ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

HET GULDENBOEKJE.

EENIGE BIZONDERHEDEN

Ü1T

DEN BIJBEL

EN UIT

DE KERKELIJKE GESCHIEDENIS,

ten dienste der Nederl. Herv. (Geref.) Kerk. Door een Predikant.

it w

[tïï' f lt;;,C'

1

5e TOT 9e DUIZEND.

■

i-

J. H. KNIERÜM,

GORINCHEM. 1895.

iiiiiiiniiiiiiimuiiiiiiiiiiiiiiiiiiiinmiiiiiiiiiiiiiiiminiiiiiiiiiiiiiiiiiiini

Prijs 5 ceut, 50 ex. ƒ 2.25, 100 ex. ƒ 4 —

S S

!

T

iv.

ocr page 4

^CmoHoo^

'Bo.ekha.idd

Straat ö

ocr page 5

IET GrïïLDENBOEKJE.

EENIGE BIZONDERHEDEN

uit

JDJEHST BltTBEX-.

en uit

DE KERKELIJKE GESCHIEDENIS,

Ten dienste der Nederl. Herv. (Geref.) kerk.

Door een Predikant.

6e TOT 9e DUIZEND.

J. H. KNIEEÜM, Goeinchem, 1 8 9 5.

ocr page 6

DE BIJBEL.

Lees mij vrij zevenmaal,

Ja, zeventig maal zeven! Nog vat uw brein 't niet al,

Wat in mij is geschreven. , Hoe meer gij in mij zoekt,

Hoe meer gij in mij vindt; Hoe meer gij in mij leest, Hoe meer gij mij bemint.

—

*

V

ocr page 7

INHOUD.

Blad/

Gods eigenschappen.............4

De boeken van den Bijbel...........4

De apocrypha boeken.............6

De zes scheppingsdagen............6

De twaalf zonen van Jacob...........6

De twaalf Stammen Israels...........7

De tien plagen in Egypte...........7

De Wet des Heeren.............7

De Tabernakel...............9

De drie soorten van wetten..........10

Israëlitische feesten en andere heilige tijden.....10

De zes Vrijsteden..............12

De namen der Rich teren . ..........12

Profeten.................12

Eenige profetiën aangaande Jezus. ........ 12

De drie ambten van Christus..........13

De twaalf Jongeren des Heeren.........13

De Zaligsprekingen.............14

Het Onze Vader..............14

Eenige gelijkenissen des Heeren.........15

Eenige wonderen des Heeren..........16

De zeven kruiswoorden............17

De verschijningen van den verrezen Heiland.....17

De twee staten des Heeren...........18

Aanwijzing van eenige voorname zaken uit O. en N. Testament. . . ................

De Sacramenten..............20

De Geloofsartikelen.............21

De Christelijke feesten............23

De Formulieren van Eenigheid.........23

Wat den mensch noodig is tot zaligheid......23

De apostolische zegenbede...........33

.

W A 33

ocr page 8

6

DE APOCRYPHE BOEKEN.

Het Ille boek van Ezra.

Het IVe boek van Ezka.

Hot boek Tobia.

Het boek Judith.

Het boek der wijsheid.

Ecclesiasticus, Jezus Sirach.

Het boek Baruch, met den zendbrief van Jeremia. Het aanhangsel aan Esther.

Eenige aanhangselen aan Daniël, n. 1.

Het gebed van Azarja ; en

Het gezang der drie Mannen in den gloeienden oven; De Historie van Susanna ; en van Bel en den Draak.

Het gebed van Manasse.

Ie boek der Makkabeën.

He boek der Makkabeën.

Ille boek der Makkabeën.

DE ZES SCHEPPINGSDAGEN.

Op den eersten dag schiep God het licht.

