ocr page 1
ocr page 2

GUNNING

4vJ 10

mSm

^ m m ^ yt

\VEf\\TE.SKfEP£nn i

ocr page 3
ocr page 4

■

■

ocr page 5
ocr page 6

J.H.fiüNNlNZiJ.H!

ocr page 7

G ü il NIN G

VERZOENING

door

E. SÏÏELLER,

Eni. 'Predikant.

Kom. 7 : 34' en 35. Ik ellendig1 mensch. wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heer.

1 Cor. 13 : 13. En nu blijft geloof hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Utrecht, C. H. E. BREIJER. 1896,

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNJVERS1TEIT UTRECHT.

ocr page 8

Snelpersdruk — M. C. Bronsveld — Wageningen.

ocr page 9

Daar was een tijd — hij ligt nog niet ver achter mij — dat er gedurig een aanklacht in mij oprees tegen den geest der moderne critiek, wanneer ik

O O 1

bedacht, hoe weinig ik als beslist Christen in de gemeente heb gearbeid; hoe arm, bij al mijn liefde voor ons heerlijk ambt, mijn werk dikwijls was; hoe ik mijn gemeenten meer tot zegen had kunnen zijn, indien niet angstvallige vrees om aan natuur en waarheid te kort te doen mij vaak het diepste in onze natuur had doen voorbijzien; indien reddende liefde mij meer had doordrongen; indien ik het beter had gevoeld, dat onsterflijke zielen mij waren toevertrouwd, en, om het alles hierin samen te vatten, hoeveel heiliger en inniger de betrekking

O O O

tusschen de gemeente en haar leeraar wordt, indien deze de vrijmoedigheid heeft om haar te vragen: bid voor mij! en zelf in de stilte van zijn hart

ocr page 10

haar biddend opdraagt aan God. Maar ik gevoel thans, dat ik aan geen tijdgeest dat wijten mag, waarvan de schuld toch eigenlijk hij mij zeiven lag.

Ik hoop er voor bewaard te blijven de moderne richting ooit onbillijk te beoordeelen. Hoe zou dit trouwens mogelijk zijn, waar ik zoovele uitnemenden onder haar aanhangers gekend heb en ken? Men heeft beweerd, dat zij op de studeerkamer is ontstaan. Ook dan nog zou zij aanspraak hebben op hooge waardeering. Welk een zedelijke ernst in haar wetenschappelijk streven, in dat belangeloos zoeken naar waarheid, allermeest waar het gepaard gaat met het afstand doen van geliefkoosde meenino-en!

o O

Toch doet men haar met bovengenoemde bewering onrecht aan. Neen, niet in het studeervertrek, in het leven is zij geboren, om het leven was het haar te doen. Waarlijk niet om te ontkennen deed zij haar ontkenningen hooren. Niet uit lust tot strijden streed zij. Niet met schennige hand haalde zij de scheidsmuren tusschen gewijd en ongewijd omver.

ocr page 11

Alles in het leven te heiligen door zedelijken ernst, door godsdienstige aspiraties, dat heeft zij gewild. Al het menschelijke heeft zij tot zijn recht doen komen, alleen maar 's menschen diepste behoeften niet. Zij — ik spreek niet van velen harer aanhangers; ik spreek niet van hetgeen zonder twijfel menigeen hunner in de binnenkamer gevoelt — maar zij kent de zonde niet als zonde, als opstand tegen God.

Men heeft er der moderne richting een verwijt van gemaakt, dat zij uitgaat van den mensch. Ten onrechte. Het bloot uitwendig gezag van kerk, Bijbel of leerstuk is gevallen. Het is de zware, maar heerlijke taak van onzen tijd al het uitwendige innerlijk te doorleven. Alleen wat zich voor ons innigst bewustzijn als waarachtig handhaaft is waar. Niet dat zij uitgaat van den mensch, maar dat zij niet uitgaat van 's menschen diepste behoeften is haar dwaling. Gekluisterd aan de methode der natuurwetenschappen, met een wijsbegeerte, wier uitgangspunt en einddoel immanentie bleef, was het haar onmogelijk.

ocr page 12

- 8

De diepste geesten zijn altijd deterministen geweest, is gezegd. Ik ontken het. Zij lieljben het leerstuk der praedestinatie, -wel te onderscheiden van determinisme, aangenomen, maar altijd hebben zij de zonde gevoeld als afval van God. Wij moeten aandurven het woord van Auimstinus: «o, gelukkis'e

O ' O O

schuld van Adam, die zulk een Verlosser heeft verworven!» Wij moeten de zonde blijven gevoelen als vloek en schuld. Nu de traditioneele voorstelline- van

O

den zondeval ons niet langer bevredigen kan, wat is de zonde zelve V Altijd heeft de moderne richting overgeheld — het is zoo ontzettend moeilijk een geestelijke beweging van onzen eigen tijd te kenschetsen, maar het is toch niet te sterk ffezescd,

' O O 7

overgeheld tot het antwoord: zonde is een nog onvolkomen toestand. Dat de hoogmoed des harten het bederf is van onze natuur, de diepste grond van alle ellende, dat heeft zij niet gevoeld. Zij kent de zonde, dus de verlossing in Christus Jezus niet.

Door de zonde verloren, in Christus behouden.

ocr page 13

9

Met is uoodzakelijk er zich gedurig klaarder rekenschap Tiiu te geven; het is mogelijk, dat andere tijden het anders zullen uitdrukken, maar het innigst wezen dier belijdenis is het hart van het Christendom. De menschheid geeft niet prijs den grootsten schat, dien zij eenmaal heeft gegrepen, de heerlijkste gave Gods, die zij ooit ontving. Niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, Jezus Christus, de gekruiste.

ocr page 14

«Het leven is toch al zoo zwaar. Wat maakt gij het zwaarder nog? Grijp u zeiven aan, betracht uw plicht, vraag God om hulp, vertrouw op zijne macht en vind uw zaligheid in een gerust geweten.»

o O O

Wie gevoelt niet, van welk een zedelijken ernst deze tegenwerping spreekt, welk een kostbare waarheid zij bevat? Grijp u zeiven aan! Wie moet dit niet gedurig tot zich zei ven zeggen? —• «Frisch als de morgen, zijn kracht bewust, stroomt door mijn ad'ren de levenslust!» roept onze vriend uit Grand—Rapids ons toe. «Vreugd en kracht vindt ge in uw plicht, nooit door vrees gebonden,» herinnert Böhringer ons. En Bersier zegt het niet minder

O O

nadrukkelijk: «indien het waar is, dat om te handelen men moet gelooven, het is niet minder waar, dat om te gelooven men moet handelen.» Maar indien nu iets ons treft, dan is het, dat onze tijd

ocr page 15

een somber karakter draagt, dat hij eer slap dan kloek mag heeten.

Van waar dit? Omdat de oude steunsels weggevallen zijn en men nog niet in staat is zich vastheid te veroveren? Niet in staat? Is liet geloof dan niet langer een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet ? — Omdat het leven zoo druk is? Zat men dan in de dagen der Kerkhervorming stil? Werd den Hervormers niet een reuzentaak op de schouders gelegd ? — Omdat de tijd te groot is voor onze kleine krachten? Maar is het woord dan niet meer waarachtig: Mijne kracht wordt in uwe zwakheid volbracht? — Vanwaar die somberheid, die zich uitspreekt in de vraag: is het leven levenswaard ? Naar mijn innige overtuiging ontbreekt de levensmoed, omdat het schuldgevoel en daardoor de weg tot genezing ontbreekt. Gij zult als God zijn! Ziedaar de bittere ironie in de geschiedenis van ons geslacht. Deed zij zich ooit zoo smartelijk gevoelen als in onze dagen? Het troostelooze in

ocr page 16

liet modern bewustzijn is, dat het den mensch verheerlijkt en dan, bitter ontgoocheld, hem vertrapt. De moderne richting predikt daartegenover vrome afhankelijkheid van God, maar, omdat zij Hem niet kent als redder van het verderf, niet de diepste afhankelijkheid, de waarachtige verlossing, de vrijheid in Christus.

Ik vereenzelvig geenszins het modern bewustzijn met de moderne richting, maar ik leg den vollen nadruk er op. dat zelfs een krachtig zedelijk godsdienstig bewustzijn zonder de ervaring van zonde en genade, van schuldgevoel en van de ontferming Gods somberheid kweekt. De moderne richting biedt haar hulp zoo oprecht als ooit een richting de wonden van haar tijd heeft trachten te genezen, zoo onbevredigend als ooit een richting wonden heeft trachten te genezen, wier diepte zij niet heeft gepeild. Ik las nog onlano-s in Parker. Welk een nobele zin! Maar

O O

is dat edel optimisme — en is de vrije ontwikkeling van het godsdienstig leven, waarin de modernen over

ocr page 17

liet algemeen huu beginsel vinden uito-edrukt, wel

O O O

iets anders ? —■ is ook liet edelst optimisme in staat den vloek der zonde te bezweren?

