-ocr page 1-

00

Vak 23

■\ ,

-----------------------^ O

j^EGELS EN pONSTITUTIEN

VAN

DE ORDE DER MILITIE

VAN

JEZUS-CHRISTUS,

NAAR DE FRANSCHEquot;UITGAVE

DOOK

.IOS. DEMELINNE,

Ridder dor Orde van de Militie van Jezus-Christus,

Prior der Orde te Maastricht.

!i

@) (9-)

1^ ■ cö; : ^

,'v f

§

1

i

f

r;

i

8;

r/

(«)

v® A |

(è)

(£gt;) pj

%

. 'ÖJ (S)

amp;

pj amp;)

ii /-O'

kc ^ : rf (o

r

u %

2i

I

amp;

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

Regels en JConstitutiên

VAN

DE ORDE DER MILITIE

VAN

JEZUS-CHRISTUS.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

WW

ij k)

Regels en Ponstitutien

DE ORDE DER MILITIE

VAN

JEZUS-CHRISTUS,

NAAR DE FRANSCHE UITGAVE

DOOK

jos demehnne,

Ridder der Orde van de Militie van Jezus-Christus,

Prior der Orde te Maastricht.

U 5

-ocr page 8-
-ocr page 9-

Translatio neerlandica Constitutionum Or din is Milt-tiae Jem Gkristi, et Officii B. M. V. secundum Ordinem P. P. Praedicatorum, typis excudi et vulgari permittitur.

Ruremundae, 1 Junii 1890.

P. J. H. RUSSEL, Can. Iheol. et Prof.

Librorüm Censor.

-ocr page 10-

Aan den Allerdoorluchtigsten Broeder,

Ridder Dominicus Piccoli,

Luitenant-Qeneraai der Ridderorde

VAN DE

MILITIE tan JEZUS-CHRISTUS,

ZIJ DEZE MIJN ARBEID

toegewijd.

Met den diepsten eerbied leg ik aan uwe voeten de eerste Nederduitsche vertaling neder, van de Regels en Constitutiën onzer Orde. Niemand beter dan u, die niet slechts de hersteller, maar beter gezegd de tweede stichter onzer doorluchtige Orde zijt, kon ik mijn arbeid toewijden.

't Is immers aan uw krachtdadig optreden, aan uwen ondernemenden geest, aan uwen onverdroten arbeid en uwe vocr-beeldelooze offervaardigheid, dat wij de herleving, de wedergeboorte te danken hebben eener Orde, die in vroegere eeuwen aan Kerk en Staat zulke uitstekende diensten bewezen, en die zoowel op maatschap-

-ocr page 11-

TRADUCTION des REÜLES

KT DKS

CONSTITUTION S.

DÈDIÈE AU TRÉS-ILLUSTRE FRÉRE

Chevalier Dominique Piccoli,

Lieutenant-Cénéral de i'Ordre Equestre

DK LA

M I L 1 C E i) f. J H SUS-( '11 R I S T.

C'est avec le plus profond respect que je dépose a vos pieds la première traduction Néerlandaise des Régies et des Constitutions de notre Ordre. A personne rnieux qu'a Vous je ne saurais dédior mon ouvrage. En effet Vous êtes le réformateur ou plutót, Vous étes le second fondateur de notre Ordre. N'est-ce pas a votre puissante initiative, a votre esprit entreprenant, a votre zèle infatigable et a votre dévouement sans pareil, que nous devons la renaissance d'un Ordre qui, dans des siécles antérieurs a rendu des services si éminents a l'Eglise et a l'Etat, et qui a donné a la société aussi bien qu'a l'Eglise tant d'hommes.

-ocr page 12-

VIII

pelijk als kerkelijk gebied zoo vele mannen geleverd heeft, op wie wij. hunne nazaten met recht fier mogen zijn.

't Is op uw uitdrukkelijk verlangen dat ik de hand gelegd heb aan de Neder-duitsche vertaling onzer Regels en Gonsti-tutiën, de eerste die na de oorspronkelijke het licht mag zien.

Ik twijfel niet of daarmede zal dan ook eerlang uw vurige wensch in vervulling treden, van ook onze Orde in Nederland en België gevestigd te zien. Innig doordrongen van den plicht van erkentelijkheid jegens u het doorluchtig Hoofd onzer Orde, die mij persoonlijk zoo vaak blijk hebt gegeven van toegenegenheid en welwillendheid, maar vooral van vertrouwen, door mij namelijk te belasten met de Neder-duitsche vertaling onzer Regels en Gonsti-tutiën, meen ik, U, Allerdoorluchtigste Ridder, niet beter mijnen dank te kunnen betuigen, dan u mijn zwakken arbeid toe te wijden, en u bij dezen de plechtige verzekering te geven, dat ik van mijnen kant arbeid noch moeite, zorg noch offers zal sparen, om onze Orde zoowel in mijn Prioraat als daar buiten, tot verdere ontwikkeling, en onder Gods zegen zoo mogelijk tot weligen wasdom en hoogen bloei te brengen.

-ocr page 13-

— IX —

dont nous leurs successeurs, avons droit d'être fiers.

G'est pour satisfaire a votre vif désir, que j'ai mis la main a la traduction Néerlan-daise de nos Régies et de nos Constitutions, la première traduction qui parait après loriginale.

Je ne doute pas que votre ardent sou-hait, de voir établi notre Ordre dans les Pays-Bas et en Belgique, ne soit ainsi bien-tót réalisé. Profondément pénétré du devoir de la reconnaissance envers Vous, le Chef très-illustre de notre Ordre, qui m'a donné si souvent, a moi personnellement tant de preuves d'affection, de bienveillance et sur-tout de confiance, en me chargeant de la traduction néerlandaise de nos Régies et de nos Constitutions, je pense ne pas pou-voir mieux Vous exprimer ma reconnaissance, trés-illustre Chevalier, qu'en Vous dédiant mon faible ouvrage et en Vous donnant 1'assurance, que de mon cóté Je n'épargnerai ni travail, ni peines, ni sacrifices pour contribuer au développement de notre Ordre, tant dans notre Prieuré qu'au dehors, pour le faire fleurir et le porter sous la bénédiction de Dieu, a la plus haute prospérité!

J'exprime enfin le souhait qu'ü nous soit donné de Vous voir longtemps, bien long-

-ocr page 14-

Ik uit ten slotte den wensch, dat het ons gegeven zij, nog eene reeks van jaren de banier onzer Orde in uwe handen to zien; ja, geve God, dat Gij alvorens de teugels van het bewind voor immer neder te leggen, den troost moogt smaken uw lievelingsdenkbeeld verwezenlijkt te zien, van namelijk de banier onzer Orde tot aan de vier uiteinden der aarde te zien wapperen, en alom te hooren weergalmen de zinspreuk aan onze Orde eigen: Vivat Jesus Christus, Rex Noster in Aeternum! Leve .lezus-Ghristus, onze Koning in eeuwigheid!

Uw allerootmoedigste dienaar en broed'1 r JOS. DEMELINNE,

UIUDER DER ORDE VAN .DE MILITIE VAN JEZUS-CHRISTUS,

PRIOR TE MAASTRICHT.

Maastricht, 1 Augustus IS90.

Feest van den H. Dominicus.

-ocr page 15-

XI

temps a la tête de notre Ordre. Que Dieu Vous fasse góuter la douce consolation de voir réalisé, avaut de déposer a jamais les rènes du gouvernement, votre plus doux espoir, eest fi dire celui de voir quatre extrémités de la terre rangées sous la ban-nière de notre Ordre et d'entendre résonner partout la devise de notre Milice : Vivat Jesus Christus Rex Noster in Aeternum! Vivo Jésus-Ghrist, notre Roi dans l'éternité!

Votre très-liuwhlo scTvitavr d ffèvc JOS. DEMELINNE,

CHEVAX-iIEK DE L'ORDRE DE LA MILICE DE JÉSDS-CHRIST,

PRIEUR A MAESXRICHT.

Maestricht, 4 Aoüt 1890.

Fête de St. Dominique.

-ocr page 16-
-ocr page 17-

INLEIDING.

Wij hebben het noodig geoordeeld, de alge-meene Statuten van de Orde der Militie van Jezus Christus te doen voorafgaan door een beknopt overzicht van den oorsprong en het doel dier edele instelling, alsmede van de grondbe ginselen, die haar in onze eeuw tot richtsnoer dienen.

Deze Ridderorde werd in 't begin der Xlll6 eeuw door den H. Dominicus, ter verdediging van het Geloof, gesticht. Onder verschillende benamingen heeft zij aan Kerk en Maatschappij groote diensten bewezen en is ter belooning daarvan door de pausen met talrijke gunsten en aflaten verrijkt. De hoofdnamen, die zij in de geschiedenis gedragen heeft zijn; de Ridders van den Rozenkrans, van Tolosa, van den H. Dominicus, van den H. Petrus martelaar, en van de Gelukzalige, Glorierijke Maagd Maria, of Gaudenti van Venetië. De Broeders onzer Orde hebben ook tot kern gediend voor de Orde der Zwaarddragers

-ocr page 18-
-ocr page 19-

INLEIDING.

quot;Wij hebben het noodig geoordeeld, de alge-meene Statuten van de Orde der Militie van Jezus Christus te doen voorafgaan door een beknopt overzicht van den oorsprong en het doel dier edele instelling, alsmede van de grondbe ginselen, die haar in onze eeuw tot richtsnoer dienen.

Deze Ridderorde werd in 't begin der XII[e eeuw door den H. Dominicus, ter verdediging van het Geloof, gesticht. Onder verschillende benamingen heeft zij aan Kerk en Maatschappij groote diensten bewezen en is ter belooning daarvan door de pausen met talrijke gunsten en aflaten verrijkt. De hoofdnamen, die zij in de geschiedenis gedragen heeft zijn; de Ridders van den Rozenkrans, van Tolosa, van den H. Dominicus, van den H. Petrus martelaar, en van de Gelukzalige, Glorierijke Maagd Maria, of Gaudenti van Venetië. De Broeders onzer Orde hebben ook tot kern gediend voor de Orde der Zwaarddragers

-ocr page 20-

van Livonië, door den bisschop van Riga gesticht.

Bij hare nieuwe oprichting heeft de Militie van Jezus-Christus zich tot taak gesteld het geloof te verdedigen, het onderwijs te begunstigen, de gastvrijheid en de naastenliefde te beoefenen.

Om beter haar doel : „de uitbreiding van het Rijk van Onzen Heer Jezus Christus op aarde1' te bereiken, beijvert zij zich, de werken des gebeds te bevorderen, het christelijk onderwijs en dat van den catechismus in 't bijzonder te verbreiden, godshuizen en andere inrichtingen van openbaar nut te stichten. Niets ligt haar meer aan het hart, dan het lot der verdrukten, der weduwen en weezen te lenigen. Haar mededoogen met de armoede en het lijden vindt zijn voedsel in de reine bronnen der zelfverloochening, der toewijding en der christelijke nederigheid. Bovenal wordt ons door onzen Gelukzaligen Vader, den H. Dominicus, het gebed aanbevolen ; want het gebed trekt de genade tot zich, en de genade maakt 's menschen pogingen voor het goede vruchtbaar. De reinheid der zeden is ons niet minder onontbeerlijk : een verstorven vleesch is als het beschermend omhulsel van het leven des geestes.

Eindelijk is de naastenliefde, het verhevenste der evangelische voorschriften, op het titelblad onzer Regels en Constitutiën gedrukt; zij moet echter ook diep in onze harten gegrift zijn;

-ocr page 21-

vooral moet ze al de handelingen van onzen wil bezielen.

-Deus, Charitas! ziedaar inderdaad ons toonbeeld, en ziehier ons hoogste gebod : den Heer, onzen (iod beminnen uit geheel ons hart, uit geheel onzen geest en uit geheel onze ziel, en onzen naaste als ons zeiven. Het arm en nietig schepsel heeft hier maar eenige waarde door het hart. Al de goederen dezer aarde, waar wij enkel voorbijgaan, om in den hemel, ons vaderland, te komen, zijn ook zonder waaide zoo zij niet als werktuigen van vooruitgang en geestelijke volmaking dienen. Hun zelfs die rijkdommen bezitten, is het naar het woord des Meesters, moeilijk het Rijk der Hemelen binnen te gaan. Verre van ons dan baatzucht en gierigheid; stellen wij onze harten open voor de liefde, voor de liefde gelouterd in het Heilig Hart, verlevendigd door de aanraking met de ellende, voor de liefde wier werkkring geen grenzen kent; want even als het geloof zonder de werken een dood geloof is, zoo is ook de niet werkdadige liefde, geene oprechte liefde.

Laten wij dus ootmoedig van geest en harte zijn. Mogen noch de ijdelheid, noch de hoogmoed, onze goede daden bezwalken ! Onbekend bij de menschen, moeten ze enkel bij Grod bekend zijn. Green eigenwaan over onze sterkte en macht; alle sterkte en macht komen van den Almachtige die zich van ons bedient of ons als ijdele werk-

-ocr page 22-

tuigen verbrijzelt, zoo het Hem behaagt. Van dien geest van nederigheid, doordrongen, moet dus de grootste onder ons gelijk worden aan den kleinste en hij, die in overheid gesteld is, aan hem, die gehoorzaamt, naar het voorbeeld van een onzer Grootmeesters, Frater Petrus Savaricus, die bij zijnen naam den glorierijken titel voegde van : humilis pauper Magister Militiae Jesu Christi ; de nederige en arme Meester van de Militie van Jezus-Christus.

Laten wij in onze Orde noch winst noch eereambten, maar de belangen van den godsdienst, het heil onzer ziel en Gods glorie zoeken.

Worden wij geroepen, om de verdiensten of de fouten onzer Broedeis te beoordeelen , wachten wij ons dan wel, ons door den schijn te laten leiden, en spreken wij ons oordeel uit zonder hartstocht, naar ons geweten en de rechtvaardigheid.

Eindelijk moeten wij uit al ons vermogen er naar streven, door de reinheid van onzen levenswandel, onze ziel tot haren Schepper te verheffen, haar steeds voor de ondeugden en de gewetenswroegingen te behoeden, haar nooit voor goud te verkoopen, noch haar aan het lokaas der genoegens ten offer te brengen ; en nooit, bij geen enkele gelegenheid mogen wij een zoo aardsch, zoo broos wezen als het lichaam stellen boven haar, wier oorsprong hemelsch en wier duur eeuwig ie.

-ocr page 23-

— 5 -

Ridders van Christus, houden wij ons als het moet, steeds geroed te sterven voor het Greloof en de Rechtvaardigheid ; want voor den christen is de dood slechts een overgang naar die van licht schitterende woningen, naar het hemelsch Jeruzalem, waar hij zijne Broeders en allen zal terugvinden, die hij op aarde bemind heeft.

De kortstondige genietingen der wereld verachtend, den blik op de dingen gevestigd, die niet voorbijgaan, weet de christen, dat zijn graf eene wieg is, dat de luister des Hemels hem gaat omringen en dat hij noch een onbekende, noch een vreemdeling in die nieuwe woning zal zijn, waar tal van vrienden hem roepen, om hem deelgenoot te maken van de onuitputbare vreugden der zalige gewesten. Moed dus ! want hier beneden begint alles; terwijl het daar boven voortgezet, opgehelderd en voltooid wordt.

En nu welbeminde Broeders en Zusters, die de vereischte voorwaarden vervult, en die u door de goddelijke genade getroffen, tot onze Militie getrokken voelt, doordringt u voor alles wel van den inhoud en den geest onzer Regels en Con-stitutiën en overweegt rijpelijk voor God, eer gij er intreedt; want anders zou de stem van uw geweten u wellicht eens de gelofte verwijten, die gij God en onze Orde deedt.

-ocr page 24-

Voor nadere inlichtingen richtte men zich aan:

M. D. Piccoli, 30, rue de Lille, te Parijs.

Mgr. F. Cuaemetant, directeur de l'CEuvre des Ecoles d'Orient, 12, rue du Regard, te Parijs.

Aan de HH.:

Baron L. de Testa, 131, Boulevard Pereire, te Parijs.

Vicomte de Damas, 173, rue de l'Universite, te Parijs.

Graaf de Maupas du Juglart, 4, Cours Sablon te Clermont-Ferrand.

Commandeur L. Rossi de G-asperis, Dogana Vec-chia, 2, te Eome.

Graaf Arthue de Beaumont, rustend Luitenant-Generaal, oud Luitenant-Kolonel van het Pauselijk leger, Kamerheer, van Z. M. den Keizer van Oostenrijk te Talmont (Vendée).

Jos. Demelinne, Ridder en Prior der Orde. Groote staat, 25, te Maastricht (Holland).

-ocr page 25-

VERKLARING.

De Orde der Militie van Jezus-Christus betuigt eene volstrekte onderwerping aan de Katholieke, Apostolieke en Roomsche Kerk, aan Onzen Hei. ligen Vader, den Paus, en aan de wettige Herders, Zij vereert in den Hoogeerwaarden Algemeenen Overste der Predikheeren den opvolger van den H. Dominicus, stichter dezer Orde.

Vol eerbied jegens de burgerlijke overheid, houdt zich de Militie buiten alle staatkundige partijen. Zij heeft geen ander doel, dan bet Rijk van Onzen Heer Jezus-Christus op aarde uit te breiden en de eendracht en de verbroedering onder alle christenen te bevestigen.

In de vergaderingen barer Raden of barer Prioraten en in 't algemeen in alle officieele bijeenkomsten van Broeders, verbiedt zy onder

-ocr page 26-

de straffen in hare Regels en Constitutiën vermeld, (Titel XVII, art. V) elke rede, elke beraadslaging van staatkundigen aard; — zonder onderscheid van nationaliteit, neemt zij in haren schoot eiken katholiek op, die zich aan haren Regel onderwerpt en bereid is, aan hare uitsluitend godsdienstige werken mede te arbeiden

Parijs, 6 Januari, Drie-Koningenfeeat 1887 De leden van den Hoefdraad ;

Dominicus Piccoli, Luitenant-Generaal en dienaar van het Huis der Militie van Jezus- Christus. Mgr. Félix Charmetant,

Groot-Aalmoezenier.

Baron Léopold de Testa,

Kanselier.

Vicomte Paul de Damas, Commandeur te Parijs.

Graaf B. de Maupas du Jüglaet, Kamerheer van Z. H. Leo XIII, Commandeur te Clermont-Ferrand. Commandeur Louis Rossi de Gasperis, Eerekamerheer van de Kap en het Zwaard van Z. H. Leo XIII, Commandeur te Rome. Graaf Arthur de Beaumont,

rustend Luitenant Generaal, Oud Luitenant-kolonel van het Pauselijk leger, kamerheer van Z. M. den Keizer van Oostenrijk, te Talmont (Vendée.)

-ocr page 27-

CODEX DIPLOMATICUS

ORDINIS MILITIAE JESU GHRIST1.

Nisi Dnminus aedificaverit do-mum,in vacuin laboraveruDt qui aediticant cam.

Als dc Heer het huis niet bount, dan arbeiden zij, die het bouwen, te vergeefs.

Ps. CXXVI, v. 1.

1209 Bul van Innocentius III voor de stichting van de Orde der Militie van Jezus-Christus door den FT. Dominicus.

1221 Bul van Honorius III aangaande het dragen van het Kruis.

1235 Bul Quae omnium conditoris van Grregorius IX, goedkeurende de Orde en den Regel der Militie te Parma.

1570 Bul van den H. Pius V, bevestigende al de door Innocentius IV, Innocentius VIII, Julius II, Leo X, Clemens VII, verleende gunsten.

1576 Bul van Gregorius XIII, bevestigende de privilegiën van de Orde der Militie van den Rozenkrans.

-ocr page 28-

— 10 —

1727 Bul van Benedictus XIII, bevestigende de voorgaande vergunningen en privilegiën.(1)

In 1870 heeft Paus Pius IX zijnen zegen verleend aan de hervormingsontwerpen der Militie van Jezus-Christus.

In 1888, den 19 Mei, heeft Z. II. Paus Leo XIII, in de plechtige audientie. verleend aan den Luitenant-Generaal der Orde van de Militie van Jezus-Christus, de Orde gezegend.

In die zelfde audientie zeide Z. H. Paus Leo XIII tot den Luitenant Generaal der Orde :

„Ik hoop dat gij niet de laatste Overste, dier „zeer edele Orde zult zijn, die groote diensten „aan de Kerk heeft bewezen. Ik wensch dat de „Orde zich overal verspreide. Ik ben tevreden „over U, over uwen Raad, en over de Ridders „der Militie van Jezus-Christus.quot;

Ten gevolge der onderhandelingen met Rome in 1885 en 1886 is de Orde gemachtigd, zich op nieuwe grondslagen te hervormen. Op het feest der Kruisverheffing, den 14 September 1886, heeft de Hoogeerwaarde Meester-Generaal der Predik-heeren, Pater Jozef, Maria, Larocca, zich ge-

(1) Veel andere Bullen bevinden zich in het Romeinsch Bul-larium en in dat der Dominicanen.

-ocr page 29-

waardigd met zijne tegenwoordigheid eene vergadering te vereeren, die door de voornaamste leden der Militie gehouden werd ten huize van den Doorluchtigen Luitenant-Generaal, Dominicus Piccoli, te Parijs,

-ocr page 30-

j^EGELS EN jOoNSTITUTIEN

VAN DE RIDDERORDE DER MILITIE

VAN JEZUS-CHRISTUS.

ALGEMEENE BEPALINGEN.

GESCHIEDENIS DEE ORDE.

De Ridderorde der Militie van Jezus Christus werd in het begin der XIH'16 eeuw, onder het Pontificaat van Innocentius III door den H. Do minicus gesticht om de bedreigde Kerk en Maatschappij te verdedigen. Zij is de eenige Ridderorde door eenen Heilige gesticht. Hare ge-schiodrollen staven de groote diensten, die zij der christenheid heeft bewezen, en bevatten de namen van heiligen, van vorsten en uitstekende mannen, die haar in de wapenen, kunsten en wetenschappen beroemd hebben gemaakt.

Terwijl zij hare roeping door de eeuwen heen

-ocr page 31-

— 13 —

voortzette, heeft zij op het laatst der XVII'1quot; eeuw te Venetië haar bestaan geëindigd. (1). Onlangs is zij naar de godsdienstige behoeften van onzen tijd hervormd,

DOEL.

De Orde heeft in onze dagen ten doel, de uitbreiding op aarde van het Rijk van Onzen Heer Jezus Christus, de verdediging der Kerk ec der christelijke beschaving.

MIDDELEN.

De leden der Orde werken aan dit doel door het gebed, het gesproken en geschreven woord, de verspreiding van het onderwijs, het goed voorbeeld en vooral door de werken van barmhartigheid en de heilige gastvrijheid. Tegenover het menschelijk opzicht stellen zij de openbare beoefening der oude, in verval geraakte christelijke gebruiken.

OPNAME.

Ter opname in de Militie van Jezus Christus

1

Te raadplegen de Geschiedenis der Ridders van Santa Maria Gloriosa of Gaudenti, uitgave van Venetië, 1787, door Fra Dominica Maria Frederick f2 deelen, bibliotheek Corsini te Rome). — Storia delP Or dim de Ha Milizia di Gesu Chris to ; Cavalier i di Santa Maria Gloriosa; Cav. del Rosario delta Croce. di Gesu Chris to : di S. Pietro Mar tire, ecc.— Dc Bollandisten {Acta Sancti Dominici, deel Augustus.)

-ocr page 32-

— 14 -

worden vereischt: de leeftijd van volle achttien jaren, van achtingswaardige familie, goede zeden, edelmoedigheid des harten, stiptheid in de beoefening van den katholieken godsdienst en volle onderwerping aan de Regels der Orde. Bovendien moet men door twee getuigen, leden van de Militie, voorgesteld worden en een noviciaat ondergaan.

NOVICIAAT.

Het noviciaat duurt drie maanden. Gedurende dien tijd is men verplicht, de voorbereidende wekelijksche vergaderingen onder de laiding van den novicen meester, bij te wonen. Na afloop dier drie maanden wordt de toelating van den novice tot den graad van Broeder vastgesteld.

-ocr page 33-

ALGEMEENE VERPLICHTINGEN.

De algemeene verplicbtingen voor de leden der Orde zijn :

Art. I. Vasthouden aan de plichten van eiken christen en in de beoefening daarvan het voorbeeld geven.

Art. II. Den eed van getrouwheid aan de Regels en Constitu~iën der Orde afleggen.

Art. III. Wekelijks den rozenkrans of het Officie van de H. Maagd bidden.

Art. IV. Op de vier hoofdfeesten van de Militie gezamenlijk tot de HH. Sacramenten naderen.

Art. V. Dagelijks het kruis (1) der Orde en op de plechtige bijeenkomsten den rok dragen (2).

Art. VI. De voorgeschreven vergaderingen bijwonen.

Art. VII. Zich van den geest van broederlijke

(1) De wijze van het Kruis te dragen, zal bij nadere uitspraak van den Hoofdraad bepaald worden.

(2) Zie de Overgangsbepalingen (bladz. 167)

-ocr page 34-

- 16 —

liefde en wederzijdsebe verplichting in zijne betrekkingen tot al de leden der Orde doordringen.

Art. VIII Naar vermogen de verdrukten, weduwen en weezen verdedigen.

Art. IX. De armen helpen, de zieken bijstaan, de onwetenden onderrichten, de gevangenen bezoeken, de dooden begraven en in 't algemeen alle werken van barmhartigheid beoefenen.

Art. X. Volgens zijne middelen herbergzaam zijn.

Art. XI. Eene jaarlijksche bijdrage van twaalf franken storten voor de algemeene behoeften en werken der Orde.

-ocr page 35-

TITEL I.

ALGEMEENE INEICHTING DER ORDE.

De Orde der Militie van Jezas Christus wordt verdeeld in Gewesten, elk een Groot Prioraat en Prioraten bevattend. Zij staat onder de hooge leiding van een' Groot-Meester, die haar met medewerking van een' Hoefdraad bestuurt.

Het Gewest wordt beheerd door eenen Groot-Commandeur en eenen Groot Prior, bijgestaan door eenen Commandeur in overïeg met eenen Gewestelijken Raad.

In do hoofdplaats van elk Gewest is een Groot-Prioraat, beheerd door den Groot-Prior en den Gewestelijken Raad.

In de andere deelen van 't Gewest worden zooveel Prioraten gevormd, als er noodig zijn.

Onderworpen aan de opperleiding van den Groot-Prior en den Gewestelijken Raad, worden zij alle beheerd door eenen Prior, bijgestaan door een Kapittel.

Wanneer in een Gewest de Prioraten zich vermeerderen of eene grootere uitbreiding erlangd hebben, kan de Hootdraad de rangschikking van

2

-ocr page 36-

— 18 —

verscheiden Prioraten onder den naam van Com-manderie bevelen.

Aan het hoofd der Commanderie zal dan staan een Commandeur, onder medewerking van eenen Raad, uit de leden van het centraal kapittel en de gewestelijke Priors gevormd.

De Prior van den zetel der Commanderie is rechtens ondervoorzitter van den Raad, staat den Commandeur bij in het vervullen zijner taak en verricht, in geval van verhindering of overlijden, diens werkzaamheden. De Priors der Commanderie staan in onmiddelijke verbinding met den Commandeur; deze onderhoudt betrekking met den Groot Prior, uit wiens handen hij het bestuur ontvangt.

De Aalmoezeniers, de Novicen- en Ceremoniemeesters alsmede de Schatbewaarders van het Gewest onderhouden rechtstreeks met dezelfde waar-digheidbekleeders van den Raad der Commanderie do betrekkingen, door de Regels en Cons-titutiën voorzien.

HOOFDSTUK I.

DE ORDE EN DE IIOOFDRAAD.

De Orde der Militie van Jezus-Christus is verdeeld in Gewesten, elk een Groot Prioraat en Prioraten bevattend. Zij staat onder de booge leiding van een Groot-Meester, die haar bestiert met medewerking van eenen Hoofdraad.

-ocr page 37-

— 19 —

De hooge hierarchie der Orde bevat eenen Groot-Meester, eenen Luitenant Generaal, Groot-Commandems, Groot-Priors, eenen Kanselier, eenen Algemeenen Novicenmeoster, eenen Schatbewaarder, eenen Opperccremoniemeester en Commandeurs. Zij maken den Hoefdraad uit.

De Grout Commandeurs. Gri oot Priors en Commandeurs hebben insgelijks zitting in hunne respectieve Gewestelijke Raden, die daarenboven ook nog bestaan uit de gewone Waardigheidbe-kleeders der Groot Prioraten.

De WaardigheidbekleeJers der Groot-Prioraten en dio der Kapittels zijn : de Prior, de Onder-Prior, de Kapitein Generaal, de Novicenmeester, de Schatbewaarder, de Ceremoniemeester en de Kapiteins,

Bij lederen Raad en ieder Kapittel is een Archiefbewaarder en een Bibliothecaris aangesteld.

Alle Waardigheidbekleeders worden voor het leven benoemd.

§1.-1)6 Groot-Meester.

De Groot-Meester is het hoofd der Orde. Bewaarder harer overleveringen, beschermer harer Regels en Constitutiën die hij ongeschonden aan zijnen opvolger moet overdragen, draagt hij zorg voor de stipte toepassing der R ;gels en der besluiten van den Hoofdraad, alsmede voor het ongeschonden behoud van den geest der Militie. Hij ver-

-ocr page 38-

— 20 -

tegenwoordigt de Orde in elke omstandigheid-hij alleen heeft het recht in haren naam te onderhandelen en hij bestiert haar met behulp van den Hoofdraad, welks Voorzitter hij is. Hij geeft aan de verordeningen van den Raad de uitvoerende kracht, door het zegel van het Grootmeesterschap er op te drukken. Hij heeft het recht van kwijtschelding der straffen, die de Broeders zich op den hals gehaald hebben.

§ 2. — De Luitenant-Generaal.

Luitenant Generaal kan slechts wezen het oudste lid der Orde, dat zitting heeft in den Hoofdraad en bewijzen heeft gegeven van geschiktheid en toewijding. Hij helpt den Groot-Meester in het bestuur der Militie, vervangt hem bij diens afwezigheid, houdt het toezicht in de Gewesten, vervult al de zendingen als vertegenwoordiger der Orde en heeft zitting als Ondervoorzitter in den Hoofdraad.

Als het Grootmeesterschap openvalt, bestuurt tij de Orde ad interim; bijgevolg oefent hij al de rechten uit en geniet al de voorrechten van Hoofd der Orde.

§ 3. — De Hoofdraad.

Sahenstblling. — Maken rechtens deel uit van den Hoofdraad: de Groot-Meester, de Luitenant Generaal, de Groot-Aalmoezenier, de

-ocr page 39-

— 21 —

Groot Commandeurs, de Groot-Priors, de Kanselier, de Algemeene Novicenmeester de Algemeene Schatbewaarder, de Ópper-Ceremoniemeester en de Commandeurs.

Bevoegdheden. — De Hoefdraad heett alleen de bevoegdheid de Regels en Constitutiën uit te leggen en die wijzigingen er in te brengen, welke na rijp onderzoek onmisbaar geoordeeld worden. Hij beslist over de zaken van algemeen nut der Orde en wijst in ruwe lijnen den gang der werkzaamheden aan.

Hij benoemt de Ridders op voorstel der Kapittels. Even billijk jegens al de Broeders en bezorgd om alle onderdrukking van den meerdere op den mindere te beletten, doet de Hoefdraad in laatst beroep uitspraak aangaande de zaken, aan zijne hooge rechtsmacht onderworpen.

Bekendmaking der Vekoedeningen. — De beslissingen van den Hoefdraad moeten, om geldig te wezen, voorzien zijn van het zegel van den Groot-Meester of bij diens ontstentenis van het zegel van den Luitenant-Generaal of Kanselier. Zij moeten beginnen met de woorden : In naam van den Groot-Meester (of bij diens ontstentenis van den Luitenant-Generaal) der Ridderorde van de Militie van Jezus-Christus, bepaalt de Hoofd raad...

-ocr page 40-

— 22 —

§ 4. — De Kanselier.

De Kanselier, lid van den Hoofdraad, is het hoofd van de Kanselarij der Orde. Hij reikt de benoemingsbrieven uit, stelt de akten op, houdt boek en briefwisseling. Hij onderzoekt de zaken, aan den Raad onderworpen, vooral die aangaande de tucht. Hij boekt de wijzigingen der Regels en Constitutiën, alsmede de verordeningen van den Hoofdraad en maakt ze bekend. De Archiefbe-waarder en de Bibliothecaris zijn hem ondergeschikt in het uitoefenen hunner bedieningen.

Onmiddellijk na het openvallen van den zetel des Groot-Meesters verbreekt de Kanselier diens zegel.

§ 5. — De algcmeene Novicenmeester.

Deze Waardigheidbekleeder, zitting hebbende in den Hoofdraad, bewaarder en natuurlijke vertolker der Regels en Constitutiën is belast zorg te dragen voor de overeenstemming in het onderricht der Novicen.

Tot dat doel teekent hij den Novicenmeesters der Groot Prioraten in algemeene lijnen den weg dien zij moeten volgen, om alle Broeders den geest der Orde in te prenten. Hij geeft omtrent het noviciaat de inlichtingen, welke hem overeenkomstig de Regels der Orde gevraagd worden.

-ocr page 41-

- 23 —

§ 6. — De Algemeene Schatbewaarder.

De Algemeene Schatbewaarder beheert de geldzaken der Orde onder leiding en toezicht van den Hoofdraad, waarvan hij deel uitmaakt. Hij int de bijdragen der leden van don Hoefdraad en de giften der weldoeners, neemt de gelden van de Schatbewaarders der Groot-Prioraten in ontvangst en vereenigt in de algemeene kas het aandeel, dat hem gewordt uit de bijdragen, belastingen, inkomsten, van welken aard ook der Provinciën.

Hij volvoert de geldelijke werkzaamheden door den Hoofdraad voorgeschreven, betaalt het honorarium der bezoldigde waardigheidbekleeders, houdt boek, maakt inventarissen op en geeft tweemaal 's jaars verslag over den financieelen toestand der Orde, in de week vóór Kerstmis en binnen de veertien dagen vóór Paschen.

§ 7. — De Opper-Ceremoniemeester.

De Opper Ceremoniemeester zorgt voor de stipte inachtneming der Regels van het in kracht zijnde Ceremonieel, wat betreft het rituaal dei-gebeden, de voorzitting enz; leidt al de ceremoniën en voornamelijk die der opname als Broeder, de plechtige aanstelling der Ridders, alsmede die der Waardigheidbekleeders.

Hij geeft omtrent het Ceremonieel de inlich-

-ocr page 42-

— 24 -

tingen, die hem overeenkomstig de Regels der Orde gevraagd worden, en lost al de daarmede in betrekking staande zwarigheden op.

Hij is rechtens lid van den Hoofdraad.

§ 8. — De Archief bewaar der.

De Archiefbevvaarder houdt de archieven der Militie in goeden staat en verschaft op elke vraag welke hem overeenkomstig de Regels der Orde gesteld wordt, de inlichtingen, die hij gemachtigd is te geven.

Geen stuk mag, zelfs maar tijdelijk, buiten de Archieven gaan, zonder bijzondere toestemming des Kanseliers. De Groot-Meester en Lui-tenant-Greneraal hebben die toestemming niet noodig. De Archiefbewaarder zorge voor het getrouw nakomen van het bijzonder reglement der Archieven.

§ 9. — De Bibliothecaris.

De Bibliothecaris draagt zorg voor de oprichting en goede instandhouding van de bibliotheek der Orde, stelt den Hoofdraad den aankoop voor van de boeken die hij noodig oordeelt, verschaft zich de werken, welker aankoop bevolen is en verhindert de invoering van alle andere geschriften. Hij past zorgvuldig het reglement toe der bibliotheek, die voor de leden der Orde is opengesteld.

-ocr page 43-

— 25 —

Op elke vordering van den Al gemeen en Schatbewaarder is hij verplicht afrekening te houden.

HOOFDSTUK II.

BE GEWESTEN, DE GEOOT-PRIORATEN EN DE GEWESTELIJKE RADEN.

Elk Gewest bevat een Groot-Prioraat en verschillende Prioraten; het wordt beheerd door eenen Groot Commandeur en eenen Groot-Prior, bijgestaan door eenen Commandeur in gemeen overleg met eenen Gewestelijken Raad.

In den hoofdzetel is een Groot Prioraat, bestuurd door eenen Groot-Prior en den Geweste-lijkc-n Raad. Hij heeft onder zich al de Prioraten van 't Gewest.

De Waardigheidbekleeders der Prioraten zijn : de Prior, de Onder-Prior, de Kapitein Generaal, de Novicenmeester, de Schatbewaarder, de Ceremoniemeester en de Kapiteins.

Daarenboven zijn nog aan elk Prioraat een Archiefbewaarder en een Bibliothecaris verbonden.

§ 1. — De Groot-Commandeur.

De Groot-Commandeur is het hoofd der Provincie en de voorzitter van den Gewestelijken Raad. Hij vertegenwoordigt er het centraal gezag en is belast met de uitvoering van al de

-ocr page 44-

- 26 -

verordeningen van den Hooldraad, waarvan hij rechtens lid is.

§ 2. — Dc Groot-Prior.

De Groot-Prior is de eerste ondervoorzitter van den Gewestelijken Raad en tevens lid van den Hoofdraad. In geval van afwezigheid, of van vacatuur des zetels van Groot-Commandeur, neemt hij het beheer der Provincie in handen. Hij is belast met het opperbestuur des Groot-Prioraats en der Prioraten, die er van afbangen, hij houdt het toezicht in deze laatste, en is hun bemiddelaar bij den Gewestelijken Kaad, welks verordeningen hij doet uitvoeren.

§ 3. — De Gewestelijke Raden. (1)

Samenstelling. — Elke Gewestelijke Raad telt in zijn midden eenen Groot-Commandeur, eenen Groot-Prior, eenen Kapitein-Generaal, eenen Ceremoniemeester en Kapiteins.

Bevoegdheden. — De Gewestelijke Raad brengt de bevelen van den Hoofdraad over, beslist omtrent de bijzondere zaken van 't Gewest, regelt er de werkzaamheden, ontvangt de mededeelin-gen der Piioraten, alsmede hunne bijdragen, die gedeeltelijk in de algemeene schatkamer gestort worden. Hij doet den Broeders der Gewesten hunne Diploma's geworden, geeft de Kanselarij

(1) De Kaden eener Commanderie zijn gelijk gesteld met deze Raden, mutatis mutandis.

-ocr page 45-

— 27 —

bericht van de opname in de verschillende graden der Orde, van overlijden enz. Hij oordeelt in eerste instantie over de strafzaken, die betrekking hebben op de leden en in beroep, die der Prioraten in het rechtsgebied der Provincie.

Hij bestuurt daarenboven van uit den Gewestelijken zetel, het Groot-Prioraat der mannen en het Prioraat der vrouwen.

Afkondiging der besluiten. — Om geldig te zijn moeten die besluiten voorzien zijn van het zegel des Groot-Commandeurs en des Groot-Priors, of bij ontstentenis van een hunner, van de handteekening des Commandeurs. Zij moeten beginnen met de woorden: Ia naam van den Groot-Meester, (of bij diens ontstentenis, van den Luitenant-Generaal) der Ridderorde van de Militie van Jezus Christus, bepaalt de Gewestelijke Baad van N. (naam van 't Gewest).

§ 4. — De Commandeurs.

De Cummandeur is de tweede ondervoorzitter van den Gewestelijken Raad. Hij vervangt den Groot Prior bij diens afwezigheid of ontstentenis in het beheer der Prioraten van 't Gewest. Van rechtswege is hij lid van den Hoofdraad.

Ook kunnen er nog binnen den omvang derzelfde Provincie Commandeurs zijn, belast met het bestuur der Commanderiën, wier instelling noodig geacht wordt.

-ocr page 46-

— 28 —

Voorzitters van de Raden der Commanderie, maken zij tegelijkertijd deel uit van den Hoefdraad. Zij dienen tot bemiddelaars tusschen hun Gewest en den Groot-Prior, onder wiens oppergezag zij staan.,

§ 5. — De Priors.

De Prior van den zetel van 't Gewest helpt den Groot-Prior in het bestuur van het Groot-Prioraat en bij afwezigheid of ontstentenis des laatsten vervangt hij hem in alles wat de plaatselijke zaken betreft Hij beroept de vergaderingen van den Gewestelijken Raad op bevel van den Groot Prior en neemt de stemmer op.

§ ö. — D« Onder-Priors.

Het Groot-Prioraat heeft eenen Onder-Prior, die lid en Secretaris is van den Gewestelijken Raad. Hij vervangt den Prior bij diens afwezigheid of ontstentenis en helpt hem in de bezigheden zijner bediening.

§ 7. — De Kapiteins-Generaal,

In ieder Groot-Prioraat heeft men eenen Kapitein-Generaal. Hij maakt deel uil van den Gewestelijken Raad, hij volbrengt stipt de bevelen hem door den Prior gegeven; van rechtswege is hij Secretaris der vergaderingen van het

-ocr page 47-

— 29 —

Groot-Prioraat. Al de Kapiteins staan onder zijn bevel.

§ 8. — De Novicenmeesters.

De Grewestelijke Raad telt onder zijne leden eenen Novicenmeester, die belast is met de leiding van het noviciaat van het Groot-Prioraat. Hij is bij de Waardigheidbekleeders, die dezelfde functiën in de Prioraten der Provincie uitoefenen, de overbrenger der bevelen, die hem door den Algemeenen Novicenmeestor opgedragen worden. Hij geeft hieromtrent al de ophelderingen, die hem c vereenkom.stig de Regels der Orde gevraagd worden.

§ 9. — De Schatbewaarders.

Het Groot Prioraat heeft eenen Schatbewaarder, bekleed met dezelfde bedieningen als de algemeene Schatbewaarder, behalve die, welke de bijzondere bevoegdheid van dezen laatsten bepalen. Hij ontvangt, behalve de sommen die het Groot-Prioraat oplevert, ook die, welke hem toegezonden woiden door de Schatbewaarders der Provincie ; hij logt de voor den Hoofdraad bestemde som over en geeft rekenschap van al zijne werkzaamheden aan don Groot-Prior en den Gewestelijken Raad, waarvan hij van rechtswege lid is.

-ocr page 48-

— 30 -

§ 10. — De Ceremoniemeesters.

Deze Waardigheidbekleeders hebben in het gebied der Groot-Prioraten, het Ceremonieel betreffende, dezelfde bevoegdheid als de Opper-Ceremoniemeester. Zij zijn leden van de Gewestelijke Raden.

§ 11. — De Kapiteins.

Het Groot-Prioraat telt zooveel Kapiteins, als het belang en de omvang er van vorderen. Onder het bevel van den Kapitein Generaal staande, worden zij door hem belast met de uitvoeiing der bezigheden van het Groot Prioraat.

Zij moeten bij voorkeur gekozen worden voorde bediening van Archivaris en Bibliothecaris. Zij zijn leden van den Gewestelijken Raad.

§ 12. — jDe Archivarissen en Bibliothecarissen.

Deze quot;Waardigheidbekleeders hebben dezelfde bevoegdheid, als de Archivaris en de Bibliothecaris aan den Hoofdraad verbonden.

-ocr page 49-

- 31 —

HOOFDSTUK III.

De Pkiobaten en de Kapittels.

Elk Gewest omvat verschillende Prioraten, die onder het gezag van den Groot Prior staan.

Aan het hoofd van elk Prioiaat staat een Prior, die het bestuurt met behulp van een Kapittel, welks andere Waardigheidbekleeders zijn: de Onder-Prior, de Kapitein Generaal, de Novicen-meester, de Schatbewaarder, de Ceremoniemeester en de Kapiteins. Aan ieder Prioraat zijn daarenboven nog een Archivaris en een Bibliothecaris verbonden.

§ 1. — -De Kapittels.

Samenstelling. — Het Kapittel van het Prioraat is samengesteld, zooals boven is gezegd.

Bevoegdheden. — Het Kapittel doet de bevelen uitvoeren, die hem door tusschenkomst van den Prior geworden ; het neemt de noodige voorzorgen tot regeling der werkzaamheden en houdt het oog op den gang er van. Het Kapittel maakt, daaromtrent jaarlijks, ot nog vaker wanneer het noodig is, met den Prior een verslag op, dat de Prior den Groot-Prior ter hand stelt.

Bekendmaking der besluiten. — Om geldig te zijn, moeten deze besluiten van het zegel des

-ocr page 50-

- 32 —

Priors, en van de medeonderteebening des Onder-Priors voorzien zijn. Zij moeten beginnen met de woorden : In naam van den Groot-Meester (of bij diens ontstentenis van den Luitenant-Greneraal van de Ridderorde der Militie van Jezus-Chistus, stelt het Kapittel van het Prioraat van N. (naam van het Prioraat), te N. (naam der plaats) vast.....

§ 2. — De Waardigheidbeldeeders.

Al de bovengenoemde Waardigheidbekleeders hebben in hunne respectieve Prioraten dezelfde bevoegdheid als die van het Groot-Prioraat, met het volgende verschil;

1°. De Onder-Prior is de tweede gezaghebber van het Prioraat en de Ondervoorzitter van het Kapittel.

2°. De Schatbewaarder ontvangt het geld dat het Prioraat oplevert, legt de voor den Hoofd-raad ea den Gewestelijken Raad bestemde som over, en geeft rekenschap van al zijne handelingen aan den Prior en aan het Kapittel.

3°. De bediening van Secretaris wordt dooreen der Kapiteins uitgeoefend.

-ocr page 51-

TITEL II.

OPNAMEN EN BENOEMINGEN. HOOFDSTUK I.

De Leden der Oede.

De leden der Orde worden in drie klassen verdeeld: de Novicen, de Broeders, de Ridders.

§ 1. — De Novicen.

Elk verzoek tot opname in de Militie moet vooraf door twee getuigen, (peters) leden dei-Orde, aan den Prior onderworpen worden. Deze draagt hen binnen de veertien dagen aan zijn Kapittel voor, na inlichtingen over den candi-daat ingewonnen te hebben. Het Kapittel beraadslaagt over de opname in de eerstvolgende zitting. Indien de postulant aangenomen is, wordt hij aan de leiding van den quot;Novicenmeester toevertrouwd. Na drie maanden proeftijd, gedurende welken de toekomstige Broeder zich waardig moet toonen om ten slotte in de orde te treden, beslist het Kapittel over het verslag van den Novicenmeester, of hij toegelaten kan worden tot den graad van Broeder,

3

-ocr page 52-

— 34 —

Deze benoeming wordt eerst beslissend na bekrachtiging van den Gewestelijken Raad. De Broeder wordt alsdan toegelaten tot het afleggen van den eed van trouw, overeenkomstig het Ceremonieel, en ontvangt het Diploma, het Kruis en het Kleed.

§ 2. — De Broeders.

De Novice wordt aangenomen tot Broeder na eenen proeftijd van drie maanden. Hij geniet alle gunsten en voorrechten van lid der Orde, en kan deelnemen aan de werkzaamheden. Iedere Broeder kan Ridder worden, doch hij kan dien hoogen titel slechts verkrijgen na klaarblijkelijke bewijzen van verknochtheid aan den Godsdienst, van ijver, geschiktheid en edelmoedigheid in de werken der Orde gegeven te hebben, of na daden verricht te hebben, die deze onderscheiding waardig zijn.

De graad van Ridder wordt aan den Broeder toegekend door den Hoefdraad, op voorstel van het Kapittel van zijn Prioraat, vertegenwoordigd door den Groot-Prior. Alsdan wordt de Ridder toegelaten tot het afleggen van den eed van getrouwheid, overeenkomstig het Ceremonieel. Hij ontvangt een bijzonder Diploma, alsmede het kleed en eereteeken, aan dien titel verbonden.

-ocr page 53-

— 35 —

§ 3. — De Ridders.

Ridder is de Broeder, die door zijne verdien, sten voor die onderscheiding waardig wordt geacht. Hij kan naar alle waardigheden der Orde dingen, zoo hij alle vereischten, door de Regels en Constitutiën gevergd, in zich vereenigt.

HOOFDSTUK II.

De quot;Waaedigheidbekleeders.

De Ridders alleen worden toegelaten tot de eereambten, wanneer zij de noodige geschiktheid, bekwaamheid en de gevorderde anciënniteit in zich vereenigen.

De Groot-Meester evenwel kan buiten de Militie gekozen worden.

