ocr page 1

- T

W K v '■^ - f- !-.gt; ' :: gt;- .

\ ^ -

V,y K

• i . vJw ^ ' quot;quot; • n - r-ii_ Tgt;-,

^ ^ gt; V quot; lt; ■ -

VTvV-r ^ V *

rjL v quot;«f w_ ,gt; -lt;_

•x r 4quot;^i,ierV v^iT^ r^ vV gt;°

;gt; , f v- ■/ -^- /

; 4Vv ^ .quot;igt;\'

' *% ■ -/y^-^r'/ lt;■ 'gt;

lt;.i

^rf

V ^ gt;/ , /ylt;t ^ Vd

\quot;' ' .^ gt; - 4 '• V 1

I V gt; 'X^ t - ^ 1 . vfl

•A

gt;' # r

' ^'::- A

: • i . ,s.^^

M, •.. / ^ v .' \ G

r-~''^

V1 ■ -quot; gt; v

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

SmOERU8e

OF

EEN EVANGELISCH DOMINÉ

IN

DE CATACOMBEN.

Naar het Duitsch

.Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen, die, door hun woord, in mij zullen gelooven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in mij en ik in U, dat ook zij in ons één zijn: opdat de wei-ld geloove, dat Gij mij gezonden hebt.quot; Joann 17 : 20.

GRONINGEN. — G. J. SLUITER. — 1892.

ocr page 6
ocr page 7

VOORREDE.

Een enkel woord over den Schrijver en zijn werkje en over deze bescheiden proeve van vertolking.

Vóór lo jaren verscheen in Dnitschland een werk llrinnerungen eines alten Lntherancrs.quot; Daarin verhaalt de Schrijver zijne geschiedenis. Geboren uit een oud adellijk geslacht op het kasteel Ges mold nabij Os-na briick. werd hij opgevoed in het Lutheranisme, het geloof zijner vaderen sinds 200 jaren. Na den cursus van het gymnasium te hebben voleindigd, studeerde hij in de rechten aan de hoogescholen van .Heidelberg en Góttingen, en kreeg eene aanstelling als rechtsgeleerde aan het gerechtshof te Lüneburg. Maar het graote vraagstuk : Protestant of Katholiekliet hem geen rust. Onverdroten zette hij zijne vergelijkende studiën voort, ,, um cndlich einmal die wichtigste Fr age meines Lebens in 's Reine zn bringen.quot;

In Mei iSjj giquot;S Mainz, liet zie li onder

richten door Dr. Ileinrich en werd in het paleis van RFgr. v. Ketteler tn de Katholieke kerk opgenomen.

Een storm van verontivaardiging stak op. Bloedverwanten en vrienden keerden hem den rug toe. Allerlei praatjes deden de ronde. Sommigen meenden, de luister der plechtigheden van Rome's eeredienst had hem verblind; anderen zeiden, hij zocht bisschop te worden, ti Hij is met wel bij hoofd.quot; heette het hier ; ginds fluisterde men: „een rijke gravin is in het spel.quot;

ocr page 8

,, Solchc Schwatzcrcicn amiisirtcn mich nnd storten viich gewaltig wei lig.quot;

Ruim 2j jaren na zijne bekeering — jaren van aanhoudend gebed en studie, want hij was inmiddels priester geworden en lid der Sociëteit van Jesus — schreef hij dit werkje : ,, Sincerus of een Evangelisch domine in de Catacomben.quot; De eerste uitgave zo as binnen een maand uitverkocht. Tijdschriften en Dagbladen bespraken het druk en . . . weerlegden het met.

Ook hier te lande .zal het misschien zijn zeeg vinden. Als er door belangstellenden soms gevraagd wordt om een handig boekje, dat hun de Katholieke kerk en de hoofdpunten harer leer wat nader kan doen kennen, staat menigeen verlegen met de keuze van een passend geschrift. Deharbe is wat groot en ruim zwaar op de hand. de „Antwoordenquot; van Ségur zijn soms wat veel berekend op Fransche vragen; Sincerus schijnt ons eene zeer geschikte handleiding voor het begin.

Wat de vertaling betreft ■— of de bewerking, zoo ge wilt, want de drie laatste hoofdstukken zijn ietwat gewijzigdy — de vertaler weet zelf het best dat et veel aan ontbreekt; maar de kundige lezer zal wel weten, dat het heel zvat moeite kost en lang niet altijd gelukt, den zin en soms de letterlijke woorden van een Griekschen of Latijnschen Kerkvader in vloeiend of althans goed leesbaar Hollandsch weer te geven.

Moge het werkje eenig licht verspreiden'.

Groningen, 21 Juni 1892.

ocr page 9

1. Sincerus en Cyprianus,

Sincerus is dominé der Evangelische kerk. Hij woont niet ver van Maagdeburg. Zijn gemeente was vroeger Luthersch, maar sedert de Unie van 1817 werd zij Evangelisch. Dominé zelf is van de streng-geloovige richting, gloeiend van „ijver tegen Rome.quot;

Op zekeren avond zat hij in zijn studeervertrek, druk bezig met het opstellen eener verhandeling over Luther. Bij het licht van zijn studeerlamp peinst hij over den toenemenden bloei van het Katholicisme in de laatste jaren. „Hoe is het toch mogelijk,quot; zegt hij tot zichzelf, ,, dat het oude bijgeloof nog altijd voortleeft en dat zelfs menigeen zich laat bepraten, om van het zuivere Evangelie over te gaan tot de duisternissen van het pausdom? Al voor meer dan driehonderd jaren gaf Luther dat pausdom den doodsteek en toch leeft het nog altijd voort.quot;

Deze gedachte bracht Sincerus in min vroolijke stemming en hij overlegde, hoe het best een dam op te werpen tegen dien wassenden vloed van het Katholicisme. ,, De grondgedachte der hervorming,quot; zoo redeneerde hij, „was de terugkeer tot het oorspronkelijke, het eenvoudige, het zuivere Christendom, omdat het pausdom dit vervalscht had door allerlei mensche-lijke bijvoegselen. Geen beter middel dus, om het nieuwe Rome met goeden uitslag te bestrijden, dan neerdalen in de catacomben van het oude Rome en dan zonneklaar aantoonen : dat de eerste Christenen in alles overeensteinmen met ons Evangelischen, en niet met de Roomschen onzer dazen.quot;

Onder den last dezer zorgelijke overpeinzingen knikte

dominé's hoofd al dieper en dieper......hij viel in

slaap.

ocr page 10

6

In den droom ziot hij zich op eens verplaatst in een ruim vertrek, slechts ten halve verlicht door het matte schijnsel van eenige lampen, die hier en daar zijn opgehangen. Voortgaande bemerkt hij een soort van graftomben of altaren. De wanden en de gewelven zijn met schilderwerk gesierd. Hier ziet hij de welbekende voorstelling van den goeden Herder, ginds Daniël in den leeuwenkuil.

„Waar ter wereld,quot; vraagt hij, „ben ik verzeild? Zou het waar zijn? Zijn dit de catacomben? Heerlijk! Nu kan ik het christendom der eerste eeuwen ter plaatse bestudeeren.quot;

Zoo mijmerend gaat hij voort van het eene vertrek naar het andere. Eindelijk ontmoet hij een eerbied-waardigen grijsaard.

„Neem mij niet kwalijk,quot; zegt hij tot hem, „kan UEd. mij ook zeggen, waar ik mij bevind?quot;

,, Ge zijt in de catacomben, vreemdeling! Ik noem ii vreemdeling, want ik zie wel, onze zeden en gebruiken zijn u vreemd. Wij christenen spreken elkander niet toe met UEd.quot;

Sincerus: Mag ik dan weten, wie gij zijt?

C y p r i a n u s ; Ik ben Thascius Cyprianus , bisschop van Karthago.

Sine.: Cyprianus? Dat treft goed! Uw naam hoorde ik menigmaal noemen in de colleges over godgeleerdheid te Berlijn. Mijn naam is Sincerus, ik ben dominé te X. bij Maagdeburg.

Cypr.: Maagdeburg, waar ligt dat?

Sine.: Aan gene zijde der Alpen, in Duitsch-land in het Noord-Oosten.

Cypr.: Dus is het christendom ook al doorgedrongen tot die gewesten; want ik vermoed, ge zijt christen.

Sine.: Zeker, Evangelisch christen en dominé nog wel.

Cypr.: Hoe is de naam van uw bisschop?

Sine.: Bisschoppen . . . die hebben wij niet.

ocr page 11

7

C y p r.: Hoo ? Gc zijt christen en hebt geen bisschoppen ? Is het getal christenen bij u misschien zoo klein, dat ge zonder bisschop leven moet?

Sine.; Neen, geheel ons land is christelijk; maar wij Evangelischen hebben geen bisschoppen.

Cypr.: Ik begrijp u niet. Gij wilt christenen zijn en hebt geen bisschoppen! maar dan zijt ge zeker niet Katholiek; want alleen de ketters, en nog niet eens alle, leven zonder bisschoppen. Hebt ge dan nooit bisschoppen gehad ?

Sine.: Ja, vroeger wel. Voorheen had men een bisschop bij voorbeeld te Maagdeburg, te Brandenburg te Halberstadt. Maar vóór driehonderd jaren heeft men die afgeschaft.

C y p r.; Afgeschaft ? De bisschoppen afgeschaft ? Versta ik u goed? Hoe kwam dat?

Sine.; Zij waren vervallen in allerlei papistische bijgeloovigheden en verzetten zich tegen de Kerkhervorming.

Cypr.: Wie wilde dan die Kerkhervorming tot stand brengen ?

Sine.; Onze groote Reformator, Maarten Luther.

Cypr.; Maarten Luther? wie was dat? wanneer heeft hij geleefd? Was hij misschien Metropolitaan-Bisschop, zoodat alle bisschoppen der geheele Kerkprovincie aan hem onderworpen waren ?

Sine.; Neen! bisschop was hij niet; 't was een monnik en 1 loogleeraar in de godgeleerdheid aan de Universiteit van Wittenberg.

Cypr.; Zoo, dus geen bisschop? En toch wilde hij Kerk en bisschoppen hervormen? misschien wilde hij zelfs zijn eigen bisschop ook hervormen?

S inc.; Ja, zeker wilde hij dat; want heel het pausdom. ook de bisschop van Rome, was sinds vele eeuwen afgeweken van het zuivere christendom; dat was de reden, waarom Luther zich in i 5 i 7 losscheurde van Rome.

Cypr.; Zich losscheurde van Rome? Ge zijt dus buiten de eenheid der Katholieke Kerk ?

ocr page 12

8

Sine.: Ja. De Bisschop van Rome heeft Luther en zijne volgelingen buiten de gemeenschap zijner Kerk gesloten. Maar die uitwendige gemeenschap doet ook weinig ter zake. Wij behooren allen tot de algemeene, onzichtbare Kerk.

C y p r. : Gij behoort tot de onzichtbare Kerk, en zijt toch afgescheiden van den Bisschop van Rome en de andere bisschoppen ? Gij hebt dus ook eene andere leer dan zij? Vreemdeling, hoe moet ik dat verstaan? Als alle banden. die u aan de Kerk hechten, verbroken zijn, niet alleen de uiterlijke band der Kerkgemeenschap, maar ook de innerlijke band van een gemeenschappelijk geloof, wat blijft er dan nog over van de eenheid ? Dan zijt ge in geen opzicht één met de Kerk, noch in het zichtbare, noch in het onzichtbare; dan behoort ge niet tot de Kudde van Christus, want deze heeft herders (de bisschoppen) en gij zijt van deze herders gescheiden. Maar dan zijt gij ketters, zou ik zeggen, en met u los te scheuren van de oude Kerk, door Christus en Zijne Apostelen gesticht, deedt ge geheel verkeerd.

Sine.: Verkeerd? toch niet! De oude Kerk was vol dwalingen en misbruiken. Het zuivere Evangelie was verduisterd, de H. Schrift aan de oogen van het volk onttrokken. Wij zijn het, die het eerst daaraan een einde maakten, wij hebben de Kerk hersteld in hare oorspronkelijke zuiverheid.

Cypr.: Oorspronkelijke zuiverheid? Eene Kerk zonder bisschoppen zou „ de oorspronkelijke zuiverheidquot; zijn, terwijl juist de Apostelen overal bisschoppen hebben aangesteld, die hun werk moesten voortzetten en de geloovigen leeren en leiden? Ik vrees, beste vriend , gij hebt de Kerk zoover het van u afhing niet Jicr-vormd maar wrvormd. En wat die dwalingen aangaat, waarin, naar uw zeggen, de Roomsche kerk zou vervallen zijn, wees voorzichtig! Ik wil u verhalen wat mij overkomen is.

In mijn bisdom van Karthago waren ketters en velen van hen keerden terug tot de Katholieke Kerk. Nu

ocr page 13

9

rees de vraag : was hun Doopsel geldig of moesten zij op nieuw gedoopt worden? Mij scheen het zoo zeker als het Evangelie, dat hun Doopsel niet geldig kon zijn. Want door het Doopsel neemt men iemand op in de Kerk. Maar de ketters behooren niet tot de Kerk. Hoe wil nu iemand die — gelijk de ketters —• zelf niet tot de Kerk behoort, een ander daarin opnemen r Derhalve schreef ik voor, dat de ketters bij hun terugkeer altijd moesten herdoopt worden. Daarenboven riep ik, als Hoofd der geheele Kerkprovincie, de bisschoppen van Afrika meermalen tot eene Kerkvergadering samen. Op eene dier Kerkvergaderingen, waar ik zelf het voorzitterschap bekleedde, waren vijf-en-tachtig bisschoppen samengekomen en men deelde mijn gevoelen. Alleen de Bisschop van Rome verwierp nu, even als vroeger, onze uitspraak en verklaarde den Doop der ketters geldig.

Wij bisschoppen van Afrika konden de juistheid zijner beslissing niet inzien en deelden aanvankelijk zijn gevoelen niet. Toch werd later zijne opvatting algemeen als de ware erkend: wij, de vijf-en-tachtig bisschoppen, hadden dus gedwaald, de Bisschop van Rouw niet.

Het zal Luther wel evenzoo gegaan zijn als ons. Hij was, naar uw eigen getuigenis, niet eens met de bisschoppelijke waardigheid bekleed. Wanneer nu een Concilie van vijf-en-tachtig bisschoppen kau dwalen, al zijn zij nog zoo vast overtuigd van de juistheid hunner opvatting, dan kon ook Luther zich vergissen. Toch scheurden wij ons niet los van de eenheid der Kerk; evenzoo had ook hij zich niet moeten losscheuren, zich niet verzetten tegen de Kerk, maar integendeel voor de leer der Kerk het hoofd moeten buigen. De bisschoppen immers zijn aangesteld om de geloovigen te leiden in de ware, christelijke leer en de geloovigen, al zijn zij ook monniken en Hoogleeraren van universiteiten ■— gelijk Luther was, zooals gij zegt — moeten, naar Christus bevel, de bisschoppen volgen. Zoo alleen kan de eenheid der Kerk bewaard blijven, die eenheid,

ocr page 14

10

welke den goddel ijken Meester zoo zeer ter harte ging. Volgt daarentegen ieder zijn eigen inzicht, dan komen er ontelbare tegenstrijdige leeringen en sekten, en het is gedaan met de eenheid der Kerk. Mag ik u even voorlezen, wat ik over dit punt heb geschreven in mijn werk: „over de eenheid der Katholieke Kerk?quot;

,, De vijand,quot; zoo schreef ik, „heeft in de kette-„ rijen en scheuringen het middel gevonden, om het „geloof te ondermijnen, de waarheid te vervalschen,

„ de eenheid te verbreken......Dit komt, aller-

,, liefste Broeders, omdat men niel terugkeert tot den „ oorsprong der waarheid, omdat men de bron niet „.zoekt, en de leer van den Hemelschen Leeraar uit „ het oog verliest. Zoodra iemand daarover rijpelijk „nadenkt, heeft hij geen lange redeneering, geen „ menigte van bewijzen noodig. De bewijsvoering „ voor het geloof is zoo gemakkelijk langs den korten „ weg der waarheid. De Heer zegt tot Petrus : „ Ik „zeg u, gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik „ mijne Kerk bouwen en de poorten der hel zullen „ haar niet overweldigen. En u zal ik geven de sleu-„ tels van het Rijk der Hemelen en al wat gij op „ aarde zult gebonden hebben, zal ook in den Hemel ,, gebonden zijn en al wat gij op aarde zult ontbon-„ den hebben, zal ook ontbonden zijn in den Hemel. ') „Weid mijne schapen.quot;quot; 2) ,, Op dezen éénen bouwt „ Hij Zijne Kerk. Wel geeft Hij na Zijne verrijzenis „ dezelfde macht aan alle Apostelen, als Hij zegt ; „Gelijk de Vader mij gezonden heeft, zoo zend ik u; „ontvangt den 11. Geest, wier zonden gij zult vergeven „ hebben, dien zijn zij vergeven, wier zonden gij zult „gehouden hebben, dien zijn zij gehouden;quot; maar „ Hij heeft toch door Zijn Hoogste Gezag den oor-„ sprong vastgesteld van deze eenheid als voortvloeiend

') 10 : IS, l'J.

2) Juaiin. 21 : (».

') Juuilll. 20 : 21 .

ocr page 15

11

uit cuiicn, om zoo die eenheid des te duidelijker te „ doen zien. Ongetwijfeld waren ook de andere Apos-„ telen datgene, wat Petrus was, met dezelfde macht „ en eer bekleed, maar het begin komt van de een-„ heid . . . opdat de Kerk van Christus, als één zou „ worden aangeduid. Op deze ééne Kerk wijst de II. „ Geest als Hij zegt in het Hooglied : ,, Eén is mijne „duive, mijne onbevlekte, de eenige harer moeder, de „uitverkorene van die haar voortbracht.quot; ')

,, Wie niet vasthoudt aan deze eenheid der Kerk, ,, meent hij het geloof te kunnen vasthouden r Wie de „Kerk bestrijdt en tegen haar in verzet komt, hoe kan „ hij meenen tot de Kerk te behooren, daar immers „ de zalige Apostel Paulus dezelfde leer verkondigt en „ wijst op het geheim der eenheid (sacramentum unitatis) „ als hij zegt ; ,, Een lichaam en één Geest, gelijk gij „geroepen zijt tot ééne Hoop, één Heer, één geloof, „één Doopsel, één God.quot; -)

,, Deze eenheid moet met kracht bewaard en gehand-„ haafd worden, vooral door ons bisschoppen, die aan „ het hoofd staan; want daardoor moeten wij toonen, „dat ook het Episcopaat één en onverdeeld is. ,, Niemand misleide zijne broeders door onwaarheid, „ niemand mag de waarheid des geloofs vervalschen „ door trouwelooze verstandhouding. Eén is het Epis-„copaat, waarvan ieder lid een deel uitmaakt in verbin-ding met het geheel. Eén is ook de Kerk, die door „ vruchtbaren wasdom zich immer uitbreidt in volle verscheidenheid : zoo zijn de zonnestralen vele, maar „ één is de lichtbron, vele zijn de takken van den „ boom, maar één is de stam, op stevigen wortel ge-„ stoeld, en waar vele beken ontschieten aan één enkele „bron, daar blijft de eenheid van oorsprong bewaard, ,, al schijnen er door den overvloed van het opwellende „ water velerlei verschillende stroomen te zijn. Maar

') lloo-li,,! 0; S. -) Kjilus. 4 : 4—0.

ocr page 16

H

,, neem de zonnestraal weg van het hemellichaam, de „eenheid des lichts duldt die scheiding niet. Breek „ den tak van den boom, in den afgebroken tak is de ,, bloei onmogelijk. Snijd de beek van de bron, de beek ,, loopt droog. Zoo werpt de Kerk van Christus, zelve „door licht overstroomd, een vloed van lichtstralen over ,, geheel de wereld; toch is het licht, dat allerwegen „uitstraalt, één en die eenheid van het (lichtgevend) „lichaam blijft ongedeerd. Die boom breidt in weel-„ derigen overvloed zijne takken uit over de geheele „ aarde, die bron stuwt hare zwellende beken altijd „ verder. Maar niettemin is de bron één, één is de „oorsprong, één de moeder, rijk in onuitputtelijke „vruchtbaarheid. Uit haar schoot werden wij geboren, „door hare melk gevoed, door haar geest bezield.

„ De Bruid van Christus schendt geen huwelijkstrouw : „ vlekkeloos is zij en kuisch. Een huis slechts kent ,, zij , en de heiligheid harer sponde bewaart zij in ,, zedigen schroom. Zij behoudt ons voor God, en de „kinderen, die zij baarde, bestemt zij voorden Hemel. „Alwie zich van de Kerk afscheidt, en het houdt met ,, eene vreemde (adnltcrae), scheidt zich af van de be-,, lof ten der Kerk; lüj derft de belooning van Christus, ,, die de Kerk van Christus verlaat. Een vreemdeling „is hij, een oningewijde, een vijand. Hij kan God ,, niet meer hebben tot vader, die de Kerk niet heeft ,, tot moeder. Kon er wel iemand buiten de Ark van ,, Noë gered worden? welnu, evenmin is er redding ,, buiten de Kerk. De Heer vermaant ons en zegt; „Die niet met mij is, is tegen mij; die niet met mij „verzamelt, verstrooit.quot; ') Wie den vrede en de een-„ dracht van Christus verstoort, bindt den strijd aan „tegen Christus; die elders buiten de Kerk verzamelt, „hij verstrooit de Kerk van Christus. De Heer zegt: „Ik en de Vader zijn één.quot; -) En over den Vader

') Matlh. 12: 30.

■J) Joauu. 10: 30.

ocr page 17

13

,, en den Zoon en den H. Geest luidt het: ,, „ En deze ,,drie zijn één.quot; ) En men zou wanen, dat deze ,, eenheid, voortkomend uit de eenheid van het goddelijk Wezen en samenhangend met het hemelsch geheim (der H. Dneëenheid) mag verbroken worden ,, in de Kerk en gewelddadig van een gescheurd door ,, strijdige bedoelingen? Neen, wie deze eenheid niet ,, houdt, hij houdt niet de wet des Heeren, hij houdt „niet het geloof in den Vader en den Zoon, hij houdt ,, niet het leven en het heil.

„Wie is dan zoo slecht en trouweloos, wie zoo waanzinnig door twist en tweedracht, dat hij die eenheid „van God, dat kleed des Heeren, die Kerk van Chris-„tus meent te kunnen, te mogen verscheuren. Hij zelf „vermaant ons in Zijn Evangelie: „En er zal één ,, kudde zijn en één her der.''' '-) Eu men zou nog denken , ,,dat er op dezelfde plaats of vele herders of meerdere „kudden konden zijn?quot;

„God is één en Christus is één en één is Zijne Kerk, „één geloof, één volk door den band der eendracht „ tot één lichaam samengebonden. Die eenheid kan „niet verbroken worden, dat ééne lichaam niet geschei-„ den in deelen, niet in stukken gehakt. Al wat zich ,, losscheurt van den moederschoot, kan niet zelfstandig „leven of ademhalen en is reddeloos verloren.quot;1)

Ziedaar, dierbare Sincerus, de ware christelijke leer, zooals wij die van de Apostelen erfden. De Kerk wordt bestuurd door de bisschoppen, als de opvolgers der Apostelen. Aan hunne leer moeten de geloovigen zich onderwerpen. Maar het middelpunt der eenheid voor de geheele Kerk is de Bisschop van Rome, als de opvolger van Petrus.

