Vak 88
. O ify :
.
.
.
f
..
il .
i
i
v u
â
l
â
_
VaJcIl
HANDBOEK
door
lt;!�
voor de
VEERTIGDAAGSCHE VASTEN,
of
DAGELIJKSCIIE OVERWEGINGEN
over het
LIJDEN VAN JESUS;
den ta
PASSIONIST. '
Vermeerderd
MET
Misgebeden, Litanieën, Biecht, Communie, Lofgebeden, Kruiswegoefening enz.,
door een f
R. K. P R I E S T E rJ?/ \ . \
Ol Kh
^ Jgïj
VIERDE V£RBETEfiB⬠DRUK.gt;t o
_____________y âo
A. N. COVERS , Uitgever. â R. K. BOEKHANDEL
's-Gravenhage ,
1895.
IMPRIMATUR.
Die 20 Febr. 1895.
M. BERNSEN,
Libr. Censor.
DAGELIJKSCHE OVERWEGINGEN
OVER
HET LIJDEN VAN JESUS.
Oefening om het allerheiligst lijden onzes Heeren Jesus Christus wel te overwegen.
Er is wellicht geene overweging geschikter en nuttiger voor menschen van eiken stand, dan die van het allerheiligst lijden van Jesus Christus, onzen goddelijken Zaligmaker. De zondaars vinden daarin de kracht en worden opgewekt om zich te bekeeren. Zij, die de wegen van Gods geboden reeds ingeslagen hebben, ontvangen er den moed, om hunne ha stochten te bedwingen. De rechtvaardigen worden met nieuwen ijver ontstoken, om in de christelijke volmaaktheid voort te gaan; in één woord, een ieder ontdekt er eene ontuitputbare bron van verborgen schatten en plukt er de overvloedigste vruchten, om zijne ziel te heiligen. Het ovenvegen van het lijden van onzen Heer Jesus Christus was steeds de aangenaamste oefening van al de Heiligen, die bij dag en naeht verscheidene uren daaraan opofferden, en er de
i
9
zoetste vertroostingen uit trokken. â Van u, godvruchtige Christen, vraagt men zooveel niet; alleen slechts, dat gij dagelijks eenige oogenblikken aan deze heilige oefening besteedt.
Hij, die de kracht van een mostaardzaadje wil kennen, kauwt het op zijn gemak; hij smaakt het, houdt het in zijn mond, en wacht zich van het geheel in te zwelgen. Op deze wijze gevoelt hij zoo levendig het prikkelende van dit zaadje, dat hem de tranen in de oogen komen. Het gaat met de geheimen van het lijden evenals met het mostaardzaadje : als men dezelve, om zoo te spreken, in zijn geheel beschouwt, maken zij niet den minsten indruk op het hart; overweegt men ze slechts oppervlakkig en ter loops, is het onmogelijk, dat de ziel er de waarde van gevoelt. Maar als men zich den tijd geeft, om dezelve op zijn gemak in stilte te overdenken, dan wekken zij in de ziel godvruchtige gevoelens, wonderbare voornemens op, en zeer dikwerf doen zij ons tranen van het diepste medelijden storten. Beproef slechts uwen geest met deze heilige oefening gemeenzaam te maken, en gij zult, tot uw geluk, ondervinden, welke verandering van hart en van gedrag, welken afschrik van de zonde, welke liefde tot God gij tot loon voor uwen goeden wil zult verkrijgen. Beproef slechts, cn gij zult, als in een oogenblik, al die voorgewende moeielijkheden, welke de beklagenswaardige wereldlingen in de overweging
to o
ci
vreezen te ontmoeten, zien verdwijnen; gij zult gevoelen, hoe zoet het is voor een christen ziel zich in stilte bezig te houden met den lijdenden Jesus te beschouwen.
Om u deze heilige oefening gemakkelijk te maken, heb ik hier, voor de heilige Vaste, eene overweging over de voornaamste geheimen van het lijden geschreven. Vergenoeg u niet, met ze slechts vluchtig te doorloopen, en de bemerkingen, welke gij daarin vinden zult, oppervlakkig en in haast te lezen; maar lees langzaam en houd van tijd tot tijd op, om hetgeen gij gelezen hebt, met aandacht te overwegen.
Hoedanig het geheim ook zij, dat gij u ter overweging uitkiest, gij zult altijd uw geest kunnen bezig houden met aandachtig de vijf volgende punten te overwegen :
1. De oneindige grootheid van den God, die lijdt.
2. De grootheid der pijnen en der schande, welke Hij lijdt.
3. De grootheid der liefde, met welke Hij lijdt.
4. De laagheid en de overgroote onwaardigheid van den persoon, voor welken Hij lijdt.
5. Wat zijn voornaamste doel is, om zulke wreede pijnen te lijden, dat wil zeggen: van de menschen bemind te worden, en van u in het bijzonder.
Laat deze bemerkingen uwen geest doordringen
4
en zoo één derzelve, welke gij in deze overweging zult vinden, een sterken en diepen indruk op u maakt, houd u daarmede bezig, zonder verder voort te lezen. Gij kunt, indien gij u daar wel bij bevindt, uwe overweging op een en hetzelfde punt verscheidene dagen of zelfs weken achtereen herhalen*, en in dit geval zoudt gij de andere punten voor de volgende dagen kunnen houden.
Spoedig zult gij dan ondervinden, hoe nuttig en voordeelig deze herhaling is.
Nadat gij een geheim overwogen en aandachtig over alle omstandigheden zult nagedacht hebben, zal het u zeer gemakkelijk zijn, uwen wil te bewegen en op te wekken tot verschillende godvruchtige verzuchtingen, waarmede gij u zoo lang mogelijk bezig houdt, aan uw hart den vrijen loop latende, om al de gevoelens der genade en liefde van onzen Heer te volgen.
De voornaamste aandoeningen, welke gij, door het lijden van Jesus te overwegen, in u zult kunnen opwekken, zijn de volgende:
1. Van bewondering', hoe is het mogelijk, zult gij zeggen, dat een God van oneindige majesteit zich zoodanig vernedert om zulke wreede pijnen te lijden voor zoo een ellendig schepsel als ik ben?..... Welk ecne liefde!.... Welk eene goedheid!....
2. I 'au dankzegging-, u opwekkende om te ken-
nen en te waarclecren de ontschatbare weldaad, welke Jesus u door zijn lijden verleent; bedenkende hoeveel gij schuldig zijt aan uwen bemin-nelijken Zaligmaker, en u aan Hem opdragende, om Hem eeuwig te loven en voor de overmaat zijner liefde te bedanken.
3. Van medelijden-, mededoogen hebbende met den lijdenden Jesus, in eene zee van smarten en bitterheden verzonken; berouw toonende, dat gij bij zijn smartvol lijden niet tegenwoordig zijt geweest, om Hem eenige verlichting in zijne ondraaglijke pijnen aan te bieden.
4. }'an beroii-uj ovei' mve zonden: overwegende hoeveel die vermaken welke gij tegen zijne wet genoten hebt, aan Jesus gekost hebben, en hoeveel gij daardoor tot zijn lijden en dood bijgebracht hebt. Beween uwe zonden uit de bitterheid uwer ziel, en maak een vast voornemen, liever te sterven, dan een zoo beminnelijken Vader nog eens te beleedigen.
5. Van liefde', betuigende dat gij uit geheel uw hart Hem wilt beminnen, die u zoo zeer bemind heeft; het verlangen te kennen gevende duizend harten te bezitten, om ze allen aan Hem te kunnen opofferen, en eenigszins aan zijne liefde te beantwoorden. Offer u op en heilig u toe aan het H. Hart van den lijdenden Jesus, wek in u eene vurige begeerte op, dat Hij door iedereen gekend en bemind worde.
6
6. Van verzoek-, den Heer smeekende, u de genade te verleenen van Hem te beminnen, na te volgen en nimmermeer te beleedigen. Tracht in u het grootste vertrouwen op tc wekken, alles van God te verkrijgen door de oneindige verdiensten van het allerheiligst lijden van Jesus Christus. Wat gij bijzonder met veel geestdrift moet vragen, is de genade u te beteren van die ondeugd, aan welke gij het mee^t onderhevig zijt, die drift te ov jrwinnen welke u het meest beheerscht, de deugd te beoefenen die u het noodzakelijkste is, en dit alles met het doel, om Jesus Christus na te volgen; eene navolging, die altijd het voornaamste doel van al uwe overwegingen over het allerheiligste lijden zijn moet.
Maak dan na de aandoeningen uwe voornemens. Beloof aan den lijdenden Jesus, Hem nimmermeer door eene doodzonde of vrijwillige dagelijksche zonde te zullen vergrammen. Neem u vast voor, u te zullen beteren van deze of gene zonde (welke gij hier moet uitdrukken), u te zullen bedienen \an dit of dat middel (hetwelk gij moet noemen), bijv. van zulk een huis of zulk een gezelschap te vermijden ; spoedig zulk eene zondige gedachte tegen te gaan en dezelve te bedwingen, over uwe oogen te waken, in zulk eene omstandigheid te zwijgen.
Onthoud wel, dat de geheele vrucht van uwe overdenking afhangt van deze goede voornemens, en vooral van het goede ten uitvoerbrengen. I^eg
i
dezelve in de wonden van den lijdenden Jesus en in de handen van Maria. Vraag de genade van ze stiptelijk te volbrengen. Heb ze onophoudelijk, gedurende den dag, voor oogen. Het krachtigste middel, om er getrouw aan te blijven, zal zijn, van tijd tot tijd te onderzoeken de wijze, op welke gij ze uitvoert.
Degene, die zich de moeite geeft om de korte onderrichtingen, welke wij hier laten volgen, te beoefenen, zal weldra, bij ondervinding, leeren, hoe gemakkelijk het is, het lijden van onzen Zaligmaker Jesus Christus te overwegen, en hij zal ten volle overtuigd zijn van de gevaarlijke dwaling diergenen , die beweren , dat deze oefening slechts aan kloosterlingen betaamt en al te moeielijk is voor wereldsche menschen. Overwegen is, zooals men zien zal, niets anders dan zijn geheugen, zijn geest en wil oefenen op eenig geheim of eenige waarheid van het geloof. Daar wij nu, van den morgen tot den avond, niets anders doen, dan aanhoudend deze drie vermogens der ziel oefenen,
O 7
waarom zouden wij ze dan met de hulp der genade, niet insgelijks kunnen oefenen door de iverweging der geheimen van het smartelijk lijden van Jesus, brandende van liefde voor de zondaars ?
8
Oefening van voorbereiding tot de overweging.
Oefening van geloof . Ik geloof, o mijn God, dat Gij hier tegenwoordig zijt.... Waarheen ik mijne oogen wend, overal ontdek ik L', mijn Godh... O grootheid! o alomtegenwoordigheid van mijn God! Gij wilt U heden met mij onderhouden en met zoo veel liefde en welwillendheid tot mijne arme ziel spreken!...... O goedheid van mijn God!
Oefening van aanbidding. Zeer diep vernederd in den afgrond van mijn niet, aanbid ik uit geheel mijn hart en uit geheel mijne ziel uwe grootheid en oneindige majesteit... Ik. aanbid U als mijn eerste begin, als mijn laatst en gelukkige einde. Ik erken U voor mijn innigste en opperste goed, voor mijn al. Ik wenschte U zoo zeer te kunnen aanbidden, als Gij het verdient; zoodanig ten minste, als mijn hart zelf verlangt U te aanbidden. Maar dewijl dit niet in mijn vermogen is, offer ik U op al de aanbiddingen, welke de Engelen en Heiligen in den hemel U gedaan hebben en gedurende de gansche eeuwigheid U nog zullen doen; die der allerheiligste Maagd Maria; eindelijk, die allervurigste aanbiddingen, welke de allerheiligste ziel van Jesus U geeft en U ooit geven zal. Neem ze allen aan, o mijn God, in de plaats van die, welke ik niet in staat ben aan uwe opperste Majesteit te bewijzen.
Oefening van nederigheid. Wie ben ik , o mijn God, dat ik voor uwe oneindige grootheid durf
verschijnen?.. . .. Ik ben een ellendig schepsel, een nietige aardworm, een groot zondaar. Ik ben een ongelukkige slaaf der hel , waar ik reeds sedert langen tijd moest wezen, indien gij in uwe liefde en uwe barmhartigheid mij daarvan niet hadt bevrijd. Ik erken, o almachtige Heer, mijne diepe onwaardigheid, en belijd dat ik verdiend heb voor immer van uw heilig aanschijn verstooten te worden. Maar door eene oneindige toegevendheid roept Gij mij, moedigt Gij mij aan, gebiedt Gij mij tot U te komen, met U te spreken en mij met U te onderhouden. Hoe groot is uwe goedheid, mijn God, van U zoodanig tc willen vernederen, om mij in uwe heilige vriendschap op te nemen. Zeer diep verneder ik mij voor uwe aanbiddelijke majesteit, en uit den afgrond van mijn niet en mijner zonden verhef ik mijne smeekende stem tot U, om uwe barmhartigheid in te roepen.
Oefening van berouw. Barmhartigheid , o mijn
God !...... Het is mij leed U zoo dikwerf vertoornd
en uwe oneindige goedheid, die mij zoo zeer bemind heeft en nog bemint, door mijne zonden beleedigd te hebben. Ik wenschte, dat mijn berouw groot genoeg ware, om dat hart te vermurwen, dat de onbeschaamdheid gehad heeft U ontrouw te worden. Ik beloof U, o mijn God, met de hulp uwer genade, geene zonde meer te zullen bedrijven, en ben bereid, liever te sterven, dan nog weder uwe heilige vriendschap te verliezen.
10
Oefening v.m gebed. Zie mij hier dan aan uwe voeten neêrgeknield, o mijn God, om deze overweging te doen !.... Sta mij bij met uwe genade, opdat ik daaruit vruchten trekke voor mijne ziel. Verlicht mijn geest , opdat ik kenne hoezeer Gij mij bemind hebt; ontsteek mijn wil, opdat hij krachtdadig besluite V te beminnen; geef mij de sterkte en den moed, om spoedig datgene te volbrengen, wat U aangenaam is en de genade van getrouw uwe heilige geboden op te volgen. Allerheiligste Maagd Maria, mijne goede en teedere Moeder.... mijne goede Engel-bewaarder, verkrijg mij al de hulp, welke ik noodig heb, om deze overweging wel te doen.
EERSTE DAG.
Jesus neemt afscheid van zijne allerheiligste Moeder.
Jesus had gedurende geheel zijn leven een diepen eerbied en cene bijzondere gehoorzaamheid je gens zijne allerheiligste Moeder aan den dag gelegd. Nimmer was Hij ten haren opzichte in het vervullen van den minsten plicht der tecderste liefde in gebreke gebleven, en hetgeen wij heilig moeten gelooven, is, dat Hij vóór ^ijn sterven, haar een laatst bewijs van kinderlijke onderdanigheid gaf, door een zielroerend afscheid van haar te nemen. Overweeg:
11
De ovcrgroote droefheid van Jesus en ?\[aria op het oogenhlik dezer ivreede scheiding.
Jesus, de teederste zoon onder de kinderen der menschen ; Jesu?, die altijd het zoetste en minne-lijkste hart voor Maria gehad heeft, zegt een laatst vaarwel aan zijne allerheiligste Moeder, met het voornemen om haar te verlaten, niet om in afgx-
' O
legen landen te gaan leven, maar te gaan sterven te midden der gruwelijkste pijnen. Welke doode-lljke droefheid!,... Maria weet, dat zij weldra haren goddellijken Zoon verscheurd, met wonden overdekt, uitgeput van bloed en op een kruis genageld, in al de afgrijselijkheden van den bittersten doodstrijd zien zal. Welke wreede kwelling voor haar moederlijk hart!.... âO mijne teedere Moeder,quot; zegt haar Jesus, âbelet mij niet te gaan sterven; ik heb dit bevel van mijn hemelschen Vader ontvangen, en de verlossing van het menschelijk geslacht kan geen plaats hebben, dan door de uitstorting van al het bloed ult;vs Zoons.quot; Wie vermag het te schetsen, hoezeer het teedere hart van Maria verbrijzeld werd, toen zij deze verpletterende tijding uit den mond van haar goddelijken Zoon vernam!.... Zij wilde tot Hem spreken, maar de bitterheid harer smart belette haar zulks.... Jesus zucht, en de groote teederheid, welke Hij voor zijne Moeder gevoelt, veroorzaakte Hem zeer vele smarten wegens de nccdzakelijkheid, waarin Hij zich bevindt, om haar zoo zeer te bedroeven.
12
Maria is troosteloos; de gedachte alleen, dat zij zich van Jesus moet scheiden, is voor hare ziel de wreedste pijn. David weende eertijds toen hij van Jonathas, zijn besten vriend, scheidde. Welke bittere en smartvolle tranen zal Maria gestort hebben, toen zij haren eenigen en onschuldigen Zoon, die zich aan den dood ging overleveren, voor de laatste maal omhelsde! Welke diepe droefheid zal Jesus gevoeld hebben, toen Hij van de teederste aller moeders afscheid nam en haar vaarwel zeide! O harten van Jesus en Maria! ik zal de vermetelheid niet hebben voor mijn hart een deel van die overgroote droefheid, waarmede Gij in uwe treurige scheiding vervuld waart, van U te vragen, maar niettemin smeek ik U met een vast vertrouwen, mij de genade te verleencn om medelijden te hebben met uwe droefheid, L te beminnen, en de zonden, door welke ik God zoo dikwerf uit mijn hart verbannen en zijne genade verworpen heb, Ie beweenen. Overweeg:
De edelmoedige opofferingen, ivelke Maria van haren Z.oon en van h-ar zelve doet, om deel in al zijne pijnen te nemen.
Maria is moeder, en het hart eener moeder kan natuurlijk niet toestemmen, dat haar eenige en onschuldige zoon zich vrijwillig aan duizende kwellingen en aan den dood overgeeft voor het levensbehoud van schuldige menscher. Maar het hart van Maria is een edelmoedig hart, een hart
18
bereid tot de smartelijkste opofferingen uit liefde voor haren God, en voor het geluk van ons allen, die hare kinderen zijn. Een zwaard van droefheid doorboorde hare ziel bij de enkele gedachte van te moeten toestemmen in den dood van haren welbeminden Zoon. Zij ziet, dat, door zich van Jesus te berooven, zij zich berooft van een Zoon, die te gelijk haar God en haar Al is. Zij begrijpt in welk eene uitgestrekte zee van droefheid haar moederlijk hart zal gedompeld worden op het gezicht van de afgrijselijke wonden van haren teederen Zoon en van den wreeden dood, welken Hij te gemoet gaat, en waarvan zij het hartverscheurende tooneel zal moeten aanschouwen. Desniettemin verheft zich Maria, vol ijver voor mijne zaligheid, Maria, wier hart geheel liefde is voor mij en geheel voor haren God, boven zich zelve en biedt zich edelmoedig aan om alles te lijden. Alhoewel het lijden en de dood haars Zoons haar onuitsprekelijke smarten moeten veroorzaken, stemt zij er in toe met de volheid barer ziel; en met een moed, die den marteldood overtreft, brengt zij het offer van dezen aanbiddelijken Zoon, âGa, mijn Zoon,quot; zegt zij tot Hem, .,ga sterven aan het kruis. Uw hemelschen Vader beveelt het alzoo; ik stem er ook in toe. Ach! zoo het mij ten minste gegeven ware met U te sterven!....quot; Welke liefde moet deze teedere Moeder voor mij hebben, daar zij er in toestemt zich van haren orschul-
14
digen Zoon te berooven, opdat ik van den eeuwigen dood bevrijd zoude worden!.... Welke zielskracht, om zich alzoo, voor mijne zaligheid, aan den wreedsten marteldood over te leveren!.... O, welke liefde ben ik u, tecderste aller moeders, verschuldigd ?... Maar, helaas! hoe weinig gelijk ik aan u als ik eenige pijnen moet lijden of eene geringe opoffering voor mijn God of mijne eeuwige zaligheid doen moet?... Ik weet evenwel, dat men lijden moet, als men tot het christendom en de navolging van Christus geroepen is. Ik weet dat, zonder de opoffering van mijn hart en mijner driften, ik niet zalig kan worden, en nochtans is er niets wat ik met meer zorg vermijd, dan te lijden voor Jesus, dan mijne booze neigingen aan zijne liefde op te offeren. Ach, mijne goede en teedere Moeder, geef mij den moed en de edelmoedigheid van uw heilig hart in al hetgeen ik moet doen en lijden, om aan God te behagen en het eeuwig geluk te verdienen.
VRUCHT.
Heb medelijden met de diepe droefheid van Jesus en Maria. Beween uwe zonden, die zooveel smart aan deze twee grootmoedige harten veroorzaakt hebben. Volg Maria na in de edelmoedige opoffering van zich zelve, door u aan jesus op te dragen als een offer, bereid om
al hetgeen Hij over u beschikt heeft, ter zijner liefde en tot uitwissching uwer zonden te lijden.
VOORBEELD.
Het was in de overweging van het lijden van onzen Zaligmaker, dat de H. Bernardus dien warmen ijver vond, welken hij in zulk een uitstekenden graad bezat. De H. Augustinus, zooals hij zelf ons leert, putte al zijne geleerdheid uit de heilige wonden van den Zaligmaker. Daar was het, dat de H. Franciscus zijne, seratijnsche liefde opwekte en voedde. De H. Thomas van Aquino verkreeg aan den voet van het kruis die voortreffelijke deugden en kennis, welke hem zoo beroemd in de Kerk gemaakt hebben. âLaat ons, roept de H. Bonaventura uit, in de wonden des Zaligmakers drie tabernakelen oprichten: een in zijne voeten, de andere in zijne handen en de derde in zijn aanbiddelijke zijde. Ik zal daarin rusten, ik zal er in waken, ik zal daarin lezen en spreken.quot;
TWEEDE DAG.
Onderwerping van Jesus en Maria aan den goddelijken wil.
Wanneer een kind op het doodsbed ligt, nemen de vrienden en bloedverwanten het op zich, de moeder daarvan te verwittigen. Maar hier is het
16
de Zoon zelf, die, op het oogenblik, dat Hij gaat sterven, en sterven aan een kruis, deze smartvolle tijding aan zijne Moeder mededeelt. Nog meer; Hij wil dat Maria zelve Hem verlof geeft en toestemt in zijn dood.... De moederlijke liefde dwingt Maria haar Zoon dezen verschrikkelijken dood te ontraden; maar de onderwerping aan den wil van den hemelschen Vader bemachtigt haar verscheurd hart; en ondanks dien vloed van tranen die uit hare oogen vloeien, zegt zij heldhaftig âIk onderwerp mij aan den goddelijken wil, ik stem er in toe, dat mijn jesus gaat sterven.quot; Maria berooft zich van haren lieven Zoon, en neemt het besluit het overige harer dagen in eene zee van bitterheden gedompeld te blijven, dewijl God wil, dat zij in het groote werk der Verlossing door hare tranen en door de smarten van haar diepbedroefd
hart medewerke!...
Wanneer toch zullen wij leeren alles aan den wil van God op te offeren?.... Jesus vertrekt en verlaat zijne heilige Moeder, om een wreed lijden en schandelijken dood te gemoet te gaan; maar Hij doet het gaarne, omdat het de wil van zijn Vader is, dat Hij lijdt en sterft voor onze zaligheid. Ach, hoe groot is de liefde van Jesus voor ons!.... En ik, hoe voeg ik mij, ter liefde van Jesus naar quot;den wil van God?.... Hoeveel klachten, hoeveel ongeduld in mijne onderwerping, als ik de besluiten der Voorzienigheid aanvaard!.... Maria
doet met eene heldhaftige onderwerping afstand van hetgeen zij het tcederste op de wereld bemint, van haar eenigen en welbeminden Zoon ; en gij, gij hebt nog den moed niet gehad, eene booze en bedorven wereld te verlaten!... Zoudet gij den menschcn wellicht eerst verlof willen vragen, zooals Jesus deed aan Maria?.., Maar het verschil is te groot. De wereld is de vijandin van God, zij zal u altijd antwoorden, dat gij ten minste nosr moet wachten, om eenicre harer vermaken
O / Ã
te genieten. Indien gij een verdrag met de wereld wilt maken, zult gij n van dezelve nimmer aftrekken.
God doet u zijn wil kennen. Hij roept u, Hij wil niet, dat gij de wereld bemint, Hij wil dat gij u aan haar onttrekt. Neem dan eindelijk dit besluit, en volbreng, naar het voorbeeld van Jesus en Maria, spoedig den wil des Heeren.
VRUCHT.
Vereenig u, in al uwe moeielijkheden en kwellingen. met Jesus en Maria, door u naar den wil van God te schikken, en zeg in alle omstandigheden met een ootmoedig en onderdanig hart: lieer, uiv hcilipe ivil geschiede!
/ O O
VOORBEELD.
De eerste oefeningen van godsvrucht en de voornaamste bewijzen van eerbied in de zielen,
18
ontstoken van liefde tot den lijdenden Jesus, bestaan in zijne heilige beelden met teedcrheid te kussen, gaarne over zijn lijden te hooren spreken, en met eene bijzondere aandacht boeken te lezen, die daarover handelen. Maria, eene religicuse der orde van Jesus van Nazareth, in het jaar 1831 in geur van heiligheid te Vetralle overleden, had reeds de gewoonte, van haar prille jeugd af zich bezig te houden met iets over het lijden van onzen Zaligmaker te lezen; van toen af gevoelde zij een zóó groot medelijden voor den gekruisten jesus, dat zij somwijlen overvloedige tranen stortte. Later, toen zij in een klooster was, kon zij hare oogen niet op een Christus-beeld vestigen, of een' boek lezen, dat over het lijden van onzen Verlosser handelde, zonder daarvan levendig doordrongen te zijn en tranen van de teederste godsvrucht te storten; zij kuste met eene brandende liefde de plaats der wonden van den gekruisten Jesus, en bracht dikwijls langen tijd door het beeld van den aan het kruis gehechten Verlosser te beschouwen en te omhelzen. {Uit het leven van Zuster Maria).
Maak u, op haar voorbeeld, ook gewoon aan deze godvruchtige oefeningen voor den lijdenden Jesus, en zoodoende zult gij meer liefde en godsvrucht jegens Hem in u opwekken en gevoelen.
19
DERDE DAG.
Verraad van Judas.
Judas vast besloten hebbende het afschuwelijke plan, dat hij in zijn hart gesmeed had om zijn Meester te verraden, ten uitvoer te brengen, begeeft zich heimelijk naar de opperpriester en de ouderlingen des volks en openbaart hun het heilig-schennige voornemen, om Jesus aan hen te verkoo-pen en over te leveren. Overweeg :
Wie hij is, die Jcsus verkoopt. Het is geen vrcemdeiing, geen in ongenade gevallene, geen vijand van den beminnclijken Zaligmaker. Neen, hij is een zijner leerlingen.... een der beste, een van de meest begunstigde vrienden zijns Meesters ... Wie is in staat de bittere smart te gevoelen, die Jesus leed, toen Hij de afschuwelijke ondankbaarheid van Judas zag, welken Hij altoos met zoo veel liefde en goedheid behandeld en aan wien Hij steeds de uitstekendste gunsten geschonken had ? . . . . Ach ! welke diepe droefheid voor dien goeden Meester, daar Hij geheel de snoodheid van dit verraad kende. âAch, sprak Hij tot zich zeiven, dat een wreede Caïphas mijn dood verlangt, dat een razend en oproerig volk mij vervolgt, dat eene vergadering van goddelooze schriftgeleerden en farisecn samenspant, om mij te doen sterven, dat een heidensche rechter mij onrechtvaardig tot den dood des kruises veroordeelt, dit lijd ik zonder
2ü
mij te beklagen ; maar hoe zal ik kunnen uitstaan, dat gij, mijn leerling, die altijd met mij zijt en aan mijne tafel eet, gij, mijn boezemvriend, mijn apostel, zóó naar mijn bloed verlangt, dat gij het besluit neemt mij te verraden en te verkoopen ? Ach ! dit is te veel voor mijn hart,quot;'
Maar gij, Christen, als gij zondigt, beantwoordt gij dan beter aan de goedheid en liefde van uwen God ? . . . . Heeft Hij minder reden om zich over uwe ondankbaarheid te beklagen ? . . . . Herinner u al de bijzondere gunsten, die de Heer u verleend heeft; Hij heeft u tot zijn vriend, tot zijn leerling gekozen, opdat gij een grooter deel aan zijn vertrouwen en zijne weldaden zoudt hebben; Hij heeft voor u altijd eene teedere en vaderlijke bezorgdheid gehad; Hij heeft u zoo dikwerf tot zijne Tafel toegelaten, om u met zijn eigen vleesch te voeden; Hij heeft u met genaden en gunsten overladen, nadat Hij u voor een rijk van gelukzaligheid bestemd had. En gij hebt, met eene verregaande trouweloosheid, met eene snoode ondankbaarheid, door uwe zonden uwen weldoener verraden, zijne vriendschap verzaakt, den onwaardeerbaren schat van genade verkocht; gij hebt het teedere hart van Jcsus ten uiterste beleedigd .... Judas heeft zijn goddelijken Meester slechts éénmaal verkocht; maar gij, zoudt gij kunnen optellen, hoe dikwerf gij, door te zondigen, hetzelfde verraad gepleegd hebt ?.... Verfoei ten minste uwe boosheid; beween
21
aan de voeten van Jesus de afschuwelijkheid uwer zonden, en keer, met een oprecht berouw, tot zijn Hart terug, hetwelk nog met teederheid en liefde voor u vervuld is.
Om den verschrikkelijker! aanslag, dien de trouwe-looze leerling tegen den heiligen persoon van zijn Meester gaat bedrijven, nog gevoeliger te maken, handelt hij vooraf over den prijs der verkooping met de hoofden der synagogen en de opperpriesters. Wie zijn, o mijn goddelijke Zaligmaker, die menschen, aan wie uw ongelukkige apostel u gaat overleveren, terwijl hij reeds alle maatregelen in het werk stelt, om zijn afschuwelijk voornemen ten uitvoer te brengen!.... Zij zijn uwe v/reedste vijanden, met haat en nijd jegens U vervuld .... Zij hebben zoo dikwerf eene gelegenheid gezocht om U ter dood te brengen : zij zullen zich aan al de vervoeringen eener woeste vreugde overgeven, als zij U in hunne handen zien, en zij zullen U de schandelijkste mishandelingen doen ondergaan.... Dit alles is zoo gebeurd, o mijne ziel. Maar terwijl jesus alles voorziet en weet, welke diepe droefheid moest Hij dan niet gevoelen over den bloedigen smaad, welke hem op dat oogenblik door zijn ontrouwen en afvalligfen aoostel werd aano-edaan !....
O 1 O
Maar ook welke smart voor het teedere hart des Zaligmakers, u zoo zeer den slaaf uwer hartstoch-
c? 3
ten te zien, dat g-ij u dagelijks bijna met niets anders bezig houdt, dan met nieuwe middelen uit
22
te denken, om dezelve voldoening te geven ? . . .. dat gij slechts denkt om te zondigen, Jesus te verlaten, en uwe ziel in de macht des duivels, zijn wreedsten en onverzoenlijksten vijand, over te geven ?. . . . Jesus was ongetwijfeld zeer gevoe-lig voor de trouweloosheid van Judas ; maar Hij is oneindig gevoeliger voor de uwe, omdat gij dezelve dikwijls en met boosaardigheid vernieuwt; dat gij ze vernieuwt ondanks zoo vele ingevingen, zoo vele wroegingen en verlichtingen, zeer wel wetende, hoe duur deze ziel, die gij aan den hel-schen vijand overlevert, aan Jesus gekost heeft. O Jesus, mijn beminnelijke Zaligmaker I Ik beken en belijd mijne diepe boosheid; ik beween en verfoei mijne voorgaande trouweloosheid. Cnj hebt mij deze ziel gegeven ; Gij hebt haar met uwe genade versierd. Gij hebt haar door uw bloed geheiligd; Gij hebt haar met uwe verdiensten verrijkt, en door uw dood uit de hel be\rijd. hn ik, ondankbare, ongevoelig voor zoo veel liefde, ik heb haar uit uw hart gerukt, om haar in de handen van den duivel over te leveren!.... Ach! ik smeek U, ontvang op nieuw deze berouwvolle ziel, die tot U terugkeert; en daar zij uwe overwinning is, maak dat zij ook eeuwig voor U zij en nimmer het ongeluk meer hebbe zich van 1. te verwijderen.
28
VRUCHT.
Onderzoek u ernstig, om te zien of gij God waarlijk met eene oprechte liefde bemint; of gij rneer werk maakt van zijne genade, dan van eenige andere zaak. Verban uit uw hart al wat aan het beminnen van uwen God in den weg zou kunnen staan. Doe u eindelijk alle geweld aan, om eene volkomen overwinning te behalen over de drift, die u een hardnekkigen oorlog aandoet en die voor u de noodlottige bron van zoo vele zonden geweest is.
VOORBEELD.
Het was in de school van den Zaligmaker, dat de II. Bernardinus van Senen zich dag en nacht in de nederigheid en in andere christelijke deugden oefende. Dikwijls lag hij voor een kruisbeeld geknield. Eens meende hij, dat Jesus Christus hem aldus aansprak : âMijn zoon, gij ziet mij aan het kruis gehecht; indien gij mij bemint, en mij wilt navolgen, nagel u ook aan het kruis en volg mij; daardoor zult gij zeker zijn mij te vinden.quot; Het was ook aan de voeten van den gekruisten Jesus, dat hij zijn vurigen ijver voor de zaligheid der zielen putte. (Leven, des Heiligen).
24
VIERDE DAG.
Jesus door Judas verkocht.
Waarom verkoopt Judas den Heiland?.... Wie heeft dan dezen trouweloozen apostel verzocht en aangespoord, om de rol eens verraders te spelen en zijn aanbiddelijken Meester te verkoopen ?.... Niemand !.... Hij zelf met zijn vollen en vrijen wil biedt zich voor zulk een afschuwelijke misdaad aan. Ach! hoe diep is de bedorvenheid en boosheid van het menschelijk hart!.... Is Judas misschien aangespoord geworden door haat en wraak tegen Jesus?... Maar hoe dit te veronderstellen, vermits de zachtmoedige en goede Meester in alle omstandigheden aan zijn leerling bewijzen zijner welwillendheid, zijner liefde gegeven heeft, om zijne liefde te verwerven en hem van zijn ongelukkig voornemen afkeerig te maken?.... Hoe het te veronderstellen, daar Jesus, niet tevreden met hem onder zijne leerlingen aangenomen en tot de waardigheid van apostel verheven te hebben, bijzonder voor hem alles, wat de liefde kan uitdenken, in het werk stelde ?....
Welke slechte behandeling had Judas van zijn aanbiddelijken Meester te lijden, om hem tot zulk eene snoode wraak aan te zetten ? Geene !... Hij heeft, met Hem te verkoopen, geen ander doel, dan te voldoen aan eene verachtelijke drift, welke reeds sedert lang in zijn hart heerschte, en die
hem ten laatste hard en ongevoelig maakte voor alle verlichtingen, genade en wroegingen zijns gewetens. Hij verkoopt Hem voor eenige stukken gelds, die zijne gierigheid kunnen voldoen. âHoeveel wilt gij mij geven,quot; zegt die eerlooze tot de opperpriesters, âen ik zal mijn Meester in uwe handen leveren ?...quot; Hij spreekt even alsof het de verachtelijkste koopwaar gold. Welk een smaad, welk eene schande voor den Zoon Gods, door een der zijnen aan de waardij van zijne vijanden aldus blootgesteld te worden!.. Welk eene wonde voor zijn hart, zijn dierbaar leven aan de schandelijke drift van een zijner leerlingen te zien opgeofferd !....
De schriftgeleerden zijn uitgelaten van vreugde, dat een gunsteling van Jesus zich aanbiedt, om Hem over te leveren ; en zij beloven den trouwc-looze dertig zilverlingen tot belooning voor zijne euveldaad. Judas, tevreden met dit voordeel, stemt toe in hun aanbod en denkt slechts aan het volbrengen van zijn verbond. Zie, tot welke verschrikkelijke buitensporigheden eene drift leiden kan, wanneer zij zich geheel van een hart heeft meester gemaakt. Judas was een vorst der Kerk, en hij is een kind des verderfs geworden. Hij was in de school van Jesus. in zijn heiligen omgang en tot zijne tafel toegelaten; en in een oogenblik ziet hij zich in een duivel veranderd. Wie zal niet vreezen, wie zal kunnen verzekerd
26
zijn, van na zulk eene verschrikkelijke zonde niet te vallen?....
judas schijnt u de trouwelooste der menschen... en gij siddert niet van schrik bij de gedachte, dat gij zijn afschuwelijk verraad door uwe zonden dikwijls vernieuwt ? . . . . Wat wilt gij mij geven ? en ik zal u Jesus, zijne liefde, zijne genade, zijne heilige vriendschap verkoopen, zegt gij ook, met de stem uws harten, als gij voor een gering belang eene ijdele hoop, een afschuwelijken wellust, uw Jesus, uw plicht, uw geweten verraadt. O '⢠ongelukkige handelaar, zonder oordeel en getrouwheid. Ach! wat zal u dan ooit schadeloos kunnen stellen voor het verlies, dat gij van uwe ziel en van uw God doet?.... O verfoeielijke trouweloosheid!.... om uw getrouwsten Vriend, uw eenigen Weldoener, uw teederstcn Vader te verkoopen ! .. VVisch ten minste nu uwe zonden uit met de tranen van een oprecht berouw, en verklaar aan de voeten van Jesus, dat gij niets dan Hem alleen meer wilt beminnen, en Hem boven alle geschapen voorwerpen stellen zult.
VRUCHT.
Vernieuw dikwijls, gedurende den loop van dezen dag, aan de voeten van den gekruisten Jesus eene oefening van berouw over de talrijke zonden, die gij bedreven hebt; met droefheid bedenkende, dat, zoo dikwerf gij zondigde, gij gehandeld hebt, alsof gij Jesus hadt verkocht.
VOORBEELD.
Toen de eerwaarde pater Paulus van het Kruis, een der groote dienaars van den lijdenden Jesus, nog zeer jong en in het ouderlijke huis was, had hij de gewoonte, dikwerf zijne broeders en zusters te onderhouden over het lijden van Christus met het voornemen, om in hunne nog tecdcre en jeugdige harten het lijden van onzen Zaligmaker te drukken, hetgeen toen reeds diep in het zijne geprent was. Hij geleidde hen somtijds in zijnekamer en las hun met nadruk iets uit een bock voor, dat daarover handelde, om hun vroegtijdig liefde in te boezemen voor deze zielroerende geheimen, die bronnen van zulke overvloedige genaden zijn. Hij vermaande hen op de overtuigendste wijze, dikwijls aan het lijden en den dood van Jesus te denken. En toen hij het ouderlijke huis verliet, om de grondslagen te gaan leggen van zijne orde, welke hij Congregatie van het Lijden noemde, om daarna den gekruisten Jesus te verkondigen, eene heilige zending, die hij tot het einde van zijn leven vervulde, liet hij hun deze gewichte waarschuwing: achter : âDenkt aanhou-
O O
dend aan het lijden van onze gekruiste Liefde.quot; (Leven van den eerwaarden Panlus van het Kntis.)
Bewaar deze waarschuwing in uw hart, denkende, dat zij ook aan u gegeven wordt.
28
VIJFDE DAG.
Jesus bidt in den Hof der Olijven.
Terstond na den maaltijd, na de aanspraak en de dankzegging, verlaat Jesus de eetzaal, vergezeld van zijne elf apostelen, en begeeft zich naar den hof van Gethsemani.
Na zijne dagelijksche bezigheden verricht te hebben, had Jesus de gewoonte zich in de eenzaamheid af te zonderen, om den nacht met bidden door te brengen; Hij wilde deze heilige oefening in den laasten nacht van zijn leven niet nalaten. Leer daaruit immer het grootste werk te maken van de heilige oefening des gebeds, en er u nooit aan te onttrekken, vooral in de kwellingen en noodwendigheden uwer ziel. Jesus weet, dat in dezen hof zijn lijden beginnen zal; dat zijn ontrouwe leerling daar weldra zal komen met een bende gewapende lieden, om Hem gevangen te nemen. Hij voorziet, dat Hij, eenige uren later, als een misdadiger gebonden, en de speelbal van zijne wreede vijanden geworden, langs dien zelfden weg zal terugkeeren, en evenwel zoekt Hij zich niet aan hunne wroede te onttrekken : zijne vurige liefde geleidt en dwingt Hem den hof in te treden, om daar te bidden en te lijden. W ord schaamrood op het gezicht van zulk een voorbeeld. Het minste verdriet, de geringste bezigheid doet u afkeerig worden van het bidden; en hierdoor
29
komt het, dat gij, vervvaarloozende de krachten uwer ziel door deze geestelijke spijs te versterken, zwak, kwijnend en uitgeput wordt, en valt. Ach, beminnelijke Jesus, geef mij, door de verdiensten van uw allerheiligst lijden, den waren geest des ge-beds.
Jesus stort zijn geb^d in de diepste nederigheid. Hij valt voor de Majesteit van zijn hemelschen Vader met zijn aangezicht op den grond, alsof Hij niet verdiende den Hemel te beschouwen, en nochtans is Hij Gods Zoon !.... Met welke ootmoedigheid zoudt gij dan niet moeten bidden, gij, die een ellendige zondaar zijt ?.... Jesus bidt met cene groote vurigheid van geest, en zijn gebed gaat gepaard met vele tranen en verzuchtingen. Hij vraagt de noodige genade voor onze zaligheid ; Hij bevredigt de goddelijke rechtvaardigheid en smeekt haar om vergiffenis voor onze zonden. Een koud en kwijnend gebed, als het uv/e, kan God niet aangenaam zijn .... Jesus bidt met het vaste en teederste vertrouwen, als Hij zijn hemelschen Vader aanroept, en meermalen noemt Hij Hem: Vader! God is onze Vader, en in deze hoedanigheid bemint Hij ons. Welke bespiegeling is grooter, om in ons hart het vaste vertrouwen op te wekken, als wij tot dezen oneindig goeden
en beminnelijken Vader bidden ?____ Jesus bidt met
de volmaakste gelijkvormigheid aan den goddelijker! wil; Hij beveelt aan zijn Vader zijne bedrukte
BO
menschheid â¢, Hij vertoont Hem zijne smarten en droefheid om Hem tot medelijden op te wekken ; Hij smeekt Hem, dat Hij Hem zou bevrijden den zoo bitteren kelk zijns lijdens te drinken . maar niettemin vraagt Hij, dat de wil zijns \ aders in alles geschiede, zoo als het Hem behaagt!.... Leeren wij ook bidden met de woorden en in de gesteldheid van Jesus Christus, volstrekt niets te willen dan hetgeen God zelf wil.... Kindelijk, Jesus oidt met volharding, en zet zijn gebed verscheidene uren voort. Zijne allerheiligste ziel gaat gebukt onder het gewicht van een dr®evigen dood ; Hij verontrust zich geenszins. Hij wordt niet ongeduldig, maar Hij volhardt met moed in zijn gebed. Het ware middel alzoo, om troost te vinden in al ons lijden, is : zijne toevlucht te nemen tot God, den eenigen waren Vertrooster, en nooit op te
houden met bidden.
De aanbiddelijke Jesus had reeds tweemaal zijne oogen vurig naar den Hemel gericht en zijn hemel-schen Vader gesmeekt, dat het Hem behagen mocht. Hem van den dood te verlossen, indien de wereld kon vrijgekocht worden zonder dat Hij dien onderging. Eindelijk wetende, dat zijn gebed niet zou verhoord worden, en dat zijn smartelijk lijden en schandelijke dood meer en meer nabij waren, laat Hij aan zijne heilige menschheid toe, dat zij ontsteld en ontrust worde ; dat zij met vrees, met droefheid, met verdriet, met zwaarmoedigheid en
81
doodsangst vervuld worde. Beschouw den lijdenden Jesus : Hij is bleek, benauwd, bevend. Zie, hoe Hij zucht en ontroerd is !.... Hoezeer zou Hij verlangen eenige vertroosting te vinden in de diepe
droefheid die Hem kwelt!____ Ach! hoe groot is
de liefde van Jesus ! . . . . Als Hij voor mij gaat lijden vindt zijne liefde het middel, om vooraf al de smarten van zijn bitter lijden aan zijne ziel te doen gevoelen ! Ach, heb toch ten minste eenig medelijden op het gezicht der wreede pijnen en van de diepe droefheid van uwen Zaligmaker; offer u aan Hem op met het voornemen ook iets
voor zijne liefde te lijden---- Jesus keert in zulk
een smartclijken staat tot zijne Apostelen terug, om van hen eenige verlichting in zijne overgroote droefheid te ontvangen, en vindt hen slapende. Hij richt zich op nieuw tot zijn Vader; maar eene inwendige stern zegt Hem, dat het de wil van zijn Vader is dat Hij voor de zaligheid der menschen sterft. Jesus buigt het hoofd en aanvaardt den dood. ,, I ciciei'. c/ijl //Tc' zuil sehicclc!' zegt Hij met de volmaaktste onderwerping.... Beschouw, hoeveel het aan Jesus gekost heeft, om u te redden ! . . . . Zal het u nog moeielijk schijnen iets te lijden voor de zaligheid uwer ziel, nu gij Jesus in zulk een grooten angst gezien hebt ?
VRUCHT.
Laat nimmer na uwe gewone gebeden te ver-
82
richten, en als het u geheel onmogelijk zij. voorzie er dan ten minste in door het verlangen van ze te doen, en door herhaalde verzuchtingen tot den lijdenden Jesus. Grond al uwe gebeden op de verdiensten van Christus. Vereenig uwe gebeden met die des Zaligmakers, en doe ze in een waren geest van ootmoed en vertrouwen. Herhaal dikwerf dit schoone gebed : f w quot;Mil geschiede ! In uwe wederwaardigheden, in zwaarmoedigheid en droefheid, gedenk de smarten en inwendige pijnen welke jesus, m den hof der Olijven, in zijn gebed geleden heeft, en de uwen zullen er lichter door worden.
VOORBEELD.
De zielen, die van liefde tot Jesus blaken, gebruiken duizende middelen, om zich het aandenken aan zijn smartvol lijden levendiger te herinneren. De H. Philippus Nereus had altijd een van het kruis afgedaan Christusbeeld bij zich, om met meer gemak den vrijen loop aan de uitstortingen zijns harten te geven. Des nachts plaatste hij het bij zijn bed, opdat hij, als hij ontwaakte, dadelijk zijne toevlucht kon nemen tot dit geliefde voorwerp zijner liefde. {Toeven van den Ileiligc).
S'ó
ZESDE DAG.
Jesut zweet water en bloed bij zijn doodstrijd in den Hof der Olijven.
Nauwelijks heeft de Engel-vertrooster aan Jesus en bitteren kelk van zijn lijden aangeboden, of de dood met al zijne bitterheden vertoont zich door den wil des Zaligmakers, aan zijne oogen: Jesus voorziet zeer duidelijk, dat Hij weldra als een misdadiger gestraft, als een booswicht gekruist zal worden. Hij kent de oneindige waarde van zijn leven, en Hij ziet dat dit leven geheel ter beschikking zijner vijanden moet gesteld worden, om Hem op het schandelijk kruishout te hechten' Hij voorziet dat Hij gaat sterven voor de zonden van anderen ; en de gedachte aan zijne onbevlekte zuiverheid stelt de nadering des doods zoo levendig â voor zijn geest, dat zijne droefheid de grootste wordt aller smarten. Maar hetgeen het teedere hart van den beminuclljken Jesus nog het meest verscheurt, is, dat Hij moet zien, dat niemand deel aan zijne smarten neemt.... Jesus onderwerpt zich vrijwillig aan het lijden en den dood ; en juist omdat zijn dood vrijwillig is, lijdt Hij wreeder in zijn doodstrijd ; zoodat Hij het bijgevolg zelf is, die deze verschrikkelijke vrees voor den dood in zijne ziel opwekt. Ach ! zoo gij in het hart van Jesus kondet indringen, hoe zoudt gij het in eene zee van smarten en bitterheid verzonken zien, en
84
gebracht in dien beklagenswaardigen staat, waarin wij somtijds de met den dood worstelenden zien liggen!.... Ziedaar, mijne ziel, hoeveel liefde Jesus voor u heeft; Hij stelt uwe zaligheid boven zijn leven ; Hij geeft zijn leven om u te redden. \\ elk eene liefde en dankbaarheid zijt gij toch aan den lijdenden Jesus verschuldigd ! . . ..
Nadat Jesus de grootste vrees voor den dood in zich zeiven verwekt heeft, blijft zijn hart met angst en schrik vervuld. De natuur wil zich aan zoovele smarten onttrekken ; de genade wil aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. En het is in dezen benauwden strijd, door de geweldige pogingen, welke Hij inspant om den afkeer der natuur te overwinnen, dat Jesus bleek en zwak wordt, dat Hij struikelt, valt en uit alle zweetgaten van zijn aanbiddelijk Lichaam bloed zweet. Beschouw, mijne ziel, uw kwijnenden en terneergeslagen Zaligmaker, in zijn bloed badende.... Welke zijn uwe gevoelens bij dit droevig schouw-tooneel ? Dit bloed is niet door de woede zijner vijanden uit zijne aderen geperst geworden ; het is Jesus zelf, die het, uit eigen beweging, uit zijn hart drukt, om u de oneindige grootheid der liefde,
welke Hij voor u gevoelt, te toonen---- Zijt gij
ooit verplicht geweest een enkelen druppel van uw bloed te vergieten, om de natuur te weder-staan, om uwe hartstochten te bedwingen, u te onderwerpen aan den wil van onzen Heer ? . . ..
85
Jesus echter is verplicht geworden bloed te zwee ten, toen Hij voor onze zaligheid ging sterven ! . . .
Jesus zweet bloed, om ons de levendige smart, die Hij in zijn binnenste gevoelt, en den grooten afkeer, welken Hij van onze zonden heeft, te toonen. De goddelijke Zaligmaker ziet zich met alle zonden der geheele wereld beladen, en zijn hart is dan ook zoodanig van schrik bevangen, dat zijn bloed als het ware uit zijn lichaam geperst wordt, alsof hij in tranen van bloed wilde wegsmelten, om onze zonden te beweenen. Ach! welk een afschuwelijk kwaad is dus de zonde, daar op het gezicht alleen van de zonde de Zoon Gods in
doodsangst valt en bloed zweet!____ Wee mij,
ongelukkige, als het vergieten van zoo veel bloed, dat de liefde alleen Jesus doet storten, mijn hart niet verteedert!.... Jesus zweet bloed, tot bewijs der droefheid, welke Hem wordt aangedaan door een ontelbaar getal menschen, die Hij met zoo veel teederheid bemint en voor wie Hij gaat sterven, maar welke Hij voorziet, dat, helaas ! hun plicht uit het oog verliezen en door hunne zonden verloren gaan. Wie kan beseffen, hoe hartverscheurend deze gedachte is voor Hem, wiens hart brandt
van liefde voor deze zielen ?---- Kortom, Jesus
zweet bloed, tot getuige der deelneming aan de smarten en het lijden, die voor de uitverkorenen en bijzonder voor zijne allerheiligste Moeder beschikt zijn. Ach! hoe teeder is de liefde van
36
jesus t____Men ziet wel, dat Hij meer denkt aan
de smarten dergenen die Hij bemint, dan aan zijne eigen smarten. Welnu dan, indien gij uit liefde tot Jesus te lijden hebt, zult gij in Hem een Vader quot;vinden, bewogen met uwe rampen, een God die u zal weten te troosten en beloonen.
VRUCHT.
Onderzoek, welke uwe gevoelens in uwen laatsten doodstrijd zullen zijn, en leef op die wijze, dat de herinnering van geheel uw leven u in dat verschrikkelijk oogenblik tot troost verstrekt. Weersta, op het voorbeeld van Jesus, de natuur in al hetgeen zij tegen den goddelijken wil tegenstrijdigs heeft. Doe u zeiven geweld aan, indien gij een oprecht verlangen hebt uwe ziel zalig te maken; dit geweld zal niet tot uw bloed doordringen. En als gij, door eene bijzondere beschikking der goddelijke Voorzienigheid, ooit verplicht waart uw bloed voor uwe ziel te storten, gedenk dan, dat zij aan Jesus Christus nog meer gekost heeft. Draag dikwijls aan den hemelschen Vader het dierbaar bloed van zijn welbeminden Zoon op, ter voldoening uwer zonden.
VOORBEELD.
