ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6
ocr page 7

J5

GAAT TOT

WJTilüSra

'yagt;

NIEUW

VOLLEDIG GEBEDENBOEKJE

L'ER EERE VAN DIEN

Grooten Wonderwerker.

DOOR

A. IH. ».

Kerkelijk goedgekend RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

1605 7030

VJT. j

Markt A 14, 's-Bosch. 1 8 86.

ocr page 8
ocr page 9

Voorrede.

I^J.tcgeiistaaiidc reeds menige pen tot lof van den H. Antomus van Padua heeft bijgedragen, kan er nochtans niet genoeg geijverd worden, om de liefde tot, en het vertrouwen op den Heilige, die voortdurend in de Kerk Gods door schitterende wonderen uitblinkt, aan te wakkeren.

Een korte levensbeschrijving des heiligen, eenige der ontelbare wonderen, welke door zijne voorspraak geschied, en aan authentieke bronnen zijn ontleend, benevens vele gebeden, hem ter eere, vormen dit werkje tot een stichtend gebedenboekje voor kerk en huis.

Al a get gij, waarde lezer, uit dit

ocr page 10

— 4 —

weinige rijken zegen putten voor lichaam en ziel.

Alles tot meerdere eer van God en Zijnen trouwen dienaar, den H. Antonius van Padua.

Bij de heiligverklaring schreef Paus Gregorius IX: i.De H. Anto-imius, die thans in den Hemel woont, »is op aarde verheerlijkt door vele ^wonderen, welke dagelijks bij zijn 'quot;graf geschieden, en wier echtheid ygt;door geloofwaardige getuigen is ^bevestigd.quot;

DE SCHRIJVER,

ocr page 11

voor •

I

God 'i I J.

reef

HtO-Ollt,

KORTE LEÏEÜSBESCHEIJÏINÖ

■tjn

na' VAN DEN

quot; H, ANT0N1US VAN PADUA.

R.

ocr page 12

. I

«p

1

t

ocr page 13

„De vrucht des gerechtigen is een hoorn des levens, en die harten inneemt is een wijze.'*

Spreuken v. Salom. XI, 30,

De H. ANTONIUS werd in het jaar 1195 te Lissabon, de hoofdstad van Portugal, uit een adelijk geslacht geboren en ontving in het doopsel den naam van Ferdinand. Zijn vader, Martin van Bellones, was koninklijk rentmeester, en zijne moeder, eene godvreezende vrouw, met name Maria, stamde af van het oud aanzienlijk geslacht Trevera. Beiden stelden meer prijs op de deugd dan op hunnen adel; daarom streefden zij er met zorg naar, om hun zoon niet zoozeer eene adelijke, dan wel eene echte christelijke opvoeding te geven. Onder de leiding van eenige vrome domheeren der ka-

ocr page 14

— 8 —

thedraal, wijdde de godvruchtige jongeling zich aan de wetenschappen en maakte door vlijt zulke vorderingen in kennis en deugd, dat hij op den leeftijd van 15 jaren reeds het besluit nam, om de zuiverheid en den vrede zijns harten voor altijd te bewaren, aan de bedrlege-lijke genoegens der wereld te verzaken en zich te begeven tot de kloosterlijke eenzaamheid.

Met toestemming zijner ouders trad hij alzoo te Lissabon in het • klooster der Augustijnen en legde daar den grondslag tot zijn toekomstig heilig leven. Doch het talrijk bezoek zijner bloedverwanten verstrooiden zijn hart, dat altijd met God bezig was, zoozeer, dat hij zijnen overste verzocht, hem naar een eenzaam klooster te zenden.

Hij ging alzoo naar Coimbra in het klooster, het H. Kruis genaamd, waar hij 8 jaar lang in

ocr page 15

de grootste verborgenheid en strengste boetvaardigheid leefde. Zijn stil, zachtmoedig en vlekkeloos gedrag verwekte de bewondering van al zijne medebroeders en zijne verhevene deugden strekten het geheele klooster tot voorbeeld. Dag en nacht verdiepte hij zich in de gewijde wetenschappen, en bestudeerde voornamelijk de H. Schrift en de werken der kerkvaders, waardoor hij zich, zijne voortreffelijke geestesgaven in aanmerking genomen, tot den indrukwekkenden prediker vormde, die uit eigen overtuiging sprak, overal doordrong tot het mcnschelijk hart en op die wijze grooten zegen in de Kerk verspreidde. Door liefde tot het gebed en de grondige overweging der goddelijke waarheden, hield hij zijnen geest immer helder en opgebeurd, en bereikte aldus die verhevene volmaaktheid, waardoor hij schit-

ocr page 16

— 10 —

terde in de strenge orde van den H. Franciscus.

In het achtste jaar van Antonius' verblijf in het klooster te Coimbra, bracht Don Pedro, infant van Portugal , de lichamen der vijf eerste martelaren van de orde des H. Franciscus , kort te voren door de ongeloovigen te Marocco vermoord, naar Spanje over, en zette die te Coimbra in de kloosterkerk bij. Het aanschouwen dezer heilige reliquiën maakte op Antonius een zoo diepen indruk, dat hij in zijn binnenste een brandend verlangen voelde, om zijn bloed voor Jesus te vergieten. » Voor Uquot; sprak hij meermalen tot zichzelven, thecft dc Za-■bligmaker zijn leven en bloed op-hgeoffefd, en wat hebt gij tot dusverre Dvoor Hem gedaan ? O kon toch igt;ook ik een offer der liefde, een ^martelaar worden /quot; Daar het zielsverlangen, om bloedgetuige van

ocr page 17

Jesus te worden, voortdurend groo-ter werd en hij hiervoor geen beter gelegenheid meende te kunnen vinden, dan wanneer hij in de orde van den H. Franciscus trad; zoo wendde hij zich tot zijne oversten, teneinde hunne toestemming daarvoor te bekomen. Aanvankelijk maakten deze veel bezwaar, want zij wilden den alleszins bekwamen broeder niet gaarne missen. Als zij evenwel de roeping Gods erkenden, bewilligden zij zijn verzoek. Toen de heilige jongeling verlof vroeg, om het klooster, het H. Kruis, te mogen verlaten, en in de orde van den M. Franciscus te gaan, werden de reguliere domheeren daarover zeer droevig gestemd. Een hunner be^ spotte het plan van den heilige en zeide schertsend: igt;Ga, ga, Fcrdi-itnand, gij zult ongetwijfeld een hei-igt;lige worden.quot; — i-lin als dat ge-■sgt;beurt, wat zult gij dan zeggen squot;'

ocr page 18

antwoordde Ferdinand, Dzult gij dan tg een reden hebben, u daarover te ïv er heugen en God te loven ?quot;

Daarop trad hij een klein klooster binnen, dat de Franciscanen niet ver van Coimbra bezaten en vroeg, om opgenomen te worden. Nadat hij onder de broeders was aangenomen, werd hij in het jaar 1221 in de kapel, welke toegewijd was aan den H. Antonius den Kluizenaar, gekleed, en veranderde den naam Ferdinand, dien hij nog altijd gehouden had, in dien van Antonius, met het vaste besluit, om dezen heilige volmaakt na te volgen. Ee-nigen tijd leefde hij onder de zonen van den H. Franciscus in gebed en strenge versterving, als opnieuw in hem het verlangen ontwaakte, e^n martelaar des Christendoms te worden. Hij smeekte diensvolgens zijnen oversten , hem te veroorloven, om den Mooren in Afrika het Evan-

ocr page 19

— 13 —

gelie te gaan verkondigen, en als hij hunne toestemming had bekomen, ging hij scheep en landde aan de kust van Afrika. Nauwelijks echter was hij zijn apostolischen arbeid begonnen, of een zware ziekte overviel hem, welke zoo lang aanhield, dat hij besluiten moest, weder naar Spanje terug te keeren. De doodzieke missionaris aanvaardde derhalve de terugreis; doch het vaartuig, door tegenwind naar Sicilië gedreven, landde te Messina aan. De H. Antonius moest wegens zijne ziekte langen tijd in deze stad vertoeven, tot hij eindelijk vernam, dat de H. Franciscus van Assisië eene vergadering hield van zijne volgelingen, om de vorderingen na , te gaan, welke zij tot dusver op den weg der volmaaktheid gemaakt hadden.

Het verlangen, om den heiligen ordestichter te zien, was oorzaak,

ocr page 20

— 14 —

dat hij ziekte en zwakheid vérgat, en zich daarheen begaf. Hij aanschouwde den H. Franciscus en onderhield zich meermalen met hem, waardoor zalige vertroosting en levend vertrouwen zijn hart vervulde. Ook maakte de nederigheid van Franciscus en zijne innige liefde tot God zulk een indruk op hem, dat hij besloot, niet meer naar Spanje te gaan, maar in Italië en in de nabijheid van den H. Franciscus te blijven, om zijnen zaligen levenswandel nader te overwegen en den zijne daarnaar in te richten. Daar Antonius echter zeer zwak was, en tengevolge zijner ziekelijkheid een ellendig uitzicht had, bood hij zich te vergeefs bij de oversten der kloosters aan tot het nederigste en geringste werk; geen hunner wilde hem opnemen, dewijl men vreesde, dat hij het huis slechts tot last zou strekken, en- omdat hij ook zorg-

ocr page 21

vuldig zijne bekwaamheden en deugden verborg. Eindelijk ontfermde 'zich over hem een medelijdende guardiaan, Gratianus geheeten, die hem naar zijne provincie medenam, en hem bij Bologna, in de nabijheid des kloosters een enge cel tot verblijf aanwees.

Hier leefde Antonius, die niets vuriger wenschte dan voor de wereld onbekend te blijven, in groote verborgenheid, onderhield zich met God, voegde bij zijne overwegingen strenge verstervingen en harde werken van boetvaardigheid, verdroeg alle vernederingen met geduld en bewaarde zulk een diep stilzwijgen, dat hem nooit een woord ontging, waaruit men zijne kundigheden had kunnen opmaken. Aan een bijzonder toeval had men het te danken, dat de verborgen schat bij den heilige, werd ontdekt. In het jaar 1221 hielden de ordebroeders van den

ocr page 22

— 16 —

H. Franciscus met de naburige Dominicanen, wegens kloosterlijke aangelegenheden, te Forli eene vergadering, waarheen de guardiaan den H. Antonius ook medenam. Bij het begin der vergadering , verzocht men den Dominicanen, om als ge-noodigden, eerst eene redevoering te houden; deze echter verontschuldigden zich, dat zij daarop niet voorbereid waren. Nu behaagde het der goddelijke Voorzienigheid, dat de guardiaan den H. Antonius gelastte, den kansel te beklimmen en te spreken, volgens hetgeen de geest Gods hem zou ingeven. Hij gehoorzaamde ootmoedig en predikte met zooveel welsprekendheid, kracht en zalving, dat alle toehoorders verbaasd stonden. De H. Antonius was destijds 26 jaren oud en scheen van natuurswege en door de genade Gods bestemd tot het predikambt. Waardig en innemend, was

ocr page 23

zijn gelaat, hij bezat een sterke en welluidende stem, was zeer vast van geheugen en had zich de H. Schrift zoo eigen gemaakt, dat hij haar bij iedere gelegenheid zeer nauwkeurig toepaste en den waren zin der goddelijke uitspraken met bewonderenswaardige behendigheid en vol be-teekenis wist te ontwikkelen. Ofschoon de heilige geheel zijne jeugd in Portugal had doorgebracht, en zich daar nooit op de studie der talen had toegelegd, predikte hij desniettemin met evenveel gemak in het Italiaansch en Fransch, alsof hij van kindsbeen af daarin was opgevoed.

Voortdurend bewerkte God wonderen ten gunste van diegenen, welke zijne preeken bijwoonden, of die wilden bijwonen. Eene vrouw kon van haren man, die een woestaard was, geene vergunning bekomen, om Antonius te gaan hooren. Zij

ocr page 24

begaf zich daarom naar eene kamer, op de bovenste verdieping van haar huis, plaatste zich aan het venster en hoorde daar de preek zoo duidelijk, alsof zij op de plaats geweest was, waar Antonius sprak, ofschoon zij een uur ver daarvan verwijderd was. Zij maakte haren man dit bekend, en deze onderzocht zelf de waarheid van dit wonder, bekeerde zich en was voortaan buitengewoon ijverig in het aanhooren van Gods woord uit den mond des heiligen.

Een andere vrouw liet, ^om de preek niet te verzuimen, haar kind zonder toezicht alleen te huis. Terwijl zij den heiligen prediker aanhoorde, viel door een treurig ongeval het kind in een ketel kokend water, waarin het natuurlijkerwijze aanstonds had moeten omkomen; maar God, die allen beschermt, welke zijne dienaren liefhebben, bewaarde het kind daarin ongedeerd, en de moeder vond

ocr page 25

het bij hare terugkomst spelend in dit schrikkelijk bad, alsof het zich op een genoegelijke plaats bevond.

Een derde vrouw vond, toen zij van de preek huiswaarts keerde, haar kind dood in de wieg. Aanstonds liep zij tot den heiligen prediker en smeekte hem om hulp. Hij sprak tot haar de woorden, welke de Heer in het Evangelie tot den koninklijken hoofdman zeide, toen deze Hem om de genezing zijns zoons smeekte: »Ga, uw zoon leeft!quot; op hetzelfde oogenblik ondervond zij de waarheid zijner woorden, want toen zij tehuis kwam, vond zij haar kind reeds te been en spelend met andere kinderen van zijne jaren.

Toen de H. Franciscus van de voortreffelijke eigenschappen en kundigheden van Antonius hoorde gewagen, zond hij hem naar Vercelli, om zich in de godgeleerdheid nog meer te bekwamen. Antonius trad

ocr page 26

— 20 — quot;

inderdaad met veel vrucht op als leeraar in de godgeleerdheid te Bologna, Toulouse, Montpellier en Padua, toen hij benoemd werd tot guardiaan te Limoges. Eindelijk werd hij priester gewijd en aangewezen, om in verschillende provinciën boetpredikatiën te houden. Weldra werden zijn redenaarstalent en deugden alom vermaard, en men noemde hem niet anders meer dan den Heilige.

Zonder aanzien van persoon trad de H. Antonius op voor machtigen en eenvoudigen, predikte met kracht Jesus den gekruisigde en bestreed kloekmoedig ongeloof en misdaad. Deze ijver en onverschrokkenheid brachten hem menigmaal in levensgevaar.

Te dien tijde stelde zich Ezelino of Hezelin, in de nabijheid van lar-vis uit een Duitsch geslacht geboren, aan het hoofd der Ghibelijnen of

ocr page 27

— 21 —

keizersgezinden, bemachtigde Verona, benevens verscheidene steden van Lombardië en trok gedurende 15 jaren het land rond , alles verwoestend op zijne tochten. Hij verachtte het tot driemaal door de Kerk over hem uitgesproken banvonnis. Eens vernam Hezelin, dat de bevolking van Padua tegen hem was opgestaan; hierdoor in woede ontstoken, liet hij op één dag 12000 inwoners vermoorden. Verona, waar hij zich gewoonlijk ophield, was bijna geheel ontvolkt. Als de moedige geloofsheld Antonius van deze gruwelen hoorde, nam hij het besluit, om zich onverwijld naar Verona tot Hezelin te begeven. Hij aanvaardde de reis, kwam te Verona aan het paleis en vroeg om tot den vorst te worden toegelaten, welk verzoek aanstonds werd bewilligd. Toen Antonius binnentrad, zag hij Hezelin op een troon zitten

ocr page 28

en omringd door een troep soldaten , bereid, om eiken wenk van hun gebieder nauwkeurig te vervullen. Door dit gezicht was An-tonius niet het minst ontsteld, maar trad onverschrokken nader tot He-zelin en sprak: »0 vijand van God. gruwzame iyran, een razenden hond gelijk! Wanneer zult gij eens ophouden, het bloed der christenen te vergieten ? Zie, het oordeel Gods is reeds over ic geveld, een zwaar en verschrikkelijk vonnis /quot; Bij deze toespraak stonden de soldaten van Ezelino het bevel af te wachten, tot vermoording van den heilige. Doch door Gods toedoen volgde er heel iets anders; want de tyran werd door deze woorden des kloeken boetpredikers zoodanig ontsteld, en verloor zijn gewone ruwheid dermate, dat hij, het zachtmoedigst lam gelijk, zich met een boetegordel omhangen voor den man Gods ne-

ocr page 29

— 23 —

erwierp, tot groote verwondering aller aanwezigen, ootmoedig zijn schuld bekende, volkomen levens-verbetering beloofde en zich tot zijne medeplichtigen wendde in de volgende bewoordingen: «Alamicn, kameraden, uw est er niet over verwonderd, want wat ik u thans zeg, is zuivere waarheid. Ik zag om het gelaat van dezen man een godgelijken glans schitteren, die mij o ze er deed schrikken, dat ik bij j ' ontzettend schouwspel reeds meen-ter helle te moeten varen!' Van dit oogenblik hield hij ten zeer-den heilige in eere, en wachtte | ch, zoolang Antonius leefde, voor J ware euveldaden. Dewijl de H. | ntonius echter nog voortdurend redikte over het gepleegde onheil ■ an Ezelino, zond deze zijne dieren tot den heilige met de uit-ochtste geschenken, onder be-•ig; Neemt hij deze geschenken

ocr page 30

— 24 —

aan, zoo doodt hem oogenbhkkelijk; wijst hij ze echter met weerzin af, verdraagt dan alles, zonder hem leed te berokkenend Daardoor wilde hij zich overtuigen, of Antonius nog ; altijd onder Gods bijzondere bescherming stond. De aldus ingelichte dienaren kwamen met hunne [ geschenken tot Antonius en zeiden; ij »JJw zoon Ezelino te Rome beveelt ;! zich in uwe gebeden aan, en verzoekt U dringend, deze kleine gift aan te nemen, welke hij U toezendt uit genegenheid, en om daarvoor bij den Heer het behoud zijner ziel af te smeek en?'

Toen Antonius dit hoorde, weigerde hij het geschenk nadrukkelijk en sprak: s Van hetgeen aan men- , schen ontroofd is, wtl ik mets aannemen. Dat alles zal hem ten verder ve strekken. Gaat spoedig terug, opdat het huis door uwe tegenwoordigheid niet bezoedeld worde'' De

ocr page 31

— 25 —

gezanten snelden beschaamd terug naar hunnen tyran, en verhaalden hem alles, wat er gebeurd was; waarop hij uitriep: «Deze is een man Gods! Laat Item begaan; dat de mail verder zelf zegge, welke geschenken hij voortaan verlangtquot; In de redevoeringen des heiligen heerschte verhevenheid van gedachte, meesterlijke schildering en toch de grootste eenvoud.

Prediking voor de visschen te Rimini.

Een der verderfelijkste ketterijen, die der Manicheërs, welke door den H. Augustinus reeds met vrucht bestreden en bijna geheel was uitgeroeid, verhief zich wederom in de l lde en 12de eeuw, verspreidde haar mheil in Italië en in het zuilen van Frankrijk, en kreeg onder ie namen van Katharen en Wal-

ocr page 32

— 26 —

densen, van Albigensen en Patave-nen eene gevaarlijke uitbreiding in stad en land.

Terwijl nu de H. Kerk, de bruid van Christus , in groot gevaar verkeerde , zond God haar in zijne barmhartigheid twee voortreffelijke mannen te hulp, de twee groote patriarchen, den H. Dominicus en den H. Franciscus, welke met de uitgelezen schare hunner zonen, door middel van geleerdheid, gebed en heiligheid van levenswandel, de ketters bestreden en hen eindelijk over- ( wonnen. ;

In dezen glorievollen strijd voor (

de eer van God en het zielenheil ,

der geloovigen, had de H. Antonius ,

een zeer belangrijk deel. Door zijn 2

toedoen bleven in 't bijzonder de e

Romagna van dezen pest bevrijd. }

De stad Rimini, waartegen de ijve-rige bisschoppen en zelfs de Paus ■,

te vergeefs alle middelen hadden c

ocr page 33

— 27 —

aangewend, was misschien het ergst aangestoken. Toen nu onze heilige missionaris in de nabijheid dezer stad kwam, werden de ketters reeds door schrik bevangen, dewijl zij vernomen hadden, dat geen enkele tegenstander het tegen hem kon volhouden. Zij spraken daarom af, hem in het geheel niet te gaan hooren en spoorden het volk aan, hun voorbeeld te volgen.

Toen nu de heilige, steeds gewoon een talrijk publiek voor zich te zien, aankwam, bemerkte hij, dat allen zich terugtrokken, en slechts eenige vrouwen en grijsaards bij zijne predikatie verschenen. Anto-nius echter verloor daardoor geenszins zijn ijver en gaf, hetgeen hij eens ter eere Gods ondernomen had, niet meer op. Hij predikte voor de weinigen, die nog aanwezig waren, en wel met zooveel vuur, dat de ongeloovigen, dit vernemen-

ocr page 34

de, besloten, hem te dooden. Wanneer de heilige zulks vernam, zonderde hij zich in een eenzaam vertrek af en verbleef aldaar eenige dagen, door gebed, vasten en strenge boetplegingen God om barmhartigheid smeekende voor dit volk, opdat het, zijne blinde hardnekkigheid verzakende, zich toch in het katholiek geloof zou laten onderrichten.

Uit die eenzaamheid trad Anto-' nius alsdan te voorschijn, begaf zich onverwijld naar het strand der Adria-tische zee, ter plaatse waar de rivier Marechia zich ontlast, en riep met luider stemme tot de visschen :

»Komt, redelooze visschen, komt, »om de woorden te hoor en van God, »die u geschapen heeft, terbescha-»ming der menschen, die in dwaling «volharden, oor en en hart sluiten «voor de goddelijke stem.quot;

Er bevonden zich ook vele nieuws-

ocr page 35

— 29 —

gierigen en spotters aan het strand. En zie! een ongehoord wonder! Nauwelijks had de heilige zijn bevel uitgesproken, of de zee kwam in beweging en er verscheen aanstonds aan de oppervlakte een menigte visschen van allerlei soort, groot en klein ; zij zwommen ijlings naar het strand, waar Antonius stond en schaarden zich, den kop opwaarts geheven, volgens de schoonste orde samen in rijen en gelederen, gelijk soldaten voor hunnen overste. De kleinsten naderden tot op korten afstand, de grooteren waren in den vorm van een halven kring allengs-kens meer verwijderd, en verbeidden aldus vreedzaam en aandachtig de woorden des nieuwen apostels.

De verzamelde menschenschaar werd echter diep bewogen en stond, getroffen over dit nooit geziene wonder, in ademlooze stilte af te wachten, wat er zou geschieden.

ocr page 36

— 30 —

Toen nu de heilige zijne zeldzame toehoorders had zien naderen, verheugde hij zich in den Heer en hield de volgende predikatie voor de vis-schen ;

»Gij visschen, looft den Heer, »prijst uwen Schepper, dankt Hem, »dat Hij u tot woning en verblijf »zulk een schier onbegrensd element »heeft toebedeeld, waarin zoovele «toevluchtsoorden tegen allerlei ■» noodweer; dat Hij het water zoo »helder en doorschijnend heeft gesmaakt, opdat gij den weg op uwe «tochten en de hinderlagen uwer «vijanden zoudt kunnen ontdekken. «Diezelfde God heeft u bij uwe schep-«ping gezegend, tot uw onderhoud «een behoorlijk voedsel bereid, en »u boven alle andere dieren eene «wonderbare vruchtbaarheid ge-»schonken, ter vermeerdering van «uw nakroost. Hooft God wegens «de talrijke voorrechten en vrijhe-

ocr page 37

— 31 —

»den, welke Hij u verleend heeft. »U heeft de Schepper vrijgesproken »van onderdanigheid aan alles wat »leeft, u heeft Hij in den algemeenen «zondvloed het leven gespaard, en »liet u zonder hinder of gevaar on-»gedeerd rondzwemmen, terwijl toch »alle overige dieren meer van angst »danwel door het water omkwamen. «Door uwe ber.middeling heeft de »Heer zijnen vluchtenden profeet »Jonas gedurende drie dagen gc-»herbergd en den blinden Tobias ^genezen. Gij alleen hebt den Ver-»losser milddadig de cijnspenning ge-»schonken voor zich en zijne leer »lingen. Ook gij zijt de spijs der 'boetelingen, welke zich van vleesch «onthouden. Van uw vleesch heeft »de verrezen Heiland zelf willen «genieten, om de waarachtigheid »zijner menschelijke natuur en van »zijne opstanding uit het rijk der »dooden onomstootelijk te bewijzen.

ocr page 38

»Ja, de Heer zelfheeft öp uw element »over uwe hoofden gewandeld en »zijne apostelen uit visschers geko-»zen, om menschenvisschers van »hen te maken, waarom ook Hij »zoovelen uwer in hunne netten »dreef.quot;

De visschen, klein en groot, schenen zeer aandachtig te luisteren, vermeerderden steeds in getal, staken, als waren zij met verstand begaafd, nu den kop omhoog, dan weder onder water, openden hun bek, en weken niet van de plaats, tot dat de H. Antonius hen gezegend en afscheid van hen genomen had. Dan sloegen zij hevig met hun vinnen en verdwenen in de zee, die nog lang in beroering bleef. Doch ook een groote beroering beving de toeschouwers; velen weenden van aandoening bij dit schouwspel, anderen vielen den heiligen te voet en smeekten om vergeving voor

ocr page 39

— 33 —

hun ongeloof, wederom anderen waren naar de stad geijld en hadden eene groote menigte doen toe-stroomen.

Antonius nam nu de gehoorzaamheid der redelooze dieren te baat, om de menschen te wijzen op hun ongeloof en ondankbaarheid. Hij stelde hun levendig voor oogen de, boosheid der zonde, bijzonder der ketterij en wederlegde hunne dwalingen zoo volkomen, dat met uitzondering der weinigen, die verstokt bleven, de geheele stad zich bekeerde. Aldus opende de H. Antonius door zijn zielenijver, voor de stad RiTiini de deur van den schaapstal der H. Kerk en van den hemel.

Toen hij in het jaar 1227 te Rome voor Paus Gregorius IX predikte, werd deze zoozeer getroffen, dat hij geheel opgetogen, hem ndc ark tics ver bondsquot; noemde. Door zijne

2*

ocr page 40

— 34 —

zachtmoedigheid en innemende minzaamheid vermeed hij bij de behandeling van zijn onderwerp alle bitterheid en verstond de zeldzame kunst, de schuldigen ernstig te straffen en te bekeeren, zonder hun vertrouwen te schokken. Als hij de versteende zondaren deed sidderen voor de rechtvaardige oor-deelen Gods, trooste hij te gelijk de vrome zielen, terwijl hij hun een levendig vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid inboezemde. Vandaar, dat het volk in gansche scharen toestroomde waar hij preekte, en dewijl de kerken meermalen de menigte niet konden bevatten, was hij genoodzaakt, op openbare pleinen, ja niet zelden in het open veld, Gods woord te verkondigen.

Eens dat Antonius, wegens den toeloop der menschen, welke zijne preek bijwoonden, buiten stond tc spreken, pakten donkere wolken

ocr page 41

zich samen, vergezeld van bliksem en donder en bedreigden de menigte met een vreeselijk onweder. Ieder was er op bedacht, zich te redden en een onderkomen te zoeken. An-tonius hield echter allen tegen en verzekerde hun, dat zij niet nat zouden worden. Inderdaad het onweder ontlaste zich rondom de verzamelde menigte en deed den grond overstroomen, doch geen enkele droppel viel binnen den kring der toehoorders.

