ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

/UBl HANDBOEKJE

^atvones

TEGEN EEN HAASTIGEN DOOD.

/ ê£ r -

ocr page 6

IN DE BROEDERSCHAP

der

H. BARBARA

IS INGESCHREVEN:

Nijmegen, den--189

De Pastoor der Parochie van den R. l)ominioui\

ocr page 7

^a» de der ^ede^djap

VAN DE

H. BARBARA.

iemand uwer ontgaat liet groote be-v, wicht van de laatste oogenblikken des levens. Ons jongste uur beslist over ons eeuwig geluk of ongeluk. Waar de boom dan valt, blijft bij voor immer liggen.

Zeker is het een groote geruststelling voor den braven christen, dat hij sterven zal, zoo-als hij geleefd heeft. Maar desniettegenstaande weten wij niet met zekerheid, of wij in Gods liefde ten einde toe zullen volharden. Acb, wij dragen de genade in zulke brooze vaten! Al waren wij tot op heden altijd getrouw geweest aan Gods inspraken, toch konden wij in niets op ons zelf betrouwen. Altoos blijft voor ons de vraag bestaan, of wij, heden Gods vriendschap waardig, morgen niet Zijn

ocr page 8

é

haat zulleu hebben verdiend. De H. Au-gustinus heeft mannen zien vallen en een slechten dood sterven, wien hij te voren zelfs een heiligheid als die van den H. Ambrosius toeschreef. En dan zouden ook wij niet in heilige vrees bezorgd zijn over onze volharding?

Nog meerder reden hebben wij daarvoor, zoo de ondervinding ons geleerd heeft, hoe zwak wij zijn, en de geschiedenis van ons leven een treurige afwisseling aanbiedt van vallen en opstaan. Vooral dan vragen wij ons in oogenblikken van ernst, of het nu wellicht de laatste maal niet geweest is, dat God ons nog berouw geschonken heeft, en of Hij niet, zoo wij Hem weder verlaten, ook van Zijn kant ons den rug zal keeren en overgaan tot het welverdiend vonnis onzer eeuwige verwerping ?

* *

*

Heeft dus ieder onzer reden te over om beducht te zijn voor zijn doodsuur, trachten wij dan voor die alles beslissende gebeurtenis, ons een hemelsche bescherming te verzekeren. Die bescherming bezitten wij in de H. Maagd en Martelares Barbara. Zij is de Patrones van een zaligen dood; zij behoedt ons voor de onoverkomelijke ramn van een plotseling sterven in de zonde.

ocr page 9

5

//Heere Jesus,// heeft zij gebeden een oogen-blik vóór dat zij onder de bijl haars vaders viel, //Heere Jesus, geef dat allen die mijn marteling zullen vereeren, niet sterven, dan na voorzien te zijn met de H.H. Sacramenten!'/

Waarop een stem uit den hemel antwoordde: //Alles wat gij gevraagd 'hebt, o Barbara, is u toegestaan!//

Sinds dien heeft er in duizenden harten een innige godsvrucht tot de H. Barbara geleefd, en een onwrikbaar vertrouwen op haar machtige voorspraak voor de laatste oogen-blikken. Dat voortbestaan door de eeuwen, de overlevering van ouder op kind, de algemeenheid onder niet één, maar onder alle Katholieke volkeren, zelfs onder de Schisma-tieken van Rusland en Klein-Azië, is een onloochenbaar bewijs dat deze devotie, in al die eeuwen onder al die volken, door de heerlijkste uitkomsten groei en bloei heeft verkregen.

Ook in Nederland is de H. Barbara steeds vereerd en aangeroepen geworden. Dat getuigen de tallooze parochiën, kloosters, en kapellen ter barer eere op onzen vaderland-schen bodem verrezen, de vele gasthuizen en andere christelijke instellingen, de niet minder menigvuldige corporatiën, broederschappen en gilden, welke haar naam droegen. Zou dit alles op onzen grond aanschouwd zijn

ocr page 10

6

geworden, zoo de feiten niet luide gesproken hadden tot aanmoediging der vereering; zoo de godsvrucht tot de H. Barbara niet steeds levendige ware gehouden door de weldaden dezer H. Martelares?

Noch de haat van het Protestantisme tegen al wat -vereering der heiligen was, noch de bittere druk waaronder de Katholieken bijkans drie eeuwen hebben gezucht, noch de droeve scheuring der Jansenisten hebben die godsvrucht tot de Patrones der stervenden uit de harten van Neêrlands geloovigen kunnen verbannen. Integendeel, het gebrek aan priesters en de woede der hel tegen de bediening der H.H. Sacramenten noopten in die tijden dringender dan ooit zich tot een hemelsehe Beschermster te wenden, welke in die behoeften voorzag. En daarom leeft zij voort in de dankbare herinnering van het Katholieke Nederland; daarom ook is de godsvrucht tot deze H. Maagd nimmer in ons midden verdwenen.

Dit bewoog in 1848 de HoogEerw. Pater Dominicus Baken, Provinciaal der Predik-heeren hier te lande, om, tot bestendiging en uitbreiding der devotie, in de voornaamste parochiën zijner Orde de Broederschap der H. Barbara op te richten. Reeds tien jaren te voren was zulks in de St. Dominicuskerk te Amsterdam (Stadhuis van Hoorn) geschied.

ocr page 11

7

en de schoone vruchten daarvan in de clio-lera- en typhus-jaren aanschouwd, hadden hem daartoe levendig aangemoedigd. Ook thans nog mogen die Broederschappen te Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Schiedam 1) bloeiend heeten. De oefeningen ter eere der H. Maagd en Martelares aldaar verricht, worden talrijk bijgewoondj jaarlijks wordt het ledental op de registers der Broederschap aanzienlijk vermeerderd, en vooral bij het dreigen van besmettelijke ziekten schieten er bijna krachten te kort om op den haar toegewijden laatsten Zondag der maand de H.H. Sacramenten te bedienen.

Deze gemeente met haar krachtige openbaring van katholiek leven, waar alles wat degelijke godsvrucht is, steeds zoo krachtig bloeit, bezit thans eveneens haar Broederschap van de H. Barbara. Bevreemden zou het, indien er ook hier niet velen, zoo mannen als vrouwen, zich, bij de eerste uitnoodiging, ver-eenigden tot een gezamentlijke, levendige vereering van de H. Patrones tegen een haastigen dood. Wij vertrouwen, dat slechts wei-

i) Behalve in deze Dominicanen-kerken is ook in vele andere parochiën van ons vaderland dit Broederschap opgericht, onder meer, te Breda, Venlo, Arnhem, Doesburg, en bijna door geheel het aartsbisdom van Utrecht.

ocr page 12

8

nigen van hen, die de ernst van het laatste oogenblik inzien, hunne toevlucht niet zullen nemen tot Haar, waarvan de eeuwen de getuigenis geven, dat zij het weinige, wat men voor haar doet, zoo rijkelijk beloonl. Met het oog hierop stelden wij dit handboekje samen. Moge het uwe godsvrucht meer en meer opwekken. Moge het niet ongevallig zijn aan Haar, wier vereering wij zoo vurig wenschen te bevorderen, en door wie wij daarvoor eenmaal in het uur der uren hopen te worden beloond.

Bid voor ons H. Barbara,

Opdat wij bevrijd blijven van een schielij-ken, onvoorzienen dood.

St. Josephs-dag, 1892.

W.

ocr page 13

^ Overeenkomstig het voorschrift van Paus ürbanus VIII verklaren wij alle feiten en wonderen, in dit werkje vermeld, aan het oordeel der Kerk te onderwerpen. Zonder eenig voorbehoud keuren wij goed wat zij aanneemt, verwerpen wij wat zij veroordeelt.

De Schrijver.

1*

ocr page 14

KOSTBAAIj LEVEN EN STEFjVEN

DER

JHeilige TMaagU en. Martelares

BARBARA.

Martyr dedit Sponso rosas, Deditque virgo lilia.

Als Martelaresse bood Barbara haar Bruidegom rozen; als Maagd gaf zij Hem leliën.

Santeuil, Lofz. der H. Barbara.

----S=SSe=l-gt;--

I.

olgens het meest gegronde gevoelen is Nicomedië het vaderland der H. Barbara. Haar vader, Dioscorus, een zeer aanzienlijk man, ging geheel in den dienst der afgoden op. Ziende, dat zijn docliter reeds huwbaar geworden, een meer dan gewone schoonheid bezat, en begrijpende, dat zij eerlang daardoor, zoowel als door haar groot fortuin, aan vele gevaren zou zijn blootgesteld, meende

ocr page 15

11

hij niet beter te kunnen doen dan haar in een ongenaakbare sterkte op te sluiten. Deze sterkte, de bekende toren, was echter alles eerder dan een gevangenis. Het was een prachtig paleis, bewonderd om het aantal en de pracht der ruime vertrekken. Hooge, op wallen gelijkende muren sloten het geheel af. De jonge maagd werd dus hierheen gevoerd, en men ontving in last niemand, uitgezonderd haar dienaren en onderwijzers, tot haar toe te laten. Dioscorus maakte haar echter de eenzaamheid zoo aangenaam mogelijk. Hij deed achter het gebouw een prach-tigen tuin aanleggen, waar zij zich kon ontspannen, maar deed er tevens tal van afgodsbeelden plaatsen, onder de oogen der onschuldige gevangene, om haar, naar hij hoopte, aldus langzamerhand hen te doen eeren en aanbidden.

Dioscorus vond tevens in haar zulk een uitstekenden aanleg voor de studie, dat hij haar geest zoo spoedig mogelijk wilde doen beschaven. Aan de bekwaamste onderwijzers toevertrouwd, moest zij nu de dichters, de redenaars, en zelfs de wijsgeeren bestudeeren. De vlijt der jeugdige leerlinge, haar vurige begeerte naar wetenschap, en de buitengewone gemakkelijkheid waarmede zij zelfs de grootste hinderpalen overwon, bekroonden die studiën met de schitterendste uitkomsten. Doch te-

ocr page 16

12

vens kon het niet anders of haar doordringende geest moest getroffen worden door al het ongerijmde der heidensche leer, en niet het minst door de dwaze bewering dier tallooze goden, die van elkander voortkomen en, ondanks hun godheid, slaven zijn van de schandelijkste hartstochten. Maar evenals de bij uit de bitterste en venijnigste bloemen haren zoeten honig zuigt, zoo ook putte Barbara uit de grove dwalingen van het veelgodendom de eerste waarheden van ons H. Geloof, welke door de heidenen waren verbasterd. Zij wist het zuivere goud van het vervalschte te scheiden, en zich allengs tot het begrip \ an een éénigen, oppersten God te verheffen. De eerste stralen van de waarheid werden aldus in haar ziel verspreid, en maakten op haar, onder de zachte werking van de genade, den levendigsten en diepsten indruk.

Op zekeren dag, door yurigen ijver voorden waren God bezield, richtte zij tot haar vader de vraag: quot;Maar mijn vader, wat beduiden toch die menschenbeelden daar vóór

ons'!,quot; • jquot;)

//Hoe kunt gij zoo iets vragen, kind? antwoordde Dioscorus onmiddellijk. //Het zijn de beelden van onze Goden, die wij allen moeten aanbidden.quot;

//Maar zijn zij vroeger geen menschen geweest?quot; hernam Parbara.

ocr page 17

13

wWel zeker,quot; hervatte de vader. //Maar tegenwoordig zijn het Goden, en men maakt zich schuldig door het te betwijfelen.quot;

Het jeugdig meisje, door God met groote wijsheid begiftigd, werd, door haar trouw beantwoorden aan de genade, de gaven des Geloofs steeds waardiger, en meer geschikt om de groote geheimen van den Godsdienst te gelooven en te aanbidden. Gods Voorzienigheid leidde met teedere zorgen haar leven en stelde haar in de gelegenheid om met Origenes, een der eerste christen-leeraren van dien tijd, betrekkingen aan te knoopen 1). Onder haar dienaren was er één, wien zij haar plan kon meedeelen, en de netelige opdracht toevertrouwen, om Origenes een brief ter hand te stellen, waarin zij alle gevoelens en vurige begeerten harer ziel blootlegde. Een innige vreugde maakte zich bij de lezing van den heiligen priester meester. Hij wierp zich ter aarde en loofde en zegende uit de volheid zijns harten den Heer, die door Zijn genade zooveel wonderen verrichtte en onophoudelijk het licht der waarheid in de dikke duisternis des heidendoms liet schijnen. Dit blijk van Gods barmhartigheid

i) Origines heeft later de afkomst, het leven eu den dood der H. Barbara beschreven. Van dezen, arbeid is echter niets tot ons gekomen.

ocr page 18

14

diende liem om de Cliristenen in liet geloof te bevestigen, en om liun vertrouwen en ijver wederom op te wekken.

Kort daarop ontving Barbara zijn antwoord. Valentinianus, één zijner best onderwezen leerlingen, had hij uitgekozen om, met dit schrijven voorzien, den terugkeerenden bode der jeugdige maagd, naar Nicomedië te vergezellen. Barbara wist Valentinianus toegang tot den toren te doen krijgen, waar zij hem met de grootste achting ontving. De heilige zending werd met de grootste nauwkeurigheid volbracht. Uren lang onderhield Valentinianus haar vaak over de Heilige Drievuldigheid, de Menschwording en de Verlossing, de Goddelijke Wet, de Heilige Sacramenten, en onze eeuwige bestemming, alles aanvullende, waar Origenes in zijn brief niet van had kannen gewagen. Goed zaad in weltoebereiden grond geworpen, geeft overvloedige vruchten. Gods woord werd dan ook voor Barbara's geest en hart een heldere lichtbron. Zij begon voor de vergankelijke en ij dele genoegens der wereld diepe verachting te koesteren, en al meer en meer naar de eeuwige vreugde te haken. Ach! wanneer toch zou het uur slaan, dat zij zich door den H. Doop voor eeuwig christin kon noemen! Het leed niet lang, of haar vrome wenschen gingen in vervulling.

Sommige geschiedschrijvers melden ons, dat

ocr page 19

13

haar dit Sacrament door Valentinianus werd toegediend, zonder dat er iets wonderbaars gebeurde. Volgens anderen, grooter gezag hebbende schrijvers, verheerlijkte de hemel deze gebeurtenissen door de schitterendste wonderen.

Op zekeren dag, in een der binnenvertrekken van haar verblijf in het gebed verzonken, ter aarde liggende, riep zij, ongetwijfeld door Goddelijke bezieling aangedreven, luide uit: //Allerzoetste Meester en Opperheer, Jesus Christus, die eertijds in de woestijn door Uw dienaar Mozes water uit een rots deed stroo men, open ook voor mij binnen deze plaats een levende waterbron, en gewaardig ü die te zegenen, opdat ik in den naam van de Heilige en ondeelbare Drievuldigheid het Doopsel ontvange en van al mijn zonden gezuiverd worde!quot;

En zie! Daar ontspringt eensklaps voor haar voeten een overvloedige bron. Een groote vaas wordt met dit water gevuld, dat voort blijft vloeien en zich ten laatste kruisgewijze in vier armen splitst. Een tweede nog schitterender wonder voegt zich bij liet eerste. Naast de bron verschijnt de Heilige Johannes de Dooper en groet haar geruststellend, zeggende: //Vrede zij met u!quot;

Hoe het geluk te beschrijven, dat Barbara bezielt, nu zij verneemt waarom de Boetge-

ocr page 20

16

zant zich vertoont. Hij dient haar den H. Doop toe, thans niet als eertijds aan de Joden in de wateren des Jordaans, maar van eindeloos meerdere kracht en uitwerkina:.

_ O

De Heilige Voorlooper verdwijnt, na zijn buitengewone zending te hebben vervuld ^ maar de nieuwe Christinne blijft niet alleen in de zielsverrukkingen van haar vreugd en dankbaarheid. Elisabeth's Zoon schijnt ook thans slechts gekomen om de wegen voor de a Zaligmaker der wereld te bereiden. Want zoodra is hij niet verdwenen, of Jesus Christus zelf, in den vorm van een oogverblindend schoonen jongeling, begunstigt haar met Zijn tegenwoordigheid. En dit niet alleen, maarzoo aangenaam is zij aan zijn Hart, dat Hij haar de genade schenkt, slechts aan Heiligen, als de maagd en martelares Catharina, geschonken : Hij overhandigt haar een palmtak en eeu gouden ring, en spreekt: //In Mijns Vaders naam neem Ik u tot Mijne bruid.quot;

Verlicht door de heldere glansen des Ge-loofs, als badend in de hemelsche genade van het H. Doopsel, zal Christus bruid ons voortaan niet anders meer dan geheel in God vervormd verschijnen. Geen andere dan de beginselen van het Evangelie zullen haar van nu aan nog bezielen. Om zich voor altoos van de wereld te scheiden, verzaakt zij aan al het aardsche, en wijdt haar lichaam en

ocr page 21

17

haar ziel voor eeuwig aan de liefde en den dienst van God. En God, die dit bevoorreclit schepsel, met zooveel gunsten overladen, niet om wille van den mensch aan de wereld geschonken heeft, toont alleen waardig te zijn zulk een zuivere lelie te'plukken. De Goddelijke Bruidegom heeft haar edelmoedig óffer vernomen en' aanvaard; zij moet Hem nu ook onschendbaar trouw blijven. Maar hoe dit, in hare heidensche omgeving? De kuische bruid van Jesus Christus kon den standaard der maagdelijkheid onmogelijk verheffen, zonder den hevigsten strijd tegen zich te zien losbarsten.

