i lyvtvi gt;15011m v.tf:
DER
eerew^-oblt.
DER
Aartsbroederschap
DE
VAN HET
H. Hart van Jezus.
VIJFDE VERMEERDERDE DRUK,
GULPEN, 1894.
HR'-'K VAN M. ALBERTS EN ZONEN. â UITOEVERS.
GOEDKEURINGEN.
Door onzen Hoogwaardigen Pater Generaal Nicu-laus M.vurox daartoe gemachtigd, staan wij toe. dat liet werkje : Handboekje der Aartsbroederschap âde Eerewacht van het H. Hart van Jezusquot; worde gedrukt.
P. OOMEN, CSSR.
Sup. Prov. Holl.
Amsterdam, 6 Mei 1881.
Op last van Z. Doorl. Hoogw. Mgr. J. A, PAPiEDIS, heb ik dit boekje onderzocht, en keur hetzelve goed, tevens verklarende , dat do vertaling der gebeden , waaraan aflaten verleend zjjn, don zin van den oor-spronkelijken tekst getrouw wedergeven.
P. J. II. HUSSEL, Can. et Prof.
Roermond, 13 Mei 1881.
IMPRIMATUR.
J. M. SCHOLTIS, Par. et Dcc.
ad hoc delegatus.
Galopiai, 18 Februarii 1884.
REIMPRIMI POTEST.
J. MEEUWISSEN, CSSR
Sup. Prov. Holl.
Rurceniundce 11 Julii 1804.
REIMPRIMATUR.
P. J. H. RÃSSEL, Can. et Prof.
Ihirccmunda; -4 Augusli 1801.
IMPRIMATUR.
Dr. P. MANNENS, Librorum Censor. Rurceniundaj 2 Septemhris 1804.
EIGENDOM VAN DEN HOOFDZETEL, KAPEL IN 'T ZAND, ROERMOND.
Doel, Oorsprong en Voortgang der Eerewacht.
oen de 11. Gertmdis op zekeren dag in beschouwing verzonken was en zij zich met den II. Joannes den Evangelist, den leerling, dien Jezus zoo lief had, mocht onderhouden, vroeg zij in de overmaat harer liefde tot Jezusquot; aanbiddelijk Hart, waarom hij toch niets geschreven had over de gevoelens ^van dat Hart, waarop hij in het laatste avondmaal had mogen rusten. En het antwoord van Joannes was: «Ik moest voor de pasgeboren Kerk het Evangelie van het ongeschapen Woord des Vaders schrijven ; maar God heeft zich voorbehouden, do zoetheid van dat Hart in de laatste tijden te doen kennen, om daardoor de liefde weder op te wekken, welke dan in hooge mate zal verflauwd zijn.quot;
Die tjjden zijn thans aangebroken. Van alle kanten zien wij den godsdienst veracht, de Kerk gehoond, ja zelfs God ontkend. In de harten van velen is het Geloof dood, in de harten der meesten kwijnt dat Geloof, hetwelk leeft door de liefde. De liefde tot God is bij hen verdwenen, en hoeft plaats gemaakt voor een ellendige genotzucht, voor een geest van onafhankelijkheid, voor eeno zinnelijke liefde, welke de maatschappij met don ondergang dreigen. Weshalve de onsterfelijke Pius IX met recht mocht uitroepen; »Voor do Kerk en de maatschappij is geen hoop meer dan in het Hart van Jezus: ziedaar het geneesmiddel voor al onze kwalen.quot; Dit openbaarde dan ook Jezus zelf aan zijne uitverkorene Bruid de Gelukz. Margaretha Alacoque, toen II ij haar zijn
Hart toonde, met doornen omkranst, door een lans doorstoken en vlammende van liefdevuur. Dat Hart, zoo gaf Hij haar te kennen, is, ofschoon het van de meesten niets dan ondankbaarheid en ontee-ringen ontvangt, het Heilige der Heiligen, waarin Hij zich thans wil doen kennen, als den middelaar tus-schen God en de menschen, die de straffen van ons afwendt, welke wij door onze zonden hebben verdiend.
«Door middel der godsvrucht tot dat goddelijk Hart wil Jezus Christus aan velen het leven weder geven... overvloedig den schat zijner genade schenken.... en alleen door de zoetheid zijner liefde zijn rijk van liefde vestigen.quot;
Toen de nederige maagd die voor allen zoo troostende openbaringen bekend maakte, moest zij vreese-Ijjke vervolgingen ondervinden. Zij werd uitgemaakt voor een «dweepster en huichelaarster' , zij werd een voorwerp van schimp en bestraffing. Tallooze vijanden en tegenstrevers stonden tegen haar op, maar ten laatste zegevierde de waarheid, en werd de godsvrucht tot het H. Hart, zooals Jezus had verlangd, algemeen over de H. Kerk uitgestrekt.
En terecht! Die devotie is immers de godsdienst tot het Hart, het edelste deel van 's menschen lichaam, dat, onafscheidelijk vereenigd met den goddelijken Persoon van Jezus Christus, goddelijke eer verdient â Dat goddelijk Hart is tevens het meest sprekend zinnebeeld zijner onmetelijke liefde: eenmaal werd het uit liefde voor de menschen op het kruis geopend door een lans; en thans, ofschoon het voortdurend geestelijker wijze verwond wordt door de zonden en de ondankbaarheid dier zelfde menschen, bljjvon er desniettemin tallooze liefde- en genadestroomen ontspringen, als uit do bron van ' levend water, dat vloeit ten eeuwigen leven.1) Ja waarlijk, dat liefdevol Hart is, volgens de woorden van den onvergetelijken Pius IX, «de bron van alle goed,quot; en volgens Z. H.
1
Joïs IV.
Leo XIII, den thans regeerenden Paus, »dc onuit-pultclijke bron der rijkste gaven des Hemels, waaruit eenieder den vrede des harten, de verlichting zjjner kwellingen, den zegen over zijne ondernemingen, een zoet toevluchtsoord gedurende liet leven en vooral in het uur des doods putten kan.''
Geen wonder dus, dat die devotie, eenmaal goed begrepen, op allerlei wijzen werd verspreid, dat er tallooze vereenigingen en broederschappen in alle landen der wereld verrezen, die het zich een eer en vreugde rekenden, dat allerbeminnelijkst Hart onder een of ander bijzonder oogpunt te vereeren.
Maar hoevele vereenigingen er ook ontstonden, geen enkele had nog ten doel voortdurend en onafgebroken eer, liefde en vergoeding te geven aan het allerheiligst Hart van Jezus, dat eenmaal op het kruis werkeljjk gewond, door de vergetelheid, de ondankbaarheid en de zonden der menschen dagelijks opnieuw geestelijker wijze verwond wordt. Welnu, zulk eene vereeniging kwam op den 13 Maart 1803 in het klooster der Visitandinnen te Bourg, in Frank-rjjk, tot stand. Op dien dag, feestdag der H. vijf Wonden, kozen eenige der zusters aldaar zich ieder een uur van den dag uit, waarin zij voortaan dagelijks op eene bijzondere wijze het li Hart zouden ver-heerljjken, beminnen en troosten. Zij deden dit zonder iets in hare bezigheden te veranderen. Zij begaven zich slechts in den geest naar den Tabernakel, en droegen daar aan het H. Hart van Jezus alle gedachten , woorden, werken, moeiljjkheden enz. van dat uur op, en trachtten verder gedurende hetzelve door schietgebeden met Jezus' goddelijk Hart vereend te blijven. Zoo vormden zij, daar zij elkander onophoudelijk opvolgden, eene voortdurende Eerewacht rondom dat van liefde brandend Hart, en ontvingen zij duizenden en duizenden genaden.
Die vereeniging vond spoedig bij velen bjjval, ja breidde zich zoo snel uit, dat zij reeds den 9den Maart 18S4 op kanonieke wijze als Broederschap door den Bisschop van Belley voor zijn diocees opgericht, en ver-
- 6 â
volgens door Z. II. Pius IX. z. g, goedgekeurd en met tal van aflaten verrijkt werd.
Weldra zag men de Eerewaclit van het 11. Hart van Jezus ook in andere landen kerkelijk opgericht en aanstonds door haar ledental bloeien. In Nederland werd zij spoedig gevonden, o a. in do kapel van O. L. Vrouw in 't Zand te Roermond, waar zij, den 24sU'n Juni 1872, door Mgr. Paredis kanoniek ingesteld, zoozeer toenam, dat zij in 8 jaren tijd meer dan 0000 leden telde. ')
Toen nu Z. H. Leo XIII de Eerewacht den 2Gslen Nov. 1878 voor Frankrijk en België, en den 12den Juni â¢1879 voor Italië tot Aartsbroederschap verhief en tevens voor die landen do twee hoofdzetels aanwees, Bourg en Rome, waar de overige broederschappen zich tot het ontvangen der aflaten konden aggregee-ren , kwam men op de gedachte die gunst ook voor Nederland aan te vragen.
Bij Apostolische breve van 2üsll-'n Nov. 18.^0 verhief Z. H. Leo XIII de Broederschap der Eerewacht, bestaande in de Kapel in 't Zand, tot Aartsbroederschap, en verrijkte haar met alle aflaten , gunsten en privilegiën, welke dezelfde Aartsbroederschap der Eerewacht te Bourg in Frankrijk bezit, tevens daarbij als grens der aggregatie Nederland cn deszei 1^ koloniën aanwijzende.
Deze nieuwe ca plechtige goedkeuring door den H. Stoel aan de Eerewacht van Jezus' H. Hart geschonken, heeft thans die schoone vereeniging voor goed in Nederland gevestigd. Moge daardoor die zoo kostbare devotie over geheel ons vaderland meer en meer verspreid worden, moge overal de Broederschap der Eerewacht worden opgericht, en zoo het goddeljjk Hart van Jezus alom voortdurend verheerlijkt, bemind cn vertroost worden !
1) Thans , bij de uitgave van dezen vijfden druk , telt zij alleen meer dan 23,000 leden : de overige broederschappen van den naam in Nederland zijn daaronder niet gerekend.
1*:»iiselijlio Breve
VAN DE
Verh'jjing de?' Eerewacht van lift H. Hart bestaande in de kapel in 't Zand te Roermond.
TOT
AAKTSBROEDERSCHAP voor Nederland en deszelfs Koloniën,
LEO XIII. PAUS.
Ter eeuwige r/edachlenis. Door Onzen geliefden zoon C. J. Multermans , Priester en Rector der openbare Kapel van Onze Lieve Vrouw in het Zand te Roermond, is Ons uiteengezet, dat de broederschap der Eerewacht van tiet Allerheiligste Hart van Jezus, kanoniek opgericht op den feestdag der geboorte van lt;len U. Joannes den Dooper, in het jaar 1872, door de buitengewone godsvrucht der Geloovigen bloeit, «n zoozeer in ledengetal is toegenomen, dat meer dan zesduizend Christengeloovigen zich in deze broederschap hebben doen opschrijven. Opdat echter de vereering van het Allerheiligste Hart van Jezus meer worde verspreid, en gezegde broederschap grooteren wasdom ontvange, wordt deor denzelfdën geliefden zoon de bede tot Ons gericht, dat Wij voornoemde broeder-schap met den naam en de voorrechten van AARTt?-BROEDERSCHAP verrijken, en met de macht begiftigen, om andere broederschappen niet alleen binnen de grenzen van Holland, maar ook in de Hollandsche Missiën, met zich te vereenigen. Wij, deze wenschen willende begunstigen , en allen en eenieder, ten wier gunste dit ons schrijven strekt, met.bjjzondere welwillendheid willende bejegenen, en van alle excommunicatie, interdict en andere kerkeljjke vonnissen ,
2
â 8 â
censuven en straffen, op welke wjjze of om welke reden ook opgelegd, zoo zij er wellicht mochten be-loopen hebben, ter wille van deze zaak alleen, ontslaande en ontslagen oordeelende, verheffen en stellen voor eeuwig door Ons Apostolisch Gezag, uit kracht van deze Brieven voorzegde broederschap, te Roermond in de openbare Kapel van Onze Lieve Vrouw in het Zand kanoniek opgericht tot AARTSBROEDERSCHAP in, met alle eer, alle rechten, alle voorrechten en allen voorrang, die gewoon en gebruikeljjk zijn. Aan den Bestuurder echter van de aldus opgerichte Aartsbroederschap en aan zjjne Opvolgers staan Wij, krachtens Apostolische macht, bjj dezeii voor immer toe en veroorloven Wij, dat zij andere, reeds opgerichte of nog op te richten broederschappen van denzelfden naam en aard, binnen do grenzen van Holland en in de Nederlanduche Missiën, vrij en rechtmatig met deze Aartsbroederschap vermogen en kunnen vereeniyen, volgens den vorm nochtans dei-Constitutie van Onzen Voorganger, Clemens YIII. z. g., en volgens de andere Apostolische Verordeningen dienaangaande gegeven , en dat zjj hun alle allaten , vercjeviiiycn van zouden en kwijlscheldimjen van straffen , zoo in 't algemeen als in '( hijzonder, die aan de Broederschap, welke nu tot Aartsbroederschap door Ons is verheven, door den Apostolischen Stoel zijn toegestaan, in zoover die mededeelbaar zijn, op dezelfde wijze kunnen mededeelen. Wij verklaren, dat deze Onze Brieven geloofwaardig, geldig en van kracht zijn en blijven, en limine volle en algeheele uitwerking erlangen en bekomen, en hen, op wie ze betrekking hebben, of in het vervolg zullen hebben , ten volle begunstigen; en dat aldus in het voorgaande door gewone en gemachtigde Rechters, welke ook, zelfs door de auditeurs der processen van het Apostolisch Paleis, door de Nuntiussen van don Apostolischen Stoel en door de Kardinalen der Heilige Room-sche Kerk, al waren zij ook buitengewone gezanten (de latere Legatos), terwijl hun en ieder hunner in liet bijzonder alle macht en bevoegdheid om anders
- 9 â
te oordeelen of uit te leggen is ontnomen, moet geoordeeld en beslist worden, en, zoo iemand, wie hij ook zjj, of met welke bevoegdheid ook, wetend of onwetend , anderszins hieromtrent mocht bestaan, dat liet ongeldig is en van geener waarde. De Apostolische Constitutiën en Verordeningen , en, voor zoover het noodig is, de Statuten en gebruiken der voornoemde broederschap, of welke andere ook, al waren zij ook door eed. Apostolische goedkeuring of welke andere bekrachtiging ook, bezegeld, en al wat verder, van welken aard het dan ook zijn moge, hiermede in strijd mocht zijn, staat niet in den weg. Gegeven te Rome bij St. Pieter onder den Visschers-ring, den 26 November 1880, het derde jaar van Ons Pausschap.
Th. Card, üïerfel.
STATUT KIX
der Aartsbroederschap »de Eerewacht van het allerh. Hart van Jesus.quot;
Art. 1. De Aartsbroederschap der Eerewacht van het allerh. Hart van Jezus heeft ten doel, voorUUircnd en onafgebroken Eer, Liefde en. Vergoeding te brengen aan het allerheiligste Hart van Jezus, dat eenmaal op het kruis werkelijk gewrond, door de vergetelheid, de ondankbaarheid en de zonden der menschen, dagelijks opnieuw geestelijker wijze verwond wordt. Art, 2. Om dit doel te bereiken, nemen de leden bjj hunne inschrijving één uur per dag aan, genaamd het Uur der Eerewacht, gedurende hetwelk zij, zonder verplicht te zijn iets in hunne bezigheden te veranderen, hun best doen het H. Hart van Jezus te verheerlijken, te beminnen en te troosten. Art. 3. Tot ditzelfde doel worden verder op den eersten Vrijdag (of eersten Zondag) van elke maand
â 10 â
twee openbare oefeningen gehouden ; des morgens n. 1. de ijeneralc Communie, genaamd Communie van Eerherstel, en des middags of des avonds de andere, waarin, na een kort Lof, de belangen der Broederschap en der leden aan het allerheiligst Hart van Jezus worden aanbevolen , daarvoor gebeden. en eene onderrichting of preek met Kereboete aan het allerheiligst Hart gehouden wordt.1)
Voor het Bisdom van 's Bosch luidt Art. 3 als volgt: Tot datzelfde doal, zal, ofschoon niet verplichtend. viermaal in het jaar, namelijk op den eersten Vrjjdag van de maanden Maart, Juni, September en December eene generale Communie worden gehouden : cn zullen op den eersten Vrijdag van elke maand des avonds onder een kort lof de belangen der Hroe-derschap en der leden van het Allerhevigste Hart van Jezus worden aanbevolen ; waarbij eene onderrichting of preek met Eereboete aan het allerheiligste Hart.
Art. 4. Om lid te worden dezer Broederschap en tevens recht te hebben op de talrjjke aflaten en gees-teljjke gunsten, daaraan verbonden, moet men;
1quot; zich persoonlijk ) doen inschrijven in de Aartsbroederschap voor Nederland en zijne overzeesche bezittingen, of in een der broederschappen, die met deze Aartsbroederschap wettig vereettigd zijn.
â 2quot; zijn uur der Eerewacht houden of, zoo men liet vergeten mocht hebben, het verrichten als men er aan denkt. ^).
1
Z. H. de Paus heeft toegestaan, dat in kerken en bidplaatsen waar op den Isten Vrijdag der maand oefeningen ter eere van het H. Hart ge-houien worden, de votief Mis ter eere van het H. Hart (cum Gloria, Crrdo et unica oratione) mag gelezen of gezongen worden . mits op dien dag geen feest des Heer en of geen feest Ãupl. I Classis gevierd wordt, of die 1ste Vrijdag niet valt op een geprivilegieerde Ferie, Vigilie of Octaaf, (S. R. C. 28 Juni 1889. 20 Mei 1890.)
â 11 â
Art. 5. Niets verplicht op zonde.
Art. 6. De inschrijving geschiedt geheel kosteloos.
Art. 7. De inrichting dezer Aartsbroedorschap is de volgende: Aan het hoofd staat een Houiilbestuurder of Moderator. Krachtens breve van Leo XIII van den 2G Nov. 1880, is daartoe voor altijd benoemd ; de tijdelijke Rector aan de Kapel in 't Zand te Roermond.
Elke Broederschap heeft vervolgens een Bestuurder of Directeur. Deze wordt benoemd door don Bisschop der diocees, waar de Broederschap wordt opgericht, en ontvangt daarna zijn diploma van aanstelling van den Hoofdbestuurder.
Elke Directeur kan vervolgens zelatoren en zela-tricen aanstellen, die tot den grooteren bloei dei-Broederschap zullen medewerken en, even als hij zelf, binnen de grenzen der plaats, waar zij is opgericht. leden kunnen inschrijven.
x\rt. 8. De EE. HH. Bestuurders van Broederschappen der Eerewacht, welke zijn opgericht, of die haar wenschen op te richten, en die tevens mededeeling der aflaten verlangen, behooren het diploma van aggregatie bjj den Hoofdbestuurder aan te vragen: zonder dit diploma toch kan geen broederschap der Eerewacht met de aflaten worden verrijkt.
Art. 9. Het hoofdfeest der Aartsbroederschap is het feest van het allerh. Hart van Jezus, vastgesteld op den eersten Vrijdag na de octaaf van het feest van het 11. Sacrament.
De leden zullen dit feest met zjjne octaaf zoo godvruchtig mogelijk trachten te vieren en, zoo mogelijk, zich daartoe door eene novene of drie-daagsche oefening voorbereiden.
Art, 10. De geheele maand Juni, meer bijzonder toegewijd aan het H. Hart van Jezus, zal daarenboven de maand zijn, waarin de leden meer dan anders het allerheiligst Hart van Jezus zullen verheerlijken, beminnen en troosten.
datgene te vervullen, wat de Paus heeft voorge»chreven tol het verdienen der atleten (S. Congr. Indulff 12 Maji 1843;. Men vindt delt;e vereischteu in de vtrschillende «Aanineikingenquot; hij de lijst der aflaten gegeven.
-12 â
Aht. II. Alle leden zullen er eindelijk op uit zijn, hunne liefde en godsvrucht te vermeerderen voor het bitter lijden van Jezus, waardoor zijn Goddelijk Hart zooveel heeft verduurd, en jegens het ciHe)-heiligsle Sacrament des Altaars, waar dat Hart nog immer zetelt, en zoo vurig verlangt verheerlijkt, bemind en vertroost te worden.
Art. i'i. Deze statuten hebben slechts betrekking op de Aartsbroederschap der Eerewacht van het allerheiligst Hart van Jezus met de aan haar verbondene Hroederschappen van dien naam in Nederland en zijne oveizeesche bezittingen, en mogen niet dan met uitdrukkelijke toestemming van HU. DD. HH. de respectieve Bisschoppen, veranderd of gewijzigd worden.
De hiervoren omschreven statuten der broederschap onder de benaming der Eerewacht van het Allerheiligste Hart van Jezus, worden en zijn hiermede voor zoo ver ons Bisdom betreft, goedgekeurd.
Roermond, 24 Maart 1881.
De liisschop van Roermond,
i J. A. PARED1S.
Ingelijks
's Bosch. 1L1 Aurnisfus 1881.
De Bisschop van 's Bosch,
t A. GODSCHALK.
Waarmede de Aartshroederschap verrijkt is.
Algemeene of Pauselijke Aflaten.
BEMERKINGEN.
1°. Voor alle hier opgenoemde volle aflaten wordt steeds, behalve de bijzondere vereischen, die bij elke vergunning zijn aangegeven, hier. hl, communie en 'jebed lot intentie van Z. If. vere'ischt.
'2° Alle aflaten zjjn toepasselijk op de zielen in het Vagevuur.
VERGUNNING VAN DEN JUNI 1864.
EERSTE OPGAVE.
VOIXE AFLATEN.
lo. Op don dag der inschrijving.
'io. Den eersten Vrijdug of den eersten Zondag der maand.
3o. Op den feestdag van het H, Hart of den Zondag daarop volgenden
-io. Op twee dagen van iedere maand, naar verkiezing.
5o. In het aar des doods, mits men den naam van Jezus , ten minste met het hart aanroepe.
GEDEELTELMKE AFLATEN.
lo. 60 dagen voor ieder godvruchtig werk , gedurende den dag verricht.
2o. 7. jaren en 7 maal veertig dagen op de vier Zondagen , die het feest van het H. Hart onmiddelijk voorafgaan.
Aanm. Om de aflaten dezer eerste opgave te verdienen moet men :
lo, Ingeschreven zijn in de broederschap der Eerewacht
2o. Eiken dag godvruchtig ter eere van het H. Hart bidden : het »Onre Vaderquot;, » Wees f/egroetquot; en het »/fc yeloof in God den Vader enz.quot; met het schietgebed: »0 zoet Hart van Jezus, inaatc dat ik U meer cn meer beminne.
Het nOnze Vaderquot; het «Wees genroetquot; en het «Ik yeloof' in dodquot; enz., dat men des morgens of des avonds gswoonlijk bidt, kan daarvoor dienen, mits het tot die meening geschiedt.
TWEEDE OPGAVE.
VOLLE AFLATEN.
i Hemelvaartsdag.
1 29 Juni. HH. Petrus en Paulus? | 15 Aug. Maria-Hemelvaart.
25 Maart. Maria-Boodschap. 8 Sept. Maria-Geboorte.
Op Witten Donderdag. 1 Nov. Allerheiligen,
Op den eersten Paaschdag. 2 Nov. Allerzielen.
Op ieder der zes Zondagen of 8 Dec. OnbevlekteOntvangeiiis.
zes Vrijdagen , die het feest 25 Dec. Kerstmis.
van het H. Hart voorafgaan. 27 Dec. H. Joann. Evang.
GEDEELTEIIJKE AFLATEN lo. 30 jaren en 30 maat veertig dagen op de navolgende feest- en andere dagen :
1. Jan. Besnijdenis des Heeren. Beloken Paschen.
6. Jan. H. Driekoningen, 25 April. H. Marcus.
Op den Zondag Septuagesima. De drie Kruisdagen.
» Sexagesima. Pinksterzondag en op ieder
» Quinquagesima, i der dagen van de Octaaf. Goeden Vrijdag. 26 Dec. H. Stephanus.
Paaschzaterdag. 27 Dec. H. Joannes Evang.
Op den 2en en 3en Paaschdag en 28 Dec. HH. Onnoozele Kin-Op de dagen van de Octaaf. deren.
2o 25 jaren en 25 maal veertig dagen op Palmzondag. 3o 15 jaren en 15 maal veertig dagen op;
Aschwoensdag. Daags voor Kerstmis.
Den 4en Zondag in de Vasten. Kerstnacht en Den 3en Zondag in den Advent, in de H. Mis van den Dageraad.
4o 10 jaar en 10 maal 40 dagen op :
Alle overige Zondagen en da- j Den len. 2en en 4en Zondag
gen der Vasten. | in den Advent.
Daags voor Pinksteren. De Quatertemperdagen in De-
Op de navolgende feestdagen : 2 Febr. Maria-Zuivering, . ! 12 Maart. H. Gregorius. 19 Maart. H. Joseph.
De Quatertemperdagen in Sep-; cetnber.
tember.
5o. 7 jaar en 7 maal veertig dagen voor hen , die eene novene houden ter voorbereiding van het feest van hetH. Hart, iedcren dag der novene te verdienen, â voor hen , die een driedaagsche oefening voor ditzelfde feest houden, insgelijks iederen^ dag van deze drie te verdienen, â voor hen, die op de feesten der Allerh. Maagd en der Apostelen, waarop geen volle aflaat verleend is, communiceeren
aaxm. Om de aflaten dezer tweede opgave te gewinnen moet men lo. Lid zijn der eerewacht, 2o Bezoeken de kerk der Broederschap, of een kerk of publieke kapel, welke ook, (Pins IX, 3 Aug. 1875). 1) 3o. Bidden tot intentie van Z. H. den Paus.
D Bij wettige reden echter kan de Biechtvader dit bezoek in een of ander goed werk veranderen.
â 15 â
Z. H. heeft vervolgens, om de devotie tot Maria te vermeerderen, aan allo leden der Aartsbroederschap ten eeuwigen dage verleend:
300 dagen aflaat, als zij des morgens, des middags en des avonds, drie malen ter eere der allerh. Drievuldigheid voor de gunsten geschonken aan de H. Maagd, bijzonderlijk voor hare ten hemel opneming, herhalen : Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest, gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen.
100 dagen aflaat, zoo dikwijls zij dit driemalen herhalen.
Volle aflaat, eens in de maand op een dag naar verkiezing, mits men gedurende den loop der maand, deze oefening driemaal daags onderhouden heeft, biecht en de H, Communie ontvangt.
quot;VERGUNNING VAN 7 APRIL 3 865.
7 jaren en 7 maal veertig dagen, voor het uur der Eere-wacht van eiken dag, mits men het met rouwmoedig hart en volgens de wijze der Broederschap verricht, en daarenboven eenig gebed tot intentie van Z. H. stort.
100 dagen, voor elk uur, dat men daarenboven op dezelfde wijze doorbrengt.
Volle aflaat, eens in de maand ie verdienen onder de gewone voorwaarden, als men getrouw is geweest in het houden van zijn wachtuur.
VERGUNNING VAN 3 AUG. 1875.
Alle leden der Eerewacht kunnen, zoo bij het verdienen van een aflaat het bezoek der Broederschapskerk of der kerk, waar men woont, is voorgeschreven, en zij zich om afwezigheid in de onmogelijkheid hiertoe bevinden, volstaan met eene kerk of publieke bidplaats, welke ook, te bezoeken.
