C^ctV
TH WAST.
ZOET EN BITTER, LICHT EN DUISTERNIS,
OP DEN
TOT HAAR ülGE EN ANDERE BESTIERING OPGETEKENT IN DEN LOOP VAN HAAR
Onlangs in de Schotse Taal uitgekomen, en nu in het ISTederduitsch overgezet.
MET EEN VOORBERIGT OP DEN INHOUD PASSENDE Door een Dienaar in J. G. Kerke.
|
UTRECHT, (Oimranderde Uitgave volgens 1743.) |
Ih ea! my verheugen en verhlyden in uwe yoedertie-rentheit, om dat gy myne elende hebt aangezien Ten de] vnyne ziele in henautheden geTcent,
Ende en helt my niet overgelevert in de hand des vy-ands: gy hebt mijne voeten doen staan in de ruimte.
O hoe groot is u goet, dat gy w eg gelei t helt voor de qeene die u vreezen! [dat] gy gewrocht helt voor de gene die op u letrouwen in de iegemvoordigheit der menschen Jcinderen.
Uitgegeven na voorgaande Visitatie en Approbatie des Eerwaarden Classis van Schieland.
By het uitgeven van dit Boekje in onze taal, wierd ik verzogt iets te schryven tot waarsciiouwinge tegens de velerley misvattingen, en tot bestier aangaande het verhorge leven met Christus: het gelezen hebbende, vond ik'er verschelde zaken in, die in dees tyd noodig zyn indagtig te maken; en my opgewekt, ora van, en tegen het quaad te betuigen; Neemt nu maar deze:
Ik dagle met smerte aan de dagen onzer Vaderen: wanneer de waarheit en godvrugt bloeiden, en allerley geleertheid, byzonder de wetenschap der Heiligen vermeerdert wierd door het oeffenen van gemeinschap met onse Broeders over zee (de En-gelsche) doe men de Schriften van Perkins, Hil-dersham, Owen, Goodwyn, enz. hoog schattede, en gebruikte tot opbouw van Sions muuren, onder ons; daar wy nu, t'zedert veele jaren als kinderen door de vloed beweegt en omgevoert zgn geworden; mei alle ivind van Lee re, door de bedriegerije der mensehen, door arglisiigheil om listclyk lot dwa-linge le brengen, Eph. IV : \A. en door het twisten, en stooten tegen malkanderen, zo vervreemd zyn geworden van de kennisse der waarheit, die na de Godzaligheit is; dat, die'er van spreekt als in de voorige tyden, een verkondiger schynt van
1quot; vreemdé
vreemde dingen, en men hem naauwlyks kan verdragen? Ja gemeen is het veragtelyk van die dagen le spreken, en laag te vallen op de Boeken en Be-stierschriften van dien tyd, doe egter van zoveel nut; Kinderen veragten dog uit onkunde en door hoogmoet het werk van Mannen; als men rfe «.'ciar-heit niet aanneemt en gelooft, maar een ivelbeha-qen in de ongerechtigheit heeft, zent God een kragt der dwalinge, dat men de leugen gelooft, 2 'Ihess. II : 10, 11, 12.
In 't hyzonder zag ik, aangaande de hedieninge des Woords in Schotland, dat'er in sommige Leeraars aldaar nog iets van dien geest gevonden wierd, die eertyds in zo ryken mate rustede op Mr. Knox, Rhetor fort, Durham, Brown, enz. en daar een hedieninge in den geest, en de geest daar onder en by was; en daar de Jesus lievende en zoekende van de Wagters gevonden wierden, en na zy een weinig van hem wechgegaan waren, dan hem vonden , enz. Cant. Ill : 2, 3.
Gelukkig volk, dien 'talzo gaat, in tegenstelling-van die, welke woonen, daar de wagters haar slaan wilden, enz. Cant. V : 7. het verhorge leven in de gemeinschap Christi, voor Phantasyen, Dwee-peryen , enz. uitmaken, en dus de handen der god-loozen sterken, dog die bedroeven die de Heereniet bedroeft wil hebben; Daar men een geschilderd geloof en liefde (dood en kout) voorstelt, en daar op het volk van vrede spreekt, en al den aandrang op
V O O R B E R I G T. v
woordenkennis, uiterlyke Godsdienstigheid, en bur-gerlyke regtveerdigheit uitkomt, maar Godin geest en in waarheid le dienen, men geveinstheid, qua-kerye, of erger noemt; zulke, die na den geest zyn, ivorden dog vervolgt van die, die na den vleesche geboren zyn. Gal. IV : 29.
Hoort de Godgeleerde Owen in zyn /oiaoXó/ia (of Christus God en Mensch) pag. 243. eens na-drukkelyk daar van spreeken: »Zy die van de liefde »Christi niet gevoelig en zyn, hebben geenkennisse »van het leven en de kragt des Euangeliums, geene »van de waarheit of dadelyhheit der genade Gods, »en gelooven niet eenen arlykel des Christelyken )i Geloofs, gelyk het behoort; en die zyn van Chrisli «liefde niet gevoelig, welker genegendheden door »die liefde niet tot hem getrokken en worden. Ik «zegge, dat die, welker herten door de liefde Chrisli »in de aanneming en uitvoering van het Middelaar-»schap zo niet bewogen worden, datze ware, en sgeestelyke gevoelige genegentheden tot hem heb-ïben, maken van de Religie een Schouwspel, een »fabel voor het Tooneel der wereld, en een werk sen bezigheid van onze phantasye en inbeelding. »l)e menschen konnon van deze dingen spreken, »gelyk ze die van buiten geleert hebben, maar die ïhaar zeiven inbeelden, dat de hoogste genegent-dheil onzer zielen op Christus te stellen, hem, om »dat hy ons heeft lief gehad, mei ons gansche t)herle lief te hebben, door die liefde overwonnen
ute
»tc worden, van liefde krank te zyn, en onze ï zielen gestadig met vermaak tot hem te neigen sen hem aan te kleven, niet anders als phantasye sen inbeeldingen is, hebben niet de regte kennis svan de Christelykheit. Ik verzake die Relirjie, s'tzy welke het wil, die zulke grouwelen leert, «inboezemt of toestemt. Die leere, welke den men-«schen inprent een veragtinge van deze vierigste Dliefde lol Christus, of afkeert van de wederliefde nlot Hem, verschilt zo veel van het Euangelium sals den Alcoran, en strijd zo zeer tegen de besvindingen der geloovigen, als 't gene in en door sde duivelen gewrocht word. Liever had ik voor saltoos myn lol met de minste geloovige, diekrag-stelyk gevoelig zynde van de liefde Christi, zyn sdagen toebrengt in beklaging zynes zelfs, dat hy shèm niet meer lief heeft, als hy in de ukerste spoging, om dezelve te betoonen, in hem bevindt; sals met de beste van deze, welken ydele specu-slatien, en een valsch voorgeven van reden op-sblaast, tot een veragtinge dezer dingen.quot;
En wat verschilt ook zoo een bediening in den geest, van die, in welke het Woord Gods vervalst, te koop gestelt, en dus verderffelyke ketterijen be-dektelyk worden ingevoert; daar men hoogmoedige Orateurs, als op een Toneel ziet verschynen, af-gerigt door haar meesters, om ketelagtige oor en te streelen, met een zwier van hoogdravende woorden, gesten en stembuigingen (van Comedianten
ontleent;) en men hoort, door een Ongodlyk ydel roepen met ivoorden, zonder wetenschap den raad Gods verduisteren; daar de Opregten zugten onder den last van zulke dryvers over die grouwelen in het heiligdom; en de onwetenden met verwondering van daar gaan zo vergenoegt (als van een aanzienlyk man na de weereld verhaald word) of zy in een Comedie geweest waren, immers sprekers en hoorders dragen'er dat uit, (Loftuiting en ydele herten) verre van die der Emmaüsgangers, of der toehoorders van Petrus, Act. 11:37.
Dus ziet men de aardsche en natuurlijke wgs-heit, die in 't oude suffende Pausdom is, als herleven, (die voorstanders van de Reformatie zyn dog henen gegaan, en verbasterde kinderen hehhen haar plaats ingenomen) gelyk aldaar, omhetvolke devoot te houden, Jesus en de Heiligen opgepronkt worden; en die blinden meest loopen, daar het keurlykste Muzyk is, de cierlykste Altaren, enz. zyn.
Zoo onder ons, daar onder een deksel van gemaakte woorden, Jesus voorgestelt en het Euangelium met Heidense welsprekentheit of zotte allegorien. Perioden enz. opgesmukt word, daar is den toeloop; dat zyn de Pr oplieten dezes volks, zo hebben zy '£ geern, Jer. V:3i. byzonder als 'er by is (gelyk doorgaans de beweeglyke woorden van rnenscheiyke wysheit zulks doen) de kunst van affecten te raken, de zinnen te verrukken, als of men wat groots was, die duivelsche wysheit, (onder Heidenen en
Papisten gemeen;) zo een opgeschikte letter, scha-duwe gedaante, verkoopt men voor de waarheit des Euangeliumsj en daar vergaapt zig groot en klein aan, dog blyven dezelfde, of worden erger, en Alheisten; als dien opschik nu niet en is in Boeken of Predication, is het te eenvoudig, en men walgt als de zieke van de gezonde Leere; het moet voor kinderen met bloemtjes en figuren al wel verciert zyn, of zy willen'er niet aan; die verstant hebben zoeken wat anders, en beklagen do zulken. Hoe verschilt ook die geestelyke bediening in dit Boekje gemelt, van die daar men meest gaaven zoekt, en pryst, dog de liefde verzuimt: jiDaar is waarlyk, (zegt de voornoemde »Owen in zyn doodinge der zonden Pag. 27.) een »groot ligt gevallen op de menschen van deze tyd, »en 'tis met vele geestelyke gaven vergezelschapt, j'tgeen dan ook beneffens eenige andere bcden-ï kingen, de palen van de Belijder en en de Bely-ndenisse wonderlyk hebben uitgezet; zo dat ze beide ïuitnemend vermenigvuldigt, en toegenomen zyn.
sllier van daan, wert'er zo een geluit van Gods-xdienst, en Godsdienstige pligten in yder boek ïgehoort; Preeken in overvloei; en dat niet op zo seen holle, slegte en gemeene wyze, als wel voor )gt;deze, maar na eene goede maate van geestelyke agaven; zo dat, indien ge 'tgelal der gelovigen, »wilt meeten by ligt, gaaven en belijdenis, zoo pzoud de Kerk reden hebben om te mogen zeg-
jgen?
»gen? Wie heeft my alle deze gebaart? maar in-«dien je nu eens van haar de maat wilt nemen, ïby deze groote en onderscheidende genade des «Christens [namelyk, de doodinge der zonden] »mogelyk zulje haar getal zo niet vermenigvuldigt xzien. Waar vind men byna een belyder, die zyn sBekeeringe schikt na deze dagen van zo veel ligt, »en die spreekt en belyt in zulk een mate van ïgeestelykheit als waar aan sommige weinige in * vorige dagen, eeniger mate gewent waren: (Ik »wii haar niet oordeelen maar mogelyk roemen, ï't geen de lleere aan haar gedaan heeft:) En die sgeen bewyzen geeft, van een elendig en onge-«doodet herte'? Zo een ydel verquisten van de tyd, »te leven zonder nut te doen in zyn plaatse, zo »nyt, twist, oneenigheit, afgunst, loorn, hovaar-»dye, wereldsheit, zelfsheit (1 Gor. 1.) 'tlevrey »van een Christen is, zo hebben wy ze by, en »onder ons in overvloet. ... De goede God zend «eens een geest van Doodinje onder ons uit, om ndeze ongestalte te genezen, of wy zyn in een «droevige staat!quot;
Zoo staat het ook onder ons, na dat door de Philosophie van een heilloose 1'apist (gclyk eertyds door die, van een heidensche Aristoteles) vele als een roof weyr/evoert waren, en de gemeinte Gods beroert was: Ook door (daar op en uit gevolgde) aanstotelyke nieuwigheden, wy Ezechiels dal vol doodsbeenderen, gelyk gevonden waren; zo is'er
een
een geluit en ontroeringe, sedert eenige jaren gekomen, 'teen been hy 'tander en met rleesch en vel overtorjen; dog daar staat dat gestel, missende den Geest Christi; die den eersten tempel niet gezien hebben, juichen 'er over, maar ge-oeffenden van zinnen, dio 't quaad van 't goed onderscheiden kunnen; zitten''er treurig hy neder?
Ik wil zeggen na de Arminiaansche troebelen begon de Waarheit en Godzaligheit met kragt door te breken; daar ging een ligt op in onze kerke; dog de opkomende kelteryen, en dwalingen, als een nevel, verdonkerde dat; de tyden van onwe-entheit keerden weder, 't werelds wezen overstroomde de kerk, de godlozen quamen op, de regtveerdige moest zig verbergen, en het regt geeste-lyk verstandig prediken en schryven , raakte verre weg, en wierd onbekent.
En nu sommige in een duistere tyd, het in veel zwakheit beginnen op te vatten, daar 'tonze vaders lieten, tot gedagten komende dat 'tdoe heter was, als nu, en een sluksken der zaken (doe zo heerlyk uitgewerkt) noemen, om 'tvolk weder te brengen op die oude paden , zo schandelyk verlaten;
Zo slaat'er een geslagte op Jud. 2:10. arm en hovaardig; dat waarheids woorden, en des leugens leven heeft; die opgeblazen door een gedaante \an kennis, malkanderen prysen, of zig verwonderen over de Personen om des voordeels wille; en om de Party te sterken, die trotse bynamen gebruiken
by de menschen (gelyk in de loode Eeuw, doe men van Angelische, Seraphynische enz. Leeraren sprak, zo nu, van Helligtende, Weergaloze enz.) Ook in Approbation, Voorredens, Lofdigten, Lyk-predicalien enz. als op Triumph wagens malkanderen omvoeren, (canonizeren) om slegte waar, die't pryzen nodig heeft, op de markt gangbaar te houden; die een historisch, of tyd-geloof met een colour van het zaligmakend bestreken (dat op-gepronkte schynwork) voor beproeft goud uitgeven ; en van de bedekte huichelarye en het onderscheit tussen woordenkennis en regte Godgeleertheit, en van de verborgene dingen des Koningryke Gods onkundig zynde; hebbende als Rhetorfort ergens zegt, nooit een zieke nagt gehad over haar zonden,) uit der hoogte, met uitgozogte woorden na de kunst van de wegen Gods met zyn volk spreken; op het onzeker als de lugt staande, niet wetende wat zy zeggen of bevestigen; De bedriegerijen schouwen, zagte dingen spreken en met looze kalk plaasteren, haastelyk iemand de handen opleggen enz. die zig van de nagt bedienen, en by de onervarene in het woord der geregtigheid zulke, die het getuigenisse van alle, en van de waarheit zelve hebben, verdagt maken; hot regte Gode leven, geestdryverye noemen; haar eigene gronden niet verstaande; doge-reformeerde kerk dryft dog sterk tegen Partyen het werk des Geestes; ziet Lodensteins beschou-winge Sipns in de 2do Samenspraak, die de werelds
relds gelykformigheit voor spel agten, en als't op de practyk aankomt de Goddclyke Waarheden weten te buigen, en te drajen na de gewoonte, en het humeur der menschen; dus door haar gedrag afbreken, dat zy met woorden schenen te bouwen; en onder een naam met een gemaakte party zig sterken, en als vele meesters heerschappy voeren over het Erfdeel des lleeren, vele de zinnen bederven , en aftrekken van d' eenvoudicjheit, die in Chrislo Jesu is.
Hier van daan, dat het verborgen Leven met Christus, (genadige bezoekingen Gods, ol' de vertroostingen des 11. Geestes, op Avondmaals-tijden, onder Predication, of in de Binnekameren, en die velerleie ontmoetingen op den weg des Levens) in ons land zo onbekend word, en men'er opentlyk; vry uit in publyke schriften, in vergaderingen, in gezelschappen mede spot, als strydende tegen zogenaamde regtschape geleertheit en mannelyke God-zaligheit; slout durft men de beproefde gronden van de gereformeerde leere tegenspreken, en de oeffening van die waarheden ten toon stellen, onder de hatelyke namen van Mistyken, duitsche Theologie enz. ziet Lodenstein daar over in de 24« Samenspr.
Voor deze wierden Professoren en andere Leeraars in onze kerke geroemt, wegens haar wandel met God, ende haar naam blyft in rjedarjtenisse bij de opregten; ziet van verscheide bij Onder-ryk in zyn dwazen Atheist ontdekt cap 7. En men vond particuliere
quot;VOORBÈRIGT. xiu
liculiere Christenen, die als ligt en in't midden van een krom en verdraait- geslayle schenen, dus door woord en wandel tot overtuiginge, en inwinninge van andere dienden; zulke wierden doe geëert, en gezogt tot ampten in Kerk en Politie, en onder hun bestier had de gemeinte vrede, ende wierd gesligt.
Maar nu is 't genoeg om een veragle fakkel ten spreekwoord, ja uit de Synagoge geworpen te worden, als men maar de naam lieell van vroom, de ivereld niet gelykvormig, en een voorstander van de nauwe Godzaligheit, of van 't verborge leven met God is; Wat heeft dat voorgeven, misvatten, en misbruiken van de Christelyke Vryheit een deur geopend [zegt D. Owen in zyn Tract, van de Verzoekingen Pag. 64. | »Waar door veele zyn uitgegaan tot vlees-»lykheit en afval; welke zyn aanvang nam met »losse wandel, en van daar voortging tot versuim »van de Sabbalh, openbare en verborge pligten, ïen eindigde in onbandigheit en onheiligheid, enz. En hoor hem nog eens nadrukkelyk spreken pag. 62. «Zoude iemand het wel mogelyk gedagt hebben, »dat zulke en zulke belyders van onze tyd, zo Bvleeslyk, zo aards, zo zelfs gezint konden worgden? spelen met kaart en dobbelsteen, frequen-»teren herbergen en dansschoolen'? Huis- en binnen-nkamers oeffeningen verzuimende, zynde hoveerdig, ^laatdunkend, eerzugtig, wereldsgierig, verdruk-»kende? of dat zy zouden weggesleept worden tot
gt; dwaze
ïdwaze ydle, onredelyke gevoelens; verkeerende ïhet Euangeliurn Chrisli? enz. Ja zelfs is dat ver-borge leven zo vervallen, in die nog het heilige zaad, 't steunsel van het Land zouden zyn dat men ze nauwlyks kend op de straten; hoor de zelfde Owen (op dat gy zyn schriften leert kennen, en gebruiken) in zyn Tract, van d'inwoonende zonde pag. 360. 361. enz. «Zyn zy wel zo ernstig als ïte vooren? zyn zy niet moede geworden en zelf-ïaglig in haar Godsdienst en zo de dingen t'huis xmiddehnalig wel staan, zyn zy niet zeer weinig »bekommerL, hoe zy builen in de wereld verkee-»ren'? of stellen zy niet ten minsten haar gemak, «aanzien, en eigen voordeel, boven deze dingen? »dit is een gestalte die Christus versmaat, ja hy «verklaart van de gene, in welke het zelve de over-»hand heeft, dat ze de zyne niet en zyn! Sommige »schynen waarlyk een goeden yver voor de waar-sheit te hebben, maar daar zy het schoonste in «voordoen; zullen zy de grouwelykste in bevonden «worden. Zy verfoejen de dwalingen, niet om der «waarheit wille, maar om haar Party en interest. «Laat iemand van haar kant zyn, en haar belang «bevorderen, ja laat hem nog zoo verdorven in «zyn Oordeel wezen, zy zullen hem omhelzen, en «misbchien haar over hem verwonderen. Dit is «geen yver voor God, maar voor ons verdorven «zelf. 'tls niet, den yver van u Huis heeft viy iverleert, maar meester verbied hem om dat hy
miet
uniet met ons en is; 't was zeker beter, nooit »eenige yver voor te wenden, dan zulks een een-szadige zelfsheit in de plaats te stellen. En dit wordt zo gemeen, dat, die de menigte niet en volgt, voor een verdorve mistyk, cl' misleide geestdry ver gehouden wordt; want nu de waarheit, zo als die in Jesu is, in eenvoudig heit des herten te belyden, en te beleeven, dog zich buiten de Partyschappen te houden, is oorzaak genoeg, om ymand verdagt te maken, en voor onrcotzinnig aan en van hem, als voor de Kerke schadelyk, al' te zien.
Daar de duyvel zyn voordeel mede weet te doen, sommige (als in Labadie's tyd) worden daar door afgeschrikt, en van haar bedrogen hert ter zijden afgeleid zynde, scheiden zich van de Kerke af; en worden door menschen van een verdorve verstand met schynredenen van verlochening, enz. vervoert, en dus van de waarheit vervreemt; met ivjsheit, en zachtmoedigheit moest men die te recht brengen, door smaden, en verdrukken zullen zy verder van de weg raken.
Maar om iels te zeggen ter waarschouwing en beslier, aangaande het verborge leven; laat ik u erinneren, de beproefde gronden van de leere der waarheit omtrent dit stuk.
\. Houd in gedagtenis, dat van den beginnen af in Gods Kerke een verborge leven of wandelen met God bekent geweest, en altyd beleden is, be-halven de uitwendige en inwendige leering, of zalving
vimj des H. Geest, een licht by de waarheit, Ps. XLIII en XXXVI. een verborge mensch des herten, 1 Pet. III: 4. Hier van daan 't onderscheit tussen de zigtbare en onziglbare Kerke, tussen tyd- en ware gelovige: Dit hadde Adam, Abel en Henoch, en anderen niet; dit was by de getrouwe Pro-pheeten, en by alle die in Sion geboren waren; dog de gemeene belyders onder Israël en d'onge-heiligde Priesters en Lcviten misten dat: Dit bezaten d'Apostelen, en alle die van Jesus geleerd waren; Dog Pharizecn en Schriftgeleerden kenden 't niet: En dat hebben nog Gods Kinderen: Dog voor de werell is 't verborgen: Willens is dit den Gereformeerden onbekend, en een schande, dat het onder haar tegengesproken word: daar zy in haar Catechismus, en Confessie zeggen; dat zy God door zyn Geest int her te leden werken, en dat de 11. Geest getuigenisse geeft in hare herten: Dit verborge leven, (wat ook de duyvel en de weereld woelt en raast) zal'er blyven, zo lang' er een Kerk op aarde is, Jes. LIX : 21.
2. Dat het ter zaligheit zo noodzakelijk is, dat niemand, zonder dit verborge onderwijs des Geests, het Koninkrijke Gods zien kan-, of niet regt verstaan kan de H. Schrift; niet regt oordeelsn van, nog onderscheiden de leerstukken des geloofs, die het niet en heeft is en blyft blind; een diuaas; een vyand van God, de waarheit, en zyn volk; is nog onder de verblindende, en verleidende magt des
VOORBERIGT. xvii
satans; want daar is geen derde, die niet van God
inwendig word geleerd, is nog in't Ryke of in de school der duisternisse.
3. Dat'er doorgaans in de zigtbare Kerke onder de veele geroepene iveiiiige zyn, die het hebben; Een groote menigte hoorde Jesus en d'Apostelen, dog 't wierd haar niet gegeven te verstaan de verborgene dingen van het Koninkryke. Gods; En zo nog; De Uitverkorenen verkrygen 't en d'andere worden verhard; uiterlyke middelen kunnen den raensch dat niet geven; 'tis een gave, ivysheit van boven, den wedergeborene, Jesus kinderen alleen eige; die wy leeren, dat een klein kuddeke zyn, en zulke getrouwen weinige in den Lande.
4. Dat dit leven voor God niet altyd, en meest gevonden word by die veel uitwendige geleerdheit hebben; ymand kan eeu Leeraar zyn, de verbor-gentheden weten, veel gaven hebben, en dat missen, 1 Cor. XHI : 2. Voor schrift- en Wetgeleerden die wyze en Verstandige blyft het meest verborgen, dat is des Vaders ivelbehagen, dat het geopenbaard werd aan zulke, die van de weereld voor dwazen, kinderen, eene onwetende schaare aangezien worden: En zal een die niet lezen kan door dit ver-borge ondenvys overtreffen den genen, die veel gaven heeft, en de liefde mist: Gelyk een onge-studeert man die een vreemd land gezien, en de vrugten gesmaakt heeft, een Professor, die al zyn leven maar in Boek en Kaart bezig is geweest;
Ook kan ymand de wortel der zake hebben; dog groot van hooft, en klein van voeten zyn, of een voornaam Ampt in de Kerke Gods bekleeden, een man zyn in gaven; dog een kind in genade (dat. is) min geoeffend in de wegen Gods, Uebr. V : 43, '14.
5, üat'er niemand regte bevalling van heeft, ot maken kan, als die 'l van den Vader gehoort, of by bevindinge yeleert heeft, die uit God niet en vt, hoort of verstaal ons niet, i Joh. IV : G. Geiyk die nooil een spys gegeten heeft, mag'er na raden en cissen, als de blinden na de coleuien, ot ten vvelsprekenl Professor na de Moederliefde; maar de zaak zelfs (die in gevoel en lielde beslaat) heeft by, nog en kend hy niet: hy mag wat gedaante van kennis krygen, veel woorden'er van maken, maar niemand weet wat 'lis, als die geestelyk met Jesus ondertrouwt is, en zo gemeenschap met hem oeffenl.
C. Dat dit verborgen leven alleen ten Regel heeft, Gods II. Woord; Daarna- wordt 't ge-oeffeni; dat Jesus door zyn geest spreekt lol hel herte, leert hy uitwendig in zyn woort; alle die bevindingen komen overeen met de gestaltens der Heiligen, in Gods Boek beschreven; Jesus woord is geen ja en neen, 2 Cor. I: 19. Kn daai 'van daan, dal zulke hel woord zo liefhebben, en zig daar aan houden, nog door voorgewend woord ot geest, 2 Thess. II: 9,. zicjer van laten aftrekken;
zy
zy houden haar anjligstig hert steeds verdagt, beproeven aan den toetsteen de geesten, of zy uit God zyn, en geven agt op het Prophetisch woord, door den geest ingegeven; 'tis dog daar door, en langs, dal de II. Geest haar leert en leid; zy zyn 'l verste af van de genaamde Geestdryvers, welkers zinnen door de arglistigheit des Satans bedorven 'worden; gelyk ook, van die de reden boven 't woord verheffen, hare herten bedriegeryen voor Gods woord opgeven, ,lcr. XXHI. Daarom zy ook de Sterkste tegenstanders zyn van Rationalisten en Formalisten, die vyanden van 't woord en Geest, want die nahy God leven en in 't licht wandelen, konnen geen gemeinschap houden met de duisternis, zyn met haar hert afgescheiden van alle, die niet uit de waarheit zyn, wat naam zy ook dragen mogen (gelyk men nu na der menschen namen zig noemt) hebben een afkeer van Farrizeen en Zadduzeen: zyn voorstanders van alle de waarheden, zo als ze in Jesa zyn, en vereenigen zig in den geest, voor-namentlyk met die den Ileere getrouw zyn; zy verfoejen alle, en de minste dwalingen, schikken niet in om der party's wil; en zyn immers zo wel tegen vayndige belyders van de woorden der waar-heit (die 'tin de woorden met haar eens, dog in de zaak party^zyn) die Kas- en Buik dienende Af-godisten, die den sleurdienst boven het werk des Geestes verheffen, en in de Kerke voortzetten, zo wel, zeg ik, zetten zy haar tegen die, als tegen
9* alle
alle Nieuwsdryvers, die door verkeerde dingen te spreken, de Discipulen aftrekken, Act. XX. die door eygene uitleggingen (redeneeringen van haren geest) de H. Schrift verkeeren, en uit dezelve gronden, als Quakers en Socinianen werken; die dog-door Gods Geest niet geleerd en geleid ivord, is in de grond een met die, en word van de geest der wereld geleid; wat hy ook in de woorden van de partyen mag verschillen; gelyk ook die op den weg wandelt, dog ter zyden afgeleid, het dan in zo verre ook met haar houd, en dier vyanden taal spreekt) een waar Levyt draagt d.Urim en Tluun-mim, en Lend geen Broeders na den vieesche, is der waarheids vrind, en aller leugenen vjand.
7. Nog eens, dit verborgen leven is alle Gods kinderen gemein, zy hebben een geloof, geest, enz. Discipelen van eenen meester zynde, hebben zy dezelfde leering, en leiding, zo onder 't 0. als N. Testament; daar mag eenig onderscheit in de wyze doe of nu; in de trappen, onder kinderen, jongelingen en vaders zyn, maar 'tis een Geest waar door een woord langs welke zy alle geleyd ivorden; En daar van daan die naauwe gemeinschap onder haar, zo dat zy (als kinderen van een Vader) aan taal en wandel malkander kennende, (hoewel maar, gelyk in alles, ten deele) bertelyk d'een d'ander liefhebben, van haar verborge leven met Godt t'samen spreken, tot opscherping der liefde en goede werken, en op malkander agt nemen; Dog haar
niet vereenigen met die nog verduystert zyn in t verstand, en vervreemd van 't leven Gods, die praters van het doen, de vyanden van d'oeffening der woorden; Ook zig onttrekken van een ygelyk Broeder, zo wel van die ergerlyk in leer, als in leven is, en dikwils vermaent zynde, niet afslaat verkeerde dingen te spreken of te doen, hoewel zj ze bly-ven vermaanen en voor hun hidden, dat ze tot verstand mogen komen: Maar hee lieflyk is't haar, met Broeders in den geest, die de waarheit en de vrede liefhebben, te mogen spreeken van de zaken des Koningryks, f samen te stemmen na de ■wille haars Vaders, en door onderlinge bevindingen bevestigt en gesterkt te worden in de tegenwoordige waar-heit; tegen de afdwalingen van binnen, en die stroom van verleidingen en verzoekingen na buiten, te mogen treuren over de breuke Sions, do ver-vjerring en boozen handel in't buys Gods, over d' oneenigheit en verdeeltheit der Broederen, terwyl de vyanden als Ploegers, op de rug van Gods volk ploegen.
8. Met een woord nog dit; Het verborge leven is altyd en word nog (uit onwetentheit en vyand-schap, die in't herte des natumiyken raensche daar tegen is) bespot en tegengelopen: Gelyk de vader der leugenen, zo doen zyn kinderen, zy haten die uit de waarheit zyn, en als de Meester, (dien zy Beelzebul noemden) die een teken was dat wedersproken wierd; zo gaat het zyn Discipelen;
het werk des Geestes in haar, word voor dwaas-heit, geveinstheit, ja Satans werk uitgemaakt, en zy voor dwaalgeeslen, Pcslcn, Beroerders (als Elias en Paulas) aangezien, of gelyk Abel van Cain, Joseph en David van haar broeders om haar bevindingen, en 't spreken daar van, gesmaat en vervolgt; niet maar van Papisten, enz. maar van de kinderen harer moeder, van de ontrouwe Dienst-kneglen, welke eten, drinken, em. en haar mededienaars slaan, Malth. XXIV : 49. En wat is dat onverantwoordeljk onder Gereformeerden, die in Confessie en Catechismus voorstaan het leven en wandelen door den geest, welkers vaders daar zo veel om geleden hebben: Is't niet, als of een blinde bespottede een ziende, welke by ooggezigte van de coleuro spreekt als of een Orateur tegenvalt een moeder, die van de liefde tot haar kinderen spreekt? nogtans is die dwaasheit zo gemeen en groot, dat niemant meer te lyden heeft,, als het volk dat 'tverborge leven oeffent; overal in Fa-milien, t'samenkomsten, enz. die hebben't gedaan (gelyk eertyds onder de Heidenen) die Christenen; imrden van alle gehaat om Jesu wille; Iiattemisten,. Pietisten enz. mogen om de gedaante, maar zy worden om de waar heit vervolgt; alle ongeheiligde zo Leeraars als andere, zjn dog in de grond (zynde een in opzigte van staat) digter by, en konnen beter nog dragen de dwaalgeesten als wel dat volk, 't welk do waar he it in liefde betragt, of met haar
herten
VOORBERIGT. xxm
herten ^geheel 't leven op de naauwe weg gezet heeft; zo bestaat dog de mensch in de natuur, hoewel hy een voorstander schynt van de woorden en eenige uiteiiyke pligten, hy kent niet eene waar-heit, gelyk men die behoort te kennen, is'er in de grond een vyand van, wat zyn mond ook voorgeeft; en daar dien blinden d'oorzaak is, dat veele in de rjrcujt vallen (zynde een samenknooping van alle oncjererjlirjheit en dwalingen) verdenkt en beschuldigt hy de geene, die door den Geest in de waarheit geleid, en by dezelve bewaard worden, van 'tgeen, daar hy aan verkocjt is. En gelyk de duyvel cjroole toorn heeft op 't Vrouivezaat, zo is 't adderfjebroedsel meest verbittert op die, ivelkers werken regtveerdig zyn, i Joh. lil : '12. vyandschap is'er dog al van den beginne gezet, blyft'er en vertoont zig dagelyks.
Laat ik hier nog byvoegen eenige dingen, die volkomene zekerheit onder ons hebben, en die men vooronderstelt, omtrent de oeffening van het ver-borge Leven; welke met een de Merkteekenen zyn van den verborgen mensch des herten.
1. Dat een, die met God wandelt van hert en staat veranderd, of van boven geboren is, opgewekt et} levendig gemaakt met Christus, in die ■woont de Geest Christi, namelyk (boven het alge-meene schemer- en dwalend ligt der nature) heelt by by (onder) de woorden der waarheit ontfan-gen het zaligmakent ligt des Geestes; Godt heeft
in
XXIV VOORBERIGT.
in zyn herle geschenen enz. 2 Cor. IV; 6. heeft had
een nieuw hert, enz. gekreegen; is uit de duister- and
nis-se geroepen tol het wonderbare Ligt; heeft boven S
'tmenschelyk ünderwys, de waarheit gelyk die in Gee
Jesu is van den Vader gehoort en geleert; hy word de
door de Geest in de waarheid geleid; metdewoor- een
den word de zaak zelfs hem ingestort, te verslaan, Dez
ondervinden, te proeven en smaken, gegeven, in
i Pet. 11:2, 3. Omtrent als met een blindgeboorne, no(
die van de Zon by gerugt iets gehoort en geleerL Co1
had er van te spreken, en wiens oogen geopend hei
2. In die worden alle overleggingen, de hoog lens we
en sterlitens, dat hoos bedenken des vleesch, die hy
vijandschap tegen God, ter neder geworpen, en zyne is
gedagten gevangen genomen, enz. 2 Cor. X; 5. de on
vooroordeelen en misvattingen, die in hem zyn ge omtrent 'twerk des Geestes, en tegen de Vroomen,
vallen als schellen van zyn oogen; Gelyk het eens ra
Paulus ging in zyn bekeering, hy dagt te voren, gt
dat zyn weg goed, en zyn yver regt was, maar A
dan ziet en betreurt hy zyn dwaasheit; Die aan- pi
geboorene ketterye van iets te zyn, en te kunnen 1\
doen, word in haar kragt gebroken; dan gelooft d
en gevoelt hy, dat hy arm, eten dig, blind, en bi
naald is; dat de weg zo naauw is, en'er weinige J
zyn, die ze vinden: Dat woordenkennis, en uiter- d
lyke pligten voor God te ligt zyn; omtrent als een g
die maar van een Land iets gehoort of gelezen ■ d
had.
V O O R B E R I G T. xxv
had, maar'eiquot; zelfs inkomende, de zaken met een ander oog ziet.
3. Dat zo een, door die inwendige Leering des Geestes, zulken klaarheit en vastigheit krygt van de zaken, die onder de woorden der waarheit leggen, als of hy die met zyn lichamelyke oogen zag; Deze worden door Gods vinger zo diep geschreven in zyn hert, dat de duyvel of de weereld die'er nooit uit konnen wisschen; zyn hert word als een Copye van den Bybel; dat daar staal, vind hy in hem; 'lis zo, en waarheit in hem; andere mogen zeggen, 'lis inbeelding en dweeperye; maar hy weet het te wel, zy zullen't hem niet ontneme; hy heeft de Koning gezien in zyn schoonheit, hy is in 't Land geweest, verkeert'er dagelyks, en ondervind de kragt van de waarheid aan zyn hert, golyk de Samaritanen, Joh. IV ; 39—42.
■4. Dal de woorden Gods 'therle van zo een raken, zy zyn dan {door de hand van den eeni-gen Herder) als prikkelen en nagelen, ziet ook Act. II : 37. Zy worden dan gehoort met toe-passinge op zig zclis; neemt, dat God Heilig, Regtveerdig is, 't is voor hem, die daar zo schuldig verdoemelyh staat: Dal de mensch is onmagtig, boos, verdorven; 't is dan. Ik elendig mensche, dat Je sus doorsteken is; hy weent dan over zyne zonden: dat men met Jesus vereenigt moet zyn, zyn geest hebben, daardoor de zonde dooden enz.; dat doet hem roepen, klagen, hongeren, dorsten, loo-
pen,
pen, jagen, strijden om in le gaan: Omtrent als een ter dood verwezene, die zyn Rigter om genade bidt, en tot een voorspraak gaat: Het onderscheit. is groot, van die dingen gehoort, of maar bevattingen te hebben, dan of men zelfs in 't geval, en die man is; 't een is de woorden, 'tander de zaak kennen.
5. Dat zo een zo veel nootzakelykheit, en dier-baarheit ziet in de dingen van Gods Koningryk, dat hy'er alles aan waagt, vrinden, goed, eer, aanzien, ja 't leven, hy keert de weereld den rug-toe, neemt gewillig het Kruys op, verkiest liever smaadheit, met de dwaze veragte in d'oogen dei-geleerde weereld {als Moses) dan voor een tyd genieting der zonde; ja agt dat meerder rykdom, als al, wat hem de wereld kan geven, Hebr. XI : 25, 26.
0. Zoo een is ook zo gezet op verborgen omgang met God, dat hem niet, buiten dat, kan vergenoegen; liy begeert dat eene ding, Ps. XXVII. de lleere moet zelfs van vrede tot hem spreken; de pligt en der menschen woorden kunnen 't hem niet doen, hy moet onder het hooien of lezen, Jesus stem aan zyn hert 'er by hebben, of zyn ziel is niet te vreden: Een kind kan't zonder zyn moeder, een vrouw zonder haar man niet stellen, haar ziel kleeft den Jleere agter aan, Ps. LXIII.
7. En dat het deze gevolgen hèeft, met een woord; Zy hooren na geen vreemde, maar vlieden
'er
1
Li O .T 1«
als 'er van, zy mogen in 't duister, in verval raken, ade doodig worden, gezift van de Satan, betovert door leif, list schoonspreken van verleiders, andere mogen •at- te rug gaan, maar zy verlaten nooit de waarheid: en het zaat Gods hlyft in hen, die indrnkken van Gods de regtveerigheit, van haar verdoemelykheit en on-magt, van de nootzakelykheit der vereeniging met er- de Middelaar, en dal zy zonder hem niet bestaan, k, nog iels doen kunnen, verliezen zy nooit, en wy-r, ken nooit tan die gronden af; zy kunnen geen jg- veragters van quot;t woord (Fanatyken) geen Raliona-er listen, Hattemisten, ot'diergelyke Worden; 'tzyn ei- ranken die in Jesus blyven; zy zyn en blyven ver-e- eenigt met d'opregten in den Lande, en eeren Is die den Heere vreezen, Huurlingen en Bywoon-: ders mogen zy agten, en beminnen (gelyk Jesus die jongeling), om haar geven; maar haar i- lust is tot de heilige en heerlyke, en zy legeren zig
n hy de icooninge der Herders, die haar Vaders en
[. Broeders in Christo zyn: zy zyn steeds bezig in
'tdooden van de iverken des vleesch, het kruicigen i van den ouden mensch met zyn begeerlykheden,
haar klagten zyn meest over de plage van haar hert, i haar ontrouw, afwykingen, enz. haar bidden, roepen
is om ligt, kragt legen zonden en verzoekingen, om hert en mondt dal zy voor den Ileere uitkomen, en met woorden en daaden hem verheerly-ken mogen.
Hoe nu dit verborgen leven geoefend word, zult
xxviii VOORBERIGT.
gy vinden in dit Tractaatje, 't is nu voor my niet nodig, dit by de stukken uit te breiden: Ik denke, dat in deze spiegel, die haar gedaante zullen lezen, welke min of meer bevinding daar van hebben; wilt gy'er meer van? leest de Trappen des gees-telyken Levens van Theodorus a Brakel, en de hinderpalen waar voor men zig te wagten heeft, nef-fens de hulpmiddelen zyn daar, en ook hy Owen (d'inwonende zonde van Pag. 386. tot 421. enz.) uitgebreid te vinden, beter als ik ze u zou opgeven: Maak van die Boeken, gelyk ook van Brouwn over Joh. XIY : 6. (dien regtzinnigen en verstan-digen uitlegger) u gebruik; zy zyn zoo noodig in dees dagen van verleidinge: De Ileere beware u by de waarheit, en doe u wandelen en werken by zyn ligt, en zegene ook daar toe deze geringe woorden.
UE. Broeder in den lïcere Jem Christo Ciiristopii. Parriiesius.
BIBLIOTHEEK NED. HERV. f VOOR-
Van een Godvrugtig Leeraar in Sciotlant.
A Anrjezien de zaligheit van onze TcostelyJce en onsierf-felyJce zielen van zulk een groote aenyelegenheit is, zo lean het c/ene, het ivelke tot de bevorclerinye daar van strekkende is, niet anders dan aangenaam zyn aan die gene, die met ernst denken op het oneindig geioiyt van een toekomende staat. Met dit oogmerk is het, dat ik deze volgende bladeren gemeen gemaakt helhe, die in zig behelzen de Geestelyke oefleningen van die godvrug-tige en devote Christin, Elisabeth Wast; zynde een boek, hetwelk naar myn oordeel geen brief van voor. seliryvinge vvn noden heeft; en daer om onthoude ik my om iets tot deszelfs lof te spreken. Alleenlyk moet ik hier aanmerken.
Eerstelyk, Dat deze onder andere, een overtuigend beivys is van de waarheit der iverkinge des H. Gees-tes op de herten der menscheii, en die gene die met deze heilige ivaerheden den spot dryven, mogen komen ende zien wat God aan de ziele van deze uitverkorene gedaan heeft. Kan iemand, die deze bladeren ernsielyk leest, zeggen, dat het alles bedrog en verbeelding van een geestdryfster is? Kunt gy denken, dat enkel ver-beeldinge zulke een wezenthjke blydschap kan voortbrengen? of dat het beste gedeelte van haer léven een aaneengeschakelde droom zoude zyn, van de ontdekkingen en verbergingen van Gods aangezigte ? Sly kt het niet klaar, dat de II. Geest der waarheit in haar herte woont, en dat God in der daat somtyds het ligt van zyn
aangezigt over haar dede opgaan, en op andere iyden eyn heilige tegenwoordigheit onttrok? Dog laat de r/od-looee en omvetende loerelt «eggen het geen zy willen, deze kunnem niet meer oordèelen van de natuur van dit inwendig gevoelen, dan een doove van 'tgeluid, of een Hinde van de coleuren : zo is het evenwel waarag-iig, dat dit van de heilige gevoelt en ondervonden word.
Ten tweeden, moet ilc insgelyJcs in aanmerJcinrje nemen, dat, schoon zy ongel ettert zynde, het niet verwagt kan worden, dat haer sty! ten eenemaal zo net en effen eoude zyn, als men ivenschen mogte; evenwel oordeel ik, dat een zoete en natuurlyke eenvoudigheit door het geheele werk doorstraalt, het icelke na myn gevoelen genoegzaam die fout, indien ik het een fout noemen man, boeten kan. En evenwel hehooren wy meer met ernst te beschouwen deze Geestelijke gevallen, dewelke zy verhaalt, dan meteen Critizerend oog fouten na te vorschen, die zelfs in veele net beschaafde schriften, niet moeje-lyk gevonden konnen ivorden.
Dit boek is naauwkeuriglyk afgeschreven na het oor-sprankeljfke handschrift, liet is legeert geweest van veele Godvruchtige en verstandige Christenen, die het zelve doorlezen heihen, en het is meenigmaal uitr/eschre-ven; het welke my ook dede hoopen, dat de gemeen-making daar van niet onaangenaam zoude zyn.
Nu, dat het lezen van deze bladeren met een zegen raag aqtervolgt worden, cp dat alzo de heilige in haar allerheiligste geloof opgebouwt, en zondaren tot Christus bekeert mogen ivorden , is de hertelyke lede van . '.eriérT die is, [
OP
Z'ive ziels welwenscher.
«.««rt-t iirrgt;*v vrmv
DER
Stem: O! grootheit van Gods liefde, enz.
'1. liiEn Mayer in de koelt, een Visscher by den
(haart,
Een Stuurman in 't stndoor met gloob, en boog',
(en kaart:
Een Doder in zyn hof, een Pleiter in zyn regten: Een Schermer in zyn perk, die noit bestond
(le vegten;
2. Een Prater van het doen, gelettert Predikant, Zyn my zo waardig, als een Huis of Schip op
('t Zant.
Een Schipper op het land, wat weet die niet
(al streken.
Ver boven viermaal agt? wat weet hy al le
(spreken?
3. 'k Zeg wind te breken, 'tschynt hy van de wys-
heid raakt:
Hier toont hy de Mouson, daar waarde naaide
(wraakt,
Wat droogt, wat diepten zyn, waar zulk een
(land te .vinden, Hoe aan te doen met wat gety, en met wat
(winden?
■4. Kort om daar 's niet hem onbekend, zelf Oost
(en West,
Dat meet hy op een myl; maar komt hy uit
(hel nest,
En steekt van iand, wie zal hem 't minste schip
(vertrouwen? Straks schynt zyn kaart hem . .. meent met Oost
(aan te houwen:
5. Dat
5. Dal land moet Java zyn, en't arm verbysterd
(schip
Komt aan de Kaap, is't slegts aan land, en op
(geen Idip, Baixos de Indie of gevaarlyker zanden,
Daar't onzagt raakt en kraakt door t'onvoor-
(ziene landen.
6. Het schip, en goed, en volk, en al, kost, aan
(den Slaat.
Dal's dan geleertheid; dal is wyzen Kamer-raad] Dal's verr' zien; ja dal is verzien, en zig ver-
{kyken,
Zo stuurt men vasl het schip in spyl van zo
(veel Rjken.
7. Door enkel Hemelmagl der dwinglandy ontsluurt, Van Bomen en Madrid, van meenig Yorsl he-
(zuurl,
Of in haar bloed gegrond, of door haar zorg
(behouden;
Alleen om dal men 'I dees geletterde betrouwden.
8. Zyn schipbreuk in 'l gemoed; daar ziel gy nu
(do plaat.
Daar 't schip op stoten zal, verderf van Kerk
(en slaat.
Dal heet verstandigheid: dat heet nu Godsge-
(leertheid;
Dat's pralen zonder doen, dal's enkele ver-
(keerdheid.
9. Stuurlui, leest hier; en denkt, nog zyt gy
(maar aan landl. Want, doet gy't niet, gy bouwt, en stuurt u
Schip op 't zand.
J. V. Lodenstein.
ZOEÏ EN BITTER, LICHT E
Ps. 66 :16. Komt, hoort toe, ó alle gij die God vreest, en ik sal vertellen wat hy aan myne ziel gedaen heeft.
Axtjoctocï ifi ür tub cn pïaatfc niet ftan nac* men/ toannccr tn taaar bc ï^ccrc my 't alïcrccrfte gact bcüc/ nogtan^ bit Uicct ifi/ bat öp scci* biocg met mu quot;began/ Inanneer iï: nog jong in jaren taaé/ mn mnn tjertc te üungen tat Ij et 5 oeften ban ben ïf cere. ïf et 0ntö:aft ran niet aan een gaebe opüoe-binge ban mnn jfJaeber/ en inógcïuïis ban mijn moeije/ belueïïic een gaebe gabbjugtigc bjaulae toa^/ en ;idj g:atcïnfié aan mn ïiet geïegen 31111: taanneer ift met myiie fpeeïgenaten berfteerbe/ ;aa lierljaaïbe ift gaar 't gene mnn inoeber tegené mn getoaan toa^ te peggen/ dat indien ik goed was, ik in den Hemel zoude komen. lt;55II/ bagt i'ft/ ben ^emeï ié suïu een plaatfe/ aïtaaar ifi fune ftïeeberen ;oubc üeïtamen/ en alles In at ïnaaf cn maan Inag.
^it ïafitc rap 3a aan/ bat ift ftanbe te b;cbcn jun aïïei tc bacn ara ben ï^cmcï te fieftamen; ift nam baa?/ nm niet tc stoeten nag tc ïicgcn/ af iet'i tc tacn get toeïfte ciuaat toaé; maar ift toiïbc ftib^
'l ben
2 Het verborge Leven van
ben tn ijea ï^ccre joeïien/ aïlt;t juïïeniïc ban ^EfiErïpft in ben ïfcmtï ïtamen; nogtané hönb iït in myn ïjertc ren fterne nciginge om alïc myne tmojnB* men^ tc bieten; taant bc terftc bcrsoEftingc/ bc^ toeïfte mtt tot jonbigen in öcn toeg guam/ omtjeï^ be iti bfrnnocbcimt. S(ti taas ongemeen aan aïlec^ ïei flag ban (yelen obergegebcn/ l)et toelïte mun ïjerte t'eenemaal taegnam; 30 bat ift ï)ct een bjoe^ bige jaaft oojbeeïbe a5oböbienftig te sjin: maar atë ift ter bebbe gegaan taas1/ 50 bagt ili nieenig^ maal/ o inbien iït na be Ij ede soitbe gaen/ taaer uit ift nooit soube ftomen! bat taoojb nooit tojogt ftragtig op mu/ maar Jjet gcnce^nnbbeï lijet toeïftc ift nam om mun getaeten te ftilïcn/ taas; bat ift mun gebeben joube opseggen/ betaeïfte ift in be fcljooï leerbe/ en ban 30U ift 'er taeï geïuftftig aan 2|;n. ^ft fian geen onberfctjcibentïpft berïjaaï ge# ben ijoe ift mun tub boo?b?agt. ^ft bergenoegbe my seïben eenige jaren met een ^Jjatijeeutaftljt aJobsbienft/ bat ift 300 quaat niet taa^ aï^ anbere. ^©aar in be^ ï^eeren eigene tyb/ toanneer ïjet Ijem beïjaagbe ten tpbe ban be * Kebolutie/ljet €uan# geïium onber on? te jenben/ 50 begon ift ben ïfeere ernftiger te soeften. 33ft ïiet baren mpu gebaante ban bibben/ en begaf mn tot een anbere taeg/ be# toeïftc ift bagte bat a^ob beter behagen jonbe. S'ft toa£ boo? een geruime tpb onber be üebieningeban Mr. William Erskine: 9CÏ bat ift ftan oymerften/ geburenbe be tub betaeïfte Ijy onber on^ pjebiftte/ taa^V bat ift geraaftte tot een gjoote ïuft om (J?ob^ lEnojb te iiaoren/ ïjet taeïfte op mpne gtnegentïgt;e# ben 50 ta?agt/ bat ift get berbo?gen bib ben niet boj# lit naïaten. €n taanneer ift fomtyb^ jeer teber
toa£/
* Zynde die gelukkige ommekeer van zaken, zedert de komste van Koning William tot den troon.
E L I S A B E T II W A S T. 3
ft toa^/ en famtntgc tranen ftajtcbc/ ban bagt ift/
n ijaar Ina^ geen ttayfeï aan of ift taaji öeftcert» ï^ct öcïjaagtie üen ^eere ticsc getrautae ^icnjlftnegt too? öc baati taeg te nemen.
j* Caen ïjoojöc iït ben g:aciten Mr. Jaco-
[gt; bus Kirton, met een gjaat hermaafi; taant jpne
n ïec?rebcnen taaren jeer in nemen be/ en gaeb haa?
^ be ge^cngeni^; en taanneec iït Ijet aan anaere her^
ir Ijaafbe jaa p^ejen jn mn. €n aïbuö ftcecg iït een
^ gjoate taejuitljinge onbet beje/ taaar mebe ifi ber^
it tëeerbe» ^it flanb mp taonbec taeï aan/fc0aan ift
jt UDott taift toat Ijet taaa een tacpafftnge ban iet!» te
ic maften ïjet geen ift ljan?bc. a5 |)ac g:aate reben ljeö
^ ift niet am nut te bertaanberen en becbaaft te ftaan
ie nber bea Ifeeren goebïjeit/ betaeïftc mu niet na bc
n Ijeïïc sonb in bese jelfsaeftenbe taeftanb! ^aeftenbe
clt;. be regtbaerbigmaftinge baa? be taerfien/ en naait
ie benftenbe Ui at ift taaa ban nature, ifn be^e tae^
ie flanb bleef ift/' t at bat Ijet be ïf eere beljaegbc te jen*
e. ben Mr. Geoi-ge Mddrurn, om onsen Iteeraar te
ut 3pn/ in ptaata ban Mr. William Erskin, betaeïfte
u baaj mu in ber taaarijeib be^ i|ceren 25obe taa^
it ^e eerfte ueia taanneer ift ijem Ijaoabe/ bagt ift
tc bat ift ieté bacïbe/ ftcttaelue ift nait te baren gebaeït
fj. Ijabbe/ maar taift niet taat Ijet taaö. vDat taoojb
fj taierb aan mu gaeb gemaaiit/ Hos. 11 : i—3. ïfg
u pjebiftte ober beje taoojben/Jos. XXIV: 15. Kiest
1/ u heden wien gy dienen zult. St'itaaar f(U on^
gt;/ ernfteïnft met tranen fmeeftte/ bat tap terfiant sauben berliiejen taien tan taiiben bienen. ï^u jei-
^ öe: „Jfgt;eïe juïïen seggrn/ift jaï bat namaeï/baen/
u „maar taeinige suilen jeggen/ ift saï terfiant een
•r „fteuse baen. betuigbe bat Ijjj ban be ftaeï
y ,,niet taiïbe gaan/ tat bat tau terftanb janber
te „uitftel anje taeflemminge aan get herb?ag ge^
4 Het verborge Leven van
aEüim ijaböcn quot; Sinbicn üt 't ten regte jjebenfie/ bit taa# öt m'fle rci^/ öat tfi ooit fionbc opmerftcn tat be rc tot rap in 'toyeniiaat fp?aft. lt;©p faeje tnij bagt ift bat bc ï^eecc ray gctoiïïig maafite ten bage ban 31111 Ijeirftragt/ om tc berftie^tn en toe te ftemmen ben ïfeere te bienen. lt;0! bat ift nooit bejen bag mogte bergeten.
i^ier na 30 gnamen öaer ecnige bjeejen op mpn nttft/ bat be re geen agt gaf op ieta fjet taeïfte jft bebe: ift bagte bat nmne gebeben berïoren toa* ren/ Vaant ift ftonbe geen anttaaa?b getaaar ben. Coen quam bat biaa?b tot mp/llebr. XIII :5. Ik en sal u niel begeven, noij ik sal n niet verlaten. iE5og ift niet toetenbe bat'er jnïft een bui02b in ben ^3ubeï bia^/ 500 aaf ijet mn een ftïepne trooft; bit toaé bc eerfle ttk bat ooit rayuc ooren geopent to aten om C ljjiftua tc Ijooren pjebiften op snift een iunse aU nu/ tertonï a3ob ij cm by nitncmentljeib ïticïp om tc pjebiften/ en mn om te Ijooceu. lt;Op beje tub 3 ei be po na: „^at aïïe onse gcbcbtnby a5ob bertoojpen blaren/ ten toarc 311 ectft m bc Ijaiv quot;ben ban Siefué Cijjiftui? gefleït toierben/ en bat ' inbien tou niet ïjabbcn een 3aïigniaftenbe opne* quot;minne ban Cïjjiftué in syne naturen/ al§ eab* 'VilÊlenfcU/ en in 3yn knipten/ aïé ^joptjcct/ quot;p:ieftcc en ïtoning in eifte pïigt/ 30 ftonbe tjet quot;bu lt;i?ob niet aangenomen biojbeii.quot; 3ft taa^ toen met berbacftöcit geflagen/ toant ift bias obe?^ rebet bat nooit een pïigt/ bcbieïfte ift gebaen Ijab. bc/ acngenomen Itiaa/ bermité ift Cljjiftu^ niet tot een ecnige gcüjuifttc. 45u tjet biaïgt; niet in ccne of tbiee ©jcbiftatien/ bat fty be3e bjaarljcbcii oberr ïeberbc/ raaac by p?cbiftte onbccfcBcibcntïyft obet cïft ban beseïbe/ uit bcrftïjcibe tenten ban be j)cïjjiftuuc/ snifte aïë Gal. IV: 4, 5. Maar wan-
it/ neer de volheit des tyds gekomen is, heeft God icn zynen Zone uitgezonden, geworden uit een eje Vrouwe, geworden onder de Wet; op dat hy de ten gene die onder de Wet waren verlossen zoude, tflE ende op dat wy de aenneminge tot kinderen ver-dit krygen zouden. Matt. 1:2!. Ende gy zult zynen Name heten Jesus. Want hy sal zyn volk zalig ipn maken van hare sonden. Hand. Ill : 22, 23. De ïfte Ileere uwe God sal u eenen Propheet verwekken ua* uit uwe Broederen gelyk my: dien suit gy hooren in alles wat hy tot u spreken sal. Ende het sal ge-: 5. schieden, dat alle ziele die desen Propheet niet en len. sal gehoort hebben, uitgeroeit sal worden uit den ben volke. Ps. 11:6. Ik dog hebbe mynen Koning gebit zalft over Sion den berg myner heiligheid. Ilebr. ent VII: 20. Want zodanig een Hoogepriester betaam-ecn de ons, heilig, onnosel, onbesmet, afgescheiden jeiö van de sondaren, en hooger dan de Hemelen ge-lejc worden. lt;D taat ïicfijc en ^erlangen taaé in nirtn 500 ijertc na Cljjiftuö 0cto:aijt/ ten tube toanneer be^ an- je taoojben geoyent taiecöen! ahi ift ljao?be taat bat ijp tjebaan en geïeben Ijab Uaa? arme jonbaren; ja/ nie^ Sjefu^ taan myn Ijecte iiaa? ïi^nx selhen bao? ïiefbe» gt;ob^ a^n^en üeeraar üecïtonbigbe aaïi l)et SLpben ban eet/ (Ci)?iiiuë/ Uit Joh. 111:14, 15. Gelyk Moses de ijet Slange in de Woestyne verhoogt heeft, alzoo ma!* moet de Zone des menschen verhoogt worden, lie?* Op dat een iegelyk die in hem gelooft, niet en jab»-- verderve, inaer het eeuwige leven hebbe.
niet yjebiftte aan ons? niet alleenluft ober jjet ïn^
eene ben han Cljjiflirê/ taaar ban iït ncoit biergeïnfie
ber^ geljaajt ijabbe te baren/ (taant irt bagte bat eïfte
tïnft fp?euft taaö een taanber/ cn taiert aangebjangen
n be baa? be ftragt ban ^ab/) maar Ijn maafttc ooft
wan- aanïtiebingen ban beseïbc CI}ji|'tu^/ aan aïïe be^
5
D Het verborge Leven van
tadfte ïjcm hïilöcn aannemen, ^it taa# ï|tt 3a* ïigfte nicnta^/ öat ifi nnit ijaa?bc. ^in^geïpfié fteïöc Ijn boa? oogen Ij et ïmité/ met aïïe üeffetfé omftan-öigljeamp;cn/ aan een iegeïnft tetaeïfte Cï)?iflu^ aan^ genomen ijaötie: toaar aan mpn l)ectc toeflem^ minge gaf/ om Cljjiftu'i met ftcuié en aïïerïei foojten ban beeïieé te nemen/ en bat bïjimoebcïnft/ Sonber eenige Ijunfteringc in tnun Ijert.
^Sa bc^e bonö ifi be berbojbentïjcit in mu gaan* öe te tao^ben; maar taat mu oaïf ontruffebe/ iït ■firccg tjet op ben ïiuftbag' ïjet taeïfte nm met bcr= taonbecinge floeg. Sitt begaf mu mcnigmalen tot Mr. Meldmm, en berïjaaïbe tjem myn gebaï/ (feïjoon jeer bertaarbeïpft) jpn ommegang toa^/ beibe sagtmoebig en tcoofteïyft boo: mit; maar bp5onberïuïi bermaanbe lju nm/ een aanteikenin-ge te houden van alle des Ileeren handelingen met myne ziele, indien ik schi'yven konde. bagte öit een b:eemb quot;ftebeï te 31111/ maar ifi tjoojbe bejel# be bermantnge ban Mr. Jan Flint ober beje taoo?»-ben/ .les. XLIV ; 5. Dese sal zeggen: Ik ben des Ileeren, ende die sal sig noemen met den name .lacohs, ende gene sal met zyne hand schryven, Ik ben des Ileeren. '©it jnnbe oy een SCboribmaaïft ïtuft' bag/ 30 bermaanbe ftp aïïe/ met hare handen te schryven, om des Heeren te zyn. Sift taoube gaern bese bermaninge in pjactiift geilcït ftebben/ maar taiiïe niet ijoe te beginnen; 3imbc liet een toeintgje boo? i^et ^atrament in Edenburg, be^ ineïfte be cerfl:c toaé na be ïieboïutie/ en be eerfle bien ift ooit beeïagtig taaö gebJo:ben. Edenburg den 9 Augustus 1694 op den Vastendag.
Jüjft ben/ 0 ^eere/ Ijier op bc3en bag om een g?oat bierft te boen/ blaar toe ift niet in ftaat ben/ ift behoefte bertjalben ubje ïjulpe. ^e 3aaft betae^
fit
19 .T -5«
ELISABETH WAST. 7
fie ift ga ficginncn/ ié/ om ten berfianb met u in te gaan/ en ift üibijc o i^eere/ ban ijet beröjag te toiïïen taeiïemmcn. ^eg niet tcgenë mp/ aï^ in
Ps. L:16. Wat hebl gy myne inzettingen te vertellen, ende neemt myn verbond in uwen monde? .^aar fcïjoan gy'öat seïfbe tegcn^ mp souiï jeggen/ gn jnt regtbeerbig. '©ag ift tail pleiten op uta eigc taODjö/ Matt. XI: 28. Komt herwaarts tot my alle die vermoeit en belast zyt, ende ik sal u ruste geven. 05 i^eere/ ifi taete nietjj/ bat mp 30 bjufit als» r.toc aftacjcntljeit/ niet toctenbe bc reben baatfaan/ en be scmbe beta elft e u te ruglt;= ge Ijoub/ om met mu een üeröonb te maften. 3;ft jaï met .lob öegetren te peggen/ Kap. XXXIV: 32. Behalven dat ik zie, leert gy my: heb ik on-regt gewrogt, ik en zaI 't niet meer doen.
ö re ift Ijcft utae belofte/ en ift tail ftomen in ntae gunftc en pleiten/ bat myne jonben om Cljjifti taille mogen ithgetaift taojben; en ïaat mu naberen tot utae i}. (Cafcï/ om myne fterfte fiegeerten^ bcc'uult te ftngen. 3ift neme Ijcmel en aarbe tot getuige/ bat ift liefbe üegcere üoben aïïe be rpftbommeu in be hereïb: Ijelp mp bejen bag tot een boojfteceibing ioo: een berbonb tufquot; feïjen mp cn xt; taant ban am jelben ben ift on# benuaam/ om bit gjoate taetft te boen, J3p ijebt ge^egt in uta taoo:b/ bat gp aannemen taiït/ aïïe bctaeïfte tailïig jpu om tot u te ftomen. Mvl/ o ï^eere/ ift üibbe/ bat gp in utae goebertiemitljeit mp genabig taiït jpn/ en laat bit niet een bergeef^ frfte ©aftenbag jpn; maat neem be eere aan u Seïben/ en tail Ijiec obec niet too.nig 3pu bat ift bit fcljjpbe/ bermits ijet ié om nun getailligljeit tot Ijet berb?ag te ttennen te geben. lt;5 ïgt;cere/ ift fmeefte u/ bat gp tot mp aan utaen Ca fel niet
in
8 liet verborge Leven van
in tciD?ne taiït nabcren; maat fieflect in gunfle
utae gcnaöc aan mp: cfacntaEl öenft ift/ öat/ iuai
ttt öat pp np sulftcn ccn tpb aftoEjig joubEt jpn/ aïjc
gn IiEitEt tot mn niEt fiEftraffïngEn/ (inöiEn 't tEn
maar niEt ié in g?immigï|Eit) taiïbEt fioniEn; gp
luant ift tiErïangE om in nta gEjcïftljap tE jun. ijiE:
Ift ftan niet nitb?ufiftEn rapn onüEquaainljEit jaïi
om tot utti (jCafEÏ tE fiomEn/ maac ift tail mn zeï* mo ben op ntaE fiarmljEttigljEit taErpsn/ aïs? öe ïto^
ninginnE Esther, taamiEEC ^e tot bEn ïïoning 2
SOubE gaan: Ik zal gaan, en indien ik omkome, Eli
ÖEt jaï aan ntaE boEttn sun. Esther IV : 16. aar
«Egt;e ^aturbag baat oy/ taa^ eeii bag üan 3|ei
boojüErEibingE booj ijet ^acraniEnt/ taaniiEEC eh
mimE gEÏoftrn gebaan toarEii/ cnbE nninE ÖEfof- ïofi
tEn aan bEn ï^eeee ; 03 5CÏÏErljEiHg)ÏE En genabig^ biE
ftE ï^eeee/ totEii aÏÏE iof tcEftomt/ ift gEliE niji jeï» iEt?
bEn tjiEt bEjEn bag aan u DbEr/ op bt boojtaaar^ boi
bEn Uan IjEt ©Erlionb. ï^iet/ o ^eece/ nEEin ift aïïi
boo? in ntaE flEtfttE/ aïït bE bagEn ban mnn ïebEn de ootmoEbEÏjift tE taanbE.tn; gEÏyft gn in aÏÏE bin« gen nebjig getaEEfl ^t/ 30 in uta gElioojtE/ aï^
geburEiibE uta bErüïpf in bEjE taEtEÏt/ aïjo iiEem bEt
ift boo? t£ boen; e.i gclijft gn üEfyot/ bcrüinfcït in
En boo? mptiE jontEn gEftniicigt taiEtt/ En IjEt Cï
EbtntaEl gEbtilbEÏpï» hEtbjOEgt/ af^o ÜEÏiibE ift bat ïjei
ift in aÏÏE bingEU 'ybfaam ^aï jpn/ betaEÏftE gn in 4D
mmtEn taeg taErp.y Iaat Ijet jnn taat IjEt taiï; En ï|ei
gEïpft gp niet btctoornt taaart op We bEtaeffiE u b?i
bEtagtEben/ maar öab boo? ijaar/ aïjo l)EÏpt mp hei
noit obEr iEt^ ;oo?nig tE jyn/ ftljoon IjEt ma nog ba
30 EEn g^ootE ErgErniffE mogtE jpn/ in üEfy ottin* Cï
gEn En bErgKijingEn/ om utaEnt taifÏE/ iiitgEno^ op
niEn bat gp ïr aan geËrgtrt 5pt. €n gEÏpft gp aïïe tas
ntaE bagen in armoEbE taanbEÏbEt/ En niEt in mc
5gt;
ELISABETH WAST. 9
ie pjacïjt en tttt/ betaeffic menigmaal niet en taift
t/ tnaar te ïjcrBergen of «ta Ijoaft neer te leggen/
tx/ also Öeïp mp met mun lot in öeje tacteït te b?e^
't ten te jnn/ ïaat get na dj 30 gering jnn: inbien
1; gp myn öecf jyt/ 5a Ijcü ift genoeg» %ft fieïaabe
n. ï|icr be^en bag/ om aïfe ïuftcn en afgoben tc lier^
it jafien/ en u myn Ijerte te geliEn/ aï tjet toeffic iït
U inojgen aan uta iCafeï saï betjegeïcn.
t* Edenburg-, den li August 1004.
g ifft IjcBamp;e bc^cn bag utu Sacrament genomen/ en mu jeïlicn üetüonben om be^ i^eeren te jun/ aan be Cafeï bctaeïïic ^5. Anderson ïiebienbe» al)
n ïfeere/ maaftjnp tot een getrontae bienflmaagt/
t en ïjoub bc ^atan te rugge om mn tot jonbe tc
j* loftften; taant gn jut mun l^ob/ en ift üen uta
gt; bienftmaagt pïegtigïuft aan n ücröonben. (0 p:cï U icta' ban ulu taerft in mnn Ijanb/ om I1002 n tc
gt; boen in munen tub en geflacljte. ^ecre/ Ijeiy mn it aïïeö tc boen in bc ftccfttc ban Clj:iitii^ Dit is al t dc begeerte van uwe eezwore Dicnstmaaut.
E. WAST.
S 4Da bit fton ift nieté boen/ ban mn tc bertaon^ 1 beren en herüaafl; tc {taan oücr bc ïiefbc ban a3ob t in Cljjifhtj? SCcfn^; taant mnn aanbecï aan t Cïjjiftu^ taaji aan mp 30 opgeMaart/ bat 'er tot ; Set tegenbecï geen ttanffcï in mnn Ijerte oberMeef. 1 aD mpn ijerte taaj» 50 boï ban üïpbfdjap/ bat ift 1 get notlj met bc tonge/ norlj met bc yenne ftan nit^ 1 b?ufiftcn, iT-aai* taaren gejangen ban lof in mn# : nen monb grïegt oy bc aanmerftinge ban ijet redjt bat ift aan (öob ïjabbe/ boo? be ftoopingc ban Cïfjifti boob en lubcn/ ijet tacïfte mn bebe gaan op mnn taeg Bïubc en jcgcnpjalcnbc. 5tIIc bingen taaren boo? mn ficljt gemaafjt/ fcQoon anbcrfint^ moejeïyft/ boojnamcntïnft ftet ïtrnijf ban C5?i^
IO Het verborge Leven van
ftu5. Sift öadjtc bat ïjcrtcMt ïtanbc ten gaïgt tfti
nmïjtïstn/ ten ftaafi om 'tr aan btröjanb te ten
ben taas nieté in mnne oogen» bacljte/ nieté toa
fionbe mi; ontruflen/ taanneer ift batïjte toat me
ftit!? boü? mp 0ctaa:ben taasquot;. lt;©! toat fian be bat
ineg ban een Cljjiften möcjeïnfi maften? aï taa^ be/
ïjet ftïjoan/ bat be ^Hitbeï mp aanpojbe om on# uit
gcïooliig te jyn/ ift ftan fiem met be fteïoften ant-» ;
taoojben; aï toaé Ïjet fdjoon bat ift berbntftftin' of
gen ontmoete/ een firoone ban Ijccrïuftljeit jaï hv
aïïes rjoet maften. Wanneet ift 'ün mpne gemeen^ loc
fame bjienbeu getaeeft bias?/ en geftïaagt ftab^ bei
ben/ ?a bertaonberbe ift mn ober ijaar/ en tóiïbe tol
gaar bejlraffen; luat ftljeeït n bat ge ftïaagt/ be# qn
tueïfte ban Ctjiiftus gel')aa?t 'lelïtï jut ga anVae^ ne
tenbe? ijn ié een ^jopljeet. gp 'ft^uïbigT eei
ï)p i^ een 3?jicftrr. Znt gn obertaonnen bon: utae bn
biranben: ipi ia een ïtoning. ié aïfeé aan ?;nn [tc
boïft/ troittaenj?/ ift barljt bat 'er geen sbiarigïjeit 61
toaé in aï ben toeg na ben ïfemeï. Jfft bertaon^ be
berbe mn tnat sy mtenben/ betoeïfte peggen bat ié
be (!?obébienft een bjoefgeeftige saaft ié/ ift fton^ oï
be nieté ban bjeugbe jien. tfft biaé met David 311
jingenbe: Myn berg staal vast, ik zal nimmer- te meer wankelen, ^jn beje aangename toeftanb
boïïjarbebe ift bao? ten tojiïe; naait bjamenbe/ 3'
taeïfte berjoeftingen ben -êatan ïicbagtc in mnnen ft
bieg te ïeggen/ om mn te boen ftruifteïtm S1
roembe g:ootcï)ifté/ en ;ong bïnmaebeïnft 5011« 0
öer bjeeje. Den 25 December 1694. g
(55cïpft aïé aïïe be taegen beé $}eeren met mn ü
getaeefl jpn/ aïé 30 üeïe bianberen; 3a benft ift f£
get mnn pïicïjt te 3nn/ eene ftefcljiftftinge ban be 11
©oojjienigïjtnt aan te teiftenen/ bebuTfte ift bc^e ïl
nacïjt ontmoetebe; en ocg of ift in 30 te botn aïé ®
ten
ELISABETH WAST.
sïgc een fiaftc toarc opgcjct/ op t?at anöere sicff moc^^ ten toadjten baa? bcjE Mtppcn/ toaar op ife üpna
icté tua^ omgEfiumcn/ inöien fjet (öab niet boojgefto^
%2u men ftaiï» nactjt aïé iïf alken taa^ jittenbt/
i be tacï|t ift op een 'Kcejrcben betoeïfie ift gegoojt Ijab^
ua^ öe/ en Pan ö?ic gebcnïttuactbigc aanmerkingen
on* uit Malth. VIII: 31, 32.
mt^ ^e eerfte taa^/ De duivel zal weinig nemen, Sin- of hy ontbeert alles; verliest hy de mensch, zo is jaï hv met het zwyn te vreden. J|Et ttaeebc taaé/ zy 'cngt;- loopon hart dewelke de duivel voortdrijft. ïfet lab* beroe taa^/ De duivel brengt alle zyne verkens iïbe tot een quade markt; zy liepen geweldelyk en bt» quamen in de wateren om. .HSibbeïctlupte/ toan^ tae^ neec ift op beje aanmerftingen bacljte/ 50 Petgat ift ii0? eene Pan beseïbe; ift üegccröe/ Pat se ^ob mp itac tocber Ptiïbe te Pinnen ftjrngen/ ï;ct to elite mu ter.-' ?;pn ftont^ niet Penjunt toierb. -êtraft^ Piierb ift tot Ijeit a?obbet:(aocïjening Pecsagt/ en bat ftracljtigïnft: on^ be Persoeftrngc taaa bcje/ baar iö geen a3ob/ ijet bat ié te Pcrgcefji in Clj^iftué te geiaPen. Cn bit toiert an- up nut aangebiongen boo: Pctanérebenen Pan ivid juïft een aart/ bat fe niet Poegfaam mogen aan gegier- teftent Piojben. ^Dcje Perjoeftingc ü?agt mn in een mb Pjeembe ontftcltenié/ niet toetenbe Prat te boen: bc/ 50 'er geen öob \i/ Pan toaar ft0int ban mwn üc* ten jlaan? in be^e toanljopigc taeflant ging ift tot ftet gjft gePeb/ raepenbe/ toat jaï ift baen? toat jaï ift baen/ an» 0 Rafter Pan ïfemeï' en 5Carbc! ift Den in een gjaate engte omtrent uto toejen. Ctnmaaï bagt mn ift/ bat gn toaart be (£gt;0b Pan mnn fteil! maar nu ift fcijnnt Ijet bat aïïeé te Pergeefé getoecfl is. ^Dodj be tertouïe ift op myne ftnijen toaj?/ mnmercnbc ge# c;c ïpft iemanb bie Pp june jinnen niet \i/ en Perb:on# aï^ ften in be biepten^ Pan ongeloof I «n
11
flapte tic i^eere in am mp tc Öcïpen/ en ïjab iê
metiEïyijEn met my/ aï^ gp mp jag sinöen; ja/ iï
ïjp nam geen ttaojisecl ban mpnc staaftljEit/ om g
my tc iteciïcrbcn/ maar ïjn liet jijn magt Bïijïfen ïi
met my tc onberfteuiiEn. i|y ö^atljt üc aanmer^ fa
Singe in mnn gcljeugen/ factaElfte ift bcrgEtEn ti
^aöbE/ en toen abEttuigbE ijy my ban mijn ^onamp;E/ g ^Et bJEflie my quot;met bertaanberinge berbuïöe! ^ fi
mogte öe ï^CEtE my niEt in öe Ijeïïe taEtpEn/ taE.^ i'i
gEnjf ijet baebEti ban juïftE tjcïfcljc gEbagtEiu n
Caen begaf ift my jclben tut lt;£3oi: boa? ben gebe-» b be/ bat om Cgjifti toiïïe tjy matljte bergEbEn mpnE
janbE/ Ijerüergenbe juïft een fnaabe berjaeftinge» r
€n a be ^eere baaïbe neberboojmy; taant tjy ï
bejcafle my met syne tEgentaao^bigljEit/ aïé f
fajanneer ift berftrEeg eeu nieutae bebeftiginge ban «
myn aanbeeï aan Cljjiftus/ ei: bjierb befiratlitigt t
am tc pleiten met bc belofte/ dat hy was myn God i
en myn Koning, en myn Verlosser. Jfft burbc i
ijet peggen/ alS in jync tegenbjaa?bigïgt;eit/ naait i
anbctbonb ift een ^actec tnb ar^ beje taa^. ïfet 1
paft my taeï bit aan te teftenen/ 30 baa? mijn ei^ 1
ge bertraoflinge/ af^ ten nutte ban anberc. 4D 1
bat ift ben ï^cerc in mijnE ammegang ftonbe pjij^ i jen/ en bat ift ban beje tijb af macljtc alïeen gejet I taoiben om ben i^eere bao? aïtaa^ tc biencni bE^
3c ina^ be ftccftfte aanbecijtingc/ betoeïite ift aait *
antmaetcbe; baclj eccc/ ecce jy 6ab be ©abec (be bectaojnbc)/ lt;J3ab bc gaan/ (betaEïftE in pïaatfE ban bEn miöbabigE bia^)/ (J5ab bc ïf. OPEEft/ (bEbieïftc my met ftracijt bcrflerftte/ 3a bat bc ^éatan bc3e nacljt 3ijn toiïïe niet abcr my ftcecg)/ fdjoon Ijet my in bec baat Ijet bEginfElquot; ban fmErten toa*?; (taant bcsc ftryb ban lt;ügt;ab^ berlatijcning begon bcsc nacljt/) nodjtan^ fdjeen l
ift
ELISABETH WAST. 43
ifi 'et ttnige obcrtamutngt oVicr tc fiefiamen; bodj ifi bonti öe nÜECfilpffEïEn fill in mijnEn fiocfEin ïeg* gEn/ 0ECECÜ om ny Effte bEtsoEfiingE licio?t tE ü?elt;= ïtEn. ^ietna UiEÏ ift in eeu ongEtaonE toobigljEit üe^ gEEftE^. Sift ina^ tjantitaflcïuft liErïatEn/ ift taiftE niEt tuat tE baEii/ ift ftanöc niEmaiiö mijn gEbal liErïialEn/ 5a angEtuoon lua^! öct; ift ijaü fommigE Cljjiftcïpfte cïi^ctgcscïlinncn/ niEt iuiEn ift öiftloiï^ liEtftcErbE tot my 11 gjoat gEnoEgEn; maar ftonbE niemantt ban Ijaar in mijn gEüal WnbEn/ IjEt taEïftE mp tE meet bEbE trsucEn.
ij)En 1 January 1695 iua| ift niEt Ijaar in öe mojgEnftanb/ taanncEt 511 IjanbEÏbEn nopEnö öe ïiEfbE ban Ctjjiflujs: öit tojocljt tacbEt in my eeu ftEtHE ïtEgEEttE/ om niEEi* tE ftEniiEn ban öeje ^Efus. ©EÏaaa! 3fft Inaé ten EEncmaaï duIde^ tEnbEt ift'quam t'ljuygV maat a ift Iwoubc gaatn in Ctj^ifti ftljooÏE/ öe Eerfte ÏEffE ban öe ^ob^ öiEnft ÏEEtEn; taant ift öacijtE/ ift taaa niEté öan Etn gEbrinsbc/ En bat alïe öe öEïaftEn bEtaEÏftE ift bEtfttEgEn IjabbE/ maat on ronbitiE taatEii/ bat ift öe ontfangEiiE toEïöabEn toaEtbigïyft 5011 bc üe^ taanöEÏEn; En joo bEjtE ift IjiEt in tE ftojt jjnam/ bat öe bEioftEn aan my niet jonbEii goEt gE* I maaftt toojbEn: taEii quam nut öat taoojt tE binnEit/ aïtaaat Moses üefttaftE öe ttoift ban öe b ftinbEttn ^ftaEfó/ ijy jEgt ijaat ban taEgEiië ö£n J^EEtE/ Dat vermits zy in des lleeren wegen niel gewandelt liaddcn, zy daarom de breuke van zyn belofte gewaar zouden worden. (COEll öacïjt ift öeje fiDObfctjay taaftt my nytbjuftftEïyft/ Ijct taEÏ# ftr mynE ongEtuftljEit betmEEtbEtöE; öEnftEnöE/ nu $ 'Êoö myn byanb/ eu aïïE öe bEÏoftEn gaan my niEt aan: in öeje tOEftanö bïeef ift tot öEn 12 * öag/ jynöE ^atutbag; natljt^ ging ift na ÖEt
gE.
Brttö/ maar fieMaagbc jcer öjacliigïyft mpnc in
tactlant/ en rorpcntic am een anbcrc aanbid öe
binge ban ttn bcrsacnenbe i^ob in C^ifht^/ a ban tt\
taoutie ift öe gantfetje tacrcït gcfacn! öe ma.:gen bc
baar aan/ jpnbc ïiuftbag/ facrftaa^ an3cn SCcctaac ni
George Meidrum bicn (Ccpt/ Koloss. 1 : 21. ni
Ende hy heeft u, die eertyds vervréemt waart, tic
ende vyanden door het verstand, in de boozè bc
werken, nu ook verzoent. $liltaaat ift in bcr m
baab Ijabbc ccnen Cljjiftu^ mrt bjijeïuft en 5011.= to
ber renig bcbing aangcbabcn/ cn öp jeibc on^/ et
bat lt;!?£ib Ij cm met beje öaabfetjap gejanben ljablt; ec
bei Zo zyn wy dnn Gezanten van Chrisli wege, to
als ol God door ons bade: wy bidden van Ghri- gi
sti wege, laat u met God verzoenen. 35ft meet bi
öeftennen/ beje !€ecraar taaö my mcenigmaaï ttj
een üoabc ban (6ob: maar boojnameïpft bcjen Ia
bag; Ijet toaö num plicl)t Ijrm te beminnen cn fti
hao? tjeru te öibben/ bat spil .tt5ec|tci-n üaabfcljap gi
macljt baajfpoebig spn in alle pïaatfen/ altaaar m
saï gesonben taajbem l^p bermaaftte siclj ncc^ öi
gin!j in/ dan in Christus te prediken! ende dien Ui
gekruicigt. Inbien mnn öertc mn niet amp;eb?icgt/ 3t
5a bacijt ift bat ift bcsc nacljt ün (i5ab gunilc bcr= 1);
ftreeg/ en bat jeer bertroofteïpft: maar ijelaas/ ft
get taasf maar een jannefcljpn baa? een ftajt^ n regen. De bersaefter puam my ban tacberam • ft
aan ftaajt/ am my angcfaabig te maften/ cn iï
bat ift/ nopené be gunfte by i^ob/ in een migbat# 31
tinge taag/ bermité afte^ toat ift antmaet ïjeb^ b
be/ maar cnftcïe ftcgaacljeifingen taaren; toant b
ift Weef ftectj? antoctenbe: en Ijet taeïfte mu aan b
't Ijcrtc gang/ mync sanbe toa^/ bat ift leef be n
onber suïft een ftïare Cnangefibienft. oD mane b ontaetentgeit ban dPob en CIj?iflu^ ^anb my 3a i
ELISABETH WAST. 15
in get aangesicBtc/ bat ïfct mp bcbc uitroepen/ ift lien tterloaren! iit Ben geboren/ om een gebenft# tecl'icn te spn ban jnn misnoegen» lt;0 toat ^aï ift boen! a?ob ïjceft mp berlaten, «©clj taa^ ift nhnmermeer gebooren getaeeft! hiant ift taierbe niet toegeïaten om tot Ofob in ben grbebe tc ftomen/ geïyft te faooren, ^oe begon ift boo? beïe betay^rebenen bie niet boegfaatn jyn te noe^ men/ my jelbe te ontbeftften bat ift niet in Cl)2ifta toaj)/ maar boojnameiyft/ bat ift maar toajJ een uithienbig Cljjiftcn; taant ift gab niet^ ban een enMe beiybeniffe: in ber baab ift ö«iöfae ber^ tooninge genoeg/ en naamé genoeg/ en tong genoeg/ maar Ijet ontbjaft my aan Ijet intaen# bige ban be q3obgbienft; iï» taaot geïyft een ïig^ cljaam jonber een jieL ^ft sag ray seïben ber^ ïooren en berüojbcn: maar/ tjet taeïïic ijet erg* ftc ban aften Inas/ tjet ging my niet ter tjerten/ geïyft ïjet een anber souö gebaan Ijcbben; fom^ mige jonden geen gejonbe flaay nog ruft ftefi* ben/ maar ray aangaanbe/ ijet tjaö nooit bat uittoerufeï on my, jfèiet tcgenftaanbe bit aïïc^/ 30 jag ift beel ban OJob^ liefde en ^ojge boo? my/ ijicr in boo?naraentïyft/ bat toat my ooft ontru* ftebe be toeeft boo?/ Meidrum baar tneöe tot my boo? ben bag guam op ben ïïuftbag/ ftet toeï^ » ftc my met bertoonberinge aanbeeb; toant inbien ift Ijem of een anber myn gebaï berljaalt ftabbe/ 30 soube ift gebadjt Rebben/ bat Ijy eenigermaten ban my ftenniffe geftregen t)abbe, ^iBaar ift out' belite aan niemanb myn geraoeb/ 30 bat ift 3ag/ bat get be lt;!3ecft ban 33ob toaö bic boo? ftcm tot my fp?aft. O Ijoe 3oet en berquiftftcïyft bonb ift bc ïluftbagen!
« .éomtyb^ taoube be ^atan beginnen om mp
on*
quot;10 Het verborge Leven van
tmgcïaofaig te maften; ja/ Bit fleïbe aïïc sync to
tnacljt te taerft/ om mn op ben Vdcjj tot Ijet üetgt; m
terf te öjcngen; ja ijp 6?acöt sulfte 45obgfaflerÏ9^ 3«
fte en «öobbcrloocïjenenbc gebarïjtcn mg te bin* n
nen/ bat irt tpna taanBopenbe toa^ getoo?ben: ir
taant ift bacljte/ bat'er ntemanb mn geïuft in tt
be taetcït taa^ in Ijet jonbigen: maar ter eere g
a5obö mag ift Ijet nu beröaïen/ nu en ban gaf b
ïjy my eenige ijertfterftinge om mn te onberflen# ir
nen/ anberfinté ijab ift ten eencmaaï ï(ct oyge^ 31
geüen; hoojnamentïyft/ bat in i Kor. I ; 30. g
Christus is ons geworden wvsheit van Gode, ^
ende rechtveerdigiieit, ende heiligmakinge, ende b
verlossinge. ^it taoojb Verlossinge luaa inn ii
meer ban eené of ttaeemaaï joet getaojben; en n
ban bagt ift/ bat ift nooit taebetom ongeloobig 3
30Ube taojben. .itlaar ïjeïaa£/ mnn Ij er te bebjaog b
my xai/ 50 ongeftabig Uiaé Ijet; taant na be ij
gjootite genotene taeïbaben taicrb ift ftefyjongen b
met be gjootfïe berjoeftingen: 3U taaren geburig b
fterfter/ en bit maaftte mijne beprocbingc te s
3taaarber. ?So bat ift taeï bagt/ noit taiert iemant 11
ban gt;60bé bolft met snifte bersoeftingen öefyjon^ 3 gen/ geïyft nïif ift taas'; ja ift bacljt nauUUufta
omtrent be bersoeftinge/ of 511 obertaon my r
pieeb^. aDy beje tyb taa^ ift jeer beeï in myn ï faerbo?ge gcbeben met fluimer bebangen/ joba^ gt; Ï
nig bat ift bagt/ baar is niemant geïyft ift: beje i
bingen ta^orfjten ;o oy my/ bat ift tot een be^ t
ftïaagïyfte toeftanb geb?ari)t taierb. 3ift barljte/ 1;
baar taaé geen Ijooye boo: my/ en bat Ijet uooi 3
my te betgeefó taa^ te üibben of te ïeejen; taant t
(Cob joube geen genabe taiïïen betaysen aan juïft i
ten ï|uitijcïare^/ geïyft aïö ift taal «Can bcjc ï bersoeftinge gaf ift my seïben ober/ en berbieï tot , i
taan^
E L I S A B E T H W A S T.
ie toanïjopcntie ficfluttingen/ bctoeïïtc ift mu ftöa^
c# mc te bcrljaïen. ^aar toa^ geen ijcïfdTc faerquot;
u jocftingt/ af irt taierö'cc toe aangegitfl, iJJian^
i' ncec öe herjaefter ^ag/ faat aïïc ^ijne ücrsocfitngen
i: ingctoiïïigt taierticn/ 5a berjogt Ijp my tacbcram
n tot 25oöbErIaac{)Ening/ oy satianig een Inijje atö
:e getn tong nf pen Ijet itccftlaten ftan; en ifi- fion«=
if be ïjet aan niemanö ontbeftften/ taant niemant
u in ijc tacreït (bagt ift) taiejb ïjicc ooit tac tter*
:=gt; jogt/ ift tads Ijct alleen, JJDanneei* ift na Ijet
). gebeti gang/ 5a taicrö ift ftragtelpft ftefpjangen: ^aar iö iieen l^aö; taar i^ geen Cïfjiftu#;
e öaar i^ geen a3ee^; ben 55yl]eï igt;* maar een
y üctücrïtiing/ Ijet i«ï a?Db^ ilJaait niet; t{ct ié
n maar een uitiiinbjel ban menfdjen; be Éeeraar^
3 sun niet ^oQa1 ^ienftunegtrn/ maar iierïeiber^
5 tran ftet baïli: ïilïc ulue gaösbienftige pïigten
c i^ maar berloaten arficib. ï^eibenen sjin 'er
11 ïirtcr aan ban gn; taant 511 aanliibben een a5ab
3 bien 311 ftenncn/ maar gu aanliib een (i?ab bien
e gp niet en ft ent» ^en bnibel öebienbe jig ban
t meer anbere ftetap^rebenen/ betaeïfte niet boeg^
gt; jaam jijn/ am op 't papier te ftellen.
i ^n beje toeftanb taierb ift tot 3UÏft een b^aebi^
a ge ange^eïtljeit geftjagt/ aïé iemanb ïteg?ppen
n ftan; en ebentaeï burfbc ift 3c aan niemant apen^
# gt; ïeggen; en al Ijet geen ift ftanbe baen/ taaé bat c ift uitriep/ af geluftftig snn 39/ be taeïfte geïaoben
# bat 'er een a3ab ié! taanneer ift boa? be'flraaten / ging/ en iemant antmaetebe/ 3a 3eibe ift tip mpn j 3 rib en/ a magte ift maar 3a een menfrtj 3311; t taant 311 taajben met angeïaaf niet gegtteït geiuft lt ift. 5lHö ift iemant ïjaojbe bïaefien of staeeren e ftp be name a5ob^; o bagt ift/ magt ift maar t , cene ban bit boïft 3nn! taant 3p geïoaben bat 'er 1* 2 een
47
-18 Het verborge Leven van
ten 600 i^; tbcntaeï öast ift/ inbicn ifi gcïaof»' ijc/ üat 'et ccn (ï5aö W 5J Jöiibc ift ban tjcra niet ttcrhcn fpjccficn aïg svt üdcu. Ift bagtc aïïc mEnfc'jen ijdoben tjct/ amp; dj allien ift: 3|ft toi|ïc niet taat tc öacn. Ift taiïöc atïea geben am tc iutctcn/ af air icmanb met snifte gebagten öcgt; gueït Uiierb. Sift tas op een jefterc bag een üaeft genaamt Franciscus Spira, ft et lueïfte mn meer nabeeï tacöjagt ban aüc be ö a eft en be lueïfte ift ait jag. oD Ijab ift ftet nait gejien! taant ift soubc Ijct sclfbc einbc fteüben als ijn. iil^aar Ijet ïath ftc mu Ijet fiimile taaé/ baar taaren fammigt mtjeijïen/ bctaelftc aan ijem ftjieben fcftjceücn nm Ijtm in sun a5ab-bcrïaacöcning tc liefteffe gen/ taeffte toaa:ben ift niet üergetcn ftonbc; zn bit bebc my ücftïagen bat ift ait Franciscus Spira las. Kift ijab lietfcijeibe an bete baeften betaeïfte ift ïai/ aangaanbc ^aba taeejen; maar ftanbc uit geen een Iran bejeüje ïigt ïieftamen/ tot bat ift op een jefterc bag las ten ftoeft genaamt/ genade uitgebreid tol de voornaamste der zondaren; aïtaaar ben Rafter li an bat üaeft/ Jan Bunjan, ccn berftaaï bebc ban bea ^ccren taeg met ïjcra/ bctaelftc na bat lju gjaotc teftenen ban a5ab^ ïiefbc antfangen tjabbc/ een taeinigje baar op aangetaft taicrb met beje sieftte ban öob^ berloaeftenina; bit flcïbc mn een taeinigje gcriift; maar ift lilecf ftrebs ttanfeïenbc/ cn taiïbe niet geïooben/ tot bat ten taonbertaerft aan nvjne üittaenbigc jinncn gcta?agt taicrb. Sft geïaabe niet bat 'er ait iemant ïjier in 50 ftljnïbig taag aï^ ift; taant mnnc jonbc ftab beeïe bcrstae.rin^ gen. o? taat een taonber taa^ ijet/ bat a5ab mn niet in bc fjeï taierp/ aïtaaar ift/ tot mpn broebigc onberbinbing/ ccn gebaeïige ftenniffe
SOitbE
ELISABETH WAST. 19
joubc gefircgcn ïjefilien/ tat 'er ten a^ab in toe# 3cn toa^/ tettapïe ifi tcutoigïpfi in bc liïamnien ban spn toajn gcpjinigt saube taojbcn. jföaar a goc jaï in ïntnncn bertjaïcn öe luonbrcluïic goet^ geit ban öcib 't rantaaarbj/ in bcjc gcfiingtrbc tacflanb/ als niet willende toelaten dal ik Loven mvn vermogen zoude verzogt worden, maar hy zond met de verzoekingc een uitkomste, ay ben 12. 5tp?iï 1695.
Ifi afs ccn arm bctjogtc cn gefiingcrt fcljcp^ fcï boo? aïïe luinbcn ban bersaeitinge/ niet in ftaat sijnbt am iet?? tot mun cigc Ijutyc tc taccg te ü jen gen/ en niemanb IjeUbenbc om ijet boo? mn te boen/ reïtenbe mu jeïben aiöua berïoren en üebmben. 35'n beje ctijarmeMk toeftanb/ flapte Cl) 2iflus in/ (betaeïfte altoaé een bjier.b in noob ié) met een roeringe ban sun 6eefl/ be^ lueïïte mn obejeebe/ bat ;ec nog ijoaye boo? mu Ui at?; en bat in bi en ift ft om en jonbe/ ift julften bjne toegang tot den lliroon der genade bekomen zoude als ooit. iPe gebagten tjier ban bemiftten mn 30/ bat ift in een oogenbïift ten tafteïiü'tc beranbering onberbonb. 2a ra# aïé Ijet mogeftift toaé/ ging ift alleen; cn toen ift be beur oyeube/ quam bat luoojb tat mn met ftragt/ meent gv dai ik 't. eenmaal zodanig een ben (Ie. igt;i'. L.'^a/ be £}ecre aïa Ijet taare/ fte. yïeitebe tegené mn fjet ftuft in bjienbeïyfttjeit/ obertnigenbe mn ban mpne 3onbe; maar aïïe^ in ïiefbe. Denkt gy niet dat gy zeiven ongelyk hebt, met daar aan te Iwyfelen, waar van gy te voren zo menigmaal op een plegtinge wyze bevestigt zyt geweest; cn evenwel geelt gy de ver-zoekinge plaats, om dat gy niet verkrygt teekenen en wonderen, dewelke genoeg zouden ge-
2* weest
20 Het verborge Leven van
weest zyn om u krankzinnig te maken? was het niet uwe pligt, onderworpen geweest te zyn aan myn wille, om my zeiven le openbaren zo als bet my behaagde? Aldus hebt gy in deze zaak zeer gezondigt; dog ik zal de belolte dewelke ik dede, aan u goed maken, te weten, faat ift U nirt ticgchcn/ naclj u bcrïatrn pï/ schoon gy my zo dikwils verlaten hebt. i|icr ny ücrtoanberiïë ift nip toaarïyft/ Dat bc g^ootc eu Ijcerïyïic 33aii SUÏftc gc ba dj ten aan 30 ccn fnaob fcljeyfci al si' ift firn joubc mbacjcnicn! i^ct fiacj run met teanbennrje cn faerlamp;aail^cit/ bat juu taa;n rn gjanifcljap trgen*? mn nirt antbjaü; cn bat tyii niet b: ei et be am mn toertené inync 5011 be ter Ijeïïc neber lx jenben: maar bic ^dj'iftuur-pïaatjï taiert aan mn lierbult/ Jes. LV: 8. Myne ge-dagten en zyn niet u-lieder gedaglen, ende uwe wegen en zyn niet myne wegen, spreekt de. Heere. lt;0 bit toa?t een jaete tub baa? my! Inaac in ift bjyljcit berftreeg om myn Ijeite bcm: ben J^cerc in 't brrbtnijen uit te ftajten/ aï| Uianneer ift berftreeg een nieutae nntbeftfting ban een ^ic# ijeit ban |?er[acmcn/ cn nacljtané ccn ^cnïjcit in taccscn/ tjet to elft c aïïe be leeraren/ notlj alïc bc boclicn in bc tocreït niet bben ftonben/ 3a ijarb^ neftftig luaé ift in myn ongeïaaf; cn noctjtan^ tojacïjt ÜP baa? 3yn (ècctT: ftet OJeïaaf in my/ ny 30ban:g ccn toy3e/ bat ift ijet met myn bïucö 3Dube Ijebben ftonncn bci*3egcïcn. © Ijac taa^ ift toen met bertoanbering cn laf/ cn 3r{f^-toaïgir.g bcrbuït/ toannccr ift badjtc ay bc ïiefbc ban (J?ab in «Cftiiflna Sfcfu^i ^ft ttoyfcïc niet af bccïc 311^ ïcn Ijet bjeemt acijtcn/ bat aait 3ulftc ^ab-beeïax tQcnenbe gebadjten by my antljaaï ftregen; taant get $ Een saaft aan alÏE fieftent/ dat 'er een God
is.
ELISABETH WAST.
is. ©aajtaaat ift matt firipben/ bat ijct ccn pootc taaar^eit i$/ en ban een icgtïnlt ficljoojt gc# ïooft tc toojucn: ilBaac ij^aa^! tat mpn fdjaam^ tt cn bjacbigc crbarentljcit/ Etciiinb ift üat Ijet ict^ anbcr^ ié te geïaabeni dat 'er een God is; en ict^ anbcré tc scggcn: daar is een God. 3[(ft öeh Ijerjcftert bat tap bit gcioof met mia' in be tact* relt nict ij?cngcn; tjet i^ een taeeft üan (öob^ lt;J5ECft.
cïBojgenö baar cy/ taaé jelf^ mnn gelaat tieranbert; met fietreftftinge tat be bingen ban be taeecelt/ taa^ aïïe^ mg aangenaam; baat taa^ ;a een liïaeb ban bjeugbe/ betaeïfie mnn Ijexte berbnïbe/ toanneer ift batljte taat een g:ciotc fiarm^ertigfieit ift anifangen 'tjabbe: 3ia Ijet ia mu anmogeïgft om uit te b?uftften/ taat ten g?aat bermaaft ift in mnn geeft ijabbe. 3i'ft nam baaj om ben boïgenben bag (31mbe iluft# bag) tot baften en becnebering af te sanberen. MBaar taat jaï ift seggen? ^armljectigDcit cn ïiefbe bolgbe mn op be (jicïen; taant ijn bcran* berbc mnne bag ban baajgenaame b^aefljeit/ in een bag ban üïybtfcijay en lictïjcuging/ en gaf een nieuw lied in mynen mondj eencn Lofzang onzen Gode. Cn inbicn be i^ecre mu jaï Ijeïpen 3al ift bed)alen/ taat ift ban öc3 ïjceïcn gaebcr= tietcntfjeit ap be3cn bag anberbonb. c0 bat ift Ijet 30 ftanbe baen/ bat ccn ieijcïgft bic'cc banljnajt/ madjte beeïieben op ben lieffclpftc en 3aete Si'efii^!
Edenburg, den 14 April 1C95, zi/nde Rust-dag.
Sift mag aan bese bag gebenften met bertaanbe^ ring aangaanbc be licfbe ban ^ob in Cljjiftu^
21
22 Het verborge Leven van
fu^ toannecr iït in mpn tiErlamp;o?ge ^
^cficb iuaé/ ftrcrg iït toegang tnt ten tö?tian üer n
genate/ atüiaar ift mijn Ijcrtc üaa? ben ïfeete uit* g
flojtcbc met een g?ante jactigtjeit en ftaïmtc üeé t
geefteét c^oen taicrö bat taanjb tny tc iiinnen b
gcfijagt/ ^eut, XVI: 1, Neemt waar de maant t
Abib, dat gy den Ilecro uwen God Paasschen t
hond, want in den maant Abib heeft ndelleere, li
nwe God uit Egypten uitgevoert. it In0tab n
toaö jeer gepaft op mnnc tcgentooajbige am^ b
flanbigtjeit; en ilt taierb gcljofpen nm (Cacpa^ n
^a bit quam ift tat be openbare, pfaatë ban
be apabsbienjl/ altoacc Cljiiati bienffftnegt Mr. I
Georgius Meidrum pjebiftte abet lt;0penamp;, ill : f
20. Ziet, ik sta aan do denre, ende ik kloppe: c
indien iemand mync stemme zal hooren, ende t
de denre open doen, ik zal lot hem inkomen, t
ende ik zal met hem Avondmaal houden, en hy t
met my. mecfitc obec bie tooojben be^e biet t
Cerfteïijft/ dat wy alle van nature Christi aan i
de denre houden, en hem niet willen inlalen. I
(^Ten ttaeeben/ dat het Christi werk was, te staan (
en te kloppen, schoon wy hartnekkig zyn, met 1
de denre toe te houden. (JITen berben/ dal wy hem meenigmaal een onvriendelyk antwoord geven, en dat hy nogtans niet ten eersten Neen zegt. (Cen biecben/ dat hy evenwel gewillig is om een nieuwe aanbiedinge tc doen, aan alle dewelke hem aannemen willen, op zyn eigene voorvvaerden ; cn dat zy met hem zelfs een zoete gemeinschap zullen hebbén. ftan nip niet tc binnen bKngen/ om eïft taoojb/ Ijet bieïfi Ijn fpjaft/ onbErfcjjBibEntïijö ten neber te fteïïcn.
