ocr page 1

DE HERLEVING

VAN

HET KIKVORSCHHART

U!T DEN TOESTAND VAN

SCHIJNBAAR VOLKOMEN ÜJKVERSTIJVING,

ocr page 2

■

■■ ■ ■' ■

.

.

.

■

■

'

■

.

.

-

,

•• ■ , ;; - • gt; ■■ . ■ ■ ■ ^ V.

.

-■ - ■quot; ' ■ : - ■ ■■ :

.

.

.

•'-■■■■ • . . ■ ■

■

,

■

,

.

■

_

-

_

■

_

ocr page 3

——

■

—

■

■-• V . .

•

••

■

■

i

;'':u.quot;i;i

■' ■ ■- j;i

.quot;. ■■ . ;: ' ■; ' • •■ ; ' __

■

_

_

• ■■■'-gt; ii

ocr page 4
ocr page 5

DE HERLEVING VAN HET KIKVORSCIIHART

UIT DEN TOESTAND VAN

SCHIJNI5AAR VOLKOMEN LIJKVERSTIJVING.

ocr page 6
ocr page 7

De Herleving van het Kikvorsehhart

UIT DEX TOESTAND VAX

SCHIJN BAA II VOLKOMEN L UK VEil STIJVING. Academisch Proefschrift

TER VERKRIJGING VAX DEN GRAAD VAX

Doctnr in bc ^ciiccóliunhE

AAN OE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,

01' GEZAG VAN DEN RECTOR MAGNI FICUS

Dr. D. E. J. VOLTE R,

Hoogleer aar in da Faculteit der Godgeleerd held,

IN HET OPEN BA A R TE VERDEDIGEN

op Zaterdag 6 Juli 1895. des namiddags te 4 uur-, IN DE AULA VAN HET UNlVERSITElTSGEliüUW,

DOOR

JT^IM FRX-MCK,

ARTS,

GEBOREN TE GOUDA.

STOOM-SNKM'KKSDRUK KnCIl .V K NU TT KI,. GOlDA. 1895.

ocr page 8
ocr page 9
ocr page 10
ocr page 11

Aan kef einde mijner academische loopbaan gekomen, is het mij eene behoefte U allen, Hoog-leeraren en Docenten, wier onderwijs ik mocht genieten, mijn oprechten dank te betuigen.

Hooggeachte Promotor, hooggeleerde Pr.aor, het voorrecht dat mij ten deel viel, uw assistent te zijn geiueest, d,e belangstelling en steun die ik hij het schrijven van dit Proefschrift van U ondervond, kunnen nooit dankbaar genoeg door mij worden gewaardeerd.

Ook U, hooggeleerde Van Rees, zeg ik in het bijzonder dank voor de kennis die ik als uw assistent mocht opdoen en de welwillendheid steeds van l' ondervonden.

Hooggeleerde Stokvis, de korte tijd, gedurende welken ik U als plaatsvervanger van uwen assistent aan Jt.et Pathologisch-Chemisch Laboratorium mocht hehtdpzaorn zijn, zed mij steeds in dankbare herinnering bijblijven.

ocr page 12
ocr page 13

T

De aanleiding tot dit proefschrift is gegeven door j een prijsvraag, in Mei 1891 door de Faculteit der

Geneeskunde te Utrecht uitgeschreven. Zij luidde: De Faculteit verlangt cene op eigen proefnemingen steunende kritiek van de onderzoekingen van E. Heuhel, omtrent het herleven van het kikvorsch-hart uit den toestand van schijnbaar volkomen lijk-verstijving. (Pflüger's Arch. f. d. ges. Physiologie. B. 45. S. 462—582).

In April 1892 werd door mij een beantwoording dezer prijsvraag ingezonden, welke de bekroning is waardig gekeurd.

Voor een groot gedeelte zullen in de volgende bladzijden zoowel mijne toen genomen proeven, als de resultaten die ik gemeend heb daaruit te mogen trekken, worden medegedeeld, terwijl deze met de uitkomsten door Heubel verkregen, zullen worden vergeleken. In aansluiting hieraan, wensch ik te bespreken enkele onderzoekingen, die na dien tijd over spiercontractie in het algemeen en over het kikvorschhart in het bijzonder zijn gepubliceerd en er verder aan toe te voegen eenige nadere proeven omtrent „ Warmestarrequot; en rigor mortis.

Degenen die vóór Heubel reeds pogingen in het

werk gesteld hebben, om spieren uit den toestand

1

i.

| i

ocr page 14

2

van verstijving weder tot hun normalen toestand terug te brengen, zijn het lang niet met elkaar eens, wat betreft de vraag of dit inderdaad mogelijk is. We vinden toch dat Brown-Séquard 1), Stannius 2) en Preyer 3), allen herlevingsproeven deden met positief resultaat, terwijl Kühne 4) in een, volgens Heubel „mit gr'ósster Sorg fait ausgeführte Versuchs-reihequot; slechts negatieve uitkomsten verkreeg. Het lit^t niet in mijn bereik dit verschil in uitkomst te verklaren, noch in mijn bedoeling al die proeven te herhalen; maar ik heb mij, in overeenstemming met de opgaaf der prijsvraag, in hoofdzaak bezig gehouden met de proeven door Heubel beschreven.

Die proeven waren allerverrassendst: door warmte bijvoorb. tot kennelijke verstijving gebrachte kik-vorschharten, die hoegenaamd geen prikkelbaarheid meer vertoonen, beginnen na doorvoering van bloed weer regelmatig te kloppen. Een hernieuwd onderzoek scheen alleszins gerechtvaardigd, wat ook wel tot het uitschrijven der prijsvraag zal hebben geleid.

Wanneer men over het algemeen de resultaten der herleving van het kikvorschhart in de proeven van Heubel met die van mij vergelijkt, dan blijkt het bijna overal, dat Heubel veel krachtiger herstel

1) Journal lt;le la Physiol. T 1858 p. lOfi.

2) Vierordt's Arch. f. phys. Heilkunde XT 18:»2 S. 1.

3) Reeueil «les travaux de la société med. allemande de Paris. Paris 1805 p. .37.

4; Arch. f. anat. u. Physiol. 1859. S. 752.

ocr page 15

verkrijgt, dan dit aan mij is mogen gelukken. Om dit eenigszins verklaarbaar te maken kan ik wijzen op het verschil in grootte der kikvorschen door Heubel en door mij voor onze proeven gebruikt. Terwijl Heubel zegt dat hij experimenteerde met „grosse, kraftige Tiere, luie sie uns hier in Kiew steU zu Gebote sielien\ beantwoordden de kikvorschen, die ik in den winter van 1891 en het voorjaar van 1892 bezigde, geenszins aan deze beschrijving. Tengevolge van den strengen winter van 1890—91 toch, waren vele kikvorschen gestorven en werden er in den daarop volgenden winter en voorjaar bijna alleen kleine eenjarige gevangen.

Wat het aantal hartslagen betreft, vindt men ook een groot verschil bij het vergelijken van ons beider proeven, maar dit wordt geheel verklaard door het verschil in temperatuur waarbij wij werkten. Do meeste mijner proeven zijn in het koude jaargetijde verricht en vond ik toen nooit meer dan 26 hartslagen bij het begin der proef, terwijl Heubel na het herstel vaak 40 hartslagen opgeeft en dan zegt dat het aantal bijna tot het normale is teruggekeerd. Dit jaar mijn onderwerp weer opnemende, was gedurende de warme weken in April en Mei een frequentie van 36 en 40 hartslagen geen zeldzaamheid, wat dus overeenkomt met de getallen van Heubel, die ook zegt zijne proeven in den zomer te hebben genomen.

ocr page 16

4

Tii de inleiding behandelt Henbei de zoo belangrijke qnestie. van bet verband tusschen spiercontractie en spierverstijving; ook ik wensch hierbij in de eerste plaats stil te staan.

Veel schijnt voor de meening te pleiten, dat we in beide gevallen met een en het zelfde proces te doen hebben. Zooals door Hermann is aangetoond, hebben we in beide gevallen te doen met verkorting en verdikking der spier gepaard gaande niet warmteontwikkeling, koolzunrvorming en melkzuur productie. In beide gevallen volgt op den toestand van verkorting, verlenging niet verslapping, maar het groote verschil tusschen spiercontractie en lijkverstijving bestaat daarin, dat bij de eerste met de verslapping de prikkelbaarheid is weergekeerd, terwijl bij de laatste de verslapping onveranderlijk blijft bestaan en het spierplasma in rotting overgaat.

Om te zien in hoeverre een spier in lijkverstijving werkelijk in physische eigenschappen met een gecontraheerde spier overeenkomt, heb ik een aantal proeven genomen om te zien hoeveel verkorting bij de spontane verstijving optreedt, 't Was n.1. de vraag of de eigenaardige toestand, dien we „Starre1' noemen op zich zelf verkorting geeft, dan wel of deze verstijving eenvoudig den toestand bestendigt, waarin tie spier op dat oogenblik verkeert. Wanneer men toch bij een pas gestorvene de handen over de borst samenvouwt, verstijft het cadaver

ocr page 17

5

zonder verandering in dien stand te brengen, maar met de fiexoren verstijven evenzeer de extensoren, zoodat wanneer de kracht van deze beiden tegen elkaar opweegt er geen oorzaak van beweging overblijft.

Om dus te zien wat er werkelijk gebeurt, nam ik telkens één spier afzonderlijk en koos daarvoor den gastrocnemius van den kikvorscli. Hiertoe wordt de van zijn dijspieren ontdane femur bevestigd in liet PHüger'sche mygraphion en onder in de pees van den gastrocnemius een haakje geslagen, dat door een draad verbonden is met een hefboom, wiens puntvormig uiteinde langs eeu met roet bedekte glazen plaat schrijft. Het geheele bovenste gedeelte van dezen toestel is bedekt door een stolp, waaronder tevens naast de spier een bakje met nat filtreer papier geplaatst wordt, om haar voor uitdroging te bewaren Meestal werd ook het overige deel van den kikvorscli, eveneens tegen uitdroging beschut,

O O O

bewaard om het tijdstip van den daarin optredenden rigor mortis te kunnen constateeren.

Deze proeven hadden het volgende resultaat: gedurende de eerste 3 of 4 uur dat de spier in den toestel is opgehangen, daalt meestal de schrijvende stift 1 —1.75 m.M , wat beantwoordt aan een verlenging van de spier van 0.5—0,85 m.M. Daarop blijft de toestand geruimen tijd onveranderd, totdat in de laatste helft van den tweeden dag de spier zich begint te verkorten en ter zelfder tijd begint

ocr page 18

6

men aan den controle-poot verstijving waar te nemen. Zeer langzaam stijgt uu de liefboom soms gedurende 24 uur d.i. dus langzame verkorting van de spier, gedurende den derden dag na den dood. Eerst in het verloop van den vierden dag verlengt zich dan de spier weer. De grootte van de verkorting bij de lijkverstijving is zeer verschillend. Bij het begin ViUi elke proef werd de maximale verkorting door één enkele sluitings- en openingsslag opgeteekend en hiermee de later optredende verkorting vergeleken. Nu eens bedroeg deze laatste weinig meer dan de helft van do maximale verkorting, andere malen echter (en deze vormden de meerderheid) kwam ze deze zeer nabij.

We kunnen dus zeggen dat werkelijk met de lijkverstijving een op de normale contractie gelijkende verkorting optreedt, die niet onbelangrijk genoemd kan worden.

Na deze uitweiding over de gelijkheid in physi-sche eigenschappen vragen we naar een verklaring-van spiercontractie en spierverstijving.

Volgens een der oudere voorstellingen beschouwde

O c?

men spiercontractie, als veroorzaakt door stolling van een gedeelte der myosine. Door toestrooming van het alkalische bloed zou deze eerste graad van stolling (de optisch niet waarneembare, geleiachtige stolling van Kühne) dan weer worden opgeheven.

Bij de spierverstijving na den dood wordt zeker

ocr page 19

7

myosine uitgescheiden, maar terwijl hier geen neutraliseering door bloed plaats grijpt, neemt hier de zure reactie steeds toe en wordt ten slotte de myosine weer opgelost, d. i. er treedt weer verslapping in, doch nu niet meer in den toestand van prikkelbaarheid als te voren, maar in dien toestand, dien wij dood van het weefsel noemen.

Spiercontractie en rigor mortis zouden volgens deze opvatting dus al zeer veel overeenkomst hebben. Het proces der spiercontractie is echter zeker niet zoo eenvoudig als we het zooeven voorstelden ; immers, indien bij elke contractie alleen wat myosine stolde en dit bij de daarop volgende verslapping weer in oplossing ging, zou het alkali van het bloed alleen reeds voldoende zijn om de spieren te onderhouden. Er wordt echter bij elke contractie koolzuur en melkzuur gevormd, samengestelde stoffen worden in meer enkelvoudige gesplitst, het proces is derhalve veel gecoi npliceerder.

De verklaring door Engelmann voor de spiercontractie gegeven, volgens welke de anisotrope schijf zich met water imbibeert, dat aan de isotrope laag wordt onttrokken, was reeds veel waarschijnlijker, en de juistheid der opvatting van het contractieproces als een imbibitie verschijnsel, werd dan ook door de microscopische onderzoekingen van spiervezelen in contractie genoegzaam bewezen. Wat echter die plotselinge verandering van het imbibitie

ocr page 20

8

vermogen veroorzaakte was nog onbekend. Het verband met de chemische verschijnselen moest nog worden opgespoord.

Daar in het algemeen chemische energie door middel van warmte in mechanische wordt omgezet, lag het vermoeden voor de hand, dat we ook bier de warmte als tusschenvorm bij genoemde omzetting zouden vinden.

Aan Engelmann 1) is het gelukt, dit vermoeden tot zekerheid te maken. Door middel van een een-voudigen toestel heeft hij aangetoond, hoe momentane warme in staat is het imbibitie vermogen plotseling te veranderen. Het zij mij vergund een korte beschrijving van dezen ingenieus gevonden toestel te geven.

