ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

^

ocr page 4

-

-

^ ■

m

1

.

ocr page 5

P^/l/£ (f/£

DE DRIE LAATSTE DAGEN

DER

GOEDE WEEK.

De Latijnsche iektst der kerkelijke diensten en plechtigheden van

TOTEN DONDERDAG, GOEDEN VRIJDAG Eüi PAASCH ZATERDAG,

volgens liet Romeinscli Missaal,

met de Nederlandsche Vertaling en eene korte uitlegging der beteekenis,

DOOR

EEN ROOMSCH KATHOLIEK PRIESTER.

Vierde Druk.

i——i

AMSTERDAM, C. L. VAN LANGENHÜTSEN. 1891.

ocr page 6

I

♦if

GOEDKEURING

' quot;vquot;

voor het boekje, getiteld: De drie laatste dagen der ■ Goede Week, enz. bij C. L. van Lakgenhüysen.

Imprimatur.

J. A. VAN DEN AKKER.

Lib.

Awsïelodami ,

23 Martii 1874

GOEDKEURING

voor Jen Tweeden Druk van het boekje, getiteld: De drie laatste dagen der Ooede Week, enz. bij C. L. van

Langenhuysen [nagezien en goedgekeurd voor den Hoog.Eenv.

Heer J. A. van den Akkeu door

F. T. H. VAN OGTROP.]

Imprimatur.

J. A. VAN DEN AKKER,

Lib. Cernt.

Harlemi,

8 Maji 1877.

1

-1*

ocr page 7

;Alan de

OMBE VLEKTE MOEDER DES HEEREÏÏ,

ja an de

KONINGIN DER MARTELAREN,

,Aan de

MOEDER YAH SMARTEN,

wier teedeioiinnbnd ] 1a rt met een zevenvoudig zwaard quot;van duoefiieid is dookstoken, — die onder het kruis van

Haar Go i id km,) i; Kind, in smarten ons gehaard heeft, — en die door Jesus ix den persoon van Zl.in gewefden

leerling Joannes ons allen tot Moeder is gegeven,

wordt dit werkje, vol eerbied, lieede en dankbaarheid opgedragen door

DEN BEWERKER.

ocr page 8
ocr page 9

T

I isr H O XT ID.

Voorwoord Blz.

witte dondekdag. Verklaring der plechtigheden..........1

verklaring van de donkere metten van woensdagavond........................................................2

verklaring van de plechtige ii. mis 01' witten dondekdag........................................................ö

misgebeden van witten dondekdag........................(5

i

goede vkijdag. Verklaring der plechtigheden..............43

geiïeden en gezangen gedukende den dienst van

goeden vkijdag..............................................4'j

paasch-zatekdag. Verklaring der plechtigheden............78

verklaring van de wijding des vuurs....................79

verklaring van de wijding der paaschkaars............81

verklaring van de plechtige wijding van het h. doopwater........................................................82

verklaring van de plechtige h. mis van paasch-

zaterdag.......quot;......................................S5

plechtigheden en gebeden op paasch-zatekdag..........SC)

misgebeden van paasch-zatekdag............................134

J

ocr page 10
ocr page 11

VOORWOORD.

Het doel der Kerk bij de verschillende plechtigheden, welke zij gedurende den loop van het Kerkelijk jaar haren geloovigen zoo overvloedig aanbiedt, is geen ander, dan ons te ondjerrich-ten, — ons het verhevene der geheimen van onzen H. Godsdienst voor oogen te stellen, — en tevens onze Godsvrucht te verhoogen, en onze harten tot God te verheffen. Onder al die plechtigheden evenwel, welke zij met dit doel heeft ingesteld, zijn er zeker geene, die, — voor den Christen althans, welke ze begrijpt, — zoo treilend en zóó leerrijk tevens mogen genoemd worden, als die, welke ons het einde van den H. Vas-tetijd aankondigen. Niet alleen toch stellen zij ons de voornaamste, de meest verhevene, de heiligste geheimen van onzen H. Godsdienst voor, maar ook hare ongewoonheid, hare afwijking van de meeste andere Kerkplechtigheden, hare verstandige en aandoenlijke afwisseling maken die, meer dan an-dere, geschikt om het Christen volk te treffen, en om den geloovigen ware en degelijke gevoelens van godsvrucht in te boezemen.

Zoo even echter zeiden wij: voor den Christen althans, die ze begrijpt; - immers, hoe velen zijn er niet, ook onder de beschaafde en ontwikkelde geloovigen, door wie de meesten dier plechtigheden in het geheel niet of ten minste slechts gedeeltelijk begrepen worden! Hoevelen, die ook nu, wel is waar, die plechtigheden bijwonen in eene verhoogde godsdienstige stemming, zouden niet dubbel voordeel en nog veel heil-

ocr page 12

VIII

zamer vruchten daaruit trekken, wanneer zij de verhevene bateekeiiis, den zoo treffendeu zin daarvan begrepen en doorgrondden.

ïen dienste dan dier Christenen, wier onbekendheid met de Kerktaal hen buiten staat stelt om de gebeden en gezangen iu het oorspronkelijke te verstaan, en die de geestelijke be-beteekenis der uitwendige handelingen en plechtigheden niet mochten kennen, wordt dit boekje in liet licht gegeven.

Zij zullen daarin eene beknopte uitlegging vinden dier plechtigheden, te gelijk met eene getrouwe vertaling der verschillende gebeden en gezangen, die iu het Romeinsch Missaal voorkomen, terwijl de daarnaast gedrukte latijnsche tekst hen in staat stelt altijd en overal den dienstdoenden Priester met zekerheid te volgen. 1)

Wij hebben gemeend ons bij de ochtend-plechtigheden te moeten beperken, zoodat wij van de Metten, die gedurende de drie laatste dagen der week, eveneens met bijzondere plechtigheden verricht worden, slechts een enkel woord zullen zeggen. Wij hebben dit gedaan; eensdeels om de al te groote uitbreiding, die ons boekje zou krijgen, als wij eene vertaling ook dier gebeden wilden leveren, —• en ten andere: omdat wij vertrouwen, dat de geloovigen, die deze bijwonen, in de lezing van een en andere lijdensoverweging, geuoeg voedsel tot opwekking onder die godsdienstoefeningen zullen vinden.

Moge dit werkje al de vrucht voortbrengen, die de uitgever en de bewerker het recht hebben daarvan te verwachten, en moge het vooral dienen om de godsvrucht der geloovigen) die deze plechtigheden bijwonen, te vermeerderen en te verlichten!

1) In onze overzetting der Schriftuurplaatsen uit het N, T., hebben wij deu tekst van Lipman's bijbelvertaling gebezigd,

ocr page 13

WITTE EONEEEDAG.

De Witte Donderdag wordt aldus genoemd naar het witte gewaad, dat de Kerk, bij uitzondering voor dezen dag, aan hare dienaren voorschrijft. Immers, van den Zondag Septuagesima af tot aan het Hoogfeest van Paschen, welke geheele tijd door de Kerk als een tijd van boete en versterving, van rouw en droefheid wordt beschouwd, is de kerkelijke kleur de paarsehe. De witte of roode kleur wordt in den Vastetijd wel gebruikt als er feesten van Heiligen enz. gévierd worden, doch in de Goede Week worden die feesten, al zijn zij ook van hoogen rang, verschoven. Op dezen dag echter, die ons aan de instelling van het allerheiligste Sakrament des Altaars, dit heerlijk onderpand van Gods oneindige liefde en goedheid, dit wonder aller wonderen, dit geheim aller geheimen, herinnert, wil de Kerk, als het ware, voor een oogenblik vergeten, dat zij in rouw en droefheid over het lijden en den dood van haren goddelijken Stichter gedompeld is. Erkentelijk als zij is voor het groote geschenk, voor de nimmer genoeg te waardeeren liefdegave, die de Zaligmaker ons in dit H. Sakrament geschonken heeft, legt zij hare rouwgewaden af, en kleedt zich met de kleur, die zij slechts in blijde en roemvolle dagen aanneemt. — Deze uitzondering dient evenwel slechts voor de kleeding der Priesters gedurende het H. Misoffer. In de overige kerkelijke diensten is wederom de paarsehe kleur voorgeschreven.

De eerste plechtigheid, die de feestviering van Witte Donderdag opent, zijn:

1

ocr page 14

WITTE DONDERDAG.

DE DONKERE METTEN VAN WOENSDAG-AVOND.

Gedurende de drie laatste dagen der Goede Week vervroegt de Kerk het uur der nachtgetijden, ten einde aan de geloovigen gelegenheid te geven, om die te kunnen bijwonen. De Metten of Nachtgetijden van deze drie dagen worden gewoonlijk Donkere Metten genoemd. Zij dragen dezen naam, niet alleen om het late uur, waarin zij gezongen worden, of om de somberheid en treurigheid, waarvan de geheele dienst de sporen draagt; maaien wel vooral om eene bijzonderheid, die alleen bij deze Metten voorkomt. Er wordt namelijk een groote kandelaar, in den vorm van een driehoek, dicht bij het altaar geplaatst; op dezen kandelaar bevinden zich vijftien kaarsen, welke bij het begin van den dienst worden aangestoken. Na iederen psalm of lofzang, die er gezongen wordt, wordt eene dezer kaarsen uitgedaan, met uitzondering nochtans van die kaars, welke boven op den driehoek staat. Op het einde der Lauden, als de lofzang Benedictus wordt gezongen, worden eveneens de zes kaarsen, die op het altaar ontstoken zijn, uitgedoofd. Wanneer echter de Antifoon na den Benedictus gezongen wordt, wordt de eenige nog niet uitgedoofde kaars van den driehoek achter het altaar verborgen, terwijl intusschen de psalm Miserere wordt gebeden. Op het einde daarvan wordt eenig geluid gemaakt, waarop de nog brandende kaars weder van achter het altaar te voorschijn gehaald wordt.

Met een enkel woord zullen wij de beteekenis dier bijzondere plechtigheid aangeven. De kaars, die boven op den driehoek geplaatst is, en die wel verborgen, doch niet uitgedoofd wordt, verbeeldt Christus, onzen goddelijken Zaligmaker. Hij immers wordt met recht het licht der wereld genoemd, dat hoe ook door Zijn dood en begrafenis voor een oogenblik als verborgen, evenwel niet uitgedoofd, maar na Zijne opstanding weder in vollen luister voor aller oog is verschenen. De overige kaarsen,

2

ocr page 15

WITTE DONDERDAG.

die achtereenvolgens worden uitgedoofd, beteekenen de leerlingen en Apostelen des Heeren, die allen Hem in zijn lijden verlieten, van welken zelfs een Hem verraden, een ander Hem verloochend heeft. De duisternis, die door het uitdooven der lichten wordt veroorzaakt, herinnert ons tevens aan de duisternis, die bij den dood des Zaligmakers de aarde overdekte, terwijl het geraas, dat er gemaakt wordt, ons de aardbeving voorstelt, die te gelijker tijd plaats greep. Het terugbrengen der kaars, gelijk reeds is aangestipt, doet er ons aan denken, dat Christus, na slechts korten tijd in het graf te hebben gerust, vol luister en heerlijkheid daaruit is opgestaan en verrezen.

De inhoud der verschillende Psalmen en Lessen der Metten van Woensdag-avond is vooral geschikt, om ons tot boete over de zonden op te wekken en te vermanen. Daartoe worden ons daarin de Klaagliederen van den Profeet Jeremias voorgesteld, die telkens worden gesloten met de roerende en treffende woorden: Jerusalem, Jerusalem, heer terug tot den Heer Urnen God.

3

Laat ons die woorden ook als ons toegesproken beschouwen en ter harte nemen! Brengen wij die plechtige oogenblikken door met het smartvol lijden en den dood des Heeren te overwegen: herinneren wij ons wel, dat onze zonden de oorzaak van al dat lijden zijn, en verwijderen wij ons niet van de heilige plaats, zonder bij ons zeiven overwogen te hebben, of ook wij niet, even als de Apostelen, en soms meermalen, onzen Goddelijken Meester hebben verlaten, ja wellicht met Petrus Hem verloochend, en met Judas verraden hebben.

De plechtige H. Mis op Witten Donderdag.

Op dezen dag geschiedt in elke kerk, hoevele priesters er ook aanwezig mochten zijn, slechts ééne H. Mis en

ocr page 16

WITTE DONDERDAG.

wel eene plechtige. Om ons des te gevoeliger te wijzen op de instelling van het H. Misoffer, toen Christus, den avond voor Zijn lijden, het brood en den wijn Zelf konsakreerde, aan Zijne Apostelen uitdeelde, en zeide: Doet dit tot mijne gedachtenis *), verbiedt de Kerk op dezen dag alle stille Missen. Daarom ook is het een godvruchtig gebruik, dat alle priesters, gedurende die H. Mis, de H. Kommunie uit de handen van den dienst-doenden Priester ontvangen. Als Witte Donderdag invalt op 25 Maart worden er zooveel H. Missen gelezen als noodig zijn, opdat de geloovigen aan de verplichting van Mis te hooren voldoen kunnen.

Deze plechtige H. Mis op Witten Donderdag begint op eene bijzondere, luisterrijke en vreugdevolle wijze. Rijk is het altaar versierd: de kleur van rouw en droefheid heeft overal plaats gemaakt voor de witte kleur, de kleur der blijdschap en heerlijkheid. In feestkleederen gedoscht verschijnt de Priester met zijne dienaren in het heiligdom. Het orgel doet zijne blijde en opwekkende toonen hooren, en onder het Gloria in excelsis, dat ook heden bij uitzondering wordt aangeheven, paren de klokken der kerk hun feestelijk geluid aan dat van de schellen der altaren, om, als het ware, met alle mogelijke kracht, de vreugde en dankbaarheid te uiten, die de Kerk op dien dag bezielen.

4

Nauwelijks echter is het Gloria gezongen, of de Kerk herinnert zich, dat de dag der instelling van het H. Altaar-Sakrament, die dag van vreugde, tevens een dag is van rouw en droefheid, de dag namelijk, waarop het smartvol lijden des Zaligmakers een aanvang heeft genomen. Hierom dan ook zwijgen voortaan het orgel, de klokken en de schellen; en in plaats van deze laatsten wordt de houten ratel gebruikt. Behalve dat deze ratel het zinnebeeld is van treurigheid en akeligheid, armoede en versterving, worden wij daardoor nog herinnerd aan de

') Luc. XXII, 19.

ocr page 17

WITTE DONDERDAG.

eerste tijden des Christendoms, toen de Christenen, arm en vervolgd als zij waren, op geene andere wijze ter viering der H.H. Geheimen werden saamgeroepen.

De vredekus wordt in deze H. Mis niet gegeven, omdat Judas door een kus zijn Meester verraden heeft.

Onder deze plechtige H. Mis heeft ook, in de hoofdkerk des Bisdoms, de wijding der H.H. Oliën, die bij de toediening van sommige H.H. Sakramenten gevorderd worden, plaats.

Eene andere bijzonderheid kenmerkt nog de H. Mis van Witten Donderdag. Op den dag van morgen. Goeden Vrijdag, den dag, waarop het bloedig offer des Nieuwen Verbonds is voltrokken, zal de Kerk het onbloedig offer der H. Mis niet opdragen. Hierom worden in de H. Mis van heden, in plaats van ééne, gelijk op andere dagen, twee Hostiën gekonsakreerd. De eene H Hostie wordt door den Priester op de gebruikelijke wijze genuttigd; de andere wordt in een behoorlijk gedekten kelk gelegd, om des anderen daags genuttigd te worden.

Als de H. Mis geëindigd is, wordt deze H. Hostie proeessiesgewijze naar een daartoe vooraf ingericht en rijk versierd zijaltaar gebracht, om daar ter aanbidding der geloovigen te blijven uitgesteld. Dit altaar wordt gemeenlijk, ofschoon niet geheel eigenaardig, het H. Graf genoemd.

Knielen wij dikwijls, gedurende dien dag, vol ootmoed en berouw, met een vurig geloof en nog vuriger liefde voor het H. Graf neder; overwegen wij daar het groote geheim van Jesus' oneindige liefde, die, niet te vreden met onze menschelijke natuur aan te nemen, en voor ons te lijden en te sterven, — Zich zelven nog voortdurend voor ons ten offer wil brengen, en zelfs Zich gewaardigd, Zijn goddelijk vleesch en bloed als eene spijze onzer zielen te geven.

Na de processie, onder het lezen der Vespers, worden de altaren van al hunne sieraden ontbloot. Deze ontblooting en ontkleeding der altaren, een nieuw teeken

5

ocr page 18

WITTE DONDERDAG.

van rouw en droefheid, stelt ons aanschouwelijk de diepe vernedering voor. welke de beulen onzen Verlosser aandeden, toen zij Hem van al Zijne kleederen beroofden, die onder elkander verdeelden, en Hem aldus aan het schandhout des kruises ten toon stelden.

Het Romeinsch Missaal schrijft ook, in navolging van het voorbeeld van Jesus, die de voeten Zijner Apostelen in het laatste Avondmaal gewasschen heeft, na de plechtige H. Mis van dezen dag, de voetwassching voor. Deze plechtigheid. Mandatum genoemd, is evenwel hier te lande, in de parochiekerken althans, niet in gebruik, waarom wij die dan ook stilzwijgend verder zullen voorbijgaan.

J In den naam, enz. In den naam, enz.

k zal ingaan tot het altaar des Heeren.

Misdienaar of Assistenten. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.

MISGEBEDEN VAN WITTEN DONDERDAG.

(Getrokken uit het Romeinsch Missaal.)

Aan den voel van het Altaar zegt de Priester de gewone gebeden:

f In nomine, etc. Sae. Introibo ad altare Dei.

6

Min. Ad Deum, qui Iseti-licat juventutem meam.

De Psalm Judica wordt heden niet gebeden.

Pr. Onze hulp zij in den naam des Heeren.

M. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Gebogen. Ik belijde mijne schuld voor den almachtigen God,

Sac. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

Min. Qui fecit coelum et terrain.

Sac. Confiteor Deo omnipotent!, beatae Maris sem-


ocr page 19

DONDERDAG.

7

WITTE

per Virgini, beato Miehaeli Archangelo, beato Joanui Baptistsc, Sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis et vobis, fiatres: quia peccavi nimis eogita-tione, verbo et opere, (per-cutit sibi pectus ter dicens:) mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Idee precor beatam Mariam semper Virginem, beatuin Micliae-lem Archangeluiu, beatum Joannem Baptistam, Sanctos Apostolos Petruin et Pau-lum, omnes Sanctos, et vos f'ratres, orare pro me ad Dominum Deum nostrnm.

Min. Misereatur tui om-nipotens Deus, et dimissis peccatis tuis, perducat te ad vitara seternam.

Sue. Amen.

Min. Confiteor Deo omni-potenti, etc. ut supra mutatis vobis fratres et vos fratres in: tibi pater et te pater.

Sac. Misereatur vestri om-nipotens Deus, et dimissis peccatis vestris,perducat vos ad vitara a:teruaiu.

Min. Amen.

Sac. f Indulgentiam, ab-solutionem et remissionem peccatorura nostrorum tri-buat nobis oranipotens et raisericors Dominus.

Min. Amen.

Sac. Deus, tu conversus vivificabis nos.

Min. Et plebs tus tetati-bur in te.

voor de heilige Maria,altijd Maagd, voor den H. Aartsengel Michael, voor den H. Joannes den Dooper, voor de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen, en voor u, broeders; dat ik zeer gezondigd heb door gedachten, woorden en werken, (hij slaat zich driemaal op de borst, zeggende:) door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de heilige Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de H.H. Apostelen Petrus eu Paulas, alle Heiligen, en u, broeders, voor mij te willen bidden tot den Heer onzen God.

M. De almachtige God ontferme zich uwer, en vergeve uwe zonden, en voere u tot het eeuwige leven.

Pr. Amen.

M. Ik bïlijde mijne schuld, enz. als hoven, doch in plaats van u broeders wordt hier gezegd: u vader.

Pr. De almachtige God ontferme zich uwer, en vergeve uwe zonden, en voere u tot het eeuwige leven.

M. Amen.

Pr. het kruisteeken makende. De almachtige en barmhartige Heer geve ons kwijtschelding, vrijspreking eu vergiffenis van onze zouden.

M. Amen.

Pr. God, Gij zult U tot ons keeren. en ons levend maken.

M. En Uw volk zal zich in U verheugen.


ocr page 20

WITTE DONDERDAG.

8

Fr. Toon ons, o Heer, Uwe barmhartigheid.

M. Eu geef ons Uw heil.

Pr. Heer, verhoor mijn gebed.

M. En mijn geroep kome tot U.

Pr. De Heer zij met U. M. En met uwen Geest. Pr. Laat ons bidden.

Sac. Ostende nobis. Do-mine misericordiam tuam.

Min. Et salutare tiium da nobis.

Sac. Domine, exaudi ora-tionem meam.

Min. Et clamor mens ad te veniat.

Snc. Dominns vobiseum.

Min. Et cum spiritutuo.

Sao. Oremus.


Het Altaar opklimmende, zegt hij

Wij smeeken U, o Heer, neem onze ongerechtigheden van ons weg, opdat wij met een zuiver hart in het heilige der heiligen verdienen in te gaan. Door Christus onzen Heer. Amen.

Aufer a nobis, quoesumus Domine, iuiquitates nostras; ut ad sancta sanctorum puris mereamur mentibus introire. Per Christum Dominum nostrum. Amen.


Op het Altaar gebogen, zegt hij:

Wij bidden U, o Heer, door de verdiensten Uwer Heiligen, (hij kust het altaar), wier overblijfselen .zich hier bevinden, en van alle Heiligen, dat Gij U gewaardiget al mijne zonden te vergeven. Amen.

Oremus te, Domine, per merita Sanctorum tuorum (osculatur altare), quorum reliquiae hie sunt, et omnium Sanctorum; ut indulgere digneris omnia peccata mea. Amen.


Hij zegent den wierook, zeggende:

Wordt gezefgend door Hem, Ab illo benedifcaris, in ter wieus eer gij zult branden, cujus houore cremaberis. Amen. Amen.

k Nadat hij het Altaar heeft bewierookt, leed hij uit het Missaal het volgende, in de kerkelijke taal Introitus genoemd, en dat in-tusschen door het koor is gezongen.

ocr page 21

WITTE DONDERDAG.

9

INTROÏTUS.

■CTOS autem gloriari oportet in Cruce Domini nostri Jesu Christi, in quo est, salus, vita et resurreotio nostra: per quem salvati et liberati sumus.

Ps. Deus misereatur nostri, et benedicat nobis; illu-minet vultum suum super iios, et misereatur nostri.

Nos autem gloriari oportet.

'u behooreu te roemen op het Kruis van onzen HeereJesus Christus, in wien ons heil, ons le\ en en onze verrijzeuis is: door wien wij behouden ea verlost zijn.

W1

Ps. God ontferme zich onzer en zegene ons; Hij doe Zijn aange-zicht over ons lichten, en ontferme Zich onzer.

Wij behooren enz. Wordt herhaald.


Voor het Altaar teruggekeerd, zegt hij, beurtelings met de misdienaren of Assistenten.

Kyrie eleison, ter. Christe eleison, ter. Kyrie eleison, ter.

Heer, ontferm U onzer. -3 Christus, ontferm ü onzer. i Heer, ontferm ü onzer. 5


Daarna heft hij het Gloria in excelsis aan.

p LORIA in excelsis Deo, et •quot; in terra pax hominibus bouse voluntatis. Laudamus te. Benedicimus te. Adora-mus te. Glorificamus te. Gratias agimus tibi propter maguam gloriam tuam. Do-mine Dens Rex coelestis. Deus Pater omnipotens. Domine Fili unigenite Jesu Christe. Domine Deus, Agnus Dei, Filius patris. Qui tollis

Eeccata mundi, miserere no-is.Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nos-tram. Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis. Quo-niam tu solus sanctus, tueccata mundi, miserere no-is.Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nos-tram. Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis. Quo-niam tu solus sanctus, tu

TJere zij aan God in het aller-*■ hoogste der hemelen, en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wil zijn. Wij loven U. Wij zegenen ü. Wij aanbidden U. Wij verheerlijken Ü. Wij danken U om Uwe groote heerlijkheid. Heer God, heraelsehe Koning. God, almachtige Vader. Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Die de zonden der wereld wegneemt, neem ons smeeken aan. Die aan de rechterhand des Vaders zijt gezeten, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen


ocr page 22

WITTE DONDERDAG.

10

ziit de Heer, Gij alleen zijt de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.

solus Domlnus, tu solus Altissimus, Jesu Christe, cum sancto Spritu, iu gloria Dei Patris. Amen.


Na het Gloria in excelsis wordt gezongen, liet volgende

OGod, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving: verleen ons, als een uitwerksel uwer goedertierenheid, dat even als Jesus Christus, in Zijn lijden, aan beiden verschillend loon naar verdienste heeft geschonken. Hij ook in ons den ouden mensch moge veruie-tigen, en ons de genade Zijner verrijzenis moge toekennen. Die met ü leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen. R. Amen.God, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving: verleen ons, als een uitwerksel uwer goedertierenheid, dat even als Jesus Christus, in Zijn lijden, aan beiden verschillend loon naar verdienste heeft geschonken. Hij ook in ons den ouden mensch moge veruie-tigen, en ons de genade Zijner verrijzenis moge toekennen. Die met ü leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen. R. Amen.

T] r.us, a quo et Judas rea-tus sui poenam, et con-fessionis sua; latro prajmium sumpsit; concede nobis tu*; propitiationis effectum: ut sicut in passione sua Jesns Christus Dominus noster diversa utriusque intulit stipendia raeritorura, ita nobis, ablato vetustatis errore, resnrrectionis sua; gratiam largiatur. Qui tecum vivit et regnat in sajcula seecu-lorum. R. Amen.


epistel-les.

lesse uit den Brief van den heiligen Apostel Paulas tot de Corinthiers.

Alsls gij daa in ééne plaats samenkomt, is het niet meer, des Heeren avondmaal eten. Want een iegelijk neemt te voren zijn eigen maal bij het eten: en de een lijdt honger, en de ander is dronken, üf hebt gij geene huizen, om te eten en te drinken? Of veracht gij de Kerk Gods, en beschaamt hen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Prijs ik U? Hierin prijs ik niet. Want ik heb van den

Lectio EpistoUe beati Pauli Apostoli ad Corinthios 1,1].

TUtres, Convenientibus vo-■ bis is unum, jam non est Dominicam ccenam mandu-care. ünusquisque enim suam ccenam pracsumit ad manducandnm. Et alius quidem esurit: alius autem ebrius est. Numquid domos non habetis ad manducandnm et bibendum? aut Ec-clesiam Dei contemnitis, et confunditis eo.s qui non ha-


ocr page 23

WITTE DONDERDAG.

11

bent ? Quid dioam vobis ? Laudo vos? in hoe nonlaudo. Ego enim accepi a Domino quod et tradidi vobis, quo-niam Dominus Jesus, in qua nocte tradebatur, accepit panein,et gratias agens fregit, et dixit: Accipite, et raan-duoate: Hoc est corpus meum, quod pro vobis tra-detnr: hoc faeite in meam commemorationem. Similiter et calicem, postquam eoena-vit, dicens: Hie calix novuin testamentum est in meo sanguine.Hoc facite, quoties-cumque bibetis, in raeam commemorationem. Qnoties-cumque enim manducabitis pauem huuc, et calicem bibetis, mortem Domini annun-tiabitis, donee veniat. Itaqne quicumque manducaverit panem hunc, vel biberit calicem Domini indigne, reus erit corporis et sanguiuis Domini, rrobet autem seip-sum homo: et sic de pane illo edat, et de calice bibat. Qui enim manducat et bibat indigne, judicium sibi manducat et bibit.non dijudicans corpus Domini. Ideo inter vos multi infirmi et imbe-cilles, et dormiunt multi. Quod si uosmetipsos dijudi-caremus, non utique judi-caremur. Dum judicamur autem, a Domino corripimur, ut non cum hoe mundo damuemur.

R. Deo Gratias.

Heere ontvangen, hetgeen ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jesus in den nacht, waarin Hij verraden werd, het brood nam, eu dankende hetbrak en zeide: Neemt, eu eet; dit is Mijn lichaam, hetwelk voor u zal worden overgeleverd; doet dit tot Mijne gedachtenis! Desgelijks ook den kelk, nadat Hij het avondmaal had gehouden, zeggende: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in Mijn bloed: doet dit, zoo dikwijls gij dien zult drinken, tot Mijne gedachtenis! Want zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij den dood deamp; Hearen verkondigen, totdat Hij kome. Al wie derhalve onwaardig-lijk dit brood eten, of den kelk des Heeren drinken zal, zal schuldig zijn aau het lichaam en het bloed des Heeren. Dat dan de mensch zich zeiven beproeve, en aldus van dit brood ete, en van den kelk drinke! Want die on— waardiglijk eet en drinkt, eet en drinkt zich zeiven het oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. Daarom zijn er onder u vele zwakken en kranken, en zijn menigen ontslapen. Want indien wij ons zeiven beoordeelden,zoudeu wij niet geoordeeld worden. Maar geoordeeld wordende, worden wij-door den Heere getuchtigd, opdat wij niet met de wereld veroordeeld worden.

R. Gode zij dank.


ocr page 24

WITTE DONDERDAG.

12

Na de Epistel-les wordt het volgende door den Priester gelezen, en door het Koor gezongen.

graduale.

Chbistüshbistüs is voorous sehoorzaam geworden tot aan deu dood, ja tot aan den dood des Kruises.

V. Daarom heeft God Hem verheven, en Hem een naam gegeven, die verheven is boven allen naam.

fiHEiSTUS factus est pro nobis ^obediens usque ad mortem, mortem autem Cracis.

V. Propter quod et Deus exaltavit ilium, et dedit illi nomen quod est super omne nomen.


Nadat de wierook gewijd is op dezelfde wijze als voren, bidt de Diaken, knielende voor het Altaar (of wanneer er geen Diaken is, de Priester):

Reinig mijn hart en mijne lippen, almachtige God, Gij die de lippen van den Profeet Isaïas met een brandende vuurkool hebt gereinigd:

fewaardig U mij door Uwegeua-ige ontfermingewaardig U mij door Uwegeua-ige ontferming zóó te reinigen, dat ik Uw heilig Evangelie waardiglijk kunne verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Munda cor meuin, ac labia mea, omnipotens Deus, qui labias Isaiee Prophets; ealeulo mundasti ignito: ita me tua grata miseratione dignare mundare, ut sanctum Èvan-gelium tuum digne valeam nuntiare. Per Christum Do-minum nostrum. Amen.


De Diaken vraagt den zegen des Priesters, zeggende:

Heer, geef uwen zegen. I Jube, Domine, benedicere.

En de Priester zegent hem en antwoordt:

Dominus sit in corde tuo, et in labiis tuis: ut digne et competenter annunties Evangelium suum:ln nomine Patres, f et Filii et Spiritus Sancti. Amen.

Is er geen Diaken aanwezig, dan zegt de Priester dezelfde gebeden, doch eenigzins gewijzigd, door uw en gij in mijn en ik te veranderen. Hierna wordt gezongen:

Dominus vobiscum. R. Et cum Spiritu tuo.

De Heer zij in uw hart en op uwe lippen; ten einde gij waardiglijk en met bevoegdheid Zijn Evangelie verkondiget. In den naam des Vaders, en des Zoonsf, en des H. Geestes. Amen.

De Heer zij met u. R. En met uwen geest.

ocr page 25

WITTE DONDERDAG.

13

Sequentia Sauct-i Evau-gelii secundem Joamiera. R. Gloria tibi, Domine.

Het vervolg van liet heilig Evaugelie volgens Joannes. R. Eere zij TJ, o Heer.


evangelie.

Ante diemfestum Pasahao, ■■ soiens Jesus quia venit hora ejus ut transeat ex hoc inundo ad Patrem: cuin di-lexisset suos, qui erant in mundo, in flnem dilexit eos. Et ca:na facta, dum diabolus jam misisset iu cor ut tra-deret euni Judas Simonis Iscariotee: sciens quia omnia dedit ei Pater iu manus, quia a Deo exivit, et ad Deuiu vadit, surgit a ccena, et ponit vestimenta sua; et cum accepisset liuteum, praioinxit se. Deinde mittit aquam in pclvim, et coepit lavare pedes discipulorum, et extergere lintco quo erat praecinctus. Venit ergo ad Simonem Petrura. Et dicit ei Petrus; Domme, tu mihi lavas pedes? Respondit Jesus,, et dixit ei: Quod egofacio, tu nescis modo; scies autem postea Dieit ei Petrus: Non lavabis mihi pedes in a;ter-num. Respondit ei Jesus: Si nou lavero te, uonhabe-bis partem mecum. Dicit ei Simon Petrus: Domiae, non tantum pedes meos, sed et manus, et caput. Dicit ei Jesus; Qui lotus est, nou indiget nisi ut pedes lavet, sed est mundus totus. Et vos mundi estis, sed non

TToör deu feestdag van het pascha, ' dewijl Jesus wist, dat Zijne ure gekomen was, dat Hij uit, deze wereld zou overgaan tot deu Vader, daar Hij de Zijnen, die in de wereld waren, had liefgehad, zoo heeft Hij hen ten einde toe liefgehad. En als het avondmaal gedaan was, toen alreeds de duivel aan Judas Iscarioth den zoon van Simon, in het hart had gegeven, dat hij Hem zoude verraden: Weteude, dat de Vader alles in Zijne handen had gegeven, en dat Hij van God was uitgegaan, en tot God heuenging, stond Hij op van het avondmaal, en legde Zijne kleederen af, en nam een linnen doek, en omgordde Zich. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassehen, en af te droogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was. Hij kwam dan tot Simon Petrns. En Petrus zeide tot Hem: Heere, wascht Gij mij de voeten! Jesus antwoordde, en sprak tot hem: Wat ik doet, weet gij nu niet: maar gij zult het daarna weten. Petrus zeide tot Hem: Gij zult mij in eeuwigheid de voeten niet wassehen. Jesus antwoordde hem: Indien ik u niet wassche, zult gij geen deel met Mij hebben. Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijne voeten. maar ook de handen en het hoofd. Jesus sprak


ocr page 26

WITTE DONDERDAG.

14

tot hem: Die Rewassehen is, heeft niet van nooden, dan dat hij de Toeten wassohe; maar is geheel rein. Ook gij zijt rein, maar niet allen. Waut Hij wist, wie Hem zoude verraden; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen reia. Nadat Hij na hunne voeten gewasschen, en Zijne kleederen aangedaan had, als Hij wederom aangezeten was,sprak Hij tot hen: Weet gij, wat Ik u gedaan heb ? Gij noemt Mij Meester en Heer: en gij zegt wel, want Ik ben het; Indien Ik dan, de Heer en de Meester, uwe voeten gewasschen heb: moet ook gij elkanders voeten wassehen. Want een voorbeeld heb Ik u gegeven, opdat gelijk Ik u gedaan heb, gij ook alzoo doet.

R. U zij lof, Christus.

Na het Ecangelie kust de Prie

Door de woorden des Evangelies mogen onze misdrijven uitge-wischt worden.

CREDO %

Tk. geloof in eenen God, den al-• machtigen Vader, den Schepper van Hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. Eu in éénen Heer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en die voor alle eeuwigheid uit den Vader is geboren. God van God, licht van licht, waarachtig God van den waarachtigen God. Geboren, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons, meuschen, en tot onze zaligheid uit de heme-omnes.Seiebat enim quisnam esset qui traderet eum: propterea dixit: Non estis mundi omnes.Postquam ergo lavit, pedes eorutn, et accepit vestimenta sua: cum recu-buisset iterum, dixit eis: Scitis quid fecerim vobis ? Vos vocatis me Magister et üomine, et bene dicitis: sum etinim,Si ergo ego lavi pedes vestros. Dominus et Magister, et vos debetis alter alterius lavare pedes. Exempluni enim dedi vobis, ut quemad-inodum ego feci vobis, ita et vos faciatis.

K. Laus tibi, Christe.

ter het Missaal en zegt:

Per evangelica dicta de-leantur nostra delicta.

ftREDO iu unum Deum, Pa-^ trem oinnipotentem, fac-torem coeli et terra;, visibi-lium omnium et invisibilium. Et in unum Dominum Jesum Christum, Filium Dei uni-genitum. Et ex Patre natum ante omnia seecula. Deum de Deo, lumen de lumine : Deum verum de Deo vero. Genitum, non factum, con-stubstantialem Patri; per quem omnia facta sunt. Qui propter nos homines, et


ocr page 27

WITTE DONDERDAG.

15

propter nostrani salutem desoeudit de coelis. (hicgenu-flectitur). Et incarnatus est de Spirilu sancto ex Maria Virgine; et homo ïactcs est. Crucifix us e'iam pro nobis; sub Pontio Pilato pass as, et sepultus est. Et resurrexit tortia die secundum Scrip-turas. Et ascendit in coelum, sedet ad dexteram 1'atris. Et iterum veuturus est cum gloria judicare vivos et mortuos; cujus regui non erit finis. Et in Spiritum sanctum Dominum, et vivi-ficautem; qui ex Patre Eilio-que procedit, qui cum Patre et Eilio simul adoratur, et congloriflcatur; qui locutus est per Prophetas. Et uuam sanctum Catholieam et apos-tolicam Ecclesiam. Confiteor unum baptisma in remissio-nem peccatorem. Et exspecto resurrectionem mortuorum, et vitam venturi seculi.Amen.

len is nedergedaald, (knielende) En Hij is vleesch geworden van den H. Geest uit de Maagd Maria; En Hij is mensch geworden. Hij is ook voor ons gekruist onder Pontius Pilatus: ■ Hij heeft geleden en is begraven. En ten derden dage is Hij verrezen, overeenkomstig de Schriften. En Hij is ten hemel opgeklommen; Hij is gezeten aan de rechterhand des Vaders. En Hij zal wederkomen met heerlijkheid . om levenden en dooden te oor-deelen: en Zijn rijk zal geen einde hebben. En in den Heiligen Geest, den Heer en levendmakenden: die van den Vader eu den Zoon voortkomt. Die met den Vader enden Zoon te gelijk wordt aangebeden, en mede verheerlijkt; die door de Profeten heeft gesproken. En ééne heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel, ter vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en liet toekomstige eeuwige leven. Amen.


Dan kust de Priester het Altaar, en keert zich om:

Domiuus vobiscum. 1 De Heer zij met U.

R. Et cum spiriti tuo. ' 11. En met uwen geest.

Vervolgens bidt hij het offertorium.

^e rechterhand des Heeren heeft

krachtig gewerkt; de rechterhand des Heeren heeft mij verheven; ik zal niet sterven, maar leven, en de werken des Heeren verkondigen.

Bij de offerande van het brood.

Suscipe, sancte Pater, om-1 Neem, heilige Vader, almachtige uipotens aeterne Deus, hanc ' eeuwige God, deze onbevlekte oifcr-

■Hextera Domini fecit vir-tutem, dextera Domini, exaltavit me; non moriar, sed vivam, etnarrabo opera Domini.

4-

ocr page 28

WITTE DONDERDAG.

16

aude aan, welke ik, uw onwaardige dienaar, U, mijnen levenden en waren God opdraag voor mijne ontelbare zonden en misdrijven en verzuimenissen, en voor alle aanwezigen, maar ook voor alle Christene geloovigen, hetzij levenden, hetzij overledenen: opdat zij mij en hun ter zaligheid en ten eeuwigen leven strekke. Amen.

immaeulatam Host iam,quam ego, indignus famulus tuns, offero tibi, Deo meo vivo et vero, pro innumerabilibus pecoatis et offeusionibus et negligentiis meis, et. pro omnibus cireumstantibus, sed et pro omnibus fidelibus Christianis vivis atque de-funetis: ut mihi et illis proficiat ad salutem in vitam seternam. Amen.


Bij de wijding van het water, dat met den wijn in den kelk wordt vermengd, zegt de Priester:

O God, die de waardigheid der mensehelijke nataur op eene wonderbare wijze geschapen, en op nog meer wonderbare wijze hersteld hebt; geef ous door het geheim van dit water en dezen wijn, dat wij deelgenoot mooen worden aan de Godiieid van Hem, die zich gewaardigd heeft, aan onze mensoh-heid deelachtig te worden, Jesus Christus, Uw Zoon, Onze Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Deus, qui human® substantia; dignitatem mirabi-liter condidisti, etmirabilius reformasti: da nobis per h ujus aquse et vini my steri nm ejus Devinitatis esse consor-tes, qui humanitatisnostra; fieri dignatus est particeps, Jesus Christus pil ins tuus, Dominus noster, qui tecum vivit et regnat in unitatc spiritus sancti Dens; per omnia sa;cu!a SKCulorum. Amen.


Bij de offerande van den wijn.

Wij offeren U, o Heer, den Kelk des Heils, en smeekenUwe goedertierenheid af; opdat hij voor het aanschijn Uwer Goddelijke Majesteit, tot onze zaligheid en die der gehsele wereld,met aangenamen geur moge opstijgen. Amen.