Zij toont zich, ik ontken het niet, als zedelijke zwakheid, maar dan toch een schuldige zwakheid. Het eigenlijke in haar is hoogmoed van het hart; ook waar zij het karakter draagt van aardsch be-geeren, is zij toch in den diepsten grond hoogmoed, die weigert Gode het hart te geven. De zonde is

O O

er in al haar pijnigende, vernederende kracht; maar zij wordt niet erkend als zonde, als opstand tegen God. Van daar die ruwe wanhoop of die zachte me-lankolie met alles, wat daartusschen ligt in het menschenleven.

Daar is een zijde in het Christelijk leven, waar dit zich aan ons voordoet als ontwikkeling en groei; maar Jezus' eerste woord was: Bekeert u! Jezus' blijvende eisch, zija blijvende zegen is zelfverloochening, de pijn van zelfkennis en strijd als de weg tot liet geluk der genezing. De ingrijpende mo-

ocr page 18

-------------------- u-

inenten in de geschiedenis der mensclilieid, immers de geschiedenis van het zieleleven, ook in de geschiedenis van ons dagelijksch, naar het uitwendige misschien onbewogen bestaan, zijn die, waarin de spanning tusschen het natuurlijke en het geestelijke krachtig wordt gevoeld. Ik kan dit niet nederschrij-ven zonder te erkennen, hoe diep dit door sommige modernen is erkend, maar ik vraag, of de moderne richting, zoolang zij in meerdere of in mindere mate aan het determinisme is gekluisterd, de blijde boodschap der verlossing kan doen hooren. Staat het kruis van Golgotha niet opgericht als oordeel over de zonde, maar ook als het treken des behouds?

Het is niet met -woorden uit te spreken, hoe de hoogmoed des harten alles bederft, onze hartelijkheid en onze liefde, onze geestdrift eu onze blijdschap, onze liefde voor God, ons vertrouwen op Hem. Hoe onuitsprekelijk gelukkig maakt het ons, als wij ons verootmoedigen. Dan zoeken wij de schuld niet langer buiten ons zelf, in de men-

ocr page 19

scken en Je omstandigheden, in het leven ons van God gegeven. Waai; wij ons zeiven ontzinken, daar grijpen w ij Gods hand. God neemt ons aan, niet om het goede, dat wij deden, maar ondanks onze schuld. Ziet, hoe groote liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden! Van menschen liefde te ontvangen, het verkwikt en troost, het sterkt en heiligt. Welk een kracht gaat er dan van Gods liefde in Christus uit! Hoe is geloofskracht geestkracht, kracht tot

O O '

doen en dragen! Zedelijke kracht, maar uit de diepte geboren, uit den Hooge gewijd. Het is geen redmiddel voor zwakke stumpers. Forsch en kloek, toch ook innig teeder staan Paulus, Augustinus, Luther daar voor ons, maar ook in den zwakste wordt Gods kracht volbracht.

Tragisch, het woord ligt dit geslacht als op de lippen bestorven. Keeren wij dan tot het Heidendom, zij het ook het edele, terug ? Welk een ontzaggelijk groot aandeel heeft — niet

ocr page 20

de fataliteit, maar de zonde aan het lijden! Diep ontroerend, als wij van haar in het oog vallende vruchten hooren! Is liet niet dezelfde zonde, die in kiem ook- in ons woont? Is er niet zonde met de hand en zonde met het liart gepleegd? Is er niet een slechte daad, maar ook een onheilige begeerlijkheid ? Elk troetelen van een boezemzonde, elk toegeven aan een onreine bekoring, ieder vergelijk met het kwaad is verraad aan liet heilige gepleegd, is partij kiezen voor het afschuwelijk rijk dei-duisternis. In het meest verborgen hoekje van het hart gekoesterd, deelt langs onzichtbare wegen het kwaad zich mede, breekt het Godsrijk af, bederft den medemensch en ontneemt ons de vrijmoedigheid om in allen eenvoud en ernst te getuigen. Geen spelen met de zoude, maar ook geen wanhoop! /ij bracht Jezus aan het kruis, maar daar is haar macht verslagen. In Christus zijn wij overwinnaars.

En waar gij het verband tusschen schuld en ramp niet ontdekken kunt, ook daar, wat ik u bidden mag.

ocr page 21

goon noodlotsleer. Daar is een smart zoo smartelijk, dat wij het woord van troost niet vinden kunnen en een stille handdruk van oprecht medegevoel aanvankelijk het eenige is, dat wij vermogen. Maar ook daar niet aan het fatalisme geofferd 1 Somberheid, zoo gansch anders dan diepe heilige smart, somberheid is altijd hoogmoed, die meent, dat het waarom ? er niet zijn kan, omdat wij het niet zien, wij, die een stipje slechts van het gansche Gods werk aanschouwen. Somberheid is altijd angst, die zich verlaten waant, zoodra do weg donker wordt, die weg, waarop 's Vaders hand toch leidt. Wie zou het wagen met ouheiligen tred in het heiligdom van anderer ziele-leven door te dringen? Maar al de teederheid van iemands hart, al de bescheiden huivering, al de kieschheid der liefde bant de gedachte niet: «lijden is dan zoo vreeselijk om aan te zien, als het niet nader brengt tot God.» Niets meer verheffend voor ons eigen geloof dan te zien, hoe anderer geloof door de smart gelouterd en gesterkt wordt.

ocr page 22

En eigen smart, is zij uiet voor den Christen de noodzakelij lie, de steeds, ik zou zeggen, de gedurig meer onmisbare loutering zijns geloofs; de telkens door God noodig geaclite weg tot ootmoed en alzoo tot geloofsmoed? Door lijden tot heerlijkheid; in Christus gewaarborgd wordt het des Christens eigendom. Zelfs do laatste vijand is verslagen. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw zegepraal?

ocr page 23

Maar is dit alles niet zoo innig, dat liet buiten alle aanraking met bet historische omgaat? Is een

O O

godsdienst, die zijn steun niet in de geschiedenis zoekt, geen booger standpunt? ïk zou het woord kunnen aanhalen, dat ik dezer dagen las: «The o-jft without the giver is bare». Ik zou kunnen zee-

O O C

gen: bet levenswoord heeft dubbele kracht door het heerlijk leven van hem, die het sprak. Ik zou kunnen vragen, of, naarmate gij u meer gedragen voelt door bet verleden, uw godsdienstige persoonlijkheid zich niet te krachtiger ontwikkelt. Ik zou kunnen aanvoeren, dat in de worsteling tusschen bet onbepaalde en het besliste de zegepraal altijd aan het laatste verblijft. Waar zijn de geloofshelden van het kosmopolitisme? Wie kau voortdurend geestelijk uit logeeren zijn? Heeft Lessings Nathan — eere zij de verruiming van gezichtstkring, die bij

ocr page 24

bracht! Eu wanneer het dogmatisme weder de wereld overmeestert, zal de les, die laij ons gaf, weder van de daken worden gepredikt — maar heeft Lessings Natlian ooit den eenigen troost beide in leven eu in sterven gebracht? Noem mij een Hervorming, die geboren is uit de eerbiedige huivering voor de Oneindigheid Gods. Beweegkracht tot redding der menschheid was altijd eu overal de ervaring van Gods nabijheid. Waar zijn de martelaars van het algemeen menschelijke ? Waar de apostelen van het zwevende? Waar anders dan wanneer —• o-ezeo-ende

~ O

ervaring! —• veel meer beslistheid, vrucht van vroegere overtuiging, nawerkt, dan de predikers van het algemeeue zei ven weten. Wie zijn het in onze dao-en, die zich niet laten weerhouden door walg

o ' o

van de verblijven der armen, die hun stulpen bezoeken en doordringen tot in de pestholen van het verderf? Zij — de schijnbare uitzonderingen, bij wie de heiligste levensmacht gaat boven de leer, bevestigen den regel •— zij, die der armen Heiland

ocr page 25

21

kennen; zij, die zich schuldig weten voor een Heilig God, maar die ook weten, wat het zegt uit genade zalig te worden. Reddende liefde, waar is zij mogelijk dan waar men het oordeel Gods door zijn ziel voelde gaan, maar ook in eigen zieleleveu Gods ontfermende liefde heeft ervaren?