VERGUNNING VAN 13 JUNI 1876.
100 dagen voor de allerkostbaarste ofj'erande (lange formule zie bl. 22) en
80 dagen voor de korte formule dier offerande (zie bl. 22)
Placet ut publicentur.
X J. A. PA RED IS, Insgelijks f A. G O D S C H A L K,
EPUS. RUR. EPL'S. BUSCOD.
Bijzondere of bisschoppelijke Aflaten.
Z. D. H. de aartsbisschop van Utrecht, heeft den 18 Nov. 1872 den aflaat van het wachtuur vermeerderd met 40 dagen. Hetzelfde deed Z. D. H. de Bisschop van Haarlem den 17 Nov: 1871 ; Z. D. H. de Bisschop van Roermond den 24 Juni 1872; Z. D. H. de Bisschop van 's Bosch den 12 Augustus 1881, en Z. D. H. de Bisschop van Breda den 11 Mei 1889.
1 *w^'wamp;*'wèa'mï0 lt;tte-'®w'*m*?gt;
j o^o óTwT» O!^O O^O p^quot;O O^-» Q^o L
* -r ^ -J- ÃS *lt; -li
BIJZONDERE GEBEDEN EN OEFENINGEN
DER
EERKW^ACHT.
1. Inschrijving i» de Eemvacht.
e inschrijving in de Aartsbroederschap geschiedt, zooals in de statuten is aangegeven, __en daardoor alleen is men reeds als lid aangenomen. Na de inschrijving is hot goed. ofschoon niet verplichtend, de opukaciit te bidden, voorkomende op bladz. 17. en op dien dag ook te biechten en te communie te gaan, daar men alsdan een vollen oflant. kan verdienen.
Ofschoon inschrijving alleen voldoende is, om lid te zijn der Eerewacht, en deelachtig te worden aan de afladen en voorrechten, is er voorzeker niets aangenamer aan het H. Hart van Jezus, niets ook dat den ijver levendiger houdt onder de leden, dan een plechtige en publieke opneming in de Aartsbroederschap. Deze kan dan, als er nieuwe leden op te nemen zjjn, bjj een der oefeningen van den eersten Vrijdag of Zondag op de volgende wijze geschieden.
De nieuwe leden houden allen de medaille in hunne handen. De directeur, hetzjj op den preekstoel, hetzij voor de communiebank staande, spreekt de volgende formule uit, terwijl hjj tevens deze medailles zegent:
Accipe signum con-1 Ontvang het teeken fraternitatis ad corpo- der Broederschap tot be-ris et animio defensio- scherminpr van lichaam
O
â 17 â
nem, ut Cordis Jesu en ziel, om door de ge-gratia et ope Marine1 nade van Jezus' Hart Matris nostra), aïternam en de hulp van onze Beatitudinem consequi Moeder Maria, de eeu-merearis. In nomine wige gelukzaligheid te Patris et Filii et verwerven, In den naam Spriiitus-j-sancti. Amen. des Variers, en des
Zoons en des heiligen Geestes. Amen.
Daarna besproeit hij de medailles met wijwater en, waar het gewoonte is ze aan een lint in de oefeningen te dragen, hangt ieder zich deze om.
Vervolgens knielt de Directeur neder en spreekt in naam van allen het volgende gebed uit, dat een ieder in stilte medebidt:
OPDRACFIT.
Allerzoetste, beminnelijkste cn teeder beminnende Jezus, ik N.N. neem heden vrijwillig en uit ganscher harte dienst in de Eerewacht van uw allerheiligst Hart. Ik wensch daardoor zooveel in mijn vermogen is, uw aanbiddelijk Hart te verheerlijken, te beminnen en te vertroosten voor de nalatigheid en de ondankbaarheid der menschen. Ik beloof U, met de hulp uwer genade, gedurende het uur, dat ik tot mijn wacht-uur heb uitgekozen, immer getrouw op mijnen post van eer, liefde en vertroosting te zullen wezen. Amen.
Het zal ook zeer goed zijn, dit gebed jaarlijks op het hoofdfcest der Broederschap, hetzjj afzonderlijk, hetzjj te zamen te herhalen, ten einde alsdan zijne opdracht te vernieuwen.
â 18 â
II. Het Wachtuur.
fl
^c^yet wachtuur is voor de leden der Eerewacht de 'Vw^) geheele grondslag der Broederschap: dit is het inderdaad, waardoor zij werkelijk als leden
G optreden, en waarvan zij de overvloedigste vruchten voor hunne zielen kunnen inoogsten.
Waarin dan bestaat dit wachtuur?
In een uur, dat men zich bij de inschrjjving uitkiest, en gedurende Iietwelk men zich dagelijks in den geest en zonder zijne bezigheden te veranderen, als op wachtpost stelt bij het 11. Hart, om daar dat goddelijk Hart Ic beminnen, te verheerlijken en le troosten. Men draagt daartoe aan het H. Hart van Jezus alle gedachten, woorden, werken en moeielijk-heden op, en men zoekt in dat uur meer dan anders door schietgebeden met Jezusquot; allerbeminnelijkst Hart te spreken.
Dat aan dit uur aldus doorgebracht overvloedige gunsten zijn verbonden, en dat zij, die het een ge-ruimen tjjd hebben gedaan, de heilzaamste vruchten hiervan hebben geplukt, wie zal dit ontkennen? Zou Hij, die beloofd heeft, dat een glas water in zijnen naam gegeven, zijn loon niet zal missen, minder vrjj-gevig zijn jegens die zielen, die gedurende den tijd van een uur zich bejjveren den brandenden dorst te lesschen, die Hem kwelt? Zou Hij, die in dat Hart om liefde smeekt aan hem. die ze geeft en voordurend blijft geven, zijne gunsten weigeren ? Zou Hij, die de gevraagde vertroosting voor de zonden en ondankbaarheid en onteeringen der wereld ontvangt, zijne vertroosting onttrekken ? Voorzeker neen.
Elk lid der Eerewacht moet dan op dat bevoorrechte oogenblik met evenveel verlangen wachten als Jezus Christus zelf. Die goede Meester weet, wie van zijne getrouwen , bij het begin van elk uur. aan zijne voeten moet komen; zijn Hart wacht op hen met een heilig
â 19 â
ongeduld der liefde, ziet verlangend naar hen uit en klopt van vreugde, als Hij ziet, dat zij getrouw hunnen wachtpost innemen. Hij wacht daar met de handen vol genaden, en zoekt slechts, om ze dan uit te deelen.
Maar welke zal nu wel de beste wijze zijn, om dat uur heilig door te brengen?
Nog eens, bepaalde voorschriften zijn niet gegeven, en derhalve, zoo wij hier eene wjjze opgeven, om het te verrichten, meene niemand, dat hot juist aldus moet worden doorgebracht. Zoo men slechts het doel bereikt, dat voorgeschreven is, dan kan men dit op welke wijze ook verrichten. Ziellier echter, wat wij voor de beste wijze houden:
Zoodra de klokslag het begin van het uur aangeeft, zal men, zoo men alleen is, een kruis maken, en zich in den fjeest naar den Calvarieberg of naar den voet van den tabernakel begeven, en zich vereenigend met de Engelen en Heiligen in stilte de volgende Opdracht ') uitspreken:
Goclrlelijke Jezus, allerzoetste Zaligmaker, ik oll'er U mijn uur van Eerewaclit op, en verlang gedurende dit uur, in vereeniging met de {hier noeme men de beschermers van zijn uur), ') U op geheel bijzondere wijze te beminnen te verheerlijken, maar vooral uw aanbiddelijk Hart tloor mijne liefde te troosten. Neern tot deze
1) Gaat dit moeielijk, dan wordt aangerad.-n deze opdracht des morsens bij het morgengebed te Terrichten en ze thans met een enkel woord te vernieuwen.
2» Als beschermers der verschillende uren zijn in de Eerewacht aangenomen :
Maagd.
6â7
7â8
8 â 9
9 â 10 10â11 11 â 12
12â1
1_2
2â3
3â4
uur
uur
der
De Allerheilisste De H. Jozef. De rechtvaardigen
aarde. De Serafijnen. De Cherubijnen. De Tronen.
De Heerschappijen. De Krachten, De Machten. De Vorstendommen. De Aartsengelen. De Engelen.
Heeft men derhalve bijv. zijn wachtuur van 12-in vereeniging met de AllerheiligHte Maagd.
â¢1 uur, dan zegt mea .
â 20 -
mcening al mijne gedachten, woorden, werken en tnoeiel ijk heden aan; ontvang vooral mijn hart, dat ik U zonder voorbehoud wegschenk, terwijl ik U smeek, het te willen verteeren dooi* het vuur uwer goddelijke liefde.
Als men aldus zjjn wachtuur begonnen heeft, zal men vervolgens meer dan ooit zijn best doen, aan de tegenwoordigheid van Jezus te denken. Men verricht zijne gewone bezigheden, maar onder den blik van dezen liefdevollen Meester.
Zoo nu en dan herinnere men zich de oneindige liefde van Jezus' beminnelijk Hart, door aan het oogenblik te denken, waarop hot zoo wreedaardig op het kruis doorstoken werd, of door in den geest zijne blikken op den Tabernakel te vestigen en te denken, hoe Jezus daar door zoovelen veracht, gehoond en verguisd wordt door de ondankbaarheid, de zonden en de verlatenheid der menschen. Zoo zullen voortdurend korte acten van liefde uit ons hart opstijgen, en zullen wij dikwijls schietgebeden als deze herhalen ;
Bemind zij overal het heilig Hart van Jezus!
(100 dayvn aflaat. Pius IX. 23 Sept. 1800.)
Jesu, mitis et humilis Jezus, zachtmoedig en corde, fac cor meum nederig van hart, maak sicut Cor tuum. mijn hart gelijk aan het
uwe!
(300 dagen a/laai. Pius IX. 25 Jan. '1808.)
Zoet Hart van Jezus, maak dat ik U altoos meer en meer beminne!
(300 dacjen a/laat. Pius IX. 26 Nov. '1876.)
O mijn Jezus, barmhartigheid!
(100 dagen aflaat. Pius IX. 26 Sept. 1846.)
O allerbeminnelijkst Hart van Jezus, Gij zijt mijne kracht, mijn steun, mijne belooning, mijn
â 21 â
heil, mijn toevlucht, mijn liefde en mijn al. (Gelukz. Margar. Maria.)
0 Hart van liefde, blijf bij mij en in mij; bestuur mij, red mij, en verander mij geheel en al in U. (Gelukz. Margar. Maria.)
Laudatum, adoratum,' Het H. Hart van Je-amatum cum grati ani- zus, zij in alle tuber-mi alïectu sit Eucha- nakelen der wereld elk risticumCorJesusingu- oogenblik tot aan de lis temporis momentis ; voleinding der eeuwen, in omnibus orbis taber- met een innig gevoel nacuiis usque ad consum- van dankbaarheid ge-mationern sseculorum. loofd, aanbeden en be-Amen. 1 mind. Amen.
(lOO dcifjcn aflaat. Pius IX. 29 Febr. 1868).
Heeft men zoo een gedeelte van het uur doorgebracht, dan denke men vervolgens aan de arme zondaars en de behoeften der H. Kerk. Men brenge daarvoor nu en dan een klein offer, bijv. men houde zijne nieuwsgierigheid een weinig tegen, men onder-drukke een toornig woord, men bestrijde elke ongeregelde opwelling, enz. enz.
Maar ten slotte gedenke men vooral, dat wij gedurende liet uur van Eerewacht offeraars met Jezus Christus moeten zijn van die Goddelijke Bloed- en Waterstroomen, welke uit zijn doorwond Hart gevloeid zijn. Eén druppel daarvan is voldoende, om werelden te verlossen. Jezus vermag het; maar gewoonlijk maakt Hij den mensch niet zalig zonder den mensch. Daarom verlangt het goddelijk Hart, dat elk lid der Eerewacht met Mem medewerke, en met Hem dat Bloed en Water den hemelschen Vader aanbiede voor de boosheden der wereld. Daarom moeten wij onopgemerkt, en al is het met een enkele gedachte, die opdracht doen. Daarom ons deze lange of korte nAUt'.rkostbaarste Offerandequot; eigen maken, en aan het einde van ons wachtuur bidden;
â 22 â
Allerkostbaarste Offerande.
Jezus, mijn allerbeminnelijkste en allerzacht-moedigste Zaligmaker, duld, dat ik U, en door U aan den eeuwigen Vader, het allerkostbaarst Bloed en Water opdraag, die gevloeid zijn uit de wonde, welke men in uw goddelijk Hart op den boom des kruises geslagen heeft. Gewaar-dig U de verdiensten van dit Bloed en dit Water toe te passen op al de zielen, maar ir. het bijzonder op die der arme zondaars en op de mijne. Zuiver, hervorm en red alle men-schen door de hulp uwer verdiensten. Ja, sta ons toe, o Jezus, in uw allerbeminnelijkst Hart binnen te treden en daar voor altijd te wonen.
(100 dayen aflaat. Pius IX. 13 Juni 1876.) ofwel:
Heilige Vader, ontvang als zoenoffer voor de behoeften der H. Kerk en tot herstel voor de zonden der menschen, het allerkostbaarst Bloed en Water, die uit de wonde van Jezus' goddelijk Hart gevloeid zijn, en wees ons barmhartig! Amen,
(80 dagen aflaat. Pius IX 13 Juni 18J6.)
â 23 â
III. Heiliging van den eersten Vrijdag (of Zondag) der maand.')
MORGENOEFENING.
liet door den Hoogw. Bisschop is toegestaan, geschiede deze morgenoefening met uitstelling ^g)1 van het H. Sacrament.
Zoodra als dan het H. Sacrament is uitgesteld, en de priester de H. Mis begint, zinge men het »Veni Crnator' of een ander kerkelijk lied tot het Evangelie.
Daarna begint de priester op den predikstoel de voorbereidende acten tot de Communie, terwijl aan het altaar het II. Misoffer wordt voortgezet.
Waar echter deze voorbereidende acten niet geschieden, verrichte ieder lid deze voor zich. (Men vindt daartoe gebeden ofwel in die der H. Mis, bladz. 52), ofwel in die vóór en na de Communie op bladz. 75). Intusschen wordt door het koor, bijv. na de Consecratie, een of andere Latjjnsche hymne of antiphoon gezongen. Men zie de hymnen van het H. Hart op bladz. quot;28 en 29.
Zoodra het oogenblik der Communie gekomen is, gaan allen op hunne beurt de H. Communie ontvangen, waaronder opnieuw eenig kerkelijk lied gezongen wordt. Daarna verricht de priester op den predikstoel â eene korte dankzegging, bidt met de leden eenigen tijd voor de belangen der Eerewacht, en eindigt na de II. Mis met eene der volgende gebeden. Waar echter die dankzegging niet geschiedt, bidt de Priester een dezer gebeden, na de Mis, aan den voet des altaars.
3
1
Hart op den l$ten Vrijdag , zie bl 10 in de noot onderaan :
__ 24 â
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
O allerbeminnelijkst Hart van onzen Zaligmaker! Gij zijt de zetel van alle deugden, de bron van alle genaden, de brandende vmiroven, waar alle heilige zielen van liet vuur der goddelijke liefde ontvlamd worden: Gij zijt het voorwerp van Gods algeheel welbehagen; het toevluchtsoord der bedroefden, de woning van alle zielen, die U liefhebben. O Hart, dat waardig zijt over ons te heerschen en al onze liefde te bezitten ! O Hart, uit liefde tot ons op het kruis door de lans geopend, maar nog meer gewond door onze zonden; sedert voortdurend op onze altaren verblijvend, gewond door de ontcerende ondankbaarheid der menschen! O Hart, dat ons allen zoo teederlijk liefhebt, maar zoo weinig wederliefde vindt, herstel die zoo groote ondankbaarheid, door onze harten in eene vurige liefde tot U te ontvlammen. O, konden wij toch de geheele wereld doorloopen, om aan allen, de genaden, de zoetheden, de schatten te verhalen, die Gij verschaft aan hen, die U waarlijk beminnen ! Aanvaard ons verlangen, dat wij met U vereenigd thans uiten; wij zouden toch zoo gaarne alle harten zien branden voor U. O goddelijk Hart, wees onze troost in al ons lijden, onze rust bij onzen arbeid, onze vertroosting bij onze kwellingen, onze haven bij de stormen van dit leven. Wij wijden U heden ons lichaam, onze ziel, ons hart, onzen wil, ons leven, al onze gedachten, al onze gevoelens, al onze verlangens toe. Eeuwige Vader, wij offeren U de zoo zuivere gevoelens van het H. Hart van Jezus: zoo Gij ook de mijne verwerpt, ó die
van Uwen Zoon, de Heiligheid zelve, kunt Gij niet verstoeten; dat zij aanvullen, want mij ontbreekt, dat zij mij aangenaam maken in uwe oogen. Amen.
[Ofwel het volgende gebed:]
Eeuwige Vader! uw goddelijke Zoon heeft ons beloofd, dat Gij ons alle genaden zult schenken. welke wij U in zijnen Naam zullen vragen; vol vertrouwen in die belofte, smeeken wij U in den naam en door het Hart van Jezus, met wien wij allen thans vereenigd zijn, om de volgende genaden, welke wij tevens voor al onze medeleden der P^erewacht afsmeeken:
Wij vragen U opnieuw de vergiflenis van al de beleedigingen, welke wij U hebben aangedaan; wij zeggen het U nogmaals: zij zijn ons van harte leed; het spijt ons uwe oneindige Goedheid versmaad te zien. Liever willen wij duizendmaal sterven, dan U nog ooit te belee-digen.
Wij vragen U uw goddelijk licht, om de ijdelheid der wereld en de voortrefl'elijkheid van het oneindig Goed, dat Gij zijt, te mogen kennen.
Wij vragen U uwe heilige liefde, om onthecht te worden van de schepselen en vooral van ons zeiven, om niets meer dan U en uw H. Wil te beminnen. Ontsteek toch in ons hart het vuur uwer liefde!
, Wij vragen IJ een onbeperkt ver-trouwen in de oneindige verdiensten van het Hart van Jezus en in de bescherming van Maria.
Wij vragen U de volharding in uwe liefde.
â 2G â
Cor Je- au. Hart van Jezus.
Gij kent, o Jezus, onze zwakheid en onze ongetrouwheid , na zoovele beloften, welke wij U hadden gedaan. Als Gij ons niet aanhoudend bijstaat, dan zullen wij opnieuw het ongeluk hebben, uwe genade te verliezen. O goddelijk Hart van onzen Verlosser! laat niet toe, dat wij van U gescheiden worden. Wij maken het vaste voornemen, in alle bekoringen en noodwendigheden tot U onze toevlucht te nemen, en zijn verzekerd , dat Gij ons altijd zult bijstaan, als wij ons aan U aanbevelen; maar wij vreezen, dat wij zullen verwaarloozen U aan te roepen, en dat deze nalatigheid de oorzaak zal worden van onzen ondergang. O eeuwige Vader! Wij bidden U door de liefde, welke Gij Jezus toedraagt, geef ons de genade van het gebed, dat is, de genade nooit op te houden U aan te roepen, en immer te herhalen: »0 mijn Jezus, barmhartigheid! Zoet Hart van Jezus, wees mijne liefde! Maria, mijne Moeder, sta mij bij! Zoet Hart van Maria, wees mijne toevlucht! H. Jozef, vriend van het H. Hart, bid voor ons.quot;
â 27 â
|
Twee voorzangers gaan Laudate Dominum omnes | gentes; laudate | eum omnes populi. Allen. Adoremus etc. Quoniam confirmata est super nos | misei'i-cordia ejus; et Veritas Domini [ manet in a3ter-num. Allen. Adoremus etc. Gloria Patriet | Filio, et Spiritui Sancto. Allen. Adoremus etc. Sicut erat in princi-pio | et nunc et semper, et in saecula | saiculo-rum. Amen. Allen. Adoremus etc. |
door in den kerktoon: Looft den Heer alle geslachten : looft Hem alle volken. Aanbidden wij enz. Want zijne barmhartigheid is over ons bevestigd; en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid. Aanbidden wij enz. Eer zij den Vader en den Zoon enden H.Geest. Aanbidden wij enz. Gelijk 't was in den beginne en nu en altijd, en in alle eeuwen dei-eeuwen. Amen. Aanbidden wij enz. |
Ook kan men denverkiezende een der geestelijke liederen zingen.
â 28 â
AVONDOEFENING.
Als het H. Sacrament ley aanbiddiny is uitgesteld, kan men een antiphoon of hymne ter eere van het H. Sacrament of een der volgende lofzangen 1) zingen:
ca le- gem con-ti- nens, non ser-ne- ra- turn Cha-ri- tas ic- tu a- man-tem re- da-met, quis non Pa- ren- ti et Fi- li- o. Sane- to-
â â
1. vi- tu- tis ve- te- ris, sed gra- ti- ae, sed
2. pa- ten-ti vo- la- it; a- mo- ris in- vi-
3. re- demptus di- li- gat, et Corde in is- to
4. que sit Spi-ri- tu- i, qui-bus po- tes- tas,
3
1. ve- ni- ae, sed et mi- se- ri- coi- di-ae.
2. si- bi- lis ut ve- ne- re- mur vul- ne-ra.
3. se li- gat ae-ter- na ta- ber- na- cu-la!
5 .
1. Cor Ar-
2. Te vul-
3. Quisnon
4. De- cus
4. glo-ri-a, regiiura queinom- ne soe- cu-lum.
A-
ibübzm:
men.
ofwel:
1) De T«rtaling des c«rsten lof/.angs rindt men in Lied No. 4. Aan Leden, die niet raedezingen . wordt aangeraden de gebeden geduâ rende het lof te rerrichten. Zie bladz. 86.
â 29 â
| ||||||||
|
1. Auctor be- a- te sse- cu-li, Chris-te A- mor co- ë- git te tu-us Mor-ta- 3. Percus-sumadhoc est lan- ce- a, pas- sum- 4. De cus Pa- renti et Fi- li- o, Sanc-to- |
id
1. tris de lu- mi- ne, De- us- que ve- rus
'2. A- dam red-de-res, quod ve- tus il- leabs-
3. va- ret sor-di-bus, un- da flu- en- te et
4. tes-tas, glo- ri- a, regnumquein omneest
men.
1. de De- o.
2. tu- le- rat.
3. san-gui- ne.
4. sae oa- lum.
|
v. Ignem vcni mittere in terram. (Alleluja.) |
Vuur ben ik komen brengen op aarde. u. Et quid volo, nisi ut En wat ik wil, tenzij dat accendatur. (Alleluja.) i het ontstoken worde. |
â 30 â
|
oremus. Fac nos, Domine Jesu, sanctissimi Cordis tui virtutibus indui et affec-tibus inllammari: ut et imagini tuüo bonitatis conformes, et tuse re-demptionis rnereamur esse participes. Qui vivis et regnas in ssecula sse-culorum. r. Amen. |
laat ons bidden. Maak, o Heer Jezus , dat wij met de deugden van uw allerheiligst Hart bekleed en door uwe liefde ontvlamd worden; opdat wij én gelijkvormig aan het beeld uwer goedheid, én deelachtig aan uwe verlossing verdienen te worden. â Die leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
w
â â quot;I.â'
â
Sanc-ta Ma- ri- a, Mater De- i, o- ra pro-
â 31
i|a%
Ã
mor- tis no-
strae.
men.
Bit worde driemalen herhaald. Daarna zincje men:
|
v. Ora pro nobis, Sancta DeiGenitrix. (Alleluja.) r. Ut digni efficiamur promissionibus Christi. (Alleluja). oremus. Gratiam tuam, qute-sumus Domine, menti-bus nostris infunde, ut qui Angelo nuntiante Christi Filii tui incarna-tionern coguovimus, per passionem ejus et cru-cem ad resurrectionis gloriarn perducamur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. r. Amen. Divinum auxilium ma-neat semper nobiscum. r. Amen. |
, heilige Bid voor ons Moeder Gods. Opdat wij worden de beloften van Christus. laat ons bidden. Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die dooi' de boodschap des Engels, de mensch-wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. De goddelijke hulp blijve altijd met ons. Amen. waardig |
Daarna geschiedt de volgende oefening: de priester bidt luide, terwijl allen in stille medebidden:
m
â 32 â
In den naam des Vaders, enz.
Opoffering van het wachtuur.
Goddelijke Jezus, allerzoetste Zaligmaker, wij offeren U dit nur van Eerewaclit op, en verlangen gedurende hetzelve in vereeniging met de Engelen en Heiligen des Hemels, en met de rechtvaardigen der aarde, U op geheel bijzondere wijze te beminnen, te verheerlijken, maar bovenal uw aanbiddelijk Hart door onze liefde te troosten. Neem, o lieve Jezus, tot deze meening al onze gedachten , woorden , werken en moeielijklieden aan; ontvang vooral onze harten , welke wij u zonder voorbehoud geheel en al schenken, terwijl wij U dringend smeeken, â deze te willen verteeivn door het vuur uwer goddelijke liefde.
Bemind zij overal het H. Hart van Jezus!
Allen antwoorden :
Bemind zij overal het H. Hart van Jezus!
Gebsd. tot Maria.
O Maria , teedèrste en bedroefdste der moe-â¢ders, door de onvergelijkelijke smart, welke gij gevoeldet naast het kruis, toen gij den soldaat uwen dierbaren Zoon zaagt naderen, om zijn goddelijk Hart te doorsteken, bidden wij u om erbarming voor de ongelukkige zondaars. Gij toch zijt ook hunne voorspreekster , ook hunne Moeder. Verkrijg dan, o Maria, dat ook voor hen het bloed en water, welke toen uit dat goddelijk Hart van Jezus stroomden , niet vruchteloos gestort zijn. Verkrijg hun , door de oneindige verdiensten van Jezus' hartelijden , eene ware en oprechte bekeering.
Gezegende Maagd! middelares en medehelpster in het verlossingswerk! al onze hoop is op het Hart van Jezus en op u gevestigd. Verwerf allen eene teedere en innige godsvrucht tot dat H. Hart, en help gij zelve ze uitbreiden over de geheele wereld. â En ons, o Moeder, neem ons aan onder het getal uwer dierbare kinderen; open ons het inwendige van Jezus' Hart, verkrijg ons allen, naar zijn voorbeeld, eene diepe nederigheid en eene groote zachtmoedigheid. Amen.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart,
Allen antwoorden :
Bescherm de Eerewacht.
Vcrvolr/ens staat de Priester op, beveelt in de ye-beden der leden die personen en intenties aan, waarvoor een r/ehed verzocht is, en bidt alsdan een Onze Vader en Wees Gegroet. Ook zal hel (joed zijn alsdan het nummer op te geven van het lied, dat na het lof zal gezongen worden. â iVit volgt de onderrichting of preek. â Bij het einde daarvan knielen allen neder en bidt men , terwijl de Priester voorbidt, de eereboete lot het II. Hart van Jezus. â Zoo hel kan, zij daarbij hel H. Sacrament ter aanbidding uitgesteld.
Eereboete aan het H Hart van Jezus.
Goddelijke Zaligmaker, lieve Jezus! sla, bidden wij (J, een barmhartig oog op de leden der Eerewacht, die vereenigd in denzelfden geest van geloof, herstel en liefde, hier voor uwe voeten nedergeknield, hunne ongetrouwheden, en die van de ongelukkige zondaren, hunne broeders, komen beweenen.
