ocr page 1
ocr page 2

GUNNING

4H 2

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

ocr page 6
ocr page 7

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

ocr page 8

üxmm

ocr page 9

gunning v.ve

O

}

van den Werkdag,

DOOR

Dr. J* K-

^ÜcztaaO doov

C. ^r. Tl.

S/Zet ccna vootzcdc van

Ds. H. PIERSON.

-gt;•■ c-

HILVEKSUM,

J. H. WITZEL.

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT,

ocr page 10
ocr page 11

VOORREDE.

Dr. J. R. Miller is geen vreemde meer voor ons. Zijn werlc over „Karaktervorming en Chr. Levenswandelquot;, bij uitgever dezes in vertaling verschenen en door mij aanbevolen, vond een goed onthaal bij ons Christelijk publiek.

Het laat zich verwachten, dat hetzelfde met dit tweede boek het geval zal zijn.

Men vergete echter niet den titel nauwkeurig te lezen. „Weekday religionquot; in het Engelsch liet zich naar het mij voorkwam niet beter vertalen dan met „Heiliging van den Werkdagquot;, zinspelende op het gewone „heiliging van den Zondagquot;.

In dien titel ligt het geheele boek. De schrijver geeft ons aan, hoe wij zes dagen arbeidende en al ons werk doende, in onze taak, hoe eenvoudig of gewoon ook. God hebben te verheerlijken en alles dienstbaar te maken aan de eer Zijns naams, gelijk aan het welzijn van onzen naaste.

Hij heeft daarbij het oog niet op de groote, diep ingrijpende gebeurtenissen van het leven; niet op de verhevene roeping van mannen, die als profeten optreden en voor wie de weg a. h. w. is aangewezen, om zich onverdeeld en onverstoord aan hun buitengewone taak te wijden, —

ocr page 12

VOORREDE.

maar op het alledaagsche leven van duizenden Christenen, die in bescheiden kring, met sobere geestesgaven, met twee of met één talent hebben te woekeren, en die daarin leiding en voorlichting van noode hebben.

Die leiding en voorlichting moeten niet gering geschat worden. Vele Christenen schijnen te meenen, dat een geloovige, zich bewust van zijn bekeering, geen onderwijs van noode heeft omtrent zijn levenswandel en alles hem onmiddellijk door den Heiligen Geest wordt ingegeven. Hun geliefkoosde tekst is het woord van Johannes' Zendbrief: „Gij hebt niet van noode, dat iemand u leerequot;. Het hindert hun min of meer, als zij aanwijzingen krijgen en zij zien in alle vermaningen iets wettisch, ja zelfs het gevaar van eigengerechtigheid aan te kweeken.

Zeer ten onrechte. Wanneer ik twee ziekenverpleegsters bij mij heb: de een, een wereldsch persoontje, maar handig, goed opgeleid, helder van verstand en vlug, met hart voor haar werk, waarin zij gaarne uitblinkt, maar zonder eenig hooger besef dan eergevoel; — de tweede, een lief, beminnelijk, ernstig, vroom, waarlijk Christelijk meisje, maar wier handen voor alles nog scheef staan, weinig ontwikkeld, zonder slag om met zieken om te gaan, onervaren in een woord, dan zal toch niemand beweren, dat de tweede niets van de eerste zou te leeren hebben. Het zou een zonderlinge vroomheid zijn, die meende door de leiding des Heiligen geestes onderwezen te zullen worden in het leggen van verbanden of het hulp bieden bij een operatie. Natuurlijk zal ik mij liever laten verplegen door een Christelijke dan door een wereldsche verpleegster, maar zoolang de Christelijke haar taak niet verstaat, is de wereldsche

II

ocr page 13

VOOEREDE.

mij wel zoo lief. Is dit reeds waar op het gebied van ziekenverpleging, hoeveel meer nog op elk ander terrein des levens.

Wij hebben op twee dingen te letten: op beginselen en op leefregels. Het beginsel geeft antwoord op de vraag: Waarom men de dingen doet? — de leefregel op de vraag: h o e men de dingen doet ?

Wie uit een lager beginsel (b.v. loonzucht, eergevoel) handelt, maar kostelijk ervaren is in den leefregel, zal in den aanvang althans beter diensten bewijzen dan die uit het hoogste beginsel (de eere Gods) handelende, van leef-, regels geen flauw begrip heeft.

In wereldsche kringen geeft men om de beginselen niet veel, mits ze maar niet al te laag staan, doch aan den leefregel hecht men daar hooge waarde. In Christelijke kringen begaat men vaak de tegenovergestelde fout en vraagt men gedurig naar het allerzuiverste beginsel, terwijl de leefregel wordt geminacht.

Dit moest alzoo niet zijn. Om aan deze fout te ontkomen geeft Miller menig nuttigen wenk. Hij gevoelt, dat men Zondags van den preekstoel onmogelijk al de groote en kleine beslommeringen kan bespreken, die toch in het leven veelvuldig voorkomen, ja waar het leven eigenlijk vol van is. Daarom maakt hij voor werkdagen de toepassing van hetgeen de Zondag in beginsel aanbiedt.

Hij gaat uit van de onderstelling, dat de diepere grondslagen van den Christelijken levensernst zijn gelegd en vraagt nu, wat wij daarop hebben te bouwen. Als zoodanig hebben wij zijn boek te lezen. Het bedoelt uitbreiding te geven aan het woord van Paulus in Rom. 12 : 1, waarin

Ill

ocr page 14

vooeeede.

deze spreekt van onzen redely ken godsdienst, d. i. onzen godsdienst in de praktijk of in het dagelijksch leven.

Voorts: men leze het boek niet achtereen door, want dan hoopen zich de vermaningen en onderwijzingen te veel op om verwerkt te worden.

Nu en dan een les opgeslagen en overwogen, is wel zoo verstandig gedaan. Daarbij komt, dat hij zijn doel eerst dan bereikt zal hebben, als zijn lezers hun eigen leermeesters geworden, door den Heiligen G-eest onmiddellyk geleid, inderdaad ervaren genoeg zijn in den leefregel, om het hoog beginsel, dat hun bezielt, tot volle werkelijkheid te brengen. Gelijk heldenmoed niet geeft als er geen oefening is in de wapenen en men er wild op inslaat, zoo zal omgekeerd de heldenmoed dubbel tot zijn recht komen als de hand zich tot alles leent wat het hart bezielt.

Wie den Heere wil dienen, moet voor Hem over hebben zich te laten onderwijzen in hetgeen verlangd wordt, om dat doel te bereiken.

Moge het boek met ernst overwogen worden. Het is schoon van taal en stijl, rijk aan beeldspraak en eigenaardige denkbeelden. De vertaling, met zorg bewerkt, doet het oorspronkelijke geen oneer aan.

H. PIEESON.

Zetten, 7 April 1899.

iv

ocr page 15

I.

WAT IS UW LEVEN?

Een geheiligde last is ons leven op aarde:

Beschouw het, en tors het, en draag het naar waarde; Rijs op en doorschrijd het met zekeren tred;

Worde Uw ziel in de smart niet door zonde besmet! Maar voorwaarts en opwaarts en immer naar boven, Dat zij hier het wachtwoord voor hen die gelooven!

I—1 et is een levensquestie voor ons, hoe wil ons leven * * beschouwen en welke opvatting wij hebben van die vreemde zaak, die men bestaan noemt — vooral hoe wij ons eigen persoonlijk leven beschouwen. Het leven is edel of onedel, vol van heerlijkheid of laag bij den grond, al naar mate wij een lage of hooge, een goede of verkeerde opvatting in ons hart koesteren. Geen bouwmeester maakt zijn gebouw hooger of ruimer dan zijn bouwplan is geweest. Geen kunstenaar kan in het marmer of op het doek de schoonheid overtreffen, die zich eerst in zijn ziel heeft afgebeeld; en niemands leven kan zich in hoogheid verheffen boven de levensgedachten, die zich zijn hart heeft geschapen.

Geen opvatting is waar en waardig, die het leven niet beschouwt met het vergezicht er aan verbonden — niet als afgesneden en bepaald door de grenzen van

1

ocr page 16

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

het aardsche bestaan, — maar zich uitstrekkende tot in de eeuwigheid, een leven levensvatbaar, omdat het verwant is aan het hoogste en een heilige verantwoordelijkheid oplegt. Wij zijn geen dieren. Ons leven is niet een klein afzonderlijk stofdeeltje, dat op zich zelf bestaat, volmaakt in zich zelf en onafhankelijk van alle andere stofdeeltjes. Hij maakt zeker al een zeer klein bouwplan, die nooit zijn eilandje heeft verlaten en uit zijn hut geen uitzicht heeft op de wijde zee; die zich geen bestaan voor zich zelf kan denken, verder reikend dan het ophouden van zijn hartslag — die vreemde ervaring die wij den dood noemen.

We kunnen alleen leeren waardig te leven, indien wij in onze uitzichten en plannen al de oneindige jaren opnemen, die aan gene zijde van het graf liggen. Wat wij noodig hebben is ons steeds meester te voelen van het levendig bewustzijn onzer persoonlijke onsterfelijkheid, dat het leven in zich heeft en ons macht geeft. De reiziger, die niets gezien heeft dan een paar steentjes van de bergen van Cachemire en slechts enkele dorre bladeren en verlepte bloemen geplukt heeft in die vallei, vol wondere schoonheid, heeft nog geen begrip van de heerlijkheid van Voor-Indië; evenmin heeft hij een juiste opvatting van het menschelijk bestaan in zijn volheid en uitgebreidheid, die niets ziet dan het afgebrokkelde stuk beschadigde en versplinterde jaren, die hier op de wereld hun loop volbrengen. Wij moeten trachten het leven te beschouwen als overvliegende in de onsterfelijkheid, indien wij de beteekenis er van willen begrijpen, een juist begrip

2

ocr page 17

WAT IS UW LEVEN?

willen hebben van de grootschheid of een hoog ernstig besef van de verantwoording, die het oplegt.

Daar zijn stroomen tusschen de bergen, die, nadat zij een tijd lang boven den grond afgebroken, onrustig en met schokken, tusschen rotsen, over watervallen en door donkere kloven in hun bedding zijn voortgegaan, plotseling wegzinken uit het gezicht, terwijl het ons toeschijnt dat ze verloren zijn. Gij ontwaart de schittering van het vloeiend bergkristal niet meer. Maar

O O

als de bergen ver weg zijn, dan wellen zij tusschen de liefelijke valleien weer op, die zelfde stroomen, en zij vloeien thans niet langer woelig en|onrastig, maar kalm en vredig, terwijl ze voortglijden naar de zee. Zoo rolt ons rusteloos en raadselvol leven een tijd lang in zijn rotsachtige bedding boven de aarde voort; het verdwijnt uit het gezicht en het schijnt alsof het is afgebroken. Maar dat is het einde niet. Schietend door den duisteren afgrond van het graf, verschijnt het weer aan de andere zijde voller, dieper, vol grootsche schoonheid, niet langer gekweld en verbrokkeld, maar den vrede, de vreugde en de heerlijkheid van Christus weerspiegelend, en zoo zal het verder voortvloeien tot in eeuwigheid. Dit is geen dichtergril, geen droom van een gouden eeuw en een wonderland, geen voorspiegeling der verbeelding. Het leven en de onsterfelijkheid zijn in het Evangelie aan ons geopenbaard geworden. Sedert Christus is verrezen is de dood vernietigd. Een iegelijk die in hem gelooft heeft de zekerheid van een eeuwig leven vol van zaligheid in Zijn tegenwoordigheid en in Zijn dienst. Wij beginnen eerst

3

ocr page 18

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

te leven als het bewustzijn van de onsterfelijkheid doorbreekt in ons hart.

Maar er is nog een en niet minder noodzakelijk bestanddeel in iedere ware levensopvatting. Niemands leven hangt eenzaam in de lucht zonder betrekkingen en kennissen, zonder personen waaraan hij gehecht is, die van hem afhangen of waarvoor hij verantwoordelijk is. Een mensch kan zich niet losrukken uit het weefsel der menschheid en zijne dagen doorbrengen op een eenzaam eiland in de zee, iederen band afsnijdend, alle verantwoordelijkheid van zich afwerpend, levend zonder acht te geven op God of op mensch, op wet of op plicht; en tegelijk in eenig opzicht de eigenlijke bedoeling van het leven bereiken.

Naar alle richtingen gaan draden uit naar hechtsels, die zich uitstrekken tot ieder deeltje van het mensch-dom, en het samenweven tot een groot weefsel; die aanhechtsels zijn niet los te rukken. Mogelijk hebben wij nooit geleerd ze te zien, maar wij kunnen ze niet verbreken. Mogelijk zijn wij ontrouw aan de verplichtingen door hen ons opgelegd, maar niet een enkel draadje kunnen wij er afsnijden.

Door een weinig nadenken leeren wij die draden beter onderscheiden.

Vanwaar komen wij ? Wat is de oorsprong van het leven, dat wij met ons omdragen? In welke betrekking staan wij tot God, onzen Schepper? Ons leven is opgeweld uit Zijne hand en dat niet alleen, maar het is onderworpen aan Zijn wil. Niet vaster hecht zich het sidderende blad aan den tak en is er in alle

4

ocr page 19

WAT IS UW LEVEN? 5

opzichten van afhankelijk, dan ieder menschelijk leven zich vastklemt aan God, als zijn rustpunt en den oorsprong van ieder oogenblik van zijn bestaan.

Maar als wij ons zelf beschouwen als Christenen, wordt die gedachte oneindig veel dieper. Wat is een Christelijk leven? Men is gewoon te zeggen, dat het een leven is verlost door des Heeren dood. Nauwkeuriger omschreven is het een leven, dat is weggenomen uit het bederf van de zonde en vastgemaakt aan het leven van Christus. Van Hem afgesneden is de mensch niet anders dan een doode en verdorrende tak, die geen leven in zich heeft; maar aan Hem verbonden wordt hij tot een groenende twijg, beladen met bladeren en vruchten. Als wij hierover nadenken, zien wij Christus als het groote middelpunt van het leven der wereld en onszei ven levende alleen in Hem; zien wij ons klein stukje bestaan geheel van Hem afhangende voor het verkrijgen van iedere schoonheid, alle geluk en elke hoop. Wij leven alleen in Hem. Hij neemt onze zonden van ons en geeft ons Zijn rechtvaardigheid. Hij neemt onze zwakheid en vereenigt haar zooals een tak geënt wordt op een boom, met de heerlijke volheid van Zijn kracht. Onze ledigheid hecht Hij aan Zijn Goddelijke volheid. Ons leven wordt door Hem gevoed en is van Hem in elk opzicht afhankelijk. Wij zijn niets en wij hebben niets, wat wij niet van Hem ontvangen.

Uit dit samenleven spruiten voort de verplichtingen, die ons het meest aan God verbinden en de verst-dragende strekking hebben — verplichtingen van

ocr page 20

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

dankbaarheid, van eerbied, van vertrouwen, van gehoorzaamheid en toewijding. Ons leven is in geen enkel opzicht ons eigendom. Zijn bestemming wordt niet vervuld als wij het niet gebruiken om het doel te bereiken, waarvoor wij geschapen en verlost zijn. Wij beginnen de Schriften te onderzoeken en te vragen wat het hoofddoel van het leven is, en wij behoeven niet tusschen de regels door te lezen om het antwoord te vinden. Alles is gemaakt met het een of ander plan. Zelfs een korreltje zand dient ergens toe. Het helpt een berg opbouwen of het vormt een deel van een grooten wal, die de zee binnen hare palen houdt. Of door zijn oneindig klein gewicht werkt het mede om het wereldstelsel in evenwicht te houden. Een druppel water heeft zijn doel en zijn nut. Hij sluipt in het hart van een verwelkende bloem of daalt neder tot hare wortels en geeft haar het leven terug. Misschien helpt hij de dorst lesschen van een stervend soldaat; hij kan den regenboog doen stralen in de wolken. Hij kan zijn hulp geven om groote schepen vlot to maken of voegt zijn klein geluid bij het grootsche koor van den oceaan.

En als zulke onbeduidende zaken hunne beteekenis hebben, hoe verheven moet dan het doel zijn, waarvoor ieder menschelijk leven geschapen is.

Wij gaan verder en ontdekken, dat de kleine stukjes van ons bestaan door een wondervol weefsel zijn samengehecht aan het groote netwerk van het leven rondom ons. Daar zijn duizend betrekkingen, die ons hechten aan onze medemenschen, ons tehuis, de

6

ocr page 21

WAT IS UW LEVEN?

kerk, het vaderland, de maatschappij, aan waarheid, menschenliefde en plicht; en ieder van die betrekkingen legt ons verantwoordelijkheid op. Ons leven wordt aan alle zijden begrensd door verplichtingen aan anderen. Plichten tegenover anderen komen tot ons van alle kanten. En iedere verwantschap wordt geheiligd door het gewicht van haar verantwoordelijkheid.

Wij gaan nog verder en zien dat wij leven in een wereld, waarin uit onze kleinste daden gevolgen oprijzen, die tot in de eeuwigheid voortwerken. De kleine golfslag, die ontstaat doordat het knaapje zijn roeiriem in de stille baai doet neerpiassen, rolt voort en voort totdat zij breekt op het ver verwijderde strand van den oceaan. Het woord, dat in de lucht wordt uitgesproken, doet een echo ontwaken, die in de ruimte blijft verder trillen. Deze feiten, door de wetenschap aan het licht gebracht, maken slechts op zwakke wijze den invloed aanschouwelijk, die de daden en woorden der menschen in deze wereld uitoefenen.

Dit feit geeft aan ieder van onze oogenblikken de hoogste belangrijkheid. De lucht zelf, die ons omringt, is vol van leven en draagt de geheimste polsslagen en de meest onbewuste invloeden van ons leven met zich voort, en niet alleen dit, maar die invloeden worden meegesleept tot in de eeuwigheid. Van ieder oogenblik in ons leven gaat een kracht uit, die nog na duizenden eeuwen gevoeld zal worden. Daar is iets in de levensvatbaarheid en de onsterfelijkheid van den menschelijken invloed wat ons met angst vervult, als wij er over nadenken. En dit maakt het leven tot

7

ocr page 22

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

zulk een ontzettende zaak; vooral als wij bedenken, dat dit eigenschappen zijn, behoorend zoowel aan het kwade als aan het goede in ons leven.

De daad die ge doet en het woord dat ge spreekt Schijnt ras te vervliegen als een kleur die verbleekt. Maar een kleur mag verbleeken, een tint mag vergaan, — Wat God schreef in Zijn boek, blijft geschreven daar

[staan.

In de ure des oordeels, die uw harte toch vreest,

Rijst eens 't dreigend verleden weer op voor uw geest.

Nogmaals verdiepen wij ons in deze dingen en wij zien dat het leven nog andere aanknoopingspunten heeft, die ons hechten in de toekomst aan den rechterstoel van God. Wij moeten rekenschap afleggen van al de daden, die wij in dit lichaam volbracht hebben, quot;Wij dringen nog dieper door in de Goddelijke openbaring en leeren inzien, dat die verantwoordelijkheid zich uitstrekt tot de geringste daden en woorden, die wij al voortgaande van onze harten en onze lippen laten vallen. Zij omsluit zelfs den onbewusten invloed, die van ons uitgaat zooals de geur die de bloem verspreidt. Wij zullen ons geheele leven terug ontmoeten voor Gods troon; en niet alleen rekenschap afleggen van hetgeen wij gedaan hebben, hetzij kwaad, hetzij goed, maar ook van hetgeen wij nalieten, van al hetgeen wij hadden kunnen doen, doch achterwege lieten, en van al de gelegenheden waarvan wij geen gebruik hebben gemaakt.

In het licht van dergelijke feiten moeten wij het

8

ocr page 23

WAT IS UW LEVEN?

leven beschouwen, dat aan ieder onzer gegeven is. Het is geen lichte en gemakkelijke taak, om zoo te leven, dat wij het doel volbrengen, waarvoor wij zijn geschapen en verlost. Het leven is geen ijdele vertooning. Ieder oogenblik er van is vol diepe werkelijkheid en beladen met een eeuwige verantwoordelijkheid. Het is slechts als wij ons leven op deze wijze beschouwen, dat wij behoefte gevoelen aan Christus. Ver van Hern, zonder Hem is alles mislukking en ontbinding. Maar als wij ons aan Hem geven, dan neemt Hij ons stukje leven, dat dreigt verloren te gaan, Hij reinigt het, doordringt het met Zijn leven en maakt het geschikt voor de onsterfelijkheid.

Onder een eenvoudigen steen rust het stof van een van Gods liefste kinderen, die haar leven gaf, onvermoeid Zijne zaak dienende, tot hare laatste krachten waren uitgeput. Een merkwaardig woord van hare lippen, dat het geheim van de toewijding van haar leven doet kennen, staat gebeiteld in het marmer, dat haar laatste rustplaats aanwijst: „Ik vrees voor niets in de wereld, behalve daarvoor, dat ik mijn plicht niet zou kennen of slechts half volbrengenquot;.

Met zulk een gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid ieder oogenblik op het hart rustende, kan het leven niet anders dan hier een schoon en wel afgerond geheel vormen, om in de eeuwigheid met heerlijkheid te worden gekroond.

9

ocr page 24

II.

HULP ONTLEEND AAN DEN BIJBEL.

| pikwijls zeggen jonge Christenen: „Ik kan de schoonheden in den Bijbel niet vinden en er ook geen smaak of behagen in krijgen. Ik wilde dat ik van het boek hield en het zoo kon gebruiken, dat ik er steun in vond; maar het houdt zijne schatten voor mij gesloten. Ik kan den rijkdom en de schoonheid wel bewonderen die anderen er in vinden en mij aanwijzen; maar als ik zelf erin zoek, openbaren zij zich niet aan mij. Ik lees een hoofdstuk en vind er niets schoons of nuttigs in, en een ander neemt het en wijst mij gedeelten vol van liefelijke schoonheid en uitgezochte woorden en wenken vol troost en hulp. Het is alsof ze zich voor mij verbergen als schuwe vogels tusschen de takken; maar een ander kwam niet of ze vlogen te voorschijn, lieten hunne vederen schitteren tusschen de twijgen of streken neer op zijn schouder en zongen brokstukken van een hemelsch lied. Ik lees het boek, doch ik moet bekennen dat het mij honig, noch voedsel, noch wijn geeft op den levenswegquot;.

Zeer waarschijnlijk is deze ondervinding minder zeldzaam dan wij denken en dan velen eerlijk genoeg

ocr page 25

HULP ONTLEEND AAN DEN BIJBEL.

zijn om te bekennen. Weinigen, misschien zelfs niemand vindt in den Bijbel al de schoonheid en de gaven, die zijne bladzijden bevatten. Niemand onzer ontvangt er al de hulp uit die hij kan geven, en zonder twijfel zien de meesten vele uitnemende en kostbare zaken over het hoofd of verzuimen er op te letten.

Maar een verzegeld boek behoeft het toch voor niemand te zijn. Zijn doel is niet ziine kostbaarheden zoo te verbergen, dat niemand ze vinden kan. Bekendheid met de talen, waarin de Bijbel oorspronkelijk is geschreven, verklaart zonder twijfel menige duistere plaats en lost menige moeielijkheid op. Maar toch is het geen boek voor geleerden alleen, het is ook geschreven voor de ongeletterden en de kleine kinderen. Als een bewijs hiervoor hebben wij ons alleen te herinneren, dat zij, die de kostbaarste schatten en de grootste vreugde in de Schrift vinden, geen groote geleerden zijn of mannen met een schitterend verstand, doch Gods eenvoudigen, niet onderwezen in de kennis van de wereld, onkundig van haar wijsheid.

Veel hangt er af van den geest, die ons bezielt, als wij tot den Bijbel naderen. In de ziel van vele Protestanten heerscht een bijna even ongeloovig opzien tegen het gewijde boek, als de Roomschen gevoelen voor hun kruisbeeld of hun rozekrans. Soldaten werpen, omdat de slag een aanvang neemt, hunne speelkaarten weg en steken den Bijbel in den zak. Zij hebben een gevoel alsof zij dan veiliger zijn. Velen denken dat als zij eiken dag een hoofdstuk lezen, zij

11

ocr page 26

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

een heilig werk doen; en het geeft hun een gevoel van veiligheid, al hebben zij geen enkel oogenblik op de beteeken is er van gelet. Maar het oplezen van, al waren het ook nog zoovele hoofdstukken, zal niemand eenig nut aanbrengen. Men kan evengoed Latijnsche gebeden prevelen of een tijd lang de kralen van een rozenkrans aftellen. Wie een zegen uit den Bijbel wil ontvangen, moet hem aandachtig lezen, onderzoekend en met nadenken. Wij moeten hem in ons hart en leven ingrilïelen.

Wij kunnen wel eenige wenken geven omtrent de beste wijze van lezen. Het is van belang om een goed exemplaar van den Bijbel te hebben, met duidelijke, eenvoudige letter en met verwijzingen naar andere teksten. Bij vele moeielijke gedeelten geeft geen enkele commentaar zooveel hulp als het lezen van de verwijzingen. De Schrift verklaart de Schrift. Een Bijbel zonder verwijzingen is daarom voor een groot deel van zijn waarde beroofd. Gij moet ook een stevig exemplaar nemen, dat vele jaren kan duren. Een boek is als een vriend, door het gebruik wordt het eigen en vertrouwelijk met ons. In het begin is het schuw en houdt ons op een afstand, maar het laat ons in zijn hart zien, als wij ons lang in zijne bladen hebben verdiept. Het valt open bij de schoonste hoofdstukken en schijnt zijn liefste geheimen voor ons aan de oppervlakte te doen komen. Een Bijbel, dien wij lang hebben gebruikt, schijnt meer tot ons te zeggen dan een vreemd en nieuw boek. Daarbij is het goed teekens in onzen Bijbel te maken, terwijl wij hem

12

ocr page 27

HULP ONTLEEND AAN DEN BIJBEL.

lezen. Een spreuk, ons dierbaar, kan worden aangewezen door een kruisje aan den kant van de bladzijde, of door een streepje te trekken bij of onder het gewijde woord. Op deze wijze schrijven wij in de bladzijden van onzen Bijbel de geschiedenis van ons eigen geestelijk leven. Die teekens zijn evenzeer gedenkteekenen, ons aantoonend waar wij eens een zegen hebben ontvangen, steenen overeind gezet om onze Bethels, onze Pnieëls en Eben-Haëzers aan te wijzen. Een boek, op die wijze gelezen, en dat zulke schatten tusschen zijne bladzijden besloten houdt, wordt in weinige jaren voor ons van onschatbare waarde en heiligheid. Daarom is het van groot belang om ook, al moge die wat meer kosten, het stevigste exemplaar van den Bijbel te nemen, dat men vinden kan; een exemplaar, dat het geheele leven door gebruikt kan worden.

Niemand echter kan zich zelf vrijstelling geven van het ouderwetsche gebruik, den Bijbel achtereenvolgens geheel door te lezen. Het is een goede gewoonte dit ieder jaar eenmaal te doen. Er zijn er, die in het wild den Bijbel opslaan en lezen wat onder hunne oogen komt, zonder methode of zonder plan. Anderen lezen telkens en telkens enkele gedeelten, die zij mooi vinden. In beide gevallen worden heele gedeelten verwaarloosd en blijven ongelezen. Als wij het heele boek geregeld doorlezen, eiken dag zijn deel gevend, raken wij bekend met ieder stuk en ontdekken de rijkste schatten op plaatsen, waar wij geen schoonheden verwachtten en geen zegen dachten te vinden.

13

ocr page 28

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Het heeft zijn goede zijde hierbij nog andere methoden van lezen in toepassing te brengen: bijvoorbeeld is het uitstekend het een of andere onderwerp geheel te bestudeeren. Wij kiezen er een uit en met behulp van een bijbelsch woordenboek, van de verwijzingen in den Bijbel zelf en van een tekstboek zoeken wij al de plaatsen in de geheele Schrift op, die er melding van maken of er licht over laten schijnen. Zoo kunnen wij te weten komen wat de leerstellingen van den Bijbel zijn en kunnen hetgeen de menschen ons onderwijzen voor den rechterstoel van Gods waarheid brengen; wij kunnen de leer van de Kerk toetsen en alle vragen, die in onze eigen ziel oprijzen betreffende ons geloof of onze plichten, naar dien onfeilbaren toetsteen verwijzen. Zoo kunnen wij ons persoonlijk geloof opbouwen, niet door de onder vaststaande termen gebrachte stellingen van de godgeleerden, maar door de eenvoudige woorden die God heeft ingegeven.

Het gebeurt een ieder onzer, dat zich in zijn dage-lijksch leven bizondere vragen of ondervindingen voordoen, waarin wij licht noodig hebben, of raad of leiding behoeven. Wij moeten deze onmiddellijk uit Gods Woord nemen; op deze wijze brengen wij ons bestaan van eiken dag tot het Boek des levens. Wij maken het onzen raadsman, ons licht, onzen gids. Dit voert ons tot een andere wijze van lezen en onderzoeken, die zeer goed is en menigeen veel hulp gegeven heeft.

Velen hebben de gewoonte aangenomen om een tekst voor iederen dag te nemen, en velen is die

14

ocr page 29

15

gewoonte tot grooten steun geweest. Kies voor eiken dag een tekst, hetzij uit het hoofdstuk dat gij 's morgens gelezen hebt, of op een andere wijze, prent hem in het geheugen en draag hem met U gedurende de drukke bezigheden van den dag, nadenkende en overdenkende. Vaak zult ge ondervinden voordat de dag zijn einde bereikt heeft, dat hij is: een bronwel van zuiver water, een licht voor uw voet, een stok en een staf in uw hand. Het is niet mogelijk den invloed van een paar eenvoudige woorden, die men aldus den ganschen dag in zijne gedachten houdt, op zijn waarde te schatten. Zij beletten ons te zondigen, zij zijn een levende prikkel om onzen plicht te doen, een vertroostende engel in de smart. Daarbij wordt hun invloed als een zacht en zuiver licht, het eene uur na het andere over het leven uitgegoten; het is vol bezieling, reinheid, zuiverheid en heerlijkheid.

Maar genoeg over de wijze van lezen; van meer belang is de geest, waarmede wij lezen. Wij moeten tot de Schrift komen als tot Gods orakel, dat onfeilbaar is en vol gezag. Wij moeten Gods stem in Zijne woorden hooren. Daarom moeten wij naderen met leerzaamheid, bereid om onderwezen te worden. Er zijn er die lezen, niet om te weten te komen wat zij gelooven moeten, maar om te vinden wat zij aireede gelooven, om hun meening bevestigd, hun gedrag gerechtvaardigd te zien. Alleen zij, die komen als kleine kinderen met een leerzamen geest om te hooren wat God spreken zal en bereid om het aan te nemen, hoezeer het ook in botsing moge komen met hetgeen

ocr page 30

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

zij zelf meenen of verlangen, kunnen ondervinden dat de Bijbel een geopend boek is, dat hun al zijne schatten openbaart.

Men moet de Schrift bovendien nadenkend, langzaam en geduldig lezen. Vaak liggen de schoonste juweelen in de diepte, men moet er naar graven. Wij zijn niet zoozeer in een bloementuin als in een mijn. Velen lezen gehaast, oppervlakkig, alleen de buitenzijde rakende; zij hechten gewicht aan geen enkel woord, laten geen enkele gedachte tot zich doordringen, brengen geen les in toepassing; bij hen laat het lezen geen indruk, zelfs geen herinnering in het geheugen achter. Als dergelijke lezers geen boekenleggers gebruiken, kunnen zij hetzelfde hoofdstuk lezen en nog eens lezen zonder het te herkennen.

Ook is het noodig den Bijbel te lezen, niet alleen om te weten wat de wil van God is, maar ook opdat wij dien mogen volbrengen. Als hij niet de gids voor ons leven is, dan is hij niets voor ons. Zijne waarheden moeten worden toegepast. Als wij de zaligsprekingen lezen, moeten wij onszelven toetsen aan die Goddelijke eischen en trachten daaraan gelijkvormig te worden. Als wij stuiten op een woord, dat onze gewoonten of den geest die in ons is berispt, moeten wij onmiddellijk de noodige verbeteringen aanbrengen. Wij moeten de beloften aannemen, ze gelooven en in ons handelen toonen dat wij er in gelooven. Wij moeten hun troost ons hart laten binnendringen en ons er door laten troosten in onze smart. Daar staat niets in den Bijbel geschreven alleen voor de schoonheid

16

ocr page 31

HULP ONTLEEND AAN DEN BIJBEL.

of als een sieraad. Ieder woord is noodzakelijk voor ons. Daar is geen waarheid die niet betrekking heeft op het werkelijk leven. Wanneer wij naderen begeerig om te weten hoe wij moeten loven en bereid de voorschriften op te volgen, dan nullen wij ondervinden hoe de innerlijke beteekenis zich meer en meer aan ons ontdekt.

Men leert ons dat de inhoud van den Bijbel geestelijk onderscheiden moet worden. Alleen een lezer met een geestelijk gestemd gemoed vindt er de schoonste waarheden in. Wij moeten den Bijbel lezen toegerust met een zekere mate van kennis. Dit is op alle omstandigheden van het leven toepasselijk. Er zijn menschen, die geen gevoel hebben voor de schoonheid in de natuur. Zij staan voor een schilderachtig landschap, wandelen tusschen zeldzame bloemen, of zien de pracht van een heerlijken zonsondergang zonder de trilling van genot, of een aandoening van bewondering. Zij hebben geen gevoel voor de natuur. Velen wandelen door een prachtig museum vol schilderijen en beeldhouwwerken, en zien daar niets wat hun aandacht trekt, terwijl anderen er dagen doorbrengen en vol geestdrift de kunstwerken bestudeeren, die er bijeen zijn gebracht. Er is eenige kennis van de kunst, er is eenige belangstelling noodig om schilderijen en beeldhouwwerken te kunnen bewonderen en er van te genieten. Eveneens moet hij, die de schoonheden in de Schrift wil vinden, tot haar komen met een wel toebereid hart. Dus hoe meer Goddelijk leven wij hebben in onze ziel, des te meer zal het

2

17

ocr page 32

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

gewijde boek ons openbaren. Niet zoo zeer scherpzinnigheid van het verstand, of een groote geleerdheid zijn er toe noodig als wel geestelijke ontwikkeling, liefde tot Christus, vurige vroomheid.

Eens kocht eene jonge dame een boek, zij las er een paar bladzijden in, maar kon er hare gedachten niet bij bepalen. Een maand of wat later maakte zij kennis met den schrijver, er ontstond een warme vriendschap tusschen hen beiden, die aangroeide tot liefde en eindigde in eene verloving. Toen was het boek niet langer vervelend. Iedere zin had eene bekoorlijkheid voor haar hart. De liefde was de uitlegger geworden. Evenzoo lijkt de Bijbel droog en weinig voor hen, die Christus niet persoonlijk kennen. Maar zoodra zij Hem kennen en liefhebben, verandert alles, en hoe dieper hunne liefde voor Hem wordt, des te meer stralen de gewijde bladen van schoonheid en licht.

Het is goed om de kostbare waarheden van Gods Woord in de vroolijke dagen van onze jeugd als schatten in ons hart te verzamelen. Toen wij de Mammouts grot gingen bezoeken, gaven de gidsen ons lampen in onze handen voordat wij naar binnen traden. Het scheen ons vrij nutteloos en overbodig toe, die flauwe lichten in de hand te dragen, wandelend in de volle stralen van de middagzon. Maar wij daalden den heuvel af en gingen den ingang van een grox binnen. Zeer snel stierf het schitterend daglicht weg en nu begonnen de vlammetjes in de lampen te schitteren. Wij zagen nu welk eene waarde zij hadden en hoe noodig ze waren. Hadden wij die niet gehad.

18

ocr page 33

HULP ONTLEEND AAN DEN BIJBEL.

19

wij zouden spoedig verdwaald zijn in de dikke duisternis en in het warnet van gangen in de grot. Zoo schijnen Gods beloften, zoo schijnt Gods troost ons overbodig te zijn in de dagen van onze onbezorgde jeugd, of als wij gezond zijn en vroolijk; hun schijnsel is voor ons dan maar een zwak lichtje. Doch wij reizen verder en de schaduwen komen, schaduwen van ziekte, van verzoeking, van teleurstelling, van smart, en dan zal de schoonheid van Gods beloften stralen en schitteren in onverdoofbren glans en blijken te zijn de vreugde en kracht onzer ziele.

ocr page 34

III.

TOEWIJDING IN DADEN.

Vroeger was ik dikwijls boos of gemelijk, als men mij kwam storen in mijn lievelingswerk, maar ik heb geleerd dat al mijn tijd God toebehoort, dus geef ik dien over in Zijne handen. Het is mij zeer liefelijk, dien voor Hem te gebruiken als Hij iets voor mij te doen heeft, en aangenaam, hem voor mij zelf te houden als dat niet het geval is.

Mevr. Prentiss.

1-^ r is veel onbestemds en dwepends in ons spreken over toewijding. Men leert ons, dat wij ons zelf aan Christus moeten overgeven, zonder iets achter te houden, en dat wenschen wij ook te doen. Wij willen Hem niets terughouden. Wij belooven mede te werken tot den bloei van het Godsrijk als wij onze belijdenis afleggen. Wij belooven ons te wijden aan Christus telkens weer in onze gebeden en dit meenen wij oprecht; wij wenschen ons aan Hem te geven. Wij zingen met een kloppend hart, vaak met tranen in de oogen, dat Hij ons moge bezielen, doorgloeien, heiligen, en toch zijn wij Hem niet zoo geheel en al toegewijd. Al zingen en bidden en beloven wij het

ocr page 35

TOEWIJDING IN DADEN.

telkens weer; al meenen wij het nog zoo oprecht, wij hebben de droevige overtuiging, dat wij, waar het op daden aankomt, te kort schieten, wij worden er door ontmoedigd, wij gaan twijfelen aan de wezenlijkheid van onze bekeering, omdat wij niet met bewustzijn ons zei ven ieder oogenblik aan Hem offeren.

Het hindert ons, dat onze toewijding meer in ons gevoel dan in onze daden bestaat. Wij willen te veel in eens bereiken en dat valt ons te zwaar. Wij doen eene poging om ons geheele leven, met zijn tot in het oneindige afwisselende betrekkingen, met zijn verleden en zijn toekomst aan Hem op te dragen, als een offer eens voor goed gebracht; en bij onze beperkte ondervinding denken wij dat dit afdoende is. Onze stemming en ons voornemen mogen onberispelijk zijn, maar op het werkelijke leven is zulk een toewijding niet toe te passen. In de theorie is er niets op aan te merken, maar in de praktijk is het onbestemd en onvoldoende. De eenige werkelijke toewijding is die, welke voorziet in ieder oogenblik van het dagelij ksch leven. Hoe geheel wij ons bij onze bekeering ook aan Christus hebben overgegeven, het zal ons niet baten, als wij die overgave niet vernieuwen bij iedere daad en iedere plicht, die voor ons ligt.

Onze toewijding wordt eenvoudiger en kan inhoogere mate werkdadig worden, als we haar een dagelijksche taak doen worden, en alleen eischen dat zij voorziet in de behoeften van den dag, die voor ons ligt, en als wij iederen morgen met bewustzijn den dag aan den Heere geven; opdat wij hem mogen gebruiken

21

ocr page 36

HKILIGINGr VAN DEN WERKDAG.

zooals Hij wil, al onze plannen aan Hem overgevend, om ze te volvoeren of er van af te zien, zooals Hij het zal verlangen.

Bijvoorbeeld, ik tracht des morgens mij zelf aan mijn Meester over te geven voor dien dag. Ik zeg tot Hem: „Neem mij, o Heer, en gebruik mij, zooals Gij wilt. Ik leg al mijne voornemens aan Uwe voeten. Welken arbeid Gij ook voor mij te doen hebt, leg dien in mijne handen. Zijn er menschen, die ik op de een of andere wijze van nut kan zijn, zend hen tot mij, of mij tot hen. Neem mijn tijd en gebruik dien zooals Gij wiltquot;. Verder dan dien dag denk ik niet. Ik doe geen poging om maanden en jaren aan Christus te geven. Waarom zou ik het doen, voordat zij mijn eigendom zijn? Ik heb niets dan dezen eenen korten dag, en hoe zou ik datgene kunnen toewijden, wat ik nog niet ontvangen heb?

Deze wijze van toewijding is eene overgave van al onze plannen, al onze eerzucht in de handen van Christus. Het is evenzeer een heilig onderpand, dat wij de plannen van onzen Meester voor onze bezigheden van den dag aannemen; het komt er niet op aan, hoezeer zij de schikkingen dwarsboomen, die wij al gemaakt hebben, of hoeveel aangename zaken zij wegsnijden uit ons programma van den dag. Wij geven gehoor aan iedere roepstem. Wij onderwerpen ons geduldig, telkens als men ons stoort. Wij nemen iederen plicht op ons, wij gaan voort met den arbeid, die ons zelf goed dunkt, als de Meester niet anders voor ons te doen heeft; maar heeft Hij iets, dan laten

22

ocr page 37

TOEWIJDING IN DADEN.

wij met blijdschap ons eigen werk in den steek en nemen op wat Hij ons op zoo duidelijke wijze in de plaats geeft.

Zoo gebeurt het somtijds, dat de eerste die tot mij komt in de gouden uren van den morgen, zoo kostbaar voor ieder die met het hoofd werkt, is een agent van een boekhandel, of een man die een nieuw soort van pennen verkoopt, of een reiziger in kachelpolitoer, of het is misschien niets anders dan een vrome leeg-looper, wiens eenig doel is, een uur van den morgen zoek te brengen, of een van die naloopers van nieuwtjes, die er op gesteld zijn om al wat er gebeurt het eerste rond te vertellen. Als ik op die manier gestoord word in eenig werk, dat al mijne gedachten inneemt en dat noodzakelijk gereed moet zijn, dan is mijn eerste opwelling om boos en gemelijk te worden, mijn bezoeker zeer koel te ontvangen en hem nauwelijks te verbergen dat zijne komst mij ontstemt. Maar dan komt mij plotseling te binnen, hoe ik mij dien morgen aan den Heere heb gegeven. Heb ik niet mijne plannen en mijn tijd uit mijne handen in die van mijn Meester gelegd? Heb ik Hem niet gevraagd mij het werk te zenden, dat Hij voor mij te doen had, en mij te gebruiken en in dienst te stellen van anderen gelijk Hij wilde? Als ik toen oprecht was, en het voornemen had getrouw aan mijn woord te blijven, moet ik dan dien vroegen bezoeker niet aannemen als tot mij gezonden, opdat ik hem zou helpen of het goede bewijzen dat in mijn macht staat hem te doen? Als ik wil leven geheel in den geest van mijn belofte van

23

ocr page 38

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

toewijding, dan moet ik noch toornig noch gemelijk zijn, hem niet laten merken dat de stoornis mij onaangenaam is, in één woord niets doen, wat eenig leed aan mijn bezoeker kan geven.

Ik heb een woord voor U, o man, mijn broeder. Wat het is, weet ik niet! Misschien is er een bezwaard hart, dat ik kan opwekken door een paar vriendelijke woorden. Ik kan niets koopen. Ik kan evenmin een uur missen om mijn vriend voor de honderdste maal de geschiedenis van zijn vroegere heldendaden weer te hooren ophalen. Ik kan niet luisteren naar de lasterlijke praatjes, die mijn boosaardige bezoeker in mijn oor wenscht over te storten, en toch — is het niet mogelijk dat ik voor ieder van hen een boodschap heb ? Misschien kan ik mijn vriend, die een dichter is, naar huis zenden met de inspiratie van een nieuw lied. Het is somber in zijn huis, hij is arm, hij heeft aan verschillende huizen aangebeld; misschien hebben zij hem in de eene woning voor en in de andere woning na, niet heel beleefd de deur voor zijn neus dicht gedaan; zijn hart is zwaar, hij is der wanhoop nabij. Hij wordt gekweld door geldgebrek, waarschijnlijk kan ik hem daarin niet helpen, maar hij heeft veel meer noodig. Waar hij op dit oogenblik behoefte aan heeft, is het medegevoel van een broeder — dat kan ik geven — of een vriendelijke, hartelijke ontvangst, een oogenblikje geduldig luisteren, wat belangstelling in zijn verhaal, een paar woorden van aanmoediging, de een of andere wenk of hulp, die het in mijn macht staat hem te geven, dit alles

24

ocr page 39

TOEWIJDING IN DADEN.

zal hem meer goed doen, dan dat ik een boek koop op de onvriendelijke wijze, zooals dat gewoonlijk geschiedt. Of heb ik niet de gelegenheid om een woord van pas te doen vallen in het hart van den leeglooper of van den babbelaar, een woord dat zich vasthecht in zijn hart? Ik moet in elk geval mijn bezoeker beschouwen als tot mij gezonden met de een of andere behoefte, waaraan ik kan voldoen; of als begeerig naar een woord van opbouwing of troost, dat ik hem geven kan.

Het kan ook zijn dat de boodschap van de andere zijde komt. Hij kon gezonden zijn met een zegen voor mij. Onze plicht bestaat niet alleen in te geven, wij moeten ook kunnen ontvangen. God kan ons dikwijls meer leeren, als Hij ons stoort in een rustig uur en ons al onze lievelingsplannen doet ter zijde stellen, dan als Hij ons onzen tijd had gelaten, om dien te gebruiken voor ons boek of voor ons werk.

Laat ons tenminste toezien, dat wij niet met een gemelijk gezicht, hoewel beleefd in de vormen, iemand uit ons huis weg groeten, die God tot ons heeft gezonden, of met een boodschap aan of met een weldaad voor ons, die nu tot een ander gebracht zal worden, omdat wij haar verwerpen. Want zelfs in deze weinig dichterlijke dagen zendt God Zijne engelen, al komen zij zoo, dat wij er niet op verdacht zijn, al dragen zij geen hemelsch gewaad, maar zijn zij vermomd in weinig aantrekkelijke kleederen.

Zulk een eenvoudige toewijding kan ieder gemakkelijk begrijpen, en zij wordt zeer uitvoerbaar, als wij

25

ocr page 40

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

haar op ons leven toepassen. Zij heeft te doen met ons leven in al zijne bizonderheden, en niet in zijn geheel, in het werkelijke en niet in het afgetrokkene. Het is niet alleen de leer, maar ook de toepassing. En het valt ons gemakkelijker om een korten dag tegelijk te geven, dan om de zich ver uitstrekkende jaren in onze toewijding te omspannen. Een dag reikt niet ver. Wij kunnen bijna iederen last, iedere stoornis voor zoo kort een tijd verdragen. Ook geeft het een heilige beteekenis aan het gewone alledaagsche sleur-werk van de week, en het brengt ons in aanraking met het leven van anderen, als wij ons leven op deze eenvoudige wijze opvatten. God zelf heeft ons onzen arbeid toebedeeld en wij hooren de stem van den Heere, die ons liefheeft, ons roepen bij ieder voorval. Het geeft een wijding aan al wat ons ontmoet, zelfs aan het toevallige samenzijn met anderen. Daar is geen gevaar dat de Eeuwige God onze gids niet is. Gij hebt iets te zeggen tot ieder die Uw pad kruist, of hij heeft U iets te zeggen. Misschien zijt gij zeer vermoeid, maar als er tot U een roepstem komt, om Uw ambt als Christen uit te oefenen, moet ge er aan gehoorzamen. Misschien hebt ge Uw huisjasje en Uw pantoffels al aan en zit ge warm bij den haard, terwijl het buiten donker is en guur. Het komt er niet op aan, öf ge moet de belofte van dien morgen weer intrekken, öf ge moet de stem volgen, die U roept tot een werk van barmhartigheid en liefde.

Als wij deze les ter harte nemen, dan is de verveling uit al onze plichten weggenomen. De meest

26

ocr page 41

TOEWIJDING IN DADEN.

27

alledaagsche gebeurtenis in ons leven verkrijgt hierdoor de verheffing van een heiligen dienst aan de voeten van Christus. Zij geeft een Goddelijke beweegkracht aan onzen omgang met vrienden en bekenden. Zij neemt de oppervlakkigheid weg uit onze gesprekken. Zij leert ons waken over den invloed dien wij op anderen hebben en over de wijze waarop wij hen behandelen. Zij maakt ons bereid en begeerig om hulp en weldaden zoowel te geven als te ontvangen. Ook maakt zij onze toewijding aan Christus niet tot een flauw gevoel, een zaak op een afstand en slechts in woorden bestaande, maar tot een levende, werkelijke ervaring van iederen dag, die het leven een gewichtige beteekenis geeft, die beslag legt op de meest gewone zaken in de sleur van het dagelij ksch leven en hen herschept tot een heerlijke en schoone levenstaak aan de voeten van God.

ocr page 42

IV.

HULP VOOR KOMMERVOLLE WERKDAGEN.

Zij steeds waarheid en reinheid

het doel van Uw streven! Het loon op Uw strijd wordt

hiernamaals gegeven, Als de boom des levens zal bloeien in luister, Want een hemelsche lichtglans

vervangt dan het duister. Zij üw pad hier ook doornig, —

hiernamaals Uw loonl Slechts één weg voert ten leven:

eerst het Kruis, dan de Kroon I

\\/ ij hebben slechts dan met goed gevolg de kunst ' ' verworven, een Christelijk leven te leiden, als wij geleerd hebben de grondbeginselen van den godsdienst toe te passen en zijn hulp en troost in ons dagelijksch leven te genieten. Het is gemakkelijk deel te nemen aan godsdienstige oefeningen, beloften aan te halen, en de schoonheden van de Schrift te loven; maar daar zijn velen, die deze dingen doen en wier godsdienst hen toch volkomen in den steek laat juist op die plaatsen en tijden, waar hij hun staf en stok behoorde te blijken.

ocr page 43

HULP VOOR KOMMERVOLLE WERKDAGEN.

Allen, zonder onderscheid, moeten van de liefelijke Sabbatsdiensten uitgaan tot een week vol wezenlijk en prozaïsch werk. Wij moeten omgaan met men-schen, die geen engelen zijn. Wij zullen ervaringen opdoen, die ons natuurlijk verontrusten en ergeren. Willens of onwillens zullen degenen, die ons omringen, ons geduld op een proef stellen en ons hinderen. Vele jeugdige Christenen komen voortdurend in aanraking met menschen, die Christus niet liefhebben. Ieder heeft met angsten en moeielij kheden te kampen in het gewone leven van den werkdag. Menigvuldig zijn de verbitteringen en kwellingen.

De vraag is hoe een hoogstaand Christelijk leven te leiden in het gezicht van al deze belemmeringen. Hoe kunnen we door de verwarde doonrstruiken, die midden op ons pad groeien, heenbreken zonder handen en voeten open te rijten aan de doornen? Hoe kunnen we zachtmoedig leven te midden van de dingen, die ons prikkelen en kwellen, en de menigte van kleine onaangenaamheden en gemoedsbewegingen, die onzen weg onveilig maken en die wij niet kunnen ontwijken?

Het is niet voldoende, op welke wijze dan ook, verder te komen, zich voort te sleepen naar het eind van iederen eindeloos langen, afmattenden dag, verheugd dat de komende nacht een eind maakt aan de worsteling. Het leven behoorde een vreugde te zijn en niet een Jast. We behoorden te leven als overwinnaars, steeds meester van onze ervaringen en niet door haar heen en weer geslingerd als een blad op de onstuimige golven. Ieder ernstig Christen moet een

29

ocr page 44

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

waarlijk, verheven, voorbeeldig leven leiden, hoe ook de omstandigheden mogen zijn.

Een klein kind, gevraagd wat het beteekende een Christen te zijn, antwoordde: „Voor mij wil „een Christen te zijnquot; zeggen: te leven zooals Jezus zou leven en te handelen zooals Christus zou handelen, indien Hij een klein meisje was en bij ons in huis woondequot;. Men zou geen juistere omschrijving van practischen godsdienst kunnen geven. Ieder onzer moet zich gedragen, zooals Jezus zich zou gedragen, indien Hij in onze omstandigheden verplaatst was, staande iederen dag waar wij staan, omgaande met dezelfde menschen waarmede wij moeten omgaan en blootgesteld aan dezelfde onaangenaamheden, beproevingen en tergingen waaraan wij zijn blootgesteld. Ons leven moet God kunnen behagen en in zijn wezen getuigenis afleggen van de echtheid onzer vroomheid.

Hoe kunnen wij dit doen? In de eerste plaats moeten we het feit erkennen, dat ons leven juist in zijn eigen toestanden geleefd moet worden. We kunnen nu onze omgeving niet veranderen. Wat we ook zullen maken van ons leven, — het moet gemaakt te midden van onze tegenwoordige ondervindingen. Hier moeten wij öf onze overwinningen behalen of onze nederlagen lijden. Wij mogen ons lot hard vinden en wenschen dat het anders was, dat wij een leven vol gemakken en weelde hadden, tusschen liefelijker tooneelen, zonder doornstruiken die ons wondden, zonder moeiten of zorgen. Dan zouden wij altijd

30

ocr page 45

HTJLP VOOR KOMMERVOLLE WERKDAGEN.

zacht, geduldig, kalm, vertrouwend, gelukkig zijn. Hoe heerlijk, nooit door een smart, eene verbittering, een kruis, een vermoeidheid of wat ook gehinderd te worden.

Maar onderwijl blijft het feit bestaan — dat aan ons verlangen niet voldaan kan worden, en dat, wat ook van ons leven gemaakt wordt, een hoog verheven of een verwoest leven, wij het moeten maken daar waar wij ons bevinden. Geen rustelooze ontevredenheid kan ons lot veranderen. Elyseische velden worden niet bereikt alleen door er naar te hunkeren. Andere menschen mogen in andere omstandigheden verkeeren, aangenamer en gemakkelijker wellicht dan de onze, maar de onze zij n hier. Het is wel zoo goed dit punt dadelijk vast te stellen en de levensstrijd op dit veld te aanvaarden, anders zal, terwijl wij vergeefs zuchten om een beter lot, de kans voor de overwinning ons zijn voorbijgegaan.

Vervolgens moeten wij bedenken dat de plaats, waar wij ons bevinden, ook de plaats is waarin de Meester wenscht dat ons leven zal worden geleefd.

Geen toeval is 't, dat onze plaats bepaalt;

'tls juist de plaats, door God voor ons bestemd.

Daar is in deze wereld geen louter toeval. God leidt ieder van Zijne kinderen in den rechten weg. Hij weet, waar en onder welke invloeden elk bizonder leven 't best zal rijpen. De eene boom groeit 't voorspoedigst in de beschaduwde vallei, een ander aan den zoom van 't water, een derde op den eenzamen bergtop, gezweept door de stormvlagen. Er is in de natuur

31

ocr page 46

HEILIGING VAN DEN WEBKDAG.

altijd adaptatie. Iedere plant of boom is geworteld op de plaats, waar de voorwaarden tot hun groei bestaan; en wijdt God meer gedachten aan boomen en planten dan aan Zijn eigen kinderen? Hij plaatst ons te midden van de toestanden en ervaringen, waarin ons leven het best zal groeien en rijpen. De bizondere tucht, waaraan ieder onzer is onderworpen, hebben wij ten zeerste van noode om de schoonheden en bevalligheden van werkelijk geestelijke geaardheid in ons te doen uitstorten. Wij bevinden ons in de rechte school. Wij mogen ons verbeelden dat wij spoediger zouden rijpen door een gemakkelijker, weelderiger leven: God weet wat het best voor ons is; Hij dwaalt niet.

Een kleine fabel verhaalt van een alleenstaande sleutelbloem, die, in een beschaduwd hoekje van den tuin groeiend, ontevreden werd bij het zien van de andere bloemen, die in de schitterende perken zich in de zonnestralen koesterden, en verzocht om overplanting naar een meer in 't oog vallende plaats. De tuinman bracht haar over naar een meer zichtbaar zonnig plekje. De bloem was hiermede grootolijks verblijd; maar onmiddellijk onderging hare schoonheid een groote verandering. De bloemen verloren hun luister, zij werden vaal en bleek van kleur. De heete zonnestralen deden hun slap op den stengel hangen en kwijnen. Toen smeekte ze naar haar vorige plaats in de schaduw terug te mogen gaan. De verstandige tuinman weet het best waar iedere bloem moet geplant en zoo weet God, de Goddelijke landman, waar Zijn

32

ocr page 47

HULP VOOR KOMMERVOLLE WERKDAGEN.

volk het best zal opgroeien tot hetgeen Hij verlangt, dat zij zullen zijn. Sommigen hebben de woeste, aanhoudende stormvlagen van noode, anderen zullen slechts geestelijk tieren in de schaduw van aardsche tegenspoeden, en weer anderen, wier schoonheid door ruwe ondervindingen zou geschonden worden, rijpen voor de eeuwigheid onder de zachte, vriendelijke invloeden van den voorspoed. Hij weet wat voor een ieder het best is.

De volgende gedachte leert ons dat het, waar wij ook geplaatst zijn, mogelijk is een verheven leven te leven. Niemand onzer is in de bedoeling der Voorzienigheid op deze wereld op een standpunt geplaatst, waarop het niet mogelijk is een waar Christen te zijn, al de deugden van het Christendom in praktijk brengend. De genade van Christus heeft macht genoeg in zich zelf om ons in staat te stellen waardiglijk te leven, waar wij ook geroepen zijn te verblijven. Indien God een tehuis voor ons kiest, bekwaamt Hij ons voor de bizondere beproevingen daaraan verbonden. Door de geheele schepping loopt een wet van compensatie, die het gansche werk der Voorzienigheid kenmerkt. De dieren, die te midden van de sneeuwvelden der poolstreken leven, zijn gehuld in vachten van bont. De woestijn strekt de kameel tot verblijfplaats en door een wonderbare instelling kan hij lange tochten over de heete zandvlakten afleggen, zonder drinken te behoeven. De vogels zijn voor hunne luchtreizen bekwaam. De dieren, die op de klippen der bergen leven, hebben hoeven, die hun in staat stellen de

3

33

ocr page 48

34

steile rotsen te beklimmen. De geheele natuur wordt beheerscht door deze wet van bizondere uitrusting en voorbereiding op toegewezen plaatsen.

En hetzelfde is ook waar in het geestelijk leven. God schenkt Zijne genade voor ieders bizondere behoeften. Voor ruwe, steenachtige paden voorziet Hii ons van ijzeren schoenen. Nooit zal Hij iemand met satijnen huisschoentjes oneffen, rotsachtige bergtoppen laten beklimmen. Hij geeft voldoende genade. Naarmate de lasten zwaarder wegen, nemen de krachten toe. Als moeielijkheid op moeielijkheid zich stapelt, treedt de engel der hulpe nader. A.ls de beproevingen pijnlijker worden, neemt het vertrouwend hart in kalmte toe. Jezus verJiest Zijne discipelen niet uit het gezicht als zij worstelen met de golven, die hen dreigen te verslinden, en op het juiste oogenblik steekt Hij de reddende hand uit. Zoo wordt het mogelijk onder alle omstandigheden waar en als overwinnaars te leven. Het valt Christus even gemakkelijk Jozef waar en rein te doen blij ven in het heidensche Egypte, als Benjamin onder de liefdevolle hoede zijns vaders. Hoe scherper de verzoekingen zijn, des te meer Goddelijke genade wordt uitgestort. Al zijn wij dus omsingeld door beproevingen, moeilijkheden en bezwaren, wij kunnen een heerlijk leven leiden vol Christengetrouwheid en ongerept gedrag.