Een hooger standpunt? Nooit heeft de Christenheid haar bloeitijd gekend — haar bloeitijd, als de eerste Christenen durfden sterven, een afgrijselijke!! marteldood; durfden leven, het leven der liefde. Haar bloeitijd, als de heilrijke macht der Hervorming de harten herschiew. Haar bloeitijd, als testen-

O x «J ' O

over een koude rechtzinnigheid men het woord weer verstond: den armen wordt het Evangelie gespredikt. Nooit een bloeitijd des geloofs, of het was Gods liefde in Christus, door den zondaar ervaren. Wat is er toch veranderd in het schuldgevoelend menschen-hart, dat men van een hooger standpunt spreekt?

Een hooger standpunt? Wij behoeven niet naar het antwoord te zoeken. Wie het godsdienstig leven

O O

ocr page 26

beschouwt als een vermogen, het heerlijkst vermogen, dat ontwikkeling behoeft, hij zal bewondering, eerbied, dankbaarheid gevoelen voor den profeet van Nazareth; maar wie de zonde kent als verzet tegen God, wie het schuldgevoel kent, hij ziet in Jezus den Christus, zijn redder en Heiland.

Gij verlangt niets vuriger dan den godsdienst te brengen tot beschaafden en onbeschaafden onder zijn verachters. Onwraakbaar is de getuigenis dei-geschiedenis : nooit heeft het Christendom ingegrepen in het volksleven, tenzij het in zijn diepte werd gegrepen. Gij wilt voor uw tijd zijn, wat de Hervorming was voor den hare; het kost mij moeite het te zeggen tot menigeen, die èn door zijn wetenschap èn door zijn werkzaamheid zoo ver boven mij staat; maar moet de vraag niet gedaan, of vrije ontwikkeling van het godsdienstig leven de volle vertolking is van het Protestantsch besnnsel? Gods

O o

liefde in Christus; uit genade zijt gij zalig geworden ! zou Luther het niet herhalen, indien hij onder

ocr page 27

23

ons optrad? Blijkt de vraag, of do Bijbel volksboek is. wel een andere dan de vraag, of de ervaring van zonde en genade de diepste ervaring is van het mensehenhart ? IToe meer wij voeder een Christenvolk worden, des te heilbegeeriger zullen ontwikkelden en eenvoudigen weder naar den Bijbel grijpen en hem naar zijn innigste kern verstaan. Kan ooit ons ideaal zijn: geloof en wetenschap verzoend, alsof het machten waren met gelijke rechten; alsof het denken ooit iets anders ware, wèl iets hoogs en heerlijks, maar toch immers nooit iets anders dan vertolking van het leven ; het denken op godsdienstig gebied immers nooit iets anders dan het geloof, dat tot bewustheid van zijn eigen wezen komt? Zoek naar een immanent beginsel van wereldverklaring, en gij snijdt n de mogelijkheid af om n ooit van het leven des ge-moeds denkend rekenschap te geven; gij zoekt verzoening van het raadsel en de eene zijde van het probleem, de transscendentie Gods, wordt door u ontkend. Gij zoekt, en hebt u van te voren het

ocr page 28

vinden omuogelijk gemaakt, omdat gij alleen de causaliteit, niet de even waarachtig-e teleolourie, Gods

' O o 7

verlossingsplan met do zondige mensclilieid, in uw denken opneemt; omdat gij, meenende de natuurwetenschappelijke methode overwonnen te hebben, het z. g. reine denken in plaats van het diepste denken stelt.

ocr page 29

«Maar is liet bij den tegenwoortligen stand der liistorisclie critiek niet veiliger ons geloof los te maken van het verleden?» Ik zou geheel buiten dezen tijd moeten leven, indien ik die vraag niet had gehoord. Ik hoop er voor bewaard te blijven haar ooit te beantwoorden met een smalend oordeel over de critiek. Al is het voor veertig jaar gesproken, ik heb nog altijd een sterken indruk van het woord van Busken Huet (ik citeer uit het geheugen): «Om de tegenstrijdigheden in den Bijbel weg te nemeu bedient men zich van huismiddeltjes, waarover men zich schamen zou bij ieder ander boek.» En is niet van den Hoogleeraar Wildeboer dit kloeke woord: «Daar kun geen waarheid ziju tegen de waarheid in?» Waarlijk het is te goedkoop, het is innig banaal uit do op sommige, zeg aangelegen, punten nog bestaande onderlinge tegenspraak der critici iets te willen

ocr page 30

20

afleiden ten nadeele der critiek. De wetenscliappelijke beoefenaars van liet Nieuwe Testament hebben een zware, meestal hoogst ondankbare taak. Dat zij mot vertrouwen, een vertrouwen gesterkt door de ervaring

O O

ten opzichte van het Oude Testament, voortgaan, verdient onze achting. Indien het resultaat van hun onderzoek moest zijn, dat zelfs de Synoptici meer kerkhistorie dan levensgeschiedenis van Jezus bevatten, wij vermogen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid. Ook de vrucht van dit onderzoek zal eenmaal der Christenheid ten goede komen. Ook de onhistorische stukken bevatten geschiedenis, de ffeschiedenis van de vereering der dankbare verlosten

O ~

voor hun Verlosser.

Maar waar ik dit alles onbewimpeld erken, daar wijs ik met nadruk op de volkomen onjuiste wijze, waarop het bovengenoemd vraagstuk werd gesteld. Zou liet niet veiliger wezen zijn geloof los te maken van de geschiedenis? Alsof dit mogelijk ware. Zou bet niet veiliger zijn den boom maar los to rukken

ocr page 31

uit ilen grond, uit vrees, ilat te eeniger tijd iemand komt betwijfelen, of de voedende kracht der aarde ook slechts een product der verbeelding is. Zie hem groeien, antwoordt gij. Zie ze groeien, de Christenheid, waar zij in Christus geworteld is.

De zaligmakende trenade Gods is verschenen. Tn

~ O

Christus Jezus heeft de verzoening plaats gehad tusschen God en mensch. Zeg niet, dat de eerste drie Evangeliën u louter den heerlijken profeet toonen. Die prediking: het Godsrijk is gekomen; die gewisheid, dat de tijd der verwachting is voorbijgegaan, de blijde dag der vervulling aangebroken; dat aangrijpend majestueuze, dat innig teedere van een weergalooze liefde; dat machtig: uw zonden zijn u vergeven. Zeg, dat het geloof is, waarlijk ik ontken het niet, maar meen niet met dat éene heerlijke woord het volle zelfbewustzijn ook van den Synoptischen Christus weer te geven. Zeg, dat hij gestreden heeft ten bloede toe, maar sla de getuigenis van achttien eeuwen niet in het aangezicht, dat hier

ocr page 32

meer clan een louter worstelaar, zij het clan ook de heerlijkste van allen, dat hier de overwinnaar is. In alle dingen ons gelijk uitgenomen in de zonde. Indien gij het ontkent, van waar ja, die algeheele eenheid met ons, maar ook die onpeilbare kloof voor het bewustzijn juist zijner grootste volgelingen, juist van een Paulus, juist van een Luther. Indien gij liet erkent, hebt gij niet do gansch eenige Gods-openbaring, het vleesch geworden woord, het onuitsprekelijk mysterie erkend?

Werp mij niet tegen, dat ik mijn ideaal met een historisch feit vereenzelvig. Aau dat historisch feit juist dank ik dat ideaal. Het is het mijne, maar niet uit mijn zondige, ook niet uit mijn betere natuur geboren. «Wanneer schiejj ooit de honger brood?» Het is het ideaal door Christus in ons gewekt. Het is Gods gave ons in hem geschonken. Extensief gaat het Christendom voort zich te verrijken. Intensief is het in Christus gegeven. Treffend, al hooren wij hier ook Jezus' eigen woor-

ocr page 33

den niet, blijven Joli. 14 en 16: Voorwaar, voorwaar zeg ik u, die in mij gelooft, de werken, die ik doe, zal liij ook doen en Lij zal grootere doen dan deze, want ik ga heen naar mijn Vader. Uit liet mijne zal de Geest der waarheid nemen en het u verkondigen. Hij zal u in alle waarheid leiden.