Mochten wij, om wille der eenparige en
â 34 â
openbare beloften, welke wij gaan verrichlen, uw goddelijk Hart treffen, en utwe barmhartigheid verwerven zoo voor ons zeiven als voor de ongelukkige en schuldige wereld, en voor allen, die het geluk niet bezitten U te beminnen.
Ja, in de toekomst, wij allen beloven het, zullen wij U den grootst mogelijken troost verschaiïen.
Voor de nalatigheid en de ondankbaarheid der menschen.
De aanwezigen: Zullen wij U troosten, o Heer !
Voor uwe verlatenheid in het H. Sacrament,
Voor de misdaden der zondaren.
Voor de godslasteringen, welke men tegen
U uitbraakt,
Voor de beleedigingen, uwe Godheid aangedaan ,
Voor de heiligschennis, waardoor men uw
Sacrament van liefde onteert.
Voor de oneerbiedigheden, waaraan men zich in uwe goddelijke tegenwoordigheid schuldig maakt.
Voor het verraad, waarvan Gij het goddelijk
Slachtoffer zijt,
Voor de onverschilligheid van de meeste uwer kinderen,
Voor de minachting uwer liefdevolle voor-
komendhied,
Voor de ongetrouwheden van hen , die zich
uwe vrienden noemen,
Voor het misbruik uwer genade.
Voor onze eigene ongetrouwheden,
Voor de onbegrijpelijke ongevoeligheid onzer harten,
Voor onze langdurige traagheid, om U te beminnen, zullen wij U troosten, o Heer!
Voor onze lafheid in uwen heiligen dienst,
zullen wij U troosten, o Heer;
Voor de bittere droefheid, waarin U het verlies der zielen dompelt, zullen wij U troosten, o Heer!
Voor uw lang wachten aan de deur onzer halten, zullen wij U troosten, o Heer!
Voor de beleedigende afwijzingen, waarmede men U overlaadt, zullen wij U troostin, O Heer! Voor uwe zuchten, zullen wij U troosten, o Heer! Voor uwe tranen, zullen wij U troosten, o Heer! Voor uwe gevangenschap van liefde, zullen wij
U troosten, o Heer!
Voor uwen marteldood van liefde, zullen wij U troosten, o Heer!
LAAT ONS BIDDEN.
O Jezus, goddelijke Verlosser, die uit uw H. Hart deze smartvolle klacht hebt laten hoo-ren: gt;gt;Ik heb vertroosters gezocht, maar er geene gevonden.quot; Gewaardig, bidden wij U, dit klein ofl'er onzer vertroosting aan te nemen, en ons bij te staan door de hulp uwer genade, opdat wij in het vervolg zorgvuldig vluchten, wat U mishaagt, en ons in alles, overal en altijd toonen uwe getrouwe en onderdanige kinderen. Dit vragen wij U door U zeiven, die God zijnde leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Daarna wordt het v Tantum errjo ' gezongen en de zegen niet het IJ. Sacrament gegeven.
â 36 â
,-\mm *m
A
^ a â W-
Tan-tum er- go sa- era-men- turn Ve- ne- re-
Ec- ren wijden diep ge- bo- gen Een zoo hei-Ge- ni- to- ri Ge- ui- to- que Laus et ju-Lo den Vader, on- ge- bo- ren, En zijn een-
mur eer- nu- i; Et an- ti- quum do- cu-
liq Sa- era-ment; Dc oude schaduw is ver-
bi- la- ti- o; Sa- lus, ho- nor vir-tus
ge- bo- ren Zoon, Lof van al- le ju-bel-
mentum No- vo ce- dat ri- tu- i: Prae stet
vlo-gen. Tn dit nieuw geheim vol- end; Wat de
quoque, Sit et be- ne- die- ti- o: Pro- ee-
ko- ren Zij, met dank en ze- gen-loon, Bei-der
m
fi- des sup-ple-mentum Sen-su- um de- fec-tu-i.
zin- nennii:tvermogen,'tWordedoor 'tyeloofgekend. den-ti ab u-tro- queComparsit lau-da-ti-o. Geest,als hun beschoren, Op hun éénen glorietroon.
A-A-
n en.
men.
|
v. Panem tie coolo prte-stitisti eis. (Alleluja.) r. Omne delectamén-tum in se habentem. (Alleluja.) oremus. Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tusc men.oriam reliquisti; tribue quto-sumus, ita nos corporis et sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemptionis tuoo fruc-tum in nobis jugiter sentiamus. Qui vivis et regnas in ssecula stc-culorum. r. Amen. |
Brood uit den hemel hebt Gij hun gegeven. Dat alle geneugte in zich bevat. laat ons bidden. God, die ons onder het wonderbaar Sacrament de gedachtenis van: uw lijden hebt nagelaten ; verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
Nadat de zegen mei hel Allerheiligste gegeven is, hidde men voor de overledene leden der Eerewacht één ygt;Onze Vaderquot; en '»Wees gegroetquot; met:
v. Heer, schenk hun de eeuwige rust.
r. Het eeuwige licht verlichte hen.
v. Dat zij rusten in vrede.
r. Amen. ')
Daarna zinge men een der liederen hierachter voorkomende, waaronder, zoo het gebruikelijk is, de Trekbrief]es -) worden- uitgereikt.
1) Waar htl oebruikelijk 's' ^orde ook de Engel des //eeren gebeden. (Zie bl. 49 en 50.)
2) Hel is van den eersten beginne der Broederschap gewoonte geweest dergelijke Maandbrkfjes te trekken Men viadl daarop de Oefening eener
â 38 â
IV. Bezoek aan het Beeld van het H. Hart van Jezus.
Z. H. Pius Vl heeft aan alle geloovigen, die godvruchtig en met een rouwmoedig hart een beeld van liet H. Hart van Jezus, in eene kerk of bidplaats of op een altaar ter vereering uitgesteld, bezoeken, en ecnige oogenblikken tot intentie van Z. H. daar bidden,quot;telken male een aflaat verleend van 7 jaar 4gt;n 7 maal veertig dagen (Rescr. 2 Jan. 1790), Deze beeltenis moet die van een menschelijk hart zijn, uitgedrukt op de borst van het Beeld des goddelijken Zaligmakers. (S. Congr. Indulg. 42 Jan. ]878.)
Elk gebed derhalve gestort voor zulk een beeld is goed, doch het volgende is daartoe bijzonder geëigend.
Toewijding van. zich. zelven aan het.
H. Hart van Jezus.
Aanbiddelijk Hart van mijn goddelijken Verlosser, zie mij, die uitverkoren ben, om tot uw Eerewacht te behooren, hier voor uw beeltenis neergeknield! O, ik ben besloten U altijd meei en meer te eeren, te beminnen, te troosten voor de ondankbaarheid en de oneer, welke L door de menschen worden aangedaan. Ik wijd U daarom toe geheel mijn persoon en mijn leven, mijne handelingen, moeielijkheden en
Dmgi. een Schietgebed en een Aftaalg.b.d. De o.fenm8, «elke men trekt, tracht men dken da( 11» te lezen, en voortdurend fe''lirLâ¢' maanil in beoefening le brensen. Voonl is h«l eoed, bij het *ach u daarop na te denken. GodTruehlife personen gaan daarenboten quot;P «s dac. welken zij setrokken hebben, zoo het hun is toegestaan, te Cotnm»nie «n kunnen alsdan een vollen aflaat lerdienen : want aan ieder is dn ïelfi op twee dagen der maand naar terkieiing toegistaan.
lijden, al wat ik ben en al wat ik bezit. Het is mijn vast en onherroepelijk besluit, om aan U, goddelijk en beminnelijk Hart van mijn Jezus, toe te behooren voor eeuwig. Derhalve verkies ik U tot eenig Voorwerp mijner liefde, tot Beschermer mijns levens, tot Waarborg mijner zaligheid, tot Kracht in mijne zwakheid, tot Troost in alle kruisen van dit leven. Ja, van nu af behoore mijn hart onverdeeld aan U, o Hart vol goddelijke liefde. Vernietig in mij alles, wat aan U mishaagt, verbreek die banden der genegenheid voor de schepselen, en hecht mij zoo vast aan uw Hart, dat ik in eeuwigheid niet meer van U gescheiden worde. Zuiver, lieilig en ontsteek mijn hart door het blakend vuur uwer liefde. Dan zal ik eeuwig gelukkig zijn. Amen.
Korte Opdracht.
Ik NN., om ü mijne erkentelijkheid te too-nen, en al mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk U mijn hart en wijd mij geheel aan U toe, o mijn beminnelijke Jezus; en met uwe hulp neem ik mij voor niet meer te zondigen.
(300 Hagen a/laat, eens per dag, als men deze â¢opdracht voor een beeld van het H. Hart bidt.^Pius VII. 9 Juni 1809.).
â 40 â
V. Novene ter eere van het H. Hart.
Z. II. Pius VIII, vergunde bij Rescript van de H. Congr. der aflaten van den 'Ir!den ,(an- 1^18 aan alle geloovigen, die op welken tijd ook door het jaar, eene novene houden ter eere van het H. Hart: Een aflaat van üOO clacjen op iederen dag, Een vollen aflaat op den dag, onmiddellijk volgende op de Novene, of op een dag van de octaaf daarvan, mits men, na rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidde voor de eendracht onder de Christenvorsten, de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk.
Een schoone novene vindt men aan het einde van dit Handboekje. Bladz. 100.
VI. De maand Juni.
Z. H. Pius IX heeft aan alle geloovigen, die gedurende de maand Juni. ter eere van het allerheiligste Hart van Jezus gebeden en oefeningen van godsvrucht godvruchtig en met een rouwmoedig hart, verrichten, verleend:
Een aflaat van 7 jaren, eens per dag,
Een vollen a/laat op één dag in de maand naar hun goedvinden, mits zij biechten, communiceeren en een kerk of publieke kapel bezoeken en daar tot intentie van Z. H. godvruchtig bidden. (S. C. Indulg. 8 Mei 1873.)
Ten einde deze oefening eiken dag van de maand Juni voor de leden der Aartsbroederschap gemak-keljjk te maken, zijn de maandbriefjes ook bij elkander in een afzonderlijk werkje uitgegeven, getiteld: vGodvruchtige Oefeningen voor de leden der Aartsbroederschap de Eerewacht van hel H. Hart van Jezus.quot;
â 41 â
Vil. Voorbereiding tot het feest van het H. Hart.
Het hoofdfeest der Aartsbroederschap moet steeds het feest zijn van het allerheiligst Hart van Jezus. Dit moeten de leden niet slechts plechtig vieren maar daar zich ook zoo veel mogelijk op voorbereiden. Dan zullen de genaden, die liet H. Hart van Jezus beloofd heeft op dien dag uit te deelen, hun ook des te overvloediger geschonken worden.
Zooals uit de opgaven der aflaten blijkt, kan men zich op verschillende wjjzen daartoe voorbereiden, en tevens daardoor aan de geesteljjke gunsten der Kerk deelachtig worden. Men kan dit doen:
4° door op de zen zondagen of zes vrijdagen, die dat Hoofdfeest voorafgaan, te biechten, te communi-ceeren en in een of andere kerk te bidden tot intentie van Z. 11. don Paus. Daaraan is telkens een volle aflaat verbonden.
2° door onmiddeljjk voor het Feest van het H. Hart eene novene of eene driedaaysche-oefenimj te houden. Daarmede kan men dagelijks een aflaat van 7 jaar en 7 maal veertiy dagen verdienen. Bepaalde gebeden tot het houden daarvan zijn niet voorgeschreven. Men kan dus met elk gebed ter eere van het H. Hart tot die intentie gestort, volstaan. Bijzonder wordt echter de novene van den H. Alphonsus Maria de Liguori aanbevolen, welke hierachter voorkomt. Zie bladz. 100.
Het moet voorzeker zeer aangeprezen worden, als deze novene in het openbaar in de broederschapsker-ken gehouden wordt. Daar het volgens onze synodale voorschriften geoorloofd is, gedurende de geheele Octaaf van H. Sacramentsdag Lof met uitstelling van het Allerheiligste te houden, bestaat daartoe dus eene zeer schoone gelegenheid, bijv.: door onder dit lof de oefeningen der novene gezamenlijk met de leden te verrichien.
De novene begint op den vooravond van H. Sacramentsdag.
Vlll. Feest van het II. Hart.
Daar dit het grootste feest der Aartsbroederschap is, zullen de leden zich beijveren, dien dag of op den Zondag onder de Octaaf te Communie te gaan. Zoo mogelijk worden ook alsdan de twee oefeningen gehouden, en het Beeld van het H. Hart van Jezus gedurende de geheele Octaaf zoo prachtig mogelijk uitgesteld.
Bij eene der oefeningen worde, in plaats van het gebed na de Communie of der gewone Eei-eboete , de volgende plechtige toewijding gedaan:
Aaabiddelijk Hart van Jezus, verslonden door liefde voor de mensclien en verteerd door den dorst naar hun heil; Hart, dat zoozeer bemint en zoo weinig bemind wordt! Hart, zoo liefderijk, zoo barmhartig en zoo teeder, sta toe, dat wy, op dezen duizendvoudig gezegenden dag, nederig voor U knielen en U plechtig eerherstel doen voor al de beleedigingen, oneerbiedigheden, ontheiligingen en heiligschennissen, bedreven tegen het aanbiddelijk Sacrament onzer altaren.
Vergiffenis, Heer! voor de vergetelheid en ondankbaarheid der menschen, voor de verlatenheid en onverschilligheid, waarmede zij uwe onmetelijke liefde vergelden!
Vergiffenis voor de arme zondaren!... Vergeet, Heer, onze ontelbare zonden, open uw allerheiligst Hart en laat daaruit, heden vooral, op ons stroomen van genaden, van ontferming en vergiffenis vloeien!
Neem onze nederige en ootmoedige eerbe-
â 43 â
wijzing aan, door welke wij ieder uur alle be-leedigingen zouden willen herstellen, welke U zijn aangedaan.
Duld, o allerheiligst Hart, dat wij op dit plechtig feest, ons geheel en al U toewijden; dat wij onze harten geheel en al aan U ten offer brengen. Konden wij U de harten van alle menschen der aarde aanbieden!
Wij smeeken de zegeningen van uw allerheiligst Hart af voor dit bisdom en zijn Kerkvoogd, over alle priesters, maar in het bijzonder over den Paus en de geheele H, Kerk.
Bewaar ons, bescherm ons, verberg ons in uw allerheiligst Hart, totdat wij eenmaal in het hemelsche Vaderland, voor eeuwig rondom uw troon geschaard, met alle Engelen en Heiligen door alle eeuwigheid zullen herhalen: ))Eer en aanbidding, dank en liefde, eeuwige lof en vertroosting zij gebracht aan het zoo minnend en allerbeminnelijkst Hart van onzen goddelijken Verlosser Jezus Christus!quot;
ALGEMEENE GEBEDEN EN OEFENINGEN
VOOR DE LEDEN DER
i: 1:1^ I:\A^vciit. !)
1. Morgenoefeniug.
Hoodra gij ontwaakt, verhef uw hart tot God, maak een kruis met gewjjd water. -') en
_II draag u zei ven en alles, wat gij dien dag
zult doen, het H. Hart van Jezus op.
Verricht onder het aankleeden eenige schietgebeden, en kniel daarna neder en bid:
Morgengebed.
fgetrokken uit de werken van den H. Alphonsus.)
Mijn Heer en mijn God, ik geloof, flat Gij hier tegenwoordig zijt. Gij ziet en hoort mij. Ik aanbid U en bemin U uit geheel mijn hart.
Ik dank U voor al uwe weldaden en in het bijzonder, omdat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.
1) De meeste gebeden, hier voorkomend, zijn met aflaten verrijkt. Zij zijn genomen uil de Raecolta etc.. welke op last van Z, H. Pius IX in 1877 door de H. Congregatie der aflaten werd nitgegeven.
Aan de meeste daarvan is tevens een volle aflaat verbonden onder de gewone voorwaarden éc'ns per maand te verdienen, zoo men ze n. 1. eiken dag bidt. De aflaten zijn toepasselijk op de zielen in het vagevuur.
2 Pius IX schonk den 23sten Maart 1866 een aflaat van 100 dagen aan allen, die met een berouwvol hart een kruisteeken met wijwater maken, en den 28sten Juli 1863 een aflaat van 50 dagen voor ieder kruis, d-it men met een berouwvol hart maakt.
â 45 â
Alles, wat ik dezen dag doen of lijden moet, olfer ik U op; mijn lijden en mijne handelingen vereenig ik met die van Jezus en Maria, en alle aflaten, waaraan ik deelachtig kan worden, wil ik verdienen.
Ik maak het voornemen, elke zonde te vluchten; {hier herinnert men zich vooral die fout, waarin men het meest valt) en ik bid U, om de liefde van Jezus, mij de genade der volharding te geven.
Ik maak ook het voornemen mij in alle wederwaardigheden aan uwen H. wil te onderwerpen en te zeggen: Beer uw wil geschiede!
O Jezus, ik stel mij in uwe li. Wonden, en verberg mij in uw H. Hart.
Zoet Hart van Jezus, maak dat ik U immer meer be minne!
(300 dagen aflaat. Pius IX. 26 Nov. 187SV
Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maak mijn hart gelijk aan liet uwe.
(300 dagen a/laat, eens per dag. Pius IX 25 Jan. 1868.)
Zoet Hart van Maria, wees mijn Heil.
(300 dagen ajlaal. Pius IX 30 Sopt. 1852.)
H. Jozef, Vriend van het H. Hart, bid voor ons. (300 dagen aflaat, eens per dag, Pius IX 3 Juni 1874.)
Engel Gods, mijn bewaarder, verlicht, bewaak, geleid en bestier mij, die door Gods liefde aan uwe zorg ben toevertrouwd; Amen.
(100 dagen aflaat. Pius VI 2 Oct. 1795) ')
HIERNA JBIOT MEN:
Onze Vader. Wees gegroet en de 12 artikelen des Geloof*
1) Om deze vijf aflaten te verdienen is het noodig. dal men die schietgebeden bidt met godsvrucht en een rouwmoedig hart.
Aanbeveling aan Maria.
Glorievolle Moeder Gods en koningin des hemels. Heilige Maria, mijne bijzondere patrones, ik groet u door het allerzoetst Hart van Jezus Christus, uwen welbeminden Zoon, en beveel mij heden aan uwe moederlijke liefde, opdat ik alles, wat ik zal verrichten, moge volbrengen tot meerdere glorie van uwen Zoon, tot heil mijner ziel en voordeel van mijn naaste. In alle kwelling, bekoring, benauwheid en gevaren kom mij te hulp, o goedertierene, o goede, o zoete Maagd Maria.
Bid daarna, ter eere der onbevlekte zuiverheid van Maria, driemaal het Wees gegroet, om de zuiverheid te bewaren. Zeg vervolgens:
Door uwe onbevlekte Ontvangenis, o allerzuiverste Maagd Maria, reinig mijn hart, mijne ziel en mijn lichaam.
O zoet Hart van Jezus, onzen Heer,
Geef dat ik U bemiune altijd meer en meer.
NB. Aan hen, die door den dag wegens hunne werkzaamheden de opoffering van hun wachtuur (zie bladz. 19) niet kunnen doen, wordt aangeraden dit thans te doen, en als het uur komt, met eene enkele goede gedachte, b. v.: Voor U, o mijn Jezus, zij dit uur der Eereivacht, de meening te hernieuwen.
MEDITATIE.
Welke ook de bezigheden of de plichten van staat van een lid der Eerewacht zijn, er is niemand onder hen, die niet eiken dag een weinig kan mediteeren of overwegen over eene of andere waarheid des ge-loofs. Do wijze, welke wij zullen aangeven, zal dit duidelijk maken; men zal zien, dat mediteeren gemakkelijker is dan men denkt.
â 47 â
Elke ziel, zelfs de eenvoudigste, denkt na op hetgeen zij gaat doen, denkt aan datgene, wat zij liefheeft. Ziedaar het mediteeren in de natuurlijke orde van zaken. Teruggebracht nu in de bovennatuurlijke orde op Jezus Christus. op God, is dat nog veel gemakkelijker, vooral als men eenige liefde heeft voor het goddelijk Hart van Jezus, en eenig verlangen, om dat Hart van verre na te volgen.
Zie hier nu hoe een lid der Eerewacht eenige oogenblikken, al zijn liet maar vijf minuten, des morgens of des avonds of in het wachtuur, mediteeren kan.
Als men in de kerk is of alleen in zijne kamer knielt men neder, en zegt men neergeknield voor den goddelijken Verlosser, in de eenvoudigheid des harten eenige korte acten, zooals: Mijn Heer en mjjn God, Gij ziet en hoort mij, ik geloof het, Gij zijt hier tegenwoordig. â Ik ben onwaardig voor U te verschijnen, maar ach, wat ben ik zonder U ! â Heer, leer mij bidden, leer mij spreken met uw goddelijk Hart. â H. Geest, verlicht mijn verstand, beweeg mijn hart, versterk mijn wil, H. Maria, H. Jozef, mijn H. Engelbewaarder, mijne H. Patronen, komt mij te hulp en helpt mij eene goede meditatie doen.
Dan leest men uit een of ander boek, hetzij ygt;De Navolging van Christusquot;, hetzjj een ander meditatie-boek (zeer geschikt is ook het boekje der ti'jc Oefeningen voor de leden der Eereicacidquot;), één bladzijde of de aangegeven oefening, doet dan het boek dicht, en denkt met neergeslagen oogen eenige minuten daarover na. Is het een deugd, welke gij te overwegen hebt, zoo vraag u af: Hoe heeft Christus die deugd beoefend? â Hoe heb ik ze beoefend? â Hoe zal ik deze deugd beoefenen vandaag, voortaan? â En neem aanstonds het besluit: zóó zal ik dat voortaan doen. â Is het een punt van Jezus' lijden of liefde, kom dan immer tot het besluit: Mijn God, mijn God, wat hebt Gij mij toch lief gehad! mijn besluit is genomen, ik zal U meer en meer beminnen. â Vraag u verder; Hoe moet ik dat
- 48 â
doen ? â Wat daarvoor laten ? â Welke gelegenheden vluchten? â Waar mij voor wachten? En goede voornemens zullen de vrucht van dat nadenken zijn, goede voornemens, die u dien dag deugdzamer zullen doen leven, en die gij zeker zult â volbrengen, als gij Gods hulp vraagt door vele schietgebeden.
Na aldus eenige oogenblikken gemediteerd te hebben , bedankt men God voor zjjne genaden, en zegt men uit de volheid des harten: Goede God. ik dank U voor alle ontvangen weldaden, bijzonder voor de verlichting mij verleend. Ik vraag U vergiffenis voor alle verstrooidheid of onachtzaamheid. Ik draag U nogmaals mjj zeiven en mijne voornemens op. Maar, lieve Jezus, Gij weet, hoo zwak ik ben: door de liefde van uw goddeljjk Hart, kom mij te hulp, om getrouw te bljjven: ach, verberg mij in uw Hart, en laat mij in eeuwigheid niet van U gescheiden worden. Amen
Ziedaar een eenvoudige en gemakkelijke wijze, om eenige minuten te mediteeren. En toch hoe gemakkelijk en eenvoudig zij is, er kunnen in het leven van den niensch omstandigheden zijn, ofwel door de vele bezigheden, of door moedeloosheid, of door zie-leljjden, vooral door angstvalligheden, dat men di.* kracht niet gevoelt, om zóó zelfs maar vijf minuten door te brengen Zulke zielen moeten dan ten minste niet nalaten eenige oogenblikken, hetzij in iverkelijk-he'uU hetzij m dm finest voor een beeld van het H. Hart, een kruisbeeld, of den Tabernakel neer te knielen, en daar aandachtig de blikken op te vestigen. Kan men dan al niet bidden, kan men zjjn nood niet eens klagen aan Jezus, o die blik zal medelijden afsmeeken, en vertroost en versterkt, ja misschien genezen zullen zij opstaan, want het II. Hart van Jezus is de barmhartigheid, de liefde zelve.
AI hebben zij ook anders niet de minste vrucht voor hun geest of hart daaruit getrokken, en blijven zij even dor als vroeger, dan nog zal dat blijven bij Jezus hoogst verdienstelijk zijn, want het H. Hart
â 49 â
heeft hen bij zich gezien; dat is genoeg voor zijn teederheid; uit dat Hart zullen genadestroomen neer-vloeien, welke die troosteJooze ziel eenmaal verheerlijken zullen in den hemel.
II. Oefeningen door den dag.
1, De Engel des Hoeren.
De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt; en zij heeft ontvangen van den H. Geest. â Wees gegroet, enz.
Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. Wees gegroet, enz.
En het Woord is vleesch geworden; en het heeft onder ons gewoond. Wees gegroet, enz. Bid voor ons, H. Moeder Gods,
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
laat ons bidden.
Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de rnenschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis mogen gebracht worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
(in den paaschtijd.)
Verheug u, koningin des Hemels: alleluja, Want dien gij verdiend hebt te dragen . alleluja Is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft: alleluja, Bid God voor ons: alleluja.
â 50 â
V. Verheug en verblijd u, Maagd Maria: alleluja. R. Want de Heer is waarlijk verrezen: alleluja.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die U gewaardigd hebt door de verrijzenis van uw Zoon, onzen Heer Jezus Christus, de wereld te verblijden; geef, smeeken wij U, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugde des eeuwigen levens mogen verwerven door denzelfden Christus, onzen Heer.
R. Amen.
NB. Aan »De Enr/el den Heer en' of in den Paasch-tijd (van Paaschzaterdag tot den vooravond van het feest der H. Drievuldigheid) aan het » Verheug u enz.quot; is telkens een aflaat van 100 dagen verbonden, als men deze gebeden n. 1. bidt des morgens, des middags en des avonds bjj het luiden van de bedeklok. Hierbij valt op te merken :
1. Men moet zoo men kan »De Engel des Heer en' geknield bidden, uitgezonderd des Zaterdags avonds en den geheelen Zondag, dan n. 1. slaande. Insgelijks immer staande het » Verheug u enz.quot;
2. Zij, die het »Verheug u enz.quot; niet uit 't hoofd kennen, kunnen ook in den Paaschtijd volstaan met »Ãe Engel des Heer enquot; te bidden.
3. Bevindt men zich op een plaats, waar men het luiden niet hoort, dan gewint men den aflaat ook, als men de bovengemelde gebeden bidt omstreeks den tijd, dat er gewoonlijk geklept wordt.
(Bened. XIII. 14 Sept. 1724 Bened. XIV 20 April 1742. Pius VI 18 Maart 1781. Leo XIII 3 April 1884.)
2. Als de klok slaat.
Maak het H. Kruisteeken en bid:
Bemind zij overal het H. Hart van Jezus
â 51 â
3. men zich aan hel werk begeeft.
Heer! ik offer U dit werk. Wees gegroet, enz.
4. Bij eene bekoring of in eenig gevaar.
Jezus, Maria, Jozef, helpt mij! H. Engelbewaarder! sta mij bij!
5. Als men bemerkt een fout begaan te hebben.
O mijn God, het spijt mij, IJ beleedigd te hebben. Oneindige Goedheid, ik ben besloten het niet meer te doen.
6. In tegenspoed.
Gods allerrechtvaardigste, allerhoogste en allerbeminnelijkste Wil geschiede in alles, en zij in eeuwigheid boven alles geloofd en verheerlijkt.