Offerimus tibi, Domine, calicem salutaris, tuam de-precantes elementiam; ut in conspectu divina; Majestatis tuse, pro nostra et totius mundi salute cum odore suavitatis ascendat. Amen.


Een weinig gebogen voor het Altaar, bidt de Priester:

Laat ons door U, o Heer, in den , In spiritu humilitatis, ct geest van ootmoed en met een ; ia animo contrito snscipia-

ocr page 29

WITTE DONDERDAG.

17

mur a te Doinine: et sic fiat sacrifioium nostrum in cou-siectu tuo liodie, ut placeat tibi, Domiue Deus.

berouwhebbend hart wordeu aangenomen : en laat ons offer lieden zóó voor Uw aanschijn geschieden, dat het U behage, Heer God.


Daarna zijne handen opheffende, en het brood en den wijn zegenende:

Veni sanctificator, orani- Kom, Heiligmaker, almachtige potens seterue Deus; et be- eeuwige God, en zegen deze offex-nedic hoc sacriflcjuin tuo ande, die aan Uwen heiligen naam saucto nomini praeparatnm. bereid is.

Bij het wijdt

Per intercessionem beati Michaëlis Archangeli stantis a dextris altaris iucensi, et omnium electorum suorum, incensum istud dignetur Dominus benedicere, et iu odorem suavitatis accipere. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

i van den icierooh:

Door de voorspraak van den H. Aartsengel Michaël, die ter rechterzijde van het wierookaltaar staat,eu van al Zijne nitverkorenen, gewaardigdo Zich de Heer dezen wierook te zegenen, en iu een aan-genamen geur aan te nemen. Door Cliristiis onzen Heer. Amen.


Terwijl hij het brood en den wijn bewierookt.

Incensum istud a te bene- Laat deze wierook, die door U dictum, asceudat ad te Do- gezegend is, tot U opstijgen, o mine, et descendat super uos Heer; en laat Uwe barmhartigheid

misericordia tua. over ons nederdalen.

Bij het hewien

Dirigatur, Domine, oratio mea sicut incensum in con-spectu tuo: elevatio mauun m mearum Sacrificium vesper-tinum. Pone, Domine, cus-todiam ori meo, et ostium

ïhen van het Altaar.

Laat mijn gebed, o Heer, gelijk wierook opgaan voor Uw aangezicht; de opheffing mijner handen zij U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond, en sluit mijne lippen; opdat mijn


ocr page 30

WITTE DONDERDAG.

18

hart niet tot woorden van boosheid neige, om verontsdiuldigingeu te zoeken voor de zouden.

oircumstautia; labiis meis; ut nou decliuet cor meum in verba malitise, ad exeusandas exeusatioues in peccatis.


Bij het teruggeven van het wierookvat:

De Heer outsteke in ons liet vuur Zijner liefde, en de vlam eener eeuwige liefde. Amen.

Acoendat in nobis Dominus ignemsui araoris,et flaramam teternae charitatis. Amen.


Als de Priester zijne hemden wascht-.

Onder de ouseliuldigen zal ik mijne handen wasschen; en ik zal Uw altaar omringen, o Heer.

Om de stem van Uwen lof te hooren; en om al Uwe wonderdaden te verkondigen.

Heer, ik heb den luister van Uw huis en de woonplaats Uwer heerlijkheid bemind.

Verderf mijne ziel niet met de goddeloozen, en mijn leven niet met !de mannen, die dorsten naar bloed.

In wier handen ongereohtighe-den zijn: en wier rechterhand met geschenken vervuld is.

In mijue onschuld toch heb ik gewandeld: verlos mij en wees mij genadig.

Mijn voet bevond zich op den rechten weg: in de vergaderingen zal ik U loven, o Heer.

Lavabo inter innoeentes manus meas: et circumdabo aUare tuum, Domine.

Ut audiam vocem laudis; et enarrem nniversa mira-bilia tua.

Domine, dilexi decorem domus tua, et locum habi-tatiouis gloria; tuae.

Ne perdas cum impiis. Deus, animam raeam, et cum viris sanguinum vitam meam.

In quorum manibus iniqui-tates sunt: dextera coram repleta est muneribus.

Ego autem in innocentia mea ingressus sum: redime me, et miserere mei.

Pes meus stetit in directo: in ecclesiis beuedicam te, Domine.


Gelogen voor het Altaar zegt daarna de Priester:

Neem, o heilige Drievuldigheid, deze offeraude aan, welke wij U opdragen ter gedachtenis van het

Suscipe, Sancta Trinitas, hanc oblationem, quam tibi offerimus ob memoriam pas-


::

ocr page 31

WITTE DONDERDAG.

19

sionis, resurreotiqnis, et as-oensionis J esu Christi Domini uostri; et in honore beate Marise semper Virginis, et beati Joaunis Baptist®, et sanctorum Apostolorum Petri et Panii, et istorum, et omnium Sanctorum: ut illis proficiat, ad honorem, nobis autem ad salutem: et illi pro nobis iutercedere dignentur in coelis, quorum memoriam agimus in terris. Per eum-dem Christum Dominum nostrum. Amen.

lijden, de verrijzenis, en de hemelvaart van onzen Heer Jesus Christus ; . en ter cere van de heilige Maria altijd Maagd, en van den heiligen Joannes den Dooper, en van de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en van deze en van alle andere Heiligen: opdat zij tot. hunne eer, maar ook tot onze zaligheid strekken moge: en opdat, zij, wier gedachtenis wij op aarde houden, voor ons in den hemel hunne voorspraak doen gelden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.


Tot het volk gekeerd zegt de Priester:

Orate fratres: ut meum ac vestrum sacrificum ac-eeptabile fiad apud Deum Patrem omnipotentem.

Bidt, broeders: opdat mijn en uw offer behagelijk worde aan God, den almachtigen Vader.


En men antwoordt:

Suscipiat Dominus sacri-1 De Heere neme uit uwe handen ficium de mauibus tuis, ad ! het offer aan tot lof en tot ver-laudem et gloriam nominis heerlijking van Zijnen naam, en sui, ad utilitatém quoque ook tot ons welzijn en tot dat van nostram, totiusque Ecclesiae Zijne geheele heilige Kerk.

suae sauctse.

R. Amen. R. Amen.

Hierna bidt de

Tpse tibi, quKsumus Domino ■ sancte. Pater omnipotens, «terne Deus,sacrificium nostrum reddat acceptum, qui discipulis suis in sui comme-morationem hoc fieri hodierna

Priester de secreta.

TfTu bidden U, Heilige Heer, '' almachtige Vader, eeuwige God, dat Hij zelf n ons offer behagelijk make, die heden dit aan Zijne leerlingen uitreikte, en hen geleerd heeft, dit tot Zijne ge-


ocr page 32

WITTE DONDERDAG.

20

dachtenis tedoeu: Jesus Christus, traditionp monstravit, Jesus uw Zoon, Onze Heer, die metU Christus Filius tuis Dominus leeft en heerscht, enz. noster. Qui tecum vivit, etc.

PREFATIE.

Joor alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.

De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.

Heft uwe harten omhoog. R. Wij hebben ze omhoog geheven tot den Heer.

Dauken wij den Heer, onzen God. R.Het is waardigenrechtvaardig.

Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij altijd eu overal U danken: heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God: Die de zaligheid van het menschelijk geslacht aan het hout des Kruises hebt verbonden: opdat uit hetzelfde, waaruit de dood ontstond, ook het leven zou voortkomen, en hij, die door het hout verwon, ook door het hout zou verwonnen worden; door Christus onzen Heer. Door wien de Engelen Uwe majesteit loven, de Heerschappijen Ü aanbidden, de Machten voor TJ beven. Door wien de hemelen, en de krachten der hemelen, en de zalige Serafijnen zich gezamenlijk verheugen, en U mede verheerlijken. In ver-eenigiug met hen, bidden wij U, dat gij ü ook gewaardigt onze gebeden aan te nemen, terwijl wij ootmoedig belijden en zeggen: Heilig, Heilig, Heilig,

Per omnia ssecula sscculo-quot; rum.

R. Amen.

Dominus Vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Sursum corda.

R. Habemus ad Domiuum.

Gratias agaraus Domino Deo nostro.

R. Dignum et justuni est.

V ere dignum et justumest, sequum et salutare, nostibi semper, et ubique gratias agere: Doraine Sancte, Pater omnipotens, xterne Deus : Qui salutem humani generis in ligno Crueis constituisti: ut unde mors oriebatur, inde vita resurgeret: et qui in ligno vincebat, in ligno quoque vmceretur;;per Christum Dominum nostrum. Per quem majestatem tuam lau-dant Angeli, adorant Dorrii-nationes;tremuut Potestates Coeli, coelorumque virtutes, ac beata Seraphim, socia exultatione concelebrant. Cum quibus et nostras voces, ut adraitti jubeas deprecamur, supplici eonfes-sione dicentes;

Sanctus, Sanctus, Sanctus,


ocr page 33

WITTE DONDERDAG.

21

Dominus Deus Sabaoth.

-Pleni sunt coeli et terra gloria tua.

Hosanna in excelsis. Benedictus, qui venit in nomine Domini.

Hosanna in excelsis.

Is de Heer, de God der heir-krachten.

Hemel en aarde zijn vol van Zijne heerlijkheid.

Hosanna in het allerhoogste. Gezegend, die komt in den naam des Heeren.

' Hosanna in het allerhoogste.


CANON DER MISSE.

rtlE igitur, cleraentissime ■ Pater, per Jesum Christum Filiura tuum Domiuum nostrum supplices rogamus ae petimus,uti accepta habeas et benedicas, hsee dona, hoee munera, hseo saneta sacriflcia illibata, in primi? qua; tibi offerimus pro Ecclesia tua sancta catholica; quam pa-cificare, custodire, adunare et regere digneris toto orbe terrarum, una cum famulo tuo Papa nostro N. et An-tistite nostro N. et omnibus orthodoxis, atque Catholicse et Apostolicse fidei cultoribu s.

TTTu bidden en smeeken ü dan, allergoedertierenste Vader, door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer, dat Gij welbehagelijk aanneemt en zegent, deze gaven, deze giften, deze heilige onbevlekte offeranden: die wij U op de eerste plaats opdragen voor Uwe heilige Katholieke Kerk; opdat Gij U ge-waardigt haar in vrede en eenheid te bewaren en bestieren over geheel den aardbol, te gelijk met Uwen dienaar onzen Paus...., en onzen Bisschop.... en alle recht-geloovigen, en volgelingen van het katholiek en apostolisch geloof.


Gedachtenis der levenden.

Memento, Domine, famu-lorum famularumque tuarum N. et N.

Wees, o Heer, gedachtig aan

Uwe dienaars en dienaressen......

N. en N.


(Hier denkt men aan de levende personen, voor wie men in het bijzonder wil bidden.)

Et omnium circumstan-tium, quorum tibi fides cognita est, et nota devotio; pro quibus tibi offerimus,

En aan alle omstanders, wier geloof en wier godsvrucht U bekend zijn: voor wie wij, of die zeiven U dit offer van lof opdragen, voor


ocr page 34

WITTE DONDERDAG.

22

zich zei ven en voor al de hunnen, ter verlossing hunner zielen, tot hoop van hun heil en behoud; en die U, den eeuwigen, levenden en waarachtigen God, hunne geloften brengen.

In gemeenschap zijnde, met—, en den allerheiligsten dag herdenkende, waarop ouze Heer Jesus Christus voor ons is overgeleverd: maar ook de gedachtenis vereerende, op de eerste plaats vau de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van denzelfden onzen God eu Heer Jesus Christus: maar ook van Uwe heilige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeus, Mattheus, Simon en Thaddeus: Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cyprianus, Laureutius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus, en vau al Uwe Heiligen, bidden wij U, dat Gij ons door hunne verdiensten en gebeden verleent., dat wij in alles den bijstand Uwer bescherming ondervinden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken U dan, o Heer, dat Gij met vergevingsgezindheid deze offerande van onze dienstbaarheid, en ook van geheel U w gezin zult aannemen, welke wij U opdragen om den dag, waarop ouze Heer Jesus Christus aan Zijne leerlingen gegeven heeft de geheimen van Zijn lichaam en bloed te vieren: en dat Gij ons Uwen vrede vel qui tibi offerunt hoe sacrifioium laudis, pro se, suisque onmibus,pfo redemp-tione animarum suarum, pro spe salutis et ineolumitatis su»; tibique reddunt vota suaseterna Deo, vivo et vero.

Gommunieantes, et diem saeratissimum eelebrautes, quo Dominus noster Jesus Christus pro nobis est tradi-tus; sed et memoriam vene-rantes, imprimis gloriosa; semper Virginis Maria;, ge-nitncis ejusdem Dei etDo-miui nostri Jesu Christi; sed et beatorumApostolorum ac Martyrum tuorum, Petri et Pauli, Andre», Jaoobi, Joannis, Thomas Jaoobi, Philippi, Bartholomffii, Mat-thsei, Simonis et Thaddsei: Lini, Cleti, Cleraentis, Xysti, Cornelii, Cypriani,Laurentii, Chrysogoui,Joaunis et Pauli, Cosmse et Damiaui, et om-niatn Sanctorum tuorum: quorum meritis precibusque concedas, ut in omnibus pro-tectionis tuse muniamur aux-ilio. Per eumdem Christum üotninum nostrum. Amen.

Hanc igitur oblationem servitutis nostra;, sed et, cuncta; familisc tuee, quam tibi offerimus ob diem, in qua Dominus noster Jesus Christus tradidit discipulis suis Corporis et Sanguinis sui mysteria celebranda; qusesumus, Domine, ut pla-catus accipias: diesqui nos-


ocr page 35

WITTE DONDERDAG.

tros in tua pace disponas:

atque ab seterna damnatione nos eripi, et in electorura tuorura jubeas grege nume-rari. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

Quam oblationem tu Deus in omnibus, qu8esumus,beae-dictam, adscriptam, ratam,

rationabilem, acceptabilem-nue facere digneris; ut nobis Corpus et Sanguis fiat deleo-tissimi Filii tui Domini nos-tri Jesu Christi.

Qui pridie, quam pro nostra omniumque salute pateretur, hoc est, hodie;

aceepit panem in sanetas ac venerabiles manus suas; et elevatis oculis in caelum, ad te Deam Patrem suura om-nipotent,em,tibi gratias agens,

benedixit, fregif, dedifque discipulis suis, dicens: Ac-cipite et manducate ex hoe omnes :

Hoc est enin corpus meum.

Terwijl de Priester de H. Hustie eu later den Kelk met het H. Bloed opheft, behooren wij Jesus ia Zijn H. Sakranieut te aanbidden: op deze of dergelijke wijze:

Ik geloof, o mija God, dat Gij hier werkelijk eu waarachtig tegenwoordig zijt: Ik vertrouw en hoop op U, lieve Jesus,. onder de nietige gedaante van brood en wijn verborgen: Ik bemin U, van ganscher harte, uit al mijne krachten, ü, die mij het eerst bemind hebt, eu die uit liefde tot mij U zeiven voor mij aan het kruis hebt opgeofferd, en nog dagelijks dit offer voor mij vernieuwt.

Verlevendig o Heer, mijn geloof: versterk mijn vertrouwen; vermeerder mijne liefde. Geef o lieve Jesus, dat wij, die U hier, als een verborgen God aanbidden, eens in den Hemel van aanschijn tot aanschijn U zien mogen, en met de Engelen en Heiligen Uwen luister onbedekt mogen aanschouwen, en Uwe heerlijkheid mogen genieten. Amen.

23

verleent, in onze dagen; en dat Gij gelievet ons te behoeden van de eeuwige verdoemenis, en onder het getal Uwer uitverkorenen op te nemen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken U, o God, dat Gij U gewaardiget deze offerande in alles te zegenen, te aanvaarden, goed te keuren, redelijk en welbehaaglijk te maken: en dat, zij voor ons het, lichaam en het bloed van Uwen allergeliefsten Zoon, onzen Heer, Jesus Christus, worde.

Die daags, voor dat Hij voor onze en aller zaligheid, zou gaan lijden, dat is, heden: het brood in Zijne heilige en eerwaardige handen nam, en, de oogen ten hemel opgeheven tot U, God zijnen almaeh-tigen Vader, ü dankende, het zegenende, brak, en aan Zijne leerlingen gaf, zeggende: Neemt en eet allen hiervan ;

Want dit is Mijn lichaam.

ocr page 36

WITTE DONDERDAG.

26

op onze verdiensten, maar na ons vergiffenis te hebben geschonken, in hun gezelschap opgenomen worden. Door Christus onzen Hoer.

Door wien, gij Heer, al deze gaven schept,heiligt, levend maakt, zegent en aan ons verleent.

Door Hem, en met Hem, en in Hera is U, God, den Almachtigen Vader, in de eeuheid des Heiligen Geestes, alle eer en glorie.

Door alle eeuwen , der eeuwen.

II. Amen.

Laat ons bidden. Dooi- heilzame geboden aangemaand en door goddelijke leering onderficht, duiven wij zeggen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Geheiligd zij Uw naam; laat, toekomen Üw rijk: Uw wil geschiede op de aarde als in den hemel. Geef ons heden ons dage-lijksch brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Verlos ons. Heer, van alle verleden, tegenwoordig, en toekomstig kwaad en geef genadiglijk, door de voorspraak der heilige en roemrijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd, en die Uwer heilige Apostelen Petrus en Panlus, en en Andreas, en van alle Heiligen, vrede ia onze dagen: opdat wij, bus Sanctis tuis: intra quorum nos consortium, non estimator meriti, sed venise, quffisnmus largitor admitte. Per Christum Dominum nostrum.

Per quem haec omnia, Domine, semper bona creas sanctiflcas, benedicis et pncstas nobis.

Per ipsum, et cum ipso, et in ipso, est tibi Deo Patri omuipotenti, in Unitate Spiritus Sancti, omnis honor et gloria.

Per omnia saeoula ssecu-lorum. R. Amen.

Oremus. Proeceptis saluta-ribus moniti et divinainsti-tutione formati audemus dicere.

Pater noster, qui es in coslis, sanctiflcetur nomen tuurn; adveniat regnum tuum: flat voluntas tua, sicut in ccelo et in terra. Panem nostrum quolidiauum da nobis hodie: et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus debitoribus nostris. Et ne nos in ducas in tentationem.

R. Sed libera nos a amalo. Amen.

Libera nos, qusesumus Domine, ab omnibus malis praeteritis, praesentibus et futuris: et intercedente beata et gloriosa semper Virgine Dei Genitrice Maria cum beatis Apostolis tuis Petro et Paulo, atque Andrea et omnibus Sanctis,da propitins


ocr page 37

WITTE DONDERDAG.

pacem in diebus nostris: ut door den bijstand Uwerbarmhar-

opemisericordiaetuaeadjuti, tigheid geholpen, en altijd bevrijd

et a peccatö simus semper mogen zijn van zonden en bevei-

liberi, et ab omui pertur- liga blijven tegen alle stoornis, batione securi.

De Priester breekt de H. Hostie, zeggende:

Per eumdem Dominum Door denzelfden Jesus Christus,

nostrum Jesum Christum Uwen Zoon, onzen Heer, Die mei,

ïilium tuum. Qui tecum U leeft en heerselit in de eenheid

vivit et regnat in unitate des H. Geestes, God.

27

Spiritus Sanoti Deus.

De Priester, in de rechterhand het kleinste gedeelte der in drie deelen verdeelde H. Hostie houdende, zingt:

Per omnia saecula saecu-lorum.

R. Amen.

Door alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.


En driemaal het krui steeleen

Pax Domini sit semper vobiseum.

R. Et cum spiritu tuo.

over den kelk, zingt hij:

De vrede des Heeren zij altijd met u.

R. En met uwen geest.


Hij laat dit gedeelte in den kelk vallen, zeggende :

Heec commixtio et con-secratio Corporis et Sanguinis Domini nostri Jesu Christi, fiat accipientibus nobis in vitam aeternam. Amen.

Deze vermenging en konsekratie van het Lichaam en Bloed onzes Heerea Jesus Christus, worde voor oas, die het ontvangen, ten eeuwigen leven. Amen.


Gebogen zegt hij daarna het agxus uei, zich op de horst slaande-.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.


ocr page 38

WITTE DONDERDAG.

28

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons vrede.

Agnus Dei, qui tollis peocata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis pecoata mundi, dona nobis pacem.


Vervolgens spreekt hij de gebeden voor de Nutliging.

Heer Jesus Christus, die tot Uwe Apostelen gezegd hebt, Jk laat u' den vrede. Ik geef u Mijnen vrede: zie neêr, niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk; en gewaardig tl haar, volgens Uwen wil, vrede en eenheid te verleenen. Die leeft en heerscht, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die naar den wil des Vaders, met de medewerking des heiligen Geestes, door Uwen dood de wereld hebt levend gemaakt; verlos mij door dit Uw hoogheilig Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden, en alle kwaad, en doe mij altijd Uwe geboden aanhangen, en laat mij nooit van U gescheiden worden. Die met denzelfden God den Vader en H. Geest leeft en heerscht. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat de nuttiging van Uw Lichaam, Heer Jesus Christus, dat ik onwaardige, mij vermeet te ontvangen, niet tot mijn oordeel en mijne verdoemenis strekken: maar laat het volgens Uwe

Domine Jesu Christe, qui dixisti Apostolis tuis: Pacem relinquo vobis, pacem meam do vobis: ne respicias peccata mea, sed fidem Ecclesiae tuae: eamque secundum voluntatem tuam paciftcare et coadunare digneris. Qui vivis et regnas Deus per omnia saecula saeculorum. Amen.

Domine Jesu Christe, Fili Dei vivi, qui ex voluntate Patri?, coóperante Spiritu Sancto, per mortem tuam mundum vivificasti; libera me per hoe Saerosanctum Corpus et Sanguinem tuum, ab omnibus iniquitatibus meis, et universis malis, et fac me tuis semper iuhaerere mandatis, et a te numquam seperari permittas. Qui cum eodem Deo Patre et Spiritu Sancto vivis et regnas Deus in saecula saeculorum.Amen.

Perceptio Corporis tui, Domine Jesu Christe, quod ego indignus sumerere prae-sumo, non mihi proveniat in judicium et condemnatio-nem: sed pro tua pietate


ocr page 39

WITTE DONDERDAG.

29

prosit mihi ad tutameutum mentis et corporis, et ad medelam percipieudam. Qui vivis et reguas cam Deo Patre iu unitate Spiritus Sancti Deus, per omuia ssecula saeculorum. Amen.

goedertierenheid mij tot bescherming van ziel en lichaam, en ter verkrijging van genezing dienen. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des heiligen Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.


Daarna knielt hij en zegt:

Panem coelestum accipiam, et nonem Domini invocabo.

Ik zal het hemelsch brood nuttigen, en den naam des Heeren aanroepen.


Dan slaat hij driemaal op de borst, telkens zeggende:

Domiue non sum diguus, Heer, ik ben niet waardig dat

ut intres sub tectum meum: Gij onder mijn dak komt. maar

sed tantum die verbo, et spreek slechts een woord, en mijne

sanabitur anima mea. ziel zal gezond worden.

Vóór de Friester de H. Hostie nuttigt-.

Corpus Domini nostri Het Lichaam onzes Heeren

Jesu Christi custodiat ani- Jesus Christus beware mijne ziel

mam meam in vitam aeter- ten eeuwigen leven. Amen. nam. Amen.

Ocder de Nuttiging des Priesters moet men zich iu eeu heilig verlangen, eene vurige begeerte tot de H. Kommunie trachten op te wekken, en alzoo zich door eeue geestelijke kommunie met den Priester vereeuigen, op deze of dergelijke wijze:

O lieve Jesus. mochte ik ook zoo gelukkig zijn U in mijn hart te ontvangen! O hoe gaarne zoude ik aan uw liefdemaaltijd aanzitten! Hoe verlangt mijn hart naar de hemelsche spijze, die Uwe liefde den mensch bereid heeft! O hoezeer wensch ik mij op het innigste met U te vereenigen! O lieve Jesus. al ben ik dan niet waardig U werkelijk eu waarachtig te ontvangen, kom dan ten minste met Uwe genade, op geestelijke wijze, in mijn zoo arm en behoeftig hart: zuiver mijne ziel van alles, wat mij onwaardig maakt Ü in Uw heilig Sakrament te ontvangen: wasch al mijne zouden eu

ocr page 40

WITTE DONDERDAG.

30

ongerechtigheden uit. Versier mijn hart met alle deugden, die het tot een waardige woonplaats voor U kunnen doen worden: maak mij naar uvr voorbeeld, zuiver, ootmoedig en zachtmoedig, en laat spoedig het gelukkig oogenblik aanbreken, dat ik met Uwe leerlingen aan Uwe H. Tafel moge aanzitten.

Onder het reinigen der Pateen-.

Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft? Ik zal den Kelk des heils nemen, en den naam des Heeren aanroepen. Lovend zal ik den Heer aanroepen, en ik zal bevrijd zijn van mijne vijanden.

Quid retribuam Domino pro omnibus, quae retiibuit mihi? Calioem salutaris accipiam, et nomen Domini invoeabo. Laudans invoeabo Dominum, et ab inimicis meis salvus ero.


Onmiddellijk voor het nuttigen van het H. Bloed:

Het Bloed onzes Heeren Jesus Sanguis Domini nostri Christus beware mijne ziel ten Jesu Christi cnatodiat ani-eeuwigen leven. Amen. mam meam in vita aeternam.

Amen.

Bij het schenken van den wijn in den kelk-.

Laat ons, o Heer, met een zuiver hart ontvangen, wat wij met den mond genuttigd hebben: en dat liet van eene tijdelijke gave een altijddurend geneesmiddel worde.

Quod ore sumpsimus. Do-mine, pura meute capiamus, et de muuere temporali fiat nobis remedium sempiter-


Bij het schenken van den

Laat U w Lichaam, o Heer, dat ik genuttigd heb, en Uw Bloed, dat ik gedronken heb, aan mijn binnenste vastkleven: en geef, dat in mij wien de zuivere en heilige sacramenten verkwikt hebben geen vlek van misdaden overblijve. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

wijn en het water'.

Corpus tuum, Domiue, quod sumpsi et sanguis, quem potavi, adhaerat visce-ribus meis: et praesta, ut in me non remaneat scelerum macula, quem pura et Sancta refecerunt Sacramenta. Qui vivis et regnas in saecula sïcoulorum. Amen.


ocr page 41

WITTE DONDERDAG.

31

Na den kelk gereinigd en gedekt te hebben, leest de Priester het volgende gebed \

COMMUNIE.

Dominus Jesus, postquam coenavit cum discipulis suis, lavit pedes eorum, et ait illis; Scitis quid fecerim vobis ego Domiuus et Magister? Exemplum dedi vobis, ut et vos it-a faciatis.

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Nadat de Heer Jesus het Avondmaal had gehouden met zijue leerlingen, heeft Hij hun de voeten gewassclien, en zeide hun: Weetgij, wat Ik, de Heer en Meester u gedaan heb? Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij ook al-zoo doet.

De Heer zij met u.

R. En met uwen Geest.


POSTCOMMUNIE.

Oremus.

Refecti vitalibus alimentis, quaa;siiinus, Domine Deus noster, ut, quod tempore nostrae raortalitatis exsequi-mur, immortalitatis tuae munere consequamur. Per Dominum, etc.

Dominum vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Ita missa est.

R. Deo Gratias.

Laat ons bidden.

Door de levendmakende spijze versterkt, bidden wij ü. Heer, dat. wij door Uwe genade in eeuwigheid mogen erlangen, wat wij tijdens onze sterfelijkheid verrichten. Door Jesus Christus onzen Heer

enz.

De Heer zij met u. R. En met uwen Geest. Gaat, de Misse is geëindigd. R. God zij dank.


Voor het Altaar gebogen, bidt de Priester;

Placeat tibi, Saneta Tri-nitas, obsequium servitutis mea!, et prasesta ; ut sacri-

Majestatis indignus obtull tibi sit acceptabile, mihique, et omnibus, pro quibus illud obtuli, sit, te miserante, pro-pitiabile. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

Laat, o heilige Drievuldigheid, de hulde mijner dienstbaarheid TJ beliagelijk zijn, en geef, dat de

ticium, qaod oculis tua:1 offerande, die ik, onwaardige, voor

de oogen Uwer Majesteit heb opgedragen, U aangenaam en mij, en allen, voor wie ik die heb op-, gedragen, ter verzoening zij. Door Christus onzen Heer.


ocr page 42

WITTE DONDERDAG.

32

Zich omJceerende yeeft ds

U zegene de almachfige God, de Vader en de Zoou en de heilige Geest.

R. Amen.

Priester den zegen-.

Benedicat vos omnipotens Deus, Pater et Filius et Spiritus Sauctus,

11. Ameu.


LAATSTE EVANGELIE.

De Heer zij met u. Dominus vobiseum.

R. En met uwen geest. R. Et cnm spirita tuo.

Het begin van het heilig Evan- Initium Saneti Evaugelii

gelie volgens Joannes. secundum Joannem.

(Hier teekent rnen zich voorhoofd, mond en borst met het heilig kruisteekeu.)

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door Hetzelve geraa'ikt, en zonder Hetzelve is niets gemaakt, hetgeen gemaakt is. In Hetzelve was het leven, en het leven was het, licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. Er werd een raenseh van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het waarachtig licht was, hetwelk iegelijken mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In

In principio erat Verbum, et Verbum erat apud Deum, et Deus erat Verbum. Hoe eratin principio apud Deum. Omnia per ipsum facta sunt; et sine ipso factum est nihil, quod factum est, in ipso vita erat, et vita erat lux hominum; et lux in tene-bris lucet, et tenebrae earn non comprehenderunt. Euit homo missus a Deo, cui nomen erat Joannes. Hie venit in testimonium, ut testimonium perhiberet de lumine, ut omnes eredereut per ilium. Non erat ille lux, sed ut testimonium perhiberet de lumiue. Erat lux vera, quae illuminat oinnem hominem venientem in hunc mundum. In mnndo erat, et mundus per ipsum factus est, et mundus eum non


ocr page 43

WITTE DONDERDAG.

33

cognovit. In propria venit et sui eum nou receperunt. Quotquot autem receperunt eum, dedit eis potestatem filios Dei fieri, his qui cre-dunt in nomine ejus: qui uou ex sanguinibus, neque ex voluntate carnis, neque ex voluntate viri, sed ex Deo nati suut (hic geniflec-titurj. EtV erbum caro factum est, et habitavit in nobis; et vidimus gloriam ejus, gioriam quasi Uuigeuiti a Patra, plenam gratioe et veritatis. Amen.

R. Deo Gratias.

r

zijn eigendom is Hij gekomen, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zoo velen als Hem aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven kindereu Gods te wordeu; aan hen die in Zijnen naam geloovenDie niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den w il eens mans, maar uit God geboren zijn (hier wordt geknield). En het Woord is vleeseh geworden, en heeft onder ons gewoond, (en wij hebben Zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als des Eéniggebore-nen van den Vader), vol genade eu waarheid.


Onder de Processie, die na de H. Mis plaats heeft, ter overbrenging van het Allerheiligste naar het H. Graf, wordt de volgende Lofzang gezongen ;

panoe, lingua, gloriosi

Corporis mysteriam, Sanguinisque pretiosi Quem in mundi pretium, Fructus ventris generosi, Rex effudit gentium.

Nobis datus, nobis natus Ex intacta Virgine.

Et in mundo conversatus,

Sparso verbi semine, Sui moras incolatus Mira clausit ordine.

r?iXG, mijn tong! 't Geheim des quot; Lichaam s.

In zijn glorie, rein en groot!

Zing des Bloods onschatbre waarde, 'ï geen der volken Vorst vergoot. Tot een losprijs voor de waereld; Hij — een lelg uit milden schoot.

Ons gegeven, ons geboren Uit een onbevlekte Maagd,

Zaait Hij, in Zijn aardsche om-wandling,

'tWoord,dat hemelvruchten draagt; En voltrek het heerlijkst wonder. Nu liet eind der loopbaan daagt.


3

ocr page 44

WITTE DONDERDAG.

34

Te avondmaal voor 'tlaatst gezeten, Als Hij, naar der vaadren wijs. Trouw 't gebod der wet betracht

heeft

In 't gebruik der Paascliwetspijs. Geeft Hij Zich, met eigen handen. Tot der twaalven voeding prijs.

In supremae nocte coenie Recumbens cum fratibus. Observata lege plene

Cibus in legalibus,

Cibum turbae duodenae Se dat suis manibus.


't Vleeschgeworden woord — met woorde Waarlijk brood verkeeren doet In het heilig Vleesch van Christus;

Waarlijk wijn — in Christus' Bloed; 't Zielsgeloof, wen 't zintuig zwijmelt,

Stevigt elk oprecht gemoed.

Verbum caro, panem ve-rura,

Verbo carnem efficit,

Fitque sanguis Christi me-rum;

Et si sensus deficit. Ad firmandum cor sincerum

Sola fides sufficit.


Laat ons, laat ons, diep gebogen. Dan vereereu 't Sakrament! 't Oude voorschrift zij vervangen! 't Nieuwe kerkgebruik erkend! En 't Geloof verleen zijn hulpe, quot;Waar de kracht van 't zintuig endt!

Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui; Et antiquum documentum Novo cedat ritui:

Preestet fides supplemeutum Sensuum defoctui.


Aan den Vader lof en glorie. Lof en glorie aan den Zoon, Eeuwige eer, en groet, en zegen. Dankgebed en jubeltoon!

En Die voorkomt uit Hun-beiden D' eigen lofzang aangeboón! Amen.

Genitori, Genitoque Lans et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio,

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.


ocr page 45

WITTE DONDERDAG.

35

Onder het ontkleeden en ontbloeien der Altaren, wordt de volgende Antifoon gebeden, met den 21stequot; Psalm, die geheel op het lijden des Heeren betrekking heeft, en waarvan Christus aan het Kruis de eerste woorden heeft gebezigd.

antifoon.

Diviserunt sibi vestimenta mea, et super vestem meam Jiiiserunt sortem.

Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen.


psalm 21.

Tl eus, Deus meus, respioe in me: quare medereli-quisti?* longe a salute mea verba delictorum meorum.

Deus meus, clamabo per diem, et non exaudies ;* et aocte, et nou ad insipien-tiam mihi.

Tu autem in sancto ha-bitas,* laus Israel.

lu te speraverunt patres uostri :* speraverunt, et liberasti eos.

Ad] te clamaverunt, et salvi facti sunt:* in te speraverunt, et non sunt con-fusi.

Ego autem sum vermis, et non homo;* opprobrium homiuum et abjectio plebis.

Omnes videntis me, de-riserunt me:* locuti sunt labiis, et moverunt caput:

Speravit in Domino, eri-piat eum;* salvum faciat

h od, mijn God, zie op mij neêr: ~ waarom hebt Gij mij verlaten? Mijne zonden en misdaden houden u ver van mijne redding verwijderd.

Mijn God, gedurende den dag zal ik roepen, en gij zult mij niet verhooren; des nachts, en men zal het mij niet als dwaasheid toerekenen.

Gij woont in Uw heiligdom, o roem van Israël.

Up U hebben onze vaderen gehoopt: zij hebben gehoopt en Gij hebt hen verlost.

Zij hebben tot U geroepen, eu zijn behouden geworden: op ü hebben zij gehoopt en zij zijn niet beschaamd geworden.

Ik ben een worm en geen mensch: de smaad der menschen en de verachting des volks.

Al die mij zien bespotten mij: hunne lippen braken scheldwoorden tegen mij uit, en zij schudden het hoofd, zeggende:

Hij heeft op den Heer gehoopt: dat de Heer hem dan verlosse;


ocr page 46

WITTE DONDERDAG.

34

Te avondmaal voor 'tlaatst gezeten, Als Hij, naar der vaadren wijs. Trouw 't gebod der wet betracht

heeft

In 't gebruik der Paascliwetspijs. Geeft Hij Zich, met eigen handen. Tot der twaalven voeding prijs.

In supremae nocte coenie Recumbens cum fratibus. Observata lege plene

Cibus in legalibus,

Cibum turbae duodenae Se dat suis manibus.


't Vleeschgeworden woord — met woorde Waarlijk brood verkeeren doet In het heilig Vleesch van Christus;

Waarlijk wijn — in Christus' Bloed; 't Zielsgeloof, wen 't zintuig zwijmelt,

Stevigt elk oprecht gemoed.

Verbum caro, panem ve-rura,

Verbo carnem efficit,

Fitque sanguis Christi me-rum;

Et si sensus deficit. Ad firmandum cor sincerum

Sola fides sufficit.


Laat ons, laat ons, diep gebogen. Dan vereereu 't Sakrament! 't Oude voorschrift zij vervangen! 't Nieuwe kerkgebruik erkend! En 't Geloof verleen zijn hulpe, quot;Waar de kracht van 't zintuig endt!

Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui; Et antiquum documentum Novo cedat ritui:

Preestet fides supplemeutum Sensuum defoctui.


Aan den Vader lof en glorie. Lof en glorie aan den Zoon, Eeuwige eer, en groet, en zegen. Dankgebed en jubeltoon!

En Die voorkomt uit Hun-beiden D' eigen lofzang aangeboón! Amen.

Genitori, Genitoque Lans et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio,

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.


ocr page 47

WITTE DONDERDAG.

35

Onder het ontkleeden en ontbloeien der Altaren, wordt de volgende Antifoon gebeden, met den 21stequot; Psalm, die geheel op het lijden des Heeren betrekking heeft, en waarvan Christus aan het Kruis de eerste woorden heeft gebezigd.

antifoon.

Diviserunt sibi vestimenta mea, et super vestem meam Jiiiserunt sortem.

Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen.


psalm 21.

Tl eus, Deus meus, respioe in me: quare medereli-quisti?* longe a salute mea verba delictorum meorum.

Deus meus, clamabo per diem, et non exaudies ;* et aocte, et nou ad insipien-tiam mihi.

Tu autem in sancto ha-bitas,* laus Israel.

lu te speraverunt patres uostri :* speraverunt, et liberasti eos.

Ad] te clamaverunt, et salvi facti sunt:* in te speraverunt, et non sunt con-fusi.

Ego autem sum vermis, et non homo;* opprobrium homiuum et abjectio plebis.

Omnes videntis me, de-riserunt me:* locuti sunt labiis, et moverunt caput:

Speravit in Domino, eri-piat eum;* salvum faciat

h od, mijn God, zie op mij neêr: ~ waarom hebt Gij mij verlaten? Mijne zonden en misdaden houden u ver van mijne redding verwijderd.

Mijn God, gedurende den dag zal ik roepen, en gij zult mij niet verhooren; des nachts, en men zal het mij niet als dwaasheid toerekenen.

Gij woont in Uw heiligdom, o roem van Israël.

Up U hebben onze vaderen gehoopt: zij hebben gehoopt en Gij hebt hen verlost.

Zij hebben tot U geroepen, eu zijn behouden geworden: op ü hebben zij gehoopt en zij zijn niet beschaamd geworden.

Ik ben een worm en geen mensch: de smaad der menschen en de verachting des volks.

Al die mij zien bespotten mij: hunne lippen braken scheldwoorden tegen mij uit, en zij schudden het hoofd, zeggende:

Hij heeft op den Heer gehoopt: dat de Heer hem dan verlosse;


ocr page 48

WITTE DONDERDAG.

34

Te avondmaal voor 'tlaatst gezeten, Als Hij, naar der vaadren wijs. Trouw 't gebod der wet betracht

heeft

In 't gebruik der Paascliwetspijs. Geeft Hij Zich, met eigen handen. Tot der twaalven voeding prijs.

In supremae nocte coenie Recumbens cum fratibus. Observata lege plene

Cibus in legalibus,

Cibum turbae duodenae Se dat suis manibus.


't Vleeschgeworden woord — met woorde Waarlijk brood verkeeren doet In het heilig Vleesch van Christus;

Waarlijk wijn — in Christus' Bloed; 't Zielsgeloof, wen 't zintuig zwijmelt,

Stevigt elk oprecht gemoed.

Verbum caro, panem ve-rura,

Verbo carnem efficit,

Fitque sanguis Christi me-rum;

Et si sensus deficit. Ad firmandum cor sincerum

Sola fides sufficit.


Laat ons, laat ons, diep gebogen. Dan vereereu 't Sakrament! 't Oude voorschrift zij vervangen! 't Nieuwe kerkgebruik erkend! En 't Geloof verleen zijn hulpe, quot;Waar de kracht van 't zintuig endt!

Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui; Et antiquum documentum Novo cedat ritui:

Preestet fides supplemeutum Sensuum defoctui.


Aan den Vader lof en glorie. Lof en glorie aan den Zoon, Eeuwige eer, en groet, en zegen. Dankgebed en jubeltoon!

