HANDBOEKJE
VOOR DE
PELGRIMS
NAAR
0. L. VROUW IN 'T ZAND.
Verklaring.
Om te gehoorzamen aan de besluiten van paus Urbanus VIII z. g. verklaar ik, aan de wonderen, openbaringen en andere in dit werkje aangehaalde feiten, alsmede aan de benamingen van heilig of zalig, geschonken aan de dienaren Gods, die nog niet door de H. Kerk heilig of zalig verklaard zijn, slechts een louter mensche-lijk gezag toe te kennen, behoudens hetgeen bevestigd is door de H. Roomsch Katholieke Kerk.
PE j3EWERKER
HANDBOEKJE
voor de
IN
t
naar
0 JDNZE JâIEVE^ ROU W^
't Zand,
door een Paier Redemptorist. DERDE DRUK.
Aartsb dom L!TR1-.CH i Volgnumm»r Bibliotheek
Goedkeuringen.
Door onzen Hoogwaardigen Pater Generaal, Nicolaus Mauron, daartoe gemachtigd, staan wij toe, dat het «Handdoekje voor be Pelgrims naar O. L. Vr. in 't Zand, door een Pater Redemptoristquot; gedrukt worde, servatis ser-vandis.
Amsterdam, 15 Mei 1883.
J3. pOMEN p. SS.
Sup. Prov. Holl.
Imprimatur.
J3. j. ji. J^USSEL,
Can, Poen. et Prof.
ad hoc. delegatus.
Ruraemundae, 15 Juin 1883.
VOORREDE.
pelgrimsboekje hebben wij samengesteld op aanhoudend verlangen van EE. Hee-ren Directeuren van processies naar O.L.Vrouw in 't Zand, en van zeer vele pelgrims.
Met een innig gevoel van erkentelijkheid leg ik het aan de voeten van O. L. Vrouw in 't Zand neder, om Haar mijn dank te betuigen voor de gezondheid, die ik op den laatsten dag eener noveen, door mijne medebroeders en door mij te harer eer gehouden, eensklaps na eene zware ziekte herkregen heb. Moge zij dit dankoffer welgevallig aannemen!
De meeste wenken en gebeden, ki dit werkje bevat, zijn, behoudens de noodzakelijke veranderingen, schier letterlijk genomen uit de geestelijke werken van den H. Alphon-sus. Waar toch konden wij ze beter vinden dan bij hem, den vromen Pelgrim naar O. L. V. van Lorette, naar O. L. V. van Melfi, en van Amalfi; bij hem, den uitstekenden Leeraar niet alleen van de noodzakelijkheid des geb«ds, maar ook va* de wijze, waarop
1
â 6 â
men bidden moet f âInderdaadquot;, zoo lezen wij in de Akten der Kerkleeraarswaardigheid van den H. Alphonsus, âinderdaad, welken Leeraar ondervragen tegenwoordig de geloo-vige volkeren, tot wien roepen zij; Leer ons bidden 1 Is het niet tot Alphonsus ? â Door wien laten zij zich het liefst de schatten van wetenschap en wijsheid ontsluiten, die in den menschgeworden, den stervenden, den onder broodsgedaante in het H. Sacrament verborgen Christus zijn opgesloten ? Is het niet door denzelfden Alphonsus ? â Is er onder de kerkelijke Schrijvers wel één verkondiger van de voorrechten en de heerlijkheden van Maria, wiens stem zoo verre weerklinkt als die van Alphonsus; wiens woord zoo gaarne gehoord wordt als het zijne, wanneer hij de allerzoetste geheimen uitlegt, welke de Moedermaagd in haar hart bewaarde, overlegde en overwoog ?'' i j j Daarom vertrouwen wij dan ook, dat uods zegen op dit boekje rusten zal, en dat het door dien zegen zal strekken tot grooter bloei en stichting der bedevaarten, tot heil der pelgrims en tot verheerlijking onzer lieve Moeder Maria.
Roermond, Kapel in 't Zand,
15 Mei 1883.
GESCHIEDKUNDIGE SCHETS
DER
MIRACULEUZE BEELTENIS
VAN
0. L V. in 't Zand te Roermond.
et was, volgens de traditie, op een schoo-nen morgen van het jaar 1435, dat een herder, Wendelinus genaamd, zijne kudde voortdreef naar de plaats, waar thans, ruim een kwartier buiten Roermond, de Kapel in 't Zand zoo schilderachtig gelegen is. Ter hoogte van de tegenwoordige Kapel verhieven zich toen eenige boomen, die een put overschaduwden, waar de kudden hunnen dorst konden les-schen; overigens zag het oog, voor zoo ver het slechts reiken kon, overal eene bruine, heuvelachtige heide, Gods beschikking, geen toeval, had den herder dien dag hierheen gevoerd; door zijne bemiddeling - wilde God hier een springbron van genade doen opwellen, zooals Hij er maar zelden eene aan Nederland geschonken heeft.
Want zie, als hij, misschien in het heete middaguur, wanneer alom door het lucht-
ruim de stem der klokken de geloovigen opriep, om de Gezegende aller vrouwen te begroeten, zijne dorstende kudde aan den put wilde drenken, daar bespeurde hij eensklaps, bij het ophalen van het water, een eikenhouten Maria-beeldje op den bodem van den putemmer liggen.
Denk u zijne verbazing en blijdschap ! Met wat eerbied nam hij het beeldje op 1 Met welke vervoering beschouwde hij het en drukte het aan zijne lippen! Wat zou Maria met dit beeldje voor hebben ? Wat zou hij zelf er voor moeten doen ? Ziedaar vragen, die de herder zich stelde, doch waarop hij zich nog geen antwoord wist te geven. In die onzekerheid besloot hij ten minste aan al zijne kennissen het vinden van dien schat mede te deelen, en zoo goed mogelijk voor de ver-cering dezer beeltenis te zorgen.
Volgens de gewoonte dier tijden, welke thans nog in vele plaatsen van Limburg, in Roermonds omstreken vooral, in zwang is, bevestigde hij het beeldje aan een boom bij den put, en zoo dikwijls hij zijne kudde voor zich uitdreef, richtte hij zijne schreden naar zijne dierbare beeltenis, en knielde neder om de Moeder des Heeren te huldigen. Wat was natuurlijker, dan dat vele anderen, toen zij dit wonderbaar voorval vernamen, ook herwaarts snelden, om den gevonden scha,t te beschouwen en Maria te bidden ? Trouwens
dit lag in de plannen der aanbiddelijke Voorzienigheid : de eenzame plek bij den waterput moest een bedevaartsplaats worden, waar duizenden uit alle oorden zouden samen-stroomen, om in de vervoering hunner dankbare liefde uit te roepen : âGezegend de dag, gezegend het uur, waarop ik hier bij Ã. L. Vrouw smeekend nederknielde, en ten volle verhoord mocht opstaan 1quot;
Daarom deed God al spoedig zijne wonderbare kracht hier uitschitteren. Daarom mocht men weldra op mirakelen wijzen, hier ter plaatse op de voorbede van Maria, die smeekende Almacht, gewrocht. Daarom verbreidde zich al spoedig de faam der verkregen gunsten door het gansche land, en nog verre daar buiten, en riep van heinde en ver de kinderen van Maria hierheen.
Niet lang duurde het, of er werd bij den put eene kleine kapel gebouwd; misschien gelijk oude platen nog toonen, van voren geheel open en in eenvoudigen vierkanten vorm.
Later bouwde men een kapel gelijk aan die, welke te Kevelaar bij de pelgrims bekend is onder den naam van de âGroote Kapel.quot; Want toen Maria, meer dan 200 jaren na de vinding van het miraculeus Beeld in 't Zand, ook bij hare beeltenis te Kevelaar hare gunsten met kwistige hand begon uit te deelen, bepaalde de vicaris-generaal van het Bisdom Roermond, Balduïnus de
â 10 â
Gaule, dat aldaar eene kapel zou gebouwd worden ^naar het plan van die in 't Zand bij Roermond.quot;
Verscheidene malen werd de Kapel nu eens door den feilen haat der ketters, dan door het woest geweld van krijgslieden geheel of ten deele vernield: maar de devotie tot het Wonderbeeld in de harten der ge-loovigen uitroeien, dat vermocht niemand. Telkens deed de ijver der geestelijkheid, de godsvrucht der geloovigen het heiligdom grooter en schooner uit zijne puinen oprijzen; en Maria â zij bleef hier de Troon van Gods genade, de Ãitdeelster zijner gunsten.
Gezegende plek! Duizendwerf bevoorrecht heiligdom! Wat al bijzondere, wat al wonderbare gebedsverhooringen hebt gij mogen aanschouwen?
Hier knielde een vader neder met zijn gestorven kindje in de armen en de moeder van Hem, die het Leven zelf is, deed het door hare gebeden ten leven verrijzen. Hierheen wendde de eerwaardige Agnes van Heilsbagh hoopvol hare blikken van het smartbed, waarop zij reeds lag te zieltogen, en stond aanstonds volkomen genezen op. Hier stortte eene andere niet minder roemwaardige dienares van O. L. V. in 't Zand, Joanna van Randeraedt, haar zielsbedroefd hart onder tranen en zuchten uit, en mocht bij het hooren eener inwendige stem, onder het aanschouwen van een
â II â
buitengewoon visioen, door Maria getroost worden, zooals slechts die Moeder troosten kan. Hier kreeg dezelfde vrome maagd in een wonderbaar gezicht de openbaring van de z-egepraal der Christenen, toen Weenen door de Turken belegerd, en heel het katholiek Europa bedreigd werd. Hier mochten in den loop der eeuwen zoovele duizenden kranken, zoowel naar de ziel als naar het lichaam, de wondervolste genezing van allerlei kwalen, de heilrijkste bekeering na jarenlange afdwaling erlangen.
Waarlijk, wat een Broere eens zong over het Allerheiligste Sacrament des Altaars, mag, toegepast op Maria, in gouden letteren rondom dit Wonderbeeld geschreven worden;
âHier bad de kranke, die zich 't leven roeide ontvloeijen:
't Keert in hem weer!
Hier riep de balling heen om vrijheid uit zijn boeijea :
Zij vallen neer!
De ontstelde schepeling om hulp in 't stormenloeijeri: Strl is 't op 't meer!quot;
't Was dan ook om deze reeks van weldaden, deze eeuwenlange aaneenschakeling van gunsten dankbaar te erkennen, dat Z H. Pius IX besloot, door een buitengewoon huldeblijk O. L. Vrouw in 't Zand eene plaats te doen innemen onder de beroemdste miraculeuze beel ⢠den der katholieke wereld. Reeds hadden weliswaar de Pausen al verscheiden honderden jaren door vele aflaten de vereering van het
Wonderbeeld naar best vermogen bevorderd. Innocentius XII, Clemens XI, Innocentius XIII, Benedictus XIV, Clemens XIII, Clemens XIV, Pius VI en Gregorius XVI, zij allen hadden voortdurend de geestelijke schatkist der Kerk voor de vereerders van O. L. Vr. in 't Zand geopend; maar nu verlangde Pius IX eene glorievolle bevestiging te geven aan al, wat zijn roemrijke voorgangers op den Apostoli-schen Stoel gedaan hadden: een nieuwe eer moest aan de dierbare beeltenis bewezen worden. Daarom gaf de Paus aan Z. D. H. Mgr. Paredis in last, het Wonderbeeld in zijnen naam plechtig met een gouden kroon te sieren. Deze feestviering greep plaats den 19 Augustus 1877 in de Kathedraal te Roermond, in de tegenwoordigheid van 's Pausen Internuntius, de voornaamste geestelijken der diocese en duizenden geloovigen uit alle streken samengevloeid.
Deze daad des Pausen heeft haar doel niet gemist. De vereering van het Wonderbeeld is sedert dien tijd steeds grooter en algemee-ner geworden. Vele nieuwe processiën uit Nederland hebben zich bij de oudere komen voegen; uit alle oorden van ons vaderland wendt men zich thans tot O. L. Vr. in 't Zand, om aan haar altaar H. Missen te laten lezen, voor haar beeld novenen te doen houden, haar aan te roepen in alle omstandigheden, in alle moodwendigheden dezes levens.
Zoo schreven we in 1883. Maar nu, in 1886, mogen we dit kort overzicht niet eindigen, zonder met een enkel woord het grootsch Jubilé van het vorig jaar in herinnering te brengen. Die uiting der liefde voor Maria, welke wij toen aanschouwd hebbem, eene geestdriftvolle uiting van geheel het Katholiek Nederland, is eenig in de geschiedenis der Katholieke Kerk in ons vaderland. De feestviering dier dagen heeft het vertrouwen op O. L. Vr. in 't Zand hooger doen stijgen dan ooit, en haar de harten van duizenden nieuwe vereerders gewonnen.
Dat wij in 1886 met recht aldus spraken, heeft de geschiedenis reeds bewezen. Voortdurend neemt het getal pelgrims, het getal bedevaarten uit ons vaderland en uit Duitsch-land toe, zoodat de behoefte aan een ruimer heiligdom zich steeds meer en meer deed gevoelen, en men, ondanks de groote bezwaren er aan verbonden, is overgegaan tot den bouw eener nieuwe kapel. Het vorig jaar begonnen, kon zij reeds op den vooravond der Mariamaand van dit jaar, 1896 worden gewijd. Zij is geheel in den stijl der i4de eeuw opgetrokken en bestaat uit een groot schip zonder beuken, juist zooals het de behoeften eener bedevaartsplaats vorderen. De slanke torenspits roept reeds uit de verte den pelgrims van alle zijden het welkom toe.
DE BEDEVAART
NAAR HET MIRACULEUS BEELD VAN
Onze Lieve Vrouw in 't Zand.
Jjiplren kan het niet in twijfel trekken â bedevaarten, gehouden volgens den geest der H. Kerk, zijn nuttig en heilzaam voor het christenvolk, en dus ernstig aan te raden.
Het voorbeeld van Christus en de Heiligen leert ons dit allerduidelijkst.
Ging het goddelijk Kind Jezus niet jaarlijks naar den tempel van Jerusalem, ook voor Hij tot dien leeftijd was gekomen, waarop de wet deze bedevaart voor de Joden verplichtend stelde?
En de allerheiligste Maagd Maria, getuigen niet de overlevering en de geschriften der Kerkleeraars, hoe het houden van bedevaarten haar groote troost was, toen zij na Jezus' hemelvaart nog zoovele jaren in de ballingschap dezer wereld moest doorbrengen? âJa,quot; zegt de H. Alphonsus, âgedurende dat pijnlijk verwijderd zijn van haar minnelijk Kind, zocht zij troost voor haar liefdevol hart, door die plaatsen te bezoeken, welke door het lijden van
haren goddelijken Zoon geheiligd waren. Nu eens zag men haar in den stal van Bethlehem, waar Jezus geboren was ; dan wederom in de werkplaats van Nazareth, waar Hij zoovele jaren in armoede en versmading had doorgebracht; dan wederom bezocht zij den hof van Gethse-mani, waar zijn lijden was aangevangen, of het gerechtshof van Pilatus, waar Hij wasgegee-seld en met doornen gekroond. Maar meer nog dan al deze plaatsen bezocht zij den Calvarieberg, waar Jezus gestorven was, en het H. Graf, waar zij Hem eindelijk had moeten verlaten. Ziedaar, hoe onze lieve Moeder zich in hare harde ballingschap zocht te troosten.quot;
En de Heiligen, wier eenig doel steeds was, in alles zoo volmaakt mogelijk Jezus en Maria na te volgen, zijn sedert de eerste eeuwen der Kerk, ook in dit punt in het voetspoor van Jezus en Maria getreden. Vandaar mocht de H. Hieronymus, die zelf een groot gedeelte zijns levens op een bedevaartsplaats, het heilig Bethlehem, doorbracht, getuigen; âHet is onmogelijk, al de Bisschoppen, Martelaren en andere door heiligheid en wetenschap beroemde mannen op te noemen, die sedert de hemelvaart van Christus den pelgrimsstaf opnamen en naar Jerusalem trokken. Zij allen waren van meening, dat hun geloof niet levendig genoeg,hun deugd en godsvrucht niet innig genoeg waren, wanneer zij niet te Bethlehem, Nazareth en op Calvarië aan den goddelijken
â i6 â
Heiland de hulde van hun geloof, hunne liefde en dankbaarheid gebracht hadden. Deze vrome meening heerscht nog altijd: ook in onze dagen zijn degenen, die Jerusalem en de andere heilige plaatsen bezoeken, grootendeels mannen, welke om hunne deugd en geleerdheid door geheel de christenwereld geroemd worden.quot; Zoo schreef de H. Hieronymus over de godvreezende Christenen van zijnen tijd. En wat hij omtrent het jaar 388 getuigde, is dat niet volle waarheid gebleven door alle eeuwen heen; is dat niet volle waarheid ook nog in onze dagen? Is er thans wel een land ter wereld, dat niet roemen mag op zijne bedevaartplaatsen, op zijne kerken of kapellen, waar Jezus of Maria door tal van mirakelen toonen, dat Zij daar nog meer willen gebeden worden dan elders!
Welnu, zulk een genadeoord was voor het Katholieke Nederland reeds meer dan vier eeuwen lang de Kapel van O. L. Vr. in 't Zand te Roermond.
Reeds meer dan vierhonderd vijftig jaren heeft de barmhartige Moeder aller Christenen getoond, dat het haar uitdrukkelijke wil is, Nederlands Katholieken bij dit zoo wonderbaar gevonden beeld te zien nederknielen. Door de machtige stem van ontelbare mirakelen heeft zij allen bedroefden, lijdenden en hulpbehoevenden toegeroepen: Ziet, hoe ik hier in gansch bijzonderen overvloed de genaden van
mijn goddelijken Zoon uitdeel 1 Ziet, hoe ik hier op wonderbare wijze degenen help, die mij met vertrouwen aanroepen ! O gij allen dan, die onder allerlei ongelukken gebukt gaat, gij allen, die tot nu toe slechts rampvolle dagen beleefd hebt, die van de toekomst louter on- ⢠heil schijnt te mogen verwachten, wilt niet weenen als degenen, die geen troost kennen-I Komt tot mij! Ik ben uwe moeder. Kan eene moeder wel haar kind vergeten, of geen deernis hebben met degenen, die zij heeft voortgebracht? En al kon eene moeder dat, ik zal u nooit vergoten.
Zoo spreekt Maria; zoo vooral klinkt ons hare stem in de ooren, wanneer wij liggen neder-geknield voor haar miraculeus beeld, zoo beroemd onder den naam van O. L. Vr. in 't Zand.
En die stem, o zij is door zoovele duizenden, door zoovele millioenen met blijdschap vernomen. En zoovelen aan die roepstem gehoor gaven, zoovelen ook hebben, vaak door mirakelen, ondervonden, dat Maria zich hier waarlijk eene moeder betoont, en zekere hulp verleent in alle moeilijkheden des levens.
Wilt gij. Lezer, dit met etM enkelen oogopslag door meer dan vier eeuwen bewaarheid zien ?
In de Kroniek der stad Roermond lezen we op het jaar 1578 in oud-Hollandsch; ,,De Kapel âin 't Zand, die ter eere van O. L. Vr. daar
â i8 â
âgebouwd was, te voren door mirakelen zeer âberoemd.''
Ook in de aloude Rekenboeken der Kapel is altijd spraak van het âMiraculeus Beeldquot; of âhet Beeld van Mirakelen!'
In het jaar 1613 schreef de Regeering van Roermond aan den landvoogd der Spaansche Nederlanden, Albert van Oostenrijk;
âMonseigneur.
âDaar er nabij deze stad Roermond vóór de âlaatste onlusten eene Kapel was van O. L. Vr. âgenaamd in 't Zand, die door de oorlogen âtot op haar grondslagen afgebroken en ver-âwoest werd, hebben niettemin verscheiden âgodvruchtige personen en goede Christenen âde voetstappen hunner voorvaderen gedrukt âen zijn godvruchtig de plaats komen bezoe-âken, waar de genoemde Kapel vroeger was; âen hierop zijn vele mirakelen gevolgd. Ook is âsedert de vredesverdragen de devotie meer âen meer toegenomen door de pelgrims en âallen, die van verre van alle kanten hierheen âsnellen.quot;
En aan den kasteelheer van Dalenbroek schrijft hetzelfde stadsbestuur, dat het van plan is de verwoeste Kapel van 0. L. Vrouw in 't Zand weder zoo sierlijk mogelijk op te bouwen, âomdat aldaar dagelijks veel devotie is en verscheiden mirakelen geschieden.quot;
De getuigenissen der wereldlijke Overheid
werden steeds door de geleerdste schrijvers, die over O. L. Vr. in 't Zand geschreven hebben bevestigd, (i) In 1613 werd er door de Paters Jezuïeten te Roermond een werkje uitgegeven, getiteld: Rurtzmunia illustrata etc. Volgens vele deskundigen is Pater Otto Zylius, bekend door zijn werk over O. L. Vrouw van 's Bosch, de schrijver hiervan. In dit boek lezen we o. a. een Latijnsch vers, dat de wondermacht van O. L. Vr. in 't Zand ten duidelijkste verkondigt.
Ziehier de vertaling van eenige strophen:
Hoe vaak vertoont de Lieve Vrouw in t Zand Haar wondren hier aan 't volk van Gelderland! Ver, ver van ons. jaloersche ketterij!
Dat u uw eigen puin ten grafsteen zij!
Hier knielt de vader van 't gestorven wicht, Dat zonder doopsel de oogen sloot voor quot;t licht Maria riep het kind ten leven weer,
Het werd gedoopt, en vloog ter hemelsfeer.
Hoe menig lijder, die hier redding vond!
Maria heelde hier der kranken wond.
't Lidteeken slechts der wonden bleef hun bij. En meldde aan elk Maria's medelij.
Ruim 50 jaren later, in 1666, gaf de geleerde Wilh. van Blitterswijck eenzelfde getuigenis, als hij in het dertiende lied van zijn Ruramunda vigens etc. zong:
(1) Zie hierover het geleerde werk: O. L. Vr. in 't Zand, door den E. P. H, van Krugtcn. Roermond J. J. Rome» en Zonen.
Hoe menig treurend hart Liet hier zijn smart;
En ging. ofschoon geen hoop meer glom, Aan vreugde rijk weerom !
Hier vond men heil voor alle wonden :
Hier rees den blinde 't licht, na langen nacht;
Hier kreeg de lamme en kreuple levenskracht;
Hier voelde 't kranke hoofd zijn leed verzacht; ja, de arme zelfs heeft hier vaak goud gevonden!
Zoo lezen we nog in een Rijmwerk over ons miraculeus Beeld, uit het jaar 1785, meer waar dan dichterlijk:
't Bezoek dat steeg al meer. God, wonder in zijn werken, Door gunsten die Hij gaf. deed klaerelijk bemerken Dat Hij op deze plaats Mariam wil geëert En zijn genaed' alhier tot haere dienaers keert. Den bouw die wort vergroot: veel pelgrims ziet men komen. Tot dit zoo wonder Beeld den toevlucht werd genomen, Van al wat in het rond zich vind in druk en pijn: In de Kapell' in 'tZand betrouwt men hulp te zijn. En waerlijk niet vergeefs, want zooveel offeranden Als windels, krucken zijn, die men nog ziet, zijn panden Gelaeten op dees plaats, die onbetwistelijk Ons geven van dees hulp, een allerklaerste blijk.
Al deze verschillende getuigenissen werden ook nog door die van het Kerkelijk gezag bevestigd. In 1777 verklaarde de Bisschop van Roermond in een verzoekschrift aan Z. H. Pius VI âdat de Kapel van O. L. Vr. in 't Zand sedert eeuwen vermaard is wegetis het miraculeus Beeld en de wonderen, die er geschieden; en dat er dan ook van alle kanten pelgrims heen stroomen, soms ten getale van yerscheiden duizenden.quot;
â 2-1 -
Daarenboven geeft gansch het gedrag der Roermondsche Bisschoppen te kennen, hoeveel vertrouwen zij op O. L. Vr. in 't Zand stelden. Bij alle openbare rampen immers, bij besmettelijke ziekten, langdurige droogten, oorlog of andere slechte tijden bevalen zij altijd eene smeekprocessie te houden, waarbij het miraculeus Beeld vol vertrouwen moest rond gedragen worden.
Ziedaar, lezer, eenige verklaringen der meest gezaghebbende getuigen uit vroeger eeuwen. Doch ook thans nog blijft O. L. Vr. in 't Zand door buitegewone zegeningen haren alouden roem handhaven, 't Is niet mogelijk, in de weinige bladzijden, die we voor dit boekje mogen gebruiken, in het bijzonder de gunsten op te sommen, die Maria hierin de laatste tijden heeft uitgedeeld.
Wilt ge deze, en ook de geschiedenis va:n het miraculeus Beeld breedvoeriger kennen, lees dan het werkje, dat we verleden jaar in 't licht gaven, onder den titel van: âHet miraculeus Beeld van O. L. Vr. in 't Zand te Roermond. Geschiedenis en Novene!' (i) Daarin hebben we de voornaamste lotgevallen der miraculeuze Beeltenis verhaald, en er een aantal feiten aan toegevoegd, waaruit
(i) Door tusschenkomst van iederen boekhandelaar te yerkrijgen bij j. J. Romen en Zonen, te Roermond, on M. Alberts. Gulpen.
duidelijk blijkt, hoe Maria ook thans op wonderbare wijze voor de gebeden harer kinderen verhooring weet te vinden.
Wij kunnen ons evenwel niet onthouden hier nog eenige gebedsverhooringen te vermelden, die wij in latere afleveringen van het Maandschrift âDe Ftf/zfo-J/wrówar/V'gevonden hebben. Mogen ze ons vertrouwen op Maria's macht en goedheid altijd meer doen aangroeien ! Zoo lezen wij daar o. a.:
In een der dorpen bij Roermond was eene jonge dochter door eene hevige maagkwaal aangetast, die in October 1877 zoodanig verergerde, dat zij allen eetlust verloor, en in December van zwakheid zelfs niet meer ter kerke kon gaan. Daar geneeskundige hulp weinig of niet baten mocht, nam zij haar toevlucht tot Maria, en sukkelde aldus voort tot in October 1880,
Op dat tijdstip werd de kwaal door bijzondere omstandigheden veel heviger. Een tweede geneesheer werd ontboden, die de ziekte langzamerhand een weinig tot staan bracht; doch in Juni 1882 werd de kranke er wederonr. zoo hevig door aangevallen, dat de geneesheer verklaarde: âEr is geen beterschap meer mogelijk, dan door iederen dag minstens vijf malen vleesch te eten.quot; Toch baatte ook dit zeer weinig.
Nu begon zij den 27stlt;:n Juli eene noveen ter eere van O. L. Vr. in 't Zand, en bad ook op
â 23 â
aanraden van een der Paters tot den H. Alphon-sus. die bijzonder in de Kapel vereerd wordt; doch de drie laatste dagen der noveen werd de ziekte zoo hevig, dat men het ergste begon te vreezen. âDonderdag, den voorlaatsten dag der noveenquot;, zoo verhaalde zij zelve later, âkwam mijne zuster mij bezoeken, en keerde droevig huiswaarts, aan mijne broeders zeg-' gende; Iemand onzer moet iederen dag naar N. gaan, want onze zuster zal niet lang meer leven. â Dien dag ging er ook ieder oogen-blik een koude rilling door al mijne leden, en bij het spreken, hoe zacht ook, kon ik dikwijls geen klank meer uiten. Het weinige, dat ik gebruikte, kon ik niet meer inhouden, en werd dadelijk gevolgd door verschrikkelijke pijn in de ingewanden.quot; Vrijdag, 4 Augustus, laatsten dag der noveen, begaf zij zich met veel moeite naar de kerk, en kreeg daar op eens de gedachte: Maria zal mijne genezing alleen moeten bewerken; ik wil niets meer gebruiken dan water uit den put van O. L. Vr. in 't Zand.
Te huis gekomen, zette zij aanstonds de geneesmiddelen, die toch niets meer hielpen, aan den kant, en gebruikte een weinig voedsel. 's Middags tusschen twaalf en één uur ontwaarde zij een verandering in geheel haar lichaam, en gevoelde zich veel sterker. âEn,quot; zoo schrijft zij zelve, âZaterdag'smorgens opstaande gevoelde ik geen maagkwaal meer,
â 24 â
geen verschrikkelijke hoofdpijn meer, geen hartkloppingen, geen pijn in de ruggegraat, alles was verdwenen. In den namiddag kwam een mijner broeders mij bezoeken, en zag tot zijne groote verwondering, dat ik wederom mijne huiselijke bezigheden had hervat, en dat mijn voorkomen zoo gezond was als vroeger.quot;
Zondag daarop meende ik mij te voet naar de Kapel te begeven, maar mijne moeder wilde het nog niet toestaan. Maandag echter ging ik er zoo gezond en sterk heen als ik ooit geweest was. Ik dankte Jezus, Maria en Alphonsus hartelijk voor deze groote weldaad, en zal hun alle dagen mijns levens mijne dankbaarheid betoenen.quot;
In de maand Januari van het vorig jaar kreeg een meisje te ü. eene verzwakking in de ruggegraat, zoodat zij bijna niet meer kon loopen. De kwaal nam langzamerhand in hevigheid toe, zoodal liet loopen haar ten laatste geheel en al onmogelijk werd, en zij daarenboven, gewoonlijk tegen den avond, door duizeligheid werd overvallen, Haar familie geleidde haar naar een beroemd dokter, die haar geneesmiddelen voorschreef, waardoor de duizelingen ophielden en zij ook weer kon staan, doch veertien dagen later werd de ziekte veel heviger dan tevoren. Den 15quot;=quot; Mei bezocht zij wederom denzelfden dokter, doch zonder baat bij hem
te vinden; den 283ten Juni raadpleegde zij een ander geneesheer, maar deze verzekerde, dat er geen kans op beterschap bestond, indien zij niet twee of drie jaren te Aken of Bonn verbleef en er de baden gebruikte. Dit was echter voor haar ouders niet mogelijk. En daarom raadpleegden zij nog andere genees-heeren, die wel middelen gaven, maar zonder den gewenschten uitslag.
Intusschen was haar vader op Pinksterdag bij het miraculeus Beeld van O. L. Vr. in't Zand voor haar komen bidden, nam wat water uit den put voor haar mede, en begon met de gansche familie eene noveen te houden ter eere der Allerheiligste Maagd, die hier bij haar wonderbeeld reeds zoo menige buitengewone gunst verleend heeft, 't Scheen evenwel, dat Maria hun .vertrouwen op een lange proef wilde stellen j want na de eerste en tweede en meer novenen was nog geen spoor van beterschap merkbaar. Het meisje had daarenboven ook tot den H. Leonardus gebeden, die vooral in hare Parochiekerk tegen dusdanige ziekten, wordt aangeroepen.