Op den bodem van een klein, met water gevuld vat, is een 5 cm. lange vioolsnaar bevestigd, wel kei-boveneinde aan een lichten hefboom is verbonden. Om de snaar loopt, zonder haar aan te raken, een spriraal van platinadraad, die bij het sluiten van een stroom van twee of meer Bunsen'sche elementen plotseling verhit wordt. De verwarming van het vocht in de onmiddellijke nabijheid der snaar, brengt deze door imbibitie tot opzwelling en verkorting, waarvan de hefboom een curve opschrijft, die volkomen op een myogram gelijkt. Bij het openen

1) Onderz. gedaan in het Physiol. Laborat. te Utrecht IVde Reeks II. 2. (1893).

ocr page 21

9

van den stroom keert de snaar weer tot de normale lengte terug. Een thermometer op 0,5—1 c.m. afstand van de snaar in het water aanwezig, geeft hierbij wel geen verandering van temperatuur aan, maar gedurende den korten tijd, dat men den stroom gesloten hield, is er vlak om de snaar een warmtegraad geweest, groot genoeg om deze door imbibitie tot op 4/5 van zijn lengte te verkorten. Dat deze temperatuur niet onbelangrijk is, volgt hieruit, dat men bij verwarming van liet water waarin de snaar is geplaatst tot 55quot; C., slechts een zéér kleinen uitslag van den hefboom verkrijgt. De geheele spier wordt ook bij een enkelvoudige contractie al zeer weinig warmer, maar dit neemt niet weg dat moleculair, hier en daar in de spier verspreid, veel hooger temperatuur kan hebben bestaan.

Met dezen toestel is verder door Engelmann aan-getoond, hoe het imbibitie vermogen verandert, n.1. toeneemt, als men verdunde zuren in plaats van water gebruikt.

Het beste bewijs dat Engelmann's toestel met de werkelijkheid, inderdaad zeer goed overeenkomt wordt dunkt me geleverd bij de herhaling van de proef, waarbij in de plaats van de vioolsnaar een gedroogde en daarna in water weer opgeweekte, of wel een in „Starrequot; verkeerende spier wordt gebezigd. De momentane verwarming in de onmiddellijke omgeving van de spier doet de inotagmen op dezelfde wijze

ocr page 22

10

door irabibitie zwellen en dientengevolge de spier verkorten, als dit geschiedt bij een contractie, opgewekt door prikkeling van de motorische zenuw.

De enkelvoudige spiercontractie is dus een „thermische Queüungquot;, want de zuurvorming, die daarbij plaats vindt, is zoo gering, dat ze dooi' het alkalische bloed, of anders reeds door het omgevende weefsel vocht alleen, wordt geneutraliseerd.

Hoe is het nu echter met de „Starrequot; ? Wanneer wij een uitgesneden kikvorschhart of een spier, van zijn circulatie beroofd, in „Warme starrequot; doen overgaan is lu. de zuurproductie grooter, zoowel door de overmatige inspanning van de spier, omdat die warmteprikkel het aantal contracties zoo vermeerdert, als door het vermeerderd chemisme, tengevolge der temperatuursverhooging, maar 2quot;. valt hier de neutraliseerende invloed van het alkalische bloed weg. Spierverstijving schijnt dus in hoofdzaak „chemische Qaellung ', een gevolg van de zuurvorming.

Dat er nu nog verschil bestaat tusschen de verschillende vormen van kunstmatig verkregen „Starrequot; en den rigor mortis is zeer waarschijnlijk, maar voor-loopig niet nader te definieeren.

Het is dus voornamelijk op grond van deze onderzoekingen van Engelmann, dat ik meen te moeten aannemen dat spiercontractie en spierverstijving, die in uitwendig waarneembare verschijnselen

ocr page 23

11

zooveel overeenkomst toonen, tocli wat den aard van het proces betreft, belangrijk verschillen.

De proeven door Heubel verricht, geven aanleiding de spierverstijving nog uit een ander oogpunt te bezien, namelijk wat betreft de mogelijkheid van herstel uit dezen toestand, zoodat opnieuw prikkelbaarheid optreedt.

Bij elke spiercontractie wordt een zeer kleine hoeveelheid stof, in hoofdzaak waarschijnlijk koolhydraten verbruikt, zal dus een spier op den duur blijven werken, dan moet nieuwe stof worden toegevoerd; maar misschien van evenveel belang is de verwijdering der decompositie-producten, die bij de contractie worden gevormd.

Hebben we een spier, of om bij onze proeven te blijven, een kikvorsclihart in „Starrequot; gebracht, dan is zeker alle ontleedbare stof niet verbruikt, immers het aantal contracties, dat aan de „Starrequot; vooraf ging, is daarvoor veel te gering. Waarom is dan stilstand van de automatische contracties en ook onprikkelbaarheid opgetreden? Wellicht door ophooping van ontledingsproducten, evenals elke termentatie dooi' opl looping der gistingsproducten vertraagt en tot stilstand komt. Een grond voor de waarschijnlijkheid van deze mee-ning, meen ik te mogen zien in het feit dat Heubel telkens aanhaalt en wat ik ook heb kunnen constateeren, dat n.1. soms physiologische zoutsolutie

ocr page 24

12

alléén, reeds in staat is voor korten tijd het hart te herstellen, wat toch wel niet anders kan zijn, dan door liet verwijderen van de ontledingsproducten. Wil men evenwel meer duurzame contracties zien ontstaan, dan moet men tevens nieuw materiaal toevoeren, dat is: het hart met bloed in aanraking brengen.

Men moet echter mijns inziens bij deze herlevings-proeven zich wél wachten, de mogelijkheid van herstel al te ruim op te vatten. Wanneer we toch door azijn-zuurdampen, alcohol of gedestilleerd water liet hart in .,Starrequot; hebben gebracht, moeten we wel aannemen dat een deel der spiercellen (de aan de oppervlakte gelegene) werkelijk gedood zijn, daarop volgt dan misschien een gedeelte, dat in den toestand van nog herstelbare „Starrequot; verkeert, terwijl eindelijk een deel nog ongeschonden is. Deze zijn evenwel te weinig in aantal om spontaan of ook na prikkeling tot zichtbare vormverandering van het hart te leiden, omdat het overige deel in zijn stijven toestand dit belet.

Voor deze opvatting pleit, dat waar herstel intreedt, wij eerst zeer zwakke contracties zien, die langzamerhand in intensiteit toenemen. Het is alsof de rigor der buitenste, afgestorven laag allengs verdwijnt en tegelijk daarmede telkens méér herstelde spiervezelen aan de contractie gaan deelnemen. Dit komt ook volkomen overeen met het feit, dat ik

ocr page 25

nooit een hart na de herleving, zich even krachtig

O o

zag contraheeren als vóór de inwerking van het „Starre erregendequot; agens.

Tegen de veronderstelling, dat de buitenste lagen werkelijk voor goed verloren zijn, zou men kunnen aanvoeren, dat juist in de meeste gevallen de dunne boezems het eerst hersteld zijn; maar aan den anderen kant is de massa van den boezemwand weer zóó gering, dat misschien reeds weinige spierbundels in staat zijn zichtbare contracties te veroorzaken. Daarenboven bestaat er zoowel histologisch als physiologisch verschil in de spiercellen van de boezems en den ventrikel. De eerste zijn kleiner en smaller en contraheeren zich duidelijk sneller dan de laatste, zoodat misschien dit verschil ook in aanmerking kan komen, wanneer men vraagt naar eene verklaring van het feit, dat de boezems eerder hersteld zijn dan de ventrikel.

Na in het kort de proeven besproken te hebben, die vóór hem reeds gedaan zijn over de herleving van in „Starrequot; verkeerende spieren in het algemeen, vermeldt Heubel de verschillende stoffen die hij gebezigd heeft om „Herzstarrequot; op te wekken. Hij zegt hieromtrent:

„Es giebt bekanntlich eino Reihe von Agentien die im Muskei der Todtenstarre sehr naho venvandte Veriinderunsen bewirken, Veriinderun-gen, die als Muskelstarre bezeichnet werden. Manche Formen dieser Starre sind hochst warscheinlich ihrem Wesen nacli volkommen iden-tisch mit der Todtenstarre, wiihrend andere von dieser mehr oder weiniger

ocr page 26

14

verschieden sein diirftcn, obgleich bis hiezu wesentliche TJnterschiede zwischen verschiedenen Arten von Starre mit Bestimmtheit nicht liaben nachgewièsen werden kunnen.quot;

Ik kan het naar aanleiding mijner proeven hiermede niet geheel eens zijn, hoewel ik niet overtuigd ben, dat het verschil, hetwelk ik op het oog heb, gerekend mag worden tot wat Heubel zeer voorzichtig noemt; „■wesentliche Unterschiedequot;. Wat is hier een „wesent-lichquot;, een essentieel verschil? Wij kennen den toestand van spierverstijving niet ten volle; wie zal dan uitmaken of twee toestanden, die er veel op gelijken, maar toch onderling niet volkomen overeenkomen, of die twee toestanden een, met het oog op het karakteristieke van de „Starrequot; essentieel velschil aanbieden.

Naar mijne meening moet men bij de kunstmatige spierverstijving twee vormen onderscheiden. Heubel verstaat onder „Muskelstarrequot; een toestand, die volkomen gelijkt op de lijk verstij ving, dat is dus een harden, verkorten, op de gewone contractie gelijkenden vorm van den spier. Bij de behandeling nu van het hart met aqua destillata, chloorammo-nium en temperaturen boven 40quot; C. krijgen we inderdaad een zeer verkleinden, harden ventrikel. Rtellen we het hart daarentegen bloot aan de inwerking van oplossingen van keukenzout, kaliumzouten, of melkzuur of aan azijnzuurdampen, dan wordt de ventrikel steeds deegachtig, niet hard; vooral door azijnzuurdainp en keukenzout-oplossingen zeer slap.

ocr page 27

15

Til beide gevallen is stilstand van het hart, evenals onprikkelbaarheid opgetreden, maar terwijl, wanneer inen de proef met het hart in situ doet, (zie beschrijving van de wijzen van proefneming hieronder), na doorsnijding van de temporaire sinus-ligatuur, de deegachtige en slappe ventrikel zich dadelijk met bloed vult en zich uitzet, alleen reeds door de geringe spanning, waaronder het bloed in de groote venae staat, gelukt het waar we met den eerstgenoemden vorm van „Starrequot; te doen hebben, vaak eerst door herhaalde malen op de boezems te drukken, den ventrikel met bloed te vullen.

Ik meen dus twee vormen van „Herzmuskelstanz ' te mogen onderscheiden, waarvan de eeno overeenkomt met systole, de andere met diastole van het hart.

Hot voordeel dat het hart van den kikvorsch voor Heubel's onderzoekingen aanbiedt, is onbetwistbaar. Vooreerst toch de groote gevoeligheid voor media-

O O O

nischo prikkels, ten tweede het feit, dat na eiken prikkel die voldoende is om oen contractie op te wekken, steeds de maximale samentrekking volgt en ten derde de gemakkelijkheid waarmede bij de poging tot herstel, de vulling van het hart kan worden geregeld, terwijl zijn wand, door het voorkomen van talrijke diepe divertikels, beter in al zijn deelen met het doorspoelende vocht in aanraking komt dan men dit bij eenige andere spier zou kunnen bereiken, maken

ocr page 28

16

het hart tot een bij uitstek geschikt object voor deze „ W ieder bel ebu ngsversucl i e quot;.

Het hart eindelijk, is het eenige orgaan der hooger georganiseerde wezens, dat nog de drie eigenschappen van het levend protoplasina der lagere organismen in zich vereenigt, n.1.: prikkelbaarheid, contractiliteit en automatie. Deze overweging geeft Heubel aanleiding te zeggen, dat men daardoor terzelfder tijd de herstelbaarheid van spieren zenuwelementen onderzoekt. Sedert de laatste onderzoekingen van Engelmann 1) echter geleerd hebben, dat wij niet langer in de Remack'sche en de Bidder'sche gangliën van het kikvorschhart de bron van de automatie hebben te zien, moet deze uitdrukking natuurlijk gewijzigd worden en zou men kunnen spreken van die spiervezelen, welke de automatie in zich hebben en die, welke alleen nadat de prikkel deze bereikt heeft, zich samentrekken. Immers, de oude proef van Stannius, van wier juistheid men zich nog aan elk hart kan overtuigen, leert, dat na omsnoering van het hart tusschen de inmon-dingsplaats van de groote venae en de boezems, deze laatste zoowel als de ventrikel stil staan. De venensinus evenwel, waar juist de Remack'sche gangliën zijn gelegen, blijft voortkloppen. Door opzettelijke prikkeling contraheeren zich de boezems en de ventrikel, terwijl eveneens na een ligatuur om de atrio-

1,1 Onderz. geilaan in het Physiol. Labor, te Utrecht. IVJe Reeks III. 1.

ocr page 29

17

ventnculair grens of geheele doorsnijding hier tei plaatse, zoowel kamer als boezems weer beginnen te pnlseeren. Uit de zooeven genoemde onderzoekingen van Engelmann is nu gebleken, dat noch zenuwen, noch gangliëncellen hiervoor in rekening kunnen worden gebracht, en de beschreven verschijnselen laten zich even goed begrijpen, wanneer men in de plaats der gangliëncellen spreekt van automatische spiervezelen.

Zooals nu in elk der afdeelingen van het hart de prikkels door de spiercellen zelf en niet door zenuw vezelen worden voortgeleid, liet het zich vermoeden, dat de prikkel van de atria naar den ventrikel overgaande, óók langs spiercellen zich voortplant. Er moesten dus een of meer spierbruggen bestaan tusschen boezems en ventrikel, iets wat men vroeger niet aannam. Verschillende onderzoekers als Paladino 1) Gaskell 2) en Stanley Kent 3), evenzoo ook Engelmann 4) deelen mede deze spierbruggen inderdaad gezien te hebben. Daar dit evenwel nog niet zoo algemeen wordt aangenomen heb ik gemeend dit onderzoek nog wel te mogen herhalen. Ik onderzocht hiertoe het konijnen- en het kikvorschhart.