Een andermaal, als hij te Aries in een provinciaal kapittel zijner orde .preekte, verscheen de H. Fran-ciscus, die destijds nog leefde en in Italië was, in de lucht en gaf aan alle aanwezigen zijn zegen. Ongetwijfeld wilde hij daardoor zijn bijval betuigen aan het woord van zijnen trouwen leerling, die aan niets anders arbeidde, dan om zijne broeders te bevestigen in de liefde tot hunnen

ocr page 42

— 36 —

heiligen staat en de stipte nako-koming van hunnen regel. Menigmaal verscheen ook de H. Anto-nius zelf op de verst verwijderde plaatsen, zonder de plaats, waar hij zich bevond, te verlaten. Zoo getuigden verscheidene personen, dat hij hen in den slaap kwam vermanen, om enkele zonden te biechten, die zoo verborgen waren, dat ze God alleen kende. Eens, dat hij zich te Montpellier bevond en in de hoofdkerk predikte, herinnerde hij zich, dat hij niemand verzocht had, om in het klooster in zijne plaats het plechtig graduaal te zingen, dat overeenkomstig zijn taak, hij had moeten doen. Terwijl hij hierover leedwezen gevoelde, hield hij het hoofd op den kanzei eenigen tijd voorover gebogen, en terzelfder oogenblik zagen de broeders in het klooster hem het graduale zingen. Zoo vernieuwde God om

ocr page 43

— 37 —

zijnentwil het wonder, dat men van den H. Ambrosius verhaalt, die, toen hij te Milaan het H. Misoffer opdroeg, scheen ingeslapen te zijn op het altaar, en tenzelfder tijd te Tours gezien werd, waar hij de begrafenis van den grooten H. Mar-tinus bijwoonde.

Dergelijk geval deed zich met den H. Antonius ook nog voor te Limoges, waar hij tijdens een groot feest in de kathedrale kerk predikte en toch in zijn klooster de negende les van het Matitunum, dat hem opgedragen was te zingen, inderdaad scheen te zingen.

God deed dezen heilige ook nog uitschijnen door de gave der voorzegging. Eene vrouw, welke zich te Assisië bevond, voorspelde hij, dat haar zoon, die het levenslicht ging aanschouwen, den marteldood zou sterven, wat onk werkelijk 'geschiedde; want deze knaap, die den

ocr page 44

— 38 —

naam Philippus ontving, trad in de orde van den H. Franciscus en bevond zich in de stad Agot , toen de Saracenen haar wederom op de Christenen bemachtigden. Nadat hij heldhaftig geweigerd had het geloof te verzaken en tot de leer van Mahomed over te gaan, werd hij gevild , doorstond met onderscheiden Christenen vele andere folteringen, en werd onthoofd , na eerst zijne geloofsgenooten nog tot den marteldood te hebben aangemoedigd.

Antonius doortrok talrijke steden en vlekken van Italic, Spanje en Frankrijk, en bewerkte overal verbetering der zeden en bekeering der grootste zondaren. Dezen bijval ondervond de heilige, die niet zelden voor 30000 menschen predikte , vooral tengevolge van de buitengewone uitwerkselen der goddelijke genade. Zoo predikte hij eens in eenc stad; zeker inwoner

ocr page 45

— 3Q —

aldaar verzocht hem in zijn huis cn bood hem eene kamer aan, teneinde zich rustiger en ongestoord tot de studie en overweging te kunnen begeven. Antonius bracht daar den ganschen nacht door in het gebed, terwijl de burger zijn geheele huis doorliep en naging of alles in orde was. Toen hij het vertrek van Antonius voorbijkwam, keek hij uit nieuwsgierigheid door het venster naar binnen, waar Antonius bad, en bemerkte daar een zeer schoon en liefelijk kind in de armen van den heilige, dat hem omhelsde, en liefkoosde, terwijl het hem onafgebroken aanstaarde. De man kon deze verschijning niet begrijpen. Het kind maakte zich aan Antonius bekend, en zeide, dat hijjesus was. Antonius bemerkte na het gebed eindelijk den toeschouwer en gebood hem, van hetgeen hij gezien en gehoord had, toch niemand, zoo-

ocr page 46

— 40 —

lang hij leefde, iets te zeggen. De goede man hield woord, en maakte eerst na den dood van Antonius de verschijning bekend. Daaraan wordt dan ook de voorstelling van den heilige met het kindje Jesus op zijne armen toegeschreven.

Op zekeren dag predikte de heilige wederom met vrucht, zoodat een groet zondaar, die bij de preek tegenwoordig was, zulk een berouw en leedwezen over zijne zonden gevoelde, dat hij luide begon te snikken. Hij wilde den heilige zijne zonden belijden, doch kon van het weenen geen woord uitbrengen. Toen de heilige dit bemerkte, sprak hij hem toe; »Ga en schrijf al uwe zonden, welke gij indachtig zijt op een blad, en breng het mij ; als hij zulks gedaan, en Antonius het geschrevene had ingezien, was heel het geschrift oogenblikkelijk verdwenen, waaruit de heilige besloot,

ocr page 47

dat de arme boeteling vergiffenis zijner zonden had verworven.

Allengskens werd Antonius tegen zijn wil tot de eerste waardigheden zijner orde verheven, welke hij ook nauwkeurig en met vlijt waarnam. Hoe hij bij elke gelegenheid, als het de eer van God gold, eenen on-vermociden ijver en onverschrokken moed aan den dag legde, kan men nagaan uit het volgende. Toen de H. Franciscus in het jaar 1226 gestorven was, werd Elias, een man, die de beginselen der wereld huldigde, tot generaal der orde gekozen en slopen er door zijn wanbestuur groote misbruiken in. Antonius en Adam, een Engelschman, verzetten 7.\ch nadrukkelijk tegen den ondergang der orde, en traden onbeschroomd op voor de instandhouding der kloostertucht. Eeleedigin-gen en mishandelingen waren evenwel de belooning van hun ijver, en

ocr page 48

— 42 —

het kwam zoo ver, dat zij als op-roerigen voor altijd binnen hunne cellen zouden worden gesloten. De zaak kwam eindelijk voor paus Gre-gorius IX, die de onschuld der beide kloosterlingen erkende en Elias van zijne waardigheid ontzette.

Als de H. Antonius guardiaan was in het klooster te Puij, ontmoette hij eens een zeker notaris, die een wellustig en ongebonden leven leidde. Antonius groette hem en boog zich zeer eerbiedig. De notaris, van meening, dat hij hem bespotte, gevoelde zich beleedigd, en dreigde Antonius, voor zulk eene beschimping, welke hem, volgens zijn meening werd aangedaan, met zijn degen te doorsteken. De heilige antwoordde hem, dat wel verre van hem te beschimpen of te bespotten, hij hem integendeel met liefde en eerbied groette, dewijl hij wist, dat hij eens een roemrijk martelaar van

ocr page 49

— 43 —

Jesus Christus zou zijn; slechts ver. zocht hij hem (Antonius) indachtig te zijn, als hij gemarteld zou worden-De notaris lachte, doch weldra werd de voorspelling des heiligen vervuld. Zeker bisschop maakte namelijk een reis naar Palestina, om daar zelf te arbeiden aan de bekeering der Sa-racenen, en de notaris, die hem derwaarts volgde, vatte zulk eenen ijver op voor het heil der ongeloo-vigen, dat hij hun in eigen persoon de waarheden van onzen heiligen godsdienst verkondigde en hun de dwaasheid van het Mahomedisme bewees. De hardnekkiger! koelden nu al hun woede op hem, pijnigden hem gedurende 3 dagen op de gruwzaamste wijze, en benamen hem eindelijk het leven. Stervend verklaarde hij, dat de H. Antonius hem dit gelukkig voorval had voorspeld, en dat hij als een groot propheet moest beschouwd worden. Evenals

ocr page 50

— 44 —

de H. Antonius toekomstige dingen voorzag, zoo doordrong hij ook, voorgelicht door God, de aan het oog der menschen verborgenste zaken.

Eens, dat hij te Puij preekte, nam de duivel de gedaante aan van een bode, en zeide tot eene vrouw uit de menigte, dat zij die plaats zoodra mogelijk zou verlaten, daar haar zoon, door zijne vijanden overvallen en vermoord was. Doch de heilige begreep aanstonds de list van den satan en riep der vrouw toe, dat zij niet ongerust zou zijn, want dat haar zoon zich zeer wel bevond en deze bode een bedrieger was en de satan in persoon. Deze vertoonde zich inderdaad zelf als zoodanig, want hij verdween in de gedaante van een rook.

Het gebeurde eens, dat men den heilige verzocht, om een lijkrede te houden bij de begrafenis van een

ocr page 51

rijk man, die door woeker tijdens zijn leven groote schatten op een gestapeld had. Antonius koos zich tot tekst de woorden des Heeren in het Evangelie: »Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.quot; Op het einde der toespraak zeide hij tot de bloedverwanten van den overledene, dat zij de kisten van den gestorven gierigaard zouden onderzoeken, en dat zij daarin zijn hart zouden vinden. Zij gingen heen, en vonden, te midden van het geld, het hart des afgestorvenen, dat nog warm was.

De H. Antonius had eenigen tijd op den berg Alvernia in de eenzaamheid doorgebracht en ging vervolgens naar Padua, waar hij al aanstonds met veel vrucht de vasten-preeken hield. Een jongeling te te Padua beleed den heilige, dat hij zijne moeder geschopt had. Om hem het gewicht dier misdaad te

ocr page 52

doen besefifen, en hem tot een groot leedwezen op te wekken, zeide An-tonius, dat een voet, die het werktuig van zulk een daad geweest was, verdiende afgehouwen te worden. De boeteling, in plaats van de vermaning zijns ijverigen biechtvaders te overwegen, die niets anders beoogde, dan hem een groeten afschrik voor deze zonden in te boezemen, ging na den biechtstoel verlaten te hebben, naar huis, , en hakte zich in zijn onbezonnen boetvaardigheid den voet af. Dit veroorzaakte aanstonds groot opzien; doch toen de heilige zulks vernam, ging hij tot den ondoor-dachten jongeling, zette den afge-kapten voet op zijn natuurlijke plaats en genas hem.

Terwijl Antonius zich nu te Padua bevond, werd zijn vader te Lissabon, in Portugal, van een moord beschuldigd , in hechtenis genomen, voor

ocr page 53

— 47 —

de rechtbank gedaagd en met zijn geheele familie in de gevangenis geworpen, omdat inderdaad de schijn tegen hem getuigde, daar het lijk van den verslagene in zijnen tuin, waarin de moordenaar het geworpen had, ontdekt was geworden. De heilige, door veropenbaring van het gevaar bewust, waarin zijn vader zich bevond, vroeg zijnen overste verlof, om uit te gaan, doch werd door een engel naar Lissabon vervoerd. Daar verscheen hij den volgenden morgen voor den rechter en smeekte hem dringend, om de bevrijding zijns vaders, die, gelijk hij verzekerde, onrechtvaardig van moord beschuldigd was. Toen de rechter hem zulks weigerde, verzocht hij, dat het lijk van het slachtoffer hem zou worden getoond. Men bracht hem in de raadskamer en de groote dienaar Gods, die de sleutels van leven en dood in handen had.

ocr page 54

— 48 —

beval den doode in den naam van Jesus op te staan en voor al de vergaderden te getuigen, of zijn vader, zijne moeder of iemand hunner dienstboden hem vermoord had. In hetzelfde oogenblik stond de doode op, en antwoordde, dat de wegens moord op zijn persoon beschuldigden, geheel onschuldig waren, en niet het minste aandeel daaraan hadden. Na deze woorden sliep hij weder rustig in. Zoo werd Martin yan Bellones met vrouw en huisge-nooten in vrijheid gesteld en keerde eervol huiswaarts. De heilige bleef nog dien ganschen dag bij hen, om hen te troosten en tot de deugd op te wekken, en werd den volgenden nacht door denzelfden Engel naar zijn klooster te Padua teruggebracht.

Ten gunste zijns vaders deed de heilige nogmaals een dergelijke reis; want deze edelman, die tegenover

ocr page 55

— 4Q —

de wereld veel te goedertrouw was, had sedert lange jaren in zijn ambt van koninklijk rentmeester meermalen verzuimd, kwitantie te vorderen der gedane betalingen, en als deswege door de schatbewaarders een gerechtelijk onderzoek tegen hem werd ingesteld, en hij alle uitgaven niet kon verantwoorden, liep hij gevaar, groote sommen te moeten bijleggen, of, indien hij die niet kon storten, tot levenslange gevangenisschap veroordeeld te worden. De heilige, dit dreigend onheil weder door openbaring vernemende, sloeg opnieuw dien onzichtbaren weg, den weg der engelen in, kwam nog denzelfden nacht te Lissabon aan, legde den rechters alles, waaraan zijn vader het geld had besteed, zoo duidelijk uiteen, en gaf alle omstandigheden van tijd, plaats en personen zoo nauwkeurig aan, dat zij hem moesten vrijspreken. Zegevierend keerde

3

ocr page 56

de heilige langs genoemden weg naar zijn klooster terug, waar men zijn afwezigheid nauwelijks had bemerkt.

Dewijl de man Gods den satan onvermoeid bestreed, wendde deze van zijnen kant alle middelen aan, om hem in het verderf te storten, en hem het leven te benemen. Eens greep hij hem bij den keel en poogde hem te wurgen; doch de heilige joeg hem, door zijn geliefkoosden lofzang: »(9 glorierijke Maagd, die verheven zijt boven de sterren !quot; op de vlucht. Een andermaal deed deze booze vijand den kanzei ineenstorten, waarop Antonius stond te pree-ken, en hoopte daardoor niet alleen hem te verwonden, maar ook het volk schrik aan te jagen, en de predikatie te onderbreken; doch niets van dat alles geschiedde, want onze heilige, die door de engelen beschermd werd, bekwam geen letsel

ocr page 57

door dien val, en het volk, dat vooraf door Antonius tegen de woede van den duivel was gewaarschuwd, werd door dit voorval niet verontrust ; en nadat men een anderen predikstoel had aangebracht, zette hij zijne preek in denzelfden zin en met dezelfde geestdrift voort als eerst.

De overwinningen van den heilige op de ketters, als werktuigen en handlangers van satan, waren niet minder glansrijk dan die, welke hij op den duivel zeiven behaalde. Van daar werd hij algemeen vGeesel der kettersquot; genoemd. Een hunner, die zich te Toulouse bevond, zeide den heilige, dat hij niet aan de wezenlijke en waarachtige tegenwoordigheid des Heeren in het allerheiligste Sacrament des Altaars geloofde, indien hij dit geloofspunt niet door een wonder zou zien bekrachtigd. Het wonder, dat hij verlangde, was, dat zijn lastdier, na drie dagen honger

ocr page 58

— 52 —

te hebben geleden, haver en hooi zou laten staan, en de geconsacreerde Hostie aanbidden zon. Vol geloof en vertrouwen op God, nam de heilige aan, hem dit wonder te doen aanschouwen. Toen nu na verloop van drie dagen onze ketter zijn muildier het lievelingsvoeder voorzette, en het tot vreten aanspoorde, wendde inderdaad het dier zich van alles af, en wierp zich voor het allerheiligste Sacrament, dat de heilige in zijne handen hield, neder, hetgeen eindelijk dien ellendige en meer anderen zijner sekte bewoog, de waarheid te erkennen en zich met de Kerk te verzoenen.

Toen de heilige zich ten laatste, omstreeks het einde van den vastentijd des jaars 1231 van den apostoli-schen arbeid en de strenge boetple-gingen geheel en al uitgeput gevoelde, ging hij naar Padua, om zich ongestoord tot den dood voor te

ocr page 59

bereiden. Bij zijne komst aldaar, verdrong zich het volk in zoo groote menigte rondom hem, dat men genoodzaakt was, den heilige in het vertrek van den biechtvader eens nonnenkloosters buiten de stad te brengen. Nadat hij de heilige Sacramenten der stervenden had ontvangen, bad hij nog de boet-psalmen, en ontsliep in tegenwoordigheid zijner beide medebroeders, Lucas en Rogerius, kalm in den Heer, den 13en Juni, in het 36ste jaar zijns levens, waarvan hij er meer dan 10 in de orde van den H. Franciscus had doorgebracht. De ontelbare wonderen, welke na zijnen dood door zijne voorspraak geschiedden bewogen Paus Gregorius IX, hem in het jaar 1232 plechtig onder het getal der heiligen op te nemen.

ocr page 60

Wonderen na zijnen dood.

I.

Omtrent het jaar 1675 leefde er te Monte Murano, een vlek in het koninkrijk Napels, een zeker Anto-nius Tortomano. Deze rechtschapen man moest eens voor zaken op reis. Diep in een dal gekomen, werd hij eensklaps door drie roovers aangevallen, gevangen genomen en gekneveld. Daar hij bemerkte, dat het om zijn leven te doen was, wendde hij zich tot onzen heilige, en riep tweemaal: „O H. Antomus ! H. Anto-nius f' Een der moordenaars gaf hem achttien doodelijke slagen op het hoofd zeggende: „Roep nu H. A7ito-nius F En de arme man verloor zijn leven. Om hun gruwelstuk geheim te houden, wierpen zij het lijk in een

ocr page 61

diepen sloot, en bedekten het met steenen en takkebossen. Nadat hij acht dagen op die plaats gelegen had, ontwaakte de vermoorde als uit een diepen slaap, en hoorde dat men hem toeriep: „Antonius, Antonius, sta op !quot; — Hij gaf gehoor aan de stem, en toen hij zich oprichtte, zag hij een jeugdigen Franciscaan voor zich, die hem toeprak: „Antonius ! omdat gij mij tweemaal geroepen hebt, heb ik eveneens u tweemaal toegeroepenquot; Hierop nam hij den van den dood verrezene bij de hand, leidde hem op den rechten weg, en verbood hem, om iemand van dit voorval iets te zeggen, maar alle dagen hem ter eere dertien Onze Vaders en Wees Ge-groeten te bidden. Tortomanus, het bevel indachtig, zweeg gedurende twee volle maanden. Op het feest van den H. Antonius echter kon hij zich niet meer inhouden, en vertelde de geheele toedracht.

ocr page 62

— 56 —

II.

Te Santare, een vlek in het koninkrijk Napels, leefde iemand, die van wege satan door zulk eene geweldige bekoring tot zelfmoord werd overvallen, dat zij haar ter nauwer-nood kon wederstaan. — Debekoor-der verscheen haar in de gedaante van den gekruisigde, en trachtte haar over te halen, zich in den vloed Tago te werpen, daar dit het eenige middel was, om vergiffenis te erlangen en zalig te worden. — Op het feest van den H. Antonius, besloot deze ongelukkige werkelijk den gegeven raad van den duivel te volgen, en liep naar de rivier. —Daar haar weg derwaarts langs de kerk van den H. Antonius liep, trad zij toch nog daar binnen, en bad den heilige vertrouw-vol, omquot; haar door zijne machtige voorspraak te verlichten, of het aldus Gods wil was, dat zij haar plan volvoerde.

ocr page 63

— 57 —

Terwijl zij derwijze bad, overviel haar een zoete slaap; en in den droom vernam zij de stem des heiligen, die haar zeide: „Zie in icwcn schoot het geschrift; zoodra gij het zult gelezen hebben, zult gij geheel bevrijd zijn van de bekoring.quot; Hetgeen de heilige haar beloofd had, werd letterlijk vervuld. Toen zij ontwaakte, zag zij het geschrift voor zich, en las: Ecce f Crucem Do-mini! fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, Radix David, Alleluja, Alleluja! —

„Ziet het f ki'uzs des Heer en! vlucht, gij wederspannige partijen, de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van Daznd, heeft overwonnen, Alleluja, Alleluja!'''' —

Nauwelijks had zij dit gelezen, ofde bekoring hield op, en de vroegere rust keerde tot haar hart terug. Dit geschrift ontving dedestijdsregecrende koning Diohisius, volgens zijn verzoek.

ocr page 64

van die persoon, en voegde het in de hofkapel bij de overige heiligdommen.

Die vrouw viel, dewijl zij dit gebed niet meer verrichten kon, herhaaldelijk in de vorige bekoring. Toen de koning dit vernam, liet hij haar een afschrift geworden. Zoodra had zij het niet gelezen, of zij werd van alle kwaad bevrijd. Daar de H. Kerk later de macht dezer woorden tegen de hel zelf ondervond, schreef zij ze den exorcisten, (bezweerders) bij het verdrijven der booze geesten, voor.

III.

Zekerepersoon,Richardagenaamd, reeds gedurende twintig jaren aan het ziekbed gekluisterd, werd lam in al haar ledenmaten, en daarbij nog stom en doof. — Eindelijk nam zij vol vertrouwen tot Antonius haren toevlucht. — En zie, zij kreeg de spraak en eindelijk, na aanhoudend

ocr page 65

gebed, ook de gezondheid der overige ledematen terug. Vreugdevol verliet zij het bed, waarop zij zoo lange jaren was vastgehecht, en verkondigde tot stichting van allen de heerlijke weidaden Gods en van zijnen heilige.

IV.

In het jaar 1650 overviel ecne vrouw van hooge geboorte zulk eene grootc zwaarmoedigheid, dat zelfs hare dienstboden, welke alle mogelijke zorg aanwendden, om haar te bevredigen, haar tot overlast strekten, spijs noch drank haar smaakte, onderhoud met kennissen haar verveelde, zij weinig sliep en haar eigen leven haar eindelijk ondragelijk werd. — Niets kon haar beter troosten dan de dood. — Daar zij nu zag, dat er op aarde voor haar geene hulp meer te vinden was, nam zij.

ocr page 66

aangespoord door eene dringende ingeving, tot den H. Antonius hare toevlucht. Nauwelijks had zij met kinderlijk vertrouwen hieraan beantwoord, of zij vond verhooring; de verloren kalmte en rust keerden terug, en onder eer- en dankbetuigingen deed zij de belofte, om deze ont-vangene genade door een ex-voto bekend te maken.

V.

, Een man had langer dan 24 jaren eene zoude van 'afgrijselijke boosheid in de biecht verzwegen. Hoe dikwijlder hij gebiecht en het allerheiligst Sacrament ontvangen had, des te verschrikkelijker werd de heiligschennis. In die ontzettende ellende drong een straal van genade tot zijn beneveld hart door, en hij nam zijne toevlucht tot den H. Antonius. Terwijl hij den heilige bad, verscheen Antonius aan zijn ver-

ocr page 67

— 61 —

blinden pleegzoon, bracht hem zijn veroordeelenswaardige boosheid on-het oog, en wees hem met zulk een nadruk op de gestrengheid der goddelijke gerechtigheid en het gevaar van voor eeuwig verloren te gaan, dat de verstokte zondaar zich oogen-blikkelijk tot God bekeerde, zijne zonden oprecht en rouwmoedig biechtte en aldus gered werd van het eeuwig verderf.

VI.

Don Ignigo, bisschop van Kordo-va, een groot vereerder van den H. Antonius, was op.zekeren dag zeer treurig, wegens het verlies van zijnen, met kostbaar edelgesteente bezetten ring, dien hij bij de bisschoppelijke wijding aan den vinger gedragen had. Daar hij, na vele gebeden en heilige Missen, ter eere van den heilige verricht, hem niet kon vindén. zoo bleef er niets anders over dan

ocr page 68

— 62 —

een opvallend wonder, dat hem dan ook ten deel viel; want weinige dagen daarna noodigde hij eenigen zijner vrienden ter tafel. Terwijl zij aanzaten, kwamen de wonderen van den H. Antonius ter sprake. Daar herinnerde de bisschop zich den verloren ring en maakte de opmerking; »Ik vereer dezen heilige innig, wegens de vele gunsten, welke ik reeds van hem heb ondervonden, ééne gunst echter,quot; zeide hij, »heeft hij mij evenwel willen weigeren,quot; En wonder! nauwelijks had de bisschop gesproken, of de ring viel tot verwondering van alle aanwezigen midden op tafel. -— De bisschop erkende aanstonds zijnen ring, en met dankbaar gemoed prezen allen God, en stelden een nog grooter vertrouwen op de voorspraak van dezen heilige.

ocr page 69

VII.

Zekeren ridder te Napels werd door diens knecht, een geboren Afrikaan, eene groote som gelds ontstolen. De schelm maakte zich daarop met een zijner collega's uit de voeten. Nu nam de heer zijn toevlucht tot de M. Antonius en liet, hem ter eere, heilige Missen lezen. Nauwelijks hadden de beide vluchtelingen zich naar Afrika ingescheept, of er ontstond een geweldige storm, zoodat een hunner van het dek in zee sloeg. De dief werd echter door den H. Antonius bij de haren gegrepen,onder de woorden : y,Geef terug, wat gij gestolen hebt, anders zijt gij een kind des doods.quot; Binnen weinige oogenblik-ken werd het schip naar de Napel-sche kusten gedreven en hij gedwongen, zijnen heer te voet te vallen, het gestolen terug te geven, en de gan-

ocr page 70

— 64 —

sehe toedracht der zaak omstandig te verhalen. Aldus kreeg deze heer door de voorspraak des heiligen zijn gestolen goed, en zijn dienaar de rust des gewetens terug.

VIII.

In het jaar 1651 verwierf een soldaat in Albanië van onzen heilige eene uitstekende gunst. Deze getuigde onder eede,tegenover vele personen, waaronder twee orde-priesters, dat hij in den oorlog tegen de Turken gevangen genomen, aan handen en voeten gebonden, zich tijdens zijne gevangenisschap voortdurend aan den bijstand Gods en der Allerheiligste Maagd Maria had aanbevolen. Van den H. Antonius van Padua herinnerde hij zich niet, ooit iets gehoord te hebben. Desniettemin was de H. Antonius, met het orde-kleed omhuld, hem in den slaap verschenen, en had hem toegesproken: Wees gc-

ocr page 71

— 65 —

troost, God en Maria hebben u verhoord, en ik ben op hun bevel gekomen, om uwe boeien te verbreken, Ik ben Antonius van Padua, sta op en reis naar Padua, om daar God en zijne H. Moeder dank te betuigen.quot; —

Ik ontwaakte en vond mij volkomen van mijne boeien bevrijd. — Aanstonds begaf ik mij op weg, en, ofschoon deze verscheidene dagreizen eischte, werd ik door geen enkelen Turk aangehouden, maar allen ontvloden mij als iemand, door pest aangetast, tot ik eindelijk het Turksch gebied achter den rug, gelukkig door de christelijke staten te Padua aankwam.

IX.

Hieronymus, de dertienjarige zoon van Johan Amaldus van Ruran, leed aan het linker dijbeen aan roos; later kwam er beeneter bij, zoodanig zelfs.

ocr page 72

dat de geneesheeren, ofschoon zij de verrotte kniebeen- schelven er uithaalden, toch het leven van den zieke voor verloren hielden, indien hem de voet niet werd afgezet. Toen de knaap zulks vernam, vroeg hij vol vertrouwen om de beeltenis van den H. Antonius, bad dezen heilige om hulp in zijn ellendigen toestand, en deed aanstonds de belofte, zijn graf te Padua te bezoeken en uit dankbaarheid altijd een bruin kleed te dragen. —■ Nauwelijks had hij den H. Antonius deze belofte afgelegd, ofhijgenas volkomen.—Kort daarop reisde hij naar Padua, en ging zonder eenigen hinder rondom het graf. Degenen, die hem in zijn smartelijk en toestand vroeger gekend hadden, onderzochten zijne knie, en bespeurden, tot niet geringe verwondering, dat de plaats, waar de beeneterschelven waren weggenomen, geheel wonderdadig was aangegroeid.

ocr page 73

— 67 —

X.

Een groot wonder was de gebeurtenis, welke in het jaar 1732 door de voorspraak van den H. Antonius plaats greep.