Wat den Luitenant-Generaal betreft, deze moet gekozen worden uit de oudste en tevens uit de geschiktste en verknochtste leden van den Hoefdraad der Orde.

De algemeene regel van bevordering is trapsgewijze opklimming van de ladder der hierarchie, maar toch altoos volgens persoonlijke verdiensten.

De Kapitein-Generaal, de Novicenmeester, de Schatbewaarder, de Ceremoniemeester, de Kapiteins, de Archivaris en de Bibliothecaris worden

-ocr page 54-

— 36 —

benoemd door het Kapittel van hun Prioraat. De Prior en de Onder-Prior worden gekozen door den Gewestelijken Raad ; de Prior uit drie candidaten, door het Kapittel voorgesteld; de Onder-Prior uit twee namen, door den Prior aanbevolen.

Al de overige eereambten worden verleend door den fioofdraad en bekrachtigd door den Groot-Meester. De Groot-Meester en de Luitenant Generaal worden beiden door den Hoefdraad benoemd ; de Aalmoezeniers worden door hunne respectieve Raden en Kapittels gekozen.

I

-ocr page 55-

TITEL III.

VEEG ADERINGEN DEE EADEN EN ALGEMEENE VEEGADERINGEN.

HOOFDSTUK I.

Raadsvebgaderingen.

§ 1. — De Hoof draad.

De Hoofdraad wordt door den Groot-Meester, of bij diens ontstentenis door den Luitenant-Generaal bijeengeroepen, zoo dikwijls hij het noo-dig acht, maar ten minste eens per maand. De Kanselier doet den leden ae oproeping geworden.

Wanneer het de keuze van eenen Groot-Meester of Luitenant-Generaal geldt, dan doet de Kanselier den Raadsleden veertien dagen te voren de oproeping geworden.

Tot de andere vergaderingen worden de Waar-digheidbekleeders, die hun verblijf niet in den zetel van het Grootmeesterschap hebben, niet opgeroepen. Zouden zij er zich evenwel tijdelijk bevinden, dan hebben zij het recht, al de zittingen van den Raad bij te wonen. De zittingen wor-

-ocr page 56-

— 38 —

den geopend met den groet: Laudetur Jesus-Christus ... (bldz. 131), en met de gebeden : Veni, Sancte Spiritus . .. (bldz. 131), Psalm CXXXIV : Laudate nomen Domini .. . (bldz. 132) , Salve Reg in a .. , (bldz. 134), en eindigen met den Psalm CXXXIII: Ecce nunc benedicite ., . (bldz. 134), de drie aanroepingen : Heilig Hart van Jezus , .Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans . . . , Gelukzalige Vader H. Dominicus... en met den uitroep: Vivat Jesus-Christus. .. (bldz. 131)

§ 2. — Gewestelijke Raden.

De Gewestelijke Raad wordt bijeengeroepen door den Groot-Commandeur, of bij diens ontstentenis door den Groot-Prior, zoo dikwijls hij het noodig acht, maar ten minste twee maal in de maand. De Prior doet de oproeping ter vergadering. De zittingen worden geopend met den groet: Laudetur Jems-Christus... (bldz. 131), en met de gebeden : Veni, Sancte Spiritus ... (bldz. 131)» Ave Maria ... (bldz. 135), Psalm CXXXIII: Ecce nunc benedicite . . . (bldz. 134) , en eindigen met de gebeden : Pater .. (bldz. 136), Ave ... (bldz.135), Gloria .. . (bldz. 134), Salve Regina .. . (bldz. 134), de drie aanroepingen : Heilig Hart van Jezus.. ., Onze Lieve Vrouwe van den H. Rozenkrans . . . , Gelukzalige Vader H. Dominicus... en met den uitroep : Vivat Jesus-Christus.

-ocr page 57-

- 39 -

§ 3. — Kapittels.

Het Kapittel wordt door den Prior of bij diens ontstentenis, door den Onder-Prior bijeengeroepen zoo dikwijls, hij het noodig acht, maar ten minste eenmaal 's maands. De Kapitein-Secretaris doet de oproeping. De zittingen van het Kapittel worden geopend met den groet: Laudetur Jesus-Christus .. .(bldz. 131), en door de gebeden: Veni, Sancte Spiritus . (bldz. 131), Ave Maria . (bldz. 135), Psalm CXXXIII: Ecce nunc benedicite . . . (bldz. 1H4) , en eindigen met de gebeden : Pater .(bldz. 136), Ave . . (bldz. 135), Gloria .. . (bldz. 134), Salve, Regina . .. (bldz. 134), de drie aanroepingen (bldz. 13b): Heilig Hart van Jezus . . . , Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans . . . , Gelukzalige Vader H. Dominicus en den uitroep : Vivat Jesus-Christus . . , (bldz. 131).

HOOFDSTUK II.

Algemeene Veegabekingen.

Er zijn twee soorten van Algemeene Vergaderingen, de vergaderingen der Prioraten en de Gewestelijke vergaderingen. Alle moeten beginnen met den groet: Laudetur Jesus Christus .. . (bldz. 131), met de gebeden: Veni. Sancte Spiritus. . (bldz. 131), Ave Maria (bldz. 135), Psalm CXXXII. Ecce qnam ionum ... (bldz, 137), het Epistel en het Evangelie van den dag; ze eindigen met Psalm

■'

i

-ocr page 58-

— 40 —

VIII: Domine Dominus noster,.. (bldz. 137), de aanroepingen : Heilig Hart van Jezus. . ., Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans . . . , Gelukzalige Vader H. Dominicus... en den uitroep: Vivat Jesus-Christus ... (bldz. 131).

§ 1. — Vergadering der Prioraten,

Zoo noemt men de vergaderingen, die alleen samengesteld zijn uit de leden van een enkel Prioraat. De Priors moeten de Broeders van hun gebied ten minste één keer in de maand bijeenroepen, om hun kennis te geven van de volbrachte werkzaamheden en hunnen ijver op te wekken.

De vergadering, die op de feesten van Kerstmis volgt, is bestemd voor het verslag, omtrent den toestand der Orde en van 't Grewest in 't algemeen en dien van het Prioraat in 't bijzonder.

§ 2. — Gewestelijke Vergaderingen.

Deze bijeenkomsten bestaan uit de vereeniging van verschillende Prioraten. Zij zijn óf gedeeltelijk, óf algemeen, naar gelang er maar enkele of alle Prioraten vertegenwoordigd zijn. (I)

(1) De bijeenkomsten, welke de Prioraten van eene Comman-derie omvatten, worden aangeduid onder den naam van Vergaderingen der Commanderie.

-ocr page 59-

— 41 —

De Gewestelijke Raad streeft er naar, die vergaderingen zoo menigvuldig mogelijk te houden, om de banden van broederschap en eendracht, die al de Broeders verbinden moeten, te bevestigen.

Aan zijn oordeel wordt het overgelaten, de meest passende gelegenheid en het tijdstip voor die vergaderingen te bepalen.

-ocr page 60-

TITEL IV.

WIJZE VAN STEMMING EN GELDIGHEID DER STEMMEN.

Alleen de Raden van Bestuur (Hoofdraad, Gewestelijke Raden en Kapittels) beraadslagen en stemmen (1), De stemmen worden óf bij openbare stemming mondelings uitgebracht, óf door middel van stembriefjes, die de namen der stemhebben-den dragen. Docb de stemmingen, persoonlijke aangelegenheden betreffende, worden geheim gedaan, door middel van witte, zwarte en blauwe balletjes.

Te dien einde voorzien zich de Waardigheid-bekleeders in het begin der zitting van vijf balletjes van iedere soort Zij bedienen zich van witte, zwarte of blauwe, naar gelang zij vóór of tegen stemmen, of onzijdig willen blijven.

Wanneer de stemming is afgeloopen , ledigt de Kanselier in den Hoofdraad de stembus en maakt den uitslag bekend. In de Gewestelijke Raden zijn het de Priors en in de Kapittels de Onder-Prior, die de stembus ledigen.

Alle besluiten worden genomen volgens de meerderheid der stemmen van de aanwezige leden.

(1) Zoo ook de Raden eener Commanderie.

-ocr page 61-

— 43 —

Zijn voor de benoeming van Waardigheidbe-kleeders verscheidene candidaten op wie de stemmen verdeeld zijn, dan schrapt men achtereenvolgens de namen van hen, die de minste stemmen op zich vereeaigd hebben, totdat er een enkele overblijft die als de gekozene erkend wordt. Bij staking van stemmen geeft men de voorkeur aan hem, die het langst in de Orde is, of indien zij even lang er in zijn, aan den oudste in jaren. Om tot Groot-Meester gekozen te worden, moet men het twee derde van de stemmen der leden van den Hoofdraad op zich vereenigen.

Indien de Candidaat of een der Candidaten niet het noodige aantal stemmen verkrijgt, dan wortd eene nieuwe stemming gehouden in eene volgende zitting, en dan geschiedt de verkiezing volgens de meerderheid der stemmen van de aanwezige leden.

Zoo de stemming nog geen gewenschten uitslag geeft, wacht men tot eene beslissende vergadering en gaat men bij meerderheid van stemmen tot de benoeming over.

Wanneer het gebeurt, dat de stemmen gelijkelijk verdeeld zijn op verschillende candidaten, dan schrapt men achtereenvolgens hen, die het minst lang in de Orde zijn en houdt zooveel stemmingen tot dat een hunner het voorgeschreven quorum bereikt.

-ocr page 62-

TITEL V.

EEGELING DER WEEKZAAMHEDEN.

De Regels en Constitutiën schrijven verschillende werkzaamheden voor tot verwezenlijking van het doel der Militie. Wijl het echter, om wezenlijke vruchten voort te brengen, practisch noodzakelijk is, de methode van de verdeeling van den arbeid toe te passen, vormen de Prioraten groepen, Afdeelingen en Onderafdeelingen genoemd, waaronder de verschillende te verrichten werkzaamheden bij Categoriën verdeeld worden.

De eerste zorg der Afdeelingen is, de bestaande werken op te beuren, de middelen op te sporen, waardoor men ze versterken of verbeteren, of de samensmelting van gelijke vereenigingen kan bewerken.

De nieuwe takken moeten op den hoofdstam geënt worden, om eene noodlottige versnippering der krachten te beletten.

De Afdeelingen houden zich vervolgens bezig met de werken, door nieuwe behoeften noodzakelijk geworden, en vooral met die, welke geschikt zijn om de middelen, welker gebruik de Regels en Constitutiën voorschrijven doeltreffend te maken.

-ocr page 63-

— 45 -

De taak der Afdeelingen bestaat in 't bestu-deeren der aangelegenheden barer bevoegdheid, hierover te beraadslagen, besluiten te nemen en er verslag van te geven aan den Prior, die. na algemeen goedvinden des Kapittels, dezelfde Afdeelingen met de uitvoering er van belast.

Iedereen, die tot de Orde behoort, behalve de Novice, kan aan hare werkzaamheden deelnemen.

De Afdeelingen staan onder de leiding van eenen Voorzitter, die uit haar midden bij meerderheid van stemmen voor één jaar gekozen wordt, maar altijd herkiesbaar is.

Er is eene afzonderlijke Afdeeling ingesteld voor de werken in het Oosten

De zittingen beginnen met den groet: Laude-tur Jesus-Christus... (bldz. 131), en met de gebeden: Vent, Sancte Spiritus . . . (bldz. 131), Ave Maria . . . (bldz. 135), en eindigen met de gebeden: Salve Regina ,.. (bldz. 134) , en de drie aanroepingen (bldz. 135) : Heilig Hart van Jezus . . ., Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans . . , Gelukzalige Vader H. Dominicus ,.., en den uitroep : Vivat Jesus-Christus .., (bldz. 131),

-ocr page 64-

— 46 —

HOOFDSTUK I.

Afdeblingen dee quot;Weeken in 't algemeen.

§ 1. — Af deeling der Werken des Geloofs en des Gebeds.

Deze Afdeeling houdt zich bezig met al de werken des geloofs en des gebeds, zooals de Aanbidding van het H. Sacrament, de vereering van het H. Hart, de voortplanting des Geloofs, de werken in het Oosten, den St. Pieterspenning, het werk van den H. Franciscus van Sales, de Eedevaarten, de Processiën, het Apostolaat des gebeds, enz.

§ 2. — Afdeeling van het Woord.

Deze Afdeeling is belast met al, wat het mon-delingsch onderricht van den Catechismus, de regeling van conferentiën met een godsdienstig, zedekundig, wetenschappelijk, letterkundig doel; zoomede van conferentiën van oeconomischen, en industrieelen aard, of handel, landbouw, koloniën, kunsten, enz. betreffende. Zij legt zich toe op den zedelijken opbouw van het tooneel, dooraanirek-kelijke en passende voorstellingen te geven, op de verbetering der Kerkelijke muziek, door terug te keeren tot de ware overlevering der Kerk, enz,

-ocr page 65-

— 47 —

§ 3. — Afdeeling der Geschriften.

Deze Afdeeling stelt zich ten doel, te werken aan de uitgave en de verspreiding van geschriften, zooals boeken, vlugschriften, dagbladen ter verdediging der Kerk, des Pausdoms, der christelijke beschaving en der leerstellingen, waarop het geloof en de zeden berusten.

Zij legt zich daarenboven toe op het uitgeven en verspreiden van werken, die betrekking hebben op wijsbegeerte, geschiedenis, wetenschappen en kunsten, nijverheid, colonisatie, enz.

Deze Afdeeling moet zich steeds op de hoogte houden van de werken, die hierover uitgegeven worden. Zij beijvert zich kostelooze volksbibliotheken op te richten. Zij is gehouden eene bijzondere zorg aan den dag te leggen voor de verspreiding der goede pers, want al moge de Orde der Militie gesticht zijn voor het zwaard, ook de pen is heden ten dage een zwaard.

§ 4. — Afdeeling van Onderwijs.

De bijzondere roeping dezer Afdeeling is het bestudeeren der vragen, die betrekking hebben op de katholieke scholen, de geschikte middelen op te sporen, om de reeds bestaande scholen te onderhouden, nieuwe op te richten en den kinderen van christelijke familiën het bezoek er van te vergemakkelijken.

-ocr page 66-

— 48 —

Deze Afdeeling gaat hand aan hand met die des Woords en die der Geschriften, vooral wat het onderricht vaa den Catechismus en het verschaffen der boeken aangaat. In haar midden bestaat eene Onderafdeeling voor de schoone kunsten en de ontwikkeling der christelijke kunst: bouwkunde, schilderkunst,beeldhouwkunst, graveerkunst en muziek. Zij moet trachten den handel in godsdienstige beelden, in den zin der voorschriften van het Concilie van Trente te verbeteren.

§5. — Afdeeliny der Werken van Barmhartightid.

Deze Afdeeling besteedt al hare zorgen aan de werken, die ten doel hebben de verdrukten, weduwen en weezen te verdedigen , de armen te helpen, de zieken bij te staan, de gevangenen te bezoeken, de dooden te begraven, enz

Het is van groot gewicht, dat deze Afdeeling onder hare leden eenen advokaat, eenen geneesheer en eenen Apotheker telt.

§ 6. — Afdeeling der Gastvrijheid.

Deze Afdeeling is belast met het voorstellen van alle maatregelen in verband met de oprichting of het onderhoud van gasthuizen in het Prioraat. Zij richt bedden op voor de armen van eiken godsdienst en elke natie. Zij draagt zorg,

-ocr page 67-

- 49 —

dat men hen met soep en brood voor hun avondeten bedeele. Twee leden van het Prioraat worden beurtelings aangewezen, om den dienst van gastvrijheid waar te nemen ; zij passen het bijzonder reglement door den Gewestelijken Raad voorgesteld zorgvuldig toe, en verdeelen het voedsel aan hunne gasten in den geest van christe-lijken ootmoed.

Eene geestelijke lezing wordt met luider stemme gehouden door een der leden, en het avondgebed door den andere.

HOOFDSTUK II.

Akdeeling voor de Weeken van 't Oosten.

Eene afzonderlijke Afdeeling is opgericht voor de werken van het Oosten, in den zetel en onder de leiding van den Hoofdraad. Zij wijdt vooral hare zorgen aan scholen, aan verpleeghuizen voor pelgrims en aan de Missiën in die zoo belangrijke streken, welke het voorrecht genoten hebben, het vaderland van Onzen Goddelijken Zaligmaker en de bakermat van het katholiek geloof te zijn.

4

-ocr page 68-

TITEL VI.

FEESTEN EN GODSDIENSTIGE PLECHTIGHEDEN.

De Orde vieit vier bijzondere feesten, waarop de Regels en Constitutiën voorschrijven, gemeenschappelijk tot de H. Tafel te naderen.

Deze zijn:

Het Feest der H. Kruisverheffing (14 September) ;

Het Feest der H, H. Driekoningen (6 Januari);

Het Feest van Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans (lequot; Zondag van October);

Het Feest van den H. Dominicus (4 Augustus).

Op de feesten van het H. Hart van Jezus, van de Onbevlekte Ontvangenis, van den H. Jozef en van den H. Aartsengel Michaël wordt door ieder Prioraat eene H. Mis besteld en worden de leden tot bijwoning dier plechtigheid uitgenoodigd.

Op Witten Donderdag gaat de Groot-Meester in het costuum van Broeder, bijgestaan door den Luitenant Generaal en den Groot-Prior van het Kruis, omringd door de Grootwaardigheidbeklee-ders over tot de voetwassching van twaalf armen.

Na die plechtigheid wordt aan deze armen^ in de eerezaal der Militie een maal gegeven,

-ocr page 69-

— 51 —

waaraan de Groot Meester voorzit, terwijl de andere Grootwaardigheidbekleeders dienen- Aan het dessert brengt de Opperschatbewaarder twaalf beurzen, bestemd voor de twaalf gasten, en de Overste der Orde deelt haar uit.

Dezelfde plechtigheid wordt vervuld door de Priors in hunne respectieve Prioraten.

Eene jaarlijksche geestelijke afzondering wordt den leden der Militie in de bidkapel van ieder Prioraat gegeven.

Ieder jaar in de maand November wordt eene plechtige lijkdienst gehouden in de bidkapellen der Orde voor de Broeders, voor hunne bloedverwan ten en voor overleden weldoeners.

-ocr page 70-

TITEL VII.

BIJDRAGEN, RECHTEN DER KANSELARIJ, EN VERSCHILLENDE ONTVANGSTEN.

Ieder lid der Orde betaalt, zoodra het opgenomen is, eene jaarlijksche bijdrage van twaalf franken, voor de algemeene behoeften en werken der Orde.

De Ridders betalen vier en twintig franken.

Die bijdrage wordt in gelijke deelen verdeeld onder het Prioraat, den Gewestelijken Raad, en den Hoofdraad.

De leden der Militie moeten daarenboven bij de overhandiging hunner diploma's, kanselarij, rechten in de volgende verhouding betalen :

De Broeders....................5 fr.

De Ridders....................20

De Kapiteins........ . 30

De Ceremoniemeesters............40

De Schatbewaarders..............40

De Novicenmeesters..............40

De Kapitein Generaal.......50

De Onder-Prior..................70

De Prior......................100

De Commandeur................300

De Groot-Prior..................300

-ocr page 71-

— 53 —

De Opper-Ceremomemeester, . . . 300 fr.

De Algemeene Schatbewaarder. . . 800 De Algemeene Novicenmeester. . . 300

De Kanselier......... 300

De Groot-Prior van het Kruis. . . 300

De G-root Commandeur...... 400

De Luit enant-Greneraal...... 500

De Groot-Meester........ 1000

De Ridder of de Waardigheidbekleeder, die eene eervolle onderscheiding van het Groot-Prioraat van 't Kruis ontvangt, betaalt dezelfde rechten der Kanselarij als de Waardigbeidbekleeders van de overeenkomstige graden van het Prioraat. Het Grootkruis (zie bldz, 103) staat gelijk met Groot-Commandeur.

-ocr page 72-

TITEL VIII.

VOOREECHTEN EN AFLATEN.

De Militie van Jezus-Christus geniet talrijke voorrechten en aflaten, door de Pausen op verschillende tijdstippen geschonken (zie de bullen). Daarenboven wint zij ook nog de aflaten van den H. Rozenkrans en van den H. Naam van Jezus.

Maar, om er deel aan te hebben moeten de leden der Militie vooraf ingeschreven zijn in de Orde van den H. Dominicus, in de Broederschap van den H. Rozenkrans en in die van den H. Naam van Jezus. Men wordt ingeschreven door tusschenkomst van de aalmoezeniers der Militie ; krachtens eene bijzondere volmacht, die hun te dien einde verleend is door den Hoogeerwaarden al-gemeenen Overste der Predikheeren. Krachtens eene verandering, welwillend verleend door deze hooge overheid, vervangen de door de Regels en Constitutiën der Orde van de Militie van Jezus-Christus voorgeschreven verplichtingen, die van de Derde Orde van den H. Dominicus en der Broederschappen van den H. Rozenkrans en van den H. Naam van Jezus.

De leden der Orde hebben ook deel aan de verdiensten van alle missen, gebeden en goede

-ocr page 73-

— 55 -

werken der Broederschap van den H. Dominicus over de geheele aarde.

De Heilige Vader Paus Benedictus XIII (Breve Sanciissimus, van den 13 April 1726) heeft aan al degenen, die met een rouwmoedig hart den heelen Rozenkrans of het Rozenhoedje bidden, eenen aflaat van 100 dagen verleend voor het Credo en voor ieder Onze Vader en Wees Gegroet j daarenboven eenen vollen aflaat eens 's jaarsi op een' te kiezen dag aan allen, die gedurende het geheele jaar iederen dag het derde1 van den Rozenkrans of een Rozenhoedje zullen gebeden hebben.

Paus Pius IX heeft die aflaten bevestigd en er nog eenen anderen aan toegevoegd van 10 jaren en 10 maal veertig dagen, dien alle ge-loovigen kunnen verdienen, die met een rouwmoedig hart gemeenschappelijk, hetzij in het openbaar (in eene kerk b. v.) of in het bijzonder (in de huizen of elders) het Rozenhoedje bidden.

Al die aflaten kunnen den zielen in het vagevuur toegevoegd worden.

-ocr page 74-

TITEL VIII.

VOOREECHTEN EN AFLATEN.

De Militie van Jezus-Christus geniet talrijke voorrechten en aflaten, door de Pausen op verschillende tijdstippen geschonken (zie de bullen). Daarenboven wint zij ook nog de aflaten van den H. Rozenkrans en van den H. Naam van Jezus.

Maar, om er deel aan te hebben moeten de leden der Militie vooraf ingeschreven zijn in de Orde van den H. Dominicus, in de Broederschap van den H. Rozenkrans en in die van den H. Naam van Jezus. Men wordt ingeschreven door tusschenkomst van de aalmoezeniers der Militie ; krachtens eene bijzondere volmacht, die hun te dien einde verleend is door den Hoogeerwaarden al-gemeenen Overste der Predikheeren. Krachtens eene verandering, welwillend verleend door deze hooge overheid, vervangen de door de Regels en Constitutiën der Orde van de Militie van Jezus-Christus voorgeschreven verplichtingen, die van de Dorde Orde van den H. Dominicus en der Broederschappen van den H. Rozenkrans en van den H. Naam van Jezus.

De leden der Orde hebben ook deel aan de verdiensten van alle missen, gebeden en goede

-ocr page 75-

— 55 -

werken der Broederschap van den H. Dominicus over de geheele aarde.

De Heilige Vader Paus Benedictus XIII (Breve Sanciissimus, van den 13 April 1726) heeft aan al degenen, die met een rouwmoedig hart den heelen Rozenkrans of het Rozenhoedje bidden, eenen aflaat van 100 dagen verleend voor het Credo en voor ieder Onze Vader en Wees Gegroet ; daarenboven eenen vollen aflaat eens 's jaarsgt; op een' te kiezen dag aan allen, die gedurende het geheele jaar iederen dag het derde1 van den Rozenkrans of een Rozenhoedje zullen gebeden hebben.

Paus Pius IX heeft die aflaten bevestigd en er nog eenen anderen aan toegevoegd van 10 jaren en 10 maal veertig dagen, dien alle ge-loovigen kunnen verdienen, die met een rouwmoedig hart gemeenschappelijk, hetzij in het openbaar (in eene kerk b. v.) of in het bijzonder (in de huizen of elders) het Rozenhoedje bidden.

Al die aflaten kunnen den zielen in het vagevuur toegevoegd worden.

-ocr page 76-

TITEL IX.

HET AALMOEZENIEESCHAP.

Het Aalmoezeuierschap is een der groote bedieningen van de Orde. Zijne zending is geheel en al geestelijk te midden der Broeders.

Deze bediening wordt in de Prioraten en in de Groot-Prioraten door priesters, die den titel van Aalmoezenier dragen, uitgeoefend en in den zetel van het Grootmeesterschap door eenen Grootaalmoezenier.

Zij worden benoemd door hunne respectieve .Raden en Kapittels, Als leden dier Raden nemen zij deel aan alle beraadslagingen. Maar zij zijn vooral de bewakers van den godsdiens-tigen geest der Regels en Constitutiën der Orde. Zij nemen de verdediging daarvan op zich, telkens wanneer zich eene neiging tot afwijking daarvan quot;openbaart in de toepassing, ot in de voorgestelde wijzigingen. Zij zijn zelfs verplicht aan de bevoegde overheid de voornaamste afwijkingen van dien aard, die zij in de praktijk waarnemen, mede te deelen. Degelijk door-

-ocr page 77-

— 57 -

drongen van het wezenlijk godsdienstig karakter van het doel der Militie, van hare middelen van werkzaamheid en van de verplichtingen, die uit de Regels en Constitutiën voortvloeien, trachten de Aalmotniers aan alle leden den geest der Orde in te prenten. Zij maken dien tot voorwerp hunner voortdurende overwegingen en tot onderwerp, hetzij van hunne bijzondere onderhouding met de Broeders, hetzij van hunne redevoeringen in de groote vergade ringen of bij de plechtigbeden der Orde.

Deze priesters bedienen de kapellen der Orde, doen den dienst bij de plechtigheden van opname en aanstelling overeenkomstig de Regels van bet Ceremonieel (bldz. 60 en volgende) vervullen bij hunne Broeders in de Orde, wanneer zij daarom verzocht worden, vooral in geval van ziekte, de bedieningen van het Heilig Priesterambt.

Zij kunnen bovendien geroepen worden om op de feesten en bij godsdienstige plechtigheden het H, Misoffer op te dragen.

Deze Broeders-Waardigheidbekleeders zijn van den anderen kant onderworpen aan alle verplichtingen, die de Regels en Constitutiën voorschrijven. Evenwel zijn zij ontheven van het Noviciaat eu van het dragen van het kleed. Zij worden in de kapellen aangesteld volgens de bijzondere Regels van het Ceremonieel (Zie bldz. 68 en 86).

-ocr page 78-

— 58 —

De Aalmoezeniers hebben het recht, evenals de Broeders, deel te nemen aan de verschillen de werkzaamheden der afdeelingen. Zij worden vooral verzocht door hunne keunis en door hunnen invloed behulpzaam te zijn aan de afdeeling van het Geloof en het Gebed, en aan die van de werken van barmhartigheid.

-ocr page 79-

TITEL X.

BENAMINGEN DEE PRIOEATEN.

De Groot-Prioraten en de Prioraten, kiezen eenen Heiligen tot Patroon, onder wiens naam zij aangeduid worden. Zij zijn vrij in het kiezen van eenen beschermheilige ; die van het Kruis blijft echter aan het Groot-Prioraat van Parijs voorbehouden, (Zie Titel XIII, bldz. 102).

Vooral wordt hun aanbevolen, zich onder de bijzondere bescherming van het H, Hart en van onze Lieve Vrouw van Lourdes te stellen.

De Heiligen, die vooral ia de Militie vereerd worden zijn: Onze Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans, de H. Jozef, de H. Michaël, de H. Raphael, de H. Dominicus, de H. Pius V, de H. Lodewijk, de H. Vincentius Ferrerius, de H. Vin-centius a Paulo, de H, Martinus, de H. Petrus martelaar, de H. Cathariua van Siëna, de H. Thérésia, de H. Elisabeth, de H. Helena, de H. Clotilda, de H. Agnes, de H. Clara, de H. Gertrudis, de H. Caecilia; en in 't algemeen de Heiligen, die het H. Sacrament en het H. Hart vereerd hebben, of die de werken vanj naastenliefde beoefenden.

-ocr page 80-

TITEL XI

HET CEEE MONIEEL.

HOOFDSTUK I,

Ceremonieel van opname in de dkie graden der Orde.

§ 1. — Voor de opname, der Novicen.

üe Kapitein-Generaal, ot bij diens ontstentenis de aangewezen Kapitein, brengt den postulant in de zaal der vergadering van het Noviciaat en vertrouwt hem den Novicenmeester toe. Deze geeft hem, na hem verwelkomd te hebben, eene kleine vermaning en meldt hem zijne opname in den eersten graad der Orde. Hij bidt met alle leden het Miserere (bldz. 139), en het Veni Creator (bldz. 141). Vervolgens begint de Novicenmeester het onderricht van den Novice.

§ 2. — De opname der Broeders.

Wordt de Novice na eenen proeftijd van drie maanden waardig geacht om in den tweeden graad opgenomen te worden, zoo bereidt hij zich daartoe voor door eene kleine retraite. Op den dag

-ocr page 81-

— Ü1 —

vastgesteld voor de plechtigheid der opname, is de hapel versierd; aan de epistelzijde bevindt zich een klein altaar, waarop een kruisbeeld en twee brandende kaarsen, het H. Evangelieboek, het kruis en de mantel voor het nieuwe lid geplaatst zijn (een sluier voor de Zusters), Aan dit altaar wordt de eed afgelegd.

De Novice wordt de kapel binnengeleid door den Ceremoniemeester, die hem eene afzonderlijke plaats aanwijst. De Aalmoezenier draagt het koorhemd en de stola. Het Kapittel, met den Prior aan het hoofd en de leden van het Prioraat wonen deze plechtigheid bij in hun gewaad en versierd met hunne eereteekens.

De Broeder knielt voor het altaar; de Prior richt met luider stem drie vragen tot hem, waarop de Novice achtereenvolgens antwoordt.

Vr. Mijn broeder, wat wenscht gij ?

A. Geachte Broeder Prior, ik vraag ootmoedig in Naam van den Almachtigen God, van de heilige Onbevlekte Maagd Maria en van onzen Gelukzaligen Vader den H. Dominicus, opgenomen te worden onder het getal der Broeders var. de Orde der Militie van Jezus-Christus, ten einde mijn heil gemakkelijker te bewerken door iu deze Orde de nog overige dagen mijns levens God te dienen.

Vr. Kent gij de plichten, die op de Broeders ruften ?

A. Ik heb er kennis van genomen.

-ocr page 82-

— 62 —

Vr. Wilt gij den eed van trouw aan de Regels en Constitutien zweren ?

A. Ja, ik wil het.

De Prior voegt er bij : In dat geval zijt gij waardig in onze Orde te treden.

De Aalmoezenier geeft alsdan den Broeder eene korte vermaning omtrent den gewichtigen stap, dien hij gaat doen en omtrent zijne nieuwe plichten. Onmiddelijk daarna wordt het Confiteor bldz. 142) knielend gebeden. Heeft de Novice zich opgericht, dan biedt de Aalmoezenier hem ecne brandende kaars aan, terwijl hij zegt; Sit lucerna ardens . .. (bldz. 143), vervolgens heft hij het Vem Creator., , (bldz. 141), aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten. Na de eerste strof staan alle op , behalve de Novice. Aan het einde der Oratie zegent de Aalmoezenier het kruis en den mantel van den Novice, terwijl hij de volgende gebeden uit het Rituaal zegt:

Voor de zegening van het Kruis : Adjutorium nostrum in nomine Domini . .. (bldz. 144) ; voor de zegening van den mantel: Oremus: Domine Jesu Christe, qui tegumen . . . (Bldz. 145); voor de ze-genirg van den sluier der zusters : Oremus: Sup. plice te, Domine ... (Bldz. 145). De Aalmoezenier besproeit het kruis en den mantel (of sluier) met wijwater.

De Broeder nadert het altaar, waarop hij den eed moet afleggen; alle aanwezigen staan op. Nadat het Credo (Bldz. 146) gebeden is, legt

-ocr page 83-

- 63 —

de Novice met luider stem, terwijl hij de hand op het Evangelieboek houdt, den volgenden eed af:

yIk, N.. ., beloof den Almachtigen God, aan „de gelukzalige Maagd Maria, aan onzen gelukza-„ligen Vader, den H. Dominicus, en aan alle „Heiligen, gedurende al den tijd mijns levens de „geboden Gods te onderhouden, de plichten, die „de Regels en Constitutiën der Orde van de Mili-„tie van Jezus-Christus mij opleggen, stipt te „vervullen ; gehoorzaamheid en trouw te toonen „aan den Grootmeester N.. . , of bij diens ontsten-„tenis aan den Luitenant Generaal N..., zoomede „aan alle mijne oversten ; jegens al mijne Broe-„ders de gevoelens van naastenliefde, waarvan „Onze Heer Jezus-Christus het voorbeeld gegeven „heeft, te beoefenen, Ook beloof ik naar behooren „voldoening te geven, voor de overtredingen die „ik tegen den Regel en de levenswijze der Orde „mocht begaan als ik daartoe opgeroepen zal „worden volgens den wil mijner oversten.quot;

De Aalmoezenier voegt er bij :

Et ego, ex parte Dei. .. (Bldz. 146). Vervolgens nadert de Ceremoniemeester den nieuwen Broeder en hecht hem het Kruis op de borst, terwijl de Prior zegt:

„Neem dit teeken van heil in Naam des Almach-„tigen, der Gelukzalige Maagd Maria en van „Onzen Gelukzaligen Vader, den H. Dominicus, „tot uwe heiliging, tot voortplanting des Ge-

1

-ocr page 84-

— 64 —

„loofs, ter verdediging van den naam van Chris-„teu, alsmede tot den dienst der armen.quot;

Op het oogenblik, dat de mantel om de schouders van den aannemeling, gehangen wordt, zegt de Prior:

„Neem het juk des Heeren op u, wijl het zoet „en licht is, en onder dit juk zult gij den vrede „uws harten vinden. Gij en uwe bloedverwanten „zult deelachtig zijn aan de verdiensten der „werken van onze Orde.'quot;

De Broeder antwoordt: Amen.

Het koor zingt alsdan den Psalm CXXXII; Ecce quam honum .., (Bldz.137); vervolgens begint de Aalmoezenier de mis van de Gelukzalige Maagd Maria, onder welke hij de volgende drie Oraties leest: de eerste van de H. Maagd ; Concede nos .. . (Bldz. 147); de tweede voor den nieuwen Broeder : Pmetende Domine, famulo ivo . .. (Bldz. 147); de derde van den H. Geest: Leus, qui corda fidelium . . . (Bldz. 132).

Bij de Offerande offert de nieuwe Broeder de kaars en het brood, dat dienen moet voor de broederlijke liefdemaaltijden. Vervolgens wordt hij verzocht naar zijn vermogen eene geldelijke gift te schenken voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Aan het Agnus Dei geeft men elkaar de broederlijke omhelzing, beginnende bij den Prior of den hoogsten Waardigheidbekleeder, die aanwezig is.

-ocr page 85-

— 65 -

Waaneer de mis geëindigd is, heft de Aalmoezenier het Te Deum (Bldz,148) aan, vervolgens zingt het koor den Psalm CXVI .* Laudate Domi num, omnes gentes. . . (Bidz. 150).

§ 3. — Voor de Opname der Ridders.

De plechtigheid betreffende de aanstelling van Ridders wordt ook in de kapel gehouden. De aannemeling wordt binnengeleid door den Ceremoniemeester die hem naar eene vooraf bestemde plaats brengt.

De Aalmoezenier draagt het koorhemd en de stola. Het Kapittel en de leden van het Prioraat met den Prior aan het hoofd wonen deze plech tigheid in hun gewaad bij versierd met hunne eere-teekens. De aannemeling knielt neder voor het altaar, de Prior staat op en spreekt hem aldus toe : „Mijn Broeder, gij gaat Ridder worden. Het „is niet om rijk te zijn, om geëerd te worden „en om uit te rusten, immers zoo zoudt gij de „Militie geen eer aandoen, en gij zoudt voor „de Orde.zijn, wat hij, die zich aan simonie „schuldig maakt, voor de Kerk is. Maar het is „om uwen Broeders tot voorbeeld te strekken, „door uwe gevoelens en door uwe grootmoedige „zelfverloochening en om als dapper en moedig „christen het Huis der Militie van Jezus-Christus, „welks voorhoede gij zult zijn, te dienen.quot;

Onmiddelijk daarna wordt het Confiteor. ..

5

-ocr page 86-

— 66 —

(bldz. 142) knielend gebeden; vervolgens heft de Aalmoezenier het Veni Creator... (bldz. 141) aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten. ISIa de Oratie zegent hij het Kruis en den degen van den aannemeling welke op het altaar liggen waar de eed wordt afgelegd, terwijl hij de volgende gebeden uit het rituaal spreekt; Adjutorium nostrum.... (bldz. 144), Benedicere diyntris. . . (bldz, 151),

Een quot;Waardigheidbekleeder hecht hem het Kruis op de borst en doet hem de sporen aan.

De Prior neemt vervolgens den degen en omgordt den Ridder daarmede, terwijl de Aalmoezenier dien zegent met de volgende woorden : Accipe gladium istum... (bldz. 151).

Alsdan knielt de Broeder, en de Prior geeft hem de Broederlijke omhelzicg, die bestaat, in hem drie keeren met het plat van het zwaard op den schouder te slaan, terwijl hij zegt: „In „naam van God, van Onze Lieve Vrouw en van „den fl. Vader Dominicus sla ik u tot Ridder.1' Na het bidden van het Credo (bldz. 146) legt de nieuwe Bidder met luider stemme, den degen op het Evangelie houdende, den volgenden eed af: „Ik N. hernieuw hier de belofte, die ik gedaan „heb aan den Almachtigen God, aan de Aller-„heiligste Maagd Maria, aan onzen Gelukzaligen „Vader, den H. Dominicus, en aan al de Heiligen „om gedurende geheel mijn leven de geboden Gods „te onderhouden, de plichten, die de Regels en

-ocr page 87-

— 67 —

„Constitutien der Orde van de Militie van Jezus-„Christus mij opleggen, stipt te vervullen, ge-,.lioorzaam en getrouw te zijn aan den Groot-„Meester N. of bij diens ontstentenis aan den Lui-„tenant-Generaal N. alsmede aan al mijne Overs-„ten ; jegens al mijne Broeders de gevoelens van „welwillendheid en liefde, waarvan Onze Heer „Jezus-Christus bet voorbeeld gegeven heeft te „beoefenen. Ik beloof verder naar beboeren „genoegdoening te geven voor de overtredingen, „die ik mocht begaan tegen den Regel en de „leefwijze der Orde, wanneer ik daartoe opge-„eischt zal worden overeenkomstig den wil mij „ner Oversten.quot;

Dan zingt het koor den Psalm CXXXII: JEcce quam honum... (bldz. 137), vervolgens begint de Aalmoezenier de mis van de Gelukzalige Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende Oraties leest: de eerste van de H. Maagd: Concede nos... (bldz. 147), de tweede voor de Broeders: Praetende, Domine, famulo tuo... (bldz. 147) de derde van den H. Geest: Deus qui cor da fidelium... (bldz. 132).

Bij de Offerande offert de nieuwe Ridder de kaars en het brood, dat dienen moet voor den broederlijken liefdemaaltijd. Hij is gehouden ook eene gift in geld te schenken, overeenkomstig zijn vermogen, voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Aan het Agnus Dei begint de broederlijke

-ocr page 88-

_ 68 -

omhelzing met den Prior ot met den hoogaten

Waardigheidbekleeder, die aanwezig is.

Na de mis beft de Aalmoezenier het Te öeim... (bldz. 148) aan, en na dezen lofzang, zingt het koor den Psalm CXVI: Laudate, Dominum, omnes gentes... Bldz. 150).

HOOFDSTUK II.

Plechtigheid deh aanstelling van de Waardigheidbekleedeks.

§ 1. — Waardtgheidbekleeders door de Kapittels benoemd.

Elke nieuwe Waardigheidbekleeder moet aangesteld worden in eene algemeene Vergadering der Broeders van zijn Prioraat, voorgezeten door een der leden van het Kapittel.

Vooraf wordt hot besluit van benoeming door den Ceremonieineester voorgelezen.

Men bidt daarna het Ve?n Creator. (Bldz. 141).

Na dien lofzang bidt de aannemeling het Credo (bladz 146) en legt met luider stemme en de hand op het Evangelieboek den eed af, welks inhoud luidt: „Ik N. beloof voor God, „op het H. Evangelie met getrouwheid en toe-„wijding al de plichten mijner bediening te vervullen.quot;

-ocr page 89-

— 69 -

iJe nieuwe Waardigheidbekleeder, de Aalmoezenier uitgezonderd, moet eene gift in geld schenken voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Men stelt hem zijn brevet van benoeming ter hand en eindigt de plechtigheid met het bidden van het Te Deum... (bldz. 148), gevolgd door den Psalm CXVI: Laudate Dominum, omnes gen-tes... (bldz. 150).

§ 2. — Wawdigheidbekl.eeders door de Gewestelijkt Raden benoemd.

A. — De Prior.

De plechtigheid der aanstelling van den Prior heelt plaats in de kapel van het Prioraat. De kandidaat wordt binnen geleid door den Ceremoniemeester, die hem naar eene vooraf bestemde plaats brengt. De Aalmoezenier draagt koorhemd en stola. Het Kapittel en de leden van het Prioraat wonen de plechtige mis der ambts bevestiging in hun gewaad bij voorzien van hunne onderscheidingsteekenen. Vóór de plechtigheid leest de Ceremoniemeester het besluit van de benoeming als Prior af. Vervolgens heft de Aalmoezenier het Veni Creator (bldz. 141) aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten. Na de Oratie van den lofzang en eene kleine toespraak tot den Prior gericht over het gewicht

-ocr page 90-

- 70 —

der handeling die hij gaat vervullen en over zijne nieuwe plichten, nadert de kandidaat het altaar, waar hij den eed aflegt, terwijl alle aanwezigen opstaan.

Na het bidden van het Credo (bldz. 146), spreekt hij met luider stemme, de hand op het Evangelieboek, den volgenden eed :

„Ik N., beloof voor God op dit H, Evangelie, „gehoorzaamheid aan onzen Groot-Meester N., ot „bij diens ontstentenis aan den Luitenant-Generaal „N., getrouwheid aan de Regels en Constitutiën „in de uitoefening van mijn ambt, toegenegenheid „en liefde jegens mijne Broeders.quot;

Men stelt den nieuwen Prior zijn brevet van benoeming ter hand. Daarna begint de Aalmoezenier de H. Mis van de Gelukzalige Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende gebeden leest: Let eerste van de H. Maagd: Concede nos... (bldz. 147), het tweede voor de Broeders : Praetende, Domine, famulo tuo... (bldz. 147), het derde van den H. Geest: Deus qui cordafidelium... (bldz. 132).

Bij de Offerande offert de nieuwe Prior de kaars en het brood, dat dienen moet voor het broederlijk liefdemaal.

Daarenboven moet hij eene gift in geld doen voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Bij het Agmis Dei, begint de broederlijke omhelzing met den hoogaten Waardigheidbe-

-ocr page 91-

— 71 —

kleecler, die aanwezig is. De plechtigheid eindigt met liet Te Deum... (bldz. 148): en den Psalm CXV1; Laudate Dominum, omnes gentes... (bldz. 150) die door het koor wordt gezongen.

B. Db Onder-Prior.

De plechtigheid der aanstelling van den Onder-Prior geschiedt in eene Algemeene Vergadering van zijn Prioraat in tegenwoordigheid der Waar-digheidbekleeders van het Kapittel in hun gewaad en voorzien van hunne eereteekens ; allen zijn met den Aalmoezenier rondom den Prior gezeten.

De Kandidaat wordt binnengeleid door den Ceremoniemeester, die hem op eene voor hem bestemde plaats brengt en vervolgens het besluit zijner benoeming afleest

De Aalmoezenier begint het Veni Creator... (bldz. 141). Na de Oratie van dien lofgang en eene korte toespraak tot den Onder-Prior over het gewicht der handeling, die hij gaat vervullen en over zijne nieuwe plichten, nadert de kandidaat het altaar waar hij den eed aflegt, terwijl alle aanwezigen opstaan.

Hij bidt alsdan het Credo... (bldz. 146), en legt met luider stem, de hand op het Evangelie, den volgenden eed af:

„Ik N., beloof voor Grod op dit H, Evangelie, „alle plichten van mijne bediening getrouw te „vervullen.quot;

-ocr page 92-

- 72 —

De nieuwe Onder-Prior is alsdan verplicht eene gift in geld te doen, voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Men stelt hem het brevet van benoeming ter hand en bidt dan het Te Deum... (bldz. 148), gevolgd van den Psalm CXVI: Laudate Dominum, omnes gentes... (bldz. 150).

§ 3. — Waardigheidbekleeders door den Hoefdraad benoemd.

lquot;. De Commandeur, de Opper-Ceremoniemeester, de algemeene Schatbewaarder, de algemeene Novicenmeester, de Kanselier, de Groot-Prior, en de Groot-Commandeur.

Voor al deze Waardigheidbekleeders is het Ceremonieel hetzelfde; het bestaat in eene indrukwekkende plechtigheid die in de kapel der Orde wordt gehouden.

In tegenwoordigheid van de vergaderde leden van de Militie, wordt de nieuwe Waardigheid-bekleeder binnen geleid en vergezeld naar de voor hem bestemde plaats door den Opper-Ceremoniemeester.

Op dat oogenblik richt ieder zich op en de Opper-Ceremoniemeester leest het besluit der benoeming door den Hoefdraad gedaan, voor. Vervolgens knielen alle aanwezigen ; de Groot-Aalmoezenier heft het Veni Creator. , (bldz, 141)

-ocr page 93-

- 73 -

aan, waarna Lij het kruis vau den nieuwen Waardigheidbekleeder zegent, hetwelk op het altaar waar de eed wordt afgelegd is neder-gelegd, terwijl hij de volgende gebeden uit het rituaal bidt: Adjutorium nostrum... (bldz. 144).

De Kandidaat knielt aan den voet van het altaar neder; de hoogste Waardigheidbekleeder, die aanwezig is, hecht hem met de volgende woorden het kruis van zijnen graad op de borst:

„Ontvang dit teeken van heil in naam van „den Almachtigen God, van de Allerheiligste „Maagd Maria en van onzen Gelukzaligen Vader, „den H. Dominieus, als eenen nieuwen eeretitel, „als het zinnebeeld der moeielijkheden, die gij „in 't uitoefenen uwer nieuwe en hooge bedie-„ning zult ontmoeten, en die grootere verplichtingen en eene grootere verantwoordelijkheid „opleggen jegens u zeiven, jegens uwe broeders „en jegens de geheele Orde.

„Oefen het hooge gezag, dat u te beurt geval-„len is, en waartoe gij door de gehoorzaamheid „zijt voorbereid, met standvastigheid uit, maar „tevens met de christelijke zachtmoedigheid , „waarvan Onze fleer Jezus Christus ons het „voorbeeld gegeven heeft, en waardoor gij u be-„minnen en eerbiedigen doet.quot;

Na eene korte toespraak over het gewicht van den stap dien hij gaat doen en over de nieuwe plichten, begint de plechtigheid der eedaflegging.

-ocr page 94-

- 74 —

De nieuwe Waardigheidbekleeder nadert tot voor het altaar, waar hij den eed aflegt, en alle aanwezigen staan op.

Nadat het Credo (bldz. 146) gebeden is, spreekt hij met luider stemme, de hand op het Evangelie houdend, den volgenden eed ;

„Ik N., beloof voor God op het H. Evangelie, „gehoorzaamheid aan onzen Groot-Meester N., of „bij diens ontstentenis aan den Luitenant-Gene-„raal N., trouw aan de Regels en Constitutiën „toewijding en liefde jegens mijne Broeders in „de uitoefening van mijn ambt.quot;

Na den eed overhandigt men den Waardig-heidbekleeder het brevet van zijne benoeming.