II.

De wereld had middelerwijl de eenzaam levende Barbara niet vergeten. Allen, die naar hare hand dongen, hadden steeds hoopvol hun blikken naar haar verblijf gericht. Hoe zorgvuldiger haar vader haar aan de oogen der menschen onttrok, hoe meer dezen zich met haar bezig hielden. Gaarne sprak men over haar schitterende hoedanigheden; vol bewondering prees men haar schoonheid, haar wijsheid, den adel van haar geslacht en hare groote rijkdommen.

Hoewel Diosconis zich niet van zijn dochter wilde scheiden, meende hij echter met haar

ocr page 22

18

ever kaar toekomst te moeten spreken en haar niet omtrent de schitterende aanzoeken onkundig te mogen laten. Barbara was echter geheel ongevoelig voor dergelijke mededee-lingen. Zonder bedenkens betuigde zij den grootsten weerzin voor het huwelijk en bovenal voor alles, wat haar van haar vader zou kunnen scheiden. Oprecht en gemeend bekende zij haar vader, niets anders te verlangen dan bij hem te blijven, om eenmaal de 'steun en de troost van zijn ouderdom te worden. Barbara's woorden verrukten haar vader. Tranen van aandoening kwamen in zijn oogen, en het was hem onmogelijk nog langer bij haar aan te dringen. Teeder omhelsde hij zijn dierbaar kind, en beloofde haar zijn zorgen te verdubbelen, om haar verblijf nog aangenamer te maken.

Toen de jeugdige maagd haar groote genegenheid voor haar vader en haar afkeer voor elke huwelijksverbintenis oprecht te kennen gaf, had zij over de voornaamste drijfveer van haar gedrag nog moeten zwijgen. Dan, de rustige, vreedzame dagen, welke zij door haar zwijgen had verkregen, waren geteld. De jongelieden, wier aanzoeken waren afgewezen, hernieuwden hun pogingen, en wonnen Dioscorus gemakkelijk voor hun plannen. Men bracht hem alle voordeden onder het oog, welke een verbintenis met een rijk, macht-

ocr page 23

19

liebbend persoon, voor hem liebben zou, en welke liem, omringd van eerbied en liefde, in zijn afstammelingen zou doen herleven. Doch Barbara werd van haar kant steeds meer door de genade in baar heilige besluiten bevestigd. Alle voorstellen sloeg zij af, zij had geen oor voor de stem van vleesch en bloed. Nog zag haar vader in dit gedrag hardnekkigheid noch ongehoorzaamheid. Hij meende dat men geduld zou moeten oefenen, en dat overtuiging in deze, meer dan geweld, zou baten. Rijpere overwegingen, zoo dacht hij, zouden mettertijd wel verandering brengen in de gesteldheid van zijn dochter.

In de meening, dat een langdurige afwezigheid de teederc banden, die zijn kind aan hem hechtten, eenigszins zouden slaken, be-A sloot Dioscorus zich zoodra mogelijk van haar te scheiden. Alvorens haar echter te verlaten, liet hij in den toren een weelderige badzaal aanleggen, om het haar aan niets te laten ontbreken, wat haar het leven kon veraangenamen, en haar nieuwe blijken te schenken van zijn genegenheid. Maar de jeugdige gevangene dacht aan geen genoegens. Haar dagen en een gedeelte harer nachten sleet zij in gebed en lofzang. Met den Profeet zeide zij; //Ten allen tijde zal ik den Heer zegenen; Zijn lof r* zal voortdurend in mijn mond wezen.quot;

Haar grootst genoegeii bestond in de lezing

ocr page 24

20

der heilige boeken. Het liefst overwoog zij de Acht Zaligheden, het verheven kort begrip der Evangelische grondstellingen, waardoor zij zich tot de beoefening van alle deugden voelde opgewekt. Inzonderheid legde zij zich toe op een onvoorstoorbare zachtmoedigheid en onwrikbaar geduld, als voorzag zij, hoe spoedig beide haar noodzakelijk zouden zijn. Levendig drukte zij zich in den geest, dat zij, die ter wille van de gerechtigheid vervolging lijden, zalig genoei» d worden. Om geheel tot den marteldood voorbereid te zijn, verstierf zij zich onophoudelijk. Zij vastte eiken dag en droeg steeds een ruw onderkleed, aldus de bedorven natuur beteugelende en zich gewennende aan allerlei offers, om zich de overwinning van den geest over de zinnen voor alle omstandigheden te verzekeren.

De Heer bleef de jeugdige heldin van Zijn kant met nieuwe genaden overladen, om haar tot haar grootsche bestemming geschikt te maken. Menigmaal troostten en sterkten de Engelen haar door hunne bezoeken. Ook de Zaligmaker verscheen haar verscheidene malen. Op zekeren dag vertoonde Hij zich aan haar als een wonderschoon, allerbevalligst wicht, dat in een oogenblik tijds met bloedige wonden overdekt was. Dit gezicht vervulde niet alleen haar ziel met een mengeling van vreugd en medelijden, maar boezemden haar sinds

ocr page 25

21

dien tijd de teederste en vurigste lietdege-voelens voor Jesus in. De afgoderij werd haar met den dag hatelijker, en de afgrijselijke voorwerpen van den heidenschen eeredienst vervulden haar, als zij den toren doorliep, door de vele beelden een afgodstempel gelijk, met onoverwinnelijken afschuw. Eindelijk wapende zij zich met bovennatuurlijke krachten, en verbrijzelde alle houten, steenen en metalen afgoden. Wat hare zwakke krachten niet konden verbreken, moest zij ten minste in haar ijver voor Jesus' eer schenden. De stuKken wierp zij uit het venster, daarbij herhalende de woorden van den Psalmist: «Zoo verga het allen, die u vereeren en dwaas genoeg zijn om hun vertrouwen op u te stellen.quot;

Vervuld door Gods geest, wist zij, dat de drie Goddelijke Personen de bron zijn der hemelsche kennis, welke den mensch verlicht. Deze waarheid wilde zij in het verhevenste gedeelte van haar verblijf door een uitwendig, voor iedereen zichtbaar zinnebeeld aanschouwelijk maken. In den top des torens liet zij een derde venster voegen bij de twee, welke haar vader er had laten aanbrengen. Het licht van ééne natuur, dat nu door drie onderscheidene en toch onderling gelijke openingen naar binnen drong, was het afbeeldsel der ^nbeid van het Goddelijk Licht, dat

ocr page 26

32

alle menschen door de drie aaubiddenswaar-dige Personen van de Heilige Drievuldigheid verlicht en levend maakt.

Daarna toog Barbara naar de nieuwe badzaal, waar zij door werklieden overal het heilig Kruisteeken liet ingriffen. Zij zelf drukte, naar men verhaalt, met den rechter duim het gewijde teeken op een marmeren zuil, die onder den druk van haar tengere hand zachter werd dan was. Wonder! Het marmer nam het vrome indruksel op, en er vertoonde zich een afprentsel van haar rechtervoet zeer diep in den vloer.

Spoedig echter verdroot het Dioscorus zoo verre van zijn geliefde Barbara te zijn. De gedachte aan zijn dochter kwelde hem zoodanig, dat hij, tegen zijn eerste plan in, den tijd van zijn afwezigheid verkortte. Bij zijn terugkomst in Nicomedië dreef hem zijn vaderlijke teederheid onmiddellijk naar zijn kind. Vrees en hoop kwelden om strijd zijn on-rustigen geest. Hij wilde zoo spoedig mogelijk uit zijn pijnlijke onzekerheid verlost wezen, en drong er bij Barbara, na de eerste uitstortingen van zijn hart, op aan, dat zij hem een bepaald antwoord op zijn voorstellen zou geven, die zij tijdens zijn afwezigheid ruimschoots had kunnen overwegen en ook naar waarde had kunnen schatten. Thans, meende hij, was het oogenblik gekomen om tusschen

ocr page 27

23

de verschillende partijen te beslissen. Bepaald verlangde hij, dat zij één van allen zonder verder talmen tot bruidegom zou nemen.

Onder dit gesprek boog de jeugdige maagd verlegen haar hoofd. De wolk om haar voorhoofd en haar treurig gelaat verrieden zeer goed, hoe smartelijk dit onderhoud voor haar was. Eindelijk verbrak zij het zwijgen en bekende het volmondig: reeds was zij met een Hemelschen en geheel Goddelijken Bruidegom vereenigd. Dezen zou zij nooit verlaten om der wille van een aardschen en sterflijken man. Liever wilde zij de grootste kwalen, zelffs den dood verduren, dan haar woord te breken en ontrouw te worden aan haar geloften.

Bij deze waardige, moedige taal stond Dios-corus verplet. Hij wist waarlijk niet, of liij zijn ooren kon gelooven. Was het een wreeden droom? Toch onderdrukte hij de eerste opwellingen van zijn toorn. Hij wilde nog geen verklaringen uitlokken, die hem het geheim,, dat hij begon te vermoeden, kon openbaren. Hij nam zijn toevlucht tot bedreigingen en beloften; het verschrikkelijkste en het verleidelijkste werden beurtelings aangewend. Maar al zijn aanhouden stuitte af op Barbara's onwrikbaar besluit, en met een verwoed hart spoedde hij zich naar zijne vertrekken terug.

ocr page 28

24

Dan, alles werd nog geheel anders, toen hij nu het lustslot'doorliep. De afgodsheelden overal omvergeworpen, geschonden, verbrijzeld en vernield! Het kruis, het zoo verafschuwd kruis, op iederen muur en zuil van den toren gegrift! En dit alles op Barbara's bevel! In de hevigste woede keert hij tot haar terug, maar zich uiterlijk bedwingende vraagt hij met geveinsde kalmte verklaring van haar gedrag.

De jeugdige en vurige Barbara, schoon brandende van ijver voor de glorie van haar Goddelijken Bruidegom en het zieleheil van haar innig geliefden vader, beeft van ontroering. Eindelijk, zoo hoopt zij, is de reeds zoo lang verbeide gelegenheid daar! En met een' bovennatuurlijken moed bezield, het oog schitterend van een hemelsch licht, verklaart zijC zich kloekmoedig en openhartig Christin, en toont haar vader de ijdelbeid der afgoden, en de onloochenbare waarheid van hare Gods-vereering.

//Hoe kunt gij,quot; zoo is haar eerbiedig, maar dringend woord, //gouden, zilveren, houten en steenen beelden als Goden beschouwen? Zij hebben oogen en zien niet, ooren en hooren niet, voeten en kunnen niet loopen! Hoe kunt gij beelden van stervelingen, wier leven door tallooze misdaden bezoedeld is, wier voorbeelden gij mij niet zoudt willen

ocr page 29

25

laten navolgen, als godheden aanbidden? Ach, dierbare vader, verzaak dit schandelijk bijgeloof j verlaat de duisternissen van den afgodendienst; open uw oógen voor het ware licht, zooals ik reeds heb gedaan! Erken den waren God en geef Hem alleen de aanbidding, welke ook Hem alleen toekomt. Bewijs hulde aan den Vader, aan den Zoon, aan den Heiligen Geest, aan de drie onderscheiden Personen, die slechts één God uitmaken. Dit geheim heb ik, hoe hoogst onvolmaakt ook, willen voorstellen, toen ik, bij de twee vensters in den top des torens een derde heb doen voegen. Ik wilde ecnigszins voorstellen hoe de drie Personen van de heilige Drievuldigheid de eenige bron zijn van het ware licht, dat eiken sterveling verlicht, evenals éénzelfde zonnelicht door drie gelijke vensters binnen dit gebouw valt. Gods Zoon, de tweede persoon van de aanbiddenswaardige Drievuldigheid, is mensch geworden, om ons door Zijn dood van de zonde met hare ellendige gevolgen te bevrijden, om ons dus zalig te maken. Aan Hem heb ik mijn maagdelijkheid gewijd. Hij heet Jesus Christus, en voor eeuwig ben ik Christin.quot;

Deze woorden deden Dioscorus het reeds gevreesde ongeluk in al zijn uitgestrektheid kennen. Barbara had nu onomwonden verklaard Christin te zijn. Onzeker welke partij

2

ocr page 30

36

te kiezen, wordt lüj nog radeloozer. Nog altoos voert zijn buitengewone teederheid voor zijne eenige dochter, voor de uitsluitende erfgename van zijn titels en van zijn uitgestrekte goederen, den boventoon in zijn hart. Met levende kleuren schildert hij haar, wat hij met zijn geheele familie van den Keizer, den doodsvijand der Christenen, te vreezen heeft, als deze vernemen zal, dat er zich zelfs ten huize van Dioscorus zouden bevinden. Zijn tranen zetten zijn woorden en smeekingen nog meer kracht bij. Maar alles vruchteloos. Tranen, smeekbeden, beloften, bedreigingen, menschelijke overwegingen, niets kan de onversaagde heldin schokken. Doch nu ook kent Dioscorus' woede geen grenzen meer. Wanneer de onstuimige stroom, lang teruggehouden, ten laatste de dijken doorbreekt, verspreidt hij alom verwoesting en dood. Zoo ook hij. Hij denkt er niet meer aan vader te zijn. Hij luistert alleen naar zijn wanhoop en zijn woede. Zijn liefde wordt haat. Bij alle goden zweert hij haar beul te zullen worden. Hij grijpt zijn zwaard, en wil zijn dochter doorboren.

Barbara brandt van verlangen om haar bloed voor Jesus Christus te storten. Slechts één gedachte kwelt haar. Zal haar eigen vader zich met die gruwelijke misdaad bezoedelen, en moordenaar worden van zijn kind? Zij

ocr page 31

27

smeekt den Heer haar te hulp te komeai, en haar uit het dreigend gevaar te verlossen. En haar Goddelijke Bruidegom toont op hetzelfde oogenblik, hoezeer Hij met haar is in den strijd.

Reeds heeft haar vader haar in haar vlucht achterhaald. Een hooge rots versperde haaiden weg. Maar zie! daar splijt de rots op eenmaal van een, verleent haar vrijen doorgang, en herneemt onmiddellijk daarop haar oorspronkelijken vorm. Opgenomen als door een stormwind en naar een bergtop gevoerd, wordt zij door een diepe, achter zwaar kreupelhout verscholen grot aan haar vervolger onttrokken. Dan, stillen deze zichtbare bewijzen van Gods bescherming den toorn van Uioscorus, maken zij indruk op zijn hart? Het tegendeel geschiedt. Hij wordt als een verscheurend dier, dat naar bloed en slachting dorst. Hij heeft alleen oor voor de ingevingen zijner woede; zijn wraakzucht be-heerscht hem geheel. Alom zoekt hij zijn slachtoffer; alle plekken worden doorloopen, alle schuilhoeken onderzocht. Ten laatste door vermoeienis overmand en door zijn hevigen hartstocht uitgeput, stellig meenende, zijn prooi niet te kunnen bemachtigen, besluit hij de vervolging te staken, als hij opeens twee jonge herders bemerkt. Onmiddellijk ijlt hij er heen. Hij overlaadt hen met vragen, en

ocr page 32

28

brengt het ten laatste door zijn dreigementen zoo ver, dat één van hen eindelijk bevend de plaats aanduidt, waar de Heilige schuilt.

De hoop der voldoening zijner wraak schenkt Dioscorus nieuwe krachten; met een akelig gebrul stormt hij naar de grot, waar zijn dochter zich bevindt. Bij zijn naderen, verlaat zij haar wijkplaats. Moedig en statig treedt zij hem te gemoet, als de Goddelijke Meester Zijn vijanden in den hof van Olijven. Doch zijn toorn bedaart niet, verdubbelt veeleer. Zijn onschuldig kind valt hem te voet. Als een verscheurend dier grijpt hij zijn prooi, en verplet haar schier onder zijne slagen. quot;Bij vertrapt haar, sleept haar bij de haren over steenen en doornen langs de bergpaden naar huis terug, en werpt haar halfdood, met zware, enge ketenen beladen, in een sombere gevangenis.

Toch uit het teeder slachtoffer onder zulk een bejegening geen enkele klacht. Zij blijft bewonderenswaardig kalm. Naar het voorbeeld van den Heiligen Paulus en van de andere Apostelen acht zij zich gelukkig om Gods wil in den kerker te zijn geworpen. En haar Goddelijke Bruidegom verlaat haar niet in den nood. Hij zendt haar een engel tot vertroosting en opbeuring, om haar uitgeputte krachten te herstellen. «Vrees niet. Christen maagd!« spreekt de hemel-

ocr page 33

29

bode. //In den strijd zal God altijd bij u zijn.//

Bemoedigd door de toezegging smeekt Barbara 's Hemels bijstand voor haar laatste worstelingen af. Vol vertrouwen herhaalt zij de woorden van den Profeet: //Mijn ziel heeft zich aan U gehecht, o Heer! Laat Uw almachtige hand mijn hechte steun blijven.//

Haar vertrouwen zou niet worden beschaamd.

III.