(100 dagen aflaat. Pius VII 19 Mei 1818),
7. Als de H. Communie naar een zieke gebracht wordt.
Tracht immer als getrouw- lid der Eerewacht, zoo de H. Communie aan een zieke gebracht wordt, het H. Sacrament te vergezellen. Is u dit om eene of andere reden onmogeljjk, kniel dan, zoodra gjj de schel hoort, neder, en bid een Onze Vader en een Wees gegroet tot intentie van Z. H.; zoowel aan het vergezellen als aan deze laatste wijze van liefdebetoon hebben de Pausen aflaten verbonden.
111. Gebeden onder de H. Mis.
De groote H. Augustinus merkt op, als hij spreekt yan het H. Altaarsacrament, dat de offerande der H. Mis bij God niet minder krachtdadig is, dan het Offer, op het kruis opgedragen, toen het bloed en water uit de wonde van Jezus' Hart vloeiden. Waarom? Omdat het Hart van den Godtnensch daar door dezelfde olferande als op het krui*, doch op onbloedige wijze, aan zijn hemelschen Vader eeuwige glorie, eeuwigen dank voor zijne weldaden jegens ons, en waardige voldoening voor onze zonden schenkt; omdat het daar te zamen met ons bidt, en door de verdiensten van zijn Ijjden voor ons genaden afsmeekt. â In de H. Mis toont dus de Zaligmaker zoo overvloedig mogelijk de overmaat zijner liefde. Laten wij, als léden der Eerewacht, er op uit zijn die volmaakte , verhevene en oneindige offerande zoo dikwijls en zoo goed mogelijk bij te wonen. O welke schatten van geestelijke en tjjdelijke gunsten worden ons daar geschonken!
Bij het begin der h. mis.
Eeuwige Vader, ik draag U het ofler op, dat Jezus, uw welbeminde Zoon, U eens op het kruis bracht, en dat Hij thans hernieuwt op dit altaar. Ik offer het U op in naam van alle schepselen, met de Missen, welke thans worden opgedragen, en in de geheele wereld zullen opgedragen worden, om U te aanbidden, om U de eerbewijzingen te geven, welke Gij verdient, om U ook den dank te betuigen, dien wij U schuldig zijn voor uwe tallooze weldaden, om uwen toorn te stillen, welke door onze tallooze zonden ontstoken is, en er U een waardige voldoening voor te geven; eindelijk om U genaden af te smeeken, zoo voor mij als voorde
â 53 â
Kerk, zoo voor de geheele wereld als voor de zielen in het vagevuur.
(Aflaat van 3 jaren, eens per dag. Pius IX 11 April 1860.)
De priester aan uen voet des altaars.
Overdenk, hoe Jezus naar den hof van Olijven ging, om te bidden. â Hoe zijn H. Hart beangstigd werd tot den dood toe. â Zóó hevig tvas het lijden in dat Hart, dal Jezus in doodsangst verkeerde. â Toch bad Hij tot driemalen toe: »Niet mijn wil, maar uw wil geschiede'' â Vraag aan het H. Hart van Jezus, dat ook gij in alles onderworpen moogt zijn aan Gods II. Wil en bid ;
Goddelijk Hart van mijnen lieven Jezus, wat hebt Gij veel, onuitsprekelijk veel geleden in den hof van Olijven. Nochtans, ygt;niet mijn, maar uw ivil geschiede,'''' zoo was uw bede tot uw hernelschen Vader. Ook ik wil in alles onderworpen zijn aan uw H. Wil. Ja, Heer, geef, dat ik niets wille dan hetgeen Gij wilt, want wat Gij wilt, is altijd goed. Uw wil zij mijne vertroosting. In kommer of druk, in ziekte of ellende, altijd wil ik uwen wil volbrengen. H. Wil van mijn Jezus, ontvang geheel mijn leven, al mijne ademhalingen en hartkloppingen, in één woord, alles wat in mij is, opdat toch uw wil en niets anders in mij steeds geschiede.
De priester gaat de trappen des altaars
op en kust het.
Denk er aan, hoe Judas door een kus Jezus verried, en Hem aan dn krijgsknechten overleverde; maar bedenk tevens , hoe ook gij Jezus hebt verra-
â 54 â
den, toen gij Hem achter uwe zondige vermaken hebt gesteld.... Zeg aan het aller liefderijkst Hart van Jezus :
O Hart, vol liefde voor mij, ik vraag U van harte vergiffenis voor mijne menigvuldige zonden, waardoor ik U zoo menigmaal, als een andere Judas, zoo snood verraden heb. Ja mijn Jezus, vergiffenis! Ach, hoe spijt het mij, U beleedigd te hebben. Geen zonden meer, in eeuwigheid geen zonden meer! Ik wil liever sterven, dan U nog ooit verraden of vergrammen.
O mijn God, doe toch uit mijn hart de minste vlek verdwijnen, opdat ik met den priester op waardige wijze dit offer opdrage.
Heiligen des hemels. Edelmoedige Soldaten van Jezus Christus, die uw bloed vermengd hebt met het zijne, houdt niet op voor mij te smee-ken om vergiffenis mijner zonden. Amen.
Kyrie eleison.
Jezus, in het huis van Caïphas gebracht, wordt door Petrus tot driemalen verloochend. Denk aan de ontzettende vernedering, welke daardoor het minnend Hart van Jezus werd aangedaan; â maar herinner ii ook, hoe er zoo velen zijn, die Christus verloochenen, door af te vallen van het Geloof, die Hem niet willen erkennen als hun Meester, door in het heidendom of in ketterij voort te leven. Smeek daarom, gelijk in de eerste tijden der kerk geschiedde, voor hen thans ontferming af.
Mijn Heer en mijn God, Vader der barmhartigheid, heb medelijden met allen, die afgevallen zijn van het ware Geloof; Christus, onze Verlosser, die uw bloed en leven voor allen gaaft, ontferm U over hen, die in ketterij voort-
â 55 â
leven; Heilige Geest verlicht allen, die in de duisternis des Heidendoms leven, en laat hen komen tot het licht der waarheid.
Gloria int excelsis.
Terwijl do Enyelen hel rjoddelijk Hart van Jezus onophoudelijk prijzen en verheerlijken, iverd het door de Joden en de Romeinsche soldaten den rjanschen nacht bespol, verguisd en vernederd.... O mijn ziel, help die oneer, het goddelijk Hart aangedaan, herstellen. Vereenig u daarom met de engelen des hemels, en verheerlijk uw God in het sehoone gloria in excelsis; bid met den priester:
Eere zij God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen, die van goeden wille zijn. Wij loven U. Wij prijzen U. Wij aanbidden U. Wij verheerlijken U. Wij danken U om uwe groote glorie. Heer God, Koning des Hemels, God Vader, Almachtige! Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon! Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders! Gij, die de zonden der wereld wegneemt, neem ons nederig gebed aan ! Gij, die zetelt aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer! Want Gij alleen zijt heilig! Gij alleen de Heer! Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.
Collecte.
Smeek verder, dat Jezus U helpe de deugden te beoefenen, waarvan zijn H. Hart U in dien nacht het voorbeeld gaf. Zeg met den priester:
Heer Jezus Christus, die aan uwe bruid de H. Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van
5
uw goddelijk Hart hebt geopenbaard en geschonken; geef zoo smeeken wij U, dat ook onze harten, met de hemelsche genaden, welke aan die allerzoetste bron ontwellen, verrijkt en verkwikt worden. Die leeft en heersclit door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Epistel.
Jezus bekent, dal Hij de Christus, de Zoon van den levenden God is, en de hooyepriester en de joden veroordeelen Hem ter dood____ Diezelfde veroordeeling geschiedt thans nog zoo dikwerf door de ongeloovigen, door de zondaars, misschien ook door u, die dc zonden begaat.... Smeek het II. Hart om genade____ bid:
O mijn Jezus, barmhartigheid met de zondaars, met de ongeloovigen! ü mijn Jezus, barmhartigheid met mijne arme ziel!
Evangelie.
liet hoek wordt omgedragen. He leer des Evangelies ging van de ondankbare Joden tot de Heidenen over. Verbeeld u, hoe Jezus van Caïphas naar Pi-latus werd gebracht, en hoe Hij daar valschelijk beschuldigd werd.... Sla op, om te belijden, dat gij niet tot die beschuldigers wilt behoor en, maar leven-wilt naar zijn II. Evangelie. Zeg aan het H. Hart van Gods Zoon :
O Jezus! ik zeg U duizendmaal dank, dat Gij mij het H. Evangelie van uw woord verkondigd hebt en mij tot het H. Geloof hebt geroepen boven zoo veel duizenden, die deze genade niet ontvingen. Duizendmaal dank daarvoor. Ik betuig het U, ik zal voortaan beter
â 57 â
naar dat woord luisteren, beter volgens de leer des evangelies leven. Help mij daarin door uwe genade.
Credo.
Overdenk, hoe de Zoon van God van Pilatus naar Herodes werd gebracht, en hoe Hij daar in een wit kleed als een dwaas bespot werdâ Zoo wordt Jezus behandeld door hen, die lachen met hel geloof, die hel niet belijden door hunne werken, die in plaats van Hem te aanbidden , Hem met oneerbiedigheid bejegenen, vooral in de kerk. Zij betuigen hun geloof niet en bespotten Hem. O wat ivnrdt daardoor het H. Hart van Jezus vreeseljk verwond____
O Jezus, ik geloof in U,ik geloof alles, wat Gij geopenbaard hebt.... Gij zijt mijn Heer en
God____Voortaan zal ik mij met meer eerbied
in uwe tegenwoordigheid gedragen en beter bidden. 0 zoet Hart van Jezus, zoo lijdend door ons, versterk mij!
Offerande.
Verheeld u, hoe Jezus ontkleed, aan een geeselpaal gebonden en gegeeseld werd , zoodat het bloed langs alle zijden vloeide. Daarna zette men Hem op een steen; plaatste een vreeseljke doornenkroon op zijn hoofd, gaf Hem een rielstok in de hand . een solda-tenmantel om de schouderen, en groette Hem spottend als den koning der joden, ja zij spuwden Hem in het aangezicht....
O goddelijk Hart van Jezus, mijn zonden van onzuiverheid en hoovaardigheid hebben ü al die verachting aangedaan... Barmhartigheid, mijn Jezus, barmhartigheid!... Ik ofl'er U met den Priester dit brood en dezen wijn op, op-
â 58 â
dat zij straks, in uw K. Lichaam en Bloed veranderd, voor mij om genade smeeken. He-melsclie Vader! ik draag U ook het Hart van uw welbeminden Zoon op als een offer van aanbidding uwer oneindige Majesteit, ten einde te voldoen voor de oneer, die uw Zoon ten deel viel in het voorhof van Pilatus; als een dankoffer voor alle mij verleende weldaden, maar vooral tot herstel der ondankbaarheid zijner wreede beulen, als een zoenoffer voor mijne zonden en voor die der Joden en wreedaardige soldaten, die Hem zoozeer bespot hebben; als een smeekoffer eindelijk ten einde alle genaden te verwerven, mij zoo noodzakelijk, vooral de groote genade der volharding tot het einde toe. Neem het aan, o mijn God, want uit mij zelf kan ik U niets geven, dat U waardig is.
De PRIESTER WASCHT ZIJNE HANDEN.
Denk er aan, hoe de laffe Pilatus, bezwijkend voor het menschelljk opzicht, toegeeft. ... Menschel jk opzicht deed ook u misschien zondigen. Smeek het H. Hurt van Jezus om vergiffenis en groote zuiverheid des harten, vraag de genade, hel menschelljk opzicht immer met voeten te treden:
0 allerzuiverst Hart van mijn Jezus, zuiver mij meer en meer van mijne zonden en ongerechtigheden. Laat mij toch niet meer terug-keeren tot het gezelschap van uwe vijanden en de mijne. Maak mij geheel los van hen en van alle menschelyk opzicht, opdat ik openlijk voor mijn Geloof uitkome, en U, o Heer, steeds ver-heerlijke door mijne wroorden en daden. Amen.
â 59 â
Orate fratres.
Jezus wordt vertoond aan het volk. nialus 'rijt: Ziet den mensch! .. . Stel u Jezus in al zijn lijden voor, en denk er aan, dat de zonde aldus Jezus hoeft misvormd .. .
Ach wat pijnlijke toestand, lieve Jezus, toen Pilatus U aan het volk vertoonde, zeggende: ygt;ziet den menschquot; uw hoofd met doornen gekroond, uw aangezicht paars en blauw, met speeksel overdekt, uw lichaam door de goeso.l-riemen geheel verscheurd, vol bloed en wonden. De zonden, en de zonden alleen hebben U zoo misvormd.. . . Jezus, vergeef mij mijne zonden! Moge uw offer den hemelschen Vader welgevallig zijn, moge het een zoenoffer voor mijne zonden, een krachttig smeekoifer zijn tot verbetering van mijn leven.
Praefatie.
De Joden roepen luide: dKruisig Hem! kruisiy Hem!quot; en herhalen onophoudelijk dien moordkreet... Jezus wordt dan veroordeeld en rjaat uit om gekruist te worden . .. Maar ook door dien kruisdood zijn wij verlost, is de hemel voor ons geopend en zijn wij in staat Gode dankbaar te zijn. Vereenig U dan met alle engelen des hemels en zeg Hem:
O ja, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus onzen Heer. Hij wilde voor ons gekruist worden, en liet zijn allerheiligst Hart, dat fornuis der goddelijke liefde, na zijn dood door een lans getroffen , voor ons openen, om datzelfde liefdevuur over te storten in de
â CO â
harten der mensclien; Hij schonk ons zijn zuiver Hart, hetwelk de zielen reinigt, zijn liooglieilig Hart, dat heiligheid voortbrengt, zijn goedertieren Hart, dat allen zalig en in den hemel gekroond wil zien. Om die goddelijke gave loven de Engelen uwe Majesteit, aanbidden U de Heerschappijen, Sidderen de Machten, verheerlijken U de Hemelen, de Krachten der hemelen en de gelukkige Serafijnen in vereenigde vreugde. Met hen zij het ook ons toegelaten onze stemmen te paren, en zingen wij blijde:
Sanctus, Sanctus, Heilig, Heilig, Heilig Sanctus Dominus, Heus Heer, God der heir-exercitunm : plena est scharen : de aarde is vol terra gloria tua. van uwe heerlijkheid.
Gloria Patri, gloria Glorie zij den Vader, l'ilio, gloria Spiritui! glorie den Zoon, glorie Sancto. | den H. Geest.
Cl 00 darten apaal eens per dag. Clemens XIV. (5 Juni ]769.)
GEREDEN VOOR DE COXSECRATIE
Terwijl rjij in den yecst dat goddelijk offerlam volgt op den weg naar Calvarie, bid rn smeek dan met den priester den goedertierensten Vader, die heilige en onbevlekte Offerande goedgiinstiri aan te nemen voor de H. Kerk en alle hare ledematen; vereenig V ook met de zegepralende Kerk in den hemel, die nu vooral ook met ons bidt, en vraag ook de htdji Jiarer verdiensten en voorbeden.
Goedertierenste Vader, neem het ofler van uwen Zoon, onzen Heer, goedgunstig aan voor uwe heilige Kerk op aarde, geef haar vrede en eenheid in vereeniging met onzen heiligen Vader den Paus, met alle Disschoppen en
priesters der aarde, met alle rechtgeloovige kinderen der katholieke Kerk.
Ik beveel U alle mijne bloedverwanten aan, mijne vrienden en vijanden, de leden der Eere-wacht, en allen voor wie ik bijzonder verplicht ben te bidden. Ik bid U, pas de vruchten van dit H. Offer op hen toe, schenk htm vergiffenis hunner zonden en de volharding in uwe liefde.
Ik beveel U de ongeloovigen, de ketters en de zondaren aan; verlicht en sterk hen, opdat ze U kennen en beminnen.
Kom, Heer Jezus, kom Gij op het altaar en schenk ons alle genaden, welke ik U afsmeek. Uw allerbeminnelijkst Hart kan ons niets weigeren.
Consecratie.
Overdenk, dat Jezus aan een kruis cjehecht werd, van de aarde werd opijeheven en daar sterven moest tusschen twee moordenaars. . .. Door zijn lijden en dood verwierf Hij ons barmhartigheid. Smeek Hem dan tol driemaal toe;
Bij de opheffing der II. Hostie.
Dulcissime .Tesu, non | Allerzoetste Jezus, sis mild Judex, sed ; wees nietmiin Rechter, Salvator. i maar mijn Zaligmaker.
(50 dacjen aflaat. Pius IX. '11 Augustus 1851).
Jesus, Deus meus,! Jezus, mijn God, U super omnia amo te. | bemin ik boven alles.
(50 dagen aflaat. Pius IX. 7 Mei 1854.)
â 62 â
Gebed vooa de stervenden.
O goedertierenste Jezus, beminnaar der zielen, ik smeek U door den doodstrijd van uw allerheiligst Hart en door de smarten van uwe OnbevlekteMoeder, wasch in uw bloed de zondaars der geheele wereld, die nu in doods-strijd zijn en heden zullen sterven. Amen.
Hart v.Jezus,in doodsstrijd gekomen, ontferm U over de stervenden.
(100 dagen aflaat. Pius IX. 2 Febr. 1850.)
Bij de opheffing van het H. Bloed.
En ziet, toen Jezus daar hoog verheven hing op hol kruis, vloeide zijn goddelijk Bloed uit zijne doorwonde handen en voeten, ja uit geheel zijn lichaam. Dat kostbare Bloed smeekte den hemelschen Vader om barmhartigheid. Hij heeft door dat Bloed de wereld verlost. Offer dan met den Priester dat H. Bloed opnieuw den hemelschen Vader op:
O clementissime Jesu, amator animarum, ob-secro te per agoniam Cordis tui Sanctissimi et per dolores Matris Tuse Immaculatfe lava in Sanguine tuo peccato-res totius mundi nunc positos in agonia et hodie morituros. Amen.
Cor Jesu in agonia factum, miserere mo-rientium.
Hemelsche Vader, ik bied U het allerkostbaarst Bloed van Jezus Christus aan, tot voldoening voor mijne zonden en voor de behoeften der H.Kerk. (100 dagen aflaat. Pius VII. 22 Sept. 1817).
O clementissime Jesu, salus, vila, resurrectio nostra Tu solus es. Te ergo qusesumus, ne de-
O goedertierenste Jezus, Gij alleen zijt ons heil, ons leven, onze verrijzenis. U dan smee-
â 63 â
ken wij, verlaat ons niet in onze kwellingen en benauwdheden, maar kom door den doodstrijd van uw allerheiligst Hart en door de smarten van uwe onbevlekte Moeder, uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.
(100 dagen o/7aa/, eens per dag. Pius IX. G Oct. 1870.)
Bij dal doorwonde Hart van Jezus stonden drie personen : Maria, de Moeder van Jezus, Joannes en Maria Magdalena. Zij waren de eerste Eerewacht y zij mochten de allereerste verdiensten op zich toefje-past zien, zij zich zeiven met Jezus opofferen. Gij, leden der Eerewacht, die bij hetzelfde offer tegenwoordig zijt, vereenigt u met hen en draagt aan God DE ALLKRKOSTBAARSTE OFFERANDE Op : (Zie hladz. 22.) En gaat dan verder:
Zie, o Heer, Heilige Vader, uit uw Heiligdom en van uwe liooge hemelwoning neder, en aanschouw deze hoogheilige Offerande, welke U onze Hoogepriester. uw iieilige ZoonT de Heer Jezus, voor de zonden zijner broeders opdraagt, en stil uwe gramschap over de menigte onzer boosheden. Zie, de stem des Bloeds van onzen Broeder Jezus roept tot U van het kruis. Verhoor, Heer! word verzoend; Heer let op ons smeeken en doe ons barmhartigheid; toef toch niet, mijn God, uwe eigen glorie is ermede gemoeid; want uw Naam is over deze stad, en over uw volk aangeroepen, en handel met ons volgens uwe barmhartigheid. Amen.
Dat Gij U gewaardigt deze stad te verdedi-
relinquas nos in angus-tiis et perturbationibus nostris, sed per agoniam Cordis tui sanctissimi et per dolores Matris tiue immaculatse, tuis famu-lis subveni, quos pre-tioso sanguine redemisti.
lt;*en, te bevredigen, te bewaken, te beschermen â en te zegenen. Wij bidden U, verhoor ons.
(quot;100 dagen aflaat. Pius IX 4 Febr. 1877).
Wees immer en eeuwig gedankt en gezegend, o Jezus, in het Sacrament uwer liefde. O liefde, alle hemelsche en aardsche liefde waardig! Door eene liefde zonder grenzen voor mij, ondankbaren zondaar, hebt Gij, o Jezus, U bekleed met onze menschelijke natuur, uw allerkostbaarst Bloed in uwe smartelijke geeseling gestort, en zijt Gij voor ons aller zaligheid gestorven op een schandelijk kruis. Verlicht door een levend geloof, smeek ik U thans met al den aandrang mijner ziel, met al den gloed van mijn hart, allernederigst door de oneindige verdiensten van uwe wreede smarten, mij moed en kracht te geven, om alle booze driften, welke mijn hart beheerschen, ten onder Ie brengen, U te zegenen bij mijne grootste droefheden, U te verheerlijken door de nauwkeurige vervulling van al mijne plichten, om elke zonde met den grootsten afschuw te haten en om mij ten slotte heilig te maken. Amen.
(tOO darjun aflaat. Pius IX. 1 Jan. 18G6).
Gebed voor de overledenen.
Toen Jezus aan het kruis hing, leed en stierf Hij niet slechts voor de levenden op aarde, maar Hij offerde zich ook op voor de zielen in het vagevuur. Ook deze moest Hij verlossen. Wat zal dan het Offer der H. Mis, hetzelfde als dal van Calvariê, voordeelig zijn ook voor die arme zielen! Bid daarom, als de priester die zielen gedenkt, het volgende gebed:
Ik beveel U aan, o mijn God, die zielen mij-
â 65 â
ner bloedverwanten, weldoeners, vrienden, vijanden en van hen, die door mijne schuld in het vagevuur lijden. Ik beveel U de zielen aan uwer Evangelieverkondigers, der priesters, en vooral van hen, die voor mijne ziel hebben zorg gedragen.
Gedenk ook. Heer, de zielen der overleden leden der Eerewacht, van hen, die eene bijzondere godsvrucht hadden tot het allerheiligst Hart van Jezus, tot zijn H. Altaarsacrament en bitter lijden en tot de H. Maa^d Maria; kortom gedenk allen, die in het H. Gelootquot; stierven. Geef hun de plaats der verkwikking-van licht en van vrede. Door Christus onzen Heer. Amen.
En ook wij, arme zondaars, verwachten van uwe oneindige Barmhartigheid, door de verdiensten van het Offer, hetwelk wij opdragen, eenig deel in uw Koninkrijk en een plaats te midden uwer Apostelen en Martelaren, te midden uwer Heiligen. Wij smeeken U die hemel-sche glorie door Jezus Christus, onzen Heer, uwen Zoon. Door Hem stort Gij uwe weldaden van leven en heiliging over ons uit; dooi'Hem, en met Hem en in Hem, in de eenheid des H. Geestes, zij U alle eer en glorie door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het »Pater Noster.quot;
Na eerst mei den priester aandachtig het ȟnzo Vaderquot; gebeden te hebben, hoor dan, hoe Jezus van het kruis zijn zeven ivoorden spreekt, nn trek er vrucht uit voor uwe ziel:
4. Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen!... O Jezus! ik vergeef uit
â 63 â
liefde tot U alles, wat mij ooit misdaan is; ik leg allen haat en afkeer af, ik wil mijne vijanden beminnen. Vergeef Gij ook mijne zonden, zij zijn mij van harte leed.
2. Heden zult gij met Mij wezen in het
Paradijs____Ja, lieve Jezus, ook ons kome uw
rijk, uw Paradijs eens toe... Wanneer zal ik komen en uw aanschijn aanschouwen?... Ik wensch ontbonden te worden en met U te zijn.
3. Vrouw, ziedaar uw zoon... zoon, ziedaar uwe Moeder!... O Maria, Gij zijt dan mijne Moeder, ik uw kind... Ik wil het altijd blijven, en stel mij onder uwe bescherming.
4. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?... 0 Jezus, wat was het lijden van uw Hart groot op dat oogenblik! Als trouw lid der Eerewacht wil ik U nooit verlaten. Ach Heer, verlaat ook mij niet, maar sta mij altijd bij.
5. Ik heb dorst!... Jezus, Gij hebt dorst naar mijne liefde... Jezus, die mij altijd alles geeft, wat mij naar ziel en lichaam gelukkig kan maken, ik wil U eeuwig beminnen.
6. Het is volbracht!... Ja, goddelijk Hart van mijn Jezus, Gij hebt in alles den wil van uw hemelschen Vader volbracht... Geef, dat ook ik alle mijne plichten getrouw volbrenge, opdat ik eens op mijn sterfbed kunne zeggen: Het is volbracht.
7. Vader, in uwe handen beveel ik mijnen Geest! Ja, hemelsche Vader, ik geef mij zeiven geheel aan U; ik geef U mijne ziel en mijn lichaam, mijn verstand, mijn geheugen, mijn wil en alles, wat in mij is. Gij hebt mij alles gegeven, ik geef U alles terug. Geef mij slechts
â 67 â
uwe liefde en uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en verlang niets anders. Amen.
Agnus Dei.
En toen Jezus zijn laai sic woord gesproken had, hoor/ Hij het hoofd en stierf ... Aanschouw uw Jezus; zie hoe zijne urmen wijd uitgestrekt zijn, om u in liefde te ontvangen; zijn hoofd is naar de aarde ge-hogen, als wilde Hij u den vredekus geven. O, verblijd u dan en hid tot dat goddelijk Lam, dat zich voor ons offert:
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.
Heer Jezus Christus, die aan uwe apostelen gezegd hebt: Ik laat u den vrede, mijnen vrede geef ik U, let niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk en bewaar haar in vrede en eenheid. Gij, die leeft en regeert. God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Als Gij communiceert zeg dan nog dit gebed met den â¢priester:
Heer Jezus Christus, geef dat het ontvangen van uw Lichaam, hetwelk ik onwaardige ga nuttigen, mij niet tot een oordeel en verdoemenis strekke, maar dat het volgens uwe goedertierenheid mij diene tot bescherming van ziel en lichaam en tot een heilzaam geneesmiddel.
Kom, Heer Jezus, kom en neem bezit van mijn hart.
Bu de Communik.
Twen Jezus cjeslorven was, kwam een der soldaten naar het kruis, nam een speer, en doorstak de zijde van Jezus... En zie, uil dat goddelijk Hart. vloeide Water en Bloed. Dat waren de zinnebeelden der goddelijke genadestroonien, welke ons uit dat Hurt zijn toegestroomd en nog toestroomen door de Sacramenten, in het bijzonder door het H. Sacrament des Altaars. Als gij dan het geluk hebt, thans met den priester te communiceer en, ga dan met een groot verlangen tot de II. Tafel en vraag veel. Jezus Hart is almachtig, het kan u alles geven; Jezus Hart is algoed. het wil u alles geven; Jezus Hart is getrouw in zijne belofte, het zal u alles geven, wat het beloofd heeft.