De toenmaals regeerende koning van Spanje beval een zijner admiralen, de oorlogsvloot uit te rusten, ten einde de vesting Oran, door de Mooren sedert zoovele jaren wederrechtelijk in bezit genomen, te heroveren. AdmiraalDonModemar(l) veronschuldigde zich bij den koning, dat het geheel en al onmogelijk was, de voor onoverwinnelijke gehouden vesting in te nemen. Desniettemin hield de koning aan en verlangde dringend, dat zijn bevel werd opgevolgd. De admiraal haalde zijne schouders op, maakte eene

(i) De HoogEerw. Pater Dalmatius Kick, provinciaal der Franciscanen in Beijeren, heeft dezen admiraal in de stad Alicante zelf nog gezien, toen hij in 'het jaar 1756 naar Murcia in Spanje reisde, ter bijwoning van het Generaal-Kapittel.

ocr page 74

buiging, ging naar zijne vloot, welke reeds gereed lag, om zee te kiezen en lichtte het anker. Hij landde met zijn smaldeel te Alicante, eene stad in Spanje. Terwijl hij hier nogmaals rijpelijk overwoog, hoe zijn plan ten uitvoer te leggen, zag hij opnieuw de volslagen onmogelijkheid in, om zulk eene geweldig versterkte stad aan den vijand te ontrukken. Hij ging daarom de stad Alicante in, en bezocht aldaar de kerk der Franciscanen, om in dit heiligdom zijn gewichtig en moeilijk plan den oneindigen God en den H. Antonius van Padua, als patroon dezer kerk, aan te bevelen. Nadat hij zijn gebed geëindigd had, begaf hij zich naar het klooster, om met de paters te gaan, spreken, en verzocht den eerwaarden guardiaan, in deze aangelegenheid, ter eere van den H. Antonius eene heilige mis op te dragen. —

ocr page 75

— 69 —

Nadat deze geëindigd was, maakten pater guardiaan met meer anderen hunne opwachting. — In de kerk teruggekeerd, verzocht nu de admiraal den guardiaan, een ladder te doen aanbrengen, waarmedelaatst-genoemde lachtte. Daar de admiraal echter ernstig en nadrukkelijk bleef aandringen, werd er eene aangebracht en tegen het hoofdaltaar gezet, waarop zich het prachtig gesneden beeld van den H. An-tonius in levensgrootte bevond. Tot aller verwondering, beklom de admiraal, terwijl het volk in gespannen aandacht stond,zelf dieladdertot aan het beeld van den H. Anto-nius, zette den heilige zijnen met pluimen versierden hoed op het hoofd, hing hem het eereteeken van een bevelvoerenden admiraal om de schouderen, het zwaard op zijde, en gaf hem eindelijk den regements-staf in de hand.

ocr page 76

— 70 —

Daarop sprak hij met luider stem, ten aanhoore van al het volk: vGij zijl het, gij, o H. Aniouius! die Oran kunt innemen; ik ben er niet toe in staatquot;. En zijne hand op het hoofd des heiligen leggend, ging hij verder: »Van nu af, o H. An-tonius, zijt gij admiraal en ik uw dienaar en soldaat; als zoodanig sta ik thans onder uwe bevelen. Na God is geheel mijn vertrouwen op u gevestigd, o groote wonderdoener!quot; — Als hij aldus gesproken had, steeg hij van de ladder af, begaf zich volkomen getroost, naar zijne vloot, en stak van wal.

Hoe nader de gunstige wind zijne schepen naar devijandelijke stadvoort-dreef, des te eerder verwachtte men, tusschen hoop en vrees, de begroeting van het vijandelijk geschut. Toen zij echter niets vernamen, gaf de admiraal zijnen soldaten last, de kanonnen te doen ontbranden. Nog

ocr page 77

— 71 —

' 'm

m.

alles stil. Nu liet hij zijne mannen

i'-l

;iJ

aan land. —Tot hunne niet geringe

lie

verbazing bemerkten zij nergends

''■■H

iet

eenen vijand, ja, wat nog meer ver

i ^ IHI

Dp

wondering baarde, de stadspoorten

• !• ••![

quot;g

stonden wagenwijd open. —

n-

In de onzekerheid echter, of niet

1W

een krijgslist de oorzaak was dier

ig

handelwijze van den kant der vij

n.

anden, beval de admiraal om met

!•: i jj-j -aH

en

de grootste voorzichtigheid de stad

;r-

binnen te dringen. Doch ook hier

: i

sn

was alles stil en onbezield, zoodat

af,

men geen enkelen vijand in het ge

, 1 '! r

ar

zicht kreeg. Na geruimen tijd kropen eindelijk eenige achtergebleven

!'

ie

Mooren uit hunneschuilhoeken. Voor

i

-t-n,

den admiraal gebracht, en ondervraagd naar de oorzaak van het ge

: S ■ ; t

ij-

e-

beurde, gaven zij eenparig te kennen:

1.1)quot; ja} 'l

{

it.

»Zoodra het eskader der Christenen

i A

:

af

zich voor de stad vertoonde, zag

|

•E gt;

le

men op hetzelfde oogenblik,tot aller

: ji| ■ j|{ i l -ill

ontsteltenis, in de lucht een ontzag-

, 1 ji

ocr page 78

— 72 —

gelijk leger, aangevoerd door een Franciscaan,, met de vereischte on-dersclieidingsteekenen van macht bekleed ; op het hoofd een spaanschen hoed, met pluimen versierd, den degen op zijde en den regementstai in de hand; terwijl hij de stad met volslagen ondergang bedreigde. Bij dit gezicht was alles, klein en groot, jong en oud in verwarring op de vlucht geslagen, al het overige achterlatende.quot; Zoo viel alsdan de beroemde en geweldig sterke stad Oran, door de machtige voorspraak van den H. Antonius, zonder slag of stoot, in handen van admiraal Don Monde-mar, onbeschrijfelijk verheugd als deze was over eene zoo onverwachte en ongehoorde zegepraal. De admiraal gaf in allerijl den koning bericht van den afloop. — Het beeld van den H. Antonius, versierd met bovengenoemde onderscheidingsteekenen, is te Alicante nog te zien.—

ill

ocr page 79

— 73 —

Dit wonder geschiedde op het feest van den H. Antonius in het jaar 1732, en de waarheid daarvan werd in 1770 te Rome bekrachtigd.

XI. ,

Te Oviedo, eene stad in de provincie Asturië, leefde zekere vrouw met name Francisca van Uravio,

welke in kommervolle omstandis1-

o

heden verkeerde. Haar echtgenoot, Don Antonius Danta, sedert gerui-men tijd voor zaken in Amerika, 1

wist niets van dat alles, dewijl hij niet een der brieven, door zijne vrouw verzonden, had ontvangen.

Door den uitersten nood gedrongen, nam Francisca hare toevlucht tot den H. Antonius, ging naar de kerk der Franciscanen, en begaf zich tot liet beeld van den heilige, dat zich aldaar bevond. Hier legde zij eenen brief, aan het adres van haren echtgenoot, in den arm van den H. An-

ocr page 80

— 74

tonius en verzocht hem met kinderlijk vertrouwen , dien brief toch aan haren man te doen toekomen, en haar het gewcnschtc antwoord te doen geworden.

Den volgenden morge'n, reeds vroeg, ontwaarde de koster in de de hand van den H. Antonius een schrijven, en trachtte hem dit te ontnemen, doch te vergeefs: zoo stevig hield het beeld den brief vast. De eerste persoon, die, na het ontsluiten der kerkdeur, binnentrad, was Francisca, om het gevraagde bij den H. Antonius te gaan halen. Toen zij echter den brief in zijne hand zag, meende zij, dat het de hare was, dien zij hem daags te voren in den arm legde, en gaf haar hart aldus lucht; »0 H. Antonius,waarom bezorgt gij den brief niet aan mijnen man ? zoo vurig heb ik u daarom gesmeekt, verhoort gij mijne zuchten niet in zulk eene bittere armoede?quot;

ifll

j i' si

I

ocr page 81

— 75 —

De koster hoorde dit klagen der vrouw, en vroeg naar de reden;

toen zij hem de gansche toedracht der zaak had medegedeeld, raadde hij haar, terwijl hij zelf den brief uit de hand van den H. Antonius niet los kon krijgen, zelve te beproeven, den brief te nemen. Fran-cisca volgde den raad des kosters,

en zie! zonder de geringste moeite nam zij den brief uit de handen van den H. Antonius, uit wiens armen tegelijkertijd 300 Mexicaansche geldstukken (volgens onze geldswaarde j' ongeveer 540 gulden) vielen, welke de echtgenoot zijne vrouw toezond.

De H. Antonius had dus, om de behoeftige vrouw te helpen, den hem toevertrouwden brief aan Don Antonius Danta, haren man, zelf ter hand gesteld, en in denzelfden nacht het antwoord daarop teruggebracht. Dé koster maakte dit wonder aanstonds ruchtbaar, waarop alle gees-

ocr page 82

dat de geneesheeren, ofschoon zij de verrotte kniebeen- schelven er uithaalden, toch het leven van den zieke voor verloren hielden, indien hem de voet niet werd afgezet. Toen de knaap zulks vernam, vroeg hij vol vertrouwen om de beeltenis van den H. Antonius, bad dezen heilige om hulp in zijn ellendigen toestand, en deed fianstonds de belofte, zijn graf te Padua te bezoeken en uit dankbaarheid altijd een bruin kleed te dragen. — Nauwelijks had hij den H. Antonius deze belofte afgelegd, ofhijgenas volkomen.—Kort daarop reisde hij naar Padua, en ging zonder eenigen hinder rondom het graf. Degenen, die hem in zijn smartelijk en toestand vroeger gekend hadden, onderzochten zijne knie, en bespeurden, tot niet geringe verwondering, dat de plaats, waar de beeneterschelven waren weggenomen, geheel wonderdadig was aangegroeid.

ocr page 83

X.

Een groot wonder was de gebeurtenis, welke in het jaar 1732 door de voorspraak van den H. Antonius plaats greep.

De toenmaals regeerende koning van Spanje beval een zijner admiralen, de oorlogsvloot uit te rusten, ten einde de vesting Oran, door de Mooren sedert zoovele jaren wederrechtelijk in bezit genomen, te heroveren. AdmiraalDonModemar(l) veronschuldigde zich bij den koning, dat het geheel en al onmogelijk was, de voor onoverwinnelijke gehouden vesting in te nemen. Desniettemin hield de koning aan en verlangde dringend, dat zijn bevel werd opgevolgd. De admiraal haalde zijne schouders op, maakte eene

(i) De HoogEerw. Pater Dalmatius Kick, .provinciaal der Franciscanen in Beijeren, heeft dezen admiraal in de stad Alicante zelf nog gezien, toen hij in het jaar 1756 naar Murcia in Spanje reisde, ter bijwoning van het Generaal-Kapittel.

ocr page 84

— 68 —

buiging, ging naar zijne vloot, welke reeds gereed lag, om zee te kiezen en lichtte het anker. Hij landde met zijn smaldeel te Alicante, eene stad in Spanje. Terwijl hij hier nogmaals rijpelijk overwoog, hoe zijn plan ten uitvoer te leggen, zag hij opnieuw de volslagen onmogelijkheid in, om zulk eene geweldig versterkte stad aan den vijand te ontrukken. Hij ging daarom de stad Alicante in, en bezocht aldaar de kerk der Franciscanen, om in dit heiligdom zijn gewichtig en moeilijk plan den oneindigen God en den H. Antonius van Padua, als patroon dezer kerk, aan te bevelen. Nadat hij zijn gebed geëindigd had, begaf hij zich naar het klooster, om met de paters te gaan, spreken, en verzocht den eerwaarden guardiaan, in deze aangelegenheid, ter eere van den H. Antonius eene heilige mis op te dragen. —

ocr page 85

— 69 —

Nadat deze geëindigd was, maakten pater guardiaan met meer anderen hunne opwachting. — In de kerk teruggekeerd, verzocht nu de admiraal den guardiaan, een ladder te doen aanbrengen, waarmede laatstgenoemde lachtte. Daar de admiraal echter ernstig en nadrukkelijk bleef aandringen, werd er eene aangebracht en tegen het hoofdaltaar gezet, waarop zich het prachtig gesneden beeld van den H. An-tonius in levensgrootte bevond. Tot aller verwondering, beklom de admiraal, terwijl het volk in gespannen aandacht stond, zelf die ladder tot aan het beeld van den H. Anto-nius, zette den heilige zijnen met pluimen versierden hoed op het hoofd, hing hem het eereteeken van een bevelvoerenden admiraal om de schouderen, het zwaard op zijde, en gaf hem eindelijk den regements-staf in de hand.

ocr page 86

— 70 —

Daarop sprak hij met luider stem, ten aanhoore van al het volk: vGij zijt het, gij, o H. Antouius! die Oran kunt innemen; ik ben er niet toe in staatquot;. En zijne hand op het hoofd des heiligen leggend, ging hij verder; »Van nu af, o H. An-tonius, zijt gij admiraal en ik uw dienaar en soldaat; als zoodanig sta ik thans onder uwe bevelen. Na God is geheel mijn vertrouwen op u gevestigd, o groote wonderdoener!quot; — Als hij aldus gesproken had, steeg hij van de ladder af, begaf zich volkomen getroost, naar zijne vloot, en stak van wal.

Hoe nader de gunstige wind zijne schepen naar devijandelijke stadvoort-dreef, des te eerder verwachtte men, tusschen hoop en vrees, de begroeting van het vijandelijk geschut. Toen zij echter niets vernamen, gaf de admiraal zijnen soldaten last, de kanonnen te doen ontbranden. Nog

ocr page 87

alles stil. Nu liet hij zijne mannen aan land. — Tot hunne niet geringe verbazing bemerkten zij nergends eenen vijand, ja, wat nog meer verwondering baarde, de stadspoorten stonden wagenwijd open. —

In de onzekerheid echter, of niet een krijgslist de oorzaak was dier handelwijze van den kant der vijanden, beval de admiraal om met de grootste voorzichtigheid de stad binnen te dringen. Doch ook hier was alles stil en onbezield, zoodat men geen enkelen vijand in het gezicht kreeg. Na geruimen tijd kropen eindelijk eenige achtergebleven Mooren uit hunncschuilhoeken. Voor den admiraal gebracht, en ondervraagd naar de oorzaak van het gebeurde, gaven zij eenparig te kennen: »Zoodra het eskader der Christenen zich voor de stad vertoonde, zag men op hetzelfde oogenblik, tot aller ontsteltenis, in de lucht een ontzag-

ocr page 88

gelijk leger, aangevoerd door een Franciscaan,, met de vereischte onderscheidingsteekenen van macht bekleed ; op het hoofd een spaanschen hoed, met pluimen versierd, den degen op zijde en den regementstaf in de hand; terwijl hij de stad met volslagen ondergang bedreigde. Bij dit gezicht was alles, klein en groot, jong en oud in verwarring op de vlucht geslagen, al het overige achterlatende.quot; Zoo viel alsdan de beroemde en geweldig sterke stad Oran, door de machtige voorspraak van den H. Antonius, zonder slag of stoot, in handen van admiraal Don Monde-mar, onbeschrijfelijk verheugd als deze was over eene zoo onverwachte en ongehoorde zegepraal. De admiraal gaf in. allerijl den koning bericht van den afloop. — Het beeld van den H. Antonius, versierd met bovengenoemde onderscheidingsteekenen, is te Alicante nog te zien.—

ocr page 89

— 73 —

Dit wonder geschiedde op het feest van den H. Antonius in het jaar 1732, en de waarheid daarvan werd in 1770 te Rome bekrachtigd.

XI. .

Te Oviedo, eene stad in de provincie Asturië, leefde zekere vrouw met name Francisca van Uravio, welke in kommervolle omstandig--heden verkeerde. Haar echtgenoot, Don Antonius Danta, sedert gerui-men tijd voor zaken in Amerika, wist niets van dat alles, dewijl hij niet een der brieven, door zijne vrouw verzonden, had ontvangen. Door den uitersten nood gedrongen, nam Francisca hare toevlucht tot den H. Antonius, ging naar de kerk der Franciscanen, en begaf zich tot het beeld van den heilige, dat zich aldaar bevond. Hier legde zij eenen brief, aan het adres van haren echtgenoot, in den arm van den H. An-

ocr page 90

— 74 —

tonius en verzocht hem met kin-flerlijk vertrouwen , dien brief toch aan haren man te doen toekomen, en haar het gewenschte antwoord te doen geworden.

Den volgenden morgén, reeds vroeg, ontwaarde de koster in de de hand van den H. Antonius een schrijven, en trachtte hem dit te ontnemen, doch te vergeefs; zoo stevig hield het beeld den brief vast. De eerste persoon, die, na het ontsluiten der kerkdeur, binnentrad, was Francisca, om het gevraagde bij den H. Antonius te gaan halen. Toen zij echter den brief in zijne hand zag, meende zij, dat het de .hare was, dien zij hem daags te voren in den arm legde, en gaf haar hart aldus lucht; »O H. Antonius, waarom bezorgt gij den brief niet aan mijnen man? zoo vurig heb ik u daarom gesmeekt, verhoort gij mijne zuchten niet in zulk eene bittere armoede?quot;

ocr page 91

— 75 —

De koster hoorde dit klagen der vrouw, en vroeg naar de reden; toen zij hem de gansche toedracht der zaak had medegedeeld, raadde hij haar, terwijl hij zelf den brief uit de hand van den H. Antonius * niet los kon krijgen, zelve te beproeven, den brief te nemen. Fran-cisca volgde den raad des kosters, en zie! zonder de geringste moeite nam zij den brief uit de handen van den H. Antonius, uit wiens armen tegelijkertijd 300 Mexicaansche geldstukken (volgens onze geldswaarde ongeveer 540 gulden) vielen, welke de echtgenoot zijne vrouw toezond.

De H. Antonius had dus, om de behoeftige vrouw te helpen, den hem toevertrouwden brief aan Don Antonius Danta, haren man, zelf ter hand gesteld, en in denzelfden nacht het antwoord daarop teruggebracht. Dé koster maakte dit wonder aanstonds ruchtbaar, waarop alle gees-

ocr page 92

— 76 —

telijken uit het klooster samenstroomden, om vol verbazing te vernemen, wat de brief behelsde, welken de H. Antonius in antwoord aan de vrouw had bezorgd. De inhoud van den brief was als volgt:

Geliefde Echtgenoote!

Reeds sinds geruimen tijd leef cleik hier te Lima Uisschen hoop en vrees, wijl ik geen tijding van u ontving, hoe gij het maakte t, toen juist deze brief aankwam, welke mij door een religieus van de orde der Franciscanen werd overhandigd en al mijne bezorgdheid over u wegnam. In dit uw schrijven beklaagt gij n, datikde brieven, aan mij gericht, onbeantwoord liet-, integendeel kan ik u verzekeren, dat niet een uwer brieven mij is geworden, behalve deze laatste, en ik u dan ook reeds beweende als eene doode. — Nu echter is mijne vreugde des te gr oo ter-, daarom

ocr page 93

— 77 —

volgt door tusschenkomst van den-zelf deyi kloosterling, die mij uwen brief gebracht heeft, het antwoord, benevens 300 Mexicani-stukken, welke uwen nood inmiddels zullen lenigen, tot ik zelf terugkom. En terwij lik, ten zeerste verlangend en stellig hopend, weldra bij u te zijn, den H. Antonius als mijnen beschermer om zijnen bijstand verzoek, vertrouw ik, spoedig weder tijding van u te ontvangen. U tn Gods hoede aanbevelend, blijf ik

Uw liefhebbende echtgenoot. Don Antonius Danta.

Lima, den 23 Juli 1729.

De oorspronkelijke brief, in het Spaansch geschreven, wordt ter bevestiging van dit wonder te Oviedo bewaard. O, hadde deze koopman den bode erkend I welk een ontvangst zou hij hem bereid hebben?

ocr page 94

XII.

Doch niet slechts in Italic en Spanje zou de naam van den 11. Antonius zijne vereering vinden, maar ook in Frankrijk, Duitschland en zoover de naam van Katholiek zich uitstrekte, wilde God zijnen trouwen dienaar door een wonder zien verheerlijkt. Ik zou hier nog even kunnen herinneren aan het •wonderbeeld van onzen heiligen in de Franciscanen-kerk te Katern in Tyrol. Ziehier zijn oorsprong: In het jaar 1638 werd den Paters Franciscanen, in de kerkelijke herstelde provincie Tyrol, het vervallen slot Rottenburg met zijn plein afgestaan, tot het bouwen van een klooster, hetwelk in 1643 tot vreugde van den ganschen omtrek werd voltooid.

Het beeld van den H. Antonius van Padua zou der nieuwe kerk, die aan het klooster was vastgebouwd.

ocr page 95

bijzonder doen schitteren, want de genaden en weldaden, welke de vereerders van dien heilige in dit bedehuis ontvingen, wezen ook ver van daar verwijderden den weg aan, waar zij in geestelijke en lichamelijke noodwendigheden hulp konden vinden.

Tot oprichting van dit wonderbeeld had de goddelijke Voorzienigheid den heer Christophorus Udalrikus von Bach uitgekozen. — Die heer werd in 1638, door de voorspraak van den H. Antonius, op eene wonderbare wijze gered uit een gevaarlijke hinderlaag van zijnen vijand. -— Om zijne dankbaarheid jegens den heiligen beschermer te doen uitkomen, besloot hij, in de nieuw gebouwde kerk der Franciscanen, voor eigen rekening, een altaar op te richten, ter eere van Antonius. Toen hij hiermede gereed en het altaar op zijne plaats

ocr page 96

verrezen was, ontbrak nog slechts het beeld van den heilige. — De almachtige God, die de eer van zijnen trouwen dienaar overal wilde verspreiden, opdat allen in den nood tot hem hunne toevlucht zouden kunnen nemen, zond tot genoemden heer von Bach, die inmiddels naar Padua was gereisd, eenen onbekenden schilder, welke hem vroeg, of hij eene schilderij van zijne hand verlangde r — Wat zou von Bach wel vuriger wenschea ? Aanstonds verzocht hij de afbeelding van den H. Antonius. — Eenige dagen later kwam de schilder en bood hem de bestelde schilderij aan. Toen de vrome man het geld ging halen ter betaling, vond hij tot zijne groote verbazing, den schilder niet, en kon hem ook nergens meer opsporen. — Daarom gelooven eeni-gen, niet zonder grond, dat die beeltenis het werk is van de hand

ocr page 97

eens engels; en inderdaad kan deze afbeelding tot nog toe door geen menschenhand trouw worden nagemaakt.

De schilderij stelt den H. Anto-nius levensgroot voor. Aan zijn voet ziet men de tinnen der kerk van Padua, in zijn rechter hand houdt hij eene witte lelie, het teeken zijner maagdelijke zuiverheid, in de linker een boek, waarop het lieve kindje Jesus rust; twee engelen kronen het hoofd. Goedertierenheid aan ernst gepaard, straalt van zijn gelaat. — Het kleed is gelijk aan dat der Franciscanen in Tyrol. In die hou-di ig blinkt de H. Antonius reeds meer dan 200 jaren zoo schitterend door wonderen uit, dat de kerk te klein werd, om de ex-voto's te bevatten, en de oude plaats moesten maken voor de nieuwere. Zelfs de verslagboeken konden het aantal wonderen niet meer bevatten, zoo-

ocr page 98

dat men gevoegelijk zeggen kon: »Wze tc Padua niet is verhoord geworden, hij ga lot den H. Anton ins te Kalternquot;

XIII.

ünder de afbeeldingen van den H. Antonius bestaat er eene van mozaïk in de kerk van den H. jo-hannes van Lateren boven aan het gewelf des koors, uit den tijd van Paus Nicolaas IV.

De/.e beeltenis is vermaard do»r het volgend merkwaardig voorval. De opvolger van Paus Nicolaas IV, Ponifacius VIII, beval, dat het afbeeldsel, hetwelk zich naast dat van den II. Franciscus bevond, zou weg genomen worden; want het kwam hem onredelijk voor, dat twee zulke nieuwe heiligen reeds onder de beelden der allerheiligste Maagd, van den 11. Joannes den Dooper en onder die der Apostelen stonden.

ocr page 99

Echter liet hij het zich welgevallen, dat Franciscus, als de stichter der zoo heilige en nuttige orde der Minderbroeders, bleef staan; maar den H. Antonius wilde hij daar niet laten, en gaf last, dat daarvoor de H. Gregorius de Groote in de plaats zou komen.

De kunstenaars volgden dit bevel; doch werden al aanstonds, toen zij nader toetraden, door eene onzichtbare hand, of gelijk het eenigen toescheen, door een schrikbare gedaante terug gedreven. Allen stortten plotseling neder. Toen den Paus zulks ter oore kwam, zeide hij: »Laat den H. Antonius staan; want zooals ik zie, kunnen wij met hem slechts verliezen, doch niets winnen.quot;

XIV.

Men kan onmogelijk hot leven van Bernardos Colnago, van de So

ocr page 100

— 84 —

cieteit van Jesus, lezen, zonder getroffen te worden door de kinderlijke eenvoudigheid van dien vromen dienaar des Heeren, waardoor hij op zoo innigen en vriendschappe-lijken voet stond met den H. An-tonius. Uit vele voorbeelden slechts het volgende:

Om een zekere vrouw te troosten, over het verlies van een paard, waardoor haar man zeer ontriefd was, wendde zich pater Cologna tot den H. Antonius; en weldra kreeg de man zijn paard terug. Doch man noch vrouw lieten den eerwaarden pater weten, dat het paard was teruggevonden. Dientengevolge in de veronderstelling, dat zijn gebed niet verhoord was geworden, ontbood de pater een wereldlijken priester, die naderhand in de orde trad van den H. Franciscus van Paula, cn gaf hem in last, cencn steen op het altaar van den H.

ocr page 101

Antonius te leggen, en hem te zeggen, dat hij een hart moest hebben, harder dan deze steen, dewijl het zooveel inhad, om zijnen vriend eenen dienst te bewijzen. De eenvoudige priester volbracht, hetgeen hem was opgedragen. Daar zag hij echter een kloosterling van het altaar neerdalen, die hem den steen teruggaf en lachend zeide: »Zeg aan Bernardus, dat eerder hij een steenen hart heeft, daar hij na zoovele mijner liefdebewijzen, nog wantrouwen tegen mij kan opvatten. Hoezeer de goede pater, dit vernemende, zich vernederde en verheugde, laat zich licht begrijpen.

XV.

Waar de H. Antonius een waar vertrouwen vond op zijne machtige bescherming, was hij ook milddadig

ocr page 102

met zijne gunsten, zelfs in zeer nietige aangelegenheden.

Een leekebrocder der Capucijnen had een gewijden rozenkrans, dien hij zeer op prijs stelde, uit hoofde der vele aflaten, daaraan verbonden. Deze brak echter, doordien de draad versleten was, zoodat de koralen links en rechts lagen verspreid. Met groote moeite verzamelde hij ze alle, op eene enkele na, die hij onmogelijk kon terugvinden. Hierover treurig te moede, bad hij met vertrouwen het Responsorium tot den heilige. Antonius troostte hem onmiddellijk; want er kwam eene mier tot den broeder gekropen, welke hem de koraal bracht. De brave kloosterling raapte haar op en weende van blijdschap en dankbaarheid

XVI.

Eene kloosterzuster had reeds de

ocr page 103

Sacramenten der stervenden ontvangen, en lag te zieltogen. Haar vader begaf zich naar pater Bernardo Colnago, wiens medelijdende inborst hij kende, en verzocht hem, dat hij haar toch eens zou gaan bezoeken. Toen hij in het klooster kwam en voor het hek stond, zeide hij tot eene non: »Zoudt gij gaarne zien, dat wij de stervende genazen?quot; »Ja, pater,quot; antwoordde deze lachend, »laten wij haar genezen.quot; Colnago hernam: »Dan zullen wij haar ook genezen; om dit te bewerken, behoeven wij den 11. Antonius slechts daarom te bidden.quot; Daarop hief hij zijne handen ten hemel, en maakte driemaal het teeken des kruises. Vervolgens gaf hij der non eenen rozenkrans, dien hij juist in de hand had, en beval haar, dien aan de stervende medezuster, Johanna Tedcs-chi, te gaan brengen. Nauwelijks had de zieke den rozenkrans aan-

ocr page 104

— 88 —

geraakt, of zij was volkomen gezond.

XVII.

Tijdens de keizer en de republiek Venetië tegen de Turken, die gezworen vijanden van den Christen-naam, oorlog voerden, werd een chrsten soldaat gevangengenomen en, onbarmhartig met ketenen beladen, in een duisteren kerker geworpen. De ongelukkige, geen kans meer ziende op eenige hulp, zuchtte bitter en barstte in droevige tranen los. Evenwel ontwaakte in zijn hart een groot vertrouwen op den H. Antonius; hij beval zich den heilige aan en beloofde, indien hij verlost werd, te Padua zijn heilig gebeente te gaan bezoeken. De heilige verscheen hem, slaakte zijne boeien, opende de deur zijner gevangenis, en gaf hem de verzekering, dat hem op zijne vlucht geen hinder zou

ocr page 105

overkomen. Zoo ook geschiedde het. Vervuld van erkentelijkheid, kwam hij te Padua, om aan het graf van den heilige zijn dankbaar hart lucht te geven. Dit gebeurde in het jaar 1660.

XVIII.

Er bestaat nog heden ten dage te Venetië op zekere plaats, Barbara della Tale genaamd, eene nis, waarin een beeld van den H. An-tonius vereerd wordt. Daar naast woonde voorheen een man, die op zekeren dag, niet ver van zijn huis, een brand zag uitbreken, welke ontstond in een nabijgelegen houtmagazijn, zich met woede verder uitbreidde tot de belendende gebouwen en alles vernielde.