Beschuldig mij van uit mijn bewustzijn het verleden te constrneeren, en gij stelt het vraagstuk onzuiver. Dit is de vraag: wie is in staat het ver-leden te vertolken, gij door uw critiek of ik krachtens mijn geloof? De beteekenis der persoonlijkheid beslist. Blijft onze tijd haar miskennen, dan zinkt hij terug tot dien toestand, waaruit juist het Christendom de menschheid heeft opgeheven. Of ik dan in dit diepste levensgebied geen critiek erken? Zonder twijfel, maar die des geloofs; die waarbij de verschillende uitdrukkingen des geloofs aan haar eigen wezen, dat is aan

O O O

haar beteekenis voor het geloofsleven, worden ge-

O quot; O

toetst. Aan dat van het oordeelend subject? Zonder twijfel. Is er een andere weg om te komen tot —

ocr page 34

ik zeg niet: liet vaststellen vau liet object, want geen denker zou zicli de moeite van het onderzoek getroosten, indien liet niet van te voren voor hem vaststond, dat het object van dit onderzoek bestaat; hier is de wijsgeer slechts een kind. Maar is er een andere weg tot kannis van het object dan van het subject uit te gaan, waarbij de steun en de controle van anderer overtuiging allerminst uitgesloten is? Of ik teruomeem wat boven aanaraande

O O

het recht der critiek is erkend? Geenzins; maar het hart van Christus' verschijning raakt zij nooit. Door de zonde verloren, in Christus behouden; zoo waarachtig als geen sterveling ooit dieper ingrijpen, hooger zich verheffen kan, zoo waarachtig is geschiedenis en geloof, het uitwendig feit en het inniffst leven des o-emoeds hier een.

O o

Omdat ik niet kan aannemen, dat de zonde wijziging heeft gebracht in den aard der stoffelijke natuur, daarom meen ik de wonderverhalen louter symbolisch te moeten opvatten. Gij vraagt mij, of

ocr page 35

---------------------- 'SI

ik dan waarlijk oordeel, dat mijn ontkenning van liun Mstoriscli karakter buiten mijn organisclie na-tuurbescliouwing omgaat. Ik antwoord: krachtens de eenheid onzer' menschelijko natuur oefent zeker ook die beschouwing invloed uit. Toch, zoodra men het aldus uitdrukt: God kan geen wonderen doen! «■•evoelt men aanstonds, welk een beleedigino- voor

O 7 O O

het godsdienstig gemoed daarin spreekt. De beslissing ligt niet bij de natuurwetenschap, die de schitterende uitkomst van haar ernstig en geduldig onderzoek heeft uitgesproken in wat men natuurwetten noemt, maar in ons gemoedsleven. Op het gebied der kunst blijft bij elke vraag het laatste woord aan de kunstenaarsziel. Op het gebied van het godsdienstig leven blijft het beslissend woord aan de ervaring des gemoeds.

Dit is de verklaring van het odium theologicum in vroeger eeuwen. Ditzelfde adelt den strijd van onze dagen, nu de vraag: rechtzinnig of onrechtzinnig ? heeft plaats gemaakt voor deze andere: wat voldoet aan de diepste behoeften van ons gemoed.

ocr page 36

aan Je zondaarsbehoefton van het mensclienhart?

Waar de zoude is afval van God, waar zij is het bederf onzer menschelijke natuur, daar ligt haar genezing boven de grenzen der menschelijke, zondige natuur. Het onheilig mysterie van onzen opstand tegen God, het mysterie onzer schuld wordt slechts overwonnen door het heilrijk mysterie der Eeuwige Liefde: God, die in Christus het schuldgevoelend hart nabij is. Christus onzer een, oneindig ver boven ons verheven. De kerk heeft zich ingespannen, haar grootste denkers hebben hun beste krachten gebruikt om het onder woorden te brengen en noch aan de absoluut goddelijke, nocli aan do waarachtig menschelijke zijde te kort te doen. Beproef het woord: Godmensch uit te spreken, gevoel in het eigen oogenblik met heilige huivering, dat gij don Oneindige niet kunt opsluiten in een eindig menschenleven; zoek naar het woord voor onzen tijd, maar laat ons niet meenen het raadsel op te lossen door het te ontkennen.

ocr page 37

Men heeft Je metaphysica, de erkentenis, dat een verscliijnsel zijn oorsprong niet in het eindige vindt, dootl verklaard. Zij leeft in het plichtbesef, dat gevoelde de moderne richting tegenover elke utilistische moraal. Zij leeft in de religie; dat handhaafde de moderne richting tegenover elk eenzijdig ethisch streven, tegenover al wat louter idealisme is. Zij leeft in de zaligmakende genade Gods allen menschen verschenen, in Christus en het Christendom. Ziedaar het boven het moderne zich verheffend openbaringsgeloof in zijn vastheid en zijn kracht. Wanneer de bekende sterrenku ndige fegt: ik heb den ganschen sterrenhemel doorzocht en nergens God gevonden; wanneer een vrome zegt: ik heb mijn innerlijk leven doorzocht en nergens den door een geschiedkundig feit gewaarborg-den oorsprong van mijn verzoening met God gevonden, dan stel ik beiden allerminst op éene lijn, maar beider dwaling is een: zij hebben ontleed, niet aanvaard.

Laat ons niet meenen aan het raadsel te ontkomen door te ontkennen. Het raadsel; neen, de wel vaak

ocr page 38

aan de zomlaarsbelioeften van het menscbenliart ?

Waar de zonde is afval van God, waar zij is het bederf onzer menschelijke natuur, daar ligt haar genezing boven de grenzen der menschelijke, zondige natuur. Het onheilig mysterie van onzen opstand tegen God, het mysterie onzer schuld wordt slechts overwonnen door het heilrijk mysterie der Eeuwige Liefde: God, die in Christus het schuldgevoelend hart nabij is. Christus onzer een, oneindig ver boven ons verheven. De kerk heeft zich ingespannen, haar grootste denkers hebben hun beste krachten gebruikt om het onder woorden te brengen en noch aan de absoluut goddelijke, noch aan de waarachtig menschelijke zijde te kort te doen. Beproef het woord: Godmensch uit te spreken, gevoel in het eigen oogenblik met heilige huivering, dat gij den Oneindige niet kunt opsluiten in een eindig menschenleven; zoek naar het woord voor onzen tijd, maar laat ons niet meenen het raadsel op te lossen door het te ontkennen.

ocr page 39

Men heeft de metaphysica, de erkentenis, dat een verscliijnsel zijn oorsprong niet in het eindige vindt, dood verklaard. Zij leeft in liet plichtbesef, dat gevoelde de moderne richting tegenover elke utilistische moraal. Zij leeft in de religie; dat handhaafde de moderne richting tegenover elk eenzijdig ethisch streven, tegenover al wat louter idealisme is. Zij leeft in de zaligmakende genade Gods allen menschen verschenen. in Christus en het ('hristendom. Ziedaar het hoven liet moderne zich verheffend openbaringsgeloof in zijn vastheid en zijn kracht. W mineer de bekende sterrenkundige zegt: ik heb den ganschen sterrenhemel doorzocht en nergens G od gevonden; wanneer een vrome zegt: ik heb mijn innerlijk leven doorzocht en nergens den door oen geschiedkundig feit gewaarborg-den oorsprong van mijn verzoening met God gevonden, dan stel ik beiden allerminst op éene lijn, maar beider dwaling is Óen: zij hebben ontleed, niet aanvaard.

Laat ons niet meenen aan het raadsel te ontkomen door te ontkennen. Het raadsel; neen, de wel vaak

ocr page 40

34

in ons aangevochten, maar altijd weer volheerlijke gewisheid. Wij hebben gevonden! Daar is een bezit, dat traag noch trotsch, dat ootmoedig en moedig, dat onuitsprekelijk gelukkig maakt. Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn Eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Is dat bovennatuurlijkV Ja; het gaat volkomen uit boven al wat wij van 's menschen zondige natuur hebben ervaren. Is dat natuurlijk? Ja; het beantwoordt aan onze diepste behoeften.

Zoo staat hij voor ons, Aviens prediking, wiens leven en sterven de blijde boodschap, het Evangelie was. Hij éen met God, opdat allen een zouden worden met den Vader. Hij Gods Zoon, opdat allen kinderen Gods zouden worden. Hij de voleinder om allen te volmaken. Hij de eersteling, opdat vele broeders en zusters hem zouden volgen. Hij de nieuwe mensch, opdat elk der zijnen een nieuw schepsel worden zou. Hij boven op den top des bergs, maar

ocr page 41

ons allen sterkend om tot hem op te klimmen. Hij de machtige held, maar die aller zwakheid schraagt. Hij de krachtige, maar die in ons overstort van zijne kracht. Hi] de overwinnaar, maar die ons doet zegepralen.

