ocr page 1
ocr page 2

V aic

HANDBOEKJE

bevattende Reglement, Gebeden en Gezangen

DEB

OÏRSCHOTSCHE PROCESSIE

NAAR

Ïïfl

TILBURG,

Stoomdrukkerij van het R. K. Jongens-Weeshuis. 189 1.

ocr page 3

IMPEIMATUE.

M, F. DE BEER Sup. Gen. et Dec.

ad hoc delegatus.

Datum Tilburgi, 7 Augusti 1891,

EIGENDOM der Stoomdrukkerij van het E. K. Jongens-Weeshuis, uitgezonderd de N0'8 1, 2, 3, 4, 12, 13, 14, 15 en 18.

ocr page 4

REGLEMENT

dee

tmOEDERSGHAl3

van de

OURSCIiOTSCKCE DPROOESSIE naak

KEYELAAR.

Aet. 1.

De Processie, met goedkeuring van Z. D. H. Mgr. Godschalk, Bisschop van 's-Hertogenbosch, opgericht den 27 October 1886, stelt zich ten doel de eer van Maria en de devotie tot Onze Lieve Moeder te bevorderen.

Aet. 2.

Het Bestuur der Processie is geregeld, als volgt:

De Pastoor van Oirschot is Commissaris dea Bisschops in het bestuur der Processie en als dusdanig voorzitter in haar bestier.

ocr page 5

4

Met den Pastoor behooren tot den raad der Processie een Opper-Broedermeester en elf Broe-dermeesters, ingedeeld naar de wijken, het Dorp, de Notel, Stad en Moleneind, Straten, Laageind en Sonderen, Snepseind, Boterwijk en Kapeldijk, Lub-heistraat, Broekstraat, Spoordonk , Oude Grintweg.

Een van de broedermeesters neemt tevens de betrekking waar van Penningmeester en Secretaris.

Aet. 3.

De benoeming der bestnurs-leden geschiedt bij de oprichting door den Pastoor; doch wanneer later of om verzuim van plicht, of om overlijden, öf op aanvrage om ontslag eenige benoeming noodzakelijk wordt, dan zal die geschieden door de kenze van het Bestuur met volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de Commissaris.

De ontbinding van het geheele Bestuur blijft uitsluitend aan den Bisschop voorbehouden.

Ast. 4.

Ieder Broedermeester houdt eene naamlijst der leden, die aan hem zijn toegevoegd, ordelijk bij, en geeft bij aangifte van nieuwe leden hunne namen op aan den Secretaris der Processie, om deze in het algemeen register te boeken.

ocr page 6

Abt. 5.

De Broedermeesters zijn belast met het innen der jaarlijksche bijdragen van 20 centen voor ieder lid. De inzameling van dit bedrag moet geschieden binnen verloop van de dagen van 15 Angustns tot 8 September, terwijl de storting van die gelden bepaald blijft op Zondag onder het Octaaf van O. L. V. Geboorte.

Abt. 6.

Is eenig lid nalatig in de betaling zijner bijdragen , dan is de broedermeester, bij wien het is ingedeeld, verplicht den naam van dat lid te schrappen en verliest de wanbetalende alle aanspraak op de H. Diensten, die van wege de Processie geschieden.

Abt. 7.

Opdat nanwkenrig gelet worde op de bepaling van Art. 6, zoo moet ieder Broedermeester, wanneer hij de gelden, die bij hem zijn ingekomen , komt storten, de lijst der leden, die hij onder zich heeft, medebrengen, ten einde blijke, dat het te storte bedrag geëvenredigd is naar het getal leden.

ocr page 7

6

Aet. 8.

Bij overlijden van een lid der Processie zal de Broedermeester, die zijn naam op de lijst heeft, daarvan kennis geven aan den koster, opdat zoo-dra mogelijk zijne ziel in de gebeden der Processie-leden worde aanbevolen, en twee H. Missen voor den overledene worden gelezen.

Aet. 9.

Van den dag der oprichting tot en met den l8ten Januari 1887 worden allen die zich aanbieden, als leden opgenomen ; doch later worden als leden niet meer toegelaten zij, die in bedenkelijk ziekelijken toestand verkeeren en evenmin zij, die tot den ouderdom van 60 jaren gekomen zijn, tenzij deze laatsten ƒ 1,50 vooraf betalen.

Aet. 10.

De Processie doet jaarlijks in de week na den laatsten Zondag in September eene bedevaart naar O. L. V. Troosteresse der bedrukten te Kevelaar, onder begeleiding van minstens een geestelijken Bestierder.

Aet. 11.

Het Bestuur bepaalt: I®. De jaarlijksche bijdrage uit de kas der Processie voor waslicht en andere benoodigdheden voor de bedevaart;

ocr page 8

2° Het getal H. Missen, dat, behalve de onder Art. 8 Toormelde, voor levenden en overledenen van de Processie zal worden opgedragen ; zoomede wat tot opluistering der processie, zal besteed worden.

Aet. 12.

De Secretaris-Penningmeester doet jaarlijks in de laatste helft van September rekening en verantwoording aan het Bestuur van al de ontvangsten en uitgaven betrekkelijk de Processie en daarvan zal jaarlijks afschrift aan den Bisschop bezorgd worden.

Aet. 13.

Vreemdelingen kunnen op gelijke voorwaarden als inboorlingen van Oirschot en met dezelfde voordeelen zich als ledematen laten inschrijven, en bij genoegzame deelneming zal ook voor hunne parochie een afzonderlijke Broedermeester worden benoemd.

Tot zoolang die deelneming niet genoegzaam is , geschiedt de aangifte bij een der Broeder-meesters in Oirschot, waar ze dan bij tijd en gelegenheid hunne bijdragen moeten bezorgen.

Aet. 14.

Den Bisschop is het voorbehouden aan te vullen of te wijzigen zoodanige artikelen van dit

ocr page 9

8

Eeglement, als bij ondervinding mochten blijken noodig te zijn ter betere verzekering van de belangen der Processie.

N0. 2912. Door Ons gezien en goedgekeurd.

De Bisschop van 's-Bosck t A. GODSCHALK

's Bosch, 27 October 1886.

ocr page 10

9

GEZANGEN.

—----

N- 1.

De Tijftien Mysteriën van den H. Rozenkrans.

(Betjetzang.)

I.

De vijf blijde mysterihi.

Wij groeten u, o reine Maagd !

Maria, bid voor ons.

Gij, die uw Schepper hebt behaagd s

Maria, bid voor ons !

O heilige Maria,

Moeder Gods, ach! sta ons bij In den nood , Maria !

In den dood , Maria !

1.

Ge ontvingt in xi des Vaders Zoon,

Maria, bid voor ons !

Hij daalde in u van 's Hemels troon,

Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

ocr page 11

10

2.

Grij gingt een langen weg te voet, Maria , bid voor ons !

En hebt u-w blijde Nicht begroet, Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

3.

Gij hebt den Redder dezer aard', Maria , bid voor ons !

Te Beth'lem in een' stal gebaard, Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

4.

Ootmoedig naar Gods huis gegaan, Maria, bid voor ons !

Boodt gij nw Zoon ten offer aan, Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

5.

Drie dagen trokt gij zoekend rond, Maria, bid voor ons !

Eer gij nw Jesns wedervondt, Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

ocr page 12

11

II.

De vijf droevige mysteriën.

O droeve Moeder vol van smart,

Maria, bid voor ons !

Wat diepe wonden droeg uw hart!

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

1.

O Moeder, welk een zielewee ,

Maria, bid voor ons !

Bij 't bloedzweet in Gethsemané !

Maria, bid voor ons!

O heilige enz.

2.

O Moeder welk een foltering ,

Maria , bid voor ons !

Bij Jesus' wreede geeseling !

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

3.

O Moeder, welk een pijn en hoon !

Maria , bid voor ons !

Uw Jesns draagt een doornen kroon;

Maria , bid voor ons!

O heilige enz.

ocr page 13

12

4.

O Moederhart, opnieuw doorboord !

Maria, bid voor ons!

Uw Jesns sleept zijn kruishout voort

Maria , bid voor ons!

O heilige enz.

5.

O Moeder, welk een marteling !

Maria , bid voor ons!

Toen Hij aan 't kruis te sterven hing

Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

III.

vijf glorierijke mysteriën.

Verheug u, na die lange smart,

Maria, bid voor ons!

Verrukt de vreugd uw Moederhart ^

Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

1.

Verrezen is des levens Heer,

Maria , bid voor ons !

Maria ziet haar Jesus weer;

Maria , bid voor ons !

O heilige enz.

ocr page 14

13

2.

üw Zoon ging in zijn heerlijkheid,

Maria , bid voor ons !

Waar Hij een plaats ons toebereidt;

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

3.

Toen is zijn Geest hier neergedaald,

Maria , bid voor ons !

Die met zijn licht Gods Kerk bestraalt;

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

Üw Zoon zendt n een Eng'lenrei,

Maria, bid voor ons !

Die voert u jnichend aan zijn zij';

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

5.

U w Zoon geeft u de gloriekroon,

Maria , bid voor ons !

Nu heerscht gij op nw hemeltroon .:

Maria, bid voor ons !

O heilige enz.

ocr page 15

14

IVo 2.

Treurzang op het lijden Tan Christus en Tan zijne H. Moeder Maria.

1.

(Eeniffen.)

O vijf 'e werelds held're lichten, Waarvoor alle nevels zwichten, Teekens, die de duivel haat. Gij behoedt ons tegen 't kwaad. Heer, wil U ontfermen!

(Allen.)

O Maria, Koninginne!

Moeder van de zuiv're minne! Die hebt onder 't kruis gestaan, Toen Hij voor ons heeft voldaan: Bid voor ons , Maria !

2.

Kost'bre panden van den Heere, Yol van liefde , vol van eere,

Ik zou Thabor laten staan,

Mocht ik hier mijn tente slaan !

Heer, wil U ontfermen !

O Maria , Koninginne! enz.

ocr page 16

15

3.

JesuB! nwe purpre wonden Groeten we nit der harten gronden ; Wonden , die veel klaarder staan , Dan de zon of zil'vren maan.

Heer , wil U ontfermen !

O Maria , Koninginne ! enz.

4.

Loof, o Sion! te allen tijden, Christus-Jesus' bitter lijden;

Laat zoo lang uw harpe slaan, Als zijn wonden openstaan;

Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria , Koninginne! enz.

6.

Wil met uwen zang begroeten Jesns' handen en zijn roeten;

Eer de wonden zijner zij',

Met de zoetste melodij.

Heer, wil U ontfermen !

O Maria, Koninginne ! enz.

6.

Ja, die voeten en die handen Zijn nw toevlucht en uw panden; Maar vooral de wond van 't Hart Geeft u rust in alle smart.

Heer, wil TJ ontfermen!

O Maria, Koninginne! enz.

ocr page 17

16

7.

O, dat drappela daarvan vielen Ook op de allerzwartste zielen! En bijzonder op de mijn'!

Hoe zou ik gezuiverd zijn!

Heer, wil U ontfermen ! O Maria, Eoninginne! enz.

8.

Ligt ge als Lazarus ter neder, Jesus' liefde wekt u weder Uit het vuile zondengraf;

Wie Hem klopt, wijst Hij niet af.

Heer, wil U ontfermen ! O Maria, Koninginne ! enz.

9.

Zoete Jesus! naar U trachten Mijne zuchten, mijn' gedachten ; Maak toch zuiver, maak toch licht Al den omvang van mijn plicht.

Heer, wil U ontfermen! O Maria, Eoninginne! enz.

10.

Wil, o Jesus! toch gedoogen, Dat ik voor uwe algoede oogen Nader, als 'tverloren kind Tot den Vader, die zoo mint.

Heer, wil IJ ontfermen! O Maria, Koninginne ! enz.

ocr page 18

17

11.

■O, hoe groot is uw erbarmen! Sluit mij in uw liefdeaarmen!

Laat een vonkje van dien gloed Branden in mijn koud gemoed.

Heer, wil U ontfermen ! O Maria, Eoninginne ! enz.

12.

Weest gegroet, o Jesus' wonden! Borgen voor ons aller zonden! Sterren in de duisternis! Schuilplaats tot behoudenis!

Heer, wil U ontfermen! O Maria, Koninginne ! enz.

13.

Heilvolle ark in watervloeden, Waar de duive heen mag spoeden ; Regenboog van Gods verbond, Die verzoening steeds verkondt.

Heer, wil U ontfermen ! O Maria, Koninginne! enz.