Barbara's martelstrijd heeft een aanvang genomen. Zij zal er volgens haar wensch nog twee dagen in blijven om door een strijd van drie dagen hulde te brengen aan het voortdurend voorwerp van hare teedere Godsvrucht, aan de drie Personen der Heilige Drievuldigheid. Maar ook Uioscorus zal zich als een ontaard en barbaarsch vader blijven gedragen. Geen twijfel of Barbara's vader had haar, had hij de ingevingen en neigingen van zijn hart gevolgd, spoedig zelf het leven ontnomen. Maar van den éénen kant vreesde hij, zich bij zijn medeburgers gehaat te maken. Van den andere weerhield hem de gedachte, van inbreuk te zullen maken op de rechten van den vertegenwoordiger des Keizers, dien hij stellig zou verbitteren, indien hij buiten diens voorkennis te werk ging. Tevens wilde hij

ocr page 34

30

zijn geheclitheid aan de Goden van liet Keizerrijk gaarne voor aller oog ten toon spreiden. Na dus zijn kind te hebben opgesloten, spoedde bij zicb naar den landvoogd Mar-cianus. In korte woorden zijn grieven tegen de jeugdige maagd samenvattend, beschuldigde hij haar van beleediging der Goden en van afzwering hunner eeredienst om de door 's Keizers decreten verboden secte aan te hangen. Hij verzocht daarom, dat een gerechtsdienaar de beschuldigde zou komen halen en haar voor de rechters brengen, om haar, volgens alle strengheid dier edicten, te behandelen.

Weldra was de Heilige in handen van Marcianus' dienaren. Haar geest tot God verheffende, riep zij uit, //Wees met mij Heer! Verlaat mij niet. Help mij mijn vijanden, die ook Uw vijanden zijn, te overwinnen, daar de goddeloozen mij om Uwentwil vervolgen. Bekleed mij met een goddelijke wapenrusting, opdat niets over mijn zwakheid zal kunnen zegevieren. U zal er al de glorie van toekomen, zoo ik overwinnend uit den strijd treed, en zelfs de ongeloovigen zullen tot erkenning en huldiging van Uw macht gedwongen worden.//

Als een schuldige geboeid en door de tal-looze, den vorigen dag ontvangen slagen geheel geschonden, treedt Barbara daar voor

ocr page 35

31

dén landvoogd. Zoodra Marcianus haar ziet, in al hare even zedige als zachte schoonheid, wordt hij tot in zijn ziel getroffen. Tegen de afspraak met Dioscorus in, behandelt hij haar met buitengewone zachtheid, en bevelende dat men hare boeien zou losmaken, keurt Lij de haar aangedane mishandelingen af, en verzuimt niets om haar te winnen.

//Hoe hebt gij, de dochter van zulk een machtig heer,quot; aldus spreekt hij haar aan, //u kunnen laten verleiden door de gemeene secte der Christenen? Waarom bedroeft gij den ouderdom uws vaders, die voor u de tee-derste en de levendigste genegenheid koes. tert? Ziet gij niet, dat gij u, bij volharding in uwe dwaling, van alle voorrechten berooft, welke uw adelijke geboorte en uw zeldzame gaven u stellig zulleu schenken? Word wijzer. Yerzaak uw ijdel bijgeloof en offer spoedig aan de Goden, om een even schandelijken als wreeden dood te ontgaan.quot;

//Eiken dag,quot; antwoordt de onversaagde Christin, //bied ik mijn God, den Schepper van den hemel, van de aarde en van alles, wat zij bevatten, een offer aan door mijn lof-betuigingen. Uw goden zijn slechts ijdele beelden, werken van's menschen hand. Ouder hun naam aanbidt gij den duivel, of menschen door allerlei ondeugden onteerd. De goederen, waar gij over spreekt, tel ik niets hooger dan

ocr page 36

32

den modder, welken men vertrapt. Ik verlang en waardeer geen andere goederen, dan de waarachtige en eeuwige, welke Jesus Christus, mijn Heer en mijn God, mij belooft.quot;

Deze edele, moedige taal verbittert den landvoogd. Hoe? Zijn voorkomendheid wordt door een kind veracht en afgewezen? Nu ontziet hij de edelmoedige Christin ook niet meer, en aan zulke buitensporige wreedheden maakt hij zich tegenover haar schuldig, dat de hel alleen het hem kan ingeven, en het verhaal er van alleen afschuw wekt. Hij laat haar dan haar kleeren afrukken, en vervolgens zoo wreedaardig geeselen, dat het bloed over de straatsteenen vloeit. Daarna beveelt hij, de tallooze wonden der gceselroeden met ijzeren haken nog verder open te rijten. Op dit gezicht kunnen zelfs de heidenen hun tranen niet bedwingen. Alom gaan luide kreten op van verontwaardiging en medelijden over zulke afschuwelijke pijnigingen.

Alleen Barbara schijnt van verrukking geheel opgetogen en gevoelloos voor alle marteling. Onophoudelijk veracht zij de afgoden, en zingt den lof van den God der Christenen. //Gezegend zij de Heer,quot; roept zij uit, //die mijn gebed heeft verhoord, en mij Zijn barmhartigheid niet heeft onttrokken! De lang verbeide dag is gekomen, de dag, waarnaar ik met mijn vurigste wcnschen smachtte; de

ocr page 37

33

dag, mij oneindig aangenamer dan alle we-reldsche feesten!quot;

De onoverwinnelijke moed der jeugdige heldin prikkelt de woede van den landvoogd nog aan. Nu beveelt liij, haar aan de voeten op te hangen, en haar met ijzeren hamers op het hoofd te slaan, tot het bloed er van alle kanten uitspringt. Dit bevel wordt met wreede nauwgezetheid volbracht. En met nog immer ohverzadigden bloeddorst, zonder meedoogen voor haar wonden en kneuzingen, wentelen de beulen haar vervolgens over een hoop scherven, om haar eindelijk, geen andere martelingen meer kunnende uitdenken, met klemmen aan de voeten, in een bekrompen gevangenis te werpen. Maar neen, Marcianus, meen niet haar moed aldus te verzwakken! Zie, de Heilige veracht al uwe pijnigingen, juicht zelfs, omdat zij waardig wordt bevonden voor den naam van Jesus Christus te lijden. Gestadig houdt zij haar geest met vrome gedachten bezig, en zoekt in het gebed versterking van haar gesteldheid.

Middernacht breekt aan. Eensklaps straalt er een schitterend licht in den kerker. Het is de Zaligmaker zelf die haar ten derde male verschijnt. Haar Bruidegom komt haar nieuwen moed, nieuwe krachten schenken, als voorbereiding tot den laatsten strijd, welken zij weldra zal doorstaan. Een zware, een laatste

2*

ocr page 38

34

strijd wacht, en in dien strijd moet zij niet minder standvastig blijven.

Een edele dame, Juliana, getuige van den bovennatnurlijken moed der Heilige, had begrepen, dat God alleen haar kon hebben bezield en staande gehouden. Zij besloot daaruit, dat de Godsdienst, voor welken men zoo edelmoedig wilde strijden, geen andere dan de ware kon wezen. Geheel met deze gedachte vervuld, verklaarde zij weldra luid, dat ook zij aan Jesus Christus toebehoorde, en als Christin wilde leven en sterven. Zij werd deel-genoote aan Barbara's laatste pijniging, doch ook aan baar eeuwige zegepraal.

Het is de morgen van den derden dag. Barbara wordt de gevangenis uit, nogmaals vóór de vierschaar van Marcianus gesleurd. Maar oordeel over des heidens verbazing: bij bemerkt, dat de tallooze, haar den vorigen dag toegebrachte wonden thans volkomen genezen zijn! En toch, hardnekkig in zijn voornemen als bij is om God en de waarheid te bestrijden, is bij vermetel genoeg dit wonder aan zijn bersen-scbimmige godheden te durven toeschrijven.

//Zie nu«, spreekt bij tot de maagd, //hoe goed onze Goden voor u zorgen, boe zij u uit den treurigen toestand hebben gered, in welken gij verkeerdet. Wees hun dus dankbaar. Zulk een groote weldaad kan u niet

ocr page 39

35

ongevoelig laten; weiger hun uw aanbidding niet langer.//

Deze lieiligschennende taal wekt Barbara's verontwaardiging.

quot;Hoe ?// is zonder eenige aarzeling haar ernstig en plechtig wederwoord, //zijtgij zinneloos, aldus te durven spreken? Gij schrijft mijn genezing toe aan uw ijdele afgoden, welke zich niet eens konden verdedigen, toen mijn zwakke handen ze verbrandden, en ze schandelijk uit mijn woning wierpen? Neen, neen! Uw ingebeelde goden hebben het door u besproken wonder van goedheid geenszins verricht. Jesus Christus, mijn Heer en mijn God, is Zijn ootmoedige dienaresse ter hulp gekomen; Hij heeft mijne wonden geheeld. Zijn almacht zal mij doen verrijzen, nadat gij mij zult hebben gedood. Daarom offer ik mij nu ook gaarne uit liefde tot Hem op. Ik weet, dat Hij mij eeuwig gelukzalig bij Hem in den Hemel zal doen leven.//

Dit bewonderenswaardig antwoord doet de woede van Marcianus ten top stijgen. IS!iet tevreden met de pijnigingen van den vorigen dag te herhalen, denkt hij nog vreeselijker martelingen uit. Nadat een hagelbui van slagen het lichaam van de Heilige wederom heeft verbrijzeld, nadat de ijzeren haken de bloedende wonden andermaal hebben opengescheurd en vergroot, wordt zij op de pijnbank

ocr page 40

36

gelegd. Men verbrandt liaar de zijden met toortsen; gloeiende stukken ijzer worden over haar geheele lichaam uitgespreid. Maar de onversaagdheid van de heldin groeit aan met de vermeerdering harer martelingen. Uit haar vereeniging met God en haar vurige gebeden, put zij bovennatuurlijke kracht. wUit mij zelf kan ik niets,// bidt zij onverpoosd, maar in ü, o Heer, kan ik alles! Wend üw aanbiddenswaardig gelaat niet van mij af; neem Uw Heiligen Geest niet van mij weg.//

Juliana, haar gezellin in den marteldood, beveelt zij eveneens aan God. Zij troost haar en spoort haar aan tot volharding ten einde toe.

Thans, naar men zou meenen is het den barbaar, hoe vindingrijk ook in het uitdenken van pijnigingen, niet meer mogelijk nieuwe martelingen voor zijn slachtoffer uit te vinden. Alle kwellingen, die zijn boosaardig hart hem maar konden ingeven, zijn uitgeput. Maar de vijand van God en der menschen, de duivel, moordzuchtig van den beginne aan, heeft zich van zijn ziel meester gemaakt, en prikkelt hem voortdurend tot nieuwe, onbegrijpelijk wreede buitensporigheden aan. Het bevel wordt gegeven, haar borst met gloeiende tan-Éren te schenden en haar in dien afschuwe-

O

lijken toestand, onder voortdurende geeseling harer gapende wonden, op onzedige wijze door

ocr page 41

37

de gelieele stad te voeren en haar ten slotte te onthoofden.

Het helsche vonnis vervult Barbara met diepe droefheid. De gruwelijke wreedheden, op haar arm lichaam toegepast, waren niets in vergelijking met datgene, wat haar zedigheid thans zou moeten lijden. Met een zekere vreugd had zij haar lichaam geboden aan de gloeiende tangen, die haar zoo pijnlijk mishandelden en haar lichaam ijzingwekkend van aanzien maakten. Een ware voldoening had zij gesmaakt bij de gedachte weldra onkenbaar te wezen, als de roeden, welke haar wonderdadig genezen vleesch verscheurden, haar geheel in haar bloed zouden doen baden. Maar aldus te worden aangerand in hare maagdelijke eer, o, zulks is niet te verdragen! Vurig bidt zij haren Goddelijken Bruidegom, Zijn Bruid ongeschonden te willen bewaren, en niet te gedoogen, dat zij aan openbare, vuilaardige bepotting wordt blootgesteld. /'Heer!// zoo houdt zij smeekend aan. quot;Gij, die de Hemelen met wolken bedekt en de aarde met ondoordringbare duisternissen kunt omhullen, die de veldbloem haar prachtigen tooi schenkt, kom mij in dit hachelijk oogen-blik ter hulp. Omsluier in naam van Uw eindlooze goedheid het lichaam Uwer dienares, om het niet aan de wulpsche blikken der ongeloovigen bloot te stellen. Bevrijd mij van

ocr page 42

38

de misdadige cn schandelijke spotternijen van het schaamtelooze grauw.//

Eu ook ditmaal verhoort Jesus haar gebed: weldra daagt er hulp. Na al haar wonden ten tweeden male te hebben genezen, hult haar Bruidegom haar in een hemelsch kleed van licht. De blikken der heidenen zijn verblind. Marcianus staat verplet. Hij moet zich wel verwonnen verklaren. De wanhoop perst hem verwoede kreten af; hij vermag niet dan nog ettelijke onsamenhangende woorden te stamelen. Hij scheldt de H. Maagd als booze toovenares en verleidster. De verhardsten uit zijn omgeving sluiten zich bij hem aan, maar terecht duchtend, dat er nog grootere wonderen zouden plaats grijpen, en den goden nog meer afbreuk worden toegebracht, haast hij zich een einde aan de martelingen te maken, en beveelt de onbuigbare maagd onmiddellijk te onthoofden.

Dit bevel is Barbara allerwelkomst. Vurig verlangt zij te sterven. De dood zal een einde maken aan haar wreede beproevingen, haar in het bezit stellen van de onsterfelijke maag-denkroon en den palm der martelaren, en haar voor eeuwig met haar Goddelijken Brui-dagom vereenigen.

Het laatste uur der Martelares is gekomen. Haar doodvonnis is geveld. Het wacht alleen nog de uitvoering. Maar. . . . wie zal het vol-

ocr page 43

39

brengen?... Haar eigen vader. Alle martelingen van zijn dochter heeft hij bijgewoond; hij heeft voor haar om de strengste behandeling verzocht, alle haar aangedane barbaarsch-heden toegejuicht; en thans nog, — men weigert schier het te gelooven — wil hij, haar eigen vader, ook haar beul wezen. Zijn verzoek doet alle toehoorders vol afschuw terugdeinzen; toch wordt het hem toegestaan.

Marcianus beveelt hem Barbara onmiddellijk in handen te stellen. En nu, zonder tijd te verliezen, tijgt de rampzalige aan zijn ijzingwekkend werk. Hij grijpt zijn onnoozel slachtoffer, en sleurt het onder geleide van een zijner waardig gevolg naar buiten, tot naar een nabijgelegen berg. De Heilige biedt niet den minsten tegenstand. Zij volhardt vol vreugde, vastberaden, met den moed van den kampvechter, die weldra na een goeden strijd den palm der overwinning zal ontvangen. Zij vereenigt haar offer met het oflfer van Jesus Christus, die ook buiten de stad werd gebracht om er voor onze Verlossing een berg te bestijgen.

Bij haar komst op den bergtop valt zij op haar knieën om zich tot de ontvangst van den noodlottigen slag voor te bereiden. Daar, thans meer dan ooit verlicht, begrijpt zij hoe noodzakelijk en heilzaam de hulp der Sacramenten is, in de oogenblikken die het ver-

ocr page 44

40

schijnen voor den Oppersten Rechter voorafgaan, en hoe zwaar het valt alsdan van deze genademiddelen verstoken te moeten blijven. En haar hart tot God verheffende, vraagt zfj voor allen, die haar martelaarschap eenmaal zullen eeren, de genade in het doodsuur de Goddelijke teerspijze in goede gesteldheid te mogen ontvangen.

nHeer Jesusquot;, bidt zij, noneindige goedheid, die de hechte grondslag zijt van de hoop en van het heil van allen, die in U gelooven, naak, lid ik U, dat allen, die U bij de herinnering aan mijn lijden en aan mijn dood zullen aanroepen, in alle omstandigheden de werkingen Uicer barmhartigheid gevoelen, en geef vooral, dat zij op het eind van hun leven de laatste Heilige Sacramenten met een waarlijk vermorzeld en ootmoedig hart mogen ontvangen, en van de listen en lagen des duivels bevrijd blijven! Amen.quot;

En hoort! Op eens klinkt er van den Hemel een stem, verstaanbaar voor allen:

t/Kom, welbeminde des Heer en, kom de eeuwige rust in ien schoot urn Hemelschen Vaders genieten! Kom de kroon ontvangen, die gij verdiend hebt: 's Hemels poorten staan voor u open. Alles, wat gy hebt gevraagd, zal u worden toetst aan.quot;

Deze woorden vervullen de Heilige Martelares met vertroosting. Alle omstanders hooren ze duidelijk, en verscheidenen zijn er zoo-

ocr page 45

■41

danig door getroffen, dat zij de Godheid van Jesus Christus belijden en zich bekeeren. Maar Dioscorus blijft voor alles doof. Hij luistert alleen naar de stem van zijn haat tegen het Christendom en van zijn woede tegen zijn onschuldige dochter. Hij grijpt zijn bijl en zwaait die met zooveel kracht, dat hij haar hoofd met één slag afhouwt. Het zachtmoedig slachtoffer had zich nog met een eerbiedige buiging tot hem gewend, en zich daarna bij God aanbevolen met deze woorden; //In Uw handen, o Heer, beveel ik mijn geest!quot;

Deze laatste woorden bestierven op haar lippen. Maar toen de doodslag haar schoone ziel van haar maagdelijk lichaam scheidde, terwijl haar bloed ter aarde stroomde, ontvingen Haar de verbeidende Engelen en voerden haar zegevierend ten Hemel. Deze roemrijke marteling had plaats onder de regeering van den Romeinschen keizer Maxi-minus I. De Heilige Paus Anthérus bekleedde den stoel van den H. Petrus, en men schreef dien dag -1 December 235, dag, waarop thans de Kerk jaarlijks Barbara's nagedachtenis nog eert.