«Keer mensch, keer tot u zeiven in!» Ik vinder geen abstractie, geen algemeenen, geen z. g. natuurlijken godsdienst. Ik vind er het — ach! nog zoo weinig doorleefd, maar toch levend Christelijk bewustzijn. «Wat al menschen tusschen God en mij!» Rousseau, als hij het zegt, verwart de gemoedservaring met het verstandelijk onderzoek omtrent haar object. Daar staat geen leerboek der metriek tusschen den dichter en zijn lied. Daar staat geen grammatica tusschen den weisprekenden geloofsgetuige en het onderwerp, dat zijn ziel overmeesterd heeft. Daar staat geen paedagogiek tusschen den zoon, die op Moeders graf eindelijk weer bidt en het beeld zijner dierbare afgestorvene. Daar staat geen godgeleerdheid tusschen Christus en den Christen.

ocr page 42

De betrekking van liet Christendom tot andere godsdiensten trad door liet Parlement der godsdiensten te Chicago helder aan het licht. Schoon is de overwinning door den Christelijken godsdienst daar behaald. Slechts wie zich zoo sterk gevoelt durft anderen noodigen om zich aan de punten van overeenstemming te verkwikken en ook van ben te leeren. Nooit misschien is de heerlijkheid van het Christendom tegenover het nog jammerlijke van de Christenheid zoo onomwonden door andere godsdiensten erkend.

En Kev. Barrows, de ziel van dit congres ? Bij de opening sprak hij: «Niet een wordt hier gevraagd zijne persoonlijke overtuigingen prijs te geven of te verzwakken; niet een, wat meer zegt, zou zijn plaats hier waard zijn, zoo hij dat deed.» Is het mogelijk al wat zweemt naar proselietisme krachtiger uit te bannen ?

ocr page 43

En zijn slotwoord was: «Gelijk Sir Josliua Keynolds zijn lessen over ile schilderkunst sloot met den naam van Michael Angelo op de lippen, zoo wensch ik met dieper eerbied, dat de laatste woorden, welke ik spreek tot dit parlement, de naam zullen zijn van hem, wien ik leven en waarheid en hoop en alles verplicht ben; hem, die alle tegenstrijdigheden verzoent, alle vijandelijkheden stilt, en die van den troon van zijn henielscla koninkrijk, de heilige en onvermoeide almacht der verlossende liefde doet uitgaan tot allen — Jezus Christus, den verlosser der wereld.» i) Is hét mogelijk zijn Christelijk geloof beslister uit te spreken?

En dat Christendom zou enghartig maken? Wie nooit liet gevaar voor bekrompenheid gevoeld beeft, kent den hoogmoed van zijn eigen hart niet. Wie niet alle engheid voor de macht der liefde heeft voelen wijken, kent Christus' geest niet.

Wat is wetenschap anders dan liefde voor de 1) F. W. N. Hug*enhoItz. Het Pari. der Godsd. bl. 10 en 06.

ocr page 44

waarheid? Wat is kunst dan liefde voor liet schooue, den weerglans van liet goede? Wat is natuurgenot dan liefde voor Hem, die liaar te voorscliijn riep? Wat is de hoogste liefde voor den mensch dan liefde voor het kind Gods in den mensch?

Die liefde is niet weekelijk of slap. Nog even scherp als ooit staat het Christendom tegenover de wereld, — heeft niet ieder zijn eigen wereld? — die langs ontelbare, vaak verborgen wegen het hart wil binnensluipen en in dat hart zoo vaak zijn bondgenoot vindt. Het is een strijd op leven en dood, maar het blijft altijd de strijd der liefde. Het is een vloek, altijd over de zonde, nooit over den zondaar. En het laatste woord blijft altijd een gebed.

(Jw koninkrijk kome! Indien ergens, hier is bidden vragen, zeer beslist. Mag het dat bij stoffelijke gaven niet zijn ? Moet de bede om het dagelijksch brood — en wat omvat zij veel! —- uit het Onze Vader worden geschrapt? Is de vrome dichter van het 76ste Lied uit den bekenden bundel, die beleed:

ocr page 45

«'k Heb gevraagd om aardsehen zegen,» geen kind van onzen tijd? Toont dan, werd te recht gevraagd, de moeder, die bij den doodsstrijd van liaar kind smeekt om redding uit zijn lijden, gebrek aan vromen zin? Of die ouders, die hun zoon de wereld vol verzoeking zien ingaan eu bidden om het behoud zijner ziel, de Monica's van onze dagen, zijn zij bij hun tijd ten achteren misschien?

Nooit of nergens te voren heeft men het als gemis aan vroomheid beschouwd te bidden, immers vast overtuigd, dat men het niet vruchteloos deed, te smeeken, dat de lijdensbeker mocht voorbijgaan. «Maar wij weten thans, dat zulk bidden niet baat.» — Waarlijk? Is niet alles hier heilig mysterie? Heeft de verst gevorderde wetenschap ooit iets van die geheimenis ontraadseld ? Leert niet het verschijnen van het eerste zelfbewuste leven, dat er meer dingen zijn in hemel en op aarde dan waarvan de natuurwetenschap droomt? Is niet onze persoonlijkheid, schijnbaar geheel uit de stof geweven, inderdaad zoo oneindig ver

ocr page 46

boven haar verheven, een mysterie? Zijn wij, zoo sprak een vrome, medearbeiders Gods, en arbeiden wij niet met Hem door ons gebed? Een stelsel van natuurwet ten lieeft zich geplaatst tusschen Gods vaderhart en het arme menschenhart. De overheersching der natmirwetenschap wijkt, en de eeuwige behoefte doet. zich weer gelden in haar volle kracht. Maar weten wij dan, of de vervulling zelfs van onze dierbaarste wenschen ons tot zegen zijn zal? Nooit; daarom vragen wij: indien het mogelijk is. Is dan onze eigen wenscli ten slotte hel. ware doel van ons bidden ? Nooit; daarom is: niet mijn wil, maar de Uwe geschiede! grondtoon en zegen van ieder gebed. Is het geestelijke niet meer dan zelfs de heerlijkste aardsche zegen? Overal en immer; daarom is de bede om een rein hart, daarom is het diep gevoelde danken het heerlijkst gebed. Maar in naaru des geloofs, iu naam van hem, die in de dagen zijns vleesches gebeden en smeekingen tot Dengene, die hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen

ocr page 47

geofferd heeft on verhoord is uit de vreeze, laat ons niet scheiden wat God zelf vereenigd heeft. Wij hebben gebeden, en wij gevoelen, dat onze schuld vergeven is; wij weten ons nader bij G od. Wij hebben gebeden, de stormen zijn gestild, de vrede is nedergedaald in het onrustig hart. Wij hebben gebeden, en de verzoekino- heeft haar bekoring verloren.

7 O O '

wij zien weer het leven in het licht der eeuwigheid.

ocr page 48

Door het maatschappelijk vraagstuk leidt God ons dieper in de waarheid in. Is op godgeleerd gebied menig vrome nog door de overheersching der natuurwetenschap gekluisterd, hier heeft men de kluisters afgeworpen. De strijd om het bestaan, gelijk de natuurorde ons dien te aanschouwen geeft, kan geen jjtorni voor de menschenwereld zijn. Het laat-maar-begaan-stelsel is onherroepelijk gevonnist.

Waarom bestaat aileen onder het Christendom het sociale vraagstuk? Men heeft gewezen op het verwonderlijk aanpassingsvermogen van den Christelijken godsdienst. Ik zou willen vragen, of niet het Christendom, in plaats van zich aan te joassen aan vraagstukken en toestanden, deze veeleer beheerscht.

Men heeft gezegd, dat het Christendom, geboren onder niet vele rijken, niet vele aanzienlijken, zijn oorsprong nooit verloochent. Volkomen waar, maar

ocr page 49

43

heeft Jezus tie armen clan om liun armoede zalig gesproken ?

Men heeft gezeffd, dat het Christendom zich richt

o ~ 7

tot het geweten (Fnrrer) en hiermede de waarheid gegrepen.