Op den tweeden dag schiep God het uitspansel. Op den derden dag maakte God scheiding tusschen

water en land, en schiep Hij gras, kruid en hoornen. Op den vierden dag schiep God zon, maan en sterren. Op den vijfden dag schiep God visschen en vogels. Op den zesden dag schiep God de dieren, die op het land leven, en den mensch.

DE TWAALF ZONEN VAN JAKOB.

Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Zebulon, Dan, Naftali, Gad, Aser, Jozef en Benjamin.

ocr page 9

DE TWAALF STAMMEN ISRAËLS.

Aan deze zijde van den Jordaan:

Simeon, Juda, Benjamin, Dan, Ephraïm, de halve stam van Manasse, Issaschar, Zebulon, Aser en Naftali.

Aan gene zijde van den Jordaan:

Ruben, Grad, en de andere helft van den stam van Manasse.

De stam van Levi had geen erfdeel in Israël; dat was de priesterstam; (het geslacht van Aaron was 't priesterlijk geslacht; de overigen waren de Levieten.)

DE TIEN PLAGEN IN EGYPTE.

Het water in bloed veranderd. Een groote menigte vorschen.

- Het stof werd luizen.

, Allerlei ongedierte.

Zware pest onder 't vee.

Booze zweren.

Het land door hagel vernield. a Sprinkhanen.

Dikke duisternis (drie dagen). Het sterven der eerstgeborenen.

DE WET DES HEEREN.

Ik ben de Heekb uw God, die u uit Egypteland, uit den diensthuize, uitgeleid heb.

Het eerste gebod.

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

ocr page 10

Het tweede gebod Gij zult u geen gesneden beeld noch eenige gelijkenis maken van hetgene, dat boven in den hemel is, noch van hetgene, dat onder op de aarde is, noch van hetgene, dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen noch hen dienen; want Ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoeke aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten, en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.

Het derde gebod.

Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die zijnen Naam ijdellijk gebruikt.

Het vierde gebod.

Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uws Gods : dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in zes dagen heeft de . Heere den hemel en de aarde gemaakt en de zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage: daarom zegende de Heere den Sabbatdag, en heiligde denzelve.

Het vijfde gebod.

Eert uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere , uw God, geeft.

ocr page 11

Het zesde gehod.

Gij zult niet doodslaan.

Het zevende gehod.

Gij zult niet echtbreken.

Het achtste gehod.

Gij zult niet stelen.

Het negende gehod.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Het tiende gebod.

Gij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.

DE TABERNAKEL.

De tabernakel is vervaardigd door Bezaleël en Aholiab, naar de beschrijving van God gegeven door den dienst van Mozes.

Br waren 2 vertrekken in: het Heilige, en het Heilige der Heiligen; het Voorhof omringde den tabernakel.

In het Voorhof waren deze gereedschappen: het Brandofferaltaar en het koperen Waschvat.

In het Heilige deze: De Tafel der toonbrooden, de gouden Kandelaar, en het gouden Reukaltaar.

In het Heilige der Heiligen alleen dit: n. 1. de Arke des Verbonds, (welker deksel het verzoendeksel was.)

ocr page 12

8

Het tweede gebod Gij zult u geen gesneden beeld noch eenige gelijkenis maken van hetgene, dat boven in den hemel is, noch van hetgene, dat onder op de aarde is, noch van hetgene, dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen noch hen dienen: want Ik, de Heeee uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoeke aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten, en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.

Het derde gehod.

Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die zijnen Kaam ijdellijk gebruikt.

Het vierde gehod.

Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uws Gods: dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt en de zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage: daarom zegende de Heere den Sabbatdag, en heiligde denzelve.

Het vijfde gehod.

Eert uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere, uw God, geeft.

ocr page 13

9

Het zesde gebod.

Gij zult niet doodslaan.

Het zevende gebod.

Gij zult niet echtbreken.

Het achtste gehad.

Gij zult niet stelen.

Het negende gebod.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Het tiende gebod.

Gij zult niet begeereh uws naasten huis; gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.

DE TABERNAKEL.