Zoo kostbaar als die dood der Heiligen voor Gods oogen is, zoo afschuwelijk is die der boozen. De eerste schenkt den Heiligen het bezit van het eeuwig leven; de tweede levert de god-deloozen aan Gods wrekende rechtvaardisrheid.

ocr page 46

42

Dc misdadige Dioscorus, wiens naam eeuwig hatelijk zal blijven, ondervond het op ontzettende wijze. De Hemel, die Barbara's edel-moedigen strijd had toegejuicht, en zich voor haar eervolle ontvangst had geopend, huiverde voor den moordenaar van zijn eigen kind, die op zijn misdadig pad voort bleef gaan. Gods toorn duldde hem niet langer meer op aarde. Met de bloedig gekleurde bijl, het werktuig van zijn misdaad, in de hand, daalde hij van den berg, vol lof voor zijn goden, den Chris-tennaam vervloekend en zichzelf over de gepleegde gruweldaad toejuichende. Eensklaps schittert er aan den wolkloozen, zonnigen hemel, met akeligen gloed, een lichtstraal. Een zware donderslag doet den berg op zijn grondslagen schokken: de bliksem treft den onverlaat. In een oogwenk is zijn lichaam verteerd. De onreine asch, door een wervelwind opgenomen, wordt weggevoerd, en geen spoor blijft van den rampzalige achter.

Een tweede bliksemstraal flikkert, en Mar-cianus, de wreede deelgenoot aan dc misdaad van Dioscorus, ondergaat dezelfde straf. De verschrikte menigte zocht in allerijl heil in de vlucht.

Het lijk van Barbara werd in den nacht van haar marteling door eenige inwoners der stad eerbiedig opgenomen, gebalsemd, en in alle stilte aan de aarde toevertrouwd. Doch

ocr page 47

43

niet lang kon haar graf verborgen blijven. Blinden ontvingen er het gezicht weder, doo-ven het gehoor, stommen de spraak, lammen stonden op, vele andere zieken genazen. De heidensche inwoners van Nicomedië waren dan ook de eersten om deze kostbare overblijfselen te eeren. Zij legden het hoofd en het lichaam hunner stadgenoote in een met goud en edelgesteenten versierde kist, en hingen deze aan vier gouden ketenen in hun tempel, waar dag en nacht geurige wierook-lampen ter harcr eere brandden. De streek, ' slechts door één rivier besproeid, gevoelde dikwerf gebrek aan water. Telkens als bet water dezer rivier te laag daalde, plaatste men met grooten luister Barbara's lichaam in de bedding, waarop, als vaste regel, aanstonds de vloed wies tot alle omliggende landen voldoende gedrenkt en vruchtbaar waren geworden.

Weldra werd de dochter van Dioscorus in geheel het Oosten als een Heilige vereerd. Omstreeks het jaar 900 werden haar reliquiën naar Constantinopel overgevoerd, waar keizer Leo de Wijze haar een prachtigen tempel bouwde. Toen daarop in het jaar 1258 Venetië haar overblijfselen in zijn O. L. V. kerk ontving, deed de H. Martelares in tal van wonderen haar macht bij God ook voor deze stad schitteren.

ocr page 48

ié

IV.

Op vier verschillende wijzen wordt ons de H. Barbara voorgesteld.

1 . Te midden van kanonnen, kruitvaten, lonten, bommen en granaten;

2quot;. Met een ciborie of met een kelk, waarboven een hostie zweeft, in de hand, alsof zij de laatste teerspijs brengt of toezegt aan hen, die haar aanroepen.

'6 . Tegen een toren met drie vensters; of met dien toren op haar hand;

1'. Met haar vader, door den bliksem getroffen, aan haar voeten.

Behalve de overbekende bescherming der H. Barbara in het uur des doods, roept men haar ook aan tegen den bliksem. Daarenboven is zij uitteraard patrones van alle handwerkslieden, welken door hun ambacht een haastige dood kan treffen.

In ons vaderland wordt zij op vele plaatsen als Patrones der Parochie vereerd, o. a. te Amsterdam, Breda, — van Bisdom en Kathedraal 1) — Culemborg, Vreeswijk, Herwijnen , Palemberg, Dreumel, Ravensteijn, Bunnik, Leveroy, Tungelroy, Schulder.

i) De St. Barbara-kerk in deze stad is zoo niet het schoonste, dan toch wel een der schoone gewrochten der bouwkunst van dezen tijd.

ocr page 49

ijiWrfetkte Iffa# rier ^

I-)

BEDDING VAN EEN BRAND.

e Eerw. Pater Theodoric Pauli ver-haalt ons eens te Gorichem in ons land de laatste biecht te hebben gehoord van een zeventigjarigen grijsaard, Henricus Kok genaamd, die de wonderdadige macht der H. Barbara allerschitterendst had ondervonden.

i) Onnoodig hier aan te merken, dat het verhaal dezer wonderen volstrekt niet de onfeilbare gronden heeft van de wonderen in het Evangelie vermeld. Zelfs bezitten zij het gezag niet van nauwkeurig volgens de wetenschap onderzocht te zijn, als vele wonderen van andere Heiligen. Maar, geboekt als zij zijn, en ons nagelaten door vrome, kundige mannen, meenen wij ze in dit handboekje een plaatsje te mogen inruimen, op gevaar af van den spottenden geest der eeuw niet te ontgaan, welke over alles lacht, wat het oog niet ziet, of de hand niet tasten kan. — Zie voorts de verklaring, bl. 9.

ocr page 50

46

Hij was een harer trouwe dienaars, wijl hij vast overtuigd was, dat niemand, die haar eerde, ooit zonder de H.H. Sacramenten stierf.

Op een avond voor het feest van den H. Augustinus van het jaar 1448 kwam hij van het veld. Door vermoeienis overmand, zette hij zich neder en viel in een diepen slaap. In dezen toestand wierp hij eene lamp om, die in zijn nabijheid was geplaatst. Het vuur greep eerst een bos stroo, weldra het geheele vertrek aan; hij ontwaakte, en in zijn schrik vluchtte hij naar buiten.

Daar viel het hem in, dat de gelden, welke hij voor den ouden dag gespaard had in den brand verloren zouden gaan. IJlings wierp hij zich weer in de vlammen. Maar de rook verstikte hem, en hij was op het punt bewusteloos neer te zinken, toen de gedachte bij hem opkwam aan zijn H. Patrones de genade te vragen hem niet zonder de H.H. Sacramenten te laten sterven. En zie, nauwelijks heeft hij dit gedaan, of Barbara verschijnt, met een kelk, waarboven een H. Hostie zweeft, in de hand. Met haar mantel bluscht zij de vlammen en ontrukt Henricus aan het gevaar.

Geheel met brandwonden overdekt, schier zonder eenigen menschelijken vorm, scheen hij niet dan door een mirakel het leven nog te rekken. En inderdaad Barbara bewaakt

ocr page 51

47

zichtbaar zijn laatste oogenblikken Hij ontvangt nog tijd om bij P. Theodoric zijn biecht te spreken, en de verkregen gunst te verhalen, waarna hij, gesterkt met alle genademiddelen der H. Kerk, zacht in den Heer ontslaapt.

(Zie ook dit verhaal bij Surius, ad IV Dec.)

WONDEBiBAAR BEHOUD.

Johannes Nieder, een der beroemdste mannen van de Dominicaner-Orde in de XV(le eeuw, verhaalt ons in zijn uFormica-numquot; de volgende wonderdadige gebeurtenis.

In het land van Gulik, te Erkelents, leefde een braaf man, die veel godsvrucht had tot de H. Barbara. Ter Harer eer bad en vastte hij veel. Nu gebeurde het, dat hij in een strijd krijgsgevangen werd gemaakt en in een kerker geworpen. Twaalf dagen gingen voorbij zonder dat men hem eenig voedsel bracht. De gevangenbewaarder had hem geheel uit het oog verloren. Den dertienden dag echter herinnerde men zich wederom, dat er een mensch opgesloten was, en in de gedachte, dat hij zeker reeds den hongerdood zou gestorven zijn, werd de gevangenis ontsloten.

Maar wat was hun verbazing, toen zij den man nog in leven vonden. Hoe is het mo-gelijk, dat gij uw leven nog zoo lang hebt

ocr page 52

48

kunnen rekken? zoo gaat het van alle zijden op. — «Verwondert u niet,quot; is het antwoord; no, reeds sedert lang ben ik een vereerder der H. Barbara; en weest overtuigd, dat ik niet zal sterven zonder de H. H. Sacramenten. Roept daarom spoedig een priester.quot;

Men voldoet aan zijn verlangen, en een uur later was hij, na de Sacramenten der stervenden te hebben ontvangen, in vrede gestorven.

GENEZING VAN DEN H. STANISLAUS KOSTKA.

De H. Stanislaus werd eens, het was nog vóór zijn intrede in het Gezelschap van Jesus, gevaarlijk ziek. Hij bevond zich in het huis van zijn broeder, een bitteren ketter, welke den heiligen jongeling belette de laatste H. H. Sacramenten te ontvangen. In dezen nood kwam het hem wederom in de gedachte, wat hij eenige dagen te voren in het leven der H. Barbara gelezen had: dat niemand, die Haar eerde, zonder de H. H. Genademiddelen stierf.

Hij verhief dan het hart tot deze Heilige, en drong bij haar aan, nu te toonen, wat zij bij God vermocht.

En waarlijk, daar verschijnt hem in den nacht de H. Martelares, in een heerlijk licht, door twee engelen vergezeld. Zij verkwikt

ocr page 53

49

diem met de H. Teerspijze, en op hetzelfde ©ogenblik gevoelt hij zich genezen.

(P. Bonnefons.)

BEVRIJDING VAN EEN RELIGIEUS.

In de abdij der Norbertijnen te Park bij Leuven, leefde een kloosterling met name ïïenricus van Redighem. Hij was aangesteld voor de tijdelijke zaken in de abdij, en bezat een innige godsvrucht tot onze groote Patrones.

Op een zijner reizen geraakte het paard, waarop hij gezeten was, door een verkeerden sprong, in een diepe rivier. Gedurende eenige minuten kon hij zich, aan den kop van het paard vastklemmend, boven water houden; doch weldra begon de kracht hem te begeven. Op dit oogenblik verscheen hem een hemelschoone, jeugdige vrouw. Zij nam het paard bij den teugel, bracht het op den oever, waar zij afscheid nam en zeide: //Ik ben Barbara, de dienstmaagd van Jesus Christus. Uwe vereering van mijn marteldood is mij alleraangenaamst geweest. Tot loon daarvan zult gij, zoolang gij in mijn dienst volhardt, geen haastigen dood sterven.quot;

Terzelfder tijd gaf zij hem de verzekering, dat hij eenmaal abt van zijn klooster zou worden. Hij werd werkelijk de veertiende

3

ocr page 54

50

abt van Park, waar hij in het jaar 1339 overleed. (Zie Aug. Wichmans, nBralardiaMar.quot;)

quot;WONDEKLIJKE BESCHERMING.

In het land van Gelder was eens, op den vooravond van het feest der H. Barbara, een arbeider aan het dorschen. Een soldaat, die dezen arbeider haat toedroeg, overviel hem daar op het onverwachts, en stiet hem met zulk een hevigheid zijn sabel in het lijf, dat de man ter aarde viel.

Maar tot groote verwondering van den moordenaar was zijn slachtoffer niet verwond. Nu verdubbelde hij zijn krachten om het hoofd af te houwen, maar ondanks al zijn pogingen bleef de man ongedeerd. //Verwondert u hierover niet!quot; riep deze uit: //uw pogingen zijn ij del. Ik weet zeker, dat ik niet sterven zal zonder de H. Sacramenten. Ik heb vandaag, het vigilie der ïï. Barbara, even als de vorige jaren, gevast.quot;

Het wonder veranderde de gramschap van den krijgsman in eerbied voor den beschermeling der H. Barbara; later werden zij zelfs de beste vrienden.

(Zie //Geschiedenis van Keulen'' alsmede quot;De schat der wonderen''')

ocr page 55

51

DOOD VAN EEK ZONDARES.

In de nabijheid van Roermond leefde een vrouw, die vijf of zes jaren lang zware zonden bedreven, en ongelukkigerwijze hare misdaden door heiligschennende biechten en communiën vermeerderd had. Zij werd ziek, en het oogenblik was daar, waarop zij de H. Bediening moest ontvangen. Doch de priester, haar in een te slechte gesteltenis ziende, kon niet tot het vervullen zijner plichten overgaan.

Tien weken lang bleef zij in dezen toestand. In dien tijd wendde eene vrome dame alle pogingen aan, om haar tot een goed berouw op te wekken. Zij had het geluk te slagen. De priester werd wederom tot haar gebracht, hoorde hare biecht en gaf haar de absolutie. Vervolgens wilde hij, als naar gewoonte, overgaan tot het uitreiken der laatste Teerspijze, toen zij hem toevoegde: //Pater, gelieve mij eerst het heilig Oliesel te geven, want aanstonds na het ontvangen der H. Communie zal ik sterven, zoodat de tijd u en mij zal ontbreken. De H. Barbara heeft mij geholpen en bijgestaan, want ik héb haar vóór mijn zondig leven geëerd en gediend.quot; De priester schikte zich naar haar verlangen, en liet geschiedde, gelijk zij voorzegd had.

{Naar een oud handschrift.)

ocr page 56

52

ZALIG STEBFÜÜB VAN EEN MOORDENAAR

Te Keulen werd eens een misdadiger tot de galg veroordeeld. Ofschoon hij een slecht leven had geleid, was hem toch nog altijd een zweem van vereering voor de H. Barbara gebleven. Dagelijks bad hij nog een klein gebedje tot haar.

Reeds twee dagen hing hij aan de galg, toen een voorbijganger hem nog hoorde zuchten. Nader tredende, vroeg hij hem naar de oorzaak dezer wonderbare verlenging van zijn leven. //Ik kan den geest niet geven, zonder de H. H. Sacramenten te hebben ontvangen was het antwoord.

De beul werd aanstonds verwittigd. Deze wilde geen geloof slaan aan het verhaal, maar sloop toch in den nacht tot bij de galg om zich te vergewissen. Hij bevond, dat het waarheid was. Groot was zijn vrees. Een zware straf wachtte hem om het slordig volbrengen van zijn plicht. In zijn angst neemt hij zijn zwaard en doorsteekt den veroordeelde.

Alles te vergeefs, niets vermocht hem het leven te ontnemen. Eindelijk wordt ook de overheid der stad in de zaak betrokken. Ook hun antwoordde de dienaar der H. Barbara, dat het onmogelijk was, dat hij stierf zonder de troostmiddelen der H. Kerk. Men sneed hem dan los, en voerde hem naar een gast-

ocr page 57

53

huis, waar hij zijn Biecht sprak, en de H. Communie met het H. Oliesel ontving. Kort daarop gaf hij vol berouw en boete den geest.

(Advent-Preeken, genaamd nBe Secretis Se-cretorum,quot; van Pater Pepinus, Doctor in de Godgeleerdheid en beroemd prediker der Dominicaner Orde).

WONDERBARE BESCHERMING VAN EEN KRANKZINNIGE.

Onder de regeering van Reinold, 1) hertog van Gelderland, leefde er te Nijmegen een godvreezend man, wiens echtgenoote niet minder braaf was. Zij ontvingen menigmaal het bezoek van hun vorst, die een groote genegenheid voor hen koesterde.

Van hun kindsche jaren af hadden beiden een groote godsvrucht voor de H. Barbara. Na eenige jaren van een zeer gelukkigen echt, werd de man van tijd tot tijd beproefd door aanvallen van krankzinnigheid. In een dier vlagen maakte hij zich in een onbewaakt oogenblik meester van een mes, dat hij zich tot aan het heft in het hart stak.

i) Zijn vrome echtgenoote ontbood de Paters Predikheeren naar deze stad, en stichtte hun een klooster en kerk, waarvan zij in het jaar 1292 bezit namen, en nog in onze dagen de bediening waarnemen.

ocr page 58

Si

Volgens de getuigenis der geneesheer en moest oogenblikkelijk de dood gevolgd zijn. Het geschiedde echter niet. De krankzinnige kwam wederom tot verstand, en verklaarde aan hen, die het mes uit de wonde wilden trekken, dat zulks onmiddellijk den dood ten gevolge zou hebben. Volgens zijn zeggen had de H. Barbara voor hem verworven eerst nog de H. H. Sacramenten te kunnen ontvangen, zoodat men zich haasten zou een priester te roepen.

Deze kwam en diende hem de laatste Genademiddelen in tegenwoordigheid van den hertog toe. De gewonde hield zijn dankzegging na de H. Communie, vervolgens trok men het mes uit de wond en een oogenblik later was hij een lijk. Slechts een wonder had zijn leven zoo lang kunnen rekken.

(Zie nBiblioth. van Brusselquot;-, Perdanus, — nGeschied, van Keulenquot; •, nSchat ran wonderenquot;?)

REDDING VAN EEN PBIESTEB,.

In de Litterse an nu eb der Oostenrijksche Provincie der Societeit over het jaar 1606, lezen wij het volgende.

Een priester, deken hier te lande, tijdens zijn verblijf op het College te Weenen lid en directeur der Broederschap van de H. Barbara, voer eens met een zijner neven en

ocr page 59

55

«enige andere reizigers den sterk stroomenden Donau af. Hun vaartuig werd op een gevaarlijk punt medegesleept door den stroom, en tegen een rots verbrijzeld.