«In een belegerde stad heeft men menschen, zonder er voor terug te schrikken, den afgrijselijken honger zien verdragen. Eenheid in het lijden deed hen met heldenmoed de zwaarste beproevingen verduren ; ongelijkheid, zij verontrust, zij brengt de harten in opstand. Hoe dan, wanneer die ongelijkheid een opzettelijk gewild, een voorbedacht onrecht wordt; onrecht zonder hooger beroep, zonder herstel ? Welnu, daar heerscht in de wereld deze vreeselijke wet, de bitterste van allen, dat de zwakken, de armen ongelijk hebben. — Mijn God! Geen recht! Geen hooger beroep! Niemand, die mij hoort! Stel u voor, wat er omgaat in het gemoed van hem, die door onze straten gaat, bleek, vermagerd van honger, als by al die menschen, ziet, die tegen hem schijnen

ocr page 50

boven luiar verheven, een mysterie? Zijn wij, zoo sprak een vrome, medearbeiders Glods, en arbeiden wij niet niet Hem door ons gebed ? Een stelsel van natuurwetten heeft zich geplaatst tussclien Gods vaderhart en hot arme monschenhart. De overheersching der natuurwetenschap wijkt, en do eeuwige behoefte doet zich weer gelden in haar volle kracht. Maar weten wij dan, of de vervulling zelfs van onze dierbaarste wenschen ons tot zegen zijn zal? JCooii; daarom vragen wij: indien het mogelijk is. [s dan onze eigen wensch ten slotte heli ware doel van ons bidden ? \Tooit; daarom is: niet mijn wil, maar de Uwe geschiede! grondtoon en zeffen van ieder gebed. Is

o O

het geestelijke niet meer dan zelfs de heerlijkste aardsche zegen ? Overal en immer; daarom is de bede om een rein hart, daarom is het diep gevoelde danken het heerlijkst gebed. Maar in naam des geloofs, in naam van hem, die in de dagen zijns vleesches gebeden en smeekingen tot Dengene, die hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen

ocr page 51

geofferd heeft en verhoord is uit de vreeze, laat ons niet scheiden wat God zelf vereenigd heeft. Wij hebben geboden, en wij gevoelen, dat onze schuld vergeven is; wij weten ons nader bij God. Wij hebben gebeden, de stormen zijn gestild, de vrede is nedergedaald in het onrustig hart. Wij hebben gebeden, en de verzoeking heeft haar bekoring verloren, wij zien weer het leven in liet licht der eeuwigheid.

ocr page 52

Door het maatschappelijk vraagstuk leidt God ons dieper in de waarheid in. Is op godgeleerd gebied menig vrome nog door de overheersching der natuurwetenschap gekluisterd, hier heeft men de kluisters afgeworpen. De strijd om het bestaan, gelijk de natuurorde ons dien te aanschouwen geeft, kan geen jjfbrm voor de menschenwereld zijn. Het laat-maar-begaan-stelsel is onherroepelijk gevonnist.

Waarom bestaat alleen onder het Christendom het sociale vraagstuk? Men heeft gewezen op het verwonderlijk aanpassingsvermogen van den Christelijken godsdienst. Ik zou willen vragen, of niet het Christendom, in plaats van zich aan te passen aan vraagstukken en toestanden, deze veeleer beheerscht.

Men heeft gezegd, dat het Christendom, geboren onder niet vele rijken, niet vele aanzienlijken, zijn oorsprong nooit verloochent. Volkomen waar, maar

ocr page 53

43

heeft Jezus de armen clan om hun armoede zalig gesproken ?

Men heeft gezegd, dat het Christendom zich richt tot het geweten (Furrer) en hiermede de waarheid gegrepen.

«In een belegerde stad heeft men menschen, zonder er voor terug te schrikken, den afgrijselijken honger zien verdragen. Eenheid in het lijden deed hen met heldenmoed de zwaarste beproevingen verduren ; ongelijkheid, zij verontrust, zij brengt de harten in opstand. Hoe dan, wanneer die ongelijkheid een opzettelijk gewild, een voorbedacht onrecht wordt; onrecht zonder hooger beroep, zonder herstel ? Welnu, daar heerscht in de wereld deze vreeselijke wet, de bitterste van allen, dat de zwakken, de armen ongelijk hebben. — Mijn God! Geen recht! Geen hooger beroep! Niemand, die mij hoort! Stel u voor, wat er omgaat in het gemoed van hem, die door onze straten gaat, bleek, vermagerd van honger, als hij al die menschen, ziet, die tegen hem schijnen

ocr page 54

44

samen 1e spannen, wanneer de maatscliappij hem omklemd houdt als mei; een ijzeren muur, waarbinnen hij verstikt. Ach, hoe menigmaal heeft de wereld deze smarten aanschouwd! En dikwerf is het de godsdienst, die het ourecht wettio-t. Wat al onfferechtio-

o o ' ~

heden heeft de Gekruisigde aanschouwd, die in onze rechtszalen daar boven de rechters zijn plaats heeft, en die hen toch moest herinneren, dat de Vorst der gerechtigheid is veroordeeld en gekruisigd in naam van mensehelijk recht!» Zoo sprak vóór meer dan het vierde eener eeuw niet een woest revolutionair, niet een vijand van den godsdienst, maar de rechtzinnige Bersier, i) de Christenprediker met hart en ziel. Zoo sprak hij met het oog op Frankrijk. Durft iemand zeggen, dat alle ourecht jegens den minge-goede uit onze maatschappij geweken is?

Het Christendom schrikt het geweten wakker. Hebben wij zijn taal verstaan? Wij waren door onze zelfzucht gebonden: heeft Christus ons waarlijk vrij-J.) Sermous IV p. 77 — 79.

ocr page 55

gemaakt, tot offers in staat, tot die offers, zonder welke nooit verzoening tnsschen menschen en men-sclien, tusschen rijk en arm tot stand komt? Wij waren vastgegroeid in maatschappelijke vooroordeelen; lieeft Cliristus in ons den trots gebroken? Zijn wij verlost van den waan, dat wij meergegoeden alleen de maatschappij in liet rechte licht zien? Weten wij het reeds klaar, dat hij, die arbeidt met het hoofd nooit den rechten blik op het maatschappelijk vraagstuk krijgt zonder de hoog te waardeeren hulp van hem, die arbeidt met de hand? Gevoelen wij het reeds, hoe radikaal ingrijpend de hervorming is, die het: arbeid adelt! met zich brengt? Verstaan wij het, dat de arbeider geen aalmoes vraagt? Dat er, ja voor kranken en zwakken philanthropic van noode is, maar dat er daarnevens een sociaal vraagstuk bestaat? dat is : geen barmhartigheidsvraagstuk, maar een vraagstuk van recht, of laat mij beter zeggen: een heilige drang dier hooo-ste liefde, die tevens het hooo-ste recht omvat?

O ' O

Het Christendom kweekt geen klassenstrijd, 'lot

ocr page 56

46

den arme zegt liet: men heeft u voorgetooverd, dat geld en goed gelukkig maakt, dat vermeerdering van genot uw levensvreugde zou verlioogen. En duizendwerf had men recht tegenover de zelfzucht van vele bezitters, maar in den diepsten grond houdt men u een leugen voor. Der armen Heiland spreekt: zoek eerst het koninkrijk Gods, en zijne gerechtigheid en alle deze dingen zullen u worden toegevoegd. Eerst uw plicht, dan uw recht. Men heeft u gezegd, dat het leven, in het licht der eeuwigheid te zien de prediking is der rijken om u uw deel op aarde te onthouden. Maar daar is voor rijk of arm geen vrede en geen ware vreugde dan waar de wereld van schijn heeft plaats gemaakt voor het eeuwige hier op aarde reeds. Men heeft u voorgespiegeld, dat de rijken u gebruiken als hun slaven, en duizendwerf had men

o 1

tegenover veler zelfzucht gelijk, maar een betere tijd is ontwaakt. Reeds werkt Christus' geest met heerlijke kracht. VVerke hij ook in u schuldgevoel en berouw ! Berouw over het grenzenloos wantrouwen, waarmede

ocr page 57

gij uw zielen verpest. O, God, God, God, bewaar my voor argwaan! kreet de dichter. Zij het ook de kreet uwer ziel!

Arm en rijk te samen zondaars voor den Heilige. Eén verlossende liefde omvat hen. Dat is de diepste grond der gemeenschap. ïe samen een lijdenden, maar in en door zijn lijden en sterven overwinnen-den, de menschheid vernieuwenden Heiland te belijden, dat is de grondslag van het Christelijk socialisme.

ocr page 58

Heeft liet Christendom, wat liet sociale vraagstuk betreft, zich te beperken tot het aangeven van alge-ineene beginselen, of moet het partij kiezen in den maatschappelijken strijd? Wij veroordeelen zoo sterk mogelijk den waan, dat gemis aan. kennis der technische bijzonderheden zou worden vergoed door godsdienstige overtuiging; wij waarschuwen tegen dilettantisme, maar maakt men zich van bovengenoemde vraag soms niet al te gemakkelijk af? Kunt gij u den Christen denken onzijdig blijvend tegenover het voor veertig jaar brandend vraagstuk der slavernij? Kan het Christendom zich onzijdig houden in den strijd tegen de nog veel afschuwelijker slavernij der drinkgewoonten ?