Eene ziekte, waarmede God de H. Maria Magda-lena van Pazzi bezocht, deed zien, hoe zij brandde van begeerte om te lijden voor Hem, die voor
ons gestorven is. Toen een der kloosterzusters haar vroeg, van waar zij dat geduld en die sterkte verkregen had, waardoor zij zich nimmer beklaagde, ja zelfs niet over hare kwalen sprak, antwoordde zij haar, op een kruisbeeld wijzende, dat op het einde van hare legerstede stond : âZie, wat de oneindige liefde van God voor mijne zaligheid gedaan heeft. Diezelfde liefde ziet mijne zwakheid en geeft mij moed. Diegenen, die het lijden van Christus overwegen, en het hunne, in ver-eeniging met dat van hun Zaligmaker, aan God opdragen, vinden alles in hun lijden zoet en bemin-nelijk.quot; {Leven der Heilige).
ZEVENDE DAG.
Judas geeft een kus aan Jesut.
Nadat de Zaligmaker door het storten van het bloedige zweet zeer verzwakt was, staat Hij op en gaat Judas heldhaftig te gemoet, die eene bende gewapende soldaten geleidde, en den hof reeds zeer nabij genaderd was. Staat op, spreekt de Zaligmaker tot zijne leerlingen, laat ons gaan ! ziet, hij nadert, die den Zoon des menschen zal
verraden---- Wat heeft Jesus zulk een moed
ingeboezemd ? .. . . Het is het gebed. Het heeft zijne ziel met eene hemelsche kracht vervuld en Hem den wederstand, dien de natuur tegen de
88
onderwerping der bevelen van zijn \ ader stelt, doen overwinnen. Ziedaar het voorbeeld dat wij moeten navolgen .... Gevoelt gij een afkeer om u zeiven te overwinnen?.... Verschrikt u de boetpleging ?____ Zijt gij bevreesd voor het lijden?.... Neem uwe toevlucht tot het gebed, en zeg dan tot uw traag en vreesachtig hart: âSchep moed ! welaan, sta op ! Laten wij onze vijanden gaan bestrijden, onze drift versterven, het ons aangedane onrecht vergeven ! Jesus heeft tot zijn bloed wederstand geboden, om al de hinderpalen te overwinnen ; gij moet zijn voorbeeld navolgen.'quot; Hoe veel standvastiger zoudt gij in het beoefenen der deugden zijn! Hoe veel gemakkelijker zoudt gij aan de bekoringen wederstand bieden ! Hoe spoedig zouden uwe kwellingen en kruisen verdwijnen, indien gij door het gebed uw hart versterken wüdet.
judas had aan de soldaten gezegd: âDien ik kussen zal, is het, neemt Hem gevangen.quot; Tengevolge van dit gegeven teeken nadert de verrader jesus, om hem den kus te geven ; hij groet Hem 'nog bij den naam van Meester, en drukt zijn trouweloozen mond op het aangezicht van zijn God. Werp, o mijne ziel, werp een blik op Judas. Zie, aan hoevele afschuwelijke zonden dit monster, door een kus, zich schuldig maakt! . . . . quot;Welk eene trouweloosheid, tot teeken van zijn verraad het teederste bewijs van vrede en vriendschap te
39
geven ! .. . . Welk een wreede haat, om aan Jesus een teeken van liefde en vertrouwen te geven en Hem op hetzelfde oogenblik aan zijne vijanden over te leveren!.... Welk een bloedige hoon, den zoeten naam van Meester te geven aan Hem, over wien men beschikt, om zijn bloed door den afgrijse-lijksten dood te vergieten ? . . . . Rechtvaardige Hemel?.... Maar, hoe heeft Judas zich aan zulke gruwelen kunnen overgeven ? . . . . Judas, de apostel en boezemvriend van Jesus ; Judas, de getuige zijner wonderen, zijn leerling ? Helaas ! waartoe kan een drift, wanneer zij de overhand gekregen heeft, den mensch toch voeren ? Tot welke buitensporigheid leidt zij niet ?----Zij verblindt den geest;
zij verstokt het hart; zij verwart de rede en geleidt tot de afschuwelijkste zonden. Indien gij niet spoedig paal en perk aan uwe driften stelt, vrees dan weldra in de verfoeielijkste zonden te zullen vallen.
Niets is gevoeliger voor een rechtschapen hart, dan zich verraden te zien. Doch is er wel ooit een schandelijker verraad gepleegd dan dat van Judas ? . . . . Beschouw, intusschen, met welke minzaamheid, met welk wonderlijk geduld jesus dit verraad lijdt, hetgeen voor zijn teeder hart de
wreedste pijn zijn moest!----Hij stoot dit monster
van ondankbaarheid, dit ontaarde hart niet terug ; Hij ontvangt hem integendeel met zachtmoedigheid ; Hij omhelst hem met alle blijken van de tecderste
40
liefde, en geeft in dit laatste uur aan zijn verrader het verhevenste bewijs eener grenzelooze liefde. Zoowel door zijne genade als door de uitwendige bewijzen zijner welwillendheid roept Hij hem, vermaant Hij hem en wekt hem op tot boetvaardigheid, tot bekeering. O ! oneindige liefde van mijn fesus ! . . . Wanneer toch, o ! Christen ziel, zult gij leeren niet meer zoo wreed en onverzoenlijk te zijn jegens hen, die u beleedigd hebben? . . . . Wanneer zult gij, opgewekt door het voorbeeld van Jesus, beproeven ten minste eene lichte beleediging te ondergaan ? . . . . Jesus spreekt minzaam tot den verrader, die zich op hem werpt, Hij geeft hem den naam van vriend *, Hij geeft hem, met een toon van oprechtheid, te verstaan, dat Hij hem altijd met teederheid bemint; Hij schenkt hem vergiffenis. Hij bewijst hem zijne vriendschap : âMijn vriend, zegt Hij tot hem op een toon van onuitsprekelijke zachtmoedigheid, âmijn vriend, wat komt gij doen?... Gij verraadt mij dan alzoo door een kus ? . . . . Maar Judas hoort niet, hij volhardt in zijne boosheid. Hoe dikwerf heeft Jesus, als gij wildet zondigen, u geroepen, op zekere wijze bij uwen naam, om inwendig deze zoo liefdevolle woorden tot uw hart te zeggen : âMijn zoon! wilt gij mij dan alzoo verraden ? . . . . Welk kwaad heb ik. u gedaan, dat gij zult kunnen besluiten, om mij te beleedi-gen ?....quot; Maar gij hebt niet willen hooreu en
il
hebt gezondigd. Beween uwe ondankbaarheid en keer tot Jesus terug.
VRUCHT.
\ lei u niet Jesus waarlijk te beminnen, zoo lang een enkele drift in u heerscht. Onderzoek heden, welke die heerschende drift is, en neem het vaste besluit, wat het u koste, dezelve te bedwingen en aanhoudend aan hare wreede eischen wederstand te bieden. Vraag God vergiffenis voor de zoo groote ondankbaarheid, waaraan gij u schuldig gemaakt hebt, door aan zijne minzame inspraken te weder-staan ; en verbeeld u, in de bekoringen of gelegenheden van te zondigen, dat gij de stem van Jesus hoorlquot;, die tot u spreekt : âWilt gij mij dus verraden ?....quot; En gij zult den moed niet hebben een zoo goeden Vader te beleedigen.
VOORBEELD.
Te midden der bezigheden en der vereischte uitspanningen, is het gemakkelijk de godvruchtige herinnering aan het lijden van Christus te behouden. Op zekere dagen geleidde de H. Philippus Nereus eenige jonge lieden in eene vlakte, om zich daar door eenig onschuldig spel te vermaken. Hij zelf begon het spel ; maar als hij hen zeer opgeruimd zag, begaf hij zich ter zijde, om, door behulp van een boekje, dat hij gewoonlijk bij zich droeg, eenig punt van het lijden te overwegen.
(Leven der Heiligen).
42
Wat belet u van tijd tot tijd in u zeiven, ten minste in uw hart terug te keeren, om een blik van teederheid en medelijden op den lijdenden Jesus te werpen ?
ACHTSTE DAG.
Jesus wordt door desoldaten gevangen genomen en gebonden.
De soldaten zouden onzen goddelijken Zaligmaker nimmer hebben kunnen gevangen nemen en Hem binden, indien Hij zelf het niet gewild had. Enkel op het hooren van zijne stem, storten zij, door schrik bevangen, ter aarde neder, en zij zouden niet meer opgestaan zijn, indien Hij hun dit met had toegelaten. Maar de vurige liefde van Jesus verlangt te zeer naar het lijden. Zijne beulen leggen hunne heiligschennende handen op Hem, om Hem gevangen te nemen; en Jesus wacht slechts het oogenblik, om uit liefde tot ons gevangen genomen en ter dood geleid te worden. O liefde van Jesus!.... Indien ik mijn Jesus waarlijk beminde, zou ik dan zoo veelijver aan den dag leggen, om zelfs het lichtste lijden te ontvluchten, terwijl Hij alles met zoo
veel vurigheid te gemoet gaat?---- Jesus kon de
vlucht nemen, of op alle wijzen aan de navorschm-
gen zijner vijanden ontsnappen---- Hij kon tallooze
scharen van engelen tot zijne hulp roepen ; maar Hij doet niets, omdat Hij wil sterven. Hij laat zich gevangen nemen, ja, gaat hun zelfs te gemoet*,
43
Hij nadert hen, het hart vol zachtmoedigheid, liefde en goedheid, als een slachtoffer, dat voor de zaligheid der menschen moet opgeofferd worden. Jesus laat zich binden, omdat zijne banden de ketenen onzer zonden moeten verbreken. Jesus maakt zich slaaf voor ons, enkel uit liefde, om onze ziel uit de slavernij des duivels te verlossen. Offer u ook aan Hem op, om Hem geheel toe te behooren, en smeek Hem, dat Hij zich aan u verbinde door de zoo zoete en dierbare banden zijner vurige liefde.
Op het oogenblik zelfs, dat Jesus zich. met een bedaard gemoed en een gerust gelaat, uit eigen beweging aan zijne vijanden vertoont, om hun toe te laten, dat zij zich van hem meester maken, werpen zijne beulen zich met eene helsche woede op Hem, binden zijn lichaam met koorden, uit vrees, dat Hij hun zou ontsnappen 5 en een ieder geeft zich aan een luidruchtige vreugde over, omdat zij Hem gevangen genomen hebben. Vol haat en gramschap geven zij Hem vuistslagen, werpen Hem op den grond, schoppen en sleuren Hem met alle geweld, en begaan duizend andere mishandelingen. JViaar wie heeft onzen aanbiddelijken Jesus in zulk een beklagenswaardigen staat gebracht? Ts het niet zijne vurige liefde tot ons ? ... . Er is daar niemand, die Hem verdedigt of troost; al zijne leerlingen hebben Hem verlaten. En nochtans hadden zij allen een oogenblik te voren betuigd, met Hem te willen sterven. Hoe dikwijls hebt gij niet verklaard Jesus te
u
willen navolgen ?.... En niettemin hebt gij Hem met de eerste gelegenheid lafhartig verlaten! O snoode ondankbaarheid ! Jesus biedt geen wederstand aan zijne wreede vijanden; Jesus verzet zich niet tegen hen *, maar geheel uit liefde voor zijn A ader en voor ons troost Hij zich daarentegen, dat het zoo zeer verlangde uur van zijn gelukkig lijden, waardoor Hij al onze schulden gaat voldoen, eindelijk gekomen is. Wanneer toch zult gij, naar het voorbeeld van Jesus, het onrecht en de beleedigingen geduldig leeren verdragen ? . . . .
Onmogelijk is het al den bloedigen hoon, al de wreede mishandelingen, welke Jesus van zijne woeste vijanden ontving, te beschrijven; en evenwel blijft zijn geduld, ondanks dit alles, geheel onveranderlijk. De soldaten binden hem met koorden en ketenen aan den hals, om het lijf en de handen, alsof Hij de grootste der boosdoeners ware; en Jesus, verre van deze zoo vernederende en pijnlijke banden terug te stooten, neemt ze met liefde aan, draagt ze aan zijn Vader op, om voor ons de vrijheid van kinderen Gods te verwerven. Beschouw Jesus, met koorden en ketenen beladen, in de handen der zondaren ; dring eerbiedig, met uwe gedachte, in zijn heilig hart, en zie hoe Hij zich bedroeft, minder over de banden die Hem gevangen houden, dan wel van zich beladen te zien met de zonden der gehede wereld, die zulk eene zware en smartvolle keten vormen, dat Hij
45
er onder gebukt gaat. Hij draagt ze evenwel met een edelen moed, met het verlangen dezelve op het kruis te breken en daardoor onze zielen te bevrijden. O ! oneindige barmhartigheid van Jesus !... (jij houdt u geenszins met uwe eigen verlossing bezig ; uw eenige gedachte is mij te bevrijden en zahg te maken : terwijl ik, integendeel, in plaats van bewogen te zijn met uwe smartelijke gevangenneming, in plaats van deze ketenen, die u kwellen, door boetvaardigheid te breken, dezelve zwaarder maak door het getal mijner zonden te vermeerderen, Helaas ! mijn goede Jesus, dat mijne boosheid toch een einde hebbe ! dat ik toch eindelijk beginne U wederliefde te betoonen.
VRUCHT.
Jesus gekluisterd, beleedigd, geslagen, zwijgt; Hij vertoornt zich niet, Hij beklaagt zich niet. Leer door dit voorbeeld uwe gramschap beteugelen, uwe tong bedwingen, met liefde aan te nemen en in vrede te lijden al wat u, tegenstrijdig met uwe eigenliefde, overkomt. Onderzoek zorgvuldig, of gij niet verslaafd zijt aan eenige drift of eenige slechte gewoonte. Indien gij u daaraan schuldig erkent, beloof dan aan Jesus u daarvan zoo spoedig mogelijk, en wat het u ook kosten moge, te zullen beteren, en smeek Hem op nieuw, dat Hij u door de banden zijner liefde nauw met Hem vereenige.
46
VOORBEKI.D.
Het aandenken aan het lijden van Jesus verzacht al de kwellingen en maakt die zeer aangenaam. Een vriend van den eerwaarden pater I aulus van het Kruis, verwonderd over zijn streng en boetvaardig leven, en niet kunnende begrijpen, hoe een zoo zwak en ziekelijk man aan gedurige en bovenmatige kwellingen kon weerstand bieden, nam eens de vrijheid hem te vragen, wat hi] deed, om een dusdanig leven te lijden ? De dienaar Gods antwoordde hem met vertrouwen: Jesus Christus heeft zoo veel voor mij geleden, dat het met te verwonderen is, dat ik ook iets voor zijne liefde wil doen en lijden.quot; [Leven van den eerwaarden
-pater Pauhis van het Kruis).
Als het u zwaar valt iets te lijden, spreek dan op dezelfde wijze, en gij zult daarvan de gelukkige uitwerkselen gevoelen.
NEGENDE DAG.
Jesus wordt voor den Hoogepriester Annas gebracht.
Jesus, door de Joden gevangen genomen en gebonden, wordt, te midden der wreedste mishandelingen, van den hof der Olijven tot aan Jerusalem geleid, om daar aan den hoogepriester Annas voorgesteld te worden. Nimmer is een booswicht, hoe groot zijne misdaad ook ware, zoo wreed mishan-
47
deld, als hier de eenige Zoon Gods, de onschuld zelve, gedurende de eerste schreden, welke Hij op den weg van smarten doet. Onder zijne beulen trekt de een Hem met geweld voort, de ander stoot Hem; deze slaat, gene beschimpt Hem; een ander braakt lasteringen en verwenschingen tegen Hem uit, kortom, allen beleedigen Hem op duizenderlei woeste wijzen; en wat doet Jesus te midden van zoo vele kwellingen enbeleedigingen ?.... zonder de minste klacht te laten hooren, zonder eenige beweging van gramschap of wraak te toonen, laat Hij zich als een lam, vol zachtmoedigheid geleiden. Door een enkel woord kan Jesus al zijne vijanden op den grond werpen; en tegenover zooveel hoon stelt Hij de stilzwijgendheid en zachtmoedigheid. Hij kon zich aan hunne woede ontrekken; maar Hij onderwerpt er zich gewillig aan, en ontvangt alle beleedigingen als een^ uitwerksel der gramschap Gods, die, in zijne heilige menschheid, de zonden der geheele wereld kastijdt, en Hij vraagt barmhartigheid voor ons, door zijn lijden aan zijn Vader op te dragen. Beschouw den goddelijken Jesus te midden dezer onbeschofte soldaten voortgaande, het hoofd voorover gebogen, de oogtn terneergeslagen, de handen gebonden, het aangezicht door slagen gewond, zwak en hijgend en op het punt van in bezwijming te vallen.... Zal het, na dit alles, nog mogelijk zijn, dat een Christen durft voortgaan zich te
48
verhoovaardigen, in gramschap te ontsteken, met een woord of eene lichte beleediging te kunnen verdragen?.... Word schaamrood over u zeiven, dewijl gij het zijt, die al de verachting en hoon, welke op den onschuldigen Jesus neerkomen, verdiend hebt. _ .
De Joden te Jerusalem gekomen, geleidden Christus naar het huis van Annas, en vertoonen aan dezen opperpriester den Heilige der heiligen, als een man met misdaden beladen. Jesus staat daar, als een misdadiger gebonden, in tegenwoordigheid van dien hoogmoedigen rechter, die Hem aangaande zijne leer en zijne leerlingen ondervraagt. Welk schouwspel, den Koning van heerlijkheid, den Zoon Gods, den eeuwigen Priester, den algemeenen Rechter over alle menschen te zien staan voor eene heidensche rechtbank, om aldaar door een zondig, schijnheilig en hoovaardig mensch geoordeeld te worden! Wat zouden de Engelen zeggen, als zij hun Heer in zulk eene diepe vernedering zagen ? . . . . Maar wat zegt gij bij het zien van dit voorbeeld zoo vo geduld en nederigheid?.... Gij, die met zooveel drift de toejuichingen en achting uws gelijken zoekt ? .... Gij, die niet kunt verdragen, dat men
iemand boven u stelle ?---- Gij, die zoozeer het
oordeel der menschen vreest, en, hoe schuldig gij ook zijt, zoo zorgvuldig vermijdt voor zoodanig gehouden te worden ? . . . . Beschouw, hoe Jesus zich voor deze rechtbank gedraagt. Zie met welk
49
een gerust gelaat, met welk eene onverschrokkenheid des harten, met welk eene zedigheid van woorden Jesus, ofschoon onschuldig, zich aan het oordeel van een goddelooze onderwerpt. Helaas ! wat zal er van u geworden, als gij voor Jesus uw oppersten Rechter, moet verschijnen en Hij u zal overtuigen dat gij zoo weinig voordeel met zijne goddelijke voorbeelden gedaan en een leven tegenstrijdig met zijne leer geleid hebt.
Overweeg, hoe groot de ontsteltenis van Jesus Christus moet zijn, dat Hij zich wegens zijne leerlingen zoo onteerd en veracht ziet . . . Hij ziet rondom zich, of Hij niet iemand van de zijnen vindt, die in zijn lot deelneemt: Hij ontdekt niemand die spreekt, of die op zich neemt om Hem te verdedigen. lederen dag vernieuwt gij deze bittere droefheid voor zijn goddelijk hart met koud en ongevoelig te blijven, en geene moeite te doen, om, hoe het ook zij, de eer van den door zondaars beleedigden God te wreken, of de heiligheid yan den godsdienst, door de goddeloozea op snoode wijze gelasterd, te verdedigen . , . De Zaligmaker ziet rondom zich een groot aantal valsche getuigen, die samengespannen hebben, om door de leugenachtigste beschuldigingen tot zijne veroordeeling mede te werken. Hij toch kon, door een enkele beweging van zijn almachtigen wil, al deze trouweloozen, die eertijds getuigen zijner wonderen waren en de zoete uitwerkselen zijner teedere weldadigheid ge-
50
voelden, de spraak ontnemen ; maar Jesus zwijgt en Hij verdraagt hunne snoode ondankbaarheid met het onuitsprekelijkste geduld. Sedert hoe lang verdraagt Jesus u niet, u, die, na zoo vele en zoo groote weldaden van zijne weldadigheid ontvangen te hebben, niet ophoudt Hem te beleedigen, zonder schaamrood te worden over uwe lafhartigheid en trouweloosheid?... Ach! aanbiddelijke Zaligmaker! maak dat ik door uwe oneindige barmhartigheid dan toch eindelijk ophoude mij zoo ondankbaar jegens U, en zoo ongevoelig voor uwe liefde te toonen.
VRUCHT.
Men verheerlijkt bijzonder God den Heer, door de sfrieven en beleedicrincren, die ons te beurt vallen,
O cï rgt; ' '
met nederigheid aan te nemen. Overweeg alles wat u kan gebeuren, en neem het besluit, u op deze wijze te gedragen. Vrees geenszins het oordeel der menschen; toon u nimmer zoo lafhartig, om eene goede daad of uwe godvruchtige oefeningen, uit vrees voor het menschelijk opzicht, te verzuimen. Wees gaarne gekend als aan vele gebreken onderhevig, als een zondaar; maar tracht, uit al uw vermogen, het geenszins voor God te zijn.
VOORBEELD.
De gedachtenis aan het lijden van Jesus Christus boezemt geduld in, om alle beleedigingen te ver-
51
dragen. Dc eerwaarde pater Paulus van het Kruis bevond zich eens met eenige reizigers, die zedelooze gesprekken hielden, aan boord van een schip. De goede pater berispte er hen met zachtmoedigheid over, en poogde hen op de liefdadigste wijze tot hun plicht terug te brengen. Maar in plaats van daaruit vrucht te trekken, werden zij zeer vergramd op hun weldoener, en braakten een vloed van scheldwoorden en verwenschingen tegen hem uit. De nederige dienaar Gods, zich de beleedigingen, die Jezus in zijn lijden ontvangen had, herinnerende, zweeg en behield aanhoudend een bedaard en gerust gelaat zonder iets van zijn geduld en onveranderlijke zachtmoedigliei dte verliezen. (Leven des Heiligen).
Wilt gij over u zelven dergelijke overwinningen behalen, gebruik dan dezelfde middelen.
TIENDE DAG.
Jesus ontvangt een kaakslag.
De smaad, dien men Jesus aandeed, door Hem een kaakslag te geven, scheen den Evangelist zóó beleedigend toe, dat hij daarvan eene bijzondere melding wilde maken en het ons ter overweging voorstellen.
Deze smaad was schandelijk, [esus is een Koning van eene oneindige waardigheid; Hij is de eenige Zoon Gods, en Hij ontvangt een kaakslag van de
hand van een ecrloozen knecht. Is er op aarc.e cene beleediging, die met deze kan vergeleken worden ?... Jesus ontvangt dezen kaakslag te midden eener groote vergadering, in tegenwoordigheid der overheden en ouderlingen des volks. De oneindige Majesteit van een God wordt dan op deze wijze door een elleadijren slaaf belcedigd !.... Ach! hoezeer moesten
O O
de hemelen op het gezicht van een dergelijk schouwspel beven!.... Jesus ontvangt een kaakslag, en de schande, welke Hij hierdoor lijdt, is zoo groot, dat, als men die overweegt, men van ijver en verontwaardiging boos wordt op den onbeschofte, die Hem dien gegeven heeft. En nochtans verdraagt Jesus hem met geduld; Hij wordt er niet door ontsteld, Hij neemt er geen wraak over!... Wat u betreft, gij meent grovelijk beleedigd te zijn, als men zich eenige hoonende uitdrukkingen ten uwen opzichte veroorlooft; gij vergroot bij u zeiven de slechte handelwijze, welke men jegens u gebruikt heeft, het schijnt u onmogelijk, die te kunnen vergeven.... Zoudt gij dit alles kunnen vergelijken met den kaakslag, welken Jesus ontvangt?... Zijt gij edeler, achtenswaardiger, verhevener dan Jesus?... Is het mogelijk, dat gij haat en wraakzucht in uw hart koestert, terwijl Jesus Christus, uw God, met zoo wonderbaar geduld den smaad van een kaakslag verdraagt ? . . ,
Deze kaakslag werd Jesus met de grootste onrechtvaardigheid gegeven. Hij, die Hem denzei-
58
ven geeft, is met geen gezag bekleed; maar met het doel, om zich aan den hoogepriester beminnelijk te maken, mishandelt hij het aanbiddelijk gelaat van den Zaligmaker, Hem met onbeschaamdheid verwijtende, dat Hij geen eerbied jegens den rechter had. Hoe dikwerf hebt eii het o-edrae van
O J O O
dien knecht niet nagevolgd? . . . Om uwen vriend genoegen te geven, om niemand te mishagen, om eene schandelijke drift te voldoen, hebt gij Je sus Christus beleedigd.... Jesus ontvangt dezen kaakslag om geen andere reden, dan slechts uit voorwendsel van zijne minachting voor den hoogepriester, alsof de Zaligmaker, die de nederigheid zelve is, een vermetele, een onbeschofte ware!.... Het is waar, dat Hij den hoogepriester geantwoord had ; maar het was met eene geheel goddelijke zedigheid, voorzichtigheid en wijsheid. En Hij ontvangt tot straf een kaakslag !... Kan er een schreeuwender onrechtvaardigheid zijn?... En niemand nochtans berispt dezen goddeloozen knecht, niemand laakt zijne onbillijke handelwijze, niemand is gevoelig o\ ei den smaad, den onschuldigen ] esus aangedaan ; allen juichten integendeel over dezen hoon, en de Hemel zelf blijft rustig en verplettert den ellendige niet, die zulk een beleedigende onrechtvaardigheid bedrijft... Gij zijt er over verwonderd, maar is het niet \erwonderlijk, dat hemel en aarde u niet verpletterd hebben, u, die zoo menigmaal de onbeschaamdheid gehad hebt, door uwe ontelbare
54
zonden uwen God en Schepper te beleedigen ?...
Deze kaakslag werd met een wreedaardig inzicht gegeven, en daarom was hij zeer smartelijk voor Jesus. Hij werd gegeven met de hevigste woede; eene overlevering verhaalt zelfs, dat de onbeschofte met een ijzeren handschoen gewapend was. Welk eene beleediging voor den allerzachtmoedigsten Jesus! . . . Beschouw dit goddelijk gelaat, gewoon de harten door zijne minzaamheid tot zich te trekken: zie hoe deze wreede slag het blauw en doodkleurig gemaakt heeft; hoe het bloeduit zijn mond, neusgaten en oogen vloeit. Is het mogelijk, dit aanbiddelijke gelaat in dien staat, waarin het zich bevindt, te beschouwen, zonder van het diepste medelijden doordrongen te zijn?... Ach! waarom kan ik in het hart van den beminnelijken Jesus niet doordringen? Welk een afgrond van liefde voor dengeen, die Hem dezen kaakslag toegebracht heeft! . . . Maar ter zelf der tijd, welk eene liefde voor mij, daar Hij dien voor mij verdroeg, en nog meer wenschte te lijden!... Hoe verre ben ik nog verwijderd van U na te volgen, o zachtmoedige Jesus!... Ik kan een beleedigend woord niet verdragen; ik kan zelfs eene voor mij goede berisping niet wel aannemen, en ik gevoel een heimelijken afkeer jegens dengeen, dien ik moest beminnen. Ach ! maak, smeek ik u, o God ! dat de wonderbare voorbeelden van uw geduld diep in mijn hart en ziel gedrukt worden.
55
VRUCHT.
Gij zljt ongeduldig, omdat gij hoogmoedig zijt. Door den hoogmoed beschouwt gij de minste be-leediging, die men u aandoet, als een groot ongelijk, en echter zou men jegens u niet onbillijk kunnen zijn : vermits men u geen ongelijk kan aandoen, of gij hebt om uwe zonden nog meer verdiend. Heb altijd voor oogen de tallooze zonden, die gij bedreven hebt, en al hetgeen Jesus geleden heeft, om ze uit te wisschen, en gij zult ootmoedig en geduldig worden. Zoek de middelen om u te vernederen; wees gaarne in het openbaar vernederd, om de ergernissen te herstellen, die gij door uw hoogmoed gegeven hebt.
VOORBEELD.
Men beschouwt eenig lijden, hoedanig ook, als uiterst licht, wanneer men het aandenken aan het lijden van Jesus Christus diep in zijn geheugen bewaart. Toen de eerwaarde pater Paulus van het Kruis eens eene kerk binnentrad, om daar den zegen van het allerheiligste Sacrament te ontvangen, lieten eenige kinderen met opzet een zware bank op zijn voet vallen, hetgeen hem eene groote wonde veroorzaakte. De dienaar Gods, zonder daarover eenigszins ontsteld te zijn, beurde de bank op, kuste dezelve en ging voort met bidden. Zijn metgezel, het bloed uit zijn gewonden voet ziende vloeien, maakte den goeden pater daarop
56
opmerkzaam, die er zich echter geenszins over bekommerde. Toen zij buiten de kerk gekomen waren, dwong zijn metgezel hem andermaal, om zijn voet te bezichtigen, en hij zelf maakte het noodige gereed, om de wond te verbinden. De dienaar Gods antwoordde: âHet zijn niets dan rozen!.... e zus Christus heeft veel meer geleden, en ik verdien nog meer ter oorzake mijner zonden.quot;
(Uit het leven des Heiligen.)
ELFDE DAG.
Jesus wordt naar het gerechtshof van Caïphas gezonden.
Annas, geene beschuldiging tegen Jesus Christus gevonden hebbende, en nochtans verlangende Hem veroordeeld te zien, zendt Hem naar den hootre-
/ O
priester Caïphas, aan wien hij deze zaak overliet. Beschouw Jesus op dezen weg en voor deze tweede rechtbank.
Als een dief gebonden, wordt de aanbiddelijke Jesus in het openbaar door de straten van Jerusalem geleid, omringd door een talrijke bende soldaten, die Hem, als om strijd, mishandelen en zich overgeven aan al hetgeen de woede en verachting hun kan inboezemen. Hij is omringd door een menigte volks, die Hem met verwenschingen en scheldwoorden overladen, en juichen over zijn ongeluk, jesus gaat blootvoets; Hij is reeds aanmerkelijk verzwakt door de pijnen, welke Hij
07
geleden heeft-, en Hij gaat zijn smaad en lijden voor de zaligheid mijner ziel aan zijn goddelijken Vader opdragen. De soldaten verdubbelen zijne schande, met het volk bijeen te roepen, om hun doorluchtigen gevangene te zien, en Jesus gaat in hun midden met een nederig gelaat, de oogen neergeslagen, ons aldus leerende, hoe wij kunnen rekenen op de achting en eerbewijzingen der wereld en op de toejuichingen der menschen. Slechts weinige dagen te voren liep Jesus door deze zelfde straten, te midden van de eerbewijzingen en toejuichingen der inwoners van Jerusalem, die Hem als den Messias begroetten; maar op dit oogenblik, door al zijne leerlingen verlaten, wordt Hij slechts door zijne vijanden gevolgd, die zijn dood gezworen hebben en Hem door beschimpingen en scheldwoorden beleedigen. Ziedaar, hoe eensklaps de eerbewijzingen en toejuichingen der menschen veranderen! . . . . Zoek dus slechts aan God alleen te behagen, streef alleen naar de onsterfelijke eer des hemels en leer van Jesus, om het geduld in de vernederingen niet te verliezen.
De leeraars en ouderlingen des volks waren in het huis van Caïphas vergaderd, om er de komst van Jesus af te wachten; nauwelijks is de Zaligmaker verschenen, of zij behandelen Hem, alsof zij Hem slechts te veroordeelen hadden. Zij dorsten naar zijn bloed, zij verlangen naar zijn dood ; maar het is hun niet genoeg, dat Hij sterft, zij willen
58
Hem doen sterven als een eerloozen misdadiger, die zijne straf verdiend heeft. Van alle kanten roept men valsche getuigen, en men geeft aan ieder de volle vrijheid, om tegen de onschuld van den Zaligmaker te spreken. De zaal van den grooten raad is vol; het is voor deze snoode vergadering, dat Jesus te recht staat met gebondene handen, in de zielroerendste houding. Iedereen verzint tegen Hem de beschuldigingen, welke zijne gedachten hem ingeven ; alle nbraken de afschuwelijkste lasteringen uit tegen den Zoon Gods, de heiligheid en onschuld zelf. Jesus hoort alles; Hij gevoelt in zijn hart een wreede pijn over zoovele verschrikkelijke valsche beschuldigingen, maar Hij lijdt alles met een onver-winnelijk geduld en met de teederste liefde; Hij bidt voor zijne lasteraars. Jesus zwijgt, niet dooide onmogelijkheid van zich te rechtvaardigen, maar om ons door zijn geheimzinnig stilzwijgen te leeren, dat er geen beter middel is om de lastering te overwinnen, dan nederig te zwijgen.
Als Caïphas zag, dat niet een der getuigen eene genoegzame beschuldiging kon uitbrengen, en dat Jesus zwijgt op al de vragen, welke men Hem doet, valt deze hoogmoedige opperpriester in de hevigste woede tegen den Zaligmaker uit, en bezweert Hem, bij den naam van den levenden God, te zeggen, of Hij waarlijk de Zoon van den Allerhoogste is. Jesus weet zeer wel, dat Hij, met te bekennen, dat Hij de Zoon Gods is, zijne onrecht-
59
vaardige rechters redenen geeft, om Hem ter dood te veroordeelen; en evenwel, door zijne uiterste liefde voor de waarheid, uit eerbied voor den aanbiddelijken Naam van zijn Vader, antwoordt Hij met zedigheid: âIk ben het.quot;' Op dit antwoord van Christus verscheurt de onrechtvaardige hooge-priester zijne kleederen, alsof hij zijn afkeer wilde toonen van de voorgewende godslastering, welke hij hoorde. Hij vergroot, met schijnheiligheid, den afschuw van deze voorgewende misdaad, en
O 7
hij besluit daaruit, dat Jesus als een godslasteraar ter dood moet veroordeeld worden. Geheel de raad stemt in dit goddeloos vonnis toe, en allen roepen, dat Jesus den dood schuldig is. Heb medelijden met de droefheid, welke de Zaligmaker in deze wreede omstandigheid gevoelt. Hij ziet zich gedwongen om te spreken, als Hij zou willen zwijgen: en als Hij zijn mond opent om te antwoorden, geeft men aan zijne woorden eene valsche uitleo-'dnquot;-. en hierop spreekt men zijn doodvonnis uit. De boezen hebben ten allen tijde door lastering het leven aan de deugdzamen zoeken te benemen; maar sedert het lijden van Christus vinden de deugdzamen in het voorbeeld van den Zaligmaker eene reden van overvloedige vertroosting te midden hunner beproevingen. Jesus, als godslasteraar behandeld, verdraagt met alle nederigheid en zaclit-moedigheid den smaad, welken men Hem aandoet. Indien gij altijd dit treffende voorbeeld voor oogen
60
hadt, zoudt gij gemakkelijk de schandelijkste lasteringen met geduld aanhooren.
VRUCHT.
Het is niet genoeg de vernederingen en de lasteringen slechts te verdragen, gij moet dezelve nog dulden uit liefde tot den lijdenden jesus en met liet doel van Hem te gelijken. Maak het vaste besluit Jesus, nederig en geduldig te midden der beleedigingen en lasteringen zijner vijanden voor den geest te stellen, om u op te wekken tot de navolging van zijn gedrag. Bedwing met de grootste zorg de neiging, welke gij hebt, om ter uwer rechtvaardiging te spreken, en draag aan Jesus het offer uwer stilzwijgendheid op.
VOORBEKLD.
Door het lijden van Jesus te overwegen, wordt men in de grootste kwellingen verduldig. Toen de gelukzalige Hosanna van Catara eens door eene brandende koorts gekweld werd, klaagde zij een weinig, slechts met liet doel om daardoor eenige verlichting toe te brengen aan de pijn, welke zij leed. Te zelfder tijd had zij deze gedachte: âWaarom bedroeft gij u zoozeer over de pijn, die gij gevoelt, en niet lievjr over de wreede pijnen, welke Jesus uit liefde tot U geleden heeft . . . . quot; Het beeld van den lijdenden Jesus en deze hartroerende gedachte bleven zoo diep in den geest
61
en in liet hart van de dienares Gods gedrukt, dat zij, wel verre van over hare pijnen te klagen, de gewoonte had aan al wie haar bezocht te zeggen: âHelaas! welke pijnen heeft Jesus in zijn smartelijk lijden niet uitgestaan ?.... Ach, hoe durven wij dan nog klagen over de smarten, die Hij ons overzendt?... (Uit het leven van de Gelukzalige.)
Maak u gewoon, altijd uw lijden met dat van Jesus te vergelijken, en gij zult wedra uw ongeduld zien ophouden.
TWAALFDE DAG.
Jesus wordt door Petrus verloochend.
Petrus verloochent tot driemaal toe zijn godde-hjken Meester Overwegen wij de oorzaak dezer driedubbele verloochening, die zoo vernederend voor Jesus en zoo gevoelig voor zijn bedrukt hart was.
Hij verloochent zijn Meester, omdat zijne liefde tot Jesus lauw is. Petrus had zich aan den slaap overgegeven, toen het tijd was om te bidden; hij volgde Jesus slechts van verre, eerder nog uit nieuwsgierigheid dan uit gehechtheid, In plaats van deel te nemen aan de droef heid van zijn Heer, besteedthij zijn tijdtothetaanhoorenvangesprekken en verhalen. In één woord, de luiheid, de nieuwsgierigheid, de nalatigheid in het gebed, die de
62
voorteekens eener noodlottige lauwheid zijn, waren in Petrus de voorbereidingen van zijn val. Eene lauwe ziel kan niet staande blijven, zonder in zware zonden te vallen. De driften worden versterkt, naarmate de liefde tot God verkoelt. De duivel doet hardnekkige aanvallen, als de ziel zich meer verwijdert van het gebed. God trekt zich terug van eene lauwe ziel en berooft haar van alle bijzondere genaden, om haar te straffen voor hare misdadige kwijning; in dezen staat bevindt zich de ziel op den rand eens afgronds : de minste stoot is voldoende om haar, misschien voor altijd, daarin te werpen. Indien gij het ongeluk hebt, verflauwd te wezen in de beoefening van het goede, nalatig in het bidden, verwijderd van de gedachte aan God, aan uwe driften gehoor verleenende; ach! stel dan geen oogenblik uit om uw eersten ijver te vernieuwen, anders zult gij gevaar loopen in de grootste zonden en misschien zelfs in de eeuwige verdoemenis te vallen.
Petrus verloochent Jesus omdat hij te veel op zich zeiven vertrouwt. Dit is hetgeen gewoonlijk den hoovaardige overkomt, alvorens in de zonde te vallen. Petrus kende zijne zwakheid niet, hij meende sterker te zijn dan anderen; hij had te veel vertrouwen op zijne eigene krachten, en alsof hij geen zonde kon bedrijven, vleide hij zich, dat geene bekoring in staat zou zijn hem van Jesus te scheiden. Hij gelooft zelfs zijn Meester niet, die
63
hem verzekert, dat hij Hem driemaal zou verloochenen. Zoo op zich zeiven vertrouwende verzuimt hij zijne toevlucht tot God te nemen door het gebed, en God laat hem door een rechtvaardig oordeel, tot straf voor zijn hoogmoed, vallen . . Niets is gevaarlijker dan op zijn eigen krachten te steunen en zijn vertrouwen in zijn ijver te stellen. Wij zijn vol boosheden, wij zijn tot het bedrijven van alle buitensporigheid in staat, indien God ons niet met zijne machtige hand ondersteunt . . . Wie durft zich dan nog verhoovaar-
digen?.....Wij hebben heiligen zien vallen: wij
hebben Petrus, den ijverigsten der Apostelen, zien vallen, en hij is gevallen na drie jaren lang lessen en vermaningen uit den mond van jesus Christus zeiven ontvangen te hebben; na vereerd te zijn geweest met zoo vele onderscheidingen en gunsten; nadat hij zoo dikwerf verklaard had, liever zijn leven op te offeren , dan zijn goddelijken Meester te verloochenen .... Petrus betuigt dat hij Jesus niet kent ; hij verklaart het met eede, waarbij hij zelfs de verschrikkelijkste verwenschingen voegt . . . Rechtvaardige Hemel! . . . Welk een afschuwelijke val in zulk een oogenblik! Vrees altijd voor u zeiven, vrees uwe overgroote zwakheid, en smeek aanhoudend om den bijstand der goddelijke genade.
Petrus verloochent Jesus, omdat hij zich vrijwillig blootstelt aan de gelegenheid van zondigen. Hij
G4
mengt zich in het gezelschap der soldaten, die over het algemeen met ongebonden en ongeregelde zeden behebt zijn. Hij maakt zich zoo gemeenzaam met hen, dat hij zich aan hetzelfde vuur warmt. De slechte gezelschappen drijven natuurlijk tot zonden; indien gij de boozen niet ontvlucht, zult gij aan hen gelijk worden. Petrus, verschrikt door de stem van eene dienstmaagd, verloochent Jesus en valt in zijne eerste zonde, en nochtans ontvlucht hij de gelegenheid niet; hij verwijdert zich niet van deze plaats, van dit gezelschap, dat hem zoo noodlottig geweest is. Daarom viel hij nog twee verschillende malen, en hij zou niet tot inkeer zijn gekomen, om op te staan, indien Jesus zelf niet een blik van barmhartigheid op hem geworpen had, om hem de oogen te doen openen en hem op te heffen. Eiken keer, dat gij een doodzonde hebt bedreven, hebt gij de trouweloosheid gehad, om Jesus te verloochenen. Telken male dat gij u aan de gelegenheid van te zondigen blootsteldet, hebt gij door uw gedrag verklaard, dat gij Jesus niet kent, die u gebood het gevaar te ontvluchten. Ach! om de liefde, die gij aan uwe ziel verschuldigd zijt, vrees toch u nog in dezelfde gevaren te wikkelen, die u zoo menigmaal hebben doen vallen. Vrees en vlucht, indien gij God niet meer wilt vergrammen.
G5
VRUCHT.
De heilige Petrus was slechts eenige uren een zondaar, en nogtans beweent hij zijne zonden gedurende zijn geheele leven; nimmer vergat hij, dat hij gezondigd, dat hij zijn welbeminden Meester mishaagd had. En gij, door hoevele afschuwelijke zonden hebt gij het ongeluk gehad, aan uw goeden God, uw beminnelijken Verlosser te mishagen?... Verwek dikwijls eene oefening van berouw.
Petrus stelde zijne bekeering en zijne boet-pleging geen oogenblik uit. Sedert hoelang roept Ood u ook tot boetvaardigheid ?... Maak van heden af het besluit u te bekeeren ; wacht niet tot morgen, misschien zoudt gij daartoe den tijd niet meer hebben.
V OORBK JCLD.
Het lijden van Jesus Christus is een middel tegen de aanvallen des duivels. De gelukzalige Christina van Keulen werd dikwijls door de duivelen gekweld. Deze helsche geesten verwekten in hare ziel de verschrikkelijkste bekoringen, en deden haar de wreedste pijnen lijden. De godvruchtige maagd, om al hunne aanvallen te verdrijven en zich in een onveranderlijk geduld te midden van zulk een hevigen strijd te behouden, vergenoegde zich steeds met de gedachte aan de smarten van den lijdenden Jesus, âals ik Jesus Christus, voor
5
6«
mij op een kruis gestorven, beschouw,quot; sprak zij, âvrees ik, uit liefde voor Hem, niets van hetgeen de hel doet lijden. Als ik denk aan de wreede nagelen, die zijne onschuldige handen doorboord hebben, en aan de overgroote liefde, waarmede Hij alles voor mij leed, draag ik mij gaarne op, om alle bedenkelijke pijnen uit te staan, ten einde in zijn smartelijk lijden eenig deel te hebben.quot; En telkens, als zij op deze wijze sprak, verlieten de booze geesten haar weldra, of zij bleef ten minste in eene onverstoorbare gerustheid van ziel. {Holland. 22 juni.)
DERTIENDE DAG.
Jesus wordt in het huis van Caïphas schandelijk bespot en mishandeld.
Nadat Caïphas zijn onrechtvaardig vonnis tegen Jesus uitgesproken had, bleef de Zaligmaker het overige gedeelte van den nacht aan zijne vijanden blootgesteld, die Hem sterk gebonden hielden en op eene onwaardige wijze mishandelden. Overweeg wat Jesus gedurende dezen wreeden nacht heeft doorgestaan.
Hij leed in zijn lichaam. De eerste beleediging, die men den allerzichtinoedigsten Jesus aandeed, was het spuwen in zijn heilig aangezicht. Er is geen schandelijker hoon, en men kan geen grootere
67
daad van verachting uitdenken, om een eerbiedwaardig persoon te beleedigen. Men spuwt hier niet slechts in het gelaat van Jesus, den eenigen Zoon Gods, maar deze bende van onbeschofte soldaten en beulen zal zich om het meest beijveren en zeer dikwijls op nieuw beginnen in het aanbiddelijk aangezicht van Jesus te spuwen. Welke schandelijke beleediging! welk een smaad voor den allergeduldigsten Jesus!... En evenwel blijft Hij onbewegelijk, zonder zijn gelaat af te keeren !. .. Hij lijdt en zwijgt!..... Zie, welke diepe vernedering onze hoogmoed aan Jesus gekost heeft!.... Zie, met welke groote beschaamdheid de Zoon Gods voor onze onverdraaglijke hoovaardigheid heeft moeten boeten!... Eene andere beleediging, welke men Jesus aandoet, is, Hem op de onwaardigste wijze te schoppen en vuistslagen te geven. Beschouw hier den zachtmoedigsten Jesus in de macht zijner beulen, die er eene eer in stellen aan hunne woede den vollen teucrel te kunnen eeven. Zie, hoe
O O 7
zij in weinige oogenblikken, door deze slagen, die zij Hem in het gelaat, op het hoofd en de schouders geven, geheel zijn aanbiddelijk lichaam bebloed en mismaakt hebben!... O! welke gevoelige pijnen, welke smartelijke schande lijdt Jesus voor u, het ondankbaarste aller schepselen!... En uw hart blijft ongevoelig bij het zien van zulk eene wreede handelwijze?... Zult gij geen medelijden met Jesus hebben?... Zult gij ten minste het ver-
G8
langen niet hebben om Hem in zijn geduld, in zijne nederigheid en zijn stilzwijgen na te volgen?...
yesns lijdt in zijne eer. Het geduld van jesus. zijne onveranderlijke zachtmoedigheid doen de woede zijner vijanden hoe langer zoo meer ontbranden, die, in hunne verhardheid, elk oogenblik nieuwe middelen uitdenken om hem te kwellen. Onder de beschimpingen, scheldwoorden en spotternijen, waarme de zij hunne slagen doen â ''ergezsld gaan, behandelen zij Hem als een valschen profeet. Zij blinddoeken Hem, om Hen* met minder omzichtigheid te mishandelen en hunne beleedigingen met meer onbeschoftheid en woede te verdubbelen: zij bespotten en vervloeken Hem, en spreken duizende godslasteringen tegen Hem uit. Zie, hoe ver de zondaars hunne beleedigingen tegen Jesus gebracht hebben! . . . Maar beschouw tevens tot welke overmaat Jesus zijn heldhaftig geduld gedreven heeft! . . . Hij is de God der wijsheid, de Meester der profeten, de doorgronder der harten, en nochtans staat Hij toe en duldt Hij, dat men Hem onteert en behandelt als een dwaas en een zinnelooze; Hij stemt toe de bespotting der menschen en de verachting van het vo'k te worden. In één oogenblik kon Hij zich over hen, die Hem belee-digen, wreken; maar Hij wilde u leeren niet zoo gevoelig te zijn in hetgeen uw goeden naam en eer aangaat, uit liefde tot Hem een lichte beleedi-ging te verdragen, het menschelijk opzicht te
69
overwinnen en de onrustige begeerte, waarmede gij bezield zijt, om geëerd en geacht te worden, op te offeren.
yezus lijdt in zijne ziel. Het is onmogelijk te zeggen, wat Jesus gedurende dezen wreeden nacht in zijne allerheiligste ziel heeft geleden. Hij gevoelde zeer wel, hoe hevig de mishandelingen waren welke Hij ontving, omdat Hij de verhevenheid en heiligheid van den heleedigden persoon kende, en de laagheid en stoutmoedige vermetelheid dergenen, die Hem heleedigden, begreep. Hij zag de goddelijke Majesteit de snoodste mishandelingen ondergaan, en dat zelfs door diegenen, welke zij nimmer had opgehouden met gunsten te overladen. Welk eene wreede smart alzoo voor zijn teeder hart ! Hij hoorde de beschimpingen, de tallooze lasteringen dezer onbeschofte soldaten, en dit waren zoo vele vergiftige pijlen, waarmede zijne allerheiligste ziel aanhoudend doorboord werd ! Hij zag zich bespuwd, beleedigd en bespot, gebracht tot den staat beneden den mensch. Hij, de God van heerlijkheid en majesteit. Welk eene schande, welk eene smart!...
) Je=us verheugt zich nochtans, te midden van al
de;:e inwendige pijnen, over het lijden der vernedering en schande, om daardoor voor mijne ontelbare zonden te boeten, en Hij houdt niet op geheel zijn lijden, welks verdienste oneindig is, voor mij op te offeren. Bewonder de overgroote liefde van
; Jesus!... Bedank Hem onophoudelijk voor zoo veel
70
smarten en schande, welke Hij voor uwe zaligheid heeft willen lijden.
VRUCHT.
Als gij u de Joden, die het aanbiddelijk gelaat van den lijdenden Jesus bespuwden, voor den geest stelt, denk dan dat gij u, iederen keer als gij God door onbetamelijke woorden of onzuiveregesprekken vergramd hebt, met hen hebt vereenigd. Heb berouw over uwe zonden, en maak een vast besluit met de grootste zorg over uwe tong te waken. Hebt gij vandaag gelegenheid om uw geduld te oefenen, beschouw dan Jesus te midden zijner beulen, die Hem op de wreedste wijze beleedigen, zonder dat Hij er den minsten wraaklust over gevoelt.
VOORBEELD.
Toen de gelukzalige Seraphinus van Ascoli, een Capucijn. nog in de wereld leefde, had hij dikwijls van zijne gezellen beschimpingen, ja zelfs beleedi-gingen uit te staan. Hij had een broeder, die hem somtijds sloeg, en dikwijls wreed genoeg was, hem een stuk brood te weigeren, waaraan hij behoefte had. De godvruchtige jongeling verdroeg alles met een wonderbaar geduld, de bitterheid der beleedigingen verzoetende door het overwegen van het lijden van Jesus Christus. Dat lijden te overdenken, zich diens bittere smarten te herin-
71
neren, was zijn cenige vertroosting te midden zijner kwellingen.
(Uit het leven des Gelukzaligen).
Dit zal ook de uwe wezen, als gij Hem wilt gelijk zijn.
____
gt;-V
VEERTIENDE DAG.
Jesus wordt nair Pilatus geleid.
Als het dag geworden was, vergaderden de opperpriesters en ouderlingen des volks opnieuw, en zij namen het besluit den Zaligmaker aan de wereldlijke macht over te geven. Zij geleidden Hem dan naar Pilatus, die, ofschoon een ongeloovige, landvoogd van Judea was. Overweeg in deze derde smartelijke reis :
Hei uitwendige van yesus. Hij wordt door de voornaamsten der joden opnieuw met koorden en ketenen beladen, opdat Pilatus, Hem in dien staat ziende, geneigd zou zijn te gelooven, dat Hij den dood verdient en de minste goedertierenheid onwaardig is. Door zijne banden sterk gesloten, ziet Jesus zich door de barbaren tot voor de rechtbank van Pilatus gesleurd, te midden der beleedigendste verwijtingen, alsof Hij de afschuwelijkste aller misdadigers was. Dc straten zijn opgepropt met menschen, en van alle kanten komen nieuwe toeschouwers, om den doorluchtigen gevangene tc zien, Allen zijn uitgelaten van vreugde; allen
X
zouden den toestand van Jesus door de bitterste spotternijen nog smartelijker willen maken. En onder deze menigte, die Hem ziet, opneemt en bespot, is er bijna niemand, die medelijden met
Hem heeft.....Beschouw, o mijne ziel, dezen
Godmensch, met zoo vele kluisters beladen, met een bleek en bespuwd gelaat, gekneusd en bij eiken voetstap de gruwzaamste beleedigingen ontvangende .... Bewonder zijne zedigheid, zijne statigheid, zijn onveranderlijk geduld, de zoete ootmoedigheid, die op zijn wezen uitschijnt. Men bespeurt in zijn persoon niet het minste blijk van misnoegen of verontwaardiging. Zijne krachten zijn uitgeput, Hij is in den uitersten staat van zwakheid. Hij voelt eene onuitsprekelijke beschaamdheid van zich tot een dergelijk punt van vernedering te zien, en nochtans gaat hij zich met vreugde en een gerust gelaat aan Pilatus overleveren, die Hem zal doen sterven. Ach ! welk eene liefde! . . . Welke barmhartigheid !.... Welk eene goedheid !.... En dit alles voor mij ! . . . Maar ook welke lessen van deugd geeft Hij mij door geheel zijn uitwendig gedrag !...