Zoo streken de dagen en maanden voorbij, en het arme kind kon nog altijd in het geheel niet loopen. Den ay5'⢠Augustus begon zij wederom een noveen, en zeide nu op den avond van den laatsten dag, den 4del1 September, tot hare moeder: âNu blijf ik van nacht zoo lang bidden tot ik beter ben. En morgen zal ik ge-
heel genezen zijn.quot; Met dat vollen vertrouwen op de Allerheiligste Maagd ging zij te bed,maar bleef biddend schier den ganschen nacht doorwaken. En wat gebeurt er? Op den morgen van den volgenden dag verlaat zij, die tot nu slechts met behulp van anderen had kunnen opstaan, reeds om vijf uur zelf hare legerstede, ijlt naar hare moeder, die nog te rusten lag, en roept uit: âMoeder, ik kan loo-pen! ik kan loopenl Onze Lieve Vrouw heeft mij genezen!quot;
Verbaasd ziet de moeder haar aan, overtuigt zich van de waarheid en begint van vreugde te schreien. En het gelukkige kind kleedt zich ijlings en gaat naar buiten, waar juist de veerman iemand overzette. âIk ben genezen!quot; roept zij hem toe. âIk kan loopen 1quot; âWat,quot; roept de andere, âgij kunt loopen?quot; En de man wist geen woorden te vinden, krachtig genoeg om zijne hoogste verbazing uit te drukken. Zoo snelt zij naar de parochiekerk, die drie kwartier van hare woning verwijderd is. Al de inwoners van het dorp, die haar zagen, volgden haar ten hoogste verwonderd, en als zij in de kerk komt, vraagt haar de Pastoor: âWie heeft u hier gebracht?quot; âNiemand!quot; was het antwoord, âik kan loopen, ik ben genezen!quot; Nu hoorde zij de _H. Mis, keerde te voet naar huis terug, ging dien dag nog hare familie in twee nabijgelegen dorpen bezoeken, en zij, die den vorigen dag
zelfs niet kon staan, veel minder kon loopen, ging nu met het grootste gemak overal henen, kwam een paar weken later alleen en te voet O. L. Vrouw in 't Zand bedanken, en is tot heden toe van hare vorige kwaal bevrijd gebleven.
*
* #
In de maanden Augustus en September mochten we zeer dikwijls van eenige bijzondere gunst van Maria vernemen. Zoo offerde iemand uit Pruisen, een gouden kruis met gouden plaat aan O. L. Vrouw uit dankbaarheid voor een verkregen genade. Zoo kwam uit Crefeld een vrouw een gouden kruis brengen, om O. L. Vrouw te bedanken voor de genezing van een man, die reeds meermalen eene bloedspuwing had gehad, maar nu, na het houden eener novene geheel genezen was. Zoo vernamen we nog, hoe eene vrouw uit Roermond door het vertrouwvol gebruik van het water
uit den put van den kanker was genezen.
*
* *
In de spreekkamer van het klooster verhaalde ons een geloofwaardig persoon uit Roermond het volgende: âDrie jaren lang heb ik pijn in de keel gehad, die voortdurend in hevigheid toenam. Daarbij leed ik nog van tijd tot tijd aan verscheiden andere ziekten, en terwijl ik over deze laatste den dokter raad-
28
pleegde, heb ik hem nooit durven spreken over mijne keelkwaal; liever wilde ik eraan sterven dan eene operatie aan de keel te ondergaan. Ondertusschen nam de pijn steeds in hevigheid toe; mijn keel werd altijd meer opgezet, en ten laatste viel zelfs het spreken mij zeer moeilijk. In dezen nood nam ik mijne toevlucht tot O. L. Vr. in 't Zand. Ik beloofde haar een gouden medaillon te zullen offeren, indien zij mij de genezing verwierf. En zie, ofschoon ik volstrekt geen geneesmiddelen nam, evenmin als te voren, kwam er nu langzamerhand beterschap, en eindelijk is de kwaal volkomen geweken. Nu is er reeds een jaar voorbij, dat ik niet de minste pijn meer gevoeld heb.quot;
Als we dit eenige uren later toevallig aan een der omwoners van de Kapel verhaalden, zeide de goede man onmiddellijk vol opgetogenheid: âO Pater, dat is nog niets, vergeleken bij hetgeen ik weet!quot; â âZoo? En wat weet ge dan wel?quot; â âDat zal ik u eens verhalen,quot;-hernam hij. âNiet ver van hier wonen een man en eene vrouw, die â 't is nu al twee jaar geleden â een zoontje hadden, dat vijfjaar oud was. 't Kind had eene verlamming in de beenen gekregen, en kon in 't geheel niet meer loopen. En wat doen nu zijn ouders f Negen Zondagen achtereen dragen zij den armen jongen naar het miraculeus Beeld, â en den negenden Z-ondag kon het kind loopen, zoo
â 2-9 â
goed als ieder ander. â Ja, ja,quot; zoo vervolgde hij na dit verhaal, â't^s wel waar wat ik pater Bernard in vroeger eens hier heb hooren preeken: âZoo ver de klok van de Kapel van O. L. Vr. in 't Zand maar klinkt, zoover ook worden alle menschen, die er wonen, op een bijzondere wijze door Maria bijgestaan.quot; â Zonder schroom voegen wij er bij: Zoovelen met vertrouwen hunne toevlucht nemen tot O. L. Vr. in 't Zand, zoovelen zien hunne
gebeden verhoord, als het hun zalig is.
*
*
In het begin van Februari 1878 kreeg M. te N. de typhuskoorts. De ziekte nam weldra in hevigheid toe, zoodat men hare dochter, die te Antwerpen woonde, naar huis ontbood. Deze zag vol schrik bij hare aankomst hare moeder geheel zwart van de koorts; doch toen zij een weinig bekomen was, riep zij uit: âNeen, moeder sterft niet! Wij kunnen haar nog niet missen ! Ik ga naar de Kapel van O. L. Vr. in 't Zand, en laat moeder inschrijven in de Broederschap âBehoudenis derKranken!quot; â Dit werd gedaan, tevens begon de geheele familie een noveen ter eere van O. L. Vr. in 't Zand, gedurende welke de zie'ke iederen dag water dronk uit den put, waarin het Beeld gevonden is. En zie, Maria ontfermde zich. Nog onder de noveen werd de vrouw genezen, en zoo volkomen, dat zij onmiddelijk het huis
â 30 â
zon verlaten hebben, indien de dokter haar niet bevolen had nog eenige dagen binnen te blijven. Na de noveen kwam de Kapelaan der parochie haar bezoeken, en verklaarde toen, dat hij niet het minste meer voor haar leven gegeven had, zoo overtuigd was hij geweest, dat zij moest sterven. De dokter, die haar behandelde, zegt nog altijd, dat hij niet kan
begrijpen, hoe zij zoo gezond is geworden.
â
* *
Voor ongeveer zeven jaar werd het eenig kind van den heer T. te N. door eene ongekende ziekte aangetast. Achtereenvolgens werden de geneesheeren der stad ontboden; doch met verwondering moesten zij allen eenparig verklaren, den aard der ziekte niet te kennen, en dus ook geen zeker doeltreffende geneesmiddelen te kunnen voorschrijven. De ziekte nam intusschen van dag tot dag toe, de beenen zwollen buitenmate, en weldra volgde een zekere algemeene verlamming, die het kind alle vrijwillige beweging benam. Uit het volgend getuigenis van een zeer kundig en algemeen gewaardeerd geneesheer der stad kan men het gevaar der ziekte gemakkelijk afleiden. Op zekeren dag werd hij bij een kind ontboden, dat aan den typhus leed. De bekommerde ouders vroegen hem, hun in ernst te zeggen, wat hij dacht van hun kind. âJa,quot; luidde het antwoord, âhet is zeker gevaarlijk, maar toch ik
zie uw kind nog liever aan den typhus lijden dan aan de ziekte van het zoonte van T.; want, al zou dit ook genezen, wat ik niet denk, dan blijft het toch geheel zijn leven lam.quot; De diep bedroefde ouders zagen nu, dat er voor hun eenig zoontje, de hoop hunner toekomst, van menschelijke kennis en kunst geen genezing meer was te wachten, maar geloovig richtte zich nu ook tevens al hun hoop ten hemel, en vestigde zich op de liefde en de macht van Maria, die hier op aarde in het miraculeus Beeld van O. L. Vr. in 't Zand, zoo dikwijls als de âBehoudenis der Krankenquot; was aangeroepen en gedankt. âJa, zoo zeide mij de dankbare moeder, ik gevoelde het, O. L. Vr. in 't Zand, zij en zij alleen, zou mijn kind genezen.quot; Vol vertrouwen werd nu het water uit den miraculeuzen put gebruikt, een aanhoudend gebed tot die goede Moeder gericht,en het won-derbeeldje herhaaldelijk bezocht. Maar Maria, die zoo gaarne de menschen ziet bidden, wijl dit zoo zalig is voor hunne zielen, wachtte nog die vurige smeekgebeden te verhooren. Intus-schen brachten de ouders hun kind naar een nabij gelegen landgoed, en baden met een telkens klimmend vertrouwen tot de Behoudenis der kranken. De moeder bezocht dagelijks al biddend het heiligdom van O. L. Vr. in 't Zand, en ging daarna telkens een bezoek brengen aan haar kind. Op zekeren dag, het was in het jaar 1877, kort voor het feest van
â 32 â
den H. Jozef, kwam zij een der Paters, die het heiligdom van Maria bedienen, den onge-lukkigen toestand van haar kind mededeelen, en verzocht hem dringend, hetzelve eens te gaan bezoeken. De Pater beloofde het, en spoorde haar tevens aan tot een onbegrensd vertrouwen, tot het gebruik van het water, en het bezigen eener medaille van O. L. Vr. in 't Zand. Bij zijn bezoek zei de Pater schertsend tot het kind; âKomaan, gij moest uw bed maar verlaten.quot; âAch, Pater, ik kan niet loo-pen,quot; was het natuurlijke antwoord. Andermaal wekte de Pater hen nu tot vertrouwen op, en gaf hun een prentje van O. L. Vr. in 't Zand, waarop een dagelij ksch gebed was gedrukt, met het telkens driemaal te herhalen schietgebed : Ik wil door U geholpen worden. Nauwelijks had de Pater het huis verlaten, of de zieke roept zijne moeder. âIk wil opstaan, moederquot;, zoo zegt hij, âen naar beneden gaan.quot; Vol verwondering hernam de moeder: âMaar zoo even, toen de Pater u zeide dit te doen, hebt gij niet gewild, zult gij dat nu dan willen?quot; Doch bedenkend, dat O. L. Vr. in 't Zand haar misschien die groote gunst had bewezen, hielp zij haar kind op. En werkelijk, ongehinderd ging het naar beneden, keerde eveneens naar boven terug, maar was toen eensklaps weder met dezelfde lamheid geslagen. Op den feestdag van den H. Jozef kon de zieke wederom met behulp van een stokje
een weinig loopen, en zelfs aan de hand van zijn oom een bezoek brengen aan de Kapel van het miraculeus Beeld. Den volgenden dag echter keerde de vroegere verlamming terug, en begon de zwakte met den dag toe te nemen. Drie dagen later sprak de oom des zieken tot de moeder: âIk geloof, dat uw kind gaat sterven; zijn toestand komt mij zeer bedenkelijk voor.quot; Maar met een levendig vertrouwen klonk het antwoord der moeder: »Neen, mijn kind zal genezen. O. L. Vr. in 't Zand zal het genezen; maar de ziekte moet eerst op het ergste komen.quot; Den daarop volgenden dag, den 23stlt;:n Maart was de toestand allerzorg-wekkendst. Een inwendige stem roept nu de moeder naar de Kapel van het miraculeus Beeld. Zij gaat al biddend en vertrouwend, komt in Maria's heiligdom, knielt neer voor haar Wonderbeeld, en terwijl zij daar vuriger dan ooit zit te bidden, is het haar als hoorde zij inwendig: âJa, ik wil u helpen.quot; Bemoedigd staat zij nu op, en begeeft zich naar het landgoed, waar haar kind verbleef. In de verte ontwaart haar oog een jongetje op den weg. âZie,quot; dacht ze bij zich zelve, âdat jongetje gelijkt juist op mijn kind. Indien het een arm kind is, zal ik het een pak van mijn zoontje geven.quot; Maar ziet, wat meer genaderd, snelt dat kind haar vol blijdschap te gemoet en roept uit: âMoeder, ik kan loopen, ik ben genezen 1quot; De tranen stroomden uit de oogen der gelukkige
â 34 â
moeder, die in verrukking haar kind aan het hart drukte, en Maria onder de innigste aandoening bedankte. De kleine gunsteling van Maria telde tien jaren, toen hij aldus wonderdadig werd genezen. Thans (1883) telt hij zestien jaren, en heeft sinds steeds de bloei-
endste gezondheid genoten.
â
Drie jaar geleden was voor de vrouw van N. te M. de tijd der bevalling gekomen. De dokter, tevens een bekwaam verloskundige, verklaarde, dat zij niet dan uiterst moeilijk en met het grootste levensgevaar voor vrouw en kind zou kunnen geschieden. Inderdaad kwam dan ook het kind als dood ter wereld, zoodat men het zelfs niet meer durfde doopen. Geruimen tijd putte de dokter alle middelen der kunst uit, om de levensgeesten weder op te wekken, doch alles scheen vruchteloos. Daar roept eensklaps de bedrukte moeder O. L. Vr. in 't Zand aan, en doet haar eene belofte, zoo haar kind ten minste het geluk mocht hebben, het H. Doopsel te ontvangen. En zie, op hetzelfde oogenblik ziet men liet kind leven en zich bewegen; onmiddelijk diende men het H. Doopsel toe; en stierf het toen? O neen! O. L. Vr. in 't Zand gaf meer dan men haar gevraagd had. Het kind bleef leven tot vreugde zijner ouders en bloeit nog steeds van gezondheid. .... *
Voor de echtgenoote van N. te G. was eveneens het uur gekomen. In dergelijke oogen-blikken had zij vroeger steeds hulp gevonden bij den H. Alphonsus, wiens reliquie zij dan godvruchtig bij zich hield en vereerde, gelijk zoo vele geloovigen dit in dergelijke gevallen tot groote zegening doen. Maar het scheen dat de H. Alphonsus haar ditmaal eene dubbele genade wilde verwerven, nl.; eener vertrouw-volle toevlucht tot de Moeder des Heeren, wier eer hem ook in den hémel nog ter harte gaat, en eener gelukkige verlossing. Luister slechts. De toestand werd zoo hachelijk, dat het grootste levensgevaar besjon te dreigen en redding niet meer mogelijk scheen. Nog steeds groeide het gevaar aan, tot het laatste ougen-blik scheen gekomen te zijn. Toen viel aan man en vrouw tegelijk de gedachte in, hunne toevlucht tot O. L. Vr. in het Zand te nemen, en beloofden zij ieder driemaal eene bedevaart naar haar miraculeus Beeld te houden. Ook hier volgde de verhooring oogenblikkelijk de vertrouwvolle bede. Eensklaps was alle gevaar geweken, het kind werd gelukkig geboren, en moeder en kind hadden hun leven aan O. L. Vr. in 't Zand te danken, 't Behoeft niet gezegd, met hoeveel erkentelijkheid de gedane belofte werd volbracht.
Ziehier welke schoone genezing hier bij O. L.
â 36 â
Vr. in 't Zand werd afgesmeekt en verkregen op den i9den Juli van het jaar 1885, den dag der opening vnn het luistervolle Tubüé, dat wij haar ter eere mochten vieren. Om bijzondere redenen, die wij moeten billijken, werd het ons echter niet gegeven den naam der bevoorrechtte familie mede te deelen. Het feit wordt daar echter geenszins minder om, vooral daar wij het met de woorden van een der familieleden zeiven kunnen mêdedeelen. Ziehier hoe hij ons schreef den 26sten Augustus 1885:
Zeer Eerwaarde Heer en !
Ik moet U in kennis stellen van eene genezing, die naar ons aller overtuiging door de voorbede van onze Allerheiligste Moeder Maria in 't Zand is verkregen. Ik zal zoo beknopt mogelijk zijn, aan U overlatende het feit te onderzoeken. Vooreerst dient U te weten, dat ik eene nicht heb, oud 23 jaren, die neiging tot het kloosterleven had en in het gepasseerde vóórjaar als Novice zou toegelaten worden. In het begin van Januari jl. greep haar echter plotseling eene hevige hersenontsteking aan, en wel in die mate, dat zij na eenige dagen volslagen krankzinnig was. Ofschoon zij eerst naar een krankzinnigengesticht zou overgebracht worden, werd er ten laatste besloten zich te wenden tot de Eerw. Zusters te Dâ die haar dan ook opnamen en bereidwillig verzorgden en verpleegden. Doch elke hoop op beterschap scheen geweken. Ten lange laatste werd besloten de genezing te vragen aan Maria, behoudenis der kranken, te Kapel in 't Zand, wijl haar toestand nog verergerde, en men elke hoop op natuurlijke beterschap geheel en al opgaf, vooral toen men den 15 Juli jl. haar bezocht, en moest bekennen in plaats van beterschap telkens verslimmering waar te nemen. Den 18 Juli jl. gingen dan mijne vrouw en ik op reis naar Roermond, en na 's middags gebiecht en den daarop-
volgenden Zondag gecommuniceerd en Maria de genezing gevraagd te hebben van onze nicht, liet mijne vrouw haar 's namiddags inschrijven in het broederschap van O. L. Vr. heil der kranken. Huiswaarts gekeerd kwam Woensdag 22 Juli reeds bericht van wege de Overste bij de ouders mijner nicht, dat plotseling op Zondag den 19 juli eene zeer gunstige wending in de gesteldheid der zieke had plaats gevonden, en den daaropvolgenden Zondag den 26 Juli overtuigde men zich persoonlijk, dat zij, die men tot toen elke gemoedsaandoening had willen besparen, geheel en al hersteld was; en na haar tot nu toe geregeld bezocht te hebben, moeten allen eenparig verklaren, dat zij geheel en duurzaam hersteld is. Wij verklaren, dat naar onze vaste overtuiging mijne nicht hare herstelling alléén te danken heeft aan de voorbede van Onze Lieve Vrouw in 't Zand, en geven hiervan de Moeder-Maagd de eere.
Wij veroorlooven U, Zeer Eerw. Heeren ! aan dit feit, daar waar het U goeddunkt, publiciteit te geven, en het feit zelf te onderzoeken.
Ik zou er reeds lang melding van gemaakt hebben, doch wilde mij eerst overtuigen, dat de beterschap van duur zou zijn, ofschoon ik van den begin af daar niet aan getwijfeld heb.
Mij geheel ter uwer beschikking stellende,
Hoogachtend, Uw Dienaar,
X.
Wij lieten na dezen brief eerst eerst eenige maanden verloopen, om te zien, of de genezing duurzaam zou zijn. Den 6den Jan. 11. vroegen wij dan nadere inlichtingen, en ontvingen ten antwoord, âdat de genezing volkomen was en bleef, ja dat hare toestand veel beter was dan vóór hare ziekte. Zij kon dan ook niet anders dan met hare familie de genezing toeschrijven als geheel alleen aan de voorspraak
- 38 -
van de H. Moeder Gods, zoo bijzonder vereerd in de Kapel in 't Zand.quot;
Toen meenden wij ons ook tot de Eerw. Zusters te moeten wenden, waar zij zoolang verpleegd werd, ten einde hare meening daaromtrent te vernemen. En zie, tot ons grootgenoegen mochten wij ook van haar de verzekering ontvangen, dat zij insgelijks deze genezing voor een wonderbare hielden. Ziehier wat zij ons in Februari mededeelden:
Zeer Eerw» Pater,
Hiermede veroorloof ik mij U Eerw. over de genezing der bedoelde persoon de verlangde mededeeling te doen. Wij kunnen aan hetgeen wat U ons daarover schrijft, niets veranderen, maar moeten bekennen, dat alles zoo staat, als U het ons gemeld heelt; haar toestand was, toen zij bij ons verbleef, zoo slecht, dat wij ze nooit zonder toezicht durfden laten. Elke aangewende geneeskundige hulp was te vergeefsch. Kort vóór hare genezing was haar toestand nog van dien aard, dat wij alle hoop op beterschap opgegeven hadden. Wij koesteren de vaste overtuiging, dat de goede God op de voorspraak zijner lie/e Moeder, hier een wonder gewerkt heeft. De zieke was op eens zoo volkomen genezen, dat zij reeds op het feest van Maria Hemelvaart de H. Sacramenten ontvangen kon. Ook heeft in de 4 maanden, welke zij bij ons nog doorgebracht heeft, geen spoor der ziekte zich wederom vertoond.
Ontvang, Zeer Eerw. Pater, enz.
Uw ootm. Dienares, Zr. B.
Ten bewijze dat O. L. Vr. In 't Zand nog
â 39 â
steeds voortgaat door buitengewone gebeds-verhooringen het vertrouwen harer dienaars te beloonen, voegen wij in deze 3de uitgave aan de voorgaande een paar feiten toe uit de laatste jaren, welke wij wederom ontlee-nen aan de Volks-Missionaris. Bijna jaarlijks verhaalt dit maandschrift eenige nieuwe bewijzen der machtige tusschenkomst van O. L. Vrouw in 't Zand, steeds feiten, die een nauwkeurig onderzoek hebben onderstaan, terwijl wij nog vele andere kennen, die wij
te geschikter tijde hopen bekend te maken.
* *
Zeer welgestelde ouders te N. zagen voor eenigen tijd een hunner kinderen op verschrikkelijke wijze door het flerecijn worden aangetast; de ziekte was zoo hevig dat de geneesheer reeds aanstonds tot het houden van consulten besluiten moest. Wat er echter ook door de mannen der kunst werd beproefd, de kwaal bleef haar loop volgen, zoodat men weldra voor het ergste begon te vreezen.
De brave ouders vonden in deze harde beproeving (roost bij een vriend, dien zij als een vurig vereerder van O. L. Vrouw in 't Zand kenden. Deze ried hun aan geheel hun vertrouwen op God en de H. Maagd te stellen. De kwaal verergerde intusschen, voortdurend bleef zij in hevigheid toenerm u. Toen sprak de vriend : â¢Wij moeten gezamenlijk een novene houden; geef aan uwe zieke dochter water te drinken van den put, waarin het wonderbeeld werd gevond n, en zij zal zeker gene-zen. Ziehier een boekje, daar die novene moet gij hou-den.quot; De noveen werd met grooten ijver begonnen; heilige missen werden aan God opgedragen en goede werken verricht, om door de voorspraak van Maria de genezing te verwerven. Vele brave kennissen vereenig-
den hun gebed met dat der familie. Daarbij werd de belofte gevoegd, dat. ingeval van verhooring twee leden uit het huisgezin de bedevaart naar O, L. Vrouw in t Zand zouden medemaken.
Hoe hoog steeg echter de droefheid der familie, toen ondanks hun gebed en vertrouwen de drie eerste dagen der novene de ziekte zoo hevig voortwoedde, dat alle hoop op genezing verloren scheen. Dagelijks kwamen de geneesheeren en hielden consult; de arme zieke was zoo van krachten uitgeput, dat zij weldra bewusteloos daar neder lag. Alwie haar zag, meende reeds een lijk te zien.
Zoo duurde het voort tot den achtsten dag der novene. Toen de geneesheeien dien dag weder bij de zieke kwamen, verklaarden zij aan de moeder dat niets meer in hunne maeht was ®m het kind te redden, en dat zij zich derhalve op den slag moest voorbereiden. Wie zal kunnen zeggen, hoe diep het hart der ouders door deze droevige aankondiging getroffen werd, hoe troosteloos vooral de moeder was! Toch kwam de zieke dien eigen dag nog bij kennis, riep hare moeder en sprak; »Moeder, morgen ben ik genezen. Deze beschouwde dat woord slechts als een laatste opflikkering des levens en durfde geen hoop koesteren; sterker werd integendeel bij haar de overtuiging, dat haar kind zeker ging sterven.
Daar brak de negende dag der novene aan. De geneesheeren kwamen volgens gewoonte, traden de kamer binnen, maar vonden tot hunne verbazing de zieke
niet..... Deze was reeds opgestaan en had zich zelve
gekleed; zij was zoo volmaakt genezen, dat zij, na hare Redster gedankt te hebben, met hare zuster was gaan wandelen. Hoe de geneesheeren over zulke onverwachte e« plotselinge genezing verwonderd en verstomd waren, laat zich licht begrijpen. , , * â¢
Deze buitengewone gebedsverhooring vond plaats in den winter van 1889. In den zomer van *890 zagen wij de gelukkige genezene voor t Wonderbeeld van U. L. Vrouw in 't Zand neerknielen, om nogmaals het Heil der Kranken haar dankbaarheid te betuigen. De
ouders der genezene hebben persoonlijk van dit alles getuigenis afgelegd.
De volgende genezir-g had plaais in 1891.
Ia den loop des zomers van bovengenoemd jaar was een jeugdige echtgenoote eenige weken na de geboorte van een kind zoo volslagen machteloos, dat zij gaan noch staan kon, en leed daarbij onuitstaanbare pijnen in hare beenen. De bekwaamste geneesheeren der stad weiden bij de zieke geroepen, de middelen en de behandeling, bij dergelijke zieken gebruikelijk, werden toegepast, doch na al deze pijnen was de machteloosheid niet verminderd, waren de pijnen zelfs toegenomen. De dokter verklaarde dan ook, dat, zoo de kwaal nog genas, de genezing minstens acht maanden zou aanhouden.
De ouders der lijderes waren gewoon jaarlijks de bedevaart van Breda naar O. L. Vrouw in 't Zand mede te maken; dit jaar zouden zij ze nu t verdubbeld vertrouwen volgen, in de stellige hoop, dat hei Heil der Krau-ken aan hunne zieke dochter de genezing zou schenken. Met welke vurigheid de ouders op hun pelgrimstocht baden, met welk vertrouwen te huis werd mede gebeden, laat zich denken; doch in plaats van genezing volgde den morgen der afreize op al deze gebeden, slechts verdubbeling der pijnen. Maar de zieke was overtuigd, dat dit slechts eene beproeving was van haar vertrouwen, en naarmate hare pijnen \ e^meerderden, bad zij vuriger : ,.Heil der Krankcn, genees mij.quot;
Tusschen tien en elf uur 's morgens kwam er onverwacht verandering in dea toestand; de pijn, welke dien morgen zoo had toegenomen, bei.on langzamerhand (e verminderen en was na eenigen iiji geheel en al geweken, Den volgenden moigen aarzelde de zieke echter nog om op te staan, want zij vreesde daardoor dezelfde pijnen en lamheid van vroeger te zullen ondervinden, doch weldra bleek het, dat Maria haar werk niet ten halve had gedaan : de ziekte was volkomen geweken.
Ondertusschen hadden de ouders te Roermond den geheelen Zondag en Maandag met de grootste vurigheid gebeden voor hunne kranke dochter, en zoo groot was hun vertrouwen, dat zij reeds den eersten dag tot elkander hadden gesproken: »Zij moet, dunkt mij, genezen zijn.quot; Maar wie beschrijft hunne vreugde, toen zij bij hunne aankomst te Breda werden opgewacht door hun kind, dat zij bij hun vertrek in zulk een er-barmelijken toestand hadden achtergelaten.
Een jaar later verzekerde men ons, dat in al dien tijd geen spoor der vorige kwaal was ontdekt.
Het doel der Bedevaart.
VfljJwpelk doel kan een Pelgrim naar O. L. Vr. in 't Zand zich wel voorstellen? Voorop stellen wij als een klaarblijkelijke waarheid vast, dat een bedevaart geen pleizier-reis is, en dus niet enkel en alleen tot uitspanning of genot moet ondernomen worden. Hoezeer zou iemand zich dus vergissen en tot schade verstrekken aan zijne medepelgrims, wanneer hij louter voor zijn genoegen den pelgrimstocht zou aanvaarden!
Is echter het zoeken van vermaak reeds af te keuren als oogmerk bij een bedevaart, hoezeer zal het dan niet te berispen zijn, wanneer iemand zich uit wereldsche, uit zondige inzichten, ja met een misdadig doel bij zulk een heiligen tocht zou aansluiten! Zoo iemand zou met alle kracht uit die vrome verzameling der geloovigen moeten verdreven worden. De verontwaardiging van Maria, de rechtmatige gramschap van God zou hij door zijn gedrag be-loopen.
Neen, de verschillende doeleinden, welke zich de pelgrims bij het aanvaarden van den tocht kunnen voorstellen, zijn veel edeler, en kunnen we in deze korte woorden samenvatten;
â 44 â
O. L. Vr. in 't Zand vereeren; door de tusschen-komst van O. L. Vr. in 'i Zand geestelijke af tijdelijke gunsten voor ons zeiven of voor anderen verkrijgen; ofwel O. L. Vr. in't Zand voor ontvangen genaden hom-n danken.
Geestelijke gunsten, zooals de genade eener oprechte bekeering, de genade om voortgang en volharding in het goede, om licht bij het kiezen van een levensstaat, om kracht bij het aanvaarden daarvan, om getrouw zijne plichten van staat te vervullen, de genade eindelijk van een zaligen dood â ziedaar gunsten, die wij altijd, zonder het minste voorbehoud, met het grootste vertrouwen bij O. L. Vr. in 't Zand mogen afsmeeken. Eene ondervinding van meer dan vier eeuwen is daar, om dit met duizenden feiten te bewijzen.
Tijdelijke gunsten, uitkomst in moeielijke omstandigheden, genezing van lichaamskwalen, bevrijding van kruisen, voorspoed in de zaken en dergelijke, mogen wij ook gerust door Maria's tusschenkomst aan God vragen. En de titels van âBehoudenis der kranken,quot; en âHulp der Christenen,quot; welke ons Wonderbeeld reeds zoo lang draagt, geven genoegzaam, te kennen hoe onze lieve Moeder zorg draagt. Maar toch, ons gebed om tijdelijke weldaden moet immer gestort worden onder voorwaarde, dat die zaken ons zalig zijn. Want wij menschen, bekrompen van verstand, kunnen nooit met zekerheid de toekomst voorzien, zelfs niet
âquot;45 â
over het tegenwoordige en verledene altijd met juistheid oordeelen. En wat is hiervan het gevolg ? Dat wij dikwijls meenen, dat eene of andere tijdelijke zaak ons hoogst voordee-lig is, terwijl toch God in zijne alwetendheid ziet, dat zij ons allerschadelijkst zal wezen.
Daarom moeten wij om dergelijke zaken bidden met eene volkomen onderwerping aan Gods wil. Is die zaak goed voor ons, en bidden wij er om gelijk het behoort, dan zullen wij ze zeker door de voorspraak van Maria verkrijgen. Zou ze ons echter nadeelig zijn, dan zal Maria ons in de plaats daarvan iets beters verwerven: geduld in lijden, hemelschen troost en de genade van eene volkomene overgeving aan Gods aanbiddelijken wil.
OP WELKE PUNTEN
BEHOORT MEN GEDURENDE DE
Bedevaart vooral te letten?