En Die voorkomt uit Hun-beiden D' eigen lofzang aangeboón! Amen.

Genitori, Genitoque Lans et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio,

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.


ocr page 49

WITTE DONDERDAG.

35

Onder het ontkleeden en ontbloeien der Altaren, wordt de volgende Antifoon gebeden, met den 21stequot; Psalm, die geheel op het lijden des Heeren betrekking heeft, en waarvan Christus aan het Kruis de eerste woorden heeft gebezigd.

antifoon.

Diviserunt sibi vestimenta mea, et super vestem meam Jiiiserunt sortem.

Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen.


psalm 21.

Tl eus, Deus meus, respioe in me: quare medereli-quisti?* longe a salute mea verba delictorum meorum.

Deus meus, clamabo per diem, et non exaudies ;* et aocte, et nou ad insipien-tiam mihi.

Tu autem in sancto ha-bitas,* laus Israel.

lu te speraverunt patres uostri :* speraverunt, et liberasti eos.

Ad] te clamaverunt, et salvi facti sunt:* in te speraverunt, et non sunt con-fusi.

Ego autem sum vermis, et non homo;* opprobrium homiuum et abjectio plebis.

Omnes videntis me, de-riserunt me:* locuti sunt labiis, et moverunt caput:

Speravit in Domino, eri-piat eum;* salvum faciat

h od, mijn God, zie op mij neêr: ~ waarom hebt Gij mij verlaten? Mijne zonden en misdaden houden u ver van mijne redding verwijderd.

Mijn God, gedurende den dag zal ik roepen, en gij zult mij niet verhooren; des nachts, en men zal het mij niet als dwaasheid toerekenen.

Gij woont in Uw heiligdom, o roem van Israël.

Up U hebben onze vaderen gehoopt: zij hebben gehoopt en Gij hebt hen verlost.

Zij hebben tot U geroepen, eu zijn behouden geworden: op ü hebben zij gehoopt en zij zijn niet beschaamd geworden.

Ik ben een worm en geen mensch: de smaad der menschen en de verachting des volks.

Al die mij zien bespotten mij: hunne lippen braken scheldwoorden tegen mij uit, en zij schudden het hoofd, zeggende:

Hij heeft op den Heer gehoopt: dat de Heer hem dan verlosse;


ocr page 50

WITTE DONDERDAG.

•iO

liet op in uwe ooren, gij allen, die op aarde woont.

Hieraan zullen allen kennen, dat gij Mijne discipelen zijt, indien gij liefde hebt tot elkander.

V. Sprak Jesus tot Zijne discipelen.

Dat in U blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde.

V. Maar nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde.

Gezegend zij de H. Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid: wij zullen Hem belijden, want, Hij heeft ons Zijne barmhartigheid bewezen.

V. Zegenen wij den Vader, en den Zoon, met den H. Geest.

Hoe liefelijk zijn uwe tabernakelen, o Heer der heirkrachten! mijne ziel smacht van verlangen naar de voorhoven des Heeren.

Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. De liefde van Christus heeft ons te saam vergaderd.

V. V erheagen wij ons daarover, en zijn wij daarom blijde.

V. Vreezen en beminnen wij den levenden God.

V. En beminnen wij elkander in oprechtheid des harten.

Men herhaalt -. Waar liefde is en broedermin, daar ia God.

V. Nu wij dan te zaam zijn vergaderd.

gentes:* auribus percipite, qui habitatis orbem.— Si ego.

Ant. In hoe cognoscent omnes quia discipuli mei estis, si dilectionem habu-eritis ad invicem.

V. Dixit Jesus discipulis suis. — In hoe.

Ant. Maneant in vobis fides, spes, charitas, tria haec: major horum est charitas.

V. Nunc autem manent fides, spes, charitas, tria haec: major horum est charitas. — Maneant.

Ant. Benedicta sit sancta Trinitas, atque indivisa Unitas; confitebimur ei, quia fecit nobiseum misericor-diam suam.

V. Benedicamus Patrem, et Filium, cum sanoto Spiritu.

Ps. Quam dilecta taber-nacula tua, Doinine virtu-tum !* concupiscit et deficit anima mea in atria Domini.

Ant. Ubi charitas et amor. Deus ibi est.

V. Congregavit nos in unum Ghnsti amor.

V. Exultemus, et in ipso jucundemur.

V. Tiraeamus et amemus Deum vivum.

V. Et ex corde diligamus nos siucero.

Ant. Ubi charitas et amor. Deus ibi est.

V. Simul ergo cum in unum congregamur.


ocr page 51

DONDERDAG.

41

WITTE

V. Ne nos mente divida-innr, caveamus.

V. Cessent jurgia maligna, cessent lites.

V. Et in medio nostri sit Christus Deus.

Ant. Ubi charitas et amor. Dens ibi est.

V. Si mul quoque cum beatis videamus:

V. Gloriantes vnltum tuum, Christe Deus.

V. Gaudium, quod est inmensum atque probum.

V. Sseeula per infinita sseculorum. Amen.

Pater noster: seereto.

V. Et nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

V. Tu mandasti mandata tua, Domine.

R. Custodiri nimis.

V. Tn lavasti pedes dis-cipulornm tuorum.

R. Opera manuumtuarum ne despicias.

V. Domine exaudi oratio-nem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

Dominus Vobiseum.

R. Et cum spiritu tuo.

V. Wachten wij ons verdeeld te zijn van zin.

V. Dat alle boosaardige twisten ophouden, dat alle gedingen een einde nemen.

V. En dat Christus God in ons midden zij.

Men herhaalt-. Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. Laat ons te zamen ook met de zaligen aanschouwen:

V. Uw aangezicht, Christus God, in heerlijkheid.

V. Eene vreugde, die onmetelijk en heilig is.

V. Door de eindelooze eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, in stilte.

V. En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.

V. Gij hebt bevolen, o Heer! dat Uwe geboden,

R. Stipt zullen onderhouden worden.

V. Gij hebt de voeten Uwer leerlingen gewasschen.

R. Versmaad de werken Uwer handen niet.

V. Heere, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.


ocr page 52

WITTE DONDERDAG.

•iO

liet op in uwe ooren, gij allen, die op aarde woont.

Hieraan zullen allen kennen, dat gij Mijne discipelen zijt, indien gij liefde hebt tot elkander.

V. Sprak Jesus tot Zijne discipelen.

Dat in U blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde.

V. Maar nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde.

Gezegend zij de H. Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid: wij zullen Hem belijden, want, Hij heeft ons Zijne barmhartigheid bewezen.

V. Zegenen wij den Vader, en den Zoon, met den H. Geest.

Hoe liefelijk zijn uwe tabernakelen, o Heer der heirkrachten! mijne ziel smacht van verlangen naar de voorhoven des Heeren.

Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. De liefde van Christus heeft ons te saam vergaderd.

V. V erheagen wij ons daarover, en zijn wij daarom blijde.

V. Vreezen en beminnen wij den levenden God.

V. En beminnen wij elkander in oprechtheid des harten.

Men herhaalt -. Waar liefde is en broedermin, daar ia God.

V. Nu wij dan te zaam zijn vergaderd.

gentes:* auribus percipite, qui habitatis orbem.— Si ego.

Ant. In hoe cognoscent omnes quia discipuli mei estis, si dilectionem habu-eritis ad invicem.

V. Dixit Jesus discipulis suis. — In hoe.

Ant. Maneant in vobis fides, spes, charitas, tria haec: major horum est charitas.

V. Nunc autem manent fides, spes, charitas, tria haec: major horum est charitas. — Maneant.

Ant. Benedicta sit sancta Trinitas, atque indivisa Unitas; confitebimur ei, quia fecit nobiseum misericor-diam suam.

V. Benedicamus Patrem, et Filium, cum sanoto Spiritu.

Ps. Quam dilecta taber-nacula tua, Doinine virtu-tum !* concupiscit et deficit anima mea in atria Domini.

Ant. Ubi charitas et amor. Deus ibi est.

V. Congregavit nos in unum Ghnsti amor.

V. Exultemus, et in ipso jucundemur.

V. Tiraeamus et amemus Deum vivum.

V. Et ex corde diligamus nos siucero.

Ant. Ubi charitas et amor. Deus ibi est.

V. Simul ergo cum in unum congregamur.


ocr page 53

DONDERDAG.

41

WITTE

V. Ne nos mente divida-innr, caveamus.

V. Cessent jurgia maligna, cessent lites.

V. Et in medio nostri sit Christus Deus.

Ant. Ubi charitas et amor. Dens ibi est.

V. Si mul quoque cum beatis videamus:

V. Gloriantes vnltum tuum, Christe Deus.

V. Gaudium, quod est inmensum atque probum.

V. Sseeula per infinita sseculorum. Amen.

Pater noster: seereto.

V. Et nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

V. Tu mandasti mandata tua, Domine.

R. Custodiri nimis.

V. Tn lavasti pedes dis-cipulornm tuorum.

R. Opera manuumtuarum ne despicias.

V. Domine exaudi oratio-nem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

Dominus Vobiseum.

R. Et cum spiritu tuo.

V. Wachten wij ons verdeeld te zijn van zin.

V. Dat alle boosaardige twisten ophouden, dat alle gedingen een einde nemen.

V. En dat Christus God in ons midden zij.

Men herhaalt-. Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. Laat ons te zamen ook met de zaligen aanschouwen:

V. Uw aangezicht, Christus God, in heerlijkheid.

V. Eene vreugde, die onmetelijk en heilig is.

V. Door de eindelooze eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, in stilte.

V. En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.

V. Gij hebt bevolen, o Heer! dat Uwe geboden,

R. Stipt zullen onderhouden worden.

V. Gij hebt de voeten Uwer leerlingen gewasschen.

R. Versmaad de werken Uwer handen niet.

V. Heere, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.


ocr page 54

GOEDE VRIJDAG.

van onzen gestorven Zaligmaker, Hem het offer onzer aanbidding, het offer van geheel ons zeiven aan te bieden.

O hoe ongelukkig zouden wij zijn, zoo wij bij de gedachten aan onzen lijdenden en stervenden Zaligmaker koud en ongevoelig bleven! Let op en ziet, of er eene smart is, aan de mijne gelijk'), zoo roept Hij ons den geheelen dag van heden toe. Mijn kind, zoo luidt het tot een ieder van ons in het bijzonder, van den verheven doch smartvollen leerstoel des Kruises, mijn kind, hef uw hart omhoog, Sur sum cor da; vergeet voor een oogenblik althans de wereld met al hare ijdelheden, en richt uwe blikken naar den Galva-rienberg. Zie mij daar aan het schandhout des Kruises genageld; hangen tusschen twee moordenaars, van allen verlaten, door allen bespot en verguisd. Leer daaruit hoe zeer Ik U bemind, hoezeer Ik ü lief gehad heb. Gij waart des eeuwigen doods schuldig; doch om ü daarvan te verlossen, heb ik de menschelijke natuur willen aannemen, om in uwe plaats te kunnen sterven, en door Mijnen dood aan de getergde Rechtvaardigheid van Mijnen Hemelschen Vader eene waardige genoegdoening te schenken. Dat al Mijn lijden, dat Mijn smaad-volle en bittere kruisdood u leere, welk eene oneindige waarde uwe ziel in Mijne oogen heeft; die ziel, die gij nochtans zoo weinig acht, — voor welke gij u zoo weinig opofferingen getroosten kunt, terwijl u niets te veel is voor uw lichaam! Erken de oneindige boosheid der zonde, die al dit lijden heeft veroorzaakt, en wacht u wel om u voortaan nog ooit aan eene enkele zonde schuldig te maken, waardoor dit alles voor u vruchteloos zou worden!.. ..

44

Deze gevoelens vooral moeten ons op den dag van heden bezielen. O, knielen wij dan heden dikwijls aan de voeten van Jesus neder! Volgen wij zijne voetstappen van het rechthuis van Pilatus af tot aan het Graf,

') Them I, 12.

ocr page 55

GOEDE VRIJDAG.

waarin Hij is nedergelegd, door met godsvrucht de oefening van den H. Kruisweg te verrichten! Verzuimen wij niet vooral de schoone en indrukwekkende plechtigheden bij te wonen, waardoor de Kerk ons zoo aanschouwelijk den dood van Jesus voorstelt, en die wij thans met een enkel woord zullen aanstippen en verklaren.

De eerste plechtigheid van den Goeden Vrijdag bestaat in de Metten, die des avonds te voren reeds gezongen worden. Wij verwijzen daarvoor naar hetgeen wij daarvan gezegd hebben bij de Donkere Metten van Woensdagavond. Alleen merken wij op, dat de inhoud der Psalmen, Lessen en Gebeden nog meer treurigheid en droefheid ademt, en nog krachtiger dan den vorigen dag ons tot medelijden met onzen lijdenden Verlosser, en tot boete over onze zonden opgewekt.

Werd er op Witten Donderdag slechts ééne plechtige H. Mis gevierd, om onze aandacht alleen te vestigen op de plechtige eerste H. Mis, door Jesus Christus Zeiven voor Zijne leerlingen in het laatste Avondmaal opgedragen, — heden daarentegen wordt nergens over de geheele aarde het onbloedig Offer des Nieuwen Verbonds opgedragen. Op beden immers heeft de bloedige Offerande op den Calvarieberg; waarvan het H. Misoffer de afbeelding is, plaats gehad; en ten einde onze geest daarop geheel en onverdeeld te richten, heeft de Kerk het onbloedig Offer des Altaars verboden. De plechtigheden toch, die op het einde van den dienst plaats hebben, ofschoon zij wel eenige gelijkenis hebben met het H. Misoffer, kunnen en mogen geene Misse genoemd worden, daar het voornaamste deel daarvan, de Konse-kratie, ontbreekt. Wel heeft de nuttiging plaats van de daags te voren gekonsakreerde Hostie, en hierom wordt deze plechtigheid in de taal der Kerk: Missa prscsancti-ficatorum genoemd.

45

ocr page 56

GOEDE VRIJDAG.

Alles in den dienst van Goeden Vrijdag duidt den diepen rouw, de óvergroote droefheid aan, welke de Kerk om den dood van Haar Goddelijken Stichter vervult. De paarsche kleur der Misgewaden is vervangen door de zwarte kleur, de kleur des doods, die bij de uitvaarten gebezigd wordt. Het orgel zwijgt, geen klokken of schellen doen zich hooren; alleen de houten ratel doet haar sombere en akelige toonen door de kerkgewelven klinken. Het Altaar is van alle sieraden ontbloot: even als Jesus van al Zijne kleederen beroofd is geworden. Geen enkele brandende kaars verlicht het Heiligdom: zoo wordt ons herinnerd, dat Christus, het licht der wereld, heden is verduisterd. Geen wierook wordt door de dienaren medegebracht, omdat niets, wat slechts eenigszins aan eenige feestvreugde kan doen denken, heden, op den sterfdag van Christus, geduld wordt.

Zoodra de Priester in het zwarte Misgewaad voor het Altaar is verschenen, werpt hij zich aan den voet daarvan geheel op den grond neder, en overweegt in stilte eenige oogenblikken het lijden des Zaligmakers. Dit roerloos nederliggen des Priesters stelt ons op eene gevoelige en aanschouwelijke wijze den Zaligmaker voor oogen, gestorven en levenloos nederliggend in het graf, terwijl de linnen dwaal, die intusschen over het Altaar gespreid wordt, den linnen doek verbeeldt, waarin de godvruchtige mannen, Joseph van Arimathea en Nico-demus het lichaam van Christus gewikkeld hebben, toen het van het Kruis was afgenomen.

Daarna beklimt de Priester het Altaar; er worden twee Lessen gezongen: de eene uit de boeken van Moyses, de andere uit een der Profeten, omdat beiden, èn de Wet, èn de Profeten; getuigenis geven van den dood van Christus, — en hierna wordt de Passie, dat is: het lijdensverhaal van den H. Joannes gelezen of gezongen.

De Passie behoort door drie zangers gezongen te

46

ocr page 57

GOEDE VRIJDAG.

worden, van welke de een Christus verbeeldt, en alleen de eigen woorden van Christus zingt, op een meer lagen, deftigen en waardigen toon. Een der anderen verbeeldt het volk en de overige personen, die sprekende worden ingevoerd, terwijl de laatste als verhaler optreedt. Het behoeft zeker niet gezegd, dat deze afwisseling iets geheel eigenaardigs aan dezen zang bijzet, en bijzonder geschikt is, om de aandacht der geloovigen levendig te houden.

Na het zingen der Passie volgen verschillende gebeden, waarin de Kerk voor alle menschen in het bijzonder bidt, tot zelfs voor de Heidenen, voor de ongeloovigen en de Joden. Dat dit heden plaats heeft, geschiedt om ons te herinneren, dat Christus voor allen zonder uitzondering is gestorven, en dat niemand van de verdiensten van Zijn zoendood is uitgesloten. Voor elk gebed knielt de Priester even neder, behalve daar waar hij bidt voor de Joden, omdat de Joden door hunne kniebuiging den Zaligmaker in zijn lijden bespot hebben, van welke bespotting de Kerk aldus haren afschuw wil te kennen geven.

Wanneer die' gebeden verricht zijn, heeft er eene bijzondere plechtigheid plaats: de vereering nl. of de aanbidding des Kruises. Vooraf zij hier opgemerkt, dat, wanneer wij het woord: aanbidden of aanbidding hier bezigen, dit niet in den engen zin dien wij gewoon zijn daaraan te geven, moet worden opgevat. Wij aanbidden immers wel Christus, den Zone Gods, die aan het Kruis is gestorven, doch wij aanbidden niet het Kruis of het hout, gelijk soms zoo ten onrechte ons door andersdenkenden wordt verweten. De eer, die wij aan heilige zaken geven, is niet dan eene bloote vereering, geene aanbidding, gelijk wij die aan God alléén toekennen.

De Priester namelijk ontdoet in drie verschillende reizen een kruisbeeld van den sluier, die het bedekte; vertoont het driemaal aan het volk, terwijl hij zingt;

47

ocr page 58

GOEDE VRIJDAG.

Ziet het hout des kruis es, legt het daarna voor het altaar neder, trekt de schoenen uit, en na eene driemaal herhaalde knieling, kust hij het de voeten. Dit laatste doen ook al de overige dienaren des altaars, en, op sommige plaatsen althans, alle aanwezige geloovigen, terwijl door het koor de Improperia of verwijten van God aan de Joden, worden gezongen.

Deze vereering des Kruises geschiedt als eene openbare belijdenis van ons geloof, en als een plechtig eerherstel voor de velerhande bespottingen en verguizingen, waaraan Jesus Christus gedurende Zijn lijden, en vooral, gedurende den tijd, dat Hij aan het kruishout hing, was blootgesteld. Dat er eene drievoudige ontsluiering, eene drievoudige vertooning van het Kruis, en eene drievoudige nederknieling plaats heeft, verbeeldt ons de drievoudige verloochening van Petrus, en de herhaalde beschimpingen, die Jesus èn van de Priesters der Joden, èn van de Joden zeiven, èn tevens van de Heidenen en ongeloovigen heeft moeten verduren. Het uittrekken der schoenen geschiedt uit eerbied jegens den gekruisten Heiland, in navolging van Moyses, tot wien God uit den brandenden braambosch sprak: Ontdoe u van urv schoeisel').

48

Met welke gevoelens moeten wij nu deze vereering des Kruises bijwonen? Zeker met gevoelens van een oprecht geloof: dat wij namelijk in den gekruisten Jesus onzen God en Zaligmaker erkennen, uitroepende met den honderdman: Waarlijk, Hij is de Zoon Godsr) — met gevoelens ook van dankbaarheid en vertrouwen: dankbaarheid voor al het goed, dat ons het Kruis verworven heeft, en vertrouwen op de oneindige verdiensten van den aan dat Kruis gestorven Godmensch; — met gevoelens eindelijk van liefde en berouw: waar toch blijkt ons Jesus' liefde beter dan door zijn Kruis? En

') Exod. III, 5. Matth. XXVH, 54.

ocr page 59

GOEDE VRIJDAG.

waar ook zien wij de oneindige boosheid der zonde beter in dan bij het Kruis van onzen Heiland? — Al deze gevoelens worden vooral in ons opgewekt door de treffende gezangen, die door de Kerk bij deze vereering des Ki-uises worden voorgeschreven, en die hier achter op hunne plaats volgen.

Na de vereering des Kruises worden de kaarsen op het altaar aangestoken, in processie wordt de H. Hostie van het zijaltaar of uit het H. Graf afgehaald, en dooiden Priester genuttigd.

De ontblooting der Altaren hoeft plaats even als op Witten Donderdag. Zie op bladz. 36.

GEBEDEN EN GEZANGEN gedurende den Dienst van Goeden Vrijdag,

getrokken uit het Eomeinsch Missaal.'

Aanmerking. Wij geven hier nagenoeg letterlijk alles wat het Romeinsch Missaal heeft, 't Spreekt echter van zelf, dat, waar de plechtigheden niet met zoo groot een getal geestelijken kunnen verricht worden, de dienstdoende Priester alleen al de handelingen verricht, en al de gebeden spreekt.

Na de Nonen gaan de Friester en zijne Assistenten in zwarte kleederen, zonder licht of wierook, naar het Altaar, vallen oji hun aangezicht neer en hidden eene wijle. Intusschen spreiden de misdienaars eene enkele dwaal over het Altaar. Na gebeden te

4

49

ocr page 60

GOEDE VRIJDAG.

50

hebben beklimt de Priester met zijne Assistenten het Altaar, en kust het in het midden-, vervolgens komt een Lector, en leest ter plaatse waar de epistel wordt gelezen, de volgende Profetie, welke hij zonder titel begint', en welke de Priester ook aan het Altaar aan den Epistelkant in stilte leest.

Ditit zegt de Heer: lu hunne verdrukking zullen zij des morgens tot mij opstaan (en zeggen): Komt, en laat ons tot den Heer wtder-keeren; daar Hij ons gevangen gemaakt heeft zal Hij ons ook genezen; Hij heeft ons gèslagen, maar zal ons ook herstellen. Na twee dagen zal Hij ons levend maken: ten derden dag zal Hij ons opwekken, en wij zullen leven voor Zijn aanschijn. Wij zullen den Heer kennen, en voortgaan Hem te kennen: als de dageraad is Zijn uitgang voorbereid, en Hij zal tot ons komen als een vroege en late regen over het land. Wat zal Ik u doen, Ephraïra? Wat zal Ik u doen, Juda? Uwe barmhartigheid is gelijk een ochtendnevel, en als een dauw, die des morgens verdwijnt. Daarom heb Ik uliard bestraft door de Profeten, en hen gedood met de woorden van Mijnen mond: en de vonnissen die ik over u geveld heb, zullen als licht uitkomen. Want Ik wilde barmhartigheid en geen offerande, en de kennis van God liever dan brandoffers.

TT.ïc dicit üomiuus: In ^ tribulatione sua mane consurgent ad me: venite et revertamur ad Dominum, quia ipse cepit, et sanabit nos; percutiet. et curabit nos. Vivificabit nos post duos dies: in die t-ertia sus-citabit nos, et vivemus in conspectu ejus. Sciemus, se-quemurque ut cognoseanms Dominum. Quasi diluculum pra-paratus est egressus ejus, et veniet quasi imber nobis temporaueus et serotinus terrae. Quid faciam tibi, Ephraïm? Quid faciaui tibi, Juda? Misericordia vestra quasi nubes matutiua, et quasi ros maue pertransiens. Propter hoc dolavi in Pro-phetis, occidi eos in verbis oris mei: et judicia tua quasi lux egrediontur. Quia mise-rioordiam volui, et non sa-crificium, et scientiam Dei plus quam holoseausta.


ocr page 61

GOEDE VRIJDAG.

51

TKACTUS.

TJomine, audivi audit.um

tuum, et timui; couside-ravi opera tua, et expavi.

V. In medio duorum ani-maliutn innotesceris: dum appropinquaverint anni, cog-uosceris: dum advenerit tempus, ostenderis.

V. In eo, duin conturbata fuerit anima mea: in ira, miserieordia: memor eris.

V. Deus a Libano veniet, et Sanotusde monte umbroso et eondenso.

V. Operuit ooelis majestas ejus, et laudis ejus plena est terra.

TTber, ik heb Uwe woorden ge-hoord, en ik heb gevreesd: ik heb Uwe werken aanschouwd, en ik iieb gesidderd.

V. In het midden van twee dieren zult Gij erkend worden; als de jaren nabij zullen zijn, zal men U kennen: als de tijd daar zal zijn, zult Gij vertoornd worden.

V. Terwijl mijne ziel zal ontroerd zijn onder uwen toorn, zult Gij Uwer barmhartigheid indachtig zijn.

V. God zal van den Libanon komen, en de Heilige van den lommerrijken en dichtbewassen berg.

V. Zijne majesteit heeft de hemelen bedekt: en de aarde is vol van Zijnen lof.


iVa «ferf Tructm, zegt de Priester aan den Epistelkant,-.

Oremus,

Fleotamus genua. R. Levate.

Laat ons bidden.

De Diaken zingt: Buigen wij de knieën. En de Subdiaken: Staat op.


GEBED.

TjEUS, a quo et Judas re-^ atus sui pocnam, etconfes-sionis su® latro prsemium sumpsit: concede nobis tuse propitiationis effectum: ut sicut in passione sua Jesus Christus Dorainus noster diversa utrisquc intulit stipendia meritorum; ita nobis, ablato vetustatis errore, resurrectionis sua;

O God, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving: verleen ons, als een uitwerksel Uwer goedertierenheid, dat, even als Jesus Christus in Zijn lijden aan beiden verschillend loon naar verdienste heeft geschonken , Hij ook in ons den ouden mensch moge vernietigen, en ons de genade Zijner verrijzenis


ocr page 62

GOEDE VRIJDAG.

52

moge toekennen. Die met U leeft i gratiam largiatar. Qui teen beersclit, enz. 1 oum vivit et regnat.

De Subdiaken zingt op den Episteltoon, de oolgende Lex, eveneens zonder titel.

IN die dagen sprak de Heer tot Moyses en Aaron in het land van Egypte: Deze maand zal u het begin der maanden, de eerste ouder de maanden des jaars wezen. Spreekt tot de geheele vergadering der kinderen Israels, en zegt hun: op den tienden dag dezer maand neme elk een lam voor zijn gezin en voor zijn huis. Zoo echter het getal te klein is om het lam te kunnen eten, neme hij zijn gebuur er bij, die naast zijn huis woont, naar evenredigheid van het aantal zielen, dat toereikend is om het lam te eten. Het zal echter zijn; een lam zonder vlek, van liet mannelijk geslacht, één jaar oud: volgens deze voorschriften zult gij ook een bok nemen. En gij zult het bewaren tot den veertienden dag dezer maand: en de gansche menigte der kinderen Israëls zal het tegen den avond slachten. En zij zullen van zijn bloed nemen, en daarmede de beide deurstijlen en de bovendorpels bestrijken van de huizen, waarin zij het eten zullen. Eu in dienzelfden nacht zullen zij het vleesch eten, over het vuur gebraden, en ongedee-scmde brooden met wilde latuw. Gij zult er niets van eten, wat rauw. wat in water gekookt, maar alleeu wat over het vuur gebradenN die dagen sprak de Heer tot Moyses en Aaron in het land van Egypte: Deze maand zal u het begin der maanden, de eerste ouder de maanden des jaars wezen. Spreekt tot de geheele vergadering der kinderen Israels, en zegt hun: op den tienden dag dezer maand neme elk een lam voor zijn gezin en voor zijn huis. Zoo echter het getal te klein is om het lam te kunnen eten, neme hij zijn gebuur er bij, die naast zijn huis woont, naar evenredigheid van het aantal zielen, dat toereikend is om het lam te eten. Het zal echter zijn; een lam zonder vlek, van liet mannelijk geslacht, één jaar oud: volgens deze voorschriften zult gij ook een bok nemen. En gij zult het bewaren tot den veertienden dag dezer maand: en de gansche menigte der kinderen Israëls zal het tegen den avond slachten. En zij zullen van zijn bloed nemen, en daarmede de beide deurstijlen en de bovendorpels bestrijken van de huizen, waarin zij het eten zullen. Eu in dienzelfden nacht zullen zij het vleesch eten, over het vuur gebraden, en ongedee-scmde brooden met wilde latuw. Gij zult er niets van eten, wat rauw. wat in water gekookt, maar alleeu wat over het vuur gebraden

Tn diebus ill is. Dixit Do-minus ad Moysen et Aaron in terra iEgypti: Meusis iste, vobis prhicipium ineu-sinm: primus erit iu men-sibus anui. Loquimini ab universum ccetum filioruiu Israel, et dicite eis : Decima die meusis hujus tollat uuus-quisque agnum parfamilias et domos suas. Sin autem minor est numerus ut sufii-cere possit ad vesceuduiu agnum, assumet vieiuurn suum, qui junctus est domui suae juxta numerum ani ma-rum qua3 sufficere possunt ad esum Agni. Erit autem agnns absque macula, mas-culus, annicalus: juxta quem rituin tolletis et luv-dum. Et servabitis eum usque ad quartam decimam diem mensis hujus; immo-labitque eum universa mul-titudo filiorum Israel ad vesperam. Et sument de sanguine ejus, ad ponent super utrumque postem; et insuper limiuaribus domorum in quibus comedent illum. Et edeut carnes noete illa assas igui, et azymos panes cum lactucis agrestibus. Non comedetisexeocrudum.


ocr page 63

GOEDE VRIJDAG.

55

■quid, nee coctum aqua, acd tautum assum igni: caput cum pedibus ejus et iutes-tinis vorabitis. Nee rema-uebit quidquam ex eo usque mane. Si quid residuum fu-erit, igne comburetis. Sic autem coraedetis illnm: Re-nes vestros accingetis, et caleeamenta habebitis in pedibus, tenentes baculos in manibus et comedetis festi-nanter; est enim Phase (id est transitus) Domini.

is; het hoofd met de voeten en het ingewand zult gij opeten. En niets zal er van overblijven tot 's morgens. Als er iets van overgebleven mocht zijn, zult gij het verbranden. Zóó nu zult gij het eten; Gij zult uwe lendenen omgorden, schoenen aan de voeten hebben, en stokken in de handen houden, en gij zult met spoed eten: want het is het Pasehen (dat is de voorbijgang) des Heeren.


TRACTÜS.

TpuiPE me, Domine, ab ho-

mine malo: aviroiniquo libera me.

V. Qui cogitaverunt ma-litias in corde: tota die constituebant praelia.

N. Acuerunt linguassuas sicut serpentis; venenum aspidum sub labiis eorum.

V. Custodi me, Domine, de manu peccatoris; et ab hominibus iniquis libera me.

V. Qui cogitaverunt sup-plantare gressus mees; abscondernnt snperbi laqu-eum mihi.

V. Et funes extenderunt iu laqueum pedibus meis; jnxta iter scandalumposue-runt mihi.

V. Dixi Domino: Deus mens es tu; exaudi, Domine, vocem orationis mese.

V. Domine, Domine ,

Hnttrek mij, Heer, aan den kwa-'' den mensch, verlos mij van den ongerechtige.

V. Die kwaad in hunne harten hebben gedacht; die den ganscheu dag vijandelijkheden beraamden.

V. Die hunne tongen hebben gescherpt als die eener slang; adderen-vergif is onder hunne lippen.

V. Bewaar mij, Heer, voor de hand des zondaars; en verlos mij van de ongerechtigen.

V. Die er op gedacht hebben mij den voet te lichten: die in hunne hoovaardigheid, mij een strik verborgen hebben.

V. En die voor mijne voeten koorden hebben gespannen tot een valstrik: die op den weg een steen des aanstoots voor mij hebben nedergelegd.

V. Ik heb tot den Heer gezegd : Gij zijt mijn God; verhoor. Heer, de stem mijns gebeds.

V. Heer, Heer, Gij die de kracht


ocr page 64

GOEDE VRIJDAG.

54

zijt mijns heils, overschaduw mijn hoofd ten dage des krijgs.

V. Lever mij niet, tegen mijnen wil, aan den zondaar: zij hebben plannen tegen mij beraamd; verlaat mij niet, opdat zij zich niet te eenigen tijde verheffen.

V. Al hunne samenspanningen, al de hatelijkheden, die hunne lippen bewerken, zullen op hen zeiven nederkomen.

V. Maar de rechtvaardigen zullen Uwen naam belijden: en de goeden zullen voor TJw aangezicht wonen.

virtus salutis meoe, obum-bra caput raeum in die belli.

V. Ne tradas me a desi-derio meo peccatori: cogi-taverunt adversua me: ne derelinquas me, ne umquam exaltentur.

V. Caput circuitus eorum: labor labiorum ipsonun operiet eos.

V. Verumtamenjusticon-fitebuntur nomini tuo; et habitabunt recti cum vultu tuo.


Na den Tactus wordt op een onbedekten

Passie gezongen: de dienstdoende Priester leest die in stilte aan den Epistelkant.

TIe lijdensgeschiedenis onzes Hee-•• reu Jesus Christus, volgens Joannes. Hoofdst. 18.

Als Jesus dit gesproken had, ging Hij met Zijne discipelen uit, over de beek Cedron, waar een hof was, waarin Hij, en Zijne discipelen, ingingen. Maar Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, want Jesus was daar dikwijls met Zijne discipelen samengekomen. Judas nu, de wacht en dienaars van de overpriesters en

§ hariseën genomen hebbende.kwam erwaarts met lantaarnen, en fakkels en wapenen. Jesus nu, wetende alles wat Hem zoude overkomen, trad voorwaarts, en sprak tot hen; Wien zoekt gij? Zij antwoordden hem: Jesus den Nazarener. Jesus sprak tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verraden had. hariseën genomen hebbende.kwam erwaarts met lantaarnen, en fakkels en wapenen. Jesus nu, wetende alles wat Hem zoude overkomen, trad voorwaarts, en sprak tot hen; Wien zoekt gij? Zij antwoordden hem: Jesus den Nazarener. Jesus sprak tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verraden had.

pAssio Domini nostriJesu ■ Christi secundum Joan-uem. Cap. 18.

In illo tempore: Egressus est Jesus eum discipulis suis trans torrentem Cedron, ubi erat hortus, in quem iutroivif, ipse, et discipuli ejus. Scie-bat autem et Judas, quia tradebat eum, locum, quia frequenter Jesus convenerat illuc cum discipulis suis. Judas ergo cum accepisset cohortem, et a pontificibiis et pharisicis mimstros, venit illuc eum laternis, et facibus, etarmis. Jesus itaque scieus omnia, quae ventura erant su^er eum, processit, et dixit eis : Quem qiueritis ? Responderunt ei; J esum Nazarenum.'Dixit eis Jesus;


ocr page 65

GOEDE VRIJDAG.

55

Ego sum. Stabat autem et Judas, qui tradebat eum, cum ipsis. Ut ergo dixit eis; Ego sum; abieruut re-trorsum, et cecideruut iu terram. Iterum ergo iuter-rogavit eos: Quem quaeritis? llli autem dixeruut; Jesum Nazareuum. Respoudit Jesus: Dixi vobis, quia ego sum; si ergo me quaeritis, sinite bos abire. Ut iiuple-retur sermo, quem dixit; Quia qaos dedisti raihi, non perdidi ex eis quemquam. bimou ergo Petrus habeus gladium, eduxit eum; et percussit poutificis servum; et abscidit aurioulam ejus dexteram. Erat autem nomen servo Malchus. Dixit ergo Jesus Petro; Mif.te gladium tuum in vaginam. Calicem, quem dedit mihi Pater, uon bibam illum 'r Cohors ergo, et tribunas, et ministri Judseorum compre-henderunt Jesum, et ligave-ruut eum; et adduxerunt eum ad Annam primum, erat enim socer Caiphte, qui erat pontifex auni iliius. Erat autem Caiphas qui consilium dederat Judaeis; Quia expe-dit unum hominem mori pro populo. Sequebatur autem Jesum Simon Petrus, et alius discipulus. Discipulus autem ille erat notus pontifici, et introivit cum Jesu iu atrium pontilicis. Petrus autem stabat ad ostium foris. Exivit stond ook bij hen. Als Hij dan tot hen zeide; Ik ben het; gingeu zij achterwaarts en vielen ter aarde. Hij dan vraagde hen andermaal; Wien zoekt gij? En zij zeiden; Jesus den Nazareuer. Jesus antwoordde; Ik heb u gezegd, dat Ik het beu; indien gij dan Mij zoekt, laat dezen gaan 1 Opdat het woord vervuld wierd, hetwelk Hij gesproken had; Van heu, die Gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Simon Petrus nu een zwaard hebbende, trok het uit, en sloeg den dienstknecht des hooge-priesters, en hieuw hem het rechter oor af. Eu de naam vau den dienstknecht was Malchus. Maar Jesus sprak tot Petrus; Steek uw zwaard in de schede! Deu kelk, dien de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik dieu niet drinken ? De bende dan, en de hoofdman, en de dienaars der Joden, grepen Jesus, en bonden Hem. En zij leidden Hem eerst tot Annas; want hij was de schoonvader van Caïphas, die in dien jare hoogepriester was. Caïphas na was degene, die aan de Joden den raad had gegeven: Het is oorbaar, dat één menseli sterve voor het volk. Simon Petras nu, eu de andere discipel, volgden Jesus. En deze discipel was deu hoogepriester bekend, en giug met Jesus binnen iu het voorhof van den hoogepriester. En Petrus stond baiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hoogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwachtster, en bracht Petrus binnen. De dienstmaagd.


ocr page 66

GOEDE VRIJDAG.

56

de deurwaolitster, zeide dau tot Petrus: Zijt gij uiet ook vau de discipelen van dien mensch? Hij zeide: Ik ben het niet. Nu stonden de dienstknechten en dienaars bij een kolenvuur, omdat liet koud was, en warmden zich: en Petrus stond ook bij hen, zich warmende. De hoogepriester dan ondervraagde Jesus over Zijne discipelen, en over Zijne leering. Jesus antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken: Ik heb altoos in de synagoge en in den tempel geleerd, waar alle de Joden samenkomen: en in het verborgen heb ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij ? Ondervraag hen die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb: Zie! zij weten, wat Ik gezegd heb. En als Hij dit gezegd had, gaf één van de dienaren, die daar stond, aan Jesus eenen kaakslag, zeggende: Antwoordt Gij aldus den hoogepriester? Jesus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, geef getuigenis van het kwaad; maar indien wel, waarom slaat gij Mij ? Eu Annas zond Hem gebonden tot den hoogepriester Caïphas. Simon Petrus nu stond er, en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet van zijne discipelen ? Hij loochende het, en zeide: Ik ben het uiet. Een van de dienstknechten des hoogepriesters, bloedverwant van dengeuen, wiens oor Petrus afgehouwen had, zeide tot hem: Heb ik u met Hem niet in den hof gezien? Petrus loochende het daa wederom: en terstond ergo discipulus alius, qui erat notus pontifici, et dixit ostiarite, et introduxit Pe-t.rum. Dicit ergo Petro an-cilla ostiaria: Numquid et tu ex discipulis es hominis istius? Dicit ille: Non sum. Stabant autem servi et mi-nistri ad prunas, quia frigus erat, et calefaciebant se; erat autem cum eis et Petrus stans, et calefaciens se. Pontifex ergo interrogavit Jesum de discipulis suis, et de doctrina ejus. Ilespondit et Jesus; Ego palam locutus sum mundo: ego semper do-cui in synagoga, et in templo, quo omnes Juditi couveni-unt; et in occulto locutus sum nihil. Quid me inter-rogas'r1 interroga eos qui audieruut quid locutus sim ipsis; ecce hi sciunt qua' dixerim ego. Hsec autem cum dixisset, unus assistens ministrorum dedit alapam Jesu, dicens -. Sic respondes pontifici? Respondit ei J esus: Si male locutus sum, testimonium perhibe de malo: si autem bene, quid me csedis? et misit eum Annas ligatum ad Caipham pontifleem. Erat autem Simon Petrus stans, et calefaciens se. Dixerunt ergo ei: Numquid et tu ex discipulis ejus es? Negavit ille, et dixit: Non sum. Dicit ei unus ex servis pontificis, cognatus ejus cujus abscidit Petrus auriculam: Nonne


ocr page 67

GOEDE VRIJDAG.