Telkens menigvuldiger worden de uitspraken dei-geneeskundigen, die den alcohol wenschen te bannen nit de maatschappij en hem geen andere plaats toe-

ocr page 59

keunen dan in lt;le vergif kast der ajiotheok. «Hersen-vergif» noemt hem Prof. Stokvis. Men denke zich een oogenblik in, wat dit zegt. Van een hand over hand, ofschoon niet op onverklaarbare wijze toenemende degeneratie, spreekt Prof. Winkler. Niet onverklaarbaar; want onder de vergiften, die deze degeneratie veroorzaken, noemt de Hoogleeraar in de eerste plaats den alcohol. Alle schijnbare opwekking, door dit vergif veroorzaakt, is niet anders dan tijdelijke verlamming, verzekeren steeds meerderen.

«Ik heb van der jeugd af aan mijn hersenen te goed geacht om ze als een spons met alcohol te drenken en te bederven,» zegt Edison. «Mijn werkkracht is vermeerderd, sedert ik alle gebruik daarvan naliet» getuigt Prof. Forel, en welk waarlijk eenmaal overtuigd geheelonthouder beklaagde zich zijn genomen besluit? Algeheele onthouding weken vóór den wedstrijd; anders is het oog niet scherp, de hand niet vast, dat weten de Turner in Zwitserland, de sportsmen in Nederland. En

ocr page 60

50

de mannen dor levensverzekerino-en in Engeland

O O

— gelooft deze koele cijferaars, gij, die lien wantrouwt, bij wie gij idealisme speurt — leggen een schitterend getuigenis af voor onze zaak, waar immers de meesten hunner, door de ervaring geleerd, dat de sterfte onder de gelieel-ontliouders geringer is dan onder de matige gebruikers, de premie van eerstgenoemden met 8 a 10 percent verminderden. De staatlmislioud-kunde verklaart bij monde van den grooten Cobden, dat geheel-onthouding de grondslag is van alle maatschappelijke hervorming. En een der sclioonste oogenblikken uit on/.en tijd was de ure, toen Kardinaal Manning de werkstaking der Londensche

O O

dokwerkwerkers tot een gelukkig einde bracht, maaide edele geestelijke gevoelde, dat hij het vertrouwen van den werkman niet gehad had, indien hij niet geheel-onthouder ware geweest. In Frankrijk met zijn toenemend alcoholisme neemt het aantal misdaden op ontzettende wijze toe. In Engeland met zijn zes millioen geheel-onthouders, van welke veel meer dan

ocr page 61

een millioen onder de hoop des vaderlands, is in de laatste twintig jaar, terwijl de bevolking met nao-enoeo- zeven millioen toenam, liet aantal ge-

O O 'O

vangenen met 32 percent, liet aantal in tuchthuizen opgeslotenen met omstreeks 54 percent verminderd.

Maine, dat sedert veertig jaar zijn verbodswet heeft, is van een der armste staten der Unie een der meest welvarende geworden. Bessbrook, met zijn 3500 arbeiders, in liet ongelukkig Ierland, heeft geen kroeg, dt/s ook geen enkele gevangenis, geen pandjeshuis, geen politie-agent, geen enkelen arme. Stel daartegenover de ervaring van een halve eeuw, dat genezing van den vreeselijken volkskanker, die volgens Gladstone meer slachtoffers maakt dan oorlog,

O O'

hongersnood en pest te samen, dat genezing door matigheid een volslagen hersenschim gebleken is.

o O O

Matigheid ? Als een kind zich aan de kachel brandt, dan is hij morgen bang voor het leelijk ding. Als de drinker heden het brandend gif gebruikt, dan

O O '

ocr page 62

liunkerfc hij er morgen des te sterker naar. «Wie bluscht ooit vuur met vuur?»

Bi} ieder ander vraagstuk ware reeds voor ieder weldenkende, die er kennis van nam, de zaak beslist. Hier alleen aarzelen ontelbare goedgezinden en houden duizenden weidenkenden zich op een afstand. Voor God, huisgezin en vaderland èf voor de kroeg ? Zoo stelt de vraag zich in Amerika. Zoo stelt de huiveringwekkende logica der feiten, zoo stelt het innig gemeenschapsgevoel, de warme Christelijke liefde haar hoe langer hoe meer bij ons. Vrienden des volks, gij wacht redding van solidariteit. Och, of gij wist wat bij dit ernstig volksbelang solidariteit beteekent! Wreede sterken, och, of gij de zwakheden dei-zwakken wildet dragen, tn het u onmogelijk werd, zedelijk onmogelijk, onder welken fatsoenlijken voira ook, te gebruiken wat duizendmaal duizenden zoo diep rampzalig maakt! In onze mate, zooals Jezus, niet ons te verheffen boven den armen broeder, maar in te gaan in zijne nooden, ze

ocr page 63

dragen en zoo ze opheffen, dat is de weg tot o'enezino\

O O

Hoe erg moet het worden, eer u de oogen opengaan? Bij tal van z. g. beschaafden alcohol voor hun maaltijd, alcohol aan tafel, alcohol des avonds. Is het wonder, dat het dier in den mensch wordt ontketend en de prostitutie verwoestend om zich grijpt? Is het mogelijk, dat onder haar opzettelijke bestrijders men er aantreft, die koud blijven voor onzen strijd en de tweelingshydra niet zien?

Wij spraken van de meergegoeden. Hoe krimpt het hart ons samen, als wij aan de achterbuurten denken ! Daar zit de arme vrouw te wachten, of haar man nog niet, nog al niet komt, om, als zij hem hoort naderen, angstig op te schrikken voor mishandeling bevreesd. Mishandeling van haar kinderen, die zij liefheeft, gelijk uw moeder u heeft liefgehad, gelijk gij uw aanvalligen knaap, uw aardig meisje lief hebt. Een, die het weten kan, heeft nergens minder dan in 's Lands vergaderzaal verklaard.

ocr page 64

54

dat wie een midJel kent om het loon van den werkman in zijn geheel zijn gezin ten goede te doen komen den dank zou verdienen van ieder, die den werkman liefheeft. Alsof het middel niet sints een halve eeuw gevonden was, gpeheelonthoudino; van

O 'O O

alle welgezinden en langs dien weg een verbodswet

O O O

door de openbare meening gesteund.

Laten zij, die onze gevangenissen bezoeken, u verhalen, hoe drie-vierde van de misdaden middellijk of onmiddellijk door den drank veroorzaakt worden. Laten de geneeskundigen u de vreeselijke wet dei-erfelijkheid toonen in steeds vermeerderende krankzinnigheid. Laten de arm verzorgers u zeggen, hoe

o o oo '

zij willen, maar uit gebrek aan geld niet kunnen helpen, en dat, terwijl in ons kleine vaderland alleen jaarlijks meer dan tachtig millioen aan sterken drank wordt verkwist. Laat de staatsbegrooting het u jaar op jaar toonen, hoe een vierde deel van alle belastingen wordt opgebracht door het offeren aan een volkszonde, die een belijder van den Islam zou doen

ocr page 65

huiveren. En dat, terwijl noch de Regeering noch de Volksvertegenwoordiging — heerlijk Noorwegen, dat zoo goed voorging! — er aan denkt om ook slechts een deel van liet vloekgeld te besteden tot uitroeiing van dien vloek. En dat, terwijl geen dienaar der Kroon, geen Kamerlid zijn stem verheft voor den wensch om de vrije burgers te laten beslissen, of zij de ellende van de kroeg in hun gemeente willen dulden. Bescherming van de economisch zwakken, is de leus. Och of men niet vergate bescherming van de economisch allerzwaksten : vrouw en kinderen van den drinker! Stel u voor in Nederland een wet, die «Vergunning» voor speelholen gaf. Een siddering ging u door de leden. Toch zijn do rampen die de speelbank brengt, kinderspel vergeleken mot die door den alcohol veroorzaakt.