In dit gevaar riep de deken de H. Barbara aan, en bad haar, niet te gedoogen, dat hij zonder H. H. Sacramenten stierf. De geheele bemanning kwam om. Alleen de deken bevond zich plotseling op den oever, zonder eenig bewustzijn van de wijze waarop hij er gekomen was.

BEDDING VAN DRIE MIJNWERKERS.

Het volgende verhaal is genomen uit de Veter es memorice Huttenhergenses, verschenen in het jaar 1675. De alleszins geloofwaardige schrijver, de Eerw. Pater J. Korzinek, S. J. die het ons meedeelt, zegt er van: //Deze geschiedenis schijnt een kleine roman te zijn. Zij is er echter niet minder zeker om gebeurd. Ik heb haar ontleend aan een oud perkament handschrift, waarvan de talrijke zegels mij het gezag waarborgden. Dit handschrift is door velen gezien en gelezen, maar thans helaas! met tal van andere schriften bij de plundering van Huttenberg ten jaren 1643 verloren geraakt.quot;

In een der zilvermijnen bij Huttenberg in Bohemen stortte een der onderaardsche gangen

ocr page 60

56

in. Drie werklieden, op dat oogenblik daar aan hnn arbeid, werden onder de puinhoopen bedolven. Dagen achtereen werkte men om hen uit hun toestand te verlossen, maar alle pogingen waren vruchteloos. Men waande hen onherroepelijk verloren, en allengs begon men hen te vergeten.

Ruim een jaar tijds was er verloopen, toen ziï alle drie op eens weder levend uit de mijn te voorschijn traden. Wat was er geschied? Bij het instorten der gang was geen hunner gekwetst geworden; zij konden, ofschoon alle uitgangen afgesloten waren, zich zelfs nog vrij in hun graf bewegen. Toen verscheen hun de H. Barbara, voor welke, als Patrones der mijnwerkers, zij steeds een bizondere godsvrucht hadden gehad. lederen dag verschafte zij hen de noodige levensmiddelen, zoowel als de olie voor hunne lampen. Zoo togen zij aan den arbeid om zich een weg te banen, en den dag weder te zien. Doch de aardlagen waardoor zij zich heen moesten boren, waren hard en rotsachtig. Slechts langzaam vorderden zij; totdat zij, na een jaar tijds, aan den oever van het riviertje de Opperback, dicht bij de St. Barbara-kerk van Huttenberg, op den beganen grond verschenen.

Ieder hunner had in de mijn een wensch uitgesproken. De een had verlangd voor 't.

ocr page 61

57

minst het daglicht nog eens te aanschouwen. Een tweede om zijn vrouw en kinderen nog eens te zien. De derde om na zijn verlossing nog minstens een jaar te leven. De wenschen werden allen letterlijk vervuld.

EEN ZONDARES DOOK DEN BLIKSEM GEDOOD,

TERWIJL HAAR GEZELLIN GESPAARD BLIJFT.

Te Keulen leidden twee vrouwen een slecht leven. //Kom, laten wij heden avond geen zonden bedrijven,quot; zeide eens de eene tot de andere: //morgen is het St. Barbara, de reine, heilige Maagd.quot;

//Gij kunt doen, wat gij wilt,quot; w*as het wederwoord; //ik voor mij zal het er niet om laten.quot;

De eerste hield bij haar aan, en stelde alles in het werk om haar tot haar voornemen over te halen, maar zonder eenigen uitslag. //Ik blijf zoo voortleven,quot; dus was het onveranderlijk besluit, //gij kunt thuis blijven, als gij wilt, maar dan ook de gevolgen lijden.quot;

Met deze woorden verliet zij het huis, met het vaste voornemen weder te gaan zondigen. Doch nauwelijks bevond zij zich op de straat, of de bliksem trof haar en verzengde haar geheele lichaam, echter tot aller verwondering haar kleederen sparende. En op het

3*

ocr page 62

58

eigen oogenblik hoorde de achtergeblevene eene stem. /'Door de voorspraak van de H. Barbara heeft God u niet gestraft. Ga, biecht uwe zonden, en tracht ze uit te boeten, opdat een gelijk lot ook u niet treffe.quot;

Aldus deed de vrouw, en had het geluk in den Heer te sterven.quot;

(Auth. Brief van het jaar 1583, te Keulen bewaard.)

BIJZONDERE HULP IN HET DOODSUUR.

In een der groote steden van ons land leefde er een dame, die een groote vereering had voor de H. Barbara, en geen week verzuimde in de kerk der Broederschap de oefeningen ter Harer eer bij te wonen.

Het gebeurde nu, de eerste maal dat de influenza zich hier te lande in al haar treurigheid vertoonde, dat deze persoon ook aangetast werd. Noch de priester, noch de geneesheer zagen, hoe sterk de koorts haar lichaam sloopte; zij oordeelden, dat er volstrekt geen reden was om tot de bediening over te gaan. Den volgenden dag echter vond de geneesheer die reden wel aanwezig en men zond om den priester. Deze echter was reeds uitgegaan naar andere zieken, en daar er niets dringends scheen, wachtte men zijn terugkomst. Twee uren later wordt er nog eens

ocr page 63

59

•gezonden, met hetzelfde gevolg, hetgeen zich lot drie, vier malen herhaalde, terwijl men in de ontsteltenis er niet aan denkt een ander priester te ontbieden. Eindelijk komt ■de tijding: //Ach, spoed, spoed ! de zieke is reeds stervende en heeft spraak en kennis verloren !quot;

Een ander priester snelt er heen en vindt de tijding maar al te gegrond. De reutel wordt gehoord, de adem blijft nu en dan weg, de oogen zijn gebroken, daar is zelfs geen tijd meer om de voorbereidende gebeden tot het H. Oliesel te zeggen, en hij gaat aanstonds over tot de zalvingen. Doch dit schijnt het oogenblik te zijn, dat Barbara heeft uitverkoren om te toonen, wat zij voor haar dienaars en dienaressen is. Bij de derde zalving opent de stervende de oogen, geeft duidelijk te kennen dat zij weet wat er omgaat en ontvangt met volle bewustzijn het H. Sacrament. Meer nog. De priester hoort haar biecht, snelt naar huis terug om de H. Communie te halen, en vindt nog tijd om haar deze laatste Teerspijze in de beste gevoelens van liefde, nederigheid en vertrouwen toe te dienen. Een tiental minuten blijft zij in dankzegging verslonden, daarna treedt zij weder een bewustloozen toestand in, waarop -zij weinigen tijd nadien de geest geeft.

Schrijver dezes was zelf getuige van dit feit.

ocr page 64

60

WOKDEKDADIGE BEKEEKING.

Eenige jaren geleden woonde er te Leuven een bittere priesterliater, die zich had aangesloten bij den goddeloozen bond, welks leden elkander onderling beloven zoodra iemand hunner ernstig ziek wordt, den priester van het ziekbed te weren, en zorgvuldig te waken,, dat hij de HH. Sacramenten niet ontvangt. Reeds aan menig sterfbed had de ongelukkige deze duivelachtige belofte ten uitvoer gebracht, toen hij zelf ziek werd.

Zijn echtgenoote was gelukkig een brave vrouw, die voortdurend voor hem bad, hem in de bizondere bescherming der H. Barbara aanbeval en dikwijls ter eere dier Heilige een H. Mis deed opdragen. Haar aanhouden bij de Patrones der stervenden werd schitterend beloond. Op een dag dat de eedge-nooten zich bij hem aanmelden om zijn sterfbed te bewaken, treft hem eensklaps de genade. Hij ontzegt hun den toegang tot zijn huis, en wat meer is, hij vraagt zelf naar een priester. Deze komt, hoort zijn biecht en geeft hem de H. Communie met het H. Oliesel. JSog veertien dagen levens werd hem geschonken om zijn zonden te beweenen, en eindelijk sterft hij in de grootste gevoelens van boetvaardigheid tot stichting van

ocr page 65

61

geheel zijn omgeving en tot levend bewijs van de groote macht der Heilige Maagd Barbara.

RAMPZALIG TJITEIKDE VAX EEN KLÜOSTKBXING.

//Tijdens ik mij in ons klooster te Eystet bevindt,quot; aldus verhaalt Johannes Nieder in zijn Formicarmni (IT, 3); //was daar een religieus, die zijn oefeningen ter eere der H. Barbara geen dag naliet. Allengs echter verslapte zijn godsvrucht, en hij eindigde met haar geheel en al te verliezen. Op een nacht nu verscheen hem de Heilige, en zeide: '/Gij hebt uwe oefeningen ter mijner eer verwaarloosd : nn zal ook ik u niet meer bijstaan quot;

De kloosterling werd bevreesd, dcch herstelde zijn verzuim niet. Maar toen bleek het ook, wat hij verloren had, door op zich zeiven te steunen. Hij verliet het klooster, en keerde in de wereld weder.

Na eenigen tijd werd hij ziek, en in het hospitaal te Neuremberg opgenomen. Toen men vernomen had, tot welke orde hij behoorde, vroeg men een onzer paters hem te biechten. Pater Conrad ging er in het habijt heen, en vermaande hem liefderijk het kleed der orde wederom aan te nemen. Maar de ongelukkige stiet hem heftig van zich af, roepende; //Waarom wilt gij me beschaamd

ocr page 66

62

maken? Ga weg: ik doe nimmer dit kleed meer aan!quot;

Pater Conrad, alle pogingen ij del ziende ging bedrukt van daar. De doodstrijd van den kloosterling ving daarop aan, en weldra verscheen hij voor den rechterstoel van God.

MERKWAARDIGE STRAF.

Op een vigilie van den feestdag van de H. Barbara, onderhielden zich eenige lieden in een herberg bij Mechelen, over de grootheid en de glorie onzer Heilige. Onder hen bevonden er zich enkelen, die zeiden te willen vasten en zich te onthouden; omdat haar leven er de verzekering van gaf, dat zij die ieder jaar haar marteldood vereeren, in hun laatste uur in de gelegenheid zouden worden gesteld om te biechten, en een goed berouw ontvingen over hun zonden.

De waard, die zulks hoorde, achtte dit vasten in strijd met zijne belangen, en dreef er den spot mee. //Ik voor mij heb mij van daag gevogelte laten gereed makenquot; voegde hij er bij; nu zullen wij eens zien of ik zonder biecht sterven zal.quot;

Den anderen dag vond mem hem dood te bed.

(n Geschiedenis van Keulen ;ii — nGesch. van Brussel,n Perdanus, c. 2).

Dit weinige moge volstaan, godvruchtige

ocr page 67

63

lezer, om u Barbara's grootheid na haar dood te staven. Tal van andere bewijzen echter zouden wij daartoe kunnen aanvoeren. De E. P. Stephanus Binet S. J. zegt, dat men van niet nrnder dan 3000 wonderen door haar gewerkt, mag gewagen. Waarlijk, wel is de belofte vervuld: nAlles, wat gij vraagt, Barbara, wordt u toegestaan?'

ocr page 68

GEBEDEN Milq (|ft 4 of Ux tqt iltf ^

GROET AAN HET ALLEEH. SACRAMENT

ran de II. Thomas van Aquino.

God, verborgen onder deze H. Hostie, ik aanbid ü met alle gevoelens van godsvrucht. Mijn hart stelt zich geheel ter Uwer beschikking, want het wordt geheel vervoerd bij de beschouwing van Uwe liefde.

Liefste Jesus, Gij zijt als de pelikaan die met moederlijke bezorgdheid haar bloed schenkt voor haar jongen. Reinig mij, o Heer, in Uw Bloed. Een druppel van dien kostbaren stroom volstfat om de gansche wereld van al haar ongerechtigheden te zuiveren.

Jesus, nu aanschouw ik U nog onder den sluier van brood. Maar verleen mij, bid ik U, dit eene, wat ik zoo vurig verlang: laat mij U eenmaal zonder dien sluier zien, en geef dat ik mij in dit zalig aanschouwen eeuwig verheuge. Amen.

ocr page 69

65

GEBED.

Almachtige God! Heer van mijn leven en dood, vol angst bedenk ik, dat mijn aardsch bestaan voortdurend naar bet einde spoedt en dat ook voor mij vroeg of laat liet laatste uur zal slaan. Zal ik volharden tot bet einde toe, of zal mijn uiteinde het uiteinde der zondaren wezen ? Zal ik bij üw oordeel? liefde waardig zijn of wel haat? Zal ik eenmaal Christus' beloften waardig worden bevonden, of zal mijn deel zijn met de rampzaligen, die voor eeuwig van Üw aanschijn gebannen worden? Zal mijn eeuwigheid gelukkig of ongelukkig zijn? Ik weet het niet, mijn Godï maar dit weet ik, dat Gij mij in Uw oneindige barmhartigheid een Uwer Heiligste Bruiden tot Patrones en Beschermster hebt gegeven voor mijn stervensuur. Ik stel mij dan van heden af onder haar hoede en voorspraak. Bescherm mij, H. Barbara, in het uur der bekoring, opdat ik niet bezwijke, en mijner ziele zaligheid niet voor een luttele voldoening prijs geve. Bid voor mij, zoo ik ooit in doodzonde valle, dat mijn geweten mij geen rust late, alvorens ik tot mijn God terug ben gekeerd. Wees mijn voorspraak bij God, dat Hij zich wederom mijner ontferme, en mij zijn heilige vriendschap terugschenke. Waak over mij, dat ik steeds zoo leve, dat ik ieder

ocr page 70

66

oogenblik voor mijn Rechter kan verschijnen. Wees steeds mijn voorspraak bij den Algoede, dat ik immer in mij de heiligmakende genade vermeerdere, en steeds meer en meer in Gods liefde aangroeie. Dan, Heilige Patrones, behoef ik niet meer te vreezen voor den dood, maar kan ik met den Apostel verlangen ontbonden te worden en met Christus te zijn. Dan zal ik moed hebben om het offer van mijn leven te brengen, wanneer God het mij vraagt. Dan ben ik overtuigd, dat mijn dood niet anders zal zijn dan de overgang tot een beter leven. Dan zult gij in vereeniging met Jesus, Maria en Joseph, mijn ziel ontvangen in haar laatsten snik, en met U zal ik opgaan tot den God, die door Uw gebed mij geen streng Rechter, maar een liefdevol Vader wezen zal.

Heilige Barbara! bid voor ons en voor allen, die ons dierbaar zijn.

Opdat wij nimmer getroffen worden door een haastigen en onvoorzienen dood. Amen.

ocr page 71

LITANIE

VAN DE H. MAAGD EN MAKTELAUES BARBARA.

•fjrjfrH eer! ontferm U onzer.

(3^-, Christus! ontferm U onzer.

Heer! ontferm ü onzer.

Christus! hoor ons.

Christus! verhoor ons.

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!

God Zoon, Verlosser der Wereld, ontferm

U onzer!

God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, bid voor ons!

H. Moeder Gods, bid voor ons!

H. Maagd der Maagden, bid voor ons! H. Barbara, bid voor ons!

i Welbehagelijk aan God den Vader, , ^ W \ Bemind door God den Zoon, I £

^ j Vervuld van den H. Geest, | ^

g . Vurige Vereerster van de H. Drie- , § ^ J vuldigheid, 1 ^

I Heldin des Geloofs, \ |

Sterk door de Hoop, gt; •-

ocr page 72

68

Onoverwinnelijk door de liefde, voor ons.

Trouwe leerlinge van Christus^ den

Gekruiste,

Beheersclieres der zinnelijkheid. Minnares der zuiverheid.

Minnares der eenzaamheid. Verwinnares der helsche bekoringen. Schitterend voorbeeld der jeugd. Uitverkoren vat van alle deugden. Troosteres der Christenen,

Hulp op het eind van ons leven. Bijstand in den doodstrijd van uwe W| dienaars en dienaressen, y Teeder bezorgde beschermster van E5 den zieltogen den en stervenden pquot; mensch.

Voorspraak der afgedwaalden om niet tot het laatst in de zonde te volharden.

Geruststelling van den christen, die in zijn laatste oogenblikken te zeer Gods oordeelen vreest, Maagd, die op een geheel bizon-dere wijze door God zelf verlicht en in het geloof onderwezen zijt. Maagd, die de eenheid van God in wezen, en Zijne Drievuldigheid in personen standvastig beleden hebt, bid voor ons.

ocr page 73

69

Maagd, die uw maagdelijklieid boven alle schatten der wereld gesteld liebt.

Maagd, die alle wereldsclie ge- \ noegens, bezittingen en grootheid uit liefde tot Jesus met voeten getreden hebt.

Maagd, vol vertrouwen op uw loon I W „ | in den hemel, | ^

• / Die in uw stervensuur, voor ons, 1 o W die uw dood vereeren, een zaligen ^ ° \ dood verkregen hebt, ■ g

- Maagd, die den pijnlijksten dood

voor het H, Geloof gestorven zijt. Martelares, in wier doorwond lichaam brandende fakkels zijn ge-stoken,wier leden werden geschonden en wier hoofd met hamers is geslagen geweest.

Wier vleesch door de beulen met scherpe haken is verscheurd geworden,

Die door uw eigen vader zijt onthoofd.

O Jesus! Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door hare verdiensten, laat ons toch niet sterven zonder te biechten !

O Jesus! Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door hare voorspraak.

ocr page 74

70

laat ons niet sterven zonder het H. Sacrament des Altaars!

O Jesus! Bruidegom van onze Patrones Barbara, ■wij bidden U, door den bitteren dood, dien zij voor Uwen ïï. Naam is gestorven, laat ons niet sterven zonder bet H. Oliesel!