Vooreerst op de liefde voor de orde. Bij eene processie, waar zoovele menschen van allen leeftijd en stand, van allerlei karakters, dikwijls elkander geheel vreemd te zamen reizen, behoort noodzakelijk een vastgestelde orde te zijn, benevens een hoofd, waaraan allen zich onderwerpen. Immers wanneer ieder zijn eigen verlangens wil involgen, wanneer ieder volgens zijn eigen zin of devotie wil handelen, wat zal dan hiervan het gevolg zijn? Dan zal spoedig de grootste wanorde onder de pelgrims heerschen; de een zal willen gaan, terwijl de andere wil blijven; hier zal men willen zingen, daar luidop willen bidden; alle orde verdwijnt, en met de orde ook de vrede, dekalmte,de ingetogenheid en de liefde voor den naaste. Zulk een bedevaart zou ontaarden in een tocht, waarop men meer kwaad dan goed zou doen.
Daarom wordt allen pelgrims ten zeerste op het hart gedrukt, zelfs met opoffering van eigen verlangens, het reglement of de vastgestelde orde stipt en tot in de kleinste punten te
â 47 â
onderhouden. Zij moeten dus zorgen steeds op den bepaalden tijd iedere oefening te beginnen, nooit te laat te komen, de orde in de rijen nauwgezet te handhaven, zich ter liefde Gods te onderwerpen aan den bestuurder der processie, aan de broedermeesters en allen, die met het toezicht belast zijn.
Vervolgens trachte men gedurende de bedevaart op een meer dan gewone wijze het geauld te beoefenen. Een pelgrimstocht is schier noodzakelijk van vele kruisen en teleurstellingen vergezeld. De reis is vermoeiend; het weder kan anders zijn dan men gewenscht had; het reisgezelschap is soms minder aangenaam; honger en dorst doen zich ook niet zelden gevoelen; men zal zich vaak moeten behelpen opzichtens voedsel en nachtverblijf; dat alles en nog veel meer staat ons gewoonlijk op een bedevaart te wachten.
Gelukkig degene, die zich in zulke omstandigheden weet te schikken naar Gods wil. Hij is niet alleen volkomen tevreden, maar vergadert zich daardoor ook nog een schat van eeuwige verdiensten. Daarenboven geeft dat lijden geduldig doorgestaan een nieuwe reden tot vertrouwen op Maria, een nieuw recht op hare voorspraak.
Een derde punt, waarop men gedurende de dagen der bodevaart meer bijzonder moet letten, is de liefde voor de ingetogenheid en het gebed.
Immers daar de bedevaart ten doel heeft de
allerheiligste Maagd Maria te vereeren, en ons daarenboven voor eenigen tijd uit het gewoel der wereld en der tijdelijke zaken los te rukken, moeten wij die weinige dagen ook uitsluitend voor de .-ereering der Moedermaagd en de zaligheid o izer ziel besteden. Meer dan anders moeten wij in dien tijd van genade onze zonden in de bitterheid des harten overdenken, daarover treuren en boete doen, en sterker en edelmoediger voornemens maken voor de toekomst. Meer dan anders ook moeten onze gedachten op Maria gevestigd zijn, op hare moederlijke liefde voor ons, op hare macht bij haren goddelijken Zoon. Maar hoe zal dit alles kunnen, indien niet geheel ons gedrag ingetogenheid en godsvrucht ademt? Daarom worden de pelgrims dringend aangemaand zich op de reis zedig en ingetogen te gedragen ; gepaste opgeruimdheid is zeer goed, maar geen uitgelaten vroolijkheid, waardoor de pelgrimstocht veeleer het aanzien zou krijgen van een pleiziertocht. Ook doe ieder zijn best, zich op de verblijfplaatsen, en vooral waar men overnacht, de tegenwoordigheid van God te herinneren, en zooveel mogelijk op de slaapkamers het stilzwijgen te bewaren.
Bij deze ingetogenheid voege zich de geest van gebed. Het gebed, zegt met zoovee! waarheid de H. Kerkleeraar Alphonsus, het gebed is het grootste middel ter zaligheid; het gebed is almachtig; door te bidden kan men alles
â 49 â
verkrijgen wat men wenscht. Daarenboven heeft Christus met zooveel nadruk verklaard: âWaar twee of drie in mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden.quot;
Is nu het gebed van twee of drie, die te zamen bidden, reeds zoo vermogend: hoe groot zal dan de kracht zijn van de eenparige smeekiijg dier tilrijl.e pelgrims, welke allen zich in één gebe U ereenigenl Bidden zij dus da ziel der pelgrims: bidden hun aanhoudend streven; bidden hunne voornaamste bezigheid. Toen de H. Alphonsus naar het H. Huis van Loretto ter bedevaart ging, bracht hij den ganschen tijd in gebed door. Van den vroegen morgen tot den laten avond zag men hem in het heiligdom op de knieën bidden, en dat met zooveel godsvrucht en eerbied, dat ieder, die hem zag, bij zich zeiven zeide: âWaarlijk, hij, die zoo bidt, moet een heilige zijn.quot; Hij verkreeg op die heilige plaats dan ook zoovele genaden, dat die pelgrimstocht voortdurend in dankbare herinnering bij hem bleef voortleven.
Ziedaar het voorbeeld, dat wij moeten navolgen. Wanneer wij bidden, maar bidden met godsvrucht, met vertrouwen, met volharding, dan is het welslagen der bedevaart verzekerd. Dan krijgen wij ongetwijfeld door de handen van Maria al de geestelijke gunsten, waarom wij vragen, en de tijdelijke, die ons zalig zijn.
ns el k-it-:d in ie r-
;n |
:n
e-
n,
re
ie
e-
te d.
u-in al
in ⢠ie
:st ,r-;d :d es
3
\
Aflaten in de Kapei
VAN
O. L. VROUW IK 'T ZAND TE GEWINNEN.
quot;V quot;Vquot;'
Voor allen on op alle dagen de8 jaars.
1. Alle aflaten, welke door de Pausen aan het bezoeken van het H. Graf van O. H. Jezus Christus, van den berg Sinaï en de overige plaatsen van het H. Land verbonden zijn, zoo dikwijls men waarlijk berouwvol en na gebiecht te hebben, of ten minste met het voornemen bezield ten bekwamen tijde te biechten, deze Kapel bezoekt, en daar een ,,Onze Vaderquot; en âWeesgegroetquot; bidt alsmede de gewone af-laatgebeden slort. (Bcned. XIV. ig Juli 1756 en 11 Aug. 1757).
Opmerking: De plaatsen van liet H. Land zijn 237 in getal. Aan deze zijn tal van aflaten verbonden, zoodat dit een der g:-ootste gunsten is, welke ooit geschonken werd.
2. 300 dagen, als men bidt voor het miraculeus Beeldje (Leo XIII. 6 Maatt 1884).
3. 7 jaar en 7 maal veertig dagen, zoo dikwijls men godvruchtig en met rouwmoedig
- 5* â
hart bidt voor het Beeld van het H. Hart van Jezus, in het priesterkoor aanwezig. (Paus VI. 2 Jan. 1799).
4. 300 dagen, zoo dikwijls men vijfmaal het âOnze Vader,quot; vijfmaal het âWeesgegroetquot; en vijfmaal het âEere zij den Vaderquot; enz. bidt voor het Missiekruis.
5. 7 jaren en 7 maal veertig dagen, zoo dikwijls men voor hetzelve zevenmaal het âWees gegroetquot; bidt, ter eere der zeven Weeën van Maria.
Voor allen en op bijzondere tijden.
1. Volle aflaat voor allen, die na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, gedurende een der dagen van de Octaaf van Maria Hemelvaart en Maria Geboorte of op een der hier volgende feestdagen, de Kapel en het Wonderbeeld bezoeken en bidden tot intentie van Z. H;
1 Januari. Besnijdenis des Heeren.
6 Januari. Driekoningen.
's Heeren Hemelvaart,
H. Sacramentsdag.
6 Augustus. Gedaanteverandering des Heeren.
25 December. Kerstmis.
(Leo XIII; 6 Maart 1884.)
2. Volle aflaat gedurende de laatste drie dagen dier Octaven, onder de gewone voor^ waarden, voor allen, die ten minste vijfmaal
de geestelijke oefeningen der Octaven hebben bijgewoond. (Pius IX. 27 Maart 1852.)
3. Volle aflaat, onder de gewone voorwaarden, voor allen, die bij den Pauselijken zegen tegenwoordig zijn. (Pius IX. 27 Maart 1852.)
NB. Deze Pauselijke zegen wordt gegeven op 22 Aug. en 15 Sept. des avonds bij de plechtige sluiting der Octaven.
4. Volk aflaat voor allen, die na gebiecht en geconimuniceerd te hebben, op een der navolgende feesten de Kapel bezoeken en bidden tot intentie van Z. H.
2 Februari. O. L. V. Lichtmis.
19 Maart. H. Jozef.
25 Maart. O. L. V. Boodschap.
2 Juli. Maria Visitatie.
2 Augustus. H. Alphonsus of op een der 7 volgende dagen.
21 November. Maria Praesentatie.
8 December. Onbevlekte ontvangenis van Maria.
(Gregorius XVI. 10 Jan. 1840. Pius IX. 24 Sept. 1858.)
5. Volle aflaat op een dag naar verkiezing van 1 Mei tot en met 16 September, op de vigilie en het feest van Alle Heiligen, öf op een dag onder de Octaaf, indien men biecht, communiceert, de Kapel en het Wonderbeeld bezoekt, en er bidt tot intentie van den Paus.
(Leo XIII. 29 Febr. 1884.)
6. Volle aflaat op een dag, dien ieder ge-
â S3 -
loovige in den loop van het jaar kan uitkiezen, mits hij, onder de gewone voorwaarden, de Kapel en het Wonderbeeld bezoekt.
(Leo XIII. 6 Maart 1884.)
7. Volle aflaat, onder de gewone voorwaarden, op het feest van Kruisvinding (3 Mei), en van Kruisverheffing (14 September) of op den onmiddelijk daarna volgenden Zondag, wanneer men het Missiekruis en de Kapel bezoekt en er bidt tot intentie van Z. H.
(Pius IX, 27 Maart 1852.)
8. Volle aflaat op een dag naar verkiezing in de Meimaand, onder de gewone voorwaarden; en joo dagen aflaat dagelijks voor allen, die gedurende de maand Mei Maria door een of andere godvruchtige oefening eeren.
NB. Gedurende de maand Mei wordt er iederen avond te half acht ure in de Kapel zulk eene oefening gehouden.
PLACET UT PUBLICENTUR.
1 Junii 1882 et 19 Martii 1884.
f J. A. Paredis, Episc. Rurasm.
â 54 â
VOOR DE LEDEN DER BROEDERSCHAP âBehoudenis der Kranken,quot;
Alle geloovigen kunnen lid dezer Broederschap worden, indien zij zich laten inschrijven in hei klooster der EE. PP. Redemptoristen, naast de Kapel van O. L. Vrouw in 't Zand te Roermond.
|
Genoveva. Sebaetianus. h. Franc. v. Sales. Februari. O. L. V. Lichtmis. h. Mathias, Ap. Maart. h. Jozef. 2«;.O.L.V.Boodschap. April. Op den Vrijdag in de Passieweek: Feest der 7 Smarten. Mei. ï. h. Philip, en Jacob. 8. Verschijning van den h, Michaël. VOLLE AFLATEN, te verdienen, wanneer men, na gebiecht en ge communiceerd te hebben, bidt tot intentie van Z. H, den Paus. Januari. 3- H 20. h 29 24 19 |
24. O. L. V. Hulp der Christenen. 2 6. H .Philippus Nerius Jwni. 24.H. Joan. deDooper. 29. H. Petrus en Pau- lus, Ap. Juli. 2.0. L.V. Bezoeking iS.H.CamillusdeLellis 19. H. Vine. aPaulo. 25. H. Jacobus, Ap. 26. H. Anna. 31. H.Ignat.v.Loyola. Augustus. 15.0 .L.V. Hemelvaart Zondag in de Octaaf: â H. Joachim. |
â 55 -
16. H. Rochus.
23. H. Bartholomëus.
September.
8. O. L. V. Geboorte.
21. H* Matthëus, Ap.
29. H. Michael, Aarts.
October.
2.Engelen Bewaarders 15. H. Theresia.
28. H. Simon enjudas.
Op den Dag der Inschrijving.
Op den Verjaardag van het Doopsel. Op den Verjaardag der eerste H. Communie. In het Uur des Doods.
Eens gedurende iedere maand op een dag
naar verkiezing.
Viermaal tijdens het jaar, in verschillende maanden, op een dag naar verkiezing, wanneer men gedurende die maand dagelijks het volgend gebed bidt:
O mijne Koningin en mijne Meesteres, allerheiligste Maagd Maria, ik geef mij vandaag en voor al den tijd van mijn leven en voor het uur van mijnen dood over aan uwe moederlijke goedheid; ik verlaat mij op uwe gelukzalige bescherming; ik werp mij met vertrouwen in den schoot uwer barmhartigheid; ik beveel u aan mijne ziel en mijn lichaam, al mijn hoop en troost, mijne armoede en mijne ellenden, mijn leven en het einde van mijn leven, opdat door uwe allerheiligste tusschen-
November. 4. H.Car. Borromeus. 21. O.L. V. Opdracht. 30. H. Andreas.
December. 8. O. L. Vr. Onbevl. Ontvangenis, of een dag van de Octaaf. 21. H. Thomas, Ap. 27. H. Joannes, Ap.
_ 56 -
komst en door uwe verdiensten, al mijne gedachten, mijne woorden en werken geregeld en bestierd worden volgens uwen wil en dien van uwen goddelijken Zoon. Amen.
Gedeeltelijke Aflaten.
7 jaren en 7 maal veertig dagen, zoo dikwijls men bovenstaand gebed godvruchtig bidt.
7 jaren en 7 maal veertig dagen, indien men bij een zieke de gebeden der stervenden leest.
7 jaren en 7 maal veertig dagen, indien men een werk van liefdadigheid verricht op den feestdag van den H. Joannes de Matha, (8 Februari) of op den feestdag van den H. Thomas van Villanova. (22 Sept.) 5 jaren en 5 maal veertig dagen, indien men een zieke voorbereidt om wel te sterven. 60 dagen, zoo dikwijls men een Weesgegroet bidt met de aanroeping: Behoudenis der kranken, bii voor ons.
Al deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur.
Om den zieken de aflaten te doen gewinnen, kan de Biechtvader de voorgeschreven goede werken in een ander goed werk veranderen.
PLACET UT PUBLICENTUR , OQ i j. A. Paredis,
1 Ju nu 1882. Vpisc. Ruraem.
GUNSTEN
W^jjiine Heiligheid Paus Leo XIII heeft den i4den September 1884 en den i5den Januari 1885 ten eeuwigen dage toegestaan;
1. dat alle priesters, die ter beevaart gaan naar de Kapel van O. L. Vr. in 't Zand, aan het altaar van het Miraculeus Beeld, dagelijks, ook wanneer het Beeldje zich niet aldaar bevindt, de Missa Votiva B. M. V. de tempore lezen, behalve op de festa duplicia iae et 2ae classis, op de verplichte feestdagen, op de feesten der H. Maagd, en de gepriviligiëerde feriën. vigiliën en octaven, nl. Asch-Woens-dag en de geheele Goede Week, de vigiliën van Drie-Koningen, Pinksteren en Kerstmis, en de octaven van Drie-Koningen, Paschen, Pinksteren, H. Sacramentsdag en Kerstmis.
2. Dat gezegde Votiefmis aan het Hoogaltaar gezongen worde door die priesters, welke aan liet hoofd der processiën staan of deze vergezellen; en voor het geval, dat geen zoodanig priester aanwezig is, door iederen anderen priester.
DE EERW. HEEREN GEESTELIJKEN.
-Hi G E B E D E N rH-
GEDURENDE DE
-slt; PROCESSIE^
EN BIJ HET
R E IS G E B E D.
Antiph. Op den weg van vrede.
ezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en het verlost.
En Hij heeft ons een hoorn der zaligheid opgericht in het huis van zijnen dienaar David.
Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige Profeten, die van den beginne der wereld geweest zijn.
Dat Hij ons zoude verlossen van onze vij â anden en uit de handen van allen, die ons haten.
Om barmhartigheid te doen met onze vaderen, en te gedenken zijn heilig Verbond,
Gedachtig aan den eed, dien Hij onzen Vader Abraham gezworen heeft, dat Hij ons wilde geven:
Dat wij, nu uit de hand onzer vijanden verlost. Hem zonder vreeze dienen zouden,
In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, al de dagen onzes levens.
En gij, kind 1 zult een Profeet des Aller-hoogsten genoemd worden, want gij zult voor het aanschijn des Heeren uitgaan om zijne wegen te bereiden.
En om zijn volk de kennis des heils te geven ter vergiffenis hunner zonden.
Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, waarmede Hij ons bezocht heeft, die opdaagde van uit den hooge. _
Om te verlichten degenen, die in de duisternissen zitten, en in de schaduwen des doods; om onzen voet te richten op den weg des vredes.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest,
Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Aniiph.: Op den weg van vrede en voorspoed bestiere ons de almachtige en barmhartige Heer; en de engel Raphael verge-zelle ons op den weg, opdat wij in vrede, voorspoed en vreugde ten onzent wederkeeren. Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Wees gegroet, enz.
jf. Maak uwe dienaren zalig.
fy. Mijn God, die op U hopen.
ir. Zend ons hulp, o Heer, van uit uw heiligdom.
fy. En bescherm ons van uit Sion. y. Wees ons, o Heer, een sterke burcht, Pv. Voor het aangezicht des vijands. f. Laat de vijand niets teg en ons vermogen, li. En dat de zoon der boosheid zich niet verstoute ons te schaden.
â 63 â
ir. Gezegend zij de Heer ten allen tijde, 1^. De God onzes heils geve ons eene voorspoedige reis.
V. Toon ons, o Heer, uwen weg. 1^. En leer ons uwe paden kennen, y. Mogen onze gangen bestierd worden, ft. Ter betrachting uwer gerechtigheid. y. De kromme wegen zullen recht,
Ptgt;. En de oneftene effen worden. f. De Heer heeft zijnen Engelen over u bevolen,
ft. Dat zij u zouden bewaren op al uwe wegen.
f. Heer, verhoor mijn gebed,
ft. En mijne roepstem kome tot U.
Laat ons bidden.
O God, die de kinderen Israëls droogvoets midden door de wateren der zee heengevoerd, en de drie Wijzen door uwe ster den weg tot U hebt aangewezen; verleen ons, smeeken wij U, eene voorspoedige reis en gunstig weder, opdat wij, door uwen Engel geleid, gelukkig de plaats, waarheen wij ons begeven, beieiken, en eens aan het einde van onze aardsche loopbaan, in de haven der eeuwige zaligheid mogen binnen komen.
O God die uwen dienaar Abraham uit Ur, de woonplaats der Chaldeërs, gevoerd, en hem op alle paden zijner pelgrimschap bewaard hebt; wij bidden U, wil ook ons, uwe
â 64 â
dienaren, genadig beschermen. Wees o Heer, bij het aanvaarden van den tocht onze hulp, op den weg onze troost, in de hitte van den dag onze schaduw, in regen en koude onze beschutting, in vermoeienis onze verkwikking, in alle wederwaardigheden ons schild, op het glibberig pad onze staf; opdat wij, onder uw geleide, gelukkig het doel van onzen tocht bereiken, en na volbrachte reize, weder behouden ten onzent wederkeeren.
Wij bidden U, o Heer, verhoor ons ootmoedig smeekgebed, en bestier onzen weg in den voorspoed uws heils, opdat wij in alle wisselvalligheden van onze reis en van ons leven altijd door uwe hulp beschermd worden.
Verleen ons, wij bidden het U, almachtige God, dat wij den weg des heils steeds bewandelen, en het voetspoor van uwen voor-looper, den H. Joannes den Dooper, vólgende, veilig en met zekerheid mogen komen tot Dengene, dien hij heeft aangekondigd, onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
yj. Laat ons in vrede voortgaan,
In den naam des Heeren. Amen.
%
da be da va dr va
ga
aa
ga
O
ur
u
ha
ov
go
we of de da zal Ui vo mi
- 65 -
GEBED
tot O. L. Vrouw in 't Zand BIJ DEN AANVANG DER REIS.
onze Lieve Vrouw in 't Zand, zoozal ik dan door Gods genade uw Wonderbeeld gaan bezoeken. Ik zal dan weldra nederknielen bij dat Beeld, waarbij gij reeds zoovele eeuwen tal van mirakelen gewrocht hebt; ik zal dan weldra mogen bidden op die geheiligde plek, waarvan nog nooit iemand onverhoord is heengegaan. O welk eene vreugde geeft die gedachte aan mijn hart! Welk een geluk voor mij, te gaan naar het bevoorrecht huis mijner Moeder 1 O ja Maria, ik weet het: reeds nu telt gij de uren, die er nog zullen vcrloopen, eer ik bij u kan zijn; reeds nu wacht gij mij daar met de handen vol genaden, om mij die in den rijksten overvloed mede te deelen. Ik kom dan, o goede Moeder, ik kom met het volste vertrouwen. Ben ik nu nog door zorgen of angsten of droefenis gekweld, als ik mij voor uw Wonderbeeld aan uw moederhart heb geworpen, dan zal alle bekommering verdwenen zijn, dan zal ik geen droefheid meer kennen. Mijne lieve Moeder, ik heb mij nu ter bedevaart begeven, vooreerst om uwen goddelijken Zoon en u mijn eerbied en liefde te betuigen, ten tweede
tot zaligheid van mijne ziel en die van alle andere menschen, en eindelijk ook nog tot deze bijzondere intenties: (Noon hier de verschil-leni/e intenties op, waartoe gij dezen pelgrimstocht hebt ondernomeii.)
O mijne Moeder, ziedaar wat ik verlang. Maar gij weet nog beter dan ik al wat mij noo-dig en zalig is; mocht ik u dus om het een of ander bidden, wat mij niet zalig is, wees gij dan zoo goed mij iets beters daarvoor in de plaats te geven.
Onze Lieve Vrouw in 't Zand, heb medelijden met mij; laat ik gedurende deze bedevaart eens goed tot u bidden, en geduldig alle onaangenaamheden verdragen, die mij misschien zullen overkomen. Reeds nu offer ik u alle moeielijkheden, vermoeienissen, pijnen, teleurstellingen, bekommeringen, honger en dorst hitte of koude, alles in eén woord wat ik zal te verduren hebben, op ter eere Gods, uitliefde voor u, en om al de genaden te verwerven, waarvoor ik deze bedevaart houd.
O Maria, ik geef mij geheel en al aan u over. Bid voor mij, en vraag voor mij al wat mij heilzaam is. Uwe gebeden immers kunnen niet verstooten worden ; want liet zijn gebeden eener Moeder tot Jezus, haren goddelijken Zoon. Bid dan voor mij, en houd niet op voor mij te bidden, opdat ik alles moge verkrijgen, wat ik met volkomen onderwerping aan Gods heiligen wil thans van u kom afsmeeken. Amen.
â 67 â
GEBED
VOOR DE LEVENDE
Leden der Broederschap.
if ilyifedenk, o goedertierenste Maagd Maria,
a hoe het nooit is gehoord, dat iemand, die tot
s u zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht,
of uwe voorspraak inriep, door u is verlaten. Bemoedigd door dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot u, o Maagd der maagden, en e zuchtende onder het gewicht onzer zonden,
i- werpen wij ons rouwmoedig voor uwe voeten
n neder. O Moeder des eeuwigen Woords, ver
smaad onze vereenigde gebeden niet, maar ;t neem die genadig aan en gewaardig u die te ver-
e hooren. Duizenden en duizenden stemmen gaan
e er over de geheele aarde tot u op; o barmhartige
i, Moeder, zult gij zulk een gebed verstooten ?...
Verwerf ons dan, o Toevlucht der zondaren, bij ,i uwen goddelijken Zoon vergiffenis van al onze
t zonden, en de genade van in zijne heilige liefde
i te volharden ten einde toe. Bewaar ons in ons
i leven voor alle kwaad, en verkrijg ons den god-
i. delijken zegen over al onze handelingen. Draag
ï daarom, o lieve Moeder, al onze gedachten,
c woorden en werken, ons leven en onzen dood,
i als een offer op aan uwen goddelijken Zoon, tot
glorie van zijn naam, tot herstel van alle oneer
â 68 â
Hem aangedaan, en tot zaligheid van onze en alle ongelukkige zielen.
Met eenparige gebeden komen wij tot uwen Zoon, die onze Broeder geworden is, en voor ons aller zaligheid aan het kruis is gestorven; met eenparige gebeden komen wij totu, die aan allen tot moeder zijt gegeven, opdat ons gebed, in zoo krachtige vereeniging gestort, aan uwen goddelijken Zoon des te behagelijker moge wezen, en voor allen genade, vergiffenis en volharding verwerve. Laat dan niet toe, o goede Moeder, dat één onzer verloren ga, of door een haastigen dood worde verrast; maar bid voor ons, opdat wij in het ster vensuur den zoeten troost der H.H. Sacramenten mogen ontvangen. O Jezus, Maria, Jozef, dan vooral en nu reeds stellen wij onze zielen in uwe handen, want o, hoe beangst zullen wij wezen in dat allesbeslissend oogen-blik. Als dan de helsche vijand een laatste poging op onze ziel zal wagen, waneeer wij op het punt staan van voor Gods vreeselijken rechterstoel te verschijnen, o Moeder, o lieve Moeder, verlaat ons dan niet, maar spreek voor ons, bid voor ons, dat wij met de zoete namen van Jezus, Maria, Jozef op de lippen, den laatsten adem geven, en onze ziel in de blijdschap des hemels worde opgenomen, om met u en alle Engelen en Heiligen Gods barmhartigheid eeuwig te zingen. Amen.
â 69 â
G E B E D
VOOR DE AFGESTORVEN
Leden der Broederschap.
fiiii|aria, Moeder van barmhartigheid, wij bidden ook met vereende harten voor onze afgestorven leden, die nog in de plaats van zuivering worden opgehouden; want wij weten, dat de band der liefde, die ons op aarde verbond, door den dood niet is verbroken. Uit de diepte klagen zij ons toe: âOntfermt u onzer, ontfermt u onzer, ten minste gij, onze vrienden, want de hand des Heeren heeft ons getroffen!quot; O Moeder, hunne en onze Moeder, sla een meedoogend oog op hun pijnlijk lijden; zij verlangen zoo vurig om uwen goddelijken Zoon te aanschouwen; gedenk, hoe zij in hun leven uwe kinderen waren, en tot het einde huns levens u getrouw hebben bemind en gediend. Zij hadden een zoo groot betrouwen op u; laat hunne hoop niet beschaamd worden, maar verwerf voor hen, dat zij spoedig uit hunnen kerker verlost, en door het eeuwig licht verblijd mogen worden. Stel te dien einde aan uwen goddelijken Zoon voor, al wat Hij op aarde uit liefde tot ons heeft geleden, zijn bloedig kruis, zijne wijdgeopende wonden. Ach, dale
zijn kostbaar bloed, in overvloed voor allen gestort, op die dorstende zielen af! Dan, o lieve Moeder, snellen zij de glorie des hemels binnen, om met u en alle Heiligen het Lam zonder vlekken te aanbidden en te loven in eeuwigheid. Amen.
G E B E D
bij het Miraculeus Beeld,
om de genaden te verwerven, waarvoor mën de bedevaart heeft ondernomen.
xsifi Maria, Moeder van God en mijn opperste Meesteres, zooals een arme, met wonden en smetten bedekt, voor een groote vorstin zou verschijnen: zoo kom ik heden tot u, o Koningin van hemd en aarde. O gevvaardig u thans, van den glorietroon, waarop gij zetelt, uwe blikken te werpen op mij, ellendigen zondaar, die den pelgrimstocht ondernomen heb, om hier bij uw Wonderbeeld, u de grootste genaden naar ziel en lichaam af te smeeken. Onze Lieve Vrouw in 't Zand, allerzoetste en allerbeminnelijkste Moeder, dagelijks is uw troon hier omringd door een groot getal uwer
â 7i â
kinderen; de een smeekt u om de genezing eener ziekte, de andere om hulp in zijne tijdelijke zakenj eenigen om uitkomst in groote moeilijkheden, anderen om troost of voorspoed: allen ook smeeken u daarbij om genaden, die nog veel aangenamer zijn aan uw hart; eene oprechte bekeering, kracht in de bekoringen, vooruitgang in de deugd en de eeuwige zaligheid. En is er ooit iemand onverhoord hier van uw genadetroon weggegaan? O neen. Moeder, dat is nog aan niemand gebeurd, en dat zal ook mij niet gebeuren, nu ik het geluk heb voor uw miraculeus Beeld neder te knielen. Hoe vurig dank ik uwen goddelijken Zoon en ook u, zijne dierbare Moeder, voor de buitengewone gunst, dat ik hierheen heb mogen komen 1 Ja, ik voel het, ik ben er ten innigste van overtuigd, hier zal ik alles verkrijgen, wat ik vraag, hiar zal ik mijn geluk vinden voor den tijd en voor de eeuwigheid. Of zoudt gij mij naar uw Wonderbeeld roepen, en mij niet willen helpen, als ik aan uwe roepstem gehoorzaam? Neen, Maria, dat is onmogelijk. Wat duizenden en millioenen hier reeds verkregen hebben, dat zal ook ik verkrijgen, al ben ik dan nog zoo ellendig en zondig. Want gij, o Maria, gij ziet niet naar de verdiensten dergenen, die u aanroepen, maar naar hunne behoeften en hun vertrouwen. Mijne behoeften, dat weet gij, o beste Moeder, zijn zoo groot; ja zoo einde-
â 72 â
loos groot, dat niemand er in kan voorzien dan gij en uw goddelijke Zoon. En mijn vertrouwen, dat betuig ik u plechtig, mijn vertrouwen op u is grenzenloos. Ik weet, gij kunt mij helpen, want Ood heeft u alle macht gegeven, zoodat gij hier zelfs vele mirakelen verricht hebt. Ik weet, gij wilt mij helpen, want gij zijt mi;r.e Moeder en bemint mij met eene gren^elooze liefde. Ik weet, gij zult mij helpen, omdat gij mij anders niet tot uw Wonderbeeld zoudt geroepen hebben. Welaan dan. Moeder, ziehier wat ik van u vraag, en waarom ik meer bijzonder dezen pelgrimstocht ondernomen heb: (Noem hier afzonderlijk al de intenties op, waarvoor gij deze bedevaart houdt.)
Ziedaar nu. Moeder, nu heb ik u met kinderlijke eenvoudigheid mijne verlangens geopenbaard. Zal ik nu verhoord worden f O zeker; de geestelijke gunsten zal ik ongetwijfeld door uwe voorspraak van God verkrijgen, en de tijdelijke gunsten zult gij mij verwerven, wanneer zij mij zalig zijn. Toon dan nu uwe macht, o Maria, en verhoor mij. Verwerp mij niet, maar laat ik spoedig uwen bijstand op het allerkrachtigst, gevoelen. Dan zal ook ik overal uwen lof en uwe goedheid verkondigen, en geheel mijn leven dankbaar blijven erkennen; Onze Lieve Vrouw in 't Zand heb ik aangeroepen, en zij heeft mij in alles verhoord. Amen.