En niet alleen in mijn geschrift: „Over de eenheid der Kerk,quot; maar ook in mijne andere werken heb

1

) Cyprianus de imitate Ecclesiae. Cap. 3—fij 8/ 23.

ocr page 18

14

ik deze leer als de eenig ware verkondigd. In het jaar 250 schreef ik aan eenige afgedwaalden, die zich weder niet de Kerk wilden verzoenen, deze woorden ; ,, Onze Heer, Wiens voorschriften wij moeten eerbiedi-„gen en opvolgen, zegt in het Evangelie wanneer Hij „de waardigheid van een bisschop en de regeling zijner „ Kerk vaststelt ; ,, Ik zeg 11, gij zijt Petrus en op deze „ steenrots zal ik mijne Kerk bouwen en de poorten ,, der hel zullen haar niet overweldigen en U zal ik „geven de sleutels van het Rijk der Hemelen, en wat »SÜ 0P aarde zult gebonden hebben, zal ook gebon-„ den zijn in den Hemel, en wat gij op aarde zult ont-„bonden hebben, zal ook ontbonden zijn in den He-„mel.quot; ') Van hieruit komt in den loop der opeenvolgende tijden het ambt der bisschoppen cn de in-„ richting der Kerk voort, en wel zoo dat de Kerk op „ bisschoppen is gegrondvest en alle kerkelijke hande-„ ling door dezen wordt geregeld. Wijl dit nu is bc-„ paald door eene goddelijke instelling, bevreemdde het „ mij dat sommigen, vermetel genoeg, zich verstouten „ aan mij te schrijven uit naam der Kerk, daar de „Kerk bestaat uit den bisschop, de geestelijkheid en „alle trouw gebleven geloovigen.quot; -)

Tot die „inrichting der Kerkquot;, waarover ik sprak in dezen brief, wordt gevorderd niet alleen dat er bisschoppen zijn, maar tevens dat een opperste Bisschop, opvolger van Petrus op Rome's stoel, de gchecle Kerk tot eenheid verbindt. Daarom noemde ik de Kerk van Rome ,, de wortel en de moeder der Katholieke Kerk,quot; :!) en den stoel van Petrus ,,de Hoofdkerk quot; „vanwaar de priesterlijke eenheid is uitgegaan.quot; Van deze eenheid mag niemand zich afscheiden ; van haar scheidt zich af, al wie zich afscheidt van den Roomschen stoel.

!) Matth. 10: 18.

2) Cyprianns Epist. 27. (Mignc tonv IV, Mz *298 )

3) Cyprian us K p 4 cap 3 (Migne Ilf, p 710)

Mem Kp. 12. cap. 14. (Mignc lil, p 818.)

ocr page 19

Over den Ketter Novatianus, die zich had afgescheiden van de Kerk van Rome, schreef ik aan Antonianus :

„Gij verlangt, allerliefste Broeder, schriftelijke op-„gave, welke ketterij hij heeft geleerd. Welnu weet „ dan, dat wij ons niet zoozeer daarover bekommeren, „wat hij leert, want hij leert buiten (de Kerk.) Die „niet is in de Kerk van Christus, is geen christen, hij „moge overigens zijn wie en wat hij wil . . . die de „ broederlijke , liefde en de kerkelijke eenheid niet be-„ waarde, hij heeft ook verloren wat hij vroeger was.... „Door Christus is ingesteld eene eenige Kerk, bc-„ staande uit vele leden, over den ganschen aardbol „ verspreid ; insgelijks ééne bisschoppelijke waardigheid „in de menigte van eensgezinde bisschoppen. Nu poogt „Novatianus, in strijd met de goddelijke leer, in strijd „ ook met die eenheid der Katholieke Kerk, die overal „zoo innig verbonden is, eene menschelijke Kerk te „stichten.quot; 1)

Zou nu, waarde Sincerus, niet hetzelfde gezegd kunnen worden over uwen Luther? Hem en u allen zou ik willen toeroepen, wat ik eenmaal schreef aan eenige geloovigea van Rome, die zich ook van de eenheid der Kerk hadden verwijderd ; „ Met droefheid heb ik „ gezien , dat gij, in strijd met Gods instelling der Kerk , „in strijd met het voorschrift des Evangelies, in strijd „ met de eenheid der Katholieke Kerk, hebt goedge-„ keurd , dat men overging tot de keuze van een anderen „ bisschop, d. w. z. dat er, tegen alle recht en rede „in, eene andere Kerk werd gesticht, Christus' lede-„ maten van een gescheurd en de ééne ziel en het ééne „ hehaam van de kudde des Heer en door ijverzucht „ gescheiden werden. Moge toch deze ongeoorloofde „ scheuring in onze broedergemeente niet voortduren „ onder u ! denkt aan uwe Belijdenis en aan de god-„delijke overlevering en keert terug tot de moeder, „ van welke gij zijt voortgekomen . . . Denkt niet dat

1

) Idem E[). 10. cap. 24. (Miguc III , p. 71)0.)

ocr page 20

If)

„gij op die wijze vasthoudt aan het Evangelie, terwijl „gij losscheurt van de kudde van Christus en Zijn „ vrede en Zijne eenheid. . . Daar wij onze eensge-„ zindheid en eendracht onmogelijk verbreken kunnen, „ de Kerk niet kunnen verlaten en uitgaan om tot u „ over te komen, zoo bidden en sviceken wij u, met „allen aandrang, dat gij zelf terugkeert tot de vweder-„ kerk en tot de gemeenschap uwer broeders.quot; ')

Ditzelfde zeg ik tot u , beste Sincerus, en tot u allen, die u, zooals gij verhaalt, in Duitschland hebt verwijderd van de eenheid der Kerk 1

') Cypmnns Ep 44. (Mignc IV. p. .'UO.)

ocr page 21

2. Tertullianus.

Cyprianus was heen gegaan. Nog zat daar Sincerus in stomme verbazing. ,, Dat was dus Cypianus,quot; zeide hij bij zich zelf, „ Cyprianus, die als martelaar is gestorven in het jaar 258. Zijn naam had ik meermalen gehoord, enkele citaten uit zijne werken gelezen. Eens heb ik plan gehad zijn geschrift „ Over de eenheid der „Katholieke Kerkquot; wat meer in het bijzonder na te gaan; maar daar is niet van gekomen.

Dus, dat is Cyprianus? Ja ... . Evangelisch is hij in alle geval niet. Hij veroordeelt immers allen, die zich losscheuren van de Katholieke Kerk; dus moet hij ook Luther veroordeelen. Hij spreekt juist als de papisten onzer dagen, eigenlijk schijnt hij nog een graadje erger dan zij. Want tegenwoordig beweren de Katholieken altijd dat, wie ter goeder trouw is, nog niet veroordeeld wordt, alleen omdat hij uitwendig van de Kerk is gescheiden. En, alles wel beschouwd, veroordeelt ook Cyprianus alleen hen , die zich zelf persoonlijk losscheuren van de Kerk, niet hen die later in de scheuring geboren worden en ter goeder trouw daarin voortleven. Cyprianus spreekt van „ één geloofquot; en daarin moet ik hem gelijk geven. Waar twee tegenstrijdige geloofsbelijdenissen tegen over elkander staan, kunnen niet beide te gelijk waar zijn; de ware Kerk kan geen twee elkander tegensprekende geloofsartikelen aannemen; een van beide moet valsch zijn, en wie een valsch geloof belijdt, staat buiten de Kerk, van haar gescheiden, als een tak die afgesneden is. Een wijle groent de tak door de nog aanwezige sappen, maar dan verdort hij.

Maar hij zegt niet slechts : „Eén geloof, een Geest,quot; hij zegt ook: „één volk, één lichaam.quot; Dus niet

2

ocr page 22

IS

tevreden zelfs met de onzichtbare eenheid des geloofs, vordert hij ook nog de zichtbare eenheid van uitwendige Belijdenis, Kerkgenootschap, Bestuur. Bij ons Protestanten ontbreekt die laatste eenheid zeker, maar eigenlijk ook de eerste. ,, En het zal zijn één Herder en een Kuddezoo luidt de uitspraak van Christus. Wordt die kudde nu gevormd door ons Evangelischen, dan behooren de Katholieken daar niet bij. Zijn echter de Katholieken deze kudde, dan wee ons! Dan zijn wij er buiten gesloten.quot;

Een geruimen tijd had Sincerus zich verdiept in dergelijke gedachten, toen Cyprianus nog eens terugkeerde en vroeg : „Hebt ge misschien lust met mij een bezoek af te leggen bij den geleerden Tertullianus, een priester van Karthago rquot;

Sine.: Tertullianus, die geboren werd omtrent het jaar 160, en zoo vele geschriften heeft nagelaten? Wel, dat zou mij hoogst aangenaam zijn.

Cypr.: Welnu, wilt ge mij maar volgen?

Beiden gingen eenige vertrekken door, tot zij kwamen in een kamer, waar Tertullianus was gezeten bij een stapel geschriften.

Cypr.: Mogen we u een oogenblik storen, Tertullianus ?

Tertull.: Gerust! wat is er aan de hand?

Cypr.: Ik breng u hier een vreemdeling, met name Sincerus, uit Duitschland. Hij leeft zoo wat 18 eeuwen na Christus; doel van zijn komst is een onderzoek in te stellen naar ons geloof. Hij is aanhanger eener sekte, die ten jare I 5 i 7 moet gesticht zijn , door een monnik , Maarten Luther genaamd. Zij meenen het ware Christendom te hebben. Hunne leer is mij onbekend. Maar hij zegt, dat zij geen bisschoppen hebben en de Katholieke bisschoppen, inzonderheid de Bisschop van Rome, zijn tegen hen. Ik gaf hem ten antwoord, dat een Kerk zonder bisschoppen onmogelijk de ware Kerk zijn kan, en dat al wie zich afscheidt van den Bisschop van Rome en de andere bisschoppen, zich ook afscheidt

ocr page 23

19

van de eenheid der Kerk van Jezus Christus, dat hij dus wel op zijn hoede moet zijn, en ernstig overwegen of niet zij zelve in dwaling verkeeren omtrent die punten , waarin zij afwijken van de Katholieke Kerk.

Tertu 11.: Laat ons zien, welke leer zij verkondigen. — Wees welkom, hier in de Catacomben, vriend Sincerus! Ik mag u immers „ vriend' noemen, want ge zoekt de waarheid. Sta mij toe u deze vraag te stellen: om welke reden hebt ge u afgescheiden van de Oude Kerk?

Sine.; Eene hoofdreden was, dat de oude Kerk behalve den Bijbel, ook de Overlevering (de Traditie) aanneemt. Wij nu houden ons enkel en alleen aan Gods Woord, en verwerpen alle menschelijke bijvoegselen , dus ook de Overlevering. Wij wenschen terug te keeren tot de zuiverheid der Kerk gelijk zij oorspronkelijk was.

Tertull.: Uw taal klinkt zonderling! Gij wilt terugkeeren tot de zuiverheid der Kerk gelijk zij oorspronkelijk was in de eerste eeuwen en gij verwerpt de Overlevering.' Gelooft gij dan, dat wij in deze eeuwen die Overlevering verwerpen r Gelooft gij dat de Apostelen ze verwierpen? Maar de Apostel Paulus zegt immers: „Derhalve Broeders, staat en houdt de overleveringen, die gij leerdet, hetzij door ons woord, hetzij door onzen brief.quot; ) Hoe komt ge er dan op, alleen datgene te willen gelooven, wat door de H. Schrift, en niet wat langs anderen weg tot u gekomen is? Waarom verwerpt gij de Overlevering?

Sine.: Omdat zij niet vertrouwbaar is.

Tertull.; Als zij niet vertrouwbaar was, dan had Christus verkeerd gehandeld, toen Hij zeide tot de Apostelen : „ Gaat en onderwijst alle volkendan had Hij moeten zeggen: „Zet u neder en schrijft boeken. Dan deden ook de Apostelen verkeerd met ons geen enkel Handboek van de godsdienstleer te bc-

') 11 Thcss. II: 14,

0 quot;•

ocr page 24

20

zorgen. Do cone helft der Apostelen heeft ons geen letter schrift nagelaten, en wat de anderen te boek stelden, bestaat grootendeels uit de Levensgeschiedenis van Jesus in de Evangeliën en uit eenige brieven, die bij eene of andere bijzondere gelegenheid werden geschreven.

Sine.; Aan het gesproken, het levende woord der Apostelen kon men veilig gelooven. Maar, is eens de tijd der Apostelen voorbij, dan, dunkt me, heeft men zich alleen te houden aan den Bijbel, wijl de monde-lincre overlevering- niet vertrouwbaar is.

O O

Tertul L: En hoe komt gij zelf dan aan den Bijbel ? Hoe weet ge dat het Gods Woord is ?

Sine.: Uit de Kerkelijke geschiedenis.

Tertull.: Dus uit de Overlevering; want door Overlevering verstaan wij al wat buiten de H. Schrift is. Gelooft gij deze Overlevering niet, dan kunt gij ook niet gelooven dat de Hijbei echt en het Woord Gods is. Want dit weet ge alleen uit de Overlevering.

Sine.: Wij weten het ook uit den itiwcndigen Geest, die tot ons hart spreekt uit de H. Boeken.

Tertull.: En geeft dan deze „inwendige Geestquot; aan u allen een gelijkluidend antwoord, als ge hem vraagt, welke Boeken echt en zuiver Gods Woord zijn?

Sine.: Uat juist niet. De meeningen daaromtrent zijn verschillend.

Tertull.: En welke zekerheid hebt gij nu, dat die „ inwendige Geest,quot; juist aan n de waarheid zegt en niet aan de anderen ? Maar stappen wij hiervan af. Ik vrees : met den Bijbel alleen komt ge moeilijk tot zekerheid wat Christelijke Leer is, wat niet. Wij in de eerste eeuwen der Kerk, slaan daarom een geheel anderen weg in, als wij daarover een zekere uitspraak zoeken. Wij wenden ons tot die kerken, die door de Apostelen gesticht werden. Want : ,, Wat de inhoud „is geweest van hunne prediking of, met andere woor-

den, van de hun door Christus gegeven Openba-„ ring .... dit kan op geen andere wijze worden uitge-

ocr page 25

21

„ maakt, dan juist door die Kerken, welke de Apostelen „in eigen persoon hebben gesticht, terwijl zij zelve hun „ de waarheid verkondigden en door het levende woord, „ zooals men zegt, èn later door hun brieven. Als dit „nu zoo is, dan is het ook zeker, dat alle geloofsleer, „ die overeenstemt met de leer dier Apostolische Ker-„ ken, de bronnen en de uitgangspunten des geloofs, „ voor waar gehouden moet worden; omdat daarin zon-„ der twijfel vervat is, wat deze Kerken ontvingen van „de Apostelen, de Apostelen van Christus, en Christus „ van God ; en dat, omgekeerd, reeds vooraf als on-„ waar moet beschouwd worden alle leering, die strijdig „ is met de waarheid van de Kerken , van de Aposte-„len, van Christus, en van God.quot; ') liet zijn immers de Apostelen, aan wie Christus Zijne leer heeft toevertrouwd , en die ze weder overleverden aan hunne leerlingen. Onder die Apostelen, is „ Petrus, die de rots „ wordt genoemd, waarop de Kerk zou worden gebouwd , „ Petrus wien de sleutels van het Hemelrijk werden ge-„ geven met de macht te ontbinden en te binden in „ den Hemel en op aarde.quot; '-) Treffen wij nu ergens eene sekte aan en willen wij onderzoeken of zij het echte christendom heeft, dan spreken wij in dezer voege tot de aanhangers : „ Meldt ons den oorsprong uwer „ Kerken, toont de naamlijst uwer bisschoppen, elkan-„ der opvolgende van het begin af, zoodat de eerste „ bisschop een der Apostelen of een der Apostolische „ mannen die met de Apostelen getrouw bleef, kan „ aanwijzen als zijn geestelijken vader en voorganger. „ Zoo toch toonen de Apostolische Kerken hare stich-„ tingsoorkonde; zoo, bij voorbeeld, bewijst de Kerk „ van Smyrna dat Polycarpus door Joannes is aangesteld ; „ zoo toont de Kerk van Rome, dat Clemens door „ Petrus tot bisschop werd gewijd. Insgelijks noemen „ook de andere Kerken de namen hunner bisschoppen,

') Tertull. JJe praescr: cap. 21.

2) Tertull. De praeser : cap. 22,

ocr page 26

22

„ die door de Apostelen zijn aangesteld, om het zaad i, der Apostolische leer (aan anderen) mede te deelen.quot; )

Nu stel ik u. beste Sincerus, deze vraag: Kunt gij op eene of andere wijze uwe Kerken doen opklimmen tot de Apostelen of tot de Apostolische Kerken r

Sine.: Ik zeide u bereids, dat wij geen bisschoppen hebben ; dus ook geen kerken in uw zin.

Tertull. : Gij hebt dus werkelijk geen bisschoppen? Zi;n er dan in Duitschland geen Katholieke bisschoppen?

Sine.: Jawel, die zijn er, b.v. de bisschoppen van Keulen, Mainz, Trier, Paderborn.

Tertull. : En waarom houdt ge het niet met hen?

Sine. : Omdat, zooals ik u straks zeide, de Room-sche Kerk waartoe zij behooren, in dwalingen vervallen is.

Tertull.: Dat beweert gij. Maar ik heb van deze dwalingen nog niets gezien.

Sine.: Ja, maar ik zeide u toch, dat het een misbruik is behalve den Bijbel, ook nog een menschelijke overlevering aan te nemen.

Tertull.: En hoe moeten het dan die volken maken, die zonder Bijbel, alleen op mondelinge prediking afgaande, in Christus gelooven ? Want zulke volken zijn er.

Sine.: Als die er zijn, dan zijn ze er slecht aan toe; want zij ^moeten zich dan geheel er op verlaten, dat de zendelingen hen niet bedriegen.

Tertull.: Hoe weet gij dan, dat gij niet bedrogen zijt door uwe zendelingen, toen deze u den Bijbel brachten, zeggende: alleen deze Boeken zijn echt en het Woord Gods, andere ofschoon even oud, zijn het niet.

Sine. : Dat hebben wij door kritische studiën uitgemaakt.

Tertull.: Door „kritische studiën?quot; Dus vóór die kritische studiën, vóór dat wetenschappelijk onderzoek,

') Tu tull. Dc [ii aiscr : eaj) .

ocr page 27

23

kondet gij niet gclooven? En uwe vrouwen en kinderen dan, en alle andere ongeletterden, die tot „ kritische studiënquot; niet in staat zijn, kunnen deze dan niet ge-looven ?

Sine.: Voor hen is dat onderzoek ingesteld door onze geleerden.

Tertull. : Uwe geleerden ? Aan dezen moeten dus de Christenen geloof schenken, niet aan de bisschoppen die door God zijn aangesteld? Overigens, hoe wilt gij door „ Kritische Studiënquot; bewijzen, dat b.v. de Handelingen der Apostelen van Lucas wel het Woord Gods zijn, maar de Brief van Barnabas niet ?

Sine. : Dat leert mij de inwendige Geest, geheel het karakter van de Schriftuur.

T ertull. Maar gij stemdet reeds toe, dat deze inwendige Geest bij u al zeer verschillende uitspraken geeft. Ik vermoed dan ook, dat gij vele Boeken verwerpt, die vóór u algemeen tot de H. Schrift gerekend werden.

Sine.: Volkomen juist! sedert het jaar 400 telt de Roomsche Kerk onder' de H. Boeken ook de Apo-kriefen, zoowel van het Oude als van het Nieuwe Testament, dus ook de Boeken der Machabeën, den Brief van Jacobus, den Brief aan de Hebreen, de Openbaring van Johannes, enz Wij nemen de Apokriefen van het Nieuwe Testament aan, verwerpen daarentegen op het voetspoor van Luther die van het Oude Verbond, als niet behoorende tot de H. Schrift, d. i. tot het Woord Gods, ofschoon ze in onze Bijbels zijn afgedrukt.

T ertull.: En op welke gronden maakt gij dit onderscheid ?

Sine.: Vergis ik mij niet, dan is de hoofdreden deze, dat de Apokriefen van het Oude Testament niet gevonden worden in de Hebreeuwsche Bijbels der Joden.

Tertul!.: En op dien grond alleen acht gij u gerechtigd Boeken te verwerpen , welke de Kerk meer dan duizend jaren lang heeft vereerd als H. Schriftuur? Maar de Boeken dan, die gij wel aanneemt, verklaart

ocr page 28

24

gij die op dezelfde wijze als men het van oudsher heeft lt;jedaan r En zijt ge eenstemmig in de verklaring, althans van de (beslissende) voornaamste deelen:

Sine.; Dat niet. Bij ons heerscht het vrije onderzoek , geen blind autoriteitsgeloof.

Tertull. : Mijn vriend, op u is toepasselijk, vrees ik, wat ik eenmaal heb geschreven over de behandeling der H. Schrift bij de Ketters. Ik zeide ; ,, De ketterij „ verwerpt sommige Boeken der H. Schrift; die welke „zij aanneemt, neemt zij niet aan gelijk zij zijn, maar „zij vervormt die door bijvoegselen en door weglating, „al naar het past in hare leer en zelfs, wanneer zij „ die tot zekere hoogte onveranderd laat, dan bederft „ zij die nog door valsche tekstverklaring. Het ver-„ draaien van den zin doet evenveel schade aan de „waarheid, als het vervalschen van den tekst.quot; ') En het kan ook niet anders : zoodra men ophoudt de overgeleverde leer der Kerk en het Gezag der bisschoppen te erkennen in de verklaring der Schriftuur, moet noodzakelijk allerlei beteekenis daarin gevonden worden. Het natuurlijk gevolg is , dat ieder 'zich een Christendom schept naar eigen zienswijze en dat onder allen, die zoo te werk gaan geen andere geloofseenheid bestaat dan het gemeenschappelijk verzet tegen de Kerk. Hierin moeten noodzakelijk alle ketterijen zich immer gelijk blijven, en ik twijfel niet of ook bij u wordt bewaarheid , wat ik al vóór jaren schreef over de ketterijen van mijn tijd : ,, Hunne eenheid bestaat „ in de scheuring (schisma est unitas ipsis.) Ik mag een „leugenaar heeten, als zij niet onder elkander ook van „ hun eigen geloofsregelen afwijken, want iedereen ver-,, knutselt naar eigen opvatting wat hem wordt geleerd, „ even als de leeraar zelf zijn eigen knutselwerk heeft „voorgedragen. Elke zaak bewaart in hare ontwikke-„ ling den aard en de eigenschappen van haar oorsprong. Mocht Valentinus het geloof naar eigen op-

') Tertull. De praescr. Cap 17.

ocr page 29

2f)

,, vatting vervormen, dan mochten dit ook de Valen-„tinianen, mocht het Marcion, dan ook de Marcio-,, nieten. ') Kortom, wie van de ketterijen een gezette ,, studie maakt , bevindt dat zij alle in vele opzichten ,,zijn afgeweken van de leer harer stichters. Velen „hebben niet eens eigen kerken. Zonder moeder, zon-,, der vaste woonplaats, zonder geloof, dwalen zij rond ,.als ballingen en hebben huis noch hof.quot; ') Zoo schreef ik omtrent het jaar 200, dus ongeveer ééne eeuw na den dood van den H. Joannes den Evangelist, 13 eeuwen vóór de komst van uw Luther en 17 eeuwen vóór uw tijd. Ik vermoed, dat veel van hetgeen ik toen te boek stelde, ook in u bewaarheid wordt. Omtrent één punt in het bijzonder zou ik u gaarne deze vraag stellen : gij, aanhangers van Luther, eischt gij ook voor u zeiven het recht om af te wijken van Luther's leer, evenals de Valentinianen afwijken van Valentinus, de Marcionieten van Marcion en alle drie : Luther, Valentinus en Marcion van de Katholieke Kerk?

Sine. : Ja , dat recht eischen wij voor ons. Anders vervielen ook wij in het blinde autoriteitsgeloof.

Tertull. : Te recht noemt ge dat zoo, aangezien geen van allen, noch Luther, noch Marcion, noch Valentinus onfeilbaar was. Maar het is geen blind autoriteitsgeloof (om uwe uitdrukking te gebruiken) wanneer wij diegenen volgen, die ons Christus als leeraren heeft gezonden, en die Hij tot het einde der eeuwen zal bijstaan met den H. Geest. Die leeraren nu zijn de Apostelen en de bisschoppen der Katholieke Kerk.

Sine. : Zoo'n blinde onderwerping ware Roomsche bijgeloovigheid. Wij houden ons aan de zuivere leer van de Kerk der eerste eeuwen.

