft Simon het kruis opgenomen of alle schaamte en tegenzin zijn verdwenen; de

ocr page 191

179

liefdevolle blik van Jezus moedigt hem aan, hij gevoelt nu innig medelijden met den gefolterden Lijder en draagt gewillig, niet heilige blijdschap den boom des kruises. Waarlijk gelukkige Cyreneër! De Evangelisten hebben zijne daad verheerlijkt; zijn naam is onsterfelijk geworden, zijn aandenken blijft in eere bij alle geslachten. Waar ook ter wereld de lijdensgeschiedenis van Christus gevierd wordt, daar wordt hij herdacht; waar het lijden des Heeren door de Christelijke kunst verheerlijkt en de lijdensweg van Jezus in de veei'tien staties aan het oog der geloovigen wordt voorgesteld, daar ook vindt Simon zijne plaats. Het kruis van Jezus heeft hem onsterfehjken roem verworven, het is voor hem eene bron van genade en heil geworden. — Zie mijne ziel, dat is de belooning, welke hen wacht, die hun kruis gewillig en met liefde dragen. Gij benijdt aan Simon van Cyrene het geluk, dat hem te beurt viel, toen hij het kruis van den Verlosser der wereld mocht dragen; dit gevoel is niet afkeurenswaardig. Maar bedenk, dat gij u aan het Hart van Jezus duizendmaal aangenamer zult maken door uwe kruisjes met liefde en geduld te dragen, dan door de vurigste wenschen Zijn eigen kruis op te nemen. Indien iemand Mijn volgeling wil wezen, hij verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij, ^ heeft Jezus gezegd;

') Matth. XVI. 24.

ocr page 192

180

en omdat Hij weet, dat wij voor het kruis beven, dat onze bedorven natuur tegenstribbelt, daarom spreekt Hij ons bemo edigend toe : Neemt M ij n juk op u . . . . Wa n t Mij n j uk 1 s za ch t, en Mij n last is licht. 1) Als gij gaarne het kruis draagt, zegt daarom terecht de Schrijver der Navolging, 2) dan zal het kruis ook u dragen en het zal u tot uw gewenscht einde brengen, waar het lijden zal ophouden; doch draagt gij uw kruis onwillig, dan maakt gij het u tot een last en gij zult het toch moeten dragen, terwijl uw ongeduld het Hart van Jezus bedroeft. Het moet nu eenmaal zoo wezen en er is geen ander middel om het lijden van vele kwellingen en tegen-heden te ontgaan, dan dat gij uw leven voegt en schikt om geduldig te lijden. Wilt gij de vriend van Jezus zijn en deelgenoot van Zijn rijk worden, dan moet gij den kelk des lijdens met blijdschap drinken. Laat de vertroostingen aan God over; dat Hij daarmede handele volgens Zijn welbehagen ; wat u betreft, bereid u om vele kwellingen te lijden en houd die voor de grootste vertroostingen. En wanneer de moed u ontzinkt en het kruis u terneerdrukt, aanschouw dan uwen kruisdragenden Zaligmaker en verzucht:

„Mijn Jezus, barmhartigheid!quot;

■) JIatth. XI. 29, 30. 2) B II. H. XII..

ocr page 193

181

VIEEDE WEEK DEE VASTEN. ZATEEDAG.

LIEFDEDIENST VAN VEKONICA.

En Hem volgde eene groote schare van het volk, ook van vrouwen, die Hem beklaagden en beweenden. Lue. XXIII. 27

I Punt.

Volgens het verhaal van den H. Lucas waren onder de menigte, die Jezus volgde, ook vrouwen uit Jeruzalem, die Hem onverholen door geween en luide jammerklachten hare deernis en innige deelneming in Zijn lijden te kennen gaven. Doch de edele daad van medelijden, welke eene onder haar den Goddelijken Zaligmaker bewees, vinden wij bij de Evangelisten niet opgeteekend, maar is toch door de overlevering bewaard gebleven en over de gansche Christenwereld bekend geworden. Welk eigenlijk haar naam geweest is, weten wij niet en doet ook weinig ter zake; de godsvrucht der Christenen heeft haar Veronica, dat is W are afbeelding genoemd, waartoe het voorval zelf aanleiding gaf. Overweeg dan, mijne ziel, hoe de vrome Veronica den hulpeloozen Lijder in den erbarmelijksten toestand aanschouwt, hoe hare ziel door innig medelijden overmeesterd en met meer dan mannelijken moed bezield wordt. Gebruik makende van de omstandigheid, dat Simon van Cyrene het kruis van Jezus heeft overgenomen, weet zij onverschrokken door de beulen heen te

ocr page 194

182

dringen ; zij werpt zich voor Jezus op hare knieën neer, ontdoet zich van den witten sluier, dien zij volgens joodsch gebruik om liet hoofd droeg, en biedt dezen doek den Zaligmaker aan om Zijn Goddelijk gelaat, dat van vuilnis, bloed en zweet bedekt is, af te drogen. — Overweeg verder, hoe de Goddelijke Zaligmaker den liefdedienst van Veronica dankbaar aanneemt, hoe Hij haaide zoetste aller belooningen uitreikt. Hij ge-waardigt zich de trekken van Zijn aanbiddelijk gelaat in haren doek af te drukken, maar tevens onuitwischbaar in haar edel hart te prenten. Nimmer zal dat beeld van den lijdenden Godmensch uit Veronica's geheugen verdwijnen, nimmer zal Jezus haar vergeten ; een schat van kostbare genade, de gloriekroon der hemelingen en de immer durende roem van Jezus' Iverk op aarde, hebben hare tretfende liefdedaad beloond. O mijne ziel, zou Jezus niet op dezelfde wijze met u handelen, door Zijn wezen in u af te drukken, indien gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet? Ach, erken toch, dat niets voordeeliger voor u is, dan de gestadige overweging van het lijden en de smarten, welke de Zaligmaker voor u verduurd heeft.

II Punt.

Dat de godsvrucht der geloovigen door alle eeuwen heen de gedachtenis aan de vrome Veronica met eerbied bewaard heeft, wien zal het verwon-

ocr page 195

183

deren ? Of is het niet bovenmate zoet en troostvol deze heilige vrouw op den bloedigen lijdensweg van Jezus te ontmoeten, die doet wat zij kan en den lijdenden Godmensch den troost verschaft, die in hare macht is? Doch helaas, ook deze troost ging wederom vergezeld van nieuwe pijnen voor Jezus' Hart, zooals niet moeilijk te begrijpen valt. Met volle recht toch mogen wij veronderstellen, dat de onmenschelijke beulen over de verlichting, door Veronica den Goddelijken Zaligmaker gebracht, dubbele wraak zullen genomen hebben, dat dit bewijs van medelijden een vloed van ver-wenschingen en godslasteringen zal hebben uitgelokt en dat de edele vrouw voor haren liefdedienst van den kant der krijgsknechten en der joden niets dan bittere smaad- en scheldwoorden, bespottingen en beleedigingen zal hebben ingeoogst. En moesten nu die onverdiende beleedigingen niet loodzwaar, op het edelmoedig Hart van Jezus nedervallen, moesten die vernieuwde godslasteringen niet als vlijmende zwaarden in Zijn Hart doordringen? Verbeeld u een ongelukkige, ten prooi aan de hevigste smarten, van allen verlaten, door iedereen veracht en verguisd, die eindelijk iemand ontmoet die medelijden met hem heeft, maar het nu machteloos moet aanzien, hoe dat medelijden hem duur te staan komt, hoe hij om zijnentwil met beleedigingen overladen wordt; indien die ongelukkige een edel en gevoelig hart heeft, zal het dan den

ocr page 196

184

smaad, zijnen weldoener aangedaan, niet dubbel gevoelen ? Maar waar was ooit een hart zoo edel; zoo teedergevoelig als liet Hart van Jezus? getuigt niet iedere bladzijde van het Evangelie, dat het lijden en de droefheid der menschen telken male weerklank vonden in het mededoogend Hart des Zaligmakers, dat vooral de onschuldig verdrukten op Zijne gansch bijzondere voorliefde en bescherming konden rekenen? Oordeel dan, welke pijnlijke wonde dat Hart toegebracht werd door het lijden, dat de vrome Veronica om Zijnentwil moest ondergaan.

Ill Punt.

Oppervlakkig beschouwd, moge de liefdedienst van Veronica gering en onbeduidend schijnen in vergelijking met den iiitersten nood, waarin de Zaligmaker verkeerde; in Zijne oogen was hij bovenmate dierbaar en aangenaam, omdat hij voortkwam uit zuivere liefde. Want bij Jezus komt alles op de liefde aan. Die M ij liefheeft, zegt Hij in het Evangelie, zal van Mijnen Vader geliefd worden; o o k Ik z a 1 h e m 1 i e fh e bb e n, en Mijzelven aan hem openbaren. ') Welkeen zoete waarheid voor u, mijne ziel! Ongetwijfeld zoudt ook gij aan den lijdenden Jezus alle diensten hebben willen bewijzen, die in uwe macht stonden. Maar weet dan, dat Zijn Goddelijk Hart ook nu nog lijdt en vurig wenscht door u getroost te worden.

1) Joan. XIV. 21.

ocr page 197

185

De toekomstige Rechter toch van levenden en dooden heeft uitdrukkelijk verklaard, dat Hij op den grooten oordeelsdag tot de uitverkorenen zal spreken: Voorwaar zeg Ik u : voor zooveel gij dit aan één van deze Mijne geringste broeders gedaan hebt, d e e d t g ij het aan M ij. ') Kon Jezus zich duidelijker uitdrukken ? Kon hij op klaardere wijze te kennen geven, dat de armen, de behoef-tigen, de bedrukten, de lievelingen Zijns Harten zijn, dat Zijn Hart hunne ellende, hunnen nood. hunnen kommer levendig gevoelt? Wanneer gij dus een hongerige spijst, een naakte kleedt, een bedrukte troost, o dan beschouwt Jezus het als aan zich gedaan en zal u overvloedig vergelden ; zelfs een glas water, in Zijnen naam gegeven, zal niet onbeloond blijven. 2) Welk eene beweegreden den lievelingen van Jezus' Hart achting, eerbied, medelijden, in één woord, ware liefde toe te dragen ! Op de liefde komt alles aan. En die liefde is vindingrijk ; zij weet telkens nieuwe middelen aan te wijzen om den nood van anderen te lenigen en zoo het Goddelijk Hart te troosten. Zijn innigste dankbaarheid en rijksten zegen te verwerven ; zij zal ten minste altijd een woord van troost, van opbeuring, van bemoediging hebben en nooit of nimmer gevoelens van minachting of afkeer dulden.

i) Matth. XXV. 40. ■-) Mare. IX 10.

ocr page 198

186

Mijne ziel, hoe was tot hiertoe uw gedrag? Onderzoek u. Tracht uwe liefde tot Jezus' Hart steeds levendig te houden, dan zult gij ook Zijne lievelingen oprecht beminnen. Verzucht dikwijls : „Zoet Hart van Jezus, maak dat ik IT immer meer beminne.quot; (300 dagen afl. Raccolta).

VIJFDE WEEK DER VASTEN. ZONDAG.

JESUS TROOST DE WEBNENDE VROUWEN.

Weent niet over Mij, maar weent over u zeiven en over uwe kinderen. Luc. XXIII. 28.

I Punt.

Vervoeg u nog eens in den geest bij de tierende menigte, die den Goddelijken Zaligmaker naar den Calvarieberg volgde. Onder die menigte bevonden zich, volgens het verhaal van den H. Lucas, ook eenige vrouwen uit Jeruzalem, die hare tranen niet konden weerhouden en den uitgeputten Lijder door luide jammerklachten hare innige deelneming betoonden. Welk een schitterend getuigenis tegen de onrechtvaardigheid der opperpriesters en schriftgeleerden ! welk .een treffende hulde aan de onschuld van Jezus ter dezer plaatse en ter dezer ure gebracht! Waarlijk kostbare tranen, na de bloeddruppels, die uit Jezus' wonden op den grond nedervielen, het edelste en kostbaarste, dat op den lijdensweg gestort werd! Gelukkige jammerklachten, die ons een oogenblik dool' maken voor de gods-

ocr page 199

187

lasteringen, door Jezus' vijanden uitgebraakt! Wie wordt niet tot in het binnenste zijner ziel getroffen, wanneer hij daar op den weg naar Golgotha ter eere van den lijdenden Jezus, die tusschen twee boosdoeners ter strafplaats wordt gevoerd, tranen ziet vloeien uit de oogen der dochteren van diezelfde stad, die zich bezoedelt met Zijn Goddelijk bloed? Jezus zelf was er innig door bewogen. Op alles wat Zijne vijanden gezegd en gedaan hadden, had Hij geen acht geslagen, geen enkel woord was op den „Kruiswegquot; over Zijne gezegende lippen gekomen; zelfs Zijne bedroefde Moeder, Simon van Cyrene en de vrome Veronica had Hij slechts door een liefdeblik toegesproken. Maar nu Hij deze vrouwen ziet weenen te midden Zijner juichende vijanden, nu hare jammerklachten door de zegekreten van het baldadig gemeen doordringen, nu opent Jezus Zijnen Goddelijken mond en spreekt op matten, doch plechtigen toon, terwijl Zijn blik met oneindige liefde op haar rust: Dochters van J e r u z a-lem! weent niet over Mij, maar weent over u zei ven en over uwe kinderen. Want indien z ij dit doen aan het groene hout, wat zal dan aan het dorre ge-scliieden! Weent om de verschrikkelijke straf, welke de boosheid uwer medeburgers over Jeruzalem afroept; want indien de romeinsche krijgsknechten Mij, wiens onschuld zij kennen, zoo

ocr page 200

188

wreed mishandelen, wat staat dan uw volk te wachten, dat zij wegens zijn oproer zullen kastijden!

II Punt.

Tracht nu eenigszins te begrijpen, wat er omging in het Hart van uwen Jezus, toen Hij de weenende vrouwen aanzag en toesprak. Voorzeker klonk haar geschrei welluidend in Zijne ooren, waren hare tranen een zoete druppel in den bitteren kelk Zijns lijdens; maar dat belette toch niet, dat Zijn Goddelijk Hart ook wederom bloedde, dewijl deze vrouwen om Zijnentwille bedroefd waren en ongetwijfeld door de woeste soldaten met smaad- en scheldwoorden overladen werden, menige ruwe beleediging moesten ondergaan. Zie, dat pijnigt Zijn teedergevoelig Hart meer dan de uiterste droefheid, waaraan Het ten prooi was. Doch juist aan deze inwendige foltering hebben wij de eenige woorden te danken, welke onze Verlosser op den „Kruisweg' gesproken heeft, en die opnieuw voor de matelooze liefde Zijns Harten getuigen. Overweeg, mijne ziel, hoe het ongelukkig lot van haar, die daar ween en, Jezus zichzelven doet vergeten en het rampzalig Jeruzalem betreuren op het oogenblik, dat het Hem vermoordt. O liefde van Jezus' Hart, wat waart gij eene onuitputbare bron van altijd nieuwe smarten! De ontelbare brandende wonden, welke

ocr page 201

189

het lichaam van den Godmensch overdekten, waren minder pijnlijk dan de vreeselijke wonde door het vooruitzicht van Israel's rampen in Zijn Hart geslagen; dat Hij aan het kruis Zijn Goddelijk bloed zal moeten vergieten, is niets bij de gedachte, dat dit vergoten bloed zal komen over de trouwe-looze stad en hare bewoners. Indien dit aan het groene hout geschiedt, zoo verzucht het Hart van Jezus, indien Ik, de Schuldelooze zoo vreese-lijk moet lijden, omdat Ik de zonden van anderen op Mij heb genomen; wat zal dan met het dorre geschieden, wat zal van de hardnekkige joden en onboetvaardige zondaars geworden ? Ik heb Mijn lijden vrijwillig aanvaard, spoedig zal het eindigen en met eeuwige glorie bekroond worden; doch de straffen der zonde zullen verschrikkelijk zijn op deze aarde en zonder einde in de eeuwigheid. Ach, welk nut is er in Mijp bloed? Dat bloed zal komen over Mijn dierbaar Israël en over zoovele hardnekkige zondaars, voor wie het vruchteloos vergoten wordt! — O mijne ziel, ziedaar nog eens de eindelooze liefde van het Hart uws Zaligmakers 1 zij doet Hem Zijn eigen lijden vergeten om slechts te denken aan de rampen der menschen; en alvorens den voet op Golgotha te zetten, geeft Hij hun nog eene laatste, eene nadrukkelijke vermaning : Weent niet over Mij, maar weent over u zeiven! stort tranen van leedwezen over uwe zonden, opdat Mijn dood u het leven schenke.

ocr page 202

190

III Punt.

Leer hier vooreerst hoe gij u gedragen moet in beproevingen en in het lijden. Het is niet verboden alsdan ons hart in een medelijdend hart uit te storten, troost en verlichting te zoeken. Jezus zelf heeft de hulp van Simon, den liefdedienst van Veronica niet geweigerd, en met welgevallen zag Hij neer op de tranen der weenende vrouwen. Maar dat bij deze gelegenheden uwe zuchten geen gemor worden ; dat eene volle overgeving aan Gods aanbiddeljjken wil steeds het kenmerk uwer smarten blijve! Gij moet, evenals uw Goddelijk Voorbeeld, met geduld en gelatenheid uw kruis blijven dragen zoolang het Hem behaagt; Jezus is u voorgegaan, Hij zal u kracht en sterkte verleenen en uw geduld en uwe moeite overvloedig beloonen. Welk was tot hiertoe uw gedrag? moogt gij met vertrouwen die belooning verwachten ?

Overdenk vervolgens, dat die eeuwig gedenkwaardige vermaning, welke op den „Kruiswegquot; over Jezus' lippen kwam, ook tot u gericht is. Reeds in het begin van Zijn openbaar optreden had de Goddelijke Leermeester tot boetvaardigheid aangespoord en op de meest uitdrukkelijke wijze gezegd: Bekeert a, doet boetvaardigheid, want het Rijk der Hemelen is genaderd;1)

1

Matth. IV. 17.

ocr page 203

diezelfde leer herhaalde Hij voortdurend; en de geheele lijdensgeschiedenis, wat was zij anders dan eene stilzwijgende, doch dringende vermaning tot boetedoening voor de zonde, die Jezus zooveel deed lijden? En thans, nu het oogenblik nadert, waarop Hij dat Rijk der Hemelen zal ontsluiten, waarop Zijn bloed zal vloeien tot nitwissching der zonde, nu Hij de plek genaderd is, waarop Zijn dood ons van den dood zal verlossen, nu staat Hij een oogenblik stil en roept u een laatste maal toe: Ween over u zeiven! ween over de dagen, over de maanden misschien, welke gij in vijandschap met uwen God hebt doorgebracht! ween over uwe vroegere zonden, waarvan gij de tijdelijke straffen nog niet hebt uitgeboet! ween over uwe dagelijksche fouten en misstappen, over het verdriet, dat gij Mijn Hart hebt berokkend, over het aandeel, dat gij aan Mijn lijden en sterven gehad hebt! — Mijne ziel, wat gevoelt gij bij deze overweging ? O, hernieuw uwen ijver in het volbrengen der verstervingen, welke gij bij het begin der Vasten hebt voorgenomen; smeek dikwijls en met aandrang de gaaf der tranen af! Niets is zoo heilzaam, niets is zoo troostvol voor u zeiven. Ik vind meer troost in de tranen, welke ik stort over mijne zonden, sprak de H. Augustinus, dan ik ooit gesmaakt heb in de genoegens der wereld. „H. Hart van Jezus, toevlucht der zondaren, ontferm U mijner!quot;

ocr page 204

192

VIJFDE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

AANKOMST OP GOLGOTHA. DE MYRKHEWIJN.

En zij kwamen aan eene plaats, genaamd

Golgotha..... En zij gaven Hem wijn

te drinken met gal gemengd.

Matth. XXVII. 33, 34.

I Punt.

Eindelijk houdt de treurige optocht stil. Hij heeft eene ietwat verhevene, ronde en kale rotshoogte bereikt, die volgens het meest waarschijnlijk gevoelen wegens hare gedaante in het Hebreeuwsch Golgotha, in het Latijn Cal varia genoemd werd. wat in onze taal Schedel beteekent. De vier Evangelisten voegen er het woord plaats bij, zoodat het geheel door Schedelplaats kan worden uitgedrukt; zij lag aan den openbaren weg, ongeveer driehonderd schreden buiten de poort van Jeruzalem. Op deze bevoorrechte plek gaat het tooneel plaats vinden, dat in heiligheid en grootschheid zonder weerga zal blijven; op deze plek zal de glorierijke krijgstropee verheven worden ten teeken, dat de groote strijd tegen den vorst der hel gestreden is; hier zal worden opgericht het heilig altaar des kruises, waarop de eeuwige Hoogepriester het offerbloed gaat plengen des Nieuwen Verbonds tot uitwissching dei-zonde.

Vestig vervolgens nog eens uwe aandacht op

ocr page 205

193

de personen. Zie die woeste beulen, die naar het oogenblik snakken, waarop zij bun werk kunnen voltrekken ; zie dat belscb genoegen in de oogen der joodscbe oversten, dat klimmend ongeduld onder de menigte, de droefheid der weenende vrouwen, de bittere smart van Maria; zie eindelijk uwen afgematten, uitgeputten Jezus! Geheel misvormd, met bloed en vuilnis overdekt, staat Hij te midden der twee moordenaars en vereenigt aller blikken op zich. O, mijne ziel, blijf ook gij uwen Jezus aanschouwen. Zie hoe men Hem wijn aanbiedt, met myrrhe gemengd. Bij de joden namelijk bestond het gebruik, aan de ter dood veroordeelden wijn te drinken te geven, waarin myrrhe was opgelost, ten einde hen te bedwelmen en hunne pijnen minder smartelijk te maken. Naar dit gebruik voegden zich de krijgsknechten.

Zoo wil Jezus ook hierin met de misdadigers gerekend worden, zonder echter de lafenis, welke anderen in dezen drank vonden, aan te nemen; want hoezeer Hij ook smacht naar een verfris-schenden dronk, hoe ijselijk de pijnen der kruisiging ook zullen zijn, de teuge der bedwelming meent Hij te moeten afwijzen ; met volle bewustzijn zal Hij het offer des levens brengen voor het heil der wereld, gelijk Hij met volle vrijheid onze zonden had op zich genomen. Nochtans brengt Hij den beker aan Zijne lippen en proeft zijne

13

ocr page 206

194

bitterheid. En geproefd hebbende, wilde Hij niet drinken 1).

II Punt.

Overweeg nu, mijne ziel, welke gevoelens het Hart van Jezus vervulden, toen Hij de kruin van Golgotha bereikte. Zijne aardsche loopbaan spoedt ten einde, het doel Zijner menschwording is nabij; de heilige berg is bestegen, waarop Hij der wereld het grootste bewijs zal geven Zijner liefde, die, hoewel oneindig, en bijgevolg niet vatbaar voor vermeerdering, toch meer en meer duidelijk uitscheen, krachtiger te voorschijn trad, naarmate Zijn sterfelijk leven afnam. Ik moet een doopsel ontvangen, had Jezus gezegd, en hoezeer word Ik geprangd totdat het volbracht zij 2), totdat Ik door den kruisdood het mensch-dom zal verlost hebben! Dat verlangen Zijns Harten gaat nu bevredigd worden. Alles is in gereedheid, nog een oogenblik, en het groote zoenoifer voor de zonden der wereld gaat een aanvang nemen. Maar ach, de lijdenskelk is nog vol bitterheid, nog drie lange uren van onbeschrijfelijk lijden wachten den armen Jezus! O, hoe deed dat vooruitzicht Zijne menschelijke natuur terugdeinzen en beven! hoe werd Zijn Hart overstelpt van wee, bij het aanschouwen van het kruis, waaraan Hij zou sterven, van den noodlottigen

') Matth. XXVII. 3i. 2) Lnc. XII. 50.

ocr page 207

195

kuil, waarin de boom des levens zou geplant worden, van de akelige gereedschappen, welke de beulen te voorschijn haalden! hoe kromp dat Hart ineen van pijn, bij het hooren van de godslasteringen der krijgsknechten, van de sarrende spotternijen der schriftgeleerden, van het ongeduldig gemompel der menigte! hoe bloedde Het over de uiterste droefheid Zijner teeder geliefde Moeder en der getrouwen, die haar vergezelden! En dat alles lijdt het Hart van Jezus zonder eenigen troost, zonder de minste klacht, enkel en alleen uit liefde tot de menschen ; Hij weigert zelfs den drank der bedwelming, maar wil toch zijne bitterheid proeven, opdat niets ontbreke aan de folteringen, welke diezelfde menschen Hem bereidden.

III Punt.