14.

Wreede nagels , die zoo griefden, Leert mij schatten Jesus' liefde: Zeg me, o lans! wat diepen grond Oij in Jesus' Harte vondt!

Heer, wil U ontfermen !

O Maria , Koninginne ! enz. p. o. 2

ocr page 19

18

15.

Leert mij meer en meer doorgronden Al de bitterheid der wonden;

Moest niet de afgrond van die pijn Ook de maat der liefde zijn ?

Heer, wil U ontfermen!

O Maria, Koninginne! enz.

16.

Eer de zon haar gouden stralen In den duist'ren nacht doet dalen, Vallen we U, o Jesus zoet! Dankbaar voor uw kruis te voet.

Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria, Koninginne, enz.

17.

Alle boosheid moet verdwijnen, Jesus' licht moet ons beschijnen, Als de dnisternis ons dekt En de vijand schrik verwekt.

Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria , Koninginne! enz.

18.

Moeder, maak dat Jesus' wonden Ons verlossen van de zonden; Bid Hem, dat zijn dierbaar Bloed Ons den Hemel opendoet.

Heer, wil U ontfermen!

O Maria , Koninginne ! enz.

ocr page 20

19

19.

Geef, dat wij Hem eens daarboven Met al de Eng'lenkoren loven,

Waar Hij , voor zijns Vaders troon ,

Zijne wonden stelt ten toon.

Heer, wil U ontfermen !

O Maria ! Koninginne! enz.

20.

Lof zij God in drie Personen!

Laat Hem eer en liefde toonen, Hem, die onze wonden draagt,

En ons wederliefde vraagt.

Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria, Koninginne ! enz. -——-

No 3.

Smeeklied tot Maria.

(beuetzang.)

1.

Ootmoedig vallen we n te voeten,

O Maria , Maged rein !

Gedoog, dat we n eerbiedig groeten , Laat ons steeds nw kind'ren zijn! Wat wij van n vragen met dit lied,

Maria, Moeder Jesus', ach! verlaat ons niet.

ocr page 21

20

2.

Wij bidden met bewogen harten , O Maria , Maged rein !

Gedenk ons om nw zeven smarten,

Laat ons steeds nw kin dren zijn!

Wat wij enz.

3.

Wil ons nw tronwen bijstand geven, O Maria, Maged rein !

Zoolang we in ballingschap hier leven , Laat ons steeds nw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

4.

Wij bidden n, wil n ontfermen, O Maria, Maged rein '

Wil ons, 't zij rijk of arm , beschermen, Laat ons steeds uw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

5.

Ach bid, dat Jesus onze zonden, O Maria, Maged rein I

Ons kwijtschelde om zijn dierb're wonden. Laat ons steeds nw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

ocr page 22

21

6.

Dat we altoos om vergeving zuchten, O Maria , Maged rein !

En zorgzaam alle zonden vluchten,

Laat ons steeds uw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

7.

En zijn we in droefheid of in lijden, O Maria , Maged rein!

Wilt gij ons met uw troost verblijden, Laat ons steeds uw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

8.

Komt eens voor ons het uur van scheiden, O Maria , Maged rein !

Ach, help ons tot den dood bereiden, Laat ons steeds uw kind'ren zijn !

Wat wij enz.

9.

Dekt reeds de doodskleur onze wangen , O Maria, Maged rein !

Laat ons uw moederhulp erlangen,

Laat ons steeds uw kind'ren zijn!

Wat wij enz.

ocr page 23

22

10.

Als Satans listen ons bekoren, O Maria, Maged rein !

Laat ons nw zoete stemme hooren , Laat ons steeds uw kind'ren zijn ! Wat wij enz.

11.

Kom dun, kom ons de hope geven O Maria, Maged rein !

Van 't eeuwig, zalig glorieleven , Laat ons steeds uw kind'ren zijn I Wat wij enz.

12.

-En in het uur van ons verscheiden, O Maria, Maged rein !

Ach! wil ons tot uw Jesus leiden, Laat ons steeds uw kind'ren zijn! Wat wij enz.

13.

Dan zal Hij rekenschap ons vragen, O Maria, Maged rein !

Als Heer en Hechter onzer dagen: Laat ons steeds uw kind'ren zijn 1 Wat wij enz.

ocr page 24

23

14.

Spreek dan, spreek dan, Toorons, o Moeder

O Maria , Maged rein I Bij nwen Zoon en onzen Broeder,

Laat ons steeds uw kind'ren zijn' Wat wij enz.

15.

Verwerf, dat wij in quot;s Hemels hoven,

O Maria , Maged rein !

Met alle Heiligen n loven,

Laat ons steeds nw kind'ren zijn! Wat wij enz.

]V° 4.

Smeekgebed voor de Geloovige Zielen van liet Vagevuur.

1.

(Eenigen.)

Hoor, o God! de zielen znchten , Die nw strenge gramschap duchten, Vastgeklnisterd in de pijn; Wil haar, Heer, genadig zijn.

Heer , wil U ontfermen

ocr page 25

24

(Allen.)

O Maria, Koninginnen Troost de zielen uwer minne ;

Denk, dat zij nw kind'ren zijn , En verlos haar nit de pijn:

Bid voor haar , Maria !

2.

'k Hoor haar uit dien vuurpoel kermen ; „ Wilt, mijn vrienden , u ontfermen , ,, Zij mijn lijden niet verzaakt, „'sHeeren hand heeft mij geraakt.quot; Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria, Xoninginne ! enz.

3.

Door de smart en bitterheden,

Die Gij voor haar hebt geleden Jesus, kort haar lijden af.

En verlicht haar zware straf.

Heer, wil U ontfermen !

O Maria , Eoninginne! enz.

4.

Laat uw bloed genadig vloeien Op haar smartelijke boeien ;

Laat een druppel van dien wijn Elke ziel tot laaf'nis zijn.

Heer, wil TJ ontfermen !

O Maria , Eoninginne ! enz.

ocr page 26

25

5.

Weest gegroet, doorboorde handen I Ach, verbreek der zielen banden; Leidt haar, uit den feilen brand, Naar het hemelseh Vaderland.

Heer, wil TJ ontfermen! O Maria, Koninginne! enz.

6.

Weest gegroet, doorboorde voeten, Die voor haar hebt willen boeten Eiken misstap , hier gedaan :

Laat in de eeuw'ge rust haar gaan. Heer, wil U ontfermen ! O Maria , Koninginne ! enz.

7.

Wees gegroet, doorstoken zijde , Die tot Jesns' Hart ons leidde; Stort den balsem van dit Hart Op der zielen bitt're smart.

Heer, wil U ontfermen! O Maria , Koninginne ! enz.

8.

Jesns, ach , wees niet verbolgen , Wil niet langer haar vervolgen; Hoor, haar smeeken nit het vuur: „ Heer , verkort ons smart'lijk nnr!quot; Heer, wil U ontfermen ! O Maria , Koninginne ! enz.

ocr page 27

26

9.

Laat de duisternis verdvrijnen ,

Laat het eeuwig licht haar schijnen; Laat de vlammen zijn gebluscht, Wil haar geven de eeuw'ge rust. Heer, wil U ontfermen! O Maria, Koninginne ! enz.

10.

Dan met al de Hemelingen, Zullen ze eeuwig lof U zingen , En voor ons , tot dank en loon, Smeeken bij uw hemeltroon. Heer, wil U ontfermen ! O Maria, Koninginne ! enz.

No ö.

Lied van O. L. T. van den H. Elk.

1.

W eleer stond in Oirschot,

Zoo meldt de kronijk , Een wondervol beeld in Een heiligen eik. Ave, Ave, Ave Maria.

ocr page 28

27

2.

Stroom op kwam 't gedreven

Van waar weet geen mensch , Maar herders , die 't vonden , Was 't vinden naar wensch.

Ave , Ave , Ave Maria.

3.

Zij plaatsten 't met eerbied Heel dicht bij den stroom In d'eik, die den naam kreeg Van heiligen boom.

Ave , Aoe, Ave Maria.

4.

Zijn stam was de zetel,

Zijn loover de kroon , En 't beeld was het beeld van Gods Moeder en Zoon.

Ave, Ave, Ave Maria.

5.

En dreven de herders

Hunn' kudden daarheen, Dan loofden zij altijd Maria meteen.

Ave, Ave, Ave Maria.

6.

Doch ziet, uit de Beersen , Geen kwaad zich bewust, Kwam 'tvolk het zich eig'nen Op 't beeldje belust.

Ave, Ave , Ave Maria.

ocr page 29

28

7.

Onz' kerk is geschikter

En eervoller plaats; Dns nemen wij 't mede, Zoo dachten die maats.

Jee, Ave, Ave Maria.

8.

Doch hoort nn , o wonder !

Die plaats in de kerk Beviel aan het beeld niet. God stelt zich te werk : Ace, Ave, Ave Maria.

9.

En 't beeld keerde weder.

Geen menseh weet weer hoe,. Het was daar in één nacht Zijn plaats al reeds moe.

Ave, Ave, Ave Maria.

10.

't Stond heel in de vroegte

Alweer in den eik,

Omgeven door herders, Zoo Inidt de kronijk.

Ave, Ave, Ave Maria.

11.

En toen na veel jaren Met bidden vergaan.

Die eik is gevallen En 't beeld bleef bestaan , Ave, Ave, Ave Maria.

ocr page 30

29

12.

Toen werd er eea huisje Van zoden gewrocht, Van heinde en verre Door pelgrims bezocht.

Ave, Ave, Ave Maria.

13.

En wonder op wonder

Geschiedde alree, Men vond er genezing Voor menaehen en vee. Ave , Ave, Ave Maria.

14.

Geen dag op een jaarkring ,

Geen nur op een dag, Dat niet eenig pelgrim Voor 't wonderbeeld zag. Ave, Ave, Ace Maria.

15.

En was 't in den zomer

Het feest van Sint Jan, Dan kwam nit den omtrek Gespan op gespan.

Ave, Ave, Ave Maria.

16.

Dan sloten de buren

Bij Oirschot zich aan, Dan zag men ze in rijen Ter bedevaart gaan. Ave, Ave, Ave Maria.

ocr page 31

30

17.

En zoo bleef men ijvren ,

Totdat eene wet Zich. tegen dat trekken En bidden verzet.

Ave, Ave, Ave Maria.

18.

Voor 't laatst trok toen Oirschot

Ter Heilige Steê En nam in processie

Toen 't wonderbeeld mee. Ave , Ave, Ave Maria.

19.

Aan 't beeld werd een troon in

Sint Pieter vereerd,

Maar 't bidden aan d'Eik heeft De wet niet gekeerd.

Ave, Ave, Ave Maria.

20.

Zoo min als voor dezen,

Is 't nn nog geschied,

Dat men aan den Eik Niemand biddende ziet.

Ave, Ave, Ave Maria.

21.

Door 'tjaar komen velen Voor onders of kroost In nood en bij ziekten Tot Moeder om troost. Ave, Ave, Ave Maria.

ocr page 32

31

22.

Maar duizenden zijn ze,

Die komen te Mei Te voet of met karren Tot ver uit de hei.

Ave, Ave, Ave Maria. 23.

En zoo zal het blijven Met zang en met beê Totdat w' in den Hemel Eens zingen ave.

Ave, Ave, Ave Maria.

JS° 6.

Pelgrimslied.

(Onze Intenties.)

(Wijze ; Ter eere van Maria) N0 37 H. Familie. 1.

Wij laten 't smeeklied rijzen

Tot voor Maria's troon,

quot;Want alle gunstbewijzen Verkrijgt zij van haar Zoon. Refrein :

O , zie met welbehagen

Gij , Moeder , op ons neer ; Verkrijg ons, wat wij vragen j Bij Christus, onzen Heer. )

ocr page 33

32

Onz' eerste bede rijze

Tot u, Maagd , hemelwaart, Opdat Gods Kerk verkrijge De rast en Trede op aard.

Refrein:

O , zie enz.

3.

Bid voor den heilgen Vader, Ons dierbaar Opperhoofd, Door list van den verrader Van rijk en kroon beroofd.

Refrein :

O, zie enz.

4.

Wij kinderen, wij vragen , Uit 's harten liefdegloed, God schenk' in al htm dagen Onz' ouders alle goed.

Refrein:

O, zie enz.

5.

En vriend en Tijand tevens,

En allen ona Terwant,

Leide op den weg des Hemels, Gods zegenende hand.

Refrein :

O, zie enz.

ocr page 34

33

6.