Overweeg het inwendige van Jesus, Hij kent zeer duidelijk het voornemen zijner vijanden, die Hem als een openbaren misdadiger willen doen sterven. Welke droefheid, welke bitterheid voor zijn hart!... Maar zonder zich te ontrusten, behoudt Hij zijne ziel in vrede, en gelijkt een zachtmoedig
lam, dat men ter slachting leidt... Hij ziet dat allen tegen Hem samenspannen, dat de haat zijner vijanden de bitterste is, dat niemand vóór Hem getuigt, dat ieder vreest ten zijnen gunste te spreken. En deze beminnelijke Verlosser, de onschuld zelf, vernedert zich te midden znner tallooze kwellingen en angsten, alsof Hij wezenlijk misdadig was . . . Hij hoort de beleedigende woorden, de snoode beschimpingen en lasteringen, welke men tegen zijn goddelijken persoon uitbraakt; en door oefeningen der brandste liefde draagt Hij alles aan zijn goddelijken Vader op, tot uitwissching mijner zonden. Hij staat aan zijne heilige menschheid toe, al de bitterheid dezer kwellingen te smaken; maar te zelfder tijd is zijne ziel ten hoogste verblijd, eindelijk den dag te zien, welken Hij sedert drie en dertig jaren verwachtte, om het werk mijner verlossing te volbrengen. Vergelijk uw inwendige met dat van Jesus.. . Welk verschil ! . . . Gij kunt
niets gewillig lijden even als Jesus..... Gij wordt
bedroefd, gij jammert, gij wordt ontsteld, en hebt zelfs den moed niet. om uwe minste kwellincren
O
aan Jezus, die zoo veel voor u geleden heeft, op
te offeren.....Wanneer zult gij toch voordeel
doen met de voorbeelden van Jesus ? . . .
Overweeg de verschijning van Jesus voor Pi-latus. Het was voor de Joden zeer gemakkelijk aan hunne boosheid en haat te voldoen, door in het geheim Jesus van het leven te berooven;
maar zij willen aan zijn dood onschuldig schijnen. Zij verlangen, wel is waar, dat Jesus sterft; maar zij willen niet, dat deze onrechtvaardige dood hun toegeschreven worde. Daarom geleiden zij Hem naar Pilatus en eischen, zonder in zijn paleis te gaan, een doodvonnis. Van de hoogte van zijn balkon aanschouwt Pilatus den goddelijken Zaligmaker, en hij meent te bespeuren, dat Hij onschuldig is. De Joden zijn overtuigd, dat Jesus de onschuld zelf is, en desniettemin houden zij niet op, met eene woede, aan razernij gelijk, zijn dood te eischen. Zij hebben duizende bewijzen zijner onuitputtelijke goedheid, telkens hebben zij de uitwerkselen van zijne teedere weldadigheid ondervonden, en nu willen zij^ dat Hij, als de afschuwelijkste der booswichten, van de wereld weggenomen worde. Vertoorn u niet tegen de Joden . . . Keer geheel uwe verontwaardiging tegen u zelvcn . . . Meer nog dan de Joden, hebt gij, als gij u aan zonden overgaaft, den beminnelijken Jesus, uw Weldoener, uw Vader, uw God bcleedigd; gij wist het, gij geloofdet zulks.....en nochtans hebt gij gezondigd I.... Jesus evenwel, zwijgt uit nedeiigheid in tegenwoordigheid van Pilatus, en te midden zijner vijanden, die niet ophouden tegen Hem te schreeuwen; Hij wil liever zich geduldig toonen, dan als onschuldig beschouwd te worden. Ach! hoe wel-sprekend is zijne stilzwijgendheid voor mij !.....
i
VRUCHT.
Telkenmale als gij eene gelegenheid zult hebben, om Jesus door eene zonde, welke dan ook, te be-lecdigen, vraag aan den duivel, aan de wereld en aan yv. uwe driften, hetgeen Pilatus aan de Joden vroeg, die hem den Zaligmaker brachten: ^Welke is de
misdaad, waarvan gij dezen mensch beschuldigt?.....
Welk kwaad heeft Jesus mij gedaan, dat ik Hem
zou willen vergrammen?..... Verdient Hij veracht
te worden, die mij zoo zeer bemind heeft ?..... Leg
u met alle mogelijke zorg toe, om de inwendige deugden te bekomen zoo als de zachtmopdioheid
- Ã 7
het geduld en de ootmoedigheid des harten: dit zal u de beoefening der uitwendige deugden gemakkelijk maken.
VOORBEELD.
Het aandenken aan het lijden van Christus doet een afkeer hebben van de wereldsche ijdel-heden. Op zekeren feestdag ging de heilige Elisabeth, koningin van Hongarië, naar de kerk, om daar de heilige offerande bij te wonen. Door eene T menigte dienaren gevolgd en met de teekenen der koninklijke waardigheid versierd, vestigt zij hare blikken op een beeld van den gekruisten Jesus; weldra hoorde zij eene inwendige stern, die tot haar het verwijt richtte: .,Zie !.....uw Schepper, uw
Verlosser, uw God hangt uit liefde tot u naakt aan het kruis, om daar den schandelijksten dood te ondergaan; en gij, schepsel, verschijnt hier met den schitterendjten luister en de wereldsche ijdel-heden?... Iloel Jesus heeft het hoofd met doornen gekroond, en gij hebt het uwe met bloemen en
een rijken diadeem versierd!..... Is het dan aldus,
dat gij uw goddelijken Meester wilt navolgen?...
Wilt gij zóó zijne voorbeelden volgen!..... Deze
bemerkingen maakten op haar hart zulk een diepen indruk, dat zij besloot voortaan, zelfs te midden der grootheden van het hof, den bitteren kelk met den lijdenden Jesus te deelen.
(Uit het Izven der Heilige).
VIJFTIENDE DAG.
Jesus wordt voor de rechtbank van Pilatus ondervraagd.
Pilatus kent volkomen de boosheid der Joden, die den Zaligmaker slechts zochten te dooden, om hun haat en nijd te voldoen: hij vraagt hun, welke de beschuldigingen zijn, die zij tegen Jesus in te brengen hebben, om hiermede zija verhoor te beginnen. Overweeg;
De valschheid dor ingebrachte beschuldigingen teifen Jesus. Men beschuldigt Hem als een rust-verstoorder en oproermaker, en nochtans heeft niemand met meer ijver dan Hij de onderdanigheid,
11
de gehoorzaamheid, de ootmoedigheid gepredikt!.....
Nooit heeft iemand met meer vurigheid dan Hij den vrede, de zachtmoedigheid, de liefde voor de vijanden aanbevolen. Men beschuldigt Hem, dat Hij het volk opgeruid heeft van de cijnspenning aan den keizer niet te betalen. Maar welke snoodheid in deze lastering!.....daar de vijanden
van jesus zeer goed wisten, dat Hij zelf voor zich en voor den heiligen Petrus een schatpenning betaald heeft. Troost u, gij, die een leerling van Christus zijt, troost u, als het gebeurt, dat gij evenals uw goddelijken Meester behandeld wordt; zijt gelukkig van Hem te gelijken, als gij vijanden
hebt, aan de zijne gelijk..... De derde beschuldiging,
welke zij tegen J esus inbrengen, als de grootste zijner misdaden, is, dat Hij zich koning heeft willen maken. Kn echter heeft Hij er nooit de houding, of de handelwijze van getoond; zijne handeling is altijd eenvoudig en onderdanig geweest; nauwelijks heeft het volk Hem tot koning willen uitroepen, of Hij heeft de vlucht genomen, om zich aan
hunne nasporingen te on.ttrekken..... Ach! wat al
lasteringen worden er door de trouwelooze foden uitgevonden, om de eer en het leven van den
Zaligmaker te nemen !..... Doch wat doet Jesus, als
Hij zich met zoovele beschuldigingen overladen
ziet?..... Hij vernedert zich en zwijgt..... Hij bemint
deze verachting, en ontvangt ze gewillig, om voor onze hoovaardigheid te boeten. Wie is degene, die,
78
nadat hij een God-mensch zoo onrechtvaardig voor openbare rechtbanken belasterd gezien heeft, niet gaarne eene kleine benadeeling, aan zijne eer toegebracht, zou verdragen ?
Overweeg de ootmoedigheid van fesus in dit verhoor. Pilatus, in de zaal der raadsvergadering teruggekeerd, roept )esus in de afzondering en verre van het gewoel, om zijne zaak ernstig te onderzoeken. In hoedanigheid van rechter zet hij zich op zijn zetel neder, ondervraagt den Zaligmaker, dwingt Hem verscheidene malen, om hem te antwoorden en zich bekend te maken. Verbeeld u Jesus in de houding eens misdadigers, met gebonden handen, het hoofd en de oogen nederge-slagen, in tegenwoordigheid van een heidensch en goddeloos mensch, die over Hem het gezag van een rechter uitoefent..... Zie, tot hoe verre de eenigre
/ O
Zoon Gods, de Koning der heerlijkheid, de over
het heelal aangestelde Rechter zich vernedert!.....
Hij heeft gedurende drie jaren de nederigheid gepredikt ; maar in deze omstandigheid predikt Hij ze openlijker en nadrukkelijker door zijn voorbeeld ..... Nadat Jesus eenige woorden van hemel-
sche wijsheid, en meer dan voldoende, om al de tegen Hem ingebrachte beschuldigingen te vernietigen, tot Pilatus gesproken had, onderhield Hij een diep en geheimzinnig stilzwegen..... De opperpriesters worden daardoor te meer opgewekt, om hunne leugens te versterken. Pilatus spoort Hem
79
sterk aan, om zijne onschuld te doen blijken, de rechtvaardigheid schijnt Hem den plicht on te leggen, om ter zijner verdediging te spreken; niets ware Hem gemakkelijker dan zijne onschuld aan dan dag te leggen en zijne beschuldigers beschaamd te maken; maar Jesus zwijgt. Hij zwijgt, omdat zijne vijanden onwaardig zijn, langer zijne stem te hooren. Hij zwijgt, om ons door zijn voorbeeld de ootmoedigheid en stilzwijgendheid te leeren. Hij zwijgt, omdat Hij niet wil verlost worden en vurig wenscht voor mij te sterven. O liefde van Jezus!... zal ik ü ooit genoeg kunnen loven of U op eene waardige wijze bedanken
Overweeg de onsclmld van Jesus, door zijn rechter zelven verklaard. Nadat Pilatus de zaak van Jesus nauwkeurig onderzocht heeft, erkent hij Hem onschuldig en verklaart, dat hij geen kwaad in Hem vindt. De zachtmoedige Jesus is reeds voor drie rechtbanken verschenen, en overal is zijne onschuld bekend geworden... en nochtans behandelt men Hem geheel als een schuldige; men veroordeelt Hem om gegeeseld te worden ! . . .. Jesus is geheel zuiver en onschuldig, en door het vonnis der rechters a^s zoodanig erkend. Jesus heeft nooit anders dan «roed eedaan, en evenwel wil
O Ã 7
Hij zich aan de straf onderwerpen, alsof Hij de grootste der misdadigers ware . . . En ik, die met zoo veel zonden beladen ben, ik weiger de zoo geringe boetpleging aan te nemen van eene geringe
80
schande, van een klein verdriet, welke de goddelijke rechtvaardigheid mij door tusschenkomst van een mijns gelijken overzendt !... Ik heb zoo dikmaals de hel verdiend door de talrijke zonden, welke ik tegen mijn Ood hedieven heb 5 ik ben daarvan overtuigd, en ik kan, op geenerlei wijze, iets verdragen van hetgeen God mij ter voldoening mijner
zonden oplegt?..... W elke handelwijze is de mijne,
o zachtmoedige ]esus!... Hoe verschilt zij van de uwe!.... Door de onuitsprekelijke pijnen van uw lijden boet Gij voor misdader, welke de uwe niet zijn, en te midden uwer pijnen hebt Gij mij altijd voor den geest; en ik kan niet besluiten mijne eigene zonden, die X, zooveel gekost hebben, in mij zeiven te boeten; omdat ik nimmer aan U denk, aan U, die een volmaakt vooibeeld van geduld en boetvaardigheid zijt.
VRUCHT.
Neem u voor oprecht te beminnen al die kwaad van u spreken of u belasteren, en offer aan Jesus de minste zucht tot wraak op. Leer van den lijdenden Jesus te zwijgen in de gelegenheden, waar het u toegelaten, ja zelfs voordeelig zou kunnen zijn, tot uwe verdediging te spreken, en dit uit liefde tot Hem. Draag aan God, tot uitboeting uwer zonden, alle wederwaardigheden uws levens op en verklaar Hem, dat gij bereid zijt alles uit zijne hand te ontvangen.
81
VOORBEELD.
De heilige Petrus, martelaar van de orde der Predikheeren, valschelijk van een groven misslag beschuldigd, werd door zijn overste op de strengste wijze daarover berispt en eene zware boete opgelegd. De heilige zweeg uit ootmoedigheid en onderging met eene heldhaftige onderwerping de hem opgelegde straf. Het gebeurde nu, op zekeren nacht, dat hij, aan de voeten van een kruisbeeld vurig biddende, begon te denken aan zijne zoo ten onrechte verdrukte onschuld; hij werd zeer bedroefd en begon te zuchten, en als om zijne smart te lenigen, zeide hij tot den gekruisten Jesus : âHeer, Gij kent mijne onschuld; waarom hebt Gij toegelaten, dat de laster mij aanrandde, en ik op eene zoo onrechtvaardige wijze behandeld werd Hij werd toen door deze bemerking
getroffen : âEn Ik dan, o Petrus, welk kwaad heb Jk gedaan, om dit kruis te verdienen, waaraan gij Mij gehecht ziel?... Leer uit mijn voorbeeld met geduld te lijden.'' Deze gedachten vervulden den Heilige met blijdschap, en gaven hem moed en standvastigheid, om zelfs iedere soort van kwelling uit liefde tot den lijdenden Jesus te gemoet te gaan. {lieven des Heilige).
c
ZESTIENDE DAG.
Jesus wordt aan Herodes vertoond.
Pilatus vernomen hebbende, dat jesus van Galilea was, eene provincie onder het rechtsgebied van Herodes, die zich toen te Jeruzalem ophield, en niets anders zoekende, dan zich van dit vonnis te ontdoen, zond den Zaligmaker tot dezen vorst, opdat hij met Hern zoude handelen, hetgeen hij raadzaam oordeelde.
Overweeg; hoe Herodes den Zaligmaker ontvangt. De Joden haastten zich, om den goddelijken Jesus naar Herodes te geleiden, omdat zij hoopten, dat deze wreede koning Hem zeker ter dood zou veroordeelen. Maar deze overhaasting belet hen niet om schrander te zijn, ten einde Hem op eene onmenschelijke wijze gedurende dezen vierden smartvollen tocht te mishandelen. Word bewogen op het gezicht der onbeschoftheden en beleedi-gingen, welke de Zoon Gods opnieuw in de straten
van Jeruzalem ontvangt..... Herodes onderricht
zijnde, dat Christus moet komen, was daarover zeer verblijd ; maar zijne vreugde is ijdel, omdat hij zich slechts verheugt over het zien van een buitengewoon mensch, en over de gelegenheid om zijne nieuwsgierigheid te kunnen bevredigen; en hij denkt geenszins om met de tegenwoordigheid van Jesus voordeel te doen voor zijne zaligheid. Daarom ziet hij Hem en spreekt met Hem ; maar
quot;t
83
zonder Hem te kennen, en in zijne zonden blijvende . . . Verheug u, omdat God u bezoekt en toespreekt in de overweging en het gebed ; maar denk er wel aan, om uit deze gelukzalige bezoeken
vrucht te trekken voor uwe ziel..... De verlangens
van Herodes zijn vergeefsch en nutteloos. Reeds sedert lang begeerde hij Jesus te zien ; en nochtans had hij geene pogingen aangewend, om Hem te te vinden. Hij had hooren spreken over de wonderen, welke de Zaligmaker verrichtte ; hij wist dat iedereen tot Hem liep ; en evenwel had hij geen enkele schrede gedaan, om den Zaligmaker te hooren en uit zijne leer voordeel te trekken. Hoe velen zijn
er die hierin aan Herodes gelijken !..... Zij verlangen
boetvaardigheid te doen, zich te bekeeren, zalig te worden; maar zij besluiten daartoe nooit, en sterven, zonder zelfs het werk hunner zaligheid begonnen te hebben . . . De hoop van Herodes is goddeloos. Hij hoopt den Zaligmaker eenig wonder te zien verrichten ; hij hoopt zijne welsprekendheid en wonderbare lessen te hooren, niet voor zijn geestelijk voordeel, maar uit eene ijdele nieuwsgierigheid. Dan zie hoe hij in zijne verwachting wordt bedrogen : Jesus gewaardigt zich niet een
enkel woord tot hem te spreken.....Zoudt gij
misschien ook eenig wonder verwachten, om te
besluiten God te beminnen en Hem te dienen ?.....
God zal u zulks voorzeker niet vergunnen, en gij blijft in uwe zonden volharden.
84
Overweeg: hoc Jezus Christus zichgcdraagt ten opzidite van llerodes. Herodes gebruikt alle mogelijke middelen, om van Jesus eenig antwoord te verkrijgen. Hij stelt Hem eene menigte vragen voor, hij verzoekt Hem, hij wekt Hem op de dringendste wijze op om te spreken ; maar Jesus zwijgt; en ofschoon Hij weet, dat Hij, door te zwijgen, als een onwetende en zinnelooze zal behandeld worden, terwijl Hij, met te antwoorden, aan den vorst behagen en den naam van een wijze verkrijgen zal, zwijgt Hij evenwel; Hij hoort dat de priesters en de schrifrgeleerden Hem met woede beschuldigen, en niettemin bewaart Hij het diepste stilzwijgen. Ach ! hoe bewonderenswaardig is dit stilzwijgen van mijn Jesus !... maar hoe onderrichtend is het tevens !.... Herodes was een bedrieger en hoovaardige ; en God schept er behagen in om te spreken met eenvoudige en zachtmoedige zielen. Herodes was een ontuchtige en overspeler, en God laat zijne stem niet hooren aan de zielen, met de ondeugd van onzuiverheid bezoedeld. Wilt gij de stem van uw God hooren ?... tracht nederig te zijn; maak het grootste werk van eene onschendbare zuiverheid... Herodes had zich nimmer de minste moeite gegeven, om Jesus te hooren, terwijl het hem zeer gemakkelijk was, en nu is htt rechtvaardig, dat de Zaligmaker weigert hem zijne stem te laten hooren. Dit gebeurt altijd aan dengeen , die de hemelsche gunsten
85
veracht, zij worden hem door eene rechtvaardige straf geweigerd. O! hoe verschrikkelijk is voor eene ziel dit stilzwijgen van een God ! . . . Hoe ongelukkig, hoe beklagenswaardig is het hart, tot hetwelk de Heer niet meer spreekt door zijne ingevingen ! .. . Wacht u wel van eene dusdanige straf over u te halen, door het oor te sluiten voor de stem van uw Heer, en u aan uwe driften over te geven.
jfesus vjordt aan het hof van Herodes bespot. Herodes wordt vergramd over de stilzwijgendheid van Jesus; hij is verontwaardigd zich in zijne verwachting bedrogen te zien. En door gebaren en door woorden begint hij met Hem te spotten en Hem belachelijk te maken, alsof Hij een zinnelooze ware. Aanschouw, o mijne ziel, tot welk een staat van vernederincr de Zoon Gods,
O /
de oneindige grootheid, zich gebracht ziet; in zoo verre van in het openbaar behandeld te worden als een mensch. die zijn verstand en spraak verloren heeft. Begrijp eindelijk, welk een gevaarlijk kwaad uwe hoovaardigheid is , daar een God op zulk een ongehoorde wijze zich moest vernederen, om die te genezen . . . Het gemeene volk, de soldaten en de priesters twisten om naar het voorbeeld van Herodes de eer te hebben, Christus door bitteren spot over zijne smaadheden nog meer te verachten. De Zaligmaker, in droefheid verionken, en door de verachtelijkste der sehepsekn
86
zwaar in zijne eer beleedigd, zwijgt nog gedurende dezen tijd zonder zich te beklagen of zich te ontstellen. Dit is voorzeker een wonder van geduld, een God waardig! Hoe vele dergelijke wonderen heeft God ten uwen opzichte gedaan? . .. door u, toen gij Hem door uwe afgrijselijke zonden beleedigdet, met eenc oneindige barmhartigheid te verdragen... Herodes , eerst zoo verlangend om Jesus te zien, veracht Hem nu, en niet meer wetende wat te doen, beveelt hij, dat men Hem het kleed der zinneloozen zou aantrekken, opdat Hij de spotlust, scherts en beschimpingen der menigte zoude opwekken, en zendt Hem aldus gekleed naar Pilatus terug. Volg in den geest, het hart met medelijden en van de teederste liefde doordrongen, den verlaten Jesus, die andermaal de meest bezochte straten der stad doortrekt. Langs alle kanten beleedigt men Hem, overlaadt men Hem met schande en te midden van zoo veel verachting en vervolging is er niemand, die zijne verdediging op zich neemt en Hem hulp verleent. Hij is de oorsprong van alle wijsheid en niettemin verheugt Hij zich als een dwaas behandeld te worden, om mij te leeren, dat de ware wijsheid bestaat in de verachting van de oordeelen der wereld en in de ootmoedigheid van den Zaligmaker na te volgen.
87
VRUCHT.
Begin eindelijk, maar met een oprecht hart, God te beminnen en te dienen. De tijd, welken gij gebruikt hebt, om Hem te beleedigen, is reeds al te langdurig geweest. Maak het grootste werk van de genaden en ingevingen des Heeren. De verachting van eene enkele dezer genaden kan uwe eeuwige verdoemenis na zich slepen. Maak ten slotte, dat de regel van uw gedrag niet zijn de grondregels en de gevoelens eener bedorven wereld, maar de waarheden van het Evangelie en de voorbeelden van Jesus. Geheel de wijsheid der wereld is slechts eene ware dwaasheid voor God; de ware wijzen zijn diegenen, welke een goddelooze en dwaze wereld als zinneloozen aanziet.
VOORBEELD.
Degenen, die met eene ware liefde tot den lijdenden Jesus bezield zijn, beijveren zich, om overal de gedachtenis en godsvrucht van zijn lijden te verspreiden. De eerwaarde pater Paulus van het Kruis had, van zijne kindsheid af, een vurig verlangen, om de herinnering aan het lijden en den dood van Christus in de harten aller geloovigen op te wekken. Hij deed zelfs de gelofte, dat dit het doel zou zijn, waaraan hij al zijne gedachten, zijne handelingen, zijne reizen, zijne geestelijke
88
oefeningen, zijne missiën toewijdde; en hetzij hij sprak of schreef of predikte, het was aanhoudend de gekruiste Jesus, welken hij verkondigde. Op den dag van zijn dood, toen hij reeds het gebruik van zijne spraak verloren had, nam hij het beeld van den gekruisten Jesus in de hand, en drukte zich door zijne bewegingen en door zijne oogen op de levendigste wijze uit, om aan een heer, die hem was komen bezoeken, te doen verstaan, dat hij immer moest denken aan het lijden van Jesus, en hij schonk hem dit kruisbeeld, opdat hij gemakkelijker zich dat aandenken zou herinneren.
{Leven van den Eerwaardige).
Tracht ook door uwe woorden dezelfde godsvrucht in te boezemen.
ZEVENTIENDE DAG.
Barrabas wordt voor Jesus gesteld.
Pilatus, ten volle overtuigd van de onschuld van den Zaligmaker en Hem aan de woede zijner vijanden willende onttrekken, verzint om Hem aan het volk vour te stellen te gelijk met Barrabas, een man om zijne misdaden algemeen verfoeid, in de meening, dat allen, in de keuze van den een of den ander, de verlossing van Jesus zouden vragen. Overweeg:
De honende vergelijking, welke Pilatus doet tusschen quot;Jezus en Barrabas. Wie is Jesus ? . . .
89
Wie is Barrabas ? . . . Jesus is de eeuwige Zoon Gods, de Koning van glorie, de God van majesteit, de Schepper van hemel en van aarde, de Heilige der
' O
Heiligen. Het zou reeds een zeer groote beleedi-ging en oneer zijn, Hem te vergelijken met de heiligste der engelen : wat zal het dan zijn Hem gelijk gesteld te zien met Barrabas, die een oproermaker, een dief, een moordenaar, een, wegens zijne alom bekende schandelijke misdaden, verachtelijk mensch is ?... Is er een gevoeliger droefheid voor het hart van Jesus ? Welke bittere smart voor zijne ziel, Pilatus te hooren, die aan het volk
vreagt: Wien van beiden kiest gij ?.....Wie
behaagt u het meest ? . . . Wien bemint gij meer Jesus of Barrabas ?... Kn Jesus nochtans verdraagt dezen hoonende smaad met al de vreugde zijner
ziel..... Ach ! hoe dikwijls hebt gij deze beleedi-
gende vergelijking hernieuwd !.....lederen keer,
dat de duivel u eenige vleeschelijke voldoening voorstelde; telkens als de wereld u tot wraakzucht opwekte, en dat gij, loom en traag om aan de bekoring weerstand te bieden, onderzocht hebt, of het beter ware aan God te behagen, door zijne heilige wet na te volgen, dan uwe driften te voldoen; zijt gij dwaas genoeg geweest, God, het opperste en oneindige goed, gelijk te stellen met een verachtelijk vermaak, eene ellendige voldoening. Hoe onrechtvaardig zijt gij jegens God geweest!..... Hoezeer hebt gij zijne majesteit
90
beleedigd ? . . . Word schaamrood over uwe lichtzinnigheid, beween uwe zonden.
Overweeg: de onrechtvaardige voorkeur, welke de Joden aan Barrabas geven. Zoodra de Joden het voorstel van den landvoogd gehoord hebben, varen zij in de dolste woede tegen Jesus uit, en roepen allen eenparig: âWij willen Jesus niet; dat men Barrabas loslate Zij kennen de geheele onschuld van Jesus ; zij zijn getuigen geweest van zijn heilig leven ; zij hebben van Hem tallooze weldaden ontvangen, en hoevelen zelfs onder deze menigte zijn op eene wonderbare wijze door den Zaligmaker genezen. Doch, door eene voorbeelde-looze onrechtvaardigheid, vraagt niemand van dit ondankbare volk genade voor Jc-sus, hun weldoener !..... Allen hebben op eenige wijze de uitwerkselen zijner teederheid gevoeld, en allen verwerpen Hem, door een verfoeielijken mensch vóór Hem te stellen!.... Jesus, de God van alle grootheid en heiligheid, is zelfs geen blik waardig, als Hij vergeleken wordt bij een dief en een ellendigen
moordenaar!..... Ach ! met welk een wreede smart
gevoelt Jesus zijn hart doorboord bij het zien van dit volk, dat Hij zoo teeder beminde, en dat zich aan eene zoo wreede onrechtvaardigheid schuldig maakt! Word bewogen over deze smartelijke vernedering des Zaligmakers ; maar sla tevens een blik op u zeiven. De Joden zijn ongetwijfeld zeer schuldig Barrabas vóór Jesus gesteld te hebben.
91
maar zij hebben deze misdaad slechts eenmaal bedreven; doch gij, met in de zonden voort te gaan, hoe dikwijls hebt gij niet uit den grond van uw hart geroepen: âIk wil God in mijne ziel niet meer : ik wil slechts den duivel met deze ^ wulpschheid, met dit vuig belang, met deze verzadigde wraakzucht.quot; Gij hebt den duivel vóór Christus gesteld ; gij hebt Satan tot meester gekozen, door aan den dienst van )esus te verzaken ; gij wist zeer wel, dat Jesus uw Koning was ; gij wist, dat Hij uw God was, gij aanbadt Hem als uw Zaligmaker, en niettegenstaande zijt gij zoo trouweloos geweest, van niets anders dan van een goddeloos vermaak uw werk te maken. Is er eene verschrikkelijker onrechtvaardigheid? .. . Verfoei uwe boosheid, verbeter uw boozen wil, en neem het vaste besluit, om God boven alle goed te stellen, hoedanior het ook mojre wezen.
O O
Nadat de Joden de vrijheid van Barrabas verkregen hadden, het leven van een dief hooger schattende dan dat van den Zaligmaker der wereld, vragen zij met groot geschreeuw, dat men Jesus veroordeele, dat men Hem doe sterven, dat men :j Hem kruisige. Wie had ooit kunnen denken, dat
%s-
dit ondankbare volk zoo verre zou gekomen zijn, dat het Jesus, hun Koning, hun Messias, hun Verlosser, dien het reeds zoo lang verwachtte, naar wien het zoo vurig verlangd had, en weinige dagen te voren tot Zoon van God had uitgeroepen,
92
aan een kruis wilde nagelen ?..... Maar wie zou kunnen gelooven, dat een Christen, met weldaden overladen, met zoo veel teederheid door Jesus zeiven bemind, bekwaam zoude zijn deze wreedste misdaad ':e bedrijven en te roepen : âDat Hij sterve, die JesusEa dit nochtans doet gij telkens, als gij in doodzonde valt !... Gij zegt dan, niet in woorden, maar door uwe handelingen : âEer aan de zonde ! dood aan Jesus ! . . . Dat ik mijn God verlieze ! dat ik dit vuige vermaak niet verlieze ! Dat Jesus gekruisigd worde ! Dat de zonde in
mijne ziel heersche !.....quot; Is er een snoodere
ondankbaarheid, een verschrikkelijker goddeloosheid ?..... Pilatus vraagt aan de Joden : âMaar welk
kwaad heeft Jesus gedaan, dat gij Hem wilt doen sterven ? . . . quot; En zij houden niet op met roepen : âDat men Hem het leven beneme âWelk
kwaad heeft Jesus u gedaan, dat gij Hem zoudt willen beleedigen vraagt u uw geweten . . .
âof liever welk goed heeft Hij u niet gedaan ?.. .quot; Maar in uwe hardnekkigheid hebt gij de zonden gewild, hebt gij den dood van Jesus verlangd . . . . De eenige misdaad van Jesus is, u al te zeer bemind te hebben. Zijne liefde heeft Hem zoo ver gedreven, van zich voor u ter dood te onderwerpen, en u, na zoo vele hoonende beleedigingen, welke gij Hem aangedaan hebt, met geduld te verdragen. Bemin dus een zoo teederen God ; bedank dezen zoo liefdevollen God; beloof, dat gij nimmer
meer aan een God, die zoo goed is, wilt mishagen.
VRUCHT.
Maak een vast besluit van de zonde meer dan eenig ander kwaad der wereld te vluchten. Gebruik alle mogelijke voorzorgen en ijver om de slechte gedachten, de booze ingevingen van den duivel te verdrijven, betuigende, dat gij geen anderen meester wilt dienen, dan God alleen. Vat een heiligen strijd op tegen avv vleesch, uwe driften, uwe eigenliefde, die zoo dikwerf oorzaak geweest zijn, dat gij God beleedigd hebt. Het is tegen die vijanden, dat gij dikwijls moet roepen : âDat zij gekruisigd worden L..'quot; Leg u bijgevolg toe, om ze door verstervinlt;ren te kruisigren.
cquot;gt; O
VOORBEELD.
De op zich zelf onverschilligste zaken verschaffen aan hen . die den lijdender, Jesus teeder beminnen, de gelegenheid om de pijnen en den dood van hunnen goddelijken Zaligmaker te herinneren. Op zekeren Vrijdag van de maand Maart zag een Karmelieter non, met name zuster Maria, religieuse der orde van Jezus van Nazareth, een jong lam de eetzaal ingaan, op het oogenblik, dat zij zich aan tafel ging zetten. Terstond staat zij op, loopt naar het dier en neemt het met aan-
94
doening in hare armen. Het gezicht van dit lam deed haar denken aan Jesus, het Lam zonder vlek, door de woede der Joden aan de wreedste pijn en den smartelijksten dood overgeleverd. Deze godvruchtige gedachte trof haar zoodanig en deed haar zulk een vloed van tranen storten, dat het haar onmogelijk was, dien dag cenig voedsel te gebruiken.
(Uit het leven van de dienares Gods.)
ACHTTIENDE DAG.
Jesus wordt aan eene kolom gebonden en gegeeseld.
Toen Pilatus zag, dat het volk bleef volharden om de kruisiging van Jesus te eischen, velde hij, ondanks zich zeiven, een onrechtvaardig vonnis, om den Zaligmaker te laten geeselen, en hij leverde Hem aan de soldaten over, opdat zij het vonnis zouden ten uitvoer brengen.
Beschouw : Jezus vóór zijne geeseling. Zoodra de soldaten het bevel ontvangen hebben, om Christus te geeselen, werpen zij zich met eene woeste vreugde op Hem en brengen Hem op eene opene plaats, waar men de gewoonte had de eerlooste misdadigers te kwellen. De Joden springen op van vreugde, toen zij den Zaligmaker, welken zij zoo zeer haten, nu tot eene zoo wreede straf zien veroordeeld ; maar Jesus is nog gelukkiger.
nu het zoo zeer verlangde uur eindelijk voor Hem geslagen is, dat Hij onder de slagen van eene vreeselijke geeseling voor mijne zaligheid zijn bloed gaat storten. Hij gevoelt eene liefdevolle en vurige begeerte, om voor mij te lijden, en daarom laat hij zich overal geleiden, waar zijne beulen willen, zonder den minsten tegenstand te bieden. Leer hieruit, den tegenspoed, welken God u, tot voldoening uwer zonden, overzendt, met
geduld te verdragen..... Toen Jesus ter bestemder
plaats gekomen was, werpen zijne vijanden zich als woedende tijgers op Hem, verbreken zijne banden, rukken Hem zijne kleederen van het lijf, binden Hem zeer stevig aan eene kolom, en stellen Hem in een staat van menschelijke naaktheid aan de blikken en spotternijen van een woest volk bloot. Welke schande, welke beschaamdheid voor den zachtmoedigen Jesus, zijne maagdelijke zuiverheid aan de bespottingen, beschimpingen en versmadingen van eene schaamtelooze menigte blootgesteld te zien ! . . . . Nochthans lijdt Hij alles met stilzwijgen en met eene oneindige liefde ; Hij draagt al hetgeen Hij lijdt aan zijn hemelschen Vader op ter voldoening voor mijne zonden, mijn hoogmoed en mijne onzedigheid. De kracht alleen zijner liefde voor mij houdt Hem stevig gebonden aan deze kolom, geheel zijn lichaam aan de slagen aanbiedende en bereid het bloed uit al zijne aderen te vergieten. O eenige Zoon Gods! voorwerp van
96
geheel mijne liefde ! ik dank U voor uwe over-groote liefde !
Beschouw: ^fesiis gedurende zijne geeseling. Nadat de beulen alle wreede werktuigen, welke zij hebben kunnen uitdenken, gereed hadden, slaan zij uit al hunne macht op het maagdelijk vleesch van den Zaligmaker. Dit aanbiddelijk lichaam wordt van alle zijden geslagen; van het hoofd tot de voeten is het slechts ééne wonde, geheel verscheurd, en het vleesch is zoodanig opengereten, dat men gemakkelijk al zijne beenderen tellen kan.... Onder al de getuigen van dit verschrikkelijk schouwspel is er echter niemand, die deel neemt in de onuitsprekelijke smarten van Jesus... Uw hart moet wel wreed zijn, indien het niet 't minste medelijden gevoelt voor zijn Zaligmaker, in eene zee van lijden gedompeld .... De beulen blijven met woede slaan, elkander ophitsende en weldra is het geheele Lichaam slechts ééne verschrikkelijke wonde . . De roeden dringen in zijne teedere ledematen, openen en verscheuren
ze. Het bloed vloeit overvloedig.....het bloed
bedekt den Zaligmaker van het hoofd tot de voeten, het bloed verft den kolom rood. het bloed stroomt op den grond, het vloeit tot aan de beulen; maar het gezicht van zoo veel vergoten bloed maakt geen indruk op de harten der tijgers . . . . Eindelijk wordt hunne wreedheid vermoeid, doch het geduld van Jesus is niet vermoeid. Zijne pijnen
97
zijn onuitsprekelijk ; elke nieuwe slag is voldoende om Hem te doen sterven; maar Hij verheugt zich over het storten van zooveel bloed en het lijden van zoovele pijnen, om de oneindigheid zijner liefde te toonen, en ons de uitgestrektheid onzer zonden te doen begrijpen. Jesus wordt ge-gegeeseld niet om zonden, welke Hij zelf bedreven heeft, maar om in zijn onschuldig vleesch de zonden van onzuiverheid, waarmede gij zoo dikwijls uwe ziel bezoedeld hebt, uit te wisschen.... Beschouw den zachtmoedigen Jesus aan den voet der kolom geheel met wonden en bloed overdekt, en leer hoe duur Hij uwe onzedigheid betaald heeft; smeek Hem in zijn goddelijk bloed al de vlekken uwer ziel af te wasschen.
Overweeg jfesus na de geeseling. De beulen, afgemat van vermoeidheid, maken eindelijk van de kolom den beminnelijken Jesus los, die wegens zijne overgroote pijnen en de geheele uitputting zijner krachten zich niet meer kunnende staande houden, ter aarde valt... Wie zou niet bewogen zijn op het gezicht van zulk een schouwspel ? De Joden alleen toonen geen medelijden voor Jesus.. Aanschouw, mijne ziel, uwen aanbiddelijken Zaligmaker op den grond uitgestrekt, zonder bijna de kracht te hebben om zich te bewegen, en erken, in deze heilige wonden, het werk uwer zonden en de liefde van Jesus, die u in dezelve nieuwe bronnen van genade geopend heeft. Heb mede-
98
lijden met Hem die u zoozeer heeft bemind. Nader tot Jesus, dien gij in bezwijming ziet, zonder dat iemand er aan denkt Hem de hand toe te reiken, om Hem te helpen opstaan. Zoek, door uwe liefde, eenige verlichting aan de over-groote droefheid zijns harten toe te brengen. Zie, met welk geduld, met welke zachtmoedigheid Hij toestaat om in zijn staat van schande en smart beschimpt en veracht te worden. Betuig aan Jesus, dat gij oneindige verplichtingen aan Hem hebt, omdat Hij van zijn bloed een heilzaam bad ter crenezincr uwer verouderde wonden quot;-emaakt
O O ^
en u zoo overvloedig verlost heeft van de eeuwige verdoemenis, welke gij door uwe zonden verdiend hadt.
VRUCHT.
Bereid u om alle kwellingen en onaangenaamheden, welke u kunnen overkomen, uit liefde tot den lijdenden Jesus te verdragen, en u te berooven van eenig vermaak of van eenige geoorloofde voldoening, met de meening, om u te straffen voor uwe ontelbare zonden, die zooveel £.an den Zaligmaker gekost hebben. Bepaal in het bijzonder eenige versterving ter beoefening. Leg u vooral toe, om die zinnen, waardoor gij God zoo dikwerf vergramd hebt, te versterven ; en geef aan Jest s uit dankbaarheid voor het bloed, hetwelk Hij voor u gestort heeft, de Iranen van een oprecht berouw en van een liefderijk medelijden met zijne smarten.
99
VOORBKELD.
De gelukzalige Seraphinus van Ascoli, kloosterling der orde van den li. Franciscus, vergenoegde zich niet alleen met de nachten door te brengen in het overdenken van het lijden des Ileeren, een aanzienlijken tijd zonder voedsel te zijn, en aan het lijden van den Zaligmaker de schatting zijner tranen en liefdevolle zuchten te betalen; maar hij voegde er nog het offer van zijn bloed bij. Als hij Jesus aan eene kolom gebonden en wreed gegeeseld beschouwde, werd hij onbarmhartig jegens zich zeiven, en sloeg zich geweldig met roeden, ten einde zoo veel mogelijk aan zijn Zaligmaker te gelijken, {/.even van den Gelukzalige.)
fesus verlangt zooveel niet van u; maar weiger ten minste niet de dagelijksche kwellingen van uw staat uit liefde tot Hem te lijden.
NEGENTIENDE DAG.
Jesus wordt met doornen gekroond.
Nadat de soldaten, door den duivel aangedreven, Jesus gegeeseld hebben, vinden zij een nieuw middel uit, om den Zaligmaker te doen lijden. Zij nemen lange, harde en scherpe doornen, waarvan zij een soort van kroon vlechten, die zij Hem op
100
het hoofd zetten, hetgeen aan den Zaligmaker den schijn geeft van een in pijnen en schande gedompelden koning.
Overweeg dc wreedheid van deze kwelling. Welke pijn moet een enkele doorn, die in het hoofd gedrongen is, veroorzaken?..... Voor Jesus :zijn het
meerdere scherpe en zeer harde doornen, die geheel zijn hoofd omringen, en in alle richtingendoorsteken. Welke foltering! Ziedaar, wat uwe onbetamelijke gedachten, uwe schuldige vermaken, uwe misdadige begeerten aan Jesus gekost hebben!.... Ziedaar met welke pijnen Jesus uwe heerschzucht, uwe ijdelheid en hoovaardigheid geboet heeft !.... Ziedaar voor welken prijs Jesus de genade van nederigheid, van geduld, van verachting der wereld voor u verkregen heeft!... De beulen, die steeds nieuwe wreedheden verzinnen, slaan met zooveel geweld de kroon op het hoofd des Zaligmakers, dat ontelbare doornen dit aanbiddelijk hoofd op eene verschrikkelijke wijze verscheuren. Beschouw, o mijne ziel, dezen Koning van smarten, en zie hoe het bloed over het aanbiddelijk gelaat van Jesus zóó overvloedig stroomt, dat het Hem onkenbaar maakt!... Ach, zondaar, hoeveel hebt gij aan Jesus gekost!... Word bewogen over het verschrikkelijk lijden van uw Zaligmaker, en erken in deze doornen, in deze wonden, in het bloed het gevolg uwer zonden. Zoo dikwerf gij behagen genomen hebt in zondige gedachten, hebt gij het heilig hoofd
101
van )esus met wreede doornen doorboord... Hoe durft gij uwen geest nog bezig houden met onzuivere en goddelooze gedachten, en naar de ijdel-heden en grootheden der wereld haken, wanneet-gij ernstig denkt aan den met doornen gekroonden Jasus ?...
Overweeg de schande dezer kwelling. De vijanden van Jezus scheppen er vermaak in, Hem den schijn van een tooncelkoning te geven; zij verlustigen zich in zijn lijden; zij bespotten en belcedigen Hem op alle wijzen. Met een wreed geweld ontrukken zij Hem zijne kleederen en bedekken zijne schouders met een ouden gescheurden purperen mantel. De nieuwe beleediging was des te smartelijker, omdat de beulen, met Hem te ontkleeden, al de wonden, door de geeseling veroorzaakt, heropenden, en het bloed op nieuw deden stroomen. Ach! hoe duur heeft Jesus onze verwijfdheid en al de zorgen, die wij aan ons lichaam besteden, de zinnelijkheden van ons bedorven vleesch, de pracht en ijdelheid onzer kleederen betaald!...: De soldaten geven Hem een riet bij wijze van een schepter in de hand, om Hem geheel den schijn van een spotkoning te geven; Jesus verwerpt dit niet, maar Hij ontvangt en houdt het, verheugd alzoo voor u de genade te verdienen, om steiker en standvastiger te zijn in het beoefenen der deugd en om u, ten koste van zulke wonderlijke vernederingen ; zijn eeuwig koningrijk tc
102
verwerven .... De beminne'ijke Jesus scheen, in dezen necierigen staat, een wezenlijk voorwerp van bespotting voor deze onbeschofte soldaten, die er zich in hunne wreedheid inderdaad in verlustigen. Allen komen achtereenvolgens voor Hem en huichelen Hem als Koning der Joden te groeten; zij bespotten Hem a^ een zinnelooze, en voegen bij alle spotternijen duizende nieuwe beleediginger. Zij spuwen Hem in het aangezicht, ge^en Hem kaakslagen, en Hem het riet uit de hand rukkende,
slaan zij daarmede op zijne doornenkroon, om die nog dieper in zijn hoofd te doen dringen en zijn lijden te vergrooten. Men tracht elkander als om strijd in wreedheid te overtreffen. Ach, hoe schrander is de wreedheid der menschen, om Jesus te pijnigen! ... En nochtans verheugt zich zijne heilige ziel, ofschoon verzwakt onder het gewicht van zoovele smarten, de offerande van deze diepe vernederingen aan zijn hemelschen Vader op te dragen tot herstelling der beleedigingen, welke wij door onze zonden zijne oneindige Majesteit aangedaan hebben. Aanbid dezen goddelijken Koning uwer ziel, bedank Hem voor zijne groote liefde tot u, en betuig Hem, dat gij in alle omstandigheden des levens slechts Hem alleen wilt beminnen.
Overweeg het geduld van Jesus. In het hevigste van zijn lijden, in de overmaat zijner schande opent onze goddelijke Verlosser niet eene enkele
1
-4-
103
maal den mond om zich te beklagen. Een verschrikkelijke kroon van doornen dringt Hem van alle zijden in het hoofd. Hij lijdt daardcoor eene ondragelijke pijn, doch Hij toont niet het minste misnoegen. Wat zegt gij op het gezicht van dit voorbeeld van bovenmc nschelijk en goddelijk gïduld, gij, die zoo vurig haakt naar de vermaken, de vreugden en wellusten di r wereld, en die een afkeer hebt ven de geringste doorn, het kleinste ongemak en het geringste lijden ? . . . Meest gij niet schaamrood worden, die hier uw leven met b oemen en vermaken omringd ziet, terwijl gij op het hoofd van uw Koning, van uw Schepper en God ee.i kroon vaii pijnen en schande aanschouwt? Meent gij misschien den hemel te kunnen ingaan zonder de doornen van boetvaardigheid, van lijden en vers:erving? )csus ziet zich van een ieder verlaten ; i:i de macht zijner wreede vijanden ziet Hij zich op de beleedigendste wijze mishandeld en bespuwd; men geeft Hem kaakslagen, en nochtans behoudt zijne ziel een onveranderlijke kalmte en blinkt eene zoete rust op zijne gelaatstrekken uit; Hij geeft niet het minste teeken van ongeduld
en van misnoegen..... En gij, ellendige aardworm,
ongelukkige zondaar! tot hiertoe hebt gij nog geen enkel ongelijk of bitsig woord in vrede en stilzwijgen leeren verdragen i . . . Is het mogelijk, dat gij, op het gezicht van een God, met zooveel lijden en smaad overladen, en nochtans zoo ge-
104
duldig en zoo ootmoedig, niet kunt beginnen, het geduld en de ootmoedigheid hoog te schatten?... Indien gij echter de voorbeelden van den lijdenden Jesus niet wilt navolgen, zult gij ook geen deel aan zijne heerlijkheid hebben.
VRUCHT.
Wanneer zich de gelegenheid aanbiedt om eenig ongemak, eenige pijn te lijden, om een uwer zintuigen of uwer neigingen te versterven, verheelt u dan, dat gij den lijdenden Jesus ziet, die u een zijner doornen aanbiedt; neem dien aan, kus dien uit geheel uw hart, en verdraag dien uit liefde tot Hem. Als gij door kwade gedachten of bekoringen o-ekweld wordt, herinner u dan den met doornen gekroonden Jesus, vestig uwe oogen op zijn verscheurd hoofd en beloof oprecht, dat gij deze wreede kroning voor Hem niet meer zult hernieuwen.
VOORBEEI.D.
De liefde tot Jesus is schrander om pijnen te vinden, welke aan die van zijn lijden gelijken. De eerwaarde pater Paulus van het Kruis moest nog al dikwerf blootvoets op oneffen wegen reizen. Als hij op doornen liep, die hem kwetsten, achtte hij zich gelukkig, die pijn uit liefde tot Jesus te
105
voelen: hetgeen ik lijd, ze'de hij, is niets in vergelijking met het lijden van Christus, wiens aanbiddelijk. hoofd met zulke wreede doornen is gekroond geweest. {Leven van den eerwaarden Pater.)
TWINTIGSTE DAG.
Christus wordt door Pilatus aan het volk vertoond.
Pilatus, den Zaligmaker in den beklagenswaar-digen staat ziende, waarin zijne beulen Hem gebracht hadden, meende, dat, indien hij Hem aan het volk vertoonde, dit gezicht alle harten tot medelijden zoude opwekken; hij Het Hem daarom op het balkon van zijn paleis brengen, en vertoonde Hem aan de vergaderde menigte, zeggende : ,.Ecce Homo! Zie den mensch !quot;
Overweeg in welken staat jesjis aan het volk vertoond wordt. Hij is van het hoofd tot de voeten zoodanig mismaakt, dat Hij den schijn van een mensch bijna niet meer heeft. Zijn gelaat is loodkleurig en door de slagen opgezwollen. Hij is met speeksel overdekt, zijn hoofd kan Hij niet meer bewegen ter oorzake van het lijden, hetwelk Hem de wreede doornen zijner kroon veroorzaken. Zijn lichaam is geheel verscheurd, het bloed stroomt en een schandelijk spotkleed bedekt zijne schouders. Zijne pijnen zijn algemeen, zijne vernedering is overgroot. Het is in dezen allerdeerniswaardigen toestand, dat Pilatus den Zoon Gods, de opperste
106
grootheid, aan het volk vertoont, onder het uitspreken
dezer woorden : ,,Ziedaar den mensch !......
Alsof hij wilde zeggen: âZiediar den ellcndigen st vat, waarin deze man, welken gij beschuldigt van naar de opperheerschappij te streven, zich gebracht ziet! . . . Beschouw Hem, en oordcel of Hij niet veeleer tranen en medelijden dan haat waardig is! . . . Beschouw gij zelve Hem, o mijne ziel en beschouw Hem aandachtig, dien God-mcnsch, dien Koning van heerlijkheid, in zulk een nederigen staat, aan de blikken van een talloozen volkshoop ten toon gesteld. Hij, wien men, eenige dagen geleden, bewonderde als den schoonsten onder de kinderen der menschen, is op dit oogenblik de schande der wereld en de oneer van zijn eigen volk geworden. Hij zelf heeft deze on vaardige behandeling gekozen, om zijn hemelschen Vader tot medelijden te bewegen en Hem op te wekken, om ons barmhartigheid te bewijzen, door ons te bevrijden van de eeuwige pijnen, welke wij verdiend hebben. Het is zijne liefde voor onze zielen, het is het verlangen naar onze zaligheid, die Hem in dezen beklagenswaardigen staat gebracht hibbcn. Maar gij, wat doet gij voor uwe ziel, die zooveel
aan Jesus gekost heeft?.....Welken ijver legt
gij aan den dag, om haar zuiver te bewaren en zalig te maken? . . . Wilt gij dan, om een licht geweld te ontgaan, dien schoonen hernel, welken Christus, ten koste van zooveel lijden en
107
vernedering, voor u verkregen heeft, verliezen? . .
Overweeg -welken indruk het gezicht van 'fcsiis op het volk 7naakt. De staat, waarin de beulen den aanbiddelijken Zaligmaker gebracht hadden, was bekwaam on de on^evy^lig !e harten te vermurwen ; zulk een zielroerend tooneel moesten den Joden gevoelens van medelijden en barmhartigheid voor den bedrukten Zaligmaker hebben ingeboezemd. Maar nauwelijks hebben zij Hem gezien, of zij leggen alle menschelijk gevoel af, en worden wreeder dan wilde dieren; ondanks alles blijven zij zijn dood eischen, en benijden, in voorbeeldelooze barbaarschheid, Jesus het geringe overblijfsel van leven, dat Hem nog bezielt. De helsche en onverzoenlijke haat, welken zij tegen den beminnelijken Zaligmaker hebben opgevat, drijft hen aan om eenparig te roepen: âKruisig Hem! Kruisig Hem! . . . .quot; Ziedaar waartoe een harstocht leidt, wanneer die geheel meester van een hart geworden is! Er zijn geene ongeregeldheden, waartoe de mensch niet in staat is. Elke bedorven neiging leidt tot het diepste verderf, en daarom moet gij dadelijk aan uwe slechte neigingen weerstand bieden... Piiatus kende de onschuld van Jesus en wilde in de onrechtvaardige eischen der Joden niet toestemmen; maar zij schreeuwden met wreedheid, dat Hij, volgens hunne wet, moest sterven, omdat Hij zich voor den Zoon van God had uitgegeven; de wetten der wereld veroordeelen
108
Jesus ter dood. Al de wereldlingen, wier eerige bezigheid bestaat in het voldoen hunner ongeregelde driften, schreeuwen door den mond d.. r Joden, dat men Jesus moet doen sterven, dat men Hem kruisige ! En het is naar dergelijke wetten, dat gij uw gedrag regelt? . . . Gij volgt de grondregels der wereld! . . . Gij zult weldra Jesus verlaten en Hem andermaal den dood doen ondergaan . . . Jesus ziet al de woede zijner vijanden, Hij hoort hun woest geschreeuw, en ofschoon het Hem de diepste smart veroorzaakt, hen ongevoelig te vinden voor zijn bitter lijden, verheugt Hij zich nochtans, dat Hij hen dat kruis hoort vragen, op het welk Hij uit liefde voor mij moet sterven . . . En ik beef op het enkel woord van kruis en van lijden ! . . . Vanwaar zijn mijne gevoelens zoo strijdig mét die van Jesus? . . .