In plaats van dus toe te geven aan ontmoediging als de beproevingen zich vermenigvuldigen en het moeielijk wordt goed te leven, of voldaan te zijn als wij een zeer berispelijk leven zonder vrede voor ons

ocr page 49

HULP VOOB KOMMERVOLLE WERKDAGEN. 35

hart leven, behoorde ieder onzer zich vast voor te nemen, door de genade Gods een geduldig, zachtmoedig, onbevlekt leven te leven op de voor ons bestemde plaats, te midden van van de voor ons bestemde toestanden. De ware overwinning ligt niet in het ontwijken van beproevinsen, maar in het moedig onder de oogen zien en verdragen van deze. De vraag moet niet wezen: „Hoe kan ik uit die moeielijkheden komen? Hoe kan ik een plaats bereiken, waar geen verbitterende voorvallen mij prikkelen of mijn geduld op de proef stellen? Hoe kan ik de kwellingen ontkomen, die mij hier voortdurend afmatten?quot; In zulk ■ een leven is niets edels. De soldaat, die zoodra hij de lucht van 't kruit ruikt in de achterhoede vlucht, is geen held; hij is een lafaard.

De vraag behoorde veeleer te zijn: Hoe kan ik, zonder mij den naam van een getrouw Christen onwaardig te maken, door deze zware beproevingen heen gaan? Hoe kan ik deze aanvallen weerstaan zonder teruggeslagen te worden? Hoe kan ik leven te midden van dit tergen, verwijten en op de proef stellen van mijn humeur, en toch zachtmoedig zijn, geen onbedachtzame woorden spreken, onrecht vriendelijk verdragen en met zachtheid beleedigende woorden vergelden? Dit is de ware opvatting van Christelijk leven.

Wij zijn hier in een leerschool. Dit leven is een leven van tucht. De „wijze waaropquot; is niet van belang; de resultaten, — daar komt het op aan. Als een boom, krachtig en majestueus, tot vollen wasdom is gekomen,

ocr page 50

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

is het van weinig beteekenis of de schoone wasdom het gevolg is van het wortelen in een beschutte vallei of op een kouden bergtop, van het geteisterd worden door stormvlagen of het zich koesteren in vriendelijke zonnestralen. Als het karakter zich ontwikkelt tot een evenredig geheel naar Christus' voorbeeld, van welk belang is het dan of deze ontwikkeling een gevolg is van een zachte, gemakkelijke of strenge tucht? De belangrijke quaestie is niet de „wijze waaropquot;, maar de uitkomst, — niet de middelen, maar het doel; en het doel van alle Christelijke opvoeding is geestelijke beminnelijkheid. Om waarlijk edel en beelddragers Gods te worden, moesten wij ons gewillig buigen onder ieder tuchtmiddel.

Iedere hinderpaal voor dit waardige leven behoort ons dus te bezielen met nieuwe kracht om te overwinnen. Iedere moeielijkheid, elk bezwaar moesten wij ons ten nutte maken om een nieuw voordeel te winnen. Wij moesten onze verzoekingen overwinnen en ze aldus dienstbaar maken, in plaats van ons te laten meesleepen. Alle beleedigingen, onaangenaamheden en beproevingen, van welken aard ook, moeten wij beschouwen als de practische lessen in de toepassing van de theorieën van het Christelijk leven. Aan het eind zal blijken dat de moeielijkheden en ongemakken geenszins de geringste zegeningen in Uw leven uitmaakten. Iemand vergelijkt ze met de gewichten van een klok, zonder welke geen zeker, geregeld leven bestaanbaar is.

De boom die groeit waar stormwinden zijne takken

36

ocr page 51

HULP VOOR KOMMERVOLLE WERKDAGEN.

afrukken en zijn stam tot brekens toe buigen, staat vaster geworteld dan de boom die groeit in de beschutte vallei, waar geen storm ooit druk en geweld uitoefent. Dit zelfde is ook waar in het leven. Het meest grootsche karakter is opgewassen te midden van ongemakken. Verwijfdheid spruit voort uit weelde en overvloed. De grootste mannen, die de wereld voortbracht, zijn opgevoed in de harde leerschool van rampen en tegenspoeden.

Bovendien is er niets heldhaftigs in een leven van lijdzaamheid als er geen uittartingen zijn, van moed als er geen gevaar, in kalmte als er niets is wat storend inwerkt. Niet het kluizenaarsbestaan, maar de woelingen te midden van 't werkelijke leven vormen zoowel als beproeven het karakter. Als we dag op dag en jaar op jaar geduldig, beminnelijk en blijmoedig onder al onze gemoedsbewegingen en verbitteringen kunnen voortleven, getuigt dit van meer heldenmoed dan de wijdstvermaarde krijgsverrichtingen; want hij, die zijn eigen geest beheerscht, is sterker dan die een stad inneemt.

Dit is de ons aangewezen taak en het is geen gemakkelijke. Slechts door het meest vaste besluit, het onwrikbaar voornemen en de onafgebroken waakzaamheid kan die taak volbracht worden. Die taak kan evenmin vervuld worden zonder de voortdurende hulp van Christus. Ieders strijd moet een persoonlijke strijd zijn. Wij mogen de worsteling weigeren; maar tevens doen we dan afstand van de vreugde der overwinning. Niemand kan den top bereiken zonder het

37

ocr page 52

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

steile pad te beklimmen, dat bergopwaarts voert. Geen sterke arm kan ons naar boven voeren. De Hemel brengt geen schoonheden in ons leven zooals de juwelier groepsgewijze edelgesteenten in een kroon zet. De minder schoone bestanddeelen worden niet weggenomen en vervangen 'ioor schoone, zooals de schuifglazen verwisseld worden in het stereopticon. Ieder moet zich met strijd en inspanning een weg banen naar alle edele gaven. Gods hulp wordt slechts gegeven in medewerking met menschelijk verlangen en wilskracht. Terwijl God in ons werkt, moeten wij onze eigen zaligheid werken. Hij, die overwint, zal tot een pilaar gemaakt worden in den tempel zijns Gods.

Wij moeten deze taak met stille vreugde aanvaarden. We zullen vele malen feilen. Menigen avond zullen we een schuilplaats zoeken aan de voeten van Christus, weenend over de nederlaag, dien dag geleden. In onze pogingen om het door den Heer ons voorgeteekend model te volgen, zullen wij menige kromme lijn zetten en zal menig blad gevlekt en doortrokken worden van tranen van berouw. Toch moeten wij onder alles een moedig hart, een onwankelbaar voornemen, en een kalm, blijmoedig vertrouwen op God behouden. Een tijdelijke nederlaag zij ons een spoorslag te dringender steun te zoeken bij Christus. De Hemel is aan de zijde van een ieder, die een eerlijken strijd voert om den Goddelijken wil te volbrengen en toe te nemen in gelijkvormigheid aan

38

ocr page 53

HTJLP VOOR KOMMERVOLLE WEEKDASEN. 39

Christus. En dit beteekent een zekere overwinning voor ieder wiens hart niet bezwijkt.

Zij slechts waarheid en reinheid het doel uwer daden, — Dan effent, Uw Leidsman de doornigste paden, Dan temt Hij de golven, dan stilt Hij de winden.

Zijn leidstar doet veilig de reede U vinden. Dan wijken de dreigende golven der zee En Hij voert naar de haven behouden U mee.

ocr page 54

V.

HET GENEESMIDDEL VOOR ZORGEN.

„Grod schrijft recht op kromme lijnenquot;.

Spaansche spreuk.

laar is geen leven waarin niet vele omstandigheden voorkomen bestemd om angst en vertwijfeling te verwekken. Daar zijn groote rampen; daar zijn moeilijkheden wat betreft onze plichten; daar zijn teleurstellingen en verliezen, hindernissen en bezwaren; daar zijn in 't dagelijksche leven wrijvingen, dingen die ons prikkelen, en tallouze onbeduidende zorgen en gemoedsbewegingen. Deze alle dienen om den vrede des harten en de geesteskalmte te verstoren; en toch wordt de Christen in de Schrift voortdurend en ernstig vermaand zich niet te laten ontrusten en bezwaren door zorgen en moeiten. Zonder ontroerd te worden en in ongestoorden vrede moet hij voortgaan, zelfs te midden van de moeilijkste ervaringen.

Indien wij ons nooit moeten beangstigen, ons hart niet ontroerd moet worden, wat moeten wij dan doen met al die duizenden dingen, berekend om ons te verbijsteren en angst te verwekken? Als wij niet onze gedachten laten gaan over al deze zaken, wie zal het dan voor ons doen? Wie zal voor ons denken?

ocr page 55

HET GENEESMIDDEL VOOR ZORGEN. 41

Wie zal voor onze ongeoefende vingers de knoopen ontwarren? Als zorgen en angsten ons hart bestormen, wat moeten wij dan met hen doen?

Sommigen zullen zeggen dat het onmogelijk is de kwellingen te ontwijken. De ontroerende, verwarrende ervaringen zullen zich opdoen in ons leven en wij kunnen die niet buitensluiten. Het is waar, dat zij zullen komen; maar het is onwaar, dat wij ze moeten binnenlaten en ons in hun macht overgeven. Luther placht te zeggen, dat wij de vogels niet kunnen beletten over ons hoofd te vligen, maar hun wel verhinderen nesten in ons haar te bouwen. Op dezelfde wijze is het mogelijk te voorkomen, dat de zorgen in groote getale om ons heen zwermen, maar het is onze eigen schuld als wij ze toestaan zich te nestelen in onze harten. 'Wij moeten de deuren en vensters van ons hart even vastberaden voor deze sluiten als voor de verzoekingen, die standvastig tot ons terugkomen, hunkerend om in ons leven te worden toegelaten.

Dit is toepasselijk op al onze moeilijkheden, zoowel kleine als groote. Wij zijn geneigd te zeggen: „dat is zoo, maar ik heb een bizonder soort beproevingen; het is een die niet buitengesloten kan worden, noch terzijde gelegd noch afgeworpenquot;. Maar het Goddelijk levensontwerp, ons aangeduid in het door den Heiligen Geest ingegeven woord, kent zulk eene uitzondering niet. Angst noch ontroerdheid moeten immer toegelaten worden. Niets, noch iets groots noch iets gerings, behoort onzen vrede te verstoren. Droefheid of lijden of afmatting mag ons pijnlijk deel zijn, maar wij mogen nimmer bezwijken.

ocr page 56

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Wat dan is het Goddelijk oogmerk? Wat moeten wij doen met onze zorgen?

Alles dat ons dreigt te beangstigen moet dadelijk tot God worden gebracht. Niets is te zwaar om tot Hem te brengen. Dragen Zijne machtige armen niet alle wereldbollen? Heerscht Hij niet over de gansche uitgestrektheid des heelals? Is er in ons leven eenig ding, hoe groot het ons ook moge toeschijnen, te moeilijk voor Hem om te besturen? Is eenig raadsel te moeilijk voor Hem om op te lossen? Is er een nacht van menschelijke wanhoop te donker voor Hem om dien met hoop te verlichten? Is er eenige knoop of verwarring die Hij niet kan losmaken? Of is iets te gering om tot Hem te brengen? Is Hij niet onze Vader en stelt Hij niet belang in alles wat ons betreft? Elk dier tallooze dingen, die als nietige stofjes door ons dagelijksch leven zweven, strekkend om ons te ergeren en te ontstemmen, mogen wij tot God brengen. En dit is het geneesmiddel dat de Schrift voor zorgen voorschrijft. De Goddelijke Wijsbegeerte des levens zegt: „Weest in geen ding bezorgd, maar laat al Uwe begeerten door bidden en smeekingen met dankzegging bekend worden bij Godquot;. Verwijst alles wat U verontrust naar God, opdat Hij den last voor U moge dragen.

„Maar waarom zou ik het God bekend doen worden?quot; vraagt iemand. „Hij weet er reeds alles van. Waarom moet ik het dan nog tot Hem brengen?quot; Het is een voldoende reden dat Hij het U gevraagd heelt; en als wij het Hem niet zeggen, kunnen wij dan klagen als Hij ons niet helpt? Hij verlangt ons te leeren

42

ocr page 57

43

vertrouwen in Hem en tot Hem te vluchten in ieder oogenblik van angst en druk. Wanneer we ooit een moeilijkheid, een hinderpaal op onzen weg ontmoeten— iets dat dient om moeite, kwelling, angst of ontsteltenis te veroorzaken — moeten wij dit dadelijk tot God brengen. Op de een of andere wijze zal het uit onze ongeoefende handen en van onzen zwakken schouder overgaan in de handen en op den schouder van Christus.

Het is niet genoeg om neer te knielen en een gebed op te zeggen, evenmin is het voldoende te bidden voor de bizondere zaak, die ons verontrust, daarvoor hulp en uitkomst smeekend. Slechts de meest eenvoudige bepaaldheid in 't gebed zal hulpe brengen in nond. We moeten de verontrustende, verwarrende zaak zelf brengen en die van onze handen in Gods handen geven, opdat Hij die voor ons in orde moge brengen. Wij moeten de geheele zaak zoo letterlijk voor God stellen, zooals we een horloge met gebroken veer naar den horlogemaker zouden brengen, het aan hem overlatend het te maken en te regelen. Een klein kind zal, als de draadjes waarmede zij speelt in de war gaan, onmiddellijk naar hare moeder gaan, opdat hare geduldige vingers den knoop mogen ontwarren. Hoeveel beter is dit dan te trekken en te rukken aan de draden tot de knoop zoo vast wordt dat hij niet meer is los te maken! Kunnen niet velen onder ons van het kleine kind leeren? Zou het niet beter voor ons zijn, als wij bij de geringste verwarring in een van onze zaken of bij het zich opdoen van iets verontrustends, dit onmiddellijk tot God brachten, opdat Zijne geoefende handen het weer voor ons in orde zouden maken?

ocr page 58

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Als wij het in Zijne handen gegeven hebben, moeten wij het aan Hem overlaten; nu het van onzen schouder op den Zijnen geladen is, moeten wij het op Hem laten blijven. Maar het is juist op dit punt dat de meesten van ons te kort schieten. Wij zeggen God al onze moeilijkheden en verontrustende dingen en gaan dan voort met ons er over te bemoeilijken en te verontrusten, als waren wij nooit tot Hem gegaan, of alsof Hij geweigerd had ons te helpen. Wij bidden voor onze zorgen, maar werpen ze niet van ons. We richten een ootmoedige bede om hulp tot God, maar wij leggen onze lasten niet af. Bidden doet ons geen goed. Het maakt ons niet tevredener noch onder-worpener, geduldiger of geruster. We geven onze zorgen volstrekt niet uit onze handen. En dit is juist het voornaamste punt van de geheele zaak.

Of wat ook het geval kan zijn, in ons gebed werpen wij al onze zorgen op God, en voelen een voor het oogenblik vreemd nieuw gevoel van vreugde in onze ziel. Wij rijzen op en doen een paar stappen rustig en welgemoed. We hebben onze zorgen aan God overgedragen. Maar zeer spoedig daarna rusten al onze angsten en lasten weer als bergen op ons, het zijn weer onze schouders die ze torsen, en wij gaan gebukt onder hen, angstig en tobbend als te voren.

Is dit nu het beste dat de godsdienst van Christus voor ons doen kan? Is dit de volle beteekenis van de voorrechten, uitgedrukt in vele gouden beloften in de Schrift? Is, te midden van eindeloos lange dagen vol zorg, één kort oogenblik rust van onze angsten

44

ocr page 59

HET GENEESMIDDEL VOOE ZOEGEN.

al wat we kunnen verkrijgen? Gedurende de korte tusschenpoozen van een grooten veldslag hoorden de soldaten een vogeltje kwinkeleeren op de takken van een boom. Bij het opnieuw aanvangen van het ontzettende geraas, werd het gekwinkeleer overstemd. Is dit de volle beteekenis van den vrede, dien Christus belooft? Is het alleen een liefelijke triller uit een vogelkeeltje nu en dan tusschen lange dagen en jaren van ontevredenheid en strijd? Zij, die niets beter dan die belofte vinden, verstaan op droevige wijze de gezegende woorden van Goddelijke vertroosting verkeerd. Wij mogen onze zorgen geheel op God laden en ze daar laten rusten. Wij leggen het vernietigde plan, de verbrijzelde hoop, het in de war gebrachte werk, de ingewikkelde zaak in de handen van den God van voorzienigheid en laten de regeling en uitkomst over aan Zijne wijsheid. De beleedigingen, kwellingen, de lasten die ons pijnlijk drukken, de ontroeringen en bezwaren, — in plaats van er door geërgerd, wanhopig of ontroerd te worden — dragen wij rustig aan God over, en begeven ons dan kalm tot den volgenden plicht die voor ons ligt.

En dit gedaan hebbende, moeten wij aflaten van zorgen en beangstigd zijn. We hebben den last aan God overgegeven. Wij hebben Hem gevraagd, voor ons te denken, plannen te ontwerpen en het regelen van het geheel in Zijne handen te nemen. Het is daarom niet langer onze zaak, maar de Zijne. Zijn we niet bereid Hem te vertrouwen? Onze wereld-sche belangen stellen we in de handen van menschen en gevoelen ze bij hen veilig. Onze krankheden

45

ocr page 60

46

vertrouwea we aan de kunde van onzen geneesheer toe. In verwikkelingen in onze zaken raadplegen wij het verstand van onzen advocaat. Een gebroken machine brengen wij bij den werktuigkundige. Is dan God niet wijs genoeg om de verwikkelingen in ons leven op te lossen en orde en schoonheid er uit voort te brengen ? Is Zijn kunde daartoe niet in staat? Is Hij niet onze Vader en zullen Zijne handelingen niet altijd het best en verstandigst voor ons zijn? Zullen wij Hem niet ten volle vertrouwen en ons niet langer beangstigen over iets, dat we aan Hem hebben toevertrouwd? Is angst niet twijfel? En is twijfel niet zonde? We geven onzen weg aan den Heere over, vertrouwend op Hem, en hebben vrede.

Het eenige, waar wij mede te maken hebben, is onze plicht. God zal schoone patronen in het weefsel weven, tenzij wij het door onze dwaasheden en zonden bederven. Maar wij moeten hem niet haasten. Zijne ontwerpen zijn soms zeer uitgebreid; ons ongeduld zou die kunnen bederven, zoowel als onze zonden. De knoppen van Zijne voornemens moeten niet ontijdig met geweld geopend worden. Wij moeten wachten tot Zijne vingers ze ontplooien.

Als een bloemkelk ontvouwt zich elk raadsbesluit Gods.

Dat hij zelf zich ontplooi'! Euk de bladen niet los!

Want de tijd komt, dat ze allen als kelken van goud

Zullen blinken en schitteren in eeuwigen glans.

Na de zorgen der aarde betreedt eens uw voet

Gods eeuw'ge gewesten van leven en licht!

Dan zult ge 'tbegrijpen, dan zult ge 't verstaan;

„Hij wist het 'tbest, 'tkon niet beter gedaan!quot;

ocr page 61

VI.

KIJKJES VAN UIT 's LEVENS VENSTERS.

1^] iemand kan een uur lang het thema der onsterfe-^ lijkheid bepeinzen zonder den gloed van een beter, hooger leven in zich te voelen ontwaken. In onze meer prozaïsche gemoedsstemmingen zijn wij als menschen, opgesloten in een nauwe cel. In die oogen-blikken zien wij niets dan het kleine stukje stoffigen grond onder onze voeten en de troostelooze koude der ons omringende muren. Ons geheele zijn is ingenomen door het nauwe kringetje onzer plichten. De last drukt zwaar, de droefheid stort bittere tranen in onzen beker, onze hoop is vernietigd; of we hebben onze kortstondige vreugde, we zien het welslagen onzer plannen, en spelen met het leven als kinderen.

Nu en dan krijgen we een vermoeden van het bestaan van een uitgestrekter, heerlijker wereld buiten onze muren, zich ver uitstrekkend voorbij den kleinen cirkel waarin wij ons bewegen. Flauwe stemmen schijnen van uit de verte tot ons te komen. Of er zijn schemeringen als van een herinnering, gelijk de ingebeelde glans van een voorbijgegaan en vergeten leven, dat voor onze oogen opdoemt in verhevener stemmingen, In deze zeldzame oogenblikken schijnen

ocr page 62

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

wij de beteekenis te verwezenlijken van de grootsche gedachte des dichters:

De dag, die ons het aanzijn schonk,

Als 't levenslicht ons tegenblonk,

Was geenszins de eerste van ons leven;

De ziel toch komt uit and're dreven.

Zij is een straal van 't Goddelijk licht,

En blijft bestaan, waar 'tlichaam zwicht; En blijft, wat ook tot stof moog keeren,

Voor eeuwig 't eigendom des Heeren.

Maar voor de meesten onzer, opgaand in dit aardsche leven, zijn dit slechts louter vermoedens, onverstaanbaar gefluister, op droomen gelijkende ingevingen. Wij gaan voort, levend in onze bekrompen sfeer, gedrukt door de eng beperkte grenzen, onze vermogens en talenten in hun groei gestuit door haar somberheid.

Hebt ge ooit een wenteltrap in een of ander groot monument of toren beklommen? Bij tusschenpoozen bereiktet ge onder 't stijgen een smal raam, dat eenig licht liet doorschemeren, en waardoor ge, bij het uitkijken, een glimp zag van een schoone, heerlijke wereld, zich wijd uitstrekkend buiten dien donkeren toren. Gij aanschouwdet groene weiden, prachtige, tuinen, schilderachtige landschappen, stroomen glinsterend als vloeiend zilver in den zonneschijn; ginder de blauwe zee en ver weg aan den anderen kant, de schaduwachtige vormen van reusachtige gebergten. Hoe klein, hoe donker, hoe arm en troosteloos schenen

48

ocr page 63

KIJKJES VAN UIT 'S LEVENS VENSTERS.

de nauwe, ingesloten grenzen van de trap U toe, als ge staardet op dat onbegrensd vergezicht, dat zich van uit Uw raam opdeed aan Uwe oogen!

Het leven op deze aarde is gelijk aan de beklimming van zulk een toren. Maar terwijl wij vermoeid en afgemat de steile donkere trap bestijgen, ligt daar buiten de dikke muren een heerlijke wereld, die reikt tot ver in de eeuwigheid, vol van pracht en van de zeldzaamste dingen van Gods liefde. Gedachten over onsterfelijkheid zijn, als zij tot ons komen, smalle vensters, waardoor we een kijkje hebben op de einde-looze uitgestrektheid van ons leven na dit verwarrend, verbrokkeld aardsch bestaan.

De leer van de opstanding is een van deze vensters. Het opent ons een vergezicht, dat tot ver over het graf reikt. De dood is niet meer dan een voorval, een ervaring, een bijkomend iets op den weg. Zelfs het graf, dat al het levenslicht schijnbaar uitdooft, is slechts een vertrek, waar wij ons zullen ontdoen van de zwakheden, sporen en onvolmaaktheden van het sterfelijke en overkleed worden met de heilige, smette-looze kleeding der onsterfelijkheid. Aldus slapen wij des nachts, en de slaap gelijkt den dood; maar des morgens ontwaken wij. Ons leven is ongedeerd, het is heerlijker, voller, frisscher, krachtiger geworden. De winter nadert en de bladeren vallen, de bloemen verwelken, de planten sterven en de sneeuw hult de aarde in een doodswade. Maar de lente verschijnt weer, en de knoppen zwellen en barsten opnieuw, de bloemen verheffen hare hoofden en het gras schiet

4

49

ocr page 64

50 HEILIGING VAX DEN WERKDAG.

weer op. Van uit de sneeuwhoopen komen de zachtste, teerste vormen des levens frisch en geurend te voorschijn, alsof ze in broeikassen gekoesterd waren. De natuur rijst van uit het wintergraf in nieuwe schoonheid en weelderigheid. In stede van de dorre bladen, de verwelkte schoonheid en de uitgeputte krachten van den herfst, vertoont zich nu al de pracht van een nieuwe schepping. Ieder blad is groen, iedere porie vloeit over van levenssap en iedere bloem vervult de lucht met de zoetste geuren.

Het graf is alleen de winter des levens, van welks duisternis en ijskoude wij in ongerepte schoonheid uitgaan. Als wij dan na die vreemde ervaring opnieuw uit het venster kijken, zien we het leven zich voortzetten, omvangrijker, dieper en voller worden.

Als wij ons persoonlijk bewust worden van de waarheid van het onsterfelijk voortbestaan, opent zich een wondervol vergezicht. Het verleent nieuwe glorie aan het leven, en verschaft ons een der krachtigste beweegredenen voor een verheven leven.

De zwakheid van de meeste levens, zelfs van de meeste Christelijke levens, vindt haar oorsprong in de afwezigheid dezer beweegredenen. Want hoe krachtig wij ons ook vastklemmen aan de waarheid der onsterfelijkheid als een geloofsovertuiging, in slechts zeer weinig levens wordt dit geloof tot een bezielende kracht, een machtige, alles overheerschemie, gebiedende overtuiging. Hoe zouden onze gedachtenkring, al onze plannen, onze hoop, onze opvattingen zich verruimen, indien de muren, die dit leven scheiden van het leven

ocr page 65

KIJKJES VAN UIT 'S LEVENS VENSTERS.

hiernamaals, geslecht werden en onze oogen het ons wachtend bestaan, zich uitstrekkend tot in eeuwigheid, even werkelijk, persoonlijk, belangrijk aan gene zijde van het graf als aan deze zijde konden aanschouwen! Hoe zou het ons leven verheffen, veredelen, bezielen, opwekken en verwijden, als we ons voortdurend van de waarheid onzer persoonlijke onsterfelijkheid even levendig en werkelijk bewust waren als van den dag van morgen.

Het graf zou dan niet het einde van alles zijn, behalve van de sterfelijkheid, en van de zonde, de lasten en zwakheden, die tot den aardschen staat behooren. Het zou noch onze plannen vernietigen, noch iets afsnijden. Indien we het leven slechts beschouwen als een nauw tooneel, begrensd door het gordijn dat bij den dood neervalt, en dan eindigt voor altijd, hoe arm, klein en beperkt schijnt dat het bestaan! Dan kunnen wij geen plannen maken, die meer tijd eischen voor hunne voltooiing dan onzen korten aardschen dag. We kunnen geen werk op touw zetten, dat niet voltooid kan zijn voor het einde komt. We mogen geen blijdschap maken, die ons zou vergezellen in het leven hiernamaals. Geen zaad mag door ons gezaaid worden, dat niet aan deze zijde van het graf tot rijpheid zal komen. Onze ziel mag niet trillen van hoop en verlangens, die pas bevrediging erlangen na de schaduwen des doods. Maar welk een verschil als wij dien sluier wegrukken! De toekomst doet zich even duidelijk en werkelijk voor ons gezicht op, als deze kleine tegenwoordige tijd. Dan kunnen we een

51

ocr page 66

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

arbeid beginnen, voor welks voleinding duizenden jaren noodig zijn. Niets dringt ons tot haast, want eene eeuwigheid strekt zich voor ons uit om te arbeiden. Wij kunnen zaad uitstrooien, waarvan we weten, dat het eerst na vele eeuwen ingezameld kan worden. Wij kunnen opofferingen, ongemakken en afmattingen doorstaan, die in deze wereld geen vergoeding of belooning met zich brengen, daar wij weten dat in de eindelooze toekomst, waarin geen tijd meer zal zijn, ons een heerlijke vergelding wacht.

Het leven mag hier eene mislukking schijnen, als de lelie te pletter getreden onder den ijzeren hiel van onrecht en zonde, door het slijk gesleurd, vertrapt, uiteengerukt. Toch kan de uitkomst glorierijk zijn. Vele van de meest oprechte en beste kinderen Gods kennen niets dan nederlagen in deze wereld. Altijd worden ze teruggeslagen en tegen den grond geworpen. Hunne lasten zijn voor hen te zwaar om te dragen, zij worden overstelpt met zorgen. De vijandschap der wereld werpt hen ter aarde. Ze zijn niet wijs in de dingen dezer wereld; en terwijl anderen hun voorbij streven en aardsche lauweren behalen, leven zij vergeten, verdrukt, bedrogen, verongelijkt, en liggen begraven in het duister, dat een mislukt leven omhult. Als het uitzicht niet verder reikte dan het naakte, koude vertrek, waarin deze rampspoedigen den laat-sten adem hebben uitgeblazen, zouden we tranen van medelijden storten over hun treurige levensgeschiedenis vol nederlagen. Maar als het gordijn wordt weggeschoven en we millioenen jaren van bestaan voor hen

52

ocr page 67

KIJKJES VAN UIT 's LEVENS VENSTERS.

aan gene zijde van het graf zien weggelegd, dan wisschen wij de tranen van de oogen. Daar zal voor hen tijd genoeg zijn om het mislukken van 't aardsche leven te herstellen. Door de genade en liefde van Christus zal het te gronde gerichte Christelijk leven, dat in 't duister verdwijnt, hier krachtig en schoon weder opgewekt worden, en in de vele eeuwen na den dood de hoop verwezenlijken, die in deze wereld volkomen scheen vernietigd.

Inderdaad het kan zijn dat zij die hier zijn mislukt, zooals de menschen zeggen, juist degenen zijn, die in het toekomende leven de schoonste triomfen vieren, indien ze hunne kleederen onbevlekt bewaard hebben te midden van den worstelstrijd en de moeiten en en zorgen. Men heeft gezegd dat waarschijnlijk de hemel de plaats is voor hen, die hier op aard schipbreuk leden.

Zeer zeker, wordt voor den Christen de bitterheid van de aardsche nederlaag weggenomen door de verwezenlijking van de waarheid der onsterfelijkheid. Zoowel voor de zegepraal als voor het meest schitterend welslagen zal in de oneindige eeuwigheid tijd genoeg zijn.

Er worden levens afgesneden voor zij hier hun talenten hadden kunnen ontwikkelen. Veel beloofden ze te geven. Liefhebbende vrienden zijn vervuld met de grootheid en heerlijkheid, die ze voor hen zien weggelegd. Dan, plotseling worden ze neergeveld, voor nog hun zon ter middaghoogte is gerezen. De knop had geen tijd om zich in zijne volle schoonheid te openen;

53

ocr page 68

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

te kort duurde de zomer van zijn aardsche bestaan. Hij wordt weggedragen en houdt nog in de gesloten bloemkelk al de kiemen van talenten, schoonheid en leven besloten. De droefheid stort bittere tranen bij die schijnbaar verwelkte hoop, en houwt de zinnebeelden dier onvolledigheid in het marmer uit; en toch, nu het licht der onsterfelijkheid het graf bestraalt, wat hindert het nu, dat de knop zich hier op aarde niet opende en zich in voller schoonheid niet ontplooide? In de lange zomerdagen, die in den hemel ons wachten, zal tijd genoeg zijn voor elk leven om zich in alle liefelijkheid en glorie te ontwikkelen. Geen hoop, overgebracht in de onsterfelijke jaren, verwelkt. Geen leven is onvolledig, omdat het te spoedig afgesneden werd, om, grootsch \'an vorm en beladen met zeldzame vruchten, te rijpen in deze aardsche woning: want de dood komt niet tot den Christen als een verdelger. Hij dooft geen glans. Hij wischt geen schoonheid uit. Hij verlamt geen kracht. Hij doet knop noch kiem verwelken. Hij neemt alleen uit het leven het doffe, aardsche, ondoorschijnende weg, al wat bedorven en sterfelijk is, en maakt het rein, schitterend en heerlijk.

Het hemelsche licht prijkt in eeuwige glansen; De sombere schaduw der aarde smelt weg. —

G-elijk 't bouwwerk, getooid in veelkleurige tinten,

Voor onze oogen de reinheid des hemels besmet, Zoo bevlekt ook het leven met donkere kleuren Voor ons oog vaak de reinheid van 't Eeuwig Verschiet. Maar eens komt de dood en vernietigt het leven, En verbreekt en verbrijzelt de boeien des grafs.

54

ocr page 69

KIJKJES VAN UIT 'S LEVENS VENSTERS. 56

De dood vernietigt de grenzen, slecht de muren, stoot de korst der sterfelijkheid te pletter, lost de vlekken op en dan ontplooit zich het leven tot volmaakte vrijheid, volheid, vreugde en kracht. De verplaatsing van een Christelijk leven van de aarde naar den hemel is als de overplanting van een teere plant uit een kouden tuin in Noordelijke gewesten, waar zij in groei wordt belet en verwelkt, naar een tropische streek, waar zij weelderig opgroeit en schittert van zeldzame pracht.

Er behoorde een wondervol vertroostende kracht van de werkelijkheid der onsterfelijkheid uit te gaan voor hen, die hier de last van zwakheid, ziekte of mismaaktheid torsen; en er zijn zoodanigen. Vele schoone lichamen worden verteerd door krankheden; zij wankelen onder 's levens lichtste last. Dan zijn er velen die lichamelijke gebreken hebben en de ouderdom komt, ook voor de sterksten en schoonsten, steelt de krachten weg, raakt de schoonheid aan en ze verdwijnt. Maar het lichaam der opstanding zal voor eeuwig vrij zijn van ziekte en smarten. Daar zullen geen afgeleefden voor den tijd, geen gebogen gestalten, geen bleeke wangen zijn, noch verval, noch verwoesting. Hoe heerlijk voor de ouden van dagen te weten, dat zij hunne lichamen zullen terug ontvangen, de teekenen van den ouderdom uitgewischt, en dat zij het leven opnieuw zullen beginnen in al den glans eener onsterfelijke jeugd! Ik geloof dat het Swedenborg is, die zegt, dat in den hemel de oudste engelen de jongsten zijn. Een diepe waarheid ligt hierin opgesloten.

ocr page 70

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Niet alleen dat de ouderdom geen teekenen of sporen van verwoesting nalaat; maar het onsterfelijke leven is eerder een altijd durende voortgang naar jeugd en frischheid van bestaan, eerder dan naar den ouderdom en het verval.

De waarheid der onsterfelijkheid moet nog een anderen invloed hebben op het leven, dat daar inderdaad van doordrongen is. Deze toont zich in de uiterste inspanning der beste krachten en alle bekwaamheden. Als er op dit kortstondig bestaan geen verder leven volgde, waarom zouden wij ons zelf verloochenen en onze krachten verspillen in het dienen van anderen? Waarom zouden we onze rust en gemakken opofferen ter wille van gevallenen en onwaardigen? Hoe koud en hard schijnt elke plicht zonder deze beweegreden! Maar als de waarheid der onsterfelijkheid tot ons komt, haar licht Iaat vallen op deze onaangename plichten, welk een vriendelijke glans bestraalt hen dan! De zekerheid van een hiernamaals, schitterend van vreugde en vergelding, verleent eene wondervolle bezieling. Het hindert niet, dat er, als wij ons vermoeien en opofferen, geen zichtbare uitkomst is; dat het woord, dat we spreken, in de vergetelheid schijnt weg te vloeien; dat de indruk, dien wij op een leven wenschen te weeg te brengen, verdwijnt, terwijl wij er op staren. In de lange jaren, die ons nog wachten, zullen wij ergens bemerken, dat zelfs de geringste daad verricht voor Christus, het zachtst gefluisterde woord of de lichtste aanraking, niet is vergeesch geweest. Wij verrichten, in den hoogsten zin — hooger dan de

56

ocr page 71

KIJKJES VAN UIT 's LEVENS VENSTERS. 57

kunstenaar der oudheid ooit droomde — werk voor de eeuwigheid. Op een waarder en dieper wijze dan .s wij ooit vermoeden en na ontelbare, ver verwijderde

eeuwen zullen we onze liederen van het begin tot het einde terugvinden in de harten onzer vrienden. Als de kunstenaar bij fresco schilderingen zijne kleuren oplegt, zinken zij weg en laten geen spoor na, maar eensklaps komen ze weer op in volle schoonheid. Zoo raken wij heden een leven aan en wij kunnen niet waarnemen dat er indruk achter blijft. Zelfs de herinnering er van schijnt uitgewischt, maar de eeuwigheid zal het openbaren. De schitterend gekleurde wolken in het westen verliezen hun glans terwijl ge er naar kijkt; maar het werk gedaan aan een menschen-ziel zal schijnen in onverbleekten glans, blinkend tot in eeuwigheid.

De kijkjes, die wij dus krijgen door de smalle, doffe vensters in de muren van ons aardsch leven, behoorden een nieuwe beteekenis aan ons bestaan hier en aan al onze vermenigvuldigde betrekkingen tot de buitenwereld te geven. Met de onsterfelijkheid tot leidstar moesten onze kortstondige jaren op de aarde gekenmerkt worden door ernst, eerbied, liefde en getrouwheid. Spoedig zullen wij ons losmaken uit onzen nauwen cirkel en de onbegrenste velden doorkruisen, waarop , we nu maar een kort oogenblik van uit de verte een

' blik slaan. Maar het zal een zegen zijn als we reeds

hier iets van de persoonlijke bewustheid van onze onsterfelijkheid, met haar onbeperkt bezit, in ons hart ontvangen, en in onze zielen iets gevoelen van de kracht, die uitgaat van een eindeloos leven.

ocr page 72

VII.

HET HUWELIJKSALTAAR, EN DAARNA.

\ 11e toebereidselen zijn ten laatste gereed. De uitzet van de bruid is voltooid. De dag is bepaald. De annonces zijn verzonden. Het uur breekt aan. Twee gelukkige jonge harten trillen van liefde en geluk. Een schitterend gezelschap, muziek, bloemen, een plechtig stilzwijgen als het gelukkige paar het altaar nadert, het ineenleggen der handen, de wederzij dsche antwoorden en beloften, het wisselen der ringen, ten slotte de bindende woorden; „Wat God samengevoegd heeft, scheide de mensch nietquot;, het gebed en de zegen, — en deze twee zijn tot één vleesch. Dan volgen tranen en gelukwenschingen, een haastig vaarwel, een huwelijksreis en een nieuw barkje bevracht met hoop glijdt over de zee. God geve dat het nooit stoote op een verborgen klip en te gronde ga!

Het huwelijk gelijkt in vele opzichten op het in overeenstemming brengen van twee muziekinstrumenten. Het eerste is ze op denzelfden toon te stemmen. Voor den aanvang van een concert hoort ge de deelnemers verschillende accoorden aanslaan en hunne muziekinstrumenten stemmen, tot zij ten laatste volkomen overeenstemmen. Dan komen ze op en spelen een

ocr page 73

HET HUWELIJKSALTAAR, EN DAAENA. 59

zeldzaam stuk zonder een valsch accoord of wanklank in eenig gedeelte.

Nooit bevinden zich twee levens, hoe volkomen hun vroegere bekendheid geweest moge zijn, hoe lang ze zich samen in de maatschappij hebben bewogen, of hoe nauw ze verbonden waren door de toenemende vriendschap, volkomen in harmonie op hun huwelijksdag. Het is dan pas als dat geheimnisvolle tot één worden na het huwelijk aanvangt, dat elk zooveel in den ander ontdekt, dat nooit te voren aan het licht was gekomen. Schoonheden en uitnemendheden ver-toonen zich, die nooit te voren in de dagen van intiemen omgang, zelfs voor het partijdig oog der liefde, zich hadden ontsluierd. Daar zijn eigenaardigheden, wier bestaan onbekend bleek tot ze zich openbaarden binnen den sluier van den echtelijken tempel. Daar vertoonen zich onbestaanbaarheden, van wier daarzijn men niet het minste begrip had eer ze door de wrijving van het huiselijk leven in 't oog sprongen. Karakterfouten en kwade gewoonten, nooit vermoed door een van beiden, doen zich kennen.

Vóór het huwelijk doen de jongelieden zich op't best voor. Zij stellen hunne zwakheden niet ten toon. Zelfzucht wordt verborgen onder een gewaad van hoffelijkheid en galanterie. Ieder vergeet zich zeifin romantische toewijding aan den ander. De stem wordt verzacht, de liefde doet haar zelfs teeder trillen. De muziekaccoorden vloeien in heiligen rhytmus, verzacht door de teerheid der liefde. Alles wat een ongun-stigen indruk zou maken wordt achter slot gezet.

ocr page 74

HEILIGIKG VAN DEN WERKDAG.

Zoo stemmen de twee jonge levens samen tot eene harmonie van meer dan gewone liefelijkheid, niet afgebroken door één valsch accoord.

Het huwelijk is een diep mysterie. „Deze twee zullen tot één vleesch zijnquot; heeft niet slechts eene figuurlijke beteekenis. Jaren van nauwe, onbeperkte gemeenzaamheid brengt de levens direct tot elkaar; maar daar is toch een scheidsmuur die het huwelijk verbreekt. De twee levens worden tot één. Elk opent iedere hoek, ieder vertrek voor den ander. Daar is een wederzijdsche ineenvloeiing, het eene leven over-stortend in het andere leven. Het kan zijn dat er van weerskanten niet de minste bedoeling geweest is om elkander in het geringste te bedriegen of de kleinste zwakheid te vervullen. Maar de onthulling kon, volgens de ware natuur der dingen, niet volkomener geweest zijn. Ieder stond in de vestibule van een huis of zat in het salon, zonder ooit een ander vertrek te betreden. Nu zijn alle deuren opengeworpen en vele tot nog toe niet vermoede dingen gezien.

Al te dikwijls wordt alle bedwang afgeschud zoodra de huwelijksketen is vastgesmeed. Geen poging wordt langer gedaan om het slechte humeur en kwade neigingen te bedwingen. Het teere masker der beleefdheid wordt afgerukt, en menige ruwheid komt te voorschijn. Het schijnt niet langer noodig met de oude bedachtzaamheid verder te gaan. Zelfzucht begint zich op den voorgrond te plaatsen. De zoete lieftalligheid van den verlovingstijd heeft afgedaan, en het gevolg is, dat zij diep ongelukkig zijn. Menige jonge

60

ocr page 75

HET HUWELIJKSALTAAR, EN DAAKKA.

vrouw heeft zich reeds verscheiden malen ziek geschreid voor ze een jaar getrouwd is, en wenscht zich terug in de onbezorgde, vroolijke woning harer jeugd. Dikwijls gevoelen de beide jonggetrouwden zich ontmoedigd, en vreezen in hun hart, dat ze een misslag hebben begaan.

En toch is er werkelijk nog geen reden voor ontmoediging. Het huwelijk kan nog gelukkig worden. Alleen een groot en verstandig geduld is daarvoor noodig. De twee levens moeten slechts in harmonie gebracht worden, en de schoonste liefdesmuziek zal aan twee harten vol liefelijke eenstemmigheid ontlokt worden. Maar verscheidene regels moeten daarvoor onthouden en nagekomen worden.

Waarom, bijvoorbeeld, zou een van beiden, nadat het huwelijk gesloten is, dadelijk alle liefelijke hoffelijkheden en kleine innemende lieftalligheden der verlovingsdagen terzijde stellen? Waarom zou een man, den geheelen dag, beleefd zijn tegen ieder dien hij ontmoet — zelfs tegen den jongsten winkelbediende en den laarzenpoetser of krantenjongen op straat — en minder beleefd zijn tegen haar, die hem aan zijn huisdeur opwacht met een smeekend hart, hongerend naar woorden van liefde? Als alles hem dien dag is tegengeloopen, waarom zou hij zijn gemelijke stemming mee naar huis nemen, om de vreugde te bannen uit het liefhebbend hart zijner vrouw? Of waarom zou de vrouw, die, als haar verloofde kwam, straalde van glimlachjes, schoonheid en elegantie, haar echtgenoot tegemoet treden met slordig opgemaakt haar, een japon

61

ocr page 76

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

vol vletken, onachtzame manieren en het gezicht een en al rimpel? Waarom zou men niet vastbesloten voortgaan met de oude beleefdheid en den wederzij d-schen wensch om te behagen, die den verlovingstijd zoo innig maakte ?

Vervolgens moet de liefde opgeheven worden uit de lagere gewesten der hartstochten en zinnen en vergeestelijkt worden. Er moest een omgang zijn, die de meer verheven levensthema's raakte. Vele paren zijn slechts in een of twee opzichten gehuwd. Hunne naturen kennen slechts de lagere vormen van genoegen en gemeenschap. Zij beraadslagen niet dan over aardsche zaken. Geestelijke gemeenschap is er niet. Zij lezen noch spreken samen ooit over verheven onderwerpen. Daar is geen wisselwerking van geest met geest; zij zijn dood voor elkaar op hooger gebied. Nog minder paren zijn getrouwd in hun hoogste, hun geestelijke natuur. Het aantal is klein van hen, die te zamen beraadslagen de dingen belangende God, de heiligste belangen der ziel en de wezenlijkheid der onsterfelijkheid. Geen huwelijk is volkomen, dat de verbonden levens niet vereenigt en ineensmelt op ieder punt. Man en vrouw behoorden zoo één te zijn in hun geheele natuur. Dit sluit in, dat zij samen moesten lezen en studeeren, denzelfden gedachtengang hebben, en elkander verder helpen op den weg der hoogere, geestelijke beschaving. Het sluit verder in, dat ze samen God moesten aanbidden, gemeenschap oefenen met elkander op de heiligste punten, leven en hoop betreffende. Samen moesten zij neerknielen

62

ocr page 77

HET HÜWELIJKSALTAAE, EN DAARNA. 63

in het gebed en samen werken met een voorsmaak van dezelfde gezegende woning, die hen wacht na dit leven vol afmatting en zorg. Ik heb geen begrip van een eerlijk en volmaakt huwelijk, welks vreugde niet ligt in het toekomende leven.

Volkomen, wederzij dsch vertrouwen is een van de bestanddeelen in ieder volledig huwelijk. Man en vrouw moeten één leven leven, deelend al elkanders zorgen, blijdschap, droefheid en hoop. Daar behoort niets verborgens in het leven van een van beiden te zijn, dat voor den ander niet open ligt. Het oogenblik, dat de man begint zijn vrouw te sluiten buiteneenig hoofdstuk van zijn dagelijksch leven, bevindt hij zich in gevaar; en op dezelfde wijze behoort haargeheele leven voor hem een geopend boek te zijn. Daar moest een ineenvloeiing zijn van hart en ziel in nauwe gemeenschap en volkomen vertrouwen. Geen wanklank kan ooit in ontstemming eindigen bij zulk een weder-zijdsch inleven in elkaar en zulk een samenstemming der zielen.

Nog eens herhaal ik, geen derde moet ooit gevoerd worden in dit heilige der heiligen. Het komt er niet op aan wie het is — de zachtste, liefste, verstandigste moeder, de meest reine, trouwe, liefhebbende zuster, de beste, edelste vriend — niemand dan God mag ooit ingeleid worden in het allergeringste van het intieme, gewijde huwelijksleven, dat deze twee leven. Dit is een van die betrekkingen, waar ieder vreemde, £»,1 is hij de boezem vriend van der jeugd af aan, moet buitengehouden worden. Iedere vreemde aanraking laat ongetwijfeld een vlek na.

ocr page 78

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Daar zijn zekere invloeden, die al de warmte en teerheid, noodig om het huwelijk gelukkig te maken, te voorschijn roepen. Als de een ziek is, hoe zacht en bedachtzaam maakt dit den andere! Geen behoefte of verlangen wordt onvervuld gelaten. Al de toegenegenheden des harten — misschien lang ingesluimerd — ontwaakt, en wordt bedacht op de vriendelijkste dienstbetooningen. Geen enkele dienst wordt nu beschouwd als last of uitgevoerd met eenig blijk van tegenzin. Nu geen blik of beweging van ongeduld. Liefde spreekt uit ieder woord, iederen blik en handeling. In het geheele optreden ligt eene onuitsprekelijke teederheid opgesloten. Zelfs de koudste natuur wordt medelijdend in het ziekenvertrek, en de ruwste, onaangenaamste manieren gaan over in zachtheid en hartelijkheid, als lijden den geliefde treft. Of laat de dood een van beiden opeischen, — en al de heiligste, teerste en liefelijkste gevoelens zullen in het hart van den ander worden opgewekt! Als de doode weer tot het leven kon teruggeroepen en het huwelijksleven hervat, zou het niet duizendmaal gelukkiger zijn dan immer te voren? Zou er iets van het vorige ongeduld, de vorige zelfzucht zijn overgebleven? Zou niet in plaats daarvan de volste sympatie, de grootste verdraagzaamheid, de warmste mededeeling van de vriendelijkste gevoelens des harten op den voorgrond treden?

En waarom kan van dag tot dag het huwelijksleven niet geleefd worden onder de macht van dien wonder-vollen invloed? Waarom gewacht tot het lijden van dengene, dien wij liefhebben, de teederheid in ons hart

64

ocr page 79

HET HÜWELIJKSALTAAE, EN DAABNA.

doet ontdooien, de ijzige koude van onverschilligheid en verwaarloozing doet smelten en de zomervruchten der liefde in ons doet rijpen? Waarom gewacht tot de dood komt om de schoonheid te openbaren van het eenvoudige, trouwhartige leven, dat naast ons voortgaat, en de waarde van de zegeningen, die het voor ons ontvouwde? Waarom zouden wij de heerlijkheid en lieflijkheid der liefde dan eerst leeren waardeeren en loven, als ze van uit ons gezicht verdwijnt? Zeer treurig — en toch waar — klaagt het lied:

Voorbij is de tijd dan der minnende liefde!

De zalige tijd onzer liefde is voorbij!

Ach waarom alleen als zij hemelwaarts stijgen,

Wordt der Engelen wiekslag door menschen herkend?

Een geruisch als van vleug'len omringt ons gestadig.... Dat het Engelen zijn, — dat dringt niet tot ons door! En te laat kwam de stonde van 'tzoete herkennen, Want het was, als voor 't laatste weerklonk in ons oor!

Maar waarom moet de ledige stoel ons het eerst de werkelijke waarde ontdekken van hen, die zoo dicht naast ons hebben gewandeld? Moet droefheid over ons verlies dan juist de eerste invloed zijn, die uit onze harten de teederheid en rijkdommen van vriendelijke zelfverloochening te voorschijn brengt, die er al dien tijd in lagen opgesloten? Neen, het is het huwelijksleven, dat al die rijkste, trouwste, teederste, meest bezielende en meest heilrijke gevoelens moest

5

65

ocr page 80

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

opwekken. Dit is het ware ideaal van een Christelijk huwelijk. Die liefde moet zijn als de liefde van Christus en Zijne Kerk. Niet op de foltering van het lijden noch op de felle smart der scheiding moet gewacht, om de liefde in al hare volheid ten toon te spreiden; maar het gehuwde leven moest al hare dagen en nachten verzadigen met ongestoorde liefelijkheid.

Daar zijn vele zulke huwelijken. Weinig schooner beelden van huwelijksliefde werden ooit ontsluierd dan waar de woning van Charles Kingsley van getuigde. Zijne vrouw eindigt haar gedenkschrift, overvloeiend van liefde, met deze woorden: „De buitenwereld moet hem beoordeelen als schrijver, prediker en lid der maatschappij; maar slechts zij, die hem van nabij hebben gadegeslagen in den innigen heerlijken omgang van het dagelijksch leven, kunnen getuigen wat hij was als echtgenootquot;. Over den echten roman van zijn leven en over de teerste, lieflijkste passages van zijn particuliere brieven werpen wij een tluier; toch lichten we dien niet te ver op, indien we zeggen, dat als een liefde, die de hoogste, de intiemste van alle aardsche betrekkingen gold, die nooit verminderde — rein, geduldig, vurig — gedurende zes en dertig jaar, een liefde die nimmer van haar verheven standpunt afdaalde tot een haastig woord, een ongeduldige beweging of een zelfzuchtige daad, in ziekte of in gezondheid, in zonneschijn en storm, bij dag en bij nacht, — als zulk een liefde liet bewijs kan leveren, dat de eeuw der ridderlijkheid nog niet voor altijd voorbij is, dat dan Kingsley voldeed aan het ideaal van

66

ocr page 81

HKT HUWEL1JKSALTAAK, EN DAARNA.

67

„een waar en volmaakt ridderquot; voor die uitverkoren vrouw, gezegend met zulk een liefde voor tijd en eeuwigheid. Voor eeuwigheid, want zulke liefde is eeuwig, en zij is niet dood. Hij zelf de man, de minnaar, echtgenoot, vader, vriend — hij leeft in God, een God niet der dooden, maar der levenden. En waarom zou niet ieder huwelijk in Christus, al wat in bovenstaande schildering ligt opgesloten verwezenlijken? Het is mogelijk; en toch zijn slechts edele mannen en vrouwen, met de meest ware inzichten over het huwelijk en bezield met de heiligste liefde, in staat dit beeld te verwezenlijken.

ocr page 82

VIII.

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

Welzalig 'thuis, o Heiland onzer zielen!

Waar Gij de vreugd, waar Gij de vriend van zijt;

Waar allen saam voor God als Vader knielen,

En aan Zijn dienst zich ieder heeft gewijd!

Waar aller oog blijft aan Uw wenken hangen!

Waar aller hart voor U van liefde slaat;

Waar aller mond U groot maakt met gezangen;

Waar aller voet op Uwe wegen gaat.

eel is gezegd en geschreven over godsdienst in het huisgezin, en toch is bet mogelijk, dat er niet altijd een duidelijke opvatting van de beteekenis dezer uitdrukking is. Dikwijls wordt ondersteld dat die eisch volkomen vervuld wordt als de huiselijke godsdienstoefeningen geregeld onderhouden worden. Dit is van het grootste belang. Huiselijke godsdienst sluit zeer zeker dagelijkschen eeredienst van 't huisgezin in. Ik kan niet gelooven, dat eenig huisgezin, dat de dagelijksche godsdienstoefening nalaat of verwaarloost, het ware ideaal verwezenlijkt of de rijkste zegeningen des Hemels op zich ziet uitgestort. God zegent en behoedt het gezin, dat Hem eert. Het gebed weeft

ocr page 83

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

een dak van liefde boven het huis, en bouwt een beschermenden muur er om heen.

Zeer zeker vordert de goedheid van een zorgende Voorzienigheid, ontvangen dag op ;dag in onverbroken voortgang, eenige dankbare erkenning en lof. Is het dan niet gevaarlijk voor de leden van het huisgezin 's morgens uiteen te gaan, zich begevend daar waar hunne plichten en verantwoordelijkheden hen roepen, in gevaren en verzoekingen, mogelijk beproevingen tegemoet, zonder eerst het geleide, de bescherming en hulp des Hemels te hebben ingeroepen? Daar bestaat gegronde reden om te vreezen dat in vele gezinnen de huiselijke godsdienstoefening verwaarloosd wordt; en dat bij dat rusteloos voortjagen en de overprikkeling, die deze onrustvolle tijden kenmerkt, deze ver-waarloozing meer en meer algemeen wordt. Hoe kunnen wij verwachten dat Gods zegen rust op ons huis, indien wij Zijn naam niet aanroepen? Is het wonder, dat er droefheid heerscht over de afdwalingen der kinderen in de gezinnen, waar geen familiealtaar is God ter eere?

Er ligt in het dagelijksch samenkomen van de huis-genooten tot het gebed een wonderbare opvoedende kracht. Waar gedurende de kindsche en jongelingsjaren dit geregeld tot een gewoonte is geworden, zal de invloed op het leven van dien aard zijn, dat die nooit geheel kan worden uitgewischt. En het mag ernstig afgevraagd worden, op welke andere wijze en door welke andere middelen kinderen zoo vast kunnen worden

„met keet'neu van goud aan Gods voetbank gesmeedquot;.

69

ocr page 84

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

De herinnering aan die lang vergeten huiselijke gebeden, weder ontwaakt jaren en jaren nadat de muren der ouderlijke woning zijn tot puin geworden, en de zoo geliefde, bekende stemmen hebben opgehouden te getuigen, leiden menigen zwerveling terug aan Gods voeten.

Er is niets, dat het familieleven zoo lieflijk maakt. Ware huiselijke eeredienst is een fontein, die stroomen van heilige invloeden in ieder deel van het huisgezin doet opwellen. Hij is een vaas gevuld met reukwerk, dat over alles zijne lieflijke geuren uitstort. Hij verzacht de scherpheden. Hij verelfent de geschillen. Hij onderdrukt de kwade hartstochten. Harten, iederen dag bijeengebracht aan de voetbank van God, kunnen niet zeer ver uiteengaan. De kleine geschillen van den dag zijn vergeten als allen samenstemmen in een zelfde hemelsch lied. Als de teedere woorden vol bezieling met hun liefderijken raad van de lippen van den huisvader vloeien, verdwijnt alle gevoel van onvriendelijkheid. Het familiealtaar, in het nidden van het gezin opgericht, geeft een wondervolle wijding en lieflijkheid aan de huiselijke gemeenschap. Bovendien vervult het alle harten met nieuwe kracht. Het geeft troost in droefheid. Het is een schild tegen verzoeking. Het strijkt de rimpels glad door de zorg ingegroefd. Het schenkt kracht om de lasten te dragen. Het verlevendigt elk godsdienstig gevoel en houdt de lichten brandend op het altaar van ieders hart.

De wijze waarop de godsdienstoefening van het gezin wordt geleid, is van groot belang. Zij moet

70

ocr page 85

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

71

zoo aangenaam worden gemaakt, dat zelfs de kleinste kinderen er met vreugde naar verlangen. Al te dikwijls wordt ze langwijlig, eentonig en bezwarend gemaakt. Men neemt een vasten regel aan, dien men nimmer afwisselt of waarvan men nooit afwijkt. Lange passages worden gelezen, en de opgezonden gebeden zijn niet alleen lang, maar iederen dag jaar in jaar uit hetzelfde, zonder eenige toepassing op het leven, zonder dat er op gelet wordt of de kinderen het kunnen bevatten. Er is niet één reden, waarom de huiselijke eeredienst niet de heerlijkste gemeenschapsoefening in het huiselijk leven zou zijn. Het moest een voortdurende studie zijn voor de hoofden van huisgezinnen om die aangenaam, belangrijk en nuttig te maken. Het is verraad plegen aan den waren godsdienst als men hem vervelend en onbelangrijk maakt. Het is onmogelijk meer dan een enkele wenk en aanwijzing omtrent methoden te geven. Een deel van den dienst behoorde aan de kinderen gegeven te worden. lederen dag zouden vragen gedaan kunnen worden over het gedeelte den vorigen dag gelezen; voorvallen uit het dagelijksch leven zouden ingelascht kunnen worden, om de lessen aanschouwelijk voor te stellen, en moeilijke uitdrukkingen uitgelegd. Een practische gedachte zou ten minste uit het gelezen gedeelte der Schrift gekozen en als dagtekst den verderen dag meegedragen kunnen worden. Opwekkende liederen kunnen gezongen worden. Vervolgens moet in het gebed een gedeelte voor de kleinen bestemd zijn. Soms is het goed om allen het gebed te doen volgen door het woordelijk zin

ocr page 86

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

voor zin te laten nazeggen. En allen kunnen zich vereenigen in het gebed des Heeren aan het eind. Als er zeer jonge kinderen in het gezin zijn, is het beter niet den geheelen Bijbel door te lezen naar vervolg, maar gedeelten uit te kiezen die spoedig hunne belangstelling wekken. Yoor een heilige taak, waarvan zulk een groote, goede invloed uitgaat, moet men zich op 't zorgvuldigst voorbereiden. Vooral hierop kan niet genoeg worden gewezen. Waarschijnlijk zijn er weinig plichten waarvoor zoo weinig voorbereiding inderdaad wordt gemaakt. Indien men te voren nadacht over deze zaak, behoefde de godsdienst nooit vervelend en eentonig te wezen. Het gedeelte moest niet alleen vooruit gekozen, maar bestudeerd en op enkele punten in 't bizonder de aandacht gevestigd worden, om tot practische toepassing te dienen. Een aangenaam voorval of verhaaltje moest men gereed hebben om de les in 't geheugen te prenten. Ook over het gebed moest te voren gedacht worden; het zou zelfs opgeschreven kunnen worden. Eenige minuten iederen dag gewijd aan het voorbereiden van de huiselijke godsdienstoefening, zullen dienen om haar te maken tot wat zij behoorde te zijn, de aantrekkelijkste gebeurtenis van den dag.

