462
r 4. y.
\fetk 171
O-
v^ '*{ vA JXquot;' v i J ^ ±f
lt;amp;» ^Bsd»
;v
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
COLL. THOMAASSE
iP
â /MA /// TEEDERE DEVOTIE ^ ^
OF
van den grooten
H. ANTONIUS A PADUA.
algemeenen noodvriend van alle bedrukte harten
i
Uit verscheidene talen byeen vergaard, op nieuw overzien.
â EX I
?0
£ p £ agt; -j 33
(D ^ * GOORLE O f
Thomas Van Diessen £. ^
O
Tl
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT ^ '
amp;
1603 6463 ®
N. 23
KORTE LEVENSBESCHRIJVING
TAN DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA
e H. An toni us van Padua werd geboren den 15* Augustus 1195, op dien lulstervollen dag, waarop de H. Kerk het feest viert van do verheerlijking der allerheiligste Maagd.
Het is echter niet te Padua, in Italië, zoo als zijn naam schijnt aan te duiden, maar -wel te Lissabon, hoofdstad van Portugal, dat hij het eerste levenslicht aanschouwde.
Daar, te Lissabon, woonde, in de XII® eeuw, Don Martin, uit het beroemd geslacht der Bouillons (1), dat aan de wereld Godfried van Bouillon, den held der
(1) A. Eutler schrijft; Bulhon; anderen, Bellones.
8 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
eerste kruisvaart schonk. Martin was gehuwd met Maria (1) uit het aloude adellijk geslacht van Tevera, die men vermoedt af te stammen van Proila, welke in de achtste eeuw in Asturië heerschte.
Het paleis van Don Martin van Bouillon lag te Lissabon, recht over de Kathedraal van de allerheiligste Maagd Maria, alwaar zijn zoon in het heilig Doopsel den naam ontving van Ferdinand, welken hij later verwisselde met dien van Antonius. Zijne ouders blonken nog meer uit door hunne deugd dan door hun doorluchtig geslacht, en bij Ferdinand veropenbaarde zich reeds vroegtijdig wat eens van dit kind zoude worden. Weende het kleine wicht, dan kende zijne moeder een onfeilbaar middel om hem te stillen : zij nam haren kleinen lieveling op de armen en plaatste zich met hem voor het venster, dat uitzicht gaf op de Kathedraal ; en oogenblikkelijk verdwenen zijne traantjes en maakten plaats voor
(1) Elders vinden wij : Maria van Trevera, en ook Theresa van Tevera.
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 9
een vriendelijk lachje, terwijl het, als door eene onzichtbare macht aangetrokken, de armpjes uitstrekte naar de goddelijke woning, waar zijne godvruchtige moeder hem, in hare toedere bezorgdheid, aan de Koningin des Hemels had opgedragen.
Dona Maria was er voor bezorgd aan haren zoon vroegtijdig eene teedere godsvrucht voor de H. Maagd Maria in te boezemen, en vond er haar vermaak in hem den schoonen lofzang ; quot; O gloriosa Domina » « O Koningin » van jongs af te leeren zingen. Die heerlijke lofzang klonk ook in later jaren zoo dikwerf uit den mond van den heilige; in de eenzaamheid en op zijne reizen liet hij hem zoo liefelijk weergalmen; in de beproevingen des levens herhaalde hij hem met grenzeloos betrouwen, en op het einde van zijne bewonderenswaardige loopbaan, ruischte dat lied nog als een laatste gebed van zijne stervende lippen.
De teedere en godvreezende moeder van Ferdinand zag hare pogingen met eenen bewonderenswaardigen uitslag be-
10 KORTE LBVI.NSBESCHRIJVING
kroond : de jongeling was een engel ran zuirerheid en godsvrucht.
Zoo als destijds bij voorname familiën het gebruik was, werd zijne opvoeding door zijne ouders toevertrouwd aan priesters eii kloosterlingen; aldus werd Ferdinand, op den ouderdom van tien jarengt; ter studie geplaatst bij de geestelijken der Kathedraal van Lissabon. Gedurende dien tijd droeg hij, zoo als de andere kweekelingen , het geestelijk gewaad , mocht de koorzangen bijwonen en den priester behulpzaam zijn bij het opdragen der H. Mis.
Ferdinand bracht vijf jaren aan de Kathedraal door en deed zulke buitengewone vorderingen, niet alleen in wetenschap, maar ook in deugd en vroomheid, dat hij, op den ouderdom van 15 jaren, reeds het besluit nam om de zui-Terheid en den vrede zijns harten voor altijd te bewaren, de bedriegelijke genoegens der wereld te verzaken, en zich te begeven tot de kloosterlijke eenzaamheid.
Met toestemming zijner ouders trad hij
VAN DKN H. AXTONIUS A PADUA 11
in het klooster der reguliere Kanunniken van den H. Augustinus te Lissabon, en legde daar den grondslag van zijn toekomstig heilig leven. Het talrijk bezoek van ouders en bloedverwanten verstoorde hem echter, en daar hij ondervond dat hij in de nabijheid der hoofdstad de gewenschte rust niet kon genieten en niet genoeg met zijnen God kon bezig zijn, verzocht hij zijnen overste hem naar Coïmbre te zenden, in het eenzame klooster van het heilig Kruis. Daar was hij, even als te Lissabon, een spiegel voor allen, die naar de volmaaktheid streefden. Zijn stil, zachtmoedig en vlekkeloos gedrag verwekte de bewondering van al zijne medebroeders, en zijne verhevene deugden strekten het geheele klooster tot voorbeeld. Dag en nacht verdiepte hij zich in de gewijde wetenschappen, en bestudeerde voornamelijk het heilig Schrift en de weiken der Kerkvaders, â waardoor hij zich, zijne voortreffelijke geestesgaven in aanmerking genomen, tot den indrukwekkenden prediker vormde, die uit eigen overtuiging sprak, overal
12 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
tot het menschelijk hart doordrong en op die wijze groeten zegen in de Kerk verspreidde. Iedereen bewonderde zijne liefde voor de afzondering en zijne strengheden.
In het klooster van het H. Kruis, waar Ferdinand zich toen bevond, kwamen Minderbroeders dikwijls aalmoezen inzamelen ; en daar hij juist destijds gelast was zorg te dragen voor de vreemdelingen, die'' in het klooster tijdelijk vertoefden, zoo leerde hij ook door hen de orde van den H. Franciscus kennen, die ten tijde was ingesteld en der kerk tot stichting verstrekte. Nu, het gebeurde dat in het jaar 1219 vijf Minderbroeders zich naar Marokko begaven tot verspreiding des geloofs, en tijdens hunne reis, bij de kanunniken van den H. Auguslinus, te Coïmbre, gastvrij werden opgenomen. Ferdinand bewonderde de verregaande verachting der wereld, welke die eerwaardige mannen in kleeding en levenswijze aan den dag legden, en voelde zich allengs tot die orde aangetrokken; en toen, op 16 Januari 1220, dje vijf mannen,
VAN DEN H. ANTOKIUS A PADUA 13
in Marokko onder de hand der ongeloo-vigen als martelaars -waren gevallen, en dat hunne stoffelijke overblijfsels, eenigen tijd later, onder wonderbare voorvallen, naar het klooster van het H. Kruis -werden overgebracht, kende het brandend liefdevuur, dat de grootmoedige ziel van Ferdinand vervulde, nog slechts écnen wensch : ook eens den martelaarspalm verwerven.
Had reeds de deugdzaamheid der Minderbroeders zulken machtigen indruk op zijn hart uitgeoefend, thans werd hij met een onweerstaanbaar geweld er naar toe gedreven, tot die orde over te gaan, welke hem in de gelegenheid kon stellen zijn bloed voor Jesus-Christus te vergieten.
Toen sprak de H. Geest inwendig tot hem en, terwijl hij zich met het wapen van geloof en heiligen ijver omgordde, sprak hij tot zich zeiven : quot; O, als de Almachtige mij toch eens waardig mocht maken deelachtig te worden aan de kroon zijner heilige Martelaren ! O, als Hij het toch eens wilde toelaten, dat het
14 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
zwaard van den beul mij geknield en met neergebogen hoofd trof! Gelooft gij, dat dit voor mij is weggelegd? Meent gij, dat ik dezen voor mij hoogst vreugdevollen dag zal beleven ? » Aldus en nog veel meer sprak hij zacht tot zich zeiven.
In dien tijd woonden er niet ver van de stad Coïmbre op eene plaats, die Sint Antonius heette, kloosterlingen van de Minderbroedersorde, die, ofschoon zij wel niet uitmuntten door geleerdheid, toch om hun heilig leven als voorbeelden van alle wetenschap konden gelden. Ten gevolge van bepalingen hunner orde kwamen zij dikwijls om eene aalmoes naar het klooster, waarin de dienaar Gods leefde. Toen zij nu op zekeren dag als naar gewoonte gekomen waren, had de dienaar Gods in stilte een onderhoud met hen en zeide hun, onder andere, het volgende : « Allerliefste Broeders, ik zou zoo van harte gaarne het kleed uwer orde aannemen onder voorwaarde, dat gij mij belooft mij, zoodra ik bij u ingetreden ben, naar het land der Sstraceenen te zullen zenden, opdat ik daar tegelijk met
VAN DEN H. ANrONIUS A PADUA 15
de andere belijders ook aan de martelkroon deelachtig worde. gt;gt; Bij deze woorden van zulk een man werden zij met niet geringe blijdschap vervuld en, opdat er geen vertraging zou plaats hebben in de uitvoering van deze aangelegenheid, bepaalden zij daartoe den volgenden dag.
Terwijl nu de broeders vreugdevol naar huis terugkeerden, bleet de dienaar Gods Antonius nog slechts achter om volgens afspraak het verlof van zijn abt te verkrijgen. Nadat hij dit door zijn bidden verkregen had, kwamen de Broeders, zoo als bepaald was, bij 't aanbreken van den dag naar het klooster en gaven den dienaar Gods onverwijld hun kleed. Toen dit geschied was en zij reeds op weg waren, riep een der Kanunniken vol bitterheid des harten hem na : quot; Ga maar, ga maar; want gij zult heilig worden. « Daarop keerde de dienaar Gods Antonius zich om en antwoordde hem op nederigen toon : quot; Als gij vernomen zult hebben dat ik heilig ben, zult gij God daarvoor prij-zer. * Toén hij dit gezegd had, gingen de Broeders met haastige schreden naar
KORTE LEVENSBESCHRIJVING
huis om den nieuweling, die hen volgde, feestelijk te ontvangen.
Na tien jaren bij de Kanunniken van het H. Kruis doorgebracht te hebben, ijlde hij dus, in den zomer van het jaar 1220, â welgemoed naar de eenzaamheid van S' Antonio di Olivari, in de nabijheid van Coïmbre. Daar ontving hij het nieuw ordekleed nog hetzelfde jaar, en verwisselde den naam Ferdinand met dien van Antonius, ter eere van den eersten beroemden kluizenaar, aan wien het klooster te Coïmbre was toegewijd.
Eenigen tijd leefde hij onder de zonen van den H. Franciscus in gebed en strenge versterving, als op nieuw in hem het verlangen ontwaakte martelaar des Christendoms te worden. Hij vroeg en bekwam verlof om het Evangelie te gaan prediken aan de Mooren in Afrika. Doch nauwelijks had hij in Mauritanië zijnen apos-tolischen arbeid begonnen, of hij werd aangerand door eene hevige koorts, die hem vier maanden bedlegerig hield. Zijne gezellen berichtten daarvan den overste in Spanje, en Antonius kreeg aanstonds
16
VAN DEN H. ANTOWUS A PADUA
bevel om terug te keeren. Doch zie, op zee brak een geweldige storm los, toen het schip, dat hem vervoerde, niet ver meer van Spanje was verwijderd; het werd op de kusten van Sicilië geworpen en liep aldaar de haven van Messina binnen. Dit alles, ziekte en storm, had echter de Goddelijke Voorzienigheid aldus geschikt, om dien heiligen kloosterling op de plaats te brengen, welke voor hem bestemd was, want te Messina vernam hij dat de H. Seraphijnsche Vader, Franciscus van Assisië, tegen Pinksterdag van hot jaar 1221, in de vlakte van Assisië zijne broeders samenriep tot het houden van een algemeen Kapittel of vergadering der orde, om de verordeningen na te gaan, welke zij tot dusverre op den weg der volmaaktheid volbracht hadden.
Niettegenstaande Antonius nog zeer zwak was, maakte hij van de gelegenheid gebruik om ook dien grooten man te gaan zien en bewonderen, van wien hij zoo veel had hooren spreken; en hij vertrok naar deze stad met eenen jongen leeke-broeder, Philippus genaamd.
2 23
17
18 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
Vijf duizend Minderbroeders kwamen te Assisië bijeen, om hunnen heiligen vader en ordestichter te zien, zijne wijze leerredenen te hooren, en door hem te worden aangewezen om hier of daar eene missie te volbrengen.
Zoo men het hart van Antonius hadde kunnen doorschouwen, zou men daarin eene wonderbare wijsheid en den grondslag eener buitengewone welsprekendheid gevonden hebben, gepaard met eene heiligheid van leven, welke voor den levenswandel van den groeten patriark van Assisië, niet onderdeed.
Niemand der aanwezige broeders, geen der oversten, zelfs de heilige Pranciscus, vermoedde zulks niet eens, want de jeugdige kloosterling zocht zijne voortreffelijke hoedanigheden met dezelfde bezorgdheid te verbergen, als in den regel de meeste menschen er naar streven ze uitwendig te doen schitteren.
Ingetogen bleef hij alleen te midden dezer groote vergadering, zonder zich met iets anders bezig te houden dan het gebed, zonder nader bekende dan God. Tijdens
VAN DEN H. AJsTONIUS A PADUA
die eenzaamheid kon hij echter ongestoorde vreugde smaken in de aanschouwing van het heilige gelaat zijns veel beminden vaders Franciscus, terwijl de H. Franciscus dit zijn kind niet kende, dat toch door God op eene bijzondere wijze bemind werd.
Ook maakte de nederigheid van Franciscus en zijne innige liefde tot God zulk eenen indruk op hem, dat hij besloot niet meer naar Spanje te gaan, maar in Italië en in de nabijheid van Franciscus te blijven, om zijnen zaligen levenswandel te overwegen en den zijnen daarnaar in te richten.
Na het eindigen der vergadering namen de broeders afscheid van hunnen heiligen vader en van den nieuwen generaal der orde, broeder Helias. Ieder kloosterling voegde zich bij den provinciaal zijner landstreek, om daarmede te vertrekken naar de aangewezen bestemming, doch aan Antonius dacht niemand. Hij zag er zoo eenvoudig en ziekelijk uit, dat niemand zich met hem wilde belasten, omdat hij, naar het scheen, het huis eer tot
19
20 KOETE LEVENSBESCHRIJVING
last dan tot hulp zou verstrekken; ook gaf -weinig spraakzaamheid hem den schijn van minder bekwaamheid. Alle provincialen waren reeds vertrokken, slechts de provinciaal van Romagna, Gratiaan, was nog aanwezig. Terwijl alle anderen dus vertrokken, bleef hij den ganschen dag in het gebed verslonden en beval in zijne eenvoudigheid en verlatenheid zich zeiven, zijn weg en zijne toekomst aan de Goddelijke voorzienigheid van zijn Verlosser aan. Toen Broeder Gratianus hem zag, vroeg hij hem, of hij priester was, waarop de Heilige, zonder veel woorden te gebruiken en zonder zijne kennis der Heilige Schriftuur te verraden, zacht en ootmoedig antwoordde : quot; Ja, dat ben ik »
Nadat Broeder Gratianus dit vernomen had, ging hij, niet alleen omdat er toen groot gebrek aan geestelijken was, maar ook omdat de Heilige Geest het hem ingaf, naar den Generaal-Overste Helias en smeekte hem Broeder Antonius aan zijne zorgen toe te vertrouwen, wat hij dan ook verkreeg. De Heilige maakte niet de
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 21
minste melding van zijne geleerdheid; geen woord van zijne wetenschappelijke ontwikkeling kwam over zijne lippen. Al zijne kennis en wetenschap stelde hij vol onderwerping in den dienst van God; Hem alléén, die den kruisdood geleden heeft, wilde hij kennen, aan Hem zich laven, Hem geheel bezitten. Broeder Gratianus, die de wonderbare dienstvaardigheid van dezen aan God geheel overgegeven man eerbiedigde, nam zijne geloften aan en bracht hem naar de Romagna. Wijl de man Gods een nieuweling in de Orde was, wist hij niets van het kluizenaarsleven en zijne instellingen; nochtans, wijl hij naar eene plaats van rust en teruggetrokkenheid zocht, verlangde hij voor zich ook geene verzachting. Van de Broeders nu leefden er zes als kluizenaars, terwijl niemand van hen priester was. Hun oog viel op den eenvoudigen en streng levenden Antonius; zij richtten dringende gebeden tot hun Overste en verkregen, dat hij voor hen de Heilige Geheimen vierde. Terwijl hij onder de genoemde kluizenaars leefde,
22 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
had een dezer Broeders voor zich in eene spelonk eene cel gemaakt, die zeer geschikt was voor het gebed, om God des te volmaakter te kunnen dienen. Toen de dienaar Gods op zekeren dag die cel zag, smeekte hij den Broeder vurig, maar nederig, ze aan hem af te staan, wijl ze om hare eenzame ligging zeer veel tot eene godvruchtige gemoedstemming bijdroeg. Geen enkele dag ging nu voorbij, o£ de Heilige ging naar die kluis en bracht daar langen tijd in een innig, warm gebed door ; nooit echter nam hij eene snede broods of een teug water mede, maar verliet die afgezonderde plek om met de andere Broeders gezamenlijk aan tafel te gaan, zoodra hij het teeken met het klokje voor het middaguur hoorde. Nadat hij eenigen tijd daar vertoefd en den Gardiaan en de overige Broeders beter had leeren kSnnen, bemerkte hij, dat zij zich, behalve met hunne studie, nog met verscheidene andere nuttige werken bezig hielden. Hierop deed hij zich bittere verwijten en hield zich voor een geheel nutteloozen mensch,
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 23
die het brood, hetwelk hij at, niet waard was, omdat hij door de anderen gediend werd. Het was hem, alsof hij niets bijbracht aan het algemeen welzijn en alsof hij daarheen gekomen was niet om te dienen, maar om gediend te worden. Van dit oogenblik af echter koos de ootmoedige dienaar van Christus voor zich de nederigste werken en diensten, wierp zich voor zijn Gardiaan ter aarde en bad hem allerdringendst maar onderworpen, dat hem als eene bijzondere gunst het wasschen van het huisraad en het vegen en schoonmaken van het huis zou opgedragen worden. Nauwelijks was hem deze gunst toegestaan, of hij volbracht deze diensten met bewonderenswaardige toewijding, zelfverloochening en ijver; terwijl hij op deze wijze zijn werk deed, at hij zijn brood met grootere gewetensrust. Nochtans, zoodra hij zijij. arbeid zoo nauwkeurig mogelijk gedaan had, keerde hij telkens naar zijne geliefde kluis tot het inwendig gebed en de overweging terug.
24 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
In dezen tijd van afzondering en teruggetrokkenheid maakte hij zooveel voortgang in de volmaaktheid, dat zijn geest volmaakt over het vleesch heerschte. Stipt onderhield hij den Regel van zijn heilig Orde; nooit liet hij eenige godvruchtige oefening op den vastgestelden tijd na. Het vastgestelde uur was hem heilig. Eens dat hij zich op het teeken van het klokje gereed maakte tot zijne medebroeders terug te keeren, kon hij dit nauwelijks; want zijn lichaam was door nachtwaken uitgeput en door vasten uitgemergeld; toch spoedde hij zich met sidderende leden om niet te laat te komen. Het zij voldoende te zeggen, dat hij het vleesch door onthouding zoo streng onder bedwang hield, dat hij volgens de bekentenis van ooggetuigen, zeker niet in staat zou geweest zijn terug te keeren, hadden zijne medebroeders hem niet de behulpzame hand geboden en gesteund.
Deze jonge, onbekende kloosterling werd later de zoo beroemde, groote Wonderdoener, de H. Antonius van Padua.
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 25
Antonius, die niets vuriger wenschte dan voor de wereld onbekend te blijven, leefde in zijn klooster in groote verborgenheid, onderhield zich met God, voegde bij zijne overwegingen strenge verstervingen en harde werken van boetvaardigheid, verdroeg alle vernederingen met geduld en bewaarde zulk een diep stilzwijgen, dat hem nooit een woord ontging, waaruit men zijne kundigheden had kunnen opmaken. Gods inzicht was echter niet Antonius altijd verborgen te houden. In 1221 nam de Gardiaan hem mede naar Forli, alwaar de Ordebroeders van den H. Franciscus met de naburige Dominikanen wegens kloosterlijke aangelegenheden, eene vergadering hielden. Na het avondmaal verzocht de Gardiaan de Dominikanen, om als genoodigden, eene stichtende aanspraak voor de vergadering te houden. Allen verontschuldigden zich, voorgevende, dat zij er niet op voorbereid waren; evenzoo deden de Minderbroeders. Toen hij zag dat alle broeders bleven weigeren, liet hij de
26 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
oogen op Antonius vallen, en zeide : quot; Indien er dan niemand is, die ons het woord des Heeren wil voorhouden, dan zal broeder Antonius zulks wel doen. » Antonius verschrok op dat bevel, beleed zijne onbekwaamheid en zeide, dat hij zich uitsluitend aan den keukendienst had toegewijd. Doch de Gardiaan bleef bij zijn verzoek en hernam : « Spreek, mijn zoon, en deel ons mede, wat de heilige Geest u zal ingeven. » Hij gehoorzaamt. In het begin was hij eenvoudig, maar beschroomd : hij wilde veracht en onbekend blijven en gaf derhalve bij deze gelegenheid de voorkeur aan de ootmoedigheid boven den roem der wetenschap. Langzamerhand grijpt eene heilige geestvervoering den redenaar onwillekeurig aan. Hij kan het goddelijk liefdevuur, dat zijne ziel verteert, niet langer wederstaan; wonderbaar neemt zijn woord in kracht toe. Zijne door vasten verzwakte stem herkrijgt haar vollen klank; zijn lichaam, door strenge boetplegingen ter neer gebogen, richt
VAN DEN H. AKTOMÃS A PADUA 27
zich op, en zijne gestalte herkrijgt wederom de hem aangeborene edele indrukwekkendheid.
Stom van verbazing, ja door angst bevangen, staarden de geestelijken dien armen, onbekenden broeder aan. Zij wilden de kracht zijner rede toeschrijven aan eene voorbijgaande geestvervoering, waarin hij voor dat oogenblik geraakte; als hij echter van lieverlede uit de verhe-venste plaatsen der Kerkvaders en onderscheidene teksten der heilige Schrift de roerendste en verhevenste gedachten ontwikkelde, begreep elk, dat een wonder der diepste ootmoedigheid dezen grooten Heilige tot dan toe nog had verborgen gehouden. De provinciaal, broeder Gra-tiaan, haastte zich de in Antonius ontdekte hoedanigheden aan den heiligen Franciscus van Assisië bekend te maken.' Die tijding verblijdde de ziel van Franciscus door heilige hoop en vreugde; het werd hem duidelijk dat van nu af een drievoudige luister zijn orde reeds hier op aarde zou kenmerken, namelijk die
28 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
der heiligheid , der kunde en van het martelaarschap , en hij beval Antonius om voortaan zijn leven te â wijden aan de verspreiding des geloofs. Te dier gelegenheid zond de H. Franciscus aan Antonius eenen brief van den volgenden inhoud :
« Broeder Franciscus wenscht aan zijn beminden broeder Antonius heil en zaligheid. quot;
quot; Het is mij lief, dat gij aan de broeders de godgeleerde schriften uitlegt : zoo nochtans, dat noch in u, noch in anderen, en dit is mijn vurige wensch, de geest des gebeds worde uitgedoofd, gelijk zulks inden regel staat, dien wij belijden. Vaarwel! »
Nederig en gehoorzaam begon nu die heilige zijne talrijke missiereizen! Hij doorreisde het Noorden van Italië en het Zuiden van Frankrijk , Ar les, Avignon , Montpellier, Lumel, Toulouse, Brives , Limoges, Le Puy, Brioude en nog aan talrijke andere Fransche steden viel het geluk te beurt den nieuwen Apostel te zien en te hooren.
Ofschoon de heilige geheel zijne jeugd
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 29
in Portugal had doorgebracht, en zich daar nooit op de studie der talen had toegelegd, predikte hij des niettemin met evenveel gemak in het Italiaansch en het Fransch, alsof hij van kindsbeen af daarin was opgevoed.
Hij wijdde zich met weergaloozen ijver aan het heil der zielen, aan de bestrijding der ketterijen en de verbetering der zeden.
De natuur en de genade schenen hem voor zulk gewichtig werk gevormd te hebben : hij had een beleefd uiterlijk, voorkomende manieren en een innemend gelaat. Zijne stem was krachtig, helder, aangenaam, en zijn geheugen gelukkig; maar zijne welsprekendheid ontving hare voornaamste kracht uit de zalving, waarmede hij zijne leerredenen voordroeg; zijne woorden waren als zoovele pijlen, die in de harten zijner toehoorders drongen. De kennis van de heilige Schriftuur en van den gewijden tekst was, in zijne handen, eene overvloedige bron van licht, en hij verklaarde er den zin en den geest van met een wonderbaar gemak en eenen diepen indruk. Hij deelde aan anderen van
30 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
zijne volheid mede, en 'twas niet te verwonderen, dat hij, naliet vuur der goddelijke liefde in zijne eigene ziel ontstoken te hebben, dit ook deed branden in allen, die hem hoorden.
Vol verachting voor de wereld, verhief hij zich boven alle menschelijk opzicht. Hij verkondigde de waarheden van het Evangelie aan grooten en kleinen, rijken en armen, met dezelfde kracht en ijver. Hij dwong de bewondering der geleerden af door zijne verhevene gedachten, zijne edele verbeelding en de waardigheid , waarmede hij de eenvoudigste waarheden der zedeleer voorstelde ; van den anderen kant maakte hij zich verstaanbaar voor de minst geoefenden, door zijne eenvoudige voordracht, die de afgetrokkenste zaken als tastbaar deed worden. Men vergaderde in menigte, om hem op alle plaatsen, waar hij predikte, te hooren.
Gewoonlijk hield Antonius zijne predikatiën in het open veld, want de kerken konden de menigte volks, welke hem wenschte te hooren, niet bevatten. Dikwijls omringden meer dan dertig duizend
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 31
personen zijnen preekstoel. Des nachts te voren zag men reeds eene ontelbare menigte mannen en vrouwen, van fakkels voorzien, de wegen bedekken, en zich verdringen op de plaats, waar de preek zou gehouden worden. Vreugde beving allen zoodra de heilige missionaris verscheen, door geestelijken omringd. Dan volgde wederom stilte en de harten ontsloten zich om den dauw der goddelijke genade op_te vangen. Gelijk een vlammend vuur drong het woord des heldhaf-tigen verkondigers van Jesus-Christus in de harten der toehoorders. Weldra vloeiden er overvloedige tranen; het snikken en de smartelijke ontboezeming van berouw verdoofden schier de stem des in-drukwekkenden redenaars.
Overal, waar de heilige gepredikt had, zag men de bitterste vijanden zich met elkaar verzoenen, ketters tot het geloof bekeeren , ingekankerde haat maakte plaats voor vriendschap en vrede, woekeraars gaven het onrechtvaardig verkregen goed terug; overal werden godsdienstige gezelschappen en broederschappen ge-
32 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
vormd, welke zich er op toelegden de boetvaardigheid te beoefenen en nog lang tot stichting van het nageslacht strekten.
Allengskens werd Antonius tegen zijnen wil tot de hoogste waardigheden zijner orde verheven, welke hij ook nauwkeurig en met vlijt waarnam. Hoe hij bij elke gelegenheid, als het de eer van Ood gold, eenen onvermoeiden ijver en onverschrokken moed aan den dag legde, kan men nagaan uit het volgende: Toen de H. Fran-ciscus, in het jaar 1226 gestorven was, werd Helias, een man die de beginselen der wereld huldigde, tot generaal der orde gekozen, en slopen er door zijn wanbestuur groote misbruiken in. Zijn ergerlijk gedrag zou de orde in korten tijd te niet hebben doen gaan, indien er geen spoedig middel tegen ware aangewend. Antonius en een Engelschman, met name Adam, verhieven vruchteloos hunne stem tegen de misbruiken; zij werden als warhoofden en onruststokers behandeld, en haalden zich, door hunnen ijver, vele versmadingen en mishandelingen op den hals. De zaak werd eindelijk voor den
VAN DEN H. ANTON IUS A PADUA 33
Paus, Gregorius IX, gebracht, en Helias ontving bevel om te Rome voor hem te verschijnen. Daar werd hij schuldig bevonden aan al de hoofdbezwaren tegen hem ingebracht, en dien ten gevolge gestraft met de ontzetting uit zijne waardigheid van algemeen overste der orde.
Intusschen was de Paus ten uiterste tevreden over den ijver van Antonius voor de belangen zijner orde. Hij ontsloeg hem, op zijn dringend verzoek, van het ambt van Minister-Provinciaal en alle andere lasten, doch op voorwaarde, dat hij te Rome zou blijven, en daar in en buiten de stad zou prediken. Antonius echter, die het gewoel eener hoofdstad geenszins beminde, bad den Paus om eenigen tijd op den berg Delia Verna te mogen gaan doorbrengen, ten einde wat uit te rusten, om in het gebed nieuwe krachten te putten en daarna , met vernieuwden moed, Gods woord alom te kunnen verkondigen. Gregorius gaf hem, hoewel ongaarne , zijne toestemming, waarna de Heilige vergenoegd vertrok. Hij verbleef op den berg Delia Verna tot den eersten Zondag van 3 23
34 KORTE LEVENSBESCHRIJVINS
de vasten van het jaar 1231, en begaf zich toen naar Padua, in het klooster van Sancta-Maria.
Alhoewel het zijn voornemen niet was geweest de vasten te prediken, liet hij zich echter door de goede Paduanen overhalen om â helaas! voor 't laatst, â de honge-rigen met het woord Gods te spijzen, en de zondaren tot boet op te wekken. Ondanks het verval zijner krachten, predikte hij alle dagen in het open veld, voor eene onafzienbare menigte. Na zijne leerredenen, gaf hij nog bijzondere onderrichtingen aan verscheidene personen, die hem kwamen raadplegen, en bracht het overige van den dag in den biechtstoel door, waar hij soms tot den avond bleef, zonder eenig voedsel te nuttigen.
Antonius hield zijnen apostolischen arbeid vol tot aan de Pinksterdagen. Toen, door de vermoeienissen en zijne gestrengheden uitgeput, gevoelde hij, dat hij het prediken moest staken. Hij begaf zich naar het klooster te Campo San Pietro, op drie uren afstand van Padua, om zich daar in stille afzondering, met zijnen God te on-
VAN DEN H. A.NTOKIUS A PADUA
derhoudcn en zich tot de groote reis naar â de eeuwigheid voor te bereiden.