57

lt;■quot;0 te vidi in horto cum illo? Iterum ergo negavit, Petrus, et statim gallus cantavit. Adducunt ergo Jesum a Caipha in prseto-rium. Erat autem mane: et ipai non introierunt in prse-torium, ut non contamina-rentur, sed ut rasnducarent Pascha. Exivit ergo Pilatus ad eos foras, et dixit: Quam accusationem affertis adver-sus hominem hunc? Respon-derunt, et dixerunt ei: Si non esset hie malefactor, nontibi tradidissemus eum. Dixit ergo eis Pilatus: Ac-cipite eum vos, et secundum legem vestram judicata eum. Dixerunt ergo ei Judsei: Kobis non licet interficere quemquam. Ut sermo Jesu iiupleretur, quem dixit, si-gnificans qua morte esset moriturus. Introivit ergo iterum in prsetorium Pilatus, et vocavit Jesum, et dixit ei: Tu es Rex Judteorum? Respondit Jesus: A teraet-ipso hoc dicis, an alii dixerunt tibi de me? Respondit Pilatus: Numquid ego Ju-d.Eus sum? Gens tua, et pontifices tradiderunt te luihi: quid fecisti? Respondit Jesus: Regnum meum non est de hoe raundo si ex hoe mundo esset regnum meum, ministri mei utique decertarent, ut non traderer Judseis: nunc autem regnum meum non est hinc.

kraaide de haan. Zij nu leidden Jesus van Caïphas naar het rechthuis. En het was vroeg ia den morgen. En zij gingen zelven niet ia het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd wierden, maar het pascha mochten eten. Pilatus dan ging tot hen buiten, en zeide; Welke beschuldiging brengt gij in tegen dezen mensch ? Zij antwoordden, en zeiden tot hem: Indien Hij geen misdadiger ware, zouden wh Hem niet aan u hebben overgeleverd. Pilatus nu zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uwe wet! De Joden dan zeiden tot hem: Ons is het niet geoorloofd iemand ter dood te brengen. Opdat het woord van Jesus vervuld wierd, hetwelk Hij gesproken had, aanduidende, welken dood Hij zoude sterven. Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jesus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? Jesus antwoordde; Zegt gij dit uit u zelven, of hebben andereu het u van Mij gezegd? Pilatus antwoordde; Ben ik dan Jood ? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? Jesus antwoordde : Mijn rijk is niet van deze wereld. Zoo Mijn rijk van deze wereld ware, zouden gewis Mijne dienaren gestreden hebben, dat Ik den Joden niet wierd overgeleverd. Nu echter is Mijn rijk niet van hier. Pilatus zeide nu tot Hem: Zoo zijt Gij dan Koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het. Ik ben Koning. Daartoe ben Ik


ocr page 68

GOEDE VRIJDAG.

58

geboren, en daartoe in de wereld gekomen, om der waarheid getni-genis te geven. Een iegelijk die uit de waarheid is, hoort Mijne stem. Pilatus zeide tot Hem; Wat is waarheid ? En als hij dit gezegd had, ging hij andermaal buiten tot de Joden, en zeide tot hen; Ik vind geene schuld in Hem. Maar het is bij u gebruik, dat ik u op het paaschfeest eénen loslate. Wilt gij nu dat ik u den Kouing der Joden loslate? Maar zij riepen allen wederom, zeggende: Iviet dezen, maar Barabbas! Barabbas nu was een moordenaar. Toen nam Pilatus dan Jesus, en geeselde Hem.En de krijgsknechten vlochten eene kroon van doornen, en zette-den die op Ziju hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om, en kwamen tot Hem, en zeiden; Wees gegroet. Koning der Joden! En zij gaven Hem kaakslagen. Pilatus ging dan wederom buiten, en zeide tot hen. Ziet, ik breng Hem tot u buiten, opdat gij weten moogt, dat ik geene schuld in Hem vinde. Jesus dan kwam buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. En hij zeide tot hen: Ziet, de mensch! Als Hem dan de over-priester en de dienaars zagen, riepen zij, en zeiden; Kruisig! Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Neemt gij, en kruisigt Hem; want ik vinde geene schuld in Hem.De Joden antwoordden Hem: Wij hebben eene wet, en naar de wet moet Hij sterven, omdat Hij idcli zeiven Gods Zoon gemaakt heeft. Als Pilatus nu dit gezegde

Dixit itaque ei Pilatus: Ergo rex es tu ? Hespondit Jesufi: Tu dicis quia rex sum ego. Ego in hoe uatus sum, et ad hoc veui in raundum, ut testimonium perhibeam veritati: omnis qui est ex veritate, audit vocem meara. Dicit ei Pilatus : Quid est veritas ? Et cum hoc dixisset, iterum exivit ad Judseos, et dicit eis: Ego nullam invenio in eo causam. Est autem con-suetudo vobis, ut uuain dimittam vobis in Pascha: vultis ergo dimittam vobis Begem Judaeorum? Cla-maverunt ergo rursum om-nes, dicentes; Nou huue, sed Barabbam. Erat autem Barabbas latro. Tune ergo apprehendit Pilatus Jesum et flagellavit. Et milites plectentescoronam de spinis, imposuerunt capiti ejus ; et veste purpurea circumdede-runt eura. Et veuiebant ad eum, et dicebant: Ave, Rex Judseorum; et dabant ei alapas. Exivit ergo iterum Pilatus foras, et dicit eis ; Ecce adduco vobis eum foras ut cognoscatis quia nullam invenio in eo causam.(Exivit-ergo Jesus portans coronam spineam, etpurpureum vesti-mentum): Et dicit eis: Ecce homo. Cum ergo vidissent eum pontiflees et ministri, clamaoant, dicentes: Craei-fige, crucifige eum. Dicit eis


ocr page 69

goede vrijdag.

59

Pilatus; Accipite eum vos, et, cracifigite : ego cnim non invenio in eo causam. Res-jj onderunt ei Jadsei: Nos legem haberaus, et, secundum legem debet mori, quia Pi-Hum Dei se fecit. Cum ergo audisset Pilatus hunc ser-monem, magis timuit. Et ingressus est pratorium iterum, et dixit ad Jesum ; Unde es tu? Jesus autem responsum non dedit ei. Dioit ergo ei Pilatus: Mihi nou loqueris? nescis quiapotes-tatem habco cruoifigere te, et potestatem habeo dhuit-tere te? Respondit Jesus : Non liaberes potestatem adversum me ullam, nisi tibi datum esset desuper. Prop-terea qui me tradidit tibi, majus peccatum habet. Et exinde qxuerebat Pilatus di-mittere eum. Juctai autem clamabant, dicentes: Si hunc dimittis, non es amicus Caïsaris. Omnis enim qui se regem facit, contradioit Ca;-sari. Pilatus autem cum audisset hos sermones, ad-duxit foras Jesum; et sedit pro tribuuali, in loco qui dicitur Lithostrotos, hebraice autem Gabbatha. Erat autem Parasceve Paschoe, hora quasi sexta; et, dicit Judicis: Ecce Rex vester. llli autem clamabant : Tolle, tolle, cruci-fige eum. Dicit eis Pilatus; Regem vestrum crucifigamr1 Responderunt poutifices:Nou gehoord had, werd hij meer bevreesd. En hij ging wederom in het rechthuis, en zeide tot Jesus; Van waar zijt Gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zeide tot Hem: Spreekt Gij tot mij niet? Weet Gij niet, dat, ik macht heb, U te kruisigen, en macht heb, U los te laten? Jesus antwoordde ; Gij zoudt geene macht over Mij hebben, indien liet u niet van boven gegeven ware. Daarom heeft hij, die Mij aan u heeft, overgeleverd, grootere zonde. En van toen af zocht Pilatus Hem los te laten. Maar de Joden riepen, en zeiden: Zoo gij dezen loslaat, zijt jfij des Keizers vriend niet; want een ieder die zich tot Koning maakt, wederspreekt den Keizer! Als nu Pilatus deze woorden gehoord had, bracht hij Jesus buiten; eu hij zat op den rechterstoel, op de plaats, genaamd Lithostrotes, en in het Hebreeuwsoh: Gabbatha. En het was do dag der voorbereiding van het pascha, ongeveer de zesue ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet uw Koning! Maar zij riepen: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zeide tot, hen: U wen Koning zal ik kruisigen? De overpriesters antwoordden; Wij hebben geenen Koning, dan den Keizer. Toen gaf Hij Hem dan aan hen over, om gekruisigd te worden. En zij namen Jesus, en leidden Hem weg. En Zijn kruis dragende, ging Hij uit naar de plaats, welke Calvarie heet en m het Hebreeuwsch: Golgotha; aldaar kruisigden zij Hem, en met Hero.


ocr page 70

GOEDE VRIJDAG.

60

twee anderen, aan elke zijde eenen, en Jesus in het midden. En Pilatus had ook een opschrift geschreven, en boven het kruis geplaatst: daar stond geschreven; Jems de Nazarener, de Koning der Joden. Dit opschrift nu. lazen velen der Joden; want de plaats, waar Jesus gekruisigd werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Habreeuwsch, Grieksch en Latijn. De overpriesters der Joden zeiden dan tot Pilatus: Schrijf niet: de Koning der Joden; maar dat Hij gezegd heeft; Ik ben Konino der Joden. Pilatus antwoordde; Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven. De krijgsknechten nu, als zij Hem gekruisigd hadden, namen zij Zijne kleederen, en maakten vier deelen, voor eiken krijgsknecht een deel, en den rok. De rok echter was zonder naad, van boven af geheel geweven. Zij zeiden dan tot elK-ander: Laat ons dien niet scheuren, maar het lot daarover werpen, wiens hij zijn zal. Opdat de Schrift vervuld wierd, welke zegt; Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. En dit nu deden de krijgsknechten. Er stonden nu bij Jesus' kruis .zijne Moeder, en de zuster zijner Moeder, Maria van Cleophas, en Maria Magdalena. Als Jesus dan Zijne Moeder, en den discipel, dien Hij lief had, staan zag, sprak Hij tot zijne Moeder: Vrouwe! zie, jjw zoon! Daarna sprak Hij tot den discipel; Zie, uwe moeder!

habemns regem, uisi Ca;sa-rem. Tunc ergo tradidit eis illum ut crucifigeretur. Sus-ceperunt autem Jesum et eduxerunt. Et bajulans sibi crucem, exivit in eum, qui dicitur Calvarise, locum, hebraice autem Golgotha; nbi crucifixerunt eum, cum eo alios duos hinc et hinc, medium autem Jesum. Scrip-sit autem et titulum Pilatus; et posuit super crucem. Eraf. autem scriptum : Jesus Na-zaremis, Rex Judaorum. Hunc ergo titulum multi Judseo-rum legerunt; quia prope civitatem erat locus nbi crucifixus est Jesus. Et erat scriptum hebraice, grsece, et latine. Dicebant ergo Pilato pontiflces Judfcorum: Noli scribere; Rex Judseorum; sed quia ipse dixit; Rex sura Judseorum. Respondit Pilatus; Quod SGripsi,scripsi. Milites ergo cum crucifixis-sent eum, aeceperuut vesti-menta ejus (et fe.cerunt qua-tuor partes; ur.icuique militi partem) et tunicam. Erat autem tunica inconsutilis desuper contexta per totum. Dixerunt ergo ad invicem; Non scindamus eam, sed sortiamur de ilia cujus sit. Ut Scriptura inipleretur, dicens: Partiti sunt vesti-menta mea sibi et in vestem meam miserunt sortem. Et milites quidem hasc fecerunt. Stabant autem juxta cm-


ocr page 71

GOEDE VRIJDAG.

61

cem Jesu mater ejus, et soror matris ejus Maria Cleopliae, et Maria Magdalene. Cum vidisset ergo Jesus matrem, et diseupuliun stautem, quera diligebat, dieit matri sua;: Mulier, eoce Alius tuus. Deinde dieit diseipulo: Ecce mater tua. Et ex illa hora accepit earn discipulus iu sua. Postea seiens Jesus quia omnia consuramatae sunt, ut consummaretur Scriptura, dixit; sitio. Yas ergo erat positum aceto plenam. Illi autem spougiain pleuam aceto, liysopo eircumpo-uentes obtideruut ori ejus. Cum ergo aecepisset Jesus aeetum, dixit; Consumma-tuui est. Et incliuato eapite tradidit spiritum. {Hie ge-mfiectitur et pamsattir ali-quaniulum).

J adsci ergo (quoniam Parasceve erat), ut non remauerent in eruce corpora sabbato (erat euiiii magnus dies ille sabbati),rogaverunt Pilatum ut frangerentur eorum crura et tollerentur. Veneruut ergo milites: et primi quidem fregerunt crura, et alterius qui cru-cifixus est cum eo. Ad Je-sum autem cum venissent, ut viderunt cum jam mor-tuum, non fregerunt ejus crura; sed unus militum laucea latus ejus aperuit, et continuo exivit sanguis ct aqua. Et qui vidit, tes-

En van die ure nam de discipel haar tot zich. Daarna Jesus wetende dat alles volbracht was, opdat de Schrift vervuld wierd, sprak: Ik heb dorst. Er stond nu een vat vol edik. Zij dan eene spons, met edik gevuld, om eeneu hijsopstengel gewonden hebbende, brachten die aan zijnen mond. Als Jesus dan den edik genomen had, sprak hij: Het is volbracht! En hij boog het hoofd, en gaf den geest. {Hier knielt men en rust men een ocgenhlik.)

De Joden dan, omdat het de dag der voorbereiding was, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den sabbat, (want die sabbat was een groote dag), verzochten Pilatus, dat hunne beenen gebrokeu, en zij afgenomen wierden. De krijgsknechten kwamen alzoo, en braken de beenen des eersten, en des anderen, die met hem gekruisigd waren. Doch als zij tot Jesus gekomen waren, ziende, dat hij alreeds gestorven was; braken zij zijne beenen niet. Maar een van de krijgsknechten doorstak zijne zijde met eene speer, eu terstond kwam er bloed en water uit. Eu hij, die het gezien heeft, heeft daarvan getuigenis gegeven, en zijne getuigenis is waarachtig: en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij moogt gelooven. Want dit is geschied, opdat de Schrift wierd vervuld: Gij zult geen been vail hem verbreken. En wederom zegt eene andere Schrift: Zij zulleu zien, wien zij


ocr page 72

GOEDE VRIJDAG.

62

doorstoken hebben.

En daarna verzocht Joseph van Ariraathcea (daar hij een leetliug van Jesus was, maar in het geheim, nit vreeze voor de Joden,) Pilatus, dat hij het lichaam van Jesus mocht afnemen. Eu Pilatus liet het toe. Hij kwam dan, en nam het lichaam van Jesus af. En Nico-demns kwam ook, die voormaals bij nacht tot Jesus gekomen was, en bracht een mengsel van mirrhe en aloë, omtrent honderd ponden. Zij namen dan het lichaam van Jesus, en wonden het, met de specerijen, in linuen doeken, gelijk het bij de Joden gewoonte is te begrav en. En er was in de plaats, waar hij gekruisigd was, een hof cn in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was. Daar nu, om den voorbereidingsdag der Joden dewijl het graf nabij was, legden zij Jesus.

timonium perhibuit: et verum est testimonium ejus. Et ille scit quia vera dicit; ut et vos credatis. Facta sunt enim hfeo, ut Scriptura impleretur; Os non commi-nuetis ex eo. Et iterum alia Scriptura dicit: Videbunt in quem transfixeruut..

Post htee autem rogavit Pilatum Joseph ab Arima-thsBa (eo quod esset disci-pulis Jesu, occultus autem, propter raetum Judseorum), ut tolleret corpus Jesu. Et permisit Pilatus. Venit ergo, et tulit corpus Jesu. Venit autem etNicodemus, qui venerat ad Jesumnoete primutu ferens mixturam myrrh® et aloes, quasi libras centum. Acceperunt ergo corpus Jesu, et ligaverunt illud liuteis cum arromati-bus, sicnt mos est Judseis sepelire. Erat autem in loco ubi crucifixus est, hortus; et in horto monumentum novum, in quo nondutn quisquam positus erat. Ibi ergo propter Parasceven Judseorum, quia juxta erat monumentum, posuerunt Jesum.


Vervolgens begint de Priester, aan den Epistelkant, onmiddellijk, met gevouwen handen, de volgende gebeden:

Laat ons bidden, Allerliefsten, Oremus, dilectissimi nobis,

voor de heilige Kerk Gods, opdat pro Ecclesia sancta Dei:

onze God en Heer zich gewaar- ut eam Deus et Dominns

dige haar over geheel de aarde noster pacificare, adunarc.

ocr page 73

GOEDE VRIJDAG.

63

et, custodire dignetur toto orbe terrarum; subjiciens ei jn'iaeipatus et potestates; detque nobis quietam et trauquillam vitam degeuti-hus, glorificare Deum Pa-treiu omnipotentem.

Oremus.

Diacon. Fleotaraus genua. Subdiaconus. Levate.

in vrede en eenheid te bewaren: de vorsten en machten aan haar onderwerpe, en ons geve, dat wij een rustig en ongestoord leven genieten, en God den Almachtigen Vader mogen verheerlijken.

Laat ons bidden.

De diaken: Enigen wij de knieën.

De subdiaken: Staat op.


Het gebed wordt met uitgestrekte handen gezongen, op den. minst jitechtigen toon. En dit zelfde geldt voor de volgende gebeden.

Omnipotens sempiterne Deus, qui gloriam tuam omnibuLS in Christo gentibus revelasti; custodi opera mi-sericordise tuae, ut Ecclesia tua toto orbe diffusa, sta-bili fide in confessione tui nominis perseveret. Per eumdem Dominum.

Oremus et pro beatissimo Papa nostro N..., ut Deus et Dominus noster, qui elegit eum in ordine episco-

fiatus, salvum atque inco-umen custodiat Ecclesiae suse sanctse, ad regendum populum sanctum Dei.iatus, salvum atque inco-umen custodiat Ecclesiae suse sanctse, ad regendum populum sanctum Dei.

Oremus.

riectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, cujus judicio uni-versa fundantur; resfice propitius ad preces nostras, et electum nobis Antistitem tua pietata conserva, ut Christiana plebs, quse te

Almachtige eeuwige God, die in Christus Uwe heerlijkheid aan alle volken hebt geopenbaard: bewaar de werken Uwer barmhartigheid, opdat Uwe Kerk, die over de geheele aarde verspreid is, in een standvastig geloof en in de belijdenis van Uwen naam moge volharden. Door den zelfden Heer, enz. Amen.

Laat ons bidden ook voor onzen Allerheiligsten Paus N..., opdat onze God en Heer, die hem tot Opperpriester heeft verkozen, hem behoude en ongedeerd beware voor Zijne heilige Kerk, om Gods heilig volk te bestieren.

Laat ons bidden.-

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die in Uwe wijsheid alles vast gesteld hebt; zie gunstig op onze gebeden neder, en bewaar in Uwe goedheid, den ons verkoren Opperpriester, opdat liet Christenvolk, aat door i U, zijn Stichter, wordt bestierd.


ocr page 74

GOEDE VRIJDAG.

64

ouder zoo groot een Opperherder, in verdiensten van geloof moge toenemen. Door onzen Heer, enz. Amen. -

Laat ons Hidden ook voor alle Bisschoppen, Priesters, Diakenen, Subdiakenen, Akolieten, Exorcisten, Lektoren, Ostiaren, Belijders, Maagden, Weduwen en voor geheel het heilige volk Gods.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, door Wiens Geest het geheele lichaam der Kerk geheiligd en bestierd wordt; verhoor de sineekingen, die wij voor allen orden tot TJ richten, opdat door de hulp Uwer genade, Gij van alle rangen ge-'' trouw moogt gediend worden. Door onzen Heer J. C., die in de eenheid van denzelfden Geest, enz. Amen.

Laat ons bidden ook voor onzen allerchristelijksten (zoo hij nog niet gekroond is, zegt men er bij: verkozen) Keizer N., opdat onze God en Heer Hem alle barbaarsche natiën onder werpe, tot onzen voortdurenden vrede.

gubernatur auctore, sub tanto Pontifice, credulitatis suae mentis augeatur. Per Domiuum.

Oremus et pro omnibus Episcopns, Presbvteris, Dia-conibus, Subdiaconibus, Acolythis, Exorcistis, Lec-toribns, Ostiariis, Confesso-ribus, Virginibus, Viduis, et pro omni populo sancte Dei.

Oremus.

Flectamus genua.

B,. Levate.

ümnipotens sempiterne Deus, cujus Spirita totnm corpus Ecclesia; sanctificatur et regitur, exaudi nos pro universis Ordinibus suppli-cantes, ut gratia; tuse mu-nere, ab omnibus tibi gra-dibus fideliterserviatur. Per Dominum nostrum..., in unitate ejusdem.

Oremus et pro christia-nissimo Imperatore nostro N..., ut Deus et Dominus noster subditas illi faciat omnes barbaras nationes, ad nostram perpetuam pa-cem.


Daar er geeu Romeiusch keizerrijk meer bestaat, wordt dit gebed, iu de Nederl. Kerkprovincie, thans weggelaten.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige, eeuwige God, in

Oremus.

Flectamus genua. R. Levate.

Oranipotens sempiterne


ocr page 75

GOEDE VRIJDAG.

65

Deus, in eujus mauu sunt omnium notestates, et omnium jura regnonim: respice ad Romanum benignus imperium; ut gentes, qua; in sua feritate conlidunt, potentise tuse dextera com-primantur. Per Dominum. Amen.

Oremus et pro catechu-inenis nostris; ut Deus et Dominus uoster adaperiat aures prsecordiorum ipso-rura, januamque misericor-diae: ut per lavaerum rege-nerationis accepta remissi-one omnium peccatorum, et ipsi inveniautur in Christo Jesu Domino nostro.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omuipotens sempiterne Deus, qui Eeclesiam tuam nova semper prole foecundaa: auge fidem et intellectum catechumenis nostris; ut renati fonte baptismatis, adoptionis tu® fihis aggre-gentur. Per Dominum. Amen.

Oremus, dilectissimi nobis, Deum Patrem omnipoten-tum, ut cunctis mundum purget erroribus: morbos auferat, famem depellat: aperiat earoeres: vincula dissolvat; peregrinantibus reditum, inflrmantibus sani-tatem, navigantibus portum salutis indulgeat.

Oremus.

Wiens hand aller koningrijken machten en rechten zijn, zie genadig op het Romeinsche njk neder: opdat de volken, die op hunne woestheid vertrouwen, door Uwe sterke rechterhand worden ten onder gebracht. Door onzen Heer, enz. Amen.

Laat ons bidden ook voor onze doopleerlingen; opdat onze God en Heer hun de ooren des harten en de deur Zijner barmhartigheid opene: opdat zij door het water der wedergeboorte, de vergiffenis van al hunne zonden ontvangen, en bevonden worden te zijn in Christus Jesus, onzen Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige, eeuwige God, die Uwe Kerk steeds in nieuw kroost doet vruchtbaar zijn; vermeerder het geloof en de keunis in onze doopleerlingen; opdat zij, door het water des doopsels herboren, onder Uwe kinderen mogen aangenomen worden. Door onzen Heer enz. Am.

Laat ons, allerliefsten, God den Almachtigen Vader bidden, dat Hij de wereld van alle dwalingen zuivere: de ziekten wegneme ; hongersnood verwijdere, de kerkers opene, de boeien slake, den reizigers terugkeer, den zieken gezondheid, den zeevarenden de haven des heils verleene.

Laat ons bidden.


5

ocr page 76

GOEDE VRIJDAG.

66

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige, eeuwige God, Gij die de troost der bedroefdeu, de sterkte der zwakken zijt, laat de gebeden van lien, die in alle soort van kwelling tot U roepen, tot L1 komen; opdat allen in hunne noodwendigheden zich over de hulp Uwer barmhartigheid mogen verheugen. Door onzen Heer ene. Amen.

Laat ons biddeu ook voor de ketters en scheurmakers; opdat onze God en Heer hen van alle dwalingen verlosse: en zich ge-waardige hen tot onze heilige Moeder, de Katholieke en Apostolische Kerk terug te brengen.

Laat ons bidden.

huigen wij de knieën.

11. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die allen behoudt eu niemand wilt laten verloren gaan: zie neêr op de zielen, die door de listen des duivels misleid zijn, opdat zij alle kettersohe verkeerdheid afleggen, hunne dwalende harten tot inkeer mogen komen, en zij tot de eenheid Uwer waarheid wederkeeren. Door onzen Heer enz. Amen.

Laat ons bidden ook voor de trouwelooze Joden; dat onze God en Heer den blinddoek van hunne harten wegneme, opdat ook zij Jesus Christus, onzen Heer, erkennen.

Almachtige eeuwige God, die zelfs de trouweloosheid der Joden van Uwe barmhartigheid niet uit-

ïlectamus genua.

R. Levate.

ümnipotens sempiterne Deus, moestorum consolatio, laborantium fortitudo: per-veniant ad te preces de quacumque tribulatione cla-mantium; ut omnes sibi in necessitatibus suis miseri-cordiam tuain gaudeaut ad-foiisse. Per Domiuum nostrum. Amen.

Oremus et pro hajreticis et schismaticis; ut Deus et Dominus noster eruat eos ab erroribus universis: et ad sanctam matrem Eccle-siam catholic uam atque apostolicam revocare di-gnetnr.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Lerate.

Omnipotens sempiterne Deus, qui salvas omnes, et neminem vis perire: respice ad animas diabolica fraude deceptas, ut omni hseretica pravitate deposita, errantium corda recipiscant; et ad veritatis tuse redeant uni-tatem. Per Dominum nostrum. Amen.

Oremes et pro perfldis Judseis; ut Deus et Dominus noster auferat velamen de cordibus eorum: ut et ipsi agnoscant Jesura Christum Dominum nostrum.

Omnipotens sempiterne Deus, qui etiam Judaicam perfidiam a tua misericordia


ocr page 77

GOEDE VRIJDAG.

67

non repellis: exaudi preces nostras, quas pro illius po-puli obceecatione deferiraus: ut, agnita veritatis tuse luce, quse Christus est, a suis tenebris eruantur. Per euindem Dominum nostrum.

Oremus et pro Pagauis; ut Deus omnipotens auferat iniquitatem a cordibus eorum: et, relictis idolis suis, convertantur ad Deum vivum et vemm, et unicum ïilium ejus Jesum Christum Ueum et Dominum nostrum.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, qui non mortem pec-catorum, sed vitam semper inquiris: suscipe propitius orationem nostram, et libera cos ab idolorum cultura, et aggrega Ecclesiae tuffi Sanc-tse, ad laudem et gloriam nominis tui. Per Dominum.

R. Amen.

sluit: verhoor onze gebeden, die wij voor de verblindheid van dat volk tot U stieren; opdat zij het licht Uwer waarheid, Christus namelijk, erkennen, en uit hunne duisternis getrokken worden. Door denzelfden J. C., onzen Heer enz. Amen.

Laat ons bidden, ook voor de Heidenen; dat de Almachtige God de ongerechtigheid van hunne harten wegneme; opdat zij de afgoden verlaten, en zich bekeeren mogen tot den levenden en waren God, en zijnen eenigen Zoon Jesus Christus, onzen God en Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige en eeuwige God, die lliet de dood der zondaren, maar altijd hun leven zoekt: neem ons gebed genadig aan: en verlos hen van den dienst der afgoden; en neem hen in Uwe heilige Kerk op tot lof en ter verheerlijking van Uwen naam. Door onzen Heer enz.

R. Amen.


Na deze gebeden legt de Priester het kamifel af, gaat naar den Epistelkant, en ontvangt van den Diaken een kruisbeeld, dat reeds op het Altaar aanwezig is. Met het aangezicht naar het volk gekeerd, ontbloot hij het een weinig van boven, alleéu de woorden zingende:

Ecce lignum Crucis. | Ziet het hout des kruises. waarna zijne Assistenten met hem de Antifoon vertolgen .-

In quo salus mundi 1 Waaraan het heil der wereld pependit. 1 gehangen heeft.

ocr page 78

GOEDE VBIJDAG.

En terwijl het koor antwoordt:

Komt, laat ons aanbidden. | Venite, adoreraus.

knielen allen, behalve de Priester, neder. Deie gaat alsdan een weinig verder, ontbloot den rechterarm van het kruisbeeld, en het opheffende, zingt hij op iets hooger toon dezelfde woorden, welke op dezelfde wijze worden vervolgd en beantwoord, gelijk zoo even. Eindelijk gaat de Priester naar het midden de» Altaars, ontbloot het kruisbeeld geheel, en het opheffende, ringt hij met nog meer verheffing van stem even als de vorige keeren: Eece lignum Crucis.

Daarna draagt de Priester het kruisbeeld op eene plaats voor het Altaar, en legt het daar knielende neder. Dan trekt hij zijne schoenen uit, eu gaat het kruis vereeren, driemaal nederknieleade, vóór het krnis. Hierna trekt hij de 8choen«n weder aan, en neemt zijn kasuifel.— Op dezelfde wijze als de Priester vereeren nu ook alle Assistenten en dienaren, die aan het Altaar zijn, en na hen alle geestelijken eu leeken, twee aan twee het kruis. Onder deze vereeriug worden of wel geheel of gedeeltelijk, naar gelang de tijd daartoe is gezongen de volgende gezangen; Improperia of Verwijten genoemd, en wel op deie wijze:

68

Twee zangen zingey

V. Miju Tolk, wat heb ik u gedaan? of waarin heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij.

V. Omdat ]k u mtgeleid heb uit het land van Egypte, hebt gij uwen Verlosser een kruis bereid.

Een koor

De heilige God!

Een ander koor

De heilige God!

Het eerste

De heilige sterkte!

Het tweede

De heilige sterkte!

Het eerste

De heilige, onsterfelijke! Ontferm U onzer.

V. Popule meus, quid feci tibi, aut in quo contristavi te? respondite mihi.

V. Quia eduxi te de terra ^Ëgypti, parasti cru-eem Salvatori tuo.

| Agios o ïheos. antwoordt:

| Sanctus Deus.

koor:

| Agios ischyros.

koor:

| Sanctus fortis.

koor:

I Agios athanatos, eleison | ymas.

midden in het koor.


ocr page 79

GOEDE VRIJDAG.

69

Het tweede koor:

immortalis ini-1 De heilige, onsterfelijke! Ont

Sanctus serere nobis.

ferm U onzer.

Daarna zingen er twee van het tweede koor;

Quia eduxi te per desertum quadrajjinta annis, et manna cibavi te, et in-troduxi te in terram satis bonam, parasti crucem Sal-vatori tuo.

V. Omdat Ik u, veertig jaren lang door de woestijn heb uitgeleid: en u met het manna gevoed heb, en u heb ingeleid in een zoo goed land: hebt gij uwen Verlosser een kruis bereid.


Beurteliogs antwoorden de koren: Jpio» o Theos. — De Heilige God enz. als voren, ia dier voege echter, dat altijd het eerste koor herhale: Agios enz.

twee van het eerste koor-.

V. Wat heb Ik meer voor u moeten doen, wat Ik niet gedaan heb? Ik heb u namelijk geplant als mijn uitgelezensten wijngaard: en gij zijt Mij al te bitter geworden: met azijn immers hebt gij mijnen dorst gelaafd, en met eene lans hebt gij de zijde van uwen Verlosser doorstoken.

Eveneens aatwoorden beurtelings de koren: Agios enz. Het volgende wordt beurtelings door twee zangers gezongen, terwijl beide koren te zamen, na elke V, herhalen: Popule meus enz. — Mijn volk enz. tot aau Quia eduxi. — Omdat ik ü.

Twee van het koor zingen:

Vervolgen» zingen er

V. Quid ultra debui fa-cere tibi, et non feci? Ego quidem plantavi te vineam meam speciosissimam; ettu facta es mihi nimis amara: aceto namque sitim meam potasti, et lancea perforasti latus Salvatori tuo.

V. Ego propter te flagel-lavi iEgyptum cum primo-genitis suis: et ta me fia-gellatum tradidisti..

Quia eduxi te de JBgyp-to, demerso Pharaone in mare Rubrum: et tu me tradidisti principibus sacer-dotum.

y. Om u heb Ik Egypte met zijne _ eerstgeborenen geslagen: en gij hebt Mij gegeeseld overgeleverd.

Ik heb u uit Egypte geleid, en Pharao in de Roode Zee bedolven: en gij hebt Mij aan de Overgeleverd.


ocr page 80

GOEDE VRIJDAG.

70

Ik heb de zee voor u geopend; en gij hebt met eene lans Mijne zijde geopend.

Ik ben u voorgegaan in eene wolkkolom; en gij hebt Mij naar het rechthuis van Pilatus gevoerd.

Ik heb in de woestijn u met het manna gevoed: en gij hebt Mij met kaakslagen en geeselroe-den geslagen.

Ik heb u met het water des heils uit de steenrots gedrenkt: en gij hebt Mij met gal en azijn gelaafd.

Ik heb om u de koningen der Chananeërs verslagen: en gij hebt met een riet Mij op het hoofd geslagen.

Ik heb u een koninklijken scepter gegeven, en gij hebt Mij eene doornen kroon op het hoofd gesteld.

Ik heb u met groote kracht verheven: en gij hebt Mij aan het galgenhout des kruises gehangen.

Vervolgen» wordt geza.

Wij aanbidden Uw Kruis, o Heer: en loven en verheerlijken Uwe verrijzenis: want zie, door het hout is vreugde gekomen over de geheele wereld. — De Heer ontfeme zich onzer, en zegeue ons: Hij doe zijn aanschijn over ons lichten, en ontferme zich onzer. — Wordt herhaald: Wij aanbidden enz.

Daarna zingt men: Crux fidelis : den Lofzang: Pange lingua; Zing

Ego ante te aperui mare; et tu aperuisti lancea latus raoum.

Ego ante te prseivi in columna nubis; et tu me duxisti ad prsetorium Pilati.

Ego te pavi manna per desertum: et tu me cseci-disti alapis et flagellis.

Ego te potavi aqua sa-lutis de petra: et tu me potasti felle et aceto.

Ego propter te Chana-nseorum reges percussi; et tu percussisti arundiue caput meura.

Ego dedi tibi sceptrum regale: et tu dedisti capiti meo spineam coronam.

Ego te exaltavi magna virtute: et tu me suspen-disti in patibulo crucis.

\enlijk gezongen:

Ant. Crucera tuam ado-ramus, Domine; stsanctam resurrectionem tuam lauda-mus et glorificamus; ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo. Deus misereatur nostri, et benedieat nobis; illuminet vultum suum super uoS, et misereatur nostn. Repetitur. Crucera tuam.

Getrouwe kruisboom enz. met o tong enz,, en na elk koepiet


ocr page 81

GOEDE VRIJDAG.

71

ma dezen lofzang wordt Crux fidelis: Getrouwe kruisboom euz. of: Aau 't zoete kruishout, beurtelings herhaald.

Crux fidelis, inter omnes Arbor uua-.nohilis.

Nulla silva taleni profert, Fronde, flore, eermine. Dulce lignum, dulces clavos, Dulce pondus sustinet.

Pange, lingua, gloriosi Lauream certaminis; Et super Crucis trophajo Die triuraphura nobilem, Qualiter Hedemptor orbis Immolatis vicerit.

De parentis protoplasti Fraude factor oondolens; Quando pomi noxialis In neeem morsu ruit:

Ipse lignum tunc notavit, Damna ligni ut solveret.

Hoe opus nostrse salutis Ordo deposserat: Multformis proditoris Ars ut artem falleret: Et medelam ferret inde, Hostis unde Iseeserat.

Quando venit ergo sacri Plenitudo temporis,

Missus est ab arce Patris Natus, orbis conditor: Atque ventre virginali Carne amietus prodiit.

Vapt infans inter arcta Conditis prasepia:

Membra pannis involuta

Getrouwe kruisboom, onder alle boomen de edelste: geen woud brengt er eenen voort aau U gelijk, in blad, en bloem, en vrucht. Aan 't zoete kruishout hangt, aau zoete nagelen, een zoete last.

Zing, o tong, de lauweren, in een roemvollen strijd geplukt, en meld de edele zegepraal aan het zegeteeken des kruises bevochten: meld, hoe de Zaligmaker der wereld, hoewel geslachtofferd, nochtans verwonnen heeft.

De Schepper, met medelijden bewogen over de misleiding van onzen eersten vader, toen hij door het eten der noodlottige vrucht zich aan den dood overleverde, heeft toen reeds het hout aangewezen, om de schade, door het hout eens aangericht, te herstellen.

Zóó moest het werk onzer zaligheid voltrokken worden: zóó moest de sluwheid des listigen verraders door schranderheid misleid worden: zóó moest het geneesmiddel aangebracht worden door het werktuig zelf, waarmede de vijand had gewond.

Toen dan de volheid des tijds gekomen was, werd uit de woonstede des Vaders de Zoon, de Schepper der wereld, gezonden: en Hij vertoonde zich, omkleed met een lichaam, uit een maagdelijken schoot aangenomen.

In een enge krib gelegd schreit Hij als kind: de Moedermaagd omwindt Zijne leden met doeken:


ocr page 82

GOEDE VRIJDAG.

70

Ik heb de zee voor u geopend; en gij hebt met eene lans Mijne zijde geopend.

Ik ben u voorgegaan in eene wolkkolom; en gij hebt Mij naar het rechthuis van Pilatus gevoerd.

Ik heb in de woestijn u met het manna gevoed: en gij hebt Mij met kaakslagen en geeselroe-den geslagen.

Ik heb u met het water des heils uit de steenrots gedrenkt: en gij hebt Mij met gal en azijn gelaafd.

Ik heb om u de koningen der Chananeërs verslagen: en gij hebt met een riet Mij op het hoofd geslagen.

Ik heb u een koninklijken scepter gegeven, en gij hebt Mij eene doornen kroon op het hoofd gesteld.

Ik heb u met groote kracht verheven: en gij hebt Mij aan het galgenhout des kruises gehangen.

Vervolgen» wordt geza.

Wij aanbidden Uw Kruis, o Heer: en loven en verheerlijken Uwe verrijzenis: want zie, door het hout is vreugde gekomen over de geheele wereld. — De Heer ontfeme zich onzer, en zegeue ons: Hij doe zijn aanschijn over ons lichten, en ontferme zich onzer. — Wordt herhaald: Wij aanbidden enz.

Daarna zingt men: Crux fidelis : den Lofzang: Pange lingua; Zing

Ego ante te aperui mare; et tu aperuisti lancea latus raoum.

Ego ante te prseivi in columna nubis; et tu me duxisti ad prsetorium Pilati.

Ego te pavi manna per desertum: et tu me cseci-disti alapis et flagellis.

Ego te potavi aqua sa-lutis de petra: et tu me potasti felle et aceto.

Ego propter te Chana-nseorum reges percussi; et tu percussisti arundiue caput meura.

Ego dedi tibi sceptrum regale: et tu dedisti capiti meo spineam coronam.

Ego te exaltavi magna virtute: et tu me suspen-disti in patibulo crucis.

\enlijk gezongen:

Ant. Crucera tuam ado-ramus, Domine; stsanctam resurrectionem tuam lauda-mus et glorificamus; ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo. Deus misereatur nostri, et benedieat nobis; illuminet vultum suum super uoS, et misereatur nostn. Repetitur. Crucera tuam.

Getrouwe kruisboom enz. met o tong enz,, en na elk koepiet


ocr page 83

GOEDE VRIJDAG.

71

ma dezen lofzang wordt Crux fidelis: Getrouwe kruisboom euz. of: Aau 't zoete kruishout, beurtelings herhaald.

Crux fidelis, inter omnes Arbor uua-.nohilis.

Nulla silva taleni profert, Fronde, flore, eermine. Dulce lignum, dulces clavos, Dulce pondus sustinet.

Pange, lingua, gloriosi Lauream certaminis; Et super Crucis trophajo Die triuraphura nobilem, Qualiter Hedemptor orbis Immolatis vicerit.

De parentis protoplasti Fraude factor oondolens; Quando pomi noxialis In neeem morsu ruit:

Ipse lignum tunc notavit, Damna ligni ut solveret.

Hoe opus nostrse salutis Ordo deposserat: Multformis proditoris Ars ut artem falleret: Et medelam ferret inde, Hostis unde Iseeserat.

Quando venit ergo sacri Plenitudo temporis,

Missus est ab arce Patris Natus, orbis conditor: Atque ventre virginali Carne amietus prodiit.

Vapt infans inter arcta Conditis prasepia:

Membra pannis involuta

Getrouwe kruisboom, onder alle boomen de edelste: geen woud brengt er eenen voort aau U gelijk, in blad, en bloem, en vrucht. Aan 't zoete kruishout hangt, aau zoete nagelen, een zoete last.

Zing, o tong, de lauweren, in een roemvollen strijd geplukt, en meld de edele zegepraal aan het zegeteeken des kruises bevochten: meld, hoe de Zaligmaker der wereld, hoewel geslachtofferd, nochtans verwonnen heeft.

De Schepper, met medelijden bewogen over de misleiding van onzen eersten vader, toen hij door het eten der noodlottige vrucht zich aan den dood overleverde, heeft toen reeds het hout aangewezen, om de schade, door het hout eens aangericht, te herstellen.

Zóó moest het werk onzer zaligheid voltrokken worden: zóó moest de sluwheid des listigen verraders door schranderheid misleid worden: zóó moest het geneesmiddel aangebracht worden door het werktuig zelf, waarmede de vijand had gewond.

Toen dan de volheid des tijds gekomen was, werd uit de woonstede des Vaders de Zoon, de Schepper der wereld, gezonden: en Hij vertoonde zich, omkleed met een lichaam, uit een maagdelijken schoot aangenomen.