Overweeg, quot;joelkc gevoelens hrtgezicht van Christus in ons 7noct opwekken, vermits Jems geen medelijden van zijn volk bekomt. Verbeelden wij ons, dat zijn hemclschen Vader Hem ons toont in dien staat, waarin zijn wreede geeseling Hem p-ebracht heeft, om in onze ziel liefde, eerbied en
O '
het verlangen op te wekken, om ter zijner na-volging te lijden. Verbeelden w;j ons dan uit den mond van den eeuwigen Vader diezelfde woorden te hooren welke Pilatus tot het volk richtte: nZic den mensch! . . Hij is uw Koning, een Koning van oneindige wijsheid, een heilige
109
Koning;, maar een Koning van smaad en van smarten. Hij heeft zijn koningrijk ten koste van vernedering en van lijden verkregen. Hij heeft het voor en ten koste van zijne wonden en van zijn bloed gekocht. Voor u heeft Hij zijne grootheid afgelegd en zich door mishandelingen en pij-nigingen tot den staat laten brengen, waarin gij Hem ziet . . . Aanbid dien Koning, onderwerp u aan Hem, en indien gij in zijn gelukzalig koningrijk wilt ingaan, volg Hem dan op den weg des kruises en des lijdens . . . Hij wil in uw hart heer-schen, en heeft door den smartelijksten dood daarvan de bezitting verkregen. Offer Hem dan alle uwe genegenheden op . . . Zie den mcnschl. . . Hij is uw Vader! ... de zachtmoedigste, de beminnelijkste, de teederste aller Vaders . . . Een Arader, die uit liefde voor zijne kinderen, om hun het leven te geven, hetwelk zij door de zonden verloren hadden, zijn allerheiligst leven op een kruis heeft opgeofferd . . . En ondanks dit alles, is Hij de meest verachte en gehate vader! . . . Bemin zulk een goeden Vader, gehoorzaam aan zijne geboden en veroorzaak nimmer het minste misnoegen aan een hart, dat zoo vol teederheid voor u is . . . Z.ie den mensch ! . . Hij is uw Meester uw voorbeeld . . Overweeg wel al de deugden, welke Hij bij deze gelegenheid oefende. Eene groote zachtmoedigheid te midden van zooveel verachting; een diep stilzwijgen te midden van
no
zooveel verwarring; een diepe nederigheid te midden- van zoovele beleedigingen; een onver-winnelijk geduld te midden van zoovele smarten. Bewonder Hem en tracht Hem na te volgen. Nimmer zult gij met Hem in de hemelsche heerlijkheid deelen, indien gij zijne deugden niet tracht na te volgen. Neem het besluit zulks met de hulp zijner genade te doen,
VRUCHT.
Houd gedurende eenigen tijd uwe oogen op een beeld van den gekruisten Zaligmaker gevestigd, en zeg tot u zeiven: âZiedaar den staat, waarin een God uit liefde voor mij gebracht is, om te .voldoen voor mijne zondenquot; Offer Hem, om uwe liefde te betuigen, al uwe zintuigen en al uwe geestvermogens op. Beloof Hem, dat gij die nimmermeer zult gebruiken dan om Hem te verheerlijken. Vraag Hem, door de verdiensten van zijne wonderlijke vernederingen den geest van ootmoedigheid en boetvaardigheid.
VOORBEEI-D.
De eerwaarde dienares Gods, Ursula Benincassa, had altijd een beeld van den met doornen ge-kroonden Jesus voor oogen. Het was met dit inzicht, dat zij er een geplaatst had op het werktuig, waaraan zij werkte. Gedurende hare bezigheid zond zij dikwerf de teederste verzuchtingen
Ill
tot haren lijdenden Jesus op, en zij smeekte Hem, haar deelachtig te maken aan zijn lijden, aan zijne droefheid en aan zijne doornen. Zij droeg immer zorg, dat er in al de kamers van haar huis een kruisbeeld was; zij had op verschillende plaatsen van hare kamer er zelfs meerdere, zoodat zij hire oogen niet kon opslaan, zonder haren lijdenden Zaligmaker te zien. Toen zij religieuse geworden en tot overste van haar klooster benoemd was, beval zij, dat ieder harer religicusen in hare cel een beeld van den gekruisten Jesus bewaren zou, en Hem dagelijks ten minste driemaal aldus zoude toespreken: âO gekruiste Jesus, het doet mij leed dat ik U heb vergramd; heb medelijden met mij en help mij in het uur van mijn dood.quot;' (Uit het leven van de eevueaardige dienares Gods.)
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus wordt tot den dood des kruises veroordeeld.
Toen Pilatus zag, dat niet een zijner redmiddelen baatte, om Jesus te verlossen, maar dat daarentegen het volk, door de opperpriesters opgeruid, luidkeels eischte, dat Hij gekruisigd moest worden, nam hij zich einde1ijk voor het vonnis uit te spreken en den Zaligmaker tot den kruisdood te veroordeelen. Overweeg:
Ilct volk wil, dat ycs?is sterft. Het is voor de Joden niet genoeg, dat Jesus gegeeseld werd;
112
hot is niet genoeg, dat Hij met doornen gekroond en met schande overdekt zij; zij willen dat hij sterft, en dringen op nieuw bij Pilatus aan, dat Hij gekruisigd wórde . . . En gij ook hebt zijn dood gewild, toen gij gezondigd hebt, en door de stem van uw boozen en ontrouwen wil hebt gij, in navolging der Joden, tegen uw teederen Vader, uw Verlosser en uw God geroepen : Kruisig Hem I O ondankbaarheid, o wreedheid ! . . . De Joden hadden Jesus gezocht, om Hem koning te maken; zij hadden de zoetste uitwerkselen zijner weldadigheid ondervonden; zij hadden de uitstekendste gunsten voor ziel en lichaam verkregen, en op dat oogenblik willen zij Hem, door een voorbeeldelooze ondankbaarheid als een goddelooze op een kruis doen sterven; zij dragen Hem zulk een haat toe, dat zij zijn aangezicht niet meer kunnen dulden. Daarom riepen zij tot Pilatus, dat hij Hem uit hunne oooen zou doen verdwijnen, als wilde zij zeggen: âWij kunnen Hem niet meer zien, het is ons ondragelijk, om Hem langer voor onze oogen te hebben.quot; Ziedaar de taal der goddeloozen! . . . Men weigert God te erkennen, men wil zijne blikken niet op zijne oneindige volmaaktheden vestigen, en met eene laakbare hardnekkigheid wendt men zijn gelaat af, om Gods weldaden, goedheid en liefde niet te zien... Ach! waren zij zoo verhard niet, zij zouden weldra ophouden Hem le beleedigen! . . . Het gezicht
113
van Jesus herinnerde den Joden zijne wonderen en zijne weldaden en verweet hun de verschrikkelijke onrechtvaardigheid en de zwarte ondankbaarheid, waaraan zij zich schuldig maakten, met Hem te doen sterven; en daarom wilden zij Hem niet meer zien, wiens tegenwoordigheid alleen hen kwelde. Gij zondigt, beleedigt uw God, gij haat Jesus tot den dood toe, omdat gij nooit overweegt hoezeer die Jezus u heeft bemind, hoeveel Hij voor u gedaan en geleden heeft. Gij leeft in de vergetelheid van God, en bijna zonder Hem te kennen; gij leeft geheel verslonden in de zorgen en nuttelooze bezigheden, in de ijdelheden, in de vergetelheid van uw beminnelijken weldoener, van uw opperste goed, en dit is de oorzaak, dat gij niet vreest door uwe zonden tegen Hem te roepen: âKruisig Hem!... Dat Hij sterve !... Helaas! waarom heeft Jesus zulk eene mishandeling van uwe zijde verdiend? . . .
Pilatus verooi-dcclt Jesus. Pilatus wenschte Jesus te verlossen; maar hij heeft daar den moed niet toe. Hij vreest Hem te veroordeelen, omdat zijne erkende onschuld hem verschrikt. Doch ondanks dit alles smoort Pilatus, bij het hooren van de bedreiging des volks dat hij in de ongenade van den keizer zou vallen, de stem zijns gewetens; hij levert den Rechtvaardige bij uitnemendheid, den Heilige der heiligen ter dood, en stelt Hem in de macht zijner vijanden ... O vervloekt men-
8
114
schelijk opzicht! . . . Hoe dikwerf hebt gij reeds den Zoon Gods in uwe ziel doen sterven, door te zondigen uit menschelijk opzicht! . . . Om niet aan een vriend te mishagen, om een persoon, die u liefhad, niet te hinderen, om geen ijdele en vergankelijke eer te verliezen, om u niet van een ellendige voldoening te berooven, hebt gij op een snoode wijze uw God beleedigd . . . Gij wist nochtans wel, dat God uw opperste Heer is, dat Hij recht heeft gehoorzaamheid van u te eischen en door u boven alle andere zaken gesteld te worden! Gij wist zeer wel, dat Hij u gebood alles aan zijne vriendschap, aan zijn wil, aan zijne wet op
te offeren!.....Hoe is het mogelijk, dat gij meer
werk van een schepsel dan van God gemaakt hebt, en dat gij, uit menschelijk opzicht, uit eene ellendige vrees, verzaakt hebt aan de vriendschap van uw goddelijken Meester, aan de waardigheid van zijn kind te zijn? . . . Hoe hebt gij meer gevreesd aan de menschen te mishagen, dan de majesteit van een oneindig wezen te beleedigen?... Beween uwe dwaling, verfoei uw ellendig menschelijk opzicht, en al de zonden, welke het u heeft doen begaan . . . Pilatus is met schrik bevangen en beeft bij het uitspreken van het doodvonnis tegen den God des levens. Maar al de verlichtingen van zijn geest, al de knagingen van zijn geweten, al de bewijzen der onschuld van Jesus zijn niet in staat hem tegen te houden op
115
den rand van den afgrond, waarin hij zich gaat storten; hij stemt in den verschrikkelijken Gods-moord toe! . . . Vertoorn u hier niet op Pilatus, wees eerder vergramd op u zeiven, vermits gij, ondanks al het licht van het geloof, al de hulpbronnen der genade en al de knagingen van uw geweten, Christus ter dood hebt veroordeeld, telkens als gij doodzonden hebt begaan. Zou deze gedachte alleen u niet van droefheid moeten doen
sterven ?.....
jfcszis aanvaardt den dood. Jesus staat voor den rechterstoel van Pilatus in de houding van een misdadiger, terwijl men zijn doodvonnis voorleest. Hij hoort deze onrechtvaardige uitspraak, waardoor Hij veroordeeld wordt om als een boosdoener aan een kruis te sterven; eerbiedig buigt Hij zijn hoofd, ontvangt dit vonnis, en onderwerpt zich daaraan zonder de minste tegenspraak. Hij bedroeft zich niet over het onrecht, dat men Hem aandoet,; Hij zegt geen enkel woord tegen den rechter, die Hem aan zijne vijanden overlevert; Hij beklaagt zich niet over de onrechtvaardigheid van dit vonnis; Hij tracht het niet te weerleggen, maar Hij onderwerpt er zich vrijwillig aan en neemt het voor de eer van zijn Vader en uit liefde voor ons allen volgaarne aan. Welke is uwe gehoorzaamheid, uwe onderwerping aan de bevelen der Voorzienigheid, aan de besluiten van God over u . . . Wat God van u vraagt, zal geen gelijkenis
116
hebben met de bitterheid en den smaad van dit tegen Jesus uitgesproken doodvonnis. Jesus nog-thans neemt het met gelatenheid aan, uit medelijden voor uwe ziel, om u van den eeuwigen dood te verlossen . . . En gij, zoudt gij nog niet uit liefde tot Jesus eenig lijden, eene geringe vernedering, die uwe eigenliefde en hoogmoed kwetst, kunr.en verduren! . . . Ach! hoe groot is uwe ondankbaarheid jegens Hem, die u zoo zeer bemind heeft!.. . Jesus hoort de barbaarsche en helsche vreugde, waaraan zijne vijanden zich overgeven; Hij hoort hoezeer zij er zich over verheugen, dat Hij ter dood veroordeeld is; doch hoe bedroefd zijn hart ook is over hunne trouweloosheid, cvenzoo en meer nog verheugt Hij zich, dat het oogenblik gekomen is, waarop Hij zijn leven voor onze zaligheid zal gaan opofferen . . . Welke oneindige verplichtingen hebt gij jegens den beminnelijken Verlosser! . , . Hoezeer moet gij Hem beminnen! . . . terwijl Hij zich verheugt uit liefde tot u op een kruis te g£tan sterven. O goede Jesus! dat ik dan toch eindelijk beginne, dat ik voor goed beginne U liefde voor liefde te geven ! . . .
VRUCHT.
Het is uw menschelijk opzicht, het zijn uwe hartstochten, die u, naar het voorbeeld der Joden, weerspannig aan God gemaakt hebben. Neem dan
117
een vast besluit, waakzaam te zijn, om die gevaarvolle driften te beteugelen, en de ijdele oordeelen der mem;chen te verachten, als het er op aankomt aan God te behagen. Verlies God, zijne liefde, zijne weldaden, het lijden van Christus nimmer uit het oog. Deze heilzame gedachten zullen u behoeder, voor het toestemmen in de zonde. Maak het grootste werk van de goddelijke inspraken en de vermaningen van uw geweten ; het zijn genaden, welke God u verleent, om u te beletten in zonde te vallen, of u te doen opstaan, indien gij het ongeluk gehad hebt er in te vallen.
VOORBEELD.
Jesus beschouwt met genoegen de tranen, welke men stort bij het overwegen van zijn Lijden. De gelukzalige Joanna van het Kruis schijnt van hare vroegste jeugd af eene teedere godsvrucht tot het Lijden van Christus bezeten te hebben. Terwijl zij eens de talrijke stroomen bloeds overwoog, die gedurende zijn Lijden uit de verscheurde ledematen van den Zaligmaker vloeiden, weende zij bitter en was bedroefd, dat zij niet een weinig van haaa bloed kon storten voor Hem, die al het zijne voor haar vergoten had. Maar zij troostte zich met de gedachte, dat de goddelijke Zaligmaker veel behagen schept in de tranen, welke men bij bet overwegen van zijn Lijden stort. {Jlet leven der Gelukzalige.)
118
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus wordt met zijn kruis beladen en gaat naar den Kalvarieberg.
Nauwelijks is fesus ter dood veroordeeld, of Hij ziet zich in de handen der Joden overgeleverd, om gekruisigd te worden. Men bereidt in haast een kruis, hetwelk Jesus op zijne schouders neemt. De beminnelijke Zaligmaker gaat uit Jerusalem, met dit zware hout beladen, en neemt den weg naar den berg van Kalvarië. Overweeg:
Hoe jfesus het kruis omhelst. Alvorens den Zaligmaker met zijn kruis te beladen, rukken de soldaten Hem dien ouden purperen mantel, waarmede Hij tot dat oogenblik bedekt was geweest, van zijne schouders, en laten Hem zijne gewone kleederen aantrekken, opdat Hij gemakkelijker door iedereen zou herkend worden. Met eene onuitsprekelijke wreedheid hernieuwt men alzoo, voor de tweede maal, Jesus' Monden en pijnen, en Hij lijdt des te meer, daar deze mantel in dien tusschentijd aan zijne geopende wonden gekleefd was . . . Kan men dit punt van het Lijden overwegen, zonder bewogen te worden met de bittere smart van den Zaligmaker, die alles met een wonderbaar geduld en gelatenheid verdraagt? . . . Om Hem nog meer te doen lijden, laat men Hem de doornenkroon op zijn hoofd. Deze kroon moest aan Jesus onophoudelijk de grootste smarten ver-
119
oorzaken ! . . Bij iedere beweging, bij elke schrede, moest Hij in zijn heilig hoofd de wreedste pijn gevoelen. Jesus nochtans klaagt niet, en Hij draagt deze kroon tot zijn laatsten zucht! . . . Word schaamrood over uwe lafhartigheid, over uw weinig geduld en moed om de minste pijn te lijden. Nadat dit alles geschied was en Jesus zijn eigen kleed teruggenomen had, vertoont men Hem dit lang en zwaar kruis, waaraan Hij weldra zal genageld worden. Jesus beschouwt het, en daar het altijd het voorwerp zijner vurigste verlangens geweest is, omhelst Hij het teeder en drukt het met eene oneindige vreugde aan zijn hart. Ofschoon Hij in de grootste droef heid, krachteloos, uitgeput van bloed en meer dood dan levend was, neemt Hij het op zijne bebloede schouders .... Leer hieruit, mijne ziel, hoe gij moet aannemen wat God u overzendt of gebiedt; het kruis is misschien zwaar, maar het is een kruis, dat van God komt. Het zal nooit zoo zwaar zijn als dat van Jesus. Zonder kruis zult gij nimmer in de heerlijkheid worden toegelaten.
Met tvell-c beschaamdheid Jes7is het gerechtshof verlaat. De Joden haasten zich Jesus ter dood te brengen, en om hun haat tegen den Zaligmiker te verzadigen, willen zij dat Hij in gezelschap van boosdoeners naar de strafplaats heentrekt, om een ieder te overtuigen, dat Hij even schuldig is als deze. Zij halen daarom twee reeds veroordeelde
120
dieven uit de gevangenis, plaatsen Jesus in het midden, en bevelen hun naar den berg van Kalvarie te gaan. Op de vreugdekreten en het gerucht der bende snelt het volk van alle kanten toe, om van
dit gruwelijke tooneel getuige te zijn.....Jesus
verlaat het gerechtshof, tusschen twee dieven, met ketenen beladen, het aangezicht met bloed en walgelijk speeksel bedekt, de doornenkroon op zijn hoofd, gebukt onder het zware gewicht van zijn kruis, dat Hij met moeite op zijne schouderen draagt. Welke beschaamdheid voor Jesus, in een dergelijken staat voor de oogen van een saamge-vloeide menigte te verschijnen .... Welk eene smart voor Hem, die de zonden een oneindigen afkeer toedraagt, zich verplicht te zien, als een schuldige, die de straf voor zijne misdaden moet ondergaan, voor geheel Jerusalem te verschijnen! . . . Hij draagt nochtans zijn kruis, Hij lijdt zijne schande met zooveel geduld en onderwerping, met zooveel goedheid en zachtmoedigheid, dat Hij tranen van medelijden zou ontrukken aan degenen, die niet, gelijk de Joden, een versteend hart bezaten .....Jesus, zich met zijn kruis beladende,
heeft al onze zonden op zich genomen, en het is om die uit te wisschen, dat Hij zich op dat oogenblik gewillig aan zoo vele onbegrijpelijke vernederingen onderwerpt, en gaarne den zwaren last van zijn kruis torscht, waarmede Hij beladen is ... . De talrijke zonden, welke gij bedreven
121
hebt, hebben het gewicht van Jesus'kruis aanmerkelijk verzwaard; zij hebben Hem bitter doen zuchten. Is het niet billijk, dat gij nu het kruis van boetvaardigheid en van onderhouding zijner goddelijke geboden met ootmoedigheid draagt? . . . Al de straten der stad, waar Jesus doortrekt, zijn met menschen opgevuld; men wil Hem zien, en zich vermaken met Hem nog te bespotten .... Men beleedigt, men vervloekt Hem, men overlaadt Hem met verwenschingen; niemand is er, die medelijden met zijn ongeluk heeft en Hem komt troosten. Nader, mijne ziel, tot uwen diepbedroef-den Verlosser en erken, met de oogen des geloofs, in dezen mensch, die de bespotting der wereld geworden is, uw Vader, uw Zaligmaker, uw God, die uwe zonden draagt; werp u voor zijne voeten neder, om tranen van berouw te storten, en wacht u voortaan wel het gewicht van zijn kruis te verzwaren, en aan zijn goddelijk hart nieuwe pijnen te veroorzaken, door in uwe zonden te hervallen.
j\Iet ivclkc pijnen Jesus zijn smartvollen zveo vervolgt. Jesus, aanmerkelijk verzwakt door de uitstorting van zijn bloed, doet pogingen om zijn zwaar kruis te dragen, en bij elke nieuwe schrede voelt Hij nieuwe pijnen .... Nu moet Hij den berg beklimmen..... Hij is afgemat van vermoeidheid, Hij is buiten adem; Hij is uitgeput . . .
Alles lijdt in Hem..... En niemand troost Hem.....
Hij gaat altijd voort onder den last van dat ont-
122
zag-gelijke schandhout, dat al zijne wonden opnieuw opent; het bloed verft den weg en duidt het spoor van zijne schreden aan. Welke pijn voor den goddelijken Jesus ! .... Het zijn uwe schandelijke vermaken, het zijn de stappen, welke gij op de wegen der zonde gedaan hebt, die zooveel lijden aan den Zaligmaker veroorzaakt hebben .... De beulen, door wreede woede aangevuurd, drijven Hem voort, en doen Hem onder slagen en stooten voortgaan. Jesus voelt zich eindelijk, door overmaat van pijnen en van vermoeidheid bezwijken; Hij valt onder het gewicht, dat Hij draagt, neder. O, mijne ziel, beschouw oplettend uw Zaligmaker, liggende onder het kruis, en erken de verschrikkelijk zwaarte uwer zonden. Er is een God-mensch noodig, om haar gewicht te dragen; en Hij zelf bezwijkt er onder, door den afschrik, dien zij Hem inboezemen. . . Indien gij niet gezondigd hadt, zou Jesus een lichter gewicht op zijne schouders gehad hebben. Het is meer nog het gewicht van uwe zonden dan van zijn kruis, dat Hem op dit oogen-blik bezwaart. Heb dan toch medelijden met uwen zachtmoedigen Jesus, die om uwer zonden wille in een afgrond van pijnen gedompeld ligt.... Toen Jesus tot zich zeiven gekomen wa?, stond Hij met groote moeite op. Hij is nog uitgeput van vermoeidheid .... En evenwel moet Hij nog den berg van Kalvarië beklimmen; zijne liefde voor ons, het vurig verlangen, dat Hij heeft, om voor
123
onze zaligheid te sterven, stcrt nieuwe krachten in zijn lichaam, dat geen bloed meer in de aderen schijnt te hebben. Hij verlangt die plaats te bereiken, waar Hij moet opgeofferd worden als eene offerande tot eer van zijn hemelschen Vader, en tot zaligheid van zijne broeders. O Jesus, brandende van liefde! . . . . Ziedaar, hoezeer Gij mij bemind hebt! .... En ik, ondankbare, ik ben ongevoelig voor deze overmaat van uwe liefde! ....
VRUCHT.
Men vindt overal kruisen, zelfs op den troon. Zoek geenszins ze te vermijden, te ontvluchten, of met tegenzin te dragen. Tracht ze veeleer verdienstelijk voor u te maken. De weg van het kruis is de eenige weg, die ten hemel geleidt; er is in den hemel geen heilige, die de kruisen niet bemind heeft. Zoodra u eenige droefheid of onaangenaamheden overkomen, vergeet niet den Heer daarvoor te bedanken. Dat al uw ijver dan zij om de nederigheid. het geduld en de onderwerping te beoefenen: deze schoone deugden, welke Christus op eene zoo verhevene wijze, door het dragen van zijn kruis beoefend heeft. Wilt gij uw kruis met
minder moeite dragen ?.....draag het dan in
gezelschap van Jesus.
124
VOORBEELD.
Er is geen oefening, welke meer bekoorlijkheden heeft voor de zielen, die Jesus beminnen, dan die van den weg naar den Kalvarieberg, gewoonlijk de kruisweg genoemd. De dienares Gods, zuster Maria, religieuse der orde van Jesus van Nazareth, beoefende die alle dagen, onder overvloedige tranen. Zij gevoelde meer teederheid en medelijden, als zij alzoo, in den geest, haar lijdenden Zaligmaker op zijn smartvol!en weg naar den berg van Kalvarië vergezelde. Toen zij eens met deze godvruchtige oefening bezig was, en Jesus, met zijn kruis beladen, beschouwde, hoorde zij Hem tot haar zeggen: âBeschouw Mij, help Mij, bemin Mij . . Deze woorden wekten in haar hart een vurig verlangen op, om Jesus in zijn onuitsprekelijk lijden te vertroosten. (Het leven der dienares Gods.)
Maak het u ook tot gewoonte, deze heilige oefening met een waren geest van Godsvrucht en van medelijden voor den lijdenden Jesus te doen.
DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus ontmoet zijne allerheiligste Moeder.
Toen de Zaligmaker, met zijn kruis beladen, zich naar den berg van Kalvarië begaf, ontmoette
125
Hij zijne heilige Moeder, die Hem te midden der andere vrouwen volgde. Overweeg:
De droefheid van gestes, als Hij Maria zag. Hij ziet haar treurig, bitter weenende, het hart met overgroote droefheid vervuld. De oogen van Jesus vestigen zich op de oogen van zijne Moeder; welk verschrikkelijk gevoel voor zijn teeder hart!... Jesus bemint Maria als zijne Moeder. Jesus, de beste der zonen, had voor Maria, de beminnelijkste der Moeders, eene onbeschrijfelijke teederheid. Welke wreede pijn voor Hem, deze Moeder, die zijne genoegens uitmaakte, ter oorzake van Hem, in eene zee van droefheid gedompeld te zien!. .. Ach, hoe wreed moet het hart zijn, dat zich bij deze nieuwe pijn niet tot medelijden voor Jesus voelt opgewekt!... Het kruis is ongetwijfeld wel zwaar voor Jesus, zijne doornenkroon drukt Hem geweldig op het hoofd, de wonden, waarmede zijn lichaam bedekt is, veroorzaken Hem de hevigste pijnen, de uitwerking van zijn lijden heeft Hem zwak en kwijnende gemaakt; maar de bitterste van al zijne smarten is deze, wanneer Hij ziet dat het Hart van Maria, door de uitwerkselen van liefde en van medelijden, zijne wonden, zijne doornen, zijn kruis en geheel zijn lijden uitstaat. Wie kan de overgroote droefheid bevatten, die op dit gezicht in het hart van Jesus dringt?... Hij wenschte aan zijne bedroefde Moeder een blijk zijner teederheid te geven, haar eenige woorden
van troost toe te spreken, haar een laatst vaarwel te zeggen; maar het wordt Hem belet door de woede der Joden, die Hem met geweld dwingen voort te gaan. Doch indien het aan deze twee zielen onmogelijk was mondeling met elkander te spreken, spraken zij toch voorzeker wel met de oogen en met het hart, en deelden elkander wederkeerig hunne gevoelens mede. Bid Jesus, dat Hij u deelachtig make aan hetgeen Hij lijdt, en uw hart bewege, opdat het, van medelijden doordrongen, door de droefheid over uwe zonden verbrijzeld worde.
De smart van Afaria, toen zij Jesiis zag. Maria wilde aan haren Jesus de bewijzen van de ge-trouwste liefde geven, die nimmer het beminde voorwerp te midden der grootste droef heid verlaat. Het is deze liefde, die haar Jerusalem heeft doen verlaten, om haren lieven zoon tot aan den Kalvarieberg te vergezellen, en tegenwoordig te zijn bij zijne smartelijke offerande. Als gij eene oprechte liefde tot Jesus hebt, moet gij Hem ook tot op den berg van Kalverië volgen, en gewillig en ter zijner liefde uw kruis, dat wil zeggen al uwe tegenspoeden en al uwe rampen, dragen .... Maria zelve torscht daar haar zwaarste kruis, vermits zij in haar hart een overgroot gewicht van smarten en angsten draagt, die haar tot de diepbedroefdste aller moeders maakt. De liefde, welke zij voor Jesus, haren teederen
127
Zoon en haren God koestert, is groot, is onbegrijpelijk; ten opzichte harer liefde is de smart onuitsprekelijk, welke zij in hare ziel gevoelt, bij het zien van haren Jesus m zulk een verschrikkelijk lijden. Jesus gevoelt al de smart van Maria en Maria al de pijn van Jesus, en geheel het lijden, al de kruisen van haren welbeminden Zoon zijn zoo vele wreede zwaarden, die haar maagdelijk hart doorboren. Maar de gevoeligste pijn voor deze Moeder van smarten was het ontmoeten van de oogen van Jesus, toen Hij zich omkeerde, om tot de vrouwen van Jerusalem te spreken. Ach! hoe is het mogelijk dat Maria op dit gezicht niet stierf, door de overmaat alleen van hare droefheid ? . . . En hoe wordt uw hart niet verbrijzeld door medelijden, als gij denkt aan zulk eene hartverscheurende ontmoeting? . . . Maria ziet haren zachtmoedigen Jesus, uitgeput van krachten, al zijne ledematen verscheurd, van alle zijden zijn bloed stroomende, het hoofd met doornen doorboord, het gelaat met slijk bedekt, geheel bezweet, in een staat van uitputting en kwijning, in droefheid verzonken, een koord om den hals, zoodanig onder het gewicht van het kruis gedrukt, dat Hij er onder bezwijkt; door het volk met verwenschin-gen en vervloekingen overladen, door de soldaten mishandeld, nog dieper gewond op het gezicht van zijne bedroefde Moeder. âHelaas ! mijn Zoon,quot; zou Maria wilüen uitroepen, âmijn welbeminde
128
Zoon! . . .quot; maar de hevigheid harer smart maakt haar sprakeloos. Zij zou tot Jesus willen naderen, om Hem eenige verlichting toe te brengen, Hem voor de laatste maal te omhelzen, maar niets van dat alles wordt haar toegestaan! Zij heeft geen ander middel, om hare onvergetelijke kruisen te verlichten, dan tranen en zuchten ... O mijne ziel beschouw deze Moeder van smarten, en denk dat deze wreede pijnen het werk zijn van die boosheid, waardoor gij, met te zondigen, den zacht-moedigen Jesus ook op zulk een wreede wijze mishandeld hebt . . . Wilt gij haar te midden harer ontelbare kruisen verlichten ? Beween dan uwe zonden en maak het vaste voornemen, nimmermeer haren lieven Zoon te beleedigen. Neem innig deel in hare droefheid en bemin haar onophoudelijk als uwe Moeder.
De droefheid van Jesus en JSIaria, als zij de zonden der menschen zagen De pijnlijke ontmoeting van Jesus en van Maria heeft hen met de levendigste droefheid vervuld. Doch hunne droefheid over de zonden der menschen is grooter, dan over hun eigen lijden!... Hunne droefheid wordt nog grooter bij het zien der ongevoeligheid van dit talrijk volk, dat het lijden van den Zoon en de angsten der Moeder met onverschiligheid beschouwt, zonder het minste medelijden te toonen. Jesus en Maria kennen de ondankbaarheid van zoo vele Christenen (en misschien ook de uwe,) die
129
zich zelfs niet gewaardigen, eene gedachte of een zucht aan den lijdenden Zaligmaker en aan zijne heilige diepbedroefde Moeder te verleenen . . . Zij zien in de beleedigingen, in de spotternijen en hoonende verwijtingen, welke Jesus van den kant zijner vijanden ondervindt, de verhardheid der zondaren, die door hunne zonden ook eens zulke trouwelooze mishandelingen tegen Jesus moeten hernieuwen. Ach! welk eene wreede smart voor deze twee zuivere harten! . . . Bij de beschouwing der woede, met welke de Joden zich haasten om Jesus te kruisigen, hebben zij deze ontelbare menigte menschen voor den geest, die in hun hart den dood van den Zaligmaker zoo dikwerf hernieuwen, als zij in doodzonde toestemmen! . . . Helaas! het is maar al te waar, dat Jesus mij ook ziet, daar, op dien berg, waar ik Hem door mijne zonden aan het kruis moest hechten! . . . Ook zag Maria mij daar; en hoezeer heeft mijn gezicht het hart van die tccdere Moeder bedroefd ? . . . Ach ! wees toch z^o wreed niet meer, om zulk een wreeden marteldood voor het hart van Jesus en Maria te hernieuwen.
J
VRUCHT.
Indien gij Maria bemint, vergeet dan nimmer hare smarten. Indien gij haar wilt troosten, tracht dan ten minste eene ziel van de zonde terug te
i
130
houden, en wacht u wel haren goddelijken Zoon nog te beleedigcn. Zoo gij iets wilt doen, dat haar aangenaam zij, volg dan op haar voorbeeld, Jesus na, door al uwe kruisen met geduld te dragen, en met godsvrucht te overwegen al wat Hij op den weg naar den Kalvarieberg voor u geleden heeft.
VOORBiCELD.
Wij lezen van den heiligen Pelegrinus Laziosi, van de Orde der dienaren van Maria, dat, hoezeer hij ook uitmuntte in godsvrucht voor den lijdenden Jesus, hij niet minder uitmuntte door teederheid en medelijden voor de smarten van Maria. Hij koos een spelonk, ia de omstreken van Senen, tot zijn verblijf, en bracht daar een geruimen tijd , ge-heele dagen en nachten, door in de bespiegeling van deze twee groote voorwerpen zijner liefde. Gedurende dertig achtereenvolgende jaren, wilde hij nimmer toestemmen te gaan zitten : deze moeielijke boetvaardigheid had hij zich opgelegd ter eere van de Moeder der smarten en van den lijdenden Jesus. Deze godvruchtigheid behaagde zoozeer aan Jesus, dat Hij dit door een wonder aan zijn dienaar wilde te kennen geven. Toen de Heilige genoodzaakt was, zich een been te laten afzetten, waarin de kanker gekomen was, liet een beeld van zijn ge-kruisten Zaligmaker de hand van het kruis ios, raakte het zieke deel aan en genas het terstond.
{Bolland, 1 Mei J
131
VIER EN TWINTIGSTE DAG.
De vrouwen van Jerusalem weenen over Jesus.
De Zaligmaker wordt op zijn smartvollen weg gevolgd door eene groote menigte, waaronder zich ook vrouwen bevonden, die vol medelijden en bewogen waren, toen zij Hem in zulke wreede pijnen zagen. Jesus keert zich tot haar en spreekt haar woorden van teederheid en onderrichting toe. Overweeg :
De godsvrucht van deze vrouwen. Eene groote menigte volks vergezelt Jesus op zijn weg naar den Kalvarieberg ; deze volgde Hem om te spotten met zijne pijnen, gene om het wreede genoegen te smaken, Hem op het kruis te zien sterven. Te midden van deze menigte vijanden bevindt zich slechts een klein getal getrouwe en godvreezende zielen, die, door hare tranen en zuchten, de teedere liefde en diepen eerbied, welke zij voor den lijdenden Jesus hebben, openlijk bewijzen. Niettegenstaande dezen algemeenen haat, welken de Joden tegen Jesus doen uitschijnen, ondanks de woede van het volk, dat er behagen in schept om Hem te kwellen, aarzelen zij niet zich voor Hem te verklaren en hare aandoeningen te toonen over het lot van den bedrukten rechtvaardige, die hare aanbidding en medelijden zoozeer verdient.....
Behoort gij onder degenen, die, vol godsdienst en geloof, u niet schaamt, u christen te toonen
132
daar, waar men God het meest vertoornt en zijne heilige wet met voeten treedt? .... Of wet, stelt gij u in tegendeel, door eene ijdele vrees, gelijk aan de vijanden van den Zaligmaker, door te spotten met de godsvrucht, de onschuld te vervolgen en den Heer te beleedigen ? . . . . Christus zal u in den dag des oordeels niet erkennen als tot zijn schaapstal behoorende, indien gij u op deze wereld schaamt u voor Hem te verklaren I . . . De godvreezende vrouwen verachten alle men-schelijk opzicht, doordien zij alle hinderpalen overwinnen, zich naar den Kalvarieberg begeven, om Jesus derwaarts te volgen en Hem de laatste liefdeplichten te bewijzen; en daar zij Hem zoo wreed mishandeld, zoo beladen en zijn bloed uit al zijne wonden zien vloeien, weenen zij uit teeder-heid en medelijden, en achten zich oneindig gelukkig, om aan den lijdenden Jesus de schatting harer tranen te kunnen geven in ruil voor het bloed, dat Hij voor haar zoo overvloedig vergiet. Vereenig u in den geest met deze heilige vrouwen, en dat uw hart bewogen worde op het gezicht van den met wonden bedekten Jesus, wien men ter strafplaats leidt en weldra op het kruishout zal uitstrekken. O, hoe zoet, hoe troostend is het te weenen over het lijden van den Zaligmaker! Beproef het en gij zult weldra de uitwerkselen daarvan ondervinden.
De voldoening, welke Jesus haar betuigt ten
133
ofzichte har er tranen. Toen Jesus het teedere medelijden zag, dat deze heilige vrouwen jegens Hem betoonden, en de tranen, die zij over zijn lijden stortten, bewees Hij haar zijne erkentelijkheid en bedankte haar zelfs daarvoor. Leer hier uit, hoe aangenaam onze godvruchtige genegenheden zijn aan den lijdenden Jesus en hoe gevoelig daarentegen zijn hart is voor de ondankbaarheid en verhardheid van dengeen, die niet een enkele traan van medelijden over het lijden van den gekruisten God weet te storten . . . Ofschoon Jesus in zijn lichaam en in zijne ziel ondragelijke pijnen lijdt; ofschoon Hij bij eiken voetstap zijne krachten voelt bezwijken, denkt Hij evenwel , als ware Hij ongevoelig voor zijne eigene smarten, aan niets meer dan om de dochters van Jerusalem te troosten en te onderrichten. Hij ziet hare tranen, en ofschoon Hij wel weet, dat zij hunnen oorsprong niet hebben uit een oprecht geloof, behaagt Hem nochtans hare nederige droefheid, en wil Hij haar beloonen, door het berouw en de liefde in haar hart op te wekken. Hij keert zich tot haar met een blik vol teeder-heid; Hij spreekt haar op een minzame wijze toe ; en op hetzelfde oogenblik, dat Hij haar leeit met hare tranen voordeel te doen, stort Hij in hare ziel geheime inspraken en bijzondere genaden! .. . Alzoo is Jesus ten onzen opzichte altijd goed, altijd beminnelijk, en houdt Hij zich altijd bezig
1B4
met onze dierbaarste belangen. Ach! hoevele genaden zou hij u toestaan, indien gij u wildet bezighouden met de overweging van zijn heilig Lijden! . . . Hoevele tranen hebt gij reeds vergoten over een verdriet, een lichamelijk lijden, den dood van een bloedverwant, van een vriend! . . . En over Jesus, die zooveel voor u gedaan heeft!... helaas ! gij hebt daarover misschien geen enkelen traan gestort!... Wees bedroefd, dat gij zoo ondankbaar zijt, en zoo weinig liefde hebt ; en wend voortaan al uwe pogingen aan, om te behagen aan het hart van Jesus, die de tranen, welke eene ziel uit medelijden voor zijn lijden stort, met zooveel vurigheid begeert en met zooveel voldoening aanneemt.
De %voorden, die Jesus tot de vrouwen richt. Jesus zoekt en verwacht iemand, die medelijden heeft met zijne overgroote pijnen, maar Hij verlangt ook, dat deze aandoening voortkome uit hetzelfde gevoelen, waarmede Hij bezield ió te midden van al zijn lijden. Hij lijdt voor onze zonden, en Hij wil dat het aandenken aan diezelfde zonden ons bewogen doe zijn met zijn lot. Daarom keert Hij zich tot de vrouwen van Jerusalem, om haar deze woorden toe te spreken; âWeent niet over Mij, alsof Ik ging sterven voor Mij zelven, maar weent over de zonde, die de oorzaak is van mijn lijden en dood; weent over u en over uwe kinderen voor wie ik ga sterven, ten einde door
135
mijn wreeden dood, en uwe ongerechtigheden en de hunne uitte wisschen.quot; Alsof Hij haarwilde zeggen: âIk prijs de liefde, welke gij voor Mij hebt; Ik neem in dank de tranen aan, welke uw medelijden u deed storten; maar, indien gij u niet docr tranen van een oprecht berouw verbetert van uwe zonden, zullen mijn lijden en mijn dood u van geen nut zijn.quot; âAanschouw Mij wel,quot; zegt Jesus u ook, âen keer in u zeiven; want indien Ik zulke wreede pijnen lijd voor zonden, die Ik niet begaan heb, welke straffen heeft hij, die zich van zijne eigene zonden door tranen van een oprecht berouw niet betert, van den kant der goddelijke rechtvaardigheid te wachten?quot; Ziedaar de eenige en ware wijze, om met vrucht over het lijden van Christus te weenen, en tranen van berouw en boetvaardigheid te storten over zijne eigen zonden, die van den Zoon Gods een Man van smarten gemaakt hebben. Gelukkige tranen, indien gij ze weet te mengen met het bloed van Jesus, om er een heilzaam bad van te maken, hetwelk de vlekken van uwe zondige ziel zuivert.
VRUCHT.
Onderzoek heden, welke de zonde is, waarin gij meermalen hervalt, en maak een vast besluit u daarvar. te beteren. Hernieuw dikwerf oefeningen van berouw over uwe zonden, en offer, ter uit-wissching daarvan, al het bloed cp, hetwelk Jesus
136
op weg naar den Kalvarieberg vergoten heeft. Neem al de kwellingen en wederwaardigheden dezer wereld aan, als eene boetvaardigheid voor uwe zonden. Door dit middel zal het u zeer gemakkelijk zijn de schulden te betalen, welke gij jegens de goddelijke rechtvaardigheid gemaakt hebt.
VOORBEELD.
De gelukzalige Clara van Monte-Falco had, van hare vroegste jeugd af, eene zoo teedere godsvrucht, eene zoo levendige liefde voor den lijdenden Jesus, en een zoo groot verlangen om te lijden, met het inzicht om Hem te behagen, dat zij geen ander bed had dan den grond of een plank. Het lijden was het gewone onderwerp harer overwegingen. Zij had de gewoonte van te zeggen: âWanneer men Jesus aan het kruis heeft zien hangen, kan men dan aan iets anders denken ?.....quot;
{Leven der Gelukzalige?)
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus wordt geholpen door Simon van Cyrene.
De opperpriesters vreezende, dat Jesus door zijne vermoeidheid en pijnen zou bezwijken, indien men Hem, beladen met zijn kruis, noodzaakte den berg te beklimmen, lieten het dragen door zekeren
137
Cyrener, Simon genaamd, die daar voorbijkwam. Overweeg:
Waarom Jesus wilde, dat men Hem zijn kruis hielp drage)i. De Zaligmaker kon wel door een wonder nieuwe krachten verzamelen, die voldoende waren om dat vurig verlangde en zoo zeer beminde kruis alleen te dragen, en zelfs tot op den kruin van den Kalvarieberg. Hij had reeds andere wonderen gedaan, om de zwakheid van zijne heilige menschheid te ondersteunen, ten einde noch onder de zweepslagen, noch onder zijn bloedzweet te sterven; het was Hem zeer gemakkelijk ook nog deze er bij te voegen; maar Hij wilde zulks niet . . . Jesus moest helpeis hebben, die met Hem zijn kruis dragen; Hij wil, dat zijn kruis ook op de schouders van anderen drukke. Daarom valt Hij, met het verlangen om hulp te hebben, en niet omdat Hij vermoeid is van het torschen; bet was een geheim, waardoor Hij ons wilde leeren, dat het Hem behaagt om al zijne uitverkorenen deelgenooten te maken van zijn lijden. Jesus is overigens bereid altijd zijn geliefd kruis te dragen, en Hij draagt het, totdat Hij verscheidene malen onder het zware gewicht bezwijkt .... En gij, met welken moed draagt gij uw kruis ? . . . Hoe groot is uwe volharding in het goed, dat gij ondernomen hebt? . . . Hoe standvastig zijn uwe besluiten, welke gij maakt, om den lijdenden Jesus te volgen, met Hem en voor Hem te lijden? .... Hoe dikwijls was de
188
minste beleediging, eene lichte beproeving, een enkel woord voldoende, om u te doen vallen? . . . Bedenk, dat hij, die jesus niet volgt in het dragen van zijn kruis, zijner niet waardig is; dat hij, die geen deelgenoot geweest is in zijn lijden, het ook niet zal zijn van zijne heerlijkheid . . .Jesus wenschte vurig ons aan zijn geluk deelachtig te maken, en daarom wil Hij dat wij, in den persoon van den Cyrener, Hem zulien helpen zijn kruis te dragen. Alzoo spoorde de wreedheid alleen de Joden aan, om den Zaligmaker van zijn kruis te ontlasten, dewijl zij wilden, dat Hij aan het kruis zou sterven; maar Jesus wilde daarvan ontlast worden alleen uit liefde voor u, door het verlangen naar uwe zaligheid, door de vurige begeerte om u deelachtig te maken aan zijn lijden, hetwelk u deelgenoot maakt van zijne heerlijkheid. Overweeg:
Htt geluk van den Cyrener, die Jesus zijn kruis ]ielpt dragen. Men ziet onder alle menschen, die Christus op zijn smartvollen weg naar den Kal-varieberg volgen, niemand, die Hem zijn kruis wil helpen dragen. Iedereen heeft daarvan zelfs een afschrik als van een openbaar teeken van schande. Van zoo vele leerlingen, van zoo vele vrienden van den Zaligmaker, durft niemand zich vertoonen, om den lijdenden Jesus van zijn zwaren last, waaronder Hij nog altijd meer en meer verzwakt, te ontlasten . . . Ach! hoe velen in de wereld noemen zich leerlingen van Christus, die,
139
als het er op aankomt iets voor Hem te lijden, de vlucht nemen, voorwendsels zoeken en zich met de daad vijanden van zijn kruis verklaren!.... Behoort gij onder dit getal ? . . . . Bedenk dat het geen eenvoudige daad is zijn kruis met Jesus te dragen, het is een onvermijdelijk gebod, voor al die wil zalig worden . . . De Joden, die iemand zochten om het kruis van Jesus te dragen, ontmoetten bij toeval een vreemdeling uit de stad Cyrene, die voorbijging en zij dwongen hem het kruis op zijne schouders te nemen. Ziedaar dengeen, door de Voorzienigheid uitgekozen, om met het kruis van Christus vereerd te worden ! Welk lot voor dien gelukkigen man, den Zaligmaker zijn kruis te helpen dragen ! Welk geluk met Hem den Kal-varieberg te mogen beklimmen! . . . deel te hebben aan zijn lijden, aan zijne schande en aan zijne vermoeidheid ! . . . Welk een eer, ditzelfde kruis dat Jesus reeds met zooveel liefde omhelsd .... dat Hij met zijn bloed besproeid had, te dragen! . . . Spreek, mijne ziel, of gij, indien gij u in de plaats van Simon den Cyrener bevonden en de oneindige grootheid van Jesus gekend hadt, zooals gij die nu kent, niet gewillig zijn kruis zoudt hebben helpen dragen?. . . Zoudt gij het niet als het grootste geluk beschouwd hebben, dien zwaren last op uwe eigen schouders te mogen nemen, om den Zoon Gods daarvan te ontlasten? . . . Ach! voorzeker, ja . . . Welnu, in-
140
dien gij uwe rampen met geduld verdraagt, als gij edelmoedig strijdt tegen uwe bekoringen, zult gij dezelfde eer hebben als de Cyrener. Alle rampen die ons overkomen, zijn zooveel deelen van het kruis van Jesus; eer dat zij tot ons komen, hebben zij zijne allerheiligste ziel en zijn heilig lichaam gepijnigd. Hij zelf heeft al de smarten gevoeld, die u kwellen; Hij zelf heeft de ongelukken geleden, die gij lijdt. Gij zoudt het gewicht, hetwelk op Jesus rust, zeer verminderen, gij zoudt Hem verlichten in zijne pijnen, als gij leedt o.n uw kruis gewillig en ter zijner liefde droegt. Beloof aan Jesus dat gij u voortaan zoo zult gedragen,
Hoe een Christen zijn kruis moet dragen. Wij lezen niet in het Evangelie, dat de Cyrener het kruis, dat men hem dwong op te nemen, geweigerd of er zich over beklaagd of gemord heeft. Ziedaar het voorbeeld, dat gij moet navolgen. De kruisen, die wij zelve kiezen, zijn ongetwijfeld goed; maar die, welke de goddelijke Voorzienigheid ons overzendt, zijn beter, op welke wijze zij ook tot ons komen. Dezelve stilzwijgend aannemen, ze omhelzen zonder te morren, ze met geduld dragen, is hetgeen ze verdienstelijk voor ons maakt, en doet ons ware leerlingen van jesus zijn . . . De Cyrener volgt met zijn kruis de voetstappen van Christus, dien hij onophoudelijk voor oogen heeft. Ach! hoe gaarne toch lijdt men, als men zijne oogen gevestigd houdt op Jesus in zijn lijden! . . . Met
141
welken moed draagt men zijn kruis, bestrijdt men zijne teugellooze driften, vlucht men de zonden, als men Jesus beschouwt, overdekt met zijn bloed, in zijn eigen persoon de zonden, welke wij zelve bedreven hebben, met zoo veel gestrengheid uit-wisschende. Ieder kruis is licht, ieder lijden wordt gemakkelijk te dragen, wanneer men wandelt in gezelschap van den lijdenden Jesus. Trachten wij, in onze ongelukken, ons nimmer van Jesus te verwijderen , .. . De Cyrener eindelijk draagt het kruis van Jesus, om Hem te helpen en te verlichten, en Hij draagt het op den Kalvarieberg. Hoe velen dragen een kruis, en gevoelen daarvan al de zwaarte, totdat zij van uitputting bezwijken, maar zonder het minste voordeel voor hunne ziel, omdat zij het kruis van Jesus niet dragen. Men lijdt, maar het is voor de wereld; men lijdt, maar het is om zich zeiven te vergenoegen. Men doet de lastigste opoffering voor elke andere liefde dan die van Christus. Gij zult nimmer op eene verdienstelijke wijze lijden, indien gij het niet voor Jesus doet. Uw lijden zal zelfs nimmer bekroond worden, als de volharding ontbreekt om alles voor Jesus te lijden. Men moetjesus volgen. Hem volgen tot op den Kalvarieberg, dat wil zeggen, met getrouwheid tot den dood toe.
VRUCHT.
Men gevoelt geene moeielijkheid om de kruisen.
142
die de wereld aanbiedt te dragen, omdat men de wereld bemint. Bemin den lijdenden Jesus. en gij zult met genoegen al de kruisen dragen, welke Hij u overzendt. Al wat het vleesch kastijdt, al wat de zinnen versterft, al wat tegenstrijdig is aan de eigenliefde, is een zwaar kruis. Neem met ijver en vreugde alle gelegenheden te baat om te lijden, en gij zult het kruis van Christus dragen. Weiger ook niet meer eenige arme bedrukten, uit liefde tot den lijdende Jesus, te helpen; Hij zal dc hulp, welke gij met liefde zult bewijzen aan uw naaste, die zich in nood bevindt, als aan Hem zeiven bewezen aannemen.
VOORBEELD.
De gelukzalige Veronica Giuliani werd, van hare vroegste jeugd af, opgewekt tot de tcederste godsvrucht voor het Lijden van Christus, lijdens haar noviciaat gevoelde zij een brandend verlangen, om al het wreedste uit liefde voor haar lijdenden Zaligmaker te verduren. Eens legde men haar den last op, om al het noodige water voor de ziekenkamer te bezorgen. Ter plaatse waar men hst water putte, ging men tot de ziekenkamer met twee buitengewoon steile trappen. De dienares Gods, die geene grenzen aan haar ijver en hare gehoorzaamheid kende, droeg er wel dertig kruiken heen, zoodanig dat hare hielen, door het aan-
143
houdend op- en afklimmen der trappen, gewond waren, hetgeen haar de hevigste pijnen veroorzaakte. De gedachten aan het kruis van den Zaligmaker versterkte haar te midden van haar lijden, en vervulde haar met eene zoete vertroosting.
{Leven van de Gelukzalige^) Als het u mocht gebeuren vermoeid te zijn, verbeeld u dan, dat gij Chistus dezelfde woorden tot u hoort spreken, en gij zult verlicht wezen.
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
De toebereidingen tot de kruisiging.
Na een langdurigen en smartvollen weg, kwam Jesus eindelijk bij den berg van Kalvarië. De Joden, zonder Hem een oogenblik rust te geven, beginnen Hem met de uiterste wreedheid aan het kruis te hechten.