O Jesus! Minnaar der zielen, die niet den dood van den zondaar begeert, maar zijne bekeering en zaligheid; wij bidden TJ, door al bet lijden van onzen Patrones Barbara, laat ons niet van deze wereld scheiden, zonder alle genademiddelen onzer Moeder, de H. Kerk, te hebben ontvangen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Jesus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

H. Barbara, hoogverheven Patrones,

Bewaar ons van een haastigen dood.

LAAT ONS BIDDEN.

O Maagd en Martelares Barbara! verlaat my toch niet in mijn uiterste, maar verwerf voor mij, door Uwe voorspraak bij den Al-machtigen God, dat mijne ziel, alvorens van deze wereld te scheiden, eerst door de Biecht

ocr page 75

71

gezuiverd, met liet Allerheiligste Lichaam van Christus gevoed en met het H. Oliesel versterkt worde, opdat alzoo de eeuwige zaligheid mijn deel moge zijn, en ik, die TJ hier als mijne Beschermster hebt geëerd en aangeroepen, altoos den hemel bezitte. Amen.

O God! die de H. Barbara, tot troost dei-levenden en stervenden hebt verkozen, verleen ons, door hare voorspraak, dat wij altijd in Uwe liefde mogen leven, en al onze hoop in de verdiensten en het bitter lijden van Jesus stellen, opdat wij niet in zonde, maar van de H. H. Sacramenten voorzien, in Uwe vriendschap en liefde tot de eeuwigheid mogen overgaan. Dit bidden wij door onzen Heer Jesus Christus. Amen.

GEBED IOT DEN GODDELIJK EN ZALIGMAKER.

Heer Jesus! in Wiens handen mijn leven is en mijn dood, ik bid U door de bittere pijnen, die Gij voor mij, zondaar, aan het kruis hebt geleden, en wel bizon der in dat uur, waarop Gij stervende tot Uwen Vader riept: //Het is volbracht!quot; ontferm U toch over mijne ziel, als ik zieltogende op mijn sterfbed zal liggen. Gedoog niet, dat een onvoorziene dood mijn eeuwig lot besiisse. Maar verleen mij op het einde van mijn leven ge-

ocr page 76

72

noegzaam tijd, om met kelder oog het duistere boek. ran mijn geweten na te kunnen lezen en voor een laatste maal geheel mijn levensloop in het diepste van mijn hart te overdenken. Alzoo zal ik, met een oprecht berouw, eene rechtzinnige belijdenis van alle mijne zonden kannen doen, en dan, verzoend met U, mijn Zaligmaker, zal ik Uw H. Vleesch en Bloed als mijne laatste teerspijs nuttigen, en blijmoedig mijne vijf zintuigen aanbieden, om daarop het H. Oliesel te ontvangen. Dat dan ook, o Jesus, Uwe lieve Moeder en de H. Barbara, mijne bizondere Patrones, mij te hulpe komen, opdat ik, door hunne voorspraak, in mijnen doodstrijd, wanneer vrienden en naastbestaanden mij zullen verlaten, U voor mijnen Beschermer hebbe, en alzoo den dood der rechtvaardigen sterve. Amen.

GEBED OM EEK ZALIG AFSTERVEN VAN EEN AFGEDWAALDE.

O groote Heilige Patrones, met weemoed is mijn hart vervuld, wanneer ik denk aan de toekomst, welke de ziel van N., mij door de banden van vriendschap en bloed zoo verbonden, wellicht wacht. Gaarne aanbid ik in zijn beklagenswaardigen toestand de heilige inzichten Gods, die den onwaardige Zijn genade onthoudt; maar tevens weet ik, dat ik

ocr page 77

73

voor hem kan en moet bidden. Ik smeek ü dan, Zalige Maagd en Martelaresse Barbara, bij al het lijden dat gij voor Jesns ondergaan hebt, dat gij deze arme ziel onder uwe hoede wilt nemen. Verwijder toch van haar alle gevaren, die haar een haastigen en onvoor-zienen dood kunnen berokkenen. Weerhoud de straffende hand van den Allerhoogste, wanneer Hij, na lang genoeg getergd te zijn, eensklaps de roekelooze zou willen treffen, en haar, mogelijk midden in de zonde, vóór Zijn Rechterstoel zou dagen. Verwerf gij, die zooveel vermoogt bij Uwen Jesus, voor haar de genade der bekeering, en mocht zij zulks niet meer waardig zijn bij haar leven, verkrijg dan voor het minst die gunst in haar laatste ziekte. Vraag voor haar in de laatste dagen des levens een helderen blik in haar deerniswaardig lot, een groote vrees voor de aanstaande eeuwigheid, een vurig verlangen naar den hemel, een groot vertrouwen op de verdiensten van Christus' heilig Bloed, en een innig berouw over al haar ongerechtigheden. Leid nog tijdig tot haar sterfbed den priester, die haar met den hemel verzoent, haar sterkt met het Sacrament der liefde, hare schulden verlicht door het Sacrament der Stervenden, opdat er weder een zondaar te meer uwe eindelooze barmhartigheid lofzinge in alle eeuwigheid. Heilige Barbara, Patrones der

4

ocr page 78

74

stervenden, bid voor ons en allen die ons dierbaar zijn, opdat geen van hen in staat van doodzonde sterve. Amen.

GEBED 0gt;I EEN ZALIGEN DOOD.

Van den H. Vincentim Ferrerius.

Heer Jesus Christus, die alle menschen zalig maakt, en van geen enkele den onder-o-ans begeert, die bereid zijt barmhartigheid te schenken, zoodra men er U om vraagt, en tot bevestiging daarvan gesproken hebt; //Al wat eii den Vader in Mijnen Naam zolt vragen zal TJ gegeven worden;quot; ik bid TJ, om der' wille van dezen Uwen H. Naam, geet mii in het doodsuur het volkomen gebruik des verstands en het vermogen om te spreken. Schenk mij, over alle mijne zonden, eene o-roote droefheid des harten, een waar geloot, een zekere hoop zonder vermetelheid maar ook zonder vrees, een volmaakte liefde, opdat ik met een zuiver hart tot U kunne spreken1 /'Heer, in Uwe handen beveel ik mijnen -eest: Gij hebt mij verlost, o waarachtige God!quot; Gij, die gezegend zijt in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 79

75

VERKLABING VOOR HEÏ DOODSUUR. kan den 11. Vincentius F err er im.

U Heer Jesus Christus, ik, N. N., ofsclioon een alleronwaardigst en ellendig zondaar, belijd vastelijk, zuiver van liart en lippen het H. Katholiek Geloof en al zijne artikelen, zooals mijne Moeder de H. Kerk het onderwijst, leert en gelooft. Daar wij echter, o Heer, te midden van ontelbare gevaren en menigvuldige bekoringen leven, en het zou kunnen gebeuren, hetgeen God verhoede, dat wij daarin of in het uur des doods door die gevaren, of op andere wijze in een oogenblik van dwaasheid van dat heilig Geloof zouden afwijken of toestemmen in een andere zonde: zoo verklaar ik nu dan in tegenwoordigheid Uwer allerheiligste Majesteit, Uwer aller-roemwaardigste Moeder Maria, mijn Heiligen Engelbewaarder, mijn Heiligen Patronen en van alle Heiligen, dat ik in het uur des doods en te midden dier aanvallen, en altijd wil leven en sterven zonder toe te stemmen in eenige zonde; dat ik wil leven en sterven in de oprechte belijdenis en in alle vurigheid van dit H. Katholiek Geloof, in den schoot mijner Moeder de H. Kerk, die altijd hare armen geopend houdt voor een ieder, die tot Haar terugkeert. Amen.

ocr page 80

76

Onze vaderen meenden, en terecht, dat zij vermetel op de voorspraak der H. Barbara vertrouwden, zoo zij tevens niet trachtten christelijk te leven en haren ijver na te volgen. Zij richtten derhalve vaak de zeven volgende gebeden tot hunne H. Patrones.

1.

GEBED OM VERSMADING VAN ALLE WERELDSCHE IJDELHEID.

0, rijk begenadigde Maagd, Heilige Barbara, die in den eersten bloeitijd üws levens alle aardscbe genoegens en ijdelheden bebt ontvlucht, om U gebeel aan de Christelijke volmaaktheid toe te wijden, bid voor mij, opdat ook ik mijn hart van alle zondige aardschgezindheid losmake, en mij geheel overgeve aan den heiligen dienst van Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

2.

GEBED OM DE DEUGD VAN ZUIVERHEID.

Heilige Barbara, geliefde Bruid onzes Hee-ren, die nw maagdelijke zuiverheid voor eeuwig aan Jesus Christus ten offer hebt gebracht, bid voor mij, opdat ik den Zaligmaker, onzen

ocr page 81

77

Heer, ook door zuivere liefde niet een vlekkeloos hart trachte te behagen. Amen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

3.

GEBED TEB VERKRIJGING DER KENNIS GODS.

Heilige Barbara, wijze en vrome Maagd, door God met een bizondere kennis van de Heilige Drievuldigheid bevoorrecht, om die aan de ongeloovigen mede te deelen, bid voor mij, opdat ook ik dagelijks tot Gods eer en tot mijn zaligheid meer en meer in de kennis van God voortgang make. Amen.

Onze quot;Vader, enz. Wees gegroet, enz.

4.

GEBED OM STANDVASTIGHEID IN DE DEUGD.

O deugdzame Martelares, Heilige Barbara, die tot den dood onwrikbaar bleef in liet geloof, in de hoop en in de liefde, bid voor mij en verwerf mij door Uw gebed de genade der volharding in de Goddelijke deugden, tot het Gode behagen zal, mij uit dit onbestendig leven te roepen tot Zijn eeuwig Rijk. Amen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

ocr page 82

78

5.

GEBET) OM HULP IN ZIEKTE.

Uitverkoren Maagd van Jesus Christus, Heilige Barbara, die in den kerker door Uw Goddelijken bruidegom, Jesus, werd bezocht, bid voor mij, opdat ik door mijn Verlosser, Jesus Christus, in mijn ziekten ook bezocht worde tot heeling van alle wonden naar hart en ziel. Amen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

6.

GEBED OM STERKTE IN WEDERWAARDIGHEDEN.

Heilige Barbara, moedige heldin, die ter liefde van Jesus alle mogelijke versmading, kwelling en pijn manmoedig hebt verdragen, bid voor mij, opdat ik de bekommernissen dezer wereld steeds gelaten aanvaarden, en volhardend doorstaan moge. Amen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

7.

GEBED OM DE H. H. SACRAMENTEN DER STERVENDEN.

Heilige Barbara, troosteres der stervenden, die boven alle andere Heiligen de bijzondere

ocr page 83

79

genade verworven hebt ons in den doodstrijd bij te mogen staan, bid voor mij, opdat it niet uit deze wereld scheide, zonder de Heilige Sacramenten waardig te hebben ontvangen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

OEFENINGEN.

Naar den H. Franciscus ran Saks.

Eeuwige Vader, almachtige God, Schepper en Bewaarder van alle dingen, ik lig diep ^ oor ü in het stof neergebogen. Ik draag ü mijn leven op als een offerande en ik smeek ü, dat ik door de oneindige verdiensten ea door den kostbaren dood van Uwen Zoon, Jesus Christus, de genade zal mogen verkrijgen, in Uw heilige Liefde te sterven. En Gij, Heer Jesus, Verlosser van alle menschen, voor wien ik leef en voor wien ik wil sterven, geef, dat ik in mijn laatste oogenblikken bereid moge wezen voor Uw ontzachlijken Rechterstoel te verschijnen, na door ware boetvaardigheid en door een oprechte belijdenis mijner zonden te zijn gezuiverd, en door de Heilige Teerspijs en door het Heilig Oliesel te zijn gesterkt. Goddelijke Zalig-

ocr page 84

80

maker, verlaat mij niet in den laatsten strijd, welken de duivelen mij zullen leveren. Zend mij üw Heilige Engelen, zend mij mijne patrones Barbara als bescherming tegen alle bekoringen, opdat ik na het eindigen van mijn leven in een heiligen vrede gelukkig uit de aardscbe ballingschap het hemelsch Vaderland bereike. Amen.

DANKZEGGING.

Groote God, Gever van alle goeds, wien wij geen waardigen dank kunnen betuigen, ik dank U reeds thans bij voorbaat voor alle weldaden, mij gedurende mijn leven bewezen. Uw goedheid is mij een onderpand van het geluk mij door U in der eeuwigheid bereid. Inzonderheid dank ik U, dat Gij mij in den schoot Uwer Heilige Kerk hebt doen geboren worden, dat Gij mijn ziel zoo menigmaal in het Allerheiligst Sacrament des Altaars met het Heilig Lichaam en Bloed van Jesus Christus gesterkt hebt, en dat Gij mij niet in den diepsten afgrond der zonde hebt laten sterven, door mij tijd tot boetvaardigheid te schenken. Ik dank U, omdat Gij mij voortdurend een vast geloof aan alle waarheden, door Uw Catholieke, Apostolische en Boomsche Kerk geopenbaard, hebt doen behouden. Met de hulp van Uw genade

ocr page 85

81

wil ik in deze Kerk leven en sterven. Amen.

ACTE VAN GELOOF.

Aanbiddelijke Heer en God, ik geloof vas-telijk alles, wat Uw Heilige Kerk mij in Uw naam heeft geleerd, omdat Gij zelf, de Eeuwige Waarheid, haar alles hebt geopenbaard. Deze belijdenis wil ik reeds nu afleggen voor het oogenblik, waarop de naderende dood mij zulks beletten zal. Ik geloof dat Jesus Christus wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig is in het Allerheiligste Sacrament des Altaars; dat Gij de oorsprong van mijn heil en de Opperheer van mijn leven zijt; dat Gij mijn Rechter zult wezen; en dat er na dit kortstondig, rampzalig leven een onsterfelijk, gelukzalig leven bestaat, hetwelk Gij voor al Uw getrouwe dienaars hebt bereid. Heer Jesus, vermeërder en versterk alsdan mijn geloof, gelijk gij het geloof van uwe H. Martelares Barbara vermeerderd en versterkt hebt, en verleen mij thans de aanhoudende beoefening van goede werken, de eenige goederen die ons na het leven volgen. Amen.

OVERGEVING AAN GODS WIL.

Dewijl het U, Opperste Rechter, wiens wjl

i*

ocr page 86

82

altijd billijk en rechtvaardig is, heeft behaagd, alle menschen aan den dood te onderwerpen, zoo aanvaard ook ik het vonnis van Uw gerechtigheid met de nederigste onderwerping. Van dit oogenblik af draag ik ü mijn dood met al de hem vergezellende smarten op, als de rechtvaardige straf voor mijn zonden. Handel met Uw schepsel naar Uw welgevallen en vernietig mijn zondig lichaam. Scheid het van mijn ziel, omdat het mij zoo menigmaal van U heeft afgetrokken. Beroof het van alle zintuigen, door mij zoo menigmaal misbruikt. Laat het, tot boete mijner ij delheid en hoovaardij, in de aarde bedolven, vertrapt en in een duister graf verborgen worden. Laat het om het slecht gebruik, dat het heeft gemaakt van bet leven door ü geschonken, als aas der wonnen tot stof vergaan, om geheel aan U te worden geofferd. Laat het aardsch lichaam tot de aarde wederkeeren; doch neem de ziel, — Uw evenbeeld, — weer op in Uw schoot. Mijn hart wil U gehoorzamen. Uw wil, niet de mijne, o Heer, geschiede! Amen.

Heilige Barbara, verleen mij even grootmoedig het offer van mijn leven te brengen, als Gij dit hebt gedaan.

ACTE VAN BEROUW.

O mijn God! Het meeste dat mij voor mijn

ocr page 87

83

dood doet vreezea zijn mijne tallooze zonden, quot;waarvoor ik zoo weinig lieb geboet. Hoe ver-schikkelijk, in zulk een staat in Uw handen te vallen ! O Jesus. Opperste Rechter, wie zal voor U kunnen bestaan, indien Gij alle boosheden ten strengste onderzoekt? Treed dus niet met Uw dienaar in het oordeel; dat Uw barmhartigheid mij tegen Uw gerechtigheid verdedige. Gedenk, dat Gij, mijn Rechter, ook mijn Verlosser zijt, en dat ik. Uw onwaardig kind, toch ook Uw schepsel ben, het werk Uwer handen. Gij hebt beloofd, de zonden van hem, die tot U terugkeert, niet meer te gedenken; verwerp mij, ellendig zondaar, die met een verbrijzeld en rouwmoedig hart tot U weerkeert, dan niet van Uw heilig aangezicht. O Vader mijner ziel! ik beken het, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen Uw aanschijn. Met het grootst berouw over al mijn zonden, waardoor ik U beleedigd heb, belijd ik mijne schuld. Gij alleen verdient al mijn liefde en al mijn eerbied. U wil ik ook met geheel mijn ziel en uit al mijn krachten beminnen; en vast besluit ik liever alles, dan Uw vriendschap, te verliezen. Versterk mij, mijn Zaligmaker, in mijn besluit. Vergoed, wat aan mijn berouw en aan mijn boetvaardigheid nog ontbreekt door Uw verdiensten en door Uw oneindige voldoening; en verleen mij door de voorspraak

ocr page 88

84

Uwer Heilige Maagd en Martelares Barbara, dat deze gevoelens van mijn berouw steeds levendig in mij blijven en vermeerderen tot op het oogenblik van mijn sterven! Amen.