Maar behalve het geregelde en grondig voorbereide waarnemen van de godsdienstige plichten in het gezin, wordt er nog iets anders vereischt. Er zijn gezinnen waar de huiselijke godsdienstoefening nooit verzuimd wordt, en waar toch een volslagen afwezigheid is van godsdienst in het huisgezin, die pijnlijk aandoet.

72

ocr page 87

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

73

Godsdienst is liefde, en in een godsdienstig gezin behoort de liefde te heerschen. Liefde moet blijken uit de daden en handelwijzen; die liefde moet zich uiten in den omgang der huisgenooten onderling in duizend kleine uitdrukkingen van bedachtzaamheid, vriendelijkheid, onzelfzuchtigheid en beminnelijke beleefdheid. Er zijn huisgezinnen waar men ware, zich verloochenende liefde vindt. De leden van het gezin moeten bereid zijn hun leven te geven voor elkander. Als verdriet of lijden tot een van hen komt, wTordt aller hart bewogen en uit zich in de volste sympathie, de warmste uitdrukkingen van toegenegenheid en in dienstbetooningen vol zelfverloochening. Geen twijfel kan heerschen ten opzichte van de wezenlijkheid en de kracht van den band, die wederzijds bestaat tusschen de huisgenooten. En toch in hun dagelijkschen omgang mist men jammerlijk die tentoonspreiding van vriendelijke gevoelens, die de zoetste bekoring der liefde uitmaken. Er is gemis aan liefdevolle woorden. Man en vrouw gaan week aan week naast elkander voort, zonder een aangenaam woord te uiten misschien, maar tevens zonder een van die teedere, liefkozende uitdrukkingen, die hunne verloving zoo zonnig en schitterend maakten. En de omgang van het geheele gezin kenmerkt zich door hetzelfde gemis aan warmte en teerheid. De gesprekken loopen slechts over de meest alledaagsche onderwerpen, dikwijls zijn ze gedwongen en in vele gevallen bestaan ze slechts uit nu en dan een monosyllabe. De maaltijden worden stilzwijgend gehouden. Er heerscht een koude toon

ocr page 88

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

in het familieleven. Alle gevoel wordt op een afstand gehouden, geen vriendelijke woorden worden geuit. Zelfs de meest gewone beleefdheidsvormen worden dikwijls nagelaten. Gunsten worden gevraagd, gegeven en aangenomen zonder een van die innemende beleefdheden, die wij in den omgang met vreemden zoo zorgvuldig ten toon spreiden en die zooveel bijdragen tot het veraangenamen van dien omgang.

Droefheid treft een van de familieleden en onmiddellijk is alles veranderd. De koelheid gaat over in hartelijkheid. En dit bewijst de wezenlijkheid en de kracht van den familieband. Maar behoort de liefde dan zoo opgesloten en verscholen te worden in de verborgenste schuilhoeken van het hart, dat slechts droefheid en smart ze te voorschijn kan roepen? Moest de liefde niet voortdurend haar schoonsten zomertijd vieren in het huisgezin? Moeten juist tegenspoeden en lijden vereischt zijn, om haar volle schoonheid en lieflijkheid te doen bloeien?

Welk een wondervolle bekoring gaat er uit van het familieleven als alle leden de liefde, die hunne harten in zich hebben, uiten in vriendelijke worden en hartelijke daden, die zooveel bijdragen tot het gelukkig huiselijk leven. Er zijn zulke huisgezinnen. Zoodra ge de huisdeur binnentreedt schijnt zelfs de geheele atmosfeer vervuld met lieflijke geuren. De onderlinge omgang kenmerkt zich door een buitengewone beleefdheid. Ieder is bedacht op het gemak en het genoegen van den ander. Geen hard woord wordt gesproken. De gesprekken aan tafel zijn vroolijk, levendig en

74

ocr page 89

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

blijmoedig; geen wanklank wordt gehoord. Op niet één gezicht ligt een trek van gemelijkheid. Hier wordt de beleefdheid niet overbodig geacht. Hier worden de goede manieren niet ter zijde gesteld.

Maar daar zijn velen die beminnelijk en beleefd zijn bij vreemden, doch dit volstrekt niet zijn in de heiligheid van hun eigen gezin. Daar zijn mannen, die in de samenleving beleefd, bedachtzaam en minzaam zijn, en zoodra ze hun eigen huis betreden norsch, gemelijk en zelfs ruw worden. Er zijn dames waarvan in de gezelschapskringen de grootste bekoring uitgaat, die zich vroolijk, fonkelend van vernuft als een schitterende, lieflijke verschijning, aan het oog voordoen; nauwelijks hebben zij echter haar eigen drempel overschreden, of ze hebben plotseling een algeheele gedaanteverwisseling ondergaan; ze worden onvriendelijk, ongeduldig, prikkelbaar en onbeminnelijk. Sommige der schitterendste sterren der samenleving zijn thuis onverdragelijk en ongenietbaar. Hunne hoffelijke manieren bewaren zij voor de buitenwereld; maar onder de beschutting van hun eigen huiselijk dak toonen zij zich barbaren. Voor vreemden hebben zij een uitgezochte vriendelijkheid; voor de hunnen een bitter, kwetsend woord.

Nu behoeft het niet gezegd te worden, dat het trouwste, onafgebroken waarnemen der huiselijke godsdienstoefeningen zulk een familieleven niet godsdienstig zal maken. In een waarlijk Christelijk huisgezin leven allen den godsdienst van Christus. Wij behooren even beminnelijk in ons eigen gezin te zijn als bij vreemden.

75

ocr page 90

HEILIGING VAN DEN quot;WERKDAG.

Beleefdheid, die verandert in lompheid zoodra wij onzen eigen drempel overschrijden, is in het geheel geen beleefdheid. Liefde, die alle dingen verdraagt, alle dingen duldt en niet zich zelf zoekt, moet niet, thuisgekomen, overslaan tot zelfzucht en onverdraagzaamheid. Wij moeten aitijd onze beste'zijde toonen aan degenen die wij het meest liefhebben. Wij behoorden de lieflijkste daden en gevoelens van onze harten in onze gezinnen te brengen.

Toch zijn er neigingen tot zorgeloos leven in huis, waar wij ons zelf zorgvuldig voor moeten hoeden. Heilig als de huiselijke betrekkingen zijn, juist onze gemeenzaamheid met hen maakt ons geneigd om vergeetachtig te worden. Onophoudelijke herhalingen van allerlei soort van indrukken loopen gevaar een afstomping van het gevoel te veroorzaken. In het voortdurend in contact zijn met onze geliefden ligt het gevaar, dat wij onachtzaam voor hen worden. Het vordert bizondere zorg en waakzaamheid en een gestadige opwekking van de genegenheden, om het gevoel van onze harten altijd levendig te houden bij de onafgebroken aanraking van de lieflijke betrekkingen in het huisgezin. Dan, met de buitenwereld moeten wij immer op onze hoede zijn. De wereld heeft geen geduld met ons lastig humeur. Een oogen-blik van onredelijken toorn, een enkel onvriendelijk antwoord of onbeleefd gezegde, of het nalaten van beleefdheid in het allergeringste kan ons een vriend kosten of een klant, of onzen goeden naam bederven. Door deze zelfzuchtige beweegredenen hebben wij een

76

ocr page 91

DE GODSDIENST IN HET HUISGEZIN.

aanhoudenden prikkel, die ons dwingt ons in de maatschappij altijd op ons best voor te doen.

Maar thuis verliest die prikkel zijn kracht. Daar zijn wij zeker van de harten. Zij hebben geduld met ons. Hun liefde is niet van die wispelturige en onzekere soort, die voortdurend égards eischt. Wij zijn niet bevreesd hun hoogachting en eerbied te verliezen. In onze zorgelooze zelfzucht zijn wij in voortdurend gevaar, om, als wij na de afmattende bezigheden van den dag onze woning betreden, het bedwang van ons af te schudden en onze minst beminnelijke zijde naar buiten te laten treden.

Daar is nog een andere reden waarom bizondere waakzaamheid over onze gedragingen in het huiselijk leven noodig is. In de buitenwereld blijft de aanraking van leven met leven gewoonlijk op een redelijken afstand. Wij komen niet zeer nauw met de menschen in aanraking. Wij zien alleen hunne beste punten. Wij ontmoeten hen slechts in gunstige omstandigheden en worden niet gedrongen de wrijving te doorstaan van het dadelijk in contact komen van hunne minder edele eigenschappen. Maar juist die nauwe aanraking in den huiselijken omgang stelt de vroomheid en het karakter op de zwaarste proef. De levens raken daar elkaar op alle punten. Juist het ongedwongene, dat alle levens voor elkander blootlegt, verhoogt het gevaar van wrijving in ongewone mate. Niets dan de godsdienst van Christus, de liefde, die alle dingen verdraagt, is opgewassen tegen de beproeving, die dergelijke omstandigheden met zich medebrengen.

77

ocr page 92

IX.

DE HEILIGE DOELEINDEN DER SMART.

Onze smart is een blinkende ladder gelijk;

En de sporten, — dat zijn onze rampen.

Beklim deze ladder met zekeren tred!

Op den top wordt Uw oog eerst ontsloten!

Want hoe hooger ge stijgt, des te dichter bij God;

En aan 'teind is Uw ziel eerst gelouterd!

Een boek dat, al is het fragmentarisch, de Christelijke beschaving behandelt, zou onvolledig zijn zonder een hoofdstuk over de bedoelingen Gods met het lijden op aarde, want dit is een ondervinding, die vroeger of later ieder leven moet doormaken. Het maakt een gedeelte uit van de opvoeding voor de hemelsche heerlijkheid. Onze Heer heeft zelf dien weg voor ons betreden, en was volmaakt geworden door lijden, en het is ook ons, Zijnen volgelingen, aangezegd, dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk der hemelen.en boek dat, al is het fragmentarisch, de Christelijke beschaving behandelt, zou onvolledig zijn zonder een hoofdstuk over de bedoelingen Gods met het lijden op aarde, want dit is een ondervinding, die vroeger of later ieder leven moet doormaken. Het maakt een gedeelte uit van de opvoeding voor de hemelsche heerlijkheid. Onze Heer heeft zelf dien weg voor ons betreden, en was volmaakt geworden door lijden, en het is ook ons, Zijnen volgelingen, aangezegd, dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk der hemelen.

Het zijn slechts de zeer jeugdigen van jaren onder ons, die nog niets weten van de liturgie der smart. Voor hen is de taal der droefheid een onbekende spraak, en de vertroostingen van de Schrift schijnen

ocr page 93

79

met bleeken of onzichtbaren inkt geschreven. Maar het zal niet lang zoo zijn. De jaren zullen hun smarten brengen, en onder hare gloeiende vlammen zullen de troostwoorden van den godsdienst op de gewijde bladzijden schitteren, zooals geen andere woorden dat kunnen. De treinbeambten staken op het midden van den dag de lampen aan in alle waggons. De reizigers begrepen niet waarom dit geschiedde. Hoe bleek schenen de lichten ons in de felle middagzon toe! Maar spoedig verdween de trein in een langen tunnel, in nachtelijk duister: Welk een heldere glans straalde toen van de lichten af! en hoe dankbaar gevoelden wij ons nu voor de lampen! Zoo zullen de lampen der vertroosting, die God in onze zonnige jeugd rondom onze harten ontsteekt, en die ons flauw brandend en doelloos toeschijnen als onze vreugde ongestoord is, plotseling aanvangen met hemelschen glans te schijnen als de duisternis rondom ons toeneemt. Wat zullen wij doen als niet een van deze lampen der vertroosting reeds in onze harten is aangestoken?

Menigvuldig zijn de diensten die de droefheid den Christen bewijst. Terwijl zij de vreugde der aarde vernietigt, leert zij ons het oog te richten op de ongeziene en eeuwige dingen. Er zijn velen die nooit Christus zagen, totdat het licht van een lieflijke schoonheid ophield hen te beschijnen en zij, in de duisternis omhoog ziende, het gezegende gelaat, stralend van Goddelijke zachtheid en liefde, op hen zagen neerblikken.

Vele van de zoetste vreugden van Christelijke harten zijn liederen, die in den druk der beproeving geleerd

ocr page 94

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

zijn. Een verhaal vertelt ons van een vogeltje, dat nooit het lied, dat zijn meester wil dat het zal zingen, leert als zijn kooi in het volle licht staat. Het luistert en leert een stuk van dit en een paar trillers van dat, een mengelmoes van alle liederen, die van buiten af zijn oor bereiken, maar nooit een afzonderlijke en ge-heele melodie van hem zelf. Maar de meester bedekt de kooi en maakt alles duister, en dan luistert en luistert het naar dat eene lied, dat het moet zingen, en probeert, en probeert, en probeert nogmaals tot op 't laatst zijn hart er vol van is. En dan, als het de melodie kent, wordt hetgeen de kooi duister maakte weggenomen en daarna zingt het immer even lieflijk in het volle licht.

Het gaat dikwijls met ons hart, als het ging met het vogeltje. De Meester heeft ons een lied te leeren, maar wij leeren alleen enkele tonen er van, een noot hier en daar, terwijl we stukjes van aardsche muziek opvangen, liederen der wereld, die wij met haar mede zingen. Dan komt Hij en maakt het donker om ons heen, tot wij het liellijke lied kennen, dat Hij ons wilde onderwijzen. En, als wij het eens geleerd hebben in de diepe schaduwen, gaan we later voort het te zingen, zelfs in de helderste dagen van aardsche vreugde. Vele der schoonste liederen van vrede, vertrouwen en hoop, die de kinderen Gods in deze wereld zingen, zijn geleerd in de stille en donker gemaakte vertrekken der smart.

Op dezelfde wijze zijn vele van de zeldzaamste karakterschoonheden aanrakingen door den Heiligen

80

ocr page 95

DE HEILIGE DOELEINDEN DER SMART.

Geest gegeven in uren van droefheid. Menig Christen is bij den aanvang van een zware beproeving koud^ wereldschgezind en gehecht aan bet stof, terwijl al de goede en zachtere eigenschappen van zijn natuur opgesloten zijn in zijn hart, evenals de schoonheid en geur in den kalen boom in Januari; maar hij komt uit de beproeving met een zachtmoedigen geest, gerijpt, verteederd en verrijkt, terwijl al zijne welriekende uitnemendheden hare geuren rondom hem verspreiden. De photograaf brengt het beeld in de donkere kamer, opdat hij de trekken scherp zal kunnen te voorschijn brengen. Het licht zou het teere werk bederven. God brengt uit menige ziel de lieflijkste schoonheden te voorschijn terwijl iiet gordijn is neergelaten en het daglicht is buitengesloten. De duisternis spreekt niet van toorn: het is slechts de schaduw van den vleugel der Goddelijke liefde, die ons voor een kleinen tijd dichter bedekt, terwijl de Meester de een of andere nieuwe penseelstreek van beminnelijkheid op het beeld aanbrengt, dat Hij in onze ziel te voorschijnt roept.

Droefheden, die geheiligd worden, verzachten de moeilijkheden van het leven. Zij temmen de bandeloosheid van de natuur. Zij temperen de menschelijke eerzucht. Zij doen zelfzucht en wereldschgezindheid verdwijnen. Zij vernederen den trots. Zij bedwingen de woeste hartstochten. Zij ontdekken den mensch aan zich zelf, aan zijn eigen zwakheden, fouten en gebreken. Zij leeren geduld en onderwerping. Zij brengen weerspannige harten onder tucht. Zij verruimen en verrijken onze ondervindingen. Zij beploegen

6

81

ocr page 96

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

den harden grond en snijden diepe, breeds voren in het hart, en de hemeJsche Zaaier volgt, en vruchten der gerechtigheid spruiten voort. Er is gezegd, dat de laatste beste vrucht, die tot rijpheid komt, zelfs in de vriendelijkste ziel, is zachtheid jegens den harde, verdraagzaamheid jegens den onverdraagzame, een liefdevol, warm hart jegens den onverschillige, en menschlievendheid jegens den menschenhater. Maar door geen invloed rijpen deze late vruchten zoo spoedig als door de kracht van de droefheid. Zij maakt ons vriendelijk tegen allen. Het verzacht ieder hard gevoelen, en vervult het hart met hartelijke sympathie, vriendelijke barmhartigheid en welwillende gezindheden. Menig gezin is gered van een wissen ondergang door een droefheid, die kwam en de van elkander vervreemde harten weer tot een bracht. Menige onverschillige, ijskoude natuur is verwarmd en verteederd door de smart, die haar verpletterde.

Verder snijdt de droefheid den band door, die ons aan dit aardsche leven bindt, en zendt ons uit naar de wijde zee op nieuwe ontdekkingsreizen. Zij opent vensters in ons arm gevangenisleven hier, waardoor wij een vluchtigen blik slaan op hoogere dingen van onsterfelijkheid en heerlijkheid.

Vooral is dit waar bij het verlies van vrienden door den dood. Wij gaan geheel op in het aardsche leven om ons heen, zonder ergens anders over te denken; onze oogen zijn gevestigd op den stoffigen grond aan onze voeten en zien niets van den hemel vol luister, die straalt en schittert boven ons hoofd.

82

ocr page 97

DE HEILIGE DOELEINDEN DEB SMART.

Dan, plotseling wordt een die wij liefhebben van onze zijde weggerukt, en voor de eerste maal heffen wij het hoofd omhoog en zien een schijnsel van de onzichtbare en eeuwige dingen van het leven hierboven en rondom ons. Dus van alle zijden beschouwd, verschijnt de droefheid ons als een bode Gods, gezonden om ons op de meest ware wijze van dienst te zijn. Zooals er zoo schoon van de droefheid is geschreven:

Mijn arm omvatte haar, haar plotseling omknellend.... En langzaam, zachtkens zag mijn oog een hemelbode, G-ehuld in 't blank gewaad van onbevlekte reinheid.... Een Engel Gods. gedaald uit hoog're en reine sferen In 'ttranendal der aard', door zonde en smart bezoedeld! Zij sprak ; richt thans den blik naar gindsche hemelbogen; Peil, sterv'ling, met uw geest, 't heelal en zijne wond'ren! En zinkt ge moed'loos neer, verplet en moe van 't peinzen. Zoek dan met biddend hart den Heer, die troont daarboven, En leer aan Zijn bestuur, ook in de smart, gelooven!

God is de Trooster. Hij heeft de bronnen van vertroosting geopend op bijkans ieder blad zijn Zijn Woord. Aan het begin van bijna ieder hoofdstuk schijnt een engel te staan, die luide uitroept: „Troost, troost, mijn volk, zegt Ulieder God!quot; Geen duisternis omringt een van Gods kinderen, of Hij zendt daarin eenige heldere lichtstralen.

Eens zat ik op een donkeren, somberen winterdag in mijn studeervertrek en dacht na, wat ik Zondags tot mijne hoorders zou zeggen. De lucht was den geheelen morgen reeds zeer betrokken; maar plotseling

83

ocr page 98

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

werden de wolken voor een oogenblik vaneengescheurd en een paar zonnestralen vielen op mijn venster. Bij het naar binnen stroomen van het licht hief ik mijne oogen op en aanschouwde op den wand, daar voor mij, een klein stukje van den prachtigsten regenboog, dien ik ooit gezien heb. De vorming van het glas van de vensterruit was eigenaardig, en als een volmaakt prisma ontbond en ontkleedde dit den witten straal en tooverde de schitterende zeven kleuren in luisterrijke schoonheid op den bepleisterden muur. Zoo is er geen volgeling van Christus, in wiens leven,, hoe donker en vol van zorgen en tegenspoeden het ook moge zijn. God niet te eeniger stonde van iederen dag tenminste iets van den luister des hemels zal doen stralen. Het bezwaar is, dat wij onze oogen voorden troost sluiten en er niet op willen zien. Wij zien al de wolken en zitten in het duister en aanschouwen noch de zonnestralen noch de stukjes van den regenboog, dien onze Vader in ons leven zendt, om het op te vroolijken en te verlichten.

Er is een schilderij, die een vrouw voorstelt, gezeten op lage rotsen, starend op de woeste zee, die de schatten haars harten heeft verzwolgen. Haar gelaat is versteend in hopelooze, wanhopige smart. Boven haar zweeft de schaduwachtige gedaante van een engel, die, bijna h-t zwarte gewaad van de treurende aanrakend, zachtkens de snaren van een harp tokkelt. Maar zij let niet op de nabijheid van den engel; evenmin hoort zij iets van de hemelsche muziek. Zij buigt het hoofd in doffe ongevoeligheid, met brekend hart

84

ocr page 99

DE HEILIGE DOELEINDEN DER SMAKT.

en ongestilde smart, terwijl de hemelsche vertroosting zoo nabij is. Zoo zitten vele van Gods kinderen in het donker, smachtend naar troost en naar een verzekering van de Goddelijke liefde en deelneming, zonder de zachte tonen der muziek, het gefluister der troostwoorden te vernemen, terwijl onopgemerkt de Meester zelf aan hun zijde staat en de zoetste liederen des hemels, door hen niet gehoord, door dezelfde lucht klinken die zij inademen. Het is een eenvoudiger geloof, dat wij behoeven, om den troost aan te nemen, dien onze Vader ons toezendt als ons hart breekt.

Er is geen troost gelijk aan de daadzaak van Gods oneindige, onveranderlijke en eeuwige liefde voor ons. Indien wij ons slechts van deze waarheid persoonlijk bewust gevoelen, zal zij ons in iedere beproeving staande houden. Het geheele heelal staat onder Zijn persoonlijke heerschappij, Hij is onze trouwste, liefste vriend, en draagt ieder onzer dicht aan Zijn hart. De Voorzienigheid is niet de wrelwillende uitwerking van goede en wijze wetten, het is meer de bedachtzame, zorgende liefde van onzen Vader, die niet slaapt noch sluimert. Wij plaatsen God op te verren afstand. Er zijn natuurwetten, maar Hij is de Wetgever, en deze wetten zijn slechts de leerwijzen van Zijoe vriendelijkheid. Zij maken geen scheiding tusschen Hem en Zijne kinderen. In ieder goedgeordend huisgezin zijn verordeningen, regels, gewoonten en wetten, maar daarom wordt de zorg voor het gezin als een onderdeel van de liefde en goedheid der ouders er niet te minder om.

85

ocr page 100

86

Evenmin snijden de vastgestelde en overeenstemmende natuurwetten ons af van de persoonlijke zorg van God. Hij komt aanhoudend tot ons in deze leerwijze van Zijne voorzienigheid. Het zijn Zijne vingers, die de bloem hare schoone kleuren geeft. Met Zijn eigen hand voedt Hij de vogels en in alle tweede oorzaken is het nog Zijne hand die werkt. De schoone dingen, die wij zien, zijn de schilderijen, die onze Vader in onze kamer heeft opgehangen, om ons genoegen te doen. De goede dingen, die wij ontvangen, zijn de steeds vernieuwde teekens van Zijn zorgende liefde voor ons.

En hetzelfde is waar wat betreft de kwade en pijnlijke dingen. Onze Vader zendt ze. Zij schijnen nadeel te bedoelen. Maar Hij bemint ons met een diepe, teere en eeuwige liefde. quot;Wij kunnen niet begrijpen hoe deze dingen bestaanbaar kunnen zijn mot het plan der liefde; maar we weten dat dit zoo is; en in dit geloof moeten wij berusten, niet begrijpend, maar toch zonder te twijfelen, zonder „waaromquot; te vragen en onbevreesd.

Indien ge een blik kondt slaan in 't raadsbesluit van God, Hoe Hij 't heelal bestiert en ieders levenslot,

Geen twijfel zou dan meer u 't bange hart verwonden. Want op elk raadsel was de sleutel dan gevondenl

Maar dit kunnen wij niet doen. Hiernamaals zullen wij het verstaan. Nochtans zelfs hier kunnen wij, wetend wat wij weten van Gods wijze en eeuwige liefde voor ons, gelooven en vertrouwen en vrede

ocr page 101

DE HEILIGE DOELEINDEN DEE SMART.

hebben. Dit is de grootste troost. Het is het zich stevig hechten van de boomwortels op de onveranderlijke rots. Het is het zich vastklimmen van de ziel aan God, te midden der stormen.

Een tourist verhaalt dat hij zich te Giesbach ophield, om de wondervolle watervallen te bezichtigen. Het gezelschap moest een van de watervallen oversteken. Die weg voerde over een zwak bruggetje, terwijl het schuimende water omhoog spatte en de wilde stortvloed beneden hen bruiste. Het was een moeilijke tocht. Maar eens aan den overkant, deed zich een majestueus schouwspel op voor hunne oogen. Boven en beneden en aan alle kanten vertoonden zich regenbogen. Zoo valt ook het schuim der droefheid op ons en onze weg voert door hooggaande wateren en onmeedoo-gende stortvloeden, en alles schijnt ons een vreemd, ondoorgrondelijk mysterie toe. Maar daar zal een tijd komen, dat wij door deze stortbuien van smart zijn heengegaan en we zullen staan te midden van de heerlijkheid der regenbogen op de glorierijke kusten. Dan zullen wij begrijpen en liefde zien in iedere felle smart, in iederen traan.

87

ocr page 102

X.

STEEDS IN 'sHEEREN DIENST.

Ik moet God vragen dat iemand anders doen mag hetgeen ik ongedaan laat. Maar ik zal niet het recht hebben tot die bede, tenzij ik mijn plicht betracht, waar ik dien ook zie. Edward Garrett.

J eer veel wordt in de Schrift gezegd omtrent het dienen van God. Maar hoe moeten wij Hem dienen? Wat soort van werk valt onder de rubriek dienen? Hieromtrent heerschen verkeerde begrippen. Elk voor zich onderstelt dat hij den Heer dient, als hij deelneemt aan werkzaamheden op godsdienstig gebied. Na afloop zijner dagelijksche bezigheden gaat een man naar een bidstond. Hij beschouwt dit als dienen, maar denkt er niet over diezelfde lieflijke benaming toe te passen op zijn werkzaamheden van den ganschen dag. Een vrouw bezoekt in den namiddag haar zieke buurvrouw, leest haar enkele bladzijden uit de Schrift voor en knielt in het gebed aan hare legerstede. Zij gevoelt bij het weggaan, dat de Heer dit als een dienst aanneemt, maar durft niet over haar ochtendwerk thuis, vol vermoeiende huiselijke plichten,

ocr page 103

STEEDS IN 'S HEEEEN DIENST.

of te midden barer kinderen, verstellend, opknappend, onderwijzend en troostend, denken alsof dit alles ook hetzelfde gewijde karakter draagt.

En toch is het mogelijk, de meest eenvoudige, meest prozaïsche van deze dingen op zulk een wijze te doen, dat ze God tot een welaangenamen dienst zijn, dien Hij aanvaardt. De vraag rijst dus, hoe kunnen wij onze gewone aardsche plichten op zulk een wijze volbrengen, dat ze Christus behagen, als diensten Hem bewezen?

In de allereerste plaats moet ons leven ten volle aan Christus zijn toegewijd. Indien dit niet zoo is, zullen de meest prijzenswaardige diensten niet aangenomen worden. Dan moet het werk, dat wij doen, ook het werk zijn waar Hij ons op dat oogenbliktoe geroepen heeft. Iets anders dan onze oogenblikkelijke plicht, hoewel het meer moeite vereischt en grootscher schijnt, zal niet welbehagelijk zij 11 als onze oogenblikkelijke plicht onvoltooid blijft. Een zendingsreis naar Joppe zal niet aangemerkt worden als de plaats vervangend van een dergelijke reis naar Nineveh. Het gebed zal geen lieflijke reuke zijn, indien op dat zelfde oogenblik een menschelijke ellende, smeekend om hulp, onopgemerkt blijft. Het loopen naar Dorcas-vereenigingen en matigheidsgenootschappen of het op den middag bijwonen van bidstonden zal geen goedkeurenden glimlach verwerven, terwijl de huiselijke plichten verwaarloosd worden.

Verder moet het werk zelf, dat wij doen, eerlijk en goed werk zijn, in een geoorloofd en passend beroep.

89

ocr page 104

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Geen uiterlijke toewijding kan eenig onrecht den Meester welbehagelijk doen zijn.

Wijders moeten wij ons werk goed doen. Werk, dat wij onachtzaam of oneerlijk doen, is geen aannemelijke dienst. Deze Christelijke plicht wordt somtijds over het hoofd gezien. Sommigen die geen onwaar woord zouden willen uiten of een oneerlijke daad begaan, voltooien toch hun werk onachtzaam of niet volkomen. De grondbeginselen van den godsdienst zijn zoowel van toepassing op het timmermans- of kleermakersvak of op de werkzaamheden van de huishoudster, als op de zaken van den bankier of den koopman. Het is in den grond oneerlijk een zoom te stikken, die zal openbarsten, of bouwstoffen van minder gehalte of slecht werk bij het bouwen te leveren, als een te korte el te gebruiken of geen nauwkeurige gewichten, of koffie of suiker te vervalschen. God schept geen behagen in eenig werk, tenzij het het allerbeste is dat wij kunnen leveren.

De bouwmeesters van cathedralen in oude tijden begrepen dit, toen zij ieder kleinste onderdeel van hun reusachtig werk even nauwgezet van geweten voltooiden als de meest massieve gedeelten. De vergulde spitsen, hoog in de wolken, die geen menschelijk oog ooit kon volgen, waren met evenveel zorg gemaakt als de altaarversieringen of het snijwerk op de groote deuren, die voor allen zichtbaar waren. Zij veronachtzaamden niets, omdat het onttrokken was aan meuschelijke blikken. Zij wrochten voor het oog van den grooten Werkmeester. „Waarom besteedt

90

ocr page 105

91

gij zooveel zorg aan de haarvlechten op het hoofd van dat beeld?quot; vroeg iemand een beeldhouwer der oudheid, die met verbazingwekkende inspanning aan het achterhoofd werkte. „Het beeld komt in een van van de hoogste nissen te staan met zijn rug tegen den muur en niemand zal het zienquot;. „De goden zullen het zienquot;, luidde het verheven antwoord. Zoo moeten wij werken, als wij Gode een welbehagelijken dienst willen bewijzen. De timmerman moet even consciëntieus de gedeelten afwerken, die voor het oog bedekt worden, als die welke het meest in het oog zullen loopen. De kleermaker moet even zorgvuldig de verborgen zoomen naaien als de meest zichtbare. Ik geloof niet, dat wij ooit Christus kunnen dienen door namaak of bedrog, van welken aard ook.

Indien wij onze plichten zoo volbrengen, zullen ze God wel aangenaam zijn als diensten Hem bewezen. Het moge onmogelijk zijn bij iedere afzonderlijke daad het bewuste gevoel te hebben: „Ik doe dit voor Christusquot;, toch moeten we zooveel mogelijk de gewoonte van dit dienen in het allergeringste aankweeken. Het zal een wondervolle bezieling aan ons leven geven, en zelfs den zwaarsten arbeid veranderen in een dienst, heilig als de dienst eens engels. Het is niet onmogelijk zelfs dit te leeren. Maar als de groote beweegreden, die den ondergrond vormt van ons geheele leven, is het dienen en eeren van Christus en het vaarwelzeggen van de wereld, dan sluit het geheel al de onderdeelen in zich; en zoodoende zal de somberste weg van den plicht worden tot een helder verlicht pad van vreugde;

ocr page 106

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

het meest alledaagsche zwoegen zal gehuld worden in een prachtvol gewaad, en al het dagelijksche werk in huis en op het land, in den winkel en op het kantoor, in de school en in het studeervertrek, zal zich in een gewijd en heilig daglicht vertoonen, omdat het voor den Meester gedaan is.

Maar te midden van deze gewone wereldsche plichten doen zich tallooze gelegenheden op, om op een andere wijze, door practische dienstbetooningen anderen te dienen. Dit is immer Christus welbehagelijk; in waarheid plaatst Hij zich zelf achter ieder, die hulp en troost behoeft, en aanvaardt elke daad van welwillendheid en ware barmhartigheid als aan Hem zelf gedaan. En er is niet een uur van ons wakend bestaan, dat ons niet in aanraking brengt met andere levens, die iets behoeven van hetgeen wij te geven hebben. Wij moeten niet wachten op gelegenheden, om groote dingen te doen — noch uitzien naar een grootsch iets, dat door zijn in 't oog vallende belangrijkheid de toejuiching der menschen zal verwerven — maar wij moeten oogenblik na oogenblik altijd doen wat onze hand vindt om te doen Het kan bestaan in een opwekkend woord tot iemand die ontmoedigd is, in het deelnemen aan het spel van een kind, in een gebroken stuk speelgoed weer in orde te brengen, in het zenden van een paar bloemen, dubbel lieflijk geurend door Uw liefde, in het ziekenvertrek, of in het schrijven van een brief van rouwbeklag of deelneming. Het komt er op aan om datgene te doen, groot of klein, wat op dat oogenblik Uwe hand vindt om te doen.

92

ocr page 107

STEEDS IN 'S HEEEEN DIENST.

Ons deel van dienen kan ook dikwijls zijn te wachten. Daar zijn tijden waarin wij niets anders kunnen doen. Dezelfde stem (iie gezegd heeft: „Ga uit tot den arbeidquot;, heeft ook gesproken: „Wees stille en wachtquot;. Een stil, onderworpen, niet murmureerend geduld behaagt Christus evenzeer als de grootste werkzaamheid op andere tijden.

Of het kan door lijden zijn, dat wij geroepen worden te dienen. Daar komen omstandigheden in ieders leven, waarin het beste voor ons is donkerheid en smart, en waarin wij het meest voor de zaak van Christus kunnen doen door om Zijnentwil te lijden. In deze gevallen ligt het geheim van dienen in blijmoedige onderwerping, vragend:

Wat is het heilig doel van God met deze smart?

Waartoe zendt Hij ze mij ? Wat moet deez' smart mij leeren ? Wat gouden vrucht verbergt haar bitt're harde bast? Hoe zal zij mijne deugd, mijn hart en ziel vereêlen, Hoe stalen mijnen wil en rein'gen mijn gemoed? Hoe zal ze mijne ziel naar 'tbeeid van Hem vervormen, Die droeg het kruis der smart in leven en in dood En thans daarboven draagt een eeuw'ge kroon der eere?

In de cel van een gevangene vielen dagelijks gedurende een half uur enkele zonnestralen naar binnen. Hij ontdekte bij dat licht een spijker en een steen op den grond, en met deze weinig geschikte gereedschappen werkte hij dag op dag gedurende de weinige oogenblikken dat het licht op den muur viel, totdat hij in den wand de beeltenis van Christus aan het

93

ocr page 108

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Kruis had ingesneden. In de donkere tijden van droefheid, die over ons komen, kunnen wij Christus dienen door te trachten Zijn lieflijke schoonheid uit te houwen, niet in het koude steen, maar in den warmen, levenden muur van onze eigen harten.

Zoo zien wij dat het dienen van den Heer niet het voorrecht en genoegen is van weinige zeldzame uren, maar de geheele uitgestrektheid van leven en werk omvat en al onze verplichtingen aan ons tehuis, aan vrienden, aan de menschheid, aan onze zaken en ons genoegen. Als het goed gesteld is met het hart, zal ons geheele leven worden tot een onafgebroken reeks van diensten, aan God bewezen.

Het voornaamste punt in deze geheele zaak is de beweegreden, die hieraan ten grondslag ligt. Het is mogelijk een zeer werkzaam leven te leiden, opgevuld met drukke bezigheden, en toch nimmer van af de jeugd tot aan den ouderdom toe een daad te verrichten, die Christus als een dienst aanvaardt. Het is mogelijk zelfs een leven te leven vol uitingen van godsdienst-ernst, vol van datgene wat gerekend wordt tot de gewijde plichten, en toch nooit in een ding waarlijk Christus te dienen. Het kan zijn, dat het hart dan nooit geheel en al aan Hem is gegeven. Of de beweegredenen kunnen verkeerd geweest zijn. Dat wat eenige daad uitdrukkelijk tot een Christelijke daad maakt, is dat zij gedaan wordt in den naam van Christus en om Hem te behagen. De moralist van goeden levenswandel handelt goed, maar zonder zich te richten naar Christus, zonder Hem te belijden of lief te hebben;

94

ocr page 109

STEEDS IN 'SHEEREN DIENST.

de Christen handelt eveneens goed, maar doet dezelfde dingen, omdat de Meester verlangt, dat Hij ze doen zal. Zooals iemand zoo schoon heeft gezegd: „Wat wij doen kunnen voor God, is weinig of niets, maar mij moeten ons weinig of niets voor Zijn eer doenquot;. Dit is de beweegreden, die, onze harten vervullend, zelfs zwaren arbeid heerlijk maakt, omdat het voor Christus gedaan wordt. Het kan ook bestaan in het vegen van een kamer, het in slaap wiegen van een zuigeling, of het onderwijzen van een haveloos kind, het herstellen van een schuur, of het schaven van een plank; maar als het gedaan wordt voor den Heer, zal het erkend en aangenomen worden. Maar het mag het meest grootsche werk zijn — het oprichten van een gesticht, het bouwen van een kerk, of een geheel leven vol tentoonspreiding van goede werken; doch als dit alles niet voor Christus gedaan is, geldt het voor niets.

Er is geen leven op aarde zoo lieflijk om te aanschouwen als dat van iemand die waarlijk Christus dient. Het valt altijd licht te zwoegen voor iemand dien wij liefhebben. En als het hart vol liefde is voor den Meester, verleent dit een wondervolle wTarmteen teederheid aan alle plichten. Dingen die onaangenaam of weerzinwekkend zouden zijn, louter als plicht beschouwd, vallen ons zeer licht, als wij ze voor Hem verrichten.

George Macdonald verhaalt van den vreemden inval van een klein kind, dat op een zomeravond aandachtig en nadenkend de groote wolkenmassa's beschouwde,

95

ocr page 110

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

die als glorierijke berggevaarten zich opstapelden, purperrood getint door de stralen der ondergaande zon, en uitriep: „Moeder, ik wilde dat ik schilder kon wordenquot;. „En waarom, mijn kind?quot; „Omdat ik God dan zou helpen de wolken en den zonsondergang te schilderenquot;. Het was een schoon en vreemd verlangen. Maar ons meest alledaagsche werk in deze wereld kan veel edeler worden dan dit. We kunnen leven om kleuren vol liellijkheid te malen in onsterfelijke zielen, die voor altijd zullen bestaan.

De wolken scheiden zich en drijven weg. De meest majestueuze pracht van een zonsondergang verdwijnt binnen weinige minuten. Het doek van den kunstenaar brokkelt af en zijn wondervolle scheppingen worden uitgewischt. Maar arbeid, verricht voor Christus, blijft bestaan tot in eeuwigheid. Een leven van eenvoudige toewijding laat een spoor na van onvergankelijke schoonheid op alles dat er mede in aanraking komt. Niet groote daden alleen, maar de kleinste, de minst in het oog vallende, de meest prozaïsche daad wordt vermeld in onuitwischbare teekens.

Wij behoeven slechts voor één ding zorg te dragen — dat wij ons leven waarlijk den Heere leven.

96

ocr page 111

XL

NEDERIGHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID.

r zijn enkele zeldzame en schoone deugden, in wier schaduw het kwaad op de loer ligt. Zoo is nederigheid een der beminnelijkste van de deugden. Zij is een sieraad van groote waarde in Gods oogen. Zij is een karaktertrek, die de bewondering der geheele wereld wekt. Zij is het hoogste bewijs van innerlijke zieleschoonheid. Zij is als de geur van het liefelijk viooltje, verscholen te midden van de meer in 'toog vallende bloemen, ongezien, maar de lucht vervullend met haar zoete geuren. Geen deugd wordt hooger geprezen in de Schrift.

En toch verbergen zich in de schaduw van de nederigheid zeer doorschijnende namaaksels van deze deugd. Menigeen, ernstig overtuigd dat hij een gewilde nederigheid beoefende, heeft onderwijl zijn talenten in de aarde begraven, zijn licht onder een korenmaat verborgen, een nutteloos leven geleefd, terwijl hij een zegen voor velen had kunnen zijn, en is ten laatste overgegaan in een duistere toekomst, waarin geen kroon voor hem is weggelegd.

De deugd en de ondeugd liggen zoo dicht bij elkander en gelijken zooveel op elkaar, dat wij er ons dikwijls

ocr page 112

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

door laten misleiden. Wij bewonderen alle nederigheid. Het doet ons aangenaam aan een man te ontmoeten, die zijn eigen krachten niet op hooge waarde schat, en die nederig terugschrikt voor een groote verantwoording, zelfs al wordt zij hem opgedrongen. Te midden van den bijkans algemeenen strijd om de hoogste plaatsen, is het bepaald een verkwikking een man te vinden, die niet haakt naar eereambten, en die zelfs aangeboden posten van vertrouwen en eerbewijzen weigert. Het zeer zeldzaam voorkomen van bescheidenheid en nederigheid in eigen schatting doet deze eigenschappen blijken in bekoorlijke schoonheid, waar zij zich vertoonen. Wij walgen zoozeer van de aanmatigingen en verwaandheden der menschen, van het aan onze aandacht opdringen van hun onbescheiden deugden en voortreffelijkheden, en van hun begeerig-heid, om zich verantwoordelijkheden aan te matigen, waar. zij geen voldoende geschiktheid voor hebben, dat wij zeer licht naar het andere uiterste overhellen.

Het is voornamelijk op het gebied van rnoreelen en geestelijken arbeid, dat wij het meest geneigd zijn ons van onze plichten vrij te pleiten door het voorwenden van nederigheid. Zelfs diegenen die met gretigheid een gewichtige betrekking in het wereldlijke leven aanvaarden en hun plichten volbrengen met zelfvertrouwen en goeden uitslag, deinzen terug voor de eenvoudigste oefening van hun invloed op het gebied van Christelijken arbeid. Mannen die voor de balie of op den rechterstoel gezeten, de welsprekendste redevoeringen houden ten gunste van recht en billijkheid,

98

ocr page 113

NEDEEIQHEID EN VERANTWOOBDELIJKHEID. 99

zijn niet te bewegen hunne lippen te openen voor een opwekkend woord of voor het gebed in een godsdienstige samenkomst. Dames die in salons en gezelschapskringen met verwonderlijke bevalligheid en ernst hun gaven om onderhoudende gesprekken te voeren ten toon spreiden, kunnen zich niet nederzetten naast een angstigen vrager en trachten een ziel tot Christus te leiden, of voorlezen en bidden in een ziekenvertrek, waar hun liefelijk stemgeluid en zachte deelneming zulk een verbazingwekkende hulp zou verleenen.

Door de geheele Kerk heen vertoont zich bij de leeken op geestelijk gebied de heerschende neiging om terug te schrikken van het oefenen van hunne gave in het werk van den Meester. En de verontschuldiging is dan ongeschiktheid, gebrek aan bekwaamheid. In vele Zondagscholen is onderwijzend personeel te kort, en er zijn duizenden kinderen, die nog verzameld en onderricht moeten worden. Intusschen zijn er in de Kerk zeer veel mannen en vrouwen, die overvloedige bekwaamheid voor deze werkzaamheden hebben, maar die er voor terugdeinzen en trachten hun eigen onrustig geweten te bevredigen door nederig ongeschiktheid voor te wenden voor de teere plichten. In alle richtingen op Christelijk gebied zijn dringende nooden, die op leniging wachten. Daar zijn velden, die slechts verstandige bebouwing behoeven om ze vruchtdragend te maken. Stemmen, die ons tot onzen plicht roepen, klinken ieder oogenblik onder het straatgedruisch door in onze ooren. Kreten van menschelijke ellende en nooden komen voortdurend tot onze harten met

ocr page 114

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

dringende smeekbeden. Maar te midden van al deze gelegenheden om zich nuttig te maken, van al deze wachtende, schreeuwende plichten en aandoenlijke beden om hulp, zitten begaafde mannen en vrouwen met gevouwen handen.

Dit spruit niet voort uit gemis aan belangstelling in het werk van den Meester, noch uit ongevoeligheid voor de roepstem van den plicht en de kreten der ellende. Het wordt veroorzaakt doordat zij zich onbewust zijn van hun eigen krachten. Zij gelooven niet dat zij bekwaamheid hebben om de dingen te doen, die gedaan moeten worden. Zij denken dat het aanmatigend zou zijn, om met hunne ongeoefende handen de plichten op zich te nemen, die bij hen aankloppen. Zoo leggen zij hun talent,weg, begraven het en denken dat zij, door zulke gewichtige verant-woordelijkheden te weigeren, gehandeld hebben uit prijzenswaardige nederigheid. En de gedachte komt niet bij hen op, dat zij hierdoor grievend gezondigd hebben.

Onze nederigheid bewijst ons groote ondiensten, indien zij ons er toe brengt terug te deinzen voor eenigen plicht. Het voorwendsel van ongeschiktheid of onbekwaamheid is een volstrekt onvoldoende verontschuldiging. Zij vertoont een te treffende overeenkomst met die van den man met het ééne talent in. de gelijkenis, wiens gave zoo klein was, dat het nutteloos scheen te trachten die te gebruiken. Het sombere licht, dat het vervolg van zijn geschiedenis op ons werpt, moest ons opwekken om de beteekenis van

100

ocr page 115

NEDERIGHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID. 101

persoonlijke verantwoordelijkheid te leeren verstaan, en ons tot spoed aanzetten om ieder deeltje van een talent, door God ons geschonken, te gebruiken.

Het talent moge klein zijn — zoo klein, dat het nauwelijks van belang schijnt te zijn of het al dan niet gebruikt wordt, met betrekking op den invloed, dien het zou kunnen hebben op de wereld of op andere levens; en toch kunnen we nooit weten wat groot is of klein is in dit leven, waarin iedere oorzaak gevolgen doet ontstaan, die tot in eeuwigheid voortduren.

Slechts', een denkbeeld; maar 't werk dat daardoor is vol-

[bracht,

Kon geen woord of geschrift overtreffen in macht.

Want het slingerde zich als een keten van goud Door een leven, dat vruchten droeg honderdvoud.

Slechts een woord; maar een hemelsche liefde gaf 'tin En 't drong door, als een beê, tot den Heer van 't Heelal; En het hemelsch gezang klonk met dubbele kracht,

Want een ziele te meer was daar binnen gebracht.

Het is eerder de getrouwheid van de millioenen met één talent, dan die der rijkelijk begiftigde een of twee, die wij heden ten dagen behoeven om de komst van het Koninkrijk Gods te bespoedigen. Ieder talent, hoe klein ook, is noodig om het werk van de Kerk te voltooien. Daar is niet één, hoe klein ook, of door het in de aarde te verbergen blijft een leven ongezegend. Er is niet één talent zoo onbeteekenend, dat het geen golf van invloed kan doen ontstaan, die

ocr page 116

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

verder rolt over de zee van het menschelijk leven, totdat zij breekt op de kusten der eeuwigheid.

Maar waar het in deze geheele zaak op aan komt, is de betrokken persoon zelf. In plaats dat het weigeren van verantwoordelijkheid een louter ontkennende daad of zelfs een prijzenswaardige nederigheid is, wordt er in de Schrift gezegd, dat Christus daardoor groote oneer wordt aangedaan en dat die weigering de treurigste, meest ver reikende gevolgen in zich sluit voor den persoon zelf. Alle gaven zijn geschonken om gebruikt te worden en dat wel zooveel mogelijk. Er wordt van ons verlangd, dat wij onze bekwaamheden door oefening ontwikkelen, tot zij de hoogst mogelijke trap van kracht en nuttigheid bereikt hebben, en dat wij ze gebruiken door het doen van werk, dat God zal verheerlijken en de wereld zegenen.

Het verspillen van onze gaven of het verlagen van deze, door ze aan te wenden tot onwaardige doeleinden, keuren wij allen af als zonde. De mensch die zijn groote krachten, hem gegeven om nuttig te zijn, gebruikt om anderen te bederven, om ze op den verkeerden weg te brengen, om de levensbronnen te bederven en te vergiftigen, veroordeelen wij als den verachtelijkste der stervelingen. Er zijn vele zulke menschen, die slechts leven om de reinheid te bezoedelen, verderf om zich heen te verspreiden, leugens rond te strooien en de onbedachtzamen ten val te brengen. Voor dezen moet er een vreeselijke wedervergelding zijn. Maar het onderwerp, dat ik nu behandel, is niet het misbruiken, maar het gebruiken van gaven.

102

ocr page 117

NEDEEIGHEID EN VEBANTWOORDELIJKHEID. 103

Het is een ontzettend ding, een eigenschap die ons gegeven is om zegen te verspreiden, op zulk een wijze te gebruiken, dat zij verwoesting, ellende en vloek nalaat instede van zegen. Maar het is ook een ontzettend ding, het talent op te vouwen en in de aarde te verbergen. Dat is het vernietigen van onze eigen hoop op heerlijkheid, het wegwerpen van onze eigen kroon.

In een steengroeve te Baalbec ligt de grootste bewerkte steen van de wereld, bijna losgemaakt en gereed om vervoerd te worden; en dicht in de nabijheid daarvan, in den verwoesten tempel, gewijd aan de Zon, wacht nog een ledige plaats sinds veertig eeuwen op dezen steen. En met al zijn grootte en zwaarte was de steen toch een mislukking, omdat hij nooit de plaats voor hem bestemd heeft ingenomen; en wie kan zeggen hoe vele menschenlevens er liggen onder de woeste plaatsen en bouwvallen van het leven, die God toch bestemd had tot het vervullen van groote plaatsen? Toen zij geroepen werden weigerden zij verantwoordelijkheid te aanvaarden. Zij vouwden hun talenten op en begroeven ze, en voor eeuwig zullen zij in de steengroeven rusten, bleeke schimmen van een heerlijkheid die geweest had kunnen zijn, terwijl de nissen in Gods tempel, die zij bestemd waren te vullen en te versieren, voor altijd ledig zullen blijven; gedenkteekenen van hun hopelooze en onherstelbare mislukking. Vóór de laatste ure zal het nimmer geweten worden, hoe vele heerlijke gaven aldus voor de wereld zijn verloren gegaan ; noch hoe vele levens, waarin zooveel gedaan had kunnen worden, zijn

ocr page 118

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

verwelkt en gestorven onder den verwoestenden vloek van het „ongebruikt latenquot;.

Verantwoordelijkheden omringen ons alom. Zij geven een zekere wijding aan alle verhoudingen in ons leven. Ze geven zelfs aan onze onbeduidendste handelingen en onbewusten invloed een hooge mate van ernst. Wij kunnen dan slechts beantwoorden aan de grootsche bedoeling van het leven, wanneer we elke verantwoordelijkheid met blijdschap en met gepast zelfvertrouwen aanvaarden. Er is een groot onderscheid tusschen eigenwaan en die juiste schatting van zijn eigen vermogens, die ze oprecht en naar waarde taxeert en niet bevreesd is ze op de proef te stellen.

Het is geen verkeerd zelfvertrouwen, dat er ons toe brengt de verantwoordelijkheden, die God ons oplegt, met gerustheid te aanvaarden. Het doel der nederigheid is niet reuzen tot dwergen te vervormen. Voor een mensch van groote gaven is het geen vereischte tot ware nederigheid, dat hij zich als een armzalig talentloos en onbeduidend mensch beschouwt. Indien wij God rekenschap moeten geven van elk talent, dat ons nuttig kan doen zijn, en zijn meest volledige aanwending, dan moeten wij de ons toevertrouwde talenten nuttig besteden, hun rechte waarde op prijs stellen, en die wijden aan den dienst van Christus en onze medemenschen.

Wij zijn niet in deze wereld gesteld tot gemakzuchtige ledigheid, maar tot een arbeid van hoogen ernst. De bedoeling van het Christelijk leven wordt kwalijk begrepen door hen, die in vroeger dagen naar

104

ocr page 119

NEDERIGHEID EN VEEANTWOORDELIJKHEID. 105

de woestijn vluchtten en in hutten en holen en cellen woonden, ver van het gedruisch der wereld. En ook zij lezen de Schrift verkeerdelijk, die in onze dagen meenen Christus te dienen alleen door gebed en toewijding des harten, terwijl zij niet uitgaan om voor Hem te arbeiden.

Een machtige stemme weerklinkt in de stilte.... 'tls Uw plicht, die U wenkten daarbuiten U wacht! Ontsluit Uwe deur dan, ga uit tot den arbeid, En werk in den wijngaard, want dra komt de nacht!

Ga heen in het dienstwerk der Christ'lijke liefde,

Gord U aan tot Uw dagtaak met ijver en lust, En vertrouw op den Heer, zeg Hem al wat U griefde! Gansch Uw leven zij arbeid, — hiernamaals de rust!

De wijding van een leven is onbestaanbaar zonder wijding in dienstbetoon. De weg tot geestelijk welzijn voert over de doornige paden van den arbeid. De reden van zooveel twijfel en ontevredenheid in de harten van Christenen, is dat zoo velen zitten met de handen over elkaar, met geen bezigheid dan te peinzen over hunne eigene zorgen. Indien zij slechts uit wilden gaan en voor anderen beginnen te werken, zij zouden zich zeiven vergeten en de vreugde des Heeren zou hunne harten vervullen. Daar is geen andere weg, om aan 's levens grootsche bedoeling te beantwoorden en ten laatste in te gaan in de volle vreugde des Heeren, dan door een leven te leiden, dat aan den plicht is gewijd.

ocr page 120

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

106

Laat niemand dan de heilige verantwoordelijkheid van zijn roeping ontwijken door ingebeelde nederigheid of te lage schatting van zijn eigen bekwaamheden. Wanneer God ons tot een werk roept, geeft Hij tevens de noodige kracht. Niet een van ons kent de talenten, die ongebruikt [liggen in zijn hand en hoofd en hart. De Heer kan menschelijke zwakheid zoowel als menschelijke kracht gebruiken. Aan hem, die in het kleine getrouw is, wordt meer gegeven, en steeds meer.

ocr page 121

XII.

NIET OM GEDIEND TE WORDEN.

Zij zat en weende en met haar hangend haar Wiesch zij de voeten af van haren Heer. En Hij verdreef uit haar bekommerd hart De wanhoop, als der trouwe liefde loon.

1^ r zijn vele menschen onder degenen die nuttig willen zijn en anderen wenschen te helpen, die onoverkomelijke bezwaren op hun weg ontmoeten. Er zijn er, jegens wie dienstbetoon hun zeer licht valt — zij die een beminnelijk karakter hebben, zij die hun vrienden zijn en die gaarne diensten terugbewijzen. Doch het gaat niet aan de hulpvaardigheid te beperken tot een zoo kleine categorie als deze. Zelfs zondaars doen wel dengenen die wel doen jegens hen, en geven aan hen van wie zij op hunne beurt hopen te ontvangen. De Christen moet meer doen. Hij moet zelfs goed doen dengenen die hem haten. Hij moet dienen een iegelijk die zijn diensten van noode heeft, ten spijt van hun karakter en handelwijze jegens hen. Zelfs jegens onwaardige en onaangename menschen moet hij die liefde in practijk brengen, die nimmer faalt.

ocr page 122

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Maar hoe kan ik iemand helpen, voor wien ik geen hoogachting kan koesteren? Hoe kan ik nuttig zijn jegens iemand, die mij beleedigt en minacht?

Er is een wijze van ons te gedragen jegens alle menschen, die alle deze moeilijkheden oplost en het ons gemakkelijk maakt jegens iedereen goed te doen. Zoolang wij aan ons zeiven denken en aan hetgeen ons van de zijde van anderen toekomt, zal het ons onmogelijk zijn zeer vele menschen te dienen. Doch waar Christelijke liefde heerscht in het hart, daar vallen alle onze eigen daden niet binnen den engen kring van ons eigen ik.

Zij die nauwlettend het leven onzes Heeren bestu-deeren, zullen getroffen worden door Zijn wonder-grooten eerbied voor het menschelijk leven. Hij zag op niemand minachtend of vernederend neer. Het onbeduidendste stukske der menschheid, dat zich tot in Zijn nabijheid voortsleepte, vertreden, bevlekt en bezoedeld, was nog heilig in Zijn oogen. Hij verachtte nimmer eenig menschelijk wezen. En verder, Hij stond voor de menschen niet als koning, attentie, eerbied en dienstbetoon vergend, maar als iemand die wenschte te dienen, te helpen, op te richten. Hij zeide dat Hij niet gekomen was om gediend te worden, maar om te dienen. Hij dacht nooit aan hetgeen Hem van de zijde der menschen toekwam, maar steeds aan wat Hij kon doen voor hen, hoe Hij hen kon dienen. Hoe kon het ook anders zijn, daar Hij immers kwam op aarde alleenlijk tot redding der menschheid en omdat Zijn hart zoo vol liefde jegens hen was.

108

ocr page 123

NIET OM GEDIEND TE WOEDEN.

Wanneer ook een menschelijk wezen voor Hem stond, Hij zag een in wiens hart smarten waren, die sympathie behoefden, of een bevlekte door zonde, die genezing en herstel noodig had. Aldus was hij gemakkelijk bekwaam allen te dienen. Hoe terugstuitender het leven was, dat voor Hem stond, te krachtiger in zekeren zin beriep het zich op Zijn liefde, daar het Zijn hulp juist om het terugstuitende te meer van noode had.

Wij zullen alleen dan bereid zijn het welzijn van anderen in den ruimsten en meest waarachtigen zin te zoeken, wanneer wij hebben geleerd menschelijke levens te beschouwen met den blik van onzen Heiland.

Daar was niet één arm verlaten schepsel, dat in Zijn nabijheid kwam, waarin Hij niet, onder al de verwoestingen der zonde, iets zag dat Hij Zijne liefde waard achtte.

Daar was niet een, dien Hij een vernedering achtte te dienen. Toen de discipelen twistten over de vraag, wie de taak van den dienstknecht op zich zou nemen en de voeten der anderen zou wasschen, stond Hij kalm op en verrichtte den nederigen dienst. Hij was zich nimmer helderder bewust van Zijn bovenmensche-lijke glorie, dan op dat uur, en toch was er geen aarzeling in Zijn hart. De quaestie van hun onmetelijke minderheid tegenover Hem kwam nooit in Zijn geest op. Hij dacht gedurende geen oogenblik, dat deze menschen niet waardig waren van zulke handen als de Zijne zulk nederig dienstbetoon te ontvangen. Hij zag in hen iets, dat het zelfs voor Zijn Goddelijkheid geen vernedering deed zijn hen te dienen. Wanneer

109

ocr page 124

HEILIGING VAN DEN WERKDAG,

wij hebben geleerd het menschelijk leven te beschouwen als Hij, dan zal het geen pijnlijke taak zijn de nederigsten en onwaardigsten rondom ons, ten koste van wat ook, te dienen.