Alsdan begint de Grootaalmoezenier de plechtige mis van de Gelukzalige Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende Oraties leest: de eerste van de H. Maagd : Concede nos... (bldz.147); de tweede voor de Broeders: Praetende Domine, famulo tuo... (bldz. 147), de derde van den H. Geest: Deus qui corda jtdelium... (bldz. 132).

Bij de Offerande, offert de nieuwe Waardig heidbekleeder de kaars en het brood, dat dienen moet voor de broederlijke maaltijden. Bovendien moet hij eene gift in geld schenken voor de behoeften der werken van barmhartigheid en gastvrijheid.

Bij het Agnus Dei geeft men elkaar de broederlijke omhelzing, te beginnen bij den hoogsten Waardigheidbekleeder, die tegenwoordig is.

-ocr page 95-

— 75 -

Men sluit de plechtigheid met het Te Dewn... (bldz. 148) en den Psalm CXVI: Laudate Domi-num, omnes gentes... (bldz. 150).

2°. De Groot-Meesteb, A. — Ceremonieel der benoeming.

Na eene retraite van drie dagen vergadert de Hoofdraad in eene. buitengewone zitting ; alle leden dragen het ambtsgewaad met hunne eere-teekens. De voorzitter geeft officieel bericht van den dood of het ontslag des (xroot-Meesters, waarvan de Kanselier zich een bewijsschrift laat overhandigen, en noodigt vervolgens de vergadering uit te beraadslagen over de keuze van diens opvolger. Dan staan de raadsleden op en met de handen naar het H. Rvangelie uitgestrekt, leggen zij den volgenden eed af;

„Ik beloof op het H. Evangelie de stipste „geheimhouding omtrent de beraadslaging en „de stemming betrekkelijk de keuze van den „(iroot-Meester; te stemmen volgens mijn gewe-„ten en overeenkomstig de Regels en Constitutiën, „mij in mijne keuze niet te laten leiden, noch „door liefde, noch door haat, noch door vrees „voor 't misnoegen der menschen, noch door hoop „op belooning, maar enkel door het diepe gevoel „van de glorie van God en de eer van de Orde.quot;

Hier leest de voorzitter de artikelen der Regels en Constitutiën aangaande deze keuze

-ocr page 96-

— 76 —

voor en vraagt daarvoor de bijzondere aandacht van den Kaad. Na beraadslaging gaat men tot de stemming over volgens den regel, (bldz. 42—43) en de gekozene wordt uitgeroepen door den kanselier.

Na de plechtige verkiezing gaat de Opper-Ceremoniemeester, van bijzondere volmacht voorzien, het nieuwe hoofd der Orde, officieel zijne benoeming mededeelen.

De uitslag der kiezing wordt binnen den tijd van vijf dagen, te rekenen van de officieele aankondiging, den Groot-Commandeurs bericht, die ze dan aan hunne Raden, en door tusschen-komst der Grroot-Priors aan de Priors en de Kapittels bekend maken.

B- — Ceremonieel der plechtige aanstelling-

De plechtigheid der aanstelling geschiedt in de kapel der Orde. In tegenwoordigheid van alle vergaderde leden wordt het nieuwe hoofd der Militie door den Opper-Ceremoniemeester binnengeleid.

Hij wordt aan den ingang van de kapel door den Luitenant Generaal, omringd van de hooge Waardigheidbekleeders der Orde ontvangen.

De stoet gaat naar het koor in de volgende orde: aan 't hoofd de Opper-Cere^noniemeeste!•; in de tweede rij de Luitenant-Generaal en de nieuw gekozene; na dezen de andere Waardigheidbekleeders volgens hunne rangorde.

-ocr page 97-

— 77 —

De Opper-Ceiemonifimepster geleidt den aannemeling naar den voor hem bestemden zetel. Nadat alle zijn opgestaan, leest hij hun bet besluit der benoeming voor door den Hoofdraad gedaan.

De Groot-Aalmoezenier heft dan het Vem Creator... (bldz. 141) aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten , vervolgens onder het zingen van den Psalm XL.VII: Magnus Dominus... (bldz 154) zegent hij den mantel en de bijzondere eereteekens van den titelvoerder van 't Grootmeesterschap, welke neergelegd zijn op het altaar van den eed, terwijl hij de volgende gebeden uit het rituaal bidt:

Voor de zegening van het Grootkruis : Adju-torium nostrum... (bldz. 144); voor de zegening van den mantel: Domine Jesu Chrisie qui tegumen... (bldz. 145).

De nieuw gekozene, neergeknield aan den voet des altaars wordt met zijne eereteekens bekleed, als volgt:

De hoogste Waardigheidbeklecder van het Groot-Prioraat van 't Xruis hangt hem de halsketen, waaraan het kiuis van den Groot-Meester bevestigd is om en richt tot hem aldus het woord :

„Neem dit teeken van heil in den naam van „van den Almachtigen God, van de Allerheiligste, „Onbevlekte Maagd Maria en van onzen Geluk-

-ocr page 98-

— is —

„zaligen Vader, den H. Dominicus, tot Uwe „heiliging, tot verbreiding van het geloof, tot „verdediging van den christen-naam alsmede „tot den dienst der armen. Ontvang het als den „hoogsten eeretitel, als het zinnebeeld van den „zwaren last, dien gij op uwe schouders neemt, „en die voor u, ten opzichte van u zeiven. van „uwe Broeders en van de geheele Orde, de bron zal „zijn van de nauwste verplichtingen en de „zwaarste verantwoordelijkheid.quot;

Op het oogenblik, dat de mantel door den Opper-Ceremoniemeester om de schouders van den aannemeling gehangen wordt, zegtdeWaar-digheidbekleeder van 't Kruis tot hem :

„Neem op u het juk van den Heer, want het „is zoet en licht, en onder dit juk zult gij den „vrede vinden uwer ziel. Bekleed met de hoogste „Waardigheid dezer Ridderorde, vergeet niet, „dat God alleen groot is, dat van Hem alle „gezag uitgaat en dat gij, naar het voorbeeld „van Onzen Heer Jezus-Christus, de macht, welke „u gegeven is, met zachtmoedigheid, met standvastigheid moet uitoefenen, u tot dienaar makende „van al uwe Broeders.quot;

De Opper-Ceremoniemeester brengt dan op een kussen den degen, dien de Luitenant-Generaal den nieuwen Groot-Meester overhandigt, terwijl de Groot-Aalmoezenier de volgende woorden uitspreekt; Accipe gladium istum ... (bldz. 154).

-ocr page 99-

'

I

— 79 —

Na eene korte toespraak, welke deze laatste tot den aannemeling houdt over het gewicht der daad, welke hij gaat, vervullen en over zijne nieuwe plichten, begint de plechtigheid der eedaflegging.

De gekozene nadert het altaar van den eed, en al de aanwezigen staan op. De Groot-waardigheidbekleeders omringen hem, de twee oudste Ridders der Orde blijven aan beide zijden van het altaar, terwijl de bannier, omringd door hare eerewacht aan zijne rechterzijde opgesteld is. De nieuwe Groot-Meester bidt het Credo, (bldz. 146) en legt daarna met luider stemme en de hand op het Evangelieboek den volgenden eed af.

„Ik N. .., Meester van het Huis der Militie „van Jezus-Christus, beloof van dit uur af en „voor 't vervolg gehoorzaamheid aan de H. katholieke Kerk en aan den fl. Apostolischen Stoel, „trouw aan de Regels en Constitutiën der Orde en „waakzaamheid om deze ongeschonden te doen „naleven. Ik verplicht mij daarenboven, mij toe te „wijden aan het heil der Orde en dat mijner „Broeders tot meerdere eer van God en Zijne „Kerk. Wat de goederen der Orde betreft, deze „zal ik noch verkoopen, noch weggeven, noch ver-„panden, kortom ik zal ze op geene wijze ver-„vreemden noch in haar geheel, noch in hare deelen, „zonder toestemming van den Hoofdraad, Mogen

-ocr page 100-

— 80 —

„de Almaclitige God, de Allerheiligste Onbevlelite „Maagd Maria en onze Gelukzalige Vader, de „H. Dominicus, mij bijstaan!quot;

De Groot-Meester teekent de akte van den eed.

Alsdan nadert hij de Bannier, knielt op eene knie neder en kust na eene diepe buiging eerbiedig het Grootkruis of labarum, terwijl het koor den lofzang van de Militie zingt.

De Luitenant Generaal roept in de volgende bewoordingen het hoofd der Militie uit: „In „naam van den Doorluchtigen Raad roep ik

„N..... tot Gioot-Meester van de Orde der

„Militie van Jezus Christus uitquot;, en hij geleidt hem naar den zetel, dien hij zelf bekleedde.

Het koor hervat en eindigt den lofzang en laat Psalm CXXXII: Ecce quam honum... (bldz.137) volgen. De Groot Aalmoezenier begint vervolgens de plechtige mis der Allerheiligste Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende Oraties bidt; de eerste van de H. Maagd: Concede nos.... (bladz,147), de tweede voor de Broeders: Praetende, JDomine famulo tuo... (bldz 147), de derde van den H. Geest: Deus qui corda fidelium... (bldz. 132).

Aan de Offerande offert de Groot-Meester de kaars en het brood voor de broederlijke liefdemalen. Hij moet er eone beurs bijvoegen voor de behoeften der Orde.

Aan het Agnus Dei geeft meu elkaar de broe derlijke omhelzing, die door den Groot-Meester wordt overgebracht op den Luitenant-Generaal

-ocr page 101-

— 81 —

en door dezen op de andere Waardigheidbeldee ders volgens hunne rangorde.

Na de mis zingt men bet Te (bldz. 148),

dat gevolgd wordt door den Psalm CXVI: Lau-date Dominum omnes gentes... (bldz. 150). Met de bannier aan de spits trekken alle leden der Orde voor den Groot Meester op en groeten hem.

Bij bet uitgaan der kapel, ontvangt de Groot-Meester het huldebewijs van trouw van de leden der Orde in de eerezaal der Militie.

3°. De Luitenant-Generaal.

A- — Ceremonieel der benoeming.

Na eene retraite van drie dagen vergadert de Hoefdraad in eeno buitengewone zitting; alle leden dragen het stadsgewaad met Lunne eere-teekens De Voorzitter geeft officieel bericht van den dood of 't ontslag van den Luitenant-Generaal, waarvan de Kanselier een bewijsschrift vraagt; vervolgens noodigt hij de vergadering uit in overleg te treden tot de keuze van diens opvolger. De Raadsleden staan op en met de band naar het Evangelieboek gericht, leggen zij gezamenlijk den volgenden eed af : „Ik beloof „op het H. Evangelie de stipste geheimhouding „omtrent de beraadslaging en de stemming in „de keuze van den Luitenant-Generaal, — als-„mede te stemmen volgens geweten en overeen-„komstig de Regels en Constitutiè'n, — verder

G

-ocr page 102-

- 82 —

„dat ik mij in mijne keuze niet zal laten lei-„den, noch door liefde, noch door baat, noch „door vrees voor 't misnoegen der menschen, „noch door hoop op belooning, maar enkel „door het diepe gevoel van de glorie van God „en de eer der Orde.quot;

Hier leest de voorzitter de artik-'ls der Regels der Constitutiën aangaande die keuze voor en vraagt voor de bij ;ondere aandacht van den Raad. Na beraadslaging gaat men tot de stemming over volgens den Regel (bldz, 42—43) en de gekozene wordt uitgeroepen door den Kanselier.

Na de plechtige verkiezing gaat de Opper-Ceremoniemeester, van bijzondere volmacht voorzien , den nieuwen Luitenant-Generaal officieel zijne benoeming mededeelen.

De uitslag der kiezing wordt binnen den tijd van vijf dagen, te rekenen van de officieele aankondiging, den Groot-Commandeurs bericht, die ze dan aan hunne Raden, en door tasschen-komst der Groot Priors, aan de Priors en de Kapittels bekend maken,

B. — Ceremonieel der pleohtifle aanetelling

De plechtigheid der aanstelling geschiedt in de kapel der Orde. In tegenwoordigheid van de vergaderde leden wordt de nieuwe Luitenant-Generaal door den Opper-Ceremoniemeester bin-

-ocr page 103-

neugeleid; hij wordt aan den ingang van de kapel door de voornaamste Waardigheidbeklee-ders ontvangen. De stoet gaat naar het koor in de volgende orde: aan het hoofd de Opper-Ceremoniemeester; in de tweede rij de nieuw-gekozene en de hoogste Waardigheidbekleeder; de anderen volgen naar hunne rangorde.

De Opper Ceremoniemeester geleidt den gekozene naar den voor hem bestemden zetel, dan staan allen op om de aflezing te hooren van het besluit der benoeming, uitgevaardigd door den Hoogen Raad. De Groot-Aalmoezenier heft bet Veni Creator (bldz. 141) aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten. Daarna wordt de Psalm XLVII ; Magnus Dominus.., (bldz. 154) gelezen.

Vervolgens zegent de Groot-Aalmoezenier het kruis en den mantel, terwijl hij de volgende gebeden uit het rituaalverricht:

Voor de zegening van het kruis; Adjutorium nostrum... (bldz. 144).

Voor de zegening van den mantel: Oremus: Domine Jesu Christe, qui tegumen.,. (bldz. 145).

Den nieuw gekozene, aun den voet van het altaar neergeknield, wordt door den Opper-Ceremoniemeester de mantel omgehangen; de hoogste Waardiglieidbekleeder van het Groot-Prioraat van 't Kruis hecht hem het kruis van zijnen rang op de borst en spreekt hem toe, als volgt: „Neem dit teeken van heil in den naam

-ocr page 104-

— 84 —

„van den Almachtigen God, van de Gelukzalige, „Onbevlekte Maagd Maria en van onzen Greluk-„zaligen Vader, der. H. Dominicus, tot uwe „heiliging, tot verbreiding van 't geloof, tot „verdediging van den ebristennaam, alsmede „tot den dienst der armen. Ontvang bet als een' „hoogen eeretitel, als bet zinnebeeld van den „zwaren last, dien gij op uwe schouders neemt „en die voor U, ten opzichte van U zeiven, van „uwe Broeders en van de geheele Orde, de bron „zal zijn, der nauwste verplichtingen en der „zwaarste verantwoordelijkheid.quot;

Op het oogenblik, dat de mantel om de schouders van den aannemeling gehangen wordt, zegt de Waardigheidbekleeder van het Kruis tot hem : „Neem op u het juk van den Heer, want het „is zoet en licht, en onder dit juk zult gij den „vrede vinden uwer ziel. Bekleed met dezo „hooge Waardigheid der Ridderorde, vergeet „niet, dat gij, naar bet voorbeeld van Onzen „Heer Jezus Christus, de macht welke u gegeven „is, met zachtmoedigheid, met standvastigheid ^moet uitoefenen, u tot dienaar van al uwe „Broeders makend.quot; De Opper-Cereinoniemeester brengt dan op een kussen den degen, welken de Groot-Meester den nieuwen Luitenant-Generaal overhandigt, terwijl de Groot-Aalmoezenier de volgende woorden uitspreekt: Accipe yladium istum.. . (bldz. 151).

-ocr page 105-

— 85 —

Na eene korte toespraak over het gewicht dei-handeling, die hij gaat vervullen en over zijne nieuwe plichten, begint de plechtigheid der eedaflegging. De aannemeling nadert het altaar van den eed en al de aanwezigen staan op. De Grootwaardigheidbekleeders omringen hem. De nieuw gekozene hidt het Credo... (bldz. 146) en legt daarna met luidi.T stemme en de hand op het Evangelie, den volgenden eed af:

„Ik N..., Luitenant-Greneraal van het Huis der „Militie van Jezus Christus, beloof van dit uur „af en voor do toekomst gehoorzaamheid aan de „H. katholieke Kerk, aan den H. Apostolischen „Stoel en aan onzen Groot Meester N..., trouw „aan de Regels en Constitutiën der Orde en „sterkte om ze ongeschonden te doen naleven. „Ik verplicht mij daarenboven, mij toe te wijden „aan het heil der Orde en aan dat mijner Broe-„ders tot meerdere oer van God en zijne Kerk. „Mogen de Almachtige God, de Allerheiligste „Onbevlekte Maagd Maria en onze Gelukzalige „Vader, de H. Dominicus, mij bijstaan.quot; De nieuwe Luitenant Generaal teekent de akte van den eed.

Het koor zingt den Psalm CXXXII; Ecce quam honum.,, (bldz. 137).

De Groot-Aalmoezenier begint vervolgens de plechtige mis van de Gelukzalige Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende Oraties bidt:

-ocr page 106-

— 86 -

de eerste van de H. Maagd: Concede nos... (bldz.

147); de tweede voor de Broeders : Praetende Domine, famulo üto. . (bldz. 147); de derde van den FT, Greest: Deus qui corda fidelium (bldz. 132).

Bij de Offerande offert de Luitenant Generaal de kaars en het brood voor de broederlijke liefdemalen. Hij moet er eene beurs bij voegen voor de behoeften der Orde.

Bij het Agnvs Dei geeft men elkaar de broederlijke omhelzing, die door den Groot-Meester wordt overgebracht op den Luitenant-Generaal en door dezen op de andere Waardigheidbeklee-ders volgens hunne rangorde.

Na de mis zingt men het Ie Deum.. (bldz.

148), dat gevolgd wordt door den Psalm CXVI: Laudate Dominum. omnss gentes... (bldz. 150).

Bij het uitgaan der de kapel, ontvangt de Luitenant Generaal, in geval de Groot-Meesters-zetel openstaat, de hulde van trouw van de leden der Orde in de eerezaal der Militie, als bewaarder van 't oppergezag.

4°. De Groot-Aalmoezenier.

De plechtigheid der aanstelling geschiedt in de kapel der Orde. In tegenwoordigheid van al de vergaderde leden, wordt de nieuwe Groot-Aalmoezenier binnengeleid door den Opper-Cere-moniemeester; aan den ingang van de kapel wordt hij ontvangen door de voornaamste Waar*

-ocr page 107-

- 87 —

digheidbekleeders. De stoet gaat naar het koor in de volgende orde : aan het hoofd de Opper-Ceremoniemeester; in de tweede rij de nieuw gekozene en do Aaimoezenier van het Groot-Prioraat; de andere Waardigheidbekleeders volgen naar hunne rangorde.

De Oppur Ceremoniemeester geleidt den gekozene naar den voor hem bestemden zetel, dan staan allen op, om de aflezing te hooren van het besluit der benoeming uitgevaardigd dooiden Hoefdraad.

De dienstdoende Aalmoezenier heft het Vmi Creator... (bldz. 141) aan, dat twee koren van Broeders afwisselend voortzetten. Vervolgens wordt de Psalm XLVII: Magnus Dominus... (bldz. 154) gelezen en de dienstdoende priester zegent het kruis, terwijl hij de volgende gebeden van het Pitaaal verricht: Adjutorium nostrum... (bldz. 144). De hoogste aanwezige Waardigheid-bekleeder van het Groot Prioraat van 't Kruis hecht het op de borst van den Groot-Aalmoezenier, die dan naar het altaar van den eed gaat en met de hand op het Evangelie , den volgenden eed aflegt. „Ik N..., Groot-Aalmoezenier van „het Huis der Militie van Jezus-Christus, beloof „trouw aan o. zen Groot-Meester N..., of bij diens-„ontstentenis aan den Luitenant-Generaal N..., „zoowel als aan de Regels en Constitutiën der „Orde. Mogen de Almachtige God, de Allerheiligste Onbevlekte Maagd Maria en onze

-ocr page 108-

— 88 —

„Gelukzalige Vader, de H. Domiincus, mij bijstaan !quot; Vervolgens begint de Groot-Aalmoezenier zelf de plechtige mis van de Allerheiligste Maagd Maria, waaronder hij de drie volgende Oraties leest: de eerste van de H. Maagd : Concede nos... (hldz. 147); de tweede voor de Broeders : Prae-tende, Domine famulo tuo... (bldz. 147); de derde van den H. Goeat: Deus qui corda fidelium.. (bldz. 132)

Bij het Agnus Dei geeft de Groot-Aalmoezenier de broederlijke omhelzing aan den Aalmoezenier van het Groot-Prioraat, die ze overbrengt op de andere Waardigheidbekleeders naar hunne rangorde.

Na de mis zingt men het Te Deum.. (bldz. 148) dat gevolgd wordt door den Psalm CXV11 Laudate Dominum, omnes gentes... (bldz. 150).

HOOFDSTUK III.

Ceremonieel in getal van oveelijden.

Bij overlijden van een lid der Orde beijveren zich al de Broeders van zijn Prioraat door het bijwonen der begrafenis en door hunne gebeden hem de gevoelens van vriendschap en weder-zijdsche verplichtingen te bewijzen, die aan gene zijde van 't graf moeten voortbestaan.

Het Prioraat laat in de kapel voor de rust

-ocr page 109-

— 89 -

zijner ziel eene stille mis lezen , waartoe zijne familie wordt uitgenoodigd. Alle leden moeten bovendien, tot zijne intentie, den gewonen rozenkrans van eene week, of de Getijden dei- H. Maagd bidden en zoo mogelijk de H. Communie voor bem opdragen.

De Raad van het Gewest waartoe hij behoorde, zoowel als de Hoofdraad bidden voor hem een De Profundis... (bldz. 157).

Het staat de familie van den overledene vrij op zijne lijkkist de hem toebehoorende eeretee-kens neer te leggen.

De plichten der Broeders zijn door het Ceremonieel vastgesteld, als volgt:

§ 1. — Voor de Broeders en de Ridders.

Bij den dood van eenen Broeder worden ten minste 10 leden van den 2den graad en een Kapitein, naar loting ambtshalve aangewezen om met de rangteekens der Orde de begrafenis bij te wonen.

Bij den dood van eenen Ridder bestaat het officieele gezantschap voor de begrafenis uit 5 Broeders, 10 leden van den 3dcn graad en twee Kapiteins, allen voorzien van hunne rangteekens.

De Prior laat zich altijd vertegenwoordigen.

-ocr page 110-

- 90 —

§ 2. — Voor de Waardiyheidbekleeders.

A. — Waardigheidbekleeders der Prioraten.

Bij overlijden van een dezer Waardigheid-bekleeders bestaat het bij loting aangewezen gezantschap tot het bijwonen der begrafenis :

Vóór eenen Kapitein: uit 10 Broeders, 10 Ridders, 3 Kapiteins en den Kapitein-Generaal als vertegenwoordigers van bet Prioraat;

Voor den Kapitein-Generaal, don Opper-Cere-moniemeester, den Schatbowaarder en den Novi-cenmeester : uit 15 Broeders, 10 Bidders, 4 Kapiteins, den Ceremoniemeester of diens plaatsvervanger als vertegenwoordiger van 't Prioraat, en den Onder-Prior, afgevaardigd door den Prior.

Voor eenen Onder-Prior; uit 15 Broeders, 15 Ridders, den Kapitein-Generaal aan 't hoofd zijner Kapiteins, den Ceremoniemeester en den Prior.

B. — De Prior.

Bij overlijden van eenen Prior moeten zich al de Broeders en Ridders van het Prioraat gezamenlijk naar zijne begrafenis begeven, voorafgegaan door de Waardigheidbekleeders met den Onder-Prior aan 't hoofd.

De Ceremoniemeester draagt de rangtenkens van den oveiledene, indien zijne familie daarin

-ocr page 111-

— 'Jl -

toestemt op een kassen, achter den lijkwagen.

FTet Prioraat laat in de kapel voor zijne zielerust eene hoogmis opdragen, waartoe zijne familie, zoowel als de leden en de hierboven vermelde Waardigheidbekleeders ter bijwoning worden uitgenoodigd. Al zijne Broeders van 't Prioraat moeten tot zijne intentie, den gewonen rozenkrans van eene week of de Getijden van de H. Maagd bidden en zoo mogelijk, voor hem de H. Communie opdragen. De Raad van 't Gewest, waarvan hij deel uitmaakte, zoowel als de Hoofdraad bidden voor hem een De Profundis... (bldz. 157).

C. — De Aalmoezenier.

Bij overlijden van eenen Aalmoezenier volgt men hetzelfde ceremonieel als bij den dood van eenen Prior.

D. — Grootwaardigheidbekleeders.

Bij den dood van eenen Commandeur, tevens lid van den Gewestelijken Raad, van den Opper-Ceremoniemeester, van den algemeenen Schatbewaarder, van den algemeenen Novicenmeester, van den Kanselier, van eenen Groot Prior of van eenen Groot-Commandeur moeten de Broeders en de Ridders van het Groot-Prioraat zich gezamenlijk naar zijne begrafenis begeven, voorafgegaan door hunne Waardigheidbekleeders met den Prior aan 't hoofd.

-ocr page 112-

— 92 —

De Grootwaardigheiclbekleeders rekenen het zich van hunnen kant tot plicht, de begrafenisplechtigheid bij te wonen.

Met toestemming van de familie des overledenen draagt de Ceremoniemeester van het Groot-Prioraat diens rangtcekens op een kussen achter den lijkwagen. Na hem komen de andere Waar-digheidbekleeders volgens rangorde.

Voor de rust zijner ziel wordt eene mis gezongen in de kapel van de Orde, waar een catafalk wordt geplaatst waarop zijne bijzondere rangtcekens gelegd worden.

Zijne familie, de leden en de Waardigheid-bekleeders van het Groot-Prioraat, zoowel als de Grootwaardiglieidbekleeders, worden tot die plechtigheid uitgenoodigd. Voor de Commandeurs, de Groot-Priors en de Groot-Commandeurs wordt eene tweede mis gezongen in de kapel van 't Groot-Prioraat waaraan zij verbonden zijn. Al de Kapittels van hunne respectieve Gewesten moeten tot hunne intentie een De Profundis... (bldz. 157) bidden.

Wat den leden van 't Groot-Prioraat betreft, dezen moeten buitendien den gewonen rozenkrans van eene week, of de Getijden der H. Maagd bidden en zoo mogelijk, voor hen eene H. Communie opdragen. (1)

(1) Het ceremonieel bij geval van 't overlijden eens gewestelijken Commandeurs is hetzelfde, als dat voor de Grootwaar-

-ocr page 113-

— 93 —

E. — De Groot-Meester.

De Luitenant-Gen er aal is gehouden in den kortst mogelijken tijd den Hoofdraad bijeen te roepen, om dezen den dood van den Groot-Meester aan te kondigen er bezit te nemen van de macht overeenkomstig de Regels en Constitutiën.

Hij moet tegelijkertijd een officieel bericht van dio twee gebeurtenissen zenden, aan alle Groot Commandeurs , Groot-Priors en Commandeurs van de Orde.

In dezelfde zitting neemt de Hoofdraad de noodige maatregelen voor de begrafenis en voor den lijkdienst, die in de kapel moet gehouden worden.

Alle Hoog-Waardigheidbekleeders met den Luitenant Generaal aan 't hoofd, alle Waardig-heidbekleeders van 't Groot-Prioraat des Ge-wests, waar do Grootmeester zetelt, een gezantschap van 't Groot-Prioraat van 't Kruis, een ander van al de Gewestelijke Raden en zoo mogelijk, zelfs van al de Kapittels moeten de begrafenis hijwonen, zoowel als de plechtige mis, die later in de kapel wordt gezongen, en waartoe de familie van den overledene wordt uit-genoodigd.

digheidbekleeders (bldz. 91). Daarenboven moeten de Priors en een gezantschap der Kapittels en der leden van de onder zijn gezag staande Prioraten, bij de begrafenisplechtigheden tegenwoordig zijn.

-ocr page 114-

— 94 —

In de nabijheid van 't koor wordt een catafalk opgericlit, aan welks boeken zicb vier der oudste Eidders van de Orde plaatsen. Achter, op een kussen, bevinden zicb de rangteekens van den Groot-Meester, zijn degen en zijn gebroken zegel; rechts de Bannier met rouwfloers omhangen en door hare eerewacht omringd.

Met zwart laken overdekte zetels zijn bestemd voor de Grootwaardigbeidbeklceders en de familie des overledenen.

Het koor voert gedurende de mis lijkzangen van 't rituaal uit.

De Groot-Aalmoe'cenier of een ander voornaam priester verricht de gewone gebeden bij de lijkbaar.

De Grewestelijke Raden en de KapiHels laten eene mis zingen in hunne kapel voor de rust der ziel van den overleden Groot-Meester.

Al de Waardigheidbekleeders en de leden dei-Prioraten zijn verplicht deze bij te wonen. Bovendien zijn zij gehouden tot zijne intentie den gewonen rozenkrans van eene week of de Getijden der H. Maagd to bidden, en zoo mogelijk, aan God de H. Communie voor hem op te dragen.

F — De Luitenant-Generaal.

Bij geval van overlijden van den Luitenant-Generaal neemt men hetzelfde ceremonieel in acht als voor den Groot-Meester. Deze laatste

-ocr page 115-

— 95 —

moet persoonlijk den lijkstoet vergezellen en den in de kapel gehouden lijkdienst bijwonen.

Nochtans is het zenden van afgevaardigden niet verplichtend voor de Kapittels.

Het hoofd der Orde doet den Hoofdraad bijeenkomen, om hem het overlijden van den Luitenant-Generaal mede te dealen en de noodige maatregelen voor de begrafenis te nemen. Deze gebeurtenis wordt officieel bericht aan de Groot-Commandeurs , aan de Groot Priors en aan de Commandeurs.

G. — De Groot-Aalmoezenier.

Bij overlijden van den Groot Aalmoezenier gaat men op dezelfde wijze te werk als voor den Luitenant-Generaal, en men volgt hetzelfde ceremonieel De gebeden bij de lijkbaar worden ver-richt of door een der Aalmoezenier van de Orde, of door eenen van den Hoofdraad aangewezen geestelijken.

HOOFDSTUK IV.

Ceremonieel der algemekne vergaderingen.

De groote vergaderingen der Orde, die der Gewesten, evenals die der Prioraten, worden gehouden in de hoofdzaal van 't Prioraat. Op de tafel, waarom de Waardigheidbekleeders

-ocr page 116-

— 96 —

volgens rangorde plaats nemen, moet zich het kruisbeeld bevinden en aan 't einde der zaal het wapenschild der Orde. Al de Broeders dragen het kruis aan een Ordelint; wat de Waardig-heidbekleeders aangaat, dezen moeten bovendien het stadsgewaad en den witten das dragen. De Ceremoniemeester waakt over de goede orde en de inachtneming van 't Ceremonieel.

De vergaderingen beginnen met den groet: Laudetur Jesus-Christus,., (bldz. 131), en de gebeden : Veni Sancte Spiritus... (bldz. 131), Psalm CXXX1I; Ecce quam honum... (bldz, 137), bet Epistel en het Evangelie van den dag. Zij eindigen met den Psalm VIII: Domine Dominus noster... (bldz. 137), de aanroepingen (bldz. 135): Heilig Hart van Jezus..., Ome Lieve Vrouw van den H. Rozenkrans..., Gelukzalige Vader, H. Dominic us... en den vreugderoep ; Leve Jezus-Christus..-(bldz. 131).

-ocr page 117-

HOOFDSTUK V.

Regel dee toorrangseechten.

De Groot-Meester heeft den voorrang boven alle andere Waardigheidbekleeders der Orde. De Luitenant-Generaal bekleedt den tweeden rang. Hij plaatst zich aan de rechterzijde van den Groot Meester, de Groot Aalmoezenier aan de linker. De Groot-Commandeurs en de Groot-Prior van het Kruis hebben denzelfden rang.

Na hem komen in de volgende orde: de Groot-Commandeurs, de Groot-Priors, de Kanselier, de Algemeene Novicenmeester, de Algemeene Schat, bewaarder, de Opper-Ceremoniemeester, de Commandeurs, de Priors, de Aalmoezeniers, de Onder-Priors, de Kapiteins-Generaal, de Novicenmees-ters, de Schatbewaarders, de Ceremoniemeesters en de Kapiteins.

Indien een voornaam persoon, een bisschop b. v., eene vergadering van de Orde met zijne tegenwoordigheid vereert, geeft men hem het eerc-voorzitterschap, maar de hoogste Waardigheid-bekleeder, gezeten aan zijne rechterhand, regelt den gang der zitting.

-ocr page 118-

TITEL XII.

het oewaal».

HOOFDSTUK I.

Gewaad der Broeders en dek Ridders.

§ 1. — De Broeders.

Het gewaad van den Broeder is geheel van zwart laken en bestaat uit: eene broek, met witte strook afgezet, een jas met Let Ordekruis op het borststuk geborduurd en met eene dubbele rij zilveren knoopen; eenen mantel met eeuen in twee eikels eindigenden kaoopgordel van witte wol en een op den linker schouder geborduurd Ordekruis ; eenen zwart vilten middelmatig goranden hoed volgens vooraclirift, met het labarum in 't midden.

De Broeder draagt het kruis op de borst aan een lint met de kleuren der Orde.

§ 2. — De Ridders.

Het gewaad van den Ridder bestaat uit eene broek van blauw laken met gouden strook, eene wit lakenschen jas met blauwe opslagen

-ocr page 119-

— 99 —

en blauwen kraag, het kruis der Orde op het borststuk geborduurd en eene dubbele rij gouden knoopen; eenen zwart lakenschen mantel met eenen in twee eikels eindigenden knoopgordel van witte zijde en een op den linker schouder geborduurd Ordekruis ; eenen zwart vilten middelmatig geranden hoed volgens voorschrift, met het labarum in 't midden en een wit veertje op de linkerzijde.

De Ridder draagt den degen met de wapenen der Orde er op, aan eenen zwarten riem en het kruis op de borst aan een lint, met de kleuren der Orde.

HOOFDSTUK II.

Gewaad dee Waaedigheidbekleedees.

De Waardigheidbekleeders van eiken rang zijn gekleed in 't Riddergewaad met de volgende onderscheidingen ;

De Kapitein heeft 1 zilveren boordsel op de beide mouwopslagen ;

De Kapitein-Generaal, 2 zilveren boordsels op de beide mouwopslagen en 1 zilveren ster op den kraag;

Oe Onder-Prior 3 zilverenboordsels op de beide mouwopslagen en 2 zilveren sterren op den kraag ;

De Prior, 1 gouden boord op de beide mouwopslagen en 3 zilveren sterren op den kraag;

-ocr page 120-

— 100 —

De Commandeur 2 gouden boordsels op de beide mouwopslagen en 1 gouden ster op den kraag;

De Groot-Prior 2 gouden boordsels op de beide mouwopslagen en 2 gouden sterren op den kraag;

De Groot-Commandenr 3 gouden boordsels op de beide mouwopslagen en 2 gouden sterren op den kraag;

De Novicenmeester, de Ceremoniemeester, en de Scbatbewaarder van 't Prioraat dragen op kraag en mouwen een smal boordsel in zilver ; de quot;Waardigheidbokleeders van den Hoofdraad, de Opper-Ceremoniemeester, de Algemeene Schat bewaarder, de Algemeene Novicenmeester en de Kanselier, gouden boordsels.

Al de Waardiglieidbekleeders dragen het kruis op de borst aan een lint met de kleuren der Orde. De Grootwaardigbeidbekleeders, zoowel als de Priors en de Aalmoezeniers, dragen liet om den hals aan het ordelint.

HOOFDSTUK III.

GEWAAD TAN DKN LUITENANT-GENERAAL.

Het gewaad van den Luitenant-Generaal bestaat uit: eene broek van blauw laken met twee gouden strooken; een wit-lakenschen jas

-ocr page 121-

- 101 -

met kraag en opslagen van blauw laken, 4 gouden boordsels op de mouwen en 3 gouden sterren op den kraag, het ki'uis der Orde op het borststuk gestikt en eene dubbele rij gouden knoopen; eenen zwart lakenschen mantel met eenen in twee eikels eindigenden wit-zijden knoopgordel en het Ordekruis op den linker schouder gestikt ; eenen zwart vilten hoed met middelmatigen rand volgens voorschrift, met het labarum in 't midden en eene witte en zwartte veer op de linkerzijde. De Luitenant-Generaal draagt om den hals het kruis aan het Ordelint, hij draagt den degen voorzien van de wapenen der Orde aan eenen zwarten riem en kruiselings de zijden sjerp, met de kleuren der Militie waaraan twee gouden eikels aan 't einde bevestigd zijn.

HOOFDSTUK IV.

GEWAAD VAN BEÏT GROOT-MEKSTER.

De Groot-Meester heeft hetzelfde gewaad als de Luitenant Generaal; bovendien draagt hij eenen mantel met sleep en de groote halsketen der Orde van de Militie van Jezus-Christus.

-ocr page 122-

TITEL XIII.

KKRVOIiliK OKUERSCHEIDIXC».

„Het Groot-Prioraat van 't Kruisquot;.

De naam van Groot-Prioraat van 't Kruis, is een eere-titel, uitsluitend voorbehouden aan 't Groot-Prioraat van Parijs.

Dit buitengewoon voorrecht is aan Parijs verleend, omdat het Prioraat van 't Kruis van Parijs aan de Orde van de Militie van Jezus Christus het leven geschonken heeft, omdat haar hoofd, Luitenant-Generaal geheeten, van de bevoegde macht de vergunning gekregen heeft de Orde weer te herstellen, omdat hij haar de tegenwoordige Regels en Constitutiën geschonken heeft, en omdat de commissie, belast met haar onder zijne leiding te voltooien, was samengesteld uit den Kanselier en eenen Secretaris, leden van 't zelfde Prioraat van 't Kruis.

Bovendien, den 14 September, op het Feest der Verheffing van het H. Kruis, heeft de Hoogeerwaarde Algemeene Overste der Pre-dikheeren zich gewaardigd, eene vergadering bij te wonen van de voornaamste Broeders

-ocr page 123-

— 103 —

van 't Prioraat van 't Kruis van Parijs, vergaderd in de woning van den Luitenant-Generaal.

De titels van Grootkruis, Prior, Onder-Prior, Kapitein-Generaal en Kapitein van 't Kruis zijn eervolle onderscheidingen, die verleend kunnen worden voor buitengewone diensten aan de Militie bewezen

De Hoefdraad alleen heeft het recht, deze titels te verleenen en in naam van den Groot-Meester de daarbij behoorende brevetten af te geven.

De werkende of honoraire Waardigheidbeklee-ders van 't Kruis vormen de eerewacht van de bannier der Orde. Zij verschijnen in verschillende plechtigheden om er den luister van te verhoogen (bladz. 79 en 94). Inzonderheid is het de Groot-Prior van Parijs of bij diens ontstentenis de aanwezige hoogste titularis van 't Kruis, die bij de plechtigheid der installatie van den Groot-Meester, dezen de halsketen der Orde omhangt.

De Groot-Prior van 't Kruis en de Grootkruisen hebben den rang van Groot-Commandeur.

De Registers dor Prioraten, der Gewesten en der Kanselarij moeten melding maken van dezen titel alsmede van de uamea der titel voerders.

Zij behooren met afwijking van 't algemeen recht onder het rechtsgebied van 't Groot Prioraat van Parijs, zoo zij niet leden zijn van den Hoefdraad.

-ocr page 124-

TITEL XIV.

Kenmeekende Titels.

Alle leden der Orde, welke ook hun graad of bunne quot;Waardigheid zij, worden Broeders genoemd in den waren geest der christelijke gelijkheid en ter herinnering aan onze geestelijke verbroedering.

Deze benaming vervangt die van Mijnheer in alle officieele berichten; zij moet dus altijd den naam of de hoedanigheid der leden voorafgaan. Voorbeeld: Broeder N. of Broeder Groot-Meester. De Broeders en de Ridders spreken elkander toe in deze bewoordingen: Waarde Broeder.

De Waardigheidbekleeders dragen en ontvangen van hunne Broeders de volgende kenmerkende titels:

De Groot-Meester der Orde wordt Allerdoor-luchtigste Excellentie, genoemd;

De Luitenant-Generaal, Zeer Doorluchtige', De Groot Aalmoezenier, Zeer Eerwaarde ; De Groot-Commandeur, de Groot-Prior, de Kanselier, de Algemeene Novicenmeester, de Algemeene Schatbewaarder, de Opper Ceremoniemeester, de Commandeurs, Zeer Geëerde-,

-ocr page 125-

— 105 —

De Priors, Geëerde •

De Aalmoezeniers, Eerwaarde-, De Onder-Priors en de Kapiteins-Generaal, Zeer Geachte;

De Kapiteins, Geachte.

-ocr page 126-

TITEL XV.

KlXXEBEEIiMEX EM KEGEIiS.

De Emblema's der Orde zijn: Het Kruia, het Wapenschild en de Bannier.

De voornaamste zinnebeelden zijn: De Palmboom, de Denneboom en de Pijnboom.

HOOFDSTUK I.

emblema's.

§ 1. — Het Kruis,

Het Kruis van de Militie van Jezus-Christus is zwart gevlekt en met leliën versierd en herinnert aan de vier voornaamste vertakkingen der Orde in 't verleden. (Zie Wapenschild) (1)

Bovenop prijkt de koninklijke kroon, versierd

(1) Het beteekent voor hen, die het heden diagen, dat zij het gebed moeten paren aan de daad en den geest van opoffering voor de uitbreiding van de maatschappelijke heerschappij van onzen lieer Jezus-Christus.

-ocr page 127-

— 107 —

met het monogram van Christus volgens het p

Labarum-. (1)

Boven aan prijkt het emblema der H. Drievuldigheid tusschen de woorden van den H. Aartsengel Michaël, Lucifer verpletterend: Quis ut Deus! Wie is Gode gelijk!

Onder aan, dat van het Pausschap.

In het midden, JHS— Jezus Christus Hex Reguni, Jezua-Christus, Koning der Koningen, met de H.H. Harten van Jezus en Maria, verbonden door de nagels van het Bitter Lijden. (2)

Aan het uiteinde van den rechterarm het ouderwets gekroonde monogram, van de Allerheiligste Maagd. (3)

Aan het uiteinde van den linkerarm het eveneens ouderwets gekroonde monogram van den H. Jozef, patroon der geheele Kerk.

Alle Broeders der Orde hebben een wit glazu-

P

(1) Dit teeken wil in 't Giiekscli zeggen Christianus of Christus. In 't latijn vertaalt men liet door Pax Christi. Hel staat op de kroon, die het Kruis van de Militie bestrijkt, gelijk het weleer stond op die van keizer Constantijn, die het er op liet graveeren, zoowel als op de helmen zijner soldaten, terwijl hij zich verklaarde tot dienaar van den Koning der Koningen.

(2) Deze drie emblema's beteekenen : 1° Liefde van God tot de menschen; 2° Smarten geleden voor hun heil; 3° Hulp, bescherming, troost, welke zij door Maria kunnen verkrijgen.

(3) Om te herinneren dat nooit haar naam te vergeefs is aangeroepen geworden, en dat de Rozenkrans het gebed bij voorkeur moet zijn der leden der Militie.

-ocr page 128-

- 108 —

ren Kruis, afgezet met leliebloemen, van wit en zwart glazuur, het midden gedeelte van 't kruis is van goud, de kroon, de emblema's en de opschriften van verguld zilver.

De Waardigheidbekleeders dragen buitendien

het monogram van Christus volgens het Labarum p

-g- tusschen de armen van het Kruis.

Dit Kruis is vastgehecht aan een lint met de kleuren der Orde: zwart aan de beide randen en wit in 't midden, in tweeën gescheiden door eene blauwe streep.

Het glazuren kruis is dat, 't welk men bij de plechtigheden en vergaderingen der Militie draagt. Een ander van klein model is aangenomen voor alle dagen (1)

§ 2. — Het Wapenschild.

De Orde van de Militie van Jezus Christus voert:

Op een rood veld 4 kwartieren geplaatst in de hoeken van 't schild. — Het eerste kwartier voert in een groen veld een met leliën bezet kruisi gescheiden in twee gelijke deelen, waarvan het eene wit, het ander zwart gekleurd is (het is dat

(1) Mr. Vever, Juwelier van de Orde, i9, rue de la Paix, te Parijs, zal kruisen van de Militie leveren aan de Broeders en Zusters, mits van behoorlijke machtiging voorzien.

-ocr page 129-

— 109 -

van de Militie van den Rozenkrans met den gedenkpenning van Onze Lieve Vrouw in 't midden) ; — het tweede overkruis in een grondveld een rood krukkenkruis, in 't midden voorzien van een zwart monogram van Christus (het is dat van de Militie van St. Pieter Martelaar); — het derde voert op een veld van zilver een zwart van onderen toegespitst kruis, aan beide zijden omgeven door 3 zwarte sterren, twee rechts en eene links aan de punt, (het is dat van de Gaudenti of van den tak der Militie van Venetië, van Santa Maria Gloriosd); — het vierde voert op een zwart veld een met leliën bezet kruis, voorzien van het monogram van Christus, beide van goud (het is dat van de Militie van't Kruis van Jezus-Christus, een tak in Spanje) — Over zijn geheel voert het in een blauw veld een zwart gevlekt en met leliën versierd rood Ordekruis met het gouden monogram van Christus en in 't midden het monogram van Christus, omgeven door de leus : Rex Begum, en de beide Harten van Jezus en Maria, alles in goud ; het kruishoofd, voorzien van den driehoek, het zinnebeeld der H. Drievuldigheid, omgeven door de leus: Quia vt Deus! de armen van het Kruis, voorzien van de ouderwets gekroonde monogrammen van Maria en Jozef, eindelijk aan den voet van het kruis de rang-teekens van het Pausschap ; genoemd kruis rust op een veld van goud en is versierd met leliën, gescheiden deels in wit, deels in zwart en omgeven door 3 gouden sterren, 2 en 1 geplaatst.

-ocr page 130-

— 110 —

Het schild is omgeven door de groote halsketen der Orde, die gevormd wordt door schakels, dragende 9 tiara's of drievoudige gouden kronen, in elke kroon bevindt zich een zwaard en eene brandende fakkel die kruisgewijze over elkander geplaatst zijn; onder aan de keten hangt bet groote Ordekruis.

Schildhouders: Kruiselings geplaatste dennen en pijntakken, palmtakken loodrecht omgevende, het geheel van groen en verbonden door een blauw lint met zilveren rand en zwarten opslag, de kleuren der Militie, waaronder de leus : Digitus Dei est hie (1).

Het schild, bedekt door de keizerskroon en omhangen met den rooden, met hermelijn gevoer-den Koningsmantel.

§ 3. De Bannier.

De Bannier der Orde is van witte zijde, omboord door zwarte zijde, het geheel omzoomd met een blauw zijden bies en omzet met gouden franjes. In het midden bevindt zich het wapenschild der Militie met de volgende Latijnsche opschriften in gulden letters;

(1) De oude leus van het Rijk van Israël is ook de onze; want het Koningschap van Christus, ontsproten uit den koninklijken slam van David is een eeuwig Koningschap. Het botee-kend dat Jezus-Christus onze Koning is, dat Hij onzen wil beveelt en ons den zijnen te kennen geeft.

-ocr page 131-

— Ill -

Boven het wapenschild :

Et eris corona gloriae in manu Domini, et diadema regni in manu Dei tui.

Isaïa, C. LXII, V, 3.

Gij zult eene eerekroon zijn in de hand desHeeren, en eene koningskroon in de hand van Grod.

Ljaïas, C. LXII. V. 3.


In den rechter bovenhoek :

... Et dabit illi Dominus Deus sedem David Patris ejus et regnabit in domo Jacob in aeternum et regni ejus non erit finis.

Luc. 1. C.

In den linkerhoek :

Eicelsus super omnes gen-tes Dominus, et super coelos gloria ejus Pb. CXII, V. 4.

De Heer zal hem den troon van David zijnen Vader, schenken, en hij zal eeuwig heerachen over het huis van Jacob, en zijne heerschappij zal geen einde hebben.

Luc. 1. C.

De Heer is verheven boven alle volkeren en Zijne glorie boven de Hemelen. Ps. CXII, V. 4.


[n den rechter benedenhoek

A solis ortu usque ad occa-sum, laudabile nomen Do-mini.

Ps. CXII, V. 3.

In den linkerhoek: Cum effuderis esurienti animam tuam, et animam afflictam repleveris, orietur in tenebris lux tua, et tene-braetuae erunt sicut meridies. Isaia, C. LVIII, V. 10,

De naam des Heeren zij geprezen van den opgang tot den ondergang der zon.

Ps. CXII, V. 3.

Zoo gij den arme bijstaat met eene ontboezeming des harten en de bedroefde ziel met troost vervult, zal uw licht zich in de duisternissen verheften en uwe duisternissen zullen worden gelijk de middag.

Isaïas, C. LVIII. V. 10


-ocr page 132-

- 112 —

Op de andere zijde der bannier, boven de kroon:

Et ponam eis signum.