Tertull.: Maar gelooft gij dan in ernst, dat de „zuiverheid der oorspronkelijke Kerkquot; bestaat in verzet

') Valentinus en Marcion, twee beruchte seetehoofden, die, reeds in de 2e eeuw, de H Schrift en het geloof wilden hervormen,

'2) Ibid, cap 42.

ocr page 30

tegen clc bisschoppen ? Neen, vriend, zij bestaat in het opvolgen van het woord dat Christus sprak tot Zijne leerlingen, die Hij uitzond: ,, Die u hoort, hoort Mijquot; ') en „wie de Kerk veracht, zij u als een heiden en tollenaar.quot; .,) Eene zaak wil ik u nog in overweging geven : Christus heeft toch gewild, dat de geloovigen één zouden zijn in het geloof. Moe is dat nu mogelijk als een ieder, gelijk bij u, niet de Kerk maar zijn eigen goeddunken volgt ? Dan zullen er immers honderden tegenstrijdige meeningen ontstaan en welke van die honderden waarborgt ons nu, dat juist zij en geen andere de volle waarheid bezit? Ook heeft Christus gewild, dat alle eeuwen door tot den jongsten dag eenzelfde geloof zal heerschen, een geloof dat zich wel altijd meer ontwikkelt, maar ook nooit in tegenspraak komt met het geloof der vroegere eeuwen.

Nu schijnt uw Luther in tegenspraak te komen met datgene, wat vóór hem door geheel de Kerk werd aangenomen. Gelijk men kan zeggen, dat er vóór Mardon, geen Marcionieten, vóór Valentinus, geen Valen-tinianen waren, zoo zal men ook kunnen zeggen : vóór Luther waren er geen Lutheranen. Dus blijft u slechts deze keuze : óf Luthers leer is de christelijke waarheid niet, óf de geheele Kerk had vóór Luther de christelijke waarheid verloren. In de laatste vooronderstelling zijn wij bedrogen door de beloften van Christus, en dan ware de leer zoo van Katholieken als van Lutheranen, ja geheel het christendom eene dwaalleer. In de eerste vooronderstelling echter, is de dwaling alleen aan de zijde der Lutheranen. Hoe ge dus de zaak ook wendt: Luther's leer is in geen geval de ware.

Sine. : Maar Luther bedoelde alleen de Kerk te zuiveren van dwalingen en het oorspronkelijke christendom te herstellen.

Tertull. : Dat bedoelde hij misschien. Maar eene

') Luc 10: 10. s) Mallli. IS : 17.

ocr page 31

57

sjeheel andere vraag is ; of hij dit heeft gedaan of iets anders.

Sine. : En wat dan ?

Tertuil. Misschien, dat hij als dwaling heeft beschouwd wat niet anders is dan het echte, oorspronkelijke christendom, en dat hij zoo, gelijk men wel eens zegt, met het badwater ook het kind heeft weggeworpen.

Sine.: En heel die menigte van misbruiken dan, die ten tijde van Luther in de Katholieke Kerk heer-schen, dat was dan zeker het oorspronkelijke christendom ?

Tertull. : Mijn vriend! ik weet niet, hoe het er uitzag in de Kerk 13 eeuwen na mijn tijd; ik weet dus ook niet wat er waar is van die zoogenaamde misbruiken. Het is mogelijk, dat er in ondergeschikte punten andere gebruiken heerschen in de 16e eeuw dan bij ons in de tweede en derde. Zelfs kan het gebeuren, dat er in de 16e eeuw misbruiken bestonden in de Kerk, gelijk dat het geval is in alle tijden. Maar dwaasheid zou het zijn, zich om een of ander misbruik af te scheiden van de eenheid der kerk. Maar genoeg, ik weet niet, zooals ik u zeide, hoe het er uitzag in de dagen van Luther. Dit alleen weet ik uit uw eigen mond : de oude Kerk, waarvan Luther zich afscheidde, had en heeft nog heden ten dage hare bisschoppen; Luther daarentegen heeft in zijne sekte de bisschoppelijke waardigheid opgeheven. Daarmede heeft hij niet een misbruik weggenomen, maar een wezenlijk bestanddeel in Gods Kerk. Vervolgens heeft Luther eene leer verkondigd, krachtens welke ieder christen in geloofszaken zijn eigen inzicht volgt, niet de door God aangestelde bisschoppen. Ook dit is de leer van het oorspronkelijke christendom niet.

Sine. : Ik zie wel, gij Tertullianus stelt even als Cyprianus onzen Luther in het ongelijk, en beiden komt gij in denkwijze overeen met de Katholieken der 19e eeuw. Maar, als ik het zeggen mag, het schijnt, dat

ocr page 32

28

het christendom reeds in uw tijd van den goeden weg was afgeweken en dat het ware, het oorspronkelijke christendom ons Evangelischen gelijk geeft.

Tertull. : Nu nog mooier! Gij in de 19e eeuw wilt nog beter weten wat men geloofde in de oorspronkelijke Kerk dan wij, die er met beide voeten in staan; wij die slechts door ééne eeuw van de Apostelen verwijderd zijn! Maar ik duid het u niet ten kwade, uw overgroote ijver doet u zoo spreken. Wilt ge echter nog duidelijker zien, wat men geloofde in de eerste tijden der Kerk, ga dan naar Ireneüs den grooten bisschop van Lyon. Geestelijker wijze is hij , om zoo te zeggen, de kleinzoon van den Evangelist Joannes, want hij had tot leermeester Polycarpus, bisschop van Smyrna, en deze was leerling van Joannes. Omtrent het jaar 177 werd Ireneüs bisschop van Lyon en hij stierf in 202. Ga tot hem; hij woont niet ver van hier. Ik zal u niet vergezellen, des te vrijer kunt ge hem uwe zaken voorstellen, en zien of hij het houdt met de Katholieke Kerk of met uw Luther.

ocr page 33

3. I r e n e ü s.

Sincerus nam afscheid van Tertullianus en ging naar Ireneiis. Hij vond hein geknield op zijn bidstoel, in het gebed verzonken. Bij zijn komst rees Ireneiis op en kwam hem vriendelijk te gemoet.

Een zekere schroom vervulde den Evangelischen do-miné bij den aanblik van een man, wiens leeftijd bijna samenviel met dien der Apostelen.

„ Gegroet, vreemdelingquot; zoo begon Ireneiis. „ Wees welkom hier in de Catacomben! Kan ik u van dienst zijn rquot;

Sine.: Ik kom van verre uit Duitschland en uit de 19e eeuw na Christus. Er zijn bij ons twee verschillende soorten van Christendom : het Evangelische en het Katholieke. Ik zou gaarne hier in de Kerk der eerste tijden vernemen , welk van beiden het ware is.

Iren. : Het ware christendom is „Evangelisch,quot; wijl het met het Evangelie in overeenstemming is ; het is ook „Katholiekquot; omdat het is „het algemeenequot; in tegenstelling met de bijzondere leeringen der sekten, die de eene op deze, de andere op een andere wijze afwijken van het echte Katholieke christendom. Tus-schen het echt Evangelische en het echt Katholieke christendom is geen tegenspraak mogelijk.

Sine.: Toch bestaat er tegenspraak in menig opzicht tusschen ons Evangelische en ons Katholieke christendom.

Iren.: Dan draagt een van beiden zijn naam ten onrechte.

Sine.: Maar welk van beiden? dat zou ik gaarne weten.

Iren.: Voor welk van beiden heeft de Bisschop van Rome uitspraak gedaan?

ocr page 34

28

het christendom reeds in uw tijd van den goeden weg was afgeweken en dat het ware, het oorspronkelijke christendom ons Evangelischen gelijk geeft.

Tertull. : Nu nog mooier! Gij in de 19e eeuw wilt nog beter weten wat men geloofde in de oorspronkelijke Kerk dan wij, die er met beide voeten in staan ; wij die slechts door ééne eeuw van de Apostelen verwijderd zijn! Maar ik duid het u niet ten kwade, uw overgroote ijver doet u zoo spreken. Wilt ge echter nog duidelijker zien, wat men geloofde in de eerste tijden der Kerk, ga dan naar Ireneüs den grooten bisschop van Lyon. Geestelijker wijze is hij, om zoo te zeggen, de kleinzoon van den Evangelist Joannes, want hij had tot leermeester Polycarpus, bisschop van Smyrna, en deze was leerling van Joannes. Omtrent het jaar 177 werd Ireneüs bisschop van Lyon en hij stierf in 202. Ga tot hem; hij woont niet ver van hier. Ik zal u niet vergezellen, des te vrijer kunt ge hem uwe zaken voorstellen, en zien of hij het houdt met de Katholieke Kerk of met uw Luther.

ocr page 35

3, 1 r e n e ü s.

Sincerus nam afscheid van Tertullianus en ging naar Ireneüs. Hij vond hem geknield op zijn bidstoel, in het gebed verzonken. Bij zijn komst rees Ireneüs op en kwam hem vriendelijk te gemoet.

Een zekere schroom vervulde den Evangelischen do-mine bij den aanblik van een man, wiens leeftijd bijna samenviel met dien der Apostelen.

„Gegroet, vreemdelingquot; zoo begon Ireneüs. „Wees welkom hier in de Catacomben! Kan ik u van dienst zijn ?quot;

Sine.: Ik kom van verre uit Duitschland en uit de 19e eeuw na Christus. Er zijn bij ons twee verschillende soorten van Christendom : het Evangelische en het Katholieke. Ik zou gaarne hier in de Kerk der eerste tijden vernemen , welk van beiden het ware is.

Iren. : Het ware christendom is „Evangelisch,quot; wijl het met het Evangelie in overeenstemming is ; het is ook „Katholiekquot; omdat het is „het algemeenequot; in tegenstelling met de bijzondere leeringen der sekten, die de eene op deze, de andere op een andere wijze afwijken van het echte Katholieke christendom. Tus-schen het echt Evangelische en het echt Katholieke christendom is geen tegenspraak mogelijk.

Sine.; Toch bestaat er tegenspraak in menig opzicht tusschen ons Evangelische en ons Katholieke christendom.

Iren.; Dan draagt een van beiden zijn naam ten onrechte.

Sine. ; Maar welk van beiden ? dat zou ik gaarne weten.

Iren.; Voor welk van beiden heeft de Bisschop van Rome uitspraak gedaan?

ocr page 36

30

Sine.: Die is het hoofd der Katholieken en houdt ons Evangel ischcn voor ketters.

Iren. : Nu, dan zult ge 'took wel zijn.

Sine.; Hoe? Wij zijn teruggekeerd tot de zuiverheid van het oorspronkelijke christendom, wij houden ons uitsluitend aan het Woord Gods, en verwerpen alle mensehenwerk en de Overleveringen waardoor de Bisschop van Rome de Kerk heeft misvormd — dank zij onzen grooten Reformator Maarten Luther naar wien wij ons noemen ; Lutheranen — en gij vraagt alleen : Aan welke zijde de Bisschop van Rome staat? Hoe wilt ge nu naar zoo'n bloot uitwendig kenteeken beslissen, aan welke zijde de waarheid is?

Iren.; Dat zal ik u zeggen. — Zie, beste vriend, het christendom is geen zaak die ieder naar eigen opvatting kan samenstellen , zelfs niet wanneer hij de H. Boeken ter hand neemt. Want deze worden door on-ingewijden op de meest uiteenloopende wijzen verklaard en zelfs vervalscht. De christelijke leer is veeleer een positief iets, een stellig gegeven. Christus heeft die leer toevertrouwd aan Zijne Apostelen, die ze weder hebben meegedeeld aan de door hen aangestelde bisschoppen. Aan deze moet men zich houden en wel bijzonder aan den Bisschop van Rome, wil men zeker zijn de ware leer en het juiste begrip der H. Schriften te hebben. Allen die dit gezag der Kerk verwerpen, loopen uiteen in honderden verschillende meeningen, ook over den waren zin der H. Schrift. Door hun tegenspraak met elkander ouderlingen met de s'andvastige en eenstemmige leer der Katholieke Kerk, geven zij blijk dat zij allen in dwaling verkeeren. Gij zeidet zooeven, mijn vriend, dat gij wildet terugkeeren tot de zuiverheid der eerste eeuwen. Welnu : ik zal u zeggen hoe wij in deze eeuwen te werk gaan, wanneer wij met zekerheid de christelijke waarheid willen onderkennen ; wij vragen dan naar de Overlevering der Apostelen. „Voor allen, die de waarheid willen zien, is „ de Overlevering der Apostelen, gelijk zij in het licht

ocr page 37

31

„gesteld is over de gansche wereld, gemakkelijk zicht-,, baar in elke Kerk en wij kunnen de namen opnoe-,, men van hen, die door de Apostelen in de kerken „werden aangesteld als bisschoppen en van hunne opvolgers tot op onze dagen. Doch wijl liet te lang „ zou zijn in een werk als dit de opvolgers te tellen „ van alle Kerken, daarom vermelden wij alleen de „grootste, de oudste en de alombekende, namelijk de „ Kerk door de voornaamste Apostelen Petrus en „ 1 aulus te Rome gesticht en gevormd; wij vermelden „ de in deze Kerk bestaande en van de Apostelen af-„ komstige Overlevering en het geloof door de Apostelen den menschen geleerd, hetwelk door de opvoi-„ gende reeks van bisschoppen tot ons is gekomen, en „ zoo beschamen wij allen, die daarbuiten vergaderen. „ Want om haar hpogeren voorrang moet elke Kerk — „ d. 7i'. z. alle geloovigen waar ter -wereld ook — over-„ eenstenunen met deze Kerk waarin de Apostolische „ Overlevering door allen overal en altijd is bewaard. „ Nadat de gelukzalige Apostelen de Kerk hadden ge-„grondvest en gebouwd, vertrouwden zij de uitoefening „van het bisschoppelijk ambt aan Linus, van wien „ Paulus spreekt in zijn brief aan Timotheus. ') Zijn „ opvolger was Anacletus. Na dezen van de Apostelen „ af gerekend, was Clemens de derde bisschop; deze „ heeft de Apostelen nog met eigen oogen gezien en „ persoonlijk met hen verkeerd, in zijne ooren klonk » noamp; bet woord der Apostelen, hunne overlevering had „hij nog onder de oogen. En hij was de eenige niet; „ want nog waren er toen velen in leven, die door de „ Apostelen onderwezen waren. Toen nu bij het leven „ van dezen Clemens onder de Broeders te Korinthe quot; ^cn lievige twist was ontstaan, zond de Kerk van „ Rome aan de Korinthiërs een zeer belangrijk schrijven, gt;, diit viede stichtte onder hen, hun geloof vernieuwde „ en de overlevering verkondigde, die zij nog pas van

') 2 Tim 4: 21,

ocr page 38

32

„ de Apostelen hadden ontvangen. Op dezen Clemens „ volgde Evaristus, op dezen weer Alexander en daarna „ als de zesde van de Apostelen af Sixtus; deze werd „opgevolgd door Telesphorus, die een roemvol (Bloed-) „getuige werd, vervolgens Hyginus, dan Pius en daarna „ Anicetus. Daar nu Soter dezen opvolgde, zoo is „ thans Eleutherius de twaalfde van de Apostelen af „ op den bisschoppelijken stoel. In deze orde, in deze „ opvolging is de Apostolische overlevering in de Kerk „ en de verkondiging der waarheid tot ons gekomen. „ En daarin ligtj het zekerste bewijs, dat een en het-„ zelfde levendmakend geloof van de Apostelen tot nu „toe in de Kerk bewaard en in waarheid overgeleverd „ werd. ')

Omdat Christus de Kerk heeft gesticht voor alle volgende tijden, beste Sincerus, zoodat zij moet blijven voortbestaan tot den jongsten Oordeelsdag, daarom zal het immer blijven gelijk het bij ons wordt gehouden. Ontstaat er dus te eeniger tijd twijfel en twist over de christelijke leer en over den waren zin der H. Boeken, dan moet men zich wenden tot die Kerken, waaraan de Apostelen de christelijke leer hebben toevertrouwd, vóór alle tot de Kerk van Rome, die gesticht werd door de Apostelen Petrus en Paulus. Want met deze Kerk, zooals ik zeide, moet om haar hoogeren rang elke andere Kerk over de gansche wereld overeenstemmen. Hoe dus de bisschop moge heeten, die in uwe dagen zetelt op Rome's Stoel; de hoeveelste hij moge zijn gerekend van de Apostelen af; houd u aan hem, beste Sincerus, dat is de eenige raad dien ik u geven kan. Immers : „ waar zoo duidelijke teekenen aanwezig „ zijn, daar is het niet noodig eerst bij anderen de „ waarheid te zoeken, die men zoo gemakkelijk kan „ vinden bij de Kerk; want de Apostelen hebben daarin „ als in een welvoorziene schatkamer overvloedig neer-„ gelegd alles, wat tot de waarheid behoort, opdat een

') Ircneus adv. baer. Ill cap. 3 no. 1 — 3.

ocr page 39

33

„ieder, die het verlangt, daaruit den drank des levens „ neme. Zij toch is de deur des levens; alle anderen „zijn roovers en dieven. Dus moet men deze vluchten; „maar wat de Kerk het hare noemt, dat moet men „tot het zijne kiezen met alle zorg, en de overlevering „ der waarheid moet vastgehouden worden. Want ook „ al liep de strijd over een ondergeschikt punt, moest „ men ook dan zich niet wenden tot de oudste Kerken, „waarin de Apostelen eenmaal leefden, om daar te „ vernemen wat er met zekerheid bekend is omtrent het „vraagstuk dat aanhangig isrquot; ) Vele ketters beweren dat men zich uitsluitend moet houden aan de H. Schrift zonder zich te bekommeren om de Overlevering. „ Maar „ stel, de Apostelen hadden ons in het geheel geen „ geschriften nagelaten, zou men dan niet de wet „moeten volgen der Overlevering, welke zij hebben „meegedeeld aan hen. aan wier zorg, zij de Kerken „ hebben toevertrouwd Deze wet is het richtsnoer voor „zoovele onbeschaafde volken (barbaren) die in Christus „ gelooven, volken die zonder papier en inkt de leer „des Heils in hunne harten geschreven vinden door „den H. Geest, en met alle naarstigheid de Overleve-„ ring in eere houden.quot; -)

Diegenen echter die wijzer willen zijn dan de Kerk en zich niet houdende aan hare uitspraken eene andere leer verkondigen dan zij, leveren daardoor het bewijs, dat hunne leer eene nieuwigheid is, en niet de oude overgeleverde leer. „Want vóór Valentinus waren er geen Valentinianen, vóór Mardon geen Marcionieten.quot; ■') Ik mag er wel bijvoegen, beste Sincerus, vóór Luther waren er geen Lutheranen. En evenals die sekte-leeringen niet bestonden vóór hare stichters, zoo leeren zij ook gewoonlijk niet op alle plaatsen hetzelfde. „ Om „ heel den aardbol loopt de weg van de aanhangers

') Imicus adv. baer. ill cap. 4 u. 1.

2) id- iJ. 111 cajgt;. 4 u. I, 2.

') J(i. id. id. JIJ cap. 4 u. 'i,

3

ocr page 40

34-

der Kerk, want die (weg) heeft van de Apostolische „tijden af eene vaste Overlevering, en toont ons bij „allen een en hetzelfde geloof. Waar en vertrouwbaar „ is de prediking dier Kerk, bij welke een en dezelfde „weg des heils in geheel de wereld wordt aangewezen. ') Kunt gij nu hetzelfde getuigen van die leer, welke zooals gij verhaald hebt, bij u is gepredikt in tegenspraak met den Bisschop van Rome ? Wordt door deze leer niet het Gezag erkend van den Bisschop van Rome, aan wien Christus in den persoon van Petrus de taak opdroeg alle geloovigen te weiden , dan moeten de aanhangers dezer nieuwe leer in strijd geraken niet slechts met de oude Kerk, maar ook met elkander onderling. De een zal dit, de ander een ander boek der H. Schrift verwerpen; de een zal de Schrift zus, een ander zoo uitleggen ; de een zal deze, een ander gene leer als de echt christelijke beschouwen. Ziedaar het lot van alle sekten die zich losscheuren van den Opperherder der Kerk. den Stedehouder van Jesus Christus. Maar zoo is het niet bij ons in de eerste tijden. Daarom ook wordt bij ons die eenheid bewaard welke Christus heeft gewild. „ De Kerk toch, ofschoon verspreid over de „ gansche wereld tot aan de grenzen der aarde, heeft ,, het geloof ontvangen van de Apostelen en van dezer „ Leerlingen. Die (blijde) boodschap die zij eenmaal „ ontving en dat geloof bewaart de Kerk, (zooals wij „ zeiden) hoe ook over de wereld verspreid , met alle zorg , „ evenals of zij woonde in één huis, en zij gelooft daar-„ aan als hadde zij één hart en ééne ziel, en eenstem-„mig is hare prediking, haar onderwijs en hare over-„ levering van dit geloof, als hadde zij maar eencn „ mond. Want al zijn de talen der wereld verschillend , „toch is de inhoud der Overlevering een en dezelfde. „ Geen der Kerken heeft een ander geloof of eene an-„ dere Overlevering, zij mogen dan gesticht zijn in Ger-„ manie of in Spanje of in Gallic of in het Oosten of

') ibid. V cap. 20 li. 1.

ocr page 41

.35

„in Egypte en Lybië of in het midden der wereld.quot; (d. i. in Palestina) -) Aan dit geloof, mijn beste Sin-cerus, moet ge u houden.

Sine.; En dus vordert het oorspronkelijke, zuivere christendom, dat men zich houde aan de bisschoppen , met name aan den Bisschop van Rome?

Iren.: Ongetwijfeld! Want aan dezen heeft Christus, in den persoon der Apostelen, zijne kudde toevertrouwd.

Sine.; Nu, dan komt ons Evangelisch christendom niet overeen met dat, wat gij als het zuivere christendom beschouwt.

Iren.; Hoe leert gij het dan? Wie beslist bij u de geschillen omtrent het geloof?

Sine.; Geen overheid. Ieder onderzoekt zelf de H. Schrift.

Iren.; Ook vrouwen en kinderen? Ook zij die geen letter kennen van de Grieksche en Hebreeuwsche talen, waarin de H. Schrift is geschreven?

Sine.; Deze lezen de Schrift in een Duitsche vertaling.

Iren,; En wie heeft hun die vertaling bezorgd?

Sine.; Onze Maarten Luther.

Iren.; Heeft hij alles juist vertaald?

Sine.; Waar hij soms niet juist vertaalde, daar hebben onze geleerden met behulp der nieuwere Exegese of Schriftverklaring zijn werk verbeterd.

Iren.; Dus verlaat gij u meer op uwe geleerden, en op dien Maarten Luther, dan op de gezanten Gods, de bisschoppen? Wie was dan toch die Maarten Luther?

Sine.; Hij was een monnik, Doctor in de Godgeleerdheid en Hoogleeraar aan de universiteit van Wittenberg.

Iren.; Gij houdt dus hem en uwe geleerden voor onfeilbaar, zoodat gij op zijn Bijbelvertaling onvoorwaardelijk vertrouwt ?

2) Iren ady. haer. I. cap. 10 n. 1 en 2.

;5*

ocr page 42

36

Sine.; Wel neen! Dat ware niet Evangelisch. Wij onderzoeken zelve de H. Schrift, ieder voor zich, zooals ik ii reeds zeide.

Ir en.; Dan zal er heel een Babylon van tegenstrijdige meeningen uit voortkomen; de een zal dit, een ander weer dat vinden in de H. Schrift. En zij dan, die zelve de oorspronkelijke talen des Bijbels niet kennen en ook Luther in zijne overzetting niet voor onfeilbaar houden. welke zekerheid hebben zij, dat zij het ware christendom uit den Bijbel halen ?

Sine.; In dat geval staan hun de voorgangers en de Kerk ter zijde.

Ir en.; Voorgangers r Maar hebt gij dan zelve andere voorgangers aangesteld, nadat gij de door God gezondene bisschoppen hebt verworpen ?

Sine.; Zij zijn aangesteld door de overheid, niet door ons.

Iren. ; Welke overheid? Misschien eene wereldlijke overheid, leeken ?

Sine.; In zekeren zin, ja. De vorst van het land heeft bij ons de Kerkelijke macht in handen.

Iren.; En zulk eene kerk met een leek aan het hoofd in plaats van een bisschop, zou de oorspronkelijke zuivere Kerk zijn? — En wat doet ge, als die vorst nu eens niet behoort tot uw Kerkgenootschap ?

Sine.; In het koninkrijk Saksen moet in dat geval de Kerkelijke macht van den vorst worden uitgeoefend door een Lutherschen Minister van Eeredienst.

Iren.; „Minister van Eeredienst?quot; van zulk een kerkelijk ambt heb ik nooit gehoord in de eerste tijden der Kerk. •— Waarschijnlijk behoort dus in alle landen , waar gij woont, die Minister van Eeredienst tot uw Kerkgenootschap ?