Wij willen gaarne genoeg hen dienen die wij eeren. Doch maar al te dikwijls beschouwen wij ons leven als te heilig, om opgeofferd te worden ter wille van hen die wij beneden ons rekenen.

Een teere vrouw verlaat haar aangenaam en veilig tehuis, en begeeft zich in de koorts-afdeeling van het stedelijk hospitaal of in de sombere gevangeniscel,, om te trachten de lijdenden en misdadigers te helpen. Een beschaafd meisje keert zich af van gemak en weelde, van kringen van haar liefhebbende omgeving en van maatschappelijke triomfen, en begeeft zich midden onder de heidenen, om haar schoone leven te besteden in het zwoegen voor wilden. Een godvruchtig jongman keert zicht af van de toejuiching en gemakzucht en wijdt zich aan de opheffing van de laagste klassen in een groote stad. Allerwege zeggen de menschen: „Deze levens zijn te kostbaar voor zulk werk. Zij zijn te verfijnd, te schoon, te teer, van te groote waarde om in dergelijk dienstwerk opgeofferd te wordenquot;. Maar indien er niets was in dat allerkostbaarste, dat Goddelijke leven van den Heere Jezus, dat te goed was om gegeven te worden ten dienste dergenen voor wie Hij het leven liet, zullen wij dan zeggen, dat eenig menschelijk leven zoo heilig, van zoo groote waarde is, dat het niet op gepaste wijze besteed mag worden in het dienen van de armste,

110

ocr page 125

NIET OM GEDIKND TE WOEDEN.

de meest onwetende, de diepst gezonken mannen en vrouwen in gevangenissen, in hospitalen, in sombere verblijven of ellendige zolderkamertjes?

Wanneer wij leeren anderen te schatten niet naar waarde van hun rang en positie, maar naar hunne geestelijke waarde, naar hun onsterflijkheid, naar de talenten die ongebruikt gebleven zijn in een verwoest leven, dan zal het niet langer vernederend voor ons zijn ook den nederigsten dienst te verrichten voor het minste van Gods schepselen. Dan zal er niets in ons zijn, dat te rijk of te heilig zal schijnen, om gegeven te worden zelfs ter wille van de meest verachten. quot;Wij mogen ons zeiven eeren en ons bewust zijn van al de macht en waardigheid van onze levens als Gods kinderen, en nochtans onszelven niet te hoog achten, om ook de geringsten te dienen.

In onze gedragingen jegens onzen medemensch is er geen andere weg, waarin we de wet der Christelijke liefde kunnen vervullen, welke ons gebiedt goed te doen aan alle menschen. Wij moeten ons niet inbeelden attenties van anderen te verdienen. Wij zijn niet in deze wereld om gevierd en gediend te worden. Zoodra wij in ons gedrag jegens anderen van dit standpunt uitgaan, houden wij op in groote mate hulpvaardig, indien nog hulpvaardig te zijn in den Christelijken zin van het woord. Wij schatten dan iedereen naar zijn bekwaamheid of gewilligheid om ons te dienen. Wij taxeeren anderen, zooals zij naar onze schatting aangenaam of onaangenaam zijn. Terugstootende karakters stuiten ons, omdat wij ons bij hunne beoordeeling

111

ocr page 126

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

geheel laten beheerschen door den indruk, dien zij maken op ons gevoel en onzen individueelen smaak. Wij beminnen alleen aangename menschen, zijn vriendelijk alleen tegen degenen die vriendelijk zijn tegen ons, en dienen slechts hen die wij dat waard achten. Onheusche bejegening van de zijde van anderen sluit ons hart voor hen. In één woord, wij doen niets belangeloos en zoeken ons zeiven. Dit moge ons zeer welkom doen zijn in den kleinen kring van onze persoonlijke vrienden, en zelfs in het maatschappelijk leven, maar het is oneindig ver verwijderd van den geest en de practijk van ware Christelijke liefde en dienstbetoon.

Wij moeten ons beschouwen als de dienaars van anderen ter wille van Jezus. Wij moeten ons aan de menschheid geven, zooals onze Meester het deed, niet vragend wat voordeel wij van haar kunnen erlangen, maar wat wij kunnen doen voor haar.

Indien wij ons aldus belangeloos jegens anderen gedragen, terwijl ons hart er naar uitgaat om hen goed te doen, zal de geheele wereld dadelijk voor ons een ander voorkomen hebben. Wij zijn hier niet om te ontvangen en te verzamelen, maar om te geven en rond te deelen — niet om gediend en edelmoedig behandeld te worden, maar om te dienen zonder acht te slaan op iemands karakter of de wijze, waarop hij ons behandelt. Dit geeft aan elk menschelijk leven een wonderschoone wijding. Het vernedert en bedwingt onzen trots. Het verandert verachting in medelijden. Het matigt onzen toon en ontneemt onze

112

ocr page 127

NIET OM GEDIEND TE WORDEN.

trotschen, gebiedenden geest. In stede van ons te laten afschrikken door iemands terugstootend gedrag, wordt ons medelijden gaande gemaakt, en een vurige liefde komt in ons hart, dat verlangend is hem te genezen en te zegenen. In plaats van aanstoot te nemen aan iemands lompheid en onvriendelijkheid, verdragen wij zijn gebreken geduldig, hopende hem goed te doen. Niets, dat hij ons moge aandoen, doet onze liefde in haat verkeeren. Wij gaan voort zijn belang te zoeken, niettegenstaande zijn minachting, beleedigingen en wreedheden. Wij zijn blijde voor anderen ons op te offeren en opgeofferd te worden, zelfs al zou zich het geval voordoen, dat naarmate wij hen meer beminnen, zij ons minder beminnen.

Met dezen geest bezield is het niet langer moeilijk den onaangenaamsten menschen wel te doen, de meest onwaardigen te helpen. Dan valt het ons licht onze vijanden te beminnen op de eenige wijze, waarop het voor ons mogelijk is hen lief te hebben. Wij kunnen hen niet beminnen, zooals wij dat onze vrienden doen. Wij kunnen onmogelijk hunne fouten goedkeuren, of hun zedelijke tekortkomingen prijzen of zwart wit maken. Wij kunnen ons zeiven niet dwingen hun karakter schoon te vinden, wanneer zij in hooge mate stuitend zijn, of hun gedrag correct, wanneer het ten eenenmale verkeerd is. De liefde speelt onzen zedelijken voorschriften niet zulke parten. Zij blinddoekt ons niet, noch maakt ons kleurenblind. Zij maakt ons niet verdraagzaam jegens zonde of onverschillig omtrent iemands zedelijke gebreken. Christus heeft

8

113

ocr page 128

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

114:

nimmer den volmaakten maatstaf van heiligheid, waarnaar hij elk mensch en elk leven afmat, ook maar een haarbreedte lager gesteld. Evenmin moeten wij dit doen. Wij moeten steeds in onze ziel het ideaal zuiver en onbevlekt omdragen. Wij moeten niet ééne zonde door de vingers zien, en toch moeten wij den zondaar liefhebben, hem beklagen en medelijden met hem hebben, en, in stede van ons met afgrijzen en eigengerechtigden trots van hem af te wenden, moeten wij hem door alle mogelijke middelen zoeken op te richten en te redden. Onder de verwoesting, door zijn zonde aangericht, blijven immer de onuitwisch-bare trekken bestaan van het Goddelijk Evenbeeld, dat de zachte hand der liefde moge wederopbouwen en herstellen.

ocr page 129

XIII.

VERTRAGEN IN WELDOEN.

quot; if et ^eoin het halve werk'quot;, zeiden de oude Grieken. En het is waar — hetzij het begin goed is of slecht. En toch, een goed begin is niet genoeg. Het is de laatste pas, die het hem doet in den wedstrijd. Het is de laatste slag, die den boom velt. Het is de laatste zandkorrel, die de schaal doet overslaan. Een van de hoofddeugden in het practisch leven is volharding — volharding ondanks alle hinderpalen, bezwaren en ontmoediging. Het is het onwankelbaar doorzetten, dat wint. De paden des levens zijn bezaaid met de lijken dergenen die bezweken en neervielen onderweg. De krone des levens kan slechts worden verworven door hen, die niet willen falen. Succes op elk levensgebied moet bereikt worden in weerwil van tegenkanting en strijd.

Op geen gebied is dit alles meer waar dan op zedelijk terrein. Velen beginnen goed in het Christelijk leven, met vurige verwachting en gloeienden ij ver, die spoedig falen. Zij worden ontmoedigd bij de bezwarende moeilijkheden van den weg, of bij den geringen invloed, dien zij in staat zijn te oefenen op de wereld, en worden moede.

ocr page 130

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Zulk een bloohartigheid zal nimmer de eerekroon des onsterflijken levens verwerven. Deze is alleen voor hem die overwint.

Er zijn twee wijzen van moede te worden in weldoen. Wij llt;unnen in het weldoen en het weldoen moede worden. En er is een onmetelijk verschil tusschen deze beide. De beste menschen kunnen moede worden in hun dienstbetoon. De menschelijke natuur is zwak. Wij zijn geen engelen met een onuitputtelijk uithoudingsvermogen. Maar wij moeten ons wel wachten ons werk moede te worden, zooals we dat somtijds geneigd zijn. Er zijn ontmoedigingen, die onze trouw deerlijk op de proef stellen, maar, welke zij ook mogen zijn, wij mogen er ons niet door laten afschrikken.

„Wat helpt het God te dienen?quot; roept deze of gene. „ik heb jaren achtereen getracht Hem getrouw te zijn „en te leven naar Zijn wil, maar met dat al slaag ik „in het leven niet. Ik heb geen zegen op mijn werk. „Mijne zaken gaan niet voorspoedig. Daar hebt ge „mijn buurman, die nooit bidt, die de voorschriften van „Gods Woord niet acht, die 's Heeren dag ontheiligt, „wiens leven onrechtvaardig, valsch en zelfzuchtig is; „en toch brengt hij het veel verder dan ik. Wat „baat het God te dienen?quot; Menig goed mensch heeft zoo bij zich zelf gedacht, ook al heeft hij zijne gedachte niet luide geuit.

Op dit alles kan worden geantwoord, dat Gods jaren lang zijn, en Hij haast nooit. Het is zooals een goed Christen zeide tot een spotter, die er zich op beroemde, dat zijn oogst goed was, hoewel hij nimmer God

116

ocr page 131

VERTRAGEN IN WELDOEN.

gebeden had dien te zegenen, terwijl die van den Christen met al zijn bidden was mislukt: „de Heer vereffent Zijne rekening met den mensch niet altijd in den maand Octoberquot;. Bovendien, wereldsche voorspoed wordt niet altijd beloofd, en is ook niet altijd een zegen. Er komen vele tijden in ieders leven, waarin beproeving beter is dan voorspoed. Weinig met 's Hemels zegen is beter dan groote winste, vergiftigd door Godes vloek. Van dit tenminste kunnen wij steeds zeker zijn — dat in het eind weldoen zal slagen en kwaaddoen smart en wee zal brengen. „Mijn Heer Kardinaalquot;, zeide Anna van Oostenrijk tot kardinaal Richelieu: „God is een betrouwbaarbetaal-„meester. Hij moge niet betalen aan het eind van elke week, of maand of jaar, maar Hij betaalt in het eindquot;.

Wij kunnen ons ook laten verleiden, om het weldoen moede te worden. Er zijn ontmoedigende dingen, als wij onzen blik niet verder dan op het tegenwoordige richten. Het doel wordt slechts langzaam bereikt. De knoppen van geestelijken wasdom ontsluiten zich traag in het kille klimaat dezer wereld. 'sMenschen gebreken zijn taai en vasthoudend. Strijd is afmattend en de overwinning wordt niet zonder pijnlijke opoffering verkregen en slechts na een lange en bange worsteling. Alles in het Christelijk leven is moeilijk te bereiken. In den gloed van zijn jeugdigen ijver en het blaken van zijn nog onbeproefde en onverijdelde hoop is de Christen wel eens geneigd te gaan denken, dat alles maar dadelijk voor zijn slagen zal wijken. Hij verwacht overal den invloed te bemerken, dien zijne woorden

117

ocr page 132

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

op de menschen maken. Hij verlangt onmiddellijke resultaten in elk geval. Hij is in hooge mate hoopvol en geestdriftig, maar heeft geen sterk geloof. Hij begint en ontdekt spoedig zijn vergissing. De menschen zijn ingenomen met zijn ernst, maar hun harde harten willen niet wijken. Hij bevindt, dat hij beukende is op steenen muren. Resultaten vertoonen zich niet. Voor hem is dit vreemd en ontmoedigend, maar het is altijd zoo geweest. Vele menschen weigeren de zegeningen, die God hun toezendt. Wij komen tot hen met rijke geestelijke zegeningen, en zij wenden zich af om de een of andere illusie na te Jagen. Wij vertellen hen van den Christus, en zij gaan het oor leenen aan het sirenen-gezang, dat hen op de rotsen des verderfs zou lokken. Dat dit ontmoedigend is, kan niet worden ontkend.

Maar ziet God dan niet neer op ons werk? Slaat Hij onzen arbeid en onze tranen niet gade? Aanschouwt Hij niet onze getrouwheid in Zijn dienst? Veronderstel dat het zaad gedeeltetijk valt op den harden weg en geen vrucht draagt; zal de zaaier zijn loon missen? Zal hij vergeten worden op dien dag, op welken God Zijne getrouwen zal gedenken? Neen! Al mogen menschen Uw boodschap terugwijzen, — indien gij ze getrouw en met een waar motief hebt gegeven, dan zult ge gezegend worden.

„Maar menschen zijn ondankbaarquot;. Volkomen waar. Ge dient hen die in nood zijn, het brood nemende van Uw eigen schotel om hen te spijzigen, U zelf het noodige ontzeggend, om het hun te geven; ge bezoekt

118

ocr page 133

VERTRAGEN IN WELDOEN.

hen en zorgt voor hen in ziekte; ge besteedt tijd en geld om hun leed te verzachten. En daarna, zoo spoedig de moeilijkheden geweken zijn en zij Uw geld en hulp niet langer meer behoeven, keeren zij zich van U af, alsof ge hun onrecht hadt gedaan. Bijkans het zeldzaamst van de menschelijke deugden is ware dankbaarheid. De eene raag terugkeeren, maar de negen komen niet meer terug. Menig getrouw Christen, die tijd en middelen besteed beeft in het verlichten van smart alleen om vergeten te worden door en misschien om zelfs onrecht te ondergaan van de zijde van hen die hij bijstond, wordt moede en zegt; „het baat niet; ik zal het niet meer beproevenquot;.

Ik weet hoeveel zoeter het is te werken voor hen die dankbaar zijn, die zich onze vriendelijkheid blijven herinneren, die hun dank uitspreken en liefde terugbewijzen voor elke betoonde gunst. Het verlicht onzen last. Dankbare woorden zijn gelijk bekers koud water voor hem die moede en mat is; en zeker past het dankbaar te zijn.

Maar ondersteld zij zijn het niet. Verondersteld dat jaren van vriendschap in een oogwenk vergeten worden, dat groote opofferingen nimmer worden herdacht. Verondersteld, dat daden van liefde beloond worden met beleediging, onrecht, laster, of met den dolksteek der kwaadsprekendheid. Berooven dergelijke vergeldingen U van die hoogere belooningen, die God belooft voor elke zelfverloochening ter wille van Hem? Verondersteld, dat iemand moede en eenzaam door het leven moet gaan, op onbekrompen wijze zijn leven

119

ocr page 134

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

gevende voor anderen, en slechts geringschatting, ondankbaarheid, zelfs vervolging ontvangende. Verondersteld, ge wordt verkeerd begrepen, zooals met zoo vele goede menschen het geval is. Uw beweegredenen worden in een verkeerd en valsch daglicht gesteld. Verondersteld ge wordt belasterd en beleedigd. Omdat de aarde verkeerd begrijpt en uitlegt, zal daarom de Hemel dat ook doen? Neen; er is één plaats, waar menschen begrepen worden en hun werk en waarde geapprecieerd. Daar zal geen goede daad worden vergeten. Geen nederbuigende opoffering zal worden over het hoofd gezien. Daar zal lof en belooning zijn. Wij mogen niet hier oogsten, maar wij zullen oogsten niettemin.

Verder zijn velen, die tot ons komen om hulp, deze ten eenenmale onwaardig. Zij die wel doen, moeten tot allerlei lastige voorzorgen hun toevlucht nemen, om zich te vrijwaren tegen bedrog. Een droevig verhaal wordt verteld — droevig genoeg om het hart van een gierigaard te doen breken. Ge geeft geld, en de bedrieglijke begiftigde sluipt naar de dichtstbijzijnde herberg en verspilt het aan sterken drank. Of ge vraagt waar degene die zich tot U wendt woont, en, nadat hij U schoorvoetend heeft ingelicht, gaat ge mijlen ver, om te bevinden dat daar nimmer zoo iemand heeft gewoond. Het gevolg van dergelijke ontdekkingen, zoo we niet voorzichtig zijn, is, dat de warmste harten gesloten worden voor alle kreten om hulp. Zij strekken om de fonteinen onzer mededeelzaamheid te doen verkillen en bevriezen en hare

120

ocr page 135

VEETEAGEÏT IN WELDOEN.

uitstrooming naar de behoeftigen tegen te houden. Wij komen er toe te zeggen: „Geld geven is geld „wegwerpen; het is een mededeelzaamheid, die even-„zeer verspild is als het verspreiden van zoete geuren „in de woestijnquot;.

Het is zeker voor den arbeid ontmoedigend maanden achtereen iemand trachten te helpen, alleen om hem ten slotte onwaardig te bevinden. Het schijnt niet ongelijk aan het bouwen van een huis van de kostbaarste bouwstoffen in een moeras, om straks weg te zinken. Nochtans worden in onzen tijd bedolven paleizen en steden in de Oude Wereld opgegraven, die lang verborgen zijn gebleven. Zoo mag arbeid schijnen weg te zinken en verloren te zijn, maar God zal niets laten verloren gaan, dat voor Zijn naam is gedaan. In het eind zal het weder voor den dag komen. Hij is getrouw en zal Uw werk en arbeid en liefde niet vergeten. Gij zult beloond worden, zelfs al moge Uw werk verkwist zijn aan onwaardige beweldadigden. Al bleek de ontvanger Uwer gave een bedrieger te zijn, toch zal Christus, indien ze werd geschonken in Zijn naam en om Zijnentwille, ten laatste zeggen: „Gij deedt het voor mijquot;.

Een ander laat zich ontmoedigen, omdat er op zijn werk geen zegen schijnt te zijn.

Gij zijt vader of moeder, ge hebt jaren gearbeid en gebeden voor het heil Uwer kinderen, toch ziet ge niet het gehoopte resultaat. Gij zijt onderwijzer, en schoon ge zwoegt zoo hard ge kunt, ge bemerkt geen invloed op het leven Uwer leerlingen. Of ge zijt

121

ocr page 136

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

prediker, en ge predikt met allen ijver en trouw, maar de menschen keeren zich niet tot den Heer, en ge zijt zwaarmoedig en soms geneigd alles in wanhoop op te geven.

Maar weet gij werkelijk, dat Uw werk niet gezegend is? Weet ge, dat er geen resultaten zijn? De zaken zijn niet wat zij schijnen. De snelste en, zooals het ons voorkomt, duidelijkste successen zijn maar altijd te dikwijls in werkelijkheid de grootste mislukkingen. Op het laatst werpen ze de minste vruchten af. In het Christelijk werk hebben we dikwijls plotselingen en tropischen wasdom buiten rekening te laten, of tenminste te vreezen voor deszelfs echtheid en duur. De rustige en langzame groei is gewoonlijk de waarste.

Verder kunnen wij geestelijke resultaten niet afmeten zooals we dat kunnen met stoffelijke. De kunstenaar ziet de schilderij op zijn doek groeien, naarmate hij werkt dag aan dag. De metselaar ziet den muur oprijzen met eiken steen, dien hij opstapelt. Maar de geestelijke bouwmeester werkt met onzichtbaar materiaal, richt een gebouw op, welks muren hij niet zien kan. De geestelijke kunstenaar schildert op onzichtbaar doek. Zijne oogen kunnen de schoone penseelstreken, die hij maakt, niet zien.

Soms blijken de resultaten van werk op een men-schenleven in het verbreeden en veredelen van het karakter, in de bekeering van den goddelooze, in het troosten der smart, in het oprichten der gezonkenen; en toch, veel van ons werk moet worden gedaan in eenvoudig vertrouwen, en wellicht zal het in den hemel

122

ocr page 137

VERTRAGEN IN WELDOEN.

worden gezien, dat de beste resultaten van ons leven het gevolg zijn geweest van zijn onbewusten invloed, en onze vruchtbaarste pogingen die zijn geweest, welke wij vergeefsch beschouwden.

Het oude molenrad draait rond en rond aan de buitenzijde van den muur. Het schijnt nutteloos werk te zijn, dat het doet. Wij zien niets gebeuren. Maar zijn as loopt door den molenwand en brengt daar een groot samenstel van machines in beweging, en maakt brood, om menigen hongerigen mond te spijzigen. Zoo zwoegen velen van ons voort en zien soms geen belooning of vrucht. Maar indien wij oprecht zijn jegens God, verkrijgen we ergens resultaten Hem ter eere en voor het welzijn van anderen. De spil loopt door tot in het ongeziene en brengt daar raderen in beweging, zegeningen en voedsel bereidend voor hongerige levens. Geen waar werk voor Christus kan immer falen. Te eeniger plaats, te eeniger tijd, op de een of andere wijze zullen er resultaten zijn. Wij behoeven ons niet te laten ontmoedigen, want op Gods tijd zullen wij oogsten, indien we niet in ijver verflauwen. Maar wat indien wij verflauwen?

123

ocr page 138

XIV.

KLEINERE DIENSTEN IN HET VOORBIJGAAN BETOOND.

„Ik verwucht deze wereld slechts eens te te doorschrijden. Daarom, indien er eenige vriendelijkheid is, die ik een medemensch kan bewijzen, laat mij die thans doen. Laat mij die niet uitstellen of verzuimen, want ik zal dezen weg niet nog eens gaanquot;.

1-4 r is tweeërlei wijs, waarop wij allen werken en er zijn twee soorten van resultaten, die ons leven afwerpt. Er zijn zaken, die wij opzettelijk doen, waartoe wij bepaaldelijk het plan ontwerpen. Wij nemen moeite om ze te doen. Wij besteden meermalen lange jaren om ons te bekwamen tot het doen van deze. Zij kosten ons nadenken en zorg. Wij reizen wellicht vele mijlen, om ze te volbrengen. Dit zijn de zaken, waarvoor wij leven.

Dan zijn er andere zaken, die we doen, en die niet te voren beraamd zijn. Wij gingen niet 's morgens van huis, om ze te verrichten. Het zijn niet bepaaldelijk beoogde zaken, niet vooraf bedacht of in orde gemaakt. Dit is dienstbetoon, in het voorbijgaan verricht. Het zijn de zaken, die wij bij toeval uit onze

ocr page 139

KLEINERE DIENSTEN IN HET VOORBIJGAAN BETOOND. 125

hand in het pad laten vallen, als wij uitgaan tot het groote veld, om te zaaien. Het zijn de kleinere vriendelijkheden en beleefdheden, die de tusschen-ruimten van onze drukke dagen aanvullen. Het zijn de kleine bloemen en nederige plantjes, die groeien in de schaduw der majestueuze boomen of verscholen als viooltjes onder de hoogere planten en struiken. Het zijn de kleinere gelegenheden tot nut doen, die zich voor ons openen, als we onze groote verantwoordelijkheden dragen. Het zijn de zaken, van welke wij geen notitie nemen, en om welke wij wellicht niet meer denken — louter kleinigheden in het voorbijgaan, woorden die ons ontvallen als we passeeren in haastigen spoed.

Wij hechten geen waarde aan dit deel van ons levenswerk. Wij verwachten er geen resultaat van. Wij beroemen ons op onze groote meesterstukken. Wij wijzen op deze, als de dingen, die ons naar waarde doen zien zooals we zijn, als de zaken waarin wij hopen te leven.

En toch zijn dikwijls deze niet bedoelde zaken de heiligste en de schoonste, die we doen, verre uitblinkende boven die welke wij zeiven zoo hoogelijk prijzen. Ik geloof dat het, wanneer de boeken worden geopend, zal gezien worden, dat het allerbeste van menig leven datgene is, waaraan men geen waarde hechtte en waarvan men geen vruchten of gevolgen verwachtte, terwijl de zaken, waarin men eer stelde en welke met overleg en moeite werden volbracht, zullen blijken van slechts geringe waarde te zijn.

ocr page 140

HEILIGING VAN DUN WERKDAG.

Onze Heer zegt ons, dat de rechtvaardigen in de ure des oordeels verwonderd zullen zijn te hooren van edele daden, door hen verricht, waarvan zij zich niets weten te herinneren. Zonder twijfel is er zeer veel goeds onbewust gedaan, waarvan de dader zich nimmer bewust zal zijn tot het geopenbaard zal worden in het toekomende leven.

Men zegt, dat, toen Thorwaldsen, de Deensche beeldhouwer, naar zijn vaderland terugkeerde met die zeldzame kunstwerken, die zijn naam onsterfelijk hebben gemaakt, in Italië met onverdroten ijver en gloeiende inspiratie gebeiteld, dat toen het dienstpersoneel, dat de beelden ontpakte, het stroo, dat er om heen gewikkeld was, op den grond verspreidden. Den volgenden zomer bloeiden in Copenhagen's straten uit de zaden, zoo toevallig geplant, bloemen uit de tuinen van Rome. Terwijl hij zijn schoon doel nastreefde en de schoonste resultaten naliet in levend marmer, strooide hij tegelijkertijd onbewust andere schoone dingen op zijn pad, om blijdschap en vreugde te geven.

En zoo verrichten de menschen, overal waar naar waarheid geleefd wordt, terwijl zij hunne grootere plannen uitvoeren, immer onwetens een reeks van kleinere daden, die dikwerf zeer weldadige en ver reikende resultaten opleveren. Er zijn diensten, in het voorbijgaan verricht, die b.v. bestaan in tallooze kleine beleefdheden, zachte woorden, louter voorbijgaand hulpbetoon op het levenspad van hen die we toevallig ontmoeten, aangename indrukken teweeggebracht door onze wijze van groeten, invloeden die

126

ocr page 141

KLEINERE DIENSTEN IN HET VOORBIJGAAN BETOOND. 127

indirect uitgaan van de dingen die wij doen en de woorden die wij spreken — een dienstbetoon niet bedoeld, niet berekend, ongemerkt, louter toevallig — en toch is het onmogelijk den invloed ten goede te schatten van deze toevallige daden ten nutte van anderen.

Wij gaan uit in den morgen tot het volbrengen onzer plichten en verrichten die met meerdere of mindere trouw en nauwgezetheid. Maar gedurende de drukke uren van den dag vinden we gelegenheid tot het bewijzen van vele kleinere vriendelijkheden. Op straat ontmoeten wij een vriend, die mismoedig is, en we staan stil om hem een bedachtzaam woord toe te spreken van opwekking en hoop, dat hem den ganschen dag als een Engelentoon in de ooren blijft klinken. Wij bellen aan het huis van een buurman, als we na het eten uitgaan, om te vragen naar zijn ziek kind, en er is deu ganschen middag een weinig meer blijdschap in dat droevige huis door deze attentie. Wij wandelen een eindweegs op met een jongen man en uiten een enkel oprecht woord van belangstelling, dat hij zal onthouden en dat er wellicht het zijne toe zal bijdragen om hem te redden.

Allerlei menschen komen dagelijks tot ons met allerlei zaken. En al kunnen wij niet veel tot elk van hen zeggen, we kunnen toch elk hart verkwikken met een woord van vriendelijkheid, dat een zaad van schoonheid zal blijken te zijn. We ontmoeten menschen in maatschappelijke aangelegenheden. Tot hen te spreken over godsdienstige onderwerpen is wellicht

ocr page 142

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

noch doenlijk noch nuttig. En toch is er niet een onder hen, dien we niet op de een of andere wijze kunnen dienen. De een heeft smart gehad in zijn huis. Zijn gelaat draagt den stempel van hevigen strijd en verborgen pijn. Door een hartelijke houding, een zacht woord, een welmeenenden handdruk en een bedachtzame uiting van onze sympathie en belang-stélling, laten wij hem wonderlijk getroost van ons gaan. Een ander heeft te kampen met financieele moeilijkheden, en een hoopvol woord geeft hem moed om zijn last kloeker te dragen. Wij schrijven brieven over zaken en wij voegen er een enkel vertrouwelijk zinnetje of een vriendelijke vraag in, blijk gevend van een menschelijk hart zelfs te midden van het dof en eentonig gedruisch van het maatschappelijk raderwerk, en het brengt troost en opbeuring teweeg in een somber kantoor of een duistere werkplaats ver weg. Niets van dit alles hebben we gedaan met het helder besef of zelfs de bewustheid van goed te doen, en toch, gelijk de bloemzaden, die de beeldhouwer medebracht onder de omwindselen van zijn beelden, zoo brengt het schoonheid en geur aan tot verheldering van menig dor en moeilijk levenspad.

Het gezellig verkeer biedt ook talrijke gelegenheden voor deze kleinere diensten. Men kan zich bezwaarlijk iets ijzigers en killers voorstellen, iets dat meer ontbloot is van zacht liefdebetoon, dan veel van het vormelijk verkeer in de maatschappij, in 't bijzonder in de kringen waar weelde en mode den toon voeren. Het wordt beheerscht door willekeurige regels, die

128

ocr page 143

KLEINERE DIENSTEN IN HET VOORBIJGAAN BETOOND. 129

geen ruimte laten voor de teere uitingen van het hart. Het is dikwijls onoprecht. De gesprekken bestaan er voornamelijk in leeg en ijdel gepraat of de meest liefdelooze oordeelvellingen.

En toch, wat gelegenheden biedt juist dit gezellig verkeer voor kleinere diensten van de schoonste soort. Wat woorden van vriendelijkheid kunnen gesproken worden, — en dikwijls, waar zij het dringendst noodig zijn! Er zijn harten, die verkwijnen onder deze koude vormelijkheden. Er zijn zachte geesten te midden van dezen blinden maalstroom, die verlangen naar iets waars en wezenlijks. Er zijn smarten onder al dat geglinster. De deuren zijn gesloten voor degenen, die van beroepswege komen om zegen te brengen. Zelfs Christus staat buiten, wellicht vergeefs kloppend. Geen toegang is er voor hem, die zou willen komen met het erkende doel om goed te doen. En toch kan de Christelijke vrouw, die de deur binnentreedt, zelfs in den meest vormelijken weg, 's Hemels zoetste zegeningen met zich meedragen. Menig ernstig Christen werd in vroeger dagen vrijwillig een slaaf, om toegang te verkrijgen tot de huizen der edelen, opdat zij tenminste den heiligen godsdienst van Jezus mochten naleven in hunlieder gezin en wellicht zielen winnen voor den hemel. Zendelingen bestudeeren de medische wetenschap, opdat zij mogen toegelaten worden tot de huizen van de menschen als dokters, en, terwijl zij daar in die qualiteit zijn, kunnen zij niet anders dan iets van de heilige en zoete geuren van Christus' liefde verspreiden.

9

ocr page 144

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

130

Voor hen, wier harten vol zijn van den geest der genade, is de gelegenheid, om op kalme en onberekende wijze nut te verspreiden, ruimschoots geopend in de vormelijkheden van het gezellig verkeer. Er behoeft hoegenaamd geen vertoon te zijn; vertoon doet de deur dadelijk sluiten. Wat noodig is, is een innige en oprechte vroomheid, die zich onbewust uit in gelaat en woord en daden en manieren, gelijk de geur eener bloem, gelijk het schitteren eener ster, gelijk de onweerstaanbare bekoring van zeldzame schoonheid of roerende muziek. Het onbewuste van die uitingen is juist hare grootste kracht. Zij die gaat met het bepaalde doel om zekere dingen te zeggen of zekere zegeningen met zich mee te dragen, of zekeren invloed achter te laten, faalt wellicht. Maar wanneer zij gaat van huis tot huis met een ziel vol goedheid, reinheid en liefde, met een hart dat oprecht begeert allerwege zegen te verspreiden, met woorden vol gratie, vriendelijkheid en vrede ademend, dan is het onmogelijk geen hemelsche invloeden in elk vertrek achter te laten. Aansporingen worden gegeven tot een beter leven. Kracht wordt geschonken aan worstelende zwakheid. Een verkwikkende adem van troost gaat eruittotharten, die wegkwijnen van smart. Bloemen uit 's Hemels lusthoven worden geplant in den bodem der aarde. Er worden uitzichten geopend op een nieuw en rijker leven. Geen vrouw met innige vroomheid in het hart en Christelijke bevalligheid in haar doen, kan in- en uitgaan in de vormelijke sleur van het verkeer in de maatschappij, zonder onwetend

ocr page 145

KLEINERE DIENSTEN IN HET VOORBIJGAAN BETOOND. 131

een zegenrijken dienst ten goede te verrichten, menige lichtstraal en menige liefelijke bloem achter zich latend.

Hoewel op aarde onopgemerkt en niet gewaardeerd, zal toch wellicht in de laatste ure de zegenrijke invloed van dergelijk dienstbetoon verre datgene overtreffen, waaraan veel arbeid en nadenken gewijd is.

In elk leven zijn deze gelegenheden tot dat dienstbetoon op kleinere schaal. Het met zorgvuldig overleg verrichte in een leven bepaalt geenszins zijn invloed. Hetgeen we doen met de weloverdachte intentie maakt slechts een klein deel uit van het totaal der vruchten, die ons leven afwerpt. Onze invloed kent nacht noch Sabbat. Hij is zonder ophouden, gelijk het leven zelf. Wij laten voortdurend indrukken na op andere levens. Er is dienstbetoon in onze handdruk, in onzen groet, in het meest bevallig onderhoud, zelfs in de uitdrukking op ons gelaat als wij op straat loopen, in de zachte sympathie, die zooveel kracht geeft aan bezwijkende moeheid,

„Gelijk het licht der maan op een onstuim'ge zee

Den storm wel niet bedwingt, maar 't donker zwerk

[verlichtquot;.

Ge ontmoet den een en verneemt zijn vroolijk „goeden morgen!quot; en het maakt U den ganschen dag gelukkiger. Ge ontmoet den ander, die onvriendelijk is, en het werkt even ontmoedigend als het tegenkomen van een lijkstoet. Er is altijd een toovermacht ineen zonnig gelaat. Onzelfzuchtige liefde verspreidt immer als 't ware een heilig aroma rondom zich. Een vroolijk

ocr page 146

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

mensch verspreidt blijdschap om zich heen. Van een geheiligd Christelijk leven gaat allerwege een koesterende warmte uit. Welk een wonderschoon veld, om nuttig te zijn, is dus voor elk geopend! Het best kunt ge U er toe bekwamen door Uw ziel te veredelen.

Het zijn reinheid, waarheid, hulpvaardigheid en liefde die den invloed heiligen. Met Christus' liefde vervuld, laten we overal vreugde en vroolijkheid achter. Te midden van het drukst gewoel, te midden van den meest gewichtigen arbeid verrichten we tegelijkertijd een rustigen, niet bedoelden dienst, welks gezegende invloed op ons pad zal ontluiken als een liefelijke bloem, of weerklinken zal in de harten van anderen in tonen van heilige muziek, of in het leven onzer medemenschen zal stralen in een glans van schitterende schoonheid.

132

ocr page 147

XV.

DE SCHOONHEID VAN EEN RUSTIG LEVEN.

In een van zijn gedichten stelt Robert Browning den aartsengel Gabriöl voor, de plaats innemend van een armen jongen:

„Toen wendde hij zich tot het pover handwerk, dat Zijn daag'lijksch brood hem schonk; en immer zwoegde hij, En deed met lijdzaamheid, tevreden met zijn lot. De taak hem opgelegd, den wil van zijnen God. Hij deed zijn werk getrouw, zijn gansche leven door — Voor hem was 't al gelijk, op aarde of op de zonquot;.

V/ ele menschen meten iemands macht of werk-zaamheid af naar het gerucht, dat hij in de wereld maakt. Maar deze maatstaf is niet altijd juist. De trommel maakt veel meer leven dan de fluit, maar waar het aankomt op ware aandoenlijke muziek en kalmeerende kracht, vermag de fluit vrij wat meer. Wanneer jonge menschen hun leven beginnen, denken zij gewoonlijk dat zij zooveel gedruisch moeten maken als zij kunnen, want dat anders hun leven zal mislukken. Zij moeten hun stem doen hooren luide boven het luidruchtig rumoer der wereld, want anders moeten zij onbekend blijven en in vergetelheid sterven.

ocr page 148

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Maar de bedachtzame en bedaarde jaren huns levens toonen altijd, hoe weinig werkelijke kracht er ligt in „trompetgeschalquot;. De waarde van het leven wordt bepaald door de blijvende vrucht, die het ten laatste afwerpt. Niet naar de plaats die een mensch inneemt voor de oogen der wereld, en de veelheid en luidheid zijner woorden, maar naar de weldaden en zegeningen, die hij in anderer leven nalaat, moet hetgeen hij werkelijk gedaan heeft worden geschat. In den laat-sten dag zal het blijken, dat zij, die in stilte en zonder gerucht hebben gewerkt, in vele gevallen de schoonste en meest blijvende resultaten hebben verkregen.

Er zijn zeer veel levens in nederigheid op aarde geleefd, die onder de menschen niet worden genoemd, welker werk geen pen vermeldt, geen marmer onsterflijk maakt, maar die wel bekend zijn en onuitsprekelijk dierbaar bij God, en welker invloed in het eind zal blijken te reiken tot de verste stranden. Zij maken geen gedruisch in de wereld, doch er is ook geen gedruisch noodig om een leven schoon en edel te doen zijn. Vele van Gods machtigste diensten worden in stilte bewezen. Hoe stil vallen den ganschen dag de zonnestralen op velden en tuinen! en toch wat vroolijkheid, wat bezieling, wat leven en schoonheid verspreiden zij ! Hoe stil bloeien de bloemen! en toch wat rijkdom van liefelijke geuren verbreiden zij! Hoe stil bewegen zich de sterren in hare majestueuze banen rondom Gods troon! en toch toont ons de verrekijker dat zij machtige werelden zijn of groote zonnen, waarin een onberekenbare kracht is verborgen.

134

ocr page 149

DE SCHOONHEID VAN EEN RUSTIG LEVEN. 135

Hoe stil werken de engelen, met geruischloozen tred onze woningen doorschrijdend en immer hun onvermoeid dienstbetoon voor ons en rondom ons verrichtend! Wie hoort het geruisch hunner vleugelen of het gefluister hunner tongen? en toch, zij verdringen zich op ons pad en brengen ons eiken dag een rijken schat van troost, raadgeving, bescherming, leiding en kracht. Hoe stil werkt God zelf! Hij geeft Zijn zegeningen, terwijl wij slapen. Hij maakt geen gedruisch. Wij hooren Zijne voetstappen niet, en toch is Hij immer in onze nabijheid en dient ons op duizenderlei wijze, en brengt ons de zeldzaamste en schoonste gaven Zijner liefde. En wie herinnert zich niet den stillen gang van het leven onzes Heeren op aarde? Hij twistte noch schreeuwde noch hoorde men Zijn stem op de straten. Hij zocht niet, maar ontweek eerder publiciteit. Zijn wonderlijke macht was een macht over het leven en over de harten, die Hij in stilte oefende onder de menschen, maar die nog van Hem uitgaat in alle landen, in millioenen harten en in al de uitgestrekte verblijven van verloste geesten.

En vele van de aardsche dienaren onzes Heeren hebben Zijn geest in zich opgenomen en werken zoo rustig, dat zij nauwelijks onder de menschen als werkers erkend worden. In hun nederigheid gelooven zij zelfs niet van eenig nut te zijn, en klagen over hun onnutheid als Christus' dienstknechten, en toch zijn zij in den Hemel opgeschreven als de alleredelste Zijner dienaren. Zij doen geen groote dingen, maar van hun levens straalt een rijke zegen uit. Daar gaat

ocr page 150

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

immer een stille en schier onmerkbare invloed uit van hen, die neerdaalt als een zegen op elk leven in hun omgeving; want het zijn niet enkel onze weldoordachte daden die vrucht nalaten. Veel van het beste werk, dat wij doen in deze wereld, wordt onwetens gedaan. Er zijn vele menschen, die het zoo druk hebben met wat men noemt wereldschen arbeid, dat zij weinig oogenblikken kunnen vinden om die aan werken van welwillendheid te wijden. Maar zij gaan uit eiken morgen van de tegenwoordigheid Gods en gaan tot hun dagelijksche bezigheid, en alle dagen ontvallen zachte woorden aan hun lippen en strooien zij de zaden van vriendelijkheid langs hun pad. Morgen ontkiemen bloemen uit Gods lusthoven in de harde stoffige straten der aarde en langs de paden van arbeid, die hun voet heeft betreden.

Meer dan eens wordt in de Schrift het leven van Gods volk in deze wereld vergeleken met den dauw. Er zijn wellicht andere punten van overeenkomst, maar bijzonder opmerkelijk is de rustige wijze, waarop de dauw zijn dienst verricht. Hij valt zacht en onmerkbaar. Hij maakt geen gedruisch. Niemand hoort hem vallen. Hij kiest het nachtelijk duister, wanneer de menschen slapen en niemand van zijn schoon werk getuige kan zijn. Hij bedekt de bladeren met paarlen Hij glijdt in de bloemkelk en laat daar een nieuwe hoeveelheid zoetheid achter. Hij siepelt neer langs de wortels der grashalmen en andere teere plantjes, 's Morgens is er overal frissche schoonheid en nieuw leven. De velden zien er groener uit, de tuinen zijn

136

ocr page 151

DE SCHOONHEID VAN EEN RUSTIG LEVEN.

geuriger, en de geheele natuur glanst en schittert in nieuwe pracht.

Is hier geen stille wenk ten opzichte van de wijze waarop wij er naar behooren te streven goed te doen in deze wereld'? Moet het niet ons doel zijn onzen invloed eerder te doen voelen dan zien en hooren? Behooren wij niet te wenschen zegeningen zoo stil en zoo zacht te spreiden, dat niemend het wete, welke hand ze schonk? De gansche geest van het onderwijs des Heeren bevestigt dit: „Wanneer gij Uw aalmoes geeft, laat Uw linkerhand niet weten wat Uw rechterhand doet, opdat Uw aalmoes in het verborgen moge geschiedenquot;. Ons is bevolen niet de loftuitingen van menschen te zoeken — niet goede daden te doen om door de menschen gezien of beloond te worden. Wij moeten onze goede daden niet uitbazuinen of van de daken verkondigen.

Vertolkt in de taal van het dagelijksch leven, beduidt dit alles, dat wij er niet naar moeten streven alle onze welwillende daden in de nieuwsbladen vermeld te zien. Het beduidt, dat wij geen publiciteit en lof van menschen moeten begeeren voor elke edelmoedige daad, die we cioen, elk offer dat we ons getroosten, en elke vriendelijkheid die we betoonen. Het beduidt, dat wij zelfs zorg moeten dragen, dat onze goede daden in 't geheel niet bekend worden — dat wij ze zoo stil en zoo in 't verborgen moeten volbrengen, dat de wereld er nimmer van hoort spreken. Wanneer de beweegreden is eer van menschen te ontvangen of onze goedheid te laten schitteren, dan verliest de daad haar schoonheid in Gods oog.

137

ocr page 152

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Wanneer wij ons zeiven aldus toetsen, zullen wellicht velen van ons vinden dat zij tekort komen. Zijn wij bereid te zijn gelijk de dauw — zachtkens in het duister te komen tot de deuren der menschen met zegeningen, die hen zullen verrijken en goed doen en verheugen, en dan stil weer heengaan, voordat zij ontwaken en weten, welke hand de gave schonk? Zijn wij bereid te werken zonder dankbaarheid, zonder erkentelijkheid, zonder menschelijke loftuiting of weervergelding? Zijn wij tevreden, wanneer wij onze levens uitstorten als de dauw om de wereld te zegenen en vruchtbaarder te maken, en toch ons zeiven verborgen houden — om de vruchten van ons werk en onze opoffering rondom ons te zien in gezinnen waar vreugde gekomen is, in verbeterde karakters, in het ontwaken van schoonheid en vreugde, in het zich vernieuwen der maatschappij, in goede instellingen, en in weldaden bereid door onze hand en genoten door anderen, — en toch nimmer onze namen met eer of lof hooren noemen, terwijl we misschien de kreten van toejuiching hooren klinken voor anderen?

En toch, is het niet aldus, dat wij hebben te leven als volgelingen van Christus? Zijn eer moet worden gezocht. Wij moeten er naar streven een zegen te zijn in de wereld, allerwege bezieling te wekken, een invloed ten goede te oefenen op anderer leven, allen die we ontmoeten met hulpvaardigheid en andere edele eigenschappen te bezielen, en dan te verdwijnen, zoodat de menschen ons niet kunnen prijzen, maar slechts hunne harten opheffen tot Christus alleen.

138

ocr page 153

DE SCHOONHEID VAN EEN RUSTIG LEVEN.

Toen Florence Nightingale als een engel der vertroosting de hospitalen was binnengegaan in de Krim, tot haar naam in het hart van eiken soldaat was gegraveerd, vroeg zij verschoond te mogen blijven van het laten maken van haar portret, zooals duizenden verzochten, opdat ze in stilte mocht weggaan en vergeten worden, en Christus alleen mocht herdacht worden als de schenker van de zegeningen, die haar hart had uitgedeeld. Dat is de ware Christelijke geest.

En zoo kunnen wij allen leeren te leven, als wij willen. Zoo hebben talrijke nederigen geleefd en zoo leven er nog voortdurend.

Er zijn moeders, die soms ontevreden zijn, omdat het gebied, waarop zij nuttig kunnen zijn, hun zoo beperkt toeschijnt. Zij verlangen in staat te zijn tot groote dingen, gelijk de weinigen die boven het gewone peil zijn verheven, en te leven op den bergtop, zoodat de ganscbe wereld ben zien kan. Maar in waarheid hebben zij een veel uitgebreider veld dan zij droomen. Van niemand die leeft voor God en voor liefde kan gezegd worden, dat zijn werk door niemand gezien wordt. Slaan de engelen hem niet gade? Zien niet alle hemelbewoners op hem neer'.' Is de arbeid onbekend van iemand die van uit den hemel wordt gadegeslagen? Wie kan den machtigen verreikenden invloed beschrijven van een nederige moeder, die leeft voor haar kinderen? Er zijn moeders, die hebben geleefd in ontbering en vergetelheid, en die toch zoons hebben opgevoed, die hun invloed op de wereld

139

ocr page 154

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

zouden doen gelden, en zij hebben geleefd voor een goed doel.

Het beste werk van ware ouders en onderwijzers is rustig en schier onwetens verricht werk. Het zijn niet altijd de meest berekende en precies bedoelde woorden en daden, die den diepsten indruk achterlaten op de wereld en andere levens, maar het zijn de onbewuste, niet bedoelde invloeden, die uitgaan als geuren uit een tuin, hetzij men waakt of slaapt, hetzij men aan- of afwezig is. God schijnt al hetgene, waarop we trotsch zijn, te vernietigen. Wanneer het niet onze bedoeling is iets goeds te doen, gebruikt God ons werk tot edele doeleinden en doet het van blij-venden invloed zijn op de wereld en het leven der wereld.

Het zijn de rustige, niet luidruchtige levens, die in stilte het koninkrijk der hemelen opbouwen. Hier wordt er weinig acht op geslagen. Zij worden niet vermeld in de nieuwsbladen. Geen monumenten zullen ter hunner eere prijken op de kerkhoven. Hun namen zullen niet worden overgeleverd aan de nakomelingschap, met kransen omgeven. Maar hun werk is gezegend en niet een van hen is vergeten.

Lange, lange eeuwen geleden groeide een varenblad in een vallei. Zijn aderen waren teer, zijn vezels broos. Het was zeer schoon, maar het knakte en verwelkte. Het scheen nutteloos en verloren, want het had voorzeker geen indruk achtergelaten op de wereld. Doch wacht. Onlangs kwam een man, die de geheimen der natuur doorvorscht, met hamer en

140

ocr page 155

DE SCHOONHEID VAN EEN RUSTIG LEVEN.

houweel en brak een brok rots af, en daar ontdekten zijn oogen

„Een schoone penseelstreek, een keurig ontwerp,

Gebladerte en aaren en vezels zoo fijn____

En het varenblad lag daar in iedere lijn!

Zoo ontrekt ook de Heer meen'ge ziel aan 't gezicht

■Tot de laatste der dagen ze brengt aan het lichtquot;.

Geen leven, dat voor God geleefd is, is nutteloos of verloren. Het nederigste schrijft zijn geschiedenis en laat zijn indruk na waar dan ook, en God zal Zijne boeken ten laatste ontsluiten en menschen en engelen zullen het vermeld vinden. In deze wereld zijn deze rustige levens gelijk die nederige bescheiden bloemen, die geen vertooning maken, maar die, verscholen onder de hooge planten, de lucht met zoete en lieflijke geuren vervullen. En in den hemel zullen zij hun belooning ontvangen — geen lof van menschen, maar openlijke erkenning door den Heer zelf — in de tegenwoordigheid der Engelen en des Vaders.

141

ocr page 156

XVI.

VRIENDELIJKHEID DIE TE LAAT KOMT.

„Wat baat de reddingsboei, die uitgeworpen wordt Nadat des drenk'Hngs voet behouden 't strand betrad ? Wat baat trompetgeschal, en wat de horenstoot. Wanneer ge in 't steil gebergt' het veilig pad reeds vond ? Waartoe de aanwakk'ringskreet tot renners in de baan. Als 't lang begeerde doel door hen reeds is bereikt? Wat nut de zoetste lof, de schoonste lauwerkrans Voor hem wiens stof reeds rust in 't kil en somber graf? Neen! spreek Uw woord van troost en moed op'tle-

[venspad,

Als nog mijn adem gaat, mijn oor 't vernemen kan!quot;

Mevr. Preston.

| k ben altijd blijde geweest, dat er eens was, die haar albasten vaas bracht en den Heer zalfde vóór Zijn begrafenis. De meesten zouden hun vaas verzegeld hebben gehouden en gewacht hebben tot na Zijn dood, en zouden haar dan hebben gebroken om Zijn lichaam te zalven, waar het gewond en koud in de groeve lag, in doeken gewonden. Maar zij wachtte niet. Zij opende de kruik terwijl Hij nog haar zoete geur kon genieten, en toen Zijn vermoeide en gewonde voet de heerlijke verkwikking kon gevoelen.

ocr page 157

VRIENDELIJKHEID DIE TE LAAT KOMT. 143

Wii behoeven niet tusschen de regels door te lezen om de les te vinden. Wanneer iemand sterft, dan is er geen gebrek aan albasten vazen, die uit haar schuilhoeken worden te voorschijn gebracht en ontzegeld. De vriendelijkste woorden worden dan gesproken. Gen schaduw van blaam of verwijt wordt vernomen in het duister vertrek, waar het stoffelijk overschot in stilte rust. Duizend aangename dingen worden gezegd. Een zachte liefde bedekt en verbergt al zijne fouten, en zelfs zijn dwaasheden en zonden. Zijn leven wordt besproken, en elks geheugen spant zich in tot het opsommen van de schoone dingen die hij gedaan heeft, zijn zelfverloocheningen, en de vriendelijkheden die hij in al zijne levensjaren den armen bewezen heeft. Ieder, die hem kende, komt en staart op zijn bleek gelaat en spreekt een paar edelmoedige woorden aangaande hem, zich de een of andere gunst, van hem ontvangen, of de een of andere daad, door hem verricht, voor den geest halend. Intieme vrienden gaan naar den bloemist en bestellen bloemen, saam-gevlochten tot ankers, kruisen, harpen of kronen, om met hun kaartje bezorgd en op de kist gelegd te worden.

Er is niets verkeerds in dit alles. Bloemen op de kist zijn schoon. Wanneer een Christen daarin slaapt, zijn zij passende symbolen van de hope in welke hij rust. Verder schijnen zij zoete geheimzinnige troostwoorden te tluisteren voor treurende harten. Zij spreken ook van vriendelijke gevoelens en zachte herinneringen buiten de donkere woningen, waar men nederzit met

ocr page 158

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

gebroken harten. Zij zijn de teekenen van liefde en hoogachting voor den overledene. Er kan niets ongepasts zijn in het plaatsen van keurige bloemen op de kist.

Het is ook passend dat vriendelijke woorden worden gesproken, zelfs wanneer het oor ze niet kan hooren of het hart er niet door verwarmd kan worden. Niets schooners voor het leven van een mensch dan het oprechte getuigenis van treurende vrienden rondom de baar of de groeve. Het is natuurlijk dat menig teer ingedompeld geheugen uit zijn sluimer gewekt wordt door den vinger des doods. Het is natuurlijk dat, wanneer wij onze vrienden verloren hebben, al de verzegelde vazen van genegenheid opengebroken worden, om hen voor de laatste maal te zalven. Het is goed dat de dood zelfs macht heeft de lastertongen te boeien, vijandschap en naijver te onderdrukken, de tot nu toe niet geapprecieerde schoonheden en uitnemendheden van den gestorvene aan 't licht te brengen, zijn fouten en gebreken met den mantel der liefde te bedekken, en de teedere gedachten, de toevende dankbaarheid en de sluimerende vriendelijke gevoelens in de harten van zijn buren en vrienden op te wekken.

Maar intusschen is er een groote menigte van vermoeiden, die door het leven grafwaarts zwoegen, en die juist nu de woorden van troost en opwekking en ons hulpvaardig dienstbetoon behoeven. Op hun lijkbaar wordt hun de wierook in groote hoeveelheid gewijd, maar waarom zou hij ook niet heden op hun pad gestrooid worden? De vriendelijke woorden liggen

144

ocr page 159

VRIENDELIJKHEID DIE TE LAAT KOMT.

onuitgesproken op den bodem van het menscheiijk hart en zweven ongeuit op de tong, om straks gesproken te worden wanneer deze vermoeiden slapen. Doch waarom zouden zij niet nu worden gesproken, wanneer zij zoo noodig zijn en zij zoo aangenaam en welluidend klinken?

Menig goed man gaat door het leven in eenvoud, slovenJ, in 't verborgen levend en toch een waar, eerlijk Christelijk leven levend, dikwerf zich zelf verloochenend om anderen te dienen, menige vriendelijkheid in stilte aan buren en vrienden bewijzend, — terwijl hij toch bijna nooit een woord van dank of opwekking of lof hoort. Hij mag menige aanmerking en vele woorden van geringschatting vernemen, maar geen woorden van goedkeuring bereiken zijn oor. Indien zijne vrienden aangename dingen omtrent hem te zeggen hebben, dragen zij zorg deze zoo uit te uiten dat hij het niet hooren kan. Wellicht worden zij in 't geheel niet geuit. Zij die hij lief heeft en voor wie hij zwoegt mogen dankbaar zijn, maar hun dankbaarheid ligt in hun harten, gelijk in Februari de knoppen der vruchten in de takken. De vazen gevuld met vriendelijke waardeering, worden verzegeld gehouden. De bloemen worden niet van den stengel gesneden.

Gij staat bij zijn lijkbaar en er worden genoeg vriendelijke woorden gesproken, om elk uur van zijn leven te verhelderen, indien ze te rechter tijd waren gesproken geworden. Genoeg bloemen worden op zijn kist gestrooid, om zijn kamer gedurende al zijne

10

145

ocr page 160

HEILIGING VAN DEN WERKDAG,

levensjaren met geuren te vervullen, zoo zij slechts eiken dag in kleine hoeveelheid waren geschonken. Hoe zou zijn moede hart hebben gejubeld en Gode gedankt, indien hij enkele van de uitdrukkingen van genegenheid en goedkeuring, die thans worden verspild voor ooren die ze niet hooren, had mogen vernemen te midden van zijn pijnlijken levensstrijd, toen hij onder den last schier bezweek! Hoeveel gelukkiger zou zijn leven geweest zijn en hoeveel nuttiger, indien hij te midden van zijn teleurstellingen en angsten geweten had, dat hij zoo vele edele vrienden had, die hem zoo liefhadden! Maar, arme man! hij moest sterven, wilde de waardeering zich uiten. En toen kon hij de zachte worden, die over zijn koude lijk werden gesproken, niet hooren. De bloemen, op zijn graf gestrooid, hadden voor hem geen geuren. De liefde ontlook te laat.

Menige vrouw wijdt haar leven aan Christus in nederig zelfverloochenend dienstbetoon. Zij wendt zich af van gemak en weelde en zwoegt voor de armen. Met haar eigene vingers maakt zij kleederen voor weduwe en wees. Wanneer zij sterft, is er groote rouw. De armen prijzen haar zalig. Zij, die zij gekleed heeft, vergaderen zich rondom haar baar en toonen de kleederen, die zij tijdens haar leven voor hen gemaakt heeft. De predikant spreekt de grafrede uit met wonderlijke teederheid en welsprekendheid. Alles zeer wel. Het is een zoete belooning, een schoon einde voor zulk een leven. Maar zou het niet beter geweest zijn, indien een deel althans van die vriendelijkheid

146

ocr page 161

VBIENDKL1JKHEID DIE TE LAAT KOMT.

jegens haar betoond ware geworden, terwijl zij nog hare moede schreden zette op de paden der liefde en haar nijvere vingers de naald door zoom op zoom haalde?

Een echtgenoot bedekte de lijkbaar zijner vrouw met stapels van bloemen, bouwde een prachtig monument op haar graf en sprak in gloeiende taal over haar edele opofferingen. Maar men fluisterde dat hij tijdens haar leven niet de vriendelijkste echtgenoot voor haar geweest was. Een dochter toonde groote smart bij haar moeders begrafenis en kon niet genoeg zeggen tot haar lof, maar het was bekend dat zij menige doorn in haar hart had gedrukt toen zij leefde.

Is het niet beter te trachten de levenden gelukkig te maken dan hen hunne droevige paden te laten bewandelen zonder sympathie, zonder steun, onopgemerkt en wellicht verongelijkt, en straks hun lijkbaar te doen baden in zonneschijn? Menig mensch bezwijkt onder den druk van 's levens moeilijkheden en het gewicht zijner lasten, zonder ooit de stem van menschelijke sympathie te vernemen. Wat baat het hem, wanneer de doodsstrijd voorbij is en hij roerloos nederligt, of de vrienden al in drommen komen om zijn val te bejammeren en zijn lof te verkondigen? Kan het niet zijn, dat een tiende deel van de sympathie en waardeering., die nu verspild is en niet baat, hem nog voor vele jaren zou hebben staande gehouden?