Zoo gij niet communiceert, doe dan deze geestelijke Communie:
O mijn Jezus, ik geloof, dat Gij in het H. Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin L bovenal, en ik verlang U in mijne ziel te ontvangen. Maar dewijl ik dit thans niet werkelijk doen kan, zoo smeek ik U, ten minste op eene geestelijke wijze in mijn hart te komen. Zie, ik omhels ü, als hadde ik U reeds werkelijk ontvangen , en ik vereenig mij geheel en al met U; laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.
Aanbid hier Jezus eenige oogenblikken in uw hart7 en vraag hein de genade, om dien. dag uwe hoofdfouten meer en meer te overwinnen.
Vevzuclilingen van den H. Ignatius.
Anima Christi, saneti- ! Ziel van Christus,hei-fica me. â Corpus Chri- lig mij. â Lichaam van sti, sal va me. â Sanguis Christus, maak mij za-
â 69 -
Christi, inebria me. â j lig. â Bloed van Chris-Aqua lateris Christi,! tus, maak mij dronken, lava me. â Passie 1 â Water uit de zijde Christi, conforta me. | van Christus, wasch â O hone Jesu, exaudimij.^âLijden vanChris-me.âIntra vulnera tua | tus, versterk mij. â O absconde me. â Ne' goede Jezus, verhooT* peimittas mc separari! mij. â In uwe wonden a Te. â Ab hoste ma- j verberg mij. â Laat ligno defende me. â In niet toe, dat ik van U hora mortis mese voca | gescheiden worde. â me. â Et jube me ve- j Tegen den boozen vijand nire ad Te. â Ut cum j verdedig mij. â In het sanctis tuis laudem Te.; uur des doods, roep âIn ssecula sseculorum.1 mij. â En beveel mij tot Amen. U te komen. â Opdat
ik met uwe Heiligen U prijze. â In alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(300 dagen a/Iaal telkens, en 7 jaren, als men het na de Communie bidt. Pius IX. 9. Jan. 1854.)
O allerbeminnelijkste Jezus, tot welk een uiterste is toch uwe overmatige liefde gegaan! Gij hebt mij een hemelsch voedsel bereid van uw Vleesch en uw allerkostbaarst Bloed, om ü geheel en at aan mij te geven. Wie heeft L' toch tot zoo groote liefde kunnen vervoeren, tenzij de brandende liefde, waarvan uw Hart is vervuld? O aanbiddelijk Hart van Jezus, brandend fornuis der goddelijke liefde, ontvang mijne ziel in uwe heilige wonde, opdat ik in deze school der liefde dien God ieere beminnen, die mij zoo bewonderenswaardige bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.
(]00ctaf/e« a/laat,eens per dag. Pius Vil. 9 Febr.1818.)
â 70 â
Gereden na ue Communie.
Terwijl gij in uw geest herdenkt, hoe Jezus Lichaam naar een nieuw graf gedragen werd, moet gij u vooral herinneren, hoe uw hart de woonplaats is geworden van den geojferden Godmensch. Dank Hem derhalve nog door de volgende gebeden :
O mijn Zaligmaker, wat zal ik U wedergeven voor al hetgeen Gij mij hebt geschonken. Gij hebt U voor mij geofferd, U aan mij geschonken, U vereenigd met mij; hart aan hart mag ik met U rusten. Laat dan niet toe, dat ik van U gescheiden worde; Gij zijt mijn deel in eeuwigheid! Moge mijn hart door U geholpen, de zuiverheid bewaren, welke Gij mij geschonken hebt; moge het steeds uwe woonplaats blijven, zoodat Gij, o Heer, mij geheel en al doordringt en ik niemand anders diene, volge en beminne, dan U, o Jezus, mijn Heer en mijn God. Dank zij U ook, aanbiddelijke Drieëenheid, voor de goedheid mij bewezen, door mij toe te laten bij dit H. Offer; vergeef mij mijne achteloosheid en koudheid, waarmede ik die zoo groote weldaad heb ontvangen; moge het echter U aangenaam zijn, en mij en allen, voor wie ik het opdroeg, voordeelig. Door Christus onzen Heer. Amen.
Bij den Zegen.
Zegen mij. Hart van Jezus, zegen mijne ziel â en mijn lichaam, mijne vermogens en zintuigen. Zegen mijne tong, opdat zij niet spreke dan tot uwe glorie. Zegen mijne oogen, opdat zij niet aanschouwen, wat U zou kunnen mishagen. 2egen mijn mond, opdat ik U niet door onma-
â 71 â
tiglieid vorgramme. Zegen in één woord al de zintuigen van mijn lichaam, opdat zij ü getrouw dienen en U niet beleedigen. Zegen mijn geheugen, opdat het zich altijd uwe liefde en weldaden herinnere. Zegen mijn verstand, opdat het uwe goedheid kenne, mijn plicht van U te beminnen begrijpe, en goed besefte, wat ik moet vluchten en doen, om U te behagen; zegen vooral mijn wil, opdat hij niets dan U, die oneindig goed zijt, beminne, geen ander verlangen liebhe, dan U te behagen, geen ander genot smake, dan U verheerlijkt te zien. Amen.
IV. Bieclitgebedeii.
üie veel ontvangt, moet ook zijne dankbaarheid door veel bewijzen. Vooral moet deze dankbaarheid zich openbaren door eene groote droefheid zelfs over de minste fouten. Een lid der Eerewacht zal er daarom op uit zijn dikwerf, ten minste alle maanden, te biechten te gaan.
Die biecht moet steeds een goede biecht zijn, en daarom zal men zijn best doen, daarvoor de genade af te smeeken. Geen betere voorbereiding dan daartoe des morgens de fl. Mis bij te wonen en daaronder vurig te bidden, om zijne zonden en fouten goed te kennen, ze oprecht te kunnen biechten, en er oen goed berouw over te hebben. Ziehier verder eenige wenken, welke vooral kunnen dienen voor hen, die meermalen te biechten gaan.
Onderzoek uw geweten niet te lang. Let vooral op uw lieersclicndi' drifts vervolg ze zonder medelijden, en roei ze uit door een nauwkeurige belijdenis daaromtrent. Wees in uwe beschuldiging kinderlijk oprecht. Zeg rondweg uwe fouten, maar houd u niet op met angstvalligheden; deze dooven de ware
6
â 72 â
liefde uit. â Wees verder blindelings gehoorzaam aan uw biechtvader; hij bekleedt Gods plaats. Gedenk het woord van den 11. Franciscus van Sales r
iteoi waarlijk gehoorzame ziel rjaal nooit verloren; zij hééft geen rekenschap Ie gevenquot;. Luister daarom en ontvang de verlangens , bevelen en vermaningen van den priester, als voortkomende uit het Hart van onzen Heer Jezus Christus.
Vóór de Biecht.
O goddelijk en milddadig Hart van mijn Jezus, dat altijd geopend zijt voor eiken zondaar , die met berouw tot U terugkeert, zie mij hier voor U neergeknield, en laat mij opnieuw, na van U afgedwaald te zijn, een veilige schuilplaats bij U vinden. Schenk mij vergiffenis door het H. Sacrament der Biecht. Verleen mij de hiertoe noodzakelijke genaden, verlicht mijn verstand, om mijne zonden te kennen, beweeg mijn hart, om er een oprecht berouw over te hebben, bevestig mijn wil, opdat ik vast besloten zij niet meer te zondigen.
Heilige Maria, Moeder der genade en toe-vlucht der arme zondaars! bid in dit oogenblik voor mij. Help mij openhartig zijn, help mij een goede biecht doen.
Onderzoek vervolgens uw geweien. Zie, of gij in uwe voorgaande biechten nergens aan ontbroken hebt; 0f 9ii cle Sacramenten goed hebt ontvangen. Ga vervolgens oplettend na, wat gij gedacht, gesproken , gedaan of verzuimd hebt, op welke plaatsen gij geiceest zijt, en met welke personen gij hebt omgegaan. Let ook op de plichten van uw staat, maar vooral op uw hoofdfout. Bid daarna langzaam en overwegend:
â 73 â
Acte van Berouw.
Goddelijk en beminnelijk Hart van mijn lieven Jezus, ziehier voor uwe voeten een verrader, die U, helaas, doorstoken heeft door zijne menigvuldige zonden en fouten. Ja, Heer, ik groet die diepe wonden; ik heb ze u toegebracht, ik doorwondde helaas nog na uw dood doormijn fouten dat liefdevolle Hart. Het is mij leed uit den grond van mijn hart, dat ik die zonden heb bedreven, niet zoozeer omdat ik den hemel verloren en de hel verdiend heb, maai- omdat ik U, mijn opperste Gced, die alles, alles voor mij veil hadt, zoo beleedigd heb. Lieve Jezus, in eeuwigheid geen zonde meer! Uw Hart wil ik beminnen, en daarom het niet meer doorsteken door de zonden.
Daarom neem ik mij vastelijk voor, niet meer te zondigen, de gelegenheden te vluchten, te doen, wat mijn biechtvader mij zal opleggen, ja liever te sterven dan U nog ooit te belee-digen.
O Jezus, versmaad een nederig en berouwvol hart niet! O zoetste .lezus, wees niet mijn Rechter, maar mijn Zaligmaker! H. Maria, Moeder der barmhartigheid, kom mij te hulp voor den troon van God, en smeek voor mij om vergiftenis. Ja, gij zult mij die verwerven. Gij vermoogt alles op het Hart van uw Zoon.
Ga dan tot den Priester en kniel voor hem neder) alsof gij voor Christus zeiven , wiens plaats hij bekleedt, nederknieldet.
Na de Biecht.
Goddelijk Hart van mijn Jezus! hoe groote
dankbaarheid ben ik U niet schuldig! Ik hoop, dat Gij mij om de verdiensten van uw Bloed, mijne zonden vergeven hebt. Ik dank U daarvoor uit geheel mijn hart; ik brand van verlangen, om uwe barmhartigheid geheel de eeuwigheid door te verheerlijken. Tot nu toe, o God, was ik uw verrader, ik zal voorlaan in alles uw dienaar zijn. Ja, in het vervolg wil ik U niet meer verliezen; ik wil veranderen van leven, ik lieb het beloofd aan de voeten van nw dienaar: ik zal getrouw zijn. Ik beloof U nogmaals de gelegenheden van zonden te vluchten, de middelen aan te wenden, welke mijn biechtvader mij heeft aangewezen, en den dood te verkiezen boven de zonde.
Maar, o Jezus, Gij weet, hoe zwak ik ben: geef mij toch de genade van U getrouw te blijven tot den dood en help mij, telkens als de duivel, de wereld of het vleesch mij tot de zonden aanlokken of bekoren, uit te roepen: Jezus, Maria en Jozef, staat mij bij. Zoet Hart van mijn Jezus, ik bemin U.
Maria, Moeder der volharding, op u stel ik al mijne hoop.
Herdenk nu nog eenmaal goed de vermaningen van den biechtvader; vernieuw uw besluit, om deze getrouw op te volgen en bid daarna:
Hemelsche Vader, Gij hebt mij door de verdiensten van uw lieven Zoon Jezus Christus weder als uw kind aangenomen. Zie, in ver-eeniging met de oneindige voldoening van uw Jezus, en de zoo overvloedige boetedoeningen der Heiligen, wil ook ik thans mijne boete volbrengen, welke de priester mij heeft opgelegd. Daarbij offer ik U tevens al mijne goede werken,
â 75 â
welke ik ooit verricht, alle allaten, die ik ooit verdiend heb, of zal verdienen. Mogen daardoor alle tijdelijke strafTen worden uitgewisclit. opdat ik geheel zuiver moge leven, en zóó ook eenmaal voor uw aangezicht verschijne.
Bid hierna, zoo u geen andere Lijd is opgegeven, uive penUenlie..
V. Gebeden vóór en na de Coimminie.
Op- en I'd der Eerewacht behoort zóó te leven, dat hij dikwijls tot de Sacramenten kan nade-ren: want dan vooral leeft men in vereeni-^051 ging met Jezus' Hart, eert, bemint en vertroost
G men het. Het is toch zijn vurig verlangen, met de kinderen der mcnschen te zjjn, en het smacht er naar, zich aan de menschen als voedsel te geven.
Ga daarom zoo dikwijls, als uw geestelijke bestierder dit goedvindt, tot de H. Tafel. Verzuim vooral de maandelijksche Communie nimmer, en zorg op den cerslen Vrijdag of eersten Zondag immer trouw deel te nemen aan de Generale Communie der Eerewacht, daar waar deze gehouden wordt.
Maar ook telkenmale, als gij dat groote geluk, van hart aan hart met Jezus te zijn in de II. Communie, geniet, worde uw geloof, uw vertrouwen, uwe liefde verlevendigd. Vol vurigheid moet gij naderen tot dat goddelijk Gastmaal, dat alle geneugten te boven gaat. Zorg daarom uw voorbereiding en dankzegging immer goed te doen.
Gebeden vóór de H. Communie.
Denk reeds den avond te voren aan uw H. Communie, welke gij den volgenden dag gaat verrichten. Bereid n zeiven door een goede en oprechte Biecht voor, en ga te ruste met de gedachte: Morgen komt jezus in mij.
â 7G â
Zoodra ye ontwaak!, zuil gij uw harl tot God verheffen en aan Jezus zeggen: «Kom, mijn Jezus, kom, mijn 7.ikl verlangt naar U.' Kleed n dan spoedig, doe vurig uw morgengebed, begeef u in stille naar de kerk en kies een stille plaats uit, om u alleen bezig te houden met het heilig werk, dat gij gaat verrichten. Daar kunt gij alsdan de volgende neten bidden :
Acte van Gelook.
O Jezus, allerzaehtmoedigst en liefdevol van liarte ik mag dan dezen morgen tot uw allerheiligst Sacrament naderen, om mij te voeden met uw Lichaam en Bloed. Mijn Heer en mijn God, ja ik geloof dat vastelijk. Gij zijt hier wezenlijk, waarachtig, zelfstandig tegenwoordig onder de geringe gedaante van brood. O heilig Gastmaal, waarin Christus genuttigd wordt! O onuitsprekelijke liefdedaad! Jezus komt tot mij, Jezus, de Zoon van God, dien de hemelen niet kunnen bevatten, komt zich een woning kiezen in mijn arm, ellendig hart: ja nog meer. Hij wordt het voedsel mijner ziel onder de nietige gedaante van brood! Kan ik dit ontzettend wonder begrijpen? Neen, 't is onmogelijk! Maar uw woord, o God, kan niet falen, uw Hart kan mij niet bedriegen. Gij hebt het gezegd: ))Neemt en eet, dit is mijn Lichaam derhalve is het zoo en geloof en belijd ik, dat Gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt, en Gij U aan mij komt geven. O moest ik voor dit mijn geloof mijn leven geven, ik zoude het gaarne doen. In dit geloof wil ik leven en sterven
Acte van Hoop.
Goddelijke Zaligmaker, wat moet ik niet van
â 77 â
U hopen, nu ik mij met U mag vereenigen en één met ü worden? «Vertrouwt sleclitsquot;, zoo spraakt Gij tot zoo velen, toen Gij nog met ons rondwanrleldet, en zij ontvingen duizenden genaden. Lammen gingen, blinden zagen, doo-ven hoorden, zieken werden gezond, ja dooden stonden op om de hoop en het vertrouwen hunner bloedverwanten. â Wat mag ik dan niet verhopen, nu Gij in mijn hart komt, nu Gij onder mijn dak wilt vertoeven? 't Is waar, ik ben een zondaar, maar de oneindige verdiensten van uw kruisdood zijn daar, om mijne zonden uit te wisschen; uw Bloed heeft in de Biecht gestroomd over mijne ziel, en zij werd gezuiverd. Ja, ik mag dus hopen op U, dat Gij mij nu ook door de H. Communie tallooze genaden zult mededeelen. Want in uw H. Gastmaal wordt de ziel met genaden vervuld : dat hebt Gij beloofd. En als God zijt Gij getrouw in uwe beloften. Ja, Heer Jezus, ik hoop dan op U. In eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. In deze hoop wil ik leven en sterven.
Acte van Liefde.
Goddelijk Hart van mijn Jezus, ik bemin U, maar ik bemin U veel te weinig. Uit liefde tot mij, o Jezus, zijt Gij uit den hemel gekomen en geboren in een armen stal, uit liefde tot mij hebt Gij armoede en vervolging geleden, hebt Gij dertig jaren lang verborgen geleefd en gezwoegd in het zweet uws aanschijns; uitliefde tot mij zijt Gij veracht en tegengesproken in uw openbaar leven; uit liefde tot mij gaaft
â 78 â
Gij zelfs uw leven in de vreeselijkste pijnen op een schandelijk kruis. Ja, als ware dit nog niet genoeg, voedsel wordt Gij voor ons in liet H. Sacrament des altaars. Liefdevol Hart, hebt Gij nog meer kunnen doen dan hetgeen Gij gedaan hebt? â En dat voedsel van uw eigen Vleesch en Bloed mag ik gaan ontvangen! O oneindige, o onbegrijpelijke liefde van het H. Hart van Jezus! Een God in mij! Een God, de spijze mijner ziel! Jezus, vergun mij het te zeggen. Gij zijt dwaas van liefde voor mij! â O, zou ik U dan niet liefhebben, zou ik dan nog koud voor U willen blijven? Neen, Jezus, nooit, nooit meer wil ik van U gescheiden worden! ik bemin U, ik bemin U, ik bemin U! Hoe spijt het mij, U niet altijd bemind te hebben. Voortaan is mijn besluit genomen; in eeuwigheid geen zonden meer, ik wil U alleen beminnen én nu én de gansche eeuwigheid dooi'. Oneindige goedheid van mijn God, ontvlam mijn koud gemoed, en leer mij steeds U meer en meer beminnen. Weg van mij, aardsche genegenheden ! Jezus, de oneindige liefde zelve , komt zich aan mij geven. Ik wil Hem alleen beminnen.
Acte van Verlangen.
Goddelijk Hart van mijn Jezus, ik verlang naar U. Gelijk een dorstig hert naar de waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar ü, mijn eenig Geluk, mijn Troost, mijn Wellust, mijn Voedsel. Kom, goddelijke Zaligmaker, plaats uw troon in mijn hart, om daar eeuwig te wonen.
â 79 â
Kom, beminnelijk Hart van mijn Jezus, en laat mij in U rust, vrede en geluk vinden, .lezus, mijn Heer, mijn God en mijn Ai, ik geef U mijn hart en mijn ziel, ik wensch in eeuwige vereeniging met U te leven. â Ja mijne ziel verlangt naar U! â Maar wie ben ik, dat ik zulke weldaad durf vragen, dat ik dit durf verlangen? Minnelijke Zaligmaker, ik beken liet volgaarne, ik ben die genade niet waardig; maar uwe goedheid noodigt mij uit, uwe liefde dwingt mij. Daarom dan ook nader ik vol verlangen, onbevreesd en vol vertrouwen. Kom, o Jezus, kom spoedig in mijn hart. â Hoe zoet is bet, met U vereenigd te zijn en zóó te leven en te sterven! Kom, o goddelijk Hart, en vervul de vurige wenschen van het mijne. Amen.
.1/.S Uct oofjenhlik der Communie gekomen is, ver-irek dan nog , terwijl hel Confiteor (/ebedcn wordt, een acte van berouw, en zeg daarna met de diepste nolnwedi'jheid driemaal: »Heer ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden. Ga dan met de grootste zedigheid, de handen te zanten en de oogen neergeslagen, tot de Communiebank en ontvang aw Jezus.
Na de H. Communie.
Als gij dan het H. Sacrament ontvangen hebt, moei gij vooral uw ziel voor Jezus Christus uitstorten ; aanbid Hem , bedank Hem, klaag uw nood, verzoek zijne genade, offer u geheel aan Hem op. Het is niet noodig nu een boek ie gebruiken; uw eigen hart zegt u, wat gij Jezus moet bidden. Geef u dan over aan die stille gevoelens van uw hart, en blijf, zoolang gij kunt, aldus met Hem spreken. Daarna kunt gij de volgende gebeden doen.
â 80 â
Actk van Geloof.
Allerzoetste Jezus, Gij zijt in mij! Ik ben uw altaar genaderd, en Gij hebt mij gevoed met uw goddelijk Vleesch en Bloed. Ja nu leeft Gij in mij, en ik in U.
O mijne ziel, vernieuw uw geloof en uwe liefde! Uw God, neergedaald in uw hart, rust â er als op zijn hemelschen troon. Duizenden en duizenden engelen omringen u, en aanbidden sidderend in tl hun Heer en hun God.
.la, o Jezus, ik geloof het, ik belijd het, en daarom verban ik thans alle gedachten uit mijn hart, die niet voor U zijn; vol levendig geloof, diepe nederigheid en innige liefde wil ik, dankbaar voor zulke onwaardeerbare genade, U aanbidden.
Acte van Aanriüwng.
Ik aanbid U, goddelijk Hart van mijn Jezus, waarlijk in mijn hart tegenwoordig. Ik aanbid U met de Engelen en Heiligen, die U omringen en vergezellen. Ik aanbid U met die duizenden hemelsche geesten, die, verstomd van bewondering op het gezicht van de vernietiging uwer goddelijke grootheid, hun gelaat met de vleugelen bedekken, en diep voor U nederval-len. Lieve Jezus, ik vereenig mij met die velen, en draag U hunne aanbidding op, vooral de aanbidding der allerheiligste Maagd op den dag der menschwording, en later, zoo dikwijls zij met U was, of U ontving in de H. Communie.
.la, mijn lieve Jezus, ik aanbid met een
â 81 â
levendig geloof, met tien diepsten eerbied, uw Lichaam, uw Bloed, uwe Ziel, uwe Godheid, en vooral uw allerbeminnelijkst Hart; want met dat alles zijt Gij in mij, en hebt Gij U aan mij geschonken.
Engelen des. Hemels, die God in zijne grootheid kent, en u verheugt in zijne glorie, looft en zegent mijnen Jezus voor mij in eeuwigheid.
Heiligen Gods, die God van aanschijn tot aanschijn aanschouwt. Hem eeuwig prijst, looft en zegent mijnen Jezus voor mij in eeuwigheid.
Gij vooral. Koningin des Hemels, Maria, mijne moeder, die uw Zoon in al zijne volmaaktheden zoo kent en verheerlijkt, loof en zegen mijnen Jezus voor mij in eeuwigheid.
Acte van Dankbaarheid.
Aanbiddelijke Jezus, welken dank ben ik uw Hart niet verschuldigd! Het was U niet genoeg, mij van den eeuwigen dood en de hel te verlossen, door te sterven voor mij aan een kruis: niet genoeg, U door het onuitspre-kelijkste aller wonderen dagelijks voor mij als slachtoffer te geven: Gij hebt het voedsel mijner ziel willen worden, en U geheel en al aan mij gegeven. O heilige maaltijd, waarbij Christus genuttigd wordt, de gedachtenis van zijn lijden hernieuwd, onze ziel met genaden vervuld, en ons een onderpand der toekomende glorie gegeven wordt! Wat zal ik U dan wedergeven, o heilig Hart van mijn Jezus, voor al die schatten uwer goddelijke liefde, welke Gij mij geschonken hebt?â Dankbaar wil ik U zijn, eeuwig dankbaar, en U dit toonen door daden. Daarom in eeuwigheid geen zonden meer! Neen, bemin-
â 82 â
nelijk Hart van Jezus, geen zonden meer! â Ik ben besloten voortaan voor U alleen te leven, en daarom zal ik alle gelegenheden tot zonden schuwen, en vooral wil ik letten op datgene, wat mijn biechtvader mij heeft voorgehouden, ijverig zijn in mijn godsdienstplichten, ijverig in mijne verplichtingen als lid der Eere-wacht. Ja Heer Jezus, uit dankbaarheid voor uwe helde, zal ik getrouwer zijn aan mijn wachtuur, en dan vooral uw zoo miskend Hart eeren, beminnen en vertroosten. â Heiligen des hemels. Engelen Gods, die het H. Hart van Jezus immer aanbiddend omringt, komt mij te hulp.
Acte van Opoffering.
Loc hier uk Toewijding aan het H. Hart, welke men vindt blailz. 38 en 39, en vervolyemt de Allek-kostbaauste Ol'ferande bludz. 22.
Acte van Smeeking.
Bid hier hel gebed: Eeuwige Vader, hl adz. 25 en vervolgens de drie volgende gebeden.
Gebed van Pater m la Colombiere. S. J.
Heilig Hart van Jezus, leer mij mij zeiven geheel en al vergeten; dit toch is de eenige weg om in uw binnenste te worden ingeleid; leer my, wat ik doen moet, om tot die zuiverheid uwer liefde te geraken, waarnaar Gij mij de begeerte hebt ingegeven. Ik gevoel in mij eenen vasten wil om U te behagen, doch daartoe ben ik niet in staat, zonder eene bijzondere
â 83 â
verlichting en eene versterkende genade, die van ü alleen kunnen komen. Volbreng uwen wil in mij, o Heer; ik zie helaas, dat ik U wederstand bied, doch ik verlang, dat die wederstand verdwijne. Gij alleen moet alles doen, Goddelijk Hart van mijn Jezus; word ik heilig, aan U alleen zal de eer ervan toekomen, dit is mij overduidelijk. Voor U zal het oene groote glorie zijn, en daarom alleen verlang ik tot de volmaaktheid te geraken. Amen.
Gebed van j)en Z. Gerardus Majella.
H. Hart van Jezus, verleen mij den moed go-trouw uwe wet na te komen; want als ik het ongeluk zou hebben een weinig daarvan af te wijken, zou ik spoedig zeer ver afdwalen; immers Gij, o Heer, laat toe, dat hij, die met een lichtzinnig hart tot kleine ongetrouwheden vervalt, ten laatste in een diepen afgrond nederstort. Amen.
Geged van den H. Alphonsus.
O Hart van mijn Jezus, ik smeek U, schenk mij de gave der heilige Zuiverheid naar ziel en lichaam; help mij daarom steeds weerstand bieden aan alle onzuivere bekoringen; laat niet toe , dat ik in het gevaar er aan ontbreke , U en uwe heilige Moeder aan te roepen. Schenk mij ook een zuivere meening, opdat al mijne handelingen, al mijne verlangens geen ander doel hebben dan uwe glorie en uw verlangen. Geef mij vooral, ik smeek dit allerdringendst van U af, de heilige volharding, en de genade om deze zonder ophouden te vragen, vooral in
â 84 â
liet oogenblik der bekoringen, en als de dood komt. Amen.
Zoo de lijd hel tori aal, zal men verder met vrucht de gebeden verrichten, voorkomende op bladz. G!). en 70 na de Conrniunie in de II. Mis.
Als er een volle ajlant te verdienen is, kan men het volgend gebed van don Zal Clemens Maria bidden tot intentie van Z. H. den Paus.
Gebed vak den Z. Clemens Maria Hofbauer
voor het behoud des geloofs en voor de behoeften der kerk,
O mijn Verlosser, zoude dan reeds het vree-selijk uur zijn aangebroken, waarop nog slechts' weinige Christenen meer te vinden zijn, in wie liet geloof levendig is ? Hebt gij, te recht vergramd, aan uw volk uwen bijstand onttrokken? Dwingen U de goddeloosheid en het zedenbederf uwer kinderen, om onverbiddelijk uwe wrekende hand over ben uit te strekken?