Isaïa, C. LXVI, V. 19.

In den rechter bovenhoek:

Ik zal mijne bannier onder hen verheffen. Isaïas, C. LXVI, V. 19.

Haec dicit Dominus: Rex Israël, et Eedemptor ejus Dominus execituum. Ego primus, et ego novissimus, et absque me non est Deus.

Isaïa, C. XLIV, V. 6.

In den linkerhoek:

Surge illuminare, Jerusalem : Quia venit lumen tuum et gloria Domini super te orta est.

Ziehier wat de Heer zegt: de Koning van Israël, en zijn Verlosser,de Heer der heirscharen. Ik ben de eerste, en ik ben de laatste,en er is geen andere God dan ik alleen.

Isaïas, C. XL IV. V, 6.

Isaïa, C. LX, V. 13.

In den rechter beneden hoek

Sta op, Jerusalem, ontvang het licht, want uw licht is gekomen en de glorie van den Heer heeft zich boven u verheven.

Isaïas, C. LX, V. 13.


Gloria Libani ad te veniat, abies et buxus et pinus si-mul ad ornandum locum sanctificationis meae, et lo cum pedum meorum glori-ficabo.

Isaïa, C. LX, V. 13.

De glorie van den Libanon zal in u komen,de den, de palm en de pijnboom zullen gezamenlijk tot sieraad strekken voor mijn heiligdom en ik zal de plaats verheerlijken, waar mijne voeten zullen gerust hebben.

Isaïas, C. LX, V. 13.


-ocr page 133-

113 —

In den linker hoek:

Frange esurienti panem tmim, et egenos vagosque indue in domum tuam : cum videris nudum operi eum, et carnem tuam ne despexeris.

Isaïa, C. LVIII, V. 7.

Deel uw brood met hem, die honger heeft, en doe in uw huis de armen binnentreden en hen, die niet weten waarheen zij zich begeven, Wanneer gij eenen naakte ziet, kleed hem en veracht niet uw eigen vleesch.

Isaïas, C. LVIII, V. 7.


HOOFDSTUK II.

Zinnebeelden.

De voornaamste zinnebeelden der Orde zijn : De den, de palm en de pijnboom, gelijk men zien kan in liet W apenschild en in het opschrift van de Bannier :

Gloria Libani ad te veniat, abies, et buxus,et pinua sinuil ad ornandum locum sanctifi cationis meae, et locum pe dum meorum glorificabo.

De glorie van den Libanon zal tot u komen, de den, de palm en de pijnboom zullen gezamenlijk tot sieraad strekken voor mijn heiligdom, en ik zal de plaats verheerlijken, waar mijne voeten zullen gerust hebben.

Isaïa, C. LX, V. 13. Isaïas, C. LX, V. 13.

De den is het zinnebeeld der eeuwigheid, de palm, dat der standvastigheid en de pijnboom, dat der verhevenheid.

-ocr page 134-

— 114 —

De aangestoken kaars, die de Aalmoezenier den Broeder bij de plecktigkeid der opname overhandigt, stelt het levendig geloof voor, dat zijnen wil moet bezielen en de zoete naastenliefde, die hij vooral jegens zijne Broeders moet beoefenen.

Het Brood, dat de Broeder onder de Offerande van de mis voor zijne opname offert, beteekent de broederlijke liefde en de gastvrijheid, welke tot het wezen der Militie behooren.

De sporen, die men den Ridder bij de plechtigheid zijner opname aandoet, zijn het zinnebeeld van den prikkel, dien zijn nieuwe titel hem geven moet voor de deugd, voor de eer en voor de glorie van God.

HOOFDSTUK III.

Zegels.

Alle zegels dragen bet wapenschild der Orde met de volgende Latijnsehe inschriften :

1°. Bovenaan; Ordo equestris Militiae Jesu Christi;

2°. Onderaan:

A. Voor den Groot-Meester.

NN. (zijnevoornamen ennaam)MagisterMaximus.

X, (het jaartal der aanvaarding van het Grootmeesterschap).

-ocr page 135-

- 115 -

B. Voor den Luitenant-Q-eneraal. NN. (zijne voornamen en naam) Locum tenens generalis.

C. Voor den Kanselier.

Cancellarius.

D. Voor den Algemeenen Schatbewaarder, Thesaurarius generalis.

E. Voor de Groot-Commandeurs.

Magnus Commendator Provinciae N. (naam van het Gewest).

F. Voor den Groot Prior van 't Kruis.

Magnus Prior CruciSfLutetiae,Provinciae Galliarum,

G. Voor de Groot-Priors.

Magnus Prior N. (naam van 't Groot-Prioraat) Provinciae N. (naam van 't Gewest).

H. Voor de Priors.

Prior N. (naam van 't Prioraat) N. (naam van de plaats).

-ocr page 136-

TITEL XVI.

HET BOEHHOUUeX E* i»E VOORNAAMSTE RECirlSTERS.

HOOFDSTUK I.

Registers dee Prioraten.

§ 1. Inschrijvingsregisters.

De Kanselarij geeft aan elk Groot-Prioraat alle aanwijzingen, om de noodige registers op te maken voor het boekhouden en voor de inschrijving der leden van de verschillende Prioraten , die onder hetzelfde rechtsgebied zijn geplaatst.

Elk Prioraat moet een Register hebben volgens het aangenomen model, waarin alle Broeders van zijn gebied zijn ingeschreven.

De bladzijden van dit Register moeten ver. deeld zijn in kolommen met de volgende aanwijzingen aan 't hoofd.

1ste kolom: Nummers van't Register van't Prioraat 2de — — — van 't Gewest.

3de — — — van 't Algemeen

Register.

-ocr page 137-

— 117 —

4de kolom. Namen der leden.

5de — Leeftijd.

6de — Beroep.

7de — Adressen.

gste — Namen der Gewesten.

9de — Namen en nummers van 't stamregister der getuigen (peters). 10de — Namen en nummers van 't stamregister der Priors en aanwijzing der Prioraten, die de opname gedaan hebben. ] ide — Namen en nummers van 't stamregister der Priors en aanwijzing der respectieve Prioraten. 12de — Dagteekeningen der opnamen in de

drie graden. (1)

13de — Aanwijzing der Waardigheden en dagteekeningen der benoemingen. 14de _ Dagteekeningen van Overlijden.

A. Over de opname.

Bewijzen van Opname of van Aanvraag.

De opname bestaat daarin, dat men den Novice het bewijs van opname, in A laat onderteekenen (zie biljet van opname).

Voor de aanvraag of opname onderteekenen de getuigen (Peters) mede het bewijs in B; zij schrijven in C hunne nummers van 't stamregis-

(1) Deze kolom is verdeeld in drie andere kolommen met de afdeelingen: Novicen, Broeders, Ridders.

-ocr page 138-

— 11« —

ter. De onderteekende en mede-onderteekende bewijzen worden aan den Prior overhandigd voor de opname van den candidaat.

De Prior geeft een volgnummer aan het bewijs van aanvraag in D (welke ook de plaats van herkomst zij van den aannemeling). Hij schrijft de toetreding over in het register van het Prioraat. Hij plaatst het zegel van 't Prioraat op het bewijs in E, en onderteekent het eindelijk in F.

Alle bewijzen van opname worden gezonden aan 't Grroot-Prioraat voor de inschrijving op het Gewestelijk register, vervolgens drukt dit er het zegel van 't Groot-Prioraat van 't Gewest op, en zendt ze aan de Kanselarij. Deze laat in het Algemeen register een stamnummer inschrijven, dat hij den Broeder geeft, en waardoor deze wordt aangewezen in de briefwisseling tusschen het Prioraat, het Groot-Prioraat en de Kanselarij.

De Novicen zoowel als de Broeders moeten hun stamnummer kennen, te weten dat 't welk is overgedragen in 't Grootboek. Ofschoon elke Prior de opneming kan volvoeren, is het echter verkieselijk ze te laten doen door den Prior tot wiens gebied de getuigen (Peters) behooren.

B. Eangschikking der bewijzen van opname,

De bewijzen van opname worden aan de respectieve Prioraten teruggezonden door tusschen-

-ocr page 139-

— 119 -

komst vau 't Groot-Prioraat des Gewests. Zij worden gerangschikt in een afzonderlijken omslag'. Wanneer een Broeder is opgenomen door een Prior, tot wiens Prioraat het bewijs van opname niet moet teruggaan, wordt hij ambtshalve overgeschreven en de Prior vervult in Gr de formaliteiten, hierboven beschreven onder letter A. (Zie opname). Hij geeft een nieuw rangnummer aan het bewijs van opname en schrijft het in zijn Register in.

Bij overlijden van eenen Broeder moet zijn bewijs van opname worden teruggezonden naar de Kanselarij, met vermelding der dagteekening van overlijden op de keerzijde.

§ 2.— Registers van het Schatmeester schap.

A. Kasboek.

Elk Prioraat moet een afzonderlijk Register of kasboek hebben, waarin de Schatmeester dag op dag de sommen inschrijft, die gestort worden, als jaarlijksche bijdragen, belastingen, giften, enz. en die welke uitgegeven zijn.

B. Boek der invontarisseri.

Ook wordt door den Schatmeester een hulp-register der inventarissen gehouden. De inventarissen worden opgemaakt volgens de voorschriften der Regels en Constitutiën van de Orde.

-ocr page 140-

— 120 —

§ 3.— Afschrift der brieven.

De Waardigheidbekleeder, die de plaats bekleedt van Secretaris van 't Prioraat moet in goeden staat houden de geheele briefwisseling van zijn Prioraat, zoowel als het boek van de afschriften der brieven.

HOOFDSTUK II.

OEWESTEXIJllE REGISTERS.

Elk Groot-Prioraat moet dezelfde registers hebben, als de Prioraten, die tot zijn rechtsgebied behooren.

Het heeft buitendien een gewestelijk register, waarin, naar het respectieve Prioraat, de Broeders en Zusters van 't zelfde Gewest zijn ingeschreven volgens de volgorde, vastgesteld door de gezamenlijke Prioraten.

Een Groot-kasboek van 't Gewest wordt gehouden door den Schatmeester en dient om alle vrijwillige bijdragen, belastingen, enz. van de Prioraten der Broeders en der Zusters in te schrijven, om zoodoende aan het Algemeene Schatmeesterschap een middel aan de hand te geven ter vergelijking met zijne eigen registers, en om zooveel mogelijk een te ingewikkeld boekhouden te vermijden.

Een register der inventarissen van het Gewest

-ocr page 141-

— 121 —

moet geregeld door den Schatmeester gehouden worden, alsmede het Grootkasboek, waarin ach tereenvolgens de inkomsten en uitgaven van 't geheele Gewest ingeschreven worden. Het boek. houden moet met nauwgezette nauwkeurigheid geschieden en zóó, dat een gemakkelijk en juist nazien mogelijk is.

De quot;Waardigheidbekleeder, die de plaats bekleedt van Secretaris in 't Groot-Prioraat moet in goeden staat houden de geheele alge-meene briefwisseling van 't Gewest van zijn gebied, alsmede het boek van de afschriften der brieven en de andere hulpboeken, die noodig zullen geoordeeld worden voor de ordelijke inrichting der geschriften.

HOOFDSTUK III.

AUSESfEESTE HEOISVERS.

§ 1. — Registers en hoeken der Kanselarij.

A. Inschrijvingsregister.

Het Hoofdregister van de Militie, waarin naar de volgorde der Gewesten of der Groot-Prioraten, alle Prioraten der Broeders en der Zusters van de Orde zijn ingeschreven, is verdeeld naar de belangrijkheid der Gewesten en onderdeeld in Prioraten van Broeders en van Zusters,

-ocr page 142-

— 122 —

Elke bladzijde bevat veertien kolommen, zooals in de registers der Prioraten en draagt aan 't hoofd dezelfde verdeelingen of opschriften.

De inschrijving zal geschieden met dezelfde nauwkeurigheid als in de registers der Prioraten, opdat er geene verwarring of ongeregeldheid in de geschriften kunne binnensluipen.

De Kanselier der Orde is verantwoordelijk voor dit register alsmede voor de bewijzen van opname, die in handen der Kanselarij moeten komen.

B. Afschrift van brieven.

De Waardigheidbekleeders, welke dienst doen als Secretarissen en Archivarissen en afhangen van de Kanselarij, moeten vooral zorg dragen, dat de briefwisseling der Militie naar alphabe-tische orde gerangschikt zij en dat het boek der briefafschriften voortdurend ingezien kan worden.

C. Dossiers.

Een afzonderlijk dossier wordt gehouden voor de bewijzen aangaande de atgestorven leden. Door tusschenkomst van de Groot-Prioraten verzonden, blijven zij in de Archieven der Kanselarij.

§ 2.—Registers van het Algemeene Schatmeester schap,

A. Groot Kasboek.

De Algemeene Schatmeester is verplicht op

-ocr page 143-

— 123 -

al de geschriften van dit register het oog te houden.

Het moet naar de Gewesten en Prioraten de aanwijzing bevatten van alle vrijwillige bijdragen, belastingen, giften van Broeders en Zusters, alsmede die van de uitgaven der geheele Orde en van alle geldelijke handelingen.

B. Algemeen boek der inventarissen.

Het algemeen register der inventarissen wordt insgelijks met nauwgezetheid volgens de voorschriften der Regels en Constitutiën gehouden.

-ocr page 144-

TITEL XVII.

Daar alle leden dor Militie wederzijdsch verantwoordelijk zijn voor de eer der Orde en verplicht in de wereld de deugden van 't openbare en afzonderlijke leven weder te doen bloeien, is het de gemeenschappelijke plicht der Broeders, aan de Regels en Coustitutiën getrouw en hunner zending waardig te blijven. Want, zij mogen niet uit het oog verliezen, dat zij in de Orde zijn getreden voor de eer van God, voor hunne persoonlijke heiligmaking en tot stichting van hunnen evennaaste. Zoo echter, ten gevolge van de buitengewone zwakheid der menschelijke natuur, een lid van zijneplichten zou afwijken, dan zou hij daarop moeten gewezen worden door hen die boven hem geplaatst zijn. Maar zoo de begane fout van ernstige aard waren, dan zou het schuldige lid onderworpen worden aan de hierna vermelde straffen. Alle leden der Orde zijn aan den rechtsdwang onderworpen van de Overheid, van welke zij onmiddelijk afhankelijk zijn; maar, om eene onderdrukking van den grootere op den kleinere te beletten, kan men voor iedere beslissing eener rechtbank zich beroepen op

-ocr page 145-

— 125 —

eene Loogere rechtsmacht en in laatste instantie op den Hoefdraad.

Als strafbare fouten in de Orde worden beschouwd alle grove inbreuken op de voorschriften van den godsdienst, van de zedenleer en van de Regels en Constitutiën. De disciplinaire straffen zijn: de waarschuwing, de berisping, ontzetting en uitsluiting.

De waarschuwing is eene straf, die daarin bestaat, dat men eenen Broeder liefderijk tot zijnen plicht roept. De berisping is eene waarschuwing, die eene ernstige vermaning bevat.

De ontzetting doet den Broeder den graad of de waardigheid verliezen, waarmee hij be kleed is. De uitsluiting berooft hem van eiken rang en van elke waardigheid en verwijdert hem uit de Orde.

Artikel 1. Godslastering wordt gestraft met ontzetting of uitsluiting.

Art. II. Eene openbare handeling, strijdig met den godsdienst of de goede zeden heeft naar gelang de zwaarte der schuld berisping, ontzetting of uitsluiting ten gevolge.

Art. III. Iedere inbreuk op de Regels en Constitutiën wordt gestraft naar den aard der fout en naar den graad van schuldigheid met waarschuwing, berisping, ontzetting of uitsluiting.

Art. IV. Aan de straffen vermeld onder Art. III zijn onderworpen :

1°. Gebrek aan eerbied en weerspannigheid

-ocr page 146-

- 126 -

inde betrekkingen der Broeders als leden der Orde.

2°. Onderdrukkingen, misbruik van gezag en behandelingen kwetsend voor de waardigheid der Broeders van de zijde der Oversten jegens de minderen.

3°. Elke daad in strijd met de eensgezindheid, alsmede met de wederzijdsche verplichtingen der Broeders onderling.

Art. V. De Broeder, die, hetzij door woord, geschrift of daad, als lid der Orde, eenig openbaar politiek vertoon houdt, wordt gestraft met waarschuwing, met berisping of zelfs met uitsluiting, naar gelang de hoedanigheid van den overtreder, van de ruchtbaarheid der zaak of van andere verzwarende omstandigheden.

Art. VI. De leden en de Waardigheidbeklee-ders der Prioraten zijn in de eerste instantie aan den rechtsdwang onderworpen van hun betrekkelijk Kapittel, in verder beroep aan dien van den Gewestelijken raad en in 't hoogste beroep aan dien van den Hoofdraad.

De Grootwaardigheidbekleeders zijn onderworpen aan het rechtsgebied van den Hoofdraad waarvan zij leden zijn.

Art. VIL De Broeders echter, die met eene der eervolle onderscheidingen van 't Groot-Prioraat van 't Kruis bekleed zijn, zijn in de eerste instantie onderworpen aan den rechtsdwang van 't Groot-Prioraat van Parijs, tenzij zij leden zijn van den Hoofdraad.

-ocr page 147-

— 127 -

Art. VIII. Bij de disciplinaire rechtbanken wordt eene zaak slechts aanhangig gemaakt langs den v/eg van petitie. De bevoegde Raad onderzoekt eerst of er grond bestaat haar in overweging te nemen. In geval van bekrachtiging zendt hij de zaak aan den Waardigheidbeklee-der, belast om ze ter behandeling voor te bereiden. Deze zendt daarop een bericht aan den Raad, die slechts eene beslissing neemt, nadat hij de betrokken partijen gedagvaard heeft.

Art. IX. De vonnissen der Raden zijn geldig, zoo zij ten minste door de helft der leden geveld zijn, die den raad vormen. In geval van wettige verhindering van een zijner leden kan de disciplinaire rechtbank voltallig gemaakt worden door toetreding van eenen Ridder, of, bij ontstentenis, van eenen Broeder, zooveel mogelijk de voorkeur gevend aan den oudsten of te minste aan den meest bejaarden.

Art. X. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen en bij geheime stemming. (Zie bldz. 42 en 43).

Art. XI. Zij worden aan de betrokken partijen binnen de acht dagen bekend gemaakt, door de met dezen dienst belaste Waardigheidbekleeders.

Art. XII. Elke Broeder, getroffen door de beslissing van eenen Raad kan een verzoek om genade richten tot den Groot-Meester van de Orde, of, bij ontstentenis van dezen, aan den Luitenant-Generaal.

-ocr page 148-

TITEL XVIII.

■■Ill OIIA AT OKU TllOUWRK.

De Prioraten der Vrouwen hebben dezelfde inrichting als de Prioraten der mannen, uitgezonderd de volgende verschillen.

De hoogste Waardigheid voor de Vrouwen is die van Priorin; dan volgen die van Onder Priorin , Novicenmeesteres , Schatbewaarster , Ceremoniemeesteres, Zelatrice (1), Archiefbewaarster en Boekbewaarster.

Deze Prioraten tellen slechts twee rangen van leden : 1° de Novicen; 2° de Zusters; die onder alle opzichten aan de Novicen en Broeders van de Prioraten der mannen gelijk zijn.

In den hoofdzetel der Grewesten staan de Vrouwen onder de opperste leiding van het Groot Prioraat. Overal elders zijn ze afhankelijk va;i 't gezag der Priors, in wiens rechtsgebied zij zich bevinden. Zoo er geen Prioraat van mannen in dezelfde plaats bestaat, is de Priorin in omniddelijke verbinding met den Groot Prior van haar Gewest.

De afdeelingen voor den arbeid der Zusters

(1) Deze Waardigheid komt overeen met die van Kapitein.

-ocr page 149-

— 129 —

zijn ingericht en werken op dezelfde wijze als die der Broeders. Nochtans zijn zij niet geroepen maatregelen, door haar aanbevolen, ten uitvoer te leggen, dan na gelijkluidend advies der Kapittels van mannen, waartoe zij behooren. De Aalmoezenier, verbonden aan 't Prioraat der Broeders en aan dat der Zusters van dezelfde plaatsi moet het Kapittel der Dames bijwonen en deelnemen aan de beraadslagingen en stemmingen.

Art. IX der algemeene verplichtingen van de Regels en Constitutiën wordt haar bijzonder aanbevolen.

De Zusters der Orde genieten dezelfde voordeden en voorrechten als de Broeders. Zij hebben dus het recht de plechtige Vergaderingen der Prioraten van mannen, waarvan zij afhankelijk zijn, bij te wonen zoowel in het Oratorium als in het Huis van 't Prioraat. Zij houden er ook hare vergaderingen van Novicen en de algemeene bijeenkomsten van haar Prioraat.

In alle vergaderingen nemen de Broeders de rechter en de Zusters de linker plaats in.

De broederlijke omhelzing, die in de Kapel wordt gegeven, wordt aan deze laatsten door middel van het gezegende Kruisbeeld overgebracht.

De Zusters kunnen, evenals de Broeders dingen naar de eervolle onderscheidingen van Priorin en van Onder-Priorin van het Kruis, Haar gewaad bestaat uit eenen zwarten rok, een wit

9

-ocr page 150-

TITEL Xmi.

PRIOHAAT WEB VIIOUWKIV.

De Prioraten der Vrouwen hebben dezelfde inrichting als de Prioraten der mannen, uitgezonderd de volgende verschillen.

De hoogste quot;Waardigheid voor de Vrouwen is die van Priorin; dan volgen die van Onder Priorin , Novicenmeesteres , Schatbewaarster , Ceremoniemeesteres, Zelatrice (1), Archiefbewaarster en Boekbewaarster.

Deze Prioraten tellen slechts twee rangen van leden : 1° de Novicen ; 2° de Zusters ; die onder alle opzichten aan de Novicen en Broeders van de Prioraten der mannen gelijk zijn.

In den hoofdzetel der Grewesten staan de Vrouwen onder de opperste leiding van het Groot Prioraat. Overal elders zijn ze afhankelijk va;i 't gezag der Priors, in wiens rechtsgebied zij zich bevinden. Zoo er geen Prioraat van mannen in dezelfde plaats bestaat, is de Priorin in onmiddelijke verbinding met den Groot Prior van haar Gewest.

De afdeelingen voor den arbeid der Zusters

(1) Deze Waardigheid komt overeen met die van Kapitein.

-ocr page 151-

- 129 —

zijn ingericht en werken op dezelfde wijze als die der Broeders. Nochtans zijn zij niet geroepen maatregelen, door haar aanbevolen, ten uitvoer te leggen, dan na gelijkluidend advies der Kapittels van mannen, waartoe zij behooren. De Aalmoezenier, verbonden aan 't Prioraat der Broeders en aan dat der Zusters van dezelfde plaats^ moet het Kapittel der Dames bijwonen en deelnemen aan de beraadslagingen en stemmingen.

Art. IX der algemeene verplichtingen van de Regels en Constitutiën wordt haar bijzonder aanbevolen.

De Zusters der Orde genieten dezelfde voor-deelen en voorrechten als de Broeders. Zij hebben dus het recht de plechtige Vergaderingen der Prioraten van mannen, waarvan zij afhankelijk zijn, bij te wonen zoowel in het Oratorium als in het Huis van 't Prioraat. Zij houden er ook hare vergaderingen van Novicen en de algemeene bijeenkomsten van haar Prioraat.

In alle vergaderingen nemen de Broeders de rechter en de Zusters de linker plaats in.

De broederlijke omhelzing, die in de Kapel wordt gegeven, wordt aan deze laatsten door middel van het gezegende Kruisbeeld overgebracht.

De Zusters kunnen, evenals de Broeders dingen naar de eervolle onderscheidingen van Priorin en van Onder-Priorin van het Kruis, Haar gewaad bestaat uit eenen zwarten rok, een wit

9

-ocr page 152-

— 130 —

lakensch jakje met blauwen kraag en blauwe opslagen, eene dubbele rij zilveren knoopen en het Kruis der Orde, geborduurd op de borst, eenen zwart-fluweelen mantel met eenen wit. zijden, in twee eikels eindigenden knoopgordel en met een op den rechter schouder geborduurd Ordekruis, en eenen kleinen zwarten sluier op het hoofd.

De Waardigheidbekleedsters dragen hetzelfde gewaad met de reeds genoemde onderscheidings-teekens voor de mannen.

De Prioraten der Dames kunnen als namen aannemen vooral die: van 't Heilig-Hart, van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans, van den H. Jozef, den H. Michael, den H. Raphael, den H. Domi-nicus, de H. Catharina van Siena, de H. Thé-résia, de H. Agnes, enz.

-ocr page 153-

TITEL XIX.

GEBEDEN.

Iedere vergadering der Militie, behalve die, welke iu de bidkapel worden gehouden, moet beginnen met de volgende groetenis: Laudehir Jesus Christus, waarop men antwoordt: In aeternnm, en eindigen met de toejuiching : Vivat Jesus Christus, waarop de aanwezigen antwoorden; Rex noster in aeternum!

EERSTE HOOFDSTUK.

Gebeden der Raadsveegadekixge^i.

§ 1, — Opperste Raad.

Bij den aanvang der zittingen.

In nomine Patris,et Iquot;i-lii et Spiritus Sancti. Am.

In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.


Vtni, Sancte Spiritus.

v. Vem,Sancte Spiritus; Eeple tuorum corda fidelium, et tui amoris in eis ignem accende.

v. Emitte Spiritum tn-um, et creabuntnr ;

K. Et reuovabis faciem terrae.

v. Kom Heilige Geest, vervul de harten uwer geloo-vigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend Uwen Geest uit en zij zullen herschapen worden,

En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.


-ocr page 154-

- 132 —

oisEMue:

Deus, qui corda fidelium Sancti Spiritus illustra-tione docuisti, da nobis in eodem Spiritu recta sapere et de ejus semper consola-tione gaudere Per Christum Dominum nostrum Amen.

Laudate nomen Do-mini, * laudate servi, Dominum,

Qui statis in domo Do-mini, * in atriis domus Dei nostri.

Laudate Dominum quia bonus Dominus: * psal-lite nomini ejus, quoniam suave.

Quoniam Jacob elegit sibi Domiiuis, * Israel in possessionem sibi.

Quia ego cognoviquod magnus est Dominus, * et Deus noster prse omnibus diis.

Omnia quaecumque voluit,Dominus fecit in coelo et in terra, * in mari et in omnibus abyssis.

Educens nubes ab ex-tremo terrae, * fulgura in pluviam fecit.

Qui producit ventos de thesauris suis : * qui per-cussit primogenita Jigypti

LAAT ONS HIDDEN.

God, die de harten der ge-loovigen door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef, dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons gedurig door Zijne vertroosting verblijden. DoorChr.OnzenHeer.

Amen.

us 134.

Looft den naam des Hee-ren, en gij, zijne dienaren prijst den Heer.

Die woont in het huis des Heeren, in het voorportaal van het huis van onzen God.

Looft den Heer, want hij is de goedheid zelve, viert de heerlijkheid zijns naams, want hij is liefelijk.

Want de Heer heeft Jacob uitverkoren, Israël heeft hij gekozen tot zijn erfdeel

Ja, ik weet het, dat Hij groot is, de Heer onze God, grooter dan al de goden dei-heidenen.

Alles wat Hij wilde heeft Hij gemaakt in den hemel, op de aarde, in de zee en in alle diepten.

Hij voert de wolken uit van het einde der aarde; en lost op in regen het bliksemvuur zelf.

Hij haalt winden als uit zijne schatkamer te voorschijn, Hij is het die de eerstgebore-


-ocr page 155-

133 —

ab homine usque ad pecus.

Et misit signa et pro-digia in medio tui, iEgypte: * in Pharacnem et in omnes servos ejus.

Qui percussit gentes multas, * et occidit regos fortes ;

Selion regem Amor-rhaeorum, et Og regem Basan, * et omnia regna Chauaan.

Et dedit terram eorum haereditatem, * haeredita-tera Israël populo suo.

Domine, nomen tuum in aeternum : * Domine, memoriale tuum in gene-rationem et generationem.

Quiajudicabit Dominus populum suum, * et in servis suis deprecabitur,

Simulacra gentium argentum et aurum, * opera manuum liominum.

Os habent, et non lo-quentur: * oculos habent, et non videbunt.

Aures habent, et non audient: * neque enim est spiritus in ore ipsorum.

Similes illis fiant qui faciunt ea, * et omnes qui confidunt in eis.

Domus Israël,benedicite Domino; * domus .Aaron, nen van Egypte trof, zoowel onder de mensehen als onder het vee.

Hij werkte teekenen en wonderen in uw midden, o Egypte, tegen Pharao en tegen al zijne dienaren.

Hij sloeg zoovele volkeren, en doodde zoovele koningen, die roemden op hunne macht.

Hij velde Sehon,koning der Amorrheërs en Og, koning van Basan; Hij vernietigde alle Rijken van Chanaiin.

En Hij gaf hun land ten erfdeel, ten erfdeel aan Israël zijn volk.

Heer, uw naam zal wezen in eeuwigheid, en uwe gedachtenis zal blijven voortbestaan van geslacht tot geslacht.

Want de Heer zal zijn volk richten, en gehoor geven aan de smeekingen zijner dienaren.

De afgoden der heiden en zijn zilver en goud, het maaksel van menschenhanden.

Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben oogen en zien niet.

Zij hebben ooren, maar hooren niet; geen geest van leven ligt op hunne lippen.

Dat zij die ze maken aan hen gelijk worden, evenals allen die in hen vertrouwen stellen.

Maar gij, huis van Israël, looft den Heer, huis van


-ocr page 156-

— 134 —

benedicite Domino.

Domus Levi, benedicite Domino: *qui timetis Do-minum, benedicite Domino

Benedictus Dominus ex Sion,* qui habitat in Jerusalem.

Gloria Patri et Filio * et Spiritui Sancto.

Sicut erat iu principio, et nunc, et semper, * et in ssecula Sfficulorum. Amen.

Salve,

Salve, Eegina, Mater misericordi£c,vita,dulcedo, et spes no.-tra, salve. Ad te clamamus, exules filii Evae. Ad te suspiramus, gementes et flentes in liac lacrymarum valle. Eia ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte.Et Jesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoe exilium ostende, o cle-inens, o pia, o dulcis Virgo Maria !

Aan het ei:

Ecce nunc benedicite Dominum, omnes servi Domini:

Qui statis in domo Do-

Aiiron looft den Heer.

Huis van Levi, looft den Heer ; looft den Heer, gij allen die hem vreest.

Gezegend zij de Heer van uit Sion, hij die woont in Jerusalem.

Eere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest.

Gelijk het was in het begin, en nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Ameu.

lie gin u.

quot;Weesgegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid, en onze hoop, wees gegroet. Kinderen van Eva, ongelukkige bannelingen, roepen wij tot u, zuchtende en weenen-de in dit tranendal! Ach, wij smeeken u, onze voorspreekster, wend uwe medelijdende blikken tot ons, en vertoon ons na deze ballingschap, de gezegende vrucht uws lig-chaams, o goedertieren, o liefderijke, o zoete Maagd Maria!

e der zittingen.

;i;s 133.

Looft nu den Heer, gij allen, zijne dienaren.

Gij die staat in het huis des


-ocr page 157-

— 135 —

mini, in atriis domus Dei nostri.

In noetibus extollite manus vestras in sancta, et benedicite Dominum

Benedieat te Dominus ex Sion, qui fecit eoelum et terram.

Gloria Patri etc.

Heeren, in de voorhoven van het huis van onzen God.

Heft des nachts uwe handen op naar het heiligdom, en looft den Heer.

U zegene de Heer van uit Sion, waar Hij woont die hemel en aarde gemaakt heeft.

Eere zij den Vader enz.


Aanroepingen,

Heilig Hart van Jezus, ontferm u onzer.

Unze lieve Vrouw van den H. Rozenkrans. Bid voor ons.

Gelukzalige Vader H. Domincius, Bid voor ons.

§ 2. — Provinciale Raden. Bij den aanvang der zittingen.

In nomine Patris, etc. (bldz. 131). Veni, sancte, etc. (bladz. 131).

Ave, Maria,

Ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum, benedicta tuin mulieribus et bene-dictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria,Mater Dei, ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nos-trae. Amen.

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus.

Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.


Psalmus 133 : .Ecce nunc benedicite, etc. (bldz. 134).

-ocr page 158-

- 136 -

Aan het einde der zittingen. Pater noster.

Pater noster, qui es in coelis, sanctificetur nomen tuum, adveniat regnum tuum, fiat voluntas tua sicut in eoeio et in terra.

Panem nostrum quoti-dianum da nobis hodie, et dimitte nobis debitanostra, sicut et nos dimittimus de-bitoribus nostris, et ne nos inducas intentationem.sed libera nos a malo. Amen.

Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam, ons toekome uw Rijk, uw wil geschiede op aarde als in den hemel.

Geef ons heden ons dagelij ksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren ; «n leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.


Ave Maria, etc. (bldz. 135).

Gloria Patri, etc, (bldz, 134).

Salve, Regina, etc. (bldz. 134). Aanroepingen, (bldz. 135).

§ 3. — Kapittels.

Dezelfde gebeden als vcor de Provinciale Raden (bldz 4).

TWEEDE HOOFDSTUK.

Gebeden der Algemkene Veeamp;adeeiköen.

Bij den aanvang der Zittingen.

In nomine Patris, etc. (bldz. 131).

Veni, sancte, etc. (bldz. 131).

-ocr page 159-

— 137 —

Pbalmtjs 132.

Ecce quam bonum et quam jucundum • habitare fratres in unutn.

Sicut uuguentum in ca ■ pite, * quod deseendit in barbam, barbam Aaron.

Quod deseendit in oram vestimenti ejus ;* sicut ros Hermon, qui deseendit in montem Sion.

Quoniam illic mandavit Dominus benedietionem * et vitam usque in saecu-luin.

G-loria Patri, etc.

Zie, hoe goed en hoe liefelijk het is, dat broeders za-men wonen.

Het is gelijk de kostelijke olie op het hoofd : nederdalende op den baard, op den baard van Aaron.

Die nederdaalt tot op den zoom zijner kleederen. Het is gelijk de dauw van Hermon, die nederdaalt op den berg Sion.

Want de Meer heeft aldaar den zegen geboden, en het leven tot in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.


Het Epistel en het Evangelie van den dag. Aan het einde der Zittingen.

Psat.müs 8.

Domine Dominus nos-ter, * quam admirabile est nomen tuum in universa terra!

Quoniam elevata est magnificentia tua * super coelos.

Ex ore infantium et lac-tentium perfe^isti laudem propter inimicos tuos, * ut destruas inimicum et ul-torem.

Quoniam videbo coelos tuos, opera digitorum tu

O Heer, onze Heer, hoe bewonderenswaardig is uw naam over de gansche aarde.

Want uwe heerlijkheid is verheven boven de hemelen.

Uit den mond van kinderen en zuigelingen, hebt gij u een volmaakten lof getrokken om uwe vijanden, ten verderve van den vijand en den wraakgierige.

Als ik uwe hemelen aanschouw, de werken uwer han-


-ocr page 160-

orum, * limam et stellas quae tu fundasti

Quid est homo, quod inemor es ejus ? * aut filius hominis, quoniam visitas eum ?

Minuisti eum paulo minus ab angelis, gloria et honore coronasti eum * et constituisti eum super opera mamium tuarum.

Omnia subjecisti sub pe-dibus ejus; * oves et boves universas insuper et pec-cora cam pi.

Volucres coeli, et pisces maris, * qui perambulant semitas maris.

Domine Dominus noster* quam admirabile est nomen tuum in universa terra!

Gloria Patri, etc.

Aanroepinqi

den, de maan en de sterren die Gij geschapen hebt.

Wat is toch de mensch, dat Gij hem gedachtig zijt, of de zoon des menschen, dat Gij hem bezoekt ?

Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de enge-len,met glorie en eer hebt Gij hem gekroond, en gij hebt hem gesteld over de werken uwer handen.

Alles hebt gij aan zijne voeten onderworpen, schapen en ossen altemaal, en zelfs ook al de dieren des velds.

De vogelen des hemels en de visschen der zee,die de paden der zee doorwandelen.

O Heer, onze Heer, hoe bewonderenswaardig is uw naam over de gansche aarde.

Eere zij den Vader, enz.

n (bldz. 135).


DERDE HOOFDSTUK.

Gebedex dee Aedeelingen.

Bij den aanvang der Zittingen.

In nomine Fatris, etc. (bldz. 131). Few?, sancte, etc. (bldz. 131). Ave Maria, etc. (bldz. 135).

Aan het einde der Zittingen.

Salve Regina, etc. (bldz. 134). Aanroepingen, (bldz. 186).

-ocr page 161-

— 139 -

VIERDE HOOFDSTUK.

Gebeden bij de Ceeemoniën. § 1.— Voor de aanneming der Novicen, Na den Welkomsgroet :

Psalmus 50.

Miserere mei, Deus,* secundum magnam miseri-cordiam tuam.

Et seeuuduui multudi-nem miserationum tua-rum, * dele iniquitatem meam.

Amplius Java meab ini-quitate mea, * et a peceato meo munda me.

Quoniam iniquitatem meam ego coguosco, * et peccatum meum contra me est semper.

ïibi soli peccavi, et malum coram te feci: * ut justiliceris in sermonibns tuis, et vincas ciim judi-caris.

Ecce enim in iniquitati-bus conceptus sum; * et in peccatis concepitme mater mea.

Ecce enim veritatem di-lesisti :* incerta et occulta sapientiae tuae manifes-tasti mihi.

Asperges me hyssopo,ot mundabor: * lavabis me,

Ontferm u mijner, o God ! volgens uwe groote barmhartigheid.

En volgens de menigte uwer barmhartigheden wisch mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonden.

quot;Want ik beken mijne boosheid , en mijne zonde is altijd voor mijne oogen

Tegen u alleen heb ik gezondigd,en voor uw aanschijn heb ik het kwaad gedaan.zoodat gij rechtvaardig zijt in uwe woorden en overwint als gij geoordeeld wordt,

Want zie in boosheden ben ik ontvangen, en in zonden heeft mijne moeder mij ontvangen.

quot;Want zie, gij hebt de waarheid bemind, de onbekende en verborgen geheimen uwer wijsheid hebt gij mij bekend gemaakt.

Gij zult mij met hijsoop besproeien en ik zal gereinigd


-ocr page 162-

— 140 —

et super nivem dealbabor.

Auditui meo dabis gau-dium efclaetitiain,*et exul-tabunt ossa humiliata

Averte faciem tuam a peceatis meis, * et omnes iniquitates nieas dele.

Cor mundum crea in me, Deus,* et spiritum rectum innova in visceribus meis.

Ne projicias me a facie tua, *et Spiritum Sanctum tuum ne auferas a me.

Redde mihi laetitiam sa-lutaris tui, * et spiritu principali confirma me.

Docebo iniquos vias tuas, * et impii ad te con-vertentur.

Libera me de sanguini-bus, Deus, Deus salutis meae, * et exultabit lingua meajustitiam tuam.

Domine, labia mea aperies, * et os meum annun-tiabit laudem tuam.

Quoniam si voluisses sa-crificium , dedissem uti-que ; * holocaustis nou de-lectaberis.

Sacrificium Deo spiritus contribulatus: * cor con-worden; gij zult mij wasscben en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult aan mijn gehoor blijdschap en vreugde geven, en mijue vernederde beenderen zullen van vreugde opspringen.

Keer uw aangezicht af van mijne zonden, en wisch al mijne ongerechtigheden uit.

Schep in mij, o God! een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van uw aanschijn, en neem uwen heiligen Geest van mij niet weg.

Geef mij weder de vreugde uws heils, en bevestig mij in het goede, door eenen sterken geest.

Ik zal de boozen uwe wegen leeren, en de goddeloo-zen zullen tot u bekeerd worden.

Verlos mij van de bloedschulden, o God! God mijner zaligheid, en mijne tong zal met vreugde uwe rechtvaardigheid verheffen.

Heer, gij zult mijne lippen openen, en mijn mond zal uwen lof vermelden.

Haddet gij offeranden gewild, ik zou u die gegeven hebben, maar in brandoffers hebt gij geen behagen.

Een rouwmoedige geest is Gode eene offerande, een ver-


-ocr page 163-

— 141 -

tritum et humiliatum , Deus, non despicies

Henigne fac, Domine, in bona voluntate tua Sion, * ut aedifieentur muri Jerusalem,

Tunc acceptabis sacrifi-cium justitiae, oblationes et holocausta;* tune im-ponent super altare tuum vitulos.

Gloria Patri, etc.

raorzeld en verootmoedigd hart zult gij, o God niet versmaden.

Heer! volgens uwen goeden wil, handel met Sion in goedertierenheid, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan ault gij de offerande der rechtvaardigheid, de dank- en brandoffers aannemen, dan zal men kalveren op uw altaar leggen.

Eere zij den Vader, enz


Hymnus Fern, Creator.

Veui Creator Spiritus, Meutes tuorum visita, Imple superna gratia Quae tu creasti pectora.

Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, Charitas, Et spiritalis unctio.

Tu septiformis munere, Digitus paternae dexterae, Tu rite promissum Patris Sermone ditans guttura.

Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.

Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus; Ductore sic te praevio,

Kom Schepper, kom o H. Geest, Bezoek der uwen hart en ziel. Vervul met boven-aardsche kracht, De zielen door U voortgebracht.

Kom Gij, dien elk zijn Trooster noemt. Een gaaf des Allerhoogsten Gods, Een levend water, liefdevuur, En ware zalving van den geest.

Gij, in uw gaven zevenvoud, Gij zijt de vinger van Gods hand, Gij, 's Vaders lang beloofd geschenk. Geef aan de tong der talen gaaf.

Ontsteek in onze borst uw licht. En stort uw liefde in onze ziel. Versterk de zwakte van ons vleesch. Met he-melkracht, die nimmer faalt.

Verdrijf den vijand verre weg. En geef ons voortaan zoeten vreê, Opdat wij, aan


-ocr page 164-

— 142 —

Vitemus omne noxium.

Per te sciamus daPatrem, Noscamus atque Pilium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni tempore.

Deo Patri sit gloria, Ejusque soli Filio Cum Spiritu Paraelito Nunc et per omne saecu-lum. Amen.

uw leiding trouw, Vermijden al wat schaden kan.

Maak Gij den Vader ons bekend, Door U ook kennen wij den Zoon, En dat wij U, als beider Geest, Belijden mogen zonder eind.

Aan God den Vader zij steeds eer, En aan den Zoon, die uit den dood, Is opgestaan, den Trooster ook, lu aller eeuwen eeuwigheid.

Amen.


§ 2 — Foor de aanneming der Broeders.

Na de vermaning van don Aalmoezenier, wordt het Confiteor knielend gebeden.

Confiteor.

Confiteor Deo omnipo-tenti,Beata; Maria; semper Virgini, beato Michaeli Archangelo, beato Joanni Baptist», Sanctis Aposto-lis Petro et Paulo, beato Patri nostro Dominico, omnibus Sanctis, et tibi, pater, quia peccavi nimis eogitatione, verbo et ope-re :mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor Beatam Mariam semper Virginem, beatum Michaelem Archangelum, beatum Joannem Baptis-tam, Sanctos Apostolos Petrum et Paulum,beatum Patrem nostrum Domini-cum, omnes Sanctos, et te,

Ik belijd voor den almagti-gen God, voor de heilige Maria altijd Maagd, voor den heiligen Michael, aartsengel, voor den heiligen Joannes den Dooper, voor de heilige apostelen Petrus en Paulus, voor onzenheiligen vader Do-minicus, voor alle Heiligen en u mijn vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de heilige Maria, altijd maagd, den heiligen Michael aartsengel, den heiligen Joannes den Dooper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, on.


-ocr page 165-

— 143 -

pater, orare pro me ad Do-minum Deum nostrum.

zen heiligen vader Domini-cus, en alle Heiligen en u mijn vader, den Heer onzen God voor mij te willen bidden.


De Aalmoezenier zegt:

Misereatur tui, omnipo-tens Deus, et dimissis pec-catis tuis perducat te ad vitam ïfiternum.

De almachtige God zij u barmhartig, en na u uwe zonden vergeven te hebben, geleide Hij u ten eeuwigen le-


De Novice antwoordt:

Amen.

De Aalmoezenier zegt:

Indulgentiam, absoluti-onem et remissionem pec-catorem tuorum tribuat tibi omnipotens et miseri-eors Dominus.

De almachtige en barmhartige God, verleene u kwijtschelding, ontbindingen vergiftenis van al uwe zonden.


De Novice antwoordt:

Amen.

De Aalmoezenier zegt, terwijl hij aan den Novice, die inmiddels is opgestaan de brandende kaars geeft;

Sit lucerna ardens in manibus tuis, ut abjieias opera tenebrarum et in-duaris anna lucis In nomine Patris f et Filii et Spiritus Sancti.

Dat dit licht, dat zich in uwe handen bevindt, u leere de werken der duisternis te vluchten, en u bekleede met de wapenen des lichts, fn den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes.


De Novice antwoordt: Amen

-ocr page 166-

- 144 ~

De Aalmoezenier heft het Veni Creator aan, dat afwisselend door twee kooren van Broeders wordt voortgezet.

Hij zegt vervolgens :

Emitle spiritum, etc. (bldz, 131).

Oremus

Deus qui corda fidelium (bldz. 132),

Zegening van het kruis.

V. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

R. Qui fecit coelum et terram.

V. Sit nomen Domini benedictum.

R Ex hoc nunc et usque in SEeoulum.

V. Domine, exaudi ora-tionem meam.

R Et clamor meus ad te veniat.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

OIÏEMUS.

Rogamus te, Domine sancte, Pater omnipotens, «terne Deus, ut digneris bene f dicere banc Cru-cem, ut sit remedium ge neri humano, sit soliditas fidei, profectus bonorum operum, redemptio anima-rum etprotectio, ac tutela

V. Onze hulp is in den naam des Heeren.

V. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

V. Dat de naam des Heeren gezegend zij.

R. Nu en in alle eeuwen.

V. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En dat mijn geroep koine tot TJ.

V. I )at de Heer met u zij.

R. En met uwen geest.

LAAT ONS BIDDEN

Wij smeeken TJ Heer, almachtige God, dit kruis te willen zegenen, opdat het strekke als geneesmiddel voor het menschdom, dat het ons geloof versterke, dat het onze goede werkeu vermeer-dere, dat het onze zielen te-rugkoope, dat het eindelijk


-ocr page 167-

— 145 —

zij een steun, eene bescherming, en een schild tegen de schichten van onze vijanden

contra jacula inimicomin.

Zegening van den mantel.

OREMUS.

Doraine Jesu Christe, qui tegumen nostroe mor-talitatis induere dignatus es, obsecramus immensam largitatis tuas abundanti-am, ut hoe genus vestimen-ti quod sancti Patres ad in-nocentias, et sanctitatis indicium ferre sanxerunt, ita bene f dicere digneria: ut qui usus fuerit, ïe induere mereatur. Quivivis et reg-nas in sa;cula sreculorum.

Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jezus Christus die u met onze sterfelijke natuur hebt willen bekleeden wij smeeken uwe onmetelijke en onuitputtelijke goedheid, dit kleed te willen zegenen hetwelk de Heilige Vaders hebben toegestaan te dragen, als teeken van onschuld en heiligheid, opdat hij, die het ontvangt, waardig zij met U bekleed te worden. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.

Amen.


Zegening van den sluier (voor de Zusters).

OREMUS.

Supplices te, Domine, rogamu8,ut super hoe vela-men capiti ancillas turo imponendum,bene f dictio tua descendat, ut sit haïc bene f dicta et immaculata et sancta. Per Christum Dominum nostrum.

Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Wij smeeken U zeer nederig, o Heer, uwen zegen te laten nederdalen op dezen sluier, die het hoofd uwer dienstmaagd moet bedekken, opdat zij gezegend zuiver, en heilig zij. Door Jezus-Christus onzen Heer,

Amen.


10

-ocr page 168-

— 146 -

Vóór den eed. Credo.

Credo in Deum Patrem omnipotentem, creatorem cocli et terras: et in Jesum Christum Filium ejus unicum, Dominum nostrum, qui conceptus est de Spi-ritu Sancto, natus ex Maria Virgine, passus sub Pontio Pilato, crueifixus, mortuus et sepultus; des-cendit ad inferos, tertia die resurrexit a mortuis: ascendit ad coelos, sedet ad dexteram Dei Patris omnipotentis, inde ventu-rus est judicare vivos et mortuos. Credo in Spiri-tum Sanctum, Sanctam Ecclesiam Catholicam , sanctorum communionem, remissionem peccatorum, carnis resurrectionem, vi-tam seternam.