Houd dus niet de albasten vazen Uwer liefde en teederheid verzegeld tot Uw vrienden dood zijn. Vervul hunne levens met zoetheid. Spreek goedkeurende en opwekkende woorden, terwijl hun ooren ze kunnen

147

ocr page 162

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

vernemen. Zeg hetgeen ge van plan zijt te zeggen, wanneer zij heen zijn gegaan, vóórdat zij gaan. Zend de bloemen, die ge van plan zijt te zenden voor hun lijkbaar, ter verheldering van hun huis voordat zij het verlaten. Zoo een preek U sticht, zal het den prediker goed doen dat te vernemen. Zoo een schrijver een stuk schrijft, dat U bevalt, hij kan de volgende week een nog beter stuk schrijven, indien ge hem een lettertje van dank doet toekomen. Indien ge aan een boek dat ge leest iets hebt, zijt ge dan niet aan den schrijver verplicht hem een woordje van erkentelijkheid te schrijven? Indien ge iemand kent die moede of op den achtergrond gesteld of overwerkt is, zou het dan niet een liefdedienst als van Engelen zijn, te trachten in zijn leven een weinig licht en opgewektheid te brengen, ware sympathie met hem te betuigen en in zijn hand een beker te plaatsen vol van den wijn van menschenliefde ?

Ik heb steeds gezegd — en ik houd me overtuigd dat ik het gevoelen uitdruk van duizenden vermoeide, slovende zwoegers — dat ik, indien mijne vrienden vazen hebben weggelegd, vervuld met de geuren van sympathie en toegenegenheid, die zij van plan zijn uit te storten over mijn lijk, dat ik blijde zou zijn, indien zij die wilden ontsluiten in sommige van mijne uren van vermoeidheid, opdat ik er door verfrischt en opgewekt moge worden terwijl ik er behoefte aan heb. Ik wil liever een lijkbaar hebben zonder een bloem en een begrafenis zonder lijkrede, dan een leven zonder de zoetheid van menschelijke sympathie en

148

ocr page 163

VRIENDELIJKHEID DIE TE LAAT KOMT. 149

aanmoediging. Zoo wij onze zending willen vervullen, dan moeten wij onze vrienden zalven vóór hunne begrafenis. Vriendelijkheden, na den dood bewezen, wekken den vermoeiden en belasten geest niet op. Tranen, gestort op het koude voorhoofd, zijn een povere en late vergoeding voor koudheid en geringschatting en wreede zelfzucht in lange jaren van strijd. Waardeering, wanneer het hart niet meer klopt, werkt niet bezielend op den geest. Het waardeerend oordeel komt te laat, wanneer het pas wordt geuit in de lofrede aan het graf. Bloemen, opgehoopt op de baar, werpen hun geuren niet terug over de dagen van afmatting en strijd.

ocr page 164

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

vernemen. Zeg hetgeen ge van plan zijt te zeggen, wanneer zij heen zijn gegaan, vóórdat zij gaan. Zend de bloemen, die ge van plan zijt te zenden voor hun lijkbaar, ter verheldering van hun huis voordat zij het verlaten. Zoo een preek U sticht, zal het den prediker goed doen dat te vernemen. Zoo een schrijver een stuk schrijft, dat ü bevalt, hij kan de volgende week een nog beter stuk schrijven, indien ge hem een lettertje van dank doet toekomen. Indien ge aan een boek dat ge leest iets hcot, zijt ge dan niet aan den schrijver verplicht hem een woordje van erkentelijkheid te schrijven? Indien ge iemand kent die moede of op den achtergrond gesteld of overwerkt is, zou het clan niet een liefdedienst als van Engelen zijn, te trachten in zijn leven een weinig licht en opgewektheid te brengen, ware sympathie met hem te betuigen en in zijn hand een beker te plaatsen vol van den wijn van menschenliefde?

Ik heb steeds gezegd — en ik houd me overtuigd dat ik het gevoelen uitdruk van duizenden vermoeide, slovende zwoegers — dat ik, indien mijne vrienden vazen hebben weggelegd, vervuld met de geuren van sympathie en toegenegenheid, die zij van plan zijn uit te storten over mijn lijk, dat ik blijde zou zijn, indien zij die wilden ontsluiten in sommige van mijne uren van vermoeidheid, opdat ik er door verfrischt en opgewekt moge worden terwijl ik er behoefte aan heb. Ik wil liever een lijkbaar hebben zonder een bloem en een begrafenis zonder lijkrede, dan een leven zonder de zoetheid van menschelijke sympathie en

148

ocr page 165

VEIENDELIJKHEID DIE TE LAAT KOMT.

149

aanmoediging. Zoo wij onze zending willen vervullen, dan moeten wij onze vrienden zalven vóór hunne begrafenis. Vriendelijkheden, na den dood bewezen, wekken den vermoeiden en belasten geest niet op. Tranen, gestort op het koude voorhoofd, zijn een povere en late vergoeding voor koudheid en geringschatting en wreede zelfzucht in lange jaren van strijd. Waardeering, wanneer het hart niet meer klopt, werkt niet bezielend op den geest. Het waardeerend oordeel komt te laat, wanneer het pas wordt geuit in de lofrede aan het graf. Bloemen, opgehoopt op de baar, werpen hun geuren niet terug over de dagen van afmatting en strijd.

ocr page 166

XVII.

DE PLICHT VAN AANMOEDIGING.

1^ r zijn weinig dingen, waarin we ons met meer ijver en nauwgezetheid hebben te oefenen, dan de gewoonte van opwekking en aanmoediging te geven.

Voor velen is het leven moeilijk. Het is vol worstelingen. Het heeft meer schaduw dan zonneschijn. Zijn plichten zijn ernstig en streng. Zijn lasten drukken zwaar. Wij weten niet hoe velen van hen, die wij ontmoeten, overwonnen zijn in den strijd van heden of gisteren en terneergeslagen of bijna wanhopig zijn. Wij weten niet achter welke lachende gezichten gewonde harten verborgen zijn. Wij zien niet de heimelijke smarten, die als bergen drukken op menigen zachten geest. Wij begrijpen niet met wat moeilijkheden de paden van menigen pelgrim zijn bezet. Er is niet één hart zonder zijn bitterheid. Werk is hard. Lasten drukken zwaar. De strijd is hevig en dikwijls verloren. Hoopvolle verwachtingen verwelken als zomerrozen, teleurstelling achterlatend en uitgedoofde asch. De gestadige en onveranderlijke richting van het menschelijk hart is naar moedeloosheid en terneergeslagenheid.

Wanneer wij onze eigen ondervindingen in ons

ocr page 167

DE PLICHT VAN AANMOEDIGING.

binnenste met een oprecht oog gadeslaan, zullen wij dit alles bewaarheid vinden, en onze persoonlijke ondervinding is slechts een weerkaatsing van wat overal rondom ons plaats vindt. Wellicht zijn enkele levens zonniger dan het onze, terwijl in de meeste de schaduwen dieper, de strijd heviger, en het pad steiler en moeilijker is.

Terwijl er dan zooveel is dat ontmoedigt, past het onzen plicht elke gelegenheid aan te grijpen, om een weinig opgewektheid en helderheid aan te brengen in de levens van hen die we ontmoeten. Het is duidelijk, dat we nimmer noodeloos een ontmoedigend woord moeten uiten. De gidsen waarschuwen reizigers op zekere punten in de Alpen zelfs niet tluisterend te spreken, opdat de weerkaatsing der klanken geen sneeuwmassa haar volmaakt evenwicht moge doen verliezen en haar met donderend geraas naar beneden doen storten. Er zijn harten, wier evenwicht op den rand der wanhoop zoo onzeker is, dat een ontmoedigend woord hen neer kan doen storten. Het is daarom onmenschlievend een woord te spreken, welks invloed kan strekken, om de hoop uit te blusschen, den levensgloed te dooven, of een schaduw te werpen over eenig zonnig hart.

En toch zijn er velen, die hier niet om denken. Er zijn predikers, die tot de menschen komen met ontmoedigende boodschappen. Indien een bevelhebber, die zijn leger ten strijde voert, sombere voorspellingen ging doen, uitweidende over de moeilijkheden en de gevaren van het vuur, de macht van den vijand en

151

ocr page 168

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

de onzekerheid van den uitslag, zou hij den nederlaag van ziju leger en het falen zijner zaak verzekeren. En toch zijn er menschen, die aangesteld zijn om in het leger van Christus de leiding te nemen, en die immer op klagenden toon uitweiden over de moeilijkheden en ontmoedigingen van den strijd met ternauwernood een kloek, moedig of hoopvol woord. Behoort het niet de taak te zijn van allen, die verantwoordelijke plaatsen als leiders innemen, waar elk hunner woorden een machtigen invloed heeft op andere levens, zich zorgvuldig en behoedzaam te onthouden van ooit een woord te uiten, dat de geestdrift van eenig hoopvol hart kan doen dooven of de vrees en gedruktheid verhoogen van hem die reeds terneergeslagen is? Er is, ook buiten dit, genoeg in de smarten en beproevingen des levens om te ontmoedigen. Mannen en vrouwen hebben behoefte aan opwekking, aanmoediging en bezieling. Menig Christen wordt afgehouden van doortastend werk en ernstige popingen door de ontmoedigende uitingen van een beschroomd leider. Een van de noodige eigenschappen van een leidsman is een groote mate van hoop.

Verder zijn in alle levensverhoudingen vele menschen, die altijd ontmoedigende dingen zeggen. Ontmoet hen waar ge wilt, spreek tot hen over wat onderwerp ge wilt, zij zullen een deprimeerenden invloed op U achterlaten. Zij zien alles donker in. Zij worden altijd beheerscht door moedeloosheid. Zij zien in alle ondernemingen of plannen het eerst de moeilijkheden Zij beschouwen het huidig oogenblik als het meest

152

ocr page 169

DE PLICHT VAN AANMOEDIGING.

ongeschikte tot het ondernemen van eenig nieuw werk. Dit is de meest bedorven eeuw, die de wereld ooit heeft aanschouwd; de menschen waren nimmer zoo ontaard; de Kerk was nimmer zoo wereldsch, zoo machteloos; er was nimmer zoo weinig oprechte vroomheid.

En kom dan eens op hun eigen persoonlijke aangelegenheden; dan worden zij nog somberder. Zij luchten al hun grieven. Zij hebben een boekdeel van klachten voor U uit te storten. Vraag hun raad in eenige zaak, die hen aangaat, of in eenig plan van U zelf, en zij zullen het hoofd schudden en U wijzen op elke ongunstige zijde er van. Zij schijnen te leven om anderen te ontmoedigen, de hoop te blusschen, gloed en geestdrift te dooven, duisternis te brengen in een helder leven, en schrik en verslagenheid alom in hun omgeving te verspreiden. Het is niet mogelijk den verschillenden invloed van zulke levens te schatten. Hen 's morgens te ontmoeten is een dag van neerslachtigheid te hebben.

Aan den anderen kant zijn zij er die leven, om opgewektheid en aanmoediging te geven. Zij mogen hunne eigen lasten ofzelfs smartelijke grieven hebben, maar zij bergen die diep weg in hun eigen harten, zonder ze te dragen op een wijze dat hun schaduw valt op eenig ander leven. Wanneer gij hen ontmoet, is het alsof ge op een Juni-morgen onder eenwolke-loozen hemel uitgaat, als de lucht vervuld is met de geuren van den dauw en vogelgekweel. Er ligt een beminnelijke glans op hun gelaat. Zelfs indien ge hen niet persoonlijk kent eti hen slechts zonder groetenis

153

ocr page 170

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

op straat tegenkomt, is er iets in hun uiterlijk dat een zegen op U nalaat, welks heilige invloed U den geheelen dag volgt gelijk de herinnering aan een lieflijke schilderij of het refrein van een bekoorlijk lied. Al ontvangt ge slechts een groet in 't voorbijgaan, hij is zoo vriendelijk, zoo hartelijk, zoo oprecht, dat de bezieling, die daarvan uitgaat, den ganschen dag nawerkt. Wanneer ge met hen praat, hoort ge geen somber woord. Alles bekijken zijn van den hoop-vollen kant. Altijd vinden zij de een of andere gunstige lichtzijde in een ontmoedigend voorval of omstandigheid. Geen gloed wordt gedoofd, geen hoop verduisterd, geen geestdrift bekoeld in Uw hart, als ge met hen raadpleegt.

Zij zoeken moeilijkheden te verwijderen, paden te openen, nieuwen moed in te boezemen, kracht te geven en den vasten wil tot welslagen te versterken. Als ge een paar minuten met hen gesproken hebt, verlaat ge hen steeds met nieuwe veerkracht, lichteren tred, opgeruimder gelaat, voller vreugde en met zekerheid der overwinning in Uw hart.

Het dienstbetoon van zulke levens is een der meest gezegende. Wat men in 's werelds strijd het meest behoeft, is gewoonlijk niet directe hulp, maar opwekking. Eens stond in een brandend gebouw een kind voor een hoog venster. Een wakkere brankweerman richtte een ladder op, om te beproeven het te bevrijden. Hij had bijna het venster bereikt, toen de verschrikkelijke hitte hem te erg werd. Hij scheen te aarzelen, en was op het punt van terugkeeren, toen iemand

154

ocr page 171

DE PLICHT VAN AANMOEDIGING.

uit de menigte beneden riep: „Wakker hem aan!quot; Luide kreten van aanwakkering weerklonken, en een oogenblik later had hij het kind in de armen, ontrukt aan een vreeselijken dood. Velen zijn in groote worstelingen bezweken, wien een enkel woord van opwekking de kracht zou geschonken hebben om te overwinnen.

Wij behooren dan nimmer een gelegenheid te verliezen, om een bezielend woord te spreken. Wij weten niet, hoezeer het noodig is of hoe groot en ver reikend zijn invloed kan zijn. Lang geleden gebeurde het eens, dat een geestelijke in een vreeselijk stormachtigen nacht zijn gezellig huis verliet, zich naar het strand spoedde, en het kunstlicht ontstak. Maanden daarna vernam hij, dat het licht een groot schip met vele menschenlevens had gered. Wij weten niet, welke bedreigde belangen en verwachtingen door één woord of daad van aanmoediging onzerzijds kunnen worden gered. Evenmin weten wij, welke voornemens schipbreuk kunnen lijden door ons verzuim van opwekkend te spreken.

In de opvoeding en opleiding der kinderen is aanmoediging een eerste vereischte. Ouders zijn te zeer geneigd hunne kinderen te critiseeren en te bevitten voor de onvolmaakte wijze, waarop zij hun werk doen.

In te veel huisgezinnen is de heerschende trek die van aanmerkingen en critiek. Is het wonder dat de kinderen soms deu moed laten zakken en een gevoel krijgen dat het niet helpt of zij al probeeren iets goeds te doen? Nimmer ontvangen zij een woord van lof. Niets dat zij doen wordt goedgekeurd. Altijd wordt

155

ocr page 172

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

op de gebreken en fouten van hun werk gewezen, dikwijls met ongeduld, terwijl nooit op vriendelijke wijze notitie wordt genomen van eenige verbetering of vordering. Om hun kleine plannen en ambities wordt gelachen. Hun kinderlijke droom- en fantasiebeelden worden belachelijk voorgesteld. In hun studiën stelt men geen belang. Zij worden niet slechts alleen gelaten in hun worstelingen zonder aanmoediging of waardeering, maar elke ontkiemende aspiratie wordt door den verkillenden adem der critiek gedood. Indien wij volwassenen in het leven ons een weg hadden te banen ten spijt van zulke tegenwerkende invloeden, als vele kinderen ontmoeten, dan zouden wij spoedig bezwijken op den weg en in wanhoop het opgeven.

Er is een betere weg. „Een kus van mijne moederquot;, zeide Benjamin West, „maakte mij schilderquot;. Zonder haar goedkeurende liefde en de opwekking en aanmoediging, die zij hem gaf, wanneer hij zijn eerste onbeholpen poging toonde, zou hij het nooit verder hebben gebracht. Een beknorring, een berisping, een koude onverschillige aanmerking zoude hem zoo hebben ontmoedigd, dat hij het nimmermeer zoude beproefd hebben. Zonder twijfel is menig groot voornemen in zijn opkomst gesmoord door ontmoediging, door afkeuring, of door een spotlach; en aan den anderen kant doen behoorlijke aanmoediging en waardeering de schuwheid en schuchterheid van het genie verdwijnen en zijn zij voor velen een spoorslag den eersten voet te zetten op een grootsche loopbaan.

Verstandige ouders en onderwijzers begrijpen dit.

156

ocr page 173

DE PLICHT VAN AANMOEDIGING.

Zij merken elke verbetering, elk blijk van vordering op en spreken er goedkeurend over. Zij prijzen al wat goed is verricht. Zij beknorren nimmer om fouten en vergissingen, wanneer het kind zijn best heeft gedaan. Zij wijzen op de gebreken op zulk een wijze, dat het geen pijn doet of ontmoedigt, maar eerder tot nieuwe werkkracht prikkelt. Zij lachen nooit om het kinderlijk spel der verbeelding, noch bespotten zij hun plannen, maar zij beschouwen ze als de eerste kiemen van een schoon leven, dat zij moeten trachten te ontwikkelen. Zij lachen niet om de antwoorden van een kind, noch berispen zijn vragen. Zij behandelen elke uiting van zijn jong leven met evenveel voorzorg als de bekwame tuinier zijn teerste planten en bloemen behandelt. Zij trachten het zomer te maken rondom het ontbottende leven, en dat op zulk een wijze dat zij nimmer den ontkiemenden groei stuiten, maar eiken verborgen aanleg tot kracht en schoonheid bevorderen en tot volle ontwikkeling brengen.

Een zeeofficier, die het tot een hoogen rang gebracht heeft, verhaalt het volgende van zijn eerste bevindingen in het vuur. De strijd was zeer hevig, en in den aanvang was zijn schrik zeer groot. Hij was schier overmand door angst. De bevelhebber van het schip bemerkte zijn schrik, en voegde zich op de zachtste wijze bij hem. Hij bleef eenige oogenblikken bij hem en vertelde hem van zijn ondervinding, toen hij voor quot;t eerst in het gevaar was geroepen. Hij verzekerde den jongen officier, dat hij zijn gevoel volkomen begreep en zich best in zijn toestand kon

157

ocr page 174

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

indenken. Hij sprak hem toen verder moed in met de verzekering, dat het gevoel van angat spoedig zou wijken en zijn moed terugkeeren. Was de gezagvoerder hem genaderd met verwijt en berisping, hij ware wellicht geheel en al verslagen van schrik geworden. Thans maakten zijn woorden van sympathie hem dapper als een leeuw.

Zoo beschouw ik den plicht der aanmoediging. Het is de zonneschijn, dien de meeste levens behoeven. Kindsheid, jeugd, worstelend genie, bezwijkende geestkracht, teleurgestelde hoop, op de proef gestelde deugd, gebroken harten, — allen behoeven sympathie en opwekking. Zij die goed willen doen, moeten dit geheim leeren — predikant, onderwijzer, schrijver, vader of moeder. Ontmoedigende woorden, waar ook gesproken, zijn verraderlijke woorden. Zij veroorzaken vrees, angst, schrik, verlies van moed, verslagenheid, onheil.

Er zijn reeds ontmoedigingen genoeg in de meeste levens. Laat ons geenszins 's levens lasten vermeerderen, maar laat ons eerder bij elke gelegenheid, die zich voordoet, opwekking, nieuwe aansporing, frisschen moed inspireeren. Hij die aldus leeft, zelfs op het meest bescheiden levenspad, zal levenslust en vreugde rondom zich verspreiden, en zal op het laatst met blijden jubel de vreugde ingaan.

158

ocr page 175

XVIII.

HET LIEFHEBBEN VAN ANDEREN.

IVTa het liefhebben van God komt de plicht tot het ~ liefhebben van anderen. De meesten vinden het in de practijk van het leven gemakkelijk het gebied, waar de wet reikt, zelf te bepalen. In de oude Joodsche uitleggingen werden de vijanden weggelaten; zij waren te haten. Dit maakte het gebod van anderen lief te hebben, gemakkelijk na te volgen. En wat ons betreft, terwijl wij den tekst in zijn zuiveren vorm bewaren, zonder eenige rabbijnsche glosse of bijkomstige traditie der ouden en het gebod met nadruk en toejuiching in onze Bijbels lezen, is het zeer te betwijfelen of we het gebod nauwer opvolgen dan de godsdienstigen uit de tijden onzes Heeren.

Er zijn menschen, die het niet moeilijk valt lief te hebben en wien het zeer gemakkelijk is vriendelijk gezind te zijn. Zij zijn ons sympathiek en naar onzen smaak. Wij gevoelen ons tot hen aangetrokken door hun beminnelijke eigenschappen of innemende manieren, of hun houding jegens ons is zoo vriendelijk en edelmoedig, dat zij onze genegenheid wint. Het is licht dezulken lief te hebben.

Doch er zijn anderen, tot wien wij niet zoo

ocr page 176

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

natuurlijkerwijze aangetrokken worden. Zij zijn niet sympathiek — misschien niet beminnelijk. Zij hebben onaangename karaktertrekken. Zekere gebreken bederven de schoonheid van hun karakters, of zij behandelen ons onbeleefd en onvriendelijk. Het is geenszins gemakkelijk voor ons, ons jegens dezulken te gedragen met al het geduld, de zachtheid, bedachtzaamheid en hulpvaardigheid der liefde. En toch is het dit, dat vereischt wordt van hen die in de voetstappen van den Heer willen wandelen. Zondaars beminnen degenen die hen liefhebben. Zondaars doen wel dengenen die hun weldoen. Zondaars leenen dengenen van wie zij hopen terug te ontvangen. Maar wij moeten meer doen. Wij moeten onze vijanden liefhebben. Wij moeten niet van de massa rondom ons enkele weinigen uitkiezen, op wie de wet van liefde is toe te passen. Wij moeten, evenals Jezus, onze bijzondere vrienden hebben, tot wie onze harten moeten uitgaan, om die intieme vriendschap te vinden, die alle reine en ware zielen begeeren; maar we moeten ook, evenals Hij, allen liefhebben en aan allen de heiligste diensten der liefde bewijzen.

Het is niet genoeg de liefde in het hart te hebben; wij moeten ook op de uiting er van bedacht zijn. In de kale bladerlooze boomen, die in de vroege lentedagen als naakte skeletten daar staan, zijn duizenden ontwerpen van blad en vrucht, maar zij zijn opgevouwen en weggeborgen in ongeopende knoppen. Zoo zijn er, geloof ik, in vele levens gedachten en bedoelingen der liefde, die zich niet openbaren. De

160

ocr page 177

HET LIEFHEBBEN VAN ANDEREN.

liefde is in het hart, maar de uiting ontbreekt. Dikwijls wordt juist het tegendeel van de vriendelijke gedachte geuit. Van menige lip wordt het wrevelig woord of de bittere toon vernomen, terwijl toch ware liefde diep in het binnenste van het hart zetelt.

De meeste Christenen zijn beter dan zij schijnen. Zij zijn uitstekende menschen, wier goedheid ruw en koud is, gelijk de barre granietrots. Zij is sterk, vast, waar, oprecht, maar mist de liefelijke bekoring der Christelijke liefde. Het is zeer wel mogelijk lief te hebben zonder dat de vriendelijke genegenheid zich in houding en manieren toont. Er zijn huisgezinnen waar een liefde is, tot elk otïer bereid, maar waarin harten zijn die hongeren naar de vriendelijke uiting er van. Daar is een schaarschte van die teedere woorden en bedachtzame kleine attenties, die ware zachtheid zou ingeven. Er zijn vaders, die hun kinderen beminnen en hun leven voor hen zouden geven, en die toch tekortkomen in die vriendelijke uitingen, die de betrekking tusschen ouders en kinderen zoo innig maken. Er zijn vriendschappen, die oprecht genoeg zijn, maar die niet geheiligd zijn door die beminnelijke attenties en die bewijzen van opmerkzaamheid, die zoo weinig kosten en zoo veel waard zijn. Er zijn menschen, wier harten vol zijn van welwillende genegenheid jegens de nooddruftigen, en van oprecht medegevoel voor hen die lijden, in wier levens geene van deze welwillende gedachten of gevoelens van medelijden zich in daden hebben geuit. Er zijn menschen met vriendelijke naturen, wier

11

161

ocr page 178

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

manieren ruw en lomp zijn. Er zijn anderen, die zich beroemen op eerlijke openhartigheid in hun spreken, wier woorden zoo hard of ongepast zijn, dat ze in hooge mate pijnlijk aandoen. Hoe zeldzaam is die wijze takt, die altijd schijnt te weten wat iemand behoeft, en steeds met zijn kiesche attentie, zijn bescheiden dienst- en kalm. hulpbetoon op het rechte oogenblik komt!

Daarom, er is groote behoefte aan gedachten der liefde, die zich uiten. Het vriendelijk gevoel moet een weg vinden om zich te openbaren — een weg, in overeenstemming met de schoonheid van het gevoel. Menig lieflijke gedachte verliest al haar liefelijkheid, wanneer zij in den vorm van woord of gedachte zich uitdrukt. De welwillendheid van het hart moet zich toonen in beminnelijkheid van gedrag en in daden van medegevoel. De wijze waarop is van evenveel belang als de zaak zelf. De norsche man kan nimmer veel geluk aan anderen mededeelen. Vijandelijkheid moet zich op vriendelijke wijze uitdrukken.

De Christelijke liefde wordt op de ware wijze beproefd in de nauwere levensbetrekkingen. Er is een groot onderscheid tusschen het liefhebben van men-schen, die we nooit zagen en nimmer zullen zien, en degenen met wie wij voortdurend in contact komen. Er zijn menschen, wier harten gloeien van liefde voor het nog onverlichte heidendom ver van hen weg, die ten eenenmale tekorschieten in het liefhebben van hun naaste buren of hen met wie zij dagelijks in hun zaken en in de maatschappij in aanraking komen.

162

ocr page 179

HET LIEFHEBBEN VAN ANDEREN.

Zonder twijfel is het gemakkelijker sommige menschen op een afstand te beminnen. Afstand werpt een soort tooverglans over vele levens, evenals een ver verwijderd oneffen landschap bekoorlijk en schilderachtig kan schijnen. Wij kunnen hun fouten en gebreken niet zien. Wij behoeven hun onsympathieke of onaangename eigenschappen niet te verduren. Wij ontmoeten hen niet in den strijd om 't bestaan of de wrijvingen van het maatschappelijk leven. Wij ontwaren niets van de kleingeestigheid, die nadere omgang bij hen aan het licht zou brengen. Ons leven komt op geen enkel punt met het hunne in aanraking, en daarom kan er geen wrijving zijn. Indien we hen van nabij leerden kennen, zoude onze belangstelling in hen wellicht afnemen. Velen, die uitnemende vrienden zijn geweest, toen zij elkander nu en dan en onder gunstige omstandigheden ontmoetten, hebben opgehouden vrienden te zijn, toen de wrijving van het dagelijksch leven hen in nauwere aanraking met elkaar bracht. Er zijn weinig karakters, die een beschouwing met de microscopische lens kunnen doorstaan.

Doch de toetssteen der ware Christelijke liefde is dat ze niet faalt zelfs in de nauwste verhoudingen, in de hevigste wrijvingen van het dagelijksch leven, waarin de mensch zich zoo vaak op zijn slechtst vertoont. De liefde verdraagt alle dingen en faalt nimmer. Wanneer tot nu toe onopgemerkte en niet verwachte fouten of gebreken zich gaan vertoonen in iemand, dien wij achtten, moeten wTij hem daarom niet te minder liefhebben. Er kunnen zich bij nadere kennismaking

168

ocr page 180

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

onaangename eigenschappen vertoonen, die al het bekoorlijke, dat de afstand schonk, wegnemen en de degelijkheid onze liefde deerlijk op de proef stellen. Er kunnen fouten of vreemde eigenschappen zijn, die op pijnlijke wijze de schoonheid van iemands karakter bederven en hem onsympatiek maken. Zijn handelwijze jegens ons kan ons gegronde reden geven, om hem die hoffelijkheid en vriendelijkheid te onthouden, die het onze gewoonte is aan alle menschen te bewijzen.

En toch wordt door niets van dit alles de wet der liefde gewijzigd of haar toepassing ingekort. In geheel ons verkeer met hen moeten wij hen behandelen in den geest der zachtste Christelijke liefde. Geen on-heuschheid van hunne zijde moet ons aanzetten tot onbeleefdheid van onzen kant. Hoe stuitend voor ons hun gewoonten of manieren ook mogen zijn, wij moeten hen behandelen met onveranderlijke heusch-heid. Zelfs verongelijking en onrecht van hunne zijde moet worden beantwoord alleen met die liefde, die alle dingen draagt en niet licht wordt verbitterd, met het zachte antwoord dat den toorn verdrijft, en met de zachtheid, die hoon niet met hoon beantwoordt.

De wet der liefde echter moet niet verwrongen worden tot toepassingen, die nimmer bedoeld zijn. Het wordt niet van ons geëischt met alle mogelijke menschen om te gaan op een voet van intiemen omgang of geheiligde vriendschap. Er zijn velen, van wie het ons bevolen is ons af te scheiden. Zelfs onder de goeden is het onzen harten veroorloofd onze vriendschap naar keuze te bepalen. Toch moeten wij

164

ocr page 181

HET LIEFHEBBEN VAN ANDEEEN.

liefde koesteren jegens allen. Ten spijt van de meest stuitende eigenschappen, zelfs bij de grootste verongelijking, moeten we nochtans de liefde behouden en toonen in alhaarteederheid, geduld, bedachtzaamheid, medelijden en hulpvaardigheid — niet de liefde die goed kwaad noemt, maar de liefde die voor anderen de zegeningen verlangt, die we voor ons zeiven zoeken.

Als hulp in het verdragen van onaangename men-schen of menschen met onbeminnelijke eigenschappen, is niets beter dan de oprechte wensch hun goed te doen. Elk bedorven of verworpen karakter heeft zijn goede zijde. Diep verborgen onder de gebreken zijn de kiemen van een edel en schoon leven. Christus ziet onder het meest gebrekkig uiterlijk hetgeen Hij door Zijn genade tot hemelsche heiligheid kan verheffen. Wij moeten zelfs den slechtsten mensch op dezelfde wijze beschouwen, en het als onzen plicht tegenover hem beschouwen den verborgen aanleg tot schoonheid in hem te helpen ontwikkelen. Er is een sleutel tot het ontsluiten van elk hart en een hand, die verbetering kan aanbrengen in elk leven. Indien wij tot mannen en vrouwen komen, hoe misvormd hun karakter ook zij, met den oprechten wensch hen te helpen en te zegenen, dan zullen wij het een gemakkelijke taak vinden hen te verdragen en liefderijk te behandelen.

Longfellow zegt: „Indien we de geheime geschiedenis onzer vijanden konden lezen, zouden wij in elks leven smart en lijden genoeg vinden, om alle vijandschap te ontwapenenquot;. Wij gevoelen ons altijd

165

ocr page 182

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

vriendelijk gezind en spreken steeds zacht in de tegenwoordigheid van lijdenden. Er is iets in ons dat ons aanspoort onze sympathie en hulp uit te strekken tot hem die in droefheid verkeert. De herinnering dat er in elk leven verborgen smarten zijn kan zeer dienstig zijn om ons de wet der liefde jegens allen te helpen in acht nemen.

Een artist placht tot zijn leerlingen te zeggen: „Het eind van den dag is de proef der schilderijquot;. Hij bedoelde dat de gunstigste tijd, om over de uitnemendheid van een schilderstuk te oordeelen, de schemering is, als wanneer er geen licht genoeg is tot het onderscheiden van détails. Dan kunnen gebreken in de uitvoering niet gezien worden en het ontwerp van den kunstenaar schittert in zijn volste schoonheid, üp dezelfde wijze is het einde van den levensdag de meest juiste tijd om het karakter van den mensch te beschouwen. In het volle middaglicht vertoonen zich alle gebreken. Jaloezie en naijver doen zich aan ons in de hitte van den levensstrijd in het ongunstigste licht voor. Wij zijn geneigd de ongunstigste uitlegging te geven aan elkanders handelingen en beweegredenen. Wij zien elkander in het gebrekkig en misvormd licht onzer eigene zelfzucht. Al het kwade schijnt vergroot en veel van het betere is onopgemerkt of vertoont zich op een valschen achtergrond. Doch wanneer de schaduwen van den avond der eeuwigheid op ons beginnen te vallen, zien wij elkander met de ruwheden geëffend en de vlekken met den mantel der liefde bedekt. Wanneer de felle strijd is bedaard, zien wij

166

ocr page 183

HET LIEPHEBBEN VAN ANDEREN.

de menschen in een juister licht. Wij laten dan hun deugden en betere eigenschappen recht wedervaren. Afgunst en vooroordeel vergrooten niet langer het kwaad dat in hen is, terwijl het goede straalt in verhoogden luister.

Wanneer wij aan iemands sterfbed zitten, hebben wij geen hard oordeel uit te spreken. Schoonheden vertoonen zich, die we nimmer te voren hadden waargenomen, en onvolmaaktheden verdwijnen en ver-bleeken in den verzachtenden glans, die uitstroomt van de poorten der Eeuwigheid. Hoe vriendelijk gezind gevoelen wij ons jegens den zieke in dat uur! Kunnen wij niet leeren altijd de menschen te beschouwen, zooals wij dat aan het einde van den dag zullen doen? Dan zal het ons licht vallen jegens allen die liefde te voelen en te toonen, die nimmer faalt, die geen kwaad denkt, die alle dingen hoopt.

167

ocr page 184

XIX.

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

„Het kwade spruit voort niet alleen

[uit het hart, Maar ook uit gebrek aan verstandquot;.

r zijn menschen die den bewonderingswaardigen ^ tact hebben van steeds een vriendelijk woord te zeggen of een vriendelijke daad te doen op het juiste oogenblik — juist wanneer het 't meest noodig is en het meeste goed zal doen. quot;Wanneer we hen ook ontmoeten, zij schijnen als door een nimmer falende inspiratie onze stemming te begrijpen en iets te hebben, dat er precies voor geschikt is — een beetje zonneschijn voor het duister in ons, een woord van opwekking voor onze moedeloosheid, een zachte doch nimmer beleedigende herinnering aan onzen plicht indien we nalatig worden, een prikkel tot waakzaamheid als onze naijver begint te verflauwen, of een woord van edel-moedigen lof of kiesche goedkeuring zoo wij moede en overwerkt zijn.

Er is een wonderlijke macht in tijdigheid. Een vriendelijkheid, die, bewezen waar er geen aanleiding toe bestond, uitermate onbeduidend schijnt, verkrijgt

ocr page 185

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

gewicht en onschatbare waarde, waar ze op den juisten tijd is bewezen. Het vermeerdert iemands nut honderd-, ja duizendvoud, wanneer hij het rechte woord weet te spreken of het rechte ding weet te doen op het juiste oogenblik en op de juiste wijze.

Vele menschen met de allerbeste motieven en bedoelingen en met waarlijk groote talenten om goed te doen, falen bijkans geheel in hun pogingen om nuttig te zijn en werpen hun levens weg, omdat zij deze gave van tact missen. Zij verrichten hun vriendelijkste daden op zulk een ongeschikte wijze, dat zij ze van bijna al haar troostrijken of opwekkenden invloed berooven. Zij komen steeds een paar minuten te laat om te kunnen helpen. Zij zeggen het verkeerde woord, pijn veroorzakend, waar zij vreugde moesten geven. Zij zinspelen altijd op zaken, waarover geen woord mag gesproken worden. Zij raken altijd gevoelige plaatsen aan. Wanneer zij, gedreven door de waarste sympathie, een huis der smart binnentreden, zijn zij bijna zeker teere harten te meer te doen bloeden door gebrek aan tijdigheid in woord of daad. Zij kwetsen voortdurend de gevoelens hunner vrienden, beleedigen bijna iedereen, dien zij ontmoeten, en laten ontstemde harten en tranen op hun weg achter. Iedereen schrijft hun eerlijkheid van bedoeling toe, en toch loopen hun pogingen tot goeddoen meestal op niets uit of eindigen zelfs in het veroorzaken van leed. Het droevige van dit alles is, dat hun bedoelingen goed zijn en hun harten vol zijn van welwillende wenschen. Hun leven mislukt, omdat zij den juisten

169

ocr page 186

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

tact missen en niet weten op welke wijze de dingen te doen die zij besluiten te doen.

Anderen hebben wellicht geen zier oprechter of ernstiger verlangen om nuttig te zijn. Hun belangstelling in de menschen is wellicht niet oprechter, hun sympathie niet inniger, hun liefde niet warmer. Wellicht hebben zij eerder minder dan meer natuurlijke kracht om te helpen. En toch, door hun bijzonderen en zachten tact verspreiden zij allerwege blijdschap, en verrichten zelfs zachte liefdediensten. Hun vriendelijke opwellingen komen niet tot hen, wanneer het te laat is hulp te bewijzen. Hun domheid doet hen niet allerlei wreedheid bedrijven, wanneer zij trachten smart te verlichten. Zij komen, als Gods Engelen, op tijd. Hun bedachtzaamheid schijnt als bij intuitie te begrijpen wat het beste woord is om gezegd te worden en wat het vriendelijkste en meest passende is om te doen.

Wanneer zij gasten in een huis zijn, hebben zij een zekere manier van hun dankbare waardeering te laten blijken van de vriendelijkheden en attenties hun bewezen, en dat op een zoo kiesche wijze, dat zij nooit den indruk geven van te vleien. Wanneer zij het noodzakelijk achten een ander te wijzen op de een of andere nalatigheid in het nakomen zijner plichten, doen zij het op zoo zachte wijze, dat zij niet een vriend verliezen, maar de banden te nauwer worden aangehaald. Zij bezitten de kunst van belangstelling te toonen — niet geveinsd, maar oprecht — in ieder dien zij ontmoeten; en slagen er in een aangenamen

170

ocr page 187

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

indruk en een gunstigen invloed op allen achter te laten.

Er zijn menschen die tact beschouwen als onoprechtheid of veinzerij. Zij beroemen zich op hun eigen eerlijkheid, die nimmer tracht afkeer voor iemand te verbergen, die botweg een anders fouten critiseert zelfs ten koste van zijn vriendschap. Zij zweren bij waarheid in al hare naakte ruwheid, hoe pijnlijk zij ook moge aandoen, en veroordeelen al die bedachtzame voorzorg, die rekening houdt met het menschelijk gevoel en de waarheid tracht te zeggen op zulk een wijze, dat zij niet wondt en vervreemdt. Zij houden er van het „wee Uquot; aan te halen tegen hen, van wie alle menschen goed spreken, en dat andere gezegde van onzen Heer — dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen, maar het zwaard. Hun geliefkoosde profeet is Elia, en zij verwijzen dikwijls naar de Bijbelsche veroordeeling van zekere profeten, die goede dingen voorspelden. Zij beschouwen grofheid als oprechtheid. In den naam der oprechtheid vervallen zij in sarcasme of scherpe en bittere personaliteiten. Wanneer anderen gegriefd of gekwetst of beleedigd zijn, antwoorden zij; „Ik ben een openhartig mensch; ik zeg wat ik meen, en gij moet mij verontschuldigenquot;. Openhartigheid moet gewaardeerd worden; maar dit is geen openhartigheid, het is onbeschoftheid, wreede onvriendelijkheid, een booze opwelling in hem die spreekt, die, in stede van goed te doen, alleen kwaad doet.

quot;Ware waardeering van het geschiedverhaal der Evangeliën zal het feit aan het licht brengen, dat

171

ocr page 188

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

172

onze Heer zelf den schoonsten en meest bedachtzamen tact in acht nam in Zijn geheele verkeer onder de menschen. Hij was ten eenenmale niet in staat tot ruwheid. Nimmer sprak Hij zonder noodzaak een hard woord. Nooit deed Hij een gevoelig hart noodeloos pijn. In hooge mate nam Hij de rnenschelijke zwakheid in aanmerking. Hij was uiterst zacht jegens alle rnenschelijke smart. Hij hield de waarheid nooit achter, doch Hij uitte die steeds op liefderijke wijze. Zelfs de verschrikkelijke „wee U'squot;, die Hij uitsprak tegen ongeloof en veinzerij, werden, geloof ik, niet gesproken op den van toom trillenden toon, dien de menschen bezigen bij hun anathema's. Mij dunkt, dat wij ze moeten lezen in het licht van Zijne tranen over de stad Zijner liefde, die Hem verworpen had, trillend van Goddelijke en bedroefde teederheid. Zijn gansche leven getuigt van de meest kiesche bedachtzaamheid. Hij had een wonderlijken eerbied voor het menschelijk leven. Elk nietig onderdeel dermensch-beid was heilig en kostbaar in Zijn oog. Zijn houding-was altijd die der teederste oplettendheid jegens een iegelijk. Hoe kon het ook anders, daar Hij immers in iedereen een verloren schepsel zag, dat Hij door liefde kon winnen of verlossen, of dat Hij door een hard woord voor immer in de wanhoop zou kunnen storten? Nooit sprak Hij op barsche wijze of deed Hij de waarheid wreed zijn. In eiken man of vrouw zag Hij genoeg droefheid, om zelfs den toon Zijner woorden te verzachten en een gevoelen van onuitsprekelijke teederheid in Hem wakker te roepen. Hij ging rond, er naar strevende een iegelijk te troosten of te helpen.

ocr page 189

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

Indien wij, zij 'took maar zeer zwak, het gevoelen van Christus jegens de menschheid tot het onze kunnen maken, dan zal onze ruwheid en onheuschheid spoedig veranderen in zachtheid. En dit is ware tact. Deze is oneindig ver verwijderd van sluwheid. Sluwheid is onoprecht. Zij vleit en brengt al de kunstgrepen van het bedrog in practijk. Zij wendt een vriendschap en belangstelling voor, die zij niet gevoelt. Zij zoekt slechts haar eigen doeleinden te bevorderen. Zij is tot in den diepsten grond zelfzuchtig en uitermate misdadig en verlagend.

Ware tact is geheiligd gezond verstand. Het is Christelijke liefde, doende haar juist en wettig werk. Het is die wijsheid, die onze Heer zoo dringend Zijnen discipelen aanprees, toen zij uitgingen onder de vijanden en in een vijandige wereld. Tegelijkertijd is de tact onschadelijk als de duif. Niemand kan het Nieuwe Testament met aandacht lezen, zonder op te merken hoe de liefde zich overal vertoont als de koninginne der deugden. Waarheid is overal gehuld in de warme en stralende schoonheid der liefde. Bepaald, sterk en machtig, is zij toch immer zacht als de vingerdruk van een kind. Iemand heeft gezegd, dat wie waarheid onaangenaam maakt, hoogverraad pleegt tegen de deugd. De opmerking vereischt eenige toelichting. Er zijn onaangename waarheden, die pijn moeten doen, wanneer zij getrouw worden gesproken. Toch is de waarheid zelve immer liefelijk, en wij zijn haar niet getrouw, wanneer wij haar zeggen op een wijze, die haar stuitend doet schijnen.

173

ocr page 190

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Christelijke tact is wijze en liefdevolle bedachtzaamheid. Het is die liefde, die op verstandige wijze zacht is jegens allen, die alle dingen verdraagt, die niet zich zelve zoekt, die geen kwaad denkt. Christelijke tact heeft een instinctmatig verlangen het veroorzaken van pijn te vermijden. Hij zoekt alle menschen om hun bestwil te behagen. Hij weet zeer wel, dat de zekerste weg om menschen geen goed te doen, is hen tegen te werken en hun tegenkanting en vijandschap gaande te maken; daarom vermijdt hij zooveel mogelijk alle directe aanvallen op het leven en de meeningen van anderen. Hij toont eerbied voor de inzichten van hen, die in gevoelen of geloof verschillen. Een wijs schrijver heeft gezegd: „Wanneer wij iemand willen toonen, dat hij een fout begaat, doen wij het best met op te merken, uit welk oogpunt hij de zaak beschouwt — want zijn beschouwing is doorgaans van zijn standpunt juist — en hem toe te geven, dat hij in zooverre gelijk heeft. Hij zal tevreden zijn met deze erkenning, dat zijn oordeel niet verkeerd was, al faalde hij ook door zijn blik niet te vestigen op het geheelquot;. Hoeveel verstandiger en nuttiger is deze methode dan die van hevig het standpunt aan te vallen van hem die in meening van ons verschilt, alsof wij onfeilbaar waren en hij en zijne meeningen slechts onze minachting waard waren. Door een behoedzame methode kunnen wij teweegbrengen wat wij door een plompe nimmer konden doen.

In geenerlei werk is deze wijze tact zoozeer noodig als in het beproeven van menschen tot Christus te

174

ocr page 191

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

brengen. Er is een sleutel tot elk hart, en toch zijn er goede en ernstige menschen, voor wie zieh geen hart opent. Zij hebben een ijver zonder verstand. Heilige tact toont zijn bekwaamheid op duizenden kleine wijzen, die geen regels kunnen aanduiden, maar die de harten winnen en de levende waarheid en Christus' wondervolle liefde ingang doen vinden. Ik geloof, dat het op 't laatst zal blijken, dat vele levens, die gered hadden kunnen worden door de zachte methode, die de liefde leert, zich van Christus hebben afgekeerd en verloren zijn gegaan door het onverstand der arbeiders.

Tact heeft een wonderlijke macht in het effenen van verschillen. Een herder, begaafd met deze eigenschap, zal in een Kerk, samengesteld uit de meest uiteenloopende bestanddeelen, de harmonie herstellen en duizend twisten voorkomen door een recht woord te rechter tijd te zeggen en door kalm en verstandig andere invloeden te doen gelden om de tegenstrijdige stroomingen te neutraliseeren. Een onderwijzer, in het bezit van dit talent, kan de meest ongezeggelijke leerlingen beheerschen en ondeugendheid berooven van haar macht om te hinderen en den vrede te verstoren. In het huisgezin is tact een onmisbare olie. Kalme tact zal immer het zachte woord gereed hebben, om het tijdig te spreken ten einde den toorn te verdrijven. Deze weet hoe onveiligen grond te vermijden. Deze kan alle partijen in een goede stemming brengen, wanneer er gevaar is voor twist of oneenigheid. Deze zwijgt, wanneer zwijgen beter is dan spreken.

175

ocr page 192

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

Er is niets dat zooveel invloed heeft op iemands slagen of niet slagen in nuttig te zijn, als het al dan niet bezitten van tact. Een mensch van groote gaven en geleerdheid verricht soms niets, terwijl een ander, met niet de helft van zijn talenten en bekwaamheden, hem in het practisch leven verre overtreft. Het verschil ligt in den tact — in het weten van de wijze waarop de dingen gedaan moeten worden. Wij hebben meer noodig dan hersens en geleerdheid. Het talent, dat meer dan alle andere zijn invloed in het leven doet gelden, is datgene wat ons leert hoe de bekwaamheid, die wij hebben, te gebruiken. De eene mensch zal zonder geleerdheid meer goed doen, dan een ander met zijn hoofd vol oude boekenwijsheid.

Tact is zonder twijfel grootendeels een gave, die door de natuur geschonken wordt, maar ook gedeeltelijk een kunst, die gekweekt kan worden. De lompe man, die altijd tegen iemand aanloopt of een teere bloem vertreedt, kan zich iets van de bevalligheid van aangename manieren eigen maken. De harde, brusque man kan een zachter hart krijgen en daarmede een zachter houding. De mensch, die altijd het verkeerde woord zegt en den een of ander pijn doet, kan ten laatste leeren te zwijgen in twijfelachtige gevallen. Er is geen betere wijze van zich dezen wonderdoenden tact meester te maken, dan door vervuld te worden met den Geest van Christus. Warme liefde i:a het hart jegens allen, onzelfzuchtig, bedachtzaam en vriendelijk, zal altijd den een of anderen schoonen weg vinden tot het verrichten van haar weldadig dienstbetoon.

176

ocr page 193

BEDACHTZAAMHEID EN TACT.

177

Een kiesche vriendelijkheid roert ons meer dan het grootste machtsvertoon. Zachtheid is machtiger dan gedruisch of kracht. De teero bloem, die heel hoog op den kouden ruwen beigtop groeit, te midden van sneeuw en ijs, maakt meer indruk op den mensch die ze gadeslaat, dan de groote gevaarten van graniet, die zich tot in de wolken verheifen. De zachte glans der zon kan meer doen dan de ruwe rukwind, om de menschen hun zware kleederen te doen ontknoopen en hun harten te openen voor den invloed van het goede.

12

ocr page 194

XX.

WEDERZIJDSCHE VERDRAAGZAAMHEID.

Onder alle Christelijke plichten zijn er weinige, die het leven op meer punten raken, dan de plicht van wederzijdsche verdraagzaamheid; en er zijn weinige, die, hetzij in acht genomen, hetzij verwaarloosd, meer direct inwerken op 's levens geluk, of ongeluk. Wij kunnen onze levens niet in eenzaamheid doorbrengen. Wij zijn geschapen tot gezellige wezens. Het is in ons verkeer met anderen, dat wij onze zoetste genoegens en ons reinste aardsch genot smaken. Toch bevinden zich dicht bij deze bronwellen van geluk andere fonteinen, die geen zoet voortbrengen. Er zijn dikwijls doornen aan de takken, van welke wij de zoetste vruchten plukken. Ware de menschlijke natuur volmaakt, er kon niets dan het teederste genoegen zijn in het levensverkeer. Doch wij zijn allen onvolmaakt en vol zwakheden. Er zijn eigenschappen in elk onzer, die niet schoon zijn — vele die hinderlijk zijn voor anderen. Ons eigen ik heerscht ia meerdere of mindere mate in de besten van ons. In onze drukke levens vol opwinding komen we meermalen met elkander in wrijving. Onze persoonlijke belangen zijn of schijnen met elkaar in strijd te zijn. De dingen,nder alle Christelijke plichten zijn er weinige, die het leven op meer punten raken, dan de plicht van wederzijdsche verdraagzaamheid; en er zijn weinige, die, hetzij in acht genomen, hetzij verwaarloosd, meer direct inwerken op 's levens geluk, of ongeluk. Wij kunnen onze levens niet in eenzaamheid doorbrengen. Wij zijn geschapen tot gezellige wezens. Het is in ons verkeer met anderen, dat wij onze zoetste genoegens en ons reinste aardsch genot smaken. Toch bevinden zich dicht bij deze bronwellen van geluk andere fonteinen, die geen zoet voortbrengen. Er zijn dikwijls doornen aan de takken, van welke wij de zoetste vruchten plukken. Ware de menschlijke natuur volmaakt, er kon niets dan het teederste genoegen zijn in het levensverkeer. Doch wij zijn allen onvolmaakt en vol zwakheden. Er zijn eigenschappen in elk onzer, die niet schoon zijn — vele die hinderlijk zijn voor anderen. Ons eigen ik heerscht ia meerdere of mindere mate in de besten van ons. In onze drukke levens vol opwinding komen we meermalen met elkander in wrijving. Onze persoonlijke belangen zijn of schijnen met elkaar in strijd te zijn. De dingen,

ocr page 195

WEDERZIJ0SCHE VEEDRAAGZAAMHEID.

die wij doen onder den druk onzer bezigheden, en onze plannen en pogingen schijnen soms in botsing te komen met de belangen van anderen. In de hitte van den wedijver en de hartstocht onzer zelfzucht doen wij dikwijls dingen, die anderen krenken.

Voorts geven wij in ons nauwer persoonlijk verkeer, in gezelschap en in handelsbetrekkingen vaak voortdurend pijn of aanstoot. Wij spreken soms voorbarig en uiten ondoordachte woorden, die als vonken vallen op het ontvlambaar temperament van anderen. Zelfs onze naaste en trouwste vrienden doen dingen die ons grieven. Een nauw verkeer tusschen onvolmaakte levens heeft altijd zijn menigvuldige onrechtvaardigheden, verongelijkingen, geringschattingen en grieven.

Verder zien wij elkander niet altijd in een helder en eerlijk licht. Meestal is ons eigen belang ons richtsnoer bij het beoordeelen van het gedrag, de woorden of daden van anderen. Ook geven velen onzer zich over aan kleine uitbarstingen van drift en uitingen van slecht humeur, die de kansen voor een onverbroken vriendschap sterk verminderen.

En zoo komt het, dat wellicht geen Christelijke deugd veelvuldiger vereischt wordt dan die van wederzij dsche verdraagzaamheid. Zonder haar kunnen er werkelijk geen nauwe en blijvende vriendschapsbanden bestaan in een maatschappij van onvolmaakte wezens. Zelfs de teederste vriendschap en de heiligste omgang vereischt de voortdurende oefening van geduld. Indien we elk klaarblijkelijk onrecht willen wreken, herstelling eischen van elk onbeteekenende grief en wrij ving

179

ocr page 196

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

en uiting onzer gevoelens willen hebben bij de kleinste verdrietelijkheid, en indien alle anderen van hun kant dit ook willen, wat ongelukkige wezens zullen wij dan allen zijn, en hoe ellendig zal het leven dan worden.

Doch daar is een betere weg. De geest van liefde, ons ingescherpt in het Nieuwe Testament, zal, wanneer wij hem laten heerschen in ons hart en leven, onze vriendschap doen zijn zonder vlek of breuk.

Wij moeten ons bovenal wachten voor een critischen geest. Het is zeer gemakkelijk aanmerkingen te maken. Het is mogelijk, zelfs door zeer gewone brilleglazen, vele dingen te zien, die niet zijn zooals het behoort. Doch sommige menschen dragen microscopen, lijn genoeg om millioen diertjes in een droppel water te onderscheiden; en met deze kunnen zij tallooze vlekken ontdekken in het karakter en het gedrag zelfs van de voornaamste bewoners der aarde. Er zijn menschen die altijd uit zijn op het opmerken van geringschattingen en grieven. Zij wantrouwen de beweegredenen en bedoelingen van anderen. Zij beelden zich altijd beleedigingen in, zelfs waar zij in de verste verte niet bedoeld waren. De gewoonte is in lijnrechten strijd met de wet der liefde, die geen kwaad denkt.

Wij slaan den blik naar Christus' voorbeeld. Ziet Christus ons aan met scherpen, critischen, argwanenden blik? Hij merkt alle zwakheid in ons op, doch het is alsof Hij ze niet ziet. Zijn liefde ziet ze over het hoofd. Hij werpt een sluier over onze gebreken. Hij stort voortdurend Zijn eigen liefde over ons uit in spijt van alle onze gebreken en onze geringschatting

180

ocr page 197

WEDERZIJDSCHE VERDRAAGZAAMHEID.

van Hem. De wet der Christelijke verdraagzaamheid eischt hetzelfde van ons. quot;Wij moeten met onze zelfzuchtige vermoedens niet altijd op den wachttoren of bij het venster staan, op den uitkijk naar verzuimen, onbeleefdheden, verongelijkingen of grieven van wat aard ook. Wij moeten niet zoo spoedig kwaad denken van anderen. We moesten liever blind zijn, de schijnbare lompheid of beleediging in 't geheel niet opmerkend. Het is goed niet alles wat gezegd wordt te hooren, of, indien we het moeten hooren, te doen alsof we het niet hooren.

Vele bittere twisten zijn voortgekomen uit een ingebeelde geringschatting, vele uit een grof misverstand, of willicht uit de verkeerde voorstelling van den een of anderen onbeduidende praatjesmaker. Waren enkele oogenblikken genomen, om zich van de waarheid te vergewissen, er had nimmer eenige reden bestaan tot misnoegen.

Wij behooren ook op de beweegredenen te letten, die aan de schijnbare krenking ten grondslag liggen. In vele gevallen is een krenking ten eenenmale onbedoeld, aan niets anders te wijten dan aan onbedachtzaamheid — mogelijk zelfs goed bedoeld. Het is niet billijk de menschen te beoordeelen naar elk woord dat zij spreken of alles wat zij doen in de opwinding en drukte van het dagelijksch leven. Menig norsch mensch draagt een goed hart en een oprechte vriendschap onder zijn ruwe manieren. Het beste vertoont zich niet altijd aan de oppervlakte. Wij moeten daarom nooit zoo gauw een kwade bedoeling in anderen

181

ocr page 198

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

vermoeden. Ook moeten wij ons niet zoo licht laten overreden, dat onze vrienden bedoelden ons onvriendelijk te behandelen. Wanneer wij het gedrag onzer medemenschen van den gunstigen kant beschouwen, zal dit de wrijvingen van het leven op wonderlijke wijze verminderen.

Verder zijn er altijd gevallen van werkelijk onrecht. Er zijn onbeleefdheden en verongelijkingen, die wij niet kunnen beschouwen als louter ingebeeld of als gevolg van misverstand. Zij komen voort uit slecht humeur of jaloezie of boosaardigheid, en zijn zeer moeilijk te dragen. Vriendelijkheid wordt vergolden met onvriendelijkheid. Wij vinden ongeduld en drift bij onze beste vrienden. Wij vinden in ons dagelijksch verkeer met anderen zeer veel reden tot ergernis.

Hier is gelegenheid voor de volledigste oefening van die Goddelijk schoone liefde, die een menigte van zonden in anderen bedekt. Wij moeten het verzuim, de lompheid of de verongelijking op alle mogelijke wijzen trachten te vergoelijken. Wellicht heeft onze vriend heden een terneerdrukkende zorg of een grooten last te torschen. Misschien is er iets aan de hand in zijn zaken of in zijn huisgezin. Of mogelijk maken zijn zwakke zenuwen hem zoo gedachteloos en onvoorzichtig. Of zijn zwakke gezondheid kan de oorzaak zijn. Een grootmoedig mensch zal altijd zoeken ten minste een verzachtenden pleitgrond te vinden voor het schijnbare onrecht.

Een verdere schrede in de school van verdraagzaamheid is de les van zwijgen, wanneer men getergd

182

ocr page 199

WEDERZIJDSCHE VERDRAAGZAAMHEID.

wordt. Eén mensch alleen kan nooit twist maken; daar zijn twee toe noodig. Een huiselijke raad aan een pas getrouwd paar was, dat zij nooit beiden tegelijk zouden boos zijn — dat één altijd kalm zou blijven. Er is een nog Goddelijker raad, welke spreekt van het zachte antwoord, dat den toorn afkeert. Indien wij het zachte antwoord niet altijd gereed kunnen hebben, wij kunnen tenminste leeren in het geheel niet te antwoorden. De Heer verdroeg bijna alle beleedigingen met geduldig stilzwijgen zonder klacht. Hij was als een lam stom voor het aangezicht zijner scheerders. AI de bittere beleedigingen van de wreede menigte ontpersten hem geen woord van toorn, geen blik van ongeduld. Gelijk het reukwater slechts te liefelijker geurenver spreidt, wanneer de flesch wordt verbrijzeld, zoo maakten wreedheid, onrecht en pijn Hem slechts te zachter, en de liefde, die Hem steeds onderscheidde, slechts te inniger.