Christenen! In de eerste eeuwen onzer jaartelling bezegelden de getrouwen hun geloof door hun heldenmoed onder den afgrijselijken marteldood. Een enkele

ocr page 66

streeling van uw gehemelte op te geven, den scliijn van ongastvrijheid op u te laden, een spotlach te tarten, een spelbreker in gezelschap te zijn, dit kleine oöer wordt van u gevraagd. Als gij heden gevoelt, dat het moet worden gebracht, stel het dan niet tot moro-en uit.

o

Men iiocmt den geheel-onthoudersstrijd rigoristisch. Daar moet dan nog wel veel hardheid in ons leven zijn, indien men het niet verstaat, dat wij geen nieuwe wet, maar een nieuwe vrucht van het oude Evangelie der liefde bedoelen. Moge maar meer en beter de liefde van Christus ons dringen!

ocr page 67

Heb ik louter van terugkeer tot een vroeger standpunt getuigd V Voor mijn eigen besef geenszins. Nooit straffeloos lieeft de menschheid bij haar vertolking van liet hoogste en beste het schuldgevoel

O O O

verzaakt. Als kind van mijn tijd heb ik getracht mij rekenschap te geven van mijn geloof; in overeenstemming met zijn diepste behoeften voel ik mij vrijgemaakt van een logica bij de natuurwetenschap geborgd. Daar zijn er, tot wie mijn stem niet doordringt, die uit welwillendheid jegens den schrijver het hier geschrevene ter hand zullen nemen, maar aan wie het spoorloos voorbijgaat. Daar zijn er ook, —- hun zielskreet heeft het my gezegd —• die met mij gevoelen. Met al de kracht, die in mij is, roep ik hun toe: leeft bij wat er diepst in u leeft. Teert niet op uw verbeelding, zelfs niet op de vrome fantazie. De zaligmakende genade Gods

ocr page 68

-:-------58-----

is in Christus Jezus verschenen. Veel kan het symbolisme, maar 's menschen diepste behoeften bevredigen niet.

Vromen van verschillende richting beklagen zich, dat zij de verzekerdheid des geloofs missen. Slechts met eerbiedigen schoom spreek ik over de diepste levenservaring, maar is ooit vastheid mogelijk dan waar wij, met al onzen aanleg ten goede in ons zelf reddeloos verloren, de verlossende liefde Gods in Christus aangrijpen, ons van haar gegrepen weten? Wat door de zonde onmogelijk was. God heeft het in het schuldgevoelend hart door Christus werkelijkheid gemaakt. Hij heeft ons met zich verzoend. Innige blijdschap heilige kracht! Van die liefde kan niets ons scheiden. Wie zou ons rukken uit des Vaders hand? De eenige, eeuwige waarheid Gods steeds meer als ge wetens waarheid te aanvaarden, steeds beter te doorleven in ons gemoed; het feit, liet buiten ons, onafhankelijk van ons streven en tegenstreven boven ons staande feit

ocr page 69

van Gods verzoenino' in Christus door liet o-eloof in

O o

ons op te nemen, tot ons eigendom te maken, dat alleen geeft vastheid. Idealisme, leven bij edele aspiraties stelt telkens teleur. Uit onze diepste nooden uitgaan tot Gods eeuwige trouw — indien wij van Jezus zwegen, de steenen zouden haast roepen — dit schenkt vastheid en kracht, levenslust en levensmoed.

Gezonde frissche vroomheid, die alles in zich opneemt, alles doorleeft, wat ons het Sur sum Corda doet hooren; die elke kracht aanvaardt, die het menschelyk hart naar boven trekt en «de liefde 't allermeest, 't reinste kenmerk van Gods geest». Hoe bij uitnemendheid begeerlijk! Gezond en frisch, niet waar? blijft onze vroomheid, onze liefde dan, als de verlossing in Christus — ik zeg niet: op ieder oogenblik even duidelijk voor ons bewustzijn gevoeld, even helder en klaar erkend, maar toch altijd het waarachtig feit, de diepste grond van ons geestelijk leven blijft.

Indien de teekenen des tijds mij niet bedriegen.

ocr page 70

dan breekt zicli een nieuwe richting baan, die de diepte der orthodoxie aanvaardt en de allengs zich vormende resultaten der moderne critiek in zich opneemt; die uit de geschiedenis heeft geleerd, dat de godsdienst, naarmate hij hooger trap bereikt, te minder ooit als «natuurlijke godsdienst», te krachtiger als een historisch gegeven macht optreedt, en die daarom uitgaat van het Christelijk zelfbewustzijn met zijn specifiek, zeer beslist karakter. Een richting, voor welke de tegenstelling: supranaturalisme of antisupranaturalisme? verouderd is; die het leven van onzen tijd krachtig in zich voelt leven, maar die niet minder kent het; «Ik ellendior mensch!» en

O

het heerlijk: «Ik dank God door Christus Jezus onzen Heer.» Een richting, die, wat men ook onder modern bewustzijn moge hebben verstaan, de behoefte aan genade en aan de gave Gods in Christus als de zielsbehoefte gevoelt voor de kinderen van ons geslacht. Een richting, voor welke het innigst persoonlijke tot zijn recht komt, maar die het leven

ocr page 71

voor de gemeenschap even waarachtig als de groote zaak in het Christendom erkent; die alleen sociaal wil zijn, in zoom- zij Christelijk is, die als Christelijke richting het sociale vraagstuk in zijn diepte, maar waarlijk niet minder in zijn meest praktische beteek enis aanvaardt.

Ons diepste denken ons meest waarachtig denken. De tijd komt, dat men het inziet, hoe dit denken nooit opgaat in de toepassing der causaliteitswet, de natuurwetenschappelijke methode; hoe het altijd is de verzoening der tegenstrijdigheden in een hooger beginsel. Het is het diepste denken, dus geen intellectualisme; het is het diepste denken, dus geen agnosticisme.

Immanentie en transscendentie verzoend in de eeuwige liefde Gods, die volkomen zich zelve is, omdat zij zich volkomen geeft. Continuïteit: slavernij der zonde en initiatief: in Gods kracht kan ik mij aan de zonde ontworstelen. Causaliteit: wie geeft een reine uit een onreine ? en teleologie: uit zonde een

ocr page 72

62

hooger trap van deugd! verzoend in het Godsplan in Christus tot verlossing der zondige menschheid. Zonde en heiligheid verzoend in het Kruis van Golgotha, middelpunt der wereldgeschiedenis; dieper immers kan geen godsdienst ingrijpen, hooger zich verheffen nooit. Jezus kind van zijn tijd en Jezus Christus gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid, verzoend iu het geloof in den levenden God, die het leven is en het leven geeft, die boven de wisselingen des tijds verheven in den tijd zich openbaart. Plicht en zaligheid, kracht en zegen verzoend in het: werkt uw zelfs zaligheid met vreezen en beven, want het is God, die in u werkt, beide het willen en het werken naar zijn welbehagen. Het heil is er! Uit genade zijn wij zalig geworden. De heerlijke verzekerdheid van Kom. 8 : 38, 39 en het voortdurend streven van Phil. 3 : 12—14 verzoend in het o-eloof, dat de zekerheid schenkt van het heii-

O '

rijk bezit, maar altijd een profetisch karakter draagt. Vaste eigen overtuiging en oprechte waardeering van

ocr page 73

andersdenkenden verzoend in den diepen eerbied voor liet Godsleven in ieder eerlijk, ernstig meusclien-liart. Burger Her op aarde en toch niet opgaande in het aardsche; in de wereld en toch niet van de wereld; al de ernst der aardsche roeping, al de heerlijkheid der hemelsche verwachting verzoend in dat eeuwig leven, dat moed geeft tot den strijd en profetie der overwinning is.

Indien ik het soms kan betreuren, dat het mi) aan kracht tot studio ontbreekt, het is omdat ik dit alles zou willen uitwerken, zoo overtuigend en klaar, dat ook de tegenstander er de beteekenis van erkende; het is, omdat ik zou willen aantoonen, hoe wij zoo in de diepte, dat is dus in waarheid, de geweldige crisis te boven komen, die ons te door-

O O '

worstelen werd gegeven.

Is het hier gehandhaafde mystiek? Ja, indien frui Deo (God genieten) maar nooit beteekent Zijn liefde zonder Zijn heiligheid te willen. Is het ethisch? Ja, indien het absolute plichtbesef het

ocr page 74

absolute noodgevoel wakker roept. Is het algemeen — menschelijk ? Ja, indien het waarachtig is, dat het hart van onzen tijd trilt van verlangen naar verlossing. Is het Christelijk? Ja, omdat de verlossing in Jezus Christus is gegeven. Is ons hoogste leven verzoening in Christus met God, dan kan ons diepste denken niet anders zijn clan «verzoening der tegenstrijdigheden in een hooger beginsel». (Vinet).

Ik heb gegeven hetgeen ik heb gegrej^en van het heilrijk mysterie der verlossende liefde Gods in Christus. Wat er onwaars in deze bladzijden is, God vertere het door zijn louterend vuur! Wat er waarachtigs in leeft, Hij doe het door zijn Heiligen Geest in anderer harten leven!

ocr page 75

■

ocr page 76
ocr page 77
ocr page 78

*p ^ tj quot;i*

/j *$r; J,

-'^ r -'^M -

xj;

j^rj

r ^

(f

. 'Y 1

v H. ,

w, ■ i ^1,

Zt vquot; ^

v \ i.

v-A '

k-T gt; ^ iT;-

t v-^lt;, J

V.

rm

^rU-