Daar nu genoemde heer tegen de vlammen geen menschelijke hulp meer verwachtte, begaf hij zich in allerijl op weg naar Padua tot den

ocr page 106

heilige, en stelde heel zijn huis onder diens bescherming. De brand hield meerdere dagen aan, en veroorzaakte een schade van ongeveer een milloen dukaten aan hout. Bij zijne terugkomst vond de eigenaar zijn huis terug, dat te midden, der geweldige vlammen,daar ongeschon -den was blijven staan, terwijl alle overige in asch lagen.

XIX.

Zelfs ter dood veroordeelden vonden in den H. Antonius den redder huns levens en den verdediger hunner eer.

Te Perpignan werd in het jaar 142Q, een edelman van rechtschapen levenswandel en een groot vereerder van den H. Antonius, naar het schavot geleid, zoodat de bijl weldra een einde aan zijn leven ging maken. Inweerwil van een streng onderzoek, had de gelijkluidende

ocr page 107

— Q1 —

verklaring der valschegetuigen, welke zijne vijanden waren, het zoo ver gebracht, dat het gerecht hem schuU dig verklaarde en ter dood veroordeelde. Vuriger dan ooit riep hij, op weg naar de gerechtsplaats, zijnen heiligen beschermer aan, die zijne onschuld kende. De liefdevolle heilige verscheen nu, ten aan-schouwe van geheel het volk, in de lucht, daalde nederwaarts, nam den veroordeelde bij de hand, verbrak zijne boeien en leidde hem eene kapel binnen, welke op zijnen weg naar het schavot lag. Alle aanwezigen getuigden luide zijne onschuld. Toen de koning van Arragon zulks vernam, schonk hij hem niet slechts gratie, maar herstelde hem door aanzienlijke voorrechten en gunsten in zijne aangetaste eer.

ocr page 108

— 92 —

Aard en wijze, om de oefening der negen Dinsdagen ter eere van den H. Antonius te verrichten.

Om van God, door de verdiensten en de voorspraak zijner heiligen, eene genade te bekomen, is vertrouwen vóór alles noodzakelijk, om verhoord te worden: »Als gij kunt gelooven,quot; zeide de goddelijke Zaligmaker. Hij, die gelooft, kan alles. De mensch, die in geloof en vertrouwen wankelt, wordt door den heiligen apostel Jacobus zonder hulp afgewezen, als hij zegt: »Hij bidde »echter door het geloof, zonder te »twijfelen; want wie twijfelt, is gelijk »aan de golven der zee, die door »den wind bewogen en rondgedre-»ven worden; daarom denke zoo »iemand niet, dat hij van den Heer »iets zal ontvangen.quot;

ocr page 109

— 93 —

Stel u, om dit geloof in u op te wekken, de uitstekende deugden van den H. Antonius voor oogen; zijne vurige liefde tot God en den evennaaste, zijnen ijver voor het heil der zielen, zijne nederigheid, geduld en zachtmoedigheid, zijne gehoorzaamheid en armoede; verder de genaden, die hij van Jesus Christus ontving, zijn vertrouwelijken omgang met het goddelijk Kindje, de verbazende wonderen, die hij bewerkt,

en de weldaden, die hij voor zoovele j

duizenden verworven heeft. Stel u, j

met dit vertrouwen bezield, door eene rouwmoedige biecht in staat van genade, want God verhoort het gebed van den zondaar doorgaans niet. Daarom, ofschoon, gelijk wij later zullen vernemen, de H. Antonius van de hem biddende dame de biecht.

en de H. Communie niet nadrukkelijk verlangde, werd toch, uithoofde der algemeene deelneming, welke deze

ocr page 110

— Q4 —

oefening der negen Dinsdagen ondervond, ook het loffelijk gebruik door de Kerk ingevoerd, dat degenen, die deze oefening verrichten,

voor zoover zulks gevoegelijk kan geschieden, alle negen Dinsdagen ook biechten en communiceeren, om d zoodoende hun hart van zonden te v zuiveren en des te zekerder in hunne g bede verhoord te kunnen worden. I

Recht vrome zielen zijn gewoon ge- ' e durende deze negen Dinsdagen nog c werken van boetvaardigheid te be- ( oefenen: zij vasten tot den middag, v ofwel versterven zich, indien zulks n niet mogelijk is, in iets anders. Zij, die vermogend zijn, geven eene aalmoes of doen andere liefdewerken. ^ Allen echter wonen eene H. Mis bij, en bidden onder dezelve 13 Onze Vaders en Weesgegroeten, gelijk Antonius het zelf eens van een L zijner vereerders verlangde; zij, die 1 lezen kunnen, bidden het Response- 1 c

ocr page 111

rium, door de H. Bonaventura vervaardigd, de getijden, de litanie, de drie voetvallen of andere gebeden, welke dit boekje bevat, ieder naar verkiezing. Deze oefening moet echter noodzakelijk ondernomen worden met de meest mogelijke onderwerping aan God en reinheid des gewetens, met groote eerbiedigheid, levendig geloof en vurig vertrouwen, en mag daarbij niets anders verzocht of verlangd worden, dan de lof van God, de eer des heiligen en eigen welzijn, in zoover zulks niet strijdt met de belangen onzer ziel.

De negen Dinsdagen ter eere van den H. Antonius van Padua.

Oorsprong dezer Godsvrucht.

De negen Dinsdagen ter eere van den H. AntOnius zijn eene voortref-

ocr page 112

1 —

r / ■ ■ ■. quot; ■ ■ ■ ■.

— 96 —

felijke oefening van godsvrucht,

welke over heel de katholieke wereld verspreid, en door ontelbare

|

personen met onbeschrijfelijk veel nut wordt verricht, wegens de vele mirakelen en weldaden, welke krachtens de verdiensten van den H. An-tonius en door diens voorspraak zijn bewerkt. Te dien einde worden negen achtereenvolgende Dinsdagen (in noodzakelijke gevallen kunnen zij ook onderbroken worden) uitgekozen, waarop men tot de H. H. Sacramenten nadert, of het beeld van den H. Antonius eerbiedig bezoekt, en aandachtig eenige gebeden verricht, om, door de voorspraak van den heilige, de gevraagde gunst te verwerven. De insteller dezer godsvrucht is de H. Antonius zelf,

gelijk uit het volgende blijkt:

In het jaar 1617 verzocht eene edele dame te Bologna den H. Antonius om eene buitengewone gunst,

i

ocr page 113

- Q7 —

waarna de heilige zich in den nacht aan haar vertoonde en zeide: »Be-zoek gednrende negen Dinsdagen in de kerk van den H. Franciscus mijn hceld, en gij zult verhoord worden.quot; Nauwkeurig volgde zij den raad des heiligen, welke door een ongehoord wonder werd bekroond. Dit ontzettend mirakel verspreidde zich weldra door geheel Italië, en wekte in de harten der geloovigen een zoo groot vertrouwen op tot den H. An-tonius, dat men in alle geestelijke en lichamelijke noodwendigheden tot de oefening der negen Dinsdagen zijne toevlucht nam, wat immer de gelukkigste uitkomst opleverde. Om de gewenschte genade des te zekerder te erlangen, begon men, behalve het bezoeken zijns altaars en het bijwonen der H. Mis, ook nog andere oefeningen van godsvrucht in te voeren.

—oogt;o—

5

ocr page 114
ocr page 115

OEFENINGEN VAN GODSVRUCHT

TER EERE VAN DEN

H. ANTONIUS VAN PADUA.

—oSo—

ocr page 116
ocr page 117

De eigenlijke oefening der negen Dinsdagen.

Voorwoord.

Hoe welgevallig aan God en den H. Antonius de door hem zeiven ingestelde devotie der negen Dinsdagen is, bewijzen de ontelbare en schier dagelijksche wonderen en genaden, waarmede de oneindige God deze oefening bekrachtigt, door de verdiensten zijns getrouwen dienaars.

Men begint de negen Dinsdagen tot eer van God, van de negen kooren der engelen en van den H. Antonius ;

1°. Met te biechten en te com-municeeren.

2°. Met het bijwonen der H. Mis aan het altaar van den heilige (men

ocr page 118

kan ook zelf eene H. Mis op dit altaar laten lezen.)

3quot;. Met het aandachtig bidden van het Responsorium, de getijden van den heilige, of de litanie enz. Zij, die niet lezen kunnen, bidden hem ter eere 13 Onze Vaders en Weesgegroeten.

4°. Met eene versterving, vasten tot den middag of het geven van een aalmoes.

5n. Met minstens eenmaal een waskaars te laten ontsteken.

Geen mensch is er wellicht gevonden, die deze vrome oefening met levendig geloof en vertrouwen op God ondernam, of hij heeft, zoo niet de verlangde genade, dan toch iets van veel grooter voordeel, ontvangen. (1)

(i) Ten einde deze negendaagsche oefening en het vertrouwen op den H. Antonius nog meer te doen toenemen, heeft Paus Clemens XIII den 28 .Maart 17ÓJ, op alle Dinsdagen des jaars, hetzij die onderbroken of niet onderbroken, met of zonder noveen gevierd worden, telkenmale een vollen aflaat verleend voor degenen, die-bij uitstelling van het Allerheiligste Sacrament de kerk der Franciscanen bezoeken, rouwmoedig biechten en communiceeren, en bidden tot intentie van Z. H. den Paus.

ocr page 119

— 103 —

GEBED,

WAARDOOR MEN DEN H. ANTONIUS TOT ZIJN BESCHERMER KIEST.

H. Antonius, roemwaardige dienaar en vriend van God! Ik N. N., groet u door het zoet hart van Jesus, Dien gij in de gedaante van een aanvallig kindje in uwe armen gedragen hebt; ik wensch u van harte geluk met die eeuwige heerlijkheid, welke God u voor altijd verleend heeft; ik dank God uit het binnenste mijns harten voor alle genaden en voorrechten, waardoor Hij u boven anderen heeft uitverkoren. Heden kies ik u opnieuw tot mijn beschermer, voorspreker en vertrouwelijken vader, en neem mij vast voor, u nooit te verlaten, u altijd te vereeren, en niets te doen, wat in strijd is met uwe eer. Ik smeek u derhalve, mij voor immer als uw pleegkind

ocr page 120

— 104 —

aan te nemen; sta mij bij in al mijn doen en laten, en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.

—O0O—

Bij het begin der negen Dinsdagen.

GEBED.

O lofwaardige beschermer, H. An-tonius! tot meerdere eer van God almachtig en zijn noeder, de allerheiligste maagd Maria, welke Hem negen maanden onder haar maagdelijk hart heeft gedragen, alsook ter vereering van de negen'kooren der engelen, begin ik, het geringste uwer pleegkinderen, heden de negen Dinsdagen, met het vaste voornemen, deze ook trouw te voleinden. — Gij zelf zijt de insteller dezer oefening, dewijl gij, eene voorname vrouw, in haren benarden toestand, aanraaddet,

ocr page 121

— 105' —

gedurende negen Dinsdagen uw altaar en beeld te gaan bezoeken.

Met deze uw eigen raeening vereenig ik de mijne, vereer en prijs U, en in U Dengene, Die wonderbaar in zijn heiligen, u versierd heeft met den luister van altijddurende wonderwerken.

Neem mij, uwen dienaar (uwe dienaresse) en deze mijne oefening genadig aan.

O trouwe vriend van God! wees mijn middelaar bij God door uwe al-lesvermogende voorspraak. — Verkrijg mij, bid ik u, vergiffenis van al mijne zonden, en opdat ik voortaan de zonden mijde en God getrouwer diene, ook de genade, die mij in het goede moet versterken en bevestigen. Vraag ook voor mij om lichamelijke gezondheid, zoo die ten minste in 't belang mijner ziel is; bescherm mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden, gevaren en

ocr page 122

— 106 -

rampen, sta mij vooral bij in dezen mijnen nood en verlegenheid, welke u bekend is, en waarom ik voor u op de knieen deze negendaagsche oefening verricht.

(Geef thans uwe aangelegenheid te kennen.J Gij Vader, en heilige beschermer, weet het best, wat mij het voordeeligst is. Laat mij, toch voor zoover het tot mijn heil strekt, dat ik verhoord worde, de kracht uwer voorspraak ondervinden.

O milddadige Jesusl verhoor den H. Antonius, die voor mij bidt, opdat mijn gebed door de kracht zijner verdiensten, verhoord worde, dewijl ik in hem, U als den wonderbaren God erken en aanbid, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 123

— 107 — GEBED

VOOR DEN EERSTEN DlNSDAG.

Antonius verlaat op i^jarigen leeftijd de wereld en begeeft zich in het klooster.

Almachtige God, die uwen getrouwen dienaar Antonius in den bloei zijner jeugd door de stralen uwer genade hebt verlicht, en hem geleerd hebt, den gevaarlijken afgrond der zinnelijke lusten te vermijden, U, ondoorgrondelijke bron van barmhartigheid, smeek ik door de verdiensten van den H. Antonius, schenk mij de genade, dat mijne ziel het ijdel genot en de vergankelijkheid van alle aardsche goederen en vermaken volkomen beselïe, het rechtmatig gebruik daarvan bij het licht des geloofs, volgens uwen wil en welbehagen, aanwende, en U als het eenigst ware goed met

ocr page 124

— 108 —

levendig geloof en heilige liefde voortdurend moge zoeken en behouden. Besproei,obarmhartige God, mijne zondige ziel met de levende wateren der bron, door welke de H. Antonius alle aardsch en zinnelijk genot heeft veracht. Geef, o mijn God, dat zij, verrukt van he-melsche blijdschap, U alleen zoeke, naar U verlange, U vinde en in U eeuwig rusten moge. Gij echter, roemrijke vader, H. Antonius! helder schitterend voorbeeld aller deugden, veilige toevlucht van alle bedrukte harten, geef gehoor aan mijn ootmoedig gebed, en verwerf mij van den oneindigen God de genade, welke ik zoo vurig verlang. Dit smeek u door de verdiensten van uwe onschuldige kindsheid. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

ocr page 125

— 100 —

GEHED

VOOR DEN TWEEDEN DlNSDAO.

Antonins bereidt zich door de strengheid zijns levens voor tot den marteldood.

O eeuwigen God! Schepper aller dingen, mijn waarlijk hoogste en eenigste goed! Ach, konde ik, ellendig schepsel, u naar waarde dank-betuigen voor alle genaden en weldaden, mij naar ziel en lichaam bewezen, voornamelijk voor het kostbare bloed, dat uw eeniggebo-ren zoon in zijn bitter lijden vergoten heeft, om mijne zonden af te wasschen en te voldoen voor uwe strenge gerechtigheid. Daar ik echter mijn onmacht erken, neem ik mijne toevlucht tot uwep trouwen dienaar, den 11. Antonius en kies hem tot mijn patroon en voorspreker bij uwe onuitsprekelijke barm-

' ill

ill

ocr page 126

— 110 —

hartigheid, dewijl hij, door zijn innig verlangen naar den marteldood en ook door de zucht, om zijn bloed voor u te vergieten, U bijzonder welgevallig was. Daarom smeek ik u, ootmoedig, o oneindige God, altijd getrouw in uwe belotten, door de vurige liefde, welke de H. An-tonius u toedroeg, door zijne brandende begeerte naar het martelaarschap en door den strengen levenswandel,waardoor hij tot verheerlijking van uwen heiligen naam, zijn onschuldig lichaam kastijdde, ontsteek mijn hart door uwe goddelijke liefde, opdat de booze begeerlijkheid in mij uitgedoofd worde, en het vuur der heilige begeertens in mij steeds ontvlamme.

U, glorievolle vader, H. Antonius! martelaar van begeerte, onschuldige boeteling, smeek ik van harte, open ook voor mij uw hart, en verkrijg mij van mijnen Heer en God den

ocr page 127

— Ill —

bijstand zijner genade, opdat ik, door de oefening gedurende deze negen Dinsdagen, in mijne aangelegenheid verhoord worde. Dit bid ik u door uw zoo vurig verlangen naar de martelaarskroon en de gestrengheid van uw heilig leven. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

GEBED

voor den derden DlN'Sl)A(,.

Antonius begeeft zich met tcestem mzng zijner oversten tot de eenzaamheid, om zich alleen, met God bezig te houden.

O glorievolle Antonius! ijverige navolger der Seraphijnen! om de zinnelijke lusten van dit aardsche leven te overwinnen, koost gij de eenzaamheid tot Paradijs uwer ziel; van de menschen verwijderd, wildet gij slechts met God en zijne heilige engelen omgaan! o liefderijke pa-

ocr page 128

— 112 —

troon, afgezonderd van de schepselen, vereenigdet gij u met uwen Schepper, als hemelburger hier op aarde. — Zie, tot u neem ik mijne toevlucht, verkrijg mij door uwe machtige voorspraak bij God de genade, dat mijne ziel, te midden der aardsche beslommeringen van dit ellendig leven, de ware een-zaainhcid vindc, vrij van alle we-reldsche en zinnelijke aanlokselen, bovenal aandachtig blijve gedurende het gebed en alleenlijk streve naar de eeuwige goederen. Maak toch, dat mijne ziel al hare gedachten en zinnen moge stellen op God, • Hem hare bezigheden opdrage, standvastig op Hem betrouwe, en na den dood met u eeuwig den drie-ëenigen God moge genieten. Roemvolle vader, H. Antonius! schitte-rende zon hier op aarde, en helder licht voor hen, die wandelen in dit dal van tranen, ik kom tot u met

ocr page 129

— 113 —

de ootmoedige bede, wil toch de zuchten van mijn bedrukt hart genadig aanhooren, en mijne aangelegenheid bij Jesus, door uwe machtige voorspraak steunen. — Hierom smeek ik U, door uw in God verborgen en voorbeeldig leven. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

GEBED

voor den vierden dlnsdag. Automus verbergt, uit diepen ootmoed, de hooge wijsheid, hein door God verleend.

Almachtige, eeuwige God! ik loof en zegen U in uwen trouwen dienaar Antonius. De H. Geest heeft zijne zuivere ziel met de gave eener buitengewone wijsheid en wetenschap vervuld, en hem genadig ingegeven, het hem toevertrouwde talent zorgvuldig zoo lang te verbergen, tot het U zeiven behaagde,

ocr page 130

— 114 —

het onder de korenmaat der diepste nederigheid verborgen licht, op den kandelaar te plaatsen, en het der wereld mede te deelen.

Ik vereer in Antonius de door uwen geest ingestorte wijsheid, zoo innig verbonden met oprechte nederigheid; ik loof en prijs u uit het binnenste mijns haren en dank u, dat gij in hèm deze twee prijzenswaardige en zeldzame hoedanigheden van wijsheid en ootmoed zoo volmaakt hebt vereenigd. Daarom bid ik U, o God, die eeuwig getrouw zijt in uwe beloften, schenk mij de wijsheid uwer heiligen, opdat ik in waren ootmoed, mijne nietigheid erkenne, mij zeiven minachtc, het kwade van het goede onder-schcide, en U alleen als mijn waar en hoogs'te goed hier en hiernamaals eeuwig beminnen moge.

U, roemvolle vader, H. Antonius vat van wijsheid en wonderbare spie-

ocr page 131

— 115 —

J

gel van ootmoedigheid! smeek ik met kinderlijk vertrouwen, verkrijg mij de genade, welke ik gedurende deze oefeningen van u verlang. Zoo vele duizenden hebt gij reeds verhoord, o verhoor ook mijn ootmoedig gebed. Dit bid ik u, ter wille der u door God verleende wijsheid en diepe nederigheid. Amen.

Onze Vader. — IVees gegroet.

■: i 1

M

'J

GEBED

' 1

1

voor den vijfhen DlNSDAG.

r1

c t

Antonius, door God verlicht, ontdekt de hinderlagen des duivels en maakt hem beschaamd.

1

r-r

s

I

0 eeuwige Wijsheid, die wonderbaar degenen verlicht, die met een oprecht hart naar U verlangen; die het licht uwer genade in de' reine ziel van Antonius hebt uitgestort, waardoor hij alle listen en lagen der hel ontdekt en onschadelijk heeft

i:-| i :i

êi

ocr page 132

— 116 —

gemaakt, verleen mij, door de verdiensten van uwen heilige de genade, dat ook mijne, van ijdelheid en kwade neigingen verblinde oogen, door het hemelsch licht bestraald, de bekoringen en strikken van satan ontdekken, en dat mijn hart alle hoovaardij der wereld en des vleesches, door de macht van uwen allerheiligsten naam, kloekmoedig moge overwinnen. Ik bid U, o liefderijke God, door de verdiensten van den H. An-tonius, geef toch, dat ik door de ingevingen des duivels en de lusten mijner zinnen niet van den weg^der deugd worde afgeleid. Bevestig mij steeds, o Heer, in uwe heilige vrees, laat haar doordringen in het binnenste mijns harten, opdat ik uwer barmhartigheid waardig worde, en u eens met den H. Antonius in eeuwigheid moge loven en prijzen.

U, roemvolle vader, H. Antonius, luisterijke overwinnaar der hel, bid

ocr page 133

— 117 —

ik, zie op mij, uw onwaardig pleegkind neder, help mij in mijne aangelegenheid en verkrijg voor mij de gewenschte genade. Daarom smeek ik ii, door de heerlijke zegepraal, welke gij op de vijanden uwer ziel behaald hebt. Amen.

Okzs Vader. — Wees gegroet.

GEBED

voor den zesden dlnsdag.

Antonius, steeds volhardend in het gebed, verkrijgt de -wonderbare macht, om alles van God te verwerven.

O oneindig barmhartige God, gij hebt aan het gebed van uwen dienaar Antonius, tijdens zijn leven zulk eene macht verleend, dat het voor uw allerheiligst aanschijn, nimmer zonder uitwerking is gebleven. Zoo dikwijls Antonius U aanriep, hebt gij hem genadig verhoord. Ik bid

ocr page 134

— 118 —

IT, o goedertierene God, door alle genaden, waarmede gij uwen dienaar vervuld hebt, alsook door de vurige godsvrucht, waarvan hij steeds tijdens het gebed doordrongen was, schenk mij in het gebed levend geloof, kinderlijk vertrouwen en volkomen aandacht, opdat ik verdiene in mijne aangelegenheden door U verhoord te worden. Let niet op mijne lauwheid en verstrooidheden, maar op de vurigheid, waarmede Antonius tot U bad, en altijd gehoor bij U vond.

U, roemvolle vader, H. Antonius, bid ik met kinderlijk vertrouwen, verkrijg mij waren ijver in het gebed en bijzonder die genade, waarom ik u reeds in het begin dezer oefening gebeden heb; o laat mij niet onverhoord heengaan van uw beeld. Hierom smeek ik u, door dat heilig vuur van innige vereeni-ging met God, waarmede uw gebed

ocr page 135

— 110 —

tot den troon des Almachtigen opsteeg. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

GEBED

voor dun zevenden dlnsdag.

Ant07iius verkondigt het woord Gods met onver moeiden zielenijver, en bekeert ontelbare zondaren en ketters.

O almachtige en sterke God, uwe stem is van oneindige kracht en sterkte; zij verbrijzelt rotsen, velt cederboomen, ontsteekt de harten in vuur, en doet woestijnen sidderen. Deze kracht en sterkte hebt gij uwen dienaar Antonius medegedeeld, opdat hij door de verkondiging van uw heilig woord, de hooge ceders in hunne hoovaardij vernedèren, het vuur der kwade begeerlijkheid uitdooven, en de trage harten in heilige vreeze zou ontsteken.

ocr page 136

— 120 —

U alleen zij roem en eer. Schenk mij echter, o God van barmhartigheid, door de voorspraak van den H. Antonius, de vergeving mijner zonden cn ecne volmaaktebekcering.

Dit smeek ik U door zijn brandenden zielenijver, waarmede hij zooveel duizenden zondaars en ketters tot U bekeerd heeft; geef, o mijn God, dat ook mijn hart de boosheid der zonden erkenne, de bedrevene door oprecht berouw en boetvaardigheid uitwissche, en voortaan niet meer zondige.

U, roemvolle vader, H. Antonius, die zoovele zondaars en ketters tot God hebt teruggevoerd, bid ik ootmoedig, schenk mij slechts een enkele vonk van het heilig vuur, dat voor het heil der zielen in u brandde, opdat ook mijne ziel van ganscher harte zich tot God moge bekeeren. Om deze en de reeds voornoemde genade bid ik u door uwen gloeien-

ocr page 137

— 121 —

den zielenijver en de kracht, door God aan uwe woorden verleend, om de zondaars te bekceren. Amen. Onze 7 ader. — Wees gegroet.

GERED

voor den achtsten ulnsdag.

Avfomus gaai vertrouwelijk om met het goddelijk Kindje, en wordt viet genaden en hemelsche zoetheden vervuld.

O Jesus, luister des hemels, vreugde der engelen, zalige troost der men-schen, hoop aller schepselen, hoogste goed en eenig voorwerp, dat de harten kan bevredigen; in An-tonius hebt gij gevonden, wat gij verlangdet. Zijne voorbeeldige deug-1 den, deden U van den hemel naar de aarde afdalen, en legden U in de gedaante van een aanvallig kindje op zijne kuische armen neder. O onbegrijpelijke genade! o on-

6

ocr page 138

i.

— 122 — .

uitsprekelijke waardigheid! ik bid u door deze liefde, waardoor het uw vermaak is, met de kinderen der menschen te zijn, dat mijne ziel, van al het aardsche ontdaan, zich in U alleen moge verheugen. Wees gij mijn troost, mijne hulp en eenige toevlucht in leven en dood, en mijne vreugde, gedurende de gansche eeuwigheid.

U echter, o roemvolle vader, H. Antonius, vlekkelooze spiegel der zuiverheid, onschuldige en eenvoudige duif, vreugde van het kindje Jesus, bid ik, door de zoetheid, waarmede uwe ziel .overladen werd, toen gij het goddelijk kindje Jesus uit de schoot der H. Moeder tot uwe armen zaagt afkomen, en door die verrukkelijke oogenblikken, toen het u met zijne teedere handjes omhelsde en liefkoosde, wees mijner indachtig bij den lieven Jesus, Dien gij thans in alle eeuwigheid van aan-

i

ocr page 139

123 —

schijn tot aanschijn omhelst en aanschouwt ; beveel ook hem mijn lichaam en zondige ziel aan. Verkrijg mij de genade, waarom ik zoo vurig bid.» Amen.

Onze Vader. — IVscs gegroet.

GEBED

voor den negenden dlnsdag.

Antonius sterft een zaligen dood en bewerkt tallooze wondere7i.

Almachtige God, trouwe belooner van het goede, Gij hebt U gewaar-digd, uwen trouwen dienaar, Antonius, nadat hij onvermoeid in uwen wijngaard gearbeid, een groot aantal ketters tot uwe H. Kerk teruggebracht en duizenden van zondaars tot boetvaardigheid en bekeering gebracht had, door een zaligen dood tot de eeuwige belooning te roepen. Gij hebt uwen ootmoedigen dienaar, o mijn God, bij zijn intrede ten he-

ocr page 140

— 124 —

mei, verblijd met uwe heilige tegenwoordigheid, en zijne gezegende ziel onder uwe bescherming gesteld, haar verheven tot het koor der martelaars van begeerte, en zijn lichaam ter vereering gesteld voor de gan-sche wereld! Door dezen zaligen dood van den H. Antonius, bid ik U, o mijn God, verleen mij in uwe onuitsprekelijke barmhartigheid de genade, om tot het einde toe, standvastig in het goede te blijven volharden. Zend mij alsdan uwen dienaar Antonius te gemoet, opdat hij met mij strijde tegen de bekoringen, in den doodangst mij trooste, mijne ziel onder uwe hoede stelle, en haar rein en onbevlekt aan uw heilig aangezicht moge vertoonen.

U, o roemvolle vader, H. Antonius, bid ik, verkrijg mij van God door uwen verdienstelijken dood, de verhooring mijner tijdelijke aangelegenheid en degenade,om eens in

ocr page 141

— 125 —

uwe tegenwoordigheid gelukkig te mogen afsterven. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

GEBED

ALS MEN NOG NIET VEKHOOED IS . GEWOIIDEN.