De Zaligmaker ziet zich op het einde van zijn tocht, toen Hij aan den berg van Kalvarië gekomen was, maar Hij is niet op het einde van zijn lijden; het is hier, integendeel, dat Hij nog oneindig wrecder pijnen moet uitstaan. Zijne vijanden scharen zich rondom Hem, en iedereen veroorlooft zich, Hem te beleedigen en te vervloeken als een boosdoener, die de verdiende straf voor zijne misdaden moet ondergaan. De goddelijke Lijder bewaart het diepste stilzwijgen; de oogen
144
en den geest op liet kruis gevestigd, beschouwt Hij de galg, op welke Hij binnen cenige uren den laatsten snik moet geven; en Hij ondergaat den dood met eene onnitsprekelijke vreugde, voor de zaligheid der menschen . . .
Jesus lijdt onbegrijpelijke pijnen in geheel zijn lichaam, uitgenomen in zijne tong; Hij wil zelfs niet dat zijn tong bevrijd zij van kwellingen. Het was de gewoonte aan de veroordeelden, welke men ter dood bracht, een eigenaardigen drank te geven, om hunne krachten te vernieuwen. Jesus is op het punt den wreedsten dood te ondergaan, Hij is uitgeput van vermoeidheid. Hij is zwak en kwijnende, en evenwel volbrengen zijne beulen, in dezen uitersten nood, ten zijnen opzichte, zelfs dezen plicht van menschlievend-heid en medelijden niet; maar door hunne woeste wreedheid geeft men Hem wijn met den bit-tersten gal gemengd, om het lijden tot in zijne ingewanden te doen dringen . . . Ziehier den verschrikkelijken drank, welken gij zelf aan Jesus hebt aangeboden, door uwe flauwheid in den godsdienst, door uwe misdadige gewoonten, door uwe vleeschelijke vermaken, door uwe beleedi-gingen! . . . Dit is de gal, waarmede gij zoo dikwerf uw Zaligmaker gelaafd hebt, die u de aangename zoetheid zijner goedheid en liefde heeft doen smaken. Draag ten minste nu, aan den lijdenden Jesus, uw geween, de tranen van een
145
oprecht berouw, van de teederste aandoeningen op . . .
Nadat Jesus van dezen bitteren en walgelijken drank geproefd had, trokken de beulen Hem met een afgrijselijk geweld zijne kleederen uit. O mijne ziel, beschouw hier uw Zaligmaker en word bewogen over deze nieuwe pijn. Door het bloed, dat aanhoudend uit zijne ontelbare wonden vloeide, waren zijne kleederen andermaal aan zijn verscheurd vleesch gekleefd, en als zijne beulen ze Hem aftrokken, gingen al zijne wonden met eene onbegrijpelijke smart opnieuw open, en het bloed stroomde overvloediger. Ach! Ach met hoeveel bloed is Jesus bedekt!. .. En gij, gij zult, in ruil van zooveel bloed, dat uw Zaligmaker voor u stort, van zooveel lijden, dat deze Man van smarten voor u lijdt, niet een traan storten ? . . . Is het dan voor Jesus alleen, dat gij ongevoeligzijt?...
VRUCHT.
In den tegenzin, dien gij mocht ondervinden, om aan de menschen uit liefde tot God te gehoorzamen, denk aan de gehoorzaamheid, welke Jesus zelf aan zijne beulen bewees; verlang dikwijls, in den geest, in de wonden van Jesus Christus te wonen, en bewijs ze dikwerf de grootste eerbied door oefeningen van aanbidding en van liefde; neem in al uwe gevaren en al uwe bekoringen uwe toevlucht tot Jesus H. Wonden.
10
146
VOORBEELD.
De gedachtenis aan de smartvolle kruisiging van Jesus ontvlamt in de harten de liefde tot God en het vurig verlangen, om voor Hem te lijden. De gelukzalige Christina van Spoleto, op zekeren dag het lijden van Jesus overwegende, beschouwde de verschrikkelijke wonde, welke de nagel in do voeten van den i^iligmakcr gemaakt had: âOndankbare, die gij zijt, sprak zij, zie de onbegrijpelijke pijnen, welke uw Zaligmaker voor u geleden, en het bloed hetwelk Hij ter uwer liefde voor u gestort heeftl . . . En gij, wat doet gij uit liefde tot Hem, uit erkentelijkheid voor zooveel goedheid?. . .,1
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Het kruis ligt reeds op den grond; dat altaar, waarop het hemelsche slachtoffer moet klimmen om geslachtofferd te worden, is reeds bereid. De beulen gebieden aan Jesus, zich op het kruis te leggen: op het eerste bevel dat Hij ontvangt, valt Hij, met het inzicht om aan zijn hemelschen Vader te gehoorzamen, op de knieën, buigt eerbiedig het hoofd, en zich tot den schandelijksten dood toe gehoorzaam willende betoonen, strekt
147
Hij zich op dit wreede bed van pijnen en schande uit. Zoo verheven is de gehoorzaamheid, welke Jesus gaarne oefent, om de talrijke ondeugden tegen de gehoorzaamheid, waardoor wij de wet des Heeren overtreden hebben, te herstellen! . . . Zie, mijne ziel, hoe Jesus zich tegen een zoo wreed bevel niet verzet! Er is niet het minste geweld noodig, om het Hem te doen uitvoeren. Met den besten wil, met al de volheid der liefde, strekt Hij zich op het kruis uit, schikt er zijne verscheurde en bebloede ledematen naar, biedt zijne handen en voeten aan, om er op genageld te worden, en, de oogen teeder ten hemel geheven, draagt Hij zich als slachtoffer voor de zaligheid der geheele wereld en voor de mijne in het bijzonder, aan zijn hemelschen Vader op; met eene overgroote vurigheid vraagt Hij tot belooning voor zijne gehoorzaamheid, genade roor onze zonden. Maar wat zegt gij van dit schouwspel, gij, die u met zooveel nauwgezetheid aan de eischen uwer driften onderwerpt, terwijl gij zooveel tegenstand biedt, als het er op aankomt aan God te crehoorzamen ? . .. Welke verontschuldi-
O
gingen, welke moeielijkheden, welke voorwendsels vindt gij niet, om u van de onderhouding zijner heilige wet te ontslaan?,.. Maar zijt gij dan geen schepsel meer? . . . Waarom weigert gij u dan aan uw Schepper te onderwerpen ?.. . Zijt gij iets anders dan een dienaar? . . . Waarom
148
veracht gij dan de bevelen van uw Meester? . . . Om ons de geheele waarde der deugd te doen begrijpen heeft Jesus zich vernederd tot de schande van het kruis . . . Zal het u ooit zooveel kosten om aan God te gehoorzamen, als het aan Jesus gekost heeft om uwe ziel te redden?
Toen Jesus zijne armen op het kruis uitgestrekt had, als om de zondaars te omhelzen en hen met zijn Vader te verzoenen, hechtten de beulen Hem met groote nagelen aan het kruis, welke zij met het hevigste geweld er inslaan. Men doorboort zijne goddelijke handen, het vleesch, de zenuwen, de spieren en de ad-jren scheurende, hetgeen aan den beminnelijken Jesus onbegrijpelijke pijnen veroorzaakt. En dewijl deze verschrikkelijke pijnen zich bij zoovele andere kwellingen voegen, geeft Hij bijna, door bezwijming en eene algemeene uitputting zijner krachten, zijn laatsten snik .... Intusschen stroomt uit de doorboorde handen van den Zaligmaker het bloed, hetwelk Hij voor mij aan zijn hemelschen Vader opdraagt. Gij moet bekennen, dat gij een hart bezit, harder dan eene rots, als gij door zulk eene treffend schouwspel niet tot tranen toe bewogen wordt. Nader tot Jesus en vraag Hem met eerbied, vanwaar zijne talrijke wonden komen, en Hij zal u antwoorden, dat zij het werk uwer zonden, dat zij de bewijzen zijner liefde zijn. Hij zal u zeggen, dat Hij, tot uitwissching uwer zonden, heeft toe-
149
gestaan, dat men Hem zijne aanbiddelijke handen doorboorde. Lees dan in die heilige wonden uwe goddeloosheid en verfoei deze. Lees daarin zijne liefde voor u, en wees er Hem dankbaar voor .... Evenals de handen nagelt men nu ook de voeten van den Zaligmaker op het kruis. Het geweld, waarmede de beulen zijn lichaam uitrekken , de wreedheid , waarmede zij den grooten nagel, die Hem de beide voeten doorboort, inslaan, doen Jesus de onuitsprekelijkste pijnen lijden . . . Hij verlangt van u, tot eenige verlichting, slechts een traan van medelijden, een teederen en liefderijken zucht . . . Zult gij dit weigeren aan den lijdenden Jesus, die het u vraagt van het kruis, waaraan Hij gehecht is?... Bewonder het onverwinnelijk geduld, de onvergelijkelijke zachtmoedigheid, het ootmoedige en onderworpen stilzwijgen, waarmede Hij deze verschrikkelijke pijnen uitstaat, zonder zich te beklagen noch over de nagelen, die Hem zoo wreed verscheuren, noch over zijne beulen, die Hem als den grootsten misdadiger behandelen. Zóó is de Meester, aan wien gij moet gelijken, indien gij tot de zaligheid wilt geraken. Maar welke gelijkenis hebt gij met Jesus, gij. die in zinnelijke vermaken leeft? . . . gij, die zoo spoedig ongeduldig wordt en niet de minste beleediging kunt lijden? . . : . Ach, mijn zachtmoedigste Jesus! ik aanbid uwe heilige wonden; en, door de verdiensten van deze
150
wonden vraag ik U de genade cm U te volgen.
VRUCHT.
Hernieuw thans het besluit van altijd aan God te gehoorzamen, wat het u ook kosten moge, door altijd zijn heiligen wil boven alles te stellen.
VOORBEICI.D.
De eerwaarde pater Alfonsus van Orosco, een Augustijner monnik, verbeeldde zich, iederen keer als hij de klok hoorde slaan, de hamerslagen der Joden te hooren, die de handen en voeten van Jesus aan het kruis nagelden.
{Leven van den ecrivcictrdcn Pater.)
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus wordt voor het ocg van aile menschen met het kruis opgehevsn.
Nadat de beulen Jesus aan het kruis genageld hadden, richtten zij het op tusschen de kruisen der twee moordenaren, in het gezicht van al het volk.
Sta een weinig stil bij het beschouwen van den Zaligmaker in dien wreeden toestand, en vestig met aandoening uwe blikken op zijn lichaam, dat de uiterste pijnen lijdt. De menigvuldige schokken, welke de Zaligmaker gedurende de opheffing van
151
het kruis ontving, waardoor al zijne wonden weder geopend en al de ledematen van zijn verscheurd en uitgeput lichaam ontwricht worden, veroorzaken Hem de verschrikkelijkste pijnen, die alleen in staat waren Hem te doen sterven. Met het kruis opgeheven, en slecht aan drie nagelen hangende, heeft Jesus geen ander steunpunt dan de wonden zijner voeten en handen, die, door het gewicht van zijn lichaam, hoe langer hoe meer vergrooten en Hem onbeschrijfelijke smarten doen gevoelen. Het is in dezen toestand, waarvan het denkbeeld alleen ons doet sidderen, datjesus de drie laatste uren van zijn leven doorbrengt. Ach ! welke pijnen, welke onuitsprekelijke, welke onbegrijpelijke pijnen heeft Jesus in dien vreeselijken toestand geleden? . . .
Zou deze overweging in u niet eene vurige liefde moeten opwekken voor zijne goedheid en liefde, die Hem te midden van zooveel lijden op den Kalvarieberg verheven hebben, om al uwe zonden te herstellen en u van de hel te bevrijden ?... Hoe groot is dan uwe verhardheid, als dit gezicht niet de minste aandoening in u opwekt?... Van het hoofd tot de voeten heeft Jesus op het kruis niet één deel van zijn lichaam, dat gezond en vrij van lijden is. Zijn hoofd is met doornen gekroond, zijn gelaat met speeksel en onreinheid overdekt; zijne oogen zijn vol bloed, zijn vleesch is verscheurd, zijne harden en voelen doorboord.
152
al zijne ledematen zijn ontwricht en druipen van het bloed. Ziedaar, mijne ziel, dat kostbaar bloed, wat in de Sacramenten u zoo dikwerf van uwe zonden heeft gezuiverd. Ziedaar die aanbiddelijke wonden, welke gij zoo dikwijls door uwe zonden hebt heropend! Zie, aan welk smarten de Zoon van God, uw Zaligmaker en uw Vader, zich heeft onderworpen tot voldoening voor uwe zonden; zte, welke pijnen Hij heeft willen lijden, om voor uwe zonden te voldoen ! . . . Begrijp dan eindelijk, hoezeer Hij u heeft bemind en hoezeer gij Hem ook van uwen kant moet beminnen.. .
Denk aan zijne vernederde eer. De schande, waarmede Jesus overladen is, de beleedigingen, welke Hij ontvangt, evenaren de overgroote pijnen, welke Hij in zijn lichaam lijdt, en hij sterft niet alvorens daarvan verzadigd te zijn. Daar de Joden ten zelfden tijde twee moordenaars met Jesus gekruisigd hadden, plaatsten zij den Zaligmaker tusschen deze twee boosdoeners, in het gezicht van een ieder, opdat men daaruit zou opmerken, dat Hij schuldiger was dan de twee anderen. Welke schande voor den Zoon Gods, die de heiligheid zelve is, zich op zulk eene schandelijke wijze, in de tegenwoordigheid van al het volk, onteerd te zien! . . . Welke gevoelige smart voor zijn allerheiligst hart, zijne eer geschandvlekt te zien door zulk eene aanstootelijke handelwijze! . . .En de goddelijke Zaligmaker lijdt nochtans alles met
153
eene zachtmoedigheid zonder weerga . . , Zie, wat uwe trotschheid en hoovaardigheid aan Jesus gekost hebben, daar Hij zulke wreede vernederingen geleden heeft, om er voor te boeten en ze te genezen ! , . .
VRUCHT.
Als gij bekoord wordt om eenige zonde te begaan, keer u in de gedachten tot Jesus aan het kruis, en zeg: âJesus aan het kruis .... en ik zou zondigen? . . . neen, nooit!....quot; Er is geen krachtiger middel tegen den hoogmoed en de bekoringen des vleesches, dan te denken aan de vernederingen en pijnen, welke Jesus aan het kruis geleden heeft. Maak u deze gedachte gemeenzaam, om er u bij elke gelegenheid van te bedienen.
VOORBEKLD.
De goddelijke Zaligmaker verscheen eens aan de heilige Brigitta, in denzelfdcn staat, zooals men Hem aan het kruis nagelde, geheel bedekt met bloed, dat uit zijne wonden vloeide. Het hart van de levendigste droefheid vervuld, op het zien van zulk een zielroerend voorwerp, riep de heilige, in eene verrukking van liefde, uit: ,Helaas mijn zachtmoedige Zaligmaker, wie heeft u in dezen beklagenswaardigen staat gebracht? . . .quot;De Zaligmaker antwoordde haar: âHet zijn degenen,
154
die mijne wetten overtreden hebben, en die, ongevoelig voor al hetgeen Ik voor hen heb geleden zulk eene groote liefde met de snoodste ondankheid beantwoorden.1' Deze verschijning maakte zulk een levendigen indruk op het hart van de heilige dat het haar van dat oogenblik af onmogelijk was, het Lijden van den Zaligmaker te overwegen, zonder tranen te storten. Het bebloede beeld van den gekruisten Zaligmaker ging niet meer uit haar geest; zij had het altijd vooroogen, en als zij met haar werk bezig was, moest zij het dikwerf staken, wegens de overvloedige tranen welke dit aandenken alleen haar deed storten. Zij bedacht duizende godvruchtige listen, om haar lichaam te versterven en te kwellen, ter dankbare herinnering aan het Lijden des Zaligmakers.
{Leven der Heilige?)
Leer van deze heilige, dikwijls aan het Lijden van den Zaligmaker te denken, en Hem, in ver-eeniging met zijne pijnen, al de kwellingen aan uw staat verbonden, op te dragen.
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
Jesus aan het kruis.
De vijanden van JesuF, alle gevoel van mensch-lievendheid afleggende, spotten met zijne pijnen,
155
beschimpen en overladen Hem met verwenschingen en lasteringen, lachen met zijn geduld, en vragen Hem, met de grootste spotternij, van het kruis te komen. Allen maken Hem belachelijk, allen overladen Hem met scheldwoorden, en op de meest beleedigende wijze trachten zij om strijd Jesus den verachtelijk sten der mcnschen te maken, en Hem de diepste vernederingen aan te doen ! . . . Welke wreede pijnen voor het hart van den Zaligmaker, dergelijke beleedigingen uit te staan!... Hij ziet zijne vijanden, in de vervoering eener woeste vreugde, over zijn ongeluk zegepralen .... Met een oogwenk zou Hij hen kunnen vernietigen, hun al zijn macht doen gevoelen, en hen overtuigen, dat Hij slechts lijdt en sterft, omdat Hij zulks wil . . Maar de allerzachtmoedigste Zaligmaker lijdt zijn smaad met een onverwinne-lijk geduld; en, zonder het minste teeken van klacht of ontsteltenis te geven, antwoordt Hij hun geen enkel woord.
Leer uit dit heldhaftig voorbeeld, niet boos te worden over het kwaad, dat men u aandoet, niet te klagen over de beleedigingen, welke gij ontvangt en u nooit in gramschap te ontsteken. Welke Christen zijt gij dan, indien gij weigert dc voorbeelden na te volgen, die Jesus Christus ons aan het kruis heeft CTecreven ?
O O
De goddelijke Zaligmaker was zijne lichamelijke pijnen slechts verschuldigd aan den onverzoen-
156
lijken haat zijner vijanden; maar de angsten en bittere smarten, waarmede zijne ziel vervuld was, werden veroorzaakt door de overgroote liefde, welke Hij voor ons gevoelde. Die inwendige smarten waren zóó groot, dat zij, ondanks de andere menigvuldige kwellingen, de eenige waren, waarover de Zaligmaker zich op eene teedere wijze aan zijn hemelschen Vader meende te moeten beklagen . . . Jesus kon voor zich zeiven al deze pijnen verzachten, gelijk Hij ze in het vervolg voor zoovele martelaren dermate verlichtte, dat Hij hen ongevoelig maakte; maar Hij wil, zonder verlichting en vertroosting, den bitteren kelk van zijn Lijden tot op den bodem toe ledig drinken; Hij wil in een zee van droefheid, verdriet en kwellingen sterven. Indien Hij van zijne Godheid eenige bemoediging ontvangt die Hem in zulk een wreed lijden ondersteunt, is het om nog meer te kunnen lijden. Begrijp dan eindelijk wat eene doodzonde is; om die uit te wisschen, moet een Godmensch te midden der onbegrijpelijkste pijnen sterven. De staat van naaktheid, waarin zijn allerheiligst lichaam voor de oogen van een ontelbare menigte is ten toon gesteld, veroorzaakt aan zijn hart zulk een wreede pijn, dat een menschelijke tong het niet zou kunnen uitdrukken . . . De gedachte alleen zich tusschen twee moordenaars geplaatst te zien, en van de vernederingen en schande, die Hem drukken, doorboort zijn
157
allerheiligste ziel met een zwaard van vdroef heid.... De haat, de ondankbaarheid, de boosheid van dit aan zijn hart zoc dierbare volk bedroeft Hem bovenmate... Uwe ongevoeligheid, uw gebrek aan dankbaarheid voor de groote liefde, welke Hij u toedraagt, het misbruik, dat gij van zijn goddelijk bloed gemaakt hebt, vervult Hem met de bitterste droefheid... Ach! hoeveel bitterheid moet dit alles aan Jesus veroorzaken ! Jesus nochtans aanvaardt en lijdt gewillig zijn smartelijk lijden, en offert het aan het kruis, voor de zaligheid van alle menschen, zijn hemelschen Vader op . . . En gij, zult gij voor het welzijn van uwe ziel, uit dankbaarheid jegens den lijdenden Jesus, uwe drift, de oploopendheid, uw zondig verkeer niet opofferen ? Zult gij, uit liefde tot Jesus, die de wreede scheiding der ziel van zijn lichaam aanneemt, deze gelegenheid, dit voorwerp, aan hetwelk gij de liefde schenkt, die gij aan uw goddelijken Zaligmaker verschuldigd zijt, niet geheel en voor altijd vaarwel zeggen?... Ach! dit zou zeer ondankbaar zijn jegens Hem, die zooveel voor u geleden heeft? . . .
VRUCHT.
Spreek eiken keer, als gij overweegt, of als gij de oogen op den gekruisten Jesus werpt, tot u zeiven: âZiedaar den staat, waarin ik, door mijne zonden, den Zoon Gods gebracht heb! . . . .quot; En gij zult
158
oefeningen van berouw en van betrouwen op zijn barmhartigheid in u verwekken.
VOORBEELD.
De heilige Clara overwoog nimmer het Lijden van Christus, zonder tranen te storten en de levendigste aandoeningen der goddelijke liefde te gevoelen. Zij hield zich daarmede vooral bezig ten tijde van hare ziekte. Als men haar tot onderwerping in haar lijden aanspoorde, riep zij uit: âWelke dankbaarheid ben ik mijn Zaligmaker verschuldigd ? Sedert ik de bitterheid van den kelk zijns lijdens heb mogen smaken, heb ik in mijn geheele leven niets gevonden, dat mij heeft kunnen bedroeven.quot;.
DERTIGSTE DAG.
Jesus bidt aan het kruis voor zijne vijanden.
Terwijl Jesus aan het kruis hing en in de tegenwoordigheid van al het volk de beschimpingen, de lasteringen en beleedigingen zijner vijanden te verduren had, wendt Hij zich tot zijn hemel-schen Vader, en bidt Hem, dat Hij hun moge vergeven, omdat zij niet weten wat zij doen.
Overweeg; met â voelke liefde Jesus bidt. Na een lang en diep stilzwijgen, opent de stervende Jesus zijn mond, om van zijn kruis de verhevenste lessen
159
zijner liefde te geven, 't Is hier de eerste maal, dat Jesus spreekt, sedert Hij gekruisigd is, en de eerste woorden, die uit zijn aanbiddelijken mond vloeien, zijn een gebed om vergiffenis voor zijne vijanden te vragen, op het oogenblik zelf, dat zij Hem meedoogenloos ter dood brengen. Hij vergeet zijne eigene smarten, om alleen te denken aan de ongelukkigen, die Hem doen sterven. De verwerping zijner vijanden is oneindig smartelijker voor den Zaligmaker, dan al de verschrikkelijke kwellingen, die Hij lijdt. Hij onderzoekt niet wie zijne beulen zijn, maar wel wie degenen zijn, voor welke Hij lijdt; en Hij wil door zijn dood zelf het leven geven aan degenen, die Hem gekruisigd hebben. Jesus haat de zonde zeer, en Hij sterft, om ze te vernietigen; maar Hij bemint de zondaars teeder, en sterft om hen zalig te maken, en Hij wil, door te sterven, de meest treffende bewijzen van de bewonderenswaardigste liefde aan zijne vijanden geven. Daarom wendt Hij zich tot zijn hemel-schen Vader en zegt met eene stervende stem: âAch, \ ader, ik offer U dit bloed, deze wonden, dit kruis op, opdat Gij vergeving zoudt schenken aan mijne vijanden, die Mij op zulk eene wreede wijze doen sterven ! ' Welke wonderbare liefde .. . . Jesus lijdt meer door het geestelijk verlies zijner beulen, dan door al de gruwelen van zijn lijden. Hij sterft te midden van duizende pijnen, en al stervende, vraagt Hij genade voor de beulen, die
160
Hem het leven benemen. Is het mogelijk, eene rrootere liefde te denken? De vloed van zooveel
O
lijden kan haar niet uitblusschen of verminderen .... Dit is eene les, die Jesus u hier geeft, en welke, gij op uwe beurt moet beoefenen ten opzichte dergenen, die u beleedigen. Hoe zou men zich nog willen wreken, terwijl Jesus met het teederste medelijden slechts denkt aan de vergiffenis en aan de zaligheid van die menschen, die Hem gekruisigd hebben? .... Het kan gebeuren, dat hij, die u beleedigt, voor zich zeiven niet verdient, dat gij hem vergeeft; maar de gekruiste Jesus verdient het voor hem, zijn bloed en zijne wonden vragen het u. Alle haat tegen den naaste wondt het teedere hart van Jesus, en sluit u den weg af, om vergiffenis voor uwe eigene zonden te verkrijgen.
Voor -Mie J-esiis bidt. Jesus bidt niet alleen voor die Hem gekruisigd hebben, en die Hem zelfs nog op dit oogenblik bespotten, maar ook voor alle zondaars, voor al degenen, die aan zijn dood behulpzaam zijn geweest. En welke zondaar, hoe verstokt hij ook wezen moge, zal zich niet bewogen gevoelen en bereid zijn edelmoedige pogingen te doen, als hij dit verheven gebed van den Zaligmaker aan het kruis hoort? . . . Dit gebed van Jesus omvat niet alleen zijne beulen, zijne beschuldigers, zijne rechters, het joodsche volk, dat met drift zijn dood geëischt heeft; Jesus omvat in zijn gebed alle zondaars, geen enkele
161
uitgezonderd, omdat allen, door hunne zonden, de ware oorzaak van zijn dood geweest zijn . . . Ja, mijne ziel, eiken keer, als gij zondigt, hebt gij den dood van den Zoon Gods hernieuwd en opnieuw aan zijne kruisiging medcgeholpen; en telkens als gij nog zondigt, maakt gij u schuldig aan zijn lijden. Beschouwt gij dan die vervloekte zonden, die de oorzaak van den dood van Jesus geweest zijn, niet voor gruwelijk?.... Doch hoe goed en beminnelijk moet Jesus zijn. Hij, die voor mij bidt, terwijl ik zijn dood verlang! .... Helaas! mijn Jesus, te midden van zoovele verschrikkelijke stuiptrekkingen, in het hevigste van uw wreeden doodstrijd, denkt Gij nog aan de ongelukkige zondaars! . . . . Gij denkt nog aan mij! .... En mijne ondankbaarheid en mijn verraad zijn niet genoeg, om mij uit uw liefdevol hart uit te sluiten? . . . Met al mijne zonden beladen, denkt Gij nog aan mij; ja, op het oogenblik zelf, dat deze zonden U doen sterven.... smeekt Gij voor mij vergiffenis af! . . . . En door uw gebed wordt deze dood, die een uitwerksel mijner zonden is, mijne hoop en mijne zaligheid!... Zijt gij zondaar? . . . Wat hebt gij te vreezen, daar gij den bemiddelaar bij uitnemendheid , Jesus zeiven, die voor u bidt, die van zijn kruis zijn hemelschen Vader om genade voor u smeekt, tot voorspreker hebt? . . . Sta dan op en ga met een oprecht vertrouwen tot Jesus, werp u voor
li
zijne voeten neder, besproei ze met uwe tranen, en met een oprecht berouw kunt gij verzekerd
zijn vergeving te bekomen..... Maar b'ijft gij
hardnekkig in de zonden volharden, dan zal het bloed van Jesus over u komen tot uwe verv'oeking en uw ongeluk.
De verontsclmldiging, ivclke Jesus in zijn gebed bijb7'e7igt. De Zaligmaker kon van zijn kruis zich op de verschrikkelijkste wijze op zijne vijanden wreken, en hen in een oogenblik verdelgen; maar Hij wilde zich liever een God van vrede en barmhartigheid toonen en alle bewijzen van een teedere en edelmoedige liefde geven. Ten einde zijn he-melschen Vader tot medelijden over hen. f .ie hem toen bespotten en onwaardig beschimpten, op te wekken, vermindert Hij de uitgestrektheid van hunne misdaad, door te zeisen: Vader! vereeef
' O O O
het hun, zvant zij weten niet tvaf zij doen. Zijne vijanden hebben Hem vervolgd met den onver-zoenlijksten haat, gelasterd, en tot overma at van onrechtvaardigheid hebben zij Hem gekrvist; en nu zouden zij nog zijn eer willen sc lenden door verachting en smaad. Jesus nochtans heeft in zijne overgroote liefde medelijden met hen; Hij verontschuldigt hunne zonde, en vervult voor hen, bij de goddelijke goedheid, de weldadige bediening van Bemiddelaar en Voorspreker; Hij wisent hunne boosheden met zijn bloeduit, en bidt zijn Vader dat Hij, ofschoon zij
163
schuldig waren, hunne onwetendheid in aamerking zou nemen, om des te gemakkelijker de vergiffenis te verwerven voor zijn vervolgers cn beulen. Welke goedheid! .... welke goedertierenheid! . . . .welke
O O
barmhartigheid van een God-Zaligmaker ! . . . . Ziedaar, mijne ziel, wat de stervende Verlosser u door zijn voorbeeld leert! . . . Niet alleen moet gij aan hen, die u beleedigd hebben, vergeven, maar gij moet hun ook nog al het goed doen, wat gij kunt; gij moet voor hen bidden, medelijden met hen hebben, hen verontschuldigen, en hun eeuwig geluk wenschen. Waar zou ik nu zijn, als Jesus op dezelfde wijze met mij had gehandeld, gelijk ik met mijn naaste doe? .... Over het minste ongenoegen, dat ik lijd, over eene lichte belecdi-ging, welke men mij aandoet, word ik woedend van gramschap, wil ik mij wreken, en denk ik
slechts aan haat en wraak.....Ach, beminnelijke
Jesus, ontsteek in mij eene oprechte liefde, die mij aan u gelijkvormig maakt, mij den moed geeft dengeen te beminnen, die mij beleedigt, en met hem een oprecht medelijden doet hebben. Ik bemin mijn naaste uit liefde tot U, ik vergeef uit geheel mijn hart aan dengeen, die mij beleedigd heeft, en ik bid U, o Vader van barmhartigheid, hem al zijne zonden te vergeven, en over hem al den overvloed uwer genade uit te storten.
164
VRUCHT.
Volg Christus na in het gebed, hetwelk Hij aan het kruis voor zijne vijanden stort, als gij verlangt deel te hebben aan de vergiffenis, die Hij voor u vraagt. Verzoen u niet uwen broeder, indien gij wilt, dat God zich met u verzoent. Stel die verzoening niet uit, of gij zult in onboetvaardighud sterven, als gij hardnekkig in de zonde volhardt, met gevoelens te behouden, die tegen de broederlijke liefde strijden. Verschoon hen, die u vervolgen, zwijg, ontveins en vergeef. Haat de onrechtvaardigheid, maar niet dengeen, die haar begaat; daar Jesus ook voor hem gebeden heeft en gestorven is.
VOORBEKI-D.
Het beschouwen van den gekruisten Jesus wekt krachtig op tot het vergeven van beleedigingen. Toen de H. Philippus Ncrius vruchteloos al de krachtigste redenen had aangewend, om een jongeling over te halen eene beleediging te vergeven, welke hij ontvangen had, nam hij een kruisbeeld in zijne hand en sprak met nadruk tot den zondag r : âVestig uwe blikken hierop en denk aan de strco-men bloeds, welke die beminnelijke Za igjmater uit liefde voor u vergoten heeft; bedenk dat Hij aan het kruis zijn Vader gebeden heeft voor degenen zelfs, welke Hem daaraan genageld hadden.quot; De jongeling werd door deze woorden bewogen, en nog meer door het beeld van den
165
gekruisten Jesus, en met een bevende en snikkende stem riep hij uit: âIk ben bereid, eerwaarde Vader ! welke beleediging het ook zij, te vergeven, en hen op alle .nogelijke wijzen te voldoen.1'
[Leven van den Heilige.)
Als gj tegenzin gevoelt om eene beleediging te vergeve i, verbeeld u dan den lijdenden Jesus te hooren, die u van zijn kruis vraagt om die uit liefde tct Hem te verbeven.
O
EEN EN DERTIGSTE DAG
Je-us zegt tot Maria, terwijl Hij haar den heiligen Joannes toont; âVrouw^ ziedaar uw Zoon.quot;
fesus had nog maar één uur meer te leven . . . . Hj ziet, van zijn kruis, zijne teedere Moeder, in tranen en in de diepste droefheid verzonken. Zij bevindt zich op korten afstand van daar, om getuige te zijn van den laatsten doodstrijd van haar god-delijken Zoon. Jesus richt voor de laatste maal tot haar het woord. Zijn doorwond hoofd tot haar voorover buigende, vestigt Hij zijne bijna uitgedoofde oogen op haar gelaat, en zegt haar met eene zachte en teeelere stem, haar den welbeminden leerling, den heiligen Jaannes toonende: â Vrouw, ziedaar uw 'Aoon.^ Door deze woorden geeft Hij asn Maria alle geloovigen tot kineleren, in den persoon van den heiligen Joannes.
Het is voorzeker eene zeer groote vertroosting voor Maria, de teedere zorg te zien, welke Jesus
166
in zijn wreeden doodstrijd voor haar neemt; maar welk ecne nieuwe pijn voor haar gevoelig hart, te vernemen, dat wij, arme, ellendige zondaars, aangewezen zijn om bij haar de plaats van kinderen aan te nemen, ter vervanging van haren Jesus, de volmaaktheid zelve, vermits Hij God is. Zij verliest in den persoon van Jesus een Zoon, die de heiligste, de beminnelijkste van de kinderen der menschen is, en zij ontvangt in ruil ondankbare en booze menschen, die door hunne zonden de vrucht haars lichaams zelfs gekruisigd hebben. Welke bittere smart voor die zuivere ziel!
Maar op hetzelfde oogenblik gevoelt zij haar moederlijk hart van vreugde opzwellen, en met de teederste liefde neemt zij, in den persoon van den welbeminden leerling, alle geloovigcn, die in leven zijn of nog moeten geboren worden, tot hare kinderen aan; eene inwendige stem zegt haar te zelfder tijde opnieuw: âVrouw, ziedaar degenen, die voortaan uwe kinderen zullen zijn! .... Te gelijkertijd ziet Zij hen allen door de zonden geheel bezoedeld; Zij ziet hen vijanden van haren God en in zijne gramschap vervallen: Zij verwerpt hen nochtans niet, maar neemt ze integendeel met de grootste teederheid aan. O overgroot medelijden van Maria \ . die dit nieuw gezin opneemt met eene liefde, waaraan het oprechtste medelijden verbonden is. âZoo ben ik dan, o Maria, U tot zoon gegeven, welk een ondankbare zondaar ik ook ben !...
167
en gij hebt mij als zoodanig aangenomen?... Hoe 2al dan mijn hart U ooit cene waardige dankbaarheid kunnen bewijzen? . . . Wat kan ik doen om aan uwe overgroote goedheid te beantwoorden ?...quot; Gelukkige zondaars! . . . overweegt wel de voor-
treffelrkheid uwer Moeder!..... Maria is uwe
Moeder; zij is te zelfder tijd de Moeder van God; Zij is eene Moeder vol van genade, een spiegel â v an zuiverheid en heiligheid .... Het zou aan eene zoo heilige Moeder weinig betamen, booze kinderen le hebben. Wilt gij waardige kinderen van Maria wezen ' bedroeft dan haar hart niet meer door de zonden, waarvan zij een grooten afkeer heeft.
VRUCHT.
Std, na Jesus Christus, al uw vertrouwen op Maria, en laat geen uur van den dag voorbijgaan 2 onder uwe toevlucht te nemen tot hare machtige bescherming. Beschouw als een eerste plicht van uwe godsvrucht tut Maria, om te trachten aan haar hart te behagen door de zedigheid, de zuiverheid en de nederigheid, deugden, die haar zoo dierbaar zijn, te beminnen.
VOORBEELD.
De heilige Joannes Nepomucenus was zijne geboorte alleen verschuldigd aan de voorspraak
168
van de allerheiligste Maagd, welke zijne ouders langen tijd hadden aangeroepen, om een kind te hebben; zij gaven hem den naam van den welbeminde Apostel, wien Jesus bij zijn sterven tot zoon aan zijne Moeder had nagelaten. Maria deed wel zien, dat zij er wezenlijk de Moeder van was, dewijl zij hem op eene geheel wonderbare wijze, toen hij nog jong was, van eene doodelijke ziekte genas. Toen Joannes groot geworden was, vervulde hij getrouw al de plichten van een kind van Maria; hij beminde haar met de tecderste liefde; hij vereerde en diende haar met ijver, en Maria was zijn zoetste toevlucht in al zijne noodwendigheden. Nadat koning Wenceslaus nutteloos alle middelen had aangewend, ten einde hem over te halen om het geheim van het Sacrament der Biecht te breken, dreigde hij hem met den dood, als hij in zijn weigering bleef volharden. De heilige begaf zich ter bedevaart, naar een wonderbeeld zijner heilige moeder, ten einde hare hulp in deze gevaarlijken strijd, waarin hij zich bevond, in te roepen. Maria toefde niet haren getrouwen dienaar te hulp te komen, want terwijl zijne standvastigheid aan nieuwe proeven werd blootgesteld, bleef hij onverwinnelijk en ontving moedig den dood; hij bekroonde alzoo, door een roemrijken marteldood, een leven, dat geheel aan den dienst en de liefde van Maria was toegewijd geweest.
{Leven van den Heilige.)
169
Maak het u lot eene gewoonte, om in al uwe beproevingen uwe toevlucht tot Maria te nemen en gij zult haren bijstand verkrijgen.
TWEE EN DERTIGSTE DAG.
Jesus zegt tot Joannes: âziedaar uwe Moeder.quot;
Jesuj richtte zijne oogen tot Joannes, en zeide hem op een liefelijken toon; âziedaar uwe Moeder,quot; hem Maria wijzende, alsof Hij hem wilde zeggen ; âMijn dood ontrukt u uw Vader, maar Ik laat u in mijne plaats mijne Moeder; Ik beveel u haar aan, en in uwen persoon geef Ik haar ook aan alle geloovigen, opdat zij haar als hunne Moeder beschouwen ...quot; Jesus vergenoegt zich niet tot Maria te zeggen: âziedaar inv zoonquot; haar den welbeminde leerling toonende, maar hij voegt er nog bij, zich tot dezen keerenrle : âziedaar uwe Mosder,'''' opdat de gevoelens van vertrouwen en van liefde wederzijds gelijk zouden zijn, even als zulks de gift was. Ach, welke kostbare gift heeft Jesus ons in deze laatste en plechtige wilsbeschikking gedaan !..... De Zaligmaker bezat niets, Hij kon ons hier op aarde niets meer nalaten dan zijne allerheiligste Moeder. Zijn lichaam had Hij in de macht zijner vijanden overgegeven; zijn bloed had Hij voor de verlossing der wereld gestort; de soldaten hadden zijne kleederen verdeeld; zijn Moeder alleen bleef
170
Hem over, en Hij laat haar aan den heiligen joannes, en in den persoon van dezen aan al de Christenen, die er ooit op aarde moesten komen;.... en Hij laat haar juist in die omstandigheid, dat het hart van deze goddelijke Moeder met een tweesnijdend zwaard doorboord is door de droefheid, welke de dood van haren Zoon haar veroorzaakt en door de liefde, welke zij gevoelt voor de zaligheid der menschen. âO beminnelijke Zaligmaker, welk kostbaar erfgoed liet Gij in de laatste oogenblikken uws levens na! . . . Terwijl Gij sterft, in eene zee van pijnen en versmadingen gedompeld, hebben wij het geluk U tot onzen eerstgeboren Broeder te ontvangen en Maria tot onze Moeder te hebben. Ach, mijn God! daar ik het onbegrijpelijk geluk geniet haar tot Moeder te hebben, smeek ik U mij de genade te ver-leenen, haar te eeren, te dienen en te beminnen, zooveel het mij mogelijk is, zooals het een waren zoon betaamt . . . Troost u, godvruchtige ziel, sla uwe oogen op den lijdenden Jesus, leen het oor aan zijne stem, luister hoe Hij ook tot u zegt: âMijn zoo7i, ziedaar zrjue ^loedcr^ Beschouw die hemelsche Moeder met de teederste en kin-derlijkste liefde en weet dat Jesus ter uwer zaligheid in haren schoot al de schatten zijner barmhartigheid vereenigd heeft. Niemand wordt zalig dan door de tusschenkomst van Maria; niemand verkrijgt eene genade dan door de
171
voorspraak van Mai ia. Erken met dankbaarheid de milddadigheid van Jesus en neem mei vertrouwen uwe toevlucht tot Maria, u altijd ten haren opzichte als een waren zoon sredragende.
O O
De heilige Joannes, rijk door dezen kostbaren schat, dien Jesus vóór zijn dood hem had nagelaten, leidt, nadat hij Maria in naam van al de geloovigen tot Moeder had aangenomen, en nadat hij Jesus had zien sterven en begraven, de allerheilgste Maagd met zich naar huis, draagt zorg voor haar als voor eene ware moeder, en even als de toegenc-genste zoon bemint hij haar, eert hij haar, gehoorzaamt en bewijst haar alle bedenkelijke diensten Zoodanig zijn de plichten van een zoon, welke ook gij ten opzichte van Maria moet vervullen. Gij moet voor haar een diepen eerbied, eene teedere liefde, een kinderlijk vertrouwen, en eene volmaakte gelijkvormigheid aan hare neigingen, aan haren wil hebben. Zij is de Moeder der zuiverheid en de Koningin der maagden: gij moet haar dus door de zuiverheid des harten en de reinheid van leven trachten te behagen... Geheel haar leven was heilig en zuiver; a's gij, naar haar voorbeeld, een zuiver en onschuldig leven leidt. zal zij altijd bij u blijven; docr de liefderijkste en bijzonderste bescherming zal zij onophoudelijk voor u de gevoelens der teederste Moeder koesteren. Zij zal u, indien gij altijd ten haren opzichte een gehoorzame en godvruchtige zoon zijt, de zoetste
uitwerkselen barer moederlijke liefde doen gevoelen Hoor, hoe zij aan den voet van het kruis, waar hare ziel ten uiterste bedroefd, en zij bij den laatsten doodstrijd van haren Zoon tegenwoordig is, hoor, hoe zij zelve tot u zegt: Hesckouxo mij, Ik ben wwc Moeder. Overweey de over^roote droefheid, welke de zonden, die haren }esus gekruisigd hebben, haar veroorzaken en beween de bittere smarten, welke zij aan haar moederlijk hart hebben aangedaan ; betuig haar, dat gij nimmer haren Zoon den dood meer zult toebrengen door nieuwe zonden, om haar daardoor de bedroefdste der Moeders te maken. âAch, mijne goede Moeder, maak door de onuitsprekelijke smart, welke ik u aan den voet van het kruis veroorzaakt heb, dat ik mij altijd ten uwen opzichte als een waren zoon gedrage; maak dat ik mij nimmermeer door de zonden tegen uwen beminnelijken Jesus verzet; maak dat ik u met eene standvastige liefde beminne, met eene edelmoedige getrouwheid diene, u eerbiedige en vereere uit al mijn vermogen en dat ik, door de verdiensten van den dood van Jesus en door al de onbegrijpelijke smarten, welke gij zelve geleden hebt, u voor altoos moge loven en zegenen in den hemel.quot;
VRUCHT.
Gij zult nimmer een ware dienaar van Maria zijn, als gij de middelen niet gebruikt om haar te
173
behagen; een onzuiver, bevlekt en hoogmoedig hart kan niet behagen aan haar, die de Moeder der zuiverheid is. Beoefen de ootmoedigheid en de zedigheid met het inzicht, de allerheiligste Maagd welke gij wilt beminnen en dienen, ook na te volgen, Aldus zult gij u als een waar kind van Maria gedragen.
VOORBEICLD.
Toen de heilige Dominicus, die eene zoo groote godsvrucht tot het Lijden van den Zaligmaker en tot de heilige Maagd had, in handen der ketters gevallen was, die moordenaars omgekocht hadden om hem te dooden, ontkwam hij door een bijzondere gunst der Voorzienigheid aan hunne harden. Als men hem vroeg, wat hij gedaan zou hebben, indien hij in de strikken gevallen was, die zijne vijanden hem gespannen hadden, antwoordde hij : âIk zou God bedankt en gesmeekt hebben te ge-doogen, dat mijn bloed druppelsgewijze vloeide, en mijne ledematen het een na het ander verbrijzeld werden, ten einde mijn lijden te verlengen.quot;
(Leven van den Heilioc.)
Cl s
DRIE EN DERTIGSTE DAG.
â Jesus beklaagt zich aan het kruis dat Hij verlaten is.
Omtrent de negende uur, dat wil zeggen, na drie uren aan het kruis gehangen te hebben, sprak de stervende Jesus met een diepen zucht. âMijn
174
God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?...quot;
Overweeg: ivat Jesns ons door deze ivoorden wil leeren. Te midden der verschrikkelijkste pijnen van zijn lijden heeft Jcsus nimmer de minste klacht laten hooren; maar in de laatste oogenblikken van zijn leven slaakt Hij een klagenden kreet, om ons te lecren, dat de hevigheid zijner in- en uitwendige pijnen op dat oogenhlik ten toppunt gestegen was. Wiens hart zou zoo wreed zijn, dat hij geen medelijden heeft met de onbegrijpelijke smarten van
den Verlosser in zijn doodstrijd?..... Hij heeft
zich niet overeen zijner voorgaande pijnen beklaagd; en nu Hij op het punt is van te sterven, slaakt Hij een luiden kreet, om zich bitter aan zijn god-delijken Vader te beklagen, dat Hij zich verlaten ziet, om ons te doen gevoelen, welke groote inwendige pijn deze verlatenheid Hem veroorzaakt, en om aan de geheele wereld te doen kennen de onbegrijpelijke vernederingen en smarten, welke onze zielen Hem gekost hebben. O ! hoeveel zijn wij aan de teedere liefde van Jesus verschuldigd! . . . Hij beklaagt zich niet alsof de godheid van zijne heilige menschheid verwijderd was, of dat zijn hemelsche Vader zich van Hem verwijderd had; maar Hij klaagt als mensch, zich overgevende aan den indruk zijner menschheid, zuchtende, omdat Hij zonder vertroosting en hulp, en overstroomd is door een vloed van onuitsprekelijke pijnen, opdat een ieder wete, dat, ofschoon Hij een God is, zijne
pijnen evenwel niet verminderd of verzacht worden, maar dat zij integendeel daardoor heviger en gevoelig; r zijn; en ook, om ons daardoor te overtuigen, hoe verschrikkelijk de strengheid der goddelijke rechtvaardigheid is, daar zij van Jesus eischt, dat Hij geheel aan de woede zijner vijanden, aan de kwellingen, aan de beschimpingen en aan den wreedstcn dood overgeleverd wurdt.
Deze smartelijke verlatenheid, die den Zoon Gods doet zuchten, is een af beeldsel van de pijnen, welke de verdoemde in de hel zal gevoelen, als hij, in de verschrikkelijkste pijnen begraven, zich daarenboven gehaat en verlaten zal zien van God, die zijn Vader was, en die dan zijn onverzoenlijke vijand zal geworden zijn. Deze gedachte zal den ellendeling met woede, met eeuwige wanhoop vervullen. Smeek Jesus, dat Hij u nooit verlate, door u zijne genade te onttrekken, opdat gij niet in die verschrikkelijke eeuwige verlatenheid vallen moogt.
God stond gewoonlijk aan de martelaren zeer groote verlichtingen in hun lijden toe, door in hunne ziel de zoetste vertroostingen uit te storten; dientengevolge waren zij te midden van hunne hevigste pijnen, cn als zij den wreedsten dood te gemoet gingen, verrukt van vreugde, Maar Jesus ontvangt te midden van zijn verschrikkelijk lijden, geene verlichting van de bitterheid zijner smarten; jesus is aan al de gestrengheid van een martelaar overgegeven, zonder den minsten schijn van verUch-
176
ting. Jesus is verplicht om gedurende die verlatenheid, de geheele bitterheid van zijn lijden te proeven zonder de vermenging van een enkelen droppel verlichting of verzachting; integendeel, bij zijn uitwendig lijden, hetwelk Hij in zijn geheelen persoon, in zijn lichaam, in zijn hoofd, zijne handen en zijne voeten verduurt, komen zich nog voegen de inwendige pijnen van zijn doodstrijd, de droefheid, het verdriet, het hartzeer, de schrik, de verlatenheid, de verschrikkelijkste kwellingen, die, zonder iets van hunne hevigheid verloren te hebben, op den Kalvarieberg het hoogste geklommen zijn. Dit is het wat Jesus den Man van smarten, den Koning der martelaren, den Vorst der bedrukten gemaakt heeft. âO mijne ziel! is het u mogelijk dit punt van het lijden, hetwelk de heilige ziel van uwen stervenden Zaligmaker doorgestaan heeft, te overwegen, zonder verrukt te zijn over de overgroote teederheid zijner liefde, die ze Hem voor u doet lijden?... Zult gij niet tot weenens toe bewogen worden bij de gedachte dat gij door uwe zonden zooveel hebt toegebracht om zijn oneindig teeder en beminnelijk hart te kwellen? . . . Weet gij wat Jesus aan het kruis het meest bedroeft? . . . Het is de gedachte, dat zijn lijden, zijn bloed en zijn dood aan zoo weinige menschen nuttig zullen zijn. Hij is bedroefd te zien, dat het getal dergenen, die voordeel zullen doen met het bloed, hetwelk
177
Hij voor hen met zooveel liefde vergoten heeft, zoo gering zal zijn. Ziedaar wat het beminnelijke hart van jesus zoo smartelijk pijnigt en drukt ! . . . Helaas! mijn goddelijke Zaligmaker, laat nooit toe, dat ik behoore onder dat getal verworpelingen, die geen voordeel doen met de vruchten van uw lijden en van uw dood. Maak, o mijn Jesus, dat ik mij nooit door de vervloekte zonde van U scheide, en dat ik eens in den hemel de voordeelen moge genieten van uw dood, waarmede Gij mij die verdiend hebt.
VRUCHT.
Als gij geene verlichting of vertroosting in uwe kwellingen of pijnen mocht gevoelen, denk dan dat Jesus u een klein deel van die doodelijke droefheid mededeelt, welke Hij in zijne wreede verlatenheid te lijden had, ten einde u, in hetgeen gij lijdt, meer gelijkvormig aan Hem te maken.
VOORBEELD.
âGij zult slechts de bruid van Jesus zijn,quot; schreef de heilige Joanna van Chantal aan hare Zusters, âvoor zooveel gij uwe gedachte, uw wil en uwe neigingen zult kruisigen, om u naar Hem te schikken. Deze Bruidegom uwer harten doet u opklimmen, en trekt u naar den Kalvarieberg, waar Hij, met doornen gekroond, zich laat ontkleeden, nagelen, met gal laven, met schande overladen, waar Hij,
178
in één woord, duizende en duizende vejschrikkelijke pijnen voor u lijdt. Gij moet er dan gewillig in blijven, en door eene volkomen gelijkvormigheid aan zijn heiligen wil Hem trachten na te volgen.quot;
VIER EN DERTIGSTE DAG.
Jesus zegt: âVader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot;
Ofschoon Jesus duidelijk ziet, dat zijn Vader Hem aan de macht zijner woedende vijanden, aan de geheele wreedheid zijner pijnen en aan den schan-delijksten dood overlaat, werpt Hij zich nochtans geheel en al in de armen van den welbeminden Vader. Hij heeft ons reeds leeren leven, nu leert Hij ons ook sterven. Gedurende geheel zijn levensloop had Hij altijd zijne ziel met God ver-eenigd. Hij was geheel onderworpen aan de besluiten van zijn hemelschen Vader en in zijne beminnelijke handen, zonder uitzondering, overgegeven. Nu sterft Hij, zijn geest bevelende in de handen van God, nadat Hij hem aan de teedere voorzienigheid van zijn welbeminden Vader had aanbevolen. Volg Jesus na in zijn leven en in zijn dood. Leef zoo, dat gij met een vol vertrouwen, op het oogenblik van uw dood, kunt zeggen; â Heer^ in mve handeyi beveel ik mijne geestquot;
Maak u intusschen van nu af gewoon, u dikwijls in de armen van God te werpen, u zeiven, uwe ziel, uw lichaam en al wat u aangaat .... God
179
is onze Vader; Hij is de beste aller Vaders; het is onmogelijk, dat Hij ons ooit verlate. Hij houdt onze namen in zijn Hart gegrift; Hij kan ons niet vergeten. Zijne handen hebben ons lichaam gevormd; van Hem hebben wij onze ziel, die zijn evenbeeld is, ontvangen; Hij zal ons niets kunnen weigeren, die God, die ons zijn eenigen Zoon gegeven en Hem, uit liefde tot ons, aan den dood heeft overgeleverd.
Denk dikwijls aan Jesus, hoeveel uwe ziel Hem gekost heeft, en bid Hem, dat Hij haar zalig make Beveel ze aan zijn door de lans geopend hart en smeek Hem dat Hij haar niet verlate, en vooral dat Hij haar bevrijde van alle zonden, en ze met zijne heilige liefde vervulle.