De tabernakel is vervaardigd door Bezaleël en Aholiab, naar de beschrijving van God gegeven door den dienst van Mozes.

Er waren 2 vertrekken in: het Heilige, en het Heilige der Heiligen; het Voorhof omringde den tabernakel.

In het Voorhof waren deze gereedschappen: het Brandofferaltaar en het koperen Waschvat.

In het Heilige deze: De Tafel der toonbrooden, de gouden Kandelaar, en het gouden Reukaltaar.

In het Heilige der Heiligen alleen dit: n. I. de Arke des Verbonds, (welker deksel het verzoendeksel was.)

ocr page 14

10

DE DRIE SOORTEN VAN WETTEN.

De burgerlijke of politieke wetten; naar deze werd het volk Israël in zijn land burgerlijk geregeerd.

De ceremoniëele wetten; deze hadden een schaduw van Christus.

De heiligheidswet, ook wel de moreele of zedelijke wet genaamd; deze is de wet der tien geboden.

DE ISRAËLITISCHE FEESTEN EN ANDERE HEILIGE TIJDEN.

De Israëlieten hebben 3 jaarlijksche feesten, het Paaschfeest, het Pinksterfeest en het Loofhuttenfeest.

Het Paaschfeest, of feest der ongehevelde brooden, ter gedachtenis aan den uittocht uit Egypte. Het werd gevierd van 14—20 van de maand Nizan, die met het laatst van Maart en het begin van April overeenkomt.

Het Pinksterfeest of het feest der weken. Het werd gevierd zeven weken of vijftig dagen na Paschen. Dit feest werd ook het feest des oogstes of der eerstelingen genoemd, omdat het op het einde van den tarweoogst inviel, waarvan de eerstelingen moesten geofferd worden. Later herdacht men op dit feest, de wetgeving op Sinaï.

Het Loofhuttenfeest of het feest der inzameling, ter gedachtenis aan de loofhutten, tijdens de veertigjarige omzwerving in de woestijn.

Het feest begon op den 14den van de maand Tischri en duurde zeven dagen, gedurende welken tijd men in loofhutten moest wonen. Dit feest werd tevens

ocr page 15

13

Als Profeet. Deut. 18 : 15 (Hand. 7 : 37, Hebr. 1:1.) Als Hoogepriester. Pé. 110:4 (Hebr. 7:20-28): Als Koning. Ps. 110 ; 1, Jez. 9 : 5-6 (Joh. 18 : 36-37). Uit eene maagd. Jez. 7 : 14c (Matth. 1 : 23, Luk. 2 : 5). Uit het geslacht van David. Jer. 23 :5 (Matth. 1, Luk. 2 :4).

Te Bethlehem. Micha 5:1 (Matth. 2:4-10).

Als de tweede tempel nog stond. Hag. 2:10 (Luk. 2: 27). Aangaande Zijn lijden en sterven. Jez. 53. Aangaande den voorlooper van Jezus. Mal. 3:1, Jez. 40 : 3.

DE DRIE AMBTEN VAN CHRISTUS.

Het Profetisch ambt.

Het Hoogepriesterlijk ambt.

Het Koninklijk ambt.

(Als Profeet heeft Hij verkondigd, wat tot onze zaligheid van noode is.

Als Hoogepriester heeft Hij verworven wat tot. onze zaligheid van noode is.

Als Koning schenkt Hij ons wat tot onze zaligheid van noode is.)

DE TWAALF JONGEREN VAN JEZUS.

Simon Petrus en Andreas; Jakobus en Johannes; Philippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs; Jakobus, de zoon van Alfeüs en Judas of Thaddeüs; Simon Zelotes en Judas Iskariot.

ocr page 16

14

DE ZALIGSPREKINGEN.

Matth. 5 : 3—12.

Zalig zijn de armen van geest; want hunner is hef koninkrijk der hemelen.

Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid ; want zij zullen verzadigd worden.

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijt gij, als u de menschen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om mijnentwil. Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzoo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zjjn.

HET ONZE VADER.

Onze Vader, die in de hemelen zijt!

Uw Naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

ocr page 17

11

gevierd als eene dankbetuiging aan God, voor den vruchtenoogst, en de wijnlezing.

Behalve deze drie groote feesten, hadden de joden nog andere heilige tijden.

1. Het Sabbatsjaar, dat om de zeven jaar plaats had. Dit jaar was een rusttijd en heette daarom Rust- of Sabbatsjaar, in welk jaar de grond onbebouwd bleef liggen; wat van zelf groeide was voor de armen.

2. Het Jubeljaar of Vrijjaar.

Dit jaar volgde op het Zevende Sabbatsjaar en had dus om de vijftig jaar plaats. In dit Jubel- of Vrijjaar had een algemeene vrijlating van slaven en gevangenen plaats en werden alle schulden kwijtgescholden.

Ook werden de landerijen en eigendommen opnieuw gekocht en verpand.

Dit feest werd aangekondigd met bazuingeschal door het geheele land op den avond van den Grooten Verzoendag.

3. De Groote Verzoendag had plaats op den 19den van de maand Tischri, ongeveer in 't laatst van September en begin van October. Het was een volkomen Rust- en Vastendag. De Hoogepriester ging dan in het Heilige der Heiligen, om verzoening te doen voor de zonden des ganschen volks.

4. Het Nieuwemaanfeest werd iedere maand met gebeden en offers gevierd, en

5. Het Purimfeest werd later ingesteld ter gedachtenis aan de ontheffing van de volksramp, die door Haman bij den Koning Ahasvéros bereid was, doch door de Koningin Esther werd verijdeld.

ocr page 18

12

DE ZES VRIJSTEDEN.

Aan deze zijde van den Jordaan:

Kedes, Sichem, Hebron. In het Overjordaansche:

Bezer, Golan, Ramoth.

DE NAMEN DER RICHTEREN.

1. Othniël.

2. Ehud.

3. Samgar.

4. Debora (eene vrouw).

5. Gideon.

6. ïhola.

7. Jaïr.

8. Jeftha.

9. Ebzan.

10. Elon.

11. Abdon.

12. Sirason.

13. Eli.

14. Samuël.


PROFETEN.

Behalve de groote en 12 kleine Profeten leest men ook van de volgende: Nathan, Gad, Abia, Jehu, Azaria, Elia, Eliza, Nehemia, Ezra. Ook zijn er valsche profeten geweest, o. a. Zedekia, iManasse, Hananja, Semaja, Jezabel en vele anderen, niet met name genoemd , b.v. Jer. 2 : 8.

EENIGE PROFETIEN AANGAANDE JEZUS.

Aangaande Jezus' geboorte vindt men in den Bijbel voorspeld, dat de Messias zou geboren worden: Uit het menschlijk geslacht Gen. 3:15 (Gal. 4:4). Uit het zaad van Abraham. Gen. 12:3, Gen. 22 : 18. Uit het zaad van Izaak. Gen. 26 :4.

Ten tijde als de schepter van Juda nog bestond. Gen. 49 : 10.

ocr page 19

15

Greef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

EENIGE GELIJKENISSEN DES HEEREN.

De wijze en de dwaze bouwmeester (Matth. 7 :24—27; Luk. 6 : 47—49).

De oude lap op het nieuwe kleed (Matth, 9:16, 17, Mare. 2:21,22).

De nieuwe wijn in oude zakken (Luk. 5 :36—39). De zaaier (Matth. 13:1—9,18—23; Mare.4:3—9, 14—20; Luk. 8:4—15).

Het onkruid tusschen de tarwe (Matth. 13:24—30; 36—43).

* Het mosterdzaad (Matth. 13:31, 32; Mare. 4:30—32; Luc. 13 : 18, 19).