Amen.

Ik geloof in God, den Vader almachtig. Schepper van hemel en aarde. En in Jezus-Christus,zijnen eenigenZoon, onzen Heer, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria ; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven ven, en begraven; aie nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van de dooden; die opgeklommen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God den Vader al machtig; van daar zal Hij komen oordeelen de levenden en de dooden.

Ik geloof in den Heiligen Geest, de heilige Katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesches, het eeuwig leven. Amen.


Na den eed.

De Aalmoezenier zegt:

Et ego ex parte Dei, et firma ejus ordinatione, si haec observaveris, promitto tibi vitam aeternam. In no mine Patris f et Eilii et Spiritus Sancti.

De nieuwe Broeder antwoordt;

Amen. Amen.

En ik, indien gij deze zaken getrouw nakomt, beloof u, namens God, het eeuwige leven. In den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes.

-ocr page 169-

— 147 —

Na de oplegging van den Mantel. Ps. 132: Ecce quam bonum, etc. (bldz. 137). Gebeden onder de H. Mis.

Gebed tot de H. Maagd Maria.

OREMUS. LAAT ONS BIDDEN.

Concede nos famulos tuos, quaesumus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere; et gloriosa beate Mariae semper Virginis interces-sione, a praesenti liberari tristitia, et reterna perfrui tetitia. Per Dominum nostrum Jesum Christum Fi-lium, tuum qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia SEecuIa saBculoruni.

Amen.

Heer God, wij bidden TJ, verleen ons eenen voortdu-renden welstand naar ziel en lichaam ; en dat wij, door de verhevene bemiddeling der Heilige Maria, altoos Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost mogen worden, en de eeuwige vreugde genieten. Door Jezus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met ü leeft en regeert, in de eenheid des Heiligen Geestes God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen


Gebed voor den nieuwen Broeder.

OREMUS.

Pnetende, Domine, fa-mulo tuo dexteram coelestis auxilii: ut te toto corde perquirat, et quaj digne postulat cousequi merea tur. Per Dominum nostrum Jesum Christum Pi-lium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia saicula sseculorum.

Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Verleen, o Heer, aan uwen dienaar de hemelsche hulp van uwen arm: opdat hij U zoeke uit geheel zijn hart, en dat hij verdiene te verkrijgen, hetgeen hij waardiglijk vraagt Door Jezus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en regeert, in de eenheid des Heiligen Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


-ocr page 170-

— 148 —

Gebed tot den H. Geest.

Dms qui corda Hdelhcm, etc. (bldz. 132). Na de H. Mis.

Te Deum,

Te Deum lauda mus; *te Dominum confitemur.

Te Eeternum Patrem * omnis terra veneratur.

Tibi omnes Angeli, * tibi Cocli et universas Po-testates.

Tibi Cherubim et Seraphim * incessabili voce proelamant:

Sanctus, Sanctus, Sanc tus, * Dominus DeusSa-baoth.

Pleni sunt coeli et terra * majestatis glorias tu«.

Te gloriosus * apostolo-mm Chorus

Te prophetarum * lau-dabilis numerus.

Te martyrum candida-tus * laudat esercitus

Te per orbem terrarum * saneta confitetur Ecclesia.

Patrem * immens® majestatis ;

Venerandum tuum ve-rum * et unicum lïlium;

Sanctum quoque * Para-clitum Spiritum.

Tu Rex gloris, *Chris-te ;

Tu Patris * sempiternus es Filius.

U, o God, loven wij, U, o Heer, belijden wij.

U, eeuwige Vader, eert de gansche aarde.

U roepen al de engelen, U de hemelen en al de machten,

U de cherubijnen en serafijnen onophoudelijk toe : Heilig.

Heilig.

Heilig is de Heer, de God der heerscharen,

Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit uwer glorie.

TJ looft het glorierijke koor der apostelen,

U het lofwaardig getal der profeten,

ü het blinkend heer der martelaren.

TJ belijdt de heilige Kerk over heel de wereld,

Den Vader van onmetelijke majesteit.

quot;(Jwen eerwaardigen, waar-achtigen en eenigen Zoon,

Als ook den Vertrooster, den H. Geest.

Gij, Christus, zijt de Koning der glorie.

Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.


-ocr page 171-

— 149 -

Tu, ad liberandum sus cepturus hominem, * non horruisti Virginis uterum.

Tu, devicto mortis acu-ieo * aperuisti credentibus regna coslorum.

Tu ad dexteram Dei se-des * in gloria Patris.

Judex erederis*esse ven-turus.

Te ergo qusesumus, tuis famulis subveni :i: quos pretioso sanguine rede-misti.

^Eterna fac * cum sanc-tis tuis in gloria numerari.

Salvum fac populum tuum, Domine, * et benedie haereditati tu®.

Et rage eos, * et extolle illos usque in teternum.

Per singulos dies, * be-nedicimus te,

Et laudamus nomen tuum in sseculum *, et in sreculum saeculi.

Dignare Domine die isto, * sine peccato nos custodire.

Miserere nostri, Domine, * miserere nostri.

Piat misericordia tua Domine, super nos * quem-admodum speravimus inte.

In te, Domine, speravi,* uon confundar in ajternum.

Gij, mensch willende worden om den mensch te verlossen, Gij hebt den schoot eener Maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na het verwinnen van den prikkel des doods, voor de geloovigen het Rijk der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods,in de glorie des Vaders.

Wij gelooven, dat Gij als rechter zult komen.

Wij bidden TJ dan, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.

Maak dat zij met uwe Heiligen in de glorie geteld worden.

Heer, maak uw volk zalig, en zegen uw erfdeel.

Bestuur hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.

Eiken dag zegenen wij U.

En wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen.

Gewaardig U, Heer, ons dezen dag zonder zonde te bewaren.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

Dat uwe barmhartigheid, ] Heer, over ons kome, gelijk | wij op U gehoopt hebben

Op U, Heer,heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.


-ocr page 172-

— 150 —

v. Benedicamus Patrem et Rlium, cum Sancto Spi-ritu.

b. Laudemus et super-exaltemus eum in stecula.

OREMUS.

Deus, cujusmieericordiiB uon est numerus et bonita-tis inflnitus est thesaurus, piissinice majestati tuae pro collatis donis gratias agi-mus, tuam semper elemen-tiam exorantes, ut qui pe-tentibus postulata conce-dis, eosdem non deserens, ad prfemiafuturadisponas. Per Dominum nostrum Je-sumChristumFilium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia sajcula S£ECulorum. Amen.

Laat ons den Vader, enden Zoon, met den Heiligen Geest zegenen.

Laat ons Hem loven en verheffen in alle eeuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, wiens barmhartigheid oneindig, en wiens goedheid onuitputtelijk is, wij danken uwe goddelijke Majesteit, voor het goed dat wij van u ontvangen hebben,en wij bezweren uwe goedertierenheid hen nooit te verlaten, van wie gij de gebeden hier op aarde verhoort, maar hen voor te bereiden om de eeuwige belooningen te ontvangen. Door Jezus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met u leeft en regeert, in de eenheid des Heiligen G-eestes God, in alle eenwen der eeuwen. Amen.


PSALMDS 116.

Laudate Dominum om-nes gentes, * laudate eum, omnes populi.

Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus:* et Veritas Domini manet in aiternum.

Gloria Patri, etc.

Looft den Heer, alle natiën, prijst hem alle volkeren.

Want zijne barmhartigheid is over ons bevestigd, en zijne waarachtigheid blijft in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.


-ocr page 173-

— 151 —

§ 3. — Voor de aanneming der Bidders.

Na de vragen door den Prior gesteld:

Confiteor, etc. (bldz. 142).

Veni Creator, etc. (bldz. 141).

Zegening van het Kruis.

Dezelfde gebeden als voor de zegening van het kruis van den Broeder, (bldz. 144).

Zegening van den degen.

Bene t dieere digneris quoesumus Domine gladi-um istum: et huncfamu-lum tunm, qui eum, te ins-pirante, suscipere deside-rat, pietatis tute custodia munias, et illfesum custo-dias. Per Christum Domi-num nostrum.

Wij bidden U,o Heer dezen degen te willen zegenen en ni et de bescherming uwer liefde te dekken, uwen dienaar, hier tegenwoordig, die, onder uwe ingeving.hem wenscht te ontvangen, en beschermen hem tegen al le aanvallen.Door Jezus Christus, onzen Heer.


De Broeder antwoordtt:

Amen. Amen.

Terwijl de Prior den Ridder met den degen omgordt, zegt de Aalmoezenier:

Acc'pe gladium istum in nomine Patris fetFiliif et Spiritus f Sancti et uta-ris eo ad defensionem tuam ac sanctre Dei Ecclesia; et ad confusionem

Neem dezen degen in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Gees-tes en gebruik hem voor uwe verdediging, voor die der Heilige Kerk Gods, en voor

-ocr page 174-

inimicorum Crucis Christi ac Fidei christianice : et quantum liumaria fragi-litas permiserit, cum eo neminem injuste Ifedas. Quod ipse tibi prsstare dignetur, Qui cum Patre et Spiritu Sancto vivit et regnat Deus in stecula saa-culorum.

de beschaming der vijanden van het Kruis van Christus en van het Christelijk geloof; en voor zooverrede menschelijke zwakheid het toelaat, kwets niemand onrechtvaardig. Dat Jezus Christus zelf, u dit gelieve te schenken. Hij die leeft en regeert met den Vader en den Heiligen Geest in alle eeuwen der eeuwen.


De Ridder antwoordt:

Amen. Amen.

Vóór den eed.

Credo, etc, (bldz. 146).

Na den eed.

Psalmus 132: Ecce quambonum, etc, (bldz. 137).

Gebeden onder de H. Mis (bldz 147).

Na de H. Mis.

Te Deum etc. (bldz, 148).

Psalmus 116 : Laudale Dominum omnes gentes etc. (bldz. 150).

§ 4. — Voor de aanstelling der Waardigheid-bekleeders, benoemd door de Kapittels.

Na de lezing van het decreet van benoeming.

Veni Creator etc. (bldz. 141).

-ocr page 175-

— 153 -

Vóór den eed.

Credo (bldz. 146).

Aan het. einde der plechtigheid.

Te Demi. etc. (bldz. 148).

Psalmus 116. Laudate Dominum, omnes gent es, etc. (bldz. 150).

§ 5. — Voor de aanstelling der Waardigheidbe-kleeders, benoemd door de Provinciale Raden.

A. — De Prior.

Na de lezing van het decreet van benoeming

Veni Creator etc. (bldz. 141).

Vóór den eed.

Credo etc. (bldz. 146)

Gebeden onder de H. Mh (bldz. 147).

Na de H. Mis.

Te Deim. etc. (bldz, 148).

Psalmus 116: Laudate Dominum, omnes gentes etc. (bldz. 150).

B. — JJe Onder Prior.

Dezelfde gebeden als voor de Waardigheidhekleeders, door de Kapittels benoemd, (bldz. 153).

-ocr page 176-

- 154 -

§6, — Voor de aanstelling der Waardigheidbe-kleeders benoemd door den Oppersten Eaad.

Dezelfde gebeden als voor den Prior. (bldz. 153).

§7. — Voor de benoeming van den Groot-Meester.

Veni Creator etc. (bldz. 141).

Psalmus 133. Ecce nunc benedicite sia. (bldz, 134),

Aan het einde der zitting van den Oppersten Raad.

Psalmus 134. Laudate nomen Domini etc. (bldz. 132)

| 8. — Voor de bevestiging van den Groot-Meestir.

Na de lezing van het decreet van benoeming.

Veni Creator etc. (bldz. 141).

Psalmus 47.

Magnus Dominus, et laudabilis nimis : * in civi-tate Dei nostri, in monte sancto ejus.

Tundatur exultatione universes terra! mons Sion: * latera Aquilonis, civitas Regis magni.

Deus in domibus ejus cognoscetur: * cum sus-cipiet earn.

Quoniam ecce Eeges terra; congregati sunt: * convenerunt in unum.

Groot is de Heer en allen lof waardig; in de stad van onzen God en op zijnen heiligen berg.

De berg Sion is gesticht tot blijdschap van de gansche aarde, de stad van den grooten Koningis aan de noorderzijde.

God zal in hare woningen erkend worden, wanneer Hij haar zal verdedigen tegen hare vijanden.

Want zie, de koningen der aarde hebben zich verzameld, en hebben zich tegen haar verbonden.


-ocr page 177-

155 -

Ipsi videntes aic admi-rati sunt, conturbati sunt, commoti sunt; * tremor apprehendit eos.

Ibi dolores utparturien-tis: * in spiritu vehementi conteres naves ïharsis.

Sicut audivimus, sic vidimus in eivitate Domini virtutum, in eivitate Dei nostri: Deus fundavit eam in aeternum.

Suseepimus, Deus, mise-ricordiam tuam : * in medio templi tui.

Secundum nomen tu-um, Deus, sic et. laus tua in fines terras: * justitia plena est dextera tua.

Lretetur mons Sion, et exultent filias Judoe propter judicia tua, Domine.

Circumdate Sion, et complectimini eam : * narrate in turribus ejus.

Ponite corda vestra in virtute ejus; * et distri-buite domos ejus, ut enar-retis in progenie altera.

Quoniam hic est Deus, Deus noster in leternum, et in sasculum sasculi; * ipse reget nos in saecula.

Gloria Patri, etc.

Maar haar gezien hebbende stonden zij verbaasd, ontsteld en beschaamd, siddering beving hen.

Hunne smarten waren gelijk aan die eener vrouw in barensnood ; door eenen onstui-migen wind zult gij de schepen van Tharsis verbrijzelen.

quot;Wat wij gehoord hebben, hebben wij vervuld gezien in de stad van den Heer der heerscharen: God heeft haar gevestigd in eeuwigheid.

Wij hebben, o God, uwe barmhartigheid in het midden van uwen tempel ontvangen.

Gelijk uw naam, o God, alom bekend is, zoo ook strekt uw lof zich uit tot de uiteinden der aarde: uwe rechterhand is vol gerechtigheid.

Dat Sions berg zich verblijde, eu Juda's dochteren juichen over de gerechtigheid uwer oordeelen, o Heer.

Vestigt u ter woon om Sion rond, omsingelt haar, en verkondigt al deze zaken van uit hare torens.

Legt er u op toehare sterkte te kennen, en maakt de verdeeling barer huizen, om dat aan het nageslacht over te leveren.

Want hier is God,onze God in eeuwigheid,hij zal over ons heerschen in den tijd en in de eeuwigheid.

Eere zij den Vader, enz.


-ocr page 178-

— 156 -

Zegening van het Groot'Kruis.

Adjutormm, etc. (bldz. 144).

Zegening van den Mantel.

Domine Jesu Christe qui tegumen, cic (bldz. 145). Vóór den eed.

Credo etc (bldz. 146).

Na den lofzang der Militie.

Psalm 132. — Ecce quambonum, etc. (bldz. 137). Gebeden onder de H. Mis, (bldz. 147)

Na de H. Mis.

Je Deum, etc. (bldz. 148).

Psalm 116. — Laudate Dominum, omnesgenles, etc. (bldz. 150).

§9. — Voor de benoeming en de bevestiging van den Luitenant-Generaal.

Dezelfde gebeden als voor den Groot Meester, (bldz. 154).

§ 10. — Voor de aanstelling van den Groot Aalmoezenier.

Na de lezing van het decreet van benoeming.

Veni Creator, (bldz. 141).

Psalm 47 Magnus Dominus, etc. (bldz. 154).

-ocr page 179-

- 157 —

Zegening van het Kruis.

Adjulorium, etc. (bldz. 144).

Gebeden onder de H. Mis, (bldz. 147).

Na de H. Mis.

Te Dev.m, etc. (bldz, 148).

Psalm 116. — Laudate Dominum, omnes fjentes, eto. (bldz. 150).

§ 11. — Voor de overledenen.

Psalmus 129.

De profundis clamavi ad te, Domine ; * Domine, exaudi vocem meam

Fiant aures tua; inten-dentes * in voeem depre-cationis me».

Si iniquitatesobservave-ris Domine; * Domine, quis sutinebit ?

Quia apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te, Domine.

Sustinuit anima m.ea in verbo ejus : * speravit anima mea in Domino ;

A custodia matutina usque ad noctem ; * speret Israël in Domino;

Quia apud Dominum mi-sericordia,*et eopiosaapud eum redemptio:

Et ipse redimet Israël * ex omnibus iniquitatibus ejus

Uit de diepten heb ik geroepen tot U, o Heer; Heer, geef gehoor aan mijne stem !

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smee-king.

Indien gij de ongerechtigheden gadeslaat,oHeer,Heer, wie zal bestaan?

Maar bij TJ is vergeving, en ter oorzake van uwe wet, o Heer, vertrouw ik op TJ.

Mijne ziel vertrouwt op zijn woord; mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den dageraad af tot den nacht toe, hope Israël op den Heer;

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden.


-ocr page 180-

- 158 -

V.Eequietn aeternam dona eis Domine.

R. Et lux perpetua lu-ceat eis.

V. Kyrie, eleison.

H. Christe, eleiaon

V. Kyrie, eleison.

TaUr nosier, etc. (b

V. Et ne nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

V. A porta ioferi.

E. Erue , Domine, ani-mas eorum.

V. Requiescant in pace.

11. Amen.

V. Domine, exaudi ora-tionem meam.

R. Et clamor mens ad te veniat.

Y. Dominus vobiscum.

E. Et cum spiritu tuo

OKBMUS.

Fideliuin,Deu8,omniuin conditor et redemptor,ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissio-nem cunctorumtribue pec-catorum: ut indulgentiam quam semper optaverunt, piis supplicationibus con-sequantur. Qui vivis et reg-nas, Deus in sïecula stecu-lorum.

E. Amen.

V. Heer, geef hun de eeuwige rust.

R. En het eeuwige licht verlichte hen.

V. Heer, ontferm U onzer.

E, Christus, ontfer U onzer.

V. Heer, ontferm U onzer.

dz. 136). Stil gebeden.

V. En leid ons niet in bekoring

R. Maar verlos ons van den kwade.

V. Van de poorten der hel.

R. Heer, behoed hunne zielen.

V. Dat zij rusten in vrede

E. Amen.

V. Heer, verhoor mijn gebed.

E. En mijn geroep kome tot U.

V. Dat de Heer, met u zij

R. En met uwen geest.

LAAT ONS BIDDEN.

God, Schepper en Verlos-per van alle geloovigen, verleen aan de zielen van uwe dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.


-ocr page 181-

— 159 —

V. Eequiem se tern am dona eis, Domine.

R. Et lux perpetua lu ceat eis.

V. Requiescant in pace. R Amen.

V. Heer, geef hun de eeuwige rust.

E.. En het eeuwig licht verlichte hen.

V. Dat zij rusten in vrede. E. Amen.


VIJFDE HOOFDSTUK.

Veeschiixende gebeden. Gebed voor de Kerk.

ümnipotens sempiterne Deus, qui gloriam tuam omnibus in Christo ger ti-bus revelasti : custodi opera misericordiae tuas ut Ecclesia tua toto orbe diffusa, stabili fide in confessione tui nominisperseveret.Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Fi-lium tuuin,qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti, Deus. Per omnia siecula sseculorum.Am.

Gebed vo

Deus omnium fideliutn pastor et rector, famulum tuum N. quem pastorem Ecclesite tuas prceesse vo-luisti,propitius respice; da ei, qusesumus, verbo et exemplo quibus praeest

Almachtige en eeuwige God, die Uwen roem aan alle christen volken geopenbaard hebt, bescherm de werken uwer barmhartigheid, opdat uwe Kerk, die over geheel de wereld verspreid is, volharde met een vast geloof in de belijdenis van uwen naam. Door denzelfden Jezus Christus, onzen Heer, Uwen zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des Heiligen Geestes God, in alle eeuwen der eeuwen Amen.

r den Paus.

O God, die de herder en de gids van alle geloovigen zijt, beschouw met een gunstig oog uwen dienaar Is. dien Gij tot herder Uwer Kerk hebt willen aanstellen : verleen hem, wij smeeken U, dat zijn


-ocr page 182-

— 160 —

proficere ut ad vitam una cum grege sibicredito pei--veniat sempiternam. Per Dominum nostrum.

woord en zijn voorbeeld voordeelig werke op hen die door hem geleid worden, opdat hij het eeuwige loven ver-werve met de kudde die aan zijne zorgen is toevertrouwd. .Door Jezus Chriotus, Onzen Heer.


Gebed voor de Keizers, Koningen, Vorsten en de christelijke Staten.

Omnipotens sempiterne Deus, in cujus manu sunt omnium potestates et omnium jura regnorum, sup-plices te deprecamur ut Imperatores, Reges, Principes, Respublicas Christianas in pace et vera con-cordia confirmee, ac eos ad liberandam universam terram et sanctam civita-tem Hierusalem a potes-tate infideliumfortiterani-mare digneris, Per Dominum nostrum.

Almachtige eeuwige God, die in uwe hauden alle macht, en het gezag van alle koninkrijken houdt, wijameekenU ootmoedig dat Gij ic den vrede en de ware eendracht bevestigt, de Keizers,deKonin-gen, de Prinsen, de Christelijke Staten, en dat gij hun het vaste besluit gelievetinte geven, van de geheele aarde en de Heilige stad Jerusalem te verlossen van de macht der ongeloovigen. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de Cardinalen, Patriarchen, Aartsbisschoppen, Bisschoppen en de Geestelijken der geheele Kerk.

Omnipotens sempiterne Deus, cujus Spiritu totum corpus Ecclesiae sanctifi-catur et regitur : exaudi nes pro universis ordinibus supplicantes,ut gratite tuffi munere ab omnibus tibi gradibus fideliter servia-tur. Per Dominum nostrum.

Almachtige eeuwige GoJ. wiens geest, geheel de Kerk heiligt en regeert: verhoor de smeekingen die wij u toezenden voor de geheele geestelijkheid, opdat door de weldaad uwer genade, alle graden der kerkelijke regeering TJ getrouw dienen. Door Jezus Christus. Onzen Heer.


-ocr page 183-

— 161 —

Gebed voor den Meester-Generaal der Broedcrs-Predikheeren.

Omnipotens sempiterne Deus, qui facis mirabilia, magna solus: prtetcnde super famulum tuum N. spiritum gratiae salutaris: et, ut in veritate tibi com-placeat, perpetuum ei rorem tus benedictionis infunde. Per Dominum nostrum.

Almachtige, eeuwige God, die alleen de zaken groot en wonderbaar maakt, schenk aan uwen dienaar N. den geest uwer heilzame genade ; en opdat hij U aangenaam zij op den weg der waarheid, stort over hem uit den eeuwigen dauw uwer zegeningen. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor den Groot-Meester der Militie of (bij gebreke van dezen) voor den Luitenant-Generaal.

Qua;sumus, omnipotens Deus, ut famulus tuus N. Magister noster (vel N. Locum tenens generalis) qui tua miseratione susce-pit regimen, ad domum Militia; Jesu Christi gu-bernandam, virtutum eti-am omnium percipiat in-crementa; quibus decanter ornatus, et vitiorum monstra devitare et ad te qui via, Veritas et vita es gra-tiosus valeat pervenire. Per Dominum nostrum.

Wij bidden U, almachtige God, opdat uw dienaar N. onze Meester (of N. onze Luitenant-Generaal) die van uwe barmhartigheid de macht ontvangen heeft, het huis dei-Militie van Jezus Chr/stus te bestieren, eene vermeerdering van alle deugden ont-vange, en dat hij, hiermede waardiglijk bekleed, de ontelbare ondeugdenkunnevermij den, en tot IJ kunne komen, die de weg, de waarheid en het leven zijt.

Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de Aalmoezeniers, Commandeurs en Prioren.

Almachtige eeuwige God, 11

Omnipotens sempiterne |

-ocr page 184-

— 162 -

Deus, te supplices nos servi tui deprecamur.ut rectores spirituales, Commendato-res et Priores Ordinis nostri digneris dirigere et eorum mentes illustrare,ita ut bene valeant suscepta officia adimplere. Per Dominum nostrum.

wij smeeken U ootmoedig, wij uwe dienaren, te willen leiden de Aalmoezeniers, de Commandeurs en de Priors onzer Orde. en hunnen geest te verlichten, opdat zij de plichten, die zij op zich hebben genomen, goed knnnen vervullen Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de Broeders en Zusters.

Deus, largitor pacis, da, qusesumus, Fratribus et Sororibus nostris, ut in tua voluntate permaneant et a juramento facto per gratiam tuam nunquam recedant. Per Dominum nostrum.

O God, uitdeeler des vre-des, zorg, wij bidden U, dat onze Broeders en Zusters aan uwen wil onderworpen blij • ven en dat zij door uwe genade gesteund, nooit aan hunnen eed te kort blijven. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de Weldoeners der Orde.

Deus, cujus misericor-dise non est numerus, sus-cipe propitius preces hu-militatis nostrse et bene-factoribus pro piis illorum operibus clignam merce-dem tribue et post mortem salutem aaternam concede Per Dominum nostrum.

O God, wiens barmhartigheden ontelbaar zijn, neem onze ootmoedige gebeden goedgunstig aan en geef aan de Weldoeners onzer Orde de plichtmatige belooniug van hunne godvruchtige handelingen, en schenk hun na den dood de eeuwige zaligheid. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de zieken en gevangenen.

Omnipotens sempiterne 1 Almachtige en eeuwige Deus, te supplices roga-1 God, wij smeeken ü ootmoe-

-ocr page 185-

mus, utomnibuB infirraia et captivis salntem etliber-tatemtribuas, ut captivita-te ac aegritudine liberati ad Ecclesiam tuam sanc-tam veniant gratias reddi-turi Per Dominum nostrum.

Gebed voor de be

Deus, qui errata corri-gis, imploramus dementi-am tuam, ut omues pecca tores a vinculis vitiorum absolutosjin viam pcnniten-tiic dirigas et ad vitam 33-ternam perducas-Per Dominum nostrum.

dig, aan alle zieken en ge van genen de gezondheid en de vrijheid te willen schenken, opdat zij verlost van hunne gevangenschap en ziekte, uwe heilige Kerk komen danken. Door Jezus Christus onzen Heer.

;eering der zondaren.

O God,die de misslagen dor menschen verbetert, wij smee-ken uwe goedertierenheid,dat Gij, na alle zondaars van de ketenen hunner zonden verlost te hebben , hen leidet op den weg der boetvaardigheid en hen voeret naar het eeuwige leven. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de bekeering der ketters en afvalligen.

Omnipotens sempiterne Deus, qui salvas omnes et neminem visperire: respi-ce ad auimas diabolica fraude deceptas, ut oruui hctretica pravitate deposi ta,errantium corda resipis-cant et ad veritatis tua; redeant unitatem. Per Dominum nostrum.

Almachtige eeuwige God, die alle menschen redt en niemand verloren laat gaan : zie goedgunstig neder op de zielen die door de listen van Satan bedrogen zijn geworden, opdat zij, na alle ketter-sche boosheid verlaten te hebben. berouw toon en over hunne dwalingen, en terugkeeren tot de eenheid uwer Waarheid. Door Jezus Christus onzen Heer.


Gebed voor de bekeering der joden.

Omnipotens sempiterne | Almachtige eeuwige God,

-ocr page 186-

- 164 —

Deus, qui etiam judaïcam perfldiam a tua miseri-cordia non repellis: exaudi preees nostras quas pro illius populi obcoecatione doferimus, ut agnita veri-tatis tuae luce^HajChristus est, a suis tenebris eruan-tur. Per eumden Domini mi nostrum.

Gebed voor de beke

Omnipotens sempiterne Deus, qui nonmortempec-catorum sed vitam semper inquiris, suscipe propitius orationem nostram, et libera eos ab idolorum cultura et aggrega Eccle-sias tiue sanct», ad laudem et gloriam nominis tui. Per Dominum nostrum.

Gebed voor de Broeders hunne naastbestaanden e

Deus, venia? largitor et hum an w salutis amator : qaesumus clementiam tuam, ut nostri Ordinis Pratres, Sorores, parentes, propinquoset benefactores qui ex hoe steculo trans-ierunt, Beata Maria semper Virgine intercedente, cum omnibus sanctis tuis ad perpetuaj beatitudinis consortium pervenire con-die zelfs uit den schoot uwer barmhartigheid de trouwe-looze joden niet verstoot: verhoor de gebeden die wij TJ toezenden, voor de verblindheid van dat volk, opdat het na het licht gezien te hebben uwer waarheid, dat Christus is, van zijne duisternissen worde bevrijd. Door Jezus Christus onzen Heer.

jring der ongeloovigen.

Almachtige eeuwige God, die niet den dood, maar altijd het leven der zondaars zoekt, verhoor goedgunstig ons gebed, verlos hen van de vereering der afgoden en vereenig hen bij uwe heilige Kerk, voor denroem van uwen naam. Door Jezus Christus onzen Heer.

en Zusters, hunne ouders, i de overledene weldoeners.

O God, die vergiffenis verleent, en de zaligheid der menschen verlangt: wij bidden uwe goedertierenheid,aan de Broeders, aan de Zusters, aan hunne ouders, aan hunne naastbestaanden en aan de weldoeners onzer Orde , te verleenen, dat zij mogen dee-len met alle uwe Heiligen in de eeuwige gelukzaligheid, door de voorspraak van de ge-


-ocr page 187-

— 165 —

cedas. Per Dominum nostrum.

Gebed vo

Dens a quo sanctia desi-deria, recta consilia et justa sunt opera : da servia tuis illam quam mundus dare non potest pacem ut et corda nostra mandatis tuis dedita, ethostiumsu-blata formidine, tempora sint tua protectione tran • quilla. Per Dominum nostrum.

Gebed voor de

Omnipotens sempiterne Deus, qui omnia ad utili-tatem generis humani ereasti: concede benigni-tatem congruentem super faciem terra;, ut nos, cum gratiarum actione dona tua comedentes, panem vita; aBternse fiducialius ap petamus. Per Dominum nostrum.

lnkzaligeMaria,altoosMaagd. Door Jezus Christus onzen Heer.

r den vrede

O God, die onze verlangens heiligt, even als onze rechtschapen voornemens, en onze rechtvaardige werken; verleen aan uwe dienaren den vrede, dien de wereld niet kan geven; opdat onze harten aan uwe bevelen onderworpen zijn, en dat, nadat alle vrees voor den vijand verdwenen zij,onzen tijden rustig worden onder uwe bescherming.Door Jezus Christus onzen Heer.

Tuchten der aarde.

Almachtige, eeuwige God, die alles geschapen hebt voor het nut van het menschdom : stort de zoo noodzakelijke weldaden uwer welwillendheid, over de oppervlakte der aarde uit, opdat wij gevoed door uwe gaven en TJ dank zeggende, met meer vertrouwen zoeken, het brood des eeuwigen levens. Door Jezus Christus onzen Heer.


-ocr page 188-

- 166 -

ZESDE HOOFDSTUK.

GEBED VOOR DE ZEGENING VAN HET VAANDEL DEK MILITIE

Adjutorivm. etc. (b'dz 144).

OKEMUS.

Omnipotens sempiterne I)eus, qui es cimctorum benedictio et triumphan-tium fortitude : respice propitius ad pteces Inauili-tatis nostraj: et hoe vesil-lum Militioe Jesu Christi, quod defensioni Eeligio-nis ChristianoB prsepani-tum est, coelesti benefdic-tione sanctificas; ut contra adversaries nominis chris-tiani sit validum, tuoque munimine circumseptum, atque in te confidentibus solidamentum, et certafi-ducia victorise. Tu enim es Deus, qui conteris bella, et cnclestis prresidii speranti-bus in te praestas auxilium. Per unicum Filinm tuum, Christum Dominum nos trum : qui tecum vivit et regnat, in unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia Bsecula 8®culorum. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die de bron zijt der zegeningen voor allen en de kracht der overwinnaars; verhoor goedgunstig onze ootmoedige gebeden: en heilig door uwe hemelsche zegening dit vaandel der Militie van Jezus-Christus, hetwelk gemaakt is geworden, voor de verdediging van den christelijken Godsdienst; opdat het bestand zij tegen de vijanden van den naam van Christen, en omgeven van uwe macht, een steun voor hen die in U vertrouwen, en eene zekere verzekering voor de overwinning. Want Gij zijt het o Heer ! die den oorlog verplettert , en die de hulp verleent van uwen Goddelijken bijstand aan hen die in U hopen. Door uwen eenigen Zoon, Jezus Christus, Onzen Heer, die leeft en regeert met TJ in de eenheid des Heiligen Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


-ocr page 189-

OVERGANGS BEPALINGEN,

Art. 1. — In de Prioraten die geen Oratorium bezitten, zal de plechtigheid van de aanstelling der Broeders, der Ridders en der Waardigheid-bekleeders, voorloopig plaats hebben in de ver. gaderzaal. Ten allen tijde zal daarna eene H. Mis gelezen worden, in eene kerk of openbare kapel.

Art. 2. — Het dragen van het gewaad der Orde is voor het oogenblik niet verplichtend; het zal zoodanig slechts worden, na eene uitdrukkelijke beschikking van den Oppersten Raad.

-ocr page 190-
-ocr page 191-

OFFICIUM

BEATAE MARIAE VIRGINIS.

SECUNDUM

pRD. j^RAEDICATORUM

ET AD USÜM

FRATRUM ORDIS EQUESTRIS MILITIAS JESÜ-CHRISTI.

1890.

Naar de Fransche uitgave van dit werk.

-ocr page 192-

BERICHT.

De Broeders die het Officium gemeenschappelijk bidden, moeten zich in twee kooren verdeelen, die beurtelings zitten of staan gedurende het bidden der Psalmen.

Zij die het Psalmgezang leiden, zijn : de hebdoma-daris, de voorzangers, de antiphonaris, de versicularis en de lectores.

De Hebdomadaris begint de uren en zegt de slot-kapittels, de gebeden en de zegeningen ; de voorzangers heffen beurtelings de psalmen aan. De voorzanger die geplaatst is aan de zijde van den hebdomadaris, begint den hymnus en den eersten psalm van ieder uur. De antiphonaris zegt de antiphonen; de versicularis de versen en het Veniie exullemus; en de lectores de lessen

De twee kooren vereenigd, zeggen de antiphonen en de antwoorden. De voorzangers en de lectores worden door den Prior aangewezen.

Om het verrichten der Gretijden in choro gemakkelijk te maken, hebben wij de volgende teekens aangenomen :

f Duidt aan de verzen die moeten gezegd worden door den voorzitter.

v. Duidt de verzen aan door den versicularis te zeggen.

C. Duidt aan wat de voorzanger te zeggen heeft,

L. Duidt aan wat de lezer te zeggen heeft.

Om het Psalmzang goed te verrichten, moet men duidelijk en gezamenlijk uitspreken, getrouw acht gevende op den middeltoon (médiante) Men psalmo-dieert min of meer langzaam al naar de plechtigheden. Men buigt het hoofd, zoo dikwijls men de namen uitspreekt van Jezus, Maria, en den H. Dominicus.

1

-ocr page 193-

G E T IJ D E N

tan de

HEILIGE MAAGD.

G-ebed vóór de G-etijden.

Aperi, Domine,oa meum ad benedicendum nomen sanctum tuum. Munda quo-que cor meum ab omnibus vanis, perversis et alienis cogitationibus.Intellectum illumina, affectum in flam- ! ma, ut digne, attente ae i devote hoe officium reci- j tare valeam, et exaudiri merear ante conspeutum divin;e Majestatistuaj. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

Domine, in unione illius divinte intentionis qua ipse in terris laudes Deo persol visti, has tibihorasper-solvo.

Open, Heer, mijnen mond om uwen heiligen naam te zegenen; reinig mijn hart van alle ij dele, verkeerde en vreemde gedachten; verlicht mijn verstand, ontvlam mijne liefde, opdat ik de/e Getijden waardig, aandachtig en godvruchtig moge lezen, en ver-diene verhoord to worden voor het aanschijn van uwe Goddelijke Majesteit. Door Christus onzen Heer. Amen.

Heer, in vereeniging met die Goddelijke meening, waarmede Gij zelf op aarde God verheerlijkt hebt, draag ik U deze uurgetij den op.


AD MATUTINÜM

t T. Ave, Maria, gratia plena; Dominus tecum.

e. Benedicta tu in mu-lieribus; et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

t v. Domine, labia mea aperies.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met U.

r. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uw lichaams, Jezus.

t Heer, Gij zult mijne lippen openen.


-ocr page 194-

- 172 -

R. Et os meum annuu-tiabit laudem tuam.

t v. Deus, in adjutorium meum intende

K. Domine, ad adjuvan-du m me festina.

Gloria Patri, et Filio, et Spiritui sancto.

Sicut eratin principio,et mine et semper et in saecula soeculorum. Amen.

n. En mijn mond. zal uwen lof verkondigen.

v. God, geef acht op mijne hulp.

H. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader enden Zoon en den Heiligen Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Fcf« Paschen tot Septuagesima zegt men :

Alleluia. | Looft den Heer

Van Septuagesima tot Paschen zecjt men ;

Laus tibi, Domine Kex 1 Lof zij U, Heer, Koning a'ternao; glorias. | der eeuwige glorie.

intitatohiuil. uitnoodiging.

Eegum Virginis filium. Komt, laten wij den Ko-venite, adoremus. oingi den Zoon der Maagd,

aanbidden.

psalm 94.

V. Venite, exulteinus Domino : jubilemus Deo salutari nostro . prajoecu-pemus faciem ejus in con-fessione, et in psalmis jubilemus ei

E. Eegem Virginis filium, venite, adoremus.

Komt, juichen wij voor den Heer; jubelen wij voor God, onzen Heiland; laat ons met lofgezang voor Hem verschijnen en met snarenspel Hem toejuichen.

Komt,laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.


-ocr page 195-

173 —

V. Quoniam Deus ma-gnus Dominus, et Rex ma-gnus super omnes deos : quoniam non repellet Do-minis plebem suam ; quia in manu ejus sunt omnes fines terrse, et altitudines montium ipse conspicit.

E. Venite, adoremus.

V. Quoniam ipsius est mare et ipse fecit illud, et aridam fundaveruut ma-nuB ejus. Venite, adoremus, et procidamus ante Deum, ploremus coram Domino qui fecit nos, quia ipse est Dominus Deus noster; nos autum populus ejus, et oves pascuae ejus.

R. Regem Virginia fi-lium, venite, adoremus.

V. Ilodie si vocem ejus audieritis, nolito obdu-rare corda vestra, sicut in exacerbatione secundum diem tentatiouis in de-serto : ubi teutaveruut me patres vestri, probaverunt et viderunt opera mea.

R. Venite, adoremus.

V. Quadraginta annis proximus fui generationi huic, et dixi: Semper lii errant corde; ipsi vero non cognoverunt vias

Want een groote God is de Heer en een groot Koning boven alle goden ; de Heer zal zijn volk niet verstoeten, want in zijne band zijn al de grenzan der aarde en Hij overziet de toppen der bergen.

Komt, laten wij Hem aanbidden.

Want van Hem is de zee, Hij toch beeft ze gemaakt en het vasteland is het werk zijner handen. Komt, vallen wij aanbiddend neder voor God en weenen wij voor het aanschijn des Heeren, on-zes Scheppers, want Hij is de Heer onze God en wij zijn zijn volk en de schapen zijner weide.

Komt, laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.

Heden, als gij zijne stem zult hooren, verhardt dan uwe harten niet, gelijk bij de verbittering, ten dage der beproeving in de woestijn, waar uwe vaderen Mij beproefden en op den toets stelden, ofschoon zij mijne werken zagen.

Komt, laten wij Hem aanbidden.

Veertig jaren lang was Ik met dit geslacht en sprak : altijd zijn zij verdwaald van harte en mijne wegen


-ocr page 196-

— 174 ~

meas; quibus juravi in ira inea, si introïbunt in requiem meam.

R. Eegem Virginia fi-lium, venite, adoremus.

V. Gloria Patri et Filio, et Spiritui sancto. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in stecula sseeulorum. Amen.

E. Venite, adoremus.

Eegem Virginia filium, venite, adoremus kenden zij niet, zoodat Ik zwoer in mijnen toorn ; zij zullen mijue rust niet ingaan.

Komt, laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.

Glorie zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Gelijk hetwasin den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Komt, laten wij Hem aanbidden.

Komt, laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.


hïmnüs.

C. Quem terra, pontus, aethera.

Colunt, adorant, prtedi-cant,

Trinam regentem macbi-nam,

Claustrum Marice bajulat.

Cui luna, sol, et omnia, Deserviunt per tempora, Perfusa ca3li gratia, Gestant puellai viscera.

Beata Mater, munere

quot;Wien aarde, zee en starren-

beer

Aanbidding biedt en lof en eer,

Den Heer der gansehe schepping, draagt

De zuivre schoot der Moedermaagd.

Wien zon en maan naar orde en tijd.

En al wat werd, zijn diensten wijdt,

Is in dien schoot, die schitt-rend straalt

Van 's Hemels gunsten, neergedaald.

Welzalig Gij door zulk een lot!


I

-ocr page 197-

- 175 -

Cujiis supernus Artifex.

Mundum pugillo conti-nens,

Ventris cub iirca ckiusus est.

Beata coeli nuntio, Foccundaj Sancto Spiritu Desideratus gentibus. Cujus per alvuui fusus est.

Maria, Mater gratise, Mater misericordias, Tu nos ab hoste protege.

Et hora mortis suseipe,

Gloria tibi, Domine, Qui natus es de Yirgine,

Cum Fatre, et Sancto Spiritu,

In sempiterna s;ecula. Amen.

I'S,

C iJouiine, Dominus noster, * quam admirabile est nomen tuum, in uni-versa terra!

Quoniam elcvataestiaa-gnificentia tua * super ccelos.

Gij draagt, o Moedermaagd

den God,

Den Schepper, die met zijne hand

Geheel de wereld overspant.

Welzalig Gij, die de Engel groet,

En Gods Geest moeder worden doet;

De hoop der volkren lang gewacht

Hebt Gij der wereld voortgebracht.

O Maria, Moeder van genade. Moeder van barmhartigheid. Tegen den vijand bescherm ons,

En in ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan U, o Heer,

Die uit eene Maagd geboren zijt,

Glorie aan den Vader en den Heiligen Geest In alle eeuwen.

Amen.

.LM 8.

O God, onze Meer, hoe heerlijk is uw naam op do gansehe aarde!

Want uwe majesteit is verheven hoven de hemelen 1 Uit den mond der kinderen en zuigelingen hebt Gij eene


-ocr page 198-

— 174 —

meas; quibus juravi in ira mea, si introïbunt in requiem meam.

E. Begem Virginia fi-lium, venite, acloremus.

V. Gloria Patri et Filio, et Spiritui sancto. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in steeula soeeulorum. Amen.

E. Venite, adoremus.

Eegem Virginia filium, venite, adoremus kenden zij niet, zoodat Ik zwoer in mijnen toorn : zij zullen mijne rust niet ingaan.

Komt, laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.

Glorie zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Gelijk iet waa in den begiune, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Komt, laten wij Hem aanbidden.

Komt, laten wij den Koning, den Zoon der Maagd, aanbidden.


hymnüs,

C. Qtiem terra, pontus, astbera.

Colunt, adorant, predicant,

Trinam regentem machi-nam,

Claustrum Marias bajulat.

Cui luua, sol, et omnia, Deserviunt per tempora, Perfusa cccli gratia, Gestant puellai viscera.

Beata Mater, munere

quot;Wien aarde, zee en starren-

heer

Aanbidding biedt en lof en eer.

Den Heer der gansche schepping, draagt

De zuivre schoot der Moedermaagd.

Wien zon en maan naar orde en tijd.

En al wat werd, zijn diensten wijdt,

Is in dien echoot, die schitt-rend straalt

Van 'a Hemels gunsten, neergedaald.

Welzalig Gij door zulk een lot!


-ocr page 199-

— 175 -

Cujus supernus Artifex.

Mundum pugiüo conti-nens,

Ventris cub iirca clausus est.

Beata cocii nuntio, Foecuuda3 Sancto Spiritu Desideratus gentibus.

Cujus per alvum fusus est.

Maria, Mater gratire, Mater misericordias, Tu nos ab hoste protege.

Et hora mortis suscipe,

Gloria tibi, Domine, Qui natus es de Virgine,

Cuui Patre, et Sancto Spiritu,

In sempiterna swcula. Amen.

I'S;

C JJomiue, Dominus noster, * quam admirabile est nomen tuuin, in uni-versa terra!

Quoniam ekvataestma-gnificentia tua * super ccelos.

Gij draagt, o Moedermaagd

den God,

Den Schepper, die met zijne hand

Geheel de wereld overspant.

Welzalig Gij, die de Engel groet,

En Gods Geest moeder worden doet;

De hoop der volkren lang gewacht

Hebt Gij der wereld voortgebracht.

O Maria, Moeder van genade, M oeder van barmhartigheid, Tegen den vijand bescherm ons.

En in ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan U, o Heer,

Die uit eene Maagd geboren zijt,

Glorie aan den Vader en den Heiligen Geest In alle eeuwen.

Amen.

lm 8.

O God, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam op do gansche aarde I

Want uwe majesteit is verheven boven de hemelen!

Uit den mond der kinderen en zuigelingen hebt Gij eene


-ocr page 200-

— 176 -

Ex ore infantiimi et lac-tentium perfeeisti Liudem propter inimicos tuos, * ut destruas inimicum, et ul-torem.

Quoniam videbo coclos tuos, opera digitorum tuo-rum : * Innam et stellas, quae tu fundasti.

Quid est homo, quod menior es ejus ? * aut filius hominis, quoniam visitas eum ?

Minuisti eum paulo minus ab Angelis; gloria et honore coronasti eum ; * et constituisti eum super opera manuum tuarum.

Omnia subjecisti sub pedibus ejus: * oves et bo-ves universas, insuper et pecora campi;

Volucres cceli etpisces maris, * qui perambulant semitas maris.

Domine, Dominus no-ster, * quam admirabile est uomen tuum in univer-sa terra !

Gloria Patri, etc.

lofspraak bereid ter oorzake van uwe tegenstrevers, om den vijand en wraakgierige te vernietigen

Wanneer ik uwen hemel aanschouw, het werk uwer vingeren, de maan en de sterren, die gij geschapen hebt,

(dan zeg ik:) Wat is de meusch, dat Grij zijner gedenkt of de zoon des men-schen, dat Gij acht op hem geeft!

Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen; met eer en heerlijkheid hebt Gij hem gekroond, en gesteld over de werken uwer handen.

Alles hebt Gij aan hem onderworpen, schapen, runderen en de dieren des velds,

de vogelen des hemels, en de visschen der zee, die de paden der zee doorwandelen.

O God, onze Heer,hoe heerlijk is uw naam over de ge-heele aarde !

Glorie zij den Vader, enz.


psalm 18.

C.Coeli enarruntgloriam Dei, * et opera manuum ejus annuntiat firmamen-tum.

De hemelen vermelden de heerlijkheid van God en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen.


-ocr page 201-

177 —

Dies diei eructat verbum, * et nos nocti indicat scientiam.

Non sunt loqueke neque sermones, * quorum non audiantur voces eorum,

In omnem terram exivit sonus eorum, * et in fines orbis terne verba eorum.

In sole posuit taberua-culum suum; * etipse tan-quam sponsus procedens de thalamo suo.

Exultavit ut gigas ad currendam viam: * a sum-mo coclo egressio ejus.

Et occursus ejus usque ad summum ejus ; * nee est qui se abscondat a cal ore ejus.

Lex Domini immacula ta, convertens animas : * testimonium Domini fide le, sapientiam prasstans parvulis.

Justitias Domini rectae, lastificantes corda : * prre-ceptum Domini lueidum, illuminans oculos.

Timor Domini sanctus, permanens in SEeculum sceculi: * judicia Domini vera, justiflcata in seme-tipsa.

Desiderabilia super au-rum et lapidem pratiosum

De eene dag geeft den andere het woord over, en de eene nacht aan den andere de tijding.

Het zijn geene zinnen, geene woorden, waarvan de klanken niet vernomen worden.

Hun geluid gaat over geheel het aardrijk uit, en hunne woorden tot aan het einde der wereld.