ACTE VAN HOOP.

God mijns harten, mijn hoogst en eenig Goed, wat kan ik in den Hemel en op aarde buiten Uw bezit verlangen? Mijn onwaardigheid om Uw hemelsche woonstede binnen te traan, waar niets onreins wordt toegelaten, is mii bekend; maar ik weet ook, dat een enkele druppel van het Bloed mijns Zaligmakers mijn ziel van alle vlekken kan reinigen. Dit doet mij hopen, daar niemand die op U hoopt ooit zal worden beschaamd, want Gij wilt niet dat één onzer verloren zal gaan. Vonnis mij dus niet met hen die geen hoop hebben; lever mijn ziel, die Uw Heiligen Naam nog looft, niet aan de duivelen over. Op Uw barmhartigheid zal ik stenend nog hopen. Gij, mijn Verlosser, zult mij, na mij vriigekocht te hebben, naar ik vertrouwen durf, niet ter helle doemen; maar bet werk Uwe'r goedheid eeuwig bewaren. Deze gedachte stelt mijn angstige ziel gerust.

O Jesus, die voor Uw kruisigers hebt gebeden, vergeef mij mijn zonden; ook ik schenk allen vergiffenis, die mij hebben beleedigd.

ocr page 89

85

O Jesns, die aan het Kruis den goeden moordenaar hebt beloofd, dat hij dien dag nog met U in het Paradijs zou wezen, verleen ook mij een plaats in Uw Rijk.

O Jesus, die Uwen geliefden Leerling vóór Uw dood aan Uwe allerzaligste Moeder hebt aanbevolen, stel ook mij onder Haar bescherming, en geef Haar mij in mijn leven en bij mijn dood tot Moeder.

O Jesus, die uit verlangen naar lijden in de hevigste smarten door Uw Hemelschen Vader verlaten hebt willen worden, verlaat mij niet in het doodsuur. Behoed mij door Uw bijzijn voor vertwijfeling; verberg mij in Uwe Heilige Wonden.

O Jesus, in Uwen brandenden dorst met gal en edik gelaafd, geef mijn hart hevigen dorst naar mijn zaligheid en naar Uw eer.

O Jesus, die het werk onzer Verlossing door Uw dood hebt bezegeld, geef mij de genade, al Uw inzichten omtrent mij volt;5r mijn dood tot Uw eer en tot mijn zaligheid te vervullen.

O Jesus, die Uw geest in Uw stervensuur in de handen van Uw Hemelschen Vade: hebt aanbevolen, ontvang ook mijn geest in den laatsten ademtocht in Uwe barmhartige handen,

O Jesus, ontferm U mijner, vergeef mij mijn zonden, maak mij zalig. Wees in

ocr page 90

86

mijn doodsuur mijn Jesus ea mijn Zaligmaker.

Heilige Maria, Moeder vol van Genade en Barmhartigheid, kom mij in mijn laatste oogenblikken te hulp. Bescherm mij dan tegen de vijanden mijner zaligheid, toon U dan mijn Moeder en bid steeds voor mij, tot Gij mij voor eeuwig Uwen Goddelijken Zoon hebt geschonken.

Heilige Jozef, die in de armen van Jesus en Maria gestorven zijt, verwerf mij de genade, onder beider bescherming te sterven.

Heilige Engelbewaarder, Heilige Patrones Barbara, verlaat mij niet in mijn laatste oogenblikken. Bidt voor mij, en komt mijn ziel na mijn dood tegemoet. Doch thans zal ik niet heengaan, voor Gij, o Jesus, Heiligste der Heiligen en Bewerker mijner Zaligheid, mij Uw zegen voor den tijd en voor alle eeuwigheid hebt geschonken. Amen.

AAKVAAUDING VAN DEN DOOI).

Ü mijn God, ik aanbid Uw eeuwig Wezen, en geef het bestaan, mij door U gegeven, in Uw handen weder, opdat het naar üw welbehagen door den dood zal worden ontbonden. Ik aanvaard mijn dood, in vereeniging met den dood van Jesus Christus, met geheele onderwerping aan Uw wil en met een rouwmoedig hart. Ik hoop, dat deze aanvaarding

ocr page 91

87

mij Uw barmhartigheid zal doen verwerven, om de vreeselijke overgang naar het eeuwig leven met een gerust geweten te volbrengen.

O mijn God, door mijn dood wil ik mijzelf aan de grootheid van Uw wezen opofferen. Moge de ontbinding van mijn wezen een huldeblijk zijn aan het Uwe.

O mijn God, moge mijn dood U een wel-beliagelijk zoenoffer wezen ter voldoening aan Uw gerechtigheid voor mijn tallooze zonden. Ik aanvaard alles, wat de dood schrikkelijks voor de natuur en voor de zinnen heeft.

O mijn God, ik bewillig gaarne in de scheiding van mijn ziel uit mijn lichaam, de straf van mijn scheiding van U door mijn zonden. Ik aanvaard de berooving van bet gebruik mijner zinnen als een boete voor de zonden, welke zij hebben bedreven.

O mijn God, ik stem toe eenmaal vertreden te zullen worden en verborgen onder de aarde, als straf voor mijn trots, die mij steeds heeft aangezet om groot te schijnen in liet oog der schepselen. Laat de schepselen mij vergeten, en mijner niet meer gedenken tot straf voor mijn verkeerde neigingen en liefde.

Ik aanvaard de eenzame afgrijslijkheid van het graf als een boete voor mijn ijdele vermaken. Ten slotte bewillig ik er in dat mijn lichaam, het aas der wormen, in stof en asch zal verkeeren, als straf voor mijn zondige ge-

ocr page 92

88

liechtlieid aan mijn lichaam. O stof, o asch, o wormen, u aanvaard ik, u bemin ik, u beschouw ik als straffende werktuigen van Gods gerechtigheid, omdat mijn trots en mijn hoo-vaardij mij weerspannig hebben gemaakt. quot;Wreekt Gods zaak; vergoedt het onrecht, dat ik Hem heb aangedaan; vernietigt mijn zondig lichaam, Gods vijand, en mijn schuldige ledematen; doet de macht mijns Scheppers over de zwakheid van Zijn onwaardig schepsel zegevieren. O mijn God, aan alles, wat Gij aan mijn lichaam zult toelaten, onderwerp ik mij, nu en in het uur van mijn dood. Amen.

ocr page 93

KLEINE GETIJDEN

VAN DE

HEILIGE BARBARA.

ü

MET T E N.

e genade ligt uitgespreid om uwe lippen, daarom lieeft God u gezegend in eeuwigheid. Ps. XLIV, 3.

v. Heer, open mij de lippen.

r. En mijn mond zal Uw lof verkondigen, v. God, kom mij ter hulpe.

b. Heer, haast U mij te helpen.

Eere zij den Vader, enz. Alleluia (ran Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats ran alleluia. Lof zij ü, o Heer, Koning der eeuwige heerlijkheid.)

LOFZANG.

O reine Barbara! de Zoon

Van God heeft U den naam gegeven

Van Bruid, en ü verheven

Tot sieraad van zijn hemeltroon.

ocr page 94

00

Ik hid gedurig in mijn lijden.

In vrees van sterven en in nood.

Wil mij goedgunstig steeds bevrijden Van eenen onvoorzienon dood.

Antinh. Ik zal mij met u vereenigen in eeuwigheid. En ik zal een verbintenis met u sluiten in gerechtigheid, met oordeel, in barmhartigheid en ontferming. Os. II. 19.

Bid voor ons, H. Maagd en Martelares Barbara, opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

LATEN WIJ BIDDEN.

Almachtige, Eeuwige Vader, de voorspraak der H. Maagd en Martelares Barbara steune ons altoos bij Uwe Goddelijke Majesteit, opdat wij den troost van haar bijstand in al onze noodwendigheden ondervinden, en geen haastigen, onvoorbereiden dood sterven •, maar dat wij, door de heilige Genademiddelen onzer Moeder de H. Kerk versterkt, in geloof, hoop en liefde uit dit leven scheiden. Door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. Heer, verhoor mijn gebed,

k. En mijn geroep kome tot U.

ocr page 95

91

v. Laat ons den Heer loven!

R. God zij lof!

DE PRIMEN.

De genade enz. als voren, hl. 89, tot aan den Lofzang.

LOFZANG.

De Algocde kwam ü vroeg verrijken,

Eu sierde Uw liart met maagd'lijkhcid 5 Als lelie mocht Gij toen reeds prijken

En boeien door Uw zuiverheid.

Verkrijg me, o Maagd, dat ik steeds leve,

In leliebiankheid U gelijk,

Opdat Uw Jesus me eenmaal geve De vreugde van Zijn Koningrijk.

Anüph. Vele wateren zullen de liefde niet kunnen uitblusschen, noch vloeden die overweldigen. Cant. 8, 7.

v. Bid voor ons, enz. ah voren hl. 90, tot en met li. God zij lof!

DE TERTIËN.

Aanhef en slot als bij De Prim en, alleen anti-hlioon en lofzaiuj verschilt hij iedere getijde.

ocr page 96

92

LOFZANG.

Gij overtreft zeer ver de verven,

Der schoonste en rijkste rozenkroon,

Wijl Gij hierboven moclit verwerven Te geuren voor Uw Jesus' troon.

Ach, wil ook mij deelachtig maken Aan 't leven dat Gij thans geniet.

Bid, dat ik eenmaal moge smaken Het eeuwig heil, dat God mij biedt!

Antiph. Zij was eene wijze Maagd, door God wakende gevonden. Matth. 2, 5.

DE SEXTEN.

LOFZANG.

Gods kennis deed ü jeugdig blaken Van Jesus' reine liefdegloed.

Uw liefde weder deed U haken

Naar kennis van dat Eeuwig Goed.

Wil mij die kennis ook verkrijgen,

Jesus zij mijn grootste schat;

Dan zal mijn liefde duurzaam stijgen Tot Hem, die gansch Uw hart bezat.

Antiph. O, hoe schoon en schitterend is het geslacht der kuischen! Hun nagedachtenis sterft niet, maar leeft bij God en de men-schen. Sap. IV, 1.

ocr page 97

93

DE NONEN.

LOFZANG.

De zieken hoort men tot U smeeken: 0 Barbara! elk roept U aan;

Wijl tal van feiten luide spreken Hoe Gij hen steeds hebt bijgestaan.

Strek dan ook mij tot schild en wapen. Bid God, dat Hij niet streng wil zijn.

Laat mij in zijn gena ontslapen.

Bevrijd mij van de helsche pijn.

Antiph. Gij hebt mij verlost, volgens de grootte Uwer erbarming, uit de macht van hen, die mijn ziel zochten, en van de beproevingen, die mij omringden. Eccl. 51 en 5.

DE VESPERS.

LOFZANG.

Wanneer de spraak mij zal begeven. Ik strijden zal den laatsten strijd;

Bewaar mij in dat uur van beven Voor 's duivels groote listigheid.

Toon dan mijn Patrones te wezen.

Treed gunstig voor mij tot Gods troon.

Verwerf me een sterfuur zonder vreezen, Vol hoop op 't schitterend hemelloo7i.

ocr page 98

fJ±

Antiph. En te middemaclit werd er een stem gehoord: '/Zie, de Bruidegom komt, ga uit. Hem tegemoet!quot; Mattli. 25, 6.

DE COMPLETEN.

LOFZANG.

ik zal uw deugden altoos prijzen.

Zoolang ik leven zal op aardj Maar meerder nog U eer bewijzen,

Zoo Gij voor de eeuwigheid mij spaart. Bij 't slaken van mijn licliaamsbanden.

Daal dus met Uwen Jesus néér;

Ontvang mijn ziel in Uwe handen

En schenk haar reïn haar Schepper weêr.

Antiph. De winter is voorbij, de regenvlagen hebben uit en zijn verdreven. Sta op, mijn vriendinne, mijn zuster, en kom. Cant. 2, 11 en 13.

Dat de zielen der geloovigen door de barmhartigheid Gods in vrede rusten. Amen.

ocr page 99

GEBED

op dex

FEESTDAG VAS DE HEILIGE BARBARA.

(4? December.)

eilige Barbara, lieden hebt gij zegevierend de aarde arerlaten en de voor n bestemde plaats in den Hemel ingenomen. Als loon voor Uwen heiligen levenswandel werd U een nieuw leven geschonken; als loon voor Uw ootmoed en godsvrucht aanschouwt gij Gods aanschijn; voor Uwe overgeving aan Gods heiligen wil geniet gij de eeuwige zaligheid; voor Uw bitter lijden smaakt gij eeuwige vreugde; voor Uwe trouwe bewaring der Goddelijke genade bezit gij het recht, voor allen, die U in Uw levenswandel navolgen en die hun vertrouwen in Uw voorspraak stellen, bij God genade af te smeeken. Ach! zie ook op ons genadig neder. Gij kent onze gevaren en onze vijanden, help ons strijden en overwinnen. Gij geniet in het rijk des Heeren Gods aanschijn. Gij wordt door

ocr page 100

%

Gods heerlijkheid verzadigd, terwijl wij nog in het land der ballingschap vertoeven. Daarom bidden wij, die hier geen blijvende woonplaats bezitten, maar aanhoudend naar onze toekomstige woonplaats streven, om uw voorspraak bij God. Geef dat wij ons steeds meer aan het aardsche onttrekken en zoodanig in Gods liefde toenemen, dat wij na een zalig sterfuur op de plaats onzer bestemming aankomen, waar wij Ü voor Uw goedheid zullen danken, en in vereeniging met de Heilige Maagd Maria, met den H. Joseph, met U, en alle andere Heiligen, Jesus eeuwig zullen bezitten, loven en prijzen. Amen.

GEBED OP DEN DAG DEB, INSCHRIJVING. 1)

O Heilige Maagd Barbara, groote geloofsijver en vurige liefde tot Jesus hebben U den marteldood doen ondergaan. Ik stel in mijn onwaardigheid op U, na God en Zijn allerheiligste Moeder, al mijn hoop en al mijn vertrouwen, en wil mij tevens met U, door de banden der eeuwige liefde vercenigen. Daarom heb ik mij als lid in Uw zegenrijke broederschap laten inschrijven. Ik beloof trouw

i) Dit gebed kan men ook dikwijls na de inschrij-ring bidden, om zich in den geest, waarmede men zich heeft laten opnemen, te hernieuwen.

ocr page 101

97

mijne verplichtingen na te zullen komen, om met mij en de mijnen van, een schielijken en onvoorzienen dood bevrijd te blijven. Tevens zal ik trachten door een zuiveren levenswandel de aflaten, aan üw broederschap verleend, waardig te worden. Daar ik dus heden een verbond met U heb gesloten, en ik tot groo-ter eer van God, van Zijn allerheiligste Moeder en van U in Uw broederschap ben getreden, smeek ik U, mij als Uw dierbaar kind aan te nemen, en U met mij door een band van eeu wige liefde te vereenigen. O roemrijke bruid van Christus, gewaardig U een blik te slaan op mijn hart, dat ü beminnen wil; schrijf mijn naam in Uw maagdelijk hart, evenals die in Uw broederschaps-boek is geschreven, en smeek God, dat Hij dien met de namen Zijner tallooze uitverkorenen in het boek des eeuwigen levens plaatse. Amen.

ocr page 102

VERPLICHTINGEN

VAN HET

ErceJerscliaj ter mt flcr H. Bariara.

m lid te worden ran dit Broederschap is het noodig, dat men zich doet inschrijven in een kerk waar de Broederschap canoniek is opgericht. Dagelijksche verplichtingen zijn er niet voorgeschreven. Om echter in de godsvrucht tot de li. Barbara niet te verflauwen, is het raadzaam dagelijks een tientje van den H. Rozenkrans ter Harer eer te bidden. Aangezien alle goede christenen dagelijks hun Rozenkrans geheel ot' gedeeltelijk bidden, vermeerdert dit het getal hunner godvruchtige oefeningen niet.

Voorts bevelen wij den vereerders der H. Barbara ten zeerste, trouw de wekelijk-sche oefeningen hunner H. Patrones bij te wonen. Haar reliquien te vereeren en Haar feestdag (i Dec.) door de H. Communie, het bijwonen der plechtige H. Mis, en andere godvruchtige oefeningen op bizondere wijze te vieren.

ocr page 103

99

A. F L A T E N,

verleend door Zijne Heiligheid Paus Leo XIII, den \2den April 1831 aan de Broederschap van

de H. Maagd en Martelares Barbara, opgericht in de St. Djminicus-Kerk te Nijmegen.

Ten eerste. Volle aflaat op den dag der inschrijving, mits men, na gebiecht en ge-coimnuniceerd te hebben in de Broederschaps-kerk, biit tot voortplanting des Gcloofs eu ter intentie van Z. H. den Paas.

Ten tweede. Volle aflaat op den vierden. December, zijnde de feestdag van de H. Maagd en Martelares Barbara; ook gedurende het ■Octaaf te verdienen. Vereischten als boven.

Ten derde. Volle aflaat in het uar des doods, als me.i, na het ontvangen der li. H.. Sacramenten, de II. IL. Namen van Jesos en Maria, zoo doenlijk met den mond, of anders met het hart aanroept.

Ten laatste. Een aflaat van zeven jaren voor alle leien, op de vier Moeder Gods dagen, als: op den 3den Februari, op den 25sten Maart, laden Augustus en op den 8sten September, mits zij de Kerk der Broederschap bezoeken en daar godvruchtig bidden.