In een enge krib gelegd schreit Hij als kind: de Moedermaagd omwindt Zijne leden met doeken:


ocr page 84

GOEDE VRIJDAG.

Love alle geest in't Licht geknield! Collaudet oranis spiritus. En dat Ge, de eeuwen door, geleidt, Quibus Crucis victoriam. Wie Ge in het Kruisgeheini be-! Largiris. adde prsetnium.

[hieldt! Amen.') ! [Amen.

Aan het Hoogaltaar gekomen, neemt de Priester de Heilige Hostie uit den Kelk, en legt die op de Pateen. Vervolgeus wordt er wiju eu een weinig water iu de Kelk gedaan, en daarna heeft de gewone bewierookiug des Altaars plaats. Onder deze bewierooking bidt de Priester de volgende gebeden:

Als hij de H. Hostie en den kelk bewierookt:

74

Moge deze wierook door ü gezegend opstijgen tot U, o Heer; en moge Uwe barmhartigheid op ons afdalen!

Ah hij het Altaar

Laat mijn gebed, o Heer, gelijk wierook opgaan voor Uw aan-

fezieht: de opheffing mijner hanen zij U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond en sluit mijne lippen, opdat mijn hart niet tot woorden van boosheid neige, om verontschuldigingen te zoeken voor mijne zonden!ezieht: de opheffing mijner hanen zij U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond en sluit mijne lippen, opdat mijn hart niet tot woorden van boosheid neige, om verontschuldigingen te zoeken voor mijne zonden!

Incensum istud a te be-nedictum, ascendat ad te, Domine ; et descendat super nos misericordia tua.

bewierookt:

Dirigatur, Domine, oratio mea, sicut incensum in con-spectu tuo: elevatio manuum mearum Saerificium vesper-tinum. Pone, Domine, cus-todiam ori meo, et ostium circumstanti» labiis meis; ut non declinet oor meum in verba malitise, ad excu-sandas excusationes in peccatis.


Als hij het wierookvat teruggeeft.

De Heer ontsteke in ons het Accendat in nobis Domi-

vuar Zijner liefde, en de vlam nus ignem sui amoris et

zijns eeuwigen welbehagens. flammam seternse charitatis.

Amen. Amen.

') De vertaling van dezeu lofzang Vexilla, even als die van het Pange lingua, in den dienst van Witten Donderdag op blz. 34, is van J. A. Alberdiugk Thijm. Zie Palet eu Harp, blz. 148 en 153.

ocr page 85

GOEDE- VRIJDAG.

75

üe Priester wascht de handen, waarna hij voor hel Altaar neergebogen zegt:

In spiritu humilitatis et in animo contrito suscipia-mur a te, Domine: et sic fiat sacrificinm nostrum in conspectu tuo hodie, ut placeat tibi, Domine Deus.

Laat ons door U, o Heer, in den geest van ootmoed, en met een berouwhebbend hart worden aangenomen: en laat ons offer heden zoo voor üw aanschijn

feschieden, dat het U behage, [eer God!eschieden, dat het U behage, [eer God!


Dan zegt hij als gewoonlijk:

Orate fratres: ut meum ac vestrum sacrificium ac-ceptabile fiat apud Deum Patrem omnipotentem.

Bidt, Broeders, dat mijn en uw offer behagelijk worde aan God, den Almachtigen Vader.


Vervolgens zingt hij het Pater noster:

Oremus. Prseceptis salu-taribus moniti, et divina institutione forraati, aude-mus dicere.

Pater noster, qui es in ccelis; sanctificetur nomen tuum: adveniat regnum tuum: fiat voluntas tua, sicut in coelo et in terra. Panem nostrum quotidia-num da nobis hodie: et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus dc-bitoribus nostris. Et ne nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

Laat ons bidden. Door heilzame voorschriften aangemaand en door goddBÜjke leering onderricht, durven #ij zéggen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt! Geheiligd zij Uw naam! Laat toekomen Üw rijk! Uw wil geschiede op aarde als in den hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren: En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.


De Priester zegt in stilte Amen en vervolgt:

Libera nos, queesumus Domine, ab omnibus malis prceteritis, prscsentibus, et

Wij bidden U verlos ons, Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad: en geef


ocr page 86

GOEDE VRIJDAG.

Love alle geest in't Licht geknield! Collaudet oranis spiritus. En dat Ge, de eeuwen door, geleidt, Quibus Crucis victoriam. Wie Ge in het Kruisgeheini be-! Largiris. adde prsetnium.

[hieldt! Amen.') ! [Amen.

Aan het Hoogaltaar gekomen, neemt de Priester de Heilige Hostie uit den Kelk, en legt die op de Pateen. Vervolgeus wordt er wiju eu een weinig water iu de Kelk gedaan, en daarna heeft de gewone bewierookiug des Altaars plaats. Onder deze bewierooking bidt de Priester de volgende gebeden:

Als hij de H. Hostie en den kelk bewierookt:

74

Moge deze wierook door ü gezegend opstijgen tot U, o Heer; en moge Uwe barmhartigheid op ons afdalen!

Ah hij het Altaar

Laat mijn gebed, o Heer, gelijk wierook opgaan voor Uw aan-

fezieht: de opheffing mijner hanen zij U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond en sluit mijne lippen, opdat mijn hart niet tot woorden van boosheid neige, om verontschuldigingen te zoeken voor mijne zonden!ezieht: de opheffing mijner hanen zij U als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond en sluit mijne lippen, opdat mijn hart niet tot woorden van boosheid neige, om verontschuldigingen te zoeken voor mijne zonden!

Incensum istud a te be-nedictum, ascendat ad te, Domine ; et descendat super nos misericordia tua.

bewierookt:

Dirigatur, Domine, oratio mea, sicut incensum in con-spectu tuo: elevatio manuum mearum Saerificium vesper-tinum. Pone, Domine, cus-todiam ori meo, et ostium circumstanti» labiis meis; ut non declinet oor meum in verba malitise, ad excu-sandas excusationes in peccatis.


Als hij het wierookvat teruggeeft.

De Heer ontsteke in ons het Accendat in nobis Domi-

vuar Zijner liefde, en de vlam nus ignem sui amoris et

zijns eeuwigen welbehagens. flammam seternse charitatis.

Amen. Amen.

') De vertaling van dezeu lofzang Vexilla, even als die van het Pange lingua, in den dienst van Witten Donderdag op blz. 34, is van J. A. Alberdiugk Thijm. Zie Palet eu Harp, blz. 148 en 153.

ocr page 87

GOEDE- VRIJDAG.

75

üe Priester wascht de handen, waarna hij voor hel Altaar neergebogen zegt:

In spiritu humilitatis et in animo contrito suscipia-mur a te, Domine: et sic fiat sacrificinm nostrum in conspectu tuo hodie, ut placeat tibi, Domine Deus.

Laat ons door U, o Heer, in den geest van ootmoed, en met een berouwhebbend hart worden aangenomen: en laat ons offer heden zoo voor üw aanschijn

feschieden, dat het U behage, [eer God!eschieden, dat het U behage, [eer God!


Dan zegt hij als gewoonlijk:

Orate fratres: ut meum ac vestrum sacrificium ac-ceptabile fiat apud Deum Patrem omnipotentem.

Bidt, Broeders, dat mijn en uw offer behagelijk worde aan God, den Almachtigen Vader.


Vervolgens zingt hij het Pater noster:

Oremus. Prseceptis salu-taribus moniti, et divina institutione forraati, aude-mus dicere.

Pater noster, qui es in ccelis; sanctificetur nomen tuum: adveniat regnum tuum: fiat voluntas tua, sicut in coelo et in terra. Panem nostrum quotidia-num da nobis hodie: et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus dc-bitoribus nostris. Et ne nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

Laat ons bidden. Door heilzame voorschriften aangemaand en door goddBÜjke leering onderricht, durven #ij zéggen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt! Geheiligd zij Uw naam! Laat toekomen Üw rijk! Uw wil geschiede op aarde als in den hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren: En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.


De Priester zegt in stilte Amen en vervolgt:

Libera nos, queesumus Domine, ab omnibus malis prceteritis, prscsentibus, et

Wij bidden U verlos ons, Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad: en geef


ocr page 88

PAASCH-ZATERDAG.

Na Goeden Vrijdag volgt Paasch-Zaterdag, — welke dag door de Kerk Heilige Zaterdag wordt genoemd, — de dag namelijk waarop het lichaam des Heeren in het graf gerust heeft, terwijl Zijne ziel naar het voorgeborchte was nedergedaald, om de zielen der rechtvaardigen, die in Gods liefde gestorven waren, te troosten en te verlossen. Geen wonder zeker, dat ook deze dag ten allen tijde door de Kerk als een der voornaamste dagen van het jaar is beschouwd geworden. Oudtijds nochtans werd op dezen dag niet alléén het H. Misoffer niet opgedragen, maar zelfs ook geen dienst gehouden, die, zooals op Goeden Vrijdag, daarmede eenigszins overeenkomt. Tegenwoordig wordt er in alle kerken nog slechts ééne enkele, en wel eene plechtige Heilige Mis gezongen, die door verschillende plechtige verrichtingen en gebeden wordt voorafgegaan.

Die plechtigheden welke het H. Misoffer voorgaan, en reeds in den vroegen ochtend worden gehouden, begonnen in vroeger tijden eerst in den laten avond van dien dag, en duurden den geheelen nacht, zoodat het H. Misoffer niet op Zaterdag, maar in den vroegen morgen van Zondag, op het uur der Verrijzenis, werd opgedragen. Om bijzondere redenen heeft echter de Kerk dit gebruik gewijzigd, en de thans nog gevolgde orde ingevoerd: hoewel zij de gebeden en handelingen ongewijzigd en onveranderd heeft behouden.

Wij meenden dit voorop te moeten stellen, omdat daardoor de verschillende verrichtingen en plechtigheden,

ocr page 89

PAASCH-ZATERDAG.

welke de Kerk haren geloovigen op dezen dag voorstelt, duidelijker en begrijpelijker zullen worden. Immers alles, wat wij heden in de Kerk zien gebeuren, alle gezangen en gebeden, welke in de dienst van heden voorkomen, de rijke sieraden, waarmede het altaar getooid is, — wel verre van ons te wijzen op onzen gestorven en in het graf rustenden Heiland, — stellen Hem ons als verrezen en uit het graf weder opgestaan voor. Ook het H. Misoffer wordt met alle teekenen van vreugde en blijdschap gevierd, zoodat het feestelij-ke en blijde Alleluia reeds heden door onze tempels weerklinkt. Men zou allicht genegen zijn in dit alles eene tegenstrijdigheid en eene ongerijmdheid te zien, wanneer men de zoo even gemaakte opmerking voorbijziet. Houdt men die evenwel in het oog, dan herkrijgt alles zijne natuurlijke en behoorlijke gedaante: alle plechtigheden en gebeden bevinden zich op hunne rechte plaats, en er is niets wat ons slechts eenigzins tegenstrijdig en zonderling kan voorkomen.

Daags te voren even als de twee vorige dagen worden de Donkere Metten met dezelfde plechtigheid verricht, als wij reeds bij die dagen hebben aangegeven, zoodat wij op nieuw daarheen verwijzen, 't Behoeft zeker niet te verwonderen zoo de stemming der verschillende gebeden evenwel minder treurig is, en er hier en daar reeds de blijde verwachting van de verheerlijkte opstanding des Zaligmakers doorschemert.

De eerste plechtigheid, waarmede de ochtenddienst een aanvang neemt, is

De wijding des Vuurs.

Deze wijding is nog een eerbiedwaardig overblijfsel uit de eerste tijden der Kerk. Toen immers was de Kerk gewoon alles, wat tot de eeredienst betrekking

79

ocr page 90

PAASCH-ZATERDAG.

heeft'), te wijden, en door hare wijding, als het ware, aan het dagelijksch gebruik te onttrekken. Op andere dagen dan ook geschiedde deze wijding des vuurs evenzeer, doch op den dag van heden gebeurde dit, gelijk ook thans nog, op eene bijzondere en meer plechtige wijze.

Buiten de kerk, of ten minste aan de kerkdeur, zoo er buiten de kerk geene geschikte gelegenheid bestaat, wordt uit een vuursteen vuur geslagen, en met dit vuur worden eenige kolen ontstoken. Dit geschiedt ter afbeelding van Christus, die buiten Jerusalem in een nieuw steenen graf gelegd, daaruit den derden dag is verrezen, en die het ware licht der wereld is, dat iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt, gelijk de H. Joannes va;n Hem getuigt. Dat het vuur uit een steen geslagen wordt stelt ons tevens zinnebeeldig voor, dat de Verlosser de steen is, dien de Joden hebben geworpen, de steen, die hun een steen des aanstoots is geworden door hunne halsstarrigheid en hardnekkigheid, en die de hoeksteen is, waarop het gebouw der ware Kerk Gods is opgetrokken. Het vuur beteekent tevens het vuur der heilige liefde Gods, gelijk de Zaligmaker zelf zegt: Ik hen gekomen om een vuur op aarde te brengen, en ik verlang niets anders, dan dat het ontstoken worde.

Bij het begin der plechtigheid is er geen enkel licht in de kerk ontstoken; alles is in duisternis gehuld, als om de duisternis des grafs, waarin de Heiland rust, te kennen te geven: terwijl na de wijding des vuurs, daarmede de verschillende lichten worden ontstoken, even als Christus door zijne leering en door de prediking der Apostelen de volkeren verlicht heeft, die in de duisternis en in de schaduwe des doods geseten waren.

80

Tegelijk met de wijding des vuurs worden er vijf

■) Het gewijde vuur wordt ook in de huisgezinnen gebruikt.

ocr page 91

PAASCH-ZATERDAG.

wierookkorrels gewijd, die de welriekende specerijen en den kostbaren balsem verbeelden, die de godvruchlige vrouwen met zich namen naar het graf van Jesus.

Zoodra de gebeden zijn geëindigd, die bij de wijding des vuurs zijn voorgeschreven, begeeft de Diaken zich met een drietakkige kaars in de hand, waarvan eene aan het nieuw gewijde vuur ontstoken is, naar het Altaar; eerst echter knielt hij drie maal, eens achter in de kerk, eens in het midden, en eens vóór het Altaar, terwijl tevens bij de tweede en derde knieling de tweede en derde kaars is aangestoken, — en zingt, op telkens hooger toon; Het licht van Christus, waarop het koor antwoordt: Gode zij dank.

Deze drietakkige kaars is een zeer duidelijk zinnebeeld der H. Drievuldigheid, die één is in hare natuur, en drievuldig in personen, en aan wie op dit uur voor het groote werk der verlossing aldus onzen dank wordt gebracht. Deze handeling verbeeldt ons tevens, dat door Christus dit verheven en ondoorgrondelijk geheim, dat aan de oudvaderen slechts onduidelijk was te kennen gegeven, duidelijk en klaar is geopenbaard.

Thans volgt de plechtige

Wijding der Paaschkaars.

Elke wijding, die in de kerk plaats heeft, geschiedt steeds door den Priester of door den Bisschop. De wijding echter der Paaschkaars op Paasch-Zaterdag geschiedt bij uitzondering door een Diaken; voor het geval dat er geen Diaken aanwezig is, door een priester, die voor Diaken fungeert. Dit gebruik heeft zijne beteekenis: de Apostelen namelijk verbeelden de hoogere orden der Geestelijkheid, de Priesters en de Bisschoppen: bij de begrafenis echter zien wij geene Apostelen aanwezig, en ook bij de Verrijzenis waren het niet de Apostelen, die de eerste tijding daarvan brachten, maar eenige godvruchtige vrouwen; — daarom

6

81

ocr page 92

PAASCH-ZATERDAG.

ook heeft de Kerk de wijding der Paaschkaais niet aan den Priester, maar aan een minderen dienaar overgelaten.

De Paaschkaars immers is het zinnebeeld vooral van Christus; nog niet ontstoken is zij een afbeeldsel van den gestorven Christus in het graf; ontstoken stelt zij ons den met glans en heerlijkheid verrezen Zaligmaker voor. Te gelijk echter kunnen wij in de Paaschkaars eene afbeelding zien van de vuurkolom, die de kinderen Israels in de woestijn beveiligde tegen Pharao en zijne legers, die hun gestadig voorafging en den weg wees, langs welken zij het beloofde land moesten binnentrekken; welke vuurkolom daarenboven evenzeer eene voorafbeelding van Christus was.

Onder het zingen van het blijde en geestdriftvolle Exultet neemt de Diaken de vijf gewijde wierookkorrels, en steekt die kruisgewijze in de Paaschkaars, om ons de vijf wonden, die de Zaligmaker aan het kruis ontving, en die Hij in zijn verheerlijkt lichaam heeft willen behouden, af te beelden, en aan de godvruchtige vrouwen te herinneren, die kostbare kruiden ter balseming van Jesus' lichaam hadden bereid. Vervolgens ontsteekt hij haar aan de drietakkige kaars, om ons aan te duiden hoe het voor ons menschgeworden Woord van alle eeuwigheid voortkomt van den Vader, en één in wezen is met den Vader en den H. Geest.

De Paaschkaars wordt later geplaatst aan den Evangeliekant, om daar te blijven tot op Hemelvaartsdag, even als Jesus van den dood verrezen, nog veertig dagen op aarde heeft doorgebracht, vóór Hij met ziel en lichaam ten hemel voer.

82

Hierna verricht de Priester

Be plechtige wijding van het Doopwater. Oudtijds werden op dezen dag de nieuwbekeerden

ocr page 93

PAASCH-ZATERDAG.

dooi- het H. Sakrament des Doopsels als kinderen der Kerk aangenomen. Van daar dat ook heden de plechtige wijding van het Doopwater of van de Doopvont plaats heeft. Gewis, de Kerk kon geen geschikter dag daartoe uitkiezen, dan den dag, die voor Christus de overgang was van den dood tot de heerlijkheid, even als voor de zondaar het H. Doopsel de overgang is van den dood der zonde tot een nieuw leven van genade en daarna van heerlijkheid.

Vóór de wijding der Doopvont worden eerst twaalf Profetiën uit het Oude Verbond gelezen, die eertijds als zoovele voorbereidende onderrichtingen dienden, voor de nieuwbekeerden, die het H. Doopsel zouden ontvangen. Daardoor wil de Kerk ons leeren, dat al de voorzeggingen van het begin der wereld af, betreffende den Messias gedaan, vervuld en bewaarheid zijn geworden. Twaalf in getal herinneren zij te gelijk aan de twaalf artikelen des Geloofs, waarmede zij overigens eenige overeenkomst hebben.

Processiesgewijze begeeft zich, na lezing dier Profetiën, de Priester naar de Doopvont, terwijl de Paaschkaars wordt vooruitgedragen, ter herinnering aan de vuurkolom, die den Israëlieten den weg wees door de woestijn, en aan Jesus Christus, die ook ons door zijn woord en voorbeeld den weg leert door de woestijn dezer wereld, gelijk Hij van zich zeiven getuigt: Ik hen de weg, de maarheid en het leven.

Onder de gebeden, die de Priester bij de wijding des Doopwaters uitspreekt, zien wij hem verschillende handelingen verrichten, welke allen hare bijzondere betee-teekenis voor ons hebben. Zoo verdeelt hij het water eerst kruisgewijze, om aan te toonen, hoe het alleen door de verdiensten des gekruisten Verlossers is, dat het water de kracht erlangt om de ziel te reinigen. — Dan raakt hij het aan met de vlakke hand, om te beteekenen, dat even als de Geest Gods bij de Schepping over de wateren zweefde (Gen. I), Hij ook zoo over het Doop-

83

ocr page 94

paasch-zaterdaö.

84

water en over den gedoopte moge zweven. — Hij maakt drie kruisen over het water, ter eere der drie Goddelijke Personen der H. Drievuldigheid, en scheidt het in vier deelen, naar de vier hoeken der wereld, om aan het woord des Zaligmakers, door Hem tot zijne Apostelen gesproken, te herinneren: Gaat en leert alle volken, hen doopende in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes, immers niet één volk alléén, maar alle volken, over alle deelen der wereld verspreid, wil Christus de genade van Zijnen dood en Zijne verrijzenis door het H. Doopsel doen deelachtig worden. — Driemaal ademt hij kruisgewijze over het water, om zoo zinnebeeldig de werking des H. Geestes voor te stellen, even als Jesus dit over Zijne Apostelen deed, toen Hij hun zeide: Ontvangt den H. Geest. — Hij steekt daarna tot driemaal, telkens dieper, de Paaschkaars in de Doopvont, laat die dan in het water staan, en ademt nog eens driemaal over het water, waarna hij die weder daaruit neemt. Deze drievoudige indompeling en ademing wordt ons verklaard door de woorden zeiven, die de Priester daarbij uitspreekt: Dat de kracht van den H. Geest in de volheid dezer vont neder dale, en Hij geve aan de geheele zelfstandigheid van dit water de vruchtbare kracht ter wedergeboorte. Door den verrezen Jesus immers, dien de Paaschkaars verbeeldt, is de H. Geest over de Apostelen gezonden, en door Zijne verdiensten ook wordt de genade des H. Geestes door het H. Sakrament des Doopsels ons gegeven. — Met het nieuwgewijde water besproeit voorts de Priester al het aanwezige volk, en wij kunnen ons daarbij zeer geschikt herinneren, hoe ook wij eens door dit water van de erfzonde zijn gereinigd, opdat wij op dit oogen-blik vooral voor die groote genade aan God onzen ver-schuldigden dank bewijzen, en de daarbij gedane beloften vernieuwen. — Van dit water wordt een gedeelte afgezonderd, dat uitsluitend voor Doopwater moet dienen, en in dit afgezonderd gedeelte worden de HH. Oliën

ocr page 95

PAASCH-ZATERDAG.

gemengd, op Witten Donderdag door den Bisschop gewijd, terwijl het overige tot het gewone gebruik der geloovigen bestemd blijft. Deze inmenging der HH. Oliën geschiedt om ons nog duidelijker en gevoeliger de bijzondere werking des H. Geestes, Zijne kracht en Zijne vertroosting te kennen te geven; — immers het H. Doopsel vereenigt in zich de genade ter reiniging van zonde, met de genade om het geloof met moed en standvastigheid te belijden, aangeduid door de olie en den balsem.

Na al deze handelingen keert de Priester naar het Altaar terug, onder het zingen der Litanie, en blijft aldaar eenigen tijd met het aangezicht ter aarde liggen, om in deze nederige houding God te danken voor Zijne weldaden, en Zijne genade door de voorspraak der zegevierende Kerk in den Hemel voor de nieuwe leden der strijdende Kerk af te smeeken.

Intusschen worden de kaarsen op het Altaar ontstoken en begint

De plechtige H. Mis van Paasch-Zaterdag.

Wij herinneren hier nogmaals wat wij vroeger reeds hebben opgemerkt, dat namelijk bij de oorspronkelijke instelling, dit H. Misoffer in den vroegen morgen van Paasch-Zondag, op het uur zelf der Verrijzenis, werd opgedragen. Inderdaad, alles wijst ons daarin op den verrezen en verheerlijkten Verlosser. Het Altaar is rijk en prachtig versierd; de Priester is in feestgewaad gekleed; het blijde Gloria in excelsis wordt weder aangeheven, de houten ratel is weer geweken voor de Altaarschellen, en de welluidende toonen van het orgel vereenigen zich met de klokken der kerk, om luide en overal de blijde mare te verkondigen: De Heer is verrezen. Na den Epistel hoort men weer en herhaaldelijk den zegekreet, sedert zoo langen tijd niet vernomen: Alleluia. De vredekus wordt heden niet gegeven, omdat

85

ocr page 96

PAASCH-ZATERDAG.

Christus dien nog niet aan zijne leerlingen gegeven heeft. Op het einde der Mis worden de Vespers gezongen, en met een herhaald Alleluia, Alleluia wordt de plechtigheid geëindigd.

Stemmen ook wij, met verhoogde gevoelens van godsvrucht, met de blijde vervoering in, die in deze plechtige stonde de Kerk vervult; aanbidden wij den verrezen Verlosser; wiens verheerlijkte Opstanding niet alleen de bevestiging is van zijne Godheid en bijgevolg van ons Geloof, maar tevens ons tot een zeker onderpand verstrekt, dat ook wij eens ten leven en ter onsterfelijkheid verrijzen zullen; — zoo wij hier althans met Hem aan de zonde sterven, den ouden mensch met zijne boosheid afleggen, en met Hem een nieuw leven van heiligheid en reinheid beginnen !

PLECHTIGHEDEN EN GEBEDEN op Paasch-Zaterdag,

getrokken uit het Bomeinsch Missaal.

Aanmerking. Wanneer er niet meer dan één Priester aanwezig is om de plechtigheden te verrichten, wordt alles wat het Missaal aan zijne Assistenten voorschrijft, natuurlijk door hem verricht op dezelfde wijze als dit hier is voorgeschreven.

86

ocr page 97

PAASCH-ZATERDAG.

87

De Priester met zijne Assistenten begeeft zich ter plaatse waar liet nieuwe vuur zal gewijd worden, en begint onmiddellijk-.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

T^eus, qui per Filium tuum, ■quot; angulareni scilicet lapi-dem, claritatis tuac ignera fidelibus contulisti: pro-ductum e silica, nostris profutarum usibus novum liuuc igiiem sanctiffica: et concede nobis, ita per hsec festa Paschalia crelestibus desideriis iuflamari, ut ad perpetuae claritatis, puris meutibus, valeanius festa pertiugere. Per eumdem Christum Dominum uostrum.

R. Amen.

Oremus.

Domine Deus, Pater oni-nipoteus, lumen indeficieus, qui es conditor omnium luminum: benefdic boe lumen, quod a te sanctifica-tum atque benedictum est, qui illiuninasti omnem mun-dum: ut ab eo litmine ac-cendamur, atque illumine-mur igne claritatis tua;: et sicut illuminasti Moysen exeuntem de iEgypto, ita illumines corda et sensus nostros: ut ad vitam et lucem seternam pervenire mereamur. Per Christum Dominum nostrum.

R. Amen.

Oremus.

Domine sancte. Pater om-

V. De Heer zij met u. R. Eu met uweu geest.

Laat ons bidden.

Q God, die door Uweu Zoon, die namelijk de hoeksteen is, aan de geloovigeu het vuur uwer heerlijkheid hebt verstrekt; heiflig dit nieuwe vuur, dat uit een keisteen is voortgebracht, om tot ons

februik te dieneu: en verleen ons, at wij door dit Paaschfeest zoo in hemelsche begeerten mogen ontstoken worden, dat wij, uiet een zuiver hart, tot het feest dei-eeuwige heerlijkheid mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer.ebruik te dieneu: en verleen ons, at wij door dit Paaschfeest zoo in hemelsche begeerten mogen ontstoken worden, dat wij, uiet een zuiver hart, tot het feest dei-eeuwige heerlijkheid mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer.

R. Amen.

Laat ons bidden.

O Heer God, almachtige Vader, onbederfelijk Licht, die de Schepper zijt van alle licht: zefgeu dit licht, dat door U, die de ge-heele wereld verlicht hebt, is geheiligd en gezegend: opdat wij door dat licht ontstoken en door het vnur Uwer heerlijkheid mogen verlicht worden: en, even als gij Moyses, bij zijn uitgang uit Egypte verlicht hebt, verlicht ook zoo onze harten en onze zinnen: opdat wij tot het eeuwige leven en licht verdienen te komen. Door Christus onzen Heer.

R. Amen.

Laat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Va-


ocr page 98

PAASCH-ZATERDAG.

88

der, eeuwige God: gewaardig U ons Uwe medewerking te ver-leenen, terwijl wij dit vuur üe-geneu in Uweu naam, en indien van Uwen Eeniggeboren Zoon, onzen God en Heer Jesus Christus, en iu dien van den H. Geest: en bescherm ons tegen de vurige pijlen des vijands, en verlicht ons door Uwe hemelsche genade. Die leeft en heerscht met denzelfdeu Uweu eeniggeboren Zoon en den H. Geest; God door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

uipotens, seterne Deus, bene-dicentibus nobis liunc ignem in nomine tno, et unigeuiti Filii tui Dei ac Domiui nostri Jesu Christi, et Spiritus saucti, cooperari dig-neris: et adjuva nos contra ignita tela inimici, et illus-tra gratia cnelesti. Qui vivis et regnas cuin eodem Uni-

Ïenito tuo, et Spiritu sancto, gt;eus, per omnia stccula sseculorum.enito tuo, et Spiritu sancto, gt;eus, per omnia stccula sseculorum.

B. Amen.


Vervolgens wijdt hij de vijf wierookkoneU mor de Pamchkaars:

Wij bidden U, almachtige God, laat Uweu zefgen in ruime mate over deze wierook nederkomen, en ontsteek Gij, ouzichtbare Herschepper, liet licht in dezen nacht: opdat niet alleen het offer, dat U dezen nacht is opgedragen, schittere door de geheime vermenging van U w licht; maar dat ook overal, waar iets van dit geheiligde en geheimvolle licht wordt aangebracht, de boosheid der duivelsche listen worden uitgedreven, en de kracht Uwer heerlijkheid aanwezig zij. Door Christus onzen Heer.

11. Amen.

Veniat, qusesumus, oinni-poteus Deus, super hoe mcensutn lurga tua; bene-f dictionis infusio: et hunc nocturnum splendorem, in-visibilis regeuerator,accende: ut non solum sacriöcium, quod hac nocte litatum est, arcana luminis tui admix-tione refulgeat; sed in quo-cumque loco ex hujus sanc-tilicationis inysterio aliquid fuerit deportatum, expulsa. diabolicae fraudis nequitia, virtus tuse Majcstatis assi-stat. Per Christum Dominum nostrum.

K. Amen.


Daarna wordt er iets van het gewijde vuur iu het wierookvat gelegd; en de wierook wordt als uaar gewooute gezegend. De Priester besproeid vervolgens de wierookkorrels eu het vuur driemaal met gewijd water, terwijl hij zegt; Asperges me, Douiiue, Gij zult mij besproeien, o Heer; en bewierookt beideu driemaal.

ocr page 99

PAASCH-ZATERDAG.

Al«dan worden alle lichteu in de kerk uitgedaan, en de Piaken neemt eene drietakkige kaars, waarvan hij eene aansteekt, en knielt, terwijl hij de drietakkige kaars in de hoogte houdt, met alle overige dienaren aan den ingang der kerk neder, en zingt;

Lumen Cliristi. . Het licht vau Christus.

R. Deo gratias. | li. Gode zij dauk.

lu het midden der kerk woidt de tweede kaars aangestoken, de Diaken knielt op nieuw, en zingt op een weinig hooger toon hetzelfde.

Zoo doet hij ook ten derde male voor het Altaar, waar de derde kaars wordt ontstoken.

Dan gaat de Priester naar het Altaar aan den Epistelkant, en de Diaken vraagt den zegen aau den Priester, welke deze hem geeft, zeggende:

89

Dominus sit in corde t.uo et in labiis tuis, ut digne et competenter aimunties suum Paschale praeconium. In nomine Patris, et Filiif, et Spiritus sancti. Amen.

De Heer zij in uw hart en op uwe lippen, opdat gij waardiglijk en naar behooren zijnen Paasch-lof moogt verkondigen; in den naam des Vaders, en des Zoons j-, en des H. Geestes. Amen.


Alsdan, terwijl allen dctc Diaken het volgende;

Exultet jam angelica turba ccelorum: exultent divina mysteria; et pro tanti Regis victoria, tuba insonet salu-taris. Gaudeat et tellus tan-tis irradiata fulgoribus; et aeterni Regis splendore illustrata, totius orbis se sentiat amisisse caliginem. Laetetur et mater Ecclesia, tanti luminis adornata fulgoribus: et niagnis populorum vocibus hsec aula resul-tet. Qua propter adstantes vos fratres charissimi, ad tam miram lm jus sancti lu-

gelijk bij het Evangelie, zegt de

Dat nu het koor der Engelen in den hemel zich verblijde! Dat de goddelijke geheimen met blijdschap worden gevierd! En dat de bazuin des heils ter eere van de zegepraal van den zoo grooteu Koning haar feesttoon doe hooren! Dat ook de aarde zich verheuge, bestraald als zij wordt door zulk een schitterenden glans: en dat zij gevoele, verlicht als zij is door den luister des eeuwigen Konings, dat zij van de overal heerschende duisternis is ontheven! Dat ook onze moeder de Kerk zich verheuge, getooid als zij is door den


ocr page 100

PAASCH-ZATERDAG.

90

luister vau een zoo groot licht: en dat deze tempelruimte weer-klinke vau de luide jubelzangen der volken!

Daarom, allerliefste Broeders, die liier bij de wonderbare klaar-lieid van dit heilig licht tegenwoordig zijt, smeekt, bid ik u, met mij vereend, de barmhartig-lieid af van den Almachtigen God; opdat Hij, die zich gewaardigd heeft mij onverdiend onder het1 getal der Levieten op te nemen, de klaarheid Zijns lichts over mij uitstorte, en mij den lof dezer Paasehkaars doe voleindigen. Door onzen Heer Jesus Christus, Zijnen Zoon, die met Hem leeft, en heerscht in de eenheid des H. Geestes. Door alle eeuwen der minis claritatem, una me-cum, quseso, Dei omnipo-tentis misericordiam invo-cate. Ut qui me, non meis meritis, intra Levitarum numerum dignatus est ag-gregare, luminis sui claritatem infundens, cerei hujus laudem implere perficiat. Per Dominum nostrum Je-sum Christum Filium suum, qui cum eo vivit et regnat in unitate Spiritus sancti Deus.

V. Per omnia saxula sseculorum.


eeuwen.

R. Amen.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

V. Heft uwe harten omhoog!

R. Wij hebben ze omhoog geheven tot den Heer.

V. Danken wij den Heer onzen God.

R. Dit is waardig en rechtvaardig.

TTTaa.rli.ik het is waardig en '' rechtvaardig, dat wij den on-zichtbaren God, den almachtigen Vader, en Zijnen eeniggeboren Zoon Jesus Christus, uit geheel ons hart en geheel onze ziel, in onze zangen verheerlijken. Hij toch is het, die aan den eeuwigen Vader voor ons de schuld van Adam voldaan heeft; en die met Zijn dierbaar bloed den ouden

R. Amen.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

V. Sursum corda.

R. Habemus ad Dominum.

V. Gratias agamus Domino Deo nostro.

R. Dignum et justam est.

VjiREjiRE dignum et justum est, invisibilem Deum Patrem omnipotentem, Filiumque ejus unigenitum Dominum nostrum Jesum Christum, toto cordis ac mentis effectu, et vocis ministerio perso-nare. Qui pro nobis arterno Patri Adse debitnin solvit, et veteris piaculi cautionem pio cruore detersit. Hfco


ocr page 101

PAASCH-ZATERDAG.

91

sunt euim festa Paschalia, in quibus verus ille Agnus occiditnr, cujus sanguine

ëistes fldelium conseorantur. eec nox est, in qua pri-nmm patres nostros filios Israel eduotos de iEgypto, mare Rubrum sicco vestigio transire fecisti. Hsec igitur nox est, nu» peccatorum tenebras columna; illumina-tione purgavit. Haec nox est, quae Tiodie per universum mundum in Christo creden-tes, a vitiis sueouli et cali-gine peccatorum segregatos, reddit grati», sociat sanoti-tati. Ha;c nox est, in qua destructis vinculis mortis, Christus ab inferis victor ascendit. Nihil enim nobis nasci profuit, nisi redimi profuisset. ü mira circa nos tufe pietatis dignatio! O insestimabilis dilectio chaii-tatis! ut servum redimeres, Filium tradidisti. O certe necessarium Ada; peccatum, quod Christi morte deletum est! O felix culpa, quae talem ac tantum meruit habere redemptorem!- O vere beata nox, qua; sola meruit scire tempus et horam, in qua Christus ab inferis re-surrexit! H«c nox est, de qua scriptum est: Et nox sicat dies illuminabitur; et: Nox illuminatio mea in deliciis meis. Hujus igitur sanctiücatio noctis fu-gat scelera, culpas lavat, et schuldbrief heeft uitgewischt! Dit toch is het Paaschfeest, waarop dat waarachtig Lam geslacht wordt, welks bloed de deuren der geloovigeu heeft geheiligd! 't Is in dezen nacht, dat Gij eertijds onze vaderen, de kinderen Israels, uit Egypte hebt gevoeld, en droogvoets door de Roode Zee geleid hebt! 't Is alzoo deze nacht, die de duisternis der zonden door de lichtkolom heeft verdreven! 't Is deze nacht, die heden over geheel de aarde, hen die in Christus gelooven, van de boosheid der wereld en de duisternis der zonden bevrijdt, en hen aan de genade wedergeeft, en der heiligheid doet deelachtig worden! 't Is in dezen nacht, dat Christus de boeien des doods verbroken heeft, en als overwinnaar uit het graf is opgestaan! Niets toch baatte het ons geboren te zijn, indien wij niet het geluk gehad hadden vrijgekocht te worden. O wonderbare werking Uwer goedheid jegens ons! O onwaardeerbare liefde: om den slaaf vrij te koopen, hebt Gij den Zoon overgeleverd !istes fldelium conseorantur. eec nox est, in qua pri-nmm patres nostros filios Israel eduotos de iEgypto, mare Rubrum sicco vestigio transire fecisti. Hsec igitur nox est, nu» peccatorum tenebras columna; illumina-tione purgavit. Haec nox est, quae Tiodie per universum mundum in Christo creden-tes, a vitiis sueouli et cali-gine peccatorum segregatos, reddit grati», sociat sanoti-tati. Ha;c nox est, in qua destructis vinculis mortis, Christus ab inferis victor ascendit. Nihil enim nobis nasci profuit, nisi redimi profuisset. ü mira circa nos tufe pietatis dignatio! O insestimabilis dilectio chaii-tatis! ut servum redimeres, Filium tradidisti. O certe necessarium Ada; peccatum, quod Christi morte deletum est! O felix culpa, quae talem ac tantum meruit habere redemptorem!- O vere beata nox, qua; sola meruit scire tempus et horam, in qua Christus ab inferis re-surrexit! H«c nox est, de qua scriptum est: Et nox sicat dies illuminabitur; et: Nox illuminatio mea in deliciis meis. Hujus igitur sanctiücatio noctis fu-gat scelera, culpas lavat, et schuldbrief heeft uitgewischt! Dit toch is het Paaschfeest, waarop dat waarachtig Lam geslacht wordt, welks bloed de deuren der geloovigeu heeft geheiligd! 't Is in dezen nacht, dat Gij eertijds onze vaderen, de kinderen Israels, uit Egypte hebt gevoeld, en droogvoets door de Roode Zee geleid hebt! 't Is alzoo deze nacht, die de duisternis der zonden door de lichtkolom heeft verdreven! 't Is deze nacht, die heden over geheel de aarde, hen die in Christus gelooven, van de boosheid der wereld en de duisternis der zonden bevrijdt, en hen aan de genade wedergeeft, en der heiligheid doet deelachtig worden! 't Is in dezen nacht, dat Christus de boeien des doods verbroken heeft, en als overwinnaar uit het graf is opgestaan! Niets toch baatte het ons geboren te zijn, indien wij niet het geluk gehad hadden vrijgekocht te worden. O wonderbare werking Uwer goedheid jegens ons! O onwaardeerbare liefde: om den slaaf vrij te koopen, hebt Gij den Zoon overgeleverd !

O zeker noodzakelijke zonde van Adam, welke door Christus' dood is vernietigd! O gelukkige schuld, die zulken en zoo grootcn Verlosser heeft verdiend! O waarlijk zalige nacht, die alleen verdiend heeft tijd en uur te kennen, waarop Christus uit het graf is opgestaan! 't Is deze nacht, van welken geschreven staat: £n de nacht zal helder worden gelijk de


ocr page 102

PAASCH-ZATERDAG.

92

dag; en de nacht zal mij tot verlichting zijn in mijne vermaken! Deze heilige nacht dan ook verjaagt de misdaad, wascht de schulden af, en geeft de onschuld weder aan die gevallen zijn, en hlijdscliap aan de droevigen. Hij verbant den haat, bewerkt eendracht en onderwerpt de koninkrijken.

reddit innocentiam lapsis et moestis Isetitiam. Fugat odia, concordiam parat, et curvat imperia.


De Diaken steekt kruisgewijze de vijf wie rook korrels in de Paaschkaars :

Neem dan ook, o Heilige Vader, in dezen genadevollen nacht, het avondoffer van dezen wierook, het werk der bijen, aan, wat de Kerk, door de handen harer dienaren U in deze plechtige opdracht der Paaschkaars aanbiedt. Maar nu kennen wij deu lof dezer kolom, die God ter eere door het glinsterend vuur wordt ontstoken.