Sine.; Niet altijd. Bij ons in Pruisen is dat gemeenlijk het geval, maar streng genomen kan ook een Katholiek, zelfs een Jood Minister van Eeredienst zijn.

Iren.; Wat zegt ge? Dus kan het geval zich voor-

ocr page 43

;37

doen, dat in geheel uwe Kerk de hoogste macht berust bij een niet-christen? als er verschil van gevoelen is, zoudt ge u moeten neerleggen bij eene beslissing die genomen werd door een niet-christen? En dat heet het zuivere oorspronkelijke christendom ?

Sine.: Uwe voorstelling van onze kerkinrichting is niet juist. In geloofszaken staat bij ons ieder op zich zelf en houdt zich aan geen menschelijk gezag, noch aan een bisschop, noch aan. een Minister van Eere-dienst.

Iren.: Maar dan moet de menigte van verschillende richtingen wel ontelbaar zijn.

Sine.: Dat is, helaas, maar al te waar en het is zelfs gebeurd , ik moet u dit toegeven, dat op eenzelfden kansel de godheid van Christus des morgens door den een werd geleerd, en 's avonds door een ander geloochend.

Iren.: Zoo moet het eenvoudige volk alle geloof verliezen. En zulke toestanden zouden , meent ge, het zuivere christendom weergeven ? — Hoeveel aanhangers van Euther. en hoeveel Katholieken zijn er wel bij u in de 19e eeuw?

Sine.: Dat is niet zoo gemakkelijk te bepalen. Volgens eene opgave, die wel wat van ouderen datum is, zijn er over geheel de wereld ruim 200 millioen Katholieken, 80 millioen Protestanten en 75 millioen Oostersche Schismatieken. Op het oogenblik kan men veilig het aantal Katholieken stellen op 220 millioen, dat der Protestanten op 100 millioen.

Iren.: Maar de Evangelischen dan, of de Euthe-ranen, waarvan gij gesproken hebt?

Sine.: Die worden gerekend bij de Protestanten.

Iren: Wat verstaat men door „Protestanten?quot;

Sine.: Voorheen was de beteekenis meer bepaald, en gold Protestant en Eutheraan voor hetzelfde; tegenwoordig verstaat men onder Protestanten gewoonlijk al de Christenen, die op grond van de H. Schrift, zich sedert de 16e eeuw van Rome hebben afgescheiden.

ocr page 44

38

Iron.: Hebben dan, behalve de Lutheranen, ook nog andere sekten dit gedaan ?

Sine.; Zeker, dit deden Calvinisten, Zwinglianen, Anglikanen, Wederdoopers enz. te zamen wel eenige honderden verschillende sekten.

Ir en.: En zij steunden allen daarbij op de H. Schrift r

Sine.; Juist; maar niet allen hebben de H. Schrift goed verstaan.

Iren.; Gij Evangelischen z-ijt wellicht de eenigen die de H. Schrift goed verstaat? Hoe sterk zijt ge.'

Sine.; Volgens bovengenoemde berekening zijn er ongeveer 12 millioen Evangelischen en 18 millioen Lutheranen.

Iren.: Maar zijt gij dan eigenlijk Evangelisch of Luthersch ? Ik hield dit voor hetzelfde.

Sine.; Ik ben beide d. w. z. ik ben Evangelisch-Luthersch.

Iren.: Dat gaat mijn begrip te boven.

Sine.: Ik zal het u uitleggen. In Pruisen waren er vele Lutheranen en vele aanhangers van Calvijn. Nu wenschte de koning beiden vereenigd te zien; hij stichtte de Pruisische Unie ten jare 1817, daarin werden beiden samengesmolten.

Ire n.: En ging dat zoo maar ? Hadden beiden hetzelfde geloof?

Sine.: Niet geheel hetzelfde. De Lutheranen onder anderen verklaarden de H. Schrift zóó, dat Christus in het H. Avondmaal wezenlijk en waarachtig ontvangen werd , de Calvinisten ontkenden dit en hielden het H. Avondmaal voor eene bloote gedachtenis.

Iren.: En die Kerk, die aan twee zoo tegenstrj-dige opvattingen haar ontstaan dankt, zou het beeld zijn der oorspronkelijke Kerk, en de écne kudde van Jesus Christus uitmaken?

Sine.: Tegen deze samensmelting kwamen dan ook velen in verzet : sommigen werden in de gevangenis geworpen, maar toch bleven zij voortbestaan onder den

ocr page 45

:J9

naam van „ Oud-Lutherschen.quot; Groot is hun aantal niet. Later, in 1866, heeft Pruisen nog andere landen veroverd waar vele Lutheranen waren. Maar van deze is het moeilijk te zeggen of zij Lutheranen zijn of Evangelischen. De Regeering schijnt allen langzamerhand te willen brengen tot de Pruisische Unie.

Ire 11.: Dat zijn vreemde toestanden 1 En gij meent dan, in trouwe, mijn vriend Sincerus, dat gij door u los te scheuren van de Katholieke bisschoppen meer gelijkvormig zijt geworden aan de oorspronkelijke Kerk? Gelooft gij dan dat de Christenen der eerste eeuwen hunne wereldsche vorsten, in plaats van de bisschoppen , als herders hunner zielen hebben beschouwd en bij verovering van hun land den .godsdienst hunner vreemde Gebieders hebben omhelsd r

Sinc.: Wat zal ik u zeggen? Ieder die Evangelisch wordt kan desniettemin zijn Luthersch geloof behouden.

Ir en.: Goed, maar dan leeft hij toch in kerkelijke gemeenschap met hen, die een der voornaamste leerstukken van het Christendom verwerpen. Zoo iets doen wij niet in deze eerste tijden. Wij houden ons zoo ver mogelijk verwijderd van allen die de zuivere leer des Evangelies vervalschen. Voor het overige, mijn vriend, wat gij houdt en wat gij gelooft, moge dan zijn wat het wil : het oude, echte christendom, de oude oorspronkelijke Kerk door Christus en de Apostelen gesticht is het niet. Derhalve, als ik u raden mag, keer weder tot de oude Moederkerk, tot den Bisschop van Rome. Dat is voor u de eenige weg des heils. De Apostel Petrus, voortlevende in zijn opvolgers, de Bisschoppen van Rome, hij i.:- de rots waarop Christus zijne Kerk heeft gegrondvest. Aan hem gaf hij zijne gansche kudde te hoeden tot Zijn wederkomst op den jongsten dag. ') Daarom moeten alle geloovigen van geheel de wereld, zooals ik u zeide, vereenigd zijn met deze Kerk van Rome. Zoo, en zoo alleen kan

lt;) Joh. 21 : 17.

ocr page 46

40

rle eenheid en mot die eenheid ook de waarheid, ons door Christus nagelaten, behouden blijven. Wijl Hij ons Petrus tot Opperherder gaf, moet Hij zorgen dat diens geloof niet wankele, ') anders sleepte deze geheel de kudde mede in de dwaling. Het is dus geen slavernij des geestes, zich te onderwerpen aan Petrus en zijne opvolgers: want in dezen volgt men Hem die zeide : „Die u hoort, hoort Mij.quot;-) U, die gescheiden zijt van Rome. u blijft geen andere keuze dan deze: óf wel gij onderwerpt u in geloofszaken aan uw vorst, aan uw Minister van Eeredienst, aan een of anderen geleerde, die niet door Christus zijn aangesteld om de kudde te weiden en dan juist vervalt vervalt gij in slavernij des geestes: óf wel gij weigert aan dezen de gehoorzaamheid en ieder volgt zijn eigen zin; maar dan is het gedaan met de eenheid der Kerk en heel de schat der christelijke geloofswaarheden verstuift als kaf voor den wind. Was het dus uw streven om door uwe afscheiding van Rome de oorspronkelijke Kerk meer gelijk te worden, dan hebt ge juist het tegendeel bewerkt. Gij deedt als iemand die om de kristallen schaal te zuiveren, ze verbrijzelt met den hamer.

') Lm;. 2?; 32. 2I Lie 10; 10,

ocr page 47

4. Voorloopig beslui!.

Sine.: Weer ziet t^ij mij vóór U, Cyprianus. Ik bracht een bezoek, niet slechts bij Tertullianus, maar ook bij Ireneüs, en ik moet bekennen: in alle door ons behandelde punten denkt gij allen juist als de Katholieken onzer 19e eeuw, niet als wij Evangelischen.

Het onderwerp onzer gesprekken was niet zoozeer een of ander leerstuk als wel de vraag in het algemeen; langs welken weg weet ik niet zekerheid, welke de leer van het christendom is. Gij zegt: men moet de Overlevering der oudste Kerken raadplegen, men moet de uitspraak hooi en van die bisschoppen, die zonder onderbreking opklimmen tot de Apostelen, inzonderheid van den Bisschop van Rome, met wien naar het woord van Ireneüs, de christenen der geheele wereld vereenigd moeten zijn. Dat is nu juist de leer der Katholieken inde 19e eeuw. Wij Evangelischen daarentegen leeren: de Bijbel alleen moet beslissen; om Overlevering of uitspraak van bisschoppen bekommeren wij ons niet. Zelfs zijn wij in tegenspraak met de bisschoppen en met Rome's bisschop in het bijzonder. Volgens onze opvatting onderzoekt ieder voor zich den Bijbel en bepaalt wat tot de leer des Christendoms behoort, wat niet. Ik wil nu niet uitmaken, welke van deze twee wegen de beste en de verstandigste is. Maar dit geef ik toe: bij u, die een of twee eeuwen na de Apostelen leefdet, meende ik de Evangelische leer te vinden: ik vond echter de Katholieke.

Maar ééne vraag zult gij mij niet ten kwade duiden : misschien zijt gij zelf reeds afgeweken van de oorspronkelijke zuiverheid des Evangelies?

Cypr.: Uwe vraag is naïef, Sincerus! Maar, zie

ocr page 48

hier mijn antwoord, eerlijk en oprecht. Met punt dat wij bespreken, is een der gewichtigste vragen, ik mag zeggen de voornaamste van heel het christendom. Of hangt niet de beslissing van alle bijzondere vragen af van deze eene: hoe en langs welken weg weet ik met zekerheid, wat de leer is van het christendom ?

Gesteld nu, wij allen, die een of twee eeuwen na de Apostelen leefden, wij hebben gedwaald in de beantwoording van deze voornaamste aller vragen, waren dan niet de beloften van Christus ijdel geworden ? Want vergeet niet, dat wij allen volkomen eenstemmig leeren in dit punt. En daar, volgens uw eigen getuigenis, ook de Katholieken der 19e eeuw juist denken als wij, moet ik wel aannemen , dat men in al de tusschenlig-gende eeuwen evenzoo heeft gedacht, totdat het eindelijk uw Luther en zijn aanhangers in den zin kwam, eene andere leer te verkondigen. Is dus onze leer eene dwaling, dan is geheel de Kerk 13 eeuwen lang omtrent eene der hoofdvragen van het christendom afgeweken van de waarheid, en ook na dien tijd bleef verre het grootst aantal christenen in dezelfde dwaling voortleven. Maar dan waren immers Christus' beloften ijdel geworden en dat kan men toch niet aannemen.

Neen, mijn goede Sincerus, de ware leer van het christendom is die, welke alle eeuwen door is geleerd, niet die, welke eerst sedert het jaar 1517 en nog wel door eene kleine minderheid der christenen wordt gevolgd. Ik zeg „alle eeuwen doorquot;; want ook vóór onzen tijd heeft men er over gedacht juist gelijk wij. Irenëus leerde wat hij van Polycarpus en Polycarpus wat hij van Joannes had gehoord. Als ik zeg „juist gelijk wij'' dan bedoel ik daarmede niet, wat deze of gene onder ons heeft gezegd, maar wat wij allen eenstemmig leeren. Tot deze eenstemmige leer nu behoort ook, dat de Kerk door bisschoppen en met name door hun aller Hoofd den Bisschop van Rome, Petrus opvolger, wordt bestuurd; dat men in geloofszaken deze bisschoppen moet volgen en niet zijn eigen opvatting.

ocr page 49

43

Dit is dus een dier punten, welke wij, in vereenigiug met de Moederk te Rome, eenstemmig leeren: Tertul-lianus, Ireneiis en ik en daarenboven al de anderen die hierover geschreven hebben, b.v. de geleerde Clemens van Alexandrië (hij stierf omtrent 217.) In die zaken daarentegen , waarin wij niet overeenstemmen, hadden wij ook geen zekerheid , dat zij deel uitmaken van het christelijk geloof. Ik, bijvoorbeeld, heb de meening aangehangen, zooals ik u reeds zeide, dat de Doop, door Ketters toegediend , ongeldig is. De Bisschop van Rome hield het anders. Eindelijk bleek het dat ik de dwaling, hij de waarheid volgde. Zoo heeft Tertul-lianus gemeend, dat het ongeoorloofd is een tweede huwelijk aan te gaan. Ook hij heeft hierin misgetast. Geldt het echter eene zaak die door ons allen wordt beschouwd als klaarblijkelijk behoorende tot de leer des Christendoms, dan is het een bewijs voor de waarheid dat die zaak de leer is van het christelijk geloof en deel uitmaakt van dien geloofsschat, die ons is nagelaten en door de Apostelen overgeleverd.

Sine.: Als dan die leer inderdaad afkomstig is van de Apostelen en van Christus, dan, dunkt me, moest men hooger opgaande het spoor daarvan kunnen vinden ook vóór Ireneiis tot aan de Apostelen toe.

C y p r.: Dan kan men ook. Maar verwacht nu niet dat die oudere schrijvers daarover zullen spreken met dezelfde duidelijkheid als Ireneiis, Tertullianus en ik. Ge weet , Ireneiis werd bisschop van Lyon omtrent het jaar 177 na Christus. In dien tijd ongeveer moet hij zijn werk tegen de Ketterijen hebben geschreven. Er waren dus niet meer dan ongeveer 80 jaren verstreken , sedert het verscheiden van den laatsten Apostel, den H. Joannes.

In die jaren hadden wij christenen gewoonlijk nog wel iets anders te doen dan boeken te schrijven, en de boeken die geschreven werden, zooals de werken van den H. Justinus, beoogden vooral de heidenen te wederleggen of de geloovigen te vermanen. Het mag

ocr page 50

44

u dus niet bevreemden, wanneer de vraag over het ambt der bisschoppen, bijzonder van den Bisschop van Rome, daarin niet zoo nadrukkelijk behandeld wordt, te meer daar een goed deel dier geschriften is verloren gegaan. Toch kan ik u eenige uitspraken van vroegere jaren toonen, waaruit ge kunt opmaken dat men vóór ons niet anders dacht dan wij.

Leermeester van Ireneiis was Poly carpus. Omtrent het jaar 180, dus kort na den dood van Joannes, schreef hij aan die van Philippi, hen vermanend met deze woorden: „ Gaan wij dus het ijdel gepraat van „ zoovelen en hunne valsche leerstellingen voorbij, en „ laten wij ons weder wenden tot de leer die ons van „den aanvang is overgeleverd, wakende in gebed en aanhoudende in het vasten.quot; ')

Een ander leerling van Joannes was Ignatius. Door de Apostelen was hij gewijd tot opvolger van den H. Evodius als tweede bisschop op den zetel van Antio-chië. Keizer Trajanus veroordeelde hem ter dood om zijn geloof. Hij werd naar Rome gevoerd en op den 20'quot; December van het jaa.i 107 den wilden dieren voorgeworpen in het Amphitheater. Deze Ignatius nu vermaant de Magnesiers volgender wijze in een brief „ Het voegt ook u, van den jeugdigen leeftijd van: „ uwen bisschop geen misbruik te maken , maar hem allen ,, eerbied te bewijzen, daar gij in hein Gods macht „ aanschouwt .... Uit eerbied dus voor de macht van „ God den Vader (die hem aanstelde) moeten ze ij hem „ allen eerbied bewijzen .... hem met alle oprechtheid „gehoorzamen. -) — Beijvert u alles te doen in over-„ eenstemming met God , zoodat de bisschop als plaats-,, bekleeder Gods den voorrang hebbe, de priesters de „ plaats innemen van den raad der Apostelen en de „diakens, die ik hartelijk liefheb, belast zijn met den „ dienst van Jesus Christus .... Er zij onder U niets

') Polycarp. nil Phil. cap. 7. 'l) igiial. ad. iMagncs. cap. 3.

ocr page 51

ió

„ wat u kan verdoelen maar maar wccst één niet den „ bisschop en de overheden! . . . . Gelijk de Heer niets „heeft gedaan zonder den Vader, met vvien Hij één „ was, zoo moet ook gij niets doen zonder den bisschop „en de priesters.'' ')

In zijn brief aan die van Trallis schrijft Ignatius: ,, Zijt gij aan den bisschop als aan Je sus Christus onder-„worpen, dan schijnt gij mij te leven volgens de rege-„ling niet van een mensch, maar van Jesus Christus „ die stierf om onzentvvil, opdat gij in het geloof aan „ zijn sterven den dood zoudt ontgaan. Met is dus „noodig, dat gij, zooals gij werkelijk doet, niets onder-„ neemt zonder deti bisschop. Eveneens moeten allen „ eerbied hebben voor de diakens als voor cene instel-„ ling van Jesus Christus , voor den bisschop als voor Jesus „ Christus zelf, den waren Zoon des Vaders, en voor de „ presbyters als een raad Gods en eene verbinding met „ de Apostelen. Afgescheiden van deze is er geene „ Kerk.quot; ') ,, Daarom smeek ik u dringend — of liever „niet ik, maar de liefde tot Jesus Christus — dat gij u „ enkel met de christelijke spijze voedt en u onthoudt „ van het vreemde gewas, dat is de ketterij .... Woest „op uwe hoede voor dezulken. Dit nu zal gebeuren, „ als gij u niet verhoovaardigt maar onafscheidelijk ver-„ bonden blijft met Jesus Christus, met den bisschop en „do voorschriften der Apostelen. Wie in vereeniging „blijft mot hot altaar, is rein: wie buiten staat, is on-„ rein : d. w. z. wie zonder bisschop, presbyterium of dia-„ kenen iets onderneemt, is niet zuiver van geweten.quot; ■')

In zijn brief aan do PJiiladelphiers schrijft Ignatius: „ Als kinderen des lichts en der waarheid moet gij afscheiding en valsche leeringen vluchten; waar de her-„ der is, volgt gij daar als schapen ... . Want allen, ,, dte aan Jesus Christus bekooren houden het met den

') J^nat. 1 cv cap. fi, 7

'■O Ignat. ad Trail cap 2, :5.

3) ïgnat. ad Trail, cap. 6, 7«

ocr page 52

4H

„ bisschop, cn allen die tcrugkeeren tot de eenheid der „Kerk op den weg der bekeering, ook zij allen zullen „ Gode behooren , opdat zij leven volgens Jezus Christus.

„Bedriegt u niet, mijne broeders, alwie een scheur-„ maker aanhangt, zal Gods rijk niet beërven; alwie ,, een vreemde leer belijdt, belijdt niet het lijden (van Christus.) Draagt nu zorg deel te nemen aan cene „ Eucharistie, want één is het lichaam onzes Heeren ,, J. C. en één is de kelk ter vereeniging met Zijn Bloed, „één altaar gelijk één bisschop. ) Tijdens mijne aan-j, wezigheid heb ik luide en met krachtige stem u toe-„ geroepen : ,, Houdt u aan den bisschop, het presbyte-„ rium en de diakens. Sommigen dachten dat ik zoo „sprak, wijl ik te voren den afval van sommigen „kende, maar Hij, in wien ik geboeid ben, is mijn „ getuige dat geen menschelijk vleesch mij dit heeft „geopenbaard. Maar de Geest heeft gesproken door „ deze woorden : „ Doet niets zonder den bisschop, „ bewaart uw lichaam als een tempel Gods; bemint de „ éénheid, vlucht de sekten; wordt navolgers van Chris-„tus, gelijk Hij het is van den Vader. Waar verdeeld-„ heid is cn hartstocht, daar 'woont God niet, maar de „ Heer schenkt vergeving aan alle rouwmoedigen, die „ tcrugkeeren tot de eenheid met God cn de gemeen-„ schap met den bisschop.quot; '2)

„ Aan die van Smyrna schrijft hij : ,, Volgt allen „ den Bisschop, gelijk Christus den Vader volgde, en „ de priesterschap (presbyterium) als de Apostelen, en „ eert de diakens als een instelling Gods. Niemand „ doe iets zonder den bisschop wat betrekking heeft op „ de Kerk. Die Eucharistie zij in uw oog de wettige, „ welke onder den bisschop gehouden wordt of onder „ een door hem gemachtigde. Waar de bisschop verschijnt, daar zij ook de gemeente, evenals de Kath. „Kerk wordt gevonden, waar Christus is. Zonder den

') Ignat. ad Philadelph. cap 2—A. 2) Ignat. ad Philad. cap. 7, 8.

ocr page 53

47

„ bisschop is het niet geoorloofd tc doopen of het licfde-„ maal (Agape) te houden, maar wat hij goed acht, „ dat is ook goed in de oogen van God, opdat alles ,, ivat er geschiedt veilig en geldig zij. Overigens ge-„ biedt de rede tot inkeer te komen en zich te bekeeren „ tot God , zoolang ons de tijd wordt geschonken. Het ,, is sc/ioon God en den bisschop te erkennen. Wie den „ bisschop in eere houdt, zcordt in eerc gehouden door ,, God; die iets doet zonder voorkennis van den bisschop, ,, bewijst een dienst aan den duivel.'' ')

In zijn brief aan Polycarpus zegt Ignatius : ,. Blijft „ trouw aan den bisschop, opdat God u trouiv blijve. -) Gelijk Polycarpus en Ignatius in het christelijk geloof werden onderwezen door den Evangelist Joannes, zoo had ook Clemens, de Bisschop van Rome, in den omgang met de Apostelen Petrus en Paulus het ware christendom leeren kennen. Maar ook deze wil er niet van hoeren ,, dat de geloovigen elk voor zich (gelijk gij Lutheranen beweert) uit de H. Schrift hun geloofsartikelen opstellen onafhankelijk van den bisschop; andere kerken buiten die welke door de bisschoppen bestierd worden, kent hij niet. Ziehier zijne woorden; „De Apostelen hebben ons op last van Onzen Heer Jesus Christus het Evangelie verkondigd. Jesus Christus is gezonden door God. Christus dus van God en de Apostelen van Christus. Nadat zij dan de opdracht hadden ontvangen .... zijn zij uitgegaan, aankondigende de komst van het rijk Gods .... Terwijl zij aldus door landen en in steden het woord verkondigen, hebben zij de eerstelingen (d. z. de bekeerlingen uit die landen en steden) nadat zij ze beproefd hadden in den geest, aangesteld tot bisschoppen en diakenen over degenen. die zouden gelooven .... Zij wisten door onzen Heer Jesus Christus, dat er strijd over de waardigheid van bisschop ontstaan zou; om die reden dan

Ign. ad Smyru. cap. 8—'J. 2) Ignat. ad Polyuarp. cap. ü.

ocr page 54

is

hebben zij, toegerust met volkomen kennis v;ui wat er gebeuren zou, die bisschoppen en diakenen aangesteld, en daarna den last gegeven, dat, na hun dood, andere beproefde mannen hen in hunne bediening zouden opvolgen. ') Na deze uiteenzetting richt de Bisschop van Rome het woord tot de wederspannigeii in de gemeente van Corinthe : ,, Gij, die den grond hebt gelegd voor „den opstand, onderwerpt u aan de priesters en draagt ,,de straf tot boete! buigt uwe harten neer! Leert „gehoorzaamheid en legt af de snoevende en hoog-,, moedige trotschheid uwer tong! Want beter is het ,, voor u in Christus kudde met eere gering te zijn, dan ,, door laatdunkende hoovaardij van hare beloften te ,,worden uitgesloten.quot;

Welnu, vriend Sincerus, wat dunkt u? hebben deze drie leerlingen der Apostelen Clemens, Ignatius en Polycarpus, gedacht als uw Luther, die zich afscheidde van zijn eigen bisschop en van de vereeniging der bisschoppen, en die zich een eigen kerkgenootschap vormde en altaar tegen altaar oprichtte? Of hebben zij gedacht gelijk de Katholieken der t6e eeuw, die bleven in de gehoorzaamheid, aan de Oude Kerk; en gelijk de Katholieken der 19e eeuw, die trouw en onwrikbaar de zijde houden hunner bisschoppen?