VRUCHT.
Word niet neerslachtig, wordt niet moedeloos, a's S1] geen genoegzamen smaak vindt in den dienst van God, ja zelfs, als gij er, integendeel, eenigen tegenzin in gevoelt. Beschouw den lijdenden Jesus aan het kruis; dat dit gezicht uw moed opwekke voor de werken van godvruchtigheid, die gij ondernomen hebt om Hem te behagen, en u tot volharding aanspore.
VOORBEEI.D.
De heilige Joseph van Leonissa had eene bijzondere godsvrucht tot den gekruisten Jesus, en het
180
lijden van onzen goddelijken Zaligmaker was het liefste voorwerp zijner overwegingen. Hij predikte doorgaans met een kruisbeeld in de hand; en zijne woorden, die vol vuur waren, ontstaken de harten zijner toehoorders met eene heilige liefde. Hij werd op het einde van zijn leven met een verschrikkelijken kanker gekweld, die hem de hevigste pijnen veroorzaakte. Hij onderging tweemaal de bewerking der heelmeesters, zonder den minsten zucht te slaken. Gedurende ai dien tijd hield hij een kruisbeeld in de hand, en üet slecht deze woorden hooren: âHeilige Maria, bid voor ons, ellendige zondaars.quot; Tot iemand der aanwezigen, die aangesteld was om hem gedurende de bewerking te binden, zeide hij, het kruisbeeld toonende: âZiedaar de sterkste van alle banden; Hij zal mij veel beter onbeweeglijk houden dan alle koorden.quot; {Leven van den Heilige)
VIJF EN DERTIGSTE DAG.
Dorst van Jesus aan het kruis.
Toen de stervende Zaligmaker op het punt was den laatsten snik te geven, en Hij zijne ingewanden door een hevigen dorst voelde branden, en zijn verhemelte en zijne keel uitgedroogd waren door het overvloedig storten van bloed, en door de overmatige kwelling en de verschrikkelijke pijnen, welke Hij geleden had, riep Hij op
181
zielroerende toon: Ik heb dorst. In dezen wreeden dorst, dien Hij zoo lang verborgen, met zooveel geduld geleden heeft, en dien Hij nu wil doen kernen, door smeekend eenige verfrissching te vragen, zag men niemand, die Hem een enkelen droppel water aanbiedt, om den brand, die Hem verteert, een weinig te verkoelen. De God, die de stroomen schiep en de uitgestrekte zeeën met water vulde; Hij, die op eene wonderbare wijze een milüoen Hebreërs in de woestijn laafde, vindt thans voor zich zei ven geen enkelen droppel water, om zijne brandende lippen te bevochtigen... Ziedaar, hoe de goddelijke Zaligmaker onze gulzigheid, onze groote zinnelijkheid in zijn eigen persoon straft! . . . . Ziedaar, hoe Hij zelf de straf der zonde draagt, welke wij zoo dikwerf door het onmatig gebruik van spijs en drank bedreven hebben! . . . Om bij den feilen dorst van den Zaligmaker een nieuwe pijn en een nieuwen smaad te voegen, doopt een woeste soldaat eene spons in mirre en brengt die aan Jesus1 lippen. Jesus neemt dien walgelijken drank aan.
Zag men ooit zulk eene barbaarsche wreedheid op den grootsten boosdoener uitoefenen?... Nochtans oefent men die uit op den Zoon Gods de onschuld zelve, terwijl Hij in het hevigst van zijn lijden is. âO mijne ziel! wek u op tot medelijden voor Jesus, in de nieuwe pijn, welke Hij lijdt! . . . Wat vraagt Jesus in zijn dorst? . , .
182
Een weinig water .... Nimmer heeft men zulk een wreed hart, om dit zelfs aan de dieren te weigeren; en nochtans weigert men het aan Jesus. God vraagt u zeer weinig, om zijn vaderlijk hart te voldoen; en gij weigert het Hem. In welk oogenblik vraagt Jesus te drinken? . . . Als Hij, op het punt van te sterven, zich in een afgrond van lijden gedompeld ziet; als Hij gereed is de grootste der offeranden voor ons te voltrekken .... In welk oogenblik weigert gij aan God, hetgeen Hij u vraagt? . . . Als Hij u op de edelmoedigste wijze met zijne oneindige weldaden overlaadt. O ondankbaarheid! . . . Van welke plaats vraagt Jesus u water, om zijn dorst te lesschen ?... Van zijn kruis, waaraan Hij sedeit drie uren hangt . . . Op het gezicht van een gekruisten God, die van het kruis de vermijding der zonde, de onthechting van een vriend, de vlucht van eene gevaarlijke gelegenheid vraagt, zult gij Hem zeggen, dat gij niet wilt? . . . Zult gij Hem deze vertroosting weigeren? . . . Overleg wel, eer gij de weigering uitspreekt, die Hem zoozeer mishaagt,
VRUCHT.
Dat de dorst, welken Jesus op het kruis lijdt en de mirre, welken de wreede Joden Hem te drinken geven, u tot opwekking verstrekken om uwe gulzigheid te versterven, en tot onderrichting dienen om u in de matigheid te oefenen.
183
VOORBKKLD.
De zielen, die den gekruisten Jesus beminnen, berooven zich gaarne, met het inzicht om Hem te behagen, zelfs van de onschuldigste voldoeningen. Na afloop eener missie, welke de eerwaarde pater Paulus van het Kruis eens gehouden had, keerde hij met een zijner kloosterlingen terug. Het was in het heetste van den zomer. De vermoeienis der reis en de buitengewone warmte van het jaargetijde deden hen den hevigsten dorst lijden. Toen zij aan een bron van helder water kwamen, waarvan de frischheid hen scheen uit te noodigen om zich te laven, keerde de dienaar Gods zich naar zijn reisgenoot en zeide hem met het innemendste gelaat: âW at dunkt u, wilt gij dat wij ons eene verster-ving opleggen, door ons te onthouden van dit water te drinken? . . . Ach, ja, laten wij uitliefde tot den op het kruis dorst lijdenden Jesus, eene opoffering van onthouding doen.quot; De ijverige metgezel nam het voorstel aan, en zij deden die versterving. Deze opoffering was aan God zoo aangenaam, dat Hij er weldra zijn dienaar voor beloonde, door hem met hemelsche gunsten en zegeningen te overladen.
(Leven van den eerivaarden Pater.)
184
ZES EN DERTIGSTE DAG.
Vervolg van hetzelfde onderwerp.
Behalve zijn lichamclijken dorst, leed Jesus een anderen geheel geestelijken dorst, die ook zoo gemakkelijk niet is te lesschen; Jesus heeft dorst naar onze eeuwige zaligheid, Hij heeft een oorst, waarover Hij zich meer beklaagt, en die, meer dan de andere, Hem inwendig brandt en verteert. Jesus verlangt dat zijn bloed voordeelig zij aan de menschen, door hen van de hel te bevrijden, terwijl Hij een zeer groot getal ziet, die, uit vei-achting van zijn liefde en van zijn lijden, voor eeuwig verloren zullen gaan! Ach! hoezeer verslindt een dergelijke dorst het teedere hart van Jesus, en ontrukt Hem, door zijne hevigheid, het weinige leven, dat Hem overblijft! .... âOndei-zoek eens, mijne ziel, welke uwe^verlangens zijn, welke uwe dorst is ... . Hebt gij misschien dorst naar wereldsche dingen, naar vermaken, eerbewij-zingen, gemak, naar ontspanningen? .... Maar gij hebt geen dorst om zalig te worden; gij bezit geen ijver om u den hemel te verzekeren, dat onsterfelijk en eeuwig goed, hetwelk Jesus voor u, ten koste
van zooveel lijden, heeft verkregen.....Jesus
had aan het kruis bijzonderlijk dorst naar uwe zaligheid, naar uw geluk en naar uwen vooruitgang in de liefde tot God. Indien gij, op den Kalvarie-berg waart tegenwoordig geweest, en den Zalig-
185
maker over zijn dorat had hooren klagen, zoudt gij u dan niet bevlijtigd hebben, om Hem met een weinig water te laven? . . . Welnu, weet dat gij zelfs thans zijn dorst kunt lesschen. Hij zegt tot u van zijn kruis: âMijn zoon, ik dorst naar uwe ziel.quot; Wilt gij den dorst van uw Zaligmaker lesschen? .... Geef Hem dan al uwe gedachten, om ze dikwerf bezig te houden met zijn goedheid en zijn lijden te overwegen. Geef Hem uw hart met al zijne genegenheden, door Hem dikwijls te betuigen, dat gij Hem boven alles bemint, dat gij Hem geheel uw leven bijzonder boven elk geschapen voorwerp wilt beminnen. Geef Hem uwe ziel met al hare vermogens, en zeg Hem dikwijls, dat gij zalig wilt worden, wat het u ook moge kosten, en dat gij dit door'Me verdiensten van zijn lijden hoopt. Op deze wijze zal Jesus zich niet meer over u in zijn dorst beklagen.
Overweeg een derden dorst van den Zaligmaker, die bestond in zijne vurige begeerte om nog meer te lijden voor de heerlijkheid van zijn goddelijken A^ader en uit liefde voor onze zielen, jesus had den bitteren kelk van zijn lijden tot den laatstcn droppel toe geledigd, en nog betuigt Hij dat Hij dorst heeft, om uit liefde tot ons nog een anderen, bitterder dan de eerste, als het mogelijk zij, te drinken. Bewonder de vurige liefde van den Zaligmaker, die in zijn hart zulk een minnelijken dorst ontsteekt, en bedank Hem voor de overgroote goedheid,
186
waarmede Hij geleden heeft, voor zijn verlangen om nog meer voor u te lijden. Er is geen twijfel aan, of Hij zou den tijd van zijn verschrikkelijk lijden nog verlengd hebben, als de wil van zijn aanbiddelijken Vader het niet anders bevolen had; zooveel liefde had Hij voor uw e ziel! . . . . Hebt gij dorst naar pijnen en kwellingen uit liefde tot Jesus? .... Hebt gij dorst om te werken, te lijden, te strijden, om uwe ziel zalig te maken? Misschien is de dorst, dien gij hebt, slechts een vleeschelijke, aardsche en wereldsche dorst, een ongeregelde dorst, een dorst, die het hart van Jesus doet walgen..... Jesus beminde zijn Vader in den hoogsten
graad, en omdat Hij er meer roem uit trok, verheugde Hij zich zijn lichaam langzaam in de pijnen te zien wegkwijnen, en zijne ziel langzaam den kelk van altijd nieuwe smarten te zien uitdrinken. Hij verheugt zich te zien, dat zijne wreede offerande, ter eere van zijn welbeminden Vader, in het midden der schande verlengd werd, en dat zijn leven te midden der folteringen en der angsten eindigde, omdat daardoor zijne gehoorzaamheid aan den zoo lastigen en drukkenden goddelijken wil langduriger, en zijn hemelschen Vader er meer
door verheerlijkt werd.....Werp een blik op u
zeiven..... Welke vreugde smaakt gij in het
verdragen der kwellingen, waarmede deze wereld vervuld is? . . . Welke is uwe liefde tot God te midden van uw lijden? . . . Kust gij de hand, die
187
u kastijdt? .... Welk is uw verlangen, om den Heer door de opoffering van uw geduld te verheerlijken ? . . . Hoe groot is uw dorst om God te eeren, en Hem door anderen geëerd te zien? . . . Hoe groot is uw dorst naar goede en godvruchtige werken, die alleen aan God behagen, en de verlangens van zijn hart voldoen?..... Onderzoek
u met nauwgezetheid en neem het besluit u te beteren.
VRUCHT.
Werp een blik op uw voorgaand leven, en wees diep bedroefd dat gij Jesus zoo dikwerf met azijn gelaafd hebt, door u aan misdadige werken over te geven. Wek u op tot een zorgvuldigen en standvastigen ijver voor de zaligheid van uwe ziel; verwek in u een brandenden dorst naar die eeuwige bron des levens, die u in den hemel is voorbereid.
VOORBEELD.
De heilige Franciscus Regis leed in zijne laatste e eviamp;e pijnen; maar het gezicht van een kruisbeeld, dat hij in zijne hand hield en onophoudelijk kuste, verzachtte zijn lijden. Op den laai sten dag zijns levens bleef hij aanhoudend de oogen vestigen op den gekruisten Jesus, die alleen zijne gedachten bezighield; te middernacht vouwde hij zijne handen, en de oogen ten hemel geslagen, sprak hij met nadruk deze woorden: âJesus
188
Christus, mijn Zaligmaker, ik beveel U mijngeesten stel dien in uwe handen.quot; Daarna gaf hij zacht zijn geest aan zijn Schepper weder.
(Leven van den Heilige^)
ZEVEN EN DERTIGSTE DAG.
Jesus sterft aan het kruis.
Nadat Jesus zijn geest aan zijn hemelschen Vader had aanbevolen; nadat Hij drie uren in lichamelijke pijnen en inwendige smarten aan het kruis had doorgebracht, boog Hij eindelijk het hoofd en stierf. Overweeg:
Wie is Hij die sterft? ... Hij is de Zoon Gods, de eenige Zoon des Allerhoogsten, overgroot en oneindig in zijne aanbidddelijke volmaaktheden. Hij is de God van heerlijkheid, de oneindig beminnelijke, de oneindige heilige God, de bron van alle goed, en Hij sterft voor u, die de geringste, de ellendigste der schepselen zijt, de bron v^n alle ondeugden, eene zee van bedorvenheid en ellende. Ja, het is zoo .. . de Schepper sterft voor een schepsel, de opperste Heer voor een slaaf, God voor den mensch, en gij zijt niet doordrongen van een heilige vrees, bij de gedachte, dat een God voor u gestorven is, en dat het alleen uit liefde tot u is dat Hij sterft! . . . en gij beeft niet? . . . Gij zijt niet bewogen, gij staat zelfs niet verstomd over zooveel liefde en goedheid?... .
189
Een God sterft voor den meiisch : ziedaar de zoetste en troostrijkste gedachte, het liefste onderwerp der gesprekken van alle Heiligen! ziedaar de machtigste beweegreden om Hem te beminnen . . . Een God sterft voor den mensch: dit is het groote voorwerp van schande, van schaamte en van wanhoop voor alle verdoemden der hel. ^God is voor mij gestorven, zal een verdoemde zeggen, en nochtans brand en wanhoop ik te midden der vlammen ! . . . Ik kan niet twijfelen aan de liefde, welke Hij voor mij had, daar Hij, om mij zalig te maken, zijn leven aan het kruis geofferd heeft. Bijgevolg, als ik verdoemd ben, ben ik het alleen door mijne boosheid . . Ach! hoezeer verdient hij in de hel te branden, die, onverschillig en ondankbaar, zich verzet tegen een God, die voor de zaligheid der menschen is gekruist en gestorven! O mijne ziel! . . . Zoudt gij liever in de eeuwige vlammen der hel willen branden, dan hier te branden van het heilige vuur der liefde tot dien God, die voor u op het kruis gestorven is ? . . . Is het mogelijk, dat gij, na een God uit liefde voor u te hebben zien sterven niet wilt ophouden Hem te beleedigen, te mishandelen, zijne aanbiddelijke liefde te verachten! . . . Werp u, o mijne ziel aan de voeten van dit kruis, waaraan gij het koude en bleeke lichaam van uw Jesus genageld ziet; heb berouw over uwe voorgaande ondankbaarheid; bedank Hem, dat Hij ter uwer liefde is
190
willen sterven, om u van de eeuwige pijnen te verlosser. Stel uwe hoop in zijne wonden en in zijn bloed en beloof Hem, dat gij u nimmermeer van zijne liefde zult scheiden.
Hoe sterft jfesus. Hij sterft, nadat Hij temidden van zoovele en zulke verschrikkelijke angsten, al zijn bloed, dat Hij in zijne aderen had, gestort te heeft; Hij sterft met smaad en schande overladen; Hij sterft in eene zee van onuitsprekelijke pijnen en lijden gedompeld; Hij sterft niet minder door het geweld van zijn lijden, dan door het vuur zijner brandende liefde. En wie is er onder ons die 'op deze wereld zal weigeren geheel zijn leven te gebruiken, om Jesus alleen te beminnen Wie van ons, die zich in de noodzakelijkheid ziet om iets te lijden, zal weigeren het te lijden met 't inzicht, om aan Jesus te behagen? . . . Wie van ons zal ooit vermetel genoeg zijn, om zijn dood door de doodzonde te hernieuwen.
Beschouw dikwerf het heilig kruisbeeld, en zeg met de teederste liefdeS âZiedaar dan, o mijn God, op welke wijze Gij aan het kruis voor mijne liefde gestorven zijt! . . .quot; Omhels dikwerf zijne voeten en besproei ze met tranen van een oprecht berouw. Kus zijne heilige wonden en druk ze in uw hart.
V OORBKELD.
De godsvrucht tot den lijdenden Jesus verschaft
191
ons een heiligen dood. De gelukzalige Joachim Piccolormmi, van de orde der dienaars van Maria, had gedurende geheel zijn leven eene teedere godsvrucht tot het lijden van den Zaligmaker, waaraan hij onophoudelijk een liefdevol aandenken bewaarde. Daar hij niet had kunnen verwerven, om zijn bloed uit liefde tot den lijdenden Jesus door den marteldood te storten, vroeg hij met veel aandrang aan de allerheiligste Maagd, op een goeden Vrijdag te sterven, om dan ten minste het geluk te smaken zijn leven te mogen opofferen op denzelfden dag, waarop Jesus het zijne op het kruis voor ons offerde. Deze teedere Moeder verhoorde hem, want juist op den dag, dat hij verlangd had, in den morgendienst, toen men het Lijden zong, en dat de gelukzalige gansch verslonden was in de overweging van het lijden en van den wreeden doodstrijd van den gekruiiten Jesus, bij deze woorden: tradidit sfiirihnn (Hij heeft den geest gegeven), gaf hij zacht zijne ziel aan Ood weder, door een dood die door iedereen benijd werd.
(yaarhock der dienaren van A/aria.)
192
ACHT EN DERTIGSTE DAG.
Jesus is gehoorzaam tot den dood toe.
Jesus sterft, zijn hoofd voorover buigende, om zijne onderwerping en gehoorzaamheid aan de bevelen van zijn eeuwigen Veder te bewijzen. Hij kon, naar zijn welbehagen, zijn leven verlengen, en zelfs de nadering des doods voor altoos verdrijven; maar Hij wil sterven, en daarom staat Hij aan het geweld en aan de wreedheid zijner pijnen toe. Hem het leven te benemen, ten einde waarlijk gehoorzaam te zijn tot den dood toe.. Het is deze gehoorzaamheid, die de doodelijke ongehoorzaamheid onzer eerste ouders herstelt. Jesus geeft door deze gehoorzaamheid aan de beleedigde goddelijke Majesteit de eer weder, die haar is ontnomen geworden, en Hij herstelt den mensch in zijn oud recht op het eeuwig erfdeel .... De gehoorzaamheid, welke God van u vraagt, kost u niet het leven, en nochtans, hoeveel weerstand biedt gij om Hem te gehoorzamen? . . . Het kan wezen, dat de onderhouding van een der goddelijke geboden u moeite kost; maar wilt gij dan in niets gehoorzamen aan God, uw Heer en Koning, gij die slechts een ellendig schepsel zijt, gij die weet, dat Jesus gehoorzaam geweest is tot den dood toe? , . . . Jesus sterft, het hoofd naar ons buigende, om ons te doen verstaan, dat Hij ons roept, dat Hijgt;ns uitnoodiet, om tot Hem te komen ... En nochtans
O '
19B
wie is het, die niet geneigd is, om aan zulk eene tee-dere en liefderijke uitnoodiging te beantwoorden ?... Hoe lang reeds noodigt Jesus u uit tot berouw ? Hoe dikwerf heeft Hij u geroepen, om u te vergeven ? . . . En stelt gij nog uit om tot Hem te gaan, die u met zooveel liefde zoekt! . . . En het is slechts om aan eene drift te voldoen, dat gij nog wacht tot Jesus terug te keeren, die van zijn kruis u roept!... Welaan! geen uitstel meer!... neem eindelijk uw besluit op dit punt.
Jesus sterft aan dit kruis, waaraan Hij met drie nagelen gehecht is, tusschen twee moordenaren, met wonden en schande overdekt, in tegenwoordigheid van eene ontelbare menigte.....Ziedaar de
overgroote liefde van een God voor de menschen.....
Een enkele traan van Jesus, een enkele zucht was voldoende voor de verlossing van het heelal; maar dit was niet voldoende voor zijne liefde, zijne liefde vordeft den dood des kruises. Vestig uwe blikken, o mijne ziel, op het aanbiddelijk lichaam van den stervenden Jesus, die nog aan het kruis gehecht
is.....Beschouw dat bleek en doodkleurig gelaat,
geheel met bloed en slijk overdekt, dat door de doornen geheel verscheurd hoofd, die met groote nagelen doorboorde handen en voeten, die gekneusde ledematen, en dat verscheurde vleesch, hetwelk
toelaat het getal zijner beenderen te tellen.....
Bij dit schouwspel overdekte zich de hemel met zware duisternis, de aarde werd in hare grondvesten
13
194
geschokt, al de schepselen gaven teekenen van
droefheid en rouw.....En uw hart! . . . . Welk
medelijden en welke droefheid gevoelt het voor zijn goeden God, zijn teederen Vader, zijn welbeminden Broeder, die uit liefde tot u gaat sterven?,.. Al de wonden van zijn aanbiddelijk lichaam zijn zoovele monden, die zijne liefde verkondigen. Kunt gij nog langer twijfelen, of gij van Jesus bemind wordt? .... Maar ook, kunt gij nog langer leven, zonder Hem op uwe beurt te beminnen? . . . . Mijne ziel, gij zijt het leven van een God waard !. . .. Maar gij zijt uw geheele leven verschuldigd aan den Zoon van God, die het zijne voor u aan het kruis heeft opgeofferd. Aan welke schreeuwende onrechtvaardigheid zoudt gij u niet schuldig maken, indien gij bleeft volharden om uwe liefde aan Jesus te weigeren, om die aan de wereld, het vleesch en den duivel, uwe en zijne wreedste vijanden te wijden! .... âO aanbiddelijke Jesus! ik behcfor mij zeiven niet meer toe, en ik wil het ook aan niemand meer zijn; ik ben geheel aan U, die voor mij gestorven zijt, en ik wil U toebehooren in eeuwigheid. Deze ziel behoort U toe, zij heeft U zooveel gekost ! . . , Maak, dat ik daarvan de waarde kenne, dat ik haar naar hare juiste waarde hoogachte, en dat ik haar nimmermeer door de zonde aan den duivel overgeve. Maak dat ik het overige van mijn leven gebruike, om U uit geheel mijn hart te dienen en te beminnen.quot;
195
Als gij op uw doodsbed ligt uitgestrekt, zal het heilig kruisbeeld het eenige voorwerp zijn, dat men u zal aanbieden, ora u te troosten en aan te moedigen. Gedraag u van dit oogenblik af op zulk een wijze, dat zijne liefde en zijne wonden voor u niet een voorwerp van verwijting bij dien ver-schrikkelijken overtocht worden.
VOORBEELD.
Het lijden van Christus was het voornaamste voorwerp van de godsvrucht des heiligen Franciscus van Assisi, en het maakte het algemeen onderwerp uit van zijne overwegingen. Zijne oogen waren alsdan overvloedig met tranen gevuld. Een zijner vrienden, op zekeren dag de kerk van Portiuncula voorbijgaande, hoorde hem luid zuchten en kermen; hij werd nog meer verwonderd, toen hij hem bitter zag weenen. Hij verweet hem die overgroote gevoeligheid als eene zwakheid, die eenen man niet betaamde. âIk beween,quot; antwoordde de heilige, âik beween het lijden van mijn Heer Jesus Christus, en ik moet niet beschaamd wezen, om het in het openbaar voor de geheele wereld te beweenen.quot;
{Het leven van den Heilige.)
1%
NEGEN EN DERTIGSTE DAG.
De zijde van Jesus wordt met eene lans doorstoken.
Toen de Zaligmaker gestorven was, doorstak een der soldaten, die wreeder en goddeloozer was dan de anderen, en zich verbeeldde, dat Jesus nog kon leven, zijne zijde met eene lans. Overweeg in dezen lanssteek de wreedheid, welke men ten opzichte van Jesus gebruikt. Menschen met een tijgerhart zijn niet voldaan, dat zij hunne woede op duizenderlei wijzen hadden uitgeoefend op Jesus, toen Hij nog in leven was; wreeder dan de dood zelf, willen zij hunne woede uitstrekken tot op het ontzielde lichaam van den Zaligmaker, ofschoon Hij reeds geheel verscheurd is en zijne aderen geen droppel bloed meer bevatten. Hoe slecht en boos men een mensch veronderstelle, als hij eens zijn leven tot boeting zijner misdrijven gegeven heeft, boezemt hij na zijn dood ten minste medelijden in. Ten opzichte van Jesus alleen kennen de be-leedigingen geen palen , de kwellingen geen grenzen. Jesus is dood, waarom is het noodig Hem de zijde met eene lans te doorboren? .... Hoe! is de haat, dien de Joden tegen Hem hebben opgevat, nog niet uit hun hart verbannen? .... Is hunne woede, na zooveel wreedheid op den on-schuldigen Zaligmaker te hebben uitgeoefend, nog niet voldaan? . . . Zie, hoe die verschrikkelijke lans, door een kloeken arm gestooten, de zijde van Jesus
197
opent en Hem het hart doorboort! ... O, meer dan barbaarsche w reedheid! . . . Maar hoe dikwijls hebt gij zelf, niet tevreden met Jesus door uwe zonden gedood te hebben, zijn aanbiddelijk hart door nieuwe steken gekwetst en verscheurd ? Hoe menigmaal hebt gij dezen goddeloozen en barbaarschen trek van wreedheid op uwen aanbid-delijken Zaligmaker hernieuwd ? . . . Hoe menigmaal hebt gij de wonden van zijn hart weder geopend?.... Verfoei uwe boosheid, heb een groot berouw over uwe ondankbaarheid, en wrasch de vlekken van uwe ziel af in dit bloed en in dit wrater, hetwelk uit de geopende zijde van den
Zaligmaker vloeit.....Jesus voelde, wel is waar,
dezen steek niet, toen Hij hem ontving, maar Hij gevoelde dien, teen Hij hem voorzag. Hij zag duidelijk de snoode trouweloosheid van dengeen, welke Hem dien moest toebrengen; Hij ontving vooraf dezen smaad uit liefde tot ons, en Hij onderwierp er zich gewillig aan .... Jesus heeft niets gespaard om u zalig te maken en u zijne liefde te toonen ; maar gij, met welke voorbehouding handelt gij jegens Hem ? . . . . Ach! zoo moet men niet beantwoorden aan de edelmoedige liefde van Jesus, die Hem aangespoord heeft, om voor ons zonder maat te lijden.....
VRUCHT.
Beijver u om in al uv^e tegenspoeden, in al uwe
198
bekoringen uwe toevlucht te nemen tot de geopende zijde van den Zaligmaker, en verwek in u de akten van de vurigste liefde jegens zijn aanbiddelijk hart.
VOORBEELD.
De heilige Vincentius Ferrieri sprak, in de wreedste kwellingen, die zijn dood voorafgingen, nimmer over de pijnen welke hij gevoelde; en indien hij eenig woord zeide, was het om God te bedanken, van Hem deelachtig gemaakt te hebben aan den kelk van zijn Zoon. Gedurende zijnen doodstrijd, die zeer pijnlijk was, toonde hij een bewonderenswaardige onderwerping en geduld. Weinig tijd voor zijn dood liet hij zich het lijden des Zaligmakers voorlezen. (Leven des Heiligend)
VEERTIGSTE DAG.
Van de liefde van onzen Heer Jesus Christus.
Het was den Zoon Gods niet genoeg, om ons zijne liefde gedurende geheel zijn levensloop te bewijzen, Hij wilde ons die ook nog na zijn dood toonen. Hij wilde ons doen begrijpen, dat zijne liefde niet met zijn leven had opgehouden. Daarom stond hij toe, dat men, na zijn dood, zijne allerheiligste zijde opende, opdat men door deze wonde zijn goddelijk hart, diep gewond door de liefde
199
die Hij voor ons had, konde zien. Deze wonde is bijgevolg eene altijd geopende deur, die u toestaat tot het hart van Jesus door te dringen, om daarin, na zijn dood, zijne altoos levende, altoos brandende liefde te zien. De pijnen hebben aan Jesus het leven kunnen ontnemen, omdat Hij het aldus wilde; maar zij hebben zijne liefde niet kunnen ontnemen, die altijd meer aangroeide, en zich als een groote brand uitbreidde. Om mijn hart met de liefde van Jesus te ontsteken, zou het mij genoeg moeten zijn de oogen te vestigen op dien Zaligmaker, die voor mij gestorven is, en zijn verscheurd lichaam te beschouwen , dat voor mijn geluk uitgeput van bloed en van het leven beroofd is. Deze wonden, die geen bloed meer geven, omdat zij het tot den laatsten druppel gegeven hebben, zeggen ons luide genoeg, hoe groot en oneindig de liefde van een God voor ons moet zijn, daar zij Hem, voor onze zaligheid, tot dien zielroe-renden staat gebracht heeft . . . Maar waarom nog eene nieuwe wonde toe te brengen aan dit reeds zoo mishandeld cn zielloos lichaam! . , . Ach! hoe dierbaar is deze aanbiddelijke wonde, daar zij het gevolg is van de liefde van een Gcd, die vurig wenscht, zich na zijn dood te doen kennen als denkeen , die de menschen het meest be-
cquot;gt; '
mint ! . . . Zijn hart is een oven van liefde, en het water van al zijn onuitsprekelijk lijden
200
heeft nimmer den gloed kunner uitdooven of verminderen .... En zal dan nu nog iemand gevonden worden, die bekwaam is dit beminnelijk, gewond en geopend hart te beschouwen, zonder de verplichting te erkennen. Hem liefde voor liefde weder te geven? . . . Ga, mijne ziel, in den gloeienden oven van het hart van Jesus, dat van liefde voor u brandt; dring daar dikwerf binnen met uwe gedachten, en gij zult er uwe onbegrijpelijke ongevoeligheid en uwe wreede onverschilligheid verliezen. Gij zult er bewogen worden, gij zult daar ontstoken worden met eene heilige liefde voor uwen God . . . Beschouw de laatste druppelen bloed, welke uit zijn goddelijk Hart vloeien; de geeselkoorden hadden Hem deze laatste droppels gelaten; de doornen en nagels hadden die er niet kunnen doen uitvloeien ; maar nu komen eindelijk deze droppels door de wonde der lans, opdat al het bloed van Jesus ten volle uit liefde tot u gestort zij ... O eenige, o overgroote liefde van Jesus, die de tot in zijn hart verborgen droppels bloed opoffert, en ze nog opoffert tot het geluk van dengeen, die Hem gewond heeft ! . . . En gij vreest te veel aan Jesus te geven, door Hem geheel uwe liefde op te offeren ... O, dat gij niet schaamrood wordt uwe liefde tusschen de ijdele en nietigste voorwerpen te verdeelen ! . . . O beminnelijke Jesus I ik kus uwe geopende zijde; duld dat ik tot uw godde-
201
lijk hart doordringe, verslind geheel mijne boosheid in de vlammen uwer heilige liefde. Verander mij geheel in U, vervul mij geheel met uwe vurige liefde.
God zond aan Adam een diepen slaap, gedurende welken Hij van hem een zijner ribben nam, waarvan Hij Eva, de moeder van alle levenden, maakte ; dit was om aan te toonen wat er moest gebeuren bij den dood van Jesus. De dood van den Zaligmaker is niets anders dan de slaap van den tweeden Adam, den hersteller van de door den eersten aan de wereld toegebrachte schade. Terwijl Hij alzoo op het kruis slaapt, opent eene lans zijne zijde, opdat uit zijne borst, of liever uit zijn hart zelf, de Kerk, zijne welbeminde Bruid en de Moeder van al de geloovigen, zou voortkomen. Overweeg, wie de Moeder is, waarvan gij de eer hebt, krachtens uw geloof, een kind te zijn, zij heeft haren oorsprong uit het heilig hart van een God-mensch ! . . . Zoudt gij het er derhalve niet voor moeten houden dat gij ook van godde-lijken oorsprong zijt, gij, die een kind zijt van zulk eene moeder? . . . En daar gij afkomstig zijt uit het Hart van Jesus, wat kunt gij beter doen, dan dikwerf in te dringen in dat aanbiddelijk hart, waaruit gij gesproten zijt, en dat hart te beschouwen als het aangenaamste verblijf, dat gij op deze aarde kunt hebben?.,.. Uit dit doorboorde hart is ook het water gevloeid hetwelk
202
u in uw doopsel geheiligd, en u zoo dikwerf van uwe zonden in de biecht gezuiverd heeft. Begrijp, zoo gij kunt, den prijs, de waarde, de verhevenheid, de verdiensten van het heilig doopsel; begrijp de voortreffelijkheid der verhevene hoedanigheid van christen, welke dit Sacrament u geeft. Door dit Sacrament wordt gij tot het nieuwe leven van genade herboren; gij wordt deelgenoot van het dierbaar erfgoed der kinderen Gods; gij hebt recht op het eeuwig erfdeel, gij zijt van het volk Gods, gij wordt de broeder en medeërfgenaam van Christus, gij zijt lidmaat van zijn geestelijk lichaam, de heilige Kerk. Zulke groote gunsten, zulke edele voorrechten zijn voor u uit de geopende zijde van Jesus gekomen. Welke gevoelens van dankbaarheid voelt gij voor zoovele en zulke groote weldaden jegens den goddelijken Zaligmaker?... Met welke erkentelijkheid denkt gij nu nog aan dat alles ? . . . Hoe menigmaal hebt gij Jesus voor eene zoo groote goedheid bedankt?. .. Wonderlijke zaak! Een christen leeft en sterft dikwijls zonder misschien God ooit bedankt te hebben voor eene zoo uitstekende gunst als die, van kird tc zijn der ware Kerk van Christus..... zonder misschien ooit de genade van christen te zijn, als eene uitstekende gunst beschouwd tc hebben . . . . Waardeer dan eindelijk dit geluk, en wees Jesus dankbaar, die deze genade voor u deed komen uit zijn goddelijk door de lans geopend hart.
203
VRUCHT.
Wijd u heden toe aan de godsvrucht tot het heilig hart van Jesus.
Bedank God, des morgens en des avonds, voor het uitstekend geluk, dat Hij u verleend heeft, van christen, en kind van zijn Kerk te zijn. Houd het voor eene eer christen te wezen en u als zoodanig in alle mogelijke gelegenheden te toonen. Onteer dit verheven en waardig kenmerk, dat gij in het heilig Doopsel ontvangen hebt, niet door de zonde; onteer het niet door eene handelwijze, die eenen christen niet betaamt.
VOORBEELD.
De gelukzalige Liduina werd van hare vroegste jeugd af gekweld met veelvoudige ziekten, die haar geduld zeer sterk beproefden. Zij bracht de laatste dertig jaren van haar leven door zonder ooit haar leger van smarten meer te verlaten; en hieronder waren er zeven jaren, gedurende welke zij geen andere ledematen dan slechts het hoofd en den linkerarm kon bewegen. Haar biechtvader, met haar lijden bewogen, raadde haar aan, dikwerf het lijden van Jesus te overwegen , haar verzekerende, dat zij er groote voordeelen uit zou trekken. Liduina gehoorzaamde met eenvoudigheid. Zij begon het lijden van den Zaligmaker te overwegen, en zij vond zooveel smaak in die heilige
204
oefening, dat zij er zich dag en nacht mede bezig hield. Weldra had er in haar eene gelukzalige verandering plaats; zij vond in hare pijnen meer zoetigheid en vertroosting. Wel verre dat zij er van wilde bevrijd worden, bad zij God, ze steeds te vergrooten, vermits Hij haar de genade schonk, ze met geduld te lijden. Zij sprak van God, van zijne barmhartigheid, van Jesus, van het kruis met eene zalvingr die de ongevoeligste harten
O ' O O
raakte. Na een lijden van acht en dertig jaren ging zij de belooning ontvangen, welke toegezegd is aan degenen, die als ware leerlingen van het kruis geleden hebben. {Leven der Heilige.)
Wij aanbidden U, Christus, en loven U, omdat gij door uw kruis de wereld hebt verlost.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige en eeuwige God, die ons uwen eenigen Zoon tot Verlosser der wereld gegeven hebt, en die U gewaardigd hebt zijn Bloed tot uitboeting onzer zonden te aanvaarden, verleen ons, bidden wij U, de genade van dit kostbaar Bloed, den prijs onzer zaligheid, te eeren en door zijne kracht hier op aarde beschermd te worden tegen de kwellingen van dit leven, om de gelukkige vruchten van het geheim der verlossing te mogen ontvangen in den hemel. Door J. C. onzen Heer Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
Gebed vóór dc A/is.
Kom, H. Geest! vervul de harten uwer geloo-vigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde; Gij, die door de verscheidenheid van alle talen de volken in de eenheid des geloofs vergaderd hebt.
v. Zend uwen geest af, en alles zal herschapen worden.
En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
God! die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest geleerd hebt; geef dat wij in dienzelfden Geest verstaan, wat goed is, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden mogen, door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Gebed.
o God! die mij naar uw beeld en gelijkenis geschapen hebt, ik bid U om uwe genadige hulp, opdat ik, door dezelve ondersteund, bij de onbloedige offerande van het lichaam en bloed van uwen Zoon moge tegenwoordig zijn, met die aandacht, dien eerbied en die vrees, welke zoo verbazende geheimen van mij vereischen.
In vereeniging met den priester en geheel uwe
206
H. Kerk, draag ik deze offerande op aan uwe goddelijke Majesteit: 1. tot meerdere eer en verheerlijking van uwen H. Naam; 2. tot gedachtenis van uw heilig lijden en uwen dood; 3. tot dankzegging voor al de weldaden, die ik van U ontvangen heb; 4. tot voldoening der straffen, die ik verdiend heb door rnijne zonden, welke ik hoop, dat in dit offer door uw heilig bloed zullen uit-gewischt worden; 5. tot verkrijging van uwe genaden en uwe hulp . ,..; 6. voor mijne ouders, vrienden en weldoeners .. . .; 7. voor alle overledene geloovigen, voornamelijk voor ....
Gewaardig U, o God! tot dit einde mijne pogingen te onderdteunen en mijn gebed te verhooren door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
(Zeg vervolgens met den Priester en den misdienaar:)
In den naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
P. Ik zal tot Gods altaar opgaan.
D. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P. Doe mij recht, o God! en handhaaf mijne zaak tegen een onheilig volk; red mij van de onge-rechtigen en trouweloozen.
D. Gij toch, o God! zijt mijne sterkte. Waarom zoudt Gij mij verstoeten! waarom zwerf ik treurig om terwijl mijn vijand mij verdrukt? P. Zend uw licht en uwe trouw; dat die mij geleiden tot uwen heiligen berg en in uwe
207
woontenten voeren.
D. Ik zal dan tot Gods altaar opgaan, tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P. Ik zal U op de citer loven, God, mijn God! Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel! en waarom ontrust gij mij ?
D. Hoop op God; want ik zal Hem nog loven. Hem, mijn Redder en mijn God!
P Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
D. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
P. Nu zal ik tot Gods altaar opgaan.
D. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P. Onze hulp is in den naam des Heeren.
D. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
P. Ik belijd voor den almachtigen God, voor de H. Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen, en voor u, mijne broeders ! dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, mijne schuld, mijne zeer groote schuld. Daarom bid ik de H. Maria, altijd Maagd, den Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, mijne broeders ! den Heer onzen God voor mij te willen bidden.
D, De almachtige God zij ons genadig, Hij vergeve
208
onze zonden, en geleide ons tot het eeuwig leven. P. Amen.
D. Ik belijd, enz.
P. De almachtige en barmhartige Heer verleene ons genadiglijk kwijtschelding, ontbinding en vergeving van al onze zonden.
D. Amen.
P. Heer ! keer U tot ons, en (rij zult ons doen herleven. D. En uw volk zal zich in U verblijden.
P. Toon ons, o Heer! uwe barmhartigheid. D. En schenk ons uwe hulp.
P. Heer! verhoor mijn gebed.
D. En mijn geroep kome tot L'.
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
A/s de 'priester tot het altaar opgaat.
Wij bidden U, o Heer! neem onze zonden van ons weg, opdat wij tot het heilige der heiligen met een zuiver hart mogen ingaan, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Als de priester het altaar kust. Wij bidden ü, o Heer! door de verdiensten van uwe Heiligen, wier overblijfselen hier bewaard worden, en van alle Heiligen, dat Gij al onze zonden gelieft te vergeven. Amen.
Introïtus.
Tot U, o Heer! heb ik mijne ziel opgeheven.
209
Mijn God ! op (J betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden en gedoog niet, dat mijne vijanden zich over mij verheugen; want niemand dergenen, die U verbeiden, zal beschaamd worden.
Volgens uwe barmhartigheid, wees mijner gedachtig, om uwe goedheid, Heer!
Glorie zij den Vader, den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen,
Tot U, o Heer! heb ik mijne ziel opgeheven; mijn God ! op U betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden.
Heer! ontferm U onzer, (driemaal.)
Christus! ontferm U onzer, (driemaal.)
Heer! ontferm U onzer, (driemaal)
Gloria in ex cc/sis Deo.
Glorie zij aan God in den hooge, cn vrede op aarde aan de menschen van goeden wil. Wij loven U! wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken U ; want groot is uwe heerlijkheid, God, onze Heer ! Koning des Hemels ! God, almachtige Vader! Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon! Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders ! Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer; die wegneemt de zonden der wereld, verhoor onze gebeden ; die zit aan de rechterhand des Vaders, wees ons genadig; want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij
u
210
alleen de Allerhoogste, o Je sus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Collecte, Epistel eu Graduaat.
Ontvang de gebeden, Heer! welke voor ons gedaan worden; verleen ons alles, wat uwe Bruid, de H. Kerk, door den mond des priesters, haren dienaar, voor ons verzoekt. Sta ons bij met uwe hulp in allen nood; geef ons de vergiffenis onzer zonden, vermeerdering van geloof, hoop en liefde, en volharding in het onderhouden van uwe heilige geboden. Het is waar, Heer! dat wij niet verdienen verhoord te worden, maar gedenk, dat wij U die genade verzoeken in den naam van Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Voor het Evangelie.
Heer! geef ons uwen zegen. De Heer zij in onze harten, opdat wij waardig en behoorlijk zijn evangelie aanhooren en zijne lessen getrouw mogen nakomen.
Onder het Evangelie.
In dien tijd kwam Jesus in zeker dorp en eene vrouw, Martha genaamd, ontving Hem in haar huis. Zij nu had eene zuster, Maria geheeten, die ook aan
211
de voeten des Heeren was gezeten, en naar zijn woord luisterde. Martha i.u was druk bezig met veel dienen. Zij bleef staan en zeide: Heer, gaat het U niet aï.n, dat mijne zuster mij alleen laat dienen, zeg haar derhalve dat zij mij helpe.
En de Heer antwoordde en zeide : Martha, Martha, gij zijt bezorgd en verontrust u over vele zaken. Eéne zaak echter is noodig. Maiia heeft het beste deel verkoren, hetwelk haar niet zal ontnomen worden.
Credo.
Ik geloof in écnen God, almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in ééivn Heer [esus Christus, Gods eeniggeboren Zoon en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren; God van God, licht van licht; waarachtig God van den waar-achtigen God, geboren en niet gemaakt; medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is; Die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald uit den hemel en is vleesch geworden door den H. Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden; die ook gekruist is voor ons ; die onder Pontius Pilatus geleden heeft en begraven is ; en die verrezen is op den derden dag volgens de Schriften; en Hij is ten hemel geklommen, zit aan de rechterhand des Vaders; en zal wederkomen in heerlijkheid, om te oor-
212
deelen de levenden en de dooden ; wiens rijk geen einde zal hebben.
(Ik geloof) in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die van denVader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te samen wordt aangebeden en verheerlijkt; die door de profeten gesproken heeft.
(Ik geloof) èène, heilige, katholieke en pposto lisehe Kerk.
Ik belijd een doopsel tot vergeving der zonden.
En ik verwacht de opstanding der dooden.
En het eeuwige leven. Amen.
De Offerande.
Heilige Vader, almachtige en eeuwige God! ontvang dit onbevlekte offer, hetwelk wij, uwe onwaardige dienaren, met den priester aan U, onzen levenden en waarachtigen God. opdragen Yoor onze ontelbare zonden en nalatigheden; gelijk ook voor allen, die hier tegenwoordig zijn, alsmede voor alle geloovige Christenen, zoo levende als doode, opdat het ons en hun ten heil strekke. Amen.
O God! die de waardigheid der menschelijke natuur wonderbaar geschapen, en nog wonderbaarder hersteld hebt, laat ons door het geheim van dit water en dezen wijn deelachtig worden aan de Godheid van Hem, die onze menschheid
213
wel heeft willen aannemen, Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer! wij dragen U den heilrijken kelk op, en bidden uwe goedertierenheid, dat hij voor het oog uwer goddelijke Majesteit, tot ons heil en dat der gehecle wereld met eenen liefelijken geur opstijge. Amen.
Laat ons, o Heer! in den geest van ootmoed en met een berouwhebbend hisrt tot U toegang vinden; en laat heden ons offer voor U zóó gebracht worden, dat het U aangenaam zij, Pleer, onze God !
Kom, Heiligmaker, almachtige, eeuwige God! zegen dit offer, uwen heiligen naam bereid.
Hij het luasschcn der vingeren.
Wasch mijne ziel, o mijn God! en reinig haar van alle ongerechtigheden, zuiver mij van alle smetten der zonden, verdelg in mij de minste onvolmaaktheden, dan zal ik met de Heiligen uw altaar omringen, en U eeuwig loven in de woon-tenten uwer heerlijkheid.
Na de opoffering van het Brood en den Wijn.
Neem, o H. Drievuldigheid I dit offer aan, hetwelk wij U opdragen ter gedachtenis van het
214
lijden, de opstanding en hemelvaart onzes Heeren, Jesus Christus; en ter eere van de geluk-zalio-e Maagd Maria, van den H. Joannes den
à O '
Dooper, van de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, en van alle Heiligen; opdat het hun ter eere en ons ter zaligheid strekke , en zij wier gedachtenis wij op aarde vieren , voor ons in den hemel gelieven te bidden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Bij het: O rate fraires.
De Heer neme het offer uit uwe handen aan, tot lof en verheerlijking van zijn naam, tot nut van ons en van zijne geheele H. Kerk.
Als de Priester in stilte bidt.
Almachtige God, Vader aller mcnschen! ver-
o '
hoor het gebed uwer Kerk, bereid Gij zelf de offerande, welke zij U zal opdragen ; verander de gaven, welke aan uwe opperste Majesteit op het altaar zijn aangeboden, het brood en den wijn, in het voorwerp onzer aanbidding, in het zuiver en onbevlekt offer, dat Gij tot de verlossing onzer zielen gevorderd hebt, in het waarachtig lichaam en bloed van uwen Zoon Jesus Christus, die de verzoenende Offeraar en Offerande voor onze zonden is.
De Praefatie.
De Heer zij met u.
En met uwen geest.
De harten omhoog !
Wij hebben ze tot den Heer verheven.
Laten wij den Heer, onzen God, dankzeggen.
Dat is waardig en rechtvaardig.
Waarlijk het is waardig cn rechtvaardig, billijk en zalig, dat wij U altijd en op alle plaatsen danken. Heilige Heer, Almachtige Vader, eeuwige God, door Christus, onzen Heer. Door wien de engelen uwe Majesteit loven, door wien de Heerschappijen U aanbidden, en de Machten U vreezen ; door wien de hemelen en der hemelen krachten, met de heilige Serafijnen U met eenparige blijdschap vereeren. Mogen, zoo bidden wij ü, met hen ook onze stemmen zich vereenigen, nu wij in nederige belijdenis zeggen:
Sanctus.
Heilig, Heilig, Heilig, Heer, God der heerscharen ! hemel en aarde zijn vervuld met uwe heerlijkheid. Heil Hem, die woont in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Heil Hem, die woont in den hooge!
Canon.
Wij bidden U dan, goedertierenste Vader! en smeeken U ootmoedig, door uwen Zoon Jesus Christus, onzen Heerj dat gij deze gaven, deze giften, deze heilige en onbevlekte offers genadiglijk wilt aannemen en zegenen. Wij dragen U die op voor uwe heilige katholieke Kerk , opdat Gij haar in vrede moogtbewaren, beschermen, in eenheid behouden en regeeren over de geheele aarde, tegelijk met uwen dienaar, onzen Paus N.,
21G
onzen Bisschop en alle oprechte belijders van het katholieke Apostolische geloof.
Wees, o Heer! gedachtig uwe dienaren en dienaressen N. N. . . . Wees ook allen gedachtig, die hier tegenwoordig zijn, wier geloof en godsvrucht Gij kent, voor wie de priester U dit offer opdraagt, of die U dit offer van lof opdragen voor zichzelven en voor allen, die hun aangaan, voor de verlossing hunner zielen, voor de hoop van hun welvaren en zaligheid, cn die aan U, o eeuwige, levende en waarachtige God! hunne geloften brengen. Stort uwen zegen over ons uit en sta ons bij met uwe genade; en, op-dit Gij onze gebeden verhooren moogt, geef dat wij U vragen, wat U behagelijk is.
Geef, eeuwige Vader! volharding aan de rechtvaardigen, en cene ware bekeering aan de zondaren; versterk met uwe genade ons, die in de gevaren en bekoringen zijn, opdat wij onder de aanvallen onzer vijanden niet bezwijken.
Uw eenige Zoon, o God! is de verzoening voor onze zonden geworden. Hij heeft het handschrift van het vonnis, dat tegen ons was, aan het kruis genageld; door Hem hebt Gij ons in genade ontvangen. Wij offeren U nog eens zijnen dood tot kwijtschelding van den eeuwigen dood, dien wij door onze zonden verdiend hadden; cn, opdat Gij, o Heer! onze bede te eerder moogt hooren, vereenigen wij onze gebeden met die der verheer-
217
lijkte Maagd en Moeder van onzen God en Zaligmaker Jesus Christus, met die der H. H. Apostelen, gelukzalige Martelaren, en alle Heiligen, door wier verdiensten wij U smeeken, dat wij in alles met den bijstand uwer bescherming versterkt worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Wij bidden U dan o Heer! dat Gij dit offer van ons, uwe dienaren, genadiglijk wilt aannemen. Verleen aan onze dagen uwen vrede, en geef, dat wij, van het eeuwige verderf bevrijd, onder het getal uwer uitverkorenen gerekend worden, door Christus, onzen Heer. Amen.
Opheffing der H. Hostie.
O Jesus, mijn Zaligmaker, waarlijk God en mensch! Tk geloof vastelijk, dat Gij wezenlijk tegenwoordig zijt onder de gedaante van brood in het allerheligste Sacrament. Ik aanbid U uit geheel mijn hart: Heer! vermeerder mijn geloof.
Opheffing van den Kelk.
Goddelijke Jesus! Ik aanbid den prijs mijner verlossing en dien der geheele wereld in dezen kelk: besproei mijne ziel met uw kostbaar bloed, opdat zij van hare zonden gezuiverd en door het heilig vuur uwer liefde ontvlamd worde.
218
Vervolg van dc?i Canon.
âZoo dikwerf als gij dit zult doen, doet het ter mijner gedachtenis.quot;
Daarom dan ook, Heer, zijn wij, uwe diei.aren het zalig lijden en de verrijzenis uit het graf en de glorievolle opklimming ten hemel van denzelfden Christus uwen zoon, onzen Heer, gedachtig en dragen wij aan uwe verhevene Majesteit van uwe giften en gaven op, een zuiver offer, het heilig brood des eeuwigen levens en den kelk eener altoosdurende zaligheid.
\\ il, o Heer! met een genadig en gunstig oog op dit offer nederzien en het met hetzelfde welgevallen aannemen, waarmede Gij wel hebt willen aannemen de giften van uwen dienaar, den rechtvaardigen Abel, het offer van onzen aartsvader Abraham en dat1, hetwelk uw hooge-priester Melchisedech U heeft opgedragen: een heilig offer en eene onbevlekte offergave.