Als ik in mijnen rampspoed den Heer aanriep, heeft Hij mij, ter wille mijner ongerechtigheden, nog niet verhoord. O Heer Jesus Christus, hoe lang zal ik nog tot U roepen, en zult Gij mij niet aanhooren? Hoe lang zal ik zuchten, en zult Gij mij niet helpen? Ook u, H. Antonius, heb ik aangeroepen, om uwe voorspraak; doch om het rechtvaardig oordeel Gods, heb ik de genade, waarom ik zoo dringend bij u aanhield, niet kunnen verkrijgen.

O goedertierene Jesus, het is mij leed, dat ik U, het opperste goed, dat ik boven alles wensch te

ocr page 142

— 126 —

beminnen, ooit beleedigd heb. O Jesus, vergeef mij al mijne zonden en geef mij de genade, het kwade te vermijden, en standvastig in het goede te volharden; ik neem mij nu vast voor, U nimmer meer te belee-digen. O liefderijke Jesus, sterk dit mijn voornemen, daar mijne zwakheid U volkomen bekend is.

O H. Antonius, vereenig uwe voorspraak met mijn gebed, want dan hoop ik met zekerheid door God verhoord te worden, als ik van al mijne zonden gezuiverd, toegang vind bij Jesus, mijn liefdevollen vader. O allerzoetste Jesus, ontferm U mijner, en verhoor mij in mijne aangelegenheid door de verdiensten van den H. Antonius. Amen.

DANKBETUIGING

VOO li OXTV-.VSGKXE GUNSTBEWIJZEN.

Toen ik in mijnen rampspoed tot

ocr page 143

— 127 —

den Heer verzuchtte, heeft Hij mij verhoord, omdat gij, o trooster der bedrukten, H. Antonius, bij den Vader der barmhartigheid voor mij gebeden hebt. — Nu ondervind ik, dat niemand God te vergeefs aanroept, als Antonius voor hem bidt. O H. Antonius, hoe liefdevol hebt gij mij getroost, daar ik door uwe hulp, datgene verkregen heb, waarom ik bad. Van ganscher harte bedank ik u, zoowel voor deze genade, als voor alle mij bewezene weldaden. Uit dankbaarheid geef ik mij geheel aan U; neem mij voor altijd als uw pleegkind aan, en leer mij steeds in alles den heiligen wil van God volbrengen. O allermild-dadigste Jesus, kroon Uwer heiligen! wie hen vereert, vereert ook U. Ik verheerlijk U in uwen belijder Antonius, door wiens voorspraak gij mij verhoord en de ontvangen weldaad bewezen hebt. Behalve deze

ocr page 144

— 128 —

genade, o liefdevolle Jesus, smeek ik U dringend, om de genade der volharding in uwen dienst tot aan mijnen dood, opdat ik waardig worde van U, o Jesus, die troostvolle woorden te vernemen : Welaan, gij goede en getrouwe knecht, treed binnen in de vreugde uws Heeren. Amen.

—O0O—

Beroemd Responsorium

ler eere van den H. Antonins van Paflna,

door den H. Bonavcntura vervaardigd.

Den ,13den' April 1263, dus 32 jaren na den dood en de begrafenis van den H. Antonius, woonde de H. Bonaventura, als generaal der orde de plechtige opgraving van het gebeente des heiligen te Paduabij. Toen men de tong van den H. Antonius nog geheel frisch, rood en onge-

ocr page 145

— 120 —

schonden bevond, nam de H. Bona-ventura haar in zijnehanden en sprak: »0 gezegende tong, die God altijd geloofd hebt. en anderen leerdetHt-m te prijzen ; Jielder blijkt het thans, hoe groot uwe verdiensten zijn bij Godquot; — Vervolgens kustte hij die heilige tong, en werd zoozeer tot de vereering van den H. Antonius gedreven, dat hij er slechts op bedacht was, om diens wonderen naar waarde te vermelden. En als hij dan, in verrukking opgetogen, gereed was,

om den lof van den H. Antonius in zijn wonderen te beschrijven, voelde hij, hoe de pen, tusschen zijne gewijde vingeren zich als van zelfbewoog, en onder Gods leiding, schreef nu zijne hand het beroemde Responsorium van den H. Antonius neder :

1 RESPONSORIUM.

Wilt gij mirak'len zien: (wat alk-menschen duchten)

_:_Li

ocr page 146

— 130 —

En dood, en ketterij en ongelukken

(vluchten : De helsche vijand wijkt, melaatsch-

(heid zelfs vergaat; Geen krankheid, die haar prooi niet

(ras gezond verlaat. R) De zeeën vlieden heen, van overstroomde landen, De boeien laten los aan sterk geknelde handen. Geen lidmaat ooit zoo dor, niets, wat

(verloren ging. Dat jong en oud, die bad, niet weder

(t'rug ontving. Het grimmigste gevaar, ja, elke nood

(moet wijken. Dat hij, die'tondervindt, uit alle land

(en rijken. Hier eiken twijfel wraakt, en luide

(en openbaar Met Padua verhaalt, getuigen al te

(gaar.

Rj De zeeën vlieden heen van overstroomde landen, cngt;:

ocr page 147

— 131 —

Eere zij den Vader, den Zoon en

den H. Geest. enz.

R) De zeeën vlieden heen van over-

(stroomde landen, enz. V. Bid voor ons, o H. Antonius ! R. Opdat wij waarig mogen worden der beloften van Christus.

GEBED.

Laat o God, uwe Kerk zich verheugen in de dankbare en betrouw-volle herinnering aan uwen zaligen belijder Antonius, opdat zij door geestelijke hulp, te allen tijde beschermd en waardig gemaakt worde, om eenmaal de eeuwige vreugde te genieten, door Christus onzen Heer. Amen.

BEMERKING. Telkens 100 dagen aflaat. Wie dit Responsorium gedurende cene heele maand dagelijks bidt, kan op een dag der maand naar verkiezing een vollen aflaat verdienen onder voorwaarden van te bicchten, te Coramuniceeren en eene kerk of openbnre bidplaats te bezoeken, om er te bidden tot intentie van Zijne Heiligheid. (Pius IX, 25 Januari 1866.)

ocr page 148

— 132 —

Kleine getijden

VAN DEN H. ANTONIÜS VAN PADUA.

DE METTEN.

De Zegen vati den H. Antonius.

Ziet het kruis des Heeren; vlucht, gij weerspannige partijen, de leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David heeft overwonnen. Alleluja. V. Heer, open mijne lippen, R. En mijn mond zal uwen lof verkondigen.

V. God, geef acht op mijne hulp, R. Heer, haast U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz. Alleluja. (Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluja: Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige heerlijkheid^

Lofzang.

Bij 't vernomen van de mare.

Dat een Minderbroeder-schare,

ocr page 149

— 133 —

Vijf in tal als mart'laar sneeft, En voor Jesus 't leven geeft,

Wordt hij aanstonds Minderbroeder, Draagt zich op aan de Albehoeder, En met 't woord Gods in de hand. Snelt hij naar der wilden strand.

Geef, o Jesus, vol genaden.

Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.

Ons door zijn gebed bevrijd'.

Antiphoon. O wonderbare Held van Spanje, schrik der ongeloovigen, nieuw licht van Italië, kostbaar pand van Padua, verkrijg voor ons, Antonius, de bescherming der genaden van Christus, opdat wij den korten tijd, die ons vergund wordt, niet vruchteloos laten voorbij gaan.

Dat alle kinderen des Heeren zich verblijden,

Dat zij den lof van den H. Antonius alom verbreiden.

ocr page 150

— 134 —

GEBED.

O God, die door de H. Kerk wonderbaar genoemd wordt in uwe heiligen, door wier voorspraak zij bijstand gevoelt in alle kwellingen, verleen ons, dat wij, die in den naam van uwen zaligen belijder An-tonius vergaderd zijn, mogen verkrijgen, wat wij verzoeken; opdat wij in alle voorvallen beschermd v/ordende, nimmer ophouden u te loven en te danken, door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

De Primex.

God, geef acht op mijne hulp, Meer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

Lokzano.

Hij verdrijft de ketterijen.

Met het woord Gods te verbrei'en.

ocr page 151

— 135 —

Breekt der helle kerkerslot, En bevrijdt de quot;Bruid van God.

Geef, o Jesus, vol genaden,

Groot in macht, en groot in daden, Dat Antonius altijd,

Ons door zijn gebed bevrijd'.

Anliphoon.

Door wonderteekenen, die van Gods

[macht getuigen, Doet hij het ongeloovig volk, zich

[geloovig nederbuigen. Voor God, zijn Heer, wiens dierb're

[Bruid, hun lastermond, Door hun vermeten taal, zoo dik-

[werf had gewond. Ontwaak, H. Antonius, tot onze hulp. Verlos ons van alle zichtbare vijanden.

GEBED.

O God, die uwen IT. belijder Antonius, zulk een uitmuntenden verkondiger van Uw woord gemaakt, en de II. Kerk door zijne zalige

ocr page 152

— 134 —

GEBED.

O God, die door de H. Kerk wonderbaar genoemd wordt in uwe heiligen, door wier voorspraak zij bijstand gevoelt in alle kwellingen, verleen ons, dat wij, die in den naam van uwen zaligen belijder An-tonius vergaderd zijn, mogen verkrijgen, wat wij verzoeken; opdat wij in alle voorvallen beschermd v/ordende, nimmer ophouden u te loven en te danken, door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

De Primen.

God, geef acht op mijne hulp. Meer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

Lojzanc.

Hij verdrijft dc ketterijen,

Met het woord Gods te verbrci'en.

ocr page 153

— 135 —

Breekt der helle kerkerslot, En bevrijdt de Bruid van God.

Geef, o Jesus, vol genaden,

Groot in macht, en groot in daden, Dat Antonius altijd.

Ons door zijn gebed bevrijd'.

AN riPHOON.

Door wonderteekenen, die van Gods

[macht getuigen, Doet hij het ongeloovig volk, zich

[geloovig nederbuigen. Voor God, zijn Heer, wiens dierb're

[Bruid, hun lastermond. Door hun vermeten taal, zoo dik-

[werf had gewond. Ontwaak, H. Antonius, tot onze hulp, Verlos ons van alle zichtbare vijanden.

GEBED.

O God, die uwen H, belijder Antonius, zulk een uitmuntenden verkondiger van Uw woord gemaakt, en de H. Kerk door zijne zalige

ocr page 154

— 136 —

leering zoo wonderbaar verblijd hebt, verleen ons genadig, dat wij, hetgeen hij ons met woorden en werken geleerd heeft, door zijne voorspraak getrouw mogen navolgen, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

De Terticn.

God, geef acht op mijne hulp, Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

Lofzang.

Water'n vloeien uit de steenen. Hard versteende harten weenen, Als zijn tong, die honig vloeit, Hen met 's hemels dauw besproeit.

Geef, o Jesus, vol genaden.

Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.

Ons door zijn gebed bevrijd'.

ocr page 155

— 137 —

An riPnooN,

Hij dorstte steeds naar U, o God,

[en placht te waken. Van 't eerste morgenlicht, in uwe

■ [dienst en zaken; Gij wildet, dorstend aan het kruis,

[dan voor hem zijn Een helderschijnend licht, een le-

[vende fontein. Doe door uwe verdiensten, aller-

[minnelijkste Antonius, Onze harten in de liefde van Christus smelten.

GEBED.

Stort, allerliefste Jesus, den vruchtbaren regen.uwer liefde overvloedig over onze dorre harten uit, en zuiver ze door de voorspraak van den H. Antonius van alle vlekken der zonden, gij, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 156

— 138 —

Dk Sexl'en.

God, geef acht op mijne hulp, Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

Lofzang.

Hij had altijd in zijn leven,

't Heilig kruis in 't hart geschreven. Droeg dit te eken in zijn ziel. Dat hem nimmer lastig viel.

Geef, o Jesus, vol genaden.

Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.

Ons door zijn gebed bevrijd'.

An riPHOON.

Looft, schepselen, den Heer, die uit

[de hemelzalen. Zijn milden zegen op u allen neer

[doet dalen. En uwe hoop beloont door't onwaardeerbaar goed.

ocr page 157

— 139 —

Dat door Antonius, Hij voor U allen

[doet.

Dat allen zich verheugen en verblijden, Die door Antonius tot den schoot [der H. Kerk gebracht zijn.

GEBED.

O God, voor -wiens aanschijn de hemelen zelfs niet zuiver zijn, sla een oog van g3nadeopons,wier vlekken gij door het dierbaar bloed van uwen eenigen Zoon, gewaardigd hebt af te wasschen, en vergun ons, dat wij door de voorspraak van den H. Antonius, zóó door de tijdelijke goederen mogen wandelen, dat wij met onzen geest altijd naar U en naar de eeuwige goederen wenschen en verlangen mogen, door denzelfden Jesus Christus, diemet U en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 158

— 140 —

De Nonen.

God, geef acht op mijne hulp,

Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

Lofzang.

Zijne ziele wordt ontbonden.

En in die fontein verslonden,

Waar zij nu in vrede rust,

Eeuwig haren dorst aan bluscht.

Geef, o Jesus, vol genaden.

Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd Ons door zijn gebed bevrijd'.

Antiphoon.

Verheug U, Padua, in wier verblijde

(staten,

De lieer zulk een schat heeft in be-

(zit gelaten, En dat de goede God u heeft geo-(penbaard,

ocr page 159

— 141 —

In welk een schoon altaar hij dient

(te zijn bewaard. De heilige verheugt zich in zijne

(heerlijkheid, Mij verblijdt zich in zijne rustplaats.

GEBED.

Laat, o genadige God, uwe H.Kerk zich verheugen in de voorspraak van uwen H. belijder Antonius, opdat zij door geestelijke hulp te allen tijde gesterkt en waardig gemaakt worde, om eenmaal de eeuwige vreugde te genieten, door onzen Heer Jesus Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

De Vespkrs.

God, geef acht op mijne hulp.

Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.

ocr page 160

— 142 —

Lofzang. en

an

en 10g( aligi en euw

Toen hij zalig was gestorven, Is zijn stoff'lijk deel bedorve» ; Maar zijn tong, Gods lof gewoon. Bleef onbedorven en zeer schoon.

Antiphoon.

leke In w

rod,

feer ^ere

Vil

O zegenrijke tong, die zengt den lof

^ [des Heeren,

En ook denzelfden lof den menschen

1 [placht te leeren.

Wij zien nu zonneklaar, door zulk

[een wonderdaad,

Op welk een hoogen trap gij in Gods

[achting staat.

Gezegend zij de H. Antonius, wien

de Allerhoogste in den hemel met '00

zijne heerlijkheid gekroond heeft. ^oor

Go

GEBED.

eef,

Verhoor ons, o God, onze Zalig- Iroo maker, opdat wij, door de voorspraak, iat van den H. Antonius, uwen belijder, Jns

ocr page 161

— 143 —

en H. Geest, dien gij beloofd hebt an allen, die Denzelven vragen, heen door zijne verdiensten waardig logen worden te ontvangen, dien aligmakenden Geest, die met U en en Vader leeft en heerscht in de euwen der eeuwen. Amen.

De Complkten.

iekeer ons. God, onze Zaligmaker^ In wend uwe toorn van ons af. lod, geef, acht op mijne hulp,

teer, spoed U, om mij te helpen, ere zij den Vader. enz.

Lofzang.

Vil aan uwe dienaars geven, oo gestorven, als die leven,

jgt;oor uw voorspraak van kracht. Goed, waar iedereen naar wacht.

eef, o Jesus, vol genaden,

root in macht en groot in daden,

'at Antonius altijd

'ns door zijn gebed bevrijd'.

ocr page 162

— 144 -

Antipiioon'.

Nu is liii deelgenoot fier hemelvreugd geworden, Van 't zalige getal der Vaders van

(zijn orden, Wier leven hij hier had beoefend

(met de daad. Zie, welk een kroon de deugd haar (minnaars achterlaat.

GEBED.

Goedertieren Jesus, die uwen belijder, den II. Antonius, met ge-durigen luister van wonderteekenen versiert, verleen ons genadig, dat wij, hetgeen wij met vertrouwen door zijne verdiensten verzoeken, door zijne voorbede mogen bekomen. Die leeft en heerseht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

oj* dracht.

Antonius, neem de getijden.

ocr page 163

— 145 —

Die 'k u ter eere bied, toch aan. Ik wil mv dienaar zijn voortaan. Wil door uw macht mijn zielbevrijden, ITaar steeds beschermen in den nood, Vooral in 't uur van mijnen dood. Wanneer zij zal van 't lichaam schei-

(den;

Geef, dat zij op dien laatsten dag, U tot haar leidsman vinden mag. Die haar met liefde zult geleiden. Door uwe hulp en aan uw hand, Tot in het hemelsch Vaderland ! Ach, toon ook, bid ik, uw vermogen Aan hen, die nog in kwelling zijn : Toon aan de zielen Gods aanschijn. Opdat ze in vrede rusten mogen : Verkrijg van Gods barmhartigheid Voor haar de volle zaligheid.

—o(_gt;—

7

ocr page 164

— 146 —

De drie voetvallen ter eere der allerheiligste Drievuldigheid.

Eerste voetval.

O allerheiligste en gezegende Drieëenheid! voor het altaar des allerheiligsten Sacraments, waar het waarachtig lichaam en bloed van Jesus Christus tegenwoordig is, val ik voor U neder, in vereeniging met de brandende liefde van den H. Antonius, waarmede Gij hem tot het genot uwer eeuwige aanschouwing hebt uitverkoren, en waardoor hij U reeds vóór de schepping der wereld welgevallig is geweest, en zulks in eeuwigheid zijn zal. — Lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte zij onzen God van eeuwigheid tot eeuwig-

O O

heid. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

ocr page 165

— 147 —

Tweede voetval.

O allerheiligste engezegende Drievuldigheid ! ik val u te voet, in veree-nigingmetdegroote liefde, waarmede uw dienaar Antonius door de vereering uwer godheid, uw goddelijk hart zoo innig tot zich trok, dat hij den menschen door hetzelve dien over-vioedigen stroom van bovennatuurlijke gunsten en genaden kan verwerven en mededeelen, waardoor uw lof en de vereering van den H. Antonius dagelijks toeneemt. Deswege zij U, o verheven God, lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte, zoo van mij als van al uwe schepselen, in den hemel, op de aarde en onder de aarde van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Derde Voetval.

O allerheiligste, gezegende Drie-

: 1

ocr page 166

— 148 —

vuldigheid, door dezen voetval wensch ik al datgene aan te vullen, wat de H. Antonius op aarde ter bevordering uwer eer en van den bloei des geloofs uit menschelijke onmacht niet heeft kunnen bijbrengen, en zulks in vereeniging met die hemelsche godsvrucht, liefde en ootmoedigheid, waarmede hij zelf dit zou volbracht hebben, als hij nog op aarde leefde, en het doorzicht had, dat hij thans in den hemel heeft.

Deswege zij U, o verheven God, lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte, zoo van mij als van al uwe schepselen, in den hemel, op de aarde en onder de aarde, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Sluitgebed.

O getrouwe en beminnenswaar-

ocr page 167

— 149 —

dige beschermer, H. Antonius, ik bid U door het allerheiligst hart van onzen Heer Jesus Christus, waarin Hij al de wonden zijns lichaams heeft geleden, doe mij nu ondervinden, hoe machtig gij thans zijt voor het aanschijn Gods.—Doe mij met zekerheid in mijnen kommer op verhooring hopen, opdat ik met allen, die U in hunnen nood aanroepen, blij te moede, zeggen kan: Inderdaad, de oneindige God leeft en heerscht in zijnen trouwen dienaar, den H. Antonius, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Uwe gezegende tong, H. Antonius, die steeds Gods lof verkondigde en andere hiertoe aanspoorde, zij in eeuwigheid geprezen. — Nu blijkt het zonneklaar, welke groote verdiensten gij verworven hebt bij God, dewijl dezelve twee en dertig jaren na uwen dood gansch schoon, rood en frisch bevonden

ocr page 168

— 150 —

werd, en nog tot heden te Padua ongeschonden wordt vereerd.

ocr page 169

— 151 —

Litanie

TER EBRE

yau ten H. Aiitouins Tan Patna.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer.

Allerheiligste Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heilige Maria,

Heilige Moeder Gods, i S

Heilige Maagd der maagden, f lt;

Heilige Antonius, ' o

Heilige Antonius, getrouwe l o dienaar der allerheiligste ] w Maagd Maria,

ocr page 170

— 152 —

Heilige Antonius, navolger der

Apostelen,

Heilige Antonius, luister der

Seraphijnsche orde.

Heilige Antonius, voorbeeld van

kinderlijke godsvrucht. Heilige Antonius, grootmoedige verachter der wereld, Heilige Antonius, lelie der zuiverheid,

Heilige Antonius, vriend der

armoede.

Heilige Antonius, voorbeeld der

christelijke ootmoedigheid. Heilige Antonius, onderdanig

offer van gehoorzaamheid. Heilige Antonius, spiegel der

matigheid.

Heilige Antonius, vat van zuiverheid.

Heilige. Antonius, schitterende ster van heiligheid,

ocr page 171

— 153 —

Heilige Antonius, roos van geduld.

Heilige Antonius, steunpilaar

der Kerk,

Heilige Antonius, arke des

verbonds.

Heilige Antonius, leeraar der

waarheid.

Heilige Antonius, verkondiger

der genade,

Heilige Antonius, uitroeier der

misdaad.

Heilige Antonius, schrik der

ongeloovigen,

Hdlige Antonius, geesel der ketters.

Heilige Antonius, ijveraar der

zielen,

Heilige Antonius,'schrik der hel. Heilige Antonius, op wekker der dooden,

ocr page 172

154

iTCt?

Heilige Antonius, troost der bedroefden,

Heilige Antonius, verdediger 1

der rechtvaardigen,

Heilige Antonius, groote lieve- 1

ling van het .kindje Jesus, 1

Heilige Antonius, terugvinder i

van verloren zaken, ^

1 • 1 Heilige Antonius, helper in alle I ai

noodwendigheden en geva- ' ^

ren, / °

Heilige Antonius, trooster in l §

eiken rampspoed.

Heilige Antonius , machtige 'i

voorspreker in het uur des 1

doods, f

Heilige Antonius, voortdurende

wonderwerker, ^

Heilige Antonius, trouwe vader |

en beschermer.

Wees genadig, spaar ons, o Jleer! Wees genadig, verhoor ons. o Heer !

ocr page 173

— 155 — Van alle kwaad,

Van alle zonden,

Van uwe gramschap,

Van de hinderlagen des duivels. Van pest, hongersnood en oorlog,

Van overstrooming en brandschade.

Van bliksem en onweder. Van den eeuwigen dood,

Door de verdiensten en de voorspraak van den H. Antonius, Door zijne vurige .liefde,

Door zijnen ijver in het bekee-

ren der zondaren,

Door zijne begeerte naar den

marteldood,

Door zijne stipte onderhouding» van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid.

Door alles, waarmede hij U welgevallig is geweest,

ocr page 174

— 156 —

Op den laatsten dag des oordeels,

verlos ons, o Heer ! Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons 1

Dat Gij ons wilt sparen, \

Dat Gij ons tot ware boet- j vaardigheid wilt brengen, f Dat Gij het vuur der goddelijke [

liefde in ons wilt ontsteken, I ^ Dat Gij onze harten tot hemel- I g; sche begeerten wilt opwek- j amp;! ken, | 3

Dat Gij ons wilt deelachtig ma- ' i-*

ken • aan de verdiensten en de I ^

l -t

voorspraak van den H. An- l gquot; tonius, S

Dat Gij ons een volmaakt berouw, ootmoed en de genade der over wegingwiltverleenen, Dat Gij allen, die Antonius aanroepen het behoud naar ziel en lichaam wilt verkenen.

ocr page 175

— 157 —

Dat Gij na den dood onze zielen in genade wilt opnemen, wij bidden U, verhoor ons!

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons !

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, spaar ons Heer ! Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, verhoor ons Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer! Christus, hoor ons !

.Christus, verhoor ons !

Onze Vader, Wees gegroet, v. Bid voor ons, H. Antonius, r. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

GEBED.

Beminnelijkste Jesus, die uwen belijder, den H. Antonius met gedurigen luister van wondcrtcekenen versiert, verleen ons genadig, dat wij, door

ocr page 176

— 158 —

zijne verdiensten en voorspraak datgene verwerven, wat wij vol vertrouwen van U vragen, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen,

Godvruchtige gebeden tot den H. Antonius in allerlei aangelegenheden,

gelijk zc vervat zijn in het Responsorium van den H. Bonaventura.

I. DOOI).

Gebed voor een gelukzaligen dood.

O II. Antonius, overwinnaar des doods, die door uwe allesvcrniosrcndc

ocr page 177

— 159 —

voorspraak bij God velen dooden het leven des licliaams, maar nog meer aan geestelijke dooden het leven der ziel hebt teruggegeven, bewaar, door den invloed uwer verdiensten en uwe machtige voorspraak, mijn lichaam voor een haastigen en ellendigen dood, mijne ziel echter voor den eeuwigen dood, opdat Jesus, mijn eenig leven, nimmer in mij sterve.

O heilige vader, welke groote gevaren staan mij in den kaatsten strijd te wachten, als de smarten des doods mij zullen omgeven, en de hel tegen mij zal samenspannen. Ach, sta mij dan bij, en geef dr or uwe voorspraak, dat Jesus, de toevlucht der stervenden, en zijne heilige Moeder mij ter zijde staan, opdat ik door hunne bescherming de vijanden gelukkig overwinne, en na behaalde zegepraal, de eeuwige rust moge ingaan.

Ontferm u ook, o doodenopwekr ker, 11. Antonius, over de gclo.ovige

ocr page 178

— 160 —

zielen, vooral over die mijner ouders, vrienden en weldoeners, welke zich misschien nog in het pijnlijk vagevuur bevinden; .bid voor hen, opdat zij weldra eeuwig Gods aanschijn in den hemel mogen genieten. Amen.

II. DWALING.

Gebed om in het ware geloof te volharden.

O H. Antonius, liefderijke leeraar eiy-licht der H. Kerk, beminnaar der go'ddelijke wet, bid voor ons bij den Zoon Gods, dat wij voortdurend in het geloof mogen volharden en met uwen bijstand datgene volbrengen, wat gij door woorden en werken hebt geleerd.

H. Antonius, gij hebt onwetenden den weg getoond, en de afgedwaalden door oprechte boetvaardigheid tot God teruggebracht; verleen ook mij, door uwe voor-

ocr page 179

- 161 -j

spraak, eene onoverwinnelijke standvastigheid in het geloof; help degenen, die door ongeloof, van Christus, den éénen en waren weg, zijn afgeweken, verlicht den nevel van hun verstand, verbreek de hardnekkigheid van hunnen wil, opdat zij in den schoot der alleenzaligmakende Kerk terugkeeren, en aan de hel ontrukt worden. Amen.

III. ANGST.

Gebed in nood en angst.

Ach, in hoevele kwellingen bevindt zich toch de ellendige menschi H. Antonius, milde vertrooster aller bedrukten, gij ziet in God dé droefheden en angsten, welke ik lijd; zoudt gij mij niet te hulp willen snellen ? — Gij troost toch allen, die tot U hunne toevlucht nemen, zoudt gij mij alleen zonder hulp laten ? O neen, ik weet het, gij wrlaat ook mij niet, daarom roep

ocr page 180

— 162 —

ik tot U vol vertrouwen en ootmoedig van harte, wil mij in mijn angst en nood niet verlaten. O goedgunstige li. Antonius, aanschouw m:j en alle bedrukten met die medelijdende oogen, waarmede gij altijd gewoon zijt neer te zien op de benarde stervelingen. Troost der bedroefden, help de ongelukki-gen; beur de droefgeestigen op, kom ons te hulp in alle angsten en kwellingen, . en voer ons eens uit dit tranendal naar die stad, waar de liefdevolle Heiland en Verlosser Tcsus van de oogen zijner heiligen alle. tranen afdroogt. Handel Gij, o goedertieren Jesus, met mij volgend, de mildheid Uwer ontferming, gelijk U dunkt, dat nuttig en heilzaam is voor mijne ziel. Wilt Gij, dat ik lijde, het geschiede volgens Uwen heiligen wil. Schenk mij nu slechts geduld, en hiernamaals de eeuwige vreugde. Amen.

ocr page 181

— 163 —

IV. HEL.

Gebed tegen de bekoringen der hel.