ELISABETH WAST. 23
^Jgaar |jier öan ficn ift jefitr/ ift intenbE bat ijp my aïïr^ jcitc ï)Et tacïfte ift ooit bcbc of öagtc; ijoc ift Cö?iftu£ aan bt beure geïjouben tjabbe baoj mim anöciïig gtbrag. Sift bagtc nicté/ ban bat ift han binnen jonbc öerftcn/ ten tybe taannccr ift ^ct tjoojbc/ 300 na raafttc Ijct mune toeftanb, i^it toaé baa? mu in bcr baat ccn bag tian ft ragt/ 5a als ift Ijct naait badbc; taant ift merftte/ bat Ijct toat? ï^exren fpjeeften» bc boa? 31111 ïPienflftnegt/ bctacifte oaft met jig mebe ö?agt ccn ftragt om nm gctaiïïig te ma^ ften,
5lian ïjet cinbc üan ;nn rCccr-rcben/ ftjagtJjy lioa?t een lian be ruimfte aanliiebiiigen üan €0?^ flué/ betaeïfte ift aait yaaibc, %i seibe tegen ané/ dat Christus gewillig was, en bat be [ctjnït aan aiije eigene bent 3aiibe leggen/ inbien tan anse taefiemniinge niet taiïben gcimi. irn ijn/ al^ een getrautae ^aabfdjayper / nam getuigenis tegen ons indien wy de aenbiedinge niet wilden aanneenien; en dat Jiy wilde tegen ons getuigen in dien grooten dag, dat hy zo een goed nieuws tot ons bragt; waarom het tot ons verderf zoude strekken, indien wy niet toestemden. tl?p tacïfte 3cïibe pïaatö baar ift taasH ift Ijctncï en aarbc tat getuigen nam/ bat ift gctaiïïig getaajquot; ben taaö/ en te bjeben am Ctjjiftué aan te nee# men ay 3gnc eigene boajtaaarbcn/ 3a aï^ ijg aan^ geaaaben taiert in sunc laturen en 5Cniptcn/ aïï? ccn Jgt;ncflcr/ am mu met i!?ab tc bcr3oencn/ en aÏEt ccn ïtaning om mu tc regeeren en tc fic# ftljccmcn. Wanneer be üccc-rcbcn geeinbigt taa*?/ ging ift na ï(in^ tot mnn hetüa:gc pligt/ aïtaaac ift ben ï^ccrc ontmoctcbe; en baar maaftten tan met maïftanberen ccn Uecfionb/ aïtaaar ift tac-lt;=
berom
Hel verborge Leven van
öcroni heniifutabc mpnc tacflcmmingc aan ïjct faccij^ag; ja bat tït tc bjcijeu taa^/ het kruys op te nemen, cn hem te volgen, op taat iayjc get ooft Ijcm ücïicfbr met nu; tc ftljtftfteu/ firupö/ ttcrlic^ cn bctbalrdng/ nict^ sauöB niy iticberam ban Cljjiftiié fdjcibcn. oDp öcscn tjiij ijaiï ili jitïft ecu geboden ban bc iieföe Ctjjifti/ cn ban jpne fcljoanljcit/ en ban rartn eigene fnoot^ ïjeit cn taaïgeïiüV|jeit/ bat ilt niet in ftaat ïren om uit te bjuftften/ in taat bejruftftinge iï» taas; öe# 3cn bag taa?' boo,: my in ber baat een tacnberM'te bag; taant Clj?iftus beefetjeen mu ten eenemaaï in ïiefbc/ aïs of ift ijcm nooit een riuabe bienft ge-baan tiabbe. lt;0 ïjoe 30et taa^ bat taoojt aan Oïy Cjet^ XVI: 6, 8. Als ik by u voorby ging', zo zag ik u vertreden zynde in uwen bloede, en de ik zeide tot u in uwen bloede, leei't; ja ik zeide tot u in uwen bloede, leei't. En ik quam met ii in epn verbond, ende gy wiert myne. lt;0 goe taaa ift toen berbuït met'bertaonbccing en becüaaftïjeit! i£n ift nam taeberom mp jelben/ cn aïfe bingen betacïfte rontom of 'üeneben^ mg taaren tot getuigen/ bat ift taiïbe openen be beu# re mnn^ gecte booj ben bieuftaten Cljjiftu^/ en taenjtljen ijcm ijeneïnft taeïftonu ^5aar ia: een ötng/ Jjettaeïfte ift jonbec opmeefmtge nier ftan booj üp gaan. Jfft taaé op beje tnb in een jeec blcefctjclpft ftuiégesin/ taeïfte nietk taifie ban mun tegentaoo?bige toeftanb; taant ift tragtebc aïïe^ 30 bebeftt ata mogefyft is te Ijouben/ uit bjeeje om tot geen boojtaerp ban ftefpottingc gemaaftt tc taojben. .ïïSibbeiertoylc tertayïe ift aïbujö fiejig taa^/ quam tot mn iemant aan be beuce aïtaaar ift taa^/ om my tot Ijet mibbag^ maal te roepen; maar ift tacigerbe te ftomen»
Cen
ELISABETH WAST. 25
Cen tocintgje baar op guaiticn jn taebcrom/ en riepen mp bat ift ftatnen joube en ïeejen/ geïnfi ïfaar getaaonte toaé na Tjct mibbagmaaï; en op bat sy mp niet sauben berbenften/ guam tft/ en ïaö ben 18. Psalm, aïtnaar Ijet taoojbefte MYN 30 bifttaiïj? haoiïiomt/ bat ijet nip ïipna onmo# geïpft ina^ te berüergcn ijet gene op mpn geeft ïag» ^aar 3pn negen mpn Pioojbeften!?/ eïït een öan beje soeter ban be anbere. MYNE Sterkte, MYN Steenrotse, MYN Borgt, MYN Uit-helper, MYN God, MYNE Rolse, MYN Schilt, M Y N Heil, M Y N Hoog vertrek. 10 ïjoe ^oet toaren faeje mpn taoojbefien^ Pao? mp! ^adj toat jaï ifi jeggen/ eïït gebeeïïc en pïigt Pan ben bag taaren joeter ban b'anbere; 30 bat ift bien bag einbigbe met gehangen ban ïof en banft^ pegging/ en Perluonbering ober be ïiefbc Pan ij3ob in Cïj^iftnö Slefua/ aan ^uïïie erne aïö tft Pen. ^Pn be^e toeftanb öïcef ift eenige bagen. Sl'i taarï geïpft een Peerbig en ftïoeft Kef^iiter; ift ïicp oPcr Munten en bergen Pan jpiariglje^ ben/ niets ftonbe mp op ben Pieg tjinberen: Plant ift batljte bat ift geen anbere berjoefting te ont= moeten ïjab/ aïs? bie ban ^ob-bedPorTjening/ bebieÏÏie mp obertaonnen ïtab. oD ïjoe aange^ naam luas' 't feben/ Ijet Pieïï! ift een Pipïtje ge* noot! .ïHÉüaar ijeïaaé! beje bagen blaren maar taeipige in getaï. 3|ft jong met David: Myn berg slaat vast; maar hy verbergde zyn aangezig-te, en ik wierd verschrikt. kPc Perjoefter en bpanb Pan onje jaligïjeit jienbc bat ift jo biaftfter boojfpocbig op mpne reije/ poogbe niet ten eer# ften mp nit ben taeg te ftooten; maar aïïengé# ften^ ftiet tjp mp op een jeer Peljenbige tanje uit ben bieg/ boo? nu en ban fteenen ban staariglje#
ben
26 Het verborge Leven van
öcn na mu tc tacrpcn/ 3a bat ifi mat cn macbt toicrti/ en jat aïtrn^ ftiïïe/ tcrtayl ift in isc pïig^ ten liccfiajatcn; maar bit ftif jtttcn guam nip buur tc [taan; taant iïf tiicï in flaap/ cn baar np ïsrecrj ift jul'ftc boabigljcit ay mun gccfl/ bat ift niet met allen Unnbe boen: ay bc^c tut ïag iftgjooteïpft^ nnbet bc macöt iian bab^igljeit in nmn becöajge geöeb/ Ijet taciïtc ift barljtc bat niemant bic tot ben i^cerc üeljaa?bc 3a aubertaajpen taaé ban ift jelbe. Sfjft ftan niet scggen taat be^c hcrbö?bcntgt;-geit ban babjigljcit ban mn jcllten bebe benften. .ïöaar seftetïpft ift bacljtc/ bat ift niets taaö ban ten gebeinabe. 3J?aac ban rap beeïe üctap^en feïjeenen boa? tc ftomen. Stifle be berbojbentljc^ ben ban bc natuure quamen in mp tot 511 Ift een ïjoogc tray op/ bat ift baeljtc een ban be fnoatftc ftijeyfeïcn tc spn betoeïfte aoft geboren toaren/ cn jjierom joubc mp 6ab seftcrïpft nittaeryen. a? ift taicrb toen ban bc becsacftingc fterftcïpft aan# gcballcn/ om ongeïoobig tc jpn! 30 bat ift niet in [taat to as om'cr boo: tc ftunnen ftaan/ ter# tajJÏ ift mpnc fterfttc berfoocen ïjab/ 3pnbc ^ct geboeïen ban a?abé ïiefbc cn gun^c t'mptoaarts; berfoo? ooft gcboïgïpft mpn bjeugbe en troofi/ en bergat fjaaft bc magtige werken des lEee-ren, bctaeïftc 30 onlang^ aan mp oyengeïcgt taaren»
vDaar ij? een bing/ Ijet toeïftc ift bcijoo? tc bertjaïen/ en bat i^ bit» lt;öcïnft baar toaren beeïc bcrbojbentftcbcn in mpn natuure/ betoeïfte mp fnoot cn afftljutocïpft maaftten; ebcntoel ftan ift 3cggen/ zy verkregen geen geruste huisvesting by my; maar ik tragtede die steeds tegen te slaan, giebjupftenbc mibbcfen om bic uit mpn tc bannen. .ïiEaar ten ïaatflcn guam 'cr een/ (tot
mpn
ELISABETH WAST, 27
muil fmcrtc tn öjacfïjcit mact tft Ijct fcggtn) ijEtocïïte meer ban eentge ban be abcrige/ met man natmt? ober een qitam Ijet taeïfte ift mag noemen mpn Jaejem-johbe/ jijnbe lj,ct öoaft en be fdjanbec^ ïangec ban be aberige; en luatmeet be berjaefier mn met beje bacjem-santie guam aanballen/ sijnöe Ijet seer ODabsbienftiglyft in alïe beajcïfl amflanbig^eben npgefcljtftt/ üiicrt mnn Ijerte ban Ct) rift us afgetroMten: Cn geïnft ift mibbeïen gefinuiite/ am Ijet aberige ban mpne berbojbentïjcbcn ïaeg te baen/ 5a nam ift moeite nm beje janbe aan te maebigen/ cn mn 3e in nmn Ijerte te fietaaten; met bieïbeljagen en ber^ maaïf nam ift/ afö fjet taare besclbe in mnne armen' en omljeïsbe/ jn bïymaebeïnft, 4;n niet tegenflaanbe aïïe be berbinteniffen en geïof^ ten/ betaeïfte ift gebaan ïjabbe am nmn ijerte aan Clj:ifhis ober te geben; nagtanö 6?aft ift rasf öie aïïe/ en gaf mnn tjerte aan ben afgab ban argtoaen/ cn Cïjnftué Ijab maar ben bui# ten boor-tjof.
lt;Dog toat jaï ift jeggen? ^Dit lïtaé maar boaj mn Ijct beginfeï ban fmerte: toant ift omijeïébe gerebeïyft be^e flange in mnn boejem/ beVaeïfte mn djj een ta?cebc taijje beet/ geïijft ift berftïagt; ren saï. (Omtrent beje tnb ftont'er ïlbanbmaaï getjauben te biojben/ Ijct taeïfte boa? mn een bin be tnbinge taaé. .itiaar 30a raö begon ift baar op niet te benften/ of be berjoefter guam mp aan boa:t/ am mn baar ban af te raben/ boo: mp boa? te fteïïen/ taat boa? een ift taa^: Hoe zal zulk een snood schepsel als gy, aan des Heeren Tafel ontfangen worden, dewelke in vorige tyden zo tromvlooslyk gehandelt heeft, en zo meenige verbonden verbroken! Het is
maar
28 Het verborge Leven van
maar verwaanlheit voor u daar aan te gaan. Het is beter voor n, daar af te blyven. 'ÜPorj cücntacï iu toicrö gcgaïpcn om te gaan in bc ftcrfite i^ccrcn/ met nïïc nnjne üniïirtljcit tnt öc fontein/ om getaaffc^en te taojbcn. ^aar eüentacï Ijct nu am my te binnen/ bat be ï^cc* re op mu bertao;nt taa!»: en 30 soub Ijct bennen teïïjeit jpm (Coen luierben aïïe munc sonben mp boo? oogen gefteïr snïfte aï^ ongeloof en ij?ob^ berïoocljening/ nnm geöjeft ban ïiefbe tot Cljju-ftug/ munc natuuiiyltf- en geeftelnbe Ijabaatbu/ mnn gcbeinftljcit/ munc te rugtoyfiing/ mnnc üoejem-janbe. {Coen jeibe be berjoeïier/ wat kan zulk eene, als gy zyt, daar vérwagten, dewelke zo schuldig en snoodc zyt? 3i!ft antlnoojbc baar op/ ïjet ia juïft een ais ift/ belneliic moet gaan; taant baar ia' geen genejinge boo: eenigt ban beje jon ben te lieftomen/ ban in Ctjjiftu^ Maar ó, jeibe be bcrsocfter/ Gy zyt niet bereit om te gaan; want u ontbreekt het Bruylofts-kleed. (Coen jeibe ift/ Ijet gene ift niet IjeULie/ ïjeeft Ct):iftu5; ift ftan 'ijet aïïcenlyft Ijcüljcn ban ijera/ en niets ban mun eigen: 3ift sal tot Ijem gaan in mttne gefcljeurbe ftïeeberen/ in tjaape om ïloningïnfte ftïeeberen te berïmtgen/ boelj be flingeringe baar ift boo? een tyb in taa£/ bebc my fomtybs benften/ ift tail niet gaan/ oy anbere tyben nam ift boo? te boen al? Esther be be/ name# ïyft mp selven neder te werpen aan de voeten van Godts barmhertigheit, en indien ik omquam, het zoude maar myn verdiende loon zyn. 3Bft baeïjte/ myn jonbe joube mu nooit berlaten/ tot bat Cf|?iftil^ tailbe jeggen/ gaat uit van haar gy Satan. J5a beeïe tegenftrebingen öeibe tybcïyftt en geefteïufte/ guam ift Saterdag ter plaatfe/ taaat
Williham Wiseheart: in be tnïeibing JtibE/
Ik vreesde dal heden hier vele zyn, dewelke staan te beginnen haar voorbereiding-werk, bat tnciojt trefte mu jecr na aan'tïjertE» gpn taa^/ Jes. XXXIll ; 17. Uwe oogen zullen den Koning zien in zyne schoonheit. ï^y seibc mi^/ De Koning der Heeiiykheit zoude daar op morgen zyn: maar hy Vreesde, dat veele zouden zyn gelyk dien inensche dewelke veele uuren ver quam om een wedloop te zien: en als hy quam, lag hy neer en viel in slaap, terwyl de tyd vast henen liep.
spaar op pjcöifstc Jlfêr» Jakobus Kirton ober Ezech. XX: 31. Ende zoude ik van u gevraagt worden, o huis Israels'? zo waaragtig als ik leve, spreekt de Ileere, lleere, zo ik van u ge-vraagt worde! irm fpjaft tat berfdjciije foajtcn ban mcnfdjcn/ öoaj tadfte de lleere niet wilde gevraagt worden: maar üiijanberfnft/ fpjaft ï)U tat ecu jtïtcr faojt ban mcnfrljcn/ dewelke waren van een ongeloovige geest, en gaven plaatse aan God-verlochening, en trokken in twyfel de waarheit van Gods H. Woort, en waren beschaamt om het open te leggen aan een ander, dewelke hare twylelingen zouden oplossen. Se-kerlyk wil de lleere van haar niet gevraagt worden. JEHiartpft ift badjtc/ bat Ijp ban Orob 3anbcn luari am my tc bcfttaffcn bicrtcn^ mmiEt borigc en trgcntooajbige onijErcgtiijljeit/ Ijet tacïft mn niet bjeinig antrnftcbe: maar aan Ijet flat ban sitnc ïcErvebcn/ ijab Ijn een jeer jaet en becgiiiiifteiplt bino?t/ rn ijet bia^ bit: Is 'er ie-mant hier nedergebogen, onder het gevoelen van haar zonde gaat henen, besteed deze nagt wel, en schoon gy een Manasses, een Maria
29
Het vcrborge Leven van
Magdalena, een Saul waart, nogtans zult gy morgen aan des lleeren Tafel welkom zyn.
toaé mp tot ten gjoate ücmacbiging/ ailjoetocï Ijct ccn Bart tocrft taa^ ccn nagt tacï tc iic^ ftccbcu.
'.émajgcns/ bctocïfit toaé ten a 1695,
fcljccit iït ccn sccr jactc mojgcnflanb tc Ijcüücn/ en toa^ faoï üan berlaagting/ quot;Cat ift de Koning in zvne sclioonheiL zoude zien aan jnncn CafcL .niaac ift Ui as 500 ras bc ïiextj-beur niet ingegaan/ of ift licclan: rayn Ijoopc/ en nnm Ijette üieï aan 't afstaerben; 30 bat ift nog met te tange nog met be yen lieeljaalen ftan/ in toat toeftanb ift gcüjagt luaé. ^ft bagte bat ift in 't janbigen ftoben anbere uitflaft. ïift Ui as 'er 50 fiegt aan/ bat ift niet in ftaat toas' om ïjet tooojt te ijaoren/ 3a aïg men mo/t om 'er baa?lt;= öeeï üy tc boen. lt;Lrcn ïaatften luanneer cijar. Flint be (harden fiebienbe/ taa^ 'er geen eene jonbe/ of ift fton 'er my eenigermate meüe óetig^ ten; toant beje bctoeïfte ift niet babeïijft aïs* yaaj ïjet ooge ban be iuerelt: ü eg a an ijabbe/ nog^ tans lianb ift be 3aften baar ban ïeggenbe in myn ïjerte/ gereeb om op be eerfre geïegentljeit nit tc ftjeeften. Co en Voift ift niet 'mat te boen. Sift bagtc bat inbien be Xeeraren my geftcnt ïjiibben/ 5y ftomen souben/ en in 'tüysonbcr my be ^a» fcï ontseggen. Cbentaeï niet tegeufiaanbe bit/ 30 ïgt;ab ift een fterfte neiging om acn beé i^ee# ren ^afeï te syn; en 30 ging ift tot bc£ ï^eeren (Cafeï/ betaeïfte booj Jakobus Kirton; 3ynbc bc iiierbc (Cafeï/ ïiebient Inicrb. .üKaar toannecr ift neberge3etcn toa^/ ftonbe ift nictj? seggen» SJ'ft bergat bc bersoeften/ bctoeïfte ift batljte aan bc ïtoning booj tc ftelïcn. ^Pc boobigljcit taflebe
30
ELISABETH WAST. 31
nip aan; rap ontfijafien be taerfiingen jje^ ïanfj? op ijcn %anz aJaij.sï; en juntic in ten jeer traafteïoaje tacftanb/ riep inuu Ijertt nit/ Ik ben d'uwe, Ilcere, ik beo d'uwe. ^Tlöien ift niet nicer finnöe boen/ bacljte ift/ ift Uiiïbc my scïtten oy nicutaït aan ben i)cecc obergeben» S'ft nu ara ban be ^afel jeer ongetcooiV sonber den Koning in zyne sclioonlieit te zien. lt;0 Ijoc iuaa ift toen ontroert! 3jfi toap boï niianoritcn bit tnpn jcilien/ luejjenj? inj.in sonbigen; boclj ift recljtbeer^ bigbe ben i^eere in aï ï)ct gene lju rap aan beeb en Uias banfifiaar/ bat iU niet geinaafit 'was tot een yebcnfitceftcn ban jpn toom aan sim Ca^ fel 3jft raoet fieltennen/ ijct taa^ een bag ban fcradjt aan menige arme jieïe; en bat berraeer» berbe ravm finerte; een ieyeliiü iireeg iets goeb^ beljalben iii fian niet uitbjufmen be moeite baar ift in to as/ gebuurenbe aï ben oberigen tpb ban ben openbaren dJobgbienft; maar aïs aï^ ïeö ober to as/ baeljt ift bp rnjin jeïben/ Ijet raag 3pn bat ift niet bol genoeg rap jeïben aan Cljii^ ft its obergegeben Ijeübe; baaroin/ eer ift in een geseïfeijap ga/ jaï ift onber be öooinen gaan/ en baar inpn ©ctbonb niet ben ïfeere bernieulnen/ en geben rap jeïben geljeelliift aan tjera ober. IDanueer ift quant ter pfaatfe betaelfie ift beoog# be/ jat ift neber/ en nam rapn 25pbeï/ betoeï# fte in rapn tjanb toas tol een getuige/ en alle be boonten rontont Laswade tot een getuige: maar boojnaraentïpft be boom baar ift bp gat tot een getuige/ dat ik geheel!yk aan den lleere overgegeven was, zonder aglerhouding. 5t(toaar ift rapn ijerte booj gera uitfl:o?tebe. Wanneer ift ban be ^laat^ gnara/ to ift ift niet toat te ben# ften/ of be ileere baar iua^ getaeefl: of niet. 3ïft
bleef
32 Het verborge Leven van
Weef fleets in ttaufeï baar nmtrent; en '#nagt# al^ ift in turn gcliebc toa^/ toicrü iïi jui|l: ratt mpn oube paal ban fiuimet toeöcram ttchaiv gen. Caen üacljt iïi/ $tdj! 3f|ft Ijeb gantfrtjclpft ongcïyïi; öe ï^eerc Ijeeft mp öcsc» öag niet 0^ ijon^t/ om my met myn üersoeften aan te nemen; nucljtan^ bcmoebigbe iu mn seïüen/ om ben ^eete te ontmoeten/ Ijct moeijte be laat (ten bag ban 't 9Cfaantmaaï 51111/ boel) l)ci mifinute mn; baant iff quam ban Ijet 5tbonbtmaaï ongetrooft ban baan; ebentaeï bleef 'cc eeuiiie tjoop in nm obecig; toant iïi bacljtc/ fcljoon be i|eece sitïj sel* ben onttcaüuen Ijeeft/ in opsicljt tot mpn gebae^ ïige onoerbinöiug/ nocljtané 5^1 üt in ttocc of bjic bagen biecten/ of t)n met mn in taaacljeib ig/ inbien myne bccbo?bentljeben niet taeberom my aan boojt Uomcn; maar Ijcïaaé/ 311 quanien taebecom/ eu bat opi een fc^iUUetyue tause/ fteciter en ïjeftiger ban te boren/ tjet liuïïie my bcbe fiefluiten bat iït Cljjiftu^ tc Laswade niet ontmoet ijaübe.
Siït begon baar op na be oojjaaft baar ban te onberjoeticn/ en ift jag/ bat tjet myne onbie^ tenljeit ban (feob bja^/ bctoellic be 5oube toa^/ toaarom l)y met my ttaiftebe, ^aar qua men op bcje tyb my tui et Jsc^iftuurplaatfen te üim nen/ l|anb* XXVII: 23. De stadt doorgaande, ende aanschouwende uwe Heiligdommen, heb-be ik ook eenen altaar gevonden, op^ welken een opscluilt stond, den onbekenden God. Dezen dan dien gy niet kennende dient, verkondige ik ulieden. 1 ïtor. XV : 34. Sommige en hebben de kennisse Gods niet. Ik zegge t u tot schaamte. Sft begon iiy my jElbrn te oberpeinsen/ toat ift ban bese ftenniffe Jjabbe: ^iBaer ift 535
bat
ELISABETH WAST. 33
öat iït ten ecncmaaï Qntactcnöc ban a3oiï taajg. (Drft! Dcjj! öet il» anijcr^ tc jcggcn cn tc ge^ ïaalicn öat 'cr ccn lt;J3aii ig/ cn ictjï anbec^ tc ge--ïoalum/ öat l)ii juïft ccn 6oti ié/ afa jnu Jl^aajt ïjcui boojflcït tc jnn. ^c i3ui|icrni| Snac i!'{ on^ bcc lna^/ luas gjaat; tuant nog %an nog^aen* ïitijt fcfjccncn my boa? bcclc üagcn öcquaam am mint plicljt mu acn tc taancn; geen bjeigetnen-ten af belaften fianben mu aanbocn. 3}n beje bjorbige taefianb staerfbe ift ay cn neber/ tat bat ift ten ïactftcn mu seïben oy ccn luantjaapcn^ be tifip beeïiey. Ift ücflaat/ bat Cljiiftus mu niet meer lief Ijab ban be aberige ban be taercit. $tüquot;c mune batige anberbinbingen beben mu geen nut/ luant ift bias buiten Ijape. iCccbtiiïc ift in beje tuanljayenbc taeftaub bus/ benft ift 'tniet gcbaegïyft tc bei'l)aïcn taat ift anauoetebc; maar at in at ift aangaanbe be luauljoap jaï 3 eg gen/ is bit/ bat tjet is geïuft een beganne Ijcï in ijet gc* bieten; blaeftcn en l a ('teren 31111 be^eïf^ mctgc# 3eïïcn.
5i5iet tegenflaanbc bit aïïcé becfcljecn mp eben# biel uy een luanbctïuftc lm;3e be ïiefbc vöabö; 3a bat 'cc uauMufté' een it aft bag baa:üu ging/ af ift antfing ccnige ijertflerftingc am mu te anber= fteunen/ 't 311 in ijet berba:gen/ 't 311^11 'tapen^ baar; anberfintê 3aubc ift Ijct geijeeï apgege^ ben ijebbett. itëat 3al ift jeggen? jelf^ in* be3c ïtuflbagen/ taauncer ift/ als ijet tuarc/ cenigc Ijoape antfing/ bat öese ber3aefttngcn 3aube aber^ meeftert bja?ben; 3eïfs toen Ijab muit afgab ban jaïauftc/ muit baejcmsanbe/ 3abanigc ftraeljt aber mu/ bat 3c nm biHluiia na ijui^ scmb ai bntïïenbc cn racpenbe tat ben ï|ecrc/ am baeij 31111 ïxoninftiuftc matljt aber my tc acffcneti. 3£)ant
3-4 Het verborge Leven van
nu zn ift iquot; öcr öaat/ bat ift aï^ een
ÏTtming ban nabcn ïjati.
^ct ficljaagöt öcn ïjcccc mu ten gcïcgcntljcit aan bc Ijauö te geben/ om uutn betamp;anti met Önn tc licrniciilucn/ aan Ijct 5tlianömaaï in tc Troonse gemeente/ öcn vi7 October 15(J5. ah taaar ift aïfe mnne beröinteniffen becnieiitaöe/ en mp jeltaen ay nieuto^ aan ben l^eecc ober gaf» ©ae Ijet met mu öaat VuasV ftan iff niet onöer* fcöeiöentïuü ücrljalen: aïIeeufyU ijati iit oy öeje tyb een fterfte üegeerte om tc flecüen. .TBietö öan be baob ftanbe mp Mjagcn: niet bat eenige uit* taenbige moeite of gueïlinge in be toereït/ of be tmtBecringe ban eenig aartji pïafter/ mu sa be^ geecig maaftte om tc fterben: maar be jonbe be# toeïfte in mu taoonbe en obet mu tjeecfcljtc/ beje becb mp i^ct ïcbcn tot een ïaft 3911/ 30 bat ift niets/ taat pet ooft taaj?/ macljiig fcljecn mu ban beje licuje tc boen affcljeiben. Mlt jag bat be jonbe mpnc befte pïlcljtcn aanfticcfben: geïaft aï^ in pet róoojb te Icscu/ en;. 4) Put sfjbJcr^ binge ijab ift baar in/ aï£? mebe in myn Ijoo# ren! 500 ooft in mpnc ommegang met anbere/ gebeinftijeit en jcïiéüebjog. JïJct een Pioojb/ iit jag bat bc sonbe in mpn afïerikitc pïicptcn/ af^ fiibbcn en 5Cbonbmaaï gaan/ als Ijct Ptare/ iuge# mengt aia^: SJft ftanbe niet£ boen ban sonbigem ^gt;it ontfteïbe nut niet bieinig.
Omtrent beje jelbe tpb toafer een uittaen* bitte befrljiftftinge ban be 'uoajsicnigpcit/ baar ift beet mebe te boen ijab/ en 5e Uiatf beje: 31 fi l'tonb tc berlaten be Troonse 35arocljiftcrlt/ en te gaan tot bie ban Colledge; en be geba^ten om Mr. Mildrum, ban luien ift 5a bed nuttigpeit out* fanaen ïjabbe/ te berlaten/ taaren mn geïpft een
ttueebc
E LI S A B E ï II W A S T. 35
n ttaeebc baab: ift ging Iiodj eph tnii/ aïtaa^ na bc ïroonse ïterft/ cn taiïöe niet gaan tot bie ban it Colledge, ftljDan bicn eertnaarbige Wicnflftncgt
ban Mr. Johannes Moncrief l^aar ^tccc^
n aar toa3. €cn icgeïnïi toaö ojj nut geftoojt/
U taaarom ift niet in raun ^arotöiüerft ging. ©og
n niets iianbe op mu bcnuaijcn am Mr, Meidrum
f» te Uerïaten/ tot bat ten ïaatjïen een taoojbt op mijn Ijcrtc bieï: ^ bc ©EEft üan ^ob aan cenc 5E jjïaata of aan eene yerjoon oeïtonben? i^tt taiert ,n ntet ja een fttactyt aangeb^ongen/ bat ift get aan^ u jag bao: een beftraffingc ban ben öeece/ iuegené je bat ift ben eencn Zeeraar öoben b'anbere agtebe. e^ Jhicc na ging ift na be ïterft ban Colledge; en e# be eerfte pjebiftatie ban Mr. Moncrief betaeflte. ift 5C baar ijoojbe/ toaa nit 2 ^atn. XXIII: 5. Hoe-ift wel inyn huis alzo niet en is by God, nogtans
in heel't hy my een eeuwig verbont gestelt, dat in
at alios wel geordonneert ende bewaart is. ^art}
ift baar Ijn apftanb/ to as/ de vastigheit van het t? verbond; en (ju gebjuiftte bit troaftelpfte tooo?t;
Aile dewelke inet den Ileere in 't verbont. zyn , e/ zyn in dit verbont wel bewaart, hel kan niet ge-
ift broken worden; God zal hel aan zyne kant niet
breken, want hy heelt dat gezegt, hy heelt het ;c* geschreven en opentlyk verkondigt, ja hy heeft
n. het gezwooren; en wat woud gy meer hebben voor deszelfs vasligheil? maar, zegt het arme IV schepsel, ik heb het helaas aan myne kant gebro-jft ken door myn zondigen. Neen, zegt hy, de zonde tib zal aan uwe kant het verbond niet breken. (Pit
an bia^ boo? mn in ber baat een tcaatleïpfte leere/ Ir. Jijnbe bit etn ban mijne gjaatfie bjeejen: Cn \u na bejen bag burfbe ift niet na te ïaten in mijn en ^aracljiefterft niet te gaan. be 3 * Cen
36 Hel verborge Leven van
Ccn öing üdjacu iït noottacnbig aan tc mtr* fttn. lt;ïl5r. Mcldrum pjebifitc oücr ijet scïfbc mv öcrtacrp/ tuannccr iït ijcra bcrïict; 50 önt ijct bon? mn maar ccn ücranbcringc ban pïaató taag/ êix niet ban anbcrtacry. 3]ft öurbc niet anöcrfi Scggcn/ of t]n luas my ccn gejant ban ^Dij/ tcbieïtiE bat ïtcbeftigbc/ tjet geen ift tc boren in ttayfeï trofi, (Cocn biierb my bc^ ïfeeren taeg 50et en bermafieïijït/ en Ijet luaa mijn bïybfcljap Oen ï^eere te üienen. oD ïjoe bias ift in mijn fcijift/ toanneer ift ccn rtcïcgentijeit bonb om fom# mige ban mijne bjienben te berljaïen/ ïjoe gena^ tigïijft be $}ecre met mn geijanbelb ïjabbc/ Ijet , taeïftc Ijaar famtijbë 3a bicï als mn seïben berv guiftte. T'DClj niet tegenflaanbc aï ijet gene ift genabigiijlt ban jijne gacbertietcnljcit ontfangen ijabbc/ taaé ijet ebentoeï bermengt met ecnige Bittere inmengfeïen/ boo:namcïnft bit; betoeftanb ban mijn uubers luas niet ais ift lucï bicnfre; toant be bienft ban a3ab taaa niet in ijet \yu\p . gejin: en bit biaé mn tot ccn gjoote fmerte. ^eïangenbe mijn ©abcr/ ftn ïuaö enfteïijft een üaigcrïijft man/ gcenfinté ingenomen met be ptigten ban bc gabébicnp:/ nog op bcje nog op gene bjijje. .ïBijn mocber taas ernftigei- 'üefig/ fteibc in openbare en bci'üojgc pïigten: 3U bcr^ maanbe mn mcenigmaaï om ben i^cere tc joe^ ft en/ cn te üibben. ©et ijengt mn bat ift ijaar op ccn seftcre bag Ijowbc bertjaïen/ bat/ toanneer 3e. ban my ïtcbnigt toaó/ 311 op ccn taanberïijft'c tuij3C getjoïpen toiert/ om te biböcn om SSaiig-maftenbc genabe boo? my/ toanneer ijet ben i^eere betjagen 30Ubc my ter toerrit te üjengen; get toeïfte my tot gjoote biybfdjap toas aï*i ift get ijoojbe; ebentoeï toa^ ift niet gcycci 3onber
ftom^
ELISABETH WAST. 37
ftammcr omtrent gaar, ï|et üeïjmqöc ben ^eere op tresc ttjt/ mijne auöcr^ met interïijfte taeber^ taaarbigïjetien ie fii^aeftcn. IDe üoajsienigljeit inerftte 3a tcjjcn ïjaar/ bat fjet nut fmertebe/ mijne ouberé in sobanige ongcïcgentïjeit te jien; ja mecnigmaaï beeb Ijrt tnn bao? Ijaar üibben/ en aoft/ bat be ï^eere mun gerte ban mn tailbe nemen/ en ijet boa? aïtao^ üetuaren. SCfi mag peggen/ bat Ijare toebertoaarbiggebcn onber be bnajnaamfte bingen toaren/ betaeïl'te my aan^ 3Cttebe om ben ï}ecre in ernft te iaelïen.
JlDanneer ift nu sag/ bat ïjet taaarfcïjiinïijft taas/ bat gene ban beje luebetbiaarbigljeben eenige berüeteringe lian ijet Ijniggejin ^auben te taeeg üjengen/ ?a btierb mn bit in ber baat een [toffe ban aeffening. i}ct tiuam ft erft op mijn ijerte/ bat ift/ aengaenbe mijne Onber^ mijn ge^ baeïcn aan gaar ^eïben saube apenbaren/ get buitie einbeïijft na lange rebenftabeïingen met mn 3eïben/ ijoe get te boen gefuïite; ift ftonb ay een ïïujïbag abonb/ bianneer bin ^Ibanbmaaï gieï# ben/ au. 'Sjft t'telbe mijn ©aber be^e janbe baa? bat gn ben bienft ban ^ïab niet ayregtebe in jijn gutégejin; en ift berjagt gem get te biiïïen baen/ bag bit taaé te bergeefé; taant ift ay gem niet bermagt; (Caen toiit ift niet toat te benften/ af toat te baen; ebentaeï taiert ift g:aateïijft^ an^ berfleunt in get tictöa:ge geüeb/ am te yïeiten baai sijn befteeringe/ aïgaetaeï ift maar een ftïeine gaoye gabbe. (óy beje tijt taaj» get Cnam* geïium nm jeer jaet: .ïiför. Moncrief ganbelbe ober be beftecringe ban Zachcus, Luc. XIX. baaj^ gaubenbe be natuur ban be befteeringe/ en be mibbeïen/ taaar ban be i^eere ten bien cinbe/ 3ig bebient» bagt/ bat ift nait berguiftfte^
lijfier
38 Hel verb or ge Leven van
ïtjftcr ^CtEjrcticncn gcljoojt gabbc/ ban tcjc toa# ren. oHn öic mcerber met ïtragt op mijn quot;öerte atngebjongen tatccbe/ fipsonbtrijift als ijy ober bc^ 5E taoojben tjanbeïbe: Ende liy iuiaslede hem ende quam af, ende onlfing hem met. blydschap, Luc. XIX: G. taclften bag lucberam baa? my taa^ een bag ban baajïiomingc/ maftenbe mu gctaiïlig om CljMfhis aan tc nemen: Cn met tacïft cenc öïpbfcfjap ift licibult tuiecb/ fian ift aan niemant uitbjuttlien»
J|icr na obecbicï ma taeberom mijn iuTjanm ter sonbe en bcé baobté/ Ijet toeïftc mn g:ao^ tclijftji onberbjuïitc/ en mn famtyb^ obertaon; 30 bat ill brflODt/ dat myne smerten niel waren gelyk die van Gods kinderen. Cn bat/ ÏJHC bc.ltc ift quot;noft in be ^obsbitnft geftamen luas/ ift niet iöetcr in ift of een gebeinsbe fton 50 bejreüomen; taant ift bajbtrbc in be vpabsbicnft niet meer ban bat ift In- gelnoone yïigten op jijn tijb taaarnam/ cn mu.ïrïbcn afljieïbe ban g:oöbc iiitfijccftingen» cHquot;5ct een tooojt/ mp bogt/ bat ift niet meer Vjab* be/ ban een gedaante van godzaligheil, en bat ift niels van de kragt daar van kende; 30 alp betquot; tifcljt taajbt mn tc booben be plagen ban nnm ïjerte. iDc toinb ber bcrioeftinge taaaibe ft erft op mp/ bat;c mijn fjoopc taegfiïaaébe: ift ber# ïoo? tjet gcjigte ban ren aanbeeï aan Cfijifta^/ ift ijaalbe be g:onb om bezrc/ en berjefterbc mp/ bat ift nietE? toaé ban een witgeplaestert graf, en een gewiltede wandt: Sl'ft geïeeft iets? na buiten/ maar ban binnen taaé ift een neft ban ö^uibe* ïen. Coen taierb mp bic Jgt;£ï(?iftuurpïaat^ boo^ oogen ge^eït aangaanbe bc tlnec menfcljen/ be# taelfte een ïjui? fiantaben/ ^attlj. Vil: 24.. amp;c. cent ftoutobc op een ilcenrotfc/ be anberc
OP
ELISABETH WAST. 39
op fjct sanb/ Ijct ïjuij» tat djj ttn ^ecnrotft ge^ toauttit taa^/ flcmb öe iainbcn cn fta?nicn uit/ fdjoan 3ii 'cc tegen acu flacgcn/ cbcutorl luaci^ ijcn Ijct nict am üejre/ öaar jjet op Ijct 3anb/ toannccc ijrt ontaccr npflant/ Ijet nict fton^ be uitftaan: maat taicrt amber gctaacit tat cen puiiüjaap. aft maafite een naeuüie taepaffin^ pe/ bat iff Ijct seïfbc cinbc jaubc Ijeüben; toant iü Ijabbe tulft cen getoiixtc ban becbajbcntljcit/ b eta elft e mu nebeebjuftte/ bnt i\i nict Vionbc ïaaben/ bat een liinbt ban i^ab 3a itepïaagt lian^ be taa:bcn/ Ijct tacïüe my menigmaal bic tiebc tat ben ïjeere bebc op3enbeiu 01' neem my weg uit deze werelt, of bewaar my van liel quade. oD Ijac crnftclyft berlangbe iii tacn/ am Ctjji^ ftus alii Waning abtr my te tjebuen/ am anbcc te bjengen bese mijnc angebaobige brrba?bcnt^ ijeben/ ijct taeïüc iït ban my 3CÏben niet bcgiiaam nag gebnïïig taaa tc been. Six banb taftcïijït ttaec partijen binnen my; be eene toa| am mijnc SCf* iToben met nenaegen en bennaab ic iiaefteccn. ÓD beje party In a a fterb: ^Dc anberc party bia£ am mijne SCfgaben tct bent nit tc tactyen: maar bejc bias geïijft cen nicutagebaaren fthib/ Ijcb^ benbe gants geen ftcrbte. O! iït bebenb ijct cen 3biaar bicrft ten (Cijjiftcn te 3ijn.
gil bC3C toeftaut fuiÏÏteïbe tb/ tot bat beteibonb--maaï in be lierfi ban Colledge biierb nitgcbccït/ aïtaaar iït Ijct 3eïbe 3a bcrqinfiïtcïijït genaat aïs iït ait in mijn ïcbcn bcbe. aigt;p ben baftenbag moet iït crïienncn/ bat iït eenigermate geljaïpen biierb tot cen treurige geftaïte be^ gcefl^/ öcibc baaj mijn eige 3anben/ cn bic ban anbert; aïïe bieïfte 3ect taintig ap my ïagen. ^Pcscn bag toicrb iït aaït geljaïpen tat bc pïigt ban fmeeïtin--
Ut
40 Het verborge Leven van
5t/ om aïïe bcjc rcöcncn; ten tinbc gcenc ban öcscïbe magtcn ïttnamp;crcn ousc SUbanbmaaï-jegc-nin0cn, embigbe brscn bag in ten geboden ban bc naïattgïjcit ban bccïc pïigten/ cn Ijct öc^ bjijT ban iiccïc ;onbcn. (3?ag ift toietp tnn seïben en mijne pïigten ober be berbtenften ban bc ïfecrc Jfefns Ctjjiiïns/ bertoagtenbc aïïecnïtjfi om in ïjem en om jijnrnt bJiïïe aangenomen te taojbem «Du c^aterbag/ be bag bei* boojbcreibinge/ moet ift er'Hennen/ bat bc ïjeere oy een jigtbare tapse onbet onti taaé. .mr. Moncrief p:cöiï!tc Obec Joh. XI; 40. Hebbe ik u niet gezegt, dat zo gy gelooft, gy de heerlykheit Gods zien zult? 3Cn toelite ;Ccc:rcbcn/ baar berï ban be fjcetïnfi^ Öcit iJ?oba te jien taa^/ toerftenbe op be tjecten ban tjet baïï't/ en ooft op ïjet mnne.
-Kuftbag mojgen Ijanbeïbc Mflt, Moncriet Ober Ezech. XYI ; 8. Als ik nu by u voor by ging, zag ik u, ende ziet, uwen tyd was de tyd der minnen: zo breide ik myne vleugelen over u uit, ende dekte uwe naaktheit; ja ik zwoer u ende quam met u in een verbond, spreekt de Heere Jleere, ende gy wierd myne. JCftoaar ï(p bao?)ïeïbc een Ijoubieïpft tuffen Cl):ifti!s en arme jonbaren: fjn ftonb beeï op be ongcïpïiljeit berï öoutaeïpft^; bfaar omtrent Ijn na mnn befte geljeugcn/ jeibe: Wanneer iemand gaat om een wyi te zoeken, zo is 'er een van deze vier dingen dewelke hem daar toe neigt, ol rykdommen, ol schoonheit, ot' maagschap; ot' een goede en een deugdelyke aart, maar geen van alle deze dingen waren in onzes Heeren Bruid, om,hem uit te lokken, gelyk dit Ilooftstuk aantoont, ïfp b?ong 'er jeer op aan bat tap ïjet berb?ag jouben toeftemmen, ^n taelfte pïaat^ jft kernel
ELISABETH WAST. M
tti 5llaröe/ en aïlc be bicn^ftnegtcn öeiö ^ecren/ en aïïc bic rantam mti taaren/ tot gctuigtn nam/ bat ift met Cfeifiu^ lucl tc b?eben taa^ oy aïïc boajtaaarben/ ccn gcljefïe natneïprt
al^ ^japljeet/ ^tcficr en ïtaning toeftcmnicnbc om ftrui^/ licrïtc^ cn facrbolgingc te anbergaan/ inbien ilï :cr toe geroepen taierö. lt;0 ift bagte/cen flaal't om 'et aan ücrüjanb te toajben/ om ^efu^ toiïïe ié nietö; een galg/ een gebanfteni*? is nietó iuüien 'er Ctjjittuö maar in ié. Sii» neeine u bejen bag aan tot mini man en ï}cece/ cn geef rail om utae getroutac ?!3juib tc jjm/ cn niet troo? een an# ber. 3ift tuaé licrseftert bat be^ ï^ecren (èecfl: rap Ijicr toe bcrüonb/ en niet ift.
33a bat ift opsctteïyft bit gejegenbe berbjag in# getaiïïigt tjabbe/ ging ift om Ijet aan Ijet 5Clianb# maal lierscgcït tc ftcygcn; Ijet Ui as ben cccilen bag ban December 1096. taannccr ift nabeebe aan be ;esbc 'Cafcf/ bcUicïfte Mïr. Andrew öe# bienbc; Ijet luaé hoo: mu een aangenaam uurtje baar ift gctncinfcljap juct ben ^gt;ccre genoot: ^aar tuiecben tlucc ^§cfj:iftuurp(aat[en op mu ïchenbig cn ftragtig gcfcljaaten/ Jerem. XXXI: 3. Ik heb u liei' pehad niet eene eeuwige liefde. Hos. 11 : 18. Ik zal u iny ondertrouwen in eeuwigheit. lt;0 bat ift nooit Ijet 51'böubmaaï in bc ïierft ban Colledge bergeten mogtc. .ïRnnc fmeeftingen aan bc^ ^ecren (jCafel taaren bejc/ bat be t}eere boo? altoos» sijn Cbangeïiutn in Schotland tooube boen ftanbljouben/ cn bat ïfp taiïbc ülubcn fin 3une ^icnflftncgten/ bc quot;ücera# ren/ cn boen ijet Cuangcïium in Ijarc ïfanben boojfpocbig sijiu 3ift jeibe bcrgccf Ijarc jonben/ en be onje; ücpïcit niet tegen on^ï een bcrfi?ooftc berfionb/ plegtige en volks verbintenissen, biaar
aan
/(■2 Het verborge Leven van
aan top aïïc frijuïöis jijn. 3iït tocnfdj ijicr öe^ Sen bag/ öat 3c aiïc tocbcram inctxtin 'tlictüoniï magen jijn; gclijü ooft mijn arme £gt;abcr/ neem ^cm in nta ücrlbonb; en fieïangenbe mijn ^oe* ber/ ïaat aïïeó toeiTgenonien toojben/ tjet toeïfte ijinbert ïjaar berbjag met n in Ijet (Êuangeliiim: heinaar mijn ^Sjoebec op utoe toeg/ oy bat ijp met be nbefe toereït niet mag toegïocpcn. (é mijn ijjee?e i^ gioot/ ten Ijaren ayjigte; iïi toen» fcï)e u Ijier oüec moejeïijfi te mogen jijn/ en jonbe niet gaern ban beje mnne iieebe afftaan: inbien fyet 'net 11 Ine Ijciïige toiïïe üeflaan fian/ 50 taeigcr mn Ijet niet.
3?aar taaten ooït eenigc fieeben/ betoeïïie ift faoo? mn jeïben op jonb. Eerstelyk, bat be ï^eece mp een optcgt ïjerte taiïbe geben tot eïfte yïigt; ift bonb 30 beeï gebeinftljeit/ Meebenbe mp aan in eïïte yïigt/ betoeïfie ift bejrigtebe/ bat Ijet mp beeb berïangen na oyregtigljeit en babeïpftljeit in alïcji toat ift bebc. Ten tweeden, bat be ©eere mp onberanberïijft taoube maften in alïe nnine geïoften en boojnemen#/ bebielfte ift bejen bag gebaan ïiabbe: Jfft fteü een beranberïpfte natun# re/ maat o ïaat mp ftantbaftig jijn in ben toeg be^ ïfeeren. Ten derden, bat ift een toaaragtig lib ban Cïjjiftirê Xirljaam mogt 31111/ 30 bat ift toeenen mag/ toanneer uto faoïft toeent/ en bfp* be jijn/ toanneer utoen boïfte üinbe ié; toant u boïft jaï mpn boïft 31111/ 3a be?rc aïg ift 3e ft en# nen ftan. Ten vierden, bat ift mag een nuttige en een bjiigtbare boom 3pn in ntoen toyngaajt/ 6?engenbc beeïe b?ngten boojt tot utoe fteerïuft' Ijeit. Ten vyfden, bat ift mag berftrpgen een geeft ban nebjigïjeit/ oy bat ift niet öcben mate berïjeft toojbe; ban in sonbertjeit al? gp met mp
ge#
ELISABETH WAST, 43
genabigfnft ^anijelt/ fiaöen sa faeeïc in iïc lucrcït; öc gebagtcn ïjicr üan betten mu met licctaonbi^ ringc aan! ^Paar iwaccn boajnamclnït ttacc tin# gen/ öie nip tat bEctaanbering Aagten. Eer-stclyk, bat ift in een HEanb gcü0arcn toa^/ al-luaar Cljjiftu^ aan bcrlaarc janbaccn boa^gc^ fteït taazt. Ten tweeden, bat mmi Ijeitc abcr# rebet ié getoajben/ om be aanüiebinge toe te ftem^ men/ taanneer 3c gebaan luiert. # be ïiefbe rn bc bïutftïiap baar iü mebe üerlinït tuiert! toaó g?aat. 3;ii toas gein a an tmm genaegen tt nemen in Wee# fcljeluïte tpblierbjnlien; maac nu jag ift'er geenc in. €n fcijaan ift/ In at innne nat uurïnUc gc^ flelbïicit aangaat 3a bjaïpft a'fé ietnanb Inaé; nagtané ftan ift Ijet nu uit onberbinbinge jeg--gen/ bat ifi nait luifre/ taant Ijet toaé bjaïyU tc 31111/ tnt bat ift Cljjiftuó aangenamen ijabbc. ®iac gjaateïyiis sijn 311 te ïterifpen/ bctaeïfte scg^ gril/ bat de Godsdienst een droefgceslige zaak is. §|ft ïten ban ijet tegenbeel bersceftert; taant een bleefrijeïyftc man af bjauta taiftcn uait taat bjeugbc taa|. ^ft mag bese yfaatfc een Eben-ilaezer, af een Beiliel naenieri/ aïtaaar ift iöab autmactenbe/ en mijne afgaben en mijne berba?* bcntljcben gebaabigt ftreeg; en in bertaagtinge/ bat alle mijne fmeeftingen taegeflaan sullen taa?= ben/ am ^cfu-j CljJijlita Iniïle/ bc .ïitëibbcïaar beé JSientaen ï)ctüaiibé/ 3a auberfcljjulic ift mp 3eïbEn am bes ïfceren te taesen.
ELISABETH WAST.
iJIgt;aar bieï na bC3C gjaatc cn pïegtigc infteïïin# ge/ een biaebig en üefdjjeijelijft liaau2bal beaj; ay ben baïgenben Saiurdag antftanb'er een fcljjifto
fielpftc
4-4 Het verborge Leven van
Mpfte fijanij/ ïjct taeïïte öc ganfrtjc ftab in lier' taajringc tijagt» ^ntiertuffctjen taaé ifi/ toannter tft get tcril: öuajöc/ in tien jctictiE: maar toa^ Sett öonbig en baijjirr. lgt;og toannccc ift ijet faicr sag/ 300 settebe Bit mpn geeft een nifiitac firagt üu; en ift ftrccg bjyljeit/ om myn ïjerte boa? ben ï^eere uit te flatten; en be boojnaamfle 6ebe/ betaeïftc ift bebc/ toaé/ dal de lleere dit vier aan b een of b'aabet tot een middel van bekeeringe geliefde te maken, ïjet taeïfte ift bag^ te/ bat anje tceurigfteit in een gejang jaube ijter^ anberen,
(©y ben boigenbe bag/ 3i)nbe iluftban/ pje^-biftte Moncriel' nticr beje taoojben/ Mich,
vi: 9. De stemme des Heeren roept tot de stad, (want uwen naam ziet het weezen) Hoort de roede, ende wieze bestelt heeft, merftte
aan/ dat elke roede een stemme hadds; en dat het alleenlyk de wyze waren, dewelke des-sell's taal daar van verstaan zouden. ï^n jeibe on^/ dat Gods stemmen tot deze stad riep, dat wy onze wegen verbeteren zouden, op dat God niet mogte komen om onze stad op een vreeslyke wyze te verteeren. 3;ft ftan niet jeg* gen/ luat beje fiefcljiftliinge bet ijtaojsieniglieit ajj mn taerftte; maar 3efttdnu ïaat 311 mu jien be pbeïljeit ban aïlc be gefcfjapene yïaifteren beé tijba; en bat 311 aïfeenïpft Ijet geïuftftige halft 3ijn/ betaeïftc ijare fcljattcn in ben ï^emcï tjebben. ab be ^eeft beé ïfeeren bebc g:aatc moeite om mn te toonen toat bc tacrcït taajt. Sift sag afó in cencn fpiegd/ üeibc toat goeb en mtaab baar in taa^. *E5aar snn besc 17 5Canmerftingen bic ift ober bc tocreït pabbc; ttaaeïf tian beselbc snn ^naab en ftïjabcïijft/ en byf syn goeb en nuttig.
Voor
ELISABETH WAST. 45
Voor eerst, ^ag ift/ bat ju ijctocïfic gcjet jpn om fac toerclt tc jocïicn/ onbcraaan moeten ccn g:aot gebeeïte Uan onruftcu en gueïïingen/ eer 3U |et öcïionien ïmnnen. €»! bit i«i een gjoot guaab; aïtaaar omtcent lup oné jcïlie anttuften af fiefiommcren/ en té niet ban een jafi üof luinb te üergabcten/ bctoeïik faoo? Ij et minfle gebïaa^ faerflutat: Ten tweeden, Inanneer Inn in beje toaerelt rijfibommen Ijcliamp;en/ Ijoe gereeb jijn ju om onje ïiefbe ban Cljjiftus te treMenï 'arant tou tionnen niet ttoee meeftcr» bienen/ 1 Joh. 11 : 15. Zo iemant de werelt lief heeft, de helde des Vaders en is niet in hem. Ten derden, cïiOeenig een Ijeeft snn eigene .;irï Iterïaoren/ boo? be toereït te joeficn: en Uiat jnllen aïïe be tyft# bommen ijaar haten/ Matt. XVI : 20. Ten vierden. De toereït Ijeeft geen herteooftinge in be tnbt ban staai'igïjeit/ luanneer tan oy een öoobt öebbe spn/ of toauncer Ijct getaeten lue^ gens jonbe onttaaaftt is'. Ten vylden, be toe^ rrït ftan geen rantfoen boa? on^e angevegtigïjc^ ben en abertrebingen geben/ Inanneer tan boa? be bierfeïjaar sullen ftaan. Ten zesden, öe bJe--= relt berljinbert mcenig een 0111 Set bcrb:ag met Cfjjiftuji te fluiten oy 31111 eigene baa:bjaarbcn/ geïpft bc jongman in Ijet Cuangeïium/ en bie in Matt. XXII. bjannter Cij?iftu^ tot Ijaar jonb om Ijaar te noobigen/ ten einbe om met ben ïianing ber ï^eerluufjeit te troutaen/ a peggen 3U/ verontschuldigt ons dog, want wy konnen niet komen; taant be taereït berljinbert on^. Ten zevenden, ïïijfiboinmen in be^e toereït jun geen teïien ban (öobjt ïiefbe. i^et is boo? iemant toeï aangemerïxt/ dat de werelt is gelyk een af-gegeele been, het welke de Heer de honden
voor-
46 Het verborgc Leven van
voorwerpt. Ten agtsten, öc tacreït maaltt/ bat bccïc Ijet eigene afficelbfeï ban ben öupbeï/ in ijoabaarbije aantretifien; sy toojben gclpft Je-schururn bet. Ten negende, be taeteït ftan ra^ berlooceu taojben; en bit fijengt mebc nientae bjoefljcben en jjueïlingen; öan jijn sp/ geïijft Micha zegt, sy hebben rnyne goden weggenomen en wat heb ik meer? Deuf. XXXII : 5. Jieil un^ öettoagt bier/ een ftojm oy jee/ en anbere nn^ gebaïïen/ siiïïcn een b^acbige beranberinge om# teent een tijïx menftlj te toecg öjengen. Ten tienden, Ijet is ren jeer maepelifïte saaif/ be toereït met een gaebe Canfdentie te tainnrn; bie rijft taiïlen jijn/ 31111 beeïe bersacïiingen anber# toojpen/ bet^aeftingen urn te üebjirgen en te liegen/ of anberfinté sullen ijare inftomften niet bermeetberen 5a raé aï^ jn toeï totïben. Ten elfden, ju betaeïfic be tuerelt ïjebüen/ moeten fterben en 3e agter Ijaar na laten/ en mogeïijft aan be jabanigc/ bebieïftc Ijaar Ineinig btban» ften 3UÏÏcn/ fcljaan 311 Ij^re 3ieïcn in een gaaat gebaar gefleït Ijebben om ijet boo? ïjaar te berga* beren/ beVuelfte/ taanneer 31.1 ijet öeftomen Ijeuüm/ get tot een ftrift en een bersoeftinge berftreftften jal/ om Ijaar om te leibeu in een ftoers ban 3011-= be en ban ongeregtigljeit. Ten twaellden, 3y/ betacïfte bed ban be Uiereït Ijeüöen/ moeten 'er een gjoote reftenfdjap ban geben/ in bien g^oo^ ten bag/ Ijae 311 bat (Calent boo? a5ob en 3ijn boïft aangeïegt tjebben/ 311 maar rentmeeftcré 3ijnbe/ 3al lt;i?ob ijaar reftenfcljap boen geben ban Ijaar rentmecfterftljajj.
.4Üaar niet tegenftaanbe alle bcsc guaben/ be^ taeïfte Ijaar/ bic be taereït Ijefiben/ bergesdfeïja^ pen/ nogtan^ 3ie ifc bede g:ootc boojbeden/ in
3e
ELISABETH WAST. 47
je tc ïjtlüïJEn. 3©ant i. gp mosen meet tpb en grïcgcntljcit gcfilaen/ om öcn ï^cecc te bicncn; Ijebbcnöe aïïc^ in Ijare ffanben/ en jijnbc niet filaat gefteït aan bcjc anruften en maeueïijfttjeben/ aan bcüieïïtc arme ïiettcn onijertoo^pen 3pn/ ïjet taclïte Ijaar tot een giaate tjinbetpaaï iicrfl:ceftt om öcn föecre te ^aehcn en te öienen. 2. ^ie öe tacreit Fjeïiamp;cn/ ftunnen baar mcbe bcrïigten en tjeïyen be tebcn ban Cljjifii; en bit jeïïie ftan ön berlioïij naij tat een segen jnn baaj ^aar en gare naftanieïingen/ I's. CX1I : 5/ 7. 35ob taiï niet bat 5p gcLi,:ctt ïnbcn betaeïfte maar een fiefter ftonbt taater aan iemanb ban june ftinberen geef:. Ten derden, Kiifte lieben IjEbbcn 511 bee^ ïe biinben/ onber indue stoarigljeben jpn/ 3e ijebben genoeg om Ijaar tc berguiMtcn; baar arme/ in bedegenttjeben 311 nbc/ toannter 3e 3icft 3iin/ treuren/ fiïagen en lueenen; ganfdj toctnige tjebben bie bjagen biat Ijaar beert Ten vierden, itijftbcnnmen ftunnen een mibbel 3ijn/ om Ijaar te berneberen/ toanneer sy aan« meruen/ dat weinige ryken zalig worden. Ten vyfdea, ïïijl'fe ïieben tjebben gaaate ftaffe ban ïof en banïtsegging/ bat öob 3a miïbeïpft ïïaai' ber3a:gt tjeeft/ fioben beeïe anbere bie 3a gaeb aM 311 3pn. ^it üel)oa:be ban ïjaar menigmaal tot ben tljjaan ber gcnabe te boen gaan/ ten einbe Ijare rpftbommen ijaar en anbere/ niet tot een ftrift mogten beritrcfiftem Wanneer ift be3c bingen ernftiglpïf obertaaagen Ijabbe/ 3a moefl ili 3eggen/ bat be jtbeïe bierelf maar ftïein in mime oogen bjaö.
Ontrent bee3C tpb/ reever in mn op een bjce* flpïte en bjoebige berbaibentijeit/ tadtte men noemt zelfs bedrog, en be zelf zoeking taecïtte
30
48 liet verborge Leven van
3a ïjtftigïijft tegen nip/ bat ift niet taiftc taat tc öoen: üeüanij ift ^ct boo? eigc ctbarEiitïjeit/ bat ïjet niet ten ïigte ^aaft taa^/ om ccn gcljccï 3df Uertoocïjcnb Cfijiftcn tc tacjen; tocrftenbt om ben i^enieï/ om 3c aï^ ijet taarc boo? bc Inerficn te tainnen/ en om tc geïuft aan alles lierïactjcnt tc sijn/ als of top niets met alles gebaan gabben. ai) Ijet een jtaaar taetft in ber baat! hetloocljent tc 3un aan geïreben/ aan tra^ nen/ en anbere 33ob^bienfiigc yïigten: ö?it toa^ gelyfi bc toecn ban ccn nicutoc gcöoojtc/ ijet tocliic met een gzoote pnne bergeseïftljapt gaat; of geïpft een ingaan door de enge pooiie, ïjet to elft e bpna ijet ücï ban be ficench frljeurt/ eer ift ijet obertoinnen ïionbe. (Cocn biel bat to a cat op mpn ijerte/ inbien iemant mpn ^Difciptl toiil 3)in/ bic moet ijem seïben betloocijcnen. ©an alïe be beeïen ber a^ob^bicnfl/ betocltic ift ontmoet ijabbc/ bonb ift be3e bc mocijeipftfte om 3e te Eteftamen. ïjab een naam in bc ©ob^ bienjt Uecftregen: maar ai be naam betoeïfte ift ban Sd'efué Cijjiftu^ bequam/ toa^ bat tooojb/ Mall. Ill: 8. ^p ijclit mp berooft ban bic cere/ betoeïfte mp toeguam. ®it tooojt bjnftte mpn ijerte 3eer; toant ift toift bat get toaarijeit toa^/ bermitji ift met mp ombjoeg bien ^uibcï/ zelfbedrog, of zelf-zoeking, toaar ift ooft ging. Cquot;) bat eigen scïf/ bat laftige bing! eigc zeil'; taat 3aï ift'er mebe boen? ^ft ben in gebaar om'er boo? bcrnieït tc toojben. 3üft DO?becïe bat bic Sin-spreuk buo? mp mag obergefrö?ciicn too?bcnt ongeloovige en trouwloosen heb ik my zeiven niet aan den Ileere overgegeven? maar de inwendige gestalte van myn gemoed zegt het tegendeel.
^Cocn
ELISABETH WAST. 49
te (fCocn ficgon ift tc oniïEtsaclten/ ijac bejte ift
it/ geïtamen ina^ in öc tacg 'iian a5ab/ af naft gc^
:cï bein^be niet ftanben geraftim tot al ï(et gene ift
ijc Ijabbe; en efaentaeï te fiojt ftomen aan saïigma»
be ftenüe genaöe? SCft Bab/ cn 3a bebe be trotje
e^ Pharizeeuw: ift berfteere met be lt;J?Dbb?ugtige
cé en 5a beben be dwaze Maagden, ift ga aan ïjet
er ^agtmaal/ en 5a beben bcje gebein^be; ift Qefi
a^ een ïufi: in ben i^eere te jaeften/ en jp Qabben
it} bie ooft/ Jes. LVIII: 2. firn b?p ban gjabe
et uitöjeefiingen; en 3a toaé be jongeling/ Mark.
t; X: 20. Mn/ taat öeö ift mcec oan beje gebaan5
et taaren niet seïf-bcrïaocljenb en ift ben get ooft
er niet. J^cere/ ift moet mpne fmeeftingen boojt^
jt jetten! bit bjagt mp tot ben tijjoon ber genabe
lil om ïjet eige jeïf t'onber tc bjengen: maar ter
m jelben tpb bagt ift bat tjet te fterfter op mp aan^
\t-. biel.
3c lt;15? beje tpb ïjab Mr. Moncrief beeïe gepafte
p quot;Keejreben ober be eigc gercgtigïjeit; taant jpn
iü (Cept taa^ in Marc. X. aangannbe ben jonge*
b/ ling in ïjet €bangeïium. a3ctai?ïpft Ijp fpjaft 3a
c/ reijt9b:aat0 na mun toeftanb/ als' af Ijp bien
in rteftent Ijabbe; goe bc?rc tan in be «éobghienfl
'§/ magten ftomen/ en ebentacï dat eenc ding ont»
11- fieeren/ geïpft bese jongeling bebe. Wgt;it maaftte
(0 nip bebiecft/ bat ïjet ooft 3a met mp mogte
at gaan: ^og taanncer öy gnam tot bese taoo?-»
er ben: neemt het kruis op ende volgt my, 3a
n- taierb bit mp een tpb/ bctaelfte ift taenftlje noit
n: te bergeten/ 3pnbe ijet ben 30 May 1697.
en ^P merftte b:ie bingen nit be taoo?ben aan.
n- 1. HDanneer Cö?i|ïn^ roept/ 30 beijooren tap
Le- baarbigïpft te ge}jao?3amen. 2. 5(11 taie na ben kernei gaat/ moet Cij:iflug bolgen: tap moe*
en 4. ten
50 Het verborge Leven van
ten gem hoïgen bao? öpsanöcre en faeragte pïig^ ten. 3. 5JiI toie Cï|?ift«^ haïgcn toil/ moet julftg trnen met ijct ficuté op ben rugge; get ftruijg om aïïeé te herïiejen Ijct gene toy in te lucreït ijcïtlücn; Ijet 'fttiiiö ban pijn/ en fcljanbe/ faer«= faoïging en baat. J^aar uit anjen quot;leeraar aan een iegeïnft baojflcïtic/ of wy Ciiristus op deze voorwaarden wilden aannemen, ol' niet'? be# be een bjaag/ waar aan zullen wy dal weten wanneer Christus ons roept om van alles, het gene wy hebben, af te schelden? ü^ct antüJODjb toaj?/ wanneer het gene wy hadden niet konde gehouden worden zonder zonde, en zonder een strik aan het geweten. Sjft mort erftennen/ bat bejen bag mu'een bag ban firagt toaé/taaar in mune gcncgenttjcben na bc ï^rcrc SCcfuö 3a gacn# be gemaaïtt toierben/ bat lit met Ijcm op dier* ïep iina:taaarbcn te fctjebe taa^. ^ bc soetig# geit be toeïfte ift in bat ïtruté sag/ atoaar ftu^ 3i'efu^ taa^ / cn bc gjontc boojbeeïen be# toeïfte get scïfbc ttcrgcseïftgaptcn! aigt; Ijac bjicn# beïnft cn öïnmaebigïnft ftanbc ift een fijanbenbe flaaft om Cgjifti taille amfjeift gclamp;bcn! Sift nam op bicn bag ï^cmcï en ïiarbc/ cn ben ïfeere tot getuigen/ dat geen kruis nog vervolginge my van Christus zoude afscheiden. «ïtëaar baar toa# ren ttoce bingen/ bic nm aïs ftruiffcn/ taaar aan ift mpne toejïcmnungc niet gcüen taiïbc/ 'joo?# guamen; get eene taaé/ een alwezende God in tyde van nood en beproevinge; get anbere taas?/ aan een zelf-zoekende gesteltheit des gecsts overgegeven te worden. ï^eerc inbien gp mp faan bcje ttoce ftruifen Sacrïotl:/ 30 toiï ift alle anbere/ betoeïfte get u belieft/ opnemen.
i^ier na toierb ift fteöjeefl/ bat aïïe inpne
boa?#
E L I S A B E T II W A S T. 51
Ijoojnemen^ fana? tc taitiU soubcn afftuiben/ taannccr een öag ban fiepjaebing ftamen jauijc/ taaaroni ift mccnigmaaï ap öe^e bJiijc bao? öEn rïfjoan Öc^ ï^ecrcn üaij: lleere, neemt gy my-ne voornemens in uwe eigene hand, en bewaart ?e voor my; op dat, wanneer de beproevinge komt, ik dan niet zy gelyk dien jongman, de welke tot Christus quam, als ol' hy alles doen wilde, om het eeuwige leven te bekomen, en evenwel, als hy beproeft wierd, ging hy droevig henen, Matt. XIX. Cu syntjc obertuigt ban hc bE?raticru mimjt eigen Ijcrtc/ 501.1 tmrfbc ift'er niet op bertroutacn/ ban 30 bE:rc get ina^ in Cï|?ifU beluaringc,
^taar na bonb rft get lidjaam tier jonbe en be^ tioaö^ ilerii in my taoeïen/ en be gcecfr^enbe becbo?bcntf(eit laaé tnp tot een gcbiutrigc giieï^ ïinge; 300 bat ift niet bJijl taat tc bocn. SJft fionbe aan nicmant myn gcmocb ontbeftften: taant ift ^ag bat Ijct noobcïool taa^; en ift bag# te ooft bat nicmant in mpn toeftanb to a 3.
Sift ijab een ^obb^ugtigc Imcnbinnc/ aan taicn ift ieté ban inpn toeftanb berljaaïbe.
troft mpn gebaï tcc ijcctc/ en jcibc nip/ bat ift ïjet niet aïïeen toas? bic Ijicr nicbc tc taojfleïcn gab. ©it ftreftte tnn rot eenigc berligtinge/ ftljoon Ijet maar een 3eet fto?t tanitje toal JDy üaben menigmaal tc fatnen/ om bcé ^cercn meininge baar omtrent te toeten: maar aïlej? üïcef jcer buiftcr; en na bc toaarneminge ban 6ob?bicn^ ftige pïigten/ bonb ift bat be berbo^bentfjeit fierfxcr en fterfter toierb. 3ift jag nergen^ ecnig genee^ mibbcï/ ban in Ijet ïtoninglnfte ampt ban be ïtccre 3;efu^/ om my tc obertoinncn. Sift 3on= berbe een bag af tot baft en en treuren taegenjï
tnyne
52 Het verborge Leven van
mpne ïjcerfcïjcnbe SCfgoti/ ben 10 Juny 4697, Cn myn innfgflc Ijcrt^fiegcerte/ aï^ in be tc^ jjcntuoojbiggeit (©ab^/ taa^/ om de Heere Jesus gtlpftfojmig gcmaaïtt te taa?ben/ en ben i^Eefl: te Ijeöficn betaelfte in ï(cni toaj»; en juïft ten mate han öeiligmaïlinge te ijcülöcn/ aï^ boa? menfdjen mageïyft toa^ om'er in bit ïehen toe te geraïtem
SJft tnaö berjeftert/ bat be^c inline fiebe ber^ ftrjigeïyft toaé/ anberfin# jaube Ijet nait ficbo^ len ^un getaajben/ te wandelen, gelyk hy gc-wandelt heeft, ^eere/ ift heranbere quot;bit gcftab in een geïteb: ï^eere/ tiaet my wandelen, gelyk gy gewandelt hebt. ïjicr niemant ban 6oii te* g'entaaajbig snnbe/ 5a nam ift nmn papier/ pen en inftt tat getuigen/ bat ift op bie boojtaaarbe mpn berjacft hergunt ftteeg bat ift te b?eben lamp;cn met taat boo? ftruté gn mp ooft fccjaeftt: maat ijet i^ nnber fiebing/ inbien gn met mp jut/ en mp utaen (ï?eeft geeft/ om bejen mpnen gob te abertatnnen/ betaelfte om uta pïaaté finmt te tbJiflcn» J^eere/ ftom/ en regeer afê ïïa* ning ober mp bejen bag/ cn bort mp niet?? tail* len/ ban ïjet gene utaen taille i*?. (é öae joet taa^ mp bejen bag/ taaar in ift mpn perte cn geeü boo? ben ïjeerc uitflojtebe/ en ftreeg gjonb om te gelooben/ bat mpn berjoeft ber^ |oo?t taa^/ uit -bat toD02b Phil. II: 13. Want het is God die in n werkt beide het willen ende het werken, na zyn welbehagen.
Cen taeinig ftièr na/ taiert' er te ftennen gege^ ben/ bat get ^atrament te Las wade flonb uit^ gebeeït te tao?ben/ be gebagten baar ban mp berftlpbeben. Sft nam boo? baar op ben baflen* tiag te spn/ betaelfte ift meenbe bat Donderdags
toefen
ELISABETH WAST. 53
taejen soube. üP fl:aniï in be macgcn^Dntr op/ tn niaafite my jeïben gcrcct! om tot be plaatfe te gaan/ bcluelïte biet mpïen ban Edenburg toa^.
goe Mpmocbcïpft ging ilt op ben taeg! 3Jft fpjaft nicmanb aan/ en tarinige fpjaïten tegen my/ baar ilï alleen taa^, 31fi moet in bet baat jeggen/ bat be tcgenluoojbigïjeib ^ob^ met mp toa^/ en bat toaa,2b ïiep gebuurig in mun faer^ ftanb/ wie is den Ileere gelyk onder de Goden? Ijet IneïftE mn ïang^ ben incg joete Scbcnftingen Uerfcïjafte. Wanneer iït tot bc plaats 511 am/ 3a öertaanbctbe ift 1119/ bat baar geen Wit berga^ bert toa^; maat ift bagte/ ift fien i)kr tc broeg; berljaliten mil ift mp jelben een taeinigje gaan bermaften aan be toaterftant/ tot bat bc (6ab^ bienft: ftnna Beginnen joubc. 3ift berüianbctbe mp gjoteïnftj»/ taeïft be reben magte jpn/ bat be molen gongen/ en be bjontucn tjarc tocbamp;cn Wiftten: ift bagt bit ftomt niet ober een met een baflen-bag. (Dnbertuffen ter'diul ift be taeöïten/ bcüicllic gr* üïeiftt toietbrn/ üefdjoube/ ontfing ift ten jeer foe# te Bebenftinge* Sift jag fommige taefiften/ bc tael* ftc berfeft in ^et taater geïegt brierbcn/ en be^c taa»-ren ban een flegtc ftoïeur; ift sag anbere/ bctad# ftc ïangcr gcïcgcn ïjabbcn/ cn beje taierben toit/ en beranberben ïjarc natnnrlpfte ftoïeur. tCoen bagt ift/ beje taittc bjcübe taa^ ecn^ staart/ en SO naobeïaoö aïé ö^t anbere: (taant een ongc# üïciftte tacïiüc iö ban tacinig of geen geüjinft) maar baar iö bed moeite omtrent aangetaenb getaojben/ eer ijet Ijier boe qnam; taat inboo» pingc/ ftïoppingc/ nittajingingc/ Öetaatcringe en bjpbinge/ iö'cr niet aï gefr^iebl 5Su bc iueben# ftinge taa^ bcse; bc angcftïcifttt tacftöc taa^ ge* Ipft bc nnbernientabe sielc/ taaar aan be ^cerc
bed
54 Het verborge Leven van
bceï maeite te fiafte ïjangt/ eer Ijct gaar natuur# ïpfic rjcöaantc bEranbcrt: tnat aï ftïoppinge bao? Spn taoojiï; toat aï uittojinginge cn fpoeïinge boo? bcröjuftïiingcn; cn toat al fictaatcringe bao? 3pn Cuangclimn! ^aar ajt bagt ifi/ üc taitte tBEïiïte iaa^ gclyft ecu hcrnituUibc ^iele/ in taien tt^En arbcit ïjaar uitlucrfffcl ïiefiamcn Ijab/ sn boo? ;o ücjrc öe UicuBe tuit toa^/ cbcntocï öaoj ijiEn bat ïjct gEbuurig gcljantEcrt toicrb/ jü taiEtb gEt rafdj Uuiï/ 5a bat ïjct bifitaiï^ kiEberam moet gctaaiTcn taajben: Slïbué i| ijet met EEn bcrnicutabc jiEÏe gEïcgcn/ bctaclfiE/ ftljaon 3E gcljciïigt ig/ cn wit gemaakt in hel bloed des Lams, Opcnb. VIL nodjtartj» om batJE in ccn bErbojbE kTcrcIt i^/ 5a öcljÏEfttsE Ijaac raé/ cn mact Ijaar scïlicu menigmaal tat bc fan# tcinE öcgEhcn am ïjaar te rEinigcn. oDy beje tub bagt Ui/ nn jal bc (öabsbiEnil Ijaaft ücgiiuiEn; bcrljalijcn ging ift na fjet ïxcrftljaf/ alluaac ift gEEn fcijynfiaarïjrit liao? Ern XcE^rcbcn ticiycutv be. bjacg toannccr be ccrftc Waft jaubc iui-ben? cn af bejen bag ben bafienbag taa$5 SCibcn my/ dal den vastendag gisteren was, en dat ik my zeiven te leur gesteld hadde. JKn i«ï get mn anmagEÏpft tE berijaïcn/ toeïft een frïjic# ïpfie becanbecingc bit in my taerfite/ ja bat ift mp scïUen niet fcebtaingen ftanbc: maar aï^ af 'er ccn yaofi na inyn tjccte gctlaaïtcn toa^ getoa^ ben/ 5a Èarficbc ift uit in fmerte en bjacüjcit/ bat ift siiïh ccn tfcscgcnbe gcïcgcntijeit baai myn eigen bersuim betiaaren Ijabbe. lt;© bien imanb angeïaaf/ taerftte fterft in my ap ben toeg/ cm my öftöE gEbagtEn ban a5ab tc toen baebcn/ cn bat Ijy my niet ïicf öabbc; get toEÏfic my aï tocenenbc en bjOEbig synbE/ becb taeberfteeren
ben
ELISABETH WAST. 55
ötn tacg/ öttDEÏiftc iift bjoïjift 3pnöE/ fietaatibdbE.
a? Wanneer ift t'^ui# guam/ taitrii iït mg scïbEn
!JC op etn üeb/ in een fipftere hïaag ban misnoegen/
o? baojncmcnbe/ öat ift ap öien tpö niet sauöe ter
;tE JSagtmaai gaan: ^gaar a öac saï ift berljaÏEn
en öe ïangmcEbigljeit en tiEi'bjaagsaamïjEit öcg i^ee^
m ren/ üEtoElftE in too?n teEgcn^ ja EEn IjaniJEÏ/
0? 3ig scïfaEn niEt opEnfiaEröE; maar ïjp qnam gant^
tfc fcïjcïnft in ïtcfbc tot urn/ En abErtn^gbe tnn/ bat
m ift ongeïuft ftabbc. 15it liErtoaftftErbe myn gerfl
ct toEbErom/ 50a bat ift eeh ban be pEtftE namfbba#
311 gen/ al^ ift benfie oit gEljab tc IjEbBen/ onbErbonb.
etl Cn toannEEt ift aanmerfte/ lucluc be taaïe ban
5^ ijEjE tE ÏEurftrïïinge mogt spn/ of toat ift'er ban
at: ÏEErrn joubE/ 30 quam bEjE iiebEiiftingc in mpn
u' gEmoEb; toat taa^ bE rcbEii/ bat ift niEt ÖEtEr
.,l:i btrnatn/ toainiEer be bafhnbag joube jnn; be
115 rEbEn taas ücjc: 3ift ïjab be niinfte ttopfEÏ niEt/
ift of Öet: Sfube Donderdag syn/ om bat aÏÏE tc
lv baftenbagen gctaoonïyft op biEn bag boojbicïcn.
li^ IDrrïjalbcn nu am Ijrt niet eens in nnm gcnioet/
'n om Ijct iemant te bjagen. ^aar op boïgbc bit aïé een leffe/ bEtaeïfte ift'er uit ïeeren sonbe/ öat be te ïeurftcOingen meenigmaaï ban be^e
ff hingen boa?tguamcn/ taaar ban ju 't minftc
if* bertoagt toojben; 3jr*at jonb ijet jnn/ inbien
of ift mogte leggen in ecnigc cnbeftïaagbe jonbe/ toaar ift geen obertuiging of ttopfeï ïfabbe/ en
t/ nogtan^ joub 3ji mp tot een te leurftelling fton^
n nen berftreftften ten bagc bes J^eeren. ïï^tt bebe
'b mp tot OSob uitroepen: Dat liy my onderzoe-
tn ken en beproeven wilde, en uitvinden alle de
n verborge zonden en gruwelen, de welke in myn
herte leggen, pfalm XXVI : 2. n Saturdag ging ift toeberom na Laswade, aï^-
m
56 Het verborge Leven van
taaar JlBt. Walker pjebifttc ober Joh. XI: 28. De Meester is daar, ende hy roept u. gab beeïe jaete en taenfegeïpfte aanmerfiingen uit be inao?i3en. .ïlKr. Anderson ïjanötlbE obec de bevestiging des Testaments door de dood des Te-stamentinakers. iït banb in bcje ^CEEjCEbE'
nen niet/ ijet tacfftc ift gctaenfl gabtic.
(0i) bejeïföE tpb tjuftte my een ^taaar taigtc ban bcrbu^bcntljcit neber/ Ijct tadfte alfe munE berguiSamp;ingEn öittEr maafit. Sfft gang in 't EEnjaam na be belbEn/ aïüiaar iö mun fyn* tE bao? ben ï^tnt uitflojtctiE. €n a gac toirrt mpn ÖErte na ben ïJecce öcgEerig gEmaaïtt! bat |jp taiïijE Romen/ En nemen eeu üE^ittingE in mun ÖEttE/ En eegeeren öaac aïé ïtoning eu ü^Eere/ flootEnbE aiïe^ ter imire uit/ IjEt taEfftE spn her^
bïpf by mn berljinberbe. Sift bempEibE my jEEr in man Ijccte taEgenö mynE oubEr^ eu bjoEbEr;
torn guam bat taoo?t tot my/ ik zal u niet troosteloos laten.
©eje nagt boojgelijagt jnnbE/ bagt ift in bEn mo?gEn)ïanb/ bat myn geftaïte er nirt na geftEÏt toap om bEn IrjeerE tE ontmoetEn. ^ft Ijab bEn bag boo^ Eenige neEr|Tagtig|Eit bE^ geEjl^. .ïBr.
Flint ganbElbE ober Hom. XII1 : 14. Doet aan den Heere Jesum. ï^y bEbE in bEr baat Een ï trooflElyïtE ^CEEjreben; bog EbEiitaEl ftonbe ifi'Er t taEinig aanmoEbiging ban ontfangEn/ 30 ÏEbsn^ i ïoo^ taa^ ift; nogtan^ niet tegEnflaanbE aïïe 1 mpnE tEgEnftreEbingEii/ ging ift tot be bjifbe lt; (fCafEl/ bEtoElftE .JiX^r. Moncrief ÊEbiEnbE. '3Ifi 1
taa^ aan bejE ^TafEl in julft eeh ïebEnbigE geflaï-te niEt/ aï^ ift ttiEl boo^tyb^ in gEtaEEfl biaj*; EbEnbiEÏ jonb myn IjcrtE op eeu biErigE tayjE bEjE bEbe/ Heere, wat wilt gy dat ik voor u doen zal ? Hand. XVI ; Si. quot; ij^an»
p
MM
ELISABETH WAST. 57
Wanneer iS bicn nagt in 't Sjerfiojgen mp af' janberbe/ 3a öegon ift te onber^aeftEn/ taelfte be reben taa^/ bat iö aan een Sflhtmbmaaï juïït een flcgte geflaïte gabbeï (^ben firteg ift baar ober beje ttaec ficbcnfifngen/ 1» Sift jag/ dal men met de instellingen geen afgodery moeste plegen, als daar is te denken dat de Ileere op die wyze moest bepaalt worden. 2. Men moet eene goede gestalte niet tot een afgod maken, denkende dat wy daarom den Heere meer behagelyk syn. i©at i^ geïb in onjc ïjanb tc fijengen tat be marftt ban bjpe genabe. 33ft jag/ bat/ inbicn ift aïtan^ in een gacbe geflalte ge^aectt taa£/ ift geteeb joubc jun nm tranen/ gefiebcn en gHbanbniaalen in Cljjifti yïaaté te fteïïen. ijCocn ttuatn bat tnoajb tot mp/ ik zal myn eere aan geen andere geven, nog myne lof aan geen gesnedene beelden, Jes. XL1I : 8. 5l:Ï£? ooft bit/ ik hebbe u uitverkoren, maar gy en hebt my niet verkoren. Joh. XVII.
€n Maandag '£raa?3cn3 biierb mp bic fdjjif-tuurpïaatö Jes. XLllI : 22-25. seer traoftelnft gemaaftt/ en fipjonbcrlpft op mun gebaï tocge= paft. Sa bit ISagtmaaï taiert ift tuonbedpft gcöoïpcn tot be pligt ban oDberbenftinge/ 5a bat ift naubjïpft^ tnnne oogen ergen^ ftonbe luenben/ of ift berftreeg eenige gceftelnfte (©berbenftinge. 3ift ontfïng nieuüie ontbeftftinge ban be eïenbe ban een onfiefteerbe jieïe; en ban be geïuftjaïig' Öeit ber soobanige/ betaelfte aanbeeï ftcböen aan Cö?i^u^; en ban be pbeïljeit aïïer gefiïjapcne ge# nietingen onber be ^onne. lt;0 be^ ï^eeren ligt fdjeen ftlaar in mu, «Cn baar inierben ttaee .-^t^jiftuutplaatfcn gegeben/ luaar in ^eer aanlt;= merfteïpfte bingen ïuaren. lt;Cn nit bcjelbc sag ift/ biaar toe mp be ileere ftonb te roepen. Joh.
XIV
58 , Het verborge Leven van
XIV : 27. Vrede late ik u, mynen vrede geve ik u, niet gelykenvys de we relt hem geeft, enz. ■tytt anbCE üJOöjb toa^/ Gy zult genoemt worden Jedid-Jah. Mu/ taat bit luoojt Jedid-.Tah mecn^ öe/ brrftanti üi niet. gjft jaitt bt ^clj.iiftuur boa?/ om tc jien af ifi iemant fionbc binben/ bctotïïtc 5a Benoemt taicrt: ten ïaatflen ttonb ifi 2 Sam. XI! : 25. aïtoaar ben ^oyljeet Nathan teijen David jeibe/ bat be naam jyn^ ^oan^ ^oitbc 3pn Jedid-Jah. Cn al^ ift op be ftant jag/ 30 tietctienbe Ijet/ Een geliefde des Ileeren. ^eje öingen taaren nin na Incnfct}/ en berbulben mn met bectaanbcriniTe attct be fiefbe ban ^ab,
Jgngtan^ op be^e tyb/ Wei be plage ban mpn jjerte my bjeeéïyfter aan/ ban nit te baren. Daar wierd my gegeven een scherpe doorn in het vleesch, 2 Cor. Xil een angebaobbe becbajbent^ geit bjuïïtc nm ja fiyftcc terncber/ bat iït buna aïïc mime borige onberbinbingen maar baoj be^ gaocljcïingcn ïjiclbe. (Cacn guam bic fdjjiftunr^ pïaat^ met firarit ap mp/ Hos. VIII: 12. Ik schryve hem de voortreffelykheden myner wet voor, maar die zyn geagt ais wat vreemts. ^aar toa^ nag een anbere öcpjaebinge in mpn ïtefter. öab in bc^e tub ccn berbajgc tact»-fting ap mpn geeft/ bcbTcïïtc inbicn 5e bc taereït teas' öeftent getaeeft/ ift bagte bat 3c aan beeïc tat een flrniftcïöfaft janbc geluceft spn; niet zh ïeen bc ^abbeïaase/ maar ^clf^ bc bjame 3augt;-ben'et aan geëegert gcluecfl jpn. St'ft tai|ï niet taat tc baen; ift ftanbe niemanb in mpn gebaï binben/ ban mp jelbcn. lgt;c quot;HCecrarenquot; fp?aftcn in ijare 3Eccjrcbenen aangaanbc beeïc gcbaïïen/ betaeïftc nntraeren fianben; maar ban mpn gc= bal taiert 5^ geen getaag gemaaitt. ^it ant^
ruftebe
ill I i
ELISABETH WAST.
ruftebc my gEtacïöigïpft/ benffcnbe/ bat Bet maar taa^ een inüedöingc üan mun tigc V^crfcnen: ^iEjïfaïüen fianbe ift niet gdtaoüen/ iaat nitme tacrïiing ban ücu ïfcete taa^/ Ijet tacïfte mp biït^ to® tat ben ^etrc öcci3 gaan/ HjibbEnije om ïjicr ban öcbjpb tE taojben; luant IjEt maafite mpn ÏEÜEn tat EEn laft: ^ag ïjoc ift'cc niEEt tegen liab/ ïjoe nm te ftertteE toieit. «ïoen inierben mp öjic ^cijjiftuuryïaatfen gegeben/ am my te öe* beftigen b-^t Öct ban ben i^eere tua^ ^e eerfte taa^/ Ik zal niel veranderen hel gene uit my-nen monde gegaan is, ^?faïm CX1I, IPe tbJEE= bE toa^/ Ik ben uw loon zeer groot, (£gt;EIU XV; L m5c bcnbE Ina^/ G? hebt iydlzaarnheit van no-bEn, ï^eüj. X:3G. vCaen toa^ ift liegcECig am bE toare meeninge ban beje Inetftinge te toeten; maai* 'öet üieef met mu fteebé duifter; StllEEn^ ïyft ift toa^ üEÏabEn eh üEStoaart boa? angetoa^ he ÜEbenUingEn; toeïue alle ban be^e toerftinge baajtquamen. ^jft toas'er 5a mebe beset/ bat ift'ei gebuurig toe bepaalt toietb. Wanneer ift began/ 5a berjtoaarbe ift my terftant baar mEgt; be/ Saben mpn bertoagtinge,
^amtyb^ bErjagt bE fatan my/ om my van deze dingen at te raden; want zy raakten my niet, en zouden maar t'eeniger tyd mjn oordeel verzwaren; vermits myn leven daar niet mede overeen quam. Waarom zoud gy niet leven als andere Christenen, zonder met zodanige ongewone pligten opgenomen te zyn. ^E^E in^ gEbinge flEinbE ift tas; baar ap toieib ift met een 3ccr b.:eeëïyftE baabigijEit aangEtaft; En bE [dfjif* tuurplaat^ quam niEt inbjuft ap my/ verwerpt niet die daar spreekt, ïfebj. X ; 27. ïfet nalaten ban beje pligt bjagt my tat eeu jeer bjaebige tae^
59
M\\ gt; ■, '.. I •
GO Het verborge Leven van
{lantt. fion get ^oo?li niEt goorcn pjcbiften/
30 tat m 'er boajöEeï tiaa^ tiECfirEEg; ift fian nag ge
ÏEjen nog fitööEn: ift taa^ in gEbaar mn allE gEE^ ttc
fleïnftE pïigtEn ojj tE gebEn. Ma öat tft EEntgE ttu
nam am tit op tE mccfiEn/ 30 jag ift/ tat ïjEt he
maac eeh bEr^aeftingE tcjf ^atan^ taajE/ tEtaEÏ- ga
fie mp flEEt^ öEnjitEtE/ taannEEr Ijn sag/ tat gE* gt
natigE PoojtEgtEn aan my fiEftEEt IniEttEn» jti
ü^aar op nam ift boa?/ tE pïigt taEtEtara tE ni
ijEthattEn/ ^Et toEÏfte ift ooft tctE/ En ift ftEgan tE» gt
je pïigt 5a raj? niEt/ of ift fiEbont tat tE^ ï^ee^ te
tEn OPEEft tot mp taEtErftEEttE; nogtanjS guam va
mn tEjE tacrftingE in ijaar aart/ 30 b?Emt/ iamp;p» de
jontEt En tnifter boa?/ tat IjEt in mpn nEmoEt u
EEn gjootE toana?t?E PcrtaefttE/ niet taEtentE iaat dc
lt;0p ïSufttag pja^ ift niEEt tan gEtuoonElpft/ ift
ïjiEt niEtE PEÏatEn/ en taag ooft begEcig te toe' te
ten/ taat teje iutjnftftingen iu tEc taat ftonben lo
fietuiten; ift Pecftreeg EEn gelpftemë/ taEÏftE met .ïJ
mpn gEPaï dPeceeh guam: maar tErtopl Pejeï# m
Pc 30 tuiflEr i^/ 30 ga ift 'er Pan af/ om 3E tE m
.pErgalen/ totbat ift ftïaarter i\z/ taat be JleetE tt taar uit tE tacgE 33! fi^Engen. .iSogtansf ftrrrg ift
mittEÏertopÏE eeu ^cgjiftiiurpïaatfe om mp te ri
üEpEiïigEn/ tat/ ijoe tuiser Ijet ooft taa^/ te i|eere m
ijet .opftlaren 30ute; te plaats? taaö in o^en. II. ït
CPEntoEl oo?tEEÏE ift/ tat gEEn menfeïj/ taaar al
Pan ift gEpoo?t/ of niEte Perfteert Ijatbe/ met EEn fti
tupfterber en tyartcr öcteeïinge Pe3agt taiert/ tan o
ift; taant ïj^t taaë niet aïïeen tuiftEr/ maac ift g
tagtE ooft tat get gePaarlpft taast te geïooben; w
taant ptEr ting/ ÏjEt PjeIRe ift tagtE tat mpn t
tOEflant sonte opftïaren/ biel ten eenemaal in g
tegentEEl uit/ ïjEt taeïfte in ter taat eeu gjootE t
flojm
ELISABETH WAST. 61
;n/ ftojm iamp;innen mp betiueamp;tE/ tuffcgen beloof en
05 gcttoeïen; 5a öat tft tn gebaar taa^f tuffen ticje
ct' ttaec becpïettcrt te taajben/ toajbcnbe tn een ge*
ptt iiuurigc ppnigtnge öegnuiïen; taant get raamp;t ber
jet baci?3femaljcit fcöecn regt uit be öelufte tegen te
cl» gaan/ ï)Et taeïfie mu bifttoil^ tot ben tgjoan ber
je* genabe bebe gaan/ met beele Bittere tranen/ en jtoare jugtingen; Eüentacï liet mp be ^eere gier
te niet aïïeen taDjfteïen; maar gaf tnp fomtyb^ uit
ie» Jjet ï©ao?b eenige Ijertftcrïtinge/ otn tnp te on^
!Egt; berfleunen; geïpft 6p bODjlamp;eelb/ dc beproevinge
m van uw geloof en lydsaamheid is kostelyker dan
P' de bepro'evinge des gouts: in^geïpfté/ verblyd
eb u in den Heere. En 1 J?et. 1: 7. Ily zal u geven
at de begeerte uwes herten. Jöaar fcljoan beje ^cl^iftuurpïaatfrn ^faïtn XXXVII, taanneer
ft/ iït 3e nntfing/ mp jaet taaren/ nagtan^ maaïitc
t' be eerfte Persaefiinge/ om be fieïafte niet te ge*
ut looiien/ alle£ bitter; ift ïa^ meenigmaal cPer
et .ïför. Grays groote en dierbare beloften, en bat
■I* met een g?aat genoegen; Piaar in beïe bingen
te met mpn gebaï een g:oote ober een ftomft Ijab^
re ben.
ift JÉhi/ be ï^eere taeet aïleen/ aan toeïfte flinge*
te ringen ift onbertaojpen taa^. 3ift ontmoetebe
te noit een biergeïpft gebaï aïj? bit. lt;©! Ijct ïig#
[I. ga am ber jonbe en bes boobé Piiert fterft/ mpn
ir afgob gab te beeï pïaatfe in mpn gerre/ get tael^
n fte mp öpna be boob ftonb te Uoflen. Sfi taa^
n op een ^eïtere nagt in 't gcücb/ spnbe op een on#
ft gemeene tapje fielaben met get geboeïen ban in-
1; wonende zonde, geïpft ift met goebe reben mogt
n benfte/ bat 'er noit iemant taaö/ betaeïfte 50 een
n g?oote mate ban get ïicgaam quot;ber jonbe en bejS
;e boobtgï gabbe/ geïpft aï^ï ift; ebentaeï ftonben
n mpne
62 Het verborge Leven van
mynt soube niet bccijmtiercn/ bat be ^ccce ti:ic fu^ meer en meet jun ïiefbc aan mp ontbcïttc. tcn lt;0 taat een joete tmbccljanbcling ontfintt ift be^c ï{in nagt met ben Ijcmeï; iii onberimnb meer taat ïjet taaé/ met ^;ob gcmeenfcDap te Ijcfcüen. ^El Wgt;aar taaren ttaee bingen in ^efu^/ toeïfie aan j1! mp seer ïefaenbig boa? Dagen rtefteït taierben/ afö jynbe sabanige bingen/ betoeïfie gem aan i:iic: 3Pn ijerte fmertcben/ liaa?namentlijö ban jnn öd tigen balfi. Eerstelyk, bat/ niet tegenfiaanbe 8'e| iju aïïe^ gebaan en geïeben ïjab boa? jyn baïft am Ijaar ban be baab te berïnffen/ tn f)aar bt ïjccrïnïiïjcit beeïacljtig te maften/ jn nagtana op tïfte fieuseïing jnn iiefbe jouben in ttajifeï trefc ften. Ten tweeden, toa^ ï)ct bc i^eere 3:Efué tot een fmerte/ bat/ niet tegenflaanbe aïïc bc bluften ban spn ïiefbe/ betoeïfte Ijn aan jnn boïft grgeben ijabbe/ 311 ebentaeï anbere ïirfljebbcr^ in Ijare ijerten souben ontljaïcn/ baar ijy aïfeen öeïjoojbe te taoonen.
i^cje taaö mn ren joete cn ebentaeï een ttap* feïagtige tnbftonb/ in taeïfte nagt ift fieftragtigt taierb om Ijet ftrni^ te Dinlje^en/ Ijoebanin get ooft mogtc jnn; baar op ontfing ift bic Mcfaip tuurpïaatj?/ komt hy 1113- van den Libanon af, 0 Suster, 0 Bruid. Iloogi. II. Jj^aar 0! bit niet te» genfiaanbe/ 50 bemagtigbe mp taebcram ftet ïictjaam ber ;onbc fterfter ban vit/ get taeïfte mu gionb gaf tc benftcn/ bat ift noit taaarïnft in cn# bc ïfccrc aangenomen Ijabbe/ cn
bat get anberfintg niet ftanbc tacjcn/ bat nicmant anber-i ban gp jeïfé/ 311 n yïaatl jonbc innemen, ^ft bonb mp baar cn fiobcn ooft onbeguaam om ccnigc pligt tc bcjrigtcn: 3|ft taa^ in 't bcr*
öo?gcn geïpft ren bo?rc cn b?ooge ftoft/ nergen^
vol aar
ELISABETH WAST. 63
tac bEugcniïE; en tït 'topenliaar Itta^ ift geïpft een fiaaiti öetacïfic öiïaj aïïc tainöen ban bcrjne^ Ringe gintó en taccr gcflingert taietij/ 30 bat mp ijet ïeben tnt een ïa(l: tnierb; iuant ift ftonbe ben ^ccrc niet binben in eenige pïigt/ in taeïft gebaï ift bïeef tot ben '12 September 1097, en toaï? '^abonb^ in een oeffening/ aïtoaac ben tocerben bienflftnegt ban lt;£ïj?iflu£ nbet be^e inaojben Ijan^ beïbe/ SJef, LXI11: 3. Ik liebbe de persse alleen getreden, ende daar en was niemant van de volkeren met my. ï^iec bebe Ijy een nieuwe aanbiedinge van Christus aan alle dewelke daar tegenwoordig waren, en zeide ons, dat hy zyn meesters last daar voor hadde. ^Dit lüajt nut een abmib am 'er aan te gebenften; taant tnnn Ijcr^ te taas ganfrljcïuft getaiiïig gemaafit om l)cni aan tc nemen/ op taeïfte pïaatfe ift ben Hteeraac en aïle betaeïfte Sn my taaten/ ja aïïeé in Ijemeï en op aarbe tot getuigen nam/ bat ift be syne ben/ nu en tot in aïïc eeutaigjjeit: en ift ïien te bjeten om aïle anbere ïieftjeïiüccé te berïaten en myn Sfefua te nemen boo? mim Al in alles, op aïïei-ïei boojtaaarben. IDaat taa^ nieté in be toereït baar ift meer na berïangbe/ aïgt;i bat ijet fteeïbt ban Sfefu^ op myn ïjerte mogte gebjuftt taojben/ bat ift Ijcni in aïle*? mogte'boïgen/ en bat ift ooft met ben ©abet/ ^oon/ en ben ï^). (!3cefi; mogte gemeinfcljap IjeöBen. ïfeere geef mp bit/ 30 jat ift mp niet beftommeren Ijoe gu met mp ïianbeït/ met öetreftftinge tot be bingen ban beje taereït. (O betoaar mp ban be btoa* ïingen ban beje tub/ betaeïfte onöer oné [cljpnen in te flnipent Leer my den volkome weg, waar in ik gaan moet. Cn nu taebetom/ o i|eere/ geïpft «ta bienftftnegt u mp aanboob: zo geel
ik
Het verborge Leven van
ik my zeiven, ziel en lichaem aan u over, om ga
voor u, en niet voor een ander te zyn; en ik tot
geloove, dat ik van u aangenomen ben. 05 bij
öEtaaar bit fn mpn Ijcrte/ tegcnjS ben tgb bet gc
hEcsaeftinge/ toanneer ben npanb fioniEti jaï/ jei
nm get aÏÏE^ ten onbcrflEn iöolien tE ftEEtEn. :ilt te
ftreeg een «édj^iftuurplaaté uit 3}ercm. Ill : 19. YI
Gy zult tot my roepen, myn vader, ende gy en op
zult van agier my niet afkeeren. (É5it taajï nip vo
in ber baat Een jaetE abonb/ toannEEt ift niet eh X1
ttopfElbE of ift taatf bE^ ^Eeren. i^aac op to
quam be^e berjoeftinge: maar zo staet het met be
de gantsche werelt, ja zelfs de godlooze; bog yl
ift, ftreeg b:pftcit om gem te noemen/ myn Heere fit
en myn God, ^olj, XX ; 28. en bat tjEt 30 jonbE er
3jin nu en boa? aïtooé: gefcftjebEn, boo? rap/ bi
ELIZABETH WAST. n
b
i^Et fiEljaagbe ben ï^eere rap een anbere gele^ g
genfteit te gebeu om mpne batige becliintcniffcn b
te betnieutaen/ bic fcïjnfifielpft aan mpn ^ube b
gefi^ofien toa^. 3;ft jag/ bat ift met ben ^eete b
niEt toanbefen ftonbe baatom moet ift geen ge» b
legentQept ïaten boojfiy gaan/ om mp jelben t
aan ben ïjeere ober te geben. SJft too^leïbe onft V Op bEje tyb onber be magt ban een lichaam dei-
zonde en des doots; €n jag geen ftuïpniibbcï^/ t
lt;E5aar toiert te berflaan gegeben/ bat'Er eEn t
SCbonbmaaï tE Prestoun Pans ftonb ge^ouben tc ï
toojben; op ï)ft ïioorcn ban beje fioabfcQap out# t
flonb in mp een flerfte Begeerte om aïbaat te toe» s
tuigen oan spne uegenraoojbigijett onberbatiben
ELISABETH WAST,
gabamp;e/ tn tacï amp;tt jobanigc gcfegentgcben/ tE-» todftc tnu tot bic pïaat^ naabigöcn/ fieiije inlncn^ ttgc bcrtiajbcntljetien/ cn unterlpftc ficbEElin^ gen ban 'j? l^ccrtn ttaojstcnigijcit» Sift taa^ iter* jeftert/ bat ift bc^ ï^ccrcn roeping |jabbe om baar tc gacn/ uit bc^c ttacc ^tijjiftuurpïaEtfcn/ Vil. Zoekt, en gy zult vinden; klop, en u zal open gedaan worden. '©E anbEte plaat^ taa^/ volgt het Lam, waar het ook liene gaat. aDpcnfr» XVII. S'ft ontmoEtEbE EEnigE tEgcnfirEbingEn/ bE# tacffic ftrcfitcn om mn ban baEr af tE IjonbEn; bog bE ï^ecee gnam je aïïc tE üobcn. Éit binb mrt bEr= pligt om ttacE ban bejc ïjiubcrpaïEii aan tE mEr=« iiEn. J(n bE EErftc plaats jjab ift ren b^ocUigE cn getaeïbige tanbppn/ brtorïftE mn 5Ecr pïaag^ bc/ 30 Dat ift nErgcnë tOE in ftaat toaéf/ ban taE* gEnë ppn uit tc frfj:ECutaen. ^Daar taa^ niEo mant/ bctoeïftc bagt bat ift op nut seIPeu 3a tajEeb jaubE jnn/ bat ift juift ccn rci^ op mo?quot; gen soiibc blagen/ cn cbrnlncï Ijab ift eeu liail liooinemen om baar te toefen. ^De anbErE ïjin^ berpaaï taa?/ bat Ijct biccc jeer onftuitnig toa?/ berseït met ccn g_:aatc regen/ fcïjjtfiftcïpftc tain# ben/ üïircmbuitrcn cn bonbEr; 30 bat ift bagt/ bat ïjet ijuié biEn nagt rontom mp jonbE nEEr»lt; biaaijEn.