Goddelijke Stichter en Voleindiger van ons geloof'! in de bitterheid van ons berouwvol en vernederd hart smeeken wij U: laat niet toe, dat de fakkel des geloofs onder ons worde nit-gebluscht. Wees uwe vroegere barmhartigheden indachtig. Aanzie mededoogend en bezoek den wijngaard, dien uw rechterhand heeft geplant, die besproeid is door het bloed van tallooze martelaren, bevochtigd door de tranen van /00 vele boetvaardigen en bevrucht met het zweet en gebed der apostelen, belijders en maagden-
Goddelijke Middelaar! werp uwe blikken op zoo vele vurige Christenen, wier reine handen zich aanhoudend tot uw troon opheffen, om TJ
liet behoud van den kostbaren schat des ge-loofs af te smeeken. Hef, o God van gerechtigheid , hef op liet vonnis onzer vervloeking-Sluit uwe ooren voor onze godslasteringen, aan-schouw het aanbiddelijk Bloed, hetwelk op liet kruis voor onze zaligheid is gestort en nog dagelijks voor ons vloeit op de altaren. Behoud ons in het Maar geloof, in het geloof der Roomsche Kerk.
Laat ziekte ons treffen, laat droefheid ons overvallen, laat rampspoed ons nederslaan, maar behoud ons in het heilig geloof. Zoolang die kostbare gave ons niet ontbreekt, zullen wij alle moeielijkheden blijmoedig onderstaan, en zal niets in staat zijn ons geluk te storen.
O Jesus, Stichter van ons geloof! bewaar hetzelve voor ons in zijne volle zuiverheid. Beschut ons in het scheepje van Petrus; geef, dat wij in trouw en onderwerping aan den Opvolger van Petrus, uw plaatsvervanger op aarde, gehecht blijven, opdat aldus de eenheid der H. Kerk behouden, de heiligheid bevorderd, de Apostolische Stoel beschermd, en de uitbreiding der algemeene Kerk bewaarheid worde.
O Jesus, Stichter van ons geloof! behoed, versterk en verlicht ook onze vorsten. Verneder de vijanden uwer heilige Kerk, opdat zij tot U wederkeeren. Schenk aan alle koningen, aan alle christen vorsten en aan de geheele Christenheid de ware eenheid en eendracht. Bevestig hen allen in uwen heiligen dienst, in welken wij verlangen te leven en te sterven.
O Jesus. Stichter van ons geloof! Ja, ik leef voor U, en voor U ook wil ik sterven. Zoo lang ik leef, wil ik de uwe zijn, de uwe, ook in het uur van mijnen dood. Amen.
â 86 -
De Gelukzalige raadde nog aan bij dit gebed , ter intentie â der H. Kerk , 5 maal het Onze Vader en 5 maal het Wees gegroet, benevens het Credo en Eere zij den Vader , enz. te bidden.
Schietgebeden va.\ den Gelukzalige.
1. Mijn God, hemelsche vader, ik offer U het kostbare Bloed van Jczus-Chrislus voor de arme zielen in het vagevuur.
2. Mijn God, ik dank U voor de genade van het H. Doopsel, voor de roeping tot het waar Katholiek Geloof en ik bid ü, Jaat mij in uwe genade leven en sterven.
3. O smartvolle Moeder, neem mij onder uwe bescherming. Ik bid u door uw H. Hart, ontferm u over mij en alle arme zondaren. Amen.
VJ. Gebeden gedureude het Lof, bij een bezoek aau het Allerh. Sacrament.
O wat zjjn zij aan het H. Hart van Jezus aangenaam, zij, die Hem dikwijls bezoeken en er hun vermaak in stellen, de wacht te houden bij dat H. Tabernakel, waar Jezus in zijn Sacrament rust! Godvruchtige ziel, gij in het bijzonder, die als lid der Eerewacht het H. Hart daar vooral moet verheerlijken, beminnen en troosten, verzuim toch geen enkelen dag, eenigen tjjd aan de voeten van dat H. Sacrament door te brengen. O, welk een geneugte is het, daar met dat goddelijk Hart zich te mogen onderhouden, gelijk een vriend met zijnen vriend! â Maar laat ook niet na eiken dag een klein bezoek te brengen aan Maria, door wie (iod wil, dat alle genaden ons toevloeien, en aan den H. Jozef, den in-nigsten vriend van Jezus' H. Hart.
Gebed van Voorbereiding.
Heer Jezus Christus, die om de liefde, welke Oij den menschen toedraagt, dag en nacht onder de gedaante van brood op onze altaren rust, terwijl Gij vol barmhartigheid en liefde
allen, die U komen bezoeken, afwacht, uitnoo-digt en ontvangt; ik geloof, dat Gij in het Sacrament des Altaars tegenwoordig zijt; ik aanbid U daar uit den afgrond van mijn niet, en ik bedank U voor alle genaden, welke Gij mij hebt bewezen, voornamelijk hiervoor, dat Gij rnij U zeiven in dit heilig Sacrament geschonken, uwe allerheiligste Moeder tot Voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt om U in deze kerk te bezoeken.
Ik groet dan in dit oogenblik uw allerheiligst Hart, en doe dit met eeu drievoudig doel; ten eerste, om U te bedanken voor deze kostbare gave; ten tweede, om de oneer te herstellen, welke Gij van alle uwe vijanden in dit H. Sacrament hebt ontvangen, en ten derde, om, door dit bezoek, U te aanbidden op al die plaatsen der wereld, waar Gij het minst vereerd en het meest verlaten zijt in uw Sacrament.
Mijn Jezus, ik bemin U uit geheel mijn hart. Het doet mij leed, dat ik uwe oneindige goedheid zoo dikwijls vergramd heb. Ik maak het voornemen, dooi- uwe genade gesterkt, U niet meer te beleedigen in de toekomst; van dit oogenblik af wijd ik mij, hoe onwaardig ik ook ben, geheel en al aan U toe; ik verzaak aan mijn wil, aan mijne neigingen, aan mijne verlangens ; ik geef U alles, wat mij toebehoort. Doe voortaan met mij en met al het mijne, wat Gij wilt. Ik vraag U en ik verlang niets anders dan uwe heilige liefde, de volharding ten einde toe en de volmaakte vervulling van uwen heiligen wil. Ik beveel U de zielen van
7
â 88 â
het vagevuur aan en in het [bijzonder haar, die het meest godvruchtig waren jegens uw H. Sacrament en jegens de allerheiligste Maagd Maria. Ik beveel U ook al de arme zondaars. Ik vereenig eindelijk, o mijn dierbare Verlosser, al de gevoelens van mijn hart met die van uw liefdevol Hart, en, zoo vereenigd, offer ik die op aan uwen eeuwigen Vader, Hem smeekende in uwen naam, die uit liefde tot U te willen aannemen en verhooren.
300 dageti aflaat. Pius IX. 7 Sept. 1854
BEZOEK. ')
O lieve Jezus, welk eene heerlijke vond uwer liefde was het, onder de nederige gedaante van brood bij de menschen uw verblijf te nemen, om aldus toegankelijk te wezen, voor al wie maar verlangt met U te spreken. Hij had wel groot gelijk de Profeet Isaias met te zeggen, dat men luid op en overal de liefdevonden van onzen goeden God zou vermelden.
O allerliefderijkst Hart van mijnen Jezus! over-waardig zijt Gij alle harten te bezitten. O Hart van mijn Jezus, altijd brandend van de zuiverste liefde! o verslindend vuur, verteer in mij geheel en al den ouden mensch, vernieuw mij, en laat ik voortaan een nieuw leven leiden van liefde en genade! Vereenig mij zoo innig met U, lieve Jezus, dat ik nooit wederom van U gescheiden worde! O Hart van mijn
1) Zij, die eiken dag een ander bezoek Terlangen te bidden, raden wij aan djaitoi; gebruik te maken van het «Gulden boekjequot; van den H. Alphon-su«: Bezoeken hij het Allerheiligste Sacrnmevt ; of ook van de Novene er eere van het H, Hart voorkomende op blad/., 100 en volgende.
â 89 â
Jezus, dat altijd open staat als een toevluchtsoord voor de zielen, neem ook mij op! O Hart, om de zonden der wereld zoo doorwond op het kruishout, verleen mij een oprecht berouw over mijne zonden! Ik weet, lieve Jezus, dat Gij mij in dit goddelijk Sacrament diezelfde liefde toedraagt, welke Gij voor mij hadt, toen Gij voor mij stierft op het kruis; groot daarom is uw verlangen, om mij geheel en al met U te vereenigen. En zou ik dan nog langer kunnen weigeren aan dit verlangen te voldoen, en aan uwe liefde geheel mijn hart ten offer te brengen? Ach, tref Gij dat hart, doorwond hot, lieve Jezus, hecht, bind het aan U en vereenig het geheel met uw Hart! Ik maak heden het vast besluit met den bijstand uwer genade, U de hoogst mogelijke voldoening te geven, door alle menschelijk opzicht met voelen te treden, en aan U op te offeren neigingen, vermaken, gemakken, alles in één woord, wat mij verhinderen kan volmaaktelijk aan U genoegen te geven. Help mij, lieve Jezus, dit mijn voornemen zoo getrouw na te leven, dat van dezen dag af al mijne gedachten, woorden en wenken iu alles overeenkomstig zijn aan uw goddelijk welbehagen. O liefde van mijn God. wees Gij het eenig voorwerp mijner liefde! En gij, o Maria, mijne hoop, gij die alles vermoogt bij God, verkrijg mij door uwe voorspraak (Ie genade van tot aan mijnen dood toe getrouw te blijven aan de liefde voor het goddelijk Hart van Jezus. Amen.
Schietgebed.
Liefdevol en getrouw Hart van Jezus, out-
â 90 â
vlam mijn ellendig hart, opdat het brande voor U, gelijk Gij brandt voor mij.
Geestelijke Communie.
Ik geloof, o lieve Jezus, dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U, en verlang mij met U te vereenigen. Kom dan in mijn hart; ik omhels U; o verlaat mij nooit meer.
Aanbid hier Jezus eeniye ooyenblikken, als ware Hij werkelijk in uw hart tegenwoordig, en vraag Hem een of andere bijzondere genade zoo voor u zeiven als voor anderen.
Begroeting van Maria.
O zondaar, roept de gelukzalige Bernardinus de Bustis uit, wanhoop niet, maar neem uwe toevlucht tot die verhevene Koningin, met het vaste vertrouwen van verhoord te zullen worden ; gij zult haar vinden de handen vol barmhartigheid en genaden. Wees overtuigd, dat die medelijdende Koningin meer verlangt u goed te doen dan gij hare hulp verlangt. â Wees dan gegroet, eerbiedwaardige Koningin van vrede, allerheiligste Moeder Gods, bewerk door het allerheiligst Hart van Jezus, den Vorst des vredes, dat zijn toorn bedare, en Hij over ons in vrede heersche. Gedenk, o allergoedertierenste Maagd Maria, hoe het nooit gehoord is, dat iemand, die uwe voorspraak inriep, door U verlaten is geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, snel ik tot U, Moeder des eeuwigen Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze
â 91 â
genadig aan en verhoor ze, o goedertierene, o zoete Maagd Maria.
(300 dagen ajlaat. Pius IX. 23 Sept. 184ti).
Schietgebed.
Maria, Moeder Gods, bid Jezus voor mij.
Gebed.
Tot U, o allerheiligste en onbevlekte Maagd en mijne Moeder Maria, tot U, de Moeder mijns Zaligmakers, de Koningin der wereld, de Voorspreekster, de Hoop en de Toevlucht dei-zondaars, neem ik , de ellendigste van allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Met den diepsten eerbied kniel ik voor U neder, o groote Koningin, en ik bedank U voor alle genaden, die Gij mij tot nog toe hebt verworven, en voornamelijk hiervoor, dat Gij mij van de hel, zoo dikwijls door mij verdiend, bevrijd hebt. Ik bemin U, mijne allerbeminnelijkste Meesteres, en om die liefde, beloof ik U altijd te zullen dienen en zooveel in mijn vermogen is te maken, dat ook anderen U beminnen en dienen. O Moeder der barmhartigheid ! in U stel ik mijne hoop, al mijn behoud; neem mij aan, ik smeek er U om, als uwen dienaar, en verberg mij ouder uwen mantel. En daar Gij zoo machtig zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, ot wel verkrijg voor mij de noodige krachten, om tot aan mijn dood toe die alle te overwinnen. Van U vraag ik eene ware liefde tot Jezus Christus; van U hoop ik de genade van eenen goeden dood te sterven. O geliefde Moeder, bij de liefde, welke Gij aan God toedraagt, smeek
â 92 â
ik ü, mij altijd uwen bijstand te verleenen, maar voornamelijk in de laatste oogenblikken van mijn leven. Verlaat mij niet, voordat Gij mij gelukzalig ziet in den hemel, waar ik U zegenen, en uwe barmhartigheden zal prijzen in alle eeuwigheid. Zoo hoop ik, zoo zij het! Amen.
(300 chu/im ci/Iaal. Pius IX. 7 S^pt. 1854.)
Begroeting van den H. Jozef.
H. Jozef, Beschermer en Vader der maagden, aan wiens getrouwe bescherming Christus Jezus, de Onschuld zelve, en de Maagd der maagden, Maria, zijn toevertrouwd geweest, ik smeek en bezweer u door Jezus en Maria, die twee allerdierbaarste panden, behoed mij voor alle onreinheid, en maak dat ik met een onbesmetten geest, een zuiver hart en een kuisch lichaam, Jezus en Maria te alle tijde allerzuiverst diene. Amen.
(100 dagen aflaat eens per dag. Pius IX. 4 Febr. â¢1877.)
LITANIE
van het H. Hart van Jezus.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer. God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
â 93 â
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzir. Hart van Jezus, zelfstandig met het eeuwig Woord vereen igd,
heiligdom der Godheid,
tempel der Heilige Drievuldigheid,
afgrond van wijsheid,
oceaan van goedheid,
troon van barmhartigheid,
onuitputtelijke schat,
van wiens volheid wij alles hebben ontvangen,
onze vrede en onze verzoening,
voorbeeld aller deugden,
oneindig minnend en oneindig beminnenswaardig, O .^oorsprong der levende wateren, die tot ^ = het eeuwig leven springen. £2 voorwerp van het welbehagen des hemel- 3 - schen Vaders, = gt; verzoening voor onze zonden , § -e om ons met bitterheden vervuld, ^ -5 in den hof van Olijven bedroefd tot den dood, -T5 quot;quot; met smaad verzadigd,
door liefde gewond,
met eene lans doorstoken,
op het Kruis uitgeput door bloedverlies, van droefheid verbrijzeld om onze zonden, nog heden door ondankbaren in uw liefdesacrament onteerd,
toevlucht der zondaren,
sterkte der zwakken,
troost der bedroefden,
volharding der rechtvaardigen zaligheid voor die in U hopen,
hoop der stervenden,
â 94 â
Hart van Jezus, zoete steun voor allen, die U
vereeren, ontferm u onzer.
Hart van Jezus, vreugde voor alle Heiligen,
ontferm u onzer.
Hart van Jezus, ons toevluchtsoord in alle gevaren, ontferm u onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
y. Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte. 1^. Maak ons hart gelijkvormig aan het Uwe.
Gebeu.
Heere Jezus! die, door eene nieuwe weldaad uwer genade, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Hart hebt geopend r geef, dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde schenken, en door waardige eerbe-wijzingen den hoon herstellen, dien Het door de ondankbaarheid der rnenschen moet verduren. Gij die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen,
VII. Avondgebed.
Groote God! ik bedank U voor alle ontvangen weldaden, voor alle gunsten en genaden, welke Gij mij heden verleend hebt; en in het bijzonder, dat gij mij dezen dag bewaard hebt. Ik smeek U, mij ook dezen nacht voor alle
â 95 â
kwaad te behoeden. Ik ga rusten, om U te behagen. Elke ademhaling geschiede, om U te beminnen, te prijzen en te dienen, gelijk de Heiligen in den hemel dit doen!
Kom Heilige Geest, verlicht mijn verstand, om mijne zonden, fouten en gebreken te kennen, welke ik heden begaan heb, en geef mij de genade, er een oprecht berouw over te hebben.
Onderzoek hier eenicje oogenblikken uw geweien.
Daarna bidt men de acten van geloof, hoop, liefde !) en berouw.
|
Kyrie, eleison. Christe, eleison. Kyrie, eleison. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Pater de coelis Deus, miserere nobis. FiliRedemptormundi 3 Deus, quot; Spiritus Sancte Deus, n Sancta Trinitas unus cr Deus, quot; Sancta Maria, ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix, ® Sancta Virgo Virgi- p num, Mater Christi, ^ Mater divinse gratise, g. -a »-5 O |
Heer, ontferm U onzer. 1) Christus, ontf. U onzer. Heer, ontf. U onzer. Christus, hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser § der wereld, F*- God, H, Geest, c: H. Drievuldigheid, één c God, p H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, gt H. Maagd der Maag- â den, o Moeder van Christus ° Moeder der godde-© lijke genade, UI |
1
300 dagen aflaat telkens, als men deze Litanie bidt met een godvruchtig en rouwmoedig hart. (Pius VII. 30 Sept. 18J7.)
â 96 â
|
Mater purissima, ora pro nobis. Mater castissima, Mater inviolata, Mater intemerata, Mater amabilis, Mater admirabilis, Mater Creatoris, Mater Salvatoris, Virgo prudentissima, Virgo veneranda, Virgo prseibeanda, Virgo potens, Virgo clemens, Virgo fidelis, 0 Speculum justitise, pi Sedes sapientise, 5 â¬ausa nostne laititite, s 7 O St Vas spirituale, ⢠Vas lionorabile, Vas insigne devotio- nis, Rosa mystica, Turris Davidica, Turris eburnea, Domus aurea, Foederis area, Janua cceli, Stella matutina, Sal us inflrmorum, Refugium peccato-rum. |
Allerreinste Moeder, bid voor ons. Allerzuiverste Moeder, Ongeschonden Moeder, Onbevlekte Moeder, Beminnelijke Moeder, Wonderbare Moeder, Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der gerechtigheid, Zetel der wijsheid, Oorzaak onzer blijd- E! schap, Geestelijk Vat, o Eerwaardig Vat, Uitstekend Vat van c devotie, T- Geheimzinnige Roos, Toren van David , Ivoren toren. Gulden huis. Ark des verbonds, Deur des hemels. Morgenster, Behoud der kranken Toevlucht der zondaars. |
|
Consolatrix afflictoi'um, ora pro nobis. Auxilium Christiatio-rum, Regina Angelorum, Regina Patriarcharum, Regina Prophetarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum, Regina Confessorum, g Regina Virginum, Regina Sanctorum g. omnium, Squot; Regina sine labe ori- ginali concepta, Regina Sacratissima Rosarii, Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis, Domine. Agnus Dei etc. exaudi nos, Domine. Agnus Dei etc. miserere nobis. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Ant. Sub tuum prsesi-dium confugimus,sancta Dei Genitrix, nostras |
Troosteres der bedrukten, bid voor ons. Hulp der Christenen, Koningin der Engelen, Koningin der Patri- archen, Koningin d. Profeten, Koningin d. Apostelen Koningin der Marte- =?â laren, ~ Koningin d. Belijders, g Koningin d. Maagden, ~ Koningin van alle Hei- 2 ligen. Koningin zonder erf- smet ontvangen. Koningin van den al-lerheiligsten Rozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , spaar ons, Heer. Lam Gods, enz. verhoor ons. Heer. Lam Gods, enz. ontferm U onzer, Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moe- deprecationes ne despi- der Gods! verstoot onze |
â 98 â
|
cias in necessitatibus nostris, sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta. v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix. R. Ut digni efficiamur promissionibus Christi. oremus. Concede nos famulos tuos, qusesumtis, Domi-ne Deus, perpetua mentis et corporis sanitate gaudere, et gloriosa beatse Mariae semper Virginis intercessione, a prajsenti liberari tristi-tia et aeterna perfrui kctitia. Per Christum Dorninum nostrum. r. Amen. |
gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd. v. Bid voor ons, o H. Moeder Gods. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer onze God, geef dat wij, uwe dienaren, eene altijddurende gezondheid naar ziel en naar lichaam mogen genieten, en door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid bevrijd, tot de eeuwige vreugde mogen geraken. Door Christus onzen Heer. Amen. |
Gebed om een zaligen Dood.
O Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen ; o toevlucht der zondaars, Moeder der stervenden, verlaat ons niet in het uur van onzen dood, maar verwerf ons eene volmaakte droefheid, een oprecht berouw en de vergiffenis onzer zonden. Verkrijg
â 99 â
ons ook, dat wij waardig de allerheiligste Teerspijze ontvangen en door het H. Sacrament des Oliesels versterkt worden, opdat wij ons eenmaal veilig kunnen vertoonen voor den troon van den rechtvaardigen, maar ook barmhartigen Rechter, die onze God en Verlosser is. Amen.
(100 dagen aflaat eens per dag. Pius IX. 11 Maart 1856).
Jezus, Maria en Jozef, ik geef U mijn hart, mijn ziel en mijn leven.
Jezus, Maria en Jozef, staat mij bij in mijn doodstrijd.
Jezus, Maria en Jozef, laat mij sterven in uw H. gezelschap.
(100 dagen aflaat voor ieder dezer drie schietgebeden. Pius VII. 28 April 1807.)
Bemind zij overal het H. Hart van Jezus !
Zoet Hart van Maria, wees mijne toevlucht.
H. Jozef, vriend van het H. Hart, bid voor ons.
De. Heer gelieve ons te zegenen, tegen alle kwaad te beschermen en tot het eeuwige leven te geleiden, en dat de zielen der geloovigen dooi' Gods barmhartigheid rusten in vrede. Amen.
Daarna bidt men gelijk des morgens de drie Wees gegroeten om de zuiverheid te bewaren, en maakt het kruiste eken met gewijd water. Leg u dan zedig te rusten en zeg tot u zeiven:
Ik moet eens sterven, maar weet niet wanneer !
Ik moet eens sterven, maar weet niet tvaar.!
Ik moet eens sterven, maar weet niet hoe!
Dit echter weet ik, dat, ais 'k in doodzonde sterf, ik eeuwig verloren ben.
tTSpquot;^
IVOVEJVE TER EERE VAN HET H. HART VAN JEZUS.
Door den H. Alphonsus Maria de Liguorl.
EERSTE DAG. Het beminnelijk Hart van Jezus.
ie zich in alles beminnelijk toont, doet zich noodzakelijk beminnen. 0! zoo wij er op uit waren om al de schoone titels te kennen, die Jezus Christus kan doen gelden, om bemind te worden, we zouden allen in de gelukkige noodzakelijkheid verkeeren van Hem lief te hebben. Inderdaad, welk hart is er onder alle harten te vinden, dat beminnenswaardiger is dan Jezus' Harte? dat Hart zoo rein, zoo heilig, zoo vol van liefde voor God en voor ons. Immers al zijne verlangens hebben geen ander voorwerp, dan de eere Gods en ons welzijn. Ziedaar dat Hart, waarin God al zijn genoegen, al zijn behagen vindt. In dat Hart tronen alle volmaaktheden, alle deugden: een allervurigste liefde, tegelijk met de diepst mogelijke nederigheid en hoogachting voor God, zijn Vader; eene algeheele beschaming over onze zonden, waarmede Hij beladen is, gevoegd bij een volslagen vertrouwen van den teederminnendsten Zoon; een allergrootste afschuw van onze zonden, gepaard met een levendig medeljjdensgevoel voor onze ellenden; eene allerhevigste smart te zamen gaande met eene volmaakte gelijkvormigheid aan den goddelijken wil. In Jezus vindt men dus alles, wat maar bominnenswaarnig is.
â 101 â
Eenigen worden tot liefde jegens anderen getrokken door schoonheid, sommigen door onschuld, anderen door lieftalligheid, wederom anderen door godsdienstigheid. Gesteld nu, dat er een persoon bestond , in wien al deze en nog andere volmaaktheden vereenigd zijn, wie zou zoo iemand riet liefhebben? Zoo wij wisten, dat er ergens een buitengewoon schoon , nederig, lieftallig, godsdienstig, liefdevol, jegens eenieder zachtzinnig vorst leefde, een vorst, die weldoet aan die hem kwaad doet, wij zouden hem liefhebben en ons zeiven niet kunnen weerhouden hem te beminnen, ook zonder hem te kennen of van hem gekend te zijn, en al hadden wij ook niets met hem te maken. En Jezus Christus dan, die al deze deugden in zich vereenigt en alle in een volmaakten gi-aad, en die ons zoo teeder bemint, hoe is 't mogelijk, dat Hij door de menschen slechts weinig bemind wordt, en dat Hij niet het eenige voorwerp onzer liefde is?
O God, terwijl Jezus alleen beminnenswaardig is, en ons zoovele blijken heeft gegeven van de liefde, die Hij ons toedraagt, schijnt het als ware Hij ten onzen opzichte in de droevige onmogelijkheid van zich door ons te doen beminnen, als ware Hij onze liefde niet genoegzaam waardig ! Ziedaar wat de Rosa s van Lima, de Catharina's van Genua, de Teresia's, de Maria Magdalena's van Pazzi tranen deed weenen. Deze ondankbaarheid der menschen overwegende, riepen zij al weenend uit; »l)e liefde wordt niet bemind, de liefde wordt niet bemind!quot;
Verzuchtingen en Gebeden.
Mijn beminnelijke Verlosser, welk beminnenswaardiger voorwerp kon uw eeuwige Vader mij buiten U gebieden lief te hebben ? Gij zijt de schoonheid van het paradijs, Gij zijt de liefde uws Vaders, in uw Hart hebben alle deugden hare woonplaats. O beminnelijk Hart van mjjn Jezus, Gij hebt wel de liefde aller harten verdiend. Arm en ongelukkig het hart, dat U niet lief heeft! Zoo ongelukkig, o God, was
â \02 â
mijn hart gedurende al dien tijd, dat het U niet beminde. Maar ik wil niet langer zoo ongelukkig wezen. Ik bemin U, o mjjn Jezus, en wil U immer beminnen.
In vroegere dagen, o Heer, heb ik U vergeten; en wat toef ik thans ? Zal ik wellicht wachten, totdat Gij wegens mijne ondankbaarheid U verplicht vindt, mij volslagen te vergeten en aan mijn lot over te laten? Neen, mijn dierbare Zaligmaker, neen, laat het niet toe. Gij zijt het voorwerp der liefde van een God, en Gij zoudt niet het voorwerp zijn der liefde eens cllendigen zondaars,1 gelijk ik ben, die door U zoozeer met goedheden overladen en bemind is geworden? 0 schoone vlammen, die daar brandt in het minnend Hart van mijn Jezus , welaan ontsteekt gij in mijn arm hart dat heilig en zalig vuur, dat Jezus uit den hemel op de aarde is komen ontsteken. Verteert en vernietigt al de onreine genegenheden, die in mijn hart wonen en het beletten geheel aan Hem te zijn. Geef, mijn God, dat het niet leve, dan om U alleen lief te hebben, U alleen, mijn dierbare Zaligmaker. Heb ik U een tijd lang miskend, weet thans, dat Gij mijne eenige liefde zijt Ik bemin ü, ik bemin U , ik bemin U, en geen ander dan U wil ik beminnen. Mijn geliefde Heer, och weiger niet een hart aan te nemen, dat U beminnen wil, een hart, dat een tijd lang ü verdriet heeft aangedaan. Het zij U eene glorie, aan de engelen een hart te toonen dat van liefde voor U gloeit, nadat het U een tijd lang heeft gevlucht en versmaad.
Allerheiligste Maagd Maria , mijne hoop , help mij. Bid Jezus, dat Hij mij door zijne genade zoo make, als Hij mij wenscht te zien.