Kom , Moeder , hen die lijden In 't smartvol vagevnnr ,

Vertroosten en verblijden, Verhaast hnn reddingsuur'

Ref rein:

O , zie enz.

7.

Aanschouw, wat eerbetooning Ons vaderland U biedt;

Welaan dan, in Gods woning; Verlaat ons Neerland niet.

Ref rein ;

O, zie enz.

8.

Stijg', voor wie niet vermochten Te doen deez' bedevaart,

En ons gebed verzochten Eene bede ook hemelwaart.

Ref rein :

O, zie enz.

9.

Maar , Koningin der Heiligen , O , ?egen ook deez' schaar;

quot;Wil immer ons beveilgen In 't dreigend zielsgevaar.

Refrein ;

O, zie enz. p. o. 3

ocr page 35

34

10.

Laat ons uw gunst verwerven,

In 's levens bangsten nood;

Opdat wij eenmaal sterven Een goeden, zaalgen dood.

Refrein:

O , zie enz.

--

igt;i° 'r.

Hulde en Bede aan Maria, onze Moeder.

(quot;Wijze : Magne Joseph.)

Wees gegroet, vol van genade. Moeder van het godlijk Kind En ook tevens ons een Moeder, Die ons o , zoo teer bemint.

Refrein:

Glorie, liefde zij Maria,

Die ons als een moeder mint, Zij , zij toont zich onze moeder: Toonen wij ons dan haar kind.

2.

Moeder werdt gij ons gegeven

Onder 't kruis door uwen Zoon , En sinds bleeft gij voor ons zorgen Boven daar in 's Heeren woon. Refrein:

Glorie, liefde enz.

ocr page 36

35

3.

AIb een moeder lacht ge ons tegen

Als een moeder , o, zoo zoet, En zendt mildelijk ons zegen — Vlietend uit uw Jesns' bloed. Refrein:

Glorie , liefde enz.

4.

O , lioe brandt n 'thart van liefde

Voor het lijdend Adamskroost! ïviemand onzer ziet ge in droefheid , Of gij zendt nw kindren troost. Refrein:

Glorie, liefde enz.

5.

Ziet gij hier ons in gevaren,

Biddend stijgt gij van uw troon Om ons bijstand af te smeeken Bij uw goddelijken Zoon.

Refrein:

Glorie, liefde enz.

6.

Gij geleidt ons als uw kindren Aan uw moederlijke hand ,

Om ons veilig heen te voeren Naar het Hemelsch vaderland. Refrein:

Glorie , liefde enz.

ocr page 37

36

7.

Zoo zijt gij ten allen tijde Ons een hulp in allen nood,

En vooral in 't laatste strijden In het uur van onzen dood. Refrein :

Glorie , liefde enz.

8.

Moederlief, o, wees geprezen Voor zoo groot een liefdegloed :

Immer zullen wij u loven

O, wat zijt ge een moeder goed Refrein:

Glorie, liefde enz.

9.

Blijf, o Moeder, steeds zoo zorgen Voor ons in dit tranendal;

Bid voor ons, maar in 't bijzonder Als de dood ons naken zal. Refrein:

Glorie, liefde enz.

10.

In het doodsuur bied vooral dan , Goede Moeder, ons uw hand ,

Veilig zullen wij dan trekken Naar het Hemelsch vaderland. Refrein:

Glorie, liefde enz.

ocr page 38

37

11.

Amen , amen , het geschiede,

Wat ons kinderhart n vraagt, O , dan jnichen we eenmaal eenwig Met n, glorierijke Maagd. v Refrein:

Glorie, liefde enz.

Kfo 8.

Loflied aan O. L. V. van Kevelaar.

ijze : Geluk der Congrcganisten) Congreg. boekje N016. 1.

Maria , Moedermaagd , wij zingen

In Keev'laar , 't n zoo dierbaar oord, Waar gij voorheen uit dnizend kringen

Uw loflied gnnstig hebt aanhoord ; Aanhoor nn ook de blijde tonen

Van ons nw lof vermeldend lied, Dat deze schaar van dankbre zonen Met een godvruchtig hart n biedt.

2.

Wij weten , zoet klinkt in uw ooren

Elk lied, dat uwe glorie prijst:

Toch liever zult gij 't loflied hooren ,

Dat n ter eer in Keev'laar rijst.

ocr page 39

38

Weerklinke dan op blijde wijze,

Uit hart en mond van gansch deez'schaar Het lied , dat uwe grootheid prijze En uwe goedheid openbaar'.

3.

Uw grootheid ! o, wie maalt den luister ,

Die schittert rond uw glorietroon ! Het sterflijk oog wordt dof en duister ,

Als 't staart op u in 's Hemels woon.— De Serafs , dat zij luid verkonden :

(En met die geesten juichen wij) „Er wordt niet één na God gevonden. „Zoo groot, zoo glorievol als gij.quot;

4.

Gaat uwe grootheid ver te boven Al wat u prijzen kan op aard, Wij willen ook uw goedheid loven

Die uwe grootheid evenaart.

Uw Zoon, die ons aan 't kruis het leven

Gekocht heeft door zijn dierbaar bloed , Heeft u tot Moeder ons gegeven, Een Moeder onbegrijplijk zoet.

5.

Sinds toont ge uw moederlijke zoetheid

Op elke plaats en te allen tijd;

Maar meer nog. Moeder, straalt uw goedheid In 't dierbaar oord aan u gewijd.

ocr page 40

39

Hier zijn. zij , eeuw aan eeuw voor dezen, Die smeekend vielen n te voet,

^Naar lichaam en naar ziel genezen; Zij danken u, o Moeder zoet!

6.

Aanhoor ook, Moeder, onze bede,

Bewaar uw dierbaar Inndrental;

-Zend zegen uit deez' heiige stede,

Die hen op aard verzeilen zal. —

Verheugd gaan wij naar huis dan weder, Met dankend hart en blij gemoed;

En zingen: Moeder zoet en teeder,

Wat zijt gij groot! wat zijt gij goed ! —

ögt;.

Smeekgebed tot 0. L. V. van Kevelaar.

(Wijze : O Godsgezin.) Familieboekje jSTo 33.

1.

Tot u, o Moeder, richt ons harte Een u zoo dierbre kinderbeê;

Hier toch dwingt alles ons tot bidden En alles bidt hier met ons mee.

2.

•Geheiligd reeds door eeuwen henen Is deze plaats, door ons betreen,

Waar duizenden verlichting vonden, \ ^ Millioenen troost in kruis en weên. !

ocr page 41

40

3.

Vertrouwend staarden hier hun oogen , Maria, op uw wonderbeeld ,

Wat droefheid hebt gij hun gelenigd Wat zielewonden hun geheeld! —

4.

En ons dan, kindren , die u minnen, Ons, u gewijd , o Moedermaagd,

Zult gij ons hier iets weig'ren kunnen, j ^ Wat u ons hart vertrouwend vraagt? )

5.

Vol hoop dan stijgen onze beden Tot u , o Moeder, hemelwaart;

En de eerste bede zij voor Leo, —

Gods plaatsbekleeder hier op aard.

6.

Hed, Moeder, red den Heilgen Vader, Hij heeft op a zijn hoop gevest;

Op u, die steeds de Kerk verdedigd, ) Als aardsche steun haar niet meer rest. )

7.

Gij, die wij , christnen, gaarne noemen De Judith van het Nieuw Verbond, —

Mocht zij door God eens Isrel redden, Hed gij de Kerk, zoo zwaar gewond.

8.

Versterkt, verlicht, geef moed den priesters. Een voorwerp thans van 's werelds hoon;

Opdat zij steeds met vuur en ijver j ,. Tot glorie strijden van uw Zoon. j 1S'

ocr page 42

41

9.

Onz' ouders, Moeder, wil hen zeegnen Wij smeeken 't u uit gansch ons hart;

Vergeld hun 't goed , aan ons bewezen En al hun kommer, zorg en smart.

10.

Blik tevens ook goedgunstig neder Op de arme ziel in 't vagevuur,

Opdat weldra voor haar verschijne t ^ Het lang gewenscht verlossingsaur. 1

11.

Wij bidden ook, wij , Nederlanders ,

Voor Koning en voor Vaderland;

Verlicht ons afgedwaalde broeders ,

Weer af Gods teisterende hand.

12.

Ons dorp vooral wil het beschermen , In oorlog, ziekte en hongersnood.

De deugd, zij bloei steeds in ons midden,) Het blijve u trouw tot aan den dood. I

13.

Wij smeeken u, bewaar onz' zielen, O Moedermaagd, bescherm onz' deugd,

Daar wereld , vleesch en duivel samen Belagen ouderdom en jeugd.

14.

Blijf over ons als Moeder waken,

Wees ons een hulp in allen nood.

Bid Moeder, voor ons allen., zondaars | Nu en in 'tuur van onzen dood. )

ocr page 43

42

2V0 lO.

Het Angelus.

(Wijze : Acte vau Geloof.) ramiiieboekje N0 28.

1.

Broeders | . ..

Zusters j gr0 glJ' 8Preekt 06118 rond . Moeder in den morgenstond!

Koor. Telken morgen, als het daagt Groet ik blij de Moedermaagd. Ave. — Ave.

2.

Heil dan u; maar zingt mij dus jNu ook eens uw Angelus!

Koor. D'Engel daalt tot Moeder neer, Zij ontvangt haar God en Heer. Ave. — Ave.

3.

Maar -wat sprak Maria wel Op den groet van Gabriël ?

Koor. Dienstmaagd ben ik , Heer is Hij , Naar uw woord geschiede mij. Ave. — Ave.

4.

Zegt mij , welk geheimenis Toen in haar voltrokken is ?

Koor. Vleesch geworden is Gods Zoon.

Onder ons nam Hij zijn woon. Ave. — Ave.

ocr page 44

43

5.

Zegt mij , of gij bij dien groet Nog een vnur'ge bede doet ?

Koor. Gods genade smeek ik af En rerrijznis nit ket graf. Ave. — Ave.

6.

Broeders i n0g een iaatste vraag: Zusters )

Bidt gij 't Angelns gestaag ?

Koor. Minstens driemaal eiken dag . Tot ik eenwig zingen mag : Ave. — Ave.

7.

Moeder, laat ons eens bij U Zingen wat wij zingen nu 1 Ave ! — Ave !

IN» 11.

Afscheidsgroet aan Kevelaar.

(Wijze: Onbevl. Ontvangenis.) Congr. boekje N0 1 1.

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden,

O Keev'laar , dierbaar oord! Wat troost, wat zoet verblijden quot;Werd ons hier , ongestoord 1 O Moeder Gods , blijf gij ,

Blijf ons, nw kindren bij !

ocr page 45

44

2.

Ofschoon wij huiswaarts keeren,

Wij laten 'tharte daar; Zoo zoet is 't daar te leven Voor onze pelgrimsschaar. O Moeder Gods, blijf gij , Blijf ons, nw kindren bij !

3.

O mocht hij , wie vermeten

Durft spotten met ons lied , O mochte hij eens weten Wat daar de ziel geniet. O Moeder Gods, blijf gij ,

Blijf ons, nw kindren bij !

4.

Dat teeder klagen, kermen,

Dat heilig smeekgeweld, Die kreten om ontfermen ,

Geen tong, die 't immer meldt. O Moeder Gods, blijf gij ,

Blijf ons, nw kindren bij !

5.

Nog rnischen ons die klanken.

Van ons vereenigd koor. Dat loven, bidden, danken De ontroerde zielen door. O Moeder Gods, blijf gij ,

Blijf ons , nw kindren bij !

ocr page 46

45

Wij zullen 't luid verkonden ,

Te huis teruggekeerd,

Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd. O Moeder Gods, blijf gij ,

Blijf ons, uw kindren bij !

7.

Moge aller hart steeds gloeien,

Van trouwe kindermin; De godsvrucht immer bloeien In aller huisgezin.

En Moeder Gods, blijf gij , Elijf steeds uw kindren bij !

8.

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden ,

O dierbaar Kevelaar,

Moog' God ons hier weer leiden, Nog menig volgend jaar; En Moeder Gods , blijf gij, Ons gansch ons leven bij I

--lt;r

ocr page 47

46

rv° 12.

H. Hart Tan Jesns.

1.

Hart van mijnen lieven Jesns,

Hart zoo dierbaar en zoo zoet, Hart, dat door nw vnnrge liefde Ook onz' harten branden doet. O mocht iedereen U kennen!