Overweeg nu hoe zelfs de lafenis, welke men aan boosdoeners en moordenaars niet weigerde, voor den onschuldigen Jezus nog met bitterheid gemengd werd. Want alhoewel de krijgsknechten zich naar het joodsch gebruik voegden, namen zij toch slechts gedeeltelijk dit gebruik in acht; in plaats van goeden, boden zij den Zaligmaker verzuurden, met gal en myrrhe gemengden wijn aan. Waarom handelden zij aldus? hadden de schriftgeleerden hen hiertoe aangehitst; of hadden zij zich misschien herinnerd, dat de tong van Jezus nog geen afzonderlijke beurt had gehad in

ocr page 208

196

de folteringen, welke zij den Lijder deden ondergaan? Wat hier van zij, Jezus proefde den walgelijken en bitteren drank. Zijne gezegende tong werd er door gepijnigd om te voldoen voor de vele misslagen, welke de menschen door de tong bedrijven. En o, hoe talrijk zijn die fouten! Zonder nog te gewagen van vloeken, van ergerlijke taal en laster, behoeft gij slechts te denken aan die uitingen van ontevredenheid, ongeduld en gemor over de beschikkingen van oversten, ja zelfs dei-Goddelijke Voorzienigheid; aan die beoordeelingen en afkeuringen der handelingen, ja zelfs der inzichten van den evenmensch; aan die bijtende scherts, die menige pijnlijke wonde toebrengt; aan die spot- en bedilzucht, die niets en niemand ontziet; aan dat verfoeilijk overbrengen en ver-grooten der fouten van anderen ; aan die liefde-looze gesprekken in één woord, die minnende harten van elkander vervreemden en het Hart van Jezus bedroeven; en gij zult het woord van den apostel Jacobus begrijpen, wanneer hij de tong het heelal der ongerechtigheid noemt, maar ook dit andere woord: Zoo iemand in het spreken niet struikelt, op geenerlei wijze zondigt, die is een volmaakt man; hij is machtig om ook geheel het lichaam in toom te houden.1) — Mijne

quot;) Jac. III. 6. 2.

ocr page 209

197

ziel, erken uwe schuld, maar verlies den moed niet; eene kwade gewoonte wordt door eene goede overwonnen. Stel dikwijls een onderzoek in omtrent het gebruik uwer tong, voorzie de gevaarlijke gelegenheden en maak u gewoon alsdan vooral te verzuchten:

„H. Hart van Jezus, ontferm ü mijner!'

VIJFDE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

JEZUS WORDT VAN ZIJNE KLEEDEREN BEROOFD.

Zij hebben Mijne kleederen onder zioli verdeeld, en over Mijn gewaad hebben zii hot lot geworpen. Joan. XIX. 21.

I Punt.

Nadat men den Zaligmaker den bitteren myr-rhewijn had aangeboden, begonnen de beulen aanstonds hun werk. Als verslindende wolven werpen zij zich op het Lam Gods en rukken Jezus, met uitzondering van den lendendoek, de kleederen van het lijf, welke zij, volgers het toenmalig gebruik, als een wettigen buit zich mochten toeëigenen en onder elkander verdeelen ; doch daar de rok zonder naad, van boven tot onder één weefsel was, zeiden zij tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar er om loten, wie hem hebben zal. Opdat de Schrift vervuld wierde, die zegt: Zij hebben Mijne kleederen onder zich verdeeld, en over

ocr page 210

198

Mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. Waarlijk kostbare buit, die de beulen hier bemachtigen ! Reeds den vorigen avond waren deze kleederen bevlekt met het bloed van Gods Zoon, dat de doodsangst Hem uit de aderen perste ; zij hadden vooral in den vroegen morgen uit ontelbare wonden dat heilig bloed gedronken, toen Jezus na de geeseling er zich mede bedekte ; en thans waren zij schier over Zijn gansche lichaam in de nog geheel versche wonden vastgekleefd. O mijne ziel, huivert gij niet bij deze laatste gedachte? hebt gij die nieuwe bron van onnoemelijk lijden erkend, dat uwen Jezus wacht ? Ach, verbeeld ii te zien, hoe de onmenschelijke beulen Hem die kleederen met ruw geweld van het lijf rukken ; al die brandende wonden worden opnieuw opengereten en beginnen opnieuw te bloeden. Mijn God, welk eene marteling ! Wie kent niet de vlijmende smart eener enkele wende, die onvoorzichtig wordt aangeraakt en van haar verband beroofd ? Helaas, wat moet dan de arme Zaligmaker geleden hebben bij deze ruwe mishandeling ! Zijne wonden waren ontelbaar ; van de zole des voets, tot de kruin van het hoofd, was geen gezond lidmaat meer in Hem. En al die wonden werden tegelijk opengescheurd ! Arme Jezus, wat lijdt Gij toch veel! wat hebt Gij toch misdaan om zoo wreedaardig behandeld te worden ? 0, ik verneem het antwoord van den Hemelschen Vader; Om

ocr page 211

199

de misdaad van Mijn volk heb Ik Hem geslagen! 1)

II Punt.

Overweeg nu, mijne ziel, hoe, terwijl de vlijmende smarten in het heilig lichaam van Jezus woedden, het tweesnijdend zwaard der schaamte Zijn Goddelijk Hart doorboorde. Van alle gevoelens, welke God in het menschenhart geprent heeft, is het gevoel van schaamte het teederste, het heiligste ; het is als een zoete geur des hemels, die zelfs de bedorven natuur omzweeft; het is die geheimzinnige adel des menschen, door de hand des Scheppers op zijn blozend gelaat gedrukt, die hem boven de redelooze wezens verheft. Dit schaamtegevoel is zoo teeder, zoo diep geworteld, dat duizenden martelaren zich liever lieten in stukken houwen, dan het prijs te geven ; zoo heilig, dat zwakke vrouwen en teedere maagden den pijnlijksten dood boven zijne krenking verkozen. Mijn God, wat moet dan in het binnenste van den Goddelijken Zoon der Maagd zijn omgegaan, wat moet het Hart van den Minnaar der zuiverheid, van den Bruidegom der maagden geleden hebben, toen men Hem, op de meest schaamtelooze wijze, de kleederen van het lichaam rukte en Hij aan de wulpsche blikken van een baldadig gemeen, van een onafzienbai'e menigte

') Is. 1,111. 8,

ocr page 212

200

was blootgesteld! hoe moeten de versnelde kloppingen van dat Hart Zijn Goddelijk bloed naaide wangen gedreven hebben, om ze met den lioogrooden blos der schaamte te overdekken! O liefelijke zon, waarom weerhoudt gij uwe stralen niet om dengene in duisternis te hullen, die u op den dag der schepping met licht bekleedde ? Engelen des hemels, waarom daalt gij niet neder, om met uwe stralende vleugels uwen Koning tegen de blikken der goddeloozen te beschermen ? En gij, lieve Moeder Maria, die met zooveel zorg en teederheid het kleed van Uwen Jezus geweven hebt, waarom nadert gij thans niet, om met uwen sluier Zijn maagdelijk lichaam te bedekken? Helaas, mijne ziel, de zon verduistert niet, geen engel verschijnt en der Moeder is de toegang afgesloten! Welaan dan, lieve Jezus, toon zelf Uwe oppermacht, bekleed ü met den glans, die ü op Thabor bestraalde en die de oogen der stervelingen verduistert! — Doch neen, de kuische Jezus wil ook deze bitterheid van den lijdenskelk proeven. Zijn Hart wil ook deze schande doorstaan, die allen smaad overtreft, welken Het tot hiertoe geleden heeft, en die duizendmaal pijnlijker is, dan het openrijten der brandende wonden. Ach, hoe past op Hem de klacht van den Psalmist: De schaamte van mijn aangezicht bedekt mij1); en de verzuchting, welke hij in

') Ps. XLIII. 16,

ocr page 213

201

Zijnen naam slaakte: Z ij, z ij hebben M ij beschouwd en hebben Mij bezichtigd.1)

III Punt.

Overdenk nn, mijne ziel, dat het uwe geestelijke naaktheid was, welke Jezus deed lijden. De mensch was in de handen van roovers gevallen, de zonde had hem van het kleed der genade beroofd en tot den dood toe gewond. Deze naaktheid nam de Verlosser op zich, deze schande verdroeg Hij, om ons het kleed der genade weder te brengen, om onze wonden te genezen. Maar ach, hoe duur kwam dit aan Jezus te staan, hoe pijnlijk was deze voldoening! In het paradijs stond de mensch omkleed met onschuld en genade: hier siddert de Godmensch in smaadvolle naaktheid ! daar smaakte Adam het volle genot van den lusthof: hier zucht de Verlosser op den heuvel des doods! daar jubelden de engelen over de schoonheid des schepsels : hier spotten de beulen met de schande des Scheppers! O mijne ziel, erken toch den losprijs, dien Jezus voor het kleed uwer onschuld betaald heeft! Door Zijne oneindige verdiensten zijt gij in het heilig Doopsel rein gewasschen van de smet der erfzonde, ontvingt gij het kleed der heiligmakende genade: wat is er van dat kleed geworden? hebt gij het altijd onbevlekt bewaard? of hebben ten minste uwe tranen van berouw en

gt;) Pa, XXI. 18,

ocr page 214

202

leedwezen de vlekken uitgewischt, waarmede uwe eigen zonden liet bezoedelden? hebben uwe werken van boetvaardigheid hersteld, wat uwe ongetrouwheden bedierven? Gij kent de gelijkenis, waarin Jezus het lot afschildert van den ongelukkige, die zonder bruiloftskleed de feestzaal was binnen gegaan. Bindt hem zijne handen en voeten, zoo sprak de koning tot de dienaars, en werpt hem in de duisternis daar buiten; daar zal geween zijn en geknars der tanden. 1) Heeft die vreeselijke ramp u nooit boven het hoofd gehangen? Ongetwijfeld ja, indien gij ooit buiten de liefde van God, in staat van doodzonde geleefd hebt; waart grj in dien rampzaligen staat komen te sterven, gij zoudt voor eeuwig verwezen zijn naar de helsche duisternissen. Oordeel dan, hoe kostbaar de schat is, dien Jezus u bij Zijne ontkleeding verdiend heeft, kostbaarder dan alle schatten dezer aarde. En wat doet gij om dezen schat te bewaren? welke zorgen wendt gij aan om die liefde tot God, die heiligmakende genade altijd te vermeerderen, om alles te vermijden, wat haren glans zon kunnen verduisteren? Onderzoek u en laat niet na te verzuchten:

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik ü immer meer beminne.quot;

(300 dagen afl. Raccolta.)

'.) Matth. XXIT. 13.

ocr page 215

203

VIJFDE WEEK DER VASTEN. WOENSDAG.

JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD.

En toen zij gokomen waren aan de plaats, do Schedelplaats genoemd, kruisigden zij Hom aldaar. Lnc. XXIII. 33.

I Punt.

Met opmerkelijke kortheid verhalen de vier Evangelisten do kruisiging des Zaligmakers. Zij kruisigden Hem: ziedaar de geheele beschrijving. Zelfs de H. Joannes, die alles zag en hoorde, bepaalt zich tot hetzelfde woord. Het is, alsof zij slechts met weerzin terugdachten aan dit verschrikkelijk tooneel, alsof dit bloedig voorval in de lijdensgeschiedenis iedere beschrijving trotseerde. En toch, mijne ziel, wat geven die weinige woorden ve#l te denken! Zij kruisigden Hem: Wie? Lage, ellendige beulen, gemachtigd door den laf-hartigen landvoogd Pilatus, die zelf het onrechtvaardig vonnis op rekening stelde van den blinden haat van het volk van Israël. Wien? Jezus van Nazareth, den Koning der joden, den lang verwachten Messias, den eenigen Zoon van den levenden God, die kwam, om Zijn volk te verlossen, die rondging, overal weldaden verspreidende. — Zij kruisigden Hem: de kruisdood was van allo straffen de wreedaardigste, de afschuwelijkste, de meest onteerende. Zie den armen Jezus op het kruishout uitgestrekt liggen. Mijn God, daar dreunen de doffe hamerslagen en drijven den groven nagel door de hand des Zaligmakers! het Goddelijk

ocr page 216

204

bloed springt in breeden straal omlioog, het bevochtigt de ruwe beulenhand, het purpert het hout des kruises, het vloeit neder op den grond ! het maagdelijk vleesch wordt verscheurd, de gevoelige zenuwen worden vaneengereten, het gebeente wordt verbrijzeld! — Viermaal wordt de wreede foltering met telkens klimmende smart herhaald en Jezus is met handen en voeten aan het vloekhout geklonken. De beulen gingen hierbij met zulk een ruw geweld te werk, dat Zijne beenderen kraakten, Zijne ledematen ontwricht werden. Zijne pezen en aderen scheurden en Hij bij deze wreede marteling ongetwijfeld zoude gestorven zijn, indien Zijne Godheid Hem niet gesterkt had tot het doorstaan van bovenmens''helijke smarten, tot het ledigen van den lijdenskelk, waarin helaas ; nog zooveel bitterheid over was.

II Punt.

Aanschouw nu, mijne ziel, uwen aan het kruis vastgeklonken Jezus, wend uwe oogen niet af van Zijne matelooze ellende! Een onbeschrijfelijke smart doet al Zijne ledematen rillen en beven, de akelige doodskleur overdekt Zijn aangezicht, de koude zweetdruppels vermengen zich met het Goddelijk bloed, dat de versnelde kloppingen van Zijn Hart naar buiten drijven. Ach, hoe is dat Hart tot brekens toe overstelpt van wee! hoe heeft Het gebeefd bij iederen hamerslag! hoe is

ocr page 217

205

Het ineengekrompen van pijn en uitgeput door liet aanhoudend bloedverlies! Maar wat was dat alles bij de pijnlijke gedachte, welke Jezus bezig hield en die Zijn hart de wreedste aller wonden toebracht, de gedachte, dat Zijn lijden en sterven vruchteloos zullen blijven voor zoovele onboetvaardige zondaars, wier zielen Hij meer bemint dan Zijn eigen leven. Voor hen toch heeft Hij zich gewillig op het vloekhout uitgestrekt. Zijne handen en voeten met ruwe nagelen laten doorboren ; voor hen stroomt Zijn Goddelijk bloed, voor hen zal Hij verbleeken en sterven; en toch, helaas, zij zullen ondankbaar blijven, zij zullen hunne wederliefde weigeren en eeuwig verloren gaan! Arm Hart van Jezus, wat moet dat akelig vooruitzicht ü gefolterd hebben! O mijne ziel, wilt gij iets begrijpen van deze gruwzame foltering, herinner u dan, wat de goede Zaligmaker tot de gelukzalige Margareta zeide, toen zij het bevel ontving, de devotie tot het Goddelijk Hart algemeen te verspreiden, „ten einde door dit middel het ongevoelig hart der menschen te vermurwen.quot; In de hartroerendste woorden beklaagde Jezus zich over de liefdeloosheid, over de ondankbaarheid der menschen en voegde er bij: „Zij is Mij pijnlijker dan alles, wat Ik in Mijne passie geleden heb; ja Ik zou dat alles voorniets achten, en, ware het noodig, nog meer voor hen doen, indien zij slechts Mijne liefde met wederliefde

ocr page 218

206

wilden vergelden.' En dan verzuchtte Zijn Hart in droefgeestige weeklacht: „Zal er dan niemand zijn, die medelijden met Mij heeft, die met Mij lijdt en deelneemt in de droefheid, waartoe de zondaars Mij brengen?quot; Ach ja, lieve Jezus, ik heb medelijden met U, ik deel in Uwe smarten; ach, was ik toch meester van de harten aller menschen om ze in liefde tot U te ontvlammen! Ontvang ten minste mijn hart; voortaan zal het slechts kloppen uit liefde tot ü.

III Punt.

Het onbeschrijfelijk lijden, dat de gedachte aan de ondankbaarheid en het eeuwig ongeluk van zoovele onboetvaardige zondaars aan het Hart van Jezus veroorzaakte, is wel het grootste bewijs voor de waarde der menschelijke ziel. Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, begiftigd daarenboven met bovennatuurlijke genade en voorrechten, leverde die ziel zich vrijwillig over aan satan, die haar in helsche boeien klonk. En zie, om die ziel te verlossen, biedt de Eeuwige Vader Zijn eenigen, oneindig beminden Zoon aan; Zóó lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft. l) Om die ziel te verlossen neemt de tweede persoon der aanbiddelijke Drievuldigheid de menschelijke natuur aan, en terwijl een enkele druppel van Zijn

') Joan. III. 16.

ocr page 219

207

Goddelijk bloed, een enkele traan, ja een enkele zucht ware voldoende geweest, wil de GodmenscL meer, onbeschrijfelijk veel meer doen ; Hij weent als een zwak kind in een beestenstal, arbeidt jarenlang in de werkplaats van een eenvoudigen timmerman, doorkruist gedurende drie jaren de steden en dorpen van Judea, stort Zijn Goddelijk bloed bij stroomen in den hof van Olijven, bij de geeseling en doornenkroning, op den weg naar Golgotha, en is hier met handen en voeten aan het harde kruishout vastgeklonken; en toch wordt dat alles nog overtroffen door bet lijden Zijns Harten, dat bet vooruitzicht van den ondergang der onboetvaardige zielen veroorzaakt; toch verklaart die Zaligmaker zich bereid nog meer te lijden indien het noodig ware, om die zielen te redden. Mijn God, wat moet mijne ziel toch kostbaar zijn in Uwe oogen! Wat is toch de mensch, dat Gij hem verheft, of waarom schenkt Gij hem de genegenheid Uws Harten! 1) — En ik, wat heb ik tot hiertoe gedaan om mijne ziel te redden, om haar deelachtig te maken aan de verdiensten van Jezus' leven, lijden en sterven ? boe heb ik beantwoord aan Zijne vaderlijke inzichten ? hoe heb ik Zijne matelooze liefde vergolden? Wat staat mij dan voortaan te doen? O Jezus, zegen mijne voornemens !

,Mijn Jezus, barmhartigheid !quot;

') Job VII. 17.

ocr page 220

208

VIJFDE WEEK DEE VASTEN. DONDERDAG.

JEZUS HANGT AAN HET KRUIS.

Er werden toen met Hora twee roovers gekruisigd, één ter rechter- en één ter linkerzijde.

Matth. XXVII. 38.

I Punt.

De bittere lijdenskelk, dien de Verlosser dei-wereld moest drinken, was nog niet geledigd; nog drie volle uren van bangen en allersmartelijksten strijd wachtten Hem. Na de doffe hamerslagen, die de ruwe nagelen door Jezus' banden en voeten dreven, heeft de menigte met sidderend ongeduld het oogenblik afgewacht, waarop het kruis zou verheven worden, waaraan zij Hem, wiens bloed zij over zich en hunne kinderen hadden afgeroepen, zouden aanschouwen. — Zie, daar rijst het bloedend lichaam omhoog; met een geweldigen schok wordt het kruis in den kuil neergelaten en daarna bevestigd; de wonden Zijner handen en voeten scheuren verder open, het bloed vloeit in breedere stroomen. De beulen hebben hun werk gedaan, Jezus hangt tusschen hemel en aarde, te midden van twee moordenaars ! De engelen weenen, de hel juicht, en een oorverdoovend geschreeuw stijgt op uit de menigte, eene vervloeking tegen den Verlosser der wereld. Mijn God, welk een schouwspel! Eindelijk dan, heeft de afschuwelijke boosheid der joden gezegevierd, hunne wraakzucht is gekoeld,

ocr page 221

209

maar helaas ! zij is nog niet bevredigd ; bij de smarten voegen zij nog spot en hoon. Met duivelsche wreedheid verlustigen zij zich in Jezus' lijden ; zij drijven den spot met Zijn wondermacht en roepen Hem hoonend toe: Anderen heeft Hij verlost, zich zeiven kan Hij niet verlossen; 1) zij drijven den spot met Zijn Goddelijk koningschap: IsHijlsraëlsKo-ning, dat Hij nu afkome van het kruis, en w ij gelooven aan Hem; zij drijven den spot met Zijn vertrouwen op God, met Zijn Godheid zelve; Hij heeft op God vertrouwd; die ver losse Hem nu, indien Hij welgevallen aan Hem heeft! Hij zeide immers: Ik ben Gods Zoon. ') En niet alleen de menigte, die het krnis omringde, doch ook zij, die v o o r b ij g i n g e n, lasterden Hem, hunne hoofden schuddende, en zeggende: Ha! gij, die den tempel Gods afbreekt, en dien in drie dagen weder opbouwt, verlos u zeiven; indien gij Gods Zoon zijt, kom dan af van het kruis!1) Ja, alsof dit alles nog niet genoeg ware, voegt de Evangelist Matthaeus er nog bij: Gelijkerwijze beschimpten Hem ook de roovers, die met Hem gekruisigd waren.

') Matth. XXVII. 39-44.

14

ocr page 222

210

II Punt.

Bedenk nu, mijne ziel, dat het Hart van Jezus liet brand- en middelpunt was, waar al de pijnen Zijns lichaams en al de smarten Zijner ziel zich vereenigden, en gij zult althans iets begiijpen v»n hetgeen Het op Golgotha geleden heeft. Doch wie zou ons dat lijden beter kunnen beschrijven dan de Moeder der smarten, die naast het kruis stond en eiken zucht van het Goddelijk Hart opving? Luister dan, hoe Maria in eene veropenbaring aan de H. Birgitta den deerniswaardigen toestand schilderde, waarin haar Zoon aan het kruis verkeerde. ,Zijne oogen,quot; .zoo sprak zij, „schenen bijna uitgedoofd, Zijne wangen waren ingevallen; eene akelige bleekheid overdekte Zijn gelaat; Zijn mond was geopend. Zijne tong bloedrood, Zijn lichaam bleek en loodkleurig .... Doch Zijn Hart, en Zijn Hart alleen was nog ongeschonden, omdat Het van natuur sterk en op de volmaaktste wijze gevormd was; want uit mijn lichaam had Hij een allervolmaaktst lichaam aangenomen .... En juist hierom streed het leven met den dood in Zijn gewond lichaam. Want nu eens klom de smart uit de ledematen en de gefolterde zenuwen des lichaams naar Zijn Hart op en kwelde Het op ongeloofelijke wijze; dan wederom daalde de pijn uit het Hart naar de verscheurde ledematen af,.... en zoo duurde het leven voort in de hevigste folteringen.quot;

ocr page 223

211

Maar deze lichamelijke folteringen waren het niet alleen, die het Hart des Zaligmakers kwelden, veel meer nog leed Het door de zielesmarten. Mijn God, hoe moet dat Hart gebloed hebben over de ondraaglijke schande, welke men Uwen Zoon aandeed, door Hem als den hoofdschuldige in het midden van twee moordenaars tentoon testellen! hoe moeten die verwenschingen, die afschuwelijke godslasteringen, welke van alle kanten tegen Hem werden uitgebraakt, als scherpe pijlen in Zijn Hart zijn doorgedrongen! wat moet dat Hart geleden hebben bij de gedachte aan die getrouwen, die hunne betraande oogen op Hem richtten en om Zijnentwil in de uiterste droefheid waren! En wie zal den afgrond van smarten peilen, waarin het Hart van Jezus gedompeld werd, toen Zijn blik de godvruchtige vrouwen, den beminden leerling en zelfs Zijne dierbare Moeder het kruis zag naderen! Arm Hart van Jezus, hoe kondet Gij het verdragen! wat moet üwe liefde toch groot geweest zijn, om zooveel voor mij te lijden !

III Punt.

De Verlosser der wereld verscheen op aarde om aan de menschen den wil des Hemelschen Vaders bekend te maken, om hen te heiligen en tot God terug te voeren, van wien zij zich door de zonde verwijderd hadden. Geheel Zijn leven was een

ocr page 224

212

schitterend voorbeeld van alle deugden, eene leerschool der volmaaktheid; maar nergens gaf Hij ons zoo verheven lessen als op den bloedigen leerstoel van het heilig kruis. O mijne ziel, kniel, huiverend van eerbied, naast dezen smartvollen leerstoel neer, en overweeg met aandacht de voorbeelden, welke de Goddelijke Leermeester u geeft. Welk een voorbeeld van geduld en gelatenheid in pijnen en smarten! Wanneer eene lichte ziekte u overvalt, een klein ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet? En Jezus lijdt met de allervolmaaktste verduldigheid de wreedste folteringen. — Hoe leert de Zaligmaker u hier eene volle onderwerping aan de beschikkingen der Goddelijke Voorzienigheid, eene volmaakte overgeving aan den wil des Allerhoogsten en bijgevolg ook eene blinde gehoorzaamheid aan de bevelen uwer oversten, die Gods plaats bekleeden en u Zijnen wil bekend maken! — Hoe leert gij hier de bespotting en de verachting der menschen verdragen ! Door uwe zonden hadt gij den Koning der koningen een onbeschrijfelijken smaad toegebracht; Jezus wilde aan het kruis dien smaad uitboeten door zich te onderwerpen aan de laagste verguizing en onteerendste bespotting; maar Hij wilde u ook leeren om Zijnentwil allen smaad, alle verachting der wereld met geduld te verdragen. Een leerling is niet boven den meester, noch een dienstknecht boven

ocr page 225

213

zijnen h e e r, l) heeft de Zaligmaker gezegd; en de Apostel schrijft: Allen, die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolging lijden. 2) Verwonder u dus niet, wanneer de boozen u haten en vervolgen; vestig uwe blikken op den gekruisigden Verlosser en tracht Zijn voorbeeld na te volgen. — Leer hier eindelijk hoe gij moet beminnen. De liefde toont zich vooral in het lijden, het is bijzonder in de smart, dat 's men-schen hart zich openbaart. Evenals het nameloos lijden, dat Jezus verduurt, u de oneindige liefde Zijns Harten aantoont, zoo ook zijn de wederwaardigheden en ongemakken, de pijnen en smarten, welke gij geduldig verdraagt, de maatstaf uwer liefde; oordeel volgens dezen maatstaf over hare vurigheid en verzucht:

„Zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde!quot;

VIJFDE WEEK DER VASTEN. VRIJDAG.

EERSTE WOORD VAN JEZUS AAN 1IEÏ KRUIS.

Vader! vergeef hun! want zij weten niet wat zij doen! Lue. XXIII. 34.

I Punt.