â 73 â
GEBED
OM DE GENADE
EENER OPRECHTE BEKEERING.
mij hier voor uw V/onderbeeld neergeknield, o onze Lieve Vrouw in 't Zand. Ik weet, dat gij hier bijzonder vereerd wordt als de Toevlucht aller zondaren, en dat er nu reeds ontel-baren in den hemel zijn, die hier door uwe bemiddeling de genade eener oprechte bekeering verkregen hebben. O xVIoeder, wilt gij ook voor mij die gunst verwerven ? Ach, ik mag het hopen. Want reeds hebt gij mij de genade bewezen,mij hier naar uw Wonderbeeld te roepen; en dat zoudt gij zeker niet gedaan hebben, o Maria, indien gij mij thans wildet verstooten. Voltrek dan nu uw werk, dat gij zoo gelukkig begonnen zijt. Zie ik kom hier tot u, terwijl mijn hart nog is bezoedeld door allerlei misdaden, en mismaakt en gewond door de zonde. O Moeder van barmhartigheid, wil mij daarom toch niet verstooten; maar heb des te eerder medelijden met mij en help mij. Ik verdien uwe hulp volstrekt niet; ik ben verloren als ik zoo sterf; ik verdien slechts de hel. Maar zie toch naar mijn groot vertrouwen op u, en naar mijn vast besluit om mij te beteren. Zie naar al wat Jezus voor mij
4
gedaan en geleden heeft, en verlaat mij dan nog, indien gij kunt. Denk aan al de smarten zijns levens, aan zijne koude in den stal van Bethlehem, aan zijn vlucht naar Egypte, aan het bloed dat Hij vergoten heeft, aan de armoede, het zweet, de folteringen, den dood zelfs, dien Hij voor uwe oogen gestorven is; dat alles heeft Hij ter liefde van mij verduurd: welaan, gij nu ter liefde van Jezus help mij en maak mij zalig! O mijne Moeder, ik wil en ik mag niet vreezen, dat gij mij zult verstoeten, nu ik uwen bijstand inroep; dat zou eene miskenning zijn van uwe harmhartig-heid, die zoo groot is, dat gij zelfs de zondaren gaat opzoeken. O goedertierene Koningin, weiger dan uw medelijden niet aan hem, wien Jezus Christus zijn bloed niet geweigerd heeft. Maar de verdiensten van dat kostbaar bloed zullen mij niet worden toegepast, zoo gij niet voor mij bidt. Van u dan verhoop ik mijne zaligheid. Ik vraag u geen rijkdommen, geen eer, of andere aardsche goederen; ik vraag u alleen Gods genade, uwe hulp om eene oprechte en rouwmoedige biecht te spreken, de liefde en vriendschap van uwen Zoon, de volgbrenging van zijn heiligen wil, en eindelijk den hemel om Hem daar eeuwig te beminnen. Is het mogelijk, dat gij mij dit zoudt weigeren ? Neen zeker niet; reeds nu op het oogenblik verhoort gij mij, reeds bidt gij voor mij; reeds verwerft gij mij de gunst, waarom ik smeek; reeds neemt gij
mij onder uwe bescherming. O mijne Moeder, verlaat mij niet; blijf, blijf toch voor mij bidden, totdat gij mij behouden ziet in den hemel, waar ik u eeuwig zal loven en danken. Amen.
GEBED
OM
STERKTE TEGEN DE BEKORINGEN,
jJJpfij, o Maria, wordt in dit Wonderbeeld bijzonder vereerd als de sterke hulp aller Christenen; zie daarom thans aan uwe voeten een arm zondig mensch, die reeds dikwijls door zijn eigen schuld een slaaf der hel isgeweest. Maaar nu, o lieve moeder, nu heb ik dezen pelgrimstocht ondernomen, om hier, waar gij reeds zoo velen tegen alle aanvallen des duivels gesterkt hebt, ook voor mij kracht en hulp in alle bekoringen aftesmeeken. Ik beken, dat ik mij dikwijls door den duivel heb laten overwinnen, omdat ik verzuimde tot u mijne toevlucht te nemen; had ik u altijd aangeroepen, nooit zou ik gevallen zijn. Nu echter, o mijne beminnelijke Meesteres, vertrouw ik, dat ik door uwe hulp aan de handen der duivelen ontsnapt ben
-Yö-
en ran God vergiffenis heb bekomen. Maar ik vrees, dat ik in de toekomst wederom het ongeluk zal hebben, door hunne ketenen geboeid te worden. Ik weet, dat mijne vijanden geenszins de hoop om mij opnieuw te overwinnen hebben opgegeven; en dat zij reeds nieuwe aanvallen, nieuwe bekoringen bereiden. O mijne Koningin en mijne toevlucht, help mij toch; verberg mij onder uwen mantel, en duld niet, dat ik nog ooit de slaaf der duivelen worde, ik weet, dat gij mij zult bijstaan en de overwinning zult schenken, zoo dikwijls ik u aanroep; ik vrees slechts ééne zaak, namelijk dat ik in de bekoringen niet aan u zal denken, en u niet om hulp zal smeeken. Daarom, o onze Lieve Vrouw in 't Zand, verlang ik vurig de genade, dat ik mij altijd u mag herinneren, vooral in den strijd, dien ik tegen de hel heb te leveren; doe mij de gewoonte verkrijgen u getrouw aan te roepen in de bekoringen, de zoete namen van Jezus, Maria te herhalen, en u dikwijls te zeggen: Maria, help mij! Maria, help mij 1 En als dan eindelijk de dag van mijn laat-sten strijd tegen de hel zal aaubreken, als het uur van mijnen dood zal slaan, o mijne Koningin, sta mij dan nog veel krachtiger bij; zorg gij zelve dan, dat ik nog veel meer aan u denke, en u dikwijlder met den mond often minste met het hart moge aanroepen, opdat ik sterve met uwen zoeten Naam en dien van uwen god-delijken Zoon Jezus op de lippen, en daarop in
â 77 â
den hemel u moge zegenen en prijzen in alle eeuwigheid. Amen.
G E B E D
tot O. L. Vrouw in 't Zand OM DE DEUGDEN TE VERKRIJGEN.
â¢Jfül oeder van barmhartigheid! Gij zijt zoo medelijdend en verlangt zoo zeer goed te doen aan ellendigen; ik de ellendigste aller menschen kom dan tot u, om uwe goedheid over mij af te srneeken. Dat anderen u vragen wat zij willen, gezondheid, rijkdom en tijdelijke gunsten; ik o Maria, ik vraag u, wat gij zelf in mij verlangt te vinden, wat uw heilig Hart meer behaagt. Gij zijt zoo nederig; verkrijg ook mij de ootmoedigheid en liefde voor de vernederingen. Gij waart zoo geduldig in het lijden; verwerf ook mij het geduld in tegenspoed. Gij bemint God zoo vurig; geef ook mij de gave der heilige liefde. Gij zijt geheel liefde voor den evennaaste ; beziel ook mij met liefde voor allen, bijzonder voor hen, die mij nietge-negenzijn. Gij zijt altijd met Gods wil vereenigd: vraag ook voor mij eene volkomene onderwer-
- 78 -
ping aan al de beschikkingen der Voorzienigheid.
In één woord, gij, o Maria, zijt het heiligste aller schepselen; ik bid u, maak ook mij heilig. Ik weet, dat het u aan macht noch liefde ontbreekt om mij alle genaden te verwerven; het eenige, wat mij dus van uwe genade zou kunnen berooven, is, of mijne nalatigheid in u aan te roepen, of mijn te klein vertrouwen in uwe voorspraak, maar ook deze noodzakelijke voorwaarden, de getrouwheid in u aan te roepen en het vertrouwen in u moet gij mij geven; ik vraag ze van u, ik verlang ze van u; ik verwacht ze zeker van u, o Maria, mijne Moeder, mijne hoop, mijne liefde, mijn leven, mijne toevlucht, mijne hulp en mijn troost! Amen.
G E B E D
ZIJNE ROEPING TE KENNEN.
Maria, gij hebt in alles altijd volmaakt aan Gods heiligen wil gehoorzaamd; ik, die vertrouw uw kind te zijn, wil ook hierin op u gelijken, en den wil van God volbrengen, vooral betreffende den levensstaat, waartoe
â 79 â
Hij mij geroepen heeft. Spreek dan nu eens duidelijk tot mijn hart, o lieve Moeder; openbaar mij nu helder en klaar wat de goede God van mij verlangt, en laat ik deze bedevaart niet eindigen, alvorens alle onzekerheid en twijfel uit mijn geesi: verbannen is. Spreek dan, o goede Moeder, uw dienaar, uw kind luistert. En als ik dan den levensstaat ken, waartoe God mij bestemd heeft, laat ik mij dan edelmoedig daaraan opofferen. Laat ik dan alle moeielijkheden te boven komen, en aanstonds, zonder aarzelen of uitstellen, mijn best doen Gods aanbiddelijken wil zoo volmaakt mogelijk te vervullen. Amen,
G E BED
OM EENE
VURIGE LIEFDE TOT MARIA TE VERKRIJGEN.
zoete Koningin, aldus roep ik u toe met den H. Bonaventura, o zoete Koningin, die door uwe liefdebewijzen en uwe weldaden de harten rooft van allen, die u dienen, ach roof ook mijn ellendig hart, dat vurig verlangt u te beminnen. Hoe, door uwe schoonheid hebt gij, hoogverheven Moeder, het
â 8o â
hart van een God geraakt en Hotn uit den hemel in uwen schoot nedergetrokken; en ik, ik zoude kunnen leven zonder u lief te hebben? Onmogelijk! Met een ander uwer kinderen, met eenen zoon, die n zoo innig bemind heeft, met den H. Joannes Berchmans, van het Gezelschap van Jezus, zeg ik: ik ben besloten mij geene rust te geven, totdat ik zeker zal zijn van eene tee-dere en standvastige liefde verkregen te hebben tot u, mijne Moeder, die mij zoo tee-derlijk bemind hebt, ten tijde zelfs, dat ik zoo ondankbaar was jegens u. Helaas, wat zoude er thans van mij geworden zijn, bijaldien gij, o Maria, mij niet bemind en mij zoovele barmhartigheden niet verkregen hadtl Als gij mij dan zoozeer bemind en begunstigd hebt, toen ik u niet beminde, hoeveel meer weldaden moet ik dan van uwe goedheid niet verhopen, nu ik u liefheb? Ja, ik bemin u, o mijne Moeder! en ik zoude een hart willen bezitten, dat in staat ware u te beminnen met zulk eene liefde, als u zoude kunnen worden toegedragen door al de ongelukkigen, die u niet liefhebben; ik zoude eene tong willen bezitten, welke in staat zoude zijn, u zooveel te verheerlijken als duizend tongen te zamen, ten einde aan de gansche wereld uwe grootheid, uwe heiligheid, uwe barmhartigheid, en de liefde te doen kenen, waarmede gij bemint degenen die u beminnen. Bezat ik
â 81 â
schatten en rijkdommen, ik zoude ze gaarne gebruiken om u te vereeren; had ik onderdanen, dan zoude ik wenschen, dat ze allen vervuld waren van liefde tot u; ja, ware zulks noodig, dan zoude ik zelfs mijn leven slachtofferen voor uwe liefde en voor uwe verheerlijking. Ik bemin u dan, o mijne Moeder, maar tevens vrees ik, dat ik u niet beminne; want ik weet dat de liefde tot uitwerksel heeft, degenen die beminnen gelijkvorming te maken aan het voorwerp hunner liefde. Ik moet dus wel denken, dat ik u zeer weinig bemin, wijl ik mij zoo verre van die gelijkvormigheid met u verwijderd zie; gij toch zijt zoo zuiver, en ik zoo besmeurd; gij zoo nederig, en ik zoo hoovaardig; gij zoo heilig, en ik zoo misdadig! Doch gij, o Maria, moet dat groote wonder in mij bewerken: maak mij gelijkvormig aanu, wijl gij mij liefhebt. Al de macht, welke er noodig is om de harten te veranderen, bezit, gij; doe der wereld eens zien, wat gij vermoogt ten gunste dergenen, die u beminnen; maak mij heilig en zorg, dat ik uw waardig kind worde, 't Is waar, ik verdien niet meer, o allerbeminnelijkste Moeder, uw kind genoemd te worden: dien verheven titel heb ik mij door mijn schuldig leven al te onwaardig gemaakt, en ik zal tevreden zijn, als gij u gewaardigt mij onder het getal uwer dienaren aan te nemen: daarvoor zoude ik willen verzaken aan het bezit van alle koninkrijken der aarde. Ja, ik
4'
â 82 â
zal tevreden zijn, als gij mij deze gunst toestaat-Weiger mij echter de genade niet van u mijne Moeder te noemen: deze zoete naam vertroost mij, treft mijn hart, herinnert mij, dat ik verplicht ben u te beminnen, en vervult mij met een groot vertrouwen op u.... Gedoog dan dat ik u zegge; mijne moeder, mijne allerbeminnelijkste Moeder! Zoo begroet ik u thans en zoo wil ik u ten alle tijde begroeten. Amen.
Schietgebed. â ü. L. Vrouw in 't Zand, ontsteek in het hart van uw kind eene allervurigste en standvastige liefde tot u!
GEBED
om
EEN ZALIGEN DOOD.
51 mijne allerbeste Moeder, hoe zal eenmaal mijn sterfuur zijn? Ik weet, dat ik zelf zoo dikwijls door mijne zonden het vonnis mijner ' eeuwige verwerping onderschreven heb, en daarom huiver ik van angst, zoo dikwijls ik aan dat laatste allesbeslissende oogenblik denk. Maar, o Maria, ik weet ook, dat gij aan allen, die u getrouw hier in uw Wonderbeeld vereerd hebben, een bijzondere hulp in hun doodsuur
vquot;
geschonken hebt, en de smarten en angsten van dien laatsten strijd met moederlijke liefde hebt verlicht. O medelijdende Maagd, alleen op het bloed van Jezus en op uw liefdevol hart stel ik al mijn vertrouwen. Gij helpt mij zoo goed gedurende mijn leven, gij staat mij in alle omstandigheden ter zijde; maar wat zou mij al die bijstand baten, wanneer gij mij in het sterfuur niet zoudt helpen. O verlaat mij dan niet in dat vreeselijk oogenblik; verwerf mij de genade, dat ik dan waardig en vol berouw de laatste H. Sacramenten mag ontvangen; verdedig mij tegen den duivel, die mij dan vooral op het hevigst zal bekoren; laat ik niet beangst worden door het gezicht mijner tallooze zonden en ongetrouwheden, maar stort dan in mijn hait de zoete hoop, dat de oneindig barmhartige God mij allies vergeven heeft. Sterk mij ook in het afscheid, dat ik nemen moet van al mijne bezittingen en van al degenen, die mij dierbaar zijn; laat ik de smart van dat scheiden met volkomen onderwerping aan Gods heiligen wil verdragen, en aannemen als eene boete voor mijne zonden. En als dan de angsten des doods mij zullen benauwen; als mijne krachten steeds meer zullen afnemen; als mijne ziel weldra het lichaam zal verlaten: o verwerf mij dan de genade, dat ik voortdurend mag bidden. Moge dan uw Naam en de zoete Naam van Jezus, uiyen Zoon, aanhoudend op mijne lippen lijnjlaat
- 84 -
ik ten minste met het hart die zoete Namen, âJezus, Maria,quot; verzuchten. Blijf dan bij mij, goede Moeder; dan vooral heb ik u zoo noodig. En als eindelijk mijne ziel van het lichaam gaat scheiden, laat ik dan nog eenmaal die zoete namen: âJezus, Maria,quot; herhalen; laat ik met die zoete Namen op de lippen den geest geven. En dan, o Moeder, o dan is uwe liefdevolle taak nog niet geëindigd; ontvang dan mijne ziel in uwe barmhartige handen; breng gij zelve haar voor Gods rechterstoel; bepleit daar de zaak mijner eeuwigheid, en dan heb ik niets te vreezen. Nooit immers zal iemand verloren gaan, die zich voortdurend aan u vasthoudt, en in uwe handen den geest geeft. O Maria, laat ik gedurende mijn leven uw dienaar, uw kind wezen; dat zal het onderpand mijner zaligheid zijn; want een dienaar, een kind van Maria kan niet verloren gaan. Amen.
- 8s -
SMEEKGEBED
BIJ HET MIRACULEUS BEELD OM BIJSTAND EN TROOST TE VERWERVEN IN ZIEKTE OF TEGENSPOED.
(Het hier volgend gebed werd vroeger dikwijls door de geloovigen bij het Wonderbeeld gestort. In 1736 verleende de Bisschop van Roermond een aflaat van 40 dagen aan allen, die het met nog eenige godvruchtige lofzangen zouden bidden.)
k neem mijne toevlucht tot u, o allerzuiverste Maagd, en bid de milddadigheid van uw allerzoetst Hart over mij, armen zondaar af. Ik beken, dat ik om de menigvuldigheid mijner zonden uwe genaden niet meer verdien; maar gij, o allerzoetste Maagd, gij verdient wel, dat ik u aanroepe en uwe hulp verzoeke; want gij zijt vol van genade en liefde voor ons, en altoos bereid, hun die tot u zuchten en weenen, de behulpzame hand te reiken.
O gij, bijstand van alle ware Christenen en troosteres der bedrukten, voor u kniel ik, arm en zondig mensch, met een bedroefd en vermorzeld hart neder. Ach Moeder van het eeuwig Woord, versmaad mijne woorden niet, maar hoor mij goedgunstig aan. Gij weet immers, o Maria, in wat ellendigen staat ik mij bevind, en hoe ik mij zeiven onmogelijk helpen kan; daarom wend ik mij vol droef-
â 86 â
heid tot u, en hef mijne oogen op tot den troon uwer moederlijke barmhartigheid.
Gedenk dan, o allermilddadigste Moeder, dat het van eeuwigheid niet gehoord is, dat iemand u om hulp verzocht, en door u is verlaten geworden. Nu dan, o Modder van barmhartigheid, verlies niet aan mij dien alouden eerenaam, die tot nu toe over de geheele wereld geprezen is geworden.
Keer dan uwe barmhartige oogen tot mij, o getrouwe Voorspreekster, en zie van uwen hemeltroon mij, armen zondaar, aan, die tegenwoordig uwe hulp zoo hoog noodig heb. Ach versmaad mij toch niet, o gij, die na God mijne eenige Hope zijt, maar wees om uwe groote goedertierenheid, mij genadig.
Gedenk toch mijne groote ellende, o Maria, en om de eer van uwen allerzoetsten naam help mij; want ik kniel hier voor den troon uwer overgroote barmhartigheid, en zucht en smeek aldus om uwe voorspraak. Beveel mij aan uwen lieven Zoon; verberg mij in zijne heilige wonden, opdat ik aldus vanzondebe-derf en zwakheid, van kruisen en alle bekoringen, die de menschen kunnen overvallen, moge bewaard en beschermd blijven. Amen.
- 87 -
GEBED
VOOR
Z IJ N E OUDERS.
«âº-olt;fe=®00aKgt;gt;â»-
Maria, die ons in uwe eerste jaren het schoonste voorbeeld van liefde voor vader en moeder gegeven hebt, laat ik u navolgen en,
I evenals gij, aan mijne ouders de hartelijkste liefde, den grootsten eerbied en de stipste gehoorzaamheid betoonen. Bewaar mij nog lang mijne dierbare ouders, aan wie ik na God alles verschuldigd ben, wat ik op deze aarde bezit. Open voor hen uwe genadevolle handen, en overlaad hen met geestelijke en tijdelijke gunsten. Laten zij geluk en vreugde genieten van al hunne kinderen. Sta hen bij in alle moeilijkheden, vooral in de zorg voor onze opvoeding; schenk hun raad in allen twijfel, kracht in allen tegenspoed, troost en bemoediging in alle verdriet. Laten zij steeds vooruitgaan op het pad der deugd, en bekroon eindelijk al hunne zorgen en moeite, door van Jezus, uwen god-delijken Zoon, voor hen eene schoone kroon in den hemel te verwerven. Amen. evenals gij, aan mijne ouders de hartelijkste liefde, den grootsten eerbied en de stipste gehoorzaamheid betoonen. Bewaar mij nog lang mijne dierbare ouders, aan wie ik na God alles verschuldigd ben, wat ik op deze aarde bezit. Open voor hen uwe genadevolle handen, en overlaad hen met geestelijke en tijdelijke gunsten. Laten zij geluk en vreugde genieten van al hunne kinderen. Sta hen bij in alle moeilijkheden, vooral in de zorg voor onze opvoeding; schenk hun raad in allen twijfel, kracht in allen tegenspoed, troost en bemoediging in alle verdriet. Laten zij steeds vooruitgaan op het pad der deugd, en bekroon eindelijk al hunne zorgen en moeite, door van Jezus, uwen god-delijken Zoon, voor hen eene schoone kroon in den hemel te verwerven. Amen.
â 88 â
GEBED
VAiSf OUDERS.
onze Lieve Vrouw in 't Zand, ik weet hoezeer gij steeds bij dit uw Wonderbeeld voor het welzijn der kinderen gezorgd hebt. Daarom kom ik mij dan ook met het volste vertrouwen hier voor u nederwerpen, om u voor mijne kinderen te bidden. Help mij, o Moeder van God, om mijne kinderen in de vreeze des Heeren, in eer en deugd op te voeden; laat ik steeds de grootste zorg dragen voor die kostbare panden, welke God mij heeft toevertrouwd, en waarvan ik hem eenmaal strenge rekenschap zal moeten geven. Laat ik al mijne kinderen gelijkelijk beminnen, zonder aan iemand in het bijzonder eenige voorliefde te toonen. Laat ik hen immer zoo zorgvuldig mogelijk bewaken, hunne fouten kennen en trachten te verbeteren. En vooral laat ik steeds door een goed voorbeeld hun de deugd leeren beoefenen. Gij weet, o goede Moeder, hoe moeielijk het in onze dagen is, de kinderen deugdzaam op te voeden, en hen voor verleiding en kwaad te bewaren. O gij, die het verhevenste toonbeeld zijt der ouders, gij de Moeder van God zei ven, help mij in de gewichtige en moeielijke taak 5 wees gij zelve de moeder mijner kinderen, bid altijd voor hen.
â 89 â
bsechertn en bewaak hesn, verdedig ken tegen alle kwaad, en maak dat zij altijd uwe getrouwe en liefdevolle kinderen mogen blijven, tot groote vreugde van mij, en vooral ook van u en uwen goddelijken Zoon Jezus. Amen.
KORT GEBED,
HETWELK DE H. ELISABETH GEWOON WAS TE STORTEN, WANNÃÃR ZIJ MET HAAR KIND VOOR EEN MIRACULEUS BEELD VAN MARIA KNIELDE.
^^^eer Jezus Christus, aan U en aan uwe heilige Moeder Maria offer ik mijn dierbaar kind op. De eenige genade, die ik u heden durf vragen is, dat gij u gewaardiget dit kind op te nemen onder het getal uwer dienaren en vrienden, en het «wen zegen te geven. Amen.
GEBED
OM DE BEKEERING TE VERKRIJGEN VAN IEMAND, DIE ONS DIERBAAR IS.
^l^i^-at hebt gij eens droevige tranen gestort om den dood van uwen goddelijken Zoon, o Maria, Moeder der smarten. En toch
â 90 â
wist gij, dat Hij weldra wederom ten leven zou opstaan, en dat door zijn sterven zoo velen het eeuwig leven zouden verkrijgen. Maar zie nu eens, liefste Moeder, wat vreeselijke droefheid thans mijn hart beklemt, om den geestelijken dood van .... die mij zoo dierbaar is. Ach, gij weet het, die ongelukkige is dood naar de ziel, dood voor God; en komt hij zoo zonder bekeering te sterven, wat staat hem dan anders te wachten dan de eeuwige pijnen der hel? O gij, Moeder van alle ongelukkige zondaren, dus ook zijne Moeder, kunt gij dan uw kind verloren zien gaan? Gij weet, hoe hij meer dan zoovele anderen hulp noodig heeft, en zoudt gij hem die hulp kunnen weigeren? Ach ik weet wel, dat hij misschien Gods genade niet verdient; maar gij ziet niet naar verdiensten, o beste Moeder, gij ziet alleen naar de ellende van hem, voor wien wij bidden.
O onze lieve Vrouw in 't Zand, zoovele duizenden zondaren hebben aan u hunne bekeering te danken, och bekeer ook hem, voor wien ik thans bid. Gij zetelt hier op een troon van barmhartigheid, op een troon van genade; gebruik dan de genaden, die God in uwe handen heeft nedergelegd, en bewijs hem uwe moederlijke barmhartigheid. Voor zijne bekeering ofter ik u op al de zuchten, die uw moederlijk hart ooit geslaakt, al de droefheid, die gij ooit gevoeld hebt, al de tranen, die gij ooit
â lt;)I â
hebt gestort. Zal dat alles niet in staat zijn u te bewegen, o Moeder van barmhartigheid ? O gedenk dan nog al de smarten van uw goddelijk Kind, al het bloed, dat zoo overvloedig uit zijne wonden gestroomd heeft, al de be-leedigingen, die Hij moest verduren. Gedenk o Maria, dat allerdroevigst uur, toen gij, aan den voet des kruises staande, uw Jezus aan het schandhout zaagt sterven. En dat alles o Moeder, heeft Hij geleden ook voor de bekeering van....., voor wien ik u nu bid. Ge-,
denk dat alles, en doe dan door de genade, die God u geschonken heeft, een wonder van liefde, een wonder van barmhartigheid. Spreek tot het hart van dien armen zondaar, toon hem zijn ongelukkigen toestand, trek hem met onweerstaarbaar geweld tot u, en geleid hem dan tot Jezus. Aan uwe hand en op uwe voorspraak zal hij zeker vergiffenis verwerven en eeuwig zalig worden.
O Moeder, gij verkrijgt van God alles wat gij vraagt, en gij verhoort allen, die tot u bidden; welnu, ik bid u, bekeer hem 1 Wacht niet langer, maar breng hem spoedig tot God terug. Dat zal u tot eer verstrekken; daarmede zult gij genoegen doen aan uw goddelijken Zoon, en een uwer kinderen redden van den eeuwigen dood, om hem voor eeuwig gelukkig te maken. Amen.
GEBED
OM DE
GENEZING VAN EEN ZIEKE.
lySiot welk bijzonder doeleinde ik thans voor uw wonderbeeld ben neergeknield, weet gij, o Maria. Ik kom bij u, die u hier reeds zoovele eeuwen door zoovele mirakelen het Heil der kranken betoond hebt, bidden en sraee-
ken om de genezing van......O Moeder,
gij kent zijne pijnen, gij weet hoezeer hij uwe hulp noodig heeft. Vol vertrouwen wend ik mij daartoe tot u, en hoop veel meer van uwe machtige voorspraak dan van alle geneesmiddelen. Ach Moeder, indien het hem zalig is laat hij dan spoedig wederom van het ziekbed opstaan; gij zijt alvermogend bij uwen godde-lijken Zoon; gij hebt het maar te willen, en de ziekte is verdwenen, en alle gevaar heeft opgehouden. O Troosteres aller bedrukten, ach bespaar mij de smart hem nu reeds door den dood te moeten verliezen. O Heil der kranken, toon hier uwe macht en genees hem spoedig. Verhoor dan mijn dringend smeekgebed; gij hebt reeds zoovelen, zelfs door mirakelen hier verhoord; waarom zoudt gij mij dan verstooten? O neen, dat kan niet zijn. Neen, ik vertrouw vastelijk op u en ben er zeker van: indien het hem zalig is, dan zal ik spoedig de kracht
â 93 â
van uw gebed ondervinden, en u hier voor zijne genezing komen badanken. Mocht het echter in Gods ondoorgrondelijke raadsbesluiten anders zijn vastgesteld, verwerf ons dan de genade, dat wij ons volkomen aan zijn heiligen wil onderwerpen, en in alles op Jezus en op u blijven vertrouwen. Amen.
GEBED
VOOR
DEN PAUS EN DE H. KERK.
Maria, met hoeveel recht wordt gij hier in uw Wonderbeeld meer bijzonder aangeroepen onder den glorievollen titel van Hulp der Christenen! Hoe schitterend hebt gij hier in den loop der eeuwen getoond, dat gij met hemel-sche kracht cn den Paus en de Kerk verdedigt, en de vijanden der Kerk beschaamt! Daarom kom ik dan ook vol vertrouwen hier bij uw miraculeus Beeld nederknielen, om u in deze ongelukkige tijden met den meesten aandrang voor onzen Heiligen Vader den Paus en de heilige Katholieke Kerk te bidden. O Koningin van hemel en aarde, uwe grenze-looze liefde voor God doet u ook zijne Kerk een grenzelooze liefde toedragen. Ach, ik
smeek u dan, help haar in al de rampen die haar tegenwoordig treffen; sta haar bij, nu zij zoo bloedig vervolgd wordt, zelfs door hare eigen kinderen. Uwe gebeden zijn die eener moeder, en kunnen dus alles verkrijgen van een God, die u zoo teeder bemint. Bid dan, o Maria, bid voor de H. Kerk; verkrijg het licht des geloofs voor zoovele ongeloovigen, die haar vervolgen; en verwerf voor de getrouwe Christenen de noodige kracht, om niet in de strikken der goddeloozen te vallen, die het op hun eeuwigen ondergang gemunt hebben. Amen.
D A N K G E B E D
NA EENE
VERKREGEN GUNST.
^^iet gij nu, o mijne ziel, welk eene groote liefde Maria u toedraagt, en hoe zij in hare moederlijke liefde uwe wenschen en gebeden verhoord heeft? Beken nu ook dankbaar, hoeveel gij aan uwe lieve Moeder verschuldigd zijt, en zeg haar met innige godsvrucht: O ja, mijne teedere Moeder, ik dank a uit den grond mijns harten voor al de weldaden, die gij mij,
ellendige, bewezen hebt. Ik dank u in het bijzonder voor de gunsten, die ik hier bij uw Wonderbeeld heb ontvangen. Ik wist het wel, goede Moeder, dat gij mij niet tevergeefs hierheen zoudt roepen; ik wist wel, dat gij mij hier wachtet met de handen vol genaden, om mij die rijkelijk mede te deelen. O heb dan dank, onze Lieve Vrouw in 't Zand, min-nelijkste Troosteresse aller bedrukten, zekere toevlucht van alle veriatenen; heb dank gij, die nooit iemand verstooten hebt, en ook mij ihanszoo overvloedig hebt verhoord. Hoeveel ben ik al reeds aan u verschuldigd! Uit hoe-vele gevaren hebt gij mij al gered, met hoe-vele verlichtingen mij bestraald, hoeveel barmhartigheid mij van God verworven. Wat goeds had ik u dan gedaan, of welke eer u bewezen, om zulk een overvloed van gunsten uit uwe handen te ontvangen? O neen, niet mijne verdiensten of goede werken, maar alleen uw moederlijk hart, uwe nooit verminderde goedheid hebben u tot zooveel liefde gedreven. Wat zal ik u nu terugschenken voor zooveel liefdebewijzen? ü wanneer ik mijn bloed en mijn leven voor u gaf, dan was het nog weinig, vergeleken bij wat gij verdient. Gij hebt mij van den eeuwigen dood bevrijd; mij, zooals ik vertrouw, in Gods genade hersteld; alles, in één woord, alles mij verworven wat ik thans bezit. O mijne beminnelijke weldoenster, al wat ik uit dankbaarheid doen kan, is u altijd loven,
u eeuwig beminnen. Ja, ik zaJ u dan ook loven, steeds met eerbied en vertrouwen over u spreken, en al mijn pogingen inspannen, opdat gij ook door anderen vereerd en aangeroepen wordt. Ik zal uwe liefde aan anderen bekend maken, hen aanzetten, u hier in uw Wonderbeeld te komen r eveeren; kortom ik zal alles doen wat ik kan, on de devotie tot uw miraculeus Beeld te verspreiden. Maar u loven alleen
is niet genoeg; ik wil u ook beminnen, hetnin-
nen als mijne moeder, als mijne grootste weldoenster. Ach versmaad niet de liefde van een arm hart, dat brandt van liefde voor u. Zoo mijn hart onwaardig is u te beminnen, omdat het zoo vol is van zonden en aardsche genegenheden, het hangt van u af dat hart te veranderen. Onthecht mij dan van de wereld en vereenig mij zoo innig met God, dat ik nooit meer door de minste zonde van Hem gescheiden worde. Jezus en Maria, zoetste voorwerpen mijner liefde, voor U wil ik voortaan leven, voor U arbeiden, voor U lijden, voor U sterven. Amen.