Sine. Gij hebt gelijk, Cyprianus, ik moet mij gewonnen geven. Wij hadden den goeden wil om terug te keeren tot de zuiverheid der oorspronkelijke Kerk, en in stede daarvan zijn wij ver, zeer ver afgeweken. Ten minste in de leer over de Kerk zijn wij nog verder verwijderd van de oude Kerk dan de Katholieken.

Dit te erkennen valt mij hard, maar ik kan niet anders.

Eenc poging zou ik nog kunnen wagen om onze zienswijze te redden : ik zou kunnen vragen of Clemens en Ignatius en Polycarpus de Apostelen Petrus, Paulus en Joannes wel goed begrepen hebben ? of zij niet voor

') Clcraeus !id Corinth I. caji. 42 eu 44-

ocr page 55

49

hot eerst de hiërarchische waardigheid der bisschoppen en de Katholieke gezagstheorie hebben ingevoerd in de Kerk, terwijl Christus en de Apostelen naar Kvange-lisehe opvatting hadden geleerd, dat ieder christen zijn eigen geloof moest ontkenen aan den Bijbel.

Cypr. Neen, Sincerus, ook die poging is ijdel. Evengoed als in de 16e eeuw deed zich ten tijde der Apostelen het geval voor, dat twijfelachtige punten des geloofs eene beslissende uitspraak vorderden.

Lucas heeft zulk een geval vermeld in zijne Handelingen der Apostelen en aan uw oordeel zij de beslis-sing gelaten of men toen de zaak heeft behandeld op uwe wijze, zoodat de geloovigen ieder voor zich de H. Schrift onderzochten ; of wel dat de uitspraak gedaan werd door de Kerkelijke overheid, waaraan de overige geloovigen zich ootmoedig onderwierpen.

In Antiochie was men het oneens over de vraag of de joodsche besnijdenis ook door de christenen moest worden behouden of niet. Men wachtte zich wel, om zulk een vraag zoo maar voetstoots te beslissen naar de H. Schrift. Maar aan de te Jerusalem vergaderde Apostelen, werd de vraag ter beantwoording voorgelegd. De Apostelen nu en de Oudsten gaven deze uitspraak; „ Den H. Geest en ons heeft het behaagd u geen zwaar-„ deren last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen, ,, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd „is, van bloed en al wat verstikt is enz.quot; ')

Daarmede was dus het geloofspunt voor goed vastgesteld dat n.l. de christen niet gehouden was tot de joodsche besnijdenis. Had men nu de zaak naar uwe zienswijze behandeld, dan had de een dit, de ander weer iets anders in de H. Schrift gevonden, de eenheid des geloofs ware verbroken en niemand had meer geweten waaraan zich te houden.

Sine. De Apostelen en de eerste christenen deden juist als later de Katholieke Kerk bij de Kerkvergade-

') Hand. 15 : 28.

4

ocr page 56

50

ringen. Dc hicrarchie heeft uitspraak gedaan, de ge-loovigen hebben zich daaraan onderworpen.

Om dus onze protestantsche zienswijze te behouden, zou ik waarlijk de Apostelen moeten verlaten en zeggen dat zij de ware leer van Christus hebben vervalscht.

Cypr. Zien wij nu nog in het Evangelie, wat Christus zelf over de zaak heeft gedacht. Vóór Zijne Hemelvaart zendt Hij de Apostelen uit met deze woorden . „ Gaat en onderwijst alle volken — hen leerend te „ onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Kn zie, „Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der „tijden!quot;

In deze woorden van Christus vindt ge, dunkt mij, weer de Katholieke leer, dat men de kennis van het geloof moet ontleenen vóór alles aan de leer der Apostelen en hunne opvolgers, niet buiten deze om enkel aan de H. Schrift. Had Christus er over gedacht als gij. Lutheranen, dan hadde hij moeten spreken in dezer voege : „ Gaat en onderwijst alle volken. Maar vóór „alles moet gij beiden, Matthaeus en Joannes, mijn „ leven beschrijven; gij Joannes moet eenige brieven en „de Apocalypse of Openbaring schrijven. Verder moe-„ ten Jacobus en Judas ieder één, Petrus twee brieven „ zenden. Dan zal Ik nog Paulus beroepen tot het „Apostolaat om eene reeks van Brieven op te stellen, „ eindelijk moeten twee mannen, die niet onder u, de „ Apostelen, gerekend worden n.1. Marcus en Lucas „ eveneens mijn Leven beschrijven en daarenboven moet „ Lucas de Handelingen der Apostelen te boek stellen. „Is dat alles afgewerkt, dan moet dit als het N. Tes-„ tament tegelijk met de Boeken van het O. Verbond „ vereenigd worden tot één Bijbel en zoovele afschriften „ moeten er worden gemaakt, dat ieder christen, althans „ elke christelijke familie er een van in bezit krijgt. „Uit dat boek moet dan ieder voor zich zijn geloofs-„ leer opmaken en voor alle twijfelingen op godsdienstig

1) Matth. 28: 19—80.

ocr page 57

51

„gebied de oplossing zoeken. Om zeker te zijn dat cr „ geen fouten insluipen door de hand des vertalers, zal „ een iegelijk Hebreeuwsch en Grieksch moeten leeren. „Van alle deze Boeken zal het origineel worden be-„ waard in Jerusalem, ten einde een ieder in de gelegen-„ heid te stellen daarheen te komen en te vergelijken „of alles goed is overgeschreven.quot;

Sine. : Gij wordt ondeugend Cyprianus !

Cypr. : Maar zeg dan zelf eens of dat alles niet noodzakelijk volgt, wanneer men zich eenmaal van hot gezag der Bisschoppen losmaakt en ieder op eigen gelegenheid zijn geloofsregel moet opstellen volgens het beginsel : De Bijbel en niets dan de Bijbel!

Sine.: Het is zoo, gij hebt gelijk! Maar toch, wanneer ik in geloofszaken op de uitspraak der bisschoppen wil steunen, moet ik dan niet zeker weten, dat zij niet dwalen?

Cypr.: Luister: wanneer elke bisschop op zich zelf stond, zoo dat hij mijn opperste Leeraar was in geloofszaken, ja, dan zou ik zekerheid moeten hebben, dat God hem voor dwaling vrijwaart. Wanneer echter die bisschoppen allen te zamen weder staan onder een opperherder, die hen leert, en waakt over hunne leer, dan is het genoeg als deze vrij is van dwaling. Voor dezen nu heeft Christus gebeden dat „Zijn geloof niet wankele en dat hij op Zijn beurt Zijne broeders ver-sterke.quot; ')

Sine.: En die opperste onfeilbare Leeraar, die Bisschop der bisschoppen , is dus de Bisschop van Rome, meent gij ?

Cypr.: Zeker meen ik dat. Herinnert ge u niet, hoe Ireneiis leert, dat alle christenen der gansche wereld moeten overeenstemmen met dezen, den opvolger van Petrus ?

Sine.: Ja, dat herinner ik mij wel. Maar gij zult mij toch geen enkel bewijs kunnen leveren uit de H.

') Lut', 22 ; 38.

4*

ocr page 58

32

Schrift, dat de Bisschop van Rome zulk een waardigheid bekleedt.

Cypr. : Uit de H. Schrift kan ik u ten minste bewijzen , dat Christus die waardigheid heeft gegeven aan Petrus j wijl nu dc Kerk moet bestaan tot aan de voleinding der eeuwen, zoo moet ei in al die volgende tijden een opperste Leeraar zijn. En nu Petrus zelf niet meer in leven is, is zijne waardigheid ovci-gegaan op zijn opvolger en deze opvolger is de Bisschop van Rome.

Sine. ; Wanneer heeft dan Christus dat hoogste leeraarsambt voor geheel de Kerk aan Petrus toevertrouwd?

Cypr.: Toen Hij tot hem zeide; „Weid mijne

lammeren! weid mijne lammeren!.....weid mijne

schapen.quot; ') Met deze woorden werd hem de gansche kudde van Christus, leeken, priesters en bisschoppen toevertrouwd om die te weiden, d. w. z. om hun het voedsel der gezonde leer te geven. V erlangt gij uit den mond des Heilands eene nog plechtiger verklaring, dat Hij op Petrus Zijne Kerk, dus ook in het bijzondei, Zijne Kerkelijke leer wilde vestigen, herinner u dan de woorden, die ik reeds meermalen heb aangehaald. Als Petrus in de volheid van zijn geloof Jesus erkent als den Messias, Zoon van den levenden God, dan beloont hem de Zaligmaker voor die belijdenis met deze belofte : „ Zalig zijt gij Simon, Jonas' Zoon , want vleesch „en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar mijn „Vader die in den Hemel is. En ik zeg u, gij zijt „ Petrus (steenrots) en op deze steenrots zal ik mijne „ Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haai niet „ overweldigen. En u zal ik de sleutels geven van het „Hemelrijk. Alwat gij binden zult op aarde, zal ook „gebonden zijn in den Hemel, en al wat gij ontbinden „zult op aarde zal ook ontbonden zijn in den Hemel. ')

1) Matlh. 16; 17—1«.

ocr page 59

5. De Rechtvaardigmaking door het geloof,

Sine. Uw woord heeft mij overtuigd, Cyprianus, ons Lutheranisme is niet in alle opzichten de oude, christelijke Kerk, niet de terugkeer tot de oorspronkelijke Kerk. Dat oude christendom kent geene Kerk zonder bisschoppen. Integendeel elke leer, die in strijd met de gemeenschap der bisschoppen het hoofd verheft, verwerpt zij vooraf als ketterij. Derhalve is het Lutheranisme niet het zuivere, oorspronkelijke christendom. Of men moet aannemen, dat de Apostelen en ook Christus zelf, reeds waren afgeweken van het oorspronkelijke christendom.

Toch ben ik in zekeren zin nog maar half overtuigd. In mijne oogen ben ik gelijk aan een kas-opnemer, die een lange rekening heeft na te cijferen. Van boven af heeft hij alle posten opgeteld en is gekomen tot eene slotsom, die zijne vroegere mee-ning geheel omverwerpt. Wel gelooft hij geen fout te hebben begaan en toch voldoet hem de einduitkomst niet. Zoo gaat het ook mij. Met klinkt mij zoo vreemd dat de pauselijke, de Roomsche Kerk aan het oude christendom meer gelijk is, dan ons Lutheranisme. Al mijn vroegere opvattingen zijn in strijd met die stelling. En toch het moet gezegd, die stelling volgt onloochenbaar uit de getuigenissen der Kerkvaders. De kasopnemer, waarmee ik mij zelf moet vergelijken, doorloopt eerst de rekening van boven naar beneden en komt dus tot eene bepaalde som; telt hij echter dezelfde cijfers op van beneden naar boven , dan is de uitkomst geheel verschillend. Vraag ik mij zeiven af hoe van den eenen kant de oudste Kerkvaders en ook de Katholieken de vragen omtrent het geloof beslissen en hoe van den anderen kant de Trotestanten dit doen, dan moet ik toegeven : uwe methode is die van het

ocr page 60

54

oude christendom en de eenig ware; daardoor alleen blijft de eenheid des geloofs behouden en de woorden van Christus zijn daarmee in overeenstemming : „ Uie i- hoort, hoort mij!quot; ') want gij hoort naar de uitspraak van de door Christus gezonden Kerkelijke overheid.

Onze methode daarentegen , volgens welke ieder voor zich in den Bijbel zijn eigene oplossing moet zoeken, is niet die van het oude christendom, leidt onvermijdelijk tot eindelooze verdeeldheid en maakt, dat eigenlijk niemand meer recht zeker is van zijn geloof. En als uwe methode de ware, de onze eene verkeerde is, dan volgt daaruit dat, in bijzondere gevallen, de uwe tot ware, de onze tot verkeerde uitkomsten leidt.

Zoo b.v. komt gij volgens uwe methode tot het besluit, dat Christus zeven Sacramenten heeft ingesteld; wij daarentegen, onze methode volgende, meenen dat Hij er slechts twee instelde; dus moet ik vooraf besluiten ; uwe uitspraak is de ware, wijl uwe methode de goede is. Ziedaar de zaak in beginsel (a priori) beschouwd en dat is de uitkomst van de rekening, wanneer ik van boven naar beneden tel. Zie ik echter de rekening nog eens na, van beneden naar boven tellende, d. w. z. vestig ik mijn aandacht meer bijzonder op eenig' bepaald geloofspunt van uwe en ook van onze leer, dan dunkt mij, dat het recht aan onze zijde is.

C y p r. : Maar noem dan eens, bid ik u, een of ander geloofsartikel, waarin wij Katholieken naar uwe meening dwalen.

Sine. ; Gaarne 1 Wij Lutheranen leeren : de mensch wordt gerechtvaardigd door het geloof alleen; gij houdt staande de goede werken zijn noodig ter zaligheid. Welnu onze leer is de ware, de uwe is eene dwaling.

Cypr. : Welk geloof bedoelt gij? een dood of een levend geloof? bloot een voor waar houden, of een geloof, dat werkzaam is door de liefde?

Sine.: Natuurlijk bedoel ik een levend geloof.

') Luc. 10: 16.

ocr page 61

DO

Cypr. : Welnu, dan zijn wij hot eens. Dan is er geen lange redeneering noodig over onze en uwe methode.

Sine. : Hoe zoo? Leert gij dan niet, dat de goede werken noodig zijn ter zaligheid?

Cypr. : Met onderscheid ! of iemand zonder goede werken gerechtvaardigd wordt is lang niet dezelfde vraag, goede vriend, als deze of men zonder goede werken in den Hemel komt. Volgens de Katholieke leer, wordt de mensch gerechtvaardigd wanneer hij in zijn hart een akte van geloof en van volmaakte liefde verwekt, ook zonder dat er eenig uitwendig werk bij komt. Zoo werd de goede moordenaar aan het kruis gerechtvaardigd, omdat hij in Jesus geloofde en uit liefde tot God zijne zonden beweende; van hem kan men in zekeren zin zeggen, dat de uitwendige goede werken niet noodig waren ter zaligheid: hoe toch kon hij hangende aan het kruis die goede werken doen? Maar toch blijft het waar in het algemeen, dat de goede werken ter zaligheid noodig zijn. Want door deze verdienen wij den Hemel.

Sine. : Wat zegt ge ? door onze zoogenaamde goede werken verdienen wij den Hemel?

Cypr.: En waarom niet? Zegt dan niet de Heer: „Komt gezegenden mijns Vaders, bezit het Rijk, dat „ van de grondvesting der wereld voor u bereid is. „ Want Ik heb honger gehad en gij hebt Mij gespijsdquot; ') enz. Jesus belooft dus hier den Hemel aan hen, die hongerigen spijsden, naakten kleedden enz. Derhalve moeten zulke werken toch wel noodig zijn ter zaligheid. En dit wordt des te duidelijker als Hij zegt, dat de Hemel gesloten blijft voor hen, die deze werken niet beoefenen; want tot hen, die ter linkerzijde staan, zegt Hij: „Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur .... ïvant „ Ik had honger en gij hebt Mij niet gespijsd ■) enz. Als dus Jesus hen ter helle verwijst.

') Miiltli. 25: 34. 2) Matth. 25: 41.

ocr page 62

56

die geen werken van naastenliefde beoefenden, dan zijn toch deze werken zeker wei noodig ter zaligheid.

Sine. ; Maar wij kunnen geen enkel goed werk doen! Wij allen zijn immers zondaren en een slechte boom brengt geen goede vruchten voort.

Cypr. : Zondaren zijn wij, ja, zoolang wij niet door Christus gerechtvaardigd zijn. Zijn wij echter eenmaal gerechtvaardigd, dan zijn wij ranken aan den wijnstok, die Christus is; dan kunnen wij wel goede werken verrichten.

Sine.: Maar dat is Christus' verdiensten verkleinen, als men zegt, dat wij goede werken doen en door deze zoogenaamde goede werken den Hemel verdienen!

Cypr.: Dat is niet de verdiensten van Christus verkleinen, even als de verdienste van den wijnstok niet wordt verkleind door de goede druiven die aan de ranken groeien. De ranken toch brengen deze druiven voort, niet uit zich zelve, maar door de sappen, die de wijnstok zelf hun toevoert. Zoo ook kunnen wij geen goede werken doen uit ons zeiven, maar alleen door de verdiensten van Christus en met behulp Zijner genade. Overigens, deze vergelijking met den wijnstok is niet van mij, maar van Christus zelf die zegt : „ Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken, die blijft in mij en ik in hem, brengt vele vruchten voort; zonder mij kunt gij niets doen.quot; ')

Sine.: Het moge zijn! Toch staat het bij mij vast, ik herhaal het, dat wij gerechtvaardigd worden door het geloof alleen.

Cypr.: En ik herhaal u, dat ik niets heb tegen die uitdrukking mits het geloof ook de liefde insluit. In dien zin schrijft Ignatius zoo schoon aan de Ephe-siers : „ Uw geloof is uw gids, maar de liefde is de „weg, die u opvoert tot God,quot; -) en op een andere plaats: ,, Het geloof is het begin, het einde is de

') Jo. 15:5.

2) Iguat. ad Eph. ca^). 9.

ocr page 63

57

„ liefde : beiden te zamen, in eenheid verbonden, zijn „uit God en al het overige, wat tot de godsvrucht „behoort, is daarvan het gevolg.quot; ')

Sine.: Waarlijk dat is voortreffelijk gesproken! Maar zoo spreken niet de Katholieken van de 16e of 19e eeuw. Zij hechten verbazend veel gewicht aan de goede werken.

C y p r. : En te recht. Of zegt niet de Apostel Jacobus : „Wat baat het, mijne broeders, zoo iemand „ verklaart ik heb het geloof, maar zonder dat hij de „ werken heeft ? Kan dan het geloof hem zalig maken r 2)

Sine.: Juist om deze uitdrukking noemde onze Luther den brief van Jacobus „een strooien brief.quot;

Cypr. : Zoor Het schijnt dus dat gij de H. Schrift inricht naar uwe opvatting, niet uwe opvatting naar de H. Schrift.

Sine.: Maar de H. Schrift zegt dan toch zelve, dat wij gerechtvaardigd worden , „ door het geloof alleen.quot;

Cypr.. Waar staat dat r

Sine.: In den brief aan de Romeinen luidt het: „ dat de mensch gerechtvaardigd wordt door het ge-„ loof alleen zonder de werken der Wet.quot; ■''j

Cypr.: In mijn H. Schrift vind ik geen letter van het woordje „alleen.quot;

Sine.: Dat is waar ook, Luther heeft dit woordje er bijgevoegd in zijne vertolking. Maar de samenhang vordert het.

Cypr.: Ja, de samenhang zooals Luther dien wil, maar niet de samenhang dien de H. Pauhis bedoelt; anders had de Apostel Paulus zelf het woordje „alleenquot; er wel bijgevoegd.

Sine.: Toch wordt er altijd beweerd, dat wij niet door goede werken gerechtvaardigd worden.

Cypr.: Dat kan ook in zekeren zin met alle recht

') Iguat ad Eph. cap. 14.

2) Jae. 2: 14.

3) Kom 3: 28.

ocr page 64

58

gezegd worden. Maar op deze plaats van de H. Schrift wordt het niet gezegd; hier is slechts sprake van de werken der Mozaische wet, niet van de goede werken der christenen. De beteekenis van deze schriftuurplaats is, dat wij gerechtvaardigd worden door het christelijk geloof, niet door de wet van Mozes.

Mijn goede Sincerus! als ik zie, hoe uw Luther de Boeken der Machabeën en andere Boeken der H. Schrift verwerpt, hoe hij één Boek der H. Schrift betitelt met den naam van „strooien briefquot;, hoe hij het woordje „alleenquot; binnensmokkelt, waar het niet staat, hoe hij voor de werken der Mozaische wet de goede werken der christenen in de plaats stelt, dan komt mij onwillekeurig het woord van Tertullianus voor den geest: „De „ Ketterij neemt eenige Boeken der H. Schrift niet aan ;

die welke zij aanneemt, neemt zij niet aan gelijk zij „zijn, maar zij vervormt ze door bijvoegselen en weg-„ latingen, al naar het past in hare leer; en zelfs, „ wanneer zij ze tot zekere hoogte onveranderd laat, „ dan bederft zij die nog door valsche tekstverklaring. „ Het verdraaien van den zin doet evenveel schade aan „de waarheid, als het vervalschen van den tekst.quot; ')

Sincerus! Sincerus! ik vrees, uwe rekening sluit in geen geval, noch boven, noch beneden. De weg door u ingeslagen, om, buiten de bisschoppen om, de christelijke waarheid te onderkennen, is de rechte niet, en wat gij vindt langs dien weg is geenszins de ware, christelijke leer.

Sine.; Zeidet gij zooeven niet zelf, dat Luthers leer over de rechtvaardigmaking niet verschilt van de Katholieke ?

Cypr.; Zou ik dat gezegd hebben? Volstrekt niet! Ik ken die leer van Luther alleen uit hetgeen gij er van verhaalt. Welke de Katholieke leer nu en te allen tijde is, weet ik, dat n.1. de mensch gerechtvaardigd wordt door het levend geloof, d. w. z. door geloof en

') Tcrtull. I)e praescript. cap. 17-

ocr page 65

5'J

liefde. Gesteld nu dat Luther, zooals gij beweert, niets anders had geleerd dan dit, waartoe dan zich om dit leerstuk afgescheiden van de Katholieke Kerk? Is zijne leer eene andere, dan, zeg ik, is zij valsch, en uwe rekening komt niet uit noch van boven, noch van onder.

Uit uwe woorden moet ik wel opmaken, dat Luther iets anders heeft geleerd en dat hij aan de goede werken in het bijzonder te weinig waarde hecht. Maar als ik u eens vragen mag, doet ge vee! aan bidden, vasten en aalmoezen geven ?

Sine.: Aalmoezen geven, doen wij wel; maar niet met het doel om den Hemel te verdienen : dat ware Katholieke „werkheiligheid.quot; Ook wordt er gebeden: maar de onderscheiding van spijzen en het vasten hebben wij afgeschaft als bijgeloof.

Cypr.: Welnu, daar hebt ge het al! Dus ook hierin verschilt uwe zienswijze van die der oude Kerk, ofschoon gij in uwe willekeurige vervorming der Kerk beweerdet, alles te willen terug brengen tot de zuivere leer der oorspronkelijke Kerk.

Sine.: Hoe dacht men dan in die oorspronkelijke Kerk over dergelijke zoogenaamde goede werken?

Cypr.: Dat zal ik u zeggen, 't Was ongeveer een halve eeuw na den dood van Joannes, dat Justinus, die later als martelaar stierf, aan den Romeinschen Keizer een verweerschrift aanbood, ten gunste der vervolgde christenen. In dat stuk zegt Justinus : „ Aan „ allen, die tot de overtuiging zijn gekomen en gelooven, ,, dat ons woord en onze leer waar is, en die belooven „ volgens deze leer te kunnen leven, wordt geleerd te „ bidden 01 tu vasten van God vergeving te vragen ,, voor hnnne vroegere zonden; te gelijk bidden en vasten „wij met hen.quot; ')

Sine.: Dat klinkt waarlijk meer Katholiek dan Evangelisch.

') Juatiima Apol. I cap. 01.

ocr page 66

é'o

C y p r.: Clemens van Alexandrië, die al ten jare 217 is gestorven, verklaart; ,,Wie God naar behooren „kent en een passend en deugdzaam leven leidt, hij ,, vooral moet bidden . . . bidden, opdat het goede in ,, hem zij en bestendigd worde . . . ook kent hij de „geheimzinnige beteekenis van het vasten op deze twee „dagen, n.l. Woensdag en Vrijdag.quot; ')

Sine. : Dat is niet minder streng dan bij de Katholieken onzer dagen.

C y p r.: En toch zuiver Evangelisch. Want Christus ging ons voor door Zijn voorbeeld, toen Hij 40 dagen vastte in de woestijn. -) En van Zijne leerlingen zegt Hij, dat ook zij zullen vasten na Zijn verscheiden.

Vandaar dat wij in de Handelingen der Apostelen lezen, dat de eerste christenen gevast hebben.