MSojgEné/ taannEEr ift onttaaafttE/ bia^ bE tantppn ban mn tEn ccnemaal bcrbtacncn/
bicfft ift boa: geen ftïcinc biEÏbaab rEftenbe.- .ïl^aar bE biinb luicrb meer cn meer ïjEbigEr/ ï)Et biEÏ^ ftE t)Et ganfcljE guiogEjin bn mn bEbE aanljou^ bEn/ om baar niEt tE gaan; maar ift gaf Ijaar-aïïc eeu boof oo?/ En 30 ging ift na Prostoun Pans; 3pnbE IjEt Saturdag '$ ma?gEn5t/ bE biEg taa^ mp 3EEr arngEnaEm/ fcöoon En bErmaftcInft iaan^
5 ncEr
65
%
06 Het verborge Leven van
neer ifi be arme li?atitacn ontmaetebe met Ijarc ïtoi
ïaflen ban ïtoaï en jout op ïjare ruggen/ gaan '; ^
be na be marfit ban Edenburir. Ca en bagt 115, ttc inbien get rjuaab toccr bcje niet te rug Ijoub.
om na ïjate aarbtfclje tnarïit te gaan/ o lueïti nei
een bUiaast joubc iït ban lncjcn/ inbien ietó mu gr
lian be jjcmeïfdje inarftt soube afljoubcn. tei
Wanneer ift tot bc üeftcrabe plaató quain tos
lt;0 Ijac jact en bcrmaiteïyft luaien nm bcje Sa- fti
turdags 'Kccjrcbcncn, tïfer. Moncrief pjebifitt ü.r
ober ^rob. XX : 2-4. Aan alle plaatsen daar ik my- to nes naams gedagtenisse stigten zal, zal ik tot u
komen, ende zal u zegenen. ï^u mcr'fttc aan/ be
dat de instellingen waren de plaats, alwaar men aï tussen Christus en zyn volk een verbond maak-
te; en dat, indien zy daar gekomen waren om bc
het verbond aan hare kant te bewaren, Christus ijs
ook gekomen was orn het aan zyne kant te oi
houden. ïfn ;cibc ons' ban bier bi eg en/ to aar qi
in Cfjjiftué ftomt am met ^nn baïu een bcrüanb ir
Eerstelyk: £)n ftomt aï# een Koopman/ met ij
aïïe bc taaaren bcrï Qcmcfè/ om te jicn toat jtin I]
arme boïlï ban boen ijeeft. 6n nu/ o Commit g
nicanten! 31gt;at juït gu ban baag ïtoopen? Ten o
tweeden, boo: jieife ïiebcn; en ift jegge u aÏÏc/ ^
baar ié niemanb onber u/ of ijn ié sieïU en bat c
gebaarïpït/ ban een jiel'ite nameïuït/ toaar ban ia
gn aïïe mact fterben/ inbien gn u niet bebient ï
ban beje Jltêtebicynmeefter: en om u te üemaegt; i
bigen/ 30 jeg iït u/ bat 'er niet ecu in ben 'jemeï 1
ij?/ of lju toaé ban bcje guaaï jieft/ en Ijp Ijeeïbe :
gaar aïïe baïïtomentïyïi. Ten derden, öb Somt i aï? een ïtonfng/ en liiït gn utoe ïjerte niet ope^ nen om gem te ontfangen? Ten vierden, gp
ftomt
Öarc ïtamt aïé etn ©?Etcr/ om Sjod? Bern jcïUcn eeh
laan-, ■jgjupb te b?pen/ en taiït gn tacijjcrcn am tc
t tft, ttDUtocn ben ïtaning ter ^ccrlyfiljcit?
(ouamp; OTc ÖE5E bingcu taaren nm taanber sact. JDan^
iueiïi neer öc ÜccjrcBcnen gccinbigt taarcn/ 3a Ijab ift
* mii gjoutc mocitE om eeiï ljuigbEfiing tE iiEftaniEn/ tEtluuï ift in öiE jtïaaté anijciknt Uia^; maar
lam inaniiEcr nu myn Ijaoyc bcriiaan toaj?/ 5a üe^
! Sa- ftiecije öe lina?5iEnigï)Eit mji oy ecu toonücrïjiftE
ïiftte toyje tot eeiï pïaaté/ atoaac ift ïtctci- ontijaaït
my- luiert/ ban ift bErtuagtEöe.
ot 11 (0jj ïïufibag mojiiEn^/ junbE ben 0 Ocio-
aan/ bcr 1697. ijab ift eeiï gt:oatE bErtaagtintjE/ bat
men alÏEji taeï joubE afi'DDpEii; eh luanncEr ift in bE
aak-! jjerft rjuam/ 5a Ijab ift geen lunicgciutjcit am aan
om bc cEtftE CafEÏ tE gaan/ oy bat ift baar na niEt
stus tian eeiï jityïaatö saubE üErcoft tae^eii: ©ag
ie omtrent eeiï uur eei* be SCEEjrEben liEgon/ 30
'aar quam bE quot;Seeraar ban be pïaaté/ jl'ir. Andrew
^nb in jun nagttab'üErb in bE li Erft: en sienbe maar ttaEE pErfancn aan bE Ecrftc tCafrl/ 30 gcüniiftte
niEt i)n bE3£ öEftlaagEÏnftE uiitbjuftftingc/ zal onze
3yn Hecre Jesus dezen dag- maar twee Bruiden kry-
tnu* gen? Wee ons herte, wy hebben lusten genoeg'
Ten op ons., schoon gy uil lot de rest niet toe deed.
;ïïe/ *De taaojbEii taaren naultiEÏpft^ uit 3)1 n monb/
bat of bE ^tafeï taireb boï/ eh ift ging'Ei* uirbE
t'an aan. Si'ft taaé 30 ra^ niEt nEErgE5EtEn/ uf bat
Ent taoo:b guam met ligt/ ÏEbcn eu ftragt: Wat
IQEquot;' is uw verzoek, Koninginne Esther? ende het zal
mei u gegeven worden, Esra IV : 46. 3ift Ijab Een
:ïbE 5afte tpbflonb aan bc (CafEÏ/ eee ijrt toEtft
mt öEgon. iför» Andrew IjanbEÏbE obsr ^att^.
PE' XXII : 4 Alle dingen zyn gereet, komt tot. de
ÖP bruiloft. J|iEr bEbE §p een vrye aanbiedinge van
J*_
68 liet verborge Leven van v
Christus aan alle, dewelken komen wilden om hem op zyn eige voorwaarde aan te nemen; op tneïïtc pïaat^ ift gent/ bc Ijcmcï cn aaröe/ ja be sonne/ iietocïtic Ijcïöcr in ninn aengejigt ftjjctn/ tot getuigen nam/ bat'ec taen ecu heröjag tuf.» fen Cpjiftu^ en nip liccjcgcït liiaa; taant it; Vuaa! geteiïtig gemaeftt om üe aanliiebinge te otnïteïfen, « • Wanneer be Eeeraar quam am be eerfte (Calt;» feï te bienen/ 5a guam ïjn met bat taoo?t in 3pn rntmb/ wat is uw verzoek, Koninginne Eslher? Cfra IV. ende het zal u gegeven worden. lt;0! nnm Ijerte riep toen uit/ inuu liecjoeft is/ bat get fieelt ban ben 5?juibegoin terftanb op mnn gerte mag gebjuïtt taojben, ïiom ïjeece/ Ijier ig een tempel/ om'er in te toaonen/ sobsnig aï^ §ct nnft ia: maar boet gn/ gefpft gy eer^
tpbjt aan ben Cempeï beeb/ dryfer uit alle koopers en verkoopers, en aïïeï? ijet toeïfie ben Seïben liernntreinigt. 3ift Ijeü g:oate afgaben/ ' ongebonbe herbajbcntljeben/ belucïiic/ geïyïi lia-man, ftrnbenbe mn te nbertainnen. O maeft mj; ijeiïiger ban ift ooit te lioren taa^/ op bat ijet beeïb ban mpn ï}eere en ^jnibcgom/ mag openBaar taojben in mpne ommegang met en»
bete in be toerrit.
Sa at mp 50 een nautae gcïnftfojmigïjeit met u ïjeüben/ 50 tteprc alö'er oit iemant toe geraaftt '
Sft bersoefte ïjeben om meerber ligt te mo# gen Ijeliïten in't lejen ban uta ï\ JJDoojb; taant als nog ié Ijet Ijet buiftere 25oeft taelft ift le^e. 3[ft tibbe ooft/ gelnft eertnbg/ boo? mpne arme ouber^/ en alle mpne Cljjiftelnfte bjienben/ %tt' raren en boïïf/ en boo? om» HCanb in't gemeen; cn bat ïjet lt;!Euangeïium noit ban Schotland mag tapften. ^uibert uta ^ui^ ban alle^/ ijet toel* f
ftc
É
fie ïnnöcrt utoc oyenöaringe onamp;cr öe gouhe beïarcn. aigt; latere/ bergun mg gjaotccE trappen ban oatmacbigljcit/ 3c uittaenöig ai§ inVuen-tig; taant ift ücWntie/ öat mim jeïf-bciïjog mp fomtiiti^ ftïjmit tc aücttainnen. fcdaalic ïjiev tejen 'öag/^aï^ in utac tcgcntaoojdigljtit/ uta aanücïang flaanbe tc ijouöcn/ fcljoan'cr ccnc IjerfaDÏginge souöc ayftaan/ om myn feben self? om ntoe roeptnge neber tc ïcggciu ïiom ^ecre/ ftcenacï ücibe mu cn mune bao^nemené aan u jcïPcn üaft/ o» üat ift in tpbcn ban ücpjocbinge niet agtcr uit cn öeinjc; en ap bat ift niet mag 3un geluft bic soone/ bctacïfte scibc/ bat 1)U tail# be gaan in ben tanngaart te toerften/ maat ÖP ging niet. 'Ift moet tcc eere 6otrê üeftennen/ bat ift in't openbaar en in't berüojgen/ gioote tjpöcit Ucrftrceg/ om beje bingen tc jaeften.
a!gt; bat taaö mu een trooftciuftc bag/ taaar in mun aanbecï aan Cljjiftust/ 30 buibeiplt ban mu gc3ien taierb/ aïé of ijet in gaubc letter# lioai mune oagen gefcijjceben taas. i;}ct ftan boa: bc tonge ban menfcljcn of Engelen niet uitgebjuftt taoiben/ ara be bicugbc cn üïubfttjap bctacïfte ift onberbonb/ te berftoubigcu/ taanlt;= neer ift mun 3Clben aan bc ïjccrc obergaf; en tot getuigenis ijier ban/ neem ift my selbcn/ cn gt; a He quot;bic in Ijcnicï cn op aarbcii 3011/ tot getuir-gen/ bat ift niet myn/ maar be| t}eercu eigen ücn. a?efdi?cben cn oubcrftïjjcben te Prestoon Paus, don 9 Octob. 1697.
ELIZABETH WAST.
JRu/ gclyft ift bc taauberlyfte goctljeit Q?ab| 1 acn mune 3icÏE bcrljaeït Ijeüüe/ 33! ift ooft bcrljaïen
tacïft
70 Het verborge Leven van
tacïft een sefi?uift ift ban tcjc tacïamp;aat maaftte/ of ïtrbcr/ Ijoc flcgt ju tian mp aangeïcgt luiert. öD Uiie soutic gcüaot ijeüfien/ bat ifi na bit pïcte en öc^cgenbc ^töonbmaaï/ maat in iïi tnn ban aan Cïjjiftuj? nlietgaf/ oit in n;yn gerte op nieuto^ een afgcib/ snubc oirtï)tI|'t ijcööcn? taie jaitbe öcbagt Ijeülien/ bat na suffie gtnotc €gt;ijcn= öaringc/ ift tocbcram snifte ^abücrïaaiijcnenbe inrcGbinije joube nntijaalt öeöften? mie jaubc gebagt l)c6ücn/ bat na suïïte tceficnen ban Cijii^ fii ïiefbe fmytoaatts?/ in be öcloften; iïi üc^ be taeberam in ttoiifeï ;aubc getroftRen tjcböcn/ en baar omtrent ongeïobig snn gebiojben? maar bit jie ift ïfïaarïpft/ bat/ gelniVer 13 een onber-^ anbcrïpfte fanteine ban yacbijrit cn üarmljertig--Beit in £5ab/ 5a i^ baar ooft ern onüefefüate Oceaan ban jonbc en ongeregtigtjeit/ ïeggeube naeuta gefloten in mnn Ijcrtc/ bebieïfte nog aen mnn selbcn/ nog aan iemanb in be tacreft üe^ ftent ij».
ïto?t na bit Ijceripc Stbonbmaaï/ taicrb ift Öeftialnft boa? b:ie gjootc byanben üefy^ongen; 30 bat ift noit in mnn ïebrn/ in een gjcoter ge# baar bias. eerftc byanb taaé mun üocjem* jonbe/ betneïfie taeberam nuam met juffie ftragt en getaelb/ bat ift bagte/ d'een of rl'ander dag-te zullen vallen dooi' de hand van Saul; en bat be ïheere my regtbcerbelyft joube berïaten/ om be (!5ab?birnft tot een ergerniffe te jyn; ^)c ge-» bagten Ijier ban pynigben my/ bat ift ja bilttaitó in ecne jonbc taeer inftojten. ^yn ttaeebe liyanLt toa^ ongeïoaf/ roepenbc uit/ dal alle myne vorige ondervindingen maar bedrog \vas; en bat toegenö be flerïtte ban intaoonenbe sonbe betneiv fte my 30 seer obermeeflerbe. il?c berbe fayant
toa^
ELISABETH WAS T. 71
1 taaé (öob-bEtïaarijcntng/ öe llimftc ban alle be tnit' tiejc 30a fterft tegen mp getaapent/ tat üi bnna ten eenemael öe (Samp;ob^i3ienft berlaten gab.J amp; ftae biïitoiï^ b?ufite ift in beje taoo?ben uit: Gelukkig, gelukkig zjn zy, dewelke vaste-lyk konncn gelooven de eerste beginzelen van haaren Godsdienst, en haar leven daar na aanstellen. lt;£) geïuüUiij jtin 511/ bcHieïfie geïooüen; bat i^ab ^obanig een gt;i5ab i§/ geïp^ jnn taaojb Ijem uaojfteït te jun. '©aar toaren bjie bin gen/ betaeïfte ift aangaanbe a5ab moeite ftabbe am te ncioalien/ en In aar baaj ift gjaatelyft^ m mun «emaeb antrnfl taicrb, 1» 'Pat C^ab aïlaetenbe en aïomtegentooojbig toaé/ bat Ijy alle grbag^ ten ftenbe/ en aan alïe plaatfen taaö. lt;t) inbien ift bit geïaafbe/ 3^^ ift ban niet bc 30nbe fpcicn/ geïnft ift bac ? 2» bat ^abt cnueeanbctïnft oja^j bit ftanbe ift niet te ftc'aen ftnmen; ban bagt ift/ fin fieeft my lief/ en nu benft ift/ ïju 1Jaat; nu-u ^ T'at eïfte jonac berbient 6ab^ gjarafcfiap en fun Wacft. inbien ift bit geïaafbe/ 3011 ift ban met snifte alierïcg sonbigenï
ï^ae ift boa? fceje be^ocuinge geflingctt taier^ be/'ftan ift niet seggen; maat \ncl taeet ift/ bat 3« mn giaateïufté antrufteben» Cen toeinigje baar^ na ïniect Ijct Sacrament te Edenburg uitg^ beeït; maar ift tamrauniccerbe niet mebe/ ber^ init^ be betsaeftinge 3° ïlt'ftigïuft in my luErfttE. ^ag Ijoe ïjet ooft met my ging/ 31 toaö Ijet ebentaeï een ïjeerïyfte bag bao? anbere. T'aar ïna^ een angemeene geftaïte en fmeïtinge be# ïjerten anber §ct baïft aït» of 3y aïte tebjeben taa=-' ren getaeefl met be aanftiebcnbe ban een bEt3fleiv öe a3ab in Cï}?iflu3. 3Ü3r. Moncrief ïjanbelbe ober bese taaajben/ Sief. XXY1I ; 5. Oite hy
' moeste
Het verborge Leven van
moeste myne sterkte aangrypen, hy zal vrede met my maken; vrede zal hy met my maken.
i3En scamp;cdcn öag boo?/ in ekh 'üe^ ïflaageïyfiE tacftanü/ niet Vuetcnbc taat te boen. Maandag- yjebifite ^r. Riddel ober i ïlan.
XMII : 39. Als nu het gantsche volk dat zag, zo vielen zy op hare aangezigten, ende zeiden, de lleere is God, de Ileere is God.
mcrïtte aan/ dat ij et een 0jaate en nier# HEnataaarbige saakc tua^/ te fiomen tat be fteiv niiti, ban ben taaren öaö, J3an aïïe be feeire#
benen/ betaeïfte iü aan ijet Stbonbmaaï aeljaajt JjEüue/ ijuam beje met mijn geliaï 't raeefte oter een. JDanneer ïiit 't Ijui^ in 't hcramp;ojgen guam/ 30 fireeg: ifi een gejigte ban myne tegentaaajbige taeftanb. jag/ bat ongeïoofbe be g^aatjle sonbe in be ganfclje lueceït üia^; Ijet i^ een raoe^ öetjanbe/ taaar ban aïfe anbere jonben üoazt* iiïaeneii; pet ij? be iiiaiteï; en aïïe anbece anbere jnn üe intfpjuitfcïa; en baar tua^ icte? in/ ijet freïfie aïfe be ^erfoonen ban be gesegenbe a3?iccenljeit te na quamen; ift ^ag oaft/ bat ijet met jig iijagt anlnetentijeit en lueberfyanninijcit. © ongeloof feijeen mn te julfm üerberben. jift bagte bat ift be gjaotfte janbaar tóaé/ bctaeïfte aait taa^ geboren/ en bat jeïfs be janbe ban Judas niet gjoater taa^; tuant ift bagte/ bat/ inbien Judas üeraubi geftregen Ijab/ jjn nait in bie jan^ be bjeberam joube inge|ta:t ijcüüen: ï^et antbjaft mp maar aan be berjaeftinge am be gmt/ïe sanbe te begaan. cBu ben ift in een gjaate engte/
l)ae ift be^ i^eeren bieg met 1119/ baaL2 ttaee baïïe jaren/ berïjaïen jaï/ met apjigt tot bat buiftere ftuft ban bierftinge/ toaar ban ift te baren gemelb öebbe; bag bit ftan ift seggen/ dat ^
barm-
ELISABETH WAST.
barmhertigheit en oordeel beide in myn beker waren.
viDaar taarcn ttaec binrien/ öcVaeïftc mg g:oa^ ontracrbcn/ in ijeje üuiflcrc cn bcrtaccbe tacflanö. i» .ïiBun gebaï taas fmrmlier of ongc^ toDon; ift bcrficcrbc met nieniant/ bctaefftc met mn fianbcn mconnbcn Ijcüficn; fcljaau ift ap best tnb met fammige/ bctodftc uitncmcnb a?ob^ bjugtig taatrn/ in gc^Effcljaja toaö. ïDn ftu* men ccnmaaï 's tuccftë tc famtn am tc bibbcn: tn ift mact ijet aïö in öc tcgcnluaajbigljcit ^an lt;l?ob fictuigcn/ bat ton nooit tc famen ijaa= men/ of ift ftreeg ict^ ban be goetijeit a3obé/ betaeïftc mn faergunt toierb; 30 bat ift boo? on* beeüinbinge ïtcbonb/ bat bic üeïoftc aan nm toiccb goeb gemaaftt Cpïb. XX : 24-. Aan alle plaatse daar ik mynes naams gedagtenisse slig-ten zal, zal ik tot, u komen, ende zal u zegenen. cïBnne gesellinnen bcnftenbe/ bat ijet ftigt; sonber toeï met mn ging/ 30 ijabbcn jn nooit mebcïttben met mn/ nog bjaegen my niet Ijoe ift gefl:cïb toa?.
bit ïtcïtonunecbe mn jeer; toant ift bagte/ bat ift niets ban een tjuicljciaai* In as: tc meer/ om bat ift 50 in't ojjenüaac geljoïycn toiert/ en 30 bertaart toaö in't berftoigen: toant om bese te» ben ijabbcn anberc geen ontfermingc met mn/ cn 30 moefi: ift alleen met innne 3toarigl)ebcn too?ftcïen; baar toaren ebcntocl ttoce bingen/ betoclftc mn in bese eenjame toeftanb onberftcm^ be. 1. Ï5at tooo:b Sfcf, LX111 : 0. Ik hebbe de persse alleen getreden. JTllnaar ift 3ag bat ï}ct CljiifluEt aïïccn toaé/ betoclftc met censame gc^ ballen ftonbe mcbcïpbcn Ijeiiben. 3ift ftrceg ccnü gc soete öebenftingcn uit bcsc ^eljjiftuurylaat^
2, J|et
73
a. ïfet gene mji onöcrflcimijt/ taa^ een gEÏuftc^ 1 t
iriffe üetaeïïte iït ontfing/ aangaanisc mnn 0
geit in 't gclliciï met anbcrc/ ^ynbt 50 ticftrom^ \
pen/ iaannccr ift aïlccn taa^ aft öagt bat ijrt ^
geïyft ccn getroutat yaar/ een gcieb man/ 3
en een guabe Ijin^bjmita: Mix/ te man tieniïe d
faeeïe fouten in 51m tirouto/ bcrpïigt Ijaar te üe^ g ftcaffen/ alleen spnbe; bag be ooregte ïiefbe be# ' g
taeïiïe Iji.t Uaaj ijaar ïjei-ft/ bcbe öcm lieriiergen ^
gare fouten/ ïaanneec 5U niet anbece iu ge^eï* 0
fdjay Uiacen/ 30 bat alle be gcfctjiïïen tuffen Ijaar ^
öeibe ftiï geljouben/ en niet na iamp;uiten rugtöaar ^
Vaietben. aD i;i bit niet een toanbcrfyïie bjien* ^
beïniïljeit in be ^eete ^efu^/ 310 3a iie?rc te bcr# ^
neberen/ bat lju Oeriöergt be jUiafi^eben ban 51111 t
ijoüt. oD toeïft een ïiefbe jag ift in bat UioojV t
Ezech. XV! : 8. Ik breide mynen vleugel uit over {
u . .. ende gy wierd myne. ^aet taaren be fte# j
benftinge bcUieïfte ift Ijier uit troft. lt;© be t^ccre {
quam tot my in be^e tyb neber; en ünaïbicn ij et j
30 niet geiueeft toas/ 30 3011 be ift be aanmetftitu j
ge ban myne finguïicre of ïmfmibere toeft an b niet \
ïjeljlic ftonnen bjagen; taant baar taa^ geene ] ooge om met my mebcïyben te Ijeüben.
■^Dog baar taajs» een tweede zaak, taeïfte my ] meer ontruflebe/ ban iet£ Ijet taeïfte ift te Ooren ontmoetebe/ namcïyft/ dat de belol'ten ten vol- t \
len scheenen tegengesproken te worden door ,
Gods voorzieuigheit. quot; J^ct taeïfte g?ooteïyftö bcr^ j
meerberb taierb/ öeibe bao: migeloof en lt;J3ab# |
berlaodjening/ self*. 3a bejre/ bat ijet my niet j
paft Ijier ban te getaagen. .iDu/ om in't ün^ou- ^
ber te 3eggcn/ taat bese bingen taaren/ betaeïfte myn geloof 30 berjtaaftten/ en be amp;cloftcii ftïjee^ nen tegen te fpjeften; get eerfte taa^/ be lieftee»'
ringe
E L I S A B E T H W AST.
ringc ban mpn ©abcr/ om tacïft tc gcïoabcn ift oojöccliïe 02anö te ijEö'ficn uit ^faï. LXXXVIII ; 14. Zult gy wonder doen aan de doode? i Co?« XV : 58. Uwen arbeid is niet ydel in den üeere. 3iEf. LUI : 10. Het welbehagen des lleeren zal door zjne hand gelukkelyk voortgaan, j^ict te» gen^aanhc tcsc Mof ten/ 30 fionbc ift nictS sicn/ §ct iuclftc na een btrbullingc üan öc^eïbe gcïceft; taant stm gebjag luaft geïnft tc boren. Otlj! otijl l)ct is ran onmogeïpft om te ücdjaïcn/ toat een öcönifit ïjette iU om spnent taille grljaü ijeliiic/ rocpenbe tot ben l^eece/ bat t)n jnne tu gene ücïoftcu Iniïbc gceb maliën. i)ct tweede taa^ mnn aanuias in 'öcilignraüiuijE / toaat boo? ift menige joete öeïoften ütccg/ om'et mnn geloof djj te gponben. ï^eïaaa tot bejen bag toe/ fieVmio ift bat be lierbo^lientljcit ftcrïxcr/ en be grnabe jtaatVHcr taojt. amp; ift taicrb toen getoet big gepïaagt boo? ^ob-beeïaoclfcning en onge^ loof/ öctaeiüc mn/ ah? ijet taate/ op een tnb punigben met be Moften/ baomamclpft bcse: Dit is de wille Gods, uwe heiligmakinge, 1 ïess. IV: 10. T'c zonde zal over u niet heerschen. '1 Joh. III. Luc. Ml. Ik zal myne wet in uw herle schryven, en gy zult van my niet afwyken. .ïJDaar taaar is be berbuninge ban öejeïlic? jeit ten bpanb. Gewisselyk zy zyn maar bedrog geweest, öpit ontroerbe mn getaeïbcïnït/ om bat üt üelionb/ bat ïjet ïidjaam her sonbe 30 ftctft in mn taoeïoe/ ijet tacfue mn meeniginaaï tot ben tl)jcon bec genabe bebe gaan/ met be;e taoojben in jnnn inont: Ik elendig mensch! wie zal my verlossen uit 't lichaam desesdoots'? Hom. VII. liet derde taa^/ bat ift tc taojfteïen ö'iöbe met be nare toerftinge/ taaar ban ift tc boren
getaag
75
76 Het verborge Leven van
gctaag gcmaaftt ijcamp;fcE. 40ict tegcnflaanbc ift ijetlE ficitc^igingcn ontfangen ïjabtre/ bat öe ïaftcn toarcn ban öcn ïfccrc; nagtané ging öe haojsicnigöcit öc ücïaftcn 3a tegen/ bat Ijet mji fiuna onmagcMi taa^ tc gdaaben. lt;J|» mynE hpanbEn taierbeu (ïcrfi/ en ftrecgen tny anber gaar getoeïb alj? eeh gebange flaaf; en al ijet geen ift boen ftcmbE/ luaé/ te roepen; waarom zouden de Heidenen zeggen, waar is uwe God? Ps. X. 35aar iuierben öjic Jjcfjjiftuurpïaatfcn mt! tc fiinnen gcli?agt. ^e eerfte taa^/ De be-proevinge uwes geloofs is koslelyker dan die des gouts, 1 Pel. 1:7. *De tlueebE taa^/ zalig is zy die gelooft heeft: want de bingen bic Ijaar öan ben Oeece gesegt jun/ suilen baïüjagt taa?» ben» Luk. V. vDe öerbe taajE/ zo hy vertoeft, verbeid hem, want hy zal gewisselyk komen, iiy en zal niet agter blyven, ilab. 11 : 5. Jl^aar ïjeïaaö/ geïaaf en ïnbsaanüjcit taaren tinna in inn nitgcfta;lien; geïaaf cn gcPaeïen ftreben tetjen maïftanberen/ bag gebaeïen fcijccn fiuna aïtaa? obertainnaar te 31111.
.ii^aar a toat reben Ijeli ift om ben l^eere te segenen/ bctacïfte nm baftljcit gaf in ben tacg ban myn pïigt/ 3a bat ninnc buanben ïjaar gant^ fcïje taiïïe niet aPer nm ftreegen; en fcljaan ift nieentgmaaï P:eEöbe/ bat ift ten eenetnaaï be pïigt 3aube apgegePen tjeöüen/ nagtana genaat ift ap bE3e tub een naeutaer cn saeter gcnieinfeljap ttiEt «öab/ ban ait in alle nmnc liatige öagen/ 3a in Jjtt geamp;Eb aïö in bc aberbenftinge.
(©aar ceh bing ïjet taeïfte ift maet apnicr-ïten/ bat/ Ijoe naber toegang ift ftreeg/ Ijuc ift geftiger befpjongen taietb/ 30 bat Ijet met nip fomtyb^ Pias/ aïjJ of ift geïjEelpft in [tuftften
3aubE
30utic fiEtflicn/ na bat iït aï^ in bc baojpoojtc öc^ ïjemcï^ gciucEii: taa^; toen toaé f(Et/ dat ilc een
scherpe doorn in het vleesch kreeg, namelyk een Engel des Satans, dat hy my met vuisten slaan zoude, 2 Cor. XII : 7. '©aar tuarcn ttaCE 6neten/ in ïjet ïeestn Uan hieïïie ift een sjaat ge» nacgcn bont; namcïpft 4il5r. Gray aangaande de dierbare beloften, cn lt;ïl5r. Wedderburn over het verbond. Sfift meenöc lueï ban a5ab^ ctcbagten t'mptaaart^ in beje üoeften te jicn/ aangaanbe be toujc bcin bc bctbuïïinge ber beloften: ©as ïjet rt^ïotflc genoegen bat ift bonb/ Voa^ in be ï\ ^tïijiftitur/ aïtaaar iff ïigt/ ïcben en amp;e|tiE^ ringe berureeg: en aïtoaar ift jag/ bat ïjet be^ ï^ccren gebjoone bicg met ;nn boïft taa^/ bat/ na een bccïitergc belofte/ een ftojm ban be boo?quot; jienigljeit baar tegenp fcljeen te ftrubcu en aan te fonpen. föet bemoebigbe n.n; niet taeinig/ bian» neer ift fïeroogbe op Abraham, Joseph, David, Jeremias en ITabaknk; sicnbe Ijoc tja ar geïoof op be toetj» gcftrlb luierb. ©eje toaren Ijet ract tacïfte ift berteerbe en gcmcenfdjap tjicïbc in be^e mttne na are beftrpbingen; en beïe soetc ïcffen nntfing ift ban ijaar; boojnameMt ban bcje bne ^CÖjiftUUtpIaatfen: wagt op den Heere, en ontsteekt u niet: want hy zal uw voet uit het net verlossen. Ik hebhe den Heere lange ver-wagt, ende hy heeft zigt tot my geneigt, ende myn geroep gehoort. Verlustig u zeiven in den Heere, en hy zal u geven de begeerte uwes herten. Psalm XXXVII. 3ift ïfreeg gier uit joete ficbenïtingen/ en benterfite baar uit/ bat ïjet :nini pfigt bJaj?/ met ïijtjaamfjeit boo? ijet ge^ ïoof te biagten/ en bat a3ob op snn eigene tnb my be berbuHinge ban aïfe june beloften joube
laten
78 Het verborge Leven van
ïatcn sicu/ tacgené üat taoojb: Hy die 't belooft heeft, is getrouw, die het ook doen zal. Openb. III. Mn taannecr öc fatan 333/ amp;at Ijn na aïïc tejc binpcn/ maar taeinig gcüojbcrt toa^ boa? nip te bcrsüEÏtcn tat ^ab-bcrlaocïjEning en ongeïaaf/ 5a quam ijii rait met een nicutae ber^ joeftinge aan 6oo:ü/ bclucïftc my meer fcïjaöe becb/ ban eentge ban be baojgaanbe; beje ber^ joeftinge Uiaé seïf-jaefting/ en pbeïe eerc. bat betbïoeftte zelf! i^ae jaï iït get noemen? ©et een g?aate Bedrieger; ©et een ^ab-onteeccnb/ en een sicï berberbenb bing. fft jaï berïjaïen ijoc l)et mp bebiaog; mibbeïertapïe/ al{? be f ee» re op een nngemeene tapje siclj jelfs mcenigmaaï aan mp apenbaarbe/ taaö ijet gereet nm mp in be oore te ïuifteren: Uwe neerstighcit en arbeil in de Godsdienst heelt u deze dingen verworven. Gy verdient in der daal geprezen te worden. €n met jobanig een taal aK beje bcrboïgtic liet mp ban pïigt tat pligt/ 30 bat ift 'er niet ban ontflagen fianbe biojben/ en luaar ift ooft ging/ boïgbe ïjet nip agtcr op be Ijielen. banb ooft een gefleïbfteit in mpn Ijerte/ ijet taeïfte jig baar mebe bereenigbe. (Coen bagt iït/ bit M geen bïeft ban een ftinb (öobs?; taant ïjaar einbe in aïleö irï/ Godt te verheerlyken; maar al ijet geen iït boe \$/ voor my zeiven eer en lof te zoeken, baat op guamen beje taaojben tot mp/ ^aeïj. Vil: 5. ^)ae gp baftebet enbe routoïtïaag^ bet... hebt gy lieden my, my eenigsints gevastet? taaar uit iït ?ag/ taeïfte pïigten tan ooft onber ïfanben nemen/ inbien seïf-oogmerften be fpoore 3pn/ om 'er onö toe aan te jetten/ bat 'er a3ob ban een g?autaeï ban gabbe/ en bat tap 'er ban geen boojbeel boo? fieftamen souben. (Coen taa^
ift
ELISABETH WAST. 79
ift ïaclijeefl/ bat aïïe be pïigten ijctacïfic ifi gebaan gatibc/ geen anücrc ftcmpeï ban bic ban scïf-jae^ fiing ontbangrn jouben. ©it ücangftigbc mn jecr/ te üenïiEn/ bat ift aïs nog niets gebaan ter eexe ban (6ob; en ilï Ijab ooft geen ijoope um ijet oait te boen; taant ift bcbonb/ bat bat jcïf soeftcn mun natuute 500 aanftïeefbe/ bat Ijct ïnina onmogeïjift toaé/ om get peftruingt te ïirngen. ^ft oajbeeïe taaarïpft/ bat Ijct is een ban be tnaepefpftfle gebeeïten^ in be a^ob^ bienft/ am seïf-^oefting/ nit te tocrpen/ en be eerc lt;6abë in beffeïfö plaats te fteïien.
3ift ïaé op een sefteue tnb in een üjief ban .ïBc. Rhetorlbrt, beje uitbjuftftinge/ O zeil, zeil! dat vreeslyke ding' zelf, wil niel te vreden zyn, lot dat het naast de zyde van Christus ga. *E3it hecgt; quifite ran een üïeinig/ bat iemanb ban ^ob^ boïft beljaïben my/ in be^e to eft a nb gctaectl luas» Cn ift merftte ooft/ bat lt;115r. Knox in jun icben/ ja selfé op jan boot-bebbe/ baar tnebe berjogt taiert. Cn il^r. Kiruton gebjuiftte mecnigniaaï op be [toeï beje uitbjuftftinge aan* gaanbe zeil'; O dien dooden hond zeil'; het is al zo ligt het merg uit onze beenen te trekken, als dat eigen zelfs uit onze herten te werpen. .ïRaar taat Ijieïp mn aïïejt/ 30 ïang afê ift ijet ter bcure niet ftonbe uittaerpen/ geïpft ift berjeftert taaé bat 311 gebaan ijabbenï be aanmoebiging betoeïfte ift ïjabbe/ te rngge jienbe op beje gelben/ taa^ jobanig/ geïnft iemanb jonbe ijebben/ betoeïfte op een jeftere pïaaté 3311 been gebjoften ijeböciv be/ iemant ontmoetebe bic tegené Ijem jeibe: ik ken zoramige, dewelke op dezelfde plaats hare heene gebroken hebben, ©og iemanb joit^ be benften/ bit ig ben armen man een geringe
80 Het verborge Leven van
traafl. Ja maar, ^ejjt een anbcr/ Ik kan u ver--halen van een uitnemend Medecynmeester, dewelke dezelve gants volkomen geneest: en indien gy hem te werk stelt, zo zal hy het zeilde voor u doen; want ik kan u zyn naam en toenaam zeggen, als mede waar hy woont. (jCoen öegaf ift mp jeïbcn tot öicu jjejegentie mceftcr/ üc ï^ccrc ^eju^ dj?i|tu^. 05 üat Ijn my toiïüe bcclaffcn üau öic biceflytie jiefite ban seifsacïttnri; en öat Ijn ray aan Ijera beröinüen tailöc/ om ijcm in atleó tc iierljcetlpïten/ 5a in gccftctiiftc aïg in ïicljamcïuite jaöen. 3JH mact Jjct al^ in öc tegcniuaojbigtjcit ban oSab jeggen/ iiat'er nicté taa^/ Inaar ua iii 5a becï bcrïangiïe afó nm in ftaat tc jyn am bit jjctmb tc geljaa^amcn/ 1 Joh. II . 6. Wandelt alzo, gelyk hy gewandell heelt.
IBanncer ift oy een jcftcte tyo in abcrbcnliinjjc taag/ met toat jaojt üan bersaeftinge Cljji|tu^ in jnn ïebcn berjagt biictb/ en Ijac Ijn sig baat omtrent gebjneg/ sa merftte ift/ bat Ijn flerlte bcc-Soeüingen Ijabbc ban ben ^atan/ jnnbe ban ecu jeer gjanlueïyfte natiuire/ Matt. 4. öog ijn guam 5e tc tiaben, Stija flreiitt bit gjaateïyfcT tat aan-rnacbiging bao? jnn baïit/ om Ij aar bp §cm te berboegen/ Uiannccr jn met bersochingen ban besclfbe natuure betjagt biojben. ^[15aar Uiaat i|em een biergeïtifte berjaetiingc aïö bc mune taa^/ ontmaetebe/ finn ilï niet binben. %)it beeb my een toetnig ffciïïe ftaan; maar taanneer ift ncerftiger onberjagt/ 5a bonb ift/ bat Ctjjiftu^ meenigmaaï jig jeïben bu«t uitbjuftt: Ik zoeke niet myn eige eere, maar de eere des genen dewelke my gezonden heelt. Cn in Rom. XV: 3. toajt er gejegt; Want ook Christus en heeft hem zeiven niet behaagt. lt;0 bit ebele en uitnenicnbe
boa?^
ELISABETH WAST. 8i
er-quot; boa?6Eeït ban scïf-bcrlaocïjcning ? Ift bcrüacgijc ^0- mp bp ïjcnt/ ten einde het zelfde gevoelen, het U1quot; welke in hem was, ook in my mogle zyn. 1)6 he ï^eccc (ift nmet Ijct öeftennen) öccb becï om )e_ mp ban inu jeïben tc berfoffen; fcljaon ift a(^ En nart taar in tacinig gebojbert ben/ baa?ftdïcntiE n* bc pffeïpfte natuur ban beje jonbc/ en bc onrc^ to beïyftljEit öaar ban/ uit beefe bnajbecïbcn in na^ m tuurtpfte hingen. jKaac babcn aï nam Ijp bie -n bingen ban mp/ betoeïfte be gjoci ban beje ^au^ 'n he beraajjaaftten; en ift taicrh geöjeigt/ om ont-bloot en naakt gestelt te worden, gelyk ten da-
V ge myner geboorte.
^ ï^iec na biel ift in een ongemeene hoabigljEit;
V 30 Bat ili nccijciis ban eenirt gehjuiü ftanbe ma^ quot;• ften; pïigten taaren mp tat een ïafl/ en bat ber^ ïc mit^ ift be ï^cere haar in niet bonb. Cn ift bag--''' te/ de lleere heeft my len eenemaal afgesneden,
en ik ben van hem afgeweken met een genadige c' afwykinge; niet tcgenftaanbc be belaften/ taaar 11 cy ift beftragtigt luierb tc Ijaapem Ik en zal u 11 niet begeven, nog ik en zal u niel verlaten; en
'' gy zult noil, van my afwyken, Ilebr. Xlü : 5.
c ^11 be^e buiflere taeftanb/ jbiajf ift ban yligt tat 11 pïigt am; famtnba met eenige ftïeine ijaapc/en t [omtubd baaj ttapffeïingen neergebjuftt. dlBaar c bit betmeerberbe mpnc ^taarigljeit bieö tc meer/ t bat'er niemant taa.^/ bcteelftc sig mpner ant# 1 fermbe/ af geïaaben teiïbcn bc flcgte taeftanb
^ baar ift in luaa/ pet taclite mp biaarïpft bebe
benftcn/ bat ift niet!» ban een ïjuidjelaar taa^/ en bat ift een iegeïpft öcbjoag/ betacïftc mp ftcnbc; luaut 3p bagten ban mp ijct gene ift niet taa^» 1 ïjet öeugt mp/ bat/ taanncer ift mpnc bjien*
- ' binnen mp'n flcgte taeftanb gcftïaagt Ijabbc/ jp
6 mp
82 Het verborge Leven van
mji baar ober iitftcaftcn/ scggcube/ Ijct yaft u niet 3a tt boen: Cn Inat 3itt gy'er üctcr fa002/ aï^ gg aï^ao gefiïaagt ïjcöt? met jaDbanige taoojben aï^ brjc/ tatïbcn 33 nm tot ftilstapgen ö?cngen. 33an üioubc iit t)aar antlnaajbcn/ toat tjoert gu mn tc berifjmv tacgcng bat iït u bc inaarljeit scggc- ^gt;c ï^eerc \acct bat ift ijet niet ijcïyc ftan ? maar Ijn/ bic aïïc bingni tacet/ tocct aoft bat Ijct nmn getouante niet luas; taant iü taaö aïtaa? gcrcct am bc genabige ïjanbeïinge bes i^ccren met mun jieïc tc iicrteïïen/ Inanncer Ijet Ijcti! öeljaagbc bejeïUe aan my tc ür ft eb en/ en Ijab bee! meer uy met 30 te boen/ ban met te Magen. ^HSaar taic/ bctacïftc een üccn gcïi?o^ Ren ïjeeft/ of yyn in't Ij ooft/ af een scccc arm geeft/ jaï niet uitracpen: a? myn üeen! af/ a myn ijaaft! a myn arm! fdjoon nicmanb Ijem geïyen ftanbe; taant ïjet lilagcn 3elf3 tterguifit ijct gemoefa/ taannecr'cr geen reben bao? iü. ^gt;00 taat saï iïi 3cggcn/ taan neer geen aagc ahcr my mebeïyben ijabbc/ 3a quam Cljjiftnj? my te Ijtüye. Ci],:i!tU'j i$ in ber baat een getrun. tae ©?ienb/ taant tjy ié aïtaoa een üjicnb in een tyd van nood. iDy een 3e}'terc bag/ taanneer ift myn 3eïycn gcreet maaftte am myne Itjicnbinncn tc antmacten ter yïaatfe/ baar toy toccRïyft^ 0111 tc ïiibben t'famcn quamen/ 3a toiert bat taoojt/ eer ift'cr na tae ging/ ay myn Ijcrtc gefijagt: Kan ook ecne vrouwe liares zuigeling? vergeten, dat zy liaar niet en ontlermt over deu zone hares bniks? Of schoon deze vergate, zo en zal ik dog nwer niet vergelen, 3ïcf. XLlKHö.
lt;0 ijac ycrijcngbc 3ig taen myn Ijcrtc in ben ïfccrc/ gayenbe bat bc ï^ccrc mync bjce3cn 3au# bc ijcrnictigcn; taant bagtc 5a bcjrc uit öc?
i|ccrcn
ELISABETH WAST.
ï^ccrcn ïacg gcïayen te IjclifiEn/ bat nitinant 5a uckc terug ijabijc gegaan/ belueïlic eenmaal jrrn baet ap sim taeg gejet Ijabiae. Jllaar jmi tueg met inu i'i gamë luanbecïiJli. lt;0 üat iü 3c 5a üanbe bertjaïen/ bat a3ab be eecc ban a ilea mogte Jtrugen; en bat ift befcljaamt en fcljaamcaat mogte inojben ober mji seïben; en bat anbere/ betaeffie ban bese bingen ïjoaren oy Cijjiftus en jun ijeiïigljeit mogten betüeben.
Den 3 April 1098, zynde liet
RUSTDAG 's MORGENS,
ïfab i'ft op myn geeft bien inbjuft/ taat ij et bias ban bes? ïjeeeen toeg af te toijfièn/ en luat b:aE» btge geboïgen Ijet ay inn gebjagt Ijaböe/ 50 bat ift taagt aïa' ijet In a re/ in be Ijeï Oja aarde. 3jti ging tot Ijet ïjeimeïyft gcöeb/ aïtaaar ift om een anttaoojb riep op beje ttoce üeben: O dal ik wiste, waar ik hem vinden mogle, ï}oogI. Y. Bekeert ray, zo zal ik bekeert zyn, ÏJCL', XXXï.
ïïOmcnbe tot Ijet openbare geljoo; in be Col-ledge ïlerft/ pjebiute ben lueerbe bienftfjnegt ban Cljriftué/ .iKr. Monerielquot;, ober 3'ar. !V : 8. IS'a-ket tot God, ende hy zal tol u naken. 5JDaar in Ijn aanmcrïite/ dat door de zonde hel gansehe menschelyk gesïagt in een grote alstant van God geraakt, was; en dat zeli's de Godzalige wegens de zonde in een groote afstand van God waren. lm bjong bcje pïigt om tot God le naken, op on^ aïïe aan/ ittrscïicrcnbc ons/ bat a5ob laiïbc naïien tot be side/ bctacïïic Ijcm socfit; tn Ijet em taeinigje boo? ijet Jübonbinaaï jrinbe/ 30 riep ÏJP «it: Wie weet 0!' God zyn Woord niet
O* mogte
83
84 Hef verborge Leven van
raogte gezonden hebben om iemand, dewelke den verdwaalde verlore Zoon gelyk is, tot zig te rug te roepen. (^Tacn tagt É/ öat öcn ifi/ toant ift tjcöiic aïfc bc^c tub afgcjtaojhen/ifi tnact ÖEÏfEnncn/ bat bcscn bap nni in bcr baat ccn bag ban «ragt luas; cn bc Zeeraar fpjaft 30 ïsnfte* ïnfi tnt mnn gebaï/ aï^ af ift met Ijcm ïjabbc on^ gegaan. aD öicn jactcn bag! al^ luannccc aïïc bc genabrn^ bcé (J?Ec|ïcé tocbcrom tc taerft ne^ fleft toierben/ cn ift gctoiïïig getoarben Ut as? om met Cij?ifltiö ny jyn tigc lioajtoaarbcn get hcr^ b?ag te fluiten,
Wanneer ift t'ljuijt quant/ fiegon ift te onber^ joeften/ toat be reben of Dogmerft jnn nionte/ taaarom inu bc Pcere ja lier uit 31,111 iueg'ïie't gaan/ aïa 3pnbe een ban 3pne ftinberen/bctacï^ fte gn fieloaft Ijeeft te suïïen betoaren? :Cat ant^ tuoajb ap bit aiibcr30Eft/ 3a nterïitc ift be3c iiicr rcbciten aan.
Eerstelyk: ©et taaö om unt te ïaten 3icn ijet gjaotc oiibcrftljeib tuffen ben Ineg bcr 3Ciiibe/ en tuffen ben taeg bcr a5ob3aïiöijcit ZPc Lucg nn bcr (i?ob3aïigïjcit taicrb nip in br3e b:ic bi^aiiöcr^ ïfeben baojgefteït. 1. gp hias een tneg iian ftei^ ïigijeit/ 2. een teeg ban geloof/ 3. een tacg ban pïigt. Cn 3a ïang afê ift in bese taegen toan^ beïbe/ 3a bonb ift beeï bermaaft/ genoegen en berguifiliinge: 3©aar bao: mpn af3toei;bigt;n uit be3c te eg en/ in bc taegen bcr 3onbe/ oticrb ift in 30 beclc ftriftften cn engten? geüjagt/ bat ift niet? ban nnrufte cn misnocgtijcit getaaer taiert; moctenbe menigmaeï met ben Digter uitroepen: Ik bon gezonken in grondelooze modder, daar men niet in staan kan, J?f. LX1X : 3. Oj) baar ij* ten g?aot onberfdjeib ttiffen ben toeg bcr lt;J5ob^
ïaïig-
ELISABETH WAST.
saïicjijcit/ tn tuffen turn tacg ber sanbc; öc tene Ike iieftroait met brtugbe/ üz anbecc met gebuid
zig rigc fmettc.
ÏV Ten tweeden: ïfet taa^ ara ran te laten jicn/
'et üat/ ftïjaan ift uit ben toeg taiïbe afsluecüen/ ift ^0 cbentoeï ban ninn jelbcn geen firagt tjab ora '■£' tuebernra op ben regten Ineg tc itaraen/ Ijct raaet u* bc fteeïite ban een anber ;un/ niet minber aïö fïe tie ban Slcfus/ 'maar ojj ift leunen raaet, (Caen e^ }ag ift be angenaegsaain^eit ban niyn eigene ge^ In regtigljeit/ feljaan ift in ber baat niet raaeneïp* ^ ftec in be i^obsbienft ttebanb/ ban baat aan bet^ ïaocljent te ^nn. ift aa:beeïe biaarïpft bat bit c- te eenigftc ftay is/ taaar toe ben aïberïuifleiv e/ rnïiftc tniicl)eïaar niet getaften ftan: nanicïuft et' 3iiT jeïben ban eige geregtigljeit gunt te raaften/ ^ en be gcregtigljcit ban Cijjiftu^ aïleenltift/ tat ^ tegtbcerbigniaftinge en aanneminge boa? ^ab/ ■r aan te gjypen.
Ten derden; ïfet Ui as am inn te ïateil jien/ ■t üat taanneer be ïfeere ban baa?neraen^ ara n ccn jieïc te ue;aeften nietji tjetn beletten ftan/
u seïfê niet be batige miöb,ragingen: jun liefbe ié
b:y/ en ten uitetften becóasenbe: Hy springt over ^ de bergen, en hnppell over de heuvelen van ter-
1 yin gen, i)aagl. YI.
Ten vierden: Det to as ara inn te laten sien/ i bat ijet macpelpftec to as tc taanbelen met J?aD
- in sun rige to eg/ ban öab te binben. 3iU
c ijceïe bingen in innn natuuc/ betoelfte gereeb toa--
■ ren ara rap ban d^ab af te treftften/ selfs na
■ bat ift ijein gebanben Ijaö. «Pit beraajjaaftte in innn ïjerte een fterfte en Ijeftige begeerte na be a5ceft ban 03ab ara ran tc leiben/ rn ara ray tc iiebjaren in jun cigc bicg» ^ft aa^beelbe bat be^c
ran
85
Het verborge Leven van
my aïïCEnïüfi in öer öaat ftcnbc gefpen/ cm cïftp 3EiIi0t tocï tt bejrigtcn/ gerpft (ööijg 3Egt;on?t tc ïce^ 3en/ tc Ijcoccn ^cbiftcn/ tc öiamp;ben/ tc flrjibcn/ pin. (O, iit 330 ren uitnernenb liaa:ticri fn tc l)rli^ 6cn ben lt;0ccfi: tot ren SCcibétnan. bagte aan aïïcé tc Jnmnen licrïoodjcnt tatijben/ ïjaïbcn ijfcr aan/ nanicïiift tc tjcööen ben ajceft 33Dbs Din in nin tc luaonen: Ijicr nmtrent Hou-bc iïf gern Irrcigccingc aannemen.
^aar op nnamen bc;c b:ic ^ffpiftunroraat# fen met firagt op mnn ijerte: De Troosie/de 11. Geest, welken de Vader zenden za! in mvnen .\ame, die zal u aJIes leeren, SJoij. XIV: 26. ' indien gy die boos zyt, weet nwe kinderen goede gaven tc geven, hoe veel te meer za? de Üe-melsche ^ ader den ü. Geest geven den senen die hem bidden, Tituft. XI : 1Zalig zvn die hongeren ende dorsten na de geregtigheit; want zy zullen verzadigt worden, .iöatt.' V : (i.
pfaatfen gabcn mn g:onö om tc geïooben/ bat mnn fiegcecte jcübc bec|joa?t toojben.
^Pit tnarï mn tot een g?ootc öemoebming out mnn ©cclionb tc bertncutacn aan be^^cercn |Cbonbmaaï/ ijet Iticïl-c tft ooit bebe in be Colledge iterft/ ben u2.i April aan bc jcbenbc (Cafeï/ beUiei* hc M5r. Moncriel' bebienbe. ïjab baar biic af bier ber^aeftcn aan ben t^cere tc boen/ na tacï* fiers bc lij oor in ge mnn Ijerte g:ooteïnité berfang.-be. i. ID at üï in ben 'ïpreft mogt ïebcn. 2. Ui5at ift in ben lt;i?ccst mogtc öeliïccb jpn met bc ftlccbe# ren ban opregtigijett/ oatmoebigQeit/ ^cïfber^ ïooctjcning/ nber boo: Ijct interefl ban Cljiiftn^/ en ïieffac boo? aïïc spne taegen. 3. ^at ift in ben (tfeefl mogtc taanbeïen/ ató anö gejegenb bbojfteeïb bc teerB ^efu^ bebe/ in Ijeiïinljeit/ g^
ELISABETH WAST.
ïoof tn ïpbjaamïïeit/ oogcniïc ftecbé in aïïe^ op öc tere a5ab^ 4. ^at iff ten ?£cbcmaat ban sun Itidjaam mogtc 31?quot;/ om ten innig mebc^ ïpbm met aïïc Zions ïtmbetcn tc {jetibcn/ in toat tocflanb jn aaft 3yn mtifltcn. lt;© ijac mcenigmaal bebe ift bit het^oeftï Of maak my getrou en vrugt-baar, of roeit my uit, want waarom zoude ik uw grond beslaan? ^»E5E üiare mnne bebcn/ aï^ in öe tEiicntuaajbigljcit ban lt;35ab; tn ap bejen bag berbonb in mitn jcibcn om öc» l)ccrcn tc lt;écf£i)?CEben en anbergcfrijjEcbcn baa? mp
E L I S. W A S T
T»aat ié een ^aaft/ taeïfte ift aan tc merfien tjebbe uit üc£t éccrcn tacg met mp/ in rann reijc na ben ï}cmcï; namrinft dan eens op den berg, dan eens beneden den berg, onUnuiit toaEt ift ató ijet taare oy ben tap ban ben berg; maar nu ben iit bene ben ben berg/ ma et en be In cb er am een nieutoe. ftrnb met nnin bacsem-sonbe aan» gaan. ^etaaa! .ïüyn baescm-^nbc taa^ ijetnft mrm frfjabuta/ betaeïfie mn naait berlict. Ift ncraafttc in een ftajte tub onber een gjaatc ber^ Inajtingc/ tat bat ift ten ïaatften befiaat/ bat mnne bïcftftcn niet luarcn bc bïcftftcn ban C^ob^ timber en; 'mant ift bagtc een ban bc bcrliïoeftfte ftljepfclen te jnn/ lueïfte aait gebaren luaö,
oDp een nagt bjoambc ift/ en mu bagt bat ift een Inaulu baa: bc ftratcn jag gaan/ bclucïfte in ccn secr buiïc en luafgelyfte taeftanb toaé; sn een manlier ban onrcinigljeit snnbc/ riep uit: zal niemand met my medelyden hebben? 3,ft fcljautabe Ijaar aan/ 'maar maeflc mnne tjanben. op mync oogen leggen/ op bat ift n*Et
berom
87
88 Het verborge Leven van
öcrom inogtE ^icn: €n ifi sejamp;c tegen Jjaar;
Vrouwe, gy zyt zodanig een voorwerp, dal nie-mant zig uwer erbarmen wil. ^ic op ontlliaaft# te ÜV eu üegon op myn i^noni te öenfien. ift bagte egter; Inbten een ïtoning^ Zaan faoo? öp guam/ en bit bao^tnerp (met luien niemant taiïbc inebcïyben ijebben) jienbe/ in jun boetjt nam en jeff^ ijaar taaffen taiïbe; jou bit niet boo? een taonberbare b?ienbeïpfiöeit neljouben taojben ?
(SCerflonbj? guam mg Ijet 10. Hoofdstuk ban Ezechiel te binnen/ en in een ftojten tgb jag ift my jclben aan alg een booj'cuecp ban een af* fdjutaeïgfter nature/ ban bc^e b^ouUie inaö; en cbentacï guam be ïtoning ber beerliiiVljeit jcifö/ en Ijab mcbcïpben met mu/ wanneer ik op het vlakke des velds geworpen was, üJ^eeïj, XVI. '©e inbjuït ban be^e bjoutuc bïeef beeïe bagen op rnjLiu gemoeb; en meenigte jocte bebenfiincten troh iii'er uit/ taeïiie op bese b?ie uitliepen, i. WaL ik van nature was. 2. Wat Christus voor my gedaan hadde. 3. Wat ik geworden was, en scheen te zullen worden, na alle deze liefde; tjoe ift meer in bit ©ooftfhift lag'/ ijoe iü myn eigc bceïtenia baar in meer en meer na ijet 3«ig afgemaaït: .ïil5aar boajnamcbift l)oe onbanlibaar ilt geüJü?be üia^/ tegen 30 een bjicn^ beïnüe i^eere; aïs Ijebbenbe 51,111 e jutoeeïen geno? men/ en jnne fyn geftifite liïecbcrcn (betneïfir. ijg mu gaf om myn naaïitljeit te bcïtïten) en besel« be te iioftc gehangen aan be Canaiiniten en Amo-riten. .ïiByn bjeembe minnaar^/ myn ^Cfgoben en boejem-jonben/ firegen aïïe be oojcicrfeïen/ ïiefbe-teefieuen en jutaeeïen/ betóelite ilt ban myn bierbare man antfangen ïjabbc; niet bat .^y be^
seïbe
ELISABETH WAST.
jcHjc mp met getoeïb afnamen/ maar met öc# raab en Dberïeg gaf ift 3c aücr.
^5aac oy Inierö bat bonni^ tegen my uitge* fpjOOften» 0 hoere, Iiocre, hoort des Heeren woord. Sift inaö een geruime tpb ontier ben in^ b?iiVt ban beje bingen; ja eïii baer^ in bit ©aaft^ ft uit tjab een nitbjuMteïpfte taaï ten mpnen ïaftc; 50 bat iït myn jelhen ?;anbcr taeerga bagte te 3jin toegen^ luautocïen ban aïïe foojten. a5n= bettuffetjen/ terlimï iït bus geaeffenttaierbe/ l)oojüe ift/ bat'er een ^Dagtmaaï te Dalkeilii flonb ge* Ijmtben te toajben.
3ift toaö ban boajnemené/ om met aïïe mpne fmerteïpfte nnaïen te gaan ïetfgen omtrent ben monb ban Ijet ^ a b to at er/ en iiu'iuiuüé' te onber* joeften/ toat be oü^aalf 51111 mogte/ taaarom tfi boo? be berbojbcntljeben ban tnnn ïjerte 3a ge# plaagt taierbe? Sift ging'er na toe/ maar bagt; fte be (Cafel niet naberen; 30 een onrein ïieefl toas iït.
Wanneer ai ijet toerft gebaan toas/ 30 ging ift toat alleen/ en ftreeg een ftragtige obertuigingc/ om bat ift ijet Sïbonbmaaï beö l^ceren bersnimt Ijabbe. TDe abertuiginge quam ftn manier ban ten bjaag/ ij'tt in ïteftaanbe: Wat quaanu gy aan deze plaats doen? Had gy eene boodschap'? Indien gy ze had, waarom quaamt gy'er niet mede tot den Koning? En indien gy geen boodschap had, waarom quaamt gy hier om myn volk te stooren, en om alleenlyk een plaats te beslaan? ïfier op begon ift te fmeïten; en in 3unc tcgcntooojbigljcit ftonbe ift betuigen/ bat ift baar niet jjuam 3Diiber een boobfeijap; en bat 3toarc 3ugtingen ftonben boen 3ien/ toat mp tot be3e pïaatfc bjagt/ om nameïpft te ;icn/ of ift be 00?#
89
90 Het verborge Leven van
jaaft ftonbE «tthinöcn/ biaarnm ift in bejc toan^ Djbjc taaé. Sift raact öEïtenncn/ öat bt ïfcere ran in ijcjc pïaats jccr genaöitt toa^; tn fdjaan iii niet aan öe ?£afcï taaö/ ja ïoafbc ift ebentaeï 5jin naam/ bat ift in be fpnsftamtr ijcöjactt Ina^/ atoaar ilt fmnmigc ontbcfiftingcn ban snn gacr^ geit nntfang/ cn be ao;taaft ban mpne gcbtirigc beitoajring berftanb. èp bcje plaats bebe l)n ran baamemen/ bat ift niet racer tjet .iöagtmaaï becjuiraen soube/ aï jouben aïïc be önibeïen bec jjeïïe/ cn be berbajbcntïjeben ban rami eigen ïjet* te/ jig baat tegen aanftantcn.
.f3og tnöct ilt beiijaaïe/ een taanberïnft gebaï ban be boojjienigljeit ^abö/ tacïftc tjet na rann onjbeeï ber te üobcn ging aï Ijet gene te baren geftljicbbe. ©et lidjaagbe ben CjeenV bat'er te Largo een ^agtmaaï ;aubc geijauben toajbtn;
ra? ift jmns Ijaojbe/ or.tftonb'cr ten gjaate bjeugbc in rann ijerte/ fcijacm ijet in ber baat een tub taa*»/ taaar in ift bjoebfg te taaifteïen gab met intooonenbe jonbe; ja bat be geboeg* ïpftfte naara/ belncïfte ift nm jeïben i; on be geben/ taas Legio, am bat jn beeïe blaren; rn paft bc toereït anücftent i^; nogtanS nam ift boa? na be marftt ban bjne genabe te gaan/ jnnbe ift een ïiaoyman/ betoeïftc baar beeïe btngen ban na= ten l]ab. oD tjae ernftigïnft beriangbe ift om itan^ bei met ben ïfenuï te bjpben.
Sift ontmaetebe tegenftrebingen ban buiten/ ora baar te gaan: maar ift agte beje niet meer/ ban een beber in be ïngt; taant te Largo raaeft ift tacjen. 31 ft ging ban met een anber baar na tae/ ap Vrydag 'jt raa;gen_s; tn ïjet toa^ een jcer aangename lueg; luant be ïjecre IjiEïp oné om jaeteïnii 't samen te fpjeeften; b'cen blagen-
be
ELISABETH WAST. 01
fee b' anberc/ wat wy tc Largo te verrigten hadden.
Saturdag 'j* mnjgcnj? ïjanticïtit .ïHSt» Moncrief ober öcje ta0D?bEnt Ziet uw Koning zal u komen, SSacl). IX:!). jeiiJC otl^/ in der waar-heit staat de Koning te komen; derhalvcn maakt u gereed, en doet als Joseph dede, wanneer hy na Pharao zullende gaan, andere kleederen aantrok.
Paar op pjebifite Hamilton ober bcje
taoojtien Cel. !1: 6. Gelyk gy Chi'istum Jesum den Ileere hebt aangenomen, wandelt alzo in hem. dpeïpïf ti' eclle sciöe/ dat de koning stond te komen, 3a bermaanöE b'anbEte onë om ïjem aan tE imiiEn; eh be a3EEft bES l^EEmi gaf met ijaar üEibE getuigenis/ bat ju xiitbaiïiïtEÏiiïi ban Ijaar niEcftcc C ijjiftns gc^onbcn taatEit; eu iï! ij aopc/ bat tteeïe Ijaar jcgcl haar aan inmnen ijangen»
Ji9a bc yjEbiUatic b?0Eg nm iemanb/ wat ik dagte van dezen dag? S'ft antlUOOibcbE/ bat'EC op niDJgcn eeii uitncnicnbc marïitbaij ftonb tc gcniact gc^iEn tE tocnlmi. ~Sn öabbc eeii gjootc VtEttoagtingE/ bat bEjt i^EErEii tEgEiitaaojbigÖEit met oné sanbc lUEjcn/ rn bat biE üEbc bErbuït joubc taöjbcn/ Pf. XX: 5. Hy geve u na üw iierte, ende vervullen uwen raat.
Unstdag mantcné/ ÜEt bE btmbeï niet na/ om ran isïcimnoEbig tc tnaftrn En man ge Eft tc ontruïten/ cn Ijn begon mn tc bjage/ of het myn pli^l was te commnnioere, ol' niet! Jfft antlnoo?bcbE/ bat ift obertuigt taaö/ bat ijet mun uïigt taa»; bennité iff onlamjö fiijcrye» ïpu üc ft ca ft toarï getoojben/ bat iti niEt mebc gc^ tomnninicEECt IfabbE. .ïiBaar liEt IjEt bE bupquot; bEl IjiEt bn? Mttn/ nEEn; ijy ginft sen anber taEg met mn in; taant ÖEt taaj? ttgEnö 31m tail^
lt/
92 Het verborge Leven van
U/ tat ifi op öcjcn bag communiceren joube.
taeftte op aïïc öe buiüeïen en bcrbojbcnt^ ben ban mijn Ijcrtc; en toanncec ift 5e jag/ lie-fioot ift tcrflcnö^/ bat ifi bejcn bag niet communiceren joube. Cn aangaanbe mpn ongeloof/ üi Ijab'er 30 becï raetie te boen/ bat ift nieté üon» be geïootien. SDanneer M5r» Moncriel' pjebiftte Ober ^©attij. XXI!: 4. Mie dingen zyn gereet, komt tot den bruyloft, ina^ ift uitermatcn met ongeboeïigljeit gefiagen. bebe ruime en bjee^ be aan'üiebingen Pan Zoning 3Jcfu*?/ en Ijet Poïft toap sobanig betaogen en aangebaan/ aï^ ift nooit geïjooit of gezien Ijabbe; niet tegenftaanbe bit aïle*»/ 30 ïiïceT ift een Ijarb-ljertig fcljepfeï: cn ftccbs' gueïbe mp Persoeftinge/ dat liet niet waar was, het gene den Leeraar zeide; cn becle juïfte ingebingcn Pïierben mp boo? ben ber?Oïgt; fter in 't ooi gduiftcrt.
D^anneer ijn aan be «Caiel puam/ bagt ift afgefneben te 3pn; taant baar Piaé geen eene 3 on be/ baar Ijn Pan gepiag maaftte/ of ift Piaó 'er fcljulbig aan. Bagtanö guam er een ftrp-meïpft üioojt op mpn Ijerte: Dit is de stemme uwes Lieisten. iloogl. V. i2?ag Ijoe 3al ift ijet ftunncn Perpaïen/ iaat een gioote Pcranbering in mpn ijerte in een oogenüïift gcPijogt Piierb. Cn 0 bat mpn Per'tjaal Ijier ban/ mogte [treft-ften tot be ccrr Pan 350b/ cn tot ftigtinge ban be 30banigc bie baar tjooccn 3UlIen; natneïijft poe fcijielpft be i^eere mp Pcjrafte/ bianneer ift 'er taeinig op bagte; 3a bat ift noit 30 gcbocïigtoaë ober een onmibbeïpfte nobiging ban i^obé iJ5eeft als op be3e tyb.
Wanneer be TCeeraar getroubieïpft Poojgefteïb ïjabbe/ luie oniueerbig iuaren om aan bc;? ï^ee»=
ren
E L I S A B ET H W A S T. 93
ten (iCafeï tc nabcrBn/ 31 ïjp 3311 ïa^fi?iEf openen/ toie sun jKcefier geïaft Ijaöbe tc noiji^ gen; anbec toefflet getal ift toa^; taantütïjoü?^ te baar myn naam en toenaam; en taa^ taar ban berseiiert/ bat bc «JSeeft beö ï^eeren met mpn lt;J5ee|t getuigenié gaf aangaanbe be nobi^ ging; ;a bat ïgt;et niet ftonbc taeberftaan taojben. Cn bat taDO?t quam met firagt: Nu dit is de stemme mves Liel'sten; slaat op, myn schoono, ende komt. Iloogl. If. ©iet mebe ging juïft een fterfte begeerte/ mn Cljjifhié tc genieten/ gc-paart/ bat ift niet taagten fianbe/ af ift ging tat bc cerftc (Cafcï: aïtaaar terftonbs bat toaa?t quatn: Ik in u, en gy in my, gelyk de ranken zyn in de wynstok. Joh. xv. ^n taat geljaltc be^ gcmacb-s ift' toen taaj?/ ftan üeter geboeït ban bcrljaaït tonjben. ^nn tjeftige begeerte taa^/ bat bc llgt;eerc jijn beeït op mnn ijerte mogte bntftftcn; bat bc (i?ccft eentaig in nut tooonen totïbc/ en bat ift met bc Kerft in aïic Ijare bc^ naautQcbcn mogtc geboeïig jnn, 3:ft moet bc^ ftennen/ bat bit een ban bc Ijcerïuftftc bagen taas/ taeïftc ift ooit aanfcljaiitabe; sp taa^ gefpft een Sinncbccïb ban ben ïferneï/ taant be öeerïpftamp;cit öc^ föccrcn bcrbuïbc Ijet Ijurê. lt;i5aanbc nu ban bc' (Cafci/ so guamen bcsc ttace J«clj?iftuurp(aat^ fen in mnn gcmocb: lieden hebt gy den lleere verkoren om uwe God te zyn. 3?cut XXN l. Gy zvt mv een uitverkore vat, om mijn name te dragen.quot; Hand. XI. lt;0 Ijac taalt;? ift berblpb/ bat mp bc ï^cerc bertaaarbigbe om ;a een bag tc Sien/ taant genomen bat ift seïlien nict(ö ont^ fangen Ijabbc/ ebentacï bc aanmerfttnge ban Ijet ijecrïpftc taerft bat'er onber ïjet bolft taa^/fton--be niet ban ftoffe tot bjcugbe beroojjaften. ïgt;aar
94 Hel verborgc Leven van
toa£ onber Ijaar ccn ongetuaonc rocringe ijcjf qpeefi:^ ^aar taaren bede jonge Siijmaten aan öc tluccöE (Cafcï: cn baar fcljcen nnöcr Ijaar in bet i3aat ccn barensnoot tc jijn/ tjrt iucïftc 4ll5r. Moncrief Üci3c uitroepen: De Koning Christus,, de Koning' Chrislus is gekomen, en heeft heden een Bruid onder de jonge lieden gekregen, ^n Ijct autc üoiït aangaanbe/ baar Uia^ ccn gjnot getaecn onber ijaar: 30 bat be pïaatfc 'üieï Bochim mogtc genaamt tao?ben. Sft moet fonp migc tana?bcn nyteifienen/ bctaeïfie ^r. Moncrief geüjuifite/ toanneer Ijy bc (Cafeï üebienbe/ jeggenbe: Communicanten, waar van daan komt lieden al dat geween onder u? OD! jeggen fnm-migc/ wij weenden met Maria tucqenjj een af' tncsenbe CijJiftué. Is dit de oorzaak van uw weenen, arme ziel? ik zal u zeggen, het mag zjn, dat gy ook Marinas vertroostinge zult gewaar worden; Jesus mag digter by u zijn, dan gy zelfs weet; wanneer zy dogte, dat haar llcere weggegaan was; zo zegt hy, Maria; en terstonds wierd zy vertroost, zeggende Rabboni! 3? .^egt een anber/ ift toecne met Petrus, om bat ifi ijem heeïootfjent öeüamp;c. Wel laat my u dit zeggen, het mag zyn dal hel met u gaan zal, als het dede met Petrus; de Engel zeide tot Maria, gaat henen, zegl zynon Discipuelen ende Petro dat hy u voortgaat na Galileen. iPe taeenenbe 55ctnié moeft bertrooft taojben. ^Dog ^egt een anber/ ift tacene met Cljziflitó seïfé ban ïiefbe aan ijct g?af üan HCajaru^ ^e ïiefbe Cfeifli boet my iucencn. Indien het zo zy, mag ik dan nie'. van u zeggen, gelyk de Joden zeiden van Christus, ziet hoe het volk van Largo heden Christus lief heeft! bagten bat anberc bergabennaen een
W'
E L I S A B E T ü W A S T.
üysanöcr (jCaïcnt ïjabbtn ontfangcn/ maar Largo gceft'cr öcben tien gcftccgcn.
ïlDamieec nu aï ijet toerft gcamp;aan toa^/ ijiug tïi na ecu bECüo?0L- plaats/ aïtoaar ift üagtc 45aamp; tc sulïcn antmaetcn/ maar baar quamcu nm nicu^ toe jlnaciijiiciieu lica:. Ccn iiiaïi: obrrfcljaijutatrc mu/ ni aJob-licdaar^rning quam nm 50 üduft üCi'pjingEn/ bat iif tot jclr-niacub bersagt Uiicrb/ tat tadftc janbc ift nait tc boren berjogt 'oiaii geluajben,
3ift jat scer bjoeliig op bic plaatfc neber/ tat bat Ijet jeer laat üiicrb; iït nam iioo: te ftcrücn in bic plaats/ en maafttc beeïe bjocliigc ïtcflui# ten. 'ï'og bc tiaa?3ienigijeit fcl)iutc ijet 30/ bat ieinant ban tvmn ftenniffc/ jpnöc ooft in een fieg» tc torftanb/ nip guam jncfien/ om te sien ijoc ilt gefteït luas. Mu/ ïjet taas een taonbcrMtc boaj^ienigijcit/ bat iït luierb uitgebanben; toant iü inas in 30 een bcrfiojgc plaatfc/ bat iït bagte ban nicmant tc suïïen gebonben Uiojbcii. i^ct eerftc batje tat inn seibc/ In as: AVal doei, gy'? Wat ray aangaat, ik kan nog bidden, nog denkch. 3ili antluoojbe/ ij e ia as! ift lien in bc jcïfbc toefïanb; taat sullen Uiu boen? 4;cn tacinigje t'fameu gercbcneert Ijcüüenbe/ üefloten ton/ bat famen te üibbcn/ onjc pïigt toa^. vO toauber^ ïufte jaaft! ap bic jeïfbc lub aïs? ton ba ben/ üc# banb iït bat bc toaïftcn berbtoeenm/ cn be ï^cere toa^ ninne jicfc genabig. 33511 ftljeibebcn ban maïftanberen; maar ift üïeef ijet g:ootfte gebeeïte ban bic nagt op bcjclbc plaat^/ altaaar ift in bcr baat ccn ^ccr sactc gemeenfeijap met (i?ab berftrceg; ücrflreftftcnbc bic pïaató mn tat ccn Beihel, spnbc 5ct ben 8 Augusti 1698. ©p beje pïaaté bernieutobe ift mnn ^crlamp;anö; ift ftreeg
95
96 Hel verborge Leven van
bjpljEit om mpnc fmccfiingcn hooi ben 3|em uit tE flnitcn/ licibc Ima? ran jcibcn tn baa? anbc^ rc; en bat niet een jjrnot genoegen; be oogen ban mpn jieï taierbeu geapent/ en üi ftreeg een gejigte ban ben joeten en baar jag iït
ttoee bingen.
1. IDat niet^ ban Cyjiftus be ^ieïe ftonbe te b?eben [tellen; taaar üu iït jag be ybeïljeit ban alle gefdjapene genietingen/ aïé ïtuUbotnmen/ Cerampten/ iilaifiecen/ bezittingen/ biienben/ en aïïe natuurlpïte en geaajloafbe genietingen/ jan» ber Cijjiftu^.
2. %ag il'f bat Cï|,2i('tns a Ilea aan jnn bollt tna^; iït jag bat Ija Inaé een ïjuié/ een ba,jgt/ fpu^c en bjanït/ oxibcr^/ man/ ïtinöeten en bjienben. 2o ban een geïoabige/ beta elite Cljji^ fturï ïjeeft/ ontbjeeïtt niets met allen.
(Coen iteerbe iït bjolplt baebec na «öob^s ïjnig/ om Ij era te banïten/ bat iït in rayn geeft 50 tergt; ijengt bias/ bat niet^ in be taerelt mn lianbe Itleimnaebig malt en. 3; a iït ïtonbe rayn jeUien niet inljonben/ ban te berljalen aan bic geene bic lm mn taaren/ Ijoe rnïtelyït iït ontljaalt Inaé getaojben/ Ijrt taeïlte ran Ijet seggen ban Kieklon te binnen brengt/ üal het zo wel mocie-lyk is blydschap, als deoefheit te verbergen. Iflït bing in mnn belter Ut as bjeagbe; baajnamelnlt tna^ iït berblnb/ bat mnn ^tijeiftifege bnibeï een boobeluïte flag geïtregen ijab; 5a bat iït mijn taeg met bïybfcïiap ging.
t'^uis ïtamenbe/ berljaaïbe iït luat een Ijeer-Ipïte bag top te Largo ge^ab Qabben. ©ag be bjolnlte geftalte baar iït in Inas/ buucbe niet ïang. ©en auben menfclj / ïjet ïicljaam ber Sanbe en be^ baat^/ bermeefterbc rap bieberam/
en
ELISABETH
W A S T.
97
en faetantreramp;c raji myn iilubfcyay in fcjacf^it: de zonde wierd zeer sterk in my, en de genade zeer zwak; en üe Ettflc gcnatjc ijelncffte ift bcr^ ïaa?/ taa^ waaksaamheit, en in fiojten tptt raafite iït je aïlc qunt. %\i lui)l taen nict luat tt ijocn met beje mync eïenbige nature/ aanmcrftenbe tóat een ïjeerïyfte tyb ift genoten Ijabbe/ en in tueïfie luanljoayigc taeftanis ift nu hiaë/ iit bagte bat ift be gjoatfte jonbaar lua^/ bie'cc oit Cfp ben aarbüabcra ïeefbe. (Coen taierb ift aan myn jeïijen liertaont ais eene betaeïfte onïangé ben honing bcr QcerlyiVljeit getrautat ïjeiiüenbe/ nu mync jjanben ijabben uitgeftreftt om ïjem te boobcn. Cn toeift oojbcrï ift Ijier oy te lier* toagten Ijab/ taa^ cnüeftffcïyft,
ïjet is my onmogeïyft aïleö te berïjaïen/ Ijet toeïfte ift oy be^e tyb ontmoctebe. $CïïcenIyft bagt ift/ inbien 3?ob my iiecboemen joube/ bat ift niet ftanbe ttaiften/ inbien ift jicn ftonbe/ fjac 6ab baai* in Uriijecrïyftt joube ïaojben. Coeu ücgan ift aan te merften/ toaar in lt;600 berljeet' ïyftt toiïbe jyn/ inbien ift faerboemt jaube Ino?^ ben» (Cen bicn einbc 50 bagiiaarbe ift myn SEliien afê Ijet Inare boa? bes» ^cecen ©ierfcljaac/ om te ij 0 of en toelft Itonniff tegen my jaube uit^ gefpjoften tuojben: 30at iuaren myne boojreg^ ten/ en myne bcriamp;intenificn/ en toelft gebjuift of ïieber miffümift ijeü jft ec ban gemaaftt? ©aar oy beconberftelbe ift/ bat ift be betljeecïyftte heilige en Cngeïen joube tjootcn uitroeyen; Eere zy Gode voor de ontdekkinge van zulk een Ilni-chelares, als zy geweest is. ©eEboïgenj? beron^ bcrfleïbc ift/ bat ift be ^obbnigtige/ met tuien ift berfteert en geïeeft ^aöbe/ eenyarigfyft jauben ijooten uitroepen/ en jeggen: Is dit de vrouwe,
7 de-
98 Het verborge Leven van
dewelke wy zo Godsdienstig dagten geweest te zyn, zo dat wy haar in Predikatiën en op Nagt-malen hebben zien weenen, en haar zo veel hebben hooren spreeken van gemeinschap met God, en van hare menigvuldige ondervindingen; en evenwel zo en zo bevonden is geworden. Eere zy God, voor de ontdekkinge van zo een onvergelykclyke lluichelarcsse. ^Ja/ ift üaQtE/ bat ift öc üuplicïen jcïf^ öctt Zeereu lianni^ tcgtn ntji/ aïjï regtlieecbiij/ Ijaojbcn bccMatcn/ jcg.' genbe: Deze is de grootste Zondaresse, dewelke oit op deze plaats quam. ïDacr Ojtl anber^ b^aagöc ift nnm jeïben/ hiat ift ban öcjc i3iir= gen tagtc/ belnclfte tegen nm ingefiragt luaren; en tnanneec ift aanmerftte bat be gereglinijeit a?obö mu niet»! ten ïafte ïeibbe/ ban ijet gene mpn eige geluete lui ft luaar te 31111/ 3a ftcmbc ift niet^ jeggen/ ban: Regtveerdig, regtveer-dig zyt gy lleere, zelf in myne verdoemenis, ik verdiene niets beter by u. c©iet tegenflaanbe bit aïïe^/ 5a lua^ ift eüentoeï niet gantfeffe* ïpft liuiten öope. ^ootenbe bat 'er een J®agt* raaaï te Prestoun-Pans ftanb geïfaubcn te luajquot; ben/ 30 nam ift ban?/ baar na toe te gaan/ en hocu nieufcljeu en Cngeïen te üetuigen/ bat ift lt;j?ob regtbeerbigen üiiïbe/ ïaat ijn met my boen/ taat Ijem üeljaagt r43iEt bat ift ban öajbeeï toaé/ bat 60b ban iemant bereifte om met be bcrboemcniji te bjeben te syn.) Cn fdjnon ift niet ban boojnemen toaé nm baar ieté boa? myn Seïbcu te joeften/ aï5 jnnbe üefcljaamt am eeni-ge lueïbaben meer baaz mn seïben te ;or:ften/ na bat ift be boorïebe taelbaben 30 bifttoylj? op een (djanbelyfte toyje miaftjuiftt ijabbe; eben^ taeï bagt ift baar ie té te suïïen boen boo? anbere
ÏiE'
ELISABETH WAST.
ïicijcn; gcïpft aï^ munc nafieflaanije/ rnpnc iijien^ ijinncn/ en bc écrït. Cn iate Vaect/ of öe-ï^ccrc mag genadig jnn.
tlit faeje öjacluigc tncflanb/ taaar in ift taa^/ ïccrbc tlx öcjc ttacc ïeffen. i. Dat een onheilig, en een onieder leven cn wandel de slimste vyand is, dewelke het werk der genade heeft, voornamelik na dat men byzondere weldaden genoten heeft. 2. Zag ik, dat de zonden der godvrugtige, Christus meerder smerte aandeden, en veel ysselyker waren, dan de zonden der goddeloze. '
SÜïi fiïccf flccbij onber bien inbjuft/ beit aïïe^/ to at in tjemcl rn ny anrbc Inaö/ jig tegen nip toiïbe aanfianten; taant geïuït ift bag te/ taaier djj aarbe 5a een Imiï fcljepfeï niet/ geïpft ift iua^. (Coen quot;began ift bu mun seïben te reöeftabeïen/ toat ié bit/ bat ift boe? Énbien ift 3a luaïgeïpft ben/ ban ftomt be fontcine en ijet babtaater ;np beft te pa*?. i©aar omtrent ift ooft ttapfeïen mag/ 30 ben ift Ijier ban beejeftert/ bat'er genoeg in mp ië/ luaar op Cljjiftu^ taerfte ft an. 31ft ging Saturdag na Prestoun-Pans, aïluaar ^r. Selkirk ïjanbeïbe ober pf. CX1X : 38. Bevestigt uwetoe-zegginge aan uwen knegt, die uwe vreeze toegedaan is. SJft ijoojbe beje ^eejreben met g?aot genoegen. ï?p bebe een ruime aanbiebinge ban Cïfiifhté/ inbien top ons becbinben taiïben om 5pne ^ienftftnegten te 31111. 1. ©at Ijp seïfé al Ijet toeeft toiïbe toerften/ en ebentoeï joube Ijp ben gantfeïjen ïoon betalen. 2. ^Dat pp nooit eenig toerftinbe Ijanben ban 3pne bienftfinegten toiïbe fteïïen/ of ïjp jou'er Ijet jtoaarfle einbe ban bjagen. 3. ^)at ïgt;et boa?beeï ban aï ijet toerft/ bat spne bienftftneg# ten 30ube toerften/ boo? öaar 3eïbtn jottbe 3pn. J©u/ toaar suït gp 30 een .iJSetftEc ftrpgen?
7 * 33aatt*
99
Het verborge Leven van
6aanbe na ten hrrfiojjjc plaat^/ 3a rtmci ift ii?uï(cit/ mn mun gertc/ 3a boa? my sdüen/ aï^ haa? anbete uit tc ftojtcn: en taar bcrljonti ift mu sdhen ont tiaa? altoa^ jpn ©icnftmaagt te totscn. ODp Rustdag p^eötlitE .ï^r. Andrew ober Jerem. Ij : 5. Zij zullen komen, ende den Heere toegevoegt worden met een eeuwig verbond. ©icr bcriuaanamp;c öy ons aiïc am met ten ïjcci'E ccu ücrüonti tc maften/ Ijct toeïfic ilt odVi aan iic (Cafeï bebe/ bic ban alH*. Millar bicnb taierb. üe^ccrc ben ïjccrc tc jegenen boa? bc mcnijjbuïbiitc geïcrtentljeben üin num Scïben aan beu ïfecrc tc bcrüinben. %ï bat ift uit beje gclettcndjcit ïfan toaarnemeu/ i$/ bat ift bjpijcit ïireeg om mun perte bno: ben J^ccrc open tc ïeggen; bog myn $tboubmaaï toierb tot ben naaften ïïutlbag iiitgcftcït/ 5yn.be een bag/ bc^ tacÏÏic ift noit ü et) do cc te bergt ten; Ijct bias na» mcïyft ccu aïgemceuc bafteubag ij et gaufdje ïio^ ningrnft boa:/ cn bat om bc beeibuibigc g?on^ inden baar begaan; aïa ooft om bc gebjce^bc oo?bcdcn/ cn boojnamelyft bat ban bierë tyb/ af tc bjeerem oDp bicïftc bag ift fcVjjcef beje on» beEljaubcïing tuffen ben ï}ccrc cn mync jide:
EDENBURG den 11 Sept. 1698.
aD föccee/ bejen bag tot bcrncbcciiig en üibbcn afgesoubert jijnbc/ 5a bcgecrc ift my met bc reft tc berbocgcn/ om myn 3dben onber tjet gebac/ ïcn ban myn cigc tergingen tc bcroatmoebigen/ taegcu? bat ift een ijanb gcljab tjebbe/ in u tc tergen/ om ijct ?Caub biocft tc maften. ^Paar om/ 0 gjootc Butt/ fcijoou gy my in bc gc^ mccnc denbe bccb om ftomen/ 30 joubc ift moe* ten erftenneu: Gy zyt regtveerdig, want ik hebbe
ge-
'100
ELISABETH WAST. iOi
gezondigt. 35ït fiegcere ooft bcroatmacbigt tc vuojbcn tmijer Ijct gebncïfn ban bc zonden des Huisgczins, waar in ik leve; cn bat bermtt^ gy/ gclnü gp bccbicnt/ baar in niet gebient toajb. iPaar 0m/ fcïjoan gn tegen onïJ in 't IjujonbEi: boa? jigtöarc oojbeeïen jaub oyftaan/ zyt gy regtveerdig, 0 Heere. 35ft ftrgccrc aoït bcraat* tnocbigt tc taajben onber ijet gcïiaeïcn ban be zonden des Lands; taant ban ben Ijoagftcn af tct ben ïaagften tot/ Ijccft aïïc tiïccfclj gesenbigt/ cn een npentïpftc' aftayftingt ban titac bjegen ücgaan: baojnamcntïuft in Ijct üjccfien ban een pïegtig becéanb/ ïjet bieïfic be racm biaS ban ona Eanb toaar ober toy aïïc reben Ijebben om tc treuren; Ijier boa: jut gn regtbeerbeïpft getergt getuaj# ben/ om bjccffcïaftc plagen onber onïï te senben, Süft ïsegeeje in^gelyïtö berootmaebigt tc tao?ben bicgcn£ be sanben bcr a?abtb:i!gtigc anber mS cn bat bermitft p; utac (öobt^bienfl niet tot een ricraat gcbiccfi sun nog gepafte brugten boojt* gebjagt ijcüiicn na bc moeite cn arücib/ bicgy aan ons te ftoftc gcljangen Ijcïtt. JlTaar ntaen bjcg Uia:t ban bc ^obbcïaojc geïaftert/ luan^ neer 311 yen onber (6ob£ boïït 50 beeï Ijabaarby/ bjiftcn/ Locrcïtö gcsiutijcib/ cigc-jocfting/ bcr--bceïti)cit/ cn bcclc anbere qitaben. ©aaram ;nt gy rcgtbccrbig/ 0 fóccrc/ fcljaan gn ober ^on^ 3;anb nitfyjcftcn/ ijct gene gy censf uitgefpjoften ijcüt ober ben Icbigcn bjyngnart/ ,!es. V. Mu/ o ï^ccrc/ fel)00n gy regtbecröeïyft niet ana aïïc ft0mt tc ttaiften/ 30 ïaat nut cbcntacï ijebcn aan ben tljjoon bcr gcnabc in ben name bc^ ï^ccren Scfu fmeeften/ bat bc oojbeeïen/ bctacïïtcgy üoo? ulue bienjiïniegtcn/ en boo? be öcbcclingcn ban ubie boo?3icnigl)cit ftomt te bjeigen/ mogen afc
ge#
•102 Het verborge Leven van
getacert toojtten; niet tegtnfl:aanijc/ intien 1
guEt in nto,e oagcn/ o i|ccrc/ met te^cï^ ;
be nn^ te fiejaefien/ 3a maaftt'er on^ ttereett en 1
fiereib toe; geef onsE flerftte nm öe ïafl te ti?agen/ 1
op öat top niet afbaïïen/ toanneer be ücpjoefain# 1
ge ftoint. Sibbe Ijeben/ bat/ inbien ijp utae ■
bjaebi^e DDjijecïen onber an3 senb/ 59 niet barm^ 1
ïjertigljeit magen bermengt jnn» inbien gn een j
ïjangerjsnoDt onber an^ jenb/ en ben fïaf be^ 1 fijoot^ 6?eefit/ geef on^ ban/ o l|eere/ utaen ! )
% aPeeft/ op bot top mogen ïeeren boo? geloof ]
on^ te boeben met get ö?Dob be^ ïeben^, lt;amp;{/ 1
30 gn Ij et jtoaarb onber onö jenb/ om uto ttoifl i
boo? een to?eebe iipanb te to?eefien; geef ban/ 1
^eere/ bat tan aan uto jaaft en intereff getronto 1
en ftanbbaftig mogen ;pn/ op bat tap niet om 1
ijare b?cigemcnten ter syben aftapften. tjebe 1
mp seïben ïjeben aan n ober; mpn ïeben/ mpn naam/ en mpne natuurlnfte genietingen/ inbien gp'er mp toe roepen jult. ^Cïïeenïpft maaft mpne roepinge fiïaar/ op bat ift niet in be tijb bet üu p?oebingc bertaert tao?bc. Cn ban/ inbien gp fl:crfitc geeft/ öen ift jeïf^ te b?eben met een galg of flaaft om'er aan berfi?anb te toa?ben/ of iet»* anber^/ taaar mebe gp mp öep?oebcn tailt. J|ier ben ift/ en boet gp mp/ geïpft ijet goet i| in utae oogen: ift Ijefiöe gesonbigt/ too?t gp berïjeerïpftt/ en faat ift u boo? aïtoo^genieten; bit i^ aï mpn begeerte. oDf inbien gp bat b?oc^ big oocbeeï ban |?eftilentie onber on^ suit jen»-ben/ toeefl gp ban onje .ïiKebiepnmee^er om aïïe onse quaaïen/ hoo?namentïpft geefteïpfte te ge.--nejen, 5CïIeenIyfi ï^eere/ met taelfte roebe gp on^ ftomt te behoeften/ ïaat öft in utae ïiefbe 3pn; en ban taelftom/ ■toeïftom i# §et ft?up^/
ELISABETH WAST. 103
gocöanig ïjEt ooft magtc sun. J©ii 0 ^cere/ geef mu bc ohertoinningc nhcr itip seïben/ na# nicïuii bit ïafligc ïicljaam bet sanbc cn bcé baatö/ tjet toeïfte tnn bagelyftö in een geefteïpfie fïaber^ npc Ijoub. Sift üen baa? geen fayanb of aa?bceï 50 ïtebjeelb/ al^ boa? öcje mnne eïenbige natu^ re/ spnbe 5a geftant tegen aïïc^/ 'get tuelftc utae ï^. UDet gebieb. *0 ïaat mnne jonbigc natuure ban beseu bag af/ gciijU ben Ijuusc Sauls slnafe fier; en be nieutae nature/ geïyït ben Ijun^e Davids, fiejfier iuorben; ay bat iü mag in flaat gefleït binjben om Ijet fijuié fiïnmoebeïyït en 50^ öer bermueitljeit te bjagen. S.'aat mpnc boa?# nemend niet jun aïö bic ban ben jemgeïing/ be# iaeïfte tot Cljiii'tus ftmnenbe/ aïles toiïöe. boen 0m saïig te inojben; cn ebenbieï bjacbig ijencn ging/ laanneer 'cc ban ijet ïnuit? gefyjoftcn ütierb. M5aar ift fteïïc nnmc liaonienicns in utac Ijanb/ am 3c baa? mn tegen ben tnb ban naab te üclnaren/ erfienneube rnun cige 3taaüljeit; toant ift IjcUOe nag flerfttc nag bJiïïe am iets te boen; M5aar ift ijeü u uitberftaren am mijn Al in alles tc 51111 ban bejen tub af/ cn baar aïtoa^: ïaat tjet saa spn/ Amen.
lt;0 ^ecre/ gu teect mnne fmeeftingen Ijeben/ en ay anöcrc tpben baa? mun ©aber apgejan^ ben/ ten einbc gu een ttocebc üeftceringe ay jun geeft biiïbet taeriicn; toant ift Den in b^eese/ bat ÖP tat beseu bag tat in een gebaarïpfte taeftanb flinmert; bag ebentoeï geïaabc ift/ bat gu baa? ijem taaajben in mnne manö geïegt Ijebt; cn aï^ bu^ gaaye ift tegena tjaape. §ift üibbe aaft baa? mpn ^iEaebcr/ bat/ inbicn gu in ïfaar ïjet gaebe taerft ucgannen Ijebt/ ïjet in ijaar toanbel iöïpften mag/ baa? ijarc genegentijeben af te treftften ban
be
•104 Hel verborge Leven van
te öingen Bier fientijEn/ eh öaa? öe SEÏite tE fteïïen op öe üin0en üiE fiolien sijn. Éft fiititie oaft faoa? mijn fijoEbEr/ öat'et eeii Inerlt ban gEnaöc aan ijEm niEt ftragt mag ijElu:ogt toajbEn. (D igte* rt/ bost IjEin jtEii bE öUTaaslirit ban 3a Iicei tub tE öeftebEii in ben bgt;af ban beje biEi-Elt/ En ^Et 09 ÖEin niEEt aan am get ftaninltnili bEö IjEmEfê tE jaEÏicn. JCÏi IjEbcïc Ijaar aïïE aan 11/ am niEt 'tjaar te boen/ afê ïjet ijaeb is in iiIue aagEn; aï» ÏEEUÏnfi luaibct 0u bErtjEErïyftt. ^!?EbEnfi ooft/ nm iilu CE ré tailÏE/ tEn iracbc ban lieje janbigc ÜECft En natiE; Cn luauncEC gu niEt utoE bjOE^ bigE DojbEEÏEn fiamt/ 5a ïatEn sc üEibE/ ^'EEtaarji eh get baïft tot suibEnngE jpn/ oy quot;bat 311 aïïE gcïautEXt uit ben abEii magen uitïtamEn/ 3a bat anbEtE balïtECEn magen jicn/ bat gy begeert te woonen in Schotland, liet welke met u in een verbond gelreden is. £ht/ a ï^eeee/ ara Cljjifti tuiÏÏE/ luannEcr gn in toa:n bit ïanb soub na^-mEit üc^DEïien/ eu iïi mEbE baaj bc gEmecnE EÏen^ bE saubE amrtamen; 3a ïaat Ebentoeï ntyn jiElE niEt u in bjcbE bEEccnigt syn; ïtEbiaar muu gE^ ïaabE/ En iaat ray niEt ban bE tn in tic SlirtiftEÏ ban nbic InaacÖEbEn aflupfen: maar fyjEefit gp baa^ mn/ InamiEEt: ift gEracpEn jaï Inasbrn am u in't apEiiiiaar baa? ben bnanb tE Mnben. oD! ïatEn inynE üp-aagmEEÜen geen g^aater yïaat^ in rayn l)ecte LtEfiaan/ ban ttbiE eeee. sift raast bEjEn bag mEt eeii ïafoang EinbigEn/ bat IjEt bE ï^Eece üeljaagt IjeeTt een ofterljanbE ban rauiiE amp;anb aan te neraen; en, bat iju nm ÖEEft iuiHen ftEÏÏEn in eeii gefEÏjifttljeit tat 3a een yïegtige bag/ ara in bE üitter'öeit ban raun 3!eïe mui; iiEbE uit tE ftajtEii, ICaat ift aan bEjEii bag gEbEnïten/ oy bat ift eecc eu ïaf raag ^ingEn; en ïaat tat in
ELISABETH WAST. 105
aïïc teutaigïjEit/ ©abcr/ Soon/ cn (6eEfi:/ roem cn öanft ban my taegcbjagt taojben.
Amen.
ELISABETH WAST.