In hujus igitur noctis gratia, suscipe, sancte Pater, incensi hujus sacrificium vespertinum, quod tibi in hac cerei oblatione solemui, per ministrorum manus, de operibus apum saerosancta reddit Ecclesia. Sed jam colnmnge hujus pra'.conia uo-vimus, quam in honorem Dei rutilans ignis accendit.


De Diaken steekt de Paaschkaars aan:

Dat, hoe ook in deelen verdeeld, nochtans geen verlies ondergaat door het inededeelen vau van zijn licht. Want het wordt

fevoed door het smeltende was, at de vruchtbare bij als bestanddeel van dezen. kostbaren fakkel heeft voortgebracht.evoed door het smeltende was, at de vruchtbare bij als bestanddeel van dezen. kostbaren fakkel heeft voortgebracht.

Qui licet sit divisus in partes, mutuati tamen lu-rainis detrimenta non novit. Alitur enim liquantibus ceris, quas in substantiam pretiosse hujus lampadis apis mater eduxit.


Thans worden de lampen ontstoken-.

O waarlijk zalige nacht, die de O vere beata nox, qua; Egvptenaren heeft uitgeplunderd, exspoliavit iEgyptios, dita-de Hebreeuwen heeft rijk gemaakt! vit Hebrseeos? Nox in qua

ocr page 103

PAASCH-ZATERDAG.

93

terreuis coelestia, hamanis divina janguntur! Oram as ergo te, Domiue. ut cereus iste, in honorem tui nomiiiis cousecratas, ad noct.is hujus caligineni desti-uendam, in-deficiens perseveret, et in odorem suavitatis acceptus superuis luminaribus rais-ceatur. Flammas ejus lucifer matutinus iuveniat: ille, in-quam, luciferi qui uescit occasum; ille qui regressus ab inferis, hutnano geueri sereuus illuxit. Precamur ergo te, Domiue, ut nos famulos tuos, omnemque cleruin, et devotissiinum po-pulum, uua cum beatissimo Papa uostro N..., et Autis-tite uostro N..., quiete tein-porum concessa, iu his Paschalibiis gaudlis, assidua proteotione regere, guber-nara et couservare digueris. Respice etiara ad devotissiinum Iraperatorem nostrum N. cujus tu Deus desiderii vota prsenosoens, ineffabili pietatis et Mise-ricordite tuse munere tra-quillum perpetu» pacis ac-coraoda et coelestem victo-riam cura omni populo suo. Per Dominum nostrum Je-sum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus sanoti Deus, per omnia ssecula ssec ulorum.

Jft. Amen.

O nacht, waarin het hemelsche met het aardsche. het mensche-lijke met liet goddelijke wordt vereenigd! Wij bidden U dan, o Heer, dat deze Paaschkaars, die ter eere vau Uwen naam gewijd is, om de duisternis vau dezen nacht te verdrijven, onverzwakt voortdure, iu ecu aangenaineu geur worde aangenomen, en met de hemellichten vermengd worde ! De morgenster vinde hare vlam ontstoken! Die morgenster namelijk, welke geen ondergang kent! Die, welke weder opgestaan uit het graf, met helderheid het menschdom verlicht. Wij bidden TJ dan, o Heer, dat Gij U ge-waardigt vrede te verlecnen iu onze dagen, en ous, uwe dienaren, en de gansche geestelijkheid, en het zeer godvruchtig volk, tegelijk met onzen allerheiligsten Paus N. en onzen Bisschop N., in deze Paaschvreugde, voortdurend te beschermen, te bestieren, te leiden en te bewaren. Zie ook neder op onzen allergodvruchtigsten Keizer N., en Gij, o God, die zijne wen-schen en verlangens kent, verleen hem door Uwe onuitsprekelijke goedertierenheid en barmhartigheid, voortdurend rust en vrede, en de hemelsche zegepraal met gehsel zijn volk. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.


ocr page 104

PAASCH-ZA.TERDAG.

94

Daarna leest de Priester aan den Ejiistelkant de volgende Profetién;

Eerste Profetie. — Gen., 1.

Inn liet begin schiep God hemel en aarde. De aarde uu was woest en ledig, eu duisternis was er over de oppervlakte des afgronds: cn de Geest Gods zweefde over de wateren. En God sprak: Er zij licht. En er was licht. En God zag dat het licht goed was, en scheidde het licht van de duisternis. En hij noemde het licht, dag, en de duisternis: uacht, en er was een avond en een morgen, één dag. Ook sprak God; Er zij een uitspansel in het midden der wateren, en het scheide de wateren van elkander. Eu God maakte het uitspansel, en scheidde de wateren, die onder het uitspansel waren, van die, welke boven het uitspansel waren. En het was alzoo. En God noemde het uitspansel; hemel: en er was een avond en een morgen, de tweede dag. Maar Godzeide; dat de wateren, die onder den hemel zijn, zich vergaderen op eene plaats, en het drooge te voorschijn kome. En het was alzoo. En God noemde het drooge: aarde, en de vergaderde wateren noemde Hij zeeën. En God zag dat het goed was. En Hij zeide: Dat de aarde groen en zaadgevend gewas voort-brenge, en vruchtbooraen, die naar hunne soort vruchten geven, en die in zich zeiven hun zaad hebben op de aarde. En het was alzoo. En de aarde bracht groen

Tn prineipio creavit Deus ■ coelum et terrain, terra autem erat inanis et vacua, et tenebrse erant super faciem abyssi; et Spiritus Dei ferèbatur super aquas. Dixitque Deus: fiat lux Et facta est lux. Et viditDeus lucem quod esset bona; et di-visitlucematenebris. Appel-lavitque lucem, Diem; et te-nebras Noctem. Pactum que est vespere et mane, dies unus Dixit quoque Dens; Fiat firmamentum in medio aqua-rum, et dividat aquas ab aquis. Et fecit Deus firma-mentum, divisitque aquas qua! erant sub firmamento ab his qu® erant super firmamentum. Etfactum est ita. Vocavitque Deus firmamentum Coelum; et factum est vespere et maue, dies secundus. Dixit vero Deus: Congregentur aquae quae sub coelo sunt, in locum unum: et appareat arida. Et factum est ita. Et vocavit Deus aridam, Terram, congrega-tionesque aquarum appella-vit Maria. Et vidit Deus quod esset bonum. Et ait: Germinet terra herbam vi-rentem, et facientem semen, et lignum pomiferum faciens fructum juxta genus suura, cujus semen in semetipso


ocr page 105

PAASCH-ZATERDAG.

95

sit super terrain. Et factum est it,a. Et protulit terra lierbam virentem, et facien-tem seraen juxta genus suum, lignumque faciens fruotuin, et habens unura-quodque sementeiu secundum speciem suam. Et vidit Deus quod esset bouum. Et factum est vespere et mane, dies tertius. Dixit auteni Dens: Eiant lumi-naria in firmamento cneli, et dividant diem ac noetem, et siut in signa et tempora, et dies et annos; ut luceant in firmamento coeli, et iliu-miuent terram. Et factum est ita. l'ecitque Deus duo luramaria magna: luminare majus, nt pracesset diei; et luminare minus, ut prseesset nocti: et stellas. Et posuit eas in flrraamento cneli, ut lucerent super terram, et praesseut diei ac nocti, et dividerent lucem ac tene-hrus. Et vidit Deus quod esset bonum. Et factum est vespere et mane, dies quar-tus. Dixit etiam Deus; Pro-ducant aqse reptile animae viventis, et volatile super terram sub firmamento coeli. Creavitque Deus cete grau-dia, et omnem animara vi-ventem atque motabilem, quam produxerant aqure in species suas; et omnc volatile secundum genus suum. Et vidit Deus quod esset bouum. Benedixitque eis.

en volgens zijn soort zaadgcveud gewas voort, en vruchtboomeu, dat ieder uaar zijn soort, zaad droeg. En God zag, dat liet goed was. Eu er was een morgen en een avond; de derde dag. Doch God sprak: Dat er lichteu z'iu aan liet uitspansel des hemels, en dat zij dag en nacht van elkander scheiden; en tot teekens zijnvau tijden, en dagen, en jaren; om te schijnen aan het uitspansel des hemels, en om de aarde te verlichten. En het was alzoo. En God maakte twee groote lichten, een grooter licht om over den dag, en een kleiner om gedurende den nacht te lichteu: eu de sterren. En Hij plaatste die aan het uitspansel des hemels, om de aarde te beschijnen, eu den dag en den nacht te verlichten, en het licht van de duisternis te scheiden. En God zag dat het goed was. En er was een morgen en een avond; de vierde dag. Ook sprak God: dat de wateren levend kruipend gedierte voortbrengen, en gevogelte op de aarde ouder het uitspansel des hemels. Eu God schiep groote zeevisschen, en allerlei levend en wemelend gedierte, dat de wateren naar hunne soort voortgebracht hadden; en allerlei gevogelte naar zijne soort. En Goa zag, dat het goed was. En hij zegende ze, en sprak; Groeit aan, en vermenigvuldigt u, en bevolkt de wateren der zee; en dat op aarde de vogelen zich vermenigvuldigen. En er was een morgen en een avond; de vijfde


ocr page 106

PAASCH-ZATERDAG.

96

dag. Ook sprak God: dat de aarde levende wezens voortbrenge naar hunne soort, vee en kruipend gedierte: en dieren des veids naar hunne soorten. En het was alzoo. En God maakte de dieren des velds naar hunne soorten, en het vee, en al het kruipend gedierte der aarde naar zijne soort. En God zag, dat het goed w^s, en sprak; Laat ons den raensch maken naar ons beeld en gelijkenis ; en dat hij heerschappij voere over de visschen der zee, en de vogelen des hemels, en de dieren, en de geheele aarde, en het kruipend gedierte, dat zich op den grond beweegt. En God schiep den mensch naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep hij hem; man en vrouw schiep hij hen. En God zegende hen cn sprak: Groeit aan en vermenigvuldigt n, en bevolkt de aarde, en onderwerpt haar, eu voert heerschappij over de visschen der zee, en de vogelen des hemels, en over alle dieren, die zich op aarde bewegen. En God sprak; Zie, ik heb u alle zaadgevende gewassen op aarde, en alle boomeu, die in zich zeiven het zaad hunner soort hebben, egeven, om u tot voedsel te ienen; eu aan alle dieieu der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het op den grond kruipend gedierte, dat ecne levende ziel heeft, om daarvan te eten. Eu het was alzoo. En God zag alles, wat Hij gemaakt had; en het was zeer goed. En er was een morgen en een avond: de dicens; Crescite et multi-plicamini, et replete aquas maris; avesque multipli-centur super terram. Et factnm est vespere et mane, dies quintus. Dixit quoque Deus: Producat terra ani-mam viventem in genere suo, jumenta, et reptilia, et bestias terrse secundum species suas. Eactumque est ita. Et fecit Deus bestias terra; juxta species suas, et jumenta, et omue reptile terr» in genere suo. Et vidit Deus quod esset bo-num; et ait: Eaeiamus hominem ad imaginem et si-militudinem nostram; et praait piseibus maris, et volatilibus coeli, et bestiis, universseque terra, omnique reptili quod movetur in terra. Et creavit Deus hominem ad imaginem suam ; ad imaginem Dei creavit illum, masculum et feminam creavit eos. Benedixitque illis Deus, et ait: Crescite et multiplicamini, et replete terram et subjicite eam, et dominamini piseibus maris, et volatilibus coeli et uni-versis animantibus quiu moventur super terram Dixitque Deus; Ecce dedi vobis omnem herbam aiïe-rentem semen super terraiu, et universa ligna quae habent in semetipsis sementem generis sui, ut sint vobis in escam, et cuuctis animan-


ocr page 107

PAASCH-ZATERDAG.

97

tibus terrte onmique volucri cceli, et universis qu» mo-ventur iu terra, et iu quibus est anima vivens, ut habeant ad vescenduru. Et factum estita. Viditque Deuscuncta qu£e fecerat, et erant valde bona. Et factum est vespere et mane, dies sextus. Igitur perfecti sunt coeli et terra, et omnis ornatus eorum. Complevit que Deus die septimo opus suuin quod fecerat ; et requievit die septimo ab universe opere quod patra rat.

Oremus.

Diaconus. Flectamus gc- ^ uua. Subdiaconu. Levate.

Deus, qui mirabiliter ] creasti hominem, et mira-bilius redemisti; da nobis, qusesumus, coutra oblecta-menta peccati, mentis ratione persistere, ut mereamur ad seterna gaudia pervenire. Per Donünum nostrum.

zesde dag. Zoo dan waren hemel en aarde, en al wat er in is, voltooid. Rn God eindigde den zevenden dag het werk, dat Hij gemaakt had; en Hij rustte den zevenden dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.

Laat ons bidden.

De Diakeu : Buigen wij de knieën. De Subdiaken : Staat op.

O God, die op eene wonderbare wijze den mensch geschapen, eu op nog meer wonderbare wijze hem verlost hebt; geef ons, bidden wij TJ, dat wij tegen de aanlokselen der zonde, door do inspraak van ons geweten standvastig blijven, opdat, wij verdienen tot de eeuwige vreugde te geraken. Door onzen Heer enz.


Tweede Profetie. — Gen. 5.

multiplicari super terrain, et filias procreassent, vi-dentes filii Dei filias homi-num quod essent pulchra;, acceperunt sibi uxores sx

TToe vero cum

rum esset annorum

aarde,

wekt,

dat de dochters der menschen schoon waren, en zij namen zicli die tot huisvrouwen, uit allen, 7

quingento : FTIoen nu Xoc vijfhonderd jareu lorum; ge-1 quot;oud was, gewon hij Sein, Cham nuit Sem, Cham et Japhet. ' en Japhet. En toen de menschen Cumque ccepissent homines talrijker begonnen te worden op

en dochters hadden verzagen de kinderen Gods,


ocr page 108

PAASCH-ZATERDAG.

98

welke zij verkozen. Eu God spr.ik; Mijn Geest, zal niet in eeuwigheid iu den mensch blijven, omdat hij vleesch is; en zijne dagen zullen ziju honderd en twintig jaren. In die dagen nu waren de reuzen op aarde. Want toen de kindereu Gods met de dochters der men-schen te saam geweest waren en deze gebaard hadden, waren het deze krachtige inauuen vau ouds vermaard. Toen God nu de groote boosheid der menscheu op aarde zag, eu dat al de gedachten hunner harten altijd tot het kwaad gericht waren, berouwde het Hem, dat Hij den mensch gemaakt had. En in het biuneust Zijns harten bedroefd, zeide Hij: Ik zal den mensch, dien Ik geschapen heb, van het aanschijn der aarde verdelgen, van af deu mensch tot de diereu, van af het kruipend gedierte tot de vogelen des hemels. quot;Want het berouwt Mij hen gemaakt te hebben. Doch Noë vond genade voor deu Heer. Deze zijn de afstammelingen van Noë; Noë was een rechtvaardig eu volmaakt man ouder zijne nakomelingen, hij wandelde met God. En hij gewon drie zouen; Sein, Chameu •Taphet. De aarde echter was bedorven in de oogen van God, en met boosheid vervuld. En toen God zag, dat de aarde bedorven was (want alle vleesch had zijnen weg op aarde bedorven), sprak Hij tot Noë: Het einde van alle vleesch is voor Mij aangebroken; de aarde is met boosheid vervuld voor hun uangezicht, eu Ik zal omnibus quas elegeraut. Dixitque Deus: Nou per-manebit spiritus mens in homine in a;ternuiu, quia caro eat; eruntque dies illius centum viginti anno-rum. Gigautes autem erant super terrain in diebus illis. Postquam enim iugressi sunt filii Dei ad filias hominum, illaque genuerunt, isti sunt potentes a sreculo viri fa-mosi. Videns autem Deus quod multa malitia hominum esset in terra, et cuncta cogitatio cordis intenta esset ad malum omni tempore, poenituit eum quod hominem fecisset in terra. Et tactus dolore cordis iutrinsecus: Delebo, inquit, hominem quem creavi, a facie terrse, ab homine usque ad animan-tia, a reptili usque ad volu-cres coeli. Pnenitet enim me fecisse eos. Noe vero inveuit gratiam coram Domino. Ha; sunt generationes Noe. Noe vii- justus atque perfectus fuit iu generatiouibus suis; cuiu Deo ambulavit. Et genuit tres Alios, Sem, Cham et Japhet. Corrupt,a est, autem terra coram Deo, et repleta est iniquitate. Cum-que vidisset Deus terram esse corruptam (omuis quippe caro corruperat viani suam super terram), dixit ad Noe; Finis uuiversfe carnis venit coram me; repleta est terra iniquitate a facie eo-


ocr page 109

PAASCH-ZATERDAG.

99

ilia qu» pneceperat illi Deus. •cum terra. Fac tibi arcam de lignis Isevigatis: raan-siunculas iu area facies, et bitumine linies iutrinsesecus et extrinsecus. Et sic facies •earn; Trecentorum cubito-rura erit longitudo arcae, ((uiuquaginta cubitorum latitude), et trigiuta cubitorum altitudo illius. Fenestram in area facies, et in cubito oonsummabis summitatem ejus: ostium autem arese I)oues ex latere, deorsum: crenacula et tristega facies iu ea. Ecce ego adducam aquas diluvii super terram, ut interficiam omnemcarnem iu qua spiritus vita; est subter coblum; universa qute in terra sunt consumentur. Ponamque foedus meum tecum; et ingredieris arcam tu, et filii tui, uxor tua, et uxores filiorum tuorum tecum. Et ex cunctis animan-tibus universa; carnis bina induces in arcam, ut vivaut tecum, masculini sexus et femiuini. De volucribus juxta genus suum, et de jumentis in genere suo, et ex omni reptili terrse secundum genus suum: bina de omnibus ingredientur tecum, ut possint vivere. Tolles igitur tecum ex omnibus escis qure mandi nossunt, et comportabis apud te; et eruut tam tibi quam illis in ■cibum. Fecit igitur Noe om-hen met de aarde vernielen. Maak u eene ark van geschaafd hout: in die ark zult gij hokken maken en van binnen en van buiten zult gij ze met pek bestrijken. En zóó zult gij haar maken: de lengte der ark zal driehonderd vademen zijn; de breedte vijftig vademen, en hare hoogte dertig vademen. Een venster zult gij in de ark maken, en een vadem hoog het dak optrekken: den ingang der ark zult gij bezijden brengen, beneden eetkamers en bovenver-blijven zult gij er in maken. Zie, Ik zal de wateren van den vloed op de aarde doen komen, om alle vleesch, dat levensgeest in zich heeft, onder den hemel, te verdelgen; alles wat op aarde is zal vergaan. En met u zal Ik een verbond aangaan; en gij zult in de ark gaan, en met u uwe zonen, uwe huisvrouw, en de huisvrouwen uwer zonen. En van alle dieren, die leven, zult gij er twee in de ark doen gaan, om met u in leven te blijven; een van het mannelijk en een van het vrouwelijk ge-i slacht. Van alle vogelen naar hunne soort, en van het vee naar zijne soort, en van al het kruipend gedierte der aarde naar zijne soort; van elk zal er een paar met u ingaan, om in leven te kunnen blijven. Gij zult dan ook van alle spijzen, die eetbaar zijn, nemen en met u voeren; en het zal u, zoowel als hen, tot voedsel dienen. Noë deed alzoo alles, wat God hem bevolen had. Hij was zes honderd jaren oud, toen de wa-


ocr page 110

PAASCH-ZATERDAG.

100

teren des vloeds de aarde overstroomden. Al de bronnen des grooten afgronds braken, en de sluizen des hemels opende zich: en het regende veertig dagen en veertig nachten op aarde. Op dien dag gingen Noë, en Sera, en Chain, en Japhet, zijne zonen, zijne huisvrouw, en de drie huisvrouwen zijner zonen met hen, in de ark ; zij en alle dieren naar hunne soort, en al het vee naar zijne soort, en al het op den grond kruipend gedierte naar zijne soort, eu al het gevogelte naar zijne soort. De ark nu dreef op de wateren. En de wateren groeiden zeer aan op aarde: en al de hooge bergen onder den ganschen hemel waren er mede bedekt. Vijftien vademen hoog kwam het water hoven de bergen, die liet bedekte. En alle vleeseh, dat op aarde leefde, stierf: het gevogelte, het vee, de dieren, en al het gedierte, dat op den grond kruipt. Noë echter, en die met hem in de ark waren, bleven alleen over op aarde. En de wateren bedekten de aarde honderd vijftig dagen. Toen gedacht God Noë, en al de dieren, en al het vee, dat met hem in de ark was, en Hij zond eenen wind over de aarde, en de wateren namen af. En de bronnen des afgronds en de sluizen des hemels werden gesloten: en de regeu viel niet meer van den hemel. En de wateren keerden heen- en wedervloeiend van de aarde terug : en na honderd en vijftig dagen begonnen zij te verminderen. En rum et ego disperdam eos Eratque sexcentorum anno-rura quando diluvii aqu® inundaverunt super terrain. Rupti sunt omnes fontei abyssi magna;, et catarac-tse coeli apertse sunt: et facta est pluvia super terrain quadraginta diebus et qua-draginta noctibus. In arti-culo diei illius ingressus est Noe, et Sem, et Cham, et Japhet, filii ejus, uxor illius, et tres uxores filiorum ejus cum eis in arcam; ipsi et omne animal secundum genus suum, universaque ja-menta in genere suo, et omne quod movetur super terrain m genere suo, cuno-tumque volatile secundum genus suuin. Porro area ferebatur super aquas. £t aqua; praevaluerunt uimis super terram: opertique sunt omnes moutes excelsi sub universo eoelo. Qniu-decim cubitis altior fait aqua super montes, quos opevu-erat. Consumtaque est omnis caro quae movebatur super terram, volucrum, auiman-tium, bestiarum, omniumque reptilium quae reptant super terram. Remausit autem solus Noe, et qui cum eo eraut in area. Obtinueruut-que aqua; terram centum quinquaginta diebus. Recor-datus autem Deus Noe, cunctorumque animantium et omnium jiunentorium,


ocr page 111

[-ZATERDAG.

101

PAASCH'

quae erant cum eo ia area, adduxit, spirituin super ter-ram, et imminutse suut aqu®. Et clausi sunt fontes abvssi et cataractse cceli; et pro-liibit» sunt pluvia; decoelo. lleversseque sunt aqua; de terra euntes et redeuutes; et coeperunt minui post centum quinquaginta dies. Cumque transissent quadra-giuta dies, aperiens Noe fenestram are» quam fecerat, dimisitcorvum: qui egredie-batur, et nou revertebatur, donee siccarentur aquae super terram. Emisit quoque columbam post eum, ut videret si jam cessassent equse super faciem terrse. Qua; cum non invenisset ubi requiesceret pes ejus, reversa est ad eum in arcam; aquae enim erant super uni-versam terrain: extenditque manum, et apprehensam intulit in arcum. Exspectatis autem ultra septem diebus aliis, rursum dimisit columbam ex area. At illa venit ad eum ad vesperam, portans ramum olivae virentibus foliis in ore suo. Intellexit ergo Noe quod cessassent aquse super terram. Exspectavit-ue nihilominus septem alios ies: et emisit columbam, quae non est reversa ultra ad eum. Locutus est autem Deus ad Noe, dicens: Egre-dere de area, tu et uxor tua, filii tui ut uxores flliorum na veertig dagen opende Noe het venster, dat hij in de ark gemaakt had, en hij zond eeneu raaf uit, die uitging en niet terug kwam, tot de wateren op aarde waren opgedroogd. Na deze liet hij eene duif uit, om te zien of de wateren reeds van de aarde weg waren. Toen deze echter geeue plaats vond waar zij kon rusten, keerde zij tot hem terug in de ark: want de wateren waren over de geheele aarde; en hij stak zijue hand uit, greep ze en bracht ze weder in de ark. Toen hij nog zeven dagen langer gewacht had, zond hij weder eene duif uit de ark. Deze echter kwam des avonds tot hem terug, met een olijftak met groene bladereu in den bek. Daaruit begreep Noë, dat de wateren van de aarde weg waren. Hij wachtte nochtans weder zeven dagen: en toen zond hij eene duif uit, die niet tot hem wederkeerde. En God sprak alsdan tot Noë, en zeide: Ga uit de ark, gij en met u uwe huisvrouw, uwe zonen en de huisvrouwen uwer zonen. Laat alle dieren, die bij u zijn, van alle vleesch, zoowel vogels, als vee, en al het op den grond kruipend gedierte met u uitgaan, en betreedt de aarde: en

froeit aan en vermenigvuldigt u aarop. Noë dan ging uit, en met hem zijne zonen, zijne huisvrouw en de huisvrouwen zijner zonen. Maar ook alle dieren, al het vee, en al het op den grond kruipendroeit aan en vermenigvuldigt u aarop. Noë dan ging uit, en met hem zijne zonen, zijne huisvrouw en de huisvrouwen zijner zonen. Maar ook alle dieren, al het vee, en al het op den grond kruipend

fedierte naar zijne soort, ging uit e ark. Nu richtte Noë een altaar voor den Heer op: en hij namedierte naar zijne soort, ging uit e ark. Nu richtte Noë een altaar voor den Heer op: en hij nam


ocr page 112

PAASCH-ZATERDAG.

102

vau al het reine vee en gevogelte, en droeg brandoffers op het altaar op. En de Heer rook den aan-genamen geur.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, gij wiens kracht onveranderlijk is, en die het eeuwig licht zijt: zie gunstig neder op liet wonderbaar geheim Uwer gansche Kerk, en bewerk ongestoord, uit kracht uwer eeuwige beschikking het werk van 's men-schen zaligheid: en dat de geheele wereld ondervinden en zien moge, dat het neergeworpene opgericht, het verouderde vernieuwd en dat alles weder hersteld wordt door Hem, uit wien het zijn oorsprong heeft genomen: onzen Heer Jesus Christus Uwen Zoon, die met TJ leeft en heerscht, enz.

tuorum tecum. Cuncta ani-mantia (juse suut apud te, ex omma carue, tam iu volatilibus quam iu bestiis et universis reptilibus qua; reptant super terrain, educ tecum, et ingredimiui super terram; crescite et multi-plicamini super earn. Egres-sus est ergo Noe, et filü ejus, uxor illius, et uxores filiorum ejus cum eo. Sed et omniaanimantia, jumenta, et reptilia quae reptant super terram, secundum genus suum, egressa suut de area. iEdificavit autem Noe altare Domino, et tollens de eunctis pecoribus et volucribus mun-dis, obtulit holocausta super altare. Odoratusque estBo-miiius odorem suavitatis.

Oremus.

ïleotaraus genua.

R. Levate.

Deus incommutabilis virtus et lumen aeteruum, res-pice propitius ad totius Ecclesiae tuse mirabile sa-cramentum, et opus salutis humanfe perpetu» disposi-tionis effectu tranquillius operare: totusque mundus experiatur et videat dejecta engi, inveterata renovari, et per ipsum redire omnia in integrum, a quo sump-sere prmcipium, Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum. Qui tecum vivit et regnat.


ocr page 113

PAASCH-ZATERDAG.

103

Derde Profetie. — Gen. 22.

Tn diebus illis, ïentavit ■Deus Abraham, ex dixit ad eum; Abraham, Abraham. At ille respoudit; Adsum. Ait illi; Tolle filium tuum unigeuitum, quem diligis, Isaac, et vade in terrain Visionis: af que ibi offeres enm in holocaustum super unum montium quem mou-stravero tibi. Igitur Abraham de nocte consurgeus, stravit asinum suum, ducens secum duos juvcues, et Isaac filium suum ; eumque con-cidisset ligiia in holocaustum, abiit ad locum quem pra;ceperat ei üeus. Die autem tertio, elevatis oculis, vidit locum precul: dixitque ad pueros suos: Expectate hie cum asiuo: ego et puer illuc usque properantes, post-(juam adoraverimus, rever-temur ad vos. Tulitquoque ligua holocausti, et imposnit super Isaac filium suum: ipse vero portabat in mani-bus ignem et gladium. Cum-que duo pergerent simul; dixit Isaac patri suo: Pater mi. At ille respondit; Quid vis, fili ? Ecce, inquit, ignis et ligua: ubi est victima holocausti ? Dixit autem Abraham: Deus providebit sibi victimam holocausti, fili mi. Pergebaut ergo pariter, et venerunt ad locum quem ostenderat ei Deus, in quo

Tn die dagen beproefde God Abra-■ham en sprak tot hem; Abraham! Abraham! Eu deze antwoordde : Hier ben ik. Hij zeide hem r Neeni uw eeniggeboreuzoon Isaac, dien gij lief hebt, eu ga naar het land der Aanschouwing: en daar zult gij hem mij tot een brandoffer opdragen op een der bergen, weikeu ik u zal aanwijzen, j Alsdan stond Abraham in den naeht op, eu zadelde zijnen ezel; en hij ' nam twee dienaren eu zijnen zoon met zich mede, en nadat hij hout gehakt had voor zijn brandoffer, ging hij ter plaatse, waarheen God \ hem bevolen had. Op den derden ! dag nu, sloeg hij de oogeu op en ' zag de plaats van verre: eu hij sprak tot zijne dienaren: wacht hier 1 met den ezel: ik en mijn zoon \ zullen tot ginds voortgaan en na : aanbeden te hebben, tot u weder-' keeren. Ook nam hij het hout voor : het brandoffer, en legde het op zijnen zoon Isaac ; zelf droeg hij in zijne handen het vuur en een i zwaard. Terwijl nu beideu samen ' voortgingen, zeide Isaac tot zijn vader: Mijn vader! Endezeant-woorde; wat wilt gij, mijn kind! zie, zoo sprak deze, hier is wel

vuur eu hout: maar waar is het offerdier voor het brandoffer. Doch Abraham zeide: God zal zich wel een offerdier voor het brandoffer verschaffen, mijn zoon. Zij gingen dan te zamen verder, en kwamen ter plaatse, die God hun aangewezen had; en daar richtte hij


ocr page 114

l'AASCH-ZATERDAG.

104

eeu aU.aar op, eu plaatste er het hout op: en hij bond zijnen zoon Isaac, eu legde hem op liet altaar, hoven op den brandstapel neder. Eu hij stak zijne hand uit, eu uam liet zwaard om zijnen zoon te slachtofferen. Eu zie, een Engel dos Heereu riep uit den hemel eu zeide; Abraham, Abraham! Hij antwoordde: Hier beu ik. En hij zeide hem ; Steek uwe hand niet over deu knaap uit, en doe hem niets: ik weet nu, dat Gij God vreest, eu uwen eeniggoboren Zoon voor Mij niet hebt gespaard. Abraham slosg toen zijn oogeu op, eu achterorazieude zag hijeeueuram, die met zijne hoornen in een doornstruik was vastgeraakt, eu hij greep hem vast eu droeg hem als een brandoffer op in de plaats van zijnen zoon. En hij noemde deu naam dier plaats: De Heer ziet. Van daar zegt men nog heden: O gt; den berg zal de Heer zien. Doch de Eugel des Heereu riep uit den Hemel andermaal Abraham, eu sprak; Bij Mij zelveu heb ik gezworen, zegt de Heer; omdat rij dit gedaan hebt, eu uweu eeuiggeboreu zoon voor Mij niet gespaard iiebt: daarom zal ik u zegenen, en uw nakroost vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en als het zand op deu oever der zee: uw nakroost y.al de poorten zijner vijanden bezitten, en iu uw nakroost zullen al de volkereu der aarde ge-.zegeud worden, omdat gij op Mijn woord hebt gehoorzaamd. Abraham keerde tot zijne dienaren terug, eu zij gingen te zameu sedificavit altare, et desuper ligna composuit: cumquo alligasset Isaac filium snum, posuit eum iu altare super struem lignorum. Extendit-que raanum, et arripuit gla-dium ut immolaret filium suuin. Et ecce Angelus Do-mini de coelo clamavit dicens; Abraham, Abraham. Qui res-pondit; Adsum. Dixitque ei: Non extendas manum tuam super puerum, ueque facias illi quidquam: nunc cognovi quod times Deum, et nou pepercisti unigeuito filio tuo propter me. Levavit Abraham oculos suos, vidit-que post tergum arietem inter vepres hserentem corui-bus, quem assumens obtulit, holocaustumpro filio. Appel-lavitque nomen loei illius, Domiuus videt. Unde usque hodie dicitnr; In monte Do-minus videbit. Vocavit autem Angelus Domini Abraham secundo de coelo, dicens: Per meiuetipsuih juravi, dicit Domiuus: quia fecisti hauo rem, et non pepercisti filio tuo unigeuito propter me; beuedicam tibi, et multipli-cabo semen tuuin sicut stellas cneli, et velut arenam quae est in littore maris: possidebit semen tuura portas inimicorum suorum, et beuedicentur iu semine tuo omnes gentes terne, quia obedisti voci inese. Reversus est Abraham ad pueros suos,


ocr page 115

PAASCH-ZATERDAG.

105

abieruutque Bersabee siraul, et habitavit ibi.

Oremus.

Flectamus genua.

E. Levate.

üeus, fldelium Pater sum-nie, qui in toto orbe terrarum, proraissionis tua; filios diffusa adoptionis gratia mul-tiplicas, et per Pascliale sacramentum, Abraham pue-rum tuum universarum, sieut jurasti, gentium efficis pa-trem; da populis tuis digne ad gratiam tu® voeaKouis iutroire. Per Dominum nostrum.

naar Bersabee, eu hij woonde aldaar.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, opperste Vader der ge-loovigen, die, over geheel de aarde, de kinderen uwer belofte door de uitstortende genade van aanneming vermenigvuldigt: en die door het Paasehgeheim Abraham Uwen dienaar, zooals gij hebt gezworen, tot vader aller volken maakt: geef aan üw volkeren waardig tot de genade Uwer roeping in te gaan. T)oor onzen Heer enz.


Vierde Profetie. — Exod. 14.

Tn diebus illis: Factum est quot;in vigilia matutina, et ecee respieiens Dominus super castra Jügyptioruin per co-lumnain ignis et nubis, inter-feeit exereitum eorum, sub-vertit rotas curruum, fere-banturque in profundum. Dixerunt ergo /Egyptii: Fugiarauslsraelem; Dominus enim pugnat pro eis contra nos. Et. ait Dominus ad Mov-sen: extende manum tuam super mare, ut revertantur aquse ad iEgyptios, super curres et equites eorum. Cumque extendisset Moyses manum contra mare, rever-sum est, primo diluculo ad ])riorem locum: fugientibus-que jEgyptiis occurrerunt

Tn die dagen geschiedde het, in quot;de oclitendwake dat de Heer uit de vuur- en wolkkolom, op de legerplaats der Egyptenaren ncder-zag, en hij doodde hun leger, en wierj) de raderen hunner wagens omver, en zij kwamen in de diepte terecht. De Egyptenaren zeiden derhalve: Laat, ons voor Israël vluchten: want de Heer strijdt, voor hen tegen ons. En de Heer zeide tot Moyses: Strek uwe hand uit over de zee, opdat de wateren naar de Egyptenaren terugkeeren over hunne wagens en ruiters. En toen Moyses zijne hand over de zee had uitgestrekt, keerden zij, bij het eerste ochtendkrieken, tot hare vorige plaats terug: en de wateren kwamen de Egyptenaren, die wegvloden, te gemoet, en de Heer


ocr page 116

PAASCH-ZATERDAG.

106

bedolf lieu ia het midden der golven. En de wateren keerden terug en bedekten wagens en ruiters van het gansche heirleger der Egyptenaren, die gevolgd waren, en de zee waren ingegaan; en niet één zelf bleef er van hen over. Doch de kinderen Israels trokken midden door de drooge zee, eu de wateren waren hun als een muur van de linker- en van de rechterzijde: en de Heer verloste in die dagen Israël uit de hand der Egyptenaren. En zij zagen de Egyptenaren dood op den oever der zee, en de sterke hand, welke de Heer tegen hen had opgeheven; en het volk vreesde den. Heer, en zij geloofden in den Heer, en aan Moyses, Zijnen dienaar. Toen zong Moyses en de kinderen Israels den heer dezen lofzang, en spraken zij:

Traclm. Laat ons den Heere zingen: want Hij is op roemrijke wijze verheerlijkt, paard en ruiter heeft Hij in de zee geworpen : als een helper en beschermer is Hij mij tot behoudenis geworden.

V. Hij is mijn God, en ik zal Hem eere geven: de God mijns vaders, en ik zal hem verheften.

V. Hij is de Heer, die de oorlogen te niet doet: de Heer is Zijn naam.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, wiens oude wonderwerken wij ook in onze dagen aquse, et involvit eos Do-minus in mediis fluctibus. lleversseque sunt aque, et operuerunt curris et equites cuncti exercitus Pharaonis, qui sequentes ingressi fue-rant mare: nee unus quidem superfuit ex eis. Filü autem Israël perrexerunt per medium sicci maris, et aqua; eis erant quasi pro rauro a dextris et a sinistris: libera-vitque Dominus in die illa Israël de manu ^Egytiorum. Et viderunt yKgygtios mor-tuos super littus maris et manum magnam quam exer-cuerat Dominus contra eos: timuitque populus Dominum, et crediderunt Domino, et Moysi servo ejus. Tunc ce-cinit Moyses et fllii Israël carmen hoc Domino, et dix-erunt:

Tracttts. Cantemus Domino, gloriose enim honoriflcatus est: equum et aseensorum projecit in mare; adjutor et protector factus est mihi in salutem. s

V. Hic Deus mens est ho-norificabo eum: Deuspatris mei, et exaltabo eum.

V. Dominus conterens bella; Dominus nomen est illi.

Oremus.

Plectamus genua.

R. Levate.

Deus, cuju» antiqua mi-racula etiam nostris s®cu-


ocr page 117

PAASCH-ZATERDAG.

107

lis coruscare sentimus: dum quod uni populo a persecu-tioue /Egyptiaca liberando, dextera; tuee potentia cou-tulisti, id in salutem gentium per aquain regeneratiouis operavis; prsesta; ut in Abrahse filios, et in israeli-ticam dignitatem, totius mundi trauseat plenitudo. Per Dorainum.

zien uitschijnen: terwijl Gij tot heil der Volken, door liet water der wedergeboorte hetzelfde uitwerkt, wat Gij door de kracht Uwer rechterhand aan één volk gedaan hebt, om het van de vervolging der ■ Egyptenaren te bevrijden : geef dat de geheele wereld tot de waardigheid van kindereu van Abraham en Israël moge over-1 gaan. Door onzen Heer enz.


Vijfde Profetie. — Isai Si.

TT.iC est hereditas servorum Domini, et jnstitia eorum apud me, dicit Domiuus. Omnes sitieutes venite ad aquas: et qui non habetis argentum, properate, emite, et comedite : Veuite, emite absque argento et absque nlla eommiitatioue vinum et lac. Quare appenditis ar-gentnm nou in panibus, et laborum vestrum non in saturitate? Audite audientes ine, et comedite bonum, et delectabitur in crassitudine anima vestra, luclinate au-rem vestram, et venite ad ine: audite, et vivet anima vestra; et feriam vobiscum pactum sempiternum, mise-ricordias David fldeles. Ecce testem populis dedi eum, ducem ac prajceptorem gen-tibus. Ecce gentem, quam nesciebas,vocabis: et gentes, qusc te non cognoverunt, ad te current propter Do-

T]it is het erfdeel van de dienaren des Heeren: en hunue gerechtigheid is uit Mij, zegt de Heer. Komt allen, die dorstig zijt, tot de wateren: en gij, die geen geld hebt, haast u, koopt en eet: komt, koopt zonder geld, en zonder eenige inruiling wijn en melk. Waarom weegt gij uw geld af, voor iets anders, dan brood, eu uwen arbeid voor iets anders, dan wat u kan verzadigen? Hoort en luistert naar Mij, eet wat goed is, en uwe ziel zal zich over gezetheid verheugen. Neigt uwe ooren en komt tot mij: hoort, en uwe ziel zal leven, eu Ik zal een eeuwig verbond met u sluiten, de getrouwe ontfermingeu van David. Ziet, Ik heb Hem den volken tot een getuige, den Heidenen tot een vorst en onderwijzer gegeven. Ziet, gij zult een volk noemen, dat u onbekend was, en de volken, die u niet kenden, zullen tot u snellen, om den Heer uwen God, en den Heiligen Israëla, omdat


ocr page 118

PAASCH-ZA.TERDAG.