In de zon sloeg hij zijne tente op. En hij is als een bruidegom, die, zijne kamer uitgetreden, vroolijk als een held de baan belreedt. Van het eene einde des hemels is zijn uitgang, en zijn loop is tot het andere einde; en niemand kan zich voor zijn gloed verbergen.

's Heeren wet is vlekkeloos, zielbekeerend; 's Heeren getuigenis is waarachtig, zij geeft den eenvoudigen wijsheid; 's Heeren bevelen zijn gerechtig, enhartverheugend; 's Heeren gebod is een licht, dat de oogen verlicht; Heilig is de vreeze des Heeren, zij blijft in eeuwiheid; 's Heeren oordeelen zijn waar; alle zijn ze rechtvaardig.

Meer te begeeren dan goud en veel edelgesteente, en zoe-


-ocr page 202-

— 178 —

inultum : * et dulciora super mei et favum.

Eteuim servus tuus cus-todit ea; * in custodien-dis illis retributio multa.

Delicta quis iutelligit ? Ab occultis meis muada me; * et ab alienis paree servo tuo.

Si mei non fuerint do-minati, tune immaculatus ero; * et emundabor a delicto maximo.

Et erunt ut complaceant eloquia oris mei, * et me-ditatio cordis mei in cons-pectu tuo semper.

Domine, adjutor mens,* et redemptor meus.

Gloria Patri, etc.

ter dan honig en honigzeem.

Ook uw dienaar onderhoudt ze ; het onderhouden daarvan geeft groot loon.

De zonden, wie kent ze? reinig mij van mijne verborgene, en bewaar uwen dienaar voor vreemde

Als die mij niet beheer-schen, dan zal ik onbesmet zijn en rein van groote overtreding.

Moge de reden van mijnen mond en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor uw aanschijn, ten allen tijde.

O Heer, mijn helperen mijn verlosser.

Glorie zij den Vader, enz.


psalm 23.

C. Domini est terra, et plenitudo ejus: * orbis terrarum, et universi qui habitant in eo.

Quia ipse super maria fundavit eum : * et super flumina prfeparavit eum.

Quis ascendit in mon-tem Domini:* aut quis sta-bit in loco sancto ejus ?

Innocens manibus, et mundo corde, * qui non accepit in vano animam suam, nec juravit in dolo proximo suo.

Van den Heer is de aarde en hare volheid, de wereld, en allen, die er in wonen.

Want op de zeeën heeft Hij haar gegrondvest en op de stroomen haar gevestigd.

Wie mag des Heereu berg bestijgen, of wie mag staan op zijne heilige plaats?

Die schuldeloos van handen eu rein van gemoed is, die zijn hart niet zet op ijdelheid, en geen bedriegelijken eed aflegt tegen zijn naaste;


-ocr page 203-

— 179 -

Hie accipiet benedictio-nem a Domino, * et mise-ricordiam a Deo salutari suo.

Hfec est generatio quas-renfcium eum, * quajrei;-tium faciem Dei Jacob.

Attollite portas, principes vestras; et elevami-ni, portas reternalea: et introibit Eex glorite.

Quis est iste Eex glorias ? * Dominus fortis et potens, Dominus potens in prselio

Attollite portas, principes, vestras; et eleva-mini, portie aeternales: * et introibit Rex glorias.

Quis estiste Rex glorise?* Dominus virtutem ipse est Eex gloria;.

GHoi-ia Patri, etc.

Anl. Benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui.

V. v. Diffusa est gratia in labiis tuis.

e. Propterea benedixit te Deus in aeternum.

Pater noster...

t it. Et ne nos inducas in tentationein.

r. Sed libera nos a malo.

L. Jube, Do nine, bene-dicere.

die verkrijgt zegen van den Heer en erbarming van God, zijnen Heiland.

Zoodanig is het geslacht van hen, die Hem zoeken, die het aanschijn zoeken van den God van Jacob.

Heft op, o vorsten, uwe poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, dat de Koning der heerlijkheid binnenga! Wie is hij, die Koning der heerlijkheid? de Heer de sterke en machtige ! de Heer, de machtige in den strijd.

Heft op, o Vorsten, uwe poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, dat de Koning der heerlijkheid binnenga ! Wie is hij, die Koning der heerlijkheid? De Heer der heirscharen, Hij is de Koning der heerlijkheid.

Glorie zij den Vader, enz. Anl. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams. v. Minzaamheid is uitgestort op uwe lippen,

e. Daarom heeft God U in eeuwigheid gezegend.

Onze Vader, enz. stil.

v. En leid ons niet iu bekoring.

e. Maar verlos ons van den kwade.

Heer, gelief te zegenen.


-ocr page 204-

— 180 —

t Alma Virgo virginum Moge Zij, de Maagd der intercedat pro nobis ad maagden, voor ons, bij den Dominum. Amen. Heer ten beste spreken. Am.

LES I.

L Sancta Maria, Virgo virginum, mater et filia Regis regum omnium, tiuim nobis impende solatium, ut crelestis regni per te mereamur habere pr® mium, et cum electis Dei regnare in perpetuum. Tu autem, Domine, miserere nostri.

R. Deo gratias.

E. Sancta et immacula-ta virginitas, quibus te lau-dibus etïèramnescio.*Quia quem coeli eapere non po-terant, tuo gremio eontu-listi.

L. v. Benedicta tu in mulieribus, et benedietus fruetus ventris tui.

* Quia quem coeli capere non. poterant, tuo gremio contulisti.

L. Jube Domne, bene-dicere.

f Sancta Dei Genotris sit nobis auxiliatrix.

Amen.

Heilige Maria, Maagd der maagden, moeder en dochter van den Koning der koningen, schenk ons uwen bijstand, opdat wij door ü het rijk der hemelen mogen verdienen, en met de uitverkorenen Gods, eeuwig mogen leven. Heer, ontferm u onzer.

k. God zij gedankt.

r. Heilige en onbevlekte Maagdom, ik weet niet, hoe U naar waarde te prijzen; want Hem, dien de hemelen niet kunnen omvatten, hebt gij gedragen in uwen schoot.

v. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen ; en gezegend in de vrucht uws lichaams. Want Hem, dien de hemelen niet kunnen omvatten, hebt Gij gedragen in uwen schoot.

Heer, gelief te zegenen.

Dat de Heilige Moeder Gods ons bijsta. Amen.


les ii.

Z. Sancta Maria,piarum I Heilige Maagd Maria, de piissima, intercede pro no-1 medelij den ste en de heiligste

-ocr page 205-

- 181 —

bis, sanctarum sanetis-sima : per te, Virgo, nostra sumat precamina, qui pro nobis ex te natus, re-gnat super aethera, ut sua charitate nostra deleantur peccamina. Tu autem, Do-mine, miserere nostri.

E. Deo gratias.

E. Beata es, Virgo Maria qute Dominum portasti creatorem mundi. * Ge-nuisti eum qui te facit, et in seternum permanes vir-

go-

L. v. Ave, Maria, gratia plena; Dominus tecum. * Genuisti eum qui te fecit, et in asternum permanes virgo.

L. Jube, Domne, bene-dicere.

t Nos cum prole pia benedicat Virgo Maria.

e. Amen.

LI

L. Sancta Dei Genitrix, qu» digne meruisti conci-pere quem totus orbis ne-quit comprehendere, tuo pic interventu culpas nostras ablue ; ut reden; pti, perennis sedem gloria; per te valeamus scandere, ubi aller scliepselen, schenk ons uwe voorspraak; opdat onze gebedendoor uwen Zoon mogen verhoord worden, opdat onze zonden door zijne barmhartigheid mogen vergeven worden. Gij, Heer, ontferm TJ onzer.

b. God zij gedankt.

r. Zalig zijt Gij, Maagd Maria, die den Heer en Schepper der wereld hebt gedragen ; Gij hebt Hem, die U geschapen heeft, gebaard, doch zijt immer maagd gebleven.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U. Gij hebt Hem, die U geschapen heeft, gebaard, doch zijt immer maagd gebleven.

Heer, gelief te zegenen.

Dat de Maagd Maria en haar beminde Zoon ons ze-gene.

e. Amen.

s III.

Heilige Moeder Gods, die waardig geacht zijt Hem te ontvangen, dien het heelal niet kan bevatten, wisch door uwe tusschenkomst onze zonden uit; opdat wij, na gezuiverd te zijn, den troon van glorie kunnen bestijgen, waar


-ocr page 206-

- 182 —

regnas cum eodem. Filio tuo sine tempore. Tu au-tem, Domine, miserere nostri.

B. Deo gratias.

H. Felix namque es, sacra Virgo Maria, et omni lande digni8sima.*Quia ex te ortus est Sol justitite, Christus Deus noster

L. v. Ora pro popnlo, interveni pro clero, intercede pro devoto femineo sexu; sentiaiitomnestuum juvamen, quicumque celebrant tuam commemora-tionem. * Quia ex te ortus est Sol justiticc, Christus Deus noster.

L. Gloria Patri, et Filio, et Spiritui saneto. * Christus Deus noster.

HYMNUS SS. AM]

C. Te Deum laudamns:* te Dominum confitemur.

Te aeternum Patrern * omnis terra venera'ur.

Tibi omnes Angeli,*tibi cocli, et universa; Potesta-tes.

Tibi Cherubim et Seraphim, * incessabili voce proclamant:

Sanctus,

Sanctus,

Sanctus,*Doininus Deus sabaoth.

Gij eeuwig met Uwen Zoon heerscht. Gij, Heer, ontferm TJ onzer.

r. God zij gedankt.

e. Gelukkig zijt Gij, heilige maagd Maria, en allen lof overwaardig, omdat uit U de Zon der gerechtigheid is opgegaan, Christus,onze God.

v. Hid voor het volk, bid voor de geestelijken, bescherm het godvruchtig vrouwengeslacht, laat allen uwe hulp ondervinden, die uwe heilige gedachtenis vieren. Omdat uit U de zon der gerechtigheid is opgegaan, Christus, onze God.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest. Christus, onze God.

EOSII ET AÜGUSTIIÏI.

U, o God, loven wij, CT Heer, belijden wij.

U, eeuwige Vader, vereert de geheele aarde.

U roepen alle engelen, de hemelen en alle machten.

De Cherubijnen en Serafijnen met eenparige stemmen onophoudelijk toe :

Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, de God der legerscharen !


-ocr page 207-

- 183 -

Pleni sunt cceli et terra* majestatis gloria tuae.

Te gloiiosus * Apostolo-rum chorus.

Te Prophetarum, *]au-dabilis numerus.

Te Martyrum candida-tus :S laudat exercitus;

Te per orbem terrarum * sancta coufitetnr Ecclesia,

Patrem * immensce majestatis,

Venerandum tuum ve-rum * et unicum Jnlium,

Sanctum quoque * Pa-raclitum Spiritum.

Tu Rex, gloriffi, * Chri-ste.

Tu Patris * sempiternus es Filius.

Tu ad liberandem sus-cepturus hominem, * non horruisti Virginis uterum.

Tu, devicto mortis acu-leo, *aperuisti credentibus regna ccelorum.

Tu ad dexteram Dei se-des,in gloria Patris.

Judex credeiis * esse venturus.

(1) Te ergo qusesumus, famulis tuis subveni,* quos pretioso sanguine rede-misti.

Vol zijn de hemelen en de aarde van de majesteit uwer glorie.

IJ looft het glorierijke koor der apostelen,

TJ de lofwaardige schaar der profeten,

TJ het schitterend heir der martelaren.

U belijdt de Heilige Kerk over de geheele aarde,

Den Vader van onmetelijke majesteit,

IJwen aanbiddelijken, waarachtigen en eenigen Zoon,

Ook den Heiligen Geest, den Trooster.

Gij zijt de Koning der glorie, de Christus.

Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.

Gij hebt, de menschheid willende aannemen ter verlossing van den mensch, den schoot eener Maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na het overwinnen van den prikkel des doods, den geloovigen het Rijk der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders.

Wij gelooven, dat Gij als Rechter komen zult,

Daarom bidden wij U, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht;


(1) Hier knielt men.

-ocr page 208-

— 184 —

iEterna fac cum Sanctis tuis * in gloria nume-rari.

Salvum fac populum tuum, Domine, * et bene-dic haereditati tuse.

Et rege eos, et extolle illos * usque in asternum.

Per singuios dies, * be-nedicimus te.

Et laudamus nomen tuum in steculum, et in sa3culum saeculi.

Dignare, Domine, die isto, * sine peccato nos custodire.

Miserere nostri, Domine :i! miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Domine, super nos, * quemadmodum speravi-mus in te.

In te, Domine, speravi; * non confundar in nsternum.

f v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix.

e. Ut digni efliciamur promissionibus Cbristi.

Geef, dat zij in de eeuwige glorie met uwe heiligen geteld worden.

Heer, maak en zegen uw erfdeel,

uw volk zalig,

En heersch over hen en verhef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij U,

En loven wij uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen.

Gewaardig TJ, o Heer, ons dezen dag zonder zonde te bewaren.

Ontferm T7 onzer, Heer, ontferm U onzer.

Laat, Heer, uwe barmhartigheid over ons komen, gelijk wij op ü gehoopt hebben.

Op TJ, Heer, heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

T. Heilige Moeder Gods, bid voor ons.

r. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.


AD LATJDES.

t v. Deu8,inadjutorium meum intende.

e. Domine, ad adjuvan-dum me festina Gloria Patri, etc. Alleluia, vel Laus tibi, Domine,Ees feterniBglorkc.

T. God, geef acht op mijne hulp.

r. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz. Alleluia o/ lof zij U, Heer, Koning der eeuwige glorie.


-ocr page 209-

— 185 ~

PSALMUB 92.

C. Dominus regnavit, de-corem indutus est: * indu-tus est Domiuus fortitudi-nem, et pnecinxit se.

Etonim firmavit orbem terra?, * qui non commove-bitur.

Parata sedes tua es tunc : * a saeculo tu es.

Elevaverunt flumina, Domine : * elevaverunt flumina vocem suam.

Elevaverunt flumina fluctus suos: * a vocibus aquarum multarum.

Mirabiles elationes maris ; * mirabilis in altis Dominus.

Testimonia tua credibi-lia facta sunt nimis; * do-mum tuam decet sanctitu-do, Domine, in longitudi-nem dierum.

Gloria Patri, etc.

De Heer regeert I met majesteit is Hij bekleed, met macht is de Heer omgeven en omgord.

Ook heeft Ilij de aarde bevestigd, en zij zal niet wankelen.

Vast staat uw troon , van toen; Gij zijt van eeuwigheid!

Stroomen verheffen, o Heer, stroomen verheffen hunne stemmen.

Stroomen verheften hunne golven, bij het gedruisch van groote wateren.

Wonderbaar zijn do brandingen der zee, wonderbaar is de Heer in de hooge hemelen.

Uwe getuigenissen zijn al-lergeloofwaardigst; heiligheid betaamt uw huis, o Heer, ten allen tijde.

Glorie zij den Vader, enz


PSALMUB 09.

C. Jdbilate Deo, omnis terra; * servite Domino in Isetitia.

Introite in conspectu ejus, * in exultatione.

Scitote quoniam Dominus ipse est Deus: * ipse fecit nos, et non ipsi nos.

Juicht den Heer toe, gij geheel de aarde! Dient denHeer met vreugde.

Komt voor zijn aanschijn met blij gezang.

Erkent, dat de Heer God is; Hij heelt ons gemaakt en niet wij ons zeiven.


13

-ocr page 210-

— 186 -

Populus ejus, et ovcs pasen» ejus, * introite portas ejus in confessicme, atria ejus in hymnis, con-fitemini illi,

Laudate nomen ejus, quoniain suavis est Domi-nus, in asternum miseri-cordia ejus: * et usque in generationem et genera-tionern Veritas ejus.

Gloria Patri, etc.

Psai.

C. Deus, Deus meus, * ad te de luce vigilo.

Sitivitinte anima inea:* quam multipliciter tibi et caro mea.

In terra deserta.etinvia, et inaquosa, sic in sancto apparui tibi * ut viderem virtutem tuam et gloriam tuam.

Quoniam melior est mi-sericordiatua super vitas :* labia mea laudabunt te.

Sic benedicam te in vita mea, * et in nomine tuo levabo manus meas.

Sicut adipe et pinguedi-ne repleatur anima mea :* et labiis exultationis lau-dabit os meum.

Si memor fui tui super stratum meum, in matuti-nis meditabor in te : * quia fuisti adjutor meus.

Wij zijn zijn volk en de schar pen zijner weide Treedt zijne poorten binnen met lofprijzing. Zijne voorhoven met loi-zangen; dankt Hem.

Prijst zijnen naam 1 want de Heer is goedertieren, eeuwig is zijne barmhartigheid , en zijne trouw gaat van geslacht tot geslacht.

Glorie zij den Vader, enz. mus 62.

O God,mijn God,tot U waak ik van den dageraad af.

Mijne ziel dorst naar U, en mijn vleesch, o hoe dikwijls verlangt het naar U!

Als in een woest, ongebaand en waterloos land, zoo verscheen ik voor U in het heiligdom, om uwe macht en uwe heerlijkheid te zien.

Want uwe goedertierenheid is beter dan het leven; mijne lippen prijzen U.

Zóó wil ik U loven mijn leven lang, en in uwen naam mijne handen opheffen.

Mijne ziel wordt als met de heerlijkste spijze verzadigd, en niet blijde lippen prijst U mijn mond

Als ik aan ü denk op mijne legerstede, als ik in den mor-genstondU vvergedachtig ben. Gij toch waart mijn helper.


-ocr page 211-

— 187 -

Et in velamento alarum tuarum exultabo ; adhacsit anima mea post te : * ine suacepit dextera tua.

Ipsi vero in vanum qute-sierunt animam meam ; iu-troibunt in inferiora terras:* tiadentur in manus gladii, partes vulpium erunt.

Eex vero hetabitnr in Deo; laudabuntur ounies qui jurant in eo, quia ob-Btructum est os loquenti-um iniqua.

En onder do schaduw uwer vleugelen zalik juichen.Mijne ziel hecht zich aan U en volgt U; uwe rechterhand ondersteunt mij.

Doch zij. te vergeefs zoeken zij mijne ziel; de diepten dei-aarde zullen zij ingaan ; zij zullen overgeleverd worden aan het geweld des zwaards en de prooi zijn der vossen.

Maar de Koning zal zich in God verblijden. Allen, die bij Hem zweren, zullen juichen, omdat de mond der lasteraars verstomd is.


Men zeyt niet Gloria Patri. Psalmus ö6.

Deus misereatur nostri, et benedicat nobis * illu-minet vultum suuui super nos, et misereatur nostri.

Ut cognoscamus in terra viam tuam, * in omnibus geutibus salutare tuum.

Confiteantur tibipopuli, Deus : * confiteantur tibi populi omnes.

Lactentur et exultent. gentcs: * quoniam judicas populos in aequitate, et gentes in terra dirigis.

Confiteantur tibipopuli, Deus; confiteantur tibi populi omnes: * terra dcdit fructum suum.

God zij ons genadig en ze-gene ons ; Hij doe zijn aangezicht over ons lichten en zij ons genadig.

Opdat wij op aarde uweu weg kennen, onder alle volkeren uw heil!

Dat de volkeren TJ loven, o God: dat alle volkeren U loven!

Dat de natiën zich verheugen 011 juichen, omdat Gij do volkeren regeert met gerechtigheid en de natiën op aarde bestuurt.

Dat de volkeren U loven, o God; dat alle volkeren U loven ! Do aarde heeft haro vrucht gegeven.


-ocr page 212-

- 188 -

Benedicatnos Deus, Deus noster; benedicat nos Deus: * et inetuant eum ouines fines teme.

Gloria Patri, etc.

Canticum triüm Püeeo-eüm. {Dan. III.')

C. Benedicite, omnia opera Domini, Domino : * laudate et superexaltate eum in srecula.

Benedicite, angeli Do-mini, Domino; * benedicite, coeli, Domino.

Benedicite, aquas om-nes quae super coclos sunt, Domiuo; * benedicite, omnes virtutes Domini, Domino.

Benedicite, sol et luna, Domiuo; * benedicite, steilte cccli, Domino.

Benedicite, onmis i mber et ros, Domino ; * benedicite, omnes spiritus Dei, Domino

Benedicite, ignis et aes-tus, Domino; * benedicite, frigus et aestus, Domino.

Benedicite,rores et prui-na, Domino ; * benedicite, gelu et frigus. Domino.

Benedicite, glacies et nives Domino; * benedicite, noctes et dies. Domino.

Benedicite, lux et tene-

God zegeno ons, Hij onze God ! Dat God ons zegene, en dat al de eindpalen der aarde Hem vreezen.

Glorie zij den Vader. enz.

Lofzang dek deie Jongelingen.

Looft den Heer, gij alle werken des Heeren; looft en ver-lieft Hem in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij Engelen des Heeren ; looft, gij hemelen, den Heer.

Looft den Heer, alle wateren, die boven de hemelen zijt; looft, alle krachten des Heeren, den Heer.

Looft den Heer, gij zon en maan; looft, gij sterren des hemels, den Heer.

Looft den Heer, gij regen en dauw; alle geesten van God, looft den Heer.

Looft den Heer, vuur en hitte; koude en warmte, looft den Heer.

Looft den Heer, dauw en rijm; vorst en koude, looft den Heer.

Looft den Heer, ijs en sneeuw, nachten en dagen, looft den Heer.

Looft den Heer, licht en


-ocr page 213-

— 189 —

bras, Domino ; * benedi-cite, fulgura et Jiubes, Domino.

Benedicat terra Domi-num; * laudet et super-exaltet eum in saicula.

Benedicite, montea et collea, Domino ; * benedicite, universa germinantia in terra. Domino.

Benedicite, fontes, Domino ; * benedicite, maria et fiumina. Domino.

Benedicite, cete et omnia quas moventurin aquis. Domino ; * benedicite, om-nes volucrescoeli, Domino.

Benedicite, omnes bes-tiaj et pecora, Domino ; * benedicite, filii hominum. Domino.

Benedicat Israël Domi-num : * laudet et super-exaltet eum in soBcula.

Benedicite, sacerdotes Domini, Domino ; * benedicite, servi Domini, Domino.

Benedicite, spiritus et anim.'o justorum, Domino; * benedicite, sancti et Im-miles corde. Domino.

Benedicite, Anania, Azaria, Misaël, Domino ; * landate et superexaltate eum in ssecula.

Benedicamus Patrem, et Filium, cum Sancto duisternissen; bliksems en wolken, looft den Heer.

Dat de aardo den Heer love. Hem prijze en hoog verlieffe in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij bergen en heuvelen ; al wat op aarde ontspruit, looft den Heer.

Looft den Heer, gij waterbronnen ; zeeën en stroomen, looft den Heer.

Looft den Heer, gij wal-visschen, en al wat zich in de wateren beweegt; dat alle vogelen des hemels den Heer loven.

Looft den Heer, allo dieren en vee; looft, gij kinderen der menschen den Heer.

Dat Israël den Heer lovo. Hem prijze en hoog verheffe in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij priesters des Heeren ; dienaars des Heeren, looft den Heer.

Looft den Heer, gij geesten en zielen der rechtvaardigen; heiligen en ootmoedigeu van harte, looft den Heer.

Looft den Heer, Ananias, Azarias, Jlisaël; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

Loven wij den Vader, en den Zoon en den Heiligen


-ocr page 214-

— 190 —

Spiritu ; * laudemus et euperexaltemus eum in eaccuhi.

JJenedietus es, Domine, ia firmamento cneli; * et laudabilis et gloriosus et Euperexaltatus in sceenla.

PSAL

C. Laudate Domimnn de ccelis; * laudate eum in excel sis.

Laudate eum, omues Angeliejus; * laudate eum, omues virtutes ejus.

Laudate eum, sol et luna: * laudate eum, omues stellai et lumen.

Laudate eum, cccli ccelo-j um: * et aqua; omnes ((ua; super coelos sunt, laudent nomen Domini.

Quia ipse dixit, et facta sunt: * ipse mandavit, et creata sunt

Statuit ea in aiteruum et in Sceculum sïeculi ; * prasceptum posuit, et non praeteribit.

Laudate Dominum de lerra, * dracoues et omnes abyssi.

Ignis, grando, nix, gla-cies, spiritus procella-rum, * quie faciunt verbum ejus.

Monies etomnescolles;*

Geest, prijzen en verheffen wij Hem hoog in eeuwigheid.

Geloofd zijt Gij, o Heer, in het uitspansel de hemels, lofwaardig, en glorierijk en hooogverheven in eeuwigheid

ii us 1-18.

Looft den Heer van uit de Hemelen, looft Hem in den

hooge!

Looft Hem, al zijne Engelen; looft Hem, al zijne heir-scharen!

Looft Hem, zon en maan, looft Hem, alle sterren en licht 1

Looft Hem , hemelen der hemelen, en alle wateren, die boven de hemelen zijn !

Dat zij den naam des Hoeren loven, want Hij sprak, en zij werden; Hij beval en zij waren geschapen.

Hij gaf hun een bestaan voor altijd, en voor eeuwig; Hij stelde hun eene wet, die zij niet overtreden.

Looft den Heer op aarde, gij zeegedrochten en alle afgronden !

Vuur en hagel, sneeuw, ijs en orkanen, die zijn woord volvoeren!

Bergen en alle heuvelen.


-ocr page 215-

- 191 -

ligna fnictifera et omnes cedri;

IBostice et universa po-cora; * serpentes etvolu-cres pennat®.Bostice et universa po-cora; * serpentes etvolu-cres pennat®.

Regea tenw et omnes populi; * principes et omnes judices terne ;

Juvenes et virgines, se nes cum junioribus, lau-dent nomen Domini ; * quia exaltatum est nomen ejus solius.

Confeasio ej is super coe-lum et terrain, * et exal-tavit cornu populi sui.

Hymnus omnibus Sanctis ejus, * liliis Israël, populo appropinquanti sibi.

Men zcyt nu PsAL]

Cantate Domino canti-cum novum : * laus ejus in ecclesia Sanctorum.

Ljetetnr Israel in eo qui fecit eutn ; * et filii Sion exultent in llego suo.

Laudent nomen ejus in choro: '* in tijmpano, et psalterio psallant ei.

Quia beneplacitum est Domino in populo suo, * et exultabit innnsuetos in salutem.

vruchtboomen en alle ceders.

Wilde dieren en alle vee, kruipend gedierte en gevogelte !

Gij, koningen der aarde, en alle volken, vorsten en alle rechters der aarde!

Jongelingen en maagden, grijsaards en kinderen, dat zij den naam des Heeren loven: want zijn naam alleen is hoog verheven.

Zijn roem is over hemel en aarde, Hij verhief den hoorn zijns volks.

Een lofzang is Hij voor alle zijne heiligen, Israels kinderen, het volk, dat Hem nadert.

! Gloria Patri.

:us 149,

Zingt den Heer een nieuw lied, zijn lof zij in de vergadering der heiligen.

Dat Israël zich verblijde over Hem, die het maakte (tot een volk), en Sions zonen zich verheugen over hunnen Koning.

Dat zij met reigezang zijnen naam loven, met pauk en harp Hem lof zingen;

Want de Heer heeft welgevallen in zijn volk. Hij verheft do zac]itmoedis:cn ten heil.


J

-ocr page 216-

— 188 -

Benedicatnos Deua, Deus noster; benedicat nos Deus: * et metuant eum omnes fines terrse.

Gloria Patri, etc.

Canticum triom Puero-hüm. {Dan. ///.)

C. Benedicite, omnia opera Domini, Domino : * laudate et superexaltate eum in saïcula.

Benedicite, angeli Do-mini, Domino; * benedicite, coeli. Domino.

Benedicite, aquas om-nes quae super coelos sunt, Domino; * benedicite, omnes virtutes Domini, Domino.

Benedicite, sol et luna. Domino; * benedicite, stellas cccli, Domino.

Benedicite, omnis i mber et ros, Domino; * benedicite, omnes spiritus Dei, Domino.

Benedicite, ignis et £68-tus. Domino; * benedicite, frigus et aestus, Domino.

Benedicite,rores etprui-na, Domino ; * benedicite, gelu et frigus. Domino.

Benedicite, glacies et nives Domino ; * benedicite, noctes et dies. Domino.

Benedicite, lusettene-

God zegeno ons, Hij onze God ! Dat God ons zegene, en dat al de eindpalen der aarde Hem vreezen.

Glorie zij den Vader. enz.

Lofzang der drie Jongelingen.

Looft den Heer, gij alle werken des Heeren; looft en verheft Hem in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij Engelen des Heeren ; looft, gij hemelen, den Heer.

Looft den Heer, alle wateren, die boven de hemelen zijt; looft, alle krachten des Heeren, den Heer.

Looft den Heer, gij zon en maan; looft, gij sterren des hemels, den Heer.

Looft den Heer, gij regen en dauw; alle geesten van God, looft den Heer.

Looft den Heer, vuur en hitte; koude en warmte, looft den Heer.

Looft den Heer, dauw en rijm; vorst en koude, looft den Heer,

Looft den Heer, ijs en sneeuw, nachten en dagen, looft den Heer.

Looft den Heer, licht en


-ocr page 217-

— 189 —

brtc, Domino ; * benedi-cite, fulgura et mibes, Domino.

Benedicat terra Domi-num ; * laudet et auper-exaltet eum in sajcula.

Benedioite, inontes et colles, Domino ; * benedi-cite, universa germinantia in terra, Domino.

Benedicite, fontes, Domino ; * benedicite, maria et fiumina, Domino.

Benedicite, cete et omnia quas moventurin aquis, Domino ;* benedicite, om-nes vohicrescocli, Domino.

Benedicite, omnes bes-tia; et pecora, Domino ; * benedicite, filii hominiim, Domino.

Benedicat Israël Domi-num : * laudet et super-exaltet eum in sascula.

Benedicite, sacerdotes Domini, Domino ; * benedicite, servi Domini, Domino.

Benedicite, spiritus et animre justorum, Domino; * benedicite, sancti et liu-miles corde, Domino.

Benedicite, Anania, Azai'ia, Misaël, Domino; * laudate et superexaltate eum in sajcula.

Benedieamua Patrem, et Filium, eum Sancto duisternissen; bliksems en wolken, looft den Heer.

Dat de aarde den Heer love, Hem prijze en hoog rerhefïe in eeuwigheid.

Looft den Heer, gij bergen en heuvelen ; al wat op aarde ontspruit, looft den Heer.

Looft den Heer, gij waterbronnen ; zeeën en stroomen, looft den Heer.

Looft den Heer, gij wal-visschen, en al wat zicli in de wateren beweegt; dat alle vogelen des hemels den Heer loven.

Looft den Heer. alle dieren en vee ; looft, gij kinderen der menschen den Heer.

Dat Israël den Heer lovo. Hem prijze en hoog verhetFe in eeuwigheid,

Looft den Heer, gij priesters des Heeren ; dienaars des Heeren, looft den Heer.

Looft den Heer, gij geesten en zielen der rechtvaardigen; heiligen en ootmoedigon van harte, looft den Heer.

Looft den Heer, Ananias, Azarias, Misaël; looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid.

Loven wij den Vader, en den Zoon en den Heiligen

O


-ocr page 218-

— 190 —

Spiritu : * laudemus et superexaltemus eum in erecula.

Benedictus es, Domine, in firmaiuento croli; * et laudabilis efc gloriosus et superexaltatus in scerala.

Geest, prijzen en verheffen wij Hem hoog in eeuwigheid.

Geloofd zijt Gij, o Heer, in het uitspansel de hemels, lofwaardig, en glorierijk en hooogverheven in eeuwigheid


psalmds 1-18.

C. Laudate Dominmn de coslis ; * laudate eum in oxcelsis.

Laudate cum, ouines Angeliejus: * laudate eum, caiaes virtutes ojas.

Laudate eum, eol et luna : * laudate eum, om-]ies stellas et lumen.

Laudate eum, cocli coulo-j um : * et aqiue omnes ([ua? super eoelos sunt, laudent nomen Domini.

Quia ipse dixit, et facta sunt: * ipse mandavit, et creata sunt

Statuit ea in asternum ot in sseculum steculi : * prasceptum posuit, et non prtcteribit.

Laudate Doniinum de ierra, * dracones et omnes ivbyssi.

Ignis, grando, nix, gla-(des, spiritus procella-i-um, * ([lue faciunt verbum ejus.

Monies etomnescolles;*

Looft den lieer van uit de Hemelen, looft Hem in den

hooge!

Looft Hem, al zijne Engelen; looft Hem, al zijne heir-scharen!

Looft Hem, zon en maan, looft Hem, alle sterren en licht 1

Looft Hem, hemelen der hemelen, en alle wateren, die boven de hemelen zijn!

Dat zij den naam des Hee-ren loven, want Hij sprak, en zij werden; Hij beval en zij waren geschapen.

Hij gaf hun een bestaan voor altijd, en voor eeuwig; Hij stelde hun eene wet, die zij niet overtreden.

Looft den Heer op aarde, gij zeegedrochten en alle aL grondon!

Vuur en hagel, sneeuw, ijs en orkanen, die zijn woord volvoeren!

Bergen en alle heuvelen,


-ocr page 219-

— 191 -

ligna fruetifera et omnes cedri;

Bostia3 efc universa po-eora; * serpentes etvolu-cres peniial».

Eeges terrw et omnes ])opuli; * principes et omnes judiees terne ;

Juvenes et virgines, se nes etim jiuiioribus, lau-dent nomen Domini; * quia exaltatum est nomen ejus solius.

Gonfessio ej is super ccu-lum et terrain, * et exal-tavit cornu populi sui.

Hymnus omnibus Sanctis ejus, * liliis Israël, populo appropinquanti sibi.

vruelitboomcn en alle ceders.

Wilde dieren en allo vee, kruipend gedierte en gevogelte !

Gij, koningen der aarde, en alle volken, vorsten en alle rechters der aarde!

Jongelingen en maagden, grijsaards en kinderen, dat zij den naam dos Heeren loven: want zijn naam alleen is boog verheven.

Zijn roem is over hemel en aarde, Hij verhief den hoorn zijns volks.

Een lofzang is Hij voor alle zijne heiligen, Israels kinderen, het volk, dat Hem nadert.


Men zeyt niet Gloria Patri. Psalmcs 149.

Cantate Domino canti-cum novum : * lans ejus in ecclesia Sanctorum.

Lsetetur Israel in eo qni fecit eum; * et tilii Sion exultent in Eogc suo.

Laudent nomen ejus in choro: * in tijmpano, et psalterio psallant ei.

Quia beneplacitum est Domino in populo suo, * et exaltabit mnnsuetos in salutem.

Zingt den Heer een nieuw lied, zijn lof zij in de vergadering der heiligen.

Dat Israël zich verblijde over Hem, die het maakte (tot een volk), en Sions zonen zich verheugen over hunnen Koning.

Dat zij met reigezang zijnen naam loven, met pauk en harp Hem lof zingen;

Want de Heer heeft welgevallen in zijn volk. Hij verheft de zacht moedigen ton heil.


-ocr page 220-

— 192

Exultabunt saucti in gloria; * loetabuntur in cubilibus suis.

Exaltationes Dei in gut-ture eomm, * et gladii an-eipitos in manibus eorum;

Ad faciendam vindictam in nationibus * increpali-ones in populis:

Ad alligandos regea eorum in compedibus, * et nobiles eorum in mani-cis lerreis.

Utfaciantin eis judicium conscriptum; * gloria hasc est omnibus sanctis ejus.

Men :egl

LaudateeuinDominum in Sanctis ejus; # laudate eum in fiimamento virtutis ejus.

Laudate eum in virtutibus ejus: * laudate eum secundum multitudinem raagnitudinis ejus,

Laudate eum in sono tu-ba3; * laudate eum in psalterio et cithara.

Laudate eum in tym-pano et choro: * laudate eum in chordis etorgaiio.

Laudate eum in cym-

Dat de vromen zicli verblijden om de eer, dat zij juichen in hunne rustplaatsen.

De lof van God ia op hunne lippen, en tweesnijdende zwaarden zijn in hunne handen.

Om wraak te oefenen aan de heidenen, en strafgerich-ten aan de volkeren, om hunne koningen te boeien met ketenen, en hunne rijks-grooten met ijzeren kluisters ;

Om het beschreven oordeel aan hen uit te voeren; dit zal de roem zijn van al zijne vromen.

l Gloria Patri.

[üs 150.

Looft den Heer in zijn Heiligdom, looft Hem in het uitspansel zijner heerlijkheid!

Looft Hem om zijne machtige daden, looft Hem volgens de menigte zijner grootheden.

Looft Hem met bazuingeschal, looft Hem met fluit en harp !

Looft Hem met pauken en reigezang, looft Hem met snaar en orgelspel!

Looft Hem met welluiden-


-ocr page 221-

— 193 —

balisbenesonantibus; lau • date earn in cymbalis jn-bilationis ; * omnis spiritus laudet Dominum.

Gloria Patri, etc.

yinl. Post partum, Virgo, inviolata permansisti; Dei Genitrix, intercede pro nobis.

de cimbalen vol jubel, al wat ademt love den Heer !

Glorie zij den Vader, enz.

Anl. Na het baren zijtGij eene onbevlekte Maagd gebleven ; Moeder Gods, bid voor ons.


Capitülum. Eccl. 20, 24.

Even als do wijnstok heb ik aangename geuren verspreid : en mijne bloemen hebben vruchten van deugd en zuiverheid geleverd.

n. God zij gedankt.

Hymncs.

f Ego quasi vitis fructi-ficavi suavitatem odoris, et flores mei fructus ho noris et honestatis.

k. Deo Gratias.

C. O Gloriosa Domina, Excelsa super sidera,

Qui te creavit provide, Lactasti sacro ubere.

Quod Eva tristis abstulit, Tu reddis almo germine ;

Intrent ut astra flebiles,

Cceli fenestra facta es.

Tu Eegis alti janua.

Et porta lucis fulgida,

Vitam datam per Virgi-I nem.

O allerglorierijkste Maagd,

Verheven lichtster, ons ge-[daagd,

Hij, die (J schiep, is als uw kind

Door U gevoedsterd en be-[mind.

Het heil,dat Evadeed vergaan,

Biedt Ge in uw god'lijk Kind [weer aan;

Voor ons, die weenden in het [stof,

Ontsluit uw hand het hemelhof.

Gij zijt des grooten Ko-nings poort,

Zijn hof, van stralend licht doorgloord;

Verlosten juicht ! Want uit de Maagd,


-ocr page 222-

— 194 -

Geutes redemptfe plau-| dite.

Maria Mater gratia*, Mater misericordirc, Tu «os ab hoste protege,

Et bora mortis suscipe.

Gloria tibi Domino, Qui natus es do Virgine,

Cum Patre et sancto Spi-[riti,

In sempiterna ssecula. Amen.

V. v. Elegit eam Deus, et prseelegit eam.

B. Et habitare eam facit in tabernaculo suo.

Canticdm Za

C- Benedictus Domi-nus. Dens Israel, * quia visitavit et iecitredemp-tionem plebis suoe.

Et orexit cornn salutis nobis, * in domo David pueri sui.

Sicut locutus est per os sanctorum, * qui a sascnlo sunt, proplietarum ejus,

Salutem ex inimicis nostris, * et de manu omnium qui oderunt nos; Ad faciendam miseri-

Is u weer 't leven opgedaagd.

O Maria, Moedor van genade. Moeder van barmhartigheid; Tegen den vijand bescherm ons,

En bij ons laatste uur, ontvangt ons.

Glorie aan IJ o HeerI Die uit eene Maagd geboren zijt,

Glorie aan den Vaderenden

Heiligen Geest,

In alle eeuwen.

Amen.

V. v. God heeft Haar onder alle schepsels uitverkoren.

li. En heeft Haar gehuig. vest in zijn tabernakel.

3iiaeiae (Luc. 1.)

Gezegend zij de Heer,de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en verlossing bewerkt;

En Hij heeft ons een hoorn van heil opgericht in het huis van zijnen dienaar David.

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond van zijne heilige aloude profeten.

Verlossing van onze vijanden, en uit de hand van allen, die ons haten ;

Om barmhartigheid te doen


-ocr page 223-

— 195 -

cordiam cum patribus nostris, * et raemorari tos-tamenti sui sancti;

Jusjurandura, quod ju-ravit ad A braham patrem nostrum, * daturum so nobis,

Ut sine timore de manu inimicorum nostrorum li-berati, * serviamus illi, lu sanctitate et justi-tia coram ipso, * omnibus diebus nostris.

Et tu, puer, Propheta AUissimi vooaberis; * prseibis enim ante faci(.m Domini, parare vias ejus,

Ad dandam scientiam salutis plebi ejus, * in remissionem peccatorum eorum :

Per viscera misericor-diaj Dei nostri, #in quibus visitavit nos Oriens ex alto,

Illumiuare liis qui in tenebris et in umbra mortis sedent: * ad dirigen-dos pedes nostros in viam paeis.

Gloria Patri, etc.

aan onze vaderen, en zijn heilig verbond gedachtig te wezen.

Den eed, dien Hij gezworen heeft aan Abraham onzen vader, ons te zullen geven.

Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost, Hem zonder vreeze dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, geheel ons leven.

En gij, mijn kind, zult een profeet des Allerhoogsten genoemd worden; want gij zult liet aanschijn des Hee-ren vooruittreden om zijne wegen te bereiden.

Om aan zijn volk de kennis des heils te geven, ter vergeving hunner zonden;

Door de innige barmhartigheid van onzen God, waarmede ons de opgaande uit den hooge bezoekt

Om hen te verlichten, die in duisternissen en in de schaduwe des doods gezeten zijn, om ouzo schreden te richten naar den weg des vredes.

Glorie zij den Vader, enz.


Van Maria Lichtmis tot Paschen, en van de II Drievuldigheid tot den Advent.

Ant. O GJoriosa Dei j Ant. O Glorievolle Moeder Genitrix, virgo semper | Gods. Maria altoos Maagd,

-ocr page 224-

196 —

Maria, quae Dominum omnium meruisti portare, et Regem Angelorum sola Virgo lactare; nostri, (iu®-sumus, pia, memorare, et pro nobis Christum depro-caro, ut tuis fulti patroci-niis, ad coelestia regna mereamur pervenire.

f v. Domine, exaudi orationem meam.

b. Et clamor mens ad te veniat.

f oremus.

Concede nos famulos tuos, qusosumus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere, et gloriosa beataj Marias semper virginis inlerces-sione, a praesenti liberari tristitia, et aeterna perfrui lEBtitia. Per Christum Dominum nostrum r. Amen.

die verdiend hebt in uwen schoot te dragen den Heer aller dingen, en te voeden met uwe melk den Koning der Engelen, wij bidden U liefelijke Maagd, onzer te willen gedenken bij Jezus Christus, opdat wij, door Uwe bescherming gesteund , het hemelsche Rijk mogen bereiken.

v. Hoer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

la.at ons bidden.

Heer God, wij bidden U, verleen ons een voortduren-den welstand naar ziel en lichaam; en dat wij, door do verheven bemiddeling dei-Heilige Maria, altoos Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost mogen worden, en de eeuwige vreugde genieten. Door Christus, onzen Heer. n. Amen.


Gedurende den Advent.

Ant. Spiritus Sanctus in te descendet, Maria ; ne timeas, habebis in utero Eilium Dei. Alleluia, fv. Oomine,exaudi,etc.

Ant. Dc Heilige Geest zal in ii nederdalen, O Maria, vrees niet, gij zult denZoon Gods ontvangen. Alleluia, v. Heer, verhoor mijn gebed


-ocr page 225-

n. Et clamor mens ad te veniat.

f OREMUS.

Deus, qui de beataj Marife Virginis uterc Verbum tnum , Angelo nuntiante, carnem susci-pere voluisti: prresta sup-plicibus tuis, ut qui vere earn Gcnetricem Dei ere-dimus, ejus apud te in-tercessionibus adjuvemur. Per eumdem Christum Domiuum nostrum.

u. Amen.

Van Kerstmis

yjnt. G enuisti puerpera Eegem, cui nomen seter-num; et gaudia matris habens cnm virginitatis honore; nee primam simi-lem visa es, nee habere sequentem.

fv. Domine,exaudi,etc.

ii. Et clamor meus ad te veniat.

t OHEMDS.

Deus, qui salutis fcter-nae, beatce Marise virgini-tato fcecunda, humano ge-neri p r re ra ia prnsstitisti:

R. En mijn geroep kome

LAAT ONS BIDDEN.

God, die gewild hebt, dat uw Woord, bij de boodschap des Engels, de mensehelijke natuur uit den schoot der H. Maagd Maria zoude aannemen, verleen ons, die U smee-ken, dat wij, die gelooven dat zij waarlijk de Moeder van God is, door hare tus-schenkomst bij (J mogen geholpen worden. Door denzelfden Christus onzen Heer.

E. Amen.

tot Maria Lichtmis.

Eene Maagd heeft den Koning gebaard, wiens naam eeuwig is : zij heeft de moederlijke genoegens vereenigd met de eer der maagden; niemand heeft haar geeven-aard, noch voor noch na haar.

T. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot TJ.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die den prijs der eeuwige zaligheid, door den vruchtbaren maagdom van de H.Maria aan liet menschdom hebt


-ocr page 226-

— 198

tribuo, quassumus, ut ip sam pro nobis intercedere sentiamus, per quam me-ruimus Auctorum vita; suscipere, Christum Do-minum nostrum, r Amen.

Van Paschen tot

Ant. Beata Dei Geui-trix, Maria, virgo perpe-tua, templum Domini, sa-crarium Spiritus Sancti, tu sola sine exemplo pla cuisti Domino nostro Jesu Christo ; ora pro populo, interveni pro clero, intercede pro devoto femineo sexu. Alleluia, alleluia, alleluia,

fv-Domine, exaudi, etc.

u. Et clamor mens ad te veniat.

f OREMUS.

Concede nos famulos tuos, quresuraus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere, et gloriosa beata; Maria; semper virgiuis interces-sione, a praisenli liberari tristitia, et aiterna perfrui lastitia Per Christum Do-minum nostrum.

r. Amen.

verleend ; geef, bidden wij U, dat wij de voorspraak mogen ondervinden van Haar. door wie wij den oorsprong des levenshebben mogen ontvangen, Onzen Heer Jezus-Christus.

Amen.

Ie H. Drievuldigheid.

Ant. Heilige Moeder Gods Maria, altijd Maagd, 's Hee-ren Tempel, Heiligdom van den H. Geest,Gij alleen waart voorbeeldelooswelgevallig aan onzen Heer Jezus-Christus. Bid voor het volk, bid voor de geestelijken, wees eene middelares voor bet godvruchtig vrouwengeslacht, Alleluia, Alleluia. Alleluia.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

laat ons bidden.

lieer God, wij bidden U, verleen ons eenen voortduren-den welstand naar ziel en lichaam ; en dat wij, door de verheven bemiddeling der Heilige Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost mogen worden, en de eeuwige vreugde genieten. Door Christus onzen Heer.

k. Amen.


-ocr page 227-

— 199 —

Goduchtenis aai

AnL. Benedictüs l{e-Jemptor omnium, qui sa-luti providens hominum, mundo dedit sanctum Do-minicum.

t v. Lex Dei ejus in corde ipsius.

H.Et non supplantabun-tur gressus ejus.

f oremus.

Deus, qui Ecclesiam tuam beatil lominicijCon fessoris tui, Patris nostri, illuminare dignatus es mentis et doctrinis: concede ut, ejiisintercessione, tem-poralibus non destituatur auxiliis, et spivitualibus semper proficiat inore-mentis. Per Christum Do-minum nostrum. e.Amen

Gedachtenis der

Anl O quam felix gloria semper estSanctorum! quam praclara merita sunt Prasdicatorum, quorum verbo etoperemuu-dus decoratur, eoruinque munere mens consolida-tur !

f v. Exultabunt Sancti iu gloria.

it. Ltetabuniur in cu-bilibus suis.

den II. Dominicus.

Ant. Gezegend zij de Verlosser aller menschen, die, in hun heil willende voorzien, den Heiligen Dominicus aan de wereld geschonken heeft.

t. De wet Gods is in zijn hart.

e. En zijne stappen zullen niet misleid worden.

laat ons bidden.