Het heeft dus allen schijn, mijn goede Sincerus, dat ten opzichte der Rechtvaardigmaking, der goede werken en in het bijzonder ten opzichte van het vasten in de oorspronkelijke Kerk eene zelfde opvatting heerschte als bij ons in de 3c eeuw en bij de Katholieken van de 16e en de 19e eeuw.

Derhalve bestond er in de 16e eeuw geen reden u los te scheuren van de eenheid der Kerk, onder voorwendsel van te willen terugkeeren tot de zuivere leer der oorspronkelijke Kerk.

') Clem Alex Strom.ita VU: 1, 12 (Migne [i 454, 4fi.{, 503 )

') Matth. 4 : 2.

3) Matth. 9: 15.

*) Act. Ap. 13: 2.

ocr page 67

6. Het Offer der H, Mis,

Sine.; Gij zeidet dus Cyprianus, dat wij geen voldoende reden hadden om ons af te scheiden van de oude Kerk. Welnu, zoo de leer over de Rechtvaar-digmaking ons die al niet gaf, dan werd zij ons ten minste gegeven door de leer over het Misoffer. De oude Kerk had Christus' Kruis op den achtergrond geschoven , door, behalve dat éene Offer, dat genoegzaam is voor alle tijden, steeds nieuwe Offers op te dragen in de Mis. Dat heeft de oorspronkelijke Kerk der eerste eeuwen zeker niet gedaan; want de brief aan de Hebreen zegt uitdrukkelijk: „Geheiligd zijn wij door ,, de opoffering des Lichaams van Jesus Christus ééns ,, voor al. En ieder priester (van het O. Verbond) staat ,, dagelijks te dienen en dikwijls dezelfde offers op te „dragen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen. ,, Maar deze is, na één offer voor de zonden geofferd ,, te hebben, voor eeuwig gezeten aan Gods rechter-,, hand .... want door één offer heeft Hij in eeuwig-,, heid voltooid, die geheiligd worden .... Waar nu ,, vergiffenis is van deze (de zonden) daar is geen offer ,, meer voor de zonde.quot; ') Ziehier nu de gevolgtrekking die ik hieruit maak : door het Avondmaal tot een Ofifer te maken, en dagelijks nieuwe offers op te dragen, is de Katholioke Kerk afgeweken, van de leer van het oorspronkelijke Christendom.

Cypr.: Laat mij, Sincerus, alvorens dit punt te behandelen, u ééne vraag stellen. Vanwaar weet gij met zekerheid, dat de brief aan de Hebreen, waaraan deze plaats ontleend is, waarlijk Gods Woord is en deel uitmaakt van de H. Schriftr

') Hcbr. 10: 10,

ocr page 68

62

Sine.: Wel, van oudsher is die brief in de Kerk onder de H. Boeken gerekend.

C y p r.: Goed , maar daarmee doet ge een beroep op de Kerk en de Overlevering, terwij! gij anders beweert niets aan te nemen, dan wat in de H. Schrift staat. Wees dus zoo goed en toon mij de plaats waar de H. Schrift verzekert, dat de Brief aan de Hebreen tot de H. Boeken behoort.

Sine.: Gij Katholieken, rekent zelf dezen brief onder de H. Schrift.

Cypr.: Zonder twijfel doen wij dat en ook de Boeken der Maehabeën, die gij niet aanneemt als Gods Woord, beschouwen wij eveneens als H. Schrift. Neemt gij dus den Brief aan de Hebreen aan, omdat wij het doen, dan moet ge ook de Boeken der Maehabeën aannemen om dezelfde reden! Uoch genoeg hierover. Ik voor mij houd den Brief aan de Hebreën voor Gods Woord en geloof dus aan de leer die er in vervat is. Maar nu is de vraag: wat wordt er in geleerd? en welke is de ware zin der woorden door u aangehaald ?

Sine.: Dat is wel duidelijk! De woorden luiden, dat er na het Kruisoffer op Golgotha voortaan geen offer meer moest opgedragen worden.

Cypr.: Hoe verstaat ge dan de profetie van Ma-laehias, waar hij, sprekende over den tijd die begint met de komst van den Messias, deze voorspelling doet: „ Van den opgang der zon tot aan den ondergang is ,, mijn Naam groot onder de volken , geofferd wordt er ,,op alle plaatsen, en een zuiver (spijs-) offer wordt „mijn Naam gebracht.quot; )

Sine.: Hoc ik deze woorden verstar niet in den eigenlijken zin van een offer : zij beteekenen alleen dat God overal aanbeden zal worden.

Cypr.: Toch zijn ze geheel in eigenlijken zin van een offer verstaan door de oorspronkelijke Kerk en deze Kerk staat bij u zoo hoog in aanzien.

') Malach. I: 10 : U.

ocr page 69

63

Sine.: Noem mij één schrijver uit de oorspronkelijke Kerk, die deze woorden verstaat van een eigenlijk offer!

Cypr.: yustmus, de martelaar, die het onderricht genoot van de leerlingen der Apostelen zeiven. Omtrent het jaar 150 schreef hij in zijne: „Samenspraak niet Tryphonquot;: „Het offer van tarwemeel, dat voorge-„schreven was voor hen, die van melaatschheid gezui-„verd waren, was eene voorafbeelding van het Brood ,, der hnchanstic, dat wij op last van onzen Heer Jesus „Christus moeten opdragen ter gedachtenis van het „Lijden, door Hem ondergaan om de ziel des menschen „van alle zonden te zuiveren; opdat wij God tegelij-„ kertijd daarvoor onzen dank brengen, dat Hij de „ wereld, en alles wat daarin is, om den wille des ,, menschen heeft geschapen, en dat Hij ons heeft ver-,, lost van de zonden die ons drukten en alle heer-,, schappij en macht geheel heeft vernietigd door hem, ,, die volgens Zijn raadsbesluit zich heeft onderworpen „ aan het lijden. Derhalve spreekt God door den pro-,, feet Malachias over de offers, die gij eertijds hebt

,, opgedragen......Ik heb geen welbehagen in u,

,,zegt de Heer, en uwe offers zal ik niet aannemen „ van uwe handen; want van den opgang der zon tot ,,aan den ondergang is mijn Naam groot onder de „ volkeren en op alle plaatsen wordt mijn Naam wierook „geofferd en een zuiver offer, want, zoo spreekt de „Heer, groot onder de volkeren is mijn Naam, doch „gij hebt dien ontheiligd. Over de Offers nu, die door „ ons, de volkeren, tu alle oorden aan Hem gebracht „ worden, dat is over het Eucharistisch Brood en even-,, zoo over den Encharisttschen Kelk spreekt hij reeds in „die profetie, terwijl hij er bijvoegt dat „Zijn Naam „door ons wordt verheerlijkt, maar door u onthei-

ligd.quot; ')

Sine.: Spreekt Justinus reeds zoo? Is reeds bij

') Justin. Dial. c. Tryphone cap. 41.

ocr page 70

64

hem die Katholieke opvatting ingeslopen , dat het Avondmaal een Offer is. • i-m Cypr.; Niet ingeslopen; want het is de christelijke

waarheid van het begin af.

Sine.: De Brief aan de Hebreen leert toch het

tegenovergestelde.

Cypr.: In den zin waarin gij dien verstaat, ja, in den zin waarin Justinus en wij Katholieken in het algemeen dien van de oudste tijden af verstaan hebben, geenszins.

Sine.: Dan hebt ge dien niet goed verstaan!

Cypr.: En wilt gij in de 19e eeuw dien brief dan beter verstaan, dan wij in de 3 eerste eeuwen? En dat, terwijl gij den Brief alleen door ons hebt leeren kennen. Sine.: Hoe verstaat gij hem danr Cypr.: Bedenk, dat er in het oude Verbond verschillende offers waren, bloedige en onbloedige; deze waren voorafbeeldingen van de verschillende offers van het Nieuwe Verbond, zoowel van het bloedige Offer op Calvarië als van het onbloedige Offer op onze altaren. Het eerste werd slechts éénmaal opgedragen en verdiende voor ons de genade der Verlossing; het tweede wordt herhaald tot aan het einde der wereld, en maakt ons deelachtig aan de verdiensten van het offer des Kruises. Nu spreekt de Brief aan de Hebreen alleen over het offer der eerste soort, ofschoon beide soorten in zekeren zin slechts een en hetzelfde offer uitmaken. Jesus Christus is namelijk in beide offeraar en offerande. Zegt nu de Brief aan de Hebreen met betrekking tot dat eerste offer, dat het niet meer herhaald moet worden, dan sluit hij daarmede niet uit. dat het offer van de andere soort altijd vernieuwd zal worden. Derhalve is er geen tegenspraak tusschen de woorden van dien Brief en van den Profeet Malachias, die verklaart, dat er van den opgang tot den ondergang der zon een offer zal worden opgedragen.

Sine.: Gij houdt dus werkelijk de viering van het Avondmaal voor een offer?

ocr page 71

65

C y p r. : Zeer zeker!

Sine. ; Dan neemt ge waarschijnlijk ook aan, even als de Katholieken van onzen tijd, dat brood en wijn werkelijk veranderd worden in Christus' Lichaam en Bloed ?

Cypr. : Natuurlijk! Gij niet?

Sine.: Die transsubstantiatie is in onze oogen een plomp bijgeloof.

Cypr. : Hoe vat gij het dan opr

Sine.: Wij gelooven, dat eerst op het oogenblik der nuttiging Christus daar begint te zijn „in, met en onder het brood.quot;

C y p r. : Heeft dan Christus gezegd : „ fn , met en onder dit is mijn Lichaam?quot; Of zeide Hij: „Dit is mijn Lichaam?quot;

Sine.: Gezegd heeft Hij: „Dit is mijn Lichaam.quot;

Cypr. : En waarom gelooft gij Hem dan niet?

Sine.: Op het oogenblik herinner ik mij niet de redeneering der godgeleerden, waarop wij steunen. Maar eene wezensverandering, zooals de Katholieken die willen, heeft men toch zeker niet aangenomen in de eerste tijden der kerk?

Cypr.: Zoo ge daaraan twijfelt, dan wil ik u nog eens voorlezen wat yustimis schreef over de Eucharistie in zijn verweerschrift voor de christenen, dat hij kort na den tijd der Apostelen aanbood aan den Romein-schen Keizer Antoninus Pius (138—161):

„Na het gemeenschappelijk gebed, brengt men den „leidsman der broeders brood en een beker wijn ge-„ mengd met water. Deze neemt het, brengt lof en „eer aan den Vader van allen, en vervolgt geruimen „ tijd de dankzegging (Eucharistie) dat God ons deze „gaven waardig keurde. Als hij gebed en dankzegging „ heeft geëindigd, stemt al het aanwezige volk er mede „ in en zegt : Amen . . . Maar nadat hij die Eucha-„ ristie heeft volbracht en geheel het volk er mee heeft „ingestemd, komen de diakens, zooals wij hen noemen, „ reiken ook aan elk der aanwezigen van het onder

5

ocr page 72

66

,, dankzegging gezegende brood en van den wijn met „water gemengd ter nuttiging, en brengen daarvan ook „ aan de afwezigen. Kn ook deze spijze heet bij ons quot; Eucharistie. Niemand mag er aan deelnemen, dan quot; alleen hij, die gelooft, dat waar is wat wij leeren, quot;en in het bad der wedergeboorte is afgewasschen tot vergeving der zonden en leeft naar de Oveileveling van quot;jesus Christus. Want zcij ontvangen dit niet als een gewoon brood. of als een gewonen drank, maar even-quot;t*als onze Heiland Jesus Christus, door het woord Gods „ vleesch geworden, voor onze zaligheid vleesch en bloed ,, heeft aangenomen. evenzoo hebben wij geleerd, dat de quot; door Zijn eigen woord met gebeden gezegende (geconsacreerde) spijze, waardoor ons vleesch en bloed ten-„ lt;revolge der verandering wordt gevoed, het vleesch het bloed is van dien inensch geworden Jesus. De Apostelen immers hebben in hunne gedenkschriften, die de Evangeliën heeten, overgeleverd, dat Jesus hun aldus heeft bevolen : Hij had brood genomen „ gedankt en gezegd ; doet dit ter mijner gedachtenis; quot; dit is mijn Lichaam, en nadat Hij eveneens den Kelk „ had genomen en gedankt, had 1 lij gezegd . „ Dit is quot;, mijn Bloedquot; en aan hen alleen meegedeeld.quot; ')

Sine.: Het heeft waarlijk allen schijn, Cyprianus, dat Justinus werkelijk aanneemt, dat brood en wijn even waarachtig Lichaam en Bloed worden van Jesus Christus, als Jesus Christus bij zijne menschwording waarlijk menschelijk vleesch heeft aangenomen. üok gelooft hij, zou men zeggen, dat deze verandering plaats heeft, niet eerst bij de nuttiging der geloovigen, maar krachtens de zegening, welke de priester met de woorden van Christus over de spijzen uitspreekt. Dit alles o-etuigt ten voordeele der Katholieken. Maar in één punt is Justinus op de hand van ons, Evangelischen. Cypr. ; In welk punt?

Sine.: Wij Evangelischen geven aan de geloovigen ') Justinus Apol. I. c (gt;5, 60

ocr page 73

(57

niet alleen het brood, maar ook den kelk. De Katholieken geven het brood alleen. Daarin dus zijn de Katholieken klaarblijkelijk afgeweken van de oorspron-kelij'ke, zuivere leer.

Cypr. : 't Verwondert mij wel, dat de Katholieken, zoo als gij zegt, niet meer den kelk aan de geloovigen geven. Overigens wordt dit ook bij ons niet altijd gedaan, b.v. bij de Communie der zieken. Doch al geeft men alleen het brood, zij ontvangen toch den geheelcn Christus, wijl onder de gedaante van brood niet slechts het Lichaam, maar ook het Bloed van Jesus Christus aanwezig is. Maar wat zeggen de bisschoppen in het algemeen en de Bisschop van Rome in het bijzonder over dat gebruik, om den kelk niet te geven aan de geloovigen r

Sine.: Zij zijn het juist, die dit gebruik hebben ingevoerd en goedgekeurd op eene kerkvergadering.

Cypr.: Welnu, dan hadden zij zeker goede redenen en men houde zich dus aan hun oordeel. Maar de priester zelf, die het offer opdraagt, hij neemt toch niet enkel brood, maar ook wijn zeker.-

Sine.: Ja, de priester wel.

Cypr.: Dat zou dan ook inderdaad in strijd zijn met Christus' bevel; en zonder den wijn zou niet dat offer gebracht worden, waarvan koning Melchisedech de voorafbeelding was.

Sine. : Maar dus, gij houdt toch ook dat het A-vondmaal tevens een waarachtig offer isr

Cypr. : Zeker houd ik dat. Daaromtrent heb ik mij duidelijk uitgedrukt in een brief aan Caecilius. Er was n.1. een misbruik ingeslopen : bij het offer gebruikte men niet wijn met water, maar alleen ivater. Ik schreef dus aan Caecilius: ,, Gij dient te weten, dat wij het „bevel ontvangen hebben, om bij de opoffering van „ den kelk, de overlevering des Heeren te onderhouden „en niets anders te doen dan wat de Heer voor ons „het eerst heeft gedaan: dat n.1. de kelk, die ter „ Zijner gedachtenis wordt geofferd, wijn moet bevat-

ocr page 74

6S

„ ten. Want Christus zegt: ,, Ik ben tie wijnstok , ') quot; derhalve is het bloed van Christus zeker geen water,

quot; maar wijn____ Zoo zien wij in den priester Melchise-

quot; dech ccnc voorafbeelding van het Sacrament van het quot; offer des Heer en, gelijk de H. Schrift getuigt, die ,, ze^t: „ Kn Melchisedech, vorst van Salem, oneide brood en wijn.quot; -) Hij nu was een priester van God , den Allerhoogste en hij zegende Abraham. Dat Mel-chisedech een type was van Christus, verklaart de , M. Geest in de Psalmen, als Hij in den Persoon des quot;quot;Vaders zegt tot den Zoon; „Vóór den dageraad heb ik u voortgebracht. Gij zijt Priester in eeuwigheid quot;volgens de orde van Melchisedech.quot; ') Deze orde nu quot;is zonder twijfel afkomstig van dat offer en ontleent haren oorsprong daaraan , dat Melchisedech priester „was van God den Allerhoogste, dat hij brood en „wijn offerde, dat hij Abraham zegende.

„Want wie is meer priester van den Allerhoogste dan Jesus Christus onze Heer, die aan God den Vader quot;een offer opdroeg en wel hetzelfde offer wat Melchi-sedech heeft opgedragen, n.l. Brood en Wijn, d. i.

„Zijn Lie haam en Bloed. , .

„Opdat nu de zegening van Abraham m het boek Genesis naar behooren volbracht kon worden dooi quot; den priester Melchisedech, ging daaraan vooraf de ''voorafbeelding van Christus offer, in brood en wijn „ bestaande; bij de voltrekking en de vervulling van „deze voorafbeelding offerde de Heer brood enden „kelk met wijn, en Hij, die de volheid der waarheid^ „is, heeft de te voren gegeven afbeelding in waarheu-

„volkomen vervuld.quot; 4) , , t

Sine. ; Ik zie dus wel, uwe opvatting is volmaakt

gelijk aan die der Katholieken onzer dagen ; gij gelooft

t) .lo 15: 1.

2) Gen. 14: 18.

.1) I's. 109: 3. 4.

4) Cvpr ad Caccilius Cap. 4 (Miguu 1\ li 372)

ocr page 75

(59

niet slechts aan eene wezenlijke verandering van brood en wijn in het vleesch en bloed van Jesus Christus, maar het vieren van het Avondmaal, d. i. de Mis, zooals de Katholieken zich uitdrukken, houdt gij ook voor een wezenlijk offer.

Cypr. ; Zoo is het, en in de kerk van Jesus Christus is het nooit anders gehouden en zal het nooit anders gehouden worden tot den jongsten dag. Dat Justinus vóór mij er over dacht als ik , heb ik u aangetoond. Laat ik u nog een paar andere getuigenissen aanhalen, die eveneens de wezenlijke verandering bevestigen en in het Avondmaal een waarachtig offer erkennen.

Ignatius, de leerling van joannes, zegt over de ketters : „ Zij verwijderen zich van de Eucharistie en van „ het gebed, omdat zij niet aannemen, dat de Eucha-„ ris tie het vleesch is van onzen Verlosser Jesus Chris-„ tus.quot; i)

Jreneüs verklaart ; „Wanneer nu over den kelk met „ wijn en over het toebereide brood het Woord Gods „ komt, en de Eucharistie het Lichaam en het Bloed „ van Christus wordt, en de zelfstandigheid van ons ,, vleesch daardoor wordt gesterkt en gevoed, hoe kun-„ nen zij (de ketters) dan zeggen, dat ons vleesch onvatbaar is voor de gave Gods, d. i. het eeuwige le-„ ven, daar het toch door 's Heeren Lichaam en Bloed „gevoed en tot Zijn lidmaat geworden is.quot; -)

Uit deze woorden, Sincerus, blijkt toch wel duidelijk genoeg, dat ook Ignatius en Irenëus gelooven en als in de kerk algemeen aangenomen vooronderstellen : dat brood en wijn waarachtig veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus. En dat Ireneüs ook het Avondmaal als een offer beschouwt, blijkt duidelijk uit deze zijne woorden : ,, Christus nam het „brood, dankte en zeide : „Dit is Mijn Lichaam.quot; „Insgelijks erkende Hij als Zijn Bloed den uit deze

') l^nut. ud Smyrn. cap. 7,

'l) iron, adv hues. V cap. 2 no. 3.

ocr page 76

?u

„ onze schepping voortkomenden Kelk en leerde het „ nieuwe offer des Nieuwen Verhonds, welk offer de gt;, Kerk ontvangen heeft van de Apostelen en in de ge-„ heele wereld aan God, die ons ook de spijzen schenkt, „opdraagt, als de eerstelinge Zijner gaven in het Nieuwe „Verbond; daarover had Malachias, een der 12 profe-„ ten, aldus voorspeld : „ Ik heb geen welbehagen in „u, zegt de Heer, de Almachtige, en het slachtoffer „ wil ik niet aannemen van Uwe handen. Want van „ den opgang der zon tot aan den ondergang, wordt „ mijn Naam verheerlijkt onder de heidenen, allenvege „wordt een reukwerk geofferd ter eere van mijn Naam „en een zuiver offer; want groot is mijn Naam onder „de heidenen spreekt de Heer, de Almachtige;quot; ') ter-„ wijl hij hierdoor te kennen geeft op de duidelijkste „ wijze, dat het volk , eertijds uitverkoren , zou ophou-„ den Gode te offeren en dat overal gebracht zou worden , een offer en wel een zuiver offer, en dat Zijn Naam „ zou verheerlijkt worden onder de heidenen.quot; ■')

En nu Sincerus — de hand op het hart! wie is afgeweken van de ,, zuiverheid der oude Kerkquot;, waarvan gij met zulk eene voorliefde spreekt? De Katholieken der 19c eeuw, die naar uw zeggen, nog voortdurend dat offer des N. Verbonds opdragen aan God, of gij Evangelischen, zooals gij u zeiven noemt, die van zulk een offer niets hoegenaamd wilt weten?

i) Mulach I : In.

Imi aJv. huer. IV cap. 17 n. 3.

ocr page 77

7. Rel iq ui een.

Sine.: Het Avondmaal en de Mis wil ik verder laten rusten. Maar ik wenschte wel u te spreken over een ander punt, waarin de Roomsche Kerk onzer dagen niet van een schromelijk misbruik kan worden vrijge-pleit. Overal in de Katholieke tempels worden beenderen, ik zal niet zeggen aanbeden (al houden velen dit staande) maar ten minste vereerd.

C y p r.: beenderen ?

Sine.: Ja, ja, beenderen, gewone mensehenbeen-deren.

Cypr.: Wat voor beenderen zijn dat dan?

Sine,: Wat zal ik u zeggen? overblijfselen zijn het van zoogenaamde Heiligen.

C y p r.: ü, zoo ! Ge bedoelt zeker reliquieën ?

Sine.: Zeker, ja !

Cypr.: Nu, ais die beenderen (zooals gij ze met een zekere minaehting noemt) afkomstig zijn van Heiligen, waarom zou men die dan niet vereeren?

Sine.: En ik vraag op mijn beurt: waarom zou men ze zeel verceren ?

Cypr.: Mijn goede Sineerus, laten we hierover niet twisten. Maar uw grondstelling is immers altijd, dat gij Evangelisehen, zooals gij u noemt, wilt terugkeeren tot datgene, wat in de eerste ehristentijden is geloofd en gedaan. Sta mij dus toe u te verhalen, met welken eerbied de ehristenen te Smyrna de overblijfselen verzamelden van den H. Polyearpus. Tevens wil ik u zijn marteldood verhalen, zooals die door ooggetuigen beschreven is. En denk dan intussehen bij u zelf eens na, of gij Evangelisehen, die voorgeeft teruggekeerd te zijn tot Polyearpus' geloof, ook zijt teruggekeerd tot !'(ilyearpus' geloofsmoed.

ocr page 78

72

Polycarpus dan, werd door den H. Joannes, wiens leerling hij was, aangesteld tot bisschop van Smyrna. Onder Keizer Marcus Aurelius eischte het heidensche volk zijn dood. De bijzonderheden zijn ons opgeteekend in een brief van de Kerk van Smyrna; daar luidt het : „ Ue Kerk Gods te Smyrna, aan de Kerk Gods die te „ Philomelium is en aan de gezamenlijke Diocesen der „ Heilige en Katholieke Kerk op den ganschen aardbol. „Barmhartigheid, vrede en liefde van God den Vader

,, en vait onzen Heer Jesus Christus, mogen toenemen .gt;in u- ,

„Broeders, wij schrijven u de gedenkwaardige bij-„ zonderheden aangaande de H. Martelaren en vooral „ aangaande den zaligen Polycarpus .... Polycarpus „verlangde overgeleverd te worden, opdat ook wij zijne „navolgers zouden zijn en niet enkel ons eigen heil, „ maar het heil van den naaste zouden behartigen. „ Want het is een kenteeken der ware en sterke liefde, „ niet slechts zich zelf, maar ook al zijne broeders te „ willen redden.