U beminnen meer en meer , Mochten alle harten ijvren Hart van Jesns, voor nw eer!

1

2.

O verberg ons in nw wonden

Onze schnilplaats , hoop en vreugd . Daaruit zal ik sterkte putten

In den strijd op 't pad der dengd. Daarin zal ik veilig wonen

Zoo in voorspoed als in nood,

Daar een gunstig oordeel vinden In het nur van mijnen dood.

3.

Hart van mijnen lieven Jesns

Kicht ons allen naar nw woord Enk ons hart af van deez' aarde

Voer het op naar beter oord. Maak, dat wij op aard' vereenigd Door den hechtsten liefdeband, Een wig eens vereenigd wezen In het Hemelsch Vaderland.

ocr page 48

47

13.

O. L. T. Tan het H. Hart.

1.

Hoor ons, o God! Hoor, Vader! onze beden! Ter neergeknield met harten vol van rouw, Barmhartig' God ! Verstoot ons niet op heden ! Wij zweren U van nu af eeuwig trouw.

Refrein.

O Lieve Vrouwe Van 't Heilig Hart!

Op U rust ons vertrouwen , j ^.g In voorspoed en in smart. i

2.

Naast TJ, o Heer 1 gaan wij tot onze Moeder, Door U geplaatst op glorievollen troon. Met macht bedeeld door U , o Albehoeder! Draagt zij èn staf èn koninginnekroon.

Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

3.

O Bijksvorstin , als legerscharen machtig , Die elk verwint, wie tegen u zich stelt,

Nooit was een held, een vorst, als gij, zoo krachtig, Die met uw voet den draak ter nedervelt. Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

ocr page 49

48

4.

Denk aan die macht in deez' benarde tijden , Waarin de vorst der duisternis regeert!

Denk aan den strijd, aan het verscheurend lijden, Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons, verkeert. Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

5.

O Moedermaagd ! kunt gij het nog gedoogen, Kunt gij 't nog zien, dat lijden , zoo geducht ? Draal langer niet, aanhoor ons in den hoogen; Hoor onze beê, der kindren hartezucht.

Refrein : O Lieve Vrouwe , enz.

6.

Onstuimig zijn de hooggezweepte golven, En dreigen ons met een gewissen dood.

O ster der zee ! als reeds in 't graf bedolven, Zien wij met troost uw licht in onzen nood. Refrein; O Lieve Vrouwe, enz.

7.

Spreek slechts, o Vrouw! Beveel aan Jesus'

(Harte!

TJ is het recht, gij hebt het voortgebracht. Zeg aan uw Kind : Gedoog niet meer de smarte, B.ed uwe Kerk, verdelg der duivlen macht. Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

ocr page 50

49

8,

Doch Moederlief: o Koningin verheven!

Denk ook aan mij, die n als Moeder mint. 'k Ben ook nw kind, door Jesns u gegeven, Hoor nog zijn stem; o Vrouw, ziedaar nw kind! Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

9.

En zoudt gij dan de stem van 't kind versmaden. Dat tot u bidt, aan u het harte biedt ?

Neen aan dat hart, dat toonen zal door daden, Dat het in u zijn lieve Moeder ziet.

Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

10.

Wees welkom dan! Wil in ons midden leven! Aanvaard den troon, neem uwen zetel in! Wij wenschen u een gouden troon te geven, Maar geven toch de onwrikbre hartemin. Refrein: O Lieve Vrouwe, enz.

11.

Maak van deez' plaats een kweekschool voor hierboven.

En laat niet toe , dat iemand hier verga !

Laat ons met u het Hart van Jesus loven In 't eeuwig , blij , in 't zoet Halleluja!!

Refrein; O Lieve Vrouwe, enz.

•--

p. o. 4

ocr page 51

50

3gt;fo 14.

Toewijding aan Maria.

1.

Ik ben aan u!

Reeds onder 't kruis, waaraan de lust nws harten. Uw Jesns , 't wreedste leed doorstond , Sprak Hij met zijn bestorven mond: „Ziedaar nw kind, o Vrouw van smarten!

Ik ben aan u! Ik ben aan u!

2.

Ik ben aan u !

Reeds op den schoot van mijne lieve moeder,

Maria werd ik u gewijd ,

Reeds toen bevaalt gij voor altijd

Uw zoon, uw kind ) , .. , „ , gt; den Albehoeder

Uw dochter aan )

Ik ben aan u! Ik ben aan u!

3.

Ik ben aan u!

Reeds van dien stond, toen mijne kinderlippen Zich 't eerst ontsloten voor de spraak, Maria, was 'tmijn zoetst vermaak TJw naam mijn mond te doen ontglippen!

Ik ben aan u ! Ik ben aan u!

ocr page 52

51

4.

Ik ben aan n!

Ach in dat nnr, toen !k aan 't banket der Englen Voor de eerste maal mij heb gevoed, Wat was 'tmij toen, Maria, zoet. Uw naam met Jesns' naam te menglen!

Ik ben aan u! Ik ben aan u!

5.

Ik ben aan n!

Van af dien dag, hoe menig dnizendmalen

Mocht ik die opdracht van mijn hart, O Moederlief, in vrengd en smart , Voor nwe beeltenis herhalen!

Ik ben aan u! Ik ben aan n !

6.

Ik ben aan n'

Maar op dit nnr, zoo plechtig in mijn leven, Nu gij mij in uw vriendenkring Ontvangen wilt als lieveling Wat vrengde doet mijn harte beven!

Ik ben aan n! Ik ben aan u !

7.

Ik ben aan n !

Ja, voor altoos wil ik mij aan n wijden!... Maar, Koningin, ik ben niet waard Dat gij mij bij uw hofstoet schaart, Zoo wanklend in verleden tijden.

Ik ben aan u ! Ik ben aan u !

ocr page 53

52

8.

Ik ben aan u!

Ach , Moederlief! doe mij mijn schuld niet boeten! Verstoot, verstoot nw dienaar (dochter) niet, Die n een rouwend harte biedt, Met tranen knielend aan uw voeten

Ik ben aan u! Ik ben aan u !

9.

Ik ben aan u !

Ik geef u thans mijn hart en ziel en zinnen.....

Wat mij ook op deze aarde beidt,

Niets dat mij van uw liefde scheidt:

Neen! eeuwig wil ik u beminnen!

Ik ben aan u! Ik ben aan u!

10.

Ik ben aan u!

O Moeder Gods, zou 'k u nog ooit begeven ? Zou 't kunnen zijn ?. ... Zoo gij 't voorziet, Ach, laat mij sterven eer 't geschiedt, En knip den draad af van mijn leven.

Ik ben aan u! Ik ben aan u!

ocr page 54

53

IVo IS.

Avondbede tot onze lieve H. Moeder.

1.

*

Komt, nog een groet en bede

Maria toegebracht,

En dan in 'sHeeren vrede

Den slaap weer ingewacht! Gerust en wel te moede , Vertrouwen we op uw hoede : Maria , Maria , Moeder 1 zegen ons.

2.

In 't beeld , omgloord van stralen ,

Met dat gelaat zoo zacht.

Zien we n in 's Hemels zalen ,

Van waar ge ons tegenlacht: Ons, die hier aan uw voeten U , lieve Moeder! groeten ;

Maria , Maria , Moeder ! zegen ons.

3.

Maria , zoo vermogend ,

Bid gij voor ons den Heer; Ach Moeder, zie meedoogend

Op d'armen zondaar neer; Geleid der zwakken schreden; Hoor aller vrome beden,

Maria, Maria , Moeder! bid voor ons.

ocr page 55

lt;gt;4

4.

Vv ij bidden u te gader

Bij 't einde van deez' dag;

^ raag , Moeder I onzen Vader , Wiens wakend oog ons zag, Dat Hij ons kwaad verschoone, Het goede ons eenmaal loone, Maria, Maria, Moeder! hid voor om.

5.

Beveilig nwe kind'ren ,

Waak, Moeder! dezen nacht. Dan zal geen ramp ons hind'ren,

Dan is ons slapen zacht; Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder goed en teeder!

Maria , Maria, Moeder! wee* yegroet.

---O

rv» its.

Loflied op den Rozenkrans.

1.

TJ, Rozenkrans , bemin ik

Reeds van mijn vroegste jeugd ; Ik zal n nooit verlaten In droefheid of in vrengd. Tot het oogenblik Van mijn laatsten snik , Bij dag, bij nacht blijft gij , O Rozenkrans, mij bij.

ocr page 56

00 2.

O Kozenkrans, ik eer n ,

Verhevea hemelscli paud,

Dat we aan Maria danken,

Aan hare moederhand.

Moeder van den Heer,

U zij dank en eer Voor 't groote liefdeblijk , Aan hemelgunsten rijk.

3.

O Rozenkrans, hoe lieflijk , Hoe wonderschoon zijt gij !

Hoe genrig zijn uw rozen; Wat deugden melden zij;

O, hoe wonderzoet Klinkt uw „Wees gegroet!quot; Hoe dikwijls ook gehoord ,

Steeds klinkt het zoet, dat woord.

4.

O krans, met uw geheimen Der liefde van mijn God ,

U wil ik vaak beschouwen , Verzonken in genot;

Leer mij onzen Heer Minnen meer en meer ,

En prent diep in mijn hart Uw glorie, vreugde en smart.

ocr page 57

56

5.

Eens , als ik lig te sterven ,

Zal ik met klamme hand U met uw kruisje omvatten , O heerlijk Hemelpand ;

Ook zult gij mijn lijk, Dierbaar liefdeblijk ,

Dat mij mijn Moeder gaf,

ÜSTog volgen in het graf.

6.

Maria , ééne bede ,

O , weiger mij die niet: Gij gaaft me een Krans op aarde. Die nimmer mij verliet;

Schenk mij nog een krans, Schitt'rend en vol glans ; Schenk mij dat liefdeblijk Eens in het Hemelrijk.

IVo XT'.

Eerherstel aan Jesus' H. Hart.

1.

Hart van Jesus, 'k hoor U klagen

Om den smaad, U aangedaan! Ik kom U vergifnis vragen,

Hoor, ach , hoor mijn smeeken aan. Mijn Jesus, barmhartigheid!

Mijn Jesus, barmhartigheid !

ocr page 58

57

2.

Voor de zondaars, die U smaden ,

Bid ik om vergeving, Heer!

Tref hun hart door nw genaden Voer hen tot nw liefde weer!

Mijn Jesns , enz. (bis.)

3.

God'lijk Hart, heb medelijden Met hen , die zijn afgedwaald,

Wordt zelfs door uw licht de Heiden Tot uw meerder eer bestraald.

Mijn Jesus , enz. (bis.)

4.

'k Wil U eerherstelling geven ,

Voor den aangedanen hoon,

Voor het kwaad, dat wordt bedreven Tot zelfs in uw heil'ge woon.

Mijn Jesus , enz. (bis.)

5.

Kon ik alle harten winnen ,

Die U niet zijn toegedaan,

U van allen doen beminnen,

Die uw liefde wederstaan.

Mijn Jesns, enz. (bis.)

6.

Om het Bloed, voor ons vergoten,

Toen Ge op 't Kruishout werdt doorwond.

Wil mijn bede niet verstooten,

Ifu ik smeek met hart en mond.

Mijn Jesus, enz. (bis.)

--sessÉssa-—

ocr page 59

58

IN o IS,

Bede tot Maria.

Wijze : O gij die troont.

1.

Kom , pelgrim, kom,

Naar 't heiligdom,

Maria's gunsten vragen.

Zij hoort ons bee En zij bidt mee In deze zaalge dagen. (bis.)

2.

Eeeds eeuwen lang,

Klinkt daar 't gezang Der vrome pelgrimsscharen,

Die, 't hart verheugd,

In volle vrengd,

Bondom haar beeld vergaren, (bis.)

3.

Nog spreekt zij 't woord In 't zalig oord :

„ 'k Ben Troost voor den bedrukte ; Vergeet het niet Hoe ik 't verdriet Uit menig harte rukte.quot; (bis.)

ocr page 60

59

4.

Zie Moedei- thans Uit 's hemels trans Op Oirschots kindren neder, Zij komen blij In breede rij Vol hoop naar Kevelaar weder, (bis.)

5.

Wij smeeken n,

Bescherm ons nn ,

Help ons ten allen tijde.

Weer van ons af Der zonden straf En troost ons in ons lijden, (bis.)

6.

Geef aan de jengd ,

Dat zij in dengd Uw Zoon en n beminnen.