Kniel wederom in den geest neer naast den smart-vollen leerstoel van den Goddelijken Meester. Niet tevreden met door Zijn voorbeeld de heilzaamste lessen gegeven te hebben, zal Jezus nog zevenmaal Zijnen

') Matth. X. 24. 2) 11 Tim. III. 12.

ocr page 226

214

gezegenden mond openen en die onvergetelijke kruiswoorden spreken, welke als eene kostbare gedachtenis van onzen stervenden Verlosser zijn overgebleven. — Doch op wien laat Jezus Zijn eerste gedachte vallen? misschien op Zijne apostelen, op den beminden leerling ? misschien op de godvruchtige vrouwen, die Hem tot onder het kruis gevolgd zijn? misschien op Zijne teedere Moeder, die aan Zijne voeten in tranen wegsmelt? O neen, mijne ziel; de beulen, de vijanden zijn het eerste voorwerp Zijner zorgen. Hemelsch schouwspel, dat gij nimmer genoeg kunt overwegen! De Verlosser van het zondig menschdom is aan het vloekhout geklonken ; in het verschiet ligt het godmoordend Jeruzalem met zijne paleizen van Herodes en Pilatus; naast den stervenden Godmensch hangen twee moordenaars om Zijne schande te verhoogen ; de geheele kruisberg en zijne omgeving is bezet door vijanden, die Hem lasteren en vervloeken ; en Jezus slaat Zijne oogen godvruchtig hemelwaarts, opent den mond, en bidt: Vader! vergeef hun! want z ij weten niet wat z ij doen! Mijn God, dat is dan het antwoord op de hamerslagen dei-beulen, het laatste antwoord op de beschuldigingen en vervloekingen der joden i Jezus gedenkt niet, dat het door hun toedoen is, dat Hij lijdt, maar gedenkt slechts, dat Hij voor hen lijdt. Zij hebben Zijn dood geëischt: Hij vraagt, dat Zijn dood hun voordeelig moge zijn; in hun blinden

ocr page 227

215

haat hebben zij geroepen: Z ij n bloed k ome over ons en over onze kinderen; in Zijne eindelooze barmhartigheid smeekt Jezus, dat Zijn bloed hun niet worde toegerekend; door hunne vervloekingen en verwenschingen vullen zij op dit oogenblik zelf de maat hunner boosheid : Jezus tracht er het afschuwelijke van te verminderen, door de verontschuldiging hunner onwetendheid. Maar hoe dan? de joden wisten toch, dat Jezus geheel onschuldig en rechtvaardig was; aan Zijne wonderen hadden zij Hem kunnen en moeten erkennen als den Gezondene des Vaders, als den beloofden Messias; uit Jezus' mond zeiven hadden zij gehoord, hoe misdadig zij waren en hoe verschrikkelijk groot hunne zonde was. Dit alles is waar; maar waar is toch ook, dat het volk door zijne oversten misleid was, dat de oversten door hunne driften verblind waren, en dat zij, eenmaal verblind zijnde, niet recht wisten wat zij deden. Zie, deze verschooning, hoe gering zij ook moge wezen, vergeet Jezus' liefde niet.

II Punt.

Overweeg nu met aandacht ieder woord van dit verheven gebed. Vader, zoo spreekt Jezus; als wilde Hij zeggen: O mijn Vader, Ik hang hier wel als een boosdoener aan het kruis, maar Gij weet het. Ik ben toch Uw teergeliefde Zoon ; om de

') Matth. XXVII. 25.

ocr page 228

216

liefde, welke Gij Mij toedraagt, bid en smeek Ik, verhoor Mij, en vergeef hun! wil hun toch het lijden en den dood, die zij Mij aandoen, niet toerekenen, maar laat Mijn dood hun liever ten leve verstrekken, laat Mijn bloed den losprijs zijn voor hunne schuld! O Vader, verhoor Mij. want zij weten niet wat zij doen! Het is waar, hunne onwetendheid is vrijwillig en strafwaardig, maar toch, zij belet hen Mij te erkennen als Uwen Zoon en daarom kruisigen zij mij ook niet als Uwen Zoon; want hadden zij Mij als zoodanig gekend, nooit zouden zij den Heer der heerlijkheid gekruisigd hebben; ') genade dus, o Vader, ontferming, vergilfenis ! — O mijne ziel, wat een oceaan van liefde stroomt hier uit het Hart van Jezus ! is niet elk woord een vurige liefdevlam, die uit dat minnend Hart opstijgt ? Overdenk slechts in het kort, wie hier bidt, voor wie Hij bidt, en in welke omstandigheden dit gebed gestort wordt. Maar heb vervolgens ook den moed te overwegen, hoe elk dier liefdevlammen het Hart van Jezus eene vlijmende wonde toebrengt. Ach, hoe bloedde dat Hart, toen de liefelijke naam van Vader over Jezus' gezegende lippen kwam ! hoe drong de gedachte aan den smaad, de oneer, de beleediging, welke den Vader in Zijnen eenigen Zoon werden aangedaan, als een moordend staal in dat Hart door! Vader, vergeef hun!

') I Cor. II 8.

ocr page 229

217

zoo bidt Jezus ; Hij waagt vergiffenis voor Zijne kruisigers. Zij misdoen dus, zij offeren een on-schuidige op aan hunne wraakzucht en maken zich plichtig aan een afschuwelijke zonde, en wel op het oogenblik zelf, waarop Jezus gaat sterven om voor de zonde te boeten ; mijne ziel, begrijpt gij hoe pijnlijk en grievend deze gedachte voor het Goddelijk Hart zijn moest ? Jezus verontschuldigt hen, want zij weten niet wat zij doen; en zij beantwoorden Zijne roerende bede met nieuwe godslasteringen en verwenschingen! in weerwil Zijner bede, in weerwil van de vergevensgezindheid des Vaders, blijven zij volharden in hunne boosheid. O pijn, o foltering voor het Hart des Zaligmakers !

III Punt.

De praktische toepassing is gemakkelijk te maken : Jezus leert u vergeven en verontschuldigen. Vroeger reeds had Hij ons leeren bidden :vergeef ons onze schulden, g e 1 ij k ook w ij vergeven aan onze schuldenaren, 1) en zoo de vergiffenis van onzen kant tot de eenige voorwaarde gesteld van de vergiffenis onzer eigen zonden; ja, Hij had zelfs bevolen: hebtuwevijanden lief, doet wel aan die u haten,enbidt voor hen die u vervolgen en belasteren; opdat gij kinderen moogt zijn van uwen Vader, die in denhemelis. 2)

«) Matth. VI. 12. 2) Matth. V. 44, 45.

ocr page 230

218

En opdat niemand kunne voorwenden, dat dit bevel de krachten der menschelijke natuur te boven gaat, gaf Hij zelf ons het voorbeeld en verwierf ons tevens overvloedige genade om het ten uitvoer te brengen, indien wij die genade slechts willen vragen en met haar medewerken. Er blijft dus geen uitvlucht over : de leer van Jezus is zoo stellig mogelijk, Zijn voorbeeld is allerduidelijkst en Zijne genade vermag alles ; noch de grootheid der beleedi-ging, noch de laagheid van den beleediger, of welke redeneeringen dan ook, kunnen uwe wraakzucht, uwen wrok, uwe afgekeerdheid wettigen of zelfs maar verontschuldigen. Of bidt gij niet dagelijks, dat de Goddelijke barmhartigheid met u handele zooals gij met uwe broeders handelt? of zoudt gij willen, dat de verheven bede van het Onze Vader in uwen mond eerder eene verwensching werd, dan een wensch voor uwe rechtvaardiging? Mochten dan bekoringen van haat en wraakzucht in uw gemoed oprijzen, o, vestig uwen blik op den gekruisten Jezus en denk aan de roerende bede, die uit Zijn Hart opwelde: Vader! vergeef hun! want zij weten niet wat z ij doen!

Leer vervolgens de fouten en misslagen van anderen verontschuldigen, met den mantel dei-liefde bedekken. Jezus veronderstelt het beste van Zijne doodelijke vijanden, schrijft hunne vreeselijke misdaad aan onwetendheid toe en tracht haar zooveel mogelijk te verschoonen om des te zekerder

ocr page 231

219

vergiffenis te verwerven. O mijne ziel, vergelijk uw gedrag met dit Goddelijk voorbeeld; treed in bijzonderheden en zie eens, of gij de fouten van dezen of genen niet altijd tracht bekend te maken, te vergrooten en zelfs aan verkeerde inzichten toe te schrijven; onderzoek of gij soms tot dezulken behoort, die arendsoogen hebben voor de gebreken van anderen, terwijl zij blind schijnen voor hunne eigene, veel grootere fouten, zoodat op hen het woord des Zaligmakers past: Waarom ziet gij den splinter in het oog u w s broeders, en bemerkt gij den balk niet in uw eigen oog?1) Wees oprecht in dit onderzoek, beloof beterschap en verzucht;

„Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van H;irte, maak mijn hart gelijk aan het Uwe.quot;

(300 dagen afl. R a c c o 11 a).

VIJFDE WEEK DER VASTEN. ZATERDAG.

TWEEDE W00UD VAN JEZUS AAN HET KRUIS.

Heden zult gij met Mij in liet paradijs zijn.

Lue. XXIII. 43.

I Punt.

Verplaats u wederom in den geest aan den voet der drie kruisen en verbeeld u het tweede woord van Jezus te vernemen: Voorwaar

') Matth VII. 3.

ocr page 232

220

zeg Ik u: Heden zult gij met Mijin het pa rad ij s zijn.

De roerende bede van den Goddelijken Zaligmaker, hoewel vruchteloos voor de hardnekkige joden, was toch niet zonder uitwerking gebleven ; als een lichtstraal was zij doorgedrongen in het hart van den moordenaar, die aan Zijne rechterzijde hing. Keeds op den „Kruiswegquot; en bij de smartvolle terechtstelling hadden Jezus' geduld en zachtmoedigheid ongetwijfeld zijne aandacht getrokken ; maar nu hij Hem hoort bidden voor Zijn kruisigers, nu beantwoordt hij ten volle aan de genade. De godslastering, door zijn metgezel tegen Jezus uitgesproken: Indien gij de Christus zijt, verlos u zeiven en ons! wijst hij met verontwaardiging af, zeggende: Vreest ook gij God niet, daar g ij deze 1 f de straf 1 ij d t ? En w ij wel met recht: want wij ontvangen loon naaiwerken; maar deze heeft niets kwaads gedaan. Door deze woorden geeft hij te kennen, hoe hem de vrees voor Gods oordeel bezielt en drukt zijn verwondering uit, dat de rampzalige in het aanschijn des doods zich nog voegt bij de godvergetenen, die den spot drijven met Jezus, met wien hij hetzelfde lot deelt; tevens legt hij eene treffende schuldbekentenis af, verklaart zijne misdadigheid en de onschuld des Zaligmakers. Vervolgens doet hij belijdenis van

ocr page 233

221

zijn geloof en bidt met vertrouwen tot Jezus : Heere! gedenk mijner, als GijinUw r ij k zult gekomen z ij n ! Ziedaar, mijne ziel, de gevoelens, die den godvreezenden moordenaar bezielen, gevoelens van berouw over zijne zonden, van geloof aan de Godheid van Christus, van vertrouwen op Zijne barmhartigheid. Kon het anders, of hij moest genade vinden bij Hem, die zooeven zelf voor Zijne kruisigers gebeden had ? O, er welde dan ook uit het Hart van Jezus een woord op, dat alle volgende eeuwen wel bewonderen, maar nooit doorgronden kunnen : Voorwaar zeg Iku; Heden zult g ij met M ij in het parad ij sz ij n. Onbeschrijfelijk meer dan hij gevraagd had, wordt den goeden moordenaar toegezegd; en opdat de machteloosheid, waarin Jezus zich op dit oogen-blik bevindt, hem geen twijfel bai-e, opdat de gedachte aan zijne vroegere misdaden zijn vertrouwen niet vermindere, bevestigt de Zaligmaker Zijne belofte met een plechtigen eed: Voorwaar zeg Ik u; heden nog, op dezen zelfden dag, zult gij met Mij, uwen God en Verlosser z ij n in het p a r a d ij s, in die plaats van rust en zaligheid, waar de zielen der afgestorven rechtvaardigen Mijne komst verbeiden; daar zal Ik u afwachten, en gelijk gij nu de deelgenoot Mijns lijdens zijt, zoo zult gij heden nog de deelgenoot Mijner zaligheid wezen.

ocr page 234

222

II Punt.

Vestig vervolgens uwe aandacht op het Hart van uwen gekruisigden Jezus. De bede van den goeden moordenaar was ongetwijfeld een zoete balsem voor Zijn vlijmende smarten; vreugde en geluk overstroomden voorzeker dat Hart, toen de r o o v e r door zijn berouw en zijn vertrouwen Het voor zich roofde. Doch helaas, wat onbeschrijfelijk wreede foltering veroorzaakte Het de ongelukkige, die op een trede afstands slechts aan Jezus' linkerzijde hing! Ook hij was getuige van Zijn geduld en zachtzinnigheid, ook hij was begrepen in Zijn liefderijk gebed, besproeid met Zijn goddelijk bloed; ook voor hem ging Jezus sterven. En toch, hij biedt weerstand aan de genade, die op dit uur bij volle stroomen op de aarde nedervloeit, laat zich door het goddelooze voorbeeld der joden meesleepen en vermeerdert nog zijn uiterste ellende door op zijn beurt Christus te hoonen! Ach, rampzalige, kom toch tot inkeer! De dood wacht u, nog voor de nacht zal zijn aangebroken; benuttig dus de oogenblik-ken, die u nog overblijven, om uwe misdaden door een oprecht leedwezen uit te wisschen. Verneemt gij de versnelde kloppingen van Jezus' Hart niet? gevoelt gij niet den gloed Zijner brandende liefde? Die kloppingen zijn ook voor u, die liefde brandt van verlangen naar uwe bekeering. Ach, versmaad die liefde niet, blijf toch

ocr page 235

223

dat Hart niet langer folteren! - Tevergeefs! geen traan van leedwezen blinkt in die brekende oogen, geen woord van rouw komt over die verbleekte lippen; de wanhoop zegeviert en uit zich in de verschrikkelijke godslastering: Indien g ij de Christus z ij t, verlos u z e 1 v e n en ons! Mijne ziel, hoe moet die godslastering op dezen plechtigen stond van oneindige barmhartigheid en liefde als een tweesnijdend zwaard in Jezus' Hart zijn doorgedrongen! Verbeeld u den stervenden vader, die Zijn ontaarden zoon de hand der verzoening toereikt, doch op de meest schandelijke wijze wordt teruggestooten en voor zijn uiterste goedheid nieuwen smaad en nieuwe beleedigingen ontvangt, en oordeel dan, hoezeer do onboetvaardige moordenaar het hartezeer van Jezus vermeerderde. Helaas, de roerende bede, waarmede hij om vergiffenis smeekte voor de zondaai-s, was nauwelijks van Zijne lippen gevloeid, of Hij moest het machteloos aanhooren, hoe de ellendeling den spot dreef met Zijne goedheid en volhardde in de zonde.

III Punt.

Hoe vreeselijk zijn toch de oordeelen Gods! Terwijl het berouw den eenen moordenaar van het schandelijk welverdiende kruis in het paradijs doet stappen, opent de moedwillige verblindheid voor den anderen den vreeselijken afgrond der

ocr page 236

224

uiterste ellende; terwijl de eens, misdadig als zijn makker tot op het kruis, eensklaps de belijder van Christus en tusschen de folteringen, welke de naderende dood vermeerdert, op wonderbare wijze bekeerd wordt, barst de andere in godslasteringen uit tegen zijnen God en Zaligmaker en volhardt in zijne onboetvaardige boosheid. 0 mijne ziel, tracht u beider uiteinde ten nutte te maken. Erken de kracht van Gods alvermogende genade, maar tevens de noodzakelijkheid onzer medewerking met dezelve. Die genade was machtig genoeg om een verouderden zondaar in één oogenblik in een heiligen boeteling te veranderen, maar zij vermocht toch niets op hem, die zijne vrije toestemming en medewerking weigerde. Zoo waar is het, wat de H. Augustinus zeide: God heeft u geschapen zonder u, maar Hij zal u zonder u niet zalig maken! Leer dan de opkomende heilzame gedachten, de heilige neigingen en godvruchtige aanlokselen tot deugd en goede werken, welke Gods genade in u doet geboren worden, aanstonds gebruiken en benuttigen.

Bewonder vervolgens de onmeetbare barmhartigheid des Allerhoogsten en leer uit het voorbeeld van den goeden moordenaar, dat het nooit te laat is om zich te bekeeren, dat een berouwvol en vermorzeld hart nimmer door God zal ver-stooten worden; maar moge het rampzalig uiteinde van zijn onboetvaardigen metgezel u ook

ocr page 237

voor vermetel vertrouwen bewaren en u het gevaarlijke eener uitgestelde bekeering duidelijk doen inzien! Overweeg langzaam en met aandacht de eeuwig gedenkwaardige woorden van denzelfden H. Augustinus ten opzichte van de twee moordenaars: „Eén wordt zalig, opdat wij nooit wanhopen; één gaat verloren, ten einde wij nooit roekeloos zouden zijn. De eene wordt getrokken, omdat hij zelf wil getrokken worden; de andere verstoeten, omdat hij zelf zijnen God verstoot!quot; ') „Mijn Jezus barmhartigheid.quot;

ZESDE WEEK DER VASTEN. PALMZONDAG.

DERDE WOORD VAN JEZUS AAN HET KRUIS.

Vrouwe 1 ziedaar uw zoon!... Ziedaar uwe moeder! Joan. XIX. 26, 27.

I Pant.

De hoogstgezegende moeder van Jezus, vergezeld van Maria van Cleophas, van Maria Magda-lena, van den heiligen apostel Joannes en wellicht van nog meer vrienden des Heeren, was haar Goddelijken Zoon naar Golgotha gevolgd en getuige geweest van de hartverscheurende tooneelen, welke wij reeds overwogen hebben. Langzaam had zij vervolgens de schare, onder het uitbraken der vreeselijkste godslasteringen en verwenschingen

') Ue Symb. 1. II. e. G.

15

ocr page 238

226

zien voorbijtrekken. Thans heeft eene akelige stilte, die den naderenden dood aankondigt, de plaats ingenomen van liet woest geschreeuw; nu en dan slechts wordt die stilte onderbroken door de ruwe gesprekken van de vier krijgsknechten der wacht, die zich op eenigen afstand in het gezicht der drie kruisen hebben nedergezet. Nu nadert Maria met de drie bevoorrechte volgelingen zoo dicht mogelijk bij het kruis, waaraan haar Jezus hing, zoodat zij gemakkelijk Zijne oogwenken kan opmerken en Zijne stervende woorden vernemen. O mijne ziel, vervoeg u in den geest bij dit heilig gezelschap en leen uwe volle aandacht aan hetgeen er omging tusschen de Moeder der smarten en haar stervend Kind.

Nauwelijks is Maria genaderd of Jezus aanziet haar met een blik van onbeschrijfelijke teederheid en richt tot haar Zijn derde kruiswoord. Bij het kruis van Jezus nu, aldus verhaalt ons de Evangelist Joannes, stonden Z ij n e moeder, en de zuster Z ij n e r moeder, Maria, de vrouw van Cleophas en Maria Magdalen a. Als JezusdanZijne moeder zag en den leerling daar staan dien Hij liefhad, zeideHijtotZijne moeder: Vrouwe! ziedaar uw zoon! Daarop zeide Hij tot den leerling: Ziedaar u w e m o e d e r ! — Welk een schitterend voorbeeld van kinderlijke liefde! Terwijl de Ver-

ocr page 239

227

losser der wereld in ondraaglijke smarten aan het vloekhout hangt, terwijl het oogenblik, waarop het groote offer zal voltrokken worden, met rassche schreden nadert, gaat het lot Zijner Moeder Hem in het bijzonder ter harte. De H. Jozef is gestorven; Hij zelf gaat sterven; nu gelast Hij Zijn dierbaarsten leerling zorg te dragen voor de dierbaarste, die Hij op aarde achterlaat. Het is alsof Jezus zeide: Mijne Moeder, tot hiertoe heb Ik voor u gezorgd; beschouw voortaan Joannes als uwen zoon, als dengene, die jegens u al de plichten vervullen zal van een zoon jegens zijne moeder. En vervolgens de oogen van Joannes naar Maria trekkende, vervolgt Hij: Ziedaar uwe moeder! Beschouw Mijne Moeder voortaan als uwe moeder, en wees gij voor haar in Mijne plaats, al wat een zoon voor zijne moeder wezen moet.

II Punt.

Wilt gij u thans, mijne ziel, eenig denkbeeld vormen van de geheel nieuwe foltering, welke het van liefde brandend Hart uws Zaligmakers kwelde, toen Maria het kruis naderde en haar stervenden Zoon aanzag, denk dan slechts aan de zee van droefheid, waarin de Koningin der martelaren gedompeld is. Waarlijk, hier nadert de voorspelling van Simeon hare vervulling, het snijdend zwaard dringt dieper en dieper in het moederhart van Maria en doorboort hare ziel onder de vlijmendste

ocr page 240

228

smarten. Geen zopn was ooit zoo schoon, zoo beminnelijk als haar Goddelijke Zoon; en thans aanschouwt zij Hem, geheel mismaakt, met wonden, met bloed en vuilnis overdekt; er is geen men-schelijke gedaante meer in Hem. Haar deelnemend moederoog ziet zoo scherp! het bespeurt achtereenvolgens alle wonden en meet de smart van elk afzonderlijk. En toch, helaas, zij staat daar naast het kruis en kan niet de minste leniging aanbrengen! En dat woord van Jezus: Vrouwe, ziedaar uw zoon! ach, welk een pijnlijk afscheid ! Haar Goddelijk Kind gaat haar dan verlaten, haar Jezus zal niet meer bij haar zijn, niet meer voor haar zorgen ! O gij allen, die langs den weg gaat, zoo mag Maria wel klagen, geeft acht en ziet, of er een e smart is, g e lij k aan d e m ij n e. Slechts één is er, die hare smart volkomen begrijpt; met een enkelen oogopslag overschouwt Jezus de verlatenheid en hulpeloosheid, waarin de voortaan kinderlooze weduwe zich gaat bevinden; Hij peilt de diepte der pijnlijke wonde, die in haar moederhart wordt geslagen, en kent het onuitsprekelijk wee, dat hare ziel vervult; maar Hij weet ook, dat Zijne schul-delooze en innig geliefde Moeder dat alles om Zijnentwil moet verduren, en die gedachte foltert Zijn Hart op ongeloofelijke wijze. , Maria ziet Jezus aan,quot; zegt de H. Bernardus, „en Jezus ziet haar aan, en Hij is meer bedroefd over haar dan over

ocr page 241

?29

zich zeiven;' de brandende wonden Zijner handen en voeten zijn minder pijnlijk dan de droefheid Zijner lijdende Moeder. Verwonder u hierover niet. Nooit toch was er zulk een zoon, nooit zulk eene moeder; nooit heeft een zoon zijne moeder zoo bemind als Jezus Maria liefhad. Indien dan uw hart reeds beeft bij de gedachte alleen, dat uwe moeder om uwentwil in de uiterste droefheid verkeert, oordeel dan welk overstelpend wee het Hart van Jezus vervulde, toen Hij Zijne Moeder onder het kruis aanschouwde.

III Punt.

Wie zou niet het geluk benijden, dat den H. Joannes op Golgotha te beurt viel? En toch, ook wij deelen in dat geluk, Maria is ook onze Moeder. Zij werd onze Moeder te Nazareth, toen zij tot den engel sprak: Zie de dienstmaagd des H e e r e n, m ij geschiede naar uw woord !). Hare liefde tot God, maar ook hare liefde tot de menschen deden haar het moederschap aanvaarden, en niet alleen het goddelijk moederschap naar de natuur, maar ook liet geestelijk moederschap ; want het is de leer der heiligen, dat Maria op het oogenblik, waarop zij Moeder werd van Gods Zoon, ook het heele menschdom als kind heeft aangenomen, en waarom? omdat zij Hem

■) Lue. I. 38.

ocr page 242

230

ontving, die ons allen een nieuw leven, hef. leven der genade zou schenken; omdat alle menschen niet alleen de broeders, maar zelfs de ledematen zijn van den G-odmensch, dien Maria haar kind zal noemen. Den Verlosser heeft zij zonder pijnen ter wereld gebracht te Bethlehem, maar ons heeft zij gebaard in onnoemelijke smarten op Golgotha. Ja vooral op den Calvarieberg, onder het kruis van onzen Zaligmaker, werd Maria onze Moeder, omdat zij medewerkte aan onze verlossing en in het groote verlossingswerk zooveel aandeel had als een schepsel hebben kon; omdat zij afstand deed van haar moederrecht en ten onzen gunste instemde in het offer van haren Zoon, waardoor wij herboren werden tot een nieuw leven, waardoor wij kinderen Gods en erfgenamen des hemels werden. O mijne ziel, stel u in den geest onder het kruis van uwen stervenden Heiland en verbeeld u, dat Jezus ook tot u zegt: Mijn kind, ziedaar uwe moeder! zij schenkt u haar hart, hare liefde: tracht gij van uwen kant steeds onder het getal barer ware kinderen te behooren ; eer en bemin haar, en vlucht tot haar in allen nood. — Onderzoek vervolgens hoe gij deze vermaning zijt nagekomen, belijd uwe schuld, maak voornemens voor de toekomst en verzucht dikwijls;

„Zoet Hart van Maria, wees mijn heil!quot;

(300 dagen aflaat. R a c c o 11 a).

ocr page 243

231

ZESDE WEEK DER VASTEN. MAANDAG.