Het is een verheven kracht, deze kracht van te zwijgen. Groot is de zegevierende veldheer, die zijn legers ter overwinning voert. Machtig is de kracht, die een stad inneemt. Maar grooter is hij, die zijn geest kan beheerschen. Er zijn menschen, die legers kunnen in bedwang houden, maar zichzelven niet. Er zijn menschen, die door hun gloedvolle woorden een groote menigte kunnen beheerschen, maar die niet kunnen zwijgen, wanneer hun onrecht geschiedt. Het waarachtigste kenmerk van zielenadel is zelf-beheersching. Zij is koninklijker dan de kroon en het purperen gewaad.

183

ocr page 200

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

Er zijn gevallen, waar zwijgen goud is, waar woorden een nederlaag beteekenen, en waar de overwinning slechts kan behaald worden door geen woord te antwoorden. Vele van de pijnlijke twisten en veel van de bitterheid van wat wij zoo dikwijls noemen „weder-keerige onverdraagzaamheid van humeurquot; zou nimmer gekend worden, als we wilden leeren te zwijgen, wanneer anderen ons verongelijken. Laat ons het booze woord, dat ons op de lippen zweeft, terughouden. De beleediging, die onbeantwoord wordt gelaten, zal zich tegen zich zelve keeren en aldus zich zelf vernietigen.

Er is ook een wonderlijke gelegenheid voor uiting van goedaardigheid. Er zijn menschen, wier overvloeiende humor hun altijd ter hulpe komt, wanneer zij een naderenden storm bemerken, en zij zullen een klein verhaal gereed hebben, of zullen plotseling het gesprek geheel afbrengen van het netelig onderwerp, of zullen een schertsende opmerking maken, die de geheele zaak in een hartelijken lach zal doen eindigen. Het schijnt me niet onmogelijk toe voor allen belee-digingen of grieven te leeren dragen op eene van deze wijzen, of in stilte — geen gemelijk onheilspellend zwijgen, maar een zwijgen uit liefde — of door het geven van het zachte antwoord, dat de vlam des toorns zal blusschen, of door dien wijzen tact, die de drift verdrijft door de kracht eener nieuwe emotie.

Er zijn op zijn minst twee beweegredenen, die voldoende moesten zijn, om er ons toe te brengen om deze deugd der verdraagzaamheid te beoefenen. De eene is, dat geen beleediging ons hinderen kan,

184

ocr page 201

WEDEHZIJDSCHE VERDBAAGZAAMHEID.

tenzij wij ze ons laten hinderen. Indien wij ook de pijnlijkste woorden verdragen, gelijk Jezus Zijn onrecht en smart verdroeg, dan zullen zij geen spoor of letsel op ons achterlaten. Zij kunnen ons slechts dan deren, als wij aan ons ongeduld of onzen toorn toegeven. Wij kunnen over hen zegepralen, hun de macht ons te deren ontnemen door ons er boven te plaatsen. Het gevoel van toorn zal in medelijden veranderen, wanneer we bedenken, dat niet die het onrecht ondergaat, maar hij die het onrecht pleegt, degene is die lijdt. Elk onrecht en grief werkt terug en laat een vlek en een wond na. Al de wreedheden en vervolgingen, die menschelijke haat kan aandoen, zouden geen spoor van werkelijk leed op ons achterlaten, maar elk gevoel van toorn, dat wij in onze harten toelaten, elk toornig woord, dat wij uiten, zal een vlek nalaten. Verdraagzaamheid wordt zoo een volmaakt schild, dat ons beschermt tegen alle wreedheid en onrecht van het leven.

De andere beweegreden is ontleend aan onze verhouding tot God. Wij zondigen voortdurend tegen Mem en Zijn genade faalt nimmer. Zij liefde verdraagt al onze vergeetachtigheid, ondankbaarheid en ongehoorzaamheid, en wordt nooit ongeduldig tegenover ons. Wij leven alleen door Zijn verdraagzaamheid. Het onrecht, dat Hij verduurt van onze zijde, is oneindig in vergelijking met de kleine grieven, die wij moeten verduren van onze medemenschen. Wanneer wij dit bedenken, kunnen wij dan ongeduldig worden om de kleine wrijvingen, die de dagelijksche omgang met

185

ocr page 202

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

Er zijn gevallen, waar zwijgen goud is, waar woorden een nederlaag beteekenen, en waar de overwinning slechts kan behaald worden door geen woord te antwoorden. Vele van de pijnlijke twisten en veel van de bitterheid van wat wij zoo dikwijls noemen „weder-keerige onverdraagzaamheid van humeurquot; zou nimmer gekend worden, als we wilden leeren te zwijgen, wanneer anderen ons verongelijken. Laat ons het booze woord, dat ons op de lippen zweeft, terughouden. De beleediging, die onbeantwoord wordt gelaten, zal zich tegen zich zelve keeren en aldus zich zelf vernietigen.

Er is ook een wonderlijke gelegenheid voor uiting van goedaardigheid. Er zijn menschen, wier overvloeiende humor hun altijd ter hulpe komt, wanneer zij een naderenden storm bemerken, en zij zullen een klein verhaal gereed hebben, of zullen plotseling het gesprek geheel afbrengen van het netelig onderwerp, of zullen een schertsende opmerking maken, die de gebeele zaak in een hartelijken lach zal doen eindigen. Het schijnt me niet onmogelijk toe voor allen belee-digingen of grieven te leeren dragen op eene van deze wijzen, of in stilte — geen gemelijk onheilspellend zwijgen, maar een zwijgen uit liefde — of door het geven van het zachte antwoord, dat de vlam des toorns zal blusschen, of door dien wijzen tact, die de drift verdrijft door de kracht eener nieuwe emotie.

Er zijn op zijn minst twee beweegredenen, die voldoende moesten zijn, om er ons toe te brengen om deze deugd der verdraagzaamheid te beoefenen. De eene is, dat geen beleediging ons hinderen kan.

184

ocr page 203

WEDEHZIJDSCHE VERDRAAGZAAMHEID.

tenzij wij ze ons laten hinderen. Indien wij ook de pijnlijkste woorden verdragen, gelijk Jezus Zijn onrecht en smart verdroeg, dan zullen zij geen spoor of letsel op ons achterlaten. Zij kunnen ons sled its dan deren, als wij aan ons ongeduld of onzen toorn toegeven. Wij kunnen over hen zegepralen, hun de macht ons te deren ontnemen door ons er boven te plaatsen. Het gevoel van toorn zal in medelijden veranderen, wanneer we bedenken, dat niet die het onrecht ondergaat, maar hij die het onrecht pleegt, degene is die lijdt. Elk onrecht en grief werkt terug en laat een vlek en een wond na. Al de wreedheden en vervolgingen, die menschelijke haat kan aandoen, zouden geen spoor van werkelijk leed op ons achterlaten, maar elk gevoel van toorn, dat wij in onze harten toelaten, elk toornig woord, dat wij uiten, zal een vlek nalaten. Verdraagzaamheid wordt zoo een volmaakt schild, dat ons beschermt tegen alle wreedheid en onrecht van het leven.

De andere beweegreden is ontleend aan onze verhouding tot God. Wij zondigen voortdurend tegen Hem en Zijn genade faalt nimmer. Zij liefde verdraagt al onze vergeetachtigheid, ondankbaarheid en ongehoorzaamheid, en wordt nooit ongeduldig tegenover ons. Wij leven alleen door Zijn verdraagzaamheid. Het onrecht, dat Hij verduurt van onze zijde, is oneindig in vergelijking met de kleine grieven, die wij moeten verduren van onze medemenschen. Wanneer wij dit bedenken, kunnen wij dan ongeduldig worden om de kleine wrijvingen, die de dagelijksche omgang met

185

ocr page 204

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

anderen oplevert? Ons wordt geleerd dagelijks te bidden: „Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenarenquot;'. Hoe kunnen wij deze bede oprecht opzenden en voortgaan met veeleischend, wrokkend en wraakzuchtig te zijn, of zelfs met ons grootelijks te ergeren aan de onvriendelijke behandeling van anderen?

De Koran zegt, dat twee engelen eiken mensch op aarde beschermen, aan elke zijde een; en wanneer hij slaapt des nachts, stijgen zij op naar den hemel met een geschreven verslag van al zijn woorden en daden gedurende den dag. Elke goede zaak, die hij gedaan heeft, wordt tot tien malen toe herhaald, opdat niets moge worden overgeslagen van het verslag. Maar wanneer zij komen tot een zonde, door hem bedreven, zegt de engel ter rechterzijde tot den ander: „Stel de vermelding van deze zeven uren uit; wellicht zal hij, als hij ontwaakt en in kalme oogenblikken nadenkt, berouw hebben en vergiffenis afsmeeken en verkrijgenquot;. Dit is een waar beeld van de wijze waarop God ons leven beschouwt. Hij is traag om onze zonden te zien of ze op te schrijven. Hij schept behagen in genade. Wij, als Zijne kinderen, moeten in ons leven althans iets van Zijn geduld toonen. Van het lied der vergeving en verdraagzaamheid, dat Hij in onze harten doet klinken, moeten wij de echo's doen voortleven.

186

ocr page 205

XXI.

MANLIJKE MANNEN.

Och zij toch de hoop mijner jongelingsdroomen Omtrent al het goed, dat ik gaarne wou doen,

Door het leven bewaarheid I Reëel moge worden Wat ik steeds in mij omdroeg als 'thoogst ideaal! En geef Gij, o God, dat ik 't geen ik wou wezen Ook worde in dit leven, en blijve tot 'teind!

1—| et Christelijk leven is meer dan een teeder gevoel. * * Het Christelijk karakter is meer dan zachtheid^ geduld, nederigheid, vriendelijkheid. Er zijn mannen, die deze eigenschappen hebben, en die toch de krachtiger trekken van mannelijkheid missen. Zij zijn zwak, krachteloos, geesteloos. Zij komen te kort in moed, kracht, energie en die moeilijk nader te omschrijven eigenschap, genaamd „pitquot;. Hunne zachtheid is die der zwakheid. Zij zijn geen manlijke mannen. Hun deugden dragen een passief karakter, en zij missen die actieve, krachtige karaktertrekken, die een man kracht geven en hem sterk maken, om zich staande te houden, en onweerstaanbaar wanneer hij iets wil. Zulke personen hebben geen kracht van overtuiging. Terwijl zij zich aan hun openie slechts zwakjes vasthouden.

ocr page 206

HEILIGING VAN DEN WEKKDAG.

kost het weinig moeite hun deze te ontnemen. Zij munten uit in verdraagzaamheid en zachtmoedigheid, aldus eene zijde van het ware Christelijk karakter vertoonend, maar zij doen alleen dienst als stootkussens in de maatschappij, om de kracht te breken van den schok, door de hartstochten van anderen teweeggebracht. Er gaat geen werking van hen uit, zij doen geen geestdrift ontvlammen, zij boezemen geen moed in, zij richten zich niet tegen het onnoemelijk vele booze in de wereld. Zij zijn goede menschen. Zij hebben het geduld van Job, de zachtmoedigheid van Mozes, de beminnelijkheid van Johannes; doch zij missen de onverschrokkenheid van Petrus, de geestdrift van Paulus, en den zedelijken heldenmoed van Luther, om, gepaard aan hun passieven deugden, hen tot waarlijk sterke mannen te maken.

Er is nog een soort van gebreken, die men soms aantreft bij mannen van zeer zachten geest. Zij bezitten vele van die karaktertrekken, die in de Schrift hoogelijk geprezen worden. Tergen vermag bij hen weinig. Zij geven het rechte antwoord, dat den toorn verdrijft, 's Levens bittere ondervindingen verdragen zij goed. Zij zijn zacht tegen alle menschen en vol vriendelijkheid, en toch komen zij te kort in de eigenschap van volmaakte waarheidlievendheid. Zij zijn noch valsch noch oneerlijk in groote zaken, maar in tallooze kleinigheden kenmerken zij zich door een minachting voor die volmaakte waarheidlievendheid, welke de godsdienst van Christus vereischt. Zij maken er geen gewetenszaak van hun verbintenissen na

188

ocr page 207

MANLIJKE MANKEN.

te komen. Zij zijn bereid elke gevraagde gunst te beloven — zij hebben niet den moed „neen!quot; te zeggen op een verzoek — doch zij schieten dikwijls te kort in de vervulling van hetgeen zij zoo lichtelijk beloven. Zij zijn onnauwkeurige menschen, te laat op vergaderingen komend, anderen bij afspraken latende wachten, en dikwijls geheel en al verzuimende te komen na de meest bepaalde afspraak. Wij vergeven gaarne de wreedheid van dien grappigen schrijver, die onlangs een aandoenlijk „In Memoriamquot; schreef van een van die onnauwkeurige menschen, terwijl hij van hem sprak als „wijlen Mijnheer Afwezigquot;.

Deze laatkomers zijn dikwijls nalatig ook in het betalen van kleine schulden. In de taal der liefde is, geloof ik, „nalatigquot; het juiste woord, want het is niet hun bedoeling iemand te bedriegen, maar zij zijn vervallen in een slordige manier van zaken te doen. Zij doen kleine inkoopen of leenen kleine geldsommen van vrienden, nadrukkelijk belovende het bedrag binnen een paar dagen te betalen of terug te geven, doch verzuimende dit te doen, tot straks de zaak geheel en al uit hun geheugen gaat. Zij leenen ook boeken, zoo zij toevalligerwijze literarisch van aanleg zijn, en andere dergelijke dingen, er met hun woord voor instaande, dat zij ze binnen zeer korten tijd terug zullen geven; en menige ledige plaats in een bibliotheek en menig ontbrekend artikel in een huishouden leggen getuigenis af van een groote menigte slechte memories of een pijnlijk gebrek aan nauwgezetheid van de zijde van hen die leenen.

189

ocr page 208

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Er is nog een andere rubriek van gebreken, voor welk ik geen zachter benaming kan vinden dan het woord laagheden. Geen fouten werpen grooter smet op den adel der menschheid; en toch, het moet met schaamte erkend, dat geene gewoner zijn. Een mensch schijnt een uitmuntend karakter te bezitten, zooals het zich vertoont op zekeren afstand. Hij schijnt vele elementen te bezitten van macht, grondtrekken van nuttigheid, misschien zelfs van grootheid; doch wanneer ge in intieme persoonlijke verhouding tot hem komt te staan, ontdekt ge uitingen van laagheid, welke ge nimmer te voren had verwacht. Als vriend is hij onoprecht. De sporen van zelfzucht vertoonen zich door al de vermomming van schoone woorden. Hij gebruikt zijn vrienden om zijn eigen persoonlijke belangen te bevorderen, en bekommert zich er niet om of zij al worden benadeeld, mits hij zelf er wel bij vaart. Hij is niet getrouw dengenen, wien hij zulke trouwe toewijding betuigt, maar fluistert over hun fouten, menige zaak openbarend, die hem toevertrouwd is of door hem vernomen is in de heiligheid eener nauwe vriendschapsbetrekking. Indien hij iets volvoerd wil hebben, dat verlies van goeden naam kan tengevolge hebben, zet hij een ander aan om het lastige werk te doen en den haat of de verwijten te dragen, terwijl hij rustig toetreedt om de voordeelen te oogsten.

In zaken is hij een zwaard zonder genade. Hij betaalt nooit vroolijk een schuld zonder een woord van protest of een vraag. Hij behandelt eiken schuldeischer

190

ocr page 209

MANLIJKE MANNEN.

191

als een vijand en alsof zijn rekeningen bedriegelijk ol onjuist zijn. Hij zoekt alle voordeelen aan zich te trekken in een handelszaak. Hij dingt tot op de kleinste duit af als hij betalen moet, en tot de hoogste som, wanneer hij een koop sluit. Hij telt halve centen in zijn eigen voordeel. Aan zijn ondergeschikten betaalt hij het laagste loon, terwijl hij van hen een maximum van arbeid afperst. Hij verdenkt ieders eerlijkheid, vaak de oude onedele spreuk aanhalend: „Behandel iemand als een schurk, tot ge weet dat hij eerlijk isquot;. Zijn laagheid uit zich zelfs in de kleinste dingen. Hij geeft anderen altijd de meest gehavende rekening, die hij heeft, of het meest afgesleten muntstuk, terwijl hij de nette, zindelijke rekeningen en de nieuwe muntstukken voor zich zellf houdt. Hij aanvaardt complimenten, uitnoodigingen voor diners en andere vriendelijkheden, doch bewijst ze nooit terug. Hij leent de courant van zijn buurman, om zich de kosten uit te sparen van er zich zelf op te abonneeren. Maar tegen niemand gedraagt hij zich zoo laag als tegenover den Heer en Zijn Kerk. Wanneer het kerkezakje rondgaat, geeft hij het geringste geldstuk, dat hij bij zich heeft. Wanneer bijdragen worden gevraagd voor het een of ander doel, teekent hij voor het minste bedrag, dat in ontvangst genomen wordt; en zal dan, zoo mogelijk, per slot van rekening de betaling ontduiken. Hij is een kleingeestig, bekrompen mensch. Hij leeft alleen voor zich zelf en zelfs zijn zelfzucht bedriegt zich zelve, want in de oogen der geheele menschheid is niets verachtelijker dan laagheid, en niets wordt op poverder wijze beloond.

ocr page 210

192 HEILIGING VAN DEN WEKKDAG.

Alle deze zijn onmanlijke eigenschappen. De zaak wordt niet weggenomen door te zeggen dat zij kleinere gebreken zijn, dat wij niet hypercritisch moeten zijn, dat wij dien overvloed van liefde moeten hebben, welke zelfs tallooze vlekken bedekt. Wanneer het de quaestie geldt van goed en verkeerd, zijn er geen kleinigheden. Een ster schijnt ons niets meer dan een vlek toe, doch in Gods oogen is zij een groote brandende zon. Het booze dat wij doen zoo gering schatten, is in het oog des Hemels oneindig groot. Er is slechts één Voorbeeld, naar hetwelk wij ons leven hebben in te richten, en waarin geen smet is. Het Woord van God en zijn Goddelijke eischen vergoelijkt geen vlekken, al zijn zij nog zoo klein.

Een weinig nadenken zal ieder doen zien, dat zelfs het meest onbeduidende dezer dingen niet slechts de schoonheid van iemands karakter bezoedelt, maar ook iemands invloed in de samenleving vernietigt. Iemand, van wien het bekend wordt, dat hij zich aan zijn geloften en afspraken niet houdt, of nalatig is in het nakomen zijner verplichtingen, in het betalen zijner schulden, en in het teruggeven van hetgeen hij geleend heeft, verkrijgt spoedig een allesbehalve benijdbare reputatie. Zoo iemand heeft niet de macht om goed te doen. Hij moge het Evangelie prediken of voorgaan in vergaderingen of onderwijzen in de Zondagschool, maar zijn woorden baten niets, omdat zijn karakter bedorven is en hij het vertrouwen en de achting der menschen verloren heeft. Al zijn goedheid en wel-meenendheid gelden niets, terwijl hij er voor bekend

ocr page 211

MANLIJKE MANNEN.

staat, dat hij ook in de kleinste zaken onwaar en oneerlijk is, de betaling zijner schulden ontduikt, of zelfs nalatig is in het nakomen zijner nadrukkelijkste beloften.

Wie is er niet wel eens getuige van geweest, dat de positie van menig, overigens uitnemend, mensch ten eenenmale vernietigd werd door zijn geringschatting van zijn verplichtingen en verbintenissen? Wie kan ware hoogachting koesteren voor een laag mensch? Laagheid bedriegt zich zelf en oogst slechts minachting. Zelfs in het wereldsche is zij een noodlottige dwaasheid. Niets gaat boven edelmoedigheid. En als karaktertrek beschouwd is ze een zeer verachtelijke smet. De wereld zal bijna alles eerder vergeten en vergeven dan laagheid. Slechts één uiting van zulk een geest in een Christen, doet zijn invloed onberekenbare schade, en waar laagheid een gewoonte wordt, verlamt zij de kracht om nuttig te zijn geheel en al. Hoelang kan een onbetrouwbaar, snapachtig mensch ware vrienden hebben of de achting behouden van hen die hem kennen?

Wij mogen dit alles onbeduidende gebreken noemen, en het mag hard schijnen, dat iemand, die in den grond van zijn karakter goed is, moet lijden voor zulke kleine fouten — louter nonchalance misschien, of gevolgen van de opvoeding — maar het feit staat voor ons en moet worden erkend als onverbiddelijk. Zelfs de zedelijke begrippen der wereld veroordeelen deze dingen als onmanlijk en het karakter, dat zich er door laat bezoedelen, moet dit boeten door ver-

13

193

ocr page 212

192 HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

Alle deze zijn onmanlijke eigenschappen. De zaak wordt niet weggenomen door te zeggen dat zij kleinere gebreken zijn, dat wij niet hypercritisch moeten zijn, dat wij dien overvloed van liefde moeten hebben, welke zelfs tallooze vlekken bedekt. Wanneer het de quaestie geldt van goed en verkeerd, zijn er geen kleinigheden. Een ster schijnt ons niets meer dan een vlek toe, doch in Gods oogen is zij een groote brandende zon. Het booze dat wij doen zoo geringschatten, is in het oog des Hemels oneindig groot. Er is slechts één Voorbeeld, naar hetwelk wij ons leven hebben in te richten, en waarin geen smet is. Het Woord van God en zijn Goddelijke eischen vergoelijkt geen vlekken, al zijn zij nog zoo klein.

Een weinig nadenken zal ieder doen zien, dat zelfs het meest onbeduidende dezer dingen niet slechts de schoonheid van iemands karakter bezoedelt, maar ook iemands invloed in de samenleving vernietigt. Iemand, van wien het bekend wordt, dat hij zich aan zijn geloften en afspraken niet houdt, of nalatig is in het nakomen zijner verplichtingen, in het betalen zijner schulden, en in het teruggeven van hetgeen hij geleend heeft, verkrijgt spoedig een allesbehalve benijdbare reputatie. Zoo iemand heeft niet de macht om goed te doen. Hij moge het Evangelie prediken of voorgaan in vergaderingen of onderwijzen in de Zondagschool, maar zijn woorden baten niets, omdat zijn karakter bedorven is en hij het vertrouwen en de achting der menschen verloren heeft. Al zijn goedheid en wTeI-meenendheid gelden niets, terwijl hij er voor bekend

ocr page 213

MANLIJKE MANNEN.

staat, dat hij ook in de kleinste zaken onwaar en oneerlijk is, de betaling zijner schulden ontduikt, of zelfs nalatig is in het nakomen zijner nadrukkelijkste beloften.

Wie is er niet wel eens getuige van geweest, dat de positie van menig, overigens uitnemend, mensch ten eenenmale vernietigd werd door zijn geringschatting van zijn verplichtingen en verbintenissen? Wie kan ware hoogachting koesteren voor een laag mensch? Laagheid bedriegt zich zelf en oogst slechts minachting. Zelfs in het wereldsche is zij een noodlottige dwaasheid. Niets gaat boven edelmoedigheid. En als karaktertrek beschouwd is ze een zeer verachtelijke smet. De wereld zal bijna alles eerder vergeten en vergeven dan laagheid. Slechts één uiting van zulk een geest in een Christen, doet zijn invloed onberekenbare schade, en waar laagheid een gewoonte wordt, verlamt zij de kracht om nuttig te zijn geheel en al. Hoelang kan een onbetrouwbaar, snapachtig mensch ware vrienden hebben of de achting behouden van hen die hem kennen?

Wij mogen dit alles onbeduidende gebreken noemen, en het mag hard schijnen, dat iemand, die in den grond van zijn karakter goed is, moet lijden voor zulke kleine fouten — louter nonchalance misschien, of gevolgen van de opvoeding — maar het feit staat voor ons en moet worden erkend als onverbiddelijk. Zelfs de zedelijke begrippen der wereld veroordeelen deze dingen als onmanlijk en het karakter, dat zich er door laat bezoedelen, moet dit boeten door ver-

13

193

ocr page 214

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

minderden of ten eenenmale vernietigenden invloed ten goede.

Het is der moeite waard het karakter van ware manlijkheid, zooals wij daarvan het volmaakte voorbeeld hebben in het leven onzes Heeren, ernstig te bestudeeren. Wij bemerken dan spoedig, dat, terwijl de liefde zich bij Hem uitte, in al wat er schoons is in menschelijke teederheid en zachtheid, dit Hem nochtans niet zwak en krachteloos maakte. Nimmer was eenig mensch zoo vol medelijden, zoo barmhartig tegenover de dwalenden, zoo geduldig in het dragen van onrecht of zoo vergevensgezind jegen zijn vijanden. Doch vergeefs zult ge in Zijn geheele leven ook het geringste spoor van zedelijke zwakheid zoeken. Voor Hem was zonde, in eiken vorm, onuitsprekelijk sTAiitend. Waarheid glansde in eiken trek van Zijn ziel. Hij was de belichaming van den moed. Alle actieve zoowel als passieve deugden waren vereenigd in Hem. Hij was niet enkel een geduldig lijder. Hij zette de machtigste Goddelijke krachten in de wereld in werking — krachten, wier onweerstaanbare werking gansch het leven der wereld doordrongen heeft, en die zelfs na negentien eeuwen niets van hun kracht hebben verloren. Hij was geen zwak man, die zich door de sterke stroomen van de hartstochten der wereld liet medesleepen naar een onvermijdelijk uiteinde. Voor den oppervlakkigen beschouwer moge Hij hier den schijn van hebben, maar het was zoo niet. Elke stap, dien Hij deed, was vrijwillig. Het was de verheven zegetocht eens konings. Hij had

194

ocr page 215

MANLIJKE MANNEN.

alle macht, en was altijd actief, nimmer passief, zelfs in wat de meest hulpelooze uren Zijns levens schijnen. Hij legde Zijn leven af; Hij had macht het af te leggen. Zelfs in Zijn sterven handelde Hij vrijwillig, zijn leven gevende.

Wij kunnen niet genoeg de phase van Christus' leven beschouwen, die somtijds over het hoofd gezien wordt — de kracht en beslistheid van zijn karakter. Hoewel geduldig en lijdzaam, kon Hij nochtans in Zijn zachtste woord kracht genoeg leggen, om het een levenden invloed voor tallooze eeuwen te doen zijn. Zijn meest passieve oogenblikken kenmerkten zich door bewijzen van almacht. Toen Hij zich onderwierp aan de bende, die Hem gevangen nam, strekte Hij nochtans Zijn hand uit, om een wonder van genezing te verrichten. Aan het kruis genageld, ontsloot Hij den Hemel voor een berouwvolle ziel.

Hij was in alle opzichten de manlijkste der mannen — grootmoedig, nobel, edel tot de uiterste zelfopoffering. De scherpste blik kan in Zijn gansche leven geen spoor van zelfzucht, geen teeken van laagheid ontdekken.

Zoodanig is het Voorbeeld, en een Christen moet sterk zijn zoowel als teeder. De actieve deugden moeten evengoed beoefend worden als de passieve. Zachtheid moet geen zwakheid zijn. Het zachte woord moet niet de beschroomde uiting zijn van zedelijke zwakheid. Gelijk de machtige machine, die een naald kan polijsten en een ijzeren staaf doorsnijden, moet een Christen de zachtheid van een kind paren aan den moed van een held om het booze ter neder te werpen en 's Heeren werk te doen. Met de liefde, die alle

195

ocr page 216

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

dingen draagt, moet hij de kracht van karakter hebben, die zijn invloed tot een sterke macht ten goede zal maken. Waarheid moet er zijn tot in de diepste vezels zijner ziel. Zijn woord moet zuiver zijn als goud. De beloften, in het voorbijgaan gedaan, moeten even heilig gehouden worden als de meest bepaalde verbintenissen. Hij moet een grootmoedig, edel mensch zijn, onzelfzuchtig, nobel, boven alle verdenking van laagheid. Hij moet stipt nauwkeurig zijn in al zijn handelingen, prompt teruggevende wat hij geleend heeft, zijne schulden precies op tijd betalend, ze nimmer vergetend, noch de betaling uitstellend tot het allerlaatste oogenblik. Hij moet niet hard zijn, niet onbuigzaam, niet tiranniek, niet heerschzuchtig, niet despotisch. In een woord, hij moet ongerepte eerlijkheid, onwankelbare promptheid en nauwgezetheid, en stipte waarheidlievendheid paren aan edelmoedigheid en mildheid.

Zulk een man zal tot een wonderlijke macht worden in de gemeenschap, waarin hij leeft. De menschen zullen aan zijn godsdienst gelooven, omdat hij er naar leeft. Niemand zal om hem lachen, wanneer hij anderen aanspoort om eerlijk, oprecht en waar, prompt en nauwgezet, en zijn verplichtingen tot in het uiterste getrouw te zijn. Zijn leven is een onbevlekt kristal. Hij is een manlijk man. Zelfs de vijanden van den godsdienst achten hem. Zijn eenvoudigste woorden wegen. Zijn geheele invloed is in de richting van waarheid en edelmoedigheid. Zijn dagelijksch leven is een prediking. God wordt geëerd en de wereld wordt gezegend door zijn leven.

196

ocr page 217

XXII.

VAN BOEKEN EN LEZEN.

„Dikwijls dringt zich met kracht de wensch bij mij op, dat ik hier beneden niets moge leeren, dat ik niet kan voortzetten in de andere wereld — dat ik hier geen daden moge doen dan die vrucht zullen dragen in den hemelquot;,

Eighter.

j\/| en heeft wel eens gezegd, dat het honderden jaren zou eischen, alleen maar de titels te lezen van al de boeken in al de bibliotheken der wereld. Zelfs van diegenen, welke elk jaar, pas geschreven, de pers verlaten, kan één mensch slechts een zeer klein gedeelte lezen. Het is daarom volstrekt onmogelijk alle boeken te lezen, die de boekdrukkunst binnen ons bereik heeft gebracht. Zelfs al ware al onzen tijd aan lezen gewijd, dan nog konden wij, in onze korte levensjaren, slechts een zeer klein deel er van door-loopen. Verder moeten we bedenken, dat in deze drukke tijden, waarin de plicht tot arbeiden zoo zeer zijn gezag doet voelen, de meesten onzer, op zijn best, slechts een klein getal uren daags aan lezen kan wijden, en zeer velen niet uren, maar slechts minuten vinden

ocr page 218

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

voor dit doel. Er zijn massa's menschen met zoo drukke bezigheden, dat zij niet meer dan een twintigtal boeken per jaar kunnen lezen.

Het is daarom voor ons allen een uitgemaakte zaak, dat wij er ons mede moeten vergenoegen de meerderheid van gedrukte boeken ongelezen te laten. Zelfs zij, die over den meesten vrijen tijd te beschikken hebben, van kunnen de boeken, die verschijnen, niet één op de duizend of tienduizend lezen. En zij, die de handen met allerlei dingen vol hebben, kunnen ternauwernood een vinger uitsteken naar den grooten berg drukwerk, die zich verlokkend voor hun blik uitstrekt.

De vraag is dus, volgens welke beginselen moeten wij te werk gaan, om uit dit groote veld van literatuur, de boeken, die wTe zullen lezen, uit te kiezen ? Indien ik dit jaar slechts een dozijn boeken kan lezen, hoe moet ik dan beslissen welke van de duizenden boeken het zullen zijn?

Want alle boeken zijn niet even goed. Er zijn boeken, die in het geheel niet waard zijn gelezen te worden. Eu verder van degenen, die goed zijn, is de waarde betrekkelijk. Eenvoudig gezond nadenken zegt ons, dat wij die moeten uitkiezen, welker lezing het meest loonend zal zijn. Laat ons in deze eenige beginselen overwegen, die de overdenking waard zijn.

Er zijn boeken, die door onreinheid besmet zijn. Natuurlijk moeten alle dezulke buitengesloten worden uit onze boekerij. Evenmin als wij onzedelijk gezelschap in ons huis zullen toelaten, evenmin moeten wij een onzedelijk boek gedoogen in onze boekerij.

198

ocr page 219

BOEKEN EN LEZEN.

Wellicht zijn de meesten onzer, in dit opzicht, niet behoedzaam genoeg. Het land is overstroomd met werken, dikwijls op aantrekkelijke wijze samengesteld, met zorg geïllustreerd, terwijl hun onzedelijkheid verborgen is onder onschuldige titels, waarin het noodlottig vergif schuilt, dat een zedelijken dood kan tengevolge hebben. Veel goede lieden worden aldus verstrikt. Wanneer wij bedenken, dat alles wat wij lezen, zijn indruk achterlaat op ons gemoedsleven en zijn blij venden stempel drukt op ons karakter, dan valt het gewicht dezer zaak in het oog. De geoloog zal U brengen bij een oude rots-formatie, en zal U, op hetgeen eens het strand eener oude zee was, de indrukken toonen, door de golven achtergelaten, de sporen van den vogel die daar eens in het zand liep, en den indruk van het blad dat daar viel en bleef liggen. Het strand verhardde zich tot rots, en de rots behield eiken indruk door alle eeuwen heen. Zoo gaat het ook in karakter-vorming. Alles wat wij in onze levenssfeer opnemen, laat een blijvenden indruk achter.

En wanneer wij de zaak van Christelijk standpunt beschouwen, wordt zij nog belangrijker. Onze arbeid hier is de cultuur van onzen geest. Wij moeten zorgvuldig wacht houden over onze harten, opdat niets de reinheid daarbinnen besmette. Wij moeten niets in onze gedachten toelaten, dat onzen geestelijken horizon kan verduisteren, of eenigermate den voortduur onzer gemeenschap met God verbreken. En wij weten allen, dat elke zondige gedachte, die we ook maar voor

199

ocr page 220

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

een oogenblik in onzen geest toelaten, niet slechts ons gemoed bevlekt, maar een herinnering wekt, die voor immer een bezoedeld spoor achter zich laat. Men verhaalt van een beroemd schilder, dat hij, wanneer hij aan den arbeid was, den blik niet kon vestigen op iets stuitends, zonder daarna de uitwerking er van te zien in de voortbrengselen van zijn penseel. Een bekend geestelijke deelt, sprekende over de uitwerking van het lezen van zekere literatuur op den geest, een weinig van zijn eigen ondervinding mee. Hij had zich laten verleiden tot het lezen van een aantal werken van een populair schrijver, waarvan hij niet dacht dat zij een ongodsdienstige strekking hadden, doch toen hij ze gelezen had, kon hij in geen zes maanden preeken. Indien wij de teere vreugde van oris hart ongestoord willen behouden, moeten wij zeer streng waken over hetgeen wij lezen, nauwgezet uitsluitend niet alleen wat op den eersten oogopslag onzedelijk blijkt te zijn, maar ook alles waarin het verkeerde op arglistige wijze is verbloemd.

Verder zijn er boeken, die niet onzedelijk zijn, en die wij toch moeten uitsluiten, tenzij wij onzen tijd wenschen te verspillen en de gelegenheden tot verbetering voorbij willen laten gaan. Het zijn boeken, waar niets tegen te zeggen valt uit een oogpunt van zedelijkheid, maar die wuft en ledig zijn. Er zijn veel populaire romans, die zelfs een soort van godsdienstig tintje hebben, en die toch geen leering, geen impulsie ten goede geven, den geest geen voedsel verschaffen, onze kennis niet verrijken, geen trek van schoonheid

200

ocr page 221

BOEKEN EN LEZEN.

achterlaten. Er zit niets in. In onze dagen is dit lichte soort van lectuur zeer gewild. Zij past volkomen voor den luien aard van velen, die niets willen dat inspanning of ernstig denken vereischt, of degelijken geestesarbeid. Zij is niet direct schadelijk. Men kan ze niet beschuldigen van slechten, zedelijken inhoud of invloed. Zij laat geen spoor van vuilheid na. Zij kan zelfs rechtzinnig zijn en vol van gemoedelijke praatjes over godsdienst en vrome uitweidingen over verschillende plichten. Zij wekt geen onreine gedachten. Zij geeft geen valsche leering of verkeerde beginselen. Zij verstrikt geen geweten. Zij vloeit als het ware in onze ziel gelijk zachte, sentimenteele muziek.

En toch is deze lectuur beslist slecht in haar uitwerking op geest en hart. Zij deelt geen kracht mede. Zij steunt geen der lavensfunctiën. Verder bederft zij den smaak, ontzenuwt zij den geest, en dooft zij allen zin voor degelijke lectuur. Zij verzwakt zoozeer de kracht van denken en van het geheugen en van geheel het intellectueele raderwerk, dat zij de bekwaamheid wegneemt tot het onder handen nemen van werkelijk belangrijke onderwerpen. Naast het groote kwaad, gesticht door onreine en bezoedelde lectuur, komt den verzvvakkenden invloed van den enormen vloed van prullige, waardelooze boeken, die het land overstroomt.

Indien wij in onze korte, drukke levensjaren slechts een zeer beperkt aantal boeken kunnen lezen, behooren dan die weinige niet de beste, degelijkste en nuttigste te zijn, die wij op het gansche veld der literatuur kunnen vinden? Indien honderd boeken voor mij

201

ocr page 222

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

liggen en ik tijd heb om slechts een er van te lezen, zal ik dan, zoo ik verstandig ben, niet dat eene uitkiezen. dat mij het meeste wetenswaardigs zal aanbrengen, dat in mijn geest de grootste gedachten zal opwekken, de edelste impulsies, de helderste begrippen, de reinste opwellingen, of dat mij het waarachtigst ideaal van manlijke deugd en heldenmoed voorschildert?

Doch hoe lezen de meeste menschen? Volgens welke beginselen bepalen zij wat te lezen en wat niet? Is er een op de honderd, die ooit eens ernstig over de quaestie nadenkt of een verstandige keuze doet? Bij velen is het „de nieuwste romanquot;, zonder er op te letten wat het is. Bij anderen is het al wat maar besproken of veel geannonceerd wordt. Wij leven in een tijd, waarin het triviale verheerlijkt en hooggehouden wordt in het vuur van den opvlammenden hartstocht, zoodat het de aandacht trekt van de groote massa en aftrek vindt. Dat is het, waarvoor vele boeken worden geschreven — om te worden verkocht. Zij worden geschreven om het geld. Zij worden gedrukt, geïllustreerd, gebonden, versierd en van titels voorzien alleen om het geld. Er is geen ziel in. Er lag aan hunne samenstelling geen hoog motief ten grondslag, geen gedachte van goed te stichten, van een nieuwe impulsie te wekken, van een bijdrage te leveren tot vreugde en kunde der wereld. Zij kwamen voort uit een koopmansbrein. Zij werden gemaakt, om verkocht te worden, en om verkocht te worden moesten zij tegemoetkomen aan de algemeene behoefte aan sensatie, aan opwinding, naar iets romantisch, naar

202

ocr page 223

BOEKEN EN LEZEN.

vermaak. Zoo komt het, dat het land overstroomd is met uitermate waardelooze geschriften, terwijl werkelijk goede en te waardeeren boeken onverkocht en ongelezen blijven. De menigte geraakt in extase over onbeteekenende verhalen, wekelijksche nieuwblaadjes, nieuwe sentimenteele gedichten, en duizenden onbeduidende werken, die genot of opwinding verschaffen voor een dag, om morgen oud en vergeten te zijn in de hevig spannende intrigue van het nieuwste verhaal; terwijl boeken, die in alle opzichten bewonderenswaardig zijn, onopgemerkt worden voorbijgegaan.

Vandaar het feit, dat, terwijl iedereen leest, slechts weinigen de groote meesters lezen. De moderne beschaving weet alles van de lichte literatuur, die als vuurwerk opflikkert en ras verdwijnt, doch weet niets van geschiedenis of ware poëzie of werkelijk grootsche fictie. Vele menschen, die niet den moed hebben hunne onbekendheid te erkennen met de laatst verschenen roman, beschouwen het niet als schande totaal onbekend te zijn met de verheven oude klassieken. In den overstroomenden vloed van één-dags-literatuur worden de groote werken verzwolgen. Men kan veilig zeggen, dat tegenwoordig van de honderd menschen niet één Milton's „Verloren Paradijsquot; leest, en dat niet een op de duizend ooit een vertaling van Homerus' Ilias heeft gelezen. Iedereen geraakt in verrukking over een sentimenteelen verzenmaker van een dag, doch hoe velen lezen de groote meesterstukken van Shakespeare? „Des pelgrims reizequot; kent men alleen uit de veelvuldige aanhalingen, terwijl de

203

ocr page 224

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

de duizend werkjes over sentimenteelen godsdienst door vrome lieden gretig worden verslonden.

De tijd is daar voor een algeheele omkeering op dit gebied. Wij moeten den moed krijgen, onwetend te blijven, van de groote massa boeken in de jaarlijksche Nijl-overstrooming van de drukpers. De groote meesters in poëzie, in wetenschap, in geschiedkunde, in godsdienst, in scheppingskracht moeten wij lezen en wij moeten tot systeem hebben, hetgeen wij lezen te controleeren, of wij zullen ons gansche leven verspillen en er geen nut van trekken. Een doelloos dwalen van het eene boek naar het andere geeft weinig. Wij moeten nauwgezet, verstandig en volgens methode een keuze doen.

Na alles van de lijst te hebben geschrapt, dat een onzedelijke tint draagt en wat onbeduidende lectuur voor een dag is, blijven over, de waarlijk grootsche werken, sommige oud, andere nieuw, waaruit wij weder een keuze moeten doen in overeenstemming met onzen persoonlijken smaak, bezigheid, vrijen tijd, bekwaamheden en gelegenheid. Tot hoofdschotel moeten wij nemen werken, die gespannen aandacht, nadenken, studie en onderzoek eischen, terwijl wij tot de lichtere soorten alleen voor geestelijke ontspanning onze toevlucht nemen. De oude klassieke dichters moeten niet slechts gelezen, maar aandachtig worden bestudeerd. Van geschiedenis behoort men ten minste eenige algemeene kennis te hebben. In deze dagen van ontdekkingen moet men van de wetenschap althans een beetje op de hoogte zijn.

204

ocr page 225

BOEKEN EN LEZEN.

205

Alle werken, die ons grootsche idealen van karakters voor oogen stellen, zijn in zekeren zin groot. De ouden hadden de gewoonte, de standbeelden van hun beroemde voorvaderen, in hunne woningen te plaatsen, opdat hunne kinderen door het aanschouwen daarvan mochten aangespoord worden tot het nastreven van hun edele eigenschappen. Groote levens, gebalsemd als 'tware in gedrukte werken, hebben een wonderlijke macht om de jonge harten te doen ontgloeien, want „een goed boek bevat als in een kruik het zuiverst „extract van het levend intellect, dat het voortbrachtquot;. Er zijn groote boeken genoeg, om ons gedurende al onze korte en drukke levensjaren bezig te houden en zoo we verstandig zijn, zullen we de beste en leerzaamste gebruiken. Het is, zooals iemand geschreven heeft: „Wij hebben noodig eiken dag er „aan herinnerd te worden, hoe vele de boeken zijn „van onnavolgbare schoonheid, welke wij met al onze „leeslust nimmer ter hand hebben genomen. Het zal „de meesten onzer verwonderen te merken, hoeveel „van onzen ijver gewijd wordt aan de boeken, die „geen indruk nalaten — hoe dikwijls wij wroeten in „den rommel van de drukpers, terwijl goud en edelgesteente ons tevergeefs wordt aangebodenquot;.

ocr page 226

XXIII.

UITERLIJKE SCHOONHEID.

|e wensch om schoon te zijn is natuurlijk en goed.

' Heiligheid is schoonheid. Toen het menschelijk lichaam zoo pas uit Gods scheppende handen kwam, bezat het een volmaakte schoonheid. Het was de belichaming van alles wat edel, bevallig en bekoorlijk is. Wij kunnen er niet aan twijfelen, dat God een volmaakt lichaam formeerde tot de woning en tempel van een volmaakte ziel, die Zijn beeld droeg. Hij die alle dingen in ongerepte schoonheid schiep, gaf voorzeker de hoogste schoonheid aan het meesterstuk Zijner schepping.

Doch de zonde heeft de bevalligheid der menschelijke gestalte bedorven. Volmaakte lichamelijke schoonheid wordt bij niemand gevonden. Wij vinden slechts fragmenten van de vernietigde schoonheid — bij de een deze en bij een ander gene — waaruit wij het oorspronkelijke bij benadering kunnen opmaken. De kunstenaars hebben getracht de oorspronkelijke, volmaakte schoonheid daar te stellen, door uit vele gestalten deze fragmenten van schoonheid bijeen te garen en ze tot een geheel te vereenigen, dat zij de ideale menschelijke schoonheid noemen. Zij wijzen op zekere overblijfselen

ocr page 227

UITERLIJKE SCHOONHEID.

van oude Grieksche beeldhouwkunst, als, voor zoover menschelijke bekwaamheid dit vermocht, de herstelde schoonheid der schepping voorstellende.

In hoeverre de kunst geslaagd is in het bereiken van dit doel, weten wij niet. Wij kunnen niet zeggen of de Apollo Belvidere, al of niet, het herstelde Adams-beeld is, en of de Venus de Medici werkelijk Eva's schoonheid weergeeft. Dit is thans niet een punt van onderzoek. Doch wij weten, dat alle Christelijk leven, wasdom is in de richting van volmaakte schoonheid. Christus kwam om de verwoeste schepping in haar verloren schoonheid te herstellen. Dit geldt niet alleen van het geestelijk leven, maar ook van de lichamelijke gestalte. Wij moeten in de toekomstige wereld het vlekkeloos beeld onzes Heeren dragen. Wellicht denken wTij ons niet altijd de volle beteekenis in van deze waarheid, zooals zij in de Schrift verklaard is. Er wordt bepaald en onvoorwaardelijk geleerd, dat Christus onze bezoedelde lichamen zal veranderen en ze naar Zijn eigen verheerlijkt lichaam zal herscheppen. Dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid. Het is hier niet de plaats voor bespiegelingen over den aard en de bestanddeelen van het lichaam der opstanding en we kunnen slechts zeggen, dat de eenvoudige duidelijke leer der Schrift is dat alle smetten en zwakheid in het graf zullen worden achtergelaten. Er zullen geen gebreken zijn in het nieuwe lichaam. Er zal zonde noch ziekte zijn. Al het werk der zonde zal vernietigd worden door de verlossing, en het lichaam zal

207

ocr page 228

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

in zijn oorspronkelijke volmaaktheid worden hersteld. Zoo is de ontwikkeling van het Christelijk leven in de richting van volmaakte schoonheid, en de wensch om schoon te zijn in gestalte en gelaatstrekken, is wanneer we haar niet opvatten in den ongunstigen zin van het woord, een gepaste en heilige wensch.

Wat is ware schoonheid? Wanneer wij de vraag van Christelijk standpunt beantwoorden, dan weten wij dat zij niet bestaat in louter lichamelijke bekoor-heden, in bevalligheid van gestalte, gelaat, maar in het leven, in de ziel, die er in verborgen is.

Het is een bekend en algemeen aangenomen beginsel, dat de ziel aan het lichaam zijn vorm geeft, en dat het leven zijn gansche geschiedenis schrijft in de trekken van het gelaat. Een schoon karakter zal zich op het gelaat uitdrukken. Gij aanschouwt heten ge leest er reinheid, kieschheid, vrede en liefde op. Evenzoo werpt een slecht karakter zijn sluier over het gelaat, en ge ontwaart er bij een oogopslag zelfzucht, sluwheid, zinnelijkheid, bedrog, valschheid, boosaardigheid, grofheid, onrust. Zoo streeft dus alle veredeling der ziel naar schoonheid, want naarmate het hart vervuld wordt met de heilige bekoorlijkheden des Geestes, openbaren deze zich in de verandering der gelaatstrekken.

Het was de zaak, die den oorspronkelijken luister der menschelijke gestalte verstoorde. Alle smetten, gebreken en wanstaltigheid zijn het gevolg van overtreding der Goddelijke wetten, van te veel toegeven aan de hartstochten en lusten, en door ziekten en

208

ocr page 229

UITERLIJKE SCHOONHEID.

zwakheden daaruit voortkomende. Vandaar dat de schoonheid moet worden gezocht langs den weg, waarop zij werd verloren. Zij die de schoonheid van gestalte en gelaat wenschen te herkrijgen en te behouden, moeten er naar streven dat de Goddelijke wetten in hun hart zijn gegraveerd en in hun leven worden toegepast.

Gehoorzaamheid aan de stoffelijke wetten van ons bestaan is een levensquaestie. Zij zijn onverbiddelijk. Overtreding van deze heeft geen vergiffenis te wachten. Een groot deel van de ellende der wereld komt voort uit het niet in acht nemen van deze voorschriften. De schoonheid, zoowel als het geluk en genot van mannen en vrouwen, zou ten zeerste verhoogd worden, indien allen er toe konden worden gebracht om de eenvoudige wetten van het stoffelijk leven stipt te gehoorzamen.

Van nog meer belang is de inachtneming der zedelijke en geestelijke wetten. De ziel drukt opbaar woning den stempel. In het gelaat van den idioot is geen schoonheid. De volmaakste trekken hebben een geringe schoonheid, wanneer er een ledige geest achter huist. Zelfzucht wischt de zachte en teere lijnen uit. Laagheid neemt de majesteit van het gelaat weg en berooft de oogen van hun koninklijken glans. Hebzucht versteent de gelaatstrekken. De toorn, wanneer hij wordt gevoed, vindt zijn vaste uitdrukking-op het gelaat. Onreinheid van ziel en leven neemt den bloei der onschuld weg en verraadt zich op het geheele gelaat. De hoop om schoon te zijn is ten

14

209

ocr page 230

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

eenenmale ijdel, wanneer het karakter slecht is, de smaak bedorven, of wanneer lage hartstochten heer-schen in het hart. Het gelaat moge zich plooien tot een lach, de grootste moeite moge worden genomen om den bloei en frischheid der onschuld te behouden, — het is alles vergeefs. Een van haar kroon beroofde ziel, kan in haar woning, de pracht en glorie van haar dagen van macht en majesteit, niet lang behouden. Het innerlijk leven schrijft eiken regel van zijn geschiedenis op de gelaatstrekken, waar het geoefend oog elk woord, dat er op staat, kan lezen.

Zoo toont zich ook de schoonheid der ziel in de gelaatsuitdrukking. Vriendelijkheid bekleedt het gelaat met zachtheid. Heilige gedachten verfijnen het gelaat. Grootsche doeleinden, edele besluiten, hooge aspiraties, geven aan de gestalte en het gelaat een uitdrukking van waardigheid en macht. Oprechtheid en waarheid vervormen zelfs het meest alledaagsche uiterlijk.

Zij, die het uiterlijk schoon willen kweeken, moeten acht slaan op hun innerlijk leven. Gelijk de smaak en verfijning van den bewoner van een huis, zich steeds toont in de versiering daarvan, zoo zullen goedheid en zedelijke schoonheid in een ziel, zich altijd uiten in het uiterlijk en in de gansche gestalte.

Vandaar dat niets meerdere schoonheid bijzet aan een mensch, dan waar de Heilige Geest Zijn woning heeft gemaakt in een nederig hart. De leelijkste gelaatstrekken verkrijgen dikwijls een glans van bovennatuurlijke schoonheid, wanneer de gloed en teeder-heid der liefde ze verheldert. De schoonste menschen

210

ocr page 231

UITERLIJKE SCHOONHEID.

zijn waarlijk welwillende menschen, wier harten vol zijn van sympathie en vriendelijkheid en wier leven gewijd is aan den arbeid der liefde, voor het welzijn der menschheid. De zachtste gelaatsstrekken, die ik ooit aanschouwde, waren die van lieve, oude Kwakermoeders. Hun gansche leven door hebben zij den vrede in hare harten bewaard. Zij hebben nimmer weerstand geboden, nimmer hun rechten verdedigd, nimmer den strijd aangebonden tegen de omstandigheden. Zij hebben zich kalm onderwerpen aan Gods wil, en Zijn heiligen vrede heeft hare zielen vervuld en haar leven beheerscht. Deze gezegende vrede, die zetelde in hun binnenste, heeft haar aangezichten bijna doorzichtig gemaakt, stralend van hemelschen glans en liefelijk boven elke beschrijving op aarde. De ouderdom drukt noch den stempel van verval, noch de kenmerkende verwelking op hen. De zachtheid en frischheid der jeugd sluimeren onder de winterkoude der grijsheid, gelijk die teedere planten en bloemen, die in de lente van onder de smeltende sneeuw ongedeerd en geurig te voorschijn treden. Een angstige en onrustige natuur werpt dit alles omver.

Liefde is de vervulling der wet — niet een zelfzuchtige liefde, maar de liefde die uitgaat in zelfverloochening, in sympathie, in vriendelijkheid, in het voortdurend denken en pogen en zich opofferen voor anderen. Zulke liefde bouwt zich de schoonheid tot een huis, evenals de kiesche en teedere bloem zich door haar eigen natuur een gestalte van uitgelezen vorm en tint schept. „De engelen zijn schoon omdat

211

ocr page 232

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

„zij goed zijn, en God is schoonheid omdat Hij liefde „isquot;. Mannen en vrouwen erlangen zelfs uiterlijke schoonheid naarmate zij worden vervuld van de liefde tot God.

Niet op het uiterlijke moet onze zorg zijn gericht, maar op de veredeling des harten. Een schoone ziel zal de meest onbekoorlijke trekken vervormen. Aan den anderen kant zal een boos hart de natuurlijke schoonheid verstoren, haar bekoring vernietigend. Toen God een liefhebbende moeder haar dierbaar en eenig kind ontnam, vulde zij, om haar hart en handen, op wat wijze dan ook, bezig te houden met haar verdwenen schat, den tijd der eerste dagen aan, met retoucheeren van een goed gelijkend portret van het kind, dat zij bezat. De liefde volbracht het werk met groote bekwaamheid, en onder haar penseel kwamen de kinderlijke gelaatstrekken met de hun eigene zachtheid en bedeesdheid volkomen uit. Het portret werd zorgvuldig voor eenige dagen weggelegd, en toen zij het weder voor den dag haalde, waren de oogen doffer geworden en het gelaat bedorven door vreemde en leelijke vlekken. Geduldig werkte zij het over, en de schoonheid werd hersteld. Wederom werd het weggelegd, en wederom vertoonden zich de leelijke vlekken. De fout zat in het papier, dat voor de photographie gebruikt was. Er waren bestanddeelen in, die op de gevoelige kleuren schadelijk inwerkten. Er zijn punten van overeenkomst met het menschelijk leven. Wij mogen het gelaat en de trekken versieren zooveel wij willen; door kunst, handigheid

212

ocr page 233

UITERLIJKE SCHOONHEID.

en zorg mogen wij trachten een schoone gelaatskleur te behouden, de huid frisch en zacht te houden en het gansche uiterlijk schoon, maar als er in ons binnenste een zelfzuchtig hart is, lage hartstochten en onbeteugelde lusten, dan zal dit door en niettegenstaande het uitwendig waas van schoonheid, naar buiten treden en zal het geheel bevlekken en bezoedelen.

De ware verzorging van schoonheid is niet in het uitwendige, het is een werk des harten. Het is niet de heete zon, of de schrale wind, of eenigen invloed van het klimaat, die het gelaat van zijn waarachtige schoonheid berooven. Ik zie dames de wonderlijkste zorg aanwenden, om hun gelaatstint zacht en wit te doen zijn. Zij vermijden schroomvallig wind en zon. Indien wij allen evenveel zorg en moeite er aan besteden, om de reinheid en zachtheid van ons hart onbevlekt te bewaren, dan zouden onze aangezichten spoedig schitteren in den luister eener hemelsche schoonheid.

Er zijn menschen, die er nooit op kunnen hopen in deze wereld schoon te zijn in gelaat en gestalte. Hun gezichten zijn in zeker opzicht bedorven. Ongeluk of ziekte heeft hen ontsierd. Of de zonden van vroegere geslachten hebben hen bezocht in den vorm van de een of andere physische wanschapenheid, die hen doemt al hunne levensdagen in een verwoest zielehulsel te leven. Doch zelfs aan dezulken brengt Christus de mogelijkheid van de zeldzaamste schoonheid. De naar het uiterlijk misvormde Christen, zal in de velden der onsterfelijkheid, in schoone vrouwelijke of majestueuze

213

ocr page 234

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

mannelijke gestalte met opgerichten hoofde wandelen. Het door de vlammen geschroeide gelaat zal in de nieuwe woning zich in onbesmette schoonheid vertoonen. De gerimpelde ouderdom zal al de frisch-heid der kinderlijkejaren verkrijgen. De Christus is machtig om het nederigst stukje der menschheid heerlijk en goddelijk te maken. Gelijk de zomer de naakste en kaalste boom aan de kille omarming des winters ontrukt, hem bedekt met een dekkleed van groen, en hem met zoete geuren omringd, zoo kan ook de Heere Jezus het mismaakste, wanstaltigste karakter herscheppen en het hullen in het gewaad der liefde en bevalligheid.

Een stuk doek is van geringe waarde. Gij kunt het voor weinige penningen koopen. Gij zoudt het nauwelijks der moeite waard achten het op te rapen, zoo ge het op straat vondt liggen. Maar een kunstenaar neemt het en brengt er een paar lijnen en figuren op aan en verder tint en kleur met zijn penseelstreken en het doek wordt voor duizenden guldens verkocht. Zoo neemt ook de Christus een verwoest, waardeloos menschelijk leven, dat geen schoonheid en niets aantrekkelijks bezit, doch stuitend, bevlekt en door de zonde bezoedeld is. Dan brengen Zijn liefderijke vingeren er trekken van schoonheid op aan, het Goddelijke beeld er op schilderend, en het verkrijgt waarde, wordt heerlijk en onsterfelijk.

214

ocr page 235

XXIV.