Uw hnlpe zij In droeve tij De Troost der huisgezinnen, (bis.)

7.

Bekeer het hart,

Dat tot uw smart In zonden voort blijft leven;

Schenk het berouw,

't Blijv' u getronw ,

Voer het naar Sions dreven, (bis.)

ocr page 61

60 8.

Hoor, Moeder, hoor , Het smeekend koor Van Oirschots trouwe Zonen.

Stort meer en meer Uw zegen neer Ter plaatse waar wij wonen, (bis.)

9.

En als de dood In bangen nood Ons sterfbed zal omringen,

Voer ons dan mee Ter heiige stee,

Om daar uw lof te zingen. (bis.) --

IV» lO.

Auxilinm Christianorum.

Hulp dee Cheistenen.

Smeeklied voor de H. Kerk en Z. H. den Paus. 1.

De volkren zijn gekomen

In 't erfdeel van den Heer; Het zegevierend onrecht

Pleegt schennis meer en meer. o God der legerscharen,

Zie toch op Sion neer!

ocr page 62

61

Eefeein.

Maria , Hulp der Chriünen, Ach, langer niet gewacht!

Toon toch, o Maagd en Moeder, Uw liefde en wondermacht!

2.

De scepter is verbroken En weggeroofd de kroon.

De vijand opgeklommen Tot Petrus' Koningstroon.

Herstel, o Vorst der eeuwen. Den zetel van uw Zoon!

3.

De wegen Sion's weenen , Omdat geen plechtigheid

Haar eeuwenouden luister In vollen glans verspreidt.

Bestraal de Zeven fleuvlen, o God van majesteit!

4.

De Koning-Hoogepriester Van 'tnieuw Jeruzalem,

Hij weeklaagt als gevangen , Met droeve en luide stem.

Hij is uw Stedehouder, o Christus , zegen hem I

ocr page 63

62

Hoe lang nog zult Gij toeven ?

Hoe lang, Heer, blijft ge als doof? Dnldt Gij uw Heiige Stede

Ter prooi aan schande en roof? Kom, Heer der overwinning,

Bezegel ons geloof!

6.

Zend weer den zoeten vrede

Als eens in Bethlem's nacht. Uw bruid zij Koninginne

In vrijheid en in macht! Kom, Heer, kom zegepralen , Kom , Heer , in wonderkracht!

ocr page 64

63

GEMBKM OHDamp;R BE H, MIS,

Inteoïtus.

Wees gegroet, o heilige Moeder van den Koning , die hemel en aarde beheerscht in de een-wen der eenwen.

O Maria, zie genadig op ons neer, en bid voor ons, gelijk gij voor ons gebeden hebt aan den voet des krnises.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. -Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd en in de eenwen der eenwen. Amen.

Wees gegroet, o heilige Moeder, van den Koning , die hemel en aarde beheerscht in de eenwen der eeuwen.

Kteië eleison.

Heer, ontferm U onzer! (driemaal.) Christus, ontferm IJ onzer! (driemaal.) Heer, ontferm U onzer! (driemaal.)

Gloeia.

Glorie zij God in den allerhoogste! En vrede op aarde den menschen van goeden wil! Wij loven U, wij prijzen TJ, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om uwe groote glorie! Heer God , hemelsche Koning , God, almachtige Vader! Heer Jesus Christus, Een-geboren Zoon, Heer God! Lam Gods, Zoon des

ocr page 65

64

Vaders. Die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeekingen aan! Die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer! Want gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Hoogste, Jesns Christns, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader! Amen.

Gebed.

Verleen, bidden wij U , Heer God , dat wij , uwe dienaren, ons over eene altijddurende gezondheid van ziel en lichaam verheugen mogen : en door de glorievolle tusschenkomst der zalige Maria, altijd Maagd, van onze tegenwoordige droefheid bevrijd worden, en de eeuwige blijdschap genieten. Door onzen Heer, Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Epistel.

Les uit het Boek der Wijsheid.

De Heer bezat mij bij. den aanvang zijner wegen, voordat Hij iets maakte, van den beginne af. Ik ben van eeuwigheid verorderd, van oudsher, eer de aarde werd; er waren nog geen zeeën, en ik was alreeds ontvangen; er waren nog geen waterbronnen uitgebroken ; nog was het zwaar gevaarte der bergen niet gevestigd;

ocr page 66

65

vóór de heuvelen werd ik geboren; nog had Hij het land niet gemaakt, noch de vloeden , noch de hoeken des aardbola. Toen Hij de hemelen toebereidde, was ik daar ; toen Hij de wateren naar eene bepaalde wet omwalde, toen Hij de hemelen vastmaakte daar boven, en de waterbronnen afwoog; toen Hij de zee hare grenzen stelde, en aan de wateren bevel gaf, dat zij niet buiten hare oevers zouden treden ; toen Hij de grondslagen des aardrijks toewoog : toen was ik bij Hem, alles werkende, en ik verhaakte mij dag aan dag, aanhoudend voor Hem spelende , spelende op den aardbol; en mijne verlustiging is , met de kinderen der mensehen te zijn. Nu dan, kinderen, hoort naar mij: gelukkig zij, die mijne wegen bewaren! Hoort naar vermaning en zijt verstandig; verwerpt haar niet! Gelukkig de mensch, die naar mij hoort, en waakt aan mijne poorten, en de wacht houdt aan de posten mijner deuren. Want die Mij gevonden heeft, zal leven vinden , en heil verwerven van den Heer.

GEJ DUALE.

Gezegend en vereerenswaardig zijt gij, o Maagd Maria, die zonder letsel uwer maagdelijkheid de Moeder des Zaligmakers bevonden zijt.

O Maagdelijke Moeder Gods, Hij, dien de geheele wereld niet omvatten kan , hebt gij bij p. o. 5

ocr page 67

66

zijne mensckwording in rnven schoot gedragen. Allelnja. Allelnja.

Gelukkig zijt gij, heilige Maria, en allen lof ten hoogste waardig, omdat uit u de Zon der gerechtigheid , Christus onze God , is opgegaan. Alleluja.

Evangelie.

Ecangelie volgens den H. Lucas.

In dien tijde stond Maria op , en ging met spoed naar de bergstreek , naar eene stad van Juda. En zij trad in het huis van Zacharias, en groette Elisabeth. En het geschiedde, als Elisabeth den groet van Maria hoorde, dat het kindje opsprong in haar schoot; en zij riep met luider stemme uit en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen , en gezegend is de vrucht uws liehaams! En vanwaar geschiedt mij dit, dat de Moeder des Heeren tot mij komt! Want, zie, toen de stem van uwen groet tot mijne ooren kwam, sprong het kindje in vreugde op in mijnen schoot. En zalig zijt gij, die geloofd hebt, dewijl in u aal vervuld worden, wat u van wege den Heer gezegd is. En Maria zeide: Mijne ziel verheft den Heer, en verheugd heeft zich mijn geest over God , mijn Zaligmaker !

Cbedo.

(Als het gebeden wordt.)

Ik geloof in éénen God, den almaehtigen

ocr page 68

67

Vader, Schepper van hemel en aarde , van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in één Heer Jesus Christns, den Eengeboren Zoon Gods, en nit den Vader vóór alle eenwen geboren, God nit God, Licht nit licht, waarachtig God nit waarachtig God; voortgebracht , niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader; door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van de hemelen. En is vlkesch ge-woeden doge den H. Geest uit de Maagd Maeia , en is mensch gewoeeen. Hij is ook gekrnist voor ons: onder Pontins Pilatns heeft Hij geleden, en is begraven ; en Hij is ten derden dage ,' volgens de Schriften , verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. En wederom zal Hij komen in glorie om te oordeelen de levenden en de dooden ; aan wiens rijk geen einde zal zijn.

En in den heiligen Geest, den Heer en Levendmakende, die nit Vader en Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede ver heerlij kt wordt; die door de Proleten gesproken heeft.

En ééne, heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eenw. Amen.

Offeetoeie.

Gedenk , o maagdelijke Moeder Gods , nn gij

ocr page 69

68

voor liet aanschijn van den Heer staat, dat gij ten goede voor ons spreekt, en dat Hij zijne verontwaardiging van ons afwende.

Terwijl nu de Priester brood en wijn aan God opdraagt, en zich ten leek en van zuivering de handen wascht, moet gij ook uw hart zuiveren door een oprecht berouw en u zeiven geheel en al aan God opofferen. Bid daarom godvruchtig :

O Jesns, mijn Verlosser, om mijne zaligheid te bewerken, hebt Gij aan het kruis uw leven in smarten geëindigd: heb dan medelijden met mij en maak mij zalig. Duld niet, dat eene ziel, die door U ten koste van zooveel folteringen en zooveel liefde is vrijgekocht, veroordeeld worde U eenwig te haten in de hel. 17 blijft niets meer te doen over, om mij te verplichten U te beminnen. Dit hebt Gij mij te kennen willen geven, toen Gij alvorens op Cal-varië te sterven, dit woord vol van de teederste liefde aitspraakt: Consurimatum est! Het is volbracht ! Maar helaas, hoe heb ik aan uwe liefde beantwoord ? Ach , ik moet bekennen , dat ik in vroeger tijd niets heb nagelaten wat TJ kon mishagen en U verplichten mij te haten. O , ik dank U , dat gij mij met zooveel geduld hebt verdragen, en mij thans nog tijd geeft om mijne ondankbaarheid te herstellen, en U te beminnen alvorens ik sterf. Ja, mijn God , ik wil U beminnen, ik wil alles doen wat U behaagt , ik schenk U geheel mijnen wil, geheel

ocr page 70

69

mijne vrijheid en alles wat mij toebehoort. Van dit oogenblik af breng ik U zelfs het ofier mijns levens, en aanvaard den dood, dien Gij mij znlt overzenden, met alle smarten en omstandigheden, die hem znllen vergezellen. Mijn Jesns, ik vereenig reeds nu dit oflër, met de groote offerande uws levens , die gij voor mij op het krnis hebt opgedragen, en nu -wederom in deze H. Mis op onbloedige wijze zult vernieuwen. Ik wil sterven, om uwen wil te volbrengen. Ach, ik smeek U door de verdiensten van uw lijden, geef mij de genade altijd aan de beschikkingen uwer Voorzienigheid onderworpen te zijn; en wanneer de dood zal komen, laat ik hem dan met eene algeheele overgeving aan uwen heiligen wil ontvangen. Mijn Jesus, ik wil sterven om u te behagen; ik wil sterven onder het uitspreken dezer woorden : Fiat voluntas tua: Uw wil geschiede.

0 Maria, zoo hebt gij uw heilig leven geëindigd ; verkrijg ook mij de genade, met dezelfde gevoelens uit deze wereld te mogen scheiden.

Stil Gebed en Peefatie.

Door uwe goedgunstigheid, o Heer, en door de tusschenkomst der zalige Maria, altijd Maagd moge deze offerande ons verstrekken tot eeuwig-durenden en tegenwoordigen voorspoed en vrede. Door onzen Heer , Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God

ocr page 71

70

y. door alle eeuwen der eeuwen.

R:. Amen.

y. De Heer zij met u.

1^. En met uwen geest.

y. Heft de harten omhoog I I^-. Wij hebben ze tot den Heer gericht. if. Brengen wij dank aan den Heer onzen God. !gt;:. Dat is waardig en rechtvaardig. Ja, waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam is liet, dat wij ü altijd en overal danken, heilige Hi-er, almachtige Vader, eeuwige God; en dat wij U te zamen loven, zegenen en prijzen, terwijl wij de zalige Maria, altijd Maagd, vereeren ; haar, die uwen Eengeborene door de overschaduwing des H. Geestes ontvangen heeft; en, terwijl de glorie der maagdelijkheid bleef, het eeuwig licht over de wereld heeft uitgestort: Jesus Christus, onzen Heer; door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten beven ; de Hemelen en der Hemelen Krachten, en de gelukzalige Serafijnen, U met eenparig gejuich verheerlijken. Gelief', bidden wij U, met deze ook onze lofzangen aan te nemen, terwijl wij ootmoedig belijden en zeggen : Heilig, Heilig , Heilig, is de Heer God der heerscharen 1 De hemelen en de aarde zijn vol van uwe glorie! Hosanna in den hooge ! Gezegend Hij, die komt in den ISTaam des Heeren ! Hosanna in den hooge !

ocr page 72

71

Bij de G-edacetenis dek Levenden.

Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen , die tot glorie van uwen grooten naam deze H. Offerande bijwonen , genadig neder : en opdat mijn gebed U te behaaglijker zij, vereenig ik het met de voorbede van de onbevlekte ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria , van de HEL Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden en alle Heiligen. Laat, hemelsche Vader, deze offerande, waarin nw Eeniggeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mij en ons allen tot eeuwig heil verstrekken.

Ik smeek U , Heer , dat gij uwen dienaar onzen Paus , onzen Bisschop , onze herders en zielzorgers wilt verlichten en besturen , opdat allen die hun aanbevolen zijn , door hun woord en voorbeeld , met uwe uitverkorenen vergaderd worden.

Ik smeek U , dat Gij aan mijne geliefde ouders , bloedverwanten , vrienden en weldoeners en allen voor wie ik verplicht ben te bidden, tijdelijk en eeuwig welzijn wilt verleenen, en gewaardig U, dit mijn gebed te verhooren.

Ik smeek U, dat Gij alle zondaren, en vooral .. . , tot ware boetvaardigheid willet brengen, en allen die in zware bekoring zijn, met uwe krachtdadige genade versterken en voor den val behoeden. Gelief ook, Heer, alle dwalenden en afvalligen, vooral in ons vaderland, gelief alle ongeloovigen tot de kennis van het ware

ocr page 73

geloof te roepen en te geleiden. Gedenk, hemel-sciie Vader, dat nw Eeugeboren Zoon Jesns Christns ook voor hen allen den bitteren kruisdood heeft uitgestaan , en verhoor ons om zijne oneindige verdiensten, Gij , die den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve. Amen.

Coxsecbatie.

Aanbid eerbiedig uwen Jesus, die uit liefde voor u zich hier onder de gedaante van brood en wijn tegenwoordig stelt, en verzucht met het grootste vertrouwen:

Bij de opheffing der II. Hostie :

Mijn God, ter liefde van dien Jesns, nwen Zoon, vergeef mij mijne zonden en schenk mij de heilige volharding!

Bij de opheffing van den Kelk:

Mijn God, ik smeek ü bij het Bloed van Jesns Christus, geef mij uwe liefde en de genade van een zaligen dood !

Gedachtenis der Overledenen.

O God van liefde, Vader van onzen Heer Jesus Christus, aanschouw heden op dit altaar het onbloedig Offer van het Lichaam en Bloed van uwen Zoon. Het vertegenwoordigt zijn smartvol doods- en lijdensoffer, dat Hij, als Hoogepriester, door het storten van zijn bloed opdroeg, toen Hij van zijn kleederen beroofd, op het kruis was genageld, en na een doodstrijd

ocr page 74

73

van drie uren, met smaad en spot overladen en mé^ gal en edik gelaafd, zijne ziel in nwe handen gaf, en U aldns gehoorzaam was tot den dood. Ten aanzien van dit slachtofier van aangenamen genr, bidden wij U , open het innigste nwer barmhartigheid ten gnnste der ge-loovige zielen, en verlos haar van de ketenen , die haar weerhouden, en beletten ten hemel op te vliegen , om U daar met eene volmaakte liefde te loven en te beminnen.

Met de smarten van uwen goddelijken Zoon ofler ik U ook het lijden zijner gezegende Moeder op , die aan den voet van Jesns' krnis in haar hart gekruisigd werd. De lans , die de zijde en het Hart van uwen en haren Zoon opende, doorboorde de ziel van Maria, zooals Simeon dit voorspeld had, en maakte haar de Koningin der Martelaren. Aanschouw dan, o hemelsche Vader, aanschouw het mismaakte aanschijn van nwen Zoon op het kruis, en het gekruisigde hart zijner Moeder aan den voet van datzelfde kruis ; en verleen door de verdiensten van al de smarten, door dien Zoon en die Moeder doorstaan, rust en vrede aan de zielen des vagevuurs.

Patee Nostee.

Verbeeld u hier te zien, hoe de leerlingen tot Christus komen en Hem zeggen: Heer, leer ons bidden ! — En hoe Christus hun antwoordt: Zoo dan zult gij bidden-: (En bid nu godvruchtig met Christus mede, alsof gij Hem woord voor woord nazeidet:)

ocr page 75

74

Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij nw Naam;

Ons toekome nw rijk;

Uw wil geschiede op aarde als in den Hemel;

Geef ons heden ons dagelijksch brood;

En vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren;

En leid ons niet in bekoring:

Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Zoo gij onder of na deze II. Mis het geluk hebt te Communiceer en, bereid u dan nader daartoe voor door de Communiegebeden, die hier achter aangegeven zijn. Zoo niet, ga dan biddend met den Priester door :

Agnus dei.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , ontferm TJ onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , ontferm TJ onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , geef ons den vrede!

Geestelijke Communie.

Zeg driemaal:

Heer, ik ben niet waardig , dat gij ingaat onder mijn dak: maar spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Virzucht daarop met een levendig verlangen ;

O mijn Jesus, ik geloof, dat Gij in het H. Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U boven-

ocr page 76

al, en ik verlang ü in mijn ziel te ontvangen. Maar dewijl ik dit thans niet werkelijk doen kan, zoo smeek ik ü , kom ten minste op een geestelijke wijze in mijn hart. Zie, ik omhels U, als hadde ik ü reeds werkelijk ODtvangen , en ik vereenig mij geheel en al met U ; laat niet toe, dat ik ooit van TJ gescheiden worde.

Smeek dan godoruchtig met den Priester :

Het lichaam van onzen Heer Jesns Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Com.mtjnio.

Hoogwaardigste Vorstin der wereld , Maria , altijd Maagd, zorg door uwe tusschenkomst voor onzen vrede en ons heil, gij , die Christus den Heer, den Zaligmaker van allen gebaard hebt.

POSTCOMMUNIE.

Nu wij , o Heer , het onderpand onzer zaligheid ontvangen hebben , bidden wij TJ , dat wij overal bewaard mogen worden door de bescherming der zalige Maria, altijd Maagd , ter wier eere wij dit offer aan uwe Majesteit hebben opgedragen. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen, der eeuwen. Amen.

Bij den Zegkx.

Ons zegene de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

ocr page 77

76

Begin van het Heilig Evangelie naak den H. Joannes.

In den beginne was het Woörd, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door het Woord gemaakt, en zonder Hem is niets gemaakt, wat gemaakt is. In Hem was het leven, en het leren was het licht der mensehen, en het licht schijnt in de dnisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem gelooren zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was, dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan. Doch zoovelen Hem aannamen, hun gaf Hij macht, om kinderen Gods te worden, hun, die in zijnen naam gelooven : die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het quot;Woord is Vleesch gewoeden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeborenen van den Vader, vol genade en waarheid. Rc. God zij dank.

ocr page 78

77

GEBED VAN VOORBEREIDING TOT DE H. COMMUNIE.

Voor uvr altaar en in uwe tegenwoordigheid neergeknield, o mijn God , kom ik in voorbereiding tot de heilige Communie mij nog eerst de vraag stellen, wie Gij zijt en wie ik hen om te onderzoeken, of het niet gewaagd is tot ü te naderen.

Ik ben een mensch, en wat is de mensch van natuurswege anders, dan een voorwerp van afschuw, een eigendom van den Satan, een erfge-rechtigde van de hel, een vijand van God, onbekwaam tot het goede en tot alles wat kwaad is geneigd? Wat is de mensch, tenzij een ellendig schepsel onder alle opzichten ? Hij is verblind in zijn verstand, bedorven in zijnen wil, klein in alles; alleen in eigen dunk. Heer, alleen in zijn oog is de mensch iets , is de mensch groot.

En wie zijt Gij, mijn Heer en mijn God, Gij zijt groot, zoodat U niets kan bevatten. Gij zijt goed en uwe goedheid heeft geen grenzen, Gij zijt wijs zonder einde. Gij zijt eeuwig en uw bestaan omvat alle tijden. Almachtig is uw vermogen, ondoorgrondelijk is uwe wijsheid, onnaspeurlijk uwe wegen, vreeselijk uwe oordeelen en volmaakt en oneindig is geheel uw wezen. — Alzoo, hoe mag, hoe kan, een nietig, een onzuiver schepsel, gelijk de mensch is , het wagen om te naderen tot dien God van Majesteit ? Zie , de maan is niet helder en de sterren zijn

ocr page 79

78

niet vlekkeloos voor zijn aangezicht (Job. 21, 5); de grondznilen des hemels sidderen en beven op zijne wenken (ibid 26, 2); de Seraphijnen bedekken nit eerbied voor Hem hunne aangezichten met hunne vlengelen; en dan zon een mensch vermetel en onverschrokken genoeg zijn om Hem op te nemen in zijn hart ? De heilige Joannes de Dooper was reeds vóór zijne geboorte in den schoot van zijne moeder geheiligd en vreesde toch Jesus' hoofd aan te raken toen hij Hem doopen moest, want hij zeide : dat hij niet waardig was zijne schoenriemen te ontbinden. — De heilige Petrus, de Prins der Apostelen, had niet minder ontzag voor Jesus, want zoo bad hij: ga van mij, Heer, want ik ben een zondig mensch (Luc. 5, S). — En dan zou ik wel durven, ik minder bang zijn, ik, die de grootste van alle zondaren ben ?

Om van de tafel der toonbrooden, die slechts een schaduw, een afbeeldsel van dit geheim waren , te mogen eten moest men eerst gezuiverd en geheiligd zijn; — en ware het dan van mij niet schandig vermetel het Brood der Engelen te nuttigen, van mij , die er zoover af ben een heilige te zijn ?

Heer ik ben zoo bang, dat ik onwelkom zal zijn aan uwe tafel, want ik ben zoo slecht bereid. De man, die zonder bruiloftskleed aan dat gastmaal van het Evangelie aanzat, werd aan handen en voeten gebonden en geworpen

ocr page 80

79

in de uiterste duisternis; maar wat staat mij te wachten, wanneer ik aan dit Gastmaal zonder bruiloftskleed, zonder de behoorlijke gesteltenis verschijn ? Gij kent, Heer, Gij ziet, Heer, de plooien van mijn hart, en wat zal ik het streng moeten boeten , wanneer ik in mijnen toestand durf te naderen ?... De ark des verbonds aanraken uit behoedzaamheid, opdat ze niet vallen zou, kostte aan Oza, haar nieuwsgierig inzien kostte aan vijf en zeventig duizend Bethsamiten het leven: en nu ik, ik wil de ark niet aanra-en niet inzien, maar ik wil TJ nnttigen, uw Vleesch eten en uw Bloed drinken, och ik moet wel bang zijn en sidderen en beven van angst. Wanneer ik mij jaren en jaren had voorbereid tot eene enkele H. Communie, wanneer ik zuiver was gelijk een Engel, dan was ik zoo'n groote gunst nog niet waardig ; en nu de schaamte heeft mij het aangezicht overdekt bij het aanzien van mijne zonden.

Daar is een tijd geweest, o mijn God, — en het behage uwer barmhartigheid, dat hij niet nog voortduurt — er is een tijd geweest, dat ik aan U niet dacht en U ook niet beminde, dat ik stof en asch hooger achtte, veel hooger dan alle schatten van genade en de hoop op den hemel. Toen waren booze lusten het richtsnoer van mijn leven, ik liet aan U mij niets gelegen liggen, ik had zoo weinig ontzag voor U alsof Gij niet bestondt. Ik was die dwaas, die in zijn

ocr page 81

80

hart zegt: er is geen God; (Psl. 13) want naar mijn leven te oordeelen moest men denken, dat ik niet geloofde aan nw bestaan, of althans zeker dacht, dat men niets van U had te vreezen. Ik bekommerde mij niets om uwe liefde , vreesde ook niets van uwe gestrengheid, ik telde nwe kastijdingen evenmin als uwe weldaden en, hoewel doordrongen van nwe alomtegenwoordigheid , schaamde ik mij toch niet voor uwe oogen te zondigen. Want een aanhoudende strijd tegen IJ en een geregeld vernieuwen van alles wat Gij leedt om mij, was mijn leven en voor een vluchtig zingenot of een klein gewin heb ik zoo dikwijls, gelijk een tweede Judas U verkocht. — En nn, op het punt van tot U te naderen en U den vredekus te geven , is het nu niet gewaagd, dat het een Judas-kus zijn zal, want ik heb toch zóó dikwijls U verraden!