Laat, bidden wij U ootmoedig, almachtige God! dit offer, door de handen van uwen heiligen Engel , gebracht worden op uw verheven altaar, in de tegenwoordigheid uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die, aan dit altaar deelachtig, het allerheiligste lichaam en bloed van uwen Zoon zullen genuttigd hebben, met allerlei hemelsche zegeningen en gunsten vervuld
219
worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Wees ook, o Heer! gedachtig uwe dienaren en dienaressen N. N., die ons met het teeken des geloofs voorgegaan zijn, en in den slaap des vredes rusten. Wij bidden U, o Heer! laat dezen en allen, die in Christus rusten, de plaats van verkwikking, van licht en vrede toekomen, door denzelfden Christus, onzen Heer. x^men.
O Jesus! verborgen onder de gedaanten van brood en wijn, ik aanbid U als het waardigste voorwerp van onze vereering en aanbidding, ik erken U daar, op het altaar, als mijn God; ik verneder mij voor U in het stof om uwe opperste Majesteit te vereeren; ik vereenig mij met de Engelen en met de Heiligen, die U aanbidden; betrouwende op de menigvuldigheid uwer ontfermingen, smeek ik U, dat ons eenig deel en gemeenschap moge toekomen met uwe H. H. Apostelen en Bloedgetuigen en al uwe Heiligen. Ontsteek in ons, o Heer! het heilig vuur uwer goddelijke liefde, en geef, dat wij niet ophouden U te beminnen; opdat Gij U gewaardigen moogt, ons onder hun gezelschap op te nemen, niet lettende op onze verdiensten, en aan ons vergeving schenkende door Christus onzen Heer: door wien Gij o Heer! altijd al deze gaven voortbrengt, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons verleent;
220
door Hem, en met Hem en in Hem zij U, God, almachtige Vader, in de eenheid des H. Geestes, alle eer en heerlijkheid door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Pater noster.
Door heilzame bevelen vermaand, en door goddelijke voorschriften onderwezen, durven wij zeggen : Onze Vader, enz.
Verlos ons, bidden wij U, o Heer! van alle kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is, en verleen ons door de voorbede van de allerzaligste cn meest verheerlijkte Maagd en Moeder Gods, Maria, van de H. H. Apostelen Petrus en Faulus, Andreas en alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, te allen tijde vrij mogen blijven van de zonden, en veilig zijn voor alle kwellingen: door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De vrede des Heeren kome over ons en blijve altijd met ons.
Agnus Dei.
Lam Gods! dat de zonden der wereld wegneemt, onferm U onzer.
Lam Gods! dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Goda! dat de zonden der wereld wegneemt geef ons vrede.
fleer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: âIk laat u den vrede; Ik geef u mijnen vrede,quot; zie toch niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en \\ il haar volgens uw welbehagen in vrede en eenheid bewaren; die leeft en heerscht, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus! Zoon van den levenden God! die, volgens den wil uws Vaders, en door de medewerking des H. Geestcs de wereld door uwen dood levend gemaakt hebt: verlos mij, door dit uw allerheiligst lichaam en bloed van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad; doe mij altijd uwe geboden opvolgen, en iaat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde; die leeft en heerscht met God den Vader en den H. Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus! laat het nuttigen van uw lichaam, hetwelk ik, onwaardige, wensch te ontvangen, (of, waaraan ik op eene geestelijke wijze zal deelnemen), niet strekken tot mijn oordeel, maar dat het door uwe goedertierenheid, mij naar ziel en lichaam, een behoed- en genees-
222
middel zij; die leeft en hecrscht met God den Vader, in de eenheid des II. Geestes, GoJ door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Douane non sum digmis.
Heer! ik ben niet waardig dat gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één enkel woord en mijne ziel zal gtzond worden. (Driemaal.)
Ik geloof, o mijn God! dat in de heilige Hostie verborgen is Jesus, uw Zoon, dien Gij in den schoot der allerheiligste Maagd gevormd hebt, die te Bethlehem geboren, en op den Kalvarie-berg voor ons gestorven is, dezelfde die nu met U heerscht in den hemel.
Wanneer ik, o verborgen God! uwe grootheid overdenk, dan gevoel ik le meer mijne nietigheid, en roep tot u : âHeer! kom tot mij, en genees âmijne kranke ziel door de kracht van uw nheilig Sacramenl!quot;' vergun mij ten minste, dat ik mij met U door geloof, hoop enliefde vereenige. Het geringste deel uwer genade is oneindig dierbaar, o mijn God! ik heb reeds erkend, dat ik niet waardig ben, als een uwer kinderen aan uwe tafel te zitten, laat ik slecht met de Ka-naneesche vrouw de brokkelingen mogen wenschen, die er van afvallen. Geef, dat ik geen u-A'er inspraken ongehoorzaam zij of verzuime.
22]
Ara de Communie.
Gij hebt, o mijn God! U zoo even voor mijne zaligheid opgeofferd, ik wil mij voor uwe eer opofferen. Ik ben uw slachtoffer, spaar mij niet. Ik ontvang gewillig al de kruisen, die Gij mij zult gelieven over te zenden; ik ontvang ze van uwe hand en vereenig ze met het uwe.
Ik zal aan uwe wet getrouw wezen, ik zal de gelegenheden der zonden vluchten, bijzonderlijk deze mijne zonden .. . vermijden. Ik heb vastgesteld alles liever te verliezen en alles liever te lijden, dan weer ontrouw te worden aan uwe wet, en uwe geboden te overtreden. Sta mij bij, o God ! door uwe bijzondere genade, opdat ik in staat moge wezen om mijn voornemen te vervullen. Ik bid het U om de verdiensten en het lijden van Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Vóór dcji Ze geii.
Laat, ik bid u, o heilige Drievuldigheid! de hulde mijner onderwerping U aaangenaam zijn. Geef dat dit offer, hetwelk ik, onwaardige, voor de oogen uwer Majesteit met den priester heb opgedragen, U behagelijk zij, en mij enallen, voor welke het is opgedragen, door u-ve genade tot verzoening strekke, door Christus, onzen Heer. Amen.
224
Als de zegen gegeven wordt.
Zegen, o God! mijn heilig voornemen; zegen ons allen door de hand van uwen dienaar, en dat de uitwerkselen van uwen zegen eeuwig op ons rusten.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Het laatste Evangelie.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God; dit was in den beginne bij God. Alles is door hetzelve gemaakt, en zonder dit Woord is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is.
In Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen; en het licht schijnt in de duisternissen, en dc duisternissen hebben het niet begrepen. Er werd een mensch door God gezonden, wiens naam was Joannes; deze kwam als getuige, om van het licht getuigenis te geven, opdat allen door hem gelooven mochten. Hijzelf was het licht niet; maar (hij kwam), om van het licht getuigenis te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk alle menschen, komende in deze wereld, verlicht. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom; en de zijnen hebben Hem niet aangenomen, maar zoovelen Hem aange-
225
nomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden; dengenen, die in zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond; en wij hebben zijne heerlijkheid gezien; eene heerlijkheid, als van den Eeniggeborenen des Vaders vol van genade en waarheid. â God zij dank.
Gebed na dc Mis,
O Hemelsche Vader! ik dank U voor de genade welke Gij mij gegeven hebt, om bij deze heilige offerande der Mis tegenwoordig te zijn geweest; en voor de gunsten, die Gij mij hier hebt bewezen. Geef, dat ik door uwe goedheid aan de onwaardeerbare vruchten van deze allerheiligste offerande deelachtig worden moge. Ik heb door het opdragen van uwen allerliefsten Zoon willen betuigen, dat ik U erken voor mijnen oppersten Heer en God. Geef, dat de oprechtheid mijner aanbidding uit mijn gedrag voortaan bestendig blijke; behoed mij voor alle dwalingen en boosheden, en bestier mijne gangen in gerechtigheid en waarheid, opdat ik in het vervolg niet slechts door den dienst van uwen priester met vertrouwen deze aanbiddelijke offerande opdrage, maar zelf eene door uwe genade bekrachtigde offerande voor U worden moge. Amen.
226
Gebeden na iedere gelezene H. Mis.
Driemaal het Wees gegroet enz.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid,
Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet;
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in dit
dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster, ach, sla op ons
uwe zoo barmhartige oogen,
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams;
O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot TJ smeekt*, en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte maagd en moeder Gods Maria, van den H.Joseph, haren bruidegom, uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen â de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid
en de verheffing onzer moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig ; en gij, vorst der hemelsche legermacht, drijf satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
(300 dngen afiaat.)
--i,lt;r --
In de maand blaart ivordi het volgende gebed hieraan toegevoegd.
O O
Gebed tot den Heiligen Joseph.
Tot u, H. Joseph, vluchten wij in onze beproeving, en na de hulp uwer allerheiligste bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met vertrouwen ook uwe bescherming af. Wij bidden u ootmoe-dig, bij die liefde, die u met de onbevlekte maagd en moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het kind Jesus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door zijn bloed, en ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.
O zorgvolle bewaarder van het goddelijk ge sin behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus; o liefdevolle vader, zie toe dat geen dwalingen
228
of zonden ons besmetten; o onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed; en beschut ieder onzer met uwe altijd durende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.
Aan ieder die dit gebed godvruchtig bidt, heeft Z. H. Paus Leo XIII een aflaat verleend, telkenmale van 7 jaren en 7 quadragenen.
BI E C H T-O EFENINGEN.
GEBED.
VÃÃR HET ÃKWKTENS-ONDERZOEK.
Eeuwige oorsprong des lichts, H. Geest, verlicht de duisternissen mijner ziel, geef mij eenige stralen van dat groote licht, dat mij in het uur van mijnen dood al mijne zonden zal doen zien.
Duld niet, dat mijn hoogmoed deze voor mijne oogen verberge; maar geef, dat ik ze zie, gelijk zij waarlijk zijn, opdat ik ze verzake, zoo veel zij het verdienen.
229
Onderzoek zorgvuldig uw geweten. Zie, of gij in uive voorgaande biechten nergens aan te kort gt-schoten zvjt, of gij met de noodigs voorbereiding tot de II. Tafel genaderd zijt, of andere Sacramenten ontvangen hebt; doorloop daarna de tien geboden Gods, bij elk wed stil blijvende, om ernstig te overwegen, wat gij daartegen met gedachten, begeerten, woorden en werken bedreven hebt.
Stel u, na het onderzoek, de volgende beweegredenen of ten minste eenige van deze voor.
BEWEKGREDENEN OM HET HART TOT EEN WAARACHTIG LEEDWEZEN OI' TE WEKKEN.
De afschuwelijkheid der zonde.
De doodzonde is eene vrijwillige overtreding in eene voorname zaak van Gods heilige wet; zij is eene verachting van zijne majesteit; zij doodt de ziel door haar het geestelijk leven te benemen, dat is de heiligmakende genade, die al haren glans en luister in zich bevat; zij maakt de ziel voor de oogen van God zoo leelijk als den duivel zeiven. Deze, helaas, heb ik bedreven! Ja, zoo vermetel ben ik geweest, die in de tegenwoordigheid van mijnen God te bedrijven! Nu is het oogenblik daar, dat ik er van kan verlost worden, met er eene ware droefheid over te hebben; die goede God, dien ik versmaad heb, vraagt zelf dit van
232
God, aller liefde waardig.
God is de opperste schoonheid, goedheid, heiligheid en volmaaktheid, die alle goed in zich besluit, en die alle liefde waardig is, ja, oneindig meer liefde dan alle schepselen Hem kunnen bewijzen. Die opperste schoonheid heb ik versmaad; die opperste goedheid heb ik veracht; die opperste volmaaktheid heb ik gehaat; . . . ja, ik zou God zeiven vernietigd hebben, ware het in mijne macht geweest! Rampzalige mensch! wat heb ik gedaan; o mijne ziel! hoe weinig kent gij uwen God!. . . Zult gij, ellendige, uwe oogen niet openen, om die opperste en onveranderlijke schoonheid te beminnen en tranen van leedwezen over uwe zonden, die van eene oneindige boosheid zijn, te storten, omdat zij tegen God, die van eene oneindige waardigheid is, bedreven zijn? ... Is er dan geen enkel liefdevonkje meer in mijn hart te vinden, dat ik weiger dien God te beminnen, die alle liefde waardig is? Het is gedaan, o mijn God, ik zie nu mijne boosheid in; verleen mij toch eene ware droefheid over mijne zonden; het is nu de dood niet meer, die mij beangst, noch oordeel, noch eeuwigheid, die mij verschrikt en in mij een haat tegen de zonden opwekt; neen ! ik verzaak ze, omdat ik uwe opperste goedheid, schoonheid en volmaaktheid vergramd heb. Om U, Heer, wil ik de zonde laten, U alleen en boven alles, eeuwig beminnen.
23B
Verwek, wanneer het hart door deze bexveeo--redenen geraakt is, de oefeningen van geloof, hoop, liefde en vooral van berouw.
OEFENING VAN BEROUW.
Mijn Heer en mijn God, ofschoon ik meermalen mijne droefheid betuigd heb, U vergramd te hebben, thans vooral, nu ik mijne zonden aan den priester, die uwe plaats bekleedt, ga belijden, verlang ik met eene oprechte droefheid te zeggen : het is mij uit den grond mijns harten leed, dat ik uwe goddelijke ^Majesteit door mijne zonden vergramd heb; het is mijne schuld, Heer! het is mijne schuld, het is mijne allergrootste schuld. Ik haat de zonden nu als uwen en mijnen grootsten vijand en verzaak ze als het grootste kwaad uit liefde tot U, die alle liefde waardig zijt; en ik maak een vast voornemen, om, door uwe hulp en genade niet meer te zondigen, de gelegenheden van zonden te schuwen en mij zeiven te verloochenen ; niet meer naar de ingevingen van den boozen geest te luisteren, de kwade voorbeelden der be-dorvene wereld nooit meer te volgen, mijne driften te beteugelen en mij zoo in alles door uwe genade te beteren.
Vermeerder toch. Heer, dit mijn berouw, doe mij meer en meer de boosheid mijner zonden en de oneer kennen, die ik uwen H. Naam heb aangedaan, en die ik nu verlang te herstellen;
234
vernieuw miju hart door een oprecht leedwezen, dan mag ik vertrouwen, dat gij door dit Sacrament mijne zonden zult vergeven: want ik weet. Heer, dat gij een vermorzeld en verootmoedigd hart niet zult verstooten. Amen.
GEBED NA DE BIECHT.
DANKGEBED.
O barmhartige God! hoe groot is uwe goedheid jegens mij! Nu bemerk ik, hoe groot uwe liefde tot den mensch is, dat Gij mij, ondankbaren zondaar, in genade hebt willen ontvangen en zoovele zonden vergeven, die ik tegen uwe goddelijke Majesteit bedreven heb; hoe zal ik U genoegzame dankbaarheid kunnen bewijzen? Indien een misdadiger voor een wereldschen rechter de doodstraf verdiend had, en uit loutere goedheid van den rechter in vrijheid werd gesteld, hoe zou hij genoegzame dankbaarheid kunnen bewijzen? Ik beken, o Heer! dat ik zulk een plichtige ben, die door mijne zonden de eer uwer goddelijke Majesteit gekwetst heb, waarom ik niet alleen de doodstraf naar het lichaam, maar ook de eeuwige straf der hel verdiend heb; en Gij hebt nochtans, uit loutere goedheid, mij zoowel de schuld mijner zonden, als ook de eeuwige straf, zoo ik vertrouw, ten volle vergeven. O goedheid van mijnen God ! welke dankbaarheid zal ik
235
U bewijzen! Ik erken mij hiertoe geheel onbekwaam. Mij dunkt echter, o Heer ! dat Gij tot mij zegt : ga in vrede, zuil voortaan niet meer zondigen en ik zal dit voor dankbaarheid aamiemen. Heer, ik ben thans daartoe bereid, versterk mij hiertoe door uwe genade. Ik zal ook dagelijks trachten te overwegen wat gij mij door uwen dienaar belast hebt, en dit getrouw zoeken te onderhouden; ik zal die woorden van zaligheid overdenken niet als eene les door eenen mensch, maar door U zeiven gegeven, waarvan ik U op den jongsten dag rekening zal moeten doen. Verleen mij, Heer! uwe genade, zonder welke ik in al mijne voorgaande, ja, in nog grootere zonden zou hervallen. Gij, die mij vergiffenis verleend hebt van het kwaad, geef ook mij sterkte tot het goede, opdat ik een nieuw leven beginne, U altijd getrouw en dankbaar blijve, en in alles uwe meerdere eer betrachte. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Bid hierna (Je gebeden, die de priester u als poe-nitentie heeft opgelegd, of ten minste een gedeelte ervan.
230
COMMUNE-GEBEDEN.
WIE ZIJT GIJ, O JESUS! DIE BEREID ZIJT OM TOT MIJ TE KOMEN ?
Gij zijt waarlijk die groote, almogende God, Schepper van hemel en aarde, de Koning der koningen, die over alles heerscht, aan wien alles toekomt, en aan wiens rijk geen einde zijn zal. Gij zijt waarlijk God en v.'aarlijk mensch, mijn Verlosser en Zaligmaker, die alléén al mijn geluk uitmaakt; Gij zijt de blijdschap des hemels, de glorie der Engelen en der menschen.
WIE BEN IK O, JESUSl TOT WIEN GIJ U GEWAARDIGT TE KOMEN ?
Een verworpen mensch, naar het lichaam stof en asch, naar de ziel vol zwakheden, een ondankbaar mensch, een groot zondaar, die zoo vermetel ben geweest U dikwijls en grootelijks te vergrammen; ik ben voor U waarlijk als een loutei-niet, die van mij zeiven niets ben, en die het minste goed ter zaligheid niet zonder U kan doen. Zal ik U mogen te gemoet gaan, om U, o groote God ! te ontvangen ?
HOE KOMT GIJ TOT MIJ, O LIEFDERIJKE JESUS?
Uitwendig komt Gij op eene ootmoedige en vernederde wijze, onder den schijn van brood; maar uw glorierijk lichaam en uwe ziel vereenigd met uwe Godheid, gaan alle aardsche pracht en schoon-
237
heid te boven, de Engelen des hemels omringen en aanbidden U; zij bewonderen het geluk, dat mij overkomt.
WAAROM KOMT GIJ TOT MIJ, O GOEDE JESUS ?
Gij komt als een allerzorgvuldigste vader tot zijn kind om mij, als eenen verloren zoon, die tot U wederkeert, in genade en onder uwe bescherming te ontvangen; Gij komt als een milddadige koning tot zijnen onderdaan, om mij met uwe geestelijke weldaden te verrijken ; Grij komt als een vermogend heer en meester, om mij, uwen armen slaaf, te verlossen; Gij komt als een teedere bruidegom tot zijne bruid, om mij de grootheid uwer liefde te bewijzen; Grij komt als een goede herder tot zijn schaap, om mij met een allerkrachtigst en hemelsch voedsel te spijzen; Gij komt als een medelijdende geneesheer tot eenen zieke, om mij van de ellenden mijner ziel te genezen; Gij komt als een liefderijke leeraar tot zijnen leerling, om mij te onderwijzen, te troosten en te verlichten, in één woord, Gij komt als God en Zaligmaker zelf, om mij uw arm schepsel op den weg mijner zaligheid te geleiden, en mij voor eeuwig, indien ik bij voortduring U blijf gehoorzamen en dienen, zalig te maken. O Jesus! hoe bezwijkt mijne ziel niet, als zij dit alles rijpelijk overweegt? Met welk eene liefde zal ik U tegemoet gaan? O Jcsus, geef dat ik zöó met U vereenigd worde, dat ik mij nimmer van U scheide.
238
OEFENING VAN GELOOF.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof vastelyjk al hetgeen Gij geopenbaard hebt, en de H. Kerk mij voorhoudt te gelooven; cn in het bijzonder geloof ik, dat Gij, o liefderijke Jesus ! hier onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt; niet alleen met uwe Godheid, maar uok met uwe menschheid, met die ziel en dat lichaam, gelijk Gij hier op aarde voor mij geleefd hebt, en gelijk Gij nu in de grootste heerlijkheid aan de rechterhand uws Vaders zijt gezeten; dit alles geloof ik vast, ja, beter dan dat ik het met mijne lichamelijke oogen zou aanschouwen, en ik geloof het, omdat Gij, die de opperste en onfeilbare waarheid zijt, het zelf gezegd hebt. Welk geluk, welke troost voor mij. met en bij U te zijn, ja U te mogen ontvangen en door de H. Communie met U vereenigd te worden! Wat doet gij hier anders, o Jesus! dan ons eenen zoeten voorsmaak uwer hemelsche glorie geven? ... In dit geloof, o Jesus! wil ik, door uwe genade, leven en sterven.
OEFENING VAN HOOP.
Mijn Heer en mijn God, Jesus Christus, die hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, ik hoop, dat Gij mij door uwe oneindige verdiensten, indien er nog iets in mij is, wat mij zou beletten U
waardig te ontvangen, de volle vamp;vgeviny vcm cd mijne zonden zult geven; en al beken ik onwaardig te zijn U onder mijn dak te ontvangen, hoop ik echter, dat Gij barmhartig zult aanvullen hetgeen in mij ontbreekt, om U waardig te nuttigen en met U vereenigd te worden; ik hoop, dat Gij mij al de vruchten van zulk een heilig werk zult laten genieten, en dat Gij mij hierdoor te meer genade zult verlcenen om altijd wel te leven; en ik hoop insgelijks, dat Gij U zult gewaardigen mij hierna het eeuwige leven te schenken, omdat Gij oneindig goed jegens ons en almachtig zijt; welke goedheid en almogendheid Gij bijzonder in dit aanbiddelijk Sacrament toont; en omdat Gij', die al deze voordeden belooft aan hen, die ü waardig nuttigen, getrouw zijt in mee beloften. In deze hoop durf ik tot dezen heiligen maaltijd naderen, en in deze hoop wil ik door uwe genade leven en sterven.
OEFENING VAN LIEFDE.
Mijn Heer en mijn God, mijn liefderijke Zaligmaker, die waarlijk in dit Sacrament tegenwoordig zijt, ik bemin U bovenal uit geheel mijn hart; ik weet door uw H. Woord, hoe aangenaam het U is, en hoe zeer het tot uwe eer strekt uw H. Vleesch en Bloed waardig te nuttigen, daarom wordt mijn hart door eene vurige drift gedreven, om U zoo veel mij mogelijk is te vereeren, mijne liefde te bewijzen, en om voortaan in alle gelegenheden.
240
die zich in mijn leven zullen opdoen, U mijne liefde te doen blijken; uwe meerdere eer en glorie te bevorderen, om alzoo te toonen, dat ik U niet enkel met mijne woorden, maar ook door mijne werken wil beminnen, omdat Gij het opperste goed en alle liefde waardig zyjt, daar Gij in alle volmaaktheden alles te boven gaat; en ten dien einde bemin ik ook mijnen evennaaste, zelfs hen, die mij ooit kunnen misdaan hebben, of zouden willen misdoen, gelijk mij zeiven uit liefde tot U. O Jesus! vermeerder mijne liefde, en maak, dat ik in waarheid moge zeggen: in deze liefde ivil ik leven en sterven.
OEFENING VAN BEROUW.
Wanneer ik mij op dit oogenblik, waarop ik U, o goddelijke Zaligmaker ! ga ontvangen, beschouw, doet mij niets meer schamen, noch vreezen, dan dat ik gedenk, hoe zeer en hoe dikwijls ik U in den loop mijns levens heb vergramd: daarom, o Jesus! al is het, dat ik vertrouw, dat Gij mijne zonden vergeven hebt, durf ik echter tot U niet naderen , zonder alvorens met een groote droefheid te zeggen: Mijn Heer en mijn God, het is mij uit den grond mijns harten leed, dat ik uwe goddelijke Majesteit door mijne zonden vergramd heb. Ach ware ik toch zoo gelukkig geweest, nooit eenige zonde bedreven te hebben! Rampzalig oogenblik, waarop ik U, o opperste en eeuwige
2n
schoonheid, heb verlaten en versmaad! ik haat en verzaak die zonden uit liefde tot U en maak in uwe heilige tegenwoordigheM een vast voornemen door uwe hulp niet meer te zondigen, de gelegenheden van zonden, in welke ik Uvergramd heb; of'waar ik mij in het gevaar zou stellen U te vergrammen, getrouw te schuwen en mij krachtig te beteren.
VERZUCHTING VÃÃR DE HEILIGE COMMUNIE.
Ik geloof, Heer, help mijne ongeloovdgheid. Mare. 9.
Heer! vermeerder mijn geloof. Luc 27.
Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God. Matth. 6.
Mijn Heer! en mijn God! Joan. 20.
Het is mij goed aan God gehecht te zijn en in Hem al mijne hoop te stellen. Psalm 72.
Op U, o Heer! heb ik mijn vertrouwen gesteld, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Psalm 30.
Gij weet, Heer! dat ik U bemin. Joan. 21.
lot wien zal ik gaan: Gr j hebt de woorden des eeuwigen levens. Joan. 6.
Heer! wees mij, zondaar, genadig. Jaic. 18.
Ontferm U mijner, Zoon van David! Marc. 20.
Indien (rij wilt, lieer! kunt gij mij genezen. Llic. 2.
O Heer der Heerkrachten! hoe liefelijk zijn uwe
ifi
242
tabernakelen! mijne ziel wenscht en bezwijkt van verlangen naar de voorzalen van het huis des Heeren. Ziel en lichaam haken met vroolijkheid naar den levenden God. Psalm S3.
Gelijk een hert naar de waterbronnen, zoover-langt mijne ziel naar U, o God. Psalm 41. Kom, Heer Jcsus! Apoc. 22.
Mijn hart is bereid, mijn God! mijn hart is bereid. Psalm 56.
VERZUCHTING XA DK H. COMMUNIE.
O God van mijn hart en mijn erfdeel in eeuwigheid! Psalm 72.
Wat is toch de monsch, dat Gij hem indachtig
zijt. Psalm 8.
Wat is toch de mer.sch, dat Gij hem groot maakt,
of belang in hem stelt? Job. J.
Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is, love zijn heiligen Naam. Psalm 102.
Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft.-' Psalm 15.quot;s.
Heer! wat wilt Gij dat ik doe? Act. 9.
Heer! spreek, want uw dienaar luistert. \ Recj.2.
GEBED VAN DEN H. IGNATIUS DE LOYOLA.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig,
Bloed van Christus, drenk mij.
Water der zijde van Christus, wasch mij.
Lijden van Christus, versterk mij.
24 IJ
O g'oede Jesus! vtrhoor mij.
In uwe heilige wonden verberg mij.
En duld niet, dat ik van U gescheiden worde. Van den booze, bescherm mij.
In het uur des doods, roep mij.
En gebied dat ik. tot U kome.
Opdat ik met uwe Heiligen U in eeuwigheid love. Amen.
OPDRACHT ZIJNS HARTEN AAN JESUS.
Ik heb Hem gevonden, dien mijne ziel liefheeft; Gij zljt het, Heer Jesus! die mijne ziel met eene eeuwige liefde bemint. Ik heb U niet alleen gevonden, maar Gij hebt U zelfs gewaardigd uw verblijf in mijn hart te nemen, ach ware ik zoo gelukkig U altijd te bewaren en U nimmermeer te verliezen 1 Na al de weldaden, mij tot nu toe bewezen, zijt Gij zoo goed om die nog te vermeerderen met U geheel aan mij te geven. Welke dankbaarheid, Heer Jesus, ben ik U verschuldigd ! Hetgeen mij bedroeft, is, dat ik niets heb, of niets in mij waai dig is om tot teeken mijner dankbaarheid opgedragen te worden. Hetgeen mij echter hierin troost, is uwe goedheid zelve, door welke gij in uw H. Woord U gewaardigt hebt ons te kerren te geven, dat het U aangenaam zou ziin, dat wij U ons hart opofferen en schenken om U altijd te bemin-
2U
nen en te dienen. Ja, Gij gewaardigt L1 het zelfs
te vragen, wanneer Gij zoo liefderijk tot ons zegt: Kind geef mij uio hart! Wie staat hier niet verbaasd! Gij vraagt hv:t, alsof Gij het behoeft; G j vraagt het, alsof Gij daaitoe geen recht hadt; Gij vraagt het, alsof het U niet toebehoorde; Gij die God en van zoo groote onbegrijpelijke Majesteit ztjt, vraagt het van mij, zoo geringen en nietigen mensch; G:j vraagt het, nadat Gij mij, na vele andere weldaden, wederom met eene allergrootste genade hebt verrijkt , Gij vraagt het op zulk eene liefderijke, vaderlijke en zielroerende wijze; wie kan deze uwe goedheid en genegenheid tot mij begrijpen? ... O groote God! o liefderijke j/sus, wat zil ik antwoorden ? Mijn hart behoort U door zoo vele en groote titels toe: Gij hebt het geschapen, Gij hebt het mij gegeven, Gij hebt het bewaard. Gij hebt niet alleen recht om te gebieden, maar het ware voor mij eene allergrootste boosheid, U dit van zelf niet te geven; des te meer nu, nadat ik de grootste weldaad van U ontvangen heb; des te meer nu, daar Gij het zelf zoo liefderijk vraagt! Ik antwoord dan Heer Jesus, met den godvruch-tigen koning David : Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid: ik schenk het U, om niets meer te bezitten dan U, ik schenk het U, om voor U alleen te leven, U te danken, te dienen en te beminnen; ik schenk het U, opdat Gij het bestuurt
245
en alleen schikt volgens uwen goddelijken wil... Maar weet gij wel, o mijne ziel, wat gij zegt, terwijl gij aan God aldus het offer van uw hart opdraagt? Let gij, denkt gij, verstaat gij, wat gij doet? Uw hart schenken wil zeggfen : dat voortaan
O O
â¢. de volle en geheele liefde van dit hart voor God zal zijn, en niet meer voor uwe bedorvene vermaken, niet meer voor het tijdelijke en onbestendige goed, niet meer voor uwen eigen ijdelen roem ; het is te zeggen, dat uw hart, hetwelk al uwe woorden, werken en gedachten bestuurt, die zoo zal leiden, dat zij allen tot meerdere eer en glorie van God strekken. Zijt gij hiertoe bereid? Zijt gij bereid om heden te beginnen; zijt gij bereid om tot den dood toe aldus uw hart te gebruiken; zijt gij bereid om al uw moeite en arbeid aan God op te dragen? Zijt gij bereid om altijd eerbaar, ootmoedig en vreedzaam te leven? Zijt gij bereid om al die gevaarlijke plaatsen en gelegenheden van zonden te verlaten ? Is het alzoo, o mijne ziel! zeg dan vrij: Mijn hart is bereid! Ja! lieve Jesus! die L gewaaardigd hebt uw verblijf in mijn hart te nemen , ik schenk U het, om U voor die groote weldaad te danken; en ik wil gaarne alles zoo volbrengen, om mij hierdoor eenigizins van mijnen plicht van dankbaarheid te kwijten. Maar ik ken ook, o Heer Jesus! mijne zwakheid, en deze doet mij vreezen: want zoo Grij mij niet versterkt, zullen al deze goede voornemens
246
verijdeld worden. O Heer! schenk mij derhalve de genade om datgene te djea wat ik door uwe genade heb vastgesteld: help mij niet alleen dit uur dankbaar te zijn, maar geheel mijn leven dankbaar te blijven , en datik nu, met U vereenigd, met U door uwe genade vereenigd blijve en hierna ook deelachtig aan uwe glorie worde , van welke Gij mij U zeiven tot pand en verzekering hebt gegeven. Gij, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Men kan hij deze gebeden ook de Litanie en andere gebeden tot Jesus in het allerh. Sacrament des Altaars voegen, alsmede de Litanie en andere gebeden tot hel H. Hart van Jesns.
LITANIE VAN DEN ZONDAG.
Heer ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid één God, ontferm u onzer.
247
Heer, die een geest zijt, en in geest en waarheid wilt aanbeden worden,
Heer, wiens Godheid noch goud, noch zilver,
noch steen, of iets dergelijks is.
Heer, aan wien niemand gelijk, is, en buiten
wien er geen God is.
Koning der eeuwen, die alleen van natuurswege
de onsterfelijkheid hebt,
Groote God, uit wien alles voortkomt, en door
wien alles behouden wordt.
Heer in wien wij leven, ons bewegen en zijn, Heer, die overal zijt, en wiens \ oorzienigheid
boven alles is.
Heer, die zoo groot zijt, dat u geen verstand
begrijpen kan.
Heer, wien noch het gehcele aardrijk, noch de
hemelen kunnen bevatten.
Heer, wien geen mensch gezien heeft, noch zien kan.
Heer, wiens oordeelen ondoorgrondelijk, en
wiens wegen onnaspoorlijk zijn.
Heer, voor wiens Majesteit wij slechts stof en asch zijn,
Heer die in den hemel, op de aarde, in de zee en
de afgronden alles naar uwen wil regelt. Heer, die de harten der mcnschen in uwe hand
hebt, en die neigt daar gij wilt.
Heer, die een verterend vuur zijt, wiens gramschap niemand kan weerstaan.
248
Heer, die een ieder naar zijne werken vergeldt, Heer, die alles in getal, gewicht en maat schikt, Heer, die onze harten onderzoekt, en onze nieren doorgrond',
Heer, die alles wat er is, bemint, en niets haat
van al wat gij geschapen hebt, §
Heer, die de zonden der menschen om hunne n boetvaardigheid kwijtscheldt, 3
Heer, die in uwe woorden waarachtig, en in uwe c beloften getrouw zijt, 2
Heer, die niet wilt, dat wij zullen vreezen, omdat â¢
gij, onze God en helper, met ons zijt. Allerheiligste God, door wiens heerlijkheid geheel de aarde vervuld is.
Heer, wien alle eer en heerlijkheid toekomt. Heer, die zelf het loon uwer dienaars zijt.
Wees genadig, spaar ons, Heer :
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van allen hoogmoed en opgebl izenheid des geestes,
verlos ons, Heer.
Van alle onmatigheid en onzuiverheid.
Van alle gramschap, nijd en kwaden wil tegen c onzen evennaaste, ^
Van traagheid en van aardsche en ongeregelde ^ droefheid, 2
Van gierigheid, die de w ortel van alle kwaad is, ^ Door uwe grenrelooze almogendheid, rT
Door uwe oneindige wijsheid, ?
Door uwe overvloedige goedheid.
249
Door uwe ondoorgrondelijke alwetendheid en lt; voorzienigheid, ,1
Door den diepen afgrond van de oordeelen quot; uwer rechtvaardigheid, §
Door uwe volmaakte en onveranderlijke gelukzaligheid, rc In den dag des oordeels, .1 Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons de genade wilt verleenen, om u uit geheel onze ziel, geheel ons verstand en uit al onze krachten te beminnen,
Dat wij uwen H. Naam nooit lichtvaardig gebruiken.
Dat wij de zon- en feestdagen, die u zijn toege- ^ wijd, in godsdienstige en andere goede werken '~'quot; mogen doorbrengen en heiligen, £
Dat wij aan onze ouders en alle overheid, eer en fT gehoorzaamheid om uwentwil bewijzen, c
Dat wij nooit het leven of de eer van onzen
evenmensch krenken,
Dat onze zielen nimmer door onzuivere werken,
o
woorden, begeerten of gedachten besmet ^ worden, §
Dat wij nimmer iemand door onrechtvaardigheid benadeelen.
Dat wij onzen mond van valsche getuigenis en
al!e leugentaal zorgvuldig bewaren.
Dat wij de aardsche genoegens niet ongeregeld verlangen,
Dat gij onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen, wij bidden u, verhoor ons. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer!
Allerh. Drievuldigheid, hoor ons.
Allerh. Drievuldigheid, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Almachtige en eeuwige God ! die uwen dienaars, door de belijdenis van het ware geloof, de heerlijkheid der eeuwige Diievuldigheid hebt doen kennen, en in de Oppermajesteit geleerd hebt één Wezen te aanbidden; wij smeeken U, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof, van allen tegenspoed bevrijd mogen worden. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
LITANIE VAN DEN H. GEEST,
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
251
God Zoon, Verlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid één God,
H. Geest, die van den Vader en den iJjon
voortkomt.
Geest der eeusvige waarheid.
Geest van wijsheid cn verstand.
Geest van raad en sterkte,
Geest van vrees des Heeren,
Geest van heiligmaking.
Geest van kracht, liefde en matigheid.
Geest, door wiens ingeving de Profeten ge- o sproken hebben, ⺠gt;
H. Geest, wiens zalving ons alle dingen leert, ^ H Geest, die de dolende yondaren bekeert, c H. Geest, die uwe ware geloovigen van één 0 hart en ééne ziel maakt, n
H. Geest, die uwen kinderen de ware vrijheid verleent,
H. Geest, die de dubbelhartigen en geveinsden ontvlucht,
H. Geest, die de ziel zijt van het lichaam der H. Kerk,
H. Geest, die ons de duisterheden der H. Schrift
door uwe II. Kerk verklaart,
H. Geest, die de Apostelen vervuld, en in hunnen
mond uwe woorden gesteld hebt,
H. Geest, die alleen ons Gods wet kunt doen volbrengen.
H. Geest, die zelf ook de gever van het bidden zijt,
H. Geest, die zelf in ons en voor ons bidt, H. Geest, die onze harten van droefheid verlost, en ze met liefde, blijdschap en vrede vervult,
H. Geest, die ons geduld, goedertierenheid en
goedheid verleent,
H. Geest, die onze zielen met zachtmoedigheid
en zedigheid versiert,
H. Geest, die ons de onthouding en kuischheid verleent,
H. Geest, die de liefde Gods in onze harten stort,
H. Geest, die in uwe geloovigen als in uwe
tempels woont,
H. Geest, die uit uwe geloovigen stroomen van
levende^wateren doet voortvloeien,
H. Geest, door wien wij nu geen slaven meer
zijn, maar Gods kinderen en erfgenamen, H. Geest, door wien de slaafsche vreesachtigheid is weggenomen, en Gods kinderen roepen met liefde en vertrouwen tot hunnen Vader, H. Geest, die ons naar de voltrekking onzer aanneming en verlossing doet zuchten en verlangen,
H. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke
lichamen zult levend maken.
Wees genadig, spaar ons, Heer!
258
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle zonden, verlos ons, Heer!
V? n vermetelheid en wanhoop,
Van ongeloovigheid en hardnekkigheid tegen
de bekende waarheid,
Van alle bekoringen en lagen des duivels, Van afkeerigheid, tweedracht, gramschap en
nijd tegen onzen naaste,
Van alle onreinheid naar ziel en lichaam. Van onboetvaardigheid en verhardheid des ge-moeds,
Van allen geest, die aan u tegenstriidig is, Door uwe altijddurende voortkomst van den
Vader en den Zjon,
Door de wonderbare werking, door welke Christus in het lichaam der zuivere Maagd ontvangen is,
Door uwe nedcrdaling over Christus, ten tijde
zijns doopsels,
Door uwe komst over de leerlingen van Christus,
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden n, verhoor ons. Dat wij nooit de vlceschelijke neigingen volbrengen.
Dat gij den geest der rechtvaardigheid in onze
harten wilt vernieuwen.
Dat gij ons wilt versterken, om manmoedig
het goede uit te weikcn.
Dat wij u Looit bcdrccvcr,
254
Dat wij u nooit wedcrstaar,
Dat gij onze harten zóó wilt vervullen dat de vermakelijkheden der wereld in ons geen plaats vinden,
Dat wij alle geesten niet geloovcn, maar wijselijk onderscheiden, of zij uit God zijn,
Dat wij door uwe genade in den geest der zachtmoedigheid de zondaren onderrichten ^ en vermanen,
er
Dat wij altijd arm van geest mogen wezen, gj Dat gij ons de christelijke en heilige droefheid
wilt leeren, c
Dat gij ons hongerig en dorstig naar de ge-
rechtigheid wilt maken, ^
Dat gij ons de zachtmoedigheid en barmhar- o tigheid tot alle menschen wilt instorten, ^
Dat wij den vrede met onzen naaste zoo onder- 3 houden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden.
Dat gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat
wij God mogen zien,
Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid
als een bijzonder geluk achten.
Dat gij ons tot het einde toe in het goed leven
wilt bevestigen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer !
255
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Onze J'adcr, enz.
v. De genade van den H. Geest,
r. Verlichte onze zinnen en harten.
O God! die de harten der geloovigen door de verlichting van den PI. Geest hebt onderwezen, geef, ddt wij in denzelfden geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
LITANIE VAN DE GELOOVIGE ZIELEN,
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm u over de lijdende zielen.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u over de lijdende zielen.
God IT. Geeslt;quot;, ontferm u over de lijdende zielen. H, Drievul iigheid, één God, ontfer-n u over de
lijdende zielen.
II. Maria, bid voor haar.
II. Moeder Go Is. bid voor haar.
H. Maacrd der maagden, bid vojr haar.
O O /
Alle hciliofe En^el^n, bidt voor haar.
O O 7
Alle H. Aartsvaders en Profeten,
Alle heilige Apostelen en Evangelisten, cf.
Alle H. Martelaren, amp;
Alle H. Bisschoppen en Belijders, o
Alle H. Leeraars, °
Alle H. Monniken en Kluizenaars, ^
Alle H. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen,
Wees genadig, spaar haar. Heer!
Wees genadig, verhoor haar. Heer!
Van alle straffen en pijnen, verlos haar Heer!
Van de ijselijke vlammen.
Van de verschrikkelijke duisternissen, o
Van het schromelijk klagen en weenen, 5quot;
Van de pijnen, die zij door de dagelijksche
zonden verdiend hebben, p
Van hetgeen zij voor de doodzonden, waarvoor zij nog niet ten volle hadden voldaan, moeten g lijden, â¢â
Van de straf voor hare onachtzaamheid in u te dienen,
Van het droevig zuchten over het verznimen
257
der gelegenheden, welke zij gehad hebben, om in de deugd vooruit te gaan,
Van haar gejammer, over den tijd en de werken, welke zij tot uwen dienst en glorie niet besteed hebben.
Van hetgeen zij lijden voor hare gebreken
tegen de overheid.
Van hetgeen zij moeten betalen voor het ontbreken in de zorg voor de onderdanen, Van hetgeen zij lijden voor kleine onmatigheden, ijdele voldoeningen en kleine begeerlijkheden,
Van hetgeen zij verdiend hebben door afkee-
righeid en weinig beduidenden twist. Van de ellenden, waarin zij nu zijn om hare
voorgaande onlijdzaamheid.
Van de pijnen welke zij verduren om het overvloedig of kwalijk spreken,
Van hetgeen zij lijden voor kwade gedachten,
begeerten en andere inwendige zonden. Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij door uwe genade in deugden mogen toenemen, en haar door goede werken behulpzaam zijn.
Dat wij door werken van liefdadigheid, barmhartigheid voor haar mogen verkrijgen. Dat wij door onze ootmoedigheid voor hare onboetvaardigheid kwijtschelding mogen verwerven,
17
258
Dat wij, met ons te versterven, voor hare zinnelijkheden en kwade driften mogen voldoen,
Dat wij door onze verduldigheid, vergeving
voor hare onverduldigheid mogen bekomen. ^ Dat wij door onze zachtmoedigheid de zuive- ^ ring van hare opvliegendheid en gramschap g! mogen verdienen, g
Dat wij door ijverig en naarstig te bidden, u ^ over hare traagheid in het gebed mogen ^
verzoenen, 2quot;
Dat wij door het oefenen van alle deugden, g vergiffenis van al hare fouten mogen ver- ^
krijgen, S
Dat gij de zielen van onze ouders, vrienden en weldoeners, die in u gestorven zijn, van de pijnen des vagevuurs wilt verlossen.
Dat gij aan alle geloovige zielen de eeuwige
rust wilt verleenen.
Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt,
geef haar de rust!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
geef haar de rust!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt
geef haar de eeuwige rust!
Heer, ontferm u onzer Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
259
Psalm 122. De Profundis.
Uit de diepte heb ik tot u geroepen: Heer! Heer! verhoor mijne stem.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem van mijn smeeken.
Indien gij, Heer! de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal bestaan!
Omdat er bij u genade i?, en om uwe wet heb ik u, o Heer! langmoedig afgewacht.
Mijne ziel heeft op zijn woord gewacht; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.
Dat Israël van den morgenstond af tot den nacht toe op den Heer hope.
Want bij den Heer is barmhartigheid en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël uit al zijne ongerechtigheden verlossen.
v. Heer, geef haar de eeuwige rust.
R. En het eeuwige licht verschijne haar.
v. Van de poorten der hel.
R. Verlos, o Heer! hare zielen.
v. Dat zij in vrede rusten.
R. Amen.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot u.
GEBED VOOR VADER EN MOEDER.
O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm u genadig over de zielen van
260
mijn vader en mijne moeder; vergeef hunne zonden, en maak, dat wij hen in de vreugde van het eeuwig licht mogen aanschouwen. Door onzen Heer, enz.
voor vkiendkn en weldoeners.
O God! gever der genade en minnaar der menschelijke zaligheid, wij bidden uwe goedertierenheid, dat gij de broeders, vrienden en weldoeners dezer vergadering, die uit deze wereld gescheiden zijn, op het voorbidden van de heilige Maria, altijd Maagd, met al uwe heiligen, tot de gemeenschap der eeuwige zaligheid wilt brengen. Door onzen Heer, enz.
voor alle geloovige zielen.
O God! Schepper en Verlosser van alle geloo-vigen, verleen aan de zielen van uwe dienaars en dienaressen de vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, naar welke zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige gebeden mogen verwerven, Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
v. Heer! geef haar de eeuwige rust.
r. En het eeuwige licht verschijne haar.
v. Dat zij in vrede rusten.
r. Amen.
LITANIE VAN DEN H. NAAM JESUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God,
Jesus, bestralend licht des Vaders,
Jesus, glans van het eeuwig licht,
Jesus, koning der glorie,
Jesus, zon der rechtvaardigheid, 0
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, S
Beminnelijke Jesus, ^
Wonderbare Jesus, ^
Jesus, sterke God, ^
Jesus, Vader der toekomende eeuw, S
Jesus, verkondiger van den grooten raad, ?
Almachtige Jesus,
Geduldigste Jesus,
Gehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
Jesus, minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
'262
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld der deugden.
Jesus, ijveraar der zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen,
Jesus, goede herder,
Jesus, waarachtig licht, qquot;
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven, 2
Jesus, vreugde der Engelen, o
Jesus, koning der Aartsvaders,
Jesus, meester der Apostelen,
Jesus, leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der Maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus!
Wees genadig, verhoor ons, Jesus!
Van alle kwaad, verlos ons, Jesus!
Van alle zonde,
Van uwe gramschap, ^ q
Van de listen des duivels, « o
__ rr.
Van den geest der onkuischbeid,
Van den eeuwigen dood,
Van het veronachtzamen uwer inspraken,
268
|
Door |
het geheim uwer heilige menschwording, | |
|
Door |
uwe geboorte. | |
|
Door |
uwe kindsheid. | |
|
Door |
uw goddelijk, leven, |
lt; n |
|
Door |
uwen arbeid. |
cT |
|
Door |
uw doodsangst en lijden, |
C/J 0 |
|
Door |
uw kruis en uwe verlatenheid, | |
|
Door |
uwe smarten. | |
|
Door |
uwen dood en begrafenis, |
O CO c |
|
Door |
uwe verrijzenis. |
co |
|
Door |
uwe hemelvaart. | |
|
Door |
uwe vreugden. | |
|
Door |
uwe glorie. |
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer, Jesus!
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer,
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
v. De naam des Heeren zij gezegend.
E. Van nu af tot in eeuwigheid.
264
LAAT ONS BIDDEN.
O God! die den glorierijksten Naam van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, in overzoete begeerte aan uwe geloovigen zeer liefelijk en voor de booze geesten zeer vreeselijk en schrikkelijk hebt gemaakt, verleen genadig, dat allen, die dezen H. Naam Jesus op de aarde godvruchtig eeren, in dit tegenwoordig leven de zoetheid der heilige vertroosting, en in het toekomende leven de blijdschap, vreugd en zaligheid des hemels mogen ontvangen. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
ANDER GEBED.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan; geef ons, bidden wij U, de gevoelens uwer goddelijke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart, met woord en werk beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Geef ons, o Heer, dat wij altijd uwen H. Naam tegelijk vreezen en beminnen, daar Gij nooit uwe leiding onthoudt aan hen, die Gij in uwe liefde hebt sfeerrondvest. Die leeft en heerscht in de
O O
eeuwen der eeuwen, Amen.
265
LITANIE VAN DE H.H. ENGELEN.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemeldche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, \ erlosser der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, èèn God, ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Michael, bid voor ons.
H. Gabriel, bid voor ons.
H. Raphael, bid voor ons.
H. Beschermengel, bid voor ons.
Alle H. Engelen en Aartsengelen,
Die uwen Schepper altijd met eene uitmuntende
liefde bemind hebt.
Die nooit in de minste zonde zijt gevallen, Goddelijke dienaars die altijd tot den dienst van St Gods opperste Majesteit bereid zijt, ^
Die u met allen eerbied in zijne tegenwoordig- o held gedraagt °
Die in alles zijnen heiligen wil volbrengt, §
Zuivere geesten, aan wie-God onze bewaring
heeft bevolen.
Die gesteld zijt om de macht des duivels van ons af te weren,
Die door het ingeven van goede gedachten van
ons de kwade invallen verdrijft.
Die ons door goede bewegingen de kwade
driften doet overwinnen,
Heilige bestuurders, die ons van de gelegenheid
tot de zonde verwijdert,
Die ons gedurig door goede ingevingen tot de
deugd aanspoort,
Die niets dan onze zaligheid zoekt.
Die u in ons goed leven verheugt.
Die te samen met ons om Gods genade bidt;
en ons tot bidden opwekt,
Die onze gebeden en goede werken aan Grod
opdraagt.
Wees genadig, spaar ons Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe
H. Engelen, verlos ons Heer!
Van het misbruiken uwer genade, door uwe
H. Engelen,
Van alle gevaar naar ziel en lichaam, door uwe H. Engelen,
Van alle verleidende gezelschappen, door uwe
H. Engelen,
Van alle onkuischheid, door uwen H. Engelen, Van alle kwaadwilligheid ten opzichte onzer
oversten, door uwe H. Engelen,
Van alle onachtzaamheid ten opzichte onzer onderdanen, door uwe H. Engelen,
Van alle traagheid in u te dienen, door uwe
H. Engelen, verlos ons, Heer Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij in alles aan het bestuur uwer H. Engelen onderdanig zijn,
Dat wij de goede gedachten, welke zij ons
ingeven, volgen,
Dat wij altijd hunne aansporingen tot de deugd involgen.
Dat wij hen niet door onze traagheid en onachtzaamheid bedroeven, noch van ons vervreemden.
Dat wij hen mogen navolgen in u te beminnen
en onderdanig te zijn,
Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne onzen
evennaaste dienen.
Dat wij geduldig de gebreken van andere menschen mogen verdragen, gelijk zij de onze verdragen,
Dat wij onzen evennaaste door geene kwade
voorbeelden ergenis geven,
Dat wij door woorden en werken zijne zaligheid trachten te bevorderen,
Dat uwe H. Engelen ons in ons sterfuur mogen bijstaan.
Dat wij U in eeuwigheid met hen loren en danken.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Heer!
Lam Gods dat dc zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer!
Onze Vader, enz.
O God ! die door eene onuitsprekelijke voorzie-zienigheid uwe H. Engelen tot onze bescherming gewaardigt te zenden, verleen ons, smeekenwij U, dat wij door hunne hulp altijd beschermd worden en hun gezelschap eeuwig mogen genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.
GEBED TOT DEN H. BESCHRRM-EXGEL.
Getrouwe leidsman, die mij door God tot beschermer en bewaarder gegeven zijt, welke dankbaarheid ben ik u verschuldigd voor al de zorg, trouw en liefde, die gij mij dagelijks bewijst! Als ik slaap, bewaakt gij mij; als ik bedroefd ben, vertroost gij mij; als ik kleinmoedig ben, versterkt gij mij; als ik in gevaar ben, helpt gij mij; als ik in twijfel ben, raadt gij mij. Gij weerhoudt mij van het kwaad, gij brengt mij tot het goed; gij wekt mij op tot boetvaardigheid en verzoent mij met God. Wellicht lag ik reeds lang in den afgrond der hel gedompeld, als gij door uwe voorspraak Gods gramschap van
269
mij niet hadt afgekeerd. Ik bid u, wil mij nooit verlaten. Troost mij in tegenspoed, bescherm mij in gevaar, kom mij in de bekoringen te hulp, opdat ik er nooit door overwonnen worde. Draag al mijne gebeden en goede werken aan God op, en maak dat ik, na dit vergankelijk leven, het eeuwige bezittel Amen.
SCHIETGEBED TOT DEN H. BESCHERM-ENGEL. H. Engel, gij die mij door de goddelijke barmhartigheid tot bewaarder gegeven zijt, wil mij heden verlichten, bewaren, zalig maken, geleiden
en besturen. Amen.
--
LITANIE VAN DEN H. JOSEPH.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer. God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, een God, ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons.