1) Contrib. aH'anatomia del cuorc. Napoli 187C. (Volg. Jahresbericht irofmann u. Schwalbe, Th. V.)

2) Journ. ol' Phys. IV 1883 p. 09.

3) Journ. of Phys. XIV 1892 p. 233.

4) OnJerz. Physiol. Labor. Utrecht TV Reeks III 1. 1884.

2

ocr page 30

18

In de eerste plaats liet kikvorschhart. Na harding en kleuring volgens verschillende methoden bleek overtuigend uit het microscopisch onderzoek van frontale coupes, dat er een niet onbelangrijke spier-brug bestaat, waarvan het vezel verloop naar de hart-punt is gericht en die de loodrecht op deze richting verloopende spierbundels van boezem- en kamerwand verbindt. Uit een serie sagittale coupes blijkt verder, dat er van den boezem zoowel naar den voorwand, als naar den achterwand van den ventrikel, op een plaats ongeveer in het midden van de basis gelegen, continuïteit van spierweefsel is te vinden.

Van het konijnenhart werden achtereenvolgens verschillende stukjes van de atrio-ventriculair grens microscopisch onderzocht, zoowel van de rechter en linker hartshelft, als van het septum. Hier bestond de verbinding van het spierweefsel van kamer- en boezem wand steeds uit slechts enkele spiervezel en, vlak onder het endocardium gelegen en aan het stukje septum waren deze alleen aan de naar het rechter hart gekeerde zijde aanwezig.

Dat deze spierbruggen moesten bestaan kon trouwens volgens Engelmann, en wel om twee redenen, niet worden betwijfeld. In de eerste plaats toch zou men anders moeten aannemen, dat de prikkel, gedurende zijn verloop in het atrium door spierveze-len voortgeleid wordende bij de atrio-ventriculair-grens aangekomen, op zenuweleraenten overgaat en

ocr page 31

19

dat is hoogst onwaarschijnlijk. Maar in de tweede plaats kan een contractie, door prikkeling opgewekt, evengoed van den ventrikel op de atria, als van deze op den ventrikel overgaan. Ook bij mijne proeven bleek meermalen aan het herstelde hart een typus inversus te bestaan, die soms spontaan weer in de normale volgorde van boezem-kamercontractie overging. Deze geleiding van een prikkelingstoestand in twee tegenovergestelde richtingen heeft wel in

o o o

spier of zenuwelementen plaats, echter niet door motorische centra en was het dus zeer waarschijnlijk dat hierbij de gangliëncellen van het hart geen rol konden spelen.

Het bleef nu nog slechts over een verklaring te geven voor de vertraging, die de voortgeleiding van den prikkel aan de boezem-kamergrens ondervindt, welke vertraging men vroeger aan de daar ter plaatse gelegen Bidder'sche gangliëncellen toeschreef.

Door Gaskell 1) is hieromtrent de volgende expe-rimenteele toelichting gegeven. Hij knipte den boezem van het schildpadhart zóóver in, dat de beide deelen nog slechts door een smalle spierbrug samenhingen, en zag dan tusschen de contractie van de direct geprikkelde helft en de samentrekking van het tweede stuk een pauze ontstaan, volkomen gelijkend op liet normale interval tusschen boezem- en kamercontractie. Hier schijnt dus de versmalling van de geleidings-

1; Journ. of Phys. IV. 1883. p. 69.

ocr page 32

20

baan de vertraging te geven, waarschijnlijk doordat de prikkelingstoestand eenige honderste deelen van een seconde noodig heeft om, na de spierbrug gepasseerd te zijn, zich weer in de breedte uit te breiden.

Voor de verklaring der korte pauze tusschen boezem- en kaïnercontractie dringen zich echter nog een tweetal andere onderstellingen op. Ten eerste kan men denken dat het reeds op bladz. 13 beschreven verschil in histologisch-physiologische eigenschappen der spiervezelen van boezem- en kamerwand, oorzaak is dat de prikkelingstoestand op den ventrikel overgaande, in dit zich langzamer contraheerende deel van het hart, ook langzamer zich uitbreidt. Ten tweede deelt Engelmann 1) mede, dat ook de verbindende „blokvezelsquot; weer zoowel van de voorkamer-, als van de kamervezels morphologisch en physiologisch verschillen en zou dus de veranderde geleidingssnelheid van deze cellen der spierbruggen, de oorzaak der pauze kunnen zijn.

Alvorens nu tot de beschrijving mijner proeven over te gaan en de resultaten daarvan met die van Heubel te vergelijken, zij het mij vergund nog eenige oogenblikken stil te staan bij mijne wijze van proefneming in het algemeen. In de eerste plaats zijn

1) Verslagen der Afd. Natuurk. 1)1. IV 1895-9G v. d. Koninkl. Acad. v. quot;Wetensch. (Vergadering 25 Mei 1895).

ocr page 33

21

natuurlijk de beide door Heubel aangegeven metlio-den gebezigd, welke als volgt kunnen worden weergegeven:

Een kikvorscch (Hana esculenta) wordt op een plaat kurk bevestigd, en van den borstwand zóóveel verwijderd, dat het ongeschonden hartezakje kan worden overzien. Dan wordt het pericardium parie-tale aan de voorzijde geheel opengeknipt en de bind-weefselstreng, die de achterzijde van den ventrikel met het pericardium parietale verbindt doorgesneden.

Nu worden twee draden onder de beide aortae door geschoven, aan de eene draad het hart in de hoogte getild en de andere langs de beide venae cavae om den sinus venosus geslagen. Daar deze ligatuur slechts een tijdelijke moet zijn, wordt voordat men de draad samenknoopt, óp den sinus het ligatuur-staafje van Graefe gelegd (een klein houten cylindertje, 5 m.M. lang en 3 m.M. dik) en hierop de knoop gelegd. Om later deze ligatuur te verwijderen vat men het houten cylindertje met een pincet aan en snijdt de draad dooi. Door deze zoogenaamde sinus-ligatuur wordt aan het bloed uit de venae cavae, zoowel als aan dat uit de venae pul-monales, de toegang tot het hart afgesneden. Het hart staat na het aanleggen dezer ligatuur meestal dadelijk stil; door een zachten mechanischen prikkel kan men echter zeer gemakkelijk eenige contracties opwekken, om het hart bloedleeg te doen worden.

ocr page 34

22

Ten einde nu het hart goed vrij in de vloeistoffen te kunnen onderdompelen, moet het nog meer beweeglijk worden gemaakt en dat verkrijgt men dooide beide aortae door te snijden, nadat men deze dubbel heeft onderbonden.

Naast deze methode met het hart in situ, staat die, waarbij het geheel wordt geïsoleerd. Nadat het hart op de boven beschreven wijze is blootgelegd, worden de beide aortae zoo hoog mogelijk doorgesneden en laat men het bloed uitstroomen. Dan worden de centrale einden der aortae onderbonden en nu een kleine opening geknipt in de vene cava inferior. Hierin brengt men een canule, die men tot in het rechter atrium voortschuift en bevestigt deze canule door een ligatuur. De verschillende venae worden daarna allen perifeer van de ligatuur doorgeknipt, om nu het hart geheel uit de borstholte te kunnen verwijderen.

Wat de canule betreft, gebruikte ik eerst de „Kronecker'sche Doppelwegkanülequot; welke Meubel steeds bezigde, maar daar het veelvuldig voorkwam, dat zich stolsels vastzetten, nam ik een enkelvoudige rechte canule, die op een gewone injectie spuit van 30 cM. inhoud paste. Enkele malen bond ik de canule niet in den sinus venosus maar in een der aortae, nadat vooraf de sinus venosus door een ligatuur was gesloten. Nadat de verschillende agentia op liet hart hadden ingewerkt, spoot ik steeds eerst

ocr page 35

een weinig physiologische zoutoplossing door eu daarna kikvorschbloed, vermengd met ongeveer een gelijko hoeveelheid 0,6% 01 ojolossing.

Waar het er op aankwam het doorvoeren van vocht lang voort te zetten, b.v. om te zien of door physiologische zoutoplossing alléén, ook herstel was te verkrijgen, verbond ik de canule, die in liet hart was gebonden, door middel van een caoutchouc buisje, onder aan een buret. Met behulp van eeu kleine kraan kon ik den toevloed dan gemakkelijk zóó regelen, dat het vocht druppelsgewijs uit het hart vloeide.

De vloeistoffen, waardoor het hart in „Starrequot; moest worden gebracht, deed ik in glazen buisjes van 2 cM. diameter en 8 cM. lengte, met gladden rechten rand. Deze buisjes plaatste ik verticaal in een metalen klemschroef, zoodat ik tijdens de indompeling de beweging van liet hart kon waarnemen.

Waren bij de proeven met het hart in situ, na de inwerking der verschillende agentia en na doorsnijding van de sinusdigatuur de contracties weer begonnen, dan knipte ik een der aortae in, daar soms de spanning van het bloed in het hart zóó groot werd, dat de ventrikel zich niet meer kon samentrekken en de contracties peristaltisch werden. Behalve door vermindering der spanning, werkte mijns inziens die bloedontlasting gunstig ook daar.

ocr page 36

24

waai- de contracties nog niet waren begonnen, omdat daardoor eventueele schadelijke stoffen werden verwijderd en het hart weer eens met nieuw bloed werd gevuld. Door middel van een klein sluitpincet kon natuurlijk de opening in de aorta desverkiezend weer worden gesloten.

Eindelijk maakte ik enkele malen gebruik van hoee temporaire ligaturen : één om den sinus venosus en één om de aortae. Na verwijdering dezer beide ligaturen, was dus de geheele bloedsomloop weer hersteld en verkeerde het hart onder de meest gun-

o

stige voorwaarden. Na sluiting van de huid wond was soms de kikvorsch 24 uur later nog normaal.

In aansluiting aan de door mij herhaalde proeven van Heubel met digitaline, verrichtte ik er nog enkele waarbij het hart geheel intact gelaten werd, doch verwijs hiervoor naar de bespreking mijner proeven met alkaloïden.

ocr page 37

EIGEN PROEFNEMINGEN.

I. PROEVEN MET VERZADIGDE ZOUTOPLOSSINGEN.

Proef 1. Een kikvorschhart wordt voorzien van de temporaire sinus ligatuur, de aortae dubbel onderbonden en doorgesneden, en gedurende 10 minuten in een kristalbrei van NaOl gedompeld De eerste 3 min. klopt het hart nog, doch niet frequenter dan te voren. Na afspoeling met 0,6 0 0 zoutsolutie is het hart grauw-bruin, ondoorschijnend, deegachtig en reageert niet meer op prikkels. Daarop wordt de sinus-ligatuur verwijderd en na 10 min. beginnen de atria zich te contraheeren (5 a 6 contracties per min.), 5 min. later vulgt op elke mechanische prikkeling een ventrikel-contractie en weer 5 min. later treden spontane samentrekkingen van het geheele hart op (12 per min.).

Proef Het uitgesneden, met den sinus venosus op een canule gebonden hart. hangt gedurende 20 min. in een verzadigde Na Cl oplossing. Het daarna afgespoelde hart is troebel, onprikkelbaar en slap. Nadat gedurende 7 min. physiologische zoutoplossing is doorgevoerd, beginnen zich de boezems en kort

ocr page 38

26

daarop ook de kamer te contraheeren. Gedurende 45 min. wordt dit vocht doorgespoten en blijvende contracties voortbestaan, hoewel ze wat verzwakken. Daarop wordt verdund kikvorschbloed doorgevoerd en nemen de contracties weer m intensiteit toe.

Proef 3. Het hart, in situ gepraepareerd, wordt gedurende 5 min. in een verzadigde chloorammonium oplossing gedompeld. Nadat het met physiologische zoutopl. is afgespoeld, is het hart wit, zeer verkleind, hard en onprikkelbaar en reageert aan de oppervlakte zuur. De sinus-ligatuur wordt losgemaakt en na, 4 min. vertoonen zich vrij krachtige contracties (14 per min.), die geruimen tijd aanhouden.

Proef 4. Het hart wordt met een der aortae op de canule gebonden en zoo gedurende 5 min. in een verzadigde NH Cl opl. gehouden, waarin het nog 2 min. blijft kloppen. Na verloop der 5 min, is de ventrikel klein, wit, hard en onprikkelbaar. Het hart wordt daarop at- en doorgespoeld met 0,6% Na Cl opl. en dan met verdund kikvorschbloed gevoed. Na 2 min. vertoonen zich krachtige ventrikelcontracties (15 per min.) die voortduren, zoolang de proef wordt voortgezet (11 'o uur).

Proef 5. Geheel dezelfde wijze van proefneming, maar in plaats van 5 min. blijft het hart gedurende 6 min. in de chloorammonium oplossing, 't Is hier echter niet mogen gelukken contracties op te wekken.

Proef «. Het hart, in situ gepraepareerd, wordt

ocr page 39

27

gedurende 6 min. in een verzadigde NHjCl opl. gedompeld en daarna afgespoeld. Het hart is dan onprikkelbaar, zeer verkleind, hart en wit. Na doorsnijding van de sinus-ligatuur vult zich de ventrikel niet eer met bloed, dan nadat herhaalde malen een druk werd uitgeoefend op de gevulde atria. Hierdoor wordt de sterk elastische ventrikel telkens uitgezet, doch zoodra de druk ophoudt, ontdoet de kamer zich weer van zijn inhoud. Langzamerhand verliest de ventrikel zijn elasticiteit, maar contracties treden niet op.

Met natrium- en magnesiumsulfaat heb ik niet geexperimenteerd, omdat de werking hiervan volgens Heubel het zwakst is, zoodat wat omtrent de herleving na aanwending van chloornatrium en chlooram-monium oplossingen gold, a fortiori van deze zwakker werkende zouten verwacht kon worden.