VIKRDB WOORD VAN .JEZUS AAN HET KIIUIS.

Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten. Matth. XXVII. 46.

I Punt.

De schrikkelijkste oogenblikken zijn voor den armen Jezus aangebroken; Hij lijdt onuitsprekelijke lichaams- en zielesmarten. De ontelbare wonden, waarmede de wreede geeseling Zijn lichaam overdekte, branden hoe langer hoe heviger ; de gaten, door de scherpe doornen in Zijn hoofd geboord, bloeden en zwellen op; de vier groote openingen in de handen en de voeten veroorzaken onbeschrijfelijke pijnen, die bij de geringste onwillekeurige beweging ondraaglijk worden; gloeiende koortshitte vliegt door Zijn lichaam, dat, bijna gansch ontbloot, aan de brandende stralen der oostersche middagzon is blootgesteld. Vreeselijk schouwspel! 0 mijne» ziel, verbeeld u zulk een lijden; zie hoe de gansche natuur begint te treuren, hoe de zon zich achter een somber rouwfloers verbergt, dikke duisternissen over het aardrijk neerdalen en de wereld in hare grondvesten beeft. Doch luister, Jezus opent wederom Zijn Goddelijken mond en spreekt het vierde kruiswoord, dat u Zijn inwendig lijden te kennen geeft. De H. Matthaeus verhaalt het in dezer voege: Omtrent de negende ure riep Jezus met luider stem, zeggende:...

ocr page 244

232

M ij n God, m ij n God! waarom hebt G ij M ij verlaten? Tracht vooreerst den zin dezer woorden te vatten. Zeker zijn zij niet de uitdrukking van ongeduld of ontevredenheid over de beschikkingen des Vaders, veel minder een kreet van wanhoop; dan toch zou Jezus gezondigd, en dus den toorn Gods niet bezworen of verzoend, maar dien slechts nog meer ontstoken hebben. Evenmin kan er sprake zijn van eene verlatenheid in dien zin, als hadde er eene scheiding plaats tusschen de Goddelijke en menschelijke natuur, wijl deze twee naturen in Christus in de onverdeelbare eenheid des persoons vereenigd zijn. Bovendien geeft deze uitroep niet te kennen, dat Christus niet meer door de genade met God vereenigd is, want immer blijft Hij de welbeminde Zoon des Vaders. Maar slechts in dien zin is Jezus als mensch van Zijnen God verlaten, dat Zijn lijden het toppunt bereikt heeft, dat Hij verstoken is van Gods bijzondere bescherming, beroofd van alle vertroosting, dat, in één woord, het oogenblik is aangebroken, waarop Zijne menschelijke natuur, niet langer meer door Gods almacht ondersteund, voor den smartvollen kruisdood gaat bezwijken.

II Punt.

Overweeg nu meer hijzonder de smarten van Jezus' aanbiddelijk Hart. Wegens de stremming van den bloedsomloop in de uiterste, gewonde,

ocr page 245

233

en met geweld uitgerekte deelen des licliaams, moest dat Hart reeds noodzakelijk hevig beklemd worden en in de allerpijnlijkste benauwdheid ver-keeren. Doch dat was nog weinig. Duizendmaal pijnlijker was het ontzettend zielelijden, waarmede Het overstelpt werd. De ondankbaarheid van Zijn bevoorrecht volk, de ontrouw Zijner beminde leerlingen, de schande, Gods Zoon aangedaan, de rampen en onheilen, welke Zijne moordenaars wachten, waren als zoovele snijdende zwaarden, die het Hart van Jezus meedoogenloos doorvlijmden. Bovendien staan de ontelbare zonden van het geheele menschdom levendig voor Zijn geest. Hij ziet zich met al die misdaden beladen, beseft hare afschuwelijke boosheid ; en hoe meer de dood nadert, hoe meer bet bloed, dat tot uitwisse-hing dier zonden vloeit, vermindert, des te zwaarder drukken zij op Zijn gefolterd Hart, terwijl die ondraaglijke last nog vermeerderd wordt door het pijnlijk vooruitzicht, dat Zijn langdurig bloedverlies, Zijn onbeschrijfelijk lijden en smartvolle dood vruchteloos zullen blijven voor zoovelen. God, mijn God, boe moest dat vooruitzicht het Hart van Uwen Zoon allersmartelijkst treifen ! Hij had niets onbeproefd gelaten om allen te redden, en machteloos moet Hij het aanzien, hoe ontelbaren zich door eigen schuld in het verderf storten ! Op het vloekhout uitgestrekt, beeft Hij nog eene laatste poging aangewend, aan allen gedacht, tot

ocr page 246

234

allen gesproken ; Hij heeft vergeving afgesmeekt voor de zondaars, barmhartigheid bewezen aan den boeteling, en den rechtvaardigen de teederste zorgen betoond ; van nu af spreekt Hij niet meer tot de menschen, Hij lijdt slechts voor hen, en Zijne volgende woorden zijn de uitdrukking van dat lijden. Vooral de droeve klacht: M ij n Gr o d, m ij n God! waarom hebt G ij M ij verlaten? doet ons Zijn ontzettend hartewee eeniger-mate raden. Ach, bij het schreeuwendste onrecht, in het felste lichaams- en zielelijden, in het gezicht van den naderenden dood, is Jezus van allen troost verstoken, door allen, zelfs door Zijnen God verlaten ! Minnelijk Hart van mijn Zaligmaker, wat hebt Gij veel voor mij geleden !

Ill Punt.

„Gij hebt ons geschapen voor IT, o mijn God, en ons hart vindt geen rust, vooraleer het ruste in U.quot; Deze woorden van den H. Augustinus zijn aan geen twijfel onderhevig. Alleen de vereeniging met God kan ons volkomen gelukkig maken, ons hart ten volle bevredigen; zij is het eenig ware doel van ons bestaan voor tijd en eeuwigheid. Bovendien verlangt God niets vuriger dan op de innigste wijze met ons vereenigd te blijven. Mijn kind, geef Mij uw hart, zoo bidt Hij, en in dat hart wil Hij Zijn zetel vestigen, het vervullen met de zoetste gewaarwordingen, met de reinste

ocr page 247

23 ó

vreugden. Geen grooter onrecht kunnen wij dus Gode aandoen, geen grooter ongeluk ons berokkenen, dan wanneer wij Hem door de doodzonde dwingen ons hart te verlaten. — Doch ook de vrijwillige dagelijksche zonden, vooral wanneer zij bij herhaling en uit gewoonte bedreven worden, zijn in hooge mate beleedigend voor God en rampzalig voor ons zeiven ; alhoewel zij ons Zijne vriendschap niet geheel en al doen verliezen, zoo berooven zij ons toch van een onwaardeerbaar goed, van Zijn vertrouvvelijken, gemeenzamen omgang, van Zijne gevoelige tegenwoordigheid, waarin brave en getrouwe zielen reeds een voorsmaak vinden van het geluk der hemelingen. Smakeloosheid in het gebed, gebrek aan godsvrucht bij het ontvangen dei-heilige Sacramenten, lauwheid in den dienst des Heeren, achteruitgang in de deugd, zijn de droevige gevolgen dier herhaalde ongetrouwheden.

Nochtans kan het gebeuren, dat wij bijwijlen buiten onze schuld de zoete vertroostingen van Gods genade moeten ontberen, dat wij aan dorheid ten prooi zijn en door God verlaten schijnen. Zelfs de grootste heiligen hebben niet zelden deze pijnlijkste aller beproevingen moeten doorstaan en met hun Goddelijken Meester verzuchten: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Doch zij wisten die beproeving te boven te komen, en let wel, mijne ziel, door welke middelen. Zij vernederden zich diep voor hunnen

ocr page 248

236

Heer, verwaarloosden geen enkele hunner godsdienstige oefeningen en volgden nauwgezet de raadgevingen van hun zielbestuurder. Tracht hun voorbeeld na te volgen; vestig dikwijls uwe blikken op den stervenden Jezus en verzucht: „H. Hart van Jezus, ontferm U mijner.quot;

ZESDE WEEK DER VASTEN. DINSDAG.

VIJFDE WOOED VAN JEZCS AAN HET KIUUS.

Ik heb dorst. Joan. XIX. 28.

I Punt.

Kniel wederom in den geest neer aan den voet des kruises en vestig uwen blik op den stervenden Godmensch. Zijn einde is nabij, de taak, Hem opgelegd, is vervuld. Nog slechts een enkele druppel blijft over in den bitteren lijdensbeker, welken de Vader Hem gegeven had. Ook dien laatsten druppel zal Jezus vrijwillig en uit liefde tot ons drinken. Meermalen had Hij aan de joden gezegd, dat alles wat in de Schriftuur van den Messias voorspeld was, in Hem zou vervuld worden. Nu stond in den Psalm, waaruit het vorig kruiswoord was genomen :AIs ik dorst had, drenkten z ij m ij met e d i k. !) Aldus geschiedde. Want, verhaalt de H. Joannes: Hierna, wetende dat alles volbracht was,

') Ps. LXVIII.

ocr page 249

237

opdat de Schrift zou volbracht worden, zeide Jezus: Ik heb dorst! Er stond dan eenvatvoledik;de gewone drank der romeinsche soldaten, bestaande uit azijn met water gemengd; en z ij staken e e n e spons vol edik om een hysop stengel heen, en brachten haar aan Z ij n e n m o n d ') — Ach mijne ziel, hoe zult gij u een denkbeeld vormen van de foltering, welke deze smachtende dorst den armen Jezus veroorzaakte? Herinner u, dat sedert Zijne gevangenneming, sedert den vorigen avond geen dronk waters Hem gelaafd heeft; herinner u, dat tranen, zweet en aanhoudend bloedverlies Hem geheel en al hebben uitgeput, en erken dan met hoeveel recht Hij bij den profeet kon klagen : Verdroogd als een scherf is mijne levenskracht en mijne tong is vastgekleefd aan mijn verhemelt e. 2) En helaas, in Zijn brandenden dorst drenkte men Hem met een weinig edik! Mijn God, welk een schouwspel! wat moeten do godvruchtige personen, die naast het kruis stonden, op dit oogenblik gevoeld hebben ? maar vooral, wat moet er zijn omgegaan in het hart van Maria? zij heeft den smartkreet van haar stervenden Zoon vernomen, en zij kan niet ter hulpe snellen; machteloos moet zij het aanzien, hoe Hem een walge-

') Joan. XIX. 28, 29. -) Vs. XXI.

ocr page 250

238

lijke drank wordt aangeboden! En gij, mijne ziel, gevoelt gij geen innige deernis met uwen lijdenden Zaligmaker?

II Punt.

Wanneer wij den stervenden Heiland over Zijnen dorst hooren klagen, terwijl Hij toch zwijgt over de vreeselijke pijnen Zijns licliaams, dan moeten wij als Tan zelf denken aan een geheim, dat in deze klacht ligt opgesloten. Tracht dat geheim te doorgronden, mijne ziel. Herinner u, dat Jezus gezegd heeft: Ik ben gekomen om vuur op aarde te brengen, en wat wil Ik dan dat het ontstoken worde.1) Die woorden zijn de korte samenvatting van geheel Zijn leven; zij verklaren Zijne geboorte te Bethlehem, Zijn verborgen leven te Nazareth, Zijne moeitevolle tochten door Judea, Zijn smartvol lijden te Jeruzalem; en nu Hij op het punt staat van te sterven, nu uiten zij zich op de meest sprekende wijze in den droeven smartkreet: I k heb dorst, meer nog naar zielen, dan naar water. Want ja, veel heviger dan de lichamelijke dorst kwelt Hem de geestelijke dorst naar het heil der zielen; Zijn minnend 11 art smacht naar het oogenblik, waarop de verlossing der wereld voltrokken worde. Het smacht naar de zaligheid van alle menschen. En ach, zoovelen zullen Het

') Luc. XII. 49.

ocr page 251

239

azijn aanbieden! terwijl straks bij Jezus' dood de gansebe natuur tot in haar hart zal sidderen en beven, zullen de harten van ontelbare menschen koud en ongevoelig blijven! ontelbaren zullen Zijne liefde versmaden en door eigen schuld voor eeuwig verloren gaan ! In Zijne alwetendheid voorziet Jezus dat alles, Hij kent en telt al die ondankbare zielen, voor wie Hij Zijn leven ten beste geeft; en bij dat vooruitzicht krimpt Zijn liefdevol Hart ineen van droefheid en pijn. Hij kan die smart niet langer verbergen, maar moet aan Zijn benauwd Hart lucht geven, en daarom roept Hij het zondig menschdom nog eenmaal toe: Ik heb dorst, dorst naar uwe zielen, dorst naar uwe zaligheid! 0 mijne ziel, erken toch wat uwe verlossing aan Jezus' Hart gekost heeft! erken Zijn nameloos lijden, dat toeneemt, naarmate de dood nadert, en dat slechts overtroffen wordt door Zijne grenzenlooze liefde!

III Punt.

Nu gij eenmaal de voornaamste oorzaak van Jezus' dorst hebt leeren kennen, nu kent gij ook het groote middel om dien dorst te lesschen en Zijn lijdend Hart te troosten ; het is de ijver voor de heiliging der zielen. Zielenijver nu is niets anders dan de liefde Gods, overstroomende uit het hart des minnaars op zijns gelijke; de maat dei-liefde is de maat van den ijver. Ware, vurige liefde

ocr page 252

240

kan niet in het hart besloten blijven, zij vertoont zich noodzakelijk naar buiten en zal ongetwijfeld rijke vruchten voortbrengen; zij zal u welsprekend maken voor de belangen van Jezus' Hart, en u duizenden middelen aanbieden om den zielenijver krachtdadig te beoefenen. - Wat gevoelt gij bij deze overweging? welke overwinningen hebt gij behaald ? welke zorg wendt gij aan voor uwe eigen ziel, voor de zielen van hen, die u zijn toevertrouwd'? zijt gij er wel innig genoeg van overtuigd, dat gij aan het dorstend Hart van Jezus geen zoetere lafenis kunt aanbrengen dan de bekeering van een zondaar, de redding eener ziel? of denkt gij misschien, dat dit uitsluitend de taak der priesters is? Voorzeker, zij zijn uit kracht hunner heilige roeping meer bijzonder verplicht Gods rijk op aarde uit te breiden, aan het heil der zielen te arbeiden ; maar gij kunt hun werk ondersteunen door goede en stichtende voorbeelden, door waakzaamheid over uwe onderhoorigen, door gepaste vermaningen of berispingen, en vooral door het gebed. Jezus heeft plechtig beloofd: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: indien gij den Vader om iets in M ij n e n naam zult bidden. Hij zal het u geven1); hoe zoudt gij dan niet verhoord worden wanneer gij bidt voor de redding eener ziel, naar wier zaligheid

') Joan. XVI. 23.

ocr page 253

241

Zijn Goddelijk Hart dorst? Denk hieraan na iedere heilige Communie, bij ieder bezoek aan het allerheiligste Sacrament, of als gij neerknielt voor het beeld van Jezus' Hart. Overweeg bovendien, dat gij door niets zoozeer het Hart uws Zaligmakers ten uwen gunste kunt stemmen, ja aan u verplichten, als door den ijver voor het heil dei-zielen. Hoe toch zou dat Hart niet dankbaar zijn' jegens hem, die eene ziel, door Zijn Goddelijk bloed vrijgekocht, aan de hel ontrukt? Zielen winnen is, volgens den H. Augustinus, zijne zaligheid verzekeren.

„li. Hart van Jezus, toevlucht der zondaren, ontferm U mijner!quot;

ZESDE WEEK DEK VASTEN. WOENSDAG.

ZESDE WOORD VAN JEZUS AAN HET KRUIS.

Het is volbracht. Joan. XIX. 30.

I Punt.

Nader wedei-om in den geest het sterfbed van den zieltogenden Godmensch en verbeeld u Zijn zesde kruiswoord te vernemen. De zure edik heeft Jezus' doodsbleeke lippen bevochtigd, de bittere lijdenskelk is tot den bodem toe geledigd. Andermaal opent Jezus Zijnen mond en zegt: Het is volbracht. — O mijne ziel, overweeg dat woord, gesproken dooiden Vorst des levens in het aanschijn des doods.

16

ocr page 254

242

Het is volbracht, d. w. z., liet groote, onuitsprekelijke, eeuwige raadsbesluit des Vaders, omtrent de verlossing van het zondig menschdoin, is voltrokken. Zijn heilige wil is geschied. Zijn bevel volvoerd; de miskende en vergramde God is verzoend en de schuldige mensch ontheven van het vonnis des eeuwigen doods, dat tegen hem was uitgesproken. Het is v o 1 b r a c h t, d. w. z., alle voorspellingen van het Oude Verbond nopens den toekomstigen Messias zijn vervuld, alle voorafbeeldingen zijn verwezenlijkt, alles wat Christus zelf over Zijn uiteinde voorzegd had, is bewaarheid, het Nieuwe Verbond is gevestigd. Het is vol bracht, d. w. z., de groote strijd is gestreden, de overwinning behaald; het lijden is voorbij, de verheerlijking gaat een aanvang nemen. H e t i s volbracht, dat woord werd gesproken door Hem, die God en mensch tegelijk is, en het is het aangenaamste woord voor God, het zaligste voorde menschen ; het werd gesproken tusschen hemel en aarde, en de hemel heeft het vernomen, hij heft een zegelied aan voor den overwinnaar, hij opent zich voor Adams nageslacht; de aarde heeft het vernomen en zij herleeft, hare vervloeking is opgeheven, genade, kracht en troost zijn verworven, Gods oogen aanschouwen haar wederom met welbehagen. Het is volbracht, dat woord is ook doorgedrongen tot in de diepte der hel en heeft hare nederlaag aangekondigd; het heeft der

ocr page 255

243

helleslang de volle waarheid bewezen van Gods uitspraak in het paradijs: Ik zal vijandschap stellen tusschen u en de vrouw, en zij zal uwen kop verpletten!1) Het is volbracht; de hemel is verzoend, de hel is overwonnen, de aarde is verlost.

II Punt.

Vestig nu meer bepaaldelijk uwen blik op het Hart van Jezus en tracht de gevoelens op te sporen, welke Het vervullen. De zoetste voldoening overstroomt gewis dat Hart, teiwijl Hij bij het eindigen van Zijn levensdag, terugziet op de zware en gewichtige taak, welke Hij tot verheerlijking Zijns Vaders en het heil der zielen volbracht heeft. De vlammen Zijner onbegrensde liefde stijgen ongetwijfeld als met dubbelen gloed opwaarts, nu het oogenblik van haren triomf is aangebroken en op haar de uitspraak van Jezus zeiven kan worden toegepast: Niemand heeft grootere liefde dan deze is, dat iemand zijn leven geeft voor zijne vrienden. 2) Jezus geeft dat leven. Hij geeft het vrijwillig uit liefde tot Zijn Vader, maar ook uit liefde tot de menschen. Zijn Hart brandde van verlangen naar het oogenblik, waarop het groote otïer Zijner liefde zou voltrokken worden;

•) Gen. UI. 15. 2) Joan. XV. 13.

ocr page 256

244

Ik moet een doopsel ontvangen, en hoezeer wordt Ik geprangd totdat het volbracht zij, ') had Hij gezegd. Thans is alles volbracht, en daarom jubelt Zijn minnend Hart. — Maar ach, ook deze vreugde is niet volmaakt, zij wordt gestoord door de gedachte aan de toekomst, aan de ontelbaren, die den wil des Vaders, hun door Jezus bekend gemaakt, niet zullen volbrengen en ondanks Jezus' liefdevollen kruisdood, vrijwillig den eeuwigen dood te gemoet loopen; zij wordt gestoord door de gedachte aan de ondankbaarheid en gevoelloosheid van zoovelen, die Christus toebehooren, belijdenis doen van Zijne leer, maar weinig beantwoorden aan Zijne einde-looze liefde, die hun hart steeds verdeelen tusschen den Schepper en het schepsel en door hunne lauwheid en onverschilligheid, voortdurend in dezelfde fouten en misstappen vervallen. O, hoe pijnlijk moeten de ongetrouwheden Zijner vrienden. Zijner bevoorrechte kinderen, voor Jezus' Hart geweest zijn! — Mijne ziel, wat gevoelt gij bij deze overweging ? hebt ook gij de vreugde van het Hart uws stervenden Vaders vergald? Onderzoek u, vraag vergeving en beloof beterschap voor de toekomst.

III Punt.

Het is den menschen vastgesteld

') Lnc. XII. 50.

ocr page 257

245

eenmaal te sterven:1) van dit vonnis bestaat geen hooger beroep; de dood is onvermijdelijk, sterven is het lot, dat allen ondergaan moeten. Het stervensuur is eene gebeurtenis vol ernst en van het hoogste gewicht, die een einde maakt aan al het vergankelijke en de eindelooze eeuwigheid opent. In dat beslissend oogenblik verdwijnen alle begoochelingen, de hartstochten zwijgen, terwijl de stervende slechts in den helderen en zuiveren spiegel der waarheid zijn gansche leven overziet en bekennen moet: Het is volbracht. — Het is volbracht, zoo zal de zondaar jammeren, alles is voorbij! Voorbij de schatten en rijkdommen, de eerambten en hel zingenot! voorbij de wereld met hare ijdele vermaken en schijngoederen! voorbij de ontelbare gelegenheden en menigvuldige genaden, welke God mij schonk om mijne ziel te heiligen! voorbij mijn leven, dat als een rook verdween! alles is voorbij, mij blijft niets meer dan het graf!

Het is volbracht, zoo zal de rechtvaardige jubelen, alles is voorbij ! Voorbij de tijd der beproeving, dien God voor mij bepaald had! voorbij de moeiten en opofferingen, welke ik in Zijnen dienst ondervond! voorbij de verstervingen en boetplegingen! voorbij de bekoringen, die ik moest overv\innen, de strijd dien ik te voeren had! alles is voorbij, nu ga ik gekroond worden!

') Uubr. IX.

ocr page 258

240

Mijne ziel, gij wenscbt den dood der rechtvaardigen te sterven; maar is uw leven ook in overeenstemming met dien wensch? zijt gij getrouw in alles, wat gij den Heer beloofd hebt? ijverig in Zijnen dienst? nauwgezet in het volbrengen uwer plichten ? Heb den moed deze vragen in ernst en naar waarheid te beantwoorden, en maak besluiten voor de toekomst. Laat u niet afschrikken door de moeilijkheden; denk aan de woorden, welke de H. Franciscus stervend tot zijne geeste lijke kinderen sprak: „Het genoegen is kort, de pijn eeuwig; het lijden is gering, de glorie oneindig; velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren; van alles ontvangen wij vergelding.quot;

„Zieltogend Hart van Jezus, heb medelijden met de stervenden.quot;

ZESDE WEEK DER VASTEN.

WITTE DONDERDAG.

ZEVENDE WOORD VAX JEZUS AAN HET KRUIS.

Vader, in Uwe handen beveel Ik mijnen geest. Luc. XXIII. 40.

I Punt.

Kniel in den geest eerbiedig neer aan den voet van het kruis en verbeeld u Jezus' laatste woord te vernemen. Alles is volbracht, de Verlosser dei-wereld kan sterven; het eeuwig gedenkwaardig oogenblik, waarop Zijne heilige ziel zich van Zijn heilig lichaam zal scheiden, is nabij. Maar alvorens

ocr page 259

247

dit gebeurt, geeft Jezus Zijne ziel ter bewaring over aan den Hemelschen Vader, totdat Hij haalbij de glorievolle verrijzenis wederom zal terag-nemen. De H. Lucas verhaalt bet aldus: E n Jezus, met luider stemme roepende, zeide: Vader, in Uwe handen beveel Ik mijnen geest! — Dat luid geroep bewijst duidelijk, dat in het verscheurde lichaam van Jezus nog krachten genoeg waren om nog langer te leven, dat de dood niet over Hem zal heerschen. Hij zal sterven op het oogenblik, dat Hij zelf heeft vastgesteld, zonder de bezwijmingen van den doodsstrijd, dien Hij in den Hof van Gethsemani had geleden, te ondergaan; niemand zal Hem het leven ontnemen, maar vrijwillig zal Hij het afleggen uit liefde tot ons. En in dit hoogheilig oogenblik slaakt Hij met luider stem den kreet: Vader, in Uwe handen beveel Ik mijnen geest! Merk hier op, dat Jezus geduronde Zijn bitter lijden driemaal den zoeten naam van Vader bezigt; in het begin van dat lijden, toen Hij in doodsangst verkeerende uitriep: Mijn Vader! indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan! ^ vervolgens toen Hij reeds aan het kruis was vastgeklonken en voor Zijne kruisigers bad: Vader! vergeef hun! want zij weten niet wat zij doen!2) en thans nu alles vol -

gt;) Matth. XXVI. 30. -) Luc. XXIII. 31.

ocr page 260

248

bracht is en Zijn lijden een einde heeft. — Leer hier, mijne ziel, dat God ook in lijden en wederwaardigheden steeds uw liefdevolle Vader is en blijft, en dat gij steeds met volle onderwerping, maar ook met kinderlijk vertrouwen Zijne hulp moet inroepen, wanneer Zijne hand u soms kastijdt. Al mocht dat lijden langdurig zijn en het kruis u zwaar vallen, verlies daarom het vertrouwen niet, Gods Vaderhart blijft voor n kloppen en zal u niet verlaten ; want er staat geschreven: G e 1 ij k een vader zich over z ij n e kinderen ontfermt, zoo ontfermt de Heer zich over hen, die Hem vreezen.1)

II Punt.