=l|icr Djj luiccij ift jccr aangcbaan tnct ïgt;ct had ban be oajbrdcn/ jn tcgcntUDOjbigt/ aï£ tac^ ftaraenbc. ^5aar Ina» op trie tyb ccn ^:ootc fcljaarëljcit ban üiaat/ aïs' mrbc ren g:oate sieft.-tc; bin bJirrbrn ooft gebzeigt bao? ccn uitïanbfcn bnanb/ tcrbnjï'cr geburig gejegt biicrt/ bat bc Franschen an^ ftonben te obcrbaïlcn. (0! be gebagten ban een bnanb blaren my jecr fmertC' Ipft/ om beje tbiee rebenen. i. ièaé iït in een gjoote bjeeje/ taanneec iït oberbagte/ biat gjou^ biefpfic feljcpfcïen ju taaren; en be luecjc ban booj Ijarc giautoeïen berantreinigt te tooiben/ bia^ mn flimmer ban be boob jelftf. ^H5aar ïjet gene taaar ober ili 't aïïerraeefte aangebaan biierb/ iaaé be bjee^e/ bat aïfe brje bingen maar een boojlooyer taaren/ bat be i^eere Ijet c£anb herïaten taiïbe/ en ijet bieröare Cuangelimn/ en be Cnangeïie-TCperaarjt ban ona toegnemen/ en on^ tacberom tot een taooninge ban afgoberp maften joiibe. ^Dit taoeg in ber baat jtaaar uy mu. 3ifi ftonbe aïé in ^obS tegcntaoo?bigljeit myn toeflemminge geben aan aïlcrïci foojte ban üepjoebingen/ taaar mebe ani be ï^eere üe^oeficn mogte/ maar itt ftonbe geenfiné met mun Ijerte intaiïïigen bat ijet Cuangeïium ban ,4kljotïanb joube taeggenamen taajben/ baar taag een g:aate bjee^ anber aïïerlei flag ban yerfaonen/ maar bao?nameïuft anber be Xeeraaren: ben inijonb ban tjare 3tce?rebenen quam titer op uit/ van
zig
106 Het verborge Leven van
zig tot lyden te bereiden. taift ntüt taat ift voc
ban iJEjc ijingcn tcnficn jouije. ^03 3^
tuurplaatfcn ttErflrcfttcn tnn tot nuttigtjEit cn öci
ijcrguiftfiingc/ Sfcf» XXVI: 20. Gaat henen myn 0Ei
volk, gaat in uwe binnenste kamérs, ende sluyt ÏE0
uwe deuren na u toe, verbergt u als eenen klei- EH
nen oogenblik, tot dat de gramschap overga. Bei
^EjJÏj. 11: 3. Misschien zult gy verborgen wor- sn
den in den dag des toorns. .ïiBEnigntafEtl/ taaiv ^
nEEt ift niEt nipnE bjicnbinnEn üab/ bagt ift tat tc
bE ï^eeee jnn OJEEft abrr nm uitflojtEbE/ mEt da'
my tE IjcïpEn jjÏEitEn boo? bE ïlEtft bau Schot- de1
land, Ijct to Elft e mil gjonb gaf nm tE bcnftEU En hai tE gtïoobEn/ bat gEtoiffEÏnft bE ï^EEtE Schotland
niEt gantfrÖEÏpft bEtïatEn jaubE/ tEttonï Ij? jyn «1
EigE (6EEft ftamt tE bEtïcEnEn om'Er baaj tE pitU Scl
tEii. nSn niEEnigmaaï nntfing ift bat tonajt bon? cn
ÖEt JEibE/ fgt;faï. CXXX11 : 14 Dal is myn ruste ^
tot in eeuwigheit, hier zal ik woonen. tolt;
ïrEn bing moEt ift IjiEt aanniEtftEn, lt;0mtEEnt nc
bEjE tpb ïjab ift eeh bjiEnbinnE/ tairn^ berftee^ 50
rings En gEjElfcïjaji nni jeee bEtquiftfiEÏpft toasV 0i:i
toant 311 toa^ bE eeeiIe/ aan toiEn ift aait mynE w
gEbagtEn apEtiiiaarbE/ toannEEt bE ï^eeee EErft lar
mEt myiiE jieïe in nnbEtljanbEÏingE guam. *j?e5e ^
nu jElbE my/ datze de instellingen stond te ver- O1'
laten, en datze de Leeraars niet meer hooren tP
wilde, vermits onder haar vele gebreken waren, EE dewelke haar geweeten niet konde toestemmen;
zy waren niet gelyk de Leeraren in de voorlede 'J*
Presbyteriaansche tyden; zy hadden van de waar- de
heit in veele dingen een opentlyke afwykinge be- ^ gaan. ïtojtam/ jrt jEibE mp 'ronb uit/ dat zy oordeelde, dat het nog haar pligt, nog de pligt
van iemant van 's Ileeren volk was, de zoodanige Dl
voor
I
ELISABETH WAST. 107
{ voor Leeraren te erkennen. 3f5lt taEtcniJt bat^ 3e ten (j^oösaïige fa?outapErf00n taa^ tn batje 1 faeeï ban bc^ ïferren Irtcg met gaar eiijc jieïe 1 gcïtcnt ïjabbc; taaarnEmEnbE insgEÏnVi^ aÏÏE ge^ t ïEgEntljEbEn ban ^jEbifiatiEn En StibonbmaÏEn/ tn aïtnb jEEt gunftigïnft ban anje ICEEraar^ fpjE--
SEnüE; 3a tatEtij fft/ siEnbE 3a EEn fcJjiEïjtïtE bErgt;= antiEEing/ baar bao? in eeu gjootE EngtE pttjagt. daarna bjOEg iïï gaar/ taat ju ban jin^ taa^ tE bOEn? of tuiEn jn goocEn biübE? jn jeibE mw/ dat'er twee ol drie byzondere persoonen waren, dewelke alleenlyk hare kleederen rein bewaart hadden van de besmettinge der tyden.
nam ban boa: ain üeje baa? myne'lEEraa^ tEn tE ïjoubtn; luant baar jyu'Er öeeh in jjantfdj Schotland, bEÜJEÏftc bE pjEsöntEriaanfE jaaft En Ijct lüEtU brr ÏÏEfa:matiE ;o flerft aanïxïEquot; bEn/ aïë ju jjEbaan IjEüüEn. bit IjoorEnbE/ taa^ EEnigfiné liEgEtrig om Ijaar tE jien. JJDan^ nEEt iü tot bE pïaatfe guarn/ baar 311 toarEn/ 30 fy:aït iït niEt ijaar/ IjonbEnbE ïjaar bao? gnEbe ïiebEn/ maar tc bEnftEn bat jy ÜEtEr taa^ tEn ban aïlE be 'ffEeraren ban bE ïicrif ban Schotland, baar toe if an ik geenfints ftamen. ^'Tf fiE^ogtE ijaar biitbiifé/ En 311 bEbEn gjaatE moEite om mn onber Ijaar te ürngEtn oDy een 3cïtErc tjib/ taannEEr ift be ^eeee niEt ftonbE binbEn in EEnigE pïigt/ 't 311 in 't opEnfiaar/ 't 3n in pEt bEröojgEn; 30 bagt ift fijt my 3EÏbEn/ mogEïyft ijg ijct taaar/ Ij Et gtiiE ÖE3E ïiEbEn 3EggEn/ dat de Ileere in de instellingen niet te vinden is. Zo is het dan voor my onnodig om hem te zoeken, daar hy niet te vinden is. Cn mogeïpft mag bit bE rEbEn 3pn/ biaarom be Ï^eeee my in oyEiiamp;arE En beröojgc yïigtEn ftamt te bErïatEn»
408 Het verborge Leven van
Spt ïjab toen ctmóc rjtamp;agtcn om Xccrarcn te EEr
bcrïaten/ tn öaren tacg tc faoi'pcn. Cn in ge* oni
boïge ban öicn 30 ging ift op een llufttiag/ om ben SE5
namibbag met ijaar boo? te bjengen/ en om te ^
3ien luat ift baar ftonbe ojaboen; bog in yïaatfe öu
ban ben ï^eere tc ontmoeten/ 30 ficeeg ift beeïe e£1
bjoebige üefcöuïbigingen/ taegen^ bat ift my ban ^
be openbare inftelïinge afgeijouben Ijabbe. (Cocn af/
berlangbe ift tc bieten/ Incïft geboden Ijct bcfl:E Ei:i taa^/ gaanbc mcenigmaaï tot ben tijjoon bcr gc=
nabe/ en öibbenbe/ dat de Ileere my wille be- 513
slieren in den weg, dewelke by erkennen en bc:
begunstigen zoude, op dal ik tusscben twee ge- fc,ï
voelens niet binken mogte. lt;Dm taeïfte reben ift 0a
my ccnige tub afjonberbc/ op bat Ijet be ï^ecre ï®
beïjagen mogte/ my beje bjic bjagen boaj'spn Öc
apeefl tc beanttaoa?bcn; J tas
Ccrflcïyft/ Of'er wezentlyk voedzel tc be- ^ komen is in de instellingen, of niet, bet welke
(jJTcn ttaccben: Wat ik donken zal aangaande
de fouten, dewelke onder onze Leeraren in Ö' zwang gaan, dewelke na deze baar zeggen, de Ileere
getergt bebben om liaar aan een zyde te leggen, ^i
(jCen berben: Of bet blyven by de instellin-
gen, zo als zy tot dezen dag toe bevestigt zyn, ^
•25cïangcnöc een optoffinge ban beje ^bJarig.-- Öl
ïfeben/ toajt mp be ïrgt;cere jeer genabig/ en gaf ^ mp een bpsonber anttuoojb op cïft een ban be*
'SJeïangenbc ïjet eerste, of'er in de instellin-ge voedzel voor de ziele was of niet? JJDierb
get mp boo? een geïpfteni^ bertoont/ aï^ of'er dc
een
H
ten licrgabEtinge ban faoïft tuaö gctaccfl/ en ten onüec ïjaar üan ftouöc üccfbc/ cu filjicr itan tjem.» gcr ftietf. «Pag jienbe ban be^re een tacl0ciJEfitc (.Cafcï met aïïe faojtcn ban fyysc/ en ccn gaciï fauuc oni'cr jut £nj tc taarmen; 3a üiicrü Ijp met een gjaatc ïiciiccrtc anttloltcn am'et 6p te jpn. ^Saar öc reft ban Ijct gejeifegap rieij'er Ijem ban af/ t iv. g ten be gem te nbejteöen/ tat Ijet maat een gefrijifbert buur toa^/ en een gefdjiibert ge--beftte tafel/ jeggenbc/ fel)0an gy'er quot;bp toaart/ 50 joub gu bag geen genoegen binben; 3a bat gu beter by ant» tfebt tc fiïiibem '©ag jjet arme fcïgt;eyfeï sunbe in een uiterfte noob mocfl'er na toe gaan/ cn 3ien of Ijet 'er 5a mebe gefteib toaj*? Wanneer nu be perfoon baar nu am/ fiebonb gy ijct een tnaaradjtig baebscï/ en een taejentfufte taarmte tc 31111/ toaar boa: ïju beibc berïftaifit en berfteritt taierb/ 3a bat ijet geen inamp;eeïbinge of ict^ gcfdjilbcrt inaji. ^Pit nu toicrb tat mitn sieïe 30 buibeïuü taegepaft/ nii bc 3011 fctfinit; aK of bc i[gt;ccre Ijtcr baoj tot nut gc3cgt Ijabbc: Htaat ijaar 3cggEn teat 31; toilïen aangaanbe be bnuijt^ baarljcib bcr infteïïingcn/ 'meet gn nict bu onber^ binbingc aan utae eigc 3icle/ bat gp beibe batb^ 3cl en toarmte baar in gebonben Ijcbt/ toaar boo^ utoc side berïitoiftt cn bcr ft edit is getao^ben; ge^ bcnït aan bE3c en gene ^faanbmalen en Utecjrebe^ nen/ aïtoaar gn bat in 5t openbaar becftrcgen Ijcbt/ yet taeïtic gn in 'tbcr£to?gen 3ogt. (Coen taa^ iïi fieïangcnbe bc^c bjage bolbaan.
Aangaanbe nu be ttoeebc bjage/ nopens dc gebreken der Leeraren, wat men daar van te denken heelt? ÏJDiert ifi ïteanttaoojbt met bat taOOjt ban Jes. LV11: 17, 18. Ik was verbolgen over de ongeregtigheid barer gierigheid, en sloegze,
ik
110 Het verborge Leven van
ik verbergde my, ende was verbolgen, evenwel tac{.
gingen zy afkeerig henen in den weg hares her- otin ten. ^acö amp;e^ niet tcgenflaanüe/ ik zie hare ' ntaa
wegen, ende ik zalze genezen. (D öit üerge^ ïjEt
nacgbc my jeer/ taant ijet toa^ a$ af öc ï^ccrc üccï
tegen mp scjcgt Ijaböc: ï^ct i*? taaac/ Ijctgcnc toar
39 aangaanöc tc rCccrarcn jeggen; 511 Ijcüücn in nigl
ijcr baati bcïc gcli^cficu ücgaan; bag niet tegen# 3a i
ftaanbe tut alleö/ zo heb ik hare wegen gezien, ïielo
en zal haar (in mitnc focheranitcit) genezen. öit
Wangejien öan ili ijarc janben Uecgcbcn/ en Ijarc 5i
tacpen genejen tail/ 3a fietaamt Ijct 110« rtcncr# ten
fey tanje ban ijaat te taaïgen/ maar Ijaat faoo? taai
tnnnc ^ienflfincgten te tjauben. ^ tacï
25eïangentic nu be derde ©jage/ of het myn mee
pligl was of niet de instellingen waar te nemen? taie
3a taiert mp baar ay geanttaaajt/ bat Ijet myne bit
onttanfeïiiare yïigt taai?/ am imme lieljameïpite een
tegentaaaibigljeit üu be infteïïingcn te bertaanen. ï^ee
^aen riep mnn Ijerte en 3icïe uit: Nu zegeae ik mn
den lleere, dewelke my raad gegeven heeft. €n toet
ban bic tub af/ ba?ft ift nait eene gebagte nacfte^ iDn
ren am be iufteïïhigeit te berïaten, bes
^lEaar am tat inline aube berïegentljeit tae= toie
beram te fteeren/ uameïnft ijet ïidjaam bet 3anbe en en
bej» baató/ ben afgab/ be sanbe/ betaeïfte mn ber
3a ïigteïuft amringt; benfte ift/ bat 3a ift ban bi^ get
3c myne fnaabe üegeerten^ en genegentljeben ant# ï
flagen taa|/ ift Ijet aangenaamfte ïeben in öe tae^ een
relt i)cüijen 3aube. ^3Saar bit mengt taater in ©a
mpn taun; en Iaat/ myne genietingen nag 3a tn
g?aat 3un/ 3a taerpt mp bit taeberam ter neber; ïitï
3a bat ift famtpb?? niet taeet taat te baen af te ben^ Öct
fien. J^ct beljaagt famtubé ben $)eere uit spn tat
b?pE gaetljeit mp te ijaaren/ taanneer ift tat Ijem ^
raepe/
i
ELISABETH WAST. Ill
rel roEpc/ tn mp te amtaaojtien ober jafien üie mp
ir- Dtitruflen/ maar in tieje ïtujanbcrïjeit roep ift/
re ' maar faerftrygc geen boïbocncnti anttaoojö; al
e* {jet antüiaojiï ïjct Ineift ifi ontfange/ hoïtiact mp
te lieeï minber tan of ift Ijet ontfangen Ijafctamp;e:
ne taant terftcmb Ramt 'er een fto?m in fae bao?fiegt;
in nigöcit DytfjE»/ taaar isao? ijct mn bettaift taajt/
n* 3a iiat ift meermalen iieflrefaen taojb om alïe be
i, fieïoften/ öegoocljcïingen te noemen/ 50 omtrent
n. bit aïj? omtrent anbere bingen.
re $üangaanbB be öjienbinne/ toaar ban ift te bo»
r^ ren getaag gemaaftt Ijeüiie/ fctjoon luy berbeelt
aj biaren aangaanbe be leeraren te fjaaren; ebcn^ bieï tan ijieïben in 't Sibben een onberïinge ge#
n meenfdjap; jy 3u 11 be be eenigfie yerfaon/ aan
1? talen ift myne gebagten oyenbaarbe beïangenbe
ic bit bat my 30 ontruftcbe, iPy jonberben ban
ie een bag tot baften en bibben af/ ten einbe ïjet ben
1, ©eere beljagen mogte om ecnige uitftomfte nit
ik mnne ongcïegentljeit fe gcben/ of om ray te ïaten
n bieten be taare meeninge ban jyne boajsicnigljeit.
^ i)?y taierben beibe ban ben ijeere geljoïpen/ om beje pïigt te bejrigten; en oy öct einbe baar ban taierb ift boo? een geruime tub een g:aate ftaïmtc
n en bebaartljeit be^ geeftg getaaar/ taojbenbe tae#
y berora bergunt om 30 naliy tot ben tljjoon ber genabe te naberen aï^ oit te boren.
gt; ïfet ïfeimeïyft geïteb taast my toen gelyft aï^
gt; een boojfmaaft ban ben ï)cmel/ aïtaaar ift met n £gt;abcr/ Soon/ en ï^. Q3eeft gemeenfcljap ftreeg; o en taierbe aangaanbe beje mynen arbeit met een
ïicijaam ber jonbe en bes boot^/ bebeftigt/ bat u get een ge^egenbe uitftomfte joubc beböen/ beibc n tot cere ban a5ob/ en ten goebe ban myn sieïe. n ^Bibbeïertayïen banb ift ttaee ^artyen binnen my / I too?#
I
112 Het verborge Leven van
tao?fl:cïcn; t'ccnc Jgt;arty iua^ boa? 't geloof/ tög %t
ö'anücre niet/ om öat 5c ijet gclioefen niet in amp;angt; taj
ten Ijab; maac eere 311 a?ob/ betacffte mg in öen mp
taeg ban mnn yligt üetaaatbe/ 3a öat be Sjpanb ftet
niet aïroost be obertoinninjje ober mp Ijab; taant te ;
inbien iets? mu in mpn pïigt fileinmoebijj manft- b?i
te/ 30 taiect ift boo; iet^ anberj» onberfleunt; ift taa
Öeüfic tnn 3cftcn meenigmaaï ün een fcijip op 3ee ba]
bergeïeften; fomtnbsquot; Ijaü ift een boojbeeïige tainb Ift
om mu aan tanb te B?engen/ aïtaaar ift niet meer bei
30 geflingert soube tao?bcn; en fomtybj?/eer ift uw
ijet 3eïfé taifte/ taaö bc tainb 30 rontrarp/ en toe
bjuiftcn bc öaren 30banig/ bat ift bajjtc bat fcijip/ mi
^affagierë cn aiïeé tc famen 3011 bc omftomen/ taf
tertapt ift 30 bejrc ban ïanb taaj? aï^ ben eerften jeï
bag/ taannccr ift 'er iian af [raft, tai
rïiKp Öcugt/ bat ift oy een Rustdag ïjoojbc pje»
biftcn ccncn Mr. ikile, öctaeïHE fcljoon liet ban agtcre üïcclï bat i)p ccn 3ccr onbeugenb en o^ou^
toeïpft persoon taas?/ ebentaeï mp op bien bag
tot ccn üobc ^cbs licrftrcftte/ jnn (Cert taaé aft
Siotj. X!\ : 1. Uw herte en worde niet ontroert: rc
gylieden gelooft in God, gelooft ook in my. ba
#2pn aanmerftinge taaa/ bat een ftfeininoebigc fig
geiïaïtc be# Opeenea ter 3aftc bat bc bao?3icnig^ ïfi
ïjeit tegen 'S menfdjen genegentfteit taerfttc/' ten aa
ïjoogften bc «iUÉiajcftcit ban i'ob misljaagbe en bc
ontccrbc; taant ijet berongeïpftte bt:ic ban 3nnc ta
Epgcnfcöappcn; 1. %nn tapsljcit/ aU af ftp niet m
taift/ taat boo? on^ iieft taal 3. Bun magt, ïtc
3. %nn getrontaigljeit/ als of ftp fteïooft ijabbe/ fti
get gene ijp niet boïamp;?engen taiïbe. In 3nne or
(Coepaffingc üeftraftc ftu be 3abanige/ bctacïftc 49
meer boo? geboet ban boo? geïoof ïeefbetu 3jft ee
ïjab beeï 3octigijeib in ijet aanljooren ban 3pn ift
SCeer-
..
ELISABETH WAST. 113
09 aCecr-rebEn/ maar beeï meer in be überttenftfnge
[ngt; taar ban/ taanncec ifi t' gun^ quam/ altaaai* ift
en mpn Ijecte boa? öen ï^eerc uitiïa?tEbE/ ïcggcnbc be
ub fterlt ban Schoilant toen lipjanamp;et na acn rapn fytt*
nt te gelpït oalt tnpne ouberjj/ en aïle rapne flob^aïige
ft* bzienben; en ift aojbecïbe/ bat ift jeer öebaojregt
ift bia^/ taanneer tft bju^eit berftjeeg om {jare «öe*
ee baïïcn ben ^eere^baoj te bjagen. (.Cnen ontfing
ib ift be^e ttaee ^cljjiftuurpïaatfcn: Uwen ar-
ec beid zal niet vdel zvn in tien Ileere. Ik zal
ift uwe God en uwen Leilsman zyn tot de doot
211 toe. 4Siet tcgentlaanöe bit aïïe^/ 30 banb ift
J/ mijn be?raberlijft Ijette genegen tat aftaiifiinge/
t/ toaar0m ift merftte bat Ijet mijn yïigt bia^/ mun
'11 jeïben meenigmaaï/ naai* mate bat ift bifttaitó af^ taeeft/ aan ben S^eere te beröinben,
n Edenburg den 1 January 1699.
u
g (Desen ijag jonberbe ift af tot baften en öiüben/ ^ aïö oaft om my jeïben op nieulu^ aan ben ïjee^ rc te berfiinben. iDaar blaren tbiee yïigten/ '• baar in ift meeflenbeel^ ap bejen bag tnebe be^ e fig taa^. 1. (óbergeebing ban mpn jclben. 2. gt; i}et geöeb. If 11 toeïfte pïigten ift mun jelben 1 aan ben ^eere in een berboub obergaf. 3ift ge^ i benfte aan Ijet jeggen ban Jiamp;r. Kirkton, fjet taelfte ïty meenigmaaï aangaanbe een bcramp;anb-= t mafttng geü?upftte; in Ijet maften ban nta ber^ Sanb/ ^cibe ijy/ baet Ijet 3a jefter aïj? gp immer^ ftunt; fcljjpffer ban/ fpjeeftt'er ban/ en bib'er - amtrent; biaer tae gp bie ^c^iftuurplaat^ gaf/ ^ ISeïJ. IX : 38. Ende in allen dezen maken wy i een vast verbond, ende schryven 't. ^tlbu^ boe ; ift/ in mpn beramp;anbmafting ap Ijeben/ een bol^
8 ftome
414. Het verborge Leven van
ïfome DttetgecWnse ban rapn jcïbcn aan jpn ticnfl: ober/ ap öat ifi ijctn in myn gefïagtE nen mag. btjc plaats gcbc ift ten cenemaal aan jun betoinb obcc mijn jclben/ mpnc naöc^ flaanöe/ mpnc genietinjjen/ mpn naam/ tn mpnc gotbcrcn/ inüicn ift 'er uit ccnigc saï ben; met een bioajö/ iu gebe mijn in aïM aan ben i|ccrc/ am te boen en te ïyben iuat tjem be# ijaagt/ en taaat toe Ijy mp raeye op baajbtaar# öe öat ijp mp flerfite geeft om ijet te baen/ ift ontftenne bat ift eenige firagt ban mpn seïben ïjebbe om iets? te boen bat guet ij?: fac bageïuftfe Brbarentljcit Jjeeft mp be Inaarïjeib Ijier ban ge^ ïeert; baarom a ïfeere/ geef ift Ijebeu tueberom en taebcrom mijn jeïben aan u ober/ en tot een getuigeniffe Ijier ban/ ijeb ift 'er ban in tjet ge# beb gefpjoften/ en nu fcljjpbe ift Ijet.
SCn be naafte pïaat^ ging ift aan ben tij joon ber genabe fmeeften/ aïj? een arme bebeïaareffe jijnbe ten eenemaaï geb?eftfieïpft. Sjft bibbe ijier leben in ben name be^ ^eeren 3;efu Cljjifli/ bat ben a3ccfl in mp taoanen mag/ op dat het zelve gevoelen in my zyn mag, dat in Christo Jezu was; be geeft bejf geloofd in pïaat^ ban 011«= geloof en «öobberïoocljening; be ^eeft ber taij^# ïjeit in plaats ban onbietenljeit en ïjeiïigmaftinge en IjeiïigQeit in pïaaté ban berbojben'cïtcbcn. O bat ban bejen bag af/ mijn ijerte/ sin en gebag# ten/ mogten geflcït jijn op be bingea baar bo* ben in pïaatfe ban mijn bïeefcljeïijfiFreit/ en om# Sbierbingen op be bergen ber pbclgeit. Bn ö i^eere/ gp taeet elfte flap/ betaelfte ift boo? beje moeijeïpfte biilberniffe fta te boen. Ift neme u gier op bejen bag aan om mijn KCeitjïman te jijn/ ten cinbe ift niet ter regter of ter flinfterljanb
mag
ELISABETH WAST. 115
mag aftupften. SJntncn ïjet u fielieben jaï mp te ficpjocbcn met tEgcnfpaciï cn Ucrbjuftfimgen/ geef mp öan/ i^tcte/ gcöuïb cn onbertaerpinge; tneeft gp öp mp tegentaaajijig met iilucn % ■aPeeft/ am mp mijn pïigt tc taancn/ en ïaat get angeïaaf a'aer mp tic ahcr^anii niet ijeamp;licn/ geïijft liaa: iïcscn. .ïfeaat inbien ïjet u fic!jagen jal mp tc ficpjacPcn met bat gcPaarïpfte ïat Pan haajfpaeti/ 3a neme iït u öcjcn öag aan aïi een ïïaning am mp tc regeren en tc lidjecrfdjcn; qD Iaat mp niet alleen in ticje tacflanb/ maar geljicP bat aï fjet mpnc/ Ijet nUic mag jijn. ^n# bicn ren ine Pan ntue arme libmatcn in gcüMt jpn/ cn ü't Piat fjcölic/ 5a Iaat mp üag üetoagen Pia?^ ben am tjarc nabcn tc PerhuIIcn/ bact mp een ptaaragtig libmaat Pan uPj lidjaam ;pn/ ap bat iï! mag mcbcïpbcn Ijcüücn met aïïc bic in Pcrïegentljcit 3pn. §iït neme ijeben Ijcmeï cn aar-» be tat getuigen/ bat ilï tc ii?cben ben am aan aïïc tpbelpfie genietingen Pcrloacgcnt tc jpn/ ap Poajtaaarbc/ quot;bat ift mag gcmccnftöap met ben lt;0ec£t Pcrftrpgcn: €n in Piat ftaat af ftanb# plaats gp mp ftcllen suit/ bact mp aItaa-3 Pian^ beien Uiccrbig ubi (ïHxtangclium. Cn tat 'melftc pïigt gp mp aalt raept/ Perïccn mp ïigt en flcrfttc am 3c uit te Pacren/ cn ïaat utac eere ïjet ecnige aagmerft jijn Pan aïïc mpnc babcn. ïcer mp aaft bc Icffe om ben a5ccft tc fietaaren: ^cPiaar mp ban icté te boen/ Ijet Piclfte uüie lt;i3ccft fic-» bjacbcn jaubc. Jföu u i^ccre gp Picct bat ift nait een inaait/ Ijet Piclfte ift fpjefte/ naftamen jal/ ten ju gp mp een buübele po?tic ban ubie 6eeft geef: ^gt;erï)aïben ftcl ift alle mpnc Paajne* men^ in uPic Ijanb/ am 3e te PePiaren/ tat bat ift 3e ban naben Jjeftöe. 3ift mact erftennen/ bat
8* bit
116 Het verborge Leven van
irit ccn öag taa^/ taccröig om 3c fn mijn gcgeu^ gen te fictaarcn/ tft firccg 5j?nijeit om bon? ijcm aïïE mpnc fmccftingcn uit te (ïo^tcn/ Bcüïe boo? mijn jEÏücn en boo? anbere. (Omtrent ten aboniï quam öat inoojb: Dit is myne ruste, hier zal ik woonen want ik hebbeze begeert Jpf. CXXX1I.
^cn bajj baar aan taa| ijet een bag/ taaar in boo? ijet gtmccnc baïft beeï btaaa^ïfeit begaan taiert; en iit taaö bg toebaï onöer fommigé ban üescïbe: maar ift ijab lieber ergené aniser^ ge^ taeefï; taant ift fiebonb bat be geflaïte ban mijn gcefl jeer bïecfcöelijït taierb: ^it gueïöe mg jeer/ toanneer ift tot mijn pïigt ging. aar een taeinigje baar op: guam bat taoo?b: Ik zal be-lydenisse van myne overtredingen doen voor den lleere, ende gy vergaaft de ongeregtigheit myner zonde. 32:5.5l'I get gene ift jeggen jaï aangaan^ be be bngcfoobige onbergonbinge ban bcje bagen/ (betaelfte ift ben bjoeffem ban afgobent noemen mag) iö bit/ bat ift taenfïe/ bat jeïfê'be naam baarban uit on^ HL'anb mogte ugtgertegt tao?^ ben; taant jp jijn nergen^ goet boo?/ ban om taeïïufliggeit aan te gueeften. ^oe ift nu bit jaar boo? geb?agt Jebbe/ i^ mp eenigfint^ moenelijft om baac ban een berftaaï te boen; maar ïjier ban ben ift berjeftert/ bat ïjet boo? mg een jaar taa^ ban bc'fe eïenben/ en ooft ban fommige Ijarbe bep?oebingen.
3in fjet begin baar ban/ ïeefbe ift aI*J öct taare in be boorftebe ban ben J^emel; in ijet boïgenbc gebeeïtc baar ban/ ïeefbe ift aïg ijet taare/ aan be uiterfle ftant ban be ïjelïe/ in mijn geeft; en in ÖEt ïaatfle gebeelte baar ban ontmoette ift eenige jeer aanmerfteïpfte beftBiftftingen ban afobj? boo?^ Sienigöcib.
x' 3ifi 3lt;ïï firginncn mtt get ccr^c geteïtE; op b taeffte tijij {ft gjaatelijft ficboojrcgt toaj! met öe I? fipflanij üan ücn in elfie pïijjt; maar
amp; ij0OtnamEli}ït in Ijet ÏE,5cn Uan be ^rijjiftuuc; een k 30EtEC tyiï ban öesc IjEït ift nait gEnatcn/ 'mant tfi jag in öt fcljjiftuur/ öat ili nait tE boren ge^iEn ïjatiijE/ t öe tEiJEii taaarom iït |jiEr ban gelaag niafiE/ if/ ti om bat ift eeu luEinigjE tE hotEn fiiaagöE/ dat 1 van alle de boeken die ik ooil las, de Schriftuur de duysterste om te verstaan was. ije#
1 ïijft Oen ïiamEEfing ban Moorenland, ÏCEjEnöE/ bog 'niet bEtflaanbe. ^aar laaren ttoEc bingEn/ i toaar üti iït bE ^rljiiftuur hErgcÏEEft. i.JHifibagt/ bat bE ^§iquot;f)jiftuiir taa^ gEïuft eeu ïtaliinet hoï i ftïjuiüEn; en bat in eïftE feïjuif of ïaabjE/ eeu juUieeï iua^/ bag IjEt ftaBinet bigt toEgEflotEii 5ynbE/ sag ill niEts ban bE ünitEiiflE sybE; tEElupl bE üEluaauLiEE bEt flEiitEÏEn/ spnbE ben ÖEEft ban i a3ob/ taEggEgaan taa^. a, bErgeÏEEfi be ^rïjjiftuur üy eeu üaars/ bEtoEÏÏiE iïi in nmn ïjanb IjabbE om mu tE ïigten boa: bE bonïtECE taaEftune; lt;£Kaar Inat guam IjEt my tE öaEt? taant bE ftaaré 'araa niet aan bjanb/ Ijet tacïïtc mii biütoils bebE ftruiifEïen. 'vDog bE 03eEft bEbc ï(Et CaüiiiEt op 3yn Eige tub oyEn/ cn ftaft bE ïtaarö aan; ja bat iït uitnEniEnbE gEjigtEn 3ag/ taEÏfe taEEtbig jnn om bEtljaalt tE taojbEn; syn-bE bit EEn boajIopEt ban eeu ttitge^EÏbE öEÏaftr/ taaar in iïf bEOeftigt taiEtb.
(D! bE ï^eeee berraEnigbuïbigbE juue toEÏbaben op mn in bEjE tpb/ 30 bat ift je niEt aEntEftEUbr' fjoocEiibE taEbEEam/ bat l)Et lactam ent tE i'rc-
Istoun Pans ftcnb intgebEEitstoun Pans ftcnb intgebEEit te luojbcu/ IjEt tacïftt my niEt taeinig öEmaEbigbe/ aanmctïtcnbe Vaat ïjEEClyïxE bagEit iïi baar gE^iEn en onbEtUonbEn Öabbe. lt;Op
US Het verb or ge Leven van
«Op iJtn Rustdag boo? Bet ^hunamp;maaï/ m mpn ijcrte ccn flcrfie DegccrtE op/ am baar te^ Sentacajijig tc spn; üiööcntc ten ^ecre/fcatijp nip niet tuiïtic tocratcn öie janbe tc öcgaan/ öc* taeïfic mm manömatï met gem seïben bcröin. teren ^oitöc; taant iïi 533 niEEc öiErüaarijEit in tz ijcmccnfcljap met lt;iP0ö/ öan in aïïc öe ijt* ntugtcn^ in bt tacrcit; ift rtaf nergenë om/uit^ genomen ïjem srïbcn; aïle^ taajf mp maar frSatte en ü?ef}/ in bcrgclpliingc ban öc jDctc ^efu^ Cbentacf toag ift öc taceft önoc in een jecr flcgtc tncftanV ift berïaten spnfae/ 'ft an be niets boen ban sanbigen/ en te staecben np bctfteerbe tae^ gen; bit maaftte mu bebjeeft/ bat ift oJob in Ijet Sacrament niet ontmneten jonbe.
^aterbag^ ging ift tot be beftembc Paatfe/ aïtaaar .ïJSr. Reid ijanbclbe ober M5attlj. V: 8. Zalig zyn de reine van herten, want zy zullen God zien. Ober taeïfie. taoo?ben Ijp aanmerftte/ dat deze, dewelke God in der waarheit zogten, hem zo zouden zien, dat ze met hem gemein-schap zouden hebben. lt;J3it taaö mn een goebe tubinge, ^aar na ïjem gitam ^r. Moncrief, bctaeïftc pjebifttc ober Levit. X H , 2. Aïtaaar Nadab en Abihu bjeemt liper fijengenbe/ boa? yet aangejigte be^ ï^eeren becteert taierben. inerfite aan/ dat onbedagte toenaderingen tot God, in plegtigc gelegentheden, zeer gevaarlyk waren. fpjaft aangaanbc beeïe gebaren/ be^ toeffie baar in taaren. Cinbeïpft maaftte Ijp een tegentoerpinge; wel zeggen sommige, indien het zo gevaarlyk is, zo zullen wy het niet wagen; maar wy zullen liever van het Avondmaal afbly-ven. ^ag baar op fteïbe 'fjp boa? oagen/ wat een schrikkelyke zonde dat het was, zulk een
pleg-
ELISABETH WAST. 119
plegtigc gelegenthcit te verzuimen, en dat dit zo ^ gevaarlyk was als het andere. öeiJE mp p:iï,
'P ftaan/ nict toctenbc taat te öocn/ aanmerlten# ^ ijc uiitnc miébjaginge ijc toeeït üdoj; maar u taannccc ift in mijn ftamcr rjuam/ gaan.»
n tc tot mijn bcrütngc pïigt/ 5a guam i3c ï^em ^ ttjonöcrïijft tot mpnc jiele/ met ccn gjoatc uyen# ' 6aa?mafiinge ban 3iine Ttficfbr/ fjet tacïfte mn c met iterinonberinge en licrfiaaftïjciij aanbebü, ^)c li00:ïtEcIbcn ban Naamcn ben Syriër en ban üc tacbiiluc ban Sarepta quamen inrt tc binnen/ 1 . beta elft e ft erft op nut bacrftten/ 30 bat ift niet£ fionbe boen/ ban mp te bertaonberen en ben 1 ïfeere tc ïoobcn.
Den 19 Febr 1699.
'g 3!l5ojgcné/ aïsï ift onttaaafitc/ quant bat bJOOJt tot mp: Heft uwe hoofden op, gy poorten, ende verheft u gy eeuwige deuren, op dat de Koning der eeren inga pf, XXIV : 9. Stïluaar ift geljalpcn taiert tot |jet openen ban mijn Ijcrte/ om ben ïioning ber ïjecrïijftftepb in aïïe ?pnc SCmpteu aan te nemen/ aïé ^jopfteet/ |gt;jicp:cr en ïianing.
Mr. Andrew Ijanbeïbc ober (Dpenb. Ill: 20. Ziet, ik sta aan de deure, ende ik kloppe: indien iemand myne stemme zal hooren,| ende de deure open doen, ik zal lot hem inkomen; ende ik zal met hem Avondmaal houden, en hy met my. Hit besc te):t fpjaft Jjp bpjonberlijft een taoojt/ Ijet geen mijn to eft an b raaftte. ^ft torn* municeerbe aan be eerfte (Cafeï/ aïlaaar ift 50 een berg.uiftfteïijft JCbonbmaaï genoot/ aïa ift in mijn gantfcQe ïebcn getaaar taierb. lt;©oait ïjab ift sulft
een
I
''-O Het verborge Leven van
een beraatmnefaigentr gejigte ban een ^iijbefaar/ fieetfl
aï^ nu; Ijct iïctie mp in ïjct flof ïeggen/ benfteno ontfti
ne/ mat taaj? iïi 6ctcr ban anbEre/ bat ïjn mp ooft i
lier souüe geöüen/en 50a liceleantiErcbaojöp gaan/ bcr i
betaEÏftc niet be ïjeïft ban mpne janben begaan mpn
yeojen; taant in bec taaarïjcit/ iift ^ag mijn je^ nabij
ben aïj* be gjootfle janbaar aan/ betaelfte op be gen :
biahte ban ben aarbBaöcm taai?: taant mpne ïaof
Sanben taaren met b«rc be^taaringen hergeje^ 3J5dï
fcgapt. O mpne jaligljeit ij? get g^aatfle taan* ift ta
ai) Cngeïen/ bertaanbect u! en ö becgeerlpftte en f
j^Eiligcn/ itaat becbaaft! en ïaten utae tjar# baar
pen te tacrïf gepelt taaien in ben .ïl^ibbe^ mpn
laar ban mijn jaligljcpt te pjpjen. o!) piijjt ban
ycra üaa? mu/ tatbat Ijct ijem beijagen jaï mp ïpft i
anber n te bjengen/ aïtaaar ift baai aïtaaS jaï 35
3tjn/ ïaabenbe gem met |pfaïnmu 'm benftc/ be c
bat mpne ftemme be albeeïuibfie jaï jijn in ber^ ftam
taanbering abei- b?ue genabe/ taanneer iïi aan- van
meclic/ taat ift taa?/ taienj? ift taai?/ en taat 2
ift ftljeen tc taaien; nu ebrntaeï ftanbe nict^ sp^ ne 1
ne b?pe liefbe beeïjinberen. Mu/ ö t^eere/ taat baa
taïft gp bat ift baa? u 5a{ boen? jeg Ijct mu/en eert
geef mp ban ftragt am ijct te balb^engen/ 3jft ftcn
• Öeb een ïidjaam bcr janbe en bcé baató/ ijet taeï. ïcn
fte mp in be taeeg jaï jpn; en ijct jaï mp een an^ niet
bjageïpfte ïa^l 5pn/ taanneer ift ga baaj bcje jae'
macijcïpftc taaefïpne/ inbien gn mp niet ftamt te na/
anberfieuncn. «fft Ijabbe tad getaenft bat aïie m
mpne Cöriftelpftc 25eftcnbc een ftruim Ijabbcn ge# ^
6ab ban ijct gene taaar mebe ift anttjaait taaö. ift
Sft bagte bat inbien fammige ban be J^ateflan* ïati
ten in ©janftrpft/ bctaeïfte in be Wammen ban 't ï
berbaïginge spn/ ïjier ban iet^ ijabben/ get ben Ijct
Öeet*
ELISABETH WAST.
geetften aben/ teiaeïöe boa? racnfcgcn ftanamp;cn nntftaSen taajöen/ saubc soct maften. 'Jft jagt oaft get goEamp;E öaoj myiu aubEc^ eh mijn Ijjoe* öEr in 't bpjanter/ trriEti^ tDeflanii jeee jltaaar ojj nipn (öEEft ïag. Su toaé öe $}EEtE nip 3EEr ge# natrig/ en öEftcagtigtiE ma/ om mynE (meeftinf gen uit te ftojtEn» ^og ift jag/ öat iït iïoaj ge» loof faEttoagtcn moeft eeu anttuoojij op üc^dPe. JJMfte naam 3al ifi aan be plaatfE gefaEn/ aïtoaar iït toaj» ? J^et mag Een Bcihel of EEn Ebenhaëzer ge^ noemt too^ben; taant baar ijidp quot;in ^eere/ en ftceeb tegen aïïe mpne gecfl:eïpitE bpanben/ boarnameïpiï ongeïoof/ oJobbecïooctjening/ en mpn eige jeïben. (Caen laicrbcn be genabenjJ ban ben 4?eeft te Inerfi gefteït; maar baojnarae^ Ipft bejE ttacE/ geïoof En liefbE,
3ift Ijab ooft EEnigE iub?uu op mijn geeft/ ban be oojbeelen/ bctaelfte obet l)ct üanb ftonben te ■fiamen/ fpjcEftenbe bcje tale tot mp; Ten dage van uw overvloed, zo bereit u voor diere tyd.
SJft merfitE ooft/ bat in in it due EEn ongebjaa-nt bepiocbingE soubc ontmoeten/ bog tuaar ban baan 3p bomen joube/ bias mp onbEltEnt. Cat EEte En banbjeggingE ban (i5nb moet ift Ijet be# bennen/ bat bit een ban bc ïjeerïpftfre SCbonuma# ïen biaé/ bebjelfie ift ooit genoten ijabbe; biant niet aHEEn toa^ ben bag beö 5tbonbmaa{é mp 50et en aangenaam/ maar seffs EEnigE tpb baar na/ biarrn be gEbagtEn baar ban mp eeu niEUbi 5tbonbmaal
iDe bolgenbe woensdag baar aan/ janberbe ift af om pligtEii in 't berbojgen te oEffenen/ na# lettEnbE aÏÏE laEreïtfe bejigljeben/ am bien bag in 't berbojgen booj te brengen; aïiaaar ift aïïep/ 'pEt gEiiE mpn ïjert ftonbE bJEnfcijen/ bErftrecg.
tPaar
121
^ 22 Het verborge Leven van
^aar fiïcef niet bc minflc ttapfeï of jtaarigftett haam obEt; en liccle soctc ïeffen antft'ng ift op öe^cn te fta£
öag/ öctacffic ift iioit pope te bergeten. 3ifi taa^ aucïïir
3® ö'iJt^Öap/ öat ift jc niet Sjcröergcn ftanbe: ten 0;
cïi^aat ïuaimcer ift aan fammige ban mpne ten pi
bjicnbinncn ücrljaaïöe/ wat God aan myne ziele ijititoil
gedaan hadde: ja seiije ecne lian öejeïbe tegen genadi
nip. gewisselyk staat gy eenige groote beproe- zy11^
\jnge te ontmoeten; zo uitnemend groot zyn op? ^
uwe voorregten. fefaa^/ öefaag! ijace taüojbën ijetod
taiertien ra^ fietaaargeit, ctn P
Sti fien ift in een engte/ ijoe ift faerljaïen ;aï/ ïiep t
in mat trjocHjeit/ ontraerfeljeit en fienantljeib öes ' Weesi
geefta ift geüjagt Uiaö gePiojben. 3jft mag jeg. verho
gen/ öat ift nooit tai|l öan nu/ toat ontfleïteni^ ftontn
fen öeë geeft,£? toaren. 5tï get jjene ift te boren gen i
ontmoeteöe/ taaren in bergeïnftinge ban fait maar geit. bïoo-ücctcn. IDe «^atan/ jpnöe be g^oatftc bp^
anb ban 'é menfeijen saïigöeib/öegon np nienta^ te ov
mp met bjoebige en fïerfte berjoeftingen aan te om
fallen/ be aanfeibing Ijier toe taa^/ geïpft ift te (legt
boaren toonbe/ nameïpft bat ift een gjoote ber^ ben/
pniitltiuge bonti in t ïcjen ban be ^cljjiftuur/ 30 guan
bat ift niet een J|ooftftuft ïa^/ of ift ontftng ee* te 6
nige ïetfen/ belnelfte mp Peibe aangenaam en geftc
booabcrïig taaren. qpit bnurbe ;a boo? eenige ban
tpb. ïamp;t berjoefter guam ban tot mp met be^e ften.
ingebingen: A\at zyt gy doende? konnen de of ^
gewoonlyke pligten van de Godsdienst u niet mee
vergenoegen, gelyk die gedaan worden van vee- Op
ic goede Christenen; maar moet gy u daar en amp;CÖ5
boven nog met pligten bemoeven dewelke tot iiill)
uwe standplaats niet behooren? taegené beje en Sit
biergeïpfte bersoeftingen/ liet ift ïjet ernftig ïejen met
ban be ^tljjiftuur na/ ïejenbe bejcïbe 30 onagt^ bet
Saam
ictt saam aï^ te üaren» bit ^uam nip üuur
jen te flaan/ toant get toa^ öc ti0o?ïao]iJ£r ban öeeï taj^ qxtcïftngc in nnin gtcft lt;Paar na taicrb ift boa? ie ; EEii giootE bcobigieit abErfaaïïen/ 3a bat ift niEt he eeh pïigt ftonbE bEjrigtEn. Cn bat taoajb toa^ eJe öifitoiï^ in mpn manb; llceft de Ilccre vergeten En genadig te zyn? zal hy niet meer goedgunstig gt;e- zyn? en hond zyne barmhertigheit ten eenemaal yn op ? Jpfaïm LXXVII : 10. Saterdag niajgEH^/ en bEtaElftE ben eerftcn bag ban April toaö/ (snnbe een ban be bjeEfmftftc bagen/ betoeïtk ift uit jag) 1/ ïiEjj bat laoojb mccnigmaaï boa: mnn gEmoEb: Weest slil ende weet, dat ik God ben; ik zal l' verhoogt worden onder de Heidenen. 40agtansE amp; ftonbE iït niEt Een pïigt fae?rigten. Sfn 't herüa^ n gen mrt afjanbccenbE/ bonb ilt niet^ ban baabig^ r |cit.
gt; ging '# naniibbagé om tnyne iijtenbinnen
S te ontmoeten; 31111 öc bit btn bag/ Inaar oy tan t om te bibben Vfamen guatnen. .iUaar iït 30a e flegt gepelt sunüe/ fdjeiöe ban ïjaar sonber öib^ = ben/ Tjet Vueffle mnn getoaonte niet 3'ft
i guam Vaeberom t' ljuné/ om in 't tieramp;o?gEn te öiüöen; maar iït üïccf iteebé in eeh boobigE geftEïtijEit. nam ban boo? om niEt be tEfl ban get ^up^gesin eenige tpb t' famen te fnjEE»-fen. MSaar lit btaö baat niet ïang gebeten/ of baar ree*» een b:etflufie ftojm in mpn gE-mceb op. 3i'ft biierbe ber^ogt om aï mnn geloof 033 be öEïoftEn maar tx ïiouöEn boo? boïfiomEn ficbjog en inamp;eElbtnge. ï)it trof mp jEer gEboE«= ïiglpft/ En bEEb mp ras L'crïaten mnn gejEïfcljap. Sjtt ging tot bE pïigt/ aïp in eeh bïaag ban mp= niEtingÊ/ mEt bat tooojb in mijn monb: Nu is het kind dood, en daar is geen hoope meer voor
my;
liet verborge Leven van
ray; al hel geen ik ontmoet hebbe, is geweest een leugen te gelooven. 3In amp;E5E trjachigc on* gEÏcgcntljEit biEl iït op mpn ïmicn ter neber/ jeg* genbe: 3I)it jaï te ïaatlte pïigt 3ijn/ tetaelftE ift ooit iiE?Eigtcn jaï: ift jal nu ÏEiten in ijEt liErjuira ban aïïE ^aia^tiiEnfl-pligtEn. 2En üeïe öiEtgE^ Ipftt uitbjuftftingEn/ öEtDEÏUE my niEt ftEtaras tEt nEöEC tE i^EllEn/ gElijuifttE ift. 35a ift üagtE ïjet nnmogElpft tE sijn booj CngEÏEti En niEnfcïjEn om öe öEÏoftEn met öe ImojjiEUigljEit 't famEn tE bEtEEnigen; öaar iuicrtiEn mp fotnniigE MoftEn gEgcbEn tot eeii gjonti ban amp;ope; maar in bit ontaEbEt niüEftcn 311 alle fdjipïuEuft InbEii. öoö aiÏEEn toEEt in biat lOEftanb ift bia3; ja ift taaji 30 gcftclt bat ift gebaar liEp ban mnnE natuur^ ïnft berftanü tE bErliESEn. (Cecbiijï ift oubertué' frn buö gEflingErt biierb/ ftünfttEn bE5C ^êrijjif^ tuurplaatfEii in mpne ootEn; Is iets voor den Ileere Le zwaar ? Hemel en aarde zal voor by gaan. En vön alles, liet geen dc Ileero gesproken heeft, is 'er niet een woorl ter aarden gevallen, Gelooft alleenlyk, kc. iDog baar taajS 30 bEcï ongeloof en (£gt;obbErïoflcl}Emng in mpn IjErtE/ bat ift niet^ ftonbe gEÏooben; maar gcIpüEEn toobE abber floptE ift mime oocen toE Ps. LVI1I: niEt taillenbE na ietjt IjoorEn. lt;0 be^E nare nagt/ biaar in ift aan 't tbipfeïen raafttE/ of 'Er EenigE bJESEntïiiftjjEit in bE ^obabienft bia^ of niet. ^ft brnrbE tOEn bErjogt om aïïE mpiiE laorige onberi' binbingEn tE gaan bErlamp;?anbEn; want'zy zullen tog, SEibe bE bEr^OEftEr/ ten laatsten %als bevonden worden, daarom zo is voor u het beste, alle dezelve by tyds weg le doen; want indien iemant zal hooren van uwe geschreeve verbondmakin-gen en overdenkingen, en gy evenwel u zeiven
in
in de helle ziel, ó hoe zal u dit tot een knaginge zyn. öt^E faErjOEÏiingc iDiïïtgbe ift niet in.
3In öcje tocfliinö ftanöc ift nittë taen ban jug* ten. (gTacn guam öat taan?iï op rnjt: Zal de Rigter der gantscher aarde geen regt doen? get bcranbcröc nitt met mp. sèant ift fianbe niet geïaaben; cn 0?oat taaren öe uittacrffsden/ tEtneïfiE öe anruft lian Ijeje nagt te taegE ö?ag-te/ 5a mEt apjigt tot mpn ïidjaam/ aï^ tot mpn StEÏE. 3jïf ïfreeg een staaEröEC obEctiaï/ en taa^ jeec tjaefgEEflig. ^aar taaj? iEinaniï biE mp b^aag^ ht/ wat het was dat my scheelde, want zy zagen een groote verandering in my! 33og bEJE bjage IniïbE ü't niEmant DpïaffEn; (uitgEnotnEn eehe hjiEnöinnE) taant ift jag/ bat niEtnanb mp fyth pEn fianüE; daarom ïneïü ift ïjet 30 ftiï af^ ma* gEïpït taa^. ©etbolgc n^ pnetb ift ban eche gjoote boofijEit bEfpjongen/ 20 bat ilt ntEinanb TjonjbE/ tEn 5p niEn ïupbE fpjaft. ïjab öaac tn bobEn bE öaeft en ppne in mpn suöe; 50 bat niEn 6e^ , f.oot/ bat ift ging fterben. .ïKaar 6 iaat taa^ al ÖEt genE ift aan mpn ïidjaam IjabbE/ tE bErgelnftEn bp IjEt gene ift op mun steïe borïbE ? pigtEn taa* tEn mp tot EEn ïaft getaojbEn/ taant ift ftonbe in gctiE ban bEjeïbe bcrïigtingE binbEn. (Coeh bEgon ift mEbEïpbcn tE rp'bbEn mEt biegEnE/ taant 4 baa?/ aï^ jpnbE in ontroEtingE bE^ gsmoEb^/ ift in bE ïiEtft öoo?bE bibbEn; 3a bat ift bat taaajt taaar bEbonb: Eens menschen geest zal zyn krankheid dragen; maar wie kan een verslage geest ondersteunen?
£gt;an alÏE bE gEEtïpftE bagEn/ bEtaelftE ift gEno# tEn gabbE/ taa^ ift niEt mEEr getroofl ban iE^ manb sonbe spn/ bEtaElftE spn gEsicgt gE^ab {jEb-4 bEnbE/ nu fiïinb toa^ getaa^bEn. 3ift taa^ baa?
126 Het verborge Leven van
een geruime tpb in ten gjaatx en nate öïinböeit/ öaa
en ïtante tacn nict^ tot ftidjtinjje aanteeftenen. öe
Ift ïa^ mccnigmaaï öcn 130. Psalm met ge- ta^
nocgen; öacö ift float niet eerbcr Ijet fiaeft toe/ 1110
of aïïcjï loa^'er te peïyft meüc geëinbigt. 3ift in
ging toeöcrom tot fommtgc plcdjtige neïegent' ^
petten; maar ift bonö niet|/ ban een aftaejenbe ni0
l'ft taa^ ben 1 May 1699. aan get monb* ^
maal te üphal, aïtaaac ift fommige ftleine fiii^ fun
fteringen ontfing; bog jn taaren naautalpfié te lP
onberfcljciben. oD jjoe ftnaagbe §et toen mnn ijcr^ ^
te/ bat ift 50 btaaafluft na be herjoeftingen ban ben W
^atan geïupftert ijabbe/ leggenbc aan een jube tn jobanige yïigten/ toaar in 60b mu 50 ópjon*
berlyft gunftig luaé getaeeft/ ift jag ïtet aan ató Öquot; ten fegdccgte tegenftantinge en uitBïufftnge lian
ben €eefl. ^gt;og b^eemt en teonberlpft is? bc^ lei ï^eeren ïiieg met mu getaeeft. ïfet ftetjaagbe ïjem
taeberom eenigermate mn te berleenen fommige rc! ftiyften ban sun liefbe; maae ïjet taaa met een
roebe in 3pn öanb/ om snn öatbneftftig/ taeber^ 3!?
fpannig/ en afbaïïig ftinb te betbeteren/ geïuft ^
ift Ïjet taeï becbienbe. ^Dog o jalige roebe/ en öc
0 salig ftrui^/ taaar Cöjiftu^ bp të. bc
(Op een jeftere bag in November, jitnbe Vrv- S' dag, aï£ ift ïjet tooo?b rjoa?bc in be ïietft ban
Throne, bonb ift mnn jelben in een jeer afjtaet^ 91
benbe gefteltljcit/ en taaö be l'eejteben geer moe^ iquot;
be/ ift taa^ ban boo?nemen^ boa? tjet gebeb uit ^
te gaan/ bog bjee^enbe bat ift een anber een quaab u:
boojbeelb ^oube geben/ bleef ift met giaot onge^ 01
bult ftil fitten; taant mpn ijerte taaé' niet baar Ö
mun ïicjamp;aam taa^. aDnbertuffen/ taanneer Mr. ^ Meidrum bejig taa^ met fommige ftinberen te ' 5
ELISABETH WAST. 127
boapcn/ fitaam cr een Ijonti op ten jeer bertoOE^ te taysc in mun üten öptcn. Sift ftïCRg fait 3a ta^ niet/ of ift jag üaat in be fjantt apoöé/ cn macftc crficnncn: Regtveerdig zyt gy, 0 lleere, in alle uwe handelingen tegen my. ^ac jaï
ift apmcrftcn tie gaetijett in be^c baajjic^
nigljcit^ ticfdjiftftingc ? ïpaar jan ttaee tinjjcn/ betoeïftc ift aanmcrftenstaaaröijj agte. .13a öat ift t'ljui^ guam/ lui ft ift niet to at ift op be quetgt; fmtr ^aube ïcggen; toant 311 fcljcen 3Ecr gebaar^ ïyft te 31m 3Êft sanbeebe my in 't bcrüajgcn af/ aïtoaar be ^eere. tat mu in buibeïpfte toaajben ftljccen te fpjeften. '©it iiecïebenbigbe mpn geeft; en mibbeïertoyle/ aï| ift aïbua rabeïao^ toa^/ quam er boajsienluft een ^ebicymneeitei- in guié/ niet taetenbe bat my iet»? frljceïbe, ©og ïjet taaji bc ï^eere/ betaeïfte ijeni 3anb/ en Ijn ïeibbe ieté ap be yïaatji baar ift gebeten taa??/ Ïjet taeïfte in een ftcute tub een gcebe uitftamft Ijab/ regt tegen be bectaagtinge ban beïe aan. ©aar beneben^ moet ift tjet erftennen/ bat öab boa? 3nne ^aa^ienigljeit mu een |l:ille pïaat^ be# fdjiftte/ aïtoaar ift aïïeen magte 3uiu 53)ina ben geljeeïen bag toa3 er een giaat getal boïft#/ betoeïfte ten nnsen ijuise nuamen; 3a bat ift geen ïebige plaats ftanbe beftaraen. ©nel} be baa?3ienig5eit feljiftte Ïjet 3a/ bat jy niet famen guaraen tot naün ben abont. Stft 3ag ïjier meer in/ ban ift 3eggen ftan; geburenbe toelfte tub ift bjuïjeit faerftreeg nm myn fterte bna: ben ileere uit te fl:ajten/ en ftonbe niet anber^ ban Ijem la* ben/ feBoan ift magte ftreupel getoajben 3pn/ ïjet toeïfte Ijp nagtan^ berïfaebebe. €n bat toao?t ïiep beeï baa? rapn 3innen; ï^y maaftt alle bin^ gen toeï; baenbe ben baoben ïpmen/ enbe ben flamrae fp?eften. Cen
■128 Het verborge Leven van
üExn toeinigjc Ijicr na ftrceg mpn fijaciïcr be SCÏ^ ift Ijct eer ft ljoa?iïE/ öeöc get mp taat ÖEbtacImt jpn; öoe ter ilt tat bc pïaatfe ging/ aï-taaar^ Ijn toaé/ sonberbe tft my een tacinigjc al-Ïecn af/ en nntfing bat U3aa?t: Deze krank-heit en is niet tot der doof., maar ter heerlykheit Gods. Cï'olj, XI: 4) Hit taeffie yïaat^ ift gcljaï-' pen toiert am gclaaf tc aeffenen bna? syn Ijcrflc^ ïtnge/ ccr ift tjem scïticn nag sag. 3©anncrc ift guam tat bc plaats baar ïjy taaé/ jag ift bat 3pn ftaa?t;i ïjcftigïpft iJErmccrbErbE; en binnen ttacc af bjic bagen began mini geïaa? tc taan«= fiefen; taant ift bagte taaarlyft bat ijp ging fter^ ben, 3nag taanneer ift am smient taille nip be* jig Ijieïb/ guam bat taaa^bquot;: Waarom hebt gy gevreest, o gy kleingeloovige? Ik hebbe uw gebed gehoort, ik hebbe uwe tranen gezien; ik zal tot zyne dagen toedoen. taierb flecbi?
erger/ en ift openbaarbe myne quot;gebacljten aan iemanb/ betaeïfte ift aajbeelbe taaarïnft lt;6ab^ bienttig te 31111/ taat ift ban öese QSeïafte sanbe benften/ inbien jfjn quam te fterben. $Smi aiit^ taaa?b taajJ 3eer gaeb omtrent be saaft/ maar niet fmafteïpft boo? mn.
©et beftaagbe ben éeere/ bat Ijn rebeïpft taeï ^erfteït taierbe; 3a bat ift bagt bat nu alle bt2ee3e ober taaö. Omtrent negen bagen baar aan/ guam iemanb ban ijem/ en seibe mn/ dat by wederom de koorts bad; ïjet taeffte ïjp my 3eer fcgieïyft en anbertaagt berftaeïbe/ 3a bat ift met een getaeïbige bebinge aangetafl taiert/ ftunnrnbe naauïuft^ fpjeften. i^y taierb etger ban aait/ en geïaaf en gebaeïen baerben een fterften aajïag binnen my/ taat ift bersefterbe my bat gy ging fterben/ en taat 3011 er ban ban be belaften taa?^
ben?
ELISABETH WAST. 129
btn? ïfct angeïaaf taprfitc 50 in mn/ öat ïjtt fipna onmaijeïuft tauS Ijet ^dbe tc tactiErCtaan. i©annecc muit ©atürr eh .ïföacbcr mccfitc/ bat 'tt iets taa? bat nm tiebjoefbc/ 5a iicfiraftcbcn 39 mp jecr/ bcnftsnbe bat ijct toaö uit Iijee^c boa? mnn üjaEbEC/ En bat ii't mijn jcïlicn aalt eeh jtEfttE oy ben Ijai'i sduöe IjafEii; bag bit luas IjEt minftc lian mnn ijzeeje. ï}et i$ jece aanuiErft^ ïjiïf/ bat tcrtuyÏE iïi bufi mnn jEÏben guEÏbe/ ift niEt bojfte fiibbEn: 3ïgt;ant bit toasf eeu ban bEë Satans ïiftEu/ om mn aïtitbt ban IjEt gcöEb af tE ÖDitbEn/ jEogcnbE tEijEn my: Gij behoeft niet te bidden, want gy dog niet verhoort wordt. Cgt;ac jaï ift bE gactljcit ban ^ob iTEiiaEg ftunmn ErftEn» nEn/ bclUEüic attoaa eeu b?icnb is tEii tybE ban naab? ïDejcii abanb IniEvb ift gEij?a0t onbEt eeu joEte ftalmtE En fliïte öeö qee^; eh tEthiyïc ift in obcrbcnftingE laaö/ eei* ift tot IjEt gelamp;Eb ging/ quantEn bEjE ^cljjiftuuryïaatfEn niEt ïEbEn en ftragt oy mn: Ik ben uw lieü, door vele verdrukkingen moet gy ingaan in het Koningryke der hemelen: ijiEl* büo? üiiEtb ift gEtaaarfcljoutat/ bat ift in 't ftaite niEEr ftEpjocbingEn tE gemoet te jiEn ïjfb. ^Daar ny nuam bat Inaojt: En agt niet klein de kastydinge des Ileeren, nog en be-zwykt niet als gy \an hem bestraft wort, dit br^E InoojbE/ nog en bezwykt niet, mEtfttE ift/ bat myne ïiEpjaEbinge nog boa? EEnigE tyb ftanb tE buurEn. lt;éu toEEt ift/ bat bc ï^eece mn gnn^ ftig ié/ om dat de vyand my niet overwonnen heeft. UDannEEt ift tot IjEt gEücb ging! 50 bïug^ tebe ïjet ongEïaof afó eeu ïEttgEnaar/ En bo2|tE niEt bErftljunEn bao? tjft aangE3igtE ïje^ ïfEEtEii/ ban in jyn EigE gEfiaïtE/ üiEïftE taa$/ öat amp;Et be eerc a5ab^ tegengeftant taa^/ bEtijaïben bat ift
9 te
130 Het verborge Leven van
te gcnioct tc sien ïjatiöE/ öat nip tot een mi
byanb sauöc jim, Sift fmerfite toen/ bat Christus ia:
als Koning, aïïc zyne en myne vyandea over- Of
winnen wilde. 53oajt^ toicrö ift aaft öcbeiïtgt 'ty
aangaanbc ör IjcrftcïïiiiQc lian myn fijocöcr uit 5c
tat toaojb/ pf. CXV11I;17, 18. lly en zal niet ti£
sterven, maar leven, ende hy zal de werken des tl
Ileeren vertellen. De Heere heeft hem wel hart Et gekastyd, maar hy heeft hem ter dood niet over-
gegeven. £Hct tcgenflaanbc tit/ 3a meeftte ifi/ tc
Dat iït icmauijt ban nmn naautoftc inaagfcgap ni ft au li te licrtiejcn/ toeïue ift oüibcclüc bat myn
©abet af JiXioetiEr jaube jun. ^e oebagten Ijiet tr
üan ontruftcben my in üeïe apsigten. ^Doij ïaat ifi
be ïgt;ecre met my en i)ct mynt boen laat Ijcm ai
ï^ct üeïieföe ben ^eece/ bat myn Bjoebec ban st
;yn ftoajt^ genejEn mierb/ fcljooii ï(y Öicr in beeï Pi
flimmer 'avas ban in Ijet eerfte/ geburenbe lueï# dt
fie tyb iït mccnige joete miren in gemeeufdjap ei
rnet 'f'Ob Inas. 3,U mag jeggen/ bat berbjuft# ü;
liiuge een goebe jaaft ié/ inanneer be ï^ecre baar b;
.©a bejen abonb/ lua? be ulfjiu/ bcluelïte i'ü w
tc boten gehregen ijabbc/ in myn ij ca ft gcflagcn; o
30 bat 5e my jeer moeijeïyft bias. ^it iua^ een ï) nicubic öepjocbinge om my tc oumiften. C11
ftecbS rui a ui my bat taoojt tc binnen/ heswykt o
niet als gy van hem bestraft word. lt;0 bat iff u
biifte/ |)o e i!i hes ïjcctcu tacg mogte aanpjyjen aan l)
aïïe 5a brembe aïj? bjienben. Cn Öd betaamt ti my taeï 3a te bacn. ïcg onbet* beeïe berüin#
tcniffen om ï)cm tc biencn/ en onbet* anbete Ijictv g
cm/ bat Ijy myn gfneeémceftec taa^/ bcibe na b
jicï en na ïidjaatn/ segenenbe geringe geneed b
mib^
mibtieÏBn/ bctoeïfic üaar tac gefijuiïEt iaicrben; taant ift tailöe niet toelaten/ bat een Cïjintrgun of tattoo? öaar op ^jtne ïjanben jaube ïcggen. ^et ijcijaagbc ben ïfcere/ bat ift ooft ban beje on^ geftelbljeit geneden tatccb; en een TCofjang baar ttoo? lui er b in inune monb geïegt; ebenloieï taierb bat taoojb nm fteeb^ te binnen geüjagt. En beswykt niet, als gy van hem bestraft word: ï^iec uit bagte ift/ bat mune iamp;e^oehingen niet ten eenemaaï ober taaeen/ maar bat iïi nog eeni-ge Diigcïegentl)eit te gemoet te sicn ïjab.
Omtrent be^e tyb taa^ ift jecc aangebaan onv trent be torflant ban myn 3egt;abcr/ ter oojjafie bat ift niets in ij cm fionbe liejpeuren/ bat na een bcrgt; anbetinge geïeeft. ^og in^anber^eit op ben 7 Januari, 31111 be iïuftbag/ taierb ift met 31111 toeftant 3ecr Maben/ taojbenbe lieftragtigt om te pleiten boo? be berbuïïinge bcr belofte ten 3unen opftgte/ dat hy wonderen wilde doen aan de doode. ^(jft een inbjnft ban 31111 boob l)eüöcnbe (fcijoon Ijn up öeje tnb in een gocbe gesontljeit taajij üe^ bienbe my bifttailö ban bat taoojt in ïjet gciieb/ |?f. CXIX : 136. 't Is tyd voor den Heere, dat hy werke. ï)it taojb out/quot;en ig nabp aan 31111 grafquot;; 0 ïfeere/ iaat bjije genabe in 31111 saïigljeit ber^ tjeerïuftt taojben/ baïgena utae beloften.
^Dcn boïgenbe Donderdag guam ïju ftljicïnft op een getaeïbige tan3e te blaften/ 3a bat nie^ mant bagte/ bat ïjn't 'er öien nagt 3aubc baoj^ ljuïcn. fift taif't fticr niets ban/ sunbe op beje tyb niet in myu Égt;abei'é iiisis.
lt;Cgt;p Yrydag mojgen jonb men na imi/ 3cg= genbe/ dal myn Vader niet wel was. Jfift ljaogt; be bit 3a ras niet/of Ift öefloot/bat ïjet 3un boot taaö/ ïjet taeïfie inu terftanbrï in een bibbenbe
9*
' 12 c
I
132 Het verborge Leven van
geflaïtc ftdtE/ ten einde nu vrye genade in zyn jp
zaligheit mogte verhoogt worden, volgens Gods ftf
%a ra^ ift gcm 333/ seüïe ift Ijcm met tra^ üc
tien/ bat 3?quot; önot naberde/ cn fmeeftte ijen! bat ja
gp't ttr Jjcrtc taiïbc nemen. ïiy flafnmtaeinnj 'ti
of geen anttaoojb. jBaar b^ocliig taaren bc gi gejigten/ betaeïfic ïju nirt gaf. lt;lgt;it beebmptot
ben t!j?aan bec genabe gaan/ liu:agenbe ben ïjee^ m
re/ taat be ooj^aaft lit as/ bat 31111 taeftanb'op ïi
SCbtmbmaÏEn en in anbere gcïcgcntljcben/ 30 biftf a.
tails my ap Ijct Ijcrtc ijcüiagt taas getaojben/ b
en ift in l)ct gcüeb getaoonelilft boa: Ijem Maben 3]
taaö/ tertayï ij» nu ap een booböebbe 3pnbe/ïjet p
nogtan^ niet üïeeft/ bat'er aï^ nog eenrg taerft ï
ban genabe in öem üegannen taa^? ï^iet* boo? 3
taierb ift op een lueesfnHc tap3e giuts cn fjer^ 11 toaarté gefüngert. i^et taa^ niet ijet betïicö ban
gem/ afö 3nnbc myn JDaber/ bat mp 30 ont^ ^
ruftebe. Mtm/ neen; in be3e opsigt ftonbe ift . f:
Pjpeïyft ban ïjein gefcljeiben IjdJaenf ^aac be 3
jaaft/ betaeïfte mp ontruftebe/ taa|/ dat ik 1
vreesde, dal liy een verworpeling zoude zyn. f
3f?e gebagten ijier ban beben mp lt;bc3c taoojben 1
boa? ben ïfeere in 't gelieb uiten: 0 Ileere, in 1
de dagen uwes vleesches, quamen sommige tot ]
u voor haar dienstknegt; eenige voor haar dog-ter, andere voor haar zeiven, en zy kregen alle goede antwoorden. Nu kome ik voor myn Vader. O weiger my niet myn bede, om uw naams wille. Merk aan 0 Ileere, dat myn grote vyand, ongelool' loert op myn hinken. En na alle schyn, is dit het laatste verzoek, dewelke ik oit voor hem doen zal. ïtn beeïe 3aabanige onüeljoo?^ ïpftc uitbjuftftingen gehjuiftte ift op be3En bag/
3pnbc
ELISABETH WAST.
3pni3c gdpft iemant öEtaEïïte öaïf fiu jpn ftaub taa^; taanttEEr ift aïïcen lua^/ lïecti^
ftcnbc ccn tcïtcu uit syn EigE njnniï/ öEt tocïfie baaj my EEiiigE ]3?ünö ban IjoyE raagtc syn. Maar my liiiEEb üit gctaEigEtt/ toojticnöE ftEEb^ fiEfcljuïbibt toEgEna myn ongeïaaf/ öanr niEt tc ijElaabEU syn naafitE ixiaojti ban üEÏaftE.
JBaraiijfaag^ fdjEEti Iju toat tot [tiïtE tEïiagt;quot; 111 En/ eii ieöee ceii Ïjaiï öope ban 3yn ÖEcftEÏ^ ïinge/ maar my aamraanbE/ ift gaf gcEn geloof aan Ijart luoajbcn/ eu jEibc gaar/ batjc in tjaar IjErtoagtingE üEtuogEn soubc uirftoiuEn; luant jyn boot jeee nafiy taas; iicrljalijEn bEtjogt ift ban ijaar/ bat 3e nooit jojgEÏoo^ jaubc 3yn, Ccn tacinigjE na bcjcn/ 30 üjaafttE ï|y bjcbcrom 30 gEtocIbcïyft/ bat toy allE bagtEii/ bat Ijy 3ig nooit niEcr üEbiEgcn 30iibE,
Mn/ bc ï)ccl'e biEEt aÏÏEEn })oe myn geeft gc^ pijnigt biiEtbE/ tot bat ïjy biEbEtom rot 3yn bEt^ ftanb qnam. (Cocn brocg ift ijcin/ 'mat ijy ban 3ig 3EÏbEn oojbEeïbe? 50 fjet antlnoojb bat ï)y my gaf/ taaé/ bat [py in ccn 5cex eïenbige toc^ ftanb 3ig quot;ücbonb/ geburenbe ben gantfeijen tyb/ taaar in gt;115r. Moncrief met ïjem üab. 5(ft moet fteftcuncn/ bat Ijy [ommigc luocibcn uitfpjaft/ taEïfiE my geen ftïciu gcnacgcn gaben; bEjElbe blaren bE5E: 0 Heere, gy handelt verscheident-lyk met de kindereu der menschen, sommige roept gy in de derde uure van hare jonge jaren, eenige in de zesde uure van hare volwasse jaren, en andere bewaart gy tol de eil'de uure van hare hooge ouderdom. Ö Ijoe tybig my bat In002b bta|/ ftan nlEmanb begjijyen.
45a bat ift ban ben ïjccrc geljoïpcn biierb/ 30 bep^oefbc ift aïïcrïey yïigtcn/ taaar in ift ben J^ccre bagtc tc binten. 3ift
133
'134 ■■ Het verborge Leven van
3ift bercenigtic mp scïücn met een anbec in öen geüebc/ en top flregen ficiije een gjoote geit am baa? Ijem te pïcitcn.
aDy Saturdag majgcnjt quam bat toaacb: De duivel is uit uw dogter uitgevaren; ebentaeï becïict my öc bjecjc niet. ©crbaïgcné gttam bat taaajt: Gy zyt in hem volmaakt, die het hoort is van alle o\erheit en niagt. lt;0! een gjoatc bicrfiaargeit jng ift in bat taoajb: gyzytinhem volmaakt: be»t niet tegenflaanbc/ 3a frijecn nmn geetl: te julïen öebtoeïmt toa^ben.
^Paar toajt iemant ban ,jnyne gabjalige b^ien# ben/ bttoeïfie boa,: ijcm aan ben tljjonn ber ge^ nabe pïcitebe; en sn bjagteu mp aïïe een gacb anttaaajö; bag bit ftanbe mp aaft niet geruft fleïïen. *0 ift toajt öe^en bag bao? in ja een gjaote antfleïteni^/ bat ift önna buiten mun Sinncn toaé.
Omtrent be negenbe mire toierb ijji jeer staaft/ en jnn fpjaaft begon Ijem te ftegeben; toen riep ift tat ben ï}eere/ bat ï)it mnn iaat ft c üebc boa? Ijem taiïbe ijaaren; ift bïeef pïeitenbe/ met een antrufte en berfïagc geeft/ tat bat Ijet ben ï^eere in jyn gjaate gaebertierentljeit fieljaagbe/ my bat taaojb te binnen te brengen/ Mal. II: lü. Cn hy zal te dien dage, dien ik maken zal, my een eigendom zyn, en ik zal hem versehoonen, gelyk als een man zynen zone verschoont, die hem dient, '©it toa^ bergcscïftljapt met een 3oegt;-te ftaïmte en ftiïte ban mnn gee)!/ 3a bat ift ge* bulbig laas/ Sicnbe Ijem uit bit ïeben bcdjuijen/ amtrent be eiföe uure in be nagt/ jnnbe Ijet ben '13 Januari 1700.
^ajgen^/ jynbe isuftbag/ taiert ift üeftig* ïyft tot ongcïaabigöeit befpjangen/ bat ijet met
Ijem
ELISABETH WAST.
ïjcra tad taa^/ bag ift tcagtcamp;c 30 üecï aï^ iïi ftanamp;e/ te toeberflaan/ taetcnbc. bat tit een geïjciiTi taa^/ taaar in itï niet moefte inbuiïten/ aangezien Ijct banni^ nu uitgefpjaftcn taa^. aigt;! Öac bEEl ban dSob^ ïicfbe en magt jag ift in bc bcbcdingc ban spn boajsiEnigöcit; 3a bat ift utet ben ^faïmifl ban barmherligheit tn oordeel jin^ gen mag/ fcljoan ben befter bitter taa^/ taiert 5e met batmljettigljcit bcrjaet. ï^ct toaö jeer bitter baa? anö/ bat Ijn 50 fcljielyft taierbe toeg^ getjaaït: maar Ijct toavt een taeïbaat/ bat sun ïeben nog een uur berlengt taierb/ en bat 'tju ay be flraat niet boot ter neber bieï; taant fty taa^ niet een ftalf uur t'tjuté getaeeft/ 0? ftu biel in 30 een b00bcïnftc onraagt/ bat niemanb bagtc/ bat ftit'er ooit ban opftomen ;oubc. .iDu/ in^ bien bit ay be ftraat baajgcliaïïen taa^/ 30 3öu^ be ïjy ben boojbwgaanbc tot een fyot gefteeftt ftebben; en ijet joube een ta0nbcr getaeeft syn/ inbien Ijlt 0nit oygeftamen taas/ 3ynbe ijet in quot;t ïjertje ban ben tainter. Bu taa?t 3Pn taaojt betaaarljeit/ bat ïjn aïïc bingen tael boet. ■Paar té geen side in bc taeereït/ betaelfte meer reben ïjeeft om bes ïjceren gaetljeit te bermeïben/ ban ift ftebbe/ fcljaau niemant 1'jefaaö! be ontfange taelbaben flegter beanttaoojt/ geïyft ift tot myn fcljaamte beftennen moet. .®a bit aïiej?/ bleef bat taoojb my by: En agt niet klein do kasty-dinge des Heeren, nog en bezwykt niet als gy van hem bestraft wort. i)iei* uit tal ft ift/ bat ift nog eenige anbere bcyjocbinge te ontmoeten Öab/ ebentaci ijet minflc niet taetenbe/ taat ijet 3yn mogte.
(©nbectuffen bjeesenbe/ bat myn moeber tae# gens be bjoefljeit baar 3« fitber taas?/ mogte
taeg^
•135
'136 lid verborge Leven van
tatggegaaït mo?ben/ faagtc ift iaat ijet bie öepjae^ ooi
3pn mogte, Cn o! ifc Sjonti ten gjootc toa
ontaiïïipljcit in tnyn \jntt om lian öaar tc fdjci^ fao
Oen. y^ojj ijet amp;c|jaa0t!c ücn i^rcrc/ bat 5U ïjEt jic
onbcrlucry niet lya^ ban niync Ijcjiiochingcn/ bu
yet toEïiic maaïftE/ bat in aïïc anöcce bingen So'
oiej? te getnaftftcïiiftcr fionbc bjajjen. bij
een bjcinijjje Ijicc na flonb ift uit een gzoot rp
bcrïie^/ ficïangcnbe Ijcr gurfa ban bc toccrclt/ en toi
bat boa? niibbeï ban nuui naantoe en bierbare ge
niaagfcljap/ ijet lucHir iaa^ een anber fluit ban ï^i
ninne öeyjoebnige. Saturdag abonb/ aïö te
lit ban mnn gejelfcijap/ inaar tan ffamen ge^ er
ueben ijabben/ ban baan quam/ 30 toajTer ie^ Sc
mant bic mu jeibe/ i)ac aïïc mpnc salten gin^ ro
gen/ bail) jeibe Ijct du ccn jeer oncljjifteïytte wt
en onbaojjigtigc btyje/ ijet taclTie mn een laei. he
mgje ontftclbc. ©ag terftont quam battaaojt: 311
Gy zyl myn bestendig doel o lleere. lt;Dit üjagt ï(i
mn mci-r bafic trcott cn bjcugbe tc lueeg/ ban cc
bat 311 my ge^cit Ijnbbeu/ bat ilt een erfgenaam M
ban een .^onariij getuo?ben taaö. Cn niet tc- ï)
gcnftannbe myn berïieg/ ko taaa ijet my cben^ b
tacï geen uurc oncufte. lt;ènbertuffen omfinn ift b
beeïc jaetc obecbenftiugen aangaanbe bc ybeïijeit b
cn onjelterljeit ban aïïc tybcïyfte bingen/ cn ijoe e
gjootc btaajen ju blaten/ bctaeïitc ïjaat' ïjerte b
freïïen op bc bingen gier öeneben. b
(Dmtrcnt beje tub bicï'cr een jeer ücïiiaagïyftc g
boojsienigijeit in be ^tab boo,?/ rertayfer ben b
o Febr. in bc nagt üjanb ontflonb op bc Meel- t
markt. bietgeïyft ift niet geïoobe in beeïc gefiag- t
ten gesien tc jyn. 6?anb tang ;o bertaocb/ 3
bat men bagte bar ijet gjootftc gebeeïtx ban bc £
ftab berteert 30Ubc getoorben 3yiu Egt;aar biagï ï
ooft
ooft ecu jeer flerïte tainti fin/ totïfte 50 garb taaatbc/ tat be banftcn/ bctoEÏfie ban buur baojtquamcn/ boa? be gcö«ÏE fl:ab nict^ te 3icn tiiatf ban of 'er gefjede flag-regm^ ban buut gcbaïlen biaren/ by taeïïte gcïrrjcntljcit mp Sodom te binnen guam. oD ïjet bja^i een bjoe» big en beftïaatjïpït gejigte te jien/ een seer boïït# rpfte pïaat^ in be ftab met buur amcingt/ ter* irml be bïammen in be aJïemcnten blagen/ en geen ïjanben jjoagben bejelbc uit te fiïufft^en» ^et i^ aanraerfteïpït/ bat oy beje nagt be Inaaj# ben berbuit taierbcn/ betoeïfie baai .ïlèr. Mon-crief tegen^ be ftab uitgefp:auen baierbe/ pjebi* ffenbe ober Mich. VI: 9. De stemme des lieeren roept tot de stad, (want uwen Naam ziel liet wezen:) Hoort de roede, ende wie ze bestelt heeft. Q^aar taa^ beeï ban (öab in bit buur te 3ien: 3$ant l)u gaf'er taaarftljautainge ban/ eer Ijet guam. '©en ïïuftbag te baren bia^er suïft ecu mtït ban fijanb/ bat be gene/ bctaeïbe au be Meelmarkt en anbere pïaatfen taoanben/ ban I)ui3 tot ijuia' gingen/ am te jien afer ietö bat na buur geïeeïf/ anber baar Haube gebanben luaj# ben; bag te bergeef^. ^Dit buur biaït nu uit ben baïgenben Saturdag. il^at inn aangaat/ ift tjab een geruime tnb quot;te baren suïfte inbjuftftingen ban buur ap mun geeft/ bat ijet my flapenbc en toaftenbe bergeseïfdjayte, Caar toaren famrai# ge bingen/ bie jeer aavnnerftelyft luaren in bit buur. 1. l^et began in ijet ïanb ban Ijera bcbieïfte uit jyn eige ïjanben Ijet berfianb aan ben ftljerp^ regter am berbjanb te biajben/ abergegeben ijab/ jynbe ap bic tyb bc jengfte ftïjant/ en Ijet luaé jcer aanmerfteïyft/ bat ijy na bie tyb naait ijet ge.lt; bjuiu ban jyn ijanb ijab/ aï^ te baren. lt;£n nu
ijab
138 Het verborge Leven van
ïfab (6niï in jpn fa0a?5iEnigljEit een buur nnbec b 3pn lanten gEjantten/ 3a bat toaac aan elf jartn een geüoutnt toa^ gctaojöcn/ tn minber ban 6 uuren tini bcrtcert taiecb/ bit niet tegenftaanbe taa^ gp ccn ma: goeü man/ en bcfiïaagbe tot spn baab tae ïjet tnic facrbonb; ïfp toa*? aoft be grbangenc bc^ ï^eeren öcn beïmïpsaam/ gcburenbE bE (aatftE bErboïgin^ ge gE; nocBtanjt taiEtö IjEt Iueï öoo? iEmanti aan^ nin gemEcfit/ bat gclyft IjEt bEtbjanbEn bE jonbe ( taaj?/ alja ben b?anb bE flraffe luaE?. o,. IDiert tci get aangemEtiit/ bat geïtift Set began in Ijet ïanb bic be^ genen/ bebieïiie Ijet berbonb beröjanbbe/ aït Öet oaït niet oyöidb tot bat Ijet r(uam ter pfaat* ïen (e/ baar Ijet berbonb btrbjanbquot; taajS/ en baar tn hertaefbe ben branb/ sanber eenige onjjaaft ban ftï buiten/ bog je Ijab ijaar Ia ft ban ben ^cere: Tot nii hier toe zult gy gaan, en niet verder. 3?it lt;23 openbe ben raont beibe ban goebe en xjuabe/ jEg^ fir gEUbc: O! het verbrande verbond, ó het ver- ju brande verbond.- Dit is ons overgekomen wegens het verbranden des verbonds. 3. ï^et ij? gi 3EEr aanmerfieïnft/ bat bit buur een geljtiteniffe \t ï|ab niet bat vuur van de laatste vervolginge, 3^ aangeftoften boo? een 23iffcijappcïyïte macijt te.lt;= ct gen be pjegbnterianEn/ en bat in bEje bier op^ iti SicBten: ^ A. ^et ina^ niet in be macijt ban ietnanb bit $ buur te fluiten/ tot bat Ijet be i^eere op een toon# tr berïpfte tapse bEbE. 511(50 taa^ Ijet ooft niet in be b macïjt ban ietnanb om bc^c (CprannEn in ïjaar jj taoEbe Eit onfhtimigljeit tegen be^ ï^eeren boïft/ (£ te fiebtaingen/ tot bat boo? eeu toonberluffe boo?» g jienigljeit/ taaer in beé ï?eeren ïjanb jigtbaar» t Infi bleeft/ eeu taEg/ betaeïfte niemanb jaube öeö- f, Beu ïtonnEn öEbEnften/ tot ïjarer berïoffinge ge# \ opent taietbe. D. #it
ELISABETH WAST. 139
B. huur maafitc ticeïc ilut^gcjinnen in een ftojte tptr toatfl/ tn aïtuijt iJcöE bt guaabacrlt;= öige ficroobentTC bc bjantara ban ïjare mannen/ cn bc ftinberen lian Ijare auber^; (am^ mige ontnamen sy Ijarc gocbcrcn/ tn anbere be# ben 5p in öanniffementtn; 5a bat be üertoaeftin^ ge giaot toa^/ taelfte ;u bao? ïjet ganfclje ïia= ningtyTt aanregteben,
C. ^it limir tieefdjaanbe ben eenen niet Boben ben anberen/ nag be tnue tacgen^ §are cere en taeerbigljeit/ nog be arme taegensE ïjare armaebe; aïbur? liurö V)rt met bc 23iffcljoppeIuftc partu ge# legen/ beüieïfte niemant lieefcfioonbe. ^e l^bcle en be üaajuaamfte Itan Ij et fïnu/ mac ft en ap ftljabatten en gaïgen ïnben; geen eeramp;ieb ïjab men baoj 'tjaar; soa getaeïbig toast be bïamme, 55eïangenbe ï)et geringe flag ban baïït/ bie ant# fïngen ooft geen mebeïyben; maar aïfc moeften 3n een yaojte uitgaan,
!). ï}ct is seer aanmerfteïnft/ bat Ïjet gjaotfte gebeeïtc Itan bic gene/ betaeïftc tocgenj» bit Puur fdjabc Icben/ rpfte ïieben toaren; en aïijetgenc 3P Perlaren/ üeflanb maar in Ijaar ïjui^raab/ en uitPicnbige geriefïnftljeben bao? een ftajte tpb; maac Picinige of gene Pan bcscIPe Perïaren gare baajnaamfte fcljat/ jimbc pet jelPe ergen^ eïberé PePiaart/ aïPraar pet Puur niet üp itanbe fta# men. 5HÏ30 magen Ppt bit toepaffen op be. gene/ bePieïfte Pan bc gemeïbe partu anberbniftt Piierv ben; 3p Piarcn Pao? Ïjet g:aatftc gebeeïtc rpftin a?ob^oogcn/ cn pet gene ?p Perlurcn/ Piaj? maer pare uittaenbige gerieflyftïjebcn boa? een ftajten tpb; cn fommige Pan paar ftregen jeïf^panbert faut in Ijaar Icben bieb er. ^Dag Ret lag niet in Ijaar magt/ om Ijarc fdjat ban genabc ban Raat
•14-0 Het verborge Leven van
tog te nemen; trie to»? in een iamp;ctcce ïjanamp;/ iïan öat öct onber Ijaac marljt jautic ftonncn ftamen. €n fdjoan 3J1 baa^ een itajten tuü ijiec macflen lyben/ nagtan^ 3011 ccn aogcnfiïift in öcn Scrael boa? gaar aïïc^ gacb maften; taant Ijare ïigte faeröjuhfiingc taa^ maat ïjicr tiooj een oogen» fiïift/ taetftcnbe öaar een gantfclj uitnemenb eeutaig getaigtc üct ïjccrlpWjcit.
£gt;013^ ftan ift niet seggen/ taeïfie nittaerfttngc tit gebaï np tmm geeft ijabbe, bagtc bat Ijet nm in be tyb baat ban nngeboelig maafite/ 30 bat ift 50 beeï niet ftonbe boen aïé een gclicb booj be intüluffiuge ban ijet buur uit te flikten/ aï^ ïeenïim taierb if} ijier boa? öebeiligt aangaanbE be ybeïijcit ban aïle aarbfc|e genietingen; en ïjoe gjoote btaajen ju sun/ betaeïfte al te beeï tyb öefleben/ met aarbfrlje gaeberen oy te leggen/ aangejien bat gene/ taaar aan 50 beeï moeite en tijb te ftaft taait gehangen/ Binnen 3a taeinige oogenüïiftften berteert en in b'affcöe getejjt tao?t; taaar i^ ban Qaren arüeib ? ^ft benfte bat een man of bjauta in be taereïbfclje gaeberen te bergabe^ ren/ ij»/ gelyft een fpinne taeebenbe Ijare taelifie. lt;0 taeïfte moeite neemt 3U al in Ijare taebbe te boïeinbigen/ en taannesr Ijet nu baleinbigt i^/ 30 3itse neber in Ijet mibben baarban/ om ijaar rufte te nemen. T^og taanneer be meib iiomt om be ftamer te bergen/ 300 tao?b be taeübe bao? een enfteïe aanraftinge bcö besemS 300 ftïjoon taeggebeegt/ afé of iju'er niet aetaeeft en taa*?.
30 i^ be taereïb een btaaajS bing om'er oy te bertroutaen/ en 3113yn be g^ootfle btaasen be^ taeïfte baar op bertroutaen. ^taaasJ 3511 33 in bB3e ttaee nysigten. 1. Het is de wereld bekent,
dat
ELISABETH WAST. UI
dat de wereld een zeer onbestendige vriend is, om 'er staat op te maken; want hoewel ze schoone beloCten doet, nogtans is ze een quade belaalster, zynde beide een bedriegster, en een leugenaresse. SCa fcljotm 5e Macift plainer en gtnotrtcn aan |arc ïamp;Ejitttr^/ cbcntacl ïjet maat cnftcï ]6cti?a3; taant tap jicn bat nitniant meer onruft ijeeft üan 33/ bic bccïc gaebereu Sittcn. 3£)at moeite eu gucïïtnge ïjcbljen ju niet in Ijet bergaberen baer ban 5 taat maciieïjiïtc jojg en angftc i^'er aï niet aan baft in ïgt;et betaaren baarban? cècljaon 511 famtnb^ alïe ïjate maei^ te baar omtrent befteöen/ ebentaeï jal ïjet taeg geraften. ïïijftbonnnen bïiegen menigmaal taeg/ taamteer men 5c meeft ban noben ijeeft/ natne^ ïpft taanneer onberbom en jieftte aanftomt: ^Pie Zinspreuk fian op bc taereït niet gefcljjeben tao?' ben: Een vriend ten tyde van noot. ^Eïtiit ïieugt/ bat iemant een gocbe aanmeruinge ober öetae^ reïb ïjabbe/ fpjeftenbe tot be suiïie/ betaelfte ïja^ ren a?ab baar ban maften, seibe/ Dat het een teken van een groole wysheit was om dien God dien men verkiest , Ie 'bewaren. 1. £3il5aar get een teeficn ban be gjoot|l:c btaaaöljeit een a5ob re berftiejen/ beta elft e men niet ftanfietaa-ren. 2. Sp jyn btaaag in beje ftetceftftinge: Zal al de moeite, dewelke zy aan wenden in het opstapelen van wereltse schatten, haar eenige win-ste toebrengen? jpn maar boo? een jeer ftoj^ ten tpb/ en nictö baar ban jaï boo? gangbaar gelö gaan in b'anbere taereïb/ altaaartan sullen tac-;eii tot in aïïc eeutaigljeit. J^et taojt ban bc gobbnigtige ge^cgt/ bat hare werken haar agler na volgen: bog be taecrcïtfe menfdj Iaat ai jnn taerft agtcr Ijcm. gun ju niet gjoote btaajen/
be.^
14.2 Het verborge Leven van
itctaelftE 50 Uecï tot 3a tactnig baaibeeï^ öc^ J©ii
fteben? (©en XL1X. Psalm ïtfcr een Maar üe^ öar
top^ ban. ^gt;En ryften ölnaa^/ en öcn ryftcn bet
b?aat in ïjet Cuanselium/ beijaojben aïs öaften^ ifi
rn taaarftgaubiingcn boa? aïlc te sun. 3jlt ge lt;
icnftc aan een SCecjrcbcn/ gcbacn ijnoi iscn taaar# toa
ben öienpntgt Mr. Blair, bcbielfic in/ naij jeer öai
jong spnije/ ödjaart tjnbbt, 35n tcjc rCctjccöcn btv
taonbe l)ii tjuc übiaa^ cn nbcï bat Ijet toa^ be öbi
bicrcït tc jacltcn/ bccgetcnbc onbectuffen jig ztï* ybi
ben ban: ccn ccubiuTgcit bcreit tc maikn; in bei toeïïte Titcen-ebcn lju oiix? aait bcri)aalbe bc gc-
fcöicbcni'j ban ten Cbeftnan/ bcbieïftc bno? sun in
bermaaït ccn c©ar Ijabbc/ cn junbc met Ijetn 3ccc mc
opgenomen (toant Iju taaö een ban bc liooj^ dc
naamfte ,!9a?rcn in bat gtanbfrtjap) 30 gaf iju tit
Öcm een ftaf/ en bcgccrbc ban ij cm bat i)ir be^ fel 3eïbc üetaaren 3anbc/ tot bat iju een grnater ^ar
ban ijetn seïben bonb/ om ij et ban aan ij cm tc He
geben. €cn bietnigje tjiec na biierb ben drbciü m
man 3icU/ nntüicbcnbc baar op Aim tl3ar/ om n£
ïjem met eenige ban 3unc bluasc üïngtcn tc bcrlt;= i^
maften; aïs nu be .Hat by 3un ^ceftcr nuam/ gt
30 bjoeg ijy ij cm biat jjem ftijccïbc ? CO! antluooibc fa
ÖP/ Öa na een anbere bicrcït. ï)Daar oy ben ni
JÖar 3cibc/ i)Dc Lang 3uït gu baar bïpbcn? ccn ij
maant/ of baar omtrent? ^Dccn/antbmojbc ben bi
Cbcïman/ iü 3aï baar beeïe maanben bïubcn. bi
ïgt;oe beeï maanben 3uït gu baar ban bïylten/ b
b^acg ben yiSar/ 3aï Vjct ccn jaar jnn! Oy 3egt ben b
Cbcïman/ Ijct 3aï beeïe jaren spn. %oe becïc jaren b 3aï ijct 31.111/ bjoeg ben Jlar ? (Cot in aïlc Ceubiig^ [ 0
Ijcit/ anttaoojbc ben Cbcïman. lt;0! 3ciben ben .©ar 5 baar oy/ bat i^ een ïange reiö. 3©at ijebt gu opgc.-ïegt boo? bc3c Lange rci^/b?aeg ben ^af berber? ' 11
3i5ict
ELISABETH WAST. 143
met aïïcn/ antiuoajtic öen Cbelman. JSeem tan ^iacefl;cc/ uta flat tacöcram/SEiticöcnBar; bermit^ gy ban nog «n 0?aate? 4Sar jpt/ ban ift ficn.
C^Etoiffcïpft men mag brnftcn/ bat bit tcrbcr toa# ten anttooajb ban ten ta^c aan ccn btaaa^/ ban ban ctn btoa^c aan ren toyje. ^eje gefeïjte^ benig luiert berljaaït/ am te taonen luat een btoaa#ljeit ijrt taa^ cm ay te ïeggen boa? een ybele toeereït/ berjuimenbe onijertufftïten jig seï# ben boa,2 een eeutoigljeit gereeb te'maften.
Ten derden, is een toereït-jaefier een bUiaaS in bejen ay^igte/ vermits voor al zyn bestede moeite hy niet gedankt wort van die geene, dewelke hel na zyn dool bezitten. ï}oe regtma^ tigïnïi magen biequot; gene/ betoeïfie in be taeeeeïbt flatten bergaberen/ bergeïeften taajben by een 23ie/ betaeïfte g?aate moeite aanüienb am een fionftig ftuït tequot; ta erft en/ ten einbe jy baat in mogte nyïeggen Ijaer boojraet boo: ben to inter; nabemaeï bese ij are neerfligöeit ftet eenig mibbeï ban ïjact onbergang. ijet buö niet met Ijaet gelegen/ In elft e gjoote moeite aantoenben om fammen geiba boa? anbere ay te leggen/ berjui* menbe Ijet eene bing bat nabig i^? vPit ;al tot ijaar betbetf ftreftften in bien gjooten bag/ en beje bie ijet besitten/ sullen niet meer om Ijaar benften/ ban sy/ beluelfte be Ijoning ban be baa^ be byen eeten. aD ïjoe geluftftig syn sy/ beVaelfie be bierelt gebjuiftenbe/ leeren bejelbe niet mi^ üjuiften! niet ballenbe in uiterfteng/ jo in 't ber^ gaberen ban be taereltfe goeberen/ al^ in 't berlt;= quiften ban beselbe.
óy fceje tyb bebe be ïgt;eere g:oote moeite om my te onberluyscn ban be ybelfteit bcr tnbelyfte
gc=
1
iM Het verborge Leven van
gEnictingcn/ niet alïeEnïpfi uit b'öiiticrblnötnge tai
ban anöerc litben/ maat* ooft uit mun tigc an* ze
trecbinbingE/ ticluclrte ijet ijem fiegaagbc te bec^ zo
ïeencn/ ö'een na ü'anöec/ na öat Ijn 'tgacbe wi
boa? mu oojbeeïbe. gjït mag jcggen/ trat in een m
Seïferc opsigt nmne bejacffingen Uiaren gcïyft de
öic ban Job, jy guaracn ö'een na ben anbeten/ In
tn be ïaatfte fröeen bc jtaaarfte en fcljerpfle ban blt;
aïïen te snn. i£gt;ag iit mart jeggen/ dat het my za
goed is geweest, verdrukt te worden; jcffg niet l]
npjigt tot be bingen ban be Inereït.. 3t
ïjct öEtjaagbe taebEram ben tytett/ be^c flab b
met EEn jECi: genabige liejoeïtinge te liEjaeftcn/ ti
flaaube ijet ^actament uitgebeeït te toa:ben/ ft
jynbe jebEn bicEften na ben b?anb, «Op oeje tub Ï£
bnnb ift nmn jelben in een jeer ongefc^iftte ge# e ftaïtE tot tiet SUbanbtnaal; en ift nam boo? in
beje geïegEntljEit niet te communiceren/ 'niet tc ft
gEnftaanbE bc mEnigbuïbigE nabigiiigEn/ belUEÏ# li
ftE boo? be^ ©EEL'en ©ienflltncgtcn gebaan iuiet* p ben) ten sy bc i^eece seïfj» mp naobigbc up 311 Ift
Een tapse aïa ift te boren onbetbanben Ijabbe/ om b
biElftE tEbEU ift fcöcrpeïpft ÜEcifpt biiEtbE/ eu bat li
boo: ecu geïpfteniö; afs of een ïtoning of gjoot tl
^erfonagie/ Ije'üücnbc ceu g:aot ïjui^gESin ban l
ftinbctEn/ boo^nam ecu jeee ftoftEÏyft rnibbag- a
maaï t£ ïjoubEn; bE bag baattOE Inort ïtEftemt/ t
En jn alÏE ftrngen 'Er ftenniffe ban/ ïjee mibbag# e
maaï gEtEEb sunbE/ UiajbEn bE ftinberen geroe# f
pEn; bog ecu onbEc bEjElbe i^ 3a quaïyfi gEaarb/ 1
bat öp niEt ftomEn taiïbE/ niEt tEgEn(taanbE aïlc i
bE nobigingen/ ten jp be ©aber jelfs ftomt/ en i
ijem in 't mi^onbEt roEpt. ©eronberfleï nu/ bat -
amp;p fiomt tot 3«Ift Eenen: Wat denkt gy wel dat i hy zeggen zoude? iDag ijEt niEt bEronbErftElt 1 i
ELISABETH WAST. U5
tnojbcn bat Ijp öit joubc jcggcn? Wat beduit deze uwe quade natuure, dat gy myne roepinge zo ongehoorzaam zyt; indien gy niet komen wilt, zo blyft agterwegen; zie dan wie'er het meeste by verliezen zal. Waarom zonde ik u deze eere meer aandoen dan de overige van het huisgezin, dewelke quamen wanneer de dienstboden haar riepen? En waar in zyt gy beter dnn zy zyn'? ©EranöerftEÏ nu/ bat na beje bcrifpinge/ ïjet ftinb tot ijrt cïtëibbartmaaï ftniiiEii joubc/ 3a 30U bc^cïbc niet sect bmjinftMnft jtm tacgené be alierbEtitiinjjc ban ^ttn öngeïjoo^jaamïjpit; eii/ tcrbiylc bc obcrigc met Ijaar ©abct eu met maï-ftanbrren ïjaac bjaïnl't maaïiten/ 30 ttanbc tr.ibbc^ ïcrtauïc bit ftinb geen üïn grïaat tanen/jugtenbe en taeenenbE lurgcn^ spnc bajigc mi^b^agjngen.
3©at ooft anbere mogen benfien ban be^c gefjt^ ftcniffc/ ift ücn bersel'icrr/ bat 5e op mun tegen-luoo^big gebaï in aMc ijarc omfranbigfjEben taz* paffelnït toa^/ en fcjjoon ift in bEt baat ban bc CCafcï niEt buefbe afölpbEn/ 5a biirrb ift EbEi^ taEï bie bjEtigbe eii traaft niEt gelnaar/ biE ift taEÏ fatntnbs tE boren Ijabbe; taant IjEt taa£ inn EEn jeec naar en ttaaftEÏoos? 5tbanbmaal; taant ift ijab niEt ij Et troafteïyft geboeïcn ban a5ob^ ïiEfbE t'mntaaartö; fcljoon ift taaarïpftjjEt tEit EEnEmaaï niEt bitrft ontftenncn. 3pn
aÏÏEEnïnft nmne niiób:aoingen/ bctaEÏife bE tuffen^ ftanb 30 g?oot inaftEn/ tErtapfrr geEn beranbE-rings in 31111 ÏiEfbE té. oD mnn 3iEÏe/ looft ben ^eett/ bat 31111 tEgEntaoorbigljEtt niEt gEamp;onbEn aan eeu $tbanbmaaï-bag: maar bat Ijy ooft 3Elf^ op anbEtE tnbEn tE binbEii ij?/ aïtaaar be noot baEt booj terwijl hy altoos een vriend in noot is, en dat weet myn ziele zeer wel.
^0 ' Ma
146 Het verborge Leven van
3Sa bat bit Slibantimaaï geljouticn taaj»/ 3a m
ontmactebe ift ccn aniïcrc ^cec tuigtige itcr^oeftin^ ju
ge (taaar itan ift nalaten jal te fpjecftcn/) en of
§ct gene my üic^ te meet tat bepjaetiiniTe ber^ nt
flrcfttc/ taa^ 1. bat ijet nnbeutaagt gitam/ ter^ tn
tayï ift tacynig baar omtrent bagte. a. ïfet fetjeen 'ci
al^ of Ijet bc boojgaanbe iieïaftc tegenfpjaft, ni
^Pog luat 3aï ift Scggen? Ik moei rnyu hand op yi
de mond leggen, en stille zyn, wanl de fieere iji
het gedaan heell, en bat tat myn boajbccï; taant ijs
ïjicr baar taicrb ift anbertaejen niet aïleenïyft ban yi bc ybelljcit bcö tacercït^/ maar aaft ban bc pbel^
geit ban aïïc b?icnbcn cn naüeflaanbc; jabat m ift bat taaajb ftan anberfrlj:yucn: En geloovet eenen vriendt niel, en vertrouwt niet op eenen voornaamsten vriendt, ^iBicl). Vil : 5. bcje
tyb genaat ift een jeer ^actc cn berguiftftcïyftc ;\
tyb: als taannecr ift sag/ bat aïïc be üeftljiftftin^ b
gen ban bc baojsicnigijeit t'mnluaartö/ aïïccn* x
lyft tot fiep^oebingen taaren/ cn niet uit g:am^ t|
feïjay bao?tguamcn. (Cucn ijuam bat ruoajb y
my meenigniaaï te Binnen: 's avonds is'er ge- g
ween, maar 'smorgens is'er gejuig, toaac baa? g
ift ben majgenftanb bcr apjtanbingc bcrftoub/ t
tuannccc aïïc tranen ban myuc oagen sullen af« f
^gt;aar taaö een bag/ baar ift noobtaenbig aan i
gebenften moet; ift in een sect troafteïoofc cn baa^ ^
bigc gcflaïte synbe/ antmactebc ift by tacbaï een i
bjienbinne ay bc ftraat/ taicué geseïfeilay en om- (
megang my mccnigmaaï tot berguiftfthige en )
bertrooftingc getneeft tea^. ^eïben ontmoete# 1
ben toy malftanberen/ of toy liaben tc faracn/ 1
eer toy feïjeibeben, ^og op beje tyb taa3 ift in ' 50 ccn flegtc toeflanb/ bat ift 't toeigerbe/ en
maaft^
maafitc mp op/ om tacg tc gaan. lt;E5o0 geïaaft 3U be ^ecrc/ ift fiïeef niet ïaug in üit tiaa?ncmen/ of ift bctecnigbc nip nut öaar in öen gclicbe/ en nooit onbEcbonbcn tan mccr ban lt;6obs tegen» taaoibigljcit ün on^/ ban op beje tpb/ tctniuï 'er ecn meet ban getaoane mate beé ^eeftc» op on^ öeibe nitgeflajt taierb; jaa bat anje manben PerPiiït taiecbcn met ïof-jegginge/ eet tap frijei# beben. ^it taaS in April 1700. lt;0 Ijae taoip bcrïpli i^ 3pn Pt eg met nip! 3Cn cïfie ftap Pan Poojsienigiieit i'i jpn l)anb tc jicn.