O Heer Jesus Christus, sterke leeuw uit den stam van David, zie, onze vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden; als gij ons niet beschermt, zijn wij verloren. O Jesus, gij hebt uwen dienaar An-tonius tegen alle aanvallen der hel gewapend, sterk ook door zijne voorspraak mijne zwakheid, opdat ik de bekoringen des duivels altijd overwinne, en tot den dood in uwe genade en vriendschap volharde.

H. Antonius, zegevierende overwinnaar der hel, haast U, om mij te helpen, waak over mijn ziel en lichaam tegen alle hinderlagen van satan, opdat ik ongehinderd den weg dor geboden Gods bewande-le, en tot het gewenschte einde der

ocr page 182

geraken,

geel niet van voo en Gij (

Gebed

tegen

IIL If

11

i

Dat gij, o H. Antonius van God de macht ontvangen hebt, om de melaatschheid des lichaams te genezen, daarvan getuigt de ondervinding. — Doch geen melaatschheid is schadelijker en gevaarlijker dan de zonde; daarom smeek ikU, o liefdevolle beschermer, behoed mijn lichaam tegen de melaatschheid, als zulks Gods wil is; nog meer echter mijne ziel tegen de zonde.

Ach, ik heb gezondigd, mijne ziel en mijn hart is bevlekt, en om de menigte mijner misdaden durf ik nauwelijks mijne oogen ten hemel verheffen. O H. Antonius, vurige minnaar van de reinheid des harten,

heid der zonde.

de melaatsch

V. MELAATSCHHEID.I

— 164 —

zaligheid mos;

eeuwige Amen.

ocr page 183

— 165 —

geef door uwe voorspraak, dat ik niet aarzele tot het goddelijk hart van Jesus te naderen, mij ootmoedig voor zijne voeten neder te werpen en te zeggen; Heer, indien Gij wilt, Gij kunt mij genezen.

O mijn Jesus, ik heb berouw over mijne zonden, en verafschuw ze; schenk mij een zuiver hart, besproei mij met een enkelen droppel van uw dierbaar bloed, en ik zal gereinigd worden. Liever wil ik sterven, dan U nogmaals te belee-digen, dit neem ik mij vast voor met uwe genade, en door de voorspraak van den H. Antonius. Amen.

VI. ZIEKTEN.

Gebed in lichamelijke ziekten.

O H. Antonius, ervaren geneesheer voor ziel en lichaam, o opbeuring voor allen, die door ziekte

aken

God Ti de

; ge nder tsch-lijker ikU, lioed tsch-neer de. : ziel i de f ik Mnel rige ■ten,-

ocr page 184

— 166 —

worden getroffen en zich in uwe voorspraak aanbevelen. Sla de oogen uwer erbarming op mij, uw pleegkind neder, alsook op alle zieken, die door smartelijke kwalen bezocht worden en tot u verzuchten.

O groote vriend Gods, door uwe alvermogende voorspraak en verdiensten worden niet slechts zieken frisch en gezond, maar ook zeer velen zelfs van den dood gered. — Daarom bid ik, u ter wille van uw medelijdend hart jegens alle lijdenden, ontferm u mijner, laat mijne zuchten en gebeden doordringen tot den troon van God, opdat Hij mij uit mijne ziekte verlosse. -— Ik beken het, ik ben een arme zondaar (zondares) en verdien niet, verhoord te worden. Doch door uwe bemiddeling hoop ik op herstel. £

Goedgunstige Jesus, man vat. smarten, bruidegom des bloeds, Gtj zelf hebt zwakte en smarten door

ocr page 185

— 167 —

staan, verhoor mij en ontferm U over mijne zwakheid. Genees mijne ziel, ik heb tegen U gezondigd; genees echter door de verdiensten van den H. Antonius ook mijn lichaam, opdat ik den dood ontrukt worde en U in uwe heilige Kerk den schuldigen dank mogen 'bewijzen, Amen.

VII. DE ZEE.

Gebed voor dengenen, die zich op zee bevinden.

Onze Heer en Verlosser Jesus Christus, wien zeeën en winden gehoorzamen, verhoort ook U, H.Antonius ! als gij voor schepelingen bidt. Uw gebed doet wind en quot;olven bedaren en voert opvaren-i veilig de haven binnen. Ver--or ook ons gebed, dat wij voor •oevarenden tot God opzenden, op-t zij onder uwe bescherming

ocr page 186

— r i ( gt;R — » t- »

zonder storm, [welvarend en voorspoedig de gewenschte bestemming mogen bereiken.

Bid ook, o H. Antonius, vcor ons, die op de gevaarlijke wereldzee onder zoovele stormen ronddolen, opdat wij behouden tot het gewenschte doel der eeuwige zaligheid mogen geraken. Amen.

VIH. BOEIEN.

Ik kom tot U, o H. Antonius, liefdevolle vertrooster der bedroefden, en bid U vcbr de troosteloo-zen, die in gevangenschap zuchten. O hoevele Christenen zuchten onder het zware juk der heidenen. Door uwe machtige voorspraak breken ijzeren boeien van zelve, O H. Antonius, die zelf uwen onschul-digen vader uit den kerker hebt verlost, verhoor mijn gebed vcor de gt /angen Christenen, en bevrijd

ocr page 187

— 160 —

hen van alle rampen 'en banden, Amen.

IX. ZIEK LIDMAAT.

Gebed tot herstel der oogen, ooren, handen en voeten.

O H. Antonius, uit liefde tot Jesus hebt gij Hem al de ledematen van uw lichaam en ziel toegewijd, en werdt daarom waardig bevonden, Jesus in de gedaante van een aan-minnelijk kindje in uwe armen te mogen ontvangen, Hem te omhelzen en met uwe kuische lippen te kussen. Ik bid U, door deze onschatbare genade, liefde en teeder-heid, welke gij in dien vertrouwe-lijken omgang genoten hebt, zie neder op mijn ziek lidmaat (oog enz.) Ontferm u over mv lijdend pleegkind, terwille van de liefde, welke gij koesterdet jegens het goddelijk kindje Jesus, en verlos mij ■ uit mijn smartelijken toestand. Re-

|j

ocr page 188

— 170 —

gel mijne zinnen en bestuur mijne ledematen, opdat ik, gestorven aan de wereld, herschapen worde in een reinen tempel Gods en gezond van lichaam, indien Gode zulks behaagt, Christus, als mijn goddelijken Heiland, voor altijd getrouw moge dienen. Amen.

X. VERLOREN ZAKEN.

Gebed om verloren zaken terug te vinden.

O Jesus, ik heb gedwaald als het schaapje, dat verloren was; ach zoek uwen dienaar (dienares) op. Uwe geboden niet meer indachtig, ben ik ver van u afgeweken, en daarom dan ook, dewijl ik u belee-digde, heb ik ingevolge uwe gerechtigheid ook het tijdelijke ve loren. — Om dit weder terug bekomen, smeek ik u ootmóe o Jesus, geef geen acht op i onwaardigheid, maar op de V

ocr page 189

— 171 —

bede van uwen dienaar Antonius, wien gij de macht verleend hebt, het verlorene weder terug te brengen. — Daarom richt ik mij totu, o H. Antonius, getrouwen terugbezorger van verloren zaken. Aan allen, die u met een oprecht gemoed aanroepen, brengt gij trouw het verlorene weder terug; overal klinkt uw lof:

»......niets wat verloren ging,

Dat jong en oud, die bad, niet weider t'rug ontvi7igquot; Verhoor ook mijne bede, en schenk mij terug, wat ik door ongeluk of diefstal verloren heb. Ik weet, wel is waar, dat de Heer het mij gegeven, en de Heer het mij ontnomen heeft, daarom zeg ik met Job: De naam des Heeren zij - gezegend. — Dewijl ik echter niet weet, wat de goddelijke Voorzie-.igheid met mij voorheeft, kom ik -t u, o H. Antonius, met de oot-oedige bede, geef door uwe voor-

ocr page 190

— 172 —

spraak, dat ik, indien het Gode welgevallig is, terugvinde, hetgeen ik verloren heb. O goedertieren Vader, gij kent het verlies, dat ik ondervind en den nood, die mij drukt; verlaat mij dan niet in mijne aangelegenheid, opdat ik met vreugde in het hart van uw altaar terug-keere, U luide dankzegge en uwen lof, benevens al de mij bewezen weldaden overal moge verkondigen. Amen.

XI. GEVAREN.

Gebed ter afwering van gevaren.

Zoo dikwijls, gij, o H. Antonius, machtige beschermer uwer pleegkinderen , met vertrouwen wordt aangeroepen, verdwijnen alle gevaren. Daarom groet ik u, ootmoedig van harte, en roep uwe hulp in tegen alle gevaren naar ziel en lichaam; sta mij bij en bescherm mij tegen

ocr page 191

— 173 —

alle zichtbare en onzichtbare vijanden; behoed ons tegen oorlog, honger en pest, hagel en onweder, watersnood en brandschade, alsmede tegen alles, wat ons beangstigen kan, nu en in het uur van onzen dood. Amen.

Gebed in onverwachte voorvallen.

O God, geef acht op mijne hulp! Heer, haast U, om mij te helpen. Kom ons te hulp, o God en Heiland, spaar ons tot meerdere verheerlijking van uwen heiligen naam, en wend uw aangezicht af van onze zonden, door de verdiensten van den H. Antonius. God verheffe zijnen arm en zijne vijanden worden verstrooid; en die Hem haten, vlieden, voor zijn aanschijn. H. Antonius, kom mij te hulp, Jesus van Nazareth, Koning der Joden ! Deze zegevierende titel zij mij het krachtigste

ocr page 192

— 174 —

middel tegen alle kwaad. Ofwel; Ziet het f kruis des Heeren, vlucht,^ gij weerspannige partijen, de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel vanDavid heeftoverwonnen. Alleluja.

XII. GEBREK.

Gebed in gebrek en armoede.

Door uwe voorspraak, o H. An-tonius verdwijnt de nood bij allen, die u met levend vertrouwen aanroepen. Aanhoor toch mijn bidden en smeeken, dewijl ik mij in grooten nood en armoede bevind. — Door achteruitgang in tijdelijke zaken verkeer ik in kommervolle omstandigheden, lijd ik grooten honger, kan mij, noch de mijnen volgens onzen stand kleeden, noch mijne schulden voldoen, en moet mijneschuldeischers benadeelen, van wie ik door mijne groote armoede geheel afhankelijk ben. O vader der armen, gij ziet

ocr page 193

— 175 —

in God mijn gedrukt en gebroken hart. Ach, ontferm u over mij. — Ik verlang geen rijkdom, noch overvloed, maar alleen het noodzakelijke tot onderhoud mijns levens. — O Jesus, vader der armen, verhoor den H. Antonius, die voor mij bidt, ter wille van de liefde, waarmede Gij in de gedaante van een teeder kindje op zijne armen gerust hebt.—Verlos mij uit mijne ellende, gelijk het U het beste schijnt. Wilt Gij echter, dat ik langer lijde, o verleen mij dan door de verdiensten en voorspraak van den H. Antonius, uwe genade en geduld, opdat ik uit liefde tot U lijde, en niet bezwijke onder het kruis. Ik vereenig mijn gebrek met de heilige armoede, waarin Gij geleefd hebt. Amen.

Gebed om de hulp van den H. Antonius te verwerven.

Wees gegroet, o H. Antonius, zie

ocr page 194

— 176 —

ter wille van het zoete hart van Jesus, op mij neder van af den troon uwer heerlijkheid. — Gij houdt niet op, goed te doen aan allen, die u aanroepen. —■ Zie ook neer op mijnen ellendigen toestand; ofschoon gij voor eeuwig bij den Onsterfelijke woont. Iaat gij nooit na, de stervelingen te helpen. Daarom smeek ik u ootmoedig, verkrijg mij door uwe ■ voorspraak, dat ik de zonde verlate, opdat Hij, die gekomen is, niet om de rechtvaardigen, maar de zondaars op te zoeken, mij wegens mijne boosheid, niet verstoote. Geef, dit Ik genade vinde in de oogen van God en zijne heilige Moeder Maria ; verlicht de Suisternis mijns harten, en doe mij kennen, wat Gods wil van mij verlangt. Sta op, en kom mij te hulp, terwijl ik u aanroep, die door God met eer en heerlijkheid gekroond, groote wonderen verricht, tengevolge der u verleende

ocr page 195

— 177 —

macht. Gij verheugt u eeuwig in den hemel en verhoort allen, die u hier in dit tranendal met vertrouwen aanroepen.

Gebed in allerlei tegenspoed.

Met vermorzeld en vernederd hart kom ik tot u, o medelijdende An-tonius, troost der bedroefden; ik smeek u op mijne knieën, aanschouw mijn lijden en den zwaren last des kruises, waaronder ik zucht. — Kom ook mij te hulp, dewijl gij bereid zijt, allen te helpen, die u aanroepen. Bid voor mij bij onzen lieven Jesus, die wel is waar onze gebeden, uit hoofde zijner barmhartigheid, verhoort, doch om onze onwaardigheid, rechtvaardig met zijne hulp vertoeft. Gij echter, H. Antonius, die zijn getrouwe dienaar zijt, zoudt gij niet alles vermogen bij dit liefdevol vaderhart? Wat kan deze recht-

8*

ocr page 196

. — 178 —

vaardige Rechter z:jnen trouwen vriend toch weigeren? Daarom bid ik u, o edelmoedige beschermer, verkrijg mij vóór alles, 5e genade om dc zonde te verlaten, opdat ik do gevraagde hulp in tnijn lijden des te eer bekome. Geef, dat ik verhooring vinde in mijne aangelegenheid, opdat ik den God, die wonderbaar is in zijne heiligen, hier in den tijd, en daar boven voor eeuwig moge lovon en prijzen. Amen.

—O0O—

Vurige verzuchtingen tot Jesus, om door de voorspraak van den H. Antonius alle onheil af te weren.

'U at vertoeft Gij, o Jesus, in uwe barmhartigheidZie, ik zucht en roep tot U: O laat mij niet langer

ocr page 197

— 179 —

in angst verkeeren, maar toon mij

uwe oneindige goedertierenheid.

Ik beken het, ik ben niet waardig, dat Gij met genadige oogen op mij neerziet, want mijne misdaden zijn grooter in getal dan de haren van mijn hoofd, en reeds lang heb ik het vonnis verdiend van het eeuwige vuur. Ach, Heer, als Gij de ongerechtigheden gadeslaat, wie zal er voor U bestaan ? O goede Jesus, ik weet, dat Gij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve. Gij noodigt allen uit door uwe woorden; »Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.quot; Zie, ook ik kom, ofschoon te laat, tot U, gedreven door overmaat van lijden ; ik kom, met zware zonden overladen, doch hoop door L1 verkwikt te worden. Ik kom met droefheid en oprecht berouw in het hart, imlat ik U, jnijn hoogste goed.

ocr page 198

— 180 —

dien ik boven al bemin, beleedigd heb. Ik kom echter met het ernstig en krachtig voornemen, mijn leven te verbeteren, ja, liever alles te lijden, dan door eene vrijwillige zonde van U gescheiden te worden.

Doch, als ik overweeg, dat ik den beste aller Vaders door mijne zonden zoo menigwerf veracht heb, durf ik o, strenge Rechter, zonder bijstand, niet voor uw heilig aangezicht verschijnen.

Daarom smeek ik uwen dienaar Antonius, dat h:j mij vergezelle tot den troon uwer oneindige Majesteit, om door zijne voorspraak de vergeving mijner zonden te bekomen, opdat ik aldus gereinigd, waardig bevonden worde, voor uw goddelijk aanschijn te verschijnen, en in mijne moeieüjke aangelegenheid verhooring te vinden. — U, o Jesus, is het alleen bekend, wat mij dienstig en nuttig is. Voor zoover mijn gebed

ocr page 199

• _ 181 —

niet strijdig is met uwe eer en mijn geestelijk heil, verlos mij, bid ik U door de verdiensten van uwen dienaar, uit mijn lijden; verlangt Gij echter, dat ik nog meer lijde, schenk mij dan geduld en overgeving aan uwen allerheiligsten wil door de voorspraak van den H. Antonius. Amen.

Het Responsorium van den H. Antonius in den vorm van een gebed.

O liefderijke en goedertieren God, Gij alleen wrocht groote wonderen, maar ook Gij zijt wonderbaar in uwe heiligen en verhoort genadig hunne voorspraak. Ik, onwaardig, ongelukkig en ellendig schepsel, nader in dezen mijnen nood voor den troon uwer barmhartigheid, en val op mijne knieën neder. Ik loof en prijs de onmetelijke genade, welke Gij uwen trouwen dienaar Antonius, ■'quot;'jn roemvollcn beschermer, ver-

ocr page 200

— 182 —

leend hebt, en waarvan GijU gewaar-digt aan allen mede te deelen, welke

zijne voorspraak inroepen; wantdood,

dwaling, rampspoed, hel en zelfs melaatschheid moet wijken; die op zee en in gevaar verkeeren landen behouden aan, gevangenen worden verlost, zieke ledematen genezen en verloren goederen worden aan de ongelukkigen terugbezorgd; alle gevaren, alle rampen en smarten verdwijnen. — Dat getuigt niet slechts de door hem verheerlijkte stadPadua, maar de heele wereld, zoover de naam van Katholiek zich uitstrekt.

Daarom loof en verheerlijk ik met alle schepselen uwe goedheid en erbarming, o almachtige God de Vader, beminnenswaardigste God de Zoon, alsmede U, liefdevolle H. Geest, en bid U ootmoedig, wil mij door de voorspraak en verdiensten van uw belijder Antonius in deze cn andere aangelegenheden genadig

ocr page 201

— 183 —

aanhooren. — Verwerf mij dit, o uitverkoren en beminnelijke beschermer, H. Anton ius. Amen.

De zegen van den H. Antonius tegen de aanvechtingen der helsclie geesten.

Ziet het f kruis des Heeren! vlucht, gij weerspannige partijen, de leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David heeft overwonnen. Alleluja ! Alleluja!

Laat ons bidden.

O H. Antonius, zuivere en aanvallige lelie van maagdelijke reinheid, kostbaar edelgesteente van armoede, spiegel van matigheid, toonbeeld van rechtvaardigheid, schitterende ster van heiligheid, sieraad van het Paradijs, steunpilaar der H. Kerk, verkondiger der waarheid, uitroeier der misdaad, voortplanter der deugden, troost der bedroefden, brandende vluii der goddelijke liefde, hemelsche

ocr page 202

— 184 —

profeet, schrik der booze geesten, in wiens zuivere armen de Zoon des eeuwigen Vaders zacht gerust heeft, en die door uwe predikatiën het vuur der .goddelijke liefde in de harten hebt ontstoken; . ik ellendige en verachtelijke zondaar (zondares) smeek u uit al mijne krachten, neem mii ondor uwe hoede en bescherming, verkrijg mij een waar berouw over mijne zonden, een bron van tranen over dezelve, aandacht gedurende het gebed, en eene volkomen overgeving aan Gods heiligen wil. Dewijl gij geheel door het vuur der goddelijke liefde ontstoken waart, bid' ik u, ontsteek ook mijn dor en gevoelloos hart, opdat ik van dc liefde Gods doordrongen, den duivel, de wereld en het vleesch tot aan den dood steeds glansrijk moge overwinnen. Amen.'

O gezegende tong, die steeds God;? lol v'erkondigdet, en anderen leerdet,

ocr page 203

— 185 —

Hem te prijzen, wij zien thans zonneklaar, welk een schat van verdiensten gij bij den Heer vergaderd hebt.

Gebeden onder de H. Mis.

Gebed voor de Mis.

In den naam des Vadersv en des Zoons, en des H. Geestes, zal ik met nederigheid naderen tot het altaar van mijnen God, om in ver-eeniging met de gansche heilige katholieke Kerk het onbloedig offer der H. Mis bij te wonen en in ootmoedige dankbaarheid de herinnering te vieren van het bloedig offer, dat onze Zaligmaker, uit liefde tot ons, op Golgotha heeft opgedragen. ■ , . amen.

VéHhet begin der H. Mis tot de Kyrie. fDe rechtvaardige, bekent zijne

ocr page 204

— 186 —

nietigheid en zonden, vóór dat hij zijne gebeden ten hemel zendt; laat ik, ar)ne zondaar, zijn voorbeeld volgen.)

Almachtige en eeuwige God, schaamte overdekt mij, wanneer ik in uwe heilige tegenwoordigheid verschijn. Ik heb gezondigd, o Heer, ik heb grootelijks gezondigd. — Ik beken met den priester, dat ik dikwijls gezondigd heb door gedachten, woorden en werken. Mijn geweten verwijt mij, dat ik zooveel goeds verzuimd, zooveel kwaad bedreven heb. Maar, o God, Gij zijt mijn Vader. Ik weet, dat Gij u over mij . met de grootste liefde zult ontfermen, wanneer ik slechts mijne zonden betreur en met oprechtheid Vèflaog mijn hart te beteren. — O lichte Vader, mijn vurigste wensch is : mij van al mijne zonden te zuiveren e.i geheel de uwe te zijn. Heden hai ik met mijzelven een begin maken

ocr page 205

— 187 —

— Sta mij bij door uwe genade, opdat ik dit heilig voornemen kloekmoedig ten uitvoer brenge, door Jesus Christus onzen Heer. Amen.

Bij de Collecte.

O God, hoe groot is uwe liefde voor ons, daar Gij ons zoozeer bemindet en om ons zalig te maken, uwen eenig-geboren Zoon van den hemel afzond, opdat Hij voor ons zoude wezen de Leeraar der waarheid, het voorbeeld der volmaaktheid, ja zelfs het slachtoffer voor onze zonden. Mochten toch zijne heilige lessen, zijn goddelijk voorbeeld ,en de overvloedige verdiensten van zijn lijden en sterven voor mij, noch yoor iemand onzer vrucltteloos zijn geweest. Om deze genade bidden wij U, o Heer, door den;?elfden Jesus Christus, onzen Verlosser en Zaligmaker. Amen.

ocr page 206

— 188 —

Bij het Epistel en het Evangelie.

Hoe groot is mijn geluk, o God dat ik door uwe genade, buiten zoovele volkeren, geboren en opgevoed ben in den heiligen godsdienst, welke alléén ons Gods woord en de heilzame lessen van Jesus-Christus, zooals deze in de brieven uwer Apostelen en in het Evangelie vervat zijn, voorhoudt, en ons daarin on

allo erzi llen elo' Is lt; n a

derricht en ze verklaart. — Wees iraar gedankt, eeuwig geloofd en geprezen iem( voor deze onuitsprekelijk groote wel- a vlt; daad. Mochten toch alle volkeren rraS der aarde, alle ketters en ongeloo. vigen het ware licht erkennen, dat Gij in. de wereld gezonden b?b^, om alle natiën te verlichten en den weg naar den hemel te tooncn. n

Bij de H. Offerande: ;;

(Stel u voor, o ziei, de onbegrijpelijke waarde dezqr ■ heilige Offer-

nde erst n II lank lige oldc ond nde. ot u Al

ocr page 207

— 189 —

nde, waardoor gij uwen God de erscJiuldigdc aanbidding kun tg even, u Hem op eene waardige wijze uzven lank betuigen voor zijne menigvul-iige genade. 'I?i dezelve kimt gij oldoen voor de tijdelijke straf uwer ouden, en zoowel voor u als voor nderen alle genaden bekomen, die ot uwe zaligheid dienstig zijn.)

die.

God uiten 'Pge enst :n de stus pos rvat on-''ees Dzen wel-;ren loo. dat om ^eg ÉN.

Almachtige en eeuwige God, ge-raardig U met welgevallen aan te lemen het reine offer, dat wij U, i vereeniging met den priester op-Iragen, tot voldoening voor onze allooze zonden, beleedigingen en erzuimenissen; tot zaligheid van llen, hier tegenwoordig, van alle eloovige christenen, zoo levenden Is afgestorvenen. Dat hetzelve mij i, ten eeuwigen leven strekke.-

. Amen.

ocr page 208

— 100 —

Bij de vermenging va7i het wate. met den wijn.

O God, die door een wonder uwe: almacht den mensch in zo.o edelei staat geschapen, en door een no; grooter' wonder uwer liefde, hem ii zijne vorige waardigheid hebt her steld; geef ons, door het geheim dat de vermenging van het wate: met den wijn ons voorstelt, dat w eens deel mogen hebben aan d Godheid van Hem, die zich ge waardigd heeft onze menschelijk( natuur aan te nemen: Jesus Christus uwe Zoon, onze Heer, die mei den Vader en den heiligen Gees' leeft en heerscht, God in alle eeuwig heid. Amen.

•''4®v

i Bij de opoffering des kefks.

Wij offeren Ü, o God, dea keil-des heils op en smeeken U oot mpedig, hem als een kostbaren wie

rooi';

den

mijni

0 uwe en 1 uit eer naa geh

B

1

har

ver

ver

en

ert

mi:

jes

He

ocr page 209

— 191 —

rook te laten opklimmen tot voor den troon uwer genade, zoo voor jne als aller menschen zaligheid.

Amisn.

Bij het Orale Fratres.

Opgewekt door de woorden van uwen dienaar, roep ik tot U, o Heer, en bid U, neem toch deze offerande uit de handen des priesters aan, tot eer en glorie van uwen heiligen naam, tot zaligheid van ons* en van geheel uwe heilige Kerk.

Bij de Prefatie en den Sanctus.

Tot U, o Heer, verhef ik mijn hart. ■— Ik wenschte U, o God, den verschuldigden dank te künnen geven. Mochten alle menschen altijd en op alle plaatsen U als hun Vader erkennen, ü uit ganscher harte be-kell minnen, U dienen 'en loven, door oot jesus Christus, uwen Zoon, onzen wie Heer, door wien alle koor en'der

wate.

' uwe ;delei i no iem ii t her heim wate at wi m d( i ge elijk istus me) jeest iwig

ocr page 210

— 192 —

. engelen uwe goddelijke Majesteit aanbidden en verheerlijken. Gedoog, dat ik mijne stem met hunne he-melsche lofzangen vereenige, en in alle nederigheid uitroepe: heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen! Hemel en aarde zijn met zijne heerlijkheid vervuld! Macht en eer zij Hem in het allerhoogste! Hoog geloofd zij Hij, Die tot ons komt in den naam des Heeren; eer en roem zij Hem in het allerhoogste des hemels!

Canon.

(0 ziel, bereid u tot het groote wonder der almacht en liefde van uwen God. Nog weinige oogenblikken, en Je sus zelf zal of dit altaar nederdalen.) :

Goddelijke Verlosser, Jesus Christus, weldra zult Gij uit liefde tot ons op dit altaar wezenlijk tegenwoordig zijn. Laat ook uwe milde

ocr page 211

— 193 —

barmhartigheid nederdalen over mij en allen, voor welke ik mij voorgenomen heb, of voor welke ik verplicht ben te bidden. Versterk ons geloof in U, — vermeerder onze hoop en ons betrouwen op U, en doe onze harten van liefde tot U ontvlammen. Geef, dat wij alle menschen als onze broeders en zusters hartelijk liefhebben, in U en om U, gelijk gij het ons geboden hebt. Wij bidden U, o God, laat dit gebod van liefde nooit geschonden, maar immer op de volmaakste wijze ten uitvoer gebracht worden. Amen.

Ofider de Consecratie en de opheffing der H. [Hostie.

Dit is uw lichaam, o Jesus, mijn Heer en mijn God. Gij zijt hier tegenwoordig. — Ik aanbid U, ik bemin U, o Jesus mijne liefde, mijn God en mijn al. —VoorU zal

ocr page 212

— 194 —

ik leven, — in U wil ik sterven. Eeuwig zal ik de uwe zijn. Leven noch dood zal mij scheiden van de liefde van mijn God. Amen.

Bij de opheffing van Je sus' H Bloed.

Ziehier het bloed des nieuwen verbonds, de prijs onzer verlossing. Wasch en zuiver mij, o Jesus, door Uw goddelijk bloed. Erbarm U over mij en alle zondaren, en reinig ons door de verdiensten van Uw lijden en sterven, van alle zonden. Wees gedankt en bemind, o Jesus, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Na de H Consecratie.

Wat kan ik anders op dit opgUn-blik, o goddelijke Zaligmaker/ dan U danken, dat gij U gewaardigd hebt, ons zoo liefdevol te bezoeken, — dan mij verblijden over Uwe

ocr page 213

— 195 —

goddelijke tegenwoordigheid, en U smeeken immer bij en in ons te willen blijven. Ja, Heer, danken zal ik U door den ijver en de liefde, waarmede ik aan Uwe genade zal beantwoorden: mijne vreugde zal ik U toonen, door de stipste zorg, om U nooit meer in het minst te bedroeven ; en zoo durf ik dan met de diepste nederigheid U allerootmoedigst smeeken, uwe woonplaats voor eeuwig in mijn hart te vestigen. Wees gij, o Jesus, voor altijd mijne bescherming, mijne hulp en mijn troost. Amen.