Zijne laatste woonplaats op de aarde was â¢eene cel, die de adele heer Tisso, op zijn verzoek, voor hem deed maken tusschen â de takken van eenen reusachtigen notelaar in de eenzaamheid van Campietro. Daar, verwijderd van de wereld en van hare geruchten, onophoudelijk overgeleverd aan heilige overwegingen, of in vurige gebeden verslonden , bereidde hij zich tot den dood, die hij wist. nakend te zijn. » Men voelde, dat hij aan de deur van den hemel was, quot; zegt de schrijver van het naamloos leven.
Hij gelukte er nochtans niet in zich te doen vergeten. Een geschiedschrijver verhaalt dat het volk, toen het wist op welke â¢plaats hij zich had teruggetrokken, nog het geluk wilde genieten hem te zien en te hooren. Van uit zijne in de lucht verhevene col zag hij welhaast aan zijne voeten eene ingetogene menigte, gelukkig haren welbeminden apostel te hebben weergevonden, en hem met gretigheid het voedsel van het goddelijk woord verzo
35
36 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
kende. Antonius kon aan dien wensch niet â wederstaan, en de notelaar, waar hij gedacht had eene schuilplaats te vinden voor zijne nederigheid, werd een predikstoel, van denwelken hij aan zijne toehoorders de laatste tonen zond van deze stem, die welhaast zoude verstommen.
Op zekeren dag dat Antonius, volgens zijne gewoonte en om den regel na te komen, te midden zijner broeders was afgekomen ten einde een weinig voedsel te nemen, zag men hem eensklaps ver-bleeken en neerzakken. Hij voelde dat zijn laatste uur daar was, riep Broeder Kuger en zegde hem : « Indien gij het goed vindt, mijn waarde Broeder, zal ik mij laten vervoeren naar Padua, in het klooster van de H. Maria, ten einde teveel last aan de Broeders van dit huis te sparen. Broeder Ruger dacht dit verzoek te moeten inwilligen endeed eene kar gereed maken om den Gelukzalige te vervoeren. De Broeders van Campietro waren bedroefd over het besluit, dat hun een zoo-kostbaren schat ontrukte. Zij smeekten Antonius hen niet te verlaten. Maar hij
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA
dacht ongetwijfeld dat een kloosterling in zijn klooster moet sterven, zoo als een soldaat op zijnen post; hij ontrukte zich dan aan de teederheid zijner broeders te Campietro en vertrok om in het klooster van Sta Maria, te Padua, te gaan sterven.
De kar, die hem vervoerde, naderde de poorten der stad, toen een broeder van het klooster van Sta Maria hem ontmoette. Deze, verschrikt bij het zien der buitengewone zwakheid van den zieke, raadde hem aan niet in de stad terug te keeren. De Gelukzalige keurde het gedacht goed en deed zich vervoeren naar het klooster van Ar-cella, waar eenige Minderbroeders verbleven, en dat buiten de muren gelegen was, dicht bij liet kwartier van het Brugge-hoofd. De ziekte van Antonius was verergerd door de vermoeienissen der reis, en hij lag welhaast op het uiterste. Na onder de teedere zorgen, die twee broeders hem toedienden, eenige rust te hebben genoten, drukte hij het verlangen uit het Sacrament van Boetvaardigheid en de heilige Communie te ontvangen. Broeder Roger haastte zich ze hem toe te dienen in tegen-
37
3S KORTE LEVENSSESCHRIJVING
woordigheid van al de kloosterlingen, die in tranen baadden. Met welke liefde en vreugde vereenigde zich de Apostel, voor de laatste maal in deze wereld met zijnen goddelijken Jesus, aan wien hij zijn leven had toegewijd, en die hij in de eeuwigheid ging zien.. In deze overmaat van geluk, schenen zijne krachten te hernemen, en na Jesus aanbeden en bedankt te hebben, bedankte hij zijne goddelijke Moeder, en hief met klare en zoetluidende stem dezen lofzang aan, dien hij zoo dikwijls gezongen had: O gloriosa Domina. Dan sloeg hij de oogen hemelwaarts; zij schenen zich op een verrukkend schouwspel te vestigen. Men zag dat hij reeds het heil der uitver-' korenen smaakte. God wilde zijn heilig leven bekronen met zijne laatste oogen-blikken onuitsprekelijke vertroostingen te schenken.
Toen een der omstaanders aan den gelukzaligen vroeg wat hij aanschouwde, antwoordde hij :
quot; Ik zie Jesus en zijne allerheiligste Moeder. »
De kloosterlingen, die daar tegenwoor-
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 39
dig waren, oordeelden, dat het oogenblik gekomen was om hem het Heilig Olijsel toe te dienen. Hij ontving dit Sacrament met liet vurigste geloof en het levendigste berouw over zijne fouten. Gedurende de ceremoniën bad hij met zijne broeders de psalmen van boetvaardigheid. Sedert dit oogenblik bracht hij geen woord meer uit. Kalm en helder te midden der pijnen van den doodstrijd, leefde hij nog eene halve uur na het H. Olijsel ontvangen te hebben. Eindelijk ontsliep hij zachtjes in de armen zijner broeders, zoo als iemand die in ee-nen rustenden slaap treedt. Zijne ziel had haar ballingschap verlaten; zij was de heerlijkheid van het vaderland ingetreden. Deze gelukzalige dood viel voor op 13 Juni van het jaar 1231.
Nauwelijks had hij den geest gegeven, of God begon hem 1;e verheerlijken door eene onafgebrokene reeks nieuwe mirakelen. Na zijne dood hernam zijn aangezicht de frissche kleuren zijner jeugd; zijne lippen, verzwakt door de ziekte, werden wederom rood; zijne handen en zijne ledematen behielden eene niet gewone buig-
40 korte levensbeschrijving
zaamheid en blankheid. Het nieuws dezer droevige gebeurtenis verspreidde zich als eene bliksemstraal. Aanstonds onderging de stad Padua als eene pijnlijke siddering. Men hoorde de stem der kleine kinderen, die al roepende door de straten liepen : quot; De Heilige is dood! » En aanstonds sprongen al de inwoners der stad buiten hunne woning, snelden, als een woeste stroom, naar het klooster van Arcella en omringden het langs alle kanten. Uit het midden dezer woelige menigte gingen pijnlijke en klagende kreten op. Het was een volk in rouw gedompeld en dat den dood beweende van eenen welbeminden vader.
Uitvaart en heiligverklaring van den H. Antonius van Padua
e arme Broeders van Arcella zagen niet zonder angstige bezorgdheid de massa volks, die zich al meer en meer rond hun klooster vergrootte; maar hunne vrees verdubbelde, als de inwoners van het kwartier het Bruggehoofdzioh gewapend aan den in-
VAN DEN H. ANTONIÃS A PADUA 41
gang van het klooster kwamen scharen en het besluit uitdrukten het lichaam van den gelukzalige te bewaken. De Bisschop nochtans, door de Broeders geraadpleegd, besliste dat het lijk moest overgebracht worden naar het klooster van Sancta Maria, en verzocht de magistraten van Padua dit besluit te doen uitvoeren.
Op dit nieuws werden de bewoners van het Bruggehoofd door gramschap ontroerd en verblind. Zij riepen hunne vrienden uit de gebuurte ter hulp, en allen gezamenlijk een echten bond vormende, zwoeren zij hun leven bloot te stellen, liever dan hun het lichaam van den H. Antonius te laten ontnemen. Eindelijk besloten zij in het geheim het lichaam te ontvoeren en het in verzekerde bewaring te brengen. De Broeders, onderricht van hunne samenspanning, smeekten hen de aankomst van den Pater Provinciaal af te wachten, en voor meerdere zekerheid, haastten zij zich de menigte terug te zenden en zich in hunne huizen te versterken. Maar, te midden van den nacht, kwam de menigte terug en vroeg met groot geschreeuw het aange-
42 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
zicht van den heilige te mogen zien. De poorten van het klooster waren met ijzeren staven gesloten; zij werden verbrijzelden het volk wilde het klooster binnen ijlen. Maar, o wonder! drijmaal wilde het naar den ingang, en drijmaal werd het door eene onweerstaanbare macht terug gedreven. De poorten waren daar open voor hen, en het was hun onmogelijk den dorpel te overschrijden. Het binnenste van het-klooster was helder verlicht, en nochtans waren deze woedende lieden , zij hebben het later bekend, als in de duisternis rondtastende en konden den ingang niet meer vinden.
De aankomst van den Provinciaal bracht een oogenblik de kalmte in de geesten terug. Echter toonden de inwoners van het Bruggehoofd zich onverzetbaar in het besluit het heilig overschot te bewaren; de Provinciaal richtte zich dan tot de magistraten, om hun te melden dat de doorluchtige overledene moest begraven worden in de kerk van Sancta Maria, en vroeg hunne bescherming.
Deze besloten eene scheepsbrug te ma-
VAN DEN H. ANTOKIUS A PADUA 43
ken bij Arcella, om het lichaam van An-tonius naar Sancta Maria te brengen zonder doorliet kwartier vanhet Bruggehoofd te moeten.
Maar de oproerigen -wierpen zich op de werkliedenen verspreidden de materialen, die men had aangebracht. Die stoutmoedigheid, ontstak de gramschap van het volk van Padua, dat zich bereidde deze onzin-nigen door de wapens terug te drijven.. Deze laatsten maakten zich tot de verdediging gereed. De twee partijen waren op het punt handgemeen te worden; geene menschelijke macht was nog in staat het bloedvergieten te beletten. Maar het gebed der Minderbroeders en de bescherming van den H. Antonius verdreven dit ongeluk. De podestaat nam oogenblikke-lijk een besluit, dat volledig gelukte : hij riep de burgers bijeen in algemeene vergadering, en de woelmakers zich daar met de anderen begeven hebbende, verbood hij hun, onder de strengste straffen, in hun kwartier terug te keeren.
Deze krachtdadige maatregel deed oo-genblikkelijk de stoutmoedigheid der
44 KORTE LEVENSBESCHRIJVING
woclmakers dalen en opende hun de oogen over het onzinnige van hun gedrag. De eendracht werd als bij tooverslag hersteld. Men dacht aan niets meer dan om met groote plechtigheid de uitvaart van den welbeminden Apostel te vieren.
Op 7 Juni begaf zich de bisschop, aan het hoofd der geestelijkheid, en gevolgd van de magistraten, van de gewapende soldaten en van eene buitengewoon talrijke menigte, naar het klooster van Ar-cella, en bracht zegepralend naar Sancta Maria het lichaam terug van den Gelukzalige , dat door de doorluchtigste burgers op de schouders werd gedragen. Overal waar de onmetelijke stoet doortrok, waren de wegen versierd met groen en met bloemen.
Eene geestdriftige vreugde beheerschte alle harten, schitterde in alle oogen, en vertolkte zich door de toejuichingen der geloovigen, welke zich mengde met de tonen der krijgsbazuinen, met het klok-kengeluid en de kerkgezangen. Iedere deelnemer droeg eene brandende flambeeuw in de hand; er waren er zoodanig
VAN DEN H. ANTONIÃS A PADUA 45
veel, zegt de naamlooze schrijver, dat heel de stad in vuur scheen.
De Bisschop droeg het H. Sacrificie op te Sancta Maria vóór het lichaam van den heilige, alvorens het in zijne laatste rustplaats neer te leggen. Zijn graf werd op â wonderbare wijze gevonden, den dag der uitvaart. Het is eene graftombe van buitengewoon marmer in onbepaalbare kleur. Het bevat hedendaags nog de stoffelijke overblijfsels van den H. Antonius, en wordt de Arfe van den Heilige genoemd.
Van dien dag afstroomden rond het graf eene massa geloovigen te zamen, welke samenstrooming zich reeds gedurende zes eeuwen voortzet. De wonderen vermenigvuldigden zich. quot; Het getal, dat zij bereikten, was een nieuw wonder. »
Er was nauwelijks eene maand verloo-pen sedert de dood van Antonius, en reeds vroeg de geestelijkheid en het volk zijne heiligverklaring. De enkwesten, door den H. Vader genomen, leidden tot de voordee-ligste besluitselen.
Den 30quot; Mei 1232, min dan één jaar na zijnen dood, wierd de groote Apostel door
KORTE LEVENSBESCHRIJVING
Z. H. Paus Gregorius IX, plechtig heilig-verklaard te Spoleta, voor eene tallooze menigte mannen uit alle landen samengestroomd. De Paus deed in tegenwoordigheid van die ontelbare vergadering het verhaal lezen der vijf en veertig mirakels, onlangs gebeurd door de tusschenkomst van den H. Antonius, en door de pauselijke commissarissen met de nauwste voorzorgen onderzocht. Deze lezing deed de tranen vloeien van al de tegenwoordigen , waarvan verscheidene ooggetuigen waren geweest van deze wondere feiten.
Denzelfden dag, op het oogenblik dat de Kathedraal van Spoleta weerklonk van. de erkentelijke gezangen der Kerk en van de toejuichingen van eene ontelbare menigte , begonnen de klokken van al de kerken te Lissabon van zelf te luiden, en hunne blijde toonen deelden aan al de inwoners eene groote vreugde mede. Allen kwamen uit hunne huizen, hieven zegezangen aan en gaven zich, op quot;de o-penbare plaatsen, aan betoogingen van buitengewone vreugde over. Het was
46
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 47
het verschijnsel. Maar -wie zal de vreugde beschrijven van de inwoners van Padua, wanneer zij de heiligverklaring van hunnen Apostel vernamen! Men zou gezegd hebben dat zij hem weerzagen, bekroond met de hemelsche glorie. Zij wenschten malkander geluk, zij omhelsden elkander, zij liepen naar de kerk van Sancta Maria. De eerste verjaardag van de dood van den heiligen Antonius was ook die waarop men zijn eerste feest vierde ; buitengewone eer en die aan niet eenen anderen Heilige te beurt viel.
RESPONSORIE gemaakt
door den H. Bonaventura TOT LOF VAN DEN
HEILIGEN ANTOKIUS A PADUA
^JMT^lt gij mirakels zien? Het weenen, kermen, zuchten.
De duivel, dood en pest, de ketterij moet vluchten;
Wat ziekten dat het zijn, melaatschheid, die vergaat,
Geen mensch, hoe krank hij is, die niet gezond opstaat.
De zee die wijkt voor hem, de banden der gevangen
Die springen door hem los; zoo jong als oud ontvangen
In allen hunnen nood, hulp, troost en onderstand.
RESPONSORIE VAN DEN H. ANTONIUS
En -wat verloren is, komt wederom ter hand.
v. Degenen, die tot hem maar sturen hun gebeden,
Die hebben noch gevaar, noch ramp, noch
zwarigheden;
Dit moet hij, die 't bevindt, belijden openbaar.
En die van Padua vrij zeggen allegaar :
De zee die wijkt voor hem, enz.
v. Glorie zij den Vader, en den Zoon, en
H. Geest.
De zee die wijkt voor hem, enz.
v. Bid voor ons, H. Antonius!
K. Opdat wij waardig worden der beloften van Cliristus.
Gebed
49
O God ! verleen ons dat de voorbidding van den H. Antonius uwe Kerk verblijde, opdat wij met geestelijken onderstand altijd beschermd worden, en verdienen de eeuwige vreugden te genieten. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
4
23
WONDERDADEN -WA.na' X»JGI«I mi. r*:-»â «ï-vxK: H;
De H. Antonius verwekte dooden
fOE vele dooden er door de voqf-spraak van den heiligen man zijn tot het leven verwekt , kan men met geene vaste zekerheid verklaren; ee-nigen zal ik hier bijbrengen.OE vele dooden er door de voqf-spraak van den heiligen man zijn tot het leven verwekt , kan men met geene vaste zekerheid verklaren; ee-nigen zal ik hier bijbrengen.
De jaarboeken der orde van den H. Francisous zeggen, dat hij eerst twee kinderen van den dood verwekt heeft, het eene dat in eenen ketel met ziedend water gevallen, en het andere, dat in de wieg versmacht was, terwijl de moeders het sermoon van den H. Antonius waren gaan bijwonen (Vide R. P. Daniëlum Papebro-chium in vita S. Antonii a Padua fol. 728. C. 3. n. 22 et n. 23.).
WONDERDADEN VAN DEN H. ANTONIUS 51
Antonius zich te Padua be-
werd zijn vader te Lissabon,
in Portugal, van moord beschuldigd , in hechtenis genomen, voor de rechtbank gedaagd en met zijne geheele familie in de gevangenis geworpen, omdat inderdaad de schijn tegen hem getuigde, daar het lijk van den verslagene in zijnen tuin, waarin de moordenaar het geworpen had, ontdekt was geworden. De heilige, door veropenbaring van het gevaar bewust, waarin zijn vader zich bevond, vroeg zijnen overste verlof om uit te gaan, doch werd door eenen engel naar Lissabon vervoerd. Daar verscheen hij den volgenden morgen voor den rechter en smeekte hem dringend om de bevrijding zijns vaders, die gelijk hij verzekerde, onrechtvaardig van moord beschuldigd was. Toen de rechter hem zulks' weigerde, verzocht hij, dat het lijk van het slachtoffer hem zou worden getoond. Men bracht hem in de raadskamer, en de groote dienaar Gods, die de sleutels van leven en dood in handen had, beval den doode, in den naam van Jesus, op te staan en voor al de vergader-
WONDERDADEN
den te getuigen, of zijn vader, zijne moeder of iemand hunner dienstboden hem vermoord had. In hetzelfde oogenblik stond de doode op, en antwoordde, dat de wegens moord op zijn persoon beschuldigden, geheel onschuldig waren, en niet het minste aandeel daaraan hadden. Na deze woorden sliep hij weder rustig in. Zoo werd Martin van Bellones met vrouw en huisgenooten in vrijheid gestelden keerde eervol huiswaarts. De heilige bleef nog den volgenden dag bij hen , om hen te troosten en tot de deugd op te wekken, en werd den volgenden nacht door denzelfden Engel naar zijn klooster te Padua teruggebracht.
IYIEN gunste zijns vaders deed de heilige * nogmaals eene dergelijke reis; want deze edelman, die tegenover de wereld veel te goedertrouw was, had sedert lange jaren in zijn ambt van koninklijk rentmeester meermalen verzuimd kwitantie te vorderen der gedane betalingen , en als deswegen door de schatbewaarders een ge-
52
van den h. anionics a padua 53
rechterlijk onderzoek tegen hem werd ingesteld, en hij alle uitgaven niet kon verantwoorden, liep hij gevaar groote sommen te moeten bijleggen, of, zoo hij die niet kon storten, tot levenslange gevangenisschap veroordeeld te worden. De heilige, dit dreigend onheil weder door openbaring vernemende, sloeg opnieuw dien onzichtbaren weg, den weg der engelen in, kwam nog denzelfden nacht te Lissabon aan, legde den rechters alles, waaraan zijn vader het geld had besteed, zoo duidelijk uit, en gaf alle omstandigheden van tijd, plaats en personen zoo nauwkeurig aan, dat zij hem moesten vrijspreken. Zegevierend keerde genoemde heilige langs genoemden weg naar zijn klooster terug, waar men zijne afwezigheid nauwelijks had bemerkt.
Ãnn het jaar 1640, den 21n September, rees in Loretten een zware twist op tus-schen twee personen, die van scheldwoorden tot een gevecht kwam, waarin de eene, die in zeven jaren geene biecht had
â wonderdaden
54
gesproken, op de plaats dood bleef. Toen zijne zuster, die tot den H. Antonius zeer devoot -was, dit vernomen had, en voor de ziel van haren broeder zeer bezorgd -was, ging zij zich aanstonds nederwerpen voor het beeld van den Heilige, biddende, dat hij dien ellendige niet voor eeuwig zou laten verloren gaan. En zie, o wonder, hij, die volgens het oordeel van eenieder, twee uren had dood gelegen, begint zich te verroeren; hij spreekt, en vraagt eenen biechtvader; na gebiecht te hebben, ontving hij de gewoonlijke heilige Sacramenten, en geeft zijnen geest in de handen van den genadigen God, die hem, door de voorspraak van zijnen roemrijken dienaar, dien tijd vergund had om zich tot eene gelukkige eeuwigheid te bereiden. (Bouvier fol. 6. V. Papeb. fol. 774, XII. n. 145.).
aar nog wonderlijker is het, wat erquot; in het rijk van Napels, den 15quot; April 1675, is voorgevallen. Zekere koopman in lijnwaad, met name Antonius Tartamanus de Monte Muro, een groote dienaar van./
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 55
onzen Heilige, reizende naar Ferrandina, om aldaar zijne noodige waren op te koo-pen, had het avondmaal genomen bij zijnen vriend, -waarbij nog twee anderen van hunne kennis zich gevoegd hadden. Deze drie, denkende dat hij veel geld moest bij zich hebben, mits hij uitging om waren te koopen, vielen hem des anderendaags als moordenaars aan en boeiden hem met koorden. In deze benauwdheid beveelt hij zich tweemaal aan zijnen lieven Patroon, den H. Antonius, roepende : o H. Anto-nius! o H. Antonius! En aanstonds geeft een van de drie hem met een bijltje een geweldigen slag op het hoofd, terwijl hij spottend zegt ; ga en roep nu nog den H. Antonius. Eindelijk, na dat zij hem door menigvuldige slagen en wonden hadden vermoord, wierpen- zij het lijk in eene gracht en bedekten het met eene groote menigte bladeren en steenen. Het lichaam had daar al vijf dagen gelegen, en begon te rotten en van de wormen te krielen, wanneer zijn getrouwe voorstander, de H. Antonius, kwam, en hem tweemaal toeriep met zijnen naam : Antonius! An-
WONDERDADEN
tonius! Hierdoor stond de doode als uit eenen slaap op. De heilige nam hem met de hand, bracht hem op den rechten weg naar huis, en zegde hem : Om u van den dood op te wekken, heb ih u tweemaal bij uwen naam geroepen, omdat gij mij tweemaal aangeroepen hadt; ga nu, maar wacht u wel van op wraakneming bedacht te zijn, of iets van iemand te onderzoeken. Onder-tusschen zult gij, ter mijner eere, dagelijks driemaal den Onze Vader en Wees gegroet bidden. Hierna verdween hij aanstonds. Tortamanus, door schrik en verbaasdheid als buiten zich zeiven, kon in twee maanden niet één woord spreken; niemand van zijn huisgezin durfde hem naderen, niemand was er die zijn hair, waaronder de wormen krielden, durfde afscheren. Eindelijk, op den feestdag van den H. Anto-nius, sprak hij met een blij gelaat deze zijne eerste woorden : o H. Antonius! die ook de laatste waren voor zijnen dood, nadat hij verhaald had wat hem overkomen was.
De authentieke beschrij ving van deze zaak wordt bewaard in het convent der BB. PP.
56
van den h. antonius a padua 57
Conventualen te Napels, eigenhandig ge-teekend door zijne doorluchtige hoogw. den bisschop van S. Angelo en Bissaci, die den gemelden Tortamanus de Monte Muro zelf wettig ondervraagd had, welke bekende, dat dit zoo zeldzaam mirakel aan hem zelf in persoon geschied was (Vide Papebr. fol.754,n. 21. et seqq.).
Gij ziet hieruit wat groote macht door God aan den H. Anionius vergund is, dat hij niet alleen dezen en veel meer anderen verwekt heeft van den lichamelijken dood, maar eene schier ontelbare menigte van den dood der ziel, hetgeen een veel groo-ter, ja een mirakel der mirakelen is.
v n het jaar 1650, den 8quot; Juli, kwam een * eerbiedwaardig pastoor met andere gezworene getuigen bij zijnen bisschop met eede verklaren, dat een werkman, met name Johannes Baptista Berthold , door eene instorting in eenen put, dien hij hielp graven, bedolven werd. Bij het vernemen dier mare, begaf de pastoor zich naar de plaats, waar dit voorgevallen was.
⢠58 WONDERDADEN
Daar hij wist dat de ongelukkige werkman, dien men, zonder eenig teeken van leven, onder de puinen uitgehaald had, een beeldje van den H. Antonius. van Padua bij zich droeg, haalde hij hetzelve uit zijnen zak, vertoonde het aan de aanwezigen, en verzocht hun voor het slachtoffer te bidden; hij zelf bad ook over het lijk het responsum : 'Wilt gij mirakels zien, enz. â Weldra kwam de doode tot het leven terug, stond zelf op, en verkondigde den lof van God.
De H. Antonius bekeert ketters, ongeloovlgen, enz.
P'elijk deze heilige man uit de voortref-^ felijke orde der eerwaarde heeren Kanonikken van den grooten vader Au-gustinus tot de ootmoedige orde van den armen Franciscus was overgegaan, met voorgaande besprek, dat men hem na zijne professie zoude toelaten naar de landen der Sarazijnen te reizen , om aldaar de gelegenheid te zoeken voor de waarheid van het heilig Evangelie zijn bloed te
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 5?
vergieten en deel te mogen hebben in de kroon der martelie (Sedul. in vita cap. 3.), zoo is het ook niet uit te leggen, hoe groot zijn ijver was om de ongeloovigen te gaan vinden, hen uit hunne dolingen te trekken, en hun het waarachtig geloof van Jesus-Christus in te planten. Wat vlijt en arbeid heeft hij niet aangewend om de ketters te bekeeren! hoe menigen heeft hij er niet op den weg der waarheid en tot het licht des geloofs wedergebracht! Met wat eene kracht heeft die overmoeibare hamer der ketters hunne hardnekkigheid niet gebroken ! Met wat gewichtige redenen en openbare mirakelen heeft hij hunne lee-lijke feilgrepen niet beschaamd gemaakt en verdreven! Laat ons dit in oefening brengen.
WJIET min krachtig heeft hij overtuigd en bekeerd zekeren ketter , die, terwijl hij aan tafel zat, de mirakelen hoorde verhalen, welk de goedertieren God door zijnen lieven dienaar, den H. Antonius, uitwerkte, waarop hij spottend zegde: Zoo Antonius dit glas (hetgeen hij alsdan in de
WONDERDADEN
de hand had) geheel bewaart, zal ik ge-looven dat hij heilig is. Bij deze woorden wierp hij het glas, uit al zijne macht, tegen eenen steen. En zie, o wondere zaak! het glas bleef geheel, maar de steen, waartegen het glas geworpen was, werd in verscheidene stukken verbrijzeld (Vide S. Anton. Hist. p. 3. tit. 24. C. 3. Item Vine. Bellovacens. lib. 31. Cap. 135, et Papebr. fol. 717. C. 5. n. 45.).
Van dit mirakel sprekende kerkelijke getijden in dezer voege :
Hoereticum Lux fidei Signa purgat, dumjacitur Ab alto, vasis vitrei Fragilias non frangitur.
Dat is in onze taal;
De waarheid en het glas blijft heel en onverlet,
Maar 't harde ketters hart wordt door den steen verplet.
npwEB ketters, vrienden van den boven-* genoemde , die hoorden wat er met hem geschied was, wilden dit niet geloo-
â¬0
YAK DEN H. ANTONIUS A PADUA
ven, maar zegden spottende : Zoo Antonius aan de wijngaardranken, die in het vuur lagen en half verbrand waren, hunne groente en zoo vele rijpe druiven geeft als er noodig zijn om dit glas te vullen, dan zullen wij het gelooven. En zie, o wonderbare kracht Gods! aanstonds werden de half verbrande ranken 'groen en droegen druiven, waardoor zij overtuigd werden, hunne dolingen afzwoeren en tot het katholiek geloof zich bekeerden (Mare. Ulyss. L. 5. C. 34. et vide Papebr. fol. 733. n. 43.).
at wil ik, of wat zal ik zeggen van eenen anderen ketter, die , om de menigvuldige mirakels, waardoor de genadige God zijnen getrouwen dienaar, den H. Antonius, vermaard maakte, te kunnen verdooven en bespotten, veinsde blind te wezen, en alzoo tot het graf van den Heilige kwam, om aldaar van zijne blindheid genezen te worden; maar zie, hij die gekomen was om te spotten, werd zelf bespot, want hij, die daar ziende was gekomen, werd inderdaad blind, waardoor zijn
61
wonderdaden
hart dusdanig werd geraakt, dat hij zijne schuld ootmoedig bekende, en naar ziel en lichaam ziende werd (Wand. ad. ann. 1240 n. 14. Papebr. cit. n. 44.).
Terwijlerwijl hij te Montpellier leeraar was, had er een voorval plaats , dat den naam van Antonius geheel Frankrijk door verbreidde. Het zedenbederf was destijds groot, ten gevolge waarvan de ketterij in die schoone gewesten groote vorderingen maakte. Antonius verhief luide zijne stem tegen de dwaalleer, en deed die in verschillende steden weergalmen. Zoo gebeurde het eens, dat, terwijl hij te Bourges predikte, een ketter, die van Joden-afkomst was, en daar ter stede een grooten aanhang verworven had, met Antonius wilde twisten over het bestaan van het H. Sacrament des Altaars. Al spoedig bracht de heilige man den ketter, Guiald geheeten, zoo zeer in het nauw, dat deze verplet was door de onwederstaanbare redenen van onzen heiligen Minderbroeder. Beschaamd over 2ijne nederlaag in het bijzijn eener talrijke
â¬2
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 63
menigte, zocht hij nog eene laatste uitvlucht en zeide tot Antonius : « Laat ons de woorden daarlaten en ter zake komen. Indien gij de waarachtige tegenwoordigheid van Christus in het Altaar-Sacrament door een wonder kunt bevestigen, ben ik bereid het katholiek geloof te omhelzen. » De Heilige antwoordde daarop : « Ik vertrouw op mijnen Verlosser Jesus-Chris-tus, die mij, tot uw aller bekeering, genadig zal verleenen, wat gij mij vraagt. »
quot; Welaan, hernam de ketter, ik zal een lastdier in drie dagen geen voedsel geven en het zoo doende uithongeren; na verloop van dien tijd zal ik hetzelve in de tegenwoordigheid van al het volk brengen en het overvloedig voeder voorzetten : gij, daarentegen, zult u met het Lichaam des Heeren, zoo als gij dat noemt, ook hier bevinden ; en indien dan het lastdier het aangeboden voedsel laat staan om het Sacrament te aanbidden , neem ik den katholieken godsdienst aan. »
Antonius nam, vol vertrouwen op den bijstand des Hemels, de proef aan. Op den bepaalden dag was er eene verbazende
WONDERDADEN
menigte volks te zamenge^oeid, om getuige te zijn van het wonder. Guiald bevond zich ter besproken plaatse, met een aanzienlijk gevolg zijner aanhangers en den ezel in hun midden. Antonius naderde hen, begeleid door eene schaar godvruchtige katholieken, met het allerheiligste Lichaam des Heeren in zijne hand. Men zettede het uitgehongerde lastdier een schepel voeder voor, doch Antonius hief het hoogwaardig Sacrament op, en sprak het dier aldus aan ; « Door de almacht en in den naam van uwen Schepper, dien ik hier, hoewel onwaardig, waarachtig in mijne hand houd, beveel ik u aanstonds te naderen, en aan Hem, die u geschapen heeft, dien eerbied te betuigen, welke Hem toekomt, opdat deze dwalende men-schen overtuigend zien, dat al het geschapene onderworpen is aan den Schepper, dien de priesters op het altaar doen nederdalen. »
Nauwelijks had de Heilige deze woorden gesproken, of het lastdier liet het hem aangeboden voeder staan, en boog hoofd en knieën voor het allerheiligste Sacra-
64
van den h. antonius a padua 65
ment, hetwelk Antonius steeds opgeheven hield. Luide juichten de katholieken; de ketters daarentegen bogen beschaamd het hoofd en spoedden zich van daar henen. Guiald echter hield woord : hij liet zich doopen en bracht geheel zijn huisgezin in den schoot der Kerk terug.
onder aanzien van persoon trad de 1 H. Antonius op voor machtigen en eenvoudigen, predikte met kracht Jesus den gekruisigde en bestreed kloekmoedig ongeloof en misdaad. Deze ijver en onverschrokkenheid brachten hem menigmaal in levensgevaar.