ï5aat taicit nag ecn anbete jpiarc racbe ap mp geicgt/ ijet tadfte nip Peeïe bagen/ maanben.' en jaren xtct bjacbig ter neber bjuüte; ja bat ift nu jic/ bat Ijet niet te Pergeefê ia getaeeft/ bat mp bie frfjjiftuurpïaat^ tc Pinnen gePjagt luiert: Agl niet klein de kastydinge des Ileeren, nop en bezwykl niet ais gy van liem bestraft wort. ^eü. Xli: 7. ï^et ging nu met bc PcpjacPinge bu£i tae. 3?5a bat iff beje uittoenbigc maejelnftpeben/ waar Pan ift tc Paren getaag gemaaftt ijcüPe/ anöer-gaan pabbe/ 3a taierb pet Paai mp raab^aam geaaibccit/ bat ift tat bc Jfaniilic/ iuaar Pp ift tc Paren eenigc tpb gcPiceft pias/ tacber jaube ft eer en; in toeïftc Jramiiic ift erftenncn maet/ bat ift jeer Ppeubcïpft Peljanbdt taicra Pan alïe bie 'er in taaren/ en bat Pcu'c Patten mnne Pcrbicnften. ,3ift ijab aïïe uittaenbige gerieiluftljebBii/ bctaeïftE ift ücgccren ftanbe/ 3a Peel gimftc Panb ift in be aagen ban paar/ onber taeïfte ift bcrftecrbc. Pentaeï taaren mp bc gebagte gepift een tegen# taaajbige baat/ om tot beje iFamiïie tacber tc fteeren/ taaar aan ift mpne taeftemniinge niet taef geben ftanbe/ en bat om beje rebenen. 1. *2)m ' bienft ban a^ob taa^ in be^e jpainilie niet opgerigi,.
10'
148 Het verborge Leven van
a. vïlgt;aar toa^ bccï ttoift en onceniggcit in. 3^ gtl
^gt;aar tatcröcn bceïc anbcrc saubcn in öcjjaan; gt
geïpft aï^ ücfdjimpingc ban öe ^ob^tiicnfl/ tn to
ijE^EÏfê 3Ceeraarö/ Ijct üidfte mp jeer ücti^DEföE. u
jeggc niet/ öat aïïc in ijct tjui^gejin bit te^
ten. .lieen/ neen; baar hiaten fammige in/ be^ m
toeïfte een ijetteïpïte ïiefbe Ijabben boa? öe (6ab^ tn
bienft. 4. 'JDc ïaatfte tub aï^ iït 'cc in toa*?/ Ijab wi
ift bc toilïc en bc racpingc ban a5ab cm Ijct te dc
berïatcn. Cn nu na bit aïïc^ taebcc tc fteeren/ gi
to as' nut ijcïpfi Ijct tocbcrïtceren na Egyptcn. Cbcn^ g
tod toiecb ift'er boa? fammigc Ijarb tac aan.-- 31
gejet/ met becïc fdjootic belaften bic men uiy bc^ j;
bc/ 30 bat ift beftïaagduft geaajbedt Inierb/ in- b
bien ift juïft een goebe gdcgcntüeib lian bc Ijanb li
;aube toijscn. .ïEpn moebcr bjang'er ooft jeer 11
op aan/ bat ift tocbcrftccren jaube/ seggenbe tc^ e
gen nip/ dal het haar zeer bedroeven zoude, t
indien ik haar hier in niet gehoorzaamde. 'Jïft ^
taetenbe bat 3c aïreeb^ fmejte en bjacfgcit genoeg 1
ïjabbe/ taa^ ongcnecgen baar toe te boen. ^er* 1
ïjaïbcn toiïïigbe ift ijct in. ^Dog bit toa^ mu ban 1
agtcren een buur geftogte gcljaojsaamïjeit; gc-Ipft ift/ iubien be i^eere toiï/ baar Uan een ftojt bedjaaï jaï boen. Cn 0 bat bit tot een taaarfdjou* toinge bao? aïïe mogte berfl^eftften/ om jig tc taagten booj't jonbigen tegen ïigt en ftenniffe/ en bat om icmanb te bcljagen/ taant feïjoon be gdjoojsaamïtcit aan ouber^ een gjoote pïigt 33/ bcbooïcn in fiEt vyfde Gebod, ebentod öaar te geljoo?3amcn/ taanncer Bare fiebeden tegen bic ban ben 3|ccre ft?ybcn/ i^ ongcoojloft.
lt;I?og om tot bc saaft sdfé tacber tc fteeren/ taanncer ift ban taebcrom in §ct ^ui^ïgestn guam/ 30 bonb ift baar in allcé 50 gepelt/ geïpft ift öct
gc^
ELISABETH WAST. U9
gcïaten ïjaöbe; tn inbicn baar tenige iieranbcnngt;= ge toa|/ 3a toa# ju tot berilimmrrtngc» Cn taclft uittucrftfeï ö:t ap mun gecit ïjabbc/ saï ift u gaan toontn.
Sin be eerste plaats tionb ifi be ï^cci'E ban mp in bc ^ïigten taftelpft afgctaefien te jmi; en myn gctacctcn ïncf ftccb^ ïjicr op aan/ dal het was om dat ik tegen te klaare ligl gezondigl. had-de. £-nbc aan bc anbccc liant taicrb ift bjoctrig gepïaagt met tcaagljcib en fiayerigljcit in ïjet gclicb; €n luannecr inu juiïiö niet üu üïccf/ 30 jtaecfb'c ilt om op bc üergen ber ybcïl)eit/ jagenbc na mnne afgoben/ luaar boa? ilt op beje tyb gjootctufc* licrlioïgt/ en obertaonnen iuierb. ^jÉiaae bit i^'t nog niet aï; baar rrc^ in mun gcmocb op een bjecflyTte onüergcnocgtijeit en onruftc; 50 bat ift ncrgcn£ in ftonbe genoe# gen fcljeppcn/ jpnbe ban 50 een murmurecren* te geftalte/ fcljoon ift Ïjicr ban niets' ïiet titigt; ftcn in mnn uitmenoig gebjag; taant ift traggt; tebe Ijct te herüctgen/ 30 becï ift fton; anbcrlt; tttiTcljcn taas l]et mn uogtans oumogeïuft te üe'uat# ten/ of uit te bjuftften/ in taat ongelegentljeit ift jonber tuffenpo^inge taa^/ taanneer ift bagte toat famenliocginge baar taa^ tuffen mnne son^ be/ en tuffen be ft ra ff e.
(Dp be^e tub taierb ift boo? alïe foojten ban gcefteïyfte sieïitena aangetaft/ 30 bat ift alïefintó in een gjoote engte taa^. (èebuurenbe ben tyb ban ttaee jaren oojbeele ift taaarïnft/ bat ift niet genooten Ijeübe een gerufte en bjeebjame bag ten einbe toe/ maar geïuft een onfluimige See/ luaa mun gemoeb gebuurig in onrufte (6ebuurenbe teje tyb/ moet ift bc| Zeereu neberïmiging er^ ftennen/ met mu fanuyba toe te laten/ om mjme
ftïag-
i
'J50 Het verborge Leven van
fiïagte bno? gem uit te fhntcn/ met amp;at tuoojt 1
in nmn mout: 0 wee my, dat ik een vreemde- tlti
ling- ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars uit
woonc, Ps. CXX:5. moet uoottoeubig aaiv scl
mcrftrn/ bat 'rr uautoïyft^ ccn ïïuftbag boo? 6p sai
goug/ of ift onbcrbonb get cru of anber tertten ^
ban öcïJ l^ccreu ïirföc tot tnyne jicïe/ 't 511 bat 0£
myu tnonb met pïrit-rröcn berbuït luicrbc/ 't 51
ju bat ift reu brïoftc outfiurt om bcibc bau muuc bi
uittocubigc ru iutocubigc pfagcu bcrïofl te bfo?^ u beu/ uit bat taoo^t/ Ps. LXYI: vs. 19, 20. Maar
zeker, Godt heeft gehoort hy heelt gemerkt op d
de stemme myns gebeds. Gelooit zy Godt, die z
myn Gebedt niet en heelt afgewent, nogte zyne lt;3
Goederlierentheit van my. ^00 aïljoetocï Jet 5
met nut 50 toegitut op bc^ ïgt;eerrn ban/ ebrn« ï
tacï taas ift be tee eft booj rreïuft ecu boob beeft/ (
get bieïit iu mn eeu yjoot berfaugeu ua btu Hust- '
dag bertoeftte; 50 bat ift bau'^Maandags of re^ fteube/ ijoc ïau0 ijet ftoub aau te ïoopen/ eet: ï)et Rusidag taierb. Cu Ijoc bïubc tna^ ift/ toanurer besrïbe uabttbe! Jfft lueufle menigmaal om ttnee Pi 11 si da gen in be toeeft/ 50 joet eu aangenaam taaren jy mp/ beite in quot;t openbaar en iu 't betgt; bojgen; 50 bat ift te bjeben joube ijebbeu fton^ ucn 31111/ iubieu ift nooit tot be toeereït/ en tot beffeïf^ berfteeringe ijab mogen toeberfteerem ^jft bergeïeeft toen mpu jeïbeu bp een leerjongen/ betoeïfte uit spu ©aber^ Ijui^ trgeug beftelt tóiert ïjebbeube eenmaal taeefté b^pljeit om syn 3Da • öer te bejoefteu. Cn Qor joet tna^ Ijem ban bic tpb! aanmerfteube ben tjarbeu arbeit eu be moeite/ betacïfte ijp be toeeft boo? tjab/ ijet luelftc iu ïjem berluefttc een onbnïïigljeit om toeber te ïieereu.
t q^mtrcnt tcse tyb taterbcn fommigc
ncn gcpjcbifit in be tareftbagcn öoaj ^Br. Michel s uit ïiom. YI; '12. Dat dan de zonde niet en heer-sche in uw' sterflijk lichaam, om haar te gehoor-samen in de begeerlikheden desselven lichaams. 1gt;E5E l£Ec?rcbEnEn taarEn aiïEfintö oy mpn tt* gEntaaajbigc taEftant CEpafl ; Eit iït l)ab eeh g?oat gEnoEgzn in bESElbt tE aanljaccEn. mcrïttE faEcïe bintjEn uit bEjE Vaaojbcn aan,'maar bao?# naniEÏjttx bEjE tuiet/ na nut hatijflaat»
CEtftEïyft/ dat gelyk de zonde een heerschen-de magt over alle hadde, alzo deze nagl in een zekere mate in de gelovigen gebroken was; zo dal ze daar niet heerschen zal, gelyk Ie voren. Stïtaaar ïjp «uam ter ïiEpjorliinrtE hab? tE ftEÏ^ ÏEn/ taiEU^ nnbcrbanEti toy toarcn/ of de zonde over ons de heerschappye had ol' niet, en of Christus is ons herte zyn throon gevestigt hadde. il?aar op Iju baojtj? jitj Pan bcjE uitbjuftfiin^ QEU ÜEbiEnbE: Is't mogelyk, dat'er een omwen-dinge ol' veranderinge in een Koningryk zyn kan; een Koning ontlhroontj en een ander in dessell's plaats gestel!,, en dat evenwel de onderdanen daar van niets weten? Neen gewisselyk, het kan zo stilletjes niet toegaan. «Dit bEEb nip ftit ftaan/ iiicf toctrnbE luat iït benfuni ;tntbE. toiïbE pEErn gEbapt pEiitiEn/ bat Cïjjiftu^ in nuni pEttE EEn ttjiaan gebïftigt IjabbE/ eu rPEntarï bt jonbe 5a fterft eu ïftagtig in tnp/ bat ifi niEt PriftE In at ifi boen jaubc.
^iEt na quam Ijp niEt eeh ütEEbE rn ruime aanfiiebingE aan gcPange ^anbarEu; Piaar rayn fiinnEnfte Ijert en 3iEÏE na uitging, (J3EEn tpbin^ gr, fianbE mp aangenaniEr 511 n/ ban beje iua^ ^it toa^ eeu bag ban firagt op mpn jiEÏe/ aï^
151
I k— V/
152 Het verborge Leven van
taannccc ift vryheit verkreeg om geloof te oef- ttö
fenen, dat de zonde over my niet heerschen zou- toE
de, uit iïat taaa?iï/ Rom. Y1 : U. gc'
Ten tweedon, mcrfttc aan/ dat gelyk de
heerschappye van de zonde in de gelovigen ge- ïl
broken was, alzo de zondo als een geweldenaar, XI
allyt tragtede zyn vorige magt wederom in bare ge
zielen in te brengen; evenwel, niet tegenstaan- Éi
de alle bare pogingen, zoude ze baar noit ten lie
eenemaal overwinnen, vermits de oneindige kragt tc
Gods zig voor baar verbonden bad; want niets tl
anders konde de genade in de ziel bewaren. ]x
taaar ïju buajtü^ajjt ccu sccc aangename jjcljju ei
ftcuilfe; veronderstel, dat iemant een sprankel li
viers zag' in bet midden van den Oceaan; zo zoude n
men zeggen, dat bet gewisselyk een wonder zoude t
zyn, indien die sprankel in den Oceaan bewaart t
wierde. Maar zou bel niet een grooter wonder t
zyn, indien die sprankel den ganscben Oceaan opdroegen zoude? En evenwel, 3E-ii5c ïju/ slaat bet dus met de genade gelegen; want bet is niet alleenlyk een wonder, dat zy in bet midden van zulk een Oceaan van verdorvenliieid bewaart wort, maar dal zy ook den eenen dag of den anderen, alle deze zeeën van verdorvenlbeden, boedanig zy ook moglen zyn, zoude opdroegen.
lt;0 |jac bicriglyft itcrlangde ift na tnen bag/ taaerin mnne bcrijojbcntïjettcn sauöc ajjgrbjoogt taojben. ïfy bïccf ccn langen tybt op bit cmbcc^ toci'p ftaan/ en ift |jab ccn gjout genoegen in bic bcrljanbeïing tc tj00ccn; bog Vjoebanig tnyn gebjag ijiec op iuag/ soubc ift ücfcljaamt jnn/ inttien get quot;üeftent üiiecbc. w^c tyb ban bc intgt; beeïinge ban get Sacrament te Edenburg nabe^ renbe/ 30 bertaeftten bc gebagten baar ban beele
ELISABETH WAST.
ttopfeïingtn in inpn gcmDeb/ laat ift bflcn saube/ taetenbe bat ift niet in iecn gcfrtjifttc geftaïte cn gcflcïtïïeit baa? ccn Bagtmaaï 'mag.
(Ojj beje tpb pjEbiöts ^iBr. Moncrief, Ecnige ïïu^bagEn boa? ijet SCbonbnvaal/ obct lt;©yEnlamp;. XXII; 17. Ende de Geest, ende de Bruid zeggen, komt: Ende die het hoort, zegge, komt. Ende die dorst heeft, kome; ende die wil, neme het water des levens om niet. 3lin taEÏftE 3Ceec^ reben ijn ecu bEtbjag oymaafttE tuffen Cljzifru^ tn sun 53?itib/ met bc^EÏfg baojtaaarbEii; aan taefitE haajtaaacbEn/ inöiEii niyn fjcctE mu niEt cn fiebjiegt/ iit mpn innictc toEftEimninjjEn se^e^ bEii ïjeüöe, iC»cig baar Meet cbcntacï 50 eeu sjaatE mEiiigtc ban janbEn En onijEtEjjttgljEbcn in niiin baEjEtn Dbcc/ bat öct num lunn met UiatEC bcr^ nicngbe/ Jjaubenbe mu in een ijebuurigE ontflEÏ# tEiii^/ 30 al^ oait Eenig arm fcljcpfel beyjaeft gebiojben.
Donderdags boa? quot;pet Sacrament luaë ift op fjet CoJledge-ïtErïtliof/ Een bieinigje eer be biratiE began; bieïiie ptaat^ nm büibiiïg een jaetE afsanbeiing pïaatS gebieeft biaa. i}et ftaat nip baa?/ bat op een majgeuftaub/ luanneer ift na be ïierft jou be gaan/ 31111 be ijet b?iej*agtig en 3ccr ttaut tocber/ ift EcnigfintS anbiiïïig biaé am bE ftaubE uit tE [taan/ jynbE ban baajnemeng ara tE rug tE fteeren; bag taen quam bic üebenain-ge in myn gemoeb: Het was een kouder nagt, wanneer onzen Ileere Jesus Christus droppelen hloeds voor u in den Hol' zwectede, en wilt gy niet eenige kleine ongemakkelykheyt in het lig-chaam ondergaan om hem te zoeken? ^it toaj* my eeu 3aEtE fiEbEiiftingE. 3ft in bE3E yïaat^ 3unbc/ iua^ ^r iEt^ bat 3CEr gEbiigtig oy myn
IjcrtE
153
lö-i Het verborge Leven van
ifcrte ïag/ ÖClyft aï^ het gevoel van myn eigen toestand: aanmerkende de langdurige en grote tussenstand, dewelke tussen den Heere en myne ziele geweest was, met opzigt op het gene ik somlyds genoten hadde. Ily schvnt beide toornig te zyn en zig stil te houden. Ik krjg geen antwoord op myn gebed, schoon ik tot u roepe tegen myne geestelyke vyanden, evenwel bly-ven zy sterk en levendig. iDaat* inaj* ictj* an^ öEr^/ öat nip oaït jcer licamp;jacfbe/ nameïpït het gevoel van de toestand vun dit arme Land, en van deszelfs inwoonders. O taeïfiE tcficncn üan J|Ecrcn taojn rn mifUjagcn/ jpn 'ct niet aï onder onó! geïuü aïé gctficïjjïie lierftacbirige/ gt# 6?eï{ ban ïicfbc cn meöciiiöcn jegen^ï IjEt bafft ücs ^EEKcn/ in nngcïcgentljEit junbe. €cn itgcïpli 3aEïtt 3itn ctgc öingen/ cn tocinigc öc bingrn Itan Een anöcr, 4iX5en üEtrcurt niet jpn Eige janöcn/ nog öic öcji botffj?; cn men üeliïaagt: niet ijet öjEEftEn beé Derüanba en ban pïeg't'igc geUr'ten/ gebaan tuffen (i3ab cn ijet 'ÏCanb/ spnbe bit ©er# fionb gelpli een berb^ag apgefteft boo: on^e ^^obf jalige ©oojbabcren/ aai te 5pn boa? 03ab en sp^ he üEÏangen^/ tegen^ aïle btoalingen en gobloo^^ geit/ beibe in quot;l'eer cn in aïïcrïci faajt ban jcben. SCiSO onbcrfrgjEbcn jp beibe in Ij aar eige Saam/ En in be naam ban Ijare Saftomeïingen/ bit pïEgttg berüonb; en ^:ïab gaf/ boa? ijet fetjen# ïten ban 3pn (Cecft/ Ijaar op een ijpsonbcrr, tapé eeu getuigenis/ ijae jeer bit Ijem iicljaagbe.
3?it bias? onjE roem boben anbere Natiën: bog Een quaadaardige, en godlooze, en Bissciiop-pelyke magt, taaïgbe ban bit betfionb/ om bat get niet fionbe obereenftemmen met gare fnoo? öe boo^flagen En oogmErften. daarom nemEii^
ÖE
ELISABETH WAST. 155
be ïjtt bcrfijantiEimt 3u get sdbe en öat niet in öct herfia^gen/ maar in ijet opcnüaai*/ cn boo? aïlc man gafaen ju ijet aan üen fcöcrp* regter om ïjet in 't ijuur te taerpen/ niet öe^ [cljaamt jpnöe ober ijet gene ju bebcn; ja 59 tua» ren eerbcr tiefdjaamt om te ficïpben een Ucrbontijf öetreMiinge met töob, nu be ï^eere niet gjooteïyft^ getccgt 3etaa:bcn om op oné toojnig te 5pn? ï=}erft tju niet aïrccb^ boo? buur met onj» Settoift? ^enbenbe een fijanb op bic ^elbe plaetjj/ aïtaaar Qet btrüonb bctBjanb toa£/ om on^ te boen gebenfien aan be affiöen ban een berójanb berbonb, Cn ebentoel luie neemt jjet ter ïjerte? Cn niet aïleenfnït bit/ maar ijeïaag! toie iö 'er bctocile get filocb ber tjciïigen betreurt/ b30tgt; tenbe ijet jeibe geïpfi taatcr in be^e [tab bergagt; ten/ toanuecr onje onregtbeerbige ©eerftljerjJ en aDberigijeben/ met toeftemminge ban be Ceef# teïaiïljeit/ niet meer gaben om Ijet ïeben ban be*? i^eeren boïft/ ban afé of 511 Ijonben of 3lungt; nen getaeeft taaren.
Jj^ct ié jeer aanmerfteïpft/ ^oe be J^eere eenen ban be boojnaamfte moojbenaer^ ban spn boïlt liejogt/ taien^ naam i«j Goorgins Mekenzie, be^ ïtoningjJ 5tbbocaat in bie tijb. clDa be omit eer ing ban 3aKcn/ berïiet tju ï)rt '1'anb/ rn ging na Engeland. aïtoaar Ijn een taeinirije boo? 5911 booü Sobanig ijïocibe/ bat Ijet fiioeb ban aïïe lianten uit syn fitgaam uitgutfle. ^Ce cïKebicunmee^ fier?? geroepen jnnbe/ om be oo^aaft baar ban te toeten/ ftonben niet in 't minfte eenige natuur^ ïnfte reben baar ban geben: maar bat be jjanb (èobj* ober ijem taaé/ toegenji Ijet üïoeb bat Ijy in syn eige ïanb hergoten gabbe. Cn toie eben»» toel neemt be fcljuïb ban bit öloeb ter Ijerte?
oDnber
156 liet verborge Leren van
o^nücr ijct gcbocï ban öcjc bingcn iöcgccr iït fii ücrncbcrt tc taajüEn/ met üc rcfl üan ï|Et Üanti m fcljiiïtiiQ synöc; in 5a bcjrE/ tat ift om üejE san^ ir tien niet in gacticc crnfl getrentt Ijeüüc/ Ijcbijcnbe Ie alju niEbE öeeI aan IjatE sanfaen/ eii öaaram oaït b ïjarE (DojöeeIeu onöcttaajpen. É'ft ficaErc aaft tE li tCEHCen UiEgEn^ mync bEEünjijE ;anbEn. lt;©! ïj
myn aJab-bEdoodjenmg/ 1115,111 ongElaaf/ mpn iï
antEbEtE toanbEÏ/ eii myiiE mEnigbuïbigE üEbjaE^ t
iiingen ban bE a?EEft ban a3ob. «Dclj! mpn bÏEE» $
fdjElpftE gcnrgcntljEtiru 31.111 gejet oy anccbtïyïiE t
baajtoEtyEii. oDctj! Uice my onbanftliaac jctjEp^ 3
fEÏ/ bat ift nog iEt^ bp IjEt liaïli ban ^ob gEagt t
IniEibE/ baar ift niEts ban eeu fnoab IjEÏÏEtuigt £
in a?ob^ oogEii Ikn. ï^elaa?! bat ift 3a mittE* 5
la ca' eii anbjugtüant üeu in mini tub eii in mpn 1
gcflarljtE; ift üeu m aar geïuft ecu boa ui in eeu -
ï}af/ bEbJEÏÏiE flErljts eeu plaats' bEflaat eii niEt 1
niEEr. 3Dan biat gEbjuift ïieu ift aau bE ïirrft/ 5
('t 3p üuitEn -ïtanb^/ 't 5u t'ljuié) af aan rapuE .iSabEftaanbE / of aan ij Et üjuiagcjin /
aïtoaar ift biooiiE/ fcljoon bE jonbE baar obEt#
bloebig 3P/ 't Ui elft nip mecnigmaaï boet ftïa.lt;
gen/ en niEt David uitroEyEn/ Pf. CXX: 5,
O wee my, dal ik een vreemdeling ben in Mesech; dal ik in de lenlen Kedars woone. Q^CÏj! mpn gEbeinftijeit in 't fruft ban 6ob?bientV en ocïf mpn bEEbo^gc ongeregtigïftit/ taeïftc mp 30 baft aauftlecft/ bat ift 3E aanjie als niet 3pnbe bE fniEttEn ban a?ob^ ftinbEtEii. 3,ft üeii eeu mobbErpoEÏ ban ougEcegtigljeit/ eu eeu 'uioon-plaet^ ban flöob^ bnanbEn; jonbigc gebagten ftrpgen terftonba onüjaaï bp mp; en 3UÏft eeu ftuiï ban ^nibeïen i^'ct öinnen in my/ bat CïjJifti bebiEgingEn geen gEljooj in myn tjcrtE
ftrp^
ELISABETH WAST. 457
firpgcn. lt;0 ttEjc bcr^atfiingen/ ijetaEïrte niet mpn ücröojtiE neigingen ober een ftamen/ boen mp ten alien tybe g?oat gitaaij. ^fje bingen leggen ben bag baa: sect tuigtig op mtt/ geïuft be janben trnft tran mun naöeftaanbe/ en ban be tuare ^obbjngtigf/ Vaiené taegen met ïjaar ïybenië niet obereenfiomen. €n in^geïitKs nam ift ter Ijertc bc geerfdjenbe janben oubec aïïe foo?' ten ban baïfi/ Ijaagc en lage/ rnfte en arme. 3!ït nmtt Ijct tot roem ban ü^obj? goebljeit getuid gen/ bat ift bjyijeit berftreeg om in aïïe beje op»' jigten ruim ïierte uit te flojten; en ift fmeeftte ben ^ecre/ bat ijy bc 25eeft be^ getaeenë op on^ aïïe taiïbe uitftojten/ ban ben ïtoning af tot ben ^ebeïaar toe; alö een teften/ bat l)n 'tSCanb niet berïaten taiïbe/ en bat lju mnn ijerte op bit Stbonbmaaï/ booi jidj jeïben gebangen teiïbe nemen, ^eje bag boonjebjagt junbe/ flonben beeïe ttapfeïingen en blagen in mun gemoeb op/ taat te boen.
Saturdags luaé be !Eee?rcben ban JlH*. Wishart my jeer jcet/ Ijanbeïeube ober beje taoojben: Myne Zone, geel' my uw herte. ï^u bjong OUÖ aan tot beje pïigt/ en gaf beeïe troofteïyfte frebicegrebenen om'er anö toe te obejreben. *I)og baar üïeef een g^ootcr jtaarigljeit iu mu ober. tiPcn TCeeraac maaftte beeïe tegentaerpingen/ be^ taeïfte 5u ooft öeanttaoojbe: maar öct geen nijt mee^: ontfteïbe/ buert niet een^ aangeroert/ en ïjet tliaé bit: Helaas! ik heb myn herte aan andere dingen weggegeven, en nu kan ik hel niet weder krygen om het aan Christus te geven. ïPog niet tegenflaanbe bit niet opgeïoft taiert/ 30 nam iïf ebentaeï in beje HEcejreben/ boor/ bat 'er geen fïaap in myn oogen/ nog fïuimeringe
I C-
■158 Hel verborge Leven van
in mpnc oagcn ftmnen joube/ tat bat boo? öa
öcn ^cerc ecu iuaanplaatfc in mun Ijcttc geban^ tu öcn ^abbc, ^aar '$ ahanb^/ taanneec ift ücoan
tc öcnften tiau ten nagt met ben J|eccc baa? te ta
tucngcn/ ïicgan blccfclj cn üïacb bus met mn tc ^
rcbefcaüeïcn: waarloe al deze moeile hot licliaam cr
aangedaan? het zal u maar onbequaam maken tc
voor liet werk van den naast volgende dag. Ct
tenigc buiseïing in mun Ijoaft IjcBüenbe/ banb Ü1
mu scïüen jeei; gerceb nm bc^e üc^cgingc ap ni
te iioïgcn. üDag iuannccr ii'r bagte; Ijac yïcg^ 51
tig ift een Lielofte gebaan ijabbe/ 5a üab ift ben tai
ïjecre/ bat/ inbien Ijn nm tat beje yligt riep/ Ijp P'
üeibe na jieï eu ïicfjaam mu ft erft te luilbe gc'ucn/ b
cn te angeitcltljeben tocgnemen; en bit ücbanb ö'
ift eenigermatt boa: anbertmibinge. üDeje luas ö
mn een Ijetrïjifte nagt/ inicns? geïpfte ift naait n te üaren genoten Ijabbe. Cn taanncer ift öjie
of üicr mtren baar Pan in beu gcüebe ijaabe ft
baa;gcü?agt/ Inect ift niet/ bat'er een Per 5 a eft i'
Paaj mpn jelPen gebaan Piaj»: 3a gePiigtig lag b
be taeflaub Pan anbere ap mpn 5iele. Cn tat ^
racm ban lt;J3ab ftan ift Ijet ïeggen/ bal/ üenePens ö
be itcrïien in 't gemeen/ 5a Pinnen aï3 buiten ^
3£anbji/ baar niet een Cabbjugtig perfaan 3
Ilias/ Piaar Pen ift be minfle ft e nul ff e Ijabbe/ t
uf beseïPe lag be5c nagt ap mpn Ijerte/ 5a bet ift 1
Pjnfteit Perftreeg am Ijaar üu ben t;;c.eic te ge- ■' benften. Sfft Piicrb uaft in ftaat gefteït cm Paa:
be^e ^tab in 't üpfaubcr tc pleiten/ bat Ijn in ^
bc^c pïegtige geïcgentljeit/ ap ecu Ppjanbcre luu-?c spn tcgeniaaajbigöcit mogtc Pertaanen. Sla/ baar taaé niet een bergabering in be ^tab/ af 3P 6?agt tc taceg pïcitrebcncn in mpn maut; am ?nn tcgcntoaajbigljcit boa? tjaar tc berjaeften; 3a
bat
ELISABETH WAST.
öat beeïe pielen raagten fiefiecrt/ en anbcrc ober^ tuigt tau?öcn.
43a öejcn firccg ift ü^uljeit Dtn mun üuacbige tacftanij Uaa? öcn ïjtecc te ficftïagen/ en te fmcc» ïicu om een bernieutainge in mun gcmacb/ ten cintic ift niet meer öe aube pctfaan/ lueïfte ift te iia^ reu 'ai a 3/ uiogtc 3pn; in toe Ift e plaats iu i^cmeï cu aarbe tot getuigen nam/ nebcuj» alïe be ber^ ijecrlyfttc ^eiïigcn en Ungeïen öat ift op ücjc nagt mun seinen aan beu i|eerc aybjage/ te bzeben Sjtube met alle bebaentaaarben tian ijet geuaben? üccüaub/ mité ift flefftte nntfiug aai beje üeceifte pïigten te baïlijeugen/ fterftte om berboifacnt^e^ beu te booben/ cu angeecgtigljeben t'oubcr te ücengen; ban jaï mun ïjecte een taoouingc lioo? öen ïjecte sun/ aïtoaar niets met genoegen taoa= nen jal ban Iju jcïltEn.
£)! öe^c nagt to as toeerbig om ban my in ge* Ijcugeni^ ftctoaart te toojben/ aia suubc ten bol* ien berseftect/ bat Ijct bcS ï) cc ten a?eeit toa§/ betoelfte in my üab. BDe^ljaïben ift my ooft becseftere/ bat be l^eece my gecne ban beje üt* ben toeigeten soubc/ om bat sy bc iugebingen ban jun cige a?ceft toarcu. 'ktgt;og bat 'lju 5e op syn ciije tub/ gcnabigïyft berljooren jaube» lt;0 üe bjeugbc en te liectcacftinge/ betoelfte meeuig-maeï ou öat tooojt quara! een man worstelde met Jacob, lot dat de dageraat opging. Gen. XXXII : 24. Cu in ben mojgcufloub quamen bcsc bLJie bolgcubc ^cljiiftuurytaatfen met ïigt/ ïebcn en betquiftftinge oy mun jicle/ Pf. CXYIII: 24. Dit is de dag, dies de Ueere gemaakt heeft, laat ons op den zeiven ons verheugen, ende verblyd zyn. v^aar saï oojjaaft ban öïybftljap toejeu in aïïe üe bergaberingeu ban Edenburg, ten tcjen
öage.
159
160 Het verborgc Leven van
trage. Waar na ^uam 'cc ccn ijircfite roeping tat tnun sclticn uit' ^iESattp. XXY : G. Ziet de Bruidegom komt. gaat uit hem le gemoet. Wit taiert cinbcïuft agterboïsjt met een Mafte lian mun ücüeftiging in be^ ïkeren lueg/ uit öat iBOOJt fêU 92 : 15. L)ie in 't linis des ileeien geplant zyn, dien zal gegeven worden te groeven in de voorhoven onzes Gods. In den gryzen ouderdom zullen zy nog vruglen dragen, zy zullen Vet ende groene zyn.
Wag alljaetoeï ift bus' met bese bingen ant^ gaaït luierb/ synbe in licrtaagting/ am nag racer aan 3ml cigc tafel tc antfangen; cbcntacl trab i'fi be pïaatfe ban be apcnamp;are «öababicnft ja raé niet in/ nf iït ïtreeg ccn 3-ngcï bes patang/ een baa:n in Ijct bïccfclj/ am'er raebc te taajfteïen. We sanbe/ bctacïiie unt ja ïigtefnft amringt/ Began te taarïen/ en bat jaa tjcftigtuü/ bat iïi gc^ baar licjj am'er ban obcrmceftcrt te taajben/ en om in ttauffeï te trcHïicn/ fjet geen ift oy bic nagt antraact ïjabbc. ^Cacn bagt ift/ bat taaajt lie^ ï^aajt tat tnn: Ephraim is vergezellet met den Afgoden, laat hem varen, ïjof. IV : 17, ^ft blift niet luat ift benften/ af taeïfte name ift mn jelbcn geben sonbc, lt;0 mpn bcrba?bc ijerte ftcïöe urn buiten ftaat en anüennaam tat aïïe pïigten/bag fiufanbcrïiift tat be pïicljt ban tommuniceeren/ get taeïfte in ran eenige gebagten bertaeftte ban niet te caratnuniceren. -ÏBr. Moncrief Ijanbcï^ be bejen bag taebcrara ober beje toaarben a^jftcnb, XXII ; '17. Ende de Geest ende de Oruit zeggen komt. Ende die het hoort, zegge, komt. Ende die dorst heeft, komt, ende die wil, neme het water des lévens om niet. ïfp bebe Ober bc^e taaa?ben een berguiftftcïnfte SCeejrcben/ taerbeiv
ELISABETH WAST. -161
öc baar in beeïc ruime en bjyc aanfiicbingen ban Clj?iftuft gebaan. Pag baar taa# nict^/ tjet iucïfic ift nm jeïben üanbc tacpaffcii. (D be bcnautöeit baar ift in taaö! ijtr guam nm be Rafelen tc öcbtcncn/ taaa jnn rommiffie of ïaft^ bjief jeer ruim; bag ift ftonbe myn naam niet ijnaren. Pcrijaïbcn baïljerbctie ift in mpn baa?^ nemen ban niet te cammuniceren. Cinheïnft/ taanneer ift bagte/ bat Ijy met 3une nabigingen gecinbigt Ijabbe/ jeibe ijn/ ift ïteii nog een an^ ber i'aa?t ban baift te nobigen/ quot;t taeïft in mnn ïaftüjicf begrepen i^; en bat iö een naamïoa^ balft/ betaeïfte niet toeten/ toeïften naam ju Ijaar seïben geben suften, iiomt gn tot Cljji* ftué/ met utoe namelbaje tarftanb/ gp jal'cr een jin ban maften. fCocn toierb ift obejrebet/ bat bit een byscmbere nabiging baoi my toa^/ betoeïfte iit niet burfbe beragten/ maar ging aan be (Ctaeebe (Cafeï/ betaeïfte ban ttt5r. Wishart öebient taierb. 5tïbaar gaf ift mn oy nieutojê aan ben ï^eere aber/ ijem fmeeftenbe/ bat ijy 3yn ïianingiyfte magt ober my tailbe tc taerft ftcïlen/ met alle bingen uit myn ijerte te bannen/ betaeïfte jun pïaatiJ jagten in tc nemen/ en bie met be^ 6cefteé intaoaninge in my niet beflaan ftonben/ jabanigc als myn baejemsanbe/ mnn afgaben/ bc regtedjanb en be regternage ban myne genegentljeben; ïatcn 311 met Ijet offer# meg ban tjciligmaftinge toojben afgcfneben. £}e* ben ben ift een ftoai ban onreine bogelcn. Pog ift ben berjefiert/ bat gy my rein ftunt maften. 3f,ft ben tc bjeben Cl)jiftuö aan te nemen ny be boo?' taaarben ban ijet 6enabebcrbonb/ oy taeïft £»cr# bonb ift myn Ijoye ban jaligtjcit boutae/ Clj?iftué be ^JÈJibbeïaar baar ban jynbe/boo? taieng gcreg»
11 tig#
465 Hel verborge Leven van
tijjïjEit tft alleen fieïjauöen moet taojben/ in toiené name/ niet tejjenftaantie mjinc faeïe hcrtia?^ iient|cben en mnue intaaanenbe janbe/ ifi öcïaüe te ft'ian baa? 6aiJ en spn jaatt/ in mun tuö en ge^ flagte/ baac ftame tan gebaar/ af üty?acliingcn/ ijaebanijj 3u aaft masten 31m; en cec ift teje toaer^ ^eöcn soube bcrïaadjenen/ 5a fieïube ili nu ïieber te taiïïen gaan na een gaïg/ of na een tijanbenbe flaafi/ am'ec mun lehcn baoj af te ïeggen. Sdft fielobe ooft be pjcfiiyteviaanftlje regetinge boa? te ftaan/ om bat ill geïuaüe/ bat 3c i^ be iniïe^ ïinge en ben afob^bicnfl in nto il5aa?b Uaoige^ fci3?eltcn. ©annecr jy in Benantljeit 51111/ 30 Belt; gere tü met Ijaac in üenautljeit te tae3eii/ en mpn lat met Ijaar te nemen; bag ijet aïleenlpft in be«t l^eeren ^crïtte bat ift bit Matte. »01 Ijeïy my iian bage tat bage/ een ïitïjaam ber 3unbe tn beé baabé te taabeu/ ap bat ift gart en op# regtigljeit mag tjeüöen in aï get geen ift boe/ tn bat be cere a?nb5? mag 31111 myn ijaagfte einbe in alle mune tie?cigtingcn/ ié ijeben mun ernflige ïiEgecrte in be tegcuiuaajbigijeit üan menkgen en Cngeïen. Geschreven en ondergeschreven te Eden-burg, den 0 April 4701.
ELIZABETH WAST.
3i5a get eiubigeii ban bit SCbanbmaaï mact ift 3cggen/ bat be inbjuftfelen ban get gene ift ant# maet gabbe/ my baa? eenige tyb 3aet blaren; ja ift gab een gjaat genaegen met baar aan te ben# ft en/ ah? aaft met aan anbere te bergaïen/ wat God aan myne ziele gedaan heeft. 3Jnëgtïyft^ üic gene/ met betaeïfte ift ober be3c bingen fpjaft/ 3eibEn my/ dat dit Avondmaal aan haar zo een groten dag van de Zoon des menschen geweest
was,
'
ELISABETH WAST. 163
was, als zy in een lange tyd niet genoten hadden; ïjet üicïïee boo? nip een scer getaenfte ge taa^ 0m'er ban te guoren fp?töcn. ^feaat geïpft ijet ben i|ccrc gaeü fdjeen/ om aïtyöeen gtmengöe fieftet in myn Ijanö te geücn/30 tua^ §et 00« aïbu^ op faeje tnö. I©ant geïptt iït te boten tnonöe/ baar fiïeef een ongenoegen in mpn getnocö ober/ tec oojjaüe ban ijet ^uisgejin/ aïtaaac iït taoonbe; 3a bat iït ineenigmaaï ben ^ecre fmcefitc/ bat Ijp jitjj mpner in bejenop* ^ictjte erbarmen/ en mp op ^un eige tyb berïicjj* tinge gebcn taiïbc. 3?oe nam iït boa? bit ï^uiége# 3in te berïaten/ in fppt ban aïïe tegenïtautingen/ ijoebanig 3p oaït mootcn jpu. ^aar ftaat in CXV1I1 : 15. In de tenten der regtveerdige is een stemme des gejuigs, ende des heils. Süï^o boo? be regeï ban tegenftcïïing/ bebonb iït/ dat droei'heit, smerte en quellinge in de tenten der godloozen is.
35e üeftembe bag/ taaar iït ftonb tacg te gaan/ naberbe baft. Cn 0 tioe bat mpn gemoet baar boo? bernuïfit taierb/ fian iït niet uitb?ufe ïten; bog mpn bjeugbc taaé in bejen opjigte' raé ten einbe. ièant op bic ;eïfbc nagt/ eer iït ftonb iueg te gaan/ ftrceg ift be fioojt?/ bcüieïïtc mp een tpbt lang bebe bertoebem vDe^e boajjio nigljcit ijab een ïuibe ftemme boo? nip in/ botïj teat üt'er ban maften joube/ lui ft iït 'niet. 5CÏ/ ïecnlpït sag iït bit/ bat bes ©eeren ijanb myn ïan# ger in beje plaats opljitïb/ tot ftraffe ban mpn sonbe/ boojnameïyft be jonbc tegenö ïigt «öebn^ renbe te tpb ban beje ftoojtg taa^ iït in een gjoote nngeïegenttjeit/ beibe na sieï en ïidjaam/ en bat taegen^ be intooonenbe jonbe/ bie in mp be ober.» ganb nam. aD be onbeftenbe en be berliojge
11' graugt;
164 Het verborge Leven van
gr0UtatÏEn/ bctaEÏfie in inyn öcrtc gui^facflEn! 33 3pn omutbjuftftcïjifx cn onaefcffcïpft Dm ban ie* niant ontboutat te Inojbcn.
ï^ct ïteljaagbc ttn ï^ccrc/ bat ifi ban bcjc te 0}jguam/ ting met tadnig gesantljcit baa? mtm Sicïe/ 5a beeï ift onberfcijEibcn ïjanbe. sag gtcn bcrbetcring in bc gcftalte ir.pn^ gccftEu
jaar» Moncriel' ja^Ebifite oy iJEjE tut ober XXX : 8. Ydelheit, ende leugenlale doet verre van my, (JSeeii tEpt/ bagt ift/ ftanbE betEt np rapn tegEiitooDjbigE tOEftanb paffen. ïfir bEbe bEEÏE aangEnaraE ^EEirEbcncn abet be jibcHiEit ijE^ gEmoEt^ ï)Et bJEÏfiE taa^ aïé af Ijp be EigE taiE ban nmn IjErtE baojilEïbE. öanï! brn k^eece b0£i? Éuftbagen; taant op bESEÏbe ïitEEg ift boojgaans iEté 0111 inn in IjEt ÏEbcn tc öElfau^ bEn; anbEtfnité jnubE ift niEt Dnbcrfteitnt IjEüben ftonnEu toejEn. ^Png taat saï ift jEggen? ;Cnn taEg niEt mn ié ganftlj tatmbErïpït ^og ïje# laas/ mim b?aEfï)tit en nucllingcn ücijan op niEUtaé taanneEt üt onber biE geiiE 511am/ bEtacï^ ftE bE (öobgbicnft bEfcïjimptcn/ eh ban bEé I^ee^ rEn ftnEgtcn/ bE XEEcarcn/ beragtElpft fpjaücn» ü^it ftanbE ift niEt berbiagen. ^Enigmaaï bcr# toonbE bE magt bEi ï^EEren gig baar in/ bat ift tot ftiljtangEn öjagt bE jobanigE/ bcluciïiE taE^ gêné oubErbom tnpnE onbcrtopsEr^ ItonbE ge^ taEcft jim; 30 bat jp niEté tE jEggEn IjabbEn» ÏJMtt EEn fmEttE taa^ bit boo? mp/ bat ift in jobanig eeii IjnpggEjin tea^! opEiibaarbt; om faEjE rEben mpn IjErtE aan EEnigE opobbjngtigE/ bog taEinig tot mim gEnoEgen; taant 5p ftonbEn rap tcgEn/ taegEn^ bat ift bEjE pïaat^ bErïatEn gab/ bEnftEnbE bat ift in bit J£ui$cjE5in nuttin jee ftonbe spn ban in EEnigE anberE» ^it taa^
ELISABETH WAST. 165
aï^ ofcr ten paaft na myn ïtcrtt gcfluaficn taiert»
CfacntaEÏ ift taaj? ten haïïcn gejint iïEjc plaat# in 'tfiojt tc tteeïaten/ en naait taciïcc te fteeren/ am'cr ap nieutaé in te tuaanen. Sift iuiert in bejen merfteïnft Pan ben llcere apgeftïaart/ en taiert üp^antterïpft ijier in fiebefligt öaar een iian 3pn ^Dienftftnegten in öe Colledge Kerft/ ap een öag/ taanneec ift öaar inaé met iemant ban mp^ ne oJabtiJjugtige tipiniinneii/ üetoeïfte in öe^eïf* öe omftanbigljeöen met nm/ naraeïpft in een apabïaa^ tjui^gesin/ 313 öehanö. ïIDp ücftïaag# ben niaïftanijeren anje taeftanb. ^n na beje iter# fteering/ Ijaajben lup t3il5r. Riddel pjebiften aPer be licrtaebing ber ^aöPjiigtige in (öabbeïaase ïjuHêgejinncn/ en taeïfte piijjtcn baar maeïen öe# tragt Piajben, Dog-, segt gp/ als g-y alles gedaan hebt, zonder Jjabylon te konneu verbeteren zo gaat uit Babyion. ^Deje TCeejtebcnen guam met anjc 't famenfpjaaft 5a aber een/ bat tap niet anber^ ban be i^eere baar in jien ftonben. ^gt;ag anbertuffcljEn mart ift bertjaïen een bpaebige en befrftjcyeïpft lina,;baï/ Ijet taeïft be b?ie ïïaning^ rpften fcïjiclpft aberquam/ namelpft be baat ban anje genabige tianing William, biieii'i naam in een eeuluige gebagteniffe ban alïe ^obbjugtige/ bag baajnamentïpft ban Schotlands intaaanbe# ren/ üeljaajt gepauben tc taajben.
1. i^p taa^ een tianing baa^ien met alle faajt ban berftanb en tap^ïjeit/ am jpn ïxjjften te regeeren/ 3a in tuben ban aojlag aï# ban bjebe; fdjaan Ijp in ber baat een baajn in be oagen ber ^abbeïaasen taa^. IPant beibe in jpn ïeben en na 31m baat fpjaften sp met öittere beranttaaar# biging tegené tjem/ aïljaetueï janber aa?3aaft.
166 Hel verborge LeVen van
3. taa^ te Koning/ of ten minftcn toa^ ^
ftct tniübeï ban onje bcrïofftngr ban be ^aajjfcge tn te ^iffcppyeïpfie «©ot^tienft/ snntc ttaee .
ontjancïjiftc ïaft:cn/ toaar ontcr ^cljatlant ïan*
ne tifin nefiuftt Ijecft/ maar bao?nanieïyft on^
tec te Ia ft tcc ^iffcljoppen/ 't toelft een joli taa^/
tat nag tap nog on^e ©ateré ïjeBöequot; ftonncn
(^toee of t?ie tagen eer tit tiocbige nicuta? :
guam/ taaier een generale bergateringe/ yje^
zMe, waarom de Braarabosch niet en verbrande.
SUItaaar ijn bertoonte/ Ijoe te C,?cere jnn iïerlx in aïïe eeutaen betoaart fjceft/ ft^oon in Ijet tnit^ ten ban een üjanbente ^raambofcï). ^9 jeite on^ bojber/ hoe na alle schyn, ^cljotlanli in een zeer korten tyd een zeer droevige beproe-vinge ontmoeten zoude, dewelke de Braambosch in een vlarame ontstoken zoude, dog God zoude dezelve bewaren van verteert te worden. Mn öoe Qaaft teje boojjegginge berbuït taiert/ Iaat iïè een iegeïnft ao?beeïcn. 3©ant beje boojsegginge gcfcï(iete Dingsdag, en te tnbinge toiert bebelïigt op Donderdag, in be maant Maart ban 't jaar 1701. taat taag'er een tjoefljeit en fmerte op te Ijerten ban aïïe a?obbntgtigc! 30 ffieeraaren als? Ijet bolft/ beMaagben ijem g?ao^
telyftö/ bjeejenbe bat beje flag flegt^ een boo?^
ïooper toa^ ban anbere. 3)lgt;at my aangaat/ ift fcan niet jeggen/ taelft uittaerfijeï ijet op my ïjat.
taa^ jeer bebjeeft/ bat'er in een fiorte tut ten beranbering ban regeering bomen mogt/
rn aïïe foojte ban guaat taar op bolgen jaute.
Wmt
ELISABETH WAST. 167
IJ^ant toy öagtcn taaarïpfi/ bat be Cuangcïie instellingen ftp niet continueren af öerüïp.» ben jouben. Dag be ^eere guam beje nnse fa?ee# | 3e in spn gneberticrentïjcit boo?»
ïfet öe^aojt aanscmerïtt te taajben/ bat ge^ ïijft'et g?aate b?aef|eit bc^ ^erten tua^ onber be^ ^Jeeren bolft/ aï^a niet£ ban bjeugbe en filpt^ fcöap anöer be a5abbEÏa05e iaa^. €n taat be ; quot;iïöiffdjoppeïttfie aanhang aangaat/ 311 bergabet^
ben met troepen op be ftraten/ seggenöt tegen . maïfianberen met een bïp gelaat/ waar zullen wo
l eens een roesje gaan drinken? lt;0 ïjoe fmertebe
mp bit aan 't Ijerte/ aï^ ilt tjet ijoojbe. Deit ïieöen taaren bol berbiagtinge/ bat 3c bicberom i tot Ijare oube bebieningen Ijerflcït souben tao?^ , ben. Dog gelooft jp 03ob/ bat ïiaar Ijoope bia^ , geïijïx on^e bjeeje/ naraeïpft beibe bernietigt.
1 3©ant be ïjeere gaf on^ gunfte in be ooge ban on#
3e ïioninginne/ taicn^ ijerte geneigt toaë om on= 3c ïicrft-regeeringe 30 aïö ijet te Pooren taa^/ , ftaanbe te fjouben.
j De inbntftselcn ban gemeïbe berïie^/ taee*
[ ïten ban mp niet af/ 3a bat ijoe ift'cr meer op c bagt/ Ijoe iu'er meer Pan aangebaan toierb. j bc3cn üeïiaagbc ijet ben ïfeere/ 3ig 3eïben
t aan mp genabeïpft te openbaren ten tube ban pet 1 5£bonbmaaï in be Colledge ïierft/ aïbiaar iït j aanmerften moet/ bat ift een flerfte obertniginge ^ ï(ab/ Poojnamentïpïj om bat ift OJab^ lt;ï5eefl in ^ bojige tpben fmerte aangebaan ijePüe/ bog boo?# •t namentïpft op ben 1 April 1099, blaar Pan ift te boren ïjebüe gePjag gemaaftt. a? ffoe lag get j geboeïen ban be3e 3onbe op mpn ijerte/ b?ee3en^ z be/ bat 6ob een eenPiige tbii|i: met mp mogte ^ ïfefiöen, SJft PerPionbert/ bat ïjp mp op t bic
quot;168 Het verborge Leven van ,
öie jeïföe öag/ tocgcn*? rapne fcgjiftfieïpïÈE ongc# ir regtigïjcöcn niet in bc öcïïe taierp. j .ï Saterdag# pjebiftte Shaw ober bc^etDao?' ! S1
ben ban Sicrem. II! : 5-2. Ziet hier zyn wy, wy n
komen tot u, want gy zyt de Heere onze God. tt
^gt;it lua^ aan mnn een fijagtige Sfcejcebcn/ en el
taierb aangebjongen boo? be fijagt ban a5ob op b;
mpn jleïe. ^nbien ift ter neber jonbe fteïïen/ g;
toelïi gebeeïte ban be lüeejteben tnn mee ft aan- in
bebe/ 30 jtmbe ilt be gejjeefe 3£ec?reöen ter neber 4.
moeten fteïïen. banti ben ïjecre/ bat iü 3e g(
'^MSojgcn^ p_:eöiïxte .iX5r. Moncrief ober beje ik
faJOOjben: Door zyne striemen is on se genesinge w
geworden, 3;ef. LUI ; 5. ïDit Ina^ boo? my een n
gaebe tybinge/ belueïne boo? be jonbe 5a üefmet b
taa^. fp?aï'i ober be^e b?ie bingen/ 1. be ïgt;
personen, wij; a, be rnebityne/ zyne striemen; b:
3. ijet uitUterfjfeï/ genezinge. ïfy fleïbe ooft op g
een taonberïpfte taiijc booi Ijet ïnbeu ban Cïj?i= ir
ft us/ en 6ab fy;au boo? ijcm/ geïijft itt Ijoope g
bat beeïe binnen bat ^itiE? ;nnbe/ getuigen ftan- b
nen/ en tiaar jegeï baar aan ijangeu. 51
SU communiceerbe aan be tlueebe Cafeï/ öe^ b
bieïlte ban Mtt. Riddel bebient luiert/ syube tjet ;fi
ben i3 April 170:2, aïtaaar ilt i^eineï en Starbe g
tot getuige nam/ bat ili baar gelfomen tnaé om g
ban mpne menigbuïbige guaïen/ en ban nmne 31
b?ocbige plagen/ bcbicïiie becï in getal blaren/ 11
genegen te taojben. lian niet peggen/ in qjcï^ b
fie geftaïte bes! geeft,b ilt biaö; maar iït ïoabe ben v!
J^eere/ bat Ijet niet flimmer met mu taa^/ fcljoon ft
ïjet Ijeïaa^I met my niet taag/ aïjJ in boorige a
tyben. ^lt bernieutobe myne boorige berüinte^ b
niffen in be fterfite ban een ^iBibbcïaar/ bat^ ö
ELISABETH WAST. 169
in g^oate tuafledjeit. '$ JSamiötiaB^ pjebifite ^lKr. Riddel aüet bEE5E tooajamp;cn: Gy zyt getuigen over u zelvcn, dat gy u den Hcere verkoren liebl, om hem te dienen, ^jaf. X.X1V : 22. tuaar op mp bodjt bat nijm Amen jcibE;
Ebcnlacl taa^ ift öcn gantfcöcn tag onbcc een tooïfi. at»p .ïföaanbag/ bctocffie öc ïaatftc en be gjootftc bag bc^ nf bcé $tilionbniaaié aan
my toa^/ pjebiftte JlU'. Wishart ober ïiom. VII: 4. Zo dan myne Broeders, gy zyt ook der wet gedoodet door het lichaam Christi, op dat gy zoudet worden eens anderen, namelyk des genen die van den dooden opgewekt is, op dat wy Gode vrugten dragen zouden. Sün beje rebcn bebe Ttu ruime en öjeebe aanöiebingen han aan alïc/ seïfö aan bie gene bie
Ijem beragt fiabben, ©icr taiert myn Ijertege^ taiïfig en te lijebe gemaaftt om ijem op Cnan^ geïi-boo:lnaarbcn aan te nemen. ï}n gaf eenige merftteeftenen otn te toeten of men aan getroutat toa^/ en onber anbere bat men ban fajurjtöaar joitbe jnn. ï^et geen ift ooft nit bit 5tlionbmaaï nanmerften fian/ is?/ bat ilt berjeftert taa^/ bat be f}cei;c met jnne bienftftnecïjten/ be Heeraren/ luak; taant 511 tokrben toonbcrïpft geljolpen om Ijaar pïidjt te bolöjengen. ^eïan^ genbe eenig bing ban ïitïjt en liefbe/ tjet geen ilt 3eïben ontfing/ ïtet luas gelpft be 3011/ fdjnnenbe in een tainterbag. 3(jlt liïeef niet ïang in een goe# be geftaïte/ maar quam in berfrljeibe gebaïïen. vDe boïgenbe taeeft toaa'er iemanb ban inpn fiennié op jnn fterfbebbe/ ober toien ilt eenig fin té aangebaan toaé/ uit aanmerliingc/ bat jnn ïe^ ben in be paften ban a?Db 30 teber niet taa^/ of get motijte syn boobt seer antrooftelpö maften.
170 Het verborge Leven van
Begeerbe/ na öat ift ïênnbc/ sun tocftanb iiao? ben §ttu te öjengen/ jaeftenbc fiarmgcr-» tigïjcit baaj spn sieïe. Woensdag abanb taan# neer ijp flierf/ taa^ ift baar tegentaoajbig/ tn jienbc Ijcm in een ^ccr cröarinEïyfte toeftanb/ 00?# bEcïbc ift ïjEt ban rnpn pïiat te spn/ om tot a?ab noeïj EEnjt baa? ïjem te gaan; aïtaaac ift in btr baat myn 5tbonbmaaï-fEEfl in een ruime mate ontftng.
bEgaf mp 3a ra^ niet tot be pïidjt/ of mp taierb EEn opene beur bergunt/ om te nabErrn tot bEn tl)?oan bEr o^Enabe/ aïtaaar ift mpne bjocbi# ge ïtïagten boa: bEn ïjEere uit|i:o?tebe/ beibE boa? myn jcïbEn En bao? anbEtE/ En bpsanbErïpft boa? bit arme menfclj/ en aïbaar ontfing ift bat taOO^t tEU synen opsicïjtE: Ik zal komen ende hem genezen, ©p taEÏft taoojt ifi Boapte/ bat be J^eere sjin jieïe genesen souüe,
Ceu taEinigjE na bEjen/ bEgon ift te taanfiefen en ongeïoobig te taa?ben. ^ae guam bat taao?t: Hebbe ik u niet gezegt, dat, zo gy gelooft, gy de heerlykheit Gods zien zult? 31aï|. II : AO. ïfjt ft^eibcbë uit bit ïebEn/ amttEnt uuren in ben mo?gcnftcmb. ïfet ging met mp taeï in bie narïit ten jpnEn oysitljtE; ja getaaonlpfi taa^ ÏjEt noit öEtEr mEt mn/ ban taanneer ift amtrEut bE tot* flanb ban anbere bejojgt taa^; ijet taeïfte my be# bE gebEUftEn aan ï(Êt jeggEn ban .ïför» Rhctorfort: Gaat boodschappen doen voor andere, en gy zult iets voor u moeite ontfangen.
■©aarna tairrt'Er ecu 9l;bonbmaaï gE^cubEn tE Rathouw, aïtaaar ift een gEtuigE/ both niet een bcelgEnoot taa^/ om bat ift op beje tpb jeer bjoebig taECamp;gEruftt tairrb booj bE berbojbentpe* ben ban myn boo^ ïjerte/ 30 bat ift niet taifle
taat
ELISABETH WAST. 171
toat ifi boen/ of taeïfte taeg ifi inpaan jaube; taant aïïc miijijeïcit fcljenen firarftttlaD^ omtrent mp tc sun.
Sift taa^ op Kufttragcn/ na öat tie ^cbiftatien Ucbaan taaren/ geïpft ecne/ Octaelftc niet bolfto^ mcntlpft get regte gefijuift Pan 3pn Perftanb ïiaölt;= te. 2a bjacPig Piierti ift pcpïaagt Pan ijet ïit^aam öer jonbe en be^ boob^. 3;ft öïeef een goeb gcbeelte Pan ben aPonb op ijet Pelb/ botïj get PPert met mp niet Peter. Sift fi?agt ijet oPc^ rige Pan ben aPanb boo?/ in öet faerfieeren met fommige Pan mpne aJoblyugtige Pjienbinnen/ get Pielfte mp be tpb jeer aangenaam en Pien^ ftpeïpft bebe spn. 3lin ben mojgenftonb Peljaag^ be pet ben i^eere genabigïpft een jeer tpbig pjoort/ paffenbe op mpn toeftanb/ mp toe te jenben boo? Mr. Andrew, nit j^faïm CI : 1. Ik zal van goe-dertierentheil ende regt zingen; u zal ik Psalm zingen, o ileere. JE5aar nit pp aanmerftte tPtee bingen.
i, lt;JPat pet begt;5ï^eeren gePioonïpfie Pieg met 3pn Poïft Pia^/ een gemeng'be Pefter in pare ijan^ ben te fteïïen/ goedertierentheit enbe regt (of na be Cngeïfcpc aPerjetting/ oordeel) niet aïtpb goedertierentheit, op bat ju niet 5onbc peggen: wy zullen nooit wankelen; notp ooft niet al* tpbt oordeel, op bat sp niet Pc^Pipften en pet opgefaem
a. cïiBerftte pp aan/ bat/ poebanig ooft pet lot Pan be^ ^eeren Poïft luaé/ 3p'er oPec met een ge* jang gingen Pïilïen/ 't 5p goedertierentheit of oordeel, ^otp fommige PJiïïen niet gingen Pan oordeel, om bat pet Pjeemt feppnt/ 30 jpn 'er ePentoeï beje Pier oordeelen, Pjaar in pet Poïft ban (J3ob sPïïen sien een fl:offe Pan gehang.
1» ^et
1. ïfet oajücEÏ ban bc berijojbcntïfcit. 0Ei
2. ï^ct aajiJECÏ üan ttcrïatinge. tci
3. jiitEdjiftE tcgcufpocijen. ïtn
4. D^annecr Sion in angcïcgcntljcit
ï^y fpjaft aangaanbc btjE üiEr saaftEn/ öag u
ift jafEt: maar ttoEE ban niEÏbcn/ öEtaclüE mccft aÏE
mEt myn taEtlanö oüec eeu guamEn. ïej
i. 3JDat IjEt dojöeei bEr üErtiojbEntljEit aangaat
ijiEt omtcEnt jEibE Ijy fommigE magtEii jeggEn/ iia tatE soit ïjiEt onbEt singEn? ató Ijct taEÏUE on^
30 üeeïe siïttgE tranEn/ En jngtingcn/ En 30 ihee# eei
nig üErmaEibE uur/ bag/ En nagt gEÏiaft IjcEft/ üei En EUEntaEÏ baar anbcr tE jingEit/ ijoe ftunnEn
3;ft ja! u bEjE bjiE bingEn scggcn/ bEtuelfiE raa= fao
gEn 3yn eeu [toffE ban gEjang/ jElf^ in öeje on
a. utae bErbojbenttjEbEn IjEÜüEn n ÜEniEbErt/ aa: 30 bat gp EEn tooonyïaatfE gEtoojbEn jyt aïtuaar öei tE i^EEtE tooaiiE toil gy
b. ïltoE faEtbojhEntljEbEn ijcöïiEn u niEEnig# biE maal tot bEn tïf:oan bEt gEiiabE boEn gaan. Cn
biE niEt EEn ftoffE laan gEjang? tE
1. gingt/ om bat gy eec ïangE in biE plaatje gEi
juït 3pn/ aïtoaar bc liEEbojliEntijEit niEt tfan in# mE
ftomcn. ïküt gn ban gEEit gjootE rEbEn om jEÏfê iiei
in bE^E toEftanb tE singEiiï Cr
a. 23EÏangEnbE IjEt oajbEEÏ ban bErïatingE/ 3a gEl
ontiiEEtt u oaïi baar in niEt eeu ftoffE ban gEjang. mo
Cn bat om bEje EEbEnEn. gy a. *jpe Ï^EEEE ÏEEtt It ÏjiEt bOO?/ bat 011 Op ^
utoE EigE boEtEn niEt tïaan ttunt. ^p 3pt gEluft flo
eeu gïaj* baar bE boEt ban gEbjoften \i/ bEtoEÏfie ift
SonbEt EEn ftEunjEÏ niEt (taan ftan. ïjet mag 3pn/ in
toamiEEt gp Ijrt ügt ban bE^ i|EErEn aangesigt aai
ELISABETH WAST. 473
pnaot/ bat gp bagtc noit tc julïen öctaecgt ben. ^aar nu fjEcft Ijjt jyn aangcjigtc tier# öojgen/ tn gu spt öernert.
B. ^ingt 0m bat beje langamp;urige facrlatingc u be toeg fiaant Una? ccn nicutoe antbtftftingc/ aï^ toannscc ecn niculu licb in uta manb sal gc* legt toojben/ Ps XL: 4.
.31% nioct fieftenncn/ bat my beje -Ecc^rebcn öan a5ob tacgcjanbcn tna«f/ taaar Itooj ift jun J^amc ücgccrc tc ïoabcn. Crn ift nam Uaoj be Ecrflc gcïegcntljcib/ bctacilfc jig aanboab/ niet te bersuimen om ten SCüanbmaaï te gaan,
(ép beje tijb boiiö iït geen ftïeine jtaaarigSfeit/ in Ijet ïfui^gejin tc beriatcn/ taaar ban ift tc bofcn gefpiDtiCu ijtibbc. vDag be llccrc tjicïp mp om mpne baajnemen^ te öetaaren/ en alïe^ te* genftaan 't taclït 31 g oybeeb. 3ift ücn bcrpïigt aan te merften/ bat ben cenen bag na ben an^ bece bat taaa?t nip boojgnam; Waarom vertoeft gy langer? ijet tarïft mp bebe berfiaan/ bat in-bicn ift ïangee bertoefbe/ ift ten eencmaaï opgc-gonben joube taojben; en bat ï)ct lang mog* te aanïaopcn/ eer ift taeberom suïft een geïe^ gentïjcit berlnygen jaubc, IDegené beje aan» merfiinge berïict ift bat ïfnp^gesin/ en bat met becï bjeebe en bcrgcnocging ban mpn gemoeb» Cn bat tooa:t taiert mp jecr jocteïpft te binnen gebjagt: Op u ben ik geworpen van do baarmoeder al', van den bnyk rayner moeder aan zvt gy myn God, igt;f. XXII: 11/
ï^et eerfte ètbonbmaaï baar ift ban |joo?be/ ftonb tc Sithgow geïjouben te taojben/ aïtoaar ift en berfeïfeibe anbtre oné na toe begaben; en in taelftc pïaatfc ift begeerig taa^ mpn jclben aan ben ï^eere ober tc geben. ïïu^bag '^^a^
mib^
■174! Het verborge Leven van
Baaklay ober ï|anb. VIII: 39. Hy (tc toeten ten Camerïing) reisde zynen weg met blyischap. Stltoaat 59 aanniecïtte/ öat'r gzaate' b^eugbe en öïytfdjap op boïgbe/ toanneer men Cïjziftu^ boa? ïjet geïaaf aangena* men Ijeeft. ^nbertuffctjen tertapïe ijn Ijitr om^ trent fpjaft/ ïtanbe mijn Ijecte be taaarljeit ijier ban betegelt gelilien; en nni bagt bat ijp be cige taaï ban myn ijerrte fyjaü. €n ïjet antbjaft my oaft niet eenigermate aan bjeugbe/ tertopï ifi bese 3£ecjrcben Ijoajbe; betaelftc fetjaemfe toa^/ 3a toa^ 5e ebentoeï jeer toejentluft/ en be inbntftseïen baar ban bïeben mn eenige tijb 6p» lt;0p Maandag pjebiftte Burnet ober beje
tooajben; Waarom noemt gy iny lleere, ileere, onde en doet niet het geen ik zegge, ^aar op pjeblfitc MSr. Barclay ober bcje toaajben; Doet liandel lot dal ik kome. ©eje SCeejrebenen be ift met genoegen/ betmaalt/ en met gejetjjeit bep gcmoetaV tjet toeïïte geen üïcine toeïbaat toa^/ aanmerftenbe/ tjoe menigmaal mun Ucrte ten tybe ban be in^ellingen plagt af te stoctben. 3jft ïtan niet peggen/ bat ift aan bit Stbonbmaaï ontfing/ Ijet geen itt bertoagtebe; nogtan^ Ijab ift gjonb om te Ijoopen/ bat be ï^cere nog boï^ ïer ontbeftftingen ban jig ^eïben aan my/ tot op een anbec gefegentgcit üctoaarbe.
^e boïgcnbc bag be*» i^eeren/ 30'abc Ijet Jia^ cramcnt te Laswade nitgebeeït toojben/ aïtoaat ift boojnam tegentooojbig te jun. 5ft toaé baar op ben ©aftenbag? bog op ben Euftbag toaö ift 30 ongcfleït in myn lichaam/bat ift genoat^aaftt toaé eenige bagen myn öeb te ï^ouben. ?liïbu^ toiert ift ban beje gelegenrtjeit ontjet/ 't toeïft my niet toeinig fmertc.
J0a
tat iït ban beje onge^eltftcit Djjguani/30 fieljaagbc ^et ten ï^cerc een aniJEt nnbcrhiniïingE ban 51111 liefUe tn gunflc aan mpn jicle tc fcefte# ten/ en bat in julft een ruiniE mate eh trap aï^ iït ooit tE bacEn gEnatEn IjabE. (lt;©03 aïïE june taEiTEn mEt my ^un gaEbEctiErEntïjEit/ ïiEfbE eiiamp;e taonbEr/ bEtaEÏftE niEt na tE fpEtiCEn snn.) Cn bit gEfdjiEbEbE tEn tubE taannEEt ijst ^acramEnt in bE West-kerk uitgEbEEÏt toiEtt/ terwvl ik aldaar lag aan de kant van het badwater, wagten-de tot dat de Engel het water beroeren zoude.
ijab EEiiigE gEbagtEn om op bEn EEcftEn ïtufl^ bag tE tammunicEtEn; bog tacgEiia' mynE antE^ bEtE/ eu ïEüEnïaasE toeftanb bojfl iïi niEt aan jpn IjEiïigE (.CafEÏ nabetEn/ niEt IjEtiiiEnbE bE gEnabEné ban bEn (ÊEEft in oEffening; tuant iït niErïttE/ bat'Et mEEr in EEn bisgEnoot UEtEift taiErb/ ban in eeh ftaat ban gEnabE tE jnn. '©e gEnabcn^ ban bEn €gt;EEft üsljooEEnbE in OEffEning tE sun. (0EbuurEnbE bEii gantfcljEn ïtuftbag/ taa^ ift ïtEÏabEn mEt EEn gEEft ban ongEnoEgEn/ 3pnbE tEn EEnEinaaï niocbEiooé/ eu nngEmaïtïtElpït biE^ gEiia üEé ï^EEtEn hiEg niEt my. Sjit ïionbE niEt^ in bE -CEEjtEbEn/ nog aan bE (CafEÏEn IjoocEii Ijst bjEÏliE op uuin tOEftanb pafte, daarom nam ift boo? bEjE ïiEEft tE bEdatEU/En tE gaan tot EEnigE anbeEE/ aïtaaac iït ban mnn tOEftanb joubE uon« iiEn IjootEn. oDp bEjE tab pjEbiïitE Riddel obsr bEjE toOOjbEn: Zaf hy wonderen doen aan de dooden ? Silt bagt/ be.^E 3tEErE ftomt niEt nip ÜEtEt obEt Etn; EbEntucï biitl: ift niEt/ lnat iït boEn/ of taaar iït gaan joubE. Spt bia^ 50 ont^ roErt in mpn gEinoEb/ bat ift bagt/ bat a?ob op b'etn of b'anbEC bEtfcljjiftftEÏjiftE biu3E tEg?n^ mp jig bErtoonEn. soubE; (bog in jan gocbErtiE^
tEHt#
■176 Het verborgo Leven van
rentijcit guam gp myn lijBEse faoa?) in te^c tac- a
ftanb öïccf üt ftccbs/ tot bat Jjet.gantfdjc taevft ï!
gcbaan toa^. '©dc tna# ift aï^ Ecnen üuitcn spn z
finnen. vDaai* na Begaf ift my na een afge^ n
Stuibcrbc pïaatfc/ oji get ïicröïjof/ aïtaaar ift t fcijccn te suïlcn BcstapVicn tn Ijet ap te gcüen/ : v
jtggcnbc: 300 ftan Ijct niet ïangcr uitïjauben; i(
bc pïirïjtcn jun mii tot ccn ïaft/ cn be infMiingen n
tot ccn ttcrmacitljcit/ nnibat ift geen faoojtgang n
in bc tacgen beji i|cercn mafte. lt;0 ift jic bat ii
niet^ minber ban een ^Djicccnljeit my te ftaöc ti
jaï ftamen. ijCoen sag ift bc naotsafteïyftljeit ban ^
een jtföiböcïaar/ in alle jpnc aniytcu. ^Tcrluyïe n
ift bu^ in myn geeft ontcufi: taaé/ 5a üeljaagbc ti
jjet ben ïfecrc/ betoeïfte aïtoa^ jyn Uaïft in een ïj
tybt han naab ünftaat/ op my met een ooge ban fa
mcbcïybcn nebee te jicn. Sin beje pïaatg iuicr# ^
ben mync ban ben las gemaaftt/ en ift ontfing c
fterftte/ taelfic my Uuis gclyk het leven uit den ij
dooden. Cn Ijicr ftreeg ift bjyljeit om uit tjet 0 Êinncnftc ban myn Ifcctc myn iiïagtcn ben tjecre
boo? tc bjagen/ ijem fmceftcnbe/ bat Ijy om ij
3ynè naanifi iniïïc taiibc gebenften/ ijct gene Ijy p
in bocigc tyben aan mync sicïc gebaan Ijabbe/ l
cn bat in bcrfcïjcibc geïegenttjeben/ en oy ber^ ni
fcyciüc plactfcn; gcïyft aï^ tc Laswade, Presloun- b
Pans, Largo, en oy anberc yïaatfen/ aïtaaar ift quot;4; gctaiïïig gemaaftt taiett om Cïjjiftu^ oy be boo?-'
taaarben quot;ban Ijct berbonb bcr (öcnabc aan tc ncquot; di
men. ^yn tc ruggc jicn op beje tyben/ taaj» in
geen ftïeine g?onb ban Ijoyc/ bat bc i^ccrc uoclj h(
gjootc bingen boo? my boen toiïbe. lt;0! ift bocu er
bc op een onbcttaacgte tayjc een g^ootc bccan^ gi
bcringe in myn geeft/ 50 bat ift ijct niet ftan nit.- o]
b?uftften. €n fcljoon ift niet aan bc (jCafcï taa^/ bi
ah
ELISABETH W A S T.
aïtuaar be $gt;ecre gctooan spu Ualft te antïja^ ïen; nadjtan^ niuct ift erftennen/ dat hy my in
zyn wynhuis voerde, zynde dc lici'de zyne ba-niere over my, £^0001. II : 2. (Cn bat taao?t guam tat rnn: Al laagt gy lieden lussen twee rygen van steenen, zo zult gy dog worden als vleugelen eener duive, pf, LXVIII : 14 a?it lna^ üaaj mu ten Qcjiaft en bcr^tnfificïnft üionjb/ aan* nierïtenbe tuffen toclHc ftccncu ban jonbc cn tian hcrbojbentöcit iï! gcïcsjcn Ijabbe, 3,if antfing toen een jjemcensamc taegang tot ben töjaan bet (öenabe/ niet aïïeeniyft iiaa? mnn jelhen/ maar aait liaa: an in etc/ rtclyfi aï!t be ïiecUcn Buü ten en Binnen au? itaniniïrijl'i; niiine Cljjifle* ïyfte lui en ben/ en mnne naeutae cn biecüarc bloet-bertaanten; baa? tueifte tub mnn jieïe ben ^ccce bcgceit te iaaben/ teclnni ift bit aaiunerfte aïé een buibelntt teefien/ bat ift cy ben bafgenbe bag be^ ïjeeren genaabigt Oen am Ijet Sacrament ay beje pïaat^ beeïacljtig te Uiojben»
^gt;it tuaé liaa? mn een ^aetc uatïjt/ bclueifte fït ïicgeece in gebarljtcniffe tc tjauben. Maandags pjebiftte Williamson abet Pfaï, Glü : \
Looit den ileere myne ziele, ende al wat binnen in my is, zyn heiligen name. Ji£)n bagtc/ bat mnn üinncnfte Ijcrtc met bit ,,eggcn uitging. Waac na pjebiftte .ilBc. Hart aliet Jes. L : 10. Wie is'er onder u lieden die den ileere vreest, die na de sjemme zynes knegts hoort? Als hy in dc dnisternisse wandelt, ende geen ligt en heeft: dat hy betrouwe op den name des !loeren, ende steunen op zijnen God. maebigbc bc genen betoeïfie tn buiftecniffe tuacen/ aan/ am ap ben ïfeere te bertraulnen; cn bc gene/ bctacïftc uit bc buijicmiffc tat Ijet ïigt gcbiant
12 blaren/
177
178 Het verborge Leven Tan
Uiarcn/ fpaojtiE ij? op ijicrbcrlw lapje atn/ om een goch jjclamp;juift üan öe^c taeïtraat tc maften/ ten i. JJDecfl jcec tanftamp;aar. 2. i^camp;t meamp;eïpbcn met anbece/ tetueïftc met julft een geïuft niet ftegun^ ftigt 31111. 3. SJeljmiijt 111 ntoc oclicticn aan öen tljjaon bet aScnaöe/ üe toelftant ban be ïïeeït en be Mangent ban Cöjiftu^ 4. MSaaftt n gccceb boo? ficpjaebiugeii ban üjic foo:tcn/ a. berïatiiP ge/ 1). berjoeftinge/ c berb?itfifihige. 5Cïïc bicïftc bingm op my sect tocpaffeïyft taaren. Ma bejen geamp;curbc fjct/ bat ift in fjet gc^eïfcljap ban fom# tnige geraafite/ luiend taanbel ten eenemaaï aarbftïj taa^. iiirr bcbonb ift/ bat be aïecfl jirtj onttcoft/ en bat be joete fmaaft ban ;pn goet^ ijeit aÏÏengsïfené afnam; ift ftcecg toen beïe ober# tuigingen/ ijoe firtljt ban 11111 bc*? ïfeeren tegen# bioojbigljeit üefteeb tuaj! gebiojben/ toanneer ift 3E ijabbe.
ift taa^ jeer ïttb?eeft/ bat be ^eere jidj gant^ fcljciyft onttroftften ijabbe/ om bat ift jniicn aSeejt tegengeflaan Ijaböe/ 3j.n1 be niemant meer fcljnïbig aan beje jonbe ban ift taaa; en get fdjeen
nip toe een trap te spn ban be 3onbe tegen ben i
:igt;. Q5eeft. Wit outruflebe nip nirt taeinig, 1
Woensdag in be namibbag lua^ ï)et be ge* quot; toooneïpfte tpb bat nnpne bjienbinnen en ift ohe?
afjonberben in ben gefiebe/ en ift ftreeg toen een i
nientae ontbrftftingc ban i^ecren gimfte aan 1
mpn jieie. Sjft ftan Ij et ter eere baif 60b 3eg' ^
gen/ bat tap jdben in öe3e plidjt t'famen qua# i
men/ of ift ftrccg ecnige oiibcrbinbinge ban be '
liefbe lt;i5ob^/ betadfte aan nip ontbeftt taierb, I
Donderdag, 3piibe Ijet ^aflenbag/ taa^ ift in een 3eer jlegte geftaïte/ bctoeïfte met be pïigt ban öen bag gant^ niet ober een quam. We
•179
3CcE?cei3cnen ïjabtiEn toEinhj bat op my; bag in te namiööag/ inannecr .iiBr. Cliricton yjebifttc ober be^e taaa^bcn/ Amos VII: 2. Ileere, Ileere verbeef dog'? wie zoude van Jacob blyve staan? want hy is klein, bagt ift ijat'ct ict^ ban (öeeiI: in taa^/ bctacïiic met ijcra gctuigtrE/ aï^ tyy lian üe ücröEüinjje öec sanbe.
Vrydair p:EÜiUte .ijBt. Meidrum olicr 2 (Cim, IV : 8. Voorts is my weggelegt de kroonc der reglveerdigiieit. i')u ineclttE aan/ bat eeii fiinb ban si?ob ftonbE Ham En tat eeii cmbetfdjcibe üeiv nij'fE ban 31111 aanbEEÏ aan Clj:iftus/ terlnpÏE Ijn IjiEr ny aarbE inaja; en bat er üaitEii bit Ijiet niEts toaaV inaar ban 111 m ^icïj ?EÏbEn bccjcliErEn ft an be.
a^Eïpft Ijy raEEnioraaaï my tat EEn üabE ban a5ab bEcftcEiit ïjabbE/ ja bias Ijn :t nip aaïf op bejen bag/ aï-S bJamiEEC ii'i be abemingen ban lt;ï?abs ^EEft ap innn jiiiE onbEcbanb. .löa bat ift t'1)11 is geftamEn luasf/ bagt ift/ bat iïi üiegt; bEi'om EEiiigennatE bes ïgt;ecccn tEgEnbJaa?biggt;= Jjcit berfttceg; fiibbenbE/ bat Ijn nip biilbe ge^ rEEb maïtEii tat biE plecljtige gEÏEgEiitïjEit/ bEtaEÏ* ïie nu jEet naün bias; en bat mpne genaben^ macijtcn bedebenbigt bia:bEn/ tsn einbe ift EEn 55?uib baa: Cljiiftus marljte 31111.
Saiurdag'l nio;gen| iiebanb ift/ bat ftetgeEii ift bE ïaatfie Zondag antmaet ftabbE/ biEbEram began ïEbEnbig tE bia?b£n/ eh bat be 43eeft beé ileeren mp berUiaftftcrbe/ biajbenbE in ftaat gE= ftEÏt om tE raEprn/ bat biE bebEti/ bEbiEÏfte op biE tpb SEer getoicijtig op mp lagen/ mp toege^ ftaan matftten bia?bEn.
^abanige/ aïö een taaïgeïpft gE^irgte ban be jaiibE; eeii IjEiligE eh gEEftEÏpftE bianbEÏ ten aïlen tpbe/ in aïïe pïaatfen/ en in aïïerïci geïegentïfe*
42*
.1
480 Het -verborge Leven van
tten eh bat iti ccn nuttig Cïjjiitcn mocljtE Spn/ in mpn tpii en gcfiacljtc. ^it taa^ mu ccn öui# tengetooane tpijt/ diitfangEiitic ö^pjjEit nm gs# loof tE ocffEiiEn/ bat öe ^eeve mu öeje üeijcn/ toaar ban iU gEiUEÏt IjEÜbE/ bErgunncn soubc: en bat tooojt gnam tot nip: Morgen zr.1 de Heere nederkoraen, en wonderen onder u doen. (E5it bEEb my met ijfnbfcljay ten Ijuisc öes gc.^ gaan/ bErlnacljtEnöc öe bcrbuUingc ban bEje bEÏoftE. ©p bE^En bag pjcbüUE Mii-chel obrc Sol). XX : IH, Vrouwe wat weent, gy? wien zoekt gy'? 332aar uit fju aanniErfttE/ tEn i. ^at bE sIeIe/ bEtoEÏiïE Cljjiftus sorfit/ nirt afïatEn soubE/ tot bat ju tjrm bonöt. 2. (Pat Cïjjifti afbiE^EntljEit jobanig eeu gEÏoobigE jjnttuft/ bat aïïE anbEtE bingEn in bE InerEÏt jjEm niet ftonuEn tE bjeben ftEïIen/ tut bat ju ïjEin gEbonbEU ijab; ueeu/ jEïf niet CugElen/ of ^eeraren.
9tan bcjE 1'eeue ban ifi nntn jEgEÏ ijangen; toant taat ia' bE gantfcljc bicrEït 5onbex €|?iftu^: geef iny Clj?iftiié/ eu uiEts biiitEU ijeni/ ïiebEt ban eeu taEtEÏt ;anbEt ijEin. Tgt;arlj IjEt gEUE boaj mu niEcr bujanbEE tuaó'/ bias ijet gene bat .iHür. Anderson fjJjafi aangaaubE ijct maften ban eeu faErbonb/ Uit CjEClt. XVI; 8. ik quam mei u in een verbond, spreekt de Ileere, ileere, ende gy wierd myne. JDaat uit t)n aanmcrbtE/ bat Ijet toa^ ï{et booKEcljt bEt gclnnbigcn/ in eeu bEiv banbé-bEtcEÏtUingc niEt (3?ab tE 31111,
ï.}n fpjaVt aangaanbE bE JDainu-n/ bEtaEÏffE IjEt farrbanb maabtcn/ eii aangaanbE bE baojtaaar^ ben ban bcibE bE partiien; op toEHic tpb/ eu in taeïfiE yiaatfE iït aïfEs/ bat in fjEinEÏ rn op aai^ bE toasf/ tot getuigE nam/ bat ifi getailïig cn
tE
ELISABETH WAST.
te üjEbcn met tit bcrbrag getao^üen ^eje SCeejreben taaj? my 50 aangenaam/ bat ift niet nalaten ftan ter ncamp;er te fteïïen fammige ban öc bao^luaarben/ 3a aan üe ftant ban *6ob/ aijï aan be ïiant bec (öeïaatrigcn. ïDat ïjet Eerste aangaat/ jeibe ben SEeecaar/ bat a?0b in jnti beruanb jicïj ^eïben en aï ïjet jnne üeïaafbe obet te maften/ tec berbuïïinge ban ijet gene 3011 baïft ban noben gab; 2. bat Ijlt ^un bccüïuf onber Qact: tofibe nemen/ en met ijaar taanen. 3. ^)at §3 'Ijaar üefdjennen jaube ban Ijare bpanben. iCaec toacen bcrfrtjcibe anbere bingen/ betaeïfce Ijj omtrent bit ftuft gab/ stmbe bejcïbc nm ont* frijoaten.
■©e boajinaacbcn aan be ;nbc bec (öeïoabigen taaren/ 1, Cljjiftuti aan te nemen als ïjeere. 2. 5i'ïïe anbere HCicfijeüBer? tc becjaficn. 3. ?tlïeé aan Tjem ober te geben/ en jidj jcïlien aan 511111^. büïïc boa? attaüu te onbertaerpen. ! een g:ate luarijt bergeseïfdjayte aïle bese bingen/ ja bat iïf bacïjtc bat cïüe fpjenft in ijeinitljt en lebcnbig^ Ijeit b'anberc ftneufi obcctrof. 3'lt bagte ooft bat my naait berbjieten jaube bit ;aet onbcrbierp/ get taense buis geïnft merg baa: be üeenen. 'vèe apenöare 6obabien'(t geëinbigt junbe/ begon ift beje bingen ernfteïnft ter lquot;;ccte te nemen/ en op nieuUiE? een berüonb met be ^jieëenljeit be^quot; ïfe# mei5 aan te gaan. lt;0 bat ift mocljte jeggen met David: Ily heoli iny een eeuwig verbond geslelt, dat in alles wol geordonneerl en bewaart is, 5 Sam. XXIil ; 5. tea dnbe ift ijet niet in tlcup* feï modjte treftften/ geïuft aïu ift te baren ge* baan ijabbe. oD! berjegeï mu baa? ubi biaajt en 05eeft/ en ift jaï Ijet berbant met mun Ijerte en jieïe berjegeïen/ en ïjet anberfcgjyben met
181
182 liet verborge Leven van
mpn Ijantr. €n Iaat öcjc plaat^ ten ftaanbc ge* tuige tuffen u En nip spn/ fcat iït ö'utac löen/ rn gp be itiynE jilt boo? EEittoig. ^oe taiErbEn öe iioojtonattiEn ban 't ttEtfconö my boo? oogEn gEftEÏt. 3iït jaï tEt nEbErftEÏÏEn/ taaar tOE ift nip ÖOE boo? ÖEH l^EEtE pÏEtljtEÏpli bErüoniï/ IHEt opgeÖEEbE IjanöEn/ op mune gEliooge fintEn.
„Sift üEgEEre ïjiEt Cö?i|tii^ in myn QErtE aan „tE neniEn/ in aïïE jnn amptEn/ aï^ ^opijEEt/ „fgt;?iEftEr eii ïioning. od ï^cEtE/ tuamiEEr ift „tEsrïliE ban noben öeüöe/ jo ontttEfit mu niEt „ulu fiyftanb/ oy bat ift/ in 't buifter jpnbE „aangaaubE myn pïigt/ 't ju niet opjicljt up bc „jiEÏE/ of op be bingen ban bc^e taEEEÏt/ ban in „niync iiabcringE tor u/ üEfticringE ban u mag „ontfangen/ toat ift botn niOEt. oT' jEg Amen „ïjicr op/ boinrno ubjE ÖEÏaftE/ Ps. L : 15. „bjeet ooft/ bat uit owjaftE ban eeii lidjaam „bEr 3011 üe tn bE^ boots? ift baagïyftgf myn $eU ,,bEn bEtontrEinigt/ 30 bat ift ra^ myn bEttrou-„toEii bErliEjE/ in niynE totnabEringE tot bEn „tï(?oon bEi* gEuabE, €gt;! ïaat uüie geregtiggEit „boo? mn tuffen iioniEii/ op bat ift bagcfn'lé „bjyE tOEgang mag bEtfirygEn/ 30 biïïiuitó alé „ïjet bE noot bojbEtt. ^eeee/ 3Eg giEr ooft op „Amen, boïgené bat tooojb/ Eph. II : 18. (6y „tocet ooft/ bat ift beeïe byanben IjEübE ban „fiuitEii eii ban binnen; be buibEÏ/ om my ts „bEr30EftEn; be taErelt/ om my te bcrïtiben; „pïaifiEEEn/ om mn op eeii beriiCErbe toEg gs^ „bangen te nemen/ en een berbo?bE natuurE „3ynbE gEHEgEU tot alÏE^ bat nuaab if». OI „ftom ban ató eeu foiling om tegen^ alle myne „byanben te flryben; taant 3« 3yn niEt aïlEEii* „lyft myne byanben/ maar ooft b'uine; taant
ELISABETH WAST. 183
ïtomcn aïïe öanr in oücreen/ om get taerft „itlucc gcnabc te ÜErnietigcn/ ïjet iaclftc gy in „nipnc jielc geplant Ijtïit. © ^eere! tnanneec „üï 00U üan ccnigc ban öejcïbE üefpjangen too?* „öe/ 3a Ijeü ift/ tocgcnjt öat ili staaft ben/ niet „ineet te üocn/ ban myn tacUïngt tot u tc ne.» „men/ am my tfgenö öejeltje te tjcïjjen. Cn „ïaat uta gacije toaojt aan mu bcctatlt taajben/ „taeïfic ons ïicbccït aïïe onsen ïaft cjj fcen l^eetE „tc taeryen/ en taiit gy on^ onberfreunen, ^e^ „üen ^ccce/ öcgeer ift een fttjeiblijief te geben „aan alle myne bjeembe quot;licfljcüber^/ en met „Ephraim te seggen: wat heb ik meer met de „afgoden te doen'? lt;J3y alleen toeet/ toeïft een „neft ban onreine fcljepfeïen ift tiinnen my tjcamp;^ „üe. Jmit£ gy eerft met my in onbcrljanöeïing „geftomen jyt/ je Ijeft ift aïtao^ b een of tTan* „öer afgoö geïjab/ ttaiftenbe om Ijet boojretljt „ban Cljjifti yfaatfe/ op een jeer onrebdpfte „tayse, ix^aac Ijier fieloobe ift ftcben in ntac „fterftte/ bat ift noit aan een anbec be tjeerfdjap^ „pije ober myn Ijerte geben jaf/ ban aan CIj?igt; „ftu^ aïïeenïyft; en tot een iietens Ijier ban/ „geef ift myne gencgentijcben aan utae üetaa^ „ringe ober, ^Potlj ift bebinbe bat Ijet een ban „bc niocycïyftftc ftuftftcn ban be gobgbienft is/ „om be regterljanb en be regter-aoge ban myne „gencgentljeben af tc ijontacn en uit tc fteeften, „ï'og bit toeet ift/ bat gy nietj* üebceït/ of gy „ijeijt ftelütc üeïooft om fjet tc baïöjengcn. Jfft „bae Ijier Ijcbcn een pïcgtige/ b^ytaiïlige/ en een „boiftamc obergaaf ban myn seiben aan u/ jid „en ïicgaam/ met aïïe üc bcrniogenS en ïcben „baar ban; al ijet gene Ijet myne i*ï/ of ooit „ijet myne saï tacsen/ b:aag ift aan u op, ^n^
„bi en
Hef verborge Leven van
„bien gp in utoe hoo^ienigljcit ijct gcüocgïtjït „oojbccïcn jult/ om aan my tcnigc gacbcrcn „üan tEje tuceceït tc ficflcbcn/ 3a jaï Ijct balgen^ „utoc bcflcïïing 3ijn/ om'er nicöc/ taanncer gy'cr „mn aait toe roepen juït/ af te onberfleunen/ „of eenigc ban itoe gebjeït-ljeööenöe lebema* „ten/ ijare ncoben tc berhuïïen. li'f bjage ooft „aan u op be tienben ban Ijct gene ift 'be^ wSitte/ 't 311 bat ift beeï/ 't 311 bat rïi laeinig „peüüe. ï)it begeer iü te onöerijauben. a2n „inbicn gu eenige anöere Uieïbaben aan nm te „fiofte 3uït öangen/ 30 Iaat mnn in bic ft aal en „toeftanb bieten/ Ijot ift 3c ten ubien bienfte 3aï „aanicggen. l)eci-c ïaat n be3e optijagt lueïgc^ „ballen/ cy bat ift my niet aan intcrfiens/ ijet „3)1 ter regter 't jji ter flfinfterïjanb fcljnïbig ma# „ftc; en ïaat bat gebeeïte ban Ijet berbanb aan „ray gacb gemaaftt Inajben/ Ps. XXV : U. SC'ft ficgeerc Ijier tacbcrom/ in öet ge3igte ban Ijcmrï en aarbe/ mijn 3cïbEn aan Cï):iftué tc onbertoer* pen/ om met bat ïat te b:eben tc 31111/ 't todfte ÜP n;y in beje iacrcït 3aï geïieben toe te meten/ ten einbe ift met Pauius leeren mag/ om/ in lueïftc toeftanb ift ooft ben/ baar mebe bergenoegt te syn. ^jnbien gn in ntoc baa?3ienigijeit nm met annoebe/ af met fmaatïieit om ulues naamj; toiïïc/ ftomt te öepjaeben/ ift ben te b;eoen; ftljaon be gcljceïe taereït am utaent taille mnnc byanben 3auben Inojben/ 3a ben ift te b?cben berbaïginge. en ftepjaebingen boa; nta saaft te ïp# ben/ feljoon ijet inogte 31111 bat ift in een geban* geniffe of ftniï 3oubc ïcggen/ om gegeeffeït en gepynigt tc biojben. 3jft maaft'cr myne reefte^ ninge mebe/ en ift üen te bjebcn om aan een galg af ftaaft gebjagt tc biojben/ om een getni#
geniffe
ELISABETH WAST. 185
gcniffc aan ntoc toaarijeit tc gehcn. itEtnc I glcr ijcbtn getoiïïigïpft ïjct R?up^ op/ om it ttr tc murmurcccn/ boa? aïlcrlfcy maEpcïpïtljcticn tc üoïgcn. jt^nu lcbcn ii? gcfyft ccn bcf toit pa^ pier/ biiït gn ïjct op met Ïjct geen n fiegaagt. Sift iicn fjicc ijeben tc ttjcöcn te ïeben ja lang aï| Öct u belieft/ en te fte?lien/ taannect gp ïjct gc# Pacgïnft oojamp;eeït: nla taiïïe iö mnn taiïïe. Jht o j|ecre/ gu jiet bnt ift feïjaone tieïoften öac/ maar in utne tcgenta0O2tiigï}eit ficlnbe ift bat ift noit ecne ban beseïbe Ijouben jaï/ öan op bao?* taaarbe/ bat gu ijet jeïbe geboeïen in mn ïegt/ tjet toeïfte in dijitiué ^efna taaaV om te Ij ebben een ïpbcnbc geeft/ en ntac tcgentaaojbigljcit met mn. 3quot;!ft bcbccïc ntpn jeïben aan ntae Betaaringe; inlt;= bien gp ooit Sdiotland ficpjaeben snït/^eercïaat ban naait toe/ bat ift mnn rugge nbie becbolg* be bieg joube toeftccrcn; lucïft gebaar ^ig ooft mogtc opbaen/ fietaaar mn boo? aïïc ^onbige in« frtjiftftinge op ecnigcrïci lumc. Sft ben tc bic ben mnn ftjun^ op tc nemen/ en n te baïgen/ bog niet in mpnc eigene ft cm; te; taant jonberuftan ift nieté bacn. lt;0 Qccee/ berïccnt mnn bit/ bat bit ^agtmaaf niet baojbp mag gaan met 5a toci» nig bnigt en boojfpocb/ aïr? anberen 4Bagtma# ïen gebaan Ijcbbcn. ^©aac ïaat'cr ban bejen bag af een toc^cntïnftc bcranberingc in mnn toanbeï bcfpcnct taojben; baar bcjclbc tc boren b lira a 5/ bïeeftïjcïpft en aartgejint Inarï/ 50 geef mn nu Jjciïig/ geeftcfnft/ en liemelsgc^inb te 31'n/ op bat ift mag tragten/ 30 na al? tjet mo^ gclpft ié/ tot bc boïmaafttljcit tc gccaftcn. 03 bat ift noit meer met opjet jonbigen mag. 5Su/ 0 ï^ccre/ al ïjct gene ift ban n öegccrc aangaan* be be tpbeïpftc bingen/ i$/ bat gu mp üjaot
186 Het verborge Leven van
tailt gtben om te eten/ en fiïteitercu om aan te uj
treMsen; acef mp nag armacöe/ nagte ryfiöam/ ijj maar baeti mp met ïjet öjaafa mpnc^ liefcgeibcn
üeeï^/ sanüer aan femanb tot een ïaft te jpn; en ^
jaeft gp üoa? mp uit een üeflaan in teje taerelt/ ni
^et tafïïfe meeft tot utoe eere/ en ten utaen tien^ tig
fte mag spn/ ijet jp ü ui ten/ [)rt jp in öen öienft; oj en ïaat mp alïe be bagen üan mpn ïeiten/ aan
u een taegetaepbe ^icnftmaagt jun. ar
3P üinb mp berpïigt te erftennen/ bat be a?eeft Qï be^ l^eeccn mp ticnuaatn maafite am beje 6cben aan ben ©abL-c in ben 50ame be^ ^aan^/ ap
te senben; en ift ftreeg geïoaf/ bat ift aangena# ïa
men taas/ en bat Ijp neber toiïbe Ha mm/ en ge
toanberen anber anö luerften; en bat tjp boa? mp i|i
boen Priibc meer ban ift öibben of tiegeeren ftan» br
be. (©nbertujftïjen tertopï ift albu^ in tjet ^up^ ift Pan ïtefbe ontljaaït tuierbe/ ïag Ijet gebat ban
anbere sect geiuigtig oy mp; en fmceftte insavu tje
berljeit baa: be ïierHe/ bttoeïfte in ben aPcn ban üe
3jf{ ftjeeg ooft bjpljcit am te pleiten baaLi ben pj
anbergang ban Ijare bpanben/ ben Turk en ben ïe
Antichrist, mbcm» bien Ijabaarbige (!3etaeïtljeii^ mi
tier in Vrankryk en aïïc/ bebaeïtie tjaar magt jei
ïeenben am tegen^ ben l^cere te ftjpbcn. aDnje b?
eige 5l5acbetttetfi in Schotland ïag op bi';e tpb mi
jeer na op mpn ijcrte/ ten einbe be Ü}eereeenbie* be
rige muur rontom ons? mogte spn/ om onö in tui
be tijb ban gemcene rampen te tietoaren/ 5a bat ftr tup naait baar in be juibere inftctlingc magen anttieeren/ jonber be bermenginge ban fgt;aperp/ .
af 25ifftljappeïpfte regeering/ af eenige anbere be
btuaïinge; ^ae gp met anj» aaft tjanbett in een tui
tueg ban aanbeet af öarmljertiggeit/ ïaat ijet een nij
uit»
ELISABETH WAST. 187
c iiit5i0t §e616en am onsf hoo? ttta sclben tot een
/ ; Beilig bulft te niafien.
n (Certayï ift buö liatr bao? mime Cljjifleïjifie
iï bjienben en nalöeftaanbe/ lag bc toeftanb ban
•/ mpu .iiKbeber (bEtacfftc op beje tpb/ na mun ge#
gt; bag ten/ jeee naberben ten grabe) jeer getaigtig
; op nut/ op bat Ijaar biebe boo? be tpb ban een
ii ftejben^ uur met Ctj(?iftuö mogte gefloten 31111;
om bjien^ tuilïe bat tooojt met fi?agt quam:
|t Om dat ik leve, zal zy ook leven.
u ©e^en abonb hiajf 30 aanmerïteïyft/ bat ift
p baar ban getoag moefte maften/ 3|jnbc l)et een langen tpb getaeeft/ fintó ift biergeïnfte te boren
u genooten ijebbe. gt;t:n ift taierb Dbesrebet/ bat be
P i^eere niet allecnfiift mpnc fieben berljoojen 3011^ be/ maat bat Ijn meer boo? mu toiïbe boen/ ban
? ift bibben of benfteu ft011 be.
n Hu ft bag '$ ino:gcn^ guam ift ter pïaatfe ban Bet .ïSagtmaaï/ om Ijet 3egct ban ben ïjemeï te
n fieftomen/ en tomnumiceerbe aan be eerfte Ca*
fel/ betoeïfte bno: Peterson üebient taiert/
n pjebiftenbe ober Joh. f: 10. taaar uit ïjp een bo^
n Ie Ctj2i|1n«i boo? een lebige 3ieïe boojfteïbe. ^Ti
i* moet peggen/ bat bc i^eere aan 31111 (Cafel/ my
[t 3ecr gunftig taa^ ^Doe!) eben'aieï taierb ift een
;e bjee3c in my grtaaar/ bat ift noit myne boojne#
b menfi naftomen 3aube. a5cbiirenbc ben bag boo?