Het zuurdeeg (Matth. 13:33; Luk. 13:20, 21). De schat in den akker (Matth. 13 : 44).

De parel van groote waarde (Matth. 13 :45 en 46). Het vischnet (Matth. 13 : 47—50).

Het verloren schaap (Matth. 18:12, 13; Luk. 15 :1-7). De onbarmhartige dienstknecht (Matth. 18 :23-35). De arbeiders in den wijngaard (Matth. 20:1 — 13). De twee zonen (Matth. 21 : 28 — 32).

De goddelooze wijngaardeniers (Matth. 21 : 33—46, Mare. 12:1—12; Luk. 20:9—19).

Het koninklijke bruiloftsmaal (Matth. 22: 1—14).

ocr page 20

16

De getrouwe en verstandige knecht (Mattli. 24:42-51; Luk. 12:25—48).

De wijze en de dwaze maagden (Matth. 25 ; 1 —13). De talenten (Matth. 25: 14—30).

Het opschietend zaad (Mare. 4 : 26—29).

De twee schuldenaars (Luk. 7 ; 41—43). De barmhartige Samaritaan (Luk, 10 : 25—37). De rijke dwaas (Luk. 12 : 13—21). De onvruchtbare vijgeboom (Luk. 13 : 6—9). Het groote avondmaal (Luk. 14 : 16—24). De verloren penning (Luk. 15:10).

D^ verloren zoon (Luk. 15:11—32). De onrechtvaardige rentmeester (Luk. 16:1—13). De rijke man en Lazarus (Luk. 16:19—31). De dienstknecht, die geen aanspraak heeft boven zijn loon (Luk. 17:7—10).

De onrechtvaardige rechter (Luk. 18:1 — 8). De farizeër en de tollenaar (Luk. 18 : 10—14). De tien ponden (Luk. 19 :11—27).

EENIGE WONDEREN DES HEEREN.

Verandering van water in wijn. Joh. 2 : 1—11. Genezing van den knecht van den hoofdman te Kapernaüm. Luk. 7 : 2—10.

Genezing van den kranke te Bethesda. Joh. 5 : 5. Genezing van de tien melaatschen. Luk. 17 : 12—17. Genezing van den blindgeborene. Joh. 9,

Genezing van den blinden Bartimeüs. Luc. 18 : 35-43. Genezing van den geraakte. Matth. 9 : 1—7. Genezing van de dochter der Kananeesche vrouw. Matth. 15 : 22—28.

ocr page 21

17

Opwekking van het dochtertje van Jaïrus. Luk. 8 : 41—56.

Opwekking van den jongeling te Naïn. Luk. 7:11-16. Opwekking van Lazarus. Joh. 11 : 1—44. Wonderbare Spijziging. Matth. 14 : 15—21. Wonderbare vischvangst. Luk. 5 : 1—7. Het wandelen op zee. Matth 14 : 22—33. Het stillen van den storm op zee. Matth. 8 : 23—26. De verdorring van den vijgeboom. Matth. 21 : 18, 19.

DE ZEVEN KRUISWOORDEN.

Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.

Voorwaar, zeg ik u, heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

(Tot Maria:) Yrouw, zie uw zoon; (en tot Johannes:) Zoon, zie uwe moeder.

Mijn God, mijn God! waarom hebt gij mij verlaten?

Mij dorst!

Het is volbracht.

Vader! in uwe handen beveel ik mijnen geest.

DE VERSCHIJNINGEN VAN DEN VERREZEN HEILAND.

Aan Maria Magdalena;

„ de vrouwen ;

„ Simon Petrus;

„ de beide Emmaüsgangers; „ de 10 discipelen (zonder Thomas); „ de 11 discipelen;

ocr page 22

18

Aan de 7 discipelen bij de zee van Tiberias; „ de 11 discipelen op eenen berg in Galilea „ 500 broeders op eenmaal;

„ Jacobus;

„ de 11 discipelen op den Olijfberg.