Te dien einde stelde zich Eselino o£ Hezelin, in de nabijheid van Tarvis, uit een Buitsch geslacht geboren , aan het hoofd der Gibelijnen of keizersgezinden, bemachtigde Verona, benevens verscheidene steden van Lombardië en trok gedurende 15 jaren het land rond, alles verwoestend op zijne tochten. Hij verachtte het tot driemaal door de Kerk over hem 5 23
WONDERDADEN
6G
uitgesproken banvonnis. Eens vernam He zelin,- dat de bevolking van Padua tegei hem was opgestaan; hierdoor in woedi ontstoken, liet hij op één dag 12,000 in woners vermoorden. Verona, waar hij ziel gewoonlijk ophield, was bijna geheel ont volkt. Als de moedige geloofsheld Anto nius van deze gruwelen hoorde, nam hi hot besluit om zich onverwijld naar Veron te begeven. Hij aanvaardde de reis, kwan té Verona aan het paleis en vroeg om to den vorst te worden toegelaten, welk ver zoek aanstonds werd bewilligd. Toei Antonius binnentrad, zag hij Hezelin 01 eenen troon zitten en omringd door eenei troep soldaten, bereid om eiken wenk va hun gebieder nauwkeurig te vervullen Door dit gezicht was Antonius niet he minst ontsteld, maar trok onverschrokkei 1 nader tot Hezelin en sprak : « O vijaii 'van God, gruwzame tyran, een razende: hond gelijk! Wanneer zult gij eens ophou den het bloed der christenen te vergieten Zie, het oordeel Gods is reeds over u gc véld, een zwaar en verschrikkelijk vonnis 1 Bij deze woorden stonden de soldaten vai
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 67
Hezelin het bevel af te -wachten om den Heilige te vermoorden. Doch door Gods toedoen volgde er heel iets anders ; want de tyran werd door deze woorden des kloeken boetpredikers zoodanig ontsteld, en verloor zijne gewone ruwheid dermate , dat hij, het zachtmoedigste lam gelijk, zich met een boetegordel omhangen voor den man Gods nederwierp, tot groote ver-wonderingaller aanwezigen ootmoedig zijne schuld bekende, volkomen levensverbetering beloofde en zich tot zijne medeplichtigen wendde in de volgende bewoordingen : quot; Mannen, kameraden, weest er niet over verwonderd, want wat ik u thans zeg, is zuivere waarheid. Ik zag om het gelaat van dezen man een goddelijken glans schitteren, die mij zoozeer deed schrikken, dat ik bij het ontzettend schouwspel reeds meende ter helle te moeten gaan. Van af dit oogenblik hield hij den Heilige in eere, en wachtte zich, zoolang Antonius leefde, voor zware euveldaden. Dewijl de H. Antonius echter nog voortdurend predikte over het gepleegde onheil van Hezelin , zond deze zijne dienaren tot den heilige
â WONDERDADEN
met de uitgezochtste geschenken, onder beding : « Neemt hij deze geschenken aan, zoo doodt hem oogenblikkelijk; wijst hij ze echter met weerzin af, verdraagt dan alles, zonder hem leed te berokkenen. » Daardoor wilde hij zich overtuigen of An-tonius nog altijd onder Gods bescherming stond. De aldus ingelichte dienaren kwamen met hunne geschenken tot Antonius en zeiden : « Uw zoon Hezelin te Rome beveelt zich in uwe gebeden aan, en verzoekt u dringend deze kleine gift aan te nemen, welke hij u toezendt uit genegenheid, en om daarvoor het behoud zijner ziel af te smeeken. »
Toen Antonius dit hoorde, weigerde hij het geschenk uitdrukkelijk en sprak : « Van hetgeen aan menschen ontroofd is, wil ik niets aannemen. Dat alles zal hen ten verderve strekken. Gaat spoedig terug, opdat het huis door uwe tegenwoordigheid niet bezoedeld worde. » De gezanten snelden beschaamd terug naar hunnen tyran, en verhaalden hem alles, wat er gebeurd was, waarop hij uitriep : « Deze is een man Gods! Laat hem begaan; dat de man verder zelf
68
van den h. antoniüs a padua
zegge welke geschenken hij voortaan verlangt. »
ene vrouw kon van haren man, die een woestaard was, geene vergunning bekomen om Antonius te gaan hooren. Zij begaf zich daarom naar eene kamer, op de bovenste verdieping, plaatste zich aan het venster en hoorde daar de preek zoo duidelijk, alsof zij op de plaats geweest ware, waar Antonius sprak, ofschoon zij wel een uur ver daarvan verwijderd was. Zij maakte haren man dit bekend en deze onderzocht zelf de waarheid van dit wonder, bekeerde zich en was voortaan buitengewoon ijverig In het aanhooren van Gods woord uit den mond van den Heilige.
Prediking voor de visschen te Rlmini
69
rTENE der verderfelijkste ketterijen, die *-â der Manicheërs, wélke door den H. Augustinus reeds met vrucht bestreden en bijna geheel was uitgeroeid, verhief zich wederom in de 11quot; en 12'' eeuw, verspreidde haar onheil in Italië en in het
E
WONDERDADEN
zuiden van Frankrijk, en kreeg onder de namen van Katharen en Waldenzen, van Al-bigensen en Patavenen eene gevaarlijke uitbreiding in stad en land.
Terwijl nu de H. Kerk, de Bruid van Christus, in groot gevaar verkeerde, zond God haar in zijne barmhartigheid twee voortreffelijke mannen te hulp, de twee groote patriarchen, den H. Dominicus en den H. Franoiscus, welke met de uitgele-zene schare hunner zonen , door middel van geleerdheid, gebed en heiligheid van levenswandel, de ketters bestreden en hen eindelijk overwonnen.
In dezen glorierijken strijd voor de eer van God en het zielenheil der geloovigen, had de H. Antonius een zeer belangrijk deel. Door zijn toedoen bleven in 't bijzonder de Romagna van die pest bevrijd. De stad Rimini, waartegen de ijverige bisschoppen en zelfs de Paus alle middelen hadden aangewend, was misschien het ergst aangestoken. Toen nu onze heilige missionaris in de nabijheid dezer stad kwam, werden de ketters door schrik bevangen, terwijl zij vernomen hadden, dat
70
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 71
geen enkele tegenstander het tegen hem kon volhouden. Zij spraken daarom af , hem in het geheel niet te gaan hoeren, eu spoorden het volk aan hun voorbeeld to volgen.
Toen nu de Heilige, steeds gewoon een talrijk publiek voor zich te zien, aankwam, bemerkte hij, dat allen zich terugtrokken, en slechts eenige vrouwen en grijsaards, bij zijne predikatie verschenen. Antonius echter verloor daardoor geenszins zijn ijver en gaf hetgeen hij eens ter eere Gods ondernomen had, niet meer op. Hij predikte voor de weinigen, die nog aanwezig waren, en wel met zooveel vuur, dat de ongeloovigen, dit vernemende, besloten hem te dooden. Wanneer de Heilige zulks vernam, zonderde hij zich in een eenzaam vertrek af en verbleef aldaar eenige dagen door gebed, vasten en strenge boetplegin-gen. God om barmhartigheid smeekende voor dit volk, opdat het zijne blinde hardnekkigheid verzakende, zich toch in hot katholiek geloof zou laten onderrichten.
Uit die eenzaamheid trad Antonius alsdan te voorschijn, begaf zich onverwijld
WONDERDADEN
naar het strand der Adriatische zee, ter plaatse waar de rivier Marechia zich ontlast , en riep met luider stemme tot de visschen :
quot; Komt, redelooze visschen, komt om de woorden te hooren van God, die u geschapen heeft, ter beschaming der menschen, die in dwaling volharden, ooren en hart sluiten voor de goddelijke stem. »
Er bevonden zich ook vele nieuwsgierigen en spotters aan het strand. En zie, een ongehoord wonder! Nauwelijks had de Heilige zijn bevel uitgesproken, of de zee kwam in beweging en er verscheen aanstonds aan de oppervlakte eene menigte visschen van allerlei soort, groot en klein; zij zwommen ijlings naar het strand, waar Antonius stond en schaarden zich, den kop' opwaarts geheven, volgens de schoonste orde, samen in rijen en gelederen, gelijk soldaten voor hunnen overste. De kleinsten naderden tot op korten afstand, de grooteren waren in den vorm van een halven kring allengskens meer verwijderd, en verbeidden aldus vreedzaam en aandachtig de woorden des nieuwen apostels.
72
VAN DEN H. ANTONIliS A PADUA 73
De verzamelde mcnscheiiscliaar werd echter diep bewogen, en stond, getroffen over dit nooit geziene wonder, in adem-looze stilte af te wachten, wat er zou geschieden.
Toen nu de Heilige zijne zeldzame toehoorders had zien naderen, verheugde hij zich in den Heer en hield de volgende predikatie voor de visschen :
quot; Gij, visschen, looft den Heer, prijst uwen Schepper, dankt Hem, dat Hij u tot woning en verblijf zulk een schier onbegrensd element heeft toebedeeld, waarin zoovele toevluchtsoorden tegen allerlei noodweer; dat Hij het water zoo helder en doorschijnend heeft gemaakt, opdat gij den weg op uwe tochten en de hinderlagen uwer vijanden zoudt kunnen ontdekken. Diezelfde God heeft u bij uwe schepping gezegend, tot uw onderhoud een behoorlijk voedsel bereid, en u boven alle andere dieren eene wonderbare vruchtbaarheid geschonken, ter vermeerdering van uw nakroost. Looft God wegens de talrijke voorrechten en vrijheden, welke Hij u verleend heeft. U heeft de Schepper vrijge-
WONDERDADEN
sproken van de onderdanigheid aan alles wat leeft, u heeft Hij in den algemeenen zondvloed het leven gespaard, en liet u zonder hinder of gevaar ongedeerd rondzwemmen, terwijl al de overige dieren meer van angst dan wel door het water omkwamen. Dooruwe bemiddeling heeftde Heer zijnen vluchtenden profeet Jonas gedurende drie dagen geherbergd en den blinden Tobias genezen. Gij alleen hebt den Verlosser milddadig de cijnspenning geschonken voor zich en zijne leerlingen. Ook gij zijt de spijs der boetelingen, welke zich van vleesch onthouden. Van uw vleesch heeft de verrezen Heiland zelf willen genieten , om de waarachtigheid zijner menschelijke natuur en van zijne opstanding uit het rijk der dooden onom-stootelijk te bewijzen. Ja, de Heer zelf heeft op uw element over uwe hoofden gewandeld en zijne apostelen uit visschers gekozen, om menschenvisschers van hen te maken, waarom ook Hij zoo velen uwer in hunne netten dreef. »
De visschen, klein en groot, schenen zeer aandachtig te luisteren, vermeerder-
74
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 75
den steéds in getal, staken, als -waren zij met verstand begaafd, nu den kop omhoog, dan weder onder water, openden hun bek, en weken niet van de plaats, tot de H. An-tonius hen gezegend en afscheid van hen ⢠genomen had. Dan sloegen zij hevig met hun vinnen en verdwenen in de zee, die nog lang in beroering bleef. Doch ook eene groote beroering beving de toeschouwers ; velen weenden van aandoening bij dit schouwspel; anderen vielen den Heilige te voet en smeekten om vergeving voor hun ongeloof, wederom anderen waren naar de stad geijld en hadden eene groote menigte doen samengtroo-men.
Antonius nam nu de gehoorzaamheid der redelooze dieren te baat, om de menschen te wijzen op hun ongeloof en ondankbaarheid. Hij stelde hun levendig voor oogen de boosheid der zonde, bijzonder der ketterij, en weerlegde hunne dwalingen zoo volkomen, dat met uitzondering der weinigen, die verstokt bleven , de geheele stad zich bekeerde. Aldus opende de H. Antonius, door zijn zielenijver, voor de
wonderdaden
stad Rimini de deur van den schaapstal der H. Kerk en van den Hemel.
p zekeren dag predikte de Heilige wederom met vrucht, zoodat een groot zondaar, die bij de preek tegenwoordig was, zulk een berouw en leedwezen over zijne zonden gevoelde, dat hij luide begon te snikken. Hij wilde den Heilige zijne zónden belijden, doch kon van het weenen geen woord uitbrengen. Toen de Heilige dit bemerkte, sprak hij hem toe ; « Ga en schrijf al uwe zonden, welke gij indachtig zijt, op een blad, en breng het mij. » Als hij zulks gedaan en Antonius het geschrevene had ingezien, was heel het geschrift oogenblikkelijk verdwenen , waaruit de Heilige besloot, dat de arme boeteling vergiffenis zijner zonden had verworven.
v\ e H. Antonius had eenigen tijd op den ^ berg Alvernia in de eenzaamheid doorgebracht, en ging vervolgens naar Padua, waar hij al aanstonds met veel vrucht de vastenpreeken hield. Een jongeling beleed den Heilige dat hij zijne moeder
76
VAN DEN H. ANT0N1US A PADUA 77
geschopt had. Om hem het gewicht dier misdaad te doen beseffen, en hem tot een groot leedwezen op te wekken, zeide Antonius, dat een voet, die het werktuig van zulk eene daad geweest was, verdiende afgehouwen te worden. De boeteling, in plaats van de vermaning des ijverigen biechtvaders te overwegen, die niets anders beoogde dan hem een grooten afschrik voor deze zonde in te boezemen, ging, na den biechtstoel verlaten te hebben, naar huis, en hakte zich, in zijne onbezonnen boetvaardigheid , den voet af. Dit veroorzaakte aanstonds groot opzien! doch toen de Heilige zulks vernam, ging hij tot den ondoordachten jongeling, zotte den afgekapten voet op zijne natuurlijke plaats en genas hem.
yn het jaar 1647 hadden twee heelmees-* ters, die kettersch waren, eene wond, welke de Markgraaf de Migroli aan he?t been bekomen had, ongeneesbaar verklaard. Toen hij zag dat de afzetting van hetzelve noodzakelijk was om zijn leven te behouden, deed hij eene belofte om het
wonderdaden'
78
graf van den H. Antonius te Padua te gaan bezoeken, en er een zilveren been te offeren. Den volgenden nacht verscheen hem de Heilige, bood hem zijne afbeelding aan en zeide ; Indien gij wilt genezen -worden, iegdan dit beeldeken als een geneeskundig verband op de wond. De edelman staat op en gaat met gemak, tot groote verwondering van iedereen, en vooral van de twee ongeloovige heelmeesters, die het katholiek geloof omhelsden.
Ãmstreeksmstreeks dienzelfden tijd had de volgende bekeering plaats : De vrouw van een Turkschen Paoha had eene ongenees-lijke kwaal aan de borst, die steeds meer en meer verergerde. Eene harer slavinnen, die katholiek was, sprak haar over de macht van den H. Antonius. De zieke beloofde aan dien Heilige christen te worden, indien hij haar van deze kwaal verloste. Zij viel oogenblikkelijk in een diepen slaap en ontwaakte geheel en al genezen. Vol dankbaarheid scheepte zij zich, buiten wete van haren echtgenoot.
1
V
VAX DEN H. AMONIÃS A PADUA
79
naar Spanje in, zwoer daar de leer van Maliomet af en werd Christen.
Eenen man had langer dan 84 jaren eeno zonde van afgrijselijke boosheid inde Biecht verzwegen. Hoe dikwijler hij gebiecht en het allerheiligste Sacrament-ontvangen had, des te verschrikkelijker werd de heiligschennis. In die ontzettende ellende drong een straal van genade tot zijn beneveld hart door, en hij nam zijne toevlucht tot den H. Antonius. Terwijl hij den Heilige bad, verscheen Antonius aan zijn verblinden pleegzoon , bracht hem zijne veroordeelenswaardige boosheid onder het oog, en wees hem met zulk een nadruk op de gestrengheid der goddelijke gerechtigheid en he.t gevaar van voor eeuwig verloren te gaan, dat de verstokte zondaar zich oogenblikkelijk tot God bekeerde, zijne zonden oprecht en rouwmoedig biechtte en aldus gered werd van het eeuwig verderf.
WONDERDADEN
De H. Antonius helpt en vertroost in allen nood
Â¥_Y OE waar het is hetgeen de verduldige profeet eertijds gezegd heeft van den mensch, dat hij, van eene vrouw geboren, levende maar eenen korten tijd, vervuld is met vele ellenden (Job 14, v. I.), leeren wij maar al te klaar door de dagelijksche ondervinding; zoodat wij dit niet verder behoeven te bekrachtigen met de woorden van den heiligen vader Bernardus , zeggende : dat de mensch â col is â ean ellenden als hij waakt, vol van ellenden als hij slaapt, vol van ellenden overal waar hij zich heert of wendt; want dit bevinden wij overvloedig in ons, hetzij dat wij die van ons zeiven, hetzij dat wij die van anderen moeten verdragen. Maar zouden wij in al die ellenden, in al dien nood en zwarigheid niet gaarne geholpen en vertroost worden? ongetwijfeld is dit onze wensch. Welaan, God zegt door zijnen Profeet David (Ps. 49, v. 15.) : Roept Mij aan in den dag der verdrukking, Ih zal u verlossen, en gij suit Mij eer en. quot;Want gelijk
80
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 81
Job zegt (Cap. 5, v. 15, 18.) : Gelukkig is de mensch die van God gekastijd wordt; daarom verwerp de bestraffing des Heeren niet, want Hij is het, die kwetst en heelt. Hij slaat, en zijne handen genezen. En die genade doet ons God niet alleen als wij in onzen nood tot Hem roepen, maar ook als wij in onzen nood onze toevlucht nemen tot iemand van zijne Heiligen ; want zoo goed is Hij, dat Hij zich door hunne voorspraak laat bewegen om ons te verhooren. Onder andere is de H. Antonius a Padua een bijzondere noodvriend, die onze zwarigheden en ellenden zich wel wil aantrekken, om die door zijne voorspraak bij God te verlichten, ons te helpen en te vertroosten. Dit heeft hij getoond in zijn leven, en toont het nog na zijnen dord, zoo als men dagelijks ondervindt.
O OB heeft hij eenen bedrukten pacht ^r *â * geholpen, die altijd wel betaald, mr.ar van zijnen heer nooit quitantie had kunnen krijgen? Na zijnen dood eischten de erfgenamen van den pachter eene tweede 6 23
WONDERDADEN
se
betaling; doch daar hij zijn betrouwen gesteld had op den H. Antonius, verscheen deze aan hem en leidde hem tot den berg Vesuvius, deed aldaar den verdoemden heer verschijnen , welke , met getuigen , eene volle quitantie moest onderteekenen, en bekennen dat hij van den pachter volle betaling getrokken had; waarna de verdoemde heer met zijne getuigen naar de helen de H. Antonius met zijne toebe-trouwden naar huis zijn wedergekeerd. De pachter toonde deze zoo schrikkelijke kwijting en was vrij van eene tweede be taling. Geheel deze zaak, met al derzelver omstandigheden, wordt door Cressonerius, fol. 47, verhaald, en is met verlof van zijne Doorluchtigheid den Aartsbisschop en Keurvorst van Keulen gedrukt, en onderteekend met de eigene hand van drie doctors in de heilige Godheid van het orde der Minderbroeders, die alsdan te Napel studeerden. Anno 1636, (Vide Papebr. 773, n. 138.).
VAN DEN H. ANTONIÃS A PADUA 83
vvergeujke zaak is er voorgevallen te W Ebuli, in hetzelfde rijk van Napels. Zekere koopman, een ellendige woekeraar, Johannes Marone geheeten, had een zeer getrouwen facteur, wien hij somtijds eenige duizende dukaten voorschoot om handel te drijven; altijd zeer nauwkeurig aanteeke-nende wat hij den facteur voorgeschoten had, maar nooit wat dezelve had weder-gebracht. Na den dood van den woekeraar vonden de erfgenamen al die zware posten open staan en dwongen den facteur tot betaling. Bij gebrek van die, deden zij den ongelukkigen man vangen en in boeien slaan, als plichtig aan dieverij. In dezen zoo pramenden nood neemt hij zijne toevlucht tot den H. Antonius, die aan hem in den slaap verscheen, zijne boeien losmaakte en hem deed volgen buiten den kerker in een schuitje over de zee. Hij bracht hem bij eenen vuurspuwenden berg, die de mond der hel scheen te wezen , bewaard door een zwart en schrikverwekkend monster, aan wie de Heilige gebiedt dat hij zoude tevoorschijn doen komen de verdoemde ziel van Johannes Marone,
84 WONDERDADEN
â welke na volle quitantie geteekend te hebben van de penningen, die hij in zijn leven van den facteur getrokken had, moest wederkeeren tot de eeuwige folteringen, terwijl de facteur met de quitantie aan land gezet werd, en hij van den H. Antonius hoorde : Schep moed, en wees verzekerd dat allen, die mij in hunnen nood sullen aanroepen, welhaast geholpen zullen worden. De facteur ging deze quitantie toonen aan de erfgenamen, welke eerst zwarigheid maakten die te erkennen, als geteekend zijnde na den dood van den crediteur; echter toen zij den ongelukkigen staat van hunnen vader vernamen, ontsloegen zij den facteur van eene tweede betaling. (Franc. Stanfelt, Auctor Lih. Antoniani apud Papeb. fol. 773, n. 139 en 140).
nf'EKERE Bonellus , muzikant te Napels, ** kon in die stad voor zich en zijn huisgezin den kost niet winnen; hij vertrok naar Rome om aldaar fortuin te zoeken. Op den feestdag van den H. Antonius ging hij naar de kapel der Minderbroeders, om
vax den h. antonius a padua 85
aldaar in de kapel van den Heilige te helpen zingen, en te gelijk zijnen nood te bevelen aan dien getrouwen noodvriend. En zie, toen hij de kerk verliet, trof hij eenen edelnaan aan, die hem eene goede som gelds gaf, en spijs zond voor dien dag; en schier op denzelfden tijd kreeg hij de tijding dat hij verkozen was tot zangmeester van de bisschoppelijke stad te Spole-ten, met genoegzamen trek om zijn huisgezin eerlijk te kunnen onderhouden. (Rus-conti, fol. 72. Van der Borgt, enz.).
Dee H. Antonius deed eene wonderdadige 1 reis (van 800 mijlen â te weten van Padua naar Lissabon â in éénen nacht) ten gunste van den heer Martinus, zijnen vader. Deze edelman had langen tijd het opzicht over de schatten van den Prins, doch verzuimde dikwijls quitantiën of bewijzen te nemen voor hetgeen hij uitgaf, waarbij hij te veel op de goede trouw der menschen afging. Toen hij daarna in het koninkrijk Napels vervolgd werd, en al zijne uitgaven niet konde verantwoor-
WONDBRCADEN
den, liep hij gevaar tot de betaling van groote sommen, of tot eene altijddurende gevangenis veroordeeld te worden. Dit voorval werd den Heilige door eene openbaring bekend gemaakt; hij begeeft zich dadelijk op reis, wandelt langs dien on-zichtbaren weg, welke de weg der Engelen is, en komt zoo denzelfden nacht te Lissabon aan, waar hij den rechters zulk een nauwkeurig verslag gaf van de gelden , welke zijn vader had uitgegeven, en voegde er alle omstandigheden van tijd, plaatsen en personen zoo duidelijk bij, dat zij verplicht waren alle vervolging te staken. De Heilige bevond zich weder in het klooster, zonder dat men zijne afwezigheid had kunnen opmerken.
Mieronymus, de dertienjarige zoon van Johan Amaldus van Buram, leed aan het linker dijbeen aan de roos; later kwam er beeneter bij, zoodanig zelfs, dat de geneesheeren, ofschoon zij de verrotte kniebeenschelven er uithaalden, toch het leven van den zieke voor verloren hielden, indien hem de voet niet werd afgezet.ieronymus, de dertienjarige zoon van Johan Amaldus van Buram, leed aan het linker dijbeen aan de roos; later kwam er beeneter bij, zoodanig zelfs, dat de geneesheeren, ofschoon zij de verrotte kniebeenschelven er uithaalden, toch het leven van den zieke voor verloren hielden, indien hem de voet niet werd afgezet.
86
van den h. antonius a padua 87
Toen de knaap zulks vernam, vroeg hij vol vertrouwen om de beeltenis van den H. Antonius, bad dezen Heilige om hulp in zijnen ellendigen toestand, en deed aanstonds de belofte zijn graf te Padua te gaan bezoeken en uit dankbaarheid altijd een bruin kleed te dragen. â Nauwelijks had hij den H. Antonius deze belofte afgelegd, of hij genas volkomen. â Kort daarop reisde hij naar Padua, en ging zonder eenigen hinder rondom het graf. Degenen, die hem in zijn smartelij-ken toestand vroeger gekend hadden , onderzochten zijne knie, en bespeurden, tot niet geringe verwondering, dat de plaats, waar de beeneterschelven waren weggenomen, geheel wonderdadig was aangegroeid.
Eenen groot wonder was de gebeurtenis, welke in het jaar 1732 door de voorspraak van den H. Antonius plaats greep.
De toenmaals regeerende koning van Spanje beval een zijner admiralen de oorlogsvloot uit te rusten, teneinde de vesting Oran, door de Mooren sedert zoovele jaren
WONDERDADEN
88
wederrechtelijk in bezit genomente heroveren. Admiraal Don Modemar ver-ontschuldigde zich bij den koning, dat het geheel en al onmogelijk was, de voor onoverwinnelijk gehouden vesting in te nemen. Desniettemin hield de koning aan en verlangde dringend dat zijn bevel werd opgevolgd.De admiraal haalde zijne schouders op, maakte eene buiging, ging naar zijne vloot, welke gereed lag om zee te kiezen, en lichtte het anker. Hij landde met zijn smaldeel te Alicanta, eene stad in Spanje. Terwijl hij hier nogmaals rijpelijk overwoog, hoe zijn plan ten uitvoer zou leggen, zag hij opnieuw de volslagen onmogelijkheid in, om zulk eene geweldig versterkte stad aan den vijand te ontrukken. Hij ging daarom de stad Alicanta in, en bezocht aldaar de kerk der Franciscanen, om in dit heiligdom zijn gewichtig en moeielijk plan den oneindigen God en den H. Antonius van Padua, als patroon dezer kerk, aan te bevelen. Nadat hij zijn gebed geëindigd had, begaf hij zich naar het klooster, om met de paters te gaan spreken, en verzocht den eerwaarden gardiaan.
VAN DEN H. AXTONIUS A PADUA 89
in deze aangelegenheid, ter eere van den H. Antonius eene H. Mis op te dragen.
Nadat deze geëindigd was, maakten pater gardiaan met meer anderen hunne opwachting. â In de kerk teruggekeerd, verzocht nu de admiraal den gardiaan, eene ladder te doen aanbrengen , waarmede laatstgenoemde lachte. Daar de admiraal bleef aandringen, werd er eene aangebracht en tegen het hoofdaltaar gezet, waarop zich het prachtig gesneden beeld van den H. Antonius in levensgrootte bevond. Tot aller verwondering beklom de admiraal, terwijl het volk in gespannen aandacht stond, zelf de ladder tot aan het beeld van den H. Antonius, zette den Heilige zijnen met pluimen versierden hoed op het hoofd, hing hem het eereteeken van bevelvoerenden admiraal om de schouderen, het zwaard op zijde, en gaf hem eindelijk den regimentsstaf in de hand.
Daarop sprak hij met luider stem, ten aanhoore van al het volk : Gij zijt het, o H. Antonius! die Oran kunt innemen; ik ben er niet toe in staat. En zijne hand op het hoofd des Heiligen leggend, ging hij
WONDERDADEN
verder : Van nu af, o H. Antonius! zijt gij admiraal en ik uw dienaar en soldaat; als zoodanig sta ik thans onder uwe bevelen. Na God is geheel mijn vertrouwen op u gevestigd, o groote wonderdoener! â Als hij aldus gesproken had, steeg hij van de ladder af, begaf zich volkomen getroost naar de vloot, en stak van wal.
Hoe nader de gunstige wind zijne schepen naar de vijandelijke stad voortdreef, des te eerder verwachtte men, tusschen hoop en vrees, de begroeting van het vijandelijke geschut.
Toen zij echter niets vernamen, gaf de admiraal zijnen soldaten last de kanonnen te doen ontbranden. Nog alles stil. Nuliet hij zijne mannen aan land. â Tot hunne niet geringe verbazing bemerkten zij nergens eenen vijand, ja, wat nog meer verwondering baarde, de stadspoorten stonden wagenwijd open.
In de onzekerheid echter, of niet een krijgslist de oorzaak was dier handelwijze van den kant der vijanden, beval de admiraal met de grootste voorzichtigheid de stad binnen te dringen. Doch ook hier was
90
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 91
alles stil en onbezield, zoodat men geen enkelen vijand in het gezicht kreeg. Na geruimen tijd kropen eindelijk eenige achtergebleven Mooren uit hunue schuilhoeken. Voor den admiraal gebracht en ondervraagd naar de oorzaak van het gebeurde , gaven zij eenparig te kennen : Zoodra het eskader der Christenen zich voorde stad vertoonde, zag men op hetzelfde oogenblik, tot aller ontsteltenis, in de lucht een ontzaggelijk leger , aangevoerd door eenen Franciscaan, met de ver-eischte onderscheidingsteekenen van macht bekleed; op het hoofd een Spaanschen hoed, met pluimen versierd, den degen op zijde en den regimentsstaf in de hand, terwijl hij de stad met volslagen ondergang bedreigde. Bij dit gezicht was alles, klein en groot, jong en oud in verwarring op de vlucht geslagen, al het overige achterlatende. Zoo viel alsdan de beroemde en geweldig sterke stad Oran, door de machtige voorspraak van den H. Antonius, zonder slag of stoot, in handen van admiraal Don Modemar, onbeschrijflijk verheugd als deze was over eene zoo onver-
WONDERDADEN
wachte en ongehoorde zegepraal. De admiraal gaf in allerijl aan den koning bericht van den afloop. â Het beeld van den H. Antonius, versierd met bovengenoemde onderscheidingsteekenen, is te Alicanta nog te zien. â Dit wonder geschiedde op liet feest van den H. Antonius, in het jaar 1732, en de waarheid daarvan werd in 1770 te Rome bekrachtigd.
Tbb Oviedo , eene stad in de provincie Asturië, leefde zekere vrouw , met name Francisca van Oravio , welke in kommervolle omstandigheden verkeerde. Haar echtgenoot, Don Antonius Danta , sedert geruimen tijd voor zaken in Amerika, wist niets van dit alles, dewijl hij niet een der brieven , door zijne vrouw verzonden, had ontvangen. Door den uitersten nood gedwongen, nam Francisca hare toevlucht tot den H. Antonius, ging naar de kerk der Franciscanen, en begaf zich tot het beeld van den Heilige, dat zich aldaar bevond. Hier legde zij eenen brief aan het adres van haren echtgenoot, in den arm van den H. Antonius, en ver-
92
VAN DEN H. ANTOMUS A PADUA 93
zocht hem met kinderlijk vertroirwen, dien brief toch aan haren man te doen toekomen, en haar het gewenschte antwoord te doen geworden.