H, Moeder Gods, bid voor ons.
H. Maagd der maagden, bid voor ons.
H. Josef, bid voor ons.
270
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Man naar Gods welbehagen ,
Trouwe en wijze dienaar,
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
Die om Maria met bijzondere genaden begunstigd zijt.
Allerzuiverste in reinheid.
Allernederigste in ootmoed.
Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing,
Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig
zijt verklaard.
Die in de goddelijke verborgenheden boven
anderen verlicht zijt geweest,
Die door den engel in het geheim der mensch-
wording onderwezen zijt.
Die met Maria uwe bruid, naar Bethleëm
zijt gereisd,
Die in de herberg geen plaats vindende, in
een stal zijt gaan vernachten.
Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen toen hij geboren en in eene krib gelegd werd. Die met Maria, het kind Jesus in den tempel
hebt opgeofferd,
Die op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt,
271
Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,
Die het kind Jesus, dat te Jerusalem gebleven cl was, met Maria zijne Moeder, vol droefheid ^ gezocht hebt, 3
Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden g
hebt, zittende in het midden der wetgeleerden, Aan wien de Heer der heeren op aarde onderdanig geweest is.
Wiens lof in het Es^angelie vermeld wordt,
Onze voorspreker, hoor ons, H. Josef.
Onze beschermer, verhoor ons, H. Josef.
In al onzen nood, help ons, H. Josef.
In al onze benauwdheden, help ons, H. Josef. In het uur van onzen dood, help ons, H. Josef. Door uwe allerzuiverste trouw, help ons, H. Josef. Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, help ons H. Josef.
Door al uwen arbeid en zwoegen, help ons, H. Jcsef. Door al uwe deugden, help ons, H. Josef.
Door al uwe verdienster, help ons, H. Josef.
Door uw eeuwig geluk, help ons, H. Josef. Wij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden
u, verhoor ons.
Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zonden wilt
vragen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden u, verhoor ons.
272
Dat gij voor alle maagden en ongehuwden de
gave van zuiverheid wilt verwerven,
Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen, Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte
liefde en overeenstemming wilt verwerven, o4. Dat gij de vaders der huisgezinnen in het cl christelijk opvoeden hunner kinderen wilt 3 behulpzaam wezen.
Dat gij alle oversten in het bestuur der hun ^ toevertrouwden wilt behulpzaam zijn, g
Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonder zijn ^ toegedaan, wilt begunstigen, S
Dat gij allen, die op uwe hulp vertrouwen,
altijd en overal wilt beschermen.
Dat gij alle geloovige zielen door uwe voorbede
wilt helpen,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Josef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons. Heer 1 Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer. Heer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer. Onze Vader, enz.
Wij bidden ü, o Heer, dat wij door de verdiensten van den bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, wat wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED OM DEN H. JOSEF TOT PATROON TE VERKIEZEN EN ZICH ONDER ZIJNE BESCHERMING TK STELLEN.
Groote Heilige ! ik verkies u heden voor al den tijd mijns levens tot eenen bij zonderen patroon, meester, leidsman en bestuurder van mijne ziel en mijn lichaam, van mijne gedachten, woorden en werken, van mijne begeerten en genegenheid, van mijne eer en goederen, van mijn leven en mijnen dood, en ik neem mij vastelijk voor u nooit meer te verlaten, maar uwen naam te verheffen, en uwe eer, zoo veel mogelijk, te bevorderen. Ik bid u vurig, dat gij mij als uwen dienaar wilt ontvangen. Help mij in al mijne werken, en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.
GEBED VOOR EEN ZALIGEN DOOD.
H. Josef, die het geluk gehad hebt uwen geest te geven in de armen van uw goddelijk voedsterkind Jesus en van uwe allerheiligste bruid Maria, verwerf ons door uwe voorbede de genade van een zjligen dood. Amen.
is
274
LITANIE VAN HET H. SACRAMENT
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Levend brood, dat uit den hemel gedaald zijt.
Verborgen God en Zaligmaker,
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die maagden voortbrengt,
Voedzaam brood en vermaak der koningen.
Altijddurende offerande.
Zuivere opdracht,
Vlekkeloos Lam,
Allerzuiverste maaltijd,
Spijs der Engelen,
Verborgen hemelsch brood,
Gedachtenis van Grods wonderen,
Bovennatuurlijk brood,
Woord, dat vleesch geworden zijnde, c.nder
ons woont,
H. Hostie,
Gezegende drinkbeker,
Geheim des geloofs,
275
Doorluchtig en hoogwaardig Sacrament, Allerheiligste Offerande,
Waarachtige verzoening voor levenden endooden, Hemelsch behoedmiddel tegen de zonden, Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren.
Wonder boven alle wonderen.
Gave, die alle volheid te boven eaat,
O '
Voortreffelijk gedcnktcckcn der god.lelijke liefde, Overvloeiende bron van Gois milddadigheid. Allerheiligst en wonderbaar pfeheim.
f7 O '
Geneesmiddel der onsterfelijkheid,
Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, Brood, dat door de almogendheid van het Woord
zijt vleesch geworden.
Onbloedige offerande,
Spijs en medegast,
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen,
Teeken van genade,
Band van liefde.
Offeraar en offerande,
Geestelijke zoetheid, die in haren eigen oorsprong
gesmaakt wordt,
Verkwikking der heilige zielen,
Versterking dergenen, die in den Heer sterven, Pand der toekomende heerlijkheid.
Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor on?, Heer!
276
Van het onwaardig nuttigen uws lichaams en
bloeds, verlos ons, Heer !
Van de begeerlijkheid des vleesches, verlos ons. Heer!
Van de begeerlijkheid der oogen, verlos ons, Heer!
Van de hoovaardij des levens, verlos ons, Heer
Van alle gevaar der zonde, verlos ons Heer!
Door het groot verlangen, dat gij geh id hebt, om
dit paaschlam met uwe leerlingen te eten,
Door den diepen ootmoed, waarmede gij de voeten ^
uwer leerlingen gewasschen hebt, g
Door de vurige liefde, waarmede gij dit heilig g
Sacrament hebt ingesteld,
Door uw dierbaar bloed, dat gij ons op het ^
altaar hebt nagelaten, ^
Door de vijf wonden, die gij in uw allerheiligst
lichaam ontvangen hebt,
Wij zondaren, wij b:dden u, verhoor ons.
Dat het u believe het geloof, den eerbied en
de beo-eerte tot dit wonderbare Sacrament in ^ Ã lt;_i.
ons te vermeerderen en te bewaren, ^
Dat het u believe ons door eene ware belijdenis 5^
onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer g
geestelijke spijs te bereiden, a
Dat gij ons van alle ketterij, ongeloovigheid en lt;
verblindheid wilt bevrijden, ^
Dat het u believe ons aan de kostelijke en §
hemelsche vruchten van dit H. Sacrament 0 deelachtig te maken,
Dat het u believe ons in het uur des doods met
deze hemclsche spijs te versterken en te beschermen,
Zoon van God,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
O God ! die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden LT, geef, dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Gij, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht. God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
SCHIETGEBED TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Geloofd, aangebeden en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste, aanbiddelijke en goddelijke Sacrament des altaars.
LITANIE VAN HET LIJDEN.
lieer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, om onze zonden in den hof van Olijven
benauwd en bedroefd tot den dood toe, Jesus, djor eenen engel versterkt, opdat wij onze hulp in allen nood van den hemel zouden leeren verwachten,
Jesus die uwen verrader met minzaamheid hebt ontvangen, om ons de zachtmoedigheid te leeren,
Jesus, door uwe leerlingen verlaten, opdat wij op God alleen zouden leeren vertrouwen, Jesus, door de Joden gebonden, om ons van
de zonde te ontbinden,
Jesus, voor Annas en Caïphas valsch beschuldigd, opd.it wij alle ongelijk zouden leeren verdragen,
Jesus, door Petrus verloochend, opdat wij onze zwakheid zouden leeren kennen, en ons zeiven mistrouwen.
Jesus,dc or Ilerodes met een wit kleed bespot, omdat wij hetkleedder onschuld verloren hadden, Jesus, renter Bar.ibbas gesteld, opdat wij ons
nooit boven anderen zouden verheffen,
Jcsus, wreed gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij dc gemakken en alle eerzucht zouden verfoeien ,
J -sus, gelasterd, bespuwd en geslagen, opdat
wij onze zinnen zouden versterven,
Jesus, aan het volk ten toon gesteld , opdat wij uw voorbeeld zouden voor oogen hebben en er naar leven]1,
} ;sus, door Pilatus aan uwe vijanden overgeleverd om ons van onze vijanden te verlossen, J ;sus, net het kruis beladen, om ons te leeren,
ons kruis met vlijt te dragen,
} ;sus, an het kruis genageld, opdat wij ons vleesih met zijne driften en begeerlijkheden zouden kruisigen ,
13sus, die naakt aan het kruis hebt gehangen, opdat wij voor alle oneerbaarheid zouden schromen,
Jesus, lusschen twee moordenaars gekruist, om
ons de vernederingen te leeren beminnen, Jesus, d^e den goeden moordenaar in genade hebt ontvangen, opdat wij nooit zouden wanhopen, Jesus, die aan het kruis hangende, voor uwe vijanden hebt gebeden, om ons onze vijanden te let ren beminnen,
280
Jesu?, met gal en azijn gelaafd, opdat wij onze
tong van alle zonden zouden bewaren,
Jesns, die stervende uwen geest in de handen uws Vaders bevolen hebt, opdat wij, stervende, onzen geest in uwe en zijne handen zouden bevelen,
Jesus, die voor ons den bitteren dood gestorven zijt, om ons de boosheid onzer zonden te leeren kennen,
Jesus, die ons door uwen dood het leven gegeven hebt, opdat wij niet voor ons, maar voor u zouden leven ,
Jesus, wiens zijde na uwen dood geopend is, om daarin onze zonden en zwakheden te verbergen,
Jesus, begraven en op den derden dag verrezen, opdat wij gestorven en begraven voor de zonden, tot een deugdzaam leven zouden verrijzen.
Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
quot;Van alle kwaad, verlos ons. Heer!
Van alle zonden,
Door uw bloedig zweet.
Door uwe geeseling.
Door uwe doornen kroon.
Door uw kruis en lijden,
Door uwe allerheiligste vijf wonden,
Door uwen dood en uwe begrafenis,
o /
281
Door uwe heilige verrijzenis,
Door uwe wonderbare hemelvaart,
In den dag des oordeels,
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat uw H. lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke gij zoo veel geleden hebt, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij, door het overdenken van uwe pijnen en smarten alle ziekten, pijnen en tegenspoed geduldig mogen verdragen.
Dat wij in allen angst, droefheid en nood ons
tot u keeren en uwe hulp afsmeeken. Dat wij alle schande, verachting en tegenspoed met overgeving aan den wil Gods, mogen ontvancen.
Dat wij de valsche beschuldigingen en onrechtvaardige oordeelvellingen naar uw voorbeeld verdragen.
Dat gij ons de vruchten van uw kruis wilt
mededeelen ,
Dat wij door de kracht van uw kruis den duivel, de wereld en het vleesch mogen overwinnen. Dat wij in uw bloed van alle zonden moeren
O
gereinigd worden.
Dat g'j ons wilt verleenen ons kruis dagelijks
op te nemen en u gaarne te volgen,
Dat wij eene genegenheid mogen krijgen, om uw heilig lijden met liefde en dankbaarheid dikwijls te overdenken,
282
Ddt wij, dagelijks bemerkende, dat gij uitliefde voor ons gestorven zijt, door wederliefde ontstoken worden, om niet voor ons zeiven, maar voor uwen dienst te leven,
Dat wij onzen troost In uwe H. Wonden mogen vinden. Wij bidden u, verhoor ons. Dat gij ons door uw kru:s en uwen bitteren dood in het uur van onzen dood wilt versterken, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons door uw kruis In uw glorie wilt
brengen, wij bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verboor ons.
Onze Vader, enz.
Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen en den dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het vooroeeld zijner ootmoedigheid zou navolgen; geef genadig, dat wij naar de lessen zijner lijdzaamheid lc\en en deel verkrijgen in zijne verrijzenis, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE VAN HETH. HART VAN JESUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Cod hemelsche Vader, ontferm u onzer. Ood Zoon, \ erlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen Vader, ilait \ an Jesus, .Zoon van de Maagfd Maria,
â j ö 7
Hart van Jesus, eigene en waardige woonplaats van den H. Geest,
Hart van Jesus, schatkamer van de allerheilio-ste 0 D
rievuldigheid, 2-
Hart van Jesus, glorie en vreugd der Engelen, S Hart van Jesus, oneindig in majesteit,
Hart van Jesus, voorwerp aller liefde, Allerootmoedigst Hart van Jesus, g
Allerzuiverst Hart van Tesus, quot;
TT* '
Hart van Jesus, vol van zegen en genade.
Hart van Jesus, wellust van hemel en aarde,
Hart van Jesus, licht van geheel de wereld.
Hart van Jesus, onoverwinbare sterkte tegen onze vijanden.
Hart van Jesus, bron van alle rechtvaardigheid,
284
Hart van Jesus, oorsprong van alle goedheu
en barmhartigheid.
Hart van Jesus, vol medelijden en teederheid,
Hart van Jesus, woonplaats aller deugden.
Hart van Jesus, allen lof en eer waardig.
Hart van Jesus, aan hetwelk alle aanbidding
toekomi,
Hart van Jesus, oneindige afgrond van hemelse ie gaven.
Hart van Jesus, zaligheid van hen, die in u hopen, Hart van Jesus, fontein der springende wateren
tot het eeuwige leven, §
Hart van Jesult;, verzoening onzer zonden, £
Hart van Jesus, troost van alle bedrukte harten, â
Hart van jesus, hoop van hen, die in u sterven, c
Hart van'Jesus, ons leven en onze verrijzenis, g
Hart van Jesus, toevlucht aller zondaren, n Hart van Jesus, met bitterheid voor ons
vervuld.
Hart van Jesus, met versmaadheden voor ons verzadigd,
Hart van Jesus, om onze boosheden doorwond. Hart van Jesus, om onze zaligheid aan het
kruis gestorven.
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken,
Hart van 'jesus, levende, heilige en Gode behagende offerande.
Hart van Jesus, altaar waarop al de de Heiligen
geofferd worden.
285
Lam Gods. dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons. Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer, Jesus 1
V. O Koning der glorie, gij zult nooit versmaden. R. Een vernederd en boetvaardig hart.
Heer Jesus Christus, die U gewaardigd hebt aan uwe H. Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart kenbaar te maken 1 geef, dat wij waardig _ worden aan de liefde van dit allerheiligste Hart te beantwoorden, en de versmadingen, Het door de ondankbaarheid der menschen aangedaan, door waarachtige dienstbewijzen te mogen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
OEFENING TOT EERHERSTEL,
Liefderijke en aanbiddelijke Jesus, mijn Zaligmaker en mijn God! die U door de vurigste en wonderbaarste liefde tot een slachtoffer in het hoogwaardigste Sacrament des Altaars gegeven hebt; wat droevige gevoelens moeten er in uw heilig Hart ontstaan, daar Gij in de harten van de meeste menschen niets vindt dan onverschilliorheid
O ?
vergetelheid, ondankbaarheid en verachting! Het was U dan niet genoeg den moeielijksten en
236
pijnlijksten weg gekozen te hebben, om onze zaligheid te bewerken! het was U niet genoeg U overgegeven te hebben aan oenen zoo wreeden en angstigen doodstrijd, veroorzaakt door het aanschouwen onzer zonden, welker last Gij op U genomen hadt; Gij hebt U nog aan al de ver-smaadheden willen blootstellen, die door de boosheden der menschen en der hel konden uitgevonden worden. Met een verootmoedigd hart en een diepe droefheid vraag ik U duizend- en duizendmaal vergiffenis voor al de versmadingen, die Gij op uwe altaren ontvangen hebt. Acb, ware het mij gegeven, met mijne tranen te bevoohtigen en met mijn bloed al de plaatsen af te wassehen, waar uw Hart versmaad is geworden en waar men uwe liefde met verachting heeft btloond 1 Acb, kon ik door eene nieuwe soort van dienstbewijzing, van verootmoediging, van vernedering, zoo veel heiligscher.nis en onteering herstellen ! Acb, mocht ik van at de harten der menschen meester zijn, om ze U op te offeren en aldus eenigszins hunne vergetelheid en ongevoeligheid te vergoeden, daar zij U niet hebben -willen kennen , of, U gekend hebbende, U zoo weinig hebben bemind!
Maar, o liefderijke Zaligmaker! wat mij het meest met schaamte bedekt en waarom ik het diepste zucht, is, dat ik onder het getal dier ondankbaren ben. Gij, o mijn God I die het binnenste van mijn hart doorziet, Gij kent de droefheid, die
ik over mijne ondankbaarheden gevoel; Gij weet, dat ik bereid ben daarvoor alles te doen en te lijden, zooveel in mij is, om die te herstellen. Zie dan, o Heer! hier ben ik om van uwe hand te ontvangen, al wat Gij mij te dien einde zult gelieven op te leggen, Sla en kastijd mij, o Heer! ik zal de hand, di? mij zoo rechtvaardig kastijd, zegenen en kussen. Gelukkig zou ik wezen , indien ik door elle mogelijke pijnigingen voor zoo vele versmadingen eenigszins voldoen kon. Maar, indien ik die genade niet verdien, neem ten minste de oprechte begeeite aan, die ik daartoe heb en geef eene volle kracht aan het voornemen, dat ik maak, van nooit iets na te laten, om U, o mijn Zaligmaker! in het aanbiddelijke Sacrament des Altaars te beminnen en te eeren.
LITANIE VAN DE H. MAAGD.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor on?.
God, hemelschc Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlos-.er der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, een God, ontferm u onzer.
288
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons.
H. Maagd der maagden, bid voor ons.
Moeder van Christus, bid voor ons.
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Zeer minnelijke Moeder,
Zeer wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd, o
Machtige Maagd, 0
Goedertierene Maagd, S
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis.
289
Ark des verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken,
1 oevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen, cr
Koningin der Engelen, ^
Koningin der Aartsvaders, o
Koningin der Profeten, ~-
Koningin der Apostelen, §
T_ cr.
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvancren.
T- . iö /
Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer !
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Axiiph. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons
lu
290
altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd! onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
V. Bid voor ons H. Moeder Gods.
R. Opdat wij de beloften van Christus waardig
worden.
Heer God! wij bidden U, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
GEBED GEMAAKT DOOR DEN H. AEOYSIUS DE GONZAGA, OM ZICH ONDER DE BESCHERMING DER ALLERHEILIGSTE MAAGD TE STELLEN.
Heilige Maagd Maria! mijne Geleidster, mijne Meesteres, ik kom mij in den schoot uwer barmhartigheid werpen, en mijne ziel en mijn lichaam van dit oogenblik af en voor altijd onder uwe bewaring en bijzondere bescherming stellen. Ik vertrouw op u en stel in uwe handen al mijne hoop en mijn troost, al mijne pijnen en smarten, mijn leven en zijn einde, opdat door uwe heilige voorspraak en door uwe verdiensten, al mijne werken volgens uwen en uws Zoons wil geschikt worden. Amen.
291
GEBKD TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA, GEMAAKT UIT DE GEVOELENS VAN DEN H. BERNARDUS.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria! dat men nooit gehoord heeft dat iemand, tot u vluchtende, uwen bijstand verzoekende, of uwe voorspraak vragende, verlaten is geweest. Aangemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der maagden! kom ik tot u, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O moeder van het eeuwige Woord, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die genadig aan, en ge-waardig u ze te verhooren.
LITANIE VAN HET H, HART VAN MARIA.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer. K. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer. Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons. Hart van Maria, onder alle harten gezegend, bid voor ons.
Ootmoedig Hart van Maria,
Allerzuiverst Hart van Maria,
Minnelijk Hart van Maria,
Hart van Maria, rustplaats van de allerh.
Drievuldigheid,
Hart van Maria, zeer gelijkvormig aan het
allerheiligste Hart van Jesus,
Hart van Maria, tabernakel van God, mensch
geworden op den dag uwer boodschap,
Hart van Maria, met nieuwe genaden in uw
bezoek bij Elisabeth vervuld,
Hart van Maria, woonplaats van Jesus,
Hart van Maria, vol van blijdschap bij de
geboorte van Jesus,
Hart van Maria, vol van verwondering ir de
aanbidding der Wijzen,
Hart van Maria, met het zwaard van droefheid, bij de voorzegging van den H. Simeon, in uwe zuivering doorstoken,
Hart van Maria, vol zorg en angst in de vlucht
naar Egypte,
Hart van Maria, bedrukt over het verlies van Jesus, en weder verblijd over zijne vinding in den tempel,
Hart van Maria, met dat van Jesus in den
hof der Olijven door droefheid bevangen. Hart van Maria, inwendig met doornen doorstoken in zijne kroning.
Hart van Maria, vol angst en benauwdheden
293
in de ontmoeting van Jesus, zijn kruis dragende,
Hart van Maria deelende in al de pijnen en
smarten van Jesus,
Hart van Maria, met Jesus aan het kruis genageld. Hart van Maria, vol van droefheid bij den
dood van Jesus,
Hart van Maria, met Jesus in het graf gelegd, Hart van Maria, tot de blijdschap verrezen in
de verrijzenis van Jesus,
Hart van Maria, verrukt door liefde in de verschijning van Jesus,
Hart van Maria, vervuld door eene onuitsprekelijke vreugd'in de hemelvaart van Jesus, Hart van Maria, door eenen nieuwen overvloed van genaden in de nederdaling van den H. Geest geheiligd.
Hart van Maria, boven alle gelukzaligen verheven op den dag uwer ten hemel opneming Han van Maria, toevlucht der zondaren,
Hart van Maria, bescherming der rechtvaar-digen,
Hart van Maria, gesteld aan de rechterhand
van Jesus in den hemel.
Hart van Maria, wellust der maagden.
Hart van Maria, troost der bedrukten en zieken, Hart van Maria, hoop der stervenden,
Hart van Maria, blijdschap der Engelen en Heiligen,
294
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt» ontferm u onzer, Jesus!
v. O. heilige Maagd, gedoog dat ik u love. r. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden. H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus Christus, en Koningin der wereld, die niemand verlaat, noch verstoot, aanzie mij met een barmhartig oog, verhevene Vrouw! en bekom mij bij uwen Zoon vergeving van al mijne zonden, opdat ik, nu in den geest, met alle mogelijke liefde en lof de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwegende, hierna de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge, door onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van den H. Geest, in alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
(300 dagen aflaat.) Gezegend zij de heilige, onbevlekte en allerzuiverste ontvangenis der H. Maagd, Moeder Gods.
(300 dagen aflaat.)
295
LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm, u onzer.
lieer, ontferm u onzer.
Christus hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Gcd, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, \ erlosser der wereld ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, een God ontferm u onzer. H. Maria, Moeder en beschermster van den
H. Antonius, bid voor ons.
H. 1' ranciscus , vader en leermeester van den
H. Antonius, bid voor ons.
H. Antonius, bid voor ons.
Zalige vrucht van Spanje,
Nieuw licht van Italië,
Beschermer en luister van Padua,
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Franciscus,
Lelie van zuiverheid , cr
Kostelijke parel der armoede,
Klaarschijnend licht van gehoorzaamheid, g
Spiegel van boetvaardigheid,
Vlam van liefde, §
7 CTi
Vat van heiligheid.
Verkondiger der genade,
Uitroeijer der zonden,
Vertreder der wereld,
Verheft'er van Gods eer,
Blinkende ster van de Serafijnsche orde,
Verdediger van liet geluof aan liet hoogwaardig
Sacrament,
Geesel der ketters.
Schrik der ongeloovigen,
Ijverig beminnaar van Gods huis,
IJveraar der zielen,
Groote wonderdoener.
Patroon in verlorene zaken,
Toevlucht der zondaren,
Gezondheid der zieken.
Vertrooster der bedrukten,
A^oorzegger der toekomstige dingen. Verwekker van dooden.
Schrik der duivelen,
Navolger der Patriarchen en Profeten, Afbeeldsel der Apostelen,
Uitstekende onder ds Leeraars,
Luister der Heiligen,
Onze liefderijke vader en beschermer,
Jesus, wees genadig, spaar ons, Heer.
Jesus! wees genadig, verhoor ons, Heer 1 Van alle kwaad, verlos ons Heer 1 Van alle zonden, verlos ons Heer!
Van de macht des duivels, verlos ons Heer! Van pest, hongersnood en oorlog,
297
Van den eeuwigen dood,
Door de verdiensten van den H. Antonius,
Door zijne brandende liefde,
Door zijn grooten ijver voor de bekeering der « zondaren, o
7 C/2
Door zijn vurig verlangen naar den marteldood, o
Door het standvastig onderhouden zijner be- Jquot;
loften van gehoorzaamheid, armoede en zui- £
verheid, S
.. . ^ Door zijn arbeid voor de eer van God,
Door de zeldzame verscheidenheid en menigte
zijner wonderen,
In den dag des oordeels.
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons tot een waarachtig leedwezen onzer
zonden wilt brengen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij het vuur der goddelijke liefde in onze
harten wilt ontsteken,
⢠⢠â¢
Dat gij ons indachtig wilt maken aan de ver- ,2;
diensten en voorspraak van den H. Antonius, cr
Dat gij dit land onder de bescherming van den ^
H. Antonius wilt stellen en behoeden, S
Dat gij aan hen, die tot den H. Antonius hunne -P
toevlucht nemen, gezondheid naar ziel en li- ^
chaam wilt verleenen, 3-
Dat wij door de verdiensten en voorspraak §
van den H. Antonius, in alle deugden mogen o
toenemen, S Dat gij alle dienaars van den H. Antonius, in
298
alles met uwen zegen wilt voorkomen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt ons te verhooren, wij bidden
u, verhoor ons.
Jesus Christus, Zoon van den levenden God, wij
bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,
ontferm u onzer. Heer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer. Onze ]'adc.r, enz.
v. Bid voor ons H. Antonius,
r. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
laat ons bidden.
O goedertierenste Jesus, die uwen belijder, den H. Antonius door gedurige mirakelen wonderbaar hebt doen uitschijnen, verleen ons genadig, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten met zekerheid mogen verkrijgen, wat wij met vertrouwen verzoeken. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen.
299
LITANIE VAN DE H. BARBARA.
Maagd en Martelares, patrones voor een zaligen dood.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Maagd der Maagden,
Koningin der Martelaren,
H. Barbara, ^
Gretrouwe dienares des Hceren, BI
Zuivere bruid van Jesus Christus, lt;
Wijze en voorzichtige maagd, 2,
Kloekmoedige martelares, g
Toevlucht dergenen, die zich in levensgevaar quot;
bevinden,
Troost der zieken.
Machtige beschermster in het uur des doods, H. Barbara, kom ons te hulp.
H. Barbara, bid voor ons den Heer.
Dat wij Hem met een zuiver lichaam dienen, en Hem door een rein hart behagen, H. Barbara, bid den Heer.
300
Dat geen lijden, geen smart, geen dood in staat zij ons van zijne liefde te scheiden, H. Barbara, bid den Heer.
Dat wij door waken en bidden, ons op zijne komst mogen bereid houden, H. Barbara, bid den Heer.
Dat wij iederen dag zóó leven, alsof hij de laatstevan ons leven ware, H. Barbara, bid den Heer.
Dat wij van een haastigen en onvcrwachten dood bevrijd worden, H. Barbara, bid den Heer.
Dat wij met het volkomen bezit van ons verstand, de heilige Sacramenten vóór ons sterven waardig mogen ontvangen, H. Barbara, bid den Heer.
Dat wij den dood der rechtvaardigen mogen sterven, H. Barbara, bid den Heer.
In alle gevaren, bescherm ons, H. Barbara.
In het uur des doods, sta ons bij, H. Barbara.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Grods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer!
Jesus, sterkte der martelaren, hoor ons.
Jesus, zuiverheid der maagden, verhoor ons.
Heer,, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
v. Bid voor ons, H. maagd en martelares, r. Opdat het uur des doods ons zalig zij.
Onze Vader, enz.
301
LAAT OXS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer! dat wij, door de voorspraak van uwe heilige maagd en martelares Barbara, mogen geholpen worden, opdat wij, die hare bescherming in onze angst en noodwendigheden afsmeeken, ook haren bijstand bijzonder in het uur van onzen dood mogen ondervinden. Dooronzen Heer Jesus Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GKBKD TOT DE HEILIGE BARBARA.
O God ! die de H. Barbara tot troost der levenden en stervenden verkoren hebt, vergun ons, door hare voorspraak, dat wij altijd in uwe goddelijke liefde mogen leven, en al onze hoop in de verdiensten en het bitter lijden van Jesus Christus stellen, opdat de dood der zonde ons nooit ver-rasse. Geef ons, zoo smeeken wij ootmoedig, de groote genade, dat wij door het H. Sacrament der Biecht gezuiverd, met het allerheiligste Lichaam uws Zoons gevoed en door het H. Oliesel versterkt, onbeschroomd tot eene gelukkige eeuwigheid mogen opgaan. Dit verzoeken wij U door denzelfden Jesus Christus. Amen.
-o^o
302
gebeden onder het lof.
Wanneer het Allerheiligste wordt uitgesteld.
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament des AJtaars. Zegen mij, o Heer Jesus, met den Vader en den H. Geest, versterk mij door uwe genade, om zöö te leven volgens uwen heiligen wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke. Geef aan de rechtvaardigen volharding, aan de zondaren vergeving , en aan de geloovige zielen de eeuwige rust; help ons allen, nu en in het uur van onzen dood.
Tn den naam des Vaders, en des Zoons en des
H. Geestes. Amen.
Gebeden tot Jesus.
O Jesus, gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament; dit geloof ik vastelijk dewijl Gij zelf het gezegd en geopenbaard hebt. Ik aanbid LT met den diepsten eerbied als mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn opperste goed, mijn Heer en mijn God.
O Heer, zie genadig van uw heilig Altaar op mij, ellendigen zondaar, neder. Met een bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met betraande
803
oogen, bid ik U, o mijn God! vergeef mij mijne zonden, zij zijn mij van harte leed, ik haat en verfoei ze ter uwer liefde. Verwerp mij niet van uw aanschijn, keer uw aangezicht van mijne zonden af, wisch al mijne ongerechtigheden uit: schep in mij een zuiver hart, vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. Maak mij, naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, geduldig in het lijden, standvastig in uwen dienst, en in alles onderworpen aan uwen goddelijken wi).
Steunende op uwe vaderlijke goedheid, o mijn Zaligmaker! bid ik U ook voor allen met wie ik door de banden van den godsdienst vereenigd ben ; zegen onzen heiligen Vader den Paus, de bisschoppen, de priesters, beziel hen met eenen vurigen ijver voor uwe glorie , met eene teedere liefde voor de schapen, welke gij hun toevertrouwd hebt; ik bid L bijzonder voor de priesters dezer parochie; geef , Heer , dat hunne onderrichtingen vrucht mogen dragen in onze harten.
Ik beveel U, Heer, mijne ouders aan, die zóóveel voor mijn welzijn gedaan hebben, dat ik het hun nooit vergelden kan ; ik bid U ootmoedig, geef hun alles, wat hun naar ziel of lichaam noodig is voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor al mijne weldoeners, mijne vrienden en vijanden, indien ik er mocht hebben.
304
Ach, Heer! mochten toch alle menschen, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren! Geef hun daartoe uwe genade, ontferm U over hen, o Jesus ! dien ik met de oogen des geloofs in dit heilig Sicrament aanschouw; gij hebt aan het kruis voor versteende zondaars gebeden, laat dat gebed ook nog voor hen, die in zonde leven, genade verwerven.
De zielen der overledenen, die in het vagevuur lijden, beveel ik uwe goedertierenheid aan, vervul het vurige verlangen, dat zij hebben om uwe beminnelijke tegenwoordigheid te genieten.
En om niemand in mijn gebed te vergeten, bid ik U, Heer 1 voor de zieken, die U met ons niet kunnen komen aanbidden, troost hen op hun ziekbed; sta de stervenden bij, geef dat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden. Eindelijk bid ik ook voor allen, voor wie ik gehouden ben te bidden. Laat hen aan uwen dierbaren zegen en uwe genade deelachtig worden.
Heer Jesus! als ik overweeg, hoe genadig en wonderbaar Gij hier tegenwoordig zijt in het heilig Sacrament, dan moet ik uitroepen: o Heer! hoe groot zijt Gij; Gij zijt bij ons, in het midden van ons als een vader bij en onder zijne kinderen, als een geneesheer bij zijne zieken, hoe teeder bemint Gij ons! Ach, mochten toch ik en alle menschen U hartelijke wederliefde toedragen! Ach hoe ongelukkig zijn zij, die niet erkennen, dat
305
Cxi] in dit hoogwaardig Sacrament tegenwoordig zijt; verleen hun toch het licht des geloofs, opda° zij uit hunne verblindheid getrokken, tot den schoot uwer Kerk gebracht worden, cn met ons gezame-j U ln dIt geheim aanbidden, en begrijpen mogen hoe gelukkig uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig hunne nooden en zwakheden aan U, als aan hunnen vader en geneesheer, mogen bekend maken, vastelijk vertrouwende, dat Gij hen met ongetroost zult laten heengaan.
Bid hierna de Litanie van het II. Sacrament (blz. 2t 4), de Litanie van den H. Naam Jesus (blz. 261) de Litanie van het II Hart van Jesus, met de daarop volgende oefening tot eerherstel (bladz. 283).
Men kan ook in de plaats van een dezer Litanieën bidden de Litanie van den dag. of eenenaar eigen keuze.
Wanneer de zegen gegeven wordt.
Zegen mij. Heer Jesus! met den Vader en den . quot; Gecstgt; en geef mij genade, om uwen allerhei-hgslen wil in alles, nu en in het uur van mijnen dood te volbrengen. Amen.
Goede Herder, waarachtig Brood des levens, Jesus ontferm U onzer; bewaar ons, bescherm ons, en laat ons het land der levenden eens aanschouwen. Amen.
Geloofd, aangebeden en gedankt zij ten allen tijde het hoogheilig en goddelijk Sacrament des Altaars !
20
30{)
kruisweg-oefening.
Voorbereidend gebed en akte van berouw.
Alet den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Verlosser van den zondigen menschl en innig getroffen over het lijden, dat L mijne verlossing gekost heeft, wil Ik. mij in deze oogen-blikken rnet dat wonder van liefde bezig houden, door U in den geest op uwen bloediger, kruisweg te vergezellen. Alaar hoe zal ik oit op eene waardige wijze verrichten kunnen? Ik, die U zoo dikwerf beleedigde, uw lijden niet zelden vernieuwde? ja, mijn Jesus! ik beken het 5 ik ben een zondaar, een onwaardige, maar Gij kuut mij rechtvaardig en uwer liefde waardig maken. Ontferm l dan over mij; verwerp mij niet van uw aanschijn en vergeef den boetvaar-digen zondaar, die L als het hoogste goed boven al bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer mijn God! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zóó beminnen, dat ik eenmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie uw Bloed niet vruchteloos vergoten werd.
Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik u deze oefening op. Stort gedurende dezen bloedige n tocht, in mij den goeden geest, en geef dat ik, door uw lijden bewogen, tot navolging aangespoord worde; maak mij deelgenoot aan de verleende Aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in
807
dit leven uwe erbarming en hierna uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
1ste STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
v. Wij aanbidden U, Christus en loven U.
R. Omdat (jij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg mijne ziel! met welke gevoelens Jesus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gevoelig Hij zich daaraan uit liefde tot u onderwerpt. Ach, dat gij u toch eens schaamde! gij, die zoo dikwerf het doodvonnis verdiende, gij gewaardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, tot welke hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jesus, uwen Zaligmaker, en zeg Hem met een hart vol liefde :
GEBED.
Dierbare Jesus ! uwe onschuld en de liefde , waarmede (jij LT, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardige vonnis onderwerpt , doen mij blozen; het is mij leed, dat ik mij bij het ontvangen van een geringe beleediging, bij het hoo-ren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde ; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen, om voortaan met uwe heilige hulp elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe
308
smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader. â Wees gegroet enz.
Ontfewn U onzer, Heer 1 ontferm U onzer.
3de STATIE.
Jesus neemt het Kruis op zijne schouders.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven L . r. Omdat Gij door Uw H. Kruis dc wereld verlost hebt.
Mijne ziel beschouw uwen Jesus! zie met welk een teederheid Hij het Kruis omhelst , met welk een kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach, bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaar-dig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het Kruis beladen Jesus en zeg Hem :
G K B J-: D.
Met reden schaam ik mij, lieve Jesus! wanneer ik U het Kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigde Kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes aan te nemen , welke uwe oneindige liefde mij vormde en door zooveel gena-dehulp dragelijk maakte.
Vergeef het mij, bid ik U, terwijl ik een vast besluit maak, niet alleen om voortaan gaarne die kruisen, aan te nemen maar daarenboven met uwe
309
geliefde H. Teresia U te smeeken: of lijden of sterven, het kruis of de dood.
Onze l 'ader. â H ees gegroet, enz.
Ontferm U otizer, Heer' o fit ferm U onzer.
3de STATIE.
Jesus valt voor de eerste maal onder het Kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. R. Omdat Gij door uw H. Ivruis de wereld verlost
hebt.
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jesus ie verduren heeft? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u; en hoe ongeduldig zijt gij! wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan ! Ach, werp u vol berouw aan Jesus voeten neder en bid Hem:
GEB K D.
-Beminnelijke Jesus, met leedwezen werp ik rnij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij dc genade, om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden g.iarne te verduren.
Onze Vader. â If ces gegroet, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
310
â¢4de STATIE.
Jesus ontmoet zijne H. Moeder.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. r. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost
hebt.
Ach , welk een hevige smart trof het Hart van Maria, en wie kan de droefheid begrijpen, waarmede Jesus' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd? Ween mijne ziel? Ween bij dit hartverscheurend schouwspel en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:
GEBED.
Liefderijke Moeder! Ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jesus, aan die barbaarsche handen en ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid, dat uw moederhart doorboorde. Ach, ik heb er berouw over en smeek ü beiden om vergeving: uwe voorspraak, H. Maria! mijn Jesus, genade met een zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde dikwijls de smarten te overwegen van Jesus en Maria.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
Ontjerm U onzer, Heerl ontferm l onzer.
811
Sde STATIE.
Jesus wordt door Simon van Cyreno in het kruisdrager! geholpen,
v. Wij aanbidden ü, Christus, en loven ü. R. Omdat Gij door uw H. ivruis de wereld verlost
hebt.
Denk eens na, mijne ziel, wellce beleediging de Cyreneër jesus aandeed, door Hem in liet kruis-dragen zijne hulp te weigeren. Maar beleedigt g j ilem niet meer, als gij het kruis dat Jesus u overzendt, gedwongen en niet met liefde opneemt, ais gij het zelfs durft ontvluchten? Ach, verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jesus:
GEBED.
Liefdevolle jesus! ik belijd het, ik was die Cyreneër, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht heb het te ontvluchten. Ach, ik erken mijn misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst! Zend mij vrij die kruisen, welke mij zoo dierbaar zijn, met uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze ! 'ader. â Mrccs gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer', ontferm U onzer.
312
«de STATIE.
Veronica droogt het aangezicht van Jesus af.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. r. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, wordt gij niet getroffen bij het overwegen van de belooning , welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare, aan Hem betoonde daad van medelijden! Hij stelde haar in het bezit van zijne, in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelfde wijze ook met u handelen, door zijn heilig Wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden jegens Hem opwekte? Ach, geef dan van dit gemis aan u zeiven alleen de schuld en zeg Hem:
g e b e d.
Mishandelde Godmensch! zoo Gij niet in mijn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U : neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit uwe smarten? Ach, ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan uw bitter lijden dikwijls overwegen, opdat het met onuitwischbare letteren in mijn hart gegrift blijve.
818
Onze J 'ader. â H ees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
⢠de STATIE.
Jesus valt ten tweeden maal onder het Kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jesus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met vos. ten treedt, om u zei ven te verhellen? Ach, verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen gevallen Verlosser beterschap:
GEB E D.
Ja mijn Jesus, ik beween mijne trotschheid, waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak was van uwen val, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door uwe vermogende genade.
Onze l ader. â H ees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
314
8ste STATIE.
Jesus troost de weanende vrouwen.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. r. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost
hebt.
Zie mijne ziel, hoe de voor Jesus geplengde tranen met zijne vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks 'weenen jerusalems vrouwen, of Jesus vertroost haar. Overweeg eens, dat zoo gij tot hiertoe van Hem nog geen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geen tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
G E B E D.
Beminnelijke Verlosser! al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken bedroefd te zijn, en des te meer beween ik ze, omdat zij oorzaak van uw lijden waren. Zoo dan de tranen dier bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o versmaad dan ook de mijne niet, opdat ik zoowel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
Ontfenn U onzer, Heer 1 ontferm U onzer.
flde STATIE.
Jesus valt ten derden male onder het Kruis.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
315
R. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost
hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier ten derden male gevallen Jesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken. Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar te zijn, cn uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem uit geheel uw hart:
G K B E D.
Goede Jesus ! het is al te waar, uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, omdat ik aan uwe genade zoo slecht beantwoordde ; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten ; dit echter kan ik niet zonder uwen bijstand. Help mij dan uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uwe genade te verliezen.
Onze l ader. â Wees rrerrroet, enz.
O 7
OiitJ'crm l onzer, Heer l 07itfcr/)i U onzer.
lOde STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg mijne ziel, hoe Jesus' maagdelijke zedigheid hier beleedigd werd, en hoeveel Hij hier leed in zijn smaak. Ach uwe onbeschaamdheid, uwe
316
zinnelijke kleeding, uwe ijdeihcid die u van uwe onschuld beroofden, rukten Jesus de kleederen van het lichaam; om uwe onmatigheid werd Hij in zijn smaak gekweld. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende :
G E B E D.
Lijdende Jesus! ik beween mijn ijdcl pogen om in de wereld vertooning te maken, ik verwensch mijne onwaardige begeerten, ik verfoei die gehechtheid aan deze wereld; geef dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove; dat ik mij nooit meer aan overdaad plichtig make, en door de eenvoudigheid mijner kleeding de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
Ontferm V onzer, Heer 1 ontferm U onzer,
llde STATIE.
Jesus wordt aan het Kruis genageld-
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
r. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide en afgematte Jesus aan het vloekhout geklonken. Ween hier bij de gedachte, dat uwe hartstochten en zinnelijkheid die nagelen waren, waarmede zijne handen en roeten doorboord werden; dat uw bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha
817
weergalmen deden. Ach smeek flem vergeving door te zeggen:
G K B E D.
Mijn gekruiste Jesus! duld, dat ik vol droef heid en leedwezen mijne zonden en ondankbaarheid in uwe doorboorde handen legge, niet om U opnieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid met U gekruist zijnde, voor altoos ophoude om in eeuwige trouw te veranderen.
Onze J ader. IVces Q'eproet, enz.
c\gt; â _gt; /
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
82de STATIE.
Jesus bidt voor zijne vijanden.
A'. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw mijne ziel, beschouw uwen aan het Kruis gehechten Jesus. Zie hoe treffend Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo schandelijk hoonde; en gij aarzelt nog vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u beleedigden ! En echter gij zijt het, die den Zoon van God niet slechts be'eedigd, maar zelfs gekruist hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoovele zonden , uwe stem tot Jesus en zeg Hem :
G E B E D.
Beminnelijke Zaligmaker! uwe stem, waarmede
318
Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naaste alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers bidden moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardnekkigheid, en maak het voornemen, om hun, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik eenmaal van U hooren moge : heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.
Onze Vader. â Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
13de STATIK.
Jtsus wordt van het Kruis genomen.
v. Wij aanbidden U Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jesus nog hebt beleedigd, zoo dikwerf gij Hem in het H. Sacrament met weinig godsvruchtquot; mogelijk wel op een heiligschennende wijze in uw hart ontvangen hebt en Hem zoodoende in uw
O
binnenste deed sterven. Ach , vraag Jesus hiervoor vergeving, bid Maria om hare voorspraak:
G E B K D.
Ja, mijn God ! het is waar, ik was ongevoelig genoeg om zulk een droevig schouwspel te
BI 9
veroorzaken, dewijl ik zoo dikwerf uwe heilige tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en zonder genoegzame eerbied. Ach, dit berouwt mij en spoort mij tevens aan, om voortaan het Brood der Engelen zóó te ontvangen , dat het mij een onderpand worde der toekomende heerlijkheid.
Onze J ader. â Wees gegroet, enz.
Ontferm V onzer, lieer! ontferm U onzer.
l-tde STATIE.
Jesus wordt in het graf gelegd.
v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
R. Omdat Gij door uw II. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf; en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij daarin nedergelegd. Dan helaas! uw hart is voor uwen Jesus geen nieuw graf meer, daar gij de zonde daarin eerst eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe:
G K B E D.
Liefde mijner ziel! ik belijd het: mijn hart was tot hiertoe een door vele zonden en on-
volmaaktheden bezoedeld graf, maar vol schaamte en berouwquot; bid ik U : schep in mij een nieuw en zuiver h^rt, en geef dat ik het met den balsem van de gedachtenis aan uw lijden zalve, en met vele deugden vertiere. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf dat heerlijk en U welgevallig is. Amen.
Oz/ze Vader. â Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm l onzer.
SLUITGEBED.
Hartelijk dark zij U, o Heer, voor al uwe weldaden en inzonderheid voor die weldaad, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van hetaardsche losscheuren, mij in de geheimen van uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef goede Jesu?, dat zij ook aan die afgestorvene geloovigen voordeelig zij , voor welke ik die heb opgedragen â , en mochten deze de Aflaten niet noodig hebben , gewaardig Tj dan , ze aan die zielen toe te voegen , voor welke geen bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben; beschik er over gelijk het U behaagt.
821
Eindelijk verleen mij, dat ik uw heilig lijden bestendig in mijne gedachten hebbe, mijn wandel daarnaar regele en tot den l.iatsten adem mijns levens in de deucjd volharden mofP!. Amen.
O o
Hierna bidde men ter eere van de vijf H. Wonden vijfmaal: Onze Vader, enz., Wees gegroet, enz., en ook vijfmaal: Glorie zij den Vader, den Zoon en den II Geest. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en m de eeuwen der eeuwe7i. Amen. Kn daarna eenmaal: Onze Vader, enz., JVees gegroet, enz., met: Glorie zij den Vader, enz., tot de meening van Z. H. den Paus.
Stabat Mater dolorosa Juxta crucem lacrymosa, Dum pendebat Filius.
Naast het kruis met schreiende oogen Stond de moeder, diep bewogen,
Daar de Zoon te sterven hing,
Cujus animam gementem Contrislatam et dolentem Pentransivit gladius.
En haar door het zuchtend harte, Overstelpt van wee en smarte, t Zevenvoudig slachtzwaard ging. O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta Mater Unigeniti!
O hoe droef, hoe vol van rouwe
21
322
Was die zegenrijkstc vrouwe Om Gods Eengeboren Zoon.
Quae rnoerebat et dolebat Et tremebat cum videbat Nati poenas inclyti.
Ach, hoe streed zij 1 ach, hoe kreet z En wat folteringen leed zij Bij 't aanschouwen van dien hoon!
Quis est homo qui non fleret Christi Matrem si videret, In tanto supplicio ?
Wie, die hier niet schreien zoude, Die het grievend leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt?
Quis posset non contristari Piam Matrem contemplari Dolentem cum Filio? Wie kan zonder mee te weenen Christus' Moeder hooren stenen Daar zij met haar Zoon hier treurt? Pro peccatis suae gentis Vidit Jesum in tormentis Et fiagcllis subditum.
Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus 200 in pijnen En in wreede geeselstraf,
Vidit suum dulcem natum Morientem desolatum, Dum emisit spiritum.
Zag haar lieven Zoon zoo lijden, Heel alleen den doodkamp strijden, Tot Hij zijnen geest hergaf.
Eja Mater, fous amoris, Me sentire vim doloris Fac, ut tecum lugeam. Geef, o Moeder! bron van liefde, Dat ik voele wat u griefde.
Dat ik met u medeklaag;
Fac ut ardeat cor meum In amando Christum Deum Ut sibi complaceam. Dat mij 't hart ontgloei van binnen In mijn Heer en Grod te minnen, Dat ik Hem alleen behaag.
Sancta Mater istud agas, Crucifixi fige plagas Cordi meo valide.
Heil'ge Moeder, wil mij hooren Met de wonden mij doorboren, Die Hij aan het kruishout leed. Tui nati vulnerati. Tam dignati pro me pati Foenas mccum divide. Ach, dat ik de pijn gevoelde, Die uw lieven Zoon doorwoelde. Toen Hij stervend voor mij streed.
Fac me vere tecum liere, Crucifixo condolere
Donee ego vixero.
Mocht ik klagen al mijn dagen En zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervenssmart.
Juxta crucem tecum stare, Te libenter sociare In planctu desidero.
Met u onder 't kruis te weenen Met uw rouwe mij vereenen, Dat verlangt mijn weenend hart.
Virgo virginum praeclara,
Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere.
Maagd der maagden! nooit volprezen. Wil mij nu niet tegen wezen.
Laat mij treuren aan uw zij';
Fac ut portem Christi mortem, Fassionis fac consortem Et plagas recolere.
Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen.
Laat mij sterven zooals Hij.
Fac me plagis vulnerari,
Cruce hac inebriari Ob amorem Filii.
Laat mij, in zijn kruis verslonden.
Laat zijn wonden mij doorwonden Om de liefde van uw Zoon.
Inflammatus et accensus
Per te virgo! sim defensus In die judicii.
Dan in wederliefde ontstoken, Worde ik. door u voorgesproken, Moeder! voor zijn rechterstroon.
Fac me cruce custodiri, Morte Christi praemuniri Confoveri gratia.
Maak dat mij het kruis beware. Dat dan Christus' dood mij spare, Dat Hij mij gena bewijz'.
Quando corpus morietur Fac, ut animae donetur Paradisi gloria. Amen. En als quot;t ;ichaam eens zal sterven Doe mij dan de glorie erven Van het hemelsch Paradijs.
X HST IIHE O quot;CJ ID.
Blabz.
Oefening om liet allerheiligst lijden onzes Heereu
Jesus Christus wel te overwegen ... 1 Oefening van voorbereiding tot de overweging . 8 DAG.
I. Jesus neemt afscheid van zijne allerheiligste Moeder .... 10 II. Onderwerping van Jesus en Maria aan
den goddelijken wil ... 15
III. Verraad van Judas .... 19
IV. Jesus door Judas verkocht ... 24 V. Jesus bidt in den Hof der Olijven . 28
VI. Jesus zweet water en bloed bij zijn
doodstrijd in den Hof der Olijven . 33 VII. Judas geeft een kus aan Jesus . . 37 VIII. Jesus wordt door de soldaten gevangen
genomen en gebonden ... 42 IX. Jesus wordt voor den Hoogepriester
Annas gebracht .... 46 X. Jesus ontvangt een kaakslag . . 51
XI. Jesus wordt naar het gerechtshof van
Caïphas gezonden . quot;. . . 56
XII. Jesus wordt door Petrus verloochend . 61 XIII. Jesus wordt in het huis van Caïphas
schandelijk bespot en mishandeld. . 66
|
i n h o u d. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i n h o u d.
DAG. Bladz.
XXXIV. Jesus zegt: Vader, in uwe handen
beveel ih mijnen geest.quot; . . â 1~S
XXXV. Dorst van Jesus aau het kruis . . 180
XXXVI. Vervolg van hetzelfde onderwerp. . 184
XXXVII. Jesus sterft aan het kruis . . . 188 XXXVIII. Jesus is gehoorzaam tot den dood toe. 192
XXXIX De zijde van Jesus wordt met eene
lans doorstoken .... 196 XL. Van de liefde van onzen Heer Jesus
Christus......198
Gebeden onder de H. Mis ..... 204
Biecht-Oefeningen.......228
Gebed na de Biecht.......234
Communie-Gebeden ....... 286
Litanie van den Zondag......246
Litanie van den H. Geest ..... 250
Litanie van de geloovige zielen.....255
Litanie van den H. Xaam Jesus .... 261
Litanie van de II.II. Engelen. .... 265
Litanie van den H. Joseph.....269
Litanie van het H. Sacrament. . . . .274
Litanie van het Lijden......278
Litanie van het II. Hart van Jesus. . . . 283
Litanie van de H. Maagd......287
Litanie van het H. Hart van Maria . . . 291
Litanie van den H. Antcnius.....295
Litanie van de H. Barbara ..... 299
Gebeden onder het Lof ...... 302
Kruisweg-Oefening.......^06
,.Stabat materquot; (latijn en hollandsch) . . .321