Bij de gedachtenis {Memento) aan de overledenen.

Ook onze broeders en zusters, die, thans nog door de vlammen des Vagevuurs gezuiverd worden, hebt gij door uw dierbaar bloed vrijgekocht. Wij bidden U, laat hen deel hebben aan. onze gebeden

■a

ocr page 214

— 196 —

en aan de vruchten dezer heilige offerande. Voornamelijk roepen wij uwe barmhartigheid in voor hen, die op aarde onze ouders,broeders, verwanten of, weldoeners, vrienden en vijanden waren en voor degenen, die van bijzondere voorbidders op aarde verstoken zijn. — Erbarm U over hen naar de grootheid uwer barmhartigheid, en voer ook eens ons, arme zondaars, na de ballingschap van dit sterfelijk leven, tot het eeuwig Vaderland, waar wij, vereenigd met alle heiligen en gelukzaligen, U van eeuwigheid tot eeuwigheid zullen loven en prijzen, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Pater Nosier. (Het Onze VüSer-)

God van goedheid, Uw beininde Zoon heeft ons geleerd, U onzen Vader te noemen: daarom bidden

ocr page 215

— 197 —

wij met kinderlijk vertrouwen: Onze Vader, enz.

Bij het Agnus Dei.

Vlekkeloos en geduldig als een lam, dat ter slachtbank geleid wordt, droegt gij, o minnelijke Zaligmaker, den zwaren last onzer zonden tot op den berg van Kalvarië. O goddelijk Lam, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferi.: U onzer 1 o Jesus, schenk ons uwen vrede.

De H. Nuttiging.

(Terwijl de priester het allerheiligst Vleesch en Bloed van Jesus wezenlijk ontvangt, tracht gij dan, o irlijne ziel, uwen Jesus geestelij-kerwijzer in uw hart te ontvangen.

O t/djne ziel, overdenk uwe nie-tigkéid. —- verneder u in het aanschijn van uwen God. — bereid u quot; om Jesus geestelijkerwijze .te ontvangen. Zeg tot dat einde

ocr page 216

— 1Q8 —

met den priester driemaal: Heer, ik ben onwaardig, dat gij zoudt komen onder mijn dak; spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.)

O mijn God, mijn Verlosser, ach, hoezeer bedroeven mij thans mijne zonden! — mocht ik toch voor U verschijnen met een hart, geheel zuiver van vlekken; met een hart, bereid, om U wezenlijk te ontvangen. — Mijne ziel kwijnt weg van liefde tot U. — Kom dan, o zoete Jesus! Ach, kom geestelijkerwijze in mijn hart. O mijn God, mijn Jesus, vervul mij met uwen geest, met uwe liefde. Neem geheel en al bezit van mij: laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde.

Na de H. Nuttiging. --

Versterk, o God, mijn hart'/Jfot de beoefening der deugd en vn alles, wat U aangenaam is. Duld

ocr page 217

— 199 —

niet, dat ik, na zulk een heilig offer te hebben bijgewoond en er aan deelachtig te zijn geworden, ooit mijn hart weder door eenige zonde bevlekke, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

J- .

Bij de laatste Collecte.

(Vereenigen wij ons thans met den priester, om God voor dit heilig offer te danken, en Hem te bidden, dat Hij ons de heilzame vruchten van hetzelve mededeele.)

Ik dank U, o God, dat gij mij buiten zoovele duizenden bij deze heilige offerande hebt laten tegenwoordig zijn. Mocht ik toch de zegenrijke uitwerkselen van dezelve in mij gevoelen; mocht ik vromer en godvruchtiger, zachtmoediger en geduldiger, menschlievender, kui-scher en meer ingetogen, — in èèn wóórd, beter en heiliger deze plaats verlaten. .Om deze genade bid ik

ocr page 218

— 200 —

U, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

Ontferm U ook, o God, over alle menschen, — keer van ons af de straffen, die wij door onze zonden zoozeer verdiend hebben, — bewaar ons voor alle onheil naar ziel en lichaam, — zegen hen, die door uwe goddelijke wijsheid met het bestuur der volkeren belast zijn, opdat zij wijselijk regeeren, — zegen hunne onderdanen, opdat zij gaarne en uit plicht gehoorzamen, — zegen de jeugd, opdat zij heilig en onbedorven voor U wandele, —■ zegen den ouderdom, opdat wijsheid en deugd hem versiere. Geef eindelijk uwe genade aan alle menschen, opdat, zij getrouw hunne plichten vervullen, naar deugd- en heiligheid streven, elkander stichten en hartelijk liefhebben, en door al hun doen en laten U mogen behagen, door Jesus Christus, uwen

If

i:l

i !

ocr page 219

— 201 —

Zoon, onzen Heer, die in eenheid met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Bij den Zegen des priesters.

Ons zegene de almachtige God: de Vader, de Zoon en de H.Geest. Amen.

Sluitgebed.

Wij bedanken U, o allerheiligste Drievuldigheid, voor de groote genade, dat wij deze heilige Mis hebben mogen bijwonen. Neem het offer, dat wij U in vereeniging met uwen dienaar hebben opgedragen, genadjg aan, en geef, dat hetzelve mij en allen, voor welke ik het opgedragen heb, de kwijtschelding onzer zonden en alle ge-naden verwerven moge, welke wij tot zaligheid onzer ziel behoeven, door jcsus Christus, onzen Heer en Zaligmaker. Amen.

ocr page 220

— 202 --

Een ander gebed

tot den H Antonius voor de negen Dinsdagen.

O machtige helper in alle nood-■vvendigheden, H. Antonius van Padua, daar zoovele menschen uwen bijstand roemen en door de negendaagsche oefening in hunne aangelegenheden getroost en verhoord zijn geworden, houd ook ik nu deze negen Dinsdagen ter bevordering van Gods eer en de uwe. Ik hoop, door de rijke verdiensten van Jesus Christus en door uwe trouwe hulp en machtige voorspraak getroost te worden in mijne aangelegenheid. Ik kniel hier ootmoedig voor uw beeld neder, bezoek het met de meeste godsvrucht, vereer het met den ver^ schuldigden eerbied, en roep voor hetzelve uwe krachtige hulp en voorspraak in. Ik heb het vaste

:i[ I li

{

I

II

I; I

ocr page 221

— 203 —

vertrouwen jegens u, o minnelijke H. Antonius, dat gij mij kunt helpen en het ook wilt, en twijfel er in het minst niet aan, of gij zult mij wegens uwe groote goedertierenheid zeker helpen. Want gij zijt op aarde een zoo getrouwe dienaar Gods geweest, en zijt nu in den hemel zulk een groote vriend van Christus, dat Hij u bijzonder liefheeft en vereert, en u met geen billijk verzoek afwijst, of hetzelve weigert.

Als dus mijn wensch, waarom ik de negen Dinsdagen houd, billijk en overeenkomstig Gods wil is, twijfel ik er niet aan, of gij zult hem voor den troon van God opdragen en redding voor mij verwerven. Indien hij echter strijdig is met den wil van God en het heil mijner ziel, dan verlang ik er niet naar, maar smeek u, verkrijg mij liever van den barmhartiger God cene andere genade, die mij voordeelig is. Ach,

ocr page 222

— 204 —

verhoor mij dan, o goede H. An-tonius, en troost mij in mijne moeie-lijke omstandigheid. Neem mijn gebed in genade aan, en Iaat mijn dringende bede tot ü komen. Dat mijne zuchten doordringen tot uw medelijdend hart en mijne tranen uw teeder gemoed bewegen. Laat toch mijn standvastig vertrouwen niet beschaamd worden, opdat zij, die u niet zoeken, u en mij bespottend, niet zeggen: waar is uw vertrouwen nu, dat gij op An-tonius gesteld hebt ? Deze spotters zult gij, o H. Antonius, beschamen, en door mijne bede te verhooren, aan al uwe vijanden toonen, dat zij, die op u vertrouwen, goed vertrouwd hebben, en die u in hunnen nood aanroepen, troost en hulp van u verkrijgen. Daarom bid ik, o glorierijke heilige, meer ter uwer eer, dan ten mijnen voordeele, wil mijn gebed verhooren, en mijn verzoek bij God indienen. Verhoor mij toch.

ocr page 223

— 205 —

ach, verhoor mij toch, opdat uw lof in de wereld des te meer geroemd worde, uwe trouwe vereerders des te meer in uwe liefde en vereering toenemen en zij, die met uwe vereering lachen, des te eer beschaamd worden. Let er niet op, H. Antonius, dat ik zoo onwaardig ben, om verhoord te worden, maar denk, hoe waardig uw voorspraak is bij God, opdat ik verhoord en getroost worde. Ach, wees ' niet indachtig, dat ik den allerverhevensten God en tegelijkertijd ook u, zijn trouwen vriend, zoo menigwerf vergramd heb, ma:ir zie, hoe ik thans alle mijne zonden van harte betreur, en welk vast voornemen ik heb, die nimmermeer te bedrijven. Versmaad dan mijn rouwmoedig en droevig hart niet, gelijk ook de rechtvaardige God het niet veracht of versmaadt. Ofschoon ik zulk een groot zondaar ben, hebt gij toch geen reden, mij te verstooten.

ocr page 224

— 206 —

maar veeleer grond, mij op te beuren en te verhooren, opdat uw lof en eer des te meer voor de wereld uitblinke, als wanneer de menschen vernemen, dat gij ook mij, den grootste aller zondaren, verhoord en getroost hebt. Allen, ik in 't bijzonder, zullen immers wondervol verhalen, welk een goedertieren heilige gij zijt, wijl gij zelfs den misdadigste niet versmaad, maar hem, toen hij rouwmoedig tot u kwam, met uwe gewone milddadigheid in genade hebt opgenomen. Eindelijk kom ik u ook herinneren, dat gij zelf de insteller zijt van de oefening der negen Dinsdagen, dewijl gij aan zoovelen, die haar in hunnen nood hielden, zulke spoedige en dikwijls wonderdadige hulp verleend hebt. Dat moet immers alle noodlijdenden aansporen, eveneens vol vertrouwen deze oefening te verrichten. En zoo ben ik dan het negendaagsch bezoek van uw

ocr page 225

— 207 —

beeld begonnen, en zal hetzelve met de meest mogelijke godsvrucht voortzetten, vol vertrouwen, alsdan ook verhoord te zijn. Uw vriendelijk beeld, waarbij gij het lieve Kindje Jesus op uwe armen draagt, bezoek ik hier met innige liefde, ik buig mijne knieën en mijn zondig hoofd, en aanbid vol eerbied het Kindje Jesus, dat gij op aarde zoo teeder omshelsd hebt, u tevens smeekende, het ook in mijnen naam te aanbidden en het mijn onwaardige gebeden op te dragen. Draag het ook mijn dringend verzoek op, leg Het den bangen toestand bloot, waarin mijn bedroefd hart verkeert, bid het zoete Kindje Jesus voor mij, uwen trouwen dienaar, en verkrijg mij de genade, waarom ik de negen Dinsdagen verricht. Ach, houd toch voortdurend aan, en wordt niet moede, tot gij voor mij de gewenschte gunst hebt verkregen ; dan zal ik, na deze

ocr page 226

— 208 —

bekomen te hebben, ook niet ophouden, u erkentelijkheid te bewijzen en uwen lof voor alle menschen te belijden. Amen.

Opoffering van dit gebed.

Nu heb ik, o H. Antonius, mijn hart voor u uitgestort, uw beeld bezocht en vereerd en voor hetzelve mijn gebed verricht. Ik offer u dan mijn onwaardig gebed allerootmoedigst op, en vereenig het met al de gebeden, welke gij op aarde gedaan hebt, en met die, welke u ter eere zijn geschied. Allé deze, tot een geestelijken bloemruiker saamgevoegd, bied ik u met verschuldigden eerbied aan, ter bevordering uwer eer en tot verkrijging der gevraagde gunst. Neem zulks toch aan, o goede vriend, en Iaat het u even welgevallig zijn, alsof u dit door den rechtvaardigste der menschen werd aangeboden. Amen.

ocr page 227

— 209 —

Gebed voor het altaar van den H. Anionius.

O roemvolle Vader, H. Antonius van Padua, ware toevlucht van alle noodlijdenden, die zelf alle men-schen, welke in druk verkeeren, naar uw altaar hebt verwezen, onder de verzekering, dat wie hetzelve ooit gedurende negen Dinsdagen bezoeken en u zou aanroepen, zeker zou verhoord worden. Door deze uwe belofte aangemoedigd, kom ook ik arme zondaar (zondares) op dezen Dinsdag voor de eerste, (tweede, derde maal enz.) tot u, val in nederigheid des harten voor u op mijne knieën neder, en vereer dit heilig altaar, hetwelk bijzonder aan uwe eer is toegewijd. Ik herinner u, o H. Antonius, aan de groote eer, welke de H. Kerk u bewezen heeft, toen zij dit altaar aan uwen heiligen naam toegewijd en zorg

'[|1 ill

\ ;

i-it li

ocr page 228

— 210 —

gedragen heeft, dat daarop het allerheiligst geheim gevierd wordt., O welk eene groote vreugde en eer geniet gij van dit heilig altaar, terwijl de allerheiligste offerande wordt opgedragen, en Christus zelf in persoon, door de handen des priesters, zijn waarachtig lichaam en dierbaar bloed, aan zijnen hemel-schen Vader opdraagt.

Aan deze zoo groote eer wenschte ik u heden voornamelijk te herinneren als ook aan de verplichting, welke de H. Kerk u bij het wijden van dit altaar, heeft opgelegd, terwijl zij u bij herhaling bad, om de gebeden van allen, die voor dit heilig altaar uwe hulp inroepen, genadig te willen ver-hooren. Daarom neem ook ik in mijne ellende tot dit altaar mijne toevlucht, om voor hetzelve mijn armoedig gebed te storten. Ja, hier is •ie ware bron der genade en een veilig toevluchtsoord, waarop gij zelf

ocr page 229

— 211 —

ons gewezen hebt, om uwe hulp te zoeken. Hier hebt gij beloofd algemeen gehoor te geven, en aller smeekingen te vqjjihooren. Hier hebt gij beloofd: troost in droefenis, hulp in allerlei noodwendigheden, bijstand in vervolging, sterkte in kleinmoedigheid en inwilliging van alles, wat verlangd wordt, als het overeenstemt met de eer van God en het heil onzer ziel. Het is daarom, dat ik met vertrouwen voor uw altaar nederkniel en uwe barmhartigheid inroep. — Ik stel mij onder uwe bescherming, o H. Antonius, en zoek bij u, o getrouwe helper in den nood, raad en bijstand. Versmaad mijn gebed niet in mijnen nood, maar verhoor mij volgens uwe groote goedheid en me-dedoogen. Troost mij in mijne droefenis, versterk mij in mijne mismoedigheid, bescherm mij door de goddelijke genade, en verkrijg mij datgene, waarom ik vraag, indien het Gode wel-

ocr page 230

— 212 —

gevallig is. Ubeveel ik mijn lichaam en mijne ziel, al mijne ellende en aangelegenheid. Sta mij altijd trouw bij, en behoed mij tegen alle onheil naar ziel en lichaam. Amen.

GEBEDEN

TER EERE DER GROO TE VREUGDEN, WELKE ANTONIUS OP AARDE GENOOT, OM BIJZONDERE GENADEN VAN GOD TE BEKOMEN.

I. GEBED.

ter eere der vreugde, welke hij ondervond, toen Je sus in de gedaante van een teeder kind aan hem verscheen.

O H. Antonius, onbevlekte lelie der eeuwige lente, wier aangename geur tot den hemel opsteeg, en den Zoon Gods tot de aarde deed nederdalen, ik herinner u aan de vreugde, welke gij in die tegenwoordigheid

ocr page 231

— 213 —

van Jesus gesmaakt hebt, toen Hij zich gewaardigde, u in de gedaante van een aanvallig kindje te verschijnen, en uw minnelijk hart met de volheid zijner bovennatuurlijke vertroosting te verkwikken. Laat mij, o waarde beschermer, in mijne aangelegenheid aan uwe vreugde deelachtig worden. Wend voor mij bij Jesus, mijnen Heiland, uwe krachtige voorspraak aan, opdat ik waardig worde, datgene te bekomen, wat ik uit mij zeiven niet waardig ben te verkrijgen. Kom mij te hulp in mijnen nood. Ontferm u mijner, en wees mijn troost ten tijde der verdrukking. God, die wonderbaar is in zijne heiligen, is ook allen bedroefden genadig, voor, welke gij bidt. — Laat dan uw dienaar, (dienares) niet ongetroost van u heengaan, maar verwerf mij de genade, waarnaar ik in deze mijne verlatenheid smeek, opdat ik ver-

ocr page 232

— 214-—

hoord wordende, God door u en u ir God, eeuwig moge loven en be minnen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

II. GEBED

ter eere der vreugde, welke hij gevoelde, toen Jiem vijftien dagen voor den dood, zijn stervensuur werd geopenbaard.

H. Antonius, verhoor mijn gebed en laat mijn geroep komen tot u, die voor alle noodlijdenden eene veilige toevlucht en een medelijdende trooster zijt. Wees de vreugde indachtig, welke gij ondervondt, toen God u vijftien dagen voor uwen dood, door eenen engel het stervensuur deed aankondigen, om u het loon uwer verdienstenjde eeuwige vreugde, te schenken. Leenig door die vreugde dit mijn lijden; neem, o liefderijke beschermer, de smarten en angsten

ocr page 233

— 215 —

we£T van mijn bedrukt hart; want gij zijt in deze aangelegenheid naast God mijn groote hoop. Treed, o H. Antonius, voor den troon der allerheiligste Drievuldigheid, om voor mij te bidden, ter afweering van alle rampen. Door u hoop ik verhoord en uit mijne moeielijke omstandigheid verlost te worden.

Neem dan, o groote vriend van God, dezen rampspoed van mij wegen verzacht mijne smarten. Wend door uwe veelvermogende voorspraak, de gramschap Gods van mij af, en verzoen mij met Hem door uwe overgroote verdiensten,opdat ik, indien ik verhooring vind. God voor de ontvangen weldaad in de vreugde mijns harten te allen tijde danken moge, nu en hierna in alle eeuwigheid. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

ocr page 234

— 216 —

TIL GEBED. U c

... wei

ter eere der vreugde, -welke fnj ^

smaakte, toen hij, bij zijn af~ ger sterven zag, dat Je sus hem te gemoet kwam.

O H. Antonius, wie wonderen er teekenen wil zien, vindt die voora bü u, wijl de hand Gods ze dooi u op alle plaatsen heeft verricht en tot op den dag van heden, niet ophoudt er te bewerken.

De klaarblijkelijke hulp, waaraar door uwe voorspraak alle bedruk ten deelachtig worden, noopt mij geheel mijn vertrouwen te steller op uwe voorspraak en verdiensten Geef, o dierbare beschermer, dal mijne hoop op u niet beschaam; worde. Herinner u de vreugde welke gij ondervinden mocht o| het laatste oogenblik uws levens toen Jesus u te gemoet kwam, ei

die

onl

te

noi

nk

ne

de

en

lij] gf

01

di d( ei

ocr page 235

— 217 —

I

U de poorten des hemels geopend werden. Maak mij deelachtig aan die vreugde in deze mijne aangelegenheid, opdat ik door uwe verdiensten waardig worde, van alle onheil naar ziel en lichaam bevrijd te worden. Aanschouw mijnen nood, dien ik U klaag, en vertoef niet langer, hem van mij weg te nemen. Bewijs mij, o groote wonderdoener, H. Antonius, een teeken, en laat mij tot meerdere verheerlijking van uwen lof, in deze aangelegenheid, uwe behulpzame hand ondervinden, opdat God, die wonderbaar in u werkt, zonder ophouden door engelen en menschen geloofd en geprezen worde. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Godvruchtig gebed tot den H. Antonius gedurende de H. Mis.

O H. Antonius, veelvermogende helper in alle bekommeringen, ik

ocr page 236

— 218 —

neem geheel mijne toevlucht tot in deze mijne aangelegenheid, e. klaag ii mijnen nood. Ofschoon mij niet waardig acht, om geholpe te worden, kom ik niettemin met kinderlijk vertrouwen tót u, hopende op uwe goedheid, dewijl gij zoovelen in hunne rampen hebt geholpen. Ik werp mij voor uwe voeten neder en roep met droefheid in het hart to u om hulp. Ten einde uwe alle vermogende voorspraak des te gt makkelijker in te winnen, wil ik te uwer eer en uit liefde tot u dit heilig, misoffer bijwonen, dewijl ik wel weet, dat deze allerheiligste Offerande u bijzonder aangenaam en boven alle andere gebeden welgevallig is. Daarom offer ik aan de allerheiligste. Drievuldigheid deze heilige mis, benevens alle heilige missen, welke heden in de Kerk Gods gelezen worden, op, tot uwe meerdere eer en de verspreiding uwer won

en

h te 'ev '.iet kan ooti u t zaal gen ; 'en ;lv en

i-,

n

ien oei; vor an| '.al

ocr page 237

— 219 —

erwerken. Ik offer ook deze H. Mis quot; ter eere op, en bid u, haar met wel-'evallen aan te-nemen, dewijl ik toch viets beters heb, waarmede ik u kan vereeren. Ik smeek u derhalve ootmoedig, laat mijne aangelegenheid u ter harte gaan, en bepleit mijne zaak voor den troon der goddelijke genade. Ik stel mijn lot in uwe hanen met de vriendelijke bede, het '-Ive gedurende de H. Consecratie en allerhoogsten God op te dragen n vertrouwvol aan te bevelen. Dan -en ik er zeker van, dat gij mijn oelang op de beste wijze zult bevorderen, en indien God het ver-angt, mijne droefheid in '.al veranderen. Amen.

tot

3, e. )n

)lpe met ende zelen li. Ik er en :t to ille

^ ere

k te 'eilu. veet, de u alle is. rhei-Jlige ssen,

S:~ dere ,voa-

vreugde

—oO-

ocr page 238

— 220 —

NOVEEN

ter eere van den H. Antonius van Padua.

EERSTE DAG.

Daar ik zonder eenige hulp ben, neem ik naast God, tot u, o H. Antonius, mijne toevlucht; o neem mij op onder uwe bescherming met dezelfde vreugde, als waarmede de se-raphijnsche orde u ontving, toen gij, naar een str engeren levenswandel verlangend, het besluit hadt genomen, den H. Franciscus in armoede en boetvaardigheid na te volgen. Verkrijg mij van God, door de verdien, sten van dit heilig streven de genade, dat ook ik den veiligen weg bewan-dele, mijn hart onthechte aan de wereld, en in alles het eenige heil mijner ziel voor oogen houde. Amen. Onze Vader. Wees gegroet.

ocr page 239

— 221 —

TWEEDE DAG.

Strek uwe machtige hand uit, o H. Antonius, om mij te helpen; dat door uwe verdienste worde aangevuld, waarin ik te kort schiet. Uw ijver in het streven naar christelijke volmaaktheid was zoo groot, dat gij u reeds twee jaren na uwe intrede in de se-raphijnsche orde, tot de eenzaamheid begaaft en tot voedsel niets dan water en brood gebruikt et, om daardoor de zinnelijkheid des lichaams in u te bestrijden, zoodat een ieder gesticht werd door uwe volmaaktheid. Verkrijg mij door de verdiensten van uw streng en boetvaardig leven van God de genade, dat ook ik waardige vruchten vanboetvaardigheid voortbrenge, in dit leven mijne tallpoze zonden uitboete, en door een oprecht godsdienstig leven den oneindigen God hier en hiernamaals moge welgevallen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

ocr page 240

— 222 —

DERDE DAG.

Uwe bereidwilligheid om noodlijdenden te helpen, o H. Antonius, spoort ook mij aan, om met allen, die in moeielijkheden verkeeren, voor u neer te knielen, opdat ik door uwe voorspraak genade vinde in de oogen van Hem, wiens vleesch en bloed gij voor het eerst in het derde jaar na uwe intrede in de seraphijn-sche orde, aa:.i den hemelschen Vader opofiferdet. — O, met welk een godsvrucht en vurige liefde hebt gij uw eerste H. Misoffer gevierd. Verwerf mij van God, door al die groote verdiensten, waarmede gij als priester gedurende de H. Mis bij de H. Consecratie het brood en den wijn ver-anderdet in het waarachtig lichaam en bloed van Christus, de genade, • dat ik het allerheiligst Sacrament des altaars nu en vóór mijn afsterven waardig moge ontvangen, daar-

ocr page 241

— 223 —

door in de genade Gods versterkt worde, en tot het einde in dezelve moge volharden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

VIERDE DAG.

O H. Antonius, bedenk de genade, welke u, op het vierde jaar van uw intrede in de seraphijnsche orde door den Almachtige verleend werd, om zijn woord met zulk een buitengewonen ijver en indrukwekkendheid te verkondigen, dat allen die het aanhoorden, verbaasd stonden en krachtdadig in de liefde tot God ontstoken werden. Verkrijg mij van God door deze gunst en door de verdiensten van uw apostolisch predikambt de genade, bij het aan-hooren van Gods woord, mij het# zelve naar ziel en lichaam ten nutte te maken, om daarvoor in eeuwigheid het loon te ontvangen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

ocr page 242

— 224

VIJFDE DAG.

Verkrijg mij, o H. Antonius, door uwe machtige voorspraak, de genade der vergiffenis van al mijne zonden, gij, die in het vijfde jaar van uwe intrede in de seraphijnsche orde het hart van een groot zondaar tijdens de biecht zoozeer troft, dat alle zijne op papier geschrevene zonden, wegens de volmaaktheid van zijn berouw , oogenblikkelijk verdwenen. Verwerf ook voor mij diezelfde genade van God, opdat ik, vooraleer ik sterf en verschijn voor den strengen rechterstoel van God, al mijne zonden beweene, ze rouwmoedig belijde en door uwe voorspraak en verdiensten daarvan vergiffenis moge erlangen, Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

ZESDE DAG.

Verlos mij van alle onheil, o H.

ocr page 243

— 225 —

Antonius, die in het zesde jaar na uwe intrede in de seraphijnsche orde, door de talrijke en groote wonderen, welke gij uitwerktet, de oogen en harten van alle menschen tot u getrokken hebt, en met den heiligen apostel Paulus alles voor allen geworden zijt; — verkrijg mij door de overgroote verdiensten dier liefde, waardoor gij blinden het gezicht, dooven het gehoor, zieken de gezondheid en dooden het leven hebt geschonken, van God de genade, dat ik toch geen slechten dood sterve, maar, na in zonden gevallen te zijn, aanstonds -weder opsta, en tot het einde toe een Gode welgevallig leven moge leiden. Amen, Onze Vader. Wees gegroet.

ZEVENDE DAG.

Kom mij te hulp, o H. Antonius, want gij weet, dat mij zulks naar lichaam en ziel noodig is. Bij God

TO*

ocr page 244

— 226 —

zijt gij alvermogend, de Heer is metu, gij zijt gezegend onder alle heiligen, en gezegend is ook Hij, die u van uit den hemel de hulpzame hand toereikt. Een dooden jongeling, hebt gij, in het zevende jaar na uw intrede in de seraphijnsche orde, wederom tot het leven opgewekt, en daardoor duidelijk te kennen gegeven, dat degene geholpen wordt, dien gij wilt helpen. Verkrijg ook mij, door de verdiensten, welke gij verworven hebt bij God, van Hem de genade, dat Hij mij en de mijnen zijnen goddelijken zegen schenke, mij goedgunstig tegen alle kwaad behoede, en mij na dit sterfelijk leven met het eeuwige leven moge verblijden. Amen.'

Onze Vader. Wees gegroet.

ACHTSTE DAG.