Den volgenden morgen , reeds vroeg , ontwaarde de koster in de hand van den H. Antonius een schrijven, en trachtte hem dit te ontnemen, doch te vergeefs: zoo stevig hield het beeld den brief vast. De eerste persoon, die, na het ontsluiten der kerkdeur binnentrad, was Prancisca, om het gevraagde bij den H. Antonius te gaan halen. Toen zij echter den brief in zijne hand zag, meende zij dat het de hare was, dien zij hem daags te voren in den arm legde, en gaf haar hart aldus lucht : O H. Antonius, waarom bezorgt gij den brief niet aan mijnen man? zoo vurig heb ik u daarom gesmeekt, verhoort gij mijne zuchten niet in zulk eene bittere armoede ?
De koster hoorde dit klagen der vrouw, en vroeg naar de reden; toen zij hem de gansche toedracht der zaak had medegedeeld, raadde hij haar, terwijl hij zelf den brief uit de hand van den H. Antonius niet
WONDERDADEN
los kon krijgen, zelve te beproeven, den brief te nemen. Francisca volgde den raad deskosters, en zie! zonder de geringste moeite nam zij den brief uit de handen van den H. Antonius, uit wiens armen tegelijkertijd 300 Mexikaansche geldstukken (volgens onze geldwaarde meer dan 1000 frank) vielen , welke de echtgenoot zijne vrouw toezond.
De H. Antonius had dus, om de behoeftige vrouw te helpen, den hem toevertrouwden brief aan Don Antonius Danta, haren man, zelf ter hand gesteld, en in denzelfden nacht het antwoord daarop teruggebracht.
De koster maakte dit wonder aanstonds ruchtbaar, waarop alle geestelijken uit het klooster samenstroomden, om vol verbazing te vernemen, wat de brief behelsde, welken de H. Antonius in antwoord aan de vrouw had bezorgd. De inhoud van den brief was als volgt ;
Geliefde Echtgenoote!
quot; Reeds sinds geruimen tijd leefde ik te Limatusschen hoop en vrees, wijl ik geene
94
van den h. antonius a padua 95
tijding van u ontving, hoe gij het maaktet, toen juist deze brief aankwam, welke mij door eenen religieus van de orde der Franciscanen werd overhandigd en al mijne bezorgdheid over u wegnam. In dit uw schrijven beklaagt gij u, dat ik de brieven, aan mij gericht, onbeantwoord liet; integendeel kan ik u verzekeren, dat niet een uwer brieven mij is geworden, behalve deze laatste, en ik u dan ook reeds beweende als een doode. â Nu echter is mijne vreugde des te grooter; daarom volgt, door tusschenkomst van denzelfden kloosterling, die mij uwen brief gebracht heeft, het antwoord, benevens 300 Mexi-kaansche stukken, welke uwen nood inmiddels zullen lenigen, tot ik zelf terugkom. En terwijl ik, ten zeerste verlangend en stellig hopend weldra bij u te zijn, den H. Antonius als mijnen beschermer om zijnen bijstand verzoek, vertrouw ik, spoedig weder tijding van u te ontvangen. U in Gods hoede aanbevelend, blijf ik
Uw liefhebbende echtgenoot. Don Antonius Danta.
Lima, den 23n Juli 1729.
wondeedaden
Die oorspronkelijke brief, in hetSpaansch geschreven, -wordt ter bevestiging- van dit -wonder te Oviedo bewaard. O, hadde deze koopman den bode erkend, welk een ontvangst zou hij hem bereid hebben!
Tijdensijdens de keizer en de republiek Venetië tegen de Turken, die gezworen vijanden van den Christennaam , oorlog voerden, werd een christen soldaat gevangen genomen, en onbarmhartig met ketenen beladen, in een duisteren kerker geworpen. De ongelukkige, geene kans meer ziende op eenige hulp, zuchtte bitter en barstte in droevige tranen los. Evenwel ontwaakte in zijn hart een groot vertrouwen op den H. Antonius; hij beval zich den Heilige aan en beloofde, zoo hij verlost werd, te Padua zijn heilig gebeente te gaan bezoeken. De Heilige verscheen hém, slaakte zijne boeien, opende de deur zijner gevangenis, en gaf hem de verzekering, dat hem op zijne vlucht geen hinder zou overkomen. Zoo ook geschiedde het. Vervuld van erkentelijkheid, kwam hij te Padua om aan het graf van den Heilige zijn
96
van den h. antonius a padua 97
dankbaar hart lucht te geven. Dit gebeurde in het jaar 1600.
elfs ter dood veroordeelden vonden ia den H. Antonius den redder huns levens en den verdediger hunner eer.
Te Perpignan werd in het jaar 1429 een edelman van rechtschapen levenswandel en een groot vereerder van den H. Antonius, naar het schavot geleid, zoodat de bijl weldra een einde aan zijn leven ging maken. In weerwil van een streng onderzoek, had de gelijkluidende verklaring der valsche getuigen, welke zijne vijanden, waren, het zoo ver gebracht, dat het gerecht hem schuldig verklaarde en ter dood veroordeelde. Vuriger dan ooit riep hij, op wegnaar de gerechtsplaats, zijnen heiligen oeschermer aan, die zijne onschuld kende. De liefdevolle Heilige verscheen nu, ten aanschouwen van geheel het volk, in de lucht, daalde nederwaarts, nam den veroordeelde bij de hand, verbrak zijne boeien en leidde hem eene kapel binnen, welke op zijnen weg naar het schavot lag. Alle aanwezigen getuigden luide zijne â on-7 23
WONDERDADEN
schuld. Toen de koning van Arragon zulks vernam, schonk hij hem niet slechts gratie, maar herstelde hem door aanzienlijke voorrechten en gunsten in zijne aangetaste eer.
rpijDENS den herfst van het jaar 1687 * maakte zich een vierjarig kind te Napels gereed om met eenige personen eene wandeling te maken; het wilde in het rijtuig klimmen, stapte echter mis en gleed onder het rad, juist toen het paard voortliep. Het rijtuig ging hem over het voorhoofd en den arm. Men dacht niet anders dan een lijk op te nemen, maar neen, het kind richtte zich op. In zijn val had het den H. Antonius aangeroepen, den beschermer van allen, die in gevaar verkeeren.
y n 1830 viel een tienjarig kind te Rome ^ uit het venster der derde verdieping. Du moeder slaakte slechts een kreet : quot; H. Antonius! quot; Onze kleine kwam op den grond terecht, doch bezeerde zich niet en liep naar binnen. De moeder, in allerijl naar beneden gesneld, trof haar
98
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA
kind ongedeerd aan. « Maar hoe is het mogelijk? « vraagt zij hem. » Wel, was het antwoord, een broeder heeft mij op zijne armen genomen en op den grond gezet. »
De H, Antonius geneest zieken
WifELKE treffelijke geneesmeester do-H. Antonius is, hoe menige ziekten en kwalen hij door Gods kracht weggenomen heeft, hebben maar te verhalen, zegt deH. Bonaventura, zij, die het gezien en ondervonden hebben. Norrent hi, que sen-Hunt! Dat dit verbreiden, zegt de H. Antonius, Aartsbisschop van FlorenciÃ, uit het heilig Order van de Predikheeren (Hist. p. 3. lit. 24, c. 3.), die achttien mannen, welke op verscheidene manieren misvormd waren, maar door den H. Antonius zijn genezen, » Dat dit vertellen de vijf jichtigen, die door hem hunne herstel-quot; ling hebben verkregen. Dat dit getuigen quot; de vijf gebochelde personen, welke van ^ die mismaaktheid door hem zijn gene-quot; zen. Dat dit verkondigen die negen «blinden, aan wie hij het gezicht; die quot; zes stommen, aan wie hij de spraak, en
99
wonderdaden
« die drie dooven, aan wie hij het gehoor quot; -wederoiti bezorgd heeft. Dat dit uitroe-quot; pen zoo menigen, die hij, van de vallende « ziekte, van koortsen, van het flereoijn en « van ontstekingen verlost heeft. » Zoo die groote bisschop op heden eens moest spreken, hij zou nu niet van negentien, vijf, zes, drie, enz., maar schier van ontelbare kunnen getuigenis geven.
Wilt gij mirakels zien ? het weenen,
kermen, zuchten.
De duivel, dood en pest, de ketterij
moet vluchten:
Wat ziekten dat het zijn, melaatsch-heid, die vergaat;
v Geen mensch, hoe krank hij is, die niet gezond opstaat.
100
Onder dit woord ziekten zijn ook begrepen melaatschheid en verminkte of verlorene lidmaten, waarvan de H.Bonaventura uitdrukkelijk spreekt in het voorzegd responsorium : Si queeris miracula.
ttekere melaatsche, die zich naar Padua « begaf om het graf van den. Heilige to
VAN DEN H. ANTOMUS A. PADUA 101
bezoekenom van zijne afschuwelijke kwaal genezen te worden, werd onderwege gevraagd door eenen ketterschen soldaat, waarheen hij reisde. De zieke antwoordde : naar het graf van den H. Antonius, om van mijne droevige kwaal verlost te worden. Hierop zegde de ketter spottende : uwe melaatschheid moet op mij komen, indien Antonius u daarvan kan verlossen! De melaatsche ging met betrouwen voort, bevool bij het graf van den Heilige hem zijnen nood aan, en bekwam zijne volle gezondheid. Maar zie, niet zoohaast was lt;ie melaatsche genezen, of de ketter kreeg dezelfde plaag op den hals. Hij had leedwezen over zijne lasterende vermetelheid, en begaf zich tot denzelfden geneesmeester, bij wien hij door zijne tranen zoo veel uitwerkte, dat hij niet alleen van zijne afzichtelijke melaatschheid, maar ook van zijne ketterij werd genezen.
/V H. Antonius, die gelijk de Engel des ^ Heeren, welke op gestelden tijd te Jerusalem de waters van den schaapstal roerde, opdat de eerste, die er na de roe-
quot;WONDERDADEN
102
ring zoude ingaan, mocht getiezen worden, van -wat ziekte hij ook mocht bevangen zijn (Job. 5.), gij, zeg ik, die de wateren der goddelijke barmhartigheid zoo krachtig-weet te roeren, dat er niet alleen een, maar ook velen, die tot u hunne toevlucht nemen, zouden genezen worden! sla uwe oogen van liefde en barmhartigheid op de groote menigte der kranken, die in dat verdrietig gasthuis dezer wereld liggen : bezie eens, hoe het geheel menschelijk geslacht in onzen eersten vader Adam, afkomende van Jerusalem naar Jericho (Lucae 18), dat is van den staat van onschuld tot den staat der zonde en veranderlijkheid, gevallen is onder de handen zijner vijanden, en van hen zoo deerlijk is gekwetst. Neem ook in acht,H. Antonius! hoe er nog bijgeslagen is de zeer gevaarlijke koorts van hoovaardigheid, gierigheid, onkuisch-heid, gulzigheid, gramschap, nijd, traagheid en meer andere kwalen. Bewijs ons toch barmhartigheid, gelijk de goede Samaritaan met den ongelukkigen reiziger gedaan heeft, en genees hen en allen, die tot uroepen, opdat zij, verlost van hunne
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 103
kwalen, mogen volharden in volle gezondheid naar ziel en lichaam.
GEBED
Almachtige God, waarachtige geneesmeester der ziel en des lichaams! ontferm TJmijner, om de verdiensten van den heiligen Antonius; want ik ben krank; genees mij, Heer! xoant al mijne beenderen, mijne krachten, zijn ontsteld (Ps. 6. v. 3.), Gij hebt door zijne gebeden zieken genezen, zoo vele verminkte en verlorene lidmaten en verscheidene melaatschen gezuiverd. Verleen ons door zijne voorspraak, dat wij, gelijk Naaman de Syriër (4. Reg. 5.), zevenmaal in den Jordaan gewasschen, dat is in het bad van uw dierbaar Bloed, wiens kracht in de zeven HH. Sacramenten besloten is, volmaakt mogen genezen en gezuiverd worden van alle kwalen en ziekten dor ziel en des lichaams. Amen.
Yj'N het jaar 1652 had Hieronymus Berdon-* telli, een zeer vermaard doctoor, in de vallei van Surgana, aan zijne knie eene wonde gekregen, die in het eerst zeer klein
wonderdaden
104
â was, maar daarna door onachtzaamheid en â¢ontsteking-van kwade humeuren zoo verergerde, dat geene heelmeesters in staat waren hem te genezen. Hij had vier jaren lang dag en nacht zeer hevige smarten onderstaan, zonder dat iemand hem kon helpen. Ziende dat alle menschelijke bijstand vruchteloos was, neemt hij zijne toevlucht tot den H. Antonius, en belooft de novene te houden; na de volbrenging van zijne beloften, wordt hij schielijk genezen, â en gaat zijnen hemelschen geneesheer te voet bedanken aan zijn graf te Padua. Hij heeft daarvan eene schriftelijke getuigenis gegeven. Papeb. f. 772. N. 132.
*n hetzelfde jaar 1652 had eene edelvrouw * wier naam, om redenen, hier verzwegen wordt, al twee jaren vele onverdragelijke pijnen en benauwdheden uitgestaan door eene heimelijke kwaal, die zij uit eerbaarheid van niemand wilde laten geneden. Daar de smart dagelijks meer toenam, deed zij belofte aan den H. Antonius van tot zijne eer de negen-dingsdaagsche de-
van den h. antonius a padua 105
votie te onderhouden. En zie, op den laatstendag- valt zij in eene groote benauwdheid, dat zij meende te sterven. Men~ draagt haar te bed, zij valt in eenen zach-ten slaap, en, ontwakende, bevindt zij zich ten volle genezen, waarover zij God en zijnen Heilige rondhartig bedankte. Papeb. fol. 772. N. 133.
Hetet wonder, dat ik ga beschrijven, had plaats te Padua, den 12quot; Maart 1853, met zekere Vincentina Vigo, te Pavia geboren. Dit zeventienjarig meisje was sedert geruimen tijd ziek en lam. Men moest haar rondkruien in een wagentje, waar men haar in en uit moest helpen. Niettegenstaande het gevoelen der ge-neesheeren , verloor zij geenszins hoop op herstel, indien hare Quders haar slechts naar Padua wilden vervoeren, om het stoffelijk overschot van den H. Antonius te bezoeken. Deze aarzelden evenwel die reis te ondernemen, doch door omstandigheden gedwongen van woonplaats te veranderen en naar Padua te verhuizen , waren zij aanstonds bij hunne vestiging
â WONDERDADEN
er op bedacht, dat aan het verlangen van hun kind kon worden voldaan. Werkelijk voerde men haar in haar wagentje de kerk binnen en biechtte zij ; onmiddellijk werd zij tot de H. Tafel toegelaten, en had nauwelijks het Levend Brood ontvangen, of men zag haar pogingen aanwenden om het wagentje te verlaten. De moeder wilde haar daarin terughouden, doch Vincentina kwam er totaal genezen uit en liep naar het altaar van den Heilige, terwijl de toeschouwers met blijdschap op het gelaat uitriepen : quot; Ben mirakel! « De Bisschop van Padua deed dit voorval met de noodige waarheidsbewijzen overal verspreiden.
Y' n 1672 leed een priester in Castelle *â sinds lange jaren aan eene verlamming, welke hem het gebruik van al zijne lidmaten belette. Hij had den H. Antonius gebeden, en meermalen verscheen hem de Heilige, hem aanradend zich naar Padua te begeven, waar hij zou verhoord worden. Eindelijk in de maand November ging de lamme er heen, en biechtte bij den eerw. pator Goxiali, Minderbroeder tc
106
VAN DEN H. ANIONICS A PADUA 10T
Padua, die hem ook de H. Communie toereikte. Nauwelijks had hij die ontvangen, of hij zakte op de trappen van het altaar ineen, en bleef daar voor half dood liggen. Eenige oogenblikken later richtte hij zich van zelf op en liep de heele kerk rond, den H. Antonius, die hem genezen had, verheerlijkende. Naar de toedracht van dit wonder ondervraagd, antwoordde hij ; quot; Ik had de H. Communie nauwelijks ontvangen, of ik zag, even als 't ware, eene vlam schieten uit de reliquiekas van den Heilige,, en toen ze mij aanraakte, voelde ik dat ik viel. Terwijl ik zoo op den grond lag uitgestrekt, scheen het mij toe, dat al mijne ledematen buigzaam werden, en voelde ik mijne krachten genoegzaam teruggekeerd om op te staan en te loepen, gelijk ik gedaan heb. » Men maakte eene authentieke akte op van het wonder, dat, den H. Antonius ter eere, overal werd verspreid.
npE Florencië verloor in de maand No-* vember 1674 een slachterszoontje , Frans Maria Recci geheeten, het gezicht
WONDERDADEN
108
en zijne oogen zwollen hevig- op. Alle aangewende menschelijke middelen verergerden slechts de kwaal, zoodat zijne ouders meenden tot die van den Godsdienst hunne toevlucht te moeten nemen. Zij verzochten derhalve een Minderbroeder de oogen van liun zoon met de reliquie van den H. An-tonius te zegenen. De kloosterling raakte de zieke oogen met een draad uit de koord â des Heiligen aan, en zalfde ze vervolgens met de olie uit de lamp, die voor zijn altaar brandde. Den nacht daarop riep het kind eensklaps uit : quot; Daar is de H. An-tonius, daar is de H. Antonius! « De ouders snelden toe en vonden het genezen. Zijne oogen waren in normalen toestand gelijk vroeger en het kon wederom zien.
PR leefde te Padua een doofstom gebo-rene, die den ouderdom van vijf en twintig jaren had bereikt. De jongeling had tweemaal eene verschijning van den H. Antonius, die hem aanraadde zich tot hem te richten, wilde hij van zijne dubbele kwaal verlost worden. Daar hij van be-
VAN DEN H. ANTONIL'S A PADÃA 10U
krompen verstand was , meende hij zich tot den H. Antonius te -wenden, en ging den Heilige de gansche stad door zoeken. Bij eene derde verschijning vernam hij â wat hem te doen stond, en ging alsdan naar de kerk des Heiligen, -waar hij een ganschen nacht doorbracht, hem biddende om genezing, zoo hij zulks vermocht. Den volgenden namiddag omstraalt hem eensklaps een bovennatuurlijk licht, en wordt hij tegelijkertijd van het hoofd tot de voeten een geweldigen schok gewaar, waarop hij hevigermate begint te zweeten. Daarop bemerkte hij even goed te hooren en te spreken als iedereen. Zelfs had hij eene andere tong dan de vorige, welke misvormd en monsterachtig was. Na het gebeurde had hij een gewonen tongval, en met uitzondering van sommige gebruikelijke spreekwijzen , was zijne spraak in het minst niet van andere te onderscheiden. Met onbeschrijfelijke blijmoedigheid dankte hij God, alsook den H. Antonius, en eenieder stond verstomd van zulk een schitterend wonder. Piet was zijn naam, maar van dat oosrenblik af noemde men
wonderdaden
hem Antonius, een naam, dien hij zijn leven lang behield.
Aldonsialdonsia, dochter der koningin Theresia van Portugal, leed aaneene doodelijke ziekte en was door de geneesheeren opgegeven. Hare moeder bad tot den H. Antonius : quot; Herinner u, o groote Heilige, dat gij ook te midden van dit koninkrijk zijt geboren en onze onderdaan zoudt geweest zijn. Waarom zoudt gij mijn kind niet gadeslaan? » En alles wat de moederliefde haar kon ingeven, voegde zij er aan toe, om de gunst des Heiligen te winnen. Des nachts had hare dochter een droom. Zij zag den H. Antonius, die haar toesprak : quot; Kent gij mij ? Ik ben de H. Antonius en ben gekomen, wijl uwe moeder mij heeft aangeroepen. Kies nu; of heden met mij het Paradijs binnengaan, of tot troost uwer moeder wederom gezond worden. » Aldonsia koos het laatste en genas op hetzelfde uur. Zij hield den H. Antonius bij hfct koord en riep verheugd hare moeder; â¢doch terwijl deze kwam toegesneld, verdween de Heilige. Aldonsia stond op en
110
van den h. antonius a padua 111
leefde, om de dagen barer moeder to veraangenamen, terwijl zij haren weldoener eene voortdurende dankbaarheid betoonde.
y?ene godvruchtige dame, die het grond-gebied van Pisa bewoonde , was tot diepe armoede vervallen, en door eene langdurige ziekte tot het uiterste gebracht. In deze omstandigheden ging het vooral ter harte, twee jeugdige meisjes hulpeloos te moeten achterlaten. Reeds had zij veel gebeden, en nog badzij immer den H. An-tonius om hare smart te mogen lenigen. De Heilige verscheen haar eens en deed haar het voorstel, om aanstonds met hem naar het Paradijs te gaan, of wel hier op aarde te blijven om hare kinderen te verzorgen. De brave vrouw, den hulpbehoevenden toestand harer kinderen overwegende, antwoordde : gt;â Groote H. Antonius, zoo ik hier op aarde blijf tot welzijn mijner kinderen, ben ik van mijn eeuwig heil verzekerd, en daarom verkies ik zulks! » Op 't zelfde oogenblik stond zij genezen op. Er werd een nauwkeurig relaas opgemaakt van dit mirakel, hetwelk daarenbo-
wonderdaden
ven -wordt bekrachtigd door pater Pan-zarrini de Volterra, een kloosterling', uitblinkend door zijn geloof en volmaakte oprechtheid. e.
Alsls het lichaam van den H. Antonius naar de kerk der H. Maagd te Padua werd gebracht, volgde eene vrouw, Cuniza geheeten, welke gebukt ging onder den last van een groeten bult, zoo goed zij vermocht, den lijkstoet, terwij zij zich den Heilige aanbeval, ten einde van hare droevige ziekte bevrijd te worden. Op het oogenblik dat de processie de kerk binnentrad, gevoelde de vrouw dat hare houding veranderd was en een regelmatigen vorm herkregen had. Men kan zich de vreugde en verbazing der menigte verbeelden op het zicht van zulk een wonder.
v\ en 6quot; Juli 17S0 verwierf te Padua , ^ Agnes, dochter van Andreas Beltrami, eene uitstekende gunst van den H. Antonius. Een harer vingers was door eene ongeneeslijke kwaal aangestoken , welke
112
van den h. antonius a padua 113
gedurende vier jaren aan alles weerstand bood. De heelkundigen waren van oordeel, dat de vinger moest worden afgezet, ten einde koud vuur te voorkomen. De zieke, die altijd veel godsvrucht tot den H. Antonius had getoond, kwam op de gedachte de oefening der negen Dinsdagen te houden. Daarmede begonnen, gevoelde zij zich op zekeren dag geheel genezen, tot verbazing van allen, die haar kenden.
ttekere Venetiaansche vrouw. Cesaria genaamd, was sedert twee jaren ontroostbaar wegens een groot ongeluk, dat haar aan hand en voet overkwam. Die ledematen waren geheel ontwricht. Herhaaldelijk over de wonderen van den H. Antonius hoorende spreken, beloofde zij zich naar Padua te laten vervoeren, om den Heilige vol vertrouwen om genezing te smeeken. Zij ging derwaarts, bezocht vol eerbied het graf des Heiligen en raakte nauwelijks den steen aan of zij werd verhoord. De hand kreeg de vorige buigzaamheid terug en haar voet was geheel hersteld. Hare vreugde werd door de ge-8 23
wonderdaden
tuigen van dit wonder beantwoord door eenparige toejuiching, den weldadigen wonderdoener ter eere.
Oa H. Antonius doet verloren voorwerpen terug vinden
/\m te bewijzen dat de liefdadige nood-^ vriend der bedrukte menschen, de H. Antonius a Padua, van den genadigen God is aangesteld als een algemeene toeziener of opper-intendent van allegoederen, hetzij die door ongeluk, hetzij door dieverij verloren zijn, heeft mengeene groote moeite te besteden; want die eeretitel wordt hem van alle landen, steden en dorpen, die dezen Heilige maar eenigszins kennen, goedgunstig toegeschreven. Ik wil mij hier niet ophouden bij de getuigenis van den vermaarden doctoor in de heilige godsgeleerdheid, Guilielmus Pepin, uit de roemwaardige orde van den H. Dominicus, verklarende dat hij hiervan in eigen persoon vele treffende ondervindingen heeft gehad. Ik ga voorbij de getuigenis van den hoogwaardigen Aartsbisschop Ambrosius
114
VAN DEN ft. AXTONIUS A PADUA 115
Cathaginus, uit dezelfde heilige orde, die na zijn schoon werk de Gloria Sanctorum, hetwelk tot den druk gereed was, verloren te hebben, zijne toevlucht nam tot den H. Antonius, en het wonderlijk wederkreeg, gelijk hij zelf getuigt (Lib. 2 de serta Gloria Sanctorum Cap. de pecularibus gratiis.). Ik wil hier niet ophalen hoe hij de dieven gedwongen heeft de gestolene goederen weder te leveren; alleen zal ik hier maar bijvoegen drie geschiedenissen, die wat nader aan onze tijden zijn voorgevallen.
In het jaar 1646 zoekt de eerwaarde en geleerde heer Nicolaus Vernulseus, zeer vermaard door zijne schriften, koninklijke historieschrijver en president van het col-legie van Milius, gezegd Luxemburg, in de wijdberoemde universiteit van Leuven, in de maand Maart zijne rekening te doen; hij kon eenige noodzakelijke papieren niet vinden, hoe naarstig hij die ook zocht. In deze verlegenheid neemt hij zijne toevlucht tot den H. Antonius, die hem in andere voorvallen nog al behulpzaam was geweest, en belooft te zijner eer eenige Missen te lezen. Nauwelijks had hij 's anderendaags
WONDERDADEN
de eerste Mis gelezen, of t'huis komende, vindt hij zijne papieren open liggen op de tafel van zijne kamer. Dus blijkt uit zijn eigen handschrift, welks waarheid hij bereid was met eed te bekrachtigen (Papeb. fol. 770. n. 123.).
wn hetzelfde jaar viel er eene dergelijke A zaak voor in de stad Brussel. Iemand had aan den heer Joannes Gomez Cano , commissaris der monsteringen van den katholieken koning, uit de audientie-ka-mer eenige papieren van zeer groote aangelegenheid ontdragen, en die hem moesten dienen om zich te verweren in een proces, dat voor den souvereinen raad van Braband hangende was; hij had er nu al drie maanden naar gézocht, doch ze niet kunnen vinden. Hierover ten hoogste ontsteld en mistroostig, komt hij naar het convent der Minderbroeders, doet eenige Missen lezen ter eere van den H. Antonius, en terwijl hij langs het pand wandelde , komt hem een religieus van zeer eerw. gelaat te gemoet, die hem in het Spaansch groet, en de oorzaak vraagt van zijne mis-
116
van den h. antoniüs a padua 117
troostigheid. De heer Cano legt ze hem uit, alsook de reden -waarom hij daar ge-komenwas. De onbekende religieus zeide hpm; « Ga, hoor de Mis ter eere van den quot; H. Antonius, en betrouw dat gij uwe pa-« pieren morgen zult wederom hebben. » Zoo geschiedde het ook, en de heer Cano won zijn proces. Zonder twijfel was deze â¢onbekende religieus de H. Antonius; want in geheel het convent was er alsdan niet een die de Spaansche taal kon spreken dan â de poortier van het klooster en de biechtvader van den heer Cano, die hij beiden zeerwel kende. Hierom deed gemelde heer eene schoone schilderij maken, verbeeldende geheel deze geschiedenis, gelijk men die lang daarna nog zag in het koor van de kerk der Minderbroeders te Brussel (Papeb. fol. 770. n. 122.).
Toenoen Carolus II, koning van Engeland, in het jaar 1655 te Keulen zijn verblijf had, werd hem schier al zijn goud en zilverwerk ontstolen : wanneer hij dit vernam, zond hij aanstonds eenen edelman van zijn gevolg naar het convent der Min-
wonderdaden
derbroeders, om ditgeva] in hunne gebeden te bevelen. Des anderendaags (den 411 Januari) ging de eerwaarde ouderling, P. Wernerus Buriek, door de kerk, en zag daar eenen onbekenden man, die met den vinger eenen biechtstoel aanwees. De Pater ging er naar toe, en vond daar eenen zak met al het zilverwerk dat aan den koning ontstolen was. Hij nam den zak op, en droeg dien aan den P. Thomas Martini, alsdan guardiaan van het convent, die den zak door twee religieuzen aan den koning wederzond. Zijne Majesteit deed deze zaak, gelijk zij geschied was, wettiglijk opstellen, bekrachtigde het met eigen hand en koninklijken zegel, en gaf het tot eene eeuwige gedachtenis te bewaren in het convent der Minderbroeders Observanten ad Olivas. Dus verhaalt Boverius, fol. 131, gelijk men kan lezen bij Papeb. fol. 775, n. 147.
Bonon Ignigo, bisschop van Kordova, een groot vereerder van den H. Antonius, was op zekeren dag zeer treurig wegens het verlies van zijnen met kostbaar edelge-
118
VAN DEN H. ANT0N1US A PADUA 119
steenten bezetten ring, dien hij bij de bisschoppelijke wijding aan den vinger gedragen had. Daar hij, na vele gebeden en heilige Missen, ter eere van den Heilige verricht, hem niet kon vinden, zoo bleef er niets anders over dan een opvallend wonder, dat hem dan ook ten deel viel; want weinige dagen daarna noodigde hij eenige zijner vrienden ter tafel. Terwijl zij aanzaten , kwamen de wonderen van den H. Antonius ter sprake. Daar herinnerde de bisschop zich den verloren ring en maakte de opmerking : quot; Ik vereer dezen Heilige innig, wegens de vele gunsten, welke ik reeds van hem heb ondervonden; ééne gunst echter, * zeide hij, « heeft hij mij evenwel willen weigeren! quot; En wonder! nauwelijks had de bisschop gesproken, of de ring viel tot verwondering van alle aanwezigen midden op de tafel. â De bisschop erkende aanstonds zijnen ring, en metdankbaar gemoed prezen allen God, en stelden een nog grooter vertrouwen op de voorspraak van dezen Heilige.
wonderdaden
120
Zekereekere ridder te Napels werd door diens knecht, een geboren Afrikaan, eene groote som gelds ontstolen. De schelm maakte zich daarop met een zijner collega's uit de voeten. Nu nam de heer zijne toevlucht tot den H. Antonius en liet, hem ter eere, heilige Missen lezen. Nauwelijks hadden de beide vluchtelingen zich naar Afrika ingescheept, of er ontstond een geweldige storm, zoodat een hunner van het dak sloeg. De dief werd echter door den H. Antonius bij de haren gegrepen, onder de woorden : quot;Geef terug wat gij gestolen hebt, anders zijt gij een kind des doods. » Binnen weinige oogen-blikken werd het schip naar de Napelsche kusten gedreven. De dief werd gedwongen zijnen heer te voet te vallen, het gestolen terug te geven, en de gansche toedracht der zaak omstandig te verhalen. Aldus kreeg deze heer, door de voorspraak des Heiligen, zijn gestolen goed, en zijn dienaar de rust des gewetens terug.