Wanneer men mijne zooeven beschreven proeven met de daarmee overeenkomstige van Heubel vergelijkt, dan blijkt dat wij beiden bij de proeven met NHjOl aan het in „Starrequot; verkeerende hart, een zure reactie kunnen constateeren, maar ik meen dat dit moet worden toegeschreven aan de zuur reaeee-

o O

rende oplossing van NH4G1 en niet aan de „Starrequot; als zoodanig. Hoewel we als vaststaand aannemen dat bij de „Starrequot; koolzuur en melkzuur gevormd wordt, kon ik bij de „Starrequot; door neutrale zouten

ocr page 40

28

verwekt, door iniddel van uiterst gevoelig reageer-papier nooit zure reactie aantoonen en wijt haar dus bij de proeven met chloorammonium aan de nog aanhangende restes van dit zout zelf.

Ik wil te dezer plaatse omtrent de reactie van het hartspierweefsel nog iets anders opmerken. Een kikvorschhart, zoo versch mogelijk onderzocht, reageert zwak alkalisch. Het hart van een kikvorsch, die 4 uur dood is, reageert echter reeds zuur, zooals ik met rosolzuur kon aantoonen, en zoo'n hart noemt men nog een vrij normaal hart, het klopt regelmatig, men zou er nog een proef mede kunnen beginnen.

Hetgeen ik hieruit wil concludeeren is, dat men een eventueel bij de „Starrequot; gevonden zure reactie niet mag opvatten als iets essentieels van de „Starrequot;, maar dat deze zwak zure reactie voor onze proeven van geen beteekenis is, daar, zooals we zagen, een nog spontaan pulseerend hart deze reactie kan ver-toonen.

Met de beschrijving door Heubel gegeven 1) van de veranderingen, die het hart ondergaat door de inwerking der zoutoplossingen stemmen mijne proeven overeen, behalve met wat hij zegt omtrent de versnelling na de indompeling. Heubel toch schrijft: „es trat meist eine hedeutende Beschleunigiing der Contractionen einquot;, terwijl ik bij de indompeling in

J) 1. c. S. 481 eu J82.

ocr page 41

29

chloornatrium oplossingen nooit vermeerdering in de hartsfrequentie waarnam.

Zooals ik reeds op pag. 14 beschreef, hebben we in de voor deze proeven gebezigde oplossingen van chloornatrium en chloorammonium juist twee stoffen voor ons, die de twee verschillende vormen van „Starrequot; veroorzaken. Ook Heubel beschrijft na de indompeling in NaCl en lS1aoSOl de deegachtige consistentie van den ventrikel, maar nooit plaatst hij dezen toestand naast of tegenover dien, waar het hart ad maximum gecontraheerd schijnt, zooals na de inwerking van NH/jl.

Zooals Heubel verder beschrijft vond ook ik meestal, dat bij het begin van het herstel, de contracties als lichte fibrillaire samentrekkingen het eerst worden waargenomen aan den sinus, dan aan de boezems, den bulbus aortae en eindelijk aan den ventrikel. Enkele malen kwam het niet verder dan tot samentrekkingen van de boezems en bleven ventrikel-contracties geheel uit.

Iets verder 1) teekent Heubel mijns inziens veel te sterk het verschil tusschen het herstel, dat men verkrijgt dooi' physiologische zoutsolutie alleen en dat door bloed. Hij schrijft toch:

„Allerdings treten nun, wcnn man das erstarrte Herz statt mit Blut, rait 0,G 70 Kochsalzlösung fiillt, Bewcgnngon iles HerzmusMs cin, die aber ausserst schwach, oberflachlich, fibrillar oft kann bemerkbar mul stets von kurzer Dauer sindquot;.

1

1. c. S. 485.

ocr page 42

30

Vergelijkt men hiermede bijvoorb. proef 2, clan zien we daar toch in 7 min. reeds door zoutsolutie alléén, herstel optreden en de contracties drie kwartier aanhouden; maar evenzeer staat het vast, dat waar, zooals in proef 2, ten slotte de hartswerking verzwakt, deze bij doorvoering van verdund bloed weer versterkt wordt.

Nergens vind ik echter wat Heubel zegt; „das Herz contrahirt sick regehnassig unci ehenso energisch wie ein normales.quot; Met slechts zeer weinige uitzonderingen blijven de hart-contracties na het hei-stel in intensiteit vér beneden de norm.

Met een enkel woord eindelijk wil ik hier reeds wijzen op iets, waarop ik aan het eind mijner besprekingen nog wensch terug te komen, n. 1. hoe uit proef 1 duidelijk blijkt, dat de automatie van het hart zich later herstelt dan de contractiliteit.

II. PROEVEN MET KALIUMZOUTEN.

Proef 7. Bij een kikvorsch van 8,5 cM. lengte wordt in de rechter aorta een canule gebonden en het daarna geheel geïsoleerde hart gedurende 5 min. in een 5% KC1 ojal. gehangen. Na afspoeling is de ventrikel slap, grauw, onprikkelbaar. Nu wordt beproefd alleen met 0,6% NaCl opl. herstel te verkrijgen, hetgeen zeer slecht gelukt, daar alleen de boezems zwakke contracties vertoonen, die reeds

ocr page 43

31

na 20 min. ophouden. De ventrikel wordt niet prikkelbaar.

Proef 8. In den sinus venosus wordt een canule gebonden en zoo het hart gedurende 5 min. in een 5 % KC1 opl. gebracht. Het hart wordt dan afgespoeld en nadat 5 minuten physiol. zoutopl. is doorgevoerd, vertoonen zich zeer zwakke boezem- en ventrikel-contracties, die sterker worden, wanneer 20 min. later verdund bloed wordt doorgespoten.

Proef ft. Het hart wordt in situ van de drie ligaturen voorzien en nadat de aortae zijn doorgesneden, gedurende 5 min. in een 5 % H Cl opl. gedompeld (waarin het 3 min. blijft kloppen). Na afspoeling met 0,6 % NaCl opl. is de ventrikel slap, grauw en onprikkelbaar. Zoodra de sinus-ligatuur wordt doorgesneden, vullen zich de boezems en de ventrikel met bloed en na 3 min. vertoonen zich vrij krachtige contracties van het geheele hart, die uren lang aanhouden (16—18 per min.)

Proef 10. Geheel dezelfde wijze van proefneming als in de vorige proef, met een kikvorsch die 22 hartslagen per min. heeft. Eén min. na doorsnijding van de sinus-ligatuur beginnen krachtige contracties van den ventrikel, die weldra een frequentie van 26 per minuut bereiken en, iets langzamer wordend, gedurende 3 uur aanhouden.

Proef 11. Het hart, in situ gepraepareerd, wordt m een 5 % opl. van kalium nitricum gehangen.

ocr page 44

32

Gedurende 2 min. klopt het hart nog, daarna wordt het klein, wit, vrij stijf en onprikkelbaar. Nadat het hart 10 minuten in de vloeistof is geweest, wordt het afgespoeld en de sinus-ligatuur op het staafje van Graefe doorgesneden. Dadelijk vullen zich de boezems en de ventrikel met bloed en na 10—20 min. vertoonen zich krachtige contracties, die zoolang de proef wordt voortgezet, aanhouden. (2 uur).

Proef 13. Het hart wordt in situ voorzien van de sinus-ligatuur en één ligatuur om de aortae. Door middel van een Pravaz' spuitje wordt het hart van uit de rechter aorta met een 5 % 0pl- van K010s gevuld, welke oplossing er 10 min. in blijft. De ventrikel is dan grauw, slap en onprikkelbaar. Gedurende 30 minuten wordt nu het hart telkens opnieuw, eveneens door het spuitje in de aorta, gevuld met physiol. zoutopl., maar contracties treden niet op. Daarop wordt de aorta gesloten, de sinusligatuur verwijderd en na 3—5 min. vertoonen zich 15 boezem-contracties per min., meestal met slechts half zooveel ventrikel-contracties, die uiterst zwak zijn.

Proef 13. Het hart in situ, met de 3 ligaturen, wordt in een 5 0/0 opl. van KGlOs gedompeld. Na 4 min. houden de ventrikel-contracties op, na 9 min. ook de boezem-contracties. Tn het geheel blijft het hart 12 min. in de oplossing, de ventrikel is dan grauw, verkleind, maar niet hard. Zoodra de

ocr page 45

33

sinus-ligatuur wordt verwijderd, vult zich het hart met bloed en zet daarbij belangrijk uit. Na 10 min. beginnen contracties aan het bovenste deel van de boezems en kort daarop ook aan den ventrikel (10 per min.) Om de groote uitzetting van het hart wordt de aorta ingeknipt, de contracties worden daarna talrijker (20 per min.) Gedurende 4 uur blijft het hart kloppen; 6 uur na het begin van het herstel is het hart nog prikkelbaar.

Heubel herinnert in zijn inleiding tot de proeven over de werking van kaliumzouten er aan, dat deze reeds lang als bijzonder deletair voor spier- en zenuwelementen bekend zijn. Hij gebruikt daarom hiervan veel zwakkere oplossingen, dan van chloornatrium en chloor-ammoniura. De vraag waaraan het kaliumzout deze bijzonder vergiftige werking te danken heeft, zal voorloopig nog wel niet te beantwoorden zijn, maar inderdaad is het gemakkelijk waar te nemen, dat een spier door 3 a 5 % oplossingen van kaliumzouten in denzelfden of in noo-korteren tijd evenzeer wordt veranderd, als dooi- een verzadigde, d. i. een 33 o/0 oplossing van keukenzout. Dat hierbij echter, zooals Heubel zegt „eine recht be-trdchtliche Rigiditeitquot; ontstaat, kan ik niet bevestigen.

Onder degenen die reeds vóór Heubel proeven namen omtrent de mogelijkheid een door kaliumzouten tot stilstand gebracht hart te herstellen noemt

3

ocr page 46

34

Heubel: Boehm 1). Deze nu meent dat onder invloed van de kalium zouten een „lahmungsartige /Schwdche der nervösen automatischen Herzapparatequot; tot stand komt, waarbij het hart dus niet meer spontaan klopt, maar nog wel prikkelbaar is. Hij zegt dit ook soms na inspuiting van een kaliumzout-oplossing in de vena saphena bij warmbloedige dieren geconstateerd te hebben.

Heubel gaat op deze proeven niet verder in, omdat ze hem niet interesseeren, zeggende: „dass sich ohne weiteres ergiehf, dass es sich bei jenen Versuchen niemals um die Restitidion eines durch Kaliumsalze geldhnitern Muskekgehandelt hat.quot; Mij interesseerde deze mededeeling echter wel, omdat ik meende, dat indien deze juist was, hierdoor misschien eenig licht kon worden geworpen op den toestand van „Starrequot;. De proeven door mij hieromtrent verricht hebben geleerd, dat het kikvorschhart, in een 570 oplossing van KC1 gedompeld, gedurende de eerste 2 minuten een vermeerdering in frequentie vertoont. Elke systole houdt daarbij langer aan dan normaal, de diastole duurt uiterst kort. Na a 3 minuten houden de contracties op ; de ventrikel is dan duidelijk slap en weinig elastisch: stilstand in diastole. Het is mij echter niet mogen gelukken op dit tijdstip der inwerking, met zekerheid nog prikkelbaarheid aan te toonen en daardoor dus te bewijzen dat hier, na de

Ij Arch. i'. exper. Pathol, u. Pharmakol. B 8. 1878. S. 08.

ocr page 47

versnelling der automatische contracties onder invloed van de prikkelende werking der kaliuinzouten, dooi' overprikkeling paralyse der automatie is ontstaan, terwijl het spierweefsel zelf nog weinig aangetast is. Dat het spierweefsel echter na deze eerste drie minuten nog niet in eigenlijke „Starrequot; verkeert is duidelijk ; dompelt men toch daarop het hart weer in de KC1 oplossing, dan wordt na 8 minuten de slappe ventrikel kleiner en harder. Hier schijnt dus de eigenlijke „Muskelstarrequot; pas in te treden.

Gaan we thans over tot de bespreking der proeven door mij verricht analoog aan die van Heubel, dan blijkt, dat ik in proef 7 en 8 telkens een veel zwakker resultaat verkreeg dan Heubel (proef 14). Wél is de wijze van proefneming eenigszins anders (n.1. de canule onder aan een buret) maar ook waar ik de proef geheel op de door Heubel beschreven wijze deed, kreeg ik geen ander resultaat. Ik deel dus Heubel's meening niet, wanneer hij zegt dat eenvoudig uitwasschen en uitloogen van de kaliuinzouten, mits onder aanwending van eenigen druk, voldoende is om de contracties te herstellen.

Mijne proeven 9 en 10 hebben hetzelfde resultaat als Heubel in proef 15 beschrijft, alleen is bij mij de ventrikel niet „rigidquot; en behoeft daarom ook niet het bloed uit den sinus en de atria in den ventrikel gedrongen te worden. In proef 10 is het aantal hartslagen per minuut na het herstel grooter.

ocr page 48

36

dan bij liet begin van de proef, wat misschien afhankelijk is van de prikkelende werking van een weinig kaliumzout, dat nog in den hartwand is achtergebleven.

Proef 11 komt overeen met proef 16 van Hen-bel, doch in proef 12 kreeg ik een veel zwakker resultaat dan Henbei in 21. Daarom liet ik in proef 13 de oplossing van KCIO.. alleen op do buitenvlakte van hot hart inwerken, waarna een veel sterker resultaat der herleving verkregen wordt.

TH. PROEVEN MET ZUREN.

Proef 14. Het hart wordt in situ van de tem-poraire sinus-ligatuur en de beide ligaturen om de aortae voorzien. Nadat deze laatste doorgesneden zijn, wordt het hart in een l0/0 melkzuur oplossing gedompeld. De ventrikel blijft hierin nog 30—35 minuten, ten slotte zeer zwak, zich contraheeren. Na 40 min. wordt het hart goed afgespoeld, de ventrikel is dan vaal grijs, slap en on prikkelbaar. De sinus-ligatuur wordt doorgesneden en na 15—25

O O

minuten vertoonen zich vrij krachtige ventrikel-contracties (15 per min.) die li—2 uur voortduren. Boezem-contracties treden niet op.