„ Zalig en edel waren al deze marteliën, wijl zij naar „ Gods Wil geschiedden .... Üntvleescht door de geesel-„ slagen, zoo dat het gebeente des lichaams geheel „ bloot lag tot op de diep liggende aderen en bloed-„ vaten, hielden zij (de martelaren) standvastig vol, zoq-„ dat de omstanders weeklaagden door medelijden be-„ wogen, terwijl gene zich verhieven tot zulk een graad „ van zielskracht, dat niemand van hen kermde of „ klaagde. Daardoor toonden ons die martelaren Van „ Christus, dat zij in deze ure van foltering met hun „ geest verre van het lichaam waren , of liever, dat de „Heer hen bijstond en met hen vereenigd was. Den „ geest gevestigd op Christus genade, telden zij geene „ folteringen der wereld en kochten zich vrij van eene „ eeuwige straf door één uur (van lijden.) Het vuur der „wreede beulen scheen hun eene aangename verkoeling, „ want zij beoogden, den eeuwigen en onbluschbaren „ brand te ontgaan en met de oogen des harten blikten

ocr page 79

73

zij op naar al het goede , wat is weggelegd voor hen, die volharden ; dat geen oor heeft gehoord, geen oog heeft gezien en dat in het menschenhart niet is opgekomen ; door den Heer echter werd het getoond aan hen, die geen menschen meer, maar Engelen waren. Niet minder schrikkelijke pijnen doorstonden zij, die tot de wilde dieren waren veroordeeld; op ijzeren punten neergelegd, werden zij gekweld door allerlei folteringen; door die langdurige mishandelidg hoopte de tyran hen tot geloofsverzaking te brengen, indien liet mogelijk was.

„Veel heeft de duivel tegen hen beproefd, doch de Heer zij geloofd! zonder gevolg. Germanicus versterkte de vrees voor den duivel door de hem eigen standvastigheid en zoo streed hij roemvol tegen de wilde dieren. Toen de Pro-consul hem wilde overreden om toch zijn jeugdigen leeftijd te ontzien, hitste hij zelf de wilde dieren aan met geweld , om des te eerder te worden weggenomen uit dat booze en onheilige leven. Toen stond geheel het volk verbaasd over den heldenmoed van het Godminnend en God-vreezend geslacht der Christenen en woedend schreeuwde het : „ Weg met de goddeloozen; men zoeke Polycarpus.quot;

„Een hunner, met name Quintus, een Phrygier, pas uit zijn land aangekomen, werd door de vrees overmand op het zien der verscheurende dieren, 't Was juist degene, die zich zelf geheel uit eigen beweging had aangemeld en daartoe ook enkele anderen had overgehaald. Door aanhoudend en dringend smeeken wist de Proconsul hem er toe te brengen, dat hij zijn geloof afzwoer en offers opdroeg. Daarom, Broeders, keuren wij de handelwijze niet goed van hen, die zich zeiven vrijwillig aanbieden; want dat is niet de leer des Evangelies.

„ Maar Polycarpus, die de hoogste bewondering waardig is, kende geen vrees, toen hem de toestand werd kenbaar gemaakt; integendeel, hij wenschte in de

ocr page 80

n

„stad te blijven. Maar voor den drang der meerder-„heid wijkend, vluchtte hij. Hij nam de wijk naar „een landhuis nabij de stad. Met enkele weinigen „sleet hij daar den tijd; dag en nacht deed hij niets „dan bidden voor allen en voor alle Kerken der wereld.quot;

Vandaar vluchtte hij naar een ander buitenverblijf. Een jonge slaaf, op de folterbank gelegd , verried hem. De gerechtsdienaars kwamen vergezeld van een afdee-ling ruiters.

„Nauw werd hem hun aankomst gemeld of hij daalde „ af en knoopte een gesprek met hen aan. De gerechtsdienaars stonden verbaasd over zijn hoogen lecf-„ tijd en zijn onverschrokkenheid en dat zij zich zoo-,, veel moeite hadden gegeven om zoo n ouden man „ gevangen te nemen. Aanstonds gaf hij last dat men ,, hun onverwijld spijs en drank zou voorzetten zooveel „ zij verlangden : ééne bede slechts had hij: men zou „ hem één uur nog ongestoord- laten bidden. Dit werd „toegestaan: dan bad hij staande vol van Gods genade, „zoo dat hij twee uren lang niet tot zwijgen kon komen ; ,, de toehoorders stonden verslagen en menigeen bebouwde het tegen een zoo heiligen grijsaard te zijn ,, uitgetrokken.

„Toen zijn gebed geëindigd was, waarin hij allen „ had herdacht, allen , die ooit met hem leefden , klei-nen en grooten, beroemden en onberoemden en de „geheele Katholieke Kerk over heel de wereld, toen ,, was de ure van scheiden daar . . .

,, 't Was Zaterdag in de goede week. De Vrederechter „Herodes en diens vader Nicetas reden hem te gemoet, ,, gaven hem een plaats op hun wagen en zetten zich „naast hem . . .quot;

Kerst zochten zij hem door vriendelijke woorden, daarna door bedreigingen tot afval te brengen, maar vruchteloos. Mij werd in de renbaan gebracht. Bij de tijding van zijn gevangenneming ontstond er eene groote opschudding.

,, Men bracht hem voor. De Proconsul ondervroeg

ocr page 81

75

„hem of hij Polycarpus was. Hij antwoordde beves-,, tigend ; toen zocht hij hem te overreden, dat hij zijn „geloof verzaakte. „Spaar toch uw hoogen leeftijdquot; „ heette het; deze en dergelijke wóórden sprak hij hem „toe, gelijk zij dat gewoonlijk doen. „Zweer bij de „ Fortuna des Jveizers 1 bekeer n! spreek: weg met de „ goddeloozenquot; !

„ IVIet ei nstigen blik overschouwde nu Polycarpus de „ onafzienbare menigte van heidenen, die daar te zamen „ gekomen waren in de renbaan; hij strekte de hand „tegen hen uit, slaakte een zucht, blikte ten hemel, „en sprak deze woorden: „weg met de goddeloozen.quot; „ Doch de Proconsul drong nog krachtiger aan: „ Zweer „den eed en ik laat u vrij: vloek Christus!quot; Het ant-„ woord van Polycarpus luidde : Zes en tachtig jaren „ tel ik in Zijn dienst; nooit deed Hij mij eenig kwaad. „ En hoe zou ik mijn Koning vloeken, die mij verlost „ heeft?quot;

Nog hield de Proconsul aan hem dreigend met de wilde dieren en den vuurdood.

„Gij dreigt,quot; was het antwoord, met een vuur dat „ één uur brandt en spoedig is uitgedoofd, gij kent het „ vuur niet, dat de goddeloozen wacht, het vuur des „komenden gerichts, en der eeuwige straf. — Doch „wat talmt gij? Volvoer uw plan!

„ 1 erwijl Polycarpus deze en meer andere woorden „ sprak, werd zijn hart vervuld met moed en blijdschap, » zijn gelaat straalde van vreugde, zoodat hij, wel verre ,, van te bezwijken door vrees voor de bedreigingen, „ den Proconsul zelf in verwarring bracht. Deze zond „ een heraut midden in de renbaan en liet hem roepen „ tot driemalen toe : ,, Polycarpus heeft zich christen „verklaard.quot; Bij die woorden van den heraut ging er „ eene luide kreet op uit heel de menigte van heidenen „ en Joden, die te Smyrna woonden, en met onverholen „ woede schreeuwde men : „ Dat is de leeraar der gt;' goddeloosheid, de vader der christenen, de verdelger „onzer goden!quot; ^

BIBL. CO NV,

O. F. M.

Vv t J O H EZ N S

ocr page 82

Nu werd er een brandstapel opgericht om Polycarpus levend te verbranden. ,, Het gepeupel sleepte onver-„ wijld , uit werkhuis en badplaats, hout en rijs aan en „ als gewoonlijk waren het vooral de Joden, die daarbij „ het ijverigst hunne diensten leenden. Als de stapel „brandhout gereed is, legt Polycarpus zelf zijne boven-„ kleederen af, maakt zijn gordel los en zoekt zich te „ontdoen van zijn schoeisel. Dit deed hij vroeger niet, ,, omdat de geloovigen elk in het bijzonder er op uit „ waren zijn lichaam te mogen aanraken; want ook „vóór zijn marteling bewees men Polycarpus om zijn „heilig leven de hoogste eer.quot;

„ Onverwijld werden hem nu alle bij den brandstapel „ benoodigde werktuigen aangelegd. 1 oen men hem („ d. i. zijne boeien aan den paal) wilde vastnagelen „sprak hij: „Laat mij zoo, Hij die mij de gunst ver-„ leende den vuurdood te ondergaan, zal mij ook de „kracht schenken, om onbewegelijk te blijven staan op „ den brandstapel, zonder door uwe nagelen gedwongen „ te worden.quot;

Polycarpus stond daar op den brandstapel, biddende.

„ Het vuur werd ontstoken. Breed sloeg de vlam „ omhoog : daar zagen wij, wien het vergund was dat „ schouwspel aan te zien, een groot wonder en w ij ,, zijn ook daarom gered om ook aan de anderen het „voorgevallene te kunnen berichten — het vuur vormde „ een boog, niet ongelijk aan een zeil door den wind ,, gevuld, en omgaf van alle zijden als een krans het „lichaam des martelaars.quot;

Een beul moest eindelijk met een dolk den doodsteek geven.

„Maar de ijverzuchtige, de hater, de booze, de „vijand van het geslacht der rechtvaardigen, toen hij ,, de grootheid van Polycarpus' marteldood en zijn ge-„ heel onbevlekten levenswandel zag, toen hij hem aan-„ schouwde gekroond met den krans der onsterfelijkheid „ in het bezit van een kampprijs door niemand hem

betwist, toen stelde hij alle pogingen in het werk om

ocr page 83

77

,, tc beletten , dat wij zijne rcliquiccn zonden nwdcncmcn , „ofschoon velen er op uit waren om die tc verkrijgen ,, en zoo een deel te hebben van Zijn H. Lichaam. „Daarom zette hij Nicetas, den vader van Herodes, „broeder van Alke, aan om den Proconsul tc vragen, „ dat hij het lijk van Polycarpus niet zou afstaan ter „bcaarding, opdat zij niet — het zijn zijne eigene „ woorden — ,, dezen gaan aanbidden met voorbijgaan „van den Gekruisigde.quot;

„ En dit zeide hij op aanstoken en drijven der Joden „ die ook de wacht hielden, toen wij hem uit het vuur „wilden nemen.quot;

,, Zij begrijpen niet, dat wij er de menschen niet „ naar zijn, noch om Christus ooit te verlaten, die ge-,, beden heeft voor het heil van allen, die in heel de ,, wereld gered worden — noch om aan een ander god-,, delijke eer te bewijzen. Want Hem aanbidden wij, „ omdat Hij de Zoon van God is, den martelaren brengen „ wij als leerlingen en navolgers des Heer en den tol der „verschuldigde liefde, wegens hun niet te overtreffen „vereering van hun Koning en Leeraar. Mochten toch „ ook wij hunne lotgenooten en medeleerlingen worden !quot;

• „Zoodra de Hoofdman het woeden der Joden be-„ merkte, liet hij Polycarpus midden op den brand-„ stapel leggen en verbranden. En zoo hebben wij „ later toch zijn beenderen bekomen, die ons dierbaarder ,, zijn dan kostbare edelsteenen en meer 'waard dan goud, „ en wij hebben ze bijgezet op een voegzame plaats. De ,, 'Heer zal ons de gunst verleenen, dat wij daar zoo-,, veel de omstandigheden gedoogen, te zanten komen in „gejubel en vreugde, om den geboortedag (den verjaar-„ dag) van zijne marteling te vieren, tot aandenken aan „hen, die reeds den heldenstrijd streden, en ter oefe-„ ning en voorbereiding voor de anderen , die den strijd „te gemoet gaan.quot; )

') Hoiid^aandr. brief der Ker'c van SnuTiia over «len martel loo l van dpii 11 Polyearjuis. eap. 1-18 (Miguo V jk 1030—1013.

ocr page 84

74

„stad te blijven. Maar voor den drang der meerder-„heid wijkend, vluchtte hij. Hij nam de wijk naar „een landhuis nabij de stad. Met enkele weinigen „sleet hij daar den tijd: dag en nacht deed hij niets „dan bidden voor allen en voor alle Kerken der wereld.quot;

Vandaar vluchtte hij naar een ander buitenverblijf. Een jonge slaaf, op de folterbank gelegd , verried hem. De gerechtsdienaars kwamen vergezeld van een afdee-ling ruiters.

,, Nauw werd hem hun aankomst gemeld of hij daalde „af en knoopte een gesprek met hen aan. De ge-„ rechtsdienaars stonden verbaasd over zijn hoogen leef-„ tijd en zijn onverschrokkenheid en dat zij zich zoo-„ veel moeite hadden gegeven om zoo'n ouden man „ gevangen te nemen. Aanstonds gaf hij last dat men „hun onverwijld spijs en drank zou voorzetten zooveel „ zij verlangden : ééne bede slechts had hij; men zou „hem één uur nog ongestoord-laten bidden. Dit werd „toegestaan: dan bad hij staande vol van Gods genade, „zoo dat hij twee uren lang niet tot zwijgen kon komen; „de toehoorders stonden verslagen en menigeen betrouwde het tegen een zoo heiligen grijsaard te zijn „ uitgetrokken.

„Toen zijn gebed geëindigd was, waarin hij allen „had herdacht, allen, die ooit met hem leefden, klei-„ nen en grooten, beroemden en onberoemden en de ,, geheele Katholieke Kerk over heel de wereld, toen „was de ure van scheiden daar . . .

,,'t Was Zaterdag in de goede week. De Vrederechter „Herodes en diens vader Nicetas reden hem te gemoet, „ gaven hem een plaats op hun wagen en zetten zich „naast hem . . .quot;

Eerst zochten zij hem door vriendelijke woorden, daarna door bedreigingen tot afral te brengen, maar vruchteloos. Hij werd in de renbaan gebracht. lüj de tijding van zijn gevangenneming ontstond er eene groote opschudding.

,, Men bracht hem voor. De Proconsul ondervroeg

ocr page 85

75

„hem of hij Polycarpus was. Hij antwoordde beves-„ tigend; toen zocht hij hem te overreden, dat hij zijn „geloof verzaakte. „Spaar toch uw hoogen leeftijdquot; „ heette het, deze en dergelijke woorden sprak hij hem „toe, gelijk zij dat gewoonlijk doen. „Zweer bij de „ Fortuna des Keizers! bekeer u! spreek: weg met de „ goddeloozenquot; !

„Met ernstigen blik overschouwde nu Polycarpus de „ onafzienbare menigte van heidenen , die daar te zamen „ gekomen waren in de renbaan; hij strekte de hand „ tegen hen uit, slaakte een zucht, blikte ten hemel, „ en sprak deze woorden : „ weg met de goddeloozen.quot; „ Doch de Proconsul drong nog krachtiger aan : „ Zweer „den eed en ik laat u vrij: vloek Christus!quot; Het ant-„woord van Polycarpus luidde: Zes en tachtig jaren „ tel ik in Zijn dienst; nooit deed Hij mij eenig kwaad. „En hoe zou ik mijn Koning vloeken, die mij verlost „ heeft ?quot;

Nog hield de Proconsul aan hem dreigend met de wilde dieren en den vuurdood.

,, Gij dreigt, ' was het antwoord, met een vuur dat „ één uur brandt en spoedig is uitgedoofd, gij kent het „vuur niet, dat de goddeloozen wacht, het vuur des „ komenden gerichts, en der eeuwige straf. — Doch „ wat talmt gij: V olvoer uw plan !

„ 1 erwijl Polycarpus deze en meer andere woorden „sprak, werd zijn hart vervuld met moed en blijdschap, „zijn gelaat straalde van vreugde, zoodat hij, wel verre „van te bezwijken door vrees voor de bedreigingen, „ den Proconsul zelf in verwarring bracht. Deze zond „ een heraut midden in de renbaan en liet hem roepen „ tot driemalen toe : „ Polycarpus heeft zich christen „verklaard.quot; Bij die woorden van den heraut ging er „ eene luide kreet op uit heel de menigte van heidenen „ en Joden, die te Smyrna woonden, en met onverholen „woede schreeuwde men: „Dat is de leeraar der „ goddeloosheid, de vader der christenen, de verdelger „onzer goden!quot; j-. , ^ ^

BiBL. CO NV.

o. Fr. rj.

Vv t J O Hi E N S

ocr page 86

la

Nu werd cr een brandstapel opgericht om Polycarpus levend te verbranden. „ Het gepeupel sleepte onver-„ wijld, uit werkhuis en badplaats, hout en rijs aan en „ als gewoonlijk waren het vooral de Joden, die daarbij „ het ijverigst hunne diensten leenden. Als de stapel „ brandhout gereed is , legt Polycarpus zelf zijne boven-„ kleederen af, maakt zijn gordel los en zoekt zich te „ontdoen van zijn schoeisel. Dit deed hij vroeger niet, „ omdat de geloovigen elk in het bijzonder er op uit „waren zijn lichaam te mogen aanraken; want ook „vóór zijn marteling bewees men Polycarpus om zijn „heilig leven de hoogste eer.quot;

„ Onverwijld werden hem nu alle bij den brandstapel „ benoodigde werktuigen aangelegd. Toen men hem (,, d. i. zijne boeien aan den paal) wilde vastnagelen „ sprak hij: ,, Laat mij zoo, Hij die mij de gunst ver-„ leende den vuurdood te ondergaan, zal mij ook de „kracht schenken, om onbewegelijk te blijven staan op „ den brandstapel, zonder door uwe nagelen gedwongen „ te worden.quot;

Polycarpus stond daar op den brandstapel, biddende.

,, Het vuur werd ontstoken. Breed sloeg de vlam „ omhoog : daar zagen wij, wien het vergund was dat „ schouwspel aan te zien, een groot wonder — en wij ,, zijn ook daarom gered om ook aan de anderen het ,, voorgevallene te kunnen berichten — het vuur vormde „een boog, niet ongelijk aan een zeil door den wind ,, gevuld, en omgaf van alle zijden als een krans het „lichaam des martelaars.quot;

Een beul moest eindelijk met een dolk den doodsteek geven.

„Maar de ijverzuchtige, de hater, de booze, de „vijand van het geslacht der rechtvaardigen, toen hij „de grootheid van Polycarpus' marteldood en zijn ge-,, heel onbevlekten levenswandel zag, toen hij hem aan-„ schouwde gekroond met den krans der onsterfelijkheid „ in het bezit van een kampprijs door niemand hem „ betwist, toen stelde hij alle pogingen in het werk om

ocr page 87

77

„te beletten , dat wij zijne rcliquic'cn zouden medenemen , „ ofschoon velen er op uit waren om die te verkrijgen „en zoo ecu deel te hebben van Zijn H. Lichaam. „Daarom zette hij Nicetas, den vader van Herodes, „broeder van Alke, aan om den Proconsul te vragen, „dat hij het lijk van Polycarpus niet zou afstaan ter „beaarding, opdat zij niet — het zijn zijne eigene ,, woorden — „ dezen gaan aanbidden met voorbijgaan „van den Gekruisigde.quot;

„ En dit zeide hij op aanstoken en drijven der Joden ,, die ook de wacht hielden, toen wij hem uit het vuur „wilden nemen.quot;

„Zij begrijpen met, dat wij cr de menschen niet „naar zijn, noch om Christus ooit te verlaten, die ge-„ beden heeft voor het heil van allen, die in heel de „wereld gered worden — noch om aan een ander god-„ delijke eer te bewijzen. Want Hem aanbidden wij, „omdat Hij de Zoon van God is, den martelaren brengen „wij als leerlingen en navolgers des Heer en den tol der „verschuldigde liefde, wegens hun niet te overtreffen „vereering van hun Koning en Leeraar. Mochten toch „ook wij hunne lotgenooten en medeleerlingen worden !quot;

•„Zoodra de Hoofdman het woeden der Joden be-„ merkte, liet hij Polycarpus midden op den brandstapel leggen en verbranden. En zoo hebben wij „later toch zijn beenderen bekomen, die ons dierbaarder „zijn dan kostbare edelsteenen en meer waard dan goud, • • en wij hebben ze bijgezet op een voegzame plaats. De ,fileer zal ons de gunst verleenen, dat wij daar zoo-,, veel de omstandigheden gedoogen, te zamen komen in ' lt; gejubel en vreugde, om den geboortedag (den verjaar-„ dag) i'an zijne marteling te vieren, tot aandenken aan „hen, die reeds den heldenstrijd streden, en ter oefe-„ ning en voorbereiding voor de anderen , die den strijd „te ge moet gaan.quot; )

') Hniid^iiaiiilc brid' (li:r Kir'; van Smvrnii over iIcmi martel.Ion 1 van de» II l*olvcar|nis. ea[). I 18 (Migno V [), 10:iü—I0U

ocr page 88

78

Ten slotte ééne vraag, Sincerus : hebben de eerste christenen Reliquieën vereerd of nietr En wanneer gij over die Reliquieën met minachting spreekt, wie komt dan overeen met de eerste christenen : gij of wel de Katholieken van uwen tijd, die ze vereeren zooals de eerste christenen ze vereerd hebben?

ocr page 89

8, ^ndere geschilpunten,

Sine, (jij hebt gelijk, Cyprianus, ik kan niet ontkennen , dat de christenen der eerste tijden reliquieën hebben gekend en in eere gehouden. De gedenkschriften der eerste eeuwen spreken te luide. Ook heb ik nooit goed kunnen begrijpen, waarom wij, die toch ook zelf overblijfselen en gedachtenissen bewaren van dierbare of beroemde personen, de Katholieken daarover zoo lastig vallen. Neen , als dit de eenige zwarigheid was, de weg naar Rome ware zoo moeilijk niet.

Een geschilpunt van vrij wat meer belang bieden de Sacramenten. Daar hebt ge bijvoorbeeld het huwelijk; dat beschouwen de Katholieken ook a! als een Sacrament.

Cypr.: Wat verstaat gij door een ,, Sacramentquot; als ik vragen mag?

Sine.: Dat is immers een uitwendige handeling, een zichtbaar teeken, door Christus ingesteld, waardoor ons genade wordt meegedeeld.

Cypr.: Welnu, gij zult toch niet ontkennen, dat de 1 [eer Jesus eene bijzondere genade kon verbinden aan het christelijk huwelijk?

Sine. : Maar het huwelijk is niet door Christus ingesteld : het bestond reeds vóór Christus.

Cypr.: Het huwelijk bestond vóór Christus, zeker! maar het christelijk huwelijk niet. Tusschen beide bestaat een groot en wezenlijk verschil. Vóór Christus kon het huwelijk, ook zonder den dood, ontbonden worden, zoodat de echtgenooten met een ander een huwelijk konden aangaan; ook kon iemand, evenals Abraham, twee vrouwen te gelijk hebben.

Sine.: Ook bij ons kunnen de gescheidenen een nieuw huwelijk sluiten en onze Hervormer, Maarten

ocr page 90

78

Ten slotte ééne vraag, Sincerus : hebben de eerste christenen Reliquieen vereerd of niet? En wanneer gij over die Reliquieen met minachting spreekt, wie komt dan overeen met de eerste christenen : gij of wel de Katholieken van uwen tijd, die ze vereeren zooals de eerste christenen ze vereerd hebben r

ocr page 91

8. /Jndere geschilpunten.

-Sine. Gij hebt gelijk, Cyprianus, ik kan niet ontkennen , dat de christenen der eerste tijden reliquieen hebben gekend en in eere gehouden. De gedenkschriften der eerste eeuwen spreken te luide. Üok heb ik nooit goed kunnen begrijpen, waarom wij, die toch ook zelf ovci blijfselen en gedachtenissen bewaren van dierbare of beroemde personen, de Katholieken daarover zoo astig vallen. Neen, als dit de eenige zwarigheid was, de weg naar Rome ware zoo moeilijk niet.

Een geschilpunt van vrij wat meer belang bieden de Sacramenten. Daar hebt ge bijvoorbeeld het huwelijk • dat beschouwen de Katholieken ook al als een Sacrament.

Cypr.: Wat verstaat gij door een „Sacramentquot; als ik vragen mag?

Sine.: Dat is immers een uitwendige handeling, een zichtbaar teeken, door Christus ingesteld, waardoor ons genade wordt meegedeeld.