G H B E D
OM DE
GENADE DER VOLHARDING.
vj^bningin des hemels, allerheiligste Maagd Maria, ik die weleer een slaaf des duivels was, wil nu en voor altijd uw dienaar wezen; ik bied mij aan, u gedurende geheel mijn leven te vereeren en te dienen. Neem mij dan aan als uwen dienaar, en verstoot mij niet, zooals ik het verdiend heb. O mijne Moeder, op u heb ik al mijne hoop gevestigd. Gedankt en geprezen zij God, die mij, in zijne barmhartigheid, dit vertrouwen op u instort. Vroeger wel-is-waar, heb ik het ongeluk gehad in zonde te vallen; maar door de verdiensten van Jezus Christus en door uwe gebeden vetrcuw ik daarvan^ reeds vergeving te hebben erlangd. Maar, o mijne Moeder, dat is niet voldoende; ééne gedachte pijnigt mij; ik kan wederom Gods genade verliezen. De gevaren duren voort; de vijanden mijner ziel sluimeren nooit, en nieuwe bekoringen zullen mij bestormen. Ach bescherm mij dan, o mijne Patrones, sta mij bij in de aanvallen, welke de hel mij leveren zal; gedoog niet, dat ik wederom de zonde bedrijve en opnieuw Jezus, uwen goddelijken Zoon, belee-dige. Neen, neen, ik wil niet meer opnieuw mijne ziel, den hemel en mijn God verliezen.
5
- 98 -
O Maria ! ziedaar de genade, welke ik u vraag, weiger ze mij niet en spreek voor mij bij God ten beste. Gij zijt mijne hoopl Amen.
Dringend Smeekgebed
BIJ WIJZE VAN LITANIE TOT
O. L. Vrouw in quot;t Zand.
iaMfeer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer. .. .
O Maria, vol vertrouwen werp ik mi] mer neder voor uw Wonderbeeld. Ik ga u nu bidden om alles, wat ik noodigheb tijdens mijn leven en bij mijn dood. Over al mijne ellende ga ik thans uwe moederlijke hulp inroepen.
Neem mijne gebeden genadig aan en gewaar-dig u die te verhooren.
â 99 â
O Maria, die hier in uw Wonderbeeld bijzonder vereerd wordt als de Hulp der Christenen, bid voor ons.
O Maria, die hier in uw Wonderbeeld bijzonder wordt aangeroepen als de Toevlucht der zondaren, quot;bid voor ons.
O Maria, op wie allen hier vertrouwen als
het Heil der kranken, bid voor ons. O Maria, die hier reeds door zoovele wonderen uw macht en uw liefde getoond hebt, bid voor Ons.
Wanneer wij door de vijanden onzer zaligheid bekoord worden, help ons, o Maria!
I Wanneer wij het ongeluk mochten hebben in doodzonden te vallen, Wanneer wij het ongeluk mochten hebben in doodzonden te vallen,
Wanneer wij leven in vrijwillige lauwheid, moedwillig de dagelijksche zonde bedrijven, en die voor weinig tellen.
Wanneer wij zullen vergeten of nalaten tot gquot;
u te bidden,
Wanneer wij verflauwen in uwen dienst en o uwe liefde, Jj
Wanneer wij naderen tot het H. Sacrament o der biecht, ^
Wanneer wij bij het biechten moeite hebben p om een goede akte van berouw te ver- §quot; wekken, ~
Wanneer wij bij het biechten bekoord worden om iets te verzwijgen, wat wij moeten belijden.
Wanneer wij voortdurend zouden uitstellen
â i©o -
om te biechten of tot de H. Tafel te naderen, help ons, o Maria 1 Wanneer wij ons voorbereiden om Jezus
Christus in ons hart te ontvangen.
Wanneer wij dien liefdevollen God in ons
hart ontvangen hebben.
Wanneer wij mochten bekoord worden eene heiligschennis te plegen tegen het H. Sacrament des altaars.
Wanneer wij eene of andere deugd beoefenen, en vooral wanneer wij bidden of me-diteeren.
Opdat wij de heilige deugd van zuiverheid ^ mogen bewaren of terug krijgen, 'v
Opdat wij steeds in al onze gedachten, o woorden en werken de ware nederigheid « mogen beoefenen, o
Opdat wij God mogen beminnen uit geheel ^ ons hart, ^
Opdat wij, ter liefde Gods, in alles zijn jT
heiligen wil volbrengen,
Opdat wij steeds getrouw zijn aan al de
plichten van onzen staat.
Opdat wij in het goede mogen volharden
ten einde toe.
Opdat wij u dagelijks de genade der volharding mogen vragen,
Wanneer ziekte of lichaamssmart ons treft. Wanneer wij door droefheid of angst gekweld worden,
Wanneer de goede God ons met armoede
â 101
of tegenspoed bezoekt, help ons, o Maria I Wanneer wij te lijden hebben van onze
bloedverwanten, vrienden of kennissen. Wanneer wij u bidden voor de bekeering
der zondaren.
Wanneer wij u bidden voor degenen, die ons
dierbaar zijn,
Wanneer wij u bidden voor den Paus en de H. Kerk,
Wanneer wij u bidden voor de arme zielen
des vagevuurs.
Wanneer onze laatste ziekte ons zal over- gquot; vallen, â 5'
Wanneer ons sterfuur geslagen is, ©
In de laatste bekoringen, die onzen doods- S strijd zullen voorafgaan en vergezellen, o In onze laatste angsten en benauwdheden, ^ Wanneer wij voor het laatst de zoete Namen ^
* Jezus, Maria!quot; zullen uitspreken, Wanneer wij den laatsten snik zullen geven, Wanneer wij voor Gods rechterstoel zullen staan.
Wanneer wij in de vlammen des vagevuurs ook de minste onvolmaaktheden zullen uitboeten,
Eindelijk ten allen tijde, wanneer wij uwe hulp zullen noodig hebben, tijdens ons leven en hiernamaals,
O Jezus, Zoon van Maria, spaar ons 1 O Jezus, Zoon van Maria, verhoor ons! OJeziiSjZoon van Maria,ontferm u onzer! Amen!
- I02
zali zor
(
die
MORGENGEBED
op de
BEDEVAART.
gec
zoi voi uw
^!n den Naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Amen. ajn
Mijn God, ik aanbid U, en ik bemin U, sta uit geheel mijn hart. 0 (
Ik dank u voor al uwe weldaden, en bij- en zonder daarvoor, dat Gij mij dezen nacht â
bewaard hebt.
In vereeniging met de verdiensten van Jezus IK en Maria offer ik U al mijne gedachten, woor- ; ng den en werken en al mijn lijden van dezen dag ^ op, en maak de meening om al de aflaten te verdienen, die ik gewinnen kan. Bijzonder offer ik U door de handen van Maria al de za vermoeienissen van deze bedevaart, al de krui- e
sen, teleurstellingen en smarten, die Gij U ^ misschien zult gewaardigen mij over te zenden; TC en ik bid U dat alles te aanvaarden als een bewijs mijner liefde voor U en voor de allerheiligste Maagd Maria, en als eene voortdurende smeeking, om al de genaden te verwerven, waarvoor ik deze bedevaart ondernomen heb. Ik maak het vaste besluit in deze dagen van
â 103 â
'l
zaligheid met nog grooter zorg dan anders alle
zonden te vermijden, bijzonder.....
(Maak hier een af zonder lijk voornemen over die fout, waarin gij het meest hervalt.)
Ik smeek U ter liefde van Jezus Christus, geef mij de genade van volharding.
Ook maak ik het vaste voornemen, mij bijzonder in tegenheden aan uwen H. wil gelijkvormig te maken, en altijd te zeggen: Heer, uw wil geschiede 1
Mijn Jezus, bescherm mij heden met uwe almachtige hand. Onze lieve Vrouw in 't Zand, sta mij dezer dagen bijzonder ter zijde. En Gij, o eeuwige Vader, help mij ter liefde van Jezus en Maria. Mijn heilige Engelbewaarder, en al mijne H. Patronen, verleent mij uwen bijstand.
Bid hierna het onze-Vader, weesgegroet, ik geloof in God den Vader, â Eindelijk nog drie weesgegroeten ter eere der zuiverheid vvn Maria.
Wanneer het Morgengebed door eenigen te zamen gebeden wordt, kan men tot slot eenig geestelijk lied zingen, bijv. N0 7, Maria Moeder der Barmhartigheid, of N0 14, Bede tot O. L. Vr. in 't Zand.
â io4 â
A V O N D G E B E D
gp de
BEDEVAART.
qXst
â %) ot alvorens u ter ruste ie begeven, uw gewetensonderzoek op deze wijze:
1) Bedank God voor al de weldaden, die gij heden van Hem ontvangen hebt. Bid daarom driemaal het Eere zij den Vader.
2) Betuig ook aan Maria uwen dank voor al de genaden, die zij u heden verworven heeft, vooral voor de genade, dat gij deze bedevaart hebt mogen ondernemen. Bid daarom drie Weesgegroeten, en zeg achter elk Weesgegroet; O. L. Vrouw in 't Zand, Hulp der Christenen, bid voor ons.
j] Werp een oogopslag op al uwe gedachten, woorden en werken van dezen dag, en vraag God om vergiffenis voor alles, wat gij tegen Hem misdreven hebt.
Bid daarom de Akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw.
Bid vervolgens drie Weesgegroeten ter eere der Zuiverheid van Maria.
Dan: De Litanie der allerh. Maagd.
Behoed ons, Heer, terwijl v/ij waken; bewaar
â los â
ons, terwijl wij slapen, opdat wij met Christus waken en in vrede rusten. Amen.
Jezus, Maria, Jozef,
Ik geef U mijn lichaam en mijne ziel!
Jezus, Maria, Jozef,
Staat mij bij in mijnen doodstrijd!
Jezus, Maria, Jozef, uw Laat mijne ziel met U in vrede rusten! Amen.
gij Wanneer het Avondgebed gezamenlijk gebeden
â om wordt, kan men ten slotte een of ander geestelijk lied zingen, bijv. N0 5, Avondbede tot oor Maria, of N0 23, Avondlied. Zie hierachter.
eft.
art es-!t ;
' ⢠Als gij des nachts ontwaakt, verhef dan aan
stonds uw hart tot God, en bid Hem, dat Hij u beware voor een haastigen en onvoorzienen dood. Bid ook eenige Weesgegroeten voor e't degenen, die dezen nacht sterven, vooral voor SV de zondaren.
S'
op.
ere
aar
â io6 â
*
DE HEILIGE WIS
IN DE
KAPEL IN T ZAND.
iu gij met godsvrucht de II. Mis bijwonen, dan moet gij u herinneren, dat het H. Offer der Mis hetzelfde is als het offer eens op Cal-varie opgedragen, mei dit verschil, dat op het kruis het bloed van Jezus Christus werkelijk vergoten werd, terwijl dit op het ultaar op geestelijke wijze geschiedt. Indien gij u op het oogen-blik van Christus' sterven op den Calvarieberg
bevonden hadt, met welke godsvrucht, met welke
ontroering zoudt gij bij dat groote Offer tegenwoordig zijn geweest'. Verlevendig dan uw geloof en bedenk, dat hetgeen toen geschied ts, nu op het altaar geschiedt; bedenk ook, dat dit goddelijk Offer, niet enkel door den priester, maar ook door alle geloovigen, die er bij aanwezig zijn, wordt opgedragen. Alien dus oefenen in zekeren zin de bediening van priester uit, wanneer zij bij de H. Mis tegenwoordig zijn. ,, J Om des ie gemakkelijker den priester bij het H. Misoffer te kunnen volgen, geven wij hier de Misgebeden, grootcndeels zooals zij door
â Toy â
den priester zeiven gedaan worden, en genomen uit de Missen op de feestdagen van Maria.
Plaats u dan in den géést naast Maria aan den voet des /cruises, en smeek haar om met die gevoelens welke zij had bij het Kruisoffer op Calvarié bij het H. Misoffer tegenwoordig te zijn.
Bid tot die intentie drie Weesgegroeten, terwijl de priester aan den voet des altaars den voorbereidings-psalm en het Confiteor bidt.
Gebeden onder de H. Mis.
Introïtus
Wees gegroet, o heilige Moeder van den Koning, die hemel en aarde beheerscht in de eeuwen der eeuwen.
O Maria, zie genadig op ons neer, en bid voor ons, gelijk gij voor ons gebeden hebt aan den voet des kruises.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Wees gegroet, o heilige Moeder van den Koning, die hemel en aarde beheerscht in de eeuwen der eeuwen.
Kyrië eleison.
Heer ontferm U onzer! (driemaal.) Christus
â io8 â
ontferm U onzer! (driemaal). Heer, ontferm U onzer! (driemaal.)
Gloria.
Glorie zij God in den allerhoogste! En vrede op aarde den menschen van goeden w,^ I Wij loven U,
Wij prijzen U,
Wij aanbidden U,
Wij verheerlijken U,
Wij danken ü om uwe groote glorie! Heer God, hemelsche Koning, God, almachtige Vader!
Heer Jezus Christus, Eengeboren Zoon, Heer God!
Lam Gods, Zoon des Vaders, Die wegneemt de zonden der wereld ont-lerm U onzer.
Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeekingen aan!
Die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer!
Want Gij alleen zijt de Heilige,
Gij alleen de Heer,
Gij alleen de Hoogste,
Jezus Christus,
Met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader!
â io9 â
Gebed.
Verleen, bidden wij U, Heer God, dat wij, uwe dienaren, ons over eene altijdurende gewondheid van ziel en lichaam verheugen mogen; en door de glorievolle tusschenkomst der zalige Maria, altijd Maagd, van onze te genwoordige droefheid bevrijd worden, en de eeuwige blijdschap genieten. Door cnzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Epistel.
Les uit het Boek der Wijsheid.
De Heer bezat mij bij den aanvang zijner wegen, voordat Hij iets maakte, van den beginne af. Ik ben van eeuwigheid verordend, van oudsher, eer de aarde werd; er waren nog geen zeeën, en ik was alreeds ontvangen; er waren nog geen waterbronnen uitgebroken; nog was het zwaar gevaarte der bergen niet ⢠gevestigd; vóór de heuvelen werd ik geboren; nog had hij het land niet gemaakt, noch de vloeden, noch de hoeken des aardbeis. Toen Hij de hemelen toebereidde, was ik daar; toen Hij de wateren naar eene bepaalde wet omwalde, toen Hij de hemelen vastmaakte daar boven en de waterbronnen afwoog; toen Hij de zee hare grenzen stelde, aan de wateren bevel gaf, dat zij niet buiten hare oevers
â no -
zouden treden; toen Hij de grondslagen des aardrijks toewoog; toen was ik bij Hem, alles werkende, en ik vermaakte mij dag aan dag aanhoudend voor Hem spelende, spelende op den aardbol; en mijne verlustiging is met de kinderen der menschen te zijn. Nu dan, kinderen, hoort naar mij: gelukkig zij, die mijne wegen bewaren 1 Hoort naar vermaning en zijt verstandig; verwerpt haar nietl Gelukkig de mensch, die naar mij hoort, en waakt aan mijne poorten, en de wacht houdt aan de posten mijner deuren. Want die mij gevonden heeft, zal leven vinden en heil verwerven van den Heer!
Graduale.
Gezegend en vereerenswaardig zijt gij, o Maagd Maria, die zonder letsel uwer maagdelijkheid de Moeder des Zaligmakers bevonden zijt.
O maagdelijke Moeder Gods, Hij, diende geheele wereld niet omvatten kan, hebt gij bij zijne menschwording in uwen schoot gedragen.
Alleluja. Alleluja.
Gelukkig zijt gij, heilige Maria, en allen lof ten hoogste waardig, omdat uit u de Zon der gerechtigheid, Christus onze God, is opgegaan. Alleluja.
Evangelie.
Evangelie volgens den H. Lucas.
In dien tijde stond Maria op, en ging met
Ill â
spoed naar de bergstreek, naar eene stad van Juda. En zij trad ir. het huis van Zacharias, en groette Elisabeth. En het geschiedde, als Elisabeth den groet van Maria hoorde, dat het kindje opsprong in haar schoot; en Elisabeth werd vervuld met den heiligen Geest; en zij riep met luider stemme uit ei; zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams! En van waar geschiedt mij dit dat de Moeder des Heeren tot mij komtl Want, zie, toen de stem van uwen groet tot mijne ooren kwam, sprong het kindje in vreugde op in mijn schoot. En zalig zijt gij, die geloofd hebt, dewijl in u zal vervuld worden, wat u van wege den Heer gezegd is. En Maria zeide: Mijne ziel verheft den Heer, en verheugd heeft zich mijn geest over God, mijn Zaligmaker!
Credo.
(Als het gebeden wordt.)
Ik geloof in eénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer Jezus Christus, den Eén-geboren Zoon Gods, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren. God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; voortgebracht, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader; door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid
is nedergedaald van de hemelen. En is vleesch
geworden door den heiligen geest uit de
Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons: onder Pontius Pi latus heeft Hij geleden, en is begraven; en Hij is ten derden dage volgens de Schriften, verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vader. En wederom zal Hij komen in glorie om te oordeelen de levenden en de dooden; aan wiens rijk geen einde zal zijn.
En in den heiligen Geest, den Heer en Levendmakenden, die uit Vader en Zoon voortkomt; die met den Vader en Zoon tezamen aangebeden en verheerlijkt wordt; die dooide Profeten gesproken heeft.
En ééne, heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en liet leven der toekomende eeuw. Amen.
Offerande.
Gedenk, o maagdelijke Moeder Gods, nu gij voor het aanschijn van den Heer staat, dat gij ten goede voor ons spreekt, en dat Hij zijne verontwaardiging van ons afwende.
Terwijl nu de priester brood en wijn aan God opdraagt, en zich ten teeken van zuivering de handen wascht, moet ook gij tiw hart
â US â
zuiveren door een oprecht berouw en u se hen geheel en al aan God opofferm. Bid daarom godvruchtig :
O Jezus, mijn Verlosser, om mijne zaligheid te bewerken, hebt Gij aan het kruis uw leven in smarten geëindigd; heb dan medelijden met mij en maak mij zalig. Duld niet, dat eene ziel, die door U ten koste van zooveel folteringen en zooveel liefde is vrijgekocht, veroordeeld worde om U eeuwig te haten in de hel. U blijft niets meer te doen over, om mij te verplichten U te beminnen. Dit hebt Gij mij te kennen willen geven, toen Gij alvorens op Calvarië te sterven, dit woord vol van de teederste liefde uitspraakt: âCon-summatum est: Het is volbracht! Maar, helaas, hoe heb ik aan uwe liefde beantwoord ? Ach ik moet bekennen, dat ik in vroeger tijd niets heb nagelaten wat u kon mishagen en verplichten mij te haten. O ik dank U, dat Gij mij met zooveel geduld hebt verdragen, en mij thans nog tijd geeft mijne ondankbaarheid te herstellen, en u te beminnen alvorens ik sterf. Ja mijn God, ik wil alles doen wat U behaagt; ik schenk U geheel mijnen wil, geheel mijne vrijheid en alles wat mij toebe-behoort. Van dit oogenbllk af breng ik U zelfs het offer mijns levens, en aanvaard den dood, dien Gij mij zult overzenden, met alle smarten en omstandigheden, die hem zullen vergezellen. Mijn Jezus, ik vereenig reeds nu dit
offer met de groote offerande uws levens, die Gij voor mij op het kruis hebt opgedrogen, en nu wederom in deze H. Mis op onbloedige wijze zult vernieuwen. Ik wil sterven om U te behagen, ik wil sterven onder het uitspreken dezer woorden; âFiat voluntas tua: Uw wil geschiede !quot;
O Maria, zoo hebt gij uw heilig leven geëindigd ; verkrijg ook mij de genade met dezelfde gevoelens uit deze wereld te mogen scheiden.
Stil gebed en Praefatie.
Door uwe goedgunstigheid, o Heer, en door de tusschenkomst der zalige Maria, altijd Maagd, moge deze offerande ons versterken tot eeuwigdurenden en tegenwoordigen voorspoed en vrede. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, y. door alle eeuwen der eeuwen. 1^. Amen.
. De Heer zij met U,
1^. En met uwen gees:.
y. Heft de harten omhoog!
ft. Wij hebben ze tot den Heer gericht. V. Brengen wij dank aan den Heer onzen God.
Pt. Dat is waardig en rechtvaardig.
â quot;5 â
Ja, waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam is het, dat: wij U altijd en overal danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God; en dat wi; U te zamen loven, zegenen en prijzen, terwijl wij de zalige Maria, altijd Maagd, vereeren, haar, die uwen Eenigge-borene door de overschaduwing des H. Gees-tes ontvangen heeft; en, terwijl de glorie der maagdelijkheid bleef, het eeuwig Licht over de wereld heeft uitgestort: Jezus Christus, onzen Heer; door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten beven; de Hemelen en der hemelen krachten, en de gelukzalige Serafijnen U met eenparig gejuich verheerlijken. Gelief, bidden wij U, met deze ook onze lofzangen aan te nemen, terwijl wij ootmoedig belijden en zeggen:
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer God der heerscharen 1 De hemelen en de aarde zijn vol van uwe glorie! Hosanna in denhooge! Gezegend Hij, die komt in den Naam des Heerenl Hosanna in den hooge!
Bij de Gedachtenis der Levenden.
Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten naam deze H. Offerande bijwonen, genadig neder, en opdat mijn gebed U te behagelijker zij, vereenig ik het met de voorbede van de on-
bevlekt ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, van de HH. Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden en alle Heiligen. Laat, hemelsche Vader, deze offerande, waarin uw Eéniggeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mij en ons allen tot eeuwig heil verstrekken.
Ik smeek U, Heer, dat Gij uwen dienaar onzen Paus, onzen Bisschop, onze herders en en zielzorgers wilt verlichten en besturen, opdat allen, die hun aanbevolen zijn, door hun woord en voorbeeld, met uwe uitverkorenen vergaderd worden.
Ik smeek U, dat Gij aan mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, tijdelijk en eeuwig welzijn wilt ver-leenen, en gewaardig U, dit mijn. gebed te verhooren.
Ik smeek U, dat Gij alle zondaren, en vooral..... tot ware boetvaardigheid wilt brengen, en al, die in zware bekoring zijn, met uwe krachtdadige genade wilt versterken en voor den val behoeden. Gelief ook. Heer, alle dwalenden en afvalligen, vooral in ons vaderland, gelief alle ongeloovigen tot de kennis van het ware geloof te roepen en te geleiden. Gedenk, hemelsche Vader, dat uw Ãéngeboren Zoon Jezus Christus ook voor hen allen den bitteren kruisdood heeft uitgestaan, en verhoor ons om zijne oneindige verdienste, Gij
die den dood des zondaars niet wilt, maat dat hij zich bekeere en leve. Amen.
Consecratie.
Aanbid eerbiedig uwen Jezus, die uit liefde voor u zich hier onder de gedaante van brood en wijn tegenwoordig stelt, en verzucht met het grootste vertrouwen:
Bij de opheffing der H. Hostie:
Mijn God, ter liefde van dien Jezus, uwen Zoon, vergeef mij mijne zonden, en schenk mij de heilige volharding!
Bij de opheffing van den Kelk:
Mijn God, ik smeek u bij het Bloed van Jezus Christus, geef mij uwe liefde en de genade van een zaligen dood!
Gedachtenis der Overledenen.
O God van liefde. Vader van onzen Heer Jezus Christus, aanschouw heden op dit altaar het onbloedig Offer van het Lichaam en Bloed van uwen Zoon. Het vertegenwoordigt zijn smartvol doods- en lijdensoffer, dat Hij, als Hoogepriester, door het storten van al zijn bloed opdroeg, toen Hij, van zijne kleederen beroofd, op het kruis was vastgenageld, en na een doodsstrijd van drie uren, met smaad en spot overladen en met gal en edik gelaafd, zijne ziel in uwe handen gaf en U aldus gehoorzaam was tot den dood. Ten
â ii8 â
aanzien van dit slachtoffer van aangenamen geur, quot;bidden wij U, open het innigste uwer barmhartigheid ten gunste der geloovige zielen, en verlos haar van de ketenen, die haar weerhouden, en beletten ten hemel op te vliegen, om U daar met eene volmaakte liefde te loven en te beminnen.
Met de smarten van uwen goddelijken Zoon offer ik U ook het lijden zijner gezegende Moeder op, die aan den voet van Jezus'kruis in haar hart gekruisigd werd. De lans, die de zijde en het hart van uwen en haren Zoon opende, doorboorde de ziel van Maria, zooals Simeon dit voorspeld had, en maakte haar de Koningin der martelaren. Aanschouw dan, o hemelsche Vader, aanschouw het mismaakte aanschijn van uwen Zoon op het kruis, en het gekruisigde hart zijner Moeder aan den voet van datzelfde kruis; en verleen door de verdiensten van al de smarten, door dien Zoon en die Moeder doorstaan, rust en vrede aan de zielen des vagevuurs.
Pater Noster.
Verbeeld u hier ie zien, hoe de leerlingen tot Christus komen en Hem zeggen: Heer, leer ons bidden! â En hoe Christus hun antwoordt: Zoo dan zult gij bidden; (En bid nu godvruchtig met Christus mede, alsof gij Hem woord voor woord nazeidet:)
â lig â
Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw Naam;
Ons toekome uw rijk;
Uw wil geschiede op aarde als in den hemel;
Geef ons heden ons dagelijksch brood;
En vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren;
En leid ons niet in bekoring;
Maar verlos ons van den kwade. Amen.
Zoo gij onder of na deze H. Mis het geluk hebt te communiceeren, bereid u dan nader daartoe voor door de Communie-gebeden, die hier achter zegeven zijn. Zoo niet, ga dan biddend met den priester door:
Agnus Dei.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer 1
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzerl
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede!
Geestelijke Communie.
Zeg driemaal:
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak; maar spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond wórden.
Verzucht daarop met een levendig verlangen:
O mijn Jezus, ik geloof, dat Gij in het H.
Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U boven al, en ik verlang U in mijne ziel te ontvangen. Maar dewijl ik dit thans niet 'werkelijk doen kan, zoo smeek ik U, kom ten minste op eene geestelijk wijze in mijn hart. Zie, ik omhels U, als hadde ik U reeds werkelijk ontvangen, en ik vereenig mij geheel en al met U; laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.
Smeek dan godvruchtig met den Priester:
Het Lichaam van onzen Heer Jezus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Communie.
Hoogwaardigste Vorstin der wereld, Maria, eeuwige Maagd, zorg door uw tusschenkomst voor onzen vrede en ons heil, gij, die Christus den Heer, den Zaligmaker van allen gebaard hebt.
postcommunie.
Nu wij, o Heer, het onderpand onzer zaligheid ontvangen hebben, bidden wij U, dat wij overal bewaard mogen worden door de bescherming der zalige Maria, altijd Maagd, te wier eere wij dit offer aan uwe Majesteit hebben opgedragen. Door onzen Heer, Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
121
Bij den Zegen.
Ons zegene de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Begin van het heilig Evangelie naar den l\. Joannes.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door het Woord gemaakt, en zonder Hem is niets gemaakt, wat gemaakt is. In Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen, en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was, dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan, doch zoovelen Hem aannamen, hun gaf Hij de macht om kinderen Gods te worden, hun, die in zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben
6
zijne glorie gezien, eene glorie als des Ãéngeborenen van den Vader, vol genade en waarheid.
R. God zij dank.
S.1quot;
GEBEDEN
VÃÃR EN NA DE BIECHT.
Om des te zekerder de genaden, waarvoor gij deze bedevaart ondernomen hebt, te verwerven, moet gij zorgen, dat uw hart zuiver en rein is van alle vrijwillige zonden. Want op wien zal Maria met meer liefde nederzien dan op hem, die met haren goddelijken Zoon in vriendschap is? Spreek dus, zoo noodig, eene rouwmoedige en oprechte biecht, en nader dan met een gezuiverd hart tot de Tafel des Heer en.
VÃÃR DE BIECHT.
Bid eerst tot 0. L. Vrouw in 7 Zand om de genade eener oprechte bekeering. Ziebladz 73.
Onderzoek vervolgens uw geweten.
Verwek daarna nog meer met het hart dan met de lippen de volgende akte van berouw:
God van oneindige majesteit, ziehier aan uwe voeten den verrader, die U nogmaals beleedigd heeft, maar U thans zoo nederig
â 123 â
mogelijk om vergiffenis smeekt. Heer, verstoot mij niet! Een verbrijzeld en verootmoedigd hart kunt Gij niet versmaden. Ik dank U, dat Gij mij tot nu toe gewacht hebt, en mij niet in de zonde hebt doen sterven, om mij dan, zooals ik verdiende, in de hel te werpen. Dit geduld, dat Gij met mij hebt willen hebben, o mijn God, doet mij hopen, dat Gij mij, uit kracht van de verdiensten van Jezus Christus, in deze biecht al de zonden tegen U gepleegd zult vergeven. Ik heb er berouw over, zij doen mij leed, omdat ik daardoor de hel verdiend en den hemel verloren heb; maar vooral zijn zij mij uit den grond mijns harten leed, omdat ik U, die de oneindige Goedheid zelve zijt, daardoor bedroefd heb. Ja, ik bemin U, mijn opperste Goed, en omdat ik U bemin, heb ik berouw over al de beleedigingen, die ik U heb aangedaan. Ik heb U den rug toegekeerd, ben te kort gekomen in den U ver-schuldigden eerbied, heb uwe genade, uwe vriendschap veracht; in één woord, ik heb U vrijwillig verloren! Ach, ter liefde van Jezus Christus vergeef mij al mijne zonden, ik ben er van ganscher harte bedroefd over, ik haat ze, ik verzaak ze, ik verafschuw ze meer dan alle ander kwaad. Ik betreur niet alleen de doodzonden, maar ook de dagelijksche zonden, omdat ook deze U mishagen. Ik maak het vaste voornemen, in het vervolg met de hulp uwer goddelijke genade, U niet meer
â 124 â
vrijwillig te beleedigen. Ja, mijn God, liever sterven dan nog te zondigen!