O God, die U gewaardigd hebt Uwe Kerk te verlichten door de verdiensten en de ieer van den gelukzaligen Dominicus, Uwen belijder en onzen Vader; zorg dat zij, door zijne bemiddeling, nooit aan tijdelijke hulp gebrek hebbe, en dat zij altijd hare geestelijke voordeelen vermeerdere. Door onzen Heer, Jezus Christus, b. Am.

Heiligen der Orde.

Ant. O ! wat is de roem der Heiligen gelukkig ! Wat zijn de verdiensten der Predik-heeren bewonderenswaardig ! hun woord en hunne werken verrijken de wereld, en hun geluk bevestigt de hoop !

t Hunne Heiligen verblijden zicb in de gelukzaligheid.

e. Zij verheugen zich in hunne rust.


-ocr page 228-

laat ons bidden.

f ohbmüs.

Concede, quajsumus, omnipotens Deus, ut ad meliorem vitam Sanctorum Ordinis nostri exein-pla nos provocent; qua-tenus quorum memoriam agimus,etiam actus imite-mur. Per Christum Domi-num nostrum, r. Amen

Gedachtenis

Ant. Sancti Dei omnes, intercedere dignemini pro nostra omniumque salute.

t v. Orate pro nobis, omnes Sancti Dei.

ij. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

t oremus.

Tribue, quassumus, Do-mine, Sanctos tuosjugiter pro nobis orare. et eos clementer esaudire dig-neris Per Christum Do-minum nostrum. r.Amen.

Voor

Ant. Da pacem, Domino, in diebus nostris, quia non est alius qui pugnet pro nobis, nisi tu Deus noster.

ü Almachtige God, geef, door uwe genade, dat de voorbeelden van de Heiligen der Orde, ons aansporen tot een beter leven, opdat wij, door hunne gedachtenis tevereeren, ook hunne deugden navolgen. Door Jezus Christus onzen Heer. r. Amen.

aan alle Heiligen.

Ant. O Heiligen Gods, ge-waardigt U, door uwe bemiddeling, ons heil en dat van alle menschen te verzekeren

t. Heiligen Gods, bid voor ons.

r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

laat ons bidden.

O Heer, wij smeeken U, al de gebeden der Heiligen voor ons, gunstig aan te nemen, en dezelve met goedheid te willen verhoeren. Door Jezus-Chris-tus, onzen Heer. k. Amen.

len Vrede.

Ant. Geef ons nu den vrede o Heer; Gij zijt onzen God. Gij alleen kunt voor ons, onze vijanden bestrijden.


-ocr page 229-

- 201 —

t v. Fiat pax in virtute tua.

K. Et abundantia in turribus tuis.

f oremits

Deus, a quo sancla de-sideria, recta concilia et j usta sunt opera; da servis tuis illam, quam mundus dare non potest, pacem : ut et corda nostra manda-tis tuis dedita, et hostium sublata formidine, tempora sint tua protectione tranquilla. Per Dominum nostrum Jesum Christum, etc.

t v. Domine, esaudi orationem meam.

r Et clamor meus ad te veniat.

t v. Benedicamus Domino,

r. Deo gratias. f v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

v. Vrede zij binnen uwe muren.

e. En welvaren in uwo paleizen.

iaat oks bidden.

O God, die onze verlangens heiligt, evenals onze rechtschapen voornemens en onze rechtvaardige werken, verleen aan uwe dienaren dezen vrede, dien de wereld niet kan geven; opdat onze harten aan uwe bevelen onderworpen zijn, en dat, nadat alle vrees voor den vijand verdwenen zij, onze tijd kalm worde onder Uwe bescherming.Dooronzcn lieer, Jezus-Christus, uwen Zoon, enz.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

ii. En mijn geroep kome tot D.

v. Loven wij den lieer.

r. God zij gedankt.

t. Wees gegroet Maria, vol van genade, enz.


AD PEIMAM.

t Ave Maria, gratia plena; Dominns tecum.

r. Benedicta tu in mu-lieribus; et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, do lieer is met

TJ.

r. Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vruelit uws lichaams, Jezus.


14

-ocr page 230-

— 202 —

f v.Deus,inadjutorium meum intende.

k. Domine, ad adjuTan-dum me festina.

Gloria Patri, etc. Alleluia, of Laus tibi Domine, Eex teternre gloria.

v. God, geef acht op mijne hulp.

k. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz. Alleluia, o/Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige glorie.


C. Memento, salutis Auctor,

Quodnostri quondam corporis.

Ex illibata Virgine

Nascendo, formam sump-seris.

Maria, Mater gratia;.

Mater misericordiaj,

Tu nos ab hoste protege.

Et hora mortis suscipe.

Gloria tibi, Domine,

Qui natus es de Virgine,

Gum Patre et Saneto Spirit u,

In sempiterna Siecula. Amen,

Gedenk, Schepper van mijn heil.

Geboren uit de Maagd zoo rein,

In vormen van het sterflijk

lichaam,

Aan ons gelijk hebt willen zijn.

O Maria, Moeder van genade. Moeder van Barmhartigheid, Tegen den vijand bescherm ons.

En bij ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan U o Heer, Die uit een Maagd geboren

zijt,

Glorie aan den Vader en den

Heiligen Geest,

In alle eeuwen.

Amen.


psalmub 119.

O. Ad Dominum cum tribularer clamavi: * et exaudivit me.

In mijne bedruktheid riep ik tot den Heer, en hij verhoorde mij.


-ocr page 231-

— 203 —

Domine,libera animam meam a labiis iniquis,*et a lingua dolosa.

Quid detur tibi, aut quid apponatur tibi, * ad linguam dolosam ?

Sagit t® potentis acutas, *eum carbonibus desola-toriia.

Heu mihi! quia incola-tus meus prolongatus est: habitavi cum habitantibus Cedar; * multum incola f uit anima mea.

Cum bis qui oderunt pacem, eram pacificus : * cum loquebar illis, im-pugnabant, me gratis.

Gloria Patri, etc.

Red, o Heer, mijne ziel van booze lippen en valscbe tongen

Wat zal men u geven, of wat zal uwe toegift zijn, voor uwe valscbe tong?

Scherpe schichten eens sterken, met verwoestende vuurkolen.

Wee mij, dat mijne vreemdelingschap zoo lang duurt, dat ik wone met de inwoners van Cedar! Lang genoeg reeds is mijne ziel uitlandig !

Met hen, die den vrede baten, was ik vreedzaam ; sprak ik hen toe, zij vielen zonder reden mij aan.

Glorie zij den Vader, enz.


PSALiMUS 120.

C. Levavi oculos meos in montes, * unde véniet auxilium mihi.

Auxilium meum a Domino, * qui fecit ccelum et terram.

Non det in commotio-nem pedem tuum ; neque dormitet qui custodit te.

Ecce non dormitabit neque dormiet, * qui custodit Israël.

Dominus custodit te, Dominus protectie tua, * super manum dexteram tuam.

Per diem sol non uret

Ik heb mijne oogen opgeheven naar de bergen, van waar mijne hulp komen zal.

Mijne bulp komt van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft

Hij late uwen voet niet wankelen ; uw behoeder sluimere niet.

Zie, hij zal niet sluimeren en niet slapen, Israels behoeder.

De Heer is uw behoeder, de Heer is uwe beschutting. Hij is aan uwe rechterhand.

Des daags zal u de zon niet


-ocr page 232-

— 204 —

te, * neque huia per noc-tem.

Dominus custodit te ab omni malo: * custodiat animam tuam Dominus.

Dominus custodiat in-troitum tuum et exitum tuum : * ex hoc nunc et usque in sseculum.

Gloria Patri, etc, schroeien, noch de maan u deren des nachts.

De Heer behoede u vooralle kwaad; de Hoer behoede uwe ziel!

De Heer behoede uwen in-en uitgang, van nu af tot. in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, enz.


psalmus 121.

Ik ben verheugd, dat tot mij gezegd is: wij gaan op naar het huis des Heeren!

' Onze voeten staan in uwe voorhoven, o Jerusalem!

Jerusalem, opgebouwd als eene samenhangende stad;

Daarheen gaan de stammen op, de stammen des Heeren, een gebod voor Israël, om den naam des Heeren te loven;

Want daar staan de stoelen des gerichts, de zetels van Davids huis.

Bidt om hetgeen Jerusalem tot vrede dient! en het moge hun welgaan die u liefhebben!

Vrede zij binnen uwe muren, en welvaren in uwe paleizen !

Om mijner broederen en vrienden wille spreek ik den vrede over u uit.

C. Laetatus sum in his qu£e dicta sunt mihi: * in domum Domini ibimus.

Stantes erant pedes! nostri, * in atriis tuis, Jerusalem.

Jerusalem,qua3 tedifica-tur ut civitas, * cujus par-ticipatio ejus in idipsum.

Illucenim ascenderunt tribus, tribus Domini, * testimonium Israël ad confilendum nomini Do-mini.

Quia illic sederunt se-des in judicio, * sedes super domum David.

Rogate qua} ad pacem sunt, Jerusalem,* etabun-dantia diligentibus to.

Fiat pax in virtute tua,* etabundantia in turribus tuis.

Propter fratres meos et proximos meos, #loque-bar pacem de te.

-ocr page 233-

_ 205 —

Propter domum Domini l)ei nostri; * qute-sivi bona tibi.

Gloria Patri, etc.

Ant. Dignare me lau-dare te, Virgo sacrata ; da mihi virtutem contra liostes tuos.

Om liet huis van den Heer, onzen God, verzoek ik wat u heilzaam is.

Glorie zij den Vader, enz.

Ant. Dat het ü behage, o Heilige Maagd, dat ik uwen lof verkon dige, en geef mij de kracht om uwe vijanden te bestrijden.


Capitülum. Eccl. 24.

t Ab initio et ante sïb-cula areata sum, et usque ad futurum soeculumnon desinam, et in habitatione sancta coram ipso mini-stravi.

r. Deo Gratias. v.R.Post partum, Virgo, :;:Inviolata permansisti.—

Post partum.....

V T. Dei Genitrix, intercede pro nobis. —*In-

violata.....

V. Gloria Patri, et 3?i-lio, et Spiritui Sancto. —

Post partum.....

V. v. Bonedicta tu in mulieribus.

K. Et benedictus fruc-tus ventris tui.

f v. Domine, exaudi orationem meam.

e. Et clamor meus ad te veniat.

Van af het begin, eu vóór alle eeuwen, ben ik geschapen geweest, en ik zal blijven tot in eeuwigheid, en ik heb voor hem mijn ambt vervuld in het heilige huis.

it. God zij gedankt. r. Na het baren zijt Gij eene onbevlekte Maagd gebleven — Na het baren.

v. Moeder Gods, bid voor ons, — Zijt gij eene Onbevlekte.

V. Glorie zij den Vader, en den Zoon en den Heiligen Geest — Na het baren.

v. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen.

r. En gezegend is de vrucht Uws lichaam s.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot


-ocr page 234-

206 —

t Oremcs.

G-ratiam tuain, quaesu-mus, Domine, mentibus nostris infunde; ut qui, Angelo mintiaiUe, Christi Filii tui incaniationeni cognovimus, per passio-nem ejus et crucem, ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eundem Dominum nostrum Jesuni Christum Filium tuuui. qui tecum Tivit et regnat, etc.

f v. Domine, exaudi orationem meam.

R. Et clamor mens ad te veniat.

f v. Benedicamus Domino

r. Deo gratias. t v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

laat ons bidden.

Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels, de mensch-wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheidder verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Jczus-Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, enz.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep koine tot

v. Loven wij den Heer.

r. God zij gedankt.

v. Wees gegroet Maria, vol van genade, enz.


AD TERTIAM.

t y. Ave, Maria, gratia plena; Dominus tecum.

r. Benedicta tu in mu-lieribus ; et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

v. Deus, in adjutorium meum intende.

r. Domine, ad adjuvan dum me festina.

Gloria Patri, etc.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U.

r. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht üws lichaamsjezus.

v. God, geef acht op mijne hulp.

r. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz.


-ocr page 235-

— 207 -

Alleluia of Laus tibi I Alleluia, o/Lof zij U Heer Domine, Eex ..jternae i Koning der eeuwige glorie, glorias.

htmnus.

C. Memento, salufcis Auctor.

Quod nostri quondam corporis.

Ex illibata Virgine.

Nascendo, formam sump-seris.

Maria, Mater gratia;,

Mater misericordias

Tu nos ab boste protege,

Et bora mortis suscipe.

Gloria tibi, Domine, Qui natus es de Virgine.

Cum Patre et sancto Spi-ritu.

In sempiterna scecula. Amen.

Gedenk, Schepper van mijn beil,

Geboren uit de Maagd zoo rein,

In vormen van het sterflijk lichaam.

Aan ons gelijk bebt willen zijn.

O Moeder van genade,

Moeder van barmhartigheid,

Tegen den vijand bescherm ons,

En bij ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan U, o Heer,

Die uit eene Maagd geboren zijt,

Glorie aan den Vader en den Heiligen Geest,

In alle eeuwen.

Amen


psalmüs 122.

C. Ad te levavi oculos meos, *qui habitas in coe-lis.

Ecce, sicut oculi servo-rum, * in manibus dominorum suorum.

Sicut oculi ancillaB in

Tot U heb ik mijne oogen opgeheven, tot U, die in den hemel woont.

Zie, gelijk de oogen der dienstknechten zich vestigen op de hand hunner heeren, en de oogen der dienst-


-ocr page 236-

- 208 —

manibus dominas sua;, * ita oculi nostri ad Domi-num Deum nostrum, donee misereatur nostri.

Miserere nostri Domino, miserere nostri:* quia multum repléti su-raus despectione :

Quia multum repleta est anima nostra : * opprobrium abundantibus et despectio superbis.

Gloria Patri, etc.

maagd op de hand barer meesteres; zóó zijn onze oogen gevestigd op den Heer, onzen God, totdat Hij zich onzer oi'tfenne.

Ontferm U onzer, o Heer, ontferm U onzer, want wij zijn met verachting overladen.

Want onze ziel is er van vervuld ; den dartelen zijn wij tot spot, den trotschen tot verguizing.

Glorie zij den Vader, enz.


psalmos 123.

C. Nisi quia Dominus erat in nobis, dlquot;,at nunc Israël: * nisi quia Dominus erat in nobis.

Cum exurgerent homines in nos,* forte vivos deglutissent nos.

Cum irasceretur furor eorum in nos, * forsitan aqua absorlmisset nos,

Torrentem pertransivit anima nostra: * forsitan pertransisset anima nostra aquam intolerabilem.

Benedictus Dominus, * qui non dedit nos in cap-tionem dentibus eorum.

Anima nostra sicut passer erepta est * de laqueo venantium.

Laqueus contritus est, * et nos liberati sumus.

Ware de Heer niet met ons geweest, zegge toch Israël, ware de Heer niet met ons geweest,

toen de menschen tegen ons opstonden; zouden zij ons wellicht levend hebben verzwolgen;

toen bun toom tegen ons ontbrandde, zouden de wateren ons weggevoerd hebben.

Onze ziel zou door een stroom zijn gegaan; onze ziel zou gegaan zijn door gronde-looze wateren.

Gezegend zij de Heer, die ons niet overgaf ten roof aan hunne tanden.

Onze ziel ontkwam als eene musch uit den strik des vogelaars ;

de strik is gebroken en wij zijn ontkomen.


-ocr page 237-

— 209 —

Adjutorium nostrum in Onze hulp is in den naam

nomine Domini, * qui fe- des Heeren, die hemel en aar-

cit coelum et terrara, de gemaakt heeft.

Gloria Patri, etc. Glorie zij den Vader, enz

psalmüs 124.

C. Qui confidunt in Domino, sieut mous Sion: * non commovébitur in ajternam, qüi habitat in Jerusalem.

Montesin circuituejus, *et Dominus in circuitu populi sui, ex hoc nunc, et usque in sasculum.

Quia non relinquet Do-minus virgam peccatorum super sortera justorum ; # ut non extendantjusti ad iniquitatem manus suas

Benefae, Domine, bonis, * et rectis corde.

Declinantes autem in obligationes,adducet Do-minus cum operantibus iniquitatem : * pax super Israël.

Gloria Patri, etc.

Jnt. Gaude, Maria Virgo, cunctas hsereses sola interemisti in universo mundo.

Die op den Heer vertrouwen zijn als de berg Sion; hij zal in eeuwigheid niet wankelen, die in Jerusalem zijne woonstede heeft,

bergen omringen haar, en zoo is de Heer rondom zijn volk; van nu af tot in eeuwigheid.

Want de Heer zal den staf der goddeloozen niet laten blijven op het erfdeel der rechtvaardigen, opdat deze hunne handen niet uitstrekken tot ongerechtigheid.

Doe wel. Heer, aan de goeden en aan hen, die oprecht van harte zijn I

Maar hen, die afwijken van den waren weg, zal de Heer aanvoeren met de bewerkers der ongerechtigheid. Heil over Israël.

Glorie zij den Vader, enz. Ant. Verheug U, Maagd Maria; Gij alleen hebt alle ketterij uit de wereld doen vervallen.


Capitüldm. EccL, 24.

t Et sic in Sion firmata sum, et in civitate sancti-

Ik heb mijne woning in Sion gevestigd; ik heb uitgerust in


-ocr page 238-

— 210 —

ficata similiter requicvi, et in Jerusalem potestas mea.

r. Deo Gratias. v.k Sancta Maria, Mater Christi, * Audi rogan-tes servulos. — Sancta Maria.

V.v. Etimpetratam nobis ccclitus tu defer in-dulgentiam. — Audi.

t. Gloria Patri — Sancta Maria.

V. v. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix.

r. üt digni efficiamur promissionibus Christi.

f v. Domine, exaudi orationem meam.

B. Et clamor meus ad te veniat.

t Oremus (1)

Concede nos famulos tuos, qusesumus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere; et gloriosa beat® Marias semper Virginis interces-sione, a praesenti liberari tristitia, et asterna perfrui Icetitia. Per Dominum nostrum Jesum Christum etc.

r. Amen.

de heilige stad, en mijne macht is in Jerusalem.

e. God zij gedankt.

r, Heilige Maria, Moeder van Christus, aanhoor de gebeden uwer dienaren.— Heilige Maria.

v. En bezorg ons door uwe bemiddeling de barmhartigheid van den Heer. — Amen.

V. Glorie zij den Vader. — Heilige Maria.

V. v. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons.

e. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

y. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot

U.

laa.t ons bibden.

Heer God, wij bidden U, verleenons eenen voortdnren-den welstand naar ziel en lichaam ; en dat wij door de verheven bemiddeling der Heilige Maria, altoos Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost mogen worden, en de eeuwige vreugde genieten. Door onzen Heer, Jezus Christus, enz.

r. Amen.


(1) Gedurende den Advent, Oremus. F 197. — Gedurende het Kerstfeest, Oremus. P. 197.

-ocr page 239-

— 211 -

t v. Doinine, exaudi orationem meam.

r. Et clamor meus ad te veniat.

t v. Benedicamus Domino.

e. Deo Dratias. f v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

e. En mijn geroep kome tot U.

v. Loven wij den Heer.

r. God zij gedankt, v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, enz.


AD SEXTAM.

t v. Ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum.

e. Benedicta tu in mu lieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

t v. Deus, in adjutori-um meum intende.

t e. Domine, adadju-vandum me festina. Gloria Patri, etc. Alleluia, of Lans tibi Domine, Rex ffiterna; glorias.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de lieer is mot TJ.

r. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus v. God, geef acht op mijne hulp.

e. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz. Alleluia, o/Lof zij TJ, Heer, Koning der eeuwige glorie.


Hysinus.

6'. Memento, salutis Auctor,

Quod nostri quondam

corporis,

Ex illibata Virgine.

Nascendo, formam sump-seris.

Maria, Mater gratias.

Gedenk, Schepper van mijn heil.

Geboren uit de Maagd zoo rein,

In vormen van het sterflijk lichaam

Aan ons gelijk heb willen zijn.

O Maria, Moeder van genade,


-ocr page 240-

— 212 —

Mater misericordire, Tu nos ab hoste protege, Et hora mortis suscipe.

Gloria tibi, Domino. Qui natns es de Virgine, Cum Patra et Sancto Spi-ritu,

In sempiterna scccula. Amen.

Moeder van barmhartigheid, Tegen den vijand bescherm ons,

En bij ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan CJ, o Heer, Die uit eene Maagd geboren zijt,

Glorie aan den Vader en den Heiligen Geest,

In alle eeuwen.

Amen.

müs 125.


C In convertendo Do-minus captivitatem Sion,* facti sumus sicut conso-lati.

Tunc repletum est gau-dio os nostrum,* et lingua nostra exultatione.

Tunc dicent inter gen-tes : * Magnificavit Do-minus facere cum eis.

Magnificavit Dominns facere nobiscum ; * facti sumus lastantes,

Converte, Domine, captivitatem nostram * sicut torrens in austro.

Qui seminant in lacry-mis, * in exultatione metent.

Euntesibantetflebant,* mittentes semina sua.

Toen de Heer de gevangenen van Sion deed wederkee-ren, waren wij getroost.

Toen werd onze mond vervuld met blijdschap, en onze tong met gejuich.

Toen zeide men onder de heidenen: de Heer heeft groote dingen aan hen gedaan!

Groote dingen heeft de Heer aan ons gedaan; wij zijn verblijd geworden !

Doe, o Heer, onze gevangenen wederkeeren, gelijk eene beek in het zuiden.

Die met tranen zaaiden, zullen maaien met gejuich.

Gaande en weenende wierpen zij hun zaad;


-ocr page 241-

- 213 —

Venientes autum ve-nient cum exultatione, * portantesmauipulos suos. Gloria Patri, etc.

Maar met gejuich zullen zij wederkeeren, dragende hunne schoven.

Glorie zij den Vader, enz.


psalmos 126.

C. Nisi Dominus aadifi-caverit domum, * in va-num laboraverunt qui cedificant earn.

Nisi Dominus custodie-rit civitatem, * frustra vigilat qui custodit eam.

Vanum est vobis ante lucem surgere; * surgite postquam sederitis, qui manducatis nanem doio-ris. Cum dederit dilectis suis somnum :ecce hae-reditas Domini, filii ; merces, fructus ventris.

Sicut sagitt® in manu potentis, * ita filii excus-sorum.

Beatus vir qui imple-vit desiderium siuim ex ipsis; * non confundetur cum loquetur inimicis suis in porta.

Gloria Patri, etc.

| Als de Heer het huis niet bouwt, dan arbeiden zij, die het bouwen, te vergeefs ;

Als de Heer de stad niet bewaart, dan waakt haar bewaker te vergeefs.

Vruchteloos is het u, vóór den dageraad op te staan; staat op, als gij gerust hebt, gij, die het brood der smarte eet, want Hij vergunt zijnen lievelingen den slaap. Zij de zonen zijn des Heeren erfdeel; zij zijn eene vergelding.

Als pijlen in de hand eens sterken, zóó zijn de zonen der uitgedrevenen.

Gelukkig de man, wiens wensch door zulke zonen is vervuld; hij zal nietbeschaamd staan, als hij in het gericht met zijne tegenstanders strijdt.

Glorie zij den Vader, enz.


PsALMrs 127.

C. Beati omnes qui timent Dominum,* qui ambulant in viis ejus.

Labores manuum tua-rum quia manducabis ; *

Gelukkigallen, die den Heer vreezen, die zijne wegen bewandelen

Want van den arbeid uwer handen zult gij u voeden; gij


-ocr page 242-

— 214 -

beatus es, et bene tibi erit

Uxor tua sicut vitis abundans. * in lateribus domus tuai.

Filii tui sicut novella; olivarum, * in circuitu mensse tua;.

Ecce sic benedicetur homo, * qui timet Domi-num.

Benedicat tibiDominus ex Sion ; * et videas bona Jerusalem omnibus die bus vitas tv ut.

Et videas filiosfüioruru tuorum, * pacem super Israël.

Gloria, Patri, etc.

Ant. In prole mater, in partu virgo, gaude et Itc-tare,Virgo Mater Domini.

zijt gelukkig en bet zal u welgaan.

Gelijk de welige wijnstok aan de wanden van uw huis,zal uwe gade zijn,

LTwe zonen als jonge olijven rondom uwe tafel.

Zie, zoo wordt de mensch gezegend, die den Heer vreest.

Dat de Heer u zegene uit Sion, en gij de welvaart van Jerusalem moget genieten al de dagen uws ievens;

en de kinderen uwer kinderen aanschouwen.

Vrede over Israël!

Glorie zij den Vader, enz.

Ant. Vruchtbare Moeder; maagd in de baring, verheug U, sidder van vreugde, Maagd Moeder des Heeren.


Gapitüujm. Eccl., 24.

t Et radicavi in populo honorificato, et in parte Dei mei hasreditas illius, et in plenitudine Sanctorum detentio mea. e Deo Gratias. V. e. Ora pro nobis, * Sancta Dei Genitrix. — Ora pro nobis.

V. v. Ut digniefficia-mur promissionibusChris-ti. — * Sancta Dei Genitrix.

Ik ben ontsproten in een doorluchtig vollf, waarvan het erfdeel het deel van mijn God is, en mijne woning is de vergadering der Heiligen.

e. God zij gedankt.

e. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.— Bid voor ons.

t. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. Heilige Moeder Gods.


-ocr page 243-

215 -

v. Gloria Patri. — Ora pro nobis.

V. t. Elegit earn Deus, et pra3elegit earn.

it. Et habitare earn facit in tabernaculo suo.

t v. Domine, exaudi orationem meam.

R. Et clamor meus ad te veniat.

f Okemcs.

Protege, Domine, fa-mulos tuos subsidiis pacis; et beatas Mariaa semper Virginia patrociniis confi-dentes, a cunctis hostibus redde seeuros. Per Do-minum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia 8£ecula sseculorum.

k. Amen.

t v. Domino, exaudi orationem meam.

r. Et clamor meus ad te veniat.

t v. Benedicamus Domino.

r. Deo Gratias. f v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

v. Glorie zij den Vader.— Bid voor ons.

v God heeft Haar onder alle schepsels uitverkoren.

e En heeft haar gehuisvest in zijn tabernakel.

v.Heer, verhoor mijn gebed.

E. En mijn geroep kome tot TJ.

Laat ons bidden.

Heer, schenk aan uwe dienaren de hulpmiddelen des vredes, en dat zij die in Maria altijd Maagd, hunne hoop gevestigd hebben, deu vijand niet vreezen.Door Jezus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met ü leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen.

Amen.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

B. En mijn geroep kome tot U.

v. Loven wij den Heer.

r. God zij gedankt, v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, enz.


-ocr page 244-

— 216 —

AD NON AM.

f v. Ave, Maria, gratia plena; Dominus tecum.

E. Benedicta tu in mu-lieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

t v. Deus, in adjuto rium nieum intende.

u. Domine, ad adjuvan-dum me festina.

Gloria Patri, etc. Alleluia, of Laus tibi, Domine; Rex ffiternfe glo-rife.

v. Wees gegroet, Maria vol van genade, de Heer is met U.

e. Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus.

T. God, geef acht op mijue hulp.

e. Heer, haast ü mij te helpen.

Glorie zij den Vader. enz.

Alleluia, o/Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige glorie.


Htmntjs.

C. Memento, salutis Auctor,

Quodnostri quondam corporis.

Ex illibata Virgine.

Nascendo, formam sump-seris.

Maria, Mater grati®.

Mater misericordite,

Tu nos ab hoste protege,

Et hora mortis suscipe.

Gloria tibi Domine, Qui natus es de Virgine,

Gedenk, Schepper van mijn heil.

Geboren uit de Maagd zoo rein,

In vormen van het sterflijk lichaam

Aan ons gelijk hebt willen zijn.

O Maria, Moeder van genade.

Moeder van barmbavtigheid,

Tegen den vijand bescherm ons.

En bij ons laatste uur ontvang ons.

Glorie aan U, o Heer,

Die uit eene Maagd geboren zijt.


-ocr page 245-

— 217 -

Cum Patre et Sancto Spi-ritu,

In sempiterna srecula. Amen.

Glorie aan den Vader enden

Heiligen Geest.

In alle eeuwen.

Amen.


Psalmus 128.

C. Sa3pe expugnaverunt me ajuventute mea, * di-cat nunc Israël.

Saepe expugnaverunt. me ajuventule mea: * ete-nim non potuerunt mihi.

Supra dorsum ine urn fabricaverunt peccato-res ; * prolongaverunt ini-quitatera snam.

Dominus justus conci-dit cervices peccatorum:* confundantur ot conver-tantur retrorsum omnes, qui oderunt Sion

Fiant sieut foenum tec-torum, * quod priusquam evellatur exaruit:

De quo non implevit manum suam, qui metit,:;: et sinum suum qui mani-pulos colligit

Et nou dixerunt qui praeteribant: Benedictio Domini super vos:* be-nediximus vobisin nomine Domiui.

Gloria Patri, etc.

Dikwijls bevochten zij mij, van mijne jeugd af zegge nu Israël.

Dikwijls bevochten zij mij, maar tocii overmeesterden zij mij niet

Op mijnen rug hebben de boozen geslagen ; en lang hielden zij met hunne boosheid aan.

De Heer, de rechtvaardige, verbrak den nek der boozen ; laat ze beschaamd worden en terugwijken, allen die Sion haten.

Laat ze zijn als 't kruid op de daken, dat verdord is, eer men het uittrekt;

AVaannede de maaier zijne hand niet vult, noch de gar-venbinder zijn schoot ;

En waarom de voorbijgangers niet zeggen : des Heeren zegen zij op U; wij zegenen U in den naam des Heeren !

Glorie zij den Vader, enz.


PsALjrcs 129,

C. De profundis clama-vi ad te, Domine; * Do-mine,exaudi vocemmeam. Fiant aures tune in ten-

Uit de diepten heb ik geroepen tot IJ, o Heer ; Meer, geef gehoor aan mijne stem ! Laat uwe ooren luisteren 15


-ocr page 246-

— 21S —

dentesin voceiu depre-cationis meaj.

Si iniquitates observa-veris, Domine;Domine, quis sustinebit ?

Qui apud te propitiatio est; * et propter legem tuam sustinui te,Doii)ine.

Sustinuit anima mea in verbo ejus; * speravit anima mea in Domino.

A custodia matutiua usque ad noctem, * spe-ret Israël in Domino.

Quia apud Dominum misericordia, * et copiosa apud eum redemptio.

Et ipse redimet Israël * ex omnibus iuiquitatibus ejus.

Gloria Patri, etc.

C. Domine, non est exaltatum cor meum, * neque elati sunt oculi mei ;

Keque ambulavi in mag-nis, * neque in mirabiii-bus super me.

Si non bumiliter sen-tiebam; * secl esaltavi animam meam.

Sicut ablactatus est super matre sua, * ita re-tributio in anima mea.

Speret Israël in 1 )omi-no, * ex boe nunc, et usque in sseculum.

Gloria, Patri, etc.

naar de stem mijner smee-king. _

Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat,o Heer, Heer, wie zal dan bestaan ?

Maar bij U is vergeving, en ter oorzake van uwe wet, o Heer, vertrouw ik op U.

Mijne ziel vertrouwt op zijn woord; mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den dageraad af tot den nacht toe hope Israël op den Heer;

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

Eu hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz. rMUS 130.

Heer, mijn hart verhief'zicii niet, en mijne blikken waren niet trotsch ; en naar dingen, Toor mij te groot en te verheven, trachtte ik niet.

Zoo ik niet nederig van harte was, maar als mijne ziel zicli trotsch verhief, dan ware, gelijk een gespeend kind bij zijne moeder, de vergelding in mijne ziel.

Israël hope op den Heer van nu af en tot in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, enz.


-ocr page 247-

— '219 —

Ant. Beata Mater, et I Gelukkige Moeder,zui-

ntacta Virgo, gloriosa vere Maagd, roemvolle Konin-Eegina uiundi, intercede gin der wereld, wees onze voorpro nobis ad Dominum. i spraak bij den Heer.

Capitultjm. Eccü., 24.

f Quasi eedrus exaltata sum in Libano,et quasi ey-pressus in monte Sion : quasi palma exaltata sum in Cades, et quasi planta-tio rosoB in Jericho.

n. Deo gratias.

V.n. Elegit earn Deus.* Et prteelegit earn. — Elegit earn Deus.

V. v. Et habitare earn facit in tabernaculo suo.* Et pncelegit eam.

V. Gloria Patri, — Elegit eam Deus.

V. v. Sancta Dei Gene-tris,

Virgo semper, Maria.

r. Intercede pro nobis ad Dominum Deum nostrum.

t v. Domine, exaudi orationem meam.

n. Et clamor mens ad te veniat.

f OEEMFS.

Famulorum tuorum, qucesumus, Domine, de lictis ignosee; ut, qui tibi placere de actibus noatris non valemus, Genetricis

Ik groeide op als een ceder op den Libanon, en als oen cypres op den berg Sion; ais een palmboom in Cades en als een rozestruik in Jericho-

li. God zij gedankt.

u. God lieelt Haar onder alle schepsels uitverkoren. — God heeft haar uitverkoren.

v. En heeft [Jaar gehuisvest in zijn tabernakel, — en Haar boven allen uitverkoren.

y. Glorie zij den Vader. — God heeft haar uitverkoren, v. Heilige Moeder Gods,

Maria altijd Maagd. r Wees onze voorspraak bij den Heer, onzen God.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

k. En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEX.

Wij bidden TJ,o Heer, vergeef de zouden uwer dienaren; opdat wij, die U door onze werken niet kunnen be-liagen, door de bemiddeling


-ocr page 248-

- 220 -

Filii tui Domini nostri intercessione salvemur. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum, Filium tuum, qui tecum vivit et regnat, etc.

t t. Domine, exaudi orationem meam.

e. Et clamor meus ad te veniat.

t v. Benedicamus Domino.

e. Deo gratias. j v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

van de Moeder uws Zoons mo gen behouden worden. Door denzelfden Jezus Christus uwen Zoon, onzen Heer. Die met U leeft en heerscht, enz.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

e. En mijn geroep kome tot U.

t. Loven wij den Heer.

R. God zij gedankt, v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, enz.


AD VESPEEAS

t t. Ave Maria, gratia, plena, Dominus tecum.

e. Benedicta tu in mu-lieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

t t. Deus, in adjuto-rium meum intende.

e. Domine, ad adjuvan-dum me festina.

Gloria Patri, etc. Alleluia of Laus tibi Domine, Rex feterna; gloria;.

v. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is niet U.

e. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht Uws lichaams Jezus.

v. God, geef acht op mijne hulp.

e. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz. Alleluia of Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige glorie.


Psalmus 109.

C'. Dixit Dominus Domino neo : * Sede a dex-tris meis.

Donec ponam inimicos tuos, * scabellum pedum tuorum.

De Heer sprak tot mijnen Heer: Zit aan mijne rechterhand, totdat Ik uwe vijanden make tot eene rustbank uwer voeten.


-ocr page 249-

— 221 -

Virgam virtutis tuse emittetDominus ex Sion:

* dominave in medio ini-micorum tuonim.

Tecum principium in die virtutis tiue, in splen-doribus sanctorum : * ex utero ante luciferum genui te.

Jura vit Domino et non popnitebit eum ; * Tu es sacerdos in aBternum secundum ordinem Melchi-sedech.

Dorainus a destris tuis,

* confregit in die ira; sure rages.

Judicabit in nationi-bus, implebit ruinas. * conquassabit capita in term multorum.

De torrente in via bi-bet; * propterea exalta-bit caput.

Gloria patri, etc.

Van Sion zal de Heer den schepter uwer macht doen uitgaan ; heersch in het midden uwer vijanden !

Bij U is de heerschappij ten dage uwer kracht in heiligen luister ; uit den schoot, vóór de morgenstar, heb ik TJ opgewekt.

De lieer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen : Gij zijt Priester in eeuwigheid naar de orde van Mol-chisedech.

De Heer is aan uwe rechterhand ; koningen verslaat Hij ten dage zijns toorns.

Hij zal gericht oefenen onder de volkeren, hen met lijken vervullen, hoofden verpletteren in het land van velen.

Uit eene beek zal hij zich laven op den weg, en zoo het hoofd weer opheffen.

Glorie zij den Vader, enz.


Psalmos 112.

C. Laudate, pueri. Do minum ; * laudate nomen Domini.

Sit nomen Domini be-nedictum, * ex hoc nunc, est usque in sajculum.

A solis ortu usque ad occasum, * laudabile nomen Domini.

Excelsus super omnes

Looft den Heer, gij zijne dienaren, looft den naam des Heeren.

De naam des Heeren zij gezegend, van nu aftot in eeuwigheid !

Van den opgang der zon tot haren ondergang, worde 's Heeren naam geprezen !

Hoog verheven boven alle


-ocr page 250-

— 222 —

gentes Dominus, * et sn-rier coelos gloria ejus.

Quis sicut Domirus liens nosier, qui in iiltis habitat * et hmuilin respi-eit in roelo et in terra.?

Snscitans a terra ino-pem, * et de stercore erigens pauperem.

Ut eollocet emu cum principibuR, * cum prin-ci])ibus populi sui.

Qui habitare facit steri-Jem in domo, * matrem filioruni kctantem.

Gloria Patri, etc.

volkeren is de Heer, en zijne heerlijkheid gaat die der hemelen to boven.

Wie is gelijk de Heer, onze God, die zetelt in den hooge, en neerziet op het lage in den hemel en op aarde ?

Die den geringe opricht uit het stof', en den behoeftige opheft uit het slijk,

Om hem te doen zitten naast de vorsten, naast de vorsten van zijn volk,

Die de onvruchtbare ineen gezin doet wonen, als eene blijde moeder der kinderen. Glorie zij den Vader, enz.


Psalmus 121.

C. Lajtatus sum in his qure dicta sunt inihi; * in domum Domini ibimus.

Stantes erant pedes, nostri * in atriis tuis, Jerusalem.

Jerusalem, quto pedifi-catur ut civitas, * cujus participatio ejus in idip-sum

Illnc enim ascenderunt tribus, tribus Domini, '* testimonium Israel ad con-fitendum nomini Domini.

Quia illic sederunt se-des in judicio, * sedes super domum David.

liogate qute ad pacem sunt Jerusalem; * et abun-dantia diligentibus te.

I Ik ben verheugd, dat tot mij gezegd is: wij gaan op naar het huis des Heeren !

Onze voeten staan in uwe voorhoven, o Jerusalem !

Jerusalem, opgebouwd als eene samenhangende stad ;

daarheen gaan de stammen op,de stammen desHeeren een gebod voor Israël, om den naam des Heeren te loven ;

want daar staan de stoelen des gerichts, de zetels van Davids huis

Bidt om betgeen Jerusalem tot vrede dient! en het moge hun welgaan, die uliethebben!


-ocr page 251-

— 223 —

Fiat pas in virtute tua,* et abundantia in turribus tuis.

Propter fratres meos et proximos meos, * loquebar pacem de te.

Propter domum Domini Dei nostri, * qufesivi bona tibi,

Gloria Patri, etc

Vrede zij binnen uwe muren, en welvaren in uwe paleizen I

Om mijner broederen en vrienden wille spreek ik den vrede over u uit.

Om het huis van den Heer. onzen God, verzoek ik wat u heilzaam is.

Glorie zij den Vader, enz.


Psalmus ]2ij.

C. Nisi Dominus asdifi-eaverit domu m, *in vanum laboraveruntqui tedificant eam.

Nisi Dominus enstodie-rit civitatem, * frustra vi-gilat qui custodit eam.

Vanum est vobis ante lucem surgere ; * surgite postquam sederitis, lt;iui manducatispanemdoloris.

Gum dederit dilectis suis somnum; * ecce ha;redi-tas Domini, filii; merces, fructus ventris.

Sicut sagittse in manu potentis, :S ita fiiii eseus-so rum.

Beatus vir (|ui implevit desiderium suum ex ip sis; * nou confundetur cum loqnetur iniuiieis suis in porta.

Gloria Patri, etc.

Als de Heer liet huis niet bouwt, dan arbeiden zij, die het bouwen, te vergeefs

Als de lieer de stad niet bewaart, dan waakt haar bewaker te vergeeft.

Vruchteloos is het u, vóór den dageraad op te staan; staat op, als gij gerust hebt, gij, die het brood der smarte eet.

Want Hij vergunt zijnen lievelingen den slaap. Zie, de zonen zijn des Heeren erfdeel; zij zijn eene vergelding.

Als pijlen in de hand eens sterken, zoo zijn de zonen der uitgedrevenen.

Gelukkig de man, wiens wenseh door zulke zonen is vervuld, hij zal niet beschaamd staan, als hij in 't gericht met zijne tegenstanders strijdt.

Glorie zij den Vader, enz.


-ocr page 252-

- 224 —

C. Lauda, Jerusalem, Dominum;* lauda Deum tuum, Sion.

Quoniam confortavit se-ras portarum tuarum ; * benedixit filiis tuis in te,

Q ;i posuit lines tuos pa-cem. et adipe fi'umenti satiat te.

Qui emittit eloquiuui suuin terras : * veloeiter currif seruio ejus.

Qui dat nivem sicut la-nam ; * nebulam sicut ci-nerem spargit.

Mittit crystallum suam sicut buccellas : * ante fa-ciem frigoris ejus quis sustinebit ?

Emittet verbum suum, et liquefaciet ea ; * flabit spiritus ejus, ot fluent aquae.

Qui annuntiat verbum suum Jacob, * justitias et judicia sua Israel.

Non fecit taliter oinni nationi:* et judicia sua non manifestavit eis.

Gloria Patri, etc.

Ant. Sancta Dei Geni-trix, virgo semj)er Maria, intercede pro nobis ad Dominum Deum nostrum.

jiüs 147.

Jerusalem, prijs den Heer, loof, o Sion, uwen God!

Want hij heeft de grendels uwer poorten versterkt, uwe kinderen binnen uwe muren gezegend.

Hij stelde uwe landpalen in vrede, en Hij verzadigt u met de beste tarwe.

Hij zendt zijn bevel uit op aarde, en ijlings snelt zijn woord heen.

Hij geeft sneeuw als wol, strooit nevel uit als asch.

Hij werpt zijn ijs af met stukken, wie is bestand tegen zijne koude ?

Hij zendt zijn woord uit en doet ze smelten, zijn adem en, de wateren vloeien.

Hij maakt zijn woord aan Jacob bekend, aan Israel zijne instellingen en rechten.

Kiet zoo deed Hij aan eenig ander volk, en zijne wetten maakte Hij hun bekend.

Glorie zij den Vader, enz.

Ant. Heilige Moeder Gods, Maria, altijd maagd, wees onze voorspraak bij den Heer onzen God.


-ocr page 253-

- 225 —

Gapitulum. Eccli., 24.

t Sicut cinnamomum et balsamum iiromatizans, odorem dedi; quasi myrrh a electa, dedi suavita tem odoris.

e. Deo gratias.

Ik heb een reuk verspreid gelijk aan dien van den kaneel eu balsem, een liefelijken geur gelijk aan uitgezochte mijr-rhe.

r. God zij gedankt.


hymnus.

(1) Ave, maris Stella, Dei Mater alma,

Atque semper virgo, Felix couli porta.

Suraens illud ave Gabrielis ore,

Funda nos in pace, Mutans nomen Evse.

Solve vincla reis, Profer lumen caicis.

Mala nostra pelle.

Bona cuncta posee.

Monstra te ease matrem: Sumat per te preces. Qui pro nobis natus, Tulit esse tuus.

Virgo singularis,

Inter omnes mitia, Nos culpis solutos,

Mites fac et castos.

Vitam prassta puram. Iter para tutum.

Wees gegroet, o Zeester, Moeder van den Heere,

Immer reine Maged, Hemelpoort vol eere.

De Engel deelde ü 't Ave Van den Hemel mede,

Maak dat omgekeerde Eva ons ten vrede.

Slaak de boei der schulden: Schaf weer licht den blinden ; Doe ons, vrij van 't kwade, Al wat goed is vinden.

Toon TI immer Moeder, Moog door U ons hooren. Hij, die ons ter redding. Uit U werd geboren

Ongelijkb're Maagd Boven al aanminnig,

Maak ons, vrij van zonden. Zuiver eu zachtzinnig,

Leer ons vlekloos leveu, Veilig onze gangen.


(1) Men bid den Hymnus knielend.

-ocr page 254-

— 226 -

Ut videntes Jesum Semper colljetemur.

Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus, Spiritui Sancto Tribus honor unus.

Amen.

V. v. üra pro nobis, Sancta Dei Genitrix.

it. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

canticom b. jiau:

C. Magnificat * anima mea Dominum;

Et exultavit spiritus mens * in Deo salutari meo.

Quia respéxit humilita tem aneill® sure : * ecce enim ex hoc beatam me dieent omnes genera-tiones.

Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus

Et miserieordia ejus a progenie in progenies, timentibus eum.

Fecit potentiam in bra-chio suo : * dispersit superbos mente cordis sui.

Depoauit potentes de sede, * et exaltavit hu miles.

Esurientes implevit bo-

Om met U bij Jezus De eeuw'ge vreugd te erlangen.

Lof zij God den Vader, Christus onzen Heere, En deu Geest, den Trooster, De Drieëenheid eere.

Amen.

v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.

k. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

4.e virg-inis. (Luc. 1).

Mijne ziel verheft den Heer;

En mijn geest heeft zich verheugd in God, mijn zaligmaker ;

Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd; wat zie, van nu af zullen alle geslachten Mij zalig noemen.

Want Hij heeft Mij groote dingen gedaan, die machtig is en heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht voor hen, die Hein vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijneu arm ; de hoogmoe-digen iu de gedachte huns harten heeft Hij verstrooid.

Machtigen heeft, Hij van den troon gezet, en geringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met


-ocr page 255-

- 227 -

nis, * et divites dimisit inanes

Suscepit Israël pueruni suum,recordatus mise-ricordiae sure

Sicut locntus est ad pf4-tres nostros, * Abraham et semini ejus in srecula.

Gloria Patri, etc.

Van Maria Lichtmis lot vuldigheid

Ant. Sancta Maria, sue-curre miseris, juva pusil-lauimes, refove flebiles, ora pro populo, interveni pro clero, intercede pro devoto femineo sexu.

t v. Domine, exaudi orationem meam.

li. Et clamor mens ad te veniat.

f Okemds

Concede nos famulos tuos, quEesumus, Domine Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudore; et gloriosa beat® Marias semper Virginia interces-sione, a praesenti liberari tristitia, et nsterna perfrui Icetitia. Per Christum Dominum nostrum.

k. Amen.

goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht, aangenomen, zijner barmhartigheid indachtig.

Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, enz.

1'aschen, en van de H. Drie-tot den Advent.

Ant. Heilige Maria, ondersteun de ongelukkigen, help de zwakken, troost de bedrukten, bid voor het volk, bid voor de geestelijken, wees eene middelares voor het godvruchtig vrouwengeslacht.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

e. En mijn geroep kome tot ü.

LAAT ONS BIDBEX.

Heer God, wij bidden U, verleen ons eenen voortdu-renden welstand naar ziel en lichaam; en dat wij, door de verheven bemiddeling dei-Heilige Maria, altoos Maagd, van de tegenwoordige droefheid verlost mogen worden, en de eeuwige vreugde genieten. Door Christnsonzen Heer.

iï. Amen.


-ocr page 256-

— 228 —

Gedurende den Advent.

Ant. O Virgo virginum, qnomodo fiet istud : quia nee primam similem visa es, nee habere sequen-tem ? rilias Jerusalem, quid me admiramini? Di-vinum est mysterium hoe quod eernitis.

t v. Domine, exaudi orationem meam.

k. Et clamor mens ad te veniat,

f oremus.

Deus, qui de beatie Marias Virginis utero Verbum tuum, Angelo nun-tiante, carnem suscipere voluisti: pr®sta supplici-bus tuis : ut qui vere eam Genitricem Dei credi-mus, ejus apud te inter-cessionibus adjuvemur. Per eumdum Christum Dominum nostrum. r. Amen.

Ant. O Maagd der Maagden, hoe komt het dat noch voor U, noch na U, ooit iemand ü heeft geleken? Dochters van Jerusalem, waarom bewondert gij mij ? Het is goddelijk het geheim dat gij ziet.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep komo tot 17.

laat oks lildden.

O God, die gewild hebt, dat op de stem des Engels, het Woord Vleesch werd iu den schoot der Maagd Maria, verleen aan onze gebeden, dat wij, die Haar waarachtig als de Moeder Gods erkennen, bij U geholpen worden, door Hare bemiddeling. Door denzelfden Jezus Christus Onzen Heer.

r, Amen.