N'. 1203. — Door ons gezien, met vergunning de voormelde aflaten af te kondigen.

Be Bisschop can 's Hertogenbosch, 'sBusce, 29 April 18'dl. f A. Godschalk.

ocr page 104

100

G E Z A K G E N.

i.

Zaal'ge Barbara, zie teeder Op ons, arme zöndaars, neder

In den zwaren stervt nsstrijd.

Maagd en Mart'lares, wij smeeken Van uw gunst dit liefdeteeken. Dat Gij dan nabij ons zijt.

Wil vooral van God verwerven. Dat Hij voor een haastig sterven

Ons op uwe beê behoedt;

Dat, van alle schuld ontheven. Stervend wij in Jesus leven

Door zijn Godd'lijk Vleesch en Bloed.

Zalve, o Zalige, op uw beden 't Heilig Oliebel mijn leden,

Eer mijn ziel deze aard verlaat; Moge ik boven 't stofgewemel Met ü juichen in Gods hemel;

Waar de vreugd het hart verzaadt.

ocr page 105

101

Ave Barbara, beata,

Peccatorum advocata,

Salus morientinm,

Ave Yirgo, Martj r, ave Quseso miiii, virgo, fave Semper in auxilium.

Nominatim ne gravère A pud Deum obtinere

Subito ne moriar.

Sed ut, omnibus peccntis Ante mortem expiatis,

Christi carne fovear.

Sacra quoque unctione Tua intercessione

Rite frui valeam,

Fac, ut ope tua mecum Et post hoc in coelo tecum In seternum gaudeam.

Ora pro nobis, beata Barbara.

Ut digni efficiamur promissionibus Chrisli.

Oremus. Deus qui inter cetera potentise tuffi miracula etiam in sexu fragili victcriam martyrii contulisti: concede propitius, ut qui beatse Barbarse, Virginia et Martyris tuse, memoriam agimus, per ejus ad te exempla gradiamur. Per Dom. nostrum. J. dir. Amen.

ocr page 106

102

2.

■Wijze: Schoon zijt gij, o Hemelroze.

Voor God leTen, werken, lijden,

't Aardsclie stof met voeten treên 's Duivels lagen te vermijden Is de weg ten leven heen.

't Is liet voorbeeld ons gegeven

Door de Heil'ge Barbara;

't Was op aarde heel haar leven En haar gloriekrans hierna.

't Grootsch geheim van Gods Drieëenheid

Predikt zij aan 't heidendom;

En tot steun in hare zwakheid

Wordt heur God heur Bruidegom, ünbeschrijfiijk is de smarte

Die zij om haar God verdraagt;

Maar haar Jesus sterkt haar harte. Troost, bemoedigt Zijne maagd.

Teedre banden moet zij breken,

's Yaders gramschap smart haar fel; Maar hoe wraak hem moog' ontsteken,

Jesus' troost verzoet het wel.

Eu in dien strijd verwinnaresse

Snelt zij blij den hemel in.

Met den palm der Mart'iaresse:

Sterven was haar een gewin.

ocr page 107

103

Barbara, zie neer van boven

Uit des hemels heil'gen woon; Op ons, die Uw deugden loven

En Uw strijden voor Gods Zoon. Laat ons nooit genade derven In den harden levensstrijd, En verkrijg in 't uur van sterven, Jesos' liefde ons voor altijd.

ocr page 108

104

BESLUIT.

Dit boekje, hooggeachte vereerders der Heilige Barbara, wordt u aangeboden door de negerweesjes van de bollandsche eilanden in de West-Indiscbe Archipel. God heeft onze ouders tot zich geroepen. Arm, als wij waren,, en van alles beroofd, bood geen dak ons een schuilplaats, hadden wij geen maïs om te eten, geen stuk doek om ons te kleeden. Doch door uwe milde aalmoezen hebben wij een woning gevonden, waar een priesterhart ons het gemis van vader en moeder vergoedt. Zoudt gij nu uw werk half voltooid laten, en nu ook niet zorgen voor ons voedsel, voor onze bedekking? Door de vereering, welke gij uwe Patrones toedraagt, om de vurigheid waarmee gij Gods barmhartigheid voor u en de uwen afsmeekt in het doodsuur, verlaat ons verder niet. Blijf ons gedenken, die dagelijks door onze kinderlijke gebeden voor u tijdelijken welvaart, gezondheid des lichaams, vrede in uw gezin en een zalig sterfuur van den Vader der Weezen vragen.

Om te voorzien in ons onderhoud, bieden wij u insgelijks het werkje:

ocr page 109

105

JESUS MIJN HEIL.

Nieuw Communie-boekje, ter eere van de Gelukz. Imelda, Patrones der godvruchtige Communie, aangeboden aan alle christenen, die verlangen met vurigheid te communicee-ren, door P. fr. ALB. WEIJEE.S, vr.n de Orde der Predikheeren. 386 pag. Tweede vermeerderde uitgave; prijs/0.60, rijk gebonden /2.—, in leer /1.25. Alom verkrijgbaar. — Uitgever L. G. C. Malm berg amp; Co., Nijmegen.

INHOUD.

Voorrede. — Kostbaar leven en heilige dood van de Zalige Imelda. — Gebeden onder de H. Mis, met uitlegging van den H. Thomas van Aquino. — Biechtoefeningen. — Communie-oefeningen op bepaalde tijden van het jaar. 1. Op het Hoogfeest van Kerstmis, en in den Kersttijd. — 2. Op het Hoogfeest van Paschen en in den Paaschtijd. — 3. Op het Hoogfeest van Pinksteren, in het Octaaf, of bij het ondernemen van een gewichtige zaak. — 4. Op het Hoogfeest van het Allerh. Sacrament, of gedurende het Octaaf, en ook op de gewone Donderdagen des Jaars. — 5. Op den feestdag van het Goddelijk Hart van Jesus en op de eerste Vrijdagen der maand. — 6. In

ocr page 110

106

den Vastentijd en voor hen, die bij de H. Communie het lijden en den dood van Jesus Christus willen overwegen. — 7. Üp den feestdag van O. L. Vrouw van den Rozenkrans, en de overige Moeder-Gods-dagen, alsook gedurende de Hozenkrans-maand en op eiken Üozenkrans-Zondag. — 8. H. Communie ter eere van den H. Joseph. — 9. Op Allerzielendag, gedurende de maand November en bij Uitvaartdiensten. — 10. Op den feestdag der H. Imelda, of op den laatsten dag der Novene, ter harer eer gehouden om de genade te verwerven met meer godsvruclit te communicee-ren. — 11. Op de gewone Zondagen. — 12. Op de gewone dagen door de week. — 13. Voor hen, die met meer ontzag en heilige vrees de II. Communie moeten ontvangen.— 14. Voor hen, die met meer vertrouwen Jesus moeten ontvangen. — Gebeden na de H. Communie iu verschillende omstandigheden en behoeften des levens. — Raadgevingen en wenken van den H. Frauciscus van Sales, den Gelukz. Hen-rieus Öuso, de Eerbiedwaardige Thomas a Kem-pis en Ludov. van Grenada omtrent de godvruchtige Communie. — Gebeden onder het Lof met Litanie en eereboete. — Noveen ter eere der Gelukz. Imelda, om de genade te verwerven met meer godsvrucht te commu-niceeren. — Kruisweg.

ocr page 111

107

OORDEEL DEIl l'ERS.

Doze Oefeningen en Gebeden zijn, op weinigen na, geheel samengesteld uit de gebeden en verzuchtingen der Heiligen. Wij behoemi ze dan ook niet te prijzen om bun zalving en degelijkheid, om de ware godsvrucht, die zij ademen, wanneer wij de namen lezen der groote mannen en vrouwen, waaraan Schr. ze ontleende. Onder anderen vinden wij daar: de HH. Augustinus, Thomas van Aquino, Bona-ventura, Ambrosius, Ghrysostomus, Ephrem, Eernardus, Vincentius Ferrerius, Catharina van Senen, Rosa van Lima, Franciscus van bales, Ignatius, Franciscas Xaverias, Alphon-sus, Theresia, Gertrudis, Mechtilda, de Geiukz. Henricus Suso, Albertus Magnus, Grignon de Montfort, de Eerb. Ludovicus van Grenada, Tauler, Olier, Thomas van Kempen enz. enz. Geen onzer lezers, voorzeker, die niet volgaarne bij de H. Communie in de vurige liefdegevoelens dezer Godminnende zielen zou willen treden.

De Rozenkrans.

Is de inhoud van JESÜS, MIJN HEIL, met zorg uitgelezen, bet gewaad beantwoordt ten volle aan den inwendigen schat van ge-beien en opwekkingen, om bet gansche hart

ocr page 112

108

aan den lieven Jefns te wijdenj en zoodoende den titel voor het eigen gemoed tot waarheid te maken.

De Tijd.

De inhoud van dit werkje spreekt tot het hart. Men leert er door bidden met een heilig kind, bidden met een engel, meer nog, met een martelares van liefde. Reeds dadelijk bij het overzien van den bladwijzer ontstaat de wensch, om de verschillende oefeningen te houden. P. quot;W. deed bepaald een gelukkige keuze, toen hij die verschillende gebeden, wenken en raadgevingen ontleende aan verschillende heiligen, zooveel te gelukkiger, omdat de toepassing daarvan de heilige Communie op de Hoogtijfeesten onzer H. Kerk meer vruchtbaar maakt.

Het Centrum.

Met groote aanbeveling kunnen wij wijzen op dit nieuw Communieboekje. De naam van den schrijver waarborgt genoegzaam de keur van den inhoud. De verzameling gebeden en overwegingen is voornamelijk saamgebracbt ter eere van de gelukzalige Imelda, het engelachtig heilige kind, de Patrones der godvruchtige Communie. Haar fraai afbeeldsel prijkt als titelplaat in het boekje, dat in zijn zwart linnen bandje er aantrekkelijk uitziet.

ocr page 113

109

, en door zijn handig formaat, — dat der gewone kerkboeken, — gemakkelijker is dan de groote dunne devotie-boeken.

De Maasbode.

//Als er ooit een klacht in den stoel der boetvaardigheid gehoord wordt,quot; aldus de schrijver van dit werkje, dan is het wel deze: //Ik ben immer zoo dor, ik gevoel zoo weinig godsvrucht bij mijne heilige Communiën!quot;

Wij vinden het dan ook een gelukkige gedachte, om ter voorziening in die behoefte de Gelukz. Imelda, de Patrones der godvruchtige Communie, ook in Nederlund aan de algemeene vereering voor te stellen. De gebeden en oefeningen, welke hier gevonden worden, zullen voorzeker de vereerders dier H. Patrones hare bescherming waardig maken.

N. Eaarl. Com.

Het boekje, zeer fraai afgewerkt, beveelt zich aan als cadeautje voor kinderen bij hun eerste H. Communie, als prijsje op school of. in den catechismus, maar ook de volwassenen zullen het niet spoedig, dunkt ons, na er een paar maal gebruik van te hebben gemaakt, ter zijde leggen.

Ons Noorden.

ocr page 114

110

Niet minder zult gij ons kunnen steunen door de

NOYENE

ter eere van de Gelukzalige Imelda,

Patrones der eerste H. Communie.

Met een levensschets.

Bewerkt naar een oud Spaansch handsclirift door P. fr. ALB. WEIJERS, Ord. Praed Tweede uitgave. 60 bladz., handig formaat. Prijs 10 ets. Luxe-editie met gravure 25 ets., idem in linnen prachtband 40 ets.; verkrijgbaar bij L. C. G. Malmbeiig amp; Cq. te Nijmegen, ook in eiken solieden boekhandel.

Met innige voldoening, zegt de schrijver in de voorrede dezer tweede uitgave, leggen wij dit achtste duizendtal van ons boekje ter perse. Ons doel is boven verwachting bereikt; de jeugd in Nederland en niet het minst zij, die met haar geestelijke opvoeding zijquot;!! belast, hebben met meer dan gewone welwillendheid onze Levensschets en Novene welkom gehee-ten. Zij kennen thans het heilige Kind, de Patrones der eerste H. Communie, bij het begin des vorigen jaars nog een geheel onbekende voor hen. Velen houden reeds drie-, vier- ';ii meermalen de Noveen om de genade

ocr page 115

Ill

te verkrijgen eener waardige Eerste H. Communie. Dat deze arbeid voort moge gaan in Nederland en België het beoogde goed te sticliten, is onze vurige en gedurige weuscli.

Is het waar, dat de dag van de eerste H. Communie de schoonste dag des levens is, die dikwijls beslist over de geheele toekomst van het kind, dan is voorzeker elke poging om zich hiertoe op passende en waardige wijze voor te bereiden, welkom aan ouders en hen, die met opvoeding van kinderen zijn belast.

Eene gelukkige gedachte van den Schr. van bovenstaand werkje mogen wij het noemen, dat hij in de dagen van voorbereiding den kinderen tot voorbeeld stelt een kind, dat zelf in den hemel een voorspreekster is voor hen, die de eerste maal naderen tot de Tafel des Heeren. Het treffend schoone leven van een engelachtig kind, Imelda, wordt hier ten toonbeeld gesteld, een leven, dat zich uitte in een enkele liefde-akt, één vurig verlangen om Christus' liefde te mogen smaken in Zijn H. Geheim, een verlangen dat Imelda waardig maakte het Engelenbrood uit Engelenhand te ontvangen en in de zoetste vereeniging met den Beminde haars harten haar aardsche leven af te leggen om voor eeuwig met Christus te leven.

ocr page 116

112

Het kan voorzeker niet anders of de vurige verlangens van dit kind, zooals ze zijn uitgesproken in de korte levensschets, moeten weerklank vinden in reine en onschuldige kinderharten, en het lijdt ook geen twijfel of de gebeden gedurende de Novene in dezen geest verricht, zullen door de voorspraak dier beminnelijke Heilige, een zelfde stemming teweeg brengen, als waarin zij verkeerde op den dag harer eerste H. Communie.

We kunnen ouders en leermeesters dus niet genoeg dit boekje aanprijzen, en het kind, dat zich tot den grooten dag voorbereidt, niet genoeg aanmanen deze schoone novene eenige malen in dezen tijd te houden.

(Be Rozenkrans.)

De ZecrEcrwaarde Geestelijken en de weldoeners van gestichten of arme gemeenten verzoeken wij beleefd doch dringend om dit degelijk werkje in groote getallen te verspreiden. Om mim gelegenheid daartoe te geven zijn de volgende prijzen gesteld:

ICCOex.a /50; 500 ex. a/30.00; 100 ex. a /7.00; 50 ex. a/3.50;' 25 ex. a /2.00; 12 ex. a /1.—.

Vermits dit fonds met de hierbij genoemden de eenige hron van bestaan uitmaakt voor ons onderhond en onze opleiding en wij geen

ocr page 117

113

andere middelen hebben om een ambacht te knnnen leeren en later tot een zelfstandig bestaan te komen in de maatschappij, werkt gij, beminde weldoeners, door het met uw gunst te vereeren, een dubbel goed.'J

Tevens is ten onzen voordeele uitgegeven en bij den Uitgever dezes verkrijgbaar gesteld:

DARTKOLOm DE LAS CASAS,

Verdediger der vrijheid en bestrijder der Spaansche verdrukking in West-Indië. (Met een portret), door P. fr. Ars. Weijeks. Prijs /0.70, in linnen band /1.00.

/'Dit werk biedt een inderdaad boeiende lectuur aan. Wie het koopt, verschaft zicb een genot, waardoor hij tevens bijdraagt tot een goed doel.quot; Zie De Tijd, 6 Febr. 1891, Hoofdartikel van Jan Holland.

In deze levensschets van den vervolgden en te weinig gekenden verdediger der slaven, BARTHOLOMEUS DE LAS CASAS, wordt een beeld geteekend van een edel man, in wien het apostolaat van liefde der H. Kerk in vollen middagglans schittert.

/'Aan LAS CASAS,quot; zegt de schrijver, //toetse men, en het streven èn den arbeid èn de geestdrift der Katholieke Kerk voor de heilige zaak der vrijheid.quot;

ocr page 118

m

Den moeilijken strijd van dezen opofferen-■den priester tegen de wreedheid van het schuim der Spaansche natie, tegen geweldenaars, die in een tijdperk van vijftig jaren, achttien millioen ongelukkigen met meer of minder foltering den dood deden oudergaan; den edelen moed en de krachtige volharding van LAS CASAS vinden wij in dit //Levensverhaalquot; met warme overtuiging besproken; de rijkdom van feiten geeft eene teekeaing der eigenaardige tijdsomstandigheden, van het veelbewogen leven van den uiterst moeilijken werkkring van dezen vriend der afgemartelde slaven.

In dezen tijd, nu de slavenquaestie weer aan de orde van den dag is, ontbreekt zeker de actualiteit aan dit werk niet. Ook vormt het een schitterend contrast met de verhalen der godsdienstlooze beschavingstochten, dezer dagen ondernomen.

{Ce/dram.)

Gedenk, bidden wy u, ons deerniswaardig lot. De Vader der Weezen, de trod, die in de hemelen woont, zal er u dubbel om zegenen, //want wat gij den geringste onzer gedaan hebt, hebt gij Hem zelf gedaan.quot;

ocr page 119
ocr page 120
ocr page 121
ocr page 122

quot;ri

£ :;;;r ,.„ ■ v ■ ^■;,

I iit ^ ' ' ■ ' ■ - -'k ,|s: : ■ '