DE TWEE STATEN VAN CHRISTUS.

De staat der vernedering:

Zijne nederige geboorte,

Zijn lijden,

Zijn sterven.

Zijne begrafenis.

De staat der verhooging:

Zijne opstanding,

Zijne hemelvaart.

Zijne zitting ter rechterhand Gods, Zijne wederkomst ten oordeel.

AANWIJZING VAN EENIGE VOORNAME ZAKEN UIT 0. EN N. TESTAMENT.

De schepping. Gen. 1 en 2.

De zondeval van Adam en Eva. Gen. 3. De Zondvloed. Gen. 6 en 7.

Gods verbond met Abraham. Gen. 17.

Sodom en Gomorra. Gen. 19.

Abrahams offer. Gen. 22.

Geschiedenis van Jozef. Gen. 37 tot 50. De 10 plagen in Egypte. Ex. 7 tot 12.

ocr page 23

19

Instelling van het Paaschfeest. Ex. 12,

Doortocht door de Eoode zee. Ex. 14 en 15. Wetgeving op Sinaï. Ex. 19 en 20.

Plechtige oprichting des Ouden Verbonds tusschen God en Zijn volk Israël. Ex 24.

Het gouden kalf. Ex. '62.

Bileam. Num. 22 tot 24.

Inneming van Jericho. Joz. 6.

Gideon. Richt. 6 tot 8.

David en Goliath I Sam. 17.

Naam an de Syriër. 11 Kon. 5.

Sadrach , Mesech en Abed-nego. Dan. 3.

Belsazar aan zijn maaltijd verschrikt. Dan. 5. Daniël in den leeuwenkuil. Dan. 6.

Jezus' geboorte. Luc. 2.

De wijzen uit het Oosten. Matth. 2.

De verzoeking in de woestijn. Matth. 4.

De verheerlijking op den berg. Matth 17.

Dc bergrede. Matth. 5 tot 7.

Jezus' gesprek met Nicodemus. Joh. 3.

n „ „ de Samaritaansche vrouw. Joh. 4.

, „ „ Zacheus. Luk. 19.

De oprichting des Nieuwen Testaments. Luk. 22 ; 20. Het hoogepriesterlijk gebed. Joh. 17. De geschiedenis van Jezus' lijden. Matth. 26 en 27 , Mare. 14 en 15, Luc. 22 en 23, Joh. 18 en 19.

Jezus' opstanding. Matth. 28, Mare. 16, Luk. 24, Joh. 20.

Het Pinksterfeest. Hand. 2.

Annanias en Saffira. Hand. 5.

ocr page 24

20

Stephanus. Hand. 6 en 7. De bekeering van Paulus. Hand. 9.

DE TWEE SACRAMENTEN.

De Heilige Doop.

Het Heilig Avondmaal des Heeren.

Heid. Kat. Vr. 69.

Hoe wordt gij in -den heiligen Doop vermaand en /lt;•'xeVoH dat de eenige offerande van Christus, aan V.■ chied, u ten goede komt?

A.lzoo, dat Christus dit inwendige water-oad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zoo zekerlijk met Zijn bloed en Geest van de onreinheid mijner ziele, dat is van al mijne zonden, gewasschen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewasschen ben.

Heid. Kat. Vr. 75.

Hoe wordt gij in het heilige Nachtmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de eenige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt?

Antw. AIzoo, dat Christus mij en allen geloo-vigen tot zijne gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daartoe ook beloofd: eerstelijk, dat Zijn lichaam zoo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de oogen zie, dat het brood des Heeren mij gebroken en den drinkbeker mij medegedeeld wordt; en ten

ocr page 25

21

andere, dat Hij zelf mijne ziel met Zijn gekruiste lichaam en vergoten bloed zoo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en den drinkbeker des Heeren (als zekere waarteekenen des lichaama en bloeds Christi) uit des dienaars hand ontvange en mondelijk geniete.