108

Hij u verheerlijkt heeft. Zoekt den Heer, terwijl Hij te vindon is: roept Hem aan, terwijl Hij in uwe nabijheid is. Dat de godde-looze zijnen weg endeongereehtige man zijne voornemens verlate, en tot den Heer en tot onzen God wederkeere, en Hij zal Zich Zijner ontfermen: want Hij is mild in te vergeven. Want niet Mijne gedachten zijn uwe gedachten, noch uwe wegen zijn Mijne wegen, zegt de Heer; Want gelijk de hemelen verheven zijn boven de aarde, zoo zijn Mijne wegen boven uwe wegen, en Mijne gedachten boven uwe gedachten verheven. En gelijk de regen en de sneeuw van den hemel afdaalt, en niet meer daarheen terugkeert, maar de aarde drenkt en daarin doordringt, en haar vruchtbaar doet worden, en aan den zaaier zaad en brood geeft om te eten: zoo zal ook Mijn woord zijn, dat uit Mijnen mond zal komen; het zal niet ledig tot Mij terugkeeren, maar het zal alles, wat Ik wilde, uitwerken, en het zal-slagen in -datgene, waartoe Ik het zond, zegt de almachtige Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, vermenigvuldig ter eere van Uwen uaam, wat Gij aan het geloof der vaderen hebt toegezegd, en vermeerder de kinderen der belofte ininum I)eum tuum, et sanctum Israël, quia glori-ficavitte. Qnserite Dominum, dum inveniri potest: invo-cate eum, dum prope est. Derelinquat impius viam suam, et vir imquus cogi-tationis suas, et revertatur ad Dominum, et miserebitur ejus, et ad Deum nostrum; quoniam multus est ad ig-noscendum. Non enim cogi-tationes mea;, cogitationes vestrse; neque vise vestrse, vise mese dicit Dominus. Quia sicut exaltantur coeli a terra, sic exaltatse sunt vise mese, a viis vestris, et cogitationes meee a cogita-tionibus vestris. Et quomodo descendit imber, et nix de ccelo, et illuc ultra nou revertitur, sed inebriat ter-ram , et infnndit eam, et germinare eam facit, et dat semen serenti, et panem comedenti: sic erit verbum meum, quod egredietur de ore meo; non revertetur ad me vacuum, sed faciet quse-cumque volui; et prospera-bitur in his, ad quse misi illud; dicit Dominus omni-potens.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, niultiplica in honorem nominis tui quod patrum lidei spopondisti; et promis-sionis fihos sacra adoptione


ocr page 119

PAASGH-ZATERDAG.

109

dilata: ut quod prioris sancti uon dubitaverunt futurum, Ecclesia tua magna jam ex parte cognoscat impletum. Per Dominum.

door eene heilige aanneming: opdat Uwe Kerk reeds grooten-deels moge vervuld zien, wat de Heiligen van vroeger tijden zonder eeuigen twijfel verwacht hebben. Door onzen Heer.


Zesde Pr oft

K udi, Israel, mandate vita;; quot; auribus percipe, ut scias prudentiam. Quid est, Israel, quod in terra inimicorum es? Inveterasti in terra alie-ua, coinquinatus es cum mortuis: deputatus es cum descendentibus iu inferuum. Dereliquisti foutem sapien-tise. Nam si in via Dei am-bulasses, habitasses utique in pace sempiterua. Disce ubi sit prudeutia, ubi sit virtus, ubi sit intellectus; ut scias simul ubi sit lougi-turnitas vita; et victus, ubi sit lumen oculorum, et pax. Quis invenit locum ejus? et quis int.ravit in thesauros ejus? Ubi sunt principes gentium, et qui dominantur super bestias, qua; sunt super terrain? qui in avibus cceli ludunt, qui argentum thc-saurizant, et aurura, in quo eouflduut homines, et nou est finis acquisitiouis eorum ? qui argentum fabricant, et solliciti sunt, nee est in-ventio operum illorum ? Ex-terminati sunt, et ad inferos descenderunt et alii -loco tie. — Baruch. 3.

TToor , Israël, de geboden des quot;■levens: verneem ze met uwe ooren, om de wijsheid te leeren. Waarom, Israël, zijt gij in een land van vijanden? Gij zijt oud geworden in een vreemd land, gij zijt onrein geworden onder de dooden: Gij zijt gerekend geworden onder hen, die ten grave dalen. Gij hebt de bron der wijsheid verlaten. Want zoo gij den weg des Heeren bewandeld hadt, zoudt gij gewis in voortdurendeu vrede gebleven zijn. Leer waar de wijsheid is, waar de kracht is, waar het verstand is; opdat gij te gelijk weet waar een lang leven en overvloed van levensbehoeften is, waar het licht der oogen is en vrede. Wie vindt hare plaats? Eu wie is iu hare schatkamers binnen gegaan? Waar zijn de vorsten der volken, en die over de dieren heerschen, die op de aarde zijn? Die met de vogelen des hemels spelen, die schatten van zilver en goud, waarin de menschen betrouwen stellen, verzamelen, en die nimmer ophouden die te verkrijgen? Die zich geld weten te verschaffen, en die zoo schrander zijn, dat men hunne


ocr page 120

PAASCH-ZATERDAG.

110

kunstgrepen niet kan nagaan? Zij zijn uitgestorven en ten grave gedaald, en andereu zijn in hunne

{ilaats opgestaan. Jongeren zagen iet licht en hebben op de aarde gewoond: maar den weg der wijsheid kenden zij niet, eu hare paden waren hun onbekend, en ook hunne kinderen namen haar niet aan; zij was verre van hun aanschijn geraakt: men hoorde haar niet in het land van Cha-naan en men zag haar niet in ïheman. Ook de kinderen van Agar, die de wijsheid zoeken die van de aarde is, de kooplieden van Merrha en Theman, en de fabeldichters, eu de navorsehers van kennis en wetenschap; zij kenden evenwel den weg der wijsheid niet, noch konden zich hare paden herinneren. O Israël, iioe groot is het huis Gods en hoe uitgestrekt de plaats Zijner bezitting ! Zij is groot en heeft geeue grenzen; zij is hoog en onmeetbaar. Aldaar waren die reuzen van naam, die er iu den beginne waren, groot van gestalte en ervaren in den krijg. Deze heeft de Heer niet verkoren, en ook zij hebben den weg der wijsheid niet gevonden; daarom zijn zij vergaan. ilaats opgestaan. Jongeren zagen iet licht en hebben op de aarde gewoond: maar den weg der wijsheid kenden zij niet, eu hare paden waren hun onbekend, en ook hunne kinderen namen haar niet aan; zij was verre van hun aanschijn geraakt: men hoorde haar niet in het land van Cha-naan en men zag haar niet in ïheman. Ook de kinderen van Agar, die de wijsheid zoeken die van de aarde is, de kooplieden van Merrha en Theman, en de fabeldichters, eu de navorsehers van kennis en wetenschap; zij kenden evenwel den weg der wijsheid niet, noch konden zich hare paden herinneren. O Israël, iioe groot is het huis Gods en hoe uitgestrekt de plaats Zijner bezitting ! Zij is groot en heeft geeue grenzen; zij is hoog en onmeetbaar. Aldaar waren die reuzen van naam, die er iu den beginne waren, groot van gestalte en ervaren in den krijg. Deze heeft de Heer niet verkoren, en ook zij hebben den weg der wijsheid niet gevonden; daarom zijn zij vergaan. JÈn omdat zij de wijsheid niet hadden, zijn zij omgekomen door hunne onwijsheid. Wie is ten hemel opgeklommen, die haar ontvangen eu uit de wolken heeft medegevoerd? Wie is de zee overgestoken, die haar vond? en haar heeft aangebracht voor uitgelezen goud? Niemand is in staut hare eorum surreserunt. Juveuus viderunt lumen, et habita-verant super terram: viam autem disciplinae ignorave-runt, neque intellexernnt semitas ejus, neque filii eorum susceperunt eam; a facie ipsorum longe facta est: nou est audita in terra Cha-naan, ueque visa est in Theman. Filii quoque Agar, qui exquirunt prudeutiam quse de terra est, uegotiatores Merrha;, et Theman, et fabulato-res, etexquisitoresprudentia' et iutelligentisc: viam autem sapientia; nescierunt, neque commemorati sunt semitas ejus, ü Israel, quam magna est domus Dei, et ingens locus possessionis ejus! Magnus est, et non habet finem : excelsus et iinmensus. Ibi fuerunt gigantes nominati illi, qui ab initio fuerunt, statura magna, seientes bel-lum. Nos hos elegit Domi-nus, neque viam discipline invenerunt: propterea per-ierunt. Et quoninam non habueruut sapientiam, iu-terierunt propter suam insi-pientiam. Quis ascendit in coelum, et accepit eam, et eduxit eam de nubibus ? Quis tranfretavit mare, et inveuit illam, et attulit illam super aurum electum? Non est qui possit scire vias ejus, ueque qui exquirat semitas ejus: sed qui scit universa, novit • eam, et adinvenit


ocr page 121

PAASCH-ZATERDAG.

Ill

earn prudeutia sua: qui pra-paravit terrain in seterno tempore, et replevit earn pecudibus, et quadrupedibus: qui emittit lumeu, etvadit; et voeavit illud, et obedit illi iu tmnore. Stella; autem dederuut lumeu iu custodiis suis, et ketatse sunt; vocate suut, et dixeraut; Adsumus; et luxerunt ei cum jucun-ditate, qui fecit illas. Hie est Deus noster; et uon aistimabitur alius adversus eum. Hie ad iuvenit omuem viam disciplinif, et tradidit illam Jacob puero suo, et Israel dilecto suo. Post hsec iu terris visus est, et cum homiuibus conversatus est.

Oremus.

riectamus geuua.

R. Levate.

Deus, qui Ecclesiam tuam semper gentium vocatioue multiplieas; eoncede pro-pitius; ut quos aquabaptis-matis abluis, continua pro-tectione tuearis. Per Domi-uum nostrum Jesum Christum.

wegen te kennen, of hare paden uit te vorscheu: maar Hij, die alles weet, kent haar, eu vond haar door Zijn verstand: die iu de eeuwigheid de aarde heeft voorbereid, en haar bevolkt heeft met vee eu viervoetige diereu: die het licht uitzendt, eu het gaat: en die het roept, eu het gehoorzaamt Hem bevende. Doch de sterren gaven licht op hare wachtposten; en waren blijde: zij werden geroepen en zeiden: Hier zijn wij; eu zij schenen met genoegen voor Hem, die ze gemaakt had. Hij is onze God en geen ander zal tegen Hem gerekend worden. Hij heeft alle wegen der wijsheid gevonden eu haar aan Zijnen dienaar Jacob en aan Israël, Zijnen welbeiuiude gegeven. Daarna is Hij op aarde gezien, en heeft Hij onder de menschen verkeerd.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

11. Staat op.

O God, die Uwe Kerk steeds door de roeping der Heidenen vermenigvuldigt: verleen genadiglijk, dat Uwe voortdurende bescherming beu beschutte, die Gij door het water des doopsels reinigt. Door onzen Heer enz.


Zevende Profetie. — Echec. 37.

Tk diebus illis, Facta est | Tn die dagen, kwam de hand des ■ super me manus Domini, ^ Heeren op mij, en voerde mij et eduxit me in Spiritu | mede iu den geest des Heeren: Domini; et dimisit me in j en liet mij neder te midden van

ocr page 122

PAASCH-ZATERDAG.

112

een veld, dat vol beendereu was, eu leidde mij in een kring er om heen: er waren er zeer vele op de oppervlakte van het veld, en zij wareu sterk uitgedroogd. En Hij sprak tot mij: Zoon des men-tchen, denkt gij, dat deze beenderen levend zullen worden ? En ik zeide: Heer, God, Gij weet het. En Hij sprak tot mij: Profeteer over de beendereu; en gij zult tot hen spreken; Verdorde beenderen, hoort het woord des Heeren. Dit zegt de Heer God tot deze beenderen; Ziet, Ik zal eea geest in u doen binnengaan, en gij zult levend worden. En Ik zal u zenuwen geven, en vleescb over u doen groeien, en eene huid over u uitspannen; en Ik zal u een geest ge-ven, en gij zult leven en weten, dat Ik de Heer ben. En ik heb geprofeteerd, gelijk Hij mij bevolen had; terwijl ik echter profeteerde, ontstond er een ge-druiseh, en zie, beweging, en de beenderen naderden elkander, elk tot zijn gewricht. En ik zag op, en zie, zenuwen en vleesch kwamen er op en eene huid werd er overgespannen, doch zij hadden geenen geest. En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest, profeteer, zoon des menschen, en gij zult tot den geest zeggen: Dit zegt de Heer God: Geest, komt uit de vier windstreken, en blaas over deze dooden, om ze te doen herleven. En ik profeteerde gelijk Hij mij bevolen had; en de geest ging in hen iu, en zij leefden; eu zij stonden op hunne voeten, medio campi, qui erat plenus ossibus: et circumduxit me per ea in gyro: erant autem multa valde super faciém campi, siocaque vehementer. Et aixit ad me; Fili honii-nis, putasne viveut ossa ista 'l Et dixi; Domine Deus, tu nosti. Et dixit ad me; Va-tieinare de ossibus istis, et dices eis. Ossa arida, audite verbum Domini. Ha;c dicit Domiuus Deus ossibus his ; Ecce ego intromittamin vos spiritum, et vivetis. Et dabo super vos nervos, et sue crescere faciam super vos carnes, et superextendam in vobis cutem; et dabo vobis spiritum, et vivetis, etscie-tis quia ego Dominus. Et prophetavi sicut praiceperat mihi: factus est autem so-nitus, prophetante me, et ecce commotio, et accesse-runt ossa ad ossa, unum-quodque ad juncturam suaiu. Et vidi, et ecce super ae nervi et carnes ascenderunt; et extenta est in eis cutis desuper; et spiritum nou habebant. Et dixit ad me; Vaticinare ad spiritum, va-ticiuare, fili hominis, et dices ad spiritum; H®c dicit Domiuus Deus; A quatuor ventis veni spiritus, et in-suffla super interfectos istos, ut reviviscant. Et prophetavi sicut prajeeperat mihi; et ingressus est in ae spiritus, et vixerunt: steterunt-


ocr page 123

PAASCH-ZATERDAG.

113

que super pedes suos, exer-citus grandis niniis valde. Et dixit ad me: ITili homi-nis, ossa heec universa, domus Israel est: ipsi dicunt; Arueruut ossa nostra, et perilt spes nostra, et abscissi sumus. Propterea vatieinare, et dices ad eis: Hsec dicit Dominus Deus: Eeee ego aperiam tumulos vestros, et educam vos de sepulcris vestris, populus mens: et iuducam vos in terram Israel, et seietis quia ego Dominus, cum aperuero sepulera vestra, et eduxero vos de tumulis vestris, popule meus: et dedero Spiritum meum in vobis, et vixeritis, et re-quiescere vos faciam super humum vestram, dicit Dominus omnipotens.

Oremus.

riectamus genua.

R. Levate.

Deus, qui nos ad cele-brandum paschale sacra-mentum, utriusque Testa-tamenti paginis instiuis: da nobis intelligere misericor-diam tuam: ut ex percep-tione prnesentiam munerum, flrma sit expectatio futuro-rum. Per Dominum nostrum.

een overgroot leger. En Hij sprak tot mij: zoon des menschen, al deze beenderen zijn het huis van Israël: zij zeggen: onze beenderen zijn verdord, en onze hoop is te niet gegaan, en wij zijn afgesneden. Profeteer daarom, en spreek tot hen: Dit zegt de Heer God: Ziet, Ik zal uwe grafheuvels openen, en u uit uwe graven trekken. Mijn volk: en Ik zal u in het land van Israël voeren, eu gij zult weten, dat Ik de Heer ben, als Ik uwe graven zal geopend hebben, en u uit uwe grafheuvels zal getrokken hebben. Mijn volk: en Ik zal u in het land van Israël voeren, en gij zult weten, dat Ik de Heer ben, als Ik uwe graven zal geopend hebben, en u uit uwe grafheuvels zal getrokken hebben, Miju volk: en u Mijnen geest zal gegeven hebben, en gij leven zult, en Ik u zal doen rusten op uw eigen grond: dit zegt de almachtige Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die ons ter viering van het Paaschgeheim, door de boeken van het Oude en Nieuwe Verbond onderricht: geef, dat wij Uwe goedertierenheid beseffen: opdat wij, die de tegenwoordige gaven ontvangen hebben, daardoor vas-telijk de toekomstige leeren verwachten. Door onzen Heer enz.


8

ocr page 124

PAASCH-ZATERDAG.

114

Achtste Profetie. — Isdi., 4.

^even vrouwen zullen op dien quot;dag éénen man aangrijpen, en zeggen: Wij zulleu ons eigen brood eten en ons met onze eigene kieederen kleeden: laat enkel uw naam over ons worden uitgesproken, neem onze schande weg. Op dien dag zal de Spruit des Heeren in heerlijkheid en glorie zijn, en de vrucht der aarde verheven, en eene reden van vreugde zijn voor diegenen uit Israël, welke behouden zullen zijn. Eu het zal zijn: Al wie in Sion zal zijn achtergelaten, en overgebleven zal zijn in Jerusalem, zal heilig genoemd worden: al wie in Jerusalem onder de levenden is opgeschreven. Wanneer de Heer de onreinheden van de dochteren Sions zal hebben afgewassen, en het bloed van Jerusalem uit zijn midden zal hebben uitgewischt, iu den geest des oordeels, en in den geest des vuurs. En de Heer zal over elke plaats van den berg Sion; en waar Hij is aangeroepen geworden, eene wolk bij dag scheppen en bij nacht eenen rook en de vlam van een schitterend vuur: Zijne bescherming zal over alle heerlijkheid zijn. En er zal eene tent zijn, om voor de hitte bij dag te beschutten, en om veilig en verborgen te zijn bii stormwind en regen.

Tractus. Op eene vette plaats heeft mijn beminde eeuen wijngaard, op eenen heuvel.

V. En hij omringde dien met

A ppbehendent septem mu-quot;lieres virum unuin in die ilia, dicentes: Panem nostrum comedemus, et vesti-mentis nostris operiemur: tantummodo invocetur nomen tuum super nos, aufer onprobrium nostrum. In die ill a erit germen Domini in magnifieentia, et gloria, et fructus terrse sublimis, et exsultatio his, qui salvati fuerint de Israel. Et erit: Omnis qui relictus fuerit in Sion, et residuus in Jerusalem, santus vocabit.ur, om-nis qui scriptus est in vita in Jerasalem. Si abluerit-Dominus sordes filiarum Sion, et sanguinem Jerusa-lem la ver it. de medio ejus, in spiritu judicii, et spiritu ardoris. Et creabit Dominus super omiiera locum montis Siou, et ubi invocatus est, nubera per diem, et fumum et splendorem ignis flamman-tus in nocte; super omneni enim gloriam protectio. Et tabernaeulum erit in umbra-culum diei ab sestu, et in securitatem et abscousionem a turbine et a pluvia.

Tractus. Vinea facta est dilecto in eornu, in loco uberi.

V. Et maceriam cireura-


ocr page 125

PAASCH-ZATERDAG.

115

de dit, et cireumfodit: et plantavit vineam Sorec, et sedificatturrim in medio ejus.

V. Et toreular foditin ea, viuea enim Domini sabaoth, domus Israel est.

Oremus.

Mectamus genua.

R. Levate.

Deus qui in omnibus Eo-clesise tuse filiis, sanctorum Proplietarum voce manifes-tasti, in omni loco domina-tionis tu!E satorem te bono-rum seminum, et electorum palmitum esse cultorem: tribue populis tuis, qui et vinearum apud te nomine censentnr et segetum: ut, spinarum et tribulorum squa-lore resecato, digna elfici-antur fruge fecundi. Per Dominum nostrum.

eene haag en groef ereene gracht omheen: en Hij plantte eenen wijngaard van Sorec, en bouwde een toren in het midden.

V. En hij groef daarin eene wijnpers: want de wijngaard van den Heer der heirscharen is het huis van Israël.

Laat. ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die onder al de kinderen Uwer Kerk, door het woord der heilige Profeten, in elke plaats Uwer heerschappij, te kennen hebt gegeven, dat Gij de zaaier zijt, van goed zaad, en de kw eekcr van uitgelezen ranken: geef Uw volk, dat voor U den naam draagt van wijngaard en bouwland, dat het bevrijd van de hindernis der doornen en dist.elen, in waardige vruchten moge vruchtbaar worden. Door onzen Heer enz.


Negende Profetie. — Exod, 12.

In diebus illis, etc, tot: (id est transitus) Domini. Zie blz. 52 et 53.

Oremus.

Eleotamns genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, qni in oraniutn opcrum tuorum dispensatione mirabi-lis es: intelligant redempti tui, non fnisse excellentius quod initio factus est mun-dus, quam quod in fine ssecu-lorum Pascha nostrum immo-latus est Christus. Qui tecum vivit etc.

In die dagen enz., tot: dat is de voorbijgang des Heeren. Zie blz. 52 en 53.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die wonderbaar zijt in al uwe werken: laat de door U verlosten beseffen, dat het scheppen der wereld in den beginne geen verhevener werk geweest is: dan dat, op het einde der tijden, Christus ons Paaschlam, is geslachtofferd. Die met U leeft enz.


ocr page 126

PAASCH-Z VTERDAG.

116

Tiende Profetie. — Jon, 3.

Tn die dagen gescliiedde het woord ■des Heeren voor den tweeden maal tot deu Profeet Jonas, zeggende : Sta op en ga naar de groote stad Ninive; en predik daar, wat Ik u zeg. En Jonas stond op en begaf zich op liet woord des Heeren naar Ninive. En Ninive was eeue gioote stad van drie dagen gaans. En Jonas begon de stad in te gaan, één dag gaans, en hij riep en zeide:Nog veertig dagen, en Ninive zal verwoest worden. En de mannen van Ninive geloofden in God: en zij schreven eene vasten uit, en kleedden zich in zakken, van den grootste tot den kleinste. En het woord drong door tot den Koning van Ninive: en hij stond van zijnen troon op en wierp zijn gewaad van zich weg, en kleedde zich in eenen zak, en zat neder in assche. Eu hij riep en sprak in Ninive, uit den mond des Konings en zijner groo-teu, zeggende: menschen en lastdieren, en ossen, en vee zullen niets nuttigen: zij znllen niet weiden, en geen water drinken. De menschen en het vee zullen zich met zakken bedekken en tot den Heer uit al hunne macht roepen, en de mensch zal zich van zijnen boozen weg bekeeren, en van de ongerechtigheid, die zijne handen bedrijven. Wie weet of niet God omkeert en vergeeft, en van de woede zijner gramschap terugkomt, zoodat wij niet vergaan zullen? En God zag hunne wer-

Tn diebus illis: Factum est ■verbum Domini ad Jonam Prophetam secundo, dicens: Surge, et vade in Niuiven civitateiu magnam: et pr.E-dica in ea pradicationem, quam ego loquor ad te. Et surrexit Jonas, et abiit in Niniven juxta verbum Do-mini: et Ninive eratcivitas raagua itiuere dierutn trium. Et coepit Jonas iutroire in civitatem itiuere diei unius: et clamavit, et dixit: Adhuc quadraginta dies, et Ninive subvertetur. Et credideruut viri Ninivitse in Deum: et prsedicaverunt jejunium, et vestiti sunt sacois a majore usque ad minorem. Et per-venit verbum ad regem Ninive: et surrexit de solio suo, et abjecit vestimentum suum a se, et indutus est sacco, et sedit in cinere. Et clamavit, et dixit in Ninive ex ore regis, et prin-cipum ejus, dicens: Homines, et jumenta, et boves, et peeora non gustent quid-quam, nee pascantur, et aquam non bi bant. Et ope-riantur sacois homines, et jumenta, et clament ad Domi-num in fortitudine, et con-vertatur vir a via sua mala, et ab iniquitate, quae est in manibus eorum. Quis scit, si convertatur, et ignoscat Deus: et revertatur a furore


ocr page 127

PAASCH-ZATERDAG.

117

irs suae, et non peribimus? Et vidit Deus opera eomm, quia conversi sunt de via sua mala: et misertus est populo suo, Domiiius Deus noster.

Oremus.

rieetamuB genua.

R. Levate.

Deus, qui diversitatem gentium in confession e tui nominis, aduuasti; da nobis et veile et posse qu» prre-cipis: ut populo ad seterni-tatem vocato, una sit fides mentium, et pietas actionum. Per Dominum nostrum.

Elfde Prof

Tn diebus illis: Seripsit quot;Moyses cantieurn, et docuit filios Israel. Praecepitque Do-minus Josue filio Nun, et ait: Confortare, et esto ro-bustus; tu enim introdaces filios Israel in terram, quam pollicitus sum, et ego ero tecum. Postquam ergo seripsit Moyses verba legis hujus in volumine, atque comple-vit: prseoepit Levitis, qui portabant arcam foederis Do-mini, dicens: ïollitelibrum istum, et ponite eum in latere areae foederis Domini Dei vestri, ut sit ibi contra te in testimonium. Ego euim scio contentionem tuam, et cervioem tuam durissimam. Adhuc vivente me, et ingre-diente vobiscnm, semper con-tentiose egistis contra Doken, dat zij van hunnen boozen weg terugkeerden: en de Heer onze God ontfermde zich over zijn volk.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieëu.

11. Staat op.

ü God, die in de belijdenis van Uwen naam verschillende volken hebt vereend: geef, dat wij willen en kunnen, wat gij beveelt: opdat het volk, dat Gij tot de eeuwigheid geroepen hebt, één zij in geloof des harten, en in goede werken. Door onzen Heer.

tie. — üeui., 31.

Tn die dagen schreef Moyses een quot;lofzang en leerde dien aan de kinderen Israels. En de Heer gebood Josuë, den zoon van Nun, en zeide: wees moedig en sterk: want gij zult de kinderen Israëls in liet Land binnenleiden, dat Ik beloofd heb, en ik zal met u zijn. Toen nu Moyses de woorden dezer wet in een boek geschreven, en dit voleind had, gebood hij de Levieten, die de ark des verbonds des Heeren droegen, en zeide: Neemt dit boek, en plaats het bezijden in de arke des Verbonds: opdat het daar tot getuigenis tegen u zij. Want ik ken uwe weaer-spannigheid en uwe hardnekkigheid. Nog bij mijn leven, en terwijl ik onder u wandel, hebt gij altijd wederspannig tegen den Heer gehandeld: hoeveel te meer zult gij dit doen na mijnen dood? Verga-


ocr page 128

PAASCH-ZATERDAG.

118

der in mijne tegenwoordigheid al de ouderlingen van al uwe stammen, eu de leeraars, en ik zal, terwijl zij luisteren, die woorden spreken, en ik zal hemel en aarde tegen hen aanroepeu. Want ik w eet, dat gij na mijnen dood verkeerd zult handelen, en spoedig van den weg zult afwijken, dien ik u geboden heb: en u zullen teu laatste rampen overkomen, wanneer gij kwaad zult gedaan hebben in het aanschijn des Heeren, en Hem toornig maakt door de werken uwer handen. Moyses sprak dan ten aanhoore van de gausohe vergadering van Israël, de woorden van dezen lofzaug en voleindde die geheel.

Tractus. Let op, hemel, en ik zal spreken, en de aarde luistere naar de woorden uit mijnen mond.

V. Gelijk de regen worde mijne taal verbeid: en dat mijne woorden als de dauw nederdalen.

V. Gelijk de regen op de planten, en gelijk de sneeuw op het gras: want ik zal den naam des Heeren aanroepen.

V. Maak onzen God groot; Hij is God, Zijne werken zijn waarachtig, en al Zijne wegen zijn rechtvaardig.

V. God is getrouw, en geene boosheid is in Hem: rechtvaardig en heilig is de Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, de verheffing der nede-rigen en de sterkte der rechtvaar-minum; quanto magis cum mortuus fuero? Congregate ad me omnes majores natu per tribus vestras, atque doctores, et loquar audien-tibus eis sermones istos, et invocabo contra eos coelum et terram. Novi enim quod post mortem meam imque agetis, et declinabitis cito de via, quam prseoepi vobis: et occurent vobis mala in extremo tempore, quando feceritus malum in conspectu Domini, ut irritetes eum per opera manuum vestrarum. Locutus est ei-go Moyses, audiente universo coetu Israel, verba carminis hujus, et ad finem usque complevit.

Tractus Attende coelura, et loquar: et audiat terra verba ex ore meo.

V. Expectetur sicut plu-via eloquium meum: et des-cendat sicut ros verba mea.

V. Sicut imber super gra-men, et sicut nix super fce-num: quia nomen Domini invocabo.

V. Date magnitudinem Deo nostro; Deus, vera opera ejus, et omnes vise ejus judicia.

V. Deus fidelis, in quo non est iniquitas: justus et sanctus Dominus.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Deus, celsituno humilium, et fortitudo rectorum; qui


ocr page 129

PAASCH-ZATERDAG.

119

psr sanctum Mojsen puerum tuum, ita erudire populam tuum sacri carminis tui de-oantatioue voluisti, ut illa legis iteratio fieret ctiara nostra direotio: excita in omnera justificatarum gentium plenitudiuem potentiam tuam, et da Isetitiain, miti-gando terrorem: ut omnium peccatis tua remissione dele-tis, quod denuntiatum est in nltiouem.transeatiu salutem. Per Dominum nostrum.

Twaalfde Fi

Tn diebus illis: Nabuchodo-quot;nosor rex fecit sta'uam auream, altitudine cubito-rum sexaginta, latitudine cubitornm sex, et statuit eam in eampo Dara proviu-cise Babylouis. Itaque Na-buchodonosor rcx misit ad congregandos satrapas, ma-gistratus, et judioes, duces, et tyrannos, et pra;fectos, omnesqne principes regio-num, ut convenirent ad dedi-cationem status;, quam erex-erat Nabuchodonosor rex. Tunc congregati sunt satra-

Sse, magistratus, et jndices, uces, et tyranni, et optima-tes, qui erant in potestatibus constituti, et universi principes regionum, ut convenirent ad dedicationem statu®, quam erexerat Nabuchodonosor rex. Stabant autem in conspectu statu», quam po-digen, die door Moyses, Uwen heiligen dienaar, door het zingen van Uwen heiligen lofzang, Uw volkse, magistratus, et jndices, uces, et tyranni, et optima-tes, qui erant in potestatibus constituti, et universi principes regionum, ut convenirent ad dedicationem statu®, quam erexerat Nabuchodonosor rex. Stabant autem in conspectu statu», quam po-digen, die door Moyses, Uwen heiligen dienaar, door het zingen van Uwen heiligen lofzang, Uw volk zóó hebt willen onderrichten, dat die herhaling der wet ook ous tot richtsnoer zijn zou : wek uwe macht op over alle gerechtvaardigde volken, en geef vreugde en verminder den angst: opdat Gij aller zonden door Uwe vergeving moogt uitwisschen, en zoo tot zaligheid moge strekken, wat tot wraak was aangekondigd. Door Ünzeu Heer.

ofetie. — Dun., 3.

Tn die dagen maakte Koning Na-quot;buchodonosor een gouden standbeeld, van zestig vademcu hoogte, en zes vademen breedte, en plaatste het in de weide Dara, in de provincie van Babyion. Alsdan zond Koning Nabucïiodouosor, om de stadhouders, den m-igistraat en de rechters, de veldiiteren, en schatmeesters, en de oversten, en al de vorsten der gewesten bijeen te roepen, om de inwijding van het standbeeld te komen bijwonen, dat Koning Nabuchodonosor had opgericht. Toen werden bijeengeroepen de stadhouders, de magistraat en de rechters, de veld-heeren en schatmeesters, en de aanzienlijken, die over hen gesteld waren, en al de vorsten der gewesten, om de inwijding te komen bijwonen van het standbeeld, dat Koning Nabuchodonosor had opgericht. Zij stonden nu in het gezicht van het standbeeld, dat


ocr page 130

PAASCH-ZATERDAG.

120

Koning Nabucliodonosor geplaatst had, en de heraut riep met kracht: Het wordt u aangezegd, volken, stammen en talen; Op het uur, dat gij het geluid zult hooren der trompet, en der fluit, en der citer, der schalmei en der harp, en der symphonie en van alle soort van muziekiustramenten, zoo valt neder en a iubidt het gouden standbeeld, dat Kouing Nabucliodonosor heeft opgericht. Zoo echter iemand niet nedervalt en niet aanbidt, zal hij op hetzelfde uur in een brandenden oven geworpen worden. Zoodra uu, ua dat alles, al het volk het geluid der trompet, der fluit, en der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van alle soort van muziekinstrumenten gehoord had: vielen alle volken, stammen en talen neder, en aanbaden het gouden standbeeld, dat Koning Nabucliodonosor had opgericht. En tershond, terzelfder tijde, naderden er Chaldcërs, die eenige Joden aanklaagden, en tot Koning Nabucliodonosor spraken: Leve de Koning in eeuwigheid! Gij, Koning, hebt een bevel gegeven, dat elk mensch, die het geluid der trompet, der fluit, en der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van alle soort van muziekinstrumenten zal hooren, zich zal nedervverpen, en liet gouden standbeeld aanbidden: zoo echter iemand niet nedervalt en niet aanbidt, dat hij in een brandenden oven zal geworpen worden. Er zijn nu Joodsche mannen, die gij over de werken van het land suerat Nabucliodonosor rex: et prsejo clamabat valenter: Vobis dicit.ur populis, tribu-bus, et Unguis: In hora, qua audieritis sonitum tubse, et flstule, et citharae, sambucse, et psalterii, et symphonise, et universi generis musico-rum, cadentes adorate sta-tuam anream, quam consti-tuit Nabucliodonosor rex. Si quis autem nou prostra-tus adoraverit, eadem hora mittetur in fornacein ignis ardentis. Post hicc igitur stafim ut audierunt omnes populi sonitum tubse, fistula;, et citharae, sambucse, et psalterii, et symphoniaj, et om-nis generis musicorum: ea-tentes omnes populi, tribus, en linguae adoraveruut sta-tuam anream, quam cousti-tuerat Nabucliodonosor rex. Statimque in ipso tempore accedeutes viri Chaldsei ac-cusaverunt Judseos: dixe-runtque Nabucliodonosor regi: Rex, in seternum vive. tu rex, posuisti deoretum, ut omnis homo, qui audie-rit sonitum tubse, fistula;, et eitharse, sambucE, et psalterii, et symphoniae, et universi generis musicorum, prosternat se, et adoret statuam auream: si quis autem non procidens adoraverit, mittatur in fornaeem ignis ardentis. Sunt ergo viri Judsei, quos constituisti super opera regionis Baby-


ocr page 131

PAASCH-ZATERDAG.

121

lonis, Sidrach, Misach, et Abdenago; viri isti oouterap-serunt, rex, decretuin tuum; deos taos nou colunt, et statuam auream, quam er-rexisti, non adorant. Tune Nabuohodonosor in furore et in ira praecepit, utaddu-eerentur Sidrach, Misach, et Abdenago: qui confestira adducti sunt in conspectu regis. Pronuntiausque Nabuohodonosor rex, ait eis: 7 e-rene Sidrach, Misach, et, Abdeuago, deos meos non colitis, et statuam auream, quam eonstitui, non ado-ratisr1 Nunc ergo si estis parati, quacumque hora audieritis sonitura tubse, fls-tulse, citharse, sarabucse, et psaltorii, et symphoniee, om-uisque generis musicorum, prosternite vos, et adorate statuam, quam feci: quod si non adoraveritis, eadem hora mittemini in fornacem iguis ardentis: et qms est. Deus, qui eripiet vos de manu mea? Respondentes Sidrach, Misach, et Abdenago, dixerunt regi Nabn-chodonosor; Non oportet nos de hac re respondere tibi. JSece enim Deus noster, quem colitnus, potest eripere nos de camino ignis ardentis, et de manibus tuis, o rex, liberare. Quod si noluerit, uotum sit tibi, rex, quia deos tuos nou colimus, et statuam auream, quam erex-van Babyion hebt aangesteld, Sidrach, Misach en Abdeuago: deze mannen, o Koning, hebben uw bevel versmaad: zij eeren uwe goden niet en aanbidden het gouden standbeeld niet, dat gij hebt. opgericht. Nabuohodonosor gebood daarop, woedende van toorn, dat, Sidrach, Misach en Abdeuago, voor hem zouden gebracht worden; en aanstonds werden zij in de tegenwoordigheid des Konings gebracht. En Koning Nabuohodonosor sprak en zeide hun: Is het, waar, Sidrach, Misach en Abdenago, dat. gij mijne goden niet eert en het gouden standbeeld niet, aanbidt, dat ik heb opgericht? Welnu, zoo gij nog bereid zijt, op wat ure gij het geluid zult hooren der trompet, der fluit, der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van alle soort, vau muziekinstrumenten, valt dan neder en aanbidt het standbeeld, dat ik gemaakt heb: zoo gij het echter niet aanbidt, zult gij op hetzelfde uur in een brandeuden oven geworpen worden: en welke God is er, die u uit mijne hand zal redden? Sidrach, Misach en A bdenago gaven Koning Nabuohodonosor ten antwoord: Wij behoeven u hierop niet, te antwoorden, want zie, onze God, dien wij eeren, kan ons uit, den brandenden vuuroven redden, en ons, o Koning, uit uwe handen verlossen. Zoo Hij echter niet, wil, weet dan, o Koning, dat wij uwe goden niet eeren en het gouden standbeeld, dat gij hebt opgericht, niet aanbidden. Toen werd Nabu-


ocr page 132

PAASCH-ZATERDAG.

122

chodouosor vol woede, en liet uitzicht van zijn gelaat veranderde over Sidrach, Misach en Abdenago, en hij beval, dat de oven zevenmaal heeter zou gestookt worden, dan hij gewoonli]k gestookt werd. Eu aan de sterkste mannen van zijn leger gebood hij, om Sidrach, Misach en Abdenago aan de voeten te binden en hen in den brandenden oven te werpen. En aanstonds werdeu die mannen geboeid en met hunne broeken en mutsen, schoeueu en kleedercn, midden in den brandenden oven geworpen: want, het bevel des Koniugs was dringend; en de oven was bovenmate heet. Trouwens die mannen, die Sidrach, Misach en Abdenago er in geworpen hadden, werden door de vuurvlam gedood. Deze drie mannen echter: Sidrach, Misach cn Abdenago, vielen midden in den brandenden vuuroven, geboeid. En zij wandelden midden in de vlammen, en loofden God, en verheerlijkten den Heer.

Hier zegt men niet:

Buigen wij de knieën.')

Ma-ar alleen:

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, de eenige hoop der wereld, die door Uwe Profeten, de geheimen der tegenwoordige tijden hebt ver-isti, non adoramus. Tune Nabuchodonosorre;)letusest. furore, et adspectus faciei illius immutatis est super Sidrach, Misach, et Abdenago, et prsecepit ut sue-eenderetur fornax septuplum quam succeudi consueverat. Et viris fortissimis de exer-citu suo jussit, ut ligatis pedibus Sidrach, MisaeH, et Abdenago, mitterent cos in fornacem ignis ardentis. Et confestim viri illi vincti, cum braccis suis, et t.iaris, et caloearaentis, et vestibus, missi sunt in medium for-nacis ignis ardentis: nam jussio regis urgebat: fornax autem succensa erat nimis. Porro viros illos, qui mi-serant Sidrach, Misach, et Abdenago, interfecitflarama ignis. Viri autem hi tres, id est, Sidrach, Misach, et Abdenago, ceciderunt in medio camino ignis ardentis, colligati. Et ambulabant iu medio flamma; laudantes Deum, et benedicentcs Domino.

Hic non dicitar:

Flectatnus genua.

sed tantum:

Oremus.

Omnipotens sempiteme Deus, spes unica mundi, qui Prophetarum tuorum pra;-como, prsesentium tempo-


'J Omdat de drie jongelingen niet hadden willen knielen voor Nabuchodonosor's standbeeld.

ocr page 133

PAASCH-ZATERDAG.

123

rum declarasti mysteria; auge populi tua vota placa-tus: quia in nullo fidelium, nisi ex tua iuspiratione, proveniunt quarumlibet ia-cremeuta virtutem. Per Do-minum, etc.

klaard; vermeerder goedertieren, de verlangens van uw volk: want in niemand der geloovigen ontstaat vermeerdering van eenige deugd, tenzij door uwe ingeving. Door onzen Heer J. C.


Na de lezing der Profetiën, gaat de Priester, als de kerk eene doopvont heeft, over tot de wijding van het Doopwater: en terwijl hij zich daarheen begeeft, gekleed iu paarsehe koorkap, voorafgegaan van het kruis met kandelaars, en de brandende Paaschkaars, wordt intnsscheu het volgende gezongen ;

TRACTUS.

Sicut servus desideratad fontes aquarum: ita deside-rat anima mea ad te Deus.

V. Sitivit uniraa mea ad Deum vivum: quando ve-niam, et apparebo ante facie m Dei?

V. fuerunt mihi laciy-mse me® panes die ae nocte, dum dicitur mihi per singu-los dies: übi est Deus tuns?

Gelijk het hert verlangt naar de waterbronnen; zoo verlangt mijne ziel naar U, o God.

V. Mijne ziel is dorstig naar den levenden God; wanneer zal ik komen, en voor het aanschijn Gods verschijnen ?

V. Mijne tranen waren mij bij dag en bij nacht, tot brood, terwijl mij eiken dag gezegd wordt: waar is uw God?


Vervolgens zegt de Priester, vóór hij de wijding van het Doopwater begint, daarbij staande, het volgende gebed;

Dominns vobiscum.