TWEEDE DAG.
Het minnend Hart van Jezus.
O mochten wij de liefde begrijpen, die in Jezus' Harte voor ons brandt! Zoozeer heeft Hij ons liefgehad, dat indien alle menschen, alle engelen en alle
â 103 â
lieiligen al hunne krachten vereenigden , zij niet het duizendste deel der liefde, die Jezus ons toedraagt, bereiken zouden. Hij bemint ons mateloos, meer dan wij ons zeiven beminnen. Hij heeft ons bemind tot overmaat toe. En inderdaad, is er wel grootero overmaat van liefde, dan dat een God sterft voor zijne schepselen ? Hij heeft ons bemind tot de uiterste mogelijk lieid: »Sa de zijnon geliefd Ie hebben â heeft Hij hen ten uiterste Uefyehadquot; ')
Immers, na ons eerst van alle eeuwigheid bemind te hebben, zoodat er niet een oogenblik in de eeuwigheid geweest is, dat die God niet aan ons gedacht «n niet elk onzer bemind heeft â vmet eeuwige liefde heb ik u bemindquot; -) â is Hij te onzer liefde nog menscli geworden, heeft Hij zich om onzentwille een smartvol leven en den kruisdood gekozen. Hij heeft ons derhalve meer bemind dan zijne eer, meer dan zijne rust, ja meer dan zijn leven. Hij heeft trouwens alles ten offer gebracht, om ons te doen zien , welke liefde Hij ons toedraagt. Is dat niet eene overmaat van liefde, die in alle eeuwigheid de engelen en het paradijs verbaasd doet staan? Deze liefde heeft Hem er nog toe gebracht, met ons in het Al-lerh. Sacrament te blijven als op een troon van liefde. Immers daar is Hij aanwezig onder de gedaante van â¬en weinig brood, opgesloten in eene ciborie, waar Hij van al zijne majesteit schijnt ontdaan te wezen, zonder beweging en zonder het gebruik der zinnen. Geene andere bezigheid schijnt Hij dus daar te hebben, dan de menschen to beminnen. De liefde maakt, dat men de aanhoudende tegenwoordigheid der geliefde personen verlangt te genieten. Welnu, deze liefde en dit verlangen maakt, dat Jezus Christus met ons in het Allerh. Sacrament blijft. Slechts drie en dertig jaren onder de menschen hier op aarde verkeerd te hebben, was onzen minnenden Heer een te korte tijd. Om dan zijn wensch te bevredigen van immer met ons te zijn, achtte Hjj het noodig, het
1) Joa. 13, 1. 2; Jerem , 31. 3.
8
â 104 â
grootste van al zijne wonderen te wrochten, de instelling namelijk van het H. Sacrament des Altaars.
Maar hoe! het verlossingswerk was reeds voltooid, reeds waren de menschen met God verzoend; waartoe diende het, dat Jezus in dit Sacrament op aarde bleef? O', omdat Hij zich niet van ons scheiden kan, en Hij verklaart, dat Hij onder ons zijn genoegen vindt: daarom blijft Hij daar.
Die liefde heeft Hem nog bewogen, om zich tot voedsel onzer zielen te maken, om zich met ons te vereenigen en zijn Hart met onze harten te vereenzelvigen. »Die mijn vleesch eet cn mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem.''' ') O wonderwerk! . O overmaat der goddelijke liefde! slndien er iets was. dat mij omtrent het geheim van het H. Sacrament aan het wankelen zou kunnen brengen, zeide een dienaar Gods het zou niet de twijfel wezen, hoe brood vleesch wordt, of hoe Jezus op meerdere plaatsen tegenwoordig is, of hoe Hij in zoo kleine ruimte geheel en al bevat wordt â want ik zou antwoorden, dat God alles kan; maar vraag ik mij zeiven af, hoe Hij er toe gekomen is uit liefde tot den mensch zich-zelven tot voedsel te geven. dan weet ik alleen te antwoorden, dat het eene geloofswaarheid is, die mijn verstand te boven gaat, en dat men de liefde van Jezus niet begrijpen kan.quot; O liefde van Jezus, doe U van de menschen kennen en doe U beminnen!
Verzuchtingen en G-ebeden.
O aanbiddelijk Hart van mijn Jezus, Hart, dat van liefde tot de menschen vervoerd zijt; Hart, dat opzettelijk geschapen zijt, om de menschen te beminnen! hoe is 't mogelijk, dat Gij bij do menschen zoo weinig wederliefde vindt, zoozeer versmaad wordt? Mij ellendige, die ook een dier ondankbaren ben geweest die U niet heb weten te beminnen 1 Vergeef mij, mijn Jezus, die groote zonde van U niet bemind te hebben.
1) J oa. 6, 57 2) La Colon.b. S. 20.
â 105 â
U, die zoo beminnelijk zjjt en mij zoozeer hebt liefgehad, dat Gij, om mij te verplichten U te beminnen niet meer doen kondet. Ik besef, daar ik een tijd lang aan uwe liefde heb verzaakt, dat ik verdienen zou veroordeeld te worden om U niet meer to kunnen beminnen. Maar neen, mijn dierbare Zaligmaker, geef mij liever alle andere straf, niet deze. Verleen mij de genade U te beminnen, en straf mij dan zooals Gij wilt. Doch hoe kan ik vreezen, dat Gij mij die straf zult opleggen, terwijl ik hoor, hoe Gij voortgaat mij het zoet, het dierbaar gebod aan te bevelen van U. mijn Heer en God. lief te hebben? »Gij zult den Heer uwen God beminnen uil (jeheel uw Imrr.1) Ja, mijn God, Gij wilt van mij bemind worden en ik wil U beminnen, ik wil zelfs niemand anders beminnen dan U, die mij zoo zeer bemind hebt. O liefde van mijn Jezus, Gij zijt mijne liefde. O van liefde glooiend Hart van Jezus, ontvlam ook mijn hart. Gedoog niet, dat ik in het vervolg zelfs een oogenblik behoeve te leven, beroofd van uwe liefde. Doe mij liever sterven, vernietig mij. Laat de wereld van zulk een schromelijke ondankbaarheid geen getuige zijn, dat ik, die zoozeer van à bemind word, na zoo vele genaden en verlichtingen van U ontvangen te hebben, opnieuw er toe overga uwe liefde te versmaden. Neen, mijn Jezus, gedoog dit niet. Ik hoop bij het bloed, dat Gij voor mij vergoten hebt, dat ik U altoos zal beminnen, en ook Gij altoos mij beminnen zult: dat die liefde tusschen mij en U in eeuwigheid niet meer onderbroken zal worden.
O Maria, moeder der schoone liefde, gij, die Jezus zoozeer wenscht bemind te zien, bind en strengel mij vast aan uwen Zoon, maar strengel mij zoo vast, dat ik mij nooit meer van Hem gescheiden zie.
1
Mallh. 22, 37.
â 106 â
DERDE DAG.
Het Hart van Jezus begeerig bemind te worden.
Jezus heeft ons niet noodig. Met of zonder onze liefde is Hij even rijk en machtig: en toch, zegt de H Thomas, ') omdat Jezus Christus ons bemint, verlangt Hij zoozeer onze liefde, als ware de mensch zijn God, en als hing zjjn geluk van dat des men-schen af. De H Man Job stond hierover verbaasd en zeide: ygt;Wat is de mensch, dat Gij hem verheerlijkt e Of waarom stelt (jij uw hart op hem'? ' 5) Weihoe? Een God verlangt en zoekt met zulken aandrang de liefde van een worm? â Zoo God ons alleen hadde toegelaten Hem te beminnen, dit ware reeds eene groote gunst geweest. Een onderdaan, die tot zijn koning zou zeggen: Heer, ik bemin U, â zou doorgaan voor een vermetele. Maar wat zou men zeggen, zoo de koning aan zijn onderdaan zeide: Ik wil, dat gij mij bemint? â De vorsten dezer aarde dalen zoo laag niet af. Maar Jezus, die de Koning des hemels is. Hij is het, die met zooveel nadruk om onze liefde vraagt: )iGij zult den Heer, uwen God, beminnen uit rjeheel uw harty Met den grootsten aandrang vraagt Hij ons Hart. vMijn zoon, schenk mij uw hart Vquot;1) En wordt Hij ooit uit eene ziel weggedreven, dan vertrekt Hij niet, maar plaatst zich buiten aan de deur des harten, en roept en klopt aan om binnen te komen, »Ik sla aan de deur en klop aan.' *) Hij smeekt haar hem open te doen, terwijl Hij haar zuster en bruid noemt: »Open mij, mijne zusier, mijne bruidquot; 5) Kortom, Hij vindt 'er zijn lust in zich door ons bemind te zien. Hij is gansch getroost, wanneer eene ziel Hem zegt en Hem dikwerf herhaalt: «Mijn God ! mijn God! ik bemin U.quot;' Dit alles is het gevolg der groote liefde, welke Hij ons toedraagt. ie be-
1( Opsc. 63 c. 7. S) Job 7, 17. 3) Pror. 26. 4) Apoc. 3 20 3) Canlic 5 2. 4, 8.
â 107 â
mint, verlangt noodzakelijk bemind te worden, liet hart vraagt het hart: de liefde zoekt liefde. )) Daarom alleen, zegt de H. Bernardus, bemint God. opdat Hij bemind wordequot; ') Reeds vroeger had (jod zelf dit gezegd: »Wat vraagt de Heer, uw God, anders van xi, tenzij dat gij Hem lief hebt?quot; 'J) Daarom doet Hij ons beseffen , dat Hij die herder is, die, na zijn verdwaald schaap te hebben weergevonden, allen samenroept om zich met Hem te troosten: » Verblijdt u met mij, want ik heb mijn verloren schaap wedergevon-denquot; 3) Hij doet ons begrijpen , dat Hij die Vader is, die, wanneer een verloren zoon aan zijne voeten wederkeert, dezen niet slechts vergiffenis schenkt, maar teederlijk omhelst. Hij verklaart ons, dat al wie Hem niet bemint ter dood veroordeeld blijft: »\Vie niet bemint, blijft in den doodquot; 1) Maar al wie llem lief heeft, houdt Hij bij zich en neemt Hij aan tot den zijne: »Wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hemquot; 2)
Zullen nu zoo vele smeekingen, zoo vele aansporingen , zoo vele bedreigingen en beloften ons niet doen besluiten een God te beminnen, die zoo zeer wenscht van ons bemind te worden?
Verzuchtingen en Gebeden.
Mjjn dierbare Verlosser, zal ik U met den H. Au-gustinus zeggen, Gjj gebiedt mij U te beminnen, en Gij dreigt mij met de hel, zoo ik U niet bemin; maar kan mij wel eene vervaarlijker hel, eene grootere ongenade treffen, dan van uwe liefde beroofd te zijn? quot;Wilt Gij mij derhalve vrees aanjagen, bedreig mij dan slechts, dat ik leven zal zonder à te beminnen: deze bedreiging alleen zal mij meer doen schrikken dan duizend hellen. Zoo de verdoemden, o mjjn God, te midden der helsche vlamen van uwe liefde konden gloeien, de hel zou een paradijs worden. Konden daarentegen de zaligen in den hemel U niet bemin-
1
1) Cant. 4, 83. 2) Deut. 10, li. 3) Luc. 13, C, 41. 4) t. Joa. 3, 14.
2
Joa. 4, 16.
â -108 â
nen, het paradijs zou eene hel worden. Aldus sprak de H. Augustinus.
Ik weet wel, mijn beminde Heer, dat ik om mijne zonden verdiende, van uwe genade beroofd te worden en hierdoor veroordeeld, oir U niet meer te kunnen beminnen. Maar ik hoor, dat Gij voortgaat mij te gebieden , dat ik U beminne. Ook voel ik in mij een groot verlangen om U lief te hebben. Dit mijn verlangen is eene gaaf uwer genade Gij zelf geeft mij dit. Geef mij nu ook nog de kraclit, om het uit te voeren , en maak , dat ik U in waarheid en uit ganscher harte voortaan zegge en immer herbale: Mijn God: ik bemin U, ik bemin U, ik bemin U. Gij verlangt mijne liefde , ik verlang de uwe.
Vergeet dus, o mijn Jezus , alle leed, dat ik U voorheen heb aangedaan. Laten wij elkander steeds beminnen. Ik zal U niet loslaten; laat ook Gij mij niet los. Gjj zult mjj altoos beminnen ; ook ik zal U altoos beminnen. Mijn dierbare Zaligmaker, uwe verdiensten zijn mijne hoop. Ach, doe U altoos beminnen en doe U veel beminnen van een zondaar, die U veel heeft beleedigd.
Onbevlekte Maagd Maria, help mij, bid Jezus voor mij.
VIERDE DAG.
Het bedroefde Hart van Jezus.
Onmogelijk te overwegen , hoezeer hier op aarde het Hart van Jezus te onzer liefde is bedroefd geweest, zonder medelijden met hetzelve te gevoelen. Hjj zelf heeft ons te kennen gegeven, dat zijn Hart door zulke droefheid gedrukt werd, dat deze alleen voldoende zou geweest zijn, om Hem het leven te benemen , en van loutere smart te doen sterven, hadde de kracht zijner Godheid niet door een mirakel den dood belet: n Mijne ziel is bedroefd tot den dood toequot; \) de grootste smart , die zoozeer het Hart van Jezus pijnigde , was evenwel niet het zien der folteringen en der verguizingen, welke Hem de menschen be-
1) Mare. 14, St.
â 109 â
rcidden, maar het zien hunner ondankbaarheid voor zjjne maielooze liefde. Hij voorzag duidelijk al de zonden , die wij begaan zouden, na zoo vele smarten en een zoo bitteren en smaadvollen dood. Hij voorzag in quot;t bijzonder de schromelijke beleedigingen, die de mcnschen zijn aanbiddelijk Hart, dat Hij ons ten bewijze zijner toegenegenheid in het allerheiligste Sacrament naliet, zouden aandoen. O God! en wat al onteeringen heeft Jezus Christus in dit Sacrament der liefde van wege de menschen moeten verduren! Deze heeft Hem met voeten vertrapt; gene op een vuilnishoop geworpen ; een ander is er toe gekomen er eene hulde van te brengen aan den duivel. En evenwel weerhoudt het gezicht van al die versmadingen Hem niet, ons dit groot onderpand zijner liefde te laten. Hij haat de zonde met een oneindigen haat. Maar zjjne liefde jegens ons schijnt den haat, dien Ilij der zonde toedraagt, in Hem overmeesterd te liebben. Immers Hij getroost zich al die heiligschennissen toe te laten, liever dan de zielen, die Hem liefhebben, van deze goddelijke spijze te berooven. En dit alles zal nog niet voldoende zijn , om ons te doen besluiten een Hart te beminnen, dat ons dermate heeft liefgehad? Of heeft wellicht Jezus Christus er nog niet genoeg voor gedaan, om onze liefde voor zich te verdienen ? Zullen wij nog ondankbaar genoeg zjjn, om Jezus op de altaren alleen te laten , geljjk de meeste menschen doen ! Zullen wij ons niet veeleer bij die weinige vrome zielen aansluiten, die Hem weten op prijs te stellen en van liefde wegsmelten, meer nog dan de waskaarsen , die rondom de heilige ciboriën branden? Jezus' Hart is daar brandende van liefde jegens ons , en wij zouden in Jezus' tegenwoordigheid niet branden van liefde jegens Hem ?
Verzuehtingen en Gabedsn
O mijn aanbiddelijke en dierbare Jezus, zie hier aan uwe voeten dengenen, die uw allerminzaamst Hart al te zeer bedroefd heeft. O God, hoe heb ik
â 110 â
dat Hart, hetwelk mij zoozeer heeft bemind , en niets gespaard heeft, om zich van mij te doen beminnen, zóó kunnen kwellen! Doch troost U, durf ik U zeggen, mijn Zaligmaker. Weet, dat mijn hart, door uwe genade van uwe liefde getroffen, zulk een spijt gevoelt over het vodriet U aangedaan, dat het van droefheid zou willen sterven. O, wie geeft mij, mijn Jezus, eene smart over mijne zonden gelijk aan die T welke Gij tijdens uw leven er over hadt! Eeuwige Vader, ik offer U het leed en den afschuw, die uw Zoon over mijne zonden heeft gevoeld, en smeek U door dezelve mij zulk een groot leedwezen te geven over de beleedigingen, die ik U heb aangedaan, dat ik daardoor immer in droefheid en smart b'jjve leven, steeds indachtig, hoe ik een tijd lang uwe vriendschap versmaad heb. En Gij , mijn Jezus , geef mij van lieden af zulk een afschuw van de zonde, dat deze mij zelfs de kleinste fouten doe verfoeien , aangespoord door de gedachte, dat zij quot;U mishagen, U die niet verdient beleedigd te worden , noch weinig, noch veel, maar die veeleer eene eindelooze liefde verdient. Mijn geliefde Heer , ik verfoei thans alles , wat U mishaagt, en wil voortaan niets beminnen dan U alleen en datgene, wat Gij bemint. Help mij, geef mij kracht; geef mij de genade U, o mijn Jezus, aan te roepen en deze bede steeds te blijven herhalen: Mijn Jezus, geef mij uwe liefde , geef mij uwe liefde , geef mij uwe liefde.
En gij, allerheiligste Maagd Maria, verkrijg mij de genade van U steeds aan te roepen en U te zeggen: Mijne Moeder, doe mij Jezus Christus beminnen!
VIJFDE DAG Het medelijdend Hart van Jezus.
Waar zullen wij ooit een hart kunnen vinden , dat meer medelijdend en teeder is, dat grooter mededoo-gen met onze ellenden heeft dan het Hart van Jezus ? Dat medelijden deed Hem uit den hemel op aarde dalen. Dit deed Hem zeggen, dat Hij die goede herder was, gekomen om zijn leven te geven tot redding
â Ill â
zijner schapen. Om ons zondaren vergiffenis te verwerven , heeft Hij zich niet ontzien, en zichzelven op het Kruis ten offer gebracht, ten einde door zijn lijden de straf te voldoen, die ons toekwam. Dat medelijden , dat gevoel van erbarming doet Hem nu nog zeggen : ygt; Waarom wilt gij sterven, huis van Israël? Keert terug en leeft.quot; â â¢) Menschen, zegt Hij , mijne arme kinderen , waarom wilt gij u verdoemen, door van Mij weg te vluchten ? Ziet gij niet, dat, zoo gij u van Mij verwijdert, gij den eeuwigen dood te gemoet loopt ? Ik wil u niet verdoemd zien. Wanhoopt niet; keert terug , zoo dikwlijs gij terugkeeren wilt. en gij zult het leven wedervinden: yKeert terug en leeft.quot; Dat medelijden doet Hem nog zeggen, dat Hij die liefdevolle Vader is, die ofschoon Hij zich van zijn zoon versmaad ziet. dezen, wanneer hij rouwmoedig wederkeert, niet verstoeten kan, maar teeder omhelst, zonder nog aan al de ontvangen beleedigingen te denken: »Ik zal aan al deszelfs ongerechtigheden niet oneer denken.'quot; 2) Zoo handelen de menschen niet. Vergeven zij ook al, zij bewaren desniettemin de herinnering aan de ontvangen beleediging , en voelen zich aangespoord tot wraak. En wreken zij zich niet, wijl zij God vreezen, zij worden toch immer een grooten tegenzin gewaar, om met die personen , welke hun eenigen smaad hebben toegevoegd, om te gaan en te onderhandelen. Acli mijn Jezus, G|j vergeeft niet slechts aan de rouwmoedige zondaars, maar Gij weigert zelfs niet, U geheel aan hen te schenken gedurende dit leven in de H. Communie, en later in het ander leven in den hemel, door de mededeeling uwer glorie, zonder er den minsten weerzin in te gevoelen , diezelfde ziel, welke U beleedigd heeft, gedurende de gansche eeuwigheid te blijven omhelzen. Waar dan , o mijn dierbare Zaligmaker, zou men een beminnenswaardiger en medelijdender hart kunnen vinden dan het Uwe ?
ij Ezcch. 18, 31. 2) Ezech. 18, 22.
â i\2 â
Verzuchtingen en Gebeden.
Medelijdend Hart van mijn Jezus, erbarm U mijner, ygt;Allerzoetste Jezus, ontferm U mijnerquot; {Jesu clulcis-sime, miserere mei.) Ik zeg het thans, maar geef mij de genade, het U altoos te zeggen: »Allerzoetste Jezus, ontferm U mijner.quot; Ook vooraleer ik U belee-digde, o mijn Verlosser, verdiende ik gewis niet éene der vele genaden, die Gij mij geschonken hebt. Gij toch hebt mij geschapen en mij zoovele verlichtingen gegeven, en dat alles zonder mijne verdiensten. Doch sedert ik U beleedigde, heb ik niet alleen geene gunsten verdiend, maar ik verdiende van ü verlaten te worden; ik verdiende de hel. Uw medelijden heeft bewerkt, dat Gij mij afgewasschen en mij ten tjjde, dat ik in uwe ongenade was, het leven gespaard hebt. Uw medelijden heeft mij verlicht en tot vergiffenis uitgenoodigd, heeft mij droefheid over mijne zonden geschonken, alsook het verlangen om U te beminnen â en thans vertrouw ik, mij door uwe barmhartigheid in uwe genade te bevinden. Houd niet op, o mijn Jezus, mij uwe barmhartigheid te blijven bewijzen. De barmhartigheid, die ik U vraag, is, dat Gij mij het licht en de kracht verleent van U niet meer ondankbaar te wezen. Noen, mijne Liefde, ik betuig niet te verdienen, dat Gij mij opnieuw vergeeft, zoo ik U wederom den rug zou keeren. Dit te vergen zou eene laatdunkendheid wezen, die U beletten zou, mij nog ooit barmhartigheid te toonen. Maar ook welke barmhartigheid zou ik nog van U te hopen hebben, indien ik, opnieuw ondankbaar wordende, uwe vriendschap ging versmaden en mij van U scheidde? Neen, mijn Jezus, ik bemin U en wil U altoos beminnen. Ziehier de barmhartigheid, welke ik van U verhoop en afsmeek: «Gedoog niet, dat ik van U gescheiden worde, gedoog niet, dat ik van U gescheiden worde.quot; {Ne permittas me separari a Te; nc. permitlas me separari a Tc.) Ook U smeek ik hierom, Maria mijne Moeder, gedoog niet, dat ik mij nog ooit van mijnen God scheide.
â 113 â
ZESDE DAG.
Het milddadig Hart van Jezus.
Het is eigen aan personen, die van natuur goedhartig zijn, dat zij allen zouden willen tevreden stellen, vooral de meest behoeftigen en bedroefden. Doch waar zal mon ooit iemand vinden, beter van harte dan Jezus Christus? Hij is immers de eindelooze goedheid, en heeft diensvolgens een allervurigst verlangen ons zijne rijkdommen mede te deelen. »Bij Mij zijn de rijkdommen...., om hen, die Mij liefhebben, te verrijken.quot; ') Het was om ons rijk te maken, zegt de Apostel, dat Hij zich arm heeft gemaakt:quot; Terwijl Hij rijk was, is Hij om uwentwil arm geworden, opdat gij door zijne armoede rijk zo tuil. wezen.'quot; 1) Tot datzelfde doel heeft Hij onder ons willen blijven in het Allerh. Sacrament, waar Hij te allen tijde aanwezig is, de handen vol genaden, (zoo toch zag Hem Pater Alvarez^ om ze aan allen, die Hem komen bezoeken, uit te deelen. Daarom ook nog geeft Hij zich zeiven geheel aan ons in de H. Communie. Hij doet ons hierdoor verstaan, dat, wijl Hij zelfs geheel zich zeiven geeft. Hij zijne goederen onmogelijk weigeren kan: igt;Hoe heeft Hij ons ook niet alles met Hem geschonken 9 2) In Jezus' Harte vinden wij derhalve alle goed, alle genaden, die wij verlangen. »Cry zijl in nil es rijk geworden in Hem .. . zoodat it niets ontbreekt in eenige genade,quot; Bedenken we verder wel, dat alle genaden, die we ontvangen hebben; verlossing, roeping, licht, vergiffenis, hulp om aan de bekoringen het hoofd te bieden, gelatenheid in tegenspoed, dat wij dat alles verschuldigd zijn aan het Hart van Jezus. Inderdaad zoo is het: want zonder zijn bijstand waren wij niet in staat het minste goed te doen: »Zonder Mij kunt gij niets doen.quot; 5) En zoo gij voorheen nog niet meer genaden
1
1) I'rov. 8. 18. !) II Cor.' 8, 9. 3) Kom. 8. 32. 4) 1 Cor. 1, 5-
2
Joa. 15. 4.
â 114 â
ontvangen hebt, zegt de Heer, wijt het Mij niet, maar wijt liet u zeiven, daar gij verzuimd hebt Mij dezelve te vragen: »Tot nu toe hebt gij nog om niets gebeden. . .. hielt en gij zult verkrijgen.quot; O hoe rijk en vrijgevig is het Hart van Jezus jegens iedereen, die tot Hem om hulp gaat! vRijk voor allen, die Hem aanroepen.quot; 2) O wat al bewijzen van barmhartigheid ontvangen niet die zielen, welke er op uit zijn hulp te vragen aan Jezus Christus! zooals David zeide; »Want Gij, Heer, zijt zoetaardig en zachtzinnig en vol barmhartigheid jegens allen, die U aanroepen quot; 3) Laten we ons dus altoos tot dit Hart wenden; laten we met vertrouwen vragen, en we zullen alles verkrijgen.
Verzuchtingen en Gebeden.
Ach. mijn Jezus, Gij hebt niet geaarzeld uw bloed en leven voor mij prijs te geven, en ik zou .aarzelen U mijn ellendig hart te schenken? Neen, mjjn dierbare Verlosser, ik offer het U gansch, ik schenk U geheel mijn wil. Aanvaard denzelven en beschik er over naar uw welgevallen. Ik beb niets, en vermag ook niets; ik heb alleen dit hart, mjj door U geschonken , en waarvan mij niemand berooven kan. Mijne goederen, mijn bloed, mijn leven kan men mij ontnemen, maar niet dit hart. Met dit hart kan ik U liefhebben; met dit hart wil ik U liefhebben. Welaan, o mijn God, leer mij mijzelven geheel verloochenen. Leer mjj, wat ik doen 'moet, om tot uwe zuivere liefde te geraken, waartoe uwe goedheid mjj het verlangen heeft ingegeven. Ik voel in mjj een vastbesloten wil, om U te behagen; maar van U verwacht ik en smeek ik den bijstand af om dat besluit uit te voeren. Aan U de taak, o minnend Hart van Jezus, mijn arm hart, dat U vroeger zoo ondankbaar en door eigen schuld van uwe liefde
i) Joa. 26. 14. 2) Rum, 10, 12. 3) Ps. 83, 5.
verstoken was, geheel tot het uwe te maken. Geef, dat dit mijn hart geheel gloeien moge voor U, gelijk het uwe gloeit voor mij ; geef, dat mijn wil geheel met den uwen vereenigd zij, zoodat ik slechts datgene wille, wat Gij wilt, en van stonde aan uw heilige wil de regel worde van al mijne handelingen, van al mijne gedachten, van al mijne verlangens. Ik hoop. Heer, dat Gij mij uwe genade niet weigeren zult. om mijn besluit, dat ik heden voor uwe voeten maak ten uitvoer te brengen, het besluit nameljjk van alles, wat Gij omtrent mjj en mijne belangen beschikken zult, zoowel tijdens mjjn leven als bij mijn sterven, in vrede aan te nemen. Zalig gjj, o onbevlekte Maria, gij wier hart immer en in alles met Jezusquot; Hart overeenstemde! Verwerf mij, mijne Moeder, dat ik voortaan niets anders wille noch wensche, dan wat Jezus wil en gij wilt.