Menen kan onmogelijk het leven van Ber-nardus Colnaga, van de Societeit van
VAN DE\ H. ANTOMUS A PADUA 121
Jesus lezen, zonder getroffen, te worden door de kinderlijke eenvoudigheid van dien vromen dienaar des Heeren, waardoor hij op zoo innigen en vriendschappelijken voet stond met den H. Antonius. Uit vele voorbeelden slechts het volgende :
Om eene zekere vrouw te troosten over het verlies van een paard, waardoor haar man zeer ontriefd was, wendde zich pater Colnaga tot den H. Antonius ; en weldra kreeg de man zijn paard terug. Doch man noch vrouw lieten den eerwaarden pater weten dat hot paard was teruggevonden. Dientengevolge in de veronderstelling dat zijn gebed niet verhoord was geworden, ontbood de pater een wereldlijken priester, die naderhand in de orde trad van den H. Franciscus van Paula, en gaf hem in last eenen steen op het altaar van den H. Antonius te leggen, en hem te zeggen, dat hij een hart moest hebben harder dan deze steen, dewijl het zooveel inhad om zijnen vriend eenen dienst te bewijzen. De eenvoudige priester volbracht hetgeen hem was opgedragen. Daar zag hij echter een kloosterting van het altaar nederdalen,
wonderdaden
die hem den steen teruggaf en lachend zeide : « Zeg aan Bernardus, dat eerder hij een steenen hart heeft, daar hij, na zoo veie mijner liefdebewijzen, nog wantrouwen tegen mij kan opvatten. » Hoezeer de goede pater, dit vernemende, zich vernederde en verheugde, laat zich licht begrijpen.
Waaraar de H. Antonius een waar vertrouwen vond op zijne machtige bescherming, was hij ook milddadig met zijne gunsten, zelfs in zeer nietige aangelegenheden.
Een leekebroeder der Capucienen had een gewijden Rozenkrans, dien hij zeer op prijs stelde , uit hoofde der vele aflaten, daaraan verbonden. Deze brak echter, doordien de draad versleten was, zoodat de koralen links en rechts lagen verspreid. Met groote moeite verzamelde hij ze alle, op één enkele na, die hij onmogelijk kon terugvinden. Hierover treurig te moede, bad hij met vertrouwen het Responsorium tot den Heilige. Antonius troostte hom onmiddelijk, want er kwam eene mier tot
122
van den h. antonius a padua 125
den broeder gekropen, -welke hem de koraal terug bracht. De broeder raapte haar op en weende van blijdschap en dankbaarheid.
De H. Antonius helpt tn bekoringen
Tee Santare, een vlek in liet koninkrijk Portugal, leefde iemand, die vanwege Satan door zulk eene geweldige bekoring tot zelfmoord werd overvallen, dat zij hem ter nauwernood kon wederstaan. De bekoorder verscheen haar in de gedaante van den gekruisigde, en trachtte haar over te halen zich in den vloed Tago te werpen, daar dit het eenige middel was om vergiffenis te erlangen en zalig te worden.â Op het feest van den H. Antonius besloot deze ongelukkige werkelijk den gegeven raad van den duivel te volgen, en liep naar de rivier. â Daar haar weg derwaarts langs de kerk van den H. Antonius liep, trad zij toch nog daar binnen, en bad den Heilige vertrouwvol, om haar door zijne machtige voorspraak te verlichten, of hot aldus Gods wil was, dat zij haar-plan volvoerde.
WONDERDADEN
Terwijl zij derwijze bad, overviel haar â een diepe slaap; en in den slaap vernam zij de stem des Heiligen, die haar zeide : quot; Zie in uwen schoot het geschrift; zoodra gij het zult gelezen hebben, zult gij geheel bevrijd zijn van de bekoring. » Hetgeen de Heilige haar beloofd had, werd letterlijk vervuld. Toen zij ontwaakte, zag zij het geschrift voor zich en las : Ecce f Crucem Domini! fugite partes adversce vicit Leo de trihu Juda, Radicc David, Alleluja, Alleluja !
« Ziet -f het kruis des Heeren! vlucht gij, wcderspannige partijen, de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David, heeft overwonnen, Alleluja, Alleluja.
Nauwelijks had zij dit gelezen, of de bekoring hield op, en de vroegere rust koerde tot haar hart terug. Dit geschrift ontving de destijds regeerende koning Dionisius, volgens zijn verzoek, van de persoon, en voegde het in de hofkapel bij de overige heiligdommen.
De vrouw viel, dewijl zij dit gebed niet meer verrichten kon, herhaaldelijk in de vorige bekoring. Toen de koning dit vernam, liet hij haar een afschrift geworden.
124
VAN DEN' H. ANTONIUS A PADUA 125
Zoodra had zij het niet gelezen, ot zij werd van alle kwaad bevrijd. Daar de H. Kerk later de macht dezer woorden tegen de hel zelvenondervond, schreef zij zeden exorcisten (bezweerders), bij het verdrijven der booze geesten, voor.
Ã' n het jaar 1650 overviel eene vrouw van i hooge geboorte zulk eene groote zwaarmoedigheid, dat zelfs hare dienstboden, welke alle mogelijke zorg aanwendden om haar te bevredigen , haar tot overlast strekten, spijs noch drank haar smaakte, onderhoud met kennissen haar verveelde, zij weinig sliep en haar eigen leven haar eindelijk ondragelijk werd. â Niets kon haar beter troosten dan de dood. â Daar zij nu zag dat er op aarde voor haar geene hulp meer te vinden was, nam zij, aangespoord door eene dringende ingeving, tot den H. Antonius hare toevlucht. Nauwelijks had zij met kinderlijk vertrouwen hieraan beantwoord, of zij vond verhooring; de verloren kalmte en rust keerden terug, en onder eer- en dankbetuigingen
W ONDERDADEN
deed zij de belofte om deze ontvangene genade door een ex-voto bekend te maken.
Ziedaar eenige der geboekstaafde wonderen, die op de voorbede van den H. An-tonius van Padua geschied zijn. Ze allen aan te halen, zou geheele boekdeelen ver-eischen, en dan nog zouden er veel onbekend blijven. quot;Want eens zullen wij, in de jaarboeken des Hemels, eene menigte gebeurtenissen zien, waarvan wij hier beneden geene kennis dragen.
Deze enkele verhalen zijn echter voldoende om ons een groot vertrouwen op de voorbede van den H. Antonius in te boezemen, en ons tot dankbaarheid op te wekken, dat God ons zulk een machtigen voorspreker verleend heeft.
126
-oosadg^gBssoo
a E B E D E N
ONDEE
DE HEILIGE MIS
Voorbereidend gebed
fGoD, barmhartige, hemelsche Vader, die mij naar uw beeld geschapen hebt, o God Zoon, die ter mijner verlossing de menschelijke natuur hebt aangenomen, uw heilig Bloed voor mij vergoten hebt en den bitteren dood zijt gestorven ! o God H. Geest, die mij in den heiligen Doop hebt geheiligd en tot het ware geloof hebt gebracht! o H. Drievuldigheid, mijn eenige en allerhoogste Heer; geef mij de gratie dat ik deze H. Mis mag hooren, en dezelve met den Priester aan uwe goddelijke Majesteit opofferen.GoD, barmhartige, hemelsche Vader, die mij naar uw beeld geschapen hebt, o God Zoon, die ter mijner verlossing de menschelijke natuur hebt aangenomen, uw heilig Bloed voor mij vergoten hebt en den bitteren dood zijt gestorven ! o God H. Geest, die mij in den heiligen Doop hebt geheiligd en tot het ware geloof hebt gebracht! o H. Drievuldigheid, mijn eenige en allerhoogste Heer; geef mij de gratie dat ik deze H. Mis mag hooren, en dezelve met den Priester aan uwe goddelijke Majesteit opofferen.
Ten eerste, ter uwer eer, en mijnen schuldigen dienst, om te bekennen, dat Gij de eenige, allerhoogste God en Heer zijt
GEBEDEN
over ons, menschen en alle schepselen, aan wie deze offerande alleen toebehoort.
2. Tot gedachtenis van het bitter lijden en sterven van den Zoon Gods : want Hij heeft deze offerande ten dien einde ingesteld.
3. Tot dankbaarheid voor al de weldaden aan mij betoond.
4. Tot voldoening voor al mij ne bedrevene zonden en misdaden, welke ik door deze allerheiligste offerande van hetH.Vleesch en Bloed van Christus verzoek.
5. Tot verkrijging van uwe goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood, en bijzonderlijk in dezen....
6. Voor mijne beminde ouders, vrienden en bloedverwanten, voor mijne overheid, en allen, die mij eenige weldaden bewezen hebben, namelijk voor NN.
7. Voor al de zielen, welke in Christus gestorven zijn, inzonderheid voor N. N. Neem, o barmhartige God en Heer, deze offerande aan; laat U deze mijne bereiding behagen, en verhoor mijn gebed door Jesus-Christus, uwen Zoon , onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid
128
ONDER DE H. MIS
van den H. Geest, God in allo eeuwen der eeuwen. Amen.
Tot het Confiteor.
O Jesus! hoe groot is uwe goedheid en barmhartigheid jegens mij ! het was U niet genoeg, dat Gij voor mij menseh geworden zijt, lijdende en stervende, maar Gij hebt, bij uw verscheiden uit de wereld, dit heilig Misoffer ingesteld, in hetwelk Gij U zeiven aan uweu hemelschen Vader voor mij hebt opgeofferd. Hoe zal ik deze liefde,-o minnelijke Jesus! behoorlijk erkennen, en mij bevlijtigen U dit te vergelden? Ach! in den staat van mijne dankbaarheid zelfs houd ik niet op te zondigen, en U dagelijks te vertoornen! Ik klaag aan TJ, Jesus, en zog : Ik, arme zondaar, belijd voor God, enz.
Tot het Kyrie eleïson.
Zeg driemaal : Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
129
Tot het Gloria in excelsis.
Glorie zij God in hot allerhoogste, en 9 23
GEBEDEN
op de aarde vrede aan do mensclien, die van goeden wil zijn. Wij loven U, wij g-ebe-nedijden U, wij aanbidden U, wij prijzen U, wij danken U, om uwe groote glorie, o Heer God, hemelsohe Koning, God Vader almachtig! o Hoer Josus-Christus, eenig-geboreu Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die wegneemt de zonden dor wereld, ontferm U onzer; die wegneemt de zonden der wereld, ontvang ons gebod. Die daar zit aan de rechter zijde dos Va-dors, ontferm U onzer : want Gij alleen zij t heilig, alleen Heer, alleen de Allerhoogste Jesus-Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid Gods, des Vaders. Amen.
Tot de Collecten, Epistel en Graduaal.
Verhoor, o hemelsche Vader, het gebed uwer H. Kerk, waarmede zij in den naam onzes Heeren Jesus-Christus uwe goddelijke Majesteit ootmoedig verzoekt en uwe hulp en bijstand in allen nood voor hare. lieve kinderen verlangt! keer uw vaderlijk aanzicht van ons niet af, maar zie ons met de oogen uwer genade aan; opdat wij van allo kwaad bevrijd, naar uw behagen leven,
130
ONDER DE H. MIS
zalig sterven, en hierna in uw rijk in de eeuwige heerlijkheid worden opgenomen. Door Jesus-Christus onzen Heer. Amen.
Oefening van Geloof.
Mijn God en Heer! ik geloof al wat Gij mij door uw heilig woord, zoo als het dooide Profeten beschreven is, door uwen eenigen Zoon Jesus-Christus, en door zijne H. Apostelen veropenbaard hebt, en mij van de H. Kerk, die eene kolom en grondvesting der waarheid is, verklaard en voorgehouden wordt. In dit heilig katholiek geloof begeer ik te leven en te sterven, waartoe ik, o God! uwe genade verzoek. Amen.
Oefening van Hoop.
Op U hoop en betrouw ik, mijn allerge-nadigste God en barmhartige Vader! want hoewel mij mijne menigvuldige groote zonden bekend zijn, ben ik toch niet minder indachtig uwe onmetelijke barmhartigheid, die oneindig grooter is dan mijne zonden. Gij begeert den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve;
131
GEBEDEN
uwe goedheid zal mij in mijn kruis,in mijnen nood en benauwdheden niet verlaten, en ik verwacht.de kroon der eeuwige zaligheid. Dit is mijne hoop en betrouwen op U, mijn God en Heer. Amen.
Oefening van Liefde.
Hoe zal het mogelijk zijn, o God! dat er een mensch kan gevonden worden, die U niet uit den grond zijns harten bemint '? Ach, kon ik mijn hart en mijne ziel duizend en duizendmaal verdubbelen, ik zoude die al te zamen gewillig totuwe liefde stieren; want niets wenschik in den Hemel, niets zoek ik op de aarde buiten U, mijn God en mijn Heer! in U begeer ik televen en te sterven. Ach! wanneer zal ik U met liefde in eeuwigheid bezitten? Amen.
Tot de Prefatie.
Tot IT, God! verheffen wij onze harten cn loven uwe goddelijke Majesteit; want het is waarlijk waardig en rechtvaardig, behoorlijk en zalig, dat wij U altijd in alle plaatsen dankzeggen, o Heer, almogende Vader, eeuwige God! door Christus onzen
132
m
ONDER DE H. MIS
Heer, door -welken de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen aanbidden, de Machten ontzien, â wien de hemelen en do hemelsche Krachten , en de heilige Serafijnen met eenparigehlijdschap eeren; met welke, opdat Gij ook onze stemmen wilt verhooren, wij U met ootmoedige belijdenis bidden, zeggende : Heilig, heilig, heilig is de Heer, do God der heir-scharen. Hemel en aarde zijn vol van uwo heerlijkheid! maak ons zalig in den hoogste! Gebenedijd is Hij, die daar komt in den naam des Heeren ! maak ons zalig in den hoogste!
Memento of gedachtenis voor de levenden.
Barmhartige God en Hoer! aanzie met uwe genadige oogen mij en allen, die bij deze heilige olTerande uwen grooten Naam prijzen, en, opdat mijn gebed des te krachtiger zij, verzoek ik, dat bij hetzelve gevoegd zij do voorbidding van do allerzaligste Maagd Maria, der heilige Apostelen, Martelaren, Belijders en Maagden. Laat, o hemelsche Vader! deze offerande, waar uw eenige Zoon onbloedig wordt geofferd,
133
GEBEDEN
mijne ziel, met allen die hier tegenwoordig zijn, brengen ten eeuwigen leven.
Bij de Elevatie of ophefjinr/ van de H. Hostie.
Wees gegroet, o mijn Zaligmaker en quot;Verlosser Jesus-Christus, mijne hoop en toevlucht! Gij zijt het eeuwige Woord des Vaders; Gij zijt de ware Zoon van Maria; Gij zijt mijn God en mijn Al. O Jesus, gelijk Gij U aan den kruisboom voor uwen hemelschen Vader hebt opgeofferd, maak mij alzoo deelachtig aan uw heilig lijden, door het waarachtig Lichaam en Bloed in dit Sacrament, opdat hot mij eene teerspijs zij nu en in het uur van mijnen dood. Am.
Bij het opheffenvan den Kelh.
Wees gegroet, waarachtig en levend Bloed, hetwelk uit de heilige wonden mijns Heeren Jesus-Christus, en met zijn heilig Lichaam in dit Sacrament vereenigd zijt! O grooteschat! o edel bloedbad! wasch en reinig mij van al mijne zonden, genees en versterk mijne ziel ten eeuwigen leven.
13-4
ONDER DE H. MIS
Gebed.
Allerzoetste Jesus! met een vast geloof en oprecht betrouwen aanbid ikU, mijnen Heer, met uwe godheid en menschheid, onder deze gedaante van brood en wijn : ik bid U ootmoedig, laat mij ton jongsten dage U onbedekt met mijne oogen aanschouwen, en onder het getal der gelukzaligen gerekend worden. Laat mij met vreugde uwe liefderijke stem hooren : komt gij, r/ebened.ijden ! 0 n( ferm U mijner! o Jesus! ontfermU mijncr.eii laat uw bitter lijden en sterven aan mij niet verloren zijn; laat uw dierbaar Blood niet te vergeefs zijn uitgestort; maar iaat het mij, en al uwe dienaren en dienaressen strekken tot eene verzekering der eeuwige zaligheid. Amen.
Bij het Agnus Dei.
O Lam Gods, dat wegneemt do zonden der wereld, ontferm U onzer.
O Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
O Lam Gods, dat wegneemt de zonden
135
GEBEDEN
der wereld, geef ons den vrede des tijds, des harten en der eeuwigheid.
Bereiding tot eene geestelijke Communie.
O zachtmoedige Jesus! dewijl Gij ons met deze woorden toeroept : Komt allen tot Mij, die belast en beladen sijt, en Ik zal
verhwihhen; zoo treed ik met een ootmoedig en rouwig hart tot U, begeer mij van uw heilig Lichaam en Bloed, uwe Godheid en menschheid in deze H. Offerande, en in dit H. Sacrament, zoo veel mij mogelijk is, deelachtig te maken, en do Spijs der Engelen geestelijker wijs te genieten. Kom, o Jesus, kom in mijne ziel, â¢vervul dezelve, en verkwik haar door den geest, want Gij zijt haar leven en voedsel : vergeef mij al mijne zonden en onvolmaaktheden ; neem van mij weg al wat mij van U afkeert. Ik ben gewond, o Jesus.' genees mij: ik ben zwak en afgemat, versterk mij, ik ben verblind, verlicht mij; ik ben onwetend, leer mij; ik ben dorstig , laaf mij; al mijne zonden beken ik, o lieve Jesus.' bekeer mij; verder bestier mij; bereid eene waardige woning in mij, waar-
13G
ONDER DE H. MIS
lt;loor Gij altijd blijft in mij en ik in U, die leeft en heersolit met den Vader en den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Am.
Dankzegging na dc geestelijke Communie.
O Jesus, schoonheid mijner oogen, liefde mijns harten, vriend en vreugde mijner ziel! TJ dank ik in eeuwigheid, ik loof en prijs U uit al mijne krachten, omdat Gij mij, uw onwaardig schepsel, met uw heilig Lichaam en Bloed geestelijker wijze gespijsd, en uwer hemelsche maaltijd deelachtig gemaakt hebt, O Gij, mijn Zaligmaker, mijn God en mijn Al! neem, door deze ongemetene liefde, van mij af al wat U in mij mishaagt; vernieuw mijnen geest, vervul mijne ziol met uwe gratie, ontsteek mijnen wil met het vuur uwer liefde, eu maak die aan uwen allerheiligsten wil in alles gelijk; verander mij voorts geheel in TJ, opdat ik toch eens waarlijk moge uitroepen : ik leef, doch ik nu niet meer, maar Christus leeft in mij.
Tot de Benedictie.
Ons zegene en gebenedijde de almogende
137
GEBEDKN
God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Het Evangelie van St. Jan.
In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschen, en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Daar is geweest een mensch, gezonden van God, wiens naam was Johannes Deze is gekomen tot getuigenis, opdat hij getuigenis zoude geven van het licht, opdat zij allen door Hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar opdat hij getuigenis zoude geven van het licht. Hetwas een waarachtig licht, hetwelk verlicht alle menschen, komende in deze wereld. Het was in de wereld, en de wereld is daardoor gemaakt, en de wereld heeft het niet gekend. Hij is gekomen in zijn eigen, en de zijnen hebben Hem niet ontvangen; maar allen, die Hem
138
ONDER DB H. MIS
ontvangen hebben, heeft Hij macht gegeven om Gods kinderen te worden, degenen die in zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. Kn wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als van den eeniggeboren Zoon van den Vader, vol van gratie en waarheid.
Lof zij U, Christus.
Sluitgebed.
Hemelsche Vader! ontvangvan mij dezen schuldigen dienst, dien ik U in deze tegenwoordige offerande heb opgedragen; vergeef mij al mijne zonden en traagheden, die ik hierin heb begaan. Ik beveel mij aan U, o Heer! tegenwoordig en te allen tijde, en stel mij geheel en al in de handen uwer goddelijke barmhartigheid.
Gebed als men met het H. Sacrament da benedictie geeft. â
O allergoedertierenste God! uw heilig Sacrament moet mij een geneesmiddel voor
139
gebeden
al mijno krankheden, eene betaling voor al mijne zonden, cene vervulling aller deugden wezen, die mij ontbreken, en cene sterke verzekering tegen alle gevaren, die mij, levende en stervende, aanstaande zijn.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
GEBEDEN NA DE H. MIS
voorgeschreven door Z. H. leo XIII
(Dc güoovigen bidden dezelve met den Priester) :
Men zegt driemaal Ave Maria, daarna leent men den voorzang :
Gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze wellust eu onze hoop, gegroet. Verbannen kinderen van Eva, richten wij tot U onze smeekingen in den nood. Tot U verzuchten wij in dit tranendal. O, onze voorspreekster, richt toch uwe blikken, zoovol barmhartigheid, tot ons, en laat ons, na dit ballingschap,
140
ONDER DE H. MIS
Jcsus aanschouwen, de gezegende vrucht uws lichaams. O genadige, o goede, o zoete Maagd Maria!
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat -wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED
O God, onze toevlucht en onze sterkte, werp eenen genadigen blik op het volk dat tot U smeekt; en door de tusschenkomst der roemrijke en onbevlekte Maagd Maria, Moeder van God; van den H. Joseph , haren Bruidegom; van de heilige A-postelen Petrus en Paulus, en van alle Heiligen, aanhoor met barmhartigheid en goedheid de gebeden,diewij voorU storten tot bekeering der zondaars, voor de vrijheid en de verheerlijking van onze Moeder de H. Kerk.
Men voegt er de volgende aanroeping bij :
H. Michaël , Aartsengel, verdedig mij in den strijd; wees onze hulp tegen de
141
142 GEBEDEN ONDER DE H. MIS
sluwheid en de strikken des duivels. Dat God op hem zijne macht uitoefene, wij vragen het al smeekende : en Gij, Prins der hemelsche heirkrachten, drijf, door do goddelijke macht, Satan en de andere booze geesten, die op de wereld verspreid zijn om de zielen te verliezen, terug in den afgrond der hel. Amen.
--
LITANIE
VAN DEN
Heiligen Antonius van Padua
fEER, ontferm U onzer.EER, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, Moeder en beschermster van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en onderrichter van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Antonius van Padua, bid voor ons.
Zalige vrucht van Spanje, bid voor ons.
Nieuw licht van Italië, bid voor ons.
LITANIE
Beschermcr cn glorie van Padua, bid
voor ons.
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Franciscus,
Lelie der zuiverheid,
Kostelijke perel der armoede, Klaarblinkend licht van gehoorzaamheid.
Spiegel van boetvaardigheid,
Roos van verduldigheid.
Vlam van liefde.
Vat van heiligheid, ^
Pilaar der H. Kerk, £
Verkondiger der gratie, g
Uitroeier der zonden, ^
Vertreder der wereld, g
Ver heifer der glorie van den Oppersten Vader,
Ootmoedige verberger der wijsheid,
lieeraar der waarheid,
lilinkende ster in het firmament van do
serafijnsche orde.
Ark des Testaments,
Trompet van den Allerhoogste, Voorvechter des geloofs van het hoogwaardig H. Sacrament,
144
VAN DEN H. AN TO MIS VAN PADUA 145
Brandende naar den marteldood, bid voor ons.
Geesel der ketters,
Schrik der ongeloovigen,
Roede der tirannen.
Ijverige liefhebber van Gods huis, Ã.Iveraar der zielen.
Wonderbare mirakeldoener.
Patroon in verlorene zaken.
Toevlucht der armen,
Gezondheid der zieken, £
Vertrooster der bedrukten, IT
Hof van vreugde, o
Kenner dei- harten, ^
Voorzegger van toekomende dingen, = Verwekker der dooden.
Schroom der duivelen.
Navolger der Patriarchen en Profeten, Nabeeld van de Apostelen,
Uitstekende onder de Leeraars,
Glorie der Heiligen,
Onze allerzoetste vader en beschermer, Jesus, wees ons genadig, spaar ons. Heer. Jesus, wees ons genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
10 23
LITANIE
Van alle zonden, verlos ons, Heer.
Van de macht des duivels.
Van pest, hongersnood en oorlog.
Van den eeuwigen dood.
Door de verdiensten van den H. Anto-nius,
Door zijne brandende liefde, g
Door zijnen iever voor de bckeering der g-zondaron, ^
Door zijne vurige begeerte tot den mar- g teldood,
Door zijne gedurige volharding in zijne g* beloften van armoede , zuiverheid en gehoorzaamheid.
Door zijnen onvermoeiden arbeid.
Door de zeldzame verscheidenheid zijner
mirakelen,
In den dag des oordeels.
Dat Gij ons tot een waarachtig leedwezen onzer zonden wilt brengen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in onze harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons deelachtig wilt maken van de voorspraak en verdiensten van den
146
VAN DEN H. ANTONIL'S VAN PADUA 147
heiligen Antonius, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij dit land in den dienst van den
H. Antonius wilt laten volharden,
Dat Gij allen, die tot den H. Antonius J-hunne toevlucht nemen, gezondheid gt naar ziel en lichaam wilt verleenen, g; Dat wij, door de verdiensten van den £ H. Antonius, in alle soorten van deug- cj den mogen voortgaan,
Dat Gij alle minnaars en dienaars van §. den H. Antonius in alles met uwen 5
O
zegen wilt voorkomen, quot;â¢
Dat Gij U gewaardigt ons te verhoeren, a Jesus-Christus, Zoon van den levenden quot; God,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer, enz.
Onze Vader, enz.
14S LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS
v. En leid ons niet in Viekoring',
r. Opdat wij mogen waardig worden der beloften van Christus.
r. Maar verlos ons van den kwade. Amen. v. Bid voor ons, H. Antonius!
GEBED
O Heer Jesus-Christus, die op den Goeden Vrijdag, omtrent (5 ure, op het altaar â 1an uw allerheiligste kruis hebt willen verheven worden , en omtrent 6 ure (*) uwen geest hebt willen geven in de handen van uwen hemelschen Vader! wij bidden U door uwe verdiensten en door die van den H. Antonius, wiens ziel ook op eenen Vrijdag van deze wereld is gescheiden, en â wiens heilig lichaam den derden dag van de volgende week begraven is, dat wij, door de voorspraak van denzell'den beschermer, de vruehtvan uwe verlossing en onze zaligmaking in ons gedurig mogen gewaar worden : die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.
1
Volgens de berekening der Joden alsdan.
LOFZANG VAN DEN H. ANTONIUS 149 LOFZANG
Ier core van clou li. --Vnt o11i u-s
(op diens feest, 13 Juni.)
Heden steeg- hij, die Belijder,
Wien de volkren de eerekroon Juichend brengen van deze aarde.
Zalig in de hemelwoon.
Vroom, ootmoedig, kuisch en ijvrig.
Strijdend voor des Heercn zaak.
Bleef hij trouw den plicht vervullen
Van zijn opgenomen taak.
Door zijn deugd en voorbeeld tevens
Keert in 't uitgeput gemoed Voor den strijder Gods weer veerkracht . En verheugde zielegloed.
Daarom stijgt ook uit ons midden.
Dank- en loflied hemelwaarts :
Strek' zijn bede ons ook tot voorspraak
Bij don pelgrimstocht op aard.
Dan toch wordt de lof behaaglijk
In der hemelingen oor,
Dien wij der Drieöenheid brengen.
Heden en alle eeuwen door.
Amen.
150 litanie van dem H. antonils
Ant. O beste leeraar, licht der H. Kerk, Antonius van Padua, minnaar der goddelijke wet, bid voor ons den Zoon van God.
De Heer geleide den rechtvaardige op cffene paden.
En hij toone hem het rijk Gods.
gebed
Laat uwe Kerk, o God, zich verheugen in de plechtige feestviering van uwen belijder , den H. Antonius; opdat zij door geestelijke hulp te allen tijde gesterkt en waardig gemaakt worde om eenmaal de eeuwige vreugde te genieten. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
TOT DE ALLERnEfUOSTE
MAAGD EN MOEDER GODS MARIA
eer, ontferm Uonzer, om het vergoten Bloed van uwen eenigen Zoon. Christus, ontferm U onzer, om de borsten van Maria, die Gij gezogen hebt.
lieer, ontferm U onzer, die Maria tot uwe Bruid verkozen hebt.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God II. Geest, ontferm TI onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer, om Maria, die de Dochter is van den Vader, de Moeder van den Zoon en do Bruid van den H. Geest.
II. Maria, bid voor ons, opdat door uwen H. Naam alle helsche geesten van onze ziel vlieden.
152 LITANIE ÃOT DE ALLERHEILIGSTE
II. Moedei- Gods, bid voor ons, opdat wij onder Gods kinderen mogen gerekend worden.
JL Maagd der Maagden, bid voor ons, opdat onze ziel van alle kwade gedachten moge behoed worden.
Moeder van Christus, bid voor ons, opdat de vrucht uws lichaams, Jesus, voor ons de vrucht zij van het eeuwige leven.
Moeder der goddelijke gratie, bid voor ons, opdat wij in staat van gratie uit deze wereld scheiden.
Allerreinste Moeder, bid voor ons, opdat wij onze werken met eene zuivere meening mogen betrachten.
Allerzuiverste Moeder, bid voor ons, opdat wij alle onreine gedachten mogen overwinnen.
Ongeschondene Moeder, bid voor ons, opdat onze zinnen mogen vereenigd blijven in Jesus en Maria.
Minnelijke Moeder, bid voor ons, wil uwe barmhartige oogen van ons nooit afkeeren.
Zeer wonderlijke Moeder, bid voor ons.
MAAGD EN MOEDER GODS MARIA 153
opdat wij de kracht uwer voorspraak mogen genieten.
Moeder des Scheppers, hid, voor ons, opdat wij door goede werken denzelven altijd mogen kennen.
Moeder des Zaligmakers, bid voor ons, opdat wij onder uwe bescherming het eeuwige leven bekomen»
Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons, opdat wij nooit wanhopen van uwe en uws Zoons genade.
Eerwaardige Maagd, bid voor ons, en voeg ons de waardigheid uwer verdiensten toe.
Lofwaardige Maagd,, bid voor ons, opdat wij, onder uwe voorspraak, mogen volharden.
Machtige Maagd, bid voor ons, opdat wij door geene bekoringen overweldigd worden.
Zachtmoedige Maagd, bid voor ons, opdat wij door onverduldigheid geene verdiensten verliezen.
Getrouwe Maagd,, bid voor ons, en wil ons in het uur des doods niet verlaten.
Spiegel der rechtvaardigheid, bid voor
154 LITANIE TOT DE ALLERHEILIGSTE
ons, opdat wij door de verdiensten van Christus en de uwe, in ons verscheiden mogen gerechtvaardigd worden.
Stoel der wijsheid, bid voor ons, opdat ons verstand Gods wetten moge indachtig wezen.
Oorsaak onzer blijdschap, bid voor ons, opdat wij onze zaligheid mogen betrachten.
Geestelijh vat, bid voor ons, en vervul onze dorre zielen met uwe deugden.
Eertoaardig vat, bid voor ons, opdat het dierbaar Bloed van Christus niet te vergeefs gestort zij voor onze ziel.