R. Et ciyn spiritu tuo.

Oremus.

Omnipotens sempiterne Deus, respice propitius ad devotionem populi renascen-tis, qui, sicut cervus, aquarum tuarum expetit fontem: et concede propitius, ut fidei ipsius sitis, iSaftismatis

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, zie gunstig neder op de godsvrucht van uw volk, dat herboren zal worden, en, dat gelijk Let hert naar Uwe waterbron verlangt; en geef genadiglijk, dat hunne dorst naar het geloof, door het geheim


ocr page 134

PAASCH-ZATERDAG.

124

des doopsels, ziel en lichaam moge heiligen. Door onzen Heer. Amen.

mysterio, aniraan corpusque sanctifleet. Per Dorainum nostrum Jesum Christum.


Daarna begint hij de wijding des Doopswaters, en zegt:

V. Ue Heer zij met u.

R. En met, uwen geest.

Laat. ons bidden.

Almaolitige eeuwige God, wees met de geheimen Uwer groote

foedertierenheid, wees met Uwe aeramenten: en zend den geest van aanneming uit, om de nieuwe volken te herscheppen, die U de doopvont zal bareu: opdat door de uitwerking Uwer kracht voltrokken worde, wat door de bediening onzer geringheid moet geschieden. Door onzen Heer...... inoedertierenheid, wees met Uwe aeramenten: en zend den geest van aanneming uit, om de nieuwe volken te herscheppen, die U de doopvont zal bareu: opdat door de uitwerking Uwer kracht voltrokken worde, wat door de bediening onzer geringheid moet geschieden. Door onzen Heer...... in

de eenheid van denzelfden.

Dominus vobiscura.

R. Et cum spiritu tuo.

Uremus.

Omuipotens sempiterne Deus, adesto magnse pie-tatis tuas mysteriis, adesto sacramentis: et ad recrean-doa novos populos, quos tibi fons Baptismatis par-turit, Spiritum adoptionis emitte: ut quod nostrse hu-milatis gerendum estj mini-sterio, virtutis tuse implea-tur effectu. Per Dominum nostrum Jesum Christum K-lium tuum. Qui tecum vivit et reguat ia unitate ejusdem Spiritus sancti Deus.


Zijne stem verheffende zingt hij, op den toon der prefatie, het volgende:

JQoor alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

V. De Heer zij met n.

R. En met uwen geest.

V. Heft uwe harten omhoog.

R. Wij hebben ze omhoog geheven tot den Heer.

V. Danken wii den Heer onzen God.

R. Het is waardig en rechtvaardig.

Waarlijk het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam.

pEH. omnia ssecula ssecu-■ lorum.

R. Amen.

V. Dominus vobisoum. R. Et cum spiritu tuo. V. Sursum corda. R. Habemus ad Dominum. V. Gratias agamus Domi-mino Deo nostro. R. Dignum et justum est.

Vere dignum et justum est, sequum et salutare, nos


ocr page 135

PAASCH-ZATERDAG.

125

tibi semper, et, ubique gratias agere. Domiue saucte. Pater omnipoteus, seterne Deus: Qui invisibili potentia, sa-cramentorum tuorura mira-biliter operaris effeetum: et Heet nos tantis mysteriis exequendis simus iudigai; tu tarnen, gratia;, tuse dona non deserens, etiam ad nostras preces aures tua; pie-tatis inclinas. Deus eajus Spiritus super aquas inter ipsa mundi primordia fere-batur: ut jam tune virtutem sanetificationis, aquarum na-tura eoneiperet; Deus, qui noeentis mundi crimima per aquas ablueus, regenerationis speoiem in ipsa diluvii ef-fusione signasti: ut unius ejusdemque elementi mysterie, et finis esset vitiis, et origo virtutibus; Respice, Domiue, in faeiem Ecclesiae tuse, et multiplica in ea regenerationes tuas, qui gra-tise tuse affluentis impetu Isetificas civitatem tuam, fon-temque baptismatis aperis toto orbe terrarura gentibus innovandis; ut tuse maje-statis imperio, sumat Uni-geniti tui gratiam de Spi-ritu sancto.

dat wij U altijd, en overal danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Die met onzichtbare macht op wonderbare wijze de kracht Uwer Sacramenten uitwerkt: eu hoezeer wij ook onwaardig zijn zoo groote geheimen te volvoeren, Gij laat echter de gaven Uwer genaden niet achter, en neigt zelfs de oorenUwer goedertierenheid tot onze gebeden. Gij, God, wiens geest, bij het begin der wereld, over de wateren zweefde: opdat reeds toen de natuur des waters heiliginakende kracht zou ontvangen. Gij, God, die de misdrijven der schuldige wereld door de wateren afgewassen hebt, en zoo in de uitstorting van den zondvloed zelve, eene voorafbeelding der wedergeboorte hebt ge-gegeven: opdat het geheim van eene en dezelfde grondstof, zou strekken tot een einde aan de ondeugden en tot een begin der deugden. Zie neder, o Heer, op Uwe Kerk, en vermenigvuldig in haar Uwe wedergeboorten. Gij, die Uwe stad verblijdt door de kracht Uwer toevloeiende genade; en voor de geheele wereld, ter vernieuwing der volken de doopvont opent, opdat zij, door den wil Uwer Majesteit, van den Heiligen Geest de genade van Uwen eeniggeboreu Zoon aanneme.


ocr page 136

PAASCH-ZATERDAG.

126

De Priester verdeelt met de hand kruisgewijze het water, en vervolgt:

Hij make dit water, dat ter wedergeboorte der mensehen bereid is, door de geheime bijvoeging Zijner genade, vruchtbaar: opdat een hemelsch geslacht, in heiligheid ontvangen, uit den vlekke-loozen schoot der goddelijke vont tot een nieuw schepsel herboren, opdage: en de genade, als eene moeder, allen, hoe ook door kunne naar het lichaam of door leeftijd onderscheiden, tot eene en dezelfde kindsheid bare. Op uw bevel, o Heer, wijke dan alle onzuivere geest verre van hier: verre zij de gansche boosheid der duivelsche fisten. Geen de minste bijmenging eener tegenstrijdige kracht hebbe hier plaats; zij zweve er niet omheen, om hinderlagen te leggen: zij dringe niet in het verborgen er in: zij bederve haar niet door haar te besmetten.

Qui hanc aquam regene-randis homiuibns prapa-ratam, arcaua sui numinis admixitone fecundct: ut, sanctiflcatione concepta, ab immaculato divini fontis utero, in novam renata crea-turam progenies coelestis emergat: et quos aut sex us in corpore, aut setas discer-nit in tempore, omnes in unam pariat gratia mater infantiam. Procul ergo hinc, jubente te, Domine, pmnis spiritus immundus abscedat: procul tota nequitia diabo-licse fraudis absistat. Nihil hie loei habeat contrariae virtutis admixtio: non insi-diando circumvolet: non la-tendo subrepat: non infi-ciendo corrumpat.


De Priester raakt het water met de hand aan:

Dat dit heilig en onschuldig schepsel bevrijd zij van allen aanval des bestrijders, en gezuiverd door de verwijdering van alle boosheid. Dat liet eene levende vont, een water ter wedergeboorte, een reinigende vloed zij: opdat allen, die in dit heilaanbrengend bad zullen worden afgewassehen, door de werking des H. Geestes in hen, de genade van volkomen reiniging erlangen.

Sit haec saneta et inno-cens creatura, libera ab omni impugnatoris incursu, et totius nequitia: purgata dis-cessu. Sit fons vivus, aqua regenerans, unda purificans; ut omnes hoe lavacro salu-tifero diluendi, operante in eis Spiritu sancto, perfecta; purgationis indulgeutiam consequantur.


ocr page 137

PAASCH-ZATERDAG.

127

De Priester maakt driemaal het kruis!eeken op het als hij zegt:

Uudc benedicote creatara aquse, perf Deum vivum. per Dcura verum, per Deum f sanctum ; per Deum, qui te in principio, verbo separavit ab arida: cujus Spiritus super te fe-rebatur.

Daarom zegen ik u, schepsel des waters, door den levenden f God, door den waren f Hod, door den heiligen f God: door God, die, in den beginne, u van het drooge scheidde; wieus Geest over u zweefde.


Hij verdeelt het water met de hand en stort het uit naar de vier hoeken der wereld, zeggende:

Qui te de paradisi fonte manare fecit, et in quatuor fluminibus totam terram rigare pnecepit. Qui te in deserto amaram, suavitate iudita fecit esse potabilem, et sitieuti populo de patra produxit. Beuefdico te et per Jesum Christum Filium ejus unicum Dominumnostrum: qui te in Gana Gali-lea; signo admirabili, sua otentia eonvertit in vinum.

ui pedibus super te am-bulavit; et a Joanne in Jor-dane in te baptizatus est. Qui te una cum sanguine de latere suo produxit: et discipulis suisa jussit ut credentes baptizarentur in te, dicens: Ite, docete om-nes gentes, baptizantes eos in nomine Patris, et Filii, et Spiritus sancti.

Die u uit de bron des Paradij-zes heeft doen ontspringen, en u bevolen heeft, in vier stroomen de geheele aarde te besproeien. Die u, toen gij in de woestijn bitter waart, zoet en drinkbaar maakte, en uit eene steenrots u voortbracht voor het volk, dat dorst had. Ik zefgen u ook door Jesus Christus, Zijnen eenigen Zoon, onzen Heer: die u te Cana in Galilea, op wonderdadige wijze, door Zijne Almacht in wijn veranderd heeft. Die met Zijne voeten op u gewandeld heeft, en door Johannes in den Jordaan in u gedoopt is. Die u tegelijk met het bloed uit Zijne zijde heeft doen vloeien, en Zijne leerlingen gebood, hen, die gelooven in u te doopen, zeggende: Gaat, leert alle Volken, eu doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.


ocr page 138

PAASCH-ZATERDAG.

Met verandering van toon vervolgt hij.

Gij, almachtige God, wees Gij Haec nobis praecepta ser-

goedertieren met ous, die deze vantibus, tu Deus omnipo-

geboden onderhouden; adem gij tens, clemens adesto; tu

128

in Uwe goedheid met ons. benignus adspira.

Hij ademt driemaal kruisgewijze over het water, en zegt:

Zi gen Gij dit onvervalsehte water met Uwen mond : opdat het kracht hebbe, uiet alleen om volgens Zijnen natuur de lichamen af te wassohen en te zuiveren, maar ook om de zielen te reinigen.

ïu has simplices aquas tuo ore benedicito: utprse-tur naturalem emundatio-nem, quam lavandis possunt adhibere corporibus, sint etiam purificandus mentibus efflcaces.


De Priester steekt de Paaschkaars even in het water, en gaat voort op den toon der Prefatie:

Dat de kracht des Heiligen Geest,es in de volheid dezer vond uederdale.

Descendat in liane pleni-tudinem fontis, virtus Spiritus sancti.


Hij neemt de Paasehknars uit het water, en steekt die ten tweeden-male, doch iets dieper ra het water, terwijl hij op hooger toon dezelfde woorden zingt. Dan neemt hij weder de Paaschkaars uit het water, eti steekt die ten derdenmale, tot op den bodem in het water, met nog meer verheffing van toon dezelfde woorden zingende. Daarna blaast hij driemaal over het water, en vervolgt:

En hij schenkt aan de geheele Totamque hujus aquse subzelfstandigheid van dit water de stantiam regenerandi fecun-vruchtbare kracht ter wederge- det effecta.

boorte. 1

De Paaschkaars wordt uit het water genomen.

Dat alle vlekken van zonden Hio omnium paccatorum hierin mogen worden uitgewischt: macula; deleantur: hic natura dat de natuur, naar uw beeld ge- ad imaginem tuam condita.

ocr page 139

PAASCH-ZATERDAG.

129

et. ad houorem sui reformata principii, cuuctus vetustatis squaloribus, emundetur: ut oinuis liomo sacraineutuin hoe regéncratiouis iugressus, iu veraj iunoceuti® novam iufantiam reuascatar.

sohapeu en in liare oorspronkelijke eer hersteld, van alle oude smetten w orden a'ereiuigd: opdat een ieder, die dit Sacrament der wedergeboorte ingaat, tot eene nieuwe, en waarlijk onschuldige kindsheid moge herboren worden.


Het volgende zegt hij lezende:

Per Dorainum nostrum Jesum Christum Filiumtu-um: qui venturus est j udicare vivos et mortuos, ct sseou-lum per ignem.

li. Amen.

Door onzen heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die zal komen om levenden en doodeu, en de wereld door het vuur te oordeelen. R. Amen.


Hierna wordt het volk met het gewijde water besproeid. Ju het afgezonderde gedeelte vau het water, dat uitsluiteud tot de toediening van het li. Doopsel moet gebezigd worden, terwijl het overige tot het gewone gebruik der geloovigen bestemd is, wordt uu een weinig vau de H. Olie der Catcehumeeuen gestort, kruisgewijze, terwijl de Priester zegt;

Sanctificetur et, fecunde-tur fous iste Oleo salutis renaseentibus ex eo in vitani aeternam.

11. Amen.

Dat deze vont geheiligd worde en voor hen, die er uit zullen herboren wordeu, door de olie des heils vruchtbaar gemaakt teu eeuwigen leveu.

R. Amen.


Daarna stort hij er run het Chrisma in, op dezelfde ■wijze, zeggende:

Infusio Chrismatis Domini nostri Jesu Cluisti et Spiritus sancfi Paracliti, fiat in nomine saneta; ïrinitatis.

R. Amen.

Dat de instorting van het Chrisma van onzen Heer Jesus Christus, en van den Heiligen Geest, den Vertrooster, geschiede iu den naam der Heilige Drievuldigheid.

R. Amen.


9

ocr page 140

PAASCH-ZATERDAG.

130

Eindelijk stort hij van beide ie gelijk in het water, insgelijks kruisgewijze, en zegt:

Dat de vermenging van liet Chrisma der heiliging, en van de olie der zalving, en van het water des doopsels, eveneens geschiede, in den naam des Vafders, en des Zofons, en des Heiligenf Geestes.

R. Amen.

Commixtio Chrismatis sanctifleatiouis, et Olei une-tionis, et aquae baptismatis, pariter fiat in nomine Paf tris, et Fiflii, et Spiritusf sancti.

II. Amen.


Hij mengt nu de olie met het water over de geheele vont heen.

Vervolgens keeren allen naar het altaar terug, en wordt de volgende Litanie gezongen, maar zoo dat door het koor altijd herhaald wordt wat is voorgezongen. Bij het vs. wij bidden U, gaan de priester en de assistenten naar de sacristie en worden de kaarsen aan het altaar aangestoken.

JJEEII. Ontferm U onzer.

Christus, ontferm C onzer.

Heer, ontferm u U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer.

God de Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heiiige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods, bid enz.

Heilige Maagd der Maagden, bid enz.

Heilige Miohaël, bid enz.

Heilige Gabriel, bid enz.

Heilige Raphael, bid enz.

Alle Heilige Engelen en Aartsengelen, bidt enz.

ykie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison,

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pater de coelis Deus, miserere nobis.

Pïli Redemplor mundiDeus, miserere nobis.

Spiritus sancte Deus, miserere nobis.

Saucta ïriuitas unus Deus,

miserere Saneta Maria, or a pro nobis. Sancta Dei genitrix, or a pro

Saucta Virgo virginum, or a.

Sancte Michael, ora.

Sancte Gabriel, ora.

Sancte Raphael, ora,

Omnes sancti Angeli et Ar-changeli, orate pro mbk.

K


ocr page 141

PAASCH-ZATERDAG.

131

Omnes sanoti beatorum Spi-rittuu ordines, orale.

Sanete Joannes Baptista, ora pro nobis.

Sancte Joseph, ora.

Omnes sancti Patriarch» et Prophet®, orate pro nobis.

Sancte Petre, ora.

Sancte Paule, ora.

Sancte Andrea, ora.

Sancte Joannes, ora.

Omnes sancti Apostoli et Evangeliste, orate.

Omnes sancti Discipuli Domini, orate.

Sancte Stephane, ora.

Sancte Lanrenti, ora.

Sancte Vincenti, ora.

Omnes sancti Martyres, orate pro nobis.

Sanete Silvester, ora.

Sancte Gregori, ora.

Sancte Augustine, ora.

Omnes sancti Pontifices et Gonfessores, orate.

Omnes sancti Doctores, orate pro nobis.

Sancte Antoni, ora.

Sancte Beuedicte, ora.

Sancte Dominice, ora.

Sancte Praucisce, ora.

Omnes sancti Sacerdotes et Levitis, orate.

Omnes sancti Monachi et Eremitse, orate.

Sancta Maria Magdalena, ora,

Sancta Agnes, ora.

Sancta Caecilia, ora.

Sancta Catharina, ora.

Sancta Agatha, ora.

Sancta Anastasia, ora.

Alle heilige Koren der zalige Geesten, bidt enz.

Heilige Johannes de Dooper, bid enz.

Heilige Joseph, bid enz.

Alle heilige Aartsvaders en Profeten. bidt enz.

Heilige Petrus, bid enz.

Heilige Paulus, hid enz.

Heilige Andreas, bid enz.

Heilige Joannes, bid enz.

Alle heilige Apostelen en Evangelisten, bidt enz.

Alle heilige leerlingen des Hee-re.n, bidt enz.

Heilige Stephanus, bid enz.

Heilige Laurentius, bid enz.

Heilige Vincentius, bid enz.

Alle heilige Martelaars, bidt enz.

Heilige Sylvester, bid enz.

Heilige Gregorius, bid enz. Heilige Augustinus, bid enz.

Alle heilige Bisschoppen en Belijders, bidt enz.

Alle heilige Kerkleeraars, bidt enz.

Heilige Antonius, bid enz.

Heilige Benedictus, bid enz. Heilige Dominicus, bid enz. Heilige ïranciscus, bid enz.

Alle heilige Priesters en Levieten,

bidt, enz.

Alle heilige Monniken en Kluizenaars, bidt enz.

Heilige Maria Magdalena, foc?enz. Heilige Agnes, bid enz.

Heilige Gsecilia, bid enz.

Heilige Catharina bidt enz. Heilige Agatha, bid enz.

Heilige Anastasia, bid enz.


ocr page 142

PAASCH-ZATERDAG.

132

Alle heilige Maagden en Weduwen, bidt enz.

Alle Heiligen Gods, weesf. ouze v oorspraak.

Wees genadig, spaar ons Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Van alle kwaad, verlos ons, Heer.

Van alle zonden, verlos enz.

Van den eeuwigen dood, verlos enz.

Door liet geheim uwer heilige mensehwording, verlos enz.

Door Uwe komst, verlos enz.

Door Uwe geboorte, verlos enz.

Door Uw doopsel en heilig vasten, verlos enz.

Door Uw kruis en lijden, verlos enz.

Door Uwen dood en begrafenis, verlos enz.

Door Uwe heilige Verrijsenis, verlos enz.

Door Uwe wonderbare hemelvaart, verlos enz.

Door de komst van den H. Geest, den Vertrooster, verlos enz.

Op den dag des oordeels, verlos enz.

Wij zondaars, wij bidden V, verhoor ons.

Dat Gij ons sparet, wij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget Uwe heilige Kerk te bestieren en te bewaren, icij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget den Apos-tolischen Stoel, en alle kerkelijke Orden in den heiligen godsdienst

Omnes sanctre Virgines et Vidua;, orate pro nobis.

Omnes Saneti et Sanete Dei, iutercedite pro nobis.

Propitius esr.o, puree nobis, Domine.

Propitius esto, exaudi nos Domine.

Ab omni malo, libera nos Domine.

Ab omni peccato, libera nos.

A morte perpetua, libera nos.

Per mysterium sanotie lu-oarnationis tuse, libera nos.

Per Adventum tuuin, libera nos.

Per Nativitatem tuam, libera nos.

Per Baptismum et sanctum Jejunium tuum, libera nos.

Per crueem et Passionem tuam, libera nos, Domine.

Per Mortem et Sepulturam tuam, libera nos.

Per sanotam Resurrectionem tuam, libera nos.

Per Admirabilem Ascensio-nem tuam, libera nos.

Per AdvenUimSpiritas saneti Paraeliti, libera nos.

In die judieii, libera nos.

Peoeatoris, te rogamus audi nos.

Ut nobis parcas, te rogamus audi nos.

Ut Ecclesiam tuam sane-tarn regere et eonservare digneris, te rogamus.

Ut Domnum apostolicum et omnes eeelesiastieos or-dines in saneta religione


ocr page 143

PAASCH-ZATERDAG.

133

couservare digueris, te ro-ganius.

Ut iuimicos sanctao Eocle-siffi liumiliare digneris, te rogumus.

TJt regibus et principibus christianis paeem et verara concordiam donare digneiis, te rogamus midi nos.

Ut nosmetipsosin tuo sancto servitio confortare et eon-servare digueris, te rogamus.

üt omnibus benefactoribus uostris seinpiterna bona retribuas, te rogamus.

Ut fiuctus terra dare et conservare digneris, te rogamus.

TJt omnibus fidelibus de-funct.is requiem seternain douare digneris, te rogamus.

Ut nos exaudire digneris, te rogamus audi nos.

Agnus Dei, qui tollis pee-cata mundi, paree nobis Dom ine.

Agnus Dei, qui tollis pee-c.ita raundi, ex audi nos Domive.

Agnus Dei, qui tollis pecea-ta mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

te bewarenj wij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget de vijanden der heilige Kerk te vernederen, wij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget aan de christen koningen en vorsten vrede en ware eendracht te geven, wij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget ons zeiven in Uwen heiligen dienst te versterken en te bewaren, wij bidden enz.

Dat Gij al onze weldoeners met de eeuwige goederen vergeldet, wij bidden, enz.

Dat Gij U gewaardiget de vruchten der aarde te geven en te bewaren, wij bidden enz.

Dat Gij U gewaardiget aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust te geven, wij hiddencm.

Dat Gij U gewaardiget ons te ver-hooren, wij bidden enz.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm V onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.


ocr page 144

PAASGH-ZATERDAG.

134

MISGEBEDEN VOOR PAASCH-ZATERDAG.

Na de Litanie wordt door het Koor het Kyrie gezongen, terwijl de Priester inmiddels aan den voet des altaars de gewone gebeden spreekt.

f In den naam, enz.

Priester. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.

Misdienaar of Assistenten. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.

Pr. Wees iniju rechter, o God, en scheid mijne zaak af van het onheilig volk; verlos mij van den ongerechtigen en bedriegelijken men sch.

M. Want Gij, o God, zijt mijne sterkte: waarom hebt gij mij ver-stooten? en waarom ga ik onder droefheid gebukt, terwijl de vijand mij kwelt?

Pr. Zend Uw licht en Uwe waarheid uit: deze hebben mij uitgeleid en gevoerd naar Uwen heiligen berg, en naar 11 we tabernakelen.

M. -En ik zal ingaan tot het altaar Gods: tot God, die mijne jeugd verblijdt.

Pr. Ik zal Uwen lof zingen op de cither. God mijn God; waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel? En waarom ontrust gij mij?

M. Stel uwe hoop op God; want nog zal ik Hem loven: Hem, die het heil mijns aangezichts en mijn God is.

Pr. Eere zij den Vader, enden Zoon, en den heiligen geest.

M. Gelijk het was in het begin, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

f In nomine, ete.

Sac. Introibo ad altare Dei.

Min. Ad Deum, qui lae-tificat juventutem meam.

Sac. Judica me, Deus, et dicerne causam meam de gente non sancta: ab homino iniquo et doloso eripe me.

Min. Quia t.u es, Deus, fortitudo mea: quare me repulisti? et quare tristis incedo, dura affligit me ini-miens ?

Sac. Emitte lucew tuam, et veritatem tuam: ipsa me deduxerunt, et adduxerunt in montem sanctum tuum, et in tabernacula tua.

Min. Et introibo ad altare Dei: Ad Deum, qui laetificat juventutem meam.

Sac. Confitebor tibi iu cithara. Deus, Deus meus; quare tristis es, anima mea? et quare conturbas me?

Min. Spera in Deo, quo-niam adhuc confitebor illi: salutare vnltus mei et Deus meus.

Sac. Gloria Patri, et lï-lio, et Spiritui Sancto.

Min. Sicut erat in princi-pio, et nunc et semper, et in saecula saeculormn. Amen.


ocr page 145

PAASCH-ZATERDAG.

Pr. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.

M. ïot God, die miine ieugd verblijdt..

ƒ/'. Het kruuteeken makende. Onze hulp zij in den naam des Heeren.

M. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Ik belijde, enz., zie blz. 6.

De overige gebeden tot eu met het Gloria iu Excelsis, vindt men in de Mis van Witten Donderdag, op bladzijde 6 tot en met 9. De Jntroitus wordt heden niet gebeden. Ouder de Gloria in excelsis worden de klokken geluid.

Na het Gloria in Excelsis, zingt de Priester:

135

Sac. Introibo ad al tare Dei.

Mi». Ad Deu n, qui laeti-llcat, juveBtutem meam.

Sac. f Adjutorium uos-trum in nomine Domini.

Min. Qui feeit coelum et terram.

Sac. Confiteor, pag. C.

V. De Heer zij met u. R. Eu met. uwen geest.

Laat ons bidden.

O God, die dezen Allerheiligsten * nacht, door den luister van de verrijzenis des Heeren verlicht; bewaar in de nieuwe kindereu van Uw gezin, den geest der aanneming, dieu Gij hun hebt. geschonken: opdat zij, naar lichaam en ziel vernieuwd, U in zuiverheid dienen. Door deuzelfden Jesus Christus, onzeu Heer, die met U leeft en heerseht. in de eenheid deszelfden H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.

epistel-les.

Dominus vobiscum. U. £t euin spiritu tno. Oremus.

TJnus, qui iiane sacratissi-mam noctem gloria domi-niese Resurrectiouis illustras; eouversa in nova familise tuaï progenie adoptiouis Spi-ritum, quera dedisti: ut. corpore et mente renovat.i, puram tibi exhibeant servi-tutem. Per eumden Domi-num..., in unitate ejusdera.

R. Amen.

Lectio Epistolse B. Pauli Apostoli ad Colossenses.

TIkatres. Si consurrexistis ■■ cum Christö, qiuc sursum sunt quserite, ubi Christus

Lesse uit den Brief van den H. Apostel Paulus tot de Colos-sensen.

■piiOEDEiis. Indien gij met Chris-~ tus mede verrezen zijt, zoekt hetgeen omhoog is, alwaar Chris-


ocr page 146

PAASCH-2ATERDAG

136

tus is, gezeten aan de recliternand Gods: betracht hetgeen oralioog, niet hetgeen op aarde is. Waut gij zijt gestorven, en uw leven is geborgen met Cliristus in God. Wanneer Christus, uw leven, zal verschenen zijn, alsdan zult gij ook met hem verschijnen in heerlijkheid.

11. God zij dank.

est in dextera Dei sedens: quse sursnm sunt sapite, non quie snoer terrain. Mor-tuienim estis, etvita vestra est abscondita cum Christo in Deo. Gum Christus ap-paruerit, vita vestra, tune et vos anperebitis cum ipso in Gloria.

Deo Gratias.


Na de Epistelles zingt de Priester driemaal, telkens met verheffing van stem, terwijl het koor hem telkens antwoordt: Alleluia. Daarna ;

V. Belijdt den Heer, want hij j V. Cnnfitemini Domino, is goed: want Zijne barmhartig-, quoniam bonus; quoniam in

heid is tot in eeuwigheid.

| suecnlum misericordia ejus.

Looft deu Heer, alle natiën: | Laudate Dominum, omen looft Hem mede, alle volken, j ues gentes; et collaudate

eum omnes populi.

V. Want Zijne barmhartigheid V. Quoniam eonfirmata is over ons bevestigd; en de waar- est super nos misericordia heid des Heeren blijft iu eeuwig- ejus, et Veritas Domini heid. manet iu seternum.

Fóór het Eoangelie, zie hlz. 12.

Reinig, o Heer, enz. | Munda cor, etc.

evangelie.

V. De Heer zij met u. R. En met uwen geest. Vervolg van het heilig Evangelie van Matïheus.

Hl' den laten avond nu van den Sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, het graf zien. En ziet, er

Dominus vobiscum.

R. Et eum spiritu tuo.

Sequent,ia Sancti Evangelii secundum Matthseum. TTespere autem sabbati quse ' lucescit in prima sabbati, venit Maria Magdelene et altera Maria videre sepul-i erum. Et ecce ternemo-


ocr page 147

PAASCH-ZATERÜAG.

137

tus fact,us est maguus. Angelus enim Domiui desceu-dit de ooelo: et aeeedeus revolvit lapidera, et sedebat super eum. Erat autem ad-spectus ejus sieut fulger, et vestimeutu.ni ejus sicut nix. Prce tiniore autem ejus ex-territi sunt, custodes, et facti sunt velut mortui. Respon-dens autem Angelus, dixit mulieribus: Nolite timere vos: seio enimquod Jesnm, qui crucifix.us est, quseritis: nou est hie: surrexit enim, sieut dixit; Veuite, et vi-dete locum ubi positus erat Dominus. Et cito eunt.es, dicite diseipulis ejus quia surrexit; et eece proccedit vos in Galilfeam; ibi eum videbitus; ecce prcedixi vobis.

R. Laus tibi, Christe.

V. Dominus vobiseum.

R. Et cum spiritu tuo.

ontstond eene groote aardbeving; want een engel des Heereu daalde van den liemel, en naderde, en weutelde deu steen af, en zat op denzelveu. Zijn aangezicht nu was als een bliksem, eu zijn gewaad wit als sneeuw. Uit vreeze voor hein sidder, len de wachters, en werden gelijk dooden. Maar de Engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen; Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jesus zoekt, die gekruisigd is. Hij is hier niet: want hij is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft. Komt, en ziet de plaats, alwaar de Heer gelegd was! En haastig heengaande, zegt aan zijne discipelen, dat Hij verrezen is; en ziet, hij gaat. u vóór, naar Galilea; aldaar zult gij hem zien. Ziet, ik heb het u vooraf gezegd.

R. U zij lof, Christus.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.


Het credo wordt niet gezongen: evenmin het offebtokium. Zie Voor de gebeden van liet evangelie tot aan de secreta de gebeden van de Mis van Witten Donderdag, op bladzijde 14 tot 19 van dit werk.

sechkta.

Suscipe, quaesumus Do-niine, preces populi tui cum oblationibus hostiarum: ut paschalibus initiata myste-riis, ad seteniitatis nobis medelam, te operante profi-ciant. Per Dominum nostrum J- C. (ilium tuum, qui tecum vivit et reguat in uni-tate spiritus sancti Deus.

Neem, bidden wij U, o Heer, de gebeden van Uw volk niet deze offeranden, die wij U opdragen, aan; opdat hetgeen door de Paasch-geheimen in ons begonnen is door Uw toedoen, tot een eeuwig geneesmiddel moge dienen. Door onzen Heer J. C., uwen Zoou, die met. U leeft en heerscht in eenheid des Heiligen Geestes, God.


ocr page 148

PAASGH-ZATERDAG.

138

tkefatie.

^oor alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Heft uwe harten omhoog.

R. Wij hebben ze omhoog geheven tot den Heer.

Danken wij den Heer, onzen «od.

R. Het is waardig en rechtvaardig.

Het is waarlijk waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij ten allen tijde, maar inzonderheid in dezen nacht, U, o Heer, met meer luister lofprijzen, nu Christus, ons Paaschlam, is geslachtofferd. Hij immers is het ware Lam, dat de zonden der wereld heeft weggenomen. Die door Zijn sterven voor ous den dood heeft vernietigd, en door Zijne verrijzenis het leven hersteld heeft. En hierom zingen wij, vereenigd met de Engelen en Aartsengelen, met de Tronen en Heerschappijen, en met het gansche heirleger der hemelen. Uwen lof, zonder einde zeggende:

Heilig, enz. bl. 20.

Per omnia ssecula ssecu-* lorum.

R. Amen.

Üominus vobiscum.

K. Et cum spiritu tuo.

Sursum eorda.

]{. Habemus ad Dominum.

Gratias agamus Domino Deo nostro.

B. Dignum et justum est.

Vere dignum et justum est, a;quum et salutare te quidem Domini, orani tempore, sed in hae potissitnuiu noete gloriosius prsedicare, eum Pascha nostrum immo-latus est Christus. Ipse enim verus est Agnus, qui abstu-lit peccata mundi qui mortem nostram moriendo des-truxit, et vitam resurgendo reparavit. Et ideo eum An-gelis et Archangelis, cum thronis et Dominationibus, curaque omni militia ca:-lestis exercitus, hymnum gloria; tuse canimus, sine fine, dicentes.

Sanctus, etc. pag. 20.


Zie verder de gebeden tot aan: communicantes: In gemeenschap, in de Mis van Witten Donderdag, op blz. 21 en 22 van dit werk.

In gemeenschap zijnde, met—, en den allerheiligsten nacht vierende van de verrijzenis van onzen Heer Jesus Christus naar het vleesch, maar ook de gedachtenis

Communicantes, et noc-tem sacratissimam celebran-tes resnrrectionis Domini nostri Jesu Christi secundum carnem; sed et memo-


ocr page 149

PAASCH-ZATERDAG.

13lt;gt;

riam venerantes, in primis gloriosse semper Virginis Maria;, genitnois ejusdem Dei et Domini nostri Jesu Christ,i: sed et beatoram Apostolorum ac Martyrum tuorum. Petri et Pauli, An-drese, Jacobi, Joanuis, Tlio-mse, Jacobi, Philippi, Bar-tholomsei, Mattha;i, Simonis et Thaddsei; Lini, Cleti, dementis, Xysti, Coruelii, Cy-priani, Laurentii, Cliryso-goni, Joannis et Pauli, Cos-mse et üamiani, et omnium Sanctorum tuorum: quorum meritus precibusque conce-das, ut iu omnibus protec-tiouis tuiE muniamur auxi-liis. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

Hauc igitur oblationein servitutis uostr®, sed et euntse familise tua', quam tibi offerimus pro his quo-que, quos regenerare digna-tus es ex aqua et Spiritu Sancto, tribuens eis remis-siouem omnium peccatorum, qusesumus Domine, ut pla-catus accipias; diesque nostras in tua pace disponas: atque ab seterna damnatione nos eripe, et in electorum tuorum jubeas grege nume-rari. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

Quam oblationem tu Deus in omnibus, qusesumus, be-nedietam. adseriptam, ratam, rationabilem, acceptabilem-vereerende, op de eerste plaats van de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van denzelfden onzen God en Heer Jesus Christus: maar ook van Uwe heilige Apostelen en martelaren, Petrus en Paulns, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeus, Mattheus, Simon en Thadeus; Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cyprianus, Lau-rentius, Chrysogonus, Joannes en Paul us, Cosmas en Damianus, en van al Uwe Heiligen, bidden wij Ü, dat Gij ons door hunne verdiensten en gebeden verleent, dat wij in alles den bijstand Uwer bescherming ondervinden. Door denzelfdeu Christus onzen Heer. Amen.

Wij bidden U dan, o Heer, dat Gij deze offerande van onze dienst-baarheid, en ook van geheel Uw gezin zult aannemen, welke wij U opdragen, ook voor hen, die Gij U gewaardigd hebt te doen herboren worden door het water en den H. Geest, hun de vergeving aller zonden scheukende, met vergevingsgezindheid gelievet aan te nemen en dat Gij ons Uwen vrede verleent in onze dagen; en dat Gij gelievet ons te verlossen van de eeuwige verdoemenis, en onder het getal uwer uitverkorenen op te nemen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken U, o God, dat Gij U gewaardiget deze offerande iu alles te zegenen, te aanvaarden, goed te keuren, redelijk en U wel-


ocr page 150

PAASCH-ZATERDAG.

140

behagelijk te makeu: en dat zij voor 0113 het Lichaam en het Bloed vau üweu allergeliefdsteu Zoon, onzeu Heer Jesus Christus, worde.

Die daags, voor dat, Hij zou givau lijden, liet brood in Zijne heilige en eerwaardige handen nam, en, de oogen ten hemel opgeheven, tot U, (jod zijnen almachtigeu Vader, ü dankende, het zegende, brak, en aan Zijue leerlingen gaf, zeggende: Neemt en eet allen hiervan;

jratit dit is Mijn lichaam.

que facere digneris: ut nobis Corpus et Sangiiis fiat dilec-tissimi l'ilii tui Domini uos-tri Jesu Christi.

Qui pridin, quam patere-tur, aecepit pauem in sane-tas ac venerabiles uianus suas; et elevatis ooulis in coelum, ad te Deun) Patrem suum omnipotentem, tibi gratias agens, benedixit, fregit,, deditque discipulis snis, dicens; Aceipite et mandueate ex hoe omues:

Hoc est enim corpus me urn.


Zie op bladzijde 23 tot en niet 30: -—■ in de Mis van Witten Donderdag, de verdere gebeden van de Konsekratie af tot na de Nnttiging; alleen het agnus dei wordt niet gebeden.

Na de Nuttiging wordt door het koor de Vespers gezongen:

A LLELUIA, Alleluia, alleluia.

Looft, den Heer, alle natiën; looft Hem, alle volken.

Want Zijne barmhartigheid is over ons bevestigd, en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.

Alleluia, alleluia, alleluia.

^lleluia, alleluia, alleluia.

Ps. Laudate Dominum omnes gentes, laudate eum onmes populi.

Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus, et Veritas Domini manet in eeternum.

Gloria Patri, etc.

Alleluia, alleluia, alleluia.


Als deze Psalm pezongen is, heft de- Priester aan het altaar de Antifoon aan voor het magnificat, die door het koor vervolgd wordt.

Op den laten avond nu van den Sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria liet graf zien, alleluia.

Vespere autem Sabbati, quse lucesoit in prima Sabbati, venit Maria Magde-lene, et altere Maria videre sepulcrum, alleluia.


i

ocr page 151

PAASCH-ZATERDAG.

141

Onder het magnificat bewierookt de Priester het altaar, zoo als dit gewoonlijk iu de Vesper of het I-of plaats lieefi.

lurAGxmGAT anima mea Do-iniuinii.

^—- Et exultavit spiritus meus ivr üeo salutari meo.

Quia respexit humilitatem auoillic s.ia;: ecce euim ex hoe beatara me dicent oirnies generatioues.

Quia fecit mihi magna qui poteus est; et sanctum nomen ejus.

Et luisericordia ejus a pro-^euie in progeniem, timeuti-1ms eum.

Eecit potentiam inbrachio suo: dispersit superbos meute cordis sui.

Dcposuitpotentes de sede, et exultavit humiles.

Esurieutes implevit bonis, ft divites dimisit iuanes.

Suscepit Israel puerum suum, recordatus misericor-di® sure.

Sicut locutus est ad patres nostros, AbraJiam et semiui ejus in srecula.

Gloria Patri, etc.

Repetitur Ant.

Vespere etc.

ziel maakt groot den Heere.

Eu verlieugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker!

Urndat Hij ueder/.ag op de geringheid Z;jner dienstmaagd, want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl hij groote dingen aan mij gedaan heeft. Hij die machtig is; en heilig is Zijn naam.

En Zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte over degenen, die Hem vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door Zijnen arm; verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.

Machtigen heeft Hij van den troon gestort, en gcringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht, aangenomen, indachtig Zijner barmhartigheid.

Gelijk hij aan onze vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en aan zijn zaad in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.

Men herhaalt de Antifoon:

üp den laten avond enz.


Daarna keert de Priester zich om en zegt:

Dominus vobiscum. De Heer zij met n.

R. Et cum spiritu t-uo. R. En met uwen geest. Oremus. Laat ous bidden.

ocr page 152

paasch-zaterdag.

142

Stort in ons, o Heer, den Geest Uwer liefde; om ons, die gij door de Paasch-Sacramenten hebt verzadigd, door uwe goedertierenheid eendrachtig te maken. Door onzen Heer.... in de eenheid van denzelfden Heiligen Geest. Amen.

Jl. Amen.

De Heer zij met u.

R. Et met uwen geest.

Gaat, de Misse is geëindigd: alleluia, alleluia, alleluia.

God zij dank: alleluia, alleluja.

Spiritum nobis, Domine, tuse earitatis infunde: ut quos Sacramentis pasehali-bus satiasti, tua facias pie-tate concordes. Per Domi-num.... in unitate ejusdem.

R. Amen.

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiiitu tuo.

Ita missa est, alleluia, alleluia.

Deo gratias, alleluia, alleluia.


De overige gebeden der Misse, van

Laat, o heilige Drievuldigheid, | Placeat tibi sancta Tri-enz. 1 nitas etc.

tot aan het einde, zie men in den Dienst van Witten Donderdag op bladz. 31 van dit werk.

Laus Jesu, Marl/r Joseph!

ocr page 153
ocr page 154

c

■ü

I

ocr page 155
ocr page 156
ocr page 157