^ berftreeg ift niet Ijrt geen ift berüiagtebe/ maat
n Vuiert geljoïpcn om te gelooben/ bat ift Ijet ber^
it ftrygen 30itbe/ eer Bet tarrft geëinbigt toa^.
n Hustdag 'é abonb*» luiert ift berbJittigt/ bat
t/ cWir. Mekli'um Maandag ftanb te p:ebiften/ bat
quot;e berquiüte my niet toeinig / uit aanmerftinge/
n taeïfte een ge3egcnb taerfttuig be ©eere Ijem me^
n uigmaaï boo: my gemaaftt tjabbc/ tertayt ift al»
t» bu^
I
'188 Het verborge Leven van
bult;S onöertitiTcn. mun jelhcu facrtröaftcöc/ luiert ifi üaar ober in mjm grtacten ürfrljuïbiijt/ bcn^ fiunamp;e/ tuat öcn iïi bacnbc/ bat ift ict^ ban ïjet fdjcyfcï berluaijte? ijet ié rccljtbccröi^Bcit/ bat 3pn lÜECjrcbcn mp bcotacgcn geen gact bact ^og ift ïaobc ben ï^ecre/ bat bjcE^agtisjljcöcn ban bejen aarbt genabiglpfi taierben baojgeftamen/ taant bc ïaatftc bag ban ijet $übanbraaaï taa^ boa? mn brn g?ootftcn bag/ ccn bag inöcr baat nm noit ban my in bergetentë gefteït/ maar in ccn ceutaigc gcbagtcniffc ban my bctaactt tc taaj* ben. 3!n be ma:genflanb beifirceg ii» b2yl)cit am te geïaoben/ bat be i^eerc al Ijet geen ift jogte/ my bergunnen saubc/ en toicrb in bescn bebe^ ftigt boa: ttoec gt;§cf|?iftuurpïaatfcn/ i Cljian. IV : 10. Ende God liet komen dal iiy begeerde, ^icf. LX1V : 4. Men iieeft hel niet gehoort, nog met ooren vernomen, nog geen ooge en heeft het gezien, .behalven gy, o God, wat hy doen zal dien die op hem wagt. i^iec ïjab ift een ai^ nitfpjcltcluïte bïybfdjay omtrent; baar na ijuam iti ter yïaatfe ban ben openbaren C^ab^bicnft/ toaar lt;ïiX5r. Wishart ober oSyenb. lil: i l. pjebiït# tc: Houd dat gy hebt, op dat niemand uwe krone neme. ©aar nit i)n a net/ nebens anbere bin^ gen/ bermaaube baft te tjaubcn ijet gene toy aan bit 5tbaubmaaï antfangen ïjabben; peggen» be onsquot;/ bat Ijet mocijeïyfter toag te'bctaaren ijet gene toy berïarcn fjabbcn; Ijet taeïfte ill r.it myn cigc bjoebige crbarentljeit jeer tocï tacte. Ï5cr^ bcr bermaanbe Ijy onö baft tc Ijouben be boïïto^ mcntljeit ban be ^jeabytcriacnfcije rcgeringe/ sa bat niemant on^cr ait maefte tacflemmcn cm be 55iffcljaypelyftc magt taebcr in tc bjcngen/ tael^ ïfe Schotland gabbe uitgefpuutot; en juïïen toy
gegt;
ELISABETH W A S T.
pïjtft öonbcn on^e cigc fpcefifeï npfufiftcn;
fpjaw ooti ccn ijïoeft uit ahcr bic pcrfaan/ faclac^ op ecnige tapje Jericho saube tiEïpen tacöecpm nprictjtEn. ïficr op ift fiïpamp;c tc ïjaorcn öat gp 30 gctrciuta tan^/ spnbc baar op öe^e tnb ecn gjootc uaotsafiElyHtjEit ban ^oöanige Iccrc.
43u öcn iiï bcEÏcjjcn Ijoc iu berljalcn jaï Ijct nc in be naaftc ül'cEjEEbEn liofijbE/ jpnbE baac in lioo? tnp icté üuitEngEtuoon^/ ijEt taEÏltE üctEr gcbocft ban bciijaaït üan tao:bcn; tc flume ll^c. Mcldnim ïtanbcïbc obet SiEE. L : 5. Sy zullen ko-mi-'n endc den Heere toegevoegt werden mei een eeuwig \erbond, dat nicl en zal worden vergeten, ï^ct ïejeii jclfa ban bc ijCEjrt fpjaft gocfaE bin^ gen tot mn: En eece 311 6nb/ iü taiEct niEt te ÏEitr geftclt, ^tïjoon iït bccÏE joEtE rn berquift# ïtcipïic EeEjcebEncu gclquot;)00:t/ cn menige Ijcceïu# ftE bagen oiuIee 51111 ücbieninge genootcn IjEöfie/ ijn bc EEtfte 'S.'rEcaai: 311 nbc/ bcbicüie iït oit Cljji' fluö aan mn ljoo?bE berftonbigen/30 bat ifi Cij?!»» jlué aannam; ebcnbieï tóa;i'EC ietgt in bE3cXee^ reben/ !}Et Inrïuc aïïe ijct obctige obertrof. Eit bonb beeï ban bc 6cc|t cn ïtcagt ban v!?Db in bcsc ICccjicbcn/ 30faat iu niet biifte bicïfi Ijct 3octftc biajj/ taant IjEt Inas boo: my Een tyb niet mtiv bet ban bc paajte bcó' ïjcmcï^. Dn fpjaft ban ccni^ ge mcrfitccliencn ban bic gene/ bctacïfte taaar^ fyït ern bcrüonb Ijabbcn gemaaftt/ en !)oe 3U Ijaac bcrïionö^-öctrc'tViii'igc aanleggen 30ubcn.
ID00? taeïlte mcrlKEÏtcnen ift obc?tcbct taicct/ bat ili bc3cïbc cenigcrmate Ijabbc; cn mnn gant»-ftijc 5icïc tatert met een g:aotc liegcECte ontftoquot; fen; om bE3cïbc meer cn meer booj mun taan# bel tc laten bluften.
fpjaft 30 6u3anbcripft aangaanbc bcsc bin^
gen/
189
i90 Hot verborge Leven van
gtn/ bat iït noDttacnbig mcrfttn mocft: be (J5ccfï gen
aJob^ jjctuiocnbe met Ijem; cn lju ta?a0t 30 op üjfi
myn geeft/ bat ift öalien aïïc ttayfcï geraaïtte/ mu
bat ift cene taag be'oicrfic in een beefconb met «öob ten
Seïfê aangenomen taa^ gelao^ben/ niet om mpne cn eigene gererljtigljeit/ maar om be gccerljtigöeit
ban ben .ïöibbêïaar Cljjiftu^; bejen bag taaé be ftQi
becjegeïingbag ban Ijet bcrïionb bergenabemet 50
mp; gebenbe bese bzie gejamentïpïteen getuige# ben
niffe ban be biaarljeit baac ban. 1. Sun a?eett en
Ineeftenbe ten bage ban jmi firagt. a. .ïX5yn geeft bet
taiert gebiiïïig en te b?eben gemaaftt met be boo?# ftar
taaarben/ oy besen bag ban fitaiijt. 3. %yn bar
^ienftfinegt/ als ïjet uittaenbig bierfttuig/ öe^ ben beftigbe bit boa? jnn Steejreben. (Derljaïbcn aïïc beje bjie qnamen in bit ftuft obeceen; bog taeïfte
inb?uftfeïen iït Ijiec ban ij a b be/ ftan ift niet in ge# J
fcïj:ift fteïïen; taant ift luas boben aïïc uitbjuft* dre'
iiinge/ Ijet taeïfte tint be g?onb gaf om met Da- zyn
vid te jeggen: lly lieert rny een eeuwig verboni vru
gestelt, dal in alles wel geordonneert ende bewaart bee
is, 2 Jvam. XXIII : 5. arn
©erboïgen^ taiert een gejang ban ïof en ban bej
b^eugbe in nutn mout geïegt. HCof en eere sy bj}i
ben g:oaten 43ob/ betaeïfte juïfte g?aate bingen ü
booi mu arme ftljepfeï gebaan öeeft/ berbienen# bejj
be ban natuurc be tjeïïe en sim giamfdjay; boeïj fpji
bc rufte taeïbaben ban jitn bnje genabe ijebüen ont
tnn berljoogt. lt;0 bat ift 3a mogte geljoïpcn tao?# Ijie
ben om Ijem tc ïooben in mim taanbeï/bat ijet ber
mogtc openbaar maften mun banftbaarijeit in't «.
berboïg ban mpn ïeben/ fcljoon ïjet jeïbe joube ren
opgebuït taojben met aïïerïei fao?t ban fiepiae# mal
bingen cn maeijeïyUljebcn/ op bat ift my geb?a# mei
gen mag aï^ ccnc bic met ben i^ecre een berüonb bin
ge#
ELISABETH WAST. i9i
ft jjemaaflt Ijceft/ jpntic tad te bjcben met ben
P tof0/ öetaeïfte ïjy niet mp infiaat, SUft fiebeelc
t/ mp tocüerom aan ten ©eere/ synöe tael te b.je.'
iö ten met te o,2tcr ban ijet becfionb ter 6cnate/
ie en Ö'ek beröint ifi mpn jeliien om te taetj teiS
it ^eeren/ en te Myteniffe ban te ^ce^bjjteriaan^
ie fcjje ïiegccrinöe te fouten; ïaatïjet gebaar noclj
it 3a g?aot 5911/ 3a jal ift Ijet ebentaeï ftaanbe Ijou^
e^ ten en taar boo? ftrpten/ met aïle myn madjt
ft en bermogen/ mit^ tat tit fterftte en taypljeit
ft bcrftr),i0c om get te toen; taant ban myn jelben
gt; fian ift niet^ toen. Cn tot een getuigeniffe Jjier
in ban/ Ijcü ift tit met nmn Ijant ontergefrg^eben/
t' ten 10 Augustus 1702.
ll EL1S. WAST.
g;n te boïgente üeejreten jjjrtiftte .ïBr. An-
^ drew Ober l^oogl. I!: 3. 11c hebbe grooten lust in
a- zync schaduwe, ende zit'er onder: ende zyne
ill vrugt is myn gehemelte zoete. 3J5aar nit ÏIJI
rt beele gcbaïïcn ban ftet getoecten opïofte/ tetaeïfte arme fdjepfelen modjten ontruften / sulicnbc
m tejen appelboom Ijaar ban aïïerïei ftojmen bc=
?p bjyten,
-n ^cn openbaren (öotrêtienft geëintigt junte/
n^ begon ift te onbmarften taat te ïjcere tot ons
dj fjjjaft too? te buïterenbe ft0? 111 en/ tetaeïfte tap
«i ontmoet gatten; en ift taiert beanttaoojb/ tat
1?'- Ijier boo? te i^eere on^ ïeerbe Ijet %/ 23/ C. ter
et bert?iiftftingen.
't «ITen te^en einte ontfing ift een taoo?t uit SfiCquot;
te rem. XII: 5. Als gy loopt met de voetgangers, zo
ie^ maken zy u moede; lioe zult gy u dan mengen
ta* met de peerden ? 3ïntien snift een ftleine bep?ac«'
nb binge it tot een ïafl iH taat juït gp boen/ ge^
noot^
■192 Het verborge Leven van
twotsaaftt jynbc Uan ben cencn öerg tot ben an^ beren öecjj te ïaopcn/ om Ijet lutfajb beö l^eeren te jaeften/ sonber ïjct 5clbe te Wnben?
Rustdag 'g mojtjen^ toa^ ift in een jeer baa^ bigc en bertaarbe gcilaïte bcS geeft^/ en üïeer 30/ tot bat 4iKr. Moncriel' tjanbcïbc übec besc taao^ ben/ Pf» XXIV: 7. Heft uwe hooiden op, gy poorten, ende verheit u, gy eeuwige deuren, op dat de Koning der eere inga. ilDaar op tnyn gette begon te fmciten; taantquot; myn 5ieïc herïang# be na bic soete ^aft/ om een taamiinge in myn gertc te maften/ en om mn te suiberen ban aU ïeé/ Ijet tacïïïc bit bexljjnberbc,
ging tot be eerftc (Cafeï/ aïtaaat bc ^cere nm iieliefbc te ücftljuncn met bat taoojb/ il3af. Ill : 17. Ende zy zullen, zoit de lleerc der heir-scharen, te dien dage, dien ik maken zal, my een eigendom zyn. (Oy taeïfte plaats iïi ijemct En aarbe tot getuigen nam/ bat ift mp plegtig^ Ipft opb^ocg om ben l^cerc te bienen.
IDit taas Pao? mn een jaetc tub/ en ift gcïaa* be bat Ijet ooft 3a met beeïe anbere geftelt taajt; taant bc i|eerïniiijeit bcji ïfccrcn bccbuïbe Ijet ijuis/ taerftenbc een getacnfte gctlaïte ap be geejlen ban mannen en bjoutaen/ 5a bat ijet niet ftanbe berüojgcn syn. oD bat ift pjpscn ftan» bc/ cn naait bien bag bergetcn/ taant ift taaö berjcftcrt/ bat'er taanberen anber ijaar gebaan taaren.
Maandag majgen^ maet ift fieftenncn/ bat be ^eere mp jeer genabig in 't berüa?gcn taaé/ boei; üpsanbcrïnft taan neet ift met een ban nmnc gesellinnen in ben geöcbe taaë. ^Daclj Pianneer ift tet pïaatfc ban ben apenbaren 6obgbien|t puam/ ja antmactebe ift een nieutac jtaatigljeit;
I
ELISABETH WAST. 193
m* JlSr. Hamilton pjcbtfttttbe nbct LXXVIII: 36/
cn 37. Ende zy vleiden hem met haren monde, ende logen hem met hare longen. Want haar herte en was niet regt met. hem, ende zy waren niet ge-a/ trouw in zyn verbond. 3©aar uit l)p haajnamcnt^ i?quot; ïijft OP jlonb/ dat veele üeden, niet tegenstaande gy alle hare mooije vertooninge en voorwendinge van n, • een herbond met God te maken, evenwel met hem Jtl bedrieglyk handelden, liegende hem met hare tonge.
in ïccrc 'üjagt tnp in een g^aatc üenaiitïjeit/
\U 30 öat ift niet met genatgen ïtanöt ijaorcu öe ïafiy belliEÏHc bet? ^ccrcn vDienfltmeeljt becb/ re 3pnbe aï beu tub ober jeer Meinmocbig cn Vf. tclao^
r- itëcïïie uittuerftfeleu beje :3Cec:rcbcn oaït up an^ :iy bere geïjab ïjeeft/ Utcct iïx niet; bag mu aangaan^ cl be/ ili taaj? ^cer ongeboeïig/ 3a bat ift niet taiftc g» to at ift ücnftcn of scggcu gnube; taant ift bagtc/ bat/ inbicn ift ïtebjiegeïuft te taerft gegaan Ijabbe/ ift fiuitcn fiape taaö mn l)et oit üetanicïyft te boen. ï; gcbagtcu Ijler uan ftcïbe 11 ran Buiten ftaat
:t om ccnigc pïigtcn te bejrigten/ cn ift ülccf in ie bcje onbergenoegbe gcflaïte tiaoj renige tijb, 't ö?eu bolgenbe ïrustbag luas ift in be fterft ban
t* Dalkeith, attoaar tïiEr. Campbell ijsnbcïbc ober ;ji pf. CX:3, Uw volk zpI zeer gewillig zyn op n den dag uwer heirkragt, in heilige cieragien.
ï©aar uit Qy fp?aft aangaanbe ccnige metfttccfte^ it ncn ban bic gene/ bcbjeltiE Ijn geroepen Ijabbe ten 7 bagc ban jmt ftjagt/ lucïfte merft-tccftcnen ift t bjuijeit banb mpn jelben tae te paffen, ^it ber^ r taaftfterbc een tacinig mijn ïjopc/ bog bmttbc ï niet lang/ taant bejen taccft booj/ taa^ ift in 50 ; ten flcgte tocflanb/ bat ift naautaïnft^ na ben •» 13 ^eere
I
194 Het verborge Leven van
fyttte fianbe abemtn, €n aïïe be pli0ten/
tacïitc ift ticjrigtEbc/ taarcn maar ten cnMc aa]
öaante; taant fdjaan mijn ïtcijaam tcgentaoojo jn tig taa^/ nogtané taa^ 't ijertc tc satft.
^n öejc titrWctigc gcfl:aïtc ^ijnbt rEscn'Ei: gjoa- jn
tE bjEEjEn in mun gEtnoEb op/ tEtaElftE mp tEn (0i uitErftEn öntftEltiEn/ eh gjontElpfi^ ontruflEbEn;
mpnE li?EE3En taatEn/ bat bE ï^eeïe in jpn tEgt^ öe
ijEEtbigljEit mu tot eeu ErgEtniffE aan bE a3ob^ jei
biEnft jaubE latEii taajbEii/ En bat ift ban jnn taEg ^
joubE afbaïlEn; nEÜEné bEtfc^EibE bjEEjEn/ bE taEl^ ^
ïtE ift niEt naEitiEn itan. ^it guEÏbE mn ^ttt/ En bEC- he
0O?3aaïfte my bEEl moEitE/ fcljoon niEinanb in bE pe
iPag Saterdag abanb taamtEEr ift in iïEn gElt;= ti
amp;EbE taa^/ bErgEÏEEft ift mpn jEïbEn ön icmanb/ tu
tEtaEÏÏtE in ijEt toatEr fcljEEn tE sitÏÏEn bErbjin- c
ftEn. «En bat'Et aïé ijEt taatEr gEEn öuïf E baoj b;
mp taaé/ tOEn taiEtb ift ny bat SEÏfbe oagEn^ üi
ölift ban eeu tcbEr-ljErtigE En gEnabigE i^EEtE Sj; in spn ontfEtmingE apgEiioniEn/ (taant ijn i^
aïtaoé eeu öeïper in een tpb ban naob) eh be^E pi
ttaEE fcljjiftuur-plaatfEn quaniEn mEt ïigt/ ïEbEn ei
En ft?agt op mijn IjErtE: Ik zal uw God en uw ft Leitsman zyn tot de dood toe. Ik zal u leiden
door myn raad, en daar na in heerlykheit op- o
nemen. Ps. LXXIII: 24. Mn/ taiE ftan ÖEbattEil/ 31
taEflt eeu bEtanbEringE bit in eeiï oogEnhiift/ in f n
mn bErtaEftt IjEEft? mpn ÏEbEiiIao^ en fiEbjojEn n
ÖErtE taiEtb in EEn nagEiifilift in EEn bïammE ban t
ïiEfbE En ban bEttaanbEringE bEranbEtt/ bat bE ij
ïfeete tot juïft eeh ontaEErbig fc^EpfEl ^ig 50 3011» G
bE bEtnEbErEn. ^e^e ïiErlEEbingE taajï jEEr gE^ z
pafl: op mpn tEgEntaoojbigE tOEftanb/ En 33 ont^ t
gEftE mp ooft ban biE ttapffejlinge/ bat ift nait EEn x
fiEÏaftE
m'__
I
ELISABETH WAST. 195
bt' fielafte ban be ïjecrïyfiljEit ontfangen ïjaböc. S6' aanmecftinge ban ÖC5E bingen facrtaaftftctbe mp 0?,, in myne piigten; bag aanmEritcIpftfte iaa^/ bat be lleere mu Ijicr in üeiieftigbe/ niet aïïeen ■^13, in ben faerbojgen/ maar aaft in ben nycnüaren t*n ^nbtëbienft.
'n; ^gt;cn iiolgcnbc tncagen/ spnbc Suftbag/ taaié ben inbjuft ban ijet gene ifi nntmaet ijabbe/ mp jecc faerqiufifteljJÏL ti am cube ter pïaatfe ban ben IE5 apenüaren öabgbicnfï/ pjebiftte .ïlSr. Millar ober zU ff. XXXI: 24. Zyt sterk, ende hy zal u lieder 'c' herte versterken, alle gy die op den ileere hoo-öe pet. ïjn mentte aan/ bat Ijet menigmaal be toeftanb ban öabö baïfi biaö/ met beele an* ruftigljeben/ en beftammerenbe bjeesen lie^agt te ö/ taajben/ geïplt als bieeje ban Ijaar aanbeet aan n' Ctjjiftué/ bjeeje ban ijaar aanneminge/ bjee^e 0? ban niet lueerbig te toanbeïen balgen;? Ijarc bcr= n* fiinteniffen/ bjee^e ban armaebe in be taereït/ en cc bjeeje ban niet te baï'öerben in ben (£gt;abj?bicnft ïfp tragte beje bjeejen ap te ïaffen/ baa? ge.» 52 pafle ^cï|?iftuurpïaatfen ter 3aaft öp te ü?engen; en en ift taierb geljaïpen am ban aïïe be^e taepaj^ IW finge gebruiït te maften.
en ©crbaïgcnEt fpjalt Jjp aengaanbe be bje^e taaer P- omtrent ift jeer beeï onrufle geljab Ijabbe, lt;0 ;V jeggtn fammige/ ift jaï mpn ïaap in bese taereït in ' niet nitijanben/ nag ift jaï mpne ftïeeberen ■n niet rein betaaren; maar iït jat be (öabébieniT: 10 tat een fmaab 31111. ^I'cg gp öeöceft baar niet 32 boa? te bjeejen/ taant Ijn Ijeeft gejegt: Ik zal uw ■tquot; God en uw Lcitsmans zyn tot de dood toe. Ik zal u leiden door mynen raad, ende daar na in t' heerlykheil opnemen j^falm. LXXIII. ï^ier op n taierb ift met bertaonberinge aangebaan/ bat be ^ 13* i^eerc
496 Het verborge Leven van
^ttxt stin öigt;icnfl:Ttncgt gcjanbcn ïjab om öe^e ttacc ^cB:iftiturpïaatfcn tc ficbcjltge/ op beseïlie tacg en Itrnjc/ taaar in ift 3c ontfangcn Ijabbc. (Pit taa? baa? mu ccn gejegenijc SCeeKebcn/ baa? aïïe be bceïcn baai* ban/ Üegccrcnbc ben I^cecc tc ïaa^ ben boa? bejeu bag: jijnbc bejclbc anber bc ïaïtftc bagen/ bclndïfc ilt aait geljab Ijabbe/ ter bebeftiging in bc Ijaape bcc ijccrlijt'üjeit. ©e hu bjuïtfcïen tjicr ban bleeben rann liertc baai eeni^ ge tyb bp/ en ift taicrb geljafpcn am geïaaf te aeffencn/ bat mn raab gegeben jaitbe taajben/ bjannccr ïjet bc naab bereiflc.
bertoefbe in bccjc plaat»? baa? eenigc lliec# fien/ en luiccb jeer berguiftt baa? bc '(Cecjrcbcncn ban Campbel, bcbJeïftc ift ap bc Jiïuftba#
gen ïfaajbc, 43a bcjeu Inaé ift baa? een ftojten tpb ap bc pfaatje genaamt Innerkeithing-, bag gacbanig bcé ï^ccrcn toeg met mu aïljicr taaö/ ftan ift niet an'bcrfcljcibrntïnu bccljaïcn/ aïlecn^ ïnft bat ,ïX5l'. Chai'ters bebieninge albaar/ mit aaft tat bccgenacginge taaj*/ terlunï ift lutdjcit betquot; ftjecg am mnne beben uit te ftajtcn/ fcjjaan niet met bic apmerftcntljcit aiö ap auberc tpbem
K?ant be gebaeïige mebebeeïingen ban ^un lt;j5eeft gab ift maar ap jammigc tuben/ tertapï be ïieere ap be^c tub tat mu mcenigmaaï fpjaft boa? spn btaajb. ^aar lagen sommige bingen jeer ftaaar op myn Ijerte/ aangaanbe eenigc uittoenbige baajjienigljcben. Süft jal sammige ^cö?iftuurpïactfen bcrïjalen/ betaeïfte bn mp be# ruftcbcn/ taanneer ift ap beje bingen munc gc» bagten begon tc petten. Pf. XXXII: 8, Ik zal u raat geven, myn cogen zal op u zyn. XCl: '11. Want hy zal zyne Engelen van u beveelen, datze u bewaren in alle uwe wegen. 3il5att. IV.
r
ELISABETH WAST. 197
EJE Sfrf* LIV : 5. Want uw Maker is uw Man, Hee-re der heirscharen is zyn Naem. CXX : 8. De Ileere zal uwen uitgang ende uwen ingang be-'ÏÏE waren, van nu aan tot in der eeuwigheit. |jaE tod ïictaamt ïjet my/ ban be gacfccrtiemitljcit tc^ ïfceren tc fy?Eeïien; taant sync tacgcn jpn :cc al^ 30 bcElc taonbcrcn/ öat tc ^ccrc siij jelbcn iu* 50 üernEticrt joufcic gcfifiEn/ öat Ijp my üctaaren en omtuinen taiïöc met be 23eïoften/ ten einöe tLV llllT Deïpen ;oube om be ïieyjoeüinjjc te btu
n/ blagen/ betaeïfte Ijy Ijaaftebe boo? ben bag te öjengen. ©ocïj 31111 gotbljeit taiïbe my niet in c# te üulberenbe jeen ïjencn jenben/ jonber my ge# En bocgïyït lioojjien te gelilien tegen be iiep^acbin# 3=1 ge/ bctaeRte iu ftonb tc ontmoeten. cn ficerbe tacbce na Edenburg, ben 15 No-
'3 vemb. 1705. altaaar iti ren l)ntbc licp^oebinge ontmoctcbe. €11 fcijoon Ijet niet bocgsaam i^/ a* be iiysonbecc omflanbigtjebcn baar ban neer te Ilf fleïlcn/ 30 taa£ 3e norljtans? fcljerp/ 3taaat/ en L'tf ftljccn lang te fuïïen buren/ ftomcnbc befeïbe boojt ct ban icniant ban myn naeutae en bierbare maeg^ fcfjay, Jd^yn ^taarigljcit in bc3cn ap3igtc taaj« 11 jeer 5?oot en ïi^t geen myn bjoefIjeit bermeerber# be/ taaé/ bat 'er icmant taagV betaeiïie in be3c ïic^ ft pjocbingc een gjoat aanbecl ïjabbe (taien^ bjoef# n Ücit en queïlinge ift aanmrrfitc aïjt of Qct myn tU [C gene getaeeft taaj?;) en in brje berb?uMingc fton# :e be 311 nauïyfté onberftcunt tao?ben/ maar fcljeen :5S boo? b?oefï)cit en fmerte tc snïïcn oberfteïpt too?.^ ^ ben. lt;0 bit berftreftte my tot een bjocbig een buü-= 11 öeïbe ficpjoebingc/boojnamentlyfi op een itnftbag/ toanneer tay beibc nitcrinatenbebjoefttaaren/niet toetenbe taat tay benftcn 30ube ban be3C baa?3ic^ nigöeit. aDnbertnffen taierben bese bjie bebenïtin# gen my te binnen*geb?agt. 1. J^ae
'ê
198 Het verborge Leven van
1. i^oe biïttaiï^ gefit gp öc (JPtcfl han a^oij fiEttjacft/ tn eliEntael spt gn 'er taeinig om ont^ ruft grinccft? tuanneer ijp (om rcbcncn aan gem jeïben fieftent) uta occft fiebjoeft/ Ijoc gcmeïpft jnt gp aï^ ban 5
2. luiert mp tc üinncn gefijagt/ bat beje te* gtntoDDjbigc ficpjocbingc niet finguïiet af öp* jonber taajï; taant Ijceïc ban be^ J^ecren boïft 3pn albné ficjogt gctaccfl:/ geïpff ficibc fttj^iftuur en b'crüarcntl'jeit aantooncn.
3. löuam bat toaa_:t in mpne gebagten: den drinkbeker die my de Vader gegeven heelt, zal ik dien niet drinken? Jfol), 'xVili ; li. '©aar if niet ecnen bjuypel in ntacn fiefter/ of bc Öanb tian ccn bjienbeïpfie ©abcr ïfeeft jr 'cr in gemengt; cn taaarom joitb gp ban beje fcepjoc' bingc niet gebuïbclpft berbjagen?
JBSpn nagebagtcn ober bcse bingen berguiftten mp jeer/ en iïf onbertaiery mpn jeibcn aan be^ ïfeeren toiï en taeïfieljagen; ïjp toinbe be^e fie# pjoebinge 50 tjoog op/ aï£ 't ïjem fieijaagt/ iit 3al fiegeeren fliiïe te 31111/ cm bat ijn 't gebaan Ijeeft.
^en boïgenbe niojgen baar op/ fieijaagbe get ben ïfeere 01136 gjootfïe b?ee3C boo? te iionien; rn fcljoon be berbjuMïinge niet taetljgenamen tniert/ ebentaEl taiert 3c eenigfint^ bcr3agt/ ïjet ineïftE geen ïtïeine taeïbaat taajj.
Mu aangaanbe bE teeg/ bctaelïie be ^eei'E niEt rap in 't jaar 1703 ingEflagen ïjeeft/ 5aï iïi EEiiigE raeïbingE boEn/ spnbe baar in fommige bingen öEtaEÏÏie aanmerfieïpïï 3pn. (öp be3e tpb taag ift raeEr ban getaoonlpft aengebaen omtrent be saelt ban Cljjiftué; spnbe bit een tpb/ toaar in be gob* Saïige gjootElpift^ fiebjeefl blaren/ ban toebé'roin in anse borige flabErnp ban fgt;?EÏaatftl)ap ingE*
ELISABETH WAST. 199
toiftfidt tc toojten. bciJE mp meniigmaal nt* tot öen t^?oon ttr gtnabc gaan/ ttn tinbE an^ öe em mogtc fictoaren ban be faeriJojiiEntijEiJEn
pft eh tE hanüEn öEt 55iffrg0}jpEn. (©it ïag jeee na aan mpn gEttE/ 30 in 't opEnöaar/ aï^ in 't tE= b£ramp;o?0En»
(P^ 31ït moE^E niEt naïatEn tt bEtïiaÏEn/ öat/ aï^ lïft ifi op EEn afaonb fonnnigt ban mpnE bjiEnbinnEn uc ontmoEtEtE/ om (gElpft ïjEt onjE rrrtaoontE taap EEnmaaï toEEfija) t'faniEn tE bibbEn/ baar on^ en bEt on^ EEn je Et nEtEÏigE b?agE optEE^/ welk het :aJ onderscheit was lussen de Presbyterianen en de nr Bisschoppen'? Aangezien zj malkanderen zo ge-Se lyken, daar in dat zy eenen God aanbidden, eenen in Bjbel hebben, en eene Leere prediken, waar in E' verschillen zy dan?
gib banb mp jEtr mibEijiiaam cm op bEjE b?a^ :n gE tE antbioojbEn/ rn EbEntoEÏ oojbcEÏbE ift bat ^ ift 3E niet onbEanttooojt fion ïatEn boojfip gaan/ ?»= (frtjoan niEt op biE tpb) op bat niEn niEt joube il ^EggEn/ bat Inp EEn lt;j?obsbiEnft bEÏEbEn/ bEtaEÏo t. ftE tap niEt ftoubEti bEtbEbigEn/ taannEEt bEjEïbE t tEgEngEfiaan toiErb. guam t'ïjui»*/ En bjagt ; bit boo? ben üEgEErEnbE/ bat bp rap
1 ligt in bEjE jaafi taiïbE gcbEii. €n ift raoEt t fiEftEnnEii/ bat nog op biEjEÏfbE abonb rap iEt^ tE bintiEii gEb:agt toiEtt/ taaar in bEjE ttaEE bEt-: fi|iïbEn. téor^ bit bïEEf 50 buiflEt En bErtoart/
Ibat ift 'Et gcEn taal ban raaftEn ftonbE/ En ift niEt toifl/ bfE ift bat ift 'Et gcEn taal ban raaftEn ftonbE/ En ift niEt toifl/ bfE ift ;t in ojbEt bjEngEii joitbE/ mibbEÏEt^ tapÏE taiEtt ift in bE taEg ban tnpn pïitïit gE^oï' prn/ om tE ftEunEn op bEit ^eeee/ tEii EinbE ÖP aan rap ftïaarber ontbEftftEn taiïbE/ taaar in bEje ttoEE bEtftljilbEn in ICeee En ^afttpft. ^ocïj ^Et gEnE ift fta tE 3EggEn/ guara ban öEn ^EEtE bDD?t/
bEtaElftc
200 Het verborge Leven tan
öctoeïftc tnp öan üc^c ttaec tingen fiennifle gaf, tan
1. ^at ijet taa^ in ücn tocg ban ïtcbalen plicö' öen
ten/ öat iït bejeïlie ontfangcn ijatr» S. ï^at eïft ücrc
een ban bejeïhe nnbcrileunt toa^ too? jun tu jft ij
gene taoDjöen/ tetacïïie niet liegen fian; en in bcri
bcr öaat ije^e jaaft taa^ baa: mp geen gering ge^ mcr
taeten^gebal/ eer bat ift 'er in boïöaan tuaö gelt;» fcijc
taojben. vDaar toiert my een toaa?t tc binnen firy
geö^agt; Stryd voor 't gelove, dat eenmaal den riai
heiligen overgelevert is, Siiö- b^. 3. taaar uit teg
nm be ïfeere ttaec ïeffen ïeecbe, 1. (Pat/ geïy'lt l
be i^eere ft et geïoui' sun boïft obergeïebert Ijabbe/ abc
bat aï^a Ijaar ylicljt taas/ baat in bebeftiijt/ ber# tu?
fterftt/ enbe gefanbecrt te tan?ben/ ten einbe 3p ïie beguaam mogen juni om baar boa: te ftryben/ , gez taanneer ijer in ttayfeï getraïrften taajt. 2. ID at
'er in aïïe eeutaen ban be Ïïcrti fammige gebieefi na
Sun/ betoeïïie ijet geïaaf ijebben tegengefpjaüen ïyi
en tegenaeftaan; anberfinté jou 'er geen noat# XN
taenbigijent getaeeft jvm om 'er booj tc fïryben. 3ic
bB^en aboub öc|(aagbe ijet ben ï^eere my ge# op nabigïpït in becïe bingcn ïicljt tc gcben/ betacïïte
te boren in mp buufter en bertaart taaren; jpn# ba
be bejelbe 50 aanmcrMyft/ bat ift 5e ter neber be
moet fleïïen. Sjft 111 er ft tc/ bat 'er fommigc bin- te
gen in be ©obsbienfi: toaren/ taaar baoj een ie* ze
geïpft be|iaa?be tc ftrpben; en toeberom fommi* ge ge bingcn/ tuaar tegen een iegeïjift jiclj bcijoojbe
aan te ftantcn. 1. ^cjS Zeereu eige boïft beïjoo?# bs
be tc ftrijben boo? be regten en be boojrcgtcn ban gi
Cij?i|ïu^/ ten cinbe niemant be ïjanb baar op ei ïeggen mogte/ ban iju seïfé* 2. ö^at aïïe öc in.-
fteïlingen/ ben bienft en bc rcgecringe ban spn n
ï(ui^ be?rigt taicrbe boïgen^ sun eige bcrojbine^ ei
ringe/ en bat ijet juiber soube öeiuaart taojbcn g
ban
ELISABETH WAST. 201
ban öe uitbinben öcr menfcljcn/ tic 'er mcbe bcrmcngt taatcn. U^anncec ift bit nu ücgan te hergeïpficn met be ^ifftjjojJpeJjifie regeringc/ jag fft ijoe be^eïbe üoa? öe uitbinbhigen bet menfcljcn berba?hen Itra^/ en ïjae bi 25i|Tcljoppcn be Maa* men ban Cï(?ifti genomen/ en bejeibe aan men# fcljea gegeben ïjabben; ïjet todfte ten eenemaaï ftrybig ié met be fieginfeïen ban öe üpjcjjïtjitc# riaanfclje regceringe/ en baarom betjaajt men 'er tegen te ftruben/ in beje je»» ünjanberlje^en.
1. %u ijeülien een nieu'ai ïjoaft (bc ïtoning) alicï: be ïteeft nirgebanben/ baat nagtan^ Cljjif# tuji b'eenige ïtaning rn [jet eenige ïfaaft ban 5ijn Ïtcrfte is, Jpf» II: 6. Ik dog liebbe mynen Koning gezalft over Zion tien berg myner heiligheit.
2. %n öebben nitgebunben nieutae Simpte# naars in be ïterft/ (ïfeere en 53iffcljoppen te ge^ ïiit';) regt tegen ï)ct bebeï ban Cïjjiftu^/ Luc. XXil: 25, 20. ^Tljjiftu^ ié be eenige =amp;cerc en ©pquot; jienber te gelyti; aïïe anbere spn maar aïïeen opjienberen,
3. %n ijebben «itgebanben een nieutae tap^e ban a3ob te aan'iiibben in jeftcre ^a?niuïicr-ge^ beben/ ï)ct taeffte nergen^ geboben/ maar eerbet tcgengefp?Dïfen taojt/ Kom, VIII : 20. De Geest zelve bid voor ons inel onuilsprekelyke zugtin-gen.
4. Sy Ijebben uitgebonben be taaarneminge ban fammige öngeïaobige bagen/ aï^ een infteiïin-ge in be iierït/ surfte/ geïpft ben bag ban Julius enj, öet taelfie in Cab^ taoajt niet gegjont i^.
5. /2p ijebben uitgebonben een nieutae 5tcere/ nameïpft bat be scbeïpftljeit be gantfclje pligt ban een menftlj i^; 50 beel Ijebben 33 te bennen ge= gtben in een Spoefi/ genaamt de gantscbe pligt
van
I
202 Het verborge Leven van
van een mensch, taaar in niet^ ban op jebElpiiu geit aangebjongcn taojt/ tcrtopï 'er 3a beeï niet aï^ gctaag gtmaafit toojt han C8?ifti gcrestig^
geit/ of ban gent tt gcBjuiitcn np cenigE liip3B. %it i^ te KCeerE niet bet ^jopgeten/ of faan te 5(Ipofl:eIcn; öerijalljen fteguo^t men 'er tegen te flrpben.
6. 52p 5pn geflage bjianben ban !tet bestaore ring ÜïefDjniatietaerft in Sciiotland, boojnamentlpft bet? ban bat plegtige verbond, ÖEt tneïfie op lt;l5ob^
bebel gegjonb ig. *ï5aarDtn bertnierpen jp ijet/ betüjanbeben Ijet op een jeer frijanbeïpfte tause/ en boobeben beele baar om/ om bat 50 baar boo? uit ijnamen.
Mn/ be^e bingen toaren \ytt/ tnaar in ift ïjet onberfrt'jeit uierftte tuffen be jpje^bpteriaanfcljc en tuffen be ^iffcljappeïpfie regeringe. €n iït be^
geere ben ïfecre te ïoben ober ïjet ïigt/ ïjet taeffie |p mp in beje bingen gaf.
(©p beje tpb begon beó Cfceren bolft bebjeeft te tao^ben/ bat be 23iffrQoppcïpfie magt taeber# om in Schotland joube bebefligt biojbcn; taant in ber baat pogtebe be 25iffdjoppcïpftc aanljang jeer/ bat jp in Bare eige fiebieninge jouben ijetquot;
fielt tao?ben; en 5p fcjjaambcn tjaar niet te be^
ïpben/ bat/ inbien jp ooit be magt firegen/ 3p een juibere ïterfte ban Engeland toiïben Ijebben. J|et gooren ban bese bingen/ jettebe fomtpb^ mpn geeft een nieuta buur bp/ om te^en^ beje bjoebige raabflagen te bibben. 'SSpjonberïpft moet ift een jefiere nagt gebenficn/ betóelfte boo?#
bieï op ben 5 Maart 1703. 3:ft in een jeer boobige en ïebenlooje geflaïte 5pnbe/ gab geen aanboe^
ninge ober mpn eige toeftanb/ nog ooft niet ober bic ban Zion. 3ift ging na een oeffening ban
■
ELISABETH WAST. 205
jar. Hog, omtrent ben abonb/ bag fianbe niet# ten tnpnen baojbcel ïjoD?en; ïjet toeïfie mp betb faaajnemen bE ncfftning tc facrïatcn/ eer 5e ge^in# bigt toa^. Cbcnlneï bit burfbc ifi niet boen/ ftijoon ift ^et fanojnam; en gebanïtt 53 a5ob/ bat ift öet niet bebe; tnant eer be oeffening ge^ cinbigt toa^/ bonb ifi een tatmbcrlyfce beran^ ringe; iït fi?ceg ïcben ban boben/ en ifi taierb hcr?;eftert/ bat bc aJecft ban a3Db met mpn geeft: toerïtte; taant ïjet b?agt mp tc binnen om een pïigt te bejrigten/ taaar ban ift tc bnren geen gebagte Ijabbe/ Ijier in beftaanbe/ bat itt be nagt jou iDoojbjcngcn in tc taojfteïen met lt;!5ob aangaanije bc tegentaoojbige ftaat ban bc ïïerft ban Scliotland, en bat bc ï^cere taiïbc boojfio^ men tc tocber inb?cngingc ban bc 25iffcï)flppeï|iÜB Kegccingc. 3jft nam boo?/ bat inbicn bc ï|et# re bc^c goebe bctocgingc betaaren jonbc/ ifi alleen bejen nagt in ben gebcbe beftecben ;oube. (Dog bc boo^icnigijcit fcQifitc ijet 30/ baticmantban mpne bjienbinnen Ijaar ^eïben aanboob/ om 3ig met mp in bc^c jiligt te bercenigen/ eer ift nog aan Ijaar mp boojncmcn beftent gemaaftt ijabbc. Sljft ftcmbc ban gctaiïligïpïi Ijaar aenbiebinge toe/ oojbecïenbe/ bat ijier in iet^ meer ban gemeen taaö.
^eje nagt met maïftanberen boojgebjagt 3jin=» be/ bcbonben tay bat ïjet een öcerïpftc nagt toa^. ©etaiffeïprt bc fjeerc taaö met on^ op een ongc^ tneene tapje/ flojtenbc ober on^ uit een g?aate mate ban be lt;l?eeft bcj^ gctacenjl en bcr fmccbin# ge. 3©aar boo? ift baflcïpft berjeftert taiert/ bat bc Prelaatschap op bCJC tpb/ Schotlanfls bep?ae^ binge niet jaubc jijn. geb jomtpbg tacï ge-= ïejen ben 74 Psalm, maar nait met snift een
ïigt
204 Het verborge Leven van
ïigt aï*? np ticjE nagt/ tnaar in tap geljDlpcn toicrijen om in geöcticn te pleiten/ suntic eïfi öcr^ aïïc^nté gepaft op öc tcgenla:aa?öige ftanbigijciien.
il^cn bfllgenUc üag jat be generale bergabetin# ge/ cn een jeer uitnemenbe Slee^reben iaiert'er gebaan boa? .ïiför. Williamson ober CII; 14 Gy zuil opstaan, gy zult u ontfermen over Zion. l^c^e ïee^rebcn lna^ Ueeïe/ gcïijïi aan mn tat iierquiltftinge; bienenbe besclbe jcer ter jafte/taaer ober ton be ïaatfte nagt Ijabben baa?gcb?agt. ïlit öeje Iteejrcbcn fieljoo? ilt naattaenbig aan temer# ïten/ bat Ijet be^ i^ecren getoaane tocg meting W öat/ toanneer i)p mn lat eenige pïigt roept baa? be beröajge üetoeegingen ban ^ija (geeft/ Öp ban inecftenbceïs een toaa?b baa? jijn ^ienft-ïmegten in be infteïiingen/ uitjenb am Ijet te iie# heftigen. Cn bat iö een anuettoiftelyli üetou^/ bat Ijet geen üebjag té. ^e Spsanberjjcbcn in bese 3Cee?rcben aangaanbe bejeïbe ïnaren 3a beel en 3a ftafieïyft/ bat iii 3c maar üeberbeu jaube/ inbien ilt 5c ter neber toiiïe ftcïlen. ^ïfeeuïnlt Ijet geljeeïe anbertoerp/ toacr amtrent ijn üe^igquot; toaé/ guam Ijier ap uit/ toeïiï een gjaate plage be ^?claatf£ljap aan ijet Zion ber ïterü ban Schotland getneeft toa^/ en toeïït een gaebertierenljeit Ijet toa^/ baar ban fieb^pb te snn. toaar# ftïjautabe ons a aft/ am üaa? be ^iffdjoppelpöe magt ap anje ijaebe te Kijn. fier op taaé mmt ijerte berMnb. ^n en amtrent be.^e tpb moet ift agt geben op be^ f eeren toeg met my/ 30 in 't in/ aïjf in 't uittaenbige. iïtgt;aar rec^e g;oate cn fterfte öeftammeringen in mijn gemoeb ap/ be^ taeïfte ift nait te baren geboelbequot; gjft taierb ge# toelbig fiefpjangen met be bjee^e baaj fmaatljeit/
niet
ELISABETH WAST. 205
niet taetenbe/ taaarom/ of boa? taic jc gcfdjtc--tc ^autir. iJPag fieetig liepen beje taaajben baa? mnn gcbagteiu Komi aan, ende laal cms hem slaan met de tonge, Slctein. XVIII: 18. ant# ruftebe nut jcec/ bjecstnbe bat ift berïatcn jaitbe toajben am ict*t tc bacn/ taaac baa? be a3ab^ bienfl: geïaftert janbe taajben. SIDaaram ift ben l^eccc fine elite/ bat l]n get geenilt ö?ecgbe/ tuil# be tiao?fiamcm
3}ft antbclitc mijn gemaeb aan fammigc ban mime lijicn binncn/ Ijaar fa?agcnbc/ In at 511 Ijiet ban bagtcn? Baac anttuaa?b taa^/ bat 59 nic# manb ftenben/ bEtodfte saa lang be geeffel bee tangen/ aïrï ift/ ontgaan Ijabbe; bat iït baarom myn refteningc janbc maften/ bat taanneer 3e retain/ 50 ftïjerp en Wnnig 3fubc jiin/ Ijet tael# Rc in ber bat ooit ge'amp;eucbe/ niet lange na be# 3cn. beje tub toaa'er iets? aangaanbe rnun uittaenbige toeflanb/ toaar amtvent ift ben i^eere liab om raab en ïteflicring: l)ct tadïie baat in ftettonb/ bat ift na een l^utégejin joube gaan in be Tamp;Et?Eftftingcn ban een ©iEnftmaant/ toaar tOE ift om betfrfiEibE rebenen een g?cotE ongEtail^ ïig'ÖEit bonb. ^Tog be Ï^EEte quot;ö Eiber be be jaaft 3a op uit 31m tooo?t/ bat ift merfttc/ bat bit ban ft cm jeïben bao?tnuam; eu quot;baarom burfbE ift IjEt niet bertaerpen/ fcljoon Ijet ftrteb tegen mun gEuegcntljEit, ^og ift moEt bieberfteeren tot ijet gEUE^ftet naarfle ban alle bingen in be toereït op mun tjertE lag/ EnbE bat taas aangaanbE bE ïierft in bit quot;ïCanb.
©mtrent fttt öegin ban May jat ÖEt 3?arte# ment/ eu toEn taafEr in bEt quot;baat g?onb boo? bjcEjE; taant be 25iffcftappelufte aanljang lie# moeibe jig nergEnft 30 sexr om/ aï^ niEt ÜtEque#
ften
206 [let verborge Leven van
ften aan öc ïtaninginnc tE fdjjpben/ ten Einöe 3P magtcrt bEttragen/ en taEiJEtam in ijatE öe» tiEningen toEgEÏatEii tonjbEn. gp Ijaöbcn ooft in ^Et ^arlEniEnt EEn g?oot gctaï ban bjiEnbEn/ Sijnöe gEtEEb ora gaar aÏÏE mngEÏpfcE üiEnft te öoEn; En get taierb ban bEEÏE gEbagt/ bat Ijaar bErsaEïi ijaar souöe tOEgeftaan tuojöcn,
4Du Ijet ié aan nicmanb in öe biECEÏt ficlïEnt/ ijoE bEjE tingEn myn Ijerte 6Eb?EEfi: tnaaïiten/ eh ifi dojöeeïöe Ijst myn pligt tE jyn om ben ^eeee baar tcgEnö tE biöüEn, 3Jn aï£t iit op eeii ^eftcre bag brn ^eeee fmEEtttE/ bat öese bErb?ainngE niet SEluftfiEn raogtE/ ontfing iit bat bioo/t; ziel ik hebbe n in deze zaak verhoort; lUajiJEribE aïiJUé gEgoïpcn om geïoof tE oEffenEn/ bat it niet toE^ gEftaan joubE bjoibcn. o^p öe^e tyb üEÏjaagöE ijEt öEn ï^ceee Ije monbEn ban oii^e quot;KEcraaré ie npEnEii/ om tE pieftcn boo? bE taaarïjEit En üe bnojbEEÏEn ban CJjniïi ïtEdt/ En om Qarr gjoo» tE afltEEEigÖEit ban btje bErti,:agingc tE toonEn.
^og by.pnöErïuft taiert een 3£EE?rEb;n baar tEgEnë gEpjebiftt boo: ^Br. Meldrum, obrr bEjE taoo,:ben: Jjiddel oin de vrede van Jerusalem, ^[. CXXII: 6. ï^ier in gaf Bp in bE tEgcntaoo^ bigijcit ban ^Et ^arÏEinent eeii getroulUE getui# BEniffE/ Ijoc gjootEÏnUs bE iÏErit ban Schoiland joubE bcnabEEÏt biojbEn/ inbiEn bEje bErb?agingE ban bE 25i)TcljappEtaftE gcEflrïuftljcit 50 a lie pïaaté gjppEn; en ijp gebjuifitE bEtfcïjEibE «EtaintigE bEtoEEgrebEnEn om get gebaar baar ban tc'toa* nen/ en Uicïéie bjaEbigE gEboïgen Ijft beroo?3a= ïten soube,
JBiEt tEgEnflaanbc aï ÖEt gEEn bE ICEErarrn seg^ gen ftonben 30 taaier cbenbieï een guaabaar^ bigr fgt;artp (af aanhang) in ïjEt ^arÏEmEnt/
bEbJEÏftE
■12J38
IE L 1S A B E T H WAST. 207E L 1S A B E T H WAST. 207
tetaefitc üe betbjaginge taiïben boajöringen. (Pog aPob fiÏEEf niet in gc6?efie om een nicutat fieftentmafiingc ban sim ïtefbe en 3a?gE boo? öe ïjeeïé ban Schotland te geben.
EEn jEftEtE bag/ aïjï ÖEt ^arlEniEnt t'fa^ mEn gEfiomEn taaé/ taiEtt'EC boo? bEEÏE OEflaa^ tEii/ bat bE bE?b?agingE 50«^ baa?gaan; bog OPob jonb in jyiiE boajjiEnigijeit julft Een ber^ En icEtringE onbEt Ij aar/ bat bietgEÏpfiE noit gEÏjao?t t'CE toa^/ baant 31? taatEn gelyft boIÏE mEnftljEn/ ?ce malftanbEtEn mEt intgetraftUEne jbiEErbEn aan iet fioo?t ftomEnbE/ IjEt taelfte öaar bEEb fdjEibEn/ ik sonbec iEt^ nit te rigten» daarna ïiep'er eeii ge» uS rugtE bat bE berbjaginge fauojgEgaan taa^/ op !£== get ïfaoren baar ban/ bagt ili bat ift boot joube bc gebaÏÏEn öeüben op be pïaatfE baar ift bia^; tE taant IjEt floEg mp aan ïfEt IjErtE. ©ErboïgEn^ ae quam mn bat taaa(?t tE binnen: ïerwyle Mozes Q' zyne bant ophief, zo was Israël de sterkste: maar tl. terwyle hy zyne hant nederliet, zo was Amalek ir de sterkste, Crab. XVII : il. 5a bat ift bagte/ ;e bat ïjEt bEtfïappEn ban onjE ïfanbEn in be pïig# 1, ten/ be oojsaaft taaé/ taelftE bE ïfEerE gEtErgt gabbe/ om bejen Amalek tE bOEn obertainnaar
|5pn. Cen5pn. Cen taeinigje na bejen Ijao^bE ift/ bat bE bErbjagingE niEt boajgEgaan taa^; maar batje in bE naaftE bErgaberinge fl:anb tE gefeïpeben. '©it taaö geen ftïeine bcrpniftftingE/ bat'Et nog EEit nagt En EEn bag obErig taaé om mEt 35ab baar omtrEnt tE taozftElen. (D! bE ï^Eere taa^ mp genabig; in ben geliebE spnbE/ ïisp battaopu bEEl boa? mpnE gEbacïjtE; Onze hulpe is in den name des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heelt, ^faï. CXXI: 2. aï«? mtbt/ bat bE ^EEre bE raab^ jlagEn ber 35obbeIao5En bErpbEÏEn toiïbe; ïjEt
taelfte
208 Het verborgc Leven van
toeïSE ift gEgalpen tatEtt tE tfEÏoabEn op be macijt' ban aJoti/ öEtaeïftE bc ö^tEn omftEEtEn fian/ taannEEt ijEt ^cnt üEÏjaagt. ö?e naafte reijc/ toannEEt ïjEt ^arïcniEnt t'famcn quam/ toa^ tnpn gtmocti niet UiciniB ontrufi/ iuat öe ba^ joiibe haojtamp;jEngcn; baclj eei'e jy lt;j?nb/bEteïfiE get grnc toy bjEE^ben! eu ïjEt gene onje bpan^ bEii bertaarjjtrbcn/ aftaEErbe; toant bE I^eece maafitE op ecu UiaubcLinïic lun^c bat bE Iman.--ben onje UjiEnben luiErbEn. vCen biEn ba^E taiECt bEjE jaatx afgtbaan/ 50 bat 'rr geen toao?b ban EEn berbjaginijE mcEr gcljaojt luiert'; om taEÏftE tEbEu tnyn i)ErtE bEn I^eeee fiegEEit tE ïaabEn.
ïiojt? na bESEn taa^ ift liooj EEuige tpb in t)Et ïanbfctjtiy ban Kast, altoaar be ^Eere genabiglt; ïpft niet mnn jicfc Ijanbdbe/ eh beet inp beeï ban jiclj jefben genieten in bic joete pïicöt ban obErbrnïiinge. 3;ft ïjab baar fomraige Camp;jiite* iiEn/ met luien iu tot mnn becgniftftinge berftcer^ bc. €n b: infteïïinge taaren nut soct/ aangenaam En op mnn toeftanb gcpnft 5ü{ ijEt taEïftc mn IjEt gooft Itaben taater beeb Ijouben onber ecnige ftÏEinE bcrbjuftftingEn/ bEtoElÜE ift op bic plaatj? onbtrgaan moeft. 45iet tcgenftaanbE bE gacb^ ïjcit ban a3ob aan mnn sicïc/ 50c bonb ift eben# Ïncï een lichaam bcr ^onbc en bc,s boobj?/ Ijet ïneïftc IjEftigfjtft tEgEn mn bc obedjanb nam.-
liuftbaagö ljaamp; 0113c Éceraar/ tïl5r. Turnbrl, bEtftoorEn bic jCe^t ban XiX: 13, 14.. Wie zoude de afdwalingen verstaan? reinigt my van de verborgene aldwalingen. Houd uwen knegt ook te rugge van trotsheden, laatze niet over my heerschen. iJDannecr ift beje taoorbcn ïjoojbc ÏEEjEn/ bagt ift bat mpn 0EEtc üinnrn mp uitriep/ bat bit be opregte fiegeertc mpiiEr side i$; en ift
moet
ELISABETH WAS T. 209
adjt mact ftefienncn/ bat iït mceningc baar
{an/ uit tot mn ijaajbe fpcecfecn.
?i;c/ Cen tacinigje na bejen/ ftanb get Sacrament ma^i in beje ptaatfc uitgebeeït tc taojben; en oy bicn baij bag/ taauncer Ijtcr ban ftenniffe gegeben taicrt/ eïfic ï(ab ben Eecraar ecn Kcec-rebcn cbcc ^Sattg» !an« XX: !. jeggenbe/ dnt hy heden,in last had, om 'ere' te zien, of sommige zig wilden verhuuren, om an J Christi Dienstkneglen te zyu, en zyn werk te iert werken. ïjicc op tjab ifi giantc en ftetfte begeer^ uan ten^ am mebe in 51m b ie nil gebejigt tc toajben» 'ïftc O! te hebben myne ooren doorpriemt aan de n. post van zyn huis, om noit meer van hem weg ij et te loopon. oDy beje tub ijab iït 5e ee 3luaaimac-rig^ bige inb?Lifiseïen ban be inlnoanenbe ;anbc; eu [eeï Ijae meer bat beje pïegtige infteïtingc naberbe/ tan Ijae meet ift iileintuaebig luiert; 30 bat ift boo?# fitquot; nemend tuaé/ om oy bc^e tyb niet te 'gaan tot er* bes ;£}eeren Cafet; bog iïi bagte bit 50 ïjeimeMt am tc boen/ bat niemant t)Et Uieten joube. iPng jet gelooft ;n a?ab/ bat lju niet iuiïbe toelaten myn ge booinemen tc Ijaubai; taant lju g.uam mu met itj? 3unc goebcrtiercnQeit boo?.
b* f Oy ben baftcn-bag luicrb iït eenigermate gequot; ■ïu f Öciipcn om be yligten luaar toe iït gerocycn luiert/ iet te bejrigtcn; nagtan^ Uia^ iït in tluufcï/ of iït aan be (Cafeï bes' Qeereu joubc gaan.
ö?ag vrydag namibbagé in 't berbojgen gc^ öeb 511 nbe/ üejjaagbe ijet ben ï^eecc genabigtiift mu met bat taoo:t tc berquiltlten: Ik zal al myne goedigheit voorby uw aangezigtc gaan laten, Crob. XXXl.'l ; 19. Co en luicrb iït obertuigt/ bat bc ï}ecrc my tot be^e yïegttgc infleïlingc na-bigbe. bc inbjuïtseïen Ijier ban taaren mu Soet/ en fiïeeben mu bicn nagt fiu,
'1-4 Saterdag
208 Hel verborge Leven van
taeïïie ift gegoIpEii taicrt te gcïooöen op ise mac§t| matt ban lt;£aö/ öEtaeïftc bc ïjcrtcn omficcrcn ïian/l iaannccr ïjct öcnt üeöaaijt. ^?e naafl;E reijc/j tnannEEt Set parlement t'famcn quam/ toag mpn ntrnocb niet Uieinig 0ntritfl/ iuat öe bag joutic boojtöjenitcn; borlj eere jp a?oti/öetacïffe get gene to^i ii?ee£ijcn! en ïjct S^ne onje buan^ beu bcrtaacljtEbcn/ aftaeerbe; taant be i^ecre maalite op een inDUberlyfie tapje bat be Iman.-ben on^e bjicnöcn taiectien. vCen öien bage taiert beje jaa'ft afgebaan/ 30 bat 'er geen taaojiï ban een hcrbjaginge meer geljaojt taierb'; am taeïfte re ben myn Ijerte ben ifeere begeert te ïaaben»
ïiajté na bejen taa^ ifi liao? eenige tab in |jet ie l a;avibfdjny ban East, aïtaaar be ^eere genabig^ | bigt ïpb met myn jicte Ijanbclbe/ en beeb mn bcti Ijae ban jidj ^eïiaen genieten in bie jaete pïidjt ban oberbcnüinge. Ijab baar fammige Clj?ittc^ nen/ met taien itt tot mmi berguififiiuge berfteer^ be. €n be infteïfinge taaren mn jnet/ aangenaam en op mnn toeftanb gepaft ?tï tjet taeïfte my {jet ïjooft boben taater beeb ïjauben onber eenige fileine berbjuftftingen/ betaelue ift op bie pïaat^ anbergaan moeft. JStet tegen^aanbe be gaeb^
ïjeit ban «C-ob aan myn siefe/ 300 bonb ift eben^
taeï een ïidjaam ber ^onbe en be,s boobj»/ Ijet taeïfte ijeftigtnft tegen my be oberïjanb nam.-
Kii)lbaagé ijaEs onje üCeeraar/ .ïl^r. Turnbrl, berftooren bie Cett ban XIX: 13, 14.. Wie zoude de afdwalingen verstaan? reinigt my van de verborgene aldwalingen. Houd uwen knegt 1 nc
ec bal bifl Sflt
ook te rugge van trotsheden, laatze niet over my heerschen. 3)3annecr ift beje taoojben ïjoojbe ïeejen/ bagt ift bat myn tjerte binnen my uitriep/ bat bit be opregte begeerte myuer jteïe ié; en ift
Uit t
€ in b; bag/ ïjab
XX : tc ; Clui werl
tens 0! post
tjae nen be^ te geit boa 31111 a
Ijai
te
aai
üeb mu
ELISABETH WAST.
maet fiEficnncn/ bat ift mcEninge baar
uit tat nip ï}aa?tie fpiceïtcn.
Cen toctmgjc na öcscn/ ftanb get Sacrament in ijc^e pfaatfc uitgcbcdt tc taajücn; en ap bien bag/ toamicer Ijicr ban fienniffe gcijeben tnicrt/ ïjab ben ütccraar ecn Heec-rebcn cbcc ^iSattg. XX: !. jeggenbe/ cinl hy heden,in last, had, om tc zien, of sommige zig wilden verhuuren, om Christi Dienstlcnegten te zyn, en zyn werk te werken. ï!}icc ny tjab iït gioatc en |Verfic ücgcer^ ten^ am mebe in jun bicnit gcbcsirtt tc toojben. O! te hebben rnyne ooren doorpriemt aan de post van zyn huis, om noiL meer van hem Aveg ie loopen. ÓDy beje tub Ijab ift 5ccu sluaaimac-bigt mbntftscïcn ban bc tnlnoanenbc jonbc; cu Ijac mere bat beje yïcgtiijc infteïïinge naberbe/ Ijae meer ift ftlciiunacbuj tuiert; 5a bat ift boa?* nemend taaé/ om ny beje tub niet te 'gaan tat bcö 'Cjeercn (.Cafeï; bug iïi bagte bit 5a Ijeirneïnft te boen/ bat niemant tjet toeten soubc.
geiaaft 31,1 a?ab/ bat iju niet iuiibc taeïaten mim baaincmen tc Ijaub; n; taant lju guam mu met 3unc gaeberticEcnljcit baa?.
Op ben baften-bag taierb ift cenigcnnatc ge-Ö alp en om bc pligtcn taaar toe ift geroepen luiert/ te berdgten; nogtan^ taa^f ift in tlnufeï/ of ift aan bc (Cafeï bej? Ifceren jaubc gaan.
vDog vrydag natnibbagö in 't beröajgen gc^ üeb 311 n be/ licïjaagbc ijet ben 11} te cc genabigïiift mu met bat taooit te berguiftften: Ik zal al my-ne goedigheit voorbv uw aangezigtc gaan laten, €tcib. XXXIH ; 19. iCocn biierb ift obeetuigt/ bat be ïjecrc mg tat beje pïegtige initeïlmge na-bigbe. Ö! bc inbjuftsclen Ijiee ban taaren mn jact/ en fiïccbcn mn bien nagt bu.
1-4 Saterdag-
209
210 Het verborge Leven van
Saterdag ina?0cn^ ontfïng tït ttn jeer te cn taanbcrlufie ontbeMiinge ban te ïicfbe (öoöjl fmptoaart^/ öelnpïe ift ren ïeejreöen ïa^ ban Flavel ober Spreuk. VIIl ; 31. lt;©! myn ïjer^ te taiert op ijet iejen ö'Cl ban/ met bertaontic^ ringe bejtufit ober te ïiefbe ban lt;J5ati tot mji in Cïpiftn^; en fiminenbe niet langer ïcejen/ licgaf iït inp tot öet gebeb. a? tit taa£ boo? mu een gejegente tag/ beite in 't berüojgcn en in 'topen^ öaar/ aïtuaar .ïör. Moncriel' ober teje toaojten pjetiftte: Smaakt ende ziet dat de lleere goet is. Cn fncr op mag ift scggen/ dat dit myn ziele zeer wel weet.
^e 1Eee?rcbenen geëintigt sjinte/ ging ift na een bcrljo:gc pïaaté op ijet belt/ aïtaaar ift b?p^ geit berftrecg om mun ijerte boo? ten ïfeere uit te fi:o?ten/ üeite boo? mnn seïben en boo? anbere/ en boa? te ïterft ban ^ot/. en tat taao?t quam tptig tot tnp: Snellyk zal tot zynen Tempel komen de lleere dien gylieden zoekt, te weten de Engel des Verbonts, aan den welken 37 lust hebt; ziet hy komt, zeit de lleere der Ueir# scharen . . . Hy zal zyn als het vier eenes gout-smits ende als seepe des vollers. Ende hy zal zitten, louterende, ende het zilver reinigende, ende hy zal de kinderen Levi reinigen, ^Baïat'Ö. Ill; 1/ a/ 3. 31ft moet beftennen/ tat bc;,c fdjiif* tuur-plaaté jeer toepaffeïpft gemaaftt toiert tot alle tie tingen/ tetaeïfte ift jogtc/ en tat De ©eere mn in 51111 Cenipel ontmoeten 50ube/ aïtaaar ift toetrrom zoude smaken en zien dat hy goet is. €n geïoaft ju gjeljoba/ ift taiert niet r:e ïeur gc= fteït;' taant tien ïïufttag taa^ nm een seer ge^ noegïpfte tag/ taeïfte nog tonge nog penne ftan uitt?uftftcn. 31ft taa^ aan te eerfle ^afeï/ ah
ELISABETH WAST
tnaar ift mpn innige Begeerten^ bonj ben ©ccrc uitflnjtcbc; cn ift nojbecïbe ïjet jeer aanniECfidpft tc jijn/ bat be^c bingen/ toaar na mijn jicïe uit^ ging/ tn licgcrig taa^/ jacteïijft uitgcöjcib taier^ ten boa? ben Xcrcaar ban bic plaats?.
^it luas boo? inn in bcr baat ten jfecft-bag/ aïtaaar mijn side met fcc hcttigljcit jyne? 3e^ bcrsabigt taicrt oD! baar qua men joctc gebagten cn bebenfiingrn in mijn grmocb op aangaanbe beje iFeeft of a5a|tniaaï-bag. 3jft tnerfite/ bat gclyft 'et liccïe bingen in bc^cplcgti^ gc inftcïïingc toaren/ bctaelïic na een a3aftniaaï geleften/ als a merfite ilt noil/ bat'er fammigc bingen in In ar en/ beUieïftc bejre obrrtr effen aile be lt;Ègt;aflniaïcn/ öeluelitc oit onber be nienfdjen luaren/ in beje oyjigten.
Eerstelyk, o^aftnraien gefeïjicbcn tuffen jiil-fie/ afê jeltien jijn/ bie 5c aanrigten. U^og taie joitbe een maaïtpb mai'ien boo? peerben/ Ijon# ben cn ^tonnen? *Dit joube een angeïyft gejc^ fdjap sijn om baar mebe te gaftmaïen.
OD obertreft ban niet bejc maaïtyb/ betaeïftc be groote (Sob geniaaïit Ijeeft/ alle anbere rnaaï» tnben ï ï)3ant baar In a 3 geen gelyUljeit tuffen ijem en oné; top toaren boo? be jonben in snn oogen beraglelniicr ban be ijonben en jtopnen aan onó snn/ om'er gejelfcïjap mebe te Reuben.
Ten tweeden, op maaïtnben eet men maar boo? jig seïben/ en men ijeeft geen bjnijeit/ om genobigt synbc ietö toe te ïaten iiomen aan onje arme b?ienben of beljoeftige naïicjlaanfee.
ïjier in obertreft bit ^afhnaat aïte b anbere/ toant onje bjienbeïpïtc cn mübabige ï^cerc en (Crattant jegt niet aïïecnïnfl; Etct, vrienden; maar ooft/ jenb beden ban ijet gcene git toiït aan
14 * «toe
211
Het verborge Leven van
utae arme fa^ienben fn CDjiftcïyïfc fiefienöe/ be^ toeïfie 3a tad niet baa^icn jun/ af^ 03.1 jijt;
Geeft my bevel aangaande rayne zoonen en dog-leren.
Ten derden, toannecr meufrljcn maaïtybeu maften 50 boen 511 onfteften om baar tac Occftru cn bagcicn gcrecb te maften; bag luie jag ott/ bat een bierüaar en een eenig ftinb in een ftljoteï 5ou^ bc gepje^enteert toojben/ om baar ban te eeten5 .CQaar in bit uitnemenb ^aftrnaaï/ liieb be g?aa^ te ^gt;ab 3ijn eeuige en geïiefbe leaan aan/ am jijn haften baar op te nntljaïen; en Ctpiftusi bieb jiö ^eïben oné aan/ am jijn bïeefcïj te eeten en gijn liïaet bao? 't geïaaf te bjinften/ tat baebfel boa? anje sieïen/ en tat geneejfnge ban anje ftranïUjeben. lt;0 taanberbare cn anbergeïnftelbftt ïiefbe!
ïen vierden, btanncer menfdjen bacj Ijare bjienben maaïtuben maften/ ja trantaen niet alle/ bebicïfte ju nabigen/ nag aaft geben 311 aan aïïe niet/ beVaeïfte tat be maaïtijb ftomen/ ftraa» nen en ftaningryften.
^ag in bit uitnemenb en Ijeerïnfte ^aftmaal/ taa?t'er een ?3juilaft aan bie gene/ bebieifte baaj geïaaf ftamen/ aangeüaben am be^eïbe met be ïtaning ber ^eerïijftljeit te ijauben; en aïïe be ge» ne/ beüjcïfte bejen ïianing trantaen/ magen ftaat maften op ïtraanen en ïtaningrpften/ betaeïfte baai eeutoig buur en. 3 ft ftan Ijet niet uitbjuft.^ ft en/ ïjnc jaet be gebagten ban beje bingen aan mp taaren ? en ift nam aaft een gjaat betmaaft in baar ban te fpjeften met anbere.
©p ben baïgenbe ïïuftbag pjebiftte onje üeer* aar ober XLVIII : -4. God is in hare paliey-zen, hy is'er bekent voor een hoog vertrek.
J©aar
212
ELISABETH WAST. -213
3©aar uit ftp aangaanbe iic ïjcerlijfiljcit cn ttc ftgoon^Eit/ betatffie in ïioningë tegEi^ toaojaigljcit te binbcn üia^; toaar aan ifi bagtc tat ifi mijn seijcï ïtonbc gangen.
rCcejrcbcn gccinbigt jijnbc/ ging iïr aïïcen tia get Iieïö om mijn ftïagte boa? tc^ i^reren SCangejigtc uit tc ftajtcn/ tacgcnjf bErfcïjcibc bingen/ bc taelfte jluaar op mp ïagen; en bn^an^ brrïijft bab ift/ bat bc ïgt;Ercc met mu tailbe tec^ Ben/ rn nip scgeneu in bat ^uip'gcjin/ taaac na toe ift ftanb tc gaan; cn bat ift ficgnaamgcit mogtc nntfangen tnt ïjet gene/ Ijet lucriie ban mp gaubc gebojbert iDarbcn/ tcttaijle ift bcje pïaati ftanb tc licrïatcn/ om te gaan na een ïjui^gcjin bigt ftp Edenburg. oD Tjoc gcnabigïijft beeïbe bc ïfecce ^ig jeïben aan mu mebe in bejen op^ jigte! ^ft gag/ bat/ baai* ift na tae ftanb te gaan/ mp een üeftcr ter ijanb gefteït joube too?# bcn/ gemengt met goebertierentjeit en oojbceï» Sjft jag ooft/ bat in bic yïaatj'e aan mp ftonb gocb gemaaftt tc taojben een lang uitgcflcïbc fte^ lafte. aD bit taai» bua? mp een berguiftfteïpfte bag/ eer bat Ijct bc ï^cctc fteljaagbe mp tc ber# jefteren/ bat mpn üjoab cn taater/ boctscï en beftgcï soitbc getoié jijn. T'cjc ücbcnftingc taiert bcroojgaaftt boa? ïjet sicn ban ecu ftubbe bau ^djaycn/ taaar bp mp tc binnen gcamp;:agt taiert/ bat be Eigenaar ban beje ftamp;aycn noit soube toelaten bat ju geüreft goubcn ijebben/ jo lang aïa Ijp iet ftonbe ftrpgen om ijct Ijaar te gcbcn. Wit ftccrbe be ï^eere aan mpnc ücbcnftingc om/ bat ift ccne ban jpn fegapen spnbe/ noit aan boetfel cn nobig beftfeï joubc gefijeft Ijeüben. ^og ift moefte gebenften bjienbcïpft cn met ;pu arme boïft mcbeïpbig te spn/ in taciïic flanbpïaatfe ift
ooft
Het verborge Leven van
utae arme fajienben tn CÖJiftcïyfic fceïmiöe/ toclfie 30 tod niEt baojsicn jun/ aï^ gy jijt;
Geeft my bevel aangaande rayne zoonen en dog-teren.
ïen derden, taannccr menfdjEn maaïtpbeii maïtEii 3a bacn ju anfiaften om baar tac ü te ft en rn liartcïEn gcrccb tE maften; bog taie 535 nit/ bat een bieramp;aar en een eenig ftinb in een frljoteï 50^ öe gepje^enteert toojben/ om baar ban te eeten? .ittaar in bit uitnemenb ^ajltnaal/ fiieb be gjoa^ te ^ab jijn eentge en geïiefbe Saan aan/ atn jijn haften baat aja te ontljaïen; en Clj^iftus üicte 3ig jeïbeu oné aan/ ani jijn Weefclj te eeten en Sijn ïzïaet bao? quot;t geïaar te bjinften/ tot barbfel boo? nnje sieïen/ En tot gencc,-,inge 'aan onjE ïiranfiljeben. lt;D taonberlüare rn onbergeïpïïeïjrfiE ïiefbe i
Ten vierden, taannccr mcnfcljen boa: Ijacc bjienben niaalttiben maften/ 3a troutaen 3p niet aïïe/ bEtaeïfte 311 nobigen/ nog ooft getmi 311 aan aïïe niet/ betaeïfte tot be maaftijb ftamen/ ftroa^ nen eh ftoningtyftcn.
^)og in bit uitnemenb en ïjecrïpftc ^aftmaaï/ taojt'er een ^juiïaft aan bie gene/ betaeïfte booj geïoof ftomen/ aangeïtoben om beseïbe met be ïtoning bcr IjccrïijftljEit te Ijouben; en aïïe bEgE-he/ bEtoeifte bc3cn ïtoning troutaen/ mogen ftaat maften op ïicaonen en ïioningrpften/ betaeïfte boo? EEiitaig buuren, SCft ftan Ijet niet uitbjuft.^ fien/ Ijoe 30ct be gebagten ban bE3e bingen aan mp taaren? en ift nam ooft een g?aot bermaaft in baar ban te fpjeften met anbere,
o^p ben baïgenbe ïïuftbag pjebiftte cn3e HCeEt^ aar obEt XLV11I : -4. God is in hare palley-zen, hv is'er bekent voor een hoog vertrek.
3©aar
212
ELISABETH WAST. -213
3©aar uit ijp aangaanhe üc QcErlijftljeit cn iic fcgoonljeit/ betorific in öe^ ïtaningé tegciv tooojaigljcit te liinbcn taa^; toaar aan ifi öagtc iat ift mijn jeod fionbc Ijangtn.
3Ccc?rcbcn gctinbigt jijnbe/ ging ift aïïcen na get bEïö om mijn Jüagtt faoo? öi-^ ïfccrcn Stiangcjigtc uit tc ftojten/ tacgcnï? bcrfcïjciöE bingcn/ üc üteïfte jtaaar oy mp lagen; tn üajan^ bcrlijft bab ift/ bat bc ï}cctc met my Vuiïbc toe= 3cn/ rn mn jegenen in bat C^uisgcsin/ tnaar na toe ift ftonb tc gaan; rn bat ift firguaamïjcit mogtc ontfangen tot tjet gene/ Ij^t üicïftc ban mp jaubr gebajbert taarbcn/ tcrlnijïc ift beje pïaatö ftanb tc bcrïatcn/ om tc gaan na ren ijuisgcjin bigt bit Edenburg;. oD l')oc genabigïijft beeïbe be ïfccrc ^ig jeïben aan mu mebe in bejen op^ 5igtc! Sift jag/ bat/ baat ift na toe ftonb tc gaan/ mu ecu üefter ter Ijanb gefteït jou'ac too?-bcn/ gemengt met gocbettieren^cit en oajbetï. Sft jag ooft/ bat in bic pïaatfc aan mu ftonb goeb gemaaftt tc taoiben ren ïang uitgefteïbe loftc. *0 bit Inast boo? mu een berijuiftftcïufte bag/ ecc bat Ijct bc ïjcccc fic^aagbc nip te bee.-' jeftcrcn/ bat mun ïijoab en Vuater/ Uoctscï cn bcft^cï joiibc gelnié' jijn. vDcjc öebenftingc luiert ucroo^aaftt boo? ïjet jien Uan ecu ftuöbc Uan ^•cljaycn/ taaar bu mu tc binnen gcamp;:agt luiert/ bat bc Cigcnaar ban beje [cSjayen noit joitbc toelaten bat ju gcfireft joubcn ïjebben/ 30 ïang als Ijn iet ftoube ftrugen om Ijct V)aar te gebcn. 'Pit ftcccbc bc l:}ccrc aan munc öebenftingc om/ bat ift ccnc ban jpn [cl;apen jnnbc/ noit aan boctfel cn nobig beftfeï joubc geftjeft Ijeïtbcn. iPog ift morftc gebenften bjicnbdpft cn met jpn arme boïft mebcïpbig tc spn/ in luciftc ftanbpïaatfc ift
ooft
214 Het verborge Leven van
oaft taa^ €n tit tnierb op mtm gcinoet gcijjiifit baa? bceïB en ïtragtigc fielncEgrcbenen.
33ft inaet crfiennen/ bat öct getiocl ban be# ^eeren gaetïjEit/ baa? een centime tpb in mnn geeft bmiagtcbc/ ïjet Incïfte mp filymaebcfjift in bcjr ï^cEcen lucg bebc gaan/ en ift taicrb gcïjaïpe am fcE^eïhe anbete aan te p^pjen, jfèa bejen bec^ ïiet itt in November bE5e pïaat^/ En ift ïaafbe ben l^eere/ bat ift baar getaeefl taa^.
Wanneer ift in tnnn niatluc toaaninge guani/ banb ift gimfte in be aagen ban bie geene/ met bstacïfte ift ffamen ïeefbe/ en bit reftenbE ift geen ftïeine taeïbaat te 311 n/ aangezien ift raun jcïlien altaa^ agtebe een ann en annafeï frljepquot; fel te jyn. Sft bagte menigmaal (en ijet iö een toaarïjeit) bat/ inbien be ^EEtE niEt aan mn EEni^ germatE ban 51111 genabe te ftaftc gEljangen ftab/ ift 3a Een bEragteïyft Kljepjcl/ aïs'EC op ben «arb^ üabem ïeefbe/ saude gctoecfl 3pn.
©e ï^EEte öfEEf niEt 3iin gimfte en gaebettie* cenljeit nip öp: en ift antfing bceïc 3aete mebE^ bEEÏingen ban 3pn liefbe/ benfienbe/bat/ 3a ift nit abertainningc ober be berbajbentljeben eh be sanben öeljaalt Ijebbe/ Ijet ap be3c tjib biaé; bag tat mijn fmerte maet ift ijet jeggen/ bat Ijet aU bu^ niet ïang biturbe; taant bese Hcffelpfte bagt; gEn/ bEtaelfte ift genaat/ luaren maar geïpft een ftajt 3amer-fap5aen/ baanenbe be taeg baa? een ïangbmtrige/ naare en een bmiagtige tainter/ bctaeïïiE _ni bEi* fjaaft 3EEr bijcEbetpft op mp aan.--quam. ©ag uit öe baïöeit ban 3pn genabe/ gaf Ijn nip/ eer beseibE nag aanguam/ EEiiige ijert ftErftingen am mp te anbrrfteunen/ eu in üer baat/ inbiEn Ijet bit niet getaeefl taa^/ Ijet jaube met mp öapefaa^ getaeefl 3pm
ELISABETH WAST.
31ft ftan nitt nalaten te herlamp;aïen ecne baojjlc^ nigïjeit/ bctoeïïte ift omtrent get mibben ban . December antmoetetie, ^»aar toa^ een ftyjan^ bete jaaft/ tctaclïte mp toeitEttcautat Vaiect/ en öetaeïfte seet f!£gt fcljeen te juïïen uitijaïïen. Cn aïsoa ift baar in een gjuote ^anb gab taiert i'ft'er uiterniaten ober gegneït/ ftïnion'Er niemant ban taifL (Cerluijï ifi onber Ijaar een bjeembeïing ina^/ bagt ift/ bat 511 mn jouben aanjien of aï^ ongetrauta/ of jOjgeïaa^ omtrent ïjet gene ift öe* dertigen moefte; en beelc anbere bjeejen quamen in mitn gemoeb/ geïpft alg onber anberen/ bat be (öobabicnft geïaftiEtt joube toojben; ïfet bielfte my ban biftmaatë bebe gaan tot ben tijjoon ber genabe/ üibbenbe/ bat ift geöoïyen mogte bioj' ben om numc jaften met rcgt tebejcïjiftften. diOaet tertajiïe ift mibben in mim biee^e biaé/ quamen beje üiOOjbcn oy my: weest in geen ding bezorg!, maar laat uwe begeerten in alles, door bidden ende smeeken, met dankzegginge bekent worden by God, IV: 6. €11 50 gefcïjiebebe ïjet ooft; 'taant myn bjCEje taierb gcnabigïyft booj^ geftomen/ ftet tacïftc my g:onb gaf om te jeg* gen; i!y is die God, dewelke voor my alle dingen wel uitvoert.
SCangaanbc bes? ^eeren toeg met my in 't jaar 1704. moei ift opmerften/ Ijoe be ^eere op be^* jeïf^ eerften bag aan myn jieï jeer genabig taaj?/ en ü:flgt my beeïe soete fiebenftingen te binnen/ met opjigt op be omftanbigljeit ban bEn bag/ betaeïfte èeftent ié een bag te jijn ban niet^ te eiffcQen/ en ban giften te geben.
^gt;aar op taiErbrn my be^e b?ie bjagen te 6in=lt; nen gebjagt.
1. 3J5at Ijebt gy gejogt bao? utae nientoe jaar^-gift» 2,3©at
215
216 Het verborge Leren van
a. 3©at öelit gp bcrïtre0en boo? titae nicutac jaar^-gift.
3. 3©at ijcöt 0u taebcrora gcgcbcn?
«ITot een antüi0D?tt op öe^c ö^agen/ bagt ift/ bat/ 30 inyn ijertc nip niet cn fiebjoog/ al ijet Seen ifi sogte/ taaë/ om ben ïfEEre nabcr ïpiiiOjmig tc taojben: bat ifi tjeiïigcr en omsig-tigcr niogie tuanbeïcn; En bat ifi nuttig in mijn gefiagtE mogtE jpn tot sp:i eeee/ En ten gotbE ban Sijn boïfi. iCoEn iaiEtt my lx fiinncn gcüjagt: Wal is uw verzoek, ende liet zal u gegeven worden? taaar op ifi ïjegEEtbE mijn SElbni/ 3iEÏ En iitljaam aan ben ^cerE ober tE QEbEn/ (om na 3pn toEïgEbaïïcn bEftiEit tE taojbEn) En om tnnnc ïutlEn eh afgnben eeu fcljEib-b?iEf tE gcbEn/ ten Einbe mijn IjEtte gEÏjEEïïpfi bE jnne mogtEn jnn.
^E3c bingen/ UianncEt ifi nabEdjanb baar op te rnggE jag/ inaren mu joet en aangEnaam/ En bcben mu b?aïufi jpn in al ïjEt gtne ifi bebc. ^''og ijcïaa^ l Ijoe angctjoubJEfpfi ÊEftebEbe ifi aïie bcse bicibaben boa? ecu tjoutaloosE en ïoomc gc^ flaïte bE3 IjertEiu SUfi begon op nieubijï na b?EEm-bere 3£ief öeüamp;eren om te sten/ en ifi list mun Ijec^ tE omjbierbeu op be bergen ber pbeïljeit/ afgo» ben quamen in mune genegentljeben oy/ fc0oon ifi öet tegenbeel pïcgtcïpfi gEjluotEn Ijabbe/ bat ifi uiEt Ijaar niEt iueec toiibe te boen Jjebüen.
3jfi ber^uimbe Ieu EEnEinaaï bE^e ttuee ebeÏE pïigtEU ban te taaafien en te ftrpben tegen beje jauben/ betaeïfie mp 30 iigteïpfi omnngben. öu^ bergoïb ifi ben ï^eere/ en 300 bluaagf en on» tapt? taa| ifi.
i^aat op namen be pïagen ban mpn öcttc toe/ en ifi fijEEg eeu uiEutac guaaï om'er mebe te tao^flelen. €en Cngeï be^ fatan^ taiert qz*
SonöEn
ELISABETH WAS Ï. 21 7
joniïcn am mp injceticMt met Uuyiltn tc fiaan. ipog be jatten tuajöen am ïjace sanöen en ange* rcgtigfjeben gepïfiagt. aD! iït taa^ in een gjaatc morneïuftijcit; en ift Vuierb ban plijjt tot piiyt ge-flingcrt/ rarpcntic/ dat liet van my mogte weg-Avyken. ©ag Ijet gcïuftte niet/ maar be anruflc nam ban bag tat bag toe. %n iöcbanb bat ttaee ^artuen quot;tiinnen mn een ftryb aenregteben; b'eene party 'araé hacn Ijct toegbaen ban aïïc b'cjc uffequot; iufie angeregtigljeben; bag b anbrre ^artp ïua^ baaj bcjc anljciligc en jatte ingcbingeh met ber» macft tc ftarftercn/ rn brje yartp biaé iiejre be fterfifle. gebagten Ijicr ban lijagten mp in een ijjoarc bjana?b?c/ en antrufteben mn geöuurig-ïpft; en beeïtubs taiert ift ïteflraft/ ja ban mnn eigc getaeete/ aïé ban be jêcijjiftuur/ dal ik den Heerc met myn gansclie lierte niet volgde, maar gcveinsdclyk; am taelftc rcbcn ift menige bittere jugtingen apjanb/ bat ijet ben ï^ecte öcl)agen magte/ jig muncr te erbarmen; bat iï't met be^ je berjoeïtinge niet meer magte gegneït lua^brn/ en bat Ijy mn bcbiaren magte/ ban iemanb tat ergerniffe tc jnn; taant ift jag/ bat Ijct een ban fatanst ïiftcn taa^/ niet alïeen am be ^abbelaa^ jen tc maften tot cm berjaeifinge aan be** C^eeren baïft/ maar am aaft jelf^E be gabbjugtigc mal# ftanberen tot füitifteïmge te baen jnn. iBcgen^ beje rcbcn [meefttc ift ben ii^ccrc meenigmaaï; bag mime berbjajringen bcrmcccbcrbcn ftceb^/ en ift ftanbc öc mccninge baar ban niet batten; maar ging ban pïigt tat yïigt/ taccnenbc en ftïa* geubc met beje jbiare ïaft ay my/ taaar baaj mijn gecfien fc'jecnen tc ;iiïïcn bcjtoyftcn/ tcrtaijl ift bjcc^be bat be J^eere my bcrïatcn ïjabbc. €bcntacï maet ift naattaenbig aanmerften/ bat
218 Het verborge Leven van
miiïtiEn in beje faertoa^rmgen/ nu en ban be tytt* re mn eenige reegenen ban jpn gnnfle gaf/ 5a arm/ anluaarbig/ en onheilig al!? iït ooft taa^E; fomtijbé in apenfiarc infleïlingen; fnnitpb^ in 't berl6a,igcn/ en op anöerc tuben/ iuanneer iff met bc bjaamc bcrftccjiïc; maar fiusanbcrïuft ben 19 Maart, junbe Ëfuftbag/ toeïfie een ^eer flojm* agtige bag toa^/ bog ïuentacï een soete jomer^ bag be«? Cuangeïium^/ op taefften ift geïoobe/ bat beeïe ftoubc en bcbjooje ïjerten ontbooibcn ter pïaatfe/ aïtoaar ift ooft tegentuoojbig taa^. Cn 0 bat ift noit bergeten mogte/ Ijet geen ift op bien bag in mun jiel geboclbe, ^e -Iteeraar .ïfer. Scot pjebiftte ober Sjolj. XII: 2G. Zo ie-mant my dient, die volge my; ende daar ik ben, aldaar zal ook myn dienaar zjn Ende zo ie-mant my dient, de Vader zal hem eeren. amp; ïjoe ging mun ïjerte en begeerten^ uit/ om tene ban Cijufti bienftmaagben en naboïgereffen te 3un/ bagte/ bat ift eïfte fp?cuft/ betaeïfte
ï)U fpjaft/ toeftembe. ^gt;it InaE? be jafte/ taaar na ift berïangbe/ nameïuft Cljjiftuti in aïïe ^une naboïgeïnfte bdïmaafttljeben na te laan beien,
t'l^ui^ geftomen ïpnbe loofbe ift ben i^ecre boo? juïften ijeerlnften bag aïj? beje toaé. .ïiKaar Ije^ laa^! beje geflaïte taaö ban een jeer ftojten buur. Zy was gelyk een inorgenwolke, en gelyk een vroegkomende dauw, die henen gaat, ©uifter^ geit' nberhiel mn/ en mpn bocsemsonbe öicïb niet op my ïjeftigïuft te Beftrpben/ en bat op een getaaone tause, ^ttn toc^anb Ijab ecu jeer gjoote obereenftatnile met een taiuterbag; taant fomtjib^ jaï in 't öartje ban be biintet be gon eenige Ijitte gebben/ 3a bat be fneeuta fmel^ ten/ en get bebjaose ontbaojen saï. ^ag niet
ïange
ELISABETH WAST* 219
ïange baar na fiebjieft Bet taater tacber0m. €n
EC* 3a
in ift icn nu
Ct'
it, Ell
ift ar
ie-n, ie-4D lie tc (tc
toa^ get met mp gefteït.
©Erb0lg2nö bieï cc ictj? baa?/ ïjet tacifie ift piet nalaten ftan te faerQaïcn. ^en ^gt;ienp:niaagt in get ijui^gejin öe ftoojt^ ftrpgcnbc/ tjab ift een flerftc inbjuft op myn geinoeb/ öat jp ïj'EC ban fierben saube. Sift bab ben ïfeere ten Ija* ren opsigte. aDnbcrtuffen taierc ift geïjoïpcn am te gelaaben/ bat önitrn gaar in ïjet Jjui^gcjin nicmant ecnigc fcïiabe ban bcje aart ban jiefttc firpgen jonbe. ^c hieeft boa? bïeef 51J jeer flegt gtjlcït lt;Op een jeftere abanb in ba naafte ftaniec jpnbc/ baar bc ^iefie taa^/ raaïitcn bn ongeïiift öe gojbpnen ban Ijrt beb aan bjanb. ^jft ïiep'cr na toe nm be bjanb te bluffdjcn/ cn bjanbebe nm jeec eïenbigïyft; bacfj gclaaft 511 i5ab/ bat be fijanb gebluft taierb/ en bat er taeinig fdjabe gefeïjiebebe/ beljaïben bat ift baoj bc b?anb een gjDote ppnc in mime Ijanbcn ftrccg/ bcbieïfte 3a bejrc ging/ bat ift ba0tc t'ccncmaaï anbeijuaEtn ic te jnn am eenige pligt tc bcjrigten. lt;ïfgt;aar en ba^ ic [| hen taa^ ift in nipn gcinacb 3;ccr ontruft/ bjee^ jenbc/ bat be fclj:ift een mibbci smibc 31111 ban bc boot ban bc sieVic perfoen; cn ïjoe 3011 ift'cr mpn 3elben ban ban suibcren ftannen? ^n besc ber# Icgenc toeflanb ging ift tot ben ï^cere/ en fmeeft-te Ijem/ na bat gn inn in ftaat ^eïbr/ bcibc boa,: ben siefte/ cn boa? mjui 3eïben; en bat geïpft Ijn bifttail^ een gcnccémccflcr boo: mnn 3ielc getoeeft taaé/ tjp nu ooft mpn ïicljaam gencjen toiïbc. 5;ft moet erftennen/ bat bit een 3actc nagt boo? mpn jicïc bias?/ in bttacïfte ift boo? obtrbenftinge jag/ dnt de zonne der gc-regtigheit, met genezinge onder zyne vleugelen over my opginge, ^alcacg. IV : 2. lt;0! ift
Öcamp;
220 Het verborge Leven van
Ijefi ^eer gioate lierplitjtmgcn/ taant bc ïiefbe Camp;jifli meer tot mp iütgeü?eiti gctoajticn/ ban tot anberc buijcnben; en cbentael tot mpn ftijaamte moet iït ijet 5E00cn/ bat niemanb in be toteeït ïjet 30 qualytt beftreb/ aï^ ii't boe.
c^aar na begon ilt te onbersoclicn/ taat be tnceninge ban quot;bit boa?baï taaé/ en taat ift'er 3Di!öc uit ïeeren? 3Baar op ift ttaee bingen tot anttaoo?b ficeeg.
1. §Sag iït/ bat Ciob baar in een ïjc'ïigE en toeïatenbc ïjanb ïjabbc/ cn bat om nip te be^ ftraffen taegenjGï een bjanb ban pag'fie/ taaar in iït te boren eenige bagen getaeeft taa^/ 30 bat b'eene bjanb b'anbere beftrafte/ om 111 n meer jagtmoebigïjeit te ïceren/ taanneer ift beronge^ ïpïit taojbe. %k jag ooïi jyn Ijeiïigc ganb baar in/ bat be bjanb geen g:aotc feljabc gebaan ijab^ bc; aï^ mebe/ bat fpj mpn bjceje aangaanbe be arme bjoutae bernietigbe; taant be boïgenbe bag taiert 5c taat beter/ en baar taa£ Ijoye ban Ijaar perftcïlinge. vDotïi in ttaee of bjie bagen taeber inftojtenbe/ ftierf ju.
2. ?2ag ïft bej» fatans boo^aatbige Ïjanb baar in/ betaeïfte aftoo^ rontom gaat om ruiaab te boem a3cn g^oore bienft joube Ijem gefdjiet jun/ inbien iemanb/ betaeïïfe ban be ^cbEtbienft üefplt;= beniffc bebe/ get taerïftuig taa^ getaeefl ban een ijui»? aan b?anb te fteïien, lt;© Ijoe joube ban bt taeg ban a5ob geïafrert jun getaojben! beeïe 3oclt;= te bebenïnngen ïtrceg ift beje nagt ouer bcje bingen/ bctacïïte my onberfteunben onfcer bc pnnen/ bie ift in mpn ïutjaam ïjabbc.
Cenige bagen/ nabat bc bjoutae geftojben en eenfpft in 't ijui^ taa^/ taiert myn gectt gjoa-teïpfi^ bencbeït. 3i'ït jonberbc mp een taeinigje
ELISABETH WAST.
221
op öet bclij af/ am mun tocflanti ban? ten ïfccrc tc fitïflagcn/ aïtaaar ifi beh fteiftE en gctaeitiige fiertccrtE öaöbc om te ftcrbcn/ en ftanöc gctocnfl jjcliücn/ tc naaftc baij seïf^ ren ïuft magEti gc-toeEft 3pn; Eii bat/ bErmitö ift jag bat bE janbE tcgEn^ tny ojj eeu angctaaanE iiinje gEbuurig obEcmagtE/ 3a bat tft (öab antEECöE/ eh in ninn gcfiagtE janber nuttE taaé.
iüit jag Dalt bat Ec cEn 16Ep:acliingE in myn geeït öEgannrn taa^; junbE bE baajïaapEt ban ecu bjoEbigE bja:5iEniijl)Eit baa: inp/ inbiEn Ijet te baat niet bna:guam; taant ift bagtE bat ift eeu manftcr ban angECEgtigijcit taaé; En saubE ïjEt ban niet tot Ecrc ban (Sab jpn/ am jabanig EEHEn uit öe tacrcït targ tE nEmen? JtangaanbE öc targ bE^ I^EcrEn fmytaaartji in bc^E tinjan^ becljEit/ aiïE^ liïcEf bniftEi* en ttaufEÏagtig/ 3a bat biEé tE meer num gitElïingE bcrmEErbcrbE, 3?ag niEt tcgcnftaanbE ninn antfteïbE tacflanb/ ramnumicccrbE ift Ebrntacï tE üalkeitk, amtuEnt Ijct begin May. 3'ft Ut a a gjaotEÏlifta in IjEt bui-ftEC/ cbcnluEÏ jag ift/ bat jjet mun yliijt taaó tE tammunitEren; jiEUbc alïccnïjtft ap be getegtig^ Beit ban een anber/ am aamjEnomEn te taajben, JiSjine ber^aeftingen gieïben niet au/ en ift ant-ffng anbertuffen eenige ftleine bernuiftftinge/ Öct taa^ taanneer ift mu met fammige ban mpn gemeensaamfte bjienbinnen in ben gebebe bEC^ EEnigbe.
Maandags taierr ift ^eer b_2aebig ban mnn fiajE ïiertE aangEbalïcn/ ijEt taEÏftE mu tot ijet üibbcn optaEfttE/ een taeinigje eec bat ift be^e plaat^ bEr-liet/ aïtaaar ift bjpljEit berftrEEg ara num antcuft gemaeb ban? ben ï^eere apen tc leggen, ^gt;ien nagt/ na bat ift t'öuiö geftamen taa^/ taa^ 'er
een
222 Hef verborge Leven van
ten fimb in ïjrt Tjui^gcjin/ get toeïïtc ift teijcrïyft ötminbe/ aan een jeer flcrïte en gcbaadjigc ïtaajt^ sieft getaojijen/ 50 üat nict^ tan bc baab tc gcmoct gejien toicrö. ^ic ftinb een gjoate jjïaatö in mjin Ijcrte öeflaanbe/ i6ab ift ben ^eccc 3pnentljalÜE. ^ag üoajnamcïpït lag ftp op ten jeftere bag seer jtaaar op mnn geefl; en fcljoan ïjet maar boa? een ftajte ftonb lua^/ 50 toa;£ ijet ebentoeï een sect soete ftonb. 3[ft üab ben ©ecre niet onbcrtoecpingc om syn leben/ maar üoï# ftrcfttclnft cm 3911 saïigljeit/ en mun eige ïjcilig^ tnaïtinge, fir ecg bjyljcit om op aïle bc^e bin# gen aan te bjingen/ en tc gcïoaUcn bat myn üer# 3ncft joube toegedaan taojben uit bic jocte fcfjjif# tuur belofte: Ik hebbe u verhoort in den aange-namen tyd, ende in den dag der zaligheit hebbe ik u geholpen, a Co?. VI: 2.' aDp bien ^clbcn bag toiert öp fUtnmer/ en ^cer jtuaft; ?o bat 511 in-nuanicn/ om jun aaffem te jien uitijaan. 3©an» «ccr ift gem in besc jtoafifie tocflanb jag/ Vaas ifi in een g?ootc ontfteltcniffe/ to at ift ban be ht* ïofte maften joubc; bn^ berïict ift be reft/ en ging alleen; noit bertoagtenbe om Ijcm toeberom ïebenbig tc sicn. ïfoc ijet ooft 39/ lquot;|ct beïjaagbe ben ïjcere in 51111 eige tab/ aïïc onje b?ec3cn te Ucrubclen/ en ïgt;cm te gcr|tcïïen/ ijet taeïfte een teften iaa^/ bat/ gcïjtft be f cerc mu in bit mnn bersoeft bcrr)oo?t ijabbe/ ïjn ooft ^ooinanberebin^ gen soube boen/ feïjaan je ïang iiitgcfteït taicr# ben. quot;Pag bc ïjcetc/ betnclfie een ci?ob ban Ijcit i$/ éanbcïbe met mp ap bcrfcljeibe tapjen; ben Ecnen bag Ij eft Ijp mp ap/ en ben anberen bag toerpt Ijp mp ter neber. .ïi^pne berjaeftm^ gen namen tac/ en mpnc antfteïteniffen bermeer» berben ap een frijriftfteïpfte topse/ ja bat ifi een
fcï)?ift
ELISABETH WAST.
aan mpn scïbcn tniert/ taant ift ftanfat nipn jcïütn aan niemant lieïtcnt maften/ rn aï ijct gc^ nc iit öücn ftanbc/ taa£/ 3a bifttai^ aï^E magc^ ïyft taa^ alleen te gaan/ en myn ü^aebige too fl:anb aan öen ïjeere selfé te Mïïagen/ ftecö^ na lipt sacftcnbe/ bejen aangaanbe; bag iit fianbe geen berljooringe bernemen. Waar en öabcn ticrtialgbc mu apoblierïotQening en augeïaaf ban jjïaat^ tot plaat^/ bog injanbeeljtit oy een seftere fiuftbag toiert i'ft 't aïïenneefte baar mebe giv ylaaot,
a^mtrent Jbesen tut taiert l)ct ^atrament te Libbertoun uitgeöeeït/ en i'ft ijab eenige gebag-ten/ bat be ï^eere aïbaar jia jeïben aan nut open^ fiaren joube; taant $tbanbmaaïbagen spn mp meenigmaaï tot Ijccrïyfie bagen getaeeft. 3,8 fionbe ben ^eere tot getuige nemen/ bat ijji 't alleen taaö/ betaeiïte ii't jogte/ Ijeiligtjeit in ijctt en ïeben/ en nuttig te juu in mun ge|lagte/en geen taille ban be spue tot mun regeï te ^cböen; iit jag mun seïben ais beragteïuïf en berïooren aan/ in een fiuiï ban bcrüojge buibeïen/ baar geen ljuipe ban in beu JüSibbelaar te binben isf.
ïlit beje naumerftingen bmfbc ifi be jiligt ban te toinmuniteren niet nalaten, ^lt ging aan be ttaeebe Cafeï/ taaar ift my 50 ra3 niet ne# berstte/ of baat beeb jig op een ban be gjoot^ fte' b er,; oeftin gen en staarigljebcn/ betaeifte ift niet ftan/ nog tail bedjaïcn. Wit maaftte tun ten eenemaaï onfteguaam tot bat pïegtige taeift; 30 bat ift nog benfien/ nog fp?eften ftonbe/ jpn* be berbuït met ftïcinmaebigïiebcn en ongenoe^ gen/ en oojbeeïenbe/ bat be ^eete op mp geen agt gaf/ aangejien te^e bingen/ taaar tegen?quot; ift 30 3eer riep en bab/ toenamen en aangjoei^ ben. Wit
223
22-4 IIcl verborge Léven van
(Pit 5ïbonbmaaï gctinbigt ^unbc/ öagt ift bat iït mnn berflanb hctïaa? iuegcn^ bc onbL%rb?ufe ftinge/ bctacïfte tft in mnn geeft onbertoojpen lua^/ ifi toip: niet luat iiï boen joubc; nnmc inge^ taanben taaren ftcrocrt/ cn iu taaj» in ccn giaotc fienautfjeit be^ geuiacbs. Sfift bagte/ bat atfs bc öelaftcn boa? myn jjcpligmaïiinge/ 3a aagen^ frïjpncïyu tegengefp^otu-n iuierben/ bat'cr geen facrecniijing ban bejdbe plaat? ïtanbc gappen. Cn aangaanbc ben üaosen butlicï ban dobber-ïnodjeuing/ ift taicrb aan bcjcïbe ban plaatjj tot plaatEï bcrbaïgt/ Ijet taeïïtr mn biftluiïë bebc iiit» rarpen/ en lieMagen ben bag/ toaar in iït in bc. Iitc» reit gefiomen toag; en menige Dirtrrc 3itgtingen guamen nit ijet binncnftc ban mijn Vjcrtc/ ma^ fiEube beseïbe öct gjooutc gebeeïtc ban umnc gtv beben uit; taant iït lionbc bc mceningc ban mijn ftranftljcit niet berftaan; 3a ongemeen luai? 3c. 3;tt ftonbc mn nergens beter bn bergcïtiften atö by icmanb/ be liteffic in be taaebe ban eene ftcrtte fioDjt? tp. Sn betloo? aiïc mync geefteïyite 3in^ nen/ en Ijab geen treit tot gcefteuitte yïigten» tit Ijab geen flcrïtte om be byanb tegen te
ftaan.