Proef li». Het hart, met den sinus venosus op een canule gebonden, wordt gedurende 35 min. in 20/0 melkzuur gehouden. Na afspoeling is de ven-

ocr page 49

37

trikei onprikkelbaar, slap en grauw. Daarop wordt verdund kikvursclibloed doorgevoerd en na ruim een half uur treden contracties op. Deze verzwakken dadelijk ak men ophoudt bloed door te spuiten; doch zoodra men dit hervat, herstellen zich ook weer de contracties.

Proef 10. Het hart, van de drie ligaturen voor-zien, wordt gedurende een uur boven azijnzuur gehangen (2—3 mm. boven de oppervlakte der vloeistof). Als het daarna wordt afgespoeld, reageert het aanmerkelijk zuur; de ventrikel is grauw, volkomen deegachtig. De sinus-ligatuur wordt verwijderd en binnen 15 min. is de ventrikel prikkelbaar voor den inductiestroom en weldra vertoonen zich spontaan zwakke boezem- en ventrikel-contracties (6—10 per min.)

Proef 17. Dezelfde wijze van proefneming als in 16. Na een half uur geraakt het onderste deel van het hart bij ongeluk in het azijnzuur. De punt wordt hierdoor terstond ter hoogte van 3 mm. bruin zwart; het overige deel van den ventrikel is grauw, slap en onprikkelbaar. Na afspoeling wordt de tem-poraire sinus-ligatuur doorgesneden en dringt het bloed in het hart. 5 Min. daarna beginnen krachtige ventrikel-contracties die uren lang aanhouden, met uitzondering van de hartpunt, die geheel onbeweeglijk blijft.

Proef 18. Het hart met een ligatuur om alle

ocr page 50

38

venae en een canule in de aorta, wordt gedurende I uur boven azijnzuur gehangen. De ventrikel is dan grauw, troebel, volkomen deegachtig. Na afspoeling wordt de sinusdigatuur verwijderd en gedurende 2 uur, dooi' het hart onder aan een buret te verbinden, langzaam physiologische zoutoplossing doorgevoerd. Contracties treden echter niet op.

Proef 1!gt;. Dezelfde wijze van proefneming als in 18, en het hart weer gedurende 1 uur boven azijnzuur. Daarop wordt gedurende 50 min. physiol. zoutopl. doorgevoerd. De ventrikel die er grauw uitziet, wordt eerst meer wit, daarna glasachtig doorschijnend, doch blijft onprikkelbaai en zonder beweging. Daarna wordt verdund bloed doorgevoerd en in o a 4 min. vertoonen zich spontane regelmatige contracties van het gelieele hart. Spoedig honden de boezemcontracties op en blijven DS—20 ventrikel-contracties per minuut, nog geruimen tijd voortbestaan.

Proef 30. Dezelfde wijze van proefneming als in de beide voorgaande proeven. Na afspoeling met 0,6 % NaCl opl. wordt dadelijk verdund kikvorsch-bloed doorgevoerd en 12 min. later beginnen boezems en kamer zich te contraheeren. Na rnim dö min. houden de boezem-contracties op, doch de ventrikel klopt voort. (24 contracties per minuut, zeer zwak).

In de inleiding tot de reeks proeven met zuren zegt

ocr page 51

39

Heubel dat de gangliëncellen eerder dan de spiercellen liun functie verliezen. Uit de beschrijving zijner proeven blijkt dit wel is waar niet, maar hij heeft het blijkbaar wel gezien en ook ik heb herhaalde malen het verlies der automatie bij nog bestaande contractiliteit kunnen constateeren.

Wat de reactie van het hart betreft, is het natuurlijk duidelijk, dat waar de ventrikel zóó lang aan den invloed van een zuur was blootgesteld, na een-

O '

voudige, zij het dan ook zorgvuldige afspoeling, deze aan zijn oppervlakte nog wel zuur zal worden gevonden. Op doorsnede of binnen in het hart is het mij echter niet mogen gelukken met zeer gevoelig reageerpapier (hier kon natuurlijk geen rosolzuur oplossing gebruikt worden) zure reactie ann te too-nen ; zelfs niet aan een hart dat gedurende 10 min. in een 10% melkzuur oplossing had gehangen. Jk verwijs overigens omtrent de reactie van het kik-vorschhart naar blz. 28.

Om te zien of aanwending van een zwakke alkalische oplossing, voorafgaande aan de doorvoering van 0.6 quot; 0 NaCl oplossing bij de door zuren tot „Starrequot; gebrachte harten, een gunstigen invloed op het herstel uitoefent, werden eenige proeven genomen met l 0/0 Na, CO:i oplossing, doch de daarop volgende poging om door physiol. zoutsolutie herstel te verkrijgen, gelukte evenmin, als zonder aanwending van het alkalische vocht.

ocr page 52

40

Dat de 1 % Na2 CO:, oplossing geen nadeeligen invloed uitoefent, volgt uit een daartoe opzettelijk verrichte proef, waarbij een kikvorschhart in situ met twee ternporaire ligaturen (een om de venae en een om de aortae) gedurende 30 min. in 1 0/0 Na2 COs wordt gehangen. Het hart is dan onprikkelbaar geworden, maar ziet er weinig veranderd uit. Na doorsnijding der ligaturen herstellen zich de contracties in 15 min. en 23 uur later zijn nog duidelijke boezem-contracties en ook zwakke samentrekkingen van den ventrikel aanwezig.

In de proeven met melkzuur, moest ik het hart veel langer aan de inwerking daarvan blootstellen voordat stilstand der contracties en onprikkelbaarheid intrad, dan Heubel beschrijft, bijv. 40 min. in plaats van 25. Met daarna optredende herstel van den ventrikel was bevredigend, maar boezem-contracties keerden niet of slechts uiterst zwak terug.

Bij de inwerking van azijnzuur, zegt Heubel, (bijv. proef 31) dat de ventrikel „starr ivirdquot; en dat na doorsnijding van de sinus-ligatuur het bloed in den ventrikel „gedraagt roerden mussquot;. Ik heb dezen systolischen toestand na de inwerking der zuren nooit gekregen, integendeel was hier de slapheid van den ventrikel bijzonder duidelijk.

Het resultaat der herleving in mijne proeven was steeds veel zwakker, dan Heubel in proef 31 beschrijft. Zoo gelukt aan Heubel de herleving.

ocr page 53

41

waar azijnzuurdamp 1XL uur heeft ingewerkt alleen reeds door 0,6 % NaCl oplossing, terwijl ik, hoewel het hart slechts 1 uur daaraan wordt blootgesteld, hiermede géén herstel verkrijg. Uit mijne proeven 18 en 19 blijkt echter, dat waar de spiereleinenten blijkbaar zoodanig geleden hebben, dat noch 0,6% NaCl, noch 1 % Na3C03 in staat is, zij het dan ook slechts een tijdelijk herstel te geven, verdund bloed dit nog wel vermag.

Het blijkt verder uit mijne proeven 14, 19 en 20, dat óf de boezems in het geheel niet hersteld worden óf althans zóó weinig spierelementen aan de tijdelijke herleving deelnemen, dat ze slechts zwak en gedurende korten tijd zich kunnen contraheeren. Dit pleit dunkt mij voor de opvatting, dat de oppervlakkige lagen werkelijk gedood zijn, waardoor er van den dunnen boezemwand niet veel spiercellen meer overblijven. Het feit dat bij de proeven met NaCl, NH.tCl, KC1, KC10S, aqua destill. en alcohol juist de boezems het eerst spontane contracties ver-toonen, is hiermee volstrekt niet in tegenspraak. Immers deze stoffen werken lang niet zoo intensief en niet zoo diep in als het zuur; voor een deel vormen zij zelfs aan de oppervlakte van het hart een zoogenaamde „Muskelrindequot; (bijv. alcohol) en bovendien is het natuurlijk niet van belang ontbloot, dat juist de boezems het rijkst zijn aan automatische spiercellen,

ocr page 54

Laten we toch een hart aan zich zelf over, clan zien we de boezems het langst zich contraheeren.

IV. PROEVEN MET AETHER EN ALCOHOL.

Proef 31. Een kikvorschhart, voorzien van de temporaire sinus-ligatuur en een ligatuur om de aortae, wordt in aether gehangen. Wanneer na 6 min. het hart wordt bezien, klopt het niet meer, maar na elke prikkeling met een geknopte sonde aan de basis van den ventrikel, volgt een contractie. Ditzelfde is nog het geval na 9 min. In het geheel blijft het hart 13 min. in den aether; de ventrikel is dan wit, deegachtig en onprikkelbaar.

Na afspoeling met physiol. zoutopl. wordt de sinus-ligatuur doorgesneden. De boezems en ook de ventrikel vullen zich langzaam met bloed en na 15 min. reageert het hart weer op eiken mechanischen prikkel met een contractie. Eerst na 35 min. keeren de spontane contracties terug (18 per min., in omgekeerde volgorde). De ventrikel is in gecontra-heerden toestand gerimpeld van oppervlakte.

Proef Het hart, evenals boven gepraepareerd, wordt gedurende 15 min. in absoluten alcohol gedompeld. Het hart is dan geelachtig wit geworden, deegachtig, verkleind en onprikkelbaar. Na afspoeling met 0.6 % NaCl opl. wordt de sinus-ligatuur verwijderd en door zachten druk het bloed uit de

ocr page 55

sterk gevulde boezems in den verkleinden ventrikel gedrongen. Een kwartier later vertoonen zich vrij krachtige boezem-contracties, die tot 21 per min. stijgen, terwijl slechts 7 ventrikel-contracties per minuut aanwezig zijn. Na 30 min. zijn er 10—12 ventrikel-contracties, die echter geen half uur meer voortduren. Ook het aantal boezem-contracties neemt dan weer af. De gecontraheerde ventrikel heeft een gerimpelde oppervlakte.

Proef Het hart, met een canule in den sinus-venosus gebonden, wordt gedurende 15 min. in alcohol van 96 0./0 gehangen. Na verloop daarvan heeft het hart hetzelfde aspect als in 22

beschreven werd. Na ruim 10 min. doorvoering van verdund bloed, beginnen zich zwakke contracties te vertoonen, die nog wel sterker worden, doch niet lang aanhouden.

De werking van alcohol en aether op levend spierweefsel bestaat, zooals H. Ranke 1) heeft waargenomen, in de uitscheiding van myosine. Deze eigenschap danken zij waarschijnlijk aan hun water-onttrekkend vermogen. Zij gelijken daardoor in hunne werking het meest op de verzadigde zoutoplossingen ; maar ze overtreffen deze.

Hermann 2) wil de werking van alcohol met

1) Centralbl. f. cl. med. Wissensch. 1887. S. fgt;09.

2) Handb. cl. Physiol. '1. Bcwegungsapparato. Th. 1. 1850. S. ir)'2.

ocr page 56

44

die van minerale zuren, oplosbare metaalzouten en looizuur op een lijn stellen, mijns inziens ten onrechte. De metaalzouten en looizuur toch vormen met de myosine een onoplosbare verbinding, terwijl ook bij bet praecipiteeren door minerale zuren, het eiwit waarschijnlijk een veel meer ingrijpende verandering ondergaat, dan bij het praecipiteeren door alcohol.

Duidelijker aan één enkele, liefst dunne kikvorsch-spier (bijv. den musculus sartorius) dan aan het hart ziet men dadelijk na de indompeling in absoluten alcohol, datgene ontstaan wat Wundt 1) noemt; „eine er/uirtefe Muskelrwdequot;, welke waarschijnlijk de oorzaak is dat de verdere inwerking belangrijk vertraagd wordt. Een sartorius ziet men bijna direct wit-troebel worden, daarbij krimpt deze belangrijk in een. Het hart echter zag ik nog I ,5 a 2,5 min. kloppen. De contracties maken den indruk, alsof de spiermassa die zich beweegt, steeds taaier en vaster wordt, totdat ze ten slotte niet meer beweegbaar is. Het hart is dan geelachtig wit en deegachtig, wat onder voortdurend kleiner worden van den ventrikel in meerdere harheid overgaat, vooral wanneer de alcohol een half uur of langer heeft ingewerkt.

Aan het herstelde hart is liet duidelijk te zien, dat voornamelijk de oppervlakte geleden heeft. Tijdens diastole toch is het hart volkomen glad, terwijl het

J) Die Lehre von der Muskelbewegungen. 1858. S. 67.

ocr page 57

45

in systole zich gerimpeld voordoet. De afgestorven, oppervlakkige laag contraheert zich niet meer en moet derhalve bij het zich verkleinen van het daaronder gelegen weefsel, in rimpels samenvallen. Ditzelfde bedoelt Heubel misschien ook, waar hij zegt: „ die oberfkicMicfiste, am star lesten veranderte Schicht der Herzsubstanz hetheiiigt sich nur passiv an den wieder eingetretenen HerzbewegvMgen.

Wat den aether betreft, is het mij niet ilui-delijk hoe Heubel (bijv. proef 36) kan zeggen dat het kikvorschhart nadat het « min. in aether is gedompeld, „durchaus unerregbar'' is geworden, terwijl uit mijn proef 21 en andere daarmede volkomen overeenkomende blijkt, dat na !» inin. nog prikkelbaarheid bestaat, doch kort daarop niet meer. Het hart blijft dan nog B a 4 min. in den aether en daarna wordt de herleving beproefd. Waar men toch dadelijk nadat onprikkelbaarheid kan worden geconstateerd, de poging tot herleving begint, zou de proef weinig beteekenen. Dit is juist het bezwaar dat Heubel zelf telkens oppert tegen de meeste dei-vóór hem verrichte herlevingsproeven; men heeft daar volgens Heubel niet met duidelijke „Starrequot; te doen. Het herstel in mijn proef 21 laat langer op zich wachten dan bij Heubel (proef 36), maar dat wordt volkomen verklaard door den langeren duur der inwerking van den aether.

Heubel eindelijk krijgt in proef 45, nadat hij een

ocr page 58

45

geïsoleerd hart in alcohol van 99 % gedompeld heeft, een veel krachtiger herstel, dan met het hart in sifu. In mijne proeven bestond dit verschil in omgekeerden zin, doch was over het geheel onbeduidend.