O Maria, mijne Moeder, laat ik nu een goede biecht spreken!
NA DE BIECHT.
I^l^ijn dierbare Jezus, hoeveel ben ik U thans verschuldigd 1 Dank aan de verdiensten van uw Bloed, koester ik het vertrouwen, dat ik nu de vergiffenis mijner zonden verkregen heb. Ik dank U daarvoor uit den grond mijns harten; en ik hoop in den hemel uwe barmhartigheid voor eeuwig te loven. Mijn God, heb ik U tot nu toe zoo dikwijls verloren, in het vervolg wil ik U niet meer verliezen; ik ben besloten oprecht van leven te veranderen. Gij verdient al mijne liefde; ik wil U nu voor goed gaan beminnen; ik wil mij niet meer van U scheiden. Ik heb het U reeds beloofd, en op dit oogenblik beloof ik U opnieuw, liever te sterven dan U nog te beleedigen. Ik verplicht mij de gelegenheid van zonde te vluchten, en dit middel te gebruiken..... (Noem het hier bepaaldelijk) om
niet meer te hervallen. Maar, mijn Jezus, Gij kent mijne zwakheid; geef mij dan de genade U getrouw te blijven tot den dood, en in al mijne bekoringen tot U mijne toevlucht te nemen.
Allerheiligste Maagd Maria, sta mij bij; gij
â 125 â
zijt de Moeder der volharding, al mijne hoop is op u gevestigd.
Bid hierna tot O. L. Vrouw in 't Zand het gebed om sterkte in de bekoringen, bladz. 75, of om de genade der volharding, bladz. 97.
GEBEDEN
VÃÃR EN NA DE H. COMMUNIE
't Is eene godvruchtige gewoonte der pelgrims, in de Genadekapel tot de H. Tafel te naderen. Dit is niet alleen zeer nuttig om den goeden geest, de ingetogenheid en de liefde Gods in de dagen der bedevaart te bewaren en te bevorderen : maar ook is het een der krachtdadigste middelen om het doel der bedevaart, het verkrijgen van zeer vele gunsten ie verzekeren. Wanneer toch zal Maria liever voor ons bidden, dan als zij ons zoo nauw mogelijk met haren goddelijken Zoon vereenigd ziet? En wanneer zal fezus, de Zoon van Maria, meer geneigd zijn ons genaden ie schenken, dan wanneer wij, om zijne Moeder te eer en, in haar Genadeoord ioi de H. Communie naderen?
Doe daarom uw uiterste best, zoo godvruchtig mogeljk Ons Heer in uw hart te ontvangen. Bid daarom langzaam en met aandacht de vol-
gende verzuchtingen. Houd van tijd tot tijd een oogenblik op, om na te denken, en laat het hurt nog meer spreken dan den mond.
GEBED TOT ONZE LIEVE VROUW IN 'T ZAND, OM WAARDIG TE COMMUNICEEREN.
Onze Lieve Vrouw in 'tZand, tot u neem ik mijne toevlucht en smeek u, mijn hart tot eene waardige woonplaats voor uwen godde-lijken Zoon te willen bereiden. Alhoewel ik mijne zonden gebiecht heb en ze mij leed doen, gevoel ik mij echter geheel en al onwaardig, den Koning van hemel en aardein mijn hart, dat nog zoo vol van bedorvene neigingen is, te ontvangen. O allerliefste Moeder, verrijk de armzalige woning mijns harten met uwe deugden; verrijk mijne ziel met uw ootmoedigheid, zuiverheid, nederigheid en geduld, opdat mijn hart een heilig tabernakel worde voor mijn Jezus. Ik hoop, o genadevolle Moeder, dat gij mij deze gunst zult bewijzen, dewijl ik deze H. Communie ter uwer eer wil opofferen. Amen.
O allerreinste Maagd Maria, ik bid u door de volmaakste onschuld,waarmede gij den Zoon Gods eene welbehagelijke woonplaats in uwen maagdelijken schoot bereid hebt, dat ik door uwe voorbede van alle zondenvlekken gezuiverd worde. Amen.
O Maria, ik bid u om uwe diepe nederig-
â 127 â
heid, waardoor gij verdiend hebt boven alle Engelen en Heiligen verheven te worden, dat gij u gewaardigt mijn hoogmoedig hart met een diepe nederigheid voor de allerhoogste Majesteit te vervullen, en mij door uwe voorbede de kracht verwerft om de deugd van ootmoedigheid voortaan standvastig te be; oefenen. Amen.
O Maria, ik bid u door uwe brandende liefde, die u onafgebroken met God vereenigd heeft, dat door uwe voorspraak, ook mijn hart met eene vlammende liefde tot Jezus vervuld en daardoor met Jezus vereenigd worde. Amen.
VERZUCHTING TOT JEZUS.
vóór de H Communie.
Akten van Geloof, Hoop en Liefde.
Mijn welbeminde Jezus, ware Zoon van God die eens voor mij in een zee van smaad en smart aan het kruis gestorven zijt, ik geloof vastelijk, dat Gij in het H. Sacrament tegenwoordig zijt, en ik ben bereid voor dit geloofspunt mijn leven te geven.
Mijn dierbare Verlosser, nu Gij dezen morgen tot mij zult komen, hoop ik van uwe goedheid en door de verdiensten van uw bloed, dat Gij mij door uwe heilige liefde zult ontvlammen en alle genaden zult schenken, die mij noodig zijn om U gehoorzaam en getrouw te blijven tot aan mijn dood.
128
O mijn God, ware en eenige Minnaar mijner ziel, wat kondet Gü nog meer doen om mij te verplichten U lief te hebben? Voor mij te sterven, o mijne Lief le, was U niet genoeg; Gij hebt daarenboven nog het H, Sacrament willen instellen, mijne spijze willen worden, om U geheel aan mij ie geven, en alzoo U volkomen te hechten en te vereenigen met een zoo onwaardig en ondankbaar schepsel als ik ben! En Gij zelt noodigt mij nu uit, U te ontvangen! Ja Gij verlangt zoo vurig, dat ik tot U kome! O eindelooze liefde I Een God â zich wegschenken â aan mij! â Mijn God, oneindig beminnelijke God, eene oneindige liefde waardig, ik bemin U boven alles; ik bemin U van ganscher harte; ik bemin U meer dan mij zeiven, meer dan mijn leven; ik bemin U, omdat Gij het verdient, en ook om U te behagen, wijl Gij zooveel hecht aan mijne liefde. â Weg dan uit mijne ziel, gij aardsche genegenheden! â Aan U alleen, mijn Jezus, mijn Schat en mijn Al, aan U alleen wil ik al mijne liefde wijden. Gij geeft U heden geheel aan mii, en ik geef mij geheel aan U. Duld, dat ik U liefhebbe; want ik verlang niets anders dan U, ik wil niets dan wat U behagelijk is. Ja ik bemin U, o mijn Verlosser, en ik vereenig mijne armzalige liefde met die, welke U toedragen alle Engelen, Heiligen, uwe verheven Moeder Maria en uw eeuwige Vader.
129
Ach, mocht ik U door de geheele wereld bemind zien! Kon ik U maar doen beminnen door alle menschen, en doen beminnen zooveel Gij verdient 1
Akten van Nederigheid, Berouw m Verlangen.
Zie, o mijn Jezus, reeds maak ik mij gereed mij met uw heilig Vleesch te voeden. Ach mijn God, wie ben ik? En wie zijt Gij? Gij zijt een Heer van oneindige goedheid; en ik, onreine worm der aarde, geheel besmeurd met zonden, ik heb U zoo dikwijls uit mijn ziel verjaagd 1 Domine, non sum dignus: Heer, ik ben zelfs niet waardig in uw tegenwoordigheid te blijven; ik zou in de hel moeten branden, voor eeuwig van U verwijderd en verlaten. Maar Gij zijt zoo goed, dat Gij mij nog uitnoodigt U te ontvangen; zie, ik nader dan tot U; ik nader geheel vernederd en verlegen, om de tallooze malen, dat ik U verdriet heb gedaan, maar toch vol vertrouwen op uwe goedheid en liefde. O mijn beminnelijke Verlosser, hoezeer betreur ik het, dat ik U vroeger zooveel beleedigd heb; Gij zijt zoo ver gegaan, dat Gij zelfs uw leven voor mij ten offer hebt gebracht, en ik, ik heb zoo dikwijls uwe genade en uwe liefde versmaad, en aan het niet de voorkeur gegeven boven U! Ach, nu spijt mij dit van gan-scher harte; al de zonden, groote en kleinere,
â
â i30 â
die ik ooit bedreven heb, betreur ik boven alle kwaad, omdat ik U daardoor beleedigd heb, U, die de oneindige Goedheid zelve zijt. Ik vertrouw, dat Gij nüj reeds alles vergeven hebt; maar mocht dit nog niet geschied zijn, o mijn Jezus, vergeef mij dan nu, alvorens ik tot U nader. Ach, toef niet langer mij in genade op te nemen, omdat Gij binnen weinige oogenblikken in mijne ziel wilt komen wonen.
Kom dan, mijn Jezus, kom in mijne ziel; zij verzucht naar UI O mijn eenige Schat, mijn Leven, mijne Liefde, mijn Al, ik zou U heden willen ontvangen met zooveel liefde als de heiligste zielen, ja met denzelfden liefdegloed als waarmede uwe heilige Moeder U ontving.
O allerzaligste Maagd Maria, mijne Moeder, ik vereenig mijne Communie met uwe heilige Communiën. Geef gij zelve mij uwen godde-lijken Zoon; uit uwe handen wensch ik Hem te ontvangen. Zeg Hem, dat ik uw dienaar ben; dan zal Hij mij, als Hij tot mij komt, met nog grooter liefde aan zijn Hart drukken.
Na de H. Communie.
Akte van Dankbaarheid.
Gij zijt dan gekomen, o mijn Jezus, Gij zelf zijt dan tot mij gekomen; reeds zetelt Gij in mijn binnenste en behoort nu geheel
â 131 â
en al aan mij toe! O wees welkom, mijn teeder beminde Verlosser! Ik aanbid U en werp mij aan uwe voeten neder; maar ook ik omhels U, en druk U aan mijn hart, en dank U, dat Gij U gewaardigd hebt in mij neder te dalen. â O Maria! O mijne heilige Patronen! O mijn heilige Engelbewaarder, bedankt God voor mij!
Mijn goddelijke Koning, daar Gij mij thans met zooveel liefde zijt komen bezoeken, schenk ik U mijn wil, mijne vrijheid en geheel mij zei ven. Gij hebt TJ geheel aan mij gegeven: ik geef mij geheel aan U; ik wil mij zei ven niet meer toebehooren; voortaan wil ik zonder voorbehoud de uwe zijn. Al wat ik bezit, mijne ziel, mijn lichaam, mijne vermogens, mijne zintuigen, alles moet aan U zijn, opdat alles slechts diene om U te eeren en te behagen. U wijd ik al mijne gedachten, al mijne verlangens, al mijne genegenheden, gansch mijn leven toe. Al te veel heb ik U reeds beleedigd, mijn Jezus; vast ben ik besloten geheel mijn overigen levenstijd te gebruiken om U te beminnen, die mij zoozeer bemind hebt.
Aanvaard, o God'mijner ziel, aanvaard het offer, dat U wordt opgedragen door een armen zondaar, die niets anders verlangt dan U te beminnen en U welgevallig te zijn. Beschik over mij en al het mijne volgens uw welbehagen. Moge het vuur uwer liefde
â i32 â
alles, wat U in mij niet behaagt, verteren, opdat ik geheel de uwe zij, en slechts leve om U in alles te voldoen.
Akte van Smeeking.
Ik vraag U geen aardsche goederen, o mijn Jezus, geen genoegens, geen eer dezer wereld; mSar geef mij, smeek ik U door de verdiensten van uw lijden, geef mij een voortdurend berouw over mijne zonden. Verlicht mij met uw goddelijk licht, opdat ik moge inzien, hoe nietig en verachtenswaardig de vermaken dezer wereld zijn, en hoezeer Gij verdient bemind te worden. Maak mij los van alle aardsche gehechtheid, en bind mij geheel aan uwe heilige liefde, opdat mijn hart voortaan niets wensche, niets verlange dan wat volgens uw wil is. Geef mij geduld en gelatenheid in ziekte, in armoede en in alles wat mijn eigenliefde tegenwerkt. Geef mij zachtmoedigheid jegens allen, die mij versmaden. Geef mij een zaligen dood. Geef mij uwe liefde. Maar vooral geef mij de volharding in uwe genade tot het einde; laat niet toe, dat ik van U gescheiden w orde: Jesu dulcis-sime, ne permittas me separari a te. Ook vraag ik U nog de genade, altijd tot U mijne toevlucht te nemen, en uwe hulp, o mijn Jezus, in te roepen in al mijne bekoringen; en nog eens smeek ik U om de gunst der heilige volharding.
â 133 â
O eeuwige Vader, Jezus uw goddelijke Zoon heeft mij beloofd: âZoo gij den Vader iets in mijnen naam zult vragen, Hij zal het u geven.quot; In den naam dan en door de verdiensten van dien Jezus, uwen welbeminden Zoon, vraag ik U om uwe liefde en om de heilige volharding, opdat ik eenmaal in den hemel moge komen, om U daar uit al mijne krachten te beminnen, en eeuwig uwe barmhartigheid te bezingen, zonder vrees van nog ooit van U gescheiden te worden.
O Maria, mijne heilige Moeder, mijne zoete hoop, verkrijg mij door uwe tusschenkomst die genaden, welke ik zoo vurig verlang; verwerf mij ook de gunst, dat ik u, o mijne Koningin, veel beminne, en mij altijd, in al mijne noodwendigheden aan u aanbevele. Amen.
Bid hierna volgens uwe bijzondere behoeften, een of ander der hiervoor staahde gebeden tot Onze Lieve Vrouw in 't Zand.
â 134 â
Gebeden onder het Lof.
TOT JEZUS
IN HET
H. SACRAMENT.
Venitc ad Mc om nes qui labor ut is et onerati est is, et Rgo reficiavi vos.' Matth. XI. 28.
Komt tot Mij allen, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.
:.ii'd iiisteren wij naar Jezus Christus, die van het kruis, waarop Hij genageld is, en van het altaar, waarop Hij in zijn heilig Sacrament rust, ons, arme en ongelukkige zondaars, roept om ons te troosten en ons door zijne genade te verrijken. O wat zijn het lijden van Jezus en het heilig Sacrament des altaars voor ons twee groote geheimen van hoop en liefde! Wonderbare geheimen, die ongelooflijk zouden zijn, indien het geloof er ons de waarheid niet van verzekerde. Een God wil al zijn bloed tot den laatsten druppel vergieten; â dit toch wordt aangeduid door het woord âzal vergoten wordenquot; in de schriftuurplaats: âDit is mijn bloed des Nieuwen Testaments,
â i35 â
dat voor velen zal vergoten worden.quot; En waarom zal het vergoten worden? Om onze zondenschuld te betalen! Daarenboven heeft Hij datzelfde lichaam, eens aan het kruis voor onze zaligheid geslachtofferd, tot spijs onzer zielen willen achterlaten. Deze twee verheven geheimen moesten de versteendste harten vermurwen en de meest wanhopende zondaren bemoedigen. In één woord, de Apostel verklaart ons, dat wij in Jezus Christus met alle goederen verrijkt zijn geworden, zoodat ons geen enkele genade ontbreekt. Wij behoeven God maar te smeeken, dat Hij ons de gaven zijner barmhartigheid mede-deele, want Hij is rijk aan genaden voor allen, die Hem bidden, gelijk dezelfde Apostel het ons verzekert.
Indien ik dan reden zou hebben van te wanhopen, o mijn Verlosserl aan de kwijtschelding mijner zonden, om de beleedigin-gen, die ik U aangedaan, en om de trouwloosheden jegens U, waaraan ik mij schuldig gemaakt heb, veel meer redenen heb ik nog om op uwe goedheid te vertrouwen. O mijn Vader, als een ondankbare zoon heb ik U verlaten, doch nu werp ik mij voor uwe voeten neder, en getroffen door de vele barmhartigheden, welke Gij mij geschonken hebt, roep ik diep verootmoedigd U toe: âVader! ik ben niet waardig uw zoon genoemd te worden.quot; Gij hebt verklaard, dat er vreugde is in den
â 136 â
hemel, wanneer een zondaar zich bekeert. Welnu, ik verzaak aan alles, en ik keer terug tot U, o mijn gekruisigde Vader 1 Uit den grond mijns harten is het mij leed, dat ik den eerbied voor U verloren heb, door U den rug toe te keeren. Neem mij opnieuw in uwe genade aan, en ontvlam mij door uwe heilige liefde, opdat ik U nimmer meer verlate. Gij hebt gezegd; âIk ben gekomen, opdat zij het leven hebben en overvloedig-lijk hebben.quot; Ik hoop derhalve van U niet alleen de genade te herkrijgen, welke ik bezat, voordat ik U beleedigde, maar zelfs eene nog overvloediger genade, welke mijn hart van liefde tot U doe gloeien. O konde ik U beminnen, mijn God, gelijk Gij het verdient. Ik bemin U bovenal, ik bemin U meer dan mij zeiven, ik bemin U uit gansch mijn hart en ik verlang naar den hemel, om U daar voor eeuwig te kunnen beminnen. Wat heb ik in den hemel en wat begeer ik buiten U op aarde, o God mijns harten en mijn aandeel in eeuwigheid? O God van mijn hart, neem bezit, en bewaar het eigendom van geheel mijn hart, en doof in mij uit elke neiging, welke niet voor U is. Gij zijt mijn eenige schat, mijn eenige liefde! Ik begeer ü alleen, en verder niets. O Maria, mijne hoop 1 trek mij door uwe gebeden geheel tot God. Amen.
Geestelijke Communie, zie bladz. 119.
â 137 â
Bid hierna een of ayider der hiervoor staande gebeden tot de allerheiligste Maagd, overeen-komstig uwe behoeften.
GEBED TOT DEN H JOZEF, OM DRIE BIJZONDERE GENADEN TE VERKRIJGEN.
Ililleilige patriarch en machtige voorspreker, heilige Jozef, met het grootste vertrouwen op uwe macht en goedheid, kom ik u drie bijzondere genaden vragen, te weten; de vergiffenis mijner zonden, de liefde tot Jezus en een zaligen dood. â Indien een zondaar het Hart van Jezus om vergiffenis had gesmeekt, toen die Jezus op aarde met u in uw huis woonde, zou hij dan wel betere voorspraak hebben kunnen inroepen dan de uwe? Welnu, ik verlang mij met God te verzoenen, ik neem dan tot u mijne toevlucht, o groote Heilige! Want zijt gij nu in den hemel nog niet meer bemind door het Hart van Jezus, dan toen gij op aarde leefdet ? â Ik vraag u daarenboven de liefde tot Jezus; ik ben er van overtuigd, dat de voortreffelijkste genade, die gij uwen dienaar verwerft, eene teedere liefde tot Jezus is; gij geniet dit voorrecht ter belooning van de onbegrijpelijke liefde, welke gij hier op aarde voor Jezus hebt gehad. â Ik smeek u eindelijk om een zaligen dood. Iedereen beschouwt u als den patroon van den goeden dood, omdat gij het geluk hebt
genoten, in de armen van Jezus en Maria te sterven; omdat ik u vereer, vertrouw ik, dat gij met Hen zult komen, om mij in mijne laatste oogenblikken bij te staan. O mijne machtige beschermer 1 ik heb door mijne zonden een rampzaligen dood verdiend; maar als gij mij verdedigt, kan ik niet verloren gaan; gij waart niet slechts een boezemvriend van mijn Rechter, maar zelfs zijn bewaarder, zijn voedstervader; beveel mij aan Jezus, die u zoo teeder bemint, en ik zal zalig wezen. â O heilige Maagd, door de liefde, welke gij uw buidegom Jozef toedraagt, sta mij bij in mijne laatste oogenblikken. Amen.
GEBEDEN TOT DEN H. ALPHONSUS MARIA, OM DE GENADEN TER ZALIGHEID NOODIG, TE VERWERVEN.
allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verkrijg mij een levendig geloof in alles, wat de H. Roomsche Kerk mij leert, en tevens het goddelijk licht, dat mij de ijdelheden der aardsche goederen en de snoodheid mijner
zonden leere kennen. Eere zij den Vader.....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verwerf mij eene vaste hoop, door de verdiensten van Jezus Christus en door Maria's
â 139 â
en uwe voorspraak, van God te verwerven de vergiffenis mijner zonden, de volharding tot het einde toe en het hemelsch Paradijs. Eere zij den Vader......
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verkrijg mij eene vurige liefde tot God, die mij onthechte van al het geschapene en van mij zei ven, om Hem alleen te beminnen en alles te doen tot zijne meerdere eer. Eere zij den Vader....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verwerf mij eene volmaakte onderwerping aan den goddelijken wil, opdat ik alle smarten, verachting, vervolging, het verlies van fortuin, van goeden naam of van bloedverwanten en eindelijk den dood vreedzaam aanneme. Eere zij den Vader....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verkrijg mij eene groote droefheid over mijne zonden, die mij het misnoegen mijnen Heer aangedaan altijd doe beweenen. Eere zij den Vader....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verwerf mij eene werkdadige liefde tot mijn evennaaste, die mij bewege wel te doen zelfs aan hen, die mij beleedigd hebben. Eere zij den Vader.....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verkrijg mij de heilige zuiverheid, en de hulp om de oneerbare bekoringen te wederstaan.
â 140 â
door de HH. Namen van Jezus en Maria
aan te roepen. Eere zij den Vader.....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verwerf mij eene teedere godsvrucht tot het lijden van Jezus Christus, tot het allerheiligste Sacrament des Altaars en tot mijne lieve
Moeder Maria. Eere zij den Vader.....
O allerijverigste Leeraar, H. Alphonsus, verkrijg mij bovenal de volharding tot het einde toe, en de genade altijd daarom te bidden, vooral tijdens de bekoring en in het
uur van mijnen dood. Eere zij den Vader.....
,V. Bid voor ons, H. Alphonsus Maria, Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LATEN WIJ BIDDEN.
O God, die door den H. Alphonsus Maria, uwen van zielenijver ontstoken Belijder en Bisschop, uwe Kerk met een nieuw geslacht verrijkt hebt, wij smeeken dat wij, door zijne heilzame vermaningen ondervrezen en door zijne voorbeelden gesterkt, gelukkiglijk tot U mogen geraken. Door Christus onzen Heer. I\,. Amen.
â 141 â
Zoo de tijd het toelaat, bid dan zoo godvruchtig mogelijk de volgende schietgebeden:
â¢, 9tGod' mijn opperste, goed! ach, of ik U altijd bemind hadde!
Mijn God! ik verfoei den tijd, waarop ik U niet beminde.
Hoe heb ik zoo lang zonder uwe liefde kunnen levenf
En Gij, o mijn God! hoe hebt Gij mij zoo lang kunnen verdragen 1
Mijn God! ik bedank U voor zulke lijdzaamheid.
Nu wil ik U altijd beminnen.
Mijn God, ruk mij liever uit het leven, dan toe te laten, dat ik zou ophouden, U te beminnen.
De genade, die ik vraag, is, U altijd te beminnen.
Met uwe liefde zal ik gelukkig zijn.
- 142 â
TANTUM ERGO.
Mfantum ergo Sacramentum 'y' Veneremur cernui;
Et antiquum documentum
Novo cedat ritui;
Frastet fides supplementum Sensuum defectui.
Genitori Genitoquc Laus et jubilatio,
Saius, honor, virtus quoque,
Sit ei benedictio.
Procedenti ab utroquc Compar sit laudatio.
Amen.
Hf. Panetn de ccelo prcestitisti eis,
Omne delectamentum in se habentem.
Oremus.
Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuce memoriam reliquhti; tribue qua-sumus, ita nos corporis et sanguinis tui sacra my ster li venerari, ut redemptionis tuce fructum in nabis jugiter senliamus. Qui vivis et regnas in sacula sceculorum. Amen.
â 143 â
TANTUM ERGO.
^Eieren wij dan diep gebogen
Een zoo heilig Sacrament; De oude schaduw is vervlogen,
In dit nieuw Geheim volend; Wat de zinnen niet vermogen,
't Worde door 't geloof gekend. Lof den Vader, ongeboren.
En zijn Eéngeboren Zoon,
Lof van alle jubelkoren
Zij, met dank en zegentoon.
Beider Geest als Hun beschoren Op hun éénen glorietroon.
Amen.
V. Brood uit den hemel hebt Gij hun gegeven,
ty. Dat alle geneugte in zich bevat.
Laat ons bidden.
O God, die ons onder het wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten; verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
â 144
Litanie der Allerheiligste Maagd.
Kyrie, e leis on.
Christe, eleison.
Kyrie, eleison.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de coslis Deus, miserere nobis
Fili, Redemptor mundi Deus, miserere nobis.
Spiritus Sancte Deus, miserere nobis.
Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, ora pro nobis.
Sancta Dei Genitrix,
Sancta Virgo virginum.
Mater Christi,
Mater divina gratia, ^
Mater purissitna, amp;
Mater castissima, ^
Alater inviolata, ^
Mater intemerata, §
Mater amabilis,
Mater admirnbilis.
Mater Creator is,
Mater Salvatoris,
Virgo prudentissima,
Virgo veneranda,
Virgo prcedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens.
â '45 â
Litanie der Allerheiligste Maagi gt;.
Heer ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der werehl.ontfermUonzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Moeder .van Christus,
Moeder der goddelijke genade.
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschonden Moeder, £)
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder, o
Wonderbare Moeder, °
Moeder des Scheppers, o
Moeder des Zaligmakers, m
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
7
â 146 â
Virgo fiddis, or a pro nobis.
Speculum justitia,
Sedes sapieniice,
Causa nostrce latitm,
Vas spiriiuale,
Vas honorabile,
Vas insigne devoiionis,
Rosa mystica,
Turris Davidica,
Turris eburnea,
Domus aurea.
Foederis area, O
Janua eceli. ft
Stella maiutina,
Salus infirmorum, ^
Refugium peccatorum, g
Consolatrix afflictorum, g:
Auxiliutn Chrisiianorum,
Regina Angelorum,
Regina Fair tare har urn,
Regina Frophetarum,
Regina Apostolorum
Regina Mariyrum,
Regina Confessorum,
Regina Virginum,
Regina Sanctorum omnium,
Regina sine labe originali concepia,
Regina Sacratissimi Rosarii,
Agnus Dei, qui iollis peccata mundi, parce
nobis, Domine.
Agnus Dei, etc, exaudi nos, Domine.
â 147 â
Getrouwe Maagd, bid voor ons.
Spiegel der gerechtigheid,
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Uitstekend vat van godsvrucht, Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis.
Ark der Verbonds, W
Deur des hemels,
Morgenster, ^
Behoud der kranken, g
Toevlucht der zondaren, o
Troosteres der bedrukten, «
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen.
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer,
Lam Gods, enz. verhoor ons. Heer.
â 148 â
Agnus Dei, ect. miserere nobis.
Christc, audi nos.
Chrisie, exaudi nos,
Ant. Sub tuum prcesidium confugimus, set net a Dei Genitrix, nostras deprecaiiones 11 e despi-cias in nece'ssitatibus 710 sir is. sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta.
yi. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix,
I^. Utdigniefficiamurpromissionibus Christi.
OREMUS.
Concede nos f amnios tuos, qucrsumus, Doniine De7is, perpetua mentis et corporis sanitate gander e, et gloriosa heat a Maria semper Virginis intercessione, a prcesenti liberari trislitia et (r.terna perfrui laiitia. Per Christum Donti-num nostrum.
Pij. Amen.
MAGNIFICAT.
Magnificat anima mea Dominum.
Et exsultavit spiritus mens in Deo salutari meo.
Quia resp exit humilitatem ancillce sua; ecce enim ex hoc beatam me diceni onines gene-rationes.
â 149 â
Lam Gods, enz. ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.
Sf. Bid voor ons, o H. Moeder Gods,
Ij,. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
laat on;; hidden.
Wij bidden U, o Heer onze God, geef dat wij, uwe dienaren, eene altijddurende gezondheid naar ziel en lichaam mogen genieten, en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid bevrijd, tot de eeuwige vreugde mogen geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
LOFZANG VAN MARIA.
Hoog verheft mijne ziel den Heer.
En gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Heiligmaker.
Omdat Hij heeft neergezien op de nederigheid zijner dienstmaagd; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
â is® â
Quia fecit mihi tnagna qui potens est, et sanctum nomen ejus.
Et misericordia ejus a progenie in progenies, timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo; dispersit superbes men te cordis sui.
Deposuit potentes de sede, et exaltavit hu-miles.
Esurientes implevit bonis, et divites dimisit inanes.
Suscepit Iradpuerum suum, recordatus tnise-ricordia suce.
Sicut locutus est ad patres nostras, Abraham, et semini ejus in sacula.
Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sane to y
Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in sacula smulorum. Amen.
O SANCTISSIMA.
O Sanctissima! O Piissima! Dulcis Virgo Maria'. Mater amatal Intemerata! Or a po nobis'.
â IS1 â
Want groote dingen heeft Hij aan mij gedaan, Hij die machtig is, en heilig is zijn naam.
En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, voor die Hem vreezen.
Kracht heeft Hij uitgeoefend door zijn arm, verstrooid heeft Hij degenen, die trotsch in den waan huns harten zijn.
Machtigen heeft Hij van den troon gestoo-ten, en nederigen heeft Hij verheven.
De hongerigen met goederen overladen, en rijken ledig weggezonden.
Israël, zijn dienstknecht is Hij te hulp gekomen, indachtig zijne ontferming;
Gelijk Hij gesproken heeft onze vaderen, met Abraham en met zijn zaad in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest,
Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
O GIJ HEILIGSTE.
O Gij Heiligste! O Godvreezendste 1 Zoete Jonkvrouw Maria! Moeder der liefdel Maagd zonder vlekke! Bid voor ons, o Moeder!
â I52 â
LOFZANG »Te Deum.quot;
Eene gepaste dankzegging na de H. Communie, bij het sluiten eener Novene, en aan het einde der bedevaart.
U, o God, loven wij, U, Heer, belijden wij. U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde. U roepen alle Engelen, U de hemelen en alle machten,
U de Cherubijnen en Sarafijnen met eenparige stemmen, onophoudelijk toe:
Heilig, heilig, heilig is de Heer, God der legerscharen.
Vol zijn de hemelen en de aarde van de majesteit uwer glorie.
U looft het glorierijke koor der apostelen, U de lofwaardige schaar der profeten, U liet schitterend heir der martelaren. U belijdt over de gansche aarde de heilige Kerk;
Den Vader van onmetelijke majesteit, Uwen aanbiddelijken, waarachtigen en eenigen Zoon,
Ook den Heiligen Geest, den ïiooster. Gij zijt de Koning der glorie, Christus! Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon. Gij hebt, toen Gij, om den menseh te verlossen, de menschheid zuudt aannemen, den schoot eener maagd niet geschroomd.