HET BEKIJKEN DER DINGEN VAN DEN VROOLIJKEN KANT.

l-^ en van de heerlijkste geheimen van een gelukkig ^ leven is de kunst van ons bij alle omstandigheden wel te bevinden. Iemand heeft gezegd, dat de gewoonte van steeds de zaken van de vroolijke zijde te beschouwen duizend gulden per jaar waard is. Het is een tooverstaf, welks macht, om alle dingen in zegeningen te veranderen, die van eiken toovenaar uit de fabels overtreft. Zij die alles van den vroolijken kant bekijken, vinden overal geluk, en toch, hoe zeldzaam is deze gewoonte. De groote massa verkiest steeds de schaduwzijde van de paden des levens te bewandelen. Men schrijft over de „weelde der smartquot;, en er schijnt waarheid te schuilen in de uitdrukking, paradox als ze moge schijnen. Er zijn menschen, die in de sombere droefgeestigheid hun toevlucht zoeken, gelijk de vleermuis in het duister. Zij willen liever wegkwijnen in het ongeluk, dan zich verblijden in de vreugd. Zij vinden altijd de donkere zijde van alles, indien er een donkere zijde te vinden is. Zij schijnen het zich tot taak te stellen pruttelaars te zijn, alsof het hun plicht was uit elke omstandigheid de

ocr page 236

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

216

noodige hoeveelheid ellende te putten. Het weder is te koud of te warm, te nat of te droog. Zij vinden nooit iets naar hun zin. Niets ontgaat hun critiek. Zij maken aanmerkingen op de spijzen die op tafel staan, op het bed waarin zij liggen, op den trein of boot waarmede zij reizen, op de regeering en overheden, op koopman en werkman — in een woord — op de wereld in het groot en in het klein. Zij zijn chronische mopperaars. In stede van tevreden te zijn met de omstandigheden waarin zij leven, zijn zij ontevreden, hoe gelukkig hun lot ook zijn moge. Indien zij in Eden waren geweest, zij zouden iets hebben bespeurd om aanmerkingen op te maken. Hun ellendige gewoonte ontledigt het leven van alle eventueele vreugd en vult eiken drinkbeker met gal. Aan den anderen kant zijn ei' zeldzame personen, die immer de zaken van de vroolijke zijde bekijken. Zij vinden overal vreugde en schoonheid. Indien ie hemel met wolken bedekt is, zullen zij U wijzen op de pracht van een groote wolkenmassa, die als in grootsche bergen is opgestapeld. Wanneer de storm woedt, uiten zij bangheid noch klacht, doch scheppen een uitgelezen genoegen in het aanschouwen van zijn grootheid en majesteit. In de gebrekkigste schilderij zien zij iets schoons, dat hen bekoort. In den onaan-genaamsten mensch ontdekken zij den een of anderen goeden trek of een eigenschap, die iets goeds belooft. In de meest ontmoedigende omstandigheden vinden zij iets, dat reden geeft tot dankbaarheid, een glimp van vreugde, die door de dichte duisternis heenbreekt.

ocr page 237

HET BEKIJKEN DER DINGEN VAN DEN VEOOLIJKEN KANT. 217

Toen een zonnestraal, door een spleet in het luik, van het duister vertrek binnendrong en een stukje van den vloer verlichtte, kroop het hondje uit zijn duisteren hoek en legde zich neder op de eene zonnige plek en deze menschen leven op dezelfde philosophische manier. Zoo er ergens in hun levenslot een straal van vreugde of hoop is, zullen zij die vinden. Zij hebben aanleg tot geluk. Zij maken van de omstandigheden het beste wat er van te maken is. Zij zijn gelukkig als reizigers. Zij zijn tevreden als kostgangers. Hun goede aard verloochent zich nooit. Elke verlegenheid vatten zij vroolijk op. Zelfs in de smart ligt er op hun gelaat een glans, en liederen komen uit de kamer waar zij weenen. Zulke menschen verrichten in deze wereld een wondervolle taak. Zij zijn gelijk appelboomen, die met bloesems bedekt zijn en overal rondom zich zoete geuren verspreiden.

Het is wellicht der moeite waard voor een wijle de levensphilosophie te beschouwen, die zulke resultaten afwerpt. Sommige menschen worden geboren met een zonnigen aard, hoopvol en vroolijk, en met een oog voor de lichtzijde des levens. Anderen zijn van natuur somber gestemd. Physische oorzaken werken, zonder twijfel, ten zeerste in op de ontevredenheid van vele menschen. Slechte spijsvertering of een leverkwaal mag verantwoordelijk worden gesteld voor veel slechte humeuren en terneergeslagen harten. En toch, terwijl er in het temperament eenerzijds deze aanleg tot hoop is, en aan den anderen kant den aanleg tot somberheid en neerslachtigheid, blijft het nochtans terdege een zaak

ocr page 238

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

van oefening en gewoonte, waarvoor wij persoonlijk verantwoordelijk zijn. Jonge menschen kunnen er zich zeker in oefenen de dingen van de vroolijke zijde te bekijken en in alle omstandigheden een reden tot vreugde te zien.

Dit is voorzeker een belangrijk onderdeel van den plicht des Christens. Vroolijkheid wordt overal als een Christelijke plicht aangeprezen. Ontevredenheid is een zeer afkeurenswaardig gebrek. Mokkende gemelijkheid is zondig en smart God. Zij bewijst ongeloof. Zij verwoest den vrede der ziel. Zij ontsiert de schoonheid van het Christelijk karakter. Zij maakt ons niet alleen bitter en ongelukkig voor ons zeiven, doch haar invloed op anderen is slecht. Wij hebben niet het recht door onze ontevredenheid een schaduw te werpen op het leven van anderen. Ons dienstbetoon moet immer vreugde geven. Er is niets, dat anderen zoo terneerdrukt als voordurend mopperen en klagen. Vandaar dat wij ons deze Christelijke kunst van immer tevreden te zijn moeten eigen maken, ter wille van degenen, onder wie wij leven en op wier leven wij onbewust voor immer of helder zonlicht öf een sombere schaduw werpen.

Wat zijn de voornaamste beginselen van deze Goddelijke levensphilosophie?

Een is geduldige onderwerping aan de moeilijkheden en lasten, die onvermijdelijk zijn. Geen levenslust is volmaakt. Geen sterveling vond ooit een geheel van volmaakte omstandigheden zonder eenige onaangenaamheid. Somtijds is het in onze macht de

218

ocr page 239

HET BEKIJKEN DEE DINGEN VAN DEN VEOOLIJKEN KANT.

quot;verdrietelijkheden te verzachten. Hetgeen ons hindert hebben wij dikwijls aan ons zeiven te danken. Veel er van kan door een kleine wilsinspanning van onze zijde weggenomen worden. Wij zijn dwazen, zoo wij voortleven te midden van de moeilijkheden en lasten, welke een verstandig gedrag zou veranderen in gemakkelijke of zelfs aangename omstandigheden.

Doch indien er onvermijdelijke lasten des levens zijn, die wij door geen krachtsinspanning van onze zijde kunnen opheffen of verlichten, dan moeten wij er ons zonder murmureering aan onderwerpen. Men zegt wel eens: „AVat men niet kan veranderen, moet men dragenquot;. Maar de wijze van uitdrukken zelve wijst op een hart, dat er niet in berust. Er is onderwerping aan het onvermijdelijke, maar geen berusting. Ware tevredenheid klaagt niet onder teleurstellingen en verliezen, doch aanvaardt ze, berust erin en tracht er tevens een goede zijde in te vinden. Dit is het geheim van geduldig te leven. En wanneer wij er slechts even over nadenken, hoe onzinnig is het dan te worstelen tegen het onvermijdbare! Ontevredenheid baat niets. Zij neemt nimmer een moeilijkheid weg, noch maakt ze een enkele last lichter, of schenkt zij een genoegen, dat voorbij is, terug. Klachten maken ons niet gelukkiger. Zij maken ons ongelukkiger. De eene vogel worstelt, opgesloten in zijn kooi, tegen zijn lot, vliegt op tegen het traliewerk en bijt er in, in zijn vruchtelooze pogingen om zijn vrjiheid te herkrijgen, tot zijn borst en vleugeltjes bloeden. De andere vogel onderwerpt zich gelaten aan zijn

219

ocr page 240

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

gevangenschap, zet zich neder op het stokje en zingt. Zeer zeker is de kanarie wijzer dan de spreeuw.

Wij zouden het een heel eind brengen op den weg der tevredenheid, indien wij ophielden onzen tijd te verdroomen met gepeins over onbereikbaar aardsch goed. Slechts weinigen kunnen groot of rijk zijn; de groote massa moet zich altijd tevreden stellen met gewone omstandigheden. Veronderstel dat alle bewoners van ons vaderland millionairs waren, wie was er dan om het werk te doen, dat noodzakelijk gedaan moet worden ? Of veronderstel dat allen groote dichters waren. Wie zou dan proza schrijven? Een weinig ernstig nadenken doet ons zien, dat de wereld slechts zeer weinige groote en boven het gros uitstekende personen noodig heeft, terwijl zij millioenen behoeft voor de uitoefening der verschillende bedrijven, het verrichten der eenvoudige en alledaagsche werkzaamheden, en den harden arbeid. En toch komt onze ontevredenheid grootelijks voort uit naijver op degenen die hebben wat wij niet hebben. Er zijn velen die al het genoegen, dat hun eigen leven hun aanbiedt, verliezen in het begeeren van het betere deel, dat een ander te beurt valt.

Er zijn verschillende overwegingen, die dit ellendige gevoel, dat zooveel bitterheid aanbrengt, matigen. Indien wij de verborgen geschiedenis wisten van het leven, dat wij om zijn glans en voorspoed benijden, wellicht zouden wij ons nederiger leven met zijn meer alledaagsche omstandigheden er niet tegen willen ruilen. Zeker is, dat tevredenheid niet zoo licht

220

ocr page 241

HET BEKIJKEN DEE DINGEN VAN DEN VEOOLIJKEN KANT. 221

haar intrede doet in vorstelijke paleizen als in de woningen der nederigen. De hooge spitsen rijzen het stoutst hemelwaarts, doch de winden treffen hen te heviger.

Waarom zou ik mijn eene talent in de aarde begraven, omdat het geen tien zijn? Waarom zou ik mijn leven doen mislukken in den werkkring, dien mij aangewezen is, neerzittend en droomend over onbereikbare dingen? Waarom zou ik mij mijn eene gulden gelegenheid, hoe klein dan ook, laten ontglippen, terwijl ik een ander zijn schijnbaar gunstiger gelegenheid benijdt? Talloos velen maken zich ongelukkig door vergeefs te trachten de genietingen, die ver af zijn, te grijpen, terwijl zij de ontelbare kleine vreugden en vleugjes van geluk, die in hun nabijheid liggen, onaangeroerd en ongewaardeerd laten. Het is zooals iemand geschreven heeft: „Terwijl de mensch zijn hand uitstekend om de sterren te grijpen, vergeet de bloemen aan zijn voet, zoo schoon, zoo geurig, zoo menigvuldig en zoo onderscheidenquot;. Het geheim van het geluk ligt in het ontleenen van genot aan de dingen die we hebben, terwijl wij geen dwaze ver-geefsche jacht moeten maken op de onmogelijke scheppingen onzer eigen fantasie.

Een andere wijze van ons te oefenen in het beschouwen van het leven van de vroolijke zijde, is beslist te weigeren ons af te laten schrikken door de schaduwzijde, of moeilijkheden te zien waar zij niet bestaan. Meer dan de helft der zaken, die ons het meest kwelden, bestaan niet dan in de ziekelijke

ocr page 242

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

gevangenschap, zet zich neder op het stokje en zingt. Zeer zeker is de kanarie wijzer dan de spreeuw.

Wij zouden het een heel eind brengen op den weg der tevredenheid, indien wij ophielden onzen tijd te verdroomen met gepeins over onbereikbaar aardsch goed. Slechts weinigen kunnen groot ol rijk zijn; de groote massa moet zich altijd tevreden stellen met gewone omstandigheden. Veronderstel dat alle bewoners van ons vaderland millionairs waren, wie was er dan om het werk te doen, dat noodzakelijk gedaan moet worden ? Of veronderstel dat allen groote dichters waren. Wie zou dan proza schrijven? Een weinig ernstig nadenken doet ons zien, dat de wereld slechts zeer weinige groote en boven het gros uitstekende personen noodig heeft, terwijl zij millioenen behoeft voor de uitoefening der verschillende bedrijven, het verrichten der eenvoudige en alledaagsche werkzaamheden, en den harden arbeid. En toch komt onze ontevredenheid grootelijks voort uit naijver op degenen die hebben wat wij niet hebben. Er zijn velen die al het genoegen, dat hun eigen leven hun aanbiedt, verliezen in het begeeren van het betere deel, dat een ander te beurt valt.

Er zijn verschillende overwegingen, die dit ellendige gevoel, dat zooveel bitterheid aanbrengt, matigen. Indien wij de verborgen geschiedenis wisten van het leven, dat wij om zijn glans en voorspoed benijden, wellicht zouden wij ons nederiger leven met zijn meer alledaagsche omstandigheden er niet tegen willen ruilen. Zeker is, dat tevredenheid niet zoo licht

220

ocr page 243

HET BEKIJKEN DEE DINGEN VAN DEN VROOLIJKEN KANT. 221

haar intrede doet in vorstelijke paleizen als in de woningen der nederigen. De hooge spitsen rijzen het stoutst hemelwaarts, doch de winden treffen hen te heviger.

Waarom zou ik mijn eene talent in de aarde begraven, omdat het geen tien zijn? Waarom zou ik mijn leven doen mislukken in den werkkring, dien mij aangewezen is, neerzittend en droomend over onbereikbare dingen? Waarom zou ik mij mijn eene gulden gelegenheid, hoe klein dan ook, laten ontglippen, terwijl ik een ander zijn schijnbaar gunstiger gelegenheid benijdt? Talloos velen maken zich ongelukkig door vergeefs te trachten de genietingen, die ver af zijn, te grijpen, terwijl zij de ontelbare kleine vreugden en vleugjes van geluk, die in hun nabijheid liggen, onaangeroerd en ongewaardeerd laten. Het is zooals iemand geschreven heeft: „Terwijl de mensch zijn hand uitstekend om de sterren te grijpen, vergeet de bloemen aan zijn voet, zoo schoon, zoo geurig, zoo menigvuldig en zoo onderscheidenquot;. Het geheim van het geluk ligt in het ontleenen van genot aan de dingen die we hebben, terwijl wij geen dwaze ver-geefsche jacht moeten maken op de onmogelijke scheppingen onzer eigen fantasie.

Een andere wijze van ons te oefenen in het beschouwen van het leven van de vroolijke zijde, is beslist te weigeren ons af te laten schrikken door de schaduwzijde, of moeilijkheden te zien waar zij niet bestaan. Meer dan de helft der zaken, die ons het meest kwelden, bestaan niet dan in de ziekelijke

ocr page 244

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

verbeelding. Veel, dat in de nevelige verte gevaar schijnt, smelt, wanneer wij naderbij komen, tot slechts een schaduw weg, of neemt zelfs een vriendelijken vorm aan. Veel van de sombere tint, die vele menschen over alles zien, wordt veroorzaakt door de kleur van het glas waardoor zij kijken. Wij zitten achter onze vensters van matglas en verwonderen ons waarom alles grauw en dof is. Onze tevredenheid wordt grooten-deels veroorzaakt door de een of andere moeilijkheid, die wij ons inbeelden en welke nimmer in werkelijkheid komt. Wij kunnen er veel toe bijdragen om te genezen van onze zelfkwelling, door eenvoudig te weigeren ons door een bedrieglijk voorgevoel te laten misleiden.

Verder moeten wij leeren van de dingen het beste te maken wat wij kunnen. Er zullen altijd bewolkte dagen zijn. Niemand kan leven zonder ongemakken, teleurstellingen en moeilijkheden te ontmoeten op zijn weg. Noch verstand noch ijver van onze zijde kan uit onze ondervinding, al wat onaangenaam of pijnlijk is, wegnemen. Maar zullen wij door deneenen wanklank in de symphonic al ons genot laten bederven? Zullen wij door het eene ongemak in ons huis een schaduw laten werpen over al onze huiselijke genoegens en al onze huiselijke vreugde verbitteren? Moeten wij niet de lichtzijde opzoeken'.' Er is werkelijk in de donkerste dagen zonneschijn genoeg om elk gewoon sterveling gelukkig te maken, indien hij oogen heeft om die te ontwaren. Het is verwonderlijk, hoe onbeduidende dingen vreugde kunnen schenken aan een

222

ocr page 245

HET BEKIJKEN DER DINGEN VAN DEN VROOLIJKEN KANT. 223

waarlijk dankbaar hart. Munge Part schepte in de eenzame woestijn het grootste genoegen in een enkel plekje mos, dat groeide in het zand. Het redde hem van de wanhoop en den dood en vervulde zijn ziel met vreugde en hoop. Er is geen levenslot zoo droevig, dat het niet ten minste een klein plekje schoonheid bezit of een enkel liefelijk bloempje, als een glimlach van God.

Zelfs indien het natuurlijk oog geen lichte plek in de wolk kan ontwaren, weet het geloofsvertrouwen van den Christen, dat voor het kind van God in alles goed is. Er zijn zonder twijfel redenen, waarom geen volmaakt geluk in deze wereld kan worden gevonden. Indien er in onze aardsche rustbank geen doornen waren, zouden wij er dan naar verlangen uit te kunnen rusten aan den boezem van Gods oneindige liefde? Onze Vader maakt ons nest ruw om ons het warmer, zachter nest te doen zoeken, dat Hij voor ons gebouwd heeft in de armen Zijner liefde.

Voor een iegelijk, die waarlijk in Christus is en die werkelijk God liefheeft, geldt de belofte, dat alle dingen zullen medewerken ten goede. Het is een wonderlijke werking in de Goddelijke voorzienigheid, dat uit de vereeniging van de vreemde elementen des levens, altijd zegen voortkomt. Zoo ziet het oog des geloofs goed in alle dingen, hoe donker zij ook mogen schijnen, en kwaad in niets. Wij behoeven slechts levend geloof in God, om ons te bekwamen om in elke ervaring de lichtzijde op te zoeken.

Er is een andere ware Christelijke deugd in het

ocr page 246

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

aankweken van de tevredenheid, die niet over het hoofd mag worden gezien. Hoe meer het hart met God verbonden wordt en zijn aspiratiën geketend aan Zijn troon, des te minder wordt het verontrust door de kleine lasten en moeilijkheden der aarde. Dingen die ons in onze kinderjaren ontstemmen, hebben geen macht de rust van den mannelijken leeftijd te verstoren. Naarmate wij in geestelijken wasdom toenemen en meer en meer worden vervuld met Christus, zullen wij ons aan de macht van de ontevredenheid hierop aarde onttrekken. Wij zullen gelukkig zijn zelfs te midden van beproevingen en verliezen, te midden van ongemakken en teleurstellingen, omdat ons leven verborgen is met Christus in God en wij een spijze te eten hebben, van welke de wereld niet weet.

Zoo kunnen wij ons oefenen om niettegenstaande alle sombere en droevige ondervindingen ons zeiven te bezielen met opgewektheid en hoop. De les, mits goed geleerd, zal ons veel leering geven. Zij zal ons telkens nieuwe geneugten doen ontwaren. Zij zal schoonheid tooveren in de dorste woestenij. Zij zal bloemen voor ons planten langs elk steil en hobbelig pad. Zij zal eiken zuchtenden wind en klagenden storm herscheppen in een melodie. Zij zal den donkersten nacht verlichten. Zij zal ons' tot opgewekte Christenen maken. God behagend en de wereld zegenend.

224

ocr page 247

XXY.

EEN EN ANDER OVER VERMAKEN.

Zou de beker der vreugde voor jeugdige lippen Er te minder om bruisen, als zuiver hij is? Zou de kelk van genot, die door God is gezegend, Ons eerder verzaad'gen dan ze anders zou doen ?

i eder, die alle vermaken als slecht en onbe--®- staanbaar met een waar christelijk leven veroordeeld, is een cynicus. Zulke stellingen konden ingang vinden in de dagen van streng overdreven ascetisme, toen vroomheid de beteekenis had van minachting van alie genoegens des levens, toen dwee-pers de zaligheid meenden te verdienen door pijniging des vleesches, door het verbreken van de banden der natuurlijke genegenheid en door het versmaden van elk geluk als zondig. Toen beteekende heiligheid zwartgalligheid; zelfkwelling was G-ode aangenaam en vreugde was zonde. Er zijn ook in latere dagen voorbeelden geweest van onbetwistbare vroomheid, waar een dergelijke abnormale ontwikkeling van het christelijk leven zich heeft vertoond, of als het

15

ocr page 248

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

resultaat van toewijding aan het een of ander streng leer-systeem, of als het gevolg van den harden druk der omstandigheden, onder welken de vreugde wegkwijnde en het leven kleurloos werd, doordat er te veel van werd gevergd.

In menig leven heeft de verkeerde opvatting van het ware christelijk levens-ideaal geleid tot ongezonde denkbeelden ten opzichte van vermaak en genoegen. De getrouwe en ernstige Christen zocht steeds Christus na te volgen. Onze opvattingen van Zijn leven en karakter weerspiegelen zich in onzen zedelijken levenswandel. Een somber Christen schept een somberen godsdienst. Een opgeruimd Christen heeft opgeruimde godsdienstige beschouwingen.

Sedert onheugelijke tijden heeft men gezegd, dat Jezus nimmer heeft gelachen. De heerschende voorstelling, die men van Hem heeft, is die van een man, gehuld in den sluier der diepe smart, het gelaat door kommer en tranen gegroefd, en nimmer door een trek van vreugde verlicht. Overal, waar deze opvatting de heerschende is geweest, heeft zij haar stempel gedrukt op het leven dergenen, die Christus volkomen wenschten te volgen. Het gevolg is dikwijls geweest een somber godsdienstige geest, die alle natuurlijke vreugde zocht te verstikken. Vreugde scheen oneerbiedig, en alle vermaken werden beschouwd als onbestaanbaar met oprechte vroomheid.

Doch toen men dieper in het hart en den geest van het Evangelie doordrong, werd deze beschouwing ■van den Christus oppervlakkig bevonden. Te raidden

226

ocr page 249

EEN EN ANDER OVER VERMAKEN.

van al Zijne smarten, onder al de donkere schaduwen , die Zijn leven omhulden, droeg de Christus immer een hart in zich om, vervuld van heilige vreugde. Naar het uiterlijke was Zijn leven hard en smartelijk, maar die hardheid sloeg Zijn geest niet terneder. Hij droeg Zijne smarten niet op Zijn gelaat. Zijn hart was gelijk een dier zoetwaterbronnen, die opborrelen in de zee, onder al het bittere zout steeds haar zoetheid behoudend. Waar Hij was, daar was blijdschap en vreugde. Geen woord van menschen-haat kwam ooit over Zijne lippen. Zijn blik was niet somber bij het spel der kinderen, bij huwelijksfeesten of zoete huiselijke genoegens. Een beminnelijke opgeruimdheid kenmerkt schier elk hoofdstuk van Zijn gezegend leven. De ware opvatting van Christus' karakter is die van een man van verheven waardigheid, ernstig, peinzend, een leven leidend van voortdurende krachtsinspanning, doch nimmer somber of cynisch, terwijl de diepe ernst van Zijn karakter verzacht werd door een kalme vreugde en den rustigen, ge-stadigen glans van een heiligen vrede.

Waar deze opvatting heerscht, deelt zij haar lieflijke kleur, haar zonnigen glans mede aan het leven dergenen, die Christus eeren en liefhebben. Zij maakt de menschen niet luidruchtig. Zij temt de onstuimige karakters. Zij beteugelt overdreven lichtzinnigheid. Zij geeft het leven ernst en waardigheid en doordringt het van een diep gevoel van verantwoordelijkheid. Doch zij weerhoudt niet het onschuldig spel der natuur. Zij dooft het licht der vreugde

227

ocr page 250

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

niet uit. Heiligheid en vreugde zijn volstrekt niet onbestaanbaar met elkander. Het is geen zonde te lachen. Inderdaad, een sombere godsdienst is onnatuurlijk. Zwartgalligheid is ziekelijk. Wij moeten het leven vroolijk en zingende doorgaan. Het type van den godsdienst in het Nieuwe Testament is vroolijk, zelfs te midden van de smart. Er is geen tintje ascetische strengheid of misantropische hardheid in een van de heiligen, wier beeltenissen ons bewaard zijn. Wij hooren psalmen in den nacht. Er is een bloern, die haar lieflijkste geuren verspreidt, wanneer de zon is ondergegaan en de duisternis gevallen is. Zoo neemt de ware godsdienst in lieflijkheid toe, naarmate de schaduwen zwarter worden. Hij wiens vroomheid koud, kleurloos, vreugdeloos is, of hij, die onschuldige vroolijkheid en reine vreugde smadelijk afwijst, stelt het Christendom en het beeld van den Meester op verkeerde wijze voor.

Ware christelijke vroomheid veracht niet alle vermaken. Zij ziet niet minachtend neer op de spelen der kinderen en noemt de vreugde der jeugd niet zonde. Er zijn gepaste vermaken, die de meest oprechte Christen zich mag veroorloven, zonder Christus te grieven, ja zelfs in het genot van Zijn genadige zegening en in het bewustzijn van Zijn tegenwoordigheid. Het is niet mijn bedoeling in bizonderheden aan te wijzen, welke vermaken gepast zijn voor den Christen, of meer te doen dan enkele algemeene beginselen aan te geven in dezen. Dit is al wat de Schrift doet, de verantwoordelijkheid

228

ocr page 251

EEN EN ANDER OVER VEEMAKEN.

voor de keuze overlatende aan elks persoonlijk geweten.

De noodzakelijke behoefte aan vermaak en ontspanning is geschreven in onze natuur. Geen man of vrouw kan den onophoudelijken druk van een hard en ingespannen leven dag aan dag verduren zonder eenige ontspanning. God verordineerde den slaap, den Sabbath, en het gezellig tehuis, om rust te vinden van den arbeid en dat deel onzer krachten te vergoeden, dat door zorg en strijd en inspanning werd verbruikt. En wij behoeven niet slechts rust, maar ook gepast vermaak om het ijzeren harnas van onzen plicht voor een wijle los te gespen, om den druk onzer zorgen te verlichten en, om zoo te zeggen, de voegen onzer levensmachine losser te maken. Altijd werken en nooit ontspanning maakt oud en jong vervelend. Wanneer ge Luther's privaat en huiselijk leven leest en ziet hoe hij kan lachen en spreken met zijn kinderen zelfs onder het torschen der zwaarste lasten, dan zult ge leeren waar hij een groot deel vond der inspiratie voor zijn reusachtige arbeid en herculische levenstaak.

Voor alle ernstige menschen met drukke bezigheden is het noodig nu en dan ontspanning en afleiding te hebben. Doch in hoeverre mogen wij ons hieraan overgeven? Het leven heeft zijn plichten en verantwoordelijkheden, en deze moeten wij nimmer verzuimen. Indien wij verantwoording moeten geven voor elk ij del woord, dat we spreken, moeten wij dit dan ook niet voor elk ijdel oogenblik en voor

229

ocr page 252

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

elk oogenblik, dat wij verspillen in vermaak ? In hoeverre dan zijn wij vrij onzen tijd door te brengen in vermaak of ontspanning? Klaarblijkelijk slechts in zooverre als noodig is, om ons de vereischte rust te schenken en ons te bekwamen tot den meest inspannenden arbeid. Slapen is goed, doch wanneer wij meer tijd aan den slaap geven dan noodig is om onze vermoeide krachten te verkwikken, om „de getornde mouw der zorg weer vast te naaienquot; en ons te bekwamen tot onzen plicht, dan gaan we onzen kostbaren tijd verknoeien. Hetzelfde beginsel moet worden toegepast op het wijden van onzen tijd aan eenig soort van onschuldig genoegen, hoe onschuldig dan ook. Het leven is geen spel. Het is zeer ernstig. Het brengt zijn verantwoordelijkheden en verplichtingen mede, die gedurig hun druk doen gevoelen. Hij die slagen wil in het opwindend leven van onzen tijd kan geen oogenblik verliezen. Elk uur is er een. En hij die de mate der verantwoordelijkheid, die een Gode gewijd leven medebrengt, wenscht te vervullen, moet van den tijd een waardig gebruik maken. Vermaken zijn daarom geoorloofd, alleen in zooverre zij noodzakelijk zijn tot het schenken van nieuwe levenskracht, of tot het geven van frissche veerkracht en elasticiteit, waar de vermogens vermoeid of afgemat zijn door geestelijke of lichamelijke inspanning.

Vermaak is niet doel, maar middel. Het is niet het groote oogmerk des levens, doch enkel een steun op den weg. Het is niet de eindpaal, doch het koele

230

ocr page 253

EEN EN ANDER OVER VERMAKEN.

prieel of de borrelende bron op de steile berghelling. Dit onderscheid is van het grootste belang en mag niet over het hoofd worden gezien door degenen, die een leven willen leiden, dat Gode behaagt.

Verder, wat betreft de soort van vermaken, waaraan het ons geoorloofd is ons over te geven, er zijn enkele even duidelijke beginselen in acht te nemen. Al wat op zichzelf zondig is, draagt het teeken zijner veroordeeling op het aangezicht. Een Christen mag zich nimmer geven aan de zonde. Geen behoefte aan ontspanning kan ooit de vrijheid verleenen tot iets, dat strijdig is met de zuivere zedenleer des Evangelies. Een Christen is nimmer ontslagen van zijn Christenplicht, is nimmer iets anders dan een Christen. Geenerlei omstandigheden kunnen hem zuiveren van blaam, waar hij de beginselen en voorschriften des Christendoms schendt. Deze zijn op Dinsdag of Donderdagavond even bindend als op Zondag. Vermaken, zoowel als boeken, woorden, bezigheid en het gansche gedrag moeten worden gebracht voor de rechtbank der hoogste Christelijke zedelijkheid.

Godsdienst en leven zijn niet twee verschillende en onderscheiden zaken. Wij mogen ons bestaan niet in twee deelen splitsen, en zeggen: „over dit zal Christus heerschen, maar over dat zal Hij geen macht hebbenquot;. Ware godsdienst kent geen onderscheid tusschen Zondag en Maandag, in zooverre er zedelijke voorschriften mede gemoeid zijn. Elke dag brengt zijne eigen plichten mee, doch er zijn geen

231

ocr page 254

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

zedelijke voorschriften voor den eenen dag, die opgeheven worden, wanneer zijn zon ondergaat, opdat voor zes dagen een meer gematigde of minder heilige wet moge gelden. Heiligheid moet het kenmerk des Christens zijn de gansche week door, in het gedrag van elk uur. Alle genoegens en vermaken moeten worden getoetst aan den onveranderlijken maatstaf van het goede. De standaard A an volmaakte reinheid kan niet lager gesteld.

Het is mode te lachen om critieken op kunst en zekere vormen van vermaak, die rusten op zedelijke gronden. Doch voor den Christen is er niets, dat niet moet worden getoetst aan de strengste voorschriften der reinheid. Alle onzedelijke tentoonstellingen, alle onbehoorlijke houdingen, die in gewone gezelschappen zouden worden veroordeeld, alle vormen van vermaak, waarin ook maar een zweem van onreinheid schuilt, moeten volgens dit beginsel gesloten worden buiten de rubriek van vermaken, passend voor hem, die den Christus in ieder opzicht en in alle deelen wenscht te volgen.

Een andere toetssteen, die goed en zedelijk schijnt, is de vergelijking met den geest van Christus' eigen leven. Dit moet des Christens leidstar zijn in alles. Zijn aardsche leven is het heilig voorbeeld, ons voor oogen gesteld. Wij zijn op den veiligen en waren weg, wanneer wij elke afzonderlijke daad toetsen en bij elke onzekerheid onze plicht bepalen, door te vragen wat Christus zoude doen, zoo Hij in onze plaats was. Hem te volgen is een levensquaestie in

232

ocr page 255

EEN EN ANDEB OVER VERMAKEN.

alles. En waar Hij ons niet wil leiden, kunnen wij niet volgen. Zooals wij hebben gezien, verwerpt hij geenszins reine en onschuldige vermaken. Zelf ging Hij in Zijn leven op aarde naar plaatsen van feestvreugde, Hij woonde een huwelijksfeest bij en droeg bij tot de blijdschap der gasten. Hij aanvaardde uitnoodigingen tot familie-feesten. Er is geen spoor van ascetisme in Zijn gansche levensgeschiedenis. En Hij zoude hetzelfde doen, indien hij thans hier wTas. Hij zoude gebruik maken van genoegens, die rein, onschuldig en nuttig zijn, of die bijdragen tot de vreugde, of tot het welzijn van anderen. En wat Hij zoude doen, indien Hij in onze plaats was, mogen wij doen als Zijne volgelingen. Doch er zijn vermaken, waarvan wij zeker kunnen zijn, dat Hij niet zou meedoen. Een fijngevoelig geestelijk instinkt zal gemakkelijk onderscheid maken tusschen die waaraan Hij wel en die waaraan Hij niet zoude meedoen. Dit schijnt een redelijke en wettige toetssteen voor ons. Zijne volgelingen.

Verder is er nog een toetssteen. De groote levenstaak is karaktervorming. Het streven van elk ernstig Christen is dagelijks toe te nemen in heiligheid en geestelijken wasdom. En dit streven moet het gansche leven beheerschen. Onze bezigheden, onze kennissen en onze vrienden moeten worden gekozen onder den invloed dezer aspiratie. Alles wat onzen geestelijken luister bevlekt of de ontwikkeling onzer christelijke deugden belemmert, of den vrede onzer harten, of onze gemeenschap met God verstoort,

233

ocr page 256

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

schaadt en moet niet in onze levensfeer worden opgenomen.

De vraag betreffende welke vermaken gepast en welke ongepast voor ons zijn, moet ieder voor zich zelf beantwoorden. Vragen, die voortdurend aan predikanten en erkende christelijke leiders gedaan worden, zijn zulke als deze: „Mag een Christen dansen ? Of, mag hij naar comedie, opera, of circus gaan, of kaartspelen ?quot; De juiste wijze van zulke vragen te beantwoorden is een eenvoudig beroep op de ervaring. Welke is de invloed van zulke vermaken op ons geestelijk leven ? Is het gebed daarna even zoet en even welkom, en draagt het evenveel vrucht ? Kunnen wij na de uren, in zulke vermaken doorgebracht, met hetzelfde heilig vuur en verlangen bidden als te voren ? Blijft de gemeenschap met God voor ons even zoet, even vredig en even welbewust? Behouden wij de warmte en gloed des harten, die wij te voren gevoelden. Of bederven die vermaken onzen vrede en verstoren zij ons het genot van de Goddelijke tegenwoordigheid? Maken zij onbekwaam voor toewijding en worden onze harten er koud door en afgetrokken? Doen zij onzen ijver in het christelijk werk verkoelen? Op welke tijden van ons leven haken wij het meest naar zulke genoegens? Is het wanneer ons godsdienstig leven op zijn best is, wanneer de liefde-ijver het vurigst is ? Haakt de jonge Christen in de warmte en gloed zijner eerste liefde naar deze dingen ? Verhoogen zij onze ondervinding, onze geestelijke waarde en maken zij ons bekwaam om meer nut te verspreiden?

234

ocr page 257

EEN EN ANDEB OVER VERMAKEN.

Dit is de toetssteen, aan de ondervinding ontleend. Alle omstandigheden hebben een opvoedenden invloed, en al wat nadeelig is voor onze vroomheid, al wat het karakter verlaagt, is als genotmiddel niet passend en niet goed.

Ware en zedelijke vermaken zijn een groote macht in de vorming van het karakter. Alle reine vreugde is nuttig. Alle reine kunst laat haar trek van schoonheid na. Reine muziek blijft in onze harten naklinken en wordt voor immer een nieuw element van kracht in ons leven. Lachen maakt het leven zonniger. Het verdrijft de wolken van den hemel, neemt menige zorg weg, effent menigen rimpel en droogt menigen traan. Rein genoegen verzoet menige bittere opwelling des harten, verdrijft menige sombere gedachte en menige schrikgestalte der verbeelding, en redt menigen geest, die door donkeren nacht is omhuld, van wanhoop.

„Een vroolijk hart werkt als een medicijnquot;. Het zijn niet de minst begaafde menschen, wien God het talent geschonken heeft van den humor, die anderen doet lachen. Gepaste geestigheid bewijst gezegende diensten. Het leven is zoo hard, zoo streng, zoo vol last en strijd, dat geen van de vroolijke woorden, die wij kunnen spreken, kunnen gemist worden. De ongelukkigste menschen in de wereld zijn degenen, die loopen in zak en assche, al hun verschrikkelijkheden op hun gelaat dragende en overal een schaduw neerwerpend. Elk Christen moet er op uit zijn anderen vreugde te verschaffen. Wij behoeven in

235

ocr page 258

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

ons leven duizendmaal meer vreugde dan den meesten onzer ten deel valt. Wij zouden betere mannen en vrouwen zijn, indien wij opgewekter waren. Gelijk „de mensch, die geen muziek in zijn ziel heeftquot;, zoo is hij die den zin voor vreugde mist en geen vreugde om zich heen verspreid „in staat tot verraad, list en roofquot;, en is niet waardig vertrouwd te worden.

De meesten onzer moeten meer genoegens bedenken, vooral meer huiselijke genoegens. Mannen met drukke bezigheden hebben ze noodig; vrouwen die door het leven vermoeid en afgemat zijn hebben ze noodig; opgeruimde kinderen hebben ze noodig. Er zijn vermaken en ontspanningen, die de reinheid der ziel niet bevlekken, of den gloed der toewijding doen verkillen, of onzen band met den hemel verbreken, doch welke het leven verfijnen, verheffen, reiner, ruimer en rijker maken.

Zeer veel kwaad is gesticht in vroegere tijden dooide onbepaalde veroordeeling aller vermaken, terwijl men voor niets zorgde, om de plaats in te nemen van die, welke schadelijk waren. De volstrekte noodzakelijkheid van ontspanning in den een of anderen vorm, moet wel voor oogen worden gehouden. God heeft ons de behoefte aan vreugde gegeven. Vermaak wil men hebben en in deze, gelijk in alle andere hervormingen, is de waarste en wijste methode niet te veroordeelen en weg te snijden zonder iets over te laten, doch ware genoegens er voor in de plaats te stellen en door deze de harten terug te brengen van wat onrein is en schaadt.

236

ocr page 259

EEN EN ANDER OVEK VERMAKEN.

237

Het was een stelregel van Napoleon: „vervangen is overwinnenquot;. Dat christelijke ouders en Christenen in de maatschappij dan zorg dragen voor gezonde en nuttige ontspanningen voor de jeugd en deze zullen langzamerhand en ongemerkt de verderfelijke en schadelijke verdringen en vervangen. Er is geen andere ware en vruchtbare weg. Dit is evenzeer de plicht van christelijke leiders als te prediken en Zondagscholen te houden. Anders zal het geval zich voordoen, dat, waar de godsdienstige verrichtingen van één dag op het leven van menschen en kinderen een heiligenden invloed hebben, deze door dewereldsche vermaken van zes dagen gansch te niet zal worden gedaan. Dat dan de christelijke mannnen en vrouwen op alle plaatsen zoodanige middelen tot ontspanning in het leven roepen, die het aangename en het nuttige vereenigen, dan zullen, de schadelijke worden vervangen.

ocr page 260

XXVI.

OVER DE KEUZE VAN VRIENDEN.

\\reinig zaken zijn voor jonge menschen van zoo ' groot belang, als het karakter van de vrienden hunner jeugd. De toeristen in de Alpen beklimmen de bergen, met touwen aan elkander gebonden, om elkander te kunnen steunen. Doch soms komt een te vallen en sleept den ander mee in zijn val. Zoo zullen de vrienden, aan wie de jongelieden zich hechten, öf hen helpen om opwaarts te stijgen naar schooner pracht en grootscher verhevenheid, öf hen doen dalen tot een bezoedeld karakter en wellicht tot besmette reinheid.

Een vriend moet iemand zijn, die wij volkomen kunnen vertrouwen. De beste toetssteen van vriendschap is, dat ge de vertrouwelijkste zaken hem kunt mededeelen, levend als het ware een voor uw vriend doorschijnend leven, zonder ook maar een oogenblik te vreezen, dat hij het hem toevertrouwde zal verraden of er misbruik van zal maken. Zulk een vertrouwelijkheid is onmogelijk zonder den achtergrond van een rechtschapen en degelijk karakter.

ocr page 261

OVER DE KEUZE VAN VRIENDEN.

Indien gij ook maar in 't minste twijfelt aan iemands oprechtheid en eergevoel, indien gij hem in staat acht tot ontrouw, zelfs in gedachten, dant kunt gij met hem geen heiligen vriendschapsband knoopen. Het bekende verhaal van Alexander en zijn lijfarts geeft een schoon voorbeeld van het vertrouwen, dat de vriendschap moet geven. De koning was ziek en ontving een briefje, dat hem meldde, dat zijn lijfarts hem wilde vergiftigen. Hij las liet briefje en legde het onder zijn kussen en toen de arts binnenkwam, nam hij den aangeboden beker, en dronk, hem kalm in het gelaat ziende, den drank op. Daarna gaf hij het briefje aan zijn vriend. Onmogelijk een vertrouwen, volmaakter dan dit. Zulk vertrouwen kunnen wij nimmer hebben ten opzichte van iemand, wiens rechtschapenheid wij, zij het ook in nog zoo geringe mate, verdenken. De eerste noodzakelijke eigenschap in een vriend is daarom een in alle deelen trouw hart.

Verder moet een vriend iemand zijn, die ons niet moede zal worden, wanneer hij onze gebreken en onvolmaaktheden bemerkt. Wij ontmoeten de menschen in de maatschappij, en zij zien ons in den too verglans dien de afstand verleent, onze onbeminnelijke eigenschappen verbergend of daarover een bedriegelijke tint verspreidend. Sommige gezichten, die zeer aantrekkelijk schijnen, wanneer zij gesluierd zijn, toonen menige ontsierende vlek, wanneer men ze ontsluierd ziet. Er zijn weinig karakters, die bij nadere kennismaking, geen onbeminnelijke trekken vertoonen, welke

239

ocr page 262

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

in het gewone verkeer van het dagelij ksch leven niet aan den dag komen. Voor onze intiemste vrienden dragen wij een soort van négligé, en zij zien dikwijls veel dwaasheid, trots en ijdelheid onder het dunne vernis van onze uiterlijke manieren, in het maatschappelijk verkeer. Zelfs in de aller-besten onzer zijn onbeminnelijke trekken, welke een nauwe kennismaking ontsluiert. Wij moeten onze keuze vestigen op zulke vrienden, voor wie het ontdekken van onze gebreken geen reden tot weder-zijdsche verwijdering zal zijn. Ware vriendschap moet bestand zijn tegen alle zulke ontdekkingen. Zij moet ons nemen zooals wij zijn. Wij behoeven geen vrienden, in wier bijzijn wij een masker van gereserveerdheid moeten dragen, maar dezulken die, terwijl ze ons zien, zooals we zijn, ons zullen liefhebben in spijt van onze gebreken, op een verstandige doch niet krenkende wijze, trachtend onze fouten te bestrijden en ons karakter te veredelen. Voor deze zaak, waaraan iedereen behoefte heeft, is niets anders noodig, dan een grootmoedige ziel.

Wijders moeten wij vrienden kiezen die ons, waar het noodig is, zullen helpen. Elke vriendschapsbetrekking drukt op ons haren stempel. Er zijn invloeden, die een zegen en er zijn invloeden die een vloek zijn. Een jong en onschuldig hart is zoo teeder in zijn schoonheid, dat een enkele booze ademtocht het bezoedelt. Wij mogen ons, zelfs niet voor een korte wijle, in onrein gezelschap begeven. Het zal een herinnering achterlaten, die ons, zelfs

240

ocr page 263

OVER DE KEUZE VAN VBIENDEN.

in de latere jaren van onbesproken levenswandel, pijnlijk zal aandoen.

In het begrip vriendschap ligt opgesloten het element van wedcrzijdsch hulpbetoon. Er bestaat tusschen twee vrienden een soort van gemeenschappelijk eigendom. Wat de een heeft, moet de ander deelen, zij het vreugde of smart. De aandoeningen die de snaren doen trillen van het eene hart, wekken gelijksoortige trillingen in het andere. Wanneer er een beker der vreugde is, drinken twee harten daaruit. Wanneer er een last valt te dragen, wordt hij door twee paar schouders getorst. Yriendschap kent geen grens in het geven. Haar vreugde bestaat niet in het ontvangen, maar in het geven. Zij is daarom niet veeleischend of spoedig klagend over schijnbaar gemis aan belangstelling. Wij behoeven zoodanige vrienden, die nimmer het dragen onzer lasten moede worden. Wij kunnen smart en tegen-

quot; O

spoed krijgen. Wij kunnen in zeer zorgvolle omstandigheden komen, waarin wij van onze zijde, als bewijs van erkentelijkheid, niets kunnen aanbieden dan dankbare liefde. Hij, die onze vriend wordt, neemt het risico op zich van mogelijke zelfopoffering en onzelfzuchtig hulpbetoon. Het kan hem op veel te staan komen. Hij moet iemand zijn die deze lasten niet moede zal worden, in geval zij hem worden opgelegd. Hij moet bereid zijn onze zwakheden te deelen en niet moede worden ons te helpen.

Er zijn vriendschapsbetrekkingen, waarin dit ge-

16

241

ocr page 264

HKILIQING VAN DEN WERKDAG.

beurt. De heiligste van die allen is die der ouders. Ik heb een kind zien opgroeien misvormd, of blind, of doof of misschien idioot, zoodat het altijd een last en een zorg voor de ouders zou zijn en nooit een trots en een vreugde. En toch koesterde het ouderlijk hart er gedurende al de jaren de teederste liefde voor, nimmer den last moede wordende, met bijna goddelijk geduld en zachtheid voortdurend zich uitputtend in dienstbetoon. Dan heb ik ziekelijke kinderen gezien, waarvoor jaar in jaar uit gezwoegd en gezorgd moest worden, die als hulpelooze zuigelingen van de eene kamer naar de andere en naar beneden moest worden gedragen. Er was geen schaduw van hoop, dat zij ooit al die moeite zouden kunnen vergelden of ook maar eenigzins den last zouden verlichten, die zij eischten van degenen die hen lief hadden. Zelfs buiten de banden des bloeds heb ik vriendschapsbetrekkingen gezien, die nimmer minder werden onder lasten, die zwaar waren en nooit konden verminderen. Wij weten niet, wat ons kan overkomen in de jaren die ons wachten, en wij behoeven vrienden, die ons nimmer moede zullen worden, al mocht ook het ergste gebeuren. Wij behoeven vrienden in de dagen van onzen voorspoed, die ons te trouwer zullen aanhangen, indien ongeluk en nijpende armoede ons mochten treffen. Zulke vrienden zijn zeldzaam. Alleen waarachtige onzelfzuchtigheid is tegen zulke beproevingen bestand.

Ook moeten wij bij de keuze onzer vrienden slechts diegenen kiezen, van wie wij de hoop kunnen koesteren,

242

ocr page 265

OVER DE KEUZE VAN VRIENDEN.

dat wij ze hiernamaals weder zullen ontmoeten. Waarom zouden wij hier nauwere banden aanknoopen. die bij den dood voor immer worden vaneengerukt ? Waarom zouden wij een heterogene verbintenis sluiten met de ongeloovigen ? Vriendschap bereikt haar hoogste en meest ware beteekeais eerst dan, wanneer zij twee levens in alle opzichten te zamen verbindt, niet slechts op lager stoffelijk, maar ook op hooger geestelijk gebied en met den blik op de eeuwigheid. Wij moeten daarom tot onze intieme vrienden alleen hen kiezen, die Gods kinderen zijn. Dan zal het web, dat wij weven in onze jaren van liefde, nimmer worden verbroken of uiteengerukt.

Als wij enkele zoodanige vrienden hebben gekozen, moeten wij hen, indien eenigszins mogelijk, nimmer van ons laten gaan. Vriendschap is een te zeldzame en gewijde schat om lichtelijk te worden weggeworpen En toch dragen velen er geen zorg voor hunne vrienden te behouden. Sommigen verliezen hen door achteloosheid, daar zij verzuimen die kleine attenties, vriendelijkheden en beleefdheden te onderhouden, die zoo weinig kosten en toch als stalen haken zijn, om onze vrienden vast te klampen en vast te houden.

Anderen laten oude vrienden varen voor nieuwe. Weer anderen zijn dadelijk beleedigd, over ingebeelde minachting of geringschatting en verbreken mee-doogenloos de heiligste banden. Nog anderen worden korzelig om kleine gebreken en breken de hechtste vriendschapsbetrekkingen af. Anderen zijn niet vatbaar voor een diepe of blijvende genegenheid en

243

ocr page 266

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

fladderen van de eene vriendschap naar de andere gelijk rustelooze vogels van tak tot tak, nergens een nest bouwende. Ook worden schoone vriendschapsbetrekkingen dikwijls vernietigd, niet door een hevigen plotselingen twist, doch door een geleidelijke, steeds voortgaande onderlinge verwijdering, tot er een groote klove is tusschen twee levens, die eens door een heiligen band waren vereenigd.

Er zijn zeer vele wijzen van vrienden te verliezen. Doch wanneer wij eens oprechte zielen, om zoo te zeggen, in den greep onzer harten hebben, moeten wij hen op prijs stellen, als de kostbaarste juweelen. Geen weelde gaat boven edele vriendschap en door niets mogen wij ons laten verleiden zulk een schat op te offeren. Indien ge over geringschatting te klagen hebt, let er niet op. Laat elk misverstand spoedig worden opgehelderd. Laat geen trots, of drift, of koude zelfzucht een vriendschap om een onbeduidende reden wegwerpen. Het is niet moeilijk een vriend te verliezen, maar het verlies is ten eenenmale onherstelbaar.

Dat het nooit over het hoofd worde gezien, dat wij als vrienden moeten gereed staan, om alles te zijn en te doen, wat wij verwachten, dat onze vrienden voor ons zullen zijn en doen. Indien we hun hooge eischen stellen, dan moeten die eischen ook voor ons gelden. Het gaat niet aan steenen te geven en diamanten terug te verlangen.

244

ocr page 267

XXVII.

DE VERSIERING ONZER WONINGEN UIT ZEDELIJK OOGPUNT BESCHOUWD.

lit hoofdstuk zal geen beschouwing worden over den huishoudelijken smaak of over de beginselen in de kunst, die betrekking hebben op de inwendige versiering onzer huizen; doch dit onderwerp heeft echter een moreele zijde, waarover ik een paar wenken heb te geven.

Het is genoeg gezegd, dat elke invloed, thuis opgedaan, indringt in het hart van een kind en dan zich weder uit, in de volgende ontwikkeling van het karakter. Niemand onzer weet, hoeveel invloed ons tehuis heeft op ons leven. Wanneer iemands kinderlijke omgeving waar en teeder is geweest, kan de herinnering er aan nimmer worden uitgewischt. Haar stemmen van liefde en gebed en liederen keeren telkens terug als engelengefluister, als melodieën van een verafgelegen eiland in de zee, wanneer de lippen, die ze het eerst prevelden, zijn verstomd in het graf. Niemand kan zich ooit losmaken van den invloed

ocr page 268

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

van zijn ouderlijk tehuis. Hetzij goed of kwaad, hij strekt zich uit over het gansche leven. Het huisgezin is de ware school, waarin mannen en vrouwen worden opgeleid, en de vaders en moeders zijn de ware onderwijzers, die het leven zijn vorm geven. Het lied van den dichter is slechts de zoetheid van de liefde eener moeder, die in rhytmische poëzie voortvloeit door het gansche leven van haar kind. Al het schoon, dat de menschen bouwen in hun dagen van mannelijke kracht, is slechts de reproductie van de lieflijke gedachten, die fluisterend werden geuit in de dagen hnnner teere jeugd. Het schilderstuk van den kunstenaar is slechts een indruk van de schoonheid der moeder, uitgewerkt op het doek. Een grootsche mannelijke of vrouwelijke figuur is slechts de leeringen en gebeden van het ouderlijk huis, in leven en vorm gebracht.

Het is bewezen, dat zelfs de natuur, waarin een kind is opgevoed, veel invloed heeft op de nuanceering van zijn karakter. Zij, wier wieg gestaan heeft te midden van grootsche gebergten, of aan het strand der majestueuze zee, ondervinden op rijperen leeftijd den mystieken invloed dezer natuurtooneelen. En er is geen trek van de ouderlijke woning zelf, of van haar natuurlijke omgeving, die zich niet afdrukt op het gevoelige kinderhart, als de beelden op de photographische plaat, om zich weer te uiten in het toekomstig karakter.

Deze waarheid wordt niet op de juiste waarde geschat. In het algemeen wordt noch de opvoedende

246

ocr page 269

DE VERSIERING ONZER WONINGEN ENZ.

kracht noch de zedelijke waarde van de versiering onzer woningen zoozeer in het oog gevat als zij dit verdienen. Men heeft de zaak besproken uit een oogpunt van kunst, doch niet uit dat van karaktervorming. Veel is gezegd en geschreven over boeken, goede en slechte, vulgaire en veredelende, en over het belang van alleen reine en opbouwende lectuur in handen der jeugd te stellen. Evenzoo is de noodige aandacht gewijd aan het groote gewicht der zaak, met wie onze kinderen omgaan. Maar de zedelijke kracht van de verfraaiing van ons huis moet even aandachtig en zorgvuldig worden beschouwd, als die van boeken en kennissen.

Het is van het hoogste belang, dat wij bij het opvoeden onzer kinderen zooveel schoonheid, reinheid en bezieling, als maar mogelijk is, om hun gevoelig leven verspreiden. De ligging van het huis moet met het oog hierop worden gekozen, In dit opzicht heeft het land gewoonlijk zeer veel voor boven de stad. De schoone landelijke natuur is een verzameling van de zeldzaamste schoonheden, en toch zijn er vele bouwers van huizen, die nimmer hieraan denken. Zij bepalen de ligging uit een oogpunt van tijdelijk gerief, of om de goedkoopte, te midden van een leelijke, of zelfs stuitende omgeving, terwijl voor iets meerdere onkosten hun woning in een schilderachtige natuur en bezielende omgeving had kunnen geplaatst worden. Afgezien van de quaestie van smaak, is de zedelijke invloed van de natuur, waarop de vensters uitzicht geven, van onmetelijk hooger waarde dan

247

ocr page 270

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

eenig verschil in kosten. Geen veredelende en reinigende kracht gaat boven die der ware schoonheid.

Verder biedt de versiering van den bij de woning behoorenden grond een andere gelegenheid, niet alleen voor het toonen van smaak, doch ook voor de keuze van belangrijke invloeden bij de opvoeding. Men kan het bij de woning behoore.nd terrein zonder eenige versiering laten, platgetreden en zonder eenig spoor van schoonheid. Verbeteringen, vroeger aangebracht, kan men in verval laten geraken, met gebroken hekken, wankelende schuttingen, verveloos houtwerk, onkruid in den tuin, zonder een enkel schaduwrijk wandelpad of eeu duimbreed groen gras, zonder boom of struik, bloem of wingerd. Of het kan schoon en smaakvol worden gemaakt met net geschilderd houtwerk, goede hekken, helder groene grasperken, schaduwrijke boschages, aangename wandelpaden, schoone planten en bloembedden. De invloed van zulk een verschillende omgeving is merkbaar in de ontwikkeling van den mensch, doch er is ook een zedelijke werking, die van vrij wat meer belang is. Heiligheid en schoonheid zijn nauw verwant, en de invloed van al wat stuitend is, werkt ten kwade.

De zedelijke invloed van de versiering van het inwendige onzer woning is nog grooter. Wij moeten de vertrekken, waarin onze kinderen slapen, spelen en leven, zoo vroolijk en bekoorlijk maken, als onze middelen, aangewend met wijzen tact en goeden smaak, die kunnen maken. En niet alleen moeten de versieringen en verfraaiingen aangenaam zijn voor

248

ocr page 271

DE VERSIERING ONZER WONINGEN ENZ. 249

het oog, maar het is van belang, dat wij zorgvuldig acht geven op haar zedelijk karakter. Er worden, zelfs in christelijke gezinnen, vele schilderijen gevonden, wier strekking onzedelij k is. Er zijn andere schilderijen, wier strekking somber is, en er zijn er, wierkuische schoonheid, opwekkende kracht en rijke gedachte haar een bezielenden invloed verleenen ter veredeling en zedelijke opbouwing. Zij maken indruk op de jeugdige harten en worden voor immer een vreugde en troost.

Een jong kunstenaar vroeg eens een groot schilder een enkel woord van raad, dat hem een steun kon zijn voor zijn gansche leven. De schilder nu had aan de wanden van de vertrekken van den jongen man enkele ruwe en grove schetsen opgemerkt, en hij gaf hem, als ambitieus jongmensch, den raad deze te verwijderen en nimmer zijn blik te laten wennen aan iets anders dan de hoogste uitingen van kunst. Indien hij het niet kon bekostigen goede schilderstukken te koopen van den eersten rang, moest hij öf goede gravures van uitnemende schilderstukken nemen, öf in 't geheel niets aan den wand hebben. Indien hij zich familiaar maakte met kunstproducten, die vulgair waren in opvatting, hoe volmaakt ook in uitvoering, zou zijn smaak ongemerkt bedorven worden ; terwijl deze ongemerkt zou worden veredeld, indien hij zich er aan kon wennen, alleen naar datgene te kijken, wat rein en grootsch, edel en schoon was.

Deze raad is ten volle toepasselijk op de aanwending van schilder- en beeldhouwwerk in de versiering van

ocr page 272

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

het huis. Kinderen zijn van hun vroegste jaren af verzot op schilderijen. Hun blik wordt er door geboeid en zij oefenen een onmerkbaren invloed, niet alleen op de vorming van den smaak, maar ook op de zedelijke ontwikkeling van hun gemoed. Aanraking met het onreine en grove zal onvermijdelijk, een verderfelijken invloed oefenen, terwijl het zien van hetgeen rein en schoon is, onmerkbaar, en toch zeker zal veredelen, opheffen en bezielen.

Schoone schilderstukken oefenen een wonderlijke verborgen macht uit op de opvoeding en veredeling van het kind. Zij mogen houtsnede of staalgravures of wat ook zijn, — als zij maar kuisch zijn en roin. Laat ons niets in onze vertrekken ophangen, dat de zedigheid zou doen blozen, of dat bij het zien een on-kuische gedachte zou kunnen opwekken. Elk schilderstuk, gravure of steendruk, zal zijn indruk achterlaten in de ziel van het kind, dat in het huis wordt opgevoed. Al wat onrein of grof is zal een vlek nalaten, en al wat edel en schoon is zal voor altijd een lieflijke herinnering doen achterlijven.

De geheele quaestie van wat rein en kuisch is in de kunst, is eene, welke weinig christelijke zedeleeraars den moed hebben gehad, onder de oogen te zien. Het is gewoonte als „preutschheidquot; aan te merken elke critiek, die gebaseerd is op zedelijke gronden, elke beoordeeling van een schilderstuk of beeldhouwwerk, dat den zedelijken invloed in het oog vat. Maar als Christen zijn wij verplicht alles uit een zedelijk oogpunt te beschouwen. Een schilder-

250

ocr page 273

DE VERSIERING ONZER WONINGEN ENZ.

stuk mag zeer hoog staan als kunstproduct, beide in ontwerp en uitvoering, en toch kan er een onzedelijken invloed van uitgaan. Indien dit het geval is, moet men het niet aan den wand van eenig woonvertrek hangen. Bij de versiering onzer woningen kunnen Christenen, waar het kunstwerken geldt, dit beginsel niet over het hoofd zien.

Naakte beelden op het doek moeten noodzakelijkerwijze een noodlottigen invloed oefenen, vooral op jongere gemoederen. De godsdienst van Christus is kuisch en veroordeelt alles, wat ook maar een zweem van onreinheid in zich heeft. Welke ook de verdiensten mogen zijn van schilderstukken of beeldhouwwerk uit een oogpunt van kunst — ware Christenzin moet steeds den maatstaf aanleggen van volmaakte reinheid. Dezelfde beginselen, die wij toepassen op boeken, op woorden, op gedrag, moeten wij onherroepelijk toepassen op de keuze van schilderijen, voor de wanden onzer woning.

Ik weet dat dit beginsel wordt ontkend. Velen zeggen dat het alleen een geprikkelde verbeelding is, die onreinheid ziet op doek of in marmer. Zij noemen het preutschheid en halen het gezegde aan «boni soit qui mal y pensequot; of het bijbelsche woord: „den reine is alles reinquot;. Zij beschuldigen ons van onwetendheid omtrent hooge en ware kunst, en gaan op geleerde wijze uitweiden over de natuur. Wanneer een afbeelding van het louter natuurlijke ons hindert, zeggen zij, dat dit een bewijs is van een onreine verbeeling. Dit alles is reeds zoo dikwijls gezegd en

251

ocr page 274

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

om zedigheid is zoo vaak gelachen, dat menschen met een rein en fijngevoelig hart niet durven toonen gekwetst te zijn ; zij denken dat zij naar alles op het gebied van kunst kunnen kijken. De beelden aangebracht in de salons en ontvangkamers worden steeds wellustiger, naarmate de versteende onreinheid van het oude heidendom wordt opgegraven en aangewend om de nissen te vullen eener reine christelijke woning. Welken invloed zal dit hebben op de reinheid onzer woningen ?