Hoe zal ik U dus durven huisvesten in eene zoo besmette en besmeurde ziel, of hoe zal U, Maagdelijke Heinheid en Bron van alle schoonheid zulke huisvesting bevallen P Welk gemeenschap heeft de gerechtigheid met de boosheid, het licht met de duisternis, Christus met Belial ? O Bloem des velds, o Lelie der dalen, o Brood der Engelen, kunt gij dan onreinen voeden ? O Minnaar van zuivere zielen! O vlekkeloos Lam, dat weidt onder de leliën tot de dag aanbreekt en de schaduwen afnemen! (Cant. Cant. 2.) Wat kan ik U aanbieden, want in

ocr page 82

81

mijne ziel schieten niets op dan distels en doornen ? Uwe woonstede is uit cederhout van den Libanon opgetrokken, van goud zijn hare sleutels , van goud hare leuningen en van purper hare drempels (Cant. 3), en in mijn hart is van dat alles niets.

Toen uw heilig Lichaam van het kruis was neergelaten, toen werd het in kostbaar lijnwaad gewikkeld en in een nieuw graf, waarin nog niemand ter ruste ging, begraven; maar in mijne ziel is geen plek meer zuiver en is alles door de zonde ontheiligd.

O Jesus, Jesus, ik sta verlegen over uwe liefde en goedgunstigheid, nu ik mij zóó gesteld zie, en dan moet denken, dat Gij toch weer wacht op mijne omhelzingen, toch weer bereid zijt om mij te ontvangen. Neen, Gij verstoot den rouwmoedigen zondaar niet; integendeel, met goddelijke minzaamheid zegt Gij : „ Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijtquot; en op eene andere plaats : „ gezonden hebben geen geneesheer noodig, maar zieken.quot; Dat Gij met tollenaars en zondaars omgingt en met hen at, dat werd U vroeger ten verwijt gemaakt, en uw hart is sedert niet veranderd, zoodat ik vast geloof, vast vertrouw, dat Gij dezelfden nog roept, nog uitnoodigt evenals vroeger.

En zie, zóó bemoedigd kom ik, gebukt onder eenen last van zonden, tot U opdat Gij mij be-p. o. 6

ocr page 83

82

vrijden zoudt, en ter neergebrnkt door mijne ellenden, waaruit ik opgebeurd wensch te worden. Ik kom gelijk een zieke tot zijn geneesheer , om genezen, gelijk een zondaar tot den Gerechten en de Bronwel van alle gerechtigheid, om gerechtvaardigd te worden. Ik kom, omdat Gij de zondaars minzaam opneemt en met hen eet en omdat het nw vermaak is met de kinderen der menschen te zijn. Want als Gij daarin nw genoegen vindt, dan ligt hier vóór U een groot zondaar, met wien Gij nw gastmaal moogt nemen. Ik kom, want ik vertrouw, Heer, dat de tranen van Magdalena U meer behaagden dan de luis-tervolle maaltijd van den trotschen Pharizeër. Ware dit niet geweest, dan hadt Gij zeker haar met minachting als een zondig mensch van de hand gewezen, maar nu naamt Gij haar goedig op, scholdt hare zonden kwijt, spraakt haar voor tegenover hare aanklagers en dat alles om haar rouwmoedig geween. Heer, ik kom omdat met mijne komst eene nieuwe gelegenheid van veel grooter goedertierenheid U wordt aangeboden: want zoo ligt hier voor U een zondaar met meer zonden maar met minder berouw. Maria Magdalena was de eerste niet en ik vertrouw, dat zij ook evenmin de laatste zijn zal, die bij U genade vond; rangschik ook mij onder dat getal, want al heb ik geen tranen genoeg om uwe voeten te wasschen, Gij hebt bloed genoeg vergoten om

ocr page 84

83

de zonden uit te wissclien van geheel de wereld. Daarbij, het geheim van nwe altaren is niet alleen eene spijs voor gezonden en sterken, maar ook een geneesmiddel voor zieken en zwakken; Het is de troost en de vreugde der rechtvaardigen en de reiniging voor den zondaar tevens.

Laat daarom allen blijmoedig naderen en allen naar behoeften erlangen , ook mij ! zonder dit geheim toch kan ik nergens zijn, nergens leven en wat zal mij verontschnldigen, wanneer ik het niet ontvang ? Ben ik ziek, dan word ik hier gezond; ben ik gezond, dan word ik hier versterkt. Gloei ik van goddelijke liefde, dan zal ik hier opvlammen van liefdevuur en ben ik lanw dan word ik hier warm. Ben ik blind, dan word ik hier ziende, wankelmoedig, dan word ik hier op mijne schreden bevestigd. Ik kan mij niet verschoonen gelijk Adam met te zeggen dat ik naakt ben; want Gij en Gij alleen kunt mijne naaktheid bedekken ; dat ik niet dnrf, omdat niet in mij de reden ligt, maar in de verdiensten van Christus dat God de Vaderons genadig is en ons aanneemt tot zijne kinderen.

En zoo is het om die verdiensten, mijn Heer en mijn God, Vader van Jesus Christus, dat ik U bid en smeek, laat ook mij — gelijk David Miphiboseth om wille van Jonathan aan zijne tafel toeliet — laat ook mij armen zondaar in uwe goedertierenheid aan uwe H. Tafel; niet omdat ik het waardig ben, maar om de

ocr page 85

82

vrijden zoudt, en ter neergebrnkt door mijne ellenden, waaruit ik opgebeurd wensch te worden. Ik kom gelijk een zieke tot zijn geneesheer, om genezen, gelijk een zondaar tot den Gerechten en de Bronwel van alle gerechtigheid, om gerechtvaardigd te worden. Ik kom, omdat Gij de zondaars minzaam opneemt en met hen eet en omdat het nw vermaak is met de kinderen der menschen te zijn. Want als Gij daarin uw genoegen vindt, dan ligt hier vóór ü een groot zondaar, met wien Gij uw gastmaal moogt nemen. Ik kom, want ik vertrouw. Heer, dat de tranen van Magdalena U meer behaagden dan de luistervolle maaltijd van den trotschen Pharizeër. Ware dit niet geweest, dan hadt Gij zeker haar met minachting als een zondig mensch van de hand gewezen, maar nu naamt Gij haar goedig op, scholdt hare zonden kwijt, spraakt haar voor tegenover hare aanklagers en dat alles ombaar rouwmoedig geween. Heer, ik kom omdat met mijne komst eene nieuwe gelegenheid van veel grooter goedertierenheid U wordt aangeboden: want zoo ligt hier voor U een zondaar met meer zonden maar met minder berouw. Maria Magdalena was de eerste niet en ik vertrouw, dat zij ook evenmin de laatste zijn zal, die bij U genade vond; rangschik ook mij onder dat getal, want al heb ik geen tranen genoeg om uwe voeten te wasschen , Gij hebt bloed genoeg vergoten om

ocr page 86

83

de zonden uit te wisschen van geheel de wereld. Daarbij, het geheim van nwe altaren is niet alleen eene spijs voor gezonden en sterken, maar ook een geneesmiddel voor zieken en zwakken; Het is de troost en de vreugde der rechtvaardigen en de reiniging voor den zondaar tevens.

Laat daarom allen blijmoedig naderen en allen naar behoeften erlangen, ook mij ! zonder dit geheim toch kan ik nergens zijn, nergens leven en wat zal mij verontschuldigen, wanneer ik het niet ontvang ? Ben ik ziek, dan word ik hier gezond ; ben ik gezond, dan word ik hier versterkt. Gloei ik van goddelijke liefde, dan zal ik hier opvlammen van liefdevuur en ben ik lauw dan word ik hier warm. Ben ik blind, dan word ik hier ziende, wankelmoedig, dan word ik hier op mijne schreden bevestigd. Ik kan mij niet verschoonen gelijk Adam met te zeggen dat ik naakt ben; want Gij en Gij alleen kunt mijne naaktheid bedekken ; dat ik niet durf, omdat niet in mij de reden ligt, maar in de verdiensten van Christus dat God de Vader ons genadig is en ons aanneemt tot zijne kinderen.

En zoo is het om die verdiensten, mijn Heer en mijn God, Vader van Jesns Christus, dat ik U bid en smeek, laat ook mij — gelijk David Miphiboseth om wille van Jonathan aan zijne tafel toeliet — laat ook mij armen zondaar in uwe goedertierenheid aan uwe H. Tafel; niet omdat ik het waardig ben, maar om de

ocr page 87

84

verdiensten en om de eer van uwen veelgeliefden Zoon Jesus Christus, die ter uwer verheerlijking aan den boom des kruises ons opnieuw het leven schonk en nu met U en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.

DANKZEGGING NA DE H. COMMUNIE.

Lieve Jesus, Gij hebt mij dan aan uwe H. Tafel toegelaten, mij gedrukt aan uw liefderijk Hart, en ik ben op den oogenbiik een gevangene van uwe liefde. Welk geluk! Wanneer alles , wat op en in en boven de aarde bestaat zich bij mij aansloot, dan ware alle lof, dien wij U geven konden, nog niet in staat om voor de geringste uwer weldaden TT naar behooren te bedanken en hoe dan voor zoovele weldaden, hoe vooral dan voor de onuitsprekelijke gunst, die Gij mij geschonken hebt met uwen intrek bij mij te nemen, mij met uwe vertroostingen te vervullen en met uwe hoogst vereerende en weldadige tegenwoordigheid te verblijden.

Toen Maria, met de gezegende Vrucht haars lichaama, bij Elisabeth kwam, toen riep de moeder van Joannes den Dooper, met den H. Geest vervuld, uit: van waar geschiedt mij de gunst, dat de moeder des Heeren tot mij komt; maar ik, arme aardworm en ellendig zondaar.

ocr page 88

85

wat zal ik uitroepen, nu niet de moeder des Heeren, maar de Heer, de Schepper van hemel en aarde zelf, niet tot maar in mij komt, in mij, die zoo dikwijls Hem heb uitgesloten van mijn hart.

Want dan is Hij de Koning der koningen, de Heer der heerscharen, wiens troon de hoogste hemel en wiens voetschabel de aarde is , wien alle koren van Engelen dienen en die niettemin zich niet ontziet, om eene zoo nederige en zijner majesteit zoo weinig passende woonplaats te betrekken.

Heer, Gij geeft ons te denken, dat Gij nog eens mensch worden, U nog eens in de handen van de kinderen der menschen leveren wilt; want uwe vernedering en uwe vertrouwdheid met den mensch was toen niet grooter dan nu, dewijl Gij nog weer voor de zondaars doet, wat Gij toen ter tijde voor hen hebt gedaan. Gij zijt toen, zegt de propheet, uit louter barmhartigheid nedergedaald uit den hooge, en aan gelijke oorzaak dank ik, niet dat Gij mij bezoekt, maar bij mij komt inwonen, ja wat meer is, met mij één wordt, gelijk Gij één zijt met den Vader.

Is aan ons denken, ons bezoeken iets onverklaarbaars , zoodat de propheet David zegt: wat is de mensch , Heer dat Gij hem gedachtig zijt, wat dan hier te zeggen van uwe goedgunstigheid voor den mensch? De liefde is niet

ocr page 89

86

baatzuchtig, zegt de apostel, en dat alleen brengt eenige helderheid, waar anders alles onverklaarbaar ia en een ondoorgrondelijk geheim. Neen, de liefde is niet baatzuchtig en zoekt haar zelve niet, anders naamt Gij uwen intrek niet bij mij.

Daarbij, van welk veelzijdig nut is mij dit bezoek P Het maakt mij dronken van zaligheid, want het geeft mij de stellige verzekering, dat Gij mijn Vader of liever de Bruidegom zijt van mijne ziel. De vrucht, de eigenaardige uitwerking van dit Sacrament is immers, dat het de ziel bewaart, verkwikt met vreugde en verrijkt met eene zaligheid, die alleen komen kan van met U vereenigd te leven. Vandaar dat dit geheim zijns gelijke nergens ook onder de sacramenten niet vindt. Wol geeft Gij mij blijk, en herhaaldelijk, dat Gij aijt mijn koning, mijn redder, mijn verdediger, mijn geneesheer, mijn beschermer, mijn Zaligmaker, kortom dat Gij mijn God zijt, maar in dit geheim alleen, waar Gij op eene bovennatuurlijke wijze ü met mij vereenigt en mijne ziel met de zoetste zoetigheid uwer vertroostingen vervult, toont Gij mij duidelijk , dat Gij zijt mijn Bruidegom en mijn Vader. Dit erken ik, en beken ik en toch ik voel het oneindig beter dan ik het kan zeggen.