â 153 â
Gij hebt, na het overwinnen van den prikkel des doods, den geloovigen het rijk der hemelen geopend.
Gij zit aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders.
Wij gelooven, dat Gij als Rechter zultkomen.
U dan bidden wij, kom uwen dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.
Geef, dat zij in de eeuwige glorie onder uwe Heiligen geteld worden.
Heer, maak uw volk zalig, en zegen uw erfdeel.
En heerscht over hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.
Dag aan dag zegenen wij U.
En wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in eeuwigheid der eeuwigheden.
Gelief ons. Heer, dezen dag zonder zonde te bewaren.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
Laat, Heer, uwe barmhartigheid over ons komen, gelijk wij op U gehoopt hebben.
Op U, Heer, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer vaderen.
Ijj. En lofwaardig en glorierijk in eeuwigheid.
Zegenen wij den Vader, en den Zoon met den Heiligen Geest.
7quot;
â IS4 â
1^,. Laat ons Hem loven en hoog verheffen in eeuwigheid.
Hf. Gezegend zijt Gij, Heer in het uitspansel des Hemels.
1^. En lofwaardig, en glorierijk, en hoogverheven in eeuwigheid.
y/. Zegen, mijne ziel, den Heer.
1^. En wil al zijne vergeldingen niet vergeten.
y. Heer, verhoor mijn gebed.
IJj. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons eidden.
God, wiens barmhartigheid zonder tal, en wiens schat van goedheid oneindig is, wij danken uwe zoo goedertieren majesteit voor de verleende gaven, en blijven te gelijk uwe barmhartigheid smeeken, dat Gij, die aan debid-denden het gevraagde verleent, hen ook niet verlaat en tot het eeuwige leven voorbereidt.
God, die de harten der geloovigen door de verlichting des heiligen Geestes hebt geleerd: geef ons, in denzelfden Gees:; oprecht wijs te zijn, en ons altijd in zijne vertroosting te verheugen.
God, die niemand, die op U hoopt, te zeer laat verslagen worden, maar aan het gebed goedertierene verhooring schenkt: wij danken U voor het aanvaarden onzer vragen en ver-
â ÃSS â
langens, en smeeken U met alle godvruchtigheid, dat Gij ons altijd vooralle tegenspoeden wilt behoeden. Door Christus onzen Heer. Amen.
DAGELIJKSCH GEBED
TOT ONZE LIEVE VROUW IN 'T ZAND.
Om de goede voornemens, op de bedevaart gemaakt, te vernieuwen.
Maria, mijne goede Moeder, nogmaals wil ik u bedanken voor de vele genaden, die gij mij door uwe voorspraak tijdens deze bedevaart verworven hebt. Nooit, nooit zal ik dien gelukkigen tijd vergeten, waarop ik mij voor uw Wonderbeeld in 't Zand mocht nederwer-pen, om met het volste vertrouwen mijn hart voor u uit te storten. O wat zoete vreugde gevoelde ik daar in uw heiligdom! Wat goede voornemens heb ik daar gemaakt, wat schat van genaden daar ontvangen! Wat zal ik gelukkig zijn, indien ik tot aan mijn dood die vreugde in mijn hart mag bewaren, indien ik aan die voornemens getrouw blijf, indien ik aan die genaden altijd beantwoord. Verkrijg mij
- 156 -
daarom, dat ik de heilige besluiten, op die zegenrijke bedevaart gemaakt, nooit vergete.... Ik vernieuw ze thans van ganscher harte: âGeen zonde meer 1... Geene gelegenheden meer, die mij tot zonde kunnen verleiden!.... Ik zeg vaarwel aan alle plaatsen, aan alle personen, aan alle vermaken, die mij, van God en van den weg der deugd kunnen verwijderen 1.... Ik zal u dagelijks aanroepen, en vooral in de bekoringen tot u mijne toevlucht nemen.quot; â Intusschen, o lieve Moeder, vrees ik voor mijne zwakheid en onbestendigheid. Gij kent ze nog beter dan ik. â En dan â de wereld is zoo gevaarvol; de Satan zoo listig en woedend. O gij. Moeder der volharding, help mij; sta mij bij in alle gevaren. Geef, dat ik in de bekoring nooit verzuime tot uwen Zoon en u te roepen: âJezus, sta mij bij 1 â Maria, red mijne ziel! â O Maria zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die tot u onze toevlucht nemen.quot; Amen.
Mskttjlu fieleitM
BIJ HET
jVIii'acnleu^ Beeld
VAN
Onze Lieve Vrouw in 't Zand
EN
OP DE BEDEVAART.
r~QX^rt
\
u
â 159 â
N0 i.
Hulde aan 0. L. Vr. in 't Zand. 0
Onze Lieve Vrouw in 't Zand,
Hulp der Christnen, heil der kranken, Maagd, geroemd door heel het land,
Zingend komen wij u danken.
In uw heerlijk Wonderbeeld,
Waar gij zooveel gunsten deelt. (bis).
Door dat Beeld, hier in de wel
Door een herder eens gevonden, Stichttet gij uw bidkapel.
Waar de wondren luid verkonden. Dat gij. Maagd, ten allen tijd Uit genade almachtig zijt. (bis).
Ja, hier bij uw Wonderbeeld
Vond men heul in alle lijden;
Wond op wond werd hier geheeld. Droeven vonden zoet verblijden. Moeder van het goddlijk Woord,
Hier hebt ge aller beê verhoord, (bis).
Lammen kregen levenskracht.
Blinden zagen 't licht weer dagen; Stommen prezen luid uw macht.
Na vertrouwvol, dringend vragen.
Allen juublen in deez' woon:
Hier is uw genadetroon! (bis).
1
De Melodieën dezer gezangen zijn verkrijgbaar bij de Uitgevers J. J. Romen en Zonen te Roermond.
â i6o â
Blijf dan, Hemelkoningin,
Hier uw blijde gunsten schenken; Blijf, gekroonde Rijksvorstin,
Hier uw kinderen gedenken;
Toon ons steeds uw milde hand,
Onze Lieve Vrouw in 't Zand. {bis).
N0 2.
Lied der Kroning.
Laat ons blijde juublend prijzen Onze Lieve Vrouw in 't Zand, 't Dierbaar beeld van Jezus' Moeder
Hier gekroond door 'sBisschops hand; Op dan, Christnen, in wier boezem
Liefde tot Maria woont 1 Eert uw Moeders dierb're beeltnis,
Hier in 's Pausen naam gekroond.
Roermonds eerbiedwaarde Kerkvoogd, 'tHart door geestdrift schier verrukt. Heeft met zijn gewijde vingren
't Kroontje op haar hoofd gedrukt. Lieflijk Beeldje, rijk aan wondren,
'k Eer in u de MoederMaagd,
Hoog gezegend, nooit volprezen. Die ons aller harten vraagt.
)
â i6i â
Ja, ons hart zij u geschonken,
'tBlijve aan u in eeuwigheid;
O, wil 't zelf niet zorg bewaren.
Dat geen vijand 't ooit misleid'.
Moge een reeks van nieuwe wondren, Moeder, sinds deez' heil'gen stond, Uwe macht nog meer doen kennen,
Over 't wijde wereldrond.
N° 3-Smeeklied.
Gegroet, o Maria, o Moeder en Maagd, Die hier in uw beeltnis, de liefde aan ons vraagt! Wij brengen u blijde, o Moeder, ons hart; Wij willen u minnen in vreugde en in smart.
Behoudnis der kranken, uw macht is zoo groot! Hier schonkt gij bevrijding van ziekten en dood! O blijf onze bijstand in ziekten, in pijn. Dan zullen wij, Moeder, de uwen steeds zijn.
Gij, Troost der bedroefden, die hierbij uw Beeld Zoo menigen lijder de hartewond heelt; Ja troost ook ons allen in druk en in smart; Wij schenken, o Moeder, u eeuwig ons hart.
102
Gij, Toevlucht der zondaars, tot hulp steeds
bereid,
Wat hebt gij hier velen van zonden bevrijd! Verwerf ons vergiffnis door boete en berouw. Dan blijven wij immer, in liefde u getrouw.
Ja, Hulp aller Christnen, gij machtige Maagd, Hoor, wat u hier smeekend hetkinderhart vraagt: Snel steeds ons ter hulp, als de hel ons bekoort; Dan zetten we eens eeuwig ons liefdelied voort.
O-o^MCOOmJO-Oâ
N0 4.
Maria's Beeld gekroond.
(Wijze : O Maagd, 0 schoonheid nooit volprezen )
Juicht, Christnen, juicht uw Moeder tegen. Een nieuwen roem heeft zij verkregen
Door 't kronen van haar Beeltenis; De Stedehouder onzes Heeren Wil zóó de Moeder Gods yereeren,
Die alle glorie waardig is. (bis.)
Komt, gaan we ons om haar Beeld verdringen! Een nieuwe Bron van zegeningen
Is ons ontsprongen aan zijn voet.
Maria's oog, zoo mild, zoo teeder,
Ziet thans nog blijder op ons neder,
Want, o die Moeder is zoo goedl (bis.)
â 163 â
Duld niet, o Moeder van genade, Dat wereld, hel of vleesch ons schade.
Bewaar ons rein van zondesmet;
Maak dat we in Jezus' liefde sterven, En eens als loon Gods hemel erven. Gekroonde Maagd, hoor ons gebed, (bis.)
N° 5-
Avondbede tot Maria.
(Wijze: Maria's Beeld te midden.)
Komt, nog een kinderbede
Maria toegebracht:
En dan in 's Heeren vrede
Den slaap weer ingewacht;
Gerust en wel te moede.
Vertrouwend op haar hoede;
Maria, Maria, Moeder, wees gegroet!
Wij bidden u te gader
Bij 't einde van deez' dag.
Vraag, Moeder, onzen Vader,
Wiens wakend oog ons zag,
Dat Hij ons kwaad verschoone Het goede ons eenmaal löone;
Maria, Maria, Moeder, bid voor onsl
â 164 â
Beveilig uwe kindren,
O Moeder, dezen nacht; Dan zal geen kwaad ons hindren,
Dan is ons slapen zacht, Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder, goed en teeder? Maria, Maria, Moeder, zegen ons!
N0 6. Lofzang aan Maria.
Wonder van gloriepracht!
Wonder van Moedermacht 1 Liefdrijke, aanminnige, hemelsche vrouw! Wie ik ten eeuw'gen tijd Uit heel mijn hart mij wijd;
Wie ik én lichaam én ziel toevertrouw. Goed, bloed en leven.
Wil ik u geven.
Al wat ik heb en ben, geef ik u nu, 'k Geef het vol vreugde, Maria, aan u.
Schuldloos geborene,
Eenig â verkorene Tot Godes Dochter, Gods Moeder, Gods Bruid! In heel de Maagdenrij Blonk niet de reinste als gij.
Zelfs koos de Heer u ten tempel Zich uit.
ïós â
Gij vlekkelooze Lelie en Roze,
Pronk dezer aarde, der hemelen kroon! Hemel en aarde zien op tot uw troon.
Altijd zachtmoedige,
Minlijke en goedige.
Moeder van God, van genade vervuld: Kom, wil ons, zondigen.
Wil ons verkondigen Namens uw Zoon de vergeving der schuld; Wil, bij 't verscheiden Ons toch geleiden;
Pleit bij des Rechters zoo vreeslijken troon; Spreek voor ons. Moeder, bij Jezus uw Zoon.
Maria, Moeder der barmhartigheid.
Zie uit liet hoogst der heemlen Nog slechts édn enklen keer, Maria, zoetste Moeder,
Op uwe kindren neer.
Want ja uw Moederharte
Is met ons leed begaan;
Nooit riep vergeefs een zondaar U, lieve Moeder, aan.
â i66 â
Wij zijn de doodstraf schuldig, Wij hebben God vergramd;
Zijn hart van een gereten,
Zijn gramschap fel ontvlamd; Doch gij, gij kunt ons redden.
Uw beê wordt steeds verhoord. Spreek, Moeder vol ontferming, Bij God één enkel woord.
Toon, toon Hem slechts uw smarten. Die ge onder |t kruishout leedt Toen gij uit loutre liefde
Met Jezus voor ons streedt; Dan kan u God niets weigren.
Schenkt Hij de schulden kwijt. En Moeder, wij beloven 't. Wij minnen u altijd.
N0 8. Loflied.
Alle dagen met behagen,
Zingt voor 's Hemels Koningin,
Wilt haar prijzen, en bewijzen Uwe teedre kindermin.
Komt haar eeren, haar des Heeren Moeder en geliefde Bruid;
â 167 â
Komt haar groeten voor haar voeten, Met uw lofzang breed en luid.
Wie vergaarde ooit op aarde
Zooveel gunsten, zooveel deugd? Wien bekroonde, wien beloonde
God met zooveel zaal'ge vreugd! Smettelooze Hemelroze,
Lelie door geen vlek besmet. Wil toch geven, dat ons leven Steeds getrouw zij aan Gods wet.
Wil God vragen alle dagen,
Dat ik Hem gehoorzaam zij,
En mijn plichten moog' verrichten
Immer goedig, immer blij;
Laat mij smaken de vermaken
Van een zuiver minnend hart., Kom mij sterken bij mijn werken. Schenk mij troost bij leed of smart.
Gij, die 'k blijde, immer wijde
Heel mijn leven, al mijn deugd; Doe mij erven, bij mijn sterven
't Eeuwig leven, de eeuw'ge vreugd' Wil toch spreken, wil toch smeeken,
Moeder, bij uw lieven Zoon;
'k Zal daarboven u dan loven Eeuwig voor uw glorietroon.
â i68 â
N° 9.
Wees gegroet, Maria.
Wees gegroet, o zuivre Maagd,
Die ons aller bede vraagt;
Wees gegroet, Maria 1 O Maria, vol genade.
Maak dat ons geen vijand schade; Wees gegroet, Maria!
Gij zijt schooner dan de zon Gij ons aller levensbron;
Wees gegroet, Maria!
Moeder Gods, zoo hoog verheven, 'k Wensch, 11 prijzend, voort te leven; Wees gegroet, Maria!
Bronwel aller lieflijkheid,
Gij schenkt vreugd' ten allen lijd;
Wees gegroet, Maria!
Met uw hulp blijft ge ons omringen, Moeder, 'k wil liet blijven zingen; Wees gegroet, Maria!
O Maria, zuivre Maagd
Hoor toch wat ons hart u vraagt;
Wees gegroet, Maria!
Bid voor ons, dat na dit leven God zijn hemel ons mag geven;
Wees gegroet, Maria!
â 169 â
N0 10.
Loflied tot Maria.
Verheft in blijde zangen ^ Maria's eer en lof;
God heeft haar hoog verheven In 's hemels gloriehof.
Heilige Maria, Heilige Maria.
Onze Troost, onze Vreugd',
Wees geloofd in eemvigheid.
O Koningin der Maagden,
O Moeder van Gods Zoon! V\ij snellen met vertrouwen Tot uw genadetroon.
Heilige Maria, Heilige Maria,
Onze Troost, onze Vreugd',
Wees geloofd in eeuwigheid.
Gij zijt de steun der zondaars,
De hulp in allen nood;
Bewaar ons, uwe kinderen. Van iedren kwaden dood.
Heilige Maiia, Heilige Maria Onze Troost, onze Vreugd',
Wees geloofd in eeuwigheid.
Gij zetelt in den hemd Als s hemels Koningin;
a
â 170 â
Voer ons, o goede Moeder Ook eens dien hemel in. Heilige Maria, Heilige Maria,
Onze Troost, onze Vreugd', Wees geloofd in eeuwigheid.
N0 11.
M a r i a 's Naam.
(Wijze; 0 Beeld der schoonc Liefde.}
âMaria,quot; sprak Gods Engel Met een verrukt gemoed, âMaria, vol genaden,
âMaria, wees gegroet!'
âMaria,quot; wij ook roepen.
Met zuivren liefdegloed, âMaria,quot; naam zoo machtig, âMaria, wees gegroet!quot;
Uw naam is als een balsem
In alle levenssmart;
Hij kalmt en zalft en lenigt De diepste wond van 't hart. âMaria,quot; ja wij roepen
Met zuivren liefdegloed, âMaria,quot; naam zoo machtig âMaria, wees gegroet!quot;
â i7i â
Uw naam is als een honig,
Zoo hemelsch en zoo zoet; Ontsteekt de koudste harten '
In feilen liefdegloed. âMaria,quot; ja wij roepen
Met zuivren liefdegloed, âMaria, naam zoo machti0-âMaria, wees gegroet!quot;
Uw naam is groot en machtig,
Geen wapen is zoo fel; De duivel beeft bij 't hooren, Vlucht naar het diepst der hel, âMaria,quot; ja wij roepen
Met zuivren liefdegloed, âMaria, naam zoo machtig, âMaria, wees gegroet!quot;
N0 12.
Maria's Hemelvaart.
jllED VAN DEN ji. ^LPHONSUS.
Ten hemel met Maria!
Ten hemel met haar Zoon!
Waar Moeder thans gekroond wordt Met de eeuw'ge gloriekroon.
â 17» â
Zie de Englen aan haar zijde Om haren hemeltroon;
Daar zetelt zij nu blijde Naast Jezus, haren Zoon.
Helaas, wat bitter scheiden! Wat diepe zielesmart!
Kan ik nog troost verbeiden Of vreugde voor mijn ham
O ja, schoon hoog vtrheven. Schoon 's hemels Koningin,
Toch blijft zij om ons zweven Met teedre moedermin.
Neen, neen, haar dierb're kindren Vergeet Maria niet;
Zij zal 't gevaar verminderen Ons troosten in 't verdriet.
Bescherm dan, Koninginne,^ Uw kindren hier op aard ;
Dan zullen wij U loven
Eens om uw troon geschaard.
â 173 â
Nquot; 13.
Maria's Geboorte.
Daar klinkt langs aarde en hemeltin Een breede juichtoon henen :
âMaria, 's hemels Koningin,
âIs op onze aard' verschenen!quot;
âMaria, Moeder van Gods Zoon,quot; Zoo zingt met de Englenkoren
Heel de aarde op blijden jubeltoon, âMaria is geboren 1quot;
Maria, die den zwarten nacht Verdrijft van 's werelds kimmen ;
Die ons ontweldigt aan de macht Der schrikb're helleschimmen.
Maria, Christus' Morgenster,
Verblijdt reeds de aardsche transen;
Haar luister kondigt ons van ver De zon van hooger glansen.
Gegroet, Maria, op onze aard';
Niet lang meer zal zij treuren,
Nu wordt zij weer een rozengaard Vol zoete hemelgeuren 1
â 174 â
O Morgenster l O Dageraad! Wil nimmermeer verdwijnen,
' Totdat de laatste stonde slaat,
En de eeuw'ge Zon zal schijnen
-Wv-N0 14.
Bede tot 0. L. Vr. in 't Zand.
Moeder, zie uw lievelingen Zich om uwen troon verdringen, Saamgestroomd van allen kant,
Tot u, Lieve Vrouw in 'tZand. {fits.)
Goedertierenste aller vrouwen,
Hoor ons smeeklied vol vertrouwen. Schenk ons hulp en onderstand.
Onze Lieve Vrouw in 't Zand. (pis.)
O Behoudenis der kranken, Der geneeznen vreugdeklanken Prijzen u tot 't verste land.
Onze Lieve Vrouw in 't Zand. (fits.)
Gij deedt heul en balsem dalen In hun wonden ; al hun kwalen Heelde uw zachte moederhand,
Onze Lieve Vrouw in 'tZand. (fiis.)
â i7S â
Veilig Toevluchtsoord van allen,
Die in zonde zijn gevallen,
Tegen wie Gods gramschap brandt, Onze Lieve Vrouw in 't Zand. {bis).
Troosteres der droeve harten.
Troost ook ons in onze smarten, Gij, die 't leed uit 't hart verbant. Onze Lieve Vrouw in 't Zand. (bis.)
Trouwe Hulp der Christenschaien In den strijd, in doodsgevaren, Ondoordringb're leger wand.
Help ons. Lieve Vrouw in 't Zand. {bis.)
Ster der zee met zachte glansen Flikkrend aan der heemlen transen, Veer ons naar het hemelsch strand. Onze Lieve Vrouw in 't Zand. {bis.)
Blijf op ons uw blikken wenden,
Tot de lange tocht zal enden,
Tot in 't hemelsch Vaderland,
Onze Lieve Vrouw in 't Zand. {bis.)
Dan wordt alle smart gelenigd.
Blijft ons hart met u vereenigd,
Door een eeuw'gen liefdeband.
Onze Lieve Vrouw in 't Zand. {bis.)
â 176 â
NJ 15.
Begroeting van Maria.
(Reeds in 1736 werd het hier volgend lied bij hei miraculeus Beeld gezongen. Om zijn eerbiedwaardige oudheid en de schoone gevoelens, die er in vervat zijn, verdient het ook thans nog door de pelgrims bij O. L. Vr. tn 't Zand gezongen te worden.)
Wees gegroet, o Koninginne,
Moeder van de reinste minne,
Die gebaard hebt 't hoogste Goed, Maagd en Moeder, wees gegroet! (bis)
Wees gegroet, o Levensader,
Dochter van den hoogsten Vader,
Bruid des Geestes, wonder zoet.
Maagd en Moeder, wees gegroet! (pts.)
Wees gegroet, o Roem der vrouwen,
Leliebloeme der landouwen,
Vreugde van der heil'gen stoet.
Maagd en Moeder, wees gegroet! (bis)
Wees gegroet, o Gods vriendinne,
Uitverkoren van 't beginne In het goddelijk gemoed,
Maagd en Moeder, wees gegroet! [bts)
â 177 â
Wees gegroet, o Koninginne,
Die de slang mocht overwinnen En verplettren niet uw voet,
Maagd en Moeder, wees gegroet! {bis.)
Wees gegroet door onze beden.
Help ons steeds in tegenheden,
Houd ons voor 't gevaar behoed,
Maagd en Moeder, wees gegroet! {bis.)
Wees gegroet; als we eenmaal sterven, Wil ons dan gena verwerven Bij den God van Majesteit,
Wees gegroet in eeuwigheid! {bis.)
N0 16. Liefdezuchten tot Maria.
De vier volgende liederen zijn van den H. Alphonsus AI ar ia.
Kent gij den wensch mijns harten,
Maria zoet?
Ik wensch voor U te branden Van liefdegloed.
Ik wensch aan uwe zijde Als kind te staan;
Neem schoone Koninginne, Mij, zondaar, aan!
â ijS â
En gij, o geur'ge Roze, Zeg nu ook gij.
Al wat uw moederharte Verlangt van mij.
Aan schatten, lieve Moeder, Ben ik niet rijk;
Maar zie, hier is mijn harte Als liefdeblijk.
Doch gij, o Hartenroofster, Naamt reeds dit hart:
Uw liefde deed het kwijnen Van liefdesmart.
Bescherm mij, goede Moeder, In allen nood.
Tot 'k eeuwig u kom prijzen Na mijnen dood.
N0 ij.
Maria, mijne Hoop.
O gij, mijn schoone hope,
Mijn liefde zoet en blij,
Mijn leven en mijn vreugde, Maria, dat zijt gij!
â lyg â
Denk ik aan u, Maria,
Roep ik u hoopvol aan: Dan voel 'k van zielsverrukken Mijn harte sneller slaan.
Wordt mijne ziel verduisterd
Door donkre zorg of smart, Dan drijft uw naam, Maria, Dien nevel uit mijn hart. Gij zijt de lieve Sterre,
Die 's werelds zee verlicht. En 't bootje mijner ziele Naar veil'ge haven richt.
Gedekt door uwen mantel, Verborgen in uw schoot. Wil ik mijn leven slijten,
Wacht ik gerust den dood. Want als ik in uw liefde Uit deze wereld scheid, Dan wacht mij na dit levén De zalige eeuwigheid.
Omketen dan mijn harte,
O minnelijke Vrouw; Gevangen in uw liefde.
Blijft het u eewig trouw. Zoo is mijn hart het uwe, En niet het mijne meer; Aanvaard het, schenk het Jezus, Ik wil het nimmer weer.
â i8o â
N0 18.
Ter eere van Maria.
O gij Schoone, die de krone Als de Maagd der maagden spant;
Nooit ontwaarde men op aarde Schooner schepsel uit Gods hand.
Lieflijkheden, als uit Eden, Stralen op uw aangezicht,
Luisterrijker, Godgelijker Schoonheid zag nooit sterflijk licht.
Als van verre een tweelingsterre,
Zijn uw oogen zoo vol gloed,
Daar hun lichten, als twee schichten, Dringen door het hardst gemoed.
Paarlen slingeren om uw vingren. Schitterend van diamant,
En de schatten die ze omvatten. Deelt ge aan elk met milde hand.
Voor uw trone, Hemelschoone, Buigen hemel, hel en aard,
O Vorstinne, die vol minne Zelfs den zondaar nog bewaart.
â i8i â
Wanneer stralen me in Gods zalen Uw verruklijkheden toe?
God, warneer toch, och wanneer toch Vlieg ik tot haar, wachtens moê?
d' Ouden vijand, door uw bijstand Werd zoo menig ziel ontrukt;
Blijf 't verhoeden trots zijn woeden. Dat mijn zie! voor Satan bukt.
Lof en zegen klink' Hem tegen. Die ons zulk een Moeder schonk;
Liefde en eere God den Heere,
Door wiens macht haar schoonheid blonk.
Laat ons zingen, stervelingen: Eeuwig leev' Maria's naam!
Eeuwig noemen, eeuwig roemen, Jezus en Maria saam!
â i82 -
N0 19.
Maria's schoonheid.
Bergen, dalen, heuvelklingen.
Wilt om strijd het loflied zingen
Van de vlekkelooze Maagd 1 Veld en woud en geur'ge bloemen, Komt uw Koninginne roemen,
Die ile kroon der schoonheid draagt
Beekjes met het ruischend klaatren Van uw zilverreine waatren.
Zingt haar teedre hartemin! Vogeltjes, op nieuwe wijzen Moet uw lied ten hemel rijzen.
Ze is toch ook uw Koningin!
Zingt dan luide, schepslen allen,
I.aat hel over 't aardrijk schallen:
Moedermaagd, wat zijt gij schopnl Hoog zij God de Heer verheven, Die u 't aanzijn heeft gegeven.
U zelfs uitkoos tot zijr woon!
Gouden Zon aan 's hemels transen, Wat k n halen bij de glansen,
Die uw liefdevuur verspreidt!
Zilvren ]Vaan, met zachten luister
â 183 â
Straalt gij in ons zondig duister Door uw hemel-zuiverheid.
Schoonste Roos, die door uw geuren, 't Flauwst gemoed weer op kunt beuren!
Schattenrijke Bloesempracht!
Blanke Lelie, zonder vlekken,
Steeds blijft ge aller oogen trekken, Altijd zuiver, altijd zacht!
Maar â wat bij uw schoonheid-bloeien Ook Gods oog op u blijft boeien.
Eindloos ook Gods Hart verblijdt: â Machtigste aller stervelingen,
Die ook de Englen juichend zingen, â 't Is uw diepe needrigheidl
Maagd vol schoonheid in Gods oogen. Toonbeeld van Gods alvermogen. Moeder van een godlijk Kind. Zoetste, teederste van allen.
Zie mij aan uw voeten vallen.
Geef, dat ook mijn hart u mint!
â 184 â
N0 20.
Het Heilig Hart van Maria.
Laat nu de aarde op blijden toon 't Duizendstemmig feestlied zingen;
Reeds weerklinkt om 's Heeren troon 't Lofgezang der hemelingen;
*t Ruischt der Moeder van den Heer L*. ^ En haar heilig Hart ter eer. ts''
Spiegel, gij van Godes macht,
Die voor de erfsmet U beveiligd,
U uit heel het aardsch geslacht Zich ter woontent heeft geheiligd.
Heiligdom van Gods genal â¢
Tempel zonder wederga! p
Vlekloos Hart! wie zal uw lof,
Wie uw zaligheid bezingen?
De Englen van het hemelsch hof Spreken in hun hooge kringen,
Neen, zij spreken nimmer uit, L, ⢠^
Wat dit heilig Hart ontsluit.
Voor het machtig zonnelicht Wijkt de stille sterrenluister;
Maar de zon haalt 't aangezicht
- iSs -
En haar stralen weg in 't duister
Voor de glorie van de Maagd, \fl)is ) Die aan 't Hart van God behaagt, '
Reiner, dan ooit sneeuwvlok viel,
Waardig hier haar God te aanschouwen,
Was de hemelreine ziel Der gezegendste aller vrouwen:
Op die schoonheid zag de Heer \fbis ) Van zijn hoogen zetel neer |
N0 21. Salve Regina!
(Eenigen.) Gegroet, o 's hemels Koningin, (Al/en.) O Maria!
{Eenigen?) Der menschen hulp en zielsvriendin, {Allen) O Maria 1
i Wees blij, o Eng leur ij,
(Eenigen ) En 't Hei'ig koor daarbij, ' J.oojt haar in 'i feestgetij-. {Allen) Salve, salve, salve Regina!
â 186 â
O Moeder der barmhartigheid, O Maria!
Des levens vreugde en zoetigheid, O Maria 1
Wees blij, enz.
Wij, kindren Eva's, smeeken luid, O Maria!
En zien naar u om voorspraak uit, O Maria!
Wees blij, enz.
Zie wat al tranen zonder tal, O Maria!
Steeds vloeien in dit jammerdal, O Maria!
Wees blij, enz.
Zie, Moeder, hier uw kindren staan, O Maria!
En neem hun beden gunstig aan, O Maria!
Wees blij, enz.
Zie vol erbarmen op ons neer, O Maria !
Van uit de hooge hemelsfeer, O Maria !
Wees blij, enz.
- i87 -
En toon ons eens, door deugd bereid,
O Maria !
Uw Zoon, den Heer der heerlijkheid, O Maria!
Wees blij, enz.
En als ge ons voor Gods vierschaar ziet,
O Maria!
Ach, Moeder! dan verlaat ons niet, O Maria!
IVees blij, enz.
N0 22.
Maria, wees gegroet.
(Auen.) Maria, wees gegroet! (bis.) (7wee.) Kom nog een tweede maal.
Komaan, nog honderdmaal, gt; (Allen.) Maria, wees gegroet 1 (to.)
Welaan, nog duizendmaal!
Neen, zonder eind' of paal;
Maria, wees gegroet! (to.)
Van eiken Serafijn,
Van eiken Cherubijn:
Maria, wees gegroet! (to.)
â i88 â
Van gansch het Englenkoor Klink' 't heel den hemel door: Maria, wees gegroet! (fit's)
Van iedren steen, hoe klein. Van elke korengrein:
Maria, wees gegroet! (fits.)
Van 't bloempje langs den stroom. Van 't blaadjen op den boom: Maria, wees gegroet! (Mi-)
Van 't kleinste spiertje gras,
Van 't diertje uit 't kleinste ras; Maria, wees gegroet! (£«.)
Van heel het vooglenheer,
Van 't kleinste vischje in 't meer; Maria, wees g'groet! (te)
Van alles wat er leeft.