Hoewel Heubel niet spreekt over de werking van glycerine, meen ik hier ter plaatse melding te mogen maken van een paar proeven door mij daaromtrent verricht, omdat aan glycerine in nog veel hooger mate het vermogen van wateronttrekking toekomt dan aan aether of alcohol.

Een kikvorschhart in situ van de drie ligaturen voorzien, wordt gedurende 5 min. in glycerinum purissimum gedompeld. Het hart houdt na 3 min. op te kloppen en is na 5 min. volkomen onprikkelbaar. De ventrikel heeft zijn normale kleur behouden en is slap behalve zijn oppervlakte, welke als het ware in een stijve vliezige laag is veranderd. Na flink afspoelen met physiol. zoutopl. is deze eigenaardige consistentie verdwenen, en is de ventrikel nu geheel slap, doch onprikkelbaar. Binnen

2 min. na doorsnijding van de sinus-ligatuur herstellen zich krachtige boezem- en kamer-contracties. De ventrikel heeft in gecontraheerden toestand geen gerimpeld oppervlak. Geheel op dezelfde wijze werd deze proef herhaald, maar nu het hart 10 min. in glycerine gehangen. Ook bier herstelden zich de contracties van kamer en boezems krachtia; binnen

3 min. Een versche musculus sartorius gedurende

ocr page 59

47

10 minuten in glycerine gelegd wordt geelachtig doorschijnend.

V. PROP]VEN MET ALKALOÏDEN.

Proef 24. Het hart wordt van de teraporaire sinus-ligatuur voorzien, daarna de aortae dubbel onderbonden en doorgesneden. Gedurende 45 min. wordt het zoo in een 1 o/0 opl. van murias chinini gehangen en na 35—40 min. houden de spontane contracties op. Na 45 min. is de ventrikel vaal grauw, week, onprikkelbaar. Het hart wordt nu afgespoeld, de sinus-ligatuur doorgesneden en het bloed dringt in de boezems en den ventrikel. Na eenigen tijd wordt door het inknippen van een der aortae en druk op het hart een geringe hoeveelheid bloed ontlast, doch contracties treden niet op.

Proef Dezelfde wijze van proefneming als boven, doch het hart gedompeld in een 6 % oplossing van zoutzure chinine. Na 40 min. staat het hart stil, doch reageert nog op eiken mechanischen prikkel met een ventrikel-contractie. Na 45 min. is de ventrikel zeer wit, verkleind, deegachtig en onprikkelbaar. De sinus-ligatuur wordt nu verwijderd en het bloed uit de zich vullende boezems in den ventrikel gedrukt. Deze is elastisch en blijft dat nog geruiinen tijd, doch contracties vertoonen zich niet.

ocr page 60

48

Proef ,36. Het hart, op de gewone wijze in situ gepraepareerd, wordt in een 1 % opl. van digitaline in physiol. zoutsolutie gehangen. Na 30 min. ver-toonen zich nog spontane contracties, na 40 min. niet meer. Jn het geheel blijft het hart een uur in de vloeistof; het wordt daarna afgespoeld, de ventrikel is dan wit. verkleind, hard en onprikkelbaar. 20 Min. nadat de sinus-ligatuur is doorgesneden en het bloed door zachten druk in den ventrikel is gedrongen, vertoonen zich 12—14 contracties per minuut.

Proef 27. Een kikvorschhart wordt bloot gelegd, de vena abdorainalis impar even beneden het midden onderbonden en hierin 1 ccm eener 0,4 % opl. van digitaline in physiol. zoutsolutie (dus 4 mgr. digitaline) langzaam in de richting van het hart ingespoten. Gedurende de eerste 5—10 min. ziet men het aantal hartslagen iets toenemen, maar meer opvallend is, dat elke systole langer aanhoudt dan normaal. Na 15 min. worden de ventrikel-contracties peristaltisch of contraheert beurtelings alleen de linker en de rechter helft. Na 25 min. bestaan nog 10—12 boezem-contracties per min., met voortdurende systole van den ventrikel, die bij aanraking roode diastolische vlekken vertoont. Eindelijk houden ook de boezem-contracties op; het hart wordt daarop uitgesneden en physiol, zoutopl. doorgevoerd, waarna de contracties zich herstellen.

ocr page 61

49

Proef 38. Dezelfde wijze van proefneming als in 27, maar nu wordt 1 ccra. eener 1,5% opl. van digitaline (dus 15 mgr. van het alkaloid) ingespoten. De harts-frequentie versnelt eenigszins, maar weldra komt met twéé boezem-contracties slechts één krachtige, lang aanhoudende ventrikel-contractie overeen. Na 10 min. wordt nog eens 15 mgr. digitaline ingebracht, daarop volgt stilstand van den ventrikel in systole, terwijl de boezems sterk gespannen zijn en nog nu en dan zwakke contracties vertoonen.

Proef 29. Een kikvorschhart wordt in situ ge-praepareerd en nu door insteking in de dijspier-massa van de beide achterpooten 2 ccm. een ei' 2 % digitaline oplossing (in het geheel dus 40 mgr. digitaline) ingespoten. De frequentie van het hart vermeerdert niet, maar na eenige minuten houdt elke ventrikel-con tractie langer aan dan normaal. Na 25 min. duurt één ventrikel-systole zóó lang, dat in dien tijd twee boezem-contracties verloopen. Nu wordt het hart, met een canule in de rechter aorta en een ligatuur om de venae geïsoleerd en nog gedurende 20 min. in een 2 o/0 opl. van digitaline gehouden. De ventrikel is dan wit, sterk gecontraheerd en onprikkelbaar. Spuit men nu onder eenige spanning verdund bloed in het hart, dan vertoonen zich binnen twee minuten weer contracties.

De proeven dooi* Heubel met alkaloïden verricht,

4

ocr page 62

50

heb ik niet allen herhaald, doch zooals uit de zooeven vermelde proeven blijkt, wendde ik alleen dioitaline en zoutzure chinine aan. Met coffeïne lieb ik uit een ander oogpunt geëxperimenteerd, n. 1. om te trachten door een geringe hoeveelheid hiervan, in physiologische zoutsolutie opgelost, herstel van een in „Starrequot; verkeerend hart te verkrijgen; aan het einde van mijn proefschrift wensch ik hierop evenwel terug te komen.

Allereerst dan de zoutzure chinine. iïeubel schrijft (proef 56) dat „Starrequot; intreedt, nadat het hart 35 min. in een 1 % oplossing van hydrochloras chinini heeft gehangen. Ik vond echter dat deze tijd soms wel is waar voldoende is om de spontane contracties van het hart te doen ophouden, doch niet om onprikkelbaarheid te veroorzaken; hiertoe waren 45 minuten noodig. Doch ook dan was de ventrikel nog niet „blass und rigidquot; ; om dit te verkrijgen moest het chinine-zout nog langer inwerken. De inwerking langer te laten duren ging evenwel niet aan, omdat reeds gebleken was dat na 45 minuten geen herleving meer kon worden verkregen en daar ik vermoedde dat het slechte resultaat, hetwelk ik bij de poging tot herleving van de „ Chinin-starre verkreeg, geweten moest woeden aan den langen duur der inwerking, beproefde ik een sterker oplossing van de hydrochloras chinini, in de hoop, dat hierdoor spoediger „Starrequot; zou intreden en dienten-

ocr page 63

51

gevolge een beter herstel mogelijk zou zijn. Proef 25 toont evenwel aan, dat zelfs door een zesmaal sterker oplossing de „Starre ' niet eerder intreedt. Dat het resultaat der poging tot herleving ook hier nul was, spreekt van zelf.

Bijzonder groot is het onderscheid tusschen het resultaat mijner proef 24 en n0. 56 van Heubel, waar hij zegt: „Nac.li hauin einer Minute hcgm-nen krdftige, andauernde, regelmcissige Contractionen aller HerztheiJe ', terwijl in mijne proeven in het geheel geen herstel optrad. Het behoeft nauwelijks gezegd te worden, dat ik, waar ik zoowel hier bij de „ Chinin-starrequot; als ook bij andere proeven in tegenstelling tot Heubel géén herleving kon constateeren, de proef steeds meerdere malen heb herhaald.

De goede resultaten die Heubel bij de „Ghinin-starrequot; verkrijgt meen ik dan ook hieraan te moeten toeschrijven, dat hij te vroeg met de doorvoering van bloed is begonnen, reeds vóórdat „Starrequot; aanwezig was. Immers uit proef 24 blijkt dat in 35 min. nog geen „Starrequot; is ingetreden.

Omtrent de proeven met digitaline zij vooraf opgemerkt, dat ik evenals Heubel gebruik maakte van digitalinum purum Merck, dat onder sterk schuimen in water oplost, en volgens mijn geachten leermeester Prof. Pgt;. J. Stokvis 1) hoofdzakelijk uit

\) Oude en Nieuwe Cardiotonica, Voordracht in de Alg. Verg. te Haarlem gehouden op 9 Juli 1889 (Ned. Tijdsein*, v. Gen. 1889, 1). II, p. 163).

ocr page 64

52

digitaleïne bestaat en volkomen vrij is van liet zoo heftig prikkelende digitoxine.

In de proeven door Henbei met digitaline verricht, liet hij de oplossingen daarvan inwerken op het geïsoleerde hart en op het hart in sifu, d. i. met onderbinding en doorsnijding van de aortae, waarbij dus absoluut geen digitaline in de circulatie komt. In de zooeven genoemde voordracht over „Oude en nieuwe Cardiotonicaquot; heeft Stokvis echter reeds overtuigend aangetoond dat digitaline behalve op het hart direct, ook nog langs indirecten weg, n. 1. door middel van het vagus- en het vaso-moto-rische centrum een invloed op de hartsbeweging en bloedsverdeeling bezit.

Het is hierom dat ik de proeven 27, 28 en 29 verrichtte, waarbij ik het hart, zonder de normale circulatie-verhoudingen te storen, onder zoo gunstig mogelijke omstandigheden onderzocht. Een kleine hoeveelheid eener digitaline-oplossing werd in de vena abdominalis of in het midden der dijspiermassa ingespoten, in welk laatste geval het vocht nog langzamer in het bloed moest overgaan.

O O O

Deze proeven leerden dat tengevolge van de in toxische dosis in het bloed circuleerende hoeveelheid digitaline, de harts-frequentie niet, of slechts zeer weinig versneld werd, dat echter weldra peristaltische en anti-peristaltische of partieele contracties optreden en eindelijk na verlangzaming der harts-

ocr page 65

53

werking (waarbij elke ventrikel-contractie langer aanhoudt) stilstand in systole optreedt.

De proeven met digitaline, gelijk aan die van Heu-bel verricht, kwamen in resultaat met deze overeen.

VI. PROEVEN MET AQUA DESTILLATA.

Proef 30. Een kikvorschhart met de rechter aorta o]) een canule gebonden en een ligatuur om de venae, wordt gedurende 1 uur 15 min. (een andermaal gedurende 1 uur 45 min.) in aqua destillata gehangen. De harts-frequentie is in het begin versneld en de contracties zijn krachtig; later neemt de frequentie af, totdat het hart stil staat. Na afspoeling is het hart grauw, doch week. Door de aorta wordt nu verdund versch kikvorschbloed gespoten en na 5—10 min. herstellen zich de contracties, die tot 18 per min. stijgen en weldra zeer krachtig zijn.

Proef 31. Een uitgesneden kikvorschhart wordt van een canule in den sinus venosus voorzien en hierdoor aqua destillata gevoerd. Het hart contraheert zich onder den invloed hiervan eenige malen zeer sterk, doch staat weldra stil; de ventrikel is dan verkleind en hard. Na verloop van 3 min. wordt physiol. zoutsolutie doorgevoerd en daarna verdund kikvorschbloed. De ventrikel herstelt zich slechts zeer zwak; duidelijk contraheeren zich daarentegen de boezems (10—12 per minuut.)

ocr page 66

54

Proef 33. Het hart wordt in situ van de tern-poraire sinus-ligatuur en een draad om de aortae voorzien. Met een Pravaz' spuitje wordt door de rechter aorta onder geringe spanning gedestilleerd water in het hart hart gespoten. Het hart klopt nog 2—21/3 min. zeer frequent en krachtig, totdat stilstand in systole intreedt. Het water blijft 5 min. in het hart; de ventrikel is dan zeer wit, hard, onprikkelbaar. Nu wordt het hart, eveneens door de aorta, met 0.6 % NaCl opl. uitgespoeld, daarna deze gesloten en de sinus-ligatuur verwijderd. Door eenigen druk moet het bloed in den ventrikel worden gedrongen en een half uur later treden boezem-

O c,

contracties op, die tot 20 per min. stijgen. De ventrikel is na 114 uur glasachtig doorschijnend, zeer week, doch contraheert niet en reageert zuur aan zijn oppervlakte.

Proef 33. Dezelfde wijze van proefneming als in de voorgaande. Na verloop van 5 min. is de ventrikel weer wit, zeer verkleind en hard. Het hart wordt uitgespoten met physiol. zoutoph, de sinusligatuur doorgesneden en na 15 min. vertoonen zich 16 a 22 boezem-contracties per minuut. Even latei-worden uiterst zwakke contracties van den ventrikel (5 a 6 per min.) gezien, die na een half uur ophouden, terwijl dan de ventrikel weer glasachtig doorschijnend wordt.

ocr page 67

55

Zooals microscopisch gemakkelijk kan worden waargenomen. is de werking van gedestilleerd watei op geïsoleerde dwars gestreepte spiercellen een zeer ingrijpende. Het spierplasma neemt zóó veel water op, dat het sarcolernma hier en daar als een met vocht gevulde blaas opzwelt. Door die sterke im-bibitie wordt de moleculaire samenhang waarschijnlijk voor goed vernietigd.

De positieve resultaten der herlevingsproeven zijn hiermede niet in strijd, wanneer men aanneemt dat slechts de oppervlakkigste cellagen van het hart in zoo hevige mate worden aangetast. Naast de imbibitie toch, praecipiteert gedestilleerd water een deel van het eiwit en dit is misschien oorzaak, dat de dieper gelegen deelen gespaard blijven of slechts in geringe mate worden aangetast. Daarenboven heeft zonder twijfel het pericardium een beschuttenden invloed.