Uitstekend vat van devotie, bid voor ons, opdat wij met waren inkeer van ons gemoed tot uwen Zoon en tot u, ons leven mogen eindigen,
Geestelijke roos, bid voor ons, opdat wij, den geur uwer deugden volgende, aan U mogen behagen.
Toren van David, bid voor ons, en beschut ons door uwe sterkte.
Ivoren toren, bid voor ons, opdat do vlekken der zonden ons niet zouden aankleven.
MAAGD EN MOEDER GODS MARIA 155
Gulden huis, bid voor ons, en reik aan «ns uwehemelsche schatten uit.
Ark des ver bonds, bid voor ons, opdat â wij de wraak Gods over onze zonden ontgaan mogen.
Deur des Hemels, bid voor ons, en breng onze ziel tot de eeuwige vreugde.
Morgenster, bid voor ons, opdat wij niet van den weg der zaligheid afdwalen.
Behoudenis der kranhen, bid voor ons, opdat wij in allen tegenspoed, door uwe genade, mogen ondersteund worden.
Toevlucht der zondaren , bid voor ons, opdat wij, rustende op uwe genadige armen, aldaar de goddelijke toorn moge gebroken worden, mits Jesus, onze verzoeking, op dezelve heeft gerust.
Troosteres der bedrukten, bid voor ons, mits gjj onze zeer minnelijke Moeder zijt.
Hulp der christenen, bid voor ons, en â wees indachtig dat wij u onder uwen bijstand dienen.
Koningin der Engelen, bid voor ons, en zend uwe Engelen tot onze hulp.
Koningin der Patriarchen, bid voor ons. en laat de zielen der geloovigen in den
150 LIT Ay IE TOT DE ALLERHEILIGSTE
schoot van Abraham, in do oeuwig-e rust gevoerd worden.
Koningin der Profeten, hid voor ons, opdat wij mogen aanschouwen hetgeen zij ons voorzegd hebben.
Koningin der Apostelen, bid voor ons, opdat wij nimmer afwijken van het christen geloof, dat zij aau ons verkondigd hebben.
Koningin der Martelaren, bid voor ons, opdat wij in Jesus volstandig blijven in al ons lijden.
Koningin der Belijders, bid voor ons, opdat wij hunne volharding zouden bekomen.
Koningin der Maagden, bid voor ons, opdatwij onzenstaat zuivermogen beleven.
Koningin van alle Heiligen, bid voor ons, opdat wij in hun gezelschap God mogen genieten.
Koningin zonder vlek ontvangen, bid öooj' ons.
Koningin van den H. Rozenkrans, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
MAAGD EN MOKBKR GODS MARIA 157
Lam Gods, dat -wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat -wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
OnzeVader, enz.
t. In alle lijden en benauwdheden, k. Kom ons te hulp, allerbarmhartigste Moeder Maria!
Gebed
Laat ons door u toegang hebben tot uwen Zoon, Maria, vindster van de gratie, Moeder der zaligheid! opdat Hij door u, die uit u voor ons is geboren, ons in genade ont-vange. Dat de volheid uwer volmaaktheid bij Hem de boet onzer verderfenis ont-schuldige; dat uwe vruchtbaarheid in onze zielen de vruchtbaarheid van verdiensten brenge.
O Maria , onze Vrouw en Middelares ! verzoen ons met uwen Zoon, en beveel ons aan Hem: doe zooveel door de gratie, die gij van Hem verkregen hebt, door de barmhartigheid, die gij gebaard hebt, dat
158 LITANIE TOT DÃ AI.LERH. MAAGD MARIA
iiij, die in u ter onzer liefde is deelachtig geworden van onze ellenden, ons in al onze behoeften vertrooste, en deelachtig make van zijne gratie en glorie. Amen.
Gebed tot de allerheiligste Maagd Maria
(Door den II. Barnardus.)
Gedenk, o genadigste Maagd Maria! dat men nooit gehoord heeft dat iemand, die tot u gevlucht is, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak gevraagd heeft, van u verlaten is geweest. Door dit betrouwen aangemoedigd, o Maagd der maagden! loop ik tot u, en zuchtende onder het ge-gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. 0 Moederdes Woords! versmaad mijne gebeden niet, maar neeim ze genadig aan en gewaardig ze te ver-hooren.
1_ I T AN I
VAN DEN
HEILIGEN JOSEPH
fEKR, ontfermEKR, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
GodH. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, o-
H. Maagd der maagden, S.'
K. Joseph, g
Beschermer van Jesus, °
Bruidegom van Maria, g
Man naar Gods hart, 50
LITANIE
Getrouwe en wijze dienaar, bid voor ons.
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
Die, om Maria, met bijzondere genaden
zijt begunstigd geweest.
Allerreinste in zuiverheid.
Allernederigste in ootmoedigheid, Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing,
Die door den H. Geest zei ven rechtvaardig zijt verklaard, g; Die in de goddelijke verborgenheden lt; boven anderen verlicht zijt geweest, o Die door eenen Engel in het geheim der o menschwording onderwezen zijt, ;« Die met Maria, uwe bevruchte Bruid,
naar Bethlehem zijt gereisd.
Die in de herberg geene plaats vond en
in eenen stal zijt gaan vernachten. Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd.
Die, als Christus besneden werd, zijnen
naam Jesus genoemd hebt,
Die niet Maria het Kind Jesus in den
160
VAN DEN H. JOSEPH 1G1
tempel hebt opgeofferd, bid voor ons. Die, op het woord van den Engel, met Jesus en zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht.
Die, na den dood van Herodes, met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd.
Die het Kind Jesus, dat te Jerusalem _ was gebleven, met Maria, zijne Moe- g; der, vol droefheid gezocht hebt, g
Die Jesus, na drie dagen, met blijdschap o in het midden der Leeraren hebt 0 gevonden, S
Aan wie de Heer der Heeren op aarde
onderdanig is geweest.
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt.
Man van Maria, uit welke Jesus is geboren,
Onze voorspreker, hoor ons, H. Joseph. Onze beschermer, verhoor ons, H. Joseph. In al onzen nood, help ons, H. Joseph. In al onze benauwdheden, help ons, H. Joseph.
In het uur van onzen dood, help ons, H. Joseph.
11 23
LITANIE
Door uwe allerzuiverste trouw, help onsgt; H. Joseph.
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, help ons, H. Joseph.
Door uwen arbeid en uw zweet, help ons, H. Joseph.
Door al uwe deugden, help ons, H. Joseph.
Door al uwe verdiensten, help ons, H. Joseph.
Door uw eeuwig geluk, help ons, H. Joseph.
Wij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij uwen beminden Jesus wilt bidden om vergiffenis onzer zonden, ^
Dat gij ons aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, gj
Dat gij voor alle maagden en ongetrouw- g-den de gave van zuiverheid wilt ver- 0 werven,
Dat gij voor alle getrouwden eene onbe- a vlekte getrouwheid en eene heilige c eendracht wilt verkrijgen, o
Dat gij alle huisvaders in het christelijk ó opvoeden hunner kinderen wilt be- K hulpzaam zijn.
162
VAN DEN H. JOSEPH
Dat gij alle oversten in de bestiering der hun toebetrouwden wilt behulpzaam zijn, â wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonderlijk toegedaan zijn, wilt begunstigen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij allen, die op uwe hulp betrouwen, altijd en overal wilt beschermen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij alle geloovige zielendooruw gebed voor haar wilt helpen, wij bidden u, verhoor ons.
Beschermer van Jesus, wij bidden u, verhoor ons.
Bruidegom van Maria, wij bidden u, verhoor ons.
H. Joseph, wij bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
163
LITANIE
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz,
v. Bid voor ons, H. Joseph.
r. Opdat wij der beloften van Christus -waardig worden.
Laat ons bidden
quot;Wij bidden U, Heer; dat wij door de voorspraak van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Dicleeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed tot den H. Joseph
om de genade eener goede dood te bekomen.
Groote H. Joseph, die het voorbeeld, de patroon, de vertrooster der stervenden zijt, ik verzoek vandaag uwe bescherming voor mijnen laatsten levensstond, voor dat verschrikkelijk oogenblik, wanneer de krachten om u ter hulp te roepen, mij misschien zullen ontbreken. Maak, smeek ik u, dat
164
VAN DEN H. JOSEPH
165
ik de dood der rechtvaardigen stcrvc. Maar , opdat ik eene zoo groote gunst moge bekomen, verkrijg mij dat ik, naar uw voorbeeld, in de tegenwoordigheid van Jesus en Maria leve, en dat ik nooit hunne oogslagen door de schandige vlekken der zonde bezoedele. Dat ik van dit oogenblik af versterve aan mij zeiven, aan mijne driften, aan mijn aardsche verlangen, aaa al wat God niet is, om alleenlijk te leven voor Hem, die voor mij gestorvenis. Jesus, Maria, Joseph, in de hoop uwer hulp eix onder uwe bescherming is het dat ik deze voornemens maak; weest mij genadig nu en in het uur mijner dood, en maakt dat ik, op het oogenblik van sterven, uwe zoete namen uitspreke. Amen.
LITANIE
van het
H. HART VAN JESUS
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm TJ onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God, g
Hart van Jcsus, Zoon van dèn eeuwigen S Vader, g
Hart van Jesus, Zoon van de H. Maagd ^ Maria, o
Hart van Jesus, eigene en waardige S woonplaats van den H. Geest, ?
Hart van Jesus, schatkamer der H. Drievuldigheid,
Vf eer, ontferm U onzer.
Ejl Christus, ontferm U onzer.
LITANIE VAN HET H. HART VAN JESUS 107
Hart van Jesus, roem en vreugd der Engelen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindig in Majesteit,
Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde,
Ootmoedigste Hart van Jesus, Allerzuiverste Hart van Jesus, Allerminnelijkste Hart van Jesus,
Hart van Jesus, vol van zegen en genade,
Hart van Jesus, wellust van Hemel en 0 aarde, g-
Hart van Jesus, licht van geheel de 5* wereld, B
Hart van Jesus, onverwinnelijke sterkte ertegen onze vijanden, 2 Hart van Jesus, bron van alle rechtvaar- o digheid.
Hart van Jesus, oorsprong van alle goedheid en barmhartigheid.
Hart van Jesus, vol medelijden en tee-derheid,
Hart van Jesus, woonstede aller deugden.
Hart van Jesus, allen lof en eer waardig,
LITANIE
Hart van Jesus, wicn alle aanbidding toekomt, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindige afgrond van
allo hemelsclie gaven.
Hart van Jesus, zaligheid dergenen die
in U hopen.
Hart van Jesus, fontein der wateren die
tot het eeuwige loven springen.
Hart van Jesus, verzoeningder zonden. Hart van Jesus, troost van alle bedrukte
harten, o
Hart van Jesus, hoop dergenen die in U 5-sterven, £2
Hart van Jesus, ons leven en onze ver- 3 rijzenis, cl
Hart van Jesus, toevlucht van alle zon- g daren, S
Hart van Jesus, met bitterheid voor ons â¢' vervuld.
Hart vau Jesus, met versmaadheden
voor ons verzaad.
Hart van Jesus, om onze boosheden
doorwond.
Hart van Jesus, om onze zaligheid aan
liet kruis gestorven.
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken,
168
VAN HET H. HART VAN JESUS 169
Hart van Jesus, lovende, heilige en God-
behagende offerande, ontferm U onzer. Hart van Jesus, altaar, op hetwelk al de Heiligen geslachtofferd worden, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden dei-
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Laat ons bidden
Heer Jesus, diedoor eeneuieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen ! geef dat wij aan de liefde van dit allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en de versmadingen, aan hetzelve door de ondankbaarheid der mensohen aangedaan, door waardige dienstbewijzin-gen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vaderen denH. Geest, God in alle eeuwen. Amen.
GEBEDEN
GEDURENDE HET LOF
Wanneer de zegen met het Hoogwaardig gegeven wordt, zeg :
fBLOOFD en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste Sacrament! Zegen mij, o Jesus, met den Vader en den H. Geest; versterk mij door uwe genade, om zoo te leven volgens uwen heiligen wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke; geef aan alle rechtvaardigen volharding , aan alle zondaars vergiffenis en aan alle geloovige zielen verlossing; help ons allen, nu en in het uur van onzen dood. Amen.BLOOFD en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste Sacrament! Zegen mij, o Jesus, met den Vader en den H. Geest; versterk mij door uwe genade, om zoo te leven volgens uwen heiligen wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke; geef aan alle rechtvaardigen volharding , aan alle zondaars vergiffenis en aan alle geloovige zielen verlossing; help ons allen, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
In den naam des Vaders, enz.
Gebed tot Jesus.
â O Jesus! Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament! dit geloof ik vastelijk, want Gij zelf hebt
GEBEDEN GEDURENDE HET LOF 171
het gezegd en veropenbaard. Ik aanbid U met den diepsten eerbied als mijnen Schepper en Verlosser, mijn Opperste Goed, mijnen Heer en mijnen God.
O Heer! sla van uw heilig altaar een genadig oog op mij, ellendigen zondaar. Met een bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met de oogen vol tranen, bid ik U, o mijn God! vergeef mij mijne zonden ; ik haat en verfoei dezelve uit liefde tot U. Verwerp mij niet van uw aanschijn; keer uwaanzicht af van mijne zonden; wisch al mijne ongerechtigheden uit; schep in mij een zuiver hart; vernieuw den rechten geest in mijn binnenste; maak mij, naar uw voorbeeld, zoetaardig en ootmoedig van harte, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, verduldig in het lijden, standvastig in uwen dienst, en in alles onderworpen aan uwen goddelijken wil.
Steunende op uwe vaderlijke goedheid, o mijn Zaligmaker! bid ik U ook vooral degenen, met welke ik door de banden van den godsdienst en der natuur vereenigd ben. Zegen onzen H. Vader den Paus, do Bisschoppen en Priesters, beziel hen met
GEBEDEN
â éenen vurigen ijver voor uwe glorie, en met eene teedere liefde voor de schapen, welke Gij hun toebetrouwd hebt! ik bid U bijzonderlijk voor den herder dezer parochie; geef dat zijne onderwijzingen vrucht mogen doen in onze harten, dat hij ons de HH. Sacramenten waardiglijk bediene en door uwe genade zóó leve, dat wij door zijn voorbeeld altijd mogen gesticht worden.
Ik beveel U, Heer, mijne ouders, die zoo veel voor mij ten beste hebben gedaan, dat-ik het hun nooit vergelden kan; maar Gij kunt hen daarvoor loonen; ik bid U oot-moediglijk, geef hun al wat naar ziel en lichaam noodig is voor dit en liet eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor al mijne weldoeners en vrienden; ook voor mijne vijanden, indien ik ermochte hebben.
Ach, Heer! mochten toch alle menscheu, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren 1 geef hun daartoe uwe genade; ontferm U over hen, o Jesus! dien ik met het oog des geloofs aanschouw in dit H. Sacrament! Gij hebt aan het kruis gebeden voor versteende zondaars; laat dat gebed ook nog voor
172
«EDI RENDE HET LOF
hen, die in zonde leven, genade verwerven.
De zielen der geloovigen, die' nog in het vagevuur lijden, beveel ik aan uwe goedertierenheid; vervul het vurig verlangen, welk zij hebben, om uw minnelijk aanschijn te genieten.
En om in mijn gebed niemand te vergeten, bid ik U, Heer, voor de zielen, die U met ons niet kunnen komen aanbidden ; troost hen op hun bed van lijden; sta de stervenden bij; geef dat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden; eindelijk bid ik voor allen, voor wie ik gehouden ben te bidden; laat hen uwen dierbaren zegen en uwe genade deelachtig worden.
Heer Jesus! als ik overweeg hoe genadig cn wonderlijk Gij hier tegenwoordig zijfc in dit H. Sacrament, dan moet ik uitroepen ; o Heer! hoe groot zijt Gij! Gij zijt bij ons en in het midden van ons, als een vader bij en onder zijne kinderen, als een geneesmeester bij zijne zieken; hoe tee-derlijk bemint Gij ons! Ach, mochten toch ik en alle menschen U hartelijk weder beminnen! ach, hoe ongelukkig zijn dege-
175
GEBEDEN
nen, die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardig' Sacrament tegenwoordig-zijt; verleen hun toch het licht des geloofs, opdat zij, uit hunne blindheid getrokken, tot den schoot uwer Kerk gebracht worden , en met ons gezamenlij k U in dit geheim aanbiddende, begrijpen mogen, hoe gelukkig uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig hunnen nood en krankheden aan U, als aan hunnen vader en geneesmeester, mogen klagen, vastelijk vertrouwende, dat Gij hen niet ongetroost zult laten weggaan.
Gebed tot Maria.
O onbevlekte Maagd ! hoe vurig danken wij God, dat Hij u voor alle vlekken der zonden bewaard heeft. Hoe zeer wensch ik, dat alle menschen dit voorrecht in u erkennen! vlekkeloos staat gij voor het aanschijn des Heeren. Gewaardig U uwe medelijdende blikken op mij, onwaardige, te vestigen. Bid God voor mij ; trouwens, ik ben niet slechts in zonde ontvangen en geboren geworden, maar ik heb ook na het H. Doopsel mijne ziel door menigvul-
174
GEDURENDE HET LOF
dige zonden besmeurd; ik heb zoo -weinig getracht het kleed der onschuld te bewaren. Zal God aan u, welke hij boven alle schepselen verheven en voor alle kwaad bewaard heeft, wel iets kunnen weigeren? Allerzuiverste Maagd! gij wilt, gij kunt voor mij de genade afsmeeken, dat ik door â¢ware boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd word, en dan ernstig mijne zaligheid bewerk. Moge ik dikwijls aan u denken; moget gij mij ook nimmer vergeten! Bid voor mij, opdat ik uw geloof, uwe ootmoedigheid, uwe liefde, uwe gehoorzaamheid , uw geduld, uwe zuiverheid navolge, ten einde ik eenmaal met u in de eeuwige zaligheid moge deelen. O gelukkig oogenblik, op hetwelk ik u in den Hemel zal zien, loven en eeuwig beminnen, u, mijne Moeder, onbevlekte Maagd Maria!
Onder het Ave Maria.
Driemaal het Weesgegroet.
Bij de laatste Benedictie.
Ik zal van U niet gaan, o mijn Zaligmaker! zonder van uwe liefde de zegeningen
175
170 GEBEDEN GEDURENDE HET LOP
ontvangen te hebben, welke mijne behoeftigheid vordert. Ach! of deze in mij den levendigston schroom verwekten voor do zonde, mij uwe liefde en uwe gratiën mededeelden, en mij hielpen wèl te leven en den dood der Heiligen te sterven.
Diezelfde gunsten, o mijn God! verhoop ik van u voor mijne familie en voor allen, die het voor mij eene plicht is U aan to bevelen, namelijk voor NN. Ik roep al den bijstand uwer Voorzienigheid in over dc benoodigdheden van Kerk en van Staat; bewaar onder dezelve de banden des vredes en der eendracht; doe uwen naam over heel dewereldkennen,aanbidden en beminnen; verlicht de ongeloovigen en degenen die in doling zijn; vertroost die, welke zichin druk bevinden; doe de zondaren het gruwzaam gevaar van hunne ziel zien; raak do versteende harten en breng ze tot U weder; vergun aan de rechtvaardigen de volharding, aan de stervenden het geluk in uwe liefde te sterven; verkort de pijnen der zielen in het vagevuur; vervul onze wenschen, en geel' dat wij allen hier het onderpand der eeuwige zegeningen ontvangen.
GEBED VOOR DE BIECHT
/huC KRAC!,TIPE voorspreker en oprechte W3 toevlucht der zondaren, H. Antonius: ik betrouw, dat do barmhartig-heid van mijnen zoeten Zaligmaker, die u zoo menige treffelijke teekenen van zijne liefde en goedheid gegeven heeft, door uwe voorbidding mij de klare kennis van al do zonden, waaraan ik plichtig ben,zalver-leenen, opdat ik, die kennende,ze verfoeio, cn, die verfoeiende, moge biechten met. een vast voornemen van die nooit meer te bedrijven. Daarom bid ik u ootmoedig, o groote Heilige! dat gij voor do vierschaar van Gods rechvaardigheid dit, mijn verzoek, hetwelk ik met oprecht berouw en bitterheid dos harten tot Hem stier, wilt indienen. Ik heb gezondigd, en mijne boosheden zijn zoo menigvuldig, dat ik niet waardig ben mijne oogen naar don Hemel te slaan. Met alle nederigheid bid ik om 12 23
GEBEDEN
178
vergiffenis. Het is mij leed uit den grond van mijn hart, niet uit vrees voor de eeuwige straffen, die ik beken zeer dikwijls te hebben verdiend, maar omdat ik U, o mijn God! vergramd heb, die mijn eenig en opperste goed, en alle liefde waardig zijt. Ik belijd, o Heer! dat mijne zonden zeer groot zijn, maar Gij, Vader der barmhartigheid en God van allen troost (2 Cor. 1. v. 3.)! vergeef mij die door uwe oneindige goedheid/ En gij, H. AntoniuS, mijn getrouwe vriend, als ik mij voor uwe voeten zal nederwerpen, wees dan zoo goed van mijn zuchten en kermen, die uit het diepste van mijne ziel oprijzen, te doen opklimmen tot aan de ooren van het onbevlekt Lam, door wiens dierbaar Bloed ik verlost ben, opdat Hij hetzelve aan den eeuwigen Vader voor mij opdrage, en ik alzoo volle vergiffenis van al mijne zonden, alsook de kwijtschelding van de straffen, die ik door dezelve verdiend heb, moge verwerven. Amen.
NA DE BIECHT
GEBED NA DE BIECHT
O zeer goedgunstige beschermer, heilige Antonius! welke dankzegging zal ik geven aan mijnen God voor de genade, die Hij mij bewezen heeft van mij tot de volle kennis mijner zonden te brengen, en het H. Sacrament van boetvaardigheid te mogen ontvangen, waardoor, zoo ik vast betrouw, al mijne zonden vergeven zijn! Maar waartoe zal mij de absolutie dienen, zoo ik mij voortaan van de zonden niet onthoud? Wat zal het mij baten, dat ik het besmeurde kleed mijner boosheid heb uitgeschud, indien ik hetzelve aanstonds weder aantrek? Daarom, o groote Heilige ! neem ik tot u, als mijnen bijzonderen noodvriend, mijne toevlucht, opdat ik in dezelfde zonden niet meer vallen moge, noch mij voortaan bevinden in eenen staat, die veel ellendiger en doodelijker is dan degene, waarin ik te voren ben geweest. Verbreek dan de banden (Ps. 115. v. 16.) der kwade gewoonten van mijn voorgaande leven, hetgeen ik voor altijd verlaat en uit den grond van mijn hart verfoei, en wees zo»
179
GEBED NA DE BIECHT
ISO
goed van in de plaats der jaren, die ik verkwist heb in God te vergrammen en mij te verdoemen, voor mij genade te bezorgen, dat ik -waardige vruchten van ware boetvaardigheid voortbrenge (Luc. 3. v. 8),. en den weinigen tijd des levens, die mij nog overblijft, wol moge besteden, opdat ik eindelijk met u eens de eeuwige glorie moge genieten. Amen.
GEI3ED
VOOR DE H. COMMUNIE
â os:*
mijn goedertieren voorstander, heilige Antonius! ik kom wederom uwen bijstand verzoeken, en, met zoo groote devotie als ootmoedigheid, mij voor uw beeld en altaar werpen, denkende mijnen Heereu Schepper te gaan ontvangen, dien ik vaste-lijk geloof en belijd wezenlijk tegenwoordig te zijn onder de gedaante der H. Hostie, gelijk gij door openbaar mirakel hebt doen blijken aan de ketters in den hongerigen muilezel, dien gij hebt doen eer bewijzen aan onzen God in het allerheiligste Sacrament. Maar hoe zal ik durven naderen tot die opperste Majesteit, voor welker zuiver aanschijn de Hemelen zelve niet zuiver zijn (Job 15. v. 15.) ? Hoe zal ik, ellendige zondaar, mij tot deze goddelijke Tafel durven begeven ? Deze is dan de reden, o heilige Antonius! waarom ik mij eerst met
GEBED
een goed betrouwen bij u aanbied, mits de kwalen mijner ziel u bekend zijn, ootmoedig verzoekende, dat gij wiit aanvullen al wat aan mijne bereiding ontbreekt, en gewaardigen mij van God eene volmaakte zuiverheid des harten, met eene diepe ootmoedigheid en levendig geloof, te bezorgen, omdat ik dit hemelsch Manna, dat kostelijk Brood der Engelen, het oprechte voedsel onzer ziel, waardig moge nutten. Amen.
GEBED NA DE H. COMMUNIE
O groote dienaar Gods, H. Antonius ! die nadat gij u zei ven geheel aan de goddelijke Majesteit hadt opgedragen, al de schepselen genoodigd hebt om tot erkentenis der gaven, waarmede zij van Hem voorzien zijn, den lof te zingen van hunnen Schepper ; ik arme zondaar, wel wetende, dat mijne gebeden zeer zwak en al mijne werkèn bij God van geringe of geene waarde zijn, verzoek van u zeer ernstig, dat gij toch uwe gebeden wilt voegen bij de mijne, om onzen God en Zaligmaker te bedanken voor de «itmuntende weldaad, mij vandaag be-
182
NA DE H. COMMUNIE 1SS
toond, als Hij gewaardigd heeft zich zelven aan mij te geven. Onderwijs mijne ziel, hoe zij Hem onophoudelijk moet gebene-dijden en uit al hare krachten altijd loven. Maak dat mijn wil ontstoken worde door het vuur der goddelijke liefde, dat mijn hart door die heilige liefde moge kwelea cn zich van alles afscheiden en onttrekken, om zich met haren Welbeminde nauw to vereenigen, voortaan niet meer levendo dan door zijnen geest, om Hem voor altijd te beminnen en te verheerlijken. Met een woord, heilige Antonius! verkrijg toch voor mij al de gaven en deugden, die dit hoogwaardig, heilig Sacrament in de zielen der geloovigen kan uitwerken. Amen.
NOVENEN
OF
NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
TER EERE VAN DEN
^ntoiiius van Padua
fefENE Novene is eene oefening, be-'Si, staande in gebeden, die gedurende ' negen achtereenvolgende dagen worden voortgezet ter eere van den Heilige, om, door zijne voorspraak, eene weldaad van God te verkrijgen.
Om deze negendaagschc godsvrucht-oe-1'ening wel te verrichten, moet men dezelve beginnen met eene groote ootmoedigheid, met een diepen eerbied, en vooral met een zuiver doel, en daarbij geen ander inzicht hebben, dan de meerdere eer van God en van den Heilige, tot wiens eer men de novene houdt. En dewijl de zuiverheid van
NESENDAiGSCIIE OEFENINGEN 180
een goed geweten het krachtdadigste middel is om Gods barmhartigheid te bewegen, dient men deze novene door de Biecht en de H. Communie te beginnen.
Is men niet in staat om wezenlijk te communiceeren, dan tracht men het geestelijker wijze te doen, hetzij in eene gewone, of wel in eene ter eere van den Heilige, gelezene Mis.
Vóór, onder of na de H. Mis kan men het onderwerp overwegen, hetwelk voor iederen dag voorgesteld is, en het daaropvolgend gebed lezen, waarbij men de litanieën of de kleine getijden van den Heilige kan voegen. âZij, die niet kunnen lezen, kunnen vijf of negenmaal, of zoo dikwijls zij het goedvinden het Onze Nader en Wees gegroet bidden.
Het is ook eene godvruchtige gewoonte iemand te laten communiceeren tot het einde, dat men zich in de novene heeft voorgesteld: aalmoezen te geven, of op deu vooravond, of op ceneu dag der novene, te vasten.
Bovendien moet men een vast vertrouwen hebben, dat men zal bekomen hetgeen
186 NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
men verzoekt: ten teeken van dat vertrouwen, kan men eene waskaars doen ontsteken voor het beeld des Heiligen, als om. door de vlam derzelve de vurigheid van ons vertrouwen en verlangen af te beelden.
Wanneer men geen genoegzaam geloof of vertrouwen in zijn hart gevoelt, kan men zich in den geest vereenigen met al degenen, die, ter zelfder ure, in de verschillende landen der wereld, eenig gebed tot dezen Heilige storten; en zich verbeelden dat men bij die personen is, hunne woorden en gebeden hoort, en in al hunne goede werken deelt; want er staat geschreven : Waar er eenig en in het gebed vereenigd zijn, hen Ik in hun midden.
Eindelijk moet men volkomen overgegeven zijn in den goddelijken wil, ten opzichte van hetgene men van God, door de voorspraak en de verdiensten van den Heilige, verzoekt. Want, niettegenstaande zijne machtige bescherming, mogen wij ons niet verzekerd houden, dat de novene met den uitslag van ons verlangen zal bekroond worden. Immers, hoevele christenen verzoeken van God dingen, die strijdig
VAN DEN H. ANTOMÃS VAN PADUA 187
zijn met zijnen heiligen wil, nadeelig voor hunne zaligheid en zijner verhevenheid, onwaardig? De God, die in eene schamele kribbe tranen stortte, kan niet altijd den-gene verhoore, die aardsche genoegens vraagt, noch rijkdommen schenken, daar Hij de armoede aanprees. Een christen, door de genade en den geest Gods bezield, verkiest een gerust geweten boven de eer, de deugd boven het geld, ja zelfs de droefheid boven de vermaken. Bidt hij somtijds om vergankelijke goederen, dan geschiedt zulks uit nood en te zijner zaligheid; maar hij voegt bij zijne vraag danaltijd de woorden van den Zaligmaker : Niet mijn wil geschiede, maar de uwe!
Houdt men in die gesteltenis de novene, en verkrijgt men evenwel niet wat men verzocht heeft, dan verlieze men daarom niet het vertrouwen op den Heilige, dewijl God dikwijls do gunsten, die wij verzoeken , verandert in een oneindig getal andere, welke met onze behoefte», die Hij veel beter kent dan wij, meer overeenkomen.
188 NEGKNDAAGSCHE OEFENINGEN
Oorsprong der Novene
Ten jare 1617 leefde er te Bononië eenc adellijke dame. Twee en twintig jaren was zij gehuwd, zonder dat God dezen echt met een kind zegende. Zij hoorde van de talrijke wonderen spreken, welke God op de voorbede van den H. Antonius wrocht, en besloot tot dien machtigen voorspreker hare toevlucht te nemen. Eens wierp zij zich voor een altaar van den Heilige neder, en bad hem langen tijd, onder een vloed van tranen, om van den Hemel den zegen voor haar huwelijk te bekomen. Den volgenden nacht meende zij, in den slaap, den H. Antonius te zien, met een glansrijk licht, als schitterende stralen zijner hemelsche heerlijkheid, omgeven. Hij gebood haar, negen achtereenvolgende Dinsdagen zijne kapel te bezoeken en voor zijn beeld te bidden.
Die onverwachte verschijning deed haar deze godvruchtige oefening met een kinderlijk vertrouwen ondernemen, waardoor zij verdiende verhoord te worden.