En nu, wat zal ik ü wedergeven voor alles wat Gij mij gegeven hebt ? Zal het de hulde zijn van mijnen eerbied ? Dat ik U dikwijls

ocr page 90

87

kom bezoeken, dat ik U herhaaldelijk en op waardige wijze ontvange ? Zeker, Heer, dat ben ik mij zei ven verplicht. Want zoek ik vriendschap , hier is de vereerendste, de innigste en tevens de getronwste, die bestaan kan. Zoek ik vrengde en zielsgenot, hier is de reinste, hoogste en tevens zaligste te vinden. Zoek ik rijkdom, hier is van alles overvloed ; dns de hulde van mijn eerbied moet het zijn ; maar boven alles zal het de liefde zijn van mijn arm hart. Liefde om liefde , hart om hart, alles om alles geef ik U, met de verzekering, dat ik nooit terng zal komen op dit mijn besluit. Amen.

ocr page 91

88

Gebed met Tollen aflaat.

O goede en allerzoetste Jesus! ik werp mij voor uw aanschijn op mijne knieën neer. Ik bid en smeek U met de grootste vurigheid, dat gij U gewaardigt in mijn hart levendige gevoelens te drukken van geloof, hoop en liefde met een waar berouw over mijne zonden en eenen vasten wil, om ze te verbeteren; terwijl ik met groote ontroering en droefheid des gemoeds uwe vijf wonden, bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw, mij herinnerende de woorden , welke de profeet David reeds omtrent U, o goede Jesus, zich in den mond legde: Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord, al mijne beenderen hebben zij geteld.

ocr page 92

89

Gebed ter eere van O. L. Vrouw Tan Kevelaar.

Wees gegroet Maria, Koningin des Hemels en der aarde. Wees gegroet, Moeder van barmhartigheid, Moeder vol liefde voor uwe kinderen. Wees gegroet, Troosteresse der bedrukten. Ons hart is vol hoop en vertrouwen; het klopt van blijdschap, nn wij den bevoor-reehten grond van Kevelaar weer betreden ; nu wij mogen neerknielen bij de kapel van genade, waar gij reeds honderden jaren zoovelen hebt getroost, ondersteund en geholpen. Tot wie kunnen wij beter gaan dan tot U ; tot wie zullen wij in onze wederwaardigheden onze toevlucht nemen ? Tot U, o teederste aller moeders ; immers, TJ is alle macht gegeven in den hemel en op aarde. Onder het kruis zijt gij onze Moeder geworden, daar hebt gij ons als uwe kinderen aangenomen en onder welken titel wij U ook aanroepen, gij zult ons verhoeren ; want Gij zijt de oorzaak onzer blijdschap, de behoudenis der kranken, de toevlucht der zondaren, de troosteresse der bedrukten, de bijstand der christenen ; gij zijt alles voor allen, en daarom durven wij gerust U alles vragen. Verhoor dan, allerliefste Moeder, de gebeden der duizenden pelgrims , die ieder jaar uit ons dierbaar vaderland hier komen neerknielen voor uw wonderbeeld, en ü hunne noodwendigheden blootleggen.

p. o. 6*

ocr page 93

90

Wij bidden U heden voor allen, die met ons door den band der christelijke liefde vereenigd zijn. — Bescherm de jeugd, die, vooral in onze dagen, aan zoovele gevaren is blootgesteld; geef haar, dat zij godsdienstig en zedig opgroeie. — Help de ouders in de opvoeding hunner kinderen,— geef dat vrede en eendracht heersche in de huisgezinnen,— verkrijg voor de tinderen, dat zij hunne ouders beminnen, helpen en eerbiedigen, — heb medelijden met de ongelukkige zondaars , welke U den rug toekeeren, die anders misschien zullen verloren gaan, — behoud het geloof in ons vaderland; voor dat geloof immers hebben onze martelaren hun bloed vergoten.— Troosteresse der bedrukten schenk ons allen uwen troost in druk en lijden, in ziekte, armoede en wederwaardigheden, doch verleen ons uwen troost vooral in ons stervensuur; in dat beslissend uur, waarvan eene gelukkige of ongelukkige eeuwigheid afhangt, — bezorg ons een zalig sterven, een genadig oordeel. Amen.

ocr page 94

91

OEFENING VAN DEN H. KRUISWEG.

VOORBEREIDEND GEBED.

O mijn God! het is mij van harte leed. dat ik n, mijn opperste goed, ooit vergramd heb.... Tot uwe meerdere eer en tot mijne zaligheid, offer ik n deze heilige oefening op met inzicht van te verdienen al de aflaten die er aan gehecht zijn, zoo voor mij als voor de zielen in het va-gevunr, bijzonderlijk voor de zielen van N. N.

O mijn Engelbewaarder ! geleid mij, bid voor mij , opdat ik diep in mijn gemoed drnkke het bitter lijden en dood van Jesns. mijnen Zaligmaker.

I. STATIE.

Jesus wordt tot den dood des kruises verwezen.

y. Wij aanbidden en loven n, Christns.

R-. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesns! mijne misdaden hebben het onrechtvaardig doodvonnis tegen u doen uitspreken... ik zon van droefheid over mijne zonden moeten sterven... Geef mij genade, opdat ik niet op-houde dezelve te beweenen„

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God , wees ons zondaren genadig.

ocr page 95

92

11. STATIE.

Jesus neemt het kruis op zijne schouders.

y. Wij aanbidden en loven u, Christus.

Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesus! die den zwaren boom des krui-aes op uwe verscheurde schouders gewaardigd hebt op te nemen, verleen mij genade, om met verduldigheid te drageu de kruisen, welke uwe Voorzienigheid mij overzendt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

Hl. STATIE.

Be eerste val van Jesus onder het kruis.

ir. Wij aanbidden en loven u, Christus.

!gt;-■. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesus! die beladen met den zwaren last mijner zonden, vermoeid onder uw kruis ter aarde zijt neergevallen, ach! laat niet toe, bid ik u, dat ik in dezelve nog hervalle.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

ocr page 96

93

IV. STATIE.

Jesus ontmoet zijne Moeder.

y. quot;Wij aanbidden en loven n, Christns.

l^-. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED,

O allerbedruktste Moeder! bekom mij van uwen lieven Zoon tranen van eene ware boetvaardigheid over mijne zonden, die de oorzaak zijn geweest van zijn en nw lijden... Sta mij bij in al de ellenden van dit leven.... Verlaat mij niet in het nnr des doods.

Onze Vader , enz. Wees gegroet. enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, waes ons zondaren genadig.

V. STATIE.

Simon van Cyrenen helpt Jesus het kruis dragen.

y. Wij aanbidden en loven n, Christus.

Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesus! geef mij sterkte om met liefde het kruis mijns lijdens op te nemen en om met kloekmoedigheid u na te volgen.... Ik zal mij gelukkig achten u in iets te gelijken en uwe smarten door de mijne te eeren.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

ocr page 97

94

VI. STATIE.

Veronica droogt het aangezicht can Jesus af.

y. Wij aanbidden en loven n, Christus.

R. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Josus! druk de gedachtenis van uw smartelijkste lijden zoo levendig in mijn hart, dat ik hetzelve gedurig overwege, en aangemoedigd worde, om uwe bloedige voetstappen na te volgen.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God , wees ons zondaren genadig.

VII. STATIE.

Be hoeede val van Je sus onder het kruis.

if. Wij aanbidden en loven u, Christus.

IJc. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesus! mijne hoovaardigheid heeft u ne-

dergeworpen onder den last des kruises.....

Ach! leer mij zoetaardig en ootmoedig van hart zijn. Ik wil alle verootmoedigingen en versmadingen verduldig lijden , opdat ik, u navolgende in uwe vernederingen, met u deel moge hebben in de glorie.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

ocr page 98

95

VIII. STATIE.

Jesm troost de weenende vrouwen.

y. Wij aanbidden en loven n, Christna. l^c. Omdat gij door uw heilig kmis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesns ! geef eene bron van tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht mijne zonden be-weene... Ach! gewaardig mij meer en meer van mijne ongerechtigheden af te wasschen en mij van mijne zonden te reinigen.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm n onzer, Heer, ontferm n onzer. God, wees ons zondaren genadig.

IX. STATIE.

Berde val van Jesus onder het kruis.

y. Wij aanbidden en loven n, Christns. !v. Omdat gij door uw heilig krnis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesns! reik mij een helpende hand toe, in het midden der gevaren aan welke ik blootgesteld ben, opdat ik in zonde niet valle... Verdedig mij tegen de vijanden mijner zaligheid , opdat ik onder het geweld hunner bekoring niet bezwijke.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer. God, wees ons zondaren genadig.

ocr page 99

96

X. STATIE.

Jesus wordt van zijne kleederen ontbloot en met edik en gal gelaafd.

y. Wij aanbidden en loven u, Christns.

Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesns! geef dat ik al mijne booze gewoonten atlegge, mijn hart onthechte van al wat aardsch en vergankelijk is, mijn dartel vleesch kastijde, mijne zinnen versterve en gaarne met n uit den bitteren kelk des lijdens drinke.

Ouze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

XI. STATIE.

■Jesus wordt aan het kruis gehecht.

y. Wij aanbidden en loven u, Christus.

lv. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

O Jesus! hecht mij met u aan het kruis, ik wil met u, gelijk gij en om u lijden, opdat ik, levende, lijdende en stervende in uwe liefde, eeuwig met u en door u moge gelukkig zijn.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

ocr page 100

97

XLT. STATIE.

Jesus sterft aan het kruis.

y. quot;Wij aanbidden en loven u , Christus.

Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBBD.

O Jesus! door de bittere smarten, welke gij voor mij aan het kruis geleden hebt, bijzonder toen uwe ziel uit uw gezegend lichaam is gescheiden , ontferm u over mijne ziel, als zij van deze wereld zal scheiden.

Ome Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

XIII. STATIE.

Jesus wordt van het kruis afgedaan, en gelegd in den schoot van zijne Moeder.

y. Wij aanbidden en loven u, Christus.

Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

OEBED.

O Maria! laat mij toe dat ik, tusschen uwe armen, mijnen gekruisten Zaligmaker, uwen lieven Zoon aanbidde en mijne tranen met de uwe menge .. . Door uwe machtige voorspraak bewaar mij van het ongeluk van uwen Jesus door mijne zonden wederom te kruisen, en dus

ocr page 101

98

met een nieuw zwaard uw moederlijk hart te doorsteken.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

XIV. STATIE.

Jesus wordt in het graf gelegd.

ij. Wij aanbidden en loven u, Christus.

R. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

GEBED.

Ik zal eens sterven en begraven worden gelijk gij , o mijn Zaligmaker ! gewaardig u, in mijn sterfuur, mij door uwen kruisdood te vertroosten , en mijn lichaam, wanneer gij het weder zult opwekken , met uwe glorie te verheerlijken.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons zondaren genadig.

Hierna zal men bidden vijfmaal het Onze Vader, vijfmaal het Wees gegroet, en zooveel maal Glorie zij den Vader, ter eere van de vijf Wonden van Jesus en «en Onze Vader en Wees gegroet met Glorie zij den

Vader , enz. ter intentie van Z. H. den Paus van Rome. --

ocr page 102

INHOUD.

BLADZ.

Reg element van de Processie......3

1. De vijftien Mysteriën van den H Rozenkrans. 9

2. Treurzang op het lijden van Christus en

van zijne H. Moeder Maria.....14

3. Smeeklied tot Maria........19

4. Smeekgebed voor de Geloovige Zielen van

het Vagevuur..........23

5. Lied van 0. L. V. van den H. Hik. . . 26

6. Pelgrimslied. ..........31

7. Hulde en Bede aan Maria, onze Moeder. 34

8. Loflied aan O. L. V. van Kevelaar. . . 37

9. Smeekgebed tot O. L. V. van Kevelaar. . 39

10. Het Angelus...........42

11. Afscheidsgroet aan Kevelaar. ... .43

12. H. Hart van Jesus........46

13. O. L. V. van het H. Hart......47

14. Toewijding aan Maria........50

15. Avondbede tot onze lieve H. Moeder. . . 53

16. Loflied op den Rozenkrans......54

17. Eerherstel aan Jesus' H. Hart.....56

18. Bede tot Maria..........58

19. Auxilium Christianorum.......60

Gebeden onder de H. Mis........63

Gebed van voorbereiding tot de H. Communie. . 77

Dankzegging na de H. Comunie......84

Oefening van den H. Kruisweg......91

ocr page 103
ocr page 104