3in bE3c beb:aefbE tac|tanb bïccf ift beeïc ba« gen/ taaar ban niemanö tn bc meeeït ïtetmiffe §ab; berljaïben Rcmbc niemanb ooft met my me^ beïyben ijeüben. Sfit taaö gcïyft een arm 3tiigc^ ïing/ getaaipcn op Ijet bfalïftc beïb/ ober i)et taeffie geene aogc mebeïyben Ijabbe. Ribben in öCjC ongcciiftc roeftanb/ ontfing iït/ boa: Ijet racefle gebeeïtc/ ft^ifttinr-beïoftcn/ om my te öcmoebigcn/ bat'er ccn ititftomfce op ïjanben toa^; maar ongeloof stooïg aiïc bc ber^
trooftingen op/ latenbe my in üenautijcit. ^aar
taaë
ELISABETH WAST. 225
taa$ ten öp^ntere tiag/ taaar in ift omtrent myne gcinaane paften jeec ontcuft junöc/ bat taoajt mp bed agter na baïgbc: Dit^is de tyd van Jacobs benautheit, dog hy zal'er uil verlost worden ^crf. XIJ. Stn aïj? ift mpnc ober-' benfiingen ïjier nücc liet gaan/ (Vaant tjet guam jeer jacteïplt tot mgf) ja Uoïgbe bat tanojt: zoude hy hel zeggen, ende niel doen? olie spree-ken, ende niet bestendig maken? ^gt;it taietb ift geïjaïpen te geloaben/ bat oy jpn iieguame tpb joube gact gemaaiit taa?ben. ^)aar tatect mp een anbec: jeer aanmcrMpfte fieïafte gegeben ap een ïSuftbag in be mojgenftanb/ taanneer ift namelpft in Ijet ücrüojge geiieb taaji/ junbe jeet fienautat/ ontfing ift een taaa^t/ ijet taeïïtc mpn nebetfiuigenbe geeft ftiïbe en nplieucbe. Ik zal uwe al'keeringe geneezen, want, ik heb u vry-williglyk lidquot; gehad ^er. XXXI. oD gae jaet taaé bit Uoo? mp I 3ift gjeep Ijet 5a gjeetig aan/ al^ oit een berb^inftenb man een tauta bebe/ Ijet tae^ lie tat spn Êeljoubeni^ gem tocgetua?pen taiert. iPit taa? be jaaft/ toelfie ift jogte/ taant ift taaë een aftapfiflet iieibe in Ijert en leben. %t taaó mp ooft een jeec berguiftöeïpfie bag in 't apen-öaar/ aïtaaac tap een b?eembc Zeeraar hab-be/ p^ebiftenbe aber bcje taaa?bcn: O hebt den lleere lief, gy zyne heiligen ^f. XXXI- ©iet fp?aft Bp ban 6abé ïiefbe tat spn balft/'en bat 3pn baïft/ tat een teeften ban banftöaaröeit/ Ijem toeberam jaubc iiefljeböen/ mpn öinnenfte Bette ginft uit na ijet gene gcfp?aaften tatert/ ift jag Bet mpn pïigt te jpn ap een fipjanbere tapje bag bit aïïe^ taa^ niet^ in beruelpftinge ban 't gene ift ontmactebe. ^e lEeer-rêbenen geëinbigt SPnbe/ ging ift alÏEen na ijet belb/ aitaaar be
^ i^eere
226 Het verborge Leven van
ïfeere een lEeejreben ban ïiefbe tot mijn tie* lt/ ajj een gchaelige/ obertuiöenbe/ en anber* ftljeibene topse ii?cbiütc/ 3a öat itt öeiöe finnüe jien cn Ijoaten ïfeeren ftemme/ in beje ün^ ïonbctöeöen. 1. 3©at ijp aan rapn jieïe gebaan ijabbe/ en ijot beeïe fiïpVtöare tecfienen ban spn ïiefbc ïjn aan mn te ftafte gclegt Ijabbe/ tocffie lieeïe ban spn eige bieröare ftinöeten in suïït een mate niet anberbcmben. ± ï^ae onbanftüaac itt getaeefl toaë/ boa? een flcgt ge6?uift te maften ban afle beje bingen/ ïjefiamp;enbe janber reben mpn ïiefbc aan anbere bingen gegeben. 5. '©at Ijn ebentael nog taiïbe geben nieutae öetopjen ban -ijn ïiefbc/ niet tcgenftaanbe aï Ijet gene ift gc^ baan ïjabbc. daarop toiecb Ijrt 16 ^aaftftuft ban Ezechiel mp baa? oagcn geljoubcn/ ban ï)et begin tot Ijet einbe/ taaar in ift na öct ^bcn toa3 afgemaaït/ toant baac toa^ niet een bet^ Df ïjet taai? oy mp tacyaffeïpft. bit toaé boo? mp een jactc yïaat^/ aïtoaar ift een ïeben* bige ontbeftftinge berft^eeg ban be ïicfbe 35ob?i in Cöjiftu^ aan mp arm en ontoeerbig ftljepjeï. (0 ijoc berïangbe ift toen bp Cipiftué te ;pn/ aï^ toaar geen fdjeiben meet: yïaat^ jaiibc tjebücn/ cn aïtoaar een ïirijaam bcr sanbe cn bcé baaté mp niet meer antrujten janbe/ taant bc auabe be^ toegingen ban een berbojbe natuur iamp;ieïben niet op/ en ift ftanbe ober be^eïbe geen obertoinninge ït?pgcn/ toat ift ooft ontmnetcb?- 3jft ftan bit niet baa?bp gaan janber mp te bertoanberen ober be^ ïfeeren tacg met mp/ toanneer ift onber een b:oebigc geftcïtljeit ban bc jiete ben/ en aan 5011^ bige gebagten en neigingen ftame pïaat^ te ge^ ben/ ban benft ift getoiffeïpft 5al be ^eere tegen mp np een fcïj?iftfteïpfte topse in geregtigljeit fto^
men/
ELISABETH WAST. 227
men/ bag geïoaft jp spn name/ tat jpne gcbag-ten niet 3911 al? mnne gebagten/ nag spnc taegen aï^ mane taegen/ taant sun taeg met mp ten eenemaaï ïieföe/ enbe niet tterfcljjiftfiingc. Bu ftïjeen ï|cctcn ligt/ boa? een fta?te tpö/ ay myn CaüernaficI/ en ift ftjeeg iijyljeit am ap Sommige tuben bie joete pïigt Uan Dberbenftmge in 't taetft te ftelïen/ bag baa?namentïuft taan« neer ift op ï)ct beïb of an b et fin t^/ of in staartg^ ijeben taae/ taa^ baar een taoa^t Ijet taelft üteïtpb^ in nnjn gebagten ïiey. Och dal my icmant vleugelen, als eener duyve, gave! Ik zoude henen vliegen, waar ik blyve mogle. Jpfaïm LY: 7. ÏDaac taaren hetfcljtibe bingen in een gcWeugcïbe bogel/ taaar na ift met myn jiele berïangbe.
Eerstelyk, bogeïen 51111 in ijaar Clement/ taan^ neer jp in be goagte 51111, taanneer sal Ijet 50 met nip jmi? 3Jft ïegge 50 meenigmaal in be flpft ban aartfeije gebagten getaenteït/ bat Ijet seïben/ en aïé een taanber i$/ taanneer mnne gebagten baar üoben spn. bat ift blengeïen ató een T)uubc Ijabb'e om na fioben te hïicgen!
Ten tweeden, bogeïen/ fcljoon Ijet Ijaar ment is in be hoogte te Icben/ moeten ebentael uit naotsafteïpftljeit op bc aarbe neber balen/ om Öaar seïben en ijare jongen te fypjigen. Cbcn» biel merftte ift aan/ bat sn baar niet ftlpben/ ge^ ïpft be üccften boen; taant 'öcööenbe geft?egcn Ijet gene noobig i^/ 5c bliegen sp taeberom op. © üat Ijet 50 met mp magte spn! taant fcljoon ift een taettig beroep moet ïjeblien boo? boetfeï en beftscl/ om baar mebe bergenoegt te 51111/ ebnv taeï bese bingen ïjeöamp;enbe/ moet ift baar niet in beruften/ geïpft be ïieben ban be taereït boen/
maar
228 Het verborge Leven van
maar tphlitgcn/ tn toonntn aïtaaar
O! te hebben vleugelen gelylc een duyve.
Ten derden, bogeïcn jpn gaafl: bcrfr|j?iftt op be facrtaoninae ban een ftrift/ ja fcat eer tju na^ ïjaar ftan' fioinen/ in met Ijare bïeugelen jig toegmaften. amp; Ijoe gaet Ijet ban/ 3a tayö te sun/ öat men aïïe fctjnn beg quaatrê nntbe/ en bat men nf ïtefcffhitje ban ceii ftrift npbüe^ ge na bie fterfie fcftuiïpïaatj? SCefn^/
aïtaaar be bpanb ban onst jaïiöBeit niet balgen ftan.
Ten vierden, kogelen 3pn toeerlaose feijepfe^ len/ baenbe niemanb ïeeb. 9CIbngt;t teojben top geroepen om opregt te jun geïyft be biniben/ en een onfterifpeïpfie (Canfcientit te fteiBen/ fieibc boo? lt;i?ob en be menfdjen.
lt;ï?og bit boor Bp gaenbe/ i^'er ietj?/ Tjet tacï^ fte iït bergeten Ijcfibe op jun eige fieTjoo^ïpïicpïaeté aan te merfien; baïïenbe bit boo? omtrent ben maant ban Junius, ïaajllebem S:ft onber ceni^ ge beneebeïingen beë geeft jimbe/ toiert op Stufte öag fiet Sacrament te Laswade uitgebeeït; ift ging baar na toe aïïcenïpft om te Ijooren/ geen boojnemen ïjebbenbe om tc tomnnmireren. S'ü taa^ 30 ra*? be ïterftbeur niet ingegaan; of bat tooojb ïiep beeï boo? mpnc gebagten: Immers is God Israël goet, ^f. LXXI11 : i. ^H5aai* ïjet toao?b/ ïjet toeïïic mp 't aïbermeede berquiftte/ taaamp;/ ftet geen 4tl5r. Hart p?rbifttE ober Poogt. 1:4.. De Koning heeft my gebragt in zyno binnen kameren. Aïtaaar ï|p boo? oogen tjieïb be soete gemeinfeïjap/ betaeïfte Cij?iP:u^ en bc ge.' loobigen met malftanberen ïiabbe; tn taat men boo? be^e fiinnen-ftameren berfiaan moet/ fp?aft ftp ooft sort baar omtrent. 3jft toierb op een
toon^
12 J 38
ELISABETH WAST.
taanticrïyftE topje gdjolpcn om be toepaffntgc te maften; en ifi üurföe niet ontfienncn/ üat öp mp in tcje fiinncn-fiameren öcü?agt ïjaöbc/ en ift taierö geljalpen nra te geïaaben/ öat get gene Qp gebaan Ijabbe/ aï^ nag toiïbe baen. (D! bit toaö boa? mp een Uerguififteïpfte 3£ee?rcbcn.
^eje geijeeïe somer boo?/ toierb ili jeec bift^ toil^ fljigcfjclien en taeberam nebecgetaajpen; en fdjaon up hcele becfcljcibe tuben een gjaate mate Saan a5ob^ gactljeit aan ntp antbeftt taiecb/ ebentael toecb ift jeer bjacUig gegueït baaj een lichaam bet janbe en beé baabö/quot; 3a bat iït taeï bacijte/ bat bit met genabe niet fieftaan ftanbe.
©intrent Ijet begin ban September toietb Ijet Sacrament tc Leith uitgebcelt. SUft Ijab ecn giaat üedangen am baar tcgentoaajbig te spn/ aï!? betoeïfie een jeer öefjaeftig fcïjepfeï tos#;'en inpn apregte öaabfdjap aïbaat/ toas/ bat be i^eetc ecnige belaften aan mp/ tat mpn Qeiltg# raaïtingc/ aangaanbe een bpjanbere ïtaejem^ janbe/ betaelfie mp baft aanftïeefbe/ toilbe gaet maften; niet tegenftaanbe ift bede jactebelaften antfangen Ijabbe/ bat ift be abectainninge be» ïjalen/ en bat be janbe ober mp niet Ijeerfrtjen Saube. «öebutcnbe ben tub ban fjet SCbonbmaal toierb ift jeer becguiftt baa? een toaajt/ Ijet toeU fte .ïlSr. Williamson aan be Ca fel ^abbe/ jpn* ue ïjet jeïbc ap mpn taeftanb jeer gepaft. lt;351 jeibe Qp/ hel mag zyn, dal hier een arme ziel is, de welke niet langer op de beloften vertrouwen kan; zy moet iels in de hand hebben om daar mede te handelen; zy wil met verbintenissen niet te vreden zyn, maar met gereede beta-linge. i^ier ap riep mpn ïjerte uit/ dat is myn naam en toenaam, ^ag bit taa^ be tpb be^ ^ee#
229
230 Kei verborge Leven van
ren niet/ om gtt boo? my te önen; taant bc gingen öer janbe taierben ijfe langer Boe fterfter, 3©pn jtoarigljcit guam tot een g?aotc ijaagte/ feïjoon Ijet ban niemanb opgemerftt taierb/ ber^ mit^ ift ïjEt beramp;Djgen Jjieïb tuffen ben ïjeere en mpn jicïe; anberfinö ïjab ift be a3ab^bienft tot een bertoptinge getaeeft.
Cen taeinig tybj? na bejen Ina^ ift in 50 een gjoate 3taariglj?ir/ bat ift 5e niet ïangec ftanbe beriiergen; maar ift gaf aan bcseïbe üigt bao? liittcrc roepingen ?n tranen/ in be tegentooojbig.-Ijeit ban fomraige ban Ijet J|ui«?ge5in/ bctoeïHe een g^oot nicbeïybcu met mp ïjabben; botF; niemanb luift/ teat be rrben ban tnnn stoarig^eit bJaji; teant be baa?3ienigïjeit ban oPob fcljiftte ijet 50/ bat op be^e jeifbc tyb ift cen quabe fteel ftreeg/ betaeïftc jeer gebaarfpft en ppnelpft teaju ^eröaïben oojbeeïbeu 3)1/ bat Ijet bit toaé/ ijet toelfie my ontruftebe; toe.sljaïben alle foojten ban mebiennen tot myn ge^ontljeit en tjerfteï ge^ öruiftt taierben. .ïJÈiaar ftelaas! be fiöjiftftelpfte ftriib/ betaelfte in myn geeft en gemoeb inas/ beöen alle be anbere punen aan my niet meer jyn ban get fteefte ban een fpeïbe/ in bergeïyftinge ban be^e fienautfjeit. SlUïeenlyft ïoobe ift ben J^eerc/ bat ift een nittaenbige jieftte Ijab om'er ober te ftïagen/ op bat ift myn intaenbige öe* nautïjeit/ betaeïfte nameloo^ taa^/ berbergen mogte. 3?e rïlDebicyne/ betaelfte ter gene^inge ban myn fteel aangetaenb taierb/ ijab een gocbe nittaerftfeï: maar niemanb ftonbe op myn in* taenbige 'Staeeren eenige .ïBebicyne leggen/ tot bat Ijy ïjet bebe/ taienjt .ïiEebicyne i^ geïyft Ijp jeïf^/ (be i^eere Siefii^ CïjjiftujT) nameïyft joet/ gemaftfteïyft/ berguiftfteïyft/ en gepaft. En dat weet myn ziele zeer wel. O^jj
12 J 38
ELISABETH WAST.
(©p ïïufttiag taa^ ift seer qualpfi/ 50 bat ift bicn nagt nict flapen ftonije/ maar tofibc op en neer/ tat bat mpn bermoEit lichaam öcstaecïit/ en ift Ijct ten Etneraaal feïjeen ap te sullen ge.--ben, (Caen guam bat socte taoojb met ïeben en firagt/ |)[. XVIII ; 7. Hj hoorde myne stemme uit zyn Paleis, ende myn geroep voor zyn aangezigte quam in zyne ooren. ïHlt toen be# gaagbe get gem nm te begunftigen met een meet ban gemecne mate ban june tegenccaajbig^eit/ en beje ttaee Jjdjjiftmtrpiaatfen gingen baar mrbe bergejeït/ Cpb. XV : u2ö. Ik ben de Ileere uwe heelmeester, jjpf. CIII : 3. Die al uwe on-geregtigheid vergeelt, die al uwe krankheden geneest. (Den inbjuft gier ban taa^ 30 30et/ bat 3e mn in ftaat fteïbc tot bie berguiftfteïnfte pïigt ban oberbenftinge Ijoe jact bc^c ïjeeïmeefler %ie* fujj liraé/ en tuaar in iju aïle anbere abertrof, 3ift Ijeb in bcr baat g:onb cm te jeggen: lly zond zyn woord, on genas my boo? mibbeï ban ten taerfttuig: maar l)u 3elf/ ijl my alles in allen. vpaar op nu am ift op een sigtbare IDP3C te Ijerleben/ en inierbe gerfteït» Cn be inbjuft» feïtn ban 't gene ift ontmoet ï^bbe/ bïeben mn booi een geruime tpb bp. Cn fcljoon het lig-haam des doots, den ouden mensch nog in mp taaetbe/ ebencneï Ijcerftebe beseïbc niet aïé te bo^ ren/ Ijet iuelfte bon? mp een gzoote taeïbaat üia^. lt;©! bat ift mogte in ftaat gefteït taa?ben om bcse mn te gemocb ftomenbe i§ccre te berljeerïpften/ betoeïfte mp 30 taonberïpft bejraflebe met een onbertaagte öarmijertigljeit.
ïtojt ïjier pp biel ift taeberom onber eenige be^ nebclingen. lt;êl ift binb get 3taaar te 3pn in get buiftere te geïooben/ toanneer ift ïjet gebaeï
miffc.
231
2^2 Het verborge Leven van
miffe» 3Jft bcracïyfie mp jeïtien famtub^ fip Petrus; tnanneer ift nnber get geiiocl ban be^ Jleercn liefbc Ben/ öon jeg ift: Ileere, gebied gy het geen ik doen zal, en ik zal het doen; maar taanneEt Ijn geftiEb/ dat ik tot hem komen zal op de wateren van krujs en verdrukkingen, dan begin ik te zinken, en ik bezwyke in het geloove. .ïiap flaat boa?/ bat ift op ben ïaatflcn ïïuftbag ban December jcer nebErgE* taojpen luierb boo? get geboeïen ban mtaooncn^ bc bcrba?bnitï|Eit; eh op bicn bag pjEöifttE .ïiBr. Paterson obEE bEjE tuoojben: Zo iemant meynt iet te zyn, daar hy niets en is, die bedriegt hem zeiven in zyn gomoet, (£5aï. VI : 3. 3Jft taa# niEt taEÏ/ toannEEr ift uit bEn Ijuuje ging; maar gEtntrEiibe bEn tyb ban bEje 3CcE?rEbEn totEtt ift Öoe ïangEr ijoE flimmEr. gift bErfangbe t'tjupé tE spn/ nïtaaar ift mun IjEttE boa? bEn ï^eeee mogte uitflapten; eii t'ljun^ ftamenbE/ ging ift na eeh afjonbErlnfte pïaatfe. ^ft benfte bat ift noit in mun ÏEbEn in EEn gjooter bEnautljEit taa,^. cïii5pn ingEtaanben jeïfö Inierben binnen mn aan 't roErEn gEbjagt. bE bjOEbigE angt; bErbjuftftinge/ Inaar mebe mun geeft belaben taiett/ roepEitbE uit tmt EEn bitter gEftïag: 0 gy dewelke u zeiven benoemt- ü^E ïjoajber be^ (öebebji; Uw volk roept u als zodanig aan; ik zelfs dagte eens, dat gj zo ten mynen opzigte waart. 0 waarom worde ik dan dus onderdrukt met het uitstel van de verhooringe des gebeds, zo dat ik het niet begrypen kan? Indien hel niet uwe wille zy deze eene zaak te beantwoorden, waarom gaat'er myn begeerte dan zo sterk na uit? Hebbe ik niet myn wille gegeven, om na uwe wille bestiert te worden?
waarom
ELISABETH WAST. 238
waarom gaat dan myn wille en myn begeerte uit na het gene gy niet wilt? O Heere, antwoord my in deze een zaak. tit toietö niEt ftiï*
jtópacn Bcanttaao?iï. 2Cïiiu^ einbigtie ift öit au»-be jaac in beel fmertc en qucllinge.
3|n Ijet begin ban Ijet jaar 1705. fiefiaagtic get fccn ïfcere Uan mp af te nemen ijet b?ufiften^ öe getaigte en öc ppne/ inaac mebe mpn gee^ Inajftcïbe/ 5a bat ift be pligten met meecöer ftaïmte en lliïtc hejrigten fton; ja Ijet beljaagije ïjem spn aangejigte ober my te berljcffen/ en ift geïaoföe faat be geljeeïe uitftamfle bafl aan 't Saberen taa^; bog fteeöj? maefl ift om raab en beflieringe roepen. ^i5en Sü. Januari ontfing ift iet^/ Ijet toeïfte na een bunbcïafte anttaoojti op bit gebeb geïeeft; bog of ijet in goebcrtieren» Ijeit of in oojbeeï 'aiaö/ bicet ift niet/ en bit inoozt ging'et mebe bergcseïfdjapt/ ^acg. XiV: 7. liet en zal nog dag, nogte nagl zyn; ende het zal geschieden tun tyde des avonds, dat hel ligt zal wezen. %o bat ift taaö aïé te boren/ moetenbe bicberom in fyzt biii|ïerc met bese bn^ ftere moeyeluftljeit taojfteïen/ aïljaebjel be ïa|l: in een gjootc mate toierb Vueggcnamen; bog b'eene laft üjcggegaan/ guam'cr een anber in be pïaat^/ en Ineï tenen bie jcet geluigtig toa^/ bier gelpfte ift noit te boren ontmoet öaöbe/ nameïnft be fmaab ber tongen. biierb bat taoo^t ber-bult/ taaar ban ift te baren getaag gemaaftt Ijeöbe/ gier. XVIII ; 18. Komt aan ende laat ons hem slaan met de tonge. i^aar blaren fommige bingen bie beje bepjoebinge! jeer bit' ter maaftten. 1. 'Zn guam ban be jabanige/ tueïfte ^eïpberen ban be lt;J5ob^bienfl; toaren/ boo? luien ift een gjoote agtinge gabben/ be^
toelfte
SS-i Het verborge Leven van
taeïïtt 59 ooft bEtbienben. 2. fc^EEnen ooft bEjEtfbE agtinjjE boo? mp tc gefiftEn; 30 bat taan nEEt bEjE bingen mp bErgaaït iaterbEn/ Ift ïjEt niEt ftonbe gEïoaben/ tot bat bE uitftomfl IjEt toaar maaftte. ilPaar taarEn ooft anbei-E/ (ban taiEn ift jo üceI ten IjatEn gocbc niEt SEggen ftan) bic jtg tiErcrnigbEn in bejE 33aft/ nm nmn ÏBÜEn niEt be gene biE in Ijct ijuipgcjin toatEn/ onge; maftftEÏnft tc maften, fmabcbEn nip boo? 00? ölajingcn/ ijEt toeïfte ift cinbelpft tot mpn fmEr^
tc cn bjocfócit getariar iniecbc. 52p ÏEttcbcn op mpnc trcbEn En in00?ben/ om gclEgenfteit tegen mp tc hinben. JJ^annEEr ift nfl ccn berüojgc pïacts gegaen luas? am tc ïiibtcn/ jeiben jp/ bat ift öacr na toe ging tot een anbtr cinbc; of inbicn ift mp taat bjoïpft onbec ijacr acngcftclt ontj JjabbE/ namen ^p mpuc taaojben toaec/ ma^ om fiEnbc mp tot een boojtoerp ban fjaar geïag ag^ mm tEt mpn nigge. JiDannEcr ift ïjiEi* ban ftenniffc bas ftreeg/ taa^ Ijct mp jeer [niette.rpft/ en maaft^ | fton tE mp jcec bjoefgcEflig/ 50 bat ift ïjcrteloo^ cn | mpi boobig taicrb/ cn BegeEtbe 50 biEinig aïi? mcgE^ tigt ïpft toa^/ in geseïfegap tc jpn: maEt treutEnbe ,n,gt;t en ftïagenbc jcibc ift met David; De smaatheit heeft myn herte gebroken, ^i'ft üjagt bic gebaï booj beii ïfeci'E/ bctncmcnbc na be oojjaeft bacr ban/ cn ift merftte bier tEbcncn baer boo:, a. (Dm ^ct bjoo^b tc bcrbulïen/ toaar ban ift ccnige tpb tc baren getoaarfeftoutot 'mat? getaajben. b. lt;©m te toancn jpn oppcrmagt ober mp/ aïö 3pn fcftepfeï 3pnbe/ mag öp met mp niet boen/ 3a al^! 't {jEin üeftaagt. c. «Dm mp boo? eigc on? berbinbingE tE ÏEEtcn/ mEbeïpben tc öcbamp;cn met be suïfte/ bcbielftc onber besc 3eïfbc öepjoebingc 3pn. d. $£cn cinbc spn matljt mogtc ge3ien
toojben/
tao?b fiabei faingi
tn
bao? ïnaOc iiing niet
%ci ïjtt ^et öetf bat ture
met
bic
ftla
ber
mp
bcr
fie
gas
Ed(
bal
taa
bei
Pi
ELISABETH WAST.
taa?tten/ met mp bEiïigluït Oejc iBepjotbinge te fioben öoen ïiomrn/ gtlpït ïjp in anbece beyjac* bingen reeb^ gebaan ïjeeft.
ilfccre taag mu op öe^e tpb seer genaöig/ en quam rap te gemoete/ gebenbe ran bjnijeit om booquot;? Bem nipn tjerte uit te ftojten/ en beie joctc toaojben ontfmg üt om tny onber bese bepjoe* binge te onberfteunen/ aengemerïtt iït ö'ft in niet alleen taa^/ taant in aïïe eeutaen ïjpcft be^ ^eeren üoïft siting ontmoet/ öeibc in ïjet 0. en in Bet N. Testament; en beie ^obbjugtige Bobben Bet in mpn eige tub onberbonben; maar inson^ berBeit bc beminneïpfie ^eere ^ejué CB?ittu^/ bat Kam ban a3ob/ bie onnajeï en rein ban na^ ture. taa^/ betacïfte nait jonbigbe/ en ebentaeï untmeetebe fjem bit. 23etaEmt B^t my ban niet om bit gebulbeïnft te berb,jagen/ en niet te mnr# mnreren? (Dog ebentaeï bebonb ift bat mpn BO' baerbig Bette Bier mebe niet taeï ober taeg fionbc Somen/ en ift ftonbe Ijct ooft niet ïanger binnen mpn jeïben inBouben. ©aar taaö een 23obbjng# tige bjoutae nabp be plaatfe/ baar ift taoonbe; met beje Bicïb ift een naentae gemeensaamBeit/ bie ooti/ na bat ift aan B^at mpn noob ge» Maagt Babbe/ met mp mebeïpben Babbe/ ge^ benbe mp Baar beften raab. .ïi©pn ïeben taierti mp in bit Bni^gejin tot een gioote ïafl/ berBaf» ben nam ift boo? Bet seïbc te berïaten/ B^t taeï.^ ïie ift ooft bebc omtrent Bet mibben ban May, gaanbe na B^t Bi'i^gesiu ban Jerviswood in Ëdenbnrg; bog be boo^ienigBeit [cBiftte B^t 30/ bat ift gejonben taierb na B^t SCanb/ B^t taeïfte toa^ te Melistoun in Bet ^uiben/ bit taa^ on= hertaagt/ bog ebentaeï boïgbe ift Bet getaiïïig op. Wanneer tap nu op ben taeg taaren om baar
na
235
ooft Ban# Bet Bet 'ban lan) eben ntft* no?# ncr^ i op :0tn : I?0E 33/ |
; of ftcït, ma# i, ag^
liffC ;
afe I en i ge.; ii3e : ieit | aaï ter )m ige ;n.
n/
n#
iet sje m
n/
236 Het verborge Leven van
na tac tc jjaan/ ging ift ijdmcïöft ten taeinigje mu op ijct Uelt afsontieren/ aïtuaat mu bc ^eerc een iïtaaf/ en ccn jactc 6claftc gaf/ üat ÖP met mp sauöe Spn: Cn dat hy my zoude zyn als de dauw, dat ik zoude bloeven als de lelie, en da ik uiyiie wortelen zoude uitslaan als de Libanon, ï^af. XIV: 6. lt;Pit gaf mp macb in mijn rei^c öectuaart^/ altnaar ift fcuienbelpft ontfan^ gen taiertr.
SCangaanöe nu beö ^ceren taeg met nm in beje pïantfe/ moet ift naattacnöig apmeeïten/ bat/ !na bat ift eenigc bagen ba?.r getaetft lua^/ ijct Sacrament nitgebedt taiett te Stichel, na Vu elft e pïaat^ ift ging/ en dntfing ap Saturdag jeci: bccl jaetigïjeit in be 3Eee?rebencn; taant get taaren sieliicctraaflcnbe tubingen/ betaelfte ift baar lpa?bc. i©e eetfte Ceyt taa.5 uit Jesaia übec be^c taaa^ben; Ik zal water gieten op den dor-stigen, ende stromen opliet droge, XL1V; 3. ^e anberc (Cept taaé abec ^Jef. LXVI: 2. Op dezen zal ik zien, op den armen ende verslagenen van geeste. il?it taaa boo? nm aaft een ge* jegenbe ^Cee^reben/ aïtaaar ift bagte/ bat be J^eerc my nabigbe am op mengen aan jnn ge# jegenbe (jtafeï te ftamen; taesijaiben ift ooft ging; en gelooft 39 (^ob/ bat Ija jig niet gant# ftijclpft becamp;ergbe.
toierben ^eet opgetaeftt tot taaaft^aam# ijeit/ en om op onje Ijoebr te jpn/ ïjet toeïfie nip in 't aanljoocen seec joct taa^- ^orlj ift moet get tot myn feftaamte jeggen/ bat ift 50 faecl bermaaft niet ijab om öet in 't taeeft tc ftcï* len; taant ift liet raé mun gecte om^taetben op iöcuselingcn ban geen taaarbije/ 30 bat ift Ijaaft mpne goebe betaegingen berïoo? boo^ eigen ber#
juim.
3Uim. 5aifoe tpbg f£t)Pn ban i ban 1 30 b;
m
mpn uitgi ift'er ober moe bit ban ï^ee onsi aïï]i
ELISABETH WAST. 237
-- 5uiin. toat jaï ift jpggcn? .lUSpn tointer'
^«rc?aifacn üjiert in eeh gjaote mate berÏEngt/ fam-' tpb£ Ijab iït een maojc öag en eeh taarme ^anne^ frijpntjt/ ban boïgbc baar op eefi fta?ni/ hErtaefit ban öe fatan/ ban mpiiE Eige berbajbtntïjEbEn/ en ban een Oohc tactElt. ^amtnb^ öjaït Qet ligt boa? 3a bat in ÏEjen fionbc bc ïicfbc ban in (Cljji-ftu^ aan mpn arme ^IeÏe/ eh bat 'ec tot
mpn bertraaftinge ccn berbuïïingc ban bE^t ïang uitgcfteïbE öeïoften tëomen ^aubE. ^dc^/ tec iït'EC op berbagt taa|f/ guam be buifterniffe tn nberbeitte aïïcé/ 50 tat ift ïjtt ongeloof en bc inoebelDojljcit rot een roof Prierb. opeburenbe bit jomerfaijoen ijab iü Ptrftïjcibc geÏEgentöeben ban JSagtmaïen in bie pïaatj*/ üiaar boo? ift ben ï^ecre ïoobe/ geïpft ooft boo? be Xeejrebenen ban onje geüionc ïtnftbagen/ bic mp jeer bet^uifitEn/ aïljoetocï ift bEEÏfin^ in ï)ct bniftere fileef.
3ft bcrïiet bit {Jni^gcjin in November, en fieerbe toeber na [jet seibe/ taaar uit ift ^et ïaatfte gegaan toa^/ aïtoaar ift met jeer gjootc bjienbeipfiijeit ontfangen tuiert ban alle/ bic baar in toaren/ en injonbergeit ban be geene/ bic te boren mpne bpanben Vaaren; taaar in ift beeï ban be tapgljeit/ en ban be tapje fieftieringe ban ben Stïmadjtigen jag/ bie aïle üingen taeï boet uitbaïïcn; en bit taeet mpn jiele boo? eigc erbarentpeit. '©aar tataren beeïe bingen in bit ï^uig'gesin ten mpnen lafle/ bie in beeïe opjigten nu ïieljt gemaaftt taierben. «0 biepten^ ban 3pn tay^öeit! 3|ft jag in 3pne boa?5icnigï(eit 3UÏ' fte bingen/ bie ift niet ftan uitbjuftften. €bengt; taeï ïgt;ab ift jclf^ op tteje tijh te tao^^eïen met ten flerft litgaam bcr jonbc en be»J boob^: öet taeïfte mp neberb?ufite / en mp meenigmalen in bc
fiittcrquot;
intgjE
i met
ils de n da Liba-mijn tfan
238 Het verborge Leven van
fiitterljcit ban rapn sieïc bEbE uitrnjjen! Och dat
my iemand vleugelen als eener duive gave! ik zoude henen vliegen, waar ik blyven mogte, LV : 7. saubentiE tan ruflcn ban ccn berjae» fenbc ^uibel/ ban een becba^bt Ijecte/ ban een fiaasc taereït/ en ban be jonbe/ belueffie nip 3a ïigteïyft amcinst.
a3ese inbienbige fmerten en gucnimjeii bet* taefiten een anbjaasïaft gelaigte enbe iaft op mijn geeft/ tuaar onbec ift fcgcen te iuïïen jinfien. Cbentad in 't raibben ban beje benautljebcn/ nntfing ift nu en ban iets/ l)ct taeïfte saet tn ber^ guififteïpfi taasV en ijet toeïlfe mijn jiele üu ijet icben 5jieïb. ^eenigmaaï nntfing ift b?nljcit am. myn ïjerte baot fjetn uit te fto?ten in mijne ber' öo^ge afjanbenngen/ bat ijp mijn ,?iEÏe luiïbe berïafien ban bC5e anüeftenbe öepjacbinge; ap taeïfte yfaatit ift beeïc 3acte en becguij-tfteïuftc üe# ïaftcn antfing/ bat ïjet jaube snu gelpft ift taen^ fle/ uit be 4-1. Psalm, betacïftc mp beele Ijcrte' ipfte aberbenftingen berfdjafte/ taaar bac: mijn ftaub en beb:aase Ïjerte bertaarmt taierb. aD! Öae jaet taaj? baoj my/ toanneer ift in benaut# ^eit toa^/ be apljeffinge ban jijn aangejigte; ift gebaciöe 5a beeï ülijbftïjap en bermaaft in 3ijn tegentaaajbigbeit/ bat Ijet niet ftan uitgebjuftt taa?ben. SCft ftan jeggen/ bat ift be ïebênbigfte ^?ebiftant nait 3a ijaa?be yjcbiften/ taat be ge-mccufnjap met a?ab taat?/ ató ift ïje: nu anber^ banb. Mm\/ be ijeïft taaj? my n^t bergaalt ban bi? innige en nautae gemeenfc^ap/ betaeïfte baai* i^ tuffen Cftjiftuö en be iSeïaabigen/ taanneer 3y taegefaten taajben am met Ijem am te gaan.
35'ft öab eenjgc aanmerftingen ober be ftamjte
ban
ELISABETH WAST. 239
lian be ïianinginne ban Schcba tot be Waning Salomo; ijt Ijtlft tua^ ijaac niEt aangejeit ban Ijct gecnc jn tmberbanben gab- SJfi merftte ttaee bingen aau aangaenbe be ïtoninginne ban Sche-ba. Cerftclyft / waar in elk geloovige over een kom I met de Koninginne van Scheba. ^Ten ttoccbcn/ waar in elk geloovige verre verschilt van, on te boven gaat, dc Koninginne van Scheba. 33aar jpn be^e bpf of je^ btngen/ bjaat in eïlir gcïanbige ecu geïijiiïjeit ijeeft met be ïianinquot; ginne ban Scheba.
1. 3©anneEc be ïïoningmne ban Scheba in ijaar eige 3£anb taa^/ toa^ 3e ben Waning Salomo ten eenemaal anbeltcnt; sa gab aïleenfijft maar een gerugte üan Ijem geljacat. ^lbu^ jijn aïle gcïoabige/ ja lang jn in Ijet lianb ban fjare eige natuurïyfte taeftanb jijn/ ten eenemaai beje biaaragtige ïtaning Salomo, Cljjiftu^/ onbe# Sent Coloss. 1: 21.
2. ^anneec be «aninginne ban Scheba ïjet gerugte ban ben ïtaning Salomo geljaajt §ai3be/ 3a üanbe niet^ f)aar bergenaegen/ tot bat 30 jeïf^ quatn en jag or tie3e bingen aïp taaren of niet. ga inö'gcïijïia een sieïe/ bebjcïïie luaarluft fjet gerugte ban Cïjïiflu| gcï(ao?t ïjeeft/ saï niet ruften/ tat bat 311 met Nathaniel ftame enbe 3ie be inaarïjeit ban beje bingen.
3. IJPe ïtaninginne ban Scheba tat Salomo geftamen 3imbe/ fp?aft 3Li tat Ijem aï biat in ïjaar ijerte toa^. ^iJbu| iö get met be geïaabige gelegen/ toanneer 33 tat Cljjijlu^ ftamen/ en gemeenfdjay met ïj^m geblien; oD Ijae antbaese^ men 311 ban ïgt;aar 3elben/ en flapten ij'W berba?# ge fmeefiingen baa? ïjcm uit' gu ïjauben nieté te rugge/ 't 3U met opjigt ap geefteïpfie/ 't 33
met
240 Hel verborge Leven tan
met opvlot op tpbcïpftc Manjjenj?. %p ftanneu bat ^acen a3ab berljaïen/ get taelfte jp niet ïtaiv nen bcvljaïcn fiaar naautofle en bierfiaarfte bjien* öen in bc taecrelt. berfiteren met garen gt;6013/ toanneer bc taccrclt nog Jjaac ^ict/ nog fjaar ïjoa?t.
h: föaninginnt faan Scheba oojbcclbc aïït §arc macitf tod fictaaït tc spn/ niet ftlagenbc nüer öe onftoften bic 3e gebaan Ijabbe/ toanneer 3P tot Salomo geftomen toaö. Stïbué jaï een gelaobige/ bctoeïüe toaarlpft tot Cljjiftug gefto* men \il oo?beeïen/ bat al jnn moeite en onftoften in be dnob^bienfl/ toet befteeö jyn. 52ji jien op geen onftoften om Clj?ifti toiiïe; frljoon 511 gem met jjet gcliaar ban ïjaar leben/ en be fierooliinge ban jjare goeberen/ mugten gejogt geftöen/ 30 onbergaan sp ïjet ebentoeï met een fiïjitnacbig oojbec'ïenbe met ben Jtpofteï
Paulus, dal alle verdrukkingen om Christi wille, maar ligte verdrukkingen zyn. a Co?. IV; 17.
jjlanneer be ïtoninginne ban Scheba tot Salomo ^uam/ ftelbe 511 Ijem be buyjlere bjagen boo?/ betoelfte tot gaar genoegen öeanttooojb toierben. Sïïbiip i^ get ooft jeer aanmcrftefnft/ tat toanneer een geïoobige tot Cljjiftu^ ftomt/ get ban niet alleen een tpb i^ om gaar gerte boo? gem uit te fto?ten/ maar ooft een tpb om bja* gen tc öocn/ betoelfte tot gaar genoegen ftcant-tooo?b too?ben. ^Pit toa^ be §gt;?actpft ban bc gciïigc in be «écgjiftunr/ gelpft al^ ban Abraham Gen. XV : 2. ban Jacob Gen. XXXII : 29. ban Mozes Exod. XXX11I. en ban David Ps. XLIX : 13. JBen ftonbe jig beroepen op be geili-gen in alle ecutaen/ nfer niet/ toanneer 55 boo? öen tg?oon ter genabe jig öcbonben/ jabanigc
bjagen/
hjigen/ aï^ öe^e/ too? Qaac opgesanbEn tao?-' ÖEn; O Heere, zal ik oit zulk een afgod en boezem-zonde overwinnen, en gedoodigt kry-gen, daar der in rnyn herte zulk een liel'de voor is? 0 hoe zal ik door de weerelt geraken, zonder de Godsdienst tol een smaad te zyn, daar ik zulk een ontedere wandel en ommegang heb-be? 0 hoe zal ik Christus verkrygen om de eenige Beminde van myne ziele te zyn, daar der in myn herte zo veel lielde tot andere dingen is ? 0 hoe zal ik my gedragen met opzigt op verdrukkingen en smaatheden, die my aangedaan worden, daar ik zulk een hoovaardige en op-loopende natuur hebbe'? op bc^e en bierge*
IpftE bjagEn/ IjEÏjaaijt fict [amtnbé bEn fytztt/ gEyaflE eh tybigs tintlnaojbEii tE üerïeenen; jafaa-nigE aï$; Ik za! myne vreeze in uw herte geven, dat gy van my niet af en wykt. XXXI. Myn genade is u genoeg, i ïiar. XII. De zonde zal over u niet heerschen. ïïom. VI. Ik zal ii leiden (ja ïang gy ïjicr ap aarbEn 3pt) door mynen raat, ende daar na zal ik u in heerlykheit opnemen. |?falm. LXXill : 24. ^E 3öbanigE / biE ^Et mEeftE ban bE^E bingEn toEtEn/ ftomiEU ïtEjt bE taaarljEit baac ban ÜEftEnntn.
(3. '©e ïianinginnE ban Scheba 6n Salomo gEtoEEfl 3pnbE/ ftonbe IjEt nirt bErüErgEn/ maar fp^aft tot spn ïof/ becamp;jeibEnbE/ biE uitnEmEnbe bingEn biE sp in spn ^nf gEljaajt En grjiEn öabbE. 52a aaft/ taannEEt eeu gEÏaohigE tot biEn taaarag» tigs Koning Salomo (Clj?iftnö SjE^njï) ftamt/ jal sy niEt/ nag fian aaft niEt ÜEtfiErgEn/ taEÏÏtc ïtaninftlyïiE en uitnEmEnbE bingE ju baa^ ïjEt aage bE^f gEÏaaf^ gEjiEn ÖEEft. Komt, ^Egt David, en-de hoort toe gy alle die God vreest, en ik zal u
16 vertellen
241
242 Het verborge Leven van
vertellen wat hy aan myn ziele gedaan heeft ^falm LXV1 : -16. m Samaritaansche tijaute jtibE tat bc gEcnc/ met betacifte jp betfiEerbe: Komt ziet een mcnsche, die my gezegt heeft alles wat ik gedaan hebbe. Söïj. iV. 05 ten geïao# faijje bedjeugt 315 ^ccc/ cn ^ceft ccn gjaotber^ tnaaft in ïjet berfianbigc ban ben lof ban Ijarcn Cbeïen ïinning; ja jy ftonbe taenfegen/ bat aï bc taE2i*cït magtc toeten/ ïjet gecne jy nnberbonb/ inbien ijet Ijaac jaube aanjetten om te
^i5ii gcïyft baar sommige bingen jpn/ toaar in aïïe geïaabige met bc ïtoninginne ban Sche-ba ober een Hamen; 50 snn baar aalt anbere bingen/ toaar in ju bejre obertreffen/ en bcrftïjiïgt; ïen ban bejelbe,
1. SJDanneer be ïroninginne ban Scheba tot Salomo qnam/ 30 bjagt 311 giften cn gefcjjenften mebe/ om ïjaat te meer by gem aangenaam te maften. iPog be geïoobigc/ ©ie tot ïtoning 35'efu^ bomen/ ïjebben geen gcfcljenïien om me* be te brengen; 3y bomen met ïebigc ijanben/ om gaar aangenaam te maften» ^y roepen uit: Wy alle zyn als een onreine, ende alle onze ge-regligheden zyn als een wegwerpelvk kleed, 3Jef. quot;LXIV : 6.
a. ^§cljoon be ïioninginne ban Scheeba gjoote giften tot Salomo b?agtc/ 30 ü?agte 3y ebentoeï aïi'eé niet ijet geen 311 gabbe, MSaar be geïaobi* ge/ bie tot Cgjiftu^ ftomt/ abertreft gaar gier in; ïjebben 3y toeinig/ 30 boen 3y ebentoeï een pïegtigc obergaaf cn toetoyingc ban al ijet gare aan Cgjiflu*»/ om na 31111 toeïücgagcn beftclt te too?ben; cn toanneer gy in 3yn bao?3ienig* geit gaar roept/ aïïeë toat 3y gcöbcn/ te bcrïatcn/
30
ELISABETH WAST.
ja nemen 39 gaar fijupé op en bolgengem/berftie^ jenbe met Moses lieber te ïpben ban te janbiijen.
3. Clft gelooüige abertreft be ïlaninginne ban Scheba Ijicr in/ bat ftljaonse Salomons ftncgten agtebe geïnïijaïig te 3)111/ 311 ebentael niet ber^ ftoo^ om scïf^ mebe in 3911 bienft geüniiftt te taojben. .ïèaar een ccïaobigen/ bie tot Cgjiftu^ Honit/ ao?beeIt niet alleen 3pne bienaren getuft# 3aïiit te jun/ maar berliinb terflonb^ ooft 313 3cïüen om ijem te bienen; bjagenbe met Paulus,
Heere, wat wilt gy dat ik doen zal? l^anb. ix'. ^aar .iiKeefler ftaat be geïoabige 30 toeï 'aan/ bat 311 ïjaar aore laten boojfiaren aan be pofl:c ban 3911 t?uns: en 39 agfen Ijet ijaar g:aotfte eere en taaarbigrtjeit te 39n/ bat 39 onber snne bienflfinejten 313 quot;üebinben mogen/ werkende haar zaligheit. met vreeze cn beeven uit.
4, ^e ïtoninginne ban Scheba genoot ï)aar boojregt om üy Salomo te sijn/ maar bao? een ftojte tpb; ïteerenbe toeberom na Ijaar eine Hl'anb/ altaaar 3U met ijem niet meer berfteeren ftanbe/ nog ooft meer ban 3nn taysljeit ijooren af 3ien ftonbe. ^og Ijier i| Ijet booiregt ban aïïe tielo# bigen üoben bat ban be ïioninginne ban Scheba lt;0m bat 39 eenmaal een babefufte gemeenfeïjap met ben tegenbeelbige ïïoning Salomo ïjebBen' 30 buurt bit boo? altoos?; baar i^ geen fcfieibinge mogeïpV en/ 311 fiunnen niet toeber ïteeren na Ijet Stanb ban Ijarc natuurïufie toeflanb.
in Cljjiftu^/ is altoos in Cljjifhi^ te 3nn.* ^ieté fian Ijaar ban bit boo?regt fierooben/ nog pïaatsL' nog perfoon/ nog berbjuftftinge/ nog fienamrieit/ ja be boot 3cïfa niet; teant 39 3uïïen .aïtooé met ötn ^eere 3911/ en fjet TCam bolgen/ toaar ïtet ooft gaat. ^penft. XIY ; A. J
16* ^e3e
243
244 Het verborge Leven van
(EJcje pïlgt ban obertcnfiimje taaö boo? mp ten seer mtttige pligt/ toaar in ift in bcr iiaat bonti becï ban ^ccrcn tcgcntaoojbigljeit/ bet^ gejcïfdjapt jiinbe met ftragt en Icbcn; m bjan* neer ift geQoiycn taiert om tn^e yfigt tc onber^ gouben/ 3a öebonb ift mnne bnanben jo flecft niet te 51111/ of ift ftonbe met ijaar in Ijet ftrijti^ yerft treben. ^gt;Drïj ift ïiet beje yligt 50 raé niet na/ of myne bnanben luicröen op nieuta^ ftcrfi/ tn taierpen mp meenigmaaï ter neber boo? een babjijte en jojgeïooje gefleïtljeit/ tacïfte mn Be* roofbe ban mune jutaeeïen en ïiefbeöïpften; en tan toag öe jonbe/ betaelfte mp ïigtelpft omringt/ nip meefter/ taaar ban ift sect bijeebeïyft ïie* ïjanbeït/ en tc ruggc gejonben 'iniert na 111 pne borige gebangeni*» en flabernpe/ aïtaaar mpne boeten baft in get flnft ftleefben/ baar men niet flaan ftonbe. %oe riep ift tot ben C^ecrc/ om ban bc^e üp^onbere jonbe/ betaelfte mp 30 uiter* maten pïaagbe/ berïoft te mogen tao^ben. (Cer^ taijl ift bug ontruft toierbe/ niet taetenbe taat ift boen joube/ 30 guamen mp be beloften ftlaarïnft boo? oogen/ bat Ijp mp berïoffen 3011^ tie; maar geloof en ïubfaauifteit toaren mpn te^ gentaoojbige pïigten. aDmttent be3e tpb taag'er met ir.p in get ^uisgesin een seer 6obb?iigtig perfoon/ met taien ift een 3eer naeutae omme* gang/ tn meenigmaaï een 3oet gefp^eft ftabbe/ tertoijï tap tot aSobjö ^up^ t famen opgingen; in taien^ ge3eïfcï(ap ift ten g:oot bermaaft en ge»» nocgen nam/ en een g?oot bertroutaen op ftaar fleïbe/ taegen^ gaar opob^bienflig gebjag. 43og# tan^ guam bese perfoon ïjaar Ijcftiglijft tegen mp aan te ftanten. oD öoc fmertebe mp bit/ ber* taeftftenbe sect beeïe ongeruftftetren in mpn ge*
ELISABETH WAST»
inocb! 3(fi tailbe't gacrn ober 't goaft gejicn ficn/ 3a tat Ijet my niet guellcn mogte; bog mijn gooliaaröig ijart IcaEigEröE 519 §iec aan te onber# taerpen. Sift amp;?agt bit boo? ben ^eere/ gem fmee* ftenbe/ bat/ gelyft öp mnn Jfiaabgcber gEVueefi: tnaé in aïlc be batige gebeeïtenst ban myn Icben/ ïjji nip nu oaft tot ern 3Ccibanian toilbe ^ijn in ije^e jaaft/ en öat §u mp mogte ïaten taeten be meeninge ban beje öebeelinge; taaar omtrent ift met goebe Uiaajben tcanttoaoib taierb/ Dat by na myn geroep hooren zoude, en dat hy, eer ik smeekte , antwoorden zoude, Sfef. LXV. gE« jegenbe fcijuitpïaatë in een tijb ban naob! en bit tocEt mijn sieïe jeeu biEÏ. '©aar taaé ten ^ctjjiftiiurylaats to aar mebe be l^eere mn ant» toao:bc aangaanbe be perfoon/ betoeïftE mp 30 gnaïijft ^«inbrïbE: Een slange zal lieia by ten, dewelke de heininge afbreekt. Jtit bEjE UiOOI^ ben ontfing ift eenige liEbenftingEn/ boojnamEnt^ lijft bE^e/ taat be Ijeimnge toa^/ bie niet jaubE taojben afgebjaaften; en tóat bE flange taasi/ biE ïjEm jcutbE öptEn/ bie be IjciningE Irtilbc af* fijEïiEn; aÏÏE üiEÏt'ie bingen jcec toepaffelpft Vaa# ren oy Ijet gebaï/ Inaar ban ift tljans fpjEefte. ^eje giirïiinge buurbe baa? een geruime tpb/ tuaar uit ift jag/ bat ift maefte ijebüen een balie en perfaneeïe onbErbinbinge ban EÏftE ïiEpjoebin^ gE/ op bat ift ÏEerEn mogtE mEbEÏpben te oeffe# nen met bie gene/ bie met bcjeïbc fiepjoebingen magten bejogt lïta:bcn. ^ioc^tanS toaa ift ber^ jeftert/ bat op be^e tegenluoo?bigc beyjoebinge een berloffinge balgen saube; bag ijae/ af ap taat topje/ taifl ift niet» oDp een jEftErE ïïu^bag/ taan# neEr ift uitermate met beje ber^oeftinge befp:on# gen toierb/ ftreEg ift bjpïjcit om mpn ^erte baat
245
2-46 Het verborge Leven van
omtcent boo? ben tyem uft te fto?tcn/ gelpft ift nmnigmaaï öetie; altaaar fft maarïyfi mcrfitc uit get toaojij/ bat ïju mp een bEtïa^fingE jen# öen soutic; en ift anting hcrfrtjtiamp;c «èrikiftuur# pïaatfen/ joijanigc aï^ iscjcj Dit is de tyd van Jacobs benautheit, doch hy zal 'er uit verlost worden. Zoude hy het zeggen, ende niet doen?
ofte spreken, endc niet bestendig maken?
XII. Cn meer anbere pïaatfen. al) Ijet fj? ijc^ maiftfieïyft te geïooben/ taanneer te lt;J3eeft ban JC.-(j?oti op tje öeloften fcïjynt; maar taanneer bc fóet beloften uit ge (lelt tao?öen/ 50 bat be boojjienig^; bit geit bejelbe fdjynt tegen te fpjelien/ ban üebtnb fttei ift Ijet een moeyeïpft taetft te jnn/ te gdooben ao? tegen Ijoope. 3a
(Daar toaren fonnnige bingen in bit gebaï 3a toe buifter/ bat ift 3c niet berljaïen ftan/ tot bat be bat tpb be uitftomtl aan ben bag b?enge/ taelfte ift fto ten ecneraa* I al^ tait papier in be*J ï^eeren Ijanö 3ar flelïe; ijp boe met mp 30 ató 't gem öeljaagt, gel l^et betaamt mp meer met anbere bingen inge# ba nomen te 31m/ al^ met mpnc eige belangen^/ ïJa boojnamentlpft baar 'er tang 30 flerft gefpjo# fev ften taojt ban een bereeniging tuffen be itaee an Batien ban Schotland en' Engeland. OD! bit bo gueïbe mp niet taeinig/ toetenbt {joe troutafoo^ ïp Engeland aïtoojS tegen oné in benige tpben ge^ bt taeeft taas; boojnamentïuft in Ijet heeften ban E] 't ^erfionb/ ijettaeffle 3p nocljtan^ noit ge3ien g* Öebüen Ijaar 3onbe te 3pn. Cn souben top tae^ el berom onë in een bonbgenootftljap bcreenigen zc met 30 een bebjiegïpft en ïiflig boïft/ bie/ inbien b( get in Ijaar magt toa^/ aïïe ijare ^laburen 3011# ben öeberben/ om ijaar eige belang te bebojbe^ ren? .ïüuaar i)ct geene mp ijet meefle ontrufte/
taaiS/
toaamp; aan
land 30U0
3e £
toaa boo, tnït 31?
12 J 38
ELISABETH WAST. 247
bat iitje üemnigintiE ten flrift ^axtüc ^pn aan on^e in een lierfianö ftaanbe Kerft ban Schotland; taant 3p/ bie onjc ftaat tailamp;en öeberben/ 30uöen ooft niet te gaeii jpn am Ijet selbe aan on# 3e ïferft te boen?
lt;©aar taaren fammiöe in get ï^ui^gejin/ ah toaar ift taa^/ bie gjoateïyft^ beje üereeniginjï boo^ftanben/ poggenbe/ bat bejeïbe nné tot een rpft ,en bloeijenbc natie joube maTten/ en bat jït on^ ban alïe uiijc Intanbcn fiebjpben/ en on^c Kerft ücfcljermen jonben/ en toat al niet? siDog bit toarrn maar ybcle tooojbcn. ^et ijnam mg ftïaar bao?/ bat bcjc bereeniging on^ fieberf ber# oo^aften joubc. oD bit ïag 3toaar op man geeft/ 3a bat ift bpna ftonbe getaenft ïjfbamp;cn/ uit be tacreït te mogen 31111 getoeeft: taegens tjet gccne bat ober bc3c arme Kerft en 49atie te ftamen ftonb; biant toanneer ift met een 3ecr gemeen# 3ame toegang tot ben tijjoon ber genabe in ben gebebe bertoaerbigt taierb/ 30 bia£ ^ct albaer/ bat ift 3ag be bjoebigc geboïgen ban bc3c onber# ganbeïing. ^aar taaren beeïe Jgt;dj:iftuurplaet# fen/ bie sig baar tegen bertoonben/ en onber anbere ï^t 3ebenbe ï^ooftfluft ban Ilosea gcljeeï boo?; bog in3anbcrljcit Ijet ogtste vers taa^ ge# ïpft een 3Cee?reben ban ben ï^emeï tegenö bC3e bereeniging/ Ijet taait 50 ïiïaar ala be 3011/ bat Ephraim, 3ig bertaejrcnbe met be bolften/ taa^ geïnft on3e bertac?ringe met Engeland, en in ijet elfde vers, bat wy waren als een bolte duive, zonder herte; zy roepen Egypten aan, zy gaan henen tot Assur. Cn 30 tot ijet einbe ban bic ^ooftftuft/ taa^ elft vers op onje toeflanb 3CBr toepaffeïpft.
(Op bese tub tai^: niemanb taat be $(;rtifteïen
ban
Het verborge Leven van
ban ücjc iicrceniging fiegc^tre/ rso GtljEfm taicr. oen 30 geljautrcn) tot bat Bet f arïcmcnt t' fa^ men guam. lt;0 bit gaf nm een ó^nehige bectaa» ningc? USant ift inaö berseftcct/ öat inijicn be Strtifteïen gocb of ccclpft tuaren/ jp ja ge» yciin nict jcutien geijouben ino^ben; spnbc ^et ten jaali/ hiaau in be geïjceïc JSatic belang Ijab.
i^rt parlement bcrgabert snnbe/ fcjjencn be g^ecnc bii^ boo? be brxccniging biaren/ op cen Opob^bicnftige biyje (quot;gelpft ludas) aangebaan te jpn; en baarom biicrb 'er boo? ijet gcljeeïe ïtonmgjyft cen bafrenbag Beflemt/ om ïigt en beflieringc aangaanbe be berecniging tc jaeften. lt;0 taat cen befpottinge ban (öob biaö bit! lioo? te toenben cxn baflenbag te ijauben/ en beflio ringe te 3 oen en/ baar 3n aïreebe öepaaït blaren om be bereeniging boo? te bjingen/ fdjoon Ijet tot berberf ban be gantfrlje Jöaiie 30ube 3nn. .ïlapn üeiiommerniffe nam meer en meer toe/ rn bebe my menigmaal tot ben tljgt;oan ber gena# be gaan boo? myn 41l5oeberficn'j in Schol land. «ibbefertopï ijoorenbe bat ijet Sacrament in Leitli flonb nitgebeeit tje taojben/ oo?beeïbe ift nu cm goebe gelegenttjeit tc Ijeüben nra baer na toe te gaan met aïïc myne üe3taaarniifcn; op taelftc piaaté ift communitcerbc/ en nntfing bat taoa:b boa? Ijet arme Schoiiand, Ps. CXXXII:14.. Dit, is myne ruste tot in eeuwigheit, hier zal ik woonen, want ik hebbe ze begeert.
©p ïtuftbag boo? ben gerneïben baftenbag/ guam ift tot Edenburg om .ïBr. Webster te goa^ ren/ betoeïfte p?cbifite aangaanbc ben bedaren n/ begerende zyn buik te vullen met den draf, bic ijp bergeïeeft met be baïftlje ïeere/ en
ELISABETH WAST.
pafte tit tac op öc ïtcrfi üan Engeland, bie boa? angEionbe b?af berbojben taa^fïjn nocmbe een fljaat getaï ban Ijarc btaaïingEn/ bag mun ge^ leugen ïfan 5e niet anberfctjeibentfnii antljauben; ïjet taeïFfe my geïegentljeib gaf am te benften/ bat ijn jyn Steejreben ingerigt ïjabbe tegen be^e bereeniging/ fcgaan tja ap beje tub be 5lictiikïen taar ban niet tai^ JJ3)anneer ifi tat be obecige ban l)ct ï^uisge^in t'ijuié guam/ jciben 311 mu/ bat/ tjab ift in be ïterfi ban Liheiionn geineeft/ ift een g?aat genoegen jaube geïjab fjeijüen; bermité be ICeeraar aïöaar blaït tegen be bereeniging fcï(een te 31m. anttoaa^bebe ^aar/ bat ift geen berlie*? gebaan t)abbe/ aan^ gesien ift oy een goebe plaat,!? gebieefl toaé. (ÏPag Ijet berquiftte mp te Ijaarcn bat fommige OpaSbnigtigc baar tegen taaren. Cn in ber baat/ be meefte (J5abb?ugtige in Sclioüand taa# ren baar tegen/ en bat np regtmatige en bafte gzonben, 3jft taa3 3a jeer niet antrufi aangaan* be mun eigc jtaarigljeben/ aï3 taeï aengaenbe bic ban be ïSerft ban Schotland.
.Hagfi boa? ben baftenbag/ taa^ ift in een 5ecr flegte geftaïte/ junbe niet in ftaat am eenige pïigt te be?rigten; 3a baabig en ïebenïaas? tuaó ift» ^e^e bjaebige geftaïte üïeef mu öy/ tot bat ift juift fiejig toaé met myne ftïeeberen uit te treftften om na beb te gaan; aïs taanneer 'er een fterfte Begeerte in my apreej?/ am toeberam te üibben; taeïft? betaeeginge ift apbaïgbe/ en beg'eere ben ï^eere be^taegené te ïaben. B5ant in beje pïaat^ genaat ift een saete (aïljac'meï ftajte) ftanb ban gemeenfcljap met^ob; aïbiaer be taaïften berbtaeenen/ en aïtuaar ift bjyljeit berftreeg am te pleiten baa? myn MSaeberfterft/
dat
249
250 Het verborge Leven van
dat hy Jerusalem een geruste wooninge wilde maken. een itenjuiMtïnfie tyb taa^ bit!
gjït fcCD00iJE aïïtEnïyft gaebe bingen Ijod? be ïlcrft tE öEgreren; bog myn miïtbabige JleetE gaf mp niet alleen gaebc bingen haa? Schotland, maar ooft beïe g?aatE en goeöe bingen bao? myn zzï* ben.
3|ft jag/ bat bL:oetiigt. oojbeelen bit SL'anb obet 't ïjooft ïtinöcn; en bese üereeniging tna^ baar een boojïoopeu ban. m)og op bat ifi boo? bjoef^ geit niet mogtc berfionben tao?ben/ toierben mp beje Qcrtfterftingen uit get taoo?b gegeben: Ik zal maken, dat de vyand u wel belianclelen zal. Gewisselyk zal het met uw overblyfzel wel gaan. $ift jag ooft/ bat'er nog een (jeeripftE bag boo? Schotland op ö^nben toaé/ becgclpfte tot nog toe niet gebjeeft toa^/ en bat tnpne oogen bejclbe aanfcïioubien soubcn. *!Fgt;it taiert aan mp boo? b?ie £éclj?iftiuitpïaatfen bebefligt: Uwe oogen zullen den Koning ia zyne schoon-heit zien. Gy zult de dood niet snaken , lol dat gy Gods Koningryk met kragl zult zien komen. Gy zult in een goede ouderdom ten grave ge-bragt worden, gelyk een rype koornschoof. ^eje joete ^rij?iftma*}JÏaatfen puamen met ïe» ben en met ftragt op mp; en ift hiierb geljofpen om te geïooben/ en be Ijanb op bt^eïbe te leggen, ^it bcrüieïtte in mp een Ijope ban een jjoeben baflenbag/ benftenbe/ öet mag ?pn bat be ll}eecc bit aan mp in ïjet openbaar bebeftigen jal. SJn ben mo?genflonb taierb ift met een gemeenjame toegang tot ben tü?aon ber «Benabc 6egunfl:igt/ en taanneer ift boo? be ïierft ban Schotland, 3pnbe Cij?ifli onbetcroitbibe 25?iiib/ en mpn .^Soeber/ pleitebe/ 30 quam bat moo?b met fttagt:
Eist
Eist het gene gy wilt, en het zal u toegestaan worden. SCïtuaar ift gcflcrfit taiert ara ije^e fraec» ftingcn oy te JEniïcn/ dat God om Christi wille de Arke onder ons ongeschonden bewaren wilde , zonder de vermenginge van Papery, van Bisschoppetyke magt, en van de kerk van geïanij/ met deszelfs dwalingen in leer en Godsdienst. O laat ons een Kerk en een volk zyn, zo lang als Zon en Maan duuren. Doet het werk van uw verbond onder ons herleven. 0 laat de dagen van uwe vorige kragt wederkee-ren, en laat de baarmoeder des Euangeliums vrugtbaar worden, en vele Zonen en Dogleren voor Christus voortbrengen. SCft JOnb OOÏi Ecnigc ikben tcgcnt? öc btreeniijtng op/ en taicrb raet inat tooD?ti firantlnocniï/ ^faïm XXXIU : 10, 11. De Heere vernietigt den raat der Hei-denen, hy breekt de gedagten der volkeren. Maar de raat dos lleereii besfaat in eemvigheit. ïtomcntiE tat tcu apenbaren OJab^bicnft/ aïtaaar ifi baijtc berfterïit tc toojbm/ 3a Bcbonb ift ïjet tegenbeel; taant ift taiert aan Ijct Ijcrtc getaan^ öct. lt;iï5r. Semple jUEbifttc nbec 3icrcnu XYIII: 7, 8. In een oogenblik zal ik spreken over een volk, ende over een Koninkryk enz. trag^ tebe bcibc bt partyen tc bcljagen/ raaar ban?quot; naineïyft bie gene/ betaeïfte baoj be bereeniging taaren. ïfy jeibr/ men bertaagt/ bat ift fpzee^ fien jaï aangaanbe be bereeniging tuffen -Sdjot* ïanb en Cngeïanb/ om taeïfte rrben be^en bag afgesoubert. vpe taaarljeit ii/ jeibe Ijp/ tay aïle 31111 een ïïnninftriift/ een Cilanb/ en een ©obpbienft. ging ijp bao?t tot bjacfïjeit
ban joramige/ en ooft tot mpne bjoefljeit; taant be taepa^fïnge taa*? jeer gcmaftftciyft te maften/
251
a
252 Het Terborge Leven van
öat ÖS Öicc baa? be bcreeniginge fpjaft. TCcEHctien gcëinbtgt juitbc/ ontfing ift bjpgcit nm toebecom mun gertc in Tt hcrBa^gen apen te ïcggen aangaanbe bit ftnarte berbjag. Sjft iui^ öc geern geïaaft Ijeüfien/ bat beje berccniging gcftuiit joube ton?ben; ebentael fiïeef ift jeer moe-beloof/ bjee^enbc bat be^clbe saube baojgaan; bjagcnbc/ tjae bc leeraren ban Edenburg' l^iec omtrent toacen aangebaan/ taicrb ift èctigt/ bat ^JSr. Sandilands in sun quot;iCcejreben ïjabbe ge^ 3cgt/ bat/ inbicn besc berceniging sanbe bco^ gaan/ Engeland ban nné Houthouwers en \va-terpuHers maften soube. ïï?it bia^ in ber baat regt uit te Ijanbelen/ tcc'tuyïe lju aïs' een getcau^ toe biagter snn boïft ban öaai* gebaar taaar* fcfioubibc.
(i*en bieinigje na bc^en/ guamen be SCrtifteïen baoj ben bag. ^ag bit i^ 5a een onaangenaam onbertaerp/ bat get mn berbpict te frijjnben/ Ijoe alfeö be b;acftjcit ban mun geeft quam te bermeerberen. oDnbet ben geijeeïen 5CbcI/ bebJeï» fte ^aiiement^-^eecen blaren/ taaier niemant/ bic boa? beje arme natie opftcmb/ ban be ï^eer Belhaven, beüiclfte ter jafte fpjaft in jnne ttoEE rebenbaeringen tegen be berceniging; bag 311 ijab# ben geen uitbierfiing/ bermit^ bc berceniging öeftaaten taierb.
Sa bat alle^f geëinbigt taaé/ began ift 30111^ migc bjaebigc aanmerftingen te {jcblien ober jjet gene gepaffeert taaö; en Ijac naar l)ct taa^/ bat bill berftagt blaren in bc Ijanbcn ban anje byanben/ bebielfte aïtyb onj* nabcel/ maar noit on!t taclitanb jagten; en beje bingtn luier ben my toen ter aanmerfiinge bao^gcfleït. 1. i|ct gaat met Schotland, gcijift aï3 öct bcbc met (£0?illu|
zm-
anbei te b ftogt bie i
mquot;
land toelï
ELISABETH WAST.
jcï^; taant gp taitrb in bt ïjanttcn ban sjin anbcn bcrfiagt; en toat Bdjoeft men pet h?ecnit tc benficn/ bat sp jjin rn ljiii?0C3in ber# ftojjt TjeMcn? 2. Cljjtjlujt taiert bErfiagt baaj bie gcene/ bctadfie in jmi eigen Bjiii^ en i^ui^ ge^in taaren; tn 50 ging Ijet met Ijet arme Schotland toe; ïjet taaren nnje eige Cbeï Hiebcn/ bc* taeïfie bese berberffemfte jaaft te tocge öjagten. 3. SCubafï facrl'fogt CBiiftuö am geïb/ fdjaan ^u'er niet te ryfter om taierb. Sïlja berftogten 0H3C .Kulassen bit 3£anb om geïb/ geïpft 5p Jjet noemen een CriinbrJcnt/ of iet^ ban een getufte taaarbe. OD een bjoebig lt;£nuibaïent! 4. Clji' ftuö boo? Judas berfiogt jijnbe/ taiert |jy ber^ boïgen^ fiefpiot/ en gefaflert/ rn aiïerïei jaojt ban beragtinge taiert be;c gejegenbc planten ban naam aangebaam So ig ijet met on^; jun tajt niet tot een fmaab aan on^e naburen getao?ben? Cn bie geene/ aan taien tap berftogt jpn/ ge# öjuiften jecr bittere en guaabaarbigc rebenboe# ringen tegen oné/ en öjaftcn bejetbe met benyn uit/ tot bjoefljeit ban be nieefte (Ctobbjiuïjtigc in bit KTanb. Cn bie maar biergehtfte Schotten ;yn/ moeten noottaenbig ober jobanigen Ijoon/ aï£ on^ aangebaan ié/ geboelig jpn. ©aar taa^ een taoojt/ ïjet taeïftc tnu een geruime tpb ber-geseïftgapte/ en get taeïfte iït oy bit gebaï toe# pafte / XXIV; 16. De trouwelooze hande
len trouwlooslyk, en met trouwloosheit handelen de tromvlooze trouwlooslyk. ïjoe ïjet ooft ging/ ift öegeere ben ^eere te loben/ bat iït Somtpbté in |et berbojgen be^ ïtoningé 00? ber-fi?EEg/ ïjet taeïfte mpn ïjerte onberfteunbe/taan' neer get 6pna bestaeeft. We openbare infteïïin' gen aangaanbe/ taa^ ift beeï sint*» bojre baar in/
en
253
254 Het verborge Leven van
en fatmb aïöaar lUEinlg iian tcjt ^Ecren ^05 iït ja! bf fout ap mpn scHjeii ÏE0gEn/ En niEt ap ecu aniJEr. quot;gifi ging na liErfdjcibe plaat* 3En: aïtoaar ïjct ^accaniEnt toiErb uitgEiJEEÏt; tag ift baniï ben J^eece niEt/ totbat op eeh scftEte ^acramEntpbag. iiX5r. Flini pjEbil'ttE oliEt (öpEnlj» III : 12. Die overwint, ik zal hem make lot een pilaar in den Tempel myns Gods, ende hy en zal niet meer daar uitgaan. lt;0 bE ïtcföc lt;£gt;00;$/ öElucïïiE ill in öeje SL'EEEtEbEn gcboEÏbc! .ïjJÖp öag» tE/ bat ift in eIïie fpjEuft grtiaar taitrb: ïcbcn/ firagt/ eu eeii ftEtftE fergeftte om aïbaar te tatv 5En/ Uiaar uit ift niet lucberom tot be jonbe ei: tot ten ybeïe lueceït ^oube gaan.
lt;!?p Een anbere gEÏegentljEit taaö ift te New-bottle, aïhiaar ift op Saterdag aüonb in ïict lieïb een joete fl:anb ontfing tuffen ben ï^eere eu mpn jiele. (Op be^e tpb Ijab ift beeïe gjoate jtua* rigljeben op nip ïertgenbe/ een ïaftig ïicijaam öer jonbe en be^ boot^/ be jonbE bEtaeïfte nip 30 ïig^ tEÏpft omringt/ eu ooft anbece bingen»
lt;Dp ben ïïuftbag fcQcen'ex een seer rjocbe geftaïte te spit/ üeibe in leeraren eu ijet hcïft. ^og ift üïeef seet moebeïoo^ Sfn be JSamibbag p^ebift* te 4©!:. Flint obec ^f. IV ; 9. Ik zal in vrede 'l samen nederliggen ende slapen, iföaat uit ï)!? fP?aft aangaanbe be joete rufle/ belueïfte be ge^ ïoobigen in Cljiiftu*? tEn alien tjiben Ijeüiien/ fcïfoan sp in ^taarigljeit en öenautïjeit jpn. lt;Dag bat mp 't ineefle becquiftte/ taa^/ liet gene Qp ^ei^ be aangaanbe fommige/ bie jeec üeb?oeft taaren tuegrns be fmaatijeit/ belueïfte onö gemaeftte ber^ fionb ban bemtering aangebaan toa^ in bit ber* b?ag/ anïangs in 't taerft geftett tuffen be tVnee Natiën/ 30 bat sp bjEE^bEn/ bat bE ï^EEtEn ten
rEnElt;=
ELISABETH WAST.
ijcje ïïEtït bcrïatcn joube. Weest niet 5tiöc 5p/ het is over en over beves-de Heere in Schotland een Kerk heb-zo lange de zonne ende de mane zul-schoon de booze weerelt hare bande Kerk te slooren, zo heeft God voorname mannen om dezelve te beschermen. lt;©it tuaj* geïpft Icbtn en merg aan itmnt fieEniJcren; tuant ftöaan niEt«i Bp# fonbErïpft iiao? myn ^EÏben bErftjEEg/ 3a lua^ üt
EfaElltoEÏ tE ll?EbEn IHEt tlEJE JOEtE EH JtEl-tlErquilV ïtEnöE tytingEn gEljnojt tE Ijrlöamp;En.
oDp tE5E tyb üEfloat ijet ïHiiggEjin/ aïtaaar ifi in üiEnft toa^; tE gaan luoonEii tE York; tnaEr omttEnt ift 5EEt nntflEït ina*»; En ïfanbE ïgt;Et tEgEn^ öeeï gEtUEnil; ijElilamp;En. ^og tit toajE geïyfi üe Iiee^ EEniging/ toant niEtö ItoubE bit IjinbEtEn; fcljoan i)Et Ijaar gE^Egt taiEtt/ bat ijct niEt tot Ijaar öeeI to as?. quot;Zn taanbcn gaarn nip niEt IjatE ihe# öe gEnomEii ïjeüBeu; bag ift toEigEtbE bit baï* ftcEfttEÏpft; gEEiiE bcaikiaarbcn ftonbEn uur Ijicr tQE fiEtoEgEn; toant frljoon ift Ijet ï^ui^gEjin bu minbE; 30 fiEtninbE ifi EbEntaEÏ bE yïaatfE eii Ijct boïft niet/ aïtoaar sy na tOE flonben tE gaan; toant ifi fiEfloot mun ïot te HEinEn in Schotland, 5D arm eii bEragt aï^ Ijct nafi toa^.
Slfi bErïiEt ban bEjE yïaatfE omttEnt ijft einbe ban May, En bE faao?5ienigï)Eit fdjifttE IjEt 30/ bat ifi 'tE Gilmertoun gnam. «öy ben EEtftEn ïïuftbag/ aïö ifi aïbaar toa^/ toiEtt 'Ijct ^a^ cranient te Tinningharne nitgebEEÏt; ifi ging baar na tOE/ bog ifi üonb niEt/ ï)Et gEEn ifi toeï gEtaEiift joubE gEfifien; bog eei*e 5p bEii jKibbE# ïaat/ bat ifi niEt tEn cEnEmaaï üEtlatEii toaé. 3ifi oojbEElE ïjEt ban mpn yïigt tE jun/ bE^ ^EEtEn
255
eenemaaï
bevreest,
tigl, dal ben zal, len zyn? den opheft, evenwel zyne
en
orn
agt
256 Het verborge Leven van
taeg met mp te berfjaïcn. 3J5at mpn flaeflanö aangaat/ iït taterb ap een ongemeene tuyse amp;egt; fpjongen met tierjoeftingen lian Uerfdjeiamp;c foo?» ten/ taaar iian ift geen getoag maften ftan; aï* ïeenïpft jag ift/ öat ongeloof en gob-herloodjc# ning ooft ten g?anti ban aïïe taaren. toelfte tt* ten ijeïi ift om my ober te goeljamp;eit ban Opat tc bei-taautcren/ Ijier in boojnamentïpft/ bat tc Ciiangeïi initeïlingcn my op ïinflbagen joet en berijujftftcïpft toaren/ tetoeïfte too? sjin ^icnfl» ftnegt Findlay toaer genomen biiertcn! Cnfcgoon ijy tc SCeeraar ban mpn bjpft niet bia?/ en fdjoon ift ecnige moeite onderging om ïjeni tc Prestoun tc 1'jaoren! 3a ao^teclte ift ebentaeï altoag,'/ tatmpn arücit biel öctaaït taiert/ ïfeböentc fteetjt frof^ fe ban lof in mynen monte geïegt. Cn laan# neer be boojjicniglieit Qet 30 üeftierbe/ bat ift ergen? eiber*? mnefle gaan/ 30 iieliont ift/ bat Jjet boo? my een bcrïoorcn Kufttag in ïjet opciv tiaar taa^; om bieïfte reten ift 3eer tifttaiï^ na Prestoun ging/ p^etiftente ten gemelte 1Eccrgt;-aar ober ben XXIII Psalm. ïfet i^ my onmo^ geïyft tc berfialen get geen ift in be3e a.'eejrebe-' ncn entmoetete» 3i'ft luiert op een geboelige toy3C ii?ots flemmc getaaar/ fpjeeftenbc tot my too? syn ^ienftfinegt; fomtybg' ftonbe ift taar in niet^ atemen/ tan sonbige en onljeiïige getag^ ten; ift taiert in ter taat tjoebig too? ten by# ant getjuftt; tog eere 3y ^at/ tat ift op Suft' bagen geUioaneïyft iet^ gaeté antfing»
^5aar taa^ in 't byjanber eenen öag/ taan# neer l)y ober te3e taao?ten p?etifttc: Hy doet my nederliggen in grazige weyden. 31n te3C 3Eeer-« reten ontcrbüiit ift beeï ban a3at^ tegentaao?lt;= tiggcit. v^og fto?t taar op taiert ift jammeriyft
ELISABETH W A S T. 257
1 gegudt/ tat'ec noci ten b?o£tiigE Bcpjacbingc mp obct 't gaoft ïgt;ing; ift ricp tat ten fytttt/ ijat ift'cr in onbtrfteunt raagtc taojben/ en bat ift ijc5EÏlic beilielpft tc öaljcn raagte ffamcn/ son-tier «öoiï te öcbjacfaen/ en janber june ftiuberen ' te ergeren- 311* iua^ in een gjoote^eese; tuat : beje ïtepjoeüinge flonb te jpn. Cinöelpft özaft 5e uit in een flerfte en fcljjififtcfpfte bersocftinge/ otn aan aïïe^ ongeïoof te fiaan/ Ijet taelfte oit be ^ec^ re boo? my gebaan tjabbe. 3iu toierb oy ecn on-gctaaone topjc met ^ab-beriaadjencnbc en la^ terïufte ingtbingen gcpfaagt/ 30 bat ift tot ben i^eete om ljuïpc riep/ bog ift ontfing geen ant^ taoo?b. gift tnierb in tegenbeeï flimmer/ en toa£ geluft een berïatcne/ synbe bïaot geftclt aan be taille ban be buanb mijner jaïigljeit; en Ijer ge# ne/ taaar op be bpanb 511 n bersoeftinge üoiitabe taaj?/ bat be belaften jobanig boar be baa^ienig-= geit tegengefpjaften taierben batje baar mebe niet bereentgt ftonbe taajbcn, 216 begaf mji gemeen* ïpft na ïict beïb/ en bjuïbc baar luegenj* mnnc C-ab-berlaocïjenenbe en ïaöterlyfte gebagten; bog : ift ftonbe geen btrïofftnge beftomen; myne ber* bojbentïjeben namen tae/ gelpft ooft be omleg* genbe sonbe/ ban taeïfte be ^eerc my beïafte ban berioffinge gebaan ijabbe; bag in plaat^ . ban berïoffing/ taierb ift goe ïanger tjae flim* mer/ en geen ftftyn ban een nitftamft beeb ^ig f DP*, ^aar luaren b?ie bingen/ taaar by ift myn taeftanb bergeleeft/ tn bejeïbe taaren op be^e I tyb jeer toepaffeïpft op my.
1. ©ergeïeeft ift myn jelben by een bjou-toe/ betaeïfte in barensnoot ift/ gebbenbe beeïe g?aote pynen: jo bat get jig Iaat aandien / al^ of je juifl nu berloft flonb te taa?ben /
4 7 ter»
é
258 Het verborge Leven van
tertopï se tbcntatï niet# iiao?tö?engt ban tingen-
a. ©ergelecfi ifi mpn seïüen öp een (tïjip op jee/ iBOZbenije bao? tainö en p:ajm op en neer geflingert; ïjet mag syn/ öat öe menfcljen op get fdjip fomtjib# |et ïanb sien/ tienïtenbe/ nu sullen tap einbeïpït aan ïanb Hamen/ en ruften ban öe gaïben. ^Dog terftanti# ftomt een ton^ trarie tainb/ en beneemt gaar aïle ge^igte ban aanïanbing. algt; Öoc neemt ban ïjaar ontfleïte-ni# tae!
3. ©crgeïceït ift mpn jeïben bp een bogcl/ tao?' benbe berbaïgt bao? een ïja^ift of een ©aïfi. '©e arme bogeï blicgt na een bofclj/ jpnbe ban boo?' nemend baar te frtjuiïen. tDog b2 berboïger ftomt/ en jaagt ï)aar baar uit/ 50 bat^e geen rufte ftan binben/ toojbenbe berbaïgi: ban plaats fe tot pïaatfe» €n 30 0iquot;a met mp toe; taant ift bagte/ bat taanneer be fto?mcn ober taaren/ ift ban ruften joube. '©og bit taaren maar pbeïe gebagten; taant mpne bepjoebingen bermeerberbcn op een jigtbare tapje/ en baar taasi niemanb/ aan taien ift mpn gemoeb open ïeggen ftonbe/ taant ift 3a0 bat ïjet te bergeefé taa#.
3Ift ftan niet nalaten te berftaïen/ Qoe be?re beje bjoebige angefl:cït§eit jig quam uit te flreft* ftem 3lft ftonbe taenfegen een baafte boo? anbc^ re te 3pn/ om afgefcft?iftt te too?ben ban joba* nige taan^oopenbe toegen/ aï^ ift infïocg. !31ft taierb booj ben bpanb bjoebig aangejet tot on^ geïaof; en snnbe aan 't mibbagmaaï/ taiert get opgemerftt bat ift niet at; ift paffeerbe bit ober met eenige ontfcïjuïbiging, lt;©ag get taa^ mp üpna onmogeïpft mpn benautgeit te berberg^n.
ELISABETH WAST. 259
31ft fcijeen te juïïen fierften op öe pïaatfc aU toaar ift jat; ift taa^ gelpft taatcr/ |jct taclfte ten opening mact ïjeliften. SDft ftcgaf mp na öe gc# taoane pïaat^ï op ïjct bcïö/ altaaar ift get üergif jelf^ ban ise öeïïe tcgen^ (©oti en sync tucgcn/ met mnn manb uitöjaafttE/ aïé of öescïhc niet regtmatig iaog regtbcertrig taaren; tn öat ïjn mp met ïaflen ftelabebe/ tie ift niet b?agen ftonije/ en tat Bp tiejelbe ooft niet taiïbe tuegnemen; en öat ftgoon Ijp fieloaft Ijabamp;c met mp te jutten Uie^en in tic ftenautljeit/ ift nu ebentaeï in öe gjootfle fie# nautijeit alleen taaj?/ ftunnenbe geen ïjuïpe bin^ ijen. Cn op bat seïfbe ftuft ïanbjf nam ift boo? be «pofi^bienfl up te geben/ en niet meer te ge-ïooben; toant ïjet toaö mp onmogeïpft be fieïof' ten met be boo^ienigljeit obec een te fijengem 3jft bagte/ bat fcftaon een €ngel uit ben i^emcï tailbe ftomen en tot mp fpjeeften/ ift niet geïao^ ben joube; bog lt;J3ab taect aïleen/ in taeïfte ftranft* jinnige bnp ift taaju
nu mijn fjEtte in beje geïfclje bitterljeben en lt;6ob tecgenbe uitbjuftftingen uitgebo^flen taai?/ öagt ift bat ift ïj^t aïlcreïenbigfte fcïjcpfeï in be taeeeït toa^/ jijnbe nu booj aïtoaa' berïoren. (J5n afê ift nu be pïaatfc op en neer ging/ geïijft eenen bic ftranftjinnig taa^/ 300 fiïonft bat taoojb in mpne ooren; Is uw toorn billyk ontsteken, 3|ona? Is uw toorn billyk ontsteken, Jona IV : 9. ï^icc op taictt ift met bertaanberinge cn ontsct* tinge aangebaan. aj» toonber! bat bc aarbe Ijaat niet openbc/ en mp opfioftte. lt;D taonberïpfte en onbergeïpfteïpfte berbjaagfaamï)eit iVbs!! J^ogte ijp niet mp op mijn taaajt gebangen/ en ban mp 3ijn affc^eib genomen ftcüücn/ geïijft ift ban ïjem beebt? ^og Ijp ij? a3ob/ en niet een
17 * menfeïj/
260 Hel verborge Leven van
tnenfdj/ en baarom Ben ift tiict üertccrt ^it (ntbeng beeïc anöerc) ten buibclijft löclriij^ lian bc^ ï^ecren gaebcrticrcnBEit: t'mptaaart^. ^oe lamp;cgeerbc ift tc treuren/ ombat iït 30 een Beminnen ïgfic ï^eert öeïcbiijt ijaöbe.
oDmtrent Ijet begin ban October, ftanü ïjet Sacrament tc Prestoun uitgebeclt tc taojben; be gebagten baar ban bcrguiïttcn mji seer/ bcnftcn. bc/ 30 bc gttoooncïiifte ruftbagen aïöaar 30 3aet 3ijn/ taat saï ban niet be ruflbag 311quot;/ taaar op let' ^agtmaal jat gdjmiben Uiojbcn! oD öac bcrïangbc ift berljaïben baar na! ^IPog oy bat ift mogtc ïeeren/ bat be ^ccrc niet i£ geüonben «an cenigc pïaatfc/ bonb ift maar ccn bo^re inflcï^ lingc tot mijn ontfjaaï/ fcïjaon ift in ber baab gcloabc / bat bc $gt;Eerc aïöaar tcgenbioojbig toa^/ 30 by bc Eeerarcn/ aid by ijet boïft. ^og my aangaande/ ift Mcef ficcbl in fcuifterc.
€cn anberc 3aaft moet ift in bc3e pïaatj? ber-Ijaïcn. 33ft Vuicrb 3ecr bjienbeïijft befjanbelt in get ^ni^gcsin/ aïtaaar ift toaj?. taaren tot bertoonberinge toe b?ienbcïi}ft. €n ïjier in 3ag ift bc?? ^ccrcn ïfanb; bic boo? my aïleö tocï uitboert. gift Öab ccn 3ccr 3actc en bcrguiftfteï^ ftc ommegang met fommigc ij?abbjugtigc in bic plaats/ fcTjoon 3n Sttt toeinige in getal taaren. fet ging met mp baar in aïlej? tacï/ in opligt tot ben nitbjenbige menfeïj; 30 0311 ^ niet tcftïa-gen ijebbe/ ban ober mp 3eïbcn. t!i3a bat ift baar ccnigc tijb boojgtü?agt Babbc met bc jonge juf-frouto/ bic ift bienbe/ en bic ift 3E« «Ef ïjabbc/ fieftierbe fiet bc hoo?3icnigl3eit 30/ bat ift na Edenburg mocflc tocbcrftecrcn; Bet taclftc ift 3Eec filnmocbcïijft bebe/ aï^ öcftbcnbc baar mijn bicr^
ELISABETH WAST.
fiaarfte en pniEEnsaamftE fajienben/ in taien^ gc# jeïfeïjap iït ccn 0?oot bermaaft cn genoegen nam, bat ift agf öagen te Edenburg gelueeft töaé/ iiieï'cr in anje gui^'acfling een jeer tjaefaig toe^ faaï ban een gaafligc öjanö üaaj: 5Siemani3 tac^ tentie/ öao? toien öeje üjanb/ öie jig na üuiten nit öe benfteren bertoanbc/ ontftaan lua^, ber tuffen lui ft niemanb 'uan onj?/ bic in ijuis toaren/ gier ban. .ïiBijn jonge juffjoulu en ift/ jijnbc in een ftamer baar bigtc By/ inierben een fterfic reiift ban ïtjanb getanar/ bag ftanben niet bcg?iiyen toat Ijet biaë» ptö amjienbe af'et ecnig hier in onje flleeberen geïianien tnaë/ ontftonb'er Een getoep: Brand, brand, het huis slaat in brand. %o raö ift suïït^ fjoaibc ïiep ift na be ftamerbeut/ cn bacfitc/ bat tiet ijui^ be naafle oogcnbïift ftonb in tc ftojten/ boo,: be g.:oatE b?anb bie'er ontftaan toaS. ï}et beljaagbc ben ^eerc/ bat in jijn boajjicnigljcit be üjanb Ijaaft gcüïuft luierb/ en bat'cc gcen gjoote fdjabe ge# fdjieb In a 5/ snnbt aiïecnïijft een üeb boo? Ijet hier gantfcljclijft bertccrt gelueeft. iPcïït uittaerftquot; fel bit op my öabbc/ ftan ift niet jeggen. t?33aac o be alarm ban ü?anb luaj? noit uit mpne ge^ bagten.
©en baïgenbc bag gingen mijn ^ecr en mijn 3iuffroulu na bonbon/ ïateube my nebcnj» CEn anberc ©ienftmaagt ïjet gui^ beluatcu tot ftaar bjcberftomfle. ©it berftreftte my tot gcen ftïrinE la ft/ l)ctibenbc be inbjuft ban get geen onlang^ boojgeballcn bia^/ op mijn ijettc/ en ftcebö nac§ een gjootEr guaab bjecsenbe/ toeïftc my gc^ lijft ccn geeft bag cn nacljt pïaagbe. Sltljt bagen na gcmeïbc boo?baï ontftanb'cr ecu anbEr bjOE^ bigc En fcö?tïiftEfyftE amp;?anti in be ^tab/ omtunt
ttaEE
261
262 Het verborge Leven van
ttotc uitren in icn mojgen. 3|ft paorcnbe öet geroep ban Brand, brand, ftonb in bet gaafle op/ en get benfter openenbe/ jag ift ijct fceerïpft ge^igte ban ben öjanb. SDit maaïtte myn geeil gaanöe/ en ift ïtrecg bjpljcit om mpn öerte boo? ben ï^eere uit te ftojtcn/ ten opfigte ban bie ge.» ne/ bie in beje tcgentooojbige ü?anb guamen te ïpben; fiibbenbe/ bat be ^eere in ïgt;ct toefiomen.-be saöanige bctbioeflcnbe oojbeelen biilbe boa?* fiomen. Ijicnianb op aarbe laeet/ öoe ift op bit naare gcjitljt aangebaan toa^. ^it omtrent get einbc ban November boojballenbe/ giteïben be inbailtfclen ban Ijet geen ift gesien l^abbe/ mp ober aï taaar ift taa^. rïl5ergcnö taa]§ ift b?p ban be bjeeje booj bjanb. 3ft bagte/ inbien ift een lt;i?obb?ugtig petfoon öp mp in mogte lebben/ ift joube 500 örbjee^b niet sjm, 3ft ïireeg 'er nu een/ taant een jeftere bjienbinne/ taien^ (ÊSobabienflige ommegang mp aïtoo^ jeer ^oet taaé/ guam en bïecf üp mp; bodj ebentatï ber^ btaeen mpn b^eeje niet. Éft ö?agt bit boo? ben ïfeere/ b?agenbe/ wat de meeninge hier van mogte zyn? i)Daar op ift een frijerpe öeri^pinge ftreeg; en bat ban Micha taierb mp boo? oogen geftelt; Nu weet ik, dat de Heere my wel doen zal, om dat ik dezen Levyt tot eenen Priester bebbe, ïtigt. XVI l: 13. (SCÏ^ of be ï^eere alleen niet genoegfaam taa^/) en not|gt;tan| Degaagbe get ben t}eere sitg mpner te erbarmen/ örffen# be jeïf^ boa? spn taoo?b bejen ïafl ban mp af; ^f. XC1: 10. 11. Geen plage zal uwe tente naderen, want ik hebbe myne Engelen aangaande u bevel gegeven. lt;0 Ijoe gejrgenb taai bit taoa?b boo? mpl ^et 6?agt met jidj b?ebc en fiiïte/ met opjigt op bese ongeruftgeit; 30 bat
ift
ELISABETH WAST.
ift niet mcEr toa^ in ^ulfie gctnelijige bjteje/ aï-^nEtuel ift'er niet ten EEtiemaal üan öEtijptt taa^; bag ÜE gjaat/lE taa^ tUEggcnaniEn. oD ÏJOE öeeï ift tE UEttriEltiEn ban öe gaEt^tit/ tayamp;» ^Eit/ toaniJEtïpït'E öeftiEringt En sajgE ban O^aö jEgEn^ mp/ ja mEt apsigt op mjin jieïe/ al^ niEt opsigt op mpn ïicljaara! 30 bat ift tEbEn ïfEiöïtE om uit tE roepEin O! hoe groot is zyn goedheit en barmherligheit! Cn bit blCEt mjlHE SieIe 5EEt taEï. ïjEt bEtaamt mp/ En i^ g?oa^ tEïpfi^ mpn pïigt/ bt^ 5CIpoflEÏ^ bEbEÏ tE ge# gaojjamEn: Weest in geen ding bezorgt; maar laat uwe begeerten in alles, door bidden ende smeken, met dankzegoinee bekent worden by God, Phil. IV: 6.
^aar i*? nog iEtj? anbet^/ öft Ideïïie mp boo? EEnigE tnb hEEl tE boEn gaf, ^aar tuiErb name^ ïpït EEn iiEbEï ban bs ïtouinginnE EnbE fjatE bEt* gabEtingE gEgEbrn/ om eeu ©aftEnbag tE ïjou^ bEn in bE b?iE ïioninftrnftEn/ op bEn 14 ban Ja-nuarius naaftlioniEnbE. SÜft ïa^ jjEt pïarcaat ban bE ifóoninginnE/ ioaar in ftonb: Wy, nevens de geestelyke en weereldlyke Lords, ordineren en gelasten, dal dezen dag onderhouden worde tot een plegtige verootmoediging en vasten, en dat de Bisschoppen een gebed opstellen, dat op dien dag toepasselyk is. JtëannEEl* ift bit EErfl Ï9«? En poojbE/ 30 Perilonb ift niet Vueï/ of ïjEt mpn pïigt taa^ of niEt/ mp tE bECEEitigEn niEt julftE PaftEnbagen/ al?' biE boojtquamEn ban bE fiurgEClpfiE macljt/ aangrstrn jp niet raabpïEEg# bEn mEt onjE ÏEEratEn/ maar aÏÏEEnïpft niEt ijatE bEtbojbE (ÖEEftEÏpftE in Engeland, tcgtn toiEn bjp op eeu pfEgtigE topjE in eeu bEtüonb 3jm. $l!an b'anbEtE 3pbE bia^ ift obEEtuigt/ bat baftEn En
263
264 liet verborge Leven van
jig te faenicbcren/ een noot^aftelnfte pligt ten hu jen tpöE taa^t. Süïöuêï toa^f jft in een engte/ tael* ïie taeg ifi inflaan maefte/ om (©aijt te fieïjagen/ en een gncöe Confctentte te öctuaren.
fi?agt öeje saafi ban? öen ^eece/ en in jpne tcgcntaaajöigjjeit UegcertiE it» ijicc in baa? ijera al* leen/ en niemant anöerj?/ bepaalt te ton?öen; en fmeeftte/ toat oaft spn taille magte sun/ bat ijy be^ jcïbe nip tniïöe laten taeten/ en ftcagt geben am 5e te boïü^engen. ijCectayle ift aïbu^ in bejt ïfeeren tegentaaajbigljeit taa|/ 3a guamen bcje' ttaee ^clj?iftuurpïaetfcn met iigc en ïehen tot mp Kol. 11:21. En raakt niet, nog en smaakt niet, nog en roert n;et aan. Luk. XVI ; '10. Die getrouw is in 't minste, die is ook in 't groote getrouw. Cn iït taaé berseïfcct/ bat bit bes1 ï}ccl*cu mee* ninge taaj* acngaenbe bejen baftenbag. S'ö Öaiï bifttaiï^ gcitgentljcit om ün berfcljeibe gabbjng* tige omtrent bit (tuft te berncmcn/ taat Ijare gebacgten taaren aengaeube bezeil ©aflenbag. 3jU behonb bat sy berbeeït taaren/ fammige baer boa?/ en andere (bag jeer taeinige) baer tegen synbe. ^n aengaenöe anje leeraren/ 3e miamen aïïe baar in abcreen/ ara ben bafien* bag te tjouben/ taaar ban sy an^ ïtenniffe ga* ben,
lt;ïpit bertaeïite een nieutae fta^m in myn ge* moeb/ benrtenbe inbien ift my in beje jaaft mag* te bebjiegen/ aangesien sulfte beftige Cljjit^cnen en leeraren in bit ftuft Blaar 3yu? ^it bebe my tot ben ^eere roepen/ bat ijy 3ig myner erbar* men taiïbe; cn bat/ inbien ijy my tot iet^ by* sonber^ riep/ ÖP my meer ban gemeen ïigt tail* be geben. ^e bertaajringe/ taaar mebe myn gemoeb beset taa^/ bunrbe 30 ïang tot bat ift
ELISABETH WAST. 265
na tnpn pïirtjt jjfng/ altaaar ifi meer en .meet fiefaeftigt taiert/ bat ïjet niet mpne/ maar bc^ ï^ceren gciïacïjtEn ttiarcn/ ban bat ift my niet berccnigcn moeflc met liaftcnbagcn/ bic oné oplt;= geïcgt taierben baaj een 55urgerlpfte macljt/ baer öe ^iffeïjappen een gebeeïte ban uitmalkn.
töiect aaft geb?cigt/ bat 3a ift be^ ^eeren ficbcl in bejen guam angeljoo^saem te 3pn/ bit mvm can^ feientie becbaalien jaube/ am in bc taeftamenbe tpb met bjpmacbigljcit raeb te ttecjaeften/ aen* gejieu taanneer ift be^elUe cmtfrag/ ift niet ge# ïjaa^aem toilbe 51111. quam bat taaajt iian faermaninge: Zyt slandvastig, onbeweeglyk, al-tyd overvloedig zynde in't werk des iieeren, 1 ïïar. XV ; 58. 33it taaö een nieutae iiebeftiging. J©a bejen barijt ift/ ïaat alle faajten ban men^ fcijen peggen taat jn taiïïen/ ift tien in mnn eige gemaeb aangaanbe liet gemeïbe ber^efiert. «öp ben ïïuftbag nnmibbeïpft booi bejen baflenbag; taa^ ift in een jeer baobige en ïcbcnltia5e getlaï# te; ongeïaaf ftreeg be aliertjanb tegen mu; en ift Began te benften/ inbien ift in snifte ïeben# ïaaje taeftanb ap ben baftenbag jaube jun/ ijae 3al ift bc^eïbc ben ï^eere in't bcrtia:gen baajamp;:en# gen? 5Clbuö taa^E ift in mnn gemaeb antenft tat abanbö ten negen uuren/ junbe in 't geöeb/ aïtaaat |ct ben ï^eere lieljaagbe be jaaft bus? met mn te tiepïeiten: 3©aaram ijinftt gp ap tüiee gebatïjtcn? ^ gcf|aa?5aemTjeit aan mnne üelt;= beien niet fietec ban afferljanbe? ^iBoet nta ge# flalte uta plicljt öefliffen; Ijier ap fmaït ift nebet baa? ben ^eere/ en fcijaambc mn toegenö mpne onbcrantbiaajbelnfte taegen. aDp beje tpb ftreeg ift een ftlaa? gejigte ban ijet gene/ taaer tae ijy mp riep; ift antftng aaft berguiftftingc baa^ mn#
266 Het verborge Leven van
nc stele/ in een ruime mate/ aï^ meöe öeïoften öan raaü en fecflieringe. Cn tat tanajti quam met ïtca^t: Gy (l|eere) doet myne lampe lig-ten, de Heere, myn God, doet mvne duisternisse opklaren, ff. XVIII; 29.