De beschuldiging van onreinheid en overgevoeligheid geheel en al daarlatende, en pleitende voor de meest mogelijke reinheid in den invloed, die uitgaat van de woningen, waarin onze kinderen opgroeien, moet ik bij vernieuwing het beginsel op den voorgrond plaatsen, dat niets, wat in het dagelijksch leven onzedelijk zou zijn, in de kunst passend kan wezen. Geen sophistische drogredenen kunnen iets anders maken uit de wetten van volmaakte reinheid, die de godsdienst voorschrijft. De geringste onkuischheid of wulpschheid in een beeldhouwwerk kan niet anders, dan een invloed ten kwade oefenen op de harten en gemoederen der kinderen. Wij huldigen dit beginsel in alle andere dingen. Wij gelooven, dat elke schaduwzijde, zoowel als elke schoone zijde van het karakter eener moeder, haar stempel drukt op de ziel van het kind — dat de liedjes, gezongen bij de wieg, zich een tijdlang in het teedere kind erin ven schuilhouden, om later gedurende lange jaren hun invloed te doen gelden. Wij gelooven hetzelfde van

252

ocr page 275

DE VEESIEEtNG ONZEE WONINGEN ENZ.

eiken anderen invloed en moeten wij dit dan niet doen, waar het schilderstukken of beeldhouwwerk geldt ?

Een godvruchtig man zeide, dat men hem, toen hij nog heel jong was, op straat een onzedelijke plaat had laten zien. Hij zag ze slechts eens en maar een oogenblik, doch hij had ze nooit kunnen vergeten, en zijn gansche leven was er door bezoedeld geworden.

Ik dring aan op de meest ernstige overweging van deze geheele quaestie van den zedelijken invloed der versiering onzer woningen. Een dauwdruppel op een blad in den morgen, weerspiegelt het gansche uitspansel boven zich, hetzij het blauw en helder of met wolken bedekt is. Op dezelfde wijze weerspiegelt het leven van een kind al wat het in de ouderlijke woning omringd — schoonheid en reinheid of smet en vlek.

253

ocr page 276

XXVIII.

BEELDEN IN HET HART.

Je groote reiziger Niebuhr werd op lateren leeftijd ' blind. Maar op zijn reizen door talrijke landen, door de schoonste plekken der wereld had hij in zijn geest tallooze beelden verzameld van landschappen, bergtafereelen en dalen van zeldzame schoonheid en groote en prachtige steden En als hij dan op zijn bed of in zijn leuningstoel ter neer lag, kwam er dikwijls een heldere trek en een nieuwe gloed over zijn gelaat, alsof een inwendige lichtglans naar buiten doorbrak. Hij overpeinsde nog eens het een of ander prachtig tooneel, dat hij in het zonnig Oosten had aanschouwd. De kamerwanden van zijn geheugen waren behangen met schilderstukken, die de donkere jaren zijns ouderdoms met vreugde en schoonheid vervulden. Het deed voor hem weinig ter zake, dat het licht zijner oogen gedoofd was, dikke duisternis rondom hem latend. Zijn hart was zijn wereld en daar was het niet donker. Al werd de glans van zon en sterren gedoofd, dit kon geen schaduw werpen over de beelden, die hingen in het heiligdom zijner ziel.

ocr page 277

BEELDEN IN HET HART.

Het is meer waar, dan velen onzer wel weten, dat ons hart onze wereld voor uitmaakt. Hetgeen wij zien is slechts de afschaduwing van hetgeen in ons is. Indien wij schoone beelden in ons hart dragen, zal de gansche wereld, waar wij ook gaan, een beeldengalerij zijn. Elk tooneel zal een panorama van schoonheid zijn. De meest stuitende voorwerpen zullen toch nog een tint van schoonheid hebben. Aan den anderen kant hult een somber en vreugdeloos hart de gansche wereld in donkere schaduwen.

Zeker schrijver zegt: „Een uitgedoofd brandhout en een brandende lamp trokken er eens op uit, om te zien wat zij konden vinden. Het brandhout kwam terug en schreef in zijn dagboek dat de heele wereld zeer donker was.. Waar het ook ging, het vond geen plaats, waar licht was. Alles was duisternis. De lamp schreef bij haar thuiskomst in haar dagboek : alwaar ik ging, was het licht. Ik vond geen duisternis, gedurende mijn gansche reis.quot; De geheele wereld was licht. De lamp droeg haar licht met zich, en wanneer zij reisde, verlichte zij alles. Het gedoofde brandhout droeg geen licht en het vond er geen, waar het ging.quot;

De menschen, hetzij mannen of vrouwen, gaan door de wereld, en schrijven bij hunne terugkomst verslagen van hetgeen zij gezien hebben, juist even verschillend als deze. Sommigen vinden op de schoonste paden slechts duisternis en in de lieflijkste streken niets schoons. Anderen vinden enkel pracht zelfs in de diepste valleien der aarde. Ieder vindt

255

ocr page 278

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

juist datgene, wat hij in zichzelf omdraagt. De kleuren, die hij ziet, zijn de tinten van zijn eigen innerlijk leven.

Velen zijn omringd door muziek, terwijl zij geen noot hooren; zoo blijven in de geestelijke wereld, vol van hemelsche geesten, de menschen onbewust van de liefde, die hen omzweeft. Oogen hebbende zien zij niet, en ooren hebbende hooren zij niet. In hun smarten blijven zij ongetroost, terwijl de Trooster aan hun zijde staat. De wereld schijnt droefgeestig en koud, terwijl de koesterende warmte en glanzende schoonheid in hun onmiddellijke nabijheid zijn.

Hetzelfde geschiedt in het gewone leven. Hoe weinigen vinden al het goede, dat er is in hun lot! Puren wij den honing uit elke bloem, dia bloeit op ons pad ? Vinden wij al het goud, dat verborgen ligt in den harden steen, waarover onze voet struikelt ? Zien wij al de schoonheid, die glanst op de dikwijls doornige paden onzes levens? Gaan niet vele dingen door onze handen en voor altijd uit onze handen, voor wij nog hun lieflijkheid of waarde bemerkten? Komen niet engelen ongemerkt in vermomming tot ons, en wandelen en spreken zij niet met ons, terwijl wij hen slechts herkennen, wanneer hun plaats ledig is en zij op blinkende vleugelen zijn opgestegen?

Het kindje scheen zeer lastig toen het uw nachtrust met zijn kreten verstoorde en gij moest opstaan om het te verzorgen. Maar toen het voor immer stil en zwijgend terneer lag onder de bloemen, wat

256

ocr page 279

BEELDEN IN HET HAKT.

zoudt gij toen niet hebben gegeven om het nog eens te hooren zeggen ? Wij beseften eerst dan de waarde onzer vrienden, als zij van ons zijn gegaan. Toen zij bij ons waren, konden wij hun fouten niet verdragen. Hun gewoonten hinderden ons. Doch toen de dood hen aanraakte, kleedde deze hen in een gewaad van stralende schoonheid. Zij schenen van gedaante veranderd. De vervelende vriend van voorheen veranderde in een blinkende engelengestalte, die voor immer ver buiten ons bereik zweefde. Wat zegen en vreugde zon het ons leven hebben gebracht, indien wij die schoonheid en waarde hadden bespeurd vóór het verdwijnen.

Zoo gaat 't het gansche leven door. Het kost in werkelijkheid slechts zeer weinig moeite ieder gelukkig te maken, en toch zijn er velen, die zelfs geen zedelijk geluk aan een wereld van weelde en vermaak kunnen ontleenen. Er zijn menschen, die niets bewonderenswaardigs zien in de prachtigste verzamelingen van zeldzame kunstwerken, terwijl anderen verrukt staan voor het ruwste schilderstuk. Er zijn menschen, die op een Juni-morgen door een woud zullen gaan, als duizende vogels kweelen en die geen toon vernemen, terwijl anderen bekoord en aangedaan zullen worden door het schelste vogelgetjilp, dat weerklinkt in de lucht. De een ontwaart geen schoonheid in het schilderachtigste landschap, de ander ontdekt een liefelijk stukske poëzie in de naakste en ruwste natuur. De een vindt genot of tevredenheid in den rijksten overvloed; de ander vindt in de

17

257

ocr page 280

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

grootste armoede nog genoeg om waarachtig gelukkig te zijn.

In niets komt dit onderscheid duidelijker uit dan in de wijze van opvatting van de rampen des levens. Er zijn menschen, die niets dan rampen zien. A.lles is voor hen somber getint. De geringste beproevingen worden vergroot tot verpletterende rampen. Alle lasten en moeilijkheden schijnen in hun oog verdubbeld. Zij zien niets dan tegenspoed in al hun levensdagen. Zij vinden reden tot ontevredenheid in de gunstigste omstandigheden.

Andere vinden slechts zegen waar zij gaan. Hun smarten zijn doorweven met de glorie van Gods liefde. In de doopkapel te Pisa is het dak zoo ingericht, dat klanken, beneden geuit, terugkomen in een heerlijken echo van melodieuse muziek, en zelfs een wanklank wordt veranderd in een harmonie, als deze omhoog stijgt naar het gewelf en terugkeert tot het oor. Zulk een dak hangt over deze zielen. Zelfs schrijnende dissonanten worden opgelost in rijke harmonieën.

Het leven komt daardoor den menschen zoo verschillend voor omdat hun harten verschillen. De een luistert naar aandoenlijke muziek, zonder bewogen te worden en onder dezelfde tonen voelt de ander zijn ziel in extase geraken. De eerste heeft in zijn eigen binnenste geen muziek, om de melodie te vertolken, die zijn oor van buiten treft. De ander heeft een steeds opborrelende bron van vreugde in zijn borst, die eiken zoeten klank beantwoordt, die in de lucht

258

ocr page 281

BEELDEN IN HET HART.

rondom hem weerklinkt. Iemand heeft gezegd : „Gij moet den vogel in uw hart hebben voor gij hem kunt vinden in het bosch.quot;

Het is derhalve niet zoozeer het uitwendige in liet leven, dat bij ons verandering behoeft, als wel de geest van ons innerlijk zijn. De oorzaak der ontevredenheid ligt niet in de omstandigheden, maar in onzen eigen geest en geaardheid. Laat het vroolijk zijn daarbinnen, en ge zult zangen hooren overal rondom u. Zelfs de klagende storm zal u toeklinken als muziek. Laat schoonheid en goedheid uw ziel binnentreden, en gij zult ze zien in alle dingen. Laat de vrede zijn intrede doen in uw leven en gij zult dien vinden in elk lot.

Onze harten maken onze wereld uit. De dingen, die wij om ons heen zien, zijn slechts de schaduwen, die ons eigen zieleleven naar buiten werpt. De dingen, welke wij hooren, zijn slechts de echo's van onze eigen gedachten en gevoelens. Beelden in het hart vervullen de gansche wereld met leelijkheid of schoonheid.

259

ocr page 282

XXIX.

VERLIEZEN.

r is op het gansche gebied van mogelijke ver-liezen geen enkel, dat zoo groot is als het verbreken van onze gemeenschap met God. Ik weet dat dit niet zoo is volgens de gewone schatting. Wij spreken met bezwaarde harten over onze aardsche smarten. Wanneer wij door groote verliezen getroffen, onze woningen leeg en onze teedere geneugten weggenomen worden, dan denken wij, dat er geen smart is als de onze. Ons leven is verduisterd, en zeer droevig schijnt deze aarde ons toe als wij haar paden in eenzaamheid bewandelen. De schaduw, die over ons hangt, verduistert de gansche wereld.

Er zijn andere verliezen, — het verliezen van vrienden door vervreemding of misverstand; het verliezen van bezit, van gemakken, van gezondheid, van reputatie; de schipbreuk eenor schoone en schitterende verwachting; doch niet een van deze is zulk een ramp als het verlies van Gods genade of de verbreking van den omgang met Hem.

ocr page 283

VEELIEZEN.

De menschen zuchten over die ongelukken, welke alleen hun aardsche omstandigheden raken, doch vergeten dat het ergste aller onheilen is, de geestelijke achteruitgang hunner harten. Het is voor ons dit wel te verstaan. Er zijn aardsche onheilen, onder welke de harten toch warm en teeder blijven, gelijk de wortels der bloemen onder het sneeuwkleed, gereed om in nieuwen bloei te prijken, wanneer het blijde voorjaar komt. Ook is er een soort van wereld-schen voorspoed, waarbij het leven verwelkt en sterft. Tegenspoed is dikwerf de grootste zegen, maar het verlies der Goddelijk genade is altijd de ergste der rampen.

Wat God voor ons is, weten wij niet voordat wij het gevoel van Zijn tegenwoordigheid en het bewustzijn Zijner liefde verliezen.

Dit geldt voor alle zegeniagen. Wij weten haar waarde voor ons niet, vóór zij in gevaar of verloren zijn. Wij stellen gezondheid niet op prijs, vóór zij vernietigd is en wij beginnen in te zien, dat wij ze nimmer meer ongestoord zullen kunnen bezitten. Wij erkennen den rijkdom der jeugd niet vóór zij is heengevloden met al haar lieflij ks en geen werelden haar kunnen terugkoopen. Wij waardeeren de zegeningen der voorzienigheid niet, vóór zij ons zijn ontnomen en wij uit onze warme woningen zijn verdreven naar de koude paden eener droevige wereld. De waarde van de gelegenheid, die ons gegeven wordt tot het genieten van opvoeding en onderricht, zien wij niet in, voordat de tijd van deze

261

ocr page 284

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

gelegenheden voorbij is en wij den levensstrijd onvoldoende toegerust moeten aanvaarden. Wij weten niet hoeveel onze vrienden voor ons zijn vóór zij koud en zwijgend onder de aarde liggen. Dikwijls doet de ledige plaats of de eenzaamheid om ons heen, ons het eerst de waarde begrijpen van hem, die wij toen hij nog aan onze zijde stond, niet genoeg op prijs stelde.

Op gelijke wijze zijn wij ons niet bewust van den zegen van den omgang met God, vóór Zijn gelaat van ons afgewend is of Hij zich van ons schijnt te hebben afgekeerd. Jezus was nimmer Zijnen discipelen zoo dierbaar als toen Hij niet meer in hun midden was. Twee Zijner vrienden bekenden zelfs nimmer openlijk hun liefde voor Hem, vóór Zijn lichaam aan het kruishout hing. Zij hadden Hem heimelijk bemind, doch nu zij zagen, dat hij dood was en dat zij zooals zij meenden, nimmermeer iets voor Hem konden doen of Zijn nabijheid genieten, nu ontwaakte al de verborgen liefde hunner harten in hen en zij kwamen kloek voor den dag en vroegen zijn lichaam, namen het zachtkens voor het oog der menigte van het kruis, en begroeven het met innige liefde. Ware Hij niet gestorven, zij hadden nimmer gevoeld hoezeer zij Hem liefhadden of hoeveel Hij voor hen was

Zoo wist ook een David niet wat God en Gods huis voor zijn ziel waren, vóór hij van huis was verdreven en bij het heiligdom niet meer kon betreden. Toen hij vluchtte, scheen zijn hart te zullen breken; toch treurde hij niet het meest om de ge-

262

ocr page 285

VERLIEZEN.

neugten van het verlaten tehuis — om troon, kroon, paleis en eerbetoon — maar om het huis Gods met zijn geheiligde en gezegende gemeenschap. Alle andere bittere grieven en smarten van die ure, werden overschaduwd door deze grootste aller smarten — scheiding van de Goddelijke tegenwoordigheid. Ook geloof ik niet, dat de voorrechten van den Goddelijken omgang hem ooit vroeger, toen hij ze zonder stoornis genoot, zoo dierbaar waren geweest als nu hij van de plaats zijner ballingschap een verlangenden blik sloeg op de heilige plek en er niet toe kon terugkeeren.

Verbergt niet juist het gewone van onze godsdienstige zegeningen voor ons haar onschatbare waarde ? Luther zegt ergens : „indien God in Zijn gaven en zegeningen spaarzamer was, zouden wij leeren dankbaarder te zijn.quot; Juist die onverbroken voortduur van Gods gunstbetoon is oorzaak, dat wij den gever uit het oog verliezen en vergeten de gaven zelve te waardeeren. Indien de voortduur nu en dan werd verbroken, zouden wij leeren den stroom van Goddelijke goedertierenheid op prijs te stellen. Wie is er onder ons, die den zomertijd van Gods liefde, die ons koestert met oneindige warmte, hoog genoeg waardeert? Onze kerkelijke voorrechten, onze ontsloten bijbels, onze godsdienstvrijheid, onze Zondagscholen en bijeenkomsten, onze uren van gebed — stellen wij deze zegeningen op prijs^ zooals wij zouden doen, indien wij plotseling door een wreeden slag van het lot er aan waren ontrukt

263

ocr page 286

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

en verplaatst in een land waar dit alles ontbrak ? Apprecieeren wij de voorrechten van onzen omgang met God, zooals wij zouden doen, indien voor één uur Zijn liefde van ons werd weggenomen en de glans Zijner tegenwoordigheid gedoofd?

Er is iets zeer droevigs in de gedachte, dat wij niets slechts in gebreke blijven de rijke zegeningen van Gods liefde te waardeeren, maar dat wij ze dikwijls van ons stooten en weigeren te ontvangen daardoor beide het Goddelijk hart doorwondend en onze eigen zielen arm makend. Het zou iets zeer bitters zijn, zoo elk onzer eerst nadat Christus, gedurende lange jaren met wonderlijk geduld aan onze gesloten deuren te hebben gestaan, voor immer uit ons gezicht verdween, zich waarlijk van Zijn genade en nabijheid rekenschap ging geven. Het zou een bittere ervaring zijn den zegen van Gods genade en liefde te leeren verstaan, zooals ons dikwerf de waarde van aardsche zegeningen wordt geleerd — door ze voor immer buiten ons bereik geplaatst te zien.

Er is nog iets anders, dat onuitsprekelijken troost behoort te brengen aan de kinderen Gods, die geroepen zijn aardsche verliezen te lijden. Indien God hun gelaten is, is geen ander verlies onherstelbaar. Een heer kwam op een avond met een bezwaard hart thuis en zeide, dat hij alles had verloren. Een bankroet had hem getroffen. „Wij zijn volkomen tot den bedelstaf gebracht,quot; zeide hij. „Alles is weg, niets is over. Wij moeten gaan bede len voor ons brood.quot;

264

ocr page 287

VEELIEZEN.

Zijn vijfjarig dochtertje vleide zich op zijn schoot en zeide, hem ernstig in het wanhopig gelaat ziende: „maar vader gij hebt moeder en mij nog.quot;

Ja, wat is het verlies van geld, huizen, kostbaar huisraad, muziek-instrumenten en kunstwerken, waar de liefde blijft? Of wat zijn tijdelijke en wereldlijke verliezen van de ergste soort, waar God blijft ? In Hem hebben we zeer zeker genoeg, om duizendwerf elk aardsch verlies te vergoeden. Ons leven mag van alle genot zijn beroofd — tehuis, vrienden, rijkdommen, gemakken, alles weg en elke zoete stem der liefde, elke kreet van vreugde gesmoord — en wij mogen van vroolijkheid, muziek en een gezellig dak uitgedreven worden naar de sombere paden der smart; toch, als wij God zelf nog hebben, behoort dit dan niet voldoende te zijn? Is Hij niet bekwaam ons alles wat wij verloren hebben weer terug te geven ? Is Hij zelf niet oneindig veel meer dan al Zijne gaven ? Indien wij Hem hebben, kunnen wij nog iets anders behoeven ?

Daarom is het, dat wij zoo dikwijls de diepte en den rijkdom van Gods liefde en de zoetheid Zijner nabijheid niet leeren, vóór andere vreugden ons ontglippen en andere geliefde wezens uit ons gezicht verdwijnen. Het verlies van tijdelijke dingen schijnt dikwijls noodig te zijn, om onze harten te ledigen opdat zij de dingen mogen ontvangen, die onzichtbaar en eeuwig zijn. In menig leven laat men God niet binnentreden vóór de grootste aardsche verliezen ruimte voor Hem hebben gemaakt. De deur wordt

265

ocr page 288

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

nimmer voor Hem ontsloten vóór de gestorven vreugde der ziel er uitgedragen wordt; dan, terwijl ze openstaat, treedt Hij binnen, een onsterfelijke vreugde er in dragend. Hoe dikwerf is het waar, dat het wegvagen van onze aardsche hoop en verwachtingen de heerlijkheid ontsluit van de toevlucht die ons hart bezit in God !

Iemand heeft zoo schoon gezegd: „onzetoevluchtsoorden zijn gelijk de nesten der vogelen: in den zomer zijn zij verborgen onder het groene loover, doch des winters worden zij gezien in de naakte takken.quot; Wereldsche verliezen doen slechts den bladerdos verdwijnen om ons te doen zien het warme, veilige nest aan den boezem van God.

266

ocr page 289

XXX.

DE DIENST DER TOEWIJDING.

\ bou Ben Adhern ontwaakte eens uit een vredigen droom — zoo luidt het Oostersch verhaal — en zag in de stralen der maan, die een lichtglans in zijn kamer wierpen, wit als een bloeiende lelie, een engel iets schrijven in een gouden boek. Hij vroeg: „wat schrijft gij ?quot; De engel antwoordde: „de namen dergenen, die den Heer liefhebben.quot; „Is de mijne daaronder?quot; vroeg hij. „Neen,quot; antwoordde deengel. Toen zeide Abou op zachten, opgewTekten toon : „ik bid u, schrijf mij dan op als een die zijn medemenschen liefheeft.quot; Den volgenden kwam het visioen weder, de namen ontsluierend, die de liefde van God had gezegend en ziet! Ben Adhem's naam was de eerste van alle.

Hoe dieper wij doordringen in het leven van onzen Heer en Zijne Apostelen, des te duidelijker blijkt het, dat de gulden gedachte van deze oude legende, uit het harts des Evangelies komt. Zij ligt niet alleen ten grondslag aan Johannes' brieven, maar aan de leer van den Meester zelve. Liefde voor God is een

ocr page 290

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

vaag en nevelig gevoel, hetzij zij zich uite in liefde voor de menschen.

Onze Heer gaf ons een schildering van het laatste oordeel, die ons in het eerst bijna verrast; want in stede van het geloof in Hemzelf of de liefde voor God tot toetssteen te maken van eens menschens leven, doet Hij in die groote ure alles neerkomen op de wijze, waarop zij anderen in deze wereld hebben behandeld. Zij die hun gaven hebben gebruikt om de hongerigen te voeden, de naakten te kleeden, het leed der armen, der gevangenen, der kranken te verzachten, worden geroepen om in te gaan in de eeuwige vreugde. Zij die hun handen en harten hebben gesloten gehouden, menschelijken nood en lijden zonder hulp latend, worden zeiven van den zegen buitengesloten.

Worden de menschen dan ten slotte gered door hun goede werken ? Neen; de beteekenis van des Heeren woorden ligt dieper. Ware liefde voor Christus ontsluit immer de harten der menschen voor hunne medemenschen. Er is nog een andere trek, die deze waarheid in een nog klaarder daglicht stelt. Christus beschouwt al hetgeen den armen gegeven is, als aan zichzelven gegeven. „Ik was hongerig en gij gaaft Mij te eten. Ik was krank, en gij bezocht Mij.quot; En wanneer de rechtvaardigen verwonderd zeggen: „nimmer zagen wij U hongerig en voedden wij U, of vonden U krank en dienden Uquot;, verklaart Hij Zijne woorden door te zeggen: „Gij wist het niet, doch zoovele malen gij een hongerigen buurman

268

ocr page 291

DE DIENST DEK TOEWIJDIKG.

voeddet of een dronk waters gaaft aan een dorstigen pelgrim, of eenigen dienst van vriendelijkheid bewees 't' aan een behoeftige, deedt gij dit Mijquot; — d. w. z. de wijze, waarop Hij wenscht, dat wij Hem dienen, is hen te dienen, die onze diensten van noode hebben. De wierook, waar Hij het meest van houdt, is die welke gebrand wordt, niet in een gouden vat om zijn geur in de lucht te verspillen, maar in de woningen der nooddruft, tot opwekking der vermoeiden en vertroosting der treurenden.

Onze toewijding in het leven is dikwijls zeer onvoldoende. Wij zeggen, dat wij ons zeiven geven aan Christus, al onze gaven Hem wijdend en onze krachten in Zijn dienst bestedend. Wij zijn niet onoprecht; en zijn wij ons toch niet bewust, dat wij in de praktijk des levens ten eenenmale in gebreke blijven onze plechtige verbintenissen en eerlijke bedoelingen na te komen? Mogelijk zal het ons helpen om onze toewijding uit het gebied der gevoelens over te brengen op dat der werkelijkheid, als we bedenken, dat wij ons zeiven Gode tot een levende offerande moeten offeren; het is niet enkel psalmgezang, gebed en toewijding des harten, wat Hij van ons verlangt, doch het besteden van ons leven in Zijn dienst in deze bedorven wereld.

De monniken der oudheid plachten zich op te sluiten in de woestijn, in het gebergte en in kloostercellen, zoo ver mogelijk verwijderd van menschelijke zonden en nooden, en hielden dat voor den dienst die Christus verlangde. Soms pijnigden zij zichzelve.

269

ocr page 292

HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

geeselden zij hun lichamen en leefden zij in koude en in den storm. Sommigen onder hen woonden jaren achtereen op pilaren en hooge monumenten, blootgesteld aan regen en sneeuw, aan koude en hitte, en meenden daardoor Gode een zeer welgeval-ligen dienst te bewijzen.

Doch het was zoo niet. Zij deden niets anders dan de heerlijke gaven, die G-od hun geschonken had om die ten dienste van anderen te besteden, in ijdel gepeins, nuttelooze opolfering en afschuwelijke zelfmarteling te verspillen. Slechts het offer des levens is Gode gevallig. Wij leggen onze natuurlijke begaafdheden, onze verworven bekwaamheden, onze gaven en talenten aan Zijne voeten; en deze zegenend, geeft Hij ze ons terug en zegt: „neem deze terug en gebruik ze voor Mij in het brengen van vreugd, hulp, troost, opwekking of bezieling aan diegenen in uw omgeving, die uw diensten noodig hebben op hun levenspad.quot;

Als wij deze zaak nog dieper overdenken, vinden wij, dat God ons geen gave, kracht of zegen verleent voor onszelven alleen. Neem, b.v. het bezit van geld. De fout van den rijken man in de gelijkenis onzes Heeren was niet dat hij rijk was. Hij verwierf zijne schatten eerlijk. God schonk ze hem in ruime mate. Maar zijn zonde begon, toen hij vroeg: „wat zal ik doen met dit alles? Wat zal ik met mijne steeds vermeerderende schatten beginnen ?quot; Zijn besluit toonde, dat hij alleen voor zichzelf leefde. Hij dacht niet aan zijn betrekking tot den God daarboven of

270

ocr page 293

DE DIENST DER TOEWIJDING.

de menschen rondom hem. Ik zal grooter schuren bouwen en daar mijne goederen bergen.quot; In plaats van zijn schatten te gebruiken tot zegen van anderen wilde hij ze opstapelen en alles zelf behouden. De nmsch, die zijn zending vervult, en blijken geeft van zijn toewijding, is hij die zegt: „Dit is niet het mijne. Ik heb het door Gods zegen ontvangen. Hij heeft mij grootelijks vereerd door mij aldus te maken tot een werktuig in Zijn hand. Het is een heilig pand, mij geschonken om het in Zijn naam te gebruiken tot zegen der menschheid, ik moet er mede doen wat Christus zelf zou doen, indien Hij hier in mijn plaats was.quot;

Of neem het bezit van kennis. In een leven van toewijding moet naar ontwikkeling niet om haar-zelfswille worden gestreefd, maar opdat wij daardoor in staat moge zijn meer te doen voor het welzijn ot de vreugde van anderen. Elke nieuwe les in het leven, elke vermeerdering onzer kennis, elke nieuwe ondervinding wordt alleen dan op gepaste wijze gebruikt, wanneer zij wordt aangewend als een middel om anderen te helpen. De een heeft de gave der muziek en munt uit in zingen of spelen. De soort van toewijding, die Christus van deze gave verlangt is haar te gebruiken tot welzijn van anderen, om hen gelukkiger of beter te maken, om vroolijk-heid en vreugde te brengen in bekommerde harten. Van alle gaven is er wellicht geene, die goddelijker diensten kan bewijzen dan de gaven van zang en muziek.

271

ocr page 294

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

God zond Zijn zangers op deez' aard Met zangen van smart en van vreugd', Om 'smenschen afgedwaalde hart,

Weer te heffen omhoog tot zijn God.

Een jonge dame kan goed lezen. Indien zij haar toewijding aan Christus in practijk wil brengen moet zij haar talent gebruiken tot nut van anderen. Zij kan menig avond-uur in haar eigen woning op-vroolijken door haar familieleden aan den haard voor te lezen. Of zij kan nog christelijker arbeid verrichten door de bejaarden, wier oog werd verduisterd, de armen, die niet kunnen lezen, of de kranken in hun eenzame kamers op te zoeken en hun op kalmen zachten toon woorden van troost, verlichting en Goddelijke liefde voor te lezen.

Neem de zegeningen van geestelijke bevinding. Er is een wonderschoone volzin in een van Paul us brieven. Hij dankt God voor den troost, dien Hij hem in zijn droefheid heeft geschonken, en zegt; „Gezegend zij de God van alle vertroosting, die ons troost in al onze smarten, o p da t w ij hen kunnen troosten, die in eenige beproeving z ij n, met de vertroosting, waarmede wij zeiven getroost zijn door Godquot;, — m. a. w. hij loofde God niet enkel omdat hijzelf vertroost was geworden, maar omdat de troost, die hem in zijn smart geschonken was, hem verhoogde kracht schonk om anderen te troosten.

Het was een groot ding den gloed van Gods liefde

272

ocr page 295

DE DIENST DER TOEWIJDING.

in zijn binnenste te voelen doorbreken, den glans van Zijn aangezicht in zijn ziel te voelen afstralen en Zijn gezegenden vrede zijn hart te voelen binnendringen. Doch zijn eigen gevoel van blijdschap, aldus vertroost te worden, werd geheel en al overschaduwd door de vreugde der andere gedachte: „Nu kan ik beter prediken voor de bekommerden. Ik kan den rouwdragenden meer vertroosting brengen. Ik heb een nieuwe kracht tot bijstand gekregen, om mijn medemenschen te dienen. Nu kan ik meer doen om tranen te drogen en vroolijkheid te brengen in de harten van anderen.quot; Hij dankte God niet hiervoor, dat Gods vertroosting hem was geschonken, hoewel dat een groote vreugde was, doch hiervoor, dat hij thans iets had, wat hij nimmer te voren had bezeten, om goed te doen en zegen te verspreiden. Zijn grootste blijdschap was niet, dat God een nieuw licht had ontstoken in zijn ziel, om zijn hemelsche stralen te werpen op zijn eigen smart, hoewel dit reden was tot groote dankzegging, maar, dat hij een nieuw licht kon brengen in anderer duistere woningen. Welk een verheven nuttigheid ! Toch is dit de ware christelijke weg om troost en elke geestelijke gave als zegen te ontvangen. Dit is de ware opvatting van toewijding.

„En gij, als gij eens zult bekeerd zijn,quot; zeide de Meester tot Petrus, „versterk uwe broederen.quot; Zijn bedoeling was, dat door zijn droevige ondervinding, een nieuwe kracht tot persoonlijk hulpbetoon in hem zou ontwaken, welke hij zou aanwenden tot hetver-

18

273

ocr page 296

274 HEILIGING VAN DEN WERKDAG.

sterken van anderen om beproevingen te doorstaan. En toen hij dien verschrikkelijken nacht had doorgemaakt, toen hij wederom opgericht was, en zich aan de voeten had geworpen van zijn verrezen Heer en vergiffenis had verkregen, had hij dubbele reden tot dankbaarheid — dat hij zelf was gered geworden van een hopeloozen ondergang en nog meer, dat hij nu een beter mensch was, bereid in een hoogeren zin dan vroeger, om een apostel te zijn en een geduldig, hulpvaardig vriend voor anderen in gelijke beproeving.

Neem verder de nog wonderlijker ondervinding van onzen Heer Zelf bij Zijn eigen beproeving. Hij leed zeker alles ter wille van Zichzelf, opdat Hij Overwinnaar en Heer van alles mocht worden, door het lijden volmaakt doch datgene, waarover de Schrift gaarne uitweidt, als de hoofdreden, waarom Hij geroepen was beproeving te doorstaan, was dat Hij door Zijn eigen ervaringen bekwaam mocht worden voor de Zijnen een medelijdend en hulpvaardig Vriend en Redder te zijn.

De beteekenis van dit alles is, dat wij zelfs onze geestelijke gaven en zegeningen moeten ontvangen, niet alleen als teekenen van Gods liefde en vriendelijkheid jegens ons, maar ook als nieuwe krachten, waarmede wij onzen medemenschen moeten dienen. Het is gemakkelijk zelfzuchtig te zijn, zelfs op het gebied van ons meest gewijde geestelijk leven. Wij kunnen troost begeeren alleen om zeiven getroost te worden. Wij kunnen hooge Christelijke gaven

ocr page 297

275

verlangen, alleen om hun zelfswille, zonder den wensch daardoor der wereld tot meerder zegen te verstrekken. Doch wanneer wij op deze wijze begeeren, zullen wij wellicht niet ontvangen. Zelfs in geestelijke zaken beperkt zelfzucht de Goddelijke mildheid.

God houdt er niet van Zijne zegeningen te schenken, daar, waar zij opgestapeld zullen worden en ongebruikt gelaten. Hij stelt liefst Zijne schoonste gaven in de handen van diegenen, die ze niet in schuren znllen opzamelen, of ze opvouwen en wegbergen, doch ze wijd en zijd zullen wegschenken. Hij geeft liederen in de harten dergenen, die ze met den mond zullen zingen. Dit is het geheim van die belofte, dat hem die heeft, zal gegeven worden, en van dat andere zoo weinig begrepen en zoo weinig geloofde woord van Christus: „het is zaliger te geven dan te ontvangen.quot; 's Hemels zegen daalt niet neer op den ontvangende, maar op den gevende. Wij ontvangen Gods zegen niet, waar wij in ontvangst nemen, doch waar wij het in ontvangst genomene weder wegschenken. Hetgeen wij nemen om het voor ons zelve te houden, vergaat in onze handen.

De menschen zijn goed en groot in de oogen van God, niet als zij Gods overvloedige gaven, hetzij van tijdelijken of geestelijken aard, in hand en hart vergaderen, doch als dit hun nuttigheid verhoogt en hen een grooter zegen doet zijn voor anderen.

ocr page 298

XXXI.

SCHOONE OUDERDOM.

lit zal wellicht een minder geschikt onderwerp schijnen om te worden behandeld in een boek dat hoofdzakelijk met het oog op de jongeren is geschreven, en toch zal oen oogenblikje nadenken ons de gepastheid en de practische zijde van het onderwerp doen zien.

Ouderdom is de oogst van alle jaren, die er aan vooraf zijn gegaan. Het is de schuur, waarin al de schoven worden vergaderd. Het is de zee, waarin al de beekjes en stroomen des levens, ontsprongen in de heuvels en valleien van jeugd en mannelijken leeftijd, ten slotte uitloopen. Wij bouwen in onze jongere jaren het huis, waarin wij zullen moeten wonen, wanneer wij oud worden. En wij kunnen het een gevangenis of een paleis maken. Wij kunnen het zeer schoon maken, het met smaak versierend en het vullend met dingen, die ons genot en gemak zullen verhoogen. Wij kunnen de wanden met schoone schilderijen behangen. Wij kunnen er weelderige rustbedden plaatsen om op uit te rusten. Wij

ocr page 299

SCHOONE OUDERDOM.

kunnen er een groeten voorraad provisie opstapelen, om er in dagen van honger en krankte van te leven. Wij kunnen er groote stapels hout bergen, om de haardvuren helder brandend te houden, in de lange winterdagen en de nachten van den ouderdom.

Of wij kunnen ons huis zeer somber maken. Wij kunnen de kamerwanden behangen met afschuwelijke schilderijen, ze bedekkend met ijselijke spookgestalten, die ons aanblikken en angst aanjagen, onze zielen met schrik vervullend, wanneer wij in de duisternis van den avond des levens nederzitten. Wij kunnen voor onze rustplaats bedden van doornen maken. Wij kunnen nalaten voorraad te verzamelen om op te teren in den honger van de jaren des ouderdoms. Wij kunnen verzuimen brandstof op te doen voor den winter.

Wij kunnen rozen planten om te bloeien voor onze deur en geurende, bloemen om hun welriekende geuren rondom ons te verspreiden, — of wij kunnen onkruid en distelen zaaien om onzen blik te belemmeren, als wij in de schemering op den drenpel zitten.

Niet elke ouderdom is schoon. Niet alle ouden van dagen zijn gelukkig. Sommigen zijn zeer ongelukkig, een leven leidend aan het graf gelijk. Menig oud paleis werd gebouwd boven een duisteren kerker. In het paleis waren de marmeren wanden, die schitterden met verblindenden glans in het zonlicht. Daar waren de grootsche, vergulde vertrekken met hun prachtige fresco's en luisterrijke versiering, muziek en dans en feestgelagen. Maar diep onder

277

ocr page 300

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

al die schitterende pracht en verblindenden luister, was de kerker, gevuld met zijn onzalige slachtoffers en door het ijzeren traliewerk drongen de droeve klachten en wanhoopskreten, weerklinkend door de vergulde zalen en geplafonneerde vertrekken. Dit is een beeld van veler ouderdom. Deze mogen tallooze gemakken hebben en veel dat getuigt van voorspoed in den wereldschen zin — weelde, eer, vrienden, den luister en omgeving der grootheid — doch het is slechts een paleis, gebouwd boven een duisteren kerker, uit welks diepe en sombere gewelven steeds stemmen van wroeging en wanhoop worden vernomen, om elk uur te verbitteren en een donkere schaduw te werper, over elke lieflijke schildering en elk schoon tooneel.

Het is mogelijk zoo te leven, dat de ouderdom zeer droevig moet zijn, en ook is het mogelijk zoo te leven, dat deze zeer schoon wordt gemaakt. Op een van mijn wandelingen door de drukke stad, kwam ik eens voorbij een deur, waar mijn oor werd getroffen door een groot koor van vogelstemmen. Overal waren vogels — in zitkamer, eetkamer, slaapkamer, gang — en het geheele huis was vervuld van hun vroolijke muziek. Zoo kan de ouderdom zijn. Zoo is deze voor hen, die goed hebben geleefd. Hij is vol muziek. Elke herinnering is een fragment van een lied. De zoete vogelstemmen van hemelschen vrede zingen overal en de laatste dagen zijn de gelukkigste des levens.

„Rijk in ervaring, die eng'len benijden,

Rijk in 't geloof door de jaren vermeerd.quot;

278

ocr page 301

SCHOONE OUDERDOM.

De zaak, waar het in de praktijk des levens op aankomt, is; hoe kunnen wij zoo leven, dat onze ouderdom schoon en gelukkig zal zijn ? Het gaat niet aan deze vraag uit te stellen tot de avondschaduwen op ons vallen. Dan zal het te laat zijn ze te overdenken. Bewust of onbewust, eiken dag helpen wij de vraag beantwoorden of onze ouderdom zoet en vredig, of bitter en ongelukkig zal zijn. Het is der moeite waard een wijle stil te staan bij de vraag, hoe wij ons een gelukkigen ouderdom kunnen verschaffen.

Wij moeten een nuttig leven leiden. Uit ledigheid of zelfzucht komt nimmer iets goeds. Stilstaand water bederft en kweekt kiemen van verrotting en dood. 't Is het stroomende water, dat zuiver en zoet blijft. De vrucht van een ledig leven is nimmer vreugde en vrede. Jaren, in zelfzucht doorgebracht, worden nooit lusthoven in het veld der herinnering. Geluk spruit voort uit zelfverloochening ten bate van anderen. Zoet is altijd de herinnering aan goede daden en opofferingen. Haar wierook stijgt als een hemelsch reukwerk op van de velden des arbeids en vervult den ouderdom met heilige geuren. Wanneer men heeft geleefd om anderen tot zegen te zijn dan heeft men vele dankbare, liefhebbende vrienden, wier toegenegenheid een wondervolle bron van vreugde blijkt te zijn, wanneer de jaren des ouder-doms komen. Brood op het water geworpen, wordt na vele dagen weergevonden.

Ik weet menschen die schijnen geen vrienden te

279

ocr page 302

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

willen maken. Zij zijn ongezellig, onsympathiek, koud, zelfzuchtig. Anderen weer doen geen moeite hun vrienden te behouden. Zij laten ze om de minste reden varen. Doch zij berooven hiermede hun latere jaren van geneugten, die zij niet kunnen missen. Indien wij ons in den avond van ons leven willen koesteren in de verkwikkende warmte der vriendschap, dan moeten wij ons trouwe vrienden trachten te verwerven in de drukke jaren, die er aan voorafgaan. Dit kunnen wij doen door vriendelijk dienstbetoon en zelfverloochening. Dit werd ook o. a. bedoeld door onzen Heer in dien raad, die zoo vreemd klinkt, tot wij dien verstaan : „Maak u zeiven vrienden uit den on rechtvaardigen mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.quot;

quot;Verder- moeten wij een rein en heilig leven leven. Ieder draagt de oorzaak van zijn geluk of ongeluk in zich zelf. Omstandigheden hebben in werkelijkheid zeer weinig te maken met onze innerlijke bevindingen. Bij de bepaling van de mate van iemands geluk, doet het er weinig toe, of hij leeft in een hut of in een paleis. Wij zeiven geven ten slotte de kleur aan onzen hemel en den toon- aan de muziek die wij hooren. Een gelukkig hart ziet regenbogen en kleurenpracht overal, zelfs in de donkerste wolken en hoort zoete muziek zelfs onder het klagendst gehuil van den storm.

En een droevig, ongelukkig en ontevreden hart ziet vlekken in de zon, bederf in de vruchten en

280

ocr page 303

SCHOONE OUDERDOM.

gebreken in Gods volmaaktste werken, en hoort wanklanken in de Goddelijkste muziek. Zoo moet dus deze geheele quaestie van bin'nen uit worden beslist. De fonteinen ontspringen in het hart zelf. De bejaarde mensch draagt, gelijk de slak, zijn huis op zijn rug. Hij mag van buren of woning of vrienden veranderen, maar kan zichzelf of zijn verleden niet kwijt raken. Zondige jaren vormen doornen in het kussen, waarop het oude hoofd komt te rusten. Een leven, in hartstocht en slechtheid doorgebracht, wordt een bittere fontein, waaruit men in zijn ouderdom heeft te drinken.

De zonde mag ons heden bekoorlijk schijnen, maar wij moeten niet vergeten, hoe zij ons zal toeschijnen wanneer wij haar bedreven hebben en er op terugzien ; vooral moeten wij voor oogen houden, welk een aanblik zij ons zal bieden vanaf ons doodsbed. Niets brengt op het eind zulk een reinen vrede en rustige vreugde als een weldoorleefd verleden. Eiken dag leggen wij het voedsel weg, waarmede wij ons moeten voeden in de eindjaren onzes levens. Wij behangen de wanden van ons hart met beelden, om er op te kunnen staren, wanneer de schaduw ons bedekt. Van hoeveel belang is het dan, dat wTij een rein en heilig leven leiden. Zelfs vergeven zonden zullen den vrede des ouderdoms verstoren, want de litteekenen blijven.

Om in één woord alles te zeggen, alleen Christus kan een leven, hetzij jong of oud, waarlijk schoon of waarlijk gelukkig maken. Slechts Hij kan het ruste-

281

ocr page 304

HEILIGING- VAN DEN WEEKDAG.

282

loos woelen der koorts in onze harten genezen en rust en kalmte geven. Slechts Hij kan die troebele bron binnen in ons, onze verdorven natuur, reinigen en ons heilig maken. Willen wij een vredig en gezegend einde des levens hebben, dan moeten wij leven met Christus. Zulk een leven verheldert steeds meer hoe nader het komt aan zijn einde. De laatste levensdagen zijn dan de zonnigste en zoetste. Hoe meer de vreugden der aarde falen, des te rijker wordt de vertroosting. De nesten, waarover Gods vleugelen zich uitbreiden, die in de schoone zomerdagen van weelderige kracht onder de bladeren verborgen liggen, blijven zonder bedekking in stand, in de dagen van verval en zwakte, wanneer de winter de takken heeft ontbladerd. En voor zulk een leven heeft de dood geen verschrikking. De teekenen zijner nadering-zijn slechts „de landvogels, neerstrijkend op de raas den vermoeiden zeeman verkondigend dat hij de haven nadert.quot; Het eind is slechts het stoolen der verweerde kiel op de heerlijke stranden der eeuwigheid.

ocr page 305

XXXIL

EEN ONBEWUST VAARWEL.

„Dikwijls heb ik oppervlakkig, metplan-,,iien voor de toekomst „vaarwelquot; gezegd „aan menschen, van wie het eerstvolgend „bericht hun doodstijding was.quot;

ntelbare malen nemen wij een afscheid van

menschen, dat slechts voor een kleine wijle bedoeld is, en dat blijkt te zijn voor altijd. Op zekeren morgen nam een jonge man afscheid van zijn vrouw en kind en ging naar zijn werk. Er gebeurde op straat een ongeluk en vóór den middag-werd zijn ontzield lichaam zijn woning binnengedragen. De schok was verschrikkelijk, doch er was een zoete troost, die met wonderlijke macht het gebroken hart der jonge vrouw binnendrong. Het laatste uur, dat zij te zamen hadden doorgebracht, was een van bizondere teederheid geweest. Geen woord was gesproken geworden, waarvan zij konden wenschen, dat het niet gesproken was. Zij had op dat oogenblik niet kunnen droomen, dat het hun laatste gesprek zou zijn, en toch was er niets in, dat een pijnlijke herinnering achterliet, nu zij voor altijd

ocr page 306

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

haar echtgenoot had verloren. Gedurende al die jaren van eenzaamheid en weduwschap was de herinnering aan dat laatste afscheid, een blijvende vreugde in haar leven geweest, gelijk een heerlijke geur of een helder schijnend licht van heiligen vrede.

Het leven is broos en ernstig. Elk woord kan ons laatste zijn. Elk vaarwel, zelfs te midden van vreugde en vroolijkheid, kan voor immer zijn. Indien deze waarheid maar goed tot ons bewustzijn doordrong, indien zij als een diepe overtuiging en ware macht in cns leven zich deed voelen, zou zij niet aan onze verhoudingen tot de buitenwereld een nieuwe be-teekenis geven? Zon zij ons niet veel teederder maken, dan wij soms zijn? Zou zij niet dikwijls onze onvoorzichtigheid in het spreken beteugelen ? Zouden wij in ons hart de ellendige achterdocht en afgunst dragen, die nu zoo vaak de fonteinen onzer liefde bitter maken. Zouden wij zoo onverdraagzaam zijn jegens de fouten van anderen? Zouden wij door een gewoon misverstand een hoogen muur laten optrekken tusschen ons en degenen, die wij in onze naaste omgeving behoorden te behouden ? Zouden wij jaar in, jaar uit de kleingeestige twisten laten voortduren, die één mannelijk woord eiken dag zou kunnen beslechten ? Zouden wTij om de een of andere werkelijke of ingebeelde geringschatting, kwetsing van onzen trots of een verondersteld onrecht, buren of oude vrienden op straat voorbij gaan zonder teeken van herkenning ? Of zouden wij zoo spaarzaam zijn met onze vriendelijke woorden, onzen lof, onze sympathie, enkele woorden van troost, wanneer

284

ocr page 307

EEN ONBEWUST VAARWEL.

moede harten rondom ons smachten naar juist zulke uiting van belangstelling of hulpvaardigheid, als het in onze macht is te geven?

Wij allen weten, hoe vriendelijk wij gestemd zijn tegen iemand, aan wiens doodsbed wij zitten. Wij brengen zijn laatste uur met hem door. WTij zouden voor geen geld ter wereld een enkel hard woord uiten, of een wrok tegen hem koesteren. Er zal nimmer gelegenheid zijn een thans gesproken woord te herroepen of een pijnlijken indruk, dien we maakten, uit te wisschen. Wij kunnen nooit meer vreugde schenken aan dit hart, dat zoo spoedig zal ophouden te kloppen. Welk een verzachtenden invloed heeft deze gedachte! Al onze kilheid smelt weg voor de oogen, die den dood in de verte zien naderen. Al de sinds lang bevrozen vriendelijke gevoelens jegens onzen vriend ontdooien, als wij ons laatste gesprek met hem houden.

Wij allen weten ook, hoe de sluimerende liefde ontwaakt en al de kilheid der zelfzucht verdwijnt naast de baar van een doode. Ieder is dan vriendelijk gezind. Geen spoor van wrok of bitterheid is er meer in het hart. Geringschattingen en veronge-lijkingen zijn vergeten en vergeven. De ijzige winterkoude verandert in een verkwikkende zomerwarmte. Liefdevolle woorden van dankbaarheid of waardeering vloeien van ieders lippen. Lof en prijs, nimmer geuit toen de moede geest ze zoozeer behoefde, zijn talrijk, wanneer het oor ze niet meer kan vernemen. De mensch voelt zich bevreesd in het gezicht der eeuwigheid en beschaamd over zijn

285

ocr page 308

HEILIGING VAN DEN WEEKDAG.

kleingeestig wrokken en twisten en zijn koude vriendschap.

Hoeveel edeler en schooner zou het ons leven maken, indien wij dienzelfden bedachtzamen, dankbaren, verdragenden, verge venden, liefhebbenden geest konden doen heerschen in onzen dagelijkschen omgang met elkander; indien wij de menschen met dezelfde franke, mannelijke oprechtheid konden bejegenen als wanneer wij aan hun sterfbed staan; indien wij de waardeering, dankbaarheid, toewijding en onzelfzuchtige vriendelijkheid, die wij hun na hun dood bewijzen, konden terugbrengen naar de moeitevolle jaren van een met zwaren arbeid overladen leven !

Het zou onmogelijk zijn anders te leven, indien wij slechts indachten, dat elk onderhoud, dat we hebben met een ander, ons laatste kan zijn. Indien iemand het werkelijk gevoelde, dat hij wellicht zijn laatsten levensdag in gezelschap van de zijnen doorbracht, zijn laatste eetmaal met hen nuttigend, den laatsten avond met hen doorbrengend, zou zijn hart niet worden gereinigd van alle hardheid, bitterheid en zelfzucht? Zouden zijn gevoelens, zelfs de toon van zijn stem niet door een Goddelijke teederheid worden verzacht?

Indien een moeder het besefte, dat de dag van heden de laatste zou kunnen zijn, dat zij haar kind zou bezitten, zou zij zoo ongeduldig worden over zijn eindelooze vragen, en zoo licht geërgerd door zijn rusteloosheid en zijn fouten en onbedachtzaamheden ?

286

ocr page 309

287

Zouden wij zoo veeleischend, zoo berekenend, zoo koudvormelijk, zoo zelfzuchtig zijn in den omgang met onze vrienden, indien wij waarlijk gevoelden, dat de zonsondergang van heden de laatste zou kunnen zijn, die wij aanschouwden, of dat wij onze vrienden nooit meer zouden zien ? Zou niet de indenking van deze immer dreigende mogelijkheid, in hooge mate, al wat hard of liefdeloos in ons is beperken en een machtige bezieling zijn om alle teederheid en vriendelijkheid, die in ons is, te uiten'!

Menig bedroefd hart wordt nacht en dag gekweld door het berouw over onvriendelijke woorden, die nooit kunnen worden herroepen, daar de ooren, die zij hoorden, doof zijn voor eiken klank der aarde. Vrienden zijn gescheiden met scherpe woorden of in een toestand van vervreemding en hebben elkander nimmermeer ontmoet. De dood heeft plotseling een van hen getroifen, of het leven heelt hen na dat oogenblik een verschillende richting doen uitgaan. Menig bittere en vruchtelooze traan is gestort op het graf van een gestorvene, door een, die werelden zou willen geven voor een enkel oogenblik om vergiffenis te kunnen smeeken.

Zoo onzeker is het leven en zoo menigvuldig zijn wisselingen der menschelijke ondervinding, dat elk afscheid voor immer kan zijn. Nimmer weten wij of er nog een gelegenheid zal komen om het toornig woord te herroepen of den doorn uit te trekken, die wij lieten in het hart van een ander. De vriendelijkheid, die wij ons geroepen voelden heden te bewijzen, doch verzuimden of uitstelden, zullen we

ocr page 310

HEILIGIN» VAN DEN WERKDAG.

wellicht nimmermeer in staat zijn te bewijzen. Daarom, de eenige weg om ons te redden van vruchteloos berouw, is de liefde altijd in ons hart te laten heerschen en onze woorden door haar te laten ingeven. Indien wij in een oogenblik van onnadenkendheid, ondoordacht mochten spreken en een ander hart pijn doen, laten wij het dan dadelijk herstellen. Dat de zon nimmer onderga OA'er onzen toorn. Wij moeten nimmer iets, ook maar één nacht zoo laten, dat wij niet voor eeuwig zoo zouden willen laten en dat wij niet dan met schaamte in de ure des oordeels zouden wedervinden.

Onze daden hebben een geheel ander voorkomen, wanneer wij ze zien in den laten namiddagglans en in de avondschemering. Kleinigheden in onze behandeling van anderen, die op dat oogenblik, bij het bedriegelijk licht van wangunst of naijver, of in de opwindende drukte des levens niet verkeerd schijnen, vervullen ons met schaamte en berouw, wanneer wij ze beschouwen van uit de schadu wen een er eeuwige scheiding of groote smart. Een zaak wordt het juist beoordeeld naar de feiten, die er het gevolg van waren.

Nagedachten zijn de verstandigste gedachten. Het meest getrouwe beeld des levens geeft ons de terugblik. De dingen die wij in zulk een uur betreuren, zijn dingen, welke wij niet hadden moeten doen. De dingen, die wij dan wenschen, dat Avij gedaan hadden, hadden wij moeten doen. De beste toetssteen van de daden des levens is de vraag: „Hoe zal mij dit toeschijnen, wanneer ik er naderhand op terugstaar? Zal het mij vreugde of pijn geven?quot;.

288

ocr page 311

EEN ONBEWUST VAARWEL. 289

Wij allen wenschen een schoon levenseinde te hebben. Wij wenschen zoete herinneringen achter te laten, in de harten dergenen, die ons kennen en liefhebben. Wij wenschen, dat de klank onzer namen lieflijk moge zijn in de huizen, over wier drempel wij zoo menigen voetstap hebben gezet. Wij wenschen, dat de herinnering aan ons laatste afscheid van onze vrienden, bij hen in latere dagen, als een teedere vreugde zal blijven voortleven. Wij wenschen, als wij morgen staan bij de lijkbaar van een vriend, dat wij niets hebben gedaan om zijn leven te verbitteren, zijn last te verzwaren of zijn ziel te bedroeven, en dat wij niets ongedaan hebben gelaten, wat in onze macht was, om hem te helpen, te dienen, te troosten of op te wekken. Wij zullen hiervan alleen zeker kunnen zijn, wanneer ons leven steeds zoo is, dat elke dag een schoone laatste dag zou zijn, dat elke handdruk een passend vaarwel zou wezen, dat elk gesprek met vriend of buur een lieilijke herinnering zou nalaten, en dat geen bejegening iemand aangedaan, wie dan ook, berouw of wroeging zou veroorzaken, indien wij door dood of ruimte voor eeuwig zouden worden gescheiden.

Want achter eiken harteklop, elk woord, elk vaarwel kan God schrijven

FINIS.

ocr page 312

IIM H O T_J ü.

HOOFDST. BLADZ.

I. Wat is uw leven?..................1

II. Hulp ontleend aan den Bijbel.....10

III. Toewijding in daden........20

IV. Hulp voor kommervolle werkdagen ... 28

V. Het geneesmiddel voor zorgen.....40

VI. Kijkjes van uit 's levens venster .... 47 VIL Het huwelijksaltaar, en daarna .... 58

VIII. De godsdienst in het huisgezin .... 68

IX. Heilige doeleinden der smart.....78

X. Steeds in 'sHeeren dienst......88

XI. Nederigheid en verantwoordelijkheid... 97

XII. Niet om gediend te worden......107

XIII. Vertragen in weldoen........115

XIV. Kleinere diensten in het voorbijgaan getoond 124

XV. De schoonheid van een rustig leven. . . 133

XVI. Vriendelijkheid die te laat komt .... 142

XVII. De plicht van aanmoediging......150

XVIII. Het liefhebben van anderen......159

XIX. Bedachtzaamheid en tact.......168

XX. Wederzijdsche verdraagzaamheid .... 178

ocr page 313

INHOUD.

HOOFDST. BLADZ.

XXI. Mannelijke mannen.........187

XXII. Van boeken en lezen........197

XXIII. Uiterlijke schoonheid........206

XXIV. Het bekijken der dingen van den vroolijken kant...............215

XXV. Een en ander over vermaken.....225

XXVI. Over de keuze van vrienden......238

XXVII. De versiering onzer woningen uit het zedelijk oogpunt beschouwd.........246

XXVUL Weelde in het hart.........254

XXIX. Verliezen.............260

XXX. De dienst der toe wij ding.......267

XXXI. Schoone ouderdom.........276

XXXII. Een onbewust vaarwel...........283

ocr page 314

KIRriJLT JL.

31,

r.

9

van b.

staat Elyseische,

lees: Elyseesche.

32,

n

5

„ 0.

n

hun,

11

hen.

48,

n

15

„ b.

n

van,

IJ

uit.

56,

n

2

„ b.

n

vergeesch.

11

vergeefs.

59,

n

6

„ 0.

n

onbegrenste.

IJ

onbegrensde.

73,

n

10

„ 0.

V

aatigenaam,

11

onaangenaam.

77,

n

3

» O-

n

liefde,

JJ

liefde.

95,

n

5

„ b.

r)

mij,

11

wij.

113,

)j

7

» 0'

n

zij,

11

het.

113,

JJ

6

„ 0.

ii

zijn.

J1

is.

136,

n

5

„ b.

ii

onweten,

11

onwetend.

143,

n

6

„ b.

li

gen,

11

geen.

144,

IJ

3

b.

ii

keurige.

11

geurige.

144,

}j

11

„ b.

ii

ingedompeld

11

ingedommeld.

201,

n

6

» 0.

ii

bezoedelde,

11

bezoedelende.

202,

n

4

„ b.

ii

grootste,

n

meest grootsche

// %'Uio

ocr page 315
ocr page 316
ocr page 317
ocr page 318