Van alles wat er zweeft;
Maria, wees gegroet! (fits.)
Van ieder kruid en vrucht, Van water, vuur en lucht:
Maria, wees gegroet! (é/s.)
Van al wat is in mij.
Dat u behaaglijk zij:
Maria, wees geroet! (éis.)
â 189 â
Dan hoop ik na mijn dood Te zingen in uw schoot:
Maria wees gegroet! (bts.
N0 23. Avondlied.
De stille nacht daalt neder, (to.)
God schonk een dag ons weer:
Gods gunsten vloeien weder, {bis.)
Wij danken U, o Keer!
Ontvang, o Albehoeder,
Dien dank van ons gemoed,
En dat uw lieve Moeder (pis.)
Ons dezen nacht behoed'.
O Moeder vol erbarmen, (P*5-)
Verheven Hemelbruid!
O strek uw open armen (to.)
Al zeegnend naar ons uit;
Wil onze rust bewaken.
Verdrijf des vijands macht.
En als de dood zal naken, (to.)
Hoed ons voor d'eeuw'gen nacht.
â 190
Nquot; 24. O Moeder Gods.
O Moeder Godsl O reinste Maagd!
Naar 't voorbeeld onzer vaadren, Vertrouwen wij Nooit vruchteloos, U smeekende te naadren.
Wij bidden u,
O Koningin!
Wend minzaam toch uwe oogen,
Van 't glorielicht,
Waarin, gij troont,
Op ons, in't stof gebogen.
Wij zuchten in Dit tranendal, Van noodgevaar omgeven, En moeten vaak In druk en smart En bange zorgen leven.
Maar gij, o troost,
O hulp in nood.
Wil onzer u erbarmen.
En berg ons, voor 't GeVaar beschut,
In uwe Moederarmen.
(tó.)
(bis)
(pis)
â â i9i ~
De duivel zoekt,
Ons ten verderf,
Zijn strikken uit te zetten;
Maar gij, o kom.
Wil met uw voet Zijn helschen kop verpletten. (bis.)
De wereld tracht Door schijngeluk Ons aan de deugd te ontrekken;
Maar geef, dat wij Nooit onze ziel Door 't aardsche slijk bevlekken. (/lt;«.)
Het vleesch is zwak.
En steeds geneigd Om schijnvreugd' na te jagen;
Maar bid, dat wij Als 't hoogst geluk God zoeken te behagen. (bis.)
Maria, bid.
Bid uwen Zoon,
Dat wij, hoezeer omgeven Van zonde en kwaad.
Toch immer rein Voor Godes aanschijn leven. (.bis.)
O bid, dat wij Aan 's levens eind'
In Jezus' liefde sterven.
â 192 â
En na den dood Met u vereend,
Het rijk des Hemels erven. (tó.)
â
N0 25.
Bij het aanvaarden der Pelgrimsreis.
(Wijze ; Maria s beeld te midden.)
Wij gaan ter beevaart henen In dichten pelgiimsdrom; Vertrouwvol ons vereenen
In Roermonds heiligdom.
Komt, gaan wij blij te moede, Vei trouwend op Gods hoede. Ter beevaart 1 Ter beevaart! Naar dal Wonderbeeld !
Wij gaan voor 't beeldje knielen,
Door liefde en hoep verblijd;
Toon, Moeder onzer zielen.
Toon, dat gij Moeder zijt.
Laat, Moeder, al ons lijden Verandren in verblijden.
Ter btêvaartl Ter beevaart! Naar dat Wonderbeeld!
â 193 â
Wij richten onze schreden
Naar dat genadeoord,
Waar zooveel duizend beden
Sinds eeuwen zijn verhoord!
Daar blikt Maria teeder Op al haar kind'ren neder.
Ter beevaart! Ter beêvaart! Naar dat Wonderbeeld!
Daar deed den stervelingen
Maria, mild en zacht,
Een heil'ge bron ontspringen,
Beroemd door wonderkracht.
Daar klinkt in blijde klanken Ket dankbaar lied der kranken.
Ter beevaart! Ter beevaart! Naar dat wonderbeeld.
Daar roept zij tot haar kindren:
âKomt al, die weent en zucht: âU zal geen leed meer hind'ren,
âIndien gij tot mij vlucht! âVertrouwt mij uwe smarten,
âIk troost uw droeve harten.quot;
Ter beevaart! Ter beevaart! Naar dat wonderbeeld!
Dat elk van ons dan snelle Naar dat gezegend pand;
Daar rijst de bidkapelle
Der Lieve Vrouw in 't Zand. Die Moeder uitverkoren
9
â 194 â
Deed ons haar stemme hooren; Ter beêvaart! Ter beêvaart! Naar dat Wonderbeeld!
Dus spoedt u, pelgrimscharen,
Ter vrome beevaart heen.
Laat aardsche zorgen varen,
En denkt aan God alleeen.
Komt, bidt daar vol vertrouwen De machtigste der vrouwen. Ter beêvaart! Ter beêvaart! Naar dat Wonderbeeld !
N0 26.
Bij het Aanschouwen der Kapel.
Ziet, Pelgrims, ziet, daar in 't verschiet Verrijst het oord van ons verlangen! Luid klinke thans ons dankbaar lied; Stemt aan de blijdste jubelzangen!
Aan 't einde dezer schoone laan.
Daar zullen wij Maria vinden;
Ziet reeds haar bidkapelle staan Ginds in de schaduwe der linden.
Komt, trekt dan voort, het kruis in top. Dat beeld van liefde, hoop en vrede, Tot haar, die eens den trotschen kop Der oude helslang heeft vertreden.
â 195 â
Gegroet dan, Lieve Vrouw in 't Zand,
Van ver reeds hoort gij onze zangen! Gegroet, o Lieve Vrouw in 't Zand, U naadren wij met groot verlangen.
O dierb're Maagd, zie van uw troon
Dan nu reeds op uw kindren neder; U melden reeds de hemelboón:
Uw kindren. Moeder, komen weder!
N0 27.
Litanie der Allerheiligste Maagd.
{Te zingen bij het trekken door de Laan of in den Tuin.)
Eenigen. Kyrie, e/eison. Allen : Christe, e leis on. â Christe, audi nos. â Christe, exaudi
nos.
Allen:
Ontferm U, God, verhoor ons, Heer der Heeren, Gij, die de kroon der gansche schepping
spant.
Hoor ons, die thans uw Moeder komen eeren, In 't Wonderbeeld der Lieve Vrouw in 't
Zand.
Hoor onze bede.
Almachtig God!
Bid, lieve Moeder, mede, ) ^ Uw smeeking is gebod! )
â 196 â
Eenigen: Pater de coelis Deus. Allen: Miserere nobis.
â Fili, Redemptor mundiDeus. Allen : Miserere nobis.
Allen:
Almachtig God, wil onzer U ontfermen!
O Vader, scheld uw volk zijn schulden kwijt! O eeuwig Woord, wil onzer U erbarmen! God, heil'ge Geest ontferm U ten allen tijd! Hoor onze bede,
Almachtig God!
Bid, lieve Moeder, mede, ) ^ Uw smeeking is gebod! ) '
Eenigen : Spiritus Sancte, Deus. Allèn ; Miserere nobis.
Eenigen: Sancia Trinitas, unus Deus. Allen:
Miserere nobis.
«Allen :
Drieëenig God, wij smeeken om ontferming!
Uw Dochter is, o Vader, onze tolk; Aanbidlijk Woord, uw Moeder vraagt erbarming.
God, H. Geest uw Bruid smeekt voor haar Hoor onze bede, volk!
Almachtig God!
Bid, lieve Moeder, mede, ) ^ Uw smeeking is gebod! )
Eenigen : Sancta Maria, Allen : Or a pro nobis. â Sancta Dei Genitrix, â Ora pro nobis.
â »97 â
Allen ;
Maria, zie wij gaan uw loflied zingen,
Al is ons hart zijn onmacht wel bewust. O Moeder Gods, de Schepper aller dingen Heeft eens als kind in uwen schoot gerust, U zij op heden Ons hart verpand !
Verhoor al onze beden, )
O Lieve Vrouw in 't Zand! ) 's'
Eenigen : Sancta Virgo virginum, Allen ; Ora
pro nobis.
â Mater Christi, Allen: Ora pro nabis.
Allen :
O reine Maagd 1 O zuiverste der maagden.
Wat was uw hart verruk'lijk blank en schoon! Hoe de Engelen ook Gods alziend oog behagen. Slechts in uw schoot nam Christus zijne woon, U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Mater divirnz gratia, Allen: Ora
pro nabis.
â Mater purissima, Allen: Ora pro nabis. Allen;
Gij zijt 't kanaal der hemelsche genade;
Door uwe hand is zij ons toegevloeid, O zuivre Maagd, wie 't moederschap niet
schaadde,
O Leliebloem, die eeuwig jeugdig bloeit. U zij op heden, enz. als boven.
Eknigen : Mater castissima. Allen ; Or a pro
nobis.
â Mater inviolaia, Allen; Or a pro nobis. Allen :
Uw glansrijk hart blijft heel mijn ziel verukken, 't Is als de sneeuw, waarop het zonlicht daalt. Toen gij uw Kind aan 't moederhart mocht
drukken,
Bleeft gij, als Maagd, met maagdenglans
omstraald. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen : Mater intemerata. Allen ; Or a pro
nobis.
â Mater amabilis, Allen : Or a pro nobis. Allen:
O Moedermaagd, steeds rein en ongeschonden. Als de ochtendstraal, die langs de waatren
gloort;
Geen moeder werd ter wereld ooit bevonden Zoo lief als gij, die zoo Gods hart bekoort. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Mater admirabilis. Allen : Or o pro
nobis.
â Mater Creatoris, Allën: Dra pro nobis. Allen ;
Wij groeten u, o wonderbare Moeder,
U, 't meesterstuk van 's Heeren scheppingskracht,
â 199 â
Gij roemt als kind uw God, den Albehoeder, Die door zijn woord 't heelal heeft voortgebracht. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen : Maler Salvatoris, Allen : Orapro
nobis.
â Virgo prudeniissima, Allen : Or a fro
nobis.
Allen :
Wij groeten u, die in uw schoot mocht dragen Jezus, die ons verlost heeft door zijn bloed; O Maagd, die ü voor al de sluwe lagen Van 't helsca serpent voorzichtig hebt behoed.
U zij op heden, enz. als boven'
Eenigen: Virgo veneranda. Allen: Or a pro
nobis,
â Virgo prcedicanda â Ora pro
nobis.
Allen ;
Gij zijt, o Maagd, den hoogsten eerbied
waardig,
'k Zie't Englenkoor gebogen voor uw troon, 'k Zie al wat leeft ten blijden lofzang vaardig, Uw loflied klinkt door aarde en hemelwoon. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Virgopotens, Allen: Orapro nobis, â Virgo Clemens, â Ora pra nobis.
200
Allen:
O macht'ge Maagd, gewoon aan 't zegevieren, Och sterk ook ons, uw kindren, in den stijd; Uw moederhart, zoo mild, zoo goedertieren. Voelt zelf het leed,dat een dier kind'ren lijdt. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Virgo fidelis. Allen: Or a pro ?iobis. â Speculum justilice, ,, Or a pro nobis. Allen :
Gij zijt bij ons te midden onzer vreugden,
Gij blijft ons bij in smart, o trouwste Maagd ! Gij zijt het beeld, de spiegel aller deugden, Uw hart alleen heeft altijd God behaagd. U zij op heden, enz. als boven. Eenigen: Sedes sapieniice, Allen: Or a pro
nobis.,
â Causa nostra loetiiice, â Or a pro nobis, Allen :
Gij zijt de troon der wijsheid van den Vader, Die door uw prachthetgod'lijk Hart verheugt; Door U kwam God weer tot ons, zondaars,
nader.
Gij werdt ons heil en de oorzaak onzer
vreugd', U zij op heden, enz als hoven. Eenigen: Vas spirituale, Allen: Ora pro nobis. â Vas honorabile, ,, Ora pro nobis. Allem:
O geestlijk Vat van 's He eren welbehagen.
201
Het rijkst versierd met Gods genadeschat; Eerwaardig Vat, uit hemelsch goud geslagen, Die 't Marmabrood der hemelen bevat. U zij op heden, enz, als boven.
Eenigen: Vas insigne devotionis, Allen: Or a
pro nobis '
Eenigen; Rosa mystic a, Allen: Ora pro nobis Allen:
Uitmuntend Vat van godsvrucht en van liefde' Waarop ons oog met zielsverrukking staart; Verborgen Roos, die met geen doornen griefde, O Pronksieraad van 'shemels rozengaard. U zij op heden, enz. ais boven.
Eenigen ; Turris Davidica, Allen : Ora pro
nobis.
,, Turris elnirnea, â Ora pro
nobis.
Allen :
Wij groeten U, o Davids sterke Toren,
Dien 't duivlenheer met siddering aanschouwt ;
Gij ducht geen storm, geen zengend bliksem-
gloren,
Onwrikbaar staat ge uit blank ivoor gebouwd.
U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Domus aurea, Allen: Ora pro nobis. ,, /'Veder is area, â Ora pro nobis.
202
Allen ;
O gulden Huis, waarin God nederdaalde, Hoog blonkt ge in 't licht van 't eeuwig
morgenrood.
Ark fles Verbonds, waarop Gods glorie straalde. Toen Hij met ons zijn eeuw'gen vrede sloot. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen ; Janua cccli, Allen : Orapro nobis. â Stella matutina, â Ora pro nobis.
Allen :
Gij zijt voor ons de Deur der hemelzalen.
Hij, die U vindt, zal ingaan tot Gods Huis. O Morgenster, gij melddet in uw stralen d'Opgang der Zon, die schitt'ren zou aan
't kruis.
U zij op heden, enz. als hoven.
Eenigên : Salus in fir mor um, Allen ; Ora pro
nobis.
â Refugium peccatorum. â Ora pro
nobis.
Gij zijt het Heil der zieken in hun smarten, Zoo roemen we U, o Lieve Vrouw in 't Zand, Gij 't Toevluchtsoord der afgedwaalde harten, Als tegen hen Gods heil'ge toorn ontbrandt.
U zij op heden, enz, als hoven. Eenigen : Consolatrix aff.ictorum, Allen ; Ora
pro nobis.
â Auxilium Christianornm, Allen: Ora
pro nobis.
â 203 â
Allen :
O Troosteres in alle zielsbezwaren,
Gij licht den steen van 't zwaar bedrukt
gemoed.
Gij zijt altijd de Hulp der Christenscharen, Die in den strijd voor neerlaag hen behoedt. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen : Regina Angelorum, Allen: Or a pro
nobis.
â Regina Pairiarchar urn, â Or a pro
nobis.
Allen :
Zie 'tEnglenkoor uw hoogen zetel naadren,
Zij groeten U als hunne Rijksvorstin. Met hen verschijnt het koor der Oude Vaadren, Zij prijzen U hun dierb're Koningin.
U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen: Regina Prophctarum, Allen: Orapro
nobis.
â Rigina Apostolorum, â Ora pro
nobis.
Allen :
O Koningin der rei van Gods Profeten, Voor eeuwen reeds met vreugd' door hen
begroet.
Gij zijt zoo hoog op 's hemels troon gezeten, 't Apostlen koor knielt smeekend aan uw
voet.
U zij op heden, enz, als boven.
204 â
Eenigen: Regina Martyrum, Allen: Or a
pro nobis.
â Regina Confessorum, Allen: Or a
pro nobis.
Allen ;
Ginds daagt het heir der kloeke Martelaren, Zij leggen hier hun palmen voor uw troon. Naast hen kom blij 't Belijdrenkoor zich
scharen,
Zij oft'ren U hun groene lauwerkroon.
U zij op heden, enz. als hoven.
Eenigen: Rigina Virginum, Allen : Or a pro
nobis.
â Regina sanctorum omnium, Allen :
Ora pro nobis.
Gegroet, gegroet, o Koningin der maagden!
Zoo klinkt uw lof in 't zil vren maagdenlied. quot; O Koningin van al, die God behaagden, Die aan uw voet miljoenen Heü'gen ziet. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen : Regina sine labe originali concepta, Allen : Ora pro nobis. Eenigen: Regina sacratissimiRosarii Allen:
Ora pro nabis.
A llen:
Heel 'themelsch Hof weergalmt van lofgezangen,
't Prijst u om strijdt, u, vrij van Adams smet. 0 wil vooral des zondaars beê ontvangen.
â 205 â
Als hij u bidt door 't Rozenkransgebed. U zij op heden, enz. als boven.
Eenigen; Agnus Dei, qui iol/is peccata mundi,
Allen: Farce nobis, Damine.
Eenigen : Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
Allen ; Exo.udi nos, Domine.
Eenigen : Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
Allen : Miserere nobis.
Allen:
O godlijk Lam, dat wegneemt 's werelds zonden,
Spaar toch uw volk, dat om ontferming
schreit!
Verhoor ons, Heer, om uw vijf heil'ge wonden, Ontferm U, Heer, der gansche Christenheid. Hoor onze bede.
Almachtig God 1 Bid, lieve Moeder, mede, ) ,. Uw smeeking is gebod! ) ts'
N0 28. Afscheidslied aan Onze Lieve Vrouw in 't Zand.
(Reeds in 17S5 zongen de pelgrims, bij hét verlaten der Kapel van O. L. V. in 't Zand het afscheidslied, dat wij hier, eenigszins ver-
â 2o6 -
anderd, laten volgen. Het doet goed aan het hart, te denken, hoe reeds een eeuw te voren Maria op deze plaats met hetzelfde lied begroet werd, dat wij thans nog zingen.)
Vaarwel 1 Vaarwel! Wij scheiden, O lieve Vrouw in 't Zand.
Maar 't harte, dat we u wijden. Dat laten we u tot pand.
Vaarwel o Maagd zoo zoet,) ^ Die ons bewaren moet! )
Wij zullen wijd in 't ronde,
Als wij zijn weergekeerd.
Tot uwen lof verkonden,
Hoe gij hier wordt vereerd.
Vaarwel o Maagd zoo zoet,) ^ Die ons bewaren moet! )
Toen wij ter beevaart togen,
Hoe blij was toen ons hart!
Nu blinkt in aller oogen
De traan der scheidingssmart. Vaarwel, o Maagd zoo zoet,) ^ Die ons bewaren moet! )
O konden we onze wone,
O lieve Vrouw in 't Zand,
Hier neerslaan om uw trone In dit gezegend land!
Vaarwel, o Maagd zoo zoet,) Die ons bewaren moet! )
â 207
O Moedermaagd, wij groeten Nog eens uw beeltenis;
Wij leggen aan uw voeten Al wat ons dierbaar is.
Vaarwel, o Maagd zoo zoet,) , â Die ons bewaren moetl )
Wij zullen in ons lijden Naar u onze oogen slaan;
O wil ons dan verblijden.
Ons trouw ter zijde staan.
Vaarwel, o Maagd zoo zoet. ) ^ Die ons bewaren moet! )
Geef, Moeder onzes Heeren,
Dat we ook het volgend jaar
U hier weer komen eeren Met nog veel grooter schaar
Vaarwel, o Maagd zoo zoet,) ^. Die ons bewaren moet! )
Vaarwel voor 't laatst! Wij scheiden, O Lieve Vrouw in 't Zand!
Ach, blijf ons steeds geleiden. Tot 'themelsch Vaderland.
Vaarwel, o Maagd zoo zoet, ) ,.
Die ons bewaren moet 1 )
208
Nü 29. Tot Afscheid.
Vaarwel ! Vaarwel! wij scheiden !
O Moeder, 't uur is daar;
Wil gij ons zelf geleiden, Ons bijstaan in 't gevaar.
Och hoe zwaar valt de smart
Van u henen te gaan !
Maar u bieden we Ons hart Ter gedachtenis aan.
Vaarwel 1 Vaarwel 1 wij scheiden ! O Moeder, 't uur is daar!
Wat ons deze aard' moog' schenken,
Des levens vreugde of smart; U blijven wij gedenken.
Uw beeld straalt in ons hart. O Gij Maged, zoo zoet.
Hoor ons laatste gebed: Och bewaar ons gemoed Steeds van zonden en smet. Vaarwel! Vaarwel! wij scheiden ! O Moeder, 't uur is daar!
Vaarwel! Vaarwel! Wij wijden
U 't droevig afscheidslied; Ons blijv' de hoop verblijden Van 't weerzien in 't: verschiet 1 In de tranen der smart, Aan onze oogen ontweid,
209
Blinkt een straal, die ons hart 't Blijde weerzien voorspelt. Vaarwel I Vaarwel! wij scheiden ! O Moeder, 't uur is daar !
Troost ons in al de ellenden Der aardsche pelgrimsreis;
En als de tocht zal enden.
Voer ons naar 't Paradijs.
Daar, o Moeder, zoo goed.
Daar, ja zien wij u weer;
Neen, daar ducht ons gemoed Geene scheiding ooit meer. Vaarwel! Vaarwel 1 wij scheiden ! O Moeder, 't uur is daar!
N0 30.
Onze Intenties.
(Wijze: Maria wil gedoogen N0 37 H. Familie.)
Wij komen U vereeren
Van verre uit het land.
Hoor, eer wij wederkeeren Ons, Lieve Vrouw in 't Zand. Refrein ;
O, zie met welbehagen
Gij, Moeder, op ons neer;
Verkrijg ons, wat wij vragen ) .. Bij Christus, onzen Heer. ) ts'
â 210 â
Wij laten 't smeeklied rijzen
Tot voor Maria's troon, Want alle gunstbewijzen
Verkrijgt zij van haar Zoon
Refrein: O, zie enz.
Onze eerste bede stijge
Tot U, Maagd, hemelwaart. Opdat Gods Kerk verkrijge De rust en vrede op aard'.
Refrein: O, zie enz.
Bid voor den Heil'gen Vader,
Ons dierbaar Opperhoofd, Door list van den verrader Van rijk en kroon beroofd.
Refrein : O, zie enz.
Wij, kindren, wij vragen.
Uit 's harten liefdegloed. God schenke in al hun dagen Onze ouders alle goed.
Refrein: O, zie enz.
En vriend en vijand tevens,
En allen ons verwant,
Leide op den weg des levens Gods zegenende hand.
Refrein : O, zie enz.
â an â
Kom, Moeder, hen, die lijden In 't smartvol vagevuur,
Vertroosten en verblijden. Verhaast hun reddingsuur!
Refrein: O, zie enz.
Aanschouw, o Godes Moeder, Hoe elk U eere biedt
Met Jezus, onzen Broeder; Verlaat ook Neerland niet.
Refrein: O, zie enz.
Stijg', voor wie niet vermochten Te doen deez' bedevaart.
En ons gehed verzochten, Een bede ook hemelvaart.
Refrein: O, zie enz.
Maar, Koningin der Heil'gen, O, zegen ook deez' schaar;
Wil immer ons beveil'gen In 't dreigend zielsgevaar.
Refrein'. O, zie enz.
Laat ons uw gunst verwerven, In 's levens bangsten nood;
Opdat wij eenmaal sterven Een goeden, zaal'gen dood.
Refrein-. O, zie enz.
â 212 â
N0 31.
Een Lied van U.
Een lied van u, een lied voor u, O Lieve Vrouw in 't Zand,
Weerklinke in vollen jubeltoon Door heel ons Nederland!
Een lied van u, een lied voor u, Vol dankb're liefde en gloed,
Dat uwe moederliefde prijst.
En lofzingt: Gij zijt goed!
Ja goed zijt Gij! goed waart gij ons Voortdurend jaar aan jaar;
Geen moeder was er beter ooit Voor hare kindrenschaar.
Wat in der eeuwen loop verdween, Wat ook te niet mocht gaan:
Uw harte bleef een moederhart. Uw liefdetroon bleef staan.
Ja goed zijt gij! Voor allen goed! Zoo klinkt het wijd in 't rond.
Geen die hier ooit uw voorspraak vroeg, En niet uw macht verkondt.
Uw raoederbeê verdrijft de smart.
Weert ziekte en rampspoed af.
Wekt zondaars tot bekeering op.
Wekt dooden uit hun graf.
â 213 â
Ja, goed zijt gij, en maatloos goed!
Zing dat. Mariastad.
Die u reeds zooveel eeuwen roemt
Bewaarster van dien schat.
Zingt dat, gij pelgrims, toegestroomd
Uit alle stad en land,
Tuigt allen van de wondermacht Der Lieve Vrouw in 't Zand.
Dus danken we u, en zingen blij
Een lied vol liefde en gloed,
Daar wederliefde en dankbaarheid
Ons 't harte kloppen doet; Wij zingen van het liefdevuur.
Dat in uw boezem brandt.
Een lied van u, een lied voor u, O Lieve Vrouw in 't Zand!
I N H O U D.
Bladz.
Voorrede . ..........5
Geschiedkundige schets der miraculeuze Beeltenis
van O. L. Vr. in 't Zand.....7
De Bedevaart naar het miraculeuze Beeld van O.
L. Vr. in 't Zand.........
Het Doel der Bedevaart......43
Op welke punten behoort men gedurende de Bedevaart vooral te letten?.....4^
Aflaten in de kapel van O. L. Vr. in 't Zand te
gewinnen........ ⢠5°
Voor de leden der Broederschap âBehoudenis der
Krankenquot;....... ⢠54
Gunsten verleend aan de Eerw. Heeren Geestelijken. 57 Gebeden gedurende de processie en bij het miraculeus Beeld........59
Reisgebed.........
Gebed tot O. L. Vr. in 't Zand bij den aanvang
der reis.........^5
Gebed voor de levende leden der Broederschap . 67 Gebed voor de afgestorven leden der Broederschap. 69 Gebed bij het miraculeus Beeld, om de genaden te venverven, waarvoor men de Bedevaart heeft
ondernomen....... ⢠7°
Gebed om de genade eener oprechte bekeering . 73 Gebed om sterkte tegen de bekoringen . ⢠»75 Gebed tot O. L. Vr. in 't Zand om de deugden
te verkrijgen..........
Gebed om de roeping te kennen . . . »78 Gebed om een vurige liefde tot Maria te verkrijgen. 79 Gebed om een zaligen dood.....82
INHOUD.
Bladz.
Smeekgebed bij bet miraculeus Beeld om bijstand en troost te verwerven in ziekte of tegenspoed. 85
Gebed voor zijne ouders......87
Gebed \an ouders.........
Kort gebed, hetwelk de H. Elisabeth gewoon was te storten, wanneer zij met haar kind voor een miraculeus Bee-d van Maria knielde . . .89 Gebed om de bekeering te verkrijgen van iemand
die ons dierbaar is......89
Gebed om de genezing van een zieke . . .92 Gebed voor den Paus en de H. Kerk . . .93 Dankgebed na een verkregen gunst. . . .94 Gebjd om de genade der Volharding . . .97 Dringend Smtekgebed, bij wijze van Litanie tot
O. L. Vr. in 't Zand......gg
Morgengebed op de Bedevaart........
Avondgebed op de Bedevaart........
De H. Mis in de Kapel in 't Zand.... ic6 Gebedrn vóór en na de Biecht .... 12a Gebeden vóór en na de H. Communie . . .125
Gebeden onder het Lof......134
Tantum Ergo..........
Litanie tot de allerheiligste Maagd. . , . 144
Magnificat.........I48
O Sanctissima........
Lof«ang âTe Dcumquot;.....⢠. I52
Dageüjksch Gebed tot O. L. Vr, in 't Zand . . 155
Geestelijke Lied ren.......
Hu'de aan O. L. Vr, in 't Zand.
Onze Lieve Vrouw in 't Zand . . . 159 Lied der Kroning.
Laat ons blijde juitblcnd prijzen. . , 160 Smeekgebed.
Gegroet, 0 Maria, o Moeder en Maagd . 161 Maria's Beeld gekroond.
Juicht, Christnen, jui.ht uw Moeder tegen. 162 Avondbede tot Maria.
Komt nog ten kinderbede . , , , 163
2I5
|
No |
1. |
|
Nqj |
2. |
|
No |
3- |
|
No |
4- |
|
No |
5- |
INHOUD.
Bladz.
No 6. Lofzang aan Maris.
Wonder van gloriepracht . . â . 1^4 No 7. Maria, Moeder der barmhartigheid.
7.ie uit het hoogst der heemlen â â I6S
No 8. Loflied.
Alle dagen met behagen . 166
No 9. Wees gegroet, Maria.
Wees gegroet, 0 zuivre Maaga. . . 108 No 10. Loflied tot Maiia.
Verheft in blijde zangen .... 109 No 11. Maria's Naam.
âMaria,quot; sprak Gods Evgcl . â ⢠170 No 12. Maria's Hemelvaart. (Lied van den H.
Alphonsus.
Ten hemel met Maria .... I71 No 13. Maria's Geboorte.
Daar klinkt langs aarde en bemeltin. â 173 No 14. Bede tot O. L. Vr. in 't Zand.
Motder, zie uw lievelingen. . ⢠⢠I74 No ig. Begroeting van Maria.
Wees gegroet, 0 Koninginne . . .176 No 16. Liefdezuchten tot Maria (van den H.
Alphonsus.)
Kent gij den wensch mijns harten . â 177 No 17. Maria, mijne hoop (van den H. Alphonsus.)
0 gij, mijn sc.hoone Hope . . . ⢠17° No 18 Ter eeie van Maria (â¢'an den H, Alphonsus.)
0 gij schoone, die de krone.
No 19. Maria's schoonheid (van den H. Alphonsus.)
Bergen, dalen, heuvelklingen No 20. Het Heilig Hart van Maria.
Laat nu de aarde op blijden toon . .184 No 21. Salve Regina.
Gegroet, 0 hemels koningin â â â I8S No 22. Maria, wees gegroet.
Maria, wees gegroet . â â .187
No 23. Avondlied.
De stille nacht daalt neder â â . 1S9
2l6
180 182
INHOUD.
No 24. O Moeder Gods.
O Moeder Gods ..... No 25. Bij het aanvaarden der Pelgrimsreis.
Wij gaan ter beevaart henen No 26. Bij het Aanschouwen der Kapel.
Ziet, Pelgrims, ziet, daar in t verschiet No 27. Litanie der Allerheiligste Maagd.
Kyrie eleison , . . . . No 28. Afscheidslied aan Onze Lieve Vrouw 't Zand.
Va ar wel! Vaarwei! Wij scheiden No Tot Afscheid.
Vaarwel! Vaarwel! wij scheiden No 30. Onze Intenties.
Wij komen U vereeren No 31. Een Lied van U.
Een lied voor u, een lied voor u
217
Bladz. . 190 . 192
. 194
. 195 in
. 205
. 208
. 209
. 212
Goedkeuringen.
REIMPRIMATUR.
Ruraemundae, 3 Octobris 1896.
Dr. P. MANNENS,
Librorum Censor.
Door den hoogwaardigsten pater, M. Raus daartoe gemachtigd, staan wij toe, dat de derde uitgave van het nHandboekje voor de Pelgrims naar O. L. Vrouw in 't Zand'quot; worde gedrukt, servatis servandis.
Amsterdam, 2 October 1896.
J. A. F. KRONENBURG C. Ss. R., Sup. prov.