Maar de gunst, welke zij van God ver-
VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADUA. 189
â worven had, strekte slechts om haar kwaaddenkenden man achterdocht in te boezemen. Hij behandelde haar met eene ongewone wreedheid, als waro zij hem ontrouw geweest; en bij deze droefheid der edele vrouw voegde zich nog eene tweede smart.
In plaats van een kind ter wereld te brengen, dat den roem van den Heilige deed blijken, aan wiens voorspraak het zijne geboorte te danken had, scheen hare vrucht niets menschelijks te hebben. Op dit gezicht drong der arme moeder een zwaard van droefheid door het harte; en onder een stroom van tranen, beschuldigde zij zich zelve, den Hemel met hare verzuchtingen en verlangens last aangedaan te hebben. Maar in den wil van God berustende, neemt zij andermaal hare toevlucht tot den H. Antonius, en op de bescherming van haren heiligen Patroon vertrouwende, gebood zij het mismaakte wezen in doeken te winden en naar zijn altaar te brengen; zij beval hetzelve den Heilige vurig aan; en zié, eensklaps hoorde men het geschrei van een kindje.
100 NBGEXDAiGSCHE OEFENINGEN
en het beziende, zagen zij dat het een kindje was, hetwelk zeer schoon en als een sieraad onder de kinderen der menschen was.
De geheele stad was van verwondering opgetogen, loofde God en zijnen machtigen dienaar, den H. Antonius van Padua, en iedereen erkende het nut en de voordeelen der negendinsdaagsche godvruchtigheid.
âïâ^t
NOVENE
TER EERE
VAN DEN H. ANTONIÃS
Eerste lt;iag
fROOTEROOTE heilige Antonius, die verdien-det tijdens uw sterfelijk leven het Kindje Jesus te aanschouwen, om alzoo vóór uw verscheiden eenigszins aan de hemelsche vreugde deelachtig te worden, sla uwe oogen op de ellende en nood van uwen vereerder, den geringsten uwer kinderen; laat u uit medelijden bewegen voor mij te bidden. Ik beken wel dat alle wederwaardigheden die bijna ieder oogen-blik onzen vrede verstoren, do vruchten en de uitwerkselen onzer zonden zijn; doch op u heb ik het troostvol vertrouwen gesteld, dat, indien gij bij uwen Schepper zult aanhouden, mij de genade zal verleend worden, waarom ik thans uwe bemiddeling inroep. 0 glorierijke Heilige, die de gave
192 negendaagsche oefeningen
van wonderwerken bezit, aarzel niet mij uwen bijstand te verleenen
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
De eerw. Paters Augustijnen hadden in Bengalen een jongen slaaf gekocht, die afgoden-dienaar was. Zij bespeurden in hem echter de vreemdste hoedanigheden, en daar zij veel hoop koesterden hem te zullen bekeeren, was hij aan zijne meesters zeer duur betaald. Aanstonds begonnen zij hem te onderwijzen, en hunne pogingen bleven niet vruchteloos; want hun leerling begreep en onthield al hetgeen men hem leerde, dat het een lust was. Alleen zijn hart bleef weerspannig, en verzette zich hardnekkig tegen de waarheid, welke hij met zijn vlug verstand evenwel goed begreep. Eens, dat hij een vertrek binnenkwam, waarin zich een beeld bevond van den H. Antonius, begon dit eensklaps te loven, verweet hem nadrukkelijk zijne halsstarigheid, en diende hem met zijne koord gevoelige slagen toe. De arme jongen barstte in tranen los, en op zijn geschrei
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA
kwamen de kloosterlingen haastig aange-loopen.
Toen zij de reden er van vernamen, hadden zij geene moeite meer hem over te halen om christen te worden. Na het Doopsel waardig te hebben ontvangen, leidde hij daarop een voorbeeldig leven, werd kloosterling der orde, en predikte met zooveel ijver, dat hij in korten tijd twintig duizend heidenen bekeerde.
Tweede dag
Groote en machtige H. Antonius, alwie wonderen zoekt, treft ze in menigte bij u aan ; laat mij de kracht uwer wonderen ondervinden, ten einde de belangen mijner ziel daardoor te bevorderen. Verkrijg mij vooral van den almachtigen God de genade, dat ik bevrijd blijve van een plotselingen en onvoorzienen dood, en behoed mij voor zware zonden en den eeuwigen ondergang. Wek de verdoolden uit hunne dwaling op en toon hun den weg des eeuwigen heils. Bewaar mij in alle noodwendigheden des levens, bijzonder waar het mijne eeuwige zaligheid betreft. Help mij alsdan den 13 23
193
194 negen'daagsche oefening
vijand mijner ziel overwinnen. quot;Wil ook van mij weren alle ziekten en rampspoed, die ons op deze gevaarlijke levenszee zoo dikwijls overvallen. Waak over mij, mijn beschermer, opdat ik nimmer meer Gods Geest verlieze, of indien ik Hem, helaas, ooit verliezen mocht, Denzelve door u, die verloren zaken terug bezorgt, aanstonds â wedervinde.
Wonder
Eene Infante van Spanje lag hevig ziek; het was een jeugdig kind, dat om zijne goedaardigheid door zijne ouders te meer werd bemind. Ondanks al hunne zorgen, verergerde de kwaal en stierf het. Niets vermocht de smart der koningin-moeder te lenigen ; deze verlangde niets vuriger dan dat de H. Antonius haar kind wederom zou doen herleven. De koning had intus-schen last gegeven het arme lijkje te begraven, want reeds was de vierde dag voorbij, zoodat het tot ontbinding begon over te gaan. De koningin verzette er zich echter tegenj overtuigd als zij was, dat haar gebed zou verhoord worden. De heilige
\
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 195
Antonius bewerkte inderdaad dit wonder, dat het gansche hof met ontzetting vervulde. Het verrezen kind sprak tot de koningin : quot; Moeder, toen gij den H. Antonius voor mij badt.was ik in het paradijs te midden van het koor der maagden; en in dien schoot van geluk maar al te zeer het gevaar van de ij delheden dezer wereld ziende, beval ik mij Gode aan, ten einde u niet te verhooren. Doch de Heer antwoordde mij, dat Hij vast had besloten zijnen dienaar geen enkele gunst te weigeren, en dat zoowel uwe dringende bede als uw levendig geloof deze belooning wel verdiende : dat ik derhalve terug zou keeren naar de aarde, om uwe droefenis een weinig te verzachten, en u de heugelijke tijding te brengen van mijn geluk; doch dat ik ook op mijne beurt zou verhoord worden, en dat Hij mij binnen veertien dagen wederom tot zich zou roepen door een zachten dood, en voor mij de gelukkige toegekende plaats zou bewaren. » Zoo als het kind voorzegd had, gebeurde het, en gansch het hof kon a!s getuige der voorspelling, de waarheid er van bewijzen.
196 negendaagsche oefening
Derde dag
Uitverkoren voorspreker, Heilige Anto-nius, toevlucht der bedroefden, met groot vertrouwen kom ik tot u, om hulp te verwerven in mljnebehoeften.H. Antonius, geef, dat ik onder het getal dier kinderen gerekend worde, wier bede door uwe tusschenkomst verhoord wordt. Ik beken dat ik wegens mijne veelvuldige zonden uwe voorspraak niet waardig ben. Daar gij echter tijdens uw leven zelfs de grootste zondaars tot berouw en liefde jegens God wist aan te sporen, stel ik mijn vertrouwen op u en richt tot u mijne bede. Draag ze aan den goeden God op, en geef, dat indien het mijner zaligheid dienstig is, door uwe verdiensten mijn verlangen vervuld worde. Sta mij bij gedurende mijnganschen levensloop, en help mij naarmate mijn zielheil het vordert.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Laat mij u de beschamende les verhalen, welke de H. Antonius eens aan eene ondankbare en ijdele dame uit Cremona gaf.
VAN DEN H. ANTONIÃS A PADUA 197
Zij had een zeer kostbaar halssnoer verloren en vertelde aan eene vriendin, die meer godsvrucht bezat dan zij, haar ongeval. Deze raadde haar aan, eene Mis ter eere van den Heiligen Antonius te laten lezen, haar de verzekering gevende, dat de Heilige haar het snoer zou doen terugvinden. Fatsoenshalve gat zij hare vriendin het geld om eene Mis te laten lezen; doch zonder het minste geloof er aan te slaan en inwendig er van doordrongen, dat dit eerder een ingeblazen verzinsel ten bate der priesters was, dan een godsdienstig en Gode welgevallig werk. Benige dagen later vond die dame in hare kamer haar halssnoer benevens het geld, dat zij voor de Mis had gegeven. Verslagen door dit wonder, dat haar te gelijk hare ondankbaarheid, hebzucht en ongeloovigheid verweet, kon zij dit voorval niet verzwijgen. Alsdan vernam zij van haar zoontje, dat deze inderdaad een zeer eerbiedwaardig kloosterling in de kamer had zien komen, en het snoer op dezelfde plaats had zien leggen, waar het was teruggevonden. Door deze les en uitstekende genade getroffen, beloofde
198 NEGENDAA.GSCHE OEFENING
de dame er zich erkentelijk voor te zullen betoenen, door het graf van den Heilige te bezoeken, en het wonder, dat hij te harer gunste had bewerkt, openlijk bekend te maken.
quot;Vierde dag
O H. Antonius, ijverige verkondiger der katholieke waarheid, die dag en nacht met onvermoeid pogen de leer der ware Kerk verkondigdet en de verdwaalden tot het Geloof bekeerdet, zie hoeveel duizenden zielen in de schandelijkste dwaling ronddolen en ook anderen in het verderf trachten mede te sleuren. Zie, hoe de ware Kerk van alle kanten wordt aangevallen en hoe lauw en traag vele geloovigen zich gedragen, waarom zij verdienen, door den rechtvaardigen God met de vrees elijke strafte worden gekastijd , van het eenig waar Geloof te verliezen. O H. Antonius, toon ook nu nog uwen ijver voor de Kerk van Christus. Verkrijg vooralle dwalenden eene oprechte bekeering, voor de oprechte geloovigen echter die hoogachting voor het
van den h. antoniüs a padua 199
heilig Geloof gelijk het betaamt. Bid voor ons land en onze woonplaats, opdat alle verdwaalden tot het heilig Geloof terugkeeren. Verhoor ons gebed, o ijvervolle geloofsprediker, tot meerdere eer van God.
Onze Vader. Weesgegroet.
Wonder
Eene Milaneesche dame, die een paar kostbare oorringen had verloren en ze niet kon terugvinden, liet twee Missen lezen ter eere van den H. Antonius, en woonde die persoonlijk bij. Tehuis komende, vond zij de oorringen in het daarbij hoorendo kastje terug, en spoedde zich, verheugd als zij was, naar haren man, om hem die heugelijke tijding te brengen, echter niet zonder spijt van het geld, dat zij voor de Missen gegeven had. Deze bekeef haar terecht; doch de H. Antonius strafte haar nog erger over hare ondankbaarheid; want op het oogenblik dat zij hare oorbellen wilde aandoen, vond zij er slechts één in het kastje. De andere was vervangen door
200 NKGENDAAGSCHE OEFENING
het geld der twee Missen , dat haar door eene geheimzinnige hand was terug bezorgd. Zij erkende alsdan haren misstap, liet de verkeerde meening, van te veel ter eere van den Heilige gedaan te hebben, varen, en bemerkte weldra, dat er integendeel heel wat anders diende gedaan te worden om hem te bevredigen. Zij verdubbelde haren eerbied jegens hem, herwon eindelijk van den H. Antonius, door middel van een ootmoedigberouw, zijne vorige goedgunstigheid, en liet het gebeurde te Padua in de registers van de sacristij der kerk van den H. Antonius opteekenen.
quot;Vijfde dag
H. Antonius, ik stel mij onder uwe heilige bescherming en beveel mij in uwe verdiensten dringend aan. Ik smeek u ootmoedig, wil toch met het oog op de groote liefde en het kinderlijk vertrouwen, waarmede mijn hart jegens u bezield is, mijn naam in uw hart schrijven, en mij onder het getal diergenen opnemen, welke gij op bijzondere wijze bemint en bijstaat, opdat ik in al mijne aangelegenheden een zekere
van den' h. antoniüs a padua 201
toevlucht bij u vinde. Sta mij vooral bij met uwe liefde en hulp in mijne laatste oogen-blikken, opdat ik mij in alle eeuwigheid met u in den Hemel moge verheugen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Een Calvinist bespotte dikwijls de katholieken wegens heiligen vereering eu wonderen. Hij doorreisde Italië en ging naar Rome, alwaar het gezicht van zoovele heiligdommen hem slechts nieuwe stof tot spotternij leverde. Eindelijk begaf hij zich naar Padua en trad de kapel van den H. Antonius binnen, ten einde het prachtige beeld- en snijwerk, dat diens wonderwerken voorstelt, te bewonderen. Toen gevoelde zich de reiziger als door een onwe-derstaanbaar geweld gedreven, om zijne dwalingen af te zweren en zich té bekee-ren. Hij echter weerstond en vertrok naar Milaan; de gedachte van de wonderen van den H. Antonius bleef hem echter dag en nacht bij. Zijne ziel was diep getroffen geworden en hij zag wel in dat er geen ander middel bestond, om zijn arm geweten
quot;â quot;202 NEGENDAAGSCHB OEFENING
te bevredigen, dan katholiek te worden. Hij werd het inderdaad, en gaf zich gewonnen voor de macht des Heiligen. Sedert smaakte hij zooveel vreugde, dat hij, niet te vreden met zijn geluk, ook anderen daaraan zooveel mogelijk wilde deelachtig maken. Hij schreef en liet te Venetië een open brief drukken, waarin hij betoogde, hoe gemakkelijk het is tot de kennis van het ware Geloof te geraken, en hetgroote genot beschreef, waarmede degenen zijn vervuld, die dat Geloof omhelzen. Wat hem aangaat, hij ging zoo groot op 't katholiek Geloof, dat hij dit voor alle smarten ter wereld niet zou verzaakt hebben.
Zesde dag Liefdevolle H. Antonius, die om uwe engelachtige reinheid waardig zijt bevonden met de Engelen, met Maria, de Maagd der maagden en Jesus, de Lelie der kuisch-heid, vertrouwelijk om te gaan, werp op mij een blik van medelijden. Gij, die reeds aan anderen, door de aanraking van uw kleed de gave der kuischheid kondet ver-leenen, reinig door uwe machtige voor-
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 203
spraak mijne ziel en lichaam, reinig mijne zinnen, mijn geest en mijn hart. Geef dat ik in navolging uwer bewonderenswaardige zuiverheid, zelfs de geringste gedachte, welke in strijd is met deze beminnelijke deugd, verfoeie. Verleen mij sterkte in het beoefenen dier deugd, opdat ik Jesus en Maria welgevallig worde. O konde ik door uwe tusschenkomst de vreugde smaken, welke in den Hemel voor kuische zielen is weggelegd.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Een in de kunst zeer ervaren chirurgijn uit Bordeaux kreeg van zijn heer, den prins van Aquitanië, last, om het leger, dat naar Castilië gezonden werd, te vergezellen en het zijne diensten te verleenen. Hij kon zulks niet weigeren, en niettemin hielden gebiedende omstandigheden hem tehuis. In die verlegenheid kwam de gedachte bij hem op, zijne toevlucht te nemen tot den H. Antonius, waarna hij eerbiedig voor zijn beeld nederknielde. Terwijl hij eene Mis, welke tot dat einde werd opgedragen.
204 NEGENDAAGSCHE OEFENING
bijwoonde, zag hij dat het hoofd van het beeld des Heiligen eene ontkennende beweging maakte. Aanvankelijk meende hij, dat hem eene gezichtsbegoocheling overkwam, doch meer oplettend toeziende, kreeg hij de overtuiging, dat het beeld werkelijk bewoog, als wilde het zeggen : neen. Ten eenemale wist hij niet waaraan zich te houden, noch hoe hij dit teeken moest uitleggen ; had het te beduiden, dat hij in 't geheel niet zou vertrekken, of wel, dat, in geval hij vertrok, de gevaren, welke hij duchtte, niet zouden verwezenlijkt worden? Terwijl hij aldus in twijfel verkeerde, werd hij aan het hof ontboden. Hij begaf zich derwaarts, zijnen heiligen beschermer dringend om uitkomst smeekend. Ten paleize aangekomen, kreeg hij van den prins zei ven een tegenbevel. Aanstonds betuigde hij den H. Antonius zijnen dank, en aarzelde niet dit feit te laten aanteeke-nen tot meerderen roem van den beschermer.
VAN DEN H. ANTONIÃS A PADUA 205 Zevende clag
H. Antonius, kostbare lelie van onschuld en voorbeeld van nederigheid, bevorderaar der eer van God en het heil des evennaasten, tot u -wend ik mij heden met innig vertrouwen en kinderlijke genegenheid. O, hoevele menschen hebt gij reeds in het opsporen van verloren zaken wonderbaar geholpen; en gij zoudt mij in deze ellende geen hulp bieden en niet door medelijden worden bewogen ? O mijn getrouwe vriend, u klaag ik mijn nood, u leg ik mijne smart bloot. Ik heb schipbreuk geleden in mijn geloof, de reinheid der kinderlijke onschuld verloren. Waar zal ik hulp zoeken ï Daarom snel ik tot u, H. Antonius. Wees door uwe vermogende voorspraak mijn redder, en laat mij het witte kleed der heiligmakende genade terugvinden. Voer mij vol liefde wederom terug voor den troon van Gods barmhartigheid, en verzoen mij met het goddelijk Hart van Jesus. In eeuwigheid zal iku, H. Antonius, daarvoor loven en danken.
Onze Vader. Wees gegroet.
2
n£genda a.gsche oefening
Wonder
Timotius van Soria, Maronitisch (*) bisschop van Medië en Mesopotanië, ging met â eenige reisgezellen scheep, ten einde naar Rome te stevenen. De overtocht was gelukkig geweest, en zij hoopten dan ook weldra de haven te bereiken, toen eensklaps een vreeselijke stormwind hen overviel. Door het orkaan aangegrepen, werd het schip op de woedende baren heen en weer geslingerd; men zag de zeilen achtereenvolgens in flarden scheuren, de voorsteven werd verbrijzeld, en toen het roer was weggeslagen, koesterde men niet de minste hoop meer op behoud. De goedaardige Bisschop, dieeene groote godsvrucht jegens den H. Antonius bezat, liet intus-schen den moed niet zinken .⢠hij begon hem aan te roepen, spoorde zijne lotge-nooten aan zulks eveneens te doen, en deed hen beloven, hem, indien zij ongedeerd mochten aanlanden, eene kaars te zullen offeren. Nauwelijks was de belofte geschied,
)*) De Maronieten. Een Roomsch katholiek volk, dat â¢den Syrischen ritus volgt, wonende aan den Libanon.
206
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 207
of de storm bedaarde en zij bespeurden, dat zij zich in de zoo vurig gewenschte haven bevonden, die zij nog ver verwijderd achtten. Toen zij voet aan wal zetten, werd de belofte vervuld, en nooit vergaten zij het uitstekend gunstbetoon van dfen H. Anto-nius, waarvan zij het voorwerp waren geweest.
.A.clitste class
H. Antonius, verheven leermeester en licht der H. Kerk, minnaar van Gods geboden, bid voor mij den Zoon van God, opdat ik in het Geloof volharden en onder uwe medewerking datgene voltrekken moge wat gij in woorden en werken hebt geleerd. O H. Antonius, onwetenden hebt gij den weg der waarheid gewezen en ketters in boetvaardigheid tot God teruggebracht, verwerf ook voor mij en allen, die tot de strijdende Kerk van Christus behooren, door uwe voorspraak eene onwankelbare standvastigheid in het katholiek Geloof. Haast u echter degenen te hulp te komen, welke, door het ongeloof, van Christus, den eenig waren weg, zijn
208 jjegendaagsche oefening
afgeweken; verlicht hun verstand en overwin hunne hardnekkigheid, opdat zij tot den schoot der Kerk terugkeeren en ontrukt worden aan den afgrond der hel.
Wonder
Een Portugeesch ridder, door eene wreede ziekte aangetast, welke hem aan den rand des grafs bracht, had vier Minderbroeders gevraagd om hem op te passen. Eens, dat hij buiten kennis raakte, zag hij den H. Franciscus en den H. Anto-nius naderen, die hem vroegen of hij hen kende. De zieke bekwam intusschen eenigs-zins en antwoordde hun ; « Ja, gij zijt tweedier kloosterlingen, welke ik verzocht heb mij op te passen. » « Neen, » antwoordde Franciscus, « wij zijn Antonius en Franciscus, en komen uit den Hemel u bezoeken. »
quot; O heilige vader, » hernam de ridder, quot; wees mij genadig, en gewaardig u het geestelijk kleed uwer orde te zegenen, dat ik heb laten vervaardigen, om daarin begraven te worden als blijk dier hoogachting, welk ik uwe orde toedraag. » De
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 209
Heilige zegende -werkelijk het kleed, terwijl de H. Antonius hem in zijne minzame goedertierenheid toelachte. Voorts verdwenen beiden, en de ridder was op hetzelfde oogenblik genezen. Hij leefde nog twaalf jaren, en bewaarde met den meesten eerbied het kleed, dat die heilige ordestichter in tegenwoordigheid van den heiligen Antonius had gezegend.
ISTegencie dag
H. Antonius, onoverwinnelijke bestrijder van den boozen vijand, gij weet het en wij ondervinden het, helaas, hoezeer de duivel het op onze ziel heeft gemunt en rondloopt als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden. Onze zielen verkeeren derhalve voortdurend in gevaar van door zijne listen eeuwig in het verderf te worden gestort. Daar echter de Allerhoogste u, ter wille uwer groote verdiensten , eeno verbazende macht over den satan heeft toegestaan, bidden wij u dringend, ons toch in zoovele en gevaarlijke aanvechtingen van den boozen geest, krachtdadigen bijstand te verleenen, opdat wij voor hem 14 23
210 NEGBNDAAGSOHE OEFENING
niet zwichten, maar door uwe voorspraak aan zijne listen ontkomen, en, van de hel bevrijd, aan de eeuwige gelukzaligheid mogen deelachtig worden.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Pater Ignatius Martinez der Societeit van Jesus werd aan het Portugeesche hof als groot predikant geroemd. Naar Italië gereisd zijnde en te Padua vertoevend, wenschte hij de ongeschonden tong van den H. Antonius te kussen. Doch bij het vereeren dier heilige reliquie, voelde hij zich inwendig zoo hevig getroffen over het misbruik, dat hij van zijn eigen tong maakte, door liever uit ijdele behaagzucht te preeken, dan met het doel om zijne toehoorders tot berouw over hunne zonden op te wekken, dat hij in tranen losbarstte, en zijne misslagen erkennende, besloot, om voortaan voor dien gevaarlijken eere-post van hofprediker te bedanken, en zich niets anders meer ten taak te stellen dan arme lieden te onderwijzen. Met het oog op zijne hoovaardigheid kwam hem derge-
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA
211
lijke onderneming aanvankelijk vernederend voor, doch spoedig onderdrukte hij dit gevoelen, en mocht weldra de zoetste vrucht smaken van zijn nederig herderlijk ambt, dank den bijstand van den Heiligen Antonius. Ten einde het volk af te houden van verkeerde liederen te zingen, componeerde hij godsdienstige gezangen, en mocht een voortreffelijk bewijs ondervinden, dat zijne onderneming Gode welgevallig was, daar hem eens een Engel tot slot van zijn dichtstuk een versregel dicteerde. Na den ootmoed der heiligen te hebben nagevolgd, viel hem zelfs het geluk ten deel, te sterven als een heilige. Hij had het verlof gevraagd en ook verkregen, om in het graf naast den stok te mogen rusten , welke hem op zijn apostolische tochten tot steun verstrekt had. Dan, lange jaren daarna, vond men bij het openen van zijn graf den stok groen en in bloeien-den toestand terug, door eene nog ongeschonden hand omklemd. De koning van Portugal kuste die hand als bewijs van hoogen eerbied.
NEGENDAAGSCHE OEFENING
Dankzegging na ontvangen weldaden
Mijne ziel, loof den Heer, en alles wat in mij is prijze zijnen heiligen Naam. Loof, mijne ziel, den Heer en vergeet geen enkele zij ner weldaden. De Heer is genadig en barmhartig, lankmoedig en van groote ontferming. Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, aldus ontfermt de Heer zich over hen, die Hem vreezen. Hoe vol erbarming hebt Gij mij, o God, de macht dei- voorspraak van den Heiligen Antonius doen gevoelen! Nu beken ik, dat niemand te vergeefs smeekt, die door Antonius Gode bidt. O mijn beminnelijke voorspreker en beschermer, door u dank ik God voor de mij verleende genade. Ik stel mij uit dankbaarheid geheel en al als een kind onder uwe vaderlijke hoede, en beloof u van nu af aan, altijd zorgvuldig de zonden te vermijden en God van gan-scher harte te beminnen. Smeek voor mij, o Heilige Antonius, de genade af der volharding, want groot is God in zijne heiligen.
212
NEGEN DINSDAGEN
TER EERE
uan den H. Antonius uan Padua
b H. Antonius stierf op eenen Vrijdag, doch wegens onderscheidene moeie-lijkheden, -welke tijdens de ter aarde-bestelling zijns lichaams zich voordeden, en de tallooze wonderen, die bij het lijk plaats grepen, was men genoodzaakt de begrafenis uit te stellen ; deze geschiedde eerst Dinsdag den 1711 Juni 1232. Dien dag echter volgden talrijker en treffender mirakelen dan te voren. Uit dankbaarheid en liefde wijdde het volk den Dinsdag aan de godsvrucht en vereering van den H. Antonius, die door God op zulk eene uitstekende wijze was verheerlijkt. Bij voorkeur werd 's Dinsdags het graf des Heiligen bezocht, en algemeen heerschte te Padua de meening, dat men op dien dag alle
214 NEGEN DINSDAGEN TER EERE
genaden van God door zijne voorspraak kon bekomen. Deze godsvrucht werd in het jaar 1617 op buitengewone wijze bekrachtigd, doordien de H. Antonius te Bologna aan eeneaanzienlijke dame, welke hem dringend om eene bijzondere genade smeekte, des nachts verscheen en de volgende woorden tot haar sprak : « Bezoek gedurende negen Dinsdagen mijn beeld in de kerk van den H. Franciscus, en gij zult verhoord worden. » De godvruchtige vrouw volgde stipt het voorschrift van den Heilige, en verwierf hetgeen zij zoo vurig verlangd had.
De Minderbroeders beijverden zich deze wonderbare gebeurtenis en de godsvrucht der negen Dinsdagen algemeen te verspreiden, en gansch Italië, benevens vele andere landen, brachten haar weldra in beoefening.
Hoe aangenaam deze godvruchtige oefeningen aan God en den H. Antonius zijn, bewijzen de ontelbare wonderen, genaden en weldaden, waarmede God ze heeft bekrachtigd. Er is wel bijna niemand gevonden, die deze oefening van godsvrucht met
VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 213
levendig geloof en standvastig vertrouwen ondernomen heeft, zonder de verlangde of eene veel grootere gunst te hebben verworven. Bij deze godsvrucht nu behoort men het volgende in acht te nemen :
1. Men vereert den H. Antonius gedurende negen achtereenvolgende Dinsdagen in eene kerk van de orde der Franciscanen, door het bijwonen van eene of meerdere heilige missen, alsook door passende gebeden, waartoe men naar verkiezing de volgende kan bezigen.
2. lederen Dinsdag nadert men met veel godsvrucht tot het H. Sacrament der Biecht en desAltaars.Het ontvangen dier Sacramenten wordt, wel is waar, nietiederen Dinsdag gevorderd, doch dit is slechts aan te raden, opdat men in staat van genade zij en aldus eerder verhoord worde.
3. Op plaatsen, waar geen ordekerken van den H. Franciscus bestaan, kan men deze godsvrucht in eene andere kerk, of zelfs tehuis voor een beeld van den Heilige met vrucht verrichten.
4. Als men de begonnen oefening wegens gewichtige tusschenkomende omstandig-
quot;P
NESEN DINSDAGEN TBR EERE
heden onderbreken moet, kan men ze later vervolgen en op de dagen, die men beschikbaar heeft, doorzetten.
5. Mocht er voor of na een dezer Dinsdagen een groote feestdag invallen, dan kan men op denzelven de heilige Sacramenten ontvangen, doch op Dinsdag de godsdienstige oefening houden.
6. Alwie uit deze devotie wezenlijke vruchten wil trekken, beijvere zich met de meeste zorg de deugden van den Heilige nauwkeurig na te volgen; want de ware vereering der Heiligen bestaat in de navolging hunner deugden, gelijk de H. Augus-tinus zegt. ( Serm. 47 de S. S.)
De voor deze oefening verleende aflaten zijn :
1. Alle geloovigen, die op een der negen Dinsdagen, welke het feest des Heiligen (13 Juni) onmiddellijk voorafgaan, eene kerk der Minderbroeders bezoeken en de gewone voorwaarden, aan deze aflaten verbonden, vervullen, kunnen een vollen aflaat verdienen.
(Bened. XIV 7 Mei 1751.)
2. Op iederen anderen Dinsdag des jaars
216
|
⢠t . - â â â . ⢠® VAN DEN H. ANTONIUS A PADUA 217 | |||
|
iter |
een aflaat van zeven jaren en zeven qua- U | ||
|
iik- |
dragenen. | ||
|
3. Vollen aflaat voor lederen Dinsdag, | |||
|
ins- |
als men bij de uitstelling van het Allerhei | ||
|
dan |
ligste een Franciscaner ordekerk bezoekt | ||
|
3ra- |
en verder de gewone voorwaarden van den | ||
|
de |
aflaat vervult. (Clemens XIII28 Maart 1763. | ||
|
â Clemens XIV 25 Mei 1770.) | |||
|
ijke | |||
|
t de | |||
|
ige | |||
|
are | |||
|
vol- | |||
|
fUS- | |||
|
ten | |||
|
gen | |||
|
gen | |||
|
ene |
lt;amp;\j | ||
|
de |
wgP |
j | |
|
iten |
j | ||
|
lien |
1 | ||
|
â¢) | |||
|
iars |
1 | ||
BEVELING
van zich zeiven aan den H. Antonius
H. Antonius, uitgelezen beschermer r met oprecht vertrouwen mijns harten beveel ik aan u mijn lichaan en mijne ziel, mijn lijden en mijne bezwaarnis, mijn leven en mijnen dood. En dit alles beveel ik u in de vereeniging van die allerkrachtigste beveling, -waarmede de stervende Jesus zijne lieve Moeder aan zijnen-welbeminden leerling Johannes, en zijnen geest in de handen van zijnen hemelschen Vader bevolen heeft. In de kracht dus van deze aanbeveling geef ik mij over in uwe handen en in het binnenste van uw H. Hart. En gelijk de H. Johannes, uit kracht van die aanbeveling, van dat uur af de allerheiligste Maagd genomen heeft onder zijne bescherming (Joh. 19 v. 27.), zoo bid ik u, dat gij mij, armen zondaar, van dit uur af onder ' uwe bescherming wilt nemen, en mij in
AANBEVELING
219
allen nood, namelijk in mijnen doodsnood, behulpzaam wilt zijn. Hiermede zijtgij aangesteld als de beschermer en voorstander van mijne arme ziel, die ik u, uit. kracht dezer beveling, te bewaren geef, en in uwe heilige handen overlever, wel verzekerd zijnde dat gij het edele pand, dat Jesus-Christus met zijn dierbaar Bloed afgekocht en verlost heeft, zoo getrouw zult bewaren, als een oprechte vriend, hetgeen hem is toe-betrouwd, met alle zorg benaarstigt en bewaart. Laat mij derhalve aan u bevolen zijn, o H. Antonius! hetzij ik slape, hetzij ik wake, hetzij ik in den arbeid, hetzij ik in de rust ben. Laat mij aan u bevolen zijn, zoo wel als ik ziek, dan als ik wel te pas ben; zoo wel als ik op de reis, dan als ik te huis ben; zoo ten tijde der bekoring, als in den tijd van leed en verdriet; maar bijzonderlijk moet ik aan u bevolen zijn in het uur des doods, als ik mijnen geest zal geven. Wees alsdan indachtig, hoe hartelijk ik u nu heb aangeroepen, en met wat betrouwen ik mij aan u bevolen heb. Amen.