DE GELOOFSARTIKELEN.

Ik geloof in God den Vader, den almachtigen Schepper des hemels en der aarde;

En in Jezus Christus, Zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heere; die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de dooden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders; vanwaar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

Ik geloof in den Heiligen Geest.

Ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk; de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleesches; en een eeuwig leven.

Deze artikelen worden verdeeld in drie deelen:

Het eerste is van God den Vader en onze schepping.

Het andere van God den Zoon en onze verlossing.

Het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking, (Heid. Kat. 24e vraag).

ocr page 26

22

DE CHRISTELIJKE FEESTDAGEN.

Kerstfeest (25 en 26 Dec), Jezus' Geboorte; (vóór dit feest gaat de zoogenaamde advent.)

Goede Vrijdag (Vrijdag vóór Paschen), Jezus' dood en begrafenis; (vóór dezen dag heeft men de zgn. lijdensweken).

Paaschfeest, Jezus' opstanding.

■:tmelvaartsdag (40 dagen na Paschen), Jezus' hemelvaart.

' nksterfeest (50 dagen na Paschen), uitstorting des H. Geestes,

DE DRIE FORMULIEREN VAN EENIGHEID

onzer Nederl. Hervormde, of: Gereformeerde Kerk, zijn :

1°. De belijdenis des Geloofa (XXXVII Artikelen).

2°. De Heidelbergsche Katechismus.

3°. De vijf artikelen tegen de Remonstranten.

WAT DEN MENSCH NOODIG IS TOT ZIJNE ZALIGHEID.

Heid. Kat. Vr. 2.

Hoe vele stukken zijn u noodig te weten, opdat gij in dezen troost (n. 1. Jezus Christus eigen te zijn), zalig leven en sterven moogt?

Antw. Drie stukken.

ocr page 27

23

Ten eerste: hoe groot mijne zonde en ellende zij. Ten andere: hoe ik van al mijne zonde en ellende verlost worde.

En ten derde: hoe ik Gode voor zulke verlossing zal dankbaar zijn.

DE APOSTOLISCHE ZEGENBEDE.

(TI Cor. 13:13).

De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde Gods ,

en de gemeenschap des Heiligen Geestes , zij met u allen! Amen.

j BiBüOÏHiBC I N£D. HERV. KE^K

-ii, i ii « i in.j.. ■

I

ocr page 28
ocr page 29

BIBLIOTHEEK NED. HERV. KERK

ocr page 30

J. H. KkIERUM te ÖOEINCHEM GEEFT UIT:

J. P. HASEBROEK.

Leer ons bidden! 2e Druk.

Prijs get. f 1.25 ing. 90 cents.

NEWMANN HALL,

K o m t t o t Jezus! 24:6 duizend. Volgt Jezus. • 2e „

Vreest niet, ik ben het! '16e „

Prijs 30 cents. 25 ex. pesorteord / 6 -

LEESBOEK OVER DE BIJBELSCHE GESCHIEDENISSEN

voor catechisatiën en hïmgezinnen.

DERDE OP NIEUW BEWERKTE DRUK.

Prijs 75 cents.

IS A a € PRINS,

Onderwijs in de Bijbelsclie Geschiedenis voor eerstbe^innendeu verkort, 42e druk. 12quot;' ct.

Onderwijs in de Bijbelsche Geschiedenis voor eenigszins gevorderden, 44e druk. Prijs 20 ets.

Onderwij» in de Bijbeische Geschiedenis voor meergevorden, 21e druk. Prijs 30 ets.

J. BOUWMEESTER,

De Schatkamer. 2e Druk.

Practiscli leesboek voor de hoogste klasse der lagere Soliool, Herhalingsondenvijs, voor het huisgezin en Bibliotheken.

P r ij s 40 cent s.

ocr page 31
ocr page 32