ZEVENDE DAG.
Het dankbaar Hart van Jezus.
Zóó dankbaar is het Hart van Jezus, dat Hij aan ieder onzer werken hoe klein ook, wanneer Hij ziet, dat wij het te zijner liefde verrichten, aan het geringste woordje te zijner eer gesproken, aan iedere vrijwillige gedachte, die Hem genoegen geeft, eene eigene belooning schenkt. Het is zelfs zoo dankbaar, dat Hij altoos honderd voor één geeft: »Hij zal honderdvoudig ontvangen.quot; 1) Wanneer de menschen dankbaar zjjn en eenige hun bewezen weldaad vergelden , zoo vergelden zij slechts éénmaal. Zij maken zich, gelijk men pleegt te zeggen, van de verplichting af, en denken er vervolgens niet meer aan.
Zoo handelt Jezus Christus niet met ons. Elke goede daad, die wij verrichten, om Hem genoegen te doen, beloont Hij niet alleen honderdvoudig in dit leven, maar in 't ander leven beloont Hij ze nog oneindige
1) Math. 19, 29.
â H6 â
malen ieder oogenblik, gedurende de geheele eeuwigheid. En wie zal dan zorgeloos genoeg zijn, om niet alles te doen, wat hij kan, ten einde dit zoo dankbaar Hart tevreden te stellen ? Maar, o God, hoe leggen er zich de menschen op toe, om Jezus Christus genoegen te geven ? Laat ik beter zeggen: hoe kunnen wij toch zoo ondankbaar zijn ten opzichte van dezen onzen Zaligmaker ? Hadde Hij slechts een enkelen druppel bloeds vergoten, een enkelen traan voor onze zaligheid gestort, dan zelfs zouden wij aan Hem oneindige verplichtingen hebben. Immer» die bloeddruppel , die traan zelfs, zou bij God van oneindige waarde zijn geweest, voldoende om ons alle soorten van genaden te doen erlangen. Doch Jezus heeft al de oogenblikken zijns levens voor ons willen besteden, hoeft ons al zijne verdiensten willen schenken, al zijne smarten en verstnadingen, al zijn bloed en zelfs zijn leven. Wij hebben derhalve niet slechts ééne, maar ontelbare verplichtingen om Hem te beminnen. Helaas ! wij zijn zelfs dankbaar jegens dieren. Een hond, die ons eenig teeken van genegenheid geeft, dwingt ons als het ware hem te beminnen. Hoe kunnen wij dan zóó ondankbaar wezen jegens God? De weldaden van dezen God schijnen ten aanzien der menschen van natuur te veranderen en mishandelingen te worden, daar zij in plaats van dankbaarheid en liefde, niets anders te weeg brengen dan boleedigingen en versmadingen. Verlicht deze ondankbaren, o [ieer, opdat zij de liefde erkennen, die Gij hun toedraagt.
Verzuchtingen en gebeden.
O mijn geliefde Jezus, ziehier den ondankbare aan uwe voeten. Ik ben wel erkentelijk geweest jegens de schepselen! doch jegens à «alleen ben ik ondankbaar geweest, jegens U, zeg ik, die voor mij gestorven zijt, en niets meer doen kondet, om mij te verplichten U lief te hebben. V\ at mij troost en bemoedigt is, dat ik te doen heb met een oneindig
â 117 â
good en vergevensgezind Hart, dat openlijk verklaart al de beleedigingen eens zondaars, die berouw heeft en bemint, te zullen vergeten.
Mijn dierbare Jezus, weleer heb ik U beleedigd en versmaad. Maar thans bemin ik U boven alles, meer dan mij zeiven. Zeg mjj, wat gij van mij wilt: ik ben ten volle bereid het met de hulp uwer genade te doen. Ik geloof, dat Gij mij geschapen hebt, dat Gij te mijner liefde uw bloed en uw leven hebt gegeven. Ik geloof nog, dat Gij voor mij U zeiven in het Allerh. Sacrament hebt nagelaten, ik dank U, mijne Liefde! O gedoog niet, dat ik ondanks zoo vele weldaden en blijken uwer liefde, later nog ooit ondankbaar worde. Bind en hecht mjj vast aan uw Hart, en laat niet toe, dat ik in het leven, hetwelk mij overblijft, U nog ooit misnoegen en verdriet veroor-zake. Genoeg, mijn Jezus, heb ik U beleedigd, thans wil ik U beminnen. Och! konden mijn vorige jaren eens wederkeeren! Maar neen, die keeren niet weder, en het leven, dat mij over blijft, zal kort van duur zijn. Doch kort of lang, mijn God, den tijd , die mij over blijft, wil ik gansch besteden, om à te beminnen. U, mijn opperste Goed, die eene eeuwige en oneindige liefde verdient.
Maria, mijne Moeder, duld niet, dat ik nog ooit ondankbaar zij jegens uwen Zoon; bid Jezus voor mij.
ACHTSTE DAG.
Het versmade Hart van Jezus.
Er bestaat geen grooter smart voor een hart dat bemint, dan zijne liefde versmaad te zien. Die smart is des te grooter, wanneer de bewjjzen, die men van zijne liefde gegeven heeft, groot geweest zijn, en eene groote ondankbaarheid daar tegenover staat. Laat alle menschen aan al hunne bezittingen vaarwel zeggen en in eene wildernis gaan leven , zich voeden met kruiden , op den blooten grond slapen, door boetplegingen zich uitmergelen en eindelijk zich om het leven laten brengen voor Jezus Christus :
â 118 â
welke wedervergelding zou dit wezen voor de smarten , het bloed, het leven, dat de eeuwige Zoon van God te hunner liefde! heeft veil gehad ? Zouden we ons ook ieder oogenblik ter dood laten brengen, we zouden voorwaar niet eens voor het kleinste deeltje de liefde terug betalen, dia Jezus Christus ons bewezen heeft met zich aan ons in het Allerh. Sacrament te schenken. Een God verbergt zich daar onder de gedaante van een weinig brood, en maakt zich het voedsel van zijn eigen schepsel!
Maar, o God, welke vergelding en erkentelijkheid betuigen de menschen aan Jezus Christus? Ja, welke ? Mishandelingen, versmading zijner geboden en zjjner leer, zulke onteeringen, dat zij hunnen vijand, hunnen slaaf of den grootsten ellendeling der aarde dusdanige niet zouden aandoen. En zouden wij nu aan al die mishandelingen, die Jezus Christus ontvangen heeft en nog dagelijks ontvangt, zonder hartzeer kunnen denken? Moeten wij niet trachten door onze liefde de onmetelijke liefde van zijn goddelijk Hart te betalen, van dat Hart, dat in het Allerh. Sacrament nog altijd van dezelfde liefde jegens ons brandt, dat nog altijd verlangt, ons zijne goederen mede te deelen en zich zelf geheel aan ons te geven, dat nog altjjd bereid is ons op te nemen, zoo dikwijls als wij daar heen gaan! vHem, die tot Mij komt, zal Ik niet buiten werpen.quot; ') Wij zijn er gewoon aan geworden te hooren spreken van schepping, van menschwor-ding, van verlossing, van Jezus in een' stal geboi-en, van Jezus aan het kruis gestorven. O God, wisten wij, dat een ander mensch ons ook slechts ééne enkele dezer weldaden bewezen had, wij zouden ons niet kunnen weerhouden hem lief te hebben. Op God alleen schijnt (om zoo te spreken) het droevig lot te drukken, dat, ofschoon Hij niets onbeproefd heeft gelaten, om zich van de menschen te doen beminnen, Hij er niet in slagen kan. Ja, in plaats van bemind te worden, ziet Hij zich versmaad en verstooten.
I) Joa, C, 37.
â 119 â
De oorzaak van dit alles is, dat de menschen de liefde van hunnen God uit het oog verliezen.
Verzuchtingen en Gebeden.
O Hart van mijn Jezus, afgrond van barmhartigheid en liefde, hoe komt het, dat ik bij het zien der goedheid, die Gij mij betoond hebt, en mijner ondankbaarheid , niet sterf cn niet van smart verga ? Gij, mijn Zaligmaker, na mij het bestaan te hebben geschonken, hebt mij nog al uw bloed en uw leven gegeven, en U te mijner liefde overgeleverd aan de versmadingen en den dood. Hiermede nog niet tevreden, hebt Gij hot middel uitgevonden, om ü zeiven dagelijks voor mij in de II. Mis te slachtofferen, U vrijwillig blootstellend aan de onteeringen, die Gij in dit Sacrament van liefde zoudt moeten ondergaan, en die Gij vooruit gekend hebt O God, hoe kan ik mij herrinneren zoo ondankbaar jegens U te zijn, zonder van schaamte te sterven? Maak een einde, o Heer, aan mijne ondankbaarheden door mijn hart met uwe liefde te treffen en mij geheel den uwe te maken. Hierinner U het bloed en de tranen, die Gij voor mij vergoten hebt, en vergeef mij. Ach, laat deze uwe zoo groote smarten voor mij niet verloren zijn! Ofschoon Gij zaagt, hoe ondankbaar ik was en hoe zeer uwe liefde onwaardig, hebt Gij toch niet opgehouden mij lief te hebben, al beminde ik U ook niet, en al verlangde ik zelfs niet eens door U bemind te worden. Hoeveel meer dus moet ik nu niet op uwe liefde vertrouwen, nu ik niets anders wil noch wensch dan U te beminnen en van ü bemind te worden! Welaan, bevredig dezen mijnen wensch ten volle, of laat ik juister spreken, bevredig uwen wensch; want Gij zelf hebt dien ingegeven. Geef, dat deze dag de dag mijner algeheele bekeering zij, zoodat ik beginne U te beminnen, om nimmer meer op te houden U, opperste Goed, lief te hebben. Geef, dat ik in alles aan mij zeiven sterve, om voor U alleen te leven, en altoos van liefde tot U te branden;
9
â 120 â
O Maria, uw hart was dat zalig altaar, waarop het vuur der goddelijke liefde aanhoudend brandde. Mijne dierbare Moeder, maak mij aan U gelijk. Vraag deze genade voor mij aan uwen Zoon, die er genoegen in heeft U te eeren, door U niets te weigeren, van al wat gij Hem vraagt.
NEGENDE DAG.
Het getrouwe Hart van Jezus.
O hoe getrouw is het schoone Hart van Jezus Christus jegens hen , die Hij tot zjjne heilige liefde roept! »Hij, die u geroepen heeft, is getrouw en zal het ook doen.quot; Gods getrouwheid wekt in ons het vertrouwen op van alles te verhopen, al verdienen we ook niets. Zoo wij God uit ons hart mochten verdreven hebben, laten wij Hem de deur wederom openen , en Hij zal terstond weder binnen komen, volgens zijne eigene belofte, ygt;Zoo iemand .. mij de deur zal openen, Ik zal tot hem inkomen, en met hem maaltijd houden.1' 2) Indien wij genaden verlangen, laten wij ze dan in Jezus' naam aan God vragen, en Jezus heeft ons beloofd , dat wij ze verkrijgen zullen: «Indien gij den Vader om iets in mijnen naam zult bidden. Hij zal het u geven.quot; 3) Zijn we bekoord, laten we op zijne verdiensten vertrouwen , en Hij zal niet dulden , dat onze vijanden ons boven onze krachten bevechten; «God nu is getrouw en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw vermogen.quot; 4] O, wat is men er beter aan toe met God dan met de menschen! Hoe vaak beloven niet de menschen, en doen zij hun woord niet gestand, ofwel omdat zij liegen bij 't beloven , ofwel omdat zij na hnnne belofte van wil veranderen! »God is niet gelijk de mensch, (zegt de H. Geest) dat Hij zou liegen , noch gelijk de zoon des menschen, dat Hij veranderen zou.quot; 'D) God kan aan
1
ThcKs. 8, m. S) Apoc. 3, 20. 3) Joa. 16, 23. *) 1 Cor. 10, 13.
2
â 5y Num i3 , 19.
zijne gedane beloften niet ontrouw wezen , dewijl Hij niet liegen kan, als zijnde de Waarheid zelve. Hij kan evenmin van wil veranderen , omdat alles, wat Hij wil, rechtvaardig en juist is. Hjj heeft dan beloofd een ieder, die tot Hem komt, op te nemen, hulp te verleenen aan een ieder, die ze Hem vraagt, te beminnen al wie Hem bemint: en nu zou Hij dit niet doen ? »Hij heeft dan gesproken. en Hij zou het niet doenf' 1) O waren wij God trouw, gelijk Hij ons trouw is! Wij, hoe menigmaal hebben wij Hem vroeger beloofd, Hem toe te behooren. Hem te dienen en te beminnen! En later hebben wij Hem verraden, ons aan zijn dienst onttrokken, en ons zeiven als slaven aan den duivel verkocht. Laten wij Hem derhalve smeeken , ons de kracht te geven van Hem in het toekomende getrouw te zijn. O wat zullen we gelukkig zijn , zoo wjj Jezus Christus in de weinige zaken , die Hij ons gebiedt te doen, getrouw blijven! Ook Hij zal getrouw zijn door ons boven alle maat te beloonen , en ons doenhooren, wat Hij zijnen trouwen dienaren beloofd heeft: «Zee;* tvel, gij goede en getrouwe dienslknecht, omdat gij over weinig getrouw zijt geweest, zal ik u over veel stellen: ga in tot de vreugde des Heerenquot; ZJ
Verzuchtingen en Gebeden.
Mijn dierbare Verlosser, o ware ik U trouw gebleven , gelijk Gij trouw geweest zijt jegens mij ' Zoo menigmaal ik U mijn hart geopend hebt, zijt Gij binnengetreden , om mij te vergeven eu iti uwe genade op te nemen. Zoo vaak ik tot IJ riep, zijt Gij komen aansnellen, om mij te helpen. Gij zijt getrouw geweest jegens mij ; maar ik , ik ben al te ontrouw jegens U geweest, ik heb ü beloofd U te dienen , en heb daarna onnoemelijke malen U den rug toegekeerd. Ik heb U mijne liefde beloofd, en die later zoo menig werf geweigerd, alsof Gij, mijn God , die
1) Num. 23. 19. i) Math. *S . S3.
â 122 â
mij geschapen en verlost hebt, minder verdiendet bemind te worden dan de schepselen en mijne ellendige voldoeningen, om welke ik U verlaten heb. Mijn Jezus, vergeef mij. Ik erken mijne ondankbaarheid en verfoei ze. Ik erken, dat Gij de oneindilge goedheid zijt, die eene oneindige liefde verdient, vooral van mij, dien Gij in weerwil der vele beee-digingen, die ik U heb aangedaan, zoozeer bemind hebt. Wee mij, zoo ik verdoemd ga! De genaden, welke Gij mij geschonken en de blijken van bijzondere genegenheid, die Gij mij gegeven hebt, ze zouden, o God, do hel mijner hel wezen. O neen, mijne Liefde, erbarm U mijner. Gedoog niet, dat ik U opnieuw verlate, en dan in de hel, waartoe ik verdienen zou gedoemd te worden, móete voortgaan door be-leedigingen en haat de liefde te betalen, die Gij mjj hebt toegedragen. Welaan, liefdevol en getrouw Hart van Jezus, ontvlam mjj voor U, gelijk Gij brandt voor mjj. Mij dunkt, mijn Jezus, dat ik U thans bemin, maar ik bemin U weinig. Geef , dat ik U veel be-minne en U tot mijn dood getrouw zij. Deze genade vraag ik U , tegelijk met de genade van die steeds te blijven verzoeken. Laat mij sterven, alvorens ik U opnieuw verraden zou.
O Maria, mijne moeder, help mij om uw Zoon getrouw te zijn.
GEESTELIJKE LIEDEREN DER AARTSBROEDERSCHAP. gt;) Ufo 1.
LIED DER EEREWACHT;
(Melodie. Kommt herab, ihr Himmelsfürsten.) 2)
Daalt omlaag, gij vredeseng'len,
Die de blijde boodschap bracht;
Wilt met ons uw tonen meng'len,
Zingt het lied der Eerewacht,
Laat het met ons, stervelingen ,
Luide door de wolken dringen:
Hart van Jezus, Hart zoo zoet,
Wees gedankt, bemind, gegroet!
Allerreinste Seraphijnen,
Die het god'lijk Hart zoo mint;
En gij, vuurge Cherubijnen,
Die daar uwe ruste vindt.
Doet voor ons den juichtoon rijzen,
Leert ons toch de Liefde prijzen:
Hart van Jezus, Hart zoo zoet,
Wees gedankt, bemind, gegroet!
Ja, uw lof zal eeuwig schallen,
God'lijk en beminlijk Hart!
Wat ons ook ten deel zal vallen,
Eer of schande, vreugd' of smart,
Met het heir der hemelingen Blijven wij het eeuwig zingen:
Hart van Jezus, Hart zoo zoet.
Wees gedankt, bemind, gegroet;
1) Z. H. Pau» Pius VII verleende bij Rescript Tan 16 Jan. 1817 . om de geloovigen aan te «poren geestelijke liederen te zingen en ze van we-reldsche af fc houden: Een aflaat var» één jaar aan hen, die anderen tot het zingen daarvan aanzetten.
Een aflaat van 100 dagen aan hen, die ze zplf met hwrouwvol hart zingen.
2) De melodiëen dezer liederen zijn verkrijgbaar aan den hoofdzetel der Aartsbroederschap, Kapel in 't Zand, Roermond.
â m â
WO 3.
LUDENSLIED.
(Melodie: O Haupt voll Blut und Wunden).
O Hart, om onze zonden Zoo uiterst diep gehoond,
0 Hart zoo vol van wonden, Met doornen wreed omkroond;
U komen wij vereeren,
U, godlijk Hart vol smart;
Bemind, o lieve Jezus,
Zij steeds uw heilig Hart!
O Hart, op 't kruis doorstoken Uit louter liefdegloed,
Dat, ééns voor ons gebroken,
Sinds reinigt door uw bloed;
U komen wij bedanken,
Voor zooveel liefdesmart:
Bemind, o lieve Jezus,
Zij steeds uw heilig Hart!
O Hart, nog steeds vergeten Door zielen zonder tal.
Nog steeds vanééngereten Door veler zondeval;
U komen wij vertroosten
Voor zooveel smaad en smart;
Bemind, o lieve Jezus,
Zij steeds uw heilig Hart!
Ko 3.
DE BRON DER LIEFDE.
Sterv'ling, vindt gij hier beneden De echte bron der liefde niet;
O dan kwaamt gij haar niet zoeken, Waar zij overvloedig vliet.
Let slechts op de bitt're smarte
In uw Jezus' god'lijk Harte,
En de liefde stroomt u tegen,
Als een uitgestorte regen.
Zie dat Hart; het is doorstoken Door een wreede scherpe lans;
Doornen kwamen het omkronen, Saamgevlochten tot een krans.
Zie het kruis daar boven zweven,
Door de vlammen gansch omgeven. Waarom al die hartewonden? Christen, 't is om uwe zonden!
Stervling, zoudt gij nu niet minnen, Als gij 't Hart van Jezus ziet?
Zal uw hart niet voor Hem kloppen, Daar zijn Hart slechts liefde u biedt ?
Ja mijn Jezus, mijne Liefde,
Dien 'k voorheen, helaas, zoo griefde, U wil 'k eeuwig, eeuwig minnen, 'k Schenk U hart en ziel en zinnen.
â 126 â
sro â *.
Vertaling van bCor arca.quot; etc. Zie bladz. 28.
0 Hart, o Ark van 't nieuw verbond, Waar slaafsche vrees geen toegang vond, Waar slechts vergeving is bereid, Genaden en barmhartigheid !
De liefde gaf den wreeden stoot,
Die U doorwondend opensloot,
Opdat de onzichtb're liefdewond Bij ons ook haar vereering vond.
^ ie mint Hem. die zóó mint, niet weêr ? Wie , die verlost werd, mint niet teer, En kiest niet eeuwig in dat Hart Zijn woonplaats uit in vreugde en smart?
Eer zij den Vader en den Zoon,
Als ook den Heil'gen Geest geboón. Aan wie is macht en majesteit En heerschappij in eeuwigheid!
Amen.
â 127 â
Ufo 3.
LIEFDEZANG.
vf . . - . , Maria's Beeld te midden, of
' 1 Kommt laszt uns fröhlich singen.
Wie kan uw Hart genaken,
0 Jezus, eind loos zoet,
En voelt zich niet dooi'blaken
Van goddelijken gloed?
Och leer ons dan beminnen,
En heersch in hart en zinnen ,
O Jezus, o Jezus, Jezus, heersch in ons !
Gij biedt in de open wonde,
O Hart, een toevluchtsoord,
Ofschoon de lans der zonde Nog immer U doorboort.
Och leer ons dan beminnen,
En heersch in hart en zinnen,
O Jezus, o Jezus, Jezus, heersch in ons f
Uw liefde blijft steeds boeien,
Schoon ze ook geen liefde vindt; Zij blijft steeds sterker gloeien , En smeekt, dat men bemint.
Och leer ons dan beminnen,
En heersch in hart en zinnen,
O Jezus, o Jezus, Jezus, heersch in ons T
â 428 â
STo 6.
JEZUS LIEFDE VOOR DE ZIELEN.
(Naar den H. Alphonsus.)
O God, wat is de mensch gelukkig,
Die sterven mag van liefdesmart Voor Jezus, die in liefde en schoonheid Elk andre liefde en schoonheid tart.
Uit liefde voor zijn arme schepselen
Neemt Jezus alle vormen aan,
Om ze aan zijn god'lijk Hart te boeien, En in één liefdeband te slaan.
Hij, 't god'ljjk Woord, daalt neer op aarde.
En ziet als Kind het levenslicht: De Liefde komt om liefde smeeken ,
Zoet schreiend als een hulp'loos wicht.
Dan als een arme en schoone Jong'lins: ,
TT.. . O O 7
Neemt Hij een needrig handwerk aan , Vindt in een lage werkmanswoning,
Hard zwoegend, zijn gering bestaan.
Ten laatste toont Hij zich aan allen.
Als oproerling , geboeid, gesard ; En eindigt zoo zijn pijnlijk: leven, Gedompeld in een zee van smart.
Nu onder schijn van brood verborgen , Breidt Hij nog steeds zijn armen uit Naar ied're ziel, die tot Hem ijlend, Hem volgen wil als zijne bruid.
O zwijg dan, zwijg, gjj valsche wereld,
Verwacht geen liefde meer van mij ! Een ander heeft mijn hart veroverd .
Meer minlijk, meer getrouw dan gij!
â 129 â
Ufo 7.
KERSTLIED
TER EERE
VAN HET H. HART VAN JEZUS.
(Melodie: Heiligste Nacht.)
Heiligste nacht! heiligste nacht!
Duisternis wijkt hier, en liefelijk glanzend
Straalt van den hemel een licht in zjjn pracht; Eng'len verschijnen, verkonden den vrede,
Vrede op de wereld den menschen gebracht. Komt dan, o Christenen, komt dan met spoed , Brengt met de herders aan Jezus uw groet ! Jezus, uw God en Heer,
Daalde als Kindje neer,
Komt dan met spoed !
Liefderijk Hart! Liefderijk Hart!
Gij , het geluk en de vreugde des hemels.
Schijnt zoo veracht in dit goddelijk Kind. Liefde tot ons heeft zoo diep U vernederd,
Wees dan, o Hart, van ons allen bemind! Goddelijk Kindje, vol lijden , vol smart, Wat roept Gij luide: geef mij toch uw hart! Zie dan, o lieve Heer Kindje, zoo goed en teer,
Hier is mijn hart!
Goddelijk Hart! Goddeljjk Hart!
'k Breng bij uw kribje mijn needrige gaven
Van een rouwmoedig en liefderijk hart;
Jezus, U min ik, 'k verzaak aan de zonden , U slechts mijn liefde bij vreugde, bij smart! Hart van mijn Jezus, dat mij zoo bemint,
Hier voor ons kloppend in 't hulp'looze Kind: 'k Min niemand meer, o neen,
Gij zijt mijn deel alleen,
Ik blijf uw kind!
130
»0 8.
ZEGEZANG.
Voor Jezus' Harte zinge
Mijn ziele vol geneugt; Door alle wolken dringe De luide toon der vreugd!
Refrein â¢quot; Geëerd ten allen tijde,
Zij Jezus' heilig Hart!
Dat alle hart zich wijde
Aan quot;t Hart vol liefde en smart!
O Hart voor mij gebroken
Uit louter liefdepijn,
Om mijne schuld doorstoken,
Wilt Gij mijn Redder zijn.
Refrein: Geëerd , enz.
Uit de open liefdewonde
Sprong water, heilig bloed ; Hoe rijk stroomt sinds die stonde Ons Uw genadenvloed !
Refrein : Geëerd, enz.
Heer Jezus ééne bede,
Slechts ééne, gun ze mij; Ruim mij een zoete stede In uw doorboorde zij.
Refrein : Geëerd, enz.
Bladz.
Doel, Oorsprong en Voortgang der Eerewacht . 8 Pauselijke Breve van de verheffing der Eere-wacht van het H. Hart, beslaande in de Kapel
in 't Zand te Roermond, tot Aartsbroederschap 7
Statuten der Aartsbroederschap......9
Aflaten, waarmede de Aartsbroederschap verrijkt is..............13
Bijzondere gebeden en oefeningen der Eerewacht 16
I. De Inschrijving in de Eerewacht ... 16
II. Het Wachtuur.........18
III. Heiliging van den eersten Vrijdag (of Zondag) der maand .........23
Morgenoefening.........23
Avondoefening.........28
IV. Bezoek aan het Beeld van het II. Hart
van Jezas..........38
V. Novene ter eere van het H. Hart . . 40
VI. De maand Juni.........40
VII. Voorbereiding tot het feest van het H. Hart 41 VIII. Feest van het H. Hart......42
Algemeene gebeden en oefeningeti voor de leden der Eerewacht...........44
I. Morgenoefening.........44
II. Oefeningen door den dag.....49
III. Gebeden onder de H. Mis.....52
â 132 â
Bladz.
IV. Biechtgebeden..........71
V. Gebeden vóór en na de Communie . . 75 VI. Gebeden gedurende het Lof en bij een bezoek aan het allerheiligste Sacrament en
aan do H. Maagd........86
Litanie van het H. Hart van Jezus. . . 92
VII. Avondgebed..........94
Novene ter cere van het H. Hart van Jezus . . 100 Eerste dag. Het beminnelijk Hart van Jezus . 100 Tweede dag. Het minnend Hart van Jezus . 102 Derde dag. Het Hart van Jezus begeerig bemind te worden ......106
Vierde dag. Het bedroefde Hart van Jezus. . 108 Vijfde dag. Het medelijdend Hart van Jezus. . 110 Zesde dag. Het milddadig Hart van Jezus. . 11S Zevende dag. Het dankbaar Hart van Jezus. . 115 Achtste dag. Het versmade Hart van Jezus. . 117 Negende dag. Het getrouwe Hart van Jezus . 120 Geestelijke liederen der Eerewacht.....123
-
k â -
ââ
ââ
; :
â
i
-
k â -
ââ
ââ
; :
â
i