Vestig nu nog eens uwe volle aandacht op het Hart van Jezus, het zal de laatste maal zijn gedurende Zijn sterfelijk leven. Uitgeput door het aanhoudend bloedverlies, gefolterd door het langdurig lijden, begint dat Hart hoe langer hoe zachter te kloppen; Het kan niet meer, weldra zal Het tot stilstand komen. O mijne ziel, werp een vluch-tigen blik over hetgeen Het voor u verduurd heeft; denk aan Zijne doodelijke benauwdheid in den hof der Olijven; aan Zijne walging over het schelmstuk van Judas; aan Zijne smaad en schande bij de gevangenneming, in de paleizen van Herodes en Pilatus, door de straten van Jeruzalem; aanZijn

■) Ps. CII. 13.

ocr page 261

249

schrik en ontzetting over de aanhoudende godslasteringen; aan Zijn afkeer over de duivelsehe schijnheiligheid der schriftgeleerden en farizeën; aan Zijn pijnlijk medelijden met het misleide en verblinde volk; aan Zijne verontwaardiging over de onrechtvaardige rechters; aan Zijn sidderen en heven bij de ruwe geeselslagen ; aan Zijne afmatting op den weg naar Golgoiha; aan Zijne bittere teleurstelling over de vlucht der apostelen; aan Zijne uiterste droefheid over het lijden van Maria; aan Zijne smartvolle verlatenheid aan het kruis; denk eindelijk aan Zijne allersmartelijkste foltering over de vruchteloosheid van al dat lijden voor zoovele zielen; en oordeel dan of er ooit een hart was, dat geleden heeft als het Hart van Jezus. Waarlijk, Zijn lijden wordt slechts overtroffen door Zijne oneindige liefde. Die liefde was reeds ten top gestegen in de eetzaal van Jeruzalem bij de instelling van het aanbiddelijk Sacrament des altaars, dat een gedachtenis zou zijn van de liefde en den dood onzes Zaligmakers, een kort begrip van alles wat onze verlossing Hem gekost heeft. Van toen af brandde zij met vernieuwden gloed ; haar schitterende glans alleen maakte de hartverscheurende tafereelen der lijdensgeschiedenis duidelijk, maar ook alleen hare vlammen zullen de Gode aangename offerande verslinden, het Hart van Jezus doen ophouden te kloppen en zoo het bewijs leveren, dat zij tot het uiterste gegaan is. Mijne ziel, erken toch eens

ocr page 262

250

voorgoed uwe verplichting tot wederliefde! Zoo gij bet Hart van Jezus niet bemint, wien zult gij dan uwe liefde schenken ? Doch herinner u tevens, dat ware liefde niet in het hart kan besloten blijven, maar zich noodzakelijk door daden vertoont, en stel dan een onderzoek in naar de daden, die bare aanwezigheid in uw hart bewijzen.

Ill Punt

Het laatste oogenblik van Jezus' sterfelijk leven is nabij. Volgens bet algemeen plan van het groote verlossingswerk, moest het menschgevvorden Woord de aarde verlaten, om bezit te gaan nemen van de heerlijkheid, waarvan de verloste menschen deelgenooten zouden zijn. Ach, hoe zou dat afscheid pijnlijk vallen aan Maria en aan de leerlingen! Doch de onuitputtelijke liefde van bet Goddelijk Hart had een middel gevonden om dit lijden te verzachten ; het aanbiddelijk Sacrament des altaars stelde hen schadeloos voor het verlies van Jezus' zichtbare tegenwoordigheid. En wij, die Hem nooit met onze lichamelijke oogen aanschouwden, wij zien Hem in dit Sacrament met de oogen des geloofs; Hij is bij ons, op eene geheimzinnige, wel is waar, maar toch werkelijke wijze. In iedere kerk, in elk tabernakel is Hij tegenwoordig met lichaam en ziel, met vleesch en bloed, met Godheid en menschheid; Hij vertoeft daar dag en nacht onder de nederige gedaanten van brood om

ocr page 263

'251

ons te ontvangen, onze beden te vernemen, Zijne gunsten over ons uit te storten, de spijs onzer zielen te worden. O mijne ziel, hoe dikwijls brengt gij Hem een bezoek? boe gedraagt gij u in Zijne tegenwoordigheid? welke is uwe gesteltenis bij het ontvangen der H. Communie ?

Om-weeg vervolgens, dat de aanbiddelijke Eucharistie niet alleen het waardigste der Sacramenten is, maar bovendien het eenige offer dei-Nieuwe Wet, dat dagelijks op duizenden altaren Gode wordt opgedragen, dat zal voortduren zoolang het menschelijk geslacht zal bestaan; overweeg, dat iedere heilige Mis op onbloedige wijze het bloedig offer vernieuwt, dat Jezus voor ons opdroeg aan het kruis; dat zij eene oneindige waarde heeft, omdat de priester slechts de bedienaar, maar Christus zelf offerande en offeraar tevens is; overweeg eindelijk, dat het heilig Misoffer het eeuige middel is waardoor gij u van uwe plichten jegens God kunt kwijten, waardoor gij Hem lof en dank brengt Zijner waardig, boetedoening voor uwe zonden, en nieuwe gunsten afsmeekt; en onderzoek dan hoe gij tot hiertoe aan de liefdevolle inzichten van Jezus' Hart hebt beantwoord, welken ijver gij betoond hebt om de heilige Mis bij te wonen, wanneer tijd en omstandigheden het toelieten, welke gevoelens u daarbij bezielden. Verlevendig uw geloof en verbeeld u steeds bij het begin dier hoogheilige handeling,

ocr page 264

252

dat gij aan den voet van het kruis neerknielt, waaraan uw Zaligmaker zich voor u gaat slachtofferen.

„Geloofd, aangebeden en met gevoel van dankbaarheid zij bemind Jezus' Hart in het allerh. Sacrament des Altaars, op ieder oogen-blik, en in alle tabernakelen der gansche wereld, tot aan de voleinding der eeuwen. Amen.quot;

ZESDE WEEK DER VASTEN. GOEDE VRIJDAG.

JEZUS STERFT AAN HET KRUIS.

En hij boog het hoofd on gaf den geest.

Joan XIX. 30.

I Punt.

Nader in stillen eerbied het harde sterfbed van uwen Jezus en verbeeld u bij Zijn dood tegenwoordig te zijn. Nauwelijks heeft Hij Zijn geest aan den Vader aanbevolen of Hij buigt het hoofd naar Zijn hijgende borst. Zijne oogen breken. Zijn Hart houdt op te kloppen, de adem ontvliedt aan Zijne verbleekte lippen, Jezus sterft. — Mijn God, welk een schouwspel! Hij die gezegd had : Ik ben het leven, 1) wien de Serafijn zoowel als het nietige aardwormpje ontstaan en behoud dankt. Hij sterft aan een schandelijk kruis, verlaten, gelasterd, onteerd i En Hij sterft vrijwillig,

') Joan. XI. 25.

ocr page 265

253

uit loutere liefde voor Zijne ondankbare schepselen, om te boeten voor bunne misdrijven, om hen te verlossen van den eeuwigen dood! — De gansehe schepping is in droefheid en rouw: de engelen weenen bitter, de duivelen voelen zich overwonnen; het voorhangsel des Tempels scheurt van boven naar beneden; de aarde siddert en beeft; de steenrotsen, op en rondom Golgotha, scheuren en splijten vaneen; de graven openen zich en dooden verrijzen; de zon, gedurende de laatste drie uren met een rouwfloers bedekt, zendt wederom hare stralen uit, als wilde zij de verschrikkingen nog vermeerderen; de hoofdman, onder wiens bevel de kruisiging geschiedde, wordt bevreesd en zegt: W a a r 1 ij k ! deze m e n s c h was Gods Zoon!1) geheel de schare van hen, die bij dit schouwspel tegenwoordig waren en zagen wat er geschied was, keeren weder naaide stad, terwijl zij, om hunne toestemming in Jezus' dood, van berouw over hunne misdaad en van vrees voor Gods wraak zich op de borst slaan; 2) Maria eindelijk en de getrouwen, die haar vergezelden, staan sprakeloos onder het kruis en staren met betraande oogen op het ontzielde lichaam van Jezus. En gij, mijne ziel, wat gevoelt gij? Durft gij uwe oogen opslaan naaiden gestorven Heiland zonder met de menigte op

') Marc. XV. 39. quot;) Luc. XXIII. 48.

ocr page 266

254

uwe borst te kloppen ? Ook uwe zonden toch waren oorzaak van Zijn dood. Maar herleeft ook niet uw vertrouwen op Hem, die stervende vergiffenis vroeg voor Zijne beulen en het paradijs beloofde aan den rouwraoedigen moordenaar? Brandt uw hart niet van wederliefde jegens Hem, die u aan het kruis het grootste bewijs van liefde geschonken heeft? O, mogen die gevoelens van leedwezen, van vertrouwen en liefde u steeds bijblijven als eene heilzame herinnering aan den Calvarieberg!

II Punt.

Jezus is gestorven, doch Zijn Hart blijft nog steeds uwe volle aandacht tot zich trekken. Een der krijgsknechten opende Zijne zijde met eene speer, zoo verhaalt de H. Joannes. 1) Maar er valt niet aan te twijfelen of die lanssteek heeft ook het Goddelijk Hart van Jezus doorboord. Zoo getuigt de oudste overlevering, en het blijkt duidelijk uit het doel van den krijgsknecht; hij wilde volle zekerheid hebben omtrent Jezus' dood ten einde verantwoord te zijn, dat hij Zijne beenen niet had laten breken; hij wilde zich en anderen overtuigen, dat Jezus werkelijk gestorven was, of, mocht er nog eenig levensvonkje over zijn, dan wilde hij dit in Zijn Hart, den hoofdzetel des levens, uitdooven. Dit blijkt ook uit hetgeen

') XIX. 31.

ocr page 267

255

de Allerzaligste Maagd aan de H. Brigitta openbaarde; „Mijn Jezus werd in het Hart gestoken op zoo bitter vvreede en onbarmhartige wijze, dat hij, die den stoot toebracht, niet ophield, totdat de lans de [andere] zijde bereikte, en alzoo beide zijden van Jezus' Hart aan de lans waren.quot;

Bedenk thans, mijne ziel, dat in de groote lijdensgeschiedenis geene enkele gebeurtenis voorviel, die niet door den Lijder zeiven eene beteekenis kreeg. De vijfde wonde nu, welke Hij aan het kruis ontving, kon Hem geen pijnen, geene smarten meer veroorzaken, want Jezus was reeds gestorven ; die vijfde wonde moest ons toonen, waarheen wij na den dood onzes Zaligmakers moeten vluchten, zij moest ons geleiden naar de schatkamer van den kostbaren losprijs, dien onze verlossing gekost heeft, zij moest de fontein blootleggen dier levende wateren, die ontsprongen op den Calvarieberg, tot aan het einde der tijden de Kerk zullen drenken met heilzame genade op aarde, met onuitsprekelijke zaligheid in den hemel; zij moest het bewijs leveren, dat al de schatten van Jezus' heilig leven tot aan den laatsten druppel ons geschonken zijn ; zij moest ons, in één woord, de bron openen der oneindige liefde en barmhartigheid, zooals Jezus zelf aan verschillende heiligen geopenbaard heeft. Ziedaar, mijne ziel, waarom de Heer Zijn

Eev. I. 10.

ocr page 268

256

Hart liet doorboren, ziedaar, waarom dat Hart, dat gedurende Zijn leven het brand- en middelpunt was van alles wat Hij voor u sreleden heeft, ook nog na Zijn dood uwe volle aandacht waardig blijft.

III Punt.

Het Hart van Jezus is gemaakt als het onze. Evenals wij gaarne zien, dat men denkt aan de diensten, welke wij bewezen hebben, zoo ook zal het aangenaam zijn aan het Goddelijk Hart, wanneer wij dikwijls overwegen wat Het voor ons gedaan en geleden heeft. Een eenvoudig en krachtdadig middel nu om het bitter lijden te overwegen is ongetwijfeld de godvruchtige oefening van den heiligen Kruisweg. Daar toch worden ons de voornaamste gebeurtenissen van dat lijden aanschouwelijk voor oogen gesteld ; daar zien wij het Hart van Jezus bloeden over de valsche beschuldigingen der joden, over het onrechtvaardig oordeel van Pilatus, over de onmenschelijke mishandelingen der beulen, over de droefheid Zijner beminde moeder; daar zien wij Het sidderen en beven bij iederen val onder het kruis ; daar zien wij Het ineenkrimpen van schaamte bij de ontkleeding; daar vernemen wij Zijn smachtend ver langen naar de zaligheid der zielen. Zijne roerende klacht over Zijne verlatenheid ; daar zien wij Het breken en door de lans geopend worden.

Op den heiligen Kruisweg geeft Jezus' Hart u

ocr page 269

257

ook de heilzaamste lessen en vermaningen. De heldere gloed van matelooze liefde, welke als bij iedere klopping van dat Hart u tegenstraalt, zal uw hart verwarmen en in vurige wederliefde ontvlammen ; Zijn innig medelijden met de weenende vrouwen en het rampzalig volk van Israël zal uwe teederheid opwekken jegens ongelukkigen naar lichaam of ziel; Zijn eindeloos geduld zal u aansporen tot gelatenheid in kruis en lijden, in rampen tegenspoed ; Zijne bewonderenswaardige vergevensgezindheid zal u waarschuwen tegen haat en wrok; Zijne onbeperkte gehoorzaamheid tot den dood des kruises zal u onderwerping leeren aan Gods heiligen wil. In één woord, de heilige Kruisweg is de welsprekendste aller predikatiën, hij is de school der volmaaktheid. Maak dan aan den voet des kruises het vaste besluit deze oefening met aandacht en godsvrucht te verrichten of bij te wonen zoo dikwijls de gelegenheid zich daartoe aanbiedt; zij zal het liefdevol aandenken aan Jezus' lijden, dat gij gedurende den heiligen Vastentijd overwogen hebt, in u levendig houden, en u bovendien deelachtig maken aan de buitengewone gunsten en voorrechten, welke de Kerk daaraan verbonden heeft.

„Bemind zij overal het Allerheiligst Hart van Jezus!' (100 dagen afl. Raccolta).

17

ocr page 270

258

ZESDE WEEK DER VASTEN. PAASCH-ZATERDAG.

JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN EN IN HET GRAF GELEGD.

Joseph nu ... nam Hem af... en legde Hem in eene grafstede, welke uit eene steenrots was uitgehouwen. Marc. XV. 48.

I Punt.

Verbeeld u te zien hoe het heilig lichaam des Zaligmakers van het kruis wordt afgenomen en gebalsemd, en vervoeg u vervolgens in den geest bij den treurigen lijkstoet. — Na den dood van Jezus en de opening Zijner zijde, hadden de menigte volks en de soldaten zich van den Calvarieberg verwijderd; alleen Maria met den leerling Joannes en de godvruchtige vrouwen bevonden zich nog aan den voet des kruises. Middelerwijl was Joseph van Arimathea naar Pilatus gegaan en had van hem verlof gekregen het lichaam van Jezus te begraven. Onmiddellijk keerde hij naar Golgotha terug, vergezeld van Nicodemus, die evenals hij, tot de geheime leerlingen des Zaligmakers behoorde. Met heiligen eerbied namen zij nu het lichaam van het kruis af en wonden het met specerijen in zuiver lijnwaad, gelijk het bij de joden gewoonte was te begraven. En er was in de nabijheid een hof, die aan Joseph toebehoorde, en in den hof een nieuw graf, dat hij voor zich in de rots had doen uithouwen ; daarin legden zij

ocr page 271

259

liet lichaam van Jezus, wentelden een grooten steen tegen den ingang van het graf en gingen henen; want de rust van den Sabbath zou weldra aanbreken. ^

Ziedaar het eenvoudig, maar roerend verhaal, dat de Evangelisten ons van Jezus' begrafenis hebben opgeteekend. Ach, wat moeten de H. Joannes en de godvruchtige vrouwen gevoeld hebben bij deze stille en droevige plechtigheid! Maar vooral, wat moet er zijn omgegaan in het moederhart van Maria toen zij het ontzielde en misvormde lichaam haars Goddelijken Zoons in hare armen sloot en aan haar hijgenden boezem drukte! Met hoeveel meer recht dan de aartsvader Jacob, kon zij weeklagend uitroepen : een woest dier heeft mijn kind verscheurd! O mijne ziel, gij kent dien woesteling ; de zonde heeft Jezus doen sterven en Zijn lichaam overdekt met wonden zonder tal; zij heeft het zwaard der bitterste droefheid gestooten in het hart van Zijne en uwe Moeder. Ach erken dan nog eens hare boosheid en den afschuw, dien zij u moet inboezemen; zweer haar een eeuwigen haat, bid Maria om hare voorspraak.

II Punt.

De merkwaardigste aller dagen spoedde ten einde. Met diepen weemoed in het hart hebben ook Maria en de getuigen harer smarten de begraafplaats des

1 j Ygl. Mattli.XXVII; Marc. XV; Luc. XXIII; Joan. XIX.

ocr page 272

260

Heeren verlaten, ten einde voor het invallen van den Sabbath in Jeruzalem terug te zijn ; gij alleen, mijne ziel, zijt achtergebleven op de bevoorrechte plek, waarvan zij zoo noode scheidden, en die voorloopig slechts bewaakt wordt door de onzichtbare geesten des hemels. Maak u die stille eenzaamheid ten nutte om nog eens het zielloos lichaam van uwen minnelijken Zaligmaker in den geest te beschouwen; de praktische toepassing zal zich telkenmale als vanzelf aan u opdringen.

Zie die oogen, waaruit zoo vele tranen van teeder medelijden voor ongelukkigen en zondaars gevloeid zijn .... Dien mond, die zich slechts opende, die tong, die zich alleen bewoog om God te verheerlijken of de menschen te stichten, te onderwijzen en te vertroosten .... Die vaneen-gereten handen, welke Hij slechts uitstrekte om weldaden te verspreiden .... Die doorboorde voeten, welke niet voortgingen dan uit gehoorzaamheid, die nooit moede waren om de verdoolde schapen te gaan opzoeken. Maar vestig vooral uwe aandacht op de zijdewonde, die u toegang geeft tot dat Hart, welks kloppingen niets anders waren dan akten van oneindige hulde jegens God, maar ook akten van oneindige liefde tot de menschen, dat u beminde tot den dood en zelfs na den dood nog geopend werd, ten einde u eene veilige schuilplaats tegen alle gevaren aan te bieden. „O zalige lans, die zulke opening mocht maken,quot; roept te-

ocr page 273

261

recht de H. Bonaventura uit, „ware ik in uwe plaats geweest, ik zou de zijde van Jezus niet verlaten, maar gezegd hebben; Dit is mijne rustplaats in eeuwigheid.' „O wat zijn zij gelukkig,' zegt hij nog, „die in het heiligdom van Jezus' Hart diep weten door te dringen!quot; Mijne ziel, verzeker u dat geluk; hernieuw hier bij het heilig graf van Jezus uwe toewijding aan Zijn allerheiligst Hart. Zie, de deur van dat heiligdom is door de lans van den soldaat geopend; treed dus binnen en vestig er voor altijd uwe woning; daar zu.lt gij veilig zijn, daar zult gij rust en vrede vinden, daar zult gij in dankbare wederliefde ontvlammen. jSTeem uw toevlucht tot dat Hart, wanneer lijden en kwellingen u terneerdrukken, wanneer bekoringen u bestormen, wanneer angst en twijfel u overvallen. Vereer en bemin dat Hart, en Het zal u zoet zijn gedurende het leven, zoet in de ure des doods, en Zijne Goddelijke liefdestralen zullen u doorstroomen met heerlijkheid en geluk gedurende de eeuwen der eeuwen.

III Punt.

Overweeg nu hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf, waarin nog niemand gelegd was geworden.1) Zie, dit graf is het afbeeldsel van uw hart, waarin Jezus bij iedere

■) Joan. XIX. 41.

ocr page 274

262

heilige Communie komt rusten. Dan ach, uw hart is voor uwen Jezus misschien geen nieuw graf meer, wijl gij er eerst aan de zonde eene plaats hebt ingeruimd. Tracht het dan ten minste te vernieuwen door eene oprechte biecht en te versieren met het reukwerk der deugden. Gedenk steeds wanneer gij tot de heilige Tafel nadert, dat gij de verhevenste handeling stelt, welke op deze aarde mogelijk is, opdat uwe voorbereiding en dankzegging daarmede in overeenkomst zijn; verlevendig alsdan uw geloof, want daar hangt hier alles van af. Indien uw geloof levendig is, indien gij innig en vast overtuigd zijt, dat gij onder de gedaante van brood, uwen Heer en God ontvangt, den Schepper van hemel en aarde, dan zullen gevoelens der diepste nederigheid u bezielen, dan zult gij met in- en uitwendigen eerbied de communiebank naderen; indien gij vastelijk gelooft, dat Jezus, uw God en Zaligmaker uit liefde tot u in dit heilig Sacrament tegenwoordig is en in Zijne oneindige liefde de spijs uwer ziel wil worden, o, dan zal ook uwe wederliefde ontvlammen, dan zult gij Hem een van liefde brandend hart aanbieden; en eindelijk, indien gij vastelijk gelooft, dat Jezus zoo vurig wenscht zich aan u te schenken, dat Hij u gebiedt tot Hem te naderen, o, dan zal uw vertrouwen geen grenzen meer kennen en in het vurigst verlangen overgaan. — Hetzelfde geldt ook van de dankzegging. Een levendig geloof zal

ocr page 275

263

ii dc zoete gewaarwording schenken, dat Jezus, de oorsprong en gever aller genade in uw hart rust; met den diepsten eerbied zult gij Hem aanbidden, u vernederen voor Zijne ontzaglijke majesteit, Hem de verzekering uwer eeuwige liefde en trouw aanbieden, met een onbegrensd vertrouwen Zijne genadehulp afsmeeken en in blijde dankbaarheid uitroepen: Ik leef, doch niet ik, maar Christus leeft in m ij ! ^ Wat zal mij van Hem scheiden? Noch leven, noch dood! de heilige Communie is het onderpand mijner toekomstige verrijzenis en eeuwige zaligheid; want Jezus heeft gezegd : Die Mijn vleesch eet en Mijn 1) 1 o e d drinkt, heeft het eeuwige leven en Ik zal hem opwekken ten j o n g s t e n dage.2)

') Gal. II. 20. gt;) Joan. VI, 55,

ocr page 276
ocr page 277

GEBEDEN.

ocr page 278
ocr page 279

267

MORGENGEBED.

0 eeuwige God, zie mij hier voor Uwe onmetelijke Majesteit neergebogen; ik aanbid U nederig, ik draag U op al mijne gedachten, woorden cn werken van dezen dag; ik neem mij voor alles te doen uit liefde tot ü, tot Uwe glorie, om Uwen Goddelijken wil te volbrengen, om U te dienen, te prijzen en te zegenen, om verlicht te worden in de geheimen van ons heilig geloof, om mijne zaligheid te verzekeren en te hopen op Uwe barmhartigheid; om Uwe Goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor mijne zoo talrijke en zoo zware zonden; om de geloovige zielen in het vagevuur te helpen, en de genade'eener oprechte bekeering te verwerven voor alle zondaren. Alles samenvattend neem ik mij voor, al mijne handelingen te verrichten in vereeniging met die allerzuiverste meeningen, welke Jezus en Maria hier op aarde bezaten, alsmede alle heiligen, die in den hemel zijn en alle rechtvaardigen, die op aarde leven; ik zou wenschen deze mijne meening met mijn eigen bloed te kunnen onderschrijven en haar ieder oogenblik zooveel malen te kunnen herhalen als er oogenblikken in de eeuwigheid zijn.

Ontvang, o mijn God, dezen mijnen goeden wil, en schenk mij Uwen heiligen zegen met eene krachtige genade, om geheel mijn leven lang geene doodzonde te bedrijven, maar vooral op dezen dag, waarop ik verlang en mij voorneem alle

ocr page 280

268

aflaten te verdienen, die ik kan, alsmede tegenwoordig te zijn bij alle heilige Missen, die in dit oogenblik over geheel de wereld zullen worden opgedragen, ze toepassend op de geloovige zielen in het vagevuur, opdat zij van hare pijnen mogen worden verlost. Amen.

(100 dagen afl. eenmaal daags. Eaccolta.)

OPDRACHT AAN HET H HART VAN JEZUS.

O allerbeminnelijkste Jezus, om U mijne dankbaarheid te bewijzen en om mijne ongetrouwheid weder goed te maken, schenk ik U mijn hart, otfer ik mij geheel aan U op, en neem, met Uwe genade, het vast besluit, van U nooit meer te vergrammen.

Bemind zij overal het H. Hart van Jezus.

(100 dagen afl. Eaccolta.)

AVONDGEBED.

Almachtige God en Heer, mijn Schepper en Bestierder, U loof en prijs ik met alle engelen en heiligen; U dank ik voor alle weldaden, welke Gij mij heden en gedurende mijn gansche leven geschonken hebt. Mijn lichaam en mijne ziel, alles wat ik heb en ben, offer ik ü op in vereeniging met de oneindige verdiensten van Jezus Christus, Uwen Zoon en mijnen Zaligmaker, en vraag om Zijnentwil ootmoedig vergiffenis voor de vele fouten en misstappen, waaraan ik mij in Uwen dienst

ocr page 281

269

plicbtig maakte; vergeef mij om Hem de zonden, welke ik uit boosheid of uit menschelijke zwakheid beging. 0 God, v/ees mij armen zondaar genadig !