De verklaring van het feit dat de „Wasserstarre zooveel moeilijker te herstellen is, wanneer het gedestilleerde water in het hart is geweest, dan wanneer het alleen met de oppervlakte daarvan in aanraking werd gebracht, zoekt Heubel 1) in de verandering die de endotheel-cellen hebben ondergaan, waardoor het bloed, dat tot herleving wordt doorgevoerd, minder goed zijn gunstige werking kan

1) 1. c. ö 552.

ocr page 68

56

ontvouwen. Naar mijne bescheiden meening, is dit niet de eenige, of zelfs niet de hoofdzaak der verklaring. Veel meer, dunkt mij, is de anatomische bouw van het hart, de talrijke divertikel-vorming van zijn wand, hiervoor als oorzaak aan te zien. Daardoor toch wordt de totale oppervlakte van den binnenwand belangrijk vergroot en dus een veel grooter aantal spiercellen aan den schadelijken invloed van het vocht in het hart bloot gesteld.

Vergelijken we de resultaten mijner proeven met aqua destillata, met die van Heubel, dan blijkt, wat betreft de proeven met het hart in situ en die waarbij het gedestilleerde water alleen op de buitenvlakte van het hart inwerkte, een voldoende overeenstemming te bestaan. Maar wanneer aq. dest. in het hart werd gespoten en dat wel gedurende 5 min., verkreeg ik geen of een uiterst zwak herstel, terwijl Heubel (bijv. proef 56) meedeelt, dat zelfs na 15 min. doorspoelen met aq. dest. toch nog endlich das Herz chcmo stark iuie im normalen Zustande pu/sirt.quot; Dat is mij onverklaarbaar.

Naar aanleiding van hetgeen Heubel in zijn inleiding tot de proeven over „ Wasserstarrequot; meedeelt omtrent onderzoekingen van Biedermann 1), heb ik ook een aantal proeven genomen met een enkele kikvorschspier afzonderlijk, door gedestilleerd water

1) öitzungsber. J. Wiener Akail. U 81, 3. 1880, S. 108.

ocr page 69

57

tot „Starrequot; gebracht. Ik praepareerde hiertoe dadelijk na elkaar de beide sartori! en. dompelde deze tegelijkertijd in de te onderzoeken vloeistof Door middel van een inductie stroom werd, door telkenmale de spier tot contractie te brengen, het tijdstip bepaald waarop onprikkelbaarheid was ingetreden. Kort daarna werden de spieren uit het gedestill. water verwijderd, goed afgespoeld met 0,6% NaCI en dan de eene in verdund kikvorsch-bloed, de andere iu physiol. zoutopi. gelegd en daarin van tijd tot tijd bewogen en hun prikkelbaarheid onderzocht.

Geheel op dezelfde wijze onderzocht ik een aantal spieren met betrekking 1quot; tot een verzadigde keukenzoutoplossing, waaromtrent Heubel 1) zegt dat na aanwending hiervan nooit herlevingsproeven aan skeletspieren zijn verricht en 2quot; tot 1 quot;/0 K Cl., 3%KC1 en 5 0/0 K XO;. oplossingen, daar „über die Erfolge dieser Versuche die Angaben verschiedener Autoren,quot; volgens Heubel, „höchst ungenau mul durchaus irr-thümlich sind.quot;

Slechts éénmaal is het mij gelukt met zekerheid weer prikkelbaarheid aan te toonen aan een sarto-rius, die na 20 min. in aq. dest. gelegen te hebben, gedurende 15 min. in verdund bloed was heen en weer bewogen. In alle overige proeven zag ik de

X) 1. c. S. 183.

ocr page 70

58

in „Starrequot; verkeerende spieren wel slap en minder troebel worden, doch prikkelbaar werden ze met.

VII. PROEVEN OMTRENT „KALTE- UND WARMESTARREquot;.

Proef 34. Het hart, in situ voorzien van twee temporaire ligaturen (een om de venae en een om de aortae) wordt gedurende 50 sec. aan de inwerking van den aether-spray blootgesteld, waardoor een daarnaast geplaatste thermometer tot — 12° C. daalt. Het hart blijft 5 min. in den bevroren toestand, wordt daarna met 0.6 % NaCl opl. van 15° C. ontdooid en van de beide ligaturen ontdaan. Na 10 min. herstellen zich de kamer-contracties en een half uur later ook die van de boezems (20 per minuut). 22 uur later heeft het dier, wiens huid na de proef was gehecht, 40 hart-contracties per min. waarbij de kamer zich echter niet geheel meer ontledigt.

Proef 35. Een kikvorschhart met de rechter aorta op een canule gebonden wordt gedurende 50 sec. door aetherverstuiving tot —- 1 2° C. afgekoeld en blijft 5 min. in den bevroren toestand. Het hart wordt daarna door overgieten met physiol. zoutopl. van 15° C. ontdooid cn nu beproefd door doorvoering van 0.6% NaCl opl. alléén, herstel te verkrijgen. Dit gelukt echter niet.

ocr page 71

59

Proef :{«. Geheel dezelfde wijze van proefneming als de voorgaande, doch nadat gedurende een half uur vergeefsche pogingen in het werk gesteld zij a door physiol. zoutopl. herstel van prikkelbaarheid te verkrijgen, wordt verdund bloed doorgevoerd, doch ook hier trad geen herstel op.

Heubel verkrijgt (proef 76) na het kikvorschhart gedurende 50 seconden aan een temperatuur van — 15° 0. blootgesteld, en 10 min. in dien bevroren toestand bewaard to hebben, een zeer krachtig herstel door bloed toe te voeren en mijne proef 34 stemt daarmede volkomen overeen, deze toont zelfs nog beter den langen duur van het herstel aan. Dit herstel is zóó krachtig dat het vermoeden voor de hand lag, dat men door physiol. zoutopl. alléén, ook reeds herstel zou verkrijgen. Proef 35 en 36 zijn hiermee echter in strijd; liet blijkt hieruit dat de verandering aan een hart door een temperatuur van — 12° C. veroorzaakt, niet van zoo lichten aard is, dat deze door physiol. zoutopl. alleen kan worden overwonnen, maar dat het bloed hiertoe wel in staat is. Dit feit dat wij bij zeer vele andere proeven ook reeds konden constateeren, heeft hier een bijzonder belang.

De meening reeds boven uitgesproken, als zou men zich hebben voor te stellen dat bij het verwekken van kunstmatige „Starrequot; alleen de opper-

ocr page 72

60

vlakkige lagen waren gedood, terwijl een groot deel van het hart onaangetast bleef, een rneening waarvoor vooral de proeven met alcohol schenen te pleiten, had ik gaarne aan microscopisch onderzoek getoetst.

Daarvoor was het noodig de verschillende vormen van „Starrequot; met het normale hart te vergelijken. Alle in de histologie gebruikelijke fixeer-methoden waren hiervoor natuurlijk ongeschikt en lag het meest voor de hand gebruik te maken van den ijs-micro toom. Daar nu evenwel uit mijne zooeven beschreven proeven is gebleken, dat de verandering die de hartspier bij bevriezing ondergaat, te ingrijpend is om haar nog bijna normaal te kunnen noemen, vervalt hiermede het punt van vergelijking en moest ik hiervan afzien.

Gaan we thans over tot de „ Warmestarrequot;, dan wensch ik in de eerste plaats een tweetal proeven te vermelden, verricht op dezelfde wijze als Heubel beschrijft.

Proef 37'. Een kikvorschhart met een ligatuur om den sinus venosus en een canule in de rechter aorta, wordt gedurende 45 sec. in 0.6 0 NaCl opl. van 50° C. gedompeld, welke daarbij tot -49° 0. afkoelt. De eerste 25 seconden klopt het hart met verdubbelde frequentie en staat dan plotseling stil. Na afkoeling met physiol. zoutsol. van 15quot; 0. is

ocr page 73

61

de ventrikel wit, zeer hard en klein. Daarop wordt verdund bloed doorgespoten, waarbij de ventrikel zich moeilijk laat vullen. Na 25 min. vertoonen zich boezem- en ventrikel-contracties (10 per min.), die zwak blijven.

Proef .'18. Dezelfde wijze van proefneming als 37, doch het hart blijft hier 60 sec. in een omgeving van 50° C. Ook hier weer gedurende de eerste 22—25 sec. belangrijke versnelling en dan plotseling stilstand. Na afkoeling en doorspoeling met physiol. zoutsol. wordt verdund bloed doorgespoten en na 30 min. treden enkele boezemcontracties op, die uiterst zwak zijn.

De proeven door Heubel omtrent „ Warmestarrequot; genomen en dooi mij in de zooeven beschreven proeven herhaald, zijn naar mijn bescheiden meening niet volledig, niet afdoende te noemen. Het hart wordt daar toch gedurende een te korten tijd aan verhoogde temperatuur bloot gesteld ; men weet niet tot welken warmtegraad elk der deelen van het hart is gebracht.

Beter dan in een der overige onderzochte agentia hebben we in de verhooging van temperatuur een invloed, waarvan we de werking volkomen kunnen beheerschen. Van meer belang dan het hart gedurende zeer korten tijd aan een temperatuur van 50u of 60° C. bloot te stellen, schijnt het mij daarom

ocr page 74

na te gaan welke rle werking is van verschillende temperaturen, waarvan men zeker weet dat ze door het hart in zijn geheel zijn bereikt. Hiervoor is het noodig de temperatuur in het hart te meten, hetgeen Fde 1) deed met een zeer kleinen thermometer. Het is mij echter niet mogen gelukken een thermometer te verkrijgen, waarvan het reservoir zóó klein was, dat het in den ventrikel kon worden gebracht en die tevens bij een geringe temperatuur-verhooging stijgen van de kwikzuil deed zien.

Ihxarorn werd door mij gebruik gemaakt van een ander hulpmiddel om gelijkheid of kleine verschillen van temperatuur aan te toonen, n. 1. den thermo-electrischen stroom. Van twee ijzer- en nieuw zilverdraden worden de beide einden in elkaar gedraaid en gesoldeerd. Daarop knipt men de draden in het midden door en verkrijgt zoo een tweetal thermo-naalden, die zoo gelijk mogelijk zijn. Ten slotte worden ze gevernisd en wanneer men ze nu in een vloeistof dompelt en met de klossen van de Öpiegel-boussole van Wiedemann verbindt, zoo geeft deze geen stroom aan. Nu wordt de eene thermo-naald door de rechter aorta in den ventrikel gebonden en te gelijk met de andere in de op constante temperatuur gehouden physiol. zoutopl. geplaatst. Oe spiegelboussole toont natuurlijk nu stroom aan. Is de index op nul

1) Du Bois-Reymond's Arch. f'. Phys. 1892, suppl. b., S. 243.

ocr page 75

63

teruggekeerd, dan weet men dat de temp. in het hart gelijk aan die van het omgevende vocht 's geworden. Het is mij door deze methode gebleken dat in 1V4 min. het geheele hart de temp. van 50° G. heeft aangenomen.

Behalve door deze directe meting is hetzelfde feit door mij nog langs indirecten weg geconstateerd, n. 1. door om het reservoir van een gevoeligen thermometer een kikvorschmaag te binden en daarop in water van 50° C. te dompelen. In 1Vo min. wordt de temp. van de omgeving bereikt en daalde spierwand van den maag dikker is dan de hart-wand, heeft deze laatste in den zelfden tijd zeker die temperatuur bereikt.

Na op deze beide wijzen vastgesteld te hebben dat reeds in minder dan 2 min. het kikvorsch hart in zijn geheel tot de gewenschte temperatuur wordt gebracht, heb ik een aantal proeven genomen, waarbij het hart steeds méér dan 2 min. in de verwarmde zoutsolutie werd gelaten en ik wensch hier eenige dier proeven te laten volgen.

Proef 3». Een kikvorschhart, met een ligatuur om de venae en een canule in de rechter aorta, wordt gedurende 11 min. in 0.6 % Cl opl. van 40° C. gedompeld. Gedurende de eerste halve minuut vertoont het hart 35 contracties en staat dan 2 min. stil. Daarop volgen weer snelle contracties, nu echter alleen van de boezems; de ven-

ocr page 76

64

trikel is zeer klein. Na 8 min. (gerekend van liet begin der indompeling) verschijnen nog zwakke contracties na mechanische prikkeling van den bulbus aortae. Na 10 min. is het hart volkomen onprikkelbaar. Als het daarop 11 min. in de omgeving van 40° C. is geweest, is de ventrikel geelachtig wit. ad maximum verkleind, vrij hard. De boezems zijn sterk geschrompeld, melk wit-troebel. Nadat één minuut bloed is doorgevoerd, keeren de boezem- en kamer-contracties terug, welke aanhouden zoolang de proef wordt voortgezet (41/3 uur).

Proef 40. Een geisoleerd hart met een canule in de rechter aorta en dichtgebonden venae wordt gedurende G' a, min. in physiol. zoutopl. van 45° 0. gehangen. Gedurende de eerste halve minuut zeer snelle contracties van boezems en kamer, dan stilstand. Na 3 min. door prikkeling van den bulbus weer talrijke kleine contracties, van de boezems in hoofdzaak. Na O1/* min. weer stilstand en nu onprik-kelbaarheid. Als het hart na 61/, min. wordt afee-

« O

koeld is de ventrikel geelachtig wit, zee]- verkleind en hard; de boezems melkwit, geschrompeld. Na 2 minuten herstellen zich zwakke contracties, eerst alleen bij het opspuiten met bloed, weldra ook spontaan.

Proef 41. Dezelfde wijze van proefneming als in proef 40. Gedurende de eerste halve minuut zeer frequente, onregelmatige contracties; daarna stilstand. Na 6 min. wordt het hart afgekoeld en onder aan

ocr page 77

65

een buret verbonden die gevuld is met physiol. zoutopl. De ligatuur om de venae wordt verwijderd en nadat gedurende 2 min. de zoutsolutie zeer langzaam het hart heeft doorstroomd, treden zwakke, doch duidelijke, regelmatig op elkaar volgende boezem- en kamer-contracties op, die na een half uur weer zijn verdwenen Dan zijn echter door mechanische prikkeling van den bulbus nog contracties op te wekken. Nu wordt verdund bloed doorgevoerd en weldra treden krachtige regelmatige boezem- en

o o O

ventrikel-contracties op.