Godvruchtige Gebeden
TOT
DEN H. ANTONIUS
IN ALLERLEI AAÃÃamp;ELEamp;ENHEDEU,
gelijk ze vervat zijn in het Eesponsormm van den H. Bonaventura
I.
Gebed voor eenen gelukzaligen dood
H. Antonius, overwinnaar des doods, die door uwe allesvermogende voorspraak bij God velen dooden het leven des lichaams, maar nog- meer aan geestelijke dooden het leven der ziel hebt teruggegeven, bewaar, door den invloed uwer verdiensten en uwe machtige voorspraak, mijn lichaam voor een haastigen en ellendigen dood, mijne ziel echter voor den eeuwigen dood, opdat Jesus, mijn eenig leven, nimmer in mij sterve.
O heilige vader, welke groote gevaren
GODVRUCHTIGE GEBEDEN 221
staan mij in den laatsten strijd te wachten, als de smarten des doods mij zullen omgeven, en de hel tegen mij zal samenspannen. Ach, sta mij dan bij, en geef door uwe voorspraak dat Jesus, de toevlucht der stervenden, en zijne heilige Moeder mij ter zijde staan, opdat ik door hunne bescherming de vijanden gelukkig over-â winne, en na behaalde zegepraal, de eeuwige rust moge ingaan.
Ontferm u ook, o doodenopwekker, H. Antonius, over de geloovige zielen, vooral over die mijner ouders, vrienden en weldoeners, welke zich misschien nog in het pijnlijk vagevuur bevinden ; bid voor hen, opdat zij weldra eeuwig Gods aanschijn in den Hemel mogen genieten. Amen.
II.
Gebed om In het waar geloof te volharden
O H. Antonius, liefderijke leeraar en licht der H. Kerk, beminnaar der goddelijke wet, bid voor ons bij den Zoon Gods, dat wij voordurend in het geloof mogen volharden en met uwen bijstand datgene
GODVRUCHTIGE
volbrengen, wat gij door uwe woorden en werken hebt geleerd.
H. Antonius, gij hebt onwetenden den weg getoond, en de atgedwaalden door oprechte boetvaardigheid tot God teruggebracht ; verleen ook mij door uwe voorspraak, eene onoverwinnelijke standvastigheid in het geloof; help degenen die door ongeloof, van Christus, den éénen en waren weg, zijn afgeweken; verlicht den nevel van hun verstand, verbreek de hardnekkigheid van hunnen wil, opdat zij in den schoot der alleenzaligmakende Kerk terugkeeren, en aan de hel ontrukt worden. Amen.
III.
Gebed in nood en angst
Ach, in hoevele kwellingen bevindt zich toch de ellendige mensch! H. Antonius, milde vertrooster aller bedrukten, gij ziet in God de droefheden en angsten, welke ik lijd; zoudt gij mij niet te hulp willen snellen? â Gij troost toch allen, die tot U hunne toevlucht nemen, zoudt gij mij
222
GEBEDEN
223
alleen zonder hulp laten! 0 neen, ik weet het, gij verlaat ook mij niet, daarom roep ik tot U vol vertrouwen en ootmoed des harten, wil mij in mijn angst en nood niet verlaten. O goedgunstige heilige Antonius, aanschouw mij en alle bedrukten met die medelijdende oogen, waarmede gij altijd gewoon zijt neder te zien op de benarde stervelingen. Troost der bedroefden, help de ongeluk-kigen; beur de droefgeestigen op, kom ons te hulp in alle angsten en kwellingen, en voer ons eens uit dit tranendal naar die stad, waar de liefdevolle Heiland en Verlosser Jesus van de oogen zijner heiligen alle tranen afdroogt. Handel Gij, o goedertieren Jesus, met mij volgens de mildheid uwer ontferming, gelijk U dunkt, dat nuttig en heilzaam is voor mijne ziel. Wilt Gij, dat ik lijde, het geschiede volgens uwen heiligen Wil. Schenk mij nu slechts geduld, en hiernamaals de eeuwige vreugde. Amen.
GODVRUCHTIGE
IV.
Gebed tegen de bekoringen der hel
O Heer Jesus-Christus, sterke leeuw uit den stam van David, zie, onze vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden; als gij ons niet beschermt, zijn wij verloren. O Jesus, Gij hebt uwen dienaar Antonius tegen die aanvallen der hel gewapend , sterk ook, door zijne voorspraak, mijne zwakheid, opdat ik de bekoringen des duivels altijd overwinne, en tot den dood in uwe genade en vriendschap volharde.
H. Antonius, zegevierende overwinnaar der hel, haast u om mij te helpen, waak over mijne ziel en lichaam tegen alle hinderlagen van satan, opdat ilt ongehinderd den weg der geboden Gods bewandele, en tot het gewenschte einde der eeuwige zaligheid moge geraken. Amen.
V.
Gebed tegen de melaatsohheid der zonde
Dat gij, o H. Antonius, van God de
221
GEBEDEN
macht ontvangen hebt om de melaatschhoid des lichaams te genezen, daarvan getuigt de ondervinding. â Doch geen melaatsch-heid is schadelijker en gevaarlijker dan de zonde; daarom smeek ik u, o liefdevolle beschermer, behoed mijn lichaam tegen melaatschheid als zulks Gods wil is; nog meer echter mijne ziel tegen de zonde.
Ach, ik heb gezondigd, mijne ziel en mijn hart zijn bevlekt, en om de menigte mijner misdaden durf ik nauwelijks mijne oogen ten Hemel verheffen. O H. Antonius, vurige minnaar van de reinheid des harten, geef, door uwe voorspraak, dat ik niet aarzele tot het goddelijk Hart van Jesus te naderen, mij ootmoedig voor zijne voeten neder te werpen en te zeggen : Heer, indien Gij wilt. Gij kunt mij genezen.
O mijn Jesus, ik heb berouw over mijne zonden, en verafschuw ze; schenk mij een zuiver hart, besproei mij met een enkelen droppel van uw dierbaar Bloed, en ik zal gereinigd worden. Liever wil ik sterven, dan U nogmaals te beleedigen, dit neem ik mij vast voor met uwe genade, en door de voorspraak van den H. Antonius. Amen.
15 23
225
GODVRUCHTIGE
VI.
Gebed in lichamelijka ziekten
O H. Antonius, ervaren geneesheer voor ziel en lichaam, o opbeuring voor allen, lt;lie door ziekte worden getroffen en zich in uwe voorspraak aanbevelen. Sla de oogen uwer erbarming op mij, uw pleegkind, neder, alsook op alle zieken, die door smartelijke kwalen bezocht worden en tot u verzuchten.
O groote vriend Gods, door uwe alvermogende voorspraak en verdiensten worden niet slechts zieken frisch en gezond, maar ook zeer velen zelfs van den dood gered. â Daarom bid ik u, ter wille van uw medelijdend hart jegens alle lijdenden, ontferm U mijner, laat mijne zuchten en gebeden doordringen tot den troon van God, opdat Hij mij uit mijne ziekte verlosse. â Ik beken het, ik ben een arme zondaar (zondares), en verdien niet verhoord te worden. Doch door uwe bemiddeling hoop ik op herstel.
Goedgunstige Jesus, man van smarten, bruidegom des bloeds, Gij zelf hebt zwakte
226
GEBEDEN
en smarten doorstaan , verhoor mij en' ontferm U over mijne zwakheid. Genees mijne ziel, ik heb tegen U gezondigd; genees echter door de verdiensten van den H. Antonius ook mijn lichaam, opdat ik den dood ontrukt worde en U in uwe heilige Kerk den schuldigen dank moge bewijzen. Amen,
VII.
Gebed voor degenen, die zich op zee bevinden
Onze Heer en Verlosser Jesus-Christus, wien zeeën en winden gehoorzamen, verhoort ook U, H. Antonius! als Gij voor schepelingen bidt. Uw gebed doet wind en golven bedaren en voert varenden veilig de haven binnen. Verhoor ook ons gebed, dat wij voor zeevarenden tot God opzenden, opdat zij onder uwe bescherming zonder storm, welvarend en voorspoedig de gewenschte bestemming mogen bereiken.
Bid ook, o H. Antonius, voor ons, die op de gevaarlijke wereldzee onder zoovele stormen ronddolen, opdat wij behouden
227
GODVRUCHTIGE
tot het gowonschte doel der eeuwige zaligheid mogen geraken.
VIII.
Gebed voor degenen die zich in boeien bevinden
Ik kom tot, u, o H. Antonius, liefdevolle vertrooster der bedroefden, en bid u voor de troosteloozen, die in gevangenschap zuchten. O hoe vele christenen zuchten onder het juk der heidenen. Door uwe machtige voorspraak brekenijzeren boeien van zelve. O H. Antonius, die zelf uwen onschuldigen vader uit den kerker hebt verlost, verhoor mijn gebed voor de gevangen christenen, en bevrijd hen van alle rampen en banden. Amen.
IX.
Gebed tot herstelling der oogen, ooren, handen en voeten
O H. Antonius, uit liefde tot Jesus hebt gij Hem al de ledematen van uw lichaam en ziel toegewijd, en wordt daarom waardig
228
GEBEDEN 229
bevonden, Jesus in de gedaante van een aanminnelijk kindje in uwe armen te mogen ontvangen, Hem te omhelzen en met H,we kuische lippen te kussen. Ik bid u door deze onschatbare genade, liefde èn teederheid, welke gij in dien vertrouwe-lijken omgang genoten hebt, zie neder op mijn ziek lichaam (oog, enz.). Ontferm u over uw lijdend pleegkind, ter wille van de liefde, welke gij koesterdet jegens het. goddelijk kindje Jesus, en verlos mij uit mijn smartelijken toestand. Regel mijne zinnen en bestuur mijne ledematen, opdat ik, gestorven aan de wereld, herschapen worde in een reinen tempel Gods en gezond van lichaam, indien Gode zulks behaagt, Christus, als mijn goddelijken Heiland, voor altijd getrouw moge dienen. Amen.
X.
Gebed om verlorene zaken terug te vinden
O Jesus, ik heb gedwaald als een schaapje, dat verloren was; ach, zoek uwen dienaar (dienares) op. Uwe geboden niet meer indachtig, ben ik ver van U afgewe-
i;i
230 GODVRUCHTIG^
ken, en daarom dan ook, dewijl ik U beleedigde, heb ik ingevolge uwe gerechtigheid ook het tijdelijke verloren. Om dit weder terug te bekomen, smeek ik U ootmoedig, o Jesus, geef geen acht op mijne onwaardigheid, maar op de voorbede van uwen dienaar Antonius, wien Gij de macht verleend hebt het verlorene weder terug te brengen. â Daarom richt ik mij tot u, o H. Antonius, getrouwe terugbezorger van verloren zaken. Aan allen, die u met een oprecht gemoed aanroepen, brengt gij trouw het verlorene terug; overal klinkt uw lof :
«.........niets wat verloren ging
Dat jong en oud, die bad, niet weer terug
(ontving. »
Verhoor ook mijne bede, en schenk mij terug wat ik door ongeluk of diefstal verloren heb. Ik weet, wel is waar, dat de Heer het mij gegeven, en de Heer het mij ontnomen heeft, daarom zeg ik met Job : De Naam des Heeren zij gezegend. Dewijl ik echter niet weet wat de goddelijke Voorzienigheid met mij voorheeft, kom ik tot u. o H. Antonius. met de oot-
GEB1ÃDEN
moedige bede ; geef door uwe voorspraak, dat ik, indien het Gode welgevallig is, terugvinde, hetgeen ik verloren heb. Heilige en goedertieren vader, gij kent het verlies, dat ik ondervind en den nood, die mij drukt; verlaat mij dan niet in mijne aangelegenheid, opdat ik met vreugde in het hart van uw altaar terugkeere, U luide dankzegge en uwen lof benevens al de mij bewezen weldaden overal moge verkondigen. Amen.
XI.
Gebed ter afwering van gevaren
Zoo dikwijls gij, o H. Antonius, machtige beschermer uwer pleegkinderen, met vertrouwen wordt aangeroepen, verdwijnen alle gevaren. Daarom groet ik u-ootmoedig van harte, en roep uwe huljv in tegen alle gevaren naar ziel en lichaam; sta mij bij en bescherm mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden; behoed ons tegen oorlog, honger en pest, hagel en onweder, watersnood en brandschade, als-
231
232 GODVRUCHTIGE
mede tegen alles wat ons beangstigen kan, nu en in de uur van onzen dood. Amen.
XII.
Gebed in onverwachte voorvallen
O God, geef acht op mijne hulp! Heer, haast U om mij te helpen. Kom ons te hulp, o God en Heiland, spaar ons tot meerdere verheerlijking van uwen heiligen Naam, en wend uw aangezicht af van onze zonden, door de verdiensten van den H. Antonius. God verhelfe zijnen arm, en zijne vijanden worden verstrooid; en die Hem haten, vlieden voor zijn aanschijn. Heilige Antonius, kom mij te hulp. Jesus van Nazareth, Koning der Joden! Deze zegevierende titel zij mij, het krachtigste middel tegen alle kwaad. Ofwel : Ziet het t kruis des Heeren, vlucht, gij weerspannige partijen; de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David heeft overwonnen. Alleluja.
GEBEDEN
XIII.
Gebed in gebrek en armoede
Door uwe voorspraak, o Heilige Anto-nius, verdwijnt de nood bij allen, die u met levend vertrouwen aanroepen. Aanhoor toch mijn bidden en smeeken, dewijl ik mij in grooten nood en armoede bevind.
â Door achteruitgang in tijdelijke zaken verkeer ik in kommervolle omstandighe-deen, leid ik grooten honger, kan mij noch de mijnen, volgens onzen stand, kleeden noch mijne schulden voldoen, en moet mijne schuldeischers benadeelen, van wie ik door mijne groote armoede geheel afhankelijk ben. O vader der armen, gij ziet in God mijn gedrukt en gebroken hart. Ach, ontferm u over mij. â Ik verlang geen rijkdom, noch overvloed, maar alleen het noodzakelijke tot onderhoud mijns levens.
â 0 Jesus, Vader der armen, verhoor den Heiligen Antonius, die voor mij bidt, ter wille van de liefde waarmede Gij in de gedaante van een teeder kindje op zijne armen gerust hebt. â Verlos mij uit mijne ellende, gelijk het U het beste schijnt.
233
GODVRUCHTIGE
quot;Wilt Gij echter dat ik langer lij de, o verleen mij dan door de verdiensten en voorspraak van den H. Antonius, uwe genade en geduld, opdat ik uit liefde tot U lijde, en niet bezwijke onder het kruis. Ik vereenig mijn gebed met de heilige armoede, waarin Gij geleefd hebt. Amen.
XIV.
I
Gebed om de hulp van den H. Antonius te verwerven.
quot;Wees gegroet, o H. Antonius, zie, ter â wille van het zoete Hart van Jesus, op mij neder van af den troon uwer heerlijkheid. âGij houdt niet op goed te doen aan allen, die u aanroepen. â Zie ook neer op mijnen ellendigen toestand; ofschoon gij voor eeuwig bij den Onsterfelijken woont, laat gij nooit na de stervelingen te helpen. Daarom smeek ik u ootmoedig, verkrijg mij door uwe voorspraak dat ik dé zonde verlate, opdat Hij, die gekomen is, niet om de rechtvaardigen, maar om de zondaars op te zoeken, mij wegens mijne boosheid niet verstoote. Geef dat ik genade vinde in
234
GEBED EJi
de oogen van God en zijne heilige Moeder Maria; verlicht de duisternis mijns harten, en doe mij kennen wat Gods wil van mij verlangt. Sta op en kom mij te hulp, terwijl ik u aanroep, die door God met eer en heerlijkheid gekroond, groote wonderen verricht, ten gevolge der u verleende macht. Gij verheugt u eeuwig in den Hemel en verhoort allen, die u hier in dit tranendal met vertrouwen aanroepen.
XV.
Gebed in allerlei tegenspoed
Met vermorzeld en vernederd hart kom ik tot u, o medelijdende Antonius, troost der bedroefden; ik smeek u op mijne knieën, aanschouw mijn lijden en den zwaren last des kruises, waaronder ik zucht. â Kom ook mij te hulp, dewijl gij bereid zijt allen te helpen die u aanroepen. Bid voor mij bij onzen lieven Jesus, die wel is waar onze gebeden, uit hoofde zijner barmhartigheid, verhoort, doch om onzamp; onwaardigheid, rechtvaardig met zijne hulp vertoeft. Gij echter, H. Antonius, dio
23amp;
GODVRUCHTIGE
zijn trouwe dienaar zijt, zoudt gij niet alles vermogen bij dit liefdevol vaderhart ? Wat kan deze rechtvaardige Rechter zijnen trouwen vriend toch weigeren? Daarom bid ik u, o edelmoedige beschermer, verkrijg mij vóór alles, de genade om de zonde te verlaten, opdat ik de gevraagde hulp in mijn lijden des te eerder bekome. Geef dat Ik verhooring vinde in mijne aangelegenheid, opdat ik den God, die wonderbaar is in zijne Heiligen, hier in den tijd, en daar boven voor eeuwig moge loven en prijzen. Amen.
XVI.
Gebed om de genade van goed de plichten van zijnen levensstaat te vervullen
O H. Antonius, volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid aan den wil Gods! om de groote verdiensten, die gij u verzameld hebt door uwe bereidvaardigheid in het opvolgen van de bevelen uwer oversten, bid ik Uj maak mij ijverig en getrouw in de vervulling der plichten, welke God mij heeft opgelegd. Verlicht en versterk mij.
236
GEBEDEN
ondersteun mijnen moed in de bezwaren, mijn geduld in de moeielijkheden, bewaar mij voor iedere overtreding, opdat ik ten prijs voor mijne gehoorzaamheid eens moge verdienen, in den Hemel in uw gezelschap, God lof te zingen en zijne barmhartigheid te prijzen. Amen.
XVII.
Gebed voor een zieke
Roemrijke H. Antonius, die tijdens uw leven en na uwen dood zooveel wonderen gewrocht, en aan zooveel kranken de gezondheid weergegeven hebt, o, ik kom uwe machtige voorspraak inroepen voor... Zie, die persoon, mij zoo dierbaar, ligt op zijn sterfbed uitgestrekt : ach, wees goedgunstig en verhoor mij als ik u smeek ; geef hem dq gezondheid weder. Wellicht zendt God hem die ziekte over als eene boete voor zijne overtredingen; ach, ik bid u, vertoon aan God uwe overvloedige verdiensten. Mogen zij vervullen wat aan zijne volmaaktheid ontbreekt, en zoo Gods rechtvaardigheid doen wijken voor zijne
237
238 GODVRUCHTIGE
oneindige barmhartigheid.Bezorgaan... de gezondheid weder, opdat hij tot meerdere eer en glorie Gods, weder kunne arbeiden cn zijne bezigheden volbrengen. Geef hem de krachten des lichaams weder; gij hebt In uw leven er zoovelen gezond gemaakt, gij zult ook hem genezen, dit vertrouw ik zeker, indien het hem zalig is. Amen.
LU
XVIII.
Gebed voorde bekeering van een zondaar
Mijn beminde H. Antonius! gij wordt genoemd de uitroeier der misdaad. Vertrouwend werp ik mij aan uwe voeten neder, en beveel u dringend het eeuwig heil aan van de ziel van... Hoe ongelukkig zijn zij, die Jesus uit hun hart verbannen, on er den duivel in toegelaten hebben! Ook die ziel behoort, helaas, tot dat getal. Goede H. Antonius, laat niet toe dat deze, die mij zoo dierbaar is, verloren ga. Schitterende ster van heiligheid,werp uwe stralen in dat duister gemoed , verdrijf daaruit den nacht der zonde, opdat het de
GEBEDEN
gevaren moge inzien, die het bedreigen. Ach, zoo die ziel in dezen toestand eens in de eeuwigheid werd geslingerd! Verschrikkelijke gedachte ! Neen, laat zulks niet toe, o H. Antonius! bekeer deze ziel, gelijk gij er op aarde zooveel door uw machtig woord bekeerd hebt, verlaat haar niet, alvorens ze de gelukkige eeuwigheid te hebben binnengeleid. Amen.
XIX.
Gebed van een kind voor zijne ouders
Mijn beminde H. Antonius , die altijd zoo vol liefde waart voor uwe ouders, zie, ik kom mij voor u nederwerpen om een mijner dierbaarste plichten te vervullen. Ik kom uwen bijstand en uwe zegeningen afsmeeken voor hen, aan wie ik naast God alles te danken heb. Nooit zal ik hun naar waarde hunne weldaden kunnen vergelden. Daarom smeek ik u, kom mij daarin te hulp. Zegen mijne dierbare ouders, verkrijg hun alle gunsten en genaden, zegen hen in hunne tijdelijke zaken, opdat zij
239
GODVRUCHTIGE
zich de zware offers beter kunnen getroosten,-welke ik hun kost; maak van mij een rechtgeaard kind, opdat zij met voldoening op al do offers en inspanningen kunnen terugzien; maak dat ik mij hunne zegeningen waardig make, welke in het oog van God zoo zwaar wegen ; verwerf hun, zoo het hun zalig is, een lang leven , bevrijd van zorgen en druk, en voer hen eens het paradijs des Hemels binnen. Amen.
XX.
Gebed om een zaligen levensstaat
Groote Heilige, zoo gehoorzaam aan Gods stem, die u op zulke wonderdadige wijze uwe roeping deed kennen, verwerf mij de genade om den staat te kennen , dien God van eeuwigheid voor mij heeft bestemd. Zie, de wereld lokt mij aan en tracht mij aan haren en helaas zoo bitteren dienst te verbinden door allerlei schoon klinkende voorwaarden; ach, maak toch, dat ik in deze gewichtige zaak niet misleid worde, maar mijne keus daarheen richtte.
240
GEBEDERENS
V. Gebed
O H. Antonius, vader der weezen en verlatene menschen, vruchtbare regen des Hemels! maak onze harten vruchtbaar in deugden, ijverig in 't geloof : wil ons ontvangen om u te dienen, door ons in alle gevaren naar ziel en lichaam te beschermen ; verkrijg ons eene volkomene liefde tot God en onzen naaste; dit bidden wij u door de menigvuldige mirakelen, die gij op de aarde gedaan hebt. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
VI. Gebed
O H. Antonius, sterke kolom der penitentie, schild tegen alle bekoringen, zekere weg der onwetenden! maak mij deelachtig aan uwe heilige deugden ; opdat in ons het dierbaar bloed van Christus niet verloren ga, maar wij in zijne heilige wonden eene haven der zaligheid mogen vinden; dit bidden wij door uwen heiligen dood. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
VII. Gebed
O H. Antonius, licht van Italië, glorie van
245
246 NEGEN DEVOTE GEBEDEKENS
Padua, troost der ongeloovigen! wil ons een levendig geloof, eene vaste hoop en den gewenschten prijs der glorie verkrijgen ; dit bidden wij U door de glorierijke intrede uwer ziel in de hemelsohe blijdschap. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
VIII. Gebed
O H. Antonius, levend voorbeeld der evangelische leeraars, troost der zieken, blijdschap der bedroefden! wil niet vergeten al onze zuchten en gebeden tot u, gelijk gij niet vergeten hebt uwe brave ouders, die zonder schuld waren ter dood veroordeeld ; maar bid, dat God ons vertrooste en barmhartig zij; dit bidden wij door die onbegrijpelijke vreugd en liefde, die nu tusschen u en uwen heiligen vader Fran-ciscus in den Hemel bestaat.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
IX. Gebed
O H. Antonius, zeer nauwe bewaarder der zuiverheid, getrouwe minnaar van het heilig kruis ! bescherm ons in onzen dood
testament of uiterste wil 247
tegen alle bekoringen, opdat -wij, God belijdende met den mond en met het hart, zijne barmhartigheid mogen gevoelen; dit bidden wij door de allergrootste blijdschap, die gij in der eeuwigheid zult bezitten iu het aanschouwen en genieten van het goddelijk wezen. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Men bemerhe dat deze negen gebedehens zeer voordeelig negen dagen lang gelezen worden, terwijl men op 't laatst eene Mis laat lezen ter eere van denzelfden Heilige.
n den Naam des Heeren.
TESTAMENT
of
UITERSTE WI L.
hetwelk ieder christen mensch dagelijks 's avonds behoort te lezen
Ik lever en beveel mijn ziel aan mijnen God, mijn lichaam aan de wormen der aarde en aan de bederfenis. Zeer gaarne
TESTAMENT
verlaat ik al de genoegens van dit vergankelijk leven, die slechts ijdelheid der IJdelheden zijn. (Eccl. I. v. 2.)
Ik verfoei al mijne zonden, omdat zij mishagen aan God, die oneindig goed is en â¢dien ik boven al bemin. Ter liefde van God vergeef ik uit den grond van mijn hart aan al mijne vijanden.
Ik geloof in God, één in wezen en drievuldig in Personen, den Vader, den Zoon â en den H. Geest, die mijn Schepper, mijn Verlosser en mijn Heiligmaker en oneindig machtig, wijs en goed is. Ik geloof alles, wat de H. Kerk, mijne Moeder, mij voorstelt te gelooven.
Van de goddelijke goedheid verhoop ik vergiffenis mijner zonden, zijne heilige gratie en het eeuwige leven. Ik bemin mijnen God uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. (Luc. 10. v. 27.)
Ik onderwerp mij geheel en volkomenlij k aan alles, wat de allerheiligste en altijd aanbiddelijke wil van God over mij zal beschikken. Ik ben bereid te doen en te lijden, te leven en te sterven, gelijk het U, o mijn
248
OF UITERSTE WIL
God! behagelijk is; dat uw wil geschiede op de aarde gelijk in den Hemel. (Matth. 6. v. 10.)
Ik beveel mijne ziel en mijn lichaam in de bescherming van de allerglorierijkste Maagd en Moeder Gods Maria, onbevlekt ontvangen, mijn allerzoetste vrouw en voorspreekster, van den H. Antonius van Padua, van mijnen H. Engel-Bewaarder en van al de Heiligen, die ik ootmoedig verzoek mij te willen bijstaan nu en in het uur van mijnen dood.
Mijne laatste woorden zullen zijn : Jesus, Maria, Antonius! In hunne omhelzing wil ik leven en sterven.
Zoo ik deze heilige namen alsdan met de tong niet kan uitspreken, zal ik die uitspreken met het hart. En zoo ik misschien in het uur des doods mochte beroofd zijn van het gebruik des verstands, zoo spreek ik die nu voor alsdan uit, en zeg met allen eerbied en godvruchtigheid : Jesus, Maria, Antonius! o mijn God! in uwe handen, beveel ik mijnen geest. (Luc. 25. v. 46.)
249
BL. AD WIJZER
Korte levensbeschrijving van den H. Anto-
nius van Padua 7
Responsorie gemaakt door den H. Bonaventura tot lof van den H. Antonius a Padua 48
Wonderdaden van den H. Antonius
De H. Antonius verwekte dooden 50 De H. Antonius bekeert ketters, ongeloovi-
gen, enz. 58
Prediking voor de visschen te Rimini 69
De H. Antonius helpt en vertroost in allen nood 80
De H. Antonius geneest zieken 99 De H. Antonius doet verloren voorwerpen terug
vinden 114
De H. Antonius helpt in bekoringen 123
Gebeden onder de heilige Mis 127
Litanie van den Heiligen Antonius van Padua 143
Lofeang ter eere van den H. Antonius 149 Litanie tot de allerheiligste Maagd en Moeder
Gods Maria 151
Litanie van den H. Joseph 159
Litanie van het H. Hart van Jesus 166
Gebeden gedurende het Lof 170
Gebed voor de Biecht 177
Gebed na de Biecht 179
Gebed voor de H. Communie 181
BLADWIJZER
Gequot;bed na de H. Communie 182
Novenen of negendaagsche oefeningen ter eere
van den H. Antonius van Padua 184
Oorsprong der Novene 188
Novene ter eere van den H. Antonius 191
Beveling van zich zeiven aan den H. Antonius 218
Godvruchtige gebeden tot den H. Antonius in allerlei aangelegenheden, gelijk ze vervat zijn in het Besponaorium van den II. Bonaventura
I. Gebed voor eenen gelukkigen dood 220
II. Gebed om zich in het waar geloof te volharden 221
III. Gebed in nood en angst 222
IV. Gebed tegen de bekoringen der hel 224
V. Gebed tegen de melaatschheid der zonde 224
VI. Gebed in lichamelijke ziekten 226
VII. Gebed voor degenen,die zich op zee bevinden 227
VIII. Gebed voor degenen die zich in boeien bevinden 228
IX. Gebed tot herstelling der oogen, ooren, handen en voeten 228
X. Gebed om verloren zaken terug te vinden 229
XI. Gebed ter afwering van gevaren 231
XII. Gebed in onverwachte voorvallen 232
XIII. Gebed in gebrek en armoede 233
XIV. Gebed om de hulp van den H. Antonius te verwerven 234
XV. Gebed in allerlei tegenspoed 235
XVI. Gebed om de genade van goed de plichten vsn zijnen levensstaat te vervullen 226
XVII. Gebed voor een zieke 237
251
'â fpS7fW
252 ' BLADWIJZER
XVIII. Gebed voorde bekeering van een zondaar 238
XIX. Gebed van een kind voor zijne ouders 239
XX. Gebed om een zaligen levensstaat 240
XXI. Gebed voor eene ziel des vagevuurs 241
XXII. Gebed voor het welslagen eener tijdelijke zaak 242
Negen devote gebedekens ter eere van den H.
Antonius van Padua 243
Testament of uiterste wil 247
IMPRIMATUR.
Mecliünise, 7 Xbns 1S94.
P. C. C. Bosaerts, Vic.fGen.
â
â firn
gt;*?â
u-s
i4%v#gt;/#:
gt;V ^VjC v^'?r ^c ^ vVs^^ ^ xv^-
rM^ ,^lt;- twgt; ^«3
^ â j^l^gt;'Wf .t1 f,,'.;
i TC^ ^25 Tv ' J/J5 7lt; 1 -'.C 'L
^ ^ ^ â *â . ^ ^ ^
rri
vpv t^k'quot;^
jn «.-er Sit
⢠J M ^ /Vquot; -v,, /vr'-^v
Sn^ ^ vF W^L-i--- ^
r-^v 'W*/~yp/ m-M- ,