In Uwe handen, o Heer, beveel ik mijn lichaam en mijne ziel, mijne naastbestaanden en alle mensehen, inzonderheid de bedrukten, de zieken en stervenden. Bescherm ons allen door Uwen heiligen, engel; stort Uwen zegen uit over dit huis en behoed mij en al}en, die het bewonen, voor zichtbare en onzichtbare vijanden. Heb ook medelijden met de geloovige zielen in het vagevuur en geef haar de eeuwige rust, door Christus onzen Heer. Amen.

0 Maria, mijne lieve moeder, bescherm mij door uwe machtige voorspraak tegen de listen en aanvallen des duivels.

Heilige N., mijn patroon, bid voor mij.

Heilige Engel, mijn bewaarder, waak over mij, opdat ik dezen nacht van alle ongelukken bevrijd blijve; verwerf mij, dat ik niet door eenen haastigen dood overvallen worde en dit leven niet verlate dan na eene oprechte boetvaardigheid over mijne zonden gedaan te hebben.

In den naam onzes Heeren Jezus Christus begeef ik mij ter ruste. Hij zegene en bescherme mij, en geleide mij ten eeuwigen leven. Amen.

ocr page 282

270

gebeden ondee de h. mis.

VOOKBEBEIDING.

O mijn God, ik geloof vastelijk, dat Gij hier tegenwoordig zijt, zooals Gij heerscht in den hemel. Met den diepsten eerbied kniel ik voor U neder en bied IJ het offer aan, dat Uw welbeminde Zoon van zich zeiven bracht aan het kruis, en dat Hij thans op dit altaar gaat hernieuwen; ik bied het ü aan in vereeniging met alle heilige Missen, die reeds opgedragen zijn en over de geheele wereld nog zullen opgedragen worden, om Uwe oneindige majesteit te vereeren en te huldigen; om Uwen toorn te bevredigen wegens onze talrijke zonden en ü waardige voldoening te schenken; om U den verschuldigden dank te brengen voor Uwe tallooze weldaden; en eindelijk om Uwen bijstand en Uwe genade af te smeeken. Zegen mij, o Heer, opdat ik deelachtig worde aan de oneindige verdiensten van deze heil. offerande; zegen ook Uwe heilige Kerk en alle geloo-vigen en heb medelijden met de zielen des vagevuurs.

VAN HET BEGIN DEB H. MIS TOT AAN HET EVANGELIE.

God, Hemelsche Vader, ik erken U voor mijn Schepper, mijn Heer en Meester, en beleid voor hemel en aarde, dat Gij oneindige lof en hulde waardig zijt. Ach, hoogste en aanbiddelijke Majesteit, kou ik U naar waarde prijzen ! Maar hoe zal

ocr page 283

ik ellendig en nietig schepsel mij van deze verplichting jegens ü kwijten? Doch zie, o Hemelsche Vader, de oneindige liefde, welke het Hart van Uw welbeminde Zoon mij toedraagt, komt mijne onwaardige zwakheid ter hulp. Aan het schandelijk kruishout heeft Jezus zich voor mij geslachtofferd en door Zijn offerdood ü eene hulde gebracht, Uwer oneindige Majesteit volkomen waardig. Datzelfde offer hernieuwt Hij thans op onbloedige wijze op het altaar en stelt het in mijne handen. Ik vereenig mij dus met Hem en bied ü deze heilige Mis aan om Uwe opperheerschappij over mij en al het geschapene te erkennen, om Uwen aanbiddelijken naam te prijzen en te verheerlijken, om ü den lof te brengen, die Ü toekomt. Ik voeg mijne stem bij het gezang Uwer zalige geesten, en bid :

Eere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wille zijn ! Wij loven ü; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij bedanken IJ wegens Uwe groote heerlijkheid. Heer God, Koning des hemels. God, almachtige Vader, Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer; die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze gebeden; die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen

ocr page 284

272

de Allerhoogste, Jezus Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.

(In gezongen heilige Missen of als men tijd over heeft, kan men tot aan het Evangelie gevoegelijk eene Litanie of een gedeelte van den Rozenkrans bidden.1

VAN 1IBT EVANGELIE TOT AAN DE CONSECRATIE.

Hoe gelukkig ben ik, o God, dat ik boven zoo vele anderen in Uwen waren dienst geboren en opgevoed ben. Om den menschen Uwen aanbidde-lijken wil bekend te maken, hebt Gij tot onze voorouders gesproken door den mond der profeten ; maar tot ons hebt Gij gesproken door Uwen eenig-geboren Zoon, door wien Gij alles geschapen hebt. Hij verkondigde Uwe Goddelijke leer en stichtte de onfeilbare Kerk om die leer ongeschonden te bewaren tot aan het einde der tijden. In hare school onderwezen, leerde ik de verheven waarheden van het heilig Evangelie kennen en voor Uw aanschijn, o Heer, betuig ik opnieuw mijne volle instemming met die waarheden; ik geloof vastelijk alles wat Gij, o God, geopenbaard hebt en door Uwe Kerk te gelooven voorstelt, omdat Gij de eeuwige Waarheid zijt, die alles weet, en ons niet kunt bedriegen. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven. Amen.

Maar ach, lieve Vader, hoe menigmaal was mijne handelwijze in strijd met mijn geloof, hoe dikwijls heb ik Uwen heiligen wil miskend. Uwe geboden

ocr page 285

273

5t overtreden! Ik geloofde, dat üw welbeminde Zoon

om de zonden der menschen den schandelijksten dood gestorven is, dat Zijn kostbaar bloed uit ontelbare wonden gevloeid heeft en nog dagelijks vloeit op onze altaren; en helaas! ik dacht zoo weinig aan hare boosheid, ik vermeerderde zoo dikwijls het hartewee van Jezus. Ach Hemelsche Vader, schande en schaamte overdekken mij wanneer ik bedenk, dat ik zoo veel en zwaar gezondigd heb. Doch zie, ik heb er berouw over en neem mij vastelijk voor in het vervolg niet meer te zondigen. Barmhartige God, heb medelijden met mij; vergeef mij nog eens mijne schuld en wil mijne vroegere misdaden niet meer gedachtig zijn. Gedenk, dat Jezus door Zijn smartvollen dood overvloedig voor mij voldaan heeft, dat Zijn Goddelijk bloed vergoten werd om de zonde uit te wisschen; en zie, thans hernieuwt Hij op dit altaar datzelfde zoenoffer. Zijn bloed zal weldra op nieuw vloeien; o, ik vereenig mij met Hem en offer ü deze heilige Mis op tot voldoening voor mijne misdrijven. O God, aanschouw het vlekkeloos Lam, dat de zonden der wereld wegneemt; luister naar de stem van Zijn kostbaar bloed, dat niet om wraak, maar om genade en ontferming roept. Wees toch indachtig, dat Jezus hangende aan het kruis vergiffenis vroeg voor mij, eertijds zijn trouweloozen beul, maar thans een boetvaardigen zondaar; aanschouw Zijn geopend Hart, dat zoo-

18

ocr page 286

274

zeer naar mijne zaligheid dorst, en schenk mij om Zijne oneindige verdiensten vergiffenis mijner zonden en kwijtschelding der straffen, welke zij verdienden. Heb ook medelijden met alle zondaars der wereld en ontferm ü over de zielen in het vagevuur, door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

H. Hart van Jezus, toevlucht, der zondaren, ontferm ü mijner!

BIJ DE OPHEFFING VAN DE H. HOSTIE.

O Jezus, mijn Zaligmaker, met den diepsten eerbied aanbid ik ü en offer U door de handen des priesters Uwen Hemelschen Vader op tot voldoening voor mijne zonden en de zonden der gansche wereld.

,H. Hart van Jezus, ontferm U mijner!quot;

BIJ DE OPHEFFING VAN DEN KELK.

0 kostbaar. Goddelijk bloed, ik aanbid U! Besproei mijne ziel en heilig haar! Moge de liefde, welke ü deed stroomen, mijn hart tot wederliefde ontvlammen!

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik U immer meer beminne.quot;

(300 dagen afl. Raccolta.)

ocr page 287

275

VAN DE CONSECRATIE TOT AAN DE COMMUNIE.

O allerzoetste Jezus, ik geloof vastelijk, dat Gij thans onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoordig zijt met Godheid en menschheid, met lichaam en ziel, met vleesch en bloed; ik aanbid ü met den diepsten eerbied; ik vereenig mijn ziel met de Uwe; ik vereenig mijn hart, mijn geest, mijn leven met Uw Hart, Uwen geest. Uw. leven, en zoo met U vereenigd, waag ik het, mij Uwen Hemelschen Vader voor te stellen.

Oneindige God, God van majesteit en glorie, hoewel ik slechts stof en asch ben, mag ik toch, naar het voorschrift van Uw Zoon mijne stem tot U verheffen en bidden: Onze Vader, die in de hemelen zijt. O eeuwige Vader, aanzie Uw kind en luister naar mijne smeekingen. Verborgen in Jezus' wonden, besproeid met Zijn Goddelijk bloed en verrijkt met Zijne oneindige verdiensten, verschijn ik voor U, om U dank te brengen voor al de weldaden en gunsten waarmede Gij mij overladen hebt. Ach mijn God, wat was Uwe goedheid toch groot! Met recht moogt Gij mij vragen: Wat kon Ik nog meer voor u doen, dat Ik niet gedaan heb. Ja waarlijk. Gij waart al te goed voor mij, en ik helaas, was U al te ondankbaar ! naarmate ik mijne ongetrouwheden vermenigvuldigde, hebt Gij Uwe genade vermeerderd. 0 God, ik verafschuw thans mijn onwaardig gedrag en erken den plicht van dankbaarheid welke op

ocr page 288

276

mij rust, doch tevens mijne onmacht om U den verschuldigden dank te brengen. Uit mij zeiven toch heb ik niets dan mijne zonden en onvolmaaktheden, al het overige behoort U toe; wat dan zal ik U wedergeven voor alles, wat Gij mij geschonken hebt? Doch, Hemelsche Vader, zie neder op het altaar; Uw welbeminde Zoon rust daar onder de gedaanten van brood en wijn, en in Zijne eindelooze liefde heeft Hij zich in mijne handen gesteld. O, ik offer Hem U op als een waardig dankoifer voor al Uwe genaden en weldaden, aan mij en aan alle menschen bewezen; ik bied U aan de oneindige dankbetuigingen, welke het Hart van Jezus U geeft in deze offerande en in alle heilige Missen, die heden over de gansche aarde worden opgedragen. Gewaardig U dit dankoffer aan te nemen en wees ons en de zielen des vagevuurs genadig door denzelfden Christus, onzen Heer, Amen.

O dierbare Zaligmaker, kon ik thans Uw harte-wensch vervullen en mij met U in de heil. Communie vereenigen! Maar dewijl mijne zonden mij die gunst onwaardig maken, zoo wil ik U toch op geestelijke wijze in mijne ziel binnenleiden. Ja kom in mij, dierbare Jezus! Kom, neem bezit van mijn hart, dat U toebehoort! Verwijder uit dat hart alles, wat U kan mishagen; zegen het, vervul het met Uwe genade, opdat het voortaan alleen voor U moge kloppen. Amen.

ocr page 289

277

VAN DE COMMUNIE TOT AAN HET EINDE DER MIS.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, verzadig mij.

Water van Christus' zijde, reinig mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jezus, verhoor mij.

Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.

Tegen den boozen vijand, verdedig mij.

In het uur van mijnen dood, roep mij.

Doe mij dan tot ü komen.

Opdat ik met Uwe heiligen U love,

In de eeuwen der eeuwen. Amen.

Hartelijk dank zij U, lieve Jezus, voor de goedheid, waarmede Gij U op geestelijke wijze met mijne ziel vereenigd hebt. Ik bid en smeek U, mij aan de uitwerkselen der H. Communie deelachtig te maken; verlos mij door de kracht dezer hemelsche spijs van alle ongeregelde neigingen en spreek voor mij ten beste bij Uwen Hemelschen Vader, opdat Hij mij genadig zij.

Ja Vader der ontfermingen, hoor de stem van Uwen welbeminden Zoon. die Zich op dit altaar voor mij geslachtotferd heeft en zich zeiven aan U heeft opgedragen. Nog eens bied ik U dit heilig Misoffer aan en smeek door de oneindige verdiensten van Jezus Christus nieuwe genaden en autisten af. Ik ben zoo zwak en onstand-

ocr page 290

278

vastig, zonder Uwen bijstand kan ik niets tot mijne zaligheid, niet Uwe genade ben ik sterk en vermag ik al'es ; o, weiger dan Uwe hulp niet, en geef, dat ik altijd getrouw blijve aan Uwe geboden, U nooit meer vergramme door de zonde. Zegen mijne ziel en mijn lichaam, mijne vermogens en zintuigen. Zegen mijne tijdelijke aangelegenheden opdat alles tot Uwe glorie en mijne zaligheid strekke. Zegen ook mijne ouders en bloedverwanten, mijne vrienden en vijanden en alle menschen ; zegen Uwe heilige Kerk en schenk bekeering aan de zondaars, volharding aan de rechtvaardigen en het eeuwige leven aan de zielen des vagevuurs. Amen.

Allerheiligste Harten van Jezus en Maria, ge-waardigt U aan te vullen, wat aan mijne godsvrucht ontbroken heeft, O2odat deze heilige Mis mijn hart meer en meer in liefde tot U ontvlarnme. Moge ik als oprecht dienaar van Jezus' Hart en als waar kind van Maria leven en sterven, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

GEBED VOOR DE BIECHT.

Ziehier aan Uwe voeten, o barmhartige God en Vader, het ondankbaar kind, dat Uw huis verlaten en het kostbaar erfdeel, waarmede Gij het begiftigd hadt, verkwist heeft. Ach, lieve Jezus, wat ben ik ondankbaar jegens U geweest! Hoe-

ocr page 291

279

zeer heb ik üw Goddelijk Hart bedroefd! 0 God, wees mij armen zondaar genadig ; verstoot üw kind niet, dat berouwvol tot ü wederkeert en om ontferming en vergiffenis smeekt. Verlicht mijn verstand opdat ik mijne zonden erkenne ; geef mij de genade van een waar berouw en verwijder van mij alles, wat een beletsel zou kunnen zijn eener goede en oprechte biecht. 0 Allerheiligst Hart van Jezus, wees mijn toevlucht en mijne hulp nu en in het uur van mijnen dood. Amen.

GEBED NA DE BIECHT.

Heb dank, o barmhartige en liefdevolle Vader, voor al Uwe weldaden en inzonderheid voor die weldaad, waarmede Gij mij nu wederom vergiffenis geschonken hebt. Ik hernieuw nogmaals het be-besluit nimmer meer eene doodzonde (of deze, of die vrijwillige dagelijksche zonde) te bedrijven en U getrouw te dienen tot aan mijn dood. Zegen mijn voornemen en geef mij de genade het te volbrengen. Wees Gij mijne sterkte, o God ; bescherm en verdedig mij, want eeuwig wil ik U toebehooren.

„Zoet Hart van mijn Jezus, maak dat ik U immer meer beminne!quot;

(300 dagen afl. Raccolta).

ocr page 292

280

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQÜINE.

Almaclitige en eeuwige God, zie mij naderen tot het Sacrament van Uw eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jezus Christus. Als een zieke kom ik tot den geneesheer des levens; als een onreine treed ik naar de bron van barmhartigheid; als een blinde zoek ik het licht der eeuwige klaarheid ; als een behoeftige aanroep ik den Heer van hemel en aarde. Ik smeek U om den overvloed Uwer eindelooze milddadigheid, dat Gij ü gewaardigt mijne krankheden te genezen, mijne smetten af te wasschen, in mijne behoeften te voorzien en mijne naaktheid te bedekken, opdat ik het Brood der engelen, den Koning der koningen en den Heer der heerscharen zoo eerbiedig en ootmoedig, zoo godvruchtig en berouwvol, zoo rein en geloovig, zoo welmeenend en oprecht moge ontvangen, als voor mijn zieleheil dienstig is. Geef dat ik bij de nuttiging van het lichaam en bloed onzes Heeren aan de kracht van Zijn Sacrament deelachtig worde. O goedertieren God, laat mij het lichaam van Uw eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jezus Christus, dat Hij uit de H. Maagd Maria heeft aangenomen, zoodanig ontvangen, dat ik met Zijn geheimzinnig lichaam verbonden en onder Zijne ledematen gerangschikt worde. O beminnenswaardige Vader, verleen mij, dat ik Uwen geliefden

ocr page 293

281

Zoon, die ik als sterveling weldra in Zijn Geheim zal ontvangen, eenmaal voor eeuwig in Zijne lieer lij kheid van aanschijn tot aanschijn moge aanschouwen, Hem, die met ü leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

GEBED TOT JEZUS EN MARIA.

O liefdergke Jezus, ik geloot' vastelijk, dat Gij in het heilig Sacrament onder de nederige gedaante van brood wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt met lichaam en ziel, met vleesch en bloed, met Godheid en menschheid. Ik geloof dit, omdat Gij, die de eeuwige waarheid zijt en ons niet kunt bedriegen, het gezegd hebt. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven. Amen.

Met den diepsten eerbied aanbid ik ü, o verborgen God, en betuig voor hemel en aarde, dat ik U uit geheel mijn hart liefheb. Ach, had ik ü toch altijd bemind, had ik U toch nooit bedroefd! O lieve Jezus, ik ben onwaardig voor Ü te verschijnen, mijne oogen tot U op te slaan; hoe zal ik mij dan verstouten Uwe heilige Tafel te naderen en U in mijn arm hart te ontvangen ! Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond zijn! Neen, zoo hoor ik ü antwoorden. Ik zal komen en uwe ziel genezen. O Jezus, nu herleeft mijn vertrouwen, want wat zal ik niet kunnen verwachten van de eindelooze liefde, waarmede Gij U /.elven aan mij

ocr page 294

282

wilt schenken ? Ach, kon ik U thans een van liefde brandend hart aanbieden! bezat ik nu zooveel liefde als alle Godminnende zielen op aarde en alle engelen en zaligen des hemels te zamen bezitten! O Jezus, aanzie mijn goeden wil en kom tot mij! Als een dorstend hert naar de frissche waterbron, zoo verlangt mijne ziel naar U, o Heer. Kom dan en neem bezit van mijn hart, dat ü voor eeuwig toebehoort.

0 Maria, lieve moeder, leen vooral op dit hoogheilig oogenblik het oor naar mijne smeekingen! Wees mijn bijstand, mijne hulp, opdat ik uwen Goddelijken Zoon waardig ontvange ! Verkrijg mij iets van dat liefdevuur, dat u verteerde zoo dikwijls gij Hem op aarde ontvangen hebt, opdat mijn arm hart Zijner niet al te onwaardig zij, en Hij er behagen in scheppe daar eenige oogenblikken te vertoeven tot het mededeelen Zijner hemelsche genadegaven.

Het lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen!

GEBEDEN NA DB H. COMMUNIE.

VERZUCHTINGEN.

Mijne ziel maakt groot den Heer, en mijn geest is opgesprongen van blijdschap in God, mijn heil. Want groote dingen heeft aan mij gedaan, Hij die machtig is, en heilig is Zijn naam. O engelen

ocr page 295

283

des hemels, daalt neer en helpt mij uwen en mijnen God aanbidden, die mijn arm hart tot Zijne woning gemaakt heeft. Ja lieve Jezus, mijn God en mijn al, ik aanbid U, ik verneder mij voor üvve ontzaglijke majesteit. Ik vereenig mijne zwakke hulde met al den lof, die U ooit in den hemel en op aarde gebracht is, en in eeuwigheid zal gebracht worden. „Geloofd, aangebeden en met gevoel van dankbaarheid zij bemind Jezus' Hart in het allerheiligste Sacrament des Altaars, op ieder oogen-blik, en in alle tabernakelen der ganscbe wereld, tot aan de voleinding der eeuwen. Amen.quot;

(100 d. afl. eens per dag. 11 a c c o 11 a).

Ach Goddelijk Hart van Jezus, wat is Uwe liefde voor mij toch groot! Wat zal ik ü wedergeven op dit oogenblik, waarop Gij U zeiven aan mij geschonken hebt? hoe zal ik U mijne dankbaarheid betuigen ? Dierbare Zaligmaker, ik versta de stem Uws Harten; in Uwe eindelooze goedheid gewaar-digt Gij ü mijn hart te vragen. O, ontvang dat hart, heersch over hetzelve, ontsteek het door het vuur Uwer Goddelijke liefde ! Niets zal het voortaan van U kunnen scheiden, het behoort aan ü in eeuwigheid!

Maar ach, lieve Jezus, mijne vijanden zijn talrijk en machtig; o, bescherm en verdedig mij, laat niet toe dat iets ü mijn hart ontroove! Gedenk, dat het Uw eigendom is, bewaar het dus in Uwe liefde !

ocr page 296

284

Zegen mij, o Jezus, en verleen mij Uwe alvermogende genade. Zegen ook mijne bloedverwanten, mijne vrienden en vijanden; zegen allen, die mijne gebeden verzocht hebben en voor wie ik verplicht ben te bidden. Schenk volharding aan de rechtvaardigen, bekeering aan de zondaars en de eeuwige rust aan de zielen des vagevuurs.

O Mai-ia, mijne moeder, H, Engelbewaarder, mijne heilige Patronen, bidt voor mij, opdat deze H. Communie het onderpand zij mijner toekomstige heerlijkheid. Amen.

GEBED VAN DEN H. UONAVENTURA.

Doordring, allerzoetste Jezus, het binnenste mijner ziel met het vuur Uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadige liefde, opdat zij enkel en alleen uit liefde tot U brande en in Uwe voorhoven wegkwijne van verlangen om ontbonden te worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel alleen naar U hongere, die het brood der engelen, de verkwikking der heilige zielen en ons dagelijksch bovennatuurlijk brood zijt, dat alle zoetheid en smaak in zich vervat. Dat mijn hart steeds naar U hake en U geniete, dien de engelen met zooveel zalige wellusten aanschouwen. Dat mijn binnenste door Uwen zoeten geur vervuld worde. Dat mijne ziel steeds dorste naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van

ocr page 297

I

285

liet eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het huis Gods; dat zij steeds naar IJ verlange, U zoeke, U vinde,

naar U streve, tot ü kome, aan U denke, van ü spreke en alles verrichte tot lof en glorie van Uwen heiligen naam. Wees Gij, en Gij alleen,

altijd mijn hoop, mijn heil en mijn vertrouwen,

mjjn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijn verzachting en mijn rust , mijn vrode, mijne zoetheid en mijn welbehagen, mijn spijs, mijn verkwikking, mijne toevlucht en mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel voor immer vast en onwrikbaar gevestigd blijven.

Amen.

GEBED VAN DEN H. FRANCISCUS VAN ASSISIË.

U smeek ik, Heer Jezus Christus, dat de vurige en zoete kracht Uwer liefde mijn geest van al het aardsche moge aftrekken, opdat ik uit liefde tot Uwe liefde der wereld afsterve, dewijl Gij uit liefde tot mijne liefde U gewaardigd hebt voor mij aan het kruishout te sterven, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

PLECHTIGE AKTE VAN' TOEWIJDING AAN HET AANBIDDELIJK HAKT VAN JEZUS.

0 Jezus, mijn Verlosser en mijn God, in weerwil van de groote liefde, welke Gij den menschen toedraagt, voor wier verlossing Gij al Uw kostbaar

ocr page 298

286

bloed vergoten hebt, wordt Gij zoo weinig dooi-hen met wederliefde bemind, maar daarentegen grootelijks beleedigd en versmaad vooral door godslasteringen en liet ontheiligen der feestdagen. O was ik toch in staat, hiervoor aan Uw Goddelijk Hart eenige voldoening te schenken: kon ik eene zoo groote ondankbaarheid en miskenning herstellen, welke Gij van het grootste gedeelte der menschen te verduren hebt! Ik wenschte, dat ik U toonen kon, hoe vurig ik verlang dat aanbiddelijk en van liefde blakend Hart, ten aanschouwen van alle menschen, met wederliefde te beminnen, te vereoren en daardoor Uwe glorie te vermeerderen ! Ik wensohte in staat te zijn, de bekeering der zondaars te verkrijgen, en de onverschilligheid te doen ophouden van zooveel anderen, die, ofschoon zij het geluk hebben, tot Uwe Kerk te behooren, evenwel de belangen van Uwe eer en van de H. Kerk, die Uwe Bruid is, niet ter harte nemen. Nog wenschte ik te kunnen verwerven, dat die Katholieken, welke niet ophouden zich als zoodanig door vele uitwendige werken van liefde te toonen, maar die, al te zeer aan eigen meeningen gehecht, zich aan de besluiten van den H. Stoel weigeren te onderwerpen, of gevoelens koesteren afwijkende van zijn leergezag, tot inkeer komen en zich overtuigen, dat hij, die niet in alles naar de Kerk luistert, ook niet luistert naar God, die met haar is.