Cypr.: Welnu, gij zult toch niet ontkennen, dat cle Heer Jesus eene bijzondere genade kon verbinden aan het christelijk huwelijk?

Sine.. Maar het huwelijk is niet door Christus ingesteld . het bestond reeds vóór Christus.

Cypr.: Het huwelijk bestond vóór Christus, zeker! maar het christelijk huwelijk niet. Tusschen beide bestaat een groot en wezenlijk verschil. Vóór Christus kon het huwelijk, ook zonder den dood, ontbonden worden, zoodat de echtgenooten met een ander een huwelijk konden aangaan; ook kon iemand, evenals Abraham, twee vrouwen te gelijk hebben.

Sine.; Ook bij ons kunnen de gescheidenen een nieuw huwelijk sluiten en onze Hervormer, Maarten

ocr page 92

so

Luther, stond den Landgraaf van Hessen toe, bij zijne eerste vrouw nog eene tweede te nemen.

Cypr.; Leerde hij dat? Maar dan is hij teruggekeerd tot de vóórchristelijke tijden, tot de zeden van Joden en Heidenen, niet tot de zuiverheid van „de oorspronkelijke Kerk van Christus , niet tot het ,, zuivere Evangeliequot; van Christus. Het zuivere Evangelie leert immers „wie eene van den man verstootene trouwt, doet overspel.quot; ) Christus heeft een geheel nieuwe wet voor het huwelijk gegeven, Hij heeft het huwelijk gemaakt tot eene christelijke instelling, verheven tot de waardigheid van Sacrament.

Sine.; Als dan dat Sacrament zoo heilig en verheven is, waarom is het dan juist den priesters verboden. dat Sacrament te ontvangen?

Cypr.: Gij bedoelt het celibaat der priesters? Wanneer' de Kerk alleen ongehuwde priesters toelaat, dan begrijp ik zeer goed , wat zij daarmede voor heeft. De priester moet voor de gemeente een voorbeeld zijn, zoo volmaakt mogelijk, hij moet zich ongestoord kunnen wijden aan zijn H. Ambt. De ongehuwde staat is volmaakter dan de gehuwde staat. Dus is het geen wonder, dat de Kerk alleen ongehuwde priesters verlangt.

Sine.: Diezelfde opvatting hebben de Katholieken der 19e eeuw: Zij meenen ook dat de ongehuwde staat volmaakter is. Maar dat is immers een dwaling. Het huwelijk is gegrond op de natuur des menschen.

C y p r.: En daarom is het huwelijk in het algemeen noodzakelijk en goed : maar daarom is die staat niet de verhevenste. Gij Evangelischen beroept u immers op den Bijbel. Hebt ge dan nook gelezen, wat de H. Paulus zegt in zijn brief aan de Corinthiers r

Sine.: Dat herinner ik mij op het oogenbhk zoo niet.

Cypr.: Daar zegt hij ; „Ik wilde wel, dat gj allen

i) Luc. 16: 18.

ocr page 93

81

„waart, gelijk ik zelf ben; maar een iegelijk heeft zijne „ eigene gave van God, de eene dus, en de andere „ zóó. Aan de ongetrouwden en aan de weduwen nu „ zeg ik : het is hun goed , indien zij zoo blijven, gc-„lijk ik zelf .... Ik nu wil, dat gij zonder bezorg-„ heid zijt. Die geen vrouw heeft is bezorgd over „ 7geen den Heer betreft, hoe hij God zal behagen, „ maar die eene vrome heeft is bezorgd over 't geen de „wereld betreft, hoe hij zijne vrouw zal behagen en „ hij is verdeeld. En de ongetrouwde vrouw en dc „maagd denkt om 't geen den Heer betreft, om heilig „ te zijn naar lichaam en geest; maar de getrouwde „ denkt om 't geen dc wereld betreft, hoe zij haren „ man zal behagen . . . Derhalve èn hij die zijne maagd „uittrouwt, doet wel; en hij die haar niet uittrouwt „doet beter.quot; ')

Tot zoover de H. Paulus. Wie heeft nu de H. Schrift en de „zuiverheid der oorspronkelijke Kerkquot; op zijne zijde, Sincerusr De Katholieke Kerk die den maagdelijken staat hooger schat dan den gehuwden staat, en verlangt dat hare priesters ongehuwd blijven, opdat zij slechts „bezorgd zouden zijn over't geen den Heer betreft?quot; Of gij Evangelischen die u van de Kerk hebt afgescheiden, als ware de oude Katholieke Kerk in strijd met de H. Schrift? -— De hand op het hart! Waren in dit punt ten minste de redenen, die velen tot afval noopten, niet geheel andere dan liefde voor de H. Schrift en voor de oorspronkelijke Kerk?

Sine.: Heeft dan de oorspronkelijke Kerk den on-gehuwden staat ook zoo in eere gehouden?

Cypr. : Kn de 11. Paulus dan?

S i n c. : Ik bedoel ; heeft men ook nog in den tijd na den H. Paulus den ongehuwden staat hooger geschat dan den gehuwden?

Cypr.: Twijfelt gij daaraan ? 18 eeuwen na den H. Paulus dacht men daarover in de Katholieke Kerk

') I Cor. 7 : 7, S. .32—34, 38,

6

ocr page 94

juist als in de dagen van den H. Paulus zelf: uwe eigene woorden getuigen het. Hoe ik over den maagdelijken staat heb gedacht 2 eeuwen na den H. Paulus, dit heb ik uiteengezet in mijn werk „Over den staat der maagden ziehier mijne woorden :

„Wenden wij ons nu tot de maagden; hue grooter „heur roem is, des te grooter is onze zorg voor haar. „ Dit is de bloesem van den boovi der Kerk, het sic-„ raad en pronkjuiceel van de genade des geestes, eene ii heerlijke gave, een volmaakt en vlekkeloos werk van „lof en eer, een beeld van God, de vlekkelooze heihg-„ heid van Christus waardig, het edelste deel van „ Christus' kudde. In haar en door haar bloeit weel-„ derig de roemvolle vruchtbaarheid der moederkerk en ,, hoe grooter aantal maagden de breede rij komt vermeer-„ deren, des te grooter wordt de vreugde der moeder , .

„ Op de genade der onthouding en op dezen lof der „ maagdelijkheid doelt ook het woord des Lngels : „Deze zijn het, die zich met vrouwen niet hebben be-„ vlekt: want maagd zijn zij gebleven; deze volgen het „Lam, overal waar het gaat.quot; ')

Zoo gaf ik, dunkt me, duidelijk genoeg te kennen, hoe hoog de maagdelijke staat bij mij stond aangeschreven. Wilt ge nog een ander getuigenis uit den tijd tusschen den H. Panlus en mij, dan verwijs ik u naar Athenagoras, den leermeester van Clemens van Alexandrie. In zijn smeekschrift voor de christenen, aangeboden omtrent het jaar 177 aan den Keizer Marcus Aurelius en zijn zoon Commodus, zegt hij: ,, Ue „hoop des eeuwigen levens in het hart, versmaden wij ,, de zaken dezer wereld, en zelfs de geoorloofde ge-,, noegens des levens . . . Onder de onzen vindt men ,,er velen, mannen zoowel als vrouwen, die in de hoop ,, op inniger vereeniging met God, in dit leven onge-„huwd blijven.quot; 2)

') Apoc. 14 : 4. Cyprianus de habitu virgimuu cap. 3, 4. (Migne IV J). lÜ'J.)

2) Athenagoras, Leg. pro christ. cap. 33.

ocr page 95

S3

Ziedaar wat er in de H. Schrift, in de Katholieke Kerk der eerste tijden en alle eeuwen door, is gedacht over den maagdelijken s'aat, beste Sincerns. En nu zult gij gemakkelijk begrijpen, waarom de Katholieke Kerk geen huwelijk toestaat aan hen, die zij tot hare priesters heeft gewijd.

Sine.: Maar die priesterwijding zelve is ook al een Sacrament! Is dat dan geen menschelijk bijvoegsel?

Cypr.: Zoudt gij denken dat de priesterwijding niet is ingesteld door Christus of dat daarin geen genade wordt meegedeeld ?

Sine.: Ja, als Christus ze heeft ingesteld, dan wil ik gaarne gelooven, dat Ifij daaraan eene bijzondere genade heeft verbonden. Maar ik vind over die instelling geen woord in de H. Schrift.

Cypr.: Niet: Wat beteekent dan die zending, welke Christus in het laatste Avondmaal aan zijne Apostelen gaf, toen Hij zeide : Doet dit ter mijner gedachtenis. ') Kn wat beteekenen dan die andere woorden, toen Jesus over de Apostelen blies en zeide : ,, Ontvangt den H. Geest! wier zonden gij zult vergeven, dien zijn zij vergeven -) Zijn dat wellicht enkel Ceremoniën en woorden zonder zin? Üf werden daardoor aan de Apostelen volmachten en voorrechten geschonken, die niet ieder ander de zijne kan noemen? In het laatste geval hebben wij ten naastebij alles wat gij zelf vordert voor een Sacrament.

S i n c.: Zoo zou de Biecht ook nog een Sacrament worden ?

Cypr.: Dat in de zooeven aangehaalde woorden de vergeving der zonden door Christus is ingesteld kan toch geen redelijk mensch betwijfelen !

Sine.: Maar het Vormsel dan, daarvan maken de Katholieken ook al een Sacrament?

Cypr.; Wat beteekent het anders, als Petrus ca

') Liie. 22 : l'J.

■■') Ju. 20 : 22, 23.

6'

ocr page 96

hi

Joannes do pas bekeerde en reeds gedoopte Samaritanen bezoeken en, gelijk de H. Schrift zegt; „ zij legden „hun de handen op en zij ontvingen den H. Geest.quot; ') Üf was deze handenoplegging, waardoor de geloovigen den II. Geest ontvingen, misschien eene uitvinding der Apostelen? Of was hun deze handeling door Christus voorgeschreven even als de viering van het Avondmaal?

Sine.; Ik lees toch nergens in het Evangelie, dat Christus hun een dergelijk bevel heeft gegeven!

C y p r.: Is dan het Evangelie een volledig handboek van den godsdienst? Is het niet veel meer eene verzameling van aanteekeningen over het leven van Jesus? In mijn oog zijn het zulke aanteekeningen en deze zijn nog niet eens geheel compleet, want het laatste Evangelie eindigt met deze woorden: „Doch er zijn nog vele andere dingen, die Jesus gedaan heeft : en wierden zij een voor een beschreven, heel de wereld, dunkt mij, zou de boeken niet kunnen bevatten, die er te schrijven waren.quot; '-)

Sine.: Zoo voortgaande zou men misschien ten slotte nog kunnen bewijzen, dat het H. Oliesel ook een Sacrament is?

Cypr.: Zonder twijfel kan men dat. Immers de Apostel Jacobus vermaant de geloovigen in zijn brief: „ Is iemand onder u ziek, hij hale de priesters der Kerk „ en dat zij over hem bidden, hem met olie zalvende „ in den naam des Heeren en het gebed des geloofs „ zal den zieke behouden en de Heer zal hem opbeuren „en indien hij in zonden is, zij zullen hem vergeven „worden.quot; 3) Wanneer nu de Apostelen en de door hen aangestelde bisschoppen en de priesters de kranken moeten zalven met olie „ m den hcïoivi des Heeren dan zal hun toch die taak wel zijn opgelegd door Christus. Overigens, ik zeide het reeds, het is niet

') Maud. S: 17.

2) Jo. 21 ; 25.

3) Jac. 5: 14, 15.

ocr page 97

85

noodig, dat alles in de H. Schrift opgeteekend zij. Het is voldoende, als het bewezen kan worden uit de handelwijze der Kerk en uit hare leer. Laat ik u nog opmerkzaam maken op deze woorden der H. Schrift: „ Christus verscheen aan de Apostelen, gedurende veertig „dagen en sprak met hen over het Rijk Gods.quot; ') Zal Hij hun toen niet veel hebben gezegd, wat niet in de H. Schrift vermeld wordt? En zullen de Apostelen ook dit niet getrouw hebben overgeleverd aan hunne opvolgers? Hoe konden zij anders, de volkeren ,,tot het einde der eeuwenquot; alles leeren onderhouden, wat de Heer hun had geboden ? -)

Sincerus , Sincerus, geloof mij, daar kan geen tegenspraak zijn tusschen de leer der Katholieke Kerk van vroegere en van latere tijden. De belofte van haren Stichter, dat Hij met haar zijn zal tot de voleinding der eeuwen, blijft ons borg.

!) Haml. 1 ; 3. Matth. 28: 20.

ocr page 98

Overzicht,

Sine.: Cyprianus, ik vrees het tegen u te moeten opgeven. Vroeger reeds moest ik toestemmen, dat gij Katholieken den waren weg volgt, om, bij verschil van meening in geloofszaken, de waarheid te onderscheiden van de dwaling. Gij maakt gebruik èn van de H. Schrift èn van de Overlevering: gij laat dat niet ovei aan ieders eigen goedvinden, maar gij schrijft voor dat hij zijn oordeel onderwerpe aan het oordeel der Keik, d. w. z. aan de leer van de bisschoppen in het algemeen , en van Rome's Bisschop in het bijzonder. Het gevolg is, dat bij n de eenheid des geloofs in geheel de Kerk bewaard blijft en dat men tevens in die eenheid een veiligen waarborg bezit voor de waarheid.

Wij Evangelischen daarentegen, wij bepalen ons zonder grond quot;bij de H. Schrift als de eenige bron om Jesus leer te kennen. Wij worden ontrouw aan onze eigene leer, want wij verwerpen de Overlevering, ten minste met woorden, maar in werkelijkheid maken wij toch ook gebruik van de Overlevering om uit te maken, wat de H. Schriftuur is, wat niet.

Zoo zeggen wij met woorden, dat ieder zelf zijn geloofsartikelen moeten ontleenen aan de H. Schrift, onafhankelijk van de leer der Kerk In werkelijkheid echter, gelooft men eigenlijk toch niet wat ieder door eigen studie heeft gevonden in de H. Schrift, maar, terwijl wij het leeraarsambt der bisschoppen verwerpen neemt ieder aan, wat hem als de inhoud des Bijbels wordt opgegeven. door zijn Calvinistischen of Luther-schen Predikant, of door dezen of genen Professor dei-godgeleerdheid. Het gevolg daarvan is, dat er honderden uiteenloopende meeningen , honderden afzonderlijke sekten ontstaan; de eenheid der Kerk is verdwe-

9,

ocr page 99

8)

nen, cn wie zich zelf zoekt wijs te maken, dat hij met zijn bijzondere opvatting, hoe ook strijdig met de geheele Kerk, eenig en alleen het ware christendom in den Bijbel gevonden heeft, hij geeft ons het recht om te twijfelen aan zijn gezond verstand.

Immers, als men met recht moet vooronderstellen, dat de H. Geest de geheele Kerk op de weide van het echte christendom leidt en voor dwaling vrijwaart, dan is het toch waarlijk moeilijk aan te nemen, dat de H. Geest aan sommigen, die van de kudde afdwaalden, Zijn bijstand zou verleenen, en wel zóó, dat Hij den een 7 , den ander 3 , een derde 2 en eindelijk een vierde geen enkel Sacrament laat vinden in den Jiijbel.

Hieruit moet ik wel besluiten ; vooraf is het zeker, dat de Katholieke Kerk de waarheid aan hare zijde heeft, zoo dikwijls er eenig verschil van meening in geloofszaken bestaat, tusschen haar en eene of andere sekte: want de Kath. Kerk volgt den waren weg, om de waarheid op te sporen, die sekte volgt dien waren weg niet. En dezelfde methode, welke de Katholieken der 19e eeuw aanwenden, was bij de oude Kerk reeds ten volle bekend en in toepassing gebracht tegenover de dwaalleeraren der eerste tijden. Uwe uitspraken, Cyprianus, evenals die van Tertulüanus en Ireneüs bewijzen dit overtuigend.

Zoo stonden dus de zaken. Maar nog ontbrak tie proef op de som. Ls namelijk de Katholieke leerwijze de ware, brengt zij ons werkelijk en zeker tot de waarheid, dan moeten ook in de oorspronkelijke Kerk dezelfde artikelen geloofd zijn, die men heden ten dage belijdt in de Katholieke Kerk. De proef op de som moest dus daarin bestaan, dat wij onderzochten of het geloof der oude Kerk ook in bijzondere punten overeenstemde met de leer van de Katholieke of van de Evangelische Kerk der 19e eeuw.

Tot heden heb ik altijd gedacht, dat de oude Kerk overeenstemde met ons en dat de daarvan afwijkende leeringen van het Katholicisme niets anders zijn dan

ocr page 100

88

menschelijke bijvoegselen en wijzigingen van later tijd.

Uwe verklaringen echter, Cyprianus, hebben mij doen zien :

1. De oude Kerk denkt over de Rechtvaardiging door het geloof en over de waarde der goede werken, evenals de Katholieken onzer dagen.

2. De oude Kerk houdt de viering van het Avondmaal (de Mis) voor een Offer evenals de Katholieken onzer dagen.

3. De oude Kerk gelooft, dat op het woord des priesters brood en wijn waarlijk en wezenlijk veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, volkomen gelijk de Katholieken onzer dagen.

4. De oude Kerk houdt de Communie onder ééne gedaante ten minste niet voor ongeoorloofd, daar zij zelve in sommige omstandigheden aldus de Communie uitreikte.

5. De oude Kerk vereerde de reliquieën evenals de Katholieken onzer dagen.

6. De oude Kerk kende dezelfde Sacramenten en eerde den maagdelijken staat evenals de Katholieken onzer dagen.

Wanneer nu in al deze punten de proef ten gunste van het Katholicisme uitvalt, hoe kan ik dan eene andere uitkomst verwachten in de overige geschilpunten r

C y p r.; Volkomen juist! Ten slotte nog één woord , beste vriend! Christus heeft slechts ééne Kerk, Zijne Kerk, gesticht; die ééne Kerk zal blijven tot het einde der eeuwen, want Hij zal met haar zijn en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Alwie zich losscheurt van deze Kerk, scheurt zich los van Christus Zelf; wie Zijne Kerk verloochent, verloochent Hem, die haar stichtte. Zijn woord blijft in eeuwigheid ; „ Die Mij verloochent voor de menschen, hem zal ook ik verloochenen voor mijn Vader die in den Hemel is. '1 Keer terug tot de moeder van welke gij zijt voort-

i) Matth. 10; 33.

ocr page 101

89

gekomen. Keer terug tot die Eéne, Heilige, Katholieke, Apostolische Kerk! Laat u niet weerhouden noch door menschelijk opzicht, noch door tijdelijke belangen , zelfs niet door de liefde voor naaste verwanten. „Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mijner niet waardig en wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mijner niet waardig.quot; ')

') Matth. 10; 37.

ocr page 102

10, Besluit

Sincerus ontwaakte uit een diepen slaap. Hij zag om zich heen . . . verdwenen was Cyprianus, verdwenen waren de muren van Rome's Catacomben. Hij zag weer de wanden van zijn gewoon studeervertrek. Vóór hem lag de pas begonnen verhandeling ter verheerlijking van Luther.

„Heden Luther en zijn werk verheerlijkenr Onmogelijk! Ik ben niet in de vereischte stemming; er moet een verontschuldiging gezocht!quot;

Zoo sprekend bladerde hij nog eens bijna werktuigelijk in het groote boek, dat voor hem lag opengeslagen. Het waren de werken van Luther, volgens de editie van Jena. Daar las hij de woorden, die Luther zelf heeft geschreven vijf jaren vóór zijn dood : „ De taal der Kerk is de taal van God. God kan niet „liegen, dus ook de Kerk nietquot; en waar sprake is over het H. Sacrament des Altaars ; „ Dit artikel is van „ het begin der christelijke Kerk tot op dit oogenblik „ eenparig geloofd en aangenomen, gelijk de boeken „en schriften der lieve Vaders, zoowel Grieken als „ Romeinen, alsmede het dagelijksch gebruik en de ., ondervinding tot op dit oogenblik bewijzen. Dit ge-„ tuigenis der geheele heihge, christelijke Kerk zon. „indien wij niets anders hadden, ons alleen voldoende „zijn, om bij dit punt te blijven. Want het is ge-„ vaarlijk en vermetel, aan iets te gehoorzamen of iets „ te gelooven tegen het eenparig gevoelen, het geloof „ en de leer der geheele, heilige christelijke Kerk, zoo-„ als zij van het begin tot nu, meer dan vijftien hon-„ derd jaren, in alle oorden der wereld eenparig ge-„ houden heeft. Wanneer het een nieuw punt gold, „en niet van het begin der heilige, christelijke Kerk,

ocr page 103

91

„ of wanneer het niet bij alle Kerken noch bij cle geheelé „ christenheid van alle oorden der wereld zoo eenparig „ was gehouden , dan zou het niet zoo gevaarlijk noch ver-„ metel zijn, daarover te twijfelen of te redetwisten. „ Daar het echter van den beginne af en, zoover zich „ de geheele christenheid uitstrekt, eenparig gehouden „is, handelt degene, die er aan twijfelt, alsof hij aan „ geene christelijke Kerk gelooft, en veroordeelt daar-„ door niet alleen de geheele heilige christelijke Kerk ,, als eene leermeesteres van afschuwelijke ketterij, maar „ ook Christus Zelf en de Apostelen, die het artikel, „hetwelk wij bespreken; /k geloof ééne, heilige Kerk „ vastgesteld hebben. Christus immers zegt : Zie, ik „ ben met u tot de voleinding der eeuwen ') en de „ H. Paulus : De Kerk van God is eene zuil en grond-„ pilaar der waarheid.quot; •)

't Was reeds helderlichte dag. Sincerus ging naar buiten om in de vrije lucht te herademen en tot bezinning te komen. „Zonderlinge droom!quot; dacht hij. „Toch zou het kunnen zijn, dat er bij de Kerkvaders „ werkelijk het een en ander te vinden is van hetgeen „ ik hoorde in den droom. Ik wil die Kerkvaders eens „ grondig bestudeeren.quot;

Hij hield woord en nu bleek het duidelijk: de Katholieke Kerk moge een of ander punt, dat hare instelling en haar wezen niet raakt, in den loop der tijden hebben gewijzigd, hare leer is wezenlijk dezelfde als die der oudste Vaders. Van den anderen kant vond hij ook, dat het Protestantisme ver, zeer ver is afgeweken van het oorspronkelijke christendom en niet alleen de rationalistische of ongeloovige richting, maar ook het zoogenaamde orthodoxe of geloovige Protestantisme. Luther had de Kerk niet teruggebracht tot de oorspronkelijke zuiverheid, maar daarvan veel verder doen afwijken. Den uitwendigen band der oude Kerk-

Mallh 28: 20,

2) 1 Tim : 15. Hricf van I.iUlicr aan Albrecht van Pruisen.

ocr page 104

9^

inrichting had hij verbroken en daarmee de poorten wagenwijd opengezet voor den afval van het christendom en voor het ongeloof.

Nu was de keuze, wat te doen, niet twijfelachtig meer voor den eerlijken man. Onmogelijk was het hem verkondiger te blijven eener dwaalleer. Hij bedankte en nam afscheid van zijne gemeente met een bewogen gemoed.

Velen herdachten hem ook in later tijd met liefde. Anderen dreven er den spot mede, dat hij „ Roomsch werd.

Sincerus reisde naar H......Daar zocht hij eene

betrekking als mederedacteur van een Katholiek Dagblad. Hij vond er gelegenheid zich voor te bereiden op den gewichtigen stap ; zijn terugkeer tot die Kerk, welke eens onder hare bisschoppen telde Cyprianus, Ireneiis, Polycarpus en Ignatius.

ocr page 105

j N h O u D.

Voorrede...........Biz. 3.

1. Sinccrus en Cyprianus............5

2. Tertullianus....................17

3. Ireneiis......................2g

4. Voorloopig besluit..............41

5. De rechtvaardigmaking door het geloof. 53

6. Het Offer der H. Mis............6r

7. Reliquieën....................71

8. Andere geschilpunten............79

9. Overzicht....................86.

10. Besluit........................qo.

Imprimatur.

Groningae , hac 1« Julii 1S93.

Dr. I. A. VAN OS. Libr. Censor,


ocr page 106
ocr page 107
ocr page 108
ocr page 109
ocr page 110
ocr page 111
ocr page 112