*IDbu ©aftcnijaij nu jjeftoraen jynbe/ faonb ift in öcn raajgenftant myn jellien jeer oniicgxtaem/ 3a tat tjct treuren ober myne eige jonbcn/ al^ ober bie ban 't üTantr. ©03 ijtt/ bie my tot be^e plitïjt riep/ brrflerïtte my; en ftfjoon ift my op bien baiT niet mebe Ronbe berecnigcu in ben open^ fiaren (öob^bicnft/ 30 üJiert ift ebenbicï ban 3?ob in't bcrüojrien jjjooteïyft^ bertptiftt: 03 toat genoegen bonb ift in 't ïesen van de Belydenisse des Geloors'? 3J?at ïjeerlyfte bagen tuaren'er in on? ïanb/ taanneer bat Plegtige Verbond met be bjie ïtonfnftryftcn gemaaftt taierb! toat biepe en jjerteïyfte 25eïybeniffe taaier na be berl6?e=lt; ftingc baar ban! Cn na öelybeniffe ban jonbe/ ijet berbonb taeberom bernienbit luoibenbe/ fteerbe be i|ecrc tocber üeibe tot be leeraren en get boïft/ en baar loaren bagen ban ftradjt in get !ïCanb. ^oe begon ift bie tyb met bc tcgen^ tooojbige Ceutu te bergeïyftem €11 01 baat 0023aaft ban treuren 3ag ift/ bat niemanb in openbare ftanbplaatfen fjobanigc alj? leeraren en aDbcrljeben) de verbrekinge van 't verbond, tot een reden van vaslen ma aft te! Cn get gemcenc flag ban boïft aengacnbe/ uitgenomen ïjier en baar een 3ccr ftïein getaï/ 3y bieten niet meer ban bit Verbond, ban of gefeftje' hen toa^ gebjeefi; in 't Grieksch, of in 't La-tyn. 05 bit Verbond ging my bc3en bag ter gerte; en ift toierb geljolpen om in be öitterpeit ban myn gee^ te treuren over de verbrekinge
daar
ELISABETH WAST. 267
daar van in raynen [yd. Cn bat Eerstelyk, ten tpbe ban de omkceringe bet paften/ taanneer btt bcrfionti 6djoo?bc faernicutat te iao^ben/ taierfc ^ier ban geen gc^nag gttnaaftt; baar cbcntad bat gEjcgenbe infttument/ ïïoning William jaïiger gcbagtcni^/ haar vryheit gaf om voor haar Godsdienst te doen, het gene zy wilden, ^acïf bit luiert ten etnemaaï bèrgtten.
Ten tweeden, spn inp niet fcljufbig aan ber* fianüüjcïnngE/ in ïjet onïangjf gcilotcnc («CraC' taat ban berceniging ï lt;0! bat tap magtcn iace^ nen/ om dat wy ons zeiven verkogt hebben om besmet te worden door een volk; tegen wiens dwalingen wy op een plegtige wyze zo wel in een verbond getreden zyn, als tegen de dwalingen van de Kerk van ïïamen, liet Pausdom en de Bisschoppelyke Slaat gaan hand aan hand. En hebben wy niet een verbond gemaakt, om ten uiterste van onze kragt iTngcïanb te reformeeren '? Cn baaram/ bermit^ tan bit niet beben/ Ijccft a5ab anö in 31111 gcrcgtigïjcib ber* ïaten/ am baa? Baar gebefojmeert af mi^niaaftt te taajben.
Ten derden, ^5» niet bc^rn ïDaftcnbag een buibcïtl'ft fietaijS ban Verbond-breekinge ? {Ce nntfangen ©aftenbagen ban bic gene/bebiEÏfie gcfïagc bpanben jan ban Ijet JDcrbanb/ geïpft beibc bc ïtaninginnc en bc ^iffdjaypen jpn; en ebentacl iDaftenbagcn ban ijaar aan te nemen» ^it i$ in bcr baat een aa?5aaft ban treuririljett en geïxïag. Och dat myn hooft water ware, ende myne ooge een sprinkader van tranen, zo zoude ik dit dag ende nagt beweenen. ÏPeje bingen nemen taehiige ter ïjcrtet 3ift taierb ge* balpen am tat ben ^eere te raepen/ dat by onder
268 Het verborge Leven van
der ons een dag van kragt wilden zenden: 5CU blaat fft ^ag/ dat zo lange als de verbrekinge van dit plegtige Verbond niet betreurt wierd, door alle soorten van persoenen, Leeraren en het volk, groote en kleine; van den throon af tot de minste onderdaan van het Land toe; ik zegge, dat \vy lot die tyd toe, geen dagen van kragt hebben zouden, waar in het Land van hare ongeregtigheden zoude gezuivert worden. En even wel verkreeg ik een gezigte, dat zodanige dagen stonden te komen. iDac üt* geeröe ift te fiannen treuren aker mpne cige Sonticn/ 3a erffelyke, öog baajnamcntinü mnn boezem-zonde, bic my sciuft ccn 0CC|'t/ nhcr aï Ui aar ifi luas/ quam te plagen. Jiü maafttc ooft geluag ban be janben ban get Xanb/ van het breken des verbonds, van de bloedstortinge der voortreffelyke Helden, geïcben in be borige regeeringen ban be 23iiTcljoppeInfie magt ^eje öingen 3911 in bet baat een aojjaaft am te treiu ren.
MiX 0 ^ecre/ gp lueet/ dat ik uw Verbond liefhebbe, en alle die gene, die dezelve opent-lyk belyden. En tot een getuigenis bier van, zo neem ik hetzelve thans in uwe tegenwoordig-heit aan, en beëedige het in myn eige persoon, gelyk'er staat in onze 23eï}ibeniffe bejS (J5cïoof^; Én ik oordeele my zeiven al zo waarlyk verbonden te zyn, als of ik geleeft en dit Verbond aangenomen hadde in het jaar.... En ik agte het myn roem en eere te zyn, dat ik geboren ben in een Land, het welke den Heere zo plegtig-lyk ondertrouwt is. ^gt;it beeb ift in ïjet 0C3igte ban ben g?aaten «ipob/ taanneer geen anber aog tcgentaoojbig Vaag; en baar öab ift ben ^eere/
ELISABETH WAST.
öat/ inbien't 31m taiiïe taa^/ ik mogte leven, en zien het verbond vernieuwt door alle soorten van persoonen Dit zoude my tot meer vreugde verstrekken, clan de wereld kan uitdrukken. aJEfiïjjrücn en nnijerfclj^elicn te Eden-burg, met mpn ïjanti/ öcn 14 Januari 1708.
ELISABETH WAST.
^)it QEöaan synbc/ öegon ift tc anamp;tcsocftcn/ ol' ik ia myn pligt geweest was, of niet? Cn ift taiert obEtbiocbia iieücftigt/ bat ift br^ ï^ccrcn öcbd gebaan Ijabbc; boa baQjuanmitïyft taiert ift baar in öebciiigt in be baar oy bnlgcnbe Satur-dag abonb/ taannccr beeï. iian a5obé ïicfbc in Cöjiftu^ aan my nntbrfit taierb.
Cn Rustdag raoggen^ 511am bat taao?t: Dit is de dag dien de lleeie gemaakt heeft, laat ons op den zeiven ons verheugen, ende verblyd zyn, Pb CXYIII: 24. Gy hebt vreugde in myn herte gegeven, meer dan ter tyd, als haar koorn ende haren most vermenigvuldigt zyn, IV: 8. iEMt taa^ aan my ten gejegenbe bag; tn Bet feïjeen/ al^ of 3e een Imojfaoper taa^! ban be^ J^ceren taeberfteeringe tot myn sieïe/ met de dagen van zyn gewoonlyke kragt. bagtc in de binnenkameren geftomen te jpn/ aïtoaar ift bjyljeit nntfing am myn Ifïagte cn bersneft/ bei' be boo,: myn jelben/ en baa? be ïïerïi/ cn Ijet be* ïang ban Cö?iflult;?/ uit tc fta?ten. öac beeï ban beö ^eeren gaebertierenljeit taierb aan my beftent gemaaftt! tacïftc my met bertaonbe-ringc bebc uitroepen: Wie ben ik, Heere'? Is dit na de wyze der menschen? niet tegenftaanbe bit aïïej?/ ïfab iït fleebfi myn eige byjanberc staarig*
geben
260
270 Het verborge Leven ran
ïjetien nm'er metie te taojflelen; tu^dhE maafttc mpn gccfl 5EP:atifg ntacijcïpfi. ^at gene/ taaar ban ift aan öc taerclb geen fiebuibeniffe fionbe ge-hen/ bebe mp zwaarmoedig, treurende, en met een nedergeboge rugge gaan. Cn frjjaon ift be ïiefbe bc^ ^eeren t'niptaaarttf/ niet burfbe in ttapfcï treftften/ 3a riep ift ebentaeï menigmaal: Indien ik d'uwe ben, waarom is het dan dus met my? ^e namclao^e angefleïtljeit aangaan^ öe/ ift iuifl niet taat ift'er ban jeggen soube. ©an öe ftittete raepinge en ftïagten/ bie jn mp üecoa?# laaftte! Sft fmeefttc ben ï^ecrc/ da't hy my een verlossinge wilde zenden, om zvns naams wille, ^aar taietben mp taeï iteere jaete Beloften gege^ ben uit ben 91 Psalm, bag mpn jtaarigfjeit biiert niet taeggenomen; en ift toaé fleebö in be pïaatfe ban onruite. Sn beje taeftanb fileef ift een ïan^ ge tpb; en fcijaun ift be*? i^ectcn' gaebectiereiP geit/ aan mu op beeïerïei tapjen fieftent gemaaftt niet burbe in ttopfeï treftften/ 3a lage ebentaeï be-3e tmgefleïtrjeit mp al^ een jtaaar getaigte ap ijet gerte. aD ïjet ïidjaam bec janbe en beé baab^/ i^ een jtaaar paft!
ja^pn uitetïpfte toeflanb aangaanbe/ aïïe bin# gen gingen öaac in bieï; ift fjab bed ïiefbe en agtinge ban bie gene/ onbec indfte ift toacmbe. gift moet öet erftennen/ bat aïbaar bed ban (©obé gccbijcit aan mp ontbeftt taierb. 2pnbt een ^ienftmaagt/ öab ift ben ï^eece bifttail^/ bat ï)!,' mp tailbe geben een geeft ban bipsgeit en ban berflanb/ om mpne öcjiggeben in get ï|ui£ge3in fieïjaojïpfi te be?rigten; en bat ift mpn beefier en mpn guffcouta genoegen mogte ge^ ben; toant ift sag fteeb^ bit/ bat/ inbien iet^ niet tod soube gaan öoo? mpn öeïjanbeling/ be ^ob^
bienft
ELISABETH WAST.
trien)!: ïpbtn soubt. lt;0 om ttta fjcerlpfie naara^ taille/ ïcer mp myn pïigt in öe^en! 3!ft tatcrij tier* gao?t/ taant ift jaji taaarlpfi/ bat/ taat ift öcöe/ fcïjaon ïjct 30 tocï niet taaamp;/ aï^ anbere get ge* baan ^onbc gcfiüen/ cbentaeï mpn SCuffconta en be oücrigc baar tnebe 50 te bjebtn taaren/ bat ift bifitoil^ï berlamp;aafl ftcmb/ tnaetenbc uitroepen: Gy zyt die God, die alle dingen voor rny voleindigt.
Sft tiïeef in bit ï^uiögejin tot November, op taeïïte tyb tnpn ^uffrouta en ijet ïfui^gejin na Londen ftenben te gaan; en geern Qabben 35 inn mebe toiïïen Tjetnien; bog baar toe fionbe
tnp niet fietaegen; taant ift jag bat get mpn pïigt niet taaj?. ^ft taa?/ en ücn nog obertuigt/ bat nietlt;?/ toaar ban ift in mpn confcientie een affteer gebbe/ ban nty beljoo^t onbernomen te taojben. 5i5u/ boa? met ïjaar niet mebe te gaan/ fteïbe ift myn jeïben buiten bienfL ^og aangequot;» 3ien mpn pïigt niet taa^f tnebe te gaan/ ge* loofbe ift bafleïijft bat ift niet taerft joube berfojgt taojben/ en 50 gefeïjiebe ijet ooft; taant binnen 3eer taeinige bagen taiert ift aangefteït tot een ^lBeefterc^ om ftinberen te onbertap^en in ecu ïluiggcsin. '©og aï myn bjeeje taaS/ bat ift tot juïft een bebieninge niet genoeg beguaam taa^ SJ'ft fmeeftte ben êeere ten be^en opjigte/ en ift taierb beanttaoo:b met goebe taoojben»
311ft trabt in bit J^ui^gejin/ ben 5 of 6 ban November 1709. ci3eburenbe be fta?te tpb/ be* taeïfte ift in beje pïaatfe taa^/ jaï ift met be^E üleeren ïjuïpe berïjaïen/ ïioe f)Et met mu ging, 3i'n myn eerfte intrebe aïbaar taiert ift jeer b?ien* beïjift ban aïïe ontfangen; en bit buurbe boo? tenige tpb, Sift jag/ bat be J^eere mp ö'^ïp in
aï
271
272 Het verborge Leven van
aï Brt gcene/ taaar in ift te toerit gt^cït taierb/ ijet tacïlte nip met bertaanberinge berbuïbe ober 3|in ïteïeib/ jeïfê in uitbienbige bingen/ te--gen myn bettaagtinge aan. JSagtan^ bit aïïe^ niet tegenftaanbe/ ging ifi nait tot ïjet geöcb aïlt;= ïcen/ firpgenbe eenige nptoeftftinge/ nf iït fmeeft-te/ bat bit be pïaatfe ban mpn berüïyf niet mogte toesen. Cn bat luoajt ging fteeb^f met my; Ik ben de Heere uwe God, die u uit Egyptenland, uit den diensthuize uit^elcit hebbe, Ctab. XX: 2. «©p taeiïf iiiaa?t ift geljoïpen taierb te geïoaben en te ïjoapen.
benige tyb na bejen/ bieï ifi in een gjaote bna^ bigïteit bes geeft?/ baojnamentlpfi in 't berDo^ ge gclamp;cb; ifi ïjab geen ïeben/ najTj abeming baar in. taanneer ifi in 't ï^ui^gejin^-geüeb
met be fiinberen taaö/ of toanneec ifi een tooojt fpjafi tot Ijaccr onbertansinge/ ban taierb ifi op een geboelige tayje beg l^eeren Byftanb getaaar/ en bat met firac|t en ïeben boo? mpn jiele. «Dog baar na in 't ber6o?gen mp afjonberenbe/ taaö ift baar jeer bab^ig en (33cefteïooö. Wanneer ift aï* ïeen taa^/ 30 taaö ift in ber baat gantfdjeïpft ai# ïeen: aï Ijet geene bat ift tot mpn gejelfeBap tjab^ be/ taajJ ongeloof/ a?nbbetïaocBening/ taaii' trouta en ttaiftinge met ben ï^eere/ taegen^ bat gp 3pn öeïofte aan nip niet goeb maafite. SJn 't ftojte/ be bpanb taa^ öp be ganb/ en jpn be^ jigljeit taa^/ jobanige fcöjififieïpfie gebacijten tegen get taerfi ber a3enabe in mpn jieïe in te fiïajen/ bat get mp niet betaamt bejeïbe te ber^ gaïen. jQocgtan^ taanneer ift taeberom tot get ^ui^gejin guam/ taa^ ift bpna in een be^ruft^ fiinge/ tertayï ifi Cïjriftn^ en 3pn taegen aan^ p?ee^/ aï^ jpnbe fieibe bermafieïrifi en nuttig/
E L I S A B E T II WAST. 273
in aïïc gebaïlEii/ in aïïe jjïaatfen/ en ten aïïc tp* öen. lt;© taat tegenflrpbialj^t fdjeen'ec in mpn tneflanb te jun! JJSant taanneer fft na myn bcr* fiojge plaató tacbEi-öecramp;c/ ban taaé ift Ijpna atJcrtuigt/ bat ift nict^ taa^ ban een ijaliiatnc geitEin^be/ een geïatttebe taanbt/ een taitgepfae* flecbe g?af/ fetjpnenbe ieté te ^pn fip anbere/ boeïf synbe niet l)Et geen ift fcijcen te taejen. Si'ft bagte/ bat al be «giob^bicnft/ bic ift ïjabbe/ maar een gebaante ban ^ob^aïigljcit taa^/ 30^ ber be Rracljt baar ban. Cn beeïe snifte gebacg» ten taiecben mp ingeüïasen/ aan belueïfte ift ge-Ijcmj gaf/ anrtiaïenbe bescïlic met rapn gerte/ aï^ tacjentlpfte toaartjeben/ baar men niet aan tlupfelen moet. aügt; bt angemeene onrufie/ mae^ üeïaapljeit/ en b'uiterile bjaefgeeftigfjeit/ baar ift onber toa^I \i jjjaot; taant ift ftonbe be^ 'fytz* ren taeg met mp niet berftaan. 3]ft Ijab maeje^ Ipftljeben ban buiten/ en bepjocbingen ban üin^ nen/ boenbe mp jinften in be biepte/ en in g:on^ belaaje mabber ban ongeloof/ baar men niet en ftan flaan. 3ift fton ooft niet getaaar taoiben/ bat be üjeere mp gaf eenig aantiïift ban mebeïp^ ben of luïpe/ nog ooft berljooringe ban mpne fiebjuftte fmeeftingen.
(Op beje tpb Ijab ift bier b^oebige cn staare Iafl:cn op mp. 1. Kittaenbigc moeijelpftöeben ban berfrljtibe foojten. 2. ^jaote cn brocbige berjoeftingen ban ben fapanb/ Ijitjenbc mp op tot a?obberïocïjcning/ toantrouta cn ttaiftinge met ben SCImarljtigen. 3. Cen staaar getaigte ban intaenbige berbojbentgdt. 4. €en aftaesig en toojnige ^cere/ ijet taeïftc fjet jtaaarfte ban alle toa^. ^it maaftte mp 30 mi^moebig en ant= ruft/ bat ift notï» ïjert noeïj ïjanben boo? pligten
18 gab;
274 Hef verborge Leven van
;ïjab; maar toaj? üaabig/ en nngcboeïiij. 3In amp;B3C toeftanb ginjj ift ban pïitïjt tot pïicljt/ üe# bjaeft ^nnijc at^ ecnen stmbec goape ban ecnige uitflcinifte. Omtrent beje tyb taiert'er te ïten* nen gcgclten/ bat ïjet Sacrament ftanb uitge^ bcclt te taojben. ^cljoan bc fieftentmaftingc ban een Sagtraaaï mn mcemgmaaï soet taa^ ge-taetfl/ 3a taa^ Jjet ebcntacï nu 3a niet. Éft be» float jobanig een pïecljtig ioerft niet te taagen; aïïeenlyft/ opbat ift geen aanftaat joube geben/ taa^ ift gebint te bïjibcn taagten/ 5a bat niemant mu berbenfien magt,
3;ft ftan niet nalaten een boo^baï te bctïja? ïen/ biaar boo? myn onbequaamljeit tot bit g?oo^ te toerft bermeerbert toietb. 3]n tie jeïfbe bieeft/ taanncer'er ftenniffc ban quot;!jet Sacrament gege^ ben toietb/ toa,^ ift op een jeftere abonb in myn fiiniienftamer/ 3)inbe omtrent be ftïoftftc negen. oDnbcrtuffen/ tertopïe ift Ijiec aïïeen jat te fcljip^ ben/ Ijoojbe ift iemanb/ betaeïfte tot Ijet t^ui^ ge3in ïiBljoo?be/ tegen mu bitter uitbaten/ om bat ift in bic plaat»? 30 bifttapitë toa£; toelfte per^ foon ooft be bjuïjcit nam ban be aSob^bienft om munent toiïle te ïafleren/ en bat in 't openbaar booj ïjet gjootfle gebeeïte ban J^uiagejin. 3Eft ïjoojbe een topltybtó/ eer ift een tooojbt fpjnft/ maar ten ïaatflen b?aft ift uit in een 3ecr oploopenbe toojn/ en guaabaarbige uitbjuftftin^ gen/ 3pnbe op be3e tub in een seer fiegte ge.lt; jtaïte beg geeft^/ 30 bat be bpanb in een 3eer gjoote trap toerftte op myn öoobaarbige tn ber^ bo?bt natuur. aD! taflebe bese buy ban pajafic/ Beibe myn ïidjaam en gemoeb aan; 30 bat ift baar uit befloot/ ban niet te 3UÏÏen Com' municeeren. €n nu gab be boo?3ieniggeit get
30
ELISABETH WAST.
3a gcfdjifit/ bat ift ntct in ftaat taaff/ 30 na be jieïe/ al^ na Ijet ïitgaam/ om tjet tc Kunnen boen»
Mü iuaji ift gefiaracn in be bicpte/ baat men niet en ft an ftaan. ^e^ ©eeren too^n/ baijt iit i$ tegen my uitgegaan; 30 bat mpn ijerte fiin^ nen my 30116 gelpft een fteen. Sift üïeef eenige tjib in beje bi^o?b?e/ of gemoeb»? ontroertljeit; en taajï ban hoojnemenj» om noic aan iemanb in be taccelb myn toeftanb öeftent te maften.
Wanneer ift nu in buébanige ontroect^eit/ goopeloo^ en ïtuïpeïoa^ iua^/ taa^ ïjet: dal de tedcrhcrlige Samaritaan (be ïfcere 3iefu^ Ctjjiftu^) by my voorby ying, en op my zag als een voorwerp van medelydcn. *£)! bie barmQer* tige/ meöeïpbenbe en te gemoebftomenbe ©eece/ bie eet ft my in de Woeslyne bragt, en daar na froostelyk tol my sprak!
(Dy ben lïuftbag/ afê ift ïjoojbe .11?!c. Millar in be ïterft ban Yesier, iuiert ift fieibe bectoont en bcrtroofl in jpne SCeejreben. 3Ift bagte bat ift bie petfoan taa^/ bie riey en ftïaagbe; Wanneer ik roepe en schreeuwe, sluit hy de ooren voor myn gebed, ïiïaagï. III : 8. ^Docïj ccc ben bag gefcinbigt taas*/ lnicrb ift anbere bingen ge^ taaar; ift onberboiib be Inatnie abemingen ban 3un «èeefl mp nebec öuigcnbe tot een bolftome onbertoErjjinge/ 3i:ggenbe: Laai hy mei my doen, zo als 't hem behaagt. ïIDe ïjeete taa^ mp sect genabig/ en Ïjet geboeï ban 3911 gaet-Ijeit bïeef mp bp; en beeïe 3aete beloften ftreeg ift hemieutat; dat hy my van alle myne woedende vyandcn verlossen zoude.
o^P ben bafteubag boo? ïjet $Gbonbniaal p?e^ biftte Millar ober bese tooojbent Zult gy
ons niet weder levendig maken? Op dat uw
18' volk
275
270 Het verborge Leven van
volk zie in u verblyde, |?f. LXXXV : 7.
kjrn jcïf^ ban 3pn toa^ bno? my tcu
ïiaïbe ITcejreamp;en. 330 laobt ten ^cere/ bat Qp ccn jerr berguififteïpfte ÏEEjreben ïtaijöe/ bie ift aanöaajbt/ niet toepa^fingt op mun jtele. €n na bat ift fgnji^ in 't bErbojgen quam/ banb ift eeh tE5Entiiaa:big£ ©ob/ bie inp onberflEunbE.
iDEn balgEnbe bag taa? ift naiij opgeljEbEn/ narïj nEbErgEbJO?pEn/ maar tuffen fiEibE/ toag^ tEnbE/ afgangEnbe En bertroutoenbE/ bat aïïE^ ïueï joube gaan.
aDp Saturdag taa^ ift onbEt g?aate maEbeïoo^ ijrbrn. ^eu 'bpanb ftEÏbe tnp b?agEn boo?/ bie ift niEt toeï fiEanttoao?bEn ftonbE; En bit baa^ aEngaEnbe be üErbiiïïinge ban fanmtige üEïoftEn/ bie aan nip jEEt bnp^Et taatEn. aDnbErtiiffEti ombjaft Bet mp niet aan 't geere tnp ftonbe ait' bEtflEunEn onber aïïerÏEp sbiarigïjeiu €n bat hia^ eeh topb gejigte en bEfcamp;autainge ban «öab^ ïiEfbc tut mpn sieÏE; en bat ÖP öejig toaji met mpiic sieïe tE berïaffen ban be^e ppnigenbE onge-ruftljEbEn/ biE mp 3a niDtbEïaas maafttEii in bE bug ban mpn pïigt. ^it taiErt mp iKgEbEn bafleïpft tE geïoobEn; En VcannEEt mnEbEÏoa^ije^ bEti mp toEbErom fe^EEUEn te sullen aanballen/ ban guatnen beje toao?ben mp met ftragt boo?: f»f, XL1L : C). \Yat buigt gy u neder, 0 myne ziele, en zyt onrustig in my? Hoopt op God, want ik zal hem nog loven voor de verlossingen zyns aangezigts. Cn meEnigniaal taiEtb bat taoö?b in mpn monb gEÏEgt: Gy zyt regtveer-dig, 0 Heere! ©! bit fi?agt een g?oote beiv gniftfteïpfte fliïte en genoegen in mpn ontroert gemoeb; 30 bat Bet niet uitgeb?uftt ftan bio?ben. Wanneer ift nuam ter pïaatfe ban ben open^
baren
ELISABETH WAST.
fiaren o^atigtiicnft/ pjebiftte een bjeembe SCecraat JJSr, Bird ober iloagL II : '16. Myn Liefste is myn, ende ik ben zyn. tit taa^E baa? niu tell tpöige en een aebeftigcnbe 3Cec?reticn!
tagt tat Ijy ja fpt2aft aangaante mpn taeflanb/ alg of 5u getaetcn ïjaö Öet gcene gefrtjieö biaé tuffen (J3aiï en munen jieïe in 't becüajgen; blaar ban nietnanb in be bieecelt bJi^:. lt;é be amihgt; fpjeefteïuïte tcoaft/ bie ifi bonb in mnn nanbeel aan CljjiftujJ/ beibe in 't liecöa?gen en in ïjet openbaar aan nip antbeftt Vuaé ïj:aat! fel)een myn lang Uertaa^nbe ©cece taeberam met mp in b,:ieubftl]ap te spn; en ift bJierb geljaïpcn te geïoaben/ bat Ijp üeejig taa^ om mp ban mun ftcrïte bpanb te berlaffen/ en bat be ber»-ïa^finge fl:anb te jpn/ geïpft ïjet bliegen ban bagelen; ^eer fneï/ Ïjaaftig/ gcnaegïpft en tybig.
€gt;p ben ïïuftbag; jpube ben bag ban an^e gsaate pïerljtigljeit/ öebanb ift in ben majgen^ ftanb/ bat Ujeeje en maebeïaaétjeit Ijaar Ijaaft begannen op te fteeften; baclj baa? be genaüe biierb ift gdjaïpen te geïaaben/ bat 3p nm niet obermeefteren jouben. SIft Quam ter pfaatfe ban ben openïiaren «öoba'bienfl/ altuaar ^t5r. Millar op een bianberlnfte binse pjebiftte aan^ gaanbe be ïiefbe Cgt;ab^. ï?aclj ift bonb een gjoo/ te boabigljeiit in tnpn geeft/ 30 bat ift niet be* ïjoojlyft ïtonbe {jaoren/ maar taierb flimmer/ en jeer ontroert, ^oe begon ift bc jaaft bu^ te berebeneeren: Wat zal ik met deze myn ver-dorve natuur doen, die op den lleere niet wagten kan, zonder aftrekkinge? SCltaaar ift 3ag bat ïgt;tt mpnen pïigt taa^/ alïe beje 5taaftïjegt; ben tot Cljjiftufï tc bjengen; bie bejelbe aïïeen ftonbe beriietecen. 3ïït guam aan be tlneebe (Ca^
277
278 Het verborge Leven van
fel tn een 3«Er fïegtt geftalte/ bnrïf ift fiBgeertie van
Christi geregtigheil alleen gewag te maken; en niet vanquot; de myne; ift jatj imtn tigc fnuotriEit cn magtEÏaoögEit; en in Ijct gebad tjier ban/ jat ift aan öe (iJtafcï neber/ bie ban ^HSr. Bird öcbitnt biicrb/ altaaar ift nadj fpjefttn/ nodj ben^ ftcn ïicnibc; cbenbjcl taa^ ift in eeu gjaate bEt^ toagtinge/ bat SEÏfé op bEjE tegentooojbigE tpb/ öe ïfeete nut iEt5 goEb^ jonbE toESEnben. aje^ mElöE leraar V|ab bE^e uitbjuftfiingen: Moge-Ijk zegt gy, geloovige, ik kan niet vinden het geen ik verwagtcde. Dog ik moet u bekend maken, dat Ily een beter schotel en beker voor u verzorgt heeft, dan gy in de hand hebt. ^it tooojt mi ging bErgtfelfdjapt nul eeh ongEtnene matE ban öe^ ü^EEten O^EEft en ftragt. 3jft taiert op eeii gEborïige bjyje eeh btranbEtingE geloaEr; En bcjE tbiEE bioojbEn gttaniEn niEt ÏEbsn En ftragt op my: Gy zult altoos met den lleere zijn. Eu wanneer gy door de valleye ende de schaduwe des doods gaat, zal ik mei u zijn. (D Ijoe bEtlEbEnbigbe bit mnn nEbErb?uftfteubE geEft! IPit i^ aÏÏE^ ÖEt gEEii ift Sfdie/ boo? tub En EEiitaigljeit. (Pit jaï aÏÏE be uitgEftEÏbE öEÏoftEU goEb tnaftEn/ 5a tpbElyftE abt gEcfre^ ïyfie; ift bEgetE niEt*» niEEr. ^Dit bra^ boo? my EEit gE^EgEnbE tyb/ En bEti gc^EEÏen bag boo?/ gingl)Et mEt my jeec bJtï. Cn bjanneer ift t'ïjni^ quam/ bonb ift ÖEtn in 't berfiojgEn/ En bEt^ ftCEEg 30Ete iöEftEntmaftingEn ban jynE ïiEfbe. ^gt;it bia^ in bet baat een bag ban ftradjt aan mpn sieïe/ eii gelyft ift ïjope/ aan beïE anberE/ 30 bJEl aï^ aan my/ jynbeïjet ben 3 April 1709.
Ipe boïgenbE mo?gEn ftEerbE ift taEber tot bEn openbatEn (Dob^bienft/ met een geboeï ban be??
E L I S A B E T li W A S T.
ï^eemt ïiefbe aan mp ontbtfit/ en pflajöe jeer gepafte üCeejrebenen op gemeïbe pïegtigïjeit»
tnceft bao?/ ontlamp;?aft ijet mp niet aan herjoeftiiv gen/ om taeberom ongeloobiö te jpn/ bop ift fiegaf mpn seïhen 30 ra*? niet tot ben ^iföibbeo ïaar/ of 511 Plaben terftonb taeg.
lt;^e liafgcnbB ïïu^bag pjebiftte onje 5Ceeraar jBr. Millar oüer beje taoo^ben: De Koning-heeft my gebragt in zyne bimienkameren, Jloogï. i: 4. 05 tast reben Ijeü ift om ben ïfeere te ïoiien Ü002 beje ^Ceejceben/ spnbe beseïhc bt öinnenfte taaï Pan mpn .^ieïe! lt;£n in bec baab/ de Koning bragt my in zyne binnenkameren. Snft ging 'er niet in quot;uit mun eige fietoeeginge; maar hy bragt 'er my in. lt;0! bit taa^f boo? mp een joctc en berquififtelpfie tpb. ïlDant ift lecfbe ctn ^emeï op aerbe/ in Pergeïpftinge üan bt ftojmen/ bie -ift beje buf jaren onbergaan ijabbt/ Inaar in ift geppnigt taierb tuffeïjen be Beloi'len en be Voorzienigheden, ftunnenbe bt' 3cïiic niet bcreenigt ftrngen. ïJ?og nu Pia^ 'er ten gjoote Perloffingt. ^ft .vig bat aïïe be ftto ïoften (J5ob^/ in Clj?iftuué ja en amen spn/ en bat sp aïïe op jpn tpb Perbuïbt jouben pjojben.
^ft Pergeïeeft mpn seïben öp een fcljip/ fitt Pielfte beïe ftojmen en rampen uitgefiaan ïgt;bamp;' öenbe/ nog booi een boo^icljtig HCoot^man in ten beiïige ïfaben geüjagt luiert/ 30 Piierb ift ooft ban bien Pipjt HCoot^man/ be latere Sie^ fu«j/ in een beiïige Ijaben geb?agt. ^omtpb^ ijuain be buanb mp öefpjingen/ jeggenbe; Gy moet wederom Ier zee gaan, en een nieuwe storm ontmoeten. iJ^og mp bagt/ bat ift mp op 60b seïben ftonbe öeroepen/ bat ift op btje tpb/ 'geen nieubjc fiep^oebingen ftonbe onbtr^
gaan
279
280 Hel rerborge Leven ran
gaan/ tat bat ift fieter m flaat taarc gcfleït. Sijft fmeefitc Ijera/ bat Bp nip fietaaren toilbe om taebcrom in't flcnbpcrft te treben met nieu.» lue staarigQcbcn/ tot bat Of gcnoegjame ficagten ontfing nm 3e 't ïjooft te öiebcn. gift toa^ geïpft een onlang^ in be ftraam geftamene ©joutae/ luiend ftcrftte niet terftanöö tot gaar ftamf; botamp; 3P i^ ebentael gebocïig ban gare berïogfinge/ fdjacn 5e niet beguaam i^ om een jtaaar fl:uft taei'ftö te onbernemen. ^pn Prienbeïpfte en mcbcïubenbt i^cere ftljeen mp in bc^e jaaft ge^ ïjaa: te gcbcn. aD taelfie taanbercn anberbinbt ift! .ïSict tegenftaanbe bcje jaete berïaffinge/ bie ift faOD? mpn jieïe berftjegcn Ijabbe/ ioierb ift ebcn» taeï gctoaar/ bat ift nag iet*? meer maefte ^ae» ften/ nameïpft aalt een tpbeïpfte berïaffinge; taant ï|p Beeft mp de zegeningen ban fiüben gegebcn/ cn saï ijp mp aaft niet geben de zegeningen van beneden? Su Ijct gebaï toa^ bus'; In ïfup^gc^in/ baar ift taaanbe/ taa^ een perfaan bie mpn Ijet ïeben jeer maejeïpft maaftte in beeïe op^igten/ bag liacbanige be^e moepcïpftöeben aaft taaren/ sp feïjeenen beje bjie b?aebige gebaïgen te tjebfien. 1. am mp t'anbjeben te maften met mpn fat en flanbplaat^/ feïjaan anberfint^ jeer taenfdjeïpft spnbe. lt;2. §ift ftQeen baar baa? ^an^ ber gcb?upft en nnttelaa^ te 3uilen taa^ben; 3a bat ift niet ten nutte ftanbe 3ijn ban bic gene/ taelquot; ftcrjt jajgc mp aanbebaïcn taa^, 3. 3Pe lt;i?ab^ bienft feïjeen te sullen ïpben/ cn be tacg ban lt;J5ab feïjeen am mpnent taiffe te sullen geïaftert taajben. ^Pcje bingtn beben mp g.jaaftlpftj» aan; toc^öaïben ift ben ^eere fmeefite om uit bcje pïaatfc tc mogen berlofl te taa?bcn. 3©ant ift 3ag 50 ftïaar al^ be jon fcöpnt/ bat niet^ an^
berjÈ
ELISABETH WAST.
bcr^ get öoen soube; taant Bcitie ^agtc en ïjat' te mibbeïen taierben in 'ttaerft ge^eït am öe^e ttatfien tacg te baen; bog niet^ ftanbe een nit* taerfijel öeftoraen. 'Jpt riep bifttaiW om herquot; ïaffinge in spn eige tocg/ en ift taierb gegaïpen te geïaaben/ bat'er een berlafftnge jeer nabp taa^/ fdjoon ift niet tattle Que/ uf op taat tan^e ïjet geMjiebe 3aube. '©aar taaren ttaee tnurpïaatfen/ bie mp gjoate g?onb gaben: Ik ben de Ileere uwe God, die u nil Egyplelant, uit den diensthuyze uitgeleit hebbe. ©e anbere taa^. Gewisselyk zal de Ileere voleinden het geene my aangaat. 05 bit taa^ baar tnp een jaete tpb! aEenige toeften geleben ^eibe ift/ bat ift niet taift/ taat be berljoaringe be!? gebeb^ taa^; ift riep/ maar ïju [taat be aaren baa? mpn gebeb. ^©ag nu gebael ift Ijet auberé.
©it taa^ bna? mp ecn jeer berflerftenbe tpb/ taaar in alle mpne batige anberbinbingcn en 6e^ ïaften aan mp ftlnar gemaaftt taierben/ bat jp geen bebjiegcrpen/ maar taaarlpft ban ben ^eere taaren. aj)p ben agticnbe bag ban beje ^Maanb/ began mp ben bpanb te beftarmen/ aïl af mpn ïjaape ban een tcgentaaa:bigc berlaffinge pbel taa^. 3ift in ecn gzaate antflelteni^ jpnbe/ ging na mpn jaete baajfpjaaft in't gebeb; altaaar ift bjpljeit ftjeeg am mpn ftlagte in spn baejem uit te ftajten. a^nbertuffen/ tertaple ift bu^ mpn 3iele baa? ïjem uitfta?tebe/ taiert'er aan be bent geftlapt; bag ift taajf ongenegen am geflaait te toa?ben. Cinbeïpft apenbe ift; b^agenbetaat ftaar fiaotfcöap taa^/ ^eiben ju mp niet; bag in een fta?-« te tpb toanenbe be nitftomft/ bat 3P tot mp ge^ jonben taaren aï^ een anttaaa?b be^E gcbeb^. ©ese bingen saube ift ja bpsonberïpft niet ber*
Öaïen;
281
282 Het verborge Leven van
ijaïen; maar get ig' om on^ te boEn jicn/ taelTf eeu 3a?a iïE i^EEre boo? 3jm arm hoïït ÖEeft/ taan^' oeee sy in ongeïegentijEit spn/ jclf^ met opligt op Ijare uttErlpiiE beïangen^; ^ït l)2Eft een ba* öErlyu en teöEr JjErtE/ l)y toont jpn mEbElpbEn En l)uïpc in öe allErontiE^uaamftE työEn, Sjfi moEt EtftcnnEn/ tat bEje üEöcelingE ban öe boa?5iEnig* ijEit aan my/ synöe üe i'iiooüiïe En be ontaEEr* bigfle ban aïïe synE fttjepfEÏEn/ seee mEtftEn^ taaarbig/ En uaEutuiiEuriglyii be bEanttooo?bin* gE bE^ gebeb^ toag in alle bEgjElfé omftanbigï|E* bEn; 3a bat ili aiÏE bagEn niEEr En meer my bet* toonbere ober tjEt ^yse beÏEib ban bEjS J^EErsn boo?5ienigöeib/ niet alleen omtrEnt myn jiEle/ toaar aan Ijy g?oate bingen gebaan Ijeeft; maar oou met betretiliinge op myn toeflanb in be tae^ relt. Sift mag seggen met bsn Psalmist: Hy is de Goü die alles voor my (taEÏ) voleindigt, ÖEibE in 't gEEftEÏyliE eh in 't tybelyfte» ontfang niet?/ ban baar ijy my eerft om öibben bebe/ en ban in jyn Eige tub begntbioojb ïgt;y en bolcinbigt 't gene Ijy my Ijeeft boen gelooben. lt;© gEÏufe ïiig syn sy/ bie 50 een goebe (iwb ïfEbben/ om op ïfem te bertroutaen!
mgt;oi'lj om te liomen tot IjEt gEEnE iït öEoogbE/ baar lua^ eeh jeei* gemeEiisame brienbinne/ mEt toien ili in ïjet gelieb beeïe joete en bermaöeïyfie uuren ge^ab Ijebbe, üDn ftonben met een gioote b?yl)cit malftanberen toebertroutaen bE geljEi-men onjer IjErtEn/ jonbec bjeeje/ al^ berjefiert jynüE ban on^E onberïinge toare en toesentlyfte bjiEntfcljap. opEje yerfoon ontüieb my/ en na eenige tyb met malftanberen berfteert te ïjeüben/ |T:eïöe jy berftljeibe bjagen boo? aangaanbe be 45ob^bienii. 4?abe lt;öob bat toy aïïe beter in be*
ELISABETH WAST. 283
3E gcfonijEcrt mogten ^yn/ ban top spn! toant öaac toy tacgeirê ben tpb ^EceratEn ban anbetc ïtEgaojbcn gctocett te jpn/ geMtn top ban naabc om in be cerftc ücginfeïcn ber a5ab^btcnft anber^ tocjen te toojbrn; tot on^E [tïjaamtc mogen top get SEggen. ^aar Etn toonjb in Jude, (ÖEt toEÏfte bE ï^eete ban oné Eifcljt bat tap ijeben 'ernftig in agt ntniEn saubEn) 3. Stryd voor 't gelove dal eenmaal den heiligen overgelevert is. ^aac spn ttacE 'CeffEti uit be^E taoojbEn te Ieeceii.
1. öPat #ab ïjet ^Reïaabe ban ïjanb tut ganb aan 3pn boïft obergEÏebert JjEbbenbE/ ïjet {jaar pligt is baat in 3a bafïgefteït en bebeftigt te too?# bEn/ bat 3p in flaat magen jpn om baar boo? te fl:tiibcn/ toanneec Ïjet in ttaijffeï getroftften toojt
2. ^kogen ton tjier uit ïceren/ bat'er in aïïe be eeutoen ban bc ïiecït fommige getoeeil 31111/ bie get geïoof tcgciigefpjoRen/ en baar tegen jicïi aangeftant Ijebben; anberfinö toag'er geen noot^ Saïfelpftljeit om'cr boa? te ftrpben. CljjiflEn beljoojbe een geïaof te berliiejen/^et toeffie [taan# be moEt geljouben toojben tegen aïïe tegenfian^ tingen. £gt;etftie3 een geloof/ en toeeft'er niet om* trent toanfieïenbe/ om ïjeben ban beje/ en mo?quot; gen ban een anbere ^obfïbienft tE spn. Jtïïeeiv ïpït berftie^ niEt een (Jpob^bicnft/ toaar boor gp balgen^ Ïjet tooojb niet ftrpben ïnint. ^it bt* Boojt aïlecnlpft onje i^egEÏ te jpn/ inbien top een goebe berïiiesinge toiïïen maften, ©jaagt gp nu/ Öoe juïlrn top toeten/ taeïfte (J3ab£bienft men bei*^ ïtie^en moet? vPaar jpn ïjcbenbaagsf 30 beeïe ge^ boelen^ in be toerelt/ bat be eeue jegt/ top Ijeb# ben ïjet geïoof; een anbere jegt/ neen/ top Ijeb» ben ïjet; een berbe jegt/ neen/ top aïïeen ïjeüüen ïjet geïoof/ en niemanb anber^. 4öu toien ban aïïe bese juïïen top geïooben? ï^et
284 Het verborge Leven van
bc taaarïjett bat get ^pne moEpcïprtftcit geeft ara te toeten taat |jet befte f^. ^neïj. om bp-SonöEttegaan/baartéöcbentiaagéeen jjefdjil tuffen be |gt;?eppterianen en be ^iffcljappen; 5)1 fegynen fieibe een te jun; ju öienen alle eenen a5ob; ïjeb* ben aïïc eenen 53pöeï; onber beibe be foojten fdjS^ ncn 'er goebe inenfcïjen te jpn/ en ebenVoeï ftonnen jn met maïftanberen niet beteenigt taa?ben; toant 3U flrpben en ttuisten 50 jeer tegen maïftanberen/ aï^ eenige thiiétenbe ^artyen in be taereït.
5Su/ bit boet onö in een engte 51111 tuffen beibe; 50 bat lun niet toeten/ toelfte «èob^bienft tog betftiejen suïïen. (j£at een anttoioajb op beje b?age bient/ bat'er ja jtoarigljeben 3mt; borlj «jJobs? (öeeft ftan 3e boo? syn ïf. UDoojt gemafte fieïnft toegnemen. 33n jegt/ bat'ec breïe ge^ boelené in be toereït jpn; boclj bit i^ 3a getoeefl: in aiïe be eeutacn ban be Kerft; baar ïjebben baïftöe J«gt;jopljeten / baïfege l^iefteren/ en baï' frtje ICeeraren getoeeft/betoeïfte Qaar baïft in een berfteerbe toeg geïeit ï(rtiben; en ebentoeï beben jn §aar geïooben/ bat jji op be regte toeg toa# ren. lEaat on^ baarom be^ ïl'paiteïë raab aan^ nemen/ 1 Joh. IV ; 1. Gelooft niet eenen yge-lyken geeste, maar beproeft de geesten of zy uit God zyn. '©oet geïyft be ebeïmoebige Bereen beben/ bie be ^cïjjiftuur onberjogten/ en jiet of beje geboeïen^ op ïjet tooojt bar. O^ob gegjont 3311 of niet; en berftieft bie leob-'bienft/ bie Jjet meefle beb^pb is! ban be bonben ber menfeijen/ jegt niet/ ik ben opgebragt in de Godsdienst der Presbyterianen, en daarom bemin ik dezelve 't liefste. (0f ik ben opgebragt in de Godsdienst der Bisschoppen, en daarom bemin ik dezelve 't liefste, ^it S^en goebe reöeftabeling.
E L I S A B E T II W A S T. 285
moet utu (!?at$bienft ficpjacfaen/ of jy goeb jp of met. JScerat utac eigene geöagten omtrent ben ^ob?bicnft niet aan/ notïj ooft niet be bagten ban anbere baar omtrent. MSogeïylt 3pn utac baberen boo? ijuabe öeginfelen geleit gctoeeft; moet gp ban baarom get seïfbe boen 5 Opji moet Qet boojfieelb ban utae ©abereu niet opbaïgen/ inbien 3c ben regten taeg niet ingejla-gen gcüben/ geïpft pp 3icn moogt 2 Chron XXX: 8. i©p 3yn getaaon te seggen: Men moet beproeven, eer men betrouwt .ïHSen neemt nietflt ter goebcr troutae aan/ beïiaïbcn a?ob^bienft. 5Cï^ men gefb ontfangt/ men jiet of Ijet goet i^/ om bat'er beel guaab geïb in 't ?€anb om.-gaat. Wanneer men eet/ men siet of onje rein i^. Si'ïé men ter see gaat/ men jaï öepjae* ben/ of Ijct ftljip goeb i^. men een rente ïtaopt/ men jal sien of onje bojgtogt genoeg^ jaam ij?. ^iKaar Ijcïaa^! be (öabpbienfl taojt boo? onse boeten opgenomen/ baar 5e ebentaei ban be g^ootfte aangeïegentijeit 6oben eenig bing in be taerelt fieïjoo?bc te taejen. (Paar# om berftieft onpartybig bic (i?obgbienft/ bie ïjet naafte met a?ob^ l^oojt obereen ftomt/ en ïjet meefl öcbjpb i^ ban menfeljeïpftc bon ben/ toel^ fte geen bafligljeit in be ^e^jiftuur Rebben. 25ib/ bat 6ab utae aagen berligte/ om onberftïjeib te maften tuffen be regtc en be berftccrbe taeg; taant inbien uta boet uitgïpe in be berfteerbe taeg/ ban jpt gp in een gjooter gebaar/ ban gp 6c* tauft 3ptquot;. iPp segt/ bat gp geen onberfcljeit taect tuffen bc ^jc^Bpteriaanfcïjc en ^iffcijop» peïpfte (i3ob^bienft. ^og getaiffeïpft baar i^ een g?oot onberfeïjeit/ 30 bat jp noit met maïftanbe* ren suften bcreenigt tao?ben. ©eeïe bingen spn
'er/
282 Het verborge Leven van
ïjaïen; maar get $ om 011^ te twen sien/ iaelft ten 5a?0 üe i^eere baa? jyn atm bolfi geeft/ taan»' neer 39 in angelegentijeit jpn/ self^ met opjigt ap gare uiteriylie fielangen^; gji geeft een ba^ öerïyii en teijer Ijerte/ Ijp toont jpn mcbeïpöen tn Ijuïpc in öe aïïeronïiequaamftc tpöen. Sjfi moet trfiennen/ öat üe^e üeöEdingc ban öe boo^ienig^ geit aan my/ synöe öe fnaaCqle en be ontaeer^ üigftc ban alle syne fcgepfeïen/ seer merïien^ taaaröig/ en naeubJÏteucigfyii be fieanttaoa?i3in^ gc öc^ geüciï^ tua^ in aïïe öeamp;eïfé omftantigge^ öen; 30 öat ili alle öagen meer en meer mu ber^ taonijcrc ober get bjyse beïeiiï ban öejt ï^eeren boojsienigljeiö/ niet alleen omtrent myn siele/ biaar aan gy gjoote öingen geijaan geeft; maar oolï met betceiiliinge op myn toeftanö in öe taBgt; relt, 3ifi mag seggen met öen Psalmist: lly is de God die alles voor my (toeï) voleindigt, öeibe in 't geefteïyfie en in 't työelyRe.. Sjft ontfang niet£/ üan üaar gy my eertt om üibben öebe/ en öan in 3yn eige työ Beanttuoojb gy en boïeinöigt 't gene gy my geeft boen geïoobcm © geluld fiig syn 3y/ bie 30 een goeöe (£ob geüben/ om op gem te bertrantaen!
^oig om tc nomen tot get geene ift öeoDgtie/ baar UiajS een 3eec gemeensame brienbinne/ met taien ili in get gcüeb beeïe soete tn betmaMyfte uuren gegab geijüc^ ïJöa fionben met een gjootc bjygeit malöanberen toebertrouloen be gegeid men onscr gerten/ 3anber b?ec32/ aï^ berseftert 3ynbc ban onje onberlinge biare en toesentlyftc bjientfcljap, iïPejc perfoan ontbieb my/ en na eenigc tyb met maïftanberen berfteert te geliüen/ flelbe 3y berftgeibe bjagen boo? aangaanbe be (^ob^bienft, lt;l?abe 33ob bat toy aïïe beter in be*
ELISABETH WAST.
je jEfoniJEert magtEii sun/ öan toy jynl taant öaar toy taetjEn^ bEn tpb quot;SCEErarEn ban anbEtc ]amp;E0a0?bEn getoEEfl: tE jpn/ ïjEüBEn toy ban naobc otn in bE Eerflic liEginfEkn bEt lt;j3ab^biEnft nnbEr^ taEjEn tE toojben; tot on^E ftgaamtE mogen toy ïjEt jEggen. ^»aar ip Etn tooajb in Jude, (ïjct iBEfftE be ï^eeïe ban onö Eifcl)t bat toy IjEbEU 'Etnftig in agt nEinsn saubEn) 3. Stryd voor 't gelove dal eenmaal den heiligen overgelevert is. iJaar syn ttoEE 'itEffen uit bc^E taoojbEn tE Ieekeh»
1. öPat ^ob ÏjEt (i?Eïaolie ban ftanb tot ganb aan jyn boïft abEcgEÏEÜErt IjEbbEnbE/ ÏjEt öaac pïigt is baar in 3a baftgeftEÏt En quot;fiEbEftigt tE too?# bEU/ bat jy in ftaat mogen jyn om baar boa? tc fl;rybEn/ toanneer Ijet in ttoifffeï getrafiftEn too?tt
2. MSogEn ton Ijier uit ïeeten/ bat'er in aïle bE EEutoEii ban be ïiEtfi fommigE gEtoEEft 31111/ bie ï|Et gEïoof tegengEfpjoften/ en baar tegen 3tclj aangefiant Ijebüen; anbetfiné toa^'cr gEen naotlt;= Safteïylfljeit onv'er booj te ftrubEn. €ïft Cljjilïcn bEÏjüojbE EEtt gEÏocf tE berlUEsen/ ijet taEÏÏie ftaan^ bE moEt geïjouben toojbeu tegen aÏÏE tEgEnltan^ tingEn, ©EEftiE^ eeu geïoof/ en toreft'er niet om^ trent toanMenbe/ om Ij eb en ban bE3E/ eii mo^ gEn ban eeu anbEtE ^obabienft te 3yn. 5tïïEEn=« ïyft berftiEg niEt eeu «Cob^bienfl/ toaar boor gy balgen^ Ijet tooajb niet ftryben ftunt, vDit üe* ljoa:t aÏÏEenfy'ft 0U3E Heöeï tE 31111/ inbiEU toy eeu goEbE berïiiesingE toiïïEn maften, ^aagt gn nu/ ïjoE 3uilen toy toetEn/ taeïïiE oJab^biEnfl men beiv fiiE3En moEt? kPaar 3yn ljebEnbaag,5 3a beele gE^ boEÏEn^ in bE toEtEït/ bat be eeue 3cgt/ ton ijeb# Beu ÏjEt geloof; eeu anbEEE 3Egt/ueeu/toy ^eö» firn ïjet; eeu bEtbE 3Egt/ ueeu/ toy allEEii IjEübEn ÖEt geloof/ en niEinanb anbEt^. JBu toiEU ban aïle bE3E sullen toy gEloobEnï ï^Et
283
284 Het verborge Leven van
J^et ijE te taaarïtcit bat get jpne mocpEÏpftïiEit geeft om te toeten taat Ijet fiefle om fiy'
sonöet te gaan/baar ïjebenbaagé een gefcïjlï tuffen be ^e^öptertanen en be ^iiTcïjoppen; jy fcïjynen fieibe een te jun; ja blcuen alle eenen ; 35 §elamp;' üen aïïe eenen 53pbel; onber beibe be fao^ten fd39lt; nen 'er goebe menfeïfen te jpn/ en ebcntoel fionnen 53 met maïftanberen niet beceenigt taajben; toant 3y ftrpben en ttai^ten 3a jeer tegen maflianberen/ aï^ eenigc ttoiétenbe ^artyen in be toereït.
Mn/ bit boet oiiö in een engte 51111 tuffen beibe; 5a bat tou niet toeten/ toelfte .èabjjbienP: top berfiiesen jnllen. (Cat een anttaaa?b np beje b?agc bient/ bat'er ja jtoarigljcben sun; batfj sSab^ 'öeeft ft a 11 3c boa? jnn ïf. SE)aa?t gemafte fieïnft tocgncmen. a3p jegt/ bat'et beeïe ge^ boeiend in be toereït jpn; boclj bit i^ 3a getoeeft in alïe be eeutoen ban be ïterftr. baar ïjcüben baïfclje ^opljeten/ balfdje ^jiefteren/ en bal' fclje SCeeraren getoeefl:/betoeïfte gaar boïft in een berfieerbe toeg geïeit öeftfien; en ebentoeï beben 3n gaar geïoobcn/ bat jp ap be regte toeg toa# ren. Xaat on^ baaram be^ $Cpofleló raab aan^ nemen/ i Joh. IV : 1. Gelooft niet eenen yge-lyken geeste, maar beproeft de geesten of zy uit God zyn. ^oet geïpft be ebeimoebige Bereen beben/ bie be ^cïjjiftuur onberjogten/ en jiet of beje gebaelen^ op ïjet toaojt ban 330b gegjont 3pn of niet; en berftieft bie (öofc^bienft/ bie ïjet mcefte bebjpb i3 ban be bonben ber menfetjen/ jegt niet/ ik ben opgebragt in de Godsdienst der Presbyterianen, en daarom bemin ik dezelve 't liefste. lt;I^f ik ben opgebragt in de Godsdienst der Bisschoppen, en daarom bemin ik dezelve 't liefste. ïï^it $ geen goebe rebefiabeïing. (!3p
E L I S A B E T H W A S T. 285
moet uta (jPob^bicnft 6cp?oefaen/ af jp gaeb sp of niet. ^ecmt utac eigene gebagten amtrent ben ^obgbienfl niet aan/ naelj ooft niet be ge» bagten ban anbere baat nmtrent. jBogeïpft 3pn utae faaberen ban? guabe fieginfeïen geleit getrecfl:; moet gp ban baarom get seïfbe boen?
moet ïict iioozïiEEÏb ban utac ©aberen niet opboïgen/ inbien je ben regten tocg niet ingcfla-gen ïjebben/ gelpft op ^ien moogt G2 Ghron XXX: 8. 3©p 3}in getaaon te jeggen: Men moei beproeven, eer men betrouwt ^en neemt niet^ tet goeber tcoutoe aan/ ficïiaïbcn a?ab^bicn|l:. 5llï^ men gelb ontfangt/ men jiet of Ijet goet i^/ om bat'ec beeï quaab gelb in quot;t HCanb omgaat. Wanneer men tet/ men jiet of on^e fpy^e rein ig. ?tï^ men ter jee gaat/ men jaï öcpjoe» ben/ of Ijet fdjiy goeb ig. men een rente fioopt/ men jaï jien of onje üojgtogt genoeg» jaam ij?, 4il3aar ïjtïaa^! be (öob^bienft taojt boo? onje boeten opgenomen/ baar 5e ebentaeï ban be gjootfte aangeïegentljeit öoben eenig bing in be taerelt beljoojtic te taesen. Waar# om berftieft onpartybig bie lt;l?obgbienft/ bie ïjet naafte met a?obé ïfeoo^t obereen ftomt/ en Ijet meeft ficbjpb ij? ban mcnfctjelnlic bonben/ taeï» fic geen baftigljeit in be ^rtyiiftuur ïjebben. SSib/ bat a3ab ntoe oogen beeïigte/ om onberfeïjeib te maften tuffen be regte en be berfteerbe taeg; toant inbien uta boet uitgïjie in be berfteerbe taeg/ ban 3pt gp in een g?ooter gebaat/ ban gn fie» tauit 3pt. a?p jegt/ bat gp geen onberfcljeit taeet tuffen be ^jeBbpteriaanfclje en SSifftijop» peïnfte a^ob^bienfl:. Wog getaiffelpft baar i^ een g?oot onberfeïjeit/ 30 bat 33 noit met malftanbe» ren suïlen bereenigt tao?bcn. ©eele bingen 350
'er/
286 lïel verborge Leven van
'cr / bic maïfianberen gcïpfien/ aïljactacl je in bet baat jcer bcrftïjiïfcn. ©crgulb ij? selpft gaut; ftaaï iö gcïpït silbcc/ en fommige ftecncn jun gcïpU diamanten/ ïty bie gccnc üie baar in geen gaebc ftrnni^ ïjelilien. 5[gt;0g Iaat on^ ficiöc öc ^je^önteciaan^djc en be ^jffdjoypclp^ fie Cgt;ab^bicnft öp be öaubfmcben ban bc {^. ^tgjiftuia* üjengen/ am baar getaetfi te 'ma?bcn. q5p jegt/ dat de Presbyterianen ende Bisschoppen beide ecnen God dienen, iït'at ié loaar/ bag ju bienen ïjem niet ay geïufte taiise. iï?e tay^e ban an^e «öabjjbienit maet 3a taeï/ aïj» begjdf^ bcaiüicrp/ in agt genanten taajben. ï^et ié jaa een gjoate janbe/ be taare ^ab ap een berfieerbe bjjije te bienen/ als ten baïfdje töab te bienen; bit i^ Maar uit ijet eerste en ïjet tweede gebod te zien. Dog-, bjaagt gp/ waar in verschillen zy dan in haar Godsdienst? Antw.
^gt;aar ié ijet scïfbe anberfeïjeit tuffen be Cabé* bienft ber ftinberen ban Juda, en bic ber ftinbe^ ren ban Israël. lt;ï?c fiinberen ban Juda bienben (J5ab baïgené Spn cige inftcïïingcn/ in ben (Cem» peï te Jeruzalem, baar bc ftinberen ban Isiaël tejelbe a5ab bienben/ bag ap een berïteerbe ?c. 3)Dant sp baïgben be nienbie nitbinbingen ban ben ïtaning Jerobeam, bie ttaec gaube ïtaï* beren maaftte/ jettenbe ïjet cenc te Bethel, enbe Qet anbere te Ban; betaelfie ïjaar tat janbe cn tat een ftrifi bJierben. 3)Daararn (Pab jeer bcr^ taajnt biiaé/ bat 3p be blare a5abébicnft ber^ bajben ijabben/ am Ïjaar ïianing tc öeljagen; hiant in be granb jeiben jp: Wy willen het gebod van onze Koning gehoorzamen, schoon hel tegen Gods gebod komt te stryden. ï^ier in fieïjaagbc sp üen ïïaning met gaar cige tan#
fcicntic/
ELISABETH WAST.
fttcntie/ om tat §n juïft ccn gemaïifitïpftc taeg ban «öobéijicnft ftab uitge'aanbtn. (J3e ïtaning neemt een taclgcltaïïen in Ijaar beeröige geljao?gt; ^aamïjeit aan jnn nicutn uitgebanben a5ob^ bienft/ eu 6eba?bcrbe gaar/ makende Priesteren van den geringsten des volks, die niet en waren uil den Zonen Levi, (ftljaon bit ftreeb te* gen OMbé gEli0bquot;) geïufi tap ïe^en ftannen/ 1 Kon. XII: 28—81
315 ïjet juift ja niet gelegen met be teriaanfdje en ^ifftïioppeïpfte (0ob^bierifl? ^De ^e^fipterianen tienen 3?ob balgen^ ^nn eigen üebel/ sanber eenige óonben en berbigtfeïen ban menfdjen; baar be 55iffcfioppeïnfte ftaat 30 bet* mengt iö met mtnfcljeïnftc banben/ bat jn bei* be in !(L'eer en SJeben geïjeeï berbo:bcn i^: J^eé* gaïben be ^je^bpterianen noit met ïtaar ^uïïen obereen ïtomen. ©eeïe bingen jnn 'er/ taaar in jn nooit sullen obereen ftomen/ bog baojname» Ipfi in beje zes dingen, taelfte aïïe jpn ban gaar eigen uitbinbinge.
1. lt;E)e ^jegfipterianen juïïen noit oberetn fto* men met te SSiffdjoppen/ om bat zy een nieuw Hooft over de Kerk verzonnen hebben, willende dat de Koning het Hooft daar van zy; 30 bat toat 5n ooft gebieb/ moet geïjoojsaamt toajben/ op ftraffe ban ïtefifïïie of ïjaïftajtigïjeit. '©e ïtoning mag nitbinben/ taanneer ïjet Ijem fie* ^aagt/ nieutae taetten in be ïter'ft/ fcljoon 35 tegen get bebeï ban a3ab bomen te ftrpben. Cn gier in geïjoojsamen be 23iffrljoppen/ met ïjaar aanïjang/ ben honing/ toenbe aï taat ïjp gaar bebeeït te boen/ berobenbe also Cf|?iftué ban 3pn ïtoninbïpfte boorregt/ om ïtoning en 't J|ooft te 3pn ban te Kerft/ betaeïfte i^ ïtoning
ter
287
288 Hel verborge Leven van
tier ïtoningtn/ cnbe ïfecrc ter ^erren/ II: 6.
Ik dog hebbe mynen Koning: gezalfd over Sion, den berg myner heiligheit. MlX/ ÖE rianen taiïïen Ijelifien/ om alIeEnïjiït get
ï^aoft en iic JJ^EtgEber ban öe ïiErft te jpm Cn taiE naïi/ ÖP 51? ïsaninjj of lieftaan jal
öe üroon ban Cï)?i!li ^ooft tE nEmEn/ om je op Öaar JjooftiEn tE itElIen; 30 oojiJEEÏEn spÖEt ban tgt;ar yiigt tE 51111/ öaar tegEn^ mEt al ïjaar magt tE ftryöEn/ fdjaan 511 mogten bE?rai3Et^ en taEderfpannigE genaamt ïuorbEn; ja fcïjoan jp öaarom getterftErt/ geüannEn/ gEbangEti/ ont^ ïfooft En gcppuigt mogtEn tuoiiJEn/ gEÏyft gE# fcljicö aan bEElE EerïyïiE ïiEben in Schotland, om ïjaar ftrybeu boa? Ctjjifti CiauinfttntiE St'u# tljoritcit. gp maafiten gEEn taErft ban üe tjaat nog ban üe gunft ücr ©ojften/ inbiEii ïjEt met gEEn gocb getoiffE ïtonnen liEliïiEn» gE-ïooföEn (Jamp;oö^ 3©oo?t toaarljeit tE spn/ 't kidft ïjy fpjalt öoo? öe ^jopljEEt Samuet, 1 ^am. Xll : quot;25. Maar indien gy voorlaan quaat doel, zo zuil gytieden, als ook uwe Koning ommeko-men. giy taaren öe ÖEftE nnüErbanEn aan tja# rrn ïtoning/ toittcnbE tjcni ïtEfcgermEn eh boa?# flaan niEt t)aar ÏEben eh goebEren/ üog aïïeengt;-ïpli in öen i^EErE. €n met bu^ tE boEn/ ïto# mEn 3JI na ïtEt gEUE (J5ob ficbEEÏt/ om de Maglen over haar gesletl, onderworpen te zyn. d^OEbE ïloningEn syn een ïtoningrpft tot Een jEgEn; En 3y jpn ftimmEr ban öEe^en/ betaEÏftE IjarE toettEÏyltE fiEbelen niet geljoojsamen taiïïen. .iBn laten toy on^ gEboeïen peggen/ al^ in a5ob^ tegentaaojbigïjeit/ of be ^jegiamp;yterianen/ ban of be 2öiiTcljoypEïyftE (J5obgbiEn|l: IjEt naaflE met a^ob^ 3©aD?t obereen fcomt? ^Pe eene toil bE
E L I S A B E T tl W A S T. 289
ïtoning/ öc anbcre tail tat get ^aaft
ban i3e ifóerït Ijeüamp;cn,
a. ^Egliptenanen juïïcn met öc f£|)0pjfien nait abctEEn ftameii/ am öat zy hebben nieuwo Amptenaars over de Kerk, namelvk Heer Bisschoppen, cctc tact ijaar be Waning
aan/ bat sy gjaate bannen juiïen jpn in p?agt en magt/ am te regceren en te abedjeer^ fcljen Ijacc anberijaarigc/ öie baa? Ijaar pjebiftem Cn beje tratfe en Ijabecrbigc pielen maeten ap elft taaajt gegjact toajben/ Myiord, en wat belieft uw Lordschap? Sip taenben narij baaj (JPienaren ban Cljjiflué te jpn/ fdjaan 3it in ten gcljccï jaar niet ttoee af bjicmaaï taiïïen pjebiïten/ en ebentaeï maeten jy ja beeïe inftam^ fl:cn jaarlpfté tjebben/ am ijaac/ nebcn^ öaac fiaetfen en peerben/ en taat niet aï/ te anber^ ïfauben. ©it (nut niet na een Söiffdjap/ bie Paulns befcïjjpft in ^nn bjieben aan Timoiheus. ©aar maet geen Ijcctfrtjing spn aber Cfjjifti ïutbbe/ tertaulc Cljjiftus tjaar apperfle ïfeece en (Opsienbcc \i/ en niemant anbetji berbient bien (Cyteu ©e oJabb^ugtige Ij ebben in aïïe eeutoen Ijaac getuiijcniffe nagelaten tegen^ ijeetfeïjap-' ppen in be ïierlt. oDnje gjate ïiefajmateur Johannes Knox, taanneer ïtaning Hendrick ïjem een 'SSi^bam aanbaab/ anttoaajbebe/ dat de trotse Titel van lleeren, als hebbende een te groole verceniging met den Antichrist de Paus, niet gedult behoorde te worden in de Gods Kerk, toaac ap be 25i|Tcljappen en be abetige ban be dJceftelpfic tegen Ijfni jeiben: Het doet ons leet, dat gy met onze Ordre niet wil overeenstemmen. «feag anttoaa?bebe; En het doet my leet, dat uwe Order niet wil overeenstemmen
19 met
290 Het verborge Leven van
met Christi Instellinge. llia^ jcggen
ban .ïlSr. Alexander Shiels: Een Heer Bisschop is noit van God in de Kerk ingestelt; want alle de Amptenaren in de Kerk hebben nog' een be-trekkinge lot de Kudde, maar een Heer Bisschop heersebt zelfs over de Herders, ga mangt
jeggen/ üit jpn maar be getiagten ban men^ ftBen/ cn öEtlaïben Ijccft men je niet in agt tc nemen, ^og öoo?t öan na Cljjiftuj?/ bic een getnigeniffe geeft tegen ïjet Ijeerftljen in bt ïterft/ Luc. XXI1 : 24, 25, 26. ^e vDifcipnïen ttaifleben antiei: nialftanöecen/ toie ban tjaac be meefle joubc jun; boel) Qaar bjienbeïufie ^eetc en .ïföeefter fietifpt Ijaar/ ;eggenbc: De Koningen der volkeren heerschen over haar; ende die rnagt over haar hebben, worden weldadige Keeren genaamt. Dog gy niet alzo: maar de meeste onder u, die zy gelyk de minste, ende die voorganger is, als een die dient. SSa bat/ bc ïjeerfcljappcn in öe ïteeft 31111 ftcubig tegen -öob^ 1©aci?t/ en üeljaaren berfoeut te biojben ban alfe taate Cljiiftenen. ïfebben niet bc KFJeec ^iffrlioppcn be guiaat|T:c plage getaeett/ betoelffc Schotland oit antmaetcbe? 25ifftljoppeii ^eli* ben be ïterfi bno? Ijaar üeer en ^eben iquot;gt; -2# ben. Natelt 311 niet (boa? Ijet g^oatfte ge - O een partu trot3«/ cecjitgtige en ïuic stelen? ^ ^ bien jy maar Qaar ljuub en öimft ïtonben bc genoegen/ 30 gaben 3u'er niet om/ Ijoc fjet gii. • met Qct arme balïf bat onber Ijaar bebienhir flonb. %ii blaren geïpft 30 meenige trotse H mans; om bat be arme Mordechaies Ijaatf niet ceröiebigen taiïben/ 3a rigteben 311 galgen op/ cn ïjongen/ en ontïjaofbcn 30 raö aï^'tinljaar magt taa^. ^n blaren eet geïuft bialben om bc
ELISABETH WAST.
fcgapen te bcrfcJjeuren/ ban ^erber^ om ïjacr te fiefc^ecmcn en te taeitien.
Mu/ be ^eéöptedanen sullen nait met ^eer# ft^appijen in be üerït abeccen ftomen/ om bat CÏbifhi^ alleen be ^eere en «©psienber. Mu/ taien ban öe^en is be befte/ be §gt;^bytertaangt;= fcge/ of be 25iffc5appel)iïte 43ab^bienft?
3. (Pe fgt;?e^Batei*ianen en be 23iffci}appen juï-ïen nait met malftanberen obereen ftamen/ am bat be 'iJBiffdjappen Ijebüen becsannen een nieu.-toe toyse ban oSob te aanbibben boa? jfOjmnUer^ gebeben/ Ijet toeïfte 3n noemen/ Het gemeene Gebedeboek. ^etaiffelyft ju Ijebben ijet be reg^ te naam gctjeben; taant Ijet 25oeft beijeïft in bet baat maar gemeene gebeben; Ijet ié niet ö^t boeft ban geeflelyfie gebeben; berljalben ft an Ijet il?abe niet aangenaam 51111: die aüeenlyk in geest en in waarheit moet aangebeden worden, ©an alïe boeften in be taecelt iif ijet jelbe ö^t noa^ beïooile/ en Ijet iïi onrebeïyft te benften/ bat een boeft on^ ïeeten ftan tot ^5nb te bibben/ nabe^ maaf ijet i^ ijet ampt ban Cijjiftu^/ al^
pgeet te onbertapjen. JBit beljoeben Cljjiftu^ niet te geb?iiiften/ aljS tou een boeft ijebben om on^ te onbectan^eiu oD anvebelyft bing/ bat men gebeben b?iiftt/ Sibben beftaat niet in taoojben/ üïom. ViH ; 26. De Geest komt onze zwakheden mede te hulpe ; want wy en weten niet wal wy bidden zuilen gelyk het behoort, maar de Geest zelve bid voor ons met onuitsprekely-ke zugtingon. ÏDe gjoote cïïSt. Samuel Rhetor-fort ^egt/ men ftan geen jugtingen bjuftften/ bet-§alben 3ijn geb:uftte gebeben fmafteioo^/ en 301^ bet ftragt Johannes Knox, fcijjybenbe aan een jxtffrouta/ hermaant ijaar/ bat 3^ 313 taagten
291
292 Het verborge Leven van
jouöc boa? ïjet gcmcene dpEfiebEfioeft/ aï^ siinöe maar get oberfilijffeï ban 't ^au^tam, ïfet ten ster onrehclpft fioeft/ taanneer top toilïen in aanmEtïitngc nemen öe 6etceViïtin0e/ taaac onlt;» tiet 3300 tot sijn bnïft ftamt/ zyntle haar Man en haar Vader. 3©at geeft get topf een üoeft ban noben/ gae 3c jal fyjeeUen tegen gaar man? lt;©f taat begaeft get lünö een baeft am te fpieeften te^ gen jiin baber? ^e gemeensaamgeit bic tuffen gaar \i/ ti?cngt nnberïinge berfteeringe en om^ megang boojt. ^og get fcgijnt/ bat be 25i^ ftgoppeu en gaar aangang/ taeinig gemeinfegap met Cgjifhié gebpen. iBant geiijft een lt;j3ab^ b?iigtig ?€ecraar jeit/ zy spreken liem toe als of zy noil in ai haar leven te voren hem toe ge- ; sproken hadden, ^öeenig ^net unr geniet 03ob^ ' bc-ïu met Cgjiftu^ janber een oJebebeboeft. iKgt;aar fireeg Jacob sijn geüebeboeft/ taanneer gp ben gantfegen nagt toajfteïbe en obermogtT taiffeïpft gcbjnüte gebeben ïutnnen niet een worsteling genoemt taajöen/ en bergaïben ïtunnen 5p ooft niet overwinnen. DSant inbien een man na een 3?cncr^mecftcr ging met een jieft ïicgaam/ en iemanb gem antmaetenbe/ jeibe/ ift jal u een öoeït geben/ get taeïfie u jaï leeren gne gp uta fitaaale aan ben ^oetaj öefient moet maften r lt;0 anttoOD?b ben jieften/ bat té onrebeïpft/ ift ft en mpn noob beter ban aïïe öe boeften in be taereït mp jeiigen ftonnem Ko bie geene bie een jieft gerte gebben/ begoeben geen gebebeboeft. m?er= gaïben in beje nieuta nitgebonbene tay^e ban èobgbienft juïlen be ^egfiptenanen noit met be ^ifftgoppen ober ten ftomen/ om bat je niet ban (!3ob^ inftelïinge. JBu toeïft ban beibe ig get befte; éoü te bienen boo? een Jfb^mulier/ of ben «Sceft? (Pe
ELISABETH W A S Ï.
Tamp;t |^e^amp;ytBtianEti suïlcn met öc ^iffcljop# yen noit obec een ftemmcn/ am öat 3c fammige ^eiligt bagen/ necgcnjt in be gantfcQc ^cljjiftiiuc Bebaïen/ bersannen ïjeüben/ suïfie aï^ be 25 bag ban December, biEiïte men Kersmis nacmt; op tacïfte men jegt bat Cïjjiftu^ geboren ij?; brrljaï=» ben ten OebJu^e ban ijaar banftbaarijcit/ sullen ju be bcfl:c fpy^e eeten/ en be befte bjanïf/ bie men befiomen ftan/ b?inïten; en met aïbirê te boen/ benfien 311/ bat Ctjzifti geüao^tebag een eere taojt aangebaan! in quot;bec baat nemen jy bejen
bag eerbec toaar/ om Ijaac gjeetige ïuft te baï* boen/ ban eenige banftbaarljeit boo? 31m geljoo?^ te te bebipjen; bod) bic a?obsbienfl toil üeflaan ben man/ bebieïbe beftaat in toeceïtfe p?agt en bleefcljeïpfte bcrmaïicïnfiijebcn. a? btaaje/ benïtt gy/ bat uto reten ijem aangenaam jal 5911/ aïg gu tot oberbaab spne gocbe frijepfeïen gebniiftt? jfeaar ïjoe bieet gu/ bat Ijn op bejen bag gcBu^ ren biaé? oDf Uiaar Ijebt gu eenig uitgebjufèt bebeï boo? be onbertjaubinge baarban op 3uïft een topse?
daarom juïïen be ^gt;?csbutcrianen in bejen noit ober een bomen met be 53iffcl3appcn. Cn om bat ju niet toeten be bujoubere n5eboa?tebag ban CljiiftiiaV 30 toiïïen ju bageïuftö met banït* baarljeut baar aan gebenben/ aquot;ï3 junbe ijet ge^ jegenfle nieubrê bat oit tot be toerelt quant/ 30 bat 3U niet aan een jaarïpftftïje/ maar aan een bagelufifdje gebagtenié gebonben toiïïen torsen.
5. ^De ^reppterianen suïïen met be ^ié' fcljoppen noit ober een bomen/ om bat bese ge* (lage bpanbrn sun ban ijet toerft ban Itefojmatie/ en ban (öobsaïigljeit/ boo^namentïpb ban öe berbonben/ 50 boo? ben Koning/ aï^ ïjet boïft bestooo^en. €n d^ob getuigbe mebe op een uit^
fte#
293
294' Hel verborge Leven van
flefienbe toyje/ met ijtt gcben ban jpn % aPccfl op bic tpt/ taamiEEr get bcrfiant met opge^ gecbe öanöcn öe^taoocen taierb. $llli5u| taierö Schotland, en alle trie'ec in tnaren/ aan ©dö in een beramp;onb obecgegeben. €n bit toa^ nnjc rocrn bahcn aïïe anbere boïfteren/ tertayï jp uit get 3©aD?t lt;l5ob^ gefaolmagtigt taaren in get geene ju bcben/ 1 ïian. XI: 17. 2 Cö?am XXXIV : 31, 32. «föcljcm. IX : 38. ©og be 'SSiffcIjoppen Itebben een affteer nm met a3nb in een becbant te 3jin. Jga bed gaben jy te Rennen/ om öat be beragteïnftfte oneere/ bie men bebenfte ïton^ be/ baar aan beben/ berfi^anbenbe Ijet jeïbe berbont boo? be Ijant ban ben ^c:[jerpi-egter/ in get gejigt ban be janne/ op be JScuiémaclu ban Edenburg, junbe nict bcftljaamt obec get gene beben/ eben al£t bie gecne/ baar ban men leeft in ^erem. Y11I : -] 2. iJ^eUe nnbergeïpfteïyfte to^eet* geit bcben ju niet aan bic gene/ bie get bcrbnnb bnojftonben? ö^nar bja^ niet een gnbb?ugtig per# fonn/ bie toegenjï get jeïbe in tufte Icbcn hanbe/ af gy luiert bcrbnïgt na ïniiïcn en golen/ ja gebannen uit get ïïmnngrylf. A®iemant bo?ft met gaar fpjefien/ nog gaar een maal eeten/ of een nagt^# logement bergunncn. €n toanneer eenige ban bejelbe in gaar gcluclt ftjecgen/ 50 gongen sy 3c op/ 30 inel bjoubjen aï^ mannen; tertnyï be «ècgerpregter be ganben bol tnerfi^ gab/ geïyft be Kruis en bc Grasmarkt getuigen fionnen. amp; goc fijaaïttcn 511 gaar fenyn uit tegen alle/ taaar in ^y get öeeït ban «©ob jagenJ lt;lJ3en taeet/ bat men gcmeeneïyït berlangt te gonren bc ïaat^c tooajben ban een fterbcnb perfoon; maar sy toaren 50 boofiyR geftant tegen be dienaren be^f ^eere/ toanneer sy gaar ter boot fi?agten/ 30
uit
ELISABETH WAST.
uit iijCEjt bat jommige boo? ïjaat 0Efr'0t toojöen/ bc trommel^ lieten flaan; en bat 30 garb bat niemanb Ijaar gooccn ïtonben/ ge* iienbe bOO? reben/ dat zy uilzinnige menschen waren. Cn 351 bcben toaatlnft nïfej» get geen in Ijaar magt toa^l/ om gaat uitfinnig te ma# Hen. (Salomon jegt ^?eb. VII ; 7. Voorwaar de onderdrukkinge zoude wel eenen wyzen dul maken.) namen goeberen ban Ijaar/
ïatenbe uaare ïjuisgejinnen ontbloat ban boet' 5eï en bfltjcL %y: toierben gepynigt/ gebieren* beeït/ en ijaie inrtebianben biictben opgefcljeurt. ^Bogtan^ taaS ïjet ijiermebe niet gebaan. ï©ant na bat jy onüjoaft/ en ter boot geb^agt Öabben/ namen jy Ijare fiaofben en Ijanben/ fteeHenbe beseïbe op be poojten/ en anbere open# bare plaatfen/ op bat 3c ban aïïe be bao?bp'' gaanbc mogten gE3icn tuojben. .iJSt. Alexander Shiels jegt/ dat de Bisschoppen en haar aanhang zo veel beleelllioit nog niet gebruikten omtrent Christi, als de Gadarenen deden, want zy baden hern om uit hare landpalen te willen vertrekken. Dog de Bisschoppen hebben Christus in zyn ledematen op een verwoede wyze uit Jgt;rljatïanb willen uitdryven. ü^og i^ob jy ge# banïit/ bat öy ijet bedjoeb geeft.
6. €n ten laatften/ sitlïen jy met ïjaar noit ober een ftomen/ om dat zy een nieuwe wyze van Leere verzonnen hebben; %y pjebiïlten ball be Sebeïyfiljeit/ al^ of 3c ^aligmaftenbe genabe taa# re; 3eggenbe: Dat als wy met onze naasten oprecht handelen, men dan voor de zaligheit niet behoeft te vrezen, 't iJ^eïft 30 beeï i$ aïé of 3U seiben/ dat men door de werken der wet ge-regtveerdigt wort, 't Jï^eïïtc ftryt tegen be ge#
ïjeele
295
290 Hel verborge Leven van
ïjceïe aan be Galateren. ^lBcEnigc arme
jieï ig öao? ÜE^C SCeEre fiebjogen pEtaceft. ^Et ié
öe inaargEit/ ijaar fian geen toacE a^ob^biEnfl 3onbEr ^EbeïpftljEit gun/ aï^ spnbE boïftrEfit/ noot* jafiEÏnïf; bag onze regtvaardigmaking is alleen gelegen in Cliristi geregliglieit. ©EEÏE jun gaEbE Moralisten, af ïrcijliEraar*? ban jEbrn gEtacEfl/ biE nagtanö aan saïigmaftEiibE gEnabE tE fta?t gEliamen jpn. tï©cn ÏEEfl JBarc. X : 20. ban EEn jangEÏing/ En Kur. XV11I : 12, 13. ©an EEn ^QarifEEuta totïfiE üEibE üejee guarnEn bag niiflEii EbEnlUEÏ saïiginaïtEnbE gcnabE, ïaatEn bE niEnfcijEn nog 3a üeeï SEbEluitljsit ïjEÖÖEn/ jaa 3p niet taEtEii/ taat IjEt i^/ zich zeiven van natunre verloren te zien, en dal alle hare gereg-tigheden maar zyn als een wegwerpelyk kleed, hel welke haar heeft doen loepen tol Christus om zaligheil ; zo zal al de zedelykheit in de werelt haar niet behouden.
45a jirt gp nu eeu anbErfcïjEit tuffen bE öytEriauEn en ber ^iffcijappEn/ biE 5a taepnig aber eeu fianiEn aïé Ijet ligt niEt bE bui ft Et daarom mogEU tap ay eeu taEttigE tap^E baac bE ^rEsfiptEriaanfcljc i^abtóbiEiift ftrgbEii.
ab laaft a3ab/ gu Schotlands intoaanbEtEn/ bat ïjp uit arniE 3Canb ban ^apEtp En ban 53i^ fcgappEU ÖEbjpb ïjeeft €n fuiEEïit ban lt;i5ab/ bat tap nait taEberam magen fianmi anbEC be magt ban bEjE lilaEbba?ftigE 55EulEn. (IPaat 3pn 'Et ÖEben bEEÏ in Schotland, biE aaft Ijaar toE^ fiEniming baar aan ïtannEn gEbEii bat 3p nait taiflEn/ taat IjEt taerft ban 53El'{Eeringe aan ïjare 3ielen taa^; tat bat be f^ealamp;ptEriaanftljE ï'EEra^ rEn anbEr öaar quamEU/ ban ijaat SP» 3^ bao? (^abjS segen/ in ftaat ge^eït getaa?ben om een
ELISABETH WAS Ï.
öcrfionti mtt Cï|?iflu?ï te fïuitcn; tie am geen tien tiuispntie taccreïöcn joubcn toiïïen taci3Erftce« ren tat te Bisschoppen.
(Pog §icr mag een braag banjgefteït tooien/ indien de Bisschoppelyke Godsdienst wederom onder ons komt, en de zaak zo verre geraakt, dat geen Presbyteriaansche Leeraar op straffe des doots mag gehoort worden, mogen wy dan niet hooren een euraat, ol' een ingedronge Predikant, die van een onbesprooke leven is? liet is immers beter groffe kost te eeten, dan van honger te sterven.
Antw. 3©aart gu oit obertuigt/ bat bc bytrriacnfcljc gobtêtncnft; bc infteïïinge ban dSob taa^; cu Ijcïit gy baarom met ijaar gerommu^ niccctt; ï^ebt gu onif Ijct taerü bau Kefajmatie/ boo? een pïegtig berbaub bebeftigt/ en befbjaa* ren; am Ijct jeïbe; ftljoau gebaren en herbak gingen outftaan jnubeu; aan te fileben! Cn na bit aïïeié een ingebjonge ^jebiftaut te ijooren/ iö meineeöigijeit/ afbaï; en oberfpeï.
i, ^et iji meiueebigfieit; baarom toagt'er u bon,:. Cu ebeutoel ecu ingebjangeu ^jebiftant te ïfootcn/ i# niet minber ban ecu berstoeeringc ban ulu jeïbeu.
2» ï^et ié afbaï; toceft berljaïben op u Ijoebe. D^aut ijct beginfel mag ftljpnen jeer gering te 5nu om een ingebjauije ^jebifiaut te Ijorcn/ om tat iju een man ié bau een aubefpjaufte Icben; bit saï it aïlengfieu*» berïeibeu/ tot bat gy ten ïaatftcu geen jbiarigljeit juït mafieu om een iege# ïyft bau Ijaar tc ijoorcu. Cu booj bit mibbeï jult gy ban be toaarljeit afbjyfieu/ met ïjare btaa^ ïingen/ bie jeer beeïc jyn/ in te bjiufieu.
3. ^et i^ oberfpeï. Wanneer een bjouta een man getroutat ïKeft/ en ÏJP ^ooj een tapte ge#
noot*
297
298 Het verborge Leven van
nootsaaïtt i$ jpn 3Canti te bcrlaten/ jaï jji baacam in een ftojfdige Waag/ Een anbet in jan plaar^ nemen? .©een? maar jp moet ïieber ïyt^ 3aam jtm/ tat bat Ijaar man tacberfteece. èa i^ get ooft gelegen in 't ftuft ban a^objbienft; gp moet uüj jelbcn reyn en anamp;efmet ban alïc aiv bere fietaaren; fcïjaon aïfe bnanbe tegen^ u geïtant toaren/ 3a maet gp ebcnüieï seggen: Ik heb een man getrouw!., en daarom kan ik geen andere nemen; ik wil liever myn leven verliezen, dan een overspeelster zyn. bcljoeft bao? geen
gebjeft te bjee^en/ uüic gocöc 433au/ SJefu^ (tnien^ jaaft gu opgenomen/ en n baar aan berbonbrn Ijcbt) jal n ban geefleïpft baet^cl bcr-30?gcn, €n fcljaon gp aan openbare mibbeïen grb?cït ï)ebt/ jo ft an ijp 't tog gaeb maïien in 't berbojgen. ï^et ontü^afi Schotland, jcïf^ in be fïimfte tpbeii/ noit aan suibcre inftcllingcn; fdjoon 5p taierben berjaagt na ijoolen en ïutilen. «êiet ban toe/ bat gp geen fpp^e/ met benpn bermengt/ ftomt te eetcn/ om bat gp juift 30 een g?aote oberbïoeb niet ïmnt fi?pgen/ aïsi gp geern jonbet taiïïen örbben; geen uienftï) jal aïbu^ boen.
iEgt;og sommige mogen jeggen / Schoon de ingedronge Predikanten niet, zyn, als wyze men-sche, nogtans hoopen wy dal hei God ons zal vergeven, dat wy haar hooren. 5(Int\uoo?b ijier Op bient 3fef. IX: 15. De leiders dezes volks zyn verleiders, ende die van haar geleidet worden, worden ingeslokt.
€n taaarlpft/ ingebjonge ^ebiïtanten 31m 30^ banige perfoonen/ baar a5ob ban fp?ecftt boo?, ben Jeremia, Cap. VI; bji, 1 h. Zy ge
nezen de breuke der dogter rnyns volks op 't
ligslc,
ELISABETH WAST.
ligste, zeggende, vrede, vrede, dog daar en is geen vrede. Wanneer sy femanb aber ijarc janbe fieïtoniraert sagen/ scibt 0 dat is maar dwaze droelgeestiglieit; God is barmherlig; gy hebt noit icmanl eenig quaat aangedaan, wat behoeft gy dan zo bevreest te zyn ? Cn altiUjS gcnec^bEn be taanbe op get ïigflc. 311 üergaten/
tat üSoö rater ban ccnc tigcnftöap firjit; noit gcibcn 5«/ bat Bp rcgtbccrbig en öeiïijj taa^/ en bat jonber ïfciïigmafitnge 311 noit dSob jauben 3ien. ajn met aï bat te boen licrMaarbcn jp niet ben geïjeelen ïtaab ban lt;J3ab. KCaat iemant 3pn geljeeïe ïeben na jtm plai^ier baojü^engen/ om een tocinig tteïtë sitïïen ju een 3Cpfirebcn na 3pn baat baen/ al^ af Ijp een Ijeilige gclneett taa^ re; ja baar jpn sommige/ bic Epficeben suïïen pjebiften ter eere ban iemant/ nabat ijp al buftig jaren geflojben i^. In bejen btaaïen ooft, ^iemanb ftan b' ingebjonge J^jebifianten met Een goebe confcientie Ijoocen toant ïjaat UCeere ié bol btnalingen. %p toiïlen ijet boïft maften/ bat sp na ben ï^emel gaan/ om bat jp naac be getaoonïpfte tapje eerïpft spn: baar sn noit toi^ ten Uiat Ijet biajf/ boo? be enge poojte ber üe» fteeringe in te gaan. Wgt;e ppnen bcr wedergeboorte spn ïjaar ganfcljeluft onbefient/ zonder welke niemant in liet Koningryk der Hemelen zal ingaan, Joh. 111:3. ^aar i^ een ^oeft/tjet toeïfte be ingebjongen fgt;rebiftantcn onber ïjaar ïjebben/ noemenbe Ijet seïbe: De gantsche pligt van een raensch; toelft fioeft een ftlare ontbeft# fiinge ban Ijate btaalingen/ btant'er niet ban op ^ebeïeffen aangebjongen bio?b. ^ic uit^ee^ Renbe ^ienfiftnegt ban Cljjiftu^/ MSr. Jacobus Kirktoim, gaf jeer bifttoil^/ op be ftoeï/ spn ge#
tui»'
299
300 Het verborge leven van
tuigen^ tegen bit fioeït; jcogEntiE/tat Qet baar 30 bcjre han baan tna^/ ban bc^ menfcïjen gant^ ftï|c pïicï(t tc 3pn/ bat öct nïet be ijclft baar lian taa^/ taant jyn aojbecï taa^/ bat be^ menfc^en geïjecle pïigt geïegen in aen te nemen;
en bit gantfdje iamp;aeft meïb niet een taoojb faan Cïj?iftuamp;/ 't om ijem aan te nemen/ of om ^em in eenige 3aaft te gefijuifien/ en ebentaeï faerijeffen 511 bit iiacft fialien aïïe anbete. boen Cij?i53ti geredjtigljeit een oneece aan/ met be jebeïpïiöcit 3a ijemel ijong aan te pjpsen. ï^et i^ toeï toaar/ bat'er geen toare (J?nb,sbienft sanbet Scbcïpftljeit 3pn fian/ geïijfi fiïijftt nit Jacob. II: 24-, 25, 26. ^og baar fionnen'et beeïe jijn/ bie sebeïijïifjeit en geen taaare a5ob^bienft Ijefiüen/ siet Phil. 111:3, 6.
T^aat on^ ban ban be ingebjongen ^ebiftan* ten/ een afficcr ï(cöficn/ taant 311 syn juïfte/ baer CÖJiftug han fp?eeïtt/ ^iKattij. XV: 9. Te ver-geels eeren zy my, leerende leeringen, die geboden van menschen zyn. Cn ïaat onë ge# ïjooj^amen be^ 5l'yoP:cljt bermaninge/ CoL 11: 21, 22. En raakt niet, nog en smaakt niet, nog en roert niet aan, welke dingen alle verderven door bet gebruik, ingevoert na de geboden en leeringen der menschen. 3£aat nu een opmerfient perfoon/ aï^ in lt;l3ob*? tegentaoojbigljeit berïtïa® ren/ of ber f^eppterianen a5ob^bienft/ ban of bie ber 55iffcl3appen/ met Ct)?ifti SCntteïlingen get nae^e obcreenïtomt/ en taelfte ban bejeget meefte ban menfdjeïpïte infl:cïïingen fiebjpb i^. g^oeïi fommige snïïen ïigteïij-ft peggen/ taaar toe aï bit gebaen/ omtrent ï)et berfiiejen ban öe aJob^bienfl:? 3©p mogen in bie (©ob^bienft 3pn/ bie on^ beft aanftaat. ^en bage be^
ELISABETH WAST. 301
oo^beEÏ^ jaï niet gewaagt taajöen/ of ga %ip fcïjap^ öan af ^relbpteriaan^ gesint getacEfl: 3pt. Sift anttaao?tie ïjiêï op/ geïpft toy niet toe-' ten öen ijag/ nog öb uurc/ taannecr ïfet oajijed 3ijn jaï/ 5a toeten tap iiecl minöer/ taat öc regt^ ganöclingcn ban Cïiiiftué tegen öe fiinberen üec raenftljen jijn jal «©erïjaïiien ié öe^e toyse ban rebcniiabeïing een aï te turieufe en 1005e lift om te canfcientie te fuffen/ fcljoan boï ban ötaaïin^ gen/ en moet met ftiÏ5tapgen beanttoaojti taojben/ geïylt Salomon 5Egt: Antwoord den dwazen niet na zync dwaasheit: JSogtan^ oto bat'er onöer on^ beeïe sun die een guaöc licbatting ïjiet ban ïjefi* ben/ 5a i-S Ijet noöig ijier ietj? ban te 5eggen.
Vooreerst ^nbien öe ^oö^bienfl 5uïft een on* facrfclnïlige saeit toare/ taat bebe be Opobbjugtige Josua ban 5a ctnftig Ijanbeïen met be fiinbecen ban Israël, om te liiejen taien 5y bienen 50uben/ Jos. XXIV: 15. i^et fctjiint/ bat onber ï(aar ten bermengbe menigte taii^/ bic noit tat een üe» fluit geïiomen taaren/ taien 511 bienen jauben/ baaram ïgt;y 5icnbc 't guaab ijiet ban/ 5Eibe te^ gen^ ïfaat; Kiest 11 heden, wien gy dienen zult. IL'aat'er geen langer uitfteï tae5en.* Sjft fleï get n ter bcrïncsinge boo?/ taien git bienen taift/ of be ^ob ban utae ©aberen/ of be o^aben bet Amoriteru Sjft 5ai u inpn lieu5C 5eggen: My en-de myn huis aangaande, wy zullen den Ileere dienen. ^gt;etjjaïben toa^ Josua in 't ftuft ban ïpob^ bienft niet onberfcljiïïig. €n bu^ taa^ get ooft geïegen met be dSobbjugtige Ellas in 5311 tpb/ aï^ taanneer fjet bolft niet tot een fiefluit fiomen tailbe/ taien sp bienen 50uben/ 1 Kon. XV111; 21. 3©el/ bagt ïfp bat öe (öob^bienft een on* berfcplige 5aaft taa^? Mttn/ maar öp seibe
tegen
302 Het verborge Leven van
tegen ïjaat: Hoe lange hinkt gy op twee gedag- tood ten'? Zo de Heere God is, volget hem na; ende öen zo het Baal is, volget hem na. Knmt ecnj? tut ring een öcflutt/ taien gy tienen taiït. Mn/ inblen üen cenige ban öaac sauöen gejcgt öeüticn: Daar nien is niet veel aan gelegen, wien wy dienen; het zal XX\ in den grooten dag niet gevraagt worden, of wy tot voor Baal, dan of wy God geweest zyn? niet
felpift toy ^auben be suïfic bao? btaase geïtauben de ijeüöen. ^aatam Iict0a2bccïcn toy ban bat in anbere/ Ijet toeïfie toy in oné jeïtien tioa? gaeamp; gauben? iCcrtjaïhen inbien bcr ^iffcïjoppen (ipab^bien^ be toeg ban (Ctab jy/ 5a baïgt je;
maar inbien be aPob^bienfl bcr ^jegDytcria# nen be toeg ban ^ab jy/ 5a bnïgtje. èülïccn#
lyft en Tjinftt niet langer oy ttoee gebagten.
Ten tweeden. (6y jegt: ï^et jal ten bage bejt an^beeï|i ban u niet gebjaagb toat2bcn/ tot toelftc ban bcse ttoee gy üeljaajt ö^öt; aanmerïtt/bat 'er beeïe btngen ten bien öage tot an^en ïaP:e suï* len geïegt tobben/ baar toy toeinig om benften. ^Cen besen einbe maogt gy Icjen/ Matth. XXV: 41, 4-5, 4.3. 5t'Itaaar Cö?iftué oojbeeïenbe bic aan jyn jlinfterïjanb jyn/ ïjaar bingen te lafte ïegt/
toaar 3y nooit om bagten. Ik ben hongerig geweest, ende gy hebt mj niet te eten gegeven, ik ben dorstjg geweest, ende gy hebt my niet te drinken gegeven, enz.
©! peggen ju/ ^eere! toanneer ïjefiben toy u aïbuJÊ gejien? ©eeïe bingen Ijabbcn toy ftotv nen benfien bat ban on^ joube gebjaagt toa?gt; ben. cïSSaar nooit bagten toy baar oy. '©er.--ftalben toat be ^eere ban on| blagen jaï/ toee^ ten toy niet. .ïfèaar bit toeten toy/ bat toy refienftljay moeten geben ban alle gebacljten/
tooor^
E L I S A B E T [I W A S T.
taaojten en toerficn; en of toy gctoanbeït ïjeB-öen na öcn regel/ taelfic ïjy an^ tat on^e üefUe^ ringe gegehen Ijeeft/ ban af tap getaanbelt Ijefix üen na öe getooanten^ en be bei-bigtfeïen bet menfeften. 't 3!^ in beje pïaat^ ban Matth. XXV. jeer opmerfien^ toaacbig/ bat (£ï(?ifh$ tot bic aan 3pn flinfcerljanb gepïaatft luaten/ niet jegt: Gy hebt my vervolgt, gy hebt my in de gevangenisse geworpen; gy hebt myn goed weggenomen, zo dat ik in een berooyde toestand gelaten wierd. .iQeen/ geen ban beje bingen legt 5n te ïafte/ maar bit aiïeenïpfi: Gy hadt geen medelyden met myn arme volk, wanneer haar vervolgers dusdanige dingen haar aandeden.
¥gt;ier uit Iaat airë ïeeren i. naait te öeïnben/ nog te berftiejen/ af lief te IjeBöen bie (öabjjbienfl:/ bie berbalgiuge in t taerft ftamt te fteïlen.
2. quot;ïCaat aitó ïeeren/ bat be naïating ban pligten aan beïJ ï^eeren baïlt/ jabanige al^ (jaar te baeben en te fiïeeben/ 5a een g:aote .^anbe ié/ aïji af tap Jjaar berbaïgt öabbeiu Sip sullen met a3abjï bergt;-balgcntljeit iTergaïben/ en in be tmitenfte buifter^ niffe/ ten bage be5 oa,:beeïö getaaL2peu taa^ben/ bic Ijet balft ban ^ab eenig quaab aangebaan Ijebüen.
Cn f)p jal ïjet ^elbe baen aan bie geene/ bie ïjet bolft ban tJ3ab niet tael gebaan Ijeamp;üen/ toan^ neer (jet in naab taaö. oSetaiffelpft ban mogen be 23ifftï(oppen tael b^ee^en boo: ben bag ban ïïefiening/ taegen^ï ijet geene sp gebaan ïjefilien. daarom taagt n boaj be 25iffd3appeïpfte lt;l5obé' bienft/ taant 3p iö aan bit arme ïanb een plaag getaeefl. oD bat alle be «öobbrugtige eenparig^ ïpft beje bjie bingen aangaanbe be 55iffdjoppE«-ïpltgeit tailbe aanmerften.
1. l^efit een ^aat en affteer ban be 55iffcïjoppe
Ipft^
303
SOi Het verborge Leven van
ïpftftcit/ maar tjaat met bc pcrfanen btc 3c öc ïpöen/ boet ïjaa^ n'et/ 't seen 33 « gebaan gcb 6en/ fppjigt/ Meebet/ eh tterjaaget öaar/ 51 bejre aM gaar naab hojbect/ eu fiib bao? ^aar bat a5ab ap jpn tnb Ijaar obEttuigE. Cn ïaa utoE (6cibb?u0tigE bErftcEring onbEt Ijaat/ saba nig spn/ batjE boo? uta ^agtmoEbig gEöjag o{ bEn tEgtEn taEg gebjagt mogEit taojbEU.
2. «ÖEÏooft gEEn gtiaab ban bE 25iffdjappE. IpmjEit/ om bat anbEtE ïgt;Et jEggEn/ maar öe-pjoEft 'fE aan bE tOEtflEEit ban aSobS 3©oo?t/ ir aïlE bEéSEÏfsf bEEÏEn/ cn InbiEnjE bE rEgtE tuEg
3a Ijau'bfE/ maat 50 nitr/ 30 taagt'Et u ban. ^eh «CpoftEl 3Egt ïfEbj. XI (1 : 9. En wordt niet om ge-voert met verschelde en vremde leeringeu. i^OE 3ai iït bc bttmbE ÏEEtiugEn fiEnnEn5 üEpjoeft je; EnbE En boïgt niet na bEn taab ban eeu mEnfclj; maat bolgt biE gcEnE na/ biE aröcJiftué naboïgcn.
3. ïatEn aÏÏE utaE booniEtnEné ttgcn^ bE 53iffcï|oppEÏnMjEit gebaan too?bEn in bE ftctfttE ban anbctfin^ sullen u bao?nEmEn^ 3pn qcïnft bE 3EEÏEn af toütoen ban Samson, SullEubE op bE CErfl;E bEp^ocbingE bEtbjoftEn taa?^ bEn. Die staat, zie toe dat hy niet en valle. ^BcEHigE 3pn 3EEt hEjtE gEftomEn in 25EÏybEniffE biE nogtaml in öaar ^afttpft fcljanbElpft afgE-taEfiEll 3pn» Daarom neeml in Ghristi sterkte voor, standvastig en onbevveeglyk in des Heeren weg te zyn, 1 Cor. XV: 58. €n baat fiame ban taat tail/ fttpb 30 bE?rE aï^ bE J^eeïe u in ftaat fleït/ met pbEt/ boa?3igtigï)Ett/ En apobbEÏyftE optEgtig^Eit boo? ïjtt gEloabe/ 't toEÏfi Eenmaal ben gEiïtgEn obEtgelebett
Indien gy deze dingen weet, zalig zyt gy, zo gy dezelve doet, SfaÖ* XIII : 17.
E Y N D E.
ö ■ ^ 2 \ 2q i -