Van Kerstmis

Ant. O admirabile com-mercium ! Creator generis humani,animatum corpus sumens, de Virgine nasci dignatus est, et pro-cedens homo sine semine, largitus est nobis suam deitatem,

ot Maria Lichtmis.

Ant. O wonderlijke handel van God met de menschen ! hun schepper heeft eene levende gedaante aangenomen: Hij heeft uit eene maagd willen geboren worden, en door niet te zijn geboren als andere menschen, heelt Hij ons zijne


-ocr page 257-

— 229 —

v. Domine, exaudi oi-a-tionem meam.

r. Et clamor mens ad te veniat.

f oeemüs.

Deus. qui salutis aster-nee beatae Maritc virgini-tate fecunda, humano generi prremia praostitisti: tribue, qtisesumus, ut ip-sam pro nobis intercedere sentiamus, per quam me-ruimus Auctorem vitce suscipere Christum Do-minum nostrum.

n. Amen.

Van Faschen tot

Ant. Regina cceli, Ite-tare, alleluia : quia quem nieruistiportare, alleluia, resurrexit (Tempore As-censionis : jam aseendit) sicut dixit, alleluia. Ora pro nobis Deum. alleluia

f v. Domine, exaudi orationem meam.

r. Et clamor mens ad te veniat.

goddelijkheid bekend gemaakt.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

laat ons bidden.

O God, die de menschen bekend gemaakt hebt, het eeuwig geluk door de vruchtbare maagdelijkheid der gelukzalige Maria; vergun ons, als het U belieft, te mogen ondervinden de gelukkige bemiddeling van Haar, door wie wij ontvangen hebben den Schepper van het leven, onzen Heer Jezus-Christus.

r. Amen.

de II. Drievuldigheid.

Ant. Koningin des hemels verheug U: loof den Heer: Want Hij dien gij waardig waart te dragen is verrezen fTen tijde van O. L. H.Hemelvaart : is reeds ten Hemel geklommen) zoo als Hij gezegd heeft, loofden Heer. Bid voor ons, loof den Heer.

v. Heer, verhoor mijn gebed,

k- En mijn geroep kome tot U.


-ocr page 258-

— 228 —

Ant. 0 Virgo virginum, quomodo fiet istud : quia nec primatn similem visa es, nec habere sequen-tem ? Filiffi Jerusalem, quid me admiramini ? Di-vinum est mysterium hoc quod cernitis.

f v. Domine, exaudi orationem mcam.

u. Et clamor meus ad te veniat.

t oremus.

Deus, qui de beatse Mariae Virginia utero Verbum tuum, Angelo nun-tiante, carnem suscipere voluisti: prsesta supplici-bus tuis: ut qui vere earn Genitrieem Dei credi-mus, ejus apud te inter-cessionibus adjuvemur. Per eumdum Christum Dominum nostrum. e. Amen.

Van Kerstmis

Ant. O admirabile com-mercium ! Creator generis humani,animatum corpus sumens, de Virgine nasci dignatus est, et pro-cedens homo sine semine, largitus est nobis suam deitatem,

s den Advent.

Ant. O Maagd der Maagden, hoe komt het dat noch voor TJ, noch na U, ooit iemand U heeft geleken ? Dochters van Jerusalem, waarom bewondert gij mij ? Het is goddelijk het geheim dat gij ziet.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

laat ons bidden.

O God, die gewild hebt, dat op de stem des Engels, het Woord Vleesch werd in den schoot der Maagd Maria, verleen aan onze gebeden, dat wij, die Haar waarachtig als de Moeder Gods erkennen, bij U geholpen worden, door Hare bemiddeling. Door denzelfden Jezus Christus Onzen Heer.

B, Amen.

ot Maria Lichtmis.

Ant. O wonderlijke handel van God met de menschen! hun schepper heeft eene levende gedaante aangenomen: Hij heeft uit eene maagd willen geboren worden, en door niet te zijn geboren als andere menschcn, heelt Hij cns zijne


-ocr page 259-

— 229 —

v. Domine, exaudi ora-tionem meam.

r. Et clamor mens ad te veniat.

f oremus.

deus, qui salutis ceter-11 re beatas Maria; virgini-tate fecunda, humano generi prasmiaprastitisti: tribue, qnfesumus, ut ip-sam pro nobis intercedere sentiamus, per quam me-ruimus Auctorem vitas suscipere Christum Do-minum nostrum.

r. Amen.

Van Paschen iot

Ant. Eegina cooli, Ire-tare, alleluia : quia quem meruistiportare, alleluia, resurrexit (Tempore As-censionis : jam ascendit) sicut dixit, alleluia. Ora pro nobis Deura. alleluia

f t. Domine, exaudi orationem meam.

e. Et clamor meus ad te veniat.

goddelijkheid bekend gemaakt,

v. Heer, verhoor mijn gebed.

e. En mijn geroep kome tot U.

laat ons bidden.

O God, die de menschen bekend gemaakt hebt, het eeuvyig geluk door de vruchtbare maagdelijkheid der gelukzalige Maria; vergun ons, als het U belieft, te mogen ondervinden, de gelukkige bemiddeling van Haar, door wie wij ontvangen hebben den Schepper van het leven, onzen Heer Jezus-Christus.

e. Amen.

de. H. Drievuldigheid.

Ant. Koningin des hemels verheug U: loof den Heer: Want Hij dien gij waardig waart te dragen is verrezen f Ten tijde van O. L. H.Hemelvaart : is reeds ten Hemel geklommen) zoo als Hij gezegd heeft, loofden Heer. Bid voor ons, loof den Heer.

v. lieer, verhoor mijn gebed,

r- En mijn geroep kome tot U.


-ocr page 260-

- 230 —

f OREMUS.

Concede nos famulos tuos, quaesumns, Domine Deus perpetua mentis et corporis sanitate gaudere, et, gloriosa beate Maria;; semper virginis iuterces-sione, a praesenti liberari tristitia, et oeterna perfrui laïtitia. Per Christum I)o-minum nostrum.

it. Amen.

Gedachtenis aa

Magne Pater, sancte Dominice, mortis hora nos tecum suscipe, et hie semper nos pie respice.

f v. Os jnsti medita-bitur sapientiam.

ii. Et lingua ejus loque-tur judicium.

f OBEMTJS.

Deus, qui Ecclesiam tuain beati Dominici , Confessoris tui, Patris nostri, illuminare digna-tus es meritis et doctri-nis: Concede ut, ejus intercessione, teinporali-bus non destituatur auxi liis,etspiritualibus semper

LAAT ONS BIDDF.K.

Heer God, wij bidden ü, verleen ons eenen voortduren-den welstand naar ziel en lichaam; en dat wij, door de verheven bemiddeling der Heilige Maria, altoos Maagd, van de tegenwoordige droefheid verb'St mogen worden en do eeuwige vreugde genieten. Door Christus onzen Heer.

E. Amen.

den II Bominikus

Groote Heilige Dominikus, onze Vader, vereenig ons met U in het uur van onzen dood, en beschouw ons altoos met goediieid hier beneden.

v. De mond van den rechtvaardige zal over de wijsheid denken.

K. En zijne tong zal volgens de rechtvaardigheid spreken.

LAAT ONS BIDDENquot;.

O God, die U gewaardigt hebt Uwe Kerk te verlichten door de verdiensten en de leer van den gelukzaligen I )o-minikus, Uwen belijder en onzen Vader ; zorg dat zij, door zijne bemiddeling nooit aan tijdelijke hulp gebrek hebbe, en dat zij altijd hare


-ocr page 261-

— 231 —

proficiat incrementis. Per Christum Dorainuui nostrum.

n. Amen.

Gedachlenis aan

Ant. Christi pia gratia Sanetos sublimavit, quos Patris Dominici Ordo pro-pagavit: uos eornm mentis petimus juvari,atque suis precibus Deo com-mendari.

j v. Sapientiam Sanc torum narrent populi.

r. Et laudem eorum nuntiet Ecclesia.

f oremus.

Concede, qucesumus, omnipotens Deus, ut ad meliorem vitam Sanctorum Ordinis nostri exem-pla nos provocent, qua-temis quorum memoriam agimus, etiam actus imi-temur. Per Christum Do-minum nostrum.

ji. Amen.

Gedachtenis

Anl. Sancti Dei omnes, intercedere dignemini pro nostra, omniumque salute.

geestelijke voordeden ver-meerdere. Door onzen lieer Jezus Christus r. Amen.

de Heiligen der Orde.

De barmhartige genade van Christus heeft de Heiligen verheerlijkt, die de Orde van onzen vader Dominikus heeft vermenigvuldigd: konden wij door hunne verdiensten geholpen, en door hunne gebeden aan God aanbevolen worden.

v. De volken zullen de ivijsheid der Heiligen verkondigen.

r En de Kerk zal hunne loftuitingen aankondigen.

laat ons bidden.

O Almachtige God, geef door uwe genade, dat de voorbeelden der Heiligen der Orde , ons aansporen tot een beter leven, opdat wij, door hunne gedachtenis te vereeren, ook hunne deugden navolgen. Door Jezus Christus, onzen Heer.

s. Amen.

aan alle Heiligen.

Ant. O Heiligen Gods, ge-waardigt U, door uwe bemiddeling, ons heil en dat van alle menschen te verzekeren.


-ocr page 262-

— 232 —

T. Orate pro nobis, omnes Sancti Dei.

r. Ut digni efficiaraur promissionibus Christi.

f OREMUS

Tribue, quassumus Do-inine, omnes Sanctos tuos jugiter pro nobis orare ; et eos clementer esaudire digneris. Per Christum Dominum nostrum. e. Amen.

v. Heiligen Gods, bid voor ons.

R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN'

O Heer, wij smeeken U, al de gebeden der Heiligen voor ons, gunstig aan te nemen, en dezelve met goedheid te willen verhooren. Door Jezus Christus, onzen Heer. e. Amen.


Voor den Vrede.

Ant. Da paeem, Domi-ne, in diebus nostris; quia non est alius, qui pugnet pro nobis, nisi tu, Deus noster.

t v. Fiat pax in vir-tute tua.

E. Et abundantia in turribus tuis.

t OREMUS.

Deus, a quo saneta de-sideria, recta consilia. et justa sunt opera, da servis tuis illam, quam mundus dare non potest, pacem; ut et corda nostra mandatis tuis dedita, et, hostium sublata for-midine, tempora sint tua protectione tranquilla.

Ant. Geef ons nu den vrede o Heer ; Gij zijt onze God, Gij alleen kunt voor ons, onze vijanden bestrijden.

v. Vrede zij binnen uwe muren.

r En welvaren in uwe pal eizen.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die onze verlangens heiligt evenals onze rechtschapen voornemens, en onze rechtvaardige werken, verleen aan uwe dienaren dezen vrede, dien de wereld niet kan geven; opdat onze harten aan uwe bevelen onderworpen zijn en dat, nadat alle vrees voor den vijand verdwenen zij.


-ocr page 263-

233 —

Per Dominum nostrum Jesum Christum.

f v. Domine, exaudi oratiouem meam.

b. Et clamor mens ad te veniat.

t v. Benedicamus Domino.

r. Deo gratias. t v. Ave, Maria, gratia plena, etc.

onze tijd kalm worde onder uwe bescherming.

Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, enz. v. Heer, verhoor mijn gebed.

h. En mijn geroep kome tot

U.

v. Loven wij den Heer.

k. God zij gedankt, v. Wees gegroet Maria, vol van genade, enz.


AD COMPLETORITJM.

t v. Ave, Maria, gratia plena; Dominus tecum.

e. Benedicta tu in mu-lieribus ; et benedictus t'ructus ventris tui, Jesus.

v. Deus, in adjutorium meum intende.

r. Domine, ad adjuvan-dum me festina.

Gloria Patri, etc. Alleluia, of Laus tibi Domine, Rex asternas glorite.

v. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U.

e. Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen en gezegend is de vrucht üws lichaams,Jezus.

v. God, geef acht op mijne hulp.

r. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz. Alleluia, o/Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige glorie.


psalmus 131.

C. Memento, Domine, David,*et omnis mansue-tudinis ejus.

Sicut jura vit Domino,* votum vovit Deo Jacob.

Heer, wees David en al zijne zachtzinnigheid indach-tig.

Herrinner U de eeden, de gelofte die hij gedaan heeft aan den God van Jacob.


16

-ocr page 264-

234 —

Si iutroiero in taberna-culum domus meie ; * si ascendero in lectun strati mei;

Si dedero sonmum ocu-lis meis, * et palpebris meis dormitationem.

Et requiem temporibus meis, * donee invcniam locum Domino, taberna culum Deo Jacob.

Ecce audivimus earn in Epbrata: * invenimns eam in campis silva?.

Introibimus in taberna-culum ejus::i: adorabimus in loco ubi steterunt pedes ejus.

Surge, Domine, in requiem tuam, * tu et area sanctificationis tuse.

Sacerdotes tui induau-tur justitiam, * et sancti tui exultent.

Propter David servum tuum, * non avertas fa-ciem Christi tui.

J uravit Dominus David ▼eritatem, et non frustra-bitur eam : * Ue fructu ventris tui ponam super sedem tuam.

Si custodierint filii tui testamentum meum, * et testimonia rnea haec qu£B docebo eos:

Ët filii eorum, usque

Ik zal in mijn paleis niet binnen gaan, ik zal mij niet neerleggen op mijne legerstede.

Ik zal aan mijne oogen geen slaap toestaan, noch rust aan mijne oogleden.

Ik zal mijn hoofd niet laten rusten, alvorens eene plaats te hebben gevonden voor den Heer, een heiligdom voor den God van Jacob.

Wij vernemen dat de ark te Ephrata is ; wij hebben haar gevonden in 't midden der bosschen.

Wij zullen den tempel des Heeren binnengaan : 'wij zullen Hem aanbidden waarZijne voeten gerust li ebben.

Kom, Heer, in uwe rust, Gij en uwe heilige ark.

Dat uwe priesters met rechtvaardigheid bekleed zijn en dat Uwe heiligen zich verheugen.

Uit hoofde van David, uwen dienaar, wend niet het gelaat af van uwen Gezalfde.

De Heer heeft David d e waarheid gezegd en bij zal getrouw zijn:Ik zal op uwen troon een zoon plaatsen uit U gesproten.

Indien uwe kinderen mijn verbond behouden en de voorschriften, die ik hun geven zal;

dan zal hun nageslacht ge-


-ocr page 265-

— 235 —

in steculmn, * sedebunt super sedem tuani.

Quoniam elegit Doiui-nus Sion, * elegit earn in habitationem sibi.

Hasc requies mea in sse-culum sebciili: * hic habi-tabo, quoniam elegi earn.

Viduam ejus benedi-eens benedicam ; * pau-peres ejus saturabo pa-nibus.

Sacerdotes ejus induam salutari, * et sancti ejus exultatione exnltabunt,

!

Illuc prodncani eornu David, * paravi lucernam Christo meo. |

Inimioos ejus induam confusione : * super ip-sum autem efflorebit sanc-tificatio mea

Gloria Patri. etc.

durende eeuwen op uwen troon zetelen.

Want de Heer heeft Siüii gekozen, Hij heeft haar als verblijf gekozen.

Hij heeft gezegd: Daar zal ik eeuwig rusten; ik zal er verblijven omdat ik haar gekozen heb.

Ik zal hare weduwen met zegeningen overladen, en ik zal de armen met brood verzadigen.

Hare priesters zullen zich met de genade des heilsbeklee-den enhare heiligen zullen van vreugde opspringen.

Daar zal ik de macht van David toonen: ik heb een licht voor mijnen Gezalfde gereed gemaakt.

Ik zal zijne vijanden met schaamte overladen, terwijl mijne heiligheid over hem zal schitteren.

Glorie zij den Vader, enz.


Psalmüs 132.

6'. Ecce quam bonum et quam jucundum, * lia-bitare fratres in unum!

Sicut unguentum in ca-pite, * quod descendit in barham, barham Aaron

Quoddescendit in oram vestimenti ejus: * sicut ros Harmon qui descendit in uiontem Sion.

Zie hoe goed en hoe aangenaam het is, dat broeders gezamenlijk wonen !

Het is gelijk de geur die van het hoofd tot den baard van Aaron afdaalde.

Die zich verspreidde tot op den rand zijner kleeding: Het is gelijk de dauw van den berg Hermon, die op den berg Sion nedervalt.


-ocr page 266-

— 236 —

Quoniam illic mandavit Dominus benedictio-nem, * et vitam usque in sseculum.

Gloria Patri, etc.

Want daar is het, dat de Heer beval, dat de zegen en het leven tot in eeuwigheid zij.

Glorie zij den Vader, enz.


Pbalmtjs 133.

C. Ecce nunc benedici-te Dominum, * omnes servi Domini.

Qui statis in domo Do-mini, * in atriis domus Dei nostri.

In noctibus extollite manus vestras in sancta:* et benedicite Dominum.

Benedicat te Dominus ex ISion, * qui fecit coelum et terram.

Gloria Patri, etc.

Ant. Virgo Maria, non est tibi similis nata iu mundo inter mulieres, Horens ut rosa, fragrans sicut lilium. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix.

Zegent nu, den Heer, gij allen, die de dienaars des Heeren zijt.

Gij die in het huis des Heeren woont, in de voorportalen van het huis Gods.

Verheft gedurende de nachten, uwe handen naar het heiligdom en zegent den Heer.

Dat ds Heer van uit Sion u zegene. Hij die hemel en aarde gemaakt heeft.

Glorie zij den Vader, enz.

Ant. O Maagd Maria ! niemand onder de vrouwen kan met u vergeleken worden : Gij bloeit als de roos. Gij maakt welriekend als de lelie. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.


Capitulom. Eccl., 24.

f Ego Mater pulchras dilectionis, et timoris, et agnitionis, et sanet;e spei. b. Deo gratias. V. r. Intercede pro nobis Sancta Virgo Vir-ginum. * Mater Dei Maria. — Intercede pro nobis.

Ik ben de Moeder der zuivere liefde, der vrees, der i kennis en der heilige hoop. k. God zij gedankt. V. E. Bid voor ons, heilige Maagd der Maagden. Moeder Gods Maria. — Bid voor ons.


-ocr page 267-

— 237 —

V. v. Ut digni efficia-mur promissionibusChris-ti. — * Mater Dei Maria.

v. Gloria Patri, et Fi-lio, et Spiritui Sancto. — Intercede pro nobis.

V. v. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden,

— Moeder Gods Maria.

t. Glorie zij den Vader, den Zoon, en den Heiligen Geest

— Bid voor ons.


Hoinus.

C. Virgo singularis,

Inter omnes mitis. Nob culpis solutos,

Mites fac et castos

Vitam prsesta puram, Iter para tutum. Ut, videntes Jesum, Semper collastemur.

Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus, Spiritui Sancto,

Tribus honor unus.

Amen.

V. v. Post partum Virgo, inviolata permansisti.

k. Dei Genitrix, intercede pro nobis.

Canticum Si:

C. Nunc dimittis ser-1 vum tuum, Domine, * secundum verbum tuum, in pace.

Quia viderunt oculi mei * salutare tuum,

Quod parasti, * ante fa-ciem omnium populorum,

Lumen ad revelatie-

O onvergelijkelijke Maagd, de zachtzinnigste der maagden, verkrijg voor ons de v ergiflenis onzer schulden, de zachtzinnigheid en de kuischheid. Geef ons een zeer kuisch leven, een weg zonder gevaren, opdat het aanzien van Jezus, ons eeuwig verblijde. Glorie zij den Vader,glorie aan Chris-stus almachtig, en aan den Heiligen Geest: eere aan de Goddelijke Drievuldigheid. Amen.

V. v. Na het baren zijt Gij eene onbevlekte Maagd gebleven.

e. Moeder Gods bid voor ons.

ieonis (Lucaj 11.)

Laat nu,'o Heer^uw dienaar in vrede gaan volgens uw woord ;

want mijne oogen hebben uw heil gezien,

dat Gij bereidt hebt voor het aanschijn aller volkeren; een licht ter veropenbaring


-ocr page 268-

— 238 —

netn gentium, et gloriam plebi8 tu» Israel.

Gloria Patri, etc Anl. (1) Sub tuum pne-sidium confugimus, sanc-ta Dei Genitrix : nostras deprecationes ne despici-as in necessitatibus nos-tris; sed a pericnlis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta

t v. Domine, exaudi orationem meam.

r. Et clamor mens ad te veniat.

t oremus.

Concede, raisericors Deus, fragilitati nostra1prsesidium : ut qui sanctse Dei Genitricis memoriam agimus, intercessionis ejus auxilio a nostris ini-quitatibus resurgamus. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Pilium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Saneti, Deus. Per omnia sa;cula sasculorum. r. Amen.

t v. Domine, esaudi orationem meam.

r. Et clamor mens ad te veniat.

voor de heidenen, en eeu luister voor uw volk van Israël.

Glorie zij den Vader, enz.

Ant. Onder uwe bescher-mingnemenwij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood : maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kouie tot TJ.

laat ons bidden.

Verleen, barmhartige God, bescherming aan onze broosheid ; opdat wij, die de gedachtenis van Gods heilige Moeder vieren, door de hulp van hare tusschenkomst uit onze ongerechtigheden opstaan. Door denzelfden Christus onzen Heer, viwen Zoon, die met u leeft en heerscht, in de eenheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen.

r. Amen.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep komo tot U.


1

Men bidt het; Suit tuum knielend.

-ocr page 269-

— 239 ~

t v. Benedicamus quot;Domino.

k. Deo gratias. t v. Ave, Maria, gratia plpna, Dominus tecum.

n. Benedicta tu in mu-lieribns, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

v. Loven wij den Heer

R, God zij gedankt. t. Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met IJ.

r. Gezegend z.ijt gij boven alle vrouwen,en gezegend is de Vrucht TJws lichaams Jezus.


GEKED NA DE GETIJDEN. (1)

Aan de allerheiligste en ondeelbare Drieëenigheid, aan de Menschheid van onzen ge-kruisten Heer Jezus Christus, aan den vruchtbaren maagdom van de allerzaligste en glorierijke Maria, altijd Maagd, en aan alle Heiligen, zij altijddurende lof, eer, kracht en glorie gebrachtdoor al le schepselen, en aan ons devergiffenis aller zonden, door de einde-looze eeuwen der eeuwen.

Amen.

v Gelukkig de schoot dei-Maagd Maria, die den Zoon des Eeuwigen Vaders gedra-i gen heeft.

e. Gelukkig de borst, die onzen Heer Jesus Christus gevoed heeft.

Sacrosanctïe et individual Trinitati, crucifisi Domini nostri JesuChris-ti humanitati, beatissimce et gloriosissimfe semper-(|iie virginis Maria; fecun-(litati atque integritati, et omnium Sanctorum uni-versitati, sit sempiterna laus, honor, virtus et gloria ab onmi creatura, no-biaque remissio omnium peccatorum, per infinita sa;cula saeculorum.

Amen.

t v. Beata viscera Marias Virginis, quae por taverunt seterni Patris Filium. i

k. Et beata libera quae i lactaverunt Christum Do-minum.

Pater, Ave.

Onze Vader, Wees gegroet.

(1) Zij, die dit gebed godvruchtig en geknield verrichten, wisschen daardoor uit alle de fouten en nalaligheden, die zouden kunnen gemaakt zijn, in het bidden der Getijden.

-ocr page 270-
-ocr page 271-

LITANIE

VAN DEN HEILIGEN NAAM JEZUS.

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Jesu, audi nos.

Jesu, exaudi nos;

Pater de Coelis Deus, miserere nobis.

Fili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Jesu, Fili Dei vivi,

Jesu, Splendor Patris,

Jesu, candor lucis seternas, _ g

Jesu, rex gloria;, S'

Jesu, sol justitiae, g

Jesu, fili Maria; virgi- b nis,

Jesu, admirabilis, 5°'

Jesu, Deus fortis,

Jesu, Pater futuri s;e-culi,

Jesu, magni Consilii Angele,

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm TJ onzer. Heer, ontferm U onzer. Jezus, hoor ons.

Jezus, verhoor ons. God, Hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer. God, H. Geest, ontf. U onzer.

H. Drievuldigheid, één God,

ontferm XJ onzer.

Jezus, Zoon van den levenden God,

Jezus, bestralend licht des

Vaders,

Jezus, glans van het eeuwi- _ ge licht, b

Jezus, Koning der glorie. S2 Jezus,zon der rechtvaardig- 3 heid. ,

Jezus, Zoon van de H.

Maagd Maria, §

Jezus, bewondering waar- o dig,

Jezus, sterke God,

Jezus, vader der toekomende eeuwen,

Jezus, engel van hemelschen raad.


-ocr page 272-

— 242 —

Jesit, potentissiine, Jesu, patientissimo, Jesu, obedientiasime, Josu, mitis et hutuilis

corde,

Jesu, amator castitatis,

Jesu, amator noster,

Jesu, Deus pacis,

Jesu, autor vitas,

Jesu, exemplar virtu-turn,

Jesu, zelator annima-

rum,

•Jesu, Deus noster, Jesu, refugiutn nostrum,

Jesu, Pater pauperura, Jesu, thesaurus Fide-

Hum,

Jesu, bone Pastor, Jesu, lux vera,

Jesu, sapientia aeterna, Jesu, bonitas infinita, Jesu, via et vita nostra,

Jesu, gaudium Ange-

lorum,

Jesu, Magister Apos-

tolorum.

Jesu, Doctor Evange-

listarum.

Jesu, fortitudo Marty-rum.

Jesu, lumen Confesso-rum,

J esu.puritas Virginum,

Jesu, corona Sanctorum omnium.

Almachtigs to Jezus, Geduldigste Jezus, Gehoorzaamste Jezus, Jezus, zacht en nederig van harte,

Jezus, minnaar dor zuiverheid,

Jezus, die ons zoo zeer bemind heeft,

Jezus, God van vrede, J ezus, oorsprong deslevens, Jezus, voorbeeld der deugden,

Jezus, werver der zielen,

Jezus, onze God,

Jezus, onze toevlucht,

Jezus, vader der armen, Jesus, schat der geloovigon,

Jezus, goede Herder, Jezus, waarachtig licht, Jezus, eeuwige wijsheid, Jezus, oneindige goedheid, Jezus, onze weg en ons leven,

Jezus, blijdschap dor Engelen,

Jezus, Meester der Apostelen,

Jezus, leeraar der Evangelisten,

Jezus, sterkte der Martelaren,

Jezus, licht der Belijders,

Jezus, zuiverheid der Maagden,

Jezus, kroon van alle Heiligen,


-ocr page 273-

- 243 -

Propitius psto, paree nobis, Jesu.

Propitius esto, exaudi

hos, Jesu.

Ab omui peccato,

Ab ira tua,

Ab insidiis diaboli,

A spii-itu fbruieationis,

A morte perpetua, A neglectu inspiratio-

num tuarum, Por Mysterium sauc-tae Incarnationis tuae, Er

Per Nativitatem tuam, g Per Infantium tuam, B Per diviuisimam Vi- g

tam tuam,

1'er Labores tuos, Per Agoniam et Passi- F

onem tuam, Per Crucem et üere-

lictionem tuam, Per Languores tuos, PerlMortem et sepul-

turam tuam, Per Eesurrectionem tuam,

Per Ascensionem tuam, Per Gaudia tua, Per Gloriam tuam,

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis Jesu.

Agnus Dei, qui tollis pee-cata mundi, exaudi nos, Jesu,

Wees genadig, spaar ona, Jezus!

Wees genadig, verhoor ons, Jezus!

Van alle kwaad, verlos ons,

Jezus !

Van Uwe gramschap,

Van do listen on lagen des

duivels,

Van den geest van on-

kuischheid,

Van den eeuwigen dood. Van het veronachtzamen

uwer inspraken.

Door het geheim uwer Menschwording, lt;5

gt;~i

Door Uwe Geboorte, 2

Door Uwe Kindsheid, o

Door Uw goddelijk leven, S • '

Door Uwen arbeid, ®

Door Uwen doodstrijd en S

Uw lijden,

Door Uw Kruis en Uwe

verlating,

Door Uwe kwijuingen.

Dooi' Uwen dood en Uwe

begrafenis.

Door Uwe verrijzenis.

Door Uwe Hemelvaart,

Door U we vreugde,

Door Uwe glorie,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,spaar ons, Jezus I

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jezus!


-ocr page 274-

244 —

Agnus Dei, qui tollis pee-cata mundij miserere nobis, Jesu.

Jesu, audi nos.

Jesu, exaudi nos.

Orbmüs.

Domine Jesu Christe, qui dixisti: Petite, et ae-cipietis ; quocrite, et inve-nietis; pulsate,et aperietur vobis : quoesumus, da nobis petentibus divinissi-mi tui amoris affectum, ut te toto corde, ore et opere diligamus, et a tua nun-quam laude cessemus: Qui vivis et regnas cum Deo Patre, in unitate Spiritus Sancti, per omnia saecula sasculorum. Amen.

Lam Gods, dat de zouden dor wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jezus !

Jezus, hoor ons.

Jezus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O Heer, Jezus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt en gij zult vinden; klopt en men zal u openen; verleen ons, als het fl belieft, de genade, om de genegenheid uwer goddelijke liefde te verwerven, opdat wij U uit geheel ons hart beminnen u door mond en daad belijden, en nooit zullen ophouden TJ te loven, Q-ij die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid van den H.Geest, in alle eeuwen der eeuwen.Amen


-ocr page 275-

LITANIE

DER ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos. Christe, exaiuli nos. Pater de coelis, Deus, miserere nobis Fili, Redemptor mundi,

Deus, miserere nobis. Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis. Sancta Maria, ora pro

nobis.

Sancta Dei Genitrix, Sancta Virgo Virgi-

num,

Mater Christi,

Mater divinne gratias, o

•quot;S

Mater purissima, -3 Mater castissima, o Mater inviolata, ö

Mater intemerata, S* Mater amabilis, ?

Mater admirabilis,

Mater Creatoris,

Mater Salvatoris,

Virgo prudentissima.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, ééu God, ontferm U onzer,

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, H. Maagd der M aagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke ge- ^ nade, ^

Allerreinste Moeder, lt;

Allerzuiverste Moeder, g Ongeschonden Moeder, ^ Onbevlekte Moeder, §

Beminnelijke Moeder, Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd,


-ocr page 276-

— 246 —

Virgo veneranda.

Virgo praïdicanda,

Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidelia,

Speculum justiiias,

Sedes sapiemiaj,

Causa nostrae laetitiae. Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotionis,

Eosa rnystiea,

Turris Davidica,

Turris eburnea,

Domus aurea, p

Foederis area, ^

Janüa cneli,

Stella matutina, =

Salus infirmoruna, 5 Refugium peccatorum, S! Consolatrixafflictorum, • Auxilium Christiano rum,

Eegina Angelorum, Regina Patriarcharum, Regina Prophetarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum,

Regina Conf'essorum, Regina Vii-ginum,

Regina Sanctorum omnium,

Regina sine labo ori-

ginali concepta,

Regina sacratissirai Rosarii,

Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat,

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht.

Geheimzinnige roos,

Toren van David,

Ivoren toren. g

Gulden huis, ^

Ark des verbonds, g

Deur des hemels, ^

Morgenster, g

Behoud der kranken, ™

Toevlucht der zondaren, Troosteres der bedrukten, Hulp der christenen,

Koningin der Engelen, Koningin der Aartsvaders, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder erfsmet

ontvangen,

Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans.


-ocr page 277-

247 —

Agnus Dei, qui tollis pec-cata iniindi,parce nobis Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, exaudi nos Domine Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos. y Ora pro nobis, Sancta

Dei Genitrix u. Ut digni etticiamurpro-missionibus Christi.

Okemus.

Defende, quxsumus, Domine, beata Maria semper Virgine intercedente, istam ab otnni adversitate famiiiam, et toto corde tibi prostratam, ab hosti-mn propitius tuere cle-menterinsidiis. Per Christum Dorainum Nostrum.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.

B. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

O Heer, bescherm van alle kwaad door de bemiddeling der gelukzalige Maria, altijd Maagd, als het U belieft, deze familie, die zich uit ganscher harte voor u nederwerpt, en verdedig haar, door uwe barmhartigheid, tegen alle vervolging harer vijanden. Door Jezus Christus, onzen Heer.


-ocr page 278-

LITANIE

VAN

ONZEN GELUKZALIGEN VADER OEN HEILIGEN DOMINICUS

Kyrie, oleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi noa.

Pater de coelis, Deus, miserere nobis.

Fili, Redemptor mmidi Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Deus, mi serere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei Grenitrix,

Sancta Virgo Virginum,

Magne Pater,Dominice.

Lumen Ecclegiae, Lux mundi,

Jubar saeculi, Praedicator gratiae, Rosa patientiae, Salutis animarum siti-

entissime,

Martyrii cupidisaime,

Magne animarum oeco-nome,

Heer, ontferm TJ onzer, Christus, ontferm TJ onzer. Heer, ontferm U onzer, Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons, God, hemelsche Vader, ontferm U onzer,

God, Zoon, Verlosser der

wereld, ontferm TJ onzer, God, H. Geest, ontferm TJ onzer,

H. Drievuldigheid, één God,

ontfer TJ onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden. Dominicus, onze eerbiedwaardige Vader.

Ster der Kerk.

Licht der wereld. 5

p.

Fakkel der eeuw.

Prediker der genade. g

Roos van geduld. ^

Gij, die dorstig zijt naar het § heil der zielen. quot;

G\j, die verlangdet naar den

marteldood.

Groote bestuurder der zielen.


-ocr page 279-

— 249

Vir evangelice,

Doctor veritatis,

Ebiir castitatis, Vir plane apostolici

pectoris,

Pauper in peculio,

Dives, vita pura,

Pro zelo pereuntium ardens quasi faeula,

Evangelii tuba,

Praeco coelestiuni, Abstinentiae regula,

Sal terrae, q

Quasi sol refulgens in p

templo Dei, -a

Christi suffulte gratia, 3

a

o

Stola dotate regia, V

Flos in florum virens areola,

Terram rigans cruore pio,

Ca-li locate in horreo,

Fulgens in choro Vir-ginum.

Praedicatorum Ordi-nis, Dux et Pater,

TIt mortis hora tecum suscipiamur in crclo,

Evangelisch man.

Leeraar der waarheid.

Ivoor van kuischheid.

Een man met een echt apostolisch hart.

Arm in de goederen der fortuin.

Rijk in de zuiverheid uws levens.

Gij, die met een warmen ijver bezielt waart voor het heil der zondaars.

Bazuin van het Evangelie.

Wapenbode des hemels.

Voorbeeld van onthou-ding.

Zout der aarde. W

Schitterende zon in den ^ tempel des Heeren. ^

Gij, die door de goddelijke % genade waart onder- o steund CO

Gij, die met een koninklijken mantel bekleed zijt.

Schitterende bloem in do tuinen der Kerk.

Gij, die de aarde bespren-keldet met uw kostbaar bloed.

Ingezamelde tarwe in do hemelsche zolders.

Gij die glinstert ouder de Maagden.

Gij, die het hoofd en do Vader zijt van de Orde der Predikheeren.

Opdat wij bij onzen dood met U ontvangen worden in den hemel.


-ocr page 280-

- 250 —

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundijparce nobis, Jesu.

Agnus Dei, qui tollis pec-oata inundi, exaudinos, Jesu.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, miserere nobis, Jesu.

Christe, audi nos. Christe, exaudi nos.

v. Domine, exaudi ora-tionem meaiu.

e. Et clamor mens ad te veniat.

Oeemus

Concede, qusesumus, omnipotens Deus, ut qui peccatorum nostrorum pondere premimur, beati Dominici, Coiifessoris tui. et Putris nostri,patrocinio sublevemur. Per Christum Dominum nostrum n. Amen.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Jezus.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, verhoor ons, Jezus,

Lam Gods, dat do zonden der wereld wegneemt, ontferm TJ onzer, Jezus.

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden

Almachtige God, wij zijn gedrukt, onder den last onzer zonden; verleen ons, a s het ü belieft, er van verlost te worden, door de verdiensten van den heiligen Dominicus, uw belijder en onze Vader. Door Jezus Christus, onzen Heer. r. Amen.


-ocr page 281-

INDEX DER GEBEDEN.

ANTIPIIONEN.

IU.iJz.

Salve, Eegina.......... . ia4

GEZANGEN.

To Deum laudamus..........148

LOFZANGEN.

Veni, Creator Spiritus.........141

LITANIEN.

Litanie van den Heiligen Naam Jezus. . . . 241

Litanie der Allerheiligste Maagd Maria . . . 244

Litanie van den H. Dominicus......247

GETIJDEN.

Getijden der Allerheiligste Maagd Maria. . . 169 GEBEDEN.

Benedicere digneris......................151

Concede nos famulos tuos........147

Deus, cujus misericord! se........150

Deus, '.■ui corda fldelium................132

Doraine Jesu Christe, qui tegumen.....145

ridelium. Deus, omnium conditor.....153

Prajtende, Domine, famnlo tuo.......147

Rogamus te, Domine..........144

-ocr page 282-

— 252 -

lilndz.

Supplices te Domine..........145

Voor de Kerk............159

Voor den Paus............159

Voor de Keizers, Koningen, enz......160

Voor de Cardinalen en l'atriarchen.....160

Voor den Meester-Generaal der Predikheeren . 161 Voor den Groot-Meester of Luitenant-Generaal

der Orde.............161

Voor de Aalmoezeniers, Commandeurs en Priors . 161

Voor de Broeders en Zusters.......162

Voor de Weldoeners der Orde.......162

Voor de Zieken en Gevangenen......162

Voor de bekeering der zondaren. . ■ . . . 163

Voor de bekeering der ketters en der afvalligen . 163

Voor de bekeering der joden.......163

Voor de bekeering der ongeloovigen .... 164 Voor de Broeders, de Zusters, hunne Ouders hunne naastbeslaanden en de Overledene Weldoeners ..............164

Voor den vrede............165

Voor de vruchten der aarde.......105

Voor de zegening van het vaandel der Militie . 106

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

Aocipe gladium istum ......... 151

Ave Maria . ............135

Confiteor..............142

Credo...............146

Et ego ex jDarte Dei.........143

Aanroepingen . . . ,........135

Laudetur Jesus Christus.........131

Pater noster.............136

Vivat Jesus Christus....................131

Sit lucerna ardens...........143

Veni, Sancte Spiritus..........131

-ocr page 283-

- 253 —

PSALMEN.

DlilllX .

CXXIX De Profundis..................157

VIII Domine Dominus uoster..........137

CXXXIII Ecce nunc benedicite............134

CXXXII Ecce quam bonum..............137

CXVI Laudate Dominum, oranes gentes. . 150

XXXXIV Laudate nomen Domini.....132

CLVII Magnus Dominus.......154

L Miserere mei, Deus..............131'

-ocr page 284-
-ocr page 285-

ALGEMEENE INHOUD.

lilauz.

Inleiding............................1

Vekkxaeing..........................7

Codex Diplomaticus ......... !)

Reïels en Constitutien...... . 12

Algemeene bepalingen..........12

Geschiedenis.............12

Doel................13

Middelen..............13

Opname...............13

Noviciaat............................14

Algemeeuo verplichtingen..................15

TITEL I

Algemeene inrichting .... .... 17

HOOFDSTUK 1

De Oede en de IIoofdraad..............18

§ 1. Do Groot Meester..................19

§ 2. De Luitenant-Generaal.......20

3. De IIoofdraad..........20

ij 4. De Kanselier ..........22

§ 5. De Algemeene Novicenmeester .... 22

§ 6. De Algemeene Schatbewaarder .... 23

§ 7. Do Opper-Ceremoniemeester.....23

§ 8 De Arcbiefbewaarder.......24

§ 0. De Bibliothocaris..................24

-ocr page 286-

— 256 —

HOOFDSTUK II

Rladz

De Gewesten, de Groot-Prioeaten, en de

Gewestelijke Kaden.........25

§ 1. De Groot-Commandeur......25

§ 2. De Groot-Prior.........26

§ 3. De Gewestelijk Eaden.......26

§ 4. De Corcmaiuleurs........27

§ 5. De Priors...........28

§ 6. Do Ouder-Priors.........28

§ 7. De Kapteins-Generaal.......28

§ 8. De Novieenmeesters.......29

§ 9. De Schatbewaarders.......29

§ 10. De Ceremoniemeesters. ...... 30

S 11. De Kapiteins....................30

§ 12. De Aruliiefbewaarders en de Bibliothecarissen.............30

HOOFDSTUK III

De Phioeaten en de Kapittels......31

§ 1. De Kapittels..........31

§ 2. Waardigheidbekleeders.......32

TITEL II.

Opnamen en Benoemingen........33

HOOFDSTUK I

De Leden der Orde...........33

§ 1. De Novices...........33

§ 2. De Broeders......................34

§ 3. De Ridders......................35

HOOFDSTUK II

De Waahdigheidbekleedees.......35

-ocr page 287-

— 257 -TITEL III.

Biadz^

vergaderinöen der eaden en Algejieene ver

gaderingen ......... , ■ - 37

HOOFDSTUK I.

Eaadstergaderingen..........37

§ 1. Hoofdraad...........37

§ 2. Gewestelijke Raden........S8

§ 3. Kapittels............3'J

HOOFDSTUK II.

Ai.gemeene Vergaderingen...... . 39

§ 1. Vergaderingen der Prioraten.....40

§ 2. Gewestelijke Vergaderingen.....40

TITEL IV.

Wijze van stemming en geldigheid der stemmen..............42

TITEL V.

Regeling der Werkzaamheden......44

HOOFDSTUK I.

Aedeelingen der Weeken in 't algemeen. . 46 § 1. Afdeeling der Werken van 't Geloof en

't Gebed...........46

§ 2. Afdeeliug van 't quot;Woord......46

§ 3. Afdeeling der Geschriften......47

£; 4. Afdeeling van 't Onderwijs.....47

§ 5. Afdeeling der Werken van Barmhartigheid. 48 § 6. Afdeeling van de Gastvrijheid .... 48

-ocr page 288-

- 258 -HOOFDSTUK 11.

Blad?..

Ai'ueeling van ue Werken in 't Oosten . . 40 TITEL VI.

Feesten en Godsdienstige Plechtigheden. . 50

TITEL Vil,

Bijdragen, Kanselarijrechten en verschil

lende Ontvangsten......... 52

TITEL VUL

Voorrechten en Aflaten........54

TITEL IX

IIet Aal.moezenierschap ... .... 56 TITEL X

Benamingen der Prioraten.....• . 59

TITEL XI

Het Ceremonieel • . ......... (30

HOOFDSTUK 1

Ceremonieel van opname in de drie graden

der Orde.............(JO

§ 1. Voor de opname der Novicen.....60

§ 2. Voor de opname der Broeders .... 60

§ 3. Voor de opname der Ridders.....05

-ocr page 289-

— 259 -

HOOFDSTUK II.

BI ad 7.

Plechtigheid deb aanstelling van deWaar-

digheidbekleeders..........68

§ 1. Waardigheidbekleeders door de Kapittels

benoemd............68

§ 2. Waardigheidbekleeders door de Gewestelijke Eaden benoemd.......69

A- — De Prior.........t'9

JB. — De Onder-Prior.......73

§ 3. Waardiglieidbekleeders door den Hoofd-

raad benoemd..........72

1° De Commandeur, De Opjjer-Ceremonie-meester, De algemeene Schatbewaarder, de algemeene Novicenmeester, de Kanselier,

de Groot-Prior en de Groot-Commandeur. 72

2» De Groot-Meester.........75

A. — Ceremonieel van benoeming. . . 75

B. — Ceremonieel der plechtige aanstelling 76 3° De Luitenant-Generaal.......81

A. — Ceremonieel der benoeming ... 81

B. — Ceremonieelder plechtige aanstelling 82 4° De Groot-Aalmoezenier.......86

HOOFDSTOK III

Ceeemonieel in geval tan oveelijden ... 88

§ 1. Voor de Broeders en de Bidders ... 89

§ 2. Voor de Waardigheidbekleeders. ... 90

A. — Waardigheidbekleeders der Prio- 90

raten...........90

B. — De Prior.........90

C. — De Aalmoezenier.......91

D. — De Grootwaardigheidbekleeders. . 91

E. — De Groot-Meester......93

F. — De Luitenant-Generaal.....94

G. — De Groot-Aalmoezenier .... 95

-ocr page 290-

— 260 —

HOOFDSTUK IV

Hladz*

Cebemonieel der algemeene Veugadeeinuen. 95 HOOFDSTUK V

Eegel der vooeeangsrechten...... 97

TITEI XII

Het Gewaad............ 98

HOOFDSTUK I

Gewaad der .Broeders en der Ridders . . 98

§ 1. — De Broeders......... 98

§ 2. — De Ridders......... 98

HOOFDSTUK II

Gewaad dee Waardigheidbekleedees ... 99

HOOFDSTUK III

Gewaad van den Luitenant-Generaal. . . 100

HOOFDSTUK IV

Gewaad van den Geoot-Meester.....101

TITEL XIII

Eervolle onderscheiding........ 102

TITEL XIV

Kenmeekende titels......... 10'1

-ocr page 291-

— 261 — TITEL XV

151 ad/..

Emblema 's zikner.eeldeïr en zegels .... 106

HOOFDSTUK I

Emblema's.............loö

§ 1. — Het Kruis..........106

§ 2. — Het Wapenschild.......108

§ 3. — De Banier..................110

HOOFDSTUK II

Zinkebeelden ........................113

HOOFDSTUK III

Zegels...............114

TITEL XVI

Het Boekhouden en de Vooenaamste Registers .............11G

HOOFDSTUK I

Eegisters der Prioraten.......110

§ 1. Inschrijvingsregisters.......116

A. Over de Oiiname ....... 117

B. Rangschikking der bewijzen van op

name ...........118

§ 2. Registers van liet Schatmeesterschap. . 119

A. Kasboek..........119

B. Boek der inventarissen.....119

§ 3. Afschrift der Brieven.......120

HOOFDSTUK II.

Gewestelijke Registers........120

-ocr page 292-

— 262 — HOOFDSTUK III.

liladz.

At.gemekne Registers.........121

§ 1. Registers en boeken der Kanselarij . . 121

A. Inschrijvingsregister............121

B Afschrift van brieven............122

C Dossiers......................122

§ 2. Registers van het Algemeen Schatmeesterschap ....................122

A. Groot Kasboek................122

Algemeen boek der Inventarissen . . 123

TITEL XVII.

Disciplinaire Straffen................124

TITEL XVIII.

Prioraat deb Veouwen................128

TITEL XIX.

G-ebeden............................131

HOOFDSTUK I.

Gebeden bee Raadsvergaberingen .... 131

§ 1. Opperste Raad.........131

§ 2. Provinciale Raden................135

§ 3, Kapittels......................136

HOOFDSTUK II.

Gededen dee Algemeene Veegadeeingen . 13G

HOOFDSTUK III.

Gebeden dee Afdeelingen.......138

-ocr page 293-

— 2G3 —

HOOFDSTUK IVquot;.

Blad?..

Gebeden bij dk Ceeemonien....... 139

§ 1. Voor de aanneming dor Novicen ... 139 § 2. Voor de aanneming der Broeders. . . 142 § 3. Voor de aanneming der Bidders . . . 151 § 4 Voor de aanstelling der Waardigiieid-

bekleeders, benoemd door de Kapittels . 152 § fj. Voor óe aanstelling der Waardigheid-bekleeders, benoemd door de Gewestelijke

Eadeu............153

A. — De Prior......... 153

B. — De Onder-Prior....... 153

§ G. Voor de aanstelling der quot;Waardigbeidbe-

bekleeders, benoemd door den Oppersten Eaad.......... 154

§ 7. Voor de benoeming van den Groot-

Meester ........... 154

§ 8. Voor do bevestiging van den Groot-

Meester ........ , ■ ■ 154

§ 9. Voor de benoeming en de bevestiging van

den Luitepant-Generaal...... 156

§ 10. Voor de aanstelling van den Groot-Aalmoezenier .......... 156

§ 11. Voor de overledenen ....... 157

HOOFDSTUK V.

Vebschillende gebeden ....... 159

HOOFDSTUK VI

Gebed voor de zegening val het vaandel

der Mililie.................1G6

Overgangsbepalingen..................167

Officie der Allerheiligste Maagd Maria . 169

Litaniën..............240

Index der gebeden..........251

Maastrichtsche Stooiidevkkekij

-ocr page 294-
-ocr page 295-
-ocr page 296-
-ocr page 297-
-ocr page 298-