Ten einde deze heilige doeleinden te bereiken.

ocr page 299

287

eti om bovendien de zegepraal en den dunrzamen vrede van deze Uwe vlekkelooze Bruid, het wolzijn en den voorspoed van Uwen Stedehouder op aarde te verkrijgen, en diens heilige intenties vervuld te zien : opdat tevens de geheels geestelijkheid zich meer en meer heilige en U welgevalliger worde en nog tot zooveel andere doeleinden, die Gij weet, o mijn Jezus, dat met Uwen Goddelijken wil overeenstemmen, en die op eenige wijze de bekeering der zondaars en de heiligmaking der rechtvaardigen bevorderen : opdat wij allen eens de eeuwige zaligheid onzer zielen verwerven: eindelijk omdat ik weet, o mijn Jezus, aldus eene welgevallige zaak aan Uw allerzoetst Hart te verrichten : erken ik — neergeknield aanüwe voeten, in de tegenwoordigheid der Allerheiligste Maagd Maria en van geheel het Hemelsche Hof, — op de plechtigste wijze, dat ik volgens alle titels van rechtvaardigheid en dankbaarheid, geheel en al, en uitsluitend, aan U toebehoor. mijn Verlosser Jezus Christus, do eenige bron van alle goed voor mijne ziel en mijn lichaam: en mij vereenigende met de intentie van zijne Heiligheid den Paus, wijd ik mij zeiven en alles wat ik heb en bezit, aan dat Allerheiligste Hart, dat ik enkel en alleen wil liefhebben en dienen uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart, uit al mijne krachten, door Uwen wil tot den mijnen te maken en al mijne verlangens met de Uwe te vereenigen.

ocr page 300

288

Eindelijk als openbaar bewijs van deze mijne toewijding, verklaar ik plechtig aan U zeiven, o mijn God, dat ik voortaan, ter eere van dit Heilige Hart, de geboden feestdagen, volgens de wetten der H. Kerk, zal onderhouden en zorg dragen dat ze ook onderhouden worden door allen op wie ik invloed of gezag bezit.

Door al deze heilige verlangens en voornemens, welke Uwe genade mij ingeeft, in Uw beminnelijk Hart te vereenigen, vertrouw ik aan datzelfde Hart eene vergoeding te kunnen schenken voor zoovele beleedigingen, die Het van de ondankbare kinderen der menschen ontvangt, en voor mijn eigen ziel en voor de zielen van al mijne naasten, mijn eigen en ook hun geluk, in dit en in het volgende leven te vinden. Amen.

GEBEDEN ONDER HET LOF

of bij een tezoek aan het H. Sacrament.

AKTE VAN OPDRACHT.

Mijn Heere Jezus Christus, die door de liefde' welke Gij ons menschen toedraagt, nacht en dag in dit Sacrament verblijf houdt, en vol goedheid en liefde afwacht, tot U roept en ontvangt al wie naderen, om U te bezoeken, ik geloof Uwe God-

ocr page 301

289

(lelijke tegenwoordigheid in het H. Altaarsacrament, ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet, ik dank U voor alle genaden, mij verleend, en wel in het bijzonder, dat Gij U zeiven aan mij hebt geschonken in dit Sacrament, dat Gij mij Uwe allerheiligste Moeder tot voorspreekster hebt gegeven, en dat Gij mij hebt geroepen, om ü in deze kerk quot;te bezoeken. Ik groet op dit oogenblik Uw liefdevol Hart, en ik stel mij voor Het te groeten met een drievoudig doel; op de eerste plaats tot dankzegging voor dit groote geschenk ; op de tweede plaats om U schadeloos te stellen voor alle beleedigingen, die Gij van al Uwe vijanden in dit Sacrament hebt ontvangen; op de derde plaats stel ik mij met dit bezoek voor, U te aanbidden op alle plaatsen der aarde, waar Gij in dit H. Sacrament minder vereering en meer verlatenheid ondervindt.

Mijn Jezus, ik bemin U uit geheel mijn hart. Het smart mij dat ik Uwe oneindige goedheid in bet verleden zoo dikwijls heb mishaagd. Met de hulp Uwer genade neem ik mij voor, U in de toekomst niet meer te beleedigen ; en voor het oogenblik. hoe ellendig ik ook zij, wijd ik mij geheel aan U toe ; ik schenk U de volle beschikking over mijn wil, mijne gevoelens, mijne verlangens en alles wat het mijne is. Doe van nu aan met mij en het mijne al wat U behaagt. Ik vraag en verlang van U alleen Uwe heilige liefde, do vol-

19

ocr page 302

'290

barding tot het einde en de volmaakte vervulling van Uwen heiligen Wil. Ik beveel U de zielen in bet vagevuur aan, in bet bijzonder die meer gods-vrucbt bebben gebad tot bet allerheiligste Sacrament en de allerheiligste Maagd Maria. Nog beveel ik U alle arme zondaars aan.

Ten slotte, mijn dierbare Zaligmaker, vereenig ik alle mijne gevoelens met de gevoelens van Uw liefdevol Hart, en ik bied ze, aldus vereenigd, aan Uwen Hemelscben Vader aan, dien ik in Uwen naam smeek, dat Hij ze ter Uwe liefde aanvaarde en verboore.

(300 dagen afl. voor iederen keer. Rac e cl ta).

EEREBOBTE AAN HET ALLERHEILIGSTE HAKT VAN JEZUS.

Minnelijke en aanbiddeljjke Jezus! mijn Zaligmaker en mijn God! die door vurige en wonderbare liefde U zeiven als slachtoffer in het Hoogwaardig Sacrament des Altaars gegeven hebt. Och ! welke smartelijke gevoelens moeten er in Uw H. Hart ontstaan, daar Gij in de harten van de meeste menscben niets vindt, dan versteendheid, vergetelheid, ondankbaarheid en verachting. Het. was U dan niet genoeg den zoo moeielijken en pijnlijken weg verkozen te hebben, om onze zaligheid te bewerken ! Het was U niet genoeg U overgegeven te hebben aan den zoo wreeden eu angstvollen doods-

ocr page 303

291

strijd, veroorzaakt door de aanschouwing onzer zonden, wier last Gij op ü genomen hadt! neen Gij wildst daarenboven U blootstellen aan de versmadingen die door de boosheid der menschen, ja door de hel zelve kunnen uitgevonden worden. Met een ootmoedig en droevig hart vraag ik duizend en duizend maal vergeving voor al de versmadingen, die Gij op Uwe heilige altaren ontvangen hebt. Ach! ware het mij gegeven, om met mijne tranen te bevochtigen en met mijn bloed af te wasschen al de plaatsen, waar Uw minnelijk Hart versmaad is geworden en waar men Uwe liefde met verachting heeft beloond ! Ach! konde ik door eene nieuwe soort van dienstbewijzen en vernedering alle heiligschendingen en onteeringen herstellen ! Mocht ik meester zijn van al de harten der menschen om ze U op te oiferen en op deze wijze eenigszins hunne vergetelheid en gevoelloosheid te vergoeden daar zij U niet hebben willen kennen, of gekend hebbende, U geene of zeer weinig liefde hebben toegedragen.

Maar, o minnelijke Jezus! hetgeen mij bovenal met schaamte bedekt en zeer diep vernedert, is, dat ik onder het getal van die ondankbaren ben. Ach! hoe durf ik nog voor U verschijnen ? mijne oogen tot U verheffen V mijnen mond voor U openen ? Maar, liefderijke Verlosser! Gij ziet het binnenste van mijn hart. Gij kent de droefheid, die ik over mijne ondankbaarheid gevoel en nimmer zult

ocr page 304

292

Gij een rouwmoedig hart versmaden. Gij zijt niet gekomen om den zondaar te veroordeelen, maar om hem zalig te maken. Vol van dit vertrouwen, zijn wij allen voor den troon Uwer genade neder-gebogen en smeeken ü ootmoedig, niet op onze strafwaardigheid, maar op Uwe eindelooze barmhartigheid neder te zien, opdat CJw dierbaar bloed, de prijs van onze zielen, voor niemand van ons verloren ga. Ach ! minnelijk Hart van Jezus ! geef dat wij door de levendige overdenking van Uwe teedere liefde jegens ons, onze ondankbaarheid voor eeuwig verfoeien en rechtzinnig besluiten, om van dit oogenblik af, een hart van dankbaarheid en wederliefde al de dagen van ons leven U toe te wijden, voor U alleen te leven, te lijden en te strijden, opdat wij eens het genoegen mogen smaken om met de gelukzaligen in den hemel U voor eeuwig te loven en te danken. Amen.

LITANIE

VAN DEN

ALLERHEILIGSTEN NAAM JEZUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

ocr page 305

293

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer,

H. Drievuldigheid, één God,

Jezus, zoon van den levenden God,

Jezus, luister des Vaders,

Jezus, glans van het eeuwige licht,

Jezus, koning der glorie,

Jezus, zon der rechtvaardigheid,

Jezus, zoon van de Maagd Maria,

Beminnenswaardige Jezus,

Bewonderenswaardige Jezus,

Jezus, sterke God,

Jezus, vader der toekomende eeuwen, §

7 ' f-t-

Jezus, verkondiger van het verheven raadsbesluit, 2?

Allermachtigste Jezus, ö

Allerverduldigste Jezus, ^

Allerarehoorzaamste Jezus, s

Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, 3

Jezus, minnaar der zuiverheid,

Jezus, onze vriend,

Jezus, God des vredes,

Jezus, oorsprong des levens,

Jezus, voorbeeld der deugden,

Jezus, ijveraar der zielen,

Jezus, onze God,

Jezus, onze toevlucht,

Jezus, vader der armen,

Jezus, schat der geloovigen.

ocr page 306

294

Jezus, goede herder, ontferm ü onzer.

Jezus, waarachtig liuht,

Jezus, eeuwige wijsheid,

Jezus, eindelooze goedheid,

Jezus, onze weg en ons leven,

Jezus, blijdschap der engelen,

Jezus, koning der patriarchen,

Jezus, meester der apostelen,

Jezus, leeraar der evangelisten,

Jezus, sterkte der martelaren,

Jezus, licht der belijders,

Jezus, zuiverheid der maagden,

Jezus, kroon van alle heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Jezus.

Wees genadig, verhoor ons, Jezus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.

Van alle zonde,

Van Uwe gramschap,

Van de listen des duivels,

Van den geest der onkuischheid.

Van den eeuwigen dood.

Van het veronachtzamen Uwer inspraken,

Door het geheim Uwer menschwording.

Door Uwe geboorte.

Door Uwe kindsheid.

Door Uwen arbeid.

Door Uwen doodsstrijd en Uw lijden.

Door Uw kruis en Uwe verlatenheid,

Door Uwen dood en Uwe begrafenis,

ocr page 307

295

Door Uwe verrijzenis, verlos ons, Jezus.

Door Uwe hemelvaart, verlos ons, Jezus.

Door Uwe vreugde, verlos ons, Jezus.

Door Uwe verheerlijking, verlos ons, Jezus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm [J onzer, Jezus.

Jezus Christus, hoor ons.

Jezus Christus, verhoor ons.

Laten wij hielden.

Heer Jezus Christus, die gezegd hebt: Vraagt, en gij zult verkrijgen, zoekt, en gij zult vinden, klopt, en u zal worden opengedaan; geef, smeeken wij, aan ons, die er om vragen, de gevoelens Uwer allergoddelijkste liefde^ opdat wij U uit geheel ons hart in woord en daad beminnen en nimmer ophouden U te loven.

Geef, o Heer, dat wij Uwen H. naam altijd tegelijk eerbiedigen en beminnen, omdat Gij nimmer ophoudt te besturen, wie Gij in Uwe liefde hebt gegrondvest. Door onzen Heer Jezus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.

ocr page 308

296

LITANIE

VAH HET

HEILIG HART VAN JEZUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld,

God, H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Hart van Jezus, zoon van den eeuwigen Vader, Hart van-Jezus, zoon van de maagd Maria,

Hart van Jezus, eigen en waardige woonplaats van den H. Geest, §

' (T*-

Hart van Jezus, tempel van de allerheiligste sf Drievuldigheid, ö

Hart van Jezus, glorie en vreugd der engelen, ^ Hart van Jezus, oneindig in majesteit, §

Hart van Jezus, voorwerp van alle liefde, ® Allerootmoedigst Hart van Jezus,

Allerzuiverst Hart van Jezus,

Allerminnelijkst Hart van Jezus,

Hart van Jezus, vol van zegen en genade.

Hart van Jezus, wellust van hemel en aarde. Hart van Jezus, licht van geheel de wereld.

ocr page 309

297

Hart van Jezus, onoverwinnelijke sterkte tegen

onze vijanden, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, fontein van alle rechtvaardigheid.

Hart van Jezus, oorsprong van goedheid en

barmhartigheid,

Hart van Jezus, vol medelijden en teederheid. Hart van Jezus, woonstede aller deugden,

Hart van Jezus, waardig allen lof en eer.

Hart van Jezus, aan wien alle aanbidding toekomt,

Hart van Jezus, oneindige afgrond van alle o hemelsehe gaven, 5-

Hart van Jezus, fontein der springende wateren ||

tot het eeuwiff leven.

Hart van Jezus, verzoening onzer zonden.

Hart van Jezus, troost van alle bedrukte harten, g Hart van Jezus, hoop van die in U sterven, h Hart van Jezus, ons leven en verrijzenis.

Hart van Jezus, toevlucht van alle zondaren, Hart van Jezus, met bitterheid voor ons vervuld, Hart van Jezus, met versmaadheden voor ons verzadigd.

Hart van Jezus, om onze boosheden doorwond. Hart van Jezus, voor onze zaligheid gestorven

aan het kruis.

Hart van Jezus, met eene lans doorstoken.

Hart van Jezus, levende, heilige en Gode behagende offerande.

ocr page 310

298

Hart van Jezus, altaar, op hetwelk alle heiligen

opgeofferd worden, ontferm U onzer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer, Jezus.

V. Koning der glorie, Gij zult nooit versmaden. R. Een boetvaardig en vernederd hart.

GEBED.

Heers Jezus, die ü gewaardigd hebt, de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw allerheiligst Hart aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons, dat wij aan de liefde van dit allerheiligst Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige diensthe-wijzingen vergoeden de verongelijkingen, die datzelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

GEBED VAN DE ZALIGE MABGAKETA MARIA.

Plaats mij, o mijn zoete Zaligmaker, in Uwe heilige zijde en in Uw aanbiddelijk Hart, dat een brandend fornuis is der zuivere liefde, en daar zal ik in veiligheid zijn. O allerbeminnelijkst Hart, Gij zijt mijn kracht, mijn steun, mijn loon, mijne

ocr page 311

299

zaligheid, mijne toevlucht, mijne liefde en mijn Al! O Hart van Jezus, allerheiligst en allerver-hevenst Hart, de Heer en Meester van alle harten, U bemin ik, U aanbid ik en ü loof ik; U bedank ik, en ik ben geheel de Uwe. O Hart van liefde, blijf bij mij en in mij; bestuur mij, zalig mij, verander mij geheel in U. O Goddelijk Hart, kom, kom tot mij, of trek mij tot TJ. Ach allerbarm-hartigst Hart van mijn Vader en van mijn Zaligmaker, weiger Uwe hulp niet aan mijn onwaardig hart. Vernietig in mij het rijk der zonde, en vestig er in het rijk der deugd, opdat Uw evenbeeld in mij volmaakt en eens een sieraad van Uw hemelsch paleis moge worden. Amen.

LITANIE

VAN HET

LIJDEN ONZES HEEREN JEZUS CHRISTUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

ocr page 312

300

God, H. Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jezus, die, nadat Gij den lofzang gezegd hebt, naar den Olijfberg zijt uitgegaan, om te bidden, Jezus, die, door de levendige voorstelling van ü w lijden benauwd, bedroefd en zeer beangst werdt,

Jezus, die LT aan den wil des Vaders volkomen

onderworpen hebt,

Jezus, die in Uwen doodsstrijd water en bloed

hebt gezweet,

Jezus, die door eenen engel gesterkt zijt, 0 Jezus, die van Judas door eenen kus verraden 3-werdt, 2

Jezus, die door gerechtsdienaars met banden ^ gebonden werdt, 0

Jezus, die door Uwe leerlingen werdt verlaten, S

'agt;

Jezus, die gebonden tot Annas en Caïphas ge ^ bracht zijt,

Jezus, die van eenen dienaar een kaakslag hebt ontvangen,

Jezus, die door valsche getuigen beschuldigd werdt,

Jezus, die toen Gij getuigenis der waarheid gaaft, als een godslasteraar ter dood werdt veroordeeld,

Jezus, die Petrus, na U verloochend te hebben, met een blik van medelijden en ontferming aangezien en bekeerd hebt.

ocr page 313

301

Jezus, die aan Pilatus, eeu heiden, zijt overge-

le?erd, ontferm ü onzer.

Jezus, die tot Herodes gezonden, door hem en

zijn volk bespot zijt,

Jezus, die achter Barabbas gesteld werdt,

Jezus, die wreedelijk gegeeseld werdt,

Jezus, die uit spot met een purperen mantel

werdt omhangen,

Jezus, die met doornen gekroond werdt,

Jezus, die in Uwe hand een riet tot eenen scepter

hebt ontvangen,

Jezus, die onschuldig door de joden met een O groot geroep tot het kruis zijt geëischt, g; Jezus, die door Pilatus tot den schandelijken g kruisdood veroordeeld, en aan den wil der jo- c: den werdt overgeleverd, o

Jezus, die met Uw kruis beladen, naar den berg S

Calvarië gegaan zijt,

Jezus, die als een schaap ter slachtbank werdt geleid,

Jezus, die onder den last des kruises bezweken zijt, Jezus, die van Uwe kleederen beroofd werdt; Jezus, die wreedaardig aan het kruis zijt genageld,

Jezus, die Uwen Vader voor Uwe vijanden hebt gebeden,

Jezus die met booswichten werdt gelijk gesteld, Jezus, die aan het kruis gelasterd en bespot werdt.

ocr page 314

302

Jezus, die den boetvaardigen moordenaar in genade aangenomenj en hem liet Paradijs beloofd hebt, ontferm U onzer.

Jezus, die Uwe Moeder aan den heiligen Joannes

hebt aanbevolen,

Jezus, die aan het kruis geroepen hebt: «Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!quot;

Jezus, die in Uwen dood met gal en edik gelaafd werdt,

Jezus, die getuigd hebt, dat al wat er van ü

geschreven stond, volbracht was,

Jezus, die stervende Uwen geest in de handen

üws Vaders hebt bevolen,

Jezus, die Uw hoofd buigende, met een luid

geroep den geest bebt gegeven,

Jezus, door wiens dood de honderdman en velen

van het volk bekeerd zijn,

Jezus, wiens zijde met een speer doorstoken is, Jezus, uit wiens zijde water en bloed vloeiden, Jezus, die van het kruis afgenomen en begraven zijt,

Jezus, die na Uwen dood zijt nedergedaald ter helle,

Jezus, die ten derden dage uit den dood zijt verrezen,

Jezus, die levenden en dooden zult oordeelen, Wees genadig, spaar ons, Jezus.

Wees genadig, verhoor ons, Jezus.

ocr page 315

303

Van alle zonden, verlos ons, Jezus.

Van een haastigen en onvoorzienen dood,

Van de listen des duivels.

Van gramschap, haat en allen kwaden wil. Van pest, hongersnood en oorlog, lt;

Van den eeuwigen dood, 5-

Door Uwen doodsstrijd en Uw bloedig zweet, 0 Door Uwe geledene kaakslagen en geeseling, 5 Door Uwe doornenkroon, ch

CD

Door Uw kruis en lijden, g

C/3

Door Uwen dorst. Uwe tranen en naaktheid, ' Door Uwen dood en Uwe begrafenis.

Door Uwe heilige verrijzenis,

In den dag des oordeels.

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij ons aan de vruchten van Uwen kruisdood wilt deelachtig maken.

Dat wij eene groote genegenheid mogen hebben, g om Uw lijden en Uwen dood dikwijls met dankbaarheid te overdenken. El

Oj

Dat wij de dwaasheid van het kruis hooger g

achten dan alle wijsheid der wereld, rn

Dat wij, eens van de zonde gezuiverd zijnde, U, ^ o Jezus! niet weder kruisigen, en ten spot

en schande maken, §

Dat wij door Uw kruis de wederwaardigheden 0

des levens leeren verdragen, S Dat wij altijd ons vertrouwen op de verdiensten van Uw lijden en Uwen kruisdood stel-

ocr page 316

304

len, waardoor wijde verlossing, het leven en de

zaligheid bekomen, wij bidden U, verhoor ons. ^

Dat wij, het voorbeeld van üw lijden ons steeds

voor oogen stellende, Uwe voetstappen na- 2^

volgen. o1

0 t! Dat wij ons vleesch kruisigen met al zijne ^

driften en begeerlijkheden.

Dat wij uit Uw lijden leeren kennen, hoe af- ^

grijselijk de zonde is, g

Dat Gij door Uwen kruisdood ons wilt troos- ^

ten en versterken in het uur van onzen dood, g

Dat Gij ons door Uwe verdiensten de eeuwige

zaligheid wilt doen verwerven.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Jezus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer, Jezus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot ü.

LATEN' WIJ BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en den dood des kruises ondergaan, opdat de mensch bet voor-

ocr page 317

305

beeld van Zijne ootmoedigheid zou navolgen ; geef genadiglijk, dat wij naar de lessen Zijner lijdzaamheid leven, en deel verkrijgen in Zijne verrijzenis. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED TOT DEN LIJDENDEN JEZUS.

O Lam zonder vlekken, onschuldig slachtoffer, heilige Hoogepriester, die door Uwen dood en door Uw bloed de zonden der men-schen hebt uitgewischt, wisch ook de mijne uit, laat niet toe, dat zooveel lijden vruchteloos voor mij worde. Jezus! verlaten door de geheele wereld, behoeftig, zieltogend, onderworpen tot den dood : help mij, om met gelijke onderwerping al die kwellingen aan te nemen, waarmede het U behagen zal mij te beproeven. Jezus! met de uiterste verachting beschuldigd, gelasterd, beschimpt: leer mij de oordeelvellingen der menschen verachten, en geduldig alle lasteringen verdragen. Jezus! door geeselslagen verscheurd, met doornen doorstoken, en uit liefde tot mij met bloed overdekt: leer mij uit liefde tot U, de moeielijkheden en smarten der ziekten met geduld lijden. Jezus! aan de beulen overgeleverd, en tot den schandelijken dood des kruises veroordeeld: verleen mij de genade, den glans der wereld te ontvlieden en de vernederingen des levens te beminnen. Jezus ! onder den zwaren last van het kruis terneder gedrukt: ik vereenig mij met CJ, en mijn kruis met het Uwe;

20

ocr page 318

306

verleen mij de genade, het niet dezelfde gelatenheid als Uwe Heiligen te dragen. Jezus! aan het kruis verheven: trek mij tot ü; Gij zijt voor mij gestorven, geef, dat ik enkel voor U leve, en dat ik voortaan met U gekruisigd, mij met niets anders bezig houde dan met ü te beminnen en aan U te behagen. Amen.

LITANIE

TER EEBE VAN DE

ALLERHEILIGSTE MAAGD MAEIA.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden.

Moeder van Christus, o

O

Moeder der Goddelijke genade, quot;■

Allerreinste Moeder, g

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschonden Moeder,

ocr page 319

307

Onbevlekte Moeder, bid voor Minnelijke Moeder, Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid. Zetel der wijsheid,

Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat,

Eerwaardig vat.

Schoon vat van godsvrucht. Geheimzinnige roos,

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis,

Ark des verbonds,

Deur des hemels,

Morgenster,

Behoudenis der kranken. Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Hulp der christenen, Koningin der engelen.

ocr page 320

308

Koningin der aartsvaders, bid voor ons.

Koningin der profeten, __

Koningin der apostelen,

Koningin der martelaren, lt;

Koningin der belijders, °

Koningin der maagden, g

Koningin van alle heiligen,

Koningin zonder erfsmet ontvangen,

Koningin van den allerlieiligsten rozenkrans'. Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt,

spaar ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

(300 dagen afl. Eaccolta.) Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, o roemwaardige en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Bid voor ons, H. Moeder Gods,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laten wij hidden.

Beveilig, bidden wij ü, o Heer, door de voor-

ocr page 321

309

spraak van de zalige Maria, altijd maagd, Uwe dienaren, die zich in ootmoed des harten voor ü nederwerpen, tegen elke zwakheid, en neem hen tegen alle vijandelijke aanslagen goedertieren in Uwe bescherming. Door Christus onzen Heer. Amen.

Gedenk, o allergenadigste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot u zijn toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door u is verlaten geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, kom ik tot u, o Maagd der maagden, mijne moeder, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, snel ik tot u; versmaad mijne woorden toch niet, o Moeder des Woords, maar aanhoor ze goedgunstig en verhoor ze. Amen.

(300 dagen ad. R a c c o 11 a).

Gedenk, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, den onweerstaanbaren invloed, dien gij bezit op het Hart van uwen aanbiddelijken Zoon. Vol vertrouwen op uwe verdiensten komen wij uwe bescherming afsmeeken. Liefderijke Moeder van Jezus, die de onuitputbare bron van alle genade is, welke gij naar welgevallen kunt openen, om er over het menschdom te doen uitstroomen de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten, verleen ons, smeeken wij u, de gunsten die wij ver-

ocr page 322

310

zoeken. Neen, wij zullen niet afgewezen worden, en, omdat gij onze moeder zijt, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, neem onze gebeden gunstig op en gelief ze te verhooren. Amen.

Zoet Hart van Maria, wees mijn heil!

(300 dagen afi. E a c c o 11 a).

TOEWIJDING AAN DB ALLERHEILIGSTE MAAGD.

Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van mijnen God en ook mijne Moeder, duld, dat ik mij voor uwe voeten nederwerp om u de gevoelens mijns harten aan te bieden. O Moeder van barmhartigheid, mochten de harten van alle menschen in mijn bezit zijn om die u op te dragen, mocht ik u ieder oogenblik van mijn leven de eer kunnen brengen, welke de engelen en heiligen u in den hemel bewijzen en eeuwig bewijzen zullo.n! Maar aangezien ik deze wenschen niet kan vervullen, wil ik ten minste doen, wat in mijne macht is. Met de gevoelens van den diepsten eerbied en de vurigste liefde voor uwen troon neergebogen, verkies ik u, in de tegenwoordigheid van mijnen Engelbewaarder en van geheel het hemelsch hof, tot mijne Koningin, mijne opperste Meesteres, mijne Beschermster, en en ik wijd u als zoodanig geheel en onherroepelijk mijne bezittingen, mijn lichaam, mijne ziel, mijne krachten, mijn persoon en mijn leven toe. Ik maak het vaste besluit mij nimmer over uwen dienst te schamen, altijd uwe eer te verdedigen en er mijn

ocr page 323

311

grootsten roem in te stellen uw dienaar en gehoorzaam kind te zijn. Nooit zal ik een dag laten voorbijgaan, zonder u mijne hulde aan te bieden en eenig gebed ter uwer eer te verrichten.

O Maria, ik ben dan van dit oogenblik af geheel aan uwen dienst toegewijd, ik ben geheel de uwe. Beschouw en behandel mij als uw eigendom. Verwijder de gevaren, waaraan ik ben blootgesteld, verdedig mij tegen alle vijanden, bewaar mij gedurende mijn leven en vooral in de ure des doods, opdat ik u gedurende de gansche eeuwigheid met alle uitverkorenen verheerlijke, love en beminne. Amen.

SMEEKGEBED TOT DE ONBEVLEKTE MAAGD MARIA.

Allerheiligste, onbevlekte Maagd en mijne Moeder Maria, tot u, die de Moeder van mijnen God zijt, de koningin der wereld, de voorspreekster, de hoop, de toevlucht der zondaren, neem ik, de ellendigste onder allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Ik vereer u, o groote Koningin, en ik bedank u voor alle, mij tot hiertoe geschonken genaden, in het bijzonder dat gij mij bevrijd hebt van de hel, zoo herhaaldelijk door mij verdiend.

Ik bemin u, mijne allerbeminnelijkste Meesteres, en bij de liefde, die ik u toedraag, beloof ik u altijd te willen dienen, en al mijn best te doen, dat gij ook door de andere menschen wordt bemind.

ocr page 324

312

Ik stel op u al mijne hoop, al mijn behoud ; neem mij aan voor uwen dienaar (uwe dienares), en verberg mij onder uwen mantel, gij. Moeder der barmhartigheid. En daar gij zoo vermogend zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, of verwerf mij ten minste de kracht ze tot aan mijn dood toe te overwinnen. Van u vraag ik eene ware liefde tot Jezus Christus. Van u verhoop ik een zaligen dood. 0 mijne Moeder, bij de liefde, die gij God toedraagt, bid ik u mij altijd bij te staan, maar bijzonder in mijn stervensuur. Verlaat mij niet tot zoolang gij mij behouden ziet in den hemel, om daar, geheel de eeuwigheid door, u te zegenen en uwe barmhartigheden te zingen. Zoo hoop ik, zoo zij het!

(300 dagen afl. zoo dikwijls men dit gebed verricht voor de eene of andere beeltenis der H. Maagd. Raccolta).

LITANIE

DER

ZEVEN SMARTEN OF DROEFHEDEN VAN MARIA.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

ocr page 325

313

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, bemelsche Vader, ontferm ü onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm ü onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.

Diepbedroefde Moeder, bid voor ons.

Die te Bethlehem in de herberg geene plaats hebt

gevonden, bid voor ons.

Die in een stal uw verblijf hebt moeten nemen,

bid voor ons.

Die uwen eerstgeboren Zoon in eene kribbe hebt

nedergelegd.

Die bij de besnijdenis uws Zoons zooveel medelijden hebt gevoeld,

Die gehoord hebt, dat uw Zoon tot een teeken gesteld was, hetwelk velen zouden tegenspreken.

Die van den grijzen Simeon vernomen hebt, St dat uw hart met een zwaard zou doorgriefd lt; worden, o

Die met uwen Zoon behoeftig naar Egypte zijt o gevlucht, fquot;

Die den moord der Onnoozele Kinderen hebt beweend.

Die uwen verloren Zoon drie dagen gezocht,

en in den Tempel weêrgevonden hebt, Die treurdet over den haat en nijd der joden tegen uwen Zoon,

ocr page 326

314

Die uwen Zoon, door Judas verraden, en door de joden gevangen genomen zaagt, bid voor ons. Die vernomen hebt, dat uw Zoon als een misdadiger aan den Hoogepriester overgeleverd was.

Die gehoord hebt, dat uw Zoon valscnelijk was

aangeklaagd.

Die uwen Zoon door de joden hebt hooren

ter dood eischen.

Die het gezegend aangezicht uws Zoons met

vreeselijke vuistslagen hebt zien schenden. Die uwen Zoon door joden en krijgsknechten

wreedelijk zaagt mishandelen.

Die Barabbas boven uwen Zoon zaagt kiezen. Die uwen Zoon gegeeseld en met doornen gekroond hebt aanschouwd,

Die het onrechtvaardigst vonnis tegen uwen

Zoon hebt hooren uitspreken.

Die uwen met het kruis beladen Zoon te ge-

moet zijt gegaan.

Die de gezegende handen en voeten van uwen lieven Zoon met folterende nagelen hebt zien doorboren,

Die de laatste woorden uws Zoons van het

kruis hebt opgevangen,

Die uwen Zoon in den doodsstrijd zijt bijgebleven.

Die het gestorven lichaam van uwen Zoon in uwen moederlijken schoot ontvangen hebt,

ocr page 327

315

Die van het graf uws Zoons, diepbedroefd, naar huis zijt weergekeerd, bid voor ons.

O spiegel aller bedroefden, ^

O bijstand der kranken, §

O steun der kleinmoedigen, 0

O toevlucht der zondaren, S

O Koningin der Martelaren,

Door liet bitter lijden en den dood van uwen Zoon, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Door de folteringen van uw hart, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Door uwe overgroote droefenis en zielesmart, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Door uw mateloos zielolijden, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Door uw zuchten en geween, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Door uwe moederlijke meêwarigheid, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Door uwe vermogende bescherming, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Van overmatige droefheid, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Van kleinmoedigheid, bevrijd ons. Koningin dei-Martelaren,

Van alle gelegenheid en gevaar van te zondigen, bevrijd ons. Koningin der Martelaren.

Van de listen des duivels, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

ocr page 328

316

Van versteendheid des harten, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Van onboetvaardigheid, bevrijd ons, Koningin dei-Martelaren.

Van een onvoorzienen dood, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Van de eeuwige verdoemenis, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij ons door uwe voorbede in het ware geloof, in eene vaste hoop en in eene brandende liefde wilt bewaren, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij ons bij uwen Zoon eene volmaakte droefenis en een oprecht berouw over onze zonden wilt verwerven, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij ons, die u aanroepen, steeds troost en hulp wilt verleenen, wij bidden u, verboor ons.

Dat gij ons in het uur des doods wilt bijstaan, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij ons een gelukkig levenseinde wilt verwerven, wij bidden u, verhoor ons.

Moeder Gods, wij bidden u, verhoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat; de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer, Heer.

ocr page 329

317

Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm ü onzer. Christus, ontferm ü onzer. Heer, ontferm U- onzer.

Onze Vader. enz. Wees gegroet, enz.

In alle bekommernissen, angst en nood.

Kom gij ons te hulp, allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.

GEBED.

Verleen ons genadig. Heer Jezus Christus, dat de H. Maagd en Moeder Gods Maria bij Uwe Goddelijke Majesteit in het uur onzes doods eene vriendelijke voorspreekster moge wezen; zij, wier allerheiligste ziel in het uur Uws lijdons met het zwaard der droefheid is doorgriefd; door ü, Jezus Christus, Verlosser der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

ÏER EERE VAN DEN H. JOZEF.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm ü onzer.

ocr page 330

318

H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

H. Jozef,

Beschermer van Jezus,

Bruidegom van Maria,

Man naar Gods hart,

Getrouwe en wijze dienaar.

Bewaarder der zuiverheid van Maria,

Medehulp van Maria,

Leidsman en troost van Maria.

P.

Die om Maria met bijzondere genaden begun- ^ stigd zijt, §

Allerreinste in zuiverheid, 0

Allernederigste in ootmoedigheid, S

Allerzuiverste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing.

Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig

zijt verklaard,

Die in de goddelijke verborgenheden boven

anderen verlicht zijt geweest,

Die door een engel in het geheim der mensch-

wording onderwezen zijt,

Die met Maria uwe bruid naar Bethlehem zijt gereisd.

Die in de herbergen geene plaats vindende, in

een stal zijt gaan vernachten.

Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen

ocr page 331

319

toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd,

bid voor ons.

Die met Maria het Kind Jezus in den tempel

hebt opgeofferd,

Die op het woord van den engel met Jezus en

Zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt.

Die na den dood van Herodes met Jezus en

Zijne Moeder naar liet land van Israël zijt

wedergekeerd,

Die het Kind Jezus, te Jeruzalem gebleven ^

zijnde, met Maria, Zijne Moeder vol van o

droefheid sezocht hebt, o

. .. ö Die Hem na drie dagen met blijdschap ge- V2

vonden hebt, zittende onder de leeraars,

Aan wien de Heer der heeren op de aarde

onderdanig geweest is.

Bruidegom van Maria, uit wie Jezus geboren is,

Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt.

Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef.

Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.

In al onzen nood, help ons, H. Jozef.

In al onze benauwdheden, v

In het uur van onzen dood, -Squot;

Door uwe allerzuiverste trouw, g

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid,

Door al uwen arbeid en zweet, ^

Door al uwe deugden,

Door al uwe verdiensten,

Door uw eeuwig geluk,

ocr page 332

320

Wij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden u,

verhoor ons.

Dat gij Jezus wilt bidden om vergiffenis onzer zonden,

Dat gij ons aan Jezus en Maria gelieft aan te bevelen,

Dat gij voor alle maagden en ongehuwden de

gaaf van zuiverheid wilt verwerven,

Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte getrouwheid en heilige eendracht wilt verkrijgen, J: Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte gt liefde en overeenstemming wilt verwerven, amp;

O gt; CD

Dat gij de ouders in de opvoeding hunner kin, ö

deren wilt behulpzaam zijn,

Dat gij alle oversten in de bestiering hunner ® onderdanen wilt bijstaan, §quot;

Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonder zijn ~ toegedaan, wilt begunstigen. §

Dat gij allen, die op uwe hulp betrouwen

altijd en overal wilt beschermen.

Dat gij alle geloovige zielen door uwe voorbede wilt helpen,

Beschermer van Jezus,

Bruidegom van Maria,

H. Jozef,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.

ocr page 333

321

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Onze Vader, enz.

Laten wij hielden.

Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door Zijne voorspraak geworde hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, die leeft en heerscht in de eeuwen dei-eeuwen. Amen.

GEBED TOT DEN H. JOZEF,

TU BIDDEN NA DEN ROZENKRANS EN DE LITANIE VAN DE H. MAAGD,

voorgeschreven door Z. H. Leo XIII,

gedurende de maand October.

Tot ü, heilige Jozef, vluchten wij in onze beproeving, en na de hulp Uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook Uwe bescherming af. Wij bidden U ootmoedig bij die liefde, die U met de onbevlekte Maagd

21

ocr page 334

322

en Moeder Gods veveenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede Gij het kind Jezus hebt omhelsd, dat Gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jezus Christus zich verworven heeft door Zijn Bloed, en dat Gij ons in den nood met üwe sterkte en bijstand te hulp komt.

o Zorgvolle Bewaarder van het Goddelijk Gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jezus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten; o onze machtige Beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk Gij weleer het Kind Jezus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de Heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed; en beschut ieder onzer met Uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar Uw voorbeeld en ondersteund door Uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven, en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.

LITANIE

TER EEHE VAN PEN

H. ANTONIUS VAN PADUA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer-Heer, ontferm U onzer.

ocr page 335

32:3

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, heiuelsehe Vader, ontferm IJ onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer

God, H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, moeder en beschermster van den H. An

tonius, bid voor ons.

H. Pranciscus, vader en leermeester van den

H. Antonius,

H. Antonius van Padua,

Zalige vrucht van Spanje,

Nieuw licht van Italië,

Beschermer en roem van Padua,

Apostel van Frankrijk,

jSTavolger van den H. Vader Franciscus, g „ Lelie van zuiverheid, ^

C/2 q

.2 Kostelijke parel van armoede, o

_2 Schitterend licht van gehoorzaamheid, o ■lt;\ Spiegel van boetvaardigheid, v

i-q Roos van verduldigheid,

Vlam van liefde.

Vat van heiligheid,

Pilaar der H. Kerk,

Verkondiger der genade.

Uitroeier der zonden,

Vertreder der wereld,

Verheffer van Gods eer.

Ootmoedige verberger der wijsheid.

ocr page 336

324

H. Antonius, leeraar der waarheid, bid voor ons.

Blinkende ster' der Serafijnsche orde,

Arke des Verbonds,

Bazuin des Allerhoogsten,

Verdediger des geloofs aan het hoogwaardig

Sacrament,

Brandende naar den marteldood,

Geesel der ketters,

Schrik der ongeloovigen,

Roede der dwingelanden.

Vurige minnaar van Gods huis,

IJveraar voor bet heil der zielen,

•3 Wonderbare mirakeldoener,

-S Patroon in verlorene zaken, o '

lt;1 Toevlucht der armen,

Gezondheid der zieken.

Vertrooster der bedrukten.

Hof der deugden.

Kenner der harten,

Voorzegger van toekomende dingen.

Verwekker der dooden,

Schroom der duivelen,

Navolger der patriarchen en profeten.

Afbeeldsel der apostelen.

Uitstekende onder de leeraars,

Roem der heiligen,

Minnelijke vader en beschermer,

Wees genadig, spaar ons, Heer,

Wees genadig, verhoor ons. Heer,

ocr page 337

325

Van alle kwaad, verlos ons, Heer.

Van alle zonden,

Van de listen des duivels,

Van pest, oorlog en hongersnood,

Van den eeuwigen dood,

Door de verdiensten van den H. Antonius,

lt;J

Door zijne brandende liefde, ®

Door zijnen ijver voor de bekeering der zondaars, g Door zijne vurige begeerte naar den marteldood, g Door zijne volharding in het volbrengen zijner -tquot; beloften van armoede, zuiverheid en gehoor-zaamheid, ^

Door zijn onvermoeiden arbeid,

Door de menigte en verscheidenheid zijner wonderen,

In den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons.

Dat Gij ons tot een waarachtig berouw over onze zonden wilt brengen, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij het vuur der Goddelijke liefde in onze harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons deelachtig wilt maken aan de voorspraak en aan de verdiensten van den H. Antonius, wij bidden ü, verhoor ons.

Dat Gij ons vaderland in de vereering van den H. Antonius wilt doen volharden, wij bidden U, verhoor ons-Dat Gij allen, die de voorspraak van den H. Antonius

ocr page 338

326

verzoeken, gezondheid naai- ziel en lichaam wilt vevleenen, wij bidden ü, verhoor ons. ^

Dat wij door de verdiensten van den H. An- cr tonins; in alle deugden mogen toenemen, S

CD

Dat Gij allen, die den H. Antonius eeren en ~ aanroepen, met Uwe zegeningen gelieft te begunstigen, ®

Dat gij U gewaardigt ons te verhooren, ^

Jezus Christus, Zoon van den levenden God, S Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bid voor ons, H. Antonius.

R. Opdat wij de beloften vanChristus waardig worden.

GEIiED.

O allerbarmhartigste Jezus, die Uwen belijder, den H. Antonius, door voortdurende wonderen op eene wonderbare wijze doet uitschijnen, geef, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten, met

ocr page 339

327

zekerheid bekomen, hetgeen wij met vertrouwen verzoeken. Dit smeeken wij ü, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eenwen der eeuwen. Amen.

OEFENING VAN DEN H. KRUISWEG.

OEIiED VAN V00UBEUEIDIN6.

Met den diepsten eerbied werp ik mij voor TJ ter aarde, Verlosser van den zondigen mensch, en innig getroffen over het lijden, dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogen-blikken met dat wonder van liefde bezig houden, door U in den geest op Uwen bloedigen kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen, ik, die ü zoo dikwerf beleedigde, Uw lijden niet zelden vernieuwde? Ja, mijn Jezus, ik beken het, ik ben een zondaar, een onwaardige, maar Gij kunt mij rechtvaardig en Uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij, verwerp mij niet van Uw aanschijn en vergeef den boetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed boven alles bemint, en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God, niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zóó beminnen, dat ik eenmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor

ocr page 340

328

wie Uw bloed niet vruchteloos vergoten werd.

Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik U deze oefening op. Stort gedurende dezen bloe-digen tocht in mij den goeden geest, en geef dat ik, door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging aangespoord worde: maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven Uwe erbarming en hierna Uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.

1ste STATIE.

Jezus wordt ter dood veroordeeld.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jezus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich uit liefde tot u, daaraan onderwerpt. Ach! dat gij u toch eens schaamdet, gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods, verdiendet, gij ge-waardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, waartoe hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jezus, uwen bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde:

GEBED.

Dierbare Jezus, Uwe onschuld en de liefde.

ocr page 341

329

waarmede Grij U, zonder eenige tegenspraak, aan liet onrechtvaardigste vonnis onderwerpt, doen mij blozen : het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van eene geringe beleediging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen om voortaan, met Uwe heilige hulp, elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer.

2de STATIE.

Jezm neemt het kruis op Zijne schouderen.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Mijne ziel, beschouw uwen Jezus, zie met welk eene teederheid Hij het kruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil dei-woeste bende verdraagt. Ach ! bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met hot kruis beladen Jezus, en zeg Hem :

ocr page 342

330

GEBED.

Met reden schaam ik mij, lieve Jezus, wanneer ik U het kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke Uwe oneindige liefde mij vormde en door zoovele genadehulp dragelijk maakte. Vergeef het mij, bid ik ü, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met Uwe geliefde heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken ; of lijden of sterven, het kruis of de dood.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

3de STATIE.

Jezus valt de eerste maal onder het kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jezus te verduren heeft? En echter zwijgt Hij. en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u: en hoe ongeduldig zijt gij niet, wanneer eene lichte ziekte u aantast; wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met tranen van berouw voor Jezus' voeten, en bid Hein:

ocr page 343

331

GEBED.

Beminnelijke Jezus, met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij de genade om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden gaarne te verduren.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü onzer, Heer, ontferm IJ onzer.

4de STATIE.

Jezus ontmoet Zijne IT. Moeder.

Wij aanbidden IJ, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Ach! welk een hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jezus' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd! Ween, mijne ziel, ween bij dit hartverscheurend schouwspel, en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze;

GEBED.

Liefderijke Moeder, ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jezus, aan die barbaarsche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid

ocr page 344

332

dat uw moederhart doorboorde. Ach ! ik heb er berouw over en smeek u beiden om erbarming en vergeving; erbarming, heilige Maria, mijn Jezus, erbarming met den zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde dikwijls de smarten van Jezus en Maria te overwegen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm TJ onzer.

öde STATIE.

Jezus wordt door Simon van Cijrene in het dragen van Zijn kruis geholpen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door üw H. kruis de wereld verlost hebt.

Denk eens na mijne ziel, welke beleediging de Cyreneër Jezus aandeed, door Hem in het dragen van Zijn kruis zijne hulp te weigeren. Maar beleedigt gij hem niet meer, als gij het kruis, dat Jezus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torst, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten? Ach! verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jezus;

GEBED.

Liefdevolle Jezus, ik belijd het, ik was die Cyreneër, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht

ocr page 345

833

heb hetzelve te ontyluehten. Ach! ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst. Zend mij vrij die kruisen, welke U zoo dierbaar zijn; met Uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer, 6'ie STATIE.

Veronica droogt Jezus' aanschijn met eenen zweetdoek.

Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet van liefde en teederhoid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jezus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hem betoonde daad van medelijden ? Hij stelde haar in het bezit van Zijne in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelfde wijze ook met u handelen, door Zijn heilig wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwektet? Ach! geef dan van dit gemis aan u zeiven alleen de schuld, en zeg Hem:

GEBED.

Gefolterde Godmensch, zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U, neen,

ocr page 346

334

aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het wijten. Immers gevoel ik wel ooit medelijden jegens ü, overweeg ik wel ooit Uwe smarten ? Ach! ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan Uw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwischbare letteren in miju hart moogt gegrift worden.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer.

7de STATIE.

Jezus valt ten tweeden male onder het kruis.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Ach ! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jezus ook nu pp den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen? Ach! verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uw gevallen vriend beterschap.

GEBED.

Ja, mijn Jezus, ik beween mijne trotschheid, waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van Uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onder-

ocr page 347

335

werping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door Uwo vermogende genade.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

8ste STATIE.

Jezus troost de weenende vrouwen.

Wij aanbidden üquot;, Christus, en loven U.

Omdat Gij door üvv H. kruis de wereld verlost hebt.

Zie, mijne ziel, hoe de voor Jezus geplengde tranen met Zijne vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jeruzalem's vrouwen, of Jezus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.

GEBED.

Beminnelijke Verlosser, al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien, maar des te meer beween ik ze, omdat zij oorzaak van Uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoowel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.

ocr page 348

336

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü onzer, Heer, ontferm ü onzer. 9d0 STA T I E.

Jezus valt ten derden male onder het kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen Jezus, die hier ten derden male op den grond gevallen is. Uwe zonden deden Hem bezwijken, Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torsen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar te zyn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart:

GEBED.

Goede Jezus, het is maar al te waar, Uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan Uwe genade zoo slecht beantwoordde ; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder Uwen bijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Uwe genade te geraken.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

ocr page 349

337

10de STATIE.

Jezus wordt ontkleed en mei yal yelaafd.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, mijne ziel hoe Jezus'maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe Zijn smaak hier verbitterd werd. Ach! uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofden u van uwe onschuld, rukten Jezus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende :

GEBED.

Lijdende Jezus, ja, ik ^beween mijn ijdel pogen, om in de wereld eene vertooning te maken; ik verwensch mijne onwaardige begeerten, ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld; geef dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove, dat ik mij nooit meer aan overdaad plich-tig make, en door de eenvoudigheid mijner kleeding de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

ocr page 350

338

lld« STATIE.

Jezus wordt aan het kruis yenayeld.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

Omdat Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide, afgematte Jezus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten de scherpe nagelen waren, waarmede Zijne handen en voeten doorboord werden, dat uw bedorven wil de hamer was, waarvan de slagen op Golgotha weergalmden. Ach ! smeek Hem hiervoor vergeving door te zeggen :

GEBED.

Mijn gekruisigde Jezus, duld dat ik vol droefheid en leedwezen mijne zonden en ondankbaarheid in Uwe doorboorde handen legge, niet om U opnieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid, met U gekruisigd zijnde, van weedom sterve, om in een eeuwige trouw te veranderen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer.

12de STATIE.

Jezus bidt voor die Hein kruisigen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

ocr page 351

339

Omdat Gij door üw H. kruis do wereld verlost hebt.

Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen Jezus aan het kruis gehecht. Zie, hoe vurig Hij deu eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet, en gij aarzelt nog, vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u beleedigden. En echter gij zijt het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd; maar zelfs gekruisigd hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoovele zonden uwe. stem tot Jezus, en zeg Hem:

GEBED.

Beminnelijke Zaligmaker, Uwe stem waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mjj onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijne naasten alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moot. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen om hun, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooren moge: Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm ü on^er. Heer, ontferm U onzer,

ocr page 352

340

13quot;° STATIE.

Jezus wordt van het kruis genomen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat, Gij door Uw H. kruis de wereld verlost hebt.

C4ij waart bet, mijne ziel, die den gestorven Jezus in Maria's schoot legdet, zoo dikwerf gij Hem in bet H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op een beiligschendende wijze, in uw hart ontvangen bebt en Hem zoodoende in uw binnenste deed sterven. Ach! vraagjezus biervoor vergeving; bid Maria om haar voorspraak.

GETVRD.

Ja, mijn God, bet is waar, ik was ongevoelig genoeg, om zulk een droevig schouwspel te veroorzaken; dewijl ik zoo dikwerf Uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en met een aan bet aardsche gehecht hart. Ach! dit berouwt mij en spoort mij tevens aan om voortaan het brood der engelen zoodanig te ontvangen, dat bet voor mij een onderpand worde der toekomstige heerlijkheid.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

ocr page 353

341

14'io STATIE.

Jczu.t irordt, in het graf gelegd.

Wij aunbidclen ü, Christus, en loven U.

Omdat gij door uw H. kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Ver-losser gelegd werd. Het was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij daarin nedergelegd. Dan helaas! uw hart is voor uwen Jezus geen nieuw graf meer, wijl gij er eerst aan de zonde eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe.

r.EüEi).

Liefde mijner ziel, ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoovele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf, maar vol schaamte en berouw bid ik U; Schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik het met den balsem van de gedachtenis aan Uw lijden zalve, en met het reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer.

ocr page 354

342

S L ü I T G E 13 E 1),

Hiirtelijk dank zij ü, o Heer, voor ;il Uwe weldaden, en inzonderheid voor die, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van Uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O, dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. (leef,

goede Jezus, dat zij ook aan die afgestorvene geloovigen voordeelig zij, voor welke ik ze heb opgedragen; en mochten deze die aflaten niet noodig gehad hebben, gewaardig U dan, ze aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben; beschik daar- i

over, gelijk het U behaagt.

Eindelijk verleen mij, dat ik Uw heilig lijden bestendig in mijne gedachten hebben, mijnen wandel daarnaar regelen en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.

Zesmaal Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den Vader.

ocr page 355
ocr page 356
ocr page 357
ocr page 358
ocr page 359

f

\

!

ocr page 360