O M. Antonius, trouwe zielenherder, kom mij te hulp, als schrik en

ocr page 245

— 227 —

doodsangst mij omringen; gij, die zoo vol ijver waart voor het heil der zielen, dat gij in het achste jaar na uw intrede in de seraphijn-sche orde, aan vele zondaars in den slaap zijt verschenen, hen vaderlijk vermaandet, om hunne deels verge-tene, deels verzwegen zonden in den biechtstoel te gaan belijden en zich door werken van boetvaardigheid in staat van genade te stellen. Verkrijg mij, door de verdiensten van deze uwe bezorgdheid voor het heil der zielen, van God de genade, dat ik mij zeiven kenne, mijne zonden verfoeie, niet van deze wereld scheide, zonder het ontvangen der heilige Sacramenten, maar met God verzoend, een zaligen dood moge sterven. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

NEGENDE DAG.

Ontferm u mijner, 11. Antonius,

ocr page 246

— 228 —

ontferm u over mij, ellendig schepsel, voor wien Jesus, de goddelijke Verlosser zijn dierbaar bloed vergoten heeft. Ten einde de zielen aan de handen van satan te ontrukken en voor den hemel te winnen, hebt gij in het negende jaar na uw intrede in de seraphijnsche orde, overal met zulk een onver-moeiden ijver het volk tot boetvaardigheid opgewekt, dat gij uw lichamelijk voedsel vergat te gebruiken, en door al te groote inspanning en afmatting in een zware ziekte zijt gevallen. Verkrijg mij door de verdiensten dezer onuitsprekelijke liefde voor het heil des evennaasten, van God de genade, dat mij voor alles gelegen zij aan het onvergankelijke, en ik met verachting van de wellusten dezer wereld, steeds werke voor den hemel, om eens de eeuwige zaligheid te mogen genieten. Amen.

ocr page 247

— 229 —

Onze Vader. Wees gegroet.

Sluitgebed na volbrachte Noveen.

O H. Antonius van Padua, getrouwe voorspreker, zie ik heb thans negen dagen uwen lof geprezen en uw voorbeeldig leven in de seraphijnsche orde overwogen, wat ik vertrouw, dat u welgevallig zijn zal. Ofschoon ik niet met dien ijver bezield was, als wel betaamde, hoop ik niettemin, dat gij, mijn onvermogen indachtig, mijne gebeden benevens mijn goeden wil in aanmerking zult nemen, mij zult ver-hooren en datgeen vervullen, wat ik zoo vurig wensch.

Zijt gij echter reeds rerhoordgeworden, zeg dan :

Ja, gij hebt mijn gebed in genade aangenomen, mij goedgunstig verhoord en het verlangen mijns harten bevredigd; daarom betuig ik u mijnen innigen dank, en smeek u

ocr page 248

— 230 —

verder, mij bij te staan in alle tegenwoordige en toekomstige aangelegenheden ; verwerf mij van God de genade, dat ik standvastig in het goede, het kwaad vermijde; Jesus, mijnen God enHeerliefhebbe, Hem getrouw diene en mij eindelijk in de eeuwigheid voor altijd met Jesus moge verheugen. Amen. Onze Vader. Wees gegroet.

Gebeden in verschillende aangelegengeden.

I.

Gebed voor een zaligen dood.

Sta mij bij, o II. Antonius, vooral in den laatsten cn beslissenden strijd, opdat ik alsdan het onderspit niet delve, maar pal blijve tegen alle bekoringen, de hinderlagen van den boozen geest zegevierend

ocr page 249

— 231 —

ontkome, en eenmaal blijde de eeuwige rust mogen binnengaan.

Ontferm u ook over alle geloo-vigen zielen, bijzonder over die mijner ouders, vrienden, weldoeners, bekenden en vijanden; bid voor haar, opdat zij ten spoedigste waardig mogen bevonden worden, om in te gaan tot de eeuwige vreugde. Amen.

II.

Gebed, om in het geloof te blijven volharden.

O H. Antonius, ijvervolle boetprediker, verdediger des geloofs en minnaar der goddelijke wet, bid voor ons bij Jesus Christus, dat wij steeds meer en meer bevestigd worden in het ware geloof, in hetzelve volharden en getrouw alles onderhouden, wat het geloof ons voorschrijft. Bid echter ook voor de wankelenden, opdnt zij opnieuw versterkt

ocr page 250

— 232 —

worden ; —voor de sterken, opdat zij volharden ; —voor de ontwetenden, opdat zij de waarheid meer en meer inzien; — voor hen, die vreezen, om voor hun geloof uit te komen, opdat zij de buitengewone genade, beter beseffen, en Jesus en diens heilig woord, even vrijmoedig als gij, voor alle menschen leeren belijden; opdat wij eens, na doorstanen strijd, waardig bevonden worden vol vertrouwen met den Apostel te zeggen; dat wij den strijd gestreden, het geloof bewaard hebben, en daarom kunnen hopen op de kroon des levens, welke Jesus bereid heeft voor degenen, die zich in zijne komst verheugen. Amen.

III.

Gebed ten tijde der bekoring.

O Heer Jesus Christus, ontferm u mijner, en sta mij ook bij tegen al-

ocr page 251

— 233 —

le bekoringen van den boozen geest, lt; gelijk gij den H. Antonius, uwen trouwen dienaar, beschermd hebt, opdat ik te allen tijde waakzaam zij, moedig strijde en in niets toegeve, maar tot mijnen laatsten ademtocht u trouw diene, teneinde U eenmaal in de eeuwige vreugde met den H. Antonius te kunnen loven en prijzen, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

IV.

Geschikt gebed voor zieken.

Door uwe machtige voorspraak, o H. Antonius, zijn zoovele zieken, die reeds op den rand des grafs waren, oogenblikkelijk gezond geworden. Zie, ook ik lig op het bed van smarten ; ik beken het, de menschen kunnen mij niet helpen, daarom wend ik mij tot u, o mijn bescher-

ocr page 252

— 234 —

mer en bijzonderen helper in den nood, en smeek u, wil ook voor mij bij God om mijne gezondheid bidden, ten einde mij nog beter te kunnen voorbereiden tot den dood, die mij ongetwijfeld eenmaal zal treffen. Indien het echter Gods wil niet is, dat ons vereenigd gebed verhoord worde, verwerf mij dan ten minste geduld en volharding tot aan het laatste oogenblik, om eens der belofte deelachtig te worden, welke Jesus aan u en allen gedaan heeft, die tot het einde volharden.

Verkrijg voor allen, die mij verplegen en bewaken eene nimmer verflauwende liefde tot God en de volharding tot het einde toe, als belooning voor al het goed, dat zij mij in mijnen hulpbehoevenden toestand bewezen hebben, en wat ik hun niet vergelden kan. Dit smeek ik u, o H. Antonius, ter wille

ocr page 253

— 235 —

uwer liefde voor alle zieken en lijdenden, gij, die thans den Vader, den Zoon en den H. Geest looft en prijst in eeuwigheid. Amen.

—oQo—

Negen gebeden tot den H. Antonius.

(Naar verkiezing te bidden gedurende de Negen Dinsdagen.)

1.

O glorierijke H. Antonius, edele zonnebloem der goddelijke gelijkvormigheid, ik groet u met alle engelen en aartsengelen. Ik wensch u geluk en bedank den almachtigen God voor de onuitsprekelijke genade, welke Hij u bewezen heeft, om te allen tijde, en even als de engelen met vreugde Gods wil op de volmaaktste wijze te vervullen. Ik

ocr page 254

— 236 —

bid u, o H. Antonius, wil toch in vereeniging met alle engelen tot den ^ troon van God naderen en in de minzaamheid uws harten Hem mijn verzoek, dat gij zeer goed kent, aanbevelen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

2.

Ik groet U, o H. Antonius, luisterrijke narcisbloem van geestvervoering, in naam van alle heiligen, aartsvaders en profeten; wensch u geluk, en dank den goedertieren God voor de groote genade, welke Hij u verleend heeft, daar gij gelijk de patriarchen en profeten zoo voortreffelijk werdt bedeeld met de gave der diepste kennis Gods en der voorzegging. Ik smeek u, wil in vereeniging met alle heiligen, aartsvaders en profeten optreden voor . den troon van God en, door de opoffering van uw aller verdiensten.

ocr page 255

— 237 —

aan mijn gebed gehoor verleenen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

3.

Ik groet u, o H. Antonius, schitterende goudbloem der brandendste liefde, in naam van alle heilige apostelen en leerlingen van Jesus Christus. Ik wensch u geluk en dank den beminnenswaardigsten God voor de groote genade, waarmede Hij u begiftigde, daar Hij u even als de apostelen en leerlingen van Jesus heeft uitverkoren, tot ijverig verkondiger van het H. Evangelie en tot verspreider van het Roomsch-katholiek geloof.

Ik smeek u, ga met alle heilige apostelen en leerlingen des Heeren tot den troon van God, en verkrijg mij door de opoffering van uw aller verdiensten de genade, dat mijn gebed moge verhoord worden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

ocr page 256

— 238 —

4.

Ik groet u, o H. Antonius, sier-' lijke roos van geduld, in naam van alle martelaren en boetedoeners. Ik wénsch u geluk en dank den barm-hartigen God voor de groote genade, u verleend, dewijl gij even als de martelaren en boetplegers voor den naam van Christus vele vervolgingen hebt doorstaan, ja zelfs bereid waart uw heilig bloed te vergieten.

Ik smeek u derhalve, o H. Antonius, verkrijg mij, in vereeniging met alle heiligen, martelaren en boetedoeners, door de opoffering van uw aller verdiensten, de zoo gewenschte hulp in mijne aangelegenheid. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

5. '

Ik groet u, o H. Antonius, beha-gelijke saffraanbloem van mildda-

ocr page 257

/I

— 239 _

digheid, in naam van alle heilige bisschoppen en priesters. Ik wensch u geluk en dank den allerheiligsten God voor de groote genade, u medegedeeld, waardoor gij even als de heilige* bisschoppen en priesters met uwe ijverige predikatiën en uw heilig voorbeeld vele duizenden zondaars tot God bekeerd, en voor den hemel gewonnen hebt.

O ga, H. Antonius, door alle heilige bisschoppen en priesters vergezeld, tot den troon van God, en verwerf mij door uw aller voorspraak de zoo vurig verlangden bijstand in mijne aangelegenheid. Amen.

Onse Vader. Wees gegroet.

6.

Ik groet u, o H. Antonius, nederige weidebloem van zachtmoedigheid, in naam van alle heilige monniken en kluizenaars. Ik wensch u geluk en dank Gods goedertieren- •

ocr page 258

— 240 —

heid voor de groote genade, u geschonken, tengevolge waarvan gij gelijk de heilige monniken en kluizenaars uw leven in vasten, waken, bidden en andere moeielijke werken van boetvaardigheid hebt doorgebracht. O verleen mij toch door uwe verdiensten en die van alle heilige monniken en kluizenaars de verhooring van mijn gebed.

Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

7.

Ik groet u, o H. Antonius, helder witte lelie van zuiverheid, in naam van alle heilige maagden en onschuldige kinderen. Ik wensch u geluk en dank den liefderijken God voor de groote genade, welke Hij u heeft verleend, daar gij even als de heilige maagden en onschuldige kinderen de heerlijkste aller deugden,dekuisch-heid, zoo onbevlekt bewaard, en alle

ocr page 259

— 241 —

bekoringen zoo manmoedig overwonnen hebt.

Terwille van uw veelvermogende voorspraak en de verdiensten van alle heilige maagden en onschuldige kinderen, bid ik u met vertrouwen, dat de barmhartige God mijn gebed genadig moge aanhooren. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

8.

Ik groet u, o H. Antonius, liefelijk viooltje van onbeschrijfelijke nederigheid, in naam van alle heilige weduwen en echtgenooten. Ik wensch u geluk en loof den liefdevollen God voor de groote genade, u geschonken, dewijl gij even als deze heiligen in alle mogelijke deugden uitgeschenen, en uwen God gedurende geheel uw leven zoo trouw en vlijtig gedieiid hebt.

O verkrijg voor mij, H. Antonius, in vereeniging met alle heiligen,

ocr page 260

— 242 —

door de opoffering van uwe en hunne verdiensten, de genade, om in mijne aangelegenheid door Qod verhoord te worden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

9.

Ik groet u, o H. Antonius, aanvallige meibloem van innige genegenheid, in naam van alle vrome menschen, welke nog op aarde leven ; ik wensch u geluk en loof den allerhoogsten God wegens de groote liefde, welke Hij u heeft toegedragen en de genade, waarmede hij u heeft begunstigd. Ik smeek u, terwille van al de weldaden, welke gij zoo rijkelijk van God hebt ontvangen, zie genadig op mij neder en verkrijg mij van God, door de opoffering uwer getrouwheid in zijnen dienst, de genade, dat Hij mijn gebed verhoore tot uwe meerdere eer en glorie en tot troost van

%

11

,• ï

ocr page 261

mijn bedroefd hart, ten tijde en op de wijze als het Hem zal behagen voor het heil mijner onsterfelijke zie'l Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Lofzang TER EERE VAN DEN H- ANTONIUS.

Op diens feest (13 Juni.)

Heden steeg hij, die Belijder,

Wien de volk'ren de eerekroon Juichend brengen van deze aarde.

Zalig in de hemelwoon.

Vroom, ootmoedig, kuisch en ijv'rig.

Strijdend voor des Heeren zaak, Bleef hij trouw den plicht vervullen

Van zijn opgenomen taak.

Door zijn deugd en voorbeeld tevens,

Keert in 't uitgeput gemoed Van den strijderGods weer veerkracht En verhoogde zielegloed.

ocr page 262

— 244 —

Daarom ook stijgt uit ons midden,

Dank en loflied hemelwaarts ; Strek'zijnbede ook ons totvoorspraak

Bij den pelgrimstocht op aard. Dan toch wordt de lof behaag'lijk

In der hemellingen oor.

Dien wij der Drieëenheid brengen. Heden en alle eeuwen door. Amen. Antiph. O beste leeraar, licht der H. Kerk, Antonius van Padua, minnaar der goddelijke wet, bid voor ons den Zoon van God.

De Heer geleidde den rechtvaardige op effene paden.

En Hij toonde hem het rijk Gods.

GEBED.

Laat uwe Kerk, o God, zich verheugen in de plechtige feestviering van uwen belijder, den H. Antonius; opdat zij door geestelijke hulp te allen tijde gesterkt en waardig gemaakt worde, om eenmaal de eeuwige

ocr page 263

— 245 —

vreugde te genieten. Door Jesus :n' Christus onzen Heer. Amen.

'aak

Gebeden onder het Lof.

k

;n, Goddelijke Zaligmaker, Jesus

ien. Christus, waarachtig tegenwoordig der in dit aanbiddelijk Sacrament! Al-nin- goede, die mij zoo onuitsprekelijk oor liefhebt. Zie, doordrongen van innige wederliefde, kniel ik voor rdi- dit kostbaarste der geheimen neder en aanbid uwe goddelijke Majesteit )ds. met een geloovig, dankbaar en blijmoedig hart. O mijn God, mijn leven en mijne zaligheid 1 Niets is mij zoo zoet en weldadig, niets ''er- verheugt mij zoozeer als hier, in ing stille aandacht verzonken, voor u ius; neder te knielen, mijn hart in lief-al- dezuchten voor U uit te storten, akt met U te spreken, en vol dankbaar-ige

j_

ocr page 264

— 246 —

heid uwe overvloeiende barmhartigheid en goedheid te prijzen, welke Gij ons zoo wonderbaar in dit Sacrament bewijst.

O hoe liefelijk is uw geest, Heer van goedheid en ontferming! Om ons deze liefelijkheid in hare verborgene bronnen te doen smaken, hebt Gij dit allerheiligst geheim ingesteld en ons daarin U zeiven, als het waarachtig manna des hemels, hetwelk alle geestelijke zoetigheden in haren eigen oorsprong bevat, te smaken gegeven. O, wees daarom geprezen, goddelijke Zaligmaker, troost onzes levens en bron van alle zaligheid, welke vloeit in de harten van diegenen, die met geloof en liefde tot U naderen en op waardige wijze U in dit allerheiligst Sacrament ontvangen.

Bevende van heilige, kinderlijke liefde en vreugde, verhef ik mijne blikken tot U, verborgen God en

ocr page 265

— 247 —

Zaligmaker, en geheel mijn wezen is doordrongen van liefde, dank en .gelukzaligheid. O wonderbaar en boven alles liefelijk Sacrament, welke heilige gewaarwordingen verwekt gij in de harten van hen, die u waarlijk liefhebben, en hoe juicht de begenadigde ziel, als zij U, haar heil en haar leven, haar geluk en gansche zaligheid, in dit hemelsch geheim uwer liefde beschouwt !

O goedertieren Jesus, ook ik gevoel, welk eene zaligheid het is, in uwe goddelijke tegenwoordigheid te vertoeven, en onder de zegenende schaduw van dit liefelijk Sacrament uit te rusten. Behoud en vermeerder dit heilig en zaligmakend gevoel in mij. Laat mijn hart niet in liefde tot U verflauwen, maar houd het levendig en ontsteek het voortdurend met Uw geestelijk vuur, opdat het U te allen tijde aanhange

ocr page 266

— 248 —

in liefde en trouw, in innige, zalige verrukking voor U, mijn beminde God en Zaligmaker.

Wees Gij voortdurend mijn hoogste wellust, mijne vreugde, het voorwerp van al mijne wenschen, hoop en streven. Laat mij liever alles^ ja zelfs mijn leven verliezen, dan van U en uwe liefde gescheiden worden. Help en versterk mij, opdat ik getrouw tot in den dood volharde in den dienst uwer liefde, en laat mij dan daar aankomen, waar ik uw gezegend aanschijn onverhuld mag aanschouwen, en uwen lof met alle zaligen verkondigen kan, in alle eeuwigheid. Amen.

Lofznny van den H Thomas van Aquinenter eere van het aller he iliyst Sacrament-

Verborgen Godheid, onder schijn [van spijs en drank

ocr page 267

— 249 —

Waarachtig schuilende op de Alta-

[ren; neem den dank, • De hulde en eerbied van een hart, [in U verslonden. Dat U in 't stof aanbidt, maar

[vruchtloos zou doorgronden; Gezicht, gevoel en smaak, 't schiet

[alles toch te kort ; Alleen 't gehoor, dat door het woord

[getroffen wordt, Strekt veilig hier 't geloof ten gids.

[Dat woord des Heeren Gedoogt geen twijfel, maar eischt

[nederig zielsverneêren. 'k Geloof uw Godheid dan, die

[eenmaal zich alléén Op 't kruis verborg, terwijl de

[Menschheid hier meteen Omhuld is: ik breng beiden 't loflied ; maar, rouwmoedig Roep ook ik, als aan 't kruis de

[moorder, overvloedig Genade in : en ofschoon ik niet als [Thomas deed,

ocr page 268

— 250 —

Wiens oog de wond moest zien, al-

[eer hij u beleed, Zoo breng ik toch hier hulde aan [God — en Menschheid beiden. Met bede, dat Geloof en Liefde en

[Hoop nooit scheiden In mijn vermorzeld hart, gevoed

[door 't hemclbrood. Dat levend teeken van des Heeren

[offerdood. O moog mijn ziel, barmhartig Pelikaan, U smaken. Wiens bloed met éénen drup een

[wereld rein kon maken. Die onder zondeschuld gebukt ging!

— Jesus, Heer! Hier voor mijn oog bedekt : o,

[schouw genadig neêr. En geef, dat ik, na zooveel smachtend zielsverlangen. Door uw verdienste, 't heilig licht

[eens moog' ontvangen, Dat van uw aanschijn straalt, daar, [waar Gij, onverhuld,

ocr page 269

— 251 —

De heem'len met onstoorbre zalig-[heid vervult.

I Gebed tot de 11. Maagd. Gebed tot de 11. Maagd.

Wees gegroet in den glans uwer onbevlekte Ontvangenis, o H. Maagd Maria, moeder Gods, koningin der engelen, hulp en voorspraak der menschen! Zie, aan uwe voeten kniel ik neder, om U mijnen eerbied te betoonen, om met vertrou-• wen en ijver mij aan uwen dienst | toe te wijden.

O koningin des hemels, wie alle scharen der engelen vol opgetogenheid dienen, en wier lof over den 1 geheelen aardbodem, van het eene j tot het andere einde verspreid wordt : sla uwe blikken op mijn, in 1 kinderlijke liefde aan U overgegeven, hart, en laat mij behooren tot het getal dier waarlijk getrouwe

ocr page 270

— 252 —

dienaren, die u liefhebben en zich beijveren, uwe schoone deugden na te volgen.

Zie, zoete koningin, heden geef ik mij op nieuw weder ter uwer beschikking, met allen, die mij toe-behooren, met alles wat ik heb of bezit. Ik wil U dienen met mijne krachten, met mijne bekwaamheden, en vermogens, en wil daardoor uwe eer trachten te bevorderen waar en zooveel ik slechts immer vermag.

O genadige vrouw en koningin, erken in mij uw eigendom, en handel met mij naar uw moederlijk welbehagen, gelijk het tot verheerlijking van uwen goddelijken Zoon, tot uwe eer en mijne zaligheid kan strekken.

Spreid, liefderijke maagd, den mantel uwer moederlijke bescherming over mij en de mijnen uit, en bewaar ons voor elke zonde, voor alle gevaar, voor alle ongeluk naar

ocr page 271

— 253 —

ziel en lichaam. Wees mijn raad in twijfel, mijn troost in lijden, mijne ° hulp in nood, mijne bescherming in leven en dood.

Al mijne, zoowel tijdelijke als eeuwige belangen, met het grootst vertrouwen in uw gezegende moederhanden stellend, bid ik U, laat mij in alles uwen bijstand ontwaren, en toon, dat ook gij mijne moeder zijt, o heilige en zoete- maagd Maria. Amen.

Litanie ter eei'e der allerheiligste Maagd Maria.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons ! God, hemelsche Vader, ontferm U onzer I

ocr page 272

— 254 —

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer!

God, H. Geest, ontferm U onzer! Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer!

H. Maria,

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade, Allereinste Moeder,

Allerkuischte Moeder,

Ongeschonden Moeder,

Onbevlekte Moeder,

Minnelijke Moeder,

Wonderlijke Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste maagd. Eerwaarde maagd.

Lofwaardige maagd.

Machtige maagd.

T

ti

ocr page 273

— 255 —

Goedertieren maagd, Getrouwe maagd,

■SiMegel der rechtvaardigheid 'Stoel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat.

Eerwaardig vat.

Schoon vat van godvruchti

heid.

Geestelijke roos,

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis.

Ark des verbonds.

Deur des Hemels, Morgenster,

Behoud der kranken, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Hulp der Christenen, Koningin der engelen, Koningin der patriarchen, Koningin der profeten.

ocr page 274

— 256 —

Koningin der apostelen,

Koningin der martelaren,

Koningin der belijders,

Koningin der maagden,

Koninsrin van alle heilisren, §

i-i

0

W

sten Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer ! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer Heer \

Christus, hoor ons 1 Christus, verhoor ons!

Onze Vader enz. Wees gegroet enz.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet

i J •

1 ul' • I •()

- lt; s

ocr page 275

— 257 —

in onzen nood, maar verlos ons al-: tijd van alle gevaren, o eerwaarde y. j .en gezegende Maagd, onze vrouw, • •«ffie middelares, onze voorspreek-^ ster! verzoen ons met uwen Zoon, ° beveel ons aan uwen Zoon, vertoon g ons aan uwen Zoon!

v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods,

r. Opdat wij waardig mogen on- worden der beloften van Christus, er! Wij bidden U, o Heer, stort uwe 3n- genade in onze harten, opdat wij, ;r! die door de boodschap des engels en de menschwording van Christus r j uwen zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijk-i heid der verrijzenis mogen gebracht worden, door denzelfden Christus, onzen Heer.

r. Amen.

n v. Bid voor ons, ó H. Joseph !

•r R. Opdat wij waardig mogen

f- worden der beloften van Christus !

t

ocr page 276

— 258 —

Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den bruidegom mvcr allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat ói s door zijne voorspraak geworde,hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen verkrijgen, die leeft en heerscht in eeuwigheid!

r. Amen.

(300 dageu aflaat. Pi us VIT 1817.)

ocr page 277

— 259 —

LOFZANG.

Tantum ergo.

Eeren wij dan, diep gebogen, Een zoo heilig Sacrament;

De oude schaduw is vervlogen, In dit nieuw geheim volend ;

Wat de zinnen niet vermogen: 't Worde door 't geloof erkend.

Lof den Vader, ongeboren.

En zijn Eéngeboren Zoon ;

Lof van alle jubelkoren

Zij, met dank en zegentoon,

Beider Geest, als hun beschoren Op hun éénen glorietroon.

Amen.

v. Brood uit den hemel hebt gij-hun gegeven.

R. Dat alle geneugte in zich heeft.

ocr page 278

— 260 —

ï'

Laat ons bidden.

O God, die ons onder het wonderbaar Sacrament de gedachtei^S . ^ van uw lijden hebt nagelaten, ver quot; leen ons, bidden wij U, dat wij de Yoo heilige geheimen van uw lichaam en ^or bloed zoo vereeren, dat wij de vruch- pre( ten uwer verlossing voortdurend mo- ^ gen gevoelen, die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen. ^ai

(ioo dagen aflaat eens per dag Pius VII. 1818.) j

e t

' Oei

e

De

S

IMPRIMATUR. Ge

liuscOD. hac 5 Octobris 1886. J

J, J. VERSTERREN, RECTOR.

ad hoc delegatus. -

Bij

Ge

ocr page 279

— 261 —

7°?quot; INHOUD.

Ver- • ' Bladz.

me6 ^oorrec^e- ..•••• 3 111 Korte levensbeschrijving. . . 7 ruch-,

:tou.' Icgatus.

Prediking voor de visschen te

m° Rimini........25

rSC ^ quot;Wonderen na zijnen dood . . 54 Aard en wijze, om de oefening der Negen Dinsdagen ter eere van den H. Antonius

te verrichten......92

Oefeningen van godsvrucht ter

eere van den H. Antonius . 99 De eigenlijke oefening der Negen Dinsdagen.....101

Gebed, waardoor men den H. Antonius tot zijn beschermer

kiest.........103

Bij het begin der Negen Dinsdagen ........104

Gebed als men nog niet verhoord is geworden. . . .125

ocr page 280

262 —

Bladz.

Dankbetuiging voorontvangene

gunstbewijzen ......

Beroemd Responsorium ter eere van den H. Antonius. . . Kleine getijden van den H.An-

tonius van Padua.....

De drie voetvallen ter eere der allerheiligste Drievuldigheid. Lintanie ter eere van den H.

Antonius van Padua. . Godvruchtige gebeden tot den H. Antonius in allèrlei aangelegenheden, gelijk ze vervat zijn in het Responsorium van den H. Bonaventura. Gebed in onvërwachte voorvallen....... . . .

Gebed om de hulp van den H.

Antonius te verwerven. . Gebed in allerlei tegenspoed • Vurige verzuchtingen totjesus, om door de voorspraak van

• J » \

128

151 1

158

173

175 177

ocr page 281

263 —

ilad/. I Bladz»

I den H. Antonius alle onheil

te weren. . . . . .178 ■ j^Kesponsoriurrf van den H. An-28 '■ tonius in den vorm van een

| gebed........181

32 i Dc zegen van den H. Antonius tegen de aanvechtingen der

45 J lielsche'geesten.....183

Gebeden onder de H. Mis. . 135 5i | Een ander gebed tot den H.

Antonius voor de negen Dinsdagen.........202

Opoffering van dit gebed. . . 208 Gebed voor het altaar van den

58 f H. Antonius.......209

d

Gebeden ter eere der groote 73 vreugden, welke Antonius op aarde genoot, om bijzondere ?5 k genaden van Godtebekomen. 212 7 Godvruchtig gebed tot den H. ^ Antonius gedurende de- H. \ Mis. . .......217

ocr page 282

Jptf/fC'l 264 ~

Noveen ter eere van den H.

Antonius van Padua.....'2^0

Sluitgebed na volbrachte Noveen.........220

Gebed in verschillende aangelegenheden.......230

Gebed voor een zaligen dood. 230 Gebed, * om in het geloof te

blijven volharden.....231

Gebed ten tijde der bekoring. 232 Geschikt gebed voor zieken. . 233 Negen gebeden tot den H. Antonius, naar verkiezing te bidden gedurende de negen

Dinsdagen.......235

Lofzang ter eere van den H. Antonius op diens feest. (13Juni). 243 Gebeden onder het Lof. . . 245

ocr page 283
ocr page 284
ocr page 285