Proef 43. Dezelfde wijze van proefneming als in de beide voorgaande proeven, doch nu het hart gedurende 21 '2 min. in physiol. zoutsol. van 50° C. gedompeld. Na de eerste minuut treedt stilstand in en is het hart reeds niet meer prikkelbaar. De ventrikel is weer geelachtig wit. zeer verkleind en hard. Na afkoeling wordt verdund bloed doorgevoerd, de ventrikel laat zich langzamerhand meer en meer uitzetten en herneemt bij het verminderen der spanning van het vocht zijn verkleinden vorm, doch contracties treden niet op.

Uit deze proeven blijkt, dat reeds bij verwarming tot 40quot; 0. „ Warmestarrequot; optreedt en wel in den vorm van den echten rigor, met den verkleinden, harden ventrikel en dat deze „Starrequot; gemakkelijk door bloed kan worden opgeheven, evenals nog bij

ocr page 78

66

verwarming tot 45° C. Het blijkt verder dat tus-selien 45quot; en 50° 0. de grens is gelegen, die niet kan worden overschreden, zonder herstel voor goed onmogelijk te maken en eindelijk, dat zoolang niet boven 45° C. wordt verwarmd, reeds physiol. zoutsol. alleen in staat is, zij het dan ook slechts zwakke contracties op te wekken.

Daar het volgens Heubel vast staat, dat meerdere der genoemde vormen van kunstmatige „Starre' volkomen identisch zijn met de spontane „Starrequot; (rigor mortis), zoo moest het ook gelukken deze laatste weer in den toestand van prikkelbaarheid te doen overgaan. Inderdaad deelt Heubel een drietal proeven mede, waar geïsoleerde kikvorschharten gedurende 14 i, 17, ja zelfs 25 uur, bij een temperatuur van 20—23° C. bewaard werden, na verloop van welken tijd deze „weiss gefarbt, rigid, durchaus unerregbar und deutlich sauer reagirend vorgefunden wurden,quot; welke harten na doorvoering van bloed binnen enkele minuten weer regelmatig klopten : „wie im normalen ZvMande.

Van de naar aanleiding hiervan door mij genomen proeven mogen de volgende hier een plaats vinden ;

Proef •t3. Een kikvorschhart gedurende 18 uur bij een temp. van 16° 0. bewaard en tegen uitdroging beschut, wordt met den sinus venosus op

ocr page 79

een canule gebonden. Het hart is onprikkelbaar en de ventrikel verkleind, doch slap. Doorvoering-van verdund bloed geeft na 20 min. herstel van de ventrikel-contracties, eenige minuten latei- ook van de boezems, die uren lang aanhouden.

Proef 44. Een kikvorsch door het afsnijden van den kop gedood, wordt gedurende 20 uur bij een temp. van 16° C. bewaard. Er bestaat beginnende rigor aan de achterste extremiteiten. Het hart wordt met den sinus venosus op de canule van Kronecker gebonden en is onprikkelbaar, week en niet bijzon-dei' klein. Gedurende 45 min, wordt nu physiol. zoutopl. doorgevoerd. Contracties treden niet op, maar de ventrikel wordt een weinig kleiner en harder. Nu wordt verdund bloed doorgespoten en reeds na één minuut vertoonen zich zwakke ventrikel-contracties, die in intensiteit toenemen en na een half uur zijn krachtige ventrikel- en zwakke boezem-contracties te zien.

Proef 45. Een geïsoleerd hart met een canule in de rechter aorta wordt gedurende 24 uur bij een temp. van 11quot; C. bewaard. De ventrikel is daarna grauw van kleur, slap en onprikkelbaar. jStu wordt physiol. zoutopl. doorgevoerd en na 5 min. vertoonen zich samentrekkingen der boezems. Gedurende een half uur komt hierin geen verandering. Als daarop verdund bloed wordt doorgespoten, treden eenige minuten later spontane contracties van het geheele hart op.

ocr page 80

68

Proef 4«. Een kikvorsclihart gedurende 19 uur bij een temp. van 16° 0. bewaard is zeer verkleind; de boezems zijn slap, de ventrikel is wit, zeer hard en onprikkelbaar. Nadat een canule in den sinus venosus is gebonden wordt bloed doorgevoerd, doch geen herstel verkregen.

De proeven 43, 44 en 45 toonen aan, dat waar stilstand en onprikkelbaarheid zijn opgetreden, doch de ventrikel nog niet belangrijk verkleind en hard is, herstel gemakkelijk kan worden verkregen. Waar evenwel de ventrikel in grootte en consistentie aan den systolischen toestand gelijk was, (proef 46) gelukte mij de herleving niet. Of men in de eerste drie proeven van werkelijken rigor mortis mag spreken, meen ik te moeten betwijfelen en ik kan daarom niet met Heubel instemmen waar hij zegt: „das volkommen todtenstarre Herz kann dnrch Blut volkommen wiederbelebt werden.

ocr page 81

Wanneer men de inderdaad soms wonderbare werking van het bloed in de beschreven proeven ziet, wordt men herinnerd aan Goethe's woorden: „Blut ist ein ganz hesonclrer 8aft.quot; Maar dit neemt niet weg, dat men zich mag afvragen ; waaraan dankt het bloed die herlevende kracht?

Welnu, daar het bekend is dat een spier bij hare functie in hoofdzaak stikstofvrije stof verbruikt, heb ik gemeend, dat misschien aan de glucose van het bloed voor een groot deel de herlevende werking zou toekomen. Eenige proeven met het oog hierop verricht, leerden mij echter dat men door physiologische zoutsolutie waarin 0.3 % glucose was opgelost, géén beter herstel verkrijgt dan door 0.6 % Na Cl oplossing alleen.

In de tweede plaats kan men denken aan de alkaliciteit van het bloed, daar we immers zien dat trilhaarbeweging, die spontaan tot stilstand is gekomen, na toe voering van een zeer zwakke oplossing van natronloog zich herstelt. Ook in deze richting werden daarom een aantal proeven genomen en inderdaad was hierbij eenige gunstige invloed niet te miskennen. Nadat gebleken was dat een 0.1 u/0 oplossing van NaOH in physiol. zoutsol. binnen 15 sec. het hart doodt, en dat eveneens een 0.01 % opl. nog een nadeeligen invloed heeft, werd met

ocr page 82

70

0,005 % Ka OII een, zij liet dan ook geringe invloed ten goede verkregen, vergeleken met het herstel door physiologische zoutsolutie alleen. Wanneer echter tijdens doorvoering dezer zwakke alkalische oplossing de contracties tot stilstand waren gekomen, keerden deze bij aanwending van bloed weer terug, zoodat in vergelijking hiermede, het resultaat nog een zeer onvoldoend moet genoemd worden.

Omtrent een andere alkalische oplossing zagen we reeds dat 10 U ^STa3 CO:j op „Starrequot; door zuren verwekt (waar men toch in de eerste plaats eenig resultaat zou verwachten) geen gunstigen invloed uitoefent (pag. 39).

Op grond van een geheel andere redeneering werden eindelijk eenige proeven verricht met doorvoering van 0,1 % coffeïne in physiologische zoutsolutie. Het was hierbij n. 1. onze bedoeling te zien of misschien een zwakke prikkel, gecombineerd met het wegvoeren van eventueele schadelijke stofwisse-lings producten uit het hart, in staat zou zijn de tot stilstand eekomen contracties te hei-stellen.

o

Doch ook deze proeven hadden een negatief resultaat en kan ik dus omtrent de werking van het bloed op in „Starrequot; verkeerend spierweefsel niet anders dan met Heubel zeggen: „Der jSTatur nach ist dieser Restitutionsprocess noch völlig dunkelquot;.

ocr page 83

71

Reeds eenige malen heb ik in de voorgaande bladzijden er op gewezen, dat somwijlen bij het herstel een tijdsverschil is waar te nemen tusschen het optreden van een enkele samentrekking van het hart, opgewekt door een mechanischen prikkel en het optreden der rhythmische, automatische contracties. ik wensch hierop thans nader in te gaan.

Zooals ik op pag. 16 meedeelde, ziet Heubel in het feit, dat de hartspier behalve het vermogen van contractiliteit ook dat van automatie in zich ver-eenigt, een gelukkige combinatie waardoor het mogelijk is zich tegelijkertijd een oordeel te vormen over de herleving van spier- en zenuwelementen. Naar aanleiding zijner proeven komt Heubel 1) hieromtrent tot de volgende uitspraak, waartegen ik meen eenige bedenking in het midden te moeten brengen: „Die Nervenzellen des Herzens einerseits und die Muskelzellen andererseits erstarren, sterben ei n ze In, aber, rechtzeitig mit Blut versorgt, er-wachen sie stets zusammen zu neuem Leben, zu gem ei nsamer Thiitigkeit.''

Na hetgeen de verschillende onderzoekingen hebben aangetoond, die na Heubel s arbeid zijn gepubliceerd en waarbij wij in de inleiding uitvoerig stil stonden, kunnen we thans niet meer spreken van de gangliëncelleu van het hart, maar van auto-

O O

1) 1. c. S. 571.

ocr page 84

72

matische spiercellen als oorzaak der rliythmische contracties, doch na het aanbrengen dezer correctie blijft mijn bezwaar tegen de zooeven aangehaalde uitspraak van Heubel, van dezelfde kracht en wel wat betreft het tweede gedeelte.

Dat inderdaad autoraatie en contractiliteit niet tegelijkertijd verdwijnen zeide ik reeds op pag. 39, naar aanleiding mijner proeven met zuren; maar evenzeer bleek mij dit bij enkele proeven met aether (proef 21), met hydrochloras chinini (proef 25) en bij de proeven omtrent „ Warmestarrequot; (proef 39), zoodat hierover geen verschil van meening bestaat.

Wat evenwel de herleving betreft, kan ik wijzen op proeven met verzadigde zoutoplossingen (proef 1), met zuren (proef 16), met aether (proef 21) en met verhooging van temperatuur (proef 40), waaruit blijkt dat contractiliteit soms eenige minuten, soms zelfs 20 minuten, kan aanwezig zijn vóórdat spontane contracties optreden. Nu eens bleek die contractiliteit bij mechanische prikkeling aan de oppervlakte van het hart, nu eens bij krachtige vulling van den ventrikel en dat ditzelfde feit in vele andere proeven niet werd vermeld, ligt voor een deel hieraan dat er niet overal naar werd gezocht, maar voor een deel ook hieraan dat waarschijnlijk bij enkele proefreeksen dit stadium zóó kort duurt, dat het moeilijk is het juiste tijdstip te treffen, n.1. bij die proeven waar het herstel spoe-

ocr page 85

73

dig intreedt. Ik meen echter op grond van de vele gevallen, dat ik liet wél heb kunnen consta-teeren, te moeten zeggen dat, evenals de automatische en de uitsluitend-contractiele spiervezelen afzonderlijk hnnne functie verliezen, zij deze ook afzonderlijk herkrijgen en wel dit laatste in omgekeerde volgorde.

Het resultaat der proeven omtrent rigor mortis, die Heubel aan het einde zijner belangrijke studie meedeelt, nl. dat de volkomen lijkverstijving door bloed volkomen kan worden hersteld, brengt hem tot

7 O

de uitspraak dat men „mehr als je berechtigt ist der von Hermann vertreteneu Auffassung beizupflichten, dass die Starre eine wirkliche Contraction, und jede Contraction eine momentane und vorüber gehende Erstarrung sei.quot;

Zooals ik in de proeven 43—46 beschreef, verkreeg ik, nadat het kikvorschhart gedurende meerdere uren was bewaard, alleen dan herstel wanneer de ventrikel nog niet den ad maximum verkleinden, harden vorm had aangenomen. Hier meende ik evenwel niet met echten rigor mortis te doen te hebben en kon dus niet zeggen dat ook volkomen lij kverstij ving, volkomen kan worden hersteld, zoodat voor mij hiermee de gelijkheid vervalt, die volgens Heubel spiercontracties en lijk verstij ving bezitten. Daarenboven heb ik in de inleiding aan

O

ocr page 86

74

de hand der nieuwere onderzoekingen dunkt mij genoegzaam aangetoond, dat er een belangrijk ver-schil bestaat in het wezen van den rigor mortis en van de spiercontractie.

ocr page 87

STELLINGEN.

i.

De zoogenaamde groei koorts is een lichte vorm van osteomyelitis acuta.

II.

Typhus abdominalis en mcrbilli moeten worden geschrapt van de lijst der besmettelijke ziekten.

III.

h'ij recidiveereude periappendicitis verdient operatieve behandeling in de vrije periode ernstige overweging.

IV.

De door Rannn aangegeven methode om lijders aan prostata hypertropl lie te behandelen met castratie verdient ten volle nader te worden getoetst.

V.

Urethrotomia externa is de meest curatieve therapie bij eenigszins belangrijke strictuur.

ocr page 88

76

VI.

Na het verrichten eener laparotomie beperke men zooveel mogelijk het toedienen van opium.

VII.

Aether-narcose verdient de voorkeur boven chlo-roform-narcose.

VIII.

Bij een normalen partus is desinfectie van de vagina af te keuren.

IX.

De Braun'sche sleutelhaak eischt verbetering.

X.

De tendenz tot het ontstaan van gemelli kan ook van den vader uitgaan.

XI.

De meest gewone vorm van myopie ontstaat in en door de school.

XII.

ïrachoom is niet besmettelijk.

Xlll.

Steilschrift is te verkiezen boven schuinschrift.

ocr page 89

r- hj 11

XIV.

Crematie is af te keuren.

XV.

Gymnastiek diende als verplicht leervak lgt;ij het lager onderwijs te worden ingevoerd.

ocr page 90
ocr page 91
ocr page 92
ocr page 93
ocr page 94

i